(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Tijdschrift van het Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other maiginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automatcd querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogX'S "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any speciflc use of 
any speciflc book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite seveie. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http : //books . google . com/| 



Google 



Dii is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheek pi anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automadsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niei-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commercicle doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over hci 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informade wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



J" 





TIJDSCHRIFT 



VAN HET 



I^EDERLANDSCH GENOOTSCHAP 



VOOR 



MUNT- EN PENNINGKÜNDE 



TIJDSCHRIFT 

VAN HET 

NEDERLANDSen GENOOTSCHAP 

VOOR 

MUNT- EN PENNINGKUNDE 

ONDER DE ZINSPREUK 

„Concordia res parvae crescunt" 

TE 
AMSTERDAM 




4" Jaai^ang 



AMSTERDAM 

G. THEOD. BOM en ZOON 
1896 



1 

il 



K£« 



8CHULMAN 

ZER3G«ACHT 

MSTEROAM 



44« 












. N. -vz-N.^^ » 



Particulier papieren geld in Nederlandsch-Indië. 



Papieren geld circuleert in Nederlandsch- 
Indië, althans te Batavia, sedert Juli of Augustus 
1752, nadat op den 2^^" Juni van dat jaar aan 
de Bataviasche Bank-courant van Regeerings- 
wege was toegestaan uit te geven bankbrieven 
ter waarde van 100, 500 en 1000 rijksdaalders, 
een half jaar later vermeerderd met gezegelde 
bankbrieven van 2000 tot 10.000 rijksdaalders 
en van ongezegelde ad 5 rijksdaalders en daar 
beneden. *) 

Niet één exemplaar dezer bankbrieven heeft, 
voor zooverre bekend, aan den tand des tijds 
weerstand geboden. 

De Indische Regeering zelve, door gebrek 



♦) N. I. Plakaatboek, VI, 225 — 311. Zie ook deel V, bl. 559, 
waar sprake is van eene vier jaren oudere poging om door middel 
van 200, voor de circulatie bestemde, rentegevende obligatifin aan 
toonder, ieder 1000 rijksdaalders groot, te voorzien in geldgebrek. 



aan klinkende munt in nare kassen gedwongen, 
ging eerst in 1782 noode over tot de uitgifte 
van papieren geld ter waarde van 25, 50, 100, 
200, 300, 4D0, 500 en 1000 rijksdaalders, welk 
papieren geld den naam van credietbrieven of 
papieren van crediet kreeg. *) 

Hoogst bescheiden was die eerste stap op 
een weg, welke aan Indië zooveel leed zoude 
bezorgen. 

Het bedrag toch dezer uitgifte werd tot niet 
meer dan 150.000 rijksdaalders beperkt; het 
papier der Crediet-brieven was gewoon Hol- 
landsch schrijfpapier; de druk niet beter dan 
die, welken ieder boekdrukker kan leveren ; 
drie handteekeningen van leden van den Raad 
van Indië moesten dït onbeholpen product 
sanctioneren. 

Maar de Indische Regeering kon in 1782 
gemakkelijk tot den aanmaak en tot de uit- 



*) JV. I. Plakaatbeik, X, 632, vlg. ,^ byzondere aanmerking 
genomen weezende," leest men daar, ,^f ten dien eynde [ t. w. de 
voorïiening in kas-middelen ] onder andere meede niet van nul en 
dienst zonde konnen zyn het introdneeeren en gangbare verklaren 
van brieven van credit, dog de dispositie daar op telkens in surché- 
ance geliouden zynde, in hoope, dat de reets beraamde en in het 
werk gestelde maatregelen aan de verwagting beantwoorden en dat, 
EO daar door, als door den aanbreng van geld nit Nederland, de 
gevreesde ongelegen theeden, waarin men, zonder het inslaan en em- 
ploieeren van buitengewone wegen en middelen, ongetwylïeld eerlange 
zal geraaken, binnen korten cesseeren zouden; en dat ge wiglig object 
thans nader in aandagtige overweeging en nogmaals resumtie genomen 
wordende van eenige, over dit onderwerp handelende papieren, ïo 



^ifte van papieren geld besluiten, minder ge- 
makkelijk viel 't haar zulks aan den man te 
brengen. Want aanvankelijk wilde het Indische, 
meer bepaald het Bataviasche publiek van dit 
geld niets weten, — volgens den kassier der 
Regeering omdat de coupures op te hooge 
sommen waren gesteld. Zij haastte zich dan 
ook in Februari 1783 stukken van 5, 10, 15 en 
20 rijksdaalders en een jaar later van 2, 3 en 
4 rijksdaalders te doen vervaardigen, i) 

Al ras moest de Indisdie Regeering onder- 
vinden, dat haar gebrekkig, uiterst primitief, 
papieren geld voor vervalsching niet veilig was. 
Herhaaldelijk zag zij zich dientengevolge ge- 
noodzaakt hare „goede en beminde onderdanen" 
te waarschuwen tegen vervalschte, eerlang ook 
voor absoluut valsche stukken en ïn Decem- 
ber 1785 was zij verplicht al haar tot dat 
tijdstip uitgegeven papieren geld in te wisselen 
tegen nieuwe stukken, welke, als beteren waar- 
borg tegen namaak, niet drie, maar zes hand- 
teekeningen vertoonden. 2) Doch ook dit 
tamelijk zwakke middel hielp niet. Een nieuwe, 
meer gecompliceerde druk der biljetten met 



1) Jf. I. Platoalèoik, X, 649 i/lg. e« 705. — Te gelijker tijd 
(Febr. 1783) kwam bij de Ind. Regcering het heillooze denkbeeld op 
om van Japansch ataafkoper de welbekende, afschuwelijke „bonken" 
te laten maken, welk denkbeeld echter eerst in 1796 verwezenlijkt 

2) ff. I. PlaUalbaik, X, 777. 



cursieve letters, hoopte de Indische Kegeering 

in April 1788, zoude beter voldoen; eveneens 
te vergeefs. 

Het zoude te verre voeren en te eentoonig 
worden alle maatregelen der achtereenvolgens 
over Ned. Indië geregeerd hebbende besturen 
uit het laatst der vorige en het begin dezer 
eeuw op te sommen, welke op hun papieren 
geld betrekking hebben ; ook behoort zulks 
niet tot het eigenlijke doel van dit opstel. 
Genoeg zij aan te teekenen, dat Ned. Indië 
met onvoldoend gewaarborgd, papieren geld 
overstroomd werd en, als natuurlijk gevolg 
daarvan, een colossaal agio op contanten te 
voorschijn trad. 

Nog verkeerde het Indische muntwezen in 
een schromelijk verwarden toestand, toen in 
1828 de Javasche Bank in het leven werd ge- 
roepen, niet zonder pressie van de zijde der 
Regeering om de aandeden dier bank, welke 
thans 170 k 180 pCt. genoteerd staan, geplaatst 
te krijgen. 

Met uitsluiting van alle andere werd die 
bank geoctroyeerd, o.a. tot de uitgifte van 
biljetten, groot 1000, 500, 300, 200, 100, 50 en 
25 guldens, *) eene bepaling, waarbij men de 
lessen der geschiedenis uit het oog verloor. 



■) JhJisei Staatsilad, 1827, jVo. i 



Vant dezelfde fout van 1782 werd thans 
weer begaan, t.w., dat coupures van min- 
der waarde dan f 25,— juist diegene, waaraan 
het groote publiek de meeste behoefte heeft, 
niet werden aangemaakt en uitgegeven. 

Van die fout beproefde eerlang het Engelsche, 
te Batavia gevestigde Handelshuis, Thomas 
Bain and C"., partij te trekken door de uitgifte 
van biljetten ter waarde van f 10. — daarbij 
zorg dragende, dat zijne biljetten weinig kans 
op namaak aanboden, eene kans, welke voor 
het overige, toenmaals in Indië gangbare, pa- 
pieren geld nog al te groot was. Opmerkelijk 
is dan ook het verschil in karakter van laatst 
bedoeld papieren geld en dat van de firma 
Bain and C". Terwijl de eerste soort smakeloos, 
lomp en plomp op een gewone drukpers was 
aangemaakt, munt de laatste uit door fijnheid 
en door een echt Engelsche type. 

Tot het graveeren van de hiertoe onmis- 
bare koperen plaat riep genoemde firma de 
hulp in van eenen te Meester-Cornelis gedeti- 
neerden „falsaris-crimineel," met name Bland- 
FORT, die blijkens achterstaanden, *) met de 
origineele, toevallig bewaard gebleven plaat 
vervaardigden afdruk zich zeer goed van zijne 
taak kweet, — ten spijt van de personen, belast 
met het toezicht op de gevangenis te Meester- 

*) Zie plaat I. 



Comelis, die van Blandford's graveerennïëts 
bespeurden. Veel kan alzoo dat toezicht niet 
te beduiden hebben gehad ; trouwens bedoelde 
gevangenis verkeerde, evenals toenmaals vrij- 
wel alle gevangenissen in Ned.-Indie, ook in 
andere opzichten in een zeer gebrekkigen staat. 

Het vignet, dat dien afdruk versiert, stelt 
onmiskenbaar Batavia voor, gezien van het 
zoogenaamde Jaagpad. Immers de noordzijde 
van het beidende kasteel van Batavia met de 
daarin aanwezige Waterpoort en het daarboven 
staande „logis" zijn er duidelijk herkenbaar op 
afgebeeld, maar overigens is alles phantasie. 
Want de stad en bergen, welke ter zijde van 
het kasteel op den achtergrond te voorschijn 
treden, Hggen in de werkelijkheid achter of 
zuidelijk, niet oostwaarts, zooals op het vignet, 
van het kasteel en zijn dientengevolge van het 
standpunt, hetgeen de teekenaar koos, onzicht- 
baar. 

Opvallend is, dat de firma Bain and C°. 
haar papieren geld niet bij zich, te Batavia, 
maar bij hare filialen te Londen en te Liver- 
pool inwisselbaar stelde, — - een feit dat slechts 
verklaard kan worden door gebrek aan con- 
tanten te Batavia, tenzij men aan kwade trouw 
wil denken, welke moeïelijk te bewijzen zoude 
zijn. Die overwijzing naar Londen en Liver- 
pool moest echter, naar het voorkomt, de 



uitgifte van dat papieren geld al dadelijk on- 
mogelijk maken. Want wie zoude zich, bij de 
toenmaals gebrekkige communicatie tusschen 
Batavia en Londen of Liverpool, de moeite, 
het tijdverlies en het risico getroosten om eene 
noemenswaardige hoeveelheid van dat papieren 
geld ter inwisseling naar Londen of Liverpool 
mede te nemen, dan wel derwaarts te remit- 
teeren ? En zonder één van die twee wegen 
in te slaan Koude geen houder van het papieren 
geld daarvoor ooit lo guldens of 15 shillings 
6 pence in handen krijgen. *) De kans was 
derhalve al zeer gering, dat het papieren geld 
van de firma Bain and C". op Java algemeen 
gangbaar zoude worden. 

Ten onrechte verontrustte zich daarom het 
plaatselijke bestuur van Batavia, toen het de 
aanstaande verschijning van het bewuste pa- 
pieren geld vernam. 

Want nauwelijks was de plaat gereed en 
waren daarvan drie proefdrukken genomen, 
of de Baljuw der Ommelanden van Batavia, 
onder wien Meester-Cornelis sorteerde, liet de 
plaat van den graveur afvragen, zooals de 
firma Bain & Co. beweerde „for the purpose 



') De koers, volgens welken deze verhouding van Ned.- Indisch 
lot En(>;el5cli geld 15 berekend, 15 + 1 pCt. lager dan de in iSzg te 
Batavia gewooe koers op Londen, vtrnioedelijk omdat de firma 
Bain & Co. op fluctuatiCn in dien koeis rekende. 



u 



vroeg wat kon en mocht, maar alleen lette op 

hetgeen hij goed en nuttig vond, — dat aan de 
firma Batn & Co. moest worden ontzegd de 
permissie om het door haar vervaardigde bank- 
papier uit te geven. 

De overige leden van den Raad van Ned. 
Indië deelden dit gevoelen niet, maar ver- 
eenigden zich met het advies van het Hoog- 
Gerechtshof, Naar hun oordeel was, noch in 
den vorm, noch in den tekst van het Engelsch- 
Bataviasche papieren geld eenige overeenkomst 
met het oude gouvernementspapier te vinden.*) 
De briefjes waren niets anders dan accepten 
om eene som van f lO.— , gereduceerd tot 
Engelsch geld, bij de heeren Cahtellain, Schaer- 
TER & Co. te Londen of te Liverpool te betalen. 
Het maken en afgeven van zoodanige accepten 
kon, volgens die raadsleden, aan niemand 
worden belet, evenmin als het verkoopen van 
wissels; noch had het Gouvernement de be- 
voegdheid om den vorm daarvan aan de accep- 
tanten of trekkers voor te schrijven. Geen 
mensch, die eenigszins met gouvernements- 
papier of met zoodanig ander papier, als door 
het Gouvernement toenmaals aangenomen en 
uitgegeven werd, bekend was, zou de accepten 
van de firma Bain & Co. beschouwen als 
daartoe te behooren ; en de inlander was zoo 



*} Waarschijnlijk wordl bedoeld het pipleren geld, creatie Ad 1S15. 



IS 

onnoozel niet meer, dat hij geen onderscheid 

zoude zien. i) Daarenboven zoude het wan- 
trouwen, waarmede de inlander over het al- 
gemeen nieuwigheden bejegent, hem spoedig 
doen beproeven, of de accepten van de firma 
Bain & Co. bij 's lands kassen of door parti- 
culieren als courant geld in betaling werden 
aangenomen ; en, het tegendeel daarvan onder- 
vindende, zoude hij bespeuren, dat men hem 
zocht te bedriegen, zoodat het misbruik, hetwelk 
gemelde firma daarvan zoude willen maken, — 
gesteld dat zulks werkelijk haar voornemen 
was. — al zeer spoedig ontdekt en verijdeld 
zouden worden. 

De meerderheid van de leden van den Raad 
van Ned. Indië of eigenlijk van de toenmalige 
Indische Regeering 2) vond derhalve geene 
termen om de firma Bain & Co. te verbieden 
zich van de bedoelde accepten te bedienen 
en deze, evenals hare overige handels-effecten, 
te plaatsen bij een iegelijk, die genoeg crediet 



i) Zoo dgemeen als deze stelling hier tTOTdt gesteld, was dj 
onjuist, want nog menig jiar later zijn etiquetten van llesschen, enz. 
meermalen aan den het lezen niel machtigen inlander als bankpapier 
in de handen gestopt, — iets, dat in het meer ontwikkelde Neder- 
land met bons voor sigaren, enz. in den vorm van baokpapier ook 
is gebeurd. 

2) Met de benaming: „Regeering" bedoelde men te dien lijde 
den Luitenant-Goaïeniear-Generaal in Rade, boven welke hoogge- 
plaatste ambtenaren de Minister van Staal, Commissaris-Generaal als 
hoogste macht gesteld was. 



i6 



ïn hare handteekening en in hare solïditeit 
stelde, behoudens de maatregelen, welke in 
allen gevalle de politie behoorde te nemen 
tegen bedrog. Zij stelde daarom bij missive 
van den is^^"» April 1829, No 627 aan den 
Commissaris-Generaal voor overeenkomstig 
hare zienswijze te beslissen. 

Deze was blijkbaar met de zaak verlegen. 
De argumenten van het Hoog-Gerechtshof en 
van de meerderheid der Regeering zag hij 
geene kans te ontzenuwen en aan den anderen 
kant wilde hij geen ongelijk geven aan het 
Raadslid Goldman en aan den Hoofd-Baljuw 
van Batavia. Hij besloot daarom — misschien 
ook om tijd te winnen — nog een adviseur 
te raadplegen en wel de Directie van de 
Javasche Bank. 

Veel licht verschafte hem dat raadplegen 
niet, want bedoelde Directie, meer bevreesd 
voor namaak van haar eigen papieren geld dan 
voor iets anders, schreef: „dat het moet be- 
„vreemden, hoe aan den maker van het over- 
„gelegd billet, die als falsaris crimineel gese- 
„cludeerd wordt gehouden, oogluikend blijft 
„vergund om door een ieder naar goedvinden 
„tot allerlei einden gebezigd te worden, en 
„de Directie van gevoelen is, dat geene om- 
„standigheden rechtvaardigen om dien gevaar- 
„lijken misdadiger van de scherpste bewaking 



^Jte ontslaan, en diens volgens in eerbiedige 
„overweging" geeft, dat hiertoe maatregelen 
„worden geprovoceerd met uitdrukkelijk verbod, 
„dat immer binten voorkennis der politie iets, 
„hoegenaamd, door dien gedetineerde worde 
„vervaardigd." 

Ten slotte gaf de Directie als haar gevoelen 
te kennen: „dat noch de privilegiën, aan de 
„Javasche Bank geschonken, noch de hier te 
„lande beschreven wetten, het uitgeven van 
„promessen aan toonder kunnen weren. Doch, 
„bijaldien het bedenking mocht overlaten, of 
„deze onbestemde vrijlating niet eenigermate 
„kon worden gewijzigd, de Directie als een 
„dienstig middel tot voorziening vermeent te 
„mogen aanbevelen — in navolging der in 
„Engeland bepaalde zegelheffing op alle bank- 
„noten, uitgezonderd die, welke de Bank van 
„Engeland uitgeeft — bij ampliatie op het 
„recht van het klein-zegel in Ned. Indië te statu- 
„eeren, dat alle billetten betaalbaar aan toonder, 
„van welken naam of vorm ook, welke niet 
„bijzonderlijk zijn bevrijd of ontheven, in eene 
„verhouding niet beneden één ten honderd 
„gezegeld zullen worden en dat dit recht telkens 
„om de twee jaren zal worden hernieuwd." 

In dat zegelen schijnt de Commissaris-Gene- 
raal weinig heil gezien te hebben ; althans hij 
bepaalde zich voorloopig tot eene aanschrijving 



't 8 



aan 2. Exc. den Luitenant-Gouverneur-ljenera; 

om den Hoofd-Baljuw van Batavia te verzoeken 
maatregelen te nemen, opdat met de accepten, 
door de firma Bain & Co. uit te geven, geen 
bedrog zoude worden gepleegd en dat deze 
vooral niet aan inlanders of andere onkun- 
dige personen als gereed geld, als gouver- 
nements crediet-papier, als banknoten van de 
Nederlandsche Bank of als eenig ander, met 
gereed geld gelijkstaand papier zouden worden 
opgedrongen. Tevens moest de Hoofd-Baljuw 
onderzoeken, hoe een gevangene, buiten voor- 
kennis van de politie, tot het graveeren yan 
een koperen plaat gebruikt was kannen worden, 
met aanbeveling dien gevangene ten strengste 
te doen bewaken en zijne handelingen van 
rzeer nabij te doen nagaan. 

Hiermede zoude de zaak waarschijnlijk af- 
geloopen zijn, althans voorloopig, ware het niet, 
dat vier dagen later (19 Mei 1829) de firma 
Bain & Co. schriftelijk aan den Hoofd-Baljuw 
de teruggave van de haar toebehoorende plaat 
had verzocht, met bedreiging in beleefde be- 
woordingen van zich tot den Commissaris- 
Generaal te zullen wenden, indien haar ver- 
zoek niet werd ingewilligd. 

Dit gaf den Hoofd-Baljuw, die nog onbekend 
was met de beschikking van den Commissaris- 
Generaal, aanleiding op denzelfden dag aan 



19 

de Regeering nadere bevelen te verzoeken, 
welke hem den 22^'^" Mei daaraanvolgende 
verstrekt werden en luidden : 

i", het noodige te verrichten ter voldoening 
aan de boven omschreven beschikking, met 
last ter zake nader te rapporteeren; 

2". de bewuste plaat aan den waarnemenden 
Luitenant-Gouverneur-Generaal op te zenden *) ; 

3". aan de firma Bain & Co. mede te deelen, 
dat, bijaldien zij vermeende op de onder be- 
rusting van den Baljuw der Ommelanden zich 
bevindende plaat tot het afdrukken van bank- 
briefjes eenig recht van eigendom te bezitten, 
zij zich deswege tot de Regeering kon wenden. 

De firma Bain & Co. kende zich dat recht 
toe en richtte daarom een rekest aan de Re- 
geering, houdende verzoek om teruggave van 
haren eigendom. 

Zij kreeg de plaat terug, want deze is in 
den boedel van haren chef door een zijner 
bedienden aangetroffen, maar op welke wijze 
de teruggave van Regeeringswege is geschied, 
zulks blijkt niet. 

Weder in het bezit van haren eigendom 
geraakt, maakte de firma daarvan toch geen 
gebruik. Waarschijnlijk vernam zij het een 
en ander nopens de zienswijze der Regeering 
omtrent haar voornemen en, wetende, dat het 



•) Znlks i! 



1 igdBii Jnli tSi/g geschied. 



geene zaak was die zienswijze te trotseeren, 
zag zij van hare plannen tot de uitgifte van 
papieren geld af. Misschien ook was Bland- 
FORT toenmaals de eenige op Java, die, niet 
alleen koperen platen kon gra veeren, maar 
ook van dergelijke platen afdrukken wist te 
maken; en deze werd sedert te veel op de 
vingers gezien, dan dat hij ook in dat opzicht 
de firma Bain & Co. zoude kunnen helpen. 

Hoe dit zij, papieren geld van de veel be- 
sproken firma, heeft nooit in Nederlandsch- 
Indië gecirculeerd. 



Van 1854 tot October 1866 bestond eene 
leemte in het Ned.-Indische papieren geld, 
doordien de van gouvernementswege uitge- 
geven recepissen van f i. — en van f 5, — 
waren ingetrokken en de Javasche Bank de 
bevoegdheid nog niet bezat om papieren geld 
van minder waarde dan f 10. — uit te geven. 

Deze leemte wilde in i86r de te Batavia 
gevestigde naamlooze vennootschap de Neder- 
landsch-Inlmsciie Escompto Maatschappij aan- 
vullen en tevens hare operatie-middelen op 
voordeelige wijze vermeerderen door de uit- 
gifte van papieren geld, de waarde van y 2. 50 
en f 5. — vertegenwoordigende, waartoe zij de 



volgende biljetten deed aanmaken, i) 



A Een biljet van 91,5 bij yi,'^ centimeter, 
bevattende binnen een sierlijken rand op een 
gestreept veld : 

Serie C. 
Nommer 256't: 



fs- 



Ontrangan van ö"o01lbrr de Somma van Vijf Gulden 
Indisch Codrant, om tegen intrekking dezes weder uit 
te betalen. 

BATAVIA, I" Si/'timi'ir 1861 

O-MAATSCttAlTIJ. 



D! Cemm: 



e C M 25e'f- 



In de vier hoeken van den rand het cijfer 5, 
in het midden van de boven- en benedenrand: 

Batavia, tUSSchen: N-ederlcini1idi-Iniri'Lhi--EKiionipUi-HBtttschftppij, 

op de zijwanden links en rechts: AMThn/tae» /n-riw»* 
isciiappij. In het midden van het biljet 
bevinden zich op ongestreepte ondergrond de 
letters NIEM en in de linker benedenhoek het 
cijfer 5. Behalve de handteekenïngen en de 
nommers is het geheel met wijnroode inkt ge- 
drukt op licht blauw getint papier. 

B. Een biljet van geheel gelijken vorm doch 
I met zwarte inkt gedrukt op licht grijs, getint 

i) De hooge kosten aan de afbeelding deier biljetten verbonden, 
I alsmecle de wetenschap, dat daarvan nog eeiiigen in omloop kunnen 
, hebben ons doen besltiilen deie afbeeldingen niet te doen vet- 
vaardigen, UK UtPACTiE. 



papier, eveneens gestreept, doch met verande- 
dering van de cijfers: 5 in 21/j. 

Gretig maakte het publiek van dit nieuwe 
betaalmiddel gebruik, al beweerde ook een 
spotvogel, dat de letters: N. I. E. M., op de 
biljetten voorkomende, niet beteekenden: Neder- 
LANDScif-lNDiscHE EscoMPTo MAATSCHAPPIJ, maar 
Never I Expect Money. 

Reeds in 1859 schijnt die Maatschappij 
bedacht te zijn geweest op de uitgifte van bil- 
jetten aan toonder, want ïn haar verslag over 
1860 zegt zij: „in den loop des jaars heeft het 
bestuur opnieuw in rijpe overweging genomen, 
in hoeverre de uitgifte van papier k f 2"g en 
f 5 aan Toonder, ontvangbaar binnen acht 
dagen na zicht, zoowel ten gerieve van het 
publiek, als ten bate der Maatschappij zoude 
kunnen strekken. Het bestuur gelooft, dat 
daarin evenveel waarborg voor het publiek 
zoude bestaan als in bank-biljetten ; niettemin 
heeft het gemeend de zaak in verdere over- 
weging te mogen houden tot een geschikter 
tijdstip." 

Dat tijdstip was volgens het bestuur in de 
laatste helft van 1861 aangebroken, toen het 
in de Bataviasche nieuwsbladen de navolgende 
advertentie liet plaatsen: 

„De behoefte aan klein, papieren geld, welke 
zich na de intrekking der recepissen op Java 



doet gevoelen, heeft het bestuur der Ned, Ind 
Escompto-Maatschappij op het denkbeeld ge- 
bracht eene proeve te nemen, in hoeverre eene 
uitgifte van op vertoon betaalbare billetten 
van / ^ en / 2i/i geschikt zou wezen om aan 
die behoefte eenigermate te voldoen. 

„Tot uitvoering van dit denkbeeld zijn voor- 
loopig aangemaakt en zullen in de eerste dagen 
van de maand September worden verkrijgbaar 
gesteld y 100,000 (een honderd duizend gulden), 
verdeeld, als volgt: 

„15,000 billetten, elk van / 5, gestempeld 
met de handteekening van den kommissaris, 
D. T. Prvce, en van directeuren; en 

„io,oco billetten, elk van f 2^h, gestempeld 
met de handteekening van den kommissaris, 
D. J. BijLEVEi.D, en van directeuren. 

„Mocht de wenschelijkheid tot verdere uit- 
gifte later blijken, dan zal van die uitgifte door 
middel der nieuwsbladen mededeeling worden 
gedaan. 

„De billetten zullen dagelijks (Zon- en feest- 
dagen uitgezonderd) verwisselbaar zijn ten kan- 
tore der Maatschappij van 's morgens lo tot 
's namiddags i ure." *) 



•| Zie o. a. de yavasche Csiirant van 31 Augttstus en 14 Sep- 
tember 1861 en de Java Bode van 31 Auguitus en 4 Seftitnèer 1S61 
No. 70 ™ 71. — Van het yoornemen om de biljetten „binnen acht 
dagen na licbt" betaalbaai te stellen 13 nlzoo ^gezien. 



24 



In het verslag der Ej^comptu-Maatschappij 
over het jaar der uitgifte van de biljetten, 
deelde de direkteur nopens de aanvankelijke 
met die uitgifte verkregen resultaten het navol- 
gende mede: „ik ben nu genaderd tot den 
laatsten maatregel, door het algemeen bestuur 
in het afgeloopen jaar genomen ; ik bedoel de 
uitgifte van biljetten aan toonder, betaalbaar 
op zicht. 

„Als feiten, daarop betrekkelijk, constateert 
het algemeen bestuur, dat die uitgifte in No- 
vember 1861 het aanvankelijk bepaald cijfer 
van f loo/m had bereikt, zooals blijkt uit de 
daarvan opgemaakte en door commissarissen 
geteekende proces-verbalen. Onder ultimo 
December i8ói was daarvan slechts een zeer 
klein bedrag in de kas teruggevloeid en heeft 
ook bij voortduring de inwisseling slechts hoogst 
zelden plaats. 

„Uit dit feit vermeent het algemeen bestuur 
te mogen afleiden, dat het publiek met den 
maatregel is ingenomen en het juiste oogenblik 
tot uitgifte, — bepaald gebleken behoefte, — 
gekozen is, 

„Overigens verklaart het algemeen bestuur, 
dat het evenzeer doordrongen was van de 
doeltreffendheid, als van de wettigheid van den 
maatregel, in verband tot de Statuten der 
Maatschappij, en twijfelt het geen oogenblik, 



25 



of hare aandeelhouders zullen daarmede over- 
eenstemmen. 

„Tot waarborg eener gereede inwisseling 
wordt steeds 30 pCt. van het uitgegeven bedrag 
in wettige betaalmiddelen gereserveerd. 

Het voordeel, dat daaruit voor de Maat- 
schappij zal kunnen voortvloeien, zal eerst met 
het nu ingetreden boekjaar [1862") eenigszins 
merkbaar zïjn." 

Dat voordeel is echter voor de Escompto- 
Maatschappij nimmer groot geweest, want al 
spoedig maakte de Regeering een einde aan 
hare uitgifte van biljetten. 

Immers, hoezeer die uitgifte in + 3 maan- 
den, hoofdzakelijk te Batavia, gelukte en het 
publiek aldaar gaarne van de biljetten ge- 
bruik maakte, al kon het daarmede bij 's Lands 
kassen niet te recht, toch gingen ook uit dat- 
zelfde publiek stemmen op, welke den maat- 
regel der Escomito-Maatschappij afkeurden. 

Zoo vindt men reeds in de yava-bode van 
16 November 1861, No. ^2 een stukj geteekend 
A., waarin o. a. gewezen wordt op de omstandig- 
heid, dat de Escompto-Maatschappij, ingevolge 
hare Statuten, geene circulatie-, maar eene 
escompto- en beleen ings-bank was en derhalve 
met de uitgifte van biljetten aan toonder, vol- " 
gens dien anonymus, de bepalingen harer Sta- 
tuten had overschreden. Indien de Regeering 



bij de oprichting- van de Escompto-Maatschappij 
(1857) geweten had, dat men voornemens was 
eene volledige bank op te richten, dan zoude 
zij ongetwijfeld de concept-acte niet goedgekeurd 
hebben ; want de uitgifte van biljetten aan 
toonder was in Nededandsch-Indië een mono- 
polie, toegekend aan de Javaache Bank, zoo al 
niet ipsis verbis, dan toch stilzwijgend. 

De onbekende schrijver van dit stuk noemde 
de uitgifte van biljetten aan toonder door de 
Escompto-Maatschappij eene onvoorzichtigheid, 
welke de ontbinding dier Maatschappij zoude 
kunnen ten gevolge hebben. Bestond werkelijk 
behoefte aan de door haar beproefde uitgifte 
van muntbiljetten, dan moest zij, zoo spoedig 
mogelijk, hare Statuten veranderen en daarop 
de bewilliging der Regeering trachten te erlan- 
gen. „Dat houden wij," gaat hij voort, „voor 
de eenige, mogelijke voorwaarde, waaronder 
zij een duurzaam en uitgebreid crediet voor 
haar papier verwachten kan. Want, zoolang 
het publiek niet recht weet, waaraan zich te 
houden, zoolang zal de proeve als mislukt te 
beschouwen zijn. Thans schijnt de maatschappij 
nog geen gevaar te dreigen, doch, zoodra zij 
in staat is met een waar ban k-kapitaal te 
werken en de Javasche Bank op den achter- 
grond geraakt door het groot worden van hare 
jongere en vrije zuster, dan zal de Regeering 



V 



wel van haar recht gebruik maken, en het 
aan de Javasche Bank verleende privilegie 

handhaven. 

„Het kan niet missen, of zulks zoude nadee- 
lig èn voor het algemeen èn voorde Escompto- 

Maatschappij zelve zijn, en daarom herhalen 
wij, dat wij niets liever zouden zien dan eene 
regeling, die het werken van beide banken in 
het belang van het algemeen gedoogt, — iets, 
wat wij nu voor eene onmogelijkheid houden." 

Nevens deze, verhieven zich nog andere 
stemmen, ook in Nederland, waarom de Re- 
geering, die van oordeel was, dat vrije, door 
haar niet gecontroleerde emissie-banken voor 
Ned. Indie gevaarlijk waren, in Maart 1863 
de Escompto-Maatschappij uitnoodigde hare 
uitgifte van muntbiljetten te staken en de uit- 
gegevene in te trekken, — een wenk, welke 
voor die Maatschappij genoeg was om geen 
enkel biljet haar kantoor meer te doen verlaten. 

Inmiddels had deze Maatschappij , vernemende, 
hoe de Regeering over hare handelwijze dacht, 
reeds in 1862 een einde gemaakt aan de uit- 
gifte harer biljetten, zooals blijkt uit haar ver- 
slag over het jaar 1863, waarin o.a. voorkomt: 

„In het vorige verslag deelde de directie 
mede, dat met de uitgifte van escompto-bons 
aan toonder niet verder 20ude worden voort- 
gegaan. Sedert heeft zij tengevolge eener 



28 



pertinente aanschrijving van het Gouverne- 
ment i) tot de intrekking zelve moeten besluiten 
en werd daaraan gelijdelijk voldaan, met het 
gevolg, dat het nog in omloop zijnde bedrag 
op ultimo December 1863 slechts f 6.697.50 
bedroeg. Ofschoon het aan twijfel onderhevig 
is, in hoeverre het Gouvernement rechtens de 
uitgifte dier bons zoude kunnen verbieden, en 
de directie hare bezwaren daartegen in eene 
uitvoerige memorie aan de Regeering heeft ken- 
baar gemaakt, zoo heeft zij toch vermeend 
aan den wensch der Regeering te moeten toe- 
geven, aangezien dit gepaard ging met eene be- 
dreiging van legale opheffing der maatschappij, 
waaraan de directie haar niet mocht blootstellens). 
Aannemende zelfs, dat het Gouvernement daar- 
toe met zoude zijn overgegaan, zoo bestond 
het gevaar van intrekking door het Gouver- 
nement zijner toestemming om de 4 "/>. obli- 
gatiën der Maatschappij als borgtocht voor 
comptabele ambtenaren te doen strekken ; 3) en 
aangezien dit het levensbeginsel der Maat- 
schappij vormt, mocht de directie dit niet in 
de waagschaal stellen." 

1) Die pertinente aanschrijving bestond slecliEs, jooaU wij 
boven lüigen, uit e«ne uitnoodiging. 

2) Van ïnodanige hedreiginE is wel sprake geweest, miiiir zij is 
nimmer (ifficiccl aan de Escomfto-Maatsckappij medegedeeld. De 
woorden van het verslag : „<lie gepaard ging" enz. zijn derhalve min- 
der juist gekozen. 

3) IhMicH Slmttsblad, 1858, <Vp. 114. 



2g 

Allengs verdwenen sedert uit de circulatie 
nagenoeg alle biljetten welke niet reeds in 1863 
ingewisseld werden, zoodat daarvan nog in 
wandeling, althans nog niet ingewisseld, waren: 
opult^Dec. 1864 voor eene waarde vany 2.687,50 
„ 1866 „ „ „ „ 1.212,50 

,, 1867 „ „ „ „ 1.117,50 

„ 1868 „ „ „ „ 1.077,50 

„ 1869 „ „ „ „ 1.047,50 

» 1870 „ „ „ „ 1.030, — 

„ 1871 „ „ „ „ 1.002,50 

» 1^72 „ „ „ » 997»5o 

,,1873 „ „ „ „ 980, — 

r, 1874 „ „ „ „ 962,50 

„ 1875 6 „ „ „ „ 957^50 

»» 1877 „ „ „ „ 955, — 

„ 187880 „ „ „ „ 950,— 

„ 1881 „ „ „ „ 947) 50 

„ „ 1882 93 „ „ „ „ 945, — 

„ „ 1894 „ „ „ „ 945,— 

Verreweg het grootste gedeelte der biljetten, 
welke laatstgenoemde waarde vertegenwoor- 
digen, is ongetwijfeld verloren geraakt. Zij zijn 
dan ook uiterst zeldzaam geworden en komen 
thans hoofdzakelijk slechts in enkele verza- 
melingen van papieren geld voor. 

Batavia, Dec. 1894. 

Mr. J. A. VAN DER Chijs. 



»> 



» 



>J 



»» 



>» 



» 



» 



» 



» 



» 



» 



Le Jeton dans les Comptes des maitres des Monnaies 

du duché de Brabant. 

Aux XVIP et XVIIP siècles. 



„Les jetons, dont Torigine en Belgique re- 
„monte au XIV® siècle, ne furent pendant 
„longtemps que de petits monuments en argent 
„OU en bronze qui avaient un usage déterminé ; 
„k partir du règne de Charles-Quint on se 
„plut k y rappeler par une allegorie un grand 
„evenement du temps. lis sont interessants au 
„point de vue du dessin et du plus ou moins 
„de gout que Tartiste a mis dans la compo- 
„sition de Temblème, mais ils ne peuvent ser- 
„vir d'objets d'étude pour qu'on se fasse une 
„idéé des progrés des graveurs dans Tart 
„du bas-relief." i) 

Cette appréciation de Pinchart ne nous 
semble pas <ie la dernière exactitude. D'abord, 
il y a tout lieu de croire, que les jetons k compter, 



I) Histoire de la gravure des médailles en Belgique p.p. 74 — 75. 



5t 

tout au moins ceux que 1'on désigne sous Ie nom 
de jetons bannaux, existaient, dans les Pays-Bas, 
bien avant Ie XIV^ siècle. Ce nest pas non plus 
avec Charles-Quint qu'apparait, sur Ie jetoii, des 
sujets allégoriques ; eet usage remonte, tout au 
moins, Il la seconde moitié du XV'^ siècle: témoïns 
certains jetons de la minorité de Philippele Beau. 
Du reste, ces allégories n'ont pas toujours traït k 
des faits importants, comme Ie pense Pinciiart, 
elles rappellent parfois des événements locaux, 
d'assez mince intérêt. Enfin, è, notre avis, Ie jeton 
a. Ie plus souvent, un caractère artistique que Ton 
aurait tort de négliger. 

D'ailleurs, il faut bien Ie dire, Thistoire nurais- 
matique du jeton aux Pays-Bas est encore h 
faire. En effet, \ Historie der Nederlandscke 
Vorsten, de vanMieris, tout comme sa continu- 
ation, l' Histoire ntétallique des X VII provinces 
des Pays-Bas de Gérard van Loon, ne sont que 
des histoires politiques illustrées ou, si Ton pré- 
féré, complétées par la reproduction de médailles, 
de nombreux jetons et de quelques monnaies. 
Quant au yeton historique des dix-sept pro- 
vinces des PayS'Bas du Docteur Dugnioli-e, 
c'est un simple catalogue dénué de toute cri- 
tique, et, dans lequel, les jetons sont classes, 
un peu au hasard, par ordre chronologique. 
De toute autre vaieur est ie Penningkundig 
Repertorium de M. J. Dirks ; malheureusement, 



32 



il a Ie grand défaut de n'être qii'iin supplément 
aiix ouvrages déjk parus sur la matière. i ) 

Le „Standard work" manque donc encore et 
cela faute d'éléments suffissants pour Tétablir; 
car, si le lieu et la date d'émission des jetons 
sont le plus souvent connus, si l'on est par- 
venu dans bien des cas k expliquer leurs figu- 
rations, k déterminer les administrations, les 
offices, les personnages pour lesquels ils ont * 
été frappés, les faits historiques ou anecdoti- 
quea auxquels ils font allusïon, on ne sait rien, 
ou presque rien, concernant leur fabrication 
proprement dite. 

En quel nombre ces milliers de jetons divers 
ont-ils été forgés ? Quel était leur aloi, leur prix 
de revient? Quels artistes enontgravélescoins? 
Voilè toutes questions qui attendent, et atten- 
dront longtemps encore peut-être, leurs Solu- 
tions. Ces sohitions ne sont, en effet, gnère 
faciles è. trouver. 11 faudra pour y réussir dé- 
pouiller les comptes des diverses Monnaies 
des Pays-Bas, les comptes de recettes et dé- 
penses des provinces et des villes, fouiller les 
arcliives de la chambre des Comptes, du Con- 
seil des Finances, etc, etc. 

I) Tela qne la Beschrijviag van Niderlandsehe Hhiorii-Penningm, 
ten vervolgt ep kei meri van Mr. Gekard van Loon, uitEegeven 
door de Tweede Klasse van hel KoninkUjk-Nederlandscli Instituat 
ïa.n WetensthappEn, Lelterkunde en Schoone Kunsten; les publiea- 
tions de GÉKAkD van Okcen, du conite de Nahuys, etc. 



33 



Il faut avouer qu'il y a lè. de quoi faire re- 
culer Ie plus archarné chercheur et qu'on ne 
peut gnère espérer voir de sitöt un numis- 
matiste entreprendre, de propos délibéré, une 
pareille oeuvre de bénédictin, d'autant que 
I'importance du résultat ne semble guère en 
proportion du travail è. dépenser. 

Si donc, nous voulons que la publication d'une 
histoire numismatique dujeton aux Pays-Basde- 
vienne oeuvre faisable, il faut, dès i présent, que 
chacun en facilite 1' établissement, en fournissant k 
l'auteur Ie plus possible de matériaux d'archlves. 
C'est pour prècher d'exemple que nous avons 
relevé dans les comptes des maïtres des Mon- 
naies du Brabant, en fonctions aux XVII'' et 
XVIIP siècles, les quelques paragraphes rela- 
tifs è la fabrication des jetons. Comme ces 
documents sont des pièces officielies, il y a 
tout lieu de présumer que les jetons, dont 
mention y est faite, ont été gravés par les 
tailleurs des fers attachés aux divers hotels 
monétaires du duché ou par les graveurs gé- 
néraux, lorsqu'il en existait. Cette remarque 
a son importance, surtout lorsqu'il est possible 
de fixer k quels jetons, connus en nature, se 
rattachent les renseignements fournis par les 
comptes. C'est d'ailleurs cette identification qui 
constitue Ie cóté délicat de la question; aussi, 
ioin de nous, la prétentlon de parvenir k sur- 



monter cette difficuité ; nous laisseroiis ce soïn 
^ ceux de nos confrères qui ont fait du jeton 
une étude spéciale. Notre seule ambition est 
de leur fournir quelques renseignements utïles. 

Alphonse de Witte. 

Bruxelles, octobre 1895. 



Règne des Archiducs Albert et Isabelle. 

1598 — 162 1. 




Atelier d'Anvers. 

I. COMPTE D'ADELAÏDE PAUWELS, 
veuve de Pierre Sinck, du 2 avril 1598 au 31 
janvier róoo, établi tant en son nom qu'en celui 
de son fils Gérard. 

Tailleur des fers: Joose van Stevmoelen. 

Vanden wercke vanden Silveren leggelt. 
De voorscreven meesters hebben noch bin- 



35 

nen 'Jeï^voorseyden tydt doen werclcen ende 
munten een Silvere leggelt, houdende elffpen- 
ningen vyff greyn fyos silvers in alloy, de 
quantiteyt van hondert achtien merck drye 
onchen ses ingelssen waer van bevonden syn 
aen sisalien seven merck thien ingelssen ende 
in de busse negen penningen, sisalien affgetro- 
gen ende negen penningen om de assaye te 
maecken wegende i*^ negen ingelssen, rest hon- 
dert elff marck een onche seven ingelssen ende 
nae dat den assayeur generael behoorlicke assay 
daeraff heeft gemaeckt is die bevonden co- 
mende vuyten viere te hondene elff penningen 
V greyn ^^j deel ende alsoe te goet ^^ deel 
van een greyn ende overmits 'tselve by den 
assayeur particulier oock te goet bevonden, is 
ergo hier: niet. 

Vande wercken vande goude Saygelt van 
Vyftich stuvers. 

De voorscreven meesters hebben noch bin- 
nen den voorseyden tydt doen wercken ende 
munten aen goude Saypenningen houdende 
achtien caraten fyns goudts in alloy ende van 
LXXVII stiicken ende een quaert der selver 
inde snede int troisse merck de quantiteyt van 
negen hondert XXXVIII penningen waer van 
bevonden syn aen sisalien hondert LXV pen- 
ningen ende inde busse seven penningen, sïsa- 



36 



lien affgetogen ende ses penningen wegende 
XIIII tngelssen XII aes ^^ om de assaye te 
maecken rest VIIc LXVII penning-en die ge- 
converteert int gewichte maecken negen merck 
seven onchen acht ingelssen negenthien aes 
ende alsoe ses penningen daer van syn afge- 
togen ende bevonden verschaelt syn te schaers 
int gewichte eenen ingelssen drye aes ™ op 
elck merck wercks beloopt opt heel werck thien 
ingelssen dertich aes tot een hondert dryent- 
negentich guldens twee stuyvers d'merck va- 
let XIII gul. IIIl st. I myte. 

Vanden wercke vanden gonde Saygelt van 
XXX Stuyvers. 

De voorscreven meesters hebben noch bin- 
nen de voorgenoemdden tydt doen wercken en- 
de munten aen goude Saypenningen houden- 
de dchtien caraten fyns gouts in alloy ende 
van hondert achtentwintich stucken ende j™ 
der selver inde snede int troysse merck de 
quantiteyt van negen hondert tweeentwintich 
penningen waer van bevonden syn aen sisa- 
lien een hondert dryentachtig penningen ende 
inde busse acht penningen sisalien affgetogen 
ende seven penningen om de assay te maecken 
rest seven hondert tweendertich penningen de- 
selve geconverteert int gewichte brengen viiyt 
vyff merck vyfif onchen negen ingelssen eenen- 



twintich aes ende alsoe seveii penningen daer 
van syn afjjetogen ende bevonde te schaers 
int gewichte twee ingelsse dertich aes op elck 
merck werck beloopt opt heel werck sesthien 
ingelssen XXII aes, ten pryze van hondert 
XCIII guldens II stuyvers 1/2 d'merck be- 
loopt XX gul. II st. XL myten. 

Vande wercke vande silvere Saygelt. 

De voorscreven meesters hebben noch binnen 
den voorseyden tj'dt doen wercken ende mun- 
ten aen silvere saygelt houdende thien pen- 
ningen fyns silvers in alloy de quantiteyt van 
twee hondert negentich merck vier onchen 
waer van bevonden syn aen sisalien XLIX 
merck drye onchen ende in de busae eenender- 
tich penningen sisalien affgetogen ende een- 
endertich penningen wegende vier onchen II 
ingelssen drie aes om de assay te maecken 
rest IIc XL merck vier onchen ende alsoe 
XXXI penningen daer van syn afgetogen de 
welcke bevonden syn te schars int gewichte een 
ingelssen vier aes op elck merck wercks beloopt 
opt heel werck een merck vyff onchen thien 
ingelssen XVlIl aes, ten pryse van XVlIl guldens 
dmerck beloopt; XXX gul. VIII st. XXXVI myten. 
Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17896. 



3« 



Lt de deux espèces 
inquante et trente aola. 
e espèce et 73a de la 
>n en conoait de tcois 
c les données foumies 



Les .^ilvetCD leggelt" dont il est question daas ce coniple aont 
vrajaemblablement les jetons frappés a Anvers, en 1S99, puur Ie Bu- 
reau des Finanoes au nom de l'Infante Isabelle, duchesse de Brabant 
Vah Loon, édit. haaf., T. L p. 511, n . 6; édit. lioll., T. L, p. 524. 
— DuGNiöLLE, n"v 3463 — 65. — Catalogus DE CosTER, tl'. 287. il 

Un bon exemplaire d'argent du cabinel de 1'Ètal beige pesant 5 
grammes et un mare Troyes valant, d'après ChaLöN, 244 gr. 752, 
ces jetons auraient donc été lïappéa au nombre d'environ 5440. 

Quant aux .^ygelc", il n'y a pas de doute possible, ce sant les 
jetons d'inauguration des arebidncs. Cest, d'aiUeurs, sous cette appel- 
lation spéciale qne sont désignés, Ie plus souvent, dans les comptes 
monétaires les jetons destinés é, être distribués au public, lora de 
l'mauguration du Souverain. 

Les ,^aygelt" en or d'Albert et Isabelle s 
ayant respectivement pour valeur intrinsèque c 
H en fut livré 767 eitemplaires de la première 
seconde. Pour ce qui est des jetons d'argent, i 
modules différents, il est donc impossible ave 
par Ie compte d'AlJELAIDE Pauwels de déterminer leur nombre. 

Au sujet des jetons d'or d'inauguration nous devons encore faire une 
remarque. Bien que Ie compte de la Monntüe d' Anvers, constate la Frappe 
de deux sortes de jeton d'or pesant, en chiffres ronds, 3 gr. 20 et. 
I gr. 90, Ie cabinet de l'Élat beige en possÈde trois ayant respecti- 
vement pour poids: 7 gr 60, 3 gr. 16 et 1 gr. 85. Les deux premiers 
correspondent, comme diamètre au plus grand et au plus petit des 
jetons d'argent publiés par van Loon, édit. fran^., T, I, p, 522, 
n"'. I et 3; Ie troisiéme a des dimensions moindre. (Diam. = 0,2430 
Ueu de 0.27.) Nona Ie reproduisons en téte de ce chapitre. Que dé- 
duire de tout celi, sinon que les deux plus petites piÈces du cabinet 
de l'Ètat sont, les poids Ie pronvent, les jetons ofliciels et que la pièce 
de 7 gr. 60 est tout simplement Ie produil d'une tantaisie nuraisma- 
tique obtenne A 1'aide des coins du plus grand des jetons d'argent 
Nous ne voyons pas d'autre explication possible. 

RoMBAUT DE RaziÈres, que M. PlNCHART quallfie de graveur gé- 
néral, est l'auteur des poingons et des coïns matrices d'un des jetona 
d'or et d'un des jetons d'argent: ,4tem, XVI augusti 1599, by lasten 
,^de vuyt vrachte van sekere missyve van de Generaels van Haere 
i^oocheden munte, gemaect die pointsoonen ende munt-ysers van 
i^wee sorten van saye-peiuiiuck, d'een van ailver ende d'ander vati 



i) Tous les jetons décrita dans Ie eatalagne DE CosTER sont d'argent 
DUGKIOLL.E au contraire donne Ie plua souvent les exemplaires de cuivre. 



II. COMPTE DE CORNELIS DE LET- 
TER, du 18 février au 10 juin 1600. 

Tailleur des fers: Jouse van Stkynmolkn. 

Anderen ontfanck vanden wercke vande 
Silvere leggelt. 

De voomoempde meester heeft noch binnen 
den voorscreven tydt doen wercken ende mun- 
ten aen silvere leggelt houdende eiff penningen 
vyff greyn fyns sllvers in alloy, de quantiteyt 
van XXVII merck IIII onchen, aen sisaüen een 
marck vyff onchen ende inde busse drye pen- 
ningen sisalien affgetogen ende drye penningen 
om de assaye te maecken, rest XXV merck VI 
onchen XVHH ingelssen ende nae dat behoor- 
lycke assaye daer aff by den assayeur generael 
gemaeckt is geweest, is die bevonden comende 
vuyten viere deen dander te houden elf pen- 
ningen vyff greynen ende vvvTr *^^^' "^^^ ^^" 

greyn ergo hier nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17897. 

I) ,^pecificalie van den wercken ijedaen by Rombaut RASltüES, 
„ysersnyder ïan der raunte." Archives générales du royaume de Bel- 
gique. Chamhre des Gompies, t-o1!«tion des acqujls. Revue beige de 
num., T. XI, p. 38a 



40 



Faut-il voii dims ces pièccii ü 
s Anvers, en 1600? Van Loon, édiL franf., T. I, p. 531, édit, hüll., 
p. 544. — DuGNiOLLE, n"'. 3501—3503. — Catalogue DE Coster, ' 
n", 300. On verra par 1'étude des autres cotnptes, qull esl penuis de 
répondre affirmativemcnt è celle questïon. H a été frappe environ 
i3S<o exemplaireE d'argenl. l) Les poids de ces jetons varient, en 
effei, de 4 gr. 76 (coUection vanden Brobck) d 4 gr. 80 (collection 
VAN Dijk van Matenesse). 

III. COMPTE DE CORNELIS DE LET- 
TER, du 10 juin 1600 au 10 mars 1601. 

Tailleur des fers: Joos van Steynmolen. 



Vanden wercke vanden Silvere 
insgelycx gemaeckt voor kaere voorscreven 
hoocheydt ende keeren van de Jinantie. 

De voorscreven muntmeester heeft noch doen 
maecken ende muntten in silvere legg'eldt voor 
heure voorscreven hoocheyden, de quantiteyt 
van XXX Vil merckeii XVIU ïngelssen daer- 
aff syn geweest aen sisalien twee merck drye 
onscen ende ïnde busse drye penninghen om 
d'assaye te maken, rest neth XXXIIII mereken 
vyfF onscen vyff ingelssen die syn bevonden 
by den assayeur generael just in alloy maer 
overmidts byden billeten vanden assayeur par- 
ticulier daerop genomen is remedie van een 
greyn fyn silvers op eick merck ende dat den 

l) H est 4 noter qne les comptes monétaires ne font qa'exceptionel- 
lement mention de la fabrication de jetons de ouivre, ce qui ne vent 
pas dire qu'il n'en a pas été frappés chaque foi'; que des jetons d'ar- 
gelC ont Été forgés. 



voorscreven meester daeraff gehouden ïs te 
betalen ten profyte van hcure hoocheden deen 
helft volgende den inhoudt van syne instructie 
bedragende die voorscreven helft op heel werck 
XVII greyn een quart die maken, tot XXI gul- 
den d'merck . . . . i JC V s. VII myten. 
Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n°. 17897. 



Ici, Ie doute n'cst pas possible, nous i 
jclon du Bureau de Finanees a la date 1601. Il est au type de celui qui 
aétéémisen 1600. Duüniolleii". 35*3. — Catnloj,'ueDECoSTER,n°. 318 

IV. COMPTE DE CORNELIS DE LET- 
TER, du 10 mars 1601 au 13 avril 1602. 

Tailleur des fers: Joos van Steymoi.en. 

Vanden wercken vanden Silveren die ke pen- 
ningen i) ende leggelt insgelycx getnaect voor 
haere hoocheden ende heeren vanden finantien. 

Den voorscreven muntmeester heeft alnoch 
doen maken in voorscreven dicken penningen 
een en dertich mare thien engelssen ende in voor- 
screven leggelde XXXVIII marck seven onsen 
zeventhien en een halff engelssen, compt tsa- 
men tseventich marck seven en een halfen 



I) Ces ,^clie penninj|i 
de poids fort auxquellea 



chose que des mom 
ïiiibres du Conseïl des Finanees, 



dtoit a l'appirition d'un type monetaire nouveau. 



42 

engelssen hieraff syn geweest scissalien drye 
mare vier onsen de welcke affgetrocken ende 
twee onsen twelff en halff engelssen om dma- 
ken vande assayen rest LXVI marcq een onse 
XV engelssen ende soo voorscreven penningen 
ende leggelt deen deur dander genomen syn 
bevonden by den assayeur generael just in 
in alloy, compt daerom hier voor , . nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17897. 

n s'njit toujoura des jetons du Bureau des Finauces. Le typereste 
Ie même, le millésime seul change. Dugnioi,le,ii'", 3542 — ^44. Iln'est 
pas possible, cetle fois, de fixer !e nonihre de pièeea frappées puisqae 
la qnantitf des marcs d'oenvre mentionnée comprend, en même temps, 
l'émisüion de forCs deniers et la frappe des jetons, 

V. COMPTE DE CORNELIS DE LET- 
TER, du 13 avril 1602 au 31 mai 1603. 

Tailleur des fers: Joos van Stevnmolen. i) 

Anderen ontfanck vanden Silveren leggelt. 

Dese voornoempde meester particulier heeft 
noch binnen den tyde deser rekeninge doen 
wercken ende munten in silveren leggelt voor 
myne Eer: heeren vanden finantien van eitF 
penningen vyff greyn fyns silvers in alloy de 



I) L'orlhograplie de ce i 
lus BVOQS WDS les yeux. 



43 

qnantiteyt van dryendertich mareken daer van 
geweest syn sisaÜen twee merck vyff oneen 
ende inde busse vier penningen weicke sisa- 
lyen affgetrocken ende een hafff onse om d'as- 
saie te maecken rest dertich merck vier on- 
een thien engelssen, maer alsoe de selve syn 
bevonden byden assayeur generael te goet in 
alloy van een greyn compt daer voor hier : nyet. 
Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17897. 

Les auteurs que nous avons qonsultés ne donnent pii Ie jetmi du 
Bureau <les Finaaces pour raimée 1603. Q est, probablement, au méme 
type que ceux des années 1600, 1601 el 1602, pul^qiie celui au tnil- 
lésime 1604 (DUGNIÜLLE n". 3593—3594) Test eocore, 

VI. COMPTE DE CORNELIS DE LET- 
TER, du 24 mars 1604 au 14 mai 1605. 

Tailleur des fers: Joos van Steynnemüelen, 

Anderen ontfanck van Silvere leggelt. 

Den voirscreven meester heeft noch doen 
maecken ende munten silvere leggelt voer 
mynne Eer. heeren vander finantien die quan- 
titeyt van LXXII merck Vil onssen VIIHngel- 
schen daeraff geweest syn aen sisalien drye 
merck vyff onssen ende inde busse VII pen- 
ningen deselve affgetrocken rest LXIX merck 
ende syn bevonden by den assayeur generael 
te schaerts in alloy op eick merck drye VIII" 



deeleii van een greyn ende alsoe opt heel werck 
eenen penninck twee greyn ten prouffyte van 
huere hoocheden die beloopen ten pryse van 
XXI guldens XVII st. dmerck de sorame 

van XXXIX st. XXI myten. 

Archives générales du royaume de 
Belgiqiie. Charabre des Comp- 
tes, registre n". 17897. 

Avec 1'année 1605, Ie jetoD du Conseil des Financeschange de type. 
A.U lieu des busles affrontés des archiducs et d'nne Foi ailée serrant 
tiois épis; un voit, d'un l^óté, uiie Victoire s'avaucant, une clef et une 
paltne dans les mains, vers ud aute! garde par Ia Pain et, de 1'aiitre 
cöté, I'écu aiix ortnes des archiducs, couronné et entouré du collier de 
la Toison d'or. (Van Loon, édit. fran?., T. U, p. 21 ; édit. holL, T. II, 

p. 21. — DUGNIOLLE, U»". 3597 — 3598.) 

VII. COMPTE DE CORNELIS DE LET- 
TER, du 8 juin 1605 au 31 mars 1606. 

Tailleur des fers: jt)os van Steynnemoelen. 

Anderen ontfanck geprocedeert ter causen 
van Silvere leggelt ende andere dicke Schenk- 
penninghen. i) 

Desen selven muntmeester heeft noch doen 
wercken ende munten in silvere leggelde ende 
andere dicke penninghen zoe voer zyne hoocheyt 
ende myne Eer. heeren vander fïnantien die 
quantiteyt van een ende vyftich mereken twee 



I) Schenkpenoin^, di:iiier de préf^ent, de acheiicken, doniier, faij 
prisenL H s'agit oncore ici de monoaies de poids fort. 



45 

^ênen ingelschen ende drye quaert 
daeraff geweest in sisalien ses merck vier ons- 
sen ende inde busse een vande voirscreven 
penningen ende vier van den voirschreven leg- 
gdde, welcke sisaüen affgetrocken ende die pen- 
ninghen omt maecken vande assaye generaele, 
rest net XLIIIl merck drye onssen thien ingel- 
schen ende alsoe die voorschreven penninghen 
zyn bevonden byden assayeur generael te 
schaers in alloy een quaert van een greyn op 
elck merck ende dyen volgende opt heel werck 
te schaers elff greyn dïe maecken aladvenant 
van XXI guldens XVIII stuyvers: XVI stuyvers. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17897. 



Le jeton dii Bureau des Finances pout I'année 1606 est Ie mêmi 
que celui qui a été frappe en 1605. (DUGNIOLLK n'. 3608-3610. — 
Catalogue DE Costkr, n". 348.) 



VIII. COMPTE DF DOMINIQUE WOU- 
TERS, du i'^'' avril 1606 au 7 septembre 1607. 

Tailleur des fers : Jüo.s van Stevnnemolen. 

Anderen ontfanck van dicke penningen ende 
legghelt penningen van silver. 

Desen rendant heeft noch doen munten in 
dicke penningen ende leggeldt van silver XLIX 



46 

marck IIII onsen XVII engelsen daeraff ge- 
weest syn in scissalien III mare een onse XV 
engelsen ende inde busse eenen dicke pen- 
ninck ende vyff leggelt penningen welcke scis- 
salien ende voerschreven penningen afgetrocken 
om dmaecken van assaye blyft net XLVI marck 
die welcke syn bevonden by den assayeur ge- 
nerael schaers in alloye deen voor dander 
gecomen ^jn *^^^^ ^^" ^^" greyn compt over 
t'heel werck XVII greyn I quaert die maecken 
aladvenant van XXI guldens XVII stuyvers 
dmarck de somme van : I gul. VI st. VIII myten. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comptes, 
Supplément, registre n". 48273. 



IX. COMPTE DE DOMINIQUE WOU- 
TERS, du 7 septembre 1607 au 4 septem- 
bre 1609. 

Tailleur des fers: Joüs Steynnemoelen. 

Silvere leggelt. 

Den voorschreven muntmeester heeft noch 
doen wercken ende munten in silvere leggelt 
voor myne Eer. heeren van der finantien soo 
voor d'Jaer XVT acht als XVI'' negen die quan- 
titeyt van vyffentsestich marck een onse VI 
engelschen daeraff geweest zyn in scisalien een 



4? 

marck vyff onsen X engelschen ende inde bus- 
se VII penninghen weicke scisalien afgetrocken 
zynde ende die voorschreven VII penningen 
omt maecken vande assaye generael rest LXII 
marck II onsen XIIII engelschen maer alzoo 
t voorschreven leggelt just is bevonden in alloy 
compt daer omme alhier daer voere . nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17898. 



H e5t fort diRicile de liélermiocr les jetons auxi^iiels ces deux der- 
niers comptes font alluEiion. En effet, nous ne conaaissons pas de 
pUces marquéea de la main d'Anrers, pour les années 1607, 160S et 
1609 k ia. légende ordinaire employee pai Ie Bureau de Flnances. Dèa 
lors, a moins de nouvelles découvertes, il n'y a guère que les jetons 
anx bustes ajlrontés des archiducs, rariés de revers et ol&ant respec- 
liïeraent les légendes: RESPICE ■ FINEM, 1607 (DUGNIOLLB, n-. 
3622), — MODERATIO ■ 160B (DucNlOLLE, n '. 3631) — SAPIEN- 
TLA DVCE ■ 1609 (Di;cNiOLLE n". 3647) (]ui puissent convenir. lis 
ont tous ie méme droit, ce qui pentiet de les considérer comme 
appartenant ± nn méme Ëfoupe, i- une tnSme familie de jetons. L'une 
des pièces réproduiies par VAN LooN, édit. franc-, T. II, p. 57, n". 3, 
anoée 1609, pourrait aussi entrer en ligne de compte. Dans Ie doute 
nous nous alistiendrons de nous prononcer d'avantage; les éléments 
nous font d'ailleurs défaut pour arriver a line solution définitive. 



X. COMPTE DE DOMINIQUE WOU- 
TERS, du 4 septembre i6og au 4 mars 1611. 

Tailleur des fers : Joos van Steynnemuelen. 

Silvere leggelt. 

Den voirschreven muntmeester heeft noch 



48 



doen maecken ende munten in silvere leggelt 
voer minne Eer. heeren vander Finantien soe 
voer d'Jaer XVI'" thiene ende elf die quanti- 
teyt van LXIX mare VI onssen daeraff ge- 
weest syn in scissalien een mare ende inde 
busse vyff penningen om het maecken vander 
assayn, rest net LX\ III marck V onssen V 
engelschen die weicke syn bevonden te schaers 
in alloy op elck mare vyff XXXII deel van 
een greyn maer volgende die billeten vanden 
assayeur particulier daer over gegeven soe 
moet den muntmeester betaelen over elck 
mare een VHP deel van een greyn ende alsoe 
overt' heel werck acht ende een halff greyn die 
maecken a ladvenant van XXI guldens XVIII 
stuyvers fyns de somme van: XII st. VIII myten. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes. Supplément n". 48274. 

lei encme les jetoos 1 la légende si espUcite GECT. DV BVREAV 
DES FINANCES manquent, aussi bien poui lËio que pour 1611. 
De tous les jetiins publiés i ce joiir, nous ne voyona pour ces deux 
annies, ijue les n *. 3664 et 3670 de Dugniolle (van Loom, édit. 
ftan^. et boU. T. II.. p. 66 et p. 74) ayant entre eui assez de simili- 
tudc panr pouvoii, faule de mieux, se rapporter it l'entrajtdu aompte 
de Domiiiiqi;ë Woutebs. 

XI. COMPTE DE DOMINIQUE WOU- 
TERS, du I" Octobre 1612 au 30 avril 1613. 

Tailleur des fers: Joos van Steynnemoelen. 



Silvere leggelt voor mytie /teer vander fi- 
nantien. 

Van desen legheide heeft den voorschreven 
muntmeester laten maken ende munten alle 
scissalien afgetrocken synde XXXVIII mare 
III onsen die bevonden syn byden assayeur 
generael te schaers in alloy van dry Vil" deelen 
van een greyn op dmarck ende alsoo in alloy te 
schaers over t'heel werck Xllll greynen maecken- 
de a l'advenant van XXIII guldens II stuvers 
dmarck de somme van: I Gul. XI st. XLII myten. 

Archives générales de royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, Acquits Uasse, n". 3575^. 

Les jetons sur la fabrication desquels nous venonB de doimer quél- 
' ques renseigDements sont dc^ l'aonée 1613. VoilA Eout ex que nous 
QuvoQs en dire i) pour Ie moment. 

XII. COMPTE DE DOMINIQUE WOU- 
I TERS, du 2 novembre 1613 au 12 juillet 1614. 

Tailleur des fers: Joos van Stevnnkmoelen. 

Ten lesten heeft den voorschreven munt- 
\ meester doen maken in silveren leggelt voor 
I myne Eer. heeren van de finantien alle scis- 



I) Voyez: DugnlOlLe, n". 3697. Van Li>' 
p. 90, édit. holl., p. 89. 



, ■]•. II. éiiil frunf., 



50 

salien afgecort synde XXXIX mare V oneen 
die bevonden syn te sehaers in alloy over 
dmarek dry VIIP deelen van een greyn eompt 
alsoo te sehaers in alloy over de voorseyde 
quantiteyt XIIII greynen ende dry quaert ma- 
kende ten advenante van XXIII guldens twee 
stuyvers dmare fyns de somme van: i gul. 
III st. XXXI myten. 

Arehives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des eomp- 
tes, Supplément n°. 48272. 

XIII. COMPTE DE DOMINIQUE WOU- 
TERS, du i^^^ avril 161 5 au 11 avril 1616. 

Tailleur des fers: Joos van Steynnemoelen. 

Ander vuyt geven ter saeken vant Silvere 
leggelt gedistribueeri onder de heeren van de 
finantien. 

Item noch heeft desen rendant betaelt in 
handen van Ambrosius van Oncle, raedt ende 
rentmeester generael vande finantien van hunne 
hoocheyden de somme van derthien hondert 
tweeendertich guldens thien stuyvers en hal- 
ven waer op dat beloopen de legpenningen 
soe van silver als coper die gedistribueert syn 
geweest onder die voorschreven heeren van 
de finantien dezen loopenden Jaere XVI ende 



51 

XVI naer breeder vuytwysen vanden brief 
van descharge daer van synde gegachetteert 
ende geteeckent al soo 't behoort in date den 
Ven february XVI^ XVI hier overgegeven 
aldus vuyt crachte vanden selven die voor- 
schreven. . XIIP XXXIPgul. X st. VI d« . 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n°. 17899. 

XIV. COMPTE DE DOMINIQUE WOU- 
TERS, du i^r avril 161 7 au 31 mars 1618. 

Tailleur des fers: Joos van Steynnemoelen. 

Item den voorschreven muntmeester heeft 
noch gemaeckt voor de heeren vande finantie 
silveren leggelt de quantiteyt van eenenveer- 
tich marck drye oneen negenthien ende een 
halff engelschen. 

Ende in cooperen leggelt gemaeckt by den 
voorschreven muntmeester vier hondert marck. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n^. 17901. 

Comme on Ie voit, il est bien difficile, pour ne pas dire impossible, 
de déterminer tous ces jetons. Seul, M. van Dijk van Matenesse 
qui depuis plus d'un demi siècle se livre i 1'étude de ces souve- 
nirs métalliques, pourrait peut-être y réussir. Aussi nous bomerons 
nous èi cette seule réflection, qu'il est probable que les jetons du 



S2 



Bureau des Finanees pour les années 1613, 1614, l5t6et i6iSoffi«n 
une certaineTsimiütude de type avec ceux qui furenl frappés au cour 
des anaécs précédentes. Dès lore, ü semble logique, de dirigcr leE 
recherchts panni les jetons aux buMes conjugués des archiducs e 
panoi ceux qui offrent Vécu couronm; de ces princes. 



Atelier de Bruxelles. 



COMPTE DE PIERRE VAN DER HEY- 
DEN, du 23 octobre 1619 au 39 janvier 1621. 

Tailleur des fers: Baltiiazar Laukevs. 

Anderen ontfanck van Silveren leggelt. 

Den voorschreven muntmeester heeft noch 
doen maecken ende munten in silveren leggelde 
van XI D" V greyn fins silvers in alloy die 
quantiteyt van t'zeventich marck, scisalien ende 
de penningen vande busse affgetrocken synde 
ende syn bevonden byden assayeur generael te 
schaers in alloy van derthyen sesthyende dee- 
len van een greyn op elck marck bedraegende 
op de voorschreven quantiteyt twee penninghen 
acht greyn ende dry quart fyns silvers ende 
a I'advenant van dryentwintich gulden het 
marck fyns compt alhier de somme van : 
IIII gul. XI st. i'^. 

Archives générales du royaume de 
Belgique, Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17999. 



53 



Cumme jeion portont la itle d'ange de Bnixeiles, nous ue connais- 
sona, ponr l'année l6zO, que la pièce rlécrile par VAN LoON, édit 
trajif. et boU,, T. n, p. 130; Dugniolle, n'' . 3760 — 68; Catalogue 
DB CosTER, n". 411, et sur laquelle se voient les bustes conjuguis 
des archiducs et, au revers, une ancre sous un foudre. Un bet exem- 
plaire de la collctlion van Dijk van Matenksse, pése S.lo,ilenaH- 
rait donc été frappe quelque duae camme 3360 eiemplaireïi. 



Nous 






l de Bois-le-Duc 






En resumé, les documents que nous venons 
d'analyser donneut des renseignements assez 
circonstanciés sur Ia fabrlque desjetons d'inau- 
guration. Pour ce qui concerne les jetons du 
Bureau des Finances, ils établissent, d'une 
fa^on incontestable, qu'il en a été frappés, k 
Anvers pour les années 1599, 1600, 1601, 1602, 
1603, 1605, 1606, 1607, 1608, 1609,1610,1611, 
1613, 1614, 1616 et 1618; ce qui ne vent pas 
dire qu'il n'en existe pas pour d'autres années 
^ nous en connaissons pour 1604 — ■ certains 
comptes étant encore k retrouver. 

Comme les documents fournis par les maïtres 
des Monnaies donnent la qiiantité de matières 
employee, il est facile de déterminer, comme 
nous l'avons fait pour quelques cas, Ie nombre 
de jetons émïs. II suffit pour cela de réduire 
en grammes la quantité de métal mis en oeu- 
vre et de diviser par Ie poids Ie plus élevé 
des exemplaires retrouvés. 



54 

Les jetons des années, 1599, 1600, i6ox, 
1602, 1603, 1605 et 1606 soht connus, nous 
avons timidement tenté la détermination de 
ceux qui portent les millésimes 1607, 1608, 
1609, 16 10 et 161 1, les quatre autres sont k 
rechercher. 

Tous les jetons du Bureau des Finances 
ayant été fabriqués sous Ie controle direct des 
officiers de la Monnaie d'Anvers et partant 
du gouvernement, il n'est pas trop téméraire 
de supposer que les coins ont été gravés soit 
par Ie graveur général soit par Ie tailleur des 
fers attaché k 1' Hotel. lis seraient donc peut- 
être Toeuvre de Josse van Steynnemoelen, i) 



»> 

>5 

95 
93' 



i) Le reglement, édicté en 1600, par les archiducs définit comme 
suit au point de vue de la fabrication monetaire, les fonctions du 
graveur général et celles du graveur particulier „Les premiers 
devoient tailler tous les poincons nécessaires et servans pour la gra- 
vure des coings a monnoyer, et d'iceux poincons faire matrices 
pour étre livrées aux graveurs particuliers. Ceux-ci ont pour ou- 
vrage de frapper sur ou avec les matrices qui leur ont été delivrés, 
au moyen desquels poincons ils frappent et gravent ensuite les coins 
OU carrez a monnoyer a tel nombre qu'il faut." En a-t-il été de 
méme pour les jetons ? Il semble que oui, si 1'on en croit les réclama- 
tions faites par Jacques Roettiers, le 5 Janvier 1752. Il proteste 
en effet „de ce que 1'on me prend les prérogatives de ma charge, en 
„permettant que tous les jettous, que les villes et franc font faire, ce 
„fasse èi Bruges que de tout tems n'ont jamais étés faites que par 
„les graveurs générals." Divers documents prouvent cependant, et la 
réclamation de Roettiers 1'établit au surplus que certains jetons 
n'ont pas eu pour auteur le maitre général. Ces hauts fonctionnaires 
sont connus pour le XVIIIe siècle, il n'en est malheureusement pas 
de méme pour le XVIIe. 



SS 

Dans tous les cas Ie nom du graveur général, 
pour cette époque, n'est pas cité dans les 
comptes de fabrication. 

Quant au jeton frappe cl Bruxelles, en 1620, 
nous croyons avoir proposé cl son égard une 
hypothese fort acceptable. Certes, ces résul- 
tats ne sont pas bien considérables mais c'est 
cependant quelque chose, surtout si Ton con- 
sidère que jusqu'ici on ne connaissait pour 
ainsi dire rien concernant la fabrication de 
ces nombreux jetons. Le règne de Philippe IV 
est d'ailleurs plus riche en renseignements. 

Alphonse de Witte. 
(A suivre) 



Twee penningen van Koningin Withelmina. 



Hoewel het geen stukken van hooye waarde 
zijn, willen wij toch even de aandacht vestig'en 
op twee in het Buitenland geslagen gedenk- 
penningen, die betrekking hebben op onze Ko- 
ningin of Haar beeltenis althans vertoonen. 

I. H. M. de Koningin bezocht met H. M. 
de Koningin-Regentes op 9 Mei van het jaar 
1895 de munt te Londen. Ter gedachtenis 
van dit feit werd een penning geslagen waar- 
van wij hier de beschrijving doen volgen: 

Aan de voorzijde de nq,ar links gewende 
buste van H. M. de Koningin van Engeland 
met kroon en sluier. Omschrift : Victoria. Dei. 
Gra, Britt. Regina. Fid. Def. Ind. Imp., (inde 
afsnede T. B.) üp de keerzijde, omringd door 
met een strik verbonden olijf- en eikenlooftak, 
H. M. — The Queen - of- Holland - visited - The 
Royal Mint — 9 May 1895. 22.8 gram. 29 mM. z. 



Vanneer wij ons niet vei^issen is er slechts 
een zeer klein aantal exemplaren dezer penning 
geslagen. 

Zooals men weet, is het een gebruik, dat 
wanneer een vorstelijk persoon de „corporation 
of London" en de city bezoekt, er een medaille 
ter eere dier gebeurtenis wordt geslagen, daar 
H. M onze Koningin niet officieel de city be- 
zocht, is er echter geen medaille ter eere van 
Haar bezoek geslagen. 

2. Op 9 Juni 1895 werd het Noord-Oostzee- 
Kanaal plechtig geopend, in tegenwoordigheid 
van de schepen van alle zeevarende volkeren. 
De graveur Oertel te Berlijn, heeft bij die 
gelegenheid gedachtenis-medailles doen slaan 
met de beeltenissen der regeerende vorsten 
van al die natiën en een opschrift in hun lands- 
taal. Voor Nederland is deze penning aldus: 
Voorzijde: Buste der Koningin naar links ge- 
wend (nabootsing van het type der gulden van 
[892). Omschrift: God beacherme onze Konin- 
gin WILHELMINA (ster). Keerzijde: Ter - her- 
innering - aan de plechtige - opening van het - 
Noord-Oostzee-Kanaal - Kiel 9 Juni -1895. 21.5 
gram. 34 m.M, z, 

D. C. 



Gedenkpenning uitgereikt aan Mr. G. N. de Stoppelaar. 

(Zie PI. II.) 

Den 27^" Februari 1895, werd te Middelburg 
door een zeer groot aantal ingezetenen aan 
den hierboven genoemden beschermer van kun- 
sten en wetenschappen aangeboden eene herin- 
neringsmedaille in goud, zilver en brons, bij 
gelegenheid van zijn 70^^^" verjaardag, dien hij 
met zijne echtgenoote in zijne geboortestad 
mocht vieren. 

Ofschoon meester in de rechten, koos hij 
van den beginne af een meer administratieven 
werkkring en werd weldra Secretaris, later lid 
van den Raad van Middelburg, van welke 
stad zijn vader eens wethouder was. 

In de vele betrekkingen die hij waarnam, 
was hij weldra de persoon op wiens kracht en 
ondernemingsgeest zich gaarne alles als op een 
middelpunt bewoog. 



59 

Het is hier de plaats niet om den lof van 
den jubilaris te verkondigen, noch op te som- 
men welke nuttige instellingen, Middelburg, 
door zijne groote liberaliteit aan hem te danken 
heeft, — wie meer hierover wenscht te weten, 
neme het tweede deel van F. Nagtglas 
..Levensberichten van Zeeuwen' bij de hand, — 
genoeg zij hier te vermelden welke corpora- 
tiën en besturen, — vereenigd tot eene commissie 
onder voorzitterschap van den heer J. J. Doo- 
RENBOS, Secretaris de heer L. K. van dp:r 
Horst JJz. — den populairen man bij zijn 
kroonfeest kwamen gelukwenschen. Het zijn 
de volgende: 

Con/rèrte van StSebastiaan. Kmder speeltuin, 
Commissie tot h^'.t opspore^i, het behoud en het 
bekend m^aken van de overblijfsels van kunst 
en oudheid i^i Zeeland, Commissie van Toezicht 
op liet middelbaar onderwijs, Vereeniging Uit 
het Volk — Voor het volk, Volkszangschool, 
Sc hipper svereenigi?ig „Schuttevaer^ Zeeuw se h 
Gen. der Wetenschappen, College van Burg, 
en Wethouders, de Kaïner van Koophafidel en 
fabrieken. Kunstmuseum, Vereeniging tot be- 
vordering van het vreem^delingenverkeer in 
Walcheren. 

Onnoodig hier bij te voegen dat de heer 



6o 



DE Stoppelaar deel uitmaa.kt van genoenTC 
besturen. 

Alhoewel de numismaiiek niet bepaald be- 
oefenende, heeft Mr. de Stoppelaar als con- 
servator van de stedelijke verzameling op 
het raadhuis, zich zeer verdienstelijk gemaakt 
in het bijeen brengen van een groot aantal 
munten en penningen op Middelburg betrek- 
king hebbende. 

Ook gaf hij onder meer in het licht eene 
zeer merkwaardige en uitvoerige verhandeling 
over den vermaarden eeuwenouden SchiUters- 
hof van St. Sebastiaan te Middelburg, een 
arbeid die dubbel mag gewaardeerd worden, 
omdat door een feilen brand de officieele stuk- 
ken van die confrèrie geheel zijn verloren gegaan. 

In 1893 werd Mr. de Stoppelaar tot buiten- 
gewoon en het jaar daarop tot gewoon lid van 
ons numismatisch genootschap gekozen. 

De penning zelve bevat op de voorz. zijn 
goed gelijkend borstbeeld en face, doch eenigs- 
zins naar rechts ziende, versierd met de rid- 
derkruizen van den Nederlandschen Leeuw en 
van de Eikenkroon. 

De keerzijde heeft in een lauwerkrans het 
volgende opschrift; 



6i 



MIDDELBURG'S 
INGEZETENEN 

AAN 

Mr. G. N. de stoppelaar 

1825 27 februari 1895 
Onder de lauwerkrans: 

BKGEER UTRECHT 

De gouden penning weegt 86 gram, meet 
59 m.M. en is vervaardigd door de firma 
Begeer in IJtrecht, terwijl ook de ijzeren stem- 
pel het eigendom van den jubilaris is geworden. 

Een prachtige, buitengewoon kunstvol be- 
werkte album op piëdestal, vergezelde de feest- 
medaille. 

De Redactie. 



Onuitgegeven munt van Batenburg. 

Duit. Vz. De leeuw van Bronkhorst in een 
versierd en gekroond schild binnen een krans. 
Kz. Binnen een krans: BATEN — BVRGV — 
C VSA. Boven en onder dit opschrift : o >*- o. 
Deze duit mag als zeer zeldzaam beschouwd 
worden en is noch bij Verkade, noch bij de 
VooGT beschreven. (Naar een vrij goed be- 
waard exemplaar in mijne verzameling). 

Hilversum. J. E. ter Gouw. 



Les trouvailles de monnaies de l'année 1894. 



Comme nous avons eu Thonneur deTannon- 
cer k la fin de notre article sur la trouvaille 
de Bois-le-Duc, nous publions maintenant la 
liste des trouvailles faites dans les Pays-Bas 
pendant Tannée 1894. i) 

La valeur de cette liste sera plutót admi- 
nistrative que scientifique, nous croyons pourtant 
qu'il est utile de combiner les renseignements 
épars afin qu'on puisse obtenir un apergu aussi 
complet que possible des trouvailles. 

Nous nous sentons persuadé que cette liste 
est loin d'être complete, un bon nombre de 
trouvailles nous échappe, soit que leur mention 
ne parvienne pas jusqu'è. ceux qui s'y intéres- 
sent, soit que Tégoïsme et la cupidité les fas- 
sent disparaltre si vite que possible dans Ie 



l) Tijdschrift voor Munt- en Pennin^kunde 1895. II. /. 94. 



63 

creuset ou entre, les mains des marchands, de 
nature peu communicatifs en cette matière. 
Nous suivrons Tordre géographique. 

nOLLANDE MERIDIONALE. 

I. Environs de Voorburg, prés de la Haye. 

1 14 après J. C. Aureus de Trajanus. Cohen. (Pre- 
mière édition) II p. 29 n*. 72. 
167 „ „ „ Moyen bronze de Lucius Verus. 

Cohen. II p. 29 n"". 184. 
195 „ „ „ Aureus de Septimus Severus. Co- 
hen. III p. 260 n^ 234. 
213 „ „ „ Aureus de Caracalla. Cohen. 

III. p. 408 n°. 352. 
environ 284 Petit bronze de Magna Urbica. 

Cohen V. p. 367 n°. 12. 
335 — 340 Petit bronze de Constantinus II. 

Cohen. p. 223 n^ 331. 
Probablement ces monnaies sont pêchées avec 
la drague dans Ie canal, dit „Delftsche Vliet/' 
qui He les villes de Leyde et de Delft, entre 
Ie pont dit „Hoornbrug'' et la commune Leid- 
schendam. IA oü maintenant smetend la cam- 
pagne „Arentsburg*' se trouvait aux temps des 
Romains Ie Forum Hadriani, un centre de com- 
merce dans la province romaine. Déjk avant 
1711 on y avait trouvé des monnaies romai- 



64 



nes i) Dans les années 1827 jusqu'eii 1833 Ie 
professeur Reuvens faisait des fouilles k eet 
endroit et on y trouvait un grand nombre de 
monnaies romaines, pour la plupart du temps 
de Hadrianus et de ses successeurs. Une partie 
de ces monnaies se trouve k Leyde dans Ie 
Musée des Antiquités. (Inventarisées A — ^R 
11743—1174'"'".) 

2. Prés du „Delftsche Schouw" on a pÊché 
avec une drague une monnaie romaine: 

2 avant J. C, Denarius d'Augustus. Cohen 
(Première édition) p. 93 n°. 223. 

3. A Vianen dans un jardin, dit „Batenerf," 
a été trouvé nn doublé gros, dit „Botdra- 
ger" d'Antoine de Bourgogne. 

Ce jardin a fait partie des possessïons de ia 
cétèbre familie des Brederode. II paratt qu'on 
y trouve de tempa en temps des monnaies. 

4. A Scheveningen a été trouvé un grand 
nombre de monnaies du i8'*^'^« siècle. Des ma- 
^uns ont fait cette trouvaiUe peu interessante, 
du reste, dans un jardinet derrière une maison 
dans Ie „Waaigat" k Scheveningen. 

II paralt qu'^ la fin du siècle passé, quand 



1) Van Wijn. Hisloristhi ai-fmlslmidtn. II [: 



65 



doit avoir été caché, habitaitdans 
cette maison un des échevins de Scheven ing'en, 
BouDEWijN DE Witte. 

Les monnaies n'avaient aucune valeurnumis- 
matique ou historique et un apergu tres concis 
peut auffire. Ce furent en tout 1073 pièces, 
dont la plus ancienne fut un ducaton du Bra- 
bant de l'annéeióiS, la plus récente un florin 
d'Utrecht de 1794. La collection fut composée 
de pièces de trois florins et de florins de Guel- 
dre, de florins des villes de Nimègue et de 
Zutphen, de pièces de trois fïorins et florins de 
HoUande, de pièces de trois florins, écus et 
florins de Westfrise, de pièces de trois florins, 
de doublé écus et d'écus de Zélande, de florins 
de Frise, de pièces de trois florins, écus et flo- 
rins d'Utrecht, pièces de trois florins, écus et 
florins d'Overijssel, pièces de trois florins, écus 
et florins de la ville de Deventer, écus des 
villes de Kampen et de Zwolle, ducatons du 
Brabant, un florin de la compagnie des Indes 
Néerlandaises. 



11 paralt que des monnaies ont été trouvées 
i Noordwyk-Binnen et k Lekkerkerk, mais nous 
n'en avons pas pu prendre connaïssance. 



HOLLANDE SEPTENTRIONALE. 

5. Line trouvaille assez curieuse a été faite 



dans rile de Texel oü l'on a trouvé deux mon- 
naies byzantines: 

527 — ^565 après J. C. Solidus de Justinïen I. 
Sabatier p. 177, n". 3, avec AVGGGH. 

Solidus de Justinien I. Sabatier p. 177, n". 3, 
avec AVGGGA. 

On a trouvé ces soHdï dans Ie cimetïère du 
petit village de Waal situé au milieu de l'lle. 
Ce n'est pas la première fois qu'on a fait des 
trouvailles de monnaies dans ce village, déji 
dans Ie siècle passé on a trouvé des médailles 
romaines. On peut consulter: „Beschrijving van 
eenige oudheden gevonden in een tumulus .... 
op het eiland Texel'' door P van Cuvck. Am- 
sterdam 1780. p, 9 etc. „Brieven over Texel, 
etc , uit de aanteekeningen van wijlen den heere 
PiETER VAN CuYCK. Delft 1789. p. lo squ." 



6, A Monnikendam, ville morte du Zuider- 
zee, en novembre un équipe d'ouvriers était 
occupé è. démolir un magasin, situé au port 
de la ville, et dans Ia fa^ade duquel était 
place comme un souvenir vivant de la gran- 
deur è. jamais évanouie du commerce florissant 
de Monnikendam au i6'*™= et 17'*"'^ siècle, une 
pierre calcaire ornée d'un navire dont les voi- 
les étaient largement déployées et qui portalt 
l'inscription „De Ljsbonveerder." 

La dame %. qui avait apartenii ce magasin 



67 

avaït fait. en femme avisée, en vendant sa 
propriété la condition, que si Ton y trouva 
des monnaies, elle aurait droït k la moitié. Bien 
lui en fut ! car un beau matin, quand les ou- 
vriers furent occupés k faire descendre une 
poutre du toit, une pluïe de cavaliers d'orcom- 
menca a tomber sur la tête de ces gens émer- 
veillés et gaiment surpris de cette bonne 
aubaine inattendue. Caché par une planche tres 
mince on trouva dans la jointure de deux pou- 
tres une collection assez interessante de cava- 
liers d'or et de ducats, dont nous faisons sui- 
vre Ia description : 



PROVINCE DE GUELÜRE. 

1607 Cavalier d'or de Voogt n". 121 

1Ó07 Demi-cavalier d'or „ „ „ 122 
i6o8 Cavalier d'or avec. 4- — . cf :deVoogtn°. 127 
1613 „ „ „ +— . „ „ „ 144 

1613 Demi-cavalier d'or „ „ „ 145 

1615 Cavalier d'or avec GEL'— •!■ , cf: de Voogt 
n". 156 

1616 Demi-cavalier d'or de Voogt n". 164 

1617 Demi-cavalier d'or avec GEL.* — . de 
Voogt n^ 172. 

1618 Cavalier d'or avec GEL.^ — 4-. cf.: de Voogt 
n». 178. (2) 

1618 Demi-cavalier d'or avec CONF — OE . 
BELG . GEL . -i- . cf: de Voogt n°. 179. 



68 



i6i8 Demi-cavalier d'or avec CONFO — E. 

BEL . GEL * . cf : de Voogt n^ 1 79. 
1619 Cavalier d'or avec 16 — 19 cf: de Voogt 

n^ 185. 
161 9 Cavalier d'or avec . 16 . — . 19 . cf: de 

Voogt n^ 185. 
1619 Cavalier d'or avec . 16 — 19 . cf: de Voogt 

n°. 185. 
16 19 Cavalier d'or avec . 16 — 19 . cf : de Voogt 

n°. 185. 

Le 9 a été premièrement un 6. 
1619 Cavalier d'or avec 1619. De Voogt nr. 185 

Le 9 a été un 7. 
161 9 Cavalier d'or avec GEL . et . 16 — 19. De 

Voogt n^ 185. 

La 9 a été un 4. 
1619 Demi-cavalier d'or avec CRESCVNT . 

et 16 — 19 cf: de Voogt n^ 186. 
161 9 Demi-cavalier d'or avec GEL * . ^/v 

CRESCVNT . 16— i9.cf: de Voogt n^ 186. 
1619 Demi-cavalier d'or avec CRESCVNT — 

. 16 — 19 . cf : de Voogt n^ 186. 
1619 Demi-cavalier d'or avec CONF — OE. cf : 

de Voogt n°. 186. 

16 19 Demi-cavalier d'or avec CONF — OE 
et . 16 . — . 19 . cf : de Voogt n°. 186. 

1620 Cavalier d'or avec CONFO — E . BELG . 
GEL — ^. ^Iy .16 — 20 . cf : deVoogt n^ 192. 



71 



rangaise. 



imismatiques concernant 
e Compiègne et de Me- 

; >ar M. PaUL BORDEAUX. 

.ippées cl Limoges et h la 
Marchèville. 
ntidaille satirique inédite avec 
caractères runiques, par M. 

".ion des monnaies du dauphin 
)-i4iS), par M. Roger Val- 

üx-rale des monnaies au type chino- 
Ic baron R. DE PONTON d'Amk- 
:i\rc). 



vcinbre-octobre 1895 : 
is monétaires de Clermont-Ferrand et 
[)endant la Ligue; Ie sceau de Thótel 
• mies de Riom, par M. Paul BORDEAUX. 
lI'»!! generale des monnaies du type chino- 
..ii" M. Ie baron R. DE Ponton d'Amé- 
i . ( A suivre.) 
•iiics alexandrines, terre cuite du Fayoum 
Ics seize génies de la statue du Nil, par M. 
. J. E. DUTILH. 

•lifications numismatiques concernant Ie qua- 
iiril et Ie patac de Provence et d'Avignon 
ijipcs en 1414, par M. Louis Blancard. 



Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap 

in ruiling ontvangt. 



Revue beige de numismatique. 
51* année (1895), IV* Livraison. 
Un médaillon inédit de Philippe père, trouvé k Rome, 

par M. F. Gnecchi. 
Histoire numismatique du Barrois (septième article), 

par M. Maxe-Werly. 
Deux monnaies frappées a Luxembourg par les ar- 

chiducs Albert et Isabelle, par M. Ie Vte B. DE 

JONGHE. 

Médaille uniface de Levinus Bloccenus a Burgh, par 

MUe Marie de Man. 
L'oeuvre du médailleur Nicolas Briot en ce qui con- 

cerne les jetons (suite et fin), par M. J. ROUYER. 
Méreaux de families brugeoises Jean de Vleeschhouwer, 

chevalier, et Barbe de Witte, par M. Ie Bon Be- 

THUNE. 

Médaille religieuse et méreau de Notre-Dame de Mi- 
séricorde k Verviers, par M. A. DE WiTTE. 



Annuaire de la Société frangaise. 

Livraison juület-aoüt 1 895 : 

I, Etat des connaissances numismatiques concernant 

les ateliers monétaires de CompiÈgne et de Me- 

lun pendant !a Ligue, par M. Paul BORDEAUX. 

II. Les francs a pied frappées è Ljmoges et ^ la 

Rocheüe. par M. DE MarchéVILLE. 
UI. Une curieuse petite médaille satirique inêdite avec 
légende latine en caractères runiques, par M. 
Charles Trachsel. 
IV. De la détermination des monnaies du dauphin 
Louis ler {1410 — 1415), par M. ROGER VAL- 
LENTIN. 
V. Description générale des monnaies au type chino- 
nais, par M. Ie baron R. DE PONTON D'AmÉ- 
COURT (A suivre). 
VI. Chronique. 



Livraison septembre-octobre 1895: 
I. Les ateliers monétaires de Clermont-Ferrand et 
de Riom pendant la Ligue; Ie sceau de l'hAtel 
des monnaies de Riom, par M. Paul Bordeaux. 
II. Description générale des monnaies du type chino- 
nais, par M. Ie baron R, DE PONTON D'Amé- 
COURT. (A suivre.) 

III. Monnaies alexandrines, terre cuite du Fayoum 
et les seize génies de la statue dn Nil, par M. 
D. J. E. DUTILH. 

IV. Rectifications numismatiques concernant Ie qua- 
ternal et Ie patac de Provence et d'Avignon 
frappés en 1414, par M. LOUIS Blancard. 



72 

V. Chronique. 

Revue suisse de numismatique. 
Trommen, R. Ein Münzvertrag aus dem XV Jahr- 

hundert. 
Vallentin, Roger. De la moiieta blaffardorum. 
Haas, Fr. Die Münzen des Standes Luzernu 
Grossmann, Th, Beraer RoUbatzen oder Plappart 

zu 24 Hallen 
Mazeroll, f. Dassier et Montesquieu. 
M. Médailles suisses nouvelles. 

Rivista italiana. 

Aixno VUL fascicolo III. 
GnE(XHI, Francesco. Appunti di Numismatica ro- 

mana XXXV. Ancora intorno ai contorniati. (Fig.) 
Gabrici Ettore. Contributo alla Storia ddla mo- 

neta romana da Augusto a Domiziano. (con una tav.) 
MiLANi, L. A. Monetina aurea col nome e col ri- 

tratto di Sesto Pompeo. (Fig.) 
Rossi Umberto II Fioirino d'oro di Urbano V. (Fig.) 
MOTTA Emilio Documenti Visconteo-Sforzeseht per 

la storia della zeeca di Milano. Parte IV. Periodo 

Sforzesco. (continuazione.) 



Het muntwezen op Lombok. 



Prof. MiLLiES zegt: „Plus on avance vers 
Test dans TArchipel Indien, plus on peut ob- 
server que la civilisation va diminuant et cela 
se manifeste dans un de ses signes les plus 
distinctifs, dans l'usage de monnaies propres 
au pays'' *). 

Deze stelling is vooral op Lombok toepas- 
selijk, dat, evenmin als Bali, ooit eigen munten 
gehad heeft. Heeft het oostelijk gedeelte van 
Java, met name Djangala en Madjapahit in 
Soerabaja den muntslag gekend, de Sultan van 
Soemanap op Madoera daarentegen liet op de 
in zijne handen komende munten slechts een 
kleinen stempel of dut slaan. 

Volgens gevoelen van een mijner bekenden, 
die langen tijd op Madoera heeft doorgebracht, 
was dit stempelen niet eens de uitoefening van 



*). H. C. MiLLiES, Recherches sur les monnaies des Indightes etc. 

P- 173- 

6 



74 



eenig muntrecht, maar een waarborg, èn voor 
de echtheid èn van zijn eigendomsrecht op die 
geldstukken, evenals iemand doet, die zijn 
naam in zijn boeken stempelt. 

Een particuliere brief uit Ampenam van het 
jaar 1850 meldt mij, dat destijds op Lombok 
grootendeels Chineesche koperen munten cir- 
culeerden, in het Maleisch pities, in de Balitaai 
Keppings, in het Engelsch, China cash en door 
de Hollanders pitjes of kasjes genoemd. Twee 
honderd pitjes, aan een touw geregen, heetten 
atak en vijf ataks bij elkander gebonden maak- 
ten één pekoe en 10 pekoes één bonkoes uit. 

De gewone koers was 1000 pitjes voor een 
Spaanschen piaster of Amerikaanschen dollar, 
maar deze koers was afhankelijk van den groote- 
ren of kleineren aanvoer van pitjes en dollars en 
van meer of minder aanvoer van en vraag naar 
producten. Onder de handelaren circuleerden 
sovereigns, Caüfomisch goud en Nederl. Ind- 
recepispapier, maar de inboorlingen ontvingen 
alleen de dollars en de pitjes en bewaarden de 
eerste vooral als kleinooden in hunne kasten 
of lieten er sieraden van maken. De Chinee- 
sche munt werd meest door Engelsche en 
Javaansche schepen uit China aangebracht en 
diende om rijst in te koopen. De belastingen, 
die de inboorlingen aan den Radja opbrachten, 
werden in dollars berekend. 



75 

Een halve eeuw bijna later, volgens schrijven 
van een der officieren, die de jongste expedi- 
tie medemaakten, is de toestand niet veel ver- 
anderd. Alle geldstukken der wereld, mits van 
goud en zilver, groot van stuk en blinkend, 
worden nog in betaling aangenomen, en wel 
bepaald : Mexicaansche gouden onzas van 40 
tot 60 gulden waarde, oude Spaansche goud- 
stukken, gouden tientjes, sovereigns, Neder- 
landsche rijksdaalders en Mexicaansche dollars. 
In koper vindt men er de Chineesche pitjes of 
wang bollong, waarvan er 400 tot 600 op een 
gulden gerekend worden. Zij worden aan een 
touwtje geregen bij 200 stuks en heeten dan 
soekoe; drie zulke bosjes bij elkander gebon- 
den heeten sa-tak. (Deze mededeeling ver- 
schilt van die hierboven en toch zijn beide 
even geloofwaardig; in een halve eeuw veran- 
deren ook dóór namen en gebruik der zaken), 

Bij den aanyang der expeditie wilden de 
Lombokkers noch guldens, noch kleine zilveren 
munten, noch centen aannemen, zij kenden er 
de waarde niet van. Toen zij met ons geld 
kennis maakten, rekenden zij somtijds 10^15 
kepengs voor een dubbeltje; later gaven zij 
gaarne f 2.75 tot f 3.50 aan kwartjes en 
dubbeltjes vooréénen rijksdaalder. Tegenwoor- 
dig zijn zij zeer verzot op rijksdaalders, waarin 
ook de belastingen moeten voldaan worden. 



7(> 

De in omloop zijnde Chineesche pitjes of 
kepengs *) komen uit Singapore, Canton en 
Honkong; de koers is aldaar i ocx) en op Lom- 
bok 1500 voor één rijksdaalder. Onze cent 
wordt gerekend op zes kepengs. Haantjesduiten 
of doewit ajam zijn niet meer gangbaar. 

Een door bedoelden officier mij toegezonden 
soekoe, die 200 kepengs heette te bevatten, 
maar natuurlijk veel minder telt, bestaat uit 
munten van allerlei aard aan een koordje van 
bamboe- vezelen geregen. Door welwillende me- 
dewerking van den Heer Joh. W. Stephanik 
ben ik in staat gesteld van deze stukken de 
beschrijving te geven. 

Keizerrijk China. 

Dynastie Soeng II 960 - 1278. 

Keizer Tsjeen-Tsoeng 998 - 1022. 
Lie, 21-22 mM. Chaudoir VII, 2; 3 ex. 

Onzekere Chineesche lie m^tjwan-foeng- 

toeng- pao, Chaudoir XLIX, 18; 3 „ 



*). „De kepeng is op Lombok en Bali een deel van het maat- 
schappelijk kapitaal en wel een, dat eene overheerschende rol speelt." 
Soer. Hdbl.f aangehaald in het Algemeen Handelsblad, Nieuwe Amst. 
Cour. van 13 April 1895. 

In het Bat. Nbl. van 22, 23 en 26 Nov. 1895 (zie Alg. Hdbl. 
van 23 Jan. 1896) leest men: „De kepeng beheerscht (op Lombok) 
alles en is zoowat, wat de reis (sic) in Portugal is. Vraagt gij een Sassak 
naar de waarde van zijn paard, hij zal u antwoorden : 40.000 kepeng." 



n 

Dynastie Ts'ing of Ta-Ts'ing (de 
groote Ts'ing) sedert 1644. 

Sjie-Tsoe-Tsjang, keizer der Mand- 
sjoes, (in de noordelijke provincie Ljan- 
tong) verovert geheel China en sticht 
deze dynastie. 

Keizer Sjie-Tsoe^Tsjang 1644 — 61. 

Regeeringsnaam Sjun-Tsjie. 

Lie, 25,5 m.M. Bushell, 2 i ex. 



Keizer Sjeng-Tsoe-Dsjeen 1662 — 1722. 
Regeeringsnaam K'ang-hie, 

Lie van Peking (prov. Tsjie-lie) - Y^z.pao- 
tsjwan, d. i. Ministerie van Financiën. 
Een ex. van 23 mM., drie ex. van 28 
mM. Wylie 57 Nr. 70. 

Lie, nagebootst naar de voorgaande, 
25 mM. 

Lie van Peking. Kz. pao jwan^ d. i. Mi- 
nisterie van Openbare Werken. 24 mM. 
W. 57 Nr. 71. 

Lie van Tsie-nan-foe (prov. Sjang-toeng). 
Kz. in 't Chineesch en in 't Mand- 
sjoersch: toeng, 28 mM. W. 59. Nr. 89 



)) 



» 



» 



» 



Keizer Koa-Tsoeng-Sjun 1736 — 95. 
Regeeringsnaam K'jen-loeng, 
Lie van Peking. K.z, pao tsjwan. 22 — 25 
mM. W. 66. Nr. 115 22 „ 



H ^^^1 


^^M Lie van Peking. Kz. pao jwan. 23 — 25 ^^| 


^H mM. W. 66. Nr. 116 8 ex. ^H 


^^H I.ie van Pao-ting-foe (prov. Tsjie-lïe). 24 ^^| 


^^H mM. W. 67. Nr. 129 ^^| 


^^H Lie van T'ai-jwan-foe (prov. Sjan-si). 24 




^H mM. W. 67. Nr. 123 




^^1 Lie van Nan-tsjang-foe (prov. Kjang-sïe). 




^H 26 mM. W- 67. Nr. 12Ó 




^^1 Lie vanHang-tsjoe-foe(prov. Tsjee-kjang). 




^H 24 en 25 mM. W. 66. Nr. 118 2 




^^H Lie van Sie-ngan-foe (prov. Sjen-sie). 23 




^B mM W. 68. Nr 131 




^^H Lie van Tsjing-toe-foe (prov. See-tsiwan). 




^^H 24 — 26 mM. W. 67. Nr. 124. 4 




^^B Lie van Kwee-Hn-foe (prov. Kwang-sie). 




^^^k 25 mM. W. 67. Nr. 122 2 




^^^k Lie van joe-nan-foe {prov. Joe-nan). 




^^H 24.5 — 26 mM. W. 67. Nr. 119 13 




^^H Lie, nagebootst naar de voorgaande, 22 




^^^ mM. 




^^^L Lie van Kwee-jang-foe (prov. Kwee-tajoe). 




^^H 24 mM. verg. Bushell Nr. 30 i 




^^B Lie van Kwang-tsjoe-foe (prov. Kwang- 




^H toeng). 25 mM. W. 67. Nr. 130 i 




^^H Lie van?, muntplaats onleesbaar i 




^^^k Keizer Dsjeen-Tsoeng-Joei, 1796 — 1820. ^^| 


^^H Regeeringsnaam Kja-K'ing. ^^H 


^^^k Lie van Pelcïng. Kz. pao isjwan. 22.5 — ^^H 


^H 24.5 mM. W. 71. Nr. 137 ^H 



79 

Lie van Peking, als voren, doch op de 

Kz. een punt boven het vierkant gat, 

23.5 mM. BusHELL 26 I ex. 

Lie van Peking. Kz. pao jwan. 23 — 24 

mM. W. 71. Nr. 138 3 „ 

Lie van Soe-tsjoe-foe (prov. Kjang-soe). 

24,5 mM. W. 71. Nr. 139 i „ 

Lie van Hang-tsjoe-foe 23 mM. W. 71. 

Nr. 140 I rt 

Lie van Kwang-tsjoe-foe 26 mM. W. 72. 

Nr. 151 I „ 

Lie van Kwee-lin-foe 23 en 24 mM. W. 71. 

Nr. 144 2 „ 

Lie van Joe-nan-foe 25 en 26 mM. W. 72. 

Nr. 154 4 „ 



Keizer Hsuan-Tsoeng-Tsjeeng 182 1 — 50. 
Regeeringsnaam : Tao-Kwang. 
Lie van Peking. Kz. pao tsjwan 22 — 23 

mM. W. 73. Nr. 155 
Lie van Peking. Kz. pao jwan 22,5 mM. 

W. 73. Nr 156 
Lie van Hang-tsjoe-foe 22,5 mM. W. 73. 

Nr. 158 
Lie van Woe-tsjang-foe (prov. Hoe-pee). 

24 mM. W. 74. Nr. 164 
Lie van Joe-nan-foe, 25,5 mM. W. 74. 

Nr. 167 



)) 



>> 



» 



)> 



M 



78 

Lie van Peking. Kz. pao jwan. 23 — 25 

mM. W. 66. Nr. 116 8 ex. 

Lie van Pao-ting-foe (prov. Tsjie-lie). 24 

mM. W. 67. Nr. 129 i „ 

Lie van T'ai-jwan-foe (prov. Sjan-si). 24 

mM. W. 67. Nr. 123 i „ 

Lie van Nan-tsjang-foe (prov. Kjang-sie). 

26 mM. W. 67. Nr. 126 i „ 

Lie van Hang-tsjoe-foe (prov. Tsjee-kjang). 

24 en 25 mM. W. 66. Nr. 118 2 „ 
Lie van Sie-ngan-foe (prov. Sjen-sie). 23 

mM W. 68. Nr 131 i „ 

Lie van Tsjing-toe-foe (prov. See-tsjwan). 

24 — 26 mM. W. 67. Nr. 124. 4 „ 

Lie van Kwee-lin-foe (prov. Kwang-sie). 

25 mM. W. 67. Nr. 122 2 „ 
Lie van Joe-nan-foe (prov. Joe-nan). 

24.5 — 26 mM. W. 67. Nr. 119 13 „ 

Lie, nagebootst naar de voorgaande, 22 
mM. I „ 

Lie van Kwee-jang-foe (prov. Kwee-tsjoe). 
24 mM. verg. Bushell Nr. 30 i „ 

Lie van Kwang-tsjoe-foe (prov. Kwang- 
toeng). 25 mM. W. 67. Nr. 130 i „ 

Lie van.'*, muntplaats onleesbaar i , 

Keizer Dsjeen- Tsoeng-Joei, 1 796 — 1820. 
Regeeringsnaam Kja-K'ing, 
Lie van Peking. K.z. pao tsjwan, 22,^ — 
24.5 mM. W. 71. Nr. 137 2 



83 

Daarentegen komt het mij vreemd voor, dat 
er geene enkele Japansche munt in deze soekoe 
gevonden wordt, daar de Japansche kasjes 
veelvuldig in omloop waren en waarschijnlijk 
nog zijn. Om een bewijs te noemen: in 1699, 
bijv. werden voor rekening van 't Gouverne- 
ment 1.920.000 stuks uit Japan ontboden en 
op Java in circulatie gebracht, om te voorzien 
in 't gebrek aan klein geld; mogelijk zijn zij 
door de duiten geheel verdrongen. 

Aan 't slot van dit artikel betuig ik mijn 
bijzonderen dank zoowel aan den Heer Joh. 
W. Stephanik voor zijne uitvoerige verklaring, 
als aan den Luitenant der Inf. V. D. W. voor 
zijne belangrijke bijdrage tot de Ned-Indische 
numismatiek. 

Hilversum. J. E. TER GOUW. 



Gedenkpenningen ter herinnering aan het 

bezoek van HH MM. de Koninginnen aan de 

Zuidelijke Provinciën 15 — 24 Mei 1895. 



De zuidelijke provinciën van ons land wer- 
den in het voorjaar van 1895 vereerd met een 
bezoek van H.M. de Koningin en H.M. de 
Koningin Weduwe Regentes ; met Noord- 
Brabant, kwam de hoofdstad 's Hertogenbosch 
het eerst aan de beurt op 15 en 16 Mei, en op 
den i8^®° Mei genoot het nijvere Tilburg het 
voorrecht H.H. M.M. te mogen ontvangen. 

Ter herinnering aan eene uitvoering van 
Noordbrabantsche liefhebberij-, harmonie- en 
fanfare gezelschappen aldaar op dien dag ge- 
geven, werd een gedenkpenning geslagen. 

No. I. Vz. De borstbeelden der beide 
Koninginnen in profiel. 

Kz. In het midden in vier regels: AAN 
H.H. M.M. — DE KONINGINNEN— 18 MEI 
1895 — TILBURG, door een zwaren eiken- en 



8S 

mirten krans, met linten samengebonden, om- 
geven. Daarom heen in een rand: x HERIN 
NERING PROVINCIALE HULDEBETOO- 
GING 1) X NOORDBRABANTSCHE LIEF- 
HEBBERIJ HARMONIE- EN FANFARE- 
GEZELSCHAPPEN. Naast de krans: spek- 
LiNG. Zie plaat III. 

In mijne verzameling in verguld koper, met 
oog en ring, 50 mM. muntmeter Stephanik. 

Van dit Vorstelijk bezoek werd ook een ge- 
denkpenning geslagen. 

No. 2. Vz. Gelijk de hiervoor beschrevene. 

Kz. In het midden in een cirkel als omschrift : 

HERINNERING AAN HET BEZOEK 18 
MEI 1895, voorts in vier regels : van — h.h. m.m. 

DE ~ KONINGINNEN — AAN TlLKURG, door een 

zwaren eiken- en mirtenkrans met linten samen- 
gebonden omgeven. In mijne verzameling in 
verguld koper met oog en ring, 50 mM. munt- 
meter Stephanik '). Zie Plaat III. 

Ook te Maastricht werd ter herinnering aan 
de voor deze stad zoo heugelijke dagen de 
volgende gedenkpenning geslagen. 

No. 3. Vz. Het rechts gewend borstbeeld 
der Koningin met loshangend haar, in rijk ge- 
borduurd gewaad en met een parelsnoer om 



1) Voor BETOONING. 

2) Beiden verkrijgliaar hij Henri Vlnks, in gnml 
werken Ie Tilburg, HenvelsCraat, No, UZJ. 



86 



den hals, op den schouder e. alard. Omsckrift: 
WILHELMINA KONINGIN DER NEDER- 
LANDEN. 

Kz. Het met de hertogelijke kroon gedekte, 
gevierendeelde wapen van Limburg 'j tusschen 
twee lauwertakken, daaronder: alard — maastr. 
Omsckrift: DE KONINGINNEN BEZOEKEN 
LIMBURG . 20—24 MEI 1895 • zie Plaat III. 

Goud, zilver, zilver verguld, brons, brons 
verzilverd en brons verguld, mM. 42, munt- 
meter Stephanik *). 

M. A. S. 
H. 



1) I Limburg, in zilver een leeuw met gesplitste staart van keel, 
gekroond en genageld van goud. 2 Gulik, in goud een leeuw van 
sabel, getongd en genageld van keel. 3 Hornes, in goud drie jacht- 
horens van keel beslagen van zilver. 4 Gelre, in lazuur een gouden 
leeuw, gekroond van goud en getongd van keel. Hartschild alsNr. i. 

2) Vervaardigd in de werkplaatsen van den Heer C. I. Begeer 
te Utrecht en verkrijgbaar bij den Heer E. Alard te Maastricht, 
Groote staat Nr. 16. 



Gildepenning van Abraham Hitdernisse, deken van het 
timmermansgilde te Middelburg. 



Niet onaardig is het te weten, dat er nog 
gildepenningen bestaan, waarvan men, om het 
zoo eens te noemen, de latere wandehngen 
voor een groot deel kent en waarvan men met 
zekerheid kan getuigen, dat dit zelfde exem- 
plaar een paar eeuwen geleden aan den toen- 
maligen deken van het gilde heeft toebehoord. 

Dit is het geval met een gildepenning, die, 
na in de laatste jaren aucties en kooplui ge- 
passeerd te hebben, ten laatste het eigendom 
is geworden van den heer G. Cumont, te Brussel. 

Het merkwaardige van dezen penning nu, 
bestaat daarin, dat hij gewikkeld was in een 
beschreven papier dateerende uit dei 8'' eeuw, 
waarop, volgens mededeeling van den heer 
Cumont, aan de buitenzijde te lezen staat: 



88 

Penning uit den boedel van A M. van 

HUIJEN WED. SeCURIUS. 

Gemeen onder hare erfgenamen volgens sch ei- 
ding 30 April 1790. 

Aan de binnenzijde vindt men vermeld, dat 
de penning in 1671 aan Abraham Hildernisse 
heeft toebehoord, toen ter tijde deken van het 
timmermansambacht te Middelburg, terwijl een 
uitvoerig familieregister verklaart hoe de pen- 
ning achtereenvolgens aan de Wed. Secltuus 
is ten deel gevallen. 

De penning zelve is niet zeldzaam, het is de 
gewone zeer fraaie geel koperen van de tim- 
mermans alhier, afgebeeld in het standaardwerk 
van J. DiRKS over Noord-Nederlandsche gil- 
depenningen plaat LXX No. 45. 

De voorzijde vertoont St. Jozef met een 
passer in de rechter- en een maatstok in 
de linkerhand tusschen TIMMERMANS AM- 
BACHT. 

De buitenrand heeft tot omschrift : S ABRA- 
HAM HILDERNISSE • DEKEN • A^ 1671. 

De keerzijde heeft in het veld zeven ver- 
schillende timmermanswerktuigen. 

Omschrift: * LOVIJS lOLIJT OVDEN 

DEKE . ERASMVS • BEDLO BELEED ,. 

In # geen enkel opzicht wijkt hij van de be- 
staande penningen af, behalve dat het gilde- 



89 



nummer er op ontbreekt, wat voor een deken- 
penning ook geheel onnoodig was. 

Vóór het jaar 1671 waren hier reeds twee 
andere timmermans gildepenningen in gebruik 
geweest; zij dragen de jaartallen 1594 en 1630; 
in genoemd jaar evenwel schijnt de penning 
met omachrift ABRAHAM HILDERNISSE 
deze vervangen te hebben. Bij die gelegen- 
heid is hij zeker aan den deken slechts in 
koper en aan den overdeken in zilver, als hulde- 
blijk uitgereikt. Deze laatste hoogst zeldzame 
afslag bevindt zich in mijne eigene verzamehng. 

Behalve de vermelding dat de penning van 
Abr. Hildernisse afkomstig is, bevatte het 
manuscript nog een familieregister, dat over 
meer dan 100 jaren loopt en dat ons opheldert 
aan wie dat koperen familiestuk achtereenvol- 
gens heeft toebehoord. 

Abr. Hildernisse nu, behoorde in zijn tijd 
tot eene deftige familie, immers een heer 
Reimert Hildernisse, gestorven in 1728, wordt 
als schepen der stad Veere vermeld, terwijl 
eene juffrouw Ariesia H. onder eene fraaie 
tombe in de groote kerk aldaar begraven ligt. 

Nog kent men een zekeren Isaac H., die 
als teekenaar en wiskundige eenige vermaard- 
heid had, en van wiens hand vele teekeningen 
van oude kasteelen op Walcheren zijn bewaard 
gebleven. 



90 

Onze Abr. Hildernisse *) had, zooals wij 
uit het manuscript lezen, eene dochter, Mag- 
DALENA, die getrouwd is geweest met Isaac 
Speldernieuw. Zij hadden twee kinderen, 
Andries en Josina. 

Andriek Speldernieuw huwde met S. D. Tho- 
BIASSEN en liet slechts eene dochter na. Deze, 
CoRNELiA genaamd, werd de vrouw van Mr. 
PiETER BuTEUX. Zij hadden bij hun overHjden 
de volgende zonen: Pieter, Jacoü Andkiks, 
Reinier Jan, Isaac Cornelis en Coknelis 

BuTEUX. 

De penning is na den dood van Andries 
Speldernieuw niet aan diens dochter Cornelia 
ten deel gevallen, doch is naar zijne zuster 
juziNA Speldernieuw teruggegaan, die gehuwd 
was met Joost van Huiji^n — - van Uijen's 
zijn thans nog in Middelburg bekend, maar 
VAN Huijen's niet meer. Zij waren de ouders 
van eene dochter, Anna Maria, die de echt- 
genoote is geworden van Daniel Securius, 



*) Zc«' waarschiinlijk behoorden allen tot een geslacht dat naar 
den naam te oocdeelen zeker afstamde van het op den rechter Schelde 
oever, niet Tcr van Bergen op Zoom, gelegen dorp van dien naam. 
Op het einde der r5 eeuw is het echter door eene overatrooming 
geheel verdronken, zoudal er van den polder niet veel meer dan eene 
kleine hoogte is overfiebleven. 

(V. D, Aa. Aardrijksk. lVeerdtni<otk). 

Nog heden ten dage wonen in Middelburg verschillende families 
van dien naam, grootendeels lol den welvarenden neringdoenden stand 



9! 

Zij sterft in 1788 op 75 jari^^en leeftijd kinder- 
loos en liet al hare bezittingen na aan de vijf 
kinderen van hare nicht Cürnelia Spelder- 
NiEüw, gehuwd met Mr. Pieter Buteux. 

Onze eerste Aur. Hildernisse was dus de 
bet overgrootvader van moederszijde van die 
vijf erfgenamen van de wed. Securius. 

Hier eindigt het manuscript en er wordt niet 
vermeld wie van de vijf neven Buteux den 
penning heeft geërfd. 

Van al die personen is Andries Spelder- 
NiEuw nog al een bekende persoonlijkheid 
geweest. 

Hij was behalve Equipagenieester der O. I. 
Compagnie ook nog waardijn aan de munt 
van Zeeland gedurende 1751 — 1758. 

Wat nu de vijf zonen van Mr. P. Buteux 
betreft, hier wijkt het document belangrijk af 
van het familieregister dat bijgehouden is door 
de nog te dezer stede wonende familie Buteux. 

Dit aanzienlijke geslacht is uit het noorden 
van Frankrijk afkomstig vanwaar het misschien 
ten gevolge van geloofsvervolgingen is ge- 
vlucht. 

Dat familieregister nu, spreekt in plaats van 
«ijf, slechts van twee zonen, Pieter en Isaac 

CORNELIS •). 



92 

De oudste Pieter, huwde in 1792 meteene 
aanzienlijke dame te dezer stede, Mej. Godin, 
die zelve van een Vlaamsch of Brabantsch 
geslacht afkomstig was. Hij was schepen en 
raad der stad en representeerde in 18 14, de 
Vereenigde Nederlanden op de Groote Verga- 
dering te Brussel. 

' Hoe het nu komt, dat de penning te Brussel 
op eene publieke veiling is verkocht geworden 
is niet uit te maken, misschien heeft P. Buteux 
in den Franschen tijd herhaalde malen in Brus- 
sel verblijf gehouden en bestaat de mogelijk- 
heid dat het familiestuk toen in handen van 
een Belgischen verzamelaar van munten en 
penningen is gekomen, zooals hij dit op het 
oogenblik ook nog is 

De andere broeder Isaac Cornelis, was 
langen tijd raad der stad Goes. 

Van de drie overige broeders, wordt zooals 
ik reeds heb aangehaald in het familieregister 
geen melding gemaakt; zij komen ook niet voor 
in het groote werk van A. A. Vorsterman 
VAN OijEN y.Stam en Wapenboek van aanzien- 
lijke Nederlandsche familiën!' 

Wat hiervan de reden kan zijn geweest, is 
mij niet recht duidelijk, immers toevalligerwijze 
met een ander doel de Middelburgsche cou- 
rant van het eerste jaar der Bataafsche vrij- 
heid, het jaar 1795, doorbladerende, vond ik 



93 

dat er inderdaad een Reinier Jan Buteux 
heeft bestaan. 

De advertentie van zijn overlijden staat er 
op 13 Oct. 1795, ^Is volgt in vermeld: 

„Mijn oudste broeder de heer R. J. Buteux, 
„op het Kasteel te Arten, Meijerij van 'sBosch 
„overleeden zijnde aan eene borstziekte, geve 
„daarvan bij deeze kennis aan alle vrienden 
„en naastbestaanden/' 

(was get,:) P. Buteux. 

Deze advertentie in de Midd. courant heeft 
het opmerkelijke dat zij de eenige is, van den 
geheelen jaargang 1795, waarin nog het woord 
heer in plaats van het traditioneele burger 
voorkomt. 

Van de beide overige broeders Jacob An- 
DRiES en CoRNELis, heb ik niets kunnen op- 
sporen. Zij zullen misschien jong, doch in 
ieder geval ongehuwd zijn gestorven. 

Marie de Man. 



Aanvulling van Dirks' Repertorium. 

Zie Plaat IV. 

Bij het dezer dagen doorloopen mijner ver- 
zameling met Dirks' Penningkundig reperto- 
rium naast mij, vond ik de volgende daarin 
niet vermelde penningen: 

lo. 1644. Penning beschreven bij van Loon 

II blz. 315 No. 4 als geslagen op den vrede 

S D 
van Munster. Vz. in de afsnede ^ ' (v. Loon 

heeft S 1649 D). Kz. In de afsnede 1644 (bij 
VAN Loon glad) Zilver. 

20. 1652. Legpenning. F-^. Wapen van Ant- 
werpen, daaronder S. P. Q. A. in een bloem- 
krans. Kz, In gladden rand tusschen krullen : 

VT. VINCAS 

CVM 
JVDICARIS 

16® 52 

Randschrift : Thomas de Pottere Questor gene- 
ralis. Koper. 

30. 1662. Ovale begrafenispenning Vz, Ge- 
lauwerd doodshoofd (zonder onderkaak) waarop 
gevleugelde zandlooper, rustende op 2 gekruiste 



95 

doodsbeenderen en twee gekruiste seizen. On- 
der : medaillon omgeven door riet met opschrift 
(gegraveerd) : 

Den dach des Doots 

Is beter als den Dach 

der geboorte. 

Door de seizen kronkelt zich een lint, waarop: 
Salich sljn de Dooden die in den Heere ster- 
ve(n), want zij Rusten van haren Arbeijt, (alles 
in schrijfletters). Kz, Medaillon vastgehouden 
door 2 engelen, de een met een kaars, de 
ander met een uitgedoofde vlaswiek. Boven 
het medaillon komt de dood uitkijken met 
toorts en zeis. Opschrift (gegraveerd): 

Een gerust gemoet 
Is thoochste goet. 
Samuel Marinier 
Obiït 30 May 1662. (schrijfletters) 

Zilver - 62 bij 53 mM. gedreven. 

4^. 1743. Begrafenispenning van Mr. Gerard 
HiNLÓPEN overleden te Hoorn, 26 April 1743. 
Geslagen - zilver - mM. 32. 

5^- 1775- Vyf ^^ twintigjarig huwelijk van 
Christiaan Scholten en Johanna Catharina 
VAN Wesel, baron en baronesse van Haarlem, 
heer en vrouwe van Aschat, gevierd te Am- 
sterdam 22 December 1775. 

Geslagen - 66 mM. - afslag. Z, 



i.-^-'^'^^N/^'" '^y~^ '^^ \^'\-' 



Les trouvailles de monnaies de l'année 1894. 

(Suite de p. 69). 



Province de Hollande. 

1607 Cavalier d'or avec HOL . ^ . cf: Verkade 
40.2 (3). 

1608 Cavalier d*or cf : Verkade 40.2 
1621 ,, „ ,, 40.2 (4) 
1621 Demi-cavalier d'or avec HOL . ^ . cf : Ver- 
kade 40.2. 

1621 Ducat (Ie guerrier tient quatre flèches) 
Verkade 39.5. 

1622 Cavalier d*or avec HOL . ?S> . cf : Verkade 
40.2 (6). 

„ Cavalier d'or cf: Verkade 40.2 
„ Demi-cavalier d'or avec HOL . ^ . cf : Ver- 
kade 40.3. 

1623 Cavalier d'or avec HOL . ?S> . cf : Verkade 
40.2 (2). 

On a changé Ie 2 en 3. 



97 

1623 Cavalier d'or avec HOL . ^ . cf : Verkade 
40.2 (2). 

„ Demi-cavalier d'or avec HOL . ^ . cf : Ver- 
kade 40.3 

1624 Cavalier d'or cf: Verkade 40.2. 

„ Cavalier d'or avec HOL . ^ . cf : Verkade 
40.2 (2). 

1625 Cavalier d'or avec HOL . ^ . cf : Verkade 
40.2. 

Province.de West-Frise. 

1621 Cavalier d'or avec MO . AV . PRO . 
CONF— E . BELG . WESTFRI ^ cf: 
Ver kade 60.1 

Province de Zélande. 

s. d. Noble k la Rosé avec AVR . COMITAT . 

ZELAN . Verkade 77.2. 
161 7 Demi-cavalier d'or avec ZEL * ^ . cf : 

Verkade 79.2. 

162 1 Demi-cavalier d'or avec ZEL . Ë ^/v . 

1621 .S cf: Verkade 79.2. 

1622 Demi-cavalier d'or avec ZEL ^ S . ^/v 

1622 S . cf: Verkade 79.2. 

1622 Demi-cavalier d'or avec ZEL ^ S . ^/v S 
. 1622. cf: Verkade 79.2. 

1623 Demi-cavalier d'or avec ZEL . E . ^/v 
. 1623 S . cf : Verkade 79.2. 



98 

1623 Demi-cavalier d'or avec ZEL . ^ . ^/v 

1623 . ffi . cf: Verkade 79.2. 
1625 Demi-cavalier d'or avec ZEL . 1 . ^/v 

1625. ffi. cf: Verkade 79.2 (6). 

Province d'Utrecht.. 



s d. Noble k la Rosé avec : ^ •: cf: Ver- 
kade 97.3 (2). 
1598 Ducat avec TRA 



1607 Demi-cavalier d'or avec CONF - OE . 
BELG . TRAIEC s ^/v 16 + 07 cf : Ver- 
kade 98.6 
„ Demi-cavalier d'or avec CON - FOE . 
BELG . TRAIEC . 53 . ^/v 16 - 07 cf : Ver- 
kade 98.6. 

1609 Dueat Verkade 98.3 

1610 „ „ „ (2) 
161 3 „ „ „ (2) 

161 5 Demi-cavalier d'or avec CONF - OE . 
BELG . TRAIEC S . cf : Verkade 98.6. 

161 6 Cavalier d'or avec MO . etc TRAI . 
^/v 16^ 16 sans croix cf: Verkade 98.5. 

„ Cavalier d'or avec . MO . ^/v . 1616 . cf: 
Verkade 98.5. 

161 7 Cavalier d'or avec ""MO ^/v . 161 7 . cf : Ver- 
kade 98.5. 

„ Cavalier d'or avec MO* etc TRAI ^ . 

^/v 161 7 cf: Verkade 98.5. 
„ Cavalier d'or cf: Verkade 98.7. 



99 

i6i7 Demi-cavalier d'or avec CONF - OE . 
BELG . TRAIEC . s ^/v CRESCVNT cf : 
Verkade 98.6. 

161 8 Cavalier d'or avec TRA! Jp . cf: Verkade 

98.5- 
„ Cavalier d'or avec . MO . ^/v 16 - 18 sans 

croix . cf: Verkade 98.5. 

1619 Cavalier d'or avec . MO .^/v i6_l 19 cf: 
Verkade 98.5. 

„ Cavalier d'or avec . MO . ^/vi6-i9cf: 
Verkade 98.5 (2). 

„ Cavalier d'or avec . MO . ^/v 1619 cf: Ver- 
kade 98.5 (3). 

„ Cavalier d'or avec . MO . etc. TRAIEC 
. 53.^/v . 16 1 19 . cf: Verkade 98.5 (2). 

„ Cavalier d'or avec CONFO - E . BELG 
TRAIEC + K . cf: Verkade 98.5. 

1620 Cavalier d'or avec CON - FOE etc. 
TRAIEC . K . Vv ï6 ^ 20 cf : Verkade 98.5 

„ Cavalier d'or avec CON - FOE etc. 
TRAIEC .R.^/v 1620 cf: Verkade 98.5. 

„ Cavalier d'or avec ^/v 16 ^ 20 cf: Ver- 
kade 98.5 (2). 

„ Cavalier d'or avec ^/v 16 . 20 cf: Verkade 
98.5 (2). 

„ Cavalier d'or avec . MO . etc. TRAIEC B 
^/v 16 . 20 cf : Verkade 98.5 (2). 

„ Cavalier d'or avec . MO . etc. TRAIEC S 
^/v 1620 cf: Verkade 98.5. 



lOO 

1620 Cavalier d'or avec . MO . etc. CONFO - E 
^/v 1620 cf: Verkade 98.5. 

1621 Cavalier d'or avec CONF - OE etc. 

TRAIEC .8 .^/v 16 . 2.1 cf: Verkade 98.5 

„ Cavalier d'or avec CON - FOE etc. 

TRAIEC . 8 . ^/v 16 1 21 cf: Verkade 98.5 

1622 Demi-cavalier d'or avec CON-FOE etc. 
TRAIEC s ^/y . 1622 . cf: Verkade 98.6 

„ Ducat avec TRAI S cf: Verkade 98.3. 

1623 Cavalier d'or avec .MO . */v . 1623 . 

1624 „ „ „ . MO . ^/v . 16 - 24 . 
cf: Verkade 98.5. 

1629 Demi-cavalier d'or avec MO etc. CONF 
-OE etc. TRAIEC « »/v 16-29. 

Années indéchifrables. Cavaliers d'or. Verkade 
98.5 (6). 

Province de la Frise. 

1607 Cavalier d'or. Verkade 118.4. 

1608 Ducat avec RES - P - ARVA CRES . FRI 
* ^/v ORDI cf: Verkade 117.5. 

16 10 Ducat avec RE - SP - ARV^E + ^/y ORDI 
cf: Verkade 117.5 (2) 

161 1 Ducat avec RES - . P - AR.^jy ORDI 
cf: Verkade 17.5. 

1614 Ducat avecCONCORDIA . R - ES -PAR . 
CRES . FR * 

Vv MO : ORD - PROVIN - FOEDER - 
BEL : AD - LEG : IMP cf : Verkade 1 17.5. 



lOI 

1616 Ducat avec CONCOR : RES : P - A - R : 
CRES :• FRI : * "^/v MO : etc. AD : cf : 

( 

Verkade 11 7.5. 
1626 Demi-cavalier d'or avec . ^ . MO . etc. 
C - ONFOE . BEL . G . FRI cf : Verkade 
118.5. 

Province d'Overijssel. 

1607 Cavalier d'or avec des croix *^/vTRANSI 

^"^ cf: Verkade 1344. 
161 2 Ducat avec TRAN cf: Verkade 134.2. 

161 7 Cavalier d'or avec des croix 'Vv . 16 + 17 . 
Verkade 134.4. 

„ Cavalier d'or avec MO x etc. CONFOE 
. — . BELG X TRANSI <- % . 16 + 17 . cf : 
Verkade 134.4. 
1620 Cavalier d'or avec croix cf : Verkade 134.4. 

„ „ ^ MO etc. TRANSLSV 
cf: Verkade 134.4. 

ViLLE DE CaMPEN. 

s. d. Noble k la Rosé. Verkade 158.3 

Brabant. 

s. d. Doublé ducat d'Albert et d'Isabelle avec 
GRATIA ^ 't- cab. pr. de Lij^ne 720. 

i6cx) Doublé Albertin d'Albert (tt d'Isabelle 
cab. pr. de Lijj^ne 722. 



I02 



i6oi Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle 
cab. pr. de Ligne 723. (2). 

1603 Doublé Albertin d'Albert et dlsabelle 
cab. pr. de Ligne 725 (2). 

1604 Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle 
cab. pr. de Ligne 726 (3). 

1605 Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle 
cab. pr. de Ligne 727. 

1608 Doublé Albertin d'Albert et dlsabelle 
cab. pr. de Ligne 729. 

ViLLE DE TOURNAI. 

1600 Doublé Albertin d'Albert et d*Isabelle 
avec TORN • Revue Beige 1877 p. 56. 

1601 Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle 
Revue Beige 1877 p. 56 (2). 

1602 Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle 
Revue Beige 1877 p. 56 (2). 

1603 Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle 
Revue Beige 1877 p. 56. 

1604 Doublé Albertin d'Albert et dlsabelle (2). 

Flandre. 
1602 Doublé Albertin d'Albert et d'Isabelle (2). 

Angleterre. 

s. d. (1461 — 1483) Noble k la rosé d'Eduard IV 
Ruding III . 4. 



I03 

s. d. (1509 — 1547) Angelot de Henri VIII Ru- 
ding VI . 6. 

ESPAGNE. 

s. d. (1566 — 1598) Quatre Escudos de Phi- 
lippe II Heiss pi. 28.4 

Province d' Utrecht. 

7. La trouvaille de Tannée 1894 quiafaitle 
plus de bruit et mis en émoi tous les Nu- 
mismatistes Neerlandais est celle d'Amersfoort, 
ville assez paisible en temps ordinaires. 

Le .19 février 1894, deux magons furent occu- 
pés cl creuser un puits dans un terrain situé 
dans la Nieuwstraat. Le terrain était destiné 
k y bcLtir des maisons nouvelles en remplagant 
une ancienne maison qu'on avait démolie. A une 
profondeur de 0.4 mètres ils trouvèrent trois 
vases en poterie remplies de monnaies d'or 
et d'argent. 

Le trésor était ainsi composé: 
Angleterre: nobles des rois Henri IV(i399-i4i3) 
Henri V (1413 — i422)Henri VI (1432 — 1461) des 
nobles, k la rosé, demi-nobles ^ la rosé, ange- 
lots d'Edouard IV, des angelots de Richard III 
(1483 — 1485), Henri VII (1485 — 1509), et de 
Henri VIII (1509 — 1546). 

Espagne : doubles ducats et ducats de Fer- 
dinand et d'Isabelle (1492 — 15 16). 



Barcelone: ducats de Ferdinand III (1479 — 1 516). 
Valence: ducat de Ferdinand et d'Isabelle 
(1479— 1516). 

France : éciis d'or de Charles VI (1380 — 1422). 
Saluts d'or de Henri VI (1422^ — '453)- Ecus 
è. Ia couronne de Charles VII {1422 — 1461) 
et de Louis XI(i46i — 1483), desécus au soleil 
de Charles VIII (1483—1497), 

Des écus au soleil et au porcépic de Louis XII 
(1498—1512). 

Des écus au soleil du Dauphiné, k la crois- 
sette et de Bretagne de Frangois I (1515 — -1547). 

Hongrie: des ducats de Sigismuud (1387 — 
1427), de Wladislaus I (1440 — 1444), de Posthu- 
mus (1452 — 1457), de Mathée Corvin (1458 — 
1490) de Wladislaus II (1490 — 1516), de Louis IT 
(1516 — 1526). Des ducats et des thalers de 
Ferdinand I ( 1 527 — 1 564). 

Majorque: ducats de Charles I (1516 — 1555). 

Portugal: deux portugueza {pièces de lo 
Cruzados) de Joao III (1516 — 1556/ 

Steile: escudo d'oro de Ferdinand I (1458 — 

1479)- 

Autriche (archiduché): florins d'or de Sigis- 
mund, comte de Tyrol (1439 — 1495). 

Bade (Marquisat): florins d'or de Christoph I 
(1475— 1527). 

Brabant : lions d'or de PhiÜppe Ie Bon 
(1427 — 1467), florins d'or de St. André, de Marie 



105 



de Bourgogne (1477 — 1482), „schuitkens" de 
Maximilien et Philippe (1482^1496), florins 
d'or et florins St, Philippe de Philippe majeur 
(1494 — 1506); des florins St Philippe des années 
1490 — 1502, toisons d'argent des années 1496, 
1497, 1499, 1502, des doubles sols des années 
1496 jusqu'Ji 1506. 

Charles V (mineur 1506 — 1515); florins St. 
Philippe, demi-florins St. Philippe, doubles 
patards de 1506— 1509. 1512— 1515. 1517—1520. 

Charles V (majeur 1515 — iSSS)- réaux d'or, 
demi-réaux d'or, florins d'or, „Carolus," couron- 
nes d'or au soleil (1542) réaux d'argent. 

Brandenbourg : Florins d'or d'Albrecht Achil- 
les 1 1471 — 1486). Friedrich et Sigismund 
(1486 — 1495). Friedrich seul (1486 — 1515) florins 
d'or des années 1497 — 1501 . 1503 . 1504 . 150Ó 
1507 — ^1512. Casimir et George (1515 — 1527J 
(années 1516 — 1524 — 1525). Joachim I {1498 — - 
1535) (années 1519 — 1521). George (tuteur d'Al- 
brecht Ie jeune) 1527 — 1543. {années 1533 — 1541) 
ensuite du même : thalers de 1 538, 1 540— 
1544. Aibrecht seul f1543 — 1554) des thalers 
de 1549. 

Ferrara: des florins d'or d'Hercule I, duc 
d'Este (1471^1505). 

Flandre: des doubles gros dejean sans peur 
(1405 — 1419). des nobles de Philippe Ie Bon 



to6 



(1419 — 1430 première période) et de la seconde 
période (1430—1467); du même: lion d'or. 

Florins St, André de Charles Ie Téméraire 
(1467 — 1477). Florins Si, André de Marie de 
Bourgogne (1477 — 1482), Réaux deMaximilien 
et Philippe Ie Beau {1482 — 1494). Florins St. 
Phillppe, demi-florins St. Philippe, toisons d'ar- 
gent, doubles sols (1504 — ^1505) de Philippe Ie 
Beau. Florins St. Philippe et doublé patards 
de Charles V (mineur 1506^1515), Des réaux 
d'or, demi-réaux d'or, florins d'or „Carolus" 
réaux d'argent de Charles V (majeur). 

Florence (république) : florins d'or (s d). 

Fugger (seigneuriel: florins d'or d'Antoine 
seigneur de Weissenhorn (+ 1596). 

Gueldre: florins d'or dits „clemmerguldens," 
cavaliers d'or, „snaphanen" de Charles d'Eg- 
mond (1492— 1538). 

Florins d'or „Carolus" de Charles V. 1543 — 

1555- 

Nimigue: florin d'or. 

Hainaut (comté): lions d'or de Philippe Ie Bon. 

Hohnstein (comté): thalers 1555 et 1557. 

Hollande (comté) : chaises d'or de Guillaume 
VI (1346— 1359)- Florin d'or de Jean de Ba- 
vière (1413 — H^S)- Lions d'or de Philippe Ie 
Bon. (1433 — 1467) „Schuitkens" {1488) de Maxi- 
milien et Philippe f 1482^ — ^1496). Philippe Ie Beau 
majeur {1496 — 1506) florins St. Philippe et 



107 



doublé sols (1496 — 1499). Florina St Philippe de 

Charles V (mineur) (1506 — 1515). Demi-réaux 
d'or, florins d'or, „Carolus", réaux d'argent de 
Charles V (majeur '1515 — 1555). 

Juliers (duché): florins d'orde Guillaume IV 
(1475- — 151 1) thaler de Guillaume V (1539 — 
1592)- 

Leuchtenberg (landgraviat): thaler de Geor- 
ges III {1548). 

Lorraine (duché): florins de René II (1473 — 
1508). 

Luxevtbourg (duché) : florins St. Philippe de 
Philippe Ie Beau (1494 — -1506). 

Mansfeld: thalers s- d. et de 1532 . 1535. 
1536 .1542. 1543. 1545. 1547. 1557. 

Namur (.comté): florins St, Philippe de Phi- 
lippe Ie Beau (années 1499 . 1502 . 1503), en- 
suite doublé patards de 1501 . 1502 . 1503, 
Florins St. Philippe de Charles V (mineur) 
(1506— 1515). 

Ost-Frise fcomtél: Edzard 1 (1491 — -1528} 
florins d'or, florins d'or d'Enno II (1528 — 1540). 

0&^/-{/jW (seigneurie): florins d'or de Char- 
les V (1515—1555)- 

Palatinat (comtes palarins du Rhin, ducs de 
Bavièrel: florins de Bacharach, de Ludwig III 
{1410— 1436). Florin d'or de Heidelberg de 
Friedrich I (1469—1476), florins d'or rhénans 
(s. d.) de Philippe (1476 — 1508}. 



RocAe/ffTt /comté): tfaalcr 1548 de Lons 
[comte de Stóöicrg f1535 — i57jï- 

Saxt 'dectorat et dodkét: florios d'or. sdiweit 
I gr'oscfaen. tfaalers des aimées 1555 -1546. 
' Saxe ^brancfae Albertiner florins d'or. tfaalers 
des années 1547 , 1549—1553. 

SekUck comté : tfaalers s. d. ei 1526: quart 
de dialer s. d. 

StUsie: florins d'or de 1512.1516: ducat 
de 1522 de ChaHes I (1498^1536. 

Vénise: zecchinï des I!>oges Tomasso Mo<^- 
ni^o 1 1414 — 1423; et Léonardo Loredan ■ 1501— 
1521. 

Wurtembourg 'duché': florins d'or d'Uhlrich 
1498— 15501. 

Papa: zecchini de: N'icolas V /1447 — 1455), 
Calixte UI (1455—1458). Pie II (1458—1464). 
Sixte IV 1471—14841 Alexandre VI (1492 — 
>503).J»"lesn(i503— 1513)- LéonXi 1513—1521; 
zecchini des sénateurs anonymes de Rome 
(1285—1347). 

Brénie 'archevêché : florins d'or de Heinrich 
de Schwarzbourg '^■463 — 1497 • 

Cologne larchevêché' : florins d'or de Riei 
de Dietrich I! de Mors 1414 — 1463). Florins 
d'or de Kiel et flurins de Deutz de Ruprecht 
du I'al ati nat ' 1463 — ^1480) Florins d'or de Bonn 
et florin d'or rhénan (année 15031 de Her- 
mann III de Hesse (1480 — ^1508) Florins d'or 



I09 

rhénans (1510* 1512} de Phüippe II comte de 
Daun { 1 508^1 5 1 5I. Florins d'or rhénans (années 
1516, 1522) de Herman de Wied (1515^1546). 

Liège, (évêché): florins d'or poatiilat de 
Jean de Hom (1484 — 1505) et du même iin 
patard (1486), Florins d'or postulat d'Erard de 
la Marck. 

Mayence (archevêché' : florins de Bïngen 
de Johann II comte de Nassau Ci3g7 — 1416). 
Florins d'or de Dietrich d'Isembourg (1459 — 
1461) et d'Adolphe II de Nassau f1461 — 1475V 
Florins d'or '1501) de Berthold, comte de Hen- 
neberg (1484—1504) et d'Uriel de Gemmingen 
([508—1514). Florin d'or rhénan i536d'Albert 
margrave de Brandenbourg (1514—1545*. 

Osna&rück (évêché): florin d'or d'Erich de 
Brunswick (1508 — 1532). 

Ratisbonne '.évêché) : florin d'or 1 1 523) de 
Johann III du Palatinat f1507 — 1538) 

Salsbourg (archevêché': florins d'or de Léo- 
nard de Keutsbach (1495 — 1519). Matthéus 
Lang de Wellenberg 1.1519 — 1540) florin d'or 
de 1537. 

Trèves (archevêché); Florins d'or de Wer- 
ner de Falkenstein et de Jacob I de Sirck 
(1439— 145Ó). 

Utrecht (archevêché) : Florins d'or de Ru- 
dolphe de Diepholt (1431 — 1455)- ^t de David 
de Bourgogne (1455 — 1 496) un doublé sol de 147S. 



Augsbourg: Charles V, florïns d'or 

Bdle: florins d'or 

Bologne: Jean II de Bentivoglio (1445 15061, 
florins d'or. 

Cologne: florins d'or 1515, 1518, 1527 et s d 

Deventer: florin d'or: 1523. 

Dortmund : florin d'or. 

Francfort s M. florins d'or: s.d., 1493, 95, 
96, 98, 99, 1501, 2, 3, 5, 7, 8, II, 15 et 22. 

Hambourg: florin d'or- 

Lucques: scudo d'or. 

Lunebourg: florins d'or. 

Mets: florins d'or. 

Neuss: thaler 1557. 

Nordlingert: florins d'or: 1491, 93, 94, 98, 
1508 et s. d. 

Nürnberg: thalers: 1508, 10, 12, 19,25,33, 
34, 35 et 36. 

Strasbourg: thaler. s.d. 

Vénise: Franqois Foscari : zecchini. 

Nous croyons que eet aper9u rapide suffira 
parce que les catalogues de vente sont dans 
toutes les mains. 

M, Schiilman a publié son catalogue sous Ie 
titre suivant: „La trouvaille d' Amersfoort" Ca- 
talogpae des monnaies en or et en argent de 
la trouvaille d' Amersfoort, appartenant è Made- 
moiselle Anna van der Heyden et ^ l'ouvrier 
Elsenaar. La vente a eu lieu Ie 18, 19 et 20 
juin 1894 ^ Amersfoort, 



M. Bom a profité du précieiix concours de 
M, Roest poiu- la composition de ses deux 
catalogues. Le titre du premier catalogue est : 
Description d'une partie de la trouvaille d'Amers- 
foort propriété de M van der Heijden par 
M. Th. M. Roest. La vente a eu lieu, le 2 
et 3 juillet è. Amsterdam. La demière partie, 
propiété de l'ouvrier Jan van de Wetering 
„qui lui mème a fait la trouvaille" a été 
décrite aussi par M. Roest, et a été vendue 
le 3 et 4 juillet k Amsterdam par les soins de 
M. M. G. Theod. Bom et Zoon. 

Quoiqu'on ait fait des suppositions plus ou 
moins probables et ait b&ti force conjectures 
sur la cause de l'ensevelissement de ce trésor, 
il est impossible de la fixer. 

Les monnaies sont dispersées dans les diffé- 
rentes collections de la Hollande et de l'étran- 
ger et ce gros evenement numismatique est 
de nouveau dé]k presqae oublié. 



8. A. Houten on a trouvé des sous des 
villes de Campen, de Zwolle, et de Ia pro- 
vince de la Zélande. Leur intérêt numismati- 
que est nul. 



Pküvince de Gueldre. 



9. Nimègue. A Nimègue ont été trouvées 
les monnaies suivantes *}. 

Monnaies consulaires romalnes: 

Denarius de Ia familie Caesïa. Cohen p. 67. 
PI. VIII. 

Denarius de la familie Carisia. Cohen p. 76. 
PI. X . 3. 

Monnaies impériales romaines : 

Grand bronze de Claudiiis. Cohen, première 
édition, I. p. 164. n". 80. 

Moyen bronze de Vespasianus. Cohen, I p, 
298 n". 247 mais Ie buste est tourné k 
gauche. 

Grand bronze de Vespasianus. Cohen I p. 315 
n". 378- 

Denarius de Domitianus. Cohen I p. 411 
n". 209. 

Denarius de Marcus Aurelius. Cohen II p 488. 
Le droit comme n". 260, Ie revers comme n". 261. 

Postumus. Billon. Cohen V p. 27 n". 93. 



1 la bienveiUance de M. Abeleven 



■•) Nous deïons ce 

Une partie de ces moimaies de Nimégue et de Bei^-en-Dal a 
été trouvép avant 1894, nous avons cru deïoirles mentionner ponrtnnl. 
cf. Le „Catalaan van het Museum van Oudheden te Nijmegen dpor 
Th. H. A, J. Abeleven en Mr. C. G. J. Bijleveld (4de druk 1895)." 



Majjnentiiis. Moyen Bronze. Cohen VI p. 335. 

n". 43. 



Ville de Nimègue : 1619 Sou avec MO . NO . 
IMP . CIV . NOVIM cf; de Voogt 8i^'. 

Gueldre: 1763 Florin, marque monetaire 
avant HAC NITIMVR cf: Verkade XIV 2. 

Hollande 1702 Dute (frappe en argent) cf: 
Verkade pi. 57 . 6. 

1765 Demi-dncaton cf: Verkade pi. 42 . 2 
1767 „ „ „ „ „ 42 . 2 

1 789 Pièce de deux sous „ „ „ 56 . 4 

Berg-en-dal {prés de Nimègue). 

Monnaies consulaires: 

Denarius de la familie Antonia. Cohen"; p. 93 
pi. V n". 6i. 

Denarius de la familie Julia. Cohen pi. XX 
n". r I . 

Monnaies romaines impériales : 

Denarius d'Octavianus Augustus. Cohen (pre- 
mière édition) I p. 64 n". 209. 

Denarius de Vespasianus. Cohen (première 
édition') I p. 275 n". 36. 

Denarius de Vespasianus. Cohen {première 
édition) I p. 277 n'\ 60. 

Denarius de Vespasianus. Cohen (première 
édition) I p. 287 n". 151. 



^B 


^^ 


^^Hi Denarius de Vespasianus. Cohen 


fpremièrt ^H 


^^H édition) I p. 293 n". 192. 


^H 


^^H Denarius de Vespasianus. Cohen 


fpremière ^^M 


^^1 édition) I p. 292 n". 196. 


^1 


^^H Denarius de Vespasianus. Cohen 


(première ^H 


^^P édition) VII p. 61 n". 37. 


^H 


^^B Denarius de Vespasianus. Cohen 


(première ^^M 


^^H édition) I p. 296 n°. 229. 


^H 


^^1 Denarius de Domitiamus. Cohen 


(première ^^M 


^^^ édition) I p. 390 n". 17. 


^H 


^^H Denarius de Domitianus. Cohen 


fpremière ^^M 


^^1 édition) I p. 398 n". 79. 


^H 


^^H Denarius de Domitianus. Cohen 


(première ^^H 


^^B édition) I p. 415 n". 293. 


^H 


^^H Denarius de Nerva. Cohen (" première édition 1 I ^^| 


^^Ê p. 469 n". 28. 


■ 


^^H Denarius de Trajanus. Cohen fpre 


:mière édi- ^^M 


^^H tion) 11 p. 4 n". 9. 


■ 


^^H Denarius de Trajanus. Cohen (première édi- ^^| 


^^H tion*! II p. S n". 35. 


1 


^^H Denarius de Trajanus. Cohen (première édi- J 


^^H tion) II p. 10 n". 45. 


^j 


^^H Denarius de Trajanus. Cohen (première édi- ^^| 


^^H tion) II p. 10 n". 47. 


^M 


^^H Denarius de Trajanus. Cohen (première édi- ^^| 


^^H tion] II p. 19 n" 104. 


^H 


^^H Denarius de Trajanus. Cohen (première édi- ^^| 


^^M tion) II p. 21 n"- 113. 


J 



"5 

Denariiis de Trajanus. Coheii (première édi- 
tion) II p. 23 n". 129, 

Denarius de Trajanus. Coheii (première édi- 
tion) II p. 102 n°. II. 

Denarius de Trajanus. Cohen (première édi- 
tion) II p. 28 n" 168. 

Denarius de Hadrianus. Cohen (première édi- 
tion) II p. 137 n". 317. 

Denarius de Hadrianus. Cohen (première édi- 
tion) Il p. 140 n". 390. 

Denarius de Hadrianus. Cohen (première édi- 
tion) II p. 168 n". 477. 

Denarius de Hadrianus. Cohen (première édi- 
tion) It p. 1Ó9 n". 509. 

Denarius d'Antoninus Pius. 

V'v Tête laurée d'Antoninus Pius k droite: 
ANTONINVS - AVGPP. 

"'V Divinité féminine tenant de la main droite 
un globe, dans la main gauche une lance dont 
Ia pointe est tournee k terre. Cette monnaie 
n'est pas mentionnée par Cohen. 

Denarius d'Antoninus Pius. Cohen II p. 286 
n". 47- 

Denarius d'Antoninus Pius. Cohen II p. 296 



Denarius d'Antoninus Pius. Cohen (première 
édition) II p. 319 n". 321. 

Denarius d'Antoninus Pius. Cohen (première 
édition) II p. 323 n". 355. 



ii6 



Denarius de Faustina Senior. Cohen II p. 
431 n^ 90. 

Denarius de Faustina Junior. Cohen (premi- 
ère édition) II p. 581 n^ 35. 

Denarius de Lucius Verus. Cohen III ^|^^ p. 1 3 

n^ 80. 
^/v p. 1 2 n^. 76. 
„ IIIp. i3n^85. 
Denarius de Septimius Severus. Cohen III p. 256 

n^. 203. 

» » » » „ III p. 258 

n^ 217. 

„ „ „ „ avec SEV. cf: 

Cohen III p. 258 n^ 218. 
Denarius de Septimius Severus. Cohen III p. 263 

n^ 257. 

III p. 264 
n^. 264. 

III p. 266 
n^ 277. 

III p. 269 

n«. 305. 

III p. 272 
n^ 328. 

III p. 273 
n^ 331. 

III p. 279 
n^ 376. 

III p. 282 
n^. 400. 



ÏI7 



Denarius de Caracalla. ^/y buste de Caracalla 

jeune ^ dr. avec Ie pahidamentum et ANTO- 
NINVS PIVS AVG. 

^/v La Victoire, allant k gauche, dans la main 
droite branche, dans la main gauche? VICTO- 
RIA PARTH MAX cf; Cohen p. 410 n''. 362. 
Denarius de Plautilla cf: Cohen p. 451 n". 18, 
„ „ Geta Cohen III p. 464 n". 53. 

„ III p. 468 n«. 85. 
III p. 470 n". 103. 
„ d'EIagabalus. 
^/y Buste lauré k dr. avec paludamentiim 
IMP. ANTONINVS AVG. 

^'v La déesse de la liberté assise, tenant de 
la main droite un bonnet, de la main gauche 
un sceptre. LIBKRTAS AVGVSTI cf: Cohen 
III p. 522 n'. 58. 

Denarius d'Elagabaliis. Cohen (première édi- 
tion) III p. 524 n". 74. 

Denarius d'Elagabalus avec étoile dans Ie 
champ cf: Cohen III p. 525 n". 81, 

Denarius d'Elagabalus Cohen III p. 526 n". gi. 

,. IIIp. 527n". 96. 

„ III p. 528 n". K.5. 

„ „ „ III p. 530 n°. 121. 

„ III p. 533 n". 144. 

Denarius d'Alexandre Severus. Cohen IV p. 3 

n". 4. 

„ IV p. 6 

n!- 35- 



» n jj fj 



w w 



n » M 



»» >♦ » 



Ii8 



Denarius d'Alexandre Severus. Cohen IV p. 8 

n*^. 49. 

„ IV p. 10 

n^66. 

IVp. 12 

n^ 78. 

„ IV p. 14 

n^ 92. 

» » » yy IVp. 16 

n^ 116. 

„ IVp. 16 

n^ 118. 

„ IV p. 22 

n^ 163. 

„ IV p. 22 

n^ 165. 

„ IV p. 23 

n^ 174. 

„ IV p. 27 

n°. 197. 

I )enarius de Maximinus I. Cohen IV p. 90 n". 16. 

„ de Philippus I. Cohen IV ^/y p. 1 75 n°. 6. 

^/v p. 1 76 n"". 9. 

Billon de Volusianus ,, IV p. 289 n^ 13. 

„ „ Valerianusl „ IVp. 318 n^ 45. 

„ „ „ „ sans F entre P et AVG 

cf: Cohen IV p. 331 n^ 161. 

Billon de Gallienus. Cohen IV p. 435 n"^. 686. 
„ „ Salonina „ IV p. 467 n^. 35. 



» >» » 



>» » » 



>♦ » » 



Ion de Saloninus Cohen IV p. 486 n". 1^2. 
Valerianus II „ IV p, 49811". i. 
Postumus ,. V p. ig n". 30. 

Vp. a?!!". 93. 
V p. 28 n". 100. 
Vp. 3011". 114. 
Petit bronze de Probiis „ V p. 268 n". 315. 
Je n'aurai guère besoin de rappeler ^ mes 
lecteurs que les trouvaüles de monnaies ro- 
raaines et d'antïquités ont été tres fréquentes 
^ Nimègue et Berg-en-Dal. On peut en trouver 
les traces dans les catalogues et rapports an- 
nuels du Musée d'antiquités de Nimègue et 
dans Ie „Kunst en Letterbode!' passim. 



II. A Beets ont été trouvés quatre écus de 
, Zélande de la fin du 18 siècle. 



12. A Wehl un ouvrier, occupé \ élargir 
un fossée a trouvé quatre monnaies francaises 
dont voici la description: 

1328— 1350 Ecu d'or de Philippe VI de Valois 
avec X GRA * et Ie glaive plus rapproché de 
la tête. cf. Hoffman XVI . 3. 

1328 — 1350 Ecu d'or de Philippe VI de Valois 
avec entre les jambes ***. et >i GRïï « cf. Hoff- 
man XVI 3. 

1328 — 1350 Ecu d'or de Philippe VI de Va- 
lois. Hoffman XVI 3. 



1328 — 1350 Ecu d'or de Philippe V! de Va- 
lois avec . GRR . cf Hoffman XVI . 3. 

13. A Tiel on a troiivé en réparant une con- 
duite d'eau dans la rue dite „kleine Joden- 
straatje" des monnaies du I7'*'"'*et 18'*'"* siècle. 

Zélande. Ecus de 1666, 1672, 1694, 1704, 
1706, 1713, 1735, 177:, 1773. 1774. 1775, 1777, 
1781, 1785, 1786, 1787, 1793 

l/a d'Ecus de 1762 et 1763. 

Hollande. Florin de 1794. 

Westfrise. „ „ 1794 

Utrecht. „ „ 1736. 

Overijssel. „ „ 1723. 

14. Hengelo: Leslecteurs du „Tijdschrift" ont 
déjè pu prendre connaissance d'une trouvaille 
faite Èl Zelhem, commune de Hengelo; M, Roest 
en a donné une description conscientieuse dans 
la seconde livraison de l'année 1894 p. 109. 

15. Hattem. Prés de Hattem se trouve ie 
Gaasberg, des fouilles ont été faites par M. HoE- 
FER conservateur du musée provinclai d'Over- 
ijssel, on y a trouvé trois monnaies; 

1 150 — 1 156 Denier de Herman évèque 
d'Utrecht. 

1416 — 1465 Quan de gros de Guillaume II, 
seigneur de 's Heerenberg et une monnaie mé- 



connaissable par sa mauvatse conservation. 
On peut consulter sur ces foiiilles: F. A- Hoefer, 
de Gaasberg bij Hattem. Zwolle. P. Mole- 
naar s. d. 

Province du Brabant Septentrional. 

i6. Dans Ie n". 2 de l'année 1895 du "Tijd- 
schrift" nous avons soUicité l'attention de nos 
lecteurs pour une trouvaille faite i Bois-le-Duc: 
nous pouvons donc maintenant la passer sous 
silence. 

17. Dans Ie mois de novembre de nouveau 
une trouvaille a été faite ^ Bois-Ie-Duc. On 
a trouvé les pièces suivantes, sur l'emplacement 
oü l'on était occupé i b&tir un nouveau bureau 
central des postes, dans la rue dite „Kerkstraat." 

Zélande: 1660 Ducaton avec COM : ZE 
<& a # cf: Verkade 81. i. 

Brabant (s.d.) 1598 — 1621, Un quart de 
patagon d'Albert et d'Isabelle, frappe è Bru- 
xelles. Cabinet prince de Ligne n". 764. 

1633 Ducaton de Philippe IV, frappe è Anvers 

Heiss pi. 191. 8. 
1635 Ducaton de Philippe IV, frappe i Anvers 

Heiss pi. 191. 8. 
1637 Ducaton de Philippe IV, frappe ^ Bruxel- 

les. Heiss pi. 191. 9. 

9 



^r 








^M 


^H 1^37 


Ducaton 
Heiss pi 


de Philippe IV 
. 191. 9. 


, frappe 


k Anvers. 


^H 1^44 


Ducaton 
Heiss pi, 


de Philippe IV 
■ 191- 9 


, frappe 


k Anvers. 


^1 1648 


Ducaton 


de Philippe IV 


, frappe 


: k Bruxel- 




les Heiss pi. 191. 9. 






^H 1649 


Ducaton 

Heiss pi. 


de Philippe IV, 

191. 9. 


, frappe 


k Anvers, 


^H 1649 


Ducatou 


de Philippe IV 


, frappe 


: k Bruxel- 




les, Heiss pi. 191. 9. 






^^H 


Ducaton 
Heiss pi. 


de Philippe IV, 
191. 9- 


frappe 


k Anvers. 


^^H 1650 


Demi-ducaton de Philippe IV, 


frappe k 




Anvers. 


Heiss pi. 191. 


I !. 




^1 I65I 


Ducaton 


de Philippe IV 


, frappe 


k Bruxel- 




les. Heiss p). 191. 9. 






^H 1660 


Ducaton 
Heiss pi. 


de Philippe IV, 
191. 9 


frappe ; 


k Anvers. 


^U 1661 


Ducaton 


de Philippe IV 


, frappe 


è Bruxel- 




les. Heiss pi. 191. 9. 






^H 1664 


Ducaton 
Heiss pi. 


de Philippe IV, 
191. 9. 


frappe i 


i Anvers. 


^H 


Demi-ducaton de Philippe IV, 


frappe k 




Anvers. ] 


Keiss pi. 191. 1 


I. 




H 1665 


Ducaton 
les. Heisf 


de Philippe IV. 
) pi. 191. 9- 


frappe 


k Bruxel- 


^H 1668 


Ducaton 


de Charles II, i 


frappe k Anvers. ^^| 




Heiss pi 


'94. 6 




^H 


H 1671 


Ducaton 


de Charles II, 1 


frappe a Anvers, _^^| 


■ >673 




„ II. 




j 



123 

Flandre 1654. Quart de patagon de Philippe 

IV, Catl: Mailliet 1360. 
1668 Ducaton de Philippe IV, Catl: Mailliet 

1369. 

Tournai 1634. Ducaton de Philippe IV. 



{A suivré). 



La Haije, 20 octobre 1895. 



H. J. DE Dompierre de Chaufepié. 



Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap 
in ruiling ontvangt. 



Revue beige de numismatique. 
52= année (1896), i" Livraison. 
Trois monnaies liégeoises ïnddites, par M. Ie V'^ B. 

DE JONGHE. 
Restitution d'un florin d'or a Goedard, seigneur de 

Heijden, par M. J. Schulman. 
Histoire numismatique du Barrois (huitième et deniier 

article), par M. L. Maxe-Werly. 
Les monnaies frappées a Avignon durant la vice- 

légation de Mazarin ( 1 634^ 1 637). par M. R.. 

Vallentin. 
Quelques sceaux, jetons et armoiries concernant les 

corporations de raédecins, chirurgiens, barbiers aux 

XVIP et XVIII^ sitcles, par M. j. Chautard. 
Sceau, médailles et insignes des ancienes corporations 

armées de la Vüle de Hasselt, par M. Ie Dr. C, 

Bamps. 
Le Florin d'or dit „Stampraidsche Gulden", par M. 

Th. M. Roest. 
Un manuscrit de PEi'iESC du museum Meermanno 

Westhrenianum a Ia Haye, par M. üE DOMriEkRE 

DE Chaufepié. 

Annuaire de la Société fran^aise 
L'atelier monét^e de Laoo, pendant la Ligue, par 



125 



M. P. Bordeaux. 

Laurea Noves Petrarc Amata. 
Médaille originale du XIV^ siècle, jusqu'a présent 

inédite par M. C. F. Trachsel. 
Calculs sur la mare de Paris et sur ses subdivisions 

usitées dans les ateliers monétaires par M. Roger 

Vallentin. 
Description gcincrale des monnaies au type chinonais. 

(Suite et fin), par M. Ie baron DE PONTON D'Amé- 

COURT. 

Rivista Italiana. Anno VIII, fascicolo IV. 

Gnecchi, Francesco. Appunti di Numismatica Ro- 
mana XXXVI. Suil' autenticith degii aurei di Ura- 
Nio Antonino. 

Papadopoli Nicolö. La zecca di Nasso. 

MarianI. M. Desana-Mirandola 

Van GenneE' Arnoi-D Rauge. Les viennois noirs 

d'AMÉDKE VIII, duc de Savoie de 1416 a 1439. 
MORSOLIN, Bernardo. Medaglia in onore di Marsi- 

GLIO DA CaRRARA. 

MORSOLlN, Bernardo. Una medaglia in onore di 
NicoLb Quinto. 

Mittheiliingen der Bayerischen numismatischen 
Gesellschaft. XIV Jahrgang. 1895. 
Dr. L. FiKENTSCHER. Versuch zueinerMünzgeschichte 

der Herzoge van Meranien, Markgrafen von Istrien, 

Grafen von Andechs und Plassenbur^ weltlichen und 

geistlichen Standes. 
Dr. V Raiman Der Munzfund bei Pfaffenmünster. 
Hans Riggauer. Eine unedirte Médaille aufLUDiGER 

VON Raesfeldt. 

Tauber in Graz. Eine Denkmünze des Grafen 
teASTIAN VON OrTENBURG, 



Gemengde Berichten. 

Penning op het gouihn Jubelfeest van Mnüs Sacrtim 
te Dongen in 1890 (Noord-Brabant) 

Middellijn 28 m.M. muntmeter Stephakik, koper, 
in mijne verzameling. 

Vz. Muziekinstrumenten, omgeven door een Virans 
van mirten, door linten saamgebonden, onder : 

C. FIELENS, ANV(ERS|. 

Kz. In het midden in drie regels : 

GOUDEN I JUBELFEEST | 1890. 
daaromheen : 

* MUSIS SACRUM * DONGEN. 

M. A, S. 



Twee Noordbrabantsche Wielrijders Pr.'Js-Medailles 

De numismatique heeft ook hare nouveautés, Aan 
de Koninklijke Utrechtsche Fabriek van zilverwerken 
van den heer C. J. Begeer zijn vervaardigd twee 
medailles. Deze waarlijk fraai uitgevoerde prijsme- 
dailles zijn niet algemeen bekend en verdienen de 
aandacht van verzamelaars en lezers van dit tijdschrift. 
a. Z. j, Vz. in het midden een monogram samenge- 
steld uit de sierlijke letters N B W waar om heen ; 



127 

■ :■ NOORDBRABANTSCHE WIELRIjDERS- 
KRING. 

Kz, Een mirtenkrans met linten samenge- 
bonden. 

Middellijn 28 mM. muntmeter Stephanik, 
Z. j. Vz. In het midden een monogram, samen- 
gesteld uit de sierlijke letters W R B, maar anders 
gegroepeerd dan de onder a beschrevene ; waar 
om heen WIELER WEGWEDSTRIJD OISTER- 
WIJK. 

Kz. In het midden boven aan PRIJS waarom 
heen een zware mirtenkrans met linten samenge- 
bonden. 

Middellijn 32 mM., muntmeter StephanIK. 

Beide in mijne verzameling in brons. 

M. A. S. 
H. 



Ziv itsersch e mwi tg esc k ie tien is . 

Van de uitgevers, de heeren Paul Stroehlin & Oe 
te Genève ontvingen wij het in December 1.1. ver- 
schenen fraaie werk: MUnsgesckickte der Sckweie 
von LliOüEGAK CoRAGGlom, mii fönfsig Lichidruck- 
tafeln. In 4". 

Sedert 't verschijnen der twee deelen van Haller's 
Schwe'izerisches Mïim- und Medaillenkabiitetm 1781, 
had geen schrijver den moed gehad de munten van 
geheel Zwitserland uitvoerig te behandelen en moesten 
de verzamelaars zich dus behelpen met den beknopteq 



12S 



Essai sur la numismatique suisse van Dk. E. Lehr 
in 1875 verschenen en met de verspreide monographiën 
over 't muntwezen der afzonderlijke kantons. 

In deze leemte voorziet de heer CORAGGIONI. De 
schrijver verdeelt zijn werk in twee gedeelten; 't 
eerste behandelt Zwitserland als één geheel, het 
tweede gedeelte bespreekt den lokalen muntslag der 
kantons, der steden en der geestelijke en wereldlijke 
vorsten. 

Na eene korte inleiding met algemeene beschou- 
*ingen, welke grootendeels aan HalKE's Einleitung 
in das Studium rfer A'«w^.!;«(^^^> ontleend zijn, volgen 
de negen hoofdstukken, die op het geheele land be- 
trekking hebben, en wel: 

I. Kei t isch-GalHsch tijdvak {vroegste tijden 
tot 58 V. Chr.). Besproken worden hier de gouden 
regenboogschoteltjes en asterisken der Kelten, stater 
en stater genaamd, welke veelvuldig in Zwitserland, 
vooral bij paaldorpen, gevonden worden 

Verder de gouden nabootsingen van macedonische 
munten aan de Raetiërs en Helvetifirs toegeschreven 
en zilveren stukken van de naburige Sequaners en 
AUobrogen. 

II. Romeinsch tijdvak (58 v. Chr. - 500 na Chr.). 
Het vinden van Romeinsche muntstempels in de om- 
geving van Angst bij Bazel (Augusta Rauricorum), 
Windisch (Vindonissa) en Avenches (Aventicutn) 
maakt de attributie waarschijnlijk. 

lil. Merovingisch tijdvak (500 — 751). De toe- 
kenning der munten wordt zekerder; immers de gouden 
trientes der Merovingers vermelden de muntplaatsen, 



i2g 



als Genève, Lausanne, Vevey, Bazel, Sitten en S. 
Moritz (Agaunum). 

IV. Karolingisch tijdvak (752 — 843). Heteenige 
stuk, dat de schrijver vermeldt, is de bekende dena- 
rius van LODEWIJK DEN Vrome met XRISTIANA 
RELIGIO, door hem slechts huiverend (en terecht) 
aan S. Moritz toegeschreven. Voor de munten van 
Chur en Bazel wordt naar KsCHER's Schweizerische 
Münz' und Geldgesckichte verwezen. 

V. Tijdvak der Duitsche Koningen en 
Keizers (843— 1291). Dit behandelt de zeldzame* 
Keizerlijke deniers van Bazel (BASILEA), Chur 
(CVRA) en Zurich (TVRECVM) benevens de de- 
niers en obolen der geestelijke vorsten: Bisschoppen 
van Genève, Lausanne, Chur en Bazel en der abdijen 
Zurich, Solothurn en S. Gallen 

Vreemd is het dat de schrijver geen gebruik heeft 
gemaakt van 't standaardwerk op dit gebied: Dan- 
NENBERg's Deutsche Munzen der Sdchsüchen und 
Frankiscken Kaiserseit. 

VI. Zwitserland's ontwikkeling tot- en 
als zelfstandige staat (1291—1798). Dit 
is zeker het belangrijkste gedeelte van 't werk. Het 
bevat een beknopt en duidelijk overzicht van de ver- 
schillende kantonale munten, die in het tweede deel 
uitvoerig, doch daar kantonsgewijze besproken worden. 

Na de brakteaten of holmunter volgen de verschillende 
grootere muntsoorten volgens hunne invoering, als : 
ptapparten (142 1); groschen (1424); dicken (1483 Bern) 
eene navolging der milaneesche testoni, later =r -- thaler ; 
gulden groschen (1490 Bern) later thaler genaamd; 



130 



batzen, kreuzer, heller, enz. Het eerste jaartal komt 
voor op den groscheti van S. Gallen (1424). 
VIL HeWeetsche Republiek (179S 1803). 
Het muntrecht der kantons gaat aan 't centraal gezag 
over en een oogenblik schijnt de eenheid in 't munt- 
wezen hersteld. In plaats van de verschillende kan- 
tonale rekenwijzen komt nu de Schweizerfrank (6.3738 
wichtjes fijn zilver) verdeeld in 10 batzen a 10 
rappen, 

VIII. Zwitsersch Eedgenootschap (1S03 
—48). De Steckli-krijg maakte een einde aan de 
Helveetsche Republiek en de medi;itie-acte van 1803 
herstelde nagenoeg de oude staatsregeling, zooals die 
vóór 1798 bestaan had. De kantons herkregen het 
muntrecht en dezelfde verwarring in 't muntwezen 
van vóór 1798 heersclite spoedig weder in 't land. 
Er volgde e ene overstroom ing van slechte inlandsche 
pasmunten en allerlei grove buitenlandsche zilver- 
stukken, die volgens tarii^ven in omloop waren. 

Genève was de eerste die krachtig tot herstel van 
de eenheid in 't muntwezen optrad. Dit kanton sloot 
zich in 1838 bij 't Fransche muntsysteem aan: franc 
( = 5 wichtjes zilver, 0.900 fijn) & 100 centimes; 
de andere kantons bleven halstarrig bij hunne oude 
rekenwijzen volharden tot de bondsregeering door de 
wet van 12 Sept. 1848 het muntrecht aan de kantons 
ontnam en aan de centrale regeering toekende. 

IX. Sedert 1S48. Na eene hevige strijd tus- 
schen de oostelijke en westelijke kantons (Zuid- 
duitsche gulden of franc), werd bij de wet van 7 
Mei 1850 het Fransche muntstelsel voor geheel 



Zwitserland ingevoerd, d. i. de franken verdeeld in 
loo rappen {centimes, centesimi). i Sept. 1855 werd 
't nieuwe munthuis te Bern geopend. 

De schrijver staat geruimen tijd stil bij deze her- 
munting en levert uitvoerige gegevens, die daarop 
betrekking hebben; het verlies bedroeg frs. 1,139,494.49 

Het tweede gedeelte behandelt de kantons naar de 
officieel vastgestelde volgorde, zijnde: Zurich, Bern, 
Luzern, Uri, Schwytz, Unterwalden, Glarus, Zug, 
Freiburg, Solothurn, Bazel, Schaffhausen. Appenzell, 
S. Gallen, Graubunderland, Aargau, Thurgau, Tessino, 
Waadland, Wallis, NeuchStel en Genève. 

Ieder kanton heeft een afzonderlijk hoofdstuk ; 
vooraf gaat telkens een kort geschiedkundig overzicht, 
daarna volgen gegevens omtrent muntslag, rekenwijze, 
beeldenaars der munten en de inwisseling in den 
nieuweren tijd. Het werk is op schrijfpapier met 
duidelijke romeinsche letters gedrukt en in netten 
linnen stempelband gebonden. 

De firma BrunnER & HauSER te Zurich heeft 
blijkbaar veel zorg besteed aan de vijftig platen in 
lichtdruk, welke niim twee duizend afbeeldingen 
{1091 munten) vertoonen. Deze zijn in licht sepia- 
bruin op witten grond weergegeven, zijn zeer helder 
en duidelijk en vermoeien 't oog niet, zooals de 
lichtdrukken, die wij in de laatste muntcatalogi te 
aanschouwen kregen. 

Gaarne brengen wij een woord van hulde aan den 
heer CORAGGIONI, onzen nieuwen gids in 't doolhof 
der kantonale rauntgeschiedenis. 

Joh. W. S 



Maskerade-Medaille, Leiden 1895 

Door de Commissie tot regeling der Maskerade 
is eene oude gewoonte, die sedert 1870 niet meer 
was nagekomen, weder in eere hersteld. 

Op haar initiatief en op hare aanwijzingen is door 
den heer J. Ph. M. Menger, Stempelsnijder aan 's 
Rijks Munt, eene medaille veri^aardigd ter herinnering 
aan de Lustrumfeesten in Juni jl. (31 'ƒ3 mM munt- 
meter Stephanik; zilver en brons). 

Vz. Het gekroonde wapen van Bergen- op- Zoom, 
omschrift : 
AVXILIIS. PROTECTA. TVIS. 3 OCTOB. 1622. * 

Kz. Omschrift : 
IN MEMORIAM FESTI DIEI NATALIS CCCXX 
ACAD. LVGD. BAT. XVIII jVN. MDCCCXCV. * 

In het veld onder twee samengevoegde uit de 
wolken komende handen, de naum van een der deel- 
hebbers, tenzij 't veld ledig zij. 

W. S. 



Draagpenninkje van ket gild van Si. 'Jan te 
Kaatskewüel (Noord-Brabant). 




Dit ovalen draagpenninkje heeft op de Vz. in het 
midden het lam Gods (agiius dei) liggende op een 
gesloten balk, tegen het lam rust de gespleten vaan. 



133 



Boven het lam : GILD VAN St. JAN, onder het 
lam Q. B. F. F. S. >) en daaronder zeer klein H. D. F. ») 
randschrift onder KAATSHEUVEL. ') 1840. Het ge- 
heel door een parelrand omgeven. 

Kz. In het midden gegraveerd 72, volgnummer 
op de lijst, waaronder het lid is ingeschreven. 

In mijne verzameling van zilver, diameter 26 bij 
22 mM. 

Dit gild werd einde October 1840 opgericht en 
bestaat uit 38 leden, die gezellig verkeer ten doel 
hebben ; een onderdeel oefent zich wekelijks in den 
zomer in het schieten op den zoogenaamden schiet- 
baan. Een paar maal in het jaar wordt er prijswed- 
strijd gehouden. 

Het insigne wordt gedragen door de leden aan een 
groen en door het Bestuur aan een rood ünt; bij 
begrafenissen der leden waarbij allen tegenwoordig 
moeten zijn om het lijk grafwaarts te brengen en de 
lijkmis bij te wonen i 



kg h üaa. b ng 



iet lint wit. 


M. A. S. 




H. 




E NUMFELrt 
ted g k 

h g w d n 



algm g hwnshgwdn 

F g OBFFFS OuoD 

BoNUM, Feux, Faustum, Foktunatumque Srr. 

a). H(eiulrik| D(ekkere) F(ecit) iiaam van den graveur koperslagcr, 
geb. 5 Nov. 1829 te Kaatsheuvel (Loon^jp-Zanil) en aldaar overleden 
16 Jan. 1895. 

3). Kaatsheuvel of Ketsheuvel gemeente Loon-op-Zand, ligt een 
uur ten N.W. van die gemeente, 1/4 uur ten Z.W. van Sprang en 
aVi "ur ten Oosten van Geertmidenberg. 



Tentoonstelling Amsterdam 1883. 

In den XXXXIs'en jaargang van de Revue Beige de 
Numismati^ue {i8S$) werd door den beer .VBrichaut 
de serie gedenkpenningen beschreven en afgebeeld 
(blz. 377—382 pi, XII — XV), geslagen ter gelegen- 
heid van de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel 
Tentoonstelling in 1883 te Amsterdam gehouden. 

Hieraan zoude ik gaarne de beschrijving der vol- 
gende med^Ue toevoegen {28 m.M. rauntmeter 
StephANIK met oog). 

Vz. De beeltenis van Z. M. Koning WiLLEM III 
en H, M. Koningin Emma naast elkander, omgeven 
door een lauwerkrans, waaromheen : 
* HERINNERING AAN AMSTERDAM * 1883. 

Kz. Gezicht op den ingang van de Tentoonstel- 
ling, omschrift: 

INTERNATIONALE KOLONIALE EN 

UITVOERHANDEL TENTOONSTELLING * 
W. S. 



Teti toonstelling Amsterdam 1895. 

Ter herinnering aan de Tentoonstelling dezen zomer 
te Amsterdacn gehouden, zijn de twee volgende ge- 
denkpenninkjes in verschillende metalen geslagen, 
belde met oog en ring 23 m.M. muntmeter Stephanik 
a. Vz. Borstbeeld onzer Koningin, omgeven door 
een lauwerkrans, omschrift: 

WILHELMINA KONINGIN 
DER NEDERLANDEN 1895 



135 



Kz. 6 ^ ^ ^ 

VAN 

1895 



b. Vz. Gezicht op de brug in Oud-Holland en daar- 
achter gelegen huizen, waaronder POSTHUMUS AMST. F. 
Kz. = Kz. van bovengemelden penning. 

W. S. 



^^Liefdadigheid naar VermogerC^ Amsterdam, 
2^- jarig bestaan (2% Jan, 1896J. 

Bij gelegenheid van dit zilveren feest werden H.H. 
Bestuurderen door de mildheid van eenige belangstel- 
lenden in staat gesteld een gedenkpenning te doen 
vervaardigen. 

Vz. De Engel der Liefdadigheid beschermt de 
Armoede tegen gebrek. De armoede is gepersoni- 
fieerd door eene naakte vrouw met kind op den schoot. 

Kz. In zeven regels TER | HERINNERING | 
AAN HET XXV JARIG BESTAAN j VAN ! LIEF- 
DADIGHEID NAAR VERMOGEN | TE | AM- 
STERDAM 

Hierboven naar binnen gebogen: 1871 JANUARI 
1896, Onder 't opschrift een bundel bloeiende eike- 
en olijftakken, waarop 't amsterdamsche wapen rust. 



■36 • 

30 mM. Geslagen zijn 300 exemplaren, alleen in broos. 

De stempels werden gesneden door onzen beken- 
den amsterdamschen graveur. Prof. L. JflSGER «1 
de afslagen vei^'sardigd in de Kon. Utrechtsche Fa- 
briek van Zilverwerken van C. J, BEGEER te Utrecht. 

Zoolang de voorraad stxekt is deze penning vO"- 
krijgbaar ten kantore van 't Genootschap (Baangracht 4, 
Amsterdam) voor J 2.— of meer. 

Gaarne wiUen wij onze lezers er op wijzen, dat de 
baten, die de verkoop van dit gedenkstuk zal ople- 
veren, aan de armen ten goede komen. 

Joh W. S. 



Het Russische ministerie van finantifin heeft besloten 
een kleinere munteenheid in te stellen dan de tegen- 
woordige roebel. Deze zal een zilveren munt zijn ter 
waarde van 50 kopeken (ongeveer 60 cent) die den 
naam Ritsz zal dragen. 

De klein.ste munt zal dan worden een koperstuk van 
een halven kopeke, waarvan er dus honderd in een 
Rusz zullen gaan. Verder zullen worden geslagen gou- 
den munten ter waarde van vijf papieren roebels d, i. 
tien Ruszen. Bij Rusz heeft men hier niet te denken 
aan den volksnaam Rus. Naast Rossaya is Rusa de 
naam van het land, Rusland Deze gouden munten 
zullen waarschijnlijk reeds in April uitgegeven worden. 
[Alg. Hand. 3 mrt. '96.) 



Bij 't ter perse gaan van deze aflevering, gewordt 
ons 't treurig doodsbericht van ons medelid en vriend, 
den heer 

Mr. ADRIANUS JUSTUS ENSCHEDÉ 
te Haarlem. 

De Redactie. 



Le Jeton dans les Comptes des maitres des Mon- 
naies du duché de Brabant, 

Aux XVI^ et XVIIIe siècles. 
{Suite). 



Règne de Philippe tV. 

1621 — ^1665. 

A la mort d'Albert d'Autriche, survenue le 
15 juillet 1621, les Pays-Bas méridionaux firent 
retour k l'Espagne oü régnait alors le roi Philip- 
pe IV. Sous ce prince, quatre ateliers monétaires, 
Anvers, Bruxelles, Maestricht (1624^1632) et 
Bois-le-Duc (1621 — 1624), furent en activité 
dans le duché de Brabant Nous n'avons pas 
relevé pour ces ateliers, aux archives générales 
du Royaume de Belgique, moins de 104 comp- 
tes de fabrication; heureusement, pour le lec- 
teur, qu'un bon tiers de ces dociiments con- 
tient seul quelques détails conceriiant la frappe 
des jetons. 



Voïci, d'ailleurs, les extraïts qiii se rappor- 
tent k notre sujet. 



Atelier d'Anvers. 
I. COMFTE DE JEAN EMONS; du r^^ 
janvier au 17 décembre 1Ö25. 

Tailleur des fers: Gaspard Bruvdegom. 

Anderen ontfanck van zilveren leggelde. 
Den voorschreven muntmeester heeft noch 
laeten maecken in silveren leggelde voor myne 
heeren van den finantien houdende elff pen- 
ninghen vyff greynen fyns silvers in alloy ter 
remedien van i \ greyn op elck marcq. de 
quantiteyt van LIIII marcken ende noch IIII'^ 

mareken coperen leggelt Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n°. 17913. 



!s par DuGNioi.LE a 1'anHée :625, i 
.'Anvers. H offre, au droit, l' 
!rs, la légende: SER VARE MEUUS QUAM 
•- d'ai^ent semblable est décrït dans Ie Ca- 
Nous ne croyons pa6 êlre trop té- 



(n". 3S22] porte la main i 

de Philippe IV et, an rev 

SPERARE. Un exemplait 

Ulogiie DE CosTER no. 

méndre en proposant de considérer ces pièces co 

frappés pDur Ie conseil des Finances. Les exemplaii 

exemplatres des premiers et zl.zSo des second-i. 

1) CiiUection van Dijk van Matënesse. 
3) Cabinel de VEtat beige. 



d'argent pè- 



II. COMPTE DE JEAN EMONS; du 17 
décembre 1625 au 31 mars 1627. 

Tailleur des fers: Gaspard Bruydegom. 

Anderen ont/anck in silveren leggelt. 

Ten lesten heeft den voorschreven munt- 
meester laeten wercken ende munten inden 
voorscreven silveren leggelt voor myne heeren 
vande finantien de quantiteyt van negenen- 
veertich mareken bevonden te goet in alloy 
soo by den voorschreven assayeur generaal 
als by de billetten van den assayeur particu- 
lier ende over sulcx daer vooren . . Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n", 17914- 

Pcut-^tre ce texte se rapporte-t-U au jeton de 1627, ala main d'An- 
ïers, décrit par Dugniolle soue Ie no. 3836 M dont une variété por- 
terait poiir légende, an revers, — s'il faut en croire VAN Ordex, (T. L, 
no. 1183),- Ie tradiriomiel: GECT. POVR LE BVREAV DES FIN. 
Cette demière pïÈce, si elle existe, pourrait bien étre Ie proiluit d'un 
mélange de coins. 

Parmi les jetons décrits, è. ce jour, conime ayant élé forgés a An- 
vers, au cours de l'anoée 1626, noua n'en avons rencontre aaeun 
pouvaut se rattacher, avec quelque certiCude, a la série des jetons émis 
pOïir Ie bureau des Finances. 

III. COMPTE DE MARTIN CAMBIER; du 
26 juillet 1629 au 31 mars 1630. 

Tailleur des fers: Gaspard Bruyoegom. 



I40 

Silveren Uggeli. 

Den voorscreven muntmeester heeft noch 
ten lesten laeten werckenendemjntenin vocw- 
screven sflveren legjjelt voor myne edelen 
heeren vatule JinantUn de quantiteyt van se- 
venen veertich marcken waer van geweest S3m 
inde busse vyif stucken bevonden a dff pen- 
ningen vier greynen ende elff tweendertichste 
deelen van een greyn ende over sulcx te schaers 
van een entwintich tweendertichste deelen opt 
marck dan alzoo den wardeyn der voorscreven 
munte verclaert heeft dat den voorscreven munt- 
meester tselve leggelt alleenlyck gerekent heeft 
volgens 't billet daer over g^even by den 
assayeur particulier der selver munte te weten 
aladvenant van elff penningen vier greynen fyns 
sil vers in alloy gelyck 'tselve gesien can wordden 
byde decharge oft quietantie daer over gegeven 
by den raedt ende rentmeester general van 
Oncle, compt hier daer voer .... Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n°. 17918. 

I^ Heul jeton frappe i Anvers, en 1630, décrit par Dugnioixe, 
t\\\\ piiiHHC convcnir en roccurrence porte Ie no. 3853 (Exemplaire d'ar- 
j/ctit, i;K CosTKR no, 426, pds. — 4.90). i) D'après van Orden, t I, 
wt. f f95, il existerait une variété de cette pièce portant, au revers, 
rinncription: (;KCT : DV BVRAV DES FINAXCES. Le jeton du 
iMircnti den Kinances pour 1'année 1629 sort de l'atelier de Bruxelles. 

I) ('ollcction l>K WiTTK. 



u*.:^.: 



IV. COMPTE DE MARTIN CAMBIER; 
du i^r septembre 1Ó31 au 31 mai 1632. 

Tailleur des fers: Gaspard Bruydegum. 



Silveren leggelt. 

Noch hebben finalyck de voorschreven munt- 
meester laeten wercken ende munten in voor- 
schreven silveren leggelt voor myne heeren 
vanden financiën de quantiteyt van eenenvyff- 
tich mareken de welcke bevonden syn by den 
assayeur general te schaers in alloy van een 
greyn ende XI sesthienste deelen van een greyn 
zynde 'tzelve buyten de remedien dry sesthien- 
ste deelen van een greyn dwelck gedobbleert 
achtervolgende d'inhouden vande instructie 
compt dat den niuntineester moet belast wor- 
den van een greyn ende seven achste deelen 
op d'marcq bedraegende overde voorschreven 
quantiteyt te schaers van dry penningen dry- 
entwintich greynen ende een halff ende a l'ad- 
venant van dryentwintich giilden ende seven 
stuyvers d'marcq compt daer voren de somma 
vaii .... VII gul. XIIII st. XLI myten. 
Archives générales du royj.ume de 
Belgique, Chambre des Comp- 
tes, registre n", 17920. 



Le jeton du bureau des Fioa 
I il Bnixelles, (Dcgniolle nc 38; 



de 1631 est [rappé 
lus pas de jeton 



142 



anversois, déja publié, marqué de la date 1632, pouvant se rapporter 
a la fabricatioii de Martin Cambier. D'après les comptes on aurait aussi 
frappe des jetons pour les Fmances, a Bruxelles, cette même aiinée 1632. 

V. COMPTE DE GHIJSBRECHT CLE 
NAERTS; du i^^ mars au 31 décembre 1639. 

Tailleur des fers: Jacques Caluwaert. 

Silveren leggelt. 

Ten lesten heeft den voorscreven muntmees- 
ter laeten wercken ende munten in voorscreven 
silveren leggelt voor particulier steden die 
quantiteyt van negentich marck twee oneen 
sesthien engelschen waer van in de busse syn 
geweest thien stucken ende bevonden by den 
assayeur generael te goet in alloy ende over 
sulcx Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n°. 17932. 

Nous laissons a de plus versés que nous en la science jetonienne, 
Ie soin de rechercher quelles sont les villes qui firent frapper des je- 
tons d'argent, a Anvers, en 1'an 1639. 

VI. COMPTE DE GHIJSBRECHT CLE- 
NAERTS, du i^r janvier au 30 juin 1640. 

Tailleur des fers: Jacques Caluwaert. 

Silveren leggelt. 
Ten lesten heeft den voorscreven muntmees- 



143 

ter laeten wercken ende munten inde voor- 
screven silvere leggelt voor particulier per- 
soorten de quantiteyt van dry marck een once 
vyff ingelschen waer van inde busse is geweest 
een stuck ende is bevonden te goet in alloy 
ende over buIcx Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comptes, 
registre n". i7933- 

Ici encore, les jctons frappéa pour des parlitiiliers sont li re- 



VIL COMPTE DE GHIJSBRECHT CLE- 
NAERTS; du i^'' juïllet 1640 au 6 april 1641. 

Tailleur des fers: Jacques Calüwaart. 

Silvere ende copere leggelt. 

Ten lesten heeft den voorscreven miintmees- 
ter laeten wercken ende munten in voorscreven 
leggelt voor myne heeren van de finantien 
waer van XLV marcq silvere ende copere V"^ 
raareken ende inde busse seven stucken be- 
vonden te goet in alloy oversulkcx. . Nyet. 
Archives générales dn royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n", 1 7934. 

I) s'ai,dt éviderament des jetons |DE CosTER n". 446, DuuniOllE 
n"' 3959 60) frappés 3. Anvers en 1641, a l'effigie de Pbilippc IV, 



144 



].cirtant, au rcïtrs, l'éwu dn «» «lalÉ£endeGECT ■ DV - BVREAV 
DES FINANCES qu GECTZ POUR LE BVREAV DKS FTNA. 
l.'cxemplaire d'argcnt père 5 gr. So l), celui de cuivre 4. gr. 70 2), 
il en a donc été fabriqué environ 1900 des premiers et 26.000 des setonds. 

Vm. COMPTE DE GASPARD ANTHEU- 
NIS; du 13 novembre 1646311 i5octobre 1647. 
Tailleur des fers: Jacques Caluwaert. H 

Silvere leggelt. 
Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten werken in voorscreven silvere leg-gelt 
soo voor de stadl Gketidt als Mechelen, hou- 
dende XI penningen V greyn fyn silvers int 
alloy ter remedie van een greyn ende een halff 
opt marcq de quantiteyt van twelff marcq ses 
oneen twee engelschen ende syn geweest inde 
busse twee stucken waer van essaye gemaeckt 
by den assayeur general syn bevonden te hou- 
den int alloy XI penningen VI greyn ende een 
quart soo te goet hier voor .... Nyet. 
Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17937. 

Ces jetons pour les villes de Gand et de Maltnes sont restés ia- 
coimus a VAW Loon, van Orden, Dugniolle et Dirks. H ne s'en 
rencontre pas non plus daiis Ie catalogue de Coster. Poiir Malines 
voyez, cependant, Ie compte n". XV. 

IX. COMPTE DE GASPARD ANTHEU- 
NIS; du 16 juillet 1650 au rg mai 1651. 

1) CoLlection Vandes Broeck. 

2) Collection DB WlTTB. 



Tailleur des fers: Michkl van Tihelt. 

Silver leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeester 
laeCen wercken ende munten int voorschreven 
leggelt voor heeren vati fmantie ende eenige 
steden de quantïteyt van sestich marck seven 
oneen het welcke bevonden is by den voor- 
schreven assayeur generaal te houden elff pen- 
ningen vyff greyn ergo te goet ende alsoo 
hier voor Nyet. 

Copere leggelt. 

Item heeft den voorschreven muntmeester 
noch laeten wercken ende munten voor syne 
ma'* Rekencaemer in Brabant hondert negentïch 
marck copere leggelt ende alhier voor , . Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique.Chambre desComptes. 
tes. Acquits n°. 3581, 

Le jeton du bureau des Finances, pour l'année 1651, est décrit 
sous le no. 4041 dans DüGNiOLLB, qui n'indique pas s'il porte une 
marque d'atelier. Il est a noter, qu'en celte onnée, il fut frappe de 

ces pièces a BmxelleSj le jetou d'Anïers pounait dtmc étre de 1650. 

Nous n'avons pas retroavé le jeton pouc la cbimbre des Comptes. 

X. COMPTE DE GASPARD ANTHEU- 
NIS; du 23 mai 1651 au 27 février 1652. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt, 



146 



Silvere leggelt. 



Noch heeft den voorschreven muntmeester 
laeten wercken ende munten silvere leg'gelt 
voor myne Eed, heeren van Financien de 
quantiteyt van seventhien mareken vyff oneen 
thien engelsen ende syn bevonden byden voor- 
schreven assayeur generael te goet in alloy 
ergo hier voor Nyet. 

Copere leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeester 
laeten wercken ende munten copere leggelt 
voorde heeren van syne ma^^ recken camer 
in Brabant de quantiteyt van ses hondert der 
thien marck ende hier voor .... Nyet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, acquils n°. 3581. 

XI. COMPTE DE GASPARD ANTHEU- 

NIS; du 2 janvier au 18 novembre 1653. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt. 

Silvere leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeester 
laeten wercken ende munten silvere leggelt voor 
myne Eed. heeren vande finantie7t die quantiteyt 
van twintich marcq een once waer van syn in 



J47 

de busse geweest twee penningen, welcke voor- 
schreven twee penningen syn bevonden byden 
assayeur generaal opden behoorlycken voet 
ende alsoo hier voor . Nyet. 

Cofiere leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeester 

laeten wercken ende munten copere leggelt 

voor de voorschreven heeren vande fmantie 

die quantiteyt van sea hondert dertich niarcq 

ende hier voor van gelycken .... Nyet. 

Archives générales du royaume de 

Belgique. Chambre des Comp- 

tes, acquïts n°. 3581. 

DuGNloLLE doniiE un seul jeton a la main d'Anvers pour Taonée 
1653, ü'est celui (no. 4050) qiti fait allusion i la prise de Dunkerke 
et de Barcelone \Catalogue de Coster, n". 472, van Loon, T. II, 
édit. hoU. p, 370; Édit. franf. p, 357}. L'eïemplaire d'argent a ce 
type, du cabinet de l'État beige, pÉse; J gr. 90; celui de cuivie; 
6 gr. 30. D en aurait donc été émis seulement S30 des premiers et 
24.450 des seconds. 

XII. COMPTE DK GASPARD ANTHEU- 

NIS ; du 4 janvier 1655 au 4 mars 1656. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt. 



Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in silvere leggelt 
voor de heeren van syne Ma^ domaine ende 
Jinaniien dry marcq seven oneen thien engel- 
schen houdende in alloy elff penningen V grains 



waervan inde busse is geweest eenen pennin- 
gen Memorie. 

Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in copere leggelt 
voor deselve Eerw. heeren van de jinaniie 
ses hondert eenentachentich marcq vier on- 
een Memorie. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chanibre des Comp- 
tes, acquits n". 3581. 

Peiil-étre faul-il retrouvCT ce jcton dans celui qui est décril par 
Du(;niolli!, sous te nu. 40S6. (van Loon, T. n, édit. hi>ll, p. 409, 
idÏL fnnf. p. 397, Catalegue de Costee •a°. 478). Celte piêcc est au 
lype Ie plas ordinaire des jetons poor les Finances: lêre du roi, au 
droit; feu couronné, au revers. Un e^mpkire d'argenl pèüe 6 gr. 30, 
un eïemplaire de cuivre 6 gr. 2a (Cabinet de PÊlat beige). 

XIII. COMPTE DE JEAN ANTHEUNIS; 
du 5 décembre 1656 au 14 novembre 1657. 

Tailleur des fers: Michel van Thiei.t. 

Silvere leggelt. 

Noch heeit den voorschreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in silvere leggelt 
voor myne Eerw. heeren vande Jinantie de 
quantiteyt van VII marcq VII oneen XV en- 
gelschen waer van inde busse syn geweest II 
penningen de welcke by den assayeur generael 
syu bevonden te houden in alloy XI penningen 
VI ^ grain, ergo alhier Nihil, 



Copere leggelt. 

Item noch heeft den voorschreven niuntmees- 
tere laeten wercken ende munten in copere 
legg"elt voor myne Eeriv, heeren vande finan~ 
tien de quantiteyt van 668 marcq, de seive 

alhier par Memorie. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, acquits n". 3582. 

DUGNIOLLE ne donne iincun jeton frappe a Anveis en i657,excepté 
celni de la délivrance de Valenciennes (uo-. 410S et 4109). 

XIV. COMPTE DE GEORGES DE BRUYN ; 
du 15 novembre 1657 au 31 décembre 1658. 

Tailleur des fers : Michel van Thielt. 



Silvere leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in silvere leggelt 
voor de Raedt van Mechelen de quantiteyt 
van een marcq twee oneen XVIII engelschen 
ende midts tselve door den assayeur generael 
is bevonden te houden in alloy elff penningen 
ses grains, compt alhier Nyet, 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, acquits n". 3582. 



XV. COMPTE DE GEORGES DE BRUYN; 

du 4 janvier 1659311 1 1 octobredelamêmeannée. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt. 

Silvere leggelt^ 
Noch heeft den voorschreven muntmeester 
laeten wercken ende munten silveren leggelt 
voor den heyligen Geest van Mechelen, de quan- 
titeyt van een marcq ses oneen ende ïs bevon- 
den byden assayeur generael te houden elff 
penningen ses greyn ende een achste, ende 
alsoo bevonden te goet compt hier voor , . Nyet. 
Archives générales du royaiime de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, acquits n". 3582. 

n B'agit ici de 1'une des nombreuses viiriétés dn jelon for|^ i. la 
suite de la Fondation malinoise du mnltre ès-arts Jeaii va.n Hemel- 
rycs (Catalogui öK Costeb, »<>«, ii i zo). Par nn testament, recu Ie 
6 mai I4!)l, ee personnage légua sa maison aux tables du Siinl-Esprit 
des églises de Sainl-Pierre, de Sainl-Jean et de Sihite-Catherine. Ces 
piéces ont été émises è diverses reprises depuis la fandation dejean, 
les demiêres sont du XVIRs siècle. D'aprés M. V, HERMANS, ces 
jetoDs se distribuajeut, cbaque ^aée, au mois d'ooüt, après la meütte 
du St. Esprit, aiix magistrals et 3. d'autres dignitaires. i) 

XVI. COMPTE DE GEORGES DE BRUYN ; 

du 7 novembre 1659 au g octobre 16Ó0. 

Tailleur des fers: Michül van Thielt. 



I) Ita/eHldire dei 
Peut-étre est-ce 
mmpte no. XIV. 



•rrüi/ii dt la vilU dl Malinis, T. VUL 
des piècea de niême nature que se rapporti 



Silvere leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeeBter 
laeten wercken ende munten in silvere leggelt 
voor sy?te Ma^^ Jinancie ende de stadt van 
Cortrick de quantiteyt van eenenveertich 
marcq ses oneen sesthien engelsen waer van 
syn inde busse geweest vyff penningen ende 
midts de selve syn bevonden geweest by den 
assayeur generael op den gewoonelycken voet, 
compt alhier voor Nyet. 

Copere leggelt. 

Noch heeft den voorschreven muntmeester lae- 
ten wercken ende munten in copere leggelt voor 
syne Ma'^ Jinancie de quantiteyt van ses hondert 
tweenegentich marcq ende alhier voor . Niet. 
Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, acquits n'. 3582. 

C'est par errear que Ie compte porie „ende stadt van Cortrick" il 
s'ogit, en réa.Uté, de la chdlellenie. En efTet, mentiondecejeton estfaite 
au compte 1660^ — i56z de la chJtellenie de Courtrai, comme ayant 
été foumi par Gkorces de Britvn, en juin 1660, pour les commis- 
saires de sa Majesté et les ma^stFa.ts du college de la cli]lteneme. Le 
nialtre de In Monnaie d'Anvers recut pour cette fabricatiou 74 livres 



„Den reudan l Urynght 
pont XVn sch. VIII gr. 



i de 5, 



itlch 



silvercn leghpennynghen 



over gbelycke aomme by hem betaelt aen 
! van Aelst, pver de leverynghe yau de 
ly hem ghedaen iu Jvmy 1660 orame ghe- 

'üque, T. XLV, p. 565. 



.- . «.-J 



y * '. 



• • 



^^ " " -^ ' . 



/" 



/^■,-; 



4^ /^.^ 



' . # 



/ /■■ 



A/ / 



»'V^ * * ' • 



f t 



/ 



. . .' ^ .. 



/ / ' «' 



X, . 



// 



' ' ', :i 



IS3 

Le seul jetnn riécrit par Dugniollk comme ayant été frappe i An- 
vers, en 1661, esi celui reproduit par van Loon, t. Il, édiL hoU. p. 
496; édit. fraiif. p. 476. Nous ne connüssons pas le jeton des tré- 
soriers de k rille d'Aiivers pour les annêes 1660 et 1661. Le cata- 
It^^e Tekhrugcen en tile nn pour 1662. (Dut 



XVIII. COMPTE DE GEORGES DE 
BRUYN ; du 9 avrü 1661 au 14 janvier 1662. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt. 



voorden Heyligen Geest der 
stadt van Mechelen. 

Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in voorscreven 
leggelt de quantïteyt van een marcq vyff on- 
een derthien engelschen, het welck bevonden 
is by den assayeiir generael elff penningen 
vyff ende een lialf greyn ende alsoo inde ge- 
woonlycke remedie, ergo hier voor . , Niet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17940. 

11 s'agit, eette fois encore, d'une livraison de jetons pour latoniU- 
ise de Jean vau Hemelrycï. Un jeton au Saint Esprit de 
ition, que sa gravure classe au XVIIe siècle, pèse 6 gr. za 
r la conibieii peu il en était fabriqué a la fois. 

XIX. COMPTE DE GEORGES DE BRUYN ; 

du 26 avril 1662 au 19 janvier 1664. 

Tailleur des fers: Miciikl van Tiiiklt 



1 



154 

Silvere Uggelt voor myn Ed, Jueren van syru 
Ma*^ finantie ende differente plaetsen. 

Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in het voorscre- 
ven leggelt die quantiteyt van hondert negen- 
thien marcquen v\4T oneen twelff engelschen 
waer van syn inde busse geweest derthien 
penningen de welcke syn bevonden by den 
assayeur generael tot elff penningen ses grain 
ende dyen volgens op den voet geordonneert 
ende alsoo hier voor Xiet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n**. 17942. 

Le jeton dn borean des Finances pour Fannée 1663 est frappe a 
Brnxelles (Dugntolle no. 4192). 

Parmi les jetons compris sous la désignation „ende differente 
plaetsen" viennent se ranger les jetons livrés par Georges de Bruyn 
a la chdtellenie de Conrtrai en 1662. i) D re^ut ponr cette fonmiture 
77 livres 9 sons 13 gros. 

XX. COMPTE DE GEORGES DE BRU YX ; 
du 21 janvier au 7 mai 1664. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt. 

Silvere leggelt voor particuliere persofUfi. 

Xoch heeft den voorscreven muntmeester 



IJ Rrznu helj^i di Numismatiqiu^ T. XLV. p. 565. 



'SS 

laeten wercken ende munten in het voorscre- 
ven leggelt de quantiteyt van tweendertich 
marcq twee oneen twelff engelschen waer 
van syn inde busse geweest vier pennin- 
gen de wekke syn bevonden door den as- 
sayeur generael op den voet geordonneert al- 
dus hier Niet. 

Copere leggelt voor de Selve. 

Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in copere leggelt 
voor particuliere de quantiteyt van hondert 
vieren vyftich marcq een once thien engelschen 

daer voeren alhier Niet. 

Archives générales du royaume de 
Belgique. Chambre des Comp- 
tes, registre n". 17943. 

XXI. COMPTE DE GEORGES DE BRU YN, 

du 8 mai 1664 au 28 janvier 1666. 

Tailleur des fers: Michel van Thielt. 

Silvere leggelt voor m-yne Edl. heeren van 
syne Ma'' Jinantie ende andere plaetsen. 

Noch heeft den voorscreven muntmeester 
laeten wercken ende munten in het voorscre- 
ven leggelt de quantiteyt van sessen vyftich 
marcq veerthien engelschen waer van syn in 



De Alkmaarsche Vroedschapspenning. 
II. 

(Vervolg van Jaargang 3, blz. 61-) 



Buiten en behalve het door dr. P. Schel- 
TEMA in zijn Inventaris van het archief der 
gemeente Alkmaar aangewezene, vonden wij 
ten stadhuize nog een aantal stukken betref- 
fende bovengenoemd onderwerp i), waaruit wij 
nadere bijzonderheden aangaande het reeds 
medegedeelde en bovendien veel nieuwe leer- 
den kennen. 

Voor de 50 gouden penningen, tot het doen 
maken waarvan burgemeesteren in December 
1 70Ó gemachtigd werden, leverde Anthony 
Grill den 21 dier maand 35 ons 43/4 en- 
gels fijn goud è y 47 : 15, zijnde f 1682 ; 12. 
Jacohus van DiSHOECKE gaf den volgenden 
dag bewijs af voor 2 ontvangen stukjes goud, 



i) Dit geval si 
ge<!mkt in 1869 



at lang niet alleen ; bovendien beva.t de Imicniarii, 
menige onjuistheid en geheel verkeerde om-schrij- 



IS» 



tot het slaan dezer penning-en, en den 29 zond 
hij er 42 af, wegende 29 ons 6'!,'4 engels, de 
stempels nog houdende voor het geval dat er 
meer benoodigd waren. 

Bij de overeenkomst met Martinus Smelt- 
ziNG, in December 1712 tot het maken van 4 
stempels (een der oude lag aan stukken) en 
van minstens 1000 penningen, werd bedongen, 
dat met den minsten stempel 50 penningen „tot 
een proef van derselver valeur" zouden worden 
gemaakt of geplet, dat het eerste 12 of I5tal 
penningen aan burgemeesteren gezonden en 
niet dan na hunne goedkeuring voortgegaan 
zou worden. Burgemeesteren zouden het zil- 
ver leveren, en Smeltzing genieten voor de 
stempels f 400 en voor het slaan 2 stuivers 
per stuk, ook later bij bestelling op zijn risico 
(voor den duur der stempels) tot 4200 stuks 
toe. Het oordeel over de goede afwerking der 
stempels en de beslissing over geschillen werd 
overgelaten aan den kunstschilder Karel de 
Moor. 

Den 15 September 1735 werd geaccordeerd 
met NiCQLAAS van Swinderen, wonende in de 
Raamstraat te 's Gravenhage, over het maken 
van 2 stempels van zoodanïgen aard, dat zij 
in staat zouden zijn de van tijd tot tijd te 
bestellen penningen er mede te slaan tot een 
getal van 4000 zilveren en 100 gouden, Wat proef 



'59 



enz. betreft, werden de voorwaarden van 1712 

herhaald, en de Mook zou wederom beoordee- 
laar en beshsser van geschillen zijn. Van Swin- 
DEREN nam aan het goud te leveren voor/" 50, 
het zilver voor 3 : 5 per ons fijn, voor de 
stempels genieten f 200 en voor het slaan 8 
stuivers per penning, alles ongeveer gelijk hij 
van Haarlem bekomen had. Den 22 Octo- 
ber 1736 had hij met het leveren van 106 
gouden en 2760 zilveren penningen aan zijne 
opdracht voldaan en beliep zijne rekening: 
voor de stempels f 200, aan goud f 3231 : 5, 
aan zilver f 2846; 16:8, voor het slaan der 
gouden _ƒ 2 1 2 en der zilveren f 904, te za- 
men f 7194 : i : 8. 

In 1772 kwam men overeen met Pieter 
BuYSKES, muntmeester te Medemblik, voor het 
leveren van 600 zilveren penningen, elk waar- 
dig/"] 14, en 13 gouden, elk waardig ƒ" 25 : 6, 
tegen een muntloon van 5 stuivers per zilve- 
ren en van f 2 per gouden penning, Den 
18 Mei verzond hij 500 zilveren penningen, 
hopende dat de overige in Juni gereed zouden 
zijn, dewijl de eene stempel gebroken was en 
hij daarin zou moeten voorzien. Maar het ge- 
zondene beviel zoo slecht, dat burge meesteren 
hem den 26 verzochten niet voorttegaan en 
de stempels terug met de rekening te zen- 
den. BüY^iKEs, vreezende dat de zaak tot veel 



i6o 

ünaangenaamheden en nadeel van hem zou 
strekken, verzocht den 2 Juni de penningen 
terug te sturen en het gebeurde, dat niet met 
zijne affaires overeenkwam, maar uit liefheb- 
berij ondernomen was, als niet geschied te 
beschouwen, maar den stempelsnijder Wei- 
MANS een klein douceur toe te kennen, terwijl 
hij den nieuwen stempel terughield ter dispo- 
sitie van burgemeesteren. Deze zonden, den 
8 Juli, met de onvoldoende penningen, 4 du- 
caten voor Welmans, waarmede hij, blijkens 
schrijven van Buyskes van den 27, niet zeer 
content scheen te zijn. 

Reeds den 30 Juni hadden burge meesteren 
zich gewend tot Joan George Holtzüev i), 
muntmeester en medailleur te Utrecht, over 
het siaan van gouden en zilveren penningen, 
wat de laatsten betreft nu ter waarde van 
y I : 2, zijnde 71,2 engels. De stempel met de 
burg was gebarsten, en het breken van een 
stempel onder het munten moest voor reke- 
ning van den maker blijven. Hij antwoordde 
den 3 Juli, wel tot het werk genegen te zijn 
en den stempel tegen y 60 te zullen vervaar- 
digen; het ducatengoiid, fijne ^'s lunenburger- 



I) Het zegellak van Holi'ZHeV's brieven toont op een gehelmd, 
rood geblasontleerd sdiiUl een gekleed man, tot de knieën, in de 
rechterhand een gestenyde bloem en in de linkereen kmia dragende i 
dit bepld wordt herhaald als lielmtceken. 



i6i 



munt, zou op f 56 het ons, het zilver op 50 
stuivers per lood komen. Burgemeesteren schre- 
ven den 1 1 , dat zij tegen de _/" 60 voor den 
stempel geen bezwaar, maar geen antwoord 
bekomen hadden ten aanzien van het arbeids- 
loon ; tegen de aangegeven waarde voor de 
penningen was het goud steeds tot f 50 en 
het zilver tot / i'- S per ons berekend ; men 
was niet gewoon alle jaren, maar om de 3 of 
4 jaren 500 k 600 zilveren en gouden naar 
proportie te doen slaan en de stempels steeds 
terug te ontvangen, Holtzhev berichtte daarop 
den 15, dat hij, evenmin als voorheen zijn vader, 
gewend was bij het stuk te leveren, maar naar 
zijne berekening zou het maakloon voor de 
gouden op y^ I : 2, voor de zilveren op 13 
stuivers komen. Hij zou de stempels gaarne 
terugzenden, om van de zorg ervoor ontslagen 
te zijn ; maar werden ze tusschentijds door 
anderen gebruikt, dan kon hij niet voor 
het onderhoud instaan. Men antwoordde 
hem den 21, dat het muntloon vroeger 8 stui- 
vers voor de zilveren geweest was, en vroeg 
dus of hij daarop wilde ingaan. Over de gou- 
den is men het dus eens, schreef hij den 24, 
maar wat de zilveren betrof was het verschil 
te groot; wilde men best werk hebben en 
keerde het om de 3 of 4 jaren terug, dan zou 
hij zich met 10 stuivers vergenoegen en in 



I62 



September g'ereed kunnen zijn. Men nam daar 
vrede mede en droeg hem den 2 Auyustiis 
de vervaardiging van 13 gouden en 600 zil- 
veren op. 

Het bestelde liet zich in September en nog 
veel langer wachten. Holtzhey meldde den 
17 November, dat hij den 11 October door 
eene verdooving van levensgeesten en ver- 
zwakking van lichaamskrachten getroffen en 
nog zwak van hoofd en gezicht was, maar 
zijn werk hervat had en binnen weinige dagen 
niet den stempel gereed dacht te komen. Toen 
den 8 December aangedrongen was om vóór 
den 20 bij provisie 300 stuks te zenden, ant- 
woordde hij den volgenden dag, daaraan spoe- 
dig gevolg te zullen geven; zijne oogen waren 
nog niet zoo hersteld als hij wenschte, en hij 
was in zorg geweest voor den ouden stempel 
met Alcmaria victrix, maar had tot zijn 
genoegen gezien, dat die het uit zou houden. 
Den 17 zond hij 17 gouden en 300 zilveren 
penningen, er bijvoegende „onbegrijpelijk wat 
mij al in den weg komt de volle leverantie te 
doen"; maar reeds den 18 volgden de ontbre- 
kenden. Hij schreef toen, .sedert bijna 6 jaren 
gesukkeld te hebben, „edog sedert de laatste 
stoot, en het attrapeeren van een Doctor hier 
dewelke raad wist, en appliceerde, ben ik on- 
der Gods zegen volkomen hersteld." Met veel 



'63 



moeite was de oude stempel nog bruikbaar 
gebleven, maar voor eene volgende leverantie 
zou een nieuwe gemaakt dienen te worden. 
Hij bemerkte 4 gouden penningen te veel ge- 
zonden te hebben en verzocht die terug. Den 
23 werd hem de rekening gevraagd en be- 
richt, dat de penningen zeer naar genoegen 
waren, „dog eenige sijn van gedagten dat de 
leeuwen wat duyster voorkomen, dog in de 
goude voldoen sy beter." Bij de rekening 
schreef Holtzhey den 5 Januari, dat hij den 
stempel gaarne wat uitvoeriger gemaakt had, 
maar het moest voor deze reis passeeren, ver- 
mits hem de zwakheid der oogen nog eenigen 
tijd bijgebleven was en de zaak geen langer 
uitstel duldde. Hij was circa 8 jaren (d. i. 2 
meer dan hij den 18 December gemeld had) 
„door eene pijnlijke indispositie geïncomodeerd" 
geweest. Den 17 werd/" 1522:2 afgezonden 
aan zijn kantoor van negotie te Amsterdam, 
aan de Kalverstraat bij de Osjessluis, waar 
zijn naam aan de deur stond; zijnde f 60 
voor den stempel, f 437 : 10 voor 17 gouden 
en f 705 : 18 voor 600 zilveren penningen, 
y 18 : 14 en f 300 voor het schroeven van 
beide soorten. 

In 1778 werd wederom aan Holtziiev de 
vervaardiging van 600 penningen opgedragen, 
en, toen hij den 5 September 300 gezonden 



i64 



had (voor zilver f 366 : 8, voor het schroeven 
f 150) hem in bedenking gegeven niet voort 
te gaan, maar alvorens een nieuwen stempel te 
snijden. Maar hij had er toen al weder 200 
gereed, en bracht het werk met voorzichtig- 
heid ten einde. Bij de afzending daarvan den 
6 October schreef hij: „krakende wagens du- 
ren het langst"; maar den 26, de voldoening 
zijner tweede rekening berichtende, liet hij 
ich hooren : „edog de eene alwaar Alcma- 
victrix op staat aan deselve is geen 
eer te behalen, ook zo drukt dezelve zo bol 
rond, dat de Medailles veel gelijkenis zullen 
hebben met een schippers broeksknoop." 

Toen aan het raadsbesluit van 29 Augus- 
tus 1 784 uitvoering gegeven werd en Holtzhey 
— alsnu wonende te Amsterdam op het Singel 
over de oude luthersche kerk — nogmaals 
300 penningen moest verschaffen, meldde hij 
in September, te zullen beproeven of het zon- 
der nieuwen stempel kon geschieden, daar het 
den vorigen keer al zorgelijk was. Dat die proef 
niet zou slagen was na het bovenvermelde te 
wachten, en Holtzhey sneed dus een nieuwen 
stempel en daarna nog een, wijl de eerste on- 
der het werk sprong. Zijne rekening van 6 
November bedroeg, behalve f do voor den 
stempel en/" 150 voor het slaan,/ 395 : 10 voor 
het zilver, dus meer dan te voren- De pen- 



■fis 

ningen waren iets zwaarder, schreefhij, „door- 
dat de platen aangelegd om op de oude stem- 
pels te schroeven, voorheen in de bewerking 
meer verloren hebben door het ongelijk druk- 
ken der penningen, en opzetten telkens van 
de rand, die dan weggenomen moest worden 
hetgeen bij dezen nieuwen stempel niet 200 
behoefde," 



Gaan wij na in hoever aan de verschillende 
bestellingen gevolg is gegeven, dan blijkt ons. 
dat in een tijdsverloop van weinig meer dan 
90 jaren, voor Alkmaar zijn geslagen 277 
gouden en 9263 zilveren vroedschapspennin- 
gen, zoodat ze, al zijn er velen ter smeltkroes 
gegaan, vooreerst nog wel niet zeldzaam zul- 
len worden. 

Nevens de vroeger vermelde verscheiden- 
heden kan nog genoemd worden die, waaraan 
de hoed op het voorvlak van het altaar ont- 
breekt. 

C. W. Bruinvis. 



Twee gouden-bruiloftspenningen van de familie 
de Jong van Beek en Donk. 



Metalen getuigen voor genealogiën zijn de 
penningen, geslagen, gegraveerd of ingevuld 
bij gelegenheid van geboorte, huwelijk, 12'is-, 
25-, 40- of sqjarige echtvereeniging. 

Van de bmiloftspenningen is denkelijk de 
oudste de penning op het huwelijk van Mar- 

GAKETHA VAN OOSTENRIJK en PhILIBKRTUS DEN 

ScHOONE, Hertog van Savoye, berustende in 
het penningkabinet van de Kon. bibliotheek 
te Brussel. 

Het geslacht van Loon heeft de grootste 
serie van bruiloftspenningen, i) 

De twee grootste penningen zijn op brui- 



1) En wel; z8 Oct. i6ïi. MaartenRuijckhaveks eiiAnjD vanderLaan. 
27 Mei 1647. Hans VAN Loon en Janna Rdijckha VERS. 
;S Feil. 1659. CoHNEUsCiKAswiNKELenMARiA van derDusse. 

26 Mei 1674. NlCOl.AAS VANLoOfienEMMERENTlA VANVEEN. 

21 Dec. 1694. HuGD Graswinkel en A. Halters. 
21 N0V.1706. Adhiaan van Loon en Cormelia Hunthum. 
i4Dec. 1722. PfETER VANLooNeii Agneta Graswinkel. 
1 Nov.ijzü. Aarnouii V[nk cii Anna Nieuw pookt. 



loften in de familie van Citikks ïk vervaar- 
digd door M. HuLTZHEV. 

De Noordbrabantsche familie dk Jonc; van 
Beek en Donk heeft twee orouden bruilofts- 
penningen. 

Nr. I. 1764. Kj. De wapenschilden van het 
echtpaar met eene kroon gedekt. 

De Jong : In goud, een van ter zijde gezien 
manshoofd van lazuur. 

Josselin: In keel, een droogscheerdersschaar 
waarboven eene ster, alles van zilver. 

Daaronder in vier regels Al^REA RIDl^LNTl 
MANEAT, CONCORDIA VULTU, AUGES- 
CAT DOMUS SOBOLES/OPTATA PERl^N- 
NET. De gulden (= heerlijke) eendracht met 
lachend gelaat (met blijden lach op het gelaat) 
dure voort, moge het huis (geslacht) groeien (en) 
moge het begeerde nageslacht blijven (bestaan). 
Omschrift: * JOHANNA JUDITH JOS- 
SELIN 2) ET DOM = GERARD DE 



1) Willem van Cittkrs en Marlv Kikn, Oirks' Kepertor inm^ 
Dl. III, no. 632, middellijn 73 mM. 

Arnaud van Citters en Sara Jacoha Ockkrsk, AWv/** AV/^v, 
1878, blz. 123, pi. 10, middellijn 67 mM. 

2) JOHANNA JüDiTH JossELiN, gcl). tc 's llert()j;enl)üJ.Lh, 6 Oct. ifii)t> 
t te Vechel 18 Maart 1768, huwde te Schijndel «> Nov. 17 14. 

Gerard de Jonc;, lieer van Beek en Donk en van Kri!»M*UiiMJn, 
(zie a. DE Castillon, vermakelijkheden van /irahiinf, IM. IV, l»l. S^i 
i:^ezicht op Frisselstijn of Huis te l'et^ke/) errM-irciaris van l''.r|> en 
Vechel, Drossaart van Croy, Stiphout en Vlienlen, j^i'!». ii' Srliijnilul 
13 April 1685, t te Vechel 25 Sept. 177(1. 

Zie ook fi. Noordbrabantsche Almnnak lH»;i, lil. 51»! , Mk. P. DKjnNtK- 
LIN DE Jong „/A' Heerlijkheden Krp en Verhelp het Kasteel l*'rêes.\,'l\tei/n'' 



i6& 

JONG DYNASTA DE BEEK ET DONK. i) 

Kz. In het midden een altaar, aan beide 
zijden gedekt met een hoorn des overvloeds, 
en van voren met eene slang, die zich in den 
staart bijt, met het getal 50, daarboven tw^e 
ineengesloten handen, waarboven een omkranst 
hart, dat door het alziend oog bestraald wordt, 
in de afsnede: V. NOV MDCCLXIV. 

Omschrift: AUREUM HUNC AUREIS SA- 
CRAMUS NUPTIIS NUMMUM. 

(Dezen gouden penning wijden wij aan de 
gouden bruiloft.) 

Middellijn 42 mM. van den muntnieter Ste- 
PHANIK. 2) 

Volgens eene aanteekening van Dr Hkr- 
MANS had in 1839 het Raadslid te 's Herto- 
genbosch, Hendrik de Jong hem verklaard 
dat die penning vervaardigd zoude zijn door 
Tir. VAN Bebckel, en dat er geslagen waren 
6 gouden exemplaren voor de kinderen van 
het echtpaar, 100 zilveren exemplaren voorde 



1) Beek, heerlijkhekl met Donk, gehucht, de gemeente Beek en 
Dook, i'/j nur ten N. W. van Helmond, nitmakende; Beek werd 
met Stiphout en Aarle*RUtel den 15 November 1392 als eene heer- 
lijkheid nilgegeven en later weder ingelost, dncb is weder in 1643 
aan het adellijk geslacht van Lbefdaal als beerlijkheid verkocht. In 
de XVUie eeuw kwam rij bij verkoop aan het geslacht DE Jong, 
dat het nu nog bezit. 

2} Zie OttahgHs van Manten eu F&aatigen van ktl Pfovmciaal 
gtiicotschap ■aiiH Kiiiistcn IH it ctfHsrhafpen in Nnord-Brabant, bL 104, 



I«9 

verdere familieleden en de gasten en een 
groot aantal exemplaren in brons voor ge- 
schenken. 

N". 2. 1886. Vz. De door een lint samen- 
gebonden wapenschilden van het echtpaar met 
een Nederlandsche Ridderkroon gedekt. 

a, DE Jong: In goud, een van ter zijde ge- 
zien manshoofd van lazuur, i) 

b. VAN DLR CoLFF. In züver, drie in het 
schildhoofd faasgewijs geplaatste kolven van 
sinopel, vergezeld in het schildpiint van twee 
dooreengeschoven driehoeken van 

Daaronder in vier regels : AUREA RE- 
DENTI MANEAT/CONCORDIA VULTU/ 
AUGESCAT DOMUS SOBOLES/OPTATA 
PERENNET. 

Omschri/i: *JOHANNA ALBERTA VAN 
DER COLFF ET JH^ BENJAMIN DE JONG 
VAN BEEK ET DONK. 2) 



1) tSer ziet het hoofd naar links, evenals in het Wapenboek van 
Rietstap DL I, pi. 45 ; terwijl op den gouden penning, hiervoor be- 
schreven, het hoofd naar rechts ;iet. in het diploma van den josten 
Joni 1831 ïan Jonkheer Jöhan van Beek en Doak, lid derGedepu- 
teerde Staten van Noord-Brabant, is het wapen aldna beschreven r 

nEcn schild van goud, beladen met een hocfd van lazuur, Ier reg- 
„terzi)de gekeerd." 

2) JoHANNA Al.REBTA VAN DER CoT.FF, geboren te Woudrichem, 
19 Jan. 1817, + Ie Ginneken 22 Febr. rSgi, huwt te Woudrichem 
9 Maart 1836, Jonkheer BENJAMIN DE JoNC. VAN Beek en Donk, 
geb. tr. Vechel, 27 Febr. en gedoopt 31 Maart 1B05, f te Ginneken, 
II Juni 1890. flij trad in dienst bij het corps Ingenieurs, Mineurs en 
Sapeurs, werd 2de Luitenant 12 Maart 1825, in 1830 adjndart van den 

II 



Kz. Gelijk aan die hiervoren beschreven vatl 
G. DE Jong en J. J. Josselin. 

In de afsnede in twee regels : IX MART/ 
MDCGCLXXXVI. 

Middellijn 42 mM., muntmeter Stephanik. i) 

In mijne verzameling in brons. 

M. A. Snoeck. 



Generaal-Majoor der Genie, Jonkheer M. A. Snoeck, iste Luit. 20 
Maart 1831, Kapt. 2 Mei 1842, Majoor 28 Dec. 1859, gepensioneerd 
met den rang van Luitenant-Kolonel 31 Juli 1862. 

i) Zie Roest, Catalogtie du Cabinet numismatique de la fondation 
Teijler a Harlem^ page 149. 



Extract Genealogie de Jong van Beek en Donk. 

GijsBERTUs DE JoNG, Erfsecrctaris van Schijn- 
del, Son en Breugel, Notaris te Schijndel, geb. 
te Erp .... 1645, begraven te Schijndel, 17 Au- 
gustus 1743, huwt Aeltje van den Hout. 

Gerard de Jong, Heer van Beek en Donk, 
huwt JoHANNA JuDiTd JossELiN (zie Penning 
sub N". i). 

Benjamin de Jong, Heer van Beek en Donk, 
Erfsecretaris van Erp en Vechel, geb. te Vechel, 
3 Nov. 1726, I te Erp, 18 Mei i8o8, huwt te 
Hedikhuizen, 16 Nov. 1756, Anna de Jongh, 
geb. te Hedikhuizen, 8 Oct. 1735, f te Erp, 
30 Juli en begraven 3 Aug. 1765. 

Jonkheer Mr. Johan de Jong, Heer van Beek 
en Donk, Erfsecretaris van Erp en Vechel, Lid 
van het Departementaal Bestuur van Brabant, 
Lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Bra- 
bant, geb. te Erp, 4 Dec. 1 758, f te Beek en Donk, 
17 Nov. 1846, huwt te Enkhuizen, 23 Juli 1792, 
Petronella Cornelia Vaillant, geb. te Enk- 
huizen, 21 Mei 1773 t te 's Hertogen bosch, 
24 Juni 1841. 

Jonkheer Benjamin de Jong van Beek en 
Donk, huwt Johanna Alberta van der Colff 
(zie Penning N". 2). 



Penning op de verlegging van de 
uitmonding der IVIaas 



Nadat de wet van den 26^*^" Januari 1883 
Stbl. n". 4, tot verlegging van de iiitmonding der 
Maas naar den Amer was tot stand gekomen 
door de warme verdediging van den toenmaligen 
Minister van Waterstaat Jhr, G. J. G. Klerck, 
ondanks de felle bestrijding van sommige afge- 
vaardigden uit de Noordelijke gewesten, traden 
de leden der toenmalige Provinciale Watersnood- 
commissie in overleg met de leden van het Be- 
stuur van het Waterschap tot bevordering en 
verbetering van den waterstaatstoestand van 
het N. O. deel van Noord-Brabant, de leden van 
Gedeputeerde Staten in Noord-Brabant, en van 
het Gemeentebestuur van 's Hertogenbosch, 
om aan den algemeenen wensch der bevol- 
king te voldoen om der Regeering een bewijs 



173 

van belangstelling te geven met dit voor een 
groot deel van Noord-Brabant zoo heugelijke 
feit. 

Uit hun midden kwam den 3'^^" Februari 1S83 
een Commissie tot stand bestaande uit de 
heeren : 



Jhr. Jos. de la Courï, Lid van Gedeputeerde 
Staten, Voorzitter, 

Dr, A, van der Steen, Lid van Gedeputeerde 
Staten, 

F. J. PoMPE, Wethouder van 's Hertogenbosch, 

Mr. f. A. J. van Lanschot, Raadsheer in het 
Gerechtshof te 's Hertogenbosch, 

Mr. A. H. Sassen, President van het Water- 
schap N. O. Noord-Brabant, 

P. F. A. Sprengers, Lid der Provinciale Staten, 

JiiR. M. A. Snüeck, Penningmeester, 

A. Jansen, Secretaris, 
terwijl Jhr. Mr. P.J. Bosch van Drakp,stein, 

Commissaris des Konings in Noord-Brabant, 

welwillend het hem aangeboden Eere-Voorzit- 

terschap aanvaardde. 



Kort na haar optreden wendde deze Com- 
missie zich tot de verschillende Gemeentebe- 
sturen in Noord-Brabant met het verzoek om 
Sub-Commissies in het leven te roepen om 
haar ter bereiking van haar doel bij te staan, 



aao welk verzoek door 82 gemeenten voldaan 
werd, terwijl een bedrag van f 3425.515 werd 
samengebracht. 

Daarop werd besloten een gedenkpenning 
te doen slaan en daarvan exemplaren in goud, 
zilver en brons aan te bieden aan Z. M. den 
Koning en aan den Minister van Waterstaat 
Jhr. G. J. G. Klerck. 

Een internationale Wedstrijd werd uitgeschre- 
ven voor het ontwerpen van de voorzijde der 
medaille, terwijl op verzoek der Commissie, 
de heeren: 

J. A. Alberdingh Thijm, Hoogleeraar aan 's 
Rijks Academie van Beeldende Kunsten, 

Jhr. Mr. V. E. L. de Stuers, Referendaris aan 
het Departement van Binnenlandsche Za- 
ken, afd. Kunsten en Wetenschappen; 

en J. Th. Stracké, Directeur der Koninklijke 
school van nuttige en beeldende kunsten 
te 's Hertogenbosch, 



zich bereid verklaarden als lid der Jury op te 
treden. 

Veertien ontwerpen werden ingezonden om 
mee te dingen naar de beide prijzen {f200.— 
en / 100. — ). 

De eerste prijs werd eenparig toegekend aan 
het ontwerp dat later bleek vervaardigd te zijn 



175 

door den heer Luijwig Jungkr, academisch beeld- 
houwer te Amsterdam, leeraar aan de school 
voor kunstnijverheid aldaar, de tweede aan 
dat van den heer Roukrt Hakrikl, Professor 
aan de Könïgliche Kunstschule te Breslan. 

De vervaardiging van den penning werd 
opgedragen aan den heer F. Beates, graveur 
te Antwerpen. 

De penning heeft een middellijn van 75 mM., 
muntmeter Stephanik. 

De hoofdfiguur i) stelt den Wetgever voor op 
een troon gezeten die de rol der wet, waarop 
de woorden: 

WET VAN 

26 JANUARI 

1883 

Staatsblad n". 4 



aan de provincie N oord-B rabant, voorgesteld 
door eene vrouw in dankende houding, welke 
met een der armen het gewestelijk wapen 
omvat, overreikt. 

De beide kinderfiguren aan weerszijde van 
den wetgever, stellen de rivieren voor : de 
Waal (links) en de Maas (rechts) ; eerstge- 
noemde houdt in de hand een roeispaan door 
wijngaarden omgeven (een herinnering aan den 
Rijn), terwijl hij zijn blik vestigt op de Maas, 

I) Zie bk. 7. 



176 

dan welke door den wetgever een nieuwe 
richting wordt gewezen en die in heengaande 
houding met spade en houweel afgebeeld, ge- 
reed staat de handen aan het werk te slaan. 

Op de onderste trap L. JÜNGER INV. In 
de afsnede ter zijde van een maatstok en 
schietlood F. BAETES . FEC. — ANTVERP. 

Op de keerzijde in versierden rand: 

ra HET 

34"^ JAAR DER 

REGEERING VAN 

KONING WILLEM lil 

ONDER HET BESTUUR 

VAN DEN 
MINISTER VAN WATERSTAAT 

JONKHR G. J. G. KLERCK 

IS DE WET 

VAN 26 JANUARI 1883 

TOT VERLEGGING 

VAN DE 

UITMONDING DER MAAS 

TOT STAND 

GEKOMEN. 

De penning werd in goud zilver en brons 
aan Z. M. den Koning aangeboden. 

Door het overlijden van den minister Klerck 
(17 Januari 1884), die inmiddels was afgetreden 
voordat de aanbieding kon plaats hebben, wer- 



177 



den de voor Hem bestemde exemplaren in 
drie metalen gegeven aan zijn zoon Jhr. Mk. 
R. A. Klerck. 

In zilver werd de medaille nog gegeven aan 
de Ministers, ambtgenooten van Jhr. Klerck, 
tijdens de aanneming der wet. In zilver en 
brons aan den Commissaris des Konings in 
Noord-Brabant, aan de provincie Noord-Bra- 
bant, aan de stad 's Hertogenbosch, aan het 
genootschap voor Kunsten en Wetenschappen 
in Noord-Brabant. In zilver aan den Inspecteur 
van 's Rijks Waterstaat, den heer H. S. J. Rosé, 
aan den ingenieur C. F. M. H. Schneübelie 
en aan de leden der Jury, in brons aan een 
aantal musea en genootschappen zoo hier te 
lande als in België en aan de gemeenten 
wier inwoners bijdragen zonden, met een oor- 
konde in kleurendruk. (Zie de bijlage.) 

De matrijzen en de niet teruggehaalde ont- 
werpen werden aan het Provinciaal Genootschap 
ten geschenke gegeven. 

De penningen werden publiek verkrijgbaar 
gesteld, terwijl in het geheel 2 gouden, 38 
zilveren en 150 bronzen exemplaren geslagen 
werden. Bij elk exemplaar werd een beschrij- 
ving gevoegd, (ten getale van 200 gedrukt) 
in kleurendnik, waarin de handelingen der 
Commissie zijn opgenomen. 

Bij de exemplaren aan Jhr. Klerck aange- 



J/B 

boden, werd een album fjevoegd, vervaardigd ' 
naar de oude bindwerken der XVI''« en XVII"''^ 
eeuw, door de firma NEDEkVEEN & Co., te 
's Bosch, naar de teekenin^en van den heer 
L. C. Heezemans, architect te 's Bosch, waarin 
de namen der deelnemers voorkomen volgens 
de gemeenten waar ze wonen. — Photographiën 
van dezen album weiden ook publiek verkrijg- 
baar gesteld voor belangstellenden. 

W. S. 




OORKONDE. 



In het jaar MDCCCLXXXIII den zes 

en twintigsten dag der maand Januari ia de 
wet tot verlegging der uitmonding van de 
Maas naar den Amer tot stand gekomen. 

Ter herinnering aan dit voor Noord- 
Brabant zoo gewichtig feit, is een Gedenk- 
penning geslagen, die in drie metalen, goud, 
zilver en brons aan Zijne Majesteit den Koning 
der Nederlanden en aan Zijne Excellentie den 
Minister van Waterstaat Jonkh"" G. J. G. Klerck 
is aangeboden. 

De Gemeente 

wier inwoners tot het vervaardigen van dien 
Penning hebben bijgedragen, ontvangt ter 
eeuwige gedachtenis een afslag van dien Pen- 
ning in brons. 

's-HERTOGENBOSCH, 15 April 1884. 



Jhr. JOS. DE LA COURT, Vo^rüU 

Dr. A. VAN DER STEEN. 

F. J. POMPE. 

Mr. F. A. J. VAN LANSCHOT. 

Mr. A. H. SASSEN. 

P. F. A. SPRENGERS. 

Jhr. M, A. SNOECK. 

A. JANSEN, Seerilarh. 



Les trouvailles de monnaies de l'année 1894. 

{Suite de page 123,) 



E 8, A Tilbourg ont été trouvées dans Ie cours 
de l'année 1894 des monnaies, mais il paratt 
qu'on les a tout de suite fait passer la fron- 
tière. Tout ce que nous avons pu trouver est une 
courte notice dans la Revtie de Nwmismatique 
Beige 1894 p 547: que nous reproduisons id: 

„En juin dernier, plusieurs pièces d'or ont 
été trouvées ^ Tilbourg. Douze entre ellesfurent 
vendues ^ un antiquaïre d'Anvers: un noble de 
Jean sans Peur, comte de Flandre, cinq nobles 
è Ia rosé de Philippe Ie Bon (Flandre); cinq 
nobles Henricus (V ou VI) d'Angleterre, et un 
cavalier de Philippe Ie Bon comte de F"landre. 
Tout Ie restant de la trouvaille fut vendu è 
un bijoutier de la même ville qui fondit pres- 
que toutes les monnaies, mais conserva cepen- 
dant cinq nobles Henricus, trois saluts de 
Henri VI, l'un frappe ^ St. Lö (lis) l'autre è. 
Paris (couronne) et Ie troisième a Rouen (léo- 
pard) une pièce ^ la grande harpe (David 
jouant de la barpe) de Davïd de Bourgogne évê- 






que d'Utrecht et enfin un florin d'or frappe k 
Bonn de Thierry II de Meurs, archevêque de 
Cologne." 

19. Zundert: On trouva è, Zundert des dii- 
catons et des patag^ons du Brabant des années 
1619 jusqu'i 1656. 

20. Teteringen : A Teteringen on a trouvé 
dans Ie cours de l'année des monnaies dont la 
plus grande partie a été tout de suite fondue ; 
nous n'avons pu voir qu'une mediaonza de 
Philippe III et un demi-écu d'or de Henri IV 
rol de France de l'année 1603. 

Provmce de Zélande. 

21. Hulst: „Au mois d'aout dernier (c'était 
„en 1894) un habitant de la petite ville de 
„Hulst dans la Flandre Zélandaise trouva, en 
„restaurant l'étable, une petite cruche renfer- 
„mant 320 monnaies d'or". . . . „Sans doute 
„c'est pendant Ie siège de 1591 qu'on a enterré 
„ce petit trésor" i). 

Grace è-Tobligeance de l'expert J. Schulman 
nous pouvons donner une liste complete de 
cette trouvaille. Nous nous bornons de donner 



ailU dl Huhl (Ziiandt) OiU: 
<tn'tmhrf 1894 A Ani-iUrdtnii. 



ii2 



les numéros Ües catalogues : trouvaïlle de Hulst 
et trouvaille (£ Amersfoort, qui probablement 
sont dans les mains de toiis ceux qui s'intéres- 
sent è, cette trouvaille. 

Angleterre: 1489 — 1509 Henri VII Angelot. 
Hulst 248. 

Henri VII six angelots semblables aux mon- 

naies décrites dans Ie catalogue, „trouvaille 

£ Amersfoort" (Schulman) 40. 42. 45. 49. 

1509—1546 Henri VIII Angelot Hulst 249. 

,, ,, Crown „ 250. 

Quatre angelots semblables aux monnaies dé- 
crites dans ie catalogue „Amersfoort" 62. 64. 
66. 70. 

Aragon, Ferdinand et Isabelle, rois d'Espagne 
depiiis 1492. Doublé ducat. Hulst 251. 

Jeanne Ia Folie (1516) Doublé ducat. Hulst 252. 

Artois 1582. Philippe II Couronne d'or. De- 
wismes pi. VII. 99. Hulst 253. 

Batenbourg 1562. Guillaume de Bronkhorst 
Angelot, variété van der Chys X, 16, Hulst 254, 

Batenbourg 1573^1612. Herman Théodore 
Ducat. variété van der Chys XV. 4. Hulst 255, 

Batenbourg (1573 1612) Herman Théodore 
Ducat. variété van der Chys XV 5. Hulst 256. 

's Heerettberg (1577 — 1580) Frédéric, Ducat. 
Hulst 257. 

Besanfon 1579 Doublé pistole de Ia ville de 
Besan(;on. Hulst 258. 



(84 



Les niiméros 272-273 sont achétés è la 
vente pour Ie Cabinet de la Haye. 
1585 Etats de Brabant. Lion d'or. Hulst 274(2). 
» ,. „ ., » „ 275. 

,, (ou 1584) Etats de Brabant. Lion d'or. 

Hulst 276. 

PhiUippe II (seconde période). Couronne 

d'or. Hulst 277 (4). 
Brandenbourg. 1507 Frédéric. Florin d'or. 278. 
Breslau. 15 13 Ducat de Breslau évêché. Johann 

Turzo évèque. Hulst 279. 
Cette pièce tres remarquable est passée dans 
la collection du Regierungsrath Friedensburg, 
Il paratt que jnsqu'&, la trouvaille de Hulst on 
ne connaïssait de l'évêque Joban de la familie 
hongroise des Turzo, que des ,,groschen" et 
deux médailles, frappées en 1508. 1'Empereur 
Maximilien lui a alloué en 1515 (31 aoüt) Ie 
droit de frapper des monnaies en or. Proba- 
blement donc Ia monnaie trouvée 4 Hulst est 
une pièce d'essai, qu'on a frappée en attendant 
l'autorisation définitive suivie en 1515. (ff : 
Zeitschrift für Numismatik herausgegeben von 
Alfred von Sallet. Berlin 1895. Band XIX. 
Heft 4, p. 37. Contpte rendu de la séance du 
3 décembre 1894 de la Société numismatique 
de Berlin). 
Breslau. 1577 Ducat de Breslau (vüle). Hulst 

280. 



i8S 



Cartntkie. 1564 Ferdinand I, Empereur. Ducat 

Hulst 281. 
Cologne. 1575 Salentin d'Iserabourg. Ducat 

frappe & Deiitz. Huist 282. 
Deventer (1515 — 1555) Charles V. Florin d'or 

au titre de Charles V. Hulst 283. 

Van der Chys X. 7 
Espagne. Ferdinand et Isabelle. Doublé ducat. 

Hulst 284 (6). 
Ferdinand et Isabelle. Ducat. 
Flandre. Comté. 1 543 Charles V. Couronne 

d'or. Hulst 285. 
(1555—1598) Philippe IL Réal d'or. Hu].st28ó. 
,, ,, Trois demi-réaux de Philippe II. 

Hulst 286. 
Les Etats de Flandre. Lion d'or de Bruges. 

Revue Beige. 1878 pi. XIV. 12. Hulst 287. 
1581 Frangois d'Alengon, Noble de Gand. 

Revue Beige 1878. pi. XV. 16. Hulst 288. 
1581 Frangois d'Alengon. Noble de Gand, va- 
riété. Hulst 288. 

1581 Francois d'Alencon. Noble de Gand va- 
riété Hulst 289. 

1582 Frangois d'Alencon. Noble de Gand, va- 
riété. Hulst 290. 

,, Francois d'Alencon. Noble de Gand, va- 
i'iété. Hulst 291. 

Francois dAlengon. Noble de Gand, Re- 
vue Beige 1878 n". 30. Hulst 292, 



>> 



i86 



1582 Frangois d'AIencon. Noble de Gand, va- 
riété. Hulst 293. 
„ Frangois d'Alencon. Noble de Gand, va- 
riété. Hulst 294. 
Franckfort. Florin d'or cf. Trouvaille d'Amers- 

foort n'\ 1155. Hulst 295. 
France: 1483 — 1497 Charies VIII. Ecus au so- 
leil semblables aux monnaies trouvées 
k Amersfoort numéros 136. 137. 139. 
142. 143. 

1498 — 15 12 Louis XII. Doublé ducat 
de Milan. Hulst 296. *). 
1561 Charles IX. Ecu d'or frappe ^ 
Rouen. Hulst 297. 
1570 Charles IX. Ecu d'or frappe ^ 
Rouen. Hulst 298. 
1574 Charles IX. Ecu d'or frappe k 
Roiien. Hulst 299. 
Deux écus d'or de Charles IX, l'année 
illisible. 
Gueldre: (Duché) 1544 Charles V. Couronne 
d'or, variété de van der Chys XX. i . 
Hulst 300. 

Philippe II. Réal d'or, van der Chys 
XXIV. I. Hulst 301. 
Philippe II. Réal d'or, variété Hulst 
302. 



M 



>» 



»» 



»> 



»» 



1» 



'). Cette raonnaie a été achetée par Ie Cablnet de la Haye. 



Philippe II. Demi-réal d'or, variété 

de van der Cliys XXIV. 4. Hulst 304. 
Philippe II. Demi-réal d'or comme 
van der Chys XXIV . 4 mais contre- 
marqué d'im lion. Huist 304A. 
1574 (?) Philippe 11. Couronne d'or. 
Hulst 305. 
,'.- (Comté) 1543 Charles V. Couronne 

d'or. van der Chys. pi. XXVI. [ó. 

Hulst 306. 

i544CharlesV. Deux coiironnes d'or. 

Philippe II. Demi-réal d'or. van der 

Chys pi. XXVIII 4.5 deux variété.s. 

Hulst 307 (6). 

Philippe II, Demi-réal d'or, variété 

Hulst 30S. 

Philippe II. Demi-réal d'or, variété 

Hulst 309. 

Philippe II. Demi-réal d'or, variété. 

Hulst 310. 

Philippe II Demi-réal d'or. Van der 

Chys. pi. XXXVIII. 47. Hulst 311. 
Hongrie: 1567 Johann 11 de Zapolya. Ducat 
Hulst 312. 
„ 1562 Ferdinand I. Diicat frappe A 

Kremnitz. Huist 313. 
,, 1563 Ferdinand I. Ducat frappe a 

Kremnitz. Hulst 313. 
Deux diicats de Ferdinand I ont été 
fondus. 



igrie: 1568 Maximilien II. Ducat frappe è 

Kremnitz. Hulst 314. 
ques: 1552 Charles V.Scudod'oro. Hulst3i5. 
jorque: Charles I(V). Pistolet. Hulst 316. 
randole (Seigneurerie) Louis Pic II. Ecu dor. 
Hulst 317. 
Milan (Duché) 1578. Doublé ducat. Hulst3i8. 
Nimègue (Ville) Doublé ducat au St. Etienne. 
Variété de van der Chys pi. 1 , 3. Hulst 319, 



Ostfrise: 


Edzard 


l. \ orin 


d'or, trouvaille 


d' Amersfoort 


n». i( 43. 


^^^lst 320 




Palalinat 


.Simmirn: 1576. 


Richard. 


Ducat. 






Hulst 


32"- 








1578. 


Richard. 


Ducat. 






1 [ulst 


322. 




Portugal: Joao lil 


Cruzado. 


Hulst 32 


3- 




,. lil 


„ 


Arag^o XV. 5. 




Hukt 3 


H- 






Porliigal 


Joao lUC 


■uzado. Varióté. Hulst 


3=5 (2). 




.. lil 






.. 326. 




„ 111 






.. 327- 




„ lil 






.. 328. 




„ 111 






•• 329- 




„ 111 






.. 330. 




„ 111 






.. 331- 




„ lil 






.. 332- 




Criizadn 


calvario 
S. Vicente 




■• 333- 
" 334- 
.. 335- 



>> >> 



ft 



)) >> 



189 

i 19 cruzados, étant mal conser- 

:'- vés, ont été fondus. 

• Portugal: Sebastiao I. Vicente. Hulst 336. 

I. Vicente frappe è. 

Porto. Hulst 337. 

Sebastiao I. Cruzado Aragao 

XIX . 7. Hulst 338. 

Sebastiao I. Cruzado variété „ 339. 

I- n „ n 340- 

Rome: 1523 — 1534 Clement VIL Scudo d'oro 

de Boulogne Rossi 431. Hulst 341 

,, 1572 — 1585. GrégoireXIII. Rossi470. 

Hulst 342 
SalzboMTg Archevêché 1541. Ernest de 

Bavière. ducat. Hulst 343 

„ 1561. Joan Jacob Khuon von 

Belasy Ducat. Hulst 344 

„ 1566. Joan Jacob Khuon von 

Belasj. Doublé ducat. Hulst 345 
,, 1574. Joan Jacob Khuon von 

Belasy. Ducat. 346 

,, 1577. Joan Jacob Khuon von 

Belasy. Doublé ducat. 347 

Savoie: (Duché.) 1581 Charles Emmanuel. 

Doppia. Hulst 348 

1582. Charles Emmanuel. Doppia. 

Hulst 349 
Steile: Jeanne la Folie et Charles V. Ducat 

Variété de Rossi 2950. Hulst 350 



Silésie: Münsterberg-Oels (Duché) 1556. 
Joachim, Heinrich et Carl. Diicat. 
Saurma n°. 59, Hulst 351. 

„ 1548 Joachim Heinrich, Johann et 
George. Ducat. Variété de Saurma. 
pi. XXV 14. Hulst 352. 

Transylvanie: 1575 Stephan Bathori. Du- 
cat. Montenuovo i ig. Hulst 353. 
Uirecht: 1575 Philippe II. Couronne d'or, 

Hulüt 354 
Vénise: Aloya Mocenigo. Zecchino. Hulst 355, 
Zêlande: 1583 Noble. Variété de Verkade. 

pi. 77.3. Hulst 356. 

„ Philippe II. Doublé ducat. Va- 
riété de Verkade 78.1 
„ Philippe II. Doublé ducat. Hulst 357. 
II. „ „ „ 358. 

A cóté de ces monnaies dont la plus grande 
partie est décrite aux numéros indiqués du ca- 
talogue de la vente, ce trésor contenait en- 
core des doubles ducats de Zélande, des no- 
bles ^ la rosé (type de Gand), des cavaliers 
d'or de Charles d'Egmond de Gueldre, des flo- 
rins d'or dits „Clemmerguidens" du même, des 
doubles ducats de Ferdinand et d'Isabelie d'Es- 
pagne, des doubles pistoles d'Espagne, des 
florins d'or „Carolus" du Brabant, de Flandre et 
de la Hollande. Tontes ces monnaies n'ayant 



191 

pas de valeur numismatique k Tavis de Tex- 
pert ont été mises au creuset. 

22. A Zoutelande on a trouvé quelques 
monnaies et jetons sans aucune valeur numis- 
matique. 

23. A Biervliet on a trouvé un écu d'or de 
Phiiippe de Valois roi de France (1328 — 1350). 

24. Limbourg. Il paralt que des monnaies 
ont été trouvées k Venlo mais il m'a été impos- 
sible d'en avoir des renseignements. 

25. Overijssel, A Collendoorn (commune 
de Ambt Hardenberj;) des angelots d'Angle- 
terre, des doubles ducats de Batenbourg, d'Es- 
pagne, et un réal d'or, frappe en Gueldre 
ont été trouvés. 

26. Drenthe. A De Wijk on a trouvé un 
ducaton de West-Frise de 1660. 

27. A Rhoden un écu de Lübeck de 1549. 

28. A Assen une pièce de 8 heller de Coes- 
veld de 1713. 

29. Groningue. A Noordhorn. 1502 demi- 
florin rhenan de la ville de Groningue. 



1^ 

y>. A NoorderfMK^ebn^. L'dc piêce ifc 
qiiatre sous. dtte Babbc de Groan^ne tie Tan- 
née 1580. 

31. A Feerwerd: 1471 — i486.BrandeDbourg', 
florin d'or d'AIbert Achflle. 

32, Frise. A la distance d'une henre de Ia 
commune d'Oosterwolde a été irouvé un piastre 
Espagnol de Philippe II de I'année 1598. A 
eet endroit par^t avoir été situé Ie couveni 
's Wereldslicht." 

33. A Hardegaryp ont été trouvés des 
éciis de ITiilippe II, frappés pour la Flandre et 
des écus k la croix de Bourgogne, réaux dits 
„Leicesterdaalders" des provinces de Ia Guel- 
dre, d' üveryssel, de Hollande, de West-Frise, 
de Zélande, de Ia Frise, des villes de Campen, 
et de Tournai des années 1517. jusqu'^ 1592- 

l.e.s inonnaies nientionnées ^ la page 22 et 
suivante du rapport annuel (1893-1894) des 
Actcs dn Friesch Genootschap sont toutes 
trouvées dans des années antérieures a 1894. 

Nous sommes parvenus a la fin de notre 
liste. Vraiment Ie moisson de 1894 a été 
assez fiche et si nous avons pu en donnerles 
résultats c'est surtout grflce è tous ceux qui 
ont bien voulu nous adresser des communi- 



193 

cations sur les trouvailles faites dans Ie voisi- 
nage de leurs domiciles. 

C'est en comptant sur leur bienveillant con- 
cours que nous espérons pouvoir donner cha- 
que année des listes semblables i) 

La Haye, 20 octobre 1895. 

ET. J. DE Dompierre de Ciiaufepié. 



i) Dans line procliaine liste nous commimiquerons Ie résultat des 
fouilles de Vechten (province d'Utrecht). 




Den igfi^n Maart 1.1. overleed te Haarlem 
ons hooggeacht medelid Mr Adriaan Justüs 
Enschedé, aldaar den 2o"«i' Juni 1829 jjeboren. 

Na zijne eerste opleiding in zijne geboorte- 
stad te hebben ontvangen, studeerde hij te Lei- 
den in de rechten en promoveerde aldaar den 
^den Juji 1852, waarna hij zich te Haarlem als 
advocaat vestigde. Den 9''^" December 1854 
benoemd tot kanton rechter- plaatsvervanger, 
werd hij den 9''™ Januari 1855 ^^s zoodanig 
beëedigd en vervulde deze betrekking tot in 
het jaar 1874, toen hij op zijn verzoek daaruit 
eervol, met ingang van den P'^Juli, werd ont- 
slagen. 

Reeds den 20^»=" Juni 1852 was hij lid der van 
ouds zoo gunstig bekende firma Jon. Enschkdé 
EN Zonen geworden, welke betrekking hij tot op 
zijn overlijden met zijne algemeen bekende 
ijver en nauwgezetheid bleef vervullen. 

Bezield met eene bijzondere voorliefde voor 
de geschiedenis waren de oude archieven voor 



A 



I9S 

hem zoo vele bronnen om menig belangrijk 
feit op te sporen. Dit trok reeds vrij spoedig 
de aandacht der stedelijke regeering en deed 
haar besluiten hem in 1857 tot archivaris- 
bibliothecaris te benoemen, overtuigd dat door 
zijnen ijver het stedelijk Archief eenmaal een 
ware schat voor menig geschiedvorscher zoude 
worden. Hoe hij daarvoor gewerkt heeft en 
wat hij tot stand heeft gebracht is reeds 
elders vermeld i) en behoeven wij dus hier 
niet te herhalen. 

Zeker is het licht te verklaren dat zijne ge- 
schiedkundige studiën hem spoedig deden 
besluiten zich ook aan de numismatiek te wij- 
den, deze hulpbron voor de geschiedenis, 
waardoor niet alleen menige belangrijke ge- 
beurtenis wordt herdacht, maar ook soms 
minder bekende feiten aan de vergetelheid 
worden onttrokken. Bij het verzamelen van 
penningen dienden de algemeen bekende wer- 
ken van VAN Mieris, van Loon en de vervol- 
gen op diens werk, alsmede de werken van 
latere schrijvers over Nederlandsche Gedenk- 
penningen hem tot richtsnoer en wist hij eene 
verzameling bijeen te brengen, die door hare 
uitgebreidheid en keuze der stukken, het be- 



I) Ned. At<hkvinblad n 



wijs levert van clt^n ijver en sirra! 
zij bijeen werd jfebracht. 

Ook de munten van het oude West-Fries- 
land, het gewest zijner inwoning, trokken zijne 
bizondere aandacht en deden hem eene met 
groote kennis gekozen en zoo volledige collec- 
tie vormen, dat hare weerga niet gemakkelijk 
te vinden is. 

Tot Lid van Teyler's tweede Genootschap 
benoemd, was hij Heeren Directeuren g-edu- 
rende vele jaren met raad en daad behulp- 
zaam om de numismatische verzameling- dier 
instelling uit te breiden en verrijkte haar bo- 
vendien menigmaal door geschenken. Aan 
zijnen invloed is het hoofdzakelijk te danken, 
dat deze rijke collectie, die zoo vele jaren na- 
genoeg ontoegankelijk was, nu door belang- 
stellenden geraadpleegd kan worden. 

Hoe na hem deze verzameling ter harte 
ging, blijkt ten overvloede uit het feit, dat 
hij bij testament zijne geheele collectie West- 
friesche, Hollandsche en Koloniale munten 
aan haar vermaakte, een legaat, dat, na het 
boven door ons van deze afdeeling vermeldde, 
zeker zeer belangrijk is. 

Als voorzitter en lid van de Commissie van 
toezicht van het stedelijk museum, bewees hij 
mede zeer vele diensten aan de stad zijner 
inwoning. 



197 



'e overledene was ridder van de orde van 
den Nederi. Leeuw, officier der orde van den 
Gouden Leeuw van Nassau, en officier d'Aca- 
démie, welke onderscheidingen hem zeker te 
recht werden verleend. 

Alle Genootschappen te vermelden die hem 
tot lid benoemden, zoude ons te ver voeren, 
genoeg zij het hier slechts de Maatschappij 
der Nederlandsche Letterkunde, het Oudheid- 
kundig Genootschap te Amsterdam, het 
Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 
het Historisch Genootschap te Utrecht, het 
Friesch Genootschap voor Geschied-, Oudheid- 
en Taalkunde, het Noord-Brabantsch Genoot- 
schap van Kunsten en Wetenschappen, het 
Nederlandsch Genootschap voor Munt- en 
Penningkunde en de Société royale de Nu- 
mismatique Beige te noemen, om het bewijs 
te leveren van de vele blijken van waardee- 
ring die hij van alle zijden ontving. 

Ten slotte mogen wij nog vermelden dat de 
numismatiek aan hem den catalogus der munten 
en penningen van de Kon, Akademie der We- 
tenschappen te danken heeft, die hij te zamen 
met den Heer Jhr. Dr, J. P. Six vervaardigde, 
terwijl van zijne hand mede verscheen „Médaille 
comntétnorative dun réfugié." 



Leiden 1896. 




M. Ro 



inDOumopgave der Tijdschriften die het Genootschap 
in ruiling ontvangt 



Revue beige de numismatique. 
52* aanee (1896), 2' Livraison. 
Va trieat mtrovingien inólit, frappe a Huy. par M. 

Fkku. Alvin. 
Monnaies contremarquées k Vpres par Ie seigneur 

de Marquettes, superintendanl du quartier d'Vpres 

(1582—1583), par M- Ie V" B. r)K Jonghe. 
Recherches numismatiques, par M. A. DE Witte. 
I'ifcces rares ou inédites, par M. G, Cumont. 
Une iDMlaille liégeoisc inédite, par M. LÉov Naveau. 
Méreau gravc de la vieiiie gilde des arbalétriers de 

Hois-le-Duc (1680), par M. Ie Chevalier M. A. SnoeCK. 

Anmiaire de Ia Société francaise. 
Uvraison janvier — -février 1896. 

I. Deux nouveaux ateliers monétaires delphinaux; 
Kourgon et Quirieu. par M Rf.MjKK Vallentin. 
II. La prétendue livre de Charlemagne, par M. M. 
DE VlENNE. 

III. Lettre h M. Ie directeur de l'Annuaire au sujet 
de la mijdaille de Laurede Noves, pnr M. E. JOUY, 

IV, Monnaies de Charles Vlli frappées en Italië, par 
M. J. A. Sambon. 

V Trouvaille de Chevroux en 188O, par M. Ck. F, 
Trachsel. 
Livraison mars — avril 
1. Les monnaies des Voconces, essai d'attribution et 
de classement chronologique. par M, C. A. Ser- 
'<URE {k suivre). 
II. Les billets de confiance émis pendant la guerre 
de 1870—1871, par M MarcFabrk de Larciie 
(h suivre)- 
III. De l'envoi h la cour des monnaies des boites 
de Villencuve (1622), par M. Roiier Vai.lentin. 
!V. Monnaies mL-rovingiennes, pai- M. E. Cariin, 



199 



Rivista Italiana. Fascicolo I. 1896. 
Gnecciii Francksco. Appunti di Numismatica Ro- 

mana XXXVII Monete della republica inedite o 

varianti,ristabilite e corrette nella mia collezione {Fïg ) 
CapoBIANCHI Vincenzo. Il denaro pavese ed il suo 

corso in Italia nel XII Secolo. (i Tav.). 
RuGGERü GuiSKPPE Annotazioni numisnintiche geno- 

vesi: XX Vil 11 doge Isnardo Guarco ha coniato 

moneta. — XXIX. Nuove monete- (Fig.) 
ClANl GlORGIO. Frinco e Messerano, Monete inedite, 

(FiÖ- 
MORSOLIN BernardO. Una medaglia satirica di Ca- 

millo Mariani. 
MOTTA Emilio. Docuraenti Visconteo-SforzeschJ per 

la storia della zecca di Milano. Parte seconda Periodo 

Sforzesco (Continuazione). 
Amrrosoc.I SolONE. Bibliografia numismatica di Gi- 

angia como de' Medici Castellano di Masso (Fig.)' 

Revue suisse de numismatique. 
Livraison aoöt — octobre. 
Haas, Fr. Die Münzen des Standes Lucern (Fort- 

setzung). 
Vallentin, Roger. Du compte par livre, sol et 

denier, synonymes respectifs des nombres 240, 12 et 1. 
Grossmann, Th Médaille religieuse inedite de Fri- 

bourg 
StÜCKELBERG, e. A. Barbaren münzen des III Jahr- 

hunderts n. Chr. aus der Schweiz. 
M. Médailles suisses nouvelles. 
Livraison novembre — décembre, 
Imhoof-Blumer, Dr F Zur Münzkunde Kleinasiens 

(Die Münzen von Hierakome und Hieroknisareia). 
Cahorn, A. Les monnaies de Glaris. 
Raugh van GknneI', Arnold. Les monnaies d'Amé 

dée VIII de Savoie. 
Liehenau, Dr Th. von. Ein iuzerner l'athenpfennig. 
M. Médailles suisses oouveltes lil. 



Gemengde Berichten. 



Herinner ingspenning met oog en ring op het ^o/arig 

bestaan van de liedertafel ,^ouvenir des 

Montagnards" te Tilburg. 

Middellijn 32l/2 m.M. van den Muntmeter Stepha- 
NIK, in zilver, in mijne verzameling. 

Vs. In het midden van een parelrand een staande 
vrouwenfiguur, k l'antique, voorstellende de over- 
winning, houdende den palmtak in de linkerhand en 
met, de rechter leunende op een cartouche, roccoco- 
stijl, alles door een eiken- en mirtenkrans omgeven. 
Onder rechts B (egeer) U (trecht). 

Ks. In het midden in drie regels: SOUVENIR/ 
DES / MONTAGNARDS / Omschrift «LIEDERTA- 
FEL * TILBURG 1845^^1895 i) 

yfle Muziekbode" van 10 Nov. 1895, Nrs, 44 en 
45, bl. 250, X'^' j^^^fg^fig, deelt mede, dat, toen in 
1844 en 45 een gezelschap van zangers uit de itali- 
aansche hooglanden, die zich naar hunne herkomst 
„l.ES Montagnards" noemden, eene concertreis door 
Europa maakten en ook Tilburg bezochten, eenige 



I Van iiesan fennin^ 
erkrtj^iaiiy hij den 
it, Tilburg. 



n dertigtal g 



—Janssen, l/eieiiel- 



muziekliefhebbers zoo door hunnen melodischen zang 
overweldigd werden, dat weldra vier heercn besloten 
eene zangvereeniging op te richten en de liederen 
der Montagnards te beoefenen. En werkelijk gaf op 
27 October 1 845 de nieuwe vereeniging, waarvoor 
zich als van zelf het devies opdeed „SOUVENIR DES 
Montagnards" eene uitvoering, waarop voora! uit- 
muntte het lied „Halte la, les Montagnards sont la .'" 
Bij het gouden jubilé op 27 October 1895, reikte 
het Bestuurslid Bern. MuTSARETS, de hiervoren om- 
schreven jubilémedailles uit, een in goud aan den 
Oprichter-Directeur den Heer J. VERSCiruTJREN, en 
in zilver aan de twaalf zangers, die meer dan 25 ja- 
ren werkend lid zijn. 

M. A. S. 



Aanvulling Dirks gildepenningen. Dl. I bl. 31. 
pi. II, 18. 

De gemeente Hedikhuizen, een uur ten O. van 
Heusden en 2i/g uur ten N. W. van 's Hertogenbosch, 
aan de Hedikhuizeusche Maas gelegen in Noord- 
Brabant, en vroeger tot de Provincie Holland behoo- 
rende, wordt in de landtaal Heekesen genoemd. De 
familie LoEF, aldaar wonende, waren beurtschippers 
op Amsterdam. Om te Amsterdam aan den Stijger 
\ te lossen en te laden, moest men Gildebroeder zijn 
van het Klein BinnenlandsvaardersgÜde aldaar, als 
zoodanig is deze penning uitgereikt. 

M. A. 5. 
H. 



Twee gedenkpenningen van ^J}e liedertaf el Oefening 
en Uitspanning te ' s-Hertogenbosch." 

Nr i, 1868. Op het 25jarig bestaan. 
Vs. In het midden, rustende op eene wolk, eene 
harp omhangen met een krans op een blad muziek, 
tegen de harp steunt een boek en een dirigeerstok. 

Omschrift: DE LIEDERTAFEL OEFENING en 
UITSPANNING. 'S BOSCH. 

Kz. In vijf regels in het midden AAN/ / 

MEDEOPRICHTER / BIJ HAAR 25JARIG / BE- 
STAAN. / 1843 — 1868/ door een mirtcnkrans met 
linten saamgebonden, omgeven. 

Middellijn 45 m.M. In zilver en brons in mijne 
verzameling. 

Deze penning schijnt nooit uitgereikt te zijn. 

Nr. 2. 1873. Kwartet-Zangwedstrijd te Utrecht. 

Vz. Het staande beeld van ApoUo met de lyra in 
de rechterhand. 

Omschrift : LIEDERTAFEL „OEFENING l'N 
UITSPANNING" 'S BOSCH. 

Kz. In twee regels in het midden door een mirten- 
krans met linten saamgebonden VEREERD; AAN 
HET LID' / 

Omschrift: KWARTET-ZANG-WEDSTRVD TE 
UTRECHT * 22 . JUNI 1873 * 

Middellijn 29 m.M. In zilver en brons in mijne ver- 
zamelii^. De vier zangers de Heeren A. de Lekuw Sr,, 
A. DE Leeuw Jr., H. Wertenbroeü en W. C. Dec- 
KERS ontvingen ieder een alslag in goud. 

In de Provinciale Noordbrabantscke en 's Herto- 
genbasche Courant Nr. 283, derde blad van 1893, 



203 

komt een opstel voor van den Heer J. A. K(LASENS) 
getiteld ,^Lieder tafel Oefening en Uitspanning te 
's Hertogenbosch 8 December 1843 — 1893-" 

M. A. S. 



Catalogus der numismatiscke versamelhig van het 
Bataviaasck Genootschap van Kunsten en Weten- 
schappen. 

Onder dezen titel verscheen van de hand van Mr. 
J. A. VAN DER Chijs, Lands- Archivaris te Batavia, 
de vierde aanzienlijk vermeerderde en verbeterde druk 
van den catalogus der verzameling te Batavia. 

In zijn voorwoord wijst de schrijver er op, dat dit 
de eenige openbare verzameling in Nederlandsch-Indië 
is en men daarom niet te exclusief mag zijn, niette- 
genstaande het hoofddoel veel beperkter is. 

Dat doel toch betreft hoofdzakelijk het verzamelen 
van alle munten en penningen die op Nederlandsch- 
Indië betrekking hebben, in de tweede plaats komen 
de Aziatische en Australische munten en penningen, 
de derde categorie omvat de koloniale munten en 
penningen in het algemeen, terwijl in de vierde alles 
wordt opgenomen wat buiten de drie vorigen vait. 

Zeker is het zeer verblijdend wanneer de schrijver 
kan verklaren, dat de verzameling reeds na een slechts 
dertigjarig bestaan, vrij wel aan het hoofddoel beant- 
woordt, vooral als men in aanmerking neemt dat de 
li&giig van Batavia niet zeer geschikt is om belang- 
rijke aanwinsten te doen. 



3Ö4 



De hoofd afdeelingen zijn : Gedenkpenningen, Amu- 
letten, Munten en Papieren geld, gerangschikt naar 
de verschillende wereld deelen, die op hunne beurt 
weder naar de verschillende rijken, staten, enz. ver- 
deeld zijn. 

Alleen de inzage van den ,^inhoud" is voldoende 
om zich een denkbeeld te maken van de uitgebreid- 
heid dezer verzameling, waarin van de vier hoofd- 
nfdeetingen voor Nederlandsch-Indië ruim 1200 soor- 
ten gevonden worden. 

Werpt men een blik op de afdeeling Amuletten, 
dan zal zeker ieder zich verheugen in de nauwkeurige 
beschrijving dezer bij den inlander zoozeer in aan- 
zien zijnde stukken; ditzelfde geldt ook voor de 
bewerking der Chineesche en aanverwante munten, 
die voor menigeen van groot nut kan zijn. 

Doch in een woord, het geheel verdient allen lof, 
al ware ook bij vele stukken een verwijzing gewenscht 
geweest, men vergete echter niet, dat de schrijver de 
daarvoor zoo noodige hulpbronnen ontbraken, en dat, 
waar de geldmiddelen ter nauwernood voldoende zijn 
om de ontbrekende stukken aan te koopen, er zeker 
geen sprake van kan zijn zich een, in allen deele, 
voldoende bibliotheek aan te schaffen, die met het 
oog op het hoofddoel der verzameling, tevens van 
geen overwegend belang is. 

Th. M. Rop,st. 



205 

Erklaerttng der Abkuerzungen aiif Muensen der 
jieueren Zeit des Mittelalters und des Alterthums 
sowie nuf Denkmuenzen und muenzartigen Zeichen 
von F. W. A. SCHUCKEYSEIi Ber/m und Stutigari 1896 



Het is SCHLICKEYSEN gegaan evenals GroTE; bei- 
den hebben indertijd voor hunne eigene numismatische 
studiën tabellen saamgesteld, beiden hebben ;ian den 
drang hunner vrienden gehoor gegeven door deze 
tabellen te doen drukken en thans is geen numisma- 
tische bibliotheek meer compleet als bovenstaande 
Erklaerung der Abkuerzungen of de Stamtafeln ont- 
breken. 

in 1855 zagen de Erklaerungen 't licht, 26 jaar 
later bewerkten Dr. Reinhold Pallmann en Dr. 
H, Drovsen de tweede uitgave en thans biedt eerst- 
genoemde ons de Dritte verbesserte und vermehrte 
Auflage aan. 

Verbeterd is deze uitgave zeker, daar de bewerker 
zijn voordeel heeft gedaan met de gegevens, die 
de diiitsche tijdschriften na 1882 hebben aange- 
boden. Dat de chronologische aanteekeningen om- 
trent de muntheeren, de muntmeesters, de stem- 
pelsnijders, enz. hierbij gewonnen hebben, ligt voor 
de hand. Deze waren trouwens in de uitgave van 
1S82 dikwijls onnauwkeurig, zooals de bewerker thans 
zelf erkent. 

Vermeerderd is zij ook ; het aantal bladzijden toch 
steeg van 43S tot 512 en dat hoofdzakelijk door 't 
toevoegen van nieuwe muntmeesters en stempelsnij- 
ders. 



2o€ 

Wel 13 't te betreuren dat de heer Pallmann bij 
't kiezen zijner toevoegingen te nationaal ia geweest 
en o. a. ook ons land daarbij stiefmoederlijk heeft 
bedeeld, In een werk als dit mogen immers niet 
ontbreken Arondeaux, de beide Andeles, Cheva- 
LTÈR, DRAI'ENTIEK, Geerts, Evkrts en de rei van 
graveurs, wier naamcijfers in Tr.YLER's schoonen Ca- 
talogus i) voorkomen. Dit wordt niet vergoed door 
alleen in de Nachtrage A. I. DEVRIES von Am- 
sterdam (1S83) te vermelden. Ook missen wij er 
noode in een lijst van de munt- en muntmeesters- 
teekens, zooals wij die voor ons land 2) bezitten en 
die voor de beschrijvers der duitsche munten van 
zooveel nut zou zijn. Denken wij slechts aan die 
tal van versierde kruizen, sterren, zwanen, hamers, 
bijlen, haken, enz., die ten onzent slechts sporadisch 
op de munten van Batenburg en 's-Heerenberg voor- 
komen. 

Doch deze opmerkingen daargelaten, zijn wij den 
bewerker dankbaar dat hij onze bibliotheken meteen 
handig, zeer duidelijk gedrukt handboek verrijkt heeft. 

Na een kort voorwoord behandelt Prof Pallmann 
in 't eerste gedeelte, alfabetisch gerangschikt, de ver- 
kortingen die op de munten, nood- en huismunten 
en op de penningen der middeneeuwen en van den 
nieuweren tijd voorkomen. ledere letter is onderver- 
deeld in vier rubrieken, waarvan de eerste bevat de 



1) Catalogue du Cabmet Humümatu/iie Teyler a Har Urn par Th. 
M. Roest. HarUnt 1S90. In 411. 

2) De mantmiistirs at hun mimliUig in tU provineiitle en iltdc- 
lijk mHnthuaen door Mr. L. W. A. Besier. Utricil 1S90, Ju go. 



207 

personen die de stukken hebben doen slaan, de 2' 
bevat de muntplaatsen, de 3^ de stempelsnijders, 
munt meesters en waardijns en de 4"^ die verklaringen 
welke in de drie eerste rubrieken niet konden worden 
ingelascht. Aan 't einde van dit alfabet vinden de 
russische afkortingen een afzonderlijk plaatsje. 

Het tweede gedeelte van 't boek behandelt, even- 
eens in alfabetische volgorde, de voornaamste afkor- 
tingen, welke op grieksche — - daarna die, welke op 
romeinsche munten voorkomen. 

Het boek wordt opgeluisterd door twee platen met 
139 monogrammen, is gevat in een sierlijken linnen 
stempelband en verkrijgbaar voor 20 mark bij den 
uitgever W. Spemann te Berlijn. 

Joh. W. S. 



Wereldtentoonstelling Amsterdam 1S95. 

Ter aanvulling van de mededeeling gedann op blz. 
134 (zie vorige aflevering) volge hier de beschrijving 
van nog eenige penningen, welke op 't tentoonstel- 
lingsterrein of in de stad verkrijgbaar waren: 

I. Vz. Gezicht op den voorgevel van 't hoofdge- 
bouw. Hierboven in een halven cirkel : WERELD- 
TENTOONSTELLING AMSTERDAM 

Op de afsnede in twee regels MEI^NOVEM- 
EER/1895 

Ks. Een reiswagen, waarop in twee regels : HO- 
TEL EN'REISWEZEN bespannen met één paard, 
daalt een heuvel af. De voerman leidt 't paard aan 
de hand. In 't verschiet drie torens. Hierboven in 



halven cirkel; SOUVENIR AMSTERDAM Op de 
afsnede: 1895 

Middenlijn 30 m.M. Met aofj e» ring. Verzameling 
van den heer J. M. A. RiEKE te Amsterdam. 

Geslagen in geelkoper. Deze penning en n". II wer- 
den in de stad (Amsterdam), niet op 't terrein, verkocht. 

II. V^. Geheel als ^^ I. 

Ks. Een voor anker liggend fregat op golvend 
water. 

Middenlijn 30 m.M. Met oog en ring. Verzameling 
RiEKE. Geslagen in geelkoper. 

III. Vs. Gezicht op 't marktplein. Hierboven op 
een vliegend lint: OUD— HOLLANDT en 't wapen 
van Oud-Hoiland (op goud een leeuw van keei). 

Op de afsnede van 't stadsgezicht : 



Hieronder : 

BESTUUR 

A. N. J. FABIUS. E. VAN BIEMA. 

M. B. WEZELAAR. N. VAN HARPEN. 
A. MENSING. A. L. J. LANDRÉ. 



Ks. Twee gekruiste olijftakken omgeven het leege 
veld. Hieronder In kleine letters: J. D. p. 

Middenlijn 48 m.M. Verzameling Rieke. 

Geslagen in: zilver (ƒ8.— ), brons (f $. — ) en com- 
positie (y I. — ). De verguld zilveren kosten ƒ10. — , 
de verzilverd koperen ƒ5. — 

Voor deze prijzen zijn zij nog verkrijgbaar bij den 
heer J. D. POSTHUMUS, St. Luciensteeg i, Amsterdam. 



209 

IV. Vs. Geheel als n". UI. 

A's. Het wapen van Amsterdam. Hieronder in kleine 
letters: J. D. posthumus 

Middenlijn 48 m.M. Verzameling Rif.ke. 

Geslagen in dezelfde metalen als n". III. 

De op biz. 134 genoemde penningen zijn geslE^en 
in: compositie {ƒ o.io), aluminium (ƒ 0.25), brons 
(ƒ0.50) en zilver (/i. — ) 

De enkele voorzijde van 't daar beschreven n". é. 
(grachtje van Oud-HoUand) is ook in zilver geslagen 
en als speldje opgemaakt (/i. — ). 

V, Vz. 't Borstbeeld van den reus Goliath. (Thans 
weer in 't Rijksmuseum). Omschrift GOLI-ATH. 

Ks. In vier regels: BEZOEK 'DOOLHOF/OUD-/ 
HOLLAND 

Omschrift: .* WERELDTENT 1895 AMSTER- 
DAM. 

Middenlijn 26 mM, Verzameling RlEKK. 

Geslagen in geelkoper. 

VI, Vs. Binnen een eikenkrans in zeven regels: 
SOUVENIR/DE /MA VISITE /A/L'EXPOSITION/ 
D'AMSTERD AM/I 895 

Kj:. Binnen een eikenkrans in zes regels : BRON- 
ZES D'ART COUPIER FILS & DROUART- PARIS/ 
RUE AMELOT/ioo 

Middenlijn 37 m.M. Verzameling Rii:ke 
Geslagen in geelkoper en uitgereikt bij de opening 
der Fransche afdeeling. 

VII. In den bekenden olifant werd 't volgende 
ruitvormige penninkje uitgereikt: 



2IO 



Vz De olifant met kornak en toren, omlijst aan 
de vier zijden door: FLECKENSTEIN'S/RIESEN- 
ELEPH ANT / M. AUSICHTSTURM / 3 5 METER 
HOCH. 

Kz, Gezicht op Mainz van den rechter rijnoever af 
genomen, met rijnbrug. Hierboven 1894 en op een 
vliegend lint: AUREA MOGUNTIA. Onder 't stads- 
gezicht in drie regels: XI. DEUT. BUND./SCHIES- 
SEN/MAINZ. 

Ruitvormig; iedere zijde 28 m.M. lang. Met gat en 
ring. Geelkoper. Verzameling RiEKE. 

Dit penninkje heeft dus oorspronkelijk dienst ge- 
daan in Mainz, later op de tentoonstellingsterreinen 
van Antwerpen, en is van daar met den olifant naar 

Amsterdam verhuisd. 

Joh. W. S. 

De drie merkwaardige schellingen: het Schild^ 
het Lam en de Gulden van Gewicht, Uitvoerige be- 
schrijving van het middeleetiwsche pond- of geldwezen 
met tal van berekeningeny zoo voor het bepalen van 
het gewicht^ als voor de waarde van oude munteny 
door A. HOLLESTELLE. H Gedeelte, i) Tholen 1896. 8^. 

Voor eenige jaren verscheen er te Tholen een werk, 
dat zeker de geheele historische wereld in Nederland 
van vreugde had doen rillen — als 't duidelijker ge- 
schreven ware geweest, 't Was „//i^/ schild of hand- 
leiding voor V berekenen van geldswaarden in char- 



i) Dit werk zal verschijnen in 5 gedeelten of afleveringen A/i. — 
per stuk. 



SII 



/iT,r en otuh rekeningen voor kemendè- En'tnioctons 
tli;iiis van de lippen; dat Schild was een duister boek! 

De geleerde schrijver had over 't hoofd gezien zijn 
auditorium langzamerhand voor te bereiden op de 
groote waarheden, die zijne door ijverige studie ge- 
scherpte opmerkingsgave, die zijn kalm, logisch over- 
denken gevonden had en, zonder ons voor te berei- 
den, trad hij ons te gemoet met zijne axioma's: de 
ponden zijn gegrondvest op 't Schild en 't Schild is 
gelijk aan f 3.15! 

Wei gevoelden wij allen destijds dat de grondge- 
dachte goed was, dat de schrijver blindelings den 
weg wist in ons middeneeuwsch muntgecijfer — doch 
iedere bladzijde wekte zoovele vragen op, die onbe- 
antwoord bleven, dat de meesten onzer het boek 
onvoldaan ter zijde legden. 

Gelukkig heeft de geleerde schrijver dit zelf inge- 
zien en hij heeft allen, die iets gevoelen voor ons 
verleden, aan zich verplicht door eene herziening en 
omwerking, waarvan de 1^ aflevering, onder den aan 
't hoofd dezes vermelden titel, thans 't licht ziet. 

De heer Hoixestelle behandelt de IXe— XVe 
eeuwen en begint ons te wijzen op 't feit dat onze 
voorouders uit die dagen hunne rekeningen hielden 
bij ponden, verdeeld in 20 schellingen a 12 grooten. 
De groot kwam meestal in metaal gemunt, dus als 
tastbaar geldstuk, voor en dit stuk als eenheid aan- 
nemende, verkregen 12 dezer munten den naam: 
schelling en 240 den naam : pond. Doch niet alleen 
de groot kwam ais munt voor, men sloeg ook ster- 
lingen, mijten, duiten, enz. Maar om 't even, welk 



geldstukje men ook als eenheid verkoos aan te ne- 
men, 240 stuks heeten steeds: pond. 

Ter onderscheiding echter kregen die ponden eene 
verschillende benaming en zoo heetten 240 grooten ^= 
een pond grooten; 240 duiten = een pond hoUandsch; 
240 tournooische penningen ^= een pond tournooisch ; 
240 mijten z^ een pond mijten; 340 sterlingen =r 
een pond sterling, enz. 

Men rekende dus gelijktijdig met verschillende pon- 
den en alhoewel in de meeste steden of landstreken 
het een of ander pond 't meest verbreide en gebrui- 
kelijke was, vinden wij toch dikwijls in eene stad, 
ja zelfs in ééne rekening, van twee verschillende 
ponden gebruik gemaakt. De oorzaak was hierin 
gelegen : op de plaats, waar de uitgaven gedaan wa- 
ren, was een ander pond in gebruik, dan waarmede 
de rentmeester van den reizenden graaf rekende. Een 
aard^ voorbeeld levert reeds dadelijk blz. 16 van 
deze aflevering : 

Anno 1340 De balivo Delflandie et Scielandïe, 
scilicet Danide de Roederizen, per litteram domini, da- 
tam in Dordraco feria quarta post Gregorii anno 40". 
100 'ffi holl. fac. 12 'S 10 SC. gr. 

Honderd pond hoUandsch worden hier gelijk ge- 
steld met [2 pond, 10 schelüngen of I2i hoofdpond 
of pond grooten. 

En zoo gaat 't voort 

Is 't daarom niet verklaarbaar dat onze hedendaag- 
sche onderzoekers 't spoor bijster werden en zich 
verwarden in eene kluwe van ponden, onsen en schel- 
lingen, die hen dreigde te verstikken? 



Wij juichen daarom den pionier toe, die in zijn 

rustig studeervertrek den weg in dit doolhof vond en 
ons dien mededeelt 

En hij voert ons dadelijk op een vluchtterp in 
dien stroom van becijferingen. Wij verademen. als 
hij ons mededeelt: al deze pondenstelsels stann immer 
in eene vaste verhouding tot elkander. 

Welke nu zijn die ponden? Men had 't hoofd- of 
muntpond, ook pond grooten genaamd, datdelands- 
munten tot basis had. Of het muntje: „groot" 2, 3 
of 4 wichtjes zilver bevatte, om 't even — 240 dezer 
muntjes heetten steeds een pond grooten. 

Eigenaardig is dat dit hoofdpond altijd een neven- 
pond naast zich had, in de verhouding van 21:20; 
en dat soms dit nevenpond in de plaats trad van 't 
hoofdpond. Het waarom? blijkt niet. Misschien vindt 
dit zijn oorsprong in de onedele gewoonte der regee- 
ring om steeds de nieuwe munt te verzwakken, in 
plaats van de geldstukken op eene vaste metaalhoe- 
veelheid te houden. Doch ter zake! 

Behalve 't hoofd- en zijn nevenpond, had men nog 
de zoogenaamde afgeleide of rekenponden, die, zooats 
gezegd, immer in eene vaste verhouding onderling en 
tot het hoofd pond of pond grooten stonden, en 
waarvan de meest gebruikelijke zijn : 

't pond sterling = — hoofdpond 

't hofpond :^ -g „ 

't pond hollandsch ^ s " 

't pond flandres ^ — „ 



't pond parisis 



- — hoofdpond 



't pond kleintournooischofpond zwarte 3^ -^ „ 

en 't pond mijten ^ — „ 

Ook gebruikte men ten onzent nog de marken, die 
de volgende waaxde hadden: 

de kleine mark ^ „ hoofdpond. 

de groote mark ^ — „ 

Door de vaststelling van bovenstaande tabel ver- 
krijgen wij dus een duidelïjken blik in 't gecijfer 
onzer voorouders en hebben wij hierbij hoofdzakelijk 
te onderzoeken in welk pond deze of gene rekening 
is opgemaakt. Doch hiermede staan wij nog altijd 
voor de groote moeielijkheid om hunne geldsommen 
in onze tegenwoordige munt over te breni^en. 

Konden wij maar een vaste, ons bekende, waarde 
vinden, waarmede onze voorvaderen van tijd tot tijd 
het bij hen in gebruik zijnde pond hadden vergele- 
ken, dan zou 't ons thans gemakkelijk vallen hun pond 
juist te berekenen en in onze munt te herleiden. 

Dit nu is de groote verdienste van dezen onder- 
zoeker: Hij toch vond dat de, in geheel West- Euro pa 
bekende, fransche gouden munt: het Schild of Klin- 
kert, in latijnsche teksten scutum of denarius aureus 
genaamd, als een leiddraad door al onze pondenstel- 
sels loopt en hiervoor a priori een bedrag van f '^.i S 
aannemende, doet hij ons verbaasd staan door de 
gemakkelijke ontsluiting en verklaring der tot dusver 
zoo geheimzinnig-d ui stère gravelijke rekeningen. 

De hier aangenomen waarde (ƒ 3.15) voor'tschild 



215 



berust echter geenszins op berekeningen, ten minste 
de schrijver deeh ze niet mede; doch geheel op em- 
pirisme; op blz. lo lezen wij toch: „het geheele 
werk moet als een doorgaande bewijsvoering worden 
aangemerkt." Wij zullen dus eerst later over de juist- 
heid van deze stelling kunnen oordeelen. 

De heer HOLLESTELLE gaat daarna over tot de 
behandeling van het oudste door hem gevonden hoofd- 
pond of pond grooten, n.1. dat van 1180 — 1290, dat, 
blijkens de aanteekening van een stipten voorvader, 
gelijk was aan 20 schilden of 20 X 3-15 = ƒ63. — 
en in charters van ± 1248 — 1270 bijna uitsluitend 
gebruikt werd. 

Volgens de hierboven genoemde tabel golden 
de rekenponden van die jaren dus: pond sterling 
=: ƒ 21. — ; hofpond ƒ 10.50; pond hollandsch =; 
ƒ 7.87^; pond flandres ƒ ó. — ; pond parisis ƒ5.25; 
pond zwarte ƒ 3.9375; 't pond mijten ƒ 2.625; ^^ 
kleine mark ƒ 6.30 en de groote mark ƒ 12.60. 

Zooals wij hierboven reeds aanstipten, rekenden 
verschillende plaatsen ook met verschillende ponden; 
zoo rekende Zeeland in die jaren meestal bij ponden 
mijten, die dus ƒ 2.62"' golden; Utrecht bij hoofd- 
ponden van ƒ63. — ; Friesland daarentegen met het 
sterling en eindelijk ook nog met 't nevenpond van 
ƒ60. — , enz. 

Na eene korte uitweiding over 't keulsche pond 
(:= M sterling van ƒ 21. — ), van 't leuvensche pond 
fr= f 8.40), van de keulsche mark (d. i. de groote 
mark van / 12.60) waarop 't z. g. geld van REi)- 
NA'1"HES werd geslagen, 't groninger stadspond van 



2l6 

f 0.63 i) alle in verband met 't pond grooten van 
f 63. — , staat de schrijver uitvoerig stil (blz. 56 — 6g) 
bij die rekeningen, in welke van 't pond van ƒ 63. — 
of met een zijn-;r rekenponden is gebruik gemaakt. 

Met een groot genoegen volgen wij onzen gids op 
zijn verderen tocht in ons grijs verleden, n.l. in de 
jaren die ilSo en dus ook 't pond van ƒ63. — voor- 
afgaan; een tijdvak toen eveneens met ponden, doch 
deze verdeeld in onsen en penningen, gerekend werd 
Wij stijgen op in een tijdvak toen 't pond munten 
nog gelijk was aan 't gewichtspond, toen dus 1 pond 
penningen nog werkelijk een pond woog. Wij volgen 
den schrijver in zijne theoretische berekeningen van 
de zwaarte onzer munten en staan verbaasd over de 
juistheid waarmede zijne uitkomsten samenvallen met 
onze tegenwoordige wegingen. Dit is voor ons de 
clou van 't boek! 

Wij gaan terug tot 't einde der IX^ eeuw, toen 
het pond van 20 onsen a 20 penningen, ook ver- 
deeld in 24 schellingen a 10 penningen, in gebruik 
was 2) pond dat de heer HolleSTELle op ƒ 35. — 
becijfert en op blz. 73 gelijk stelt met 1 'È Trooisch 
gewicht {=^ 492 wichtjes). 

Immers, volgens Hocsemius woog 1 sterling zoo- 
veel als 36 rijpe gerstekorrels en 't gewicht van deze 
laatsten op 2 05 wichtjes stellend, verkrijgen wij voor 



r) Zijnde dus ^= '/i"» pond grooten. 

i.) Dil is het pond van 't je karolinglsche tijdvak (884—1150) of 
„période de liégénéreseence on d'altération," zooals onze stipte belgi- 
sclie collega, wijlen Generaal Cochütbux, 't in de Revue beige van 



aiy 



waarvan 't hoofdpond, 
retisch, dus 3 maal zooveel of 
L 3 X 492 w. ^= 1476 wichtjes 



■'t pond 240 X 2.05 ^= 492 wichtjes of 1 'ifiTrooisch 
gewicht. 

Dit was 't f 
als 't bestaan had, theoi 
3 X/ 35 =/i05.— t 
zilver zou gegolden hebben. 

Daarna volgde 't pond van ƒ 28. — verdeeld in ló 
onsen h 10 penningen en ook in 34 schellingen a 10 
penningen en ten slotte 't pond van ƒ21 — verdeeld 
in 12 onsen. Dit laatste, niet meer als vroeger, ver- 
deeld in 24 schellingen a !0 penningen, maar in 20 
schellingen k 12 penningen, sluit zich als het '/s S^- 
deelte of pond sterling bij het oudste pond grooten 
van ƒ 63. — , dus ook weer aan 't schild van ƒ 3. 15 aan. 

Bij de ingebruikstelling van 't pond van ƒ 63. — 
werd de oude indeeling (1 pond =: 34 schell. a 10 
penn.) voor goed verlaten en verkreeg de nieuwe 
(i pond =: 20 schellingen a 12 penn.) het burgerrecht. 

De schrijver staaft zijne uitkomsten door voorbeel- 
den uit den tijd onzer oude hollandsche graven : Ai<- 
NULF, Dirk III, FloriS l, Dirk V, enz,, toen vooral 
bij onsen (steeds = /i 75) gerekend werd. 

Inamers w^og 't pond sterling 492 wichtjes, dan 
zou 't gewicht voor 't hoofdpond 3 X 492 =: 1476 w. ; 
van het pond hollandsch 1476: 8 t:^ 184 5 en van den 
penning hoUandsch 184.5 '■ 240 =: 0.76875 moeten zijn, 
terwijl wij voor goede, alhoewel besnoeide exemplaren 
van penningen onzer eerste graven + 0.61 w. vinden. 

De toenmalige verhouding van goud tot ziiver 
zijnde 1:12. gaat de schrijver voort het theoretische 
gewicht van tal van inheemsche munten, als 1 dubbel 



2l8 



lam, kltnkert (schild), gouden engel, enz. optesporenil 
en ziet zich beloond door de verbazende overeenkomst I 
van zijne uitkomsten met de empirische gegevens onzer , 
muntbesch rij vers. 

Met eene beschouwing over de ponden en marken 
zilvers en gouds besluit de heer HOLLESTELLE deze 
eerste aflevering. 

Gewichtig voor den niuntkundige zijn zeker de j 
blz. 95 e. V. waar de schrijver in tegenspraak komt 
met Prof. V. D. Cmjs. 

Zonder de verklaringen van dezen laatste als on- 
feilbaar aan te nemen, vermeenen wij toch, dat er 
nog heel wat inkt door de pen zal vloeien voor de 
toursche grooten aan Floris TII (1157-90) kunnen 
toebedeeld worden. Zooals bekend, gebruikte Flo- 
RIS V (1256—96) den in Frankrijk door Louis IX , 
(1226 — 70) ingevoerden beeldenaar dezer muntstuk- 
ken. Ook kent de schrijver de grooten van 3.85 ' 
wichtjes alle aan Floris IV (1222^1234) toe, ter- 
wijl de muntvondsten klaarblijkelijk eerst op de 
tijden van diens kleinzoon, Floris V, wijzen. 

Verder is 't nog niet duidelijk welke munt de schrijver | 
op blz. II bedoelt met den gulden van gewicht. Is I 
dit de gouden brabantsche gulden, met den rijnschen 
beeldenaar (de Witte no 442. v. d. Chijs XIII. i)? 

Wij vernemen dat dit in eene volgende aflevering 
zal worden opgehelderd. 

Ten slotte, hopen wij zeer dat de geleerde schrij- 
ver ons aan 't einde van zijn werk met een uit- 
voerig alfabetisch register zal verrassen of misschien de 
becijferde tabellen der verschillende pondenstetsels in 



219 

streng chronologische volgorde zal herhalen. Eerst 
dan toch zal „het Schild" niet meer een studieboek, 
maar een handboek, een echt Nachschlagebuch wor- 
den, dat op geen studietafel za! mogen ontbreken. 

Er is zeker tot dusver geen boek verschenen, dat 
zoovele nieuwe lichtpunten in ons oude geldwezen 
blootlegt en dat ons er toe noopt niet meer uitslui- 
tend onze aandacht te wijden aan den beeldenaar, 
maar die te verdeden over beeldenaar en intrinsieke 
waarde, d, i. hoeveelheid edel metaal der afzonderlijke 
munten. 

Joh. W. S. 



NIEUWE UITGAVEN i 

Histoire monetaire de Tranquebar {1644 — 1845) 
suivie tPune description des monnaies et médailles 
/rappees par Ie gouvernement au les compagnies 
danoises de commerce des Indes orientales. de la 
Chine et dAfrique {Guinee danoise) par M. Ie Dr. 
Prof. V. BergSOE. Prix i^ francs. 

Dit werk verschijnt tegelijkertijd in vier talen: 
deensch, fransch, duitsch en engelsch, ieder in 300 
exemplaren en is verkrijgbaar bij den schrijver, Bred- 
gade 40, Kopenhagen K. 

Lettres sur les monnaies égyptiennes par E. Re- 
VILLOUT Paris 1895, In 8". Handelt over de munten 
der Ptolemaen en van Alexander. Prijs ƒ 13,75. 

Les monnaies des landgra^es autrichiens de la 
Haute-Alsace par ErneST Lehr. Muhlkouse 1S96. 
In 8". Met 12 lichtdrukplaten; prijs ƒ 5.50. 




Die Munsen unter der Regierung seiner Kais. u 

Kön. Apostolischen Majestat des Katsers Frans Jo- 
sepk I bis sur Einführung der Kronenwnkrung, 
von Heinrich Cubasch Jun. Mit 2 Lichtdruck-Tafeln. 
Wien 1896. In 4°. ƒ 3.90. 

Dte Punsirung in Oesterreick von Kakl Knies. 
Wien 1896. In 8". ƒ 2.60. Mit 10 Lichtdrucktafeln. 

Zeer belangrijke studie over de waarborgteekens 
der edele metalen ïn Oostenrijk. 



Mededeeling aan de Leden omtrent 't verhandelde 

in de Jaarlijksche Vergadering van 16 Juni I.I. 

te Nijmegen. 

Tegenwoordig zijn de heeren: Roest, Bat- 

TAERD, StEPHANIK, BuRGGRAAF DE JoNGHE, 

Jhr. Beelaerts van Blokland, Jhr. M. A. 
Snoeck, Geradts, Fredzess, Zwierzina, Kui- 
pers, Menger, Sassen en Jhr. M. W. Snoeck. 

Blijkens 't verslag van den Secretaris is 
onze kring aangegroeid tot 84 leden, zijnde 
I eerelid, 27 gewone leden, 24 buitengewone 
leden en 32 bnïtenlandsche leden. 

De rekening 1895 wijst een bedrag in ont- 
vangsten aan van /" 1041.57, in uitgaven van 
f 895.19S, zoodat een batig eindcijfer van 
f 146.37' op 1896 kon worden overgeboekt. 

Bij punt 6, benoeming van leden, vraagt 
de heer Battaerd 't woord._ Hij deelt mede 



dat onder de leden een voorstel is rondg'egaan 
om ons 5-jarig bestalan op huishoudelijke wijze 
te vieren en wel door hulde te brengen aan 
onzen President, Van de 25 stemhebbende 
leden zijn 22 briefjes ingekomen — en deze 
wijzen alle den heer Roest tot eerehd aan. 
Spreker wenscht den heer Roest geluk met 
zijne benoeming, hulde brengend aan diens 
ijverig werken om Concordia tot bloei te 
brengen. De benoemde ïs zeer gevoelig voor 
de sympathieke hulde hem gebracht, dankt 
voor de uitgebrachte stemming en verklaart 
de benoeming met waardeering te aanvaarden. 

Met algemeene stemmen worden benoemd 
tot gewoon lid de heeren: Mr. P. Deketh, 
's Gravenhage ; Jhr. H. M. Speelman, Haarlem ; 
H. Kuipers, Haarlem ; tot buitengewoon lid, 
de heeren: A. Schellens, Eindhoven; J. D. 
OoRTMAN Gerlings, Utrecht ; Ds. H. A. J. Lütge, 
Amsterdam; Mr, C. G.J, Bijleveld, Nijmegen 
en Mr. H. J. D, D. Enschedé te Haarlem. 

Tot bestuurslid wordt de heer Corbelijn 
Battaerd herkozen. 

Voor een lid van de Redaktie vereenigen 
alle stemmen zich op mejuffrouw Marie de 
Man te Middelburg. 

De Commissie van Redaktie vraagt dezelfde 
som als verleden jaar aan, zijnde _/"67o. — , 
aangezien deze voldoende is gebleken voor 
de 4 afleveringen. 



Utrecht wordt aanjrewezeu tot plaats van 
bijeenkomst op i6 Juni 1897, 

De Voorzitter wijst er nu op dat hij als 
Eerelid geene bestuursplaats mag innemen — de 
vergadering meent echter dat art. 9 der Stat. 
in dezen zin niet mag uitgelegd worden, aan- 
gezien genoemd art. in eene benoeming als 
die van heden niet voorziet. Aanvulling van 
de Statuten blijkt echter wenschelijk te zijn. 
De heer Roest zal nu aan den wensch der 
leden gehoor geven en de voorzittersplaats 
blijven bekleeden. 

Burggraaf B. de Jungiie leest eene belang- 
rijke bijdrage voor de numismatiek van 's Hee- 
renberg en laat een viertal tot dusver onuit- 
gegeven munten dier heerlijkheid rondgaan. 

De heer Jhr. Beelaerts van Blokland 
schenkt voor de Verzameling een volledig stel 
munten der Z. Afr. Republiek, geslagen in 't 
munthuis te Pretoria. Deze serie bestaat uit: 
(goud) pond en half pond, (zilver) 5, 21/2, 2 en 
I shilling, 6 en 3 pence, (brons) penny, terwijl 
van den heer de Stoppelaar is ontvangen een 
bronzen afslag van den penning hem in 1895 
vereerd door Middelburg's ingezetenen. 



Jo 



, Stepuanik, 

Secreiaris. 



Th. M. 



Roest, 
Voorsitter, 



Iets uit de Geschiedenis der Zeeuwsche 
assignaten i) in 1795 



De veldtocht onder generaal Dumouriez, in 
1793 tegen Noord-Nederland ondernomen, 
die geheel mislukte, 2) werd in 1795 door 
PiCiiEGRu hervat en met volslagen succes ten 
einde gebracht. 

Den 3'i™ Januari trok hij den Haag binnen 
en was weldra in het bezit der voornaamste 
Nederlandsche steden, Zeeland was wel is waar 
nog onafhankelijk, doch deze provincie werd 
niet aan de rampen van een oorlog blootge- 



1) Ofschoon de geachiedeiiis der assignaten o. a. ooit in de Nieuwe 
Nederkadsclie jaarboeken van 1795 is C; lezen, iieb ik gemeend dat 
een kort aaneengeschakeld verhaal over deie zaak direct nit de Notu- 
len der staten van Zeeland getrokken, den lezers van dit tijdschrift 
wellicht niet ongevallig zal zijn. 

2) L. Legrand. Gtschiedenis der Bataafschi RipublUi. Amhtm 
1895. bh. 39- 



224 

steld, daar zij den ó^en Februari voor generaal 
MiCHAUD capituleerde. 

In Frankrijk was men over de capitulatie 
niet zoo bijzonder tevreden ; immers de Natio- 
nale Conventie had gewild dat men er met 
het recht van den overwinnaar ware binnen- 
getrokken i), doch generaal Michaud wist zich 
te verontschuldigen door er op te wijzen, dat 
hij genoodzaakt was geweest haast te maken 
met de inbezitneming van de vesting Vlissin- 
gen, omdat men aan dit gewenschte punt een 
landing vreesde der Engelsche vloot onder be- 
vel van den oudsten zoon van den prins van 
Oranje. 

De Franschen waren nu meester van het 
geheele land. Met het inwendige staatsbestuur 
bemoeiden zij zich oogenschijnlijk niet, doch 
in het geheim gebruikten zij des te meer hun 
invloed om personen aan de regeering te krij- 
gen, die zij voor ons land en niet minder voor 
hunne eigene belangen nuttig en noodzakelijk 
dachten. Patriotten en Revolutionnairen waren 
dan ook voortdurend aan het werk, met het 
gevolg dat de oude besturen spoedig door 
nieuwe regeeringscomités werden vervangen. 

In Zeeland had deze verandering den ^^^^^ 
Maart 1795 plaats. Met dien datum immers 



i) Loc. cit. blz. 76. 



235 



werd de eeuwenoude vergadering van de Edel 
Mogende Heeren Staten van Zeeland ontbon- 
den, als in de tegenwoordige omstandigheden 
niet meer aan het doel beantwoordende; in 
plaats daarvan werd die vergadering ingesteld, 
welke van nu af onze provincie in lief en leed 
zou besturen, en die men „de Vergadering der 
„Provisionele Repraesentanten van het Volk 
„van Zeeland" betitelde. 

De dagen der Fransche overheersching wa- 
ren in aantocht; de verheerlijking der Fransche 
broeders had als het ware haar toppunt be- 
reikt. De jonge vergadering had reeds dadelijk 
na haar optreden met groote moeielijkheden 
te kampen, waarvan de drukkende geldzorgen 
wel niet de minste waren. Men vond de Pro- 
vinciale kas zeer gedund, en men begreep 
maar niet waar het geld kon zijn gebleven. 
Een tijd lang werd nog beslag gelegd op de 
goederen der afgetreden ambtenaren, doch bij 
gebrek aan bewijs moest men het besluit daar- 
toe weer spoedig vernietigen. Er moest dus 
naar een ander middel worden gezocht om de 
provinciale finantiën te verbeteren, immers zoo- 
lang het vredestraktaat niet was geteekend, 
moest de jonge Nederlandsche republiek het 
Fransche leger onderhouden en salarieeren. 
De Fransche militairen hadden wel is waar 
hunne papieren assignaten medegebracht, die 



526 



in hun eigen land gewild en geldig waren, doch j 
de burgerij hier te lande stelde in dat papie- 
ren Fransche geld, en waarlijk niet ten on- 
rechte, al heel weinig vertrouwen 

Het is dus begrijpelijk, dat het nieuwe Zeeuw- 
sche bestuur in de eerste plaats een commissie 
benoemde, om te onderzoeken, of het wel was 
aan te bevelen om de Fransche assignaten, die 
tot nu toe, tegen negen stuivers de livre, wer- 
den aangenomen, als geheel „vertrouwbaar" 
te verklaren. 

Het antwoord van de Commissie klonk niet 
gunstig. Ten sterkste raadde zij af om de 
Fransche assignaten als wettig betaalmiddel 
in te voeren, daar zij overtuigd was, dat er 
in de verste verte geen contant geld genoeg- 
voorhanden zoude zijn, om ze behoorlijk te 
kunnen inwisselen, te meer, daar er, door de 
assignaten als courant geld aan te nemen, een 
enorm misbruik van zoude gemaakt worden, 
bijv. door ze goedkoop op te koopen en deze 
daarna, onder voorwendsel van het papier ont- 
vangen te hebben wegens verteringen aan 
Fransche militairen, tegen den gestelden prijs 
van 9 stuivers de lïvre, ter inwisseling aan te 
bieden. 

De Commissie oordeelde, en terecht, dat de 
provincie door dit waardelooze papier zou 
overstroomd worden, en dat zij daardoor in 



227 



nog drukkender finantieele zorg zou geraken. 

Er moest evenwel gehandeld worden om 
het benoodigde geld bijeen te krijgen tot on- 
derhoud der Fransche soldaten, zooals dat bij 
de Capitulatie was bepaald. Contanten waren 
voor het oogenblik niet aanwezig, daarom stelde 
de Commissie voor, tijdelijk daarin te voor- 
zien, door het uitgeven van Provinciale papie- 
ren assignaten. Zij wenschte niet dat dit 
papieren geld de geheele provincie door onder 
alle burgers tegeHjk zoude worden gangbaar 
gesteld, o neen, maar al te goed was haar het 
feft bekend, dat papieren waarde, die op geen 
solieden grond berust, spoedig in koers moet 
dalen. 

Dat papieren noodgeld zou slechts bestemd 
zijn om aan Fransche militairen te worden 
uitgereikt, die daarvoor bij winkeliers en her- 
bergiers hunne allernoodzakelijkste benoodigd- 
heden zouden kunnen aanschaffen. 

Logis, brood en vleesch werden hun intus- 
schen buiten hunne kosten verstrekt. 

Deze papieren assignaten, doorgaans Zeeuw- 
sche of Provinciale assignaten geheeten, zou- 
den dus naar hunne bestemming te oordeelen, 
slechts tusschen een klein aantal ingezetenen 
circuleeren; men onderstelde de onmogelijkheid, 
dat ze in buitengewoon groot aantal zouden 
benoodigd zijn. Zoo oordeelde ten minste de 



228 



Commissie, doch wij zullen later zien, hoe deer- 
lijk zij zich in dit opzicht vergiste. 

Bij de Capitulatie was bepaald, dat 4000 
man in Zeeland zouden worden ingekwartierd, 
maar in Maart was dat getal reeds tot 6000 
man aangegroeid. 

Tegen 5 stuivers daags per soldaat gere- 
kend, zou men voor één decade, dat is voor 
een tijdruimte van 10 dagen, ongeveer /" 15000 
noodig hebben. 

Men stelde nu vóór papierengeld gereed te 
maken van 20, 10, 5 en 2 stuivers, en dit voor 
de eerste decade aldus te verdeelen: 

5000 assignaten van 20 stuivers = f 5000 
loooo „ „ 10 „ = „ 5000 

15000 „ „ 5 » = » 3750 

12500 „ „ 2 „ = „ 1250 



ƒ15,000 

De proeven van deze assignaten die in Ne- 
derlandsch geld berekend zijn, staan afgebeeld 
in de Notulen van de Staten van Zeeland van 
1795, blz. 120. 

Naar die modellen zijn evenwel geen assig- 
naten gedrukt, omdat de Commissie reeds 
spoedig met het voorstel aankwam, de assig- 
naten, met het oog op de Fransche specie, 
liever als volgt te verdeelen: 



32g 

assignaten van 2 livres de France of 18 
sols de Zélande ; 

assig-naten van i livre de France of 9 sols 
de Zélande; 

assignaten van 10 sols de France = Vï li- 
vre of 41/a sols de Zélande ; 

assignaten van 5 sols de France — V4 li- 
vre of 18 duiten. 



Deze indeeling nu voldeed aan alle belang- 
hebbenden, en de vervaardiging er van werd 
aan den stadsdrukker de Winter toevertrouwd. 

Dat men geen assignaten liet drukken hoo- 
ger dan van 2 livres, was om zooveel moge- 
lijk groote verliezen door het vervalschen en 
namaken er van te voorkomen, immers men 
had geen anderen waarborg van echtheid dan 
het nummeren en de onderteekening. 

„ledere soort zou een verschillend gedrukte 
letter hebben om ze op die letter tot zekere 
hoogte van nummers te laten oploopen en 
naardien een ander in de plaats te nemen" ; 
ten tweede zouden zij „schriftelijk" moeten 
genummerd worden, iedere soort te beginnen 
met n'. i, tot een nader te bepalen getal, en 
ten derde zouden zij moeten worden getee- 
kend door vertrouwbare personen daartoe op 
een salaris te benoemen. Eén handteekening 
was evenwel voldoende. Hiervoor koos men 



230 



de burgers Nicolas de Pré, Pieter van der 
Graft, CoRNEi.is Seri.é en Alexander Johan 
Sinclair, „alle notarissen binnen deze stad." 
Hun salaris bedroeg f 3. — voor het onder- 
teekenen van 1000 stuks, terwijl de personen 
die nummerden f 2. — kregen voor hetzelfde 
getal. Daar het aantal assignaten steeds bleef 
aangroeien, vroegen de nummeraars, — het wa- 
ren vier commiezen, - om meerder loon, immers 
door de enorme qiiantiteit papieren geld, wa- 
ren de cijferletters zeer vermeerderd. Hun 
verzoek werd ingewilligd. 

Over hen allen was een directeur gesteld, 
die aangewezen was om het papier van den 
landsdrukker in ontvangst te nemen, het na 
te tellen, voor de nummering en onderteeke- ■ 
ning te zorgen, terwijl hij daarna de assigna- 
ten aan den Ontvanger-Generaal moest uitrei- 
ken, bij wien zij voorloopig bewaard bleven. 

Vóór het ingaan van iedere decade, was de 
directeur verplicht bij den Franschen generaal 
te informeeren naar het aantal aanwezige sol- 
daten, vervolgens moest hij het papier „in 
zoodanige gedeelten als door den voornoem- 
den generaal zal worden gerequireerd," aan 
dezen doen toekomen tegen overneming van 
Fransche assignaten i 9 stuivers de livre. 

De directeur, hier Johannes Thehoff, ont- 
ving f 2. — voor iedere duizend nummers van 



331 



het Zeeuwsche papier, die hij aan den Fran- 
sclien generaal afleverde. 

En toen de Representant van de Fransche 
natie, met name Cochon, het plan ïn alle op- 
zichten had goedgekeurd, werd tot de uitgiite 
van de Zeeuwsche assignaten overgegaan. De 
Representanten drukten den burgers evenwel 
nog eens duidelijk op het gemoed dat deze 
uitgifte slechts ten doel had m de allernood- 
zakelijkste levensbehoeften der Fransche mili- 
tairen te voorzien en dat men ze niet voor 
het leveren van luxe artikelen moest gebruiken. 
Binnen den tijd van drie maanden zouden de 
assignaten voor de volle waarde tegen contant 
geld worden ingewisseld. Want de Zeeuwsche 
regeering vond het nuttig, dat de burgerij de 
papieren assignaten eenige maanden onder zich 
hield, in plaats van deze wekelijks terug te 
brengen, zooals dat in Holland het geval was 
en wel voornamelijk omdat de ingezetenen de 
kleinere waarden van het papieren geld, zouden 
kunnen gebruiken tot het bijpassen van de 
grootere specie, zonder daarvoor contant geld 
noodig te hebben. Dit alles werd per Publicatie 
in de Hollandsche en Fransche taal en bij 
advertentie in de Middelburgsche courant aan 
de Zeeuwsche ingezetenen medegedeeld. ■ — 
Men was op het einde van Maart; reeds in 
het begin van de volgende maand, kwamen 



2 32 



de moeielijkheden opdagen. Het waren voor- 
namelijk de kleine winkeliers en herbergiers, 
die uit den aard van de zaak het meest met 
de Fransche militairen bij hun dagelijksch 
onderhoud te maken hadden, van wie de 
heftigste klachten uitgingen tegen dit nieuwe 
betaalmiddel, dat zij wantrouwden. De Fransche 
commandant Duval klaagde er reeds den 
-iden April over, dat de winkeliers weigerden 
het papieren geld van hem aan te nemen De 
oorzaak van dit discrediet bestond hoofd- 
zakelijk in het onbestemde van den tijd der 
inwisseling; de burgerij beweerde dat zij geen 
drie maanden daar op kon wachten. Niet al- 
leen uit Middelburg, maar uit Veere, Vlissin- 
gen, Zierikzee, kortom uit de geheele provincie 
daagden de klachten in alterlei vorm op. Men 
verlangde bijna altijd hetzelfde, namelijk, dat 
het papieren noodgeld over de geheele pro- 
vincie zou worden verspreid, circuleerende 
tiisschen alle ingezetenen zonder onderscheid, 
kortom, dat het als wettig provinciaal geld 
zou worden beschouwd. Kon dit niet, dan 
verzocht men toch een korter termijn dan drie 
maanden voor de inwisseling. De afgevaar- 
digden van Veere drongen er op aan nog 
kleinere assignaten dan van l'i livre of i8 dui- 
ten te doen vervaardigen. Deze zijn echter 
in papier nooit verschenen. Er bestaat even- 



233 

livre in koper. Het is het stukje, af- 
gebeeld in het Vervolg op Van Loon n". 833, 
en dat bij Mailliet op pi. 130, n". 2 en bij 
Verkade pi. 96, n", 7, voorkomt. 

De voorzijde vertoont het gekroonde wapen 
van Zeeland, Omschrift : 

LVCTOR ET EMERGO 

Keerzijde: In het veld: 



LIVIRE 
r? IS 95 

2I/2 
STVIVER 

Koper, met kartelrand ; o. a. aanwezig- in 
de verzamelingen van het Zeeuwsch Genoot- 
schap, en van den heer J. W. Stephanik te 
Amsterdam, zie PI. Vil n°. 5. 

In de notulen vonden wij omtrent dit zeld- 
zame muntje niets vermeld. Ook in de reke- 
ningen van de Provinciale munt, staat er, 
volgens mededeeling van den archivaris, den 
heer Fruin, niets over opgeteekend, dat toch 
zou moeten hebben plaats gehad, indien tiet 
stukje op last der provincie ware geslagen 
geweest. Blijkens de tweede rekening van de 
muntmeesteresse Pietrünella Slüb, zijn er ïn 
liet tijdvak tusschen 18 Juni 1792 en 3juli 1797 
alleen aangemunt; zilveren rijders, zilveren du- 



234 



caten en schellingen, deze laatste echter ten 
behoeve van de O. I. Compagnie, 

Tot de serie Zeeuwsche assignaten geloo- 
ven wij niet dat het moet gerekend worden, 
immers de vermelding „"s livre is 2V'3 stuiver" 
sluit niet met de indeeling der geldwaarde op 
het papier. Ook vinden wij het onaannemelijk 
tevens, dat de stempelsnijder van de Zeeuw- 
sche munt zoo onwetend zou zijn geweest om 
Vs livre aan 2'.'2 stuiver gelijk te stellen, im- 
mers hij zou daarvoor 1 1 duiten te veel heb- 
ben gerekend. 

Het zal een muntje zijn geweest, dat tot 
doel had, klein Fransch kopergeld te verte- 
genwoordigen, waaraan vooral de kleine win- 
keliers bij hunnen omgang met de Fransche 
soldaten bij voortduring gebrek hadden. 

De livre gelijk 20 sols zijnde was '/s = a'/g 
Fransche sols en met het oog op de niet Fransch 
sprekende kleine burgers en neringdoenden, 
heeft men dit vertaald in 2'/2 stuiver. Dit zijn 
dus Fransche stuivers waarvan er 20 gelijk 9 
Nederlandsche waren. Het stukje gold dus 
2^li stuiver (sols) Fransch of i'/^ stuiver Ne- 
derlandsch. Blijkbaar lette men er dus meer 
op het den Franschen soldaten gemakkelijk te 
maken, door de Fransche rekenwijze te vol- 
gen, dan de Zeeuwsche neringdoenden te ge- 
rieven. De assignaten bewijzen dit dan ook 



235 

ten overvloede. Enfin het was de geest des 
tijds, fin de siècle! Maar nu voorzag men de 
grootste knoeierijen door deze onduidelijke 
omschrijving, vandaar dat er dus weinige stuk- 
jes van dat kopergeld zijn geslagen. Zoo 
dunkt ons dit raadselachtige noodniimtje vol- 
doende opgehelderd en tevens waarom er noch 
in de Notulen, noch in de Rekeningen der 
Munt, noch in de Archieven der stad iets over 
terug te vinden is. 

Maar keeren wij tot de papieren assignaten 
terug. Tengevolge van de ingekomen klach- 
ten, moest de Commissie over de assignaten 
opnieuw worden geraadpleegd en hare con- 
clusie was, dat inderdaad het bezwaar der 
winkeliers gegrond was, omdat zij de mindere 
waarde van een biljet dikwijls in contant geld 
moesten bijpassen, en dat zij wel hunne waren 
tegen papieren geld konden verkoopen, maar 
dat de groote leveranciers weigerden het pa- 
pier in ontvangst te nemen, wanneer de eer- 
sten hunne inkoopen bij hen deden. Het be- 
vreemde der Commissie evenwel sterk, dat die 
tegenkanting langer dan één decade of i o 
dagen had geduurd, want zij had er op gere- 
kend, dat de winkeliers de kleine assignaten 
zouden hebben bewaard om daarvan bij de 
verwisseling van grootere sommen gebruik te 
kunnen maken. De commissie was van oor- 



I 



236 



deel, dat men er toe moest overgaan om déj 
kleine winkeliers, met bedreiging van sluiting' I 
van hunne winkels, te dwingen om de papie- 
ren assignaten aan te nemen, en dat men te- I 
gelijkertijd de groote leveranciers moest ver- 
zoeken de papieren Zeenwsche mimt van de 
kleine neringdoenden in ontvangst te nemen, en 
hun daarvoor hunne benoodigdheden te verschaf- 1 
fen. Waarlijk, een treffend voorbeeld van ver- 
trouwen in Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap ! 

De klachten bleven evenwel voortduren. 
Nu werd bij Publicatie bepaald, dat men de 
papieren munt zou kunnen inwisselen tegen 
recepissen van de municipaliteiten van de zes 
stemhebbende steden, welke recepissen een 
rente zouden geven van 4% in het jaar, terwijl 
deze later in tijd van vrede tegen origineele 
obligatiën ten laste der provincie zouden 
worden ingewisseld. En om nog meer zeker- 
heid aan het papierengeld te geven, en opdat 
de winkeliers met hunne klachten zouden op- 
houden, beloofde de Regeering bovendien, dat 
van den r^'™ Mei af, de Zeeuwsche assignaten 
zouden worden aangenomen tegen de volle 
waarde, bij de betaling van de provinciale 
belasting op het Gemaal, Bieren, Tabak en 
Brandewijn. Maar hiermede verviel nu de 
driemaandelijksche inwisseling. 

Niettegenstaande deze voordeelen, bleef het 



237 

voortdurend klachten regenen. Bierbrouwers 
uit Vlissingen, Middelburgsche logement- 
houders en zoovele anderen verzochten dat 
de papieren munt ook in betaling zou mogen 
worden gegeven bij het voldoen van den 
impost op Wijnen, Vleesch, Boter, Zeep, Azijn, 
Zout, enz. enz., en zij beklaagden zich boven- 
dien dat zip voor het papier geen granen, 
hop noch kolen konden koopcn, dat zij het 
loon van hunne knechts er niet mede konden 
betalen, en legio dergelijke klachten meer, 
zoodat zij omloop van het papier over alle 
burgers in de provincie verzochten. 

Maar met dit laatste verzoek kon de Com- 
missie over de assignaten zich vooral niet 
vereenigen ; immers wij lezen in de Notulen over 
deze zaak: „Het algemeen gangbaar stellen 
„in de provincie is onuitvoerbaar, omdat in 
„de eerste plaats het papier daar niet op is 
, gemaakt, en er te weinig maatregelen zijn 
, genomen om het vervalschen tegen te gaan. 
,Het zoude gaan als in Frankrijk waar de 
, ongelukkige gevolgen van het laten circuleeren 
,van papieren geld niet te berekenen zijn, het 
,zou alle commercie bederven, van daar moet 
,er nimmer of nooit aan gedacht worden om 
,een zoodanige geforceerde munt in ons land 
,in te voeren, trouwens er is geen de minste 
, oorzaak toe. De avantages aan het papieren 



238 



„geld toegekend stellen den eigenaar volkomen 
„zeker voor deszelfs waarde, te meer daar 
„hetzelve alleen ontvangen wordt door die- 
„gene welke uithoofde van haar ongewoon 
„groot vertier en het hooger verkoopen van 
„hunne waren, wel eenigen tijd op contante J 
„betaling wachten kunnen." 

En terwijl de Commissie zich aldus ver- 
dedigde, werden de Zeeuwsche assignaten 
steeds voortgedrukt, en in voortdurend 
klimmender aantal uitgereikt. Zoo berichtte, 
den 28 April, de Ontvanger-Generaal, dat door 
het enorme getal troepen, voor de drie 
decades, 248.500 livres in plaats van 50.000 
in papieren specie zouden benoodigd zijn. i) 



l) Den 4^=" Mei 179S was het bedrag dal men maandelijks noo- 
dlg bad, reeds tot 270,000 livres aangegroeid. In een brief, geadres- 
seerd aan den citoyen Generaal Moreaü. door de Provisioneele Re- 
presentanten van het volk van Zeeland, lezen wij het verzoek, om 
toch het getal Fransche troepen in deze provincie wat te willen ver- 
minderen, want, zoo schrijven zij noous voyons s'approcher Ie moment 
,ftü nous serons forcés de faire ces'ier sans eiception tous payementa 
„quelconqnes." En na al de iware uitgaven ten hunnen laste opge- 
somd te hebben, vervolgen zij: „Mais ce serait vous faire injnre, ci- 
„toyen Général! qne d'insister plus longtemps sur Ie tableau que nous 
„venons de tracer, et puisque c'est au nom de 1'humanité et de la 
„bonne foi que nous vous en conjurons, nous osons nona flatter que 
„vous daignerez donner des ordres positifs, pour que Ie nombre des 
„troupes franfMECE dans cette Province soit reduit au Beul nombre 
i^bsolument nécessaire poiu- la défense de nos cötes, et que par rap- 
„port aux Troupes qui rcsteront, la plus grande économie possible 
„telle qne l'eiige 1'état obéré de nos Finances leur soit enjointe — 
„et qu'enfin il ne soit plus envoyé de Troupes dans la Zéiande, comme 
„1'on nous a informéa, que Ie Général 1.K Maire vient de faire tout 
i^écenunent en cnvoyant deux compagnies i. la vüle de Tbolen." 



Met het oogf op dit aanzienlijk aantal assig- 
naten, en tevens om het den ingezetenen ge- 
makkelijk te maken, werd een Bureau tot 
inwisseling er van opgericht, onder Direc- 
teurschap van den burger A. Luteijn. 

Voor het oogenblik bleven de klachten nu 
wel is waar ten deele uit, maar de geldzorgen 
der burgers waren er niet op verbeterd. 

Belasting op belasting volgden elkander op, 
waaronder die op ongemunt en bewerkt zilver 
en de Vrijwillige Negotie è, 5% wel de voor- 
naamste waren, zoodat met het oog op een en 
ander, niettegenstaande zeer vele requesten, 
zoowel van burgers als van besturen van gilden 
en andere corporatiön, het overtollige zilver 
en goud, — waarvan munten, gedenk- en leg- 
penningen, messen vorken en lepels uitge- 
zonderd waren, — ten stadhuize moest worden 
gebracht om tot rijksdaalders te worden ver- 
werkt. 

„En vermits het ons voornemen Is," zoo 
schreef het Stedelijk bestuur, „niet alleen den 
„omloop van penningen te vermeerderen, maar 
„ook de pracht te doen verminderen, bevelen 
„wij, dat noch door commissarissen, als door 
„essayeiirs, zilversmits, en muntmeesters, een 
„aequivalent in gemunt- of ongemunt goud of 
„zilver zal mogen worden gesubstitueerd." 

Wat de zooeven aangehaalde Vrij willige 



i4ö 

Negotie betreft, een belasting, geheven niet 
het doel om contanten te verkrijgen tot In 
wisseling der Zeeuwsche assignaten, daarin 
mocht men ook met Zeeuwsch papier betalen 
voor Vs van het bedrag, mits de resteerende 
7s der hoofdsom in klinkende specie werd 
bijgebracht. 

Men wilde het den ingezetenen zoo ge- 
makkelijk mogelijk maken, van daar dat het 
toegestaan werd dat men ook kon betalen in 
Fransche kroonen, tegen den koers van 56 
stuivers, in Brabantsche kroonen k 54 stuivers, 
in Louis d'or k / u en in guïneas k /"ii-ia. 

De beide zooeven genoemde belastingen 
bleven evenwel verre van het verwachte 
resultaat, zoodat later nog een „onvrijwillige 
belasting" daarvoor in de plaats kwam. 

Tusschen al deze bedrijven in, had men 
den 2 1*'«" Juli in Middelburg twee nieuwe 
comités opgericht, en wel een van Finantiën 
en een van Onderzoek die „te samen deli- 
„bereerende zouden dragen den naam van 
„Comité van Voorlichting." 

Tegelijkertijd stelde men ook een Comité 
van Algemeen Welzijn, Waakzaamheid en 
Veiligheid in, om, zooals de Gedeputeerden 
van Veere hadden voorgesteld, ïn de ge- 
legenheid te kunnen zijn „alle verderfelijke 
„ondernemingen tegen de pas ontlookene 



241 

„vrijheid te kunnen opsporen, tegen te gaan 
„en te verijdelen." 

Dit laatste comité bestond uit zeven leden 
die een jaargeld genoten van £ i3, lo sch. 
o. gr. i). 

De zorg over de Zeeuwsche assignaten was 
hun gedeeltelijk toevertrouwd, en reeds bijna 
onmiddelijk na zijn ontstaan, had het comité 
een geval van vervalschte assignaten te be- 
handelen. 

Immers den iS^^i^ Juli was er bij de Regeering 
een missive van den Directeur van het Bureau 
ter inwisseling der assignaten ingekomen, waar- 
bij hij kennis gaf, dat hem een valsch Provin- 
ciaal assignaat in handen was gekomen van 



i) Ofschoon het rekenen met guldens en stnivers in 1795 leer veel 
in gebruik was, rekende men toch het liefst, volgens de oude ge- 
woonte met ponden vlaatnsch, schellingen en grooten. 

Ook de Administratien rekenden m\ eens volgens de eene, dan 
weder volgens de andere wijze. 

Het aloude pond Vlaamsch vau 6 gulden of I30 stuivers, sedert 
vele eeuwen hier in gebruik, is zoo iageworteld, dat zelfs nu nog — 
1S96 — de loocen der dieastboden, zoowel in Middelburg als ten 
plattelande meestal worden bepaald in ponden en halve ponden. 

In de Zeeuwsche Kjonykalnunakkeo van dien tijd, (1788) komen 
dan ook geregeld Specie-tafelen voor van Zeeuwsche halve, kwart 
en achtste rijksdaalders, alle uitgerekend bij Ponden, Schellingen 
en grooten en Guldens, stuivers en penningen en „deeze specie- 
tafelen" zoo vermeldt het voorwoord, ,^ijn zaa naauwkeurig ge- 
corrigeerd, dat er geen cijfler-Fout in gevonden wordt : waar van de 
Gebmilters kunnen verzekerd zijn." Zoo was : 

Vï rijksdaalder = 4 sch. 5 gr. of l gulden, 6 stuivers, 8 penn. 

'h .. - " .. >* .. ., " ., '3 „ 4 „ 



2 livres, letter AAA gelithographeerd, zonder 
schrijfnummer en dat g;eteekend was door den 
burjfer Serlé, die dit evenwel niet voor zijne 
handteekening had erkend, Vervolg^ens nog 
vier andere, van 2 en een van i lïvre, Litt. 
AAA en BB, doch die volgens hem, niet zoo 
gevaarlijk waren, als zijnde noch genummerd 
noch onderteekend. 

Over dit geval is heel wat heen en weer 
gepraat, zonder dat de vervaardiger van deze 
onwettige assignaten is kunnen ontdekt woe- 
den. 

Het comité van Algemeen Welzijn en Waak- 
zaamheid, dat zich deze zaak ernstig aantrok, 
liet 's-Lands drukker bij zich ontbieden, en 
hem werd afgevraagd of er soms ook afdruk- 
sels van zoodanige assignaten door zijne knechts 
konden zijn meegenomen, terwijl men hem te- 
vens ernstig recommandeerde daartegen naar 
vermogen te waken, ten einde zulks niet ver- 
der zou geschieden. 

Deze, j. DE Winter, gaf ten antwoord, dat 
hij zóó goed orde hield, dat het onmogelijk 
w.is geweest dat de knechts ze hadden mede- 
genomen ; maar „hij meende, dat het zeer wel 
„konde zijn, dat de teekenaars ofnummeraars 
„der voorschr. assignaten, bij toeval eenigfe 
„quaternen hadden overgeslagen, dat ze ver- 
„volgens onder de anderen waren geraakt, af- 



243 



„gegeven en aldtis onder den man waren ge- 
„komen en dat daarvan de een of ander mis- 
„briiik had gemaakt." 

Ook den maire van Middelburg had men 
verzocht de quaestie te onderzoeken, doch daar 
er geen premie op de ontdekkers was gesteld, 
en hij zelve „uit eigener auctoriteit dit niet 
had kunnen of vermogen te doen," was men 
ook langs dezen weg niet veel verder ge- 
komen. 

De vergadering heeft er verder het stilzwij- 
gen over bewaard, zoodat de mogelijkheid 
bestaat dat de voorstelling van '.s-Lands druk- 
ker hier de ware is geweest. 

Nergens heviger dan in het stadje West- 
Kapelle klaagden de burgers over de toene- 
mende armoede door het circuleeren der 
Zeeuwsche assignaten veroorzaakt. De Fran- 
sche troepen, circa 1 200 man, speelden er 
flink den baas, plunderden herhaalde malen 
de bezittingen der inwoners, kortom de ar- 
moede was er nijpender dan ooit, vandaar dat 
de municipaliteit aldaar verzocht om inwisseling 
van £ 2001 : 13:4 van provinciale assignaten, 
„willen de inwoners" zoo schreef zij „niet ge- 
noodzaakt zijn hunne winkels te sluiten, zooals 
dat te Domburg en te Zoutelande al is ge- 
schied." Men besloot er een commissie heen 
te zenden. Haar antwoord was zóó eenparig 



244 



over den deplorablen toestand der inwoners, 
dat er £ 300 aan contanten ter inwisseling^ 
van Zeeuwsche assignaten werd heengezonden, 

In Augustus werd dit nog eens herhaald, 
maar, zoo schreef men er bij, het zoude nu 
voor de laatste keer geweest zijn. 

Ook in Middelburg was men nog altijd met 
de uitgifte van het papieren nuodgeld onte- 
vreden en dat niet alleen van de zijde der 
ingezetenen zelven, maar ook van wegens die 
der Franschen; immers zij vroegen herhaalde- 
lijk, wanneer hunne troepen toch eens in con- 
tant geld 2onden worden betaald, wel een be- 
wijs dat de winkeliers en anderen de assignaten 
nog steeds met zekeren weerzin aannamen. 

En ook het Bureau ter inwisseling van as- 
signaten informeerde — het was toen 31 Juli 
1795, — wanneer men toch zou ophouden met 
het creëeren van Zeeuwsch papier. Dit vragen 
zag wel op de belofte dat met i Augustus a. s. 
een deel der Fransche troepen ïn soldij der 
Republiek zoude overgaan, en hierbij sluit 
zich eene advertentie aan in de Middelburgsche 
courant van 4 Augustus 1795, waarin personen 
worden opgeroepen, die, nu tegen contant geld, 
genegen zouden zijn, oiïicieren en andere ge- 
affecteerden aan de Fransche armee te her- 
bergen. 



Men kan du; 



us wel aannemen, 



dat 



het 



24S 

begin of half Augustus het vervaardigen van 
Zeeinvsch papier heeft opgehouden, maar 
daarmede waren de ontelbare in omloop zijnde 
assignaten nog niet in klinkende specie ver- 
wisseld. Op al de klachten van de ingezetenen, 
antwoordde de Commissie steeds uitwijkend, 
liet voortdurend de vele voorrechten uit- 
komen die in deze provincie aan het papier 
verbonden waren, en zij beweerde maar niet 
Ie kunnen begrijpen waarom men hier met 
zooveel tegenkanting had te maken, terwijl 
dit in andere provinciën niet het geval was, 
waar de assignaten bovendien op veel on- 
voordeeliger voorwaarden circuleerden, i) ook 
merkte zij op, dat van den beginne af is ge- 
waarschuwd de papieren specie niet te ge- 
bruiken voor het leveren van luxe-artikelen 
aan officieren der Fransche armee, maar slechts 
voor het verschaffen van de bepaald noodige 
levensbehoeften der Fransche soldaten, die 
immers logement, vleesch en brood buiten 



I] In Holland hadden alle winkeliers last getregen, de aisignateii 
van FranEChe krijgslieden voor nood wen digheden te onlïaogen, mils 
r.iet meer dan lo livres tegelijk voor één soldaat en wel voorzien 
van een schriftelijken order van zijn officieren ; - aan officieren voor 
een hooger som, naar hunnen rang maar mede voorden tact een 
order van hun opperhoofd legen 9 st de livre. 

Deie assignaten .moesten dagelijks aan de munieipali teilen vertoond 
en wekelijks bij dezelve legen geld of stedelijke recepissen verwisseld 
worden, welke laatste als gangbaar geld werden aangemerkt. 

fad. hüt. deel 30, èli. 281. 



246 



hunne kosten kregen, maar dat men zich aan 
deze waarschuwing" niet had gestoord. Dat 
vervolgens het koopen en verkoopen van de 
assignaten niet verboden is geweest, en daar- 
mede dan ook enorm veel is gespeculeerd, 
zoodat een aantal contanten in omloop zijn 
gekomen, en eindelijk wees de Commissie er 
op, dat deze in de plaats waren gekomen 
voor de Fransche assignaten, die vrij wat ge- 
vaarlijker waren, maar zeer gaarne zou zij de 
eerlijke ingezetenen, die zuchten onder den 
last der provinciale assignaten, willen helpen, 
door bijv. een wekelijksche uitloting voor te 
stellen, maar de wanhopende stand der finan- 
tien kon dit niet veroorloven, de geheele pro- 
vinciale kas zou daarvoor ontoereikend zijn. 
Er waren dan ook volgens opgaaf van den 
directeur Luteijn tot aan 4 Augustus voor 
1100,000 livres aan Provinciale assignaten ver- 
vaardigd, waarvan er nog voor 25000 livres 
onuitgegeven waren. 

In een rapport van 't Comité van Finantiën 
van 25 Aug. 1795 lezen wij, dat de Fransche 
troepen „toen in numerair" werden betaald, er 
zal dus in Augustus niet veel papieren specie 
meer vervaardigd zijn, in ieder geval had men 
er toen mede opgehouden 

Men kon dus nu overzien welke assignaten 
reeds in de verschillende belastingen waren 



247 

aangeboden, en hoe groot het aantal was, dat 

nog ter inwisseling overbleef. Men begon met 
£ looo beschikbaar te stellen, om daarvoor bij 
loting de papieren specie in numerair te ver- 
wisselen. Dit zou van nu af aan maandelijks 
plaats hebben. In September had deze loting 
voor het eerst plaats; het gevolg daarvan was, 
dat de volgende nummers ter inwisseling wer- 
den bestemd : 

AAA 50000 — 54000 

BB 40000 — 43000 

C 30000 — 33000 

D 20000 — 23000 

terwijl in de volgende maand A i — 5000, 

B I — 3000, C I — 500, D i — 500, werden 

aangewezen. 

Deze keer zou men van N". i af met de 
aflossing beginnen en in latere maanden gere- 
geld nummergewijs daarmede voortgaan, doch 
eerst volgde nog een lange tijd van rust, daar 
het uitloten, zeker uit gebrek aan contanten, 
onbepaald werd uitgesteld. 

Uit dezen tijd valt een handelwijze van de 
burgers van Zïerikzee te verhalen, die hun 
waarlijk niet tot eer verstrekte. Zij hadden 
namelijk den ii'ien September een missive naar 
de vergadering van de Representanten van het 
volk van Zeeland gezonden, waarin zij uit 
naam van alle burgers van een door hen ge- 




248 

nomen resolutie melding maakten, namelijk om 
al de gelden die zij in de verschillende be- 
lastingen hadden opgehaald, niet te zullen 
verzenden, alvorens de Zeeuwsche assignaten 
zoo niet geheel, dan toch gedeeltelijk zouden 
zijn ingewisseld, volgens de plechtige belofte 
daartoe gedaan. Het antwoord van de Prov. 
regeering op deze krachtige bedreiging luidde 
dan ook, dat zij zeer gevoelig getroffen was 
geweest, toen zij de feitelijke dwangmiddelen 
vernam, die men in Zierikzee goed gevonden 
had bij de hand te nemen om zich recht te 
laten wedervaren; te meer daar bij resolutie 
van 6 en 7 Juli, de aanzienlijke som van 
2300 £ vl„ ter inwisseling van Zeeuwsche as- 
signaten, bij voorkeur aan de burgerij van 
Zierikzee was toegestaan, een avantage dat 
zeker niet gering was. En na een uitvoerige 
opsomming over den treurigen toestand der 
Prov. kas, en het verzoek het achterstallige 
geld ten spoedigste te willen opzenden, eindigt 
de brief met de volgende woorden: „De Sou- 
vereiniteit l)erust ])ij het geheele volk en dus 
kan geen gccUielto van het volk zich dezelve 
aanmatigen. Dat Zc^clands burgerij een voor- 
beeld geve van ccndragt, bedaardheid en 
kloekmoedigheid." 

Nu deze ])ensping hadden de Zierikzeeënaars 
dan ook wel verdiend. Zij hebben het dan 



249 

ook maar bij dreigen gelaten! Zoo als wij 
hier boven reeds hebben opgemerkt, hadden 
de verschillende belastingen op verre na niet 
het bedrag opgebracht, dat men er van ver- 
wacht had, er bleef dus niets anders over dan 
tot het instellen van een nieuwe belasting over 
te gaan. Deze zou niet meer vrijwillig zijn, 
men vroeg 6 % op de waarde van iemands 
vermogen tegen interest van 21, ^ % 

In deze geldheffing mochten de papieren 
assignaten tot het volle bedrag worden aan- 
geboden, maar nu vervielen hierdoor de be- 
loofde maandelijksche uitlotingen, en zouden 
zij ook niet meer mogen dienen bij het vol- 
doen van de belasting op het Gemaal, Bier 
en Brandewijn. Men wenschte den uitslag van 
deze geldheffing eens af te wachten, alvorens 
verder over de Zeeuwsche assignaten te deli- 
bereeren. 

Ook was er nog iets anders, waarvan men 
zeer gunstige resultaten voor de provinciale 
kas verwachtte. 

Een zekere J. Berge had in een adres te kennen 
gegeven, dat hij een middel had verzonnen, om 
zonder nieuwe uitgaven van penningen te doen, 
ook zonder nieuwe belastingen in te voeren, 
der Provincie een aanzienlijk deel harer schul- 
den zou weten te doen kwijtschelden. De 
Provinciale obligatiën zouden er door stijgen. 




250 



de Wisselbank zou in hare betalingen worden * 
gesubveiiieerd en een menigte menschen van 
weinig vermogen aan een nuttig bestaan hel- 
pen, alles buiten bezwaar van den lande. 

En waaruit bestond nu dit toovermiddel ? 
Uit een te houden loterij zonder nieten. 

Deze kwam ook werkelijk tot stand; het 
waren loten van f 20. Voor een zeer klein 
bedrag werden ook hierin de papieren assig-- 
naten aangenomen. De provincie was in deze 
loterij zeer gelukkig, immers wij lezen, dat bij 
de eerste trekking, den 22s'en April 1796, de 
hoogste prijs k f 6000 was gevallen op n" 6018 
„zijnde een der Loten aan de provincie ge- 
bleven." De weesjongen die deze heucheÜjke 
tijding overbracht kreeg daarvoor een heelen 
rijksdaalder ! Of men inderdaad van deze 
loterij veel contanten verwachtte, dan wel of 
de onvrijwillige belasting boven de raming voor- 
deelig was gebleken, dit is zeker, dat in Febru- 
ari 1796 op nieuw besloten werd van nu af aan 
geregeld, te beginnen van n" 1 af aan, maande- 
lijks tot een zeker bedrag de Zeeuwsche 
assignaten in te wisselen. 

Van de maanden Februari tot April, Juni 
tot Sept., Nov., December 1796 en Februari 
1797 komen de advertentiën hiervoor dan ook 
geregeld in de Middelburgsche courant voor. 

In Februari 1 797 wisselde men voor de laatste 



25 I 



keer een gedeelte van de assignaten in en 
toen zelfs voor een buiteng'ewoon hoog bedrag, 
daar met dien datum alle nog in omloop aan- 
wezige assignaten werden opgevraagd. 

„Zullende zoo luidt de advertentie, wezen 
„ingewisseld alle de gecreërde en in omloop 
„gebrachte Zeeuwsche assignaten, en wordende 
„een ieder die de gemelde nummers in handen 
„heeft, aangemaand, dezelve voor den laatsten 
„der maand Maart aanst. ten Compt, Generaal 
„te komen inwisselen, dewijl die nalatig 
„mochten worden bevonden, verstoken zullen 
„zijn en blijven van immer die inwisseling te 
„kunnen pretendeeren". 

„Aldus gedaan in 't Uitvoerend Departe- 
„ment des Prov. Raads van Zeeland te Middel- 
„burg den 24 Febr. 1797." 



Was geteekend : 



J. H. Appelius. 



Toch zijn na dien datum nog Zeeuwsche 
assignaten ter inwisseling overgebleven. Zoo 
lazen wij een missive van den 19 Mei, van 
een zekeren Melis Drijver, burger en inwoner 
der stad Middelburg, waarin hij verzocht, in- 
wisseling van een som van Gl. 291 en 12 st. 
aan provinciale assignaten „als zijnde ten 
„tijde der gedanen uitloting uitlandig geweest 




252 




f' 

■ „en maar eerst l 

^M „den laatst gefixeerden termijn g^eretoiirneerd." 

H Of deze het geld nog heeft mogen ontvangen, 

M vonden wij niet opgeteekend, maar het is met 

H het oog op het biUijk verzoek wel als zeker 

^B aan te nemen. 

^M Bij het doorioopen van de uitgeloten series 

^M en nummers blijkt dat vervaardig^d zijn ge- 

H weest : 



an Serie A 


lOO.OOO 


-stuks. ^H 


AA 


lOO.OOO 




AAA 


lOO.OOO 




„ AAAA 


1 00.000 




„ AAAAA 


100.000 


„ 


B 


100.000 




BB 


100.000 




BBB 


g.600 


,. 


c 


68.910 


„ 


O 


66.=;oo 


" 




784.010 


stuks. 



Waarlijk geen gering getal en het mag der 
provincie tot eere worden gerekend, dat zij bij 
hare hoogst moeilijke finantïeele zorgen — im- 
mers door de inlijving van Staats-Vlaanderen 
aan Frankrijk in 1794, was zij ook de inkomsten 
van dat deel der provincie voor langen tïjd 



253 

kwijt— i) dat zij haar papieren noodgeld tot den 
laatsten stuiver heeft afgelost. Daarbij vergat 
zij het lot der minvermogende burgers niet, 
zoo lazen wij, „dat de armen die door de 
„pubHeke arrakassen dezer stad niet werden 
„bedeeld en die door gebrek aan werk, en 
door de duurte der tijden niet in staat waren 
brood tegen de toen gestelde prijzen te 
koopen, lootjes konden ontvangen waarvoor 
zij een bepaald getal van kwartjes tarwe-brood 
tegen 8 stuivers het kwartjen, bij hunne bakkers, 
tot wederopzeggens toe, zouden kunnen be- 
komen. 

Zeer waarschijnHjk zijn dit de bekende 
broodloodjes geweest, waarvan wij er in ons 
boekje over Zeeuwsche loodjes verscheidene 
hebben afgebeeld, en die den stedelljken burcht 
op de voorzijde vertoonen en waarvan de be- 
stemming toen niet is kunnen aangewezen wor- 
den. Deze loodjes komen betrekkelijk veel voor, 
ook zien zij er niet uit om meer dan honderd 
jaar oud te zijn. 

Maar keeren wij weder tot de assignaten 
terug. Hoe groot het bedrag is geweest, dat 



I) Sont reserves pnur li Rep. francaise, comme oce juste mdemnité 
des villes et piys conquia et restilués par rarticle precedent : 
I. La FliLtidre hoUandmse y campris tout Ie Ceirkoire, qui est sur la 
rive gauche du Hondt. 

Traite de pdx d'amilié et d'alliance entre In. Rép. fr. et celle des 
Prov. Unies, article 12. 




254 



de papieren specie heeft bedragen, hebben wij 
niet kunnen uitvinden, daartoe zouden de 
rekeningen van de toenmalige Rekenkamer 
•moeten zijn nagezien hetgeen niet is geschied. 
Wij weten evenwel dat in het begin Augustus 
1 795 door den directeur van het bureau 
werd medegedeeld dat voor i,ioo,ooo livres 
aan papier was vervaardigd, en veel meer kan 
die som wel niet bedragen hebben. 

Bij de finale uitlating waren nog vele ge- 
nummerde en ongeteekende assignaten ter 
waarde van 57,805 livres aanwezig, die naar 
de Rekenkamer zijn overgebracht, om zooals 
de notulen vermelden te worden getnortificeerd 
en daarna even als de andere ie worden verbrand. 

Dit verbranden zal wel de oorzaak zijn, dat 
de Zeeuwsche assignaten hoogst zeldzaam 
voorkomen, i) 

De nog aanwezige in de verzameling van 
het Zeeuwsch Genootschap zijn 2) vijf in getal: 

Lit. AA n". 27103, Deux livres de France 
of 18 sols de Zélande, ouderteekend door 
DE Pré, zie PI. VI n^ i 3) 

I) In het Kon. Kabinet is geen eïemplaar voorhanden. 

i) Behalve het op bil, II vermelde koperen stukje van l/g Lïyire. 

3) Al het maleriaa.1 dal voor hst vervaardigen van deie assignaten 
eo van aalt. pillen VI en VII gediend heeft, bevindt ach nog in 
de hiatoriaclie verzameling der firma Joir, Enschedé en Zonen te 
I laarlem. 

De noË bewaarde oude stempels der wapens, danken wij aan de 
firma U. F. AueR S: Zoon te Middelburg — opvolgers van den in 
den tekst vermelden drukker DE Winter. Aan beiden onze dank. 
(R.d.1 



Litt. AA n". 30224, als voren, onderteekend 
door DE Pré. i) 




Lit. B n". 5390, une livre de France of 9 sols 
de Zélande, geteekend Serlé. 

Lit. C n". 40728, Dix sols de France of 4112 
sols de Zélande, geteekend Sinclair. 

Lit. C n". 61781, als voren, geteekend Sin- 
clair, zie PI. VI n°. 2. 



terwijl wij dezer dagen nog de volgende ten 
geschenke ontvingen : 

Lit. AAA n". 85020, Deux livres de France 
of 18 sols de Zélande, geteekend Serlé. 



Lit. AA 1 

V. D. Graft. 



96 1 56, als voren, geteekend 



, wapenschild van ZeeUiid. 



256 

Lit. AA n°. 96157. als voren. 

Lit. B n°. 28333, une livre de France of 9 
sols de Zélande, geteekend Serlé, zie Pl.VII n^. 3 

Lit. D n*^. 19 143 Cinq sols de France of 
2 1/4 sols de Zélande, geteekend de Pré i), 
zie PI. VII n^ 4. 

En hiermede zijn wij aan het einde van de 
geschiedenis der Zeeuwsche assignaten geko- 
men. Veel hoofden hebben zij in beweging* 
gebracht, veel armoede en verdriet is erdoor 
ontstaan, maar de Zeeuwsche provincie, het 
moet worden erkend, heeft zich in deze zaak 
haar eigenaardig devies het „Luctor et Emergo" 
ten volle waardig getoond. 

M. DE Man. 



I) Afgebeeld in Vervolg op van Loon, //, 79 B, 



Quatre monnaies inédites ou peu connues 
de 's-Heerenberg et de Stevensweerd 



La seigneurie indépendante ou comté sou- 
verain de 's-Heerenberg était comprise entre 
Ie Rhin, 1'Yssel et Ie vieil-Yssel et s'étendait 
entre Ie comté de Zutphen, Ie duché de Clèves 
et celui de Giieldre. 

's-Heerenberg, démembrement de l'ancien 
comté de Zutphen, eut, dès la fin du Xle 
siècle, ses seigneurs particuliers. Constantin 
de Meiegarde ou deMonte, issu de 
la maison de Zutphen, fut ie premier seigneur de 
's-Heerenberg. Sa postérité masculine se per- 
pétua jusqu' au commencement du XVe siècle. 
La seigneurie passa k cette époque, en 1416, 
è, la mort de Frédéric III, dernier descendant 
mSle des premiers seigneurs de 's-Heerenberg 
k la maison de Polanen, par Ie niariage de 



258 

SoPHiE, fiUe unique et héritière de Frédéric 
III, avec Otton de la Leck, seigneur de Hedel, 
fils cadet de Jean de la Leck, chef de Ia 
maison de Polanen et seigneur banneret de 
Breda qui descendait en ligne directe et 
masculine des Wassenaer, burgraves de Leyde. 

La seigneurie de 's-Heerenberg fut élevée 
au rang de comté de V Empire, en 1486, en 
faveur d'Oswald I, petit-fils d'Otton de la Leck. 

Herman, dernier rejeton mS,le de la maison 
de la Leck, n'avait qu'une fiUe, Marie- 
Elisabeth, qui épousa son cousin germain 
Albert, comte de Berg. EUe n'en eut pas d'en- 
fants. Albert succéda aux biens paternels de 
sa femme, lesquels passèrent ensuite k Oswald 
III, fils de Madeleine, comtesse de Champlite, 
sa seconde épouse. Oswald III, qui avait 
épousé Marie -Léopoldine-C atherin e, com- 
tesse de Rietberg, mourut en 1712 sans lais- 
ser de postérité. Il avait nommé pour son 
héritier son petit-neveu pRANgois-GuiLLAUME, 
prince de HohenzoUern-Sigmaringen, second 
fils de Mainhard, prince de HohenzoUern-Sig- 
maringen et de Jeanne-Catherine-Victoire, 
comtesse de Montfort. Francois-Guillaume 
était Ie petit-fils de Marie-Claire, comtesse 
de Berg, soeur d'OswALD III i). 



i) Les rcnseijjiiements liistoriques qui precedent sont extraits de 
PHistoire df la Soiwcmineté Je ^s-Heerenbcrg par C. A. Serrure. 



259 



I 



Les souverains de Berg possédèrent, k 
diverses époques, de nombreux territoires et 
seigneuries tant en Brabant qu'en Gueldre. 
Nous nous contenterons de citer parmi ces 
principales poasessions : Dieren, Moitié-Wisch, 
Homoet, Boxmeer, Bijland, Almsteen, Hedel, 
Stevensweerd etc. Ces noms se rencontrent 
fréquemment sur Ie numéraire si abondant des 
seigneurs puis comtes de 's-Heerenberg. 

Les monnaies de 's-Heerenberg ont été 
décrites par Van der Chijr et par C. A. 
Serrure dans son ouvrage paru en 1860 et que 
nous avons cité en note. W. J, de Voogt, 
dans ses Bijdragen tot de Numismatiek van 
Gelderland {2e stuk), a publié un certain 
nombre de monnaies de cette seigneurie, restées 
inconnues è. C. A, Serrure. Les diverses 
publications numismatiques périodiques ont 
aussi donné des pièces de 's-Heerenberg. Les 
quatre monnaies dont nous allons parier ci-après 
n'ont pas été, reproduites par la gravure, è 
ce que nous croyons. 

FREDERIC DE BERG (1577— 1580}. 

Frédértc, sire de Boxmeer, Haeps, Spal- 
beek, Stevensweerd et Hedel, était fils d'Os- 
WALD I!I, comte de Berg, sire de Bijland, 
Homoet, Hedel, Boxmeer, Spalbeek, Herpen, 
Utft, Stevensweerd, Wisch, Frundstein, Wiser 



26o 

et d'ELISABETH DE DORTH, fiUe de ZÉNON et 

veuve de Jean van der Horst, maréchal 
hereditaire de Cologne. 

Frédéric eut de longs démêlés avec son 
frère Guillaume IV, au sujet de la succession 
de leur père et de celle de leur frère Oswald, 
décédé en 1563. Il s'empara, malgré les 
réclamations de Guillaume, de Boxmeer et 
de Hedel oü il frappa monnaie. Ce dernier 
reprit Boxmeer, en 1577, et Ie chclteau et la 
seigneurie de Hedel, en 1580, gr^lce k Taide 
des habitants de Bois-le-Duc. Frédéric, qui 
avait toujours tenu Ie parti des espagnols, 
mourut en 1592, sans laisser d'héritiers di- 
rects. 

Frédéric émit de nombreuses espèces k 
Hedel. Beaucoup de ces monnaies ont été 
gravées sur les planches qui accompagnent Ie 
travail de C. A. Serrure. Parmi les divers 
écus frappés par ce seigneur, la pièce suivante, 
mentionnée par De Voogt sous Ie n°. 44 de 
la page 7 de son livre déjk cité, n'a pas été 
figurée dans eet ouvrage. Nous croyons utile 
d'en donner un dessin car ce rare écu dififère 
sensiblement, par Ie style et par les légendes, 
de celui que Serrure a fait graver sous Ie 
n°. 70 de sa planche VI et dont notre pièce, 
seulement décrite par De Voogt, est une 
variété notable. Voyez No. i. 



201 

1. Droit. Frédéric ^ mi-corps, portant une 
cuirasse et tenant Ia main droite sur son casque et 
la gauche sur son (5pée. 

Légende. FREDERICUS CA- MON • BAR- 
I HE— DEL ■ HO ■ BOX ■ D ■ I ■ WERD. 

Revers. Écu, de forme ornée, écartelé: au i, de 
gueules a la fasce entée d'argent {Homoef), au 2, 
d'or semé de billettes d'azur, au lion du même 
brochant sur Ie tout (Boxmeer), au 3, d'or a trois 
croissants d'azur {Hedel) i), au 4, d'or a un aibre 
de sinople (Stevenstveerd). Sur Ie tout, d'argent au 
lion de gueules, armé, lampassé et couronné d'or, a 
la bord ure de sable chargée de onze besants du 
troisième (Berg ou 's-Heerenberg). L'écu, qui a pour 
supports, &. dextre, un griffbn d'or, lampassé de 
gueules et, k senestre, un lion d'or, lampassé de 
gueules, est timbre d'un casque couronné surmonté d'un 
vol d'or lequel est accosté des chiffres 7 et 7 (1577)- 

Légende. A — DNÖ FA _ C — TV ■ EST ■ 
ISTVD — TW ■ 30 S. 

L'indication : \^ 30 S signifie: Na staten y::^ 
stuivers (Serriire). 

Argent. Poida: 28 gr. 667. Notre coUection, 

3. Droit. Ecu couronné semblable ïi celui du 
n" t, sauf que Ie quartïer n" 3 est: chevronné d'or 



1) Le 3e quartier de 1'écii doit peut-être se blaaonner: d'argent i. 
trois croissants de sable (Polanen), Frédéric descendaat en Hgne 
directe de cette branche de l'illuatre maiaon de Wassenaer. 



26z 

et de gueules de douze pièces {Egmond) i). L'écul 
est accostc de: I— — S (l stuyver). 

Légende. FRED - CO^DMOBl" H' B- HIW- 
Revers. Croix fleiironnée portant au centre un petit 
écu au lion (?). 

Leende. NIHIL— SINE— LAB— ORE. 
BUlon. Poids : 2 gr. 04 Notre collection. 

Voyez N°. 2. 

Cette pièce est une imitation assez servïle 
de la pièce d'im sou frappée par les Etats 
en Brabant, en Hainaut etc. Le métal dont 
est faite Ia monnaie qui nous occupe est natu- 
rellement beaucoup moins bon que celui de la 
pièce qui a servi de modèle. 
HERMAN-FREDERICDEBERGfi627-i63i). 

Herman -F RtniDÉRic était fils du célèbre 
Henri de Berg qui, lui-même, était le quin- 
zième enfant issu du mariage de Guillaume 
IV, comte de Berg, etc. avec Marie, fiUe de 
Guillaume, comte de Nassau et soeur du 
Tacitume. 

Herman-Frédéric, seigneur souverain de 
Stevensweerd, y émit du numéraire de 1627 è, 
163T. 11 fut le dernier membre de sa familie 
qui battit monnaie. 



j) Guilla.uiiie III, comte de Berg etc, grnnd père pOtemel de notre ] 
Frédéric, avait épousé Anne d' Egmond, fille unique et héritière de J 
Guillaume, comte d' Egmond, lagiielle lui ivait apporté en dot les acig- 
neuries de Boxmeer, Haeps, la moilié de Sambeek, Stevensweerd. el 
Spalbeek au pays de Liége, ainïi que Ociiten dans ia Betuwe. 



263 

Droit. Ecu couronné, de forme ornée, aux 
armes de Berg. Ure couronné de lauriersentourel'écu 

Revers. Le chiffre IIII dans une couronné de 
lauriers sur laquelle se détachent quatre roses par- 
tageant la couronné en quatre segments égaux. 

Légende ROTECTOR MEVS (Deus 

protector meus). 

Cuivre. Poids: i gr, 397. Notre coUection. 

Voyez N°. 3. 



Noiis n'avons pn décoiivrïr, malgré toiites 
nos investigations, la signification attachée au 
chiffre IV qiii figiire aur ce charmant petit 
cuivre et qui, vraisemblablement, se rapporte 
\ la valeur de la d u t e que nous décrivons. 

4. Droit. Écu couronné, de forme ornée, a 
deux iions léopardés, l'un sur 1'autre, ïmitant lesarmes 
de Ia Frise. Un petit écu au lion de Berg (?) se 
trouve au bas de I'écu principal 

Légende. DOMINUS— (DE) MONTW (Z). 

Revers. Une couronné de lauriers divisiie en 
quatre segments égaux par trois rosaces et Ia lettre 
H faisant avec la légende: 

. FRI ■ 
STA 
1625 

H(erraanuïï) FR(edericus) I(n) ST{c venswerd en se) 
A(nno) 1625. 
Cuivre. Poids: o gr. 957. Notre collection 

Voyez N". 4. 



264 

De Voogt a donné, sous Ie n° 72 de la 
page II de son Hvre relatif k 's-Heerenberg- 
etc, la description de cette d u t e imitée de. 
celles de la Frise. Il n'a pas connu cette 
pièce en nature, pièce dont un exemplaire 
est venu enrichir notre suite de monnaies de 
Stevensweerd. 

Vte Baudouin de Jonghe. 



Penning ter eere van W. G. ten Houte de Lange. 



Wij wenschen een penning te beschrijven, 
die nog in geen catalogus eener verkooping 
wordt aangetroffen. In hoofdzaak komt die 
overeen met den door Mr. Jacob Dirks, in 
zijn werk over de nederlandsche penningen 
van 1813 tot 1863, onder nr. 855 beschreven en 
afgebeelden op de in 1861 te Amsterdam gehou- 
den tentoonstelling van visscherijgereedschap. 

De Vz. vertoont denzelfden koningskop met 
omschrift, maar mist het v. d. kellen f. onder 
de buste. De Kz. heeft in den mirtenkrans 
het opschrift: 

AAN 

W. G. TEN HOUTE DE LANGE 

TE ALKMAAR 

DEN IJVERIGEN 



266 



KLINISCHEN LEERAAR 

DEN BEVORDERAAR 

DER VOLKSGEZONDHEID 

DEN GETROUWEN ARTS 

GEDURENDE 50 JAREN 

VAN WEGE 

DEN KONING 

12 OCTOBER 

1870. 

Hij, wien deze penning vereerd werd, was 
in Alkmaar geboren den 15 November 1799, 
als zoon van den notaris Michiel Johan de 
Lange en Fusina Maria Blom, en overleed 
aldaar den 27. Februari 1882. Hij vestigde zich 
in zijne geboorteplaats als heel- en vroedmeester 
in 1820, werd stadsverloskundige, in 1844 lid der 
plaatselijke geneeskundige commissie, vervol- 
gens ook der haarlemsche provinciale en in 
1856 lector aan de clinische school, welke 3 
laatste betrekkingen hij tot de verandering- 
der geneeskundige wetgeving vervulde. Hij 
was een zeer ontwikkeld, vrijzinnig man, die 
nevens de wetenschap van zijn vak ook de 
sterrekunde beoefende, de kunst liefhad, zelf 
teekende en een goed vers maakte. Maar in- 
zonderheid als chirurg had hij verdienste; als 
verloskundige stond hij hoog aangeschreven 
en als operateur van beklemde breuken ver- 



207 



wierf hij zich naam door geheel Noordholland 
benoorden het IJ. Meer dan loo personen 
heeft hij te dien aanzien met gunstig gevolg 
behandeld, en het was een zeldzaam feest, 
toen hij den 30 December 1867 vier mannen 
en vier vrouwen ten zijnent onthaalde, die in 
de 10 laatstverloopen maanden in genoemd 
voorrecht gedeeld hadden. In zijne laatste 
levensjaren was hij lichamelijk en geestelijk 
slechts de schaduw van voorheen, Sara de 
Leeuw, met wie hij den 12 Mei 1825 gehuwd 
was, overleefde hem tot den 14 December 1886. 

Van den hem in zilver vereerden penning 
liet hij aan de Munt te Utrecht 4 afslagen in 
brons maken voor zijne toen nog in leven 
zijnde kinderen, en eerstgenoemde bestemde 
hij — naar hij ons verklaarde — voor het 
Stedelijk Museum. Maar hij verzuimde dit 
voornemen in geschrifte te brengen en na zijn 
overlijden deed ook een kleinzoon zich als 
begeerige gelden, zoodat het Museum onbe- 
deeld bleef. Eene onlangs aangewende poging 
om alsnog een afslag van de Munt te verkrij- 
gen bleef vruchteloos, aangezien de stempel 
vernietigd was. 

Ten Houte de Lange wa.s genoemd naar 
zijn oom en tante, den anat., chir. et art. obst. 
lector Willem den Houte, overleden in 1803, 
en diens vrouw Sara Geldolfia de Lange, 



268 



terwijl bovendien een broeder zijns vaders 
Geldolf Adriaan heette. De naam Geldolf 
was in de familie gekomen van Geldolf Stuy- 
LiNG, schepen van Alkmaar, f 20 Januari 1673, 
wiens dochter Geertruid huwde met Pieter 
DE Lange, f 1727, ouders van de L.'s over- 
grootvader Geldolf Stuyling de Lange, med. 
doet., f 6 December 1758, die, insgelijks sche- 
pen wordende, het wapen aannam der Stuy- 
LiNGS, een griffioen van goud op een veld van 
sinopel, hetwelk sedert door de nog bloeiende 
familie de Lange gevoerd bleef. 

Hildebrand's opmerking in de N'eder landen. 
Karakterschetsen, 's Grav. 1841, dat de alk- 
maarsche Langestraat haar naam schijnt te 
ontleenen aan de familie de Lange, welke, 
„beurtelings met al de letters van 't A B ge- 
qualificeerd, op drievierden der deurposten 
prijkt,'' is natuurlijk eene aardigheid, daar een 
meer juiste naamsoorsprong voor de hand lig"t. 

C. W. Bruinvis. 



Nicolas HeynsiuSy homme d'état Hollandais 



NUMISMATISTE 



(1620 — 1681) 



I. 



Dans la vie de Pierre de Boissat, Nicolas 
Chorier, rhistorien du Dauphiné, a écrit les 

lignes suivantes: „Nicolaus Heinsius et 

Langermannus, ille Danielis F., hic Ham- 
burgi nobili loco natus, Lugduno, videndi et 
salutandi Boëssatii causa, Viennam, his diebus, 
venerunt. Christinae, Suecorum Reginae, Ro- 
mam mandata Heinsius deferebat ; non obscura 
clari parentis proles. Nomen jam sibi in litteris 
adolescens fecerat, magni Heinsii nomine dig- 
num. Elegias scripserat, quas Boëssatio lec- 
titabat: nitor et candor inerat, spiritus ac poëtica 



270 

vis deerat. Multa de eriiditïs Leidensis Aca- 
demiae viris referebat (Lugdunum Batavorum 
Leidam vulgo vocant i) plura de patre prae- 
dicabat. Forma liberalis, laeta et ingenua orïs 
species: non tam boiimn, quam non malum 
ingenium : Langermanno alacrius, non melïus. 
Egregiis Adolescentibus epulas seniel atque 
iterum Boëssatius dedit, avidioresqne, etiatn 
illius quam venerant, nonnuUos post dies, dis- 
cessere." 2) A la table des noms propres, nous 
lisons: NicoLAus Heinsius, Mr. Desheims du 
Heinhius fils de Danikl Heinsius. 

„Lancikrmanus, Mr. Langermann de Ham- 
bourg." 3) 

Au cours de ses Adversaria, Chorier s'ex- 
prime d'une maniere analogue : „Interim Nico- 
LAUS Heinsius, Danielis F. et Lucas Langer- 
mANUS, Belga ille, Hamburgensis alter, Viennam 
venerunt, his ipsis diebus. Christinae, Sueco- 
rum Reginae Heinsius mandata Roman defe- 
rebat, clari parentis non obscura proles. Fre- 
quentes cum Boëssatio ac mecum, fuere. Elegias 



r) BieD des auteurs traduisent, on ne sait pourquoi, Lugdunum 
BaSwaorum par La Haye. Il a'agit de Leide. La Haye a ponr nom 

2) De Pbtri BoESSaTU, eguitis ei comitis palatmi, viri clnrissimit 
Vita amUisquc litteratis. Ubri duo. NlCOLAI ChoreRU, VUnnensis ' 

L C. ad Fkanciscum Duguakum, Regi ab intimis cemUiis virtcin 
Ulmtrem, Gratianapoh, apud Fk, Prqvensai. etc, 1680, f.p. 74, — 75, 

3) Il'ki. p.p. 282—83. 



271 

' Heinsius fecerat, quas tïpïs jam ïmpressas nobis 
lectitabat. Nitor et candor inerat, spiritus et 
vis poëtica deerat. Miilta de viris eruditis, qui 
in Lugdunensi Batavonim Academia florverunt, 
de Daniele patre, de se narrabat. Sedula 
cura vetera numismata perquirebat et JuLii 
Caesaris, dono ilH a me datum, magni pretii 

memini " i) Le surplus du passage con- 

cerne uniquement Langermann. Nous ne le 
reproduirons pas. 

Ces deux textes, empruntés k des publica- 
tions fort rares et peu connues, sont relatifs 
au séjour èVienne du célèbre Nicolas Heynsius. 



II. 



On savait que Nicoi.as Heynsius, fils du phi- 
lologue Daniel, avait été lui-même uu philologue 
trÈs savant d'une part et avait rendu des ser- 
vices importants k sou pays en qualité d'am- 
bassadeur des états généraux ou de resident, 
d'autre part. On ignorait qu'il ait cultivé la 
numismatique. 

Le renseignement dü è Chorier est tres 



i) Advirsaria. Manuscrit original, livrc I § VII, f'". 22 — 23. (Bibli- 
othèqiiE de L. Vallentin). Ce precieus manuscrit a été publié dans 
le Btilbtin de la SociiU ie Stalütiqui dt CMre [annét 1S46] en latin. 
Une tradnclïon en fraufais en a été donnée par F. Crozet dans le 
BulUtm de CAiadémie Dilphinale (1S67). Les deux h 



tiréa A pari Nous avons pr^éré a 



V 



e original. 



272 

explicite. Il recherchait les monnaies antiques 
avec un soin extreme. Chorier, lui ayant 
donné une pièce de Jules César, lui fit éprou- 
ver une vive satisfaction. 

Il n'est pas nécessaire d'être tres verse dans 
Tétude des monnaies romaines pour afifirmer 
que Heynsius regut en cadeau un denarius ou 
un aureus. Les espèces d*or de Jules César 
ne se trouvent jamais en Dauphiné, même k 
Vienne. Il s*en suit que la pièce donnée par 
Chorier devait être un denier. Des deniers 
de César se rencontrent assez souvent dans 
la vallée du Rhóne, mais ce sont k peu prés 
uniquement des pièces dépourvues de sa tête, 
c'est-è,-dire reproduisant au droit la tête de 
Vénus OU celle d'une autre déesse. Nous ne 
pouvons certainement pas préciser la nature de 
la monnaie offerte k Heynsius. Nous nous borne- 
rons k ces commentaires succincts, en faisant 
observer en outre qu'un denier de César est 
mis au jour k chaque instant dans Ie midi de 
la Gaule: celui oü Ton voit au droit un élé- 
phant foulant aux pieds un serpent et oü Ton 
distingue au revers un simpule, un aspersoir, 
une hache et un bonnet de flamine. 

Nous sommes heureux de signaler aux nu- 
mismatistes néerlandais contemporains que Ie 
fameux Nicolas Heynsius avait compris Tim- 
portance de la numismatique et qu'il coUecti- 



273 

onnait uniquement les monnaies anciennes, se- 
lon Tusage adopté par la plupart des archéo- 
logues du XVIP siècle. 

En terminant, nous signalerons Terreur extra- 
ordinaire, commise par F. Crozet dans sa 
traduction des Adversaria de Chorier. Il a 
transformé Ie mot mandata ou instructions en 
dépêches! Selon eet écrivain, Heynsius se se- 
rait arrêté cl Vienne, lorsqu'il portait è, Rome 
les dépêches de la reine de Suède, Chris riNE. 
En réalité, Nicolas Heynsius fut envoyé en 
Italië avec Langermann, pour y acheter des 
livres curieux et des manuscrits rares, par la 
reine Christine (165 i). On connait les démêlés 
de eet érudit avec sa protectrice qui refusa 
de lui rembourser ses avances s'élevant è, 
13000 florins. Son séjour è, Vienne (Isère) en 
1651 est Tun des épisodes aussi peu connu 
qu' interessant de son voyage. 

Roger V allentin. 



Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap 

in ruiling ontvangt 



Revue beige de numismatique. 

52^ année (1896), 3^ Livraison. 

Un denier inédit de Pepin Ie Bref (762 — 768), par 
M. Ie V*^ B. DE JONGHE. 

Monnaies des comtes de Limburg-sur-Ia Lenne, par 
M. Ie Cte Thierry de Limburg-Stirum. 

Quelques monnaies rares ou inédites de la princi- 
pauté d'Orange, par M. Laugier. 

La numismatique du jubilé de Saint-Rombaut a 
Malines en 1775, par M. ViCTOR DE MUNTER. 

Le nom de Jésus employé comme type sur les 
monuments numismatiques du XV" siècle, principale- 
ment en France et dans les pays voisins, par M. J. RoGER. 

Annuaire de la Société frangaise. 

Livraison mars — avril 1896. 

I. Les monnaies des Voconces, essai d'attribution et 
de classement chronologique. par M. C. A. Ser- 
RURE (a suivre). 

IL Les billets de confiance émis pendant Ia guerre 
de 1870 — 1871, par M Marc Fabré DE Larche 
(a suivre). 

III. De l'envoi a Ia cour des monnaies des boites 
de Villeneuve (1622), par M. ROGER Vallentin. 

IV. Monnaies mérovingiennes, par M. E. Caron. 



275 



Rivista italiana. Fascicolo II. 1896. 

Gnecchi Francesco. Appunti di Numismatica Ro- 
mana XXXVIII. Contribuzione al Corpus Numo- 
rum. (3 Tav.) 

LiSiNl Alessandro. Medaglie di zecche italiane. 
RiCCl Serafino. Il ripostiglio Consolare di Romag- 
nano Sesia. 

MOTTA Emilio. Documenti Visconteo-Sforzeschi per 
Ia storia della zecca di Milano. Parte seconda Periodo 
Sforzesco. (Continuazione). 

Ambrosoli Solone. Necrologia. Umberto Rossi. 
(Fig). 

Revue suisse de numismatique. 

Tomé VI. T' livraison. 

Dr. Imhoof — Blumer. Zur Münzkunde Kleinasiens 
(Fortsetzung). 

Dr. Lade. Coiitribution a la numismatique des 
ducs de Savoie. 

M. Médailles suisses nouvelles (IV). 

Door ruiling met ons tijdschrift: 

Numismatische Zeitschrift. Wien. 24ster en 26ster 
Band. 






Gemengde Berichten 



Strooipenningy Breda 17^7 

De nauwkeurigste afbeelding van dezen penning, 
geeft VAN Goor in zijne beschrijving van Breda bl. 
195, waar wij lezen: „Naa den maaltijd kwam Zijn 
„Hoogheid op de Puije van het Stadhuis, voor de welke 
„het volk in grooten getale, vergadert was en strooijde 
„onder hetzelve eene aanmerkelijke menigte van zil- 
„ veren gedenkpenningen doende ter zelver tijd aan 
„de Magistraat, Tienraden en andere Amptenaren dier- 
„gelijke gouden penningen uitdeelen." VAN GoOR als 
Magistraat ontving een gouden afslag en liet daar- 
naar de plaat graveeren. In het vervolg op VAN LoON 
is deze penning afgebeeld onder No. 1 1 8 met dit 
verschil dat wat bij VAN LOON voorzijde is, is bij 
VAN Goor keerzijde. Een tweede exemplaar is in 
niijn bezit dat van 't vorige afwijkt, daar de I en de 
Y van Ie Maintiendray rusten op den ' rand der wa- 
pens. „Honi soit qui mal y pense" loopt tot onder 
toe door. Het nest van den pelikaan heeft eene an- 
dere ornamentatie, en achter INAUGURATIO staat 
eene punt. 

Mogelijk bestaan van dezen penning meer variëtei- 
ten, wie wijst ze aan.'^ 

M.A.S 
H. 



277 

Notice sur rEscalin au navire ou piece de 6 sous 

de la Province de Frise 

Cet escalin, portant la date de 1 7 1 1 , est resté inconnu 
a P. Verkade, c'est pourquoi qu'il ne figure pas sur 
les planches de son ,yMuntboek'\ édition 1848. Cette 
rare monnaie manque également a Ia collection du 
cabinet royal de numismatique a la Haye 

Il est fait mention de cet escalin dans Ie catalogue de 
la vente du cabinet RijNBKNDE oü il figure sous Ie nr. 
1538 II fait partie a présent de la riche collection 
de M. Stephanik a Amsterdam. Deux autres exem- 
plaires se trouvent dans Ie cabinet Suasso k Amster- 
dam, un troisième repose dans les cartons du musée 
du Friesch Genootschap a Leeuwarde, tandis qu*un 
quatrième exemplaire de cette pièce de 1 7 1 1 fait par- 
tie de notre propre collection. 

P. D. 

Twee gedenkpejiningen geslagen in 1895 

I. 

Vijf en twintig jarig bestaan der Stoomvaart maat- 
schappij Nederland. 

Vz . Het gekroonde wapenschild van Nederland 
tusschen de wapens van Amsterdam (links) en Bata- 
via (rechts) rustende op twee scheeps vlaggen* omge- 
ven door lauwertakken waaronder op een lint: 

1870 13 MEI 1895 
daaronder twee dolfijnen. 



^Links rood kruis (diagonaal gewijze) op witten grond; op het kruis- 
punt een N op rooden staanden ruit. 

Rechts Nederlandsche vlag met kroon in de roode baan nabij den stok. 



278 

Omschrift. 
t?; WIE VAREN WIL ZIJ ONVERVAARD ^ 

DOCH WAKE VOOR GEVAAR 
Kz. Gedenktafel in fraai versierde rand met lauwer- 
en palmtakken omgeven, dragende het opschrift op 
matten grond : 



OPGERICHT 13 MEI 1870 

BESCHERMHEER 

Z M. KONING WILLEM III 

EEREVOORZITTER 

Z. K. H. PRINS HENDRIK 

DER NEDERLANDEN 

XXV JARIG BESTAAN HERDACHT 

13 MEI 1895 



Omschrift : 
* STOOMVAART MAATSCHAPPIJ NE- 
DERLAND * 

DIENST OP NEDERLANDSen INDIE 
DOOR HET SUEZ KANAAL 
Onder het schild staat: Beeger. (sic.) 
M.m. 58 



II 

Bezoek van H.H. M.M. de Koninginnen aan Over- 
ijsel. 

Vz. De tijd staat leunende op zijne zeis, met 
een zandlooper achter hem, tegenover de geschiede- 



279 

nis gezeten op een met het gekroonde wapenschild 
van Overijsel versierd steenblok, terwijl zij het vor- 
steh'jk bezoek in haar geschiedboek grift, alles omge- 
ven door een parelrand. 

Omschrift op matten grond: 

VEREENIGING TOT BEOEFENING 

VAN OVERIJSSELSen REGT EN 

GESCHIEDENIS • 

Kz. In lauwerkrans op matten grond: 

AAN 
HARE INIAJESTEIT 
KONINGIN WILHELMINA 
BIJ HAAR BEZOEK 
AAN 
OVERIJSSEL 
2-5 SEPTEMBER 
1895 
Onder staat: BEGEER UTRECHT. 
m.M. 53. 

De eerstbedoelde penning werd door de Stoomvaart- 
maatschappij Nederland in brons aan haar personeel 
vereerd en is niet in den handel. 

De tweede werd H. M. de Koningin aangeboden 
bij Haar bezoek aan Zwolle en is bij den heer Begeer 
verkrijgbaar geweest. (Prijs in brons ƒ 2. — ) 



In 1891 werd te Veendam eene n ij verheidstentoon- 
stelling gehouden en daaraan eene tentoonstelling van 
landbouw enz. verbonden. Snelle ontwikkeling van de 
industrie in en om Veendam gaf hiertoe aanleiding. 

Bij die gelegenheid werd als prijsvraag uitgeschre- 



28o 



ven het maken van een ontwerp voor een stoomge- 
maal in 't waterschap Westerdiep bij Veendam en aan 't 
beste ontA^'erp een gouden prijspenning toegezegd. Deze 
is later toegekend aan den heer P. H. A. van WA>rEL, 
mgenieur te 's-Hertogenbosch. 

Vz. De stedemaagd met ontbloote rechter-schou- 
der, op eene verhooging gezeten, steunt met de lin- 
kerarm op een ovaal schild, dat 't wapen van Veen- 
dam bevat; in haar rechterhand houdt zij een rol 
papier, die op haar schoot rust. Achter haar een 
bijenkorf op voetstuk. Om haar heen verschillende 
attributen van nijverheid en landbouw: aardglobe, 
schenkkan, hamer, passer, ouderwetsch timmermans- 
waterpas (driehoek), zeis, dorsvlegel, ploeg, spade en 
groot wiel. 

Op den achtergrond een fabrieksgebouw met roo- 
kende schoorsteen en twee scheepsmasten. 

Hierboven in halven cirkel: 

LANDBOUW TUINBOUW EN NYVERHEID 

Op de afsnede in 2 regels: 

TENTOONSTELLING 



^Ê£;ND^'^ 



Kz. Tusschen saamgestrikte bloeiende lauwertakken 

in vier regels: 

EEREPRIJS 

TOEGEKEND AAN 

P. H. A. van Wamel. 

1891 

Joh. W. S 



.->_■'>_-->_» i^ * , v-^ », •_» x,-V.-V- ■^--s 



VERGADERINGEN 



VAN HET 



Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde 

in 1805 



[Uittreksels uit de Nottcle?i) 
Bestuursvergadering lo Mei. 

In de a.s. Jaarvergadering zal aan de le- 
den voorgesteld worden art. lo alinea i H. Regl. 
te veranderen in: „de jaarlijksche algemeene 
vergadering wordt gehouden den ...Juni/' ten 
einde aan de bezwaren van eenige leden, tegen 
het vergaderen op Zondag, te gemoet te komen 

De lijst van aftreding voor de Com- 
missie van Redactie wordt vastgesteld als volgt : 
n°. I de heer Roest, n°. 2 mejuffrouw de Man, 
n°. 3 de heer Stephanik. 

4°. Jaarlijksche algemeene vergadering, 16 
Juni, te Middelburg. 

Tegenwoordig zijn de heeren Roest, mr. Be- 
sier, Battaerd, Stephanik, de Stoppelaar, van 
Dijk van Matenesse, mejuffrouw de Man, de 



282 

heeren de Dompierre de ChaufepiÉi 
MAN, Bom, ZwiKRziNA, burggraaf dh Jonghr, 
DE Witte en als gast dr. J. C. dm Man, voor- 
zitter van 't Zeeuvvscli Genootschap der We- 
tenschappen. 

Afwezig met kennisgeving zijn de heeren 
Abeleven, van den Brandelkr, van Lanschot, 
('s-Bosch), Bruynksteyn, Deketh, van Etten, 
Jhr. Snoeck, du Crocq, van Eeghen, Braa- 

KENBURG, RUIJS DE PeREZ, ViSART DE BoCARMït, 

Vanden Broeck, graaf Limhurg-Stirum, Evans, 
CuMüNT en DE Munter. 

De Voorzitter spreekt bij 't openen der ver- 
gadering zijne hartelijke waardeering uit aan 
't Zeeuwsch Genootschap, èn voor de vrien- 
delijke ontvangst van heden morgen èn voor 
't afstaan van de tegenwoordige vergaderzaal 
■ — dankt de aanwezige leden voor hun op- 
komst, vooral hen, die zich daarvoor een lange 
reis hebben getroost. 

De notulen der vorige vergadering worden 
gearresteerd en de verslagen van den Secretaris, 
van den Conservator en van de Commissie van 
Redactie, onder dankbetuiging aangenomen. 

De Voorzitter deelt mede dat die candïdaten, 
welke in twee achtereenvolgende jaarvergade- 
ringen niet gekozen zijn, van de lijst worden 
afgevoerd, zoodat zij op nieuw moeten worden 
voorgesteld. 



283 



De Commissie voor 't nazien der rekening, 

bestaande uit de heeren de Stoppelaar en de 
CiiAUFEPiÉ, heeft de rekening in orde bevonden, 
de creditposten bedragen f 82549, de debet- 
posten f 776.13, zoodat een batig saldo van 
ƒ" 49.36 overblijft; onder de creditposten be- 
vindt zich de som van f 81.—, zijnde druk- 
kosten van een gedeelte van jaargang III (1895). 

De Voorzitter dankt den Penningmeester 
voor zijn zorgvuldig beheer en deelt mede van 
den heer du Crocq toezegging ontvangen te 
hebben voor een jaarlijksche bijdrage van 
f 25. — , ten bate van 't Tijdschrift, hetgeen 
met applaus begroet wordt. 

Benoemd worden tot gewoon lid, de heeren; 
L. C. VAN DEN Brandelek, Utrecht; W. I. Fred- 
zEsti, 's-Gravenhage ; Mr. W. J. Rüoijaards van 
DEN Ham, Utrecht en W. K. f. Zwierzina, Oss; 

tot buitengewoon lid, de heeren : Jhr. Mr. 
W. C. G. van EijsiNGA. Leeuwarden; J. Hor- 
dijk Jaczn., Dordrecht; J. Pi-r. M. Menger, 
Utrecht; Aug. Sassen, Helmond; Jhr. Mr. W. 
M. Snoeck, Leiden en Mr. W. A. Baron van 
Verschuer, 's-Gravenhage. 

Tot Secretaris wordt de heer Stephanik 
herkozen, terwijl de heer du Crucq voorloopig 
't con.servatorschap nog zal waarnemen, zoodat 
in deze vacature niet behoeft te worden voor- 



284 

In de Commissie voor Redactie wordt de 
heer Roest herkozen. 

Deze Commissie vraagt voor den a. s. jaar- 
gang de som van ƒ670. — aan, zijnde 19 vel 
met overdrukken ad f 30. — =: f 570. — en 
f 100. — voor platen en expeditie. Dit bedrag 
wordt toegestaan. 

De vergadering wijst den ló^en ju^i als dag 
voor de jaarvergadering aan en Nijmegen als 
plaats voor de a. s. bijeenkomst. 

't Officieele gedeelte der vergadering gesloten 
zijnde, leest burggraaf de Jonghe een belang- 
rijk opstel over: „Quatre monnaies de Guillaume 
de Bronckhorst, seigneur de Batenbourg et de 
Steijn (1556 — 73)" en doet de voorzitter me- 
dedeelingen omtrent de: „Florins, dits stamp- 
raaidsche guldens du duché de Gueldre.'* 

Na de rondvraag wordt de vergadering om 
half drie gesloten. 

Joh. W. Stephanik, Th. M. Roest, 

Secretaris. Voorzitter. 

Bestuursvergadering 10 October. 

Worden benoemd tot buitenlandsche 

leden, de heeren : Dr. C. Bamps te Hasselt en 
A. DE Meunynck te Rijssel, beiden op voorstel 
van de heeren Roest en Besier. 

Joh. W. Stephanik, Th. M. Roest, 

Secretaris, Voorzitter. 



^ y-N^ V^N-* ■« 



Jaarverslag 1895 van den Secretaris 



Mocht ik een jaar geleden U er op wijzen 
dat ons ledental gaandeweg tot 77 was aan- 
gegroeid ; thans kan ik U met vreugde mede- 
deelen dat wij op 31 dec. 1.1. reeds 84 leden 
telden, ondanks 't bedanken van de heeren 
Dr. W. Caland Breda en Mr. W. R. Veder 
Amsterdam, die om verschillende redenen uit 
onzen kring traden. 

Wij bestaan thans vijf jaren en gij ziet dat 
de jonge boom reeds krachtig wortel begint 
te schieten, dank zij den krachtigen steun van 
velen uwer. Ik zou wenschen dat ik heden 
kon zeggen van allen uwer! Onze verwach- 
tingen zijn dus verwezenlijkt : res parvae cres- 
cunt. Dit is zeker verblijdend en aanmoedi- 
gend voor de toekomst. 



286 



Het ledental bestond uit: 

I eerelid, 
27 gewone leden, 
24 buitengewone leden en 
32 buitenlandsche leden. 

Bestuur. Door de herkiezing van de 
heeren Mr. L. W. A. Besier en H. G. du 
Crocq, in de jaarlijksche vergadering van 17 
juni 1894, bleef het bestuur samengesteld zoo- 
als in 1894, t.w. : 

Voorzitter de heer Th. M. Roest. 

Vice-Voorzitter „ „ Mr. L. W. A. Besier. 
Penningmeester „ „ C. H. F.A. Corbelijn 

Battaerd. 
Secretaris „ „ Joh. W. Stephanik. 

Conservator „ „ H. G. du Crocq. 

Vergaderingen. Het uittreksel uit de 
notulen zal U in kennis brengen met het ver- 
handelde in de jaarlijksche vergadering van 
16 juni en in de bestuursvergaderingen van 
mei en oktober. 

De Rekening 1895 wijst een bedrag 
in ontvangsten aan van f 1041.57, in uitgaven 
van f 895. 1,9^ zoodat een batig eindcijfer van 
f 146.375 op 1896 kon worden overgeboekt. 



28; 

Het Tijdschrift blijft zich verheugen 
in den steun onzer leden. Zooveel mogelijk 
werd gevolg gegeven aan nuttige wenken, die 
van verschillende zijden bij de Redaktie in- 
kwamen en die altijd als blijken van belang- 
stelling zeer gewaardeerd worden. 

H. M. de Koningin- Weduwe Regentes be- 
tuigde ook dit jaar weder Hare hooge inge- 
nomenheid met ons streven, bij 't ontvangen 
van een gebonden exemplaar ^^^^ Jaargang. 

Ten slotte een woord van dank aan alle 
medeleden, die mij bij de werkzaamheden van 
't Secretariaat hunne gewaardeerde medewer- 
king verleenden. 

Amsterdam, _ ,,r ^ 

. . ^ Joh. W. Stephanik, 

lo juni 1896. 



19 



o 



co 

O 

00 



X 



r<9* 






O t^ 
n co 






00 '^ 



rt VO 



O 



•N 



0> 

■ 






o 00 

5 •-» 

o 

o P 

c oS 

CS •'^ 

*^ Off 

o $ 

co ,a 

■o o 

C QQ 

I § 



C0 



0> 

"25 

E 



5$ 

tv 



u 
u 

C/3 



T^ 



c 

u 
V 

biO 
u 

> 

a 



I 

co 



biO 

c 

c 
c 

c 
o; 



co 

o 



biO o 

S ^ 

JD co 



co rtz q:; 

Ui 



Ui 
CJ 
(U 

(f) 

a 

V 

O 

co 



-Sd 



^^ Lj T^ 



« ^ 



J-1 •pi 

4-> Ui 

C ^ 

O CJ 

CJ CO 

^ c o 

OJ r— J 

•J-H q; c^ 

2 -n co 




On 10 
VO 



10 



10 »-• r^ 
rO C< VO 



O 00 c< I »-• 



X 






Oh 

< 
O 

^3 o 03 






OJ 

< 



c 
o 



> 9 

biO^ 

is'd 

co o; s 
^ o; -5 



zt ^ 



T^ H 



Oh d 

X ^ 
^ o 
o; 

o "p 

U ^ 



• o; 

* ^ 

. o; 
o 

c -^ 

tp ^ 

03 03 

rH CTJ 

Si ^ 
J> ^ 

o ^ 

j- (ü 00 

Cj -»-» '"' 

co C 



co 
biO 

c 

OJ 

> 

c 
o 

o; 

c 
o 

& 

10 o; 

ON biO 
00 c 



4lj I— I t-H (IJ 

r-! 'M 

• 'S 



c 










• 






'.<c 







1— ( 


^ 




CC 


(ü 




(z^ 


b£ 


1^ 


»— 1 


VO 


M 


M 


ON 







00 

l-H 


2; 
co 


fc 


:3 


• 

< 


tij 



VO 



c 

> 

biO 

c 

Ui 

03 

biO 
o; 
> 

o; 



}-i 
Zj 
o; 
,U 
<ü 
biO 

o; 
o 
biO 

c 
o; 

c 

V 

N 

o; 

co £ 
^ biO 



V 



bx) 

co 



Verslag van den Conservator. 



Andermaal heb ik het genoegen den Leden 
verslag te geven van den staat onzer verza- 
melingen. Dit verslag kan zeer kort zijn. 

Tot mijn leedwezen is dit dan ook het ge- 
val. Aflevering 4 van ons Tijdschrift zal een 
en ander breedvoeriger vermelden. 

Niettegenstaande een beroep op uw aller 
belangstelling, werd onze numismatische ver- 
zameling slechts 18 nummers rijker. Voor de 
Bibliotheek ontvingen wij verschillende over- 
drukken en het werk van Dr. Auguste Lade, 
„Le trésor du Pas-de-rEchelle. 

Moge een volgend verslag omvangrijker zijn. 

T . o ^ De Conservator, 

Juni 1896. 

H. G. DU Crocq. 

Aanwinsten van de Bibliotheek. 

Sitzungsberichte der Num.-Gesellschaft zu Berlin. 
1894/95. 

Monnaies royales fran9aises inédites ou peu con- 
nues. Extr. 



290 

Le sceau de Ia Corporation des monnayeurs de Fi- 
geac. Extr. 

Le sceau du college des monnayeurs d'Angers. Extr. 

Un cachet de monnayeurs de Paris. Extr. 

L' Atelier monetaire de Laon, pendant la Ligue. Extr. 

Etat des connaissances numismatiques concernant 
les ateliers monétaires de Compiègne et de Mélun, 
pendant la Ligue. Extr. 

Les ateliers monétaires de Clermont-Ferrand et de 
Riom, pendant la Ligue. Extr. 

Les ateliers monétaires de Bordeaux et de St. Li- 
zier pendant la Ligue. Extr. 

Les ateliers monétaires de Dij on, de Semur-en- 
Auxois et de St. Jean-de-Losne pendant la Ligue. 
Extr. 

Le sceau de THótel des Monnaies de Riom. Extr. 

Monnaies d'or frappées par Charles I d'Anjou a 
Tunis. Extr. 

Monnaies inédites frappées a Gênes pendant Toccu- 
pation fran9aise. Extr. 

Geschenk van den Heer Paul BORDEAUX. 

Appunti di numismatica romana. XXXIII — XXXVI. 
Estr. 

Manuale Hoepli. Monete romane. 8°. 

Geschenk van den Heer F. Gnecchi. 

Une médaille inédite de Philippe père, trouvée k 
Rome. Extr. 

Deux monnaies de PHILIPPE II, frappées a Bois- 
le-Duc en 1581. Extr. 

Deux monnaies de GODEFROID DE Dalenbroeck. 
Extr. 



«9ï 

Trois monnaies frappées h Élincourt. Extr. 

Plaque de Charles IV, comte de I.iixembourg. Extr. 

Deux monnaies frappces h Luxemboui^, par tes 
archiducs Albert et Isabelle. Extr. 

Geschenk van den Heer Burggraaf B. DE JONGHE. 

Manuaie di Numismatica. II edizione. iSgJ, 

Annuaire numismatique suisse, 1894^95. 

Le trésor du Pas-de-1'Echelle, 

Geschenk van den Heer P. StkoEHLIN. 

Numismatische Zeitschrift. Wien 25«er band. 

Douzains aux croissants iniïdïta au noiïi de Hknki II. 
Extr. 
• Médaillon uniface de Maurice DE NASSAU, prince 
d'Orange (1613). Extr. 

Des causes de la fabrication des premiers testons 
en France. (1514}. Extr, 

Du taux de l'intérêt i Valence, sous Ciiarles VIII 
et sous Louis XII (1483 — 1515). Extr. 

De réquivalence du sol tournois et du gros. Extr. 

Documents inédits relatifs au monnayage des arche- 
vèqaes d'Embrun. Extr. 

De ia moneta blaffardorum. Extr. 

Les liards créés par Henri III en 1577. 

Du prétendu monnayage mixte de Dieudonné 
d'Estaing. Extr. 

La raonnaie d'Embrun. (1406 — 141?) Extr. 

De la circulation des monnaies .suisses en Hauphiné 
au XVI' siècle. Extr. 

Les différents de Ia monnaie de Grenoble de 1489 
k [553. Extr. 



292 



L' Atelier temporaire de Brian9on. (1406 — 141 7). 
Extr. 

Geschenk van den Heer ROGKR Vallentin 

Publications de la Section Historique de Tinstitut — 
— G — d — de Luxembourg. Vol. XII — XIII. 

Les places décimales du corps des monnayeurs bra- 
ban9ons. Extr. 

Geschenk van den Heer A. D£ Witte' 

Numismatisches Literatur-Blatt. n°. 85 — 88. 

Geschenk van den Heer M. Bahrfeldt. 

Des fausses monnaies au XVII siècle, I et II ar- 
ticle. Extr. 

Geschenk van den Heer J. E. TER Gouw. 

Médaille commémorative d'un réfugié. Extr. 

Geschenk van den Heer Mr. A. J. ENSCHEDÉ. 

Des méreaux d'admission a la S^e-Cène et en par- 
ticulier de ceux de la ci-devant église-wallonne d' Aix- 
la-Chapelle et de la ville de Harlem Extr. 

Geschenk van den Heer W. J. Fredzess. 

Twee herinneringsmedailles uitgereikt te Vlissingen. 
Overdr. 

Sceattas anglo-saxons inédits ou peu connus. Extr. 

Médaille uniface de Levinus Bloccenus a Burgh. 
Extr. 

Geschenk van Mejuffrouw M. DE Man. 

Catalogus der schilderijen en oudheden aanwezig 
in het Stedelijk museum te Alkmaar. 

Geschenk van den Heer C. W. BRUINVIS. 

Médaillon uniface du Dr. J. INGENHOUSZ Extr. 

Drie penningen op het 50-jarig jubilee der Nieuwe 
Koninklijke Harmonie te Tilburg in 1893. Overdr. 



293 

Zeven religieuse draagpenninkjes op Onze Lieve 
Vrouw van 's Hertogenbosch. Overdr. 

Médaille de la Société „de Bouwkundige Vakken" 
k Eindhoven Extr. 

Geschenk van den Heer Jhr. M. A. Snoeck. 

Het gild van Jan Baptist te Waalwijk en Be- 
soyen. Overdr. 

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de pen- 
ningen afgebeeld bij V. LoON II. 151. Overdr. 

Geschenk van den Heer Jhr. Mr. M. W. Snoeck. 

Verslag der commissie ter verzekering eener goede 
bewaring van gedenkstukken van Geschiedenis en 
Kunst te Nijmegen. 1894. 

Catalogus van het museum van Oudheden te Nij- 
megen. 

Geschenk van den Heer Th. H. A. J. Abeleven. 

Die Münzen der Herrschaft Anholt. 

Geschenk van den Heer Th. M. Roest. 

De Nederlandsche heraut. VIII. i en 2 aflev. 

Monnaies arabes-espagnoles. Extr. 

Der Mahdi-Aufstand in Soudan. Sonderabdruck. 

Geschenk van den Heer JOH. W. Stephanik. 

Verslag Kon Kabinet voor Munten en Pennin- 
gen. 1894. 

Geschenk van den Heer H J. DE DOMPIERRE DE 
Chaufepié. 

Verhandelingen uitgegeven door Teyler's tweede 
genootschap III deel IIP stuk. 

Atlas V^ stuk, behoorende bij Mr. J. DiRKS, Ne- 
derl. penningen, geslagen tusschen 181 3 — 1863. 

Geschenk van Teyler's tweede genootschap. 



294 



Catalogus Coll. MEIJER met prijslijst. 
Catalogus Coll. HOEUFFT van Velsen. 
Geschenk van den Heer A. BOM. 
Verschillende Catalogi. 



In ruiling met ons Tydschrift 

Annuaire de la Société fran9aise 1893. 
Numismatische Zeitschrift. Wien. 
Publications de la Section historique de Tlnstitut 
royal — G — d — de Luxembourg. 
Rivista italiana di numismatica. 
Revue suisse de numismatique. 
Revue beige de numismatique. 



Aanwinsten van de Numismatische Verzameling. 

A. Munten. 

West-Friesland 1676 Stuiver en een dubbele stui- 
ver. B.P. 

Geschenk van den Heer H. G. DU Crocq. 

B. Gedenkpenningen. 

1823. Vierde eeuwfeest Uitvinding der Boekdruk- 
kunst Z. 36 mM. 

Geschenk van den Heer H. G. DU Crocq. 

1872. Derde eeuwfeest onzer onafhankelijkheid. 
B. 50 mM. 



295 



1887. Maskerade Utrechtschc Studenten. B. 44 mM. 
Geschenk van den Heer C. W. BRUINVIS. 

C, Legpenningen. 

DugnioUe, 2721, 2743, 3301, 3441. 
Geschenk van den Heer H. G. DU Crocq. 

D. Belastingpenningen. 

Hondenbelasting. Haarlem 1880 — 1883, 1885 — 1888. 
Geschenk van den Heer A. J. C. VAN Gemund. 

E. Draagteekens. 

Bezoek van H. H. M. M. op Oud-Holland. 
Geschenk van den Heer H. G. DU Crocq. 



De Conservator 
Juni 1896. 

H. G. DU Crocq. 



.-vy» y^ y ^ /s,rx*-v 



<'-\ -■»•-• ^s j»- ^ -^N. 'N ^^ ^\ r V 



Verslag van de Commissie voor de Redactie 

van 1 Tijdschrift 



Jaargang 1895 onderscheidde zich dooreene 
verscheidenheid van stof, die bij onze lezers 
welkom ontvangen werd, doch die alleen mo- 
gelijk is, als vele schrijvers ons hunne bijdra- 
gen doen geworden. 

Munten. 



Naar aanleiding van de nieuwere conjectu- 
ren aangaande de munten der Angelsaksen, 
was 't ons gegeven een uitvoerig opstel over 
hunne sceattas te plaatsen en een 26tal zeld- 
zame exemplaren af te beelden. Van het zoo 
belangrijke Anholt ontvingen wij eene uitge- 
werkte monographie, die niet alleen nieuwe 
gezichtspunten in de numismatiek van die 
heerlijkheid opent, doch waardoor wij tevens 



297 

in staat waren alle Anlioltsche munten ver- 
eenigd op drie platen af te beelden. Baten- 
burg leverde stof tot 't bespreken van vier 
tot dnsver onbekende stiikken van Willem van 
Bronckhorst (1556- 73). Verder plaatsten wij 
beschouwingen omtrent den omloop der Utrecht- 
sche XV^ eeuwsche goudguldens in Z. O. Frank- 
rijk, omtrent 't vertalen van IsabeUa door 
Elisabeth op de munten en penningen der 
aartshertogen {1598 — 1633) en omtrent de munt- 
vondst te 's-Hertügenbosch (1894). Deze laat- 
ste vergezeld van eene eenigszins gedetailleerde 
terreinschets. 

Van de Hulsmunten werden de gevan- 
genismunten te 's-Hertogenbosch behandeld. 

Stempelanijders. Behandeld werden 
de Utrechtsche graveur D. van der Kellen 
(1805 — 97) en de Londenaar Joiiann Crocker 
(1670 — [741) met de stempels die hunne 
werkplaatsen verlieten. 



Gedenkpenningen. Deze rubriek be- 
vatte de beschrijving eener penningplaat van 
Maurits van Nassau (161 3), eene uitvoerige 
verklaring van de belooningspenningen van 
Bergen op Zoom (1622), getrokken uit de no- 
tulen der raadsvergaderingen dier gemeente 



2y8 

en de aankondigingen van nieuw geslagen 
penningen o. a. op 't 50-jarig bestaan van de 
Nieuwe Koninklijke Harmonie te Tilburg (1893), 
op 't verplaatsen van 't standbeeld van ad- 
miraal de Ruyter te VHssingen (1894) en op 
't 50-jarig jubilee van den burgemeester van 
Asten, den heer G. M. Frencken {1894). 

Vroedschapspen ningen. Belang- 
rijke bizonderheden konden wij plaatsen aan- 
gaande de vervaardiging en het gebruik der 
raadspenningen van Alkmaar. Een vervolg op 
dit artikel Is in den thans loopenden jaargang 
'96 opgenomen. 

Avondmaalspenningen vonden hunne 
behandeling in een opstel over de loodjes der 
waalsche gemeente te Aken en te Haarlem. 

De Prijspenningen van de Eindho- 
vensche tentoonstelling (1893) de Gods- 
dienstige draagpenninkjes van 
O. L. Vr. van 's-Hertogenbosch deden ook 
deze rubrieken vertegenwoordigen ; zij stelden 
ons in staat een geheel saam te vlechten dat 
even als een Makartbouquet, door zijne ver- 
scheidenheid, voor elk wat wils bood. Dit 
noopte ons ook de geschiedenis van 't scherp- 
schuttersgild van Jan Baptist te Waalwijk en 



299 

Besoijen op te nemen. Niet alleen dat de 
beschrijving der draagteekenen van dat gild 
éenigszins ons terrein raakt, doch wij verkre- 
gen hierdoor een aardige blik in \ Brabant- 
sche plattelandsleven, die wij meenden onzen 
lezers niet te mogen onthouden. 

Eene aangename verrassing werd ons bereid 
door de toezegging van eene j aarlij ksche bij- 
drage groot f 25. — van den heer H. G. du 
Crocq te Amsterdam. 

Gaarne wenschen wij van deze gelegenheid 
gebruik te maken door onzen bizonderen dank 
te uiten aan de schrijvers die ons hunne bij- 
dragen toezonden, aan hen die ons steunden, 
door de onkosten der platen voor eigen reke- 
ning te nemen en aan hen die ons verder bij 
de Redactie behulpzaam waren. 

Onzen dank tevens aan den heer A. Bom, 
die dit jaar wederom als uitgever en versprei- 
der wilde optreden. 

Th. M. Roest. 
Marie de Man. 
Joh. W. Stephanik. 



LEDENLIJST 



■ ^ ^ ^^•^^ 



EERE-LEDEN 

D«gteekening der benoeming 
VicOMTK B. DE JONGHE, ruc du Trr^ne 6o, Bnixellcs. 17 Juni 1894. 

Tïf. M. koEST, Conservator van het Munt- en 

Penningkabinet van Teyler's Genootschap te 

Haarlem, Rapenburg 31, I>eiden, Lid-Oprichter. 16 Juni 1896. 

GEWONE LEDEN 

C U, V. A. CoKBEMjN Battaerd, Notenboom- 
rvtraat S7, <';rr>enlrx^ I^id-Oprichter. 

AtfkiAAn Wm^ Keizersgracht 149, Amsterdam, Lid- 
^^prichfer. 

V. J, VAN JJ/JK VAN Matenesse, Groote Markt 10, 
Schiclani, IJd-Oprichter. 

Jhr. Mr. J. M. H. J. DE Grez, Hinthamerstraat 4, 
's-flertogcnbosch, Lid-Oprichter. 

Jhr. M. A. Snoeck, Kamerheer in b. d. van 
II. M. de Koningin, Bestuurder van 't Prov. 
Genootschap van K. W. in Noord-Brabant, 
Hintham, Lid-Oprichter. 

Joh. W. Stephanik, Conservator van 't Munt- 
en Penningkabinet van 't Kon. Oudheidk. Ge- 
nootschap te Amsterdam, Keizersgracht 414, 
Lid-Oprichter. 

Mr. L. W. A. Besier, Lid van het Munt-coUege, 

Maliesingel 24, Utrecht. 12 Juni 1892, 



30I 



J. Geradts, Kasteel Aerwinkel, Posterholt (Lim- 
burg). 12 Juni 1892. 

O. G. H. EteiDRiNG, Majoor der Infanterie, Lan- 

gestraat 30, Amersfoort. — 

Chr. J. van Eeghen, Burgemeester, Putten (Ve- 

luwe). — 

Th. H. A. J. Abeleven, Van Welderenstraat 54, 

Nijmegen. — 

C. W. Bruinvis, Oudegracht 184, Alkmaar. — 

J. H. W. Unger, Gemeente- Archivaris, KLruiskade, — 

Rotterdam. — 

Mejuffrouw Marie de Man, Conservatrice van 't 
Munt- en Penningkabinet van *t Zeeuwsch Ge- 
nootschap der W., St. Pieterstraat 39, Middelburg. 

Jhr. C. M. C. A. van Sypesteyn, Lange Voor- 
hout 46, *s-Gravenhage. — 

Jhr. Mr. G. J. Th. Beelaerts van Blokland, 
Lid 2e Kamer Staten-Generaal, Koninginne- 
gracht 62, *s-Gravenhage. 18 Juni 1893. 

Mr. J. A. Feith, Rijks- Archivaris, Martiniplein 181, 

Groningen. — 

A. J. C. VAN Gemund, Kleine Houtstraat 48, 

Haarlem. 17 Juni 1894. 

Dr. H. J. DE Dompierre de Chaufepié, Direk- 
teur van het Koninklijk Munt- en Penningkabi- 
net, Javastraat yor, 's-Gravenhage. — 

Mr. G. N. de Stoppelaar, Conservator van de 
oudh. verzameling op het raadhuis, Langedelft 
22/23, Middelburg. — 

H. G. DU Crocq, Leidschegracht 11, Amsterdam. — 

L. C. VAN den Brandeler, Kapitein van den Ge- — 

neralen Staf, Sweelinckstraat 34, 's-Gravenhage. 16 Juni 1895. 

W. L Fredzkss, Voorstraat 64, Utrecht. — 

Mr. W. J. RoijAAROS VAN den Ham, Utrecht. — 

W K. F. Zwier ZIN A, Ontvanger der Registratie 

en domeinen, Peperstraat 207, Oss. — 

H. KmPERS, Wilhelminastraat 46, Haarlem. 16 Juni 1896. 

Jhr. H. M. Speelman, Schotersingel 11, Haarlem. — 

Mr. P. Deketh, Piet Heinstraat 3, 's-Gravenhage. — 



302 



BUITENGEWONE LEDEN 



W. J. FORTUIJN Droogleever, Oud-Notaris, West- 
haven 156, Gouda. 12 Juni 1892. 

Dr. L. P. H. Schols, Breedestraat 23, Maastricht. — 

J. A. Ort, Kolonel, Zwolschestraat 13, Deventer. — 

D. C. Meijer Jr., Vondelstraat 51, Amsterdam. — 
Mr. W. M. VAN Lanschot, Kruisstraat 299, 's-Her- 

togenbosch. 18 Juni 1893. 
B. J. A. Bruynesteyn, Van-Baerlestraat 13, Am- 
sterdam. — 
J. E. ter Gouw, Koningsstraat 38, Hilversum. — 
Dr. L. J. A. Br AAKENBURG, Hooglandsche Kerk- 

gracht 23, Leiden. — 
A. C. M. VAN Etten, Ingenieur, Damrak 13, 

Amsterdam. — 
F. H. Baron van Verschuur, Willemsplein 12, 

Arnhem. — 
Jlir. Mr. P. L. van Meeuwen, Nieuwstraat 183, 

's-Hertogenbosch. 17, Juni 1894. 

Jhr. H. E. Ram, Ingenieur, Peperstraat 142, 's-Her- 

togenbosch. — 

E. Ph. Erfmann, Binnenweg 112, Rotterdam. — 
Mr. F. A. J. VAN Lanschot, Huize Zegenwerp, 

St. Michiels-Gestel. — 

— A. Th. Hartkamp, Mamixkade 9, Amsterdam. — 
^.— . Jhr. Mr. W. C. G. van Eij&inga, Wirdumerdijk 9, 

Leeuwarden. 16 Juni 1895. 

Jan Hordijk Jaczu., Voorstraat 410, Dordrecht. — 

J. Ph. M. Menger, Voorstraat 35, Utrecht. — 

AuG. Sassen, Archivaris, Helmond. — 

Jhr. Mr. W. Snoeck, Hintham. — 

—Mr. W. A. Baron van Verschuer, 's-Gravenhage. — 

Mr. C. G. J. BijLEVELD, Nassausingel 2, Nijmegen. 16 Juni 1896. 

Mr. H. J. D. D. Enschedé, Zijlstraat 27, Haarlem. — 

J. D. Oortman Gerlings, Oudegracht 72, Utrecht. — 

Ds. H. A. J. Lütge, Keizersgracht 717, Amsterdam. — 



303 
BUITENLANDSCHE LEDEN \ 

E. VAN DEN Broeck, rue du Commerce 50, Bnixelles. 12 Juni 1892. 
Alph. de Witte, Ingénieur, rue du Tróne 49, Ixelles. — 

Cav. Ercole Gnecchi, via Gesü 8, Milano. — 

Le Comte Th. de Limburg-Stirum, rue Haute 

Porte 56, Gand. — 

G. Cumont, Advocat è. la cour d*appel, rue de 

1'Aqueduc 19, Bnixelles. — 

Le Baron Féldc Bethune, Chanoine et préUt de 

Sa Sainteté, rue d'Argent 40, Bruges. — 

Cav. Fco. Gnecchi, via Filodrammatici 10, Milano. — 

Mr. J. A. VANDERCHijs,Lan ds- Archivaris, Batavia. — 

Camille Picqué, Conservateur du Cabinet numis- 

matique è, la Bibliothèque royale, rue Dupont 70, 

Schaerbeek. 9 Aug. i892. 

V. DE Munter, Agent de la Banque nationale, 

rue Haute 30, Audenarde. — 

Amedée de Roissart, Conseiller de la cour d'ap- 

pel de Bnixelles, avenue de la Couronne 12, 

Ixelles. — 

* Maurice Prou, Attaché au cabinet des médailles 

de la Bibliothèque nationale, rue des Martyrs 41, — 

Paris. — 

F. LÉON Naveau, Docteur en droit, Chateau de 

Bommershoven, Tongres. — 

Dr. Hans Riggauer, Conservator des k. Münz- 

kabinets, München. -^ - - — 

Arthur Engel, rue de la Tour 40, Paris-Passy. — 

Le Baron Jean Bethune. Oost-Roosbeke. — 

Charles van Schoor, Procureur général prés la 

cour d'appel de Bnixelles, avenue Louise 93, Brux. — 

P. L. B. Ruijs de Perez, rue Joseph II 26, 

BruxeUes. 18 Jnni 1893. 

Le Chev. Fred. Mayer van den Bergh, rue de 

PHópital 21, Anvers. — 

Roger Vallentin, Officier d' Académie, Receveur 

des Domaines, St Péray, (Ardèche). 8 Sept, 1893. 

Maurice Barbey, Chdteau de Valeyres, Valleyres. — 

20 



^H ^H^^H 


i 


^ 


^^^1 Lb Chev. L. C.M. van Eeksbl, Major d'Elit-majOi, 






^^^P Chef d'Etat-ma.ior de k zième Dn. de Cavalerie 




* 


^^B Qxü des Moines 9, Gtmd, 


8 Sepl. 


1S93. 


^^H ^ Geokce C. Adams, Box 171, Oneonts (New-York). 


- 




^^H H. C. DouwES Dëkkek, Cunlroletir ze klasse bij hel 








8 Sept. 


iSM. 


^^H — R0B8RT A. C. Tkirkeu., CoJlin5-5[reet, Tatter- 






^H saJI's Club. Hobu-t, (Tasmania), 


24 Sepl. 


.893- , 


^^H P. H. Bog.VK\ux, Avocat, me Charles Laütte 97. 






^^m Neuilly iui Seme. 


24 Mei 


1S94 


^^^V John Evans, Nash Mills, Hemel Hempstead, Londoii. 


- 




^^H W. 0. Gallois, Vice-President van deo Raad van 


— 




^^H Ned.-lDdie, Batavia. 


— 




^^H Pait, Ch. Strcehun, Présideni de la Sociélé Suisse 








M Juni 


.894. 1 


^^^H A. ViSART DE liocARuÉ, ruo des Aiguilles l B, Briigcs. 


5 J«li ■ 


.89,- 1 


^^H A. DE Mbunvnck, rue Masséna 23, LiQe- 


10 Octobe 


r 1S95. 




{ 


«i 



rS/'^-^.^r^^ . <- ^ -N . 



' ^ v^V/X^ 



ERRATA 



Jaargang III 1895: 
Blz. 141 en 142 staat driemaal: Aethelbert, lees: 
Aethelred 

In dezen Jaargang: 
Hlz. 3 5 2 ■ regel van boven staat : een, lees : aen 



» 



» 



42 8* 



>> 



>i 



>> 



>> 



„ 48 


2" „ 


„ onderen „ 


„ 50 


lO' „ 


„ boven „ 


,> 59 


12' „ 


7> >> » 


„ 90 


ir „ 


>> » >> 


„ III 


r „ 


„ onderen „ 


„ 132 


r „ 


» » » 


„ 160 


2' „ 


>> >> » 



167 6* 



)) 



>> 



boven 



» 



tweemaal : in, dit moet 
eens vervallen. 
Octobre,lees: octobre 
comp-, lees : Comp- 
Horst, lees: Harst 
Uijen's, lees: Uije's 
oublié, lees: oublié 
balk, lees : boek, 
linkereen, lees : linker 
een 

wapenschilden, lees : 
door een lint saamge- 
bonden wapenschil- 
den. 



3o6 

Blz. I f9 1 9' regel van boven staat : ET DONK, lees : EN 

DONK 
„ 169 8* „ „ onderen deze beschrijving van 

het wapen is de juiste; 
de stempelsnijder gaf 
verkeerdelijk een zil- 
ver in plaats van een 
goud veld weer. 

„ 175 I' » » yy y> 7> l^es : I78 

„ 183 12' „ „ „ „ Demi Réal, lees : De- 

mi-réal 
184 r „ „ boven „ achétés, lees: achetés 
191 r* „ „ onderen „ rheran, lees: rhénan 
194 I' „ „ boven „ Mr. J. A, lees: Mr. 

A. J. 






INHOUD 



Blz. 
Particulier papieren geld in Nederlandsch-Indië, 

door Mr. J. A. van dek Chijs 5 

Le jeton dans les comptes des maitres des mon- 

naies du duché de Brabant aux XVIP et XVIIP 

siècles par M. Alphonse DE WiTTE. . 30 en 137 
Twee penningen van Koningin WILHELMINA, 

door D. C 56 

Gedenkpenning uitgereikt aan Mr. G. N. DE Stop- 

PELAAR 58 

Onuitgegeven munt van Batenburg, door J. E TER 
Gouw 61 

Les trouvailles de monnaies en 1894 par M. le 
Dr. H J. DÊ Dompierre de Chaufepi^. 62, 96 en 1 80 

Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genoot- 
schap in ruiling ontvangt. . 70, 124, 198 en 274 

Het muntwezen op Lombok, door J. K. TER (iouw. 73 

Gedenkpenningen ter herinnering inin het bezoek 
van H.H. M.M. de Koninginnen aan de Zuide- 
lijke Provinciën (i 5 — 24 Mei 1 895), door M. A S. 84 



308 

Gildepenning van Abraham Hildernisse, deken 
van het timmermansgilde te Middelburg, door 

Mejuffrouw Marie de Man 87 

Aanvulling van DiRKS' Repertorium, door Z. . 94 

Gemengde berichten: Gouden Jubelfeest Musis 

Sacrum te Dongen. — Noordbrabantsche Wiel- 

rijders prijs-medailles. — Zwitsersche muntge- 

schiedenis. — Gild van St Jan te Kaatsheuvel. 

— Tentoonstelling Amsterdam 1883 en 1895. 

— Liefdadigheid naar Vermogen. — Russische 
munten. — -{- Mr. A. J Enschedé . . . .126 

De Alkmaarsche vroedschapspenning, door C. W. 

Bruinvis (vervolg) 157 

Twee gouden bruiloltspenningen van de familie 

DK Jong van Beek en Donk, door Jhr. 

M. A. Snoeck 166 

Penning op de verlegging van de uitmonding der 

Maas, door W. S 172 

Mr. A. J. Enschedé. In memoriam, door Th. M. 

Roest 194 

Gemengde berichten: Liedertafel „Souvenir des 
Montagnards" te Tilburg. — Aanvulling Dirks' 
Gildepenningen. — Liedertafel „Oefening en 
Uitspanning" te 's Hertogenbosch — Catalogus 
Bataviaasch Genootschap. — Erklaerung der 
Abkuerzungen van Schlickeysen. — Tentoon- 
stelling Amsterdam 1895. — Middeleeuwsch 
pond- of geldwezen van HoUestelle. — Nieuwe 
uitgaven. — Mededeeling aan de leden . . . 200 

Iets uit de geschiedenis der Zeeuwsche assignaten, 
door Mejuffrouw M. DE Man 223 



309 

Quatre monnaies inédites ou peu counues de 
's-Heerenberg et de Stevensweerd, par M. Ie 

V**. B. DE JONGHE 257 

Penning ter eere van W. G. TEN HOUTE DE L ANGE, 

door C. W. Bruinvis 265 

NiCOLAS Heynsius, homme d'état hollandais, nu- 

mismatiste (162O— 8i),parM.ROGERVALENTlN. 269 
Gemengde berichten: Strooipenning Breda 1737. 
— Twee gedenkpenningen van 1895. — Ten- 
toonstelling Veendam 1891 276 

Vergaderingen van het Genootschap (notulen) . 281 
Jaarverslag 1895 van den Secretaris . . . .285 

Jaarverslag van den Penningmeester ... . 288 

Jaarverslag van den Conservator 289 

Jaarverslag van de Commissie voor Redactie van 

't Tijdschrift 296 

Ledenlijst 300 

Errata 305 

Inhoudsopgave 307 

Verwijzing der platen 310 



VERWIJZING DER PLATEN. 



Plaat I I Plaat V. 

zie blz. 9 i No. i . . zie blz. 167 

Plaat n. I 

zie blz 60 i 



Plaat m. 

No. I ... zie blz. 84 

>j 2 . . . 99 99 ^J 

99 J ' ' ' » >> 

Plaat IV. 

No. I ... zie blz. 95 

^ • • • 



>> 



>> >> 



Plaat VL 

No. I . . zie blz. 254 

Plaat Vn. 

No. 3 . . zie blz. 256 

Plaat Vm. 

Nos. I en 2 zie blz. 26 1 
11 3 1^ 4 w r) 263 




^ 



. V ^ \^ ^ > " ■TV 




lÜdictirvnmitt-wjeMin^Jaïtfg 18 



i 





■A 



il 




^^ 



T^(!liEViBmt-BiipmiBnglt.Jflarg 1896