(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Biodiversity Heritage Library | Children's Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "'t merg van de historien de martelaren, in't kort by een getrokken, uyt de groote Martelaars ..."

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It nas survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at jhttp : //books . qooqle . com/ 




600088685+ 



/ 



i>. 



>-/■■•. ..^t 



^ 



££ A-f'o/ 







/( 'O 




'T MERG 

VAM py 

HISTORIËN 

MARTELAREN. 

BEHELZENDE 
De voornaamfte Getuygeniflen , Schrikkely* 
ke Vonniflen , Standvaftigé BelydeniQ^n, eö wrecv 
de Tormenten,die dezelve gdedeö hebben ; Be- 
ginnende met het Lyden van Chriftus, en 
eyndigende met het Jaar 167 1. AU« in 't 
kort by een getrokken , uyt de groote 
Martelaars Spiegel der Doopsgezin* 
den vap Tileman Janfz. van Bragt > 

Door J. B* 

DE TWEEDE DRUK, 

Van reële Drukfouten gezuivert , en met 52 Prcjit* 

verbeeldingen vermeerdert^ 

WMSTERDAM^ 
By ISAAK TIRION, BoetaWset c^ 
den N;oi)raidyk , by den ttetft , V& \tagft 
Oroti\is* 17^6» 




> 



f ' . ! ' h 



T r l K A V 



Voortreden 

A A N D EN 

L E E Z E R. 

ONcler de nuttelyke en aangena- 
me bezigheden , en oeffeningen , is 
(zoo wy agten) geen van de minfte* 
het leezen van ffaye en aanmerkelyke Hifto- 
rien $ want gelyk meri maar alleen die dingen 
kent , die in onze tegenwoordigheid gebeu- 
ren , zoo fchynen de Hiftorien deze Men- 
fchelyke fwakheyd te willen oiiderfteunen , 
als zy ons niet alleen een reeks van tegenwoor- 
digen y maar zelfs de Gefchiedeniflèn van za- 
ken , veele Eeuwen voor ons gebeurt , in or- 
der verhalen, en ons dus in de tegen woordig- 
heyd der gefchiede dingen in leyden, omafic 
Eeuwen met onze gedagten te door wan* 
delen. 

Wie weet niet hoe veel Voorbeelden van 
kloekmoedigheyd door de Hiftorien vermeit* 
ten bake voor anderen , en ter opbeuring van 
lafhartige verftrëkten * wiens daden als roem- 
waardig, voor eeuwig op de Tongen der Na- 
komelingen leefden? Inderdaad dit was dere- 
den, waarom de befchaaffte Volken, met al 
te groote zugt tot eer ingenomen , dé Gc- 



Aën den Leezser. 

fchiedeniflen Vkh huil tyd, onder de grootflc 
bedryven der doorlugtigite Perfonagien ver- 
mengden j op dat het een en 't ander tot een 
fpoor veritrekte , naar 't welke de NakoiAe- 
lingen hun gangen rigtenrdog gelyk deken- 
nis der Hiitorien in 't algemeen dezen naam 
van nuttigheyd verdient , zoo is 't egter zfc» 
ker dat die in zich zelve de meefte lof waai* 
dig is , die als d'aller nuttelyklte, de meeitc 
aanleyding geeft tot dit eynde, waar toewy 
Vah deft Schepper hief in dit leeven gefleld 
Wierden * te weten om hier Heylig , en na- 
maak Eeuwig in volmaakte vergenoeging te 
leven. 

En hoewel , zonder alle tegen fpraak , de 
voorttcffelykfte is de Miitorie en Gedagte* 
nis van 't JLeeren , LeeVen, Lyden en Ster- 
ven van onzen Heer en Zaligmaker , en zyn 
Heylige Apoftelen* zoo heeft men ook (ge* 
lyk wy benefffeite veele agten) naaft de zelve 
de GedagtenifTen , heerlyke getuygeniflèn , 
Vööftrefï&yke Belydeniflen*eh Spreuken van 
2oo gtoóten getal van Heylige Martelaren, 
te Vöêgen j die haar niet ontzagen , ter Lief- 
de van haaï Godt en Chriftus naar Zaligma- 
ker (ottaangefcieA a%ryflelyke lenigingen en 
Tormenten) de zuy vere Waarheyü te bela- 
den. SpWüken daarom te heerlyker, dewyl- 
ze in die tydten zytt gefproken » *h zy niet 

an- 



Atn den L^eper, 

aaders te gemoed zagen , dan on* h^aft hare 
Lighamen met een moedige , . pf brandend* 
Ötterhande haren Heer op te offeren. Din^ 
gen , die zy onmogelyk anders $ ak uyt de 
zuyvere groqd van hare harten, tot eere van 
Godt , en tot ftigting van haar Naaftw , heb* 
ben konnen uytboezemen : gevende zelfs, ook 
d'aller eenvoudigfte Menichen , door de 
kragt van Gods Geeft gefterkt , niet alleen 
een wonderbare blydfchap te kennen , in 't 
midden van han fwaarfte lyden $ pigar ook 
«en Hemelfe wysheyd,die de parten der Toe^ 
hoorders {ie\£ vyandig zynde) zoodanig iiv- 
drukte , datze uyt overtüyging gedwongen 
wierden hare tranen uyt te itorten. 

Vond zig dan ooit een Hiftorie-Sehryvar 
bewogen 3 de dappere daden van zyn Tydge- 
noten ten fpiegel voor de Nakomelingen af 
te beelden ; of de heerlyke en korte ,. dog 
niet min zinryke fpreuken van eenige Wee- 
reltwyzen ten toon te ftellen : niet minder 
vheeft men te oordeelen dat %y een nuttig 
werk ondernamen , die de voorbeelden der 
doorlugtigfte Helden des Gelooft 9 waardig 
dat&e altoos in de harten van 't Chriftendorp 
geprent waren, van de tyden der Apoftelen, 
pat op de onzen, en de treffelvkfte getuyge- 
niflen , die zy met het Poodvonnis pp hun 
lippeyn % ten bewyze van baar ftandvaftigheyd , 

* 2 ota 

*- * ^ . . . .• ■ * . 



Aan den Leezer. 

om voor Godts eer en Chriftus naam te ftc*- 
ven, gaven ? in geichikte order by-eeq te 
zamelen. 

Dit was 't ook dat ons bewoog , om aan 
dit Werk eenigzins de hant te leenen, en in 
een kort bondeltje , de fchrikkelyfte Tor- 
menten , merk waardigfte voorvallen , en heer- 
lykfte Spreuken , wydluftig in 't groot Mar- 
telaarsboek der Doopsgezinden aangetekent, 
t'zamen teftelleq. 

Een Werk, 't geen mogelyk ook, als al- 
le anderen , zyn tegenfpraak zal onderworpen 
zyn ; en van veelen geoordeeld worden ver- 
gceflè arbeyd te zyn j dewyl men hier niet 
anders als gebrekkelyk en ftujcswys vind, 't 
geen die Autheur geheel heeft aangetekent: 
Maar alzoo verfcheyde voorbeelden ons hier 
in voorgingen , om de wydluftige verhalen 
van anderen beknopt in een te trekken , zoq 
pordeelden we met haar voorbeeld té volgen 
niet te zullen misdoen ; dewyl verfcheyde re- 
denen ons tot d'onderneming van dit Werk 
bewogen, 

Als ten eerden : om datwe oordeelden dus 
onze ledige uuren met de meefte nuttigheyd 
te lconnen befteeden en doorbrengen. 

Waar by voor ejn tweede komt : dat wy 
tot hst zelve van goede Vrinden verzogt 
wierden, dewyl wy 'c anders hiet zouden on- 
dernomen hebben, c '* De 



i 



Aan dm Leezer. 

De derde en voomaamfte reden is : dat wy 9 
als een aldernoodtzakelykfte bedenking , hier 
door gelegentheyd vinden , om Gods goe- 
«dertierentheyd te befpiegelen * die ons door 
het bloed der Martelaren , als 't Zaad der 
Kerke , het ware Ligt des Euangeliums m 
zoo grooten klaarheyd heeft aangeoragt y en 
tot nog toe doet genieten : Daar wy , zonder 
<lat hulp middel, buyten twyfFel in de alder- 
-diepfte duyfternis der onwetenhcyd , en bv- 
gevolg ligt in de grootfte zonden en Godï- 
ïoosheyd zouden gedompelt leggen. 

En wyders op dat wy zouden zien , hoe 
grooten genade ons tot nog toe door Godts 

foedheyd is te beurt gevallen , dat wy on- 
er onze zoo befcheydene en Vaderlyke 
Overheyd , (die van ons daar voor de groot- 
ste lof ., en ootmoedigfte gchoorzaamheyd 
toekomr , en waar voor wy fchuldig zyn de 
Hemelfche Majeftey t te bidden , dat hy haar 
in dien grooten dag het zelve met eeuwige 
gunfte wil belonen) ons gemoed zoo vry en 
onverhindert moge* beleven : Dog 't geen 
ten hoogfte te beklagen , ja te befchreyen is , 
is , dat zulken groote weldaad 9 zoo verag- 
telyk van ons wprdt in den wind geflagen* 
zulks dat men niet groote reden zouw mo- 
gen zeggen , is 'er elders een Volk dat zii* 
deezc twee genoemde zoo groote genade gif- 
* ± ten 



Aan ièn Leuutr. 

ten onwaardig maakt, dat wy bet zyn. Houd 
het ons ten goede, dat wy de kortheydhier 
een weynig te buyten gaan , en met onze 
gcdagten een weynig de voorgaande Ecu* 
wen doorwandelen en befpiegekn hoe onze 
'Voorouders onder 'c kruys der Vervolging 
fukfedden. Hoe dacze vkigtende van het 
eene in 't ander Land , alles moeden verla- 
ten-, en niet zelden door zulke middelen, de 
Man van zyn Vrouw , en de Kiaderen van 
haar Ouders, die door zoo nauwe Hefdc asm 
den anderen verknogt waren, van malkander 
Ten gefcheyden <en verflrooyc wierden. Hoe 
datze baar lieve Egtgcnooten , haar Ouders 
haar Kinderen en goede Vrienden , ter ge- 
vangenis, ter Pynbamk, ja tot het vuur, *n 
de alderwreetfte Tormenten hebben zien ge- 
leyden. Wie kam zonder beweging des har- 
ten , zommige getuygeniffen m hunne Brie- 
ven loezjen > dte zy den veen den anderen toe- 
zonden ? Hoe hebben de Chriftenen malkan- 
der gezogt en omhelft , om van hun Mede- 
broeders in haar druk vertrooft te wonden? 
Met wat moeyte en verre wcqgen , hobben- 
:ze haar Vergaderingen in Boten «en Spelon- 
ken , met gevaar hares leevens gehouden ? 
Hoe vuurig waren hunne Gebeden , en hare 
ernftig hunne Vermaningen tot ot>bouwii*g 
van otikireukbaase ^bmta^Sigbcyd?Hoe)groot 
, * was 



Am JenLee&r. 

was de honger naar 't Woord Gods $ gelyk 
wjr klare voorbeelden hebben , f aan welke 
men levendig ziet hoe de harten in zulkety- 
den geneygt zyn) aan de Gereformeerden;, 
alsze nu na zoo lang onder 't Pausdom gebukt 
te hebben tot Overveen , bnyten Haarlem* 
in ? t Veld Predikten of Vergadering hielden ? 
hoe datze van Amfteldam, Alkmaar, en an- 
dere afgelegen plaatzen , op 't gerugt war 
Haarlem reysden , en datze , als de Poorten 
toegehouden wierden, over de Muuren klom- 
men , door de Veft fwommen , en dus met 
de natte klederen , haar met een ongemeene 
blydfchap tot het gehopr begaven j gelyk 
ook tot Amfteldam , buyeen de Haarlem- 
mer-poort en elders , met gevaar des levens 
wierdt ondernomen. Hoe 't nog onlangs ia 
Vrankryk heeft toegegaan (daar na zoo veel 
lydens, vlugtens, verbeurtmaken der goede- 
ren, het zenden voor Slaven naar de Indien 
•cndiergelyke) weeteenyderj dewyldegè- 
tuygeniflên eenftemmig verhaalden , dat de 
Gafeyen en gevangeniffen vol zaten van e^ 
lendigen, die naar de Barbaren en Indi'aanen 
gezonden , in Klooftere en elders jammerlyk 
mishandeld 9 of met een wroegend Geweten 
gedwongen wierden, 't Pausdom aan te han- 
gen : Vonniflèn , van Louïs den XIV. gevelt, 
die nog jaiet geheel zyn in gptrokfaep , mw 



Aan den Leezer. 

na welkers ftrengheyd , hy als nog zyn In- 
gezetenen mishandelt, en geweldelyk tot het 
aannemen van den Roomfen Godsdienft tragt 
te dwingen. Hoe de Doops- gezinden korts 
geleden , in 't Land van Guhk , Nieuburg 
en elders van hun goederen zyn berooft , in 
gevangeniflèn opgeflootenj uyt hun Woon- 
plaatze verdreven , en zelft zommigen op *t 
punt (tonden , .van aan den Lyve mishandelt 
te worden is t'ovcrkennelyk , al$ datwe dit 
wydluftig zouden ontvouwen* 

Uyt welk alles wy konnen afnemen de 
grootheyd van Gods genade , ons tot nog 
toe geworden , die in den boezem van ons 
Vaderland een gewenfte vryheyd verkregen 
hebben. Wie kan bedenken dat wy beter 
zyn als zulken , en zig dienvolgens verbeel- 
den datwe mede niet zulke of dergelyke ftraf- 
fen of tugtigingen waardig zyn ? 

Zeker indien men de beantwoording van 
deze Goddelyke gunft in de Schaal van even 
redighcyd opwoog, buyten twyffel zouden- 
we alle te ligt bevonden worden , zonder 
nog de minde delen van zyn gunft voldaan 
te hebben -, waardig derhalven Godsregtveer- 
digc wraak : want vergelykt men haar levens- 
wys bv die van onze lauwe Eeuw , men zal 
bevinaen , dat die dorre Akker van onkun- 
de meer Gode waardige vrugten voortbragt, 

al* 



Aan den Leezer. 

als de wel doormefte beemden van \ tegen» 
woordige Chriftendom. 

Haar yver fchynt Uns in een laffe flauw 
heyd verwifleld te zyn; haaringetogentheyd 
en ootmoedigheyd ineenreukeloze ongebons- 
denthcyd $ haar grootagting en vrugt van de 
ware ftigting , in een geheeie veragting van 
*t Hemels Manna; de eer van God , in een 
fchending van zyn Naam , en laftering van 
zyn Godsdienft : en toen zag mende onkreuk- 
baarste ftandvaftigheyd , de grootfte nedrig- 
heyd , de trouwlte liefde , de ftigtelykke 
voorbeelden , en een onbez walkte lydzaam- 
heyd 9 thans zoo zelden onder 't Chriften- 
dom te vinden. 

Vorder leert men hier ook , hoe noodza- 
kelyk het is te befchouwen de by zondere wys- 
heyd en goedheyd van onzen Heer; hoewel 
als hy ftraft of kaftydt , een vreemd werk 
doet, nogtans niet zelden de kaftyding ons , 
als een zout, ten hoogften noodig, toezent j 
op dat de vromen en opregten daar door van 
het Zielverderf behouden worden : en dat , 
als deeze boofe tyden genaken , en het d'Al- 
lerhoogfte goed vond ons ook zoodanig te 
bezoeken , wy door de voorbeelden van an- 
deren gewapent, ons gefterkt vinden, om de 
helfe pylen van 't boze wangeloof uyt te bïus- 
fen > en Gods eer zelfs (de nood zulks ver- 

eyfchfcvy* 



.Am dtnJUe»er,> 

eyfchende; met een wreodeo enfehaaddyken 
dood groot te maken. 

Maar inzonderheyd zal dit dienen, tot een 
üytnemeudc trooft voor .alle vroomen y die 
haaren Heer ftandvaftig aankleven , om ver- 
zekert te zyn , hoe dat hy {die zyn kragt in 
zwakheyd heeft volbragty <|ez£ getrouwe ge- 
tuygen zoodaaig heeft veriterkt en bekrag- 
tigt , datze aan de eene zyde bequaam bevoi*- 
den wierden , om die twee d'aldergewigtig- 
fte geboden, van Godt lief te hebl>en boven 
al 9 en zyn naaften ak haar zeiven , 6e gehoor- 
zamen. Geboden van vaden voor onmoge- 
hrkfljeagt. Htae datze, ter jUefóe vanhaar Heer, 
Vader, Moeder, Vrouw, Kinderen, goede- 
ren, Eere.,* ja haar eygep Leven, tot zulke 
grouwelyke Tormenten, blydelyk hebfeen 
overgegeven en alles verlaten : zelfs dat Jon- 
gelingen van 14, if en %6 Jaren, en Jonge- 
Maagden , zich niet ontzagen haren Zalig- 
maker ter dood te belydw ; zynde zv in \t 
algetneen zoo trouw , dnxw haar LieJwnaen 
eerder lieten van malkanderen feheiwn en 
ondragelyke pynen uytftonden, ak haar Me- 
degenoten in *t geloof te i»eldei|. Am 4c 
andere zvde : dat zy , niet alleen ongeleerde**, 
de geoeffeafte verfli&dcn hebben Jkojinen over- 
ftaag werpen en overtuigen* n*sir *$& ip 
haar geweiden soo gfWWlhiyëfch^eQY^?- 

heuging 



Aan den £etjter< 

heügirtg des harten gevoelden, datfce al 't ver- 
maak, dat de Waereld geven kan, geenzint 
daardoor wilden vfcrwiflelert j verkiezende 
liever met ceö Hertielfche blydfchap,dengje- 
Weldigften dood , als voor een tyd de genie- 
ttege der ionde. 

Vorder, ateóo wy dit Werk den Doops- 

fezinden voornamely k toeëygenen , zoo heb- 
en Wy ook noch wegens den Chriftelyken 
Waterdoop iets te zeggen , tegens driederlye 
fooit van Chrifteft&ï. ' Totdeeèrfte,die dett 
Kindfcivloop niet kfagt ióêfcett voorteftaan, 
dat ttezfclve in het groóre Mirtelaars boek 
kunnfen fcien (*t gefcne ift wis Kort begryp 
niet Wel te pas komt) hoe dat Vaft alle Keu* 
vfcè, Van 't bfegin des Êuangeliüffis, de be- 
jaattte Doop in gébfüik is geweeft. Die in 
veete tyden oómak was * <rat wanneerfe den 
Zaligmaker hier in beleeoen hadden, öm haaf 
voor Ketters te verklattn , te vervolgen ett 
tèdo&den. 

Tót detWede,die den Döopüytftellen, 
uyt geene ariderè oorfcaak , als om dat haar 
leven en wandfel niet over een ftemt, met de 
Leer en wil tatt ChriftiW haar Heyland $ en 
(fchrootntrt d&aróm , onder d'öeffening van den 
Doop, Chfiftus en zynen Godsdienft te be- 
lydeh^en beloften te doen in tegenwoordig- 
heid *an v**te£ctuygen f in ware verzaking 

ha.- 



Aan den Leezeï. 

haren Zaligmaker te hooren en te gehoorza- 
men* dezen, zeg ik, wil ik in bedenken ge- 
Ven i indienze in zulken tyd , als wy thans, 
beleven, daar het een eer is Chriftus aldus cc 
belyden, nalatig zyn, wat voor proeven van 
ftandvaftigheid zy wel zouden geven, alszy? 
*t lot der genoemde Martelaren onderhevig 
waren? 

Tot dé derde , die nu geheel geen Doop 
vaft ftellen 5 den zulken wil ik in bedenken 

Êeven * voor eerft * pf onze getrouwe Hey- 
tnd , die de zynen bemindt als dé appel zy- 
ncr Oogeti , en die ook zyn Leeringen heeft 

gelalt als zy in de eene Stad vervolgt wier-* 
en , in de ander te vlieden , niet en is te 
kort gebleven , als hy door zyn Woord en 
Geeft , zyn Navolgerén niet bekent maakte 
de onnoGdzakelykhcyd van den Waterdoop , 
voor die geenen 1 , die van Chriften Ouderen 
geboren %yn ; : waar door zyn getrouwe. Be- 
lyders veel vervolging zouden ontgaan heb- 
ben. Ten tweede: ofze niet wei- konnen zied 
dat de Waterdoop niet noot$akelyker kanbe-r 
fchreven worden, alze befchreven is, tenzy- 
zc willen * datze van alle Menfchen 1 gelyk 
nu van meeft allen ontydig gepleegt wordt. 
Ten derden : of 't gebrek van Secte te ma- 
kerf , oorzaak kart zyn zoo goeden zaak na te 
laten , die men dog zonder Se&ery kan ple- 
gen- 



Aan den Leezer. 

gen. Ten vierden : of al het gebrek datter 
in mogt zyn wel zoo groot is , dat het eten 
aanftoót en argernis kan opwegen ? 

Eyndelyk, of Imand moet denken dat wy 
het groote Werk van de Hiftorit der Mar- 
telaren met ons oogmerk benadelen * dien 
antwoorden wy : dat het 'er zoo Verre af is, 
dat wy het groot Martelaars-boek daar door 
zouden tragten te verminderen , dat wy in te- 

fendecl 't zelve allen Leezers aanpryzen, om 
un zelve daar in wydluftig 'toettenen j want 
wy geven groote, gelegeüthevd voor yder, 
om uyt korte Spreuken te befchoqwen, wat 
<le treffelykfte Brieven en befte Hijtorïen zyrt* 
Wy hebben ook in veel gevallen getoont, 
dat wy om onze kortheyd , zoo veödoenlyk 
was , te bëvlytigen, treffelyke zaken hebben 
afgebroken, en denbegerigen Leezer tot het 
oorfpronkelyk gewezen. Edog, dewyl vee- 
len genegen zyn tot de kortheyd, de klcync 
. koften en het gemak , zoo agten Wy dat het 
by verfcheyden aangenaam zal zyn * zynde 
alle deeze voorregten hier door te bereyken. 
Wy hebben kortheyds halven maar alleen 
de voornaamfte zaken aangetekent , als de 
Perfoonen, haar Naam, den Tyd, de Plaats 
onder wien , en wat zommige geleden hebben: 
als ook de gevallen omtrent het zelve , iets 
van haar Leven , zoo wy 't befchreven vonden , 

cev 



Aan den Leezer. 

en voornamelyk eenige van haar Voortreflffe* 
lyke Spreuken 5 dieze op dien tyd uytboe* 
zemden , 't geen wy dan in een kleyn bon- 
dcltjc , om voorgenoemde redenen , - hebben 
t'zamen geftclt. Wy gebniyken haar cygen 
woorden , zooze niet te lang zyn , anders 
verpligten ,we ons niet zoo ftreng aan dezel» 
Ven, of tragten fomtyds met korter woorden 
den 2in uyt te drukken, 'k Wenfch dat het 
dert Leezer ten goede dienenden hy zooveel 
vermaakt en nuttigheyds in het leezen, ateilt 
in het fchryven bevond , genieten m*g, w*kf 
ifiede 'ik ïbyne Arbeid dubbéld ui voldi&n 
«gten, en tragten te blyven.uwe opttoöedig^ 
en geringe Dienaar; '* 

•■ ' . V ;•■'■■: . ■' j:*"-y' 



't MERG 



Pag. i 

't MERG 

VAN DE 

HISTORIËN 

MARTELAREN. 




JESUS CHRISTUS, 

$3e ï|eer en seïegenbe Saïiömafter/ 
bie na be boo^egginge ber öepltge 
Jfcopïjeten / ong in be boïïjeub be£ 
ftjbg ban 3ön ©emelffcïjen ©abet $ 
toege3onben ; ten epnbe ÖP 3ün laar. 




i 1t Merg van de Historiën 

fïe en bolmaafttfie bril / aan 't menobom open* 
öaatbe. ©ie / boo* ïjun 3onben / 3ijn ligïjaam 
totem Moebige offetfjanbe op-offetbe; en brien£ 
geïjeele leben / on$ / ban ïjem befcfjjeben / in lp- 
ben beflaan öeeft. 

©:5e in een geringen ftaat / ber ban ï)ttp£ ta 
een becacljte pïaat5e ter toetelb gebzagt / moeft 
aanftonbg boo? Wen öeer&ucotigen ènuloebbojfii* 
gen Hcrudes blugten. èp toiero ban Hen &atan 
op beelberleu top3en beoogt ©ie rijft toa£ / ig 
om on5ent bril arm getoojben. tëp fttoam tot öe 
3ijne/ en brietb niet aangenomen- " ©ie aïïe men* 
fcïjen liefbe / en goeb öeebe/ brierb geijaat* ©e&* 
ftonbigenbe bjeebe / brietb ïjp betbolgt. %beeb 
HBitaftden / en brietb gelafiert föp leetbe 3#n$ 
©abeté laatfte en bolmaafttlte toil f en totetb niet 
gelooft ©ie alle magt Ijabbe/ toonbe ïjem 3agt* 
moebtg. ©ie 4$ob tot ïjoogïjepb brilbe ophoeren / 
toaé b'aïtoootmoebigfïe* 0em / bie be toeg/ be 
toaarfjepö en ïjet leben )m$ / tragte men tooi een 
Uneebenboob baat ban te öeroben/3önbefen laat* 
flen ban alle golben bet betbjuMüng teffen# obec* 
ballen- % . 

$em I in 'tïjofften Gethfemane tot ter ÖOOb Öe* 
b?oeft jijnbé / ffeoonfte ?t Stoeet afê bjoppeien 
öloeb/ bdn jön goegfrtt aangejicftt Judas fjem 
baat met een ftug bertöbenbe / jepbe ÖP * v "end , 

waar toe zyt gy hier gekomen ; verradende 's men- 
fchen Zoone met een kus ? en onaange3ien 't ïjem 
aan geen ïjttlpe ontbjaft / ïjeeft öp sicjfj aan be 
tooebenbe fcljaate bjpbrilligobergegeben- $p/ban 
alle 3tjn ©ifcipelen / insonberïjepb 3#n nberigen 
Feci us, bie met fjemin ben boob gaan brilbe/ ber* 
laten yjtfbz ; ïjeeft bie bittere patg alleen gette* 
btnl m të alg een itëoojbenaat / met3toaatben 

en 



■ PER JJARTE L A.1J. JE 1*. ». 

en floten tot ben l|ogm-p*i#et geöjagt / bat 
fdjeltjft befcöultögt/ en/ be5tootm 3ünbebatïjp 
3ega«ï 30U of ÖP <$obg ^oone toaé ; ïjeeft niets? 
geanttawwb/ al£ alleen/ gp 3egt ïjet- 

3)fê een omiojfle ban den geefteïijften tot ben 
toerelölijfen fcegtff '{jeöjagt 3önbe / moeft ÖP al* 
baat toeelbetlepe fpot en Kjben bjagen : omïjan* 
gen met een purperen ifêantel / en gefttoont met 
een boo?ne ïttoon / toietb ïjjj öefpot / befpoutot/ 
5efTaaen/gegeefelt/3tjntaiii|opgdept en naat ben 
galgen-betg gebakt ; op toeiften öp op een b*ee£= 
felijhe topse aan fjanben en boeten boojöoojt aan 
't fttupg toietb opgesegt / tnflcïjen ttoee Ifêoojbe* 
naar^aV 't fjoofb bet 3eïben* $y toepenbe/ mp 
So?fi/gafmenöem^aImet€bmgeinengt. Z$x\ 
©abet ïrfböenöe om betgebinge booz b'oiitoefenbe/ 
beloofbe ÖP ben eenen ifeoojbenaat / met ftem in 
't Paradys te 3ulïen tomen ; en toepenbe (in 5#n 
bittetfte ttjben totjön ©abet) myn God , myn 
God , waarom hebt gy my Verlaten ? joo Öe* 

toaï tlP epnbdp (booz &it|beripe 3ugt gebjeben) 
iöp J&oeber aan epi ban 3ön ©ifctpeïen / Joan- 
^e$ , jeajmte epliMp / 'c is volbragt ; Vader 
Ifl uwe banden peyjeel ik myn Geeft. 



S T E- 



't Merg van de Historiën 




STEPHANUS, 

E€n bei: 3*en ban b'lpoflelen berftoten 3&fa* 
ftonen ; een wan bol geloof en fttaflt bejï 
^epligen<i5eett^/öeebegroote tekenen en toon* 
tieten / en toag 3eer geoeffent in be Bybeife Schrif- 
ten. 25eflteben ban berfcïjepbe Seöen bfe ïjem 
niet ftonben toeberfltaan / tofetb ïjp epnbetttft ban 
lafterlöfte tooozben baïfc&elö& befcfrulbiBt: en boo? 
ben ftaab gebjagt 3önbe / bettonenbe 5#n aange* 
3icötalg bat ban een Engel, beebïjp booj ben3elbeit 
(tot betot$ bat Jefus toagbe beloof beMeffias,) 
een 3eer berfïanbige / en obettupgenbe reben / 
uptbe ^cïBiften beg <©uben ©etbonbg. J&efcfjuU 
bfgenbe be Joden ban Ijattneftïtig&epb / bloeb-bo;* 
(Hgöenb / en ïjet bernietfgen bejs Wets ; toaat 
öoo? gun barren boelen y en gun tanben taar- 
ten/ 



der Martelaren. $■ 

fen / 3ag ÖP <n tegenbed / t'3#net berfïetëing 
en berttoofHng / de Reutelen geopent / be ïjeec* 
""" 'jepö «Bodp / en Jefus Chrütus aan $n tegtet* 
Rentte? <$tab upt flepenbe/ fiemtaden 5P 
epnbding tet boob. ©e3e be eerfie ïöber be& 
boobg om ben name öan Jefus Chriftus , bab oo& 
afë ten nabolget ton $n H&eeflet : Heere Jaus 

ontfang myn geert : en reken haar deeze zon- 
de niet toe. ©oo?gebaïïen naa 't gemeenfie ge* 
boden/ 34 2|aar na Chriftus geboojte. 




D'APOSTÉL JACOBUS, 

T©egenaamt be IBinbje. <£en ©ifcipeï ban 
Jefus Chriftus. ©aar ban bJojb getupöt/ 
bat ïjp in tnatigöepb / ïjepligljepb en tnfon* 
öetöepb in gebeben/ toa£ een WK&*JteS®&*. : 
toaatom öp genoemt toiecb be fcegtbttebige. «fj« 
% 3 ban 



8 't RÏERG VAN Dfe Hisr&ktEN 

ëan te Joden sm 3i)n leet geöaat toferb ; en bafi 
ri JÈtogenTpjfefïer / We een ftout en tojefcS 
irtgmsrt toa£) bom ben tèejjtet gpbaagt $n* 
r / bm öeixi tft betfafttag ban 3p ^to / en bé 
jfcagt 3gner $pfïalibfng / te pérfen : ten bfeh 
ttfriöe/ op be tinne be£ (Cehtpeljg gefield toierb ; op 
ttet ö|i 3ül&£ bob? aï öet bolft 3011 bolb?engetu 

tm Oaat geftomen 3önbe / fpjaft ïjp met Ö 
rfbrtb^rtloeblÖÖ^b; dat Jerus was Chriftus, 
de beloofde Meffias, de Zoone Gods , onze Zalig- 
maker. Dat hy gezeten zynde , ter rechterhand 
Gods , weder komen zal in de wolken , om te 
oordeelen de levenden en de dooden. JBeïft bet* 

toog een menigte beg bolfc£ betooog / God , 
te beröeerlijfeen/ en Chriftus groot te manen; bocft 
be bpanben bet toaarïjepb op ïjem toornig 3tjnbe/ 
fio?tteri ïjem ban be flepite nebertoaarb£ : en &em 
(lenigenbe / bab ïjp booj öaar : Heere vergeef 
het haar; want zy weten niet wat zy doen. <d*n 

onbee anberen / trof Ijem eeit ban tjaat allen met 
een 3pöIbet^-ftofe/ bat ïjp ttn geefï gaf» 



A U L U S 



3 



u 



i%t $roote Hlpofïel / een berfïanbig en ge* 
I leert leraar in befcaberlö&e toetten/ toan* 
belenbe met een goebe Confcientie boo? ben 
$eere sönen God; tèietb &p ban Chriftus 3elben 
(a$ een iwtberitoren bat) ban ben ©emel geroe* 
pen. Wmt fiémittè ftp ooft tföuto »ööb?ftem 
3Önbe / jêftèft jbo Öeftig booj Chriftus pbetbe / 
,o$ te booren bóo j Mbfe* toet ; 3118$ bat &p 3ö» 
cpfen leben Met bietftóar agte / op bat Öp 3ö^ 
$*te ttftfitf tttót blöbfcgap mbgt ttrtö?mgöt/ 



der Martelaren, 7 

om 3*If£ ooft booj ïjem te fïetben. ïaat ong 
3Ön epoen getiipaeai^ (ban 3tc& 5elf s? ) toat na* 
tier in (ten* 

Wy zyn een Schoufpel geworden den Enge- 
len en Menfchen : zyn dwaze , zwakke , en ver- 
agtéom Chriilus wille. Wy Jydeu honger, dorft 
en naaktheyd : worden met vuyften-geflagen , 
en hebben geen woonplaats. Wy arbeyden met 
onze handen: worden vervolgt en gelaitert. Wf 
zyn een uytvaagzel en afïchrapzei der werclt. 
^n topbetj* : wy worden in alles verdrukt , twy* 
felmoedig \ vervolgt , ter nedergeworpen , dra- 
gende < altyd de doodinge onfes Hoeren in ons 
lichaam Wy als Dienaars Gods , maken ons w 
alles aangenaam , in veele verdraagfaamheyd , itp 
verdrukkingen , in noden , in benauwthedeö ,, in 
flagen , in gevangètitöfen <, in beroerte r in ar* 
beyd , in wake , in vatte , door oneer en qnajfc 
gerugte , als verleyders en onbekende , als fter- 
vende en droevig zynde, Daar-eu-boven , van de 
Joden heb ik vyfmaal veertig Hagen min een x>ot- 
fongen. Driemaal ben ik gcgeefelt, eens geilenigt. 
Driemaal heb ik Schipbreuk geleden. In 't rey~ 
fen in prykelen van Revieren , van Moordenaars, 
van myn geflagt , van de Heydenen , in de Stad \ 
in de Woeftyne , op de Zee , en van de valfche 
broeders. <£n bit alïeg 3eet bolflanbfc ïtjbettfc 
am Chriftus 5öng peeren brille / té öp ooft epnb^ 

lijft (na dat hy den goeden ftryd geftredeti , den 
loop voleyndigt, 't geloof behouden had, en hem 
de Kroone der Regtveerdigheyd was weg gelegt) 

boo; lafl ban ben Keyfcr Nero ontïjaïfh Sn 't 



% 4 ' a N- 



8 't Merg van de Historiën 

A N D R E A S, 

Bfcoeber en mebe %poM ban Petrus , na bat 
ïjp in beel getoefien/'t afriangeHumfjabber* 
ftonbigt ; en onber andere / öe ^upgbjouta 
ban Egeas , &taböouber in Eflfeda , beheert ïjab/ 
ïjeeft be 3eïbe&tab&ouber/ eengbeelg boo? opge* 
batte gaat / tebeng boo? lafl be£ïSoomfenaaab£/ 
ïjem tot Patris in rtchajen , ten ftrupébooö ge* 
tyepgt / maar öe 3Cpoflel anttooojbe : had ik den 
dood des kruyfes gevrecft , zoo had ik de Ma- 
jefteyt en heerlykheyd van 't kruys nooyt ge- 
predikt. 

«©ebangen en ten ftrupgboob bertoefen 3#n* 
be / ging öp bjoïöft na be geregt-plaatg en 3ep* 

öe : o gy lieve kruys ! 'k heb zeer na u verlangt, 
'k ben blyde dat ik u hier zie opgeregt ; ik kom 
tot u met een gerufte Confcientie , en welge- 
moet ; begerende (dat ik die een Difcipel ben 
van den gekruyfigden ) ook gekruyft mag wpr- 
den. Hoe meer ik het kruys , hoe meer ik God 
nader , en hoe verder van 't kruys hoe verder 
van God. 

3^ie basen lebenbig aan 't ftrupg öangenbe/ 
fp?aft ïjp tot b'omfïanberg beefe treffeïö&e rebe* 
nen : Ik dank u myn Heere Jelus Chriftus , die 
my een tyd lang als een Gezant gebruykt hebben- 
de , nu uyt dit lichaam laat verhuyzen , op dat ik 
door een goede belydenis , zou mogen verkrygen 
die eeuwigdurende genade. 

©ede <©obb?ugtigen boo? fnnerKj&e 3ugt geb?e* 
ben / baben ben &tab&ouber / bat öp / bie niet 
aan 't ïtntpg genagelt / maar gebonben toag ; 



lo *t Merg van de Historiën 

Barnabas , Paulus |Bebgefel / tot -Salailtminn 
in 't <e jjanö Cppjrn (ban een goobg-iCobenaar 
fteftig tegen gefpjohen / en in een oploop baat 
öjj? betoo?3aaftt) gtfbangen 3Önbe / met boo?* 
ninen otn öem ter «egrbanft te dagen / bodj 
upt bjeeg Dat ï)p baar / ban toegen stjn onno* 
feiöepb / sou tooiben bipgefpjoften ; floepten 5P 
ftem met een toitto om $n tjal^ ter ftab upt/ 
<n beö&?anbben öem ht *t Éaar 64. 

Marcus be <d*bangelffï/ 300 men meent/ een 
dienaar ban Petrus tn 't fcïjipben ban 3ön 
Cuangelfum / en ban Paulus (gebangen 3Ünbe) 
in 't fcfcpben ban 5Ün 25?tef aan be l^e&jeen. 
5&eefe toietb (al£ ï)P tot ^lejranbjien op fcet 
#aa£feeft 't lijben ban <ffïj?ftfu£ berftonbiróe) 
ban be ©epbenfe $ikfhx$ obecbaHen ; metl&a* 
fcen en Contoen inenomsöttïöffl^te^n/ «Pt 
be ©ergaberplaató en tapten be jètab geftept/ 
3uli$ bat 39n atneffcft aan be &teercn ftïeefbe/ 
en bug 3ijn Moet gepfeugt toiert <6etoenbe 3Ö« 
geefï/ onbet 'ttmttoefetnmbanöelaaffletoéo^ 
ben ban 3ön #eec en Ifêeeftet. ©oo?g*baHm 
in 't acötffe gaat bet üïegeertng ban ben Utep* 
fet Nero. g[n 't ^aar 64. 

9Bamuetfcen£ toaarbig $ / 't geen be &iflo* 
tien ban .befen Nerogetupgen ; te toeten / bat 
lip in be bijf eetflte gfaren / be ftoomfcïje Kfèo* 
narcftp 300 feffehjS en met giften 3agtn»ebig* 
ïjepb tegeerbe / bat a$ ïjp 't ©oobbotmig tatt 
eenige jtoaatfcöermetg 3onto «ntetteftenen / *i 
beefe tooojben üptftetfte : och 1 dat ik niet kon- 
de fchryven. ©etöeeïbeube em upttetjie nüp 
Öagen in 't mtAwngen fcan H&enfefjen te tjeb* 
6m : <ffiet T iabeeftanb tot jtiïtm omtienfcöe* 
lijftt to$otttppt op- teeg J bat $p te gcootfte -§e* 

negenöjepö 



dea Martelaren. 11 

_ jift in 't om&jengen bet5eïbebertoonbe; 
typ niet alleen tegen $n ©ztaben en 25loet* 
btftoanten ($n <&oon en 3ön ïeermeefte Sc 
neca betgebenbe ; stjn Ifêoebet boet opfnijben 
om be plaatg t'aanfcöoutoen baat ÖP gelegen 
fjab ; teben£ 3Ön &upgb?outo toegen£ fjaar on* 
bjurfjtöaarbepö boet onrtjalfeii) maat infonbet* 
&tpt tegen bé ChMfletien tön bloetbojfiigöepb 
tiptfnaafite. $n Üe eetfte ©etbolget bet Cf|?<* 
(femn/ liet befeïbtn met ongtfjoojoe tojeetfjeben 
cmiïnengeti €n ten epnbe ïjp $)n boeningen on* 
bet be gebaante ban tedjtbaetbigïjepb blanftet* 
te/ getefte ï>p bien fcftjiftftelöften en fdjabelij&en 
Ö^aneban 't toonbet bet Roomfche Mogenrheyd; 
het geen to ben £ij?iftenm aantijgenbe tot een 
OTOjtoenb^l geb?upftte / om haar / bie bien 
mam boétben allenpe fpot en liften aan te boen/ 
om booi meenige bjeefeliffte pQnen en to^ebenboob 
tm« öim feben af te fewten. 't 3fMet genoeg 
Sönbe/ ben C&ifïenen (ontoettig) 'tbetberfbant 
öute «omen te fafl te leggen / befcïjulbigbe 
ttten befelben baat-en-boben met alletbanbe boo* 
ft feptwt. 25eftlebenbe befelben ten fhraf ban bien / 
met tamme SSeeftailpmben / ten pjop bet Vuil* 
te Stieten, item ftlonft befelben op beeletfjanbe 
toijfe lebenWg aan ïmtpfén ; en fcïjiiftftelpft ge* 
geefat ^e&6mbe / biambe men ïjaar gefcïjeiirbe 
Itgfjamen met toottfen en lampen : 3P aan pa* 
ïetv gewagelt goot men #eft en <©ngel ober be 
Wöüte ftggaiftm / en anbere met baeft of pa* 
plet ban jrrtfte ftoflffe bet gemaaftt / fWbe men 
in ligte blamme om bom <€oo?tfen en ƒ aftte 
ïen te Wenen ; 3irtft£ bat ïjaac 't bet bu£ öja* 
benbe afttep / bat fret booten in ftet &ant teel* 
.be. ^mtrtgmto?^igtttm€en^aai(iinöeiteei/ 



<* 



n 't Merg van de Historiën. 

teil epnbe 3P Ö«n öoofben niet betaogen : beï>al* 
ben anöje tozecttjeöeii baar He ftepfet 3#n bet* 
maaïUn fcïjepte. , 

«Önöer befen Nero,i£ btepbrtge Apoftel Petrus, 
in 't gaat 69 met 't &oofbnebettoaattggefttnpfh 

9|n 't gaat 70 3Qn Arirtarchus , Epaphras t 
Prisca , Aquila , Andronicus , Junias en Önefi«* 
phorus , gemattelt en tojebeip* geboob. Silas 
i£ / tot Phiüppus in H&acebonien ƒ gegeefTelt en 
ómgebtagn Thomas tot Calamina / ,&tab in 
gnöien (na bat &p in ©attften / ignWfc'n en <&* 
tiopijien / beel &epbenen tot Chriftus beteert 
Öab) met gloeperibe platen gepgnfgt jijnbè/ 
brietb in een bjanbenbe ©ben getoojpen en met 
^piefen boojfïeften. 

iviattheus , öe «Buangelifï / in «Êtöfopötat en 
jBotenïant ïjet «Buangeltum betftonbigt ïjeö~ 
6enbe / i$ tot $abbabo? onbet 't beftfet ban 
ftoning Hytacus , aan b'aatbe genagelt 3#nbe / 
tat$ ontïjoofb. 

Symon Zelotes , en 3Ön 25?Oebet Judas Tad- 
deus. 55e eetfie na bat Tjp in Cgipten / €pte* 
ïten / %ftica/ iBanrita/ booj gang Ipbien/ en 
in be Cplanben ban «Bngriant / en gaat nabu* 
tige <6etoefïen / 't <£uangelfum betfiönbigt öab / 
$ epnbeUjft na 't geboden ban 30mmigen / in 
©erfiën getefjft / en binbenbe baat 3Ön S&oebet / 
bie iBefopotamien / &prien / Aflaten en <£be£* 
fa betepft en 't «tèuangeltum berfonbigt tytix/ 
3pn 3p briben geDoob : Zelotes * on en tojebe toiféf 
gefttnpfi en jijn 25ioebet met ^toftèen boobgc* 



viatthias (be geftotene Apoftel boo? loting, en 
«BobbeUJfte aantoeping / ban begemepnte fotg|e* 
utfaiem / in pïaatj? ban ben bettabet 3uba£) 



ï> e R Martelaren. ï$ 

geeft {jet Cuangeftum berïtonbigt in iBorenlant/ 
*onbee b'aïlerontaetenfïe en tooefie bolften ; en 
f taar na in gubea/ <©aïilea en Samaria lueber 
oeteert3ynbe / geeft ben ^oben bp gebjeft ban 
Eeetaat / booj be betftoring b'lpoftelen aange* 
taan/ 't <£uangeHum berftonbigt. 3&og afeoo bp 
Slnpfter niet toilbe offeren / i£ / na 't geboeïen 
ban fommfge / geftrupft / en ter boob gefïeenigfc 
gu 't g|aac i.Tcx 

Omtrent ten 3elben tfjt/ 3ön/ onber ben Vme* 
ben J^eco / bjtebanbefeben ©iaftoren tot gjerii* 

fafon (aïgPfOchorus, NicaiiürenPcrmenas) om* 

geftomen* Carpus, een 3B>ienaar/ en Trophimus, 
«f mtogff* btfl b'^fipofW Paulus , Harmago- 
ras , MeKmns , Dyonyfius Areopagita , en meet 

anderen geboott 

• töwwrv te Jddrtcön-lBeefte en «Uuangelifï/ 
tf / naar sommtaer mening /<toNÖWe&mtant aan 

Cffi gvnnifli wvhjt <-tooi n~ ojijpijfliigwi. 

Antipas , be getroutoejjetupge ban Jefus Chri- 
ftus , i$ I 300 eenfge toitien in 't giaar 9S I in öe 
&tab f&argamug in een gloepenben «j&tier ber* 
tyanb* 

©e «Êuangelffi Johannes , op 't €plant ©atfj* 
mo£. ('t geen toflt en tooefl toag) in 't gaar 99 
gebannen 3ijnbe / t£ na bat bie gtoote ©pm* 
Baringen aan ftem gèbaan braren / upt 3Ün bal* 
foigfcgap betlofl / en t'€pöefu£ 3Ön epgen boob 
gefbjben. 

Timotheus , ©airiug geeflelij&e §0011/ $/ na 
bat ïjp btjftien Afaren Jöiffcïjop tot <6pJ}efu£ ge* 
toeeft toag {büfgoberp befiraffenbe) ter boob 
gefieenigt 



BAR- 



VMerg.Vam de Historiek 




rARTH O L OMTÏÜb* 



CHrfdus ^poflri / na bat ito «ft in %iem* 
nien/ &ptfa/ Waenfnbia/ 'ttooo£ 
ban Chriitus betftonbfgt Tjab/ quant eptt* 
toept tot KUbanien in < 3firmenfen: en befeecbe al* 
baat ben 6?oebec ban ben honing Aftiges , #* 
&up£b?outa/ ttoee &oonen en een ©ofltet / te* 
tónté ooft in 't jeïbe Uanbfdfjap / b'tnteomtbn^ 
ban ttoaalf &teben (baat men ben tmpbd boor 
Artarot bienbe) tot ïjet geloof in Chriftus. 3&eefe 
booi gaat ban b'3lfgobife piieflerg gtbangen/ 
brierb boo* ben Stontng gebzagt / boo? een bet* 
fteetbet ban '? ïtonfrigg bjoebet en betniettgec 
3ijné <©ob£btenfï uptgriteeten. S?p /inbien öp geen 
affianb beeb en ben <®oben offetbe/ met ben boob 
gébjepgt 3önbe / anttoooibe b'^fipofW : dat hy 's 

Ko- 



der Martelaren. %f 

Konings broeder niet verleyd , maar bekeert had; 
eninzynlant den waren Godsdienft beveftigt had; 
willende liever fcyn getuygenis met zyn bloed be- 
veftiijen als de mïnfte fchip-breuk aan xvn geloof 
lyden, ^Septjuigt / mrt fïofeïicii aeffasm / ge* 
ftrtinfl met 51J11 ijoof D ncDctluaa; r£ / ni oebttt 
lijnbr / luid) lj|» tm laatftcii oiitgaofb. %n 't 
gaas 7°. 




v 



V'ITALÜS, 
©oj #n öeïteertoa floom£ fiiöter en 2&tt* 




tan 3ön adwejmen Jföeefer Pauünus grtjarmm/ 
tet owjaaft bat öp een I micinus (bfe 00 lier mmt 
flonö üantefïertien/ mfa^aaiöoormtiSii't 



i6 't Merg van de Historiën 

©oobbonnfg fcïjeen te toanftefai) ter flanbbaftfg* 
ïjepb aanmoebigbe. &p na 5Ön gebangenfg öe* 
ïtjbenbe bat ïjp een Cöjïflen toag/ toierb/op öebel 
ban ben #?obooft geppntgt; toaar ober Vitalus ïjem 
albllj* aarifpjaft : Gy moet zekerlyk van uw zin- 
nen berooft zyn , dat gy meent dat ik van u be- 
drogen , en met een eeuwige Peft aan Ziel en Lig- 
haam befmet zou worden ; daar ik andere van *t 
prykel der verley ding heb tragten te verloffen. 4&fp 

bit tapmoebig anttooo?b / ïuierö öp ton ten 
iöïoeb-regter/boojraabban em^feobifAmiefier/ 
lebenbfg onber b'aarbe gebolben- 3(n 't gaar 99. 

V A L E R I A, 

HUp^outobanbmflraft^fieinelben Vitalus; 
naöatöaat|Banïeüen%oitóetb'aarticte* 
graben toag / tot jfóflaneti toebe ig e ftmt 
$nbe / toierb geparfï tot ïjèt eeten bmt wgoben 
offer; maarjntoepgeriïei^tbu^flantbafiigfeg^ 
génbe : Ik ben een Chriften , en daarom mag ik 
geenfins eeten dat uw God geoffert is. SPaftC 

op gaar be 'Jfifgoben-btenaarg mét floft ffaagen 
toobben* 9|n 't gaar 99. 

3[n 't gaar 109 $ / onber ben to#öm bfltóï* 
Oer/ben Itepfer Trajanus , ban eenige öoafe Mebta 
aan 3ijn &tabï)onber Atticus , ber&laagt / Sy- 
mon Cleophas ; bte &em om bat fjp een Cftiiftett 
en Jiebe ban Chriflus toa* / beele bagen met 
fcfjetpe-roeben flrengelyft bèeb geefden ; $\\Vh$ 
bat een pgeïtjft met mebebogen en bettoonbetrtng 
toatf aangebaan / bat een JBan ban 120 garen 
5ulfte onlijbelijfte fmarten magtig toaé te lijben: 
en të epnbeling op 3tjn bolfianbtge belijbenig aan 
te galge beg fcnipfeg geboob. 



der Martelaren. ij 




ï G N A f I U §, 

EVfli ïeetftoa ban ben 9llpofïeï Johanncs , eeh 
twttföB oi^oi^WenfH825<flcöoptot^lntld^ 
c&<en/ttrtertbanömïiepfa: Trajanus (Wenïjp 
albaar aber fret offeem aart B'Wöoben toeaeng 
5ön groet* obettoinntngen in 't openbaar beftraf* 
te) na ftomen geboert / en beroojöeeït $nDe om 
ten pjop bét ïeeutoen MoojgefWt te tuinen/ 3ep* 
be t)P 7 onber alle mfftföfte fpjeuften öiefe nabol- 
genöe: 

Laat vty dé duyvël , en boofe Mcnfcheh , tny 
allerhande pyn $n tormenten sHndben t met vier , 
tnet krirys , met worftelen tegen de Wilde Bee- 
ft en, ik agtedat allfes xeer weynig, mits ik alleen 
Jefus Chriftus genieten mag. ^IHg men Otttaag* 

tig toa£ gem taoj mmtgbulöfg pijnigen / en 
2fr ma*** 



18 't Merg van de Hi storien 
martelen / ban 't geïoobe af te treit&en / toierb 
ïjp booj be ïeeutoen in be &cöoutoplaatggefïelt; 
en gun ge&uil Ijorenbe / 3epbe öp : lk ben het 
broodkoren Gods , ik worde met de tanden der 
Bedien vermalen , op dat ik bevonden worde te 
zyn een rcyn brood van Chriftus , die my is het 
brood des levens. 200 fjaafi ï)ab ï)p Öeefe tUOOJ* 
tien niet uptgeöoefemt / of ïjp tofetb ban te 
3Ceeutoen betflfonben. Sfn 't Staat m. 

DIONISIUS AREOPAGIT4| 

V<©o* sön öefteeting een éaab$-ïp& tot 
%ti)tmn/m naberïjanb/ 300 men bennoeö/ 
ban ben mpoflel Paulus aaiigefWbe2&iflötói 
biec &tab / toierb ennbrfing na een seesïjèedg* 
6e beïijbmië / met beet tormenten tetbooöjjelkagt 
in 3ön leeftpb toag niet 3elöen bit 3ön 3eggen : 

'tlaatfte woord myns Heeren Jefüs aan hetkruys, 
zal ook myn laatfte zyn, te weten, Vader in 
uwe handen beveel ik myn geeft. 3[n 't ^|Qa£ii2» 

LUCIUS, 

T€t oojfaaft bat Utbicïus be 23ïoeb-tegtet 
een Cïjjifien om 3tfn bdijbenig tetbooöbêc* 
oojbeeltïjab/ 500 bo?betbe beefe Lucius te* 
ben ban 5UÏften beroojbeüng : bon be idegter 
Öem becmoebenbe te 30n een «fflfjjijïen / &eeft/ 
op 3Ön bjpmoebfge öettjbenig bat jjp 311Ï& een* 
toaé / 't 3elbe bonnig ober öem gebelt 3©aar 
op Lucius 3epbe : ik dank u , dat gy my verloft 
van deefe boofe Heeren f en zendt my weder tot 

den 



DER MARtELAREH. 19 

en goeden en allerbeften Vader , den Koning 
an alle dingen , te weten * onxen God. %n 't 
|aat 14+ 




Etfn gefobfse 3©ebutoe met feben £oonén tot 
ftomen I Me trainen niet alleen een Cfjjifte 
ïfjfte Gemeente uptmaaftte ; maatbaar-en- 
obén / beel Höenfcïjen tot ïjet £ï»iflelö& «öeioof 
etoogen : beefe totetben / fret ober ban be &ep* 
mfe #jiefterg aan öen feepfer Antonius , aan^ 
eftlaagt ; maar niet tegenfiaanbe beel fdfjjiftfte* 
ifte Merujementen / bleef 3P / met gaar ^oonen 
Me 3P allen op een tojeebe brf$ 3ag booben) bol* 
anöifl rotter boob. 

©e Siepfer feberbe ïjaar aan ben $?oboofï / 

f jSMoebregter ober / bie (jaar / een töjouto ban 

39 2 aait* 



ïo 't Merg Van de Historiën 

aanfïenelö&en <$eftaate jtjnbe/ met fcïjoone tooo?* 
Den / tebeng fcöjiïwdttjfte ö^epgeitimtm traste af 
te treffen ; maat 3P fp?ah tot tjem / met een 
fiantbafttg en edelmoedig gemoed : Ik word 
geenzints door uw vleyen en ffneken bewogen * 
nog door uw dreygemencen kloekmoedig ; want 
ik gevoele in myn hert de werkinge des Heyligen 
Geefts , die my levendige kragt geeft en tot den 
ftryd des Lydens bereyd , om voor de belydeni* 
van myn geloof alles te verdragen , wat gy mj 
zoud opleggen. 

©e 2Moebtegtet Publius jtatde / dat lui op te 
fe toöfenfetentojdetde/ pojde gaat du# tot 3öa 

boogtenten : Wel aan dan , indien 't u lieflyk 
dunkt te fterven , zoo derft gy alleen 9 maar heb 
medelyden en moederlyke barmhertigheyd slet 
uw Soonen , en gebied haar , dat zy ten minfteo 
haar leven , met aan de Goden offerhande te 
doen , mogen vry kopetf. |Qaat jn/ We gaat 
ftindeten oor tot een bolfïanWg loden ftragtigaan* 

moedigde/ anttoOO?öe Publius : Uw barmhertig- 
heyd is enkele godloosheyd , en uw vermanin- 
gen zyn alleen wreedheyd : want indien myn Zo- 
nen d* Afgoden offerden ,. zouden zy haar niet vry 
kopen , maar verkopen aan den helfchen Vyand, 
wiens Slaven , ja Lyf en Zieleygenen zy worden 
zouden , en van hem ten eeuwigen vuure met ke- 
tenen der duylterniffe bewaart worden. 

<£n na meet andete tedenen tot fjaat Zonen 
aïtf ooft ben 2Moedtegtet Publius geboett te fteö* 
&en / i$ 3p epnbritjh/ na bat 3P öaat Zonen bati 
#en omteengen/ met £et Ztoaatd gebood. 3|n 
ftet 3laat 164. 



AAN- 



per Martelaren. h 

AANMERKING. 

OJfctrent te#n t#b / toerboïgbe men be Cï»tg* 
tenen fcïBiWWöftt ©aar ftonö geen pprt* 
gen ban Cptannen 300 bjeefefp bebagt 
toorben / of men oojbeelbe bat be Cfjjffïenen noq> 
bup3enbmaal meet beebient fjabben : eeutota ge* 
fterftett / gebannen/ gefieentgt/ getaojgt/ ge&an* 
gen / oiinjalfi en berbjanb te tootben / toag te 
gering, jBen begon bleiben met ttfoetjenbe J9ïa* 
ten ter boob toe te fftpften / met gloetjenbe (€an* 
fim öef Wee# ban be beenen te ruftfien / met 
f 3ete ^toeten op Mepne buitten te fielten / in 
9vxt paraten te baWten / öp ftlepn buur op Soo - 
ftetg te b?aben / en men brietp be Hg&amen boo; 
be$onben: suwé bat alleen tot liong bertóbeng 
ben 26itTct)qp gftsniug 19000 3önet <&t$apen 
tojebd^ft bttmoojb tarietben* 




* 3 PO- 



2i 't Merg van de Historiën 




POL Y K ARPUS, 



Z<©o men meent /©ffdpd enaangeffeïbe28ig* 
fcïjop ban f oftanne£ tot £mime / aï£ §p 
gehangen sijnbe/ ban ben JktaWjoubet ber* 
maant tirferb acfit te geten op 3#n öooge <©uber* 
Dom en Cöjifhtó te befioodjcnen ; 300 anttooojbe 
m bjRmoeWp : Ik heb nu myn Heer Jefus 86 
Jaren gedient t ' en hy heeft my nooit iet kwaads 
bewezen , hoe zoöde ik myn Koning (die my tot 
noch toe van alle kw*&d bewaard en 200 getrou- 
welyk verloft heeft) konnen verloochenen ; al£ 
men ïjem met be toilte SSeefïen b*epgbe/3epbe öpt 
Dat ze voortkomen ', want myn zin is onveran- 
derlyk : Wy konnen ons van het goede tot het 
kwade niet verkeeren. %\$ men ïjem bjepgbe te 

berfyanben / 300 fp?a& &p : gy dreygt my met 

. . vuur, 



der Martelaren. 23 . 

vuur , maar wat vertoeft gy ? brengt de wilde 
Heeften of. vaar , of iets anders dat u behaagt, 
ik zal myn Heer niet verzaken. g^n ftleöetm eiï 
&üpttm uptgdxohhm ïjebbenbe/ toilöen 3P ïjem 
op *t ^out toafftiagelen / maat Ijn 3*pöe: Laat 
het zoo blyven, die my gefterkt heelt, om de pyn 
des vuurs te verdragen , die zal my ook wel {ter- 
ken om op het Hout ftille te blyven. 

DE ZELVE, 

Aï.é &pop 't^tttjat/baöftpalbi^: 6! 
Vader uwes aangenamen en gezegenden 
Zoons, onzes Heeren Jefu Chrifti, door 
den welken wy die zaligmakende kennis uwes 
Dienaars ontfangen, God der Engelen en Mag- 
ten , en aller Creaturen , maar inzonderheyd al- 
ler regtvaerdigen , die voor uw aangezicht leven , 
ik danke u dat gy my tot dezen dag en uur 
geroepen en waardig gekent hebt , op dat ik me- 
de deel en plaatze mag hebben onder het getal der 
Heylige Martelaren; en aan den Drinkbeker des 
Lydcns Chrifti , mits dat ik met hem lyde en al- 
zoo zyner fmarten deelachtig worde. Ik biddeuó 
Heere! dat gy my heden voor uw aangezicht aanne- 
men wilt als een vette offerhande , onder het ga- 
tal uwer heylige Bloedgetuygen en Martelaren, 
gelyk gy alleen , A waarachtige God ! die niet lie- 
gen kunt my te vooren daar toe bereyd en te 
kennen gegeven hebt : ja ook zulks nu ten haften 
vervult : derhalvcn danke en love ik u boven an- 
dere Menfchen, en eere uwen H. Naam, door 
Jefus Chriftus uw wel beminden Zoon, dien eeu- 
wigen. Opperfttn Priefter , de welke met u , en 
55 4 den 



24 't Merg van de Historiën 

den H. Geeft, zy , de heerlykheyd , nu en in alle 

eeuwigheyd Amen. g|n 't gaar i68, 

AANMERKING. 

Om&ttent bejen t#b ïjeeft be be?btri$ng on» 
bet te ïtep3etg Marcus Aurelius ettlSicros 
Verus , botfjob / ett toferben ttoaalf tf&$* 
tenen met Poiicarpus betb?anb ; n&en$ norfj toet* 
fdfjepte anberen / We geboob a$ oor ban be toilbe 
J&eefïen betfeïjetut toietben, |Ben ganbefbe op 
een gtoujmne toffee met be CÖJffknen f !war blee? 
tofecb boo; gefelen tot be ttnnenfte abelen en 30111* 
toen afgefdjeurt / bat men ïjet ingetoanb en to* 
toenbtgjïe beden 6on 3ten toemeien ; bat gebaan 
3#nbe bju&te / toentelbe en fïeepte men bun 6too* 
te ïirfjamen ober ^ot-frfjettoen/ gee-fcöulpen en 
»oet-ange$/ en 3P ban boo? al be tojmenten/bfe 
3e boïftanbfg uptftonben / baar abem niet tori fan* 
gei: ftunnenbe galen/ toietp men gaar (tot fltoote 
toertaaflïjepb en be&toonberfng ban b'omfïanber£/ 
barse bit afleg leeben) boo? be toübeS&eefïenimi 
jjetfcöewttetoojben. 




ALEX- 



p k* Martelaren. 




ALEXANDER van PRYGIEN, 

AJM öp tos ootfaaft/bat fe» too? Dm «egtet/ 
met toen&en/ be C&iiftenen aaninoebigbe/ 
gebangen mtetb / en beftenbe een Cöitfto» 
te 3#n 7 300 ïjeöbenfe öem met albetlepe beufê- 
aerettfctjap npttenttaten gepijntgt : fit 't toclfte 
DP 3tój 300 fttoeïtmoebfg b?oeg / bat men ïjem 
met aHeen niet öoojbe Wagen / nodfj 3ugten ; 
maat 3dfë geen Wfjfteit ban b?oefóepb3aggeeben/ 
ai£ alleen bat ÖP m3önöatttot«5obft»?aB: tofetb 
ftp ten laatfien / aan ben oebet ban be tifopmf 
tnet|)et3toaetbgeboob. 5Bn'tg|aa*i7*. 



»f 



BLAK- 



i6 't Merg van de.Hist^iuen 
B L A N D I N A 

Wgierb ter 3dtet tfjb en pïaatg ooft jam* 
merïöft gemartrit. $&m ygt ban gaar / 
bat be ^d^tp-cegtcr baar / ban fmo?* 
getij? b?oeg ten gantfdjen bas tot ben abonb / 
soobanig teffiené met meitoe tormenten pijnig* 
te / bat ieber bertoonbert toag batfe 't leben be* 
öfeïbt : «En fcïjoon fommige ober haat fianbba* 
jHgÖepb bebugt toaren / leeb 3P ecgter afleg met 
300 jpooten ftloeftmoebigbepb / bat be ïjanben 
ter jScbetp-tegterg/ bie baar ptfnigben eetbet moe* 
te toierben / alg bat men eenige beftoijftinge m 
baat getttoeb befpeurbe» <©nber al be ooifaften/. 
bie baar tn 't mibben ban 300 grou3ameh ÏQBerf 
fferftten en beröeugben/ toaren beefe ttoee b'aïïet* 
bqöjnaamfïen: 

*£e eerfte/ bat 3P/ 300 menigmaal a$3Ptiepift 
ben een 4£b?tfien/ feffcem? nieutoe ftragten geboei* 
be : en be ttoeebe be gtoote ftanbbafiigbepb bie 3P 
befpeurbe in gaar toinben / toegeng 't iüben gaar 
aangebaan; een Sandus, bie/ aló menljem naar 
3tfn naam tooeg niet anberg anttooozbe / (al£ ift 
ben een €lj:iften) baar om met gïoetjmbe platen 
ober 't gebeele 3tigbaam gefïteften toierb : tebeng 
ooft een Maturus , bie met baar pe3amenthjft boo? 
atbetfjanbe roeben gegeefrft / afë ooft met floft* 
hen / ftnobfen/ b?ie ftantige en toeer-baftige-fpltn* 
ter? / gefTagen toierben : en baar-en-boben na bat 
beefe ttoee met bedberfep ©aften / AnptitefTen / 
ftlautoen / 3$jp-tangen m fffeteftammen ge* 
neepen / gefneeben / geftojben en gefdjeurt toa* 
ttn / 53« 3P met 300 beetfp gejieïbe ïiflöamen / 

in 



der Marie la ren. 27 

in flfete-fïoelen / op gtoote buitten grf gaben / 
en ecfytet bolflantrig rotter boob geMebea 91 't 
toeffte Blandina , in 't mibben ban ïjaar fijben 300 
fttagtfg aanmoebigbe (infonbetfjejib bom ten 3P 
een gtoote ftantbaftigfrepb befpeurbe/ in een 3on* 
geling ban 16 garen npt 3pontu£; bien3?3eetHef 
gabbe / en bie met ïjaar om datfe be <0oben niet 
en toilben ftoeeren / maar in trgenfccri be Ü^epbe* 
nen befltaftm / 3oobanig gepijnigt brietb / bat fjp 
ban 't leeben berooft brierb) bat 5P ban bmigbr 
opffcong / terbiijl sp ban be tprannen gedaan 
totetb. &p naar al beefe martelingen 00 een 
öoofte getyaben 3Önbe/ biierb baar na in j&ttm 
petoonben / en ben poeren boo*getoo:pen / Me 
gaar öifttoi$ in be tjoogte toierpen ; en toietfc 
epnöeftjft nog lebenbig be lied afgefneben en aifoo 
gebood. 

P H O T I N U S, 

E<Cn ïeeraar tot *on£ in »jan&r8& / thet 
be 90 garen oub / yet begeerig / onaange* 
flen #n ïjooge garen / om mebe aïg fBar* 
telaar teitjbenentefïctben; lietïjem/ betotjlefjp 
niet gaan iumbe/ boo? be fiegterg teagen : 't©oift 
bit ffcibe begon te roepen / beefe tó mebe een 
«ï»iftai ja «Ü&ifhtg 5dbe. 35e Êiegtcré bzaagben 
ï)em tote bet Cfctfienen <0ob toag ? en al£ tjp 
anttooo^be / in bién ya 't toaarbig toaren bat 3P W 
toeten 3ouben/ 500 biierb ^p ban be omfiaanbertf 
geftoqten / gefrfjopt / getrottften / gefïagen en ge* 
tootpen met al 't geen 5? tonben binben : 3uïftó 
bat öp tytt boo? op b'oetet ban ben boob gebjagt 
3Önbe / in gtoote ellende / na ttoee dagen in ge* 



28 't Merg \&an de Historiën. 

toangenig diëten te ïje&öen / 3Ön leben <0ob3&U8 
Öeeft gtfpnbïgt. 9tn 't 9[aat 1 79. 

EPIPODiys van LÏONS 

EN 

ALEXANDER pen GRIEK, 

N% bat in bit 3dbe S^at tip ïiong in 
©janftröft eene Aicibiades , een Ifêan ban 
een bpfonbet tojoom ingetogen en flfceng Ie* 
ben / tot 3ön boebfel niet anbttg a$ 25*oob / 
Sant en Snater geïnupftenbe / om be belpbeni^ 
toan Chnftus 3i)n i£eer geboob toag : enmentoaan* 
be bat tot lton£ en ©tenne / 't Cïpiflenbora ge* 
teel betóelgt toaé ; 300 3ön edfitei: beefe ïwfoen-ge* 
noeinben nog ontbeftt / toecraben / beklaagt en na 
b?ie bagen toooj ben tëegterfloel be£ £tabfjonbet£ 
gebjagt. JJa gaat namen en ttópenfë getaaagt 
3ijnbe ïjeöben 3p 't 3elbe openïjartig en toolfianbig 
Mtbm I Seggmbe Epipodius : ik achte bil lik te 
2yn , dat ik myn ziele , dat is *nyn leven voor 
hem uytftorte die myn Schepper en Verloflier is: 
want alzoo zal my het leven niet benomen 
maar in een beter verwiflelt worden. Daar is ook 
niet veel aangelegen , hoe , en op wat maniere, 
dat die zwakke Lichaam ontbonden , en van de 
Ziele gefcheyden word, als maai de Ziele tot God 
haren Schepper weder gebragt mag worden. ]|p 
toietb tooojtjs bom bebel be£ 25loebtegter$ aan 
een pffnfiaaft opgehangen / ftaanbe aan öepbe 
3ön 3Pbe 25eulen / bie ïjem mét ^npijaften en 
*ifaaiitomöwetoqnbmtn3i)n3Pbehurt)en, <©p 

•tgc? 



der Martelaren. 29 

't geroep ban betasenbemeenigte bat tneiBrtoob 
ftemigen of taan ïtb tot liö berfctjeurm jotöc/ 300 
liet He fierfjtet ftem bupten hengen/ enoratpof* 
tot &a ttoee bagen toietb Meander, alborentf 
ÏIP een blpmoebige beranttooojbing booj ben fieg* 
tetgebaanfjab/uptgetroftften/ en ban t?ie 25eit* 
len met ftoftften/ en 6nob3en geflagen 3gnbe/ tm 
3ttup$boobbetoozbeelb: 

jRaar beto ffl ^ yp bartg getoonb toa£/ bat 
men 5ön bioote gebeente 3ag/ 01 be ïong/ letat 
miitartfton5tabetoeegm/30ofttof^ 
hem aan 't iwup£ bonben/ boifïanbig onbec gaar 
9anben« 

AAKMEkKlNG. 

10 [t : gj qac 201 tammer Septimos Severiis fftt 
floomfdje fö)ft atë itep3erregeerbe; enal$f)p 
n£ben$ eenigebansjnbloebbozftige £tabt)oii* 
berjï ban sommige fiegtëgeleerben/ 'tffnptftaat 
of ooft tod upt 3ucf)t om 5fct) ban be goebecen brt 
Ci£ffieneii te betreten / toierben opgeeft / yw 
toenbe men alle mibbden aan om be Ctetffenm 
niet alben bp ben Itepset maat ooft bp aflernen- 
fdfien getjaat en berbarf^: te maften: t njonbg fepb 
al^fe geen tyeugbeteeftenen ober b'obettobuüitgeii 
ban ben Itep3et brtlben bieten / 300 toietb ban 
ïjaar gejegt baQe f)ater£ en betadjterê ban ben 
®o?^ tosten/ base maOtanbet in fjate Setgabe* 
rtngminftetbitpfietfdjanbeltjftonteftöen/ baoe 
fttnbermoo;bet$ en eéterg ban be 3dtae toaren/ 
bat3e be Ztm eié ooft een «Êytë hop booz 45ob 
eetben / en Metgtfgfte fdjanörtïjte orttoaaeheben 
meer. 3poe& 't bóopiaamfc ban öaar befcöulbt* 

5»ng/ 



3o 't Merg vak de Historiën 
ring / toaarom3e geboob totetbed / fiefionb ta 1 
SeKJben ban Chriftus, hierom toietbin boelten 
fcöziftïtdp se&aat / toetbolgten jjebook Jfem 
öjacöt bQeftif met gtoote menigte upt €gipten en 
Wnha / atoaac be betboïgtag feW onöfcanbe/ na 
3Me)canbeien / om baar op albeöjanbe manterai 
om 't ïeben gebzacöt te tootben. 

<£ene Rutüus , toteb / in W& & (na bat ij^ 
tneenigmaal btn $efbolget£ ontb loten to fltf/ ett 
öoo? gelb afgeftogt en tozp gdeptó beftoomen gab) 
onboo;5ien^ gegrepen / en 800? afledpe tormenten; 
ban maïftanbeeen geruftt en fcetfrfjeutb #ibe/ ig 
epnbelöft betfizanb* 

<d*ene Maviius tot Carthago toierb ban ben 
^tebJjoubec Schapuia, brtoelftein'tUlmpttoanVi- 
gellus Saturninus , We om be toerboïging tegen be 
C&iftenen geoeffenb / ban «Bob met Winbbepb 
gefftaft toa£ / getteben 3Önbe / boo: be toilbé »ee* 
ftmaetoozpen: natodftenboob/ bejStabmetjtoa? 
re&lagtegeng/ ïjooge 3©atetbloeben/ fdfeiftfeettt* 
6e ©onbecfïagen/ en ©uurteftenen in be ïuctjt / 
gefltaft toierb. 




PÈÉ- 



de* Maixilaieh. 



: 

.' . : - 

| . '. 

5» ■ : - . 


r . ; f 


\| 


1 V 


u^_ ^.-^jJ^—^-^J^ -_=^,!T .* = ^ ?i== "' 7 -S ~^l 


^v 7 :- -■ . r^^"^ 55 ^'^ ^^^zl" ^r -1 ^- 7 — r^-=H 


T&2**fua m TtJï±jtiLS ttcJ&rsdth'i j£Jc$d. %m 



PERPTTUA, felicitas 

en meer andere. 

D<£fe ttoec «Boöfalige en eetbare «fcifta! 
©joutoentoieröen/ tester tgö/ tr Cu- 
jtort rf/ &tab m J&auritianen in'ïfnca/ 
,3W ontnbig getoangen en ter booö geinartelt ; ttc 
oq^aaft bat te eecfie/ onlang^ gebaart jybfente/ 
met een jong ^upgding en te ïaatfie met een/ 
bp na toofojagen tyugt Maft toaren. 'SCtö Fe- 
licitas, ^ig^be toetten bn-aoinfpiten/ tot tjaar 
barend üjb in te gttoangenié betoaarb toierö / 
en gaar riiöbertniibstjnöe/ toanbenauttjeuöfcfyeu^ 
te / 300 fp?afe te Ctptet tot öaar : &p 3(jt nu 
300 bang en beuautot / en fcfcept 300 3eec ban 
PÖn / boe 31* gp u 3dben tem fpntten / al£ 

nien 



3» 't Merg van de Historiën 
mm u mojgjm of obermanen ter boob 3a! lep. 
ten : ï&tee op anttooojbe teefë : Nu lyde ik als 
een arme Vrouwe de ftraffe , die Godt , van we. 
gen de Zonde het vrouwetyk geöafct heeft opge- 
leyt ; maar morgen xal ik lyden , als een Chrifte- 
lyke Vrouwe * voor het Geloof en de Belydenis 
van Jefus < Jhriftus. gp tofeÖ> OOft 6p30titer ber* 

flerfct op bat 5P Öet Hjben joute ftoraien bettya* 
geit. ^enbanoeotoerige/ btóittóïjaatgetiangm 
toaren/ te toeten Serunduins ftierf (300 men meent 
toegeng öet ontyaaglp lijten) in te gebangeró£ 
tfltateren brteeten boo? te etteren / %mmmj 
fteeren en luppaatben grtuojpen omlebenbtji 
berfejjeurt te toojben* 

A A N M ÉRKitl Ö. 

D€ ©erboïgtog ter Cfyffïenen toferb ontrent 
ben3elben töb/in<£ripten onterSeverus ferag* 
tig boojtge3et en onber antere 6elpter£ 
W Cfeifielö&en «Peïoofé / toieeb totlüfom* 
tyim gebOOb Leonides-, wtibtit ban Origenes : triè 
hog maar 17 Afaren onb 3önbe/ 3eer treffeHJft aan 
Jfjn gehangen ©aber albug fcï»eef ; Verfterk u 
myn Vader in den Heere, en verdraag kloekmoe-, 
dïg uw aanftaande lyden , en wil doch öhi onzent 
wil niet anders voornemen te doen. 

3[n 't §aar 203 en 204 toierben bpf ILeerlin* 
gen en ttoee Heerbogterg ban ben €ö?ifleltjften 
*©nbertup3ee Origenes , We nog maar 18 garen 
oubtoa^/ ter gmoember plaatg geboob : te toe* 
ten/ Piutarchus 3ön Hebe ©Ifcipel: Sirenustoierb 
met buur beröranö : Hcraciidcs , Hero , en nog 
ttoee/ bie bepbe Seren?» genoemttoierten/ met ben 



per Martelaren. 33 

2Stjï ontöaïfc 3Be ttoee ïeetbogtetg / be eene 
Rhafs genóemt/ tatert» lebenbig toetbjanb. b'^to* 
bete/ Marceila toietb ha onbiagelö&e en fcïj*i&ïtë* 
ïtjfte Cojmenten / in gtoote toolflanbtg&epb mft 
Wee en Wam aflengg&eng toetteetf. Bafiiides, ïjaat 
£c£etp-regtet tot ïjet «©eloof befteert 3önbe/ toietb 
ontgoofix 

AANMERKING. 

Wfi feonnen gier niet tooojbp gaan bat otn* 
trent beejen t#t/een tooom/ toetfïanbfg en 
niet min typmoebig €ö?tfien/ Tertuiüa- - 
nus, 3ienbe be tooojtoang bet ©etbolgfng tegen be 
«ftjidenen /een jeet öeedöfó toetanttooo?bing boo? 
be3eïbe tegen be ©epbenen gefcljzeben geeft, lipt 
toefó taooztreffrigft en lee3en£toaatbig ffioeft 
(baat top ben Ïee3et betbet toe to#3en toiflen) top 
bee3e toepnige toomben aanteftenen / a$öp*3egt: 
Wy worden vermeerdert en waflen aan als wy 
van 11 worden afgemayd , 't bloed der Chrifienen 
is het zaad der Kerke; want wie is onder u lieden , 
die zulks aanwende, niet gedrongen word om ^on- 
derzoeken wat innerlyk in dit ftuk mag zyn ? wie 
is de geene , die als hy 't onderzocht heeft , daar 
niet toe en komt ? en als hy zich daar by gevoegt 
heeft, niet met haar lieden wenft te lyden? 



AANMERKING. 



N 



% bat in *t ^|aat 223 onbet Aie*andet Se- 

verus , bietoTteetfï boo? gunfl ben Cïutflè* 

nen een itöii boutobe en Cbriftas, naliep* 

€ bens* 



34 't Merg van de Historiën 

fcit3e toffce/ onbet *t geta! bec &obtn ftübtf boc$ 
naberljanb titel- €ö?iftomi op becfc&epbe tojeebe 
tof)3en Het omïöengen. 2oo toierb in 't Aflaat 237 
eene Maximus , iltemet/ een fcözi&ftefijfte bert** 
gec bet «fgifïenen/ We/ öoetoel 3Ön beftiering met 
ttoee garen epnbfgbe/ edjter menigte ban toselbe 
om 't leben bjacïjt / sQnbe be gaat bet #epbenm 
omtrent oefen tijö 300 fjeftig tegen be €t»ifienen 
aange3et / bat 3P be 3Lariftettngen / <©ntoeeren/ 
en anbece ongevallen/ uptbloepfel^ ban be gram* 
fcïjap bet «tëoben 5Önbe/ ben Contienen afë ooj* 
^A baat toe gegrten te betten / telafl fepbett 
©e ftenfet ont3ag 31CÖ niet om op beefen grom* 
ffag befelbe op albnrtjanöe b;eefel$fte to#3en te bei> 
beïgen- <ap3efterm^bal^eenigebup3mbintnaat 
©ergaberplaatsen öp <e« toaten/ liet öp beseft* 
boo?ftnjg^ftnegten petten/ beef iHmt baar om 
leggen/ mbugbefeonno5elmfnïjaat4toeOT3gfo 
met maï&anbet fóbenbig berbjanben- $p-./ eer 
liet buut in 't ï|out geflfceten toa£ / beeb*tptto* 

8 en / bat tof e upt toflbe gaan/ en Jupiter offeteti/ 
Ie 3oube niet alleen leben / maat baar-en-bobett 
gaben ban ben ftèpfer genieten / maar 3P anc* 
toOOjbeti: dat fcy geen Jupiter kenden. Chriftut 
was haar Heere en Godt , by zyns Naams eere f 
wilden zy leven , en fierven. 't 3©efft OOft t» 

betttbe / taant niet een ban öaar / bat aanmerfe* 
lijft tg I toilbe uptgaan / maat 5P bleben alle een* 
moebeltjft bp ben anbeten / 3ongen en loofben 
Chridus 300 lang tot ïjet ï>aar boo? rooft en bamp 
belet toierb. 



AAN- 



BE* MARTEI.AK.EK. 3f 

AANMERKING. 



O 



Jfltorat fjet %aat 25-1 iflét na 't berfjaal 
tianbflcfd^öm^&cïpptirr^/ eenongeme* 
ne betbuging aangrfjeben nalnfjoubban 
'$ IkepfetgE |fE fln ft fl i f if iff» H / toaat boo? men ge* 
btawng t n to^S be-CIjjHienen / Me niet toütai af= 
bafleny ymbet eenigg banntjattigbenb / nvt al? 
betfepe nwtriiugni ƒ ttfe men ton bebenben / om 
't teben te brengen / get)angen / ontfjalft / gtban? 
nen/ ban gaar goebeten berooft / tot JBetaat- 
toerften betooibedt/ gegeef eft en geflagen te tooj^ 
bet*/, baarbeet, te gering ja inetff te acgten in bet? 
griP^m ban be anbete to^iuetüten ; 3p brieften 



met heétt teetitaetgottn/ bp fdepne buuten gdtea? 
ben f g eftmig t / met febarjpe-pennen tntaangt> 
3fcf)£ /Toogra en 't ganifrije ïigfyaam gefleefeen/ 



iang£ be {kaften ctaet jjatbe fiepen / enongelgfif 
fteenen gtfbept / tegnt fleeuiotfen betpiet / ban 
Wto^ afgehióipfii / fee teeben b erfgofeen / met 
btMitfue fjaabtn ban een getr o fift e n / op |^ot- 
fid^ae bm getom etb ben toflbrabeefïcn ten pzop en 
fpyfe bot iCT rtP o gprn ƒ en p aaien boo? be bnbenen 

betbtfgtag onbetöebig/ 3üötó bat / na 't berfjaal 
ban Nfccphoros , 't getal bet JBarteiatra bp na 
tntelbaat bja£; 

AANMERKING. 

JlBtrent beftn-tfjb ïjeeft men teeberom ent 
teftige fretbotgirtg tegen be giftenen tot 
meranb^enaangebangoi ; men perfie eenen 

C 2, Me- 




36 't Merg van de Historiën 
Metras, een oub bjoom C&ifïen/ om 3önï|eer te 
lafteren ; en toepgerfg 3önbe / ïjebben 3P Ö*m 3ön 
gantfcïje ïfgöaam met fïoft&en gefïagen / 3ön 
aangesicïjt en oogen met feïjarpe rieten gepjifcfeeft 
en boozfieeften / en epnMP ter bood gefienigj; 
Cointha , een gelobige ©jouto / öjadjt nten in ben 
Cempel/ en toilbe Jjaar btoingen ben 9fifgob Vet- 
ten ; maar al£ 3P bie met beefoeping be rug fteer* 
be / bonben 5p öaar be beenen trainen/ fïeepten 
Öaar lange be firaten / floegen Daar met roeben/ 
tojertjen gaar naaftte ïigïjaara aan H&euïefiee* 
nen / en afeoo öaar geïjeete ïigïjaam opgeöaaft / 
en gefcïjeurt 3ünbe/ totetpen en bebefeten 3P f)aar 
met fleenen boob. 

Apoionia , een bebaagbe©ogtee / toierb met bup* 
fien en StinnebaïHïagen alle be tanben uptïjaar 
mono geb?eben / en om bat 3P €&ifhi$ niet toilbe 
ïafïereu/ ïebenbig berbjanb. 

€en bjome Serapion, upt 3ön öup# getroftften 
en bp na ban lib tot lib ontieeb 3Önöe / toierb ten 
benfïer uprgetaojpen/ bat ÖP ben geefï gaf. 

Julianus, een oub Jftëan/ met3Dnb?ienbEunus 
naaftt uptgeMeeb op Stamelen goet / bfe gtoote 
^êtabt Iwejcanbjtën omgeboetb en met ftoare-ftó^ 
gen gegeefett 3önbe / 3Ön 3p ten laatfïen in een 
groot bjanbent buur getoojpen en bug oingefto* 
men. 

Macar , embioom ffantbafHg belijber ban ە$* 
ftu$ i i$ lebenbig berbjanb* 

Epimachus en Aiexander met ^rfjeet-meflen 
gefneeben en geftojben/ boo? geefelen berfebeurt/ 
en be geboelfjfifie leben beg ïig&aamg opgeftaait/ 
3Ön bug beerifjft gefWt/ tóbenbig berbjanfc <€ot 
Ulleicanbjiên 3i)n bier / ttoee met nantó Ammo- 
nar ia, Mercuna euDionifia, 43oÖtyUfltige©JOU$J* 



der Martelaren. 37 

men / ont&oofb. 5&?ie gelobtge Iföang-pet* 
n Heron , Ater en ifidorus ; «Kgiptenaten / 
ia 't bolfïanbfg nptftaari ban tyeefelö&e toj* 
n om öaat ban 't geloof af te tre&ften / le= 
j toetiteanb. Nemetius tofetb naat buttöelbe 
ftigen en tojmenten metmoojbenaarg/toan 
tetp taalfeit*** befcljulbigt 3tjnbe / leüenbig 
anb. 

BABYLAS, 

pflcïjop bet 45emepnte tot 3foitfocWen Vuierb 
fn 't gaat 25^ onöet öen ïiepfet Deciusmet 
30" ö?<e/ 500 eenfge toillen/ geefïeïijfte ^00* 
Jrbanus, Philfdianus eilEpolonius, otltf)OOfb. 
iet besriben na be getegtplaatggaanbe/ 3ong 
aoflettjfte tooojben upt ben 116 §9falm: 
wederom tot uwe ruite myn Ziele want de 
ï heeft u goed gedaan ; hy heeft myn Ziele 
m dood gerukt , de tranen van myn oogen afge- 
it, myne voeten voor het vallen bewaard; 
s zal ik voor d«n Heere wandelen in den 
der levendïgen. &p Öet3O0t bat be %0\\^ 

m eer/i geregt mogten toojben / om boo? 
iSben niet te betfïautaen. 9©e Jkberp-teg* 
Wt mebe 6e3ig 3#nbe / öab ÖP ben fytml 

3epbe : zie hier ben ik Heer* en de kinderen 
y my gegeven hebt. <£n föetf aïJOO geillfl 
tXQOfi. 

P I O N I U S, 

Jffcgop bei: &tab Anttoitn (een fcoom en 
toegeirê j#n 6p3onbete beugb geagt man ; bie 
onbefcöjoomt toooj be ftgtei? ai in be©fet* 
C 3 tyfjaat 



38 ' -t Merg van de Historiek 
frfjaat / ïeetbe en ©ifpiötetbe/ 300 Hat be tal 
fcelenben aldaar / al£ ooft in be gebangeri 
boo? ïjem becfierftt totecben) i$ «Hlrino 25-4 aa 
ftmpg genageït en bed&anb. 3U$ be&tatib 
bet ïjem bjaagbe öoe ïjp 3tóJ 300 3eec ter boobi 
fteöe/ anttDOOjbe J)p / ik verhaafte my zelven i 
naden dood maar na bet leven. 3fö00?beelt $ij 
ontftleebbe ïjp jicï) 3elben/ en 3Önnaaftteïtgia 
aansienbe / banftte ïjp/ met opgefïagen oogm 
gentel/ dat zyn God hem tot die uure zuyvei 
onbevlekt van den Aftoden bewaart hadde. 

ging ?dtae op 't fjout teggen / m bafi gena 

OTHÖe/ fpiaft ïjp : daarom haaft ik my 6 Hei 
tot den dood omteeerderofteheerlykeroptelfi 
opaaagt sijnbe om in 't btutt grtiwpenteh 
ten/ f&afc ÖP met mi ïrfp .gelaat / 3onbet« 
teften ban p#n te gttom / Amen 6 Heere onti 
myn Ziele. 

MAX I M U S, 

B<©tger tot «tèpïjefïtg / een broom C&rifh 
toferb/ ombat&ptoepgeebebeGodinne J 
nat'offeren/ Wtgaati^^ onbetben&i 
ïjoubet Optïmus eetft bteefettjft SQtfJrógt / b 
na geftenigt W$ be&taböonbet ïtëbaï Jjemi 
fioftftcn te fïaan/ foo fenbe ïjp: offert Maxii 
op bat ih u ban befe tormenten btplate : m 

IVlaximus anttooozbc : dit xyn geen tormenten , 
ik voor den name van myn Heere Jefus Cbri 
gaarne en gewillig ontfange, maar indien ik 
Chriftus afwyk , zoo heb ik de ware en eeuwig 
rende tormenten te verwagten. 3Hg ïpittbe&it 
ïjouber onber bjeeeKflte ppnigingen/300 tjp ttw 



der Martelaren. 



39 



te/ 3Ütt ötaaatföepö aantoeeg / anttooojbe Ijp * to- 
dten • ik niet en offere zoo zal ik her verliezen ; 
want uw ftokken, foydende haaken of klaauwen, 
uw nyptangen, noch uw vuur vlamme en doen 
my geen aeer , noch ik en gevoele daar af geen 
pyn , om dat de genade Ghritti to my blyft. 




E 



€n toonöer / öetotjl &p tot ^leranöïien/baac 

mm 300 Cï&ffïenen maml&e / tot 3tfn 70 

■* Satm ïjeeft «leeft; nabemaai bp 3fcb 3*foe 



ttfttoöi toflrtraar fiegaf* &p tottöe (maat 17^ 
tm oufr 3$nto) met en ter ÖefDe ban 39H ©aöec in 
^0rb4CM)mijfeentörtooö8aan; tnöien3önJBoe* 
öefc 't hem/met ontbougng üan 3ön Weeberen niet 
Wet ga& ©p toerfietttte toeel Cgriffenen in baar 
toetanttooojötagm in fee gebanaemfien/ atë goh in 
C 4 öaac 



40 't Merg van de Historiën 
haat laatfie uure en afftfjepb, $p toietb ten ïaat* 
ften in 30» öogen oubetbom yek elenbtg/ fpebtóf 
met groot gebulb/ in 6e gebangentg gepönfgb/ en 
naat «toateeii in ballingfc&ap gesonben. &Qn 
f&eeft-blOOjb toa^: deie is het, die leeft, gelylr 
hy leert, en leert gelyk hy leeft. 

A A N M ER KI N G. 

A%$ tot ^Hexantoim / be ftepfet Valerianus , 
na bat tot onitmit biet Naaten be Ctoifïe* 
nrn&ab begunfiigt/ boo?een «Êgfptifcf) Co* 
benaat betanbetbe/ toietb ÖP rnebe een to;eebebet* 
boïget bet yltaenr&p onttydbigöe b'<©ubet£ baat 
qnno3ele Ittnbeten en geb^upïite be 3elben tot jfjn 
offfegjanben» ï$p onöag ttöd) ©ubetbom / nodj 
Sjonftöepb/ nocg &at./ maat bebaï al bat tot 
ïjem gebgacftt toietb/ op alberïjanbe toffcen te boo* 
ben/ martelen en bermoojben: 5P tofetbenbentofl* 
ben <©ieten boo;getoozpen / gefïagen / getoonb/ 
boo? 't Stoaatb getfgt / betöjanb/ ban ub tot lift 
betfcöeUtt/ met gloepenbe tangen genepen/ gloep* 
tnbe nageld boo? be bfngeten en 3enutoen gebje* 
beu/ aan be armen (met 3taaat getotdjt aan be 
boeten) opgehangen/ en ai30o met gtoötelfmat* 
ten aïïen$Ren£ berfcïjeutt ; getoonbe Hicïjamen 
met &onig befiteften en naaftt in be ïjeete j&onne 
gefltelbV ben ©liegen en 25pen ten p?op bob? ge* 
toozpen ; en betgingen ellenbig in begebangeniffen ; 
511 betïieten Ijaat goebeten en ©zienben en atooj* 
Hen in gtoote ellenbe en atmoebe in 25etgen/ £pe* 
ïbnften en tooefle plaatsen. 



TRUC- 



der Martelaren. 41 

FRUCTUOSUS, 

BSfffdjap bet «Pemepnte tot Caragona in 
a&panje/ brfetb hi 't Slaat 2,61 / imbet ben 
^taöljoubet Emiiianus , met ttoee ban 3önc 
©iahonrn Augurius en Euiogius , lebenbig tm> 
ö?anb. 3M£ ïjp bqo? ben fierijterfiori befcïjulbigt 
toietb/ bat lip be <*Bobm in be Stoften niet bienbe; 
maat in tegcnbed bet boö* baat ban afïieerbe / 300 

anttoOOjbe ï)p: Ik aanbidde den eeuwigen Prins, 
die (}e dagen, en de Goden zelve gefchapen heeft, 
en die een Heere over den Keyzer Gttflïenus zelve 
is: en Chriftas die van den eeuwigen Vader zei ven 
gegenereerd is, wiens dienaar en Herder zyner 
Kudde ik ben. 

^5Pbetoo:berittoietben/ betï)eugben3Pïjaat: 
Fruftuofus met 3Ön Woote boeten aan tyt biet 
fiaanbe/ fpjaft tot al ïjet boB* albug : Gelooft my 
het is geen itraffe die gy voor oogen ziet , die in een 
oogenblik des tyds voor by gaat, en het leven niet 
en beneemt , maar herftelt ; ó gelukkige Zielen ! 
die door dit tydelyke in den Hemel tot God klim- 
men , dewelke ten jongden dage, van het eeuwi- 
5e vier verloft zullen wezen. Ép gingen 3elbeniu 

ï biet/ en in ben ïjeeten gloeb fiaanbe/ baben 3P 
: <£ob niet uptgeftteftte ïjanben / om een ïjaa* 

tepnbe, 

MAURINUS, 

V98n «fbbetöjfte afftomfl/ en 25ntget tot %u 
tufalem/aangebaan met öattelöfte iiefbetot 
be Cf»ifienen / (bteaïbaat in 'tSflaa* 202 / 



42 *t Merg Vak de Historiën 
upttermaten betboïgb brietben) tg ban mjbigen en 
afgunfHgen / toegengtfön iföbberfcljap boo? een 
€t)?iften aangehlaagt ; 't toeïfe ïjem ban öm Kteg^ 
ter afgebjaagt $nbe / ÖP 't oóentlijft ïjeeft öele* 
öett ©jttunrmtfjb^toterben fjem bergnnt/ om 
5tcö te becaben /ben «Boteren* ben ïtep3et t'Qffe* 
ten / of ató eeit Cï)?iflen te . flefben. ©nbeetuffen 
ban ben SMffcfjop ben 4Pemépnte geffesftt enbooj 
3tjn «bbertp 3toaart 't €ba^Uönbt*ofrn f)*- 
benbe; gfng ^ frefttmbm tifb toebetom totöett 
fiegtet / en geeft / soitbee getyaagtte \007ben / geant* 

tOOOtb: dat hy hem dus beraden hadde; dat men 
volgens de Vaderlijke wetten, Gode meer moeft 
gehoorfamen dan den menfchen. Cn tofetb aate 

fionb£ betoojbeelt om ontfjoofb te toojben* 



PR I S C U S,M'AL CHU S 
en AL EX ANDER, 

Dtüef öoetoel fïegte ïanbHeben/ nogtan£ 
roemtoaartrfge en «tPobbjugtfge Ifêattela* 
ren* S^eefetooonenbe omtrent be&tabto* 
fareafa f&aïefHnay fjebben boo? «©obbelöftett pber 
aangeset mafftanbeeen en pbet ffg seTfjS ban t^aag^ 
Öepb befc&ulbtgt ; aangeftmbatterinbe&tefr Ifèar* 
teföroonen te totanen toaren / en bat 3p (We toel tof£ 
ten bat men bcrtgeng be boojfeggtng ban Chrirtus 
Ijet tüfk bet hemelen • met gebielb moefl innemen) 
befetoe niet fogten, &p efitanbetbetmaant ïjebben* 
toegaan na be,&tab entotbert/564oeöttgtec/1)em 
'teflraffeiibetto$fc^ hyfoovèei 

\ CtoriftraMoèditorte?^^ 

belaft 



der Martelaren. 43 

betaji tparttffont boor bc toilbe 25eefttn te toer* 
pen; 't toeft ooft gefcfjiebbe in 't gaar 263/ on? 
tKt tot fepfet Valerianus. 

AANMERKING. 

NUbat in'tflaar 270/ onte betifdben^tep* 
fee 300 Ct#iffenen infca!tf*ten£berfoaii& 
en berfdjepbe op anbere toijfe geöooüt taa? 
ren om bat fp toepgetben Jupiter t'offnsn / foo 
foieeb Aureüanus, een iBan ban een bueben aacb/ 
feepfet: Me/ fpetod eet ft ben Cljnftenen genegen/ 
maar opgerupt 3*)nbe liet tegen befdben ^iatóatm 
aanfTaan om gaar te berbolgrn ; maar als ïjp 
bie gein ban ben 45eï)epmfct)?pbet bomgetegt/ 
sou onberte&enen/ toierb $n $anb ban <©ob nvt 
lammigEjepb geflagen / bat ïjp 't onberte&enen ge* 
btoongm toietb te feïjojfen/ en $ baar nabansgn 
3&otati$ geboob. 

M A M A S 

E<Sn arm &dfjaapöarber/ in be JMbetmffen 
ban&appabotia; febenbeonber ben Wantoen 
&emri ban be |M& en ftaa£ ban3ön ïtoib* 
be. ©ese be taijtföepb en mogentbepb <5obé upt 
ben loop be£ $emd£ en 't JBoojb #obg fatrenbe/ 
t^/ in 't gjaar 274 ban Alexander (onber Aureli- 

anos) fttabgmiber albaar / in be &tab Cefarea 
gebragt/ boor een Cobenaar uptgefcbolben/ toe* 
gene be gebtoeetjepb ber totlbe ©leren onber 3911 be* 
fiferfng gefWt; maar ïjp anttooórbe» Ik ben een 
Dienaar van Ghriftas, en weet vaageen Toveryc^ 

maat 



44 't Merg van de Historiën 
ihaar heb liever by de wilde Beeften, als by u te 
woonen , als dewelken de kragt hares Scheppers 
aan my en door my gevoelen ; maar gy lieden en 
wilt God niet kennen, ©etfogt 3tjnöe/ batïjp om 
6e ftraffe t'ongaan alleen met be lippen belooben 
fonbe/ ben*Boben t'offeren/ anttooojbeMamas: 
Ik lal nimmer nog met myn Lippen , nog met myn 
Hart , den waren God , en Koning Jefus Chriftus 
verlochenen, foo verre is het van daar, dat ik het 
lijden voor den Naam van Chriftus foude foekcn 
t'ontgaen , dat ik het ter contrarie agte , d'opperfte 
eere, het grootfte gewin, en de meefte Weldaed 
te weefen, die gy my kont aandoen. JBaar op be 
^tabftouber öem/ na 't bolfïanbig nptflaan ban 
tojebelijcft geefelen/ pijnigen wet ÜJijptangen/ en 
fijn Sijöe met lampen enCöo?tfen tot&epjoebing 
re Wammen / liet boorfteeften* 

SYMPHORIANUS 

BH hooibal bat tot lutnm / in 't üaar 27S 
op 't bieren ban 't Jfeefï be? Wgoöinne Cy- 
beie geagt boot be ipoeber ber<(Boben/ï>aar 
25eelb op een#agep terpjocefTietoierb omgeboert/ 
en beefe een broom ەjrifien3ttnbe/ 'tfelbeniettoil* 
be eeren/ foo të öp afê een ©obbetagte gebangen/ 
en boo? ben a&tabïjouber Heraciius geojagt; We 
hem na fijn JJaant b?oeg en b'oorfaaft taaarom 
ÜP toepgèrbe 't Sfreelb ban be «(Bobtone te eeren / 
toaar op ï)p anttoOOtbe: Myn Naam is Sympho- 
rianus en om dat ik een Chriften ben, foo roep ik 
alleen den levendigen God aan , die in den Hemel 
heer ft; maar 't Beeld des Satans bid ik alleen niet 
aan, maar indien gy my wilt toelaten, ik fal*t*iet 

hamen 



der Martelaren. 4^ 

hamers 10 fla cken flaap. 3Hg jym te £lribfjonfrr 
nittdShndbpe^nisiiQeii / a!£ oofc met ten toote 
*WBte/ fooïjpnfettolteofltrm/ tp|a&t)p : Wat is 
daar aangelegen, of my die leeven, 't welke wy 
dog fchultshalven, Chriftus moeten betalen, aan 
hem overgeeven? want onfèfchatten, enrykdom- 
men beftaan altyd , en alleen in Chriftus onzen 
Heer e, en verderven door geen oadheyd noch 
langheyd des tyds ; onze God is alleen onze opper» 
fte gelnkz altgheyd . Cn tofctb taf* Op VOtt tal 

S^000tbe ttöoon» 




CLAU- 



4<S 't Merg van de Historiën; 




\ >— — 

CLAÜDiÜ S* ASTÈRIÜS 

en NEON, 

Dfcie «Bebzoeberg tot <£gea in Cidlien 3Öri 
boo? ïjaat &tiefmoebet aan ben 0ecï)tet 
bet &tab boo? Cïjjifienen aangeftlaagt/ in 
be gebangen$ geb?acï)t/ en tot be ftomfie ban ben 
^tabl)oubet betoaatt / bie ïjaat met beelberlep* 
(Cojmenten ïjeeft boen pijnigen : ©en eetfien met 
geeselen/ aan een ©ijnfiaah opïjangen/ met bier 
onber sijne ©oetetl geblamb / fïuft&en ban be ï|te* 
* ïen gefueben / met «pij ptangen genepen / met J&ot* 
fcïjerben gefcljiapt/ of boojfneben/ en met jpafe 
helen gebianb. ©en ttoeeben op een J&ijnbanft 
ïjet ©lee# upt 3Ön 3Öbe / met Nijptangen gene* 
jpm/.gegeeselb/ geteftt/ en gloepenbe Poolen on* 

bee 



dei Maitelaiex. 47 

bet 5Qn &ottm 9***?^ 35oi teiten op ten f^ijn? 
fiaftif goxtt;/ n? glnrfnihr frnnim yhiaftni ge? 
ftagen/ grfucten/ en ttn taatfiai afir aan t)tt 
ftac#/ ten 9ogdoi tot on jcop gegoten. 

^ totate n aBe hpjontet tamaant tan ten 
j Süftjj o u tet yi g ta tewfiw Ly iia»^te t 3P jb 
't tetal te^ïnpjftiS) ten Stoten y m ten offozn; 
maar Clmdïw anftmgte tenötrtjttrtn finafc; 

Onze God heeft deze offerhandc niet Tan nooóen; 
maar taefr meerder befassen in waken der liefde 
enrbannhntigheyd, tcgens onten crennuflm » en 
in Heyligheyd des Lérens. 

Afterios ytptt: Ik en zal bet nier doen, want ik 
cere den eenden waren God, die den Hemel en 
Aande gemaakt heeften die komen lal om te oor- 
deetende levendigen en de dooden. Neon fpzaft: 
Gt dient den Afgoden, maar ik cere den God des 
Hemels. ActtogI men gaar pnragte/ 30oQnab 

öettrftt : Die God van hanen vreezen , en ton- 
nen noch door vier, noch door andre tormenten, 
overwonnen waden , als wetende dat haar dit 
Mlft gedyen zal , ten eeuwigen leven, ©e tü» 
befplöheitnté: Gy begaat een dwaze daad dewyl 
gy niet my , maar n zelven veel fwaarder tormen- 
ten toebereyd ; mynent halven doe uw beft , ik 
madr wei lyden darter niet een Lid aan myn Lig- 
haam is , dat niet gepynfgt worde. ®f tetftt 
3Cpöe V Ik weet wat my noodig is , dat dan myn 
Ziele profytelykft is , dat zal ik doen , maar van 
myn Geloof en kap ik niet afgebragt werden. 
gtrtgattzS^ 



DON- 



4§ 't Merg van de Historie!* 
DONNINA enTHEONILLA, 

T<£t 3elbet tgb / plaatg / ert odtfaaft / toiet* 
ben beTe ttoee ©?ou^-^ecfoonm (met be 
boojgaanbegebangen3Önbe) boojben3*lben 
bweeben tëjatxt geöjarfjt ; betodfte tot Donnina 
jepbe : 34e ©?outoe / bit ©iet en be3e (Cojmertten 
$n boo? u betepb / inbien gp ben <6oben niet en 
offert / maat 5P anttooojbe : ik en xal 't niet doen , 
op dat ik in het eeuwige Vier niet en valle ; ik 
diene God en zyn gezalfden Chriftus, die Hemel, 
Aarde en alles watter in is gefchapen heeft. 3©aat 
tip toietb w moebet naaht itótgeftleeb / gefpan* 
nen / alle f>ate %tbm met ftoeben gejïageri / en 
3oobanig betfcöeutt/ bat 3P ben *Beeft gaf: fltoen 
toietb Theoniiia boo?tgeb?acï)t / betoelfte ïjp boo? 
't befeïjoutoen ban be anbete Ittjöer^ meenbe af te 
fcfethften / en ïietfe getodbig ppnigeri / toaar op 

3P 3epbe : Dunkt het u recht te wezen een welge- 
bore Vrouwe alzoo te mishandelen i Gy weet dat 
gy voor God niet kondt verbergen , dat gy aan my 
doet : 3&aat op toietb 3P aan gaat blegten op* 
Öeöangen / en moebetnaaftt uptgeftleéb en ge* 
bjaagt offe een jtëan öab / maat anttooo;be : Ik 
heb nu van over drie- en- twintig Jaren lang Wedu- 
we geweeft , en ben alleen gebleven om God met 
vatten , waken , en bidden, te vieriger te dienen * 
den welken ik eerft gekent hebbe,na dat ik de we- 
reld en d' Afgoden heb verlochent : ^p toietb aan 

biet ©alen uptgeteftt / obet ïjet geïjeele 3Ujf geflte* 
gen/gloepenbe ïioolen op ïjaar tlfjf gelepb/ en gaf 
afeoo booj 't ©uut bettetenbe ben 4Bteft. 

ZE- 



~ 3>er Martelaren. 49 

Z E N O B I U 3, 

En zyn Zufter 
Z E N O B I A. 

V3Kn befen toooinoemben £tabgouber 3(jn ttt 
yiïoa pïaa^e en ooraak toepnta tgbg baar 
na/ be3e ttoee gebangen en ter karnen ge- 
b?agt; gaar/ inbten 3P ben <©oben off eeben/ rijft* 
tem / en eere/ 300 niet; fcgjiftftelgfte Cojmentra 
too&rfielt/ toaaropZenobius, tetoelfteSMflcgop 
bier #laat3etoa£/ anttooo?be; Ik heb Jezus Chri- 
'ftus liever als alle rykdommen en eere dezer we- 
reld , de dood en tormenten , daar gy my mede 
dreygt , die agt ik niet voor fchade , maar voor 
myn meefte gewin, ©iet op toterb gp onmen- 
fcgelgfe 8*PPrt8t • ^Ön Zufitt baar bp ftomen* 
be ftfcaft tot ben Öejjtec : Gy Tyran , om wat 
fchelmftuk word myn Broeder duswredelykgepy- 
nigt ? ©p bu£ ban gaar aangefpjooften en 3P 3Ön 
Wepen eh bjepgen met agtenbe / beeb {jaar naaftt 
jtfnbe / op een gfoepenoe flsere Snebbe fyaben/ 
en 3epbe tot gaar fpottenbe : Slaat nu Chriftus 
ftomen en u gelpen/ toaar op Zenobius anttooo}- 

te: Siethieris hy al by ons, en verkoelt de vlam- 
me des vuurs , aan onze Lighamen met zyn He- 
mel fchen dauw. 

<©e fiecgtet toierp gaar naaftte Bggamen met 
uptflnntggepb / in ftoftenb 3©ater ; maar 3ienbe 
bat get gaar niet en befcgablgbe liet gaar öep- 
fie ontgoof ben* 

& : THA- 



fb 't Merg van de Historiek. 

THARACÜS, PROBUS, 
en ANDRONICUS, 

D€it 5Ön Hlnno 290/ tot ffarfó to «Cilicia/ 
booz Dm #?efïbent Maximus , gebangen ge* 
t^agt ; tojeeb toa£ be 3elbe / fd»tftftelö& 
öe tonnenten / maat 5P onbettuffen bHmberljjft 
fianniafUg in ïjet ïööert ©e Ïee3et ten get 
\xii)tlcipige examen / pijnigingen en öaat ttef* 
fehjfte anttooojöen / 6p ban tfra^t na tegett 
&p tuietöen in b?te &p3<mbe;e ejcamen£ / • met 
beelberfepe jrfjnen/ denbig gemartel tn toa* 
ren 3obanig gefcïjeutt / gefïagen en.oetoonb/ 
öatje in ö*t tfc&outoperft / baa*3* ban Set lazert 
^ebfejtebetfcöairt 3onben toojbm / rtiofffen ge* 
bjagat työjöen : 500 bat niet aüeen bt Cteiftenen 
ftenbfc öaat» 300 JammedP mtéïjanödt / tjaar 
ïjoofben omfteetben en upt inebriijben fdjicpbci; 
ïnaar'ylfé be Hfepbenen berfoepben be bijixbljepb 
ban ben ©jefïbent en gingen una Dut gcbmrbe 
ietg iTtonBedpg : taant afc een lenrtnin m mi 
bjefelö&e^5eer i^^elaten toiettei / maaïttm- 
3e tot b«e?e be* aanfd)outon# tori een ftipihfte* 
lijft getiêt / . maat fetoameti aan bt ïUgfruncn 
-niet : betoelfte epnbelüft met beu Stoaaibe lutny 
,-bengeboob. <©nbet fjet jrtMgen anttooojbe Tha- 
racus : alwaar 't dat gy my noch veel meer tormen- 
ten aandeed 1 dan ctaten , ioq ; etn20it gy nochtans 
daar docfr deo Dienaar 'Gods mot vérkeeren.* 4*n 
topbetg t .al waart dat gy mjr de geheefe Huyt Het 
afltroopen , 200 xal ik doch van myirën God niet 
wyken;,de welke my ftejrk maakt om alle de wape- 



per Martelaren. 



St 



hen uwer pyniging te verdragen. Probus, al^fjem/ 
tnWen ïjptaiflöe offeren/ cm/ enb?ienbfcï)aptoterö 
aangebOOen/ anttoiOJÖe: ik begeerenochdeeere 
van uwen Keyzer t noch uwe vrjendfchap ; want de 
rykdom is niet weynig, die ik om uwentwille ver* 
laten hebbe j om den levendigen God getrouwe- 
lyk te dienen. <$n berber : myn Lighaam is in 
uwe handen , maar alle de tormenten zyn my een 
koflelyke Balfem. %ï$ Andronicus bmbm'&Xe* 
filmt Bejaagt toieeö / tarie ïjein We ötoaa$}epö 
getoet tjaööe / anttoaojbebP : Het ïevendigtakken- 
de woord , waardoor wy levendig gemaakt worden^ 
leert ons , dat wy c>axen Heere in de Hemelen heb- 
ben ; die in onze hairtriH elcn levendige hoope werkt 
van onze zalige opfiaeding uyt den dooden. Ctf 
1&gber$: ik hebbe Chriftus in myn harte wonende/ 
en veragte alle uwe tormenten. 




Aa^ 



ƒ2 9 t NJtRG VAN DE HlSTORIEN 




A A N M E R K ING. 
e Mt toojb batt men öroottttarbolötags** 



D 



toag gemaaftt afë in 't J(aat 302 / onbet 
ttoee te gelöft Öegetmbe»ep3etgA a$Dio- 
cletïanus m Maximïanus : 't tö ÏOOnbetÖaat ÏJOf 

bee3e bloebige betboïgetg getooeo/ en hoe bolfïan* 
Wö be Cïfêifïenen geleben ïjebben. mt ban 't 
Cgjifienbom af bieten / gaben ben Ïtep3et£ ïjoop/ 
bat3e al be Cïjjiflénen tori machtig toaten upt te 
toepen, ©aar toag ooft ttaiitoelöftjs een aagten* 
löfte &tab / of baat totetben 'et öonbetb begbaagg 
gebood» ©aar f$ ooft aangeteftent / battet in bit 
omleggenbe ïanben/ in een IBaanb 3*benrien 
bupïenb om 't leben geöjacïjt 3Ön : 3uïft£ bar bert 
Öibteten in bloeb betanberben/ban toegen 'tCgit* 
flenbïoeb ; be toptienten toaten inentgbulbig en 

fcfjitft* 



der Martelaren. 53 

fdfeiftfcritjft/ aï# gehangen/ ont&oofb/ beröjanb/ 
met «jSctjepen bol in See berbjonften / aan $aat* 
öe-ftaarten range De fteaten gefïeept/ en bn£ ge* 
quefi 3Önöe/ In be gebangenifli op J&ot-fcöetten 
gefept/met neergebogen taït&en ban 25oomen bet* 
fdjeurö / 39eu£ / <©oten en ^anben afgefneben 
3(jn&e/ Bet men3e denbtg acïjter land btoalen; 
$oute-pennm tuffcöen Jet ©leeg en öe &mdm 
tóge&ooit / gefmolten Cta en ïoot ober 't woote 
tUdjaamgeaorni/ mrt j&rfjïabbntf/ ftafpcnöet 
lijf geopcnt / met gtorpenöe platen betteanb / op 
Stomen gcbiaben / 000? (tooit berfmagt / bm j&tz* 
fien tot fpuse boojgetoojpen ; in 't üott be pijnen 
ftonöen niet re groot sjjn / toriiur men bm Gfgffie* 
tien aan beeö : öir nocijtairê onöcrtuflTrtjm üfning» 
big a$$ laminereir ongebonden ter boob gingen. 
«Êen teer ban öese imeüe betbolglng burtrbe tien of 
ttoaaif blaten / en bieuöc gaat quaab uut ober bm 
gebeden bonuxiaalö fieftmöm Itart-ïüóot / 3tjnbe 
be 3©erdö noopt öoo* ©ortogen 300 unnjrput / 
al£ öooi btjit betbolging : en cbentocl btcben be 
CÏj:ifleuen obatoinnaarë. 




9 3 CAS- 



?4 't Merg Van de Histories 




GASSIANUS, 

T>9lflWjop ber «Bemepnte tot 25?frfen in \ 
Y\ Hen / blurfjte ter ooj3aaft ban be berbol 
-■^ gen na een £tab ƒ ocum tfojnelif nu % 
Ia Benoemt; gein albaar met 't &cïjooï-me* 
fcfjap generende / brietb ïjp ïjaafl afë een Cö? 
aangeftlaagt en gehangen; en $na een bol) 
big geloof/ en toepgerfng ban te offeren aa 
^Üfgobeh / ban ben föerfjter beroojbeelb. om 
3tjn &cöooHtIétfcen ter boob gemartelt & too; 
l&P ban naafct uptgeftteb 3Önbe/ brieft met 
nen getaoipen/ met &cï)Ool-&o;ben gejtagen/ 
«EWfjïen/ jennen/ ©enne-roeffen en ander fc 
a&djoolgereetfcöan gefïe&en / en 30banig m$: 
belb battet be boob na bolgbe. 9|n 't gaar 3< 



der Mart el a&ek. ( ff 



* * 



"* E U L A L I A, 

W«0nrnte in de upterftt beden ban Spanje/ 
ta te «j&taö Ifêettba / brierb maar bertim 
gaten oub 3önte (tet oouaaft ban ïjaar 
buurige Begeerte / om booj ten jfkam ban Cfpf * 
ftug te Igten) ban baar <0uter£ op een ïantfjoe* 
be naaifto tatoaort ; maar op een nacïjt baat upt 
ttomente ging fmo*gen£ moeg booj ben derf) ter/ 
en septe* tot ïjem en be gebeeïe IBagiflraat met 
lupbet ftemme : Schaamt gy u niet dat gy uwe eb 
andre han Zielen te gelyk in 't eeuwig verderf 
werpt? mits dat gy den cenigen waren God , on- 
zer aller Vader , t en Schepper van alle dingen ver- 
lochend : 6 gy ellendige meufcheu ! zoekt gy de 
Chriftenen te weten , om xe te dooden ? liet hier 
ben ik een tefcen^Partydereffe van uwe Satanfe of- 
ferhande. ©e &cïjout ban ïjaar bug raauto / en 
bznmoebfg aangefpjoften/ bergramt tfjnbe / ïjeeft 
Ö'aar met frfjoone beloften/ en frïjjiftftdijfte bjeji* 
gementen onbergaan / en ttacïjte ïjaar te fetoe* 
gen / om alleen met te toppen bet bingerett / een 
toepnfg Zont en 3©ierooft fofferen ; maat #n 
Wepen en biepgen beraefctente / ia jelfé te faeeïbetf 
Altaar en al(e$ omber-toerpente / toierbeji ïjaar 
tetere ieben ban ttoee 'ftevfttti tpfhmb berfcfjeutb/ 
m (jaar Weeg tot te' Sibben met Nijptangen en 
&nijl)a¥ien sobanig toojgraben bat get bloeb a\$ 
upt een forttepn tet aarben bloenbe. Iteaat Euia- 
lia te fcfjjwmeu aan ïjaar llicïjaam telïente / 
fpmft met tak Wp gemoet / 3onter eenig te&en ban 
Öjoeföepb: Zie Heere Jefus Chriftus fuw Name 
vord in myn Lichaam gefchreev.en : 'hoe grooten 
5© 4 " ver- 



ƒ6 't Merg vak de Historiën 
vermaak is 't my deze letteren te mogen lezen om 
datze tekenen zyn van uwe overwinninge:ziemyn 
purper bloed belyd zelve uwen heyligen Name. 
2p toietb bootte met bjanbenbe lampen en Jpaft* 
ïtetë in öare toonöen gebjanb/ en ?P 't bjanbenfr 
ftait in öaat monb fdjeppenbe betfliftte en flaf 
omgeeft Ün 't gaat 302, 

E U C R A T I S. 

Ol&ttent befen t#b / toietb befe Cö?ffielH&e 
H&aaab/ tot Cefataufiufla om 't beïpm 
ban Chriftus, fcöjifeftriijft migïjanbelt item 
PÖniflbe öaat met öoeben / en anbere f?5ete g|n* 
tftumenten in gate 3Pben/ 3p fneben ïjaat be25o:* 
fïen af 300 bat men be Xebet ton 3fen / en tëj in 
be geöwseni^ boo? 't betbupïen en betbetben ban 
Öaat toonben/ met een bjolpe ïjoop geflojben. 

E U P L I U S, 

D4B& bjome öelijbet ban Chriftus toietb in 
't 3(aat 303 / in be &tab Catana in Cici* 
Hen/ ban be 3|nquifïtein#/ tettoijl ÖP met 
öe öepïifle &c&?ift telden/ enanberenteonbettoft* 
#n be3icïj toa| / betrapt/ sebangen/ en met 391* 
öoeft bp be ©ietfcïjaat gebjagt. J|p roepenbe : 
Ik ben een Chriften , en wenfche voor den Name 
van Chriftus te derven : SgoO 6ebal Calvffianus, 

be &tabtftoubet/ bit ïjotenbe gein binnen te fto* • 
men : bf e geiit bioeg toaat ÖP aan bit boeft mtam/ 
en befafie Ijem baat in ietg oberiupt te feen / 
tttbebel 8eïww»3amenbe 300 la£ öp : Zalig zynze die 
Yervolging lyden om dergeregtigheyds wll«>" want 



der Martelaren, 57 

het Ryke der Hemelen hoort haar toe : en , die my 
navolgen wil v eraaak e zyn leven. <©e <Stabf)0U* 
bet bjaagbe toat Ut alleg te 3eflBm toa£ i en Eu- 
plius atltlUOOJöe: dit is de Wet myns Heeren Jefus 
Chriftus, den zoone des levendiger) Gods. $)ietop 
toieeb jfjp ttomnaalonmmfdödpgtpijnigt: Iwaac 
in hp Chridus met groote löb3aamf)epbenbolflan* 
Wfloepö banftte; dat hy hem gewaardigt hadde om 
2ynes Naams wille te lyden : ((En bad fteill in be* 
jennooöoraftulpenfipflanlt ©pbrietbbetoojbeelt/ 
met ïjet <£uangelium aan 3Öni)a$/ afêeenbpanb 
bet «Boben / en be£ feepserg uptgeroepen / om 
tnet ben £toaarbe geboob tetoojben. &p ging mi 
tyeugbe na be <©etegtpïaat£ / gedurig 3(jn Heer 
banftenbe / boo? 3Ön Qenabe / en met gtoote eer* 
biebigïjepb 3Ün «Bob aangeöebm ötftëaibe j Ibiecb 
ontfjalft. 

PANCRATIUS, • 

E<£n toonbee ban 3Ön tfjb / b(e maar beertien 
parelt oub 5tfnbe/ banbenftepferDiocietia- 
nus 300 3eer bemint toferb/ bat öp ïjem/ in* 
bien öp toflbe af ballen en ben <$oben offeren / tot 
een 2oon tofllbe aannemen, ©efe brterb in 't 

f aar 303 betopl öp b#e gunfi beg Step3erg en3ön 
fgoben berasfte/ in toojn ban ben ©ojft tetboo* 
beeoojbedt/ en ontfjoofb. 



M 



J U S T U S, 

€t3Ön»aberenouöer25?oeberopberep^ 
öeg Stepfetg «otgeseïtei / en b& &tab* 
Öoubwg ftupter^ / bie.bau öaar afgooi 
3B ƒ bctt 



58 't Merg van de Historiën 

ten toattn om be effenen te bangeni/ ■ getitear 
tootbenbe maahte bit 3#n ©abeten 35?oebet öe* 
henb/ Me eeti ^prionft tot {jauWjujilpiaat^ lia- 
nen/ ïjoubenbe Juiius onbcrtotjlmiwat tniprm bf 
toagt / öie be bcrbolgng stenbe nabeten tjaat te 
gemoet ging; en geb?aagt 5tfnbe toie ïjp toag/ m 
toaar #1 mebege3dtet toattn / al3oo 3P öaat 
aangeöjtegt toaren/ anttaoojbe bzpmaebig : Myn 

naam «s Juitas enikbeneenChriften: maardewyle 
ik u voor vervolgers der Chriftenea aanzie , zoo 
is *t myongeqqrlMft myn medegezellen te verra- 
den. Iteaar jn öem met ïjaas 3toaatben b?epgen* 
tfc/ anttoOOjbe Juftüs: voorwaar ik zal .my zelven 

felokkïg achten , indien ik voor den naam van 
?hriftu$ alderleye ftratfen , ja den dood /elven mag 
lyden ; want ik bereyde myn Ziele in deze wereld 
te verliezen , op dat ikze ten eeuwigen leven mag 
bewaren. Cn toietb bit gesegt öebbenbe / ban 
*en bet ïttpgé&negten orttïjoofb* ^n 't^aat 303. 

F E L I X. 

Oj&trent ben 3efoen tifb bqnben be foep3er£ / 
Dioc let ianus en Maxi mianui, 0U1 ben CljZi^ 
fieltjften <*5ob0bienfl uptteroepen / goeb / 
pen Clfetflenen gaat 25oeften afóanbfg te maften en 
te betbjanbeti : bit gebiebenbe booi be geïjeele Wt> 
relö fctoam mebe tot Thibarus in Hlfcica / altoaat 
tot tfffcaaï be3en Felix , betoelfte 2Wflcïjop toa 
«Efemepnte toa£ / perfïe om ooft 3ijn 25oeften ober 
Jte geben/ maar Felix be3elbeflantbafttgtoepge*. 
tenbe / fpjaft ttrf ben jptfcaaï : Herwaar beter dut 
jTién my , als de'Goddelyke Schriftuur verbrande, 
-aizoo meh God meer gehoorzamen moet als de men- 
x <* ■ . ^" fchen. 



DIR M.UIILAREK. fg 

fchcn. Stjn toora^ gegnozr en ter 4Btecegtplaat« 
ft gekomen sn^c (wak j}u jgn Ömx aBtu£ aan: 

6 Hecre God! ik danke u, dar ik zes-en-vyriij,- Ja* 
ren oud gewordeu ben in deze wereld ; ik hebhe 
my zuyver behouden ? dTLuangelife Boeken bewaart; 
het Geloove en de waarheyrionvervallKïcprcdikt; 
6 Heere God des Hemels en der Aarde, JciuChri- 
fte ! ik buyg« myn. hais onder het xwaard, voor u 
ter offerhande , gy die in der eenwigheyd Myït t Uy 
den welken is en biyftkiaarnevr ea rrcerlykhcyd rot 
in eeuvrigheyd. Ainen. Igwz xp ttolgbc be \)tfü 

bmigmg toon 't voorn oitter t uirilw bc jïhw» 
bioebxoot en Ki:x ontgoofr uiuA 

PRIMUS e* /LLICIANL.S, 

Ta©ec Sfooebetë tarten fo 't gaar r ^ / fe 
5&umenta in Statten / Uooi ben 2$f oebrf gtet 
getoangen getoagt en Feiicianus eerft aflp» 
toaagt : of öp met üeber ten 4ïoben offeren en goe* 
bê basen / ai$ alberftanbe tojmenteri en pijniging 
gen toilbe bettoagtm? maar Jju anttoooibe: War 
meugt gy my doch van goedc'dagen zeggen , ik- 
ben nu 80 Jaren oud , *u heb nu ongevaar dertig 
Jaren met de Zaligmakende kenniffeChrifti verligt' 
geweeft : ja fcheppe als nog de meefte vreugde myn* 
herten in zynen dien/t, en wilt gy my nu wys ma- 
ken f dat ik mynen Zaligmaker verlatende , de 



ydele welluften der wereld daar voor zou aannemen, 
dat zy verre; want ik heb Chriftus mynen Heere en 
mynen God, tot den laaften adem myns levens toe i 
voorgenomen aan te hangen, tyizt op foterb |)P 
gefterftett/ en 58n 25joeber boojt ge&zacftt: 5P W< 
torn boo? /- bat 5Ön SSjoebettoag af&baHen ; maat: 



60 *t Merg van de Historiek 
Primus fier tegenbeeï gelobenbe / toietb baat op 
met ftofcften gefïagen en met ïampen aan 5Ön 
ïenbenengebïamt; 3tagmbeonbetmfTc&enmetben 

^falinifl SfoUiï : ö Heere ! gy hebt ons niet vier 
beiogt, even afs het Zilvergeloutert word. ï|ietop 

totetb ben eerftrn ftofcenb loot in befteeï gegoten / 
en b'anbete met loben gegefdt / aan ïjanben ert 
boeten aan een genagett / en onmenfc&eKjft ge* 
ppnigt / ben Hemtoen en Meeren boo?gétoo?pen/ 
maat We ïjaat met migbpenbe/ toietben 3p epnbe* 
ï#ft ontfjoofb, 

APP.HIANUS." ^ 

Bff boojbaï bat in 't <f$anc 304 / tot tfefarea 
in #aieftfna/ booj lafl beg ïtépferg aan ben 
&tabïjoubet/ be 25utget£ / |iaangen©?ou* 
teen / oub en jonge / upt be &tab£-toïlen öp na- 
men opgeïe3en toietben/ om 3e in ö^fgoben tem- 
pelen te betgabeten-; en baat booi een tiptterma* 
ten gtoote tuoefïiepb ontflonb / 306 ging befe pbe* 
tige jongeling / nog geen 20 blaten oub 3Önbe/ 
6p ben ^tabïjoubet ban JMefïina / be toeïfte tot 
Cefatea op 't Jpeefl ban &ècate/ met ben Wgoben 
t'offeten öe3tc§ toag ; ginn öefitaffenbe obet 3Ön 
ongobbelpe Wgobetne/ en bermanenbe tot af* 
fianb bet jeïbe / bie gem opflaanbe boet ban sün 
ÏÖftoagten/ al£ ban toilbe SSeeflen liet betfcïjeu* 
ten / en soobanig fïaan bat tjp onïtenöaat toag. 
25eneffen£ anbjefrt^ihftelijtetonnenten/ betoont** 
ben 3P 3t)n beenen met geolibe ttnneöoeftïten / en 
flafcen bgelbe in öjanb : toaat boo? niet alleen Ijet 
Weeg ban be beenm öjanbe / maat 3df# ï# fl£* 
fmolten merg baat afbjoop/ en totetb ten laafïeii A 

naat 



der Martelaren. 6t 

naar Ut alïe£ yxt ftanöbafHg grieten te jje&ten/ 
inteSeebertpniien. 

iE D E S I U S. 

N 31 bat een anbet jongeling genaamt Ui- 
pianus , in be £tab ;Cprn$ na ftrengc toz* 
inenten / naaftt / benef?etrë ent öonb èn 
30btet~flang / in een 2Seeften-öupb getoonben 
en aftoo in He £ee berb?onften toaé ; toieeb / 
befe ge no e mb e -flïdefius 9 afcoeter ban gemeïten 
Apphianas gehangen / en na een ïjeeriijfte beiijte? 
nlffe tot te JBetaaïmpnen beroo?teelt. jBaar in 
te &tab ^[ejanbjia geftomen 5Önbe / en fprente 
ten &tabïjouber 't &oobbotmi£ temté Deel «ïjii* 
Umin nptfpyften/ m jiente teef ©ttbe-lupbm 
gtoote betfmaatfieeten aan boen/ trab na ten yfe 
ben en beftraffce §em opentlijft f toegenjS 3Qn on* 
tebeU)6e toonnifftn tegcn£ te Cïjitfhrien/ en toietb 
baar obernagetodWgeppniginjïeninbegeelier^ 
ö?ontet 3f n r t g[aac 304. 

AGATHOPUS e* THEÖDULUS, 

D<£ eerfte een ©tó&en/ en b'antere een ®oo?* 
lejer ban te 4Efemepnte tot .CfjefTaloraca/ 
totecben in 't 3elbt 3|aar ter bier plaatje 
Sbangen / boo? Fauftinus ben £tabïjouter gr 
agt / en beroozöeeit otn betbzonften tetooiteti 
Zp gaante om (jet ©oobbonnté te fcooren/ 
maaftten Ijaar Sünben een jammerlijk gefcgzeu ; 
maar Theodolus fpjaft tot jfjaar met emblp gelaat: 
Indien gy om onie onderlinge Vrindfchtpfchreyt, 

xoo 



6i *t Merg vAn üe Historiën 
too zeg ik u, gy behoort liever blyde te zyn; oth 
dat wy in zoo eerlyken ftryd beproeft worden. 
Indien gy ons dit geluk misgunt , en daar over 
droevig zyt , oin dat gy 't niet meede deelagtig 
zyt , de deur der Godzaligheyd ftaat voor u mede 
open , en de verkondiging des Gelooft roept , 
komt alle tot Chriftus * maar geeft dien alleen Ae 
kroon des eeuwigen levens , die noch door ryk- 
dom , noch welluft , noch cere dezer wereld te 
fugge getrokken worden, 

■■— ■ IIHll \ 




~ ; — i. * — v * ' s ^ 

Jf Ü L ï T T A* 

E<tën btoefttenbe 3©ebutoe met jfjaat t#eïarta 
boontje brietb / onöet Oen bweben ©etbol* 
get Diocietianus ,< tot Carffë te Celirfen / 
ban Mexander ben ^taöfrouber gebangert fton* 
nenöe ïjaat met geen fmeïten ban 't Cï»*fWöft 4&t* 

loof 



- der Martelaren. 63 

loof afb?engm/ tob §p Öaat met tape gffeperjeri 
ftrengrip geeflelen. f|p 3odjt ïjaar ontftdöe / m 



bente flfflm/ maar afcoo.'t 3ÖJ met braaoen 01 
fcöopwp beöüeeröe/toülmöe met fcactjt na syn 
^benoe/IBoeöery nam t)P &et bp te beenen en 
totatf £et io toojnig&eid met 5Ön fcoof b nefcec* 
tatótjt betrappen af : ©e jfeoeoér Ut 3imöe 
f&afcom (Cpran aUm£ aan: dy bchoen nu te 
menen, dat ik Zwo kleynharug ben, dat ik aoor 
al uw wreedheden overwonnen zou worden ; want 
de verfcheuring myns Lichaams en zal my niet af- 
fchrikken , noch het rekken van myn leden en zal 
myn gemoed niet beroeren , noch dreygeir.euten 
des vuurs , noch de dood zelve en zal rny va»i de 
liefde Chriöi konnen fcheyden : Hoe uwe Tor- 
menten geweldiger zyn f d^ar gy my mede drey^t, 
hoeze roy aangenamer zyn ; want ik hoope uat ik 
daar* dqjbr te, eerder by mvnen alderliefften Zoone 
ZdX zVü;; en mej hém de Kroon der gerechtigheyd 
van de Ipnt Chrifti ontfengen. ^ntttPlUetijaar 
te j&fattfjouber aan emgönflaaftopïjanj^n/ijaar 
©fa# met £30* Hammen berfcfiemen / taftent 
~ ii dtóubat taettine ©lee£ gieten/ entu£ont* 
*fm 'pi 9 * 9aar 304. 

40. JONGELINGEN, 

D<#3e 300 toietfo en tenmoebig 5ijnbe al$ de 
(Cpraraien bfoebtozfiig en toieeb toarai / 
Rebben tn Ut 3eïbe ^jaat tot 31ntfori)fen 
bzumoebig en openbaar Jefus Chrïftus , den £one 
<5ob$ I boo: gaat £aligmaftet beleeben. gétoan* 
ge 30nte iuenbe be ^taböoubej: te betgecf? groote 

rnoepte 



04 't Merg van de Historiën 
moepte aan om gaar ban 't «©doof af te tt&ften ï 
Set gaar dergaïben naaftt uptftleeden/en in 't hou* 
fte deg 3©inter£ in een ftouden #oel toernen; 
maar 'g anderendaags nocg lebende/deed gpnaar 
tebenbig tot §&ulfer ber&janden* <£m upt gaar 
nocg geel jong 5Ünde/ toterd upt medelijden $(jn 
IBoeder gefcgonïten ; maar 5P 3ette gem met gaar 
tpgen ganden öp de antiere op ben 3@agen/ ber* 
manende gem met 3gn |Bede-35:oederen dien 3a* 
ligen loop te bolepnden. 

AANMERKING. 

GAlerius Maximianus, bolgerdendeinde©er* 
bolgingen ban de ttoee boojnoemde Step* 
jetg aangegeben/ geeft in 't gaar 305- doo? 
3ijn £tadgoudeeg de Cgjifienen bnedéfgft ber* 
bolgt en mtggandeld ; de 3elbe lebentüg doen ber* 
foanden/ den toflde bieren boojgetoojpen / aan 
Jtrupffen doen nagelen/ in de Ztt metgtootetnee* 
nigte berdjonften/ in de Sterftere ban gohger ïa* 
tm berfmacgten/ onthoofden/ ganden en boeten 
afaeftapt en guhde gen dug get lebett €m jon* 
ge <©ogter toierd in een gloependen <©£berfmoozt 
't Wa$ genade ban Bgn Goederen berooft en 'in 
elende toeggedjeben te toojbm, 

THEODOSIA. 

D<£ groote pber der tèetbolge$ bertoefttedtft* 
inaalé groote buriggepd in de berbolgden. 
3&it Weeft aan de3e jonge ©eldin/ detoelfte 
maar omtrent agtien garen ond 3ijnbe / ging tot 
Cefarea &p eenige geöondene Cgjifienen/ enfiaan* 

de 



ber.MArtelaren, óf 

be boo* ben «tftoidjte / om be3elbe met bzinbeïg^ 
gtoettróffen en berttoojïingen in gaai: upterfïe te 
ontmoeten / toierb 3P op fiaanbe boet aangegre* 
pen/ en ban ben &tabhouber met groote upt3iri* 
nigöepb fclj?ifttelp tni^anbelb/ niet alleen gelift 
beel työ^ gefdjiebe haar 3Ö&en / maat ooft gaat 
bojfien toierben tot get been toe opgefcgeurb en af* 
gefneben- $a bat3e afleg Wpmoebig gab geleeben/ 
m boo? bet martelen op ben <©ebet öeë boobg ge? 
ftomen toag / brietb3e in be ^ee getoojpen en in '* 
3©atet betfmoojt, 9|n 't 2Baat 306. 

Verfcheyde vróomé 
CHRISTENEN* 

R&nfenbe upt <ég(pten / in meening om in €& 
Urimb'amteC&tfïenen/ tnbe|Èetaal3Bö* 
nen betbannen/ met eenige nootbntft tebet* 
S>?gen / troffen ge^pngeluft tetse tot Cefatea ge* 
angen en betoojbeelb toietben / dm aan 't eene 
been be ftnie-fcggf uptgefneben en een oog uptge^ 
fieften 3ünbe mebe albug bermin&t totbesefóe&la* 
bernp betboert te toojbém 

AANMERKING. ^ 

10 't 3|aar 309 toietben op betfcgepbmptóafc* 
jen en inanietm iueeriigte Cgjiflenen gemat* 
telb en geboob. Sin *altaöia brtetbchfe meefl 
«iet een 331)1 omftaïfl 31» ftappabotia geta* 
b?«*L 91n jBefopotania aan be Jöeenen gan* 
C ijenö* 



66 't Merg vak de Historiën 

genbe met Uuur terfHftt Cot «SWejeantyte J&ug/ 
Oottn / $anben f ©oeten/ en anbere SUeben af? 
gcfnedem Cót Ifnriocöim op Êtoofitïg en fn 
50anmn gcïi:aben, Höaat in JpcmtuÊ martelben 
öf ftttltfcrtf febcr om 't fclpiftftelrjftfl ; rn ttacïjtó 
ellt be Qtaotfrf Cnrannpe ff tjr&iunfteni; <$etk* 
gm ftali men fdjerpc üehlif föe JDnmcu tuflcöen bè 
Ü?agefc n öct töingftm rn Cooucn. %nbitm stoot 
men sttoif 3toot ober 'r lijf. HlnDeren toterben be 
toecbmge beden beé lidjaan\é betsengt entoege- 
fc&oept- ©etfrfppbe toojben ötet onbee rtortj ge* 
noemt : a$ ttoee jonge ©ocïjterg / ^ufïeré 3ön* 
be / in be 2cc berbjonïten* ©iie anbere Smfietj* 
ïebenbig bertyanb. 3£*fe 25?oeoerg berbjanb* 40 
©ntfjalfi en noeïj 3eben geboot». 28eïjalben noeïj 
eenigen We ooft genoemt toojben/ en We top ombe 
ftojtfjepb te beblijttgen boojbpgaan ; al300 ong 
ooginetft ig.be aanmer^tiftfie 3aften en fmeu&en 
maat aan te ftafen* &eöbenbe be meefir woede 
bet ©etboïginB/ .300. 't fcöünt/' een getupmen tijb 
opgegoube|t/ 3um^ battet toejmig om t geloof 
geboob $$n/ eq 5uHeh berïjalben totftegarenhig* 
fcöen 4 ér? foo pber gaan. 

BENJAMIN, 

N% bat oubet Isdigerdus , be Cïjziftenen elen* 
öig toierben mtëïjanbrit / (al£ gtbiït/ gt- 
tyabrn/ rontom 'tblootelLidjaamgeftlOüf- 
be rfctni r«)f jneftonben / ai bic met fdjiiftïtelyK 
feïjeumi ö*$ ïidjaaitiÉ toeötr tinrgctrctèni / in 
fcfepne &aina$ aan Ijanöeii £11 boeten bafï geöan- 
beu / en ban ïjongetige fiotten torrcr booö toe ge^ 
ïmaagt toierben) itf beft gmoeutbe Benjamin , eeii 



t)Ei Martelaren. 67 

feiaftm en öp gdegtutliepb een ïeetaat gjnbe/ in 
't gaar 45-6 / ban Gegoranus (ben gettoemben '£ 
S*cming£ Zaan) gebangett ©te ttoee Slaren ge* 
iieritert 3#nüe/ boa; iróbbel ban 3*ter %fge3ant op 
conttftfcn (bat ïjp ïjem sou toagten met '£ feo- 
nfag£Mali of ©jiefte^banben 4J$2tfiefö&en*Bobg* 
ötoifi te öanibelen) lo&pcaaïtte, jjBaar a$ te 
^tfaejant Ut Benjamin boojfteibe/ anttooo?Dt Jjp/ 
3onbec toeten bef ltontng$ / Die ïjem bjpgeiepDe 
gaf/ aftftl$ : Ik en begeer niet te doen het geene 
ey in mynen name belooft hebt : ik en kan de 
JLeere van het Licht des Euangeliums 4 dat ik van 
God omfangenheb, anderen met onthouden: want 
ik heb uyt her zelvegeleert, hoe fwaarlyk diegenen 
eeftraft zullen worden , die haar Talentpona , dat 
haar om winftc te doen gegeven is , in d'aardc be- 
graven. 301$ Benjamin ban toebetom 't Cuange* 
uum met groot* toer omtrent mi Saat «topje* 
bü*t ïjab / 3Önbe baat ober bp ben fioning aan* 
geïüaagt / toietb to toebetom gehangen en boo* 
ben &a?p getart/ Me fiera betaal op ïgffïraf 
tfn <0ob te beganen» jBaat Benjamin bjoeg ben 
IKoning: Wat firaffe is die menfche waardig, die 
van u en van uwe Regering aftreed , en de zelve 
verloochenende zich onderwerpt en dient eenenan* 
deren Heer ? be ItOtltag atttto002be bat MM* 
ftoaarfte boobfteaf fefrdbtg toa$ / toaar op bén- 
jamin anbetmaal tyoeg : wat ilraf is dan die 
menfche waardig die zyn God en Schepper aller 
dingen verlaat, om een van zyne dienaren tot ee- 
nen God te heyligen, en den dienft, die men God 
alleen fchuldig is, aandefchepfelentoeteeygenen? 
maar beloning ^obetbotominatnibetgtamt 
betb hem / na foefelpe tormenten / met een 
ftnoöteögm of quafügen fiofe / onber in 't fUg* 
C * öaam 



H8 't Merg van de Historiën 

gaart inbjuïtften / en 3öobanig tafpen battet be 
öoob nabof gbe» 

A A N M E R K I N G. 

E<Ên bet tojeebfïe betbo<geeg toag be lltonf ng 
bet 3©anbaïen / genaamt Honoricus , een 
fcï$ftftelQ& Cptan bet genen I We $n geboe* 
len tegen toaten : gp petfh be yXom tot ïjet boen 
ban een €eb / toaat toe 3ontmtae / begalben be 
25tffcï|oppenen«©uberiingenobei^apten. Barnat* 
telbe 300 toel b'een al$ b'anber* b'€en/ om batje 
tegen 't <£nartgelium / b'anbet / bat3e tegeng ben 
ftontogmigbeben: goobatbpnatebet&upjSmet 
jammertöft ftgjepen betbuït toag. ©e eerbare 
©zoutoen en Sèogtetg liet gp naaftt opgangen / 
gaat Hicïjamcn met faftftelen&janben/ be2&o?ffen 
en ^tmen afgoutoen/ bjanbenb ©e& aan beütug/ 
25ojfl en Epben leggen/ gaat op gangenbemet 
fluate fleenen aan be boeten / 3onb be3elbe in bal* 
ftngfcgap / en bjacgt afeoo óntalïp beri Cgjifïe* 
tien om, % toierb ooft/ begalben be plagen 3önet 
onbetbanen / boo?6eelbelö& gefïraft : toant be tooj* 
men en Iup3en betteetben 3Dn Weeg 30banfg / bat 
get jelbe berbupïenbe/be ieeben ban 3Ön Itagaam 
afbielen/ én afeoo ellenbfggeflojben 3önbe befiufc* 
hen begtaben telenen. - 9[n 't 3|aat 477. 



AANMERKING. 



A 



£300 betbotaeng in omtrent 1000 gaten 3eet 
toepnig IKatttlami met namen toojben 
genoeint / 300 fcgpnt bat get niet 300 sttt 

aan 



der Martelaren. 69 

m bertooïgerg / afle toeï aan «Scïjzpbet^ bet ber* 
rfgben ontöjooften fjeeft / al300 meefl alle <£en* 
jen ban berfeïjepbe pïaat3en en berbolger£ ge- 
ïag maften* iCnffcïjen be garen 5- tot 600 toojb 
an ttoaalf Hanbfc^appen of Stoningrpen ge* 
raagt / baat men be regte Cïjziflenen bertaolgbe 
JBI300 toen tet djb al banberfcöepbebalfc&etf&i* 
men bie ingeflopen toaren en mebe betbolgbe 
etoaagt toozb) enittfonberïjepbban een Amoidus , 
lepiétriftenbè bupten ©ari$ ineen 25og/ albaar 
lietö orngtf^agt en ban 5Ü" ©?outo begraben. 3(l£ 
oh ban 40 Cfëifienen / bie geen 25otfjoof b boo: 
aar «Bob toilben erftennen, gn be gaten ban 
tot 7cx) begon be #aug / booz 't Ijoof b bet i^icrli 
jnbe aangenomen / be regte €ij?iflenen te bet- 
loeten en te betboïgen : en toferben in gtaïien/ 
teanftrijft/ «Êngelanö/ 55up$lanb/ enanbete 
Ktoefien / ooft onber be feepbenen / menigte 
Ipifienen berbolgt en omgebjagt gn be garen 
an 700 tot 800 toietben 'er in 't <©often/ bjati 
lahomets Wenaarg/ menigte/ bie tffóifiii$ ïjaar 
*er niet toilben begaaften/ geboob* <#oftïeben 
ï Cïjjiflenen omtrent ïjet gaar 75*0 ban '£ #au£ 
ienaren beelbetboïging/tn3onbei#epbttoeebp3on* 
ere bjienben / toaar ban be eene genoemt toierb 
Jbcrtus van Gallia, Ot beanbere Clement uyt Schot- 
nd , ttoee Steraren. 3&e3e toterben ban ben©aufi 
jo* ben <&e3ant en balfdjen befcïjnlbiger Bpnifa- 
us in Bjanteöft gebannen : be eeefle toierb / om 
it ïjp 3icb tegen be ftoomfe Sterft J öaar öpgelo- 
igfreben en ge&ieften met monb en pm openbaar 
anftantte (te toeten tegen 't betbteben ban 't $m* 
«ttjft/ bet §&*iefieten o*bee/ tegen 't eeren ber af* 
tftiwbene ÜepHgen en Jfteelben / be ©pperïjoof* 
ijftêpö ban ben$ait£/ tflatn Ijet ©ageïiuut en 
$3 " «* 



7o *t Merg van de Historiek 

anbete mf$bntpften meet/ tet boob geftetbett. ?Be 
anbere 30U afé een Ketter / 30a mm meent / jeifê 
intoeertoiï ban ben JtaugZacharias, leebenbigbet* 
fyanbgjn: <tem bat Ciemens , In een &pnobaIe 
betgabeting ïfcïj tegeng Bonifccius begeetbe te 
betantfooojben ; bie 't boft boo? ïjfelb / dat men 
met geen betöannen Itettet benttogttefp^eeften/of 
fjnn ecgen u éinM)oo?tietoetegetaen/ 3ulfigbatCi*- 
mcns ïjtet in Jöiée te leut geftelb / Bonifecius met 
be pen öeffceeb- <©nbet een Thefian , een^Efeboï* 
magtigöen ban Mady , Honing bet IBtabietg (on- 
te tofen fn 't «fcoften / in 't $|aaF78o / beel 4LW* 
ftenen / tasonbet&epb jèlaben/fneubelben) toiecben 
emige©?ouUim/ betoeföeftp tot afbaï met gtoot 
getoelb aanpootte / na beeuxgmenten in toonbet* 
ujte ftanbbafitgtepb met bupjjettb fTagen tet boob 
gegeefHt gn 't gaat 818 / #n be Cö?iflmm in 
f&enematften onbfct een bloêbgietigen Itoning/ 
Regnqrus nenaamt / fcï>riftftrip betbolgt ; bie na 
bed tajeewjepb tegen be Cï$ftmen bebjebenteïjeö* 
ben/ban Heiu,»oningbet9S|itten/i^ obettoon* 
nen en ben dimmen in een $oel ten p?op boogje* 
fcrojpen. ZQn 2fton/ We na ï>em in 't ^|aat 842 
bolgbe/ boo? een ttfb een CöjWlen^ttóe / maat 
baat na $epben£ ftonfng' en Wgoten-bienaat / 
toa^mebe een Cprnn tegen be<Cö?i(ïenen. gn't 
jeïbe ^aat brfetben boojjBeöed©#n&rfJft be4H»i* 
tienen betboïgk Jpn 't gaat 8jp toietbenöe Sur- 
ften niet alleen lëeeflet ban beel «tëpïanben in be 
J9&ibbelant£*3ee / maat bjortgen $üf$ tot Mep in 
&panjt : en baat Honing tot «ttybuba #n «of 
ijoubenbe/ gaf ben «ïfeifhnen bjpöepb om te &tp* 
ben toonen; ten epnbe!jpïjaattemettotbm#ob$^ 
Wenfi ban Mahometh moot treftften ; alleen betaal 
S|P batyfpat £?opöeet Mahometh en ?ön toetten/ 

nocè 



der Martelaren. ji 

noeg tegen fp?efeen/ nocg lafieten/ en niet in gaat 
ïterften tomen 3ouben. IfèaaralsoobeCgjiftenen 
gare Confcfentie berflonben re aapten / bleien gier 
ober Jjaatf ftlacgten / 5gnbe fomnjb? öooz gaar 
afgebafie Roderen / ja ©iflcgoppen 3eïfg aan- 
Bmlaagt / bie om begunft bet &ara3gne / in een 
opett&aar ConfUumi&toeeröen/ battergeenjjBar* 
tetaftti Waren / Me om de qupting tan gaar ge- 
briflfc tet boob gebpcgt toteben. »*r bdoj te 
betbbïgerjï te meer geftgft / en bed £g*tftenen 
gtboobtoietbeh/ en onbet att&tte toaflerioh 

J O H A N N E S, 

E€tt onipteeAtocgtooomftocminan/ bieboo? 
balfcge getnpgen / aan ben «rijter toegrns 
befirótitm en taftering tegmMahomctöelne- 
bentetufiben/ totob aange&Iaagt ; maar bete 
\mj5cn om gem terboobtefcengennietgenoegjaam 
geoojbeeft jftnbe j brferb gp bertoe3en om boo? 
ftrenge geefleïing gem ter berja&ing ban Chriftus 
3ön ||eer te perffen : maar bese oimo3ele riep met 
onfcgulb ban 3gnbefegulbigingen : Ik zal den Chri- 

lyken Godsdienft totter dood niet verlaten, ©e 

Regtet bbo? 3«n betoning batt boïfïanbiggtpb ber* 
gromt/ beeb gem met 5-00 ffagen geeffeïen/ batgp 
booj boob ter aarbett biel : maar toeberom toat 
abem fegeppenbe fteïbai3e gem berfteert op eenrn 
«Ê5eï/ ttietuptrorafngbooïbegdbeele^tab; bu£ 
ytf men met be faferaarff en befpottetg ban on3m 
f&WÏ ^i en <Cobjjgbienfr ganbrim. I^ptotetbtoe^ 
oeróm in be getoangenijf met 3toare ketenen geboept/ 
&ocg3^epnbe$onbetatb/ 

<e 4 Ni- 



7% \ Merg van ee Historiën. 

NIMILO enhaarZufter ALODIA 

TJBce Cö?iflelfjfte Itëaagben/ 3tjn in te&tab 
<©fea in Spanje / in 't Haat 8 ƒ i / toet bm 
3toaatbe ontïjalfi. 3£«e ©ocïjtei# toaten 
ban een Cutftfen ©abet / pi ïjabben (ïjoetoel 
meefï met ben naam) een Cü?tffen Ifêoebet ; De 
fcelïte boo? be tbjeebemaaï een &atafi}n gettoutot 
ïjeööenbe / ftonbm öe3* fcinbew 6p ïjaat &tief- 
baber ïjaat geloof niet beïeeben / gingen baatom 
öp een bjome Cfoiftenbjonto/ 3Önöeïjaat|Boepe/ 
betoelfte ïjaat oo&bo?betinbmCfj?ffiripm<0ob^ 
bfenft onbertueetf / intoonen; maat öoo? npbig* 
ïjepb ïjaafï tierfpieö / aangeftlaagt / en boo? ben 
Klegter gefyacöt 3#nbe / bfe ïjaat om Jezus te toet* 
saften beloften ban gaben en tteffelö&e ï|outoeftfc 
ften I anbetg alberfep tormenten en ten laatfteti 
Öet jtoaatb boojflelbe ; anttooozben $p / boo? 
<ffiob# ge?fi gefier&t 3#nbe /een fcooj bepbe bm 
föegtet albUj? : ó Regter ! hoe komt dat gy ons ge- 
bied van de ware Godzaligheyd af te keeren ? terv 
wyl ons Gfod te kennen heeft gegeven datter niq- 
jnand ter wereld ryker en is als Jezus Chriftus onze 
Zaligmaker, en dat 'ér niet gelukzaliger en is als het 
Chriftelyk geloof, door het welke de Kegtvaardigen 
leev^n. Waar door ook de Heyligen Konihkry- 
ken overwonnen hebben : want buy tën Chriftus en 
is geen leeyen en buyten zyn kennifl? en is oofc 
niet als dé eeuwige dood , met hem te wonen eu 
in hem tè leven is onze eenige en ware trooft; 
m^ar van hem te wykèn is de eeuwige verderffénïs, 
van wfens gêmeenfchap wy ons zelven, zoo lang? 
wy in dit leven zyn, geérifcins zullen laten affchey- 
• den ; 



i 



de r Martelaren. 73 

den: want wy ome reynigheyd of jonge jeugd hem 
te bewaren gegeven en betrout hebbende , verho- 
pen dat wy t'eenigen tyd hem tot een Bruyd zullen 
weezen: want het profyt van de vergankelyk e goe- 
deren dezer wereld , daar mede gy ons gemeent 
hebt te verlokken , achten wy voor drek en Ichade, 
op dat wy Chriftus winnen. En om dat wy we- 
ten dat alles, wat onder de Sonne is, ydelheyd is , 
buyten Chriftus, en het ware Geloof in hem. Wy 
worden ook niet beroert door dedreygementender 
öraffen , dewyl wy weten dat de tormenten maar 
een kleynen tyd duuren, ja, den dood zelve, dien 
gy, als tot een laatfte fchrik, ons voorgeftekhebt, 
verlangen wy dies te meer ; om dat wy weten dat 
wy daar door ponder uytftel na den Hemel tot 
Chriftus qnzen Bruydegom trekken , om aldaar 
onaffcheydelyk van hem omhelft te worden door 
zyn Liefde. (%z bergeefg öefWbe men ïjaar elft 
bP3onbet 6p een Cutftfe bjouto / om ban Deseltoe 
onbettoesm te tooien : en alle gdegent&epb ban 
met malftanberen of met anbece€ljzitïenentefp?ce^ 
hm ïjaar afgefneben 3ijnbe öleben 3P tottet Dooö 
f oe boïfïanbig- 

A U R E A, 

Z lifter ban ben gemelben Johannes , een edele 
Sortftbjouto / upt De f&obtntie ban JMW* 
brfetben in 't giaar 80 / tot Cmbuba ber* 
raben en tot ben iftegter ge&jacïjt / We gaar bïoet- 
bertoant sönbe / Daar booz alle mibbelen tot be 
betsafting ban imi Cfcifleïgften <<&obgbfenft be* 
tooog. Aurea öerouto / ïjeöbenbenbe ging / om 
tegen meerbei: ftójb berfterftt toojben/ bagelö^ in 
€ s be 



74 't Merg van de Histor: 
te ® etgaberingen ter «Betotógen* H 
toeterom aangeftiaagt / en gebangei 
Regter gebjarifjt ; Me ïjaar al? boom 
tod) 5P nu meertet / al£ in Hen eerffc 
aefietftt #nte / anttaoojte ben öegtet 
Oig : Ik ben nooyt van Chriftus , myn 
fcheyden. Ik en heb nooyt den God 
ware Godzaligheyd verlaten. Ik en h 
oogcnblik uwe heylloozen Godsdienft 
gen ; alhoewel ik wel eer met myn 
Chriftus fcheen afgevallen te zyn , 200 
tans myn harte verre vandaar; maar ik! 
vertrouwen op myn Heere Jezus Ghr 
myn verflagene Confcientie wederoc 
heeft , door zyn trooftelyke beloften , 
wie in my gelooft , al ware hy dood , 
ven. Hoewel ik dan met woorden 
der verlocheningen gelopen was , zoo 
taus myn hert gefterkt door de kracht < 
want zoo haaft als ik van u uytgegaan 
ik met hart en gemoed het geloof hehc 
ik van kindsbeen aan geoeffent hebbe , 
iteertcr dan nu niet anders , dan dat 
zwaarde geregt worde , ofte dat gy 
vryclyk myn Heere Chriftus te diener 
toietD3* bolgeng ft onlng£ tebel / met i 
te onttjalfl / aan een «Mg met een II 
aan öe boeten opgehangen en boojt£ 
gelua?pm. 



per Martelaren. jj> 

JO HANNES ERIGENA, 

E€n ^tfjot/ bermaatb 6p b?ienben en bpan* 
tot booj een«ptnemenötDrifp?eftnib/öeuat^ 
3aam en geterb |Ban ; We op begeme ban 
tol Soon jfe£ J!tegi3et£ Lud ovicus (genoemtCa- 
roias) een tfbeejetttng en uptfegging fdjzeef / ober 
be2&oeftmbanDioniiïus Areopagka/ enfjetCrac- 
taat ï|icram)ia/ met 300 trefftfpfte geleerrtjepb / 
tot een Anaf&fius, ber30iger ban be&oefe-ftamer/ 
öe ©oo?rebm baar ober maftehfce/ bain ï>em bug 

gettipflbe: Dat het ie verwonderen was, hoe een 
tfarbaar (200 noemt hyhem) die in deuyteröeeyn- 
den der wereld (verftaat Schotland) t'huis behoorde, 
zulke hoogë 'dingen met zyn vejftand begrypen kon- 
de : biaar tob; gpooftgetoaarttgttoierö/ omfter* 
toz te 3t)n ban 't $ooge <§>cljooï tot f&aryö. ^P 
fcö?eef eenj&oefe ban 't^mift-offerbeg^/abont* 
ïnaaï^/taaarmrjubegrobebbjalingenberaootttó- 
genden in 't ftuft ber <€rartéfubftandatie/ en bcr 
KlWffe/ftragögtoebedep; 3önbebaarombanfom* 
migen toet bemint/ maar egter ban bc bpanben 
fcgpfiffiriftEi gebaat/ berliet ïjp om We reben niet al* 
ïeen *t ©oojje-fcftool / maar teffeng ooft gefjeel 
©zanftrffe/ en ging tot jjBilbnm in<£ngelanb3irfj 
nebecsettmAgenerenbe 3icïj albaat met öet onöee* 
toö3m twaeugb. ©acö eettige blaren baar 3Ön 
beröïöf göfjab öe&benbe/ hrierb öp toojntjbigeop 
ruptag/ of öe&ulp ber ifcaimf&en/ ban 3ön 
^r^ocrf'Wertenimtaïberïiaiibe ^djoolgereetfdjap 
elenWg omgrtjagt 2ln 't gaar 884. 



PE, 



*t Merg van de Historiën 




Télitftuj 13 Jaren Oud SekrMefy&tftdrtrt* tê 



P E L A G I U S. 

T<£r gefegentfjepb bat In 't !3|aar 92? / tot 
Cojtoiba/ ban Den to?eöen betboïger Hab- 
derrhagman , een Ermoïgus, (naat 30mmf* 

oer mening 2Nffeöop albaar) gebangen toa£/ 300 
net tiese om b?p te geraken/ 3ftn onno3el 10 giart* 
ge teefje tot onöerpanb in 3ön plaatg 3etten; bit/ 
om toat reben $ onbeftent / in meer ban b?te bla- 
ten niet getofi toietö : 3Ön ttjö onbettnflen naarfHg 
öeffefcenöe in €ft?i(lelpe oëffening/ soobanta bat 
ÖP tuffen bertien en beertien 3|aren onb 3Ünbe/ 
boor öen ftanfng een treffelijke belijbenig öeeö / 
baar bu boegenbe berepö te 3Ön om in be3elbe te 
fietben- «©e Sioning ïjem met fcftoone af£ ooft 
frfjanbritjte beloften onbergaanbe / fïoeg Peiagius 
bi{ met groote bolfianbtgöepb af ; brillenbe ïirtier 

boo? 



der Martelaren. 77 

boot beit naam ban Cïjjtfhig ïijben aïg 2W en 
ïigöaainfefinetten/ 3eggenbe: Ik ben een Chris- 
ten, en wil Chriftus geboden alle de dagen myns 
levens gehoorzaam zyn. 3&e ftoning gier bOO? 
Vertoont liet ïjem ban 3i)n<€rantoanten metp3ete 
Cangen Dobdöft nijpen/ om ïjem met bitbjeese* 
ÏI* ïftben 3Ün 8|eet te boen ber3aften: Iteaar ïjp 
nog febenbig en eben fiantbafttg/ bab niet opge* 
ijebene fjanben / 3eggenbe : 6 Heere verlos my 
uyt de handen myner vyanden ! be SSeulj? tufttm 
bod^ lafl beé Sioningé 3ijn armen ban maïftan* 
ber/én ïjteutoen be3eföm/metï)aar3toaarben/ben 
een naat: ben atiber af; tebeh£ 006 bepbe3Önbee* 
tien/ en ten laafïen ontïjoofb 3#nbe/ toietben be 
fïuftften in öe Köbier getoojpen, 

AANMERKING. 

AÏ300 in omtrent 600 agter een bölgenbe 3[a* 
ren toepnf g aanmerftelö&g gebonben too?b/ 
300 3iiïïen top ter loopg eenige plaat3en / 
jperfonen en fcen tijb/ toaar in 3P geleden öebbert/ 
aanhalen. 

gn 't Saar 629/ 3fjn beeï €ö*ifïenert in ©ette* 
marften boo* bm honing entójeeben tpran Worm 
genaamt/ omgebiagt 650^1 in jèïabonienseer 
beel CbJiflenen grontoettjft gemartelt / booj een 
Jèorfl Udo genaamb. 3|n 't gaar 984/ 3Ön be 
Cï>?f tienen in 25?anbenbmgerlanb J hamburg/ 
^abelburg/ (te ellendig berteuftt. 3fn 't gaar 
1022. gjjrt tot <©?lean£ in ©janftrijft/ beerrten 
©erfonen / boo? be ©ienaarjS ban bm #au£ (om 
bat3e ban öet geboelen ber Ulbigenferg toaren/ en 
qualijft gefpjoften öabben ban be &ran£fubftan* 

tiatie 



?8 *t Merg van de Historie^ 

tiatie en iRifTe/ 6e toe6etta?aaït/ 't €etata>eeten/ 
<©ojbiegte/'t aanroepene der afaeflojtani ^epliaeti/ 
en get ©agtfbuur bertafetpen) febeitóig berojanö ; 
om dat öese fianttrafHg ï>aar geboelen oeleöen/ge* 
lafte bc ftonlng öiipten be £tab een groot buut/ 
om ïjaar af te fcïfêtftften/ aan te {eggen; maa*3P 
iQ 't tegenberi fpja&eti: datfe met allen daar n* 
verlangden en haar zelfs in de handen der genen i 
die haar in 't viervouden werpeu, aanboden. iosi % 

tarferöen emigrCSjlfienen te<6ofïartoan 6#§&aug 
6ienaarg alg &etter£ geftangen : omöatfeöefcoom* 
ffcöpgrioblgöebmbertoietpen* 1067/ toiefcöenttoee 
tyome €ö?iffenen / 6e eene een leeraar in $ooj* 
toegen/ en 6e anbere in Siueben/ geboob- 1079/ 
toierö eett «©iaften tot SBngierg genaamt Berenga- 
garius (baat ban 300 menigte ban 5#n ,$aam in 
bed Uanben gebioont ïjeöben en ellendig betboïgt 
3tjn) na eentoe malen afgetoalïen te 3ön / ban 6e£ 

faug £onfilium/al£ een ïietter beröoemt 5|n 't 
aar 113S I toietöen eenige #erfonen tot Crier 
a$ ooft tot Wptregt lebenbig berbjanb* 1145- / 
<êm ©oo;Jee3er tot 25rij:ien al£ ooft eene Petrus 
Brufïus in ©janftröft berïganö en toeeïanöerenom* 
gebjagt 1 1 ss I Cenige ïanblieöen tot <€ouïou3e 
geöooö. 1 161 / Zijn omtrent bertig jfèannen en 
©?outoen tot «©tfbjt in Cngdahöboojfjaaröoof* 
ben gebjanömetftt en in groote ftoube ter $ta6 
uptgegeeffelt ; en 3on6er eenige bannfjertigöepb 
met (jet bloote boben Höf/ ban ftoube en ongeirntó^ 
ften ellenbig oingeftomen. 1 163 / Zijn agt Ulan* 
nen en ttoee ©zoutoen lebenbig tot Steulen ber* 
bjanb. 1182/ gijn menigte Cffêifïenen in ©?anft= 
rijft <£ngelanö en ©laanöeren toerözanö. 1183 / 
Binben top een groote beure geopent om 6e CÖ?f* 
tienen gtoutoeftjft te berbolgen ; Detoijl ban 6e 



de&Mahtelaren. 79 

le^a^dp gebfeö/ tmcrbm uptgegeben aféoofc 
oitöogoeftetg uptgejonten om te Cljiifienen teber* 
botgen- 't^tettoonöetoi^toaacöig/ toatmagt 
en goag De §jtai3en haar sïben toegeepgent ijete 
ben; tgemtup omleeg inet cm Weim fiaaltje 
sullen tonen. W in 't gaar 1198 / innocei.tias 
He tertie $au£ $ g*too?ten / betfjantetoe ïjp in 
5Ön Confectatfe fte tooo^en Johaunes Gap. 3. 
vers 29. Die de Bruyd heeft is de Bruydegom , en* 
de de vriend desJ3raydegoms , die Öaat , en hem 
hoort verblyt hem, 4 om des Bruydegoms (temme, 
&c. $aflmöe tejen obet$eetlijften fiaatbanChrif* 
tas op gein sdten/ en trien ban Johannes op 3#ti 
Cattfnafen/ 3lar£WcÖoppen ai 25iffeöoppen / 
Öaat alÖl$ aanfp;e6enbe: ben ik niet de Bruyde- 
gom , en elk een van u een Vriend des Bruydegoms ? 
ja ik dog, ik ben de Bruydegom, want ik heb die 
edele ryke en hoogverhevene, ja die eerbare zuy- 
vere gratieufe , «n heylige Roomfe Kerke tot mya 
Bruyd , dewelkedoorGodes ordonnantie, de Moe- 
der aller Geloovigen en de Opper meefteres is , over 
alle Kerken. Defe is wyzer als Sara, voorfigtiger 
als Rebecca, vrugtbaarder als Lea, aangenamer 
dan Rachel , devoter dan Anna , fuyverder dan 
Sufanna , kloekmoediger dan Judith , fchoonder 
dan Edeflèa. VeeleDogteren hebben groote Ryk- 
dommen vergadert ntaar defe alleen heeftie alle 
overtroffen, met deze hebbe ik my Sacramentlyk 
vertrout, deze Bruyd én is niet ledig aan my ge- 
trout; maar heeft my haat koftelyke Bruyds gaven 
gegeven, te weten, de volneyd der geeftelykeen 
tydelyke magt. 
ïaatmi#m^3tmljoeöpbe5ribeinagtoohae- 

öjup&t/ fdfcöbenbe aan ten 38att£-»fl%op ban 

Aux- 



.ijo *t Merg van de Historiën 
Auxtitana albu$: Wy begeeren datgy enuweMe- 
de-Biffchoppen, door uw voorfichtigheyd de$ te 
kragtiger zult voor zyn , tegens defe Sekte (bet* 
fiaanbe öet geboefen bet 3©albenfen m^Mbigewen; 
in em boojgaanbe §Macftaat ban $au£ Lucius 
tot toetten/ totetben nog anb*e meet genoemt a$ 
Catharos patrinis humiliatos anmt.ban 3Üon£ 
paflaginos Jofephinos Arnaldiftos betttOOftenbege* 
lObige ÜOlmaahte (|C;) Ea dezelve des te heftiger 
zult wederftaan , zoo veel te meer als het te vree- 
zen is, dat het gezonde deel des Lighaams, van het 
zieke zou mogen na hem getrokken worden ; op 
dat door zoodanige befmettingen , dewelke- allen s- 
kens gelyk een kanker voortkruypen , de gemoe- 
deren der gelovigen , 300 noemt ÖP be föOOttlfen/ 
door een bederving niet befmet en worden. 

Derhalven laten wy uw broederlyke liefde toe, 
en belaften u wel fterkelyk door deezen Apoftoli- 
fchen brief ^ dat gy uw uyterfte befte doet, om al- 
le ketteryen uyt te roeyen; en die gene, die daar 
at befmet zyn , ofte met haar eenige gemeenfchap 
hebben, ofte van dewelke openbaar nadenken is, 
datze gemeenzamelyk met haar omgaan , niet al- 
leen alle rigeur van Kerkelyke tugt zonder verhin^ 
dering van appel gcbruykt ; maar ook des nood 
zynde dat gy dezelve door de kragt van 't Mate- 
.rïale zwaard , door de Prinfen ofte het volk doet 

bedwingen ofte ftraffen. «aneenboojgaanbef&laft- 
ïtaatban benftoning ban Ulttagon/ totetb aan 
een pgettjft bjpïjepb gegeben / om be Cïjjiflenen 
öjie bagen na öet betbob / te betoepen en fcftanbe* 
lijft te mi$)anbelen. 3£e bjugten ban be5e en an* 
b?e |&lacftaten/ fuWentoe ïjaafi ben 3tee3et tonen. 
in 't 5Baat 1210/ totetben et ïmpten 't €afleelban 
j&tnetba 140 betbtanb* 5&e $an v é ban Jöomen 

Het 



der Martelaren. 8r 

liet emoptogtaftonWgen/ in betaelïie taergebing 
tam santen en eeutoige 3aïi^epöödootttotetó/We 
Öem tod 50ute mtpten om oöeral 6e TMblgenfetjg 
met nuugten en fyanöen om te foengen. ^ese 
140 genoemte toaren IBannen en ©joutoen poet 
in een öp5ontet ftupg ö? ten anderen beegatert. 

^e JJJanhm anttoOOjbm/ wy begeeren ons geloof 
niet te verlaten: wy verwerpen u lieder Rooms- 
geloof*;- gy doet al verloren moeyte ; want nog 
dood , nog leven en zal ons doen afwyken van 

ons Getoot: ©e ©joiitami toietten aboo Moeft* 
moetrtg bebonten a$ te Ifêannen/ be&alben ö?ie/ 
trte upt bjeeg boa* 't buut aftafelen, ^n 't gaat 
1211 / jijn 60 €&ffïenen met Den naambanlwtrt* 
genfettf beröjanö- 3|n 't 3dbe g|aar 3üntet ohter 
aen 3eitaen naam / tot Cafleg 100 lebenbig bet* 
faanD. g|n 't jeltae 3|aat 3önöer taooj te 3eftie 
fhraffe/ tot Idbuet 400 gefneubelt ; een tot Conöé/ 
taiet-m-rurtmig 3©a!ten3m tot Straatsburg/ np 
gen-en-becttg tot 2Mngen en agrien tot JBetp bet* 
tajanö. 




iCot 



8a 't Merg van de Historiek ... . 




~jycJ$&schuL£i&dc £*n 



€m $ 5onbet ontroering tiej$ grnioebg niet tt 
taiften of te teen / öoe gtoote en fc&iftftriö&e 
betbolgingen / be bzomen negentien blaten gele* 
ben jjeböen / in ï|oogbupt£Ianb/ boo? een aange* 
fldben ^Jnquifïteuc ban gemdbeft Innocentius 
ten ©ecöen / een 3(acobpnet HSonnift/ genaamt 
Contabuö tuin Iteatbutg / We 3#n lafi met 300 
gtoote tojeetfjepb upt boetbe / bat een ongelofe* 
lijft getal gdoblgen/ in gemelben tffb booi buut en 
5toaatb 3ön omgebjoeïjt |Benonbet3ogtbeCb?i* 
(lenen ja 3elf£ tori onno3den (biebolgeng'tttoom* 
3e geboden geen Stettet£ toaten) met een onge* 
ïjoojoe tojeeboepb ; te toeten / men gaf öaat een 
gloepenb ^a in be ïjanb / inbien be lijbet baat 
bom gequetd toietb / bat 6p na noopt anbetg ge- 
öeutbe / 300 toietb ï)P afê eeti ïtettet ten buute 
toetoojbeelt* ö «Btoutodgfce Sententie ! tn bat 

be* 



der Martelaren. 83 

beöm imcft Be $?tefier$ op een pfegtelpe en ftepH* 
ge topje : grip top (öoetori foipten on£ oogmerk / 
Dat De ftojtjjepD beboete) met tonnen nalaten 
ten %ttyt me&e te Deden 't geen m j&DerlanD 
ge&eurD # / 500 al# 't on? ban Den jJeDerlanDsen 
»flo^fdteöttec/ Markus Boxhorn, jn5Üncerfte 
»or& / grtptftt tot lepten in 't %wt 16^/ pa 
gin* 23 aIDu£ tg nagelaten. 

Als dan «Teen of (fander aangeklaagt zynde van 
een tegenzin tegen de Roomfe Leere te hebben , 
uyt fchrik van een wreden dood zulks ontkende, 
zoo wierd de befchuldigde gcleverc in de handen 
en bewaring van een Priefter , die de waarheyd 
zoude onderzoeken ; deze brachten t'famen , voor 
het doen van deproevc,gemeenlykgenoemtordal, 
quanfuys drie dagen over met vatten en bidden; 
dit gedaan zynde gingen zy t'famen na de Kerk , 
alwaar de Priefter in zyn geeftelyk gewaad , zich 
(lelde voor den Altaar , en leyde daar op cen Ikük 
Yzers, voor eerft zingende het lied van de drie Jon- 
gelingen in den gloeyenden Oven : looft den Hcerc 
alle zyn werken &c. en daar na fprekende een ze- 
gen over den Altaar en het vuur , daar men het 
Yzer inleggen zoude. Het Yzer dan op de kolen 
glimmende , wierd meermaal befproeyt met Wy- 
water , en ondertuffchen de Miflè gedaan ; als nu 
ook de Priefter het Ouweltje in de hand nam, be- 
zwoer hy den bcfchuldigden , biddende ondcrwy- 
len God (quanfuys) dat hy doch door zyne Regt* 
vaardigheyd , de waarheyd van de zaak wilde ont- 
dekken, onder andere met deze woorden : 

Heere God , wy bidden u dat gy in dezen uwen 

Dienftknegt , ons wilt klaarlyk 'doen blyken de 

waarheyd , gy 6 God ! die door 't vuur groote en 

wonder lyke tekenen , eertyds onder uw Volk ge- 

f x daan 



84 't Merg van de Historiën 
daan hebt ; gy die Abraham uwen Zoone verlof! 
hebt van het vuur der Chaldeen , door het welke 
f eele ten verderve zyn gekomen. Gy die Loth uwen 
Dienftknegt bewaart hebt, als door uw vuur Sodo- 
ma en Gomorra regtvaardiglyk in de aiïche geleyd 
wierden ; gy die in het zenden des Heyligen Gee- 
ftes door het ligt van vuurige en vlammige Tongen 
de gelovigen en ongelovigen van malkander hebt ge- 
fcheyden , doe ons die genade in het doen van de- 
ze preuve, dat wy door het gloeyend vuur, totreg- 
te uytvinding der waarheyd mogen geraken. In- 
dien deze uwe Dienftknegt , die thans op de preu* 
ve geftelt word, fchuldig is, zoo laat zyn hand ge- 
zengt en door het vuur gebrand worden ; maar in 
tegendeel zoo hy ontfchuldig is, laat hem door het 
vuur niet bezeert worden. Heere God, wien alle 
geheymeniflen, hoe verbolgen die ook mogen we- 
zen , bekend zyn , voldoe door uwe goedheyd de 
verwagting van ons vertouwen en geloof in het 
doen van deze onderzoeking , op dat de onnozele 
vrygefproken , en de fchuldige ontdekt en gèftraft 
mag worden, ©ft jjeöeö/ na 't betfjaal bah Box- 
hom, aldus by den Priefter gedaan zynde, zoo be- 
fproeyde hy wederom het gloeyende Yzer met Wy- 
water, en fprak daar over dezen zegen : De zegen 
van God den Vader, God den Zoon, en God den 
Heyligen Geeft , dale neder op dit Yzer , op dat 
wy daar door tot het uy tfpreken van een eoed regt 
mogen geraken. Dit gezegt hebbende, gaf men den 
befchuldigden het vlammende Yzer in de bloote 
hand, die het negen voetftappen ver gehouden was 
te dragen: daar na wierd de hand door den Priefter 
digt bewonden en bezegelt tot den tyd van drie da- 
gen , als wanneer men de hand befchoude. Indien 
zy dan bezeert was , zoo oordeelde men den be- 

fchuldrgdea 



dei Martelaren. £j- 

fchuldrgden lcboldig te wezen ; indxxi izx2en , 100 
wferd hy vrygeQvoken. Wit flUMrtu d t net ski 
jfip 5u ftf fcftrfggtffie fra ri tt dn qn i fr«rofta<c> 
fliitor onta3QdUKn tetb mm mer 5Ktenö tpst 
toattt / tomen te franb tor te cflröoogmart 
infteften 3ontetbée te fazanten, ofmoitoasfcijnibig. 
38Ijf ooft fn een ftibtet of gtagt ' toefe toaettr Hf 
P?iefiet/ mete on öcgttr 35ttbf tejftuoex mr af~ 
grp3elgitrto002ten; toaar op 1 tejmffiate gr naafct 
wat in toietb gefratten 01 moeft 3m&cn of tmccD 
met ftet buut jjeftrafL 

3&aat toietten ooft nodt) tod jagtxt iiftbbtlui 
insonberffenb in j&tetlanb grijiunht - tr toatm 
met een <&b tr tan/ toeUt nnMd ooftboo? dr 
«Sefotógm a nm og dijh toaé om örn ban fttaffr tr 
tebjepten; toantmm b^ baar fptts uto #aam 
toaatutogebooite plaat*/ toietfto&ater fjoeöd^ 
tnaafë ïjeöt gp bet Zfcfjaam ban C&iftus ontfam 
gen? frebt gp öoftbp 0113e J)uefieré gctwgt? fjebt 
gp gaat ooft uto Itetteré-gtboelen bdeten > fjoe 
btftmaafë / op toat plaats / in toat Ijups / nvt 
toat godfc&ap te$ baagé of 'énagté/ fjêörgputo 
Xeeraten fpoten mebfften ? toat ;epten3e ban tjrt 
©agrtmur> &oe biïtmaalé Wö gp beé baagé booi 
te Ztöm ban uto <&uberê / Bneriten en JBd* 
boentet$ ? ïjoe bed jfêiflen t>e&r gpboo? daarlaten 
tan ? bot bed bagen Ijebt gp boo? fjaar gebaft* 
ftunt gp tod Ijet 31be JÉaria > 3cgt fjet op : <&u 
looft gp tod bat te &epUgen ban on5e eflenbigfte* 
^\\ ftemri£ ïjebbe ï en bat» baacoin nut mebdt}* 
ben obet on$ ontffefem 3tpt / en boo? on£ bibten? 
ftunt gp tod eeltige «Pebeben aan fjaar Kom? toat 
geboelt gp ban get aanbibten ban fjet fjepltge 
ïmttó / £agden 1 ©oojmfttoone / lande / en 
Stelten ter |fepÖgm> hebt gputodfefmoeptmet 
# 3 3©p- 



86 't Merg van de Historiën 
a©p-toatet? öebt gp tod getopbe Staarflen in utoe 
fyipyn i eti meenigte 3nlftc en bicrgelijhe Dingen» 
(tm laatften toilt gp toel ban ganfcïjet ïjarten 
affïanD Doen ban utoe Dolingen / en u affrijepöen 
ban De Stetterg / en geen gemeenfcïjap boojtaan 
met ïjaat ïjouDen ? 3toeett Dan. ©e €eb ïjielb 
Dit in : Datse öaat «Bob /öaat 25tfltöop en $eeten / 
3onöer emigeba$öepD3tooeren/ geen gemeenfcïjap 
te öebben/ met 3ulften a$ 3P ban uptDjufeten/ ($c. 
Ifyitt mofi men ïüf of Etelelaten/ éntoietbenDaat 
öoo* uieenigen om 't leebengebjacïjt/ gelij&'etDan 
80 tot Straatsburg/ betfcïjepDen tot 28>o ?rtcu£/ bee* 
ïen in^upt^IanD/ i9totCöoutou3e/ 224omttent 
öe3dbe £tab : 3n #?antefjft totert>en3emetgroote 
ïjoopen 6eneffen£ alle bese genoemde betfyanD; 




' Jï&Zrériïj mtt m*7t 2$vui£& xgf IfO tf*J&&t> 



"W^* gaai: 1308 \$ un %tmm (rótóamt 
Duiceinus, fjebferiot ïjrt jptowfen ter $Bmmsm) 

met 



der. Martelaren. 87 

mt 3hn ï|up£b?auto op be ©ergenban ïom&ar* 
öpm/ bom oztae ban tien paué Clemené benbpf* 
ten / eerfi tornt ïiö tot lUb afgefnebeh m ber* 
fcöettrb / en baar na met 140 jgner |Bebe-25ïoe* 
beren / lebenbtg bertaanb. 131^ gtjnber tot ïtre* 
ma in <©oftenrp / een groote meemgre met besel^ 
be/ en booj besefbe ftraffe omgeftomen. 3n 't sei- 
be gaar 3#nbertot £tter fn >0oftamjft / 5&r beef 
ban ben selben j&aam gemartrit. ©aar 5ijninbe~ 
3elbe &tabin een fcloofter brie groote 23oeftenmet 
&doofê-®elt)bentfren en Craminarien / Uan be 
afgetaeftenen ban be 0001115e ïtetk gebonben : ook 
3ijnber in ben3elben tijb een groote mrenigre tot 
^uibenfco fti jpolen berfnanb. 131-- ^ynber bier 
jpranc^taner iBenttfftften / tot |Rarfn!je om 
baöe gaar met be 3foneii ban ïiono bereenigben/ 
en öet föiangeHum 5npber ïogten te beïeeben ' (e- 
beriWg berfcanb. 1319. IDierben be 3Baiöni5cn 
in ©zartto^ft ban ben#airê Johannes frfjjiftfteltjfc 
berbertgt 1330. ©erbolgbe men in 25oljcmen en 
f&crfen be$geip& 1365-. ©002 Urbanus ben 5es 
Sm fn ©?anftrgfc 1373, gn ©laanbrren. 139c 
wierben *er tot Singen 36 om't<0efoof berfoanb . 
<Jn 't jelbe gaar 3önber aan be JBaltieflc Ztt l 
in 't Ünb ban ber jjBarft en $omeren 443 3Dal ; 
betijen / $toaarttjït geptjnigt en geboob. 5fn 't 
gjaar 1401 ifler in tfngelanb een ïMarfcaat tegentf 
b'tdnroomjen of <£uangc!i3en nprgegaan ' b?ar.r 
op be ©erbolgmg bolgbe / en toierben baar boo? 
eene Willem Torpc en Swinderby , tot Hotlbm 

bertoanb. 1417. gg een <Ö$obb?ee3enbe ©?outo / 
genaamt Catarvna van Thou , gebooztig bah Hot* 
termgen tot Jtt'ontpelier in ©janhrijft/ om 't 43e* 
loof beröjanb / beje beisogt ban be feeeren 23ut* 
gentieefleren / in een Conbent ber jonnen of 
f 4 Mui* 



88 't Merg van de Historiën 

ftl up3enatefTen / opgefïoten te mogen toojbm 5 
't todö gaat betgunt 3gnbe/ toicrö 3p ban een ge* 
tierig ban 15-00 $erfoönen na bet jribe al£ eea 
35?upb gdepb* ©e oo?3aa& giet ban frggnt geen 
anöete getoeeft te 3ön / a$ om ba* «©ëdfegap 
tot Jjettoare<0etoofin4rö?tfïu^teïiefteeren; get 
toem toaarfegpnelijft toojb geoozöeeib gaat toe! 
neluftt te 3tfn / aboo getupgt toojb bat get gegeele 
«looftet na gaat boob met al be jonnen ter 002- 
3aaft ban ben <6ob£bienfi betöjanb i$. g|n 't 
gaat 1421 té tn ©laanbeten een gtoote meenigte 
3&alben3en / om 't «Beloof betfuanb» Sn 't gaat 
142,8 3gn tot Jio:toit3 in «Cngeïanb Willem whi- 
te , afë OOft een ©aber Abraham en Jan Waddon 
(om Dat3e be öpgelobfggeben be£ §9au£bom£ te* 
jjenfpjafien) betbjanb* 1457* 2gn beet tfgzffie* 
nen tot «tëpcgftet in^uptgianbgeboob. i47u<£e* 
ne Stcphanus , oubfte bet 3®alben3en/ tot Jfeeenen 
in «©ofïentgft/ betbjanb. 1492- g$ booj bespan* 
jaatben be Sjnqutfttfe in 't toet& gefMt. 3©eöte 
Snquifitentg of ©abetg ban 't &eplig «©ffirie / 
Me geenen / bie ban be ütoom^e Sterk afbtoaalben / 
aan lijf engoeb fltaften : gaat gebangentflen toa= 
'ten 3eet elïenbig / toaat boo?3* of boo? fmootige 
ïjitte/ of boo? bupfternf£ en bogtiggepb/ alg boo? 
ïtfepngepb / en engte in gonget en marteling be 
BMcgamen aÏ300 betmagëtben / bat nantodijft* 
get bel obet get gebeente Weef. ©e ^Ingoub ban be 
«j&paanfle ©laccaten gaböen in 't fuut be3e %vtp* 
feelen : ©00: eetft ba^e fitengelgft tet boob moe- 
fïen bettoe3eh too?ben / bie anbet£ geloofben aljf 
ö'ingoub bet fioom3e ïeete / of bie 3u!fte 25oeften 
bp gaat gabben/ ja ooft bie be ft etter étjerbergben/ 
en (dien / bie be ©betgepb öelaft biietb aan te ta* 
#en. ^ebetiSoom^CatfjoIijïito^geöoubeneenen/ 

tte 



per Martelaren. 8$r 

btebetbagttoag/ aan te bjengen / en brfetten te 
3uïften op ttoee «tëetupgen/ ter boob bertoe3en/ en 
Öaat 45oeberoi bekeurt betftiaatt ©ieupttoee* 
3e bluste/ toietb fóonbet bat iemanb booj fjem 
mogt fpieften) betoojbeelt; en moefi/ fdfjoon bpaf 
fianb Öeeöe / ebentoel (htben / boef) met be gena* 
te ban boo? 't 2?toaarb in plaaté ban booj ïjet 
©uut gtóoob te toojben en 300 boort» ©aarbooj 
een gtoote menigte op een groutoelijfte tarifóe 
(biaat ban beele niet karnen genoemt toozbm) 
om 't ieeben 3ijn ^agt <©eltjft on£ ban boo; 
eecfl boozfcomen 




*s 



HANS, 



£o 't Merg van de Historiek _ 




HANS KQGH 

E N 

LEONHART MEYSTER, 

T3©ec boojtttffeïpe Jfêannen / ban af ftomfl 
3Baltei3m / We tot llluggburg in 't gaat 
1524 / om be toaarfjeib bté <£uangeïiimtó 
3ijn geöooö, ©00? be5elbe beebenje bepbeeentceffe* 
Rjft <0eöeb / 't toeft top met berftoitmg bug aan* 
Öalen : 6 God ! befchouw , van uwen hoogen 
Troon, de ellende en fmaatheid uwer knegten, 
dewelke niet anders en trachten als om u te ken- 
nen en te dienen : Heere wil ons om onzer zon- 
den wille , die wy alle bedreven hebben , niet 
ftraffen, noch uwe genade onthouden, die wy nu 

(nu 



der Martelaren. gi 

(na de Vyanden uw Woord zoeken te dempen) 
om uwe Eere en onze zaligheid te bevorderen t 
ten hoogften van nooden hebben ; want het woe- 
den van onze Vyanden heeft anders geen oorzaak, 
als dat^wy u, 6 God ! uyt een reyn herte bemin- 
nen , onze hoope en vertrouwen op uwen gekray- 
fien Zoone (lellen , en Vyanden van alle Afgode- 
rye en Godloosheyd zyn : zy doen ons veel lyden 
aan , maar wy weten dat uwe eyge Zoon daar in 
onxe Voorganger geweeft is , die zelve gezegt 
heeft : hebben zy my vervolgt zy zullen u ook ver- 
volgen ; maar verblyd u , want uw loon is groot 
in de Hemelen. Wat kan het lyden ons dan fcha- 
den ? dewyle gy na het zelve , ons de eeuwige 
rufle en zaligheyd toezegt. Heere gy kent benef- 
fcns het lyden ook het kleyn vermogen uwer Kin- 
deren, waarom wy u hartgrondelyk bidden, be- 
fcherm in haar uw eere, en heylig uwen H. Na- 
me : Toon tot fchamens toe , uwe kracht aan die 
geenen , die u lafteren. Ontferm u over uw arme 
Schapen , die van haar rechte Herders ontbloot 
worden, verfterk haar met uwen Geeft, opdatze 
alleen u navolgen. 6 Heere! wil onze Beede gc- 
nadelyk verhooren ; dewyl wy in zoogrootenftryd 
zyn. Verfterk ons met lydzaamheid door Chriftus 
uwen Zoone , onzen Capiteio , en overminnaar 
van alle zyne Vyanden ; gelooft en verheerlykt zy 
zyne Heylige en nooit genoeg volprezene Naam 
Amen. 



AANMERKING. 



o 



Uitrent öe3en tftb/ begonnen öie geenen/ bte 
ten bejaarden ©oop betftonöen / be 4Bze& 
fowmten tot Zutia in Stottjedanb tot 



pi 't Merg van de Historiën 
$ertfeïger$ te ftrpgeti» 't <%$ een toonbet goe 
Sulfteit (toiet ïietft nocfj maat taöf gaten out» 
toag/ en bie 3elf£ nod) onbet De öaat/ en moge* 
lijft /onbet be ©etbolging bet ifloomfc&en flonben/ 
en bie ban gaar mtnbet berfcïjtiben al£ 3p ban be 
Hoomfcften) ceebé bt$t ïtonben bettaotaen. gp ga- 
ben ban in 't Slaat 15-25- een JMaftftaat upt ban 
besm ingdub: Daarom ordonneren wy en willen, 
dat voortaan alle Mannen , Vrouwen , Jongens 
en Maagden, van den Wederdoop afllaan^n den- 
zelven na dezen tyd niet meer gebruyken , en dat 
zy de jonge Kinderen laten doppen ; want wie te- 
gen dit openbaar gebod doen zal , die zal zoo me- 
nigmaal als het gebeurd, om een Mark zilversge- 
flraft worden. En zoo eenige gants ongehoor- 
zaam en wederfpannig daar tegen zyn zullen , zoo 
zal men zwaar met hen handelen : want den ge- 
hoorzamen zullen wy voorftaan , en den onge- 
hoorzamen na zyn verdienden ftraffen , zonder 
hem iets meer te vergeven 7 dat hem een yder daar 

na rechte, ©öf gaar na bejen gaben 3P noclj een 
feïjetpet fMaccaat upt / a$ op 3Ön ptaaté 3al ge* 
toonb toojben* 

F E LI X MANTS, 

Zffrtbe een gtoot ffbetaat btt öefojmatfe 
en $jebiftet beg «Êuangeïimttó / t£ in 't 
gaar ipó tot Sutigin 2toit3erlanb/ in 
't 3©atet betbumften- 3£e obertteffelijfte benua* 
ntwg aan 31J11 <©etoof£genooten nagelaten / 3ullen 

lup ftOlteltjft ïjiet in laffen: Myn Harte verblyd 
foem in Gode, en in mynen Heyland Jefus Chri- 
fius, dewelke my voor myn eynde tot zyn zalig 

Ko- 



x>e& Maatelaren. 93 

lËoningkryk heeft geroepen , my daar toe leyden- 
de met wysheid en blymoedigheid, om hem en al- 
le zyne geboden te beminnen, den oneyndelykea 
' dood t'ontkomen , en met hem de altyddurende 
Vreugde te genieten. Helaas hoe veel bedriegen 
haar zelven , wanende Harders en verkondigers 
des Euangeliums te zyn, en tonen datze door haat 
en vervolging niet alleen valfe Phropheten , maar 
verfcheurende Wolven zyn : Waarom ik myn 
Heere ten hoogden moet pryzen niet alleen om 
de by legging zyner genade en lydzaamheyd, maar 
ook om het uytdrukken van zyns Vaders natuur, 
door zyn algemeene liefde , die dezen valzen Pro* 
pheten contrarie is. 

Hier in vinden wy van haar het onderfcheid dei 
vroomen. Deze zoeken de eere Godes, laten haar 
niet ophouden door tydelyke Goederen ,zy zyn in 
de bewaringe van Chriftus , zy dienen hem (alzoo 
hy niemand en dwingt) gewillig, zy brengen door 
haar waarachtig Geloor , vruchten der bekeering 
voort , zy zyn door liefde van haren Heer , door 
zyn dierbaar Bloed verworven , met zyn H. Geeft 
bekragtigt en waflèn alzoo involmaaktheydinGo- 
de op. Het teken van datze hem behagen is liefde 
en barmhartigheid , zy haten na aart van haren Je- 
fus noit iemand, zy wandelen met blydfehap iri 
zyn licht , daarom als gy de ongehoorzaamheyd 
ziet , zoo gedenkt aan den val en itraffe Adams, 
alzoo zal ook den ongehoorzamen en wederftre- 
vers van Chriftus wedervaren. Eyndigende wil ik 
vaft by myn Jefus blyven, en op hem, die myn 
nood kend en my helpen kan, betrouwen. Amen. 



GEÖRG 



P4 '* Merg van de Historiek 
GEORG WAGNER, 

V%n €mimrift/ i$ tot Itëuncöen in 28feper* 
tanö gebangen g$3& ©ie om bat ïyo niet 
berflaan ftonbe / eenige boojgefïelbe %t^ 
Men te bettjben / ïjeb&enïe öem b jeejjetöft S^Pünigt; 
300 bat be ©o?fï jdf^ in be gebangenfë ïtomenbe/ 
npt meöeloöen met 3#n pee30on / öem / booj al 
3pn ïeben bjienbfcöap beloofbe/ 300 öp teflbe öer* 
toepen. Wja ^ofmeefto beeft öem / om öem te 
beter te betoegen/ 3#n ©jouto en ïitnb boo?gefWt 
en beemaanb op öaar en 3ün sdfoeri arfjt te geben; 
maat ÖP anttooojbe met een bolfianbig gemoeb: 
Alwaar 't dat hem zyn Vrouw en Kind 200 lief 
waar,dat2e de Vorft met xyn gantfche Land, niet 
vermógt hem af te kopen , xoo en wilde hy daar- 
om den Heere fcynen God niet verlaten. %l$ be 
©apen gein 3ocöten te obetcebenen / 30 bfeef öb 
onbetoeeglijft aan be ftenniffebet toaatöepb : toaat> 
om ÖP epnbeftjft ter boob en ten buure beroojbeelb 
i$. $a be öecbtplaatg geboerb 3#nbe / fpjaft ÖP : 
heden wil ik mynen God voor alle de weereld be- 
kennen. ï|p ö^b 3ufl*en üptnemenbe b?eugbe/ bat 
nocö aangesictjt nocö oogmemtgeontfïdtenfgber* 
toonben ; maar ging met laccgenbeh monbe na 
Öet buur. ©an ben 25eul op ben Habber gebonk 
ben / en een 3aftje met 25o£ftrupt aan 30" öa$ 

öeöangen 3ÖUbe/ 3*pbe Öp: dat gefchiede in den 
Naam des Vaders , des Zoons ehde des Heyligen 
Geeftes : met teoolijften moebe ban 3Öne 25ioebe* 
ren oojïof genomen öebbenbe/ $ ban ben 25eulin 
't buur getoojpm/ en ïjeeft 3ijnen geefi «Sobsahg* 
Igft opgeoffert/ op bm 8 ^eöjuarp 15-27- <©* 

itanb* 



der Martelaren. 95» 

lanbtedjtet ban ten bjanb naar önp£ geteben 
3gnbe/ in mening tneetbet ban be£ gemelben£ ge* 
loofëgrnootm te tangen / i$ Men nadjt Ijaaflig 
Qefiojöen / en fmo?gen£ in 't 58Jebbe Dood gebon* 









fJCyZ&^t&t >to**** >'&*&&?*£&&'. 



LEONHART 1CEYSER, 

Aï# b^e / een geleet* J&feffer in SSepetïanb/ 
be &cï)?fften ban Swingifus en Lutherus 
onbet30rf)t/met be doctoren gefp?often/en 
31bonbmaal met fjaat geftouben jfjabbe/ ïjeeftïjii 
gicö ten laatfbn/ na bat ïjp teben£ be ïerre en 
bjncïjten bet ©ooj$ge3mden onöer3od)t fjaööe / 
öjr be3elben betboegt in 't gaat 1 j-iy / en ïjceft 
boojtg/ onaangesienbetfcïniftftelöftebetbolgingen 
en tptarmie obet be gelobigen / 3öne Heere met ren 
onberfcfct&t en bolfianbig gemoeb pberig bootfge* 

"?et; 



96 't Merg vak de Historiën 
£t; toeft toietb in 't ttoeebe gaat ban3ünenbtenfl 
tot ^crjórbing in J&epetlanb grtiangen / en ten 
buure betoo?berfb* Zp bem/ op een Harte gebon* 
Hen/ naat De <0etegtplaatg boetende?/ pluftte bp 
aan ben toeg een Bloempje/ en fpjaft tot ben ïïecb* 
tet beneffeng fjetn te $aatb #tenbe: gy zult my 

recht geoordeeld hebben , indien gy my en dit 
bloempje kant verbranden ; maar 200 niet, zoo 
gedenk wat gy gedaan hebt , en doe boete, gfp 

bem tot ttoeemaal in bupten gemene gtoote buu* 
ten getoenpen ïjebbenbe/ trachten öem bug te bet* 
bjaitèm/ maat tomben ïyun oogmetft niet bete?* 
fera; booj be tteeebemaal öem upt J)et buut ne* 
menbe / bebonben 3P fjet ïidjaam en ooft fjet 
bloempje onbefcbabfgb : alleen toa£ 5Ün Ijait bet* 
bianb / ett be nagelen fyupnaebtig. Zp ten laat* 
fftn ftet Hidfjaam aan fiuftften Öappenbe toterpen 
fcoelben toebetom in een nieuta buut ; 't geen bm 
3dben ooft geen letsel aauö?acï)t Sebaftiaan Frank 
berfjaalt f bat ÖP ttoeemaal upt tjet buut toentefc 
be / en lebenbig aa% fïuftlten. toietb gefjoutoen / en 
be beden in Be ftebiet getooipen toietben. ©e itleg* 
ter boo? fdfjjtft gettoffen lèpbe jfjn 3Bmpt nebet/ 
en betttoft ban baat na een antye tooonplaatg. 
2$n boo?naamfïe bienaat / bie bet geboojt en ge* 
34en ba&/ beeft bet na be3en / onbet be toebeten 
in H&tenïanb begotenbe/ betbaalb* 

MICHIEL SATLER, 

G<£toeefï jijnbe een ïtloofïet IBonnift / maat 
boo? üetïtcfjtmg een bienaat bet ©oopg- 
ge3inben/ §/ tet oo?3aaft ban fcb?tftfteltjfte 
liaet gcoutolpft migöaribelb. Ce meet booj üjn 

ge- 



i)ER Martelaren. 97 

tetotttfiepb in 't ©ifptrteren tegen öe #au3el8fte 
fitoalingen/ban Hen toeRten top Den Ïee3et tot fjet 
JCBartdaaré-öoel^ totfreii» 3£en laatflen bag al£ 
|jp geiframineetb en 3ijn bonntg uptgefpjooften 
toferö/ betgocftt ïjp te «ecïjterg ba$e De geieerb* 
ften met He J&eplige &cïjjtften/ ban toat fpzaaft 
We ooft toaren / 30itben te boo?feï#n bjengen/ fjp 
toflbe na obettupgfng gaarne lijben / of gaar ïja* 
te tni£fTagen toonen : maat trie met ïjem fpotten* 
te fpjaft öe j&tab£-fcï)$bec ïjem ;eee onïje&beltjfe 
aan/ ftem noemende een eedoo3en en betttoijfel* 
ten boogtotgt/ en 1att£-&$tet/ ja toflbe ïjem/ 
bp gttyeft ban een 25eul tori 3elben gangen en me- 
nen <©od een bienfï te boen/ ïjem bozbetenbe tot 
het fectjt 3©aac 09 te ifcecbter Satier toaagbe of 
ÖP ïjier in ooft brtmfligbe/ maatöpanttoöojbe: Ik 
ben niet gexonden om over 't woord Gods te reg- 
ten, maar om daar van te getuygen, wy tullen in 
geen recht bewilligen i want wy van God daar 
geen bevel van hebben ; maar zoo wy van 't recht 
niet konnen ontflagen worden, zoo zyn wy be- 
reyd om het woord Gods te lyden, wat ons tely- 
den opgeleyd mach worden, alles op 't Geloof in 
Jefus Chriftus ouien Zaligmaker. %p toietb befc* 
oo?teelb eetfl te tonge afgefnebert te toojben/ en 
3ebenmaal met gloepenbe Cangen 3ön lijf tefcgeu* 
ten / en boojtg a$ een Itetter tot afltfje betb;anS 
te toojben: 't toelft gefcgieb 3Ünbe/ toiecben 3ftn 
25?oebetg ontfjalfl / en be Znftofê n*ben$ 3ön 
ïHipgbjouto in 't toatec betfmqo^t ^efcgfeö 
t^nfïf3öeptn/ in'tg|aat ip7- 



é tHO. 



9& *t MiEHQ VAU 9B; HlS.TOi&.IEM. 

THOMAS H A R M A N. 

By toogbal; bat tot ftfcfipel eeltige l^etsonett 
, gebamfn/ maat boojgtootetptannpebanbei 
&betf|e^/afgebaflen/m op een openplaats 
gtfWb toaren / aitoaat öaar ban tjet omfiaanöe 
ffirfft beel fpot en ftttaat rebenen 3Ön toegêboegt / 
onbet-anbete/ ap öoeftjnlaitnu\i3j|arba:^ en%ee* 
taat£ nu booj u öétïeben! i£ be3e Thomas bitïjp* 
tsenbe boofc ft* boot gebjongen / en geeft bjpuu»* 

Öeö#t gcfttt0&£« > Dit is cfe waarheyd die ik u ge- 
leeit heb, en wil het met myn bloed getuygeu. jggft 
brfetb ooft aauftonb£ gebangen/ gepijnigt-/ ten 
buute beroo?beeit en berbjanb. an 3ön uptbaren 
Mgte en. jong ïjp een 3Uebcften/ 't toeöinoctMntoe* 
3en i&. €n al. 300 raen/ bat aantnethdijft i$ / 3t)n 
ïjatt niet fewbe betbjanben / toierp men tjet in be 
2ee bie baat na bp taa&. I^a bejm 5Ön tet 3d^ 
bet plaats in be óo ban 3ön 4B*taafg-genotan ge? 
boob» 3£eöegtet biet plaatg/ bie ïjm alle ïietterg 
iioeinbr/ m 5eet bebulp^aam toa$in 'tbetoojbden 
m crooöni ban breien/ 10 Dagrnatotgrootefcöanbe 
en fmaat ban alle menfdjeu gefcowen, 3&e &C*b& 
fdj)?gbei:/öK in 003^1 oofi5cct.aiöepbte/3<pbt: ÖP 
imiöe jijn Ijooft niet jaflt utbodqgpnr/ öooj bat 
ftp be ik rrcvfi tjab Ijdpen iiptmgen : ouömu$= 
fojm gcteuïbe l)et bat Ijvj im ben tointer met oen 
fïeebe baoï be jètab tpbenbe fjem in 't amfetm 50* 
banigm öugrïiift trof/ bat te beïjarflfen gaaupt 
31J11 öoofö brcloor/ en jeet eïïenbig fiietf / gdgfi 
ban ttoee 25joeberen getupgt i$. 

WÈYN- 



i> k r Martelaren. • 99 

WEYNREN KLAAS 
van Munnikkendam. 

Omtmxt beien t#b / i$ j onbét be &d$ttèè 
bet 3@aatgepb gebonben een 3©ebutoe bo* 
ben genoemt / tot 'g «Btabengage gtban* 
fltti tajjeöjacljt : 5Önbt aïbaar boo* ben &tabgoii* 
Ier m Wttm i&iab gefïdti / tofetb gaat geb?aa&t 

&jr gaat feïapm tiaö / op 't geen be peeren 
: gatten üooigfftcir .■■ en ïp anttooo;be: wat ik 
eefproken heb daar blyve ik vaft by. Staat Oft 
baar tarfedü aangncgt / bat mbfen3e niét ban gaar 
ttoaüngen afftanö ü€cb / mm gaat een onlpbdg* 
tot boob 3oube aanboen; maar 3P 3epbe: is u dat 

gewelt van boven gegeven , zoo ben ik berèyd te 
lyden. tfltyaagt 3gnbe of & fion benften en 3top^ 
gen; JOO anttoOOjbe 3p: ik word daar toe gedron- 
gen en kan niet fwygepi %l$ men tot gaat tóe^ 
berom jepbe ttt 3o?b bat y u boten 3uHen : Of ze 
my morgen verbranden , 3epbe 3P : of in een zak 
fteeken , dat geit my ai even veel , alzöo het dé 
Heere voorzien heeft zoo moet hét gefchieden, erf 
niet ander* , ik wil by den Heere Wyven. Als ik 
icyde ty y van den Zaal naat boven koinö , zool 
fchrey ik zeer ; én het jammert mj dat zod veel 
treffelykc Mannen zoo verblind zyn , ik Wil derf 
Heere voor haar bidden. %l$ gaat bontlfg QfHtjtil 

ferfetb/ bat3e tot ptöfet bet&janb en gaar jjofebeteri 
berbentt gemaa&t jouben ttojben/ 300 bjaagbese/ 
# 't mt at geftgfct* Ik bid u alten, Zoo ik iemand 
misdaan heb . gy het my foilt vérgéveti. t <$dt 

JBotmtö bjwgb* iaat/ of 5? gut buut rrtft erf 

<© 2 &?e#* 



too 't Merg vak de Historiek 
b?ee£be : neen ik , anttocrojbe 3p / want ik weet 
hoe ik met myn God fta. <£n ig a(300 tttet Wpb* 
fcïjap onberbaart / na tien ftaaft gegaan / en Den 
fltop $t\f$ om öaat fjalg gebaan gebbenbe ig 3P 
bolfïanbig gefiojben* 

JAN WALENjmet twee 
zyner Medebroederen^ 

f $bien be ©augge3tabetf be $onben en gobïoog* 
I öepbsriöftbeü?oimC^tfleiimgettagtöabbcn 
A tipt te toegen/ 3P ftabben be toaerelb ïjaaft tot 
beter fïanb gebjaerjt; 't ïrtpftt/ betopl men3eïfgtot 
Sttommeniebpft een ©ojp in ïtennemerlanb / b;te 
tyome belpbefê bet toaatfjepb toift te binben / om 
fjaar gtóangen na ^aatfem/ en ïtojtg baar na/ na 
'£ «Brabengage te 3enben / altoaar 3P na feïjerpe 
onbet3oeftingen en tojeebe ppnigingen / ten buute 
3ön beroojbeelt / niet om betfyanb / maas gebja* 
ben te too?ben* 't <0een na oogenfdfjpn / 3onbet 
bupten gemeene gttlpe *Bob£/ een onlpbelpe boob 
moet 3tjn : toant men floot gaar met ketenen aan 
palen / en ïepbe buut rontom gaar / bat men 3ag 
bat fjet merg upt be j&cfjfnftefen boo? be 25eenen 
boojbjong ; en bleef na gaar bóob {jet boben 3Ug= 

Em nog 3O0banig beftleeb/ bat men be Went Pan 
Haften nocï) ton beftennen, ö <©roote tojeet* 
>! inbaar ipy 



LEONHART SCHOENER, 



D 



€ obergang ber <d5eleerbèn enberfianbigentn 
beftenniffebe^ €fj?iflelöften45ob^Wenf?S/^ 
niet alleen eenbjonöeriöfegoetltiiffigbepb/ 

maar 



DI& Martelaren. ioi 

maat mi baten bet toaatgepb. ©e genoemde 
Leonhart, een JBan ban3onderlingeetbatentgend/ 
300 tn de ©eplfö* &cg?ift a$ De latpnfe-taal / 
3iende det papen ontepne moettofflige fcgpngep* 
lige tn ïaftettgfte toanbel / brietd / na een 3$jatig 
ïtfoofiet- en ®arreboeter-|ÏÖoimift^-lebm/ een ge* 
ttouto bdpbet en Heetaat beg l|epltgen «ftiange* 
iium£/ gp betttoft ban giubenbutg in ^ofïmtmt/ 
altoaar gp Jtïoofïetmonnift toa£ getoeefi/ na J§o* 
renbutg / leerde albaar {jet ïtleetmaftetg ambagt/ 
en tepgbe baat op biebetom na s©oflmrfjft/ quam 
tot ©ejet bp een ©ergabedng bet «Belobigen / 
tarietd ban gaat «tëedoopt / ttoft bojderg op 3ün 
ï^anbtoerft na &tejen / baat gp tot get #?edtft- 
atnpt betfcoten 3önde/get 3*Ibe aannam en bedien* 
de / en geeft al3oo boo?t boo? 25epetland tot Kïo* 
tembura aan Slntaï geleett en gedoopt : aldaar 
totetd gp gebangen en ondetsogt : gp bood upt/ 
indien men gein ban ftettetpe brilde befcguldigen/ 
met geleetbe doctoren / Jlfïonniften en ©apen / 
ban de toaatgepd bet ©êpïige &cg?iften te teden* 
ttoifien/ en obettuonneri 5Ünde/ en 3Ön 3leet daat 
niet mede obet een tomende / brilde |)em aan ben 
jècgetptegtet obetgeben en iebet lid ban 3gn 3lig* 
gaam b?3onbet laten affcgeuten / ja be ifcibben 
upt 30» ïtgöaam tot bet dood telatenupttteft&sn* 
jHSaat gein bit niet toegelaten toojdenbe / bab gp 
alle aanfcgoutoet£ ban 3#n boob / giet ban boo: 
get oojbeel <5od£ getupge te 3ön. ©ocg onaan* 
ge3ien dit alïe£ brietd gp doo? '£ ïltepset^ gebod 
betoojdeelt om ontgalfl en betbjanb te too?den. 
<£n 3gn na gem op die epge pïaar^ nocg in &c 
tfebentig om 't geloof gedood, fn 't giaat 1 5-28. 
3©P boegen giet botojtenbe bp 3§h trcffelp 

45 3 GE- 



loi 't Merg van de Historiek 
GEBED. 

$ TTEere der Heyrfcharen ! u bidden wy, neyg 
AA uw genadige ooren tot klagen, want de ge- 
waande Chrifyenen nebben haar vérbonden om uw 
Heyligen en Heyligdömmen te verfmadeh , ent$ 
yerwoeften,en ons,noch een kleyn hóopjezynde, 
in alle Landen als Schapen zonder Harder verftrooit, 
\c verderyen. Wy moeten Huys en Hof verlaten en 
ons als nagt-raven in holen en boffdien verbergen, 
men jaagt ons na, en brengt ons als ftémmelozé Lam- 
meren zonder eenige fchult ter Slagtbank ,eri laat ons 
in gevangenis en door pynigeij vergaan en fterven. 
Men brengt ons ais Ketters en Oproermakers op 
yeelderley wyzen om 't leven. Hierislydzaamheyd 
van noden; want zy maken ons de wereld te eng, 
hoe lange zult'gy zwygen ? Heere hoé dierbaar is in 
uwe óogen het bloed der Heyligen ! waarom wy in 
alle onze noden ons pp niemand als alleen u verla- 
ten, wetende dat de zulken nooyt tot fchande wor- 
den : ook zal ons geen droefteyd van u fcheyden , 
dewyle gy ons uw eygen en lieven Zoon tot een 
vertrooftenden Leydsman ten Hemel hebt gege- 
ven: dewelke mef u geroemt zy tötineeuwigheyd, 
Amen. " 

HANS SCHLAEFFER 

Zffnbe tooo* 3W beranberingiflooiti^ #?<efïet/ 
een goos begaaft Ifcan / baat na Senaat 
öe£ <eumgjai\M# f toietb in 't 9|aar 1^8 
met eenen Leonhart Fryk tot $cï)toat$ in Sintal/ 
Betoangen/ sepönijjt / en tec onter3öeft geöacbt: 

toaat 



BÏR MaHTELARÏN. IO3 

taant tft fjem onbtranbeten totetb fidb?aagt/ 1ute 
J* uicfpe aanbangetg mtiooinaamffefjbof benban 
pfa%am&&mkwtoni enanttobojbe: Geen 
ander te kennen als alleen den Zoone Gods Jefüs 
Chriftus ; maar die ons Ketters en oproerigen wil 
noemen, die ge?e acht op der Joden klagten te* 

f en Chriftus en Paalus, aan Pilatus eö Felix: Dat 
y nooit oproerig was gewteft , getuygde niet al- 
leen zyn Belydeais (als die het gehoorzamen der 
Overheid voor geen kleyn gebod achte) maar zelft 
tlle die hem ooit gekent hadden, gp ïjeitt nfct 
Kimnenbe betueegen toebet te toeren / 300 fcï»eef 
tïP aan 3ön 25?oeberen in een 25?ief of aanfjpjaaït 

albu£: Myne Broeders, wie een oprecht Chriften 
wil weezen, die moet Chriftus aan trekken, en 
zyn arme geftalte in hem gelyk worden op dezer 
aarde, en daar in alles getrooft zyn wat hem op 
deze weereid ontmoet. %p toierb na een tooien 
tfjbg gehangen te $n / bmtffmé 3911 Ulebe öjoe* 
ter met den Stoaatbe ontfjalfï. 

AANMERKING. 

I3& Ut 3elbe gaar ($ eene Liepoi t , een &n(jber / 
tot 9lug£burg onttjoofb. iS <€ot ^al^btttg 
en 12 tot HÖaltjen betbjanb. een Hansken 
van Stotfingen tot «H3a£-&aberen ontfjoofb. 
3Blg ook een Thomas Balthazar , en Dominicus 
bepbe ©fenaaté tot 28>?en in iUfceerenlanb beo 
ïwanb. ©oo? gaar gebangenig bebolen 3P ben 
Itaab/bat inUen ïjp be gobbelpefira^etoilbeont* 
blieten / ïri 3tafj ban onfc&uïbta trioeb te bergteten 
*oube toagten: toaat op een ictjoiftag f&elset upt 
bm üaab opftaib/en 3önï)anbmb3|fibeiibrf^a»: 
4$ 4 al30o 



to4 't Merg van de Historiën 
0I50D toil ift tnpn ganben in gun bloeb toaflen I 
nt 3aï mijnen <<Efob een bienfl ttacgten te boen 
Jfeaat na toepnig bagen bond 3gn ©jouto geni 
nebené gaat 5*jbe op get 25eööe boob* 

©gf iBannm toietben tot ISUmcgen in 25epet* 
ïanbbettoanb/ en b?ie ©zoutoen betbjonfeen* ö?ie 
JÖjoebeté en ttoee Suftetg toietben tot Znatmbin 
IJBeetenianb betbjanb* ©efiaabtoietb/ totupt* 
boering ban tiet bonnig/ ban een bet ftecgtetg/ 
Benoemt ïotogg / een toieeb betbolget / aange* 
maanb ; 3eggenbe : bat 5P gegouben toaten bw 
grfobigen bolgeng '$ Step3erg ïtëbd te betbjanben- 
jfi&aat toe gp / inbien 3P bit gegoo*3aamben / 't gout 
3eif£ toilbe geben / of bp mangel ban gaat pligt/ 
haat 3eïf^ aan ben 3*ep3et aanklagen. 3©aar op 
oe ftaab be gebangenen aan gem obetgaf / om met 
gen na 3gn toil te ganbelen/ bie gp 3onbet eenig 
mebebqgen allen beeb betbjanben, Öp (boo? gtoo* 
te 3ucgt tot get bloeb bet bjomen) 000b gelb aan 
bie genen / bie gem be3dben aantoeesm : toaat boos; 

SP gelegentgepb bonb om eenigen in een gupg te 
ettaben; boeg met 3gn been in een ftupl boo? een 
3©Önftèlbet ttebenbe/ en 3Ön boet bettozingenbe/ 
riep 3eet jammeriöft tot 30n bienaat^/ geïptmp 
op/' en Iaat be fcgelmen (betfïaat be Cfoiflenen) 
loopen : bk op bit getugt gaat aiïe toeg maa&ten. 
3&e3e Lowvs toietb boobeKJft fttanft en riep in 

rjote banggepb niet anbetg / alg : ö be 3£opetj£ 
©opetg! gp bjulbe afë een '<&$/ en at 3gn ep* 
ge Cong/bat gem get bloeb en fcgupm tenlfêon* 
be uptliep : toaat aan gp ooft ten laatfïen betfiift? 
te. gijnöe b'omftanbfggeben ban 3Ön boob bet* 
jjaaïb ban een ©tenfïmaagb (bie gem bpjonbet 
toegebaan/ en tot 3gn boob bp hem toag) aaneen 
Èaitdwart, een 25joebet/ bie bittoeberomanbert 

bet= 



Dfen Martelaren. iof 
becttflenbe/ baat tipt bat geineen 3eggen ftwöot/ 
Öp ïjeeft gettt fc&ulbig gemaaftt aait onfcgulbig 
ïnoefc £egen 2S?oebet£ toierben tot J&jucftgan fat 
&tfermat¥it betfcanb / en bjie 2u(lecö bettyon* 
tot. Cer 45q^cbt-plaat3e gtftotne» / fp?atot3P 

b?Ott)ft en toel gttroafi : heden willen wy op deze 
plaats lyden, om het Woord Gods, en hem ons 
offer doen. <£en Vilgart en Kafper van Schoenek 
3#tt tot «leg in Jfltogtbal &P 2S?fren ontfjoofb. Se- 
baftiaan Frank betfjaalb / bat be 3&oop£gefïnben 
in 't begin met bed bttp3enben toenamen; maai: 
ooft met meenjgte 3Ön omgetyacïjt : 500 bat alleen 
tot <en3&epm omttent 6oo3ijngeboob. 3|n©npt* 
flanb i£ ooft een r#ft 25o?ger ban een aan3iendpi 
gefTagt met 3#n ïtnegt en 3£ienftmaagt om 't<dfe* 
loofgeboob» 

f|n 't gaat 15*29 3ön beel gelobtgen op be3ena? 
bolgenbe paat3en geboob : te toeten in 't «Efeaaf* 
fdjap ban Citol/ in 't <<&ufobumec <0ertgt/ tot 
Itlaufen / 95?i>:en / £tattfïng / 26altfen / #ute« 
marft/ ïfcatren/ (Cerlou/ <&tutbe$toeg/ 9|mtal/ 
9m&£/ #etergöurg/ tot j&teefen/ 3njb?uftöal/ 
Scïjtoatfcö/ «ottemfitttg/ ïltopfiem en &itpicöeL 
Sn 't <$}aaffchap Citoi riepen be §9apen met 
groote grimmiggepb ban ben #?ebiftfïoel/öatinen 
be €ö?Tfteneit te ©iet en te gtoaatb moefl betbel* 
gen. <£n booz uptbteben ban 45elb toterben3e bi&* 
toiï^ in 26ofTa)en / &np5en en Cïjupnen ontbe&t 
en aangetyadjt. <£enGeorg Fruder,eenloog©er* 
rabet/ boob ben ©apen aan /om boo? Somt /beel 
CÖ?ifïenen te bangentïjp bebienbe 3fcö ban een ge* 
bepn£be ootmoebigöepb en begeerte tot be C&jifie* 
tten/fpoo;be gaat ©ergabering/öetorihe3Pin#zie^ 
ffcrgbal/ met malfttabermöielben/ metgtooteriie* 
bet na; ber3eftetbe gaat/ geen mfie te ïjeb&en in 't 
45 ƒ beo» 



to6 't Meug van de Historiek 
taten ban gaat Qtyüftfyxp ; betjogt laanwi 
foepnig te toagttn / to tottbe 5ön 3&?tmto en ïié** 
Deren balen, ©e JUetaat met nabenften be* 
Jtoangett / jepöe tot hem t ftibten ïjp toaltfijppb 
Ham Ijafr / dat «Bob fjem 3efcert#fcfcaat ober 3*1 
fitaffen : maar ïjp anttooojbe baat *p è jfan / 
baat betjoebe <©ob ito boo? : öorfj foogt onber* 
tutTdjen eenen Jnriaanèiauwrok, cnstjn jfeeöf-bfe^ 
liaat Hans van der Reeve , t'jamen aljoo in &eg* 
lenig / Me ter Itlatt3en fei€t3lanb 5ën betbjanb* 
en boo? snifte gettab etg toteten be b iome Mfc 
toilg betyogen : 3jjnbe foramige baacom ooft in feit 
teben boo^befgft gefteaft Cot &egaebing in 
J&epetfanb / totetb een Viglig Pieytner getoob» 
«Êen Ludovicus , een dienaar C&ffH/ e» tod er* 
baten in be <$tieftfe / &eb?eeu3e en Uatpnje iCa* 
(en en boben trien toef geoeffent in be ï|epïige 
^cïjjifniut / 1$/ met noqj ttoee tot Cofhiftg aan 
25oben/ na een lange gebangenié met ben Ztoaat* 
be getigt $p fpjaft in 3ön affdfjenb 3uïfte Zifc 
toetenbe ïeetingen / bat beeie met fjem toeenben. 
<£en Johannes Hudc , {£ tot lluggbutg na tojeebe 
ppnigingen in een Coaten boob gebonben. <©m* 
rrent %intx$ 3Ön bp be 70 ©eiijbetg bet 3©aat* 
bepb / boo? Jteatet / Stoaatb en ©uut ter boob 
gebiatftt» g|n Saft£bumerfanb i£ een Carius 
Fradeo met nocö eenige $etfonen / in een &up£ 
beftoten 3öube/ tarnen betteanb* 



Een 



-jMMk -M4* te^a*^. 407 




Een Jongeling van veertien Jaren, 

DSf- / alg öp na een jarige geüangeni£ met 
noeïj 5$ andere 26boeöeren ter plaatje fionö 
baar men ïjaar alle 3oube ontljoofben / 300 
quam öp ïjem een <6raaf te #aarb/ Die gein boa: 
een ban 5tjn ï$up$jenoteri toilDe aannemen/ en 
baar-en-bóben ïjem öjan aenoes3aam onbertjonb 
totlbe berjojgen / indien ïjp aflianö beeD ; maar 
öe ^ongding anttooojbe gein bjpmoebig aïbu£: 
Zoude ik myn leven beminnen , en daarom myn 
God verlaten , en zoeken alzoo dit Kruys t'ont- 
komen ? dat en dient my immers niet gedaan. 
Uw goed kan ons beyde niet helpen ; maar ik 
verwagte een beter in den Hemel : Ik hoppe op 
het ryke myns Vaders, die my verkoren heeft, die 
kan alle dingen ten beften fchikken , en vergely- 

ken: 



|o8 't Merg van de Historiën 
ken ; daarom laat af van zulk aanhouden ; dien , 
die my altyd verzorgt en onderhouden heeft , be- 
geer ik gehoorzaamheyd te bewyzen , ook in de- 
zen mynen laatften nood : dien zullen wy uyt 
grond onzes harten aanroepen , als de uure komen 
lat dat wy getroof^ van deze weereld mogen fchey- 
den : is *t dar wy van hem niet en wyken aoo zal 
hy ons de eeuwige heerlyke Kroon geven. <£tt 

öu£ gefteftt 5Önbe ($ {|p ittetbe anbere 3eg 25joe= 
teren cmtfjoofö- 3|n 't 3|aar i po* 

.fjeber ban gaat geeft een ftojt <0eöeb nagela- 
ten ; toaar ban onber anderen een aïbuglupbt: 

Het Lighaam , het Leeven , de Ziel en alle lede- 
maten , hebben wy van u , ó God ! ontfangen : 
deze willen wy u wederom opofferen , tot lof en 
prys van uwen HeyKgen Naam, fet * s doch n,et 
meer dan Stof en Afle : wy bevelen onzen Geeft 
in uwe handen. Amen. 

ANNEKEN van VRIEBURG 

IjS aïbaar in 't gaar ip9 *m &aar beloof en 
be?aarben <©oop / aanklaagt / gehangen / 
en na beeï Connenten in 't ©ater berbzott* 
ften. gin öaar <©eöeb fp?a&3e onber andere be3e 
t0002ben : 6 God ! dat is myn hartelyk begee- 
ren ," om door uw kracht , tot ter dood door $lle 
droeffeniffen , lyden , angften en pynen , door te 
dringen. 



I 



AANMERKING. 

& bit jeïtoe <iaar 3Ön in £tiermarft b?ie 25?oe* 
ber£ met jfjet gtaaarb/ en bier Eufierg in ïjet 
3©ater geboob- gn ber €lélanb bier 2S?oe* 

der£ 



ö fe & Martelaren* 109 

teg ert biet Sufler^ omgeöjatfjt <€ot Italië m 
3(ntaï ttoee betbjonften. 3èe Ceutbojft ban be 
#Öaït£ / of onbet be3en / be 25utggtaaf ban ^Wt* 
3e/ betbcrfgöe 6e Cïfêifïenen met een gtoote tooebe. 
€ecfi beeb ïjp negen 3&joebet£ / en betfcïjepbe 
Zufïet£ ontïjalsen en betbjinften- <Cen Zufiet/ 
bie 6e3e gehangenen be3ogt en betttoofie 3eggenbe/ 
datte dit lyden om namaals de eeuwige vreugde 
te genieten , niet en zouden ontzien , blietb bet* 
feanb» 3&aat na beeb öp/ om 'et een fcöjift in te 
öjengen/ een getal ban omtrent 3^0/ op betfcïjep- 
te top3en booben. 30e3e taaten in 6e gtfbange* 
ntfleny ja jelf^ afce tet öoob gingen / uptnemenb 
betïjeugt en bjolijft / en 3ongen 3elf£ eenigen ban 
tyeugbe / tetbrijtee gaat |l&ebe-28?oebeten en 
Zufteten 3agen ombrengen» 3©aat op 6e <Eteaaf 
m te3e tooojben uptöarfïe / 3eggenbe: Wat zal ik 

doen ? hoe ik 'er meer laat regten , hoe ty meer- 
der worden. 3&e3e eeng ban Cafd opflaanöe 
füetf een öaafHgen 6006. <£en 25ioe6et Uiictb rot 
ïttept3en ontfjalft (Cettopl 6e 25eul 't ©onnig 
uptboetöe jtoeeföe ïjem ietg boo? bp 't aange3igt/ 
en baat na gtppen6e biel epnbelijft 3tjn &m$ booj 
bettotting af. ©e fteutbojfï be3e boorttóltai 3ien- 
be/ betfcïjzi&te 3obanig / bat ïjp ban 't ontfcfpil* 
big föloeb te bergieten afliet, èen Juriaan Bouw- 
man , biietb tot ©aufcble in 't Eanb ban 3©it* 
tembetg gebangen. mt na eenigen tnb gebahge* 
ui$l en onb?agett)fte Cojmenten / afbiel; beip* 
öenbe liet lelbe ttoeemaal opentlp in be ïtetfee: 
maat be betbemaal 3#n flanb obecbenftenbé / 
fpjaft ÖP tot ben ©aap/ en al b'«©mfïanbet£ : dat 

hy alleen door de ichrikkelyke pynen wederroepen 
had, toonde leetfchap, en wilde nu in en voor de 
regte waarheyd , leeven en fterven. $p ging Op 

3ÖH 



*ro *t Mè*g *A* i>b HMToiifetf 

Jtfri bctmgbetHug met groot* t^tftgte ttt trcoto 
©e goufco: en ïnceH alie firgrer^ gatten eot 

Sin 't 3aar 15*30 g&m bt <©ettfmmeeïbmbati 
Etitta twöctom crn t jBte feftaat upt / te WoeWge 
©lafmatm te£ ülQom3*n 3ttp3ttS?3WSC$ft3ünte/ 
fiipömöralöu^: 

Daarom gebieden Wy wel ftrengelyk alle d'In- 
toonders onzes Lands, en die geenen , die eenie- 
iints daar mede vereenïgt lytt > en met Namen de 
hooge en lage Amptlrcdea, Sarjanten, Stads Die- 
naren , Regteren en Ouderlingen der Kerken , eri 
der Kerken Dienaren ; waar zy eenige Wederdo- 
pers vernemen konnen , -dat zy ons die te kenned 
geven door den Eed daar mede zy aan ons ver- 
houden zyn , dat iy die nergens en dulden , noch 
vermenigvuldigen laten ; maar dczetven Vangen en 
ons overleveren ; vrant Wy de Wederdopers met 
de geenen , dieze töeüaan en aanhangen , na den 
inhoud onzer wetten , met den dooa ftraffen lül- 
len. En die geenen, dieze byftand doen, niet aan- 
geven , verjagen ofte ons niet gevankelyk toebren* 
gen, zullen wy zonder eenigë genade, nahaar ver- 
diende flraffen ; als fchuldig zfnde aan de Trouwe, 
en den Eed dié zy de Overhcyd gezworen hebben; 

JURIAAN STEENMEÏSERi 

I£ in 't <9aar 15-30 tot fSmtéen in ©nptjÊfenö 
met ömè\uaaröe onöjalft. 3(nem|attgam* 
brip ©e&eb en ©anïéeffitag totten $«re3p* 
tmt <&ob/ en aanf&aaft tot #n ^rioof^motm/ 
ffoaft (ju ooit öe5enatrn*jKeïötetooo?&en: Gelooft 
zy de Heere onw God , die ons geroepen heeft 

tot 



P£* MAITELARÊH. II t 

tottyn Knegttn en Kinderen, hem willen wy ge- 
fiadeiyk loven en pryaeo> allen tyd en eeuwiglyk ; 
QOtdat wy onze Klederen mogen wallen in bet bloed 
4es Lams , en namaals uyc dezen korten dood en 
lyden* met hemt in de eeuwige vreugde gaan. 

FYT PELGROMS, 

E«tol|«Btaipts& 2Szoebet/ teterb/ in 't ïanfr 
ban 4&o&tot «©afiöaqj ƒ cun te tuaatljgpü 
teg «Buangtliumé in 't 3|aar i ƒ 32 getoungen/ 
en boetütf Dp öetepb toa£ $n leer mitumöoo:u> 
bmtebetupgen/ toferi>|)p7 öoo?fnrtpöan©?ienben 
op bteii njo upt be gebangeni^toedofl. ©odjeöen 
fïantüaflig 3#n boortgen toanödoeffenenbe/ toieü> 
Öp anbranaai getoangen / lijbenbe in 't ligüaam 
BWUtelftfce ppwn/ en in te Stele üeel aantoegttn* 

E Mm bt ®apen ; maat: ïjp al£ een ontetoeege* 
tfttt$ / 3Ö« tówn (tot 3tjn 3attgÖ*P& tooo? om 
Jtatn? Chrütus te Iftben) niet ac&tenbe/ fpjaït met 
ten cwteöi ftbare bjpmoeöi#jepb/ te toeten: dat hy 
hoopte 't Schaapken nu bequaam en vet te wezen, 
om gedacht te worden. gptjeblma^nbetfj alben 
nvt Vuptterfie tojeeööff* teröoob betoojteeft ; $e* 
twte 3ittente 4Mfe in 3fln geopenbe ifttèec Si)De/ 
boomt* ban aibu^ op een jéleeöe tet <©ecegt- 
plaar^y $mm |)P ïebenW&toietö berfóaiifc 

CHRrSTINA HARINGIN, 

E€n grfobfge en op 't uptterfle6ebntgtel&?oi^ 
toe/ öocfc meet ban manixripftantaafïig/ i$ 
in 't Sfcsrc i# 33 gebangea/ en aan eenïW 

tenf 



iti 't Merg vak de Historiek 
tot gefïooten ; maat ié om ïjaap litaam te leg* 
gen ontffagen / ïjebbenbe onbettufTc&en gelegent* 
fjepb genoeg / om gaat mee be blngt te rebben; 
toch 3? in tegenbeel tot gtoote berbumbeting Oen 
<©fficiec 3ienbe tomen/ ging öem te gemoet/ tjem 
^agente toat öp brilbe ? betoelfte anttooojbe ge* 
tomen te 59» om {jaar toebet te Men ; ïjp ö?arijt 
fjaat toeberom tot ftttfpil / betfatenbe if upg en 
|$of / fjaat 4Bemaal en een ftlepn Stinbefeen / en 
toierb na bolflanbtge 2&e$ben$ öateg «BWfoofiS 
met ben gtoaarbe ontljalfi en betbjanb; 

WILLEM WIGGERSZ, 
van Barfinghorn j 

Zgnbe een gobbjugtfg en bjienbdp Itëan / 
torietb baatom bihmaafê ban ben ï|eet ban 
&rï)agen / in 3Ön tpbeHJfte 6e3igbeben ge* 
fyupftr, &9 ^n ttjö alp be| Hctt^ ©ienaatg t'38* 
nen ïjunfe (300 ÖP meenbe upt borige ftenn$ en 
tyinbfctiap quamen/ 3onb bp 3ijn ©jontoomtoat 
eeten te balen/ en gaat booj te 3^tten : <0nbettople 
quam be ©eefcen en 3Ön3£ienatargöem batten/ en 
feagten &em na 't ïtafieel tot &cï)agen/ en totetb 
aibaar na agt bagen gebangetiig/ binnen ïjet 3dbe/ 
om 5Ön beloof met tmi ^toaarbe ontïjaïft 

PIETER KOSTER, 

Zffnbe ftdftet in be fteeft tot 2atbam* ©e5e 
betomenbe booz^nb?oomentoanbel beften* 
itffle ban be toaa&epb be$ <$itangeliumg/ 

totetb 



ï>Èk Martelaren. ii$ 
totetb een ïeeraar t»et Gemeente / ging mit£ bt 
©etbolgtng tot Hmfierbam tooonen / toierb öooj 
cm 26uerta?outa aangefyacïjt en gebangen / tiet* 
tagt 3Önbe / niet tegenfiaanbe 3§n beftenbe ont* 
fcf^lt / boo? een ban öie oproetigen / bie 'er toen 
bert toacen; boeg ban toietfé onno3eu)epb eeniebet 
betoufl toa£ / toierb ïjp ebentuel / om bat ïjp op 
jgn beloof geboopt toa£/ en ben ©olfte be toaat> 
jjepb leetbe / aldaar met bm gtoaatöe geboob* 
gh 't Slaat i^f- 

<©p be3en ttjb quam taiébttom tm #ïaïtaatupt/ 
't toettt top ban tooojb tot tooojb giet in boegen» 

ONze lieve en getrouwe OverhooFd-Lieden * 
Prefident en Lieden van onzen fecreten Ra- 
de , Cancelier en Lieden van onzen Rade in Bra- 
band , Gouverneurs en Raatsheeren in Limburg i 
Prefident en Raatsheeren in Vlaanderen , Gouver- 
neur , Prefident en Raatsheeren in Artois , Hoog- 
Baljou in Henegouw, en Raatsheeren van Bergen* 
Luy tenant, Prefident en Raatsheeren van Holland, 
Namen , Vriesland en Uytregt , Luytenant van 
Overyflêl , Gouverneur van Ryffel , Douay eti 
Orchies , lialjou en Raatslieden van Doornik en 
Tornefis > Rentmeefters van beweft en beoofter 
Schelde in Zeeland , Provooft van Valenchienes, 
Schout van Mecchelen, en alle andere Regteren en 
Officieren van onze Landen , Steden en Heerlyk- 
beden , en van onze Onderdanen ofte hunne Ste- 
dehouders, die deze zullen zien zaligheydengunft: 
Alzoo om te voorzien, en te remedieren de doo- 
lingen en verleydingen , die veele Seöariflèn , en 
voortbrengers der verachting met bye aanhangers t 
fcich onderdaan hebben te zaeyen en te verbreyden, 
in ome Landen van herwaarts over , tegens ons 



ii4 '* Merg van de Historiën 
heylig en Chriften Gelove , Sacramenten en Gebc 
den van onxe Moeder de heylige Kerke , wy te 
verfcheyden malen hebben befloten, doen volbren 
gen en uytroepen , veele Plakaten inhoudend 
Statut , Edi&en en Ordonnantien , mits oo 
ftraffen daar d'Overtreders in zouden vallen , o 
dat door middel van dien de gemeyne eenvoudi 
ge lieden en andere , haar zouden mogen wagtei 
van de voorfchreve dolingen en abuyzen , en da 
de voornaamfte verbreyders en Seöariffen geftral 
en gecorrigeert zouden worden andere ten exempe 
En dat tot onzer kenniffe gekomen was , dat nk 
tegenftaande onze voorfz. Plakaten , veele en vei 
fcheyden SeöarifTen , zelve eenige die haar late 
noemen Anabaptiften , of Wederdoopers , haa 
vervordert hebben en nochdagelyks vervorderer 
te verbreyden , te zaeyen , en in 't heymelyk t 
prediken van haar voorfchreven abuyzen en doe 
lingen , om tot haar valffe Leere en verworpen 
Seae te lokken groote menigte van Mannen e 
Vrouwen , om dezelve tè verleyden en eenige l 
Hcrdoopen , tot groote verfmadenis en kleyn ag 
ting van 't Sacrament des heyl igen Doopzels , en va 
onze Ediöen, Statuten en Ordonnantien; hieror 
is 't dat wy willen hier in voorzien en remedierer 
u ontbieden en gebieden , dat van (tonden aan de 
zen gezien hebbende , gy uytroepen doet in all 
plaatzeu en palen van uwe heerlykheden ,datalledi 
ofte die geene die bevonden zullen worden befmett 
Zyn, met de vervloekte Se&e der Anabaptiften oft 
Wederdoopers , van wat ftaat ofte conditie datz 
zyn , hunne üpruyders, Aanhangers en Medeple 
gers zullen vervallen , in de verbeurte van Lyf e; 
Goed , en zullen tot dé uytterfte (traffe gebracht woi 
den, zonder eenig uytftel, te weten: die geene di 

hal 



der Martelaren, iij 
halftarrig blyven , en volharden in haar quaad ge- 
voelen en voornemen , ofte die iemand tot haar 
voorfz. Se&e verleyd en Herdoopt hebben, ook die 
gevoert ofte gehad hadden den Naam van Prophe- 
ten, Apoftelen ofte Biflchoppen met het vuur, en 
alle andere foorten van lieden die Herdoopt zynde, 
oftedie heymelyk en met voorbedagten raad , iemand 
anders geherbergt hebben, van de voorfz. Anabap- 
tiften cme Wederdoopèrs , en verlochenen haar 
quaat voornemen en gevoelen, en daar af waarag** 
tig leetwezen en berouw hebbende, met den zwaar- 
de geftraft: en de Vrouwen in een put zullen gedol- 
ven worden. 

En otti te beter te mogen komen tot kerinifïè 
Van deze Anabaptiften ofte Wederdoopèrs , hunne 
Aanhangers en Complicen , zoo beveelen wy wel 
cxpreffelyk alle Onderdanen , dat zy dezelve bekent 
maken en aanbrengen aan den Officier der Plaatzèn 
daar zy onder wonen, of gevonden zullen wordem 
En of iemant eenige van deze Se&ewifte of kende, 
en de zelve niet aan en bragte aan den Officier dier 
Plaatzen , dezelve zal geftraft wórden, alseengun- 
ftige Aanhanger, ofte Medepleger van zulke be&c 
der Wederdoopèrs , en die geen die de zelve aan- 
bregt ofte bekent maakt , zal hebben 't derdedeel 
Van de confifcatie die daar vallen zal, by zoo verre 
de vcrklaagde daar in overwonnen word. 

Verbiedende daar en boven alle Onderzaten , té 
vereyffen ofte te vervorderen eenige genade , ver- 
giffenis ofte verzoening, voor de voorfz. Anabap- 
tiften ofte Wederddopers , ofte ter oorzaak van dien 
eenige verzoeken ofte Requeften te vertonen f op 
poene Van arbitralyk geftraft té wordjen. Aange- 
merkt dat wy niet en willen, noch toelaten , datee- 
nige Anabaptiften ofte Wederdoopèrs (overmits 
£ z hun 



ïi6 't Merg van de Historiën 
hun boos gevoelen) in genade ontfangen zullen 
worden; maar dat daar ftraffe over gedaan zy , an- 
dere ten exempel zonder eenigediffimulatie, gunfte 
ofuytftel. En om dit te doen met alles wat daar aan 
kleeft, geven wy u, en elk van u voor hem zei ven, 
volkomen magt , en zonderling bevel. Gegeven 
tot Bruflel, onder onzen tegen Zegel, hier opfpa- 
tium gedrukt, den tienden dag Juny, Anno 15-35*. 
onder (lont by den Keyzer en zynen Raad onderte- 
kent, Penfart. 

PAULUS vanDRUYNEN 

en zyn Huysvrouw, 

Zffn in *t 3|aat 1538 / &eneffen£ toetfc&epbe 
anbeten tot ©ugt öupren '$ ï£attogmbo# 
getoo&t/ en Pauius een 3leetaat35nbetet* 
öjanb- Zijn ^u^öbjouto fpjoft tooo? gaat boot)/ 
norlj &e3e geben&toaatbige tooo?ben : Ik dank u 
ö God! dat gy my waardig kent te lyden omuwes 
Naams wille. 

MIC HIEL WIDEMAN, 

1$ met meet anbeten tot Ulieren in lïgei / in 't 
gaat 1 538 getoangen. Zijn geseïfcljap toebetom 
ontfïagen/ maat Ijp na een ftaïf §|aat getoan* 
genie ontïjooft en toetöjanb. |Ben bet3ogt en 
öecmaanbe ïjem afflanb te boen ; maat Michiei 
fp?ah met jeftetïjepb toan 3ön€b?ifleïöft beloof tot 

Öaat alöll£: Als ik met de wereld inalleongereg- . 
tigheyd, in zonden en boosheyd leefde, toen heeft 

men 



der Martelaren. 117 
men my tot geen afftand vermaand ; maar ik ben 
voor de wereld een goed Chriften geweeft ; maar 
nu ik my bekeert heb, en myn leven gebetert, 
zoo zegt men my dat ik afftaan zou , doch ik heb 
my eenmaal bekeert , en ben afgedaan van alle 
ongeregtigheyd : in zulke bekeering wil ik nu vol- 
barden , tot aan het eynde , en daar laate ik my 
nier afwenden ; want het is de regte grond, daar ik 
in fta. 





\ ' ^^BI^^'^x^^^^^wl 


1. %y-f 

mm 


ff : " 'M 


&3f f i* 




. - '- v~- = W 


'~~^^-~ -""z: 


Jf'npmyygt/c^f jzóji, *YrsïAp*& &£l&&fi-tfeu&t€n* zz 



IMJFH'LU.4 



-,a a nt m er r r^rg: 

A3lg in 't Slaat 15*39/ tot &tepn&o?n in ®o* 
fientf)ït/ 6e Gemeente onlange opgefcomen 
toeemeetteöe / en 3P 't goöioog tóben te: 
menfcöen afë ooft te $apm en IBonniftm./ jfjefc 
tta tegen fpzafcen / fjaat boo? <©ot$ flraffe toaar* 
fcfpufttnfte/ 300 Waagben bewapen (Wejulfeötjan 
ft 3 **3* 



ii8 't Merg van de Historiën 
&*5e biome Weben onmogelijk ftonben bulben) baar 
ober aan gaat ïfonning Ferdinandus ? bie gaar ge* 
ï)oo? gebenbe/ 3gn|fóarfcgalftmet|&?oboofien/ 
*iuptet£ eii anbere geboefte upt3onb / en öe €g?i* 
(ienm / bie op Dien tgb op een abonb / ter plaat3e ge* 
noemt / in groote menigte beneffeng eenige 2&oe* 
beren £an wipten betgabert toaten / oberbieien/ 
en gehangen namen/ bjengenbe gaar cyp get &lot 
©alftenbutg / baar 3P gaar eenfiemmelp berep* 
ben om boo? buur en 3toaarb geboob te toojben: 
3©ocg na nautofteurig önbecoeft ban gaarrpbelg* 
fte goebereh / toaat mebe be bpanben gaat ber> 
goopten te berojften ; algmebe/ na bat 3P Öaar 
met be goope op ^ arjbere leben geflerftt gabben/ 
fciierben be bolflanbfge ^oebergf rtpee aan toqee 
aan malftanberen met pjere Ketenen gefloten ; en 
al£ gebangenen op be Galjoenen om te roben te* 
gen be <€ttrften / goetod3é lieber tottet boob toe 
toilben ïgben / beroojbedt : &tojtenbe onbettug* 
fcgen bnngenbe geöeben booj malftanbeten ttpt 
©ed Sufieren toaren be gebangenen boo; gaat 
toegbbertng / bieonbcr 't op3fcgt ban een,$panjaatb 
gefietb blaren / ftomen be3oeften ; betoelfte be flof- 
fe tot een fcgjepenbe b?oefgepb / bie algier onbe* 
fcfcpfMP groot toaé/gielpenberraeerberen, Hier 
moefien bubbel* fiefbeugbanben bieeften ; be 
Iföanneri ban gaar ffijoutoen / be ©abe$ Uan 
gaar liebe ïltmberen / en be 25?oeber$ ban gaar £u£* 
ter^ / frgepbeït %&t tranen ban bfcbfcgap beg 
«tëeefteg en b?oefgepb ber nature önber ben anb** 
ren bermengt/ toierben in menigte gefiojt: en get 
fcgepben boer liebe bjienben toag upttermaten 
bitter* 't «©effcgjep fcgeurbe be toottien / en beeb 
fieene garten betoeegen : toaar boo; ooft '£ ïki* 
ningé jpBarfcgalft met $n mebgejejlen/ gaat bah 

toee* 



der Martelaren. 119 
Wieeneh niet ftonben ontfjouben- ©e 55?oebeten 
toietben tot 90 toe geftoppeït / toeggeboert / en 
ban 't bttjbenbe göelfcbap met jammetlijft ge* 
fcfccp nage3ien. ©e 3toaftften en jongen IjiriDnim 
gebangen/ be jongs* ftnegten toietbenaan 4^ofler3e 
Oeeten tot £laben / en be ©zoutoen en ©ogter£ 
toteöen toebetom t'bupg ge3oriben- ©e 2S?oebet£ 
in Ijaat rep3e ieeben groot ongemaft ; boet) toaren 
met betttoutoen op ben &eere baren <*Bob aange* 
baan / en baat booj ban batten betbeugt, 'g jjBo?* 
geng en '£ abonbg baöbïmse 't geluft / bat3e met 
CbJifMijfte aanfpjaften / banft3eggtngen en gebe* 
be\\/ <0obe mogteh bertjeeriijften/ en malftanbeten 
optoeftften / en betftetften / ja toietben ban ïjate 
lUpbélupben 3eïfêaangtemoeDfgt/ bat3e boo*£te* 
bm en ©leftften baat gnoobe/ met gehang al? an* 
bet£ 30uben beïtent maften; toaatboozsetabettep* 
3en (onaange3ien3e eetfï booz cjuaabboenbet^tofet* 
ben gebouben) beele öbettupgben / en tot tegte 
ftetrniffe bet toaatbepb/ en baatboojtoteen<©obg* 
WenfMg leben optoeftten. 

iBen boetbese ban 't ftafïeeï ban ©alïtenbutg/ 
boo? fflttnm / £feitfiab / ^cïjatmepen/ &ome* 
ring/ #zuft/ bel&outoet/ 25epetlanb/ ïubeft/ 
JdQacburgt/ Cielfïepne/ Ctepnlanb/ obet be£au 
na labag/ en 300 in 't gebolg febönt tot (Ctuefï/ 
moetenbe aïdaat gtooten ïjonget en noob IQben; 
bog getaaliten boo? <©obe£ Ijttlpe na ttoaalf dagen 
gebaugenté lc#y en meteenen/ boetoelfterftetoagt 
toietb geïjouben / obet bm muut bp een toagt* 
ïnvpgl mi booz ïjulp banbaatftetenenuptbe&tab: 
3©aat obet 3P ge3amentïöft nebetïmielben en <©ob 
' Danftten, Zp tepgben tyooïijü baat toeg / en 
quamen bebalben ttoaalf bie acïjtftïjaalt toietben / 
betjouben (met boe otooten Wöbfcbap ftan jibet 
3f 4 «ebte* 



iio \ Merg van de Historiën 
toöteUJft &enften) bieberom 6p baat ©joutoen/ 
itinfceten en $?ienben» 

TJAART REYNERZ., 

E€n J^iniGman tooonmtig bupten föaritnöm 
in ©jifélanb ; öesebofgeng'tgetupgenig ooft 
3df^ ban $n bpanben/ eenpptegtenbjoom 
man / totetb in 't gaat 15-39 / tot ïeeutoaatben 
glansen in getyagt/ tojeebelöït onbet3ogt/ en na 
«en bolfianbige befijbenig 3ön£ ^etoofê/ geboob/ 
en op een tabt gelept 3£e ooyaaït ban $n Itjöett 
befionb baat in/ öat ïjp Menno Symonsuptmebe* 
lijben in 30 1 Öoogen nqob öab geöetbetgt ; ttrant 
men 3ogt met gtoote troepte na De ïeetaatg / 
Het3e nabootsen en op openbare plaatsen aanplak 
ften : in3onbetf)ept Menno Symons , bie 'er bol 
tot öet Vuate geloobe b?acï)t m&en (iet pïaftftaten 
uptgaan/ befibenbe aan alle mrêbaöigen en boob* 
fïaget$ quptfchelbtng / baat boben nocö 100 gul? 
öeng/ bie Menno |n ïjanben bet 2Seu$ ftonbenle* 
beten/ toaat boo: öp fcïjatpelijfttoietönagcfpoozt; 
boeg ontquam bob; <lEtobeé metftehjfte befcljetming/ 
allegebaten/ enfiiftf in 't gaat 1579/ omtrent 
66 gaten oub 3Önbe/ niet betban ïubeft in'tbrib 
3#n natutriijften Doob- 

WOUTER van STOELWYK. 

I# 't gaat ifti / tó beje tegtbeetbige / naat 
bat öp in een b?ie gatige gebangenfg tot ©il* 
booten gtoutuelpe tptannpen geleben bab / 
tett laatfïen albaat met 'tb;ee3elp^benbe^ buitte 
Be&oofc ï^p 



der Martelaren. 121 

l$p ïjeeft een langen en aan ben lijdenbetoetflet* 
ftenden en optoeftftenden bjief / nagelaten, 3©aat 
tian top onbet andere eemge 3ieï toetende tedenen/ 
detoelfte bede baat in gebonden toojben / sullen 
aanhalen* % gefp?olten ïjebbende ban be algeme- 
ne ïaauftepö bet Cïfêifienen / en boe dat3e Öet Jij* 
ben ttagten te ontblieben / liet 3<cö aldu£ fjooren: 

6 God! hoe is de zoete honig in de meufchen, al- 
*oo in gal verkeert, en de klare wyn in bitter water? 
Och ! hoe hebbenze in dat edele Hemelfe brood, 
luiken walging gekregen ? hoe is die eeuwige Me* 
dicyn , waar mede alle Zielen moeten genexen 
worden, haar tot zulken doodelykenfenyn gewor- 
den? en hoe verfmaden zy dat trooltelykeEuange- 
lium dat ons door den heyligen Geelt van den He- 
mel gezonden is , en dat Chriftus met zyn eyge 
koftelyke bloed bezegelt heeft ? 

3©ljdet$/ 6 wat een vreugd! en heerlykheyd is 
*t , die allen vromen Chriftenen bereyt is ? wie is 
doch nu zoo kleynmoedig en vreesachtig, die voor 
zulke vreugde en heerlykheyd niet een weynig zou- 
de lyden? 

4£tl bOjdet / ó grondeloze genade des Almagti- 
gen Gods! 6 onuytfprfekelyke liefdedes hemeljchen 
Vaders} hoe overvloeyende is u w genade? hoe on- 
eyndelyk is uw goedheyd ? dat gy uw uytverkore- 
nen zulke heerlykheyd bereyd hebt ! Wie zal u te 
regt danken voor alle de weldaden, d-egy zoo ryke- 
lyk aan ons bewezen hebt , en noch dagelyks bewyft? 
gezegent moet zyn uwe naam in der eeuwigheyd. 
<£n in 't laaft ban 3ijn 26?ief : ais de nood op 't 
grootfte is, en iemant meynt God heeft hem al ver- 
geten, en verlaten, als dan is de hulpe Godsalder- 
naaft. Immers eygentlyk te fpreken, zooverupoft 
de Heer, voor, en midden in alledroeffems;wai>t 
$ S «* 



112 't Merg van de Historiën 
een Chrfften heeft in zyn bart den Geeft Gods, de 
Fomeyn des levenden waters, van dewelke hyalle 
tyd verkoelt, vertrooft , verheugt, en vervreugd 
word. Ja hoe dat het lyden meerder en meerder 
word, hoc dat wy grooter hulp en by (land vernemen ; 
Want God en laat ons niet verzoeken boven ons ver- 
.mogen, maar hy maakt benevens de verzoek ing een 
uytkomft, op dat wy zulks mogen verdragen. Cen 
laatfte in 3tjn <$ebeb : o barmhertige Vader ! wrt' 
my doch aanzien met d'oogen derbermhertigheyd, 
daar mede gy aangezien hebt den verloren Zoon^ 
want u ó Vader! behoort alleen lof, prys en eere; 
maar ons niet dan befchaamtheyd van uw aangezicht; 
•daarom goede Vader geef ik u Ziel en Lyfinuwe 
Goddelykegenadige bewaarnis. Leyd my door Jefus 
Chriflus uwen lieven Zoon , tot alles dat uw God- 
delyken geeft wel behagelyk is, Amen. 

BALTHASAR HUBMOR, 

V%n frfbberg / een geïeerb en toelfp?eften& 
|Ban/ ban betoonden /genoemt een ©oc* 
to? ber ïjeplfge «Schift/ i$ eetft getoeeft een 
%tt$tt en J&ebifter tot «Êngelfïab / en baar na tot 
fcÖngöurg: maar be'groutoelen beg ©aupbomé 
ontbeftftenbe/ Urfetb toecligt 3ijnbe boo? ben &ep* 
tfgen <tf*eeft een pberig ïeeraar ber ©oopggefm* 
ben. $Merom $ ÖP roet 5Ön ©up£b?outo tot jf&* 
fiïaa^ïmrg gehangen / en tariérb tot 3©eenen ge* 
&?agt/ 3<jnbe albaar na een iange gebangen$boo* 
't buur geboob/ en 3Ön ©jottto ta'ttoater ber> 
bionfcen. 

feu ten tfjbe ban Swinglius lebenbe / ftlaagbe 
ober öem en be 3önen / ta een 25oe& albug datze 

het 



per Martelaren. 123 
het daar toe gebragt hadden, dat men op eenmaal 
twintig zoo Mannen, zwangre Vrouwen , Wedu- 
wen en jonge Dogters, ineen donkeren Toorn el- 
lendelyk heeft geworpen , en veroordeelt haar leven 
lang nog Son nog Maen te iien , en met Water en 
Brood haar eynde te befluyten, alwaar zy alle tot de 
dood van den laatften moeiten blyven , en de doden 
by de levenden verrotten en vergaan. Daarenboven 
dat haar leeftogt zoo zober was , dat zoqimige in drie 
dagen geen Brood en proefden. Og God ! ftf)?Öft 
|jp tiOJbet) wat een hart , itreng en zwaar oordeel, 
over vrome Chriftelyke lieden , van dewelke nie- 
mant iets quaats konde zeggen, dan alleen dat zy 
na het bevel Chrifti, den Waterdoop ontfangeg 
hadden. 




LEON. 



.444- -1 MXRG VAN DE HlSTQJtl&N*— . . 




EONH^RD BERNKOP> 

GaEbattgen $nbe tot ^aftgöutfl/ in 't g|aat 
15-42-/ $ na bed betsotfttng en bolfïanbfge 
betgdenCé/ ter boob enbuute betoojberït: 
niet berfaanb/ maat gefcaDeti3i)nbe/ $ öp in tut 
toerfctjzfftfceltjlt Igöen mét een ontoertoonberbaare 
ftanötoafligïjepb aangebaan getoeefl : en fpjaft met 
een 3elt3ame Moeftmoebtflöepb tot 3Ön 25eu$ / be 

3e to00?bm : deze zyde is genoeg gebraden , keert 
my om, want dit lyden is my door de kracht Gods 
weynig, tegens de eeuwige heerlykheyd. 



HANS 



der Martelaren. iij 

HANS H U E B E R, 

of Schoenmaker 

Ig> in 't gaar ,1^42 / onbet ben <©rabe tan 
(©ting tot 3©ateröucg geHangeiL ©eelmoep* 
ten'beeb men om ï>em ban 3#n griobe af te 
trtftften / boeg) ï>p bol&arbe boïfianbig / en f&aft: 

dit is de rechte grond der waarheid, daar ik in fta, 
en f t rtdit gelove in Chriftus Jefus jpynen Zalig- 
maker ; wacTom my ook dit lyden, om zynent wil- 
le, flïec iwtar zal vallen. $}tbbmtit fjem 't btmt 
in 't aanjte&gt gefleften/ bat hem baar en öaarb 
af öjanbe/ taaagöen 3? ï>em/ of ÖP noc& tottbeaf* 
fiaan? 3p tamben ïjem noeïj laten ïeben ; maar be* 
toöle öp bit niet begeerde / 300 $ Öp ïebenbig toet- 

D A M I A A N. 

A%$ be5e genoembe in 't gaar 15-43 / tot UI* 
gei in Cngeïfïab gebangen toierb / en op 
toepgering ban 't aftreben 3ijn£ geloofd rat 
tmure beroo jbeelb toag / 300 gaf Ijp na be gerecht 
plaat£ trebenbe reben ban 3511 geloof/ 31HM bat 
*en «jètitbent tot ïjet bolft baar op 3epbe: deze men- 
fche , dewyl hy zoo groote kennis toont , heeft 
zekerlyk een van beyde, of een Duyvels of een 

Goddei yk geloof, ©ese booj 't oog eenbouWge/ 
toierb ban een anber gebjaagt of tjp al? eenbzoom 
Cffêifien toilbe fierben i ja anttooojbe Damiaan, 
baat te&en/ bjaagbe be anbere/ geeft gp on# baar 

ban? 



n6 *t Merg van de Historiën 

ban? ©at/aIj?mbêti&?anbtoo?t»/3epbeöp/betcioft 
tecfjt na ben J£emd 3a! opbttegen* 't <©een ooft al* 
303 gcfcijid»;. _ 







L-^Vh ijftl WS&\ 


, if"^ * + i 


1 - flfll^^y^Hfc it" 


i & YiUMwM, 




™$m^ 01 




\.m 


1? 'Jr 


CS? * 


W '-v- '81 

f 


II 


1 : $P#i 




1 .3"^ "t - 


ft. - 




Ïfflj^ -^^ 


w/^BBEB 


■ _^fW^P' ■ 


- 1 ! 


r^jX9J5ï* 






\ r ÜMJ-Üt >j«l 


% 3tcfozm em Ajutf-Zustwr* Mtt*&n*m&* ^A 



MARIA van BECKÜMj 

en URSEL haar Schoon-zufter. 

S€Ö?ffcfteHjft f$ be ïjaat en btoingelanbp bet 
Öoom£ge3inben / boo? ïjaat getoaanberi 
Oobgbienft tegen be toategelobigen : Cpgetg 
en ïmrtuen obertteffen be3elben beel in natutelö* 
fte Hefbe. ©e genoembe Maria , ban ïjaat |Boe* 
bet om ïjaat toaten «Etobgbtenft ten ïjup3e uptge* 
tueben / tuietb op 't getuebt biet ban ten öup?e 
ïjaat£ 2S?oebetg/ baat 3P gcblucïjt toag gebate 
gen ; ban 't beb opgeflaaiï 3#nbe / 3ag 3P «n me* 
nigte bott$/ om ïjaat te balen /'t bieöt 3tenbe/no* 

bigbe 



dIr Martelaren. 127 

öifitte 3P gaat 35joebet£ ©jouto tot gaat ge3eï* 
fctjap / bie baar in/ met betoiltiging bon gaat 
jjÊan / ooft toetfemöe ; boo? teben gebente / 5P 
toiiben gaat tfjamen in ben ©eetebetbiijben: 't 
geen Maria aan gaat 25?oebet betjoeftente *t yXot 
toeflonbe. Urzeis Itëoebet en gufïet tipt ©#e* 
flanb bp gaar geftomen / toenben alle pogingen 
aan om gaar ban bat boo?nnnentetteftfceti;maat 
3p Weef onfetoegrigft/ nam gaat affcgepb/ ter* 
ftoo$ lifter ftotaab te igben afê be£ toetelbjgtyettgti 
te geniettt 2p toietben na ©ebentet gebocrb/ 
ontetaugt 3gnbe / b'htfettingen ban ten $att£ 
gaarfóo&egonben ; boeg flanbbafiig bp <$ob£ 
taooftf Mgbenbe/ 3epben 3P tot gaat : be 3&upbel 
boo? ü/ toeg toeg/ met gaat ten buutfe 
t gaat beeö betbigben bat3e toaatbigtoatm 
/telt &ame €g?ifii te Igbea |Ben &?actfóe op 
'twp$ te ©doen/ en aïbaar tet boob en btuite 
tixm^Sbvtot / toeenbe m\ menigte bo%$ / tn> 
$$htieh gaar na te (laften boetbe ; öocf)3P3on- 
fen baft.b?ettgte/en Maria 3epbe tot gaat Sufte: 

iicve Zufter de Hemel is voor ons geopend; voor 
dat wy een korten tyd lvden, zullen wy in der eeu- 
wigheid met onzen Bruidegom verblyden. 2^p 
fcufien malftanbeten / en baten <tëob om betgiffe* 
ni£ boo? bie genen/ bie gaat ïgben aanbeten. Ma- 
ria , bie eetfi betbjanb toietb / bob een bnurig ge* 
öeb / flonb met bjeugben op / en ging na get gout 
met een onnoemelijke bïgbfcgap/ 3eggente: u6 

Chriftus ! heb ik my overgegeven , ik weet dat ik 
eeuwig met u leven zal ; daarom 6 God ! van den 
Hemel , in uwe handen bevele ik mynen geeft. 
T©e Predicant tot ©riöen toilbe Urfei ban gaat 
Suftet aftoenben/bocg 3P 3ulft£ niet li}ten&e/3ep- 
be : ik moet myn Zuiters eynde aaufchouwen. 

Maria 



n8 *t Merg vak de Historiën 

Maria berbjanb 5önbe/po?bemmUrzeinogmaa$ 
tot aftoijfctng ; maar 3P bp gaat bottge geloof 

ültyombt/ 3epbe: om de dood niet, ik wil het eeu- 
wige goed alzoo niet verlaten, ^e fotc])ttt$ gaat 

't Stoaarb aanbiebenbe/ sepbe sp: myn vlees is 

niet te goed, om verbrand te worden. <£pnbeUjft 

tofcd 3P een ban ïjaarlBoeperg/ *t laatfie baat 
toel aan Jan van Bekkum, onbet emftig behoeft 
bat tjp bien <©ob 3oube bienen / bien 33 nu tot een 
25?anb offer toierb opgeoffert. 95p 'tïjiautftomen- 
öe to}ong5e ïjaar ïjanben In een / en öaöt Onze 

Vader die in de Hemelen zyt , &c. 2f|a ftpbe be 

$aap baar binbmen öem: Om dat ik hen daar 

zoeke, 3epbe3p: zoo moet ik den tydelykendood 
fierven, wilde 'ik hem in het Mis-brood erkennen , 
ik mogt noch langer leven. %]$ 3p Op ï>et fcout 

trab ontgleeb Ijaar be boet; my dunkt zeyde z* ik 
valie af: ïjoub/ riep be Cptan/ 3P teil aftoö&ei t 
Neen zeyde zy 't blok ontglyd my ;ik wil inGois 
Woord niet bezwyken , maar ftandvaftig by ChrV 

ftus blyven. <£n fiurf bug boïfianbfg in 't giaa: 

^anmerftené toaatbig toa$ 't / bat ttoee 9[on= 
gelingen / flaanbe onber 't aanfeïjoutoenbe ge3el- 
ffcïjap Maria ïjoojben 3*ggen: deze Paai (baat3P 
nu aanfionb om berbjanb te toojben) zal na myn 
dood noch groenen ; waar aan gy lieden zult be- 
kennen dat dit de waarheid is, daar ik om lyde. 

't 3®elft. 3P naietfjanb gaanbe befeïjoutoen a(3oo 
bebonben : betoegenöe bit toonber 3oobanig öare 
fyectml bat 3P baat bekeerden / en 4Bob£bienfltg 
ïeeföen/ 3ijnbe be êene/Bartei genaanit/in 't 3[aat 
i s sol om 't geloobe geboob* 

AAN* 



der. Martelaren. ii$ 
AANMERKINÖ. 

W% 3uften aïöiet eenfgè ©etfonen / 6p toeflM 
lijben niet beel öp3onberg gebonben toorti/ 
h02tdp betïjalen / en 't aanmetftelö&fK 
aantefeenen* %i 't gaat 15*31 3Ön bzie 25joebetert 
tot 3©o$butg in Cemiten boo? 't 3töaatbaeboob* 
4&p bie jrtbe top3e $ een ïeetaatin jptanïteiilanb/ 
afge3onben upt ïjet <©raaffcïjap (Citol aan be 
toebeten in iBeerenlanö / met öet 3toaatb om* 
gebjagt of ontïjoof b. 1 532 Sijn 3e£ toebeten tot: 
^tattfïng in €tfd)lanb / na bjeefleüj&ppnfgen/ 
met gtoote blpbfcljap toegeng fjaat gobjalig en 
bOÏflanbigïpten / oebOOb. Cene Coenraad Fiechter 
të tot «Cffettftng /na bat ïjp tot fcïjeutehg toe gé* 
pianist toa£ / met betfcïjepbene anbete om het <©e* 

lOObe gebOOb. Huyg Jacobfe Graan en Marytje 
3Ön ©upgb?outo toietben tot ©aferfoutxï gebat* 
gen : 'Marytje toietb tot ©aarïeitt betb?onften/ en 
gaat |Ban in '£ «tëtaberiöagen / beneffeng ftoee 
anbete aan ketenen gefloten 3tjnbe / tot etbat* 
mins bet aanfrfputoer£ / op een gtoutoritjft* 
toffee met een groot buut boob geftjiaben* %n 
't 9|aat 15-33 toteö tm Lodewyk Focft * tot 
jScjjjtoató in f|ntal / geboob. Sicke Snyder tot 
ïeeutoaatben om 3Ön «Beloof en ©oop / na toje- 
telijft pijnigen met ben gtoaatbe getegt- 1 5-35". %&n 
tot ï^oozn bjie toebeten ontfjalfi/ en ttoee 2u$» 
tet£ in be Eee betb?oulten ; bolgeng be ^entetv» 
tien/ om bat3e Ijetboopt toaten/ jonbet baat ban 
boete te boen. 3ln fraate uptgang toonbenje 3icft 
fypmoebig *ot mattianbeten / 3eggenbe: de Knegt 
h niet beter dan zyn Heer ; hebben ly dit aan^l 
SB gtottt 



130 't Merg van de Historiën 

groen Hout gedaan, wat zullen zy aan 't dorre doen? 
(&ot Heeutoaatben luiert onbetben£tabïjoubet 
Georg Schenk , een 28>?oebet / Die 3eben ftinbetg 
naliet / ontïjoofb* 1536. gijn in €t£ïanb 3eben 
55joebetS geboot). ©zie 25ioebet£ en een ^ufïet 
tot Ztenhw na fcï»ift&elgft pijnigen/ bat (jaar {jet 
Woeb bp be ©oeten af fttoombe/ ontfjoof b ; ingaat 
<£ramm betbebigben 5P öaau met be & &d&ift; 
maat be ©ojgetmeeftet fp?ah / top achten uta 
<©ob^ J&ooib niet ; maat fjouben ong aan '£ 
ïtepfetg m&ahbament / en allen/ bie ie$ baat te* 
oen boen / sullen tap fpottcïtjft upttoepen. 
©aar op be Hijbetö ïjem anttoootbben : dat ge- 

lyk hy betoonde een Voorftander van het Babelfe 
Kyk te zyn , hy ook met het gekroonde Beeft de 
eeuwige verdoemenis te verwagten had. ©Jte 

25*oebeten toletben tot %fft bettyanb / ban ïjaae 
3©aatb/ baat 5P getbetgben / al300 3P na Citol 
gejonben toaten / bettaben 3önbe, Ctoee 25*oe* 
oeten / penaten be£ 3©oojb£ / tot 3©pbo?p in 
<©oflentö& in ïjet boottteftften gebangen / 3Ön na 
een Slaat gebangen$ / in een bjolijfte ïjoope om 
te fletben/ toonbetlijft betlofi- ©oc& be tent 3#n 
%tett met gtooten iebet gettontoeltjft boeketten* 
be/ toietb toebetom gegtepen/ en met ben gbraat* 
be geboob- iS37* »3n tot €nfi in <©bet-5|ntaï 
ttoee 25zoebeten ontfjoof b en bettoanb- Cot $affau 
aan beii ©onau 3*jn betfeïjepbe toebeten fn bc 
gebangenig gefïojben, Cot ®iueftï)up3en in 
25epedanb ttoee toebeten/ na betfeïjepbe tojeebe 
pijnigingen betbjanb/ en een tot Gaffel in ©laan* 
beten geboob* 1 538. Zijn ttoee 2$?oebeten in ftet 
«Ptaaffcljap Citof geboob- %\$ men ben tentn 
dooz pijnigen pat3en toilbe/ om te 3eggen toieïjeni 
ftabbe geïjetbergt / 300 3epbe ï)p : ik heb my daar 

toe 



der Martelaren. 131 

toe begeven om alle pyn en lydcn , die een Men- 
fche lyden kan , te verdragen , tot in den dood, 
door Godes kracht, eer ik 't u zeggen en een verra» 
der zyn zal : ik* heb te vooren wel geweten dat het 
my 200 gaan zoude , gy hebt my in uw geweld , doet 
wat u God toelaat, wilt gy my tyrannfceren, dat 
moogt gy doen, God 2al u wel vinden. 4£fetyaagt 
3#nbe / toaatom ïjp 3tjn ïeeben 300 toiibe laren 
fctjeiltm/ 3epbe Öp: Gy 2ult my niet meer als het 
leven benemen. (Ctoee 25?oeberen tofetben tot 
jBtggel^berg tot J&tefiergbal ontfjalfL 

Jan en Pieter Styart ttoee jongelingen 3ön tot 
®inberöout&uptm<tPmtontï|Oofk gpineentmn* 
len #ut gebanoen leggenbe / tonden nietg / self^ 
gaat epge lig§amenniet/ betbergenboo?be3©o?* 
men. ©e eene toag / inbten öp getoilt öab / typ* 
getaaftt / booj 3<eftte tipt 31)n gebangentë geïaten 
3önbe ; maat geeft 3icfj bjptoillig baat toebec in 
begeben / begeërenbe met 3ijn SSjoebet te ftetben. 

gefoagt / 3epbe tot gein / met ten geniet getornde 

©ogen: Stryd vroom, lieve Broeder, ik 21e den He* 

mei boven ons open. (Ctoee ©joeberen 5Ön tot 

$anttaept in Cemiten ontïjalfL 1*39, Witxb in 

«Engeland mede een ©ïaftftaat tegen? be 3£oop#* 

ge3inben afgeïtonbigt ; toaar booj in Dien ongele* 

gen tijb entoube/ beelenbet3elbenblugtenbe/ eent* 

geninfcollanbobetfla&en. Cot©elft3Öm62&jOfrv 

beren met ben Stoaarbe ontlfjalft / en is bufferen 

inöetJBatetberbjonfcen. <fcen Suffer toietb/ na 

bede be3oetóngen in groote bolfïanbfgöepb / tot 

JÖÏijcen / in 't S&ater berfmoojt. «Ken Arent Ja- 

cobfe met 3#n »?outo en oubfien 2oon in beftijp 

gehangen 3Önbe/ en na üKonneftenbam geboert/ 

toietben albaar met 3^ate Ateenen in 't 3©atee 

, gttootpen, 3> %n 



132 't Merg van de Historiën 
9!n 't flaat i «o $ tot£cï)toatgin9ntaï/ eert 

©JOeÖeC/ genaamt Hans Sinnêrav er, OMÏJOOfb/ OT 

biet 35?oebemi tot <£nft&up3en. 15-42. 3$ eeiie 
Jacob en $n 9)up#b?oitto genaamt Seü tot 3©oj* 
inet gehangen 7 en tot Hlmfletöam ten ©uure ge* 
bonnifl 3Ö«öe/ berbjanb* Illgt 25?oeberen en ttuee 
Sufleten 5Ön tot of öp Ctommeniebp / na beel 
aanbegttngen en Cojmenten geleöen te fytbbtn / 
met een bolflanbige Hjbsaamljepb om 't leeben ge* 
öjacftt. 15-43» 3@ietb boo? geïjeeUBefl ©?ie£lanb/ 
6p Païtftaat uitgeroepen bat alle jBigbabigen 
tn ©oobfïagei$ bjpïjepb / '£ S*ep5et# genabe en 
norif) ïjonbert 45ulben£ aan <0elb/ bat op Men t&ti 
beeï toag / 30uben genieten/ inbien 3P Menno bi- 
mons in 2Öeul£ Ijanben ftonben obetfebeteit 15-44 
Zvjxi tot 3Bmfidbam ttoee 25:oeberen : be eene 
genaamt Jan Klaaflen , be anbere Lucas Lam- 

bertfe, toe genaamt Beftevaar, betopl öp 87 g|aar 
out toag / met bett EUiaatbe ontöaïfL g|n be 
©ierffïjaat ftomenbe 3epbe Jan Klaaflen tot bede- 
vaar , ïjoe 3Üt gp al gemoeb mijn liebe 25zoebee? 
bie Ifjem met ten blp gelaat anttoooibbe t Ai wel 
myn lieve Broeder. Vrees nu , boegbe be eet* 
flebaatop/ Vuur noch Zwaard. Och! wat een bly- 
de raaaltyd !s ons bereyd voor dat de klok twaalf uu- 
ren heeft. %i$ 3ijn ©onn$ 30U uptgetoe3en too?* 
ben/ 300 fpjaft Jan Klaaffe: 6 barmhertige Vader! 
gy weet dat wy geen wraak begeeren, geef ze uwen 
Geeft , op dat gy haar dit niet en rekent tot booshey d. 
Ba bat gp tot be 25utgecp ge3egt ïjabbe / bat 3e 
niet anbetó en leeben alg om ïjet 3©oojb <£ob£/ 
300 riep öp ten laatflen met lupber fïemme : 6 Hee- 

re! verlaat my nu noch in der eeuwigheyd;Heere, 
Davids Zoon ontfang myn Ziele. ©etfeïjePbe 

^etfonen tot ftotterbam 6p *enbetgabert3önbe/ 

toaat 



der Martelaren. 133 

toaat onbet een ©ogtet ban Veertien blaten toag/ 
toietben ban een ©jouto / bie albaat een üterd leen* 
öe/ ontbeftt/ aangetyagt en gebannen/ en na bed 
mfbbelen tot afbal aangetoenb te gebben /be|Ban* 
nen met ben jtoaarbe/ en be ©iouto£-$ecfonen 
onber get %$ in 't a^ater / geboob. 

H A N S B LI E f E L, 

E Cn afge3onbene ban be 25*oebeten in Itëee* 
tenlanbytoieeb boo? mibbelbaneengebepng* 
ben berraber / in 't üJaat isisl tot ftiet in 
25epetfanb gebangen. Z&w (betogl be föaab tot 
Riet gelb op 't ïijf ban bien 25?oeber geftelt gab/ 
boo? bit gem aanöiagt) nobigbe gein na tyienbe* 
ïtjfte of aangename ommegang / upt fcgQn ban 
<©ob£bienfi in 3ijn gupg / en berfftiftte bu£ be3en 
goebiiienenben. ©e bettabee boobt gein aan booj 
een fomme gelb£ / baar 't gein om te boen toag / 
log te laten ; boeg be 2S?oebet gem giet in niet te 
toiïïe 3gnbe / foagt gp gein ben Kegtet aan. <©iibet* 
toijlen ttagte be| bercaberg bjouto gem boo? o* 
gulben t'ontflaan; maat bfcooftont3eggmbetoi#& 
üsietei tebenj? be bercabecm5gn©?outogebangeii 
b'©betgepb toepntg gelb bp bm 25?oeber binben* 
be en betmoeben gebbenbe bat be betrabecg 't gem 
ontnomen gabben / totetben $v bepben beneffen£ 
be 25?oebet/ groutoeïgft gepijnigt/ en $ Hans Btfe- 
tel na bietabijftoeefcmgebangen$/ beeoo?bedfïe^ 
benbigbetbjanbtetoojben. Cotbe#apen/bicgvoo* 
te moepte aamuenbben omgem ban 3tjn geloof af te 
treftftm/ 3*pbe gp : gy lieden mcugc wel titaan 
van Uw godlocue verleydipg, ik wil uw valfe leer 
hooren , noch toevallen ; ik heb heeden, ten dage wel 
9 3 wat 



134 '* Merg vak de Historiën 
wat anders te doen , als na uw valfe Propheten te 
luyfteren ; ik moet den Heere myn God in Chri- 
ftus navolgen, en dat volbrengen dat ik belooft heb. 

9n bet upt baten gemoete dein een toelbefcenbe 
Michiel Kramer , bien ftp lacbenbe en toifcenbe 
na ben Hemel aanjag / 't geen in be3en afê ooft 
in 3tfn ï|upgbjouto / 3ienbe b*m bu£ b?olö& ten 
touute gaan / bettoonbeting en ontfieltenig baat* 
be. ©e ©joirtp bjie dagen baflenbe / ttagte met 
meet anbeten / boo? een biomen toanbel be 45e* 
meente te tomben in gelüf t l^et buut ontbonftt / 
en bp op een Itabbet gebonden 3tjnbe / 3*Pbe bp : 
ciit is de regte gemeente Gods , en de weg ten 
Eeuwigen leven; hier van is Hemel en Aarde myn . 
getuygen : ook zal God dezen dag een teken aan 
den Hemel toonen. 't «tffcen OO&betbulttoietb/ 
aÏ500 be Sonne öp gelbet toeet 3obanig betbup* 
ftetbe / bat3e geen fcïjabnto gaf r en op 3Ön boo?* 
3*gging bat be rooft tegt optoaattg / en mn Siele 
baat in ten i^emel baten 30uto / 300 babben eeni* 
ge een fcïjoorie toitte ©upbe in 't buut ge5ien / bie 
met ben rooft tegt optoaatfê bloog» %n 't buut 
ïeggenbe / baat bP b?p lang in leef be / loof be ïjp 
#oö met ge3angen» 

EL.ISABETH, 

Ws©onarf)tig in ©jfeflanb / tg albaat in 't 
gaat 15-49 gehangen. Jtéanneerse ban 
ttoee 3©itftobe$ nauto onbet3orf>t/ en na 
baar «Öefoofg genoten gebjaagt toierb/ en be3et 
ben niet ontöeftften toiIbe/300 flelben 3P baat baar 
na toebetom boo? ben Iftaab / 3eggenbe bat3e baat 
tot bien t#b met goebgepb/ maat nu niet brtllenbe 

te* 



der^. Martelaren. i3f 

Möben met firen^epti 3onben aantafïen: toaat 
op 5P in ben prjmgroam gcbjarijt 3tjnbe/ be 25euï 
briaft tofetb gaar aan te grijpen; Die 3ulftg toep* 
getbe/ a^oo fjp bacfjt bat5e toel 3onbet pijnigen 
ftïappen 30u ; maar 3P niet toillenbe/ 3ctte fjp Öaat 
bupm p3et£ op öepbe&aat bnpmen / en boojfle 
bmgeren/bat bet ïuoeb gaar be nagelen uptfpjong/ 

waar op zy riept,4k mach niet langer lyden.' 5©e 

peeren 3*pben/ Wfjb en top 3nHen uto pijn bet* 
iicïjten ; maar 3(cf) 3eïbe tot gaat <6ob toenbenbt 
riep 3p in gtoote öenautotöepb: help my 6 Heere! < 
uw arme Dienftmaagd ; want gy tyt een noodhel- . 
per , en aan&oubenbe in 't «Beöeb / berffcïjte ïjaat 
PÖn 30banfg/ bat3e tot: be peeren 3*pbe / vraag my 
en ik zal u antwoorden; want ik voel. gans geen 
pyn in. my n vlees alsje, voren . ^p 3etten tiaar 00& < 
frf&oef1>3etg ojp gaat fHfjeenen/ toen getaa&te 3P 
ban tjaat selbe/ toaat op eenige badjten en tegen 
ben anbeten 3*pben bat 3p mogelijk boob toa£ ; 
maat 3p tot §aat 3eibe ftomenbe 3epbe : ik leef en 
ben noch niet dood. 55e ïlecïjtetjS 5tenbebat3ebet* 
toten atöepb aantoenben / ontfToten öaat fet^oef- 
P5et#/ en poiben gaat inet fmeftenbe tooojben; 

maat 3p anttoOOjbe : 200 pleegt men de kinderen 
te doen, en be i&erf)ter£ (boo? gaar ban <0ob ont* 
fangene fttarifjten) niet inet allen bojbetenbe/ toietfr 
3P epnbeling in 't toatet betbjonften. 



9 4 E^ 



136 't Merg va» de Historie 




A%$ tot ^mfïelbam in 't 5Baat 15-49 / om- 
trent 20 25?oebeten mZ\\fltmibtt3&QQ$P 
ge5tnben gebangen toaten / 300 öab een 
pnber allen ttoee 25joedetg / toffe en toutoeftna* 
pen/ 3omtpb$ bjonften 3Önbe; be3e op 3efteren tfjb 
in be herberg 3ittenbe en gebagtig toojbenbe aan 
tt^at: gebangen Sloeber/ maften een öeffupt onbet 
een onbebagten eeb/be 5elben 5onbet eenig gebaat/ 
ja ben booo 3elbe t'ontsien/ te 5ullen betlofTen : 3P 
fielben gaat aanjïag op een nagt bué in 't toet& : 
een 28oot$)aaft aan een benfiet öegtenbe / ftlom* 
men 3p baat tegen op / maakten een touto bafi / en 
ppenen een benfiet met een ftoeboet / 't geen ïjaac 
300 toe! geluftte / bat3e niet alleen gaat gebangen 
2fyoeba7 maat 006 be meefle anderen betloften. 



pgR Martelaren. f37 

HaiimcritóP (^töat besegoioeitibeEiiert Janft, 
(Me webe be QetoQerttfjepti beneffenjjt be anberengab- 
öf om b?P te geraten / Hat toepgerenbe 3epbe ; 
. ik ben nu zoo wel geruit , om myn otFerhaude te 
doen, en gevoele my nu in een zoo zaligen ftant, 
dat jk geen moed heb door lang leven beter te wor- 
den: ik vrees dat ik in 't wandelen door de lange 
woeöyne, in flaaumoedïgheyd vallende, nimmer- 
meer pver de Jordane in 't beloofde Land zou ko- 
men ;,opk zoudenze mykonnennafchrvvendewyl 
ik door myn houte-been al te wel bekent ben. 

©en bas 3Öner en bgf 3Öner Iteebebjoeberen 
en ttajee Sufteren offerganbe (Detoeïfteii afgefegep* 
Hen ban be anbere gefloten toaren / en be3elbe toef 
honden toren/ maar niet berloflen) geftomen 3#n* 
fce / ffcgtftte 3Ön #eef / toonenbe ober ftet <©eban* 
B^n-Öup^/ baar be berloffer£ gaar goeb geöo?gen 
naboen / gem boo? be ©uurfegaar / om te 3feu 
Doe 3Ön #etf ganoeb 30U 3Ön in 5Ün laatfie uure; 
Itiaar Eiiert gein getoaar tuo?benbe fpjaft / tot 
Broote bertoonbering ban allen / gein Mpmoebig 
aan/ Dein bmnanenbe tot get goebe/ en berftlaar* 
be noopt ölijber bag geleeft te gebben, &it be* 
tooog 3<jn jtëeef mebe rot get tnare gelobe en een 
&eplig leben. 3M300 geeft men Eiiert Janfz. met 
3i)n Jfeebeb?oeber£ en Sufterp lebenbigberb?anb* 

F Y E en EELKEN, 

T3©ee bjome en liefgeböenbe 25?ocberen/ ban 
toelften eerflen 't gemeenebolft/ a$ gn ge* 
boobtoatf/ 3ribe/batbtö£mibzoom|fean/ 
# bat geen Cgjifïen 300 ifler geen in begegerietoe* 
rrib, ^£elkennabeeIonoerb;agingenenb;ep^ 
3 S BtaBW 



138 't Merg vak de Historiën 
jjingentetiSegtetg/ &eneffen£ Fye gaat fententie 
mtfangm öabben / $« 3P &P malftanbeten ae* 
fcagt: jöftufïminafhaiibermïjanöenmtaottm/ 
tot bcc aanfcöoitoet^ gtoote toertoonbetina. 
Selfé te ïtncgten Hepen tot haat peeren / en 5ep* 
ten ; noopt ftebben menfcöm-malftanbeten 300 
bemint. Eelken toietö na toie Dagen ontfjatfh 
(Cettojjl De Sententie ban Fye gefóen toietb/ top* 
fïecbe tjp niet ; maat toetmitg $n gtoote 6öjö* 
fcfjap 3ong en fp?ong f)P / <$ob fobenbe en Dan* 
ftenbe/ cnfpjaft: dit fcdeeenwige weg. 

9Kg ïju na öe <tëeregt-plaatg gaanbe / eenlgen 
3önet tyienben*n ibeftenben 3^8/ tiq> ÖP* vrienden 
vcrbiyd u met my over zulken Bruyloft als Enybe- 

reyt is. ©e 25joebet# beeben 3ul&g ooft / jeggen^ 

öe: dit is de Wyn-parfe de$ Heeren:.h?ër hangt de 

Kroon aan. 3ll£ ïjem De ffêonniften thfret&iegt* 
hupsten met 25?oobt en 3©ijn qudben / 300 Deeb 
op met alö 4Bob banhen / en tyeugbe teellenen be* 
tol)5en/ en fpiaft tot ïjaat: op uw Brood en Wyn 
ben ik niet verhongert , maar my is een fpyze be- 
reyd in den Hemel. %\$ ï)p aanbe^aalflonbom 

getooigt en toerbjanb te toojben / riep ïjp : 6 Hee- 
re ! ontf'ang uwen knegt. <tf>ebangen tot 3&00;n 
in 3©eft-b?ie u élanb / en gecegttotlleeutoaatben/ 
in'tSaat 15*49* 




HANS 



pek. Makte la rem. 139 



*V* 



& 



mr- 






HANS van OVERDAM, 

r£t oo^aaft bat in 't 3aar is so / tot »<&ent 
ttoee 3|onge Heben / en een 9|onge ©ogter 
getiangen 3önbe/ en toat te tooojbarig in 't 
reben ttoifïen baat boo? toaren afgeballen / en be 
Papen baat op teacfjtig roemben ; 300 fcö?eef 
Hans , bit niet ftimnenbe lijben / met meening een 
felepnen / boel) boo: tetoer een grooten 23«ef ; en 
3onb baat ban aan be peeren eenige affemiften: 
maftenbe b'anberen btn toolfte boo? aanplaftften 
openbaar ; onbet anbere rebenen Hetljp baar fnbloe* 
pen : zeer begeerig te zyn om met al de Roomze 
geleerden , by een groot vuur te Difputeren , 't 
geen den overwonnenen zyn deel zou zyn. 't ©et* 

noegbefjem/ bit nocfc tooo? 3Ön getoangenté / bie 
J^ni}aa(ltebeurttïtri/befcïjitoteljefaüeii. 2pöab* 

ben 



140 't Merg van de Historiën 

ben onbe? baar Stfdfcöap/ met öet toelft 3P öefïo^ 
ren babben in em 28>o£ te toetgaberen / een toerra* 
ber/ luaar booj 3P allen toierben gehangen/ en op 
ttoee 3Bagen$ berieffm£ eenigen/ oie gaar itptïief- 
be m 't booiop $ben groetten/ tot 4Pent gebjagt/ 
in altaar in jSpefanHen / ftamer£ / Stelber£ en 
bupflere «Baten getoojpen. ï£p V»a£ 3eer öegcerig 
met be $apm $ooj be fftegtetg en al be getoange* 
nen te ©ifputeertti ; maar 3P tearen toel toö5er / 
$mtef fjoetad inoebtottta$ Winb/ be 3©aarijepö 
OerMigeiSif)?iftaan3ijn5Öt^ $a toeetouïbi* 
ge c^ammatfen / toiïöen ïjein be fiegterg onber- 
«egten / 3eggênbe : 3Ö« Stele te 3oeften; maar öp 

antllJOOJbe ƒ zyt gy daar toe begeerte, welaan 
gair ia de Stad op alle plaatzen , tot Üronkaarts, 
H^ereerdere, Vloekkers, Schelders, Gierïgaarts, 
HovaardigcB ; Afgodendienaars , Zuypers , Bras- 
zërs en Moordenaars , die onnozel bloed vergie- 
ten, 't welk nog al uwe Broeders zyn, zoekt die 
haar Ziele, de myne heeft Chriftus gevonden. B?n 
fcuaé "met al be 25?oeber£ en Snfïer£ 3eer toel ge* 
trooft engemoeb/ om5ijn©fferöanbe/ biebpbaafï 
toertuagte / te boen- flipt 3tfn getoangenf? fcfeeef 
ÖP in een 25?ief / be3e uutnemenbe tooojben : 6 gy 
Almagtige en eeuwige God ! hoe geheel on begrype- 
lyk is uw genade, en Vaderlyke barmhertigheyd over 
die geenen die u vreezen, en liefhebben? ó V^der! 
wie zou zulken God niet vreezen ? diedezynen weet 
te verloflen , al is 't dat zy fchynen hier een kleynen 
tyd verlaten te zyn , van alle menfehen veracht, 
verworpen, en vervloekt op dezer Aarden : Nog- 
tans verlaat hy de zynen niet , door den trooft des H. 
Geeft in onze harren , die ons vrymoedig en vro- 
lyk maakt, dat wy om zynes Naams wille mogen 
yerfmaatheyd lyden ; en hoopen door de góedheyd 

Gods 



» E tl M A k T È L A R E tt. I4t 

Gods haaft ten eynde onzer Pelgrimmagie te zyn, 
en van deze ellendige wereld en tranendal verloft te 
worden ; en dit Aartzè huys onzer Wooninge ge- 
brooken zynde , f huys by onzen Hemelfchen Va* 
der, de Kröone des Eeuwigen Levens t'ontfengen; 
fyotl) in eenen anberen 25?ief / f&eeïtenbe tot 6e 
*fegta# / 3egt ÖP toonenbe 3ön fcloeftmoebigöepb/ 

daarom willen wy liever door Godes genade, ons 
tydelyk Lighaam laten branden, verdrinken, ont- 
hoofden, rekken, of pynigen, geeflèlen, bannen, 
verjagen , onze goederen laten beroven , alzob 
't u goet dunkt, eer wy u lieden tegen des Heeren 
Woord, eenige gehoorzaamheyd willen bewyzen^ 
en willen daar in verduldig en lydzaam zyn. 
©OOJtg i$ Hans van Overdam , en een 3tjnet 6p* 
3onbece teienben Hans Kaaskoper , betoelfteöpmal* 
ftanbete gebangen sleten ftaöbm/ elft aaneen ©aal 
gefleït/ en 500 't naafi ftfjpnt lebenbig toetbjanb; 
"... * 

TYS van LINT, 

W<©onacötig tot toermónbe in <0elbedanfc 
<£m yzt aanbac&tfg IBan / ïetoenbe naai! 
3ön£ peeren gatoen in 3#ne tyee3e/3önber> 
fiiig batmïjettfg en mebelfjbenbe omtrent ben ar* 
men / en trooflelijft in öaar noob ; in 't ftojt/ &e&* 
fcenbe een goeb gentrijt / en fceftleeb inet b'aïlêÉ 
€ö?ifreli)ft(ie beugben/$ aïbaar/in 't 5J|aar 15-5-0/ 
om 3Ö« oprecöt geloof gdmngen/toooj ifcetter ber* 
Maart/ biee3dtjftgemartelt/ ter boob berobjbertb/ 
en tot afltfje (grip ooft ftojt baat na öp na be ge- 
ïjeele &tab / men toeet niet 6p toat gefegenöjepb) 
becfyanb. 

I>RIE 



14* 't Merg van de Historiek 

DRIE BROEDEREN 

Zfln boo? nt)Wgï)epb bet #apen/ (bfe ben 
jfl&arftgraaf / Me anbetg be quaabfte niet 
fcïjeen I op paene ban 3tjn officie / baar toe 
btoongen) tot %nttoetpen in 't flaat 1570 geban* 
gat «©ebenbe bit oo&aaft ban WftbfcÖap 300 bert 
papen alé ben J&pebeten ; betgeugenbe 3icg be 
laatfïen om bat3e tóaatbig toaten boot ben 3&ame 
Cï$fti te lijben. $a fcftetp epamen bet ©apen/ 
en ieubenffe doctoren / ïjeefteenjan genaamt/ 
liaar fpieeftet/ 3icö met be ï|eplige £c&*ift 300ba* 
mg gebêfenbeetb/ bat be Itëaritgraaf getupgbe30o 
ftlate uptleggingen bet l|eplige £cö|ift noopt ge* 
* ib te fjeóben ; bet3eeftetb 3#nbe bat öp / in bien 
beertien bagen öp be toebeten toa$/ oberre* 
it 3öuto too?ben. 3©aat op be3elbe anttooojbe : 
oordeel zelve of dit niet het recht Geloof en de 
Waarheyd is, daar voor wy ons leven te pande 
ftellen,en daar af dat wy niet willen wyken; maar 
daar in volharde^, tot lof en prys des Heeren,die 
ons niet heeft verlaten, zelfs als wy in het duyfter 
zaten. ©00? 't berfteetb boojt öjengen bet ï^eplfge 
&cfj?iften/ ban be doctoren/ bjaagben baar be 

25?0eberen : hoe zy zo ftout dorden' weezen , den 
weg des Heeren zoo verkeerd te leeren : 3©aatop 

een anttooojbe; om bat top met u niet in be ge* 
bangeniflen/ in angfl en biub toiïïen 3Ön; maat 
ober een <3aar 7 a 8 ban toil ift be3©aarïjepbrecï)t 
beröjepben/eri baar goeb boojbeel mebe boen. Og ! 
armen (anttooojbe een bet 25?oeberen) hoe verlaat 

gy u op een ydele hoope, daar gy uur noch tyd 

zeeker hebt? (3tjnbe ï)P ooft fto?t baat na gefïur* 

ben) 



der, Martelaren. 143 

ben) liet zeydenze,gy bekend dat wy niet misdaan 
hebben , waarom wilt gy ons doodcn? 't$lep3et# 
#la&aat/anttoöozben be ïïegtet^/gebieb on£ bat: 
neemt ban bat $k&aat 3epöen be 25?oebeten met 
u in 't oojbed <©ob£ / en 3fet of 't 11 baat 3al b?p* 
fjueeften. 

Zp toietben ten biture beroo*beelb/'t toel& ïjaat 
nietbetfc(pihte/inaaeberf)eiigbeeii^ertroofte, ©e 
fiaab fpjaft tot ben jongöen : bib tm iBarAgtaaf 
fap jal u noct) toel ^platen ; maat |jp anttooojbe : 
o heen! ik wil met myn Broederen voor de VV aar- 
heid ïyden. Cjebenbe afeoo bjooïijft na be laaien/ 
jepbeil 3P : aldus trekken wy met vreden na het 
vreedzame Huys Gods , om daar een eenwige 
woonftede te verkrygen. gp babett <tffob Oin bei> 
grtjing boo? be «ecöterg/ en aan be #aal fïaanbe 
nepen 3p: Hemel fche Vader, ontfang onzen geeft, 
in uwe handen. 

J A Q.Ü E S D O S I E, 

E€n gonrjettng ban 1 s fparen tot ïeeutoaar> 
bengebangem <©p 3efteren tijb a$ be l^eet 
en »?oubi ban $?fcfïanb/ nebeng meet an* 
bete fèeeten en 3&ame£ fjp een bergabert Vaaren/ 
beben 3? Jaques boo* gaat ftomen/om 3ön<<Betoof 
t'onbetjoeften /taaar op ÖP 3eet treffelijk anttoombe. 
©e l^eet onbettu(Tc&eii onbertoaojt bertrofttot 
3Önbe / Ijeeft be ©joüto mebelöben met ben gon* 
geling ïjebbenbe / bert tttet ïjem gefpjöfcen / Ijem 
bjagenbe / Waarom ïjp nog 300 jong 3#nbe / tm$ 
3toaat gebangen mgebonbenïag? toaaropfjpant* 

bJOOibe: dit is alleen gefchied om dat ik in Chriltus 
gelove , en hem alleen aanhangende , den zelvea 

geen- 



i44" 't Merg Van j>e Historiën 
geenzins wil verzaken. W$ 3P Qem bjöeg df W 

ttfet mebe ban 't IBunftefe oproerig tooïft toa#? 

fpiaft ÖP : Mevrouw zulk een ben ik niet , ook ken 
ik zulk volk niet ; maar wy willen veel meer, na 
melding der Heylige Schrifturen , onze vyaridert 
helpen , zoo zy hongeren en dorden, met fpys en 
drank verzaden , en haar geenzins met geweld pt 
wraake wederftaan. %]$ m beefe toeber3#bffc X& 

oenen/ be ©jduto Jêm bad sfól) te be&eeren / en 
ftaar ^betoetebafleri/ toiflmbe&embarib?pï)epfc 
QCben/ 30p jepbe ïjp: Mevrouw ik bedanke üzeet' 
voor uw goede genegentheyd t'mywaarts; maar ik 
wil myn geloof niet verwHTelen , om eehige fterf- 
felyke menfchen te behagen , of men moeft myn 
doling met de Schrifture bewyzen ; want ik my in 
God* om zyn vriend te zyn* gantfchelyk heb over- 
gegeven, daar in ik verhoope te levenenteftervën^ 

*t W&h öem ooft te beurt biel ; ïjeedtjfte rebenen 
ban 300 toepnige blaren ! ©e ttjb be3er jjefctjiebe* 
tA$ fcöpnt niet beftent. 




Twee 



der Martelaren. m 




Twccjfenge-Maagdekeiis. 

*~J%xx fn "t^aacifp/ tot29öflnöerBS*ana«V 
f tojeöeïijfe gepönigt/ en om tefïetbentoerpo:* 
*— ' öeeft; tot fpot fttanflen toanfftooop'tïjoofb 
9*3et/ en 0(300 al£ in trfutnpö ter toob gtfepb* 
Zp feben Wt aïïe^ ntct alleen ^etflanbbaflig en blp- 
moeWg/ maai: fpjaften in ïjaar uptbaart be een tot 
te andere nocft be3e ïjeedpe en ttoofleöjfte tooo?* 
ben: dewyle de Hcere Chriftus voor ons een door- 
nen Kroon gedragen heeft , waarom zouden wy 
niet wederom , tot zyner eere dezen öroo Kroon 
dragen ? De getrouwe God tal ons voor dezen 
een fchoonen gouden Kroon en heerlyken krans 
opzetten. 



AAN- 



146 't ME HG VAN DE HlST O JU EN. 

AANMERKING. 

Ift 'tgaac 1 w/toiecbtotSSoï^kDaartfn©?^ 
lanb / een Sloeber Frans genaamt gebangen/ 
naar leeutoaatben getooert / en albaar leben* 
Mg beröjanb. 55efcïjulWot JÖnbe ban balfe ïeete/ 
Ixnuenbe te 3UJ0te gantfct} upttoepen / anttooo?be 
Frans: verftoort u niet myn Heer en, toont myuyt 
den Bybel myn valfe leere , ik hebber een mede- 
gebragt , komt en leert my daar uyt. ï^p toietb 

baat na a$ een berfmaber bet U&iffe / bolgen£ 
'g ftep50# öebeï ten bmire beroojbeeffc J|p on= 
lietfcftjiht öebanïtte be peeren / en 3epbe : ik wil u 
dit alles van harten vergeven, ü wenfchende dat Gods 
geeft u verligtë u tot betering , dat gy boete doet, 
en u na Gods woorden fchikt. Ik ga nunadehey- 
lige Stad , en myns Vaders erve. b ,c 3llanfcï|0iu 
\m$ I bfe upt mebelöben toeenben/ bermaanbejjp 

3eggenbe : weent niet , maar bereydt uoiiiuw zonden 
af te fterven; want dit is de regie weg om tot het le- 
ven in te gaan. $a 3{jn gebane <&&&/ fpjaft 8p 
nocï) be3e laatfte tooojben : Heere Godt wil myn 
Ziele ontfangen en leydze in uwen vreede. OsWalt 
ban gjamnitg toietb tot Wmm in ©otfentfjft 
(na een 3|aar en 3$ Whm gebangenig / jonber 
bonn$ of betftonbiging ban mtëbaab) in ben ©o* 
nau berbjonften. ^l^Tjein 3ull$ toterb geb?engt7 
300 fpjaïl Öp : ik wil doch van Godt en zyne W aar- 
heyd riiet wyken : Chriftus is voor my geftorven , 
dien wil ik navolgen , en om zyne Waarheyd ook 
liever derven , dan die verlaaten. o£ene Andries 
Kofter , toferb tot gn£ aan im ©onauontljoofb. 
15-46 / Zijn bier 3B*oeberen geboob* 3&oc§ ttoee 

25toe* 



db* Martelaren. 147 
JS$?oeteten eneengufier. a&e&ui^'biouhibaitbflt 
eenen geraaftte na mt biie Sarïge gebangenié/ ftj» 
onaduft ban tyanü loS : bodj bc anbece/ bie baat 
ooft gdegentfepb toe ijaö / ging luebceam / cu luuxb 
na nog een gaat grbangen te 30" / in ben ©o* 
nau bettoonften, <ö*en 2S*oeber gniaamt Quiri- 
nus Pieterfz. ban kroningen / i^ tot 3lmffetbam 
lebenbig berfyanb/ om bat ta / 3egt te Sententie/ 
Öem habte begeben tot orajaote/ en bc ftettetpe 
bet mabapttften/ ïjem Dab laten fi^etboouen/ 
qualtfft robodente ban te Sacramenten bet &»* 
Ugeftetft/ be inenfd>m tot 3ulhe btoaltngm ïjab 
te betboett / tegen£ fjet Heplig C&ffien <&dobe / 
te 0;bonantie bet &eplige sterft / en te $lafta* 
ten ter ftepjeriijfte jjteajeffcpt. ©ft of Wérgdtjfte 
toaten al bed te Sententien banbe3ltjbet£. fötoee 
S&ojgerg ban oBbam toietten tot 3ümflerbam ge- 
bangen gebjacöt/ na bed onber3oeft en bolfïanbïge 
bepzoetotng / op iabbeté gebonten / in 't buut 
getoomen / en afeoo albaat lebenbig berbjanb, 
i«7. 3®tob tot 3|Ifï to Sneeft/ een cuffet op 't 
upttetfie Sbianget 3Önbe (genaamt Rigft Heynes, 
toieng jÈan 't met groot gebaar te$ lebend ont* 
bïugt toa£) firengdöft gebonten / gebangen tot 
Eeeutoaatben gebjagt/ en albaat in 't toater bet* 
fmoozt: na bjte JÉefieu gebangen$ beriofh3Pban 
een Zoontje/ battotgtootebettoonberingbet^lan^ 
fetjoutoet^/ belittmenenban3Ön|Bo5iet^ban^ 
om in 5ön armen ïjaö. Zp toietb om gaar «Be* 
laofëgenaten te mdten / gtoutodftft gepfjnigt ; 
itiaatbel^betfletftteöaat/ en betoaatbe öaat 
ïtionb batte niemand melte. <€ot <&ofiente toierö 
in 't gaar 15-48/ «n gnboojltng/ een Jfcan ban 
jeer goeben lof/ toegen^3ÖnemHbabigtepb/ op 
cenig gmigt op \ Stabhup^ ont&ooten/ ban 3ün 
ft 2 gr* 



148 't Merg vak de Historiën 
grioof onbet3ogt/ na fiettoutoe öetfjbenig/ g&ön* 
gen/ ten fftop en touute toetooojbeelt/ entoetbjanb* 
ilptgriept p?e3enteetbe een ©aap ïjern een ïlttupfe* 
fïftg om te tuffen ; maat fjp 3ulï$ toepgetenöe/ 
Sepbe be ©aap tot be omfïaanbetg : bfbt boo? be* 
3en tetfepbet: taant Opgaat upt bit inïjeteeutoige 
buur. 3©aar op be IKattelaat genaamt Klaas 
Leks eenbOUWganttoOOjbe : dit zegt gy; maar ik ver- 
trouw beter, Ctoee toebeten en ttoee Zufït* 
ten $n tot liet in 25|abanb in 't Slaat is fo/ 8** 
too&t en betöjanb : a$ men ïjen be$ Itep3et£ 
f&laftaat tooo? la£ / 3*pbe een ban be toebeten : 
Chriftus zegt Mare. 1 6. wie gelooft en gedoopt word 
zal zalig worden ; maar 's Keyzers Mandament zegt , 
wie op zyn geloof gedoopt word, die moet zonder 
eenfge genade gedood worden , van dez^ wee 
ftrydende Plakaten moeten wy een verlaten; zullen 
daarom het bevel Godts houden. g|n begtóangetli$ 
tyaagbe be ^cljout een bet Stofferen/ toat 3p 3ep* 
be ? betoelfte anttooo?be : men heeft my in deze 
Stad tweemaal groote eere aangedaan , te weten , 
als ik trouwde , en als myn Man Keyzer werd ; maar 
iiooyt hadde ik vreugde , die niet verging , als ik 
nu doe. <fl*en 25?oebet en b?fe ^uffeten / 3ijn tot 
Hepben tet boob getyac&t* 55e bjoebet fpjaft in 
't uptgaan : wy lyden niet als Dieven, of Moor- 
denaars , maar om des Heeren Name : daarom 6 
Heere! vergeef het hen die ons dit aandoen. <&tn 
bet Sufleten fpjaft : Heere wil ons fterken , die om 
uw Woord lyden, 't welk weynige doen willen: ik 
ben niet waardig om uwen Name te lyden , maar 
gy zult my waardigmaken. 3£ettoeebeciuamaÏ3in* 
genbe boo?/ en fpjaft baat na: Heere aanzie ons, 
die voor uw Woord lyden ; want ons betrouwen 
flaat alleen op u. ©e betbe / dit is de enge weg 

ter 



DE rM ARTELAREN. 149 

ter Zaligheyd : 6 Hcere ! ontfang myn geeft. ©ei> 
manenbe be Jteecen boete te boen ban be fcgabe/ 
We 3p gaar hielen aanbeden. €m naatflig X.ee* 
raat geiiaamt Teunis van Hauftelraat , fë tot 3Ül* 
miet in töijliftetlant/ tot aflefje betfyanb. ^jneen 
25?ief aan 3#n 35* *n &• gefc&eben / fP?aft ïjp 
3911 <©OÖt albU^ aan : ó Godt ! laat my in myn 
groore lyden dat geworden, dat ik zonder ophouden 
tot u dringen- mag , en niet en vreexe eenige pyne 
noch doodt ; ja lieve Heere dat bidde ik u, gy die 
Godt iyt over alle dingen , dat ik doch niet verschrikt 
en worde, over al het geene dat my overkomen mag , 
en zal, dat ik ter Zaligheyd met Chriftusial lyd«n ; 
want ik weet datdiendeKroonedesI^evensbereyd 
is, die daar i^ volharden. (Cuffen <§ittett en ïiltime* 
v rijj in t bdb/ i$ een25joebet/ opïjetï|upgte2&o^ 
ten gebangen 3Önbe / betïtfanb* ©*ooKjft nam 
hp 3ön Sententie aan / 3<nsenbe na 3Ön <d$eregt- 
plaat* gaande / een ^eefleïijft ïiebeften 300 lang 
3ijn abem ïjem 3uïftg toeliet 3©epnig töbg gier te 
booten toatenbet in Ut 3elbe ^inöagt norf) eeng 
3eben en een? elf toebeten met ïjet gtoaatb ge= 
tfat. (&mt Remken Ramakers VuiecD ooft Öp 
j&ittert berbjanb, €ot Eonben in <£ngelanb 3D« 
ooft een 25?oeber ei een Sufiet om gaat geloof tot ' 
afic&e betbjanb : ïjeböenbe te baten beele toptien* 
ten nptgeftaan. 

Cot Giffen toietb een Gerrit van Kempen , om 

't getupgenié 3|efu betbianb. Anthoni van Affei- 
roye, Ceetaat en oubfïé/ i$ mebe na beel gelibene 
tormenten / om 't gelobe geboobt, €ene Hans 
van Monfter, önpten 'Sfoittoetpen/ op 't 0np£ te 
J&itc&em / om 't gelobe gebangen sönbe / tarfetb 
ban ttoee S&oebeten öe3ogt / bie fobie gelegent* 
Öepb ooft gebangen / en op 't gemelbe $up£ met 
ft 3 uiaï* 



fyo 't Merg van de Historiën 
maïftanbeten geboob #n. fltot ïeeutoaatben 
b?agt men een ^Jongeling ban 15- gaten om 't Ie* 
ben/ tft benft bat be3* te boren genoemt ig Jaques 
Do^c. g[n bit 3elbe gaat i sso I tofetb '£ boötg 
baat tegen be berboujben betmeetbett / boo? 't 

glaftaat ban gnquifttie bp Hemer ftatri benbitf* 
n ben 29 9p;il binnen Snuffel uptgegeben / en 
toa£ oo?3aa& batmmboo?taanem<Beeffeli)fte 3n* 
quijtae totfbe inboeten/ en niet te min boo? btWt* 
rritrttjhe majjt be to?eebe en btoebtae JBanbamen* 
ten fftaffettjft boen boïbjengat «ten fjoetoel eenige 
Ifcagifftattn bit ^lahaat ban 9|nquffïtie niet teil* 
ten ©ublfceeten / en eenige boo* ootmoebige 0e* 
queften bet3agting betfttegen ; 300 toietben nog* 
tang baötftjft mibbeïen in 'tfppmeKjft aangetoenb/ 
om boo? be Ünquifïteutg bit in 't toeft te fWlen, 
3&it beroo#aa&te beel begiet en blugten/ ta3or^ 
öet&epb upt Stëefl-blaanberm ^mjw&upttboet* 
bet tot 9Bmftetbam Reyer Dirkft. genoemt/ tofetb 
na taeefeKjft pijnigen betbjanb. €m &mit tot 
tornen be 3©aarf)epb bëlijbenbe toierb beroojbeelt 
tot ïjet buut/ of inbien ïfp afbiel/ tot fret Stoaarb. 
£p Aagten öepbebejegeteeöfrijappaneboojfcïjön/ 
boa) tnce3enbef)et©olft/ tofetb öp in begebangenfjj 
ontgoofb. 't ïigöaam op 't ïierft pof gebmgt 
3Önbe / bebe een #aap een lijft reben / seggenbe: 
bat W öertoepen en galm gefloten toaé / en 3e 
ïjem ontljoofb ïjabben eet 6p toeberom betanbetbe; 
maat men ïjielb bat be ©aap ben booben beloog/ 
aft** ÖP na betfjaal ban be Sententie ïjalfïanig 
öp 3Ön beïtjöenté bleef : en quam al30o upt 3ö« 
teugenagtige mohb be 3©aatf)epb te boojfeftijn* 



G IL 



der Martelaren. - ifi 

GILiïSiN EtIZABETH, 

T3©ee bmtmC^ifienen 5ijn in 'tgiaar 1571 
tot <Bmt gebangen/ en na '£ftep30$ #te* 
tatttecbooötoeroojbeelt. J&a öaar bepbet 
<6eöeb op 't ^rfjabot / trab Elizabeth eerfï na bc 
$aal/ en ffcaft: ik danke u 6 Hcere ! dat ik waar- 
dig ben om uwen Name telyden, ik (la nu aan den 
Proeffteen der Uytverkoornen Godts , 6 Heere! 
fterk my , en vertoef niet. Gillis fpjaft tot ïjaac; 
Zufter , wees lydfeaamin u lyden, en troolt u in 
God, hy zal u niet verlaten. ó3Uetie25?oebet/3ep* 

öe 3P tft toilnimmmneoiüanijemrcöepöen. Coat 
nep Gillis , ö Heer! v^rgeefze de zonden, die my 
hier de dood aan doen. ; t 'want om datze u niet ea 
kennen, wetehze niet watze doen. <£nbel$l riepen* 
fe t'jaiuen: 6 Heemeïfche Vader!, in uwe handen 
beveelen wy onzen Geeft. 

Vier Vrome Chrifterien , 

M€t namen / Joris , Wouter , Grietje m 
Naantgen, Mufltenbetoan Ïietin2&abanb/ 
na ^Seiit in © (aanbeten / toterben 3^na een 
ftlepnen tfjb baat fletooont te öeöben/booi eender* 
taöer geüangen / banftenbe <©obt met tyeugbe en 
3lof5angen. ïebmbiBtmtmureberoo*beelt#nbe/ 
tiebantiterBe be peeren / en Grietje fpjaft : myn 
Heeren fpaart drie Palen, wy zullen wel allen aan eea 
fler ven j. want wy zyn dog Geeftelyk alle eens gezind. 
zy waren blyde in den Heere , Godt hooglyk danken- 
de. Cn Naantgen 3epbe: dit is de dag daar ik zoo zeer 
Ït4 na 



i£i 't Merg van de Historiek 
na verlangt heb. 5^bat3emetmalftanbetennebet* 
fiehnieit/ (jaar <5eöebt gebaan / en malftanberen 
met ten ftuS beg bjebeg geftufï ftabben/ m ieber in 
een fWft geïjangen toaren / fpjaft be eene tot ben 

anbeten : laat ons nu vromelyk ftryden ; want dit 
is onze laatfte py n, hier na zullen wy ons met Godt in 
oneyndelyke vreugde verblyden. <Coen bet btlUt 
tegon aan te gaan/ riepen 3p: ö Godt ! Vader in 
uwe handen beveelen wy onzen Geeft, ^n't^aac 

!ƒƒ!. 

CATERINA, 

ECn taome ftanbbafHge ©jotito / f£ ter ge* 
noenibe #Iaa#/ na arfjt basen/ oo& ten buure 
beroojbeelt / en lebenbfg berb?anb. 3|n bege* 
toangemS beben be Jföonnihm groote moepte om 
ïfaat tot afbal tebetoegen; maar 3PfP?aft tot baar/ 
met meer ban mannelijke bapperbepb/ be3e toooj* 
ben: ik ftazoovaftopmyngeioove, dat ik my daar 
voor ter eere Godts aan een ftaak wil laten bra- 
den : wat zoud gy om 't uwe wel doen ? niet veel 
peen ik. $a een buurig «Befieb tot baren töobt/ 
om fierfcte / bie 3p ooft berftreeg / fp?aft# aan ben 
flaaft tori gemoet be3etooo;ben : om der Waarheyd 
wille worde ik ter dood gebragt, wat gy dan mag- 
tig zyt my te doen, ben ik vrymoedigbereydtely- 

den. <£en ©aap of lHonnift gaar totHenbe ber* 
troofien30o öp 3?pbe/ anttooojböe: ey zwyg, ik 
ben moede vanuwequclling,laatutrooftenaanmy 
ftaan % en trooft u zelven ; want hy , om wiens naam 
ik lyde, zal my nu een trooft wezen : bien 5P met 

een bafi bettroutoen aantoepenbt ben *5eefi gaf. 

JO. 



DER MARTELAREN. 15-3 

JOHANNES BAU, 



D 



Sje 5irf) 3dben in een 35?ief aan ?tjne Sfyoe* 
Deren/ een eflenbigen bet eflenbigen/ en een 
beslatenen bet berïatenen noeint/en Me jtjn 
Sfyoeberen öabt/ bafce dog Den ©eete boo? ïjem 
toiiben irfbben/ bat öp ï^m upt men grooten ge- 
barelitfien en onnuptfp?efteli)ften noobt tortbe ber* 
loflen/ f$ tot ®ainöerg in 't gaar 15-5-1 in 5Qn 
gebangeni£/ 5önbe een Donfceren Cooren/ toaat 
"i bP 23 Naaren eïïeiibeïtjft om De taaar&epb ïjaö 
gelegen) 5#ti natutettjften bcrobt geftojben en in tal 
1$eere ontfTapen* 

JERONIMUS ZEGERSZ, 
En 
L Y S K E N, 

zynHuysvrouw, 

r-w «n in 't gaar iss 1 tot Hnttoerpen om ftet 

X oriQben ber toaarïjepb gebangen/ en elft bp* 

^— ' 3onber g*3et / Hjbenbe beei mnbegtinge / 

ÏMjnen en Cojmenteh/ toaar in 3P / ta3onberöepb 
eronimus , 3eer fianbbaftig in tooojben en ba» 
ben getoeefi 5Ön : met tooojben fdjiöft öp aan3ön 
bP3onberen b;ienb / ben grooten Hendrik , We 
met ïjem en 5#n $upgb?outa gebangen lag en 
berfiaan Dab bat ÖP afgeballen toag / albug : 
'k heb noyt anders gedaan in myn Geloof dan 



Mf4 t Merg tam de Historiek 
dat behoort , en eren zoo wel gemoed als ik was 
toen ik by u lag. De Heere heb Jof r 'k ben noyt 
beweeglyk geweeft ; want ik hebbe liever alle da- 
gen tienmaal gepynigt te worden , en dan nog 
ten laatften op een Roofter gebraden te worden, 
dan myn Geloove , dat ik beleeden heb , te ver- 
laken, gjn eeit 25jief aan 5tjn öeminbe #*?£* 
tojouto / ft&jöft ÖP bat be tógtetg gein jee* jje* 
bpwigen ïjabben / be ©zoebtojoutoen We bp b* 
Zuftztm getoeeft ïjaöben / en meer anbece te mei* 
öm / of 5P 3öuben jjem pönigen tot '£ anbeten* 
* ' en teftóefi fjem een ©oet langer afë ïm 



toap. Zy gingen ook 200 met my te werk, fdj?_. 
ftp/ want leggende op den Pynbahk , goten xy 
ihy 't Lyf vol water , en rekten my zodanig met 
vier Koorden, dat my dagt dat myn hooft en bee- 
nen af waren : als zy de koorden los maakten, 
moeften zy my met haar tween of driên van de 
bank heffen , en my kleden : ja zoo dat het niet 
mogelyk was , de pyne te verdragen zonder des 
Heeren huïpe : maar zy hadden anders niet aan 
my : 3ienbe op ttoee of tyie $erfoonen bfe 3p ïjem 
in een 25zief boo?gelee3en/ en DP gemelb ï>ab. De 
Heere 3egt ÖP hebbe eeuwige prys en lof, die de 
zynen niet verlaat, ©p ftf)?eef aan 3ÖH ï|upg* 
tojouto / en 3P toeifcrom toerfcïjepbe betoeegeltfc 
fee en Steïtoetenbe afcfeben / toaat toan top eenige 
toepnige paffagfen / om bat ton in alle beden be 
ftojtïjepb joeten / 3ulïen aangaten. Sin 3ön eer* 

ftett 25?fef fdfepft fjp * lk e ** kan den Heere niet 
ten vollen danken , over alle de groote (lerkheyd 
en kragt , die hy my geeft in dezen nood. Ik 
bevinde metter tyd wel dat de Heere met onfris^ 
want hy helpt ons zoo trouwelyk tiyt allen nood, 
hy is zulken getrouwe Hoofdman , by geeft zyn 

Kneg- 



der Martelaren. iss 
Knegten tulken moet, fterktze dat zy niet en vree* 
2en , zy vreezen noch en beeven niet , door de 
groote liefde die zy tot haar heemelfchen Vader 
hebben. %n Men yXom 2frjtef : Och ! myn hart* 
grondelyke lieve Huysvrouw , ik kan den Heere 
niet genoeg danken , van al zyn groote deugd f 
die hy aan my bewyft : hy geeft my zulke fterkr 
heyd en kragt , dat ik 't niet uytfpteken kan. Och 
nu bevinde ik wel dat de Heere een getrouwe 
Noodhelper is , hy verlaatte niet die op hem be- 
trouwen. g|n tm 23teief aan 3Ön 25?oebetg m 
25ufietg in Dm fceere / ötóedt gp ïjaar 3eet raw 
fïig een ïjeplig fafoen aan / ter toettroofiinge in 
ÖJUftmipdm. Want, 5efitïJP/ dit is de uure, 
daar ik den Heere zoo lang om gebeden heb , eo 
my zelfs niet goed genoeg en kende, dat ik waar- 
dig zoude weezen om voor zynen Naam te lyden; 
daarom ben ik zoo zeer verblyd , om dat myn uure 
gekomen is , dat ik uyt dit vlees verloft zal wor- 
den. g|n bm ttoeeDen 28#ef aan 5ün BHipg* 
tyouto / ïjaat tot toolflanDigïjepb tomnanenDe / 
3egt ïjp • 1^ begeer myn Lighaam gewillig te of- 
feren , tot prys des Heeren , ja niet alleen myn 
Lighaam, maar al waar elk Lid ja elkhaarkeneea 
Lighaam , zoo wil ikze alle door de kragt Godts 
tot prys des Heeren offeren , om zyne beloften 
te verkrygen ; want hoedanige liefde heeft ons de 
Vader gegeven, dat wy Godts Kinderen genoemt 

worden, gn ben berben 25?ief aan 3ön ï|up£* 
tojouto >bienenbe 't ïjarec toerfietftinge / betople 
3P öetyugt 3önbe / tot ftaar toerioffing moeft ge* 
Hangen 5itten / niet ttopffdenbe aan De ölöbföjap 
cn'tojengbe/ trie 3p nodj toan 45obt 30ube genie»» 
ten / en gaar tot ben epnbe betaamt / fpjaft öP 
kan 3irf) Jribm ; Ik hebbe zulken vreugde en 
■i Wy4* 



tf6 't Merg van de Historiën 

blydfchap in zyne beloften , dat ik niet eens ge- 
denken kan op deze Tormenten ; maar alleen op 
de groote beloften die hy belooft heeft den geeneq. 
die volftandig blyven tot den eynde toe. Ik heb 
luiken blydfchap, trooft en vreugde als ik oyt 
hadde , ja zulken blydfchap dat ik 't niet leggen 
of fchryven kan , ja zodanig dat ik niet en mcyn- 
de dat een Menfch zulk een blydfchap in de ge* 
vangenis zonde konnen hebben ; want ik kan dag 
nog nagt nauwelyks flapen van blydfchap, nog den 
Heere ten volle danken nog loven ; want my 
dunkt dat ik hier geen eenen dag geweeft hebbe. 
Och ! mogt ik myn hartitukken breeken , enu 
geven en onzen Broederen, och! ik woude, dat ik 
haar met myn bloed helpen konde , ik zoude zoo 
gaarn voor haar lyden. Och myn beminde in den 
Heere , nu gevoel ik hoe kragtelyk , hoe fterkelyk 
en hoe vaderlyk hy die geenen bewaart , die op 
hem betrouwen , &c. <&oft fcïjieef Lysken 5fjn 
i$upgb?outo / aan ïjem/ in een 35?ief te» taooj* 

öen: Gedankt zy Godt de Vader, die zulken lief- 
de tot ons gehad en aan ons bewezen heeft , dat hy 
zyn lieven Zoon voo'r ons gegeven heeft ; die wil 
ons zulken liefde, zulken blydfchap, zulken wys- 
heyd, en zulken volftandig gemoed door Chriftus, 
en door de kragt des Heyligen Geeftes geven , dat 
wy (taande mogen blyven. «Ênfnöen jelben 25jief: 
alzoo zyn wy nu ook in deze woeftyne , onder 
deze verflindende Dieren, die haar netten dagelyks 
uytfpreyden , om ons daar mede te vangen ; maar 
de Heere is zeer kragtig , die de zy nen niet en verlaat : 
die op hem betrouwen bewaart hy van alle quaad , ja 
als de Appel zyner Oogen: zoo laat ons dan te vree- 
den zyn in hem , en ons kruys met lydzaamheyd* 
en met blydfchap op ons nemen , en verwagten 

met 



der Martelaren. t$j 
met vaft betrouwen, op de beloften die hy ons be- 
looft heeft. Zp fcïjjeben maïfeanberen/ bat3e ben 
25jief niet ftonöen uptfe3en / 3onbee ben §mt te 
boet te baHen/ en 8em te ban&en boo? 3ön onnpt* 
fpjeïteïö&e genabe/ biefe in malftanberen bebonben. 
©an jeronimus brferb ïjaafï een epnbe gemaaftt / 
maar op toat booj een top3e toojb niet gemeit* 
Lysken brferb na ïjaar berloffing in een 3a& geflee* 
ften/ en in öe na-nagt in be Regelde berbjon&en- 

WILLEM de KISTEMAKER, 

E€n bjeetKaam en fïigteUjft |Ban / toonenbe 
tot 3©eef3 in 't lanb ban Itieef / tf albaat 
om be 25eKjbenfg bet toaar&epb geblugt 
30nbe/ ban baat in 't 3|aar 15-5-1 tot Stleef ge* 
bangen geïgagt, © en bag gefcomen 3önbe / om 
na een giaar gebangenfg ter boob beroojbeelt te 
toojben/ Weef een ber 3*ben £cï}epenen/ genaamt 
Klaas Mefeiaar , om een gébepngbe stekte aftoe* 
3jg ; toaarom be ©uroeemeefier met be anbere 3$ 
^djepenen/ t'3Önenöup3efttoamen/ enbetsog* 
ten 3ört toeflemming ter boob ; maar be?e 3epbe/ 
bat öp 300 een bjoom jfóan niet begeerbe te ber* 
oozbetfen. 3&e 25urgermeefier / hem baar op be 
ongenabe ban bami ©ozfl boojfteïlenbe / ant* 
b)00}be Klaas Meielaar: Ik wil liever in ongenade 
ran Hertog Willem weien , als in ongenade des 

aiderhoogffen. goo toil ift ïjet ou mp nemen/ 
3epbe be &urgermeefier/ en toieeb Kïftemaker ber* 
oojberft om ontgalfi tetoojben, jjRaar gemdbe 
&urgenneefier toierb met belemmering ban 3Ün 
fpjaaft en met lup3en gefhraft / en flojf 3eer ellens 
big» €n Klaas Mefdaar toierb na 'taieberfeggihi 

ban 



r*8 »t Merg vak de Historiek 

ban 3f}n tyxwt een Sfooebet / en $ in bat jfftog 
geftojtim* 




MONJOU, 



E<£h<©obt5aIige©2öuto/ i^ om be Mijöeni? 
bet 3©aatöepb / in 't Aflaat: 15-5-2 / ban ten 
Umptman ban Jtëonjou gebangen / en i# 
na meet afê een 2Baat gebangenip /beefbetsoefttng 
ban b'4&bërï)epb en ©apen geleben te ïjebben / en 
Öeplige oeffenfng / bioUJft Ipben / en inbjutórate 
Ctjiiftelijfte bmnantngen / tec boob betoojbeelt/ 
om in 't toatet betbjonfeen te tooien. ^e3tmnt* 
man bab baat bat3e met ïjem in be fcetft tambe 
gaan / öp toilbe 3e b?pt>epb en een Slaat be itofi ge* 
ben: Maria bit al(e£ afflaanbe ging tyoltjft en 361* 
genbe na be <©etegt-plaat£ / betmöb en bet&eugt 
3snbe7 bat bie bag en Hute gefeomm toa£ / en 

fPJöfe: 



< der Martelaren. 15-9 
fjnafe: ik ben eens mans 'Bruyd ge weeft, maar he- 
den vefhoop ik Chrifti Bruyd te wezen, enzynRyk 
met hem te beerven. %m ïjet toatet tomende 300 
ttoïi 3P öaariitetwen 3e!fë upt/ begaf fjaar oetott* 
itg toöaoü/ e» öab üoo| ïjet laatfle : 6 Hemel- 

fcbe Vader i in uwè handen beveel ik mynen geeft, 

m totab to 't toato oefloften en toeröjon&eit 

■ 1 ■ ■ ■ 

. f .: PR I EB ROEDERE N, 

r '" it • met namen 

«ÉNDRIK DIRSZ., DIRK JANSZ., 

'-' *nAöRIAANC()RNELISZ 

Gttbmtgen tot lUpben / $n In ■ t 3Haar 1 5-5-2 / 
ten tmure taeroojöeelt. ^n 't onbetsoeften 
tem baar geloof toarenseSfcori&riMee^tjft/ 
in 't tooojtfijensen toonbe Mrf) elft onl&ebjeefi en 
hloeftinoeöig/enbettocmteteöoopeöieiuïjemtoaé. 
Hendrik Dirkfz. fpzaft met tyoig&en moeöe; Zaiig 
zy nze die hier weenèn , want zy lullen nog lagchen , 
en met blinkende kleederengeloont worden Ja met 
de Eeuwige Kroon, zoo zy tfolftandig ftryden. Dit 
is des Heeren Sabbath , daar ik lang naar gehaakt heb, 
•niet dat ik waardig ben om zynen naam te lyden, 
•maar hy heeft tny waardig daar toe gemaakt. Dirk 
Janfz. fjpiaft:al is 't dat alle menfefaenonsverfma- 
den , daarom verfmaat ons Godt niet ; gedenkt, gy 
Heeren, dat hier boven is eenjtegteroveral, en ge- 
looft, dat hy ook eens zal oordcelen en regten. Dit 
lyden is Zoo groot niet , Chriöus heeft vee! meer 
moeten lyden , als hy zy n bloed voor ons vergoot ; hy 
%ü on* fterken in 't geene wy voor zynen naam ly- 
den. 



i&> 't Merg. van de Historiek 
den. Daarom 6 Heere ! ontferm u doelt myner, 
en ontfang my in uwe armen. Adriaan Cornelifz» 
jepbe met een Moei* gemoed : dezen weg heeft Chris- 
tus voorgegaan , en ook zyn lieve Apoftelen , na 
mogen wy zyne Knegten niet boven onzen Heere 

weien. Sp toielen op ïjaat ftntën/beeben eenetn$* 
tiq 4Bebeb tot 45obt / en opfïaanbe 3epbm 3e: Zy 

meenen , met ons te dooden, de Godtvrugtigen uyt te 
roeyen, maar tegen een, dien zy ombrengen, zullen 
der wel honderd wederom opftaan. <©p te &attft 
flaanbe om toetbjanb te toojben riepen jp : vreeft niet 
het tydelyk , maar vreeft dat eeuwig duren zal : want 
eeuwig is zoo lang ; bevelende haar Zielen in de 
handen Godes. Adriaan Comelifz. fittaft Otltet 

3ön tebenen / in een aanfpjaaft tot be J Bgoetetttt / 
toaat in ï)P gaat met toonbeelden ban te fletrou* 
toe tooo$3o?8* «Bobeg tcagt te toetfietften/ ooft best 
t&OOZben : daarom aanziet hoe de genadige Vader 
by alle vrome Kinderen Godts ge weeft is , en hoe 
hyze onder zyn kragtige hand bewaart heeft en on» 
derhouden , als wy uyt Abraham klaarlyk verftaan 
mogen ; want als hy uytgïng in een vreemt Land, 
fcoo hadde hy God dikwyls tot een troofter f hy 
gaf Jacob een moed als hy voor Efau vlugte f hy 
fpysde Ezechias drie dagen en drienagtén, dieover 
de laftering van Sinnacherip klaagde ; hy verloftc 
de Joden , die Belegert waren van Holopharnes, 
door Judith , hy verlofte de drie Jongelingen van 
de hitte des vurigen OVens, en ook was hy inden 
Kuyl by Daniël , dat hem de Leeuwen niet ver- 
flonden , hy verlofte Ifraël van de dienftbare hand 
van Pharao , hy verlofte Rachap uyt de fchaduwe 
des doods , Sulanna verlofte hy door Daniël , hy 
verlofte Petrus uyt den Kerker , Johannes uyt het 
Eyland Pathmos , Paulus vertroofte hy door 't ge- 

zigte, 



per Martelaren. 161 

ïigte , op den weg naar Damafcus , de Apoftelen 
door den Heyligèn Geeft , hy verkeerde dat groot 
verdriet van Jofeph in gropte blydfchap in Egipten; 
alxoo ïal Gód u ook al te famen uw verdriet in 
groote blydfchap verkeeren. /_' 




ANNEKEN JANS, 

T 1 8* tel 25?iel fleöoo?tta/en 300 Efaias de Lf nd , 
I I öaarito-nmlmi^cDJöbetöeeftïrerijit/em 
^-^ eettig ttinbt ban gaat «©uberg I tifft ban 
mtbbrim/ jjeWugt inet gaat jBan om ben<&ob$* 
Wenfi na «üfngrianb ; ftomenbe op een ttib ban baat 
eeng toebet obet en na 3Mft om eentge 3ahen te 
bettigten / toietb ban fffdmonbe óp een 3Bagen 
na ratttetbam rtjbenbe / om batie een «©eeffcüjfc 
ïiebeten jong / ban een bettabet betfpfeb / tot 
fiottttbam aangcftlaagt / en ban fc <0ewat-bte 
31 naatg/ 



i6i 't Merg van de Historiën 
naatg/ 3t>oaï3e inbe^dffe^cöuptinembetegaan/ 
gebangen / en tia eenigen tijb / beroojbeeit 3Önfe 
om in 't JDater berbjonfeen te toojben/ betoogt 3P 
aan öet bolft / Ijaar boontje / genaamt Efaias, 
onbt böf btetenbeel 9M$/ aan te brillen nemen) 
en alë epgen / mitg eentg <£rib baat bp genieten* 
be / op te boeben : 't toelft een 25aftftec / 3df 3$ 
ïtinbeten en fotee Veering ïjebbenbe/ in dood ban 
3eegen aannam/ 300 gaf 3P baat liebe boontje tn ben 
name beg ©abet£7 be£ ^oong en be£ ï$*<&eefie£/ 
aan b^m ober. ©e3e baar mebe fftupg hornette 
ïttecg misnoegen ban 3Ön llungbjouto ; maat 
nabetfjanb 3ulften 3egen met 3#n 25aïtfterpe / bat 
ÖP be Sioutaetpe ban be bjie ftingen itogt / en 
»n ftüïbeten / baat bese Efaias een ban geteftent 
toatf / groot gelb en goeb naliet / 30a bat Efaias 
2&oiitóet ban be 25:oubïetpe ban 't ^dnftet / en 
©urjjenmtfiet tot tlotteröam brietb / 3Önbe in 
3u!ften Q$ttng öp ben 3Lbbocaat Jan van Oiden- 
bamevelt , bat öp 3ö» ©patst en bie toebetom3fjn 
2toon ten <©oop ïjéfte. $11$ Anneken nu geboob 
fïonb te tóoiben / 300 fndbe be bettabet meoe bet* 
toaattg / befoelfte/ boo? 't in ballen baneenSfcug/ 
boo? Anneken betbzonft / en 3Ön ge5in en geftagt 
tot be uptetfle atmoebc i$ betballen* gn 't fjaat 

©e 3dbe in een 25:ief aan ©. 3l-fcï)2pbettbe3<w 
't fc&pnt aan Ijaat 25?oebet: och! ik verblyde my, 
horende dat het kruys zich openbaart , en de ftryd 
zich aanheft : hopende of my de Heere verhooren 
wilde, en verloflen van dezen aartzen Tabernakel 
myner woning, om afte leggen dat Treurkleed, op 
dat ik ontfangen mogte dat heerlyk entriumphelyk 
cieraat my ns Weeren, en komen tot de aanfehouwin- 
ge Gods. Na ik wil als ook anderen zyu toekon*» 

fte 



der Martelaren. 165 

fte lydzamelyk verwachten ; 't is miflelyk waarom 
dat hy vertoeft, ik en ben hem mpgelyk noch niet 
behagelyk , of reyn genoeg , waar toe ik arbeyde 
dag en de nacht , om my voor den Heere mynen 
Godt zuyverlyk te tonen , en myne handen onbe- 
vlekt voor hem op te heffen : ook hy zelfs grypt 
my by *t haar myner oogfcheelen als een die my 
bemint, dat ik by avontuer flapende, niet ruften 
en zoude, voorwaar het overleggen van zyne ge- 
nade en vriendelykheyd t'onswaarts , maakt ons 
het verlangen na hem , boven allen maten zeer 
groot; 't is waar, wy hebben grooten luft aan zyn 
wet, waar door ons 't leven welbehagen zoude, 
om die anderen te leeren, en den menfchen bekent 
te maken , wie hy is , en hoe zorgvuldig men be- 
hoort te leeven , dat hy niet vertoornt en worde ; 
maar wy moeten 't laten en onzen mond met 
zwygen vullen. En ziet wy wonen immers altoos 
in t midden onzer vyanden. Als hy fpreekt dat 
deze Huyzen van verdriet , ende het oploopen der 
vyanden niet vry en zyn , alzoo gaat het met de 
opregten toe , die doch nimmer zonder vrees en 
beving , in 't aanfchouwen Godts en wandelen ; 
want zy merken en bekennen de hoogheyd haarer 
roepinge, en hoe heylig zy moeten zyn, welfcherp 
haar zelven wagtende van alle befmettingen , ende 
willen niet onreyns lyden , nochtans word het 
haar dikwils te bange gemaakt. Dit over geflagen, 
zoo is onze harte, ziele en geeft ter plaats daar wy 
onzen Koning en vcrlofler van daan verwagten; 
daarom en willen wy niet ophouden ons te reyni- 
gen , gelyk gy in alle uwe Brieven zyt vermanen- 
de , ja vaftelyk; het begint te naken: die verfchy- 
ninge, daar heb ik agt op, zyne toekomft vertoont 
haar zeer klaar ; daarom laat ons toe zien om in 
%i al 



1^4 't Merg vam de Historiën 
alles ons rein te vertonen. 6 Gy ! geheyligderide* 
Heeren , doet mannelyk , en laat het u niet v* 
drieten , *t is nog een weynig te doen , dat Ky ko- 
men zal, om een proeve zyner heerlykheyd tetoth 
nen , in ons , tot een oordeel der waereld en tftt 
ïyngr en onzer glorie, Amen. 1 ;l 

FELISTIS RESINX,* 

EOÊn SJIonge eerbare en 2ebtge ©ogtet/ g* 
boojtig tot ©jeebén in ©efïpöaïeri/ $ut 
3tmftetbam gebangen. Zp getaaftfte ödè| 
üen mb 3eet gemeen met be $up£tyouto ten tal 
Cipier/ Die &aat/ om baar toctft te boen/ Mltotiy 
gebzupftte : op een 5efteren tgb/ijebbenbe beSuouto 
eentge ^upligbepbunttetrjagmmniemanbftpöaat/ 
500 bjoeg Feiittis, of 3p ïjet toflbe boen? toaar op 
He ©joutoe gaat bjoeg/ of 3P ooft 30ube teeg too* 

Jjen > baat 3e neen op anttooojöe ; maar 'jftnen* 
«jen 3toaftöepö nabet bebenftenbe/fïoeg 5P Öet af/ 
en tuiert» ftojt baat na met ben buute geöooft/ fto» 
menbe baat toe met 3cet 3upbcre fcleeberen/ tn een 
tarft ^ècbo?teftlecb te boojfetjijn. i 




S Y- 



er Martelaren 



t6i 




SCaanbe met #n Stjaam tot 28>etgen op £oom / 
iü altaar/om bat tjn in 't tooojöp öjagen btt 
l|o(He nfet Urtfoe nebet tortelen,/, gebangen. 
$P ö«ft op onöet3oeft ban 3Ön geloof öe bjaar* 
Öepb beleeben / en i$ baar op ter boob betoojöeelö / 
tmpten be &tab gebzac&t /, en tot groote bertuon* 
bering banbeel aanfcfjoutoetg / toegeng 3Üu b?p* 
moebTgebolftanWgöepb/betb?arib, ©e©?ofl/3Ön 
«egtet/t'&upg ftomenbe/Wel ingcooteftcanftïjepb/ 
roepenbe met een obertupgenb betouto/ och Sy- 
ïTion Symon! Czoofi en aïtfolutte Der #apen en 
üDonnifien ïjWpên ïjem niet met allen ; maat (io?f 
een fjaafifgen/ errtbiöfeïmoebigen booö. 



«3 



JOÖf 



i66 't Merg van de Historiek 

J O O S K I N T, 

Gabannen tot «o?trp \$ om 't gctupgtnK 
ban jefus Chriitus, in 't gaat 1*53/ » 
baar aan een flaa& gebooa (Cetfinjl te 
gebangen en in toepen lag/ toiecb öp Mttnaa^ 
5#n geloof onbet3ocï)t/ toaar in ïjp 3Ön be$$oefcet$ 
bifttotl^ tot fcïjameng toe te feeer ging / jefflienbe: 
laat ons voor 't Stadhuis in 1 ppenbaar Difputec- 
ren, en een groot vaar Vlot der verwonnenen 
tyn : hebt gy de waarheyd, zoo gy zegt, wat zwa- 
righeyd maakt gy tegens my in 't openbaar te Dt- 
fputeeren ? hy hield zyn gelovezoo krachtig , dat 
hy liever 't vuur wilde verkiezen als een punt van 
tyn geloof af te gaan. 9(n 't onbetjoeïl ban3#n 
gesdfc&ap toag tjp 300 fiantbafüg/ fiat ï)P fj»a&: 

Ik heb zulken betrouwen op den Hccrp t dat ik 
hoop dat hy de deur myns monds bèwaren'zal, 
dat ik u niet tal zeggen , al zoud gy my in (hikken 
fcheuren. ©en goebmfianb3öne£gemoeb$tyn&t 
ïjp itpt in een 3Üner 2Ö?ietoeti met be3e tooojben : al 

hadde ik zo veel pampier als ik ook befchreven 
hebbe, en tyd om te fchryven, zoo zoude ik de 
vreugd en blydfchap, die ik in mybevinde, niet 
konnen fchryven ; ja myn vreugd is onuytfpreke- 
lyk. 



EEN OUDTMAN 



v 



3Bn 7s Saren/ toit ban ïjait / mager ban 
aticïjaam / Eebig en <*Bobb?ee3enbe ban Ie* 
ben/ in 3#n ouberbom &etóoopt / to^in 

3efcete 



DER MA RTELAREH, 167 

Seïtete £tab (be fttpffe t#b en plaaté toojb nietge* 
melb) gebangen. <©«e toag om 3#n boobbonni£ 
te ïjooten ter ©uutfcöaat gebjacfit / 3tttenöe aï* 
baat onbee menigte omflaanbe 25urger£ al£ een 
onno3d lam gebonben/ bettoacïjtenbe ben 25al* 
jou en leenmannen / ban toeïfte laatfie een tegen* 
t**Kbfg sgnbe/ben #ttben man tenaanïjoorenber 
^öucgeren albu£ aanfpjaft: 

31toe(ie IBan / ïpe blijft gp bug öartneftfifg 
in uto betbloeftte öooïingen i of gelooft gp ban niet 
battee een ï&el i$i datter een Hel is, fpjaft be <©II* 
ben/ dat geloof ik zekerlijk, maar dat ik in doling 
ben , weet ik niet. ffa gp 50* o*** fo / 3epö* ö* 
anbere/ en bat in 300 fc&ift&elöfte öooïingen / bat 
gp baar in fterbenbe eetttoiglöft berboemb 3ult3ön* 

Weet gy dat wel myn Heer fprak de gevangene? 
9a ift 3*erber bön 3efter/ fpjaft be ïeen man/bfe 
gem bafi in be eere ban 't befceeten ban be3en 011* 
ben begon te ftitteferi; jnaar teeg ban Ijeni een ge* 
ïjeel onbettoacïfcarittooozb/ 3*gg*nbe: 200 zytgy 
dan Moorders. van myn arme Ziele. %&t5t rtbe* 
nen toieeberi ban be omflaanberg met groote be* 
geerte en fitlte aangeftoojb / beïjalben ban ben 
leenman /bfe ï)alf befrfjaamt met grammen utoe* 
be uprbojfl/ 3eggenbe: gp ftoute toef/ toat 3egt 
gp/ bat top jBoo?bet£ #n ban utoe Zitlti baar 
gem be oube op te gemoet boerbe: werd niet toor- 
nig myn Heere door 't geluyd vau de waarhêyd, 
gy weet zelfs wel dat het geloófeen gave Gods 
is, dat ik noch niemand God die zalige gave mag 
ontweldigen,dat God zyne gaven geeft den eenen 
vroeg den anderen fpade, gelyk hy de Wvngaar- 
deniers in den Wyngaard beriep. Neemt nu dat ik 
die gave noch niet ontfangert hadde, gelyk gy, be- 
hoord gy r/iy misdcelden daarom te dooden? zou- 

% 4 ; de 




ió8 't Merg van de Historiën 
de God , zoo gy my noch liet leven , my nodf 
over een Weeke, Maand, of Jaar , die heylzame 
gave niet moogen mededeeleri zoo wel als u? rxrt 
gy luyden my dit verhinderd met my den tyd der 
genade aftefnyden, wie anders dan gy luyden iyt 
Moorders van myne Ziele? bttf embOUb^/ nog* 
tari# ftracïjtfge rebenen bjacïjten be omfïaanbetjl 
tot een mebelgbent mojten/ en toag oojjaaö bat 
be öfet boo? beanjcte leenman / ömeffeni4*e<Be* 
terfjt$-bienaat$ *n ben gehangenen met 
fjaafi upt be ©uutfcïjaat op ïjet&tatrtju 
en albaat ban ben fcöztft toat beftomen/ 
be anbeten bejen bjoitten ter boob betö 
en toietb be 3tfbe tot groot ongenoegen ban be 
25urger£ / noeï* bien mo?gen met ben Sftoaatbe 
ontïjalfh 

WOUTER van CAPPÈLLË, 

Ztfnbe ban 3ön 9Bmbagt een «Sap-toerfcet / 
een 3eet bzoom en miib iBanto't fpffcentet 
. > atmen/'t toelft ïjp ooft te met betoonbeaan 
een fïmprel oimo3el iBeitó bp be fltaat gaanbe / 
toojbenbe ban genoemben Cappeiie en anbete goe* 
be lupben gefptjfi : beje toietb in 't 3Jaat i ff 3 /tot 
SDijcmupöe om 3*jn geloobe gebangen/ en na bol* 
fïanbige beltjbenig ter boob en buute betoozbeelb* 
fcoepenbe be3e fïmpeïe tdt be ifïecötetg : o ! gpr 
3£ieben en j|Êoojbenaat£ / gp bergiet ontfcfpdbig 
öloeb/ bc3c Ifêan geeft geen quaab gebaan; maat 
fteeft mp 300 toel te tetm gegeben ; toepenbe bit 
gebutig* Cet tpb al£ be Jfêattfelaat geteeï)t30ube 
too?ben/ toilbe be onno3e!e (bien 3p baat ban baan 
moefien bjagen) met en tet liefbe ban Wouter, fat 

't buut 



bik Martelaren. \6g 

't buut ïoopeit iBen b?acï)t 't betöjanbe ïig* 
haam öupten De £tab op bet <0algen brit/3ettni^ 
Be fret 3riö£ aan een p3eten ©aal of &taa&/tetge* 
bacbtenté bat albaat afenrc een Strttec betbjanb 
toap. 9Mtóaar 6e fïmpele bf fttóf l£ toeet nog bjinfr 
aan3itnbe na toe ging / fitfjftmbe met 3tjn Ijanb 
aan fjet getyanbe ïicbaam/ met be3èta>oo:ben: 
oeg armen BtóeD ! gp en ïjebt fmmet# geen quaaq 
gebaan/ en 5P ö^&öen bön bloeb betgoten/ enbrf* 
mp 300 bjeï te eeten gegeben* Cen (aatfien tiet ten 
bede boo? ben öjanb betteetbe Weeg/ 6n na boozt 
ban be ©ogelen gegeten 3#nbe/ nam bP Ö# && 
raamte af eri op 3i)n fdfjonbeten/ gaatet mebe naf 
be £tab en ter poojte fri/ gebolgfbari beel men* 
feïjen/ begerig om te 5ien tóaat ïjp ïjet joube ö*en* 
gen/ gaat 'et mebe na 't bupg ban ïki\ 2Sutget* 
meefïec/ aïtoaar algboen/ batbjee$enbfllbe/ meet 
Jfcetfjouberg to een Waren/ Mopt aan be bent/ en 

nent 3gnbe/ gaötet in/ en toe^ft betlicbaam 
Saai tet rtebêr/ met be3ebroojben: gp 3Bie^ 
ben en |tëoo?beriaatg / ïjebt gp get Weeg ban bee* 
3eri gegeten / eet ooft be fieenen. 3©oo?bén ïjoebiel 
ban een 45*8/ ttocljtané Voel tet 3aaft gefpjoften. 
Oetttóföe 2Surgermefeftet Wel baat na in een 3bra* 
te 3ieftte/ en riep ais ftranft3innfg/ bat öp ben€n* 
gel <tf$ob£ ntet be 2iel ban ben beröjanben Wou- 
ter Cappeiie , obet ben jStaaft jfjabbe 3ien Wiegen : 
bit tiep öp gebutig tot bat be peeren ben #aaï 
toeg namen/ alg boen bieltr bp op ban toepen/en 
ftierf ftojté baat na fttx elf enbig* ©it betooyaaft* 
te I 300 't fcljijht / 300 gtoote fcb?fft in be a©et* 
ïjouberg / bat3e na bien ttjb geen onfc&ulbtg öloeö 
meet betgoten* 

%s au 



fjo 't Merg van de Historiek 
ELISABETHj 

E<£n ©?pflecbaii8Widten©up3e/inöareiottfU' 
gepb ban gaat <©ubetg in een ftloofier 6p 
3lier in <©oflbjiefïanb (om berfcgepöe Iton* 
Ren afê 006 be ïatgnfcge Caal re ïeeten) befWb/ 
öequam 6p gebal booj <0obeg ©aberltffte bocgafe» 
higgepb een ïatgng Ceflament/ toietibaaröiw?/ 
begtgpenbe gier in <&obej£ bolmaafcfle taille / met 
gaat ftanb berlegen/ en 3tenbe geen ftang inïjet 
ftlooftet nocg min in baat <0ubet£ gupg get 5d^ 
betebeleben/re30ïbeett/ nabeeïfitgb/ gaatin<$jjO* 
be£ ©abetlgfte guïpe te betttoutoen/ en 't &Ï00* 
(iet en <@ubet£ te betlaten : foengt bit te toeegboo; 
toifieling ban gaat Weebetèn / met bie ban een 
Jtëetft-mepb ban 't üfïooflét/ ftomt tot 3Uer on* 
toetenbe aan 't gupg ban een ©oop£ge5inben/ be 
toelfce gaar fianbbetflaanbe gaar innam/en bentoeg 
4Bobe£ meer berftlaarbe; boeg upt b?ee3e ban na 

Sfpoojb te toojben / 6?acgten3e gaar tot 3Ueu* 
aarben &p ten 30ö:e ^ufier/ genaatnt Hadewyk 
(toaar ban top tetftonb nocg een toepnfg 3uHetf 
3eggen) met betorifte 3p een togl baar ha taierb 
gebangen/ en Eüfabeth in 't toater berfmoojb. 

Genoemde Hadewyk toaS boo? gaat&eïieering 
«Segoutoeïijftt met een Cam&oer / geinquartietb 
tot ïeeutoaarben/ bie/ al£ gp b?p ban tocgt en 
toacgt toag/ op een JBhmel om noobbjnft booj 
©?outo en ftinbeten ging toerften/ gebbenbe op bc? 
Selbe tot 3ün ge3rifcgap een bjoom 3£oop£ge3inb 
25*oeöer (men nieenb eeneft Sikke Snyder) bie om 
#jn geloobe toierb gebangen / en ter boob berooj-» 
beelb. <6emelbe Camboer/betoelfte met 3*jn €crm* 

pagnie 



der Martelaren. 171 
pfltigie gdaff taatf een ring / om oproer tt \xxfflx* 
tel/ om te tftedfrptaató te maten/ bonb3toa* 
tiggepb in teje gdegeudjepb 3?jn bienft toaar trne* 
men / tnaafetr Mt 3fpi Siouto tennrigh/ Die gem 
eegter 't ytoe aanrieb/m gp fret aannam re toni/ 
raftg? gem eerfl fytm tnonften b^tnbente om al300 
te inintet geüwel ban metelgben met ten onfcgul* 
bijen bettoe3enen^te f}ririben : boot toclfte tyonften* 
fqjagr f)em te jR&Tetuiiug niet berminbecte / maat 
termeertette/ baat boo? met tepmoebiggepb te 
aanfcgoutottg becgaalbente te teugtien ban te3en 
ïjera 300 tod beftenten JRartrfaar / om toat 00?* 
3aaï^ bug m#1)ante!btoietb/ en goe 3eer qua» 
lijft te 0bergepb / opgerooit booj te «&cefreKjk« 
girfb/ gier aan bete/ 3eggenbe/ bat Ijet beter toa$ 
gobteloo3e J|oeteerbet£/ <©berfperiöer£/ 4^nregt» 
toaarbigen en btergetttfte / goebanigen in bie Stab/ 
ja onber te tfeefielgtten genoeg toaten/aan tebat* 
ten / en 300 te gantelett «Beoertte bit w\ 3eggen 
ben eenen flof om te lagcgen / en ben anberen om 
get ter tierten te nemen : 3ommtgen 3*Pten te 
tamboer i$ bjonften/ anberen gu i$ ge&; maar 
ÖP migreren getoojben / en tot 3fcg 3df? B«totnw 
Sgnbe/ bagte toat gp gebaan en toaaefcgijnelgft te 
beitaatfjten gab / nam boo? te Compangic en be 
dtab ILeeutoaatberi teffeng met be Êtoonisc ïter* 
fee te beriaten. ï£p bet3ocgt 3*jn &up£b:outo met 
hem te gaan; maar 3P bit aflïaanbe ging gp at* 
leen / en quam noopt toebet te boozfcljijn. ©e3e 
berlatene tot natenhen ftoinenbe / bemant na be 
©oopggestnben/ bonb getegentïjepb teBergabe* 
ring 6p te tooonen/ biel te5elbe toe/ liet gaar niet 
alleen op gaar geloobe ©oopen/ maar nabetganb 
met genoemte Eiifabcth gebangen nemen. 9!n een 
anter bertreft a$ Eiifabcth Attente/ toietb gaar 

aan- 



tji *t Merg van de Historiek t 
aange3egt/bat3e beé anberen baag$ ober een met* 
fteJt)ft getal c 3taij&elen onbe^ocgt 30ube toojben/ 
en tjaar moefle toetdnttooojben; maar betogi3t 
nocgïeesen nocïj £cgzgtoen ftonbe/ en toel goeb* 
toiUig/itlaar ongeoeffmttöa^/ baatbebitgaareen 
itptnemenbe benautotgepb/ en baar boa: een ent* 
ftig <®ebeb tot ben $eete gaten «tëob/bie He 5toa&* 
ftepb 3Önet ©tenfl-maagb ftennenbe gaat op tast 
tot)3e tebbe: 3P goojb in baat <©ebeb een fanaat 
toepenbe Hadewik , 30 op en omjienbe toetnam 
nteinanb/ en bab al toomt/ {prentte be ftemme ten 
ttoeebentad! / maat nocg niemanb getoaar ton** 
benbe/en in gaat tourfgtöebebboïgaroOTbe/goQjt* 
3e be ftentme tertberbemaöl/ 3eggenbe Hadejnrik, 
i& 3egge u gaat uut : $p be beut open3*enöe jet 
gaat #upft op/ gaat upt be getoangenig/ niet toe* 
tenbe toaat gaat te bergen/ 3P ging bp pjotoifïe in 
be Sterft /gorenbe albaat toergalen bat een ^etboo* 
perefle upt be getoangentë ontftomen totó / pnbet 
bat men totfi op toat toffee/ 't geen beef bebenften 
gaf of 't toel Cotoetp ntogt toreen : be$oo?ten 
gefloten 3gnbe/ toietb naarftettjft na gaat ge30cgt 
<@p flraat ftomenbe goo?be3eem<€amboertoepen/ 
bat bie be $et30on ftonbe aantogen gonbetb gul* 
ben üerbfenen Souto/ maat btQe gerbergbe ifa 
gulben 30itto berbeuren. 't JBelft gaar getoelbig 
bang maaftte* 9In gaar epgen &up$ bo:ft 3p gaat 
geeitfing berttoutoen/en mib£ 5P eegeng &cgupl* 
plaats moefl gebben/ gtng5fc tot gaar getoe3enen 
iBceflrt en ©jouto/ betoelfte toel toeel ban haat 
gielben/maat nocgtang toepget ben/ gaat op gaat 
ootmoebelgft behoeft te herbergen, 3©aar op 5p 
al£ befperaat toeg gaanbe ftomt aan 't &up£ ban 
ben #aap / bp toten 3efter galf fïmpei Stnecgt/ 
goetoel beftenb/tooonbe/bfen 3P dan bebeutfiaan* 

be 



PSR M Afc TE IL AR EN* 173 

be aanfp?aft / gein betfoeftenbe baar ïjepmelp te 
berffeefeen; 't toelft gp gaar toefionb/ en b?acgt3e 
op <j§olber/ en ber3o?gbe gaar ban eeten en b?in* 
tol. jfóaar giet Ieeb3e nocg een anbeeen aanbal / 
en be beflqjeiffiftepb toaéurooter alg oppt/ aljoo 
öese galf fïmpeïen beg nacgt£ W ftaac ijuam ƒ en 
gaat tot on eeröaargepb bezorgt/ m 't toa£ te 
erger toifce te boen gab / met een bfe (leeft bart 
ilicgaam/ en tocgtijr toag/ en toaar öp toepnig 
reben ptaat^ tjaöDe, 2!p bab ben ï|eere garen <<Bob 
fn beejen googm noob / en ben $necgt bat gp ban 
bit boo;nemen toflbe afflaan / 013005e een USan 
gab / en 't <©berfpeï bom met get ©eïfcge bier Se* 
ïftaft 3onto toojbeit 3©aar op gp teeg ging 3eg= 
penbe/ be tip i£ 300 tof$ in be #cg}ift/ iftftanbet 
niet tegen op / '£ anberen baagg berboegbe gp sig 
bp be iBriK-üött bp gaar gtoager / bie alöaar 
öagelgï# met ftarne melft ter Ifêarïtt quam / gem 
te ftennen getpibe bat gp 3#n £cgoon-3ufler / 
gupten iemarib&tteeten/ ten i|up3e be£ ©jiefïerjï 
gegeröetgt gab) gem rabenbe met tttn &cgupt 
acgter aan be «jétepget te tomen / en gaar mebe te 
nemen : 't bfclft afeoo gefcgiebe/ en blucgtenbe 
naar Cmbberi/ gerote Hadewyk albug b?p. 




^ö K- 



174 


t MEUG VAK DE H 


1STORIEN* 


! % 


lkrl^%lh ■ 


EK 








1 \ && Wt¥^ 




&m 


i V-:-4l) "11JI. 1 


^.. "■ ,W&: j *SI 


Wf J 






'JJarid tn>Zt£*vna 7*£**Bfa?u£\ Jf 



D A V I D, 

E€n jono2&Joebet/$ tow&mtta'tffeiaiim 
aebangm/ ban 3ijn «Beloof onbet3ogt/ fteeft 
get typmoebig beleben : toaat op een ©aap 
tot ïjem fpjaft : tojinb 8P 3i)t toertioolt /bat BP 300 
ligt uto beloof belubt / toant ïjet 3al utoletoen 
fcofien I 300 BP u niet ïjaafi bebenftt ©odj Da- 
vid anrtuootöe met 3oete tebenen : ik ben bereyd 
voor den Name ChrilH myn bloed te ftorten , al 
waart zelfs hier op deze plaats ; want God is myn 
Zaligheyd, die my wel bewaren envoorallequaad 
behoeden zal. &p toierb met nocïj een ©?outo/ 
genoeint Levina ,' een jjfeoebet met $t$ Stinberen/ 
ten touure toetoojbeelt. Zj? gingen t'3amen op 't 
iècïjabot / David meenbe neberftnielenbe 3ön <&t* 
fceö te bom/ maat 't toietbïjemtoanbe28>euï£/ 

Ut 



der Martelaren. 175* 
bieïjaattooojtnabej&almbjeeüen/ belet. 3Ban 
t* 3tifoe fiaahbe fpjaS David tot Levina : verblyd 
ü lisve Zufter , want het geene wy hier lyden , is 
niet te gelyken by dat eeuwige goed , dat wy te 
verwagten hebben, en riepen bepbe: Vader in uwe 
handen beveelen wy onzen Geeft. «Bïft toietb een 
3aft|r met förëftrüpt aangrijonaen / gftKQBt en 
toetfigmib* Dier balgöe icro aanmetfteng toaatbig/ 
toant eiÉ-fm tarbïaub en 't&uuntptgtóaantoa$/ 
3$} mm David uotü 31J11 haaf b toeren / toaar óp 
faft ©ertft tiep Iju leeft ndrit : be 25eul nam een 
f&ozft en fiaft ïjein bjiemaal in 3Ön togetoanb bat* 
ttt fjet 35focü uwïfep/ taaat na men {jen no# 3ag 
toeten ; toen fepbe men öem een ïteeten om 3#n 
ïjaï^ en tofetb nocb ten laatflen be Jïe&gebjoo&ett 




A U- 



,76 



f t Mekg tak i>e «TSTO*I*M 




I 



A U G U S T Y N v 

E<£n 2&atóter in be föeberttófó / i$l atoaac 
in 'tgaari^óteBm^'twö^libanlienïÊfTl^ 
der/ We gein Belooft ftafiïe foaarfr&outoeti/ 
fiebangen. ïto toterb met ïjrt raaften ban jöft 
35eeg be3icï) 3önbe obetballen : blugten toag toeï 
3Ün naafié mibbel/ maat be ttjft toa£ te ftojt &p 
toag een 3eer bemint jBan / en ooz3aaft bat 
beg £cöout# l^upgbjoutotegeng gaar jjfean 5e?* 

be ! 6 Gy Moordenaar wat hebt gy gedaan ? <©p ' 
be 25elfjbetii# 3#ng «tëefoofg /. bolgbe een fcïfciftfte* 
ïijfte Sententie / namelijft : bat men ïjem op een 
Slabber ge&onben/ lebenbig in 't ©uut 3oube toer* 
pen. ©er boob gaanbe / gemoete Ijem een 3öner 
goebe öeftcnben / tot taien öp 3*tbe ; aDieuJooft 
Corneiiilèn. 3©aar op bese anttooozty : Ik hoo- 

pe 



der Martelaren. 177 
pe dat wy namaak eeuwig by malkanderen zullen 
weien, J$ia; op anttooojbe öe 2&iirgetmeeflec 

tipt tm bitter gfmoeb ; hy zal aldaar niet komen, 
maar Van dit in 't eeuwige Vuur gaan. ©e jBat> 
tdaat öaagöe fMer o# ben 25utgraneeflec binnen 
ö?ie togen boo? &obe$ gerigt / 3tjnbe öp baat op 
na öe ffüfritie/ in een rafenbe 3ieftte herballen ; en 
om fiat fro «ifetoiïtf Jjabbe gesept / dat fjn Uiel 
iCurf en Hout toilbe geben / om bejen bjoomen 
te betöjanben / 500 riep ÖP met een obertuugt ge* 
trtffe / tot gebote fc&öt bee aanFjoojberen / gebu* 
tig Cutf en $out / Curf en ï|out / en ftietf in 
We betttoöffeüng tam? tot gefidben xi% 

CLAAS de PRAAT, 

G€boojtig / gebangen / beroojbeelt / eti ber* 
öjanb tot *Bent in 't 5Kaat 1 s s & &p to ferb 
betfdfjepbenmaalban betfetjepben perfonen/ 
met bed omfïanöfgöeben onbet3ogt ; tuaae in ön 
ftem seet bootfidjtig toifï te bjagen. %\\ bm "Blief I 
toaac in ÖP 3#n SJjoeberen en gufïeren in ben 
Heere/ bit beftent maaftt/ fcïjnjft ïjp ooft be toon- 
beriöfebecflertiing/ öem/ bah 3ön $. ©abet toe* 
gftonben / met befe tooojben : 

Ten eerden , na dat ik gevangen was , rot den 
zesden dag , had ik zeer bedroeft gezeten , en be- 
drukt en zwaar van harten, dat vlees was zeer be- 
fchroömt. Üp den zesden dag voor den middag 
kwam de Stokmeefter , en riep my uyt , daar ik 
ingefloten was \ zeggende : Claas kom hier be* 
neden , volg my. En hy ging voor , en myn 
harte ontftak my van vreugde, tot den Heere my- 
nen Godt , alzoo dat alle myn druk en bcnaaut- 



l7 8 't Merg van de HistoRiEK 

heyd van my gedreeven was , gelyk het (tof vul 
der Straten flaat met kragt. Toen dagte ik och ge- 
nadige Godt ! nu bevinde ik dat gy getrouw xyt 
in uwe beloften. ©00? be $egtet$ ytttufc fpni 
in een j&toel / baar ÖP nocft Ut ban fdj&ft : en 
ik xat daar in met een blyden moed , en het harte 
tot den Heere mynen Godt , niet denkende op 
myn zei ven, noch op geen dingen die op dezew* 
teldzyn. . .__..' 




ERRÊT HASEPOOf^ 



E€n ïfleermaftet tot jj$mtoegen / om beffcen* 
ge berbolgtaa upt öe &tabt sebtaflt / bocö 
eeng ïjepmettfft (bemtitg ®?outo en $ftibe* 
tm baar nocïj tooonben) toebet tngcftomm / ban 
ben öloetoterigen iScfjout op 't aanlengen 3gne$ 
«gHenaaif gebangm/ fïrmgeitjh onb^ogt/ #/ be 

toaar* 



t>Efc Martelaren. 179 

toaatfjepö ftanbbafWg beUjüenbc/ ter boob én buu* 
te beroojbeeto ©te allee gefrfjieb jönbe / fttaam 
3Ön ©jouto met een Wepn Ittadefeen op ten arm/ 
ï)em óp 't &tabb»pg a ©ieu 3fggtni / toet ecu 
upttermatert/ ia tot een be3topfienbe b*oefbepb/ 
3fenöe garen 300 3eer bemtaben ggtgenoot ten 
$uuct txtixiesm. iBen fcgonb gein na getooonte 
3©#n * maar 8P fpjaft tot 3#n ©joute : My en 

lult niet van dezen Wyn; maar ik hoope her nieü- 
we te drinken, het welke my gefchonkenta! wor- 
den , boveö in nayn Vaders Ryké* <©p 'i &cba* 
bot ftomenbe song bet Hebeften : Ik roep u ft 
Hemclfche. Vader aan: en beeb baat na / nebêr* 
frnietenbe 'Mr budg <tëeöefc &taanbe aait een 
fiaaft fdjopft öp 3ön toffelen ban £|n ©oeten / 

y gjyrtbe t het is fchade die te verbranden , want 
daar kan noch een arm Mens mede gediend zyn. 

9tttët* £ttou/baar tttebe ÖP gfl»o?gt soube tóoj- 
fcetï/ taat to£ ging/ 3ong gp nocb bet laatfië 
JÊ>tt$ ban gómbe Üebeften / en fïnrf 3eec bof 
ffemWgto*t Slaat ifjó. 

HANS BRA AL, 

H<EMwnbe 3#n 25?oeber£ in $;iefier£bal be* 
3ogt / pafleetbe omtrent een mijl toeegg 
3epet ^Idt / ontmoette baat bm Jtegter en 
€^epmffcö$bee/toaar ban be eerfïé ïjem jjtoette/ 
taaar be anbete gem aanftftaft / en opzijn al te 
openhartige belftbenig gtóangm nam. 5©e fiegtet 
ban 't $aarb trebenbe / nam Braai $ön<©o?bel/ 
Öonb ïjem / en beeb öem booj fïpft en bjeft / at£ 
een $onb beneffeng bet $aarb na bet J&Iot loo* 
pen ; baar Komende biel bP ban groote tfermoept* 
|K i &epö 



t8o Merg van de Historiën 
gepit tet barben, 3&e ©eet ban 't £lot / ïjoetaf 
een tajeebt ©etfoon / fcgolt öen föegtet ober 51* 
fcen onbmngertigïjepb, ©ptotetbeeniBetnafenoii* 
öetsogt/tot affïanb ban 3Ü" «tëeloobe betmaant/boof 
een ©etlepbet en 3tjn Gemeente boo? een <&mm* 
te be£ ©upbelg gefctjolben/ en met be ï&gn&anfy 
30Q ÖP 3ön toebeten niettarilbemdben/ gebjepjjt 
©p bjoeg ben ftaab of ijp ooft boo? een go* 
jpan ftonbe bietben geïjouben / toanneet ïjp tÉ 
Öemïjetbetg/ en finjg mbjanftbetleentöaööen/ in 
ïjjben bjagt : toaat boojfe meefi alle obettuigt toa* 
ten. ©e boofe Utegtet liet tjem booj trien t#ö 
na ben ïf etftet / maat baat na tet $önbanït fcèn» 
gen. ©p tcoft 3ön ïltleberen 3elbet upt / enim> 
boegbe gent onbet be ftoojbe/ 't toelft oo*3aaft 
b3aö/ bat be aanfcboutoetg gaat ban toeenen niet 
ftonben ontfjouben. <©p ben epg ban 3ön 25?oe* 
beten te meiben fpjaft jjp : Hy wilde niemant ver- 
raden en wilde verwagten wat Godt haar wilde 
toelaten. ©jeefleUjft brietb ÖP BtPÖnfflt/met b?ep* 
gementen ban/ op bolgenbe toepgeting/ 3önleebfn 
fhtftften tefcïjetnm ©eöegtet^ginfltntoefl^ïatenbe 
ïjem in bit lijben bp ben 25eul alleen ïegont ©iefcfjerft 
ïjembooz een got/5eggenbe:Meynt gy dat Godt her- 
waarts in dit hol ziet wat wy hier doen , dat waar 
fpottelyk. ©e Jtegtee£ quanten toebet/ 3eggenbe: 
bat tjp ban be ©jouto ban 't &fot berbebentoajf / 
maaftten Ijem ïoö en blaten Ijcnt toebetom in ben 
ftetftet- ©e ï|eet met 3ón ©apen bebjoefben öem 
ttoee öagen aan malftanberen ; maat öp bolftan* 
big bp be toaarïjepb blijbenbe / fpjaft be ©eer tot 
ftem/ onbet anbete öe3egroutoelijftetooo:ben: ogp 
berfloftten ©ont / ik tjeb ïjet met alle mibbeïen 
met u beoogt/ .toilt ooit nog boen/ en 3ien öoeop 
utoen <0oöt in bie bet3oefttng ooft bettoutoensufë 

maar 



.der Martelaren. 281 

lat ï)p anttoOOZbe : dat hy alleen om der waar- 
yrd en des Gelooft wille zoude lyden , en Godt 
1 geen onregt overzien. 3&aar op lepbenfe ïjem 
6?ie bageft in een buplenbonfteren<€oojn/ baar 
ten nagtbaii ben bag niet ftonöeonDerfcörn ben/ 
f 6oo; eentge meerder ftoube beg nagtg aï£ be£ 
flB& gijn ftleeberen betrouten J)em boo: be gro* 
bogtigbepb ban het lijf / al5oobatl)plang3onber 
fto Weeöt / alg alleen met een ©eften ïjem moft 
japen/ sgn ï$embt toag ïjem geljee! aan öetli^f 
xot/ beïjalben ben fttaag bie DP aan be jjfeuur 
tg. <©ofc toaffer 3ulften ftanft / batbeöaatg* 
.Ten 3epben noopt biergelp gerooften te ïjebben / 
tymen toaten 3Ö11 <©t3rifcï)ap / bie boo? be mee* 
Jfc 3Ön fpp£ en bjanft befïojmben / aïö ïjp Öet 
lar een£ neber 3ette / ïjoetoel ïjp 't taeeï te toep^ 
I &reeg. gin 't li ctjt ftomenbe toaren 3ön $ogen 
ï toee bat ïjp na be bnpflerniffe betlangbe. <£n 
B toag toel 3ijn meefle bjuft / bat ïjp ban be<©e* 
*nte niet een£ ftenn$ ftonbe bekomen. Refter 
toebet bet3ogt ban ïjem eenig toaarteften/ 300 't 
g toel met ïjem tfont/ al toafl maa? een toepnig 
troo; boeg 300 beet ton ïjpnietbinben/ bagtom 
t bnplen fttaag/ en 3onbt ïjem bie met betïjeti* 
IQ/ tot teeten ban 3ön onberanberïpefianbba* 
Rjepb / bat een ïjartettjft ontfermen onber be 
toebetmbaatbe : Sp toilben ïjem garen toat Glee- 
ën toe3enben ; maar ïjp toepgerbe 3uW$/ b?ee* 
ibebatfet)nntoebetom3oubenptjnigni. ï|ier3at 
ns ben gantfcljen 2omertotïjet&egontebjie3en. 
n geraaftte ïjp upt be3en buplen Coojn in een 
tere gebangen$ / boel) met geen beter bettoiffe* 
ï ; toant gier mofl ïjp gefloten 3itteri / aan een 
mbt en een ©oet/ 300 bat öp niet ftonbekggen/ 
ïtegtjitten/ maat toel fltaan* 2Rnbe3eellem 
Hl 3 öe 



ïSi h Merg van de Historiek 
be toietb gp bp gebjeft ban 23joebetm / ban eeq 
ban &en ^öd gettoofï / 3eggenbe : Hans geö goe* 
ben moeö en Iaat u niet berfcgjiftften / toant gp 
hebt be toaargepb en get tegt geloobr ; maat top 
mmnen dm get lijben get niet nabolgen : anbet* 
3intg leeb gp toeel foot en fmaat ©e ^cgjöfcet 
ban gem een? bet3ogt 3Önbe/ quam bp gem/ bietf 
gp 3oobartig befcïjulötgöe / bat gp berftombe/ en 
toegen£ obertupgjng 3gng 5elfé niet een 3Boröb 
fconbe fpieften, épftietf ooft omtrent beertien ba* 
gen baat na/ opeeni&agt/ 3eec fcf}ielp / gem 
5eet beftlagenbe toegen£ bese en anbeteboo3ebaben> 
2gn teoofl toag bat 3tjn ^eet / gem toegeng 't 
gebangen nemen ban Hans , bqo? ben ©upbcl 
toenfïe. ©ien nagt quam Hans een groote ïrfgtM 
fcgap aam / bat gp töobt niet genoeg ftonbe loben 
en banften / gopenbe nog toebetom b?p en bp be 
SSioebeten te ftomen ; 't toelft ooft aÏ300 gefegiebe» 
3©ant na bat gp in 3Ün laatfie gebangenplaatg 
omtrent 37 SBeften gebangen gelegen gab / toierb 
ÖP beroojbeelt ober 2eege3onbentetoojben/ toaar 
qp gp 3 c Pbe: Hy vyrilde Godt zynen Heer betrou- 
wen^ diewasfcoowel ter Zeealste Lande, om hem 
te helpen en gedult te geven. |Bm liet gem Upt 

ben «Stoft : gp moefi eerft toeberom leeren gaan/ 
boo; bat gp gans berfïijft toa& &p gab gier bp na 
ttoee garen gebangen gejeten / h\ in anbergalf 
gaar be Sonne niet ge3ien, 3&e ©jonto / bie bed 
met gem betoogm toatf getoeefi / en gem al lang 
garen lo$ ge3im gabbe / riep gem bp gaar / nam 
ban gent met tranen gaar affcgepb / beloobenbê 
gent noopt toebet iemant/ in gaatganbente3ulleri 
Hamen, 3&e ftncgt/ bie gem toeg joube brengen/ 
en gem geburig J>cgelm noembe / raaftte op een 



her Martelaren. 1S3 
t#b bjonfem / 01300 quam Hans b?p/ en 6p jfin 
5B?oeöeren in 't gaar 1 s s 7- 

JORIAAN SYMONS 

EN 
CLEMENT DIRKSZ. 



f€t fteeft ten J&etboïgetg &p nanoogtbJiHett 
getaste 



H ge!uH^/ttiet<0^an^fre/|^ttn&an6en/ 
-*■ -*■ |Boojtierien55janben/öea©aarfjepbuptte 
roepen. 't <©emeene fpjeefttooojb ('t 2&loeb bet 
iteatteïaten i$ 't 3aab ban «tëobtg Dtetfie) <$ ten 
rilïe tfjöen toaat bebonben. 

55e genoemben 5ön tot Haarlem / In 't gaat 
W7 / öeneffeng een <©obtb*?ugtige ©?outo / ge* 
riaamt Mary Joris (Me in gaat baten in de geban* 
geni£ fiietf) gehangen- ©p een bolfiantrige bdt> 
öeni£ ïja^ «Beïoofê/ $n3e ten buute/ bocïj eettf 
om gtfaojgt te taojben / betoojbeelt 3&oo? 3ulfte 
en anbete betbjoeb&eben bet©etbolger£ / ontbjan* 
öe be tebet joobanig / bat eene «Bobtbjngtige 
Barent Lubbers, befhmt in be nagt in b &q>oute- 
fieeg/ 3onbet eetrfge fdjzoom een öeetlötte ï&ebifta* 
tie / tot gtoote fUgting bet toetjoozbeten / te boen* 
<©ofc gebcutömt/ bat/ a$ be3e %%btc$gtxtgttoa* 
ten / bat men be J&oeSen ban Joriaan Symonfz. 
(bie mm meent een 25oeftber&oopet getoeefl te 
3ön) om be ïtettetpe bodj teffen^ upt te toepen/ 
30übe betbjanben ; maat a$ be tyanb in be3eibe 
begon op te gaan / 300 ontfiont een gtoot oproer 
qnber ïjet boUt / toaat boo? be ftegtetg bloben. 
mm toietp b? 35oefeen onbet liet bofe / al3oo bat 
ieöer baar eben gretig na grabbelde / enbe3©aat* 
ÏWb/in plaats banbetbnpfieten/onbetörtboïft ge* 
3Ë 4 UW 



i*4 't Merg van de Historiek 
fitoopt toietb. gin een Cefiament ban Jorfaan Sy. 
moniï. , aan 3ön goon ht De grtiansenfg gefcï)?etoenf 
altoaat öp ïjem 3ön bp3onbere toeranbertngtooojfWtJ 
Ai baat öodz ijet leefeh bet ©eplise ^cïjzift ïpm 
ten öoogflen aan p?ee£/ fcïjjöft ïjp albu£ : 't begin 
myns levens is geweeft otmuttelyk , hoveerdig, 
opgeblazen, dronken, eygen zoekelyk, onwaarag- 
tig , vol van alle Afgodery , &c tot myn Jarca 
gekomen , zogt ik niet anders dan dat myn vlees 
welbehaagde : een luy, lekker leeven , begerig tot 
fchandelyk gewin , en tot hoererye , ja ik was eeni 
vat vol onbefcheyds: maar myn lieve Kind, als ik 
my tot de Schrift begaf, die doorzogt en doorlas, 
zoo bevond ik dat myn leven ftrekte ten eeuwigen' 
dood. Als hy door raad der Heylige Schrifture, het 
groot onderfcheyd van voor een weynig welluft, 
eeuwige pyn , en een weynig lyden 200 't 200 ge- 
noemt mag worden, eeuwige vreugde, regt over- 
woog, zoo verkoor hy met Mofes, met Godts Kin- 
deren liever een weynig ongemak te lyden , ais met 
de vergankelyke Weereld in weelde te leven. 3&ll£ 
jejjtïjp: ben ik myn gemak vrywillig uytgetreden, 
én heb my begeven op den Engen weg, om Chri* 
flus, myn Hoofd, na te gaan, wel wetende zoo ik hem 
tot den eynde volgde, dat ik in duyfternis niet zou- 
de wandelen, gn een anbeten 2Sjjef aan jQne 
2&oeberg en Sufïerg in bendeere/ fcïjjötoenöeban 
ïjet gtootc en 3eftere seVnin/ öat3e booz tjaat: It)ben 
jouben fcftotnen / toaten 3P 300 becèeugt bat öp 

3egt: lieve Vrindekens, verblyd u met ons, waar- 
om zouden wy vreezen ? U)at laget: ik ben mee- 
nig uure dat ik niet eens en denke dat ik gevangen 
ben ; zulken blydfehap geeft ons de Heere. * jjfèet 

meer anbere ttopfWpe tomnaningen/ong te lang. 

AAN- 



ber Martelaren. 185* 

AANMERKING. 

Z<££2fooeberen met bennaamban3©aterlan* 
bei# / geen gemeenfcgap goubenbe/ met öe 
al te gereet öannenbe/ eti pjedfe ©oopjSge* 
3fnben/ bojffen gaar niet toïbe&tabt/ nogbpmen* 
fcgen ontgouben / begielpen gaar in een ^cgupt 
in 't «©oföaner-toelt / toferben aldaar in 't laar 
isssl fó benft 57/ getoangen/ tot 'Hlmfïerbam ge* 
fcagt / ter boobt beroojbeelt/ en op be ©oletoijft/ 
alle aan©afen getoozgt ï^et toag in be Winttt/ 
tn een ©o^fl ban 13 toeeften. <d$eburenbe bien ttjb 
fionb botoen ieber #aal / betf nagt£/ een ligtje afö 
eenftaar^/en^anbebmgetjeeïennagt. Cpnbelgft 
öoo? «eegen en 3©int / en baar boo* 3©oop en ff|* 
gang / gebeurbent bat met goog JDatet / get ff £ 
een oer SBfcoeberen genaamt Jaapje Maat, met beri 
©aal ombecfcgoof/ en mebe nam / bzpbenbe op 
f>et 3elbe met get <d$etp na &patenbam/ entoeber- 
om met get boo*fcg?eben ligtje. ©it toierb op een. 
nagt ban ttoee aanftomelingen ber Oemepnte/ elft 
met een £tepget-fcgupt batenben g^ien / bie get 
aan ttoee gnfïeren, in be «jètabt / berbojgen tooo* 
nenbe/ bergaalben: be3e re3o!beerben om ooft 't 
3dbe te 6e3fen / lieten gaar be£ abonb£ büpten be. 
95oom flupten / 3aten elft in een ,§tepget=fcgupt ƒ 
toarenbenaar ben ï^oogen- noojb/en berbmgten gem: 
ftomenbe baar onbertufTcgen 'tgemelbe3Ligtieaan* 
Djpben / baar 3p op aanboeren/ en bonben Jaapje 
Maat, namen gem in em &cgupt/ en boeren baar 
mebe naar eenige anbere goederen/ biegaarineen 
j&cgnpt ontgidben / en 3etten gem ober / maar 
gem aantafienbe om gem te begraben / begon gp 
m s nog 



i86 f t Merg va* de Historiën 
nog gttoribig tt öIocöhl ©ttaïï$$berfjaaltbau 
tyomc en öelooffcoaatüige lidbm. 




ALGE VCl: U S. 



W|ï#ïep&/ «te/ rpbomenopregteöeuflb 
3tfn in Mt feben ïjoogr trappen/ entoo?ben 
tebet in jfjn foo?t al£ gtoote saften ge- 
roemt; maar betotjle tarijgöepö en eerebtaaagïjepb 
öp <0otrt ftan 3tjn / rfjftbom een sobloo£ leeben en 
öe eeutorfQt 6006 ftan beroo&aïten / en bebeugb ban 
öeje aQe ftan beflojint en obectorapefttoo;ben/ 300 
betbient bte uuuieineiiDe lof en eete / betoeöte bese 
allen be3it. JBaar fjet toppunt bet3elben/ We bit 
om ben Jiarae Jefa Chrïfti, 3rifgtobmWoeP38nec 
geuj^lnemb?eeffelpmboobbertxrtffelbe/ toag 
Afgerius , een jong <iStnbent / in 't ïtontagtöft 
3&eapoH£ a^ubeett/biebelDaótjepb te$ «Cuanae* 

ltam£ 



tfumtf naatflig onbet3ogt en beftoinm ïjebbenbe/ 
tot $abua in oen l&ame CöjffHiggeboopt/ enberi 
<&oOQ£bienfi manndi)ft ödeeben enroeeft geböenbe/ 
ïtojt baat na in 't ^aac i *• 57 / aïbaat gehangen, 
<©aat fptft öp 3ü« bcerlijltm 25?fef (baat top Dm 
%&y& tm gebedte ban sullen mebebeeleh) aan be 
25?beberen it; 3DaI£tanb ijefcïjieben* $an öaat 
tot Settetten geteagt/ bab De geïjede Senaat tjem 
af te ballen pjcfentmrcnöe ïjem baat boo: alle 3©e* 
tóöfehulpmbjicnbftftap ; maat bit allegafjïaanbe/ 
toetb rjp na Romen gejonoen/ben &m& obetgde* 
bm/mnaemfttengegebangeni^/mbolfianbigeb^ 
löbenffle bejS <©doofg/tet boobbetoojbeelt/enmet 
3febenbe (©^opt^oofbenobet'tblooteïigbaam 
gegoten/ 300 bat fjp met 5Ön ïjanben obet 3Önaan 
ge^gte ffcpenbe / bd en öait mebe nam / i$ tjp 
öaat na lebenbtg betfyanb. 3nbengemdben25?ief 
aan 5#n 25joeberen/ om haat bjoeffjepb/ toegeng 
3<jn gebangentg/in bjeugbe en Möbfcjjaptebetan* 
beten/ fc&JÖft IJP albu£: ik wil den menfchen een 
ongelooftelyk ding vertellen , dat is, dat ik hebbe 
gevonden een oneyndelyke zoetigheyd , in het in- 
gewand des Leeuws , en wie zal dat eenigzins ge- 
Joven dat ik hier vertellen zal; wie zal datkonnen 
geloven ? In een donkere Kuyle heb ik luftigheyd 
gevonden, in een plaats der bitterheyd en des doods, 
ruft ende hoope der Zaligheyd , in den Afgrond 
öft€ diepte der Hellen vreugd: daar andere weenen 
heb ik lachgen gevonden , daar andere vrezen heb 
ik fterkheyd gevonden, wie zal dit immermeer ge- 
Jpven? in den ellendigen ftaat hobbe ik zeergroote 
welluftigheyd gehad , in een eenzame hoek heb ik 
zeer heerlyk gezelfchap gehad , in de alderharfte 
banden , groot* rufte. Al Ie deze dingen , mvne Me-* 
dc-broeders in CÏRiflO gefit / heeft «ny'de milde 
•"•'-•■ ....-■• hm^ 



?88 't Merg van de Historiën. 

tiand Godts verleent. Ziet; de geené, die cerft verre 
van my (lont, is nu by my , ende dien ik maar een 
weynig bekende, dien zie ik nu zeer klaar, op wel- 
ken ik voormaals van verre zag, dien befchouw ik als 
nu tegenwoordig , die , na den welken my verlang- 
de, reykt my nu de hand, hy vertrooftmy, hy Ver- 
vult my met vreugden , hy jaagt van my de bitter- 
heyd , ende vernieuwt in my de kragt en de zoe* 
tigheden , hy maakt my gezond , hy onderhoud 
my , hy helpt my , hy maakt my fterk. 6 Hoe 
goed is de Heere ! dewelke niet en verdraagt, of toe 
en laat , dat zyne knegten boven haar vermogen 
bekoort worden. 6! Hoe ligt, lieffelyk ende zoet 
is zyn Jok. Is ook femant gelyk Godt de Alder- 
hoogften ? die daar onderhoud en verquikt den aan- 
gevogtenen , hy geneert weder de geflagenen en de 
gewondenen, en geneeftze al te zamen. Niemant 
en is hem gelyk. Leert doch gy alderlieffte Broe- 
ders , hoe zoet dat de Heere is , hoe getrouw e» 
barmhartig , die daar bezoekt zyne dieuaren in de 
beproevinge , die hem verootmoedigt , en verne- 
dert by ons te ftaan in onze hutten , en flegte wo- 
ningen , hy verleent ons een vrolyk gemoed en 
vreedzaam harte. 

Maar zal de blinde Weereld ook deze dingen ge- 
loven ? neen : zy zal veel eer zeggen , nadien zy 
ongelovig is, gy en zult de hitte, de koude, en dat 
ongemak der plaatze niet lange lydenkonnen. En- 
de hoe zuldy dan noch eerft dat kruys , de duyzend 
voudige verachtingen, onrecht, verfmadelyke rede- 
nen , ende onbehoorlyke fchande verdragen kon- 
*nen? zuldy niet aanzien uw lieve Vaderland, den 
rykdom deezer Weereld , de Ouderen , den Hoffe- 
lyken Staat en Eere ? zuldy uwe heerlyke Konft 
ook geheel uyt uwen zin konnen doen , de welke 

be- 



bER Martelaren. i8jt 

bekrachtigingen en verquikkingen van alle gedane 
moeyten zyn ? wilt gy zoo veele om niet met allen 
verliezen ? ja zoo veele moeyten die gy geleden 
hebt , uw veele wakens , zweetens ende vlyd ? 
Waar op hebdy u doch zoo veele gecieid ende ge- 
pynd, gelyk van den beginne uwer jeugd af? maar 
ten laatften en zuldy dan geheel geen vreeze des 
doods hebben , nadien het u daar op ftaat hoewel 
ontfchuldig. 6 ! Hoe geheel een zot ende onwe- 
tende ding is dat : dit alles met een eenig woord 
voor te komen , ende den dood wel ontvlieden te 
konnen ,. ende nochtans niet te willen. 6 ! Wat 
een verachten ding is dat van zoo geheel heerlyke , 
gerechtige , Godtvreezende , wyze , ende goede, 
of vrome Raats-tleeren , ende Doorlugtige Man- 
nen wel wat te konnen . verkrygen ende zelve 
moetwillig dat ook niet te willen bidden ; maar 
hoord doch gy blinde en fterffelykeMenfchen: wat 
is doch heeter en vuriger dan 't vuur, 't welk ulie- 
den bereyd is ? wat is doch kouder dan uw eygen 
harte 't welk noch in der duyfternifle is , ende en ' 
heeft geheel geen Jicht ? wat is doch harder, ver- 
warder en ongerufter, dan uw leeven? wat is doch 
onedelder, ende vyandelyker dan uw eygen ouder- 
dom? lieve zegt my doch, welk Vaderland, ofte 
eygen Huys is zoeter dan dat Heemelfe? vyelkefchat 
is grooter dan dat eeuwige leven? en wie zyrt on- 
ze Ouders ende Vrienden, dan alleen deze, die dat 
Woord Gods houden ? waar is grooter Vreugde, 
rykdom , ende waardiger , ofte hooger eere , dan 
in den Heemel?zegt op gy onver ftandigen, enzyn^ 
niet alle de Konften gegeven tot kenniffe Godts, 
den welken zoo wy in der Waarheyd niet en beken- 
nen, zoo zullen wy zonder twyftel alle onze moey- 
ten , ons waken en zweetcn , ja alle onze onder- 
winding 



*9o 't Merg van de Historiek 
winding tot fchade verquift, enuytgegcvenhebbefii 
Antwoort my doch , gy ongelukkige Menfchen, 
wat trooft en Medicyn kan hy doch hebben , dié 
Godt mift , welke is de verhaling en verquikking 
van allen ? Hoe zal hy zeggen , dat ik den dood 
vreeze , zoo hy zelve in de zonde geftorven is* 
en in zulker wyze den dood waardigerhoud dan het 
leeven ; want zoo Chriftus de weg de waarheyden 
het leeven is, kan men dat leeven bnyten Chriftus 
vinden? de hitte is my een verfche verluftiging, dé 
Winter is my een vrolykheyd in denHeere, ik die 
niet en Vreeze den brand des vuurs, zoude ik vree- 
zen alleen de flegte hitte? word hy ook van het Ys 
gepynigd die zich zelfs verteert , verfindt en ge- 
heel outflaapt in de liefde Godts ? de plaatze is 
voorwaar hart én fwaar te verdragen, denfchuldi- 
gen en quaatdoenders, maar den ontfchuldigen en 

Seregtigen is zy zeer lïeftlyk en zoet. Daar gaal 
e Koning uyt , van daar vliet de Hemeliche 
drank, aldaar welt op enontfpringtdeMelk, daar 
uyt ryit de overvloedigheyd van alle dingen, 
't Is wel waar dat de plaatze eenZaamen fiioode 

feagt is i nochtans is zy my als een ruym dal , en 
en van deedelfteplaatzenderWeereld. 3©fefïaat 
niet totftóottbett/ ja ber&aaft / öte 5UÏfee scöen ban 
een giotigelms BtefÖj?etieii leefi ? fft ftatt nfet fcöep* 
tien/ onaange3fen ftet iKfied tcgm ingn oogmeeft 
i$ I 300 lang te 3ön. Zegt nu , öegt öp toojöer) 

£y ellendige Menichen , of ik ook konde hebben, 
een weydéndaal of Heyde,die luftiger ware als dit? 
want daar zie ik Koningen , Vorften , Staten en 
Volken , daar zie ik Kryg ofte Strydt , dezen aan 
mikken gehouwen , de anderen als over winners , an- 
deren in lagen ftand gevallen, zommigen tothooge 
tere op geklommen. Daar is dé Berg Siofi, daar 

ver- 



f) e* Martelaren. 19e 
yérhefFe en begeve ik my in den Hemel , Jezus 
Chriftus is voor myne oogen,rondsommy flaandë 
Out vaders, de Propheten, de Euangeliften, Apos- 
telen , en alle de Dienaren Godts. Hy de Heere 
omhelft en onderhoud my , deze vermanen my , 
geene toonen my de Heylige dingen , dezetrooften 
my , andere gdeyden my , met 'geluyt en gezang; 
Zal ik nu zeggen' dat ik alleen zy , onder zoo vee- 
len ? want daar heb ik tot gezelfchap te nemeri 
verquikking en exempelen , nadien ik daar zie 
zommigen gekruyft , dezen het hooft afgeflagen , 
zommigen gefteenigt, anderen midden aanftukkeri 
gehouwen , zommigen gcbraden,anderen gerooftert, 
in pannen , in ovens , en ketels met olie , de een 
de oogen uytgefteeken, zommigen de tonge uytge- 
fneden , dezen de huyd over *t hoofd afgeftroopt, 
den anderen handen en voeten afgehouwen, zom- 
migen in Vorige ovens geworpen , anderen den dieren 5 
tot fpyze gegeven ; ja het nam veel te teel tyd t 
zoo ik 't verhalen woude. Ten laatfté zie ik nog 
anderen , die xncnigerleye pyne en MarteWóm gelee- 
den hebben, en dat alleen daarom, dat zy nu lee- 
ven , en zonder alle quale zyh , eü voor haar allo 
is alleen een middel en medicyn welke genezen kan 
alle hare gebreeken, en dat zelve geeft my ook de 
fterkheyd , en het loeven , en maakt my vrolyk te 
lyden alle dezen angft en droeffenis , die alleen 
oogenblikkig,en niet noemens waardig is* dat is de 
hoope die ik in den Heemel geftel* hebbe; Ik vre- 
ze den geenen niet die my onbiüyk verftnaden en' 
vervolgen , nadien hy die inden Hemel Woont,; 
de zei ven üytmonfteren , en uytroeden; tflaar de- 
ie gezont maken en genezen zal. Ik en zafl nief 
vreezen duyzend volken die om my ftaan ; want 

de Heere myn Godt zat my altoos verlofleny hy 'f 

tnytr 



ïg% 't Merg van de Historiën 

inyn bcfchutter en befchermer , hy is myn trooftj, 
fay is myn hoofd. ^OCÏ) toat ÜOO?t jegt ÖP : op 
aarde heb ik geen blyvende Stadt of Plaat" 
ze om te ruften , myn behuyzing en Vaderland is 
de Hemel. Ik zoeke de nieuwe Stadt Jeruzalem, 
dewelke ik voor my zie, die my te gemoetkomti 
riet ik ben aireede op den weg, aldaar heenen. Is 
geftelt myn zoete woning , en myn vrinden, myn 
welluft en myn eere , ik twyfFele niet dat zy my 
zullen' miflen. Alle deze aardze dingen zyn maar 
ïchaduwe, zy zyn allevergankelykeneenydelheyd 
aller ydelheyd den geenen, die daar miffen dehoo- 
oe des eeuwigen levens. De konften ofte gaven die 
my Godt geichonken heeft , zyn my ten eerften 
Üeffelyk , en verquikkingen geworden ; nu geven 
zy my hey lige vrugten. Ik hebbe , 't is waar, gezweet^ 
koude geleeden , en zoo veele als ik heb kunnen $ 
nagt en dag gewaakt , en deze myne moeyte; 
is my nu gedyt en gereekent tot volkomentheyd; 
De dag en uure zyn my nooyt zonder een linie hee- 
nen gegaan , ziet dat waarachtige aangefigt Godts 
heeft zich over myn leven ontdekt , en de Heere 
heeft gemaakt, dat ik in myn harte grootc vreugde 
beyinde, in hem alleen zal ik ruften in vreede. En 
wie zal hem nu voornemen durven te zeggen; dat ik 
myn Ouderdom en Jaren verlooren hebbe ? wie 
wil zeggen dat ik mynen moed verlooren hebbe? 
want myn Ziele heeft gezeyt, de Heere is myn deel; 
daarom wil ik hem zoeken ; daarom nadien nu dat 
fterven in den Heere geen derven is, maar een Za- 
lig leven te leyden, waarom ftelt zich dan nu regens 
tny een wederfpannige Godts, om my aan 't fter- 
ven te beletten ? Dit alles zal voor my de hoogfte 
vreugd zyn, zoo ik alleen proeven mogte den Kelk 
des Heeren , en wat foude my voor een gewiflen 

pand 



der Martelaren. 193 
j>and myner Zaligheyd mogen ontmoeten ? «JÊnjOII 
tooo;t: ytiwt 2&?oeöet/ npt luim bt$t ïjifltorie $&è» 
ttettt gtfnojben / ftoojbe toen nog fpjeeften ban 
tiee;en Aigerius : en qnarn ftojt baat na Me groo* 
te 3©aterbloeö / bic jiilhen fcljabe bede / a$ of He 
&tabt met gaafi geplonberttoag/ bat Öp ooft boó? 
3Ön bed tod ïjad onberbonben / en grootet geïueft 
Ban 3È>?oob noopt ge3ien ïjabbe / battee ooft een 
xmbefctjifjffriyft jammer en Wagen / üyonbetfjepb 
onber be armen in be &tabt toa£. 

WILLEM de DROOGSCHEERDER 

I£ tot IHnttoetpen in 't 3|aai: 15-5-7 / met nog 
bier25?oeberengebangenengeboob. $)pfctj?eef 
iri be gebangent£/aan #n bjtabmbeejjeöeeflö* 
fee toOOjben : weet dat ik zoozeer verblyd was , als ik 
naar de Vierfchaar ging, dat my dagte nooyt lui- 
ken vreugd te zyn, dan dat ik zoude belyden mytk 
Heere myn Godt voor de waereld. 

AANMERKELYK GEVAL. 

Dftie gcbahgen (a$ Evert Nouts , Pieter van 
Eynhoven, bepbeban^ntfoerpen/ en Jan 
Hendrik iï. ban ïlptregt) tot öotterbam/ 
flonben albaar in 't 3|aar 1558 / met öeubuure 
toerbjanb te toozben. ©21e palen toaten boqz (jet 
^taböupg opgeregt / en een fcfjut baat om ge* 
maaftt/ toaar fiupten be aanfdjoutoer^/ op pene 
ban fjaar opperftieeb moeflen binben/ en niemand 
öe 3|ufliHe/ op beröeurte ban leben en goeberen/ 
mogtberïjinberen* Ifóenbjagt Jan Hendrik ü.^ttfi 
bbo? 



194 't Merg van de Historiën I 

boo?/en fïdbe öemoprnifloeJtjeaanöenttiiDtelftet I 
©aaI/fcDo?benbetoanbeiionöetBeulbeflcopom39n I 
•alg gelept/en ban agteten toel bafi toegttaaapt; I 
Her op quam be ^cöetpregter/metembo^Dabet* 
fftoo met ftrupt öeffcoopt/omben D&arttlaat in 't 
aangeflgt te ïna&eten ; maat be $nbetbeul ïjet biet 
Haat bjie a btetmaal intoetpenbe/ ftonbc ï»et fttupt 
tiiet aan b?anb krijgen/ onaangeffcn&et fftoo tooïite. 
'tÖombaarboojaan'tmojrai/öeaontetoepen/BP 
fmaftt Ijet buut qualijft: anbeten/gp boet ben Wan 
bup5ent booben aan, Cen laatflen booben 3p telt 
JÖeul «Een ©?outo toietp eetfl met een t^antof* 
fel/ anbeten boojt met fieenen. ©e J^eeten metbe 
<©ienaat£ en ben <©nbetöeul blusten m 't &tate 
ï>up#/en be eetfien öoben op f>et bietftant ban ben 
Cooten / be <©ppetöeul taafete in een 38>urget£ 
fcupg. ©oojtg brietben boo? ïjet «Staauto depten* 
firn ban ben dng of frfjut afgetufet / be getaomte/ 
We nog leefbe/ afgefneben/ en be 35ujgetg (afcoo 
bit meefl ©zeembriingen blaten) floten ïjaat beu* 
ten en benfiet^ ©e geblugtenöabbenbebeutmet 
eenlge be geteebfie materialen taegeöoltoet&t/toaat 
op be |tëuptet£ met be giufittte #alen te betoeefj* 
tooebben/ maat gingen aan een anbetebeut/ Hepen 
me met getoelt open / ont3etten ten eetfien ttoee 
»?outoen / We inebe om 't geloof g*banam toa* 
5« / •*» Wipten be <§>tabt / en toeg J^agten. 
«Lom ben jCoorenbeut opgeöjooften / fcfiieeuben3e 
om be anbete ttoee gebangenen / of 5p toilben *t al 
betmoozben / en ben <€oo?n in feanb ffcefcen/ We 
KJ?S ft terflc lP ö S debert Metbeh/ fndbenboojtg 
«p ^te / ben «©nbetbeui en ben 25aïiou ; maat 

ïepbben ftaat/ ïeggenbe/ bat be genoembe (We <m* 

fcer* 



der Martelaren^ 19$ 

bettuflcöen in te ötootflefenaautöepb3atm)^Iban 
fcoüen toaren / tóaar boot ïjet trieefle oproer ten 
èpnbe taaftte. Jan Hendrikiz. aWerb fn 't ópen* 
&oar met een Adjnpt upt te £tabt gtóoerby üt 
3P geranten aöoo al te maal typ; 

ÜANIEL VERKAMPt, 

T^ 1 <ën 5toriö-B*fel $/ om 't Meetomtoan<0öbtg 
|H 3©oojt>/ m 't J|aar 15-5-8 / tot fiperen ge* 
-■^ tiangen; Jtototeeöbanöm^ettmbanïiori* 
3e en ©oler/ fcöèrpdöft ontetfögh maar Seeft 
3Ö« geloof typmoeöig beleeten/ 3eggenöe: daar by 

totter dood te willen blyven. 4Btalocnibe ©ertiol* 
getg ontBoöai be£ SouBdfnfl^ jBoebet / 3tjnöe 
eenfiïrpn oub ©jouixitje / gaanbe met mi ^toftje/ 
ÏWafc U)d fïrcugdrjft aanseggcnbe / barse tjol0ctiö? 
Ïtep3et£ Pahïtaat Ittif en töoeö üerbeurb §ab~ ƒ 
irtet ïjaar Eoau / SïJnbe een ïtectcr/ te Ij^öcrgnt 
tfiaat op 3P tnpmoeöig bocïj 3PÊtrtijU anttooojb*: 
Myn Hecrctij zal ik Lyf en Goed verbeurd heb* 
t>en , om dat ik myn eygen Zoon ,' dien ik onder 
myn harte gedragen , met pyn gebaatf ,' en met 
fmarteq gevoed hebbe , altemets in zynen nood 
hebbe geherbergt , daar hy Dief noch Schelm is , maar 
berugt den dcgelykften Jongman van ons Dorp t$ 
wezen , en dat alleen om dat gy lieden zegt 4*t hy 
êen Ketter is? Ik meyne, waarde Keyzer hier te- 
genwoordig, daar gy lieden zegt een Plakkaat van 
te hebben, hy zou zeggen , dat gy zya Plakkaat tt* 
gens my misbnjykt v en my pryzen dat het Moedei - 
lyke harte , over haar Kind, dat nooyt anders ver- 
diend heeft , tot ontfermen ontfteeken is geweeft. 
Voorwaar myn Heereh dit is tegen u Heder betar 
$ 2, meljke 



196 '(Merg van De Historiën 
melyke wysheyd en beleeftheyd ; want weet dit , op 
de telve ftonde als gy hem quaemt vangen, hadde 
ik hem konnen in myn Lichaam voor ulieden ver- 
bergen , met wederom negen Maanden te dragen, 
te baren , en op te brengen , gelyk ik eenmaal ge- 
daan hebbe , Godt weet hoe gaarn ik dat gedaan 
zou hebben. <£n bit 3epbe 3P met 5ulften be&eeg* 
KjfcÖepb bat alle betren baar tegento 00? Wgjörtit 
ïjaar b?p fpaften ; maat gaar Soon mom ben boot 
6$ buutg fUiaften/ 'ttoel&öpbolflanbtauptth^ 
©an jjemelben heeften ban ttonfe / genaan* 
Pieter Titeiman^ toojb betïjaalb/ bat ÖP een yta 
SMoebgfetig gnquifïteur toa£ / betoelfte meenigte 
in lijben Éuacljt- <©p een tgb baarom ban &up£/ 
en in een herberg 3önbe / geraakte alDaar in ge* 
fpjeft met ben Jïoroeb /Die ooft upt toa£ om tot 
bebepliging ber toeegen/ deugnieten en ©agebon* 
ben te bangen / bese bjoeg ben ©eehen ban ttori* 
fe / Ijoe Ijp met 300 toepnig dienaren bojfl upt* 
gaan / om lupben te bangen/ baat hp 3Ön 3Bmpt 
niet ftonbe uptboeren / alg niet beef ©ienaren en 
groot gebaar stjne£ leben£\ ©aar op be ©efcen 
anttooojbe : i& Ijeb ïtfer niet te bjeesen / toant ift 
ga alleen upt om goebe JHÖenfctjen te bangen / bit 
geen toeerbieben / en 3icö gebrillig laten batten* 
g|£ het (fcïjoot be öoroeb met bp3onbet öebenften 
op Titel mans rebenen baar op upt) 300 gelegen/ 
bat gp uptgaat om be goeben en ik om be guaben 
te bangen / luie 3al ban ongcbangen ober bigben ? 
be3e ©eefcen brietb ooft boojbeelbeïijft ban *Bobt 
geflraft/.aöoo öp ban een fcljzt&ftelöfte ïupg-3ie&* 
te toierb oberballen/ baar lip (onaangesien groote 
moepte toletb gebaan met berfqjoonen al£anber£) 
onmogelijk ban ftonbe gesupberb toojben / maar 



DER MARTELAREK. lp?- 

J A N N E K E, 

T€n 3on8e-©O0tet$ta'tg|aar i^8tot%it- 
H toetpen/om gaat geloof /bat 5P ooft toooj be 
-* peeren bjpmortrigtjrieeb/ijrtiangen.^cöoon 
om De Maften te$ jJBatftgtaafé /ban gaat bet 
ttn te frtjenften ; maat ebelmoebig öetanttoopjö 
ti öéje gonoe öeibtnne / Ine 3uK$ affïoeg/ 3*8= 

$e tegm^ tjem: 't leven dat gy my geven wilt, 
begeer ik niet i want uwe beloften xynydel, en 
inkelbaar als een riet 9 die my ook in meerder 
t brengen zouden, alle die opmenfehenbetrou- 
n zyn vervloekt* ifïatöebet3öö3e tebenen / tuffen 
at / ©apen / $&tet£ en bm £rfjout / fpjaft 
ïaatfte : top fiefóen genoeg gebaan om u te 
nnen/ ïjab gp u toillen laten taben tot affianb/ 
3Wö toelgeöaan&efc&en* 3^atop3paattoooj' 

Jy hebt myn Vlees bemind, maar niet mynZie- 
ie had gy gaarn verflonden ; maar Godt zal die 
>r een Kind ontfangen en erfgenaam maken, en 
tyt gy nu een Schout in uwe heerlykheyd, gyzult 
noch beklagen in het Oordeel Godts , en wen- 
en liever een Schaap- harder in de vreefce Godts 

vceft te hebben, fcetoojöeelt 3önbe in eenCoö* 
Mtbjonften te toojben / öebal 3P gaten geeft in 
ibejS fjanben. 



#3 JO- 



jpS *t Meug van de Historiën, 




f^ «Etoeefï sönbe een 2&urgetmeefïer tot |©ee* 
I r nen tó ©laanberen / maar Wugttg om fret 
^-* Brtoof/toiertitot©ojbieBteeh3Uften©ec* 
toer/ SJnöe na een toijle tijbg/ boo? be IBagi* 
ftraat in öe gtoote ftetft ontboden /én fjpöaar öoo? 
toat ontoett/ tajoeg3ijin |©eefiei#/ bte lieben ban 
qan^ïeri toaten / om taaö / öe todfee ben peeren al* 
feg goeb$ toetoerttoutoènöe/ odjbèelben beft bat ïyp 
joube gaan/ en gooren toatse te jeggen ïjabben/'t 
toelftïjpbebe; maar be ©eetm §em fïênbe toaren 
toetfïagm/ toenfien bat gaar ontbfeben ïjèm een 
foaatfqioutoing totï)epmelptoettre&getoé#toa& 
©P meenenbe toeberom te gaan / tofetb ban ben 
<8iï)out aangebar / en onaangeflen bat be peeren 
gaten taan ïjem ontffagen toaeen getoeefi (ïjeböen* 
=- be 



DER Martelaren. 199 

te ï>em tot Wen epnbe naar g'<©tabenï)age ge3on* 
Bén / We ftem toeöetom 3onben naar ©ojbjegt) 
tartè* ïjp boeg aaftperfïng bet Slapen ter boob 
toetobjteelb. ^e 25eiil beftlaagbe gein met toee* 
netiöe oogen/a$ een JBan/tóeniet alleen ntemanb 
gemquaaö/maarbeden/tnfonöetï)epböfmmct3ön 
©joutó en Itinberen / in noob bed goebg gebaari 
&obbe/ toflbe ooft baarom #n 9Jmpt lietoer neber* 
teggen/ a^S be5en onno3den boben; toaatom een 
ïltefïepet 't bonn# uptboerbe / 't torift gefc&ie* 
tfe in 1 6e gebangenii£ / met jfjem achter obet in een 
§N}tibat met toatee te fiooten / en te betbjfnften. 
•p Bet een bebjoefbe Jtëebutoe meteen Sttnbercn 
(500 't naafi fclötit) 'ober/ bie3e ïjet al ontnamen 
boïgen£ 'ijkmytè #ïaftftaat/ gelpïjp in een ban 
3ftn biie ttooffrifi)fte bermaan-25*ieben / aan 3#n 
©jouto en ïttabcten / liet inbloepen* iBeii ging 
ïjem ^ anberen baagg aan be<Balgaan5önöeenen 
op» *Bemelbe 25eul op bien Dag eenijjemigbabtgen 
geefTelenbe / en be £tab nptbannenbè / 3epöe 
3P ïjeööen Cïjiifiug gefttupfi en S&arraöag lojf ge- 
laten» 

HANS SMIT, 

T 1 if tge3onben ban be 4Bemepnte / tot &et toetft 

I J be£ peeren/ nam boo? boo: l^eberlahb te 

v - / rep3en/quamtot*aifeen/ber8aberbealbaar 

met nog torjf a&oeberg en 3e£ &ufierg7toie*beri in 

't <0e6eb ban be ttioebenbe ^tabg ©tenaarg (bie 

met bïoote Stoaarben / &pietfen/ &ellebaarben/ 

&teiftften en 25anbén booten waren) obetbal* 

ïen / en ^le/jdf^ een Itëoebet met een ftlepn ftin* 

beften in een JBieg/ gtbangen ge3et; boel) tod ge 

3Ü 4 moeb 



aoo 't Merg van de Historiën. 

uioeö 3ongen / tot groot* bettoonöerfng tier aan', 
ftoojöerg / met bjengöe, 2p toietöen alle toom 
ben flegter gebjagt / öetoelfte gaat ftanöbafHg 
binöenöe / toeöerom in De gebangen$ liet ö?en* 
Ötn / jfjnöe bjolgft en betljeugt ©e ïeeraat 
töterö 'g anöerenöaagg geweldig geppntgt / om 
SQn 25joeberen cii Sufierm te meloen / ooft met 
een 3önet mcöe getoangenen / Hendrik Adams ge* 
naamt/ öiftmaafê ban öe #apen / omgaat af* 
baflig te maften / befpjongen ; maat bfeben m al* 
leg fianöbafitg. <t&emeïöt ttaee toietöen ttt öooö 
tóbonntfï en na be 45eregt plaatg/ met bfoöfcftap 
Sater #etfoonen / geboerö ; maat beöjoeft betogl 
je toeöerotn in be gebangen$ toietöen gebjagt 
3&a nocö een totjle ttjöé ge3eten te ïjebbert ƒ toierti 
Hans Smit , tot tourgen en bjanöen gt b oi mift / 
getöh ooft bjie bagen baat na op beseïbe U$# jp* 
noembe Hendrik Adams , en 3ön Etoagjft Hans 
Bek. ftojt taooz Hendriks boob / gebeutbent Hat 
een wt pattpbig Slaab^eet / om öat Hendrik 
ïjem tot afoal nier en toilbe {aten betoeegen / in 
toom uptbojft / 3eggmbe : Weg met hem , weg 
met hem, ter dood ten vuure, 't is doch al verlo- 
ren. 31&aar op Hendrik tot gpm |]p:aft: Gy zult 
den dag niet beleven , dat gy myn dood zult ïien. 
't Wüh ooft al3oo gefegiebe ; toant gp fiietf toie 
öagen boo? Hendrik. <©p 3ön<©ooöbeböeleggenöe 
toaé gp 3eet mfflroofïig / ttoft 3Ön 25aarö upt en 
rirp 3ett fcgjtftftelijft / ift gebbe beel ©olftg geoo2* 
öeelt /en getoifleftjft mp baat aan be3onbtgt7 
toaat ober <flfoöt ooft mp 3al ftraffen / en fïietf in 
öie betttofjffeling, 't Wa$ ooft aanmetfteftjft öat 
be 2&euï öe ganöen ban Hendrik 300 fïtff öonö/ 
öat öe ©fngeren 3toart toietöen ; maar öe3elbe 
^pgeffenbe / en <Öobt ïobenbe / toietöen 3#n ban* 

öen 



Vt e R Martelaren. 20^ 

ben ïo£ 5©it gefrfjiede berfcöepden malen / taaat 
op de Regeer met toojn tot Den «Sc&ecpregter 3ep~ 
de/ bind ïjem tet degen : dietoedetanttooojde/ 
8P jfet/ bat ftet binden ïjem niet en ïjelpt. ©aar 
na toferden norfj ttoee andeten gebood / de Sufte* 
ren ffcengefttfi jMeefleït/ en bjpgeïaten. €en det 
2&?oedeten bfeTaf / tjoetoel met toedetfteerfng /en 
groot fitfoiftu. 




JACLÜËS de AÜÜflïV 



E€n ïtramer / gehangen doo* mibbeï ban een 
©ertadet / 3Önbe een Saabjëöeec / een oube 
fcennig / genaamt mijn J^eet de Waai , tot 
$arlingen / die ïjem 3eet bjinddtfft bejegende / en 
nopt andere gedaan öad / toaarom öp ooft 5Ön 
leeben en Goederen aan ïjem berttoube. 3£e 
fyenetott öad öepmeïöft om een 35euttoaardet en 
& s <ffom= 



ao* 't Meug van de Historiek 
$omrnfffat$ na Umttoaacöptt ge5onben / tetart* 
6e f3gitóitiup5e/ bejèi ónriofelen boo? banoewfie 
tangben getoht #nbe / sébangen namen. I|p 
fconbe niét beocnRen hoe 3j}ri ©?»nbt fjem alou£ 
ftonöe beeraben / bergaf Ijet f>éin ebenbjel gaótne; 
maat 3epbe/ Beïi)lft T»cttt nu goeb i>agte3ulft£tt 
toen / battet biel een anbere niö most nomen. 
$P toietb na ïeeubjaatben geboetb / albjaat 
öém 3t)n beb?oef be en bebjugte ©jouwe quam 6e* 
yotttm/ bat ïjem ooit op3onbetbju&te/ te meet/ 
om bat be «©eutwaatbet ïjaat nori) ban ïjem mes 
fHet / bat bede «©mftanbetg tot Weenen oetooog/ 
We 000? Wbben op ben onbamtfjatrigen 300 bed te 
toege foacïjten / bat 3P eenige toepnlge troofteïö&fc 
tooojbcn/ met malftanberen wifTelöen / jeggenoe 
toen ga tatf bon glee. %n be gebangenfê btfpu* 
teeebe hp 3eec beel en becfianbig / afó nltjht upt 
Jftn nagelatene ^cï^ifteii / met emanqutfïteut/ 
me ïjem 5eet gaarne afgettORften !iabbe ; maat Me. 
quam beel te fto?t $p brieft fcojt baat na ta be. 
gebangeni^ betnuuub. 

3&e ©ettabet ftab/tot een loonban&ngtmtbM* 
ÏÖfte baab/ een beifc&fftftelö& epnbe; want behal* 
ben bat öp al^ öpitrtlteeubjaatbenbJflbebettreR* 
Ren/ ban *t gemeene ©olft wierb gefdjoïben/ boo? 
een giubag/ JSdjelm/ 2Soo£wigt/ 1a met &tee? 
nen bpna boob gewojpen / 300 feteeg flp 300 
quaabaatoigm Ita3ecpe / bat (jp *et ban betten* 
bJletb/ en jeer ellenbig fKetf. 

K L A A S K E N, 

W^atfcïjPttdtjft een natuutdö&e gufïet ban 
gemdben Jaques , 1$ met öaat JBan ge* 
bangen en in 't ®atet tot ïeeuwaatben 

bet* 



der Martelaren. 203 
fretfhtoo?t gfn ftaar ontei3oe& ban ten Itetter* 
meefter/ anttooojte 5p 3eer betfianbtg en typmoe* 
Mn / toaac ban ïjaat «Schiften aetupgen 3#n. 
Sfn mi ftarer 38?feben Waagt jp uptnemenb ober 
Baai: fïanfc / boo? f>aar gebangent^ / 3eggenöe ! 

Geen zulke liefde in haar te gevoelen tot haren 
Godt ,' als wel in haar vereyft wierd , zoo datze 
dik wils niet kon flapen en in groote benautheyd 
met lüyder ftemme Hytriep , 6 Heere ! Vermorzel 
my doch dat oude harte , en geef my een nieuw 
harte en gemoed , dat ik voor uw oogen opregt 
mag bevonden worden. |Baat grfjeri anbergt 
toag 3e in fjaac gcbangeni^ / baar geboelböe 30a 
toonberlg&e en öodbenmatèn Mpbfcöap en liefbr 
tot garen Heere / dat3e getupgte en fcö?eef : Al- 
waar J t dat ik door een gedagte , myn leeven 
mogt behouden en ik witte dat het den Heere niet 
en beliefde, zoo wilde ik veel liever fterven. tittl, 
tm toepnig bOO?t : Nu bevoele ik eerft in my , dé 
onuytfpreekelyke genade en barmhartigheyd Godts 
tu de liefde , ja zoo hoog en groot is my de ge- 
nade en de lieifdè voot oogen , dat myn droeffenis 
in blydfchap verkeert is. g[n 't 9|aafc iffr 

JAN JANSZ. BRANDT, 

1& om te %mt €Miü gtbangm/ tot<6eet> 
btteö. Zijn getoobe toierb ban geleerten on* 
ter30gt / en ban ïjem bolflantög enjvpmoe* 
Mg beleeben / jeggenbe : Dit is de regte weg tot 
het eeuwige leeven, die van zoo weynig gevonden, 
en van noch minder bewandelt word ; want hy is 
hén te enge , en het zoude hun vlees al te zeer 

fmarten. $p toicrb beroojteeft (n een 2te& ber* 

tyonlien 



204 't Merg van de Historiek 
Hjonften te tomben /'t geen birê toierö uptgeboett: 

fn 't aftoerpen ban een Ijöoge 25?ug fcfteuede De 
aft/ be 28>enl/ hfec een regte 25enl/ (net ftein met 
een Atoft op ïjet lijf /bat be Etjbec/ tot gtöot me* 
öeHjben bet aanfdjantoerg / tipt ïjet Jtëateertep: 
och! hoe vermoort gy my. 

TRYNTKEN KUETS, 

E<£\\ gobttyee3enbc 3©ebutoebinnen|ftafirigt/ 
3êer begeerig na rerfjte ftennffle <töobt£/ bib* 
benbe Daarom nagt en bag/ fttoam boo? ï>et , 
licht be£ CuangeltmnS en bm 3©ater-boop bp be 
Cgjiftelpfie Gemeente/ toierd baar boo? bp 25uc* 
getmeefïecen aangeftïaagt / ontboben/ onbet3ogt 
en na een goebe 25ehjöen$ gebangen. ©au be 
©apen n$bet onbetsodjt motebenbebolflanbig/ 
toieeb 3? ban ïjen betoojbeeïb / ïjiet tpöeïijh / ai 
namaató eentoig te bjanbcn. 't <£etfle nam5ebooj 
nabee Sententie ban ^cïjout en &c&'epenen / ge* 
toillfg en banftelijft aan ; maat op get ttoeebe ant* 
tUOOZöe 3e : Als gy voor het Oordeel Godts bin- 
nen korte dagen, na my zult komen, zoo lult gy 

anders bevinden. Met na \$ 3P met em gefïopten 
monb/ tot Wetoeröjanb. " 

$a bzie dagen / 300 opentlp boo? toaatfjepfc. 
toietb ge3egt/ bonb men een bee gemefbe ©apen/ 
den J&ebift IJÖonnift/ '£ mmgen£ 3onbee fteraiig* 
fe ban bootige fttanftöepb / in 3ön Cel boob/ too?* 
bmbt ban be 3tup3en gegeten* 1 sï9. 



ADRI- 



ï> e r Martelaren. ioj* 

A D R I A A N P A N. 

met zyn Huysvrouw. 

T3©ee bjoome Xieben 3gn in 't ^ascc tss9* 
tot Itnttoetpen gebangen / frfjerp onbet* 
3ocf)t / maat fjaat beloof taoïflanöig öriee* 
öenöebbntöc/ tetboobtoetoojöeelb/ Adriaan ont* 
ïjaïfi en 3#n Vrouw na ïjaat 25aten betb?onften. 

't g|g gidjëel aanmetftelüft en tooo? (dien Weinig 
öen ftomen/ bpsonbet betttDOfiettjft/ fjoe bese 3Ue* 
ben gaat baat in fjeböen gebjagen / grip Adriaan 
in ten 3ynet 3&zieben aan 3gn toebeten getupgt/ 
aï£ ïjp albll£ fCÏJJÖft : Cielyk des lydens Chrifti 
veel over ons komt, zoo komt ons ook veel trooft 
xtoór Chriltus. Myn lieve Broeders , hoe zouden 
wy niet goeds moeds zyn , als wy zulken trooft 
verneemen ? Myn lieve Vrinden, hóe Wy in meer 
druks verzocht worden, hoe wy meer getrooft 
worden ; dat wierden wy wel gewaar als wy eerft 
in handen quamen,en zy het Huys overvielen; als 
fcouden zy het vernield hebben metaldatterin was; 
toen wierd myn harte gefterkt, als of ik een aft- 
der Menfch geweeft waar: Myn Huysvrouw was 
wel een weinig benauwt eer dat zy de handen aan 
ons floegen, maar als zy zag dat het wezen tnoft, 
zoo ging dfe vreeze van haar , of zy een kleed uit- 
getogen hadde en hief op en zong. Sijnbe tttl 

30aar$e paffimbe op €ö?tfïu£ on3efeete ftomfle. 
i CefT- f. betg 2* % segt betbet: datze haar 
goed gepakt hadden om te vertrekken; maar nooit 
meerder vreugd gehad hadde , als toen hem dit 
ontrooft wierd , ja dat hy zyn zei ven qualyk Kon 



io6 f t Merg van de Historiën 

weerhbuwen van rineen. $p fc&ptbbJbettaSÖti 
ttoeebtn JÖjtef : de Heere wil myn Geeft ontfan- 
gen,ik ben ook wel bereyd voor des Heer en Naam 
te leeveri en te derven. Ik kan mynen Godt niet 
genoeg loven en danken, dat hy my daar toe ge- 
roepen heeft, dat ik in zynen Naam mag lydeni 
Öch ! myn lieve N. ik ben doch wel gëmoèa, de 
Heere hoop ik , zal my dog fterkheid geven , tot 
<ien eynde toe, ik en kan niet zeggen , dat ik ooit 
vrolyker dag op den Steen, 't welk dq gevange- 
nis was» gehad hebbe, dan als ik in handen quam^ 
én als ik verweezen was. 

MAYKEN de KORTE. 

B% geïegent&epb / bat be Itóatfegtaaf in &et 
Slaat i ss 9* tot %tttoetpe» 1 eeneti / op toien£ 
fgf 300 <©nlbeng B*3et toa£ / jorijr/ en met 
3#n 35ienaatg ttoee ï|upsm toette/ 30a bonb ÖP 
ftiec in genöembe Mayken met uatïj toijf :Jufïet£ 
(bie öp mogelijk om bat ïjp ben anocijrm nietftori 
binben) op be tëobofte i&epbe ton ure ; maar nam* 
3* ebentoel meebe/ en b?ac&t3e in eenen bbriftetett 
ïtetftet gebangen* '$ ïtepjetg ©laftöaat nocö be 
©önbarro Warm machtig gaat ban ïjaar geloo* 
be af te trehften / nocg gaat <©eloofggenoten te 
meloen/ maat fïanbbafrtg öe tóaatïjepb öeiijbén* 
be toietben alle betoojbeetb erf geboob: biet booj't 
Jfcatec en ttoee (toaat onbet genöembe Mayken) 
met get Stoaatb. 3Jn een 25jief aan een buffet? 
toaat in.3P boo? ftaat betnebeting en Mepnïjepb/ 
een gtooten feïjat ban genabe ban gaten <©obtï)ar> 
0e ontfangen / laat 3P Öaat aibug ïjooten 00e* 
fcïjjeben fjebbenbé ban Me sattge bettoadjting bet 

tijoó* 



b er Ma rtelareü, 207 
taoomm/baribkri nieiitoen fertiel en %axbt) hoe 
lullen wy moeten gefchikt wezen met een godza- 
ligen Wandel ! Ik vinde my dikwils geflagen , ik 
vinde ook zoo veel gebreken in my en noch zoo veel 
af te ftèrven , en moet het al den Heer e , met een oot- 
moedig hart , en bevende verflagen gemoed opge-* 
ven, en bidden hem om genade, en niet om recht 
Ik gévoele hoe ik my minder make, hoe de krach* 
tïgc Godt meer in my werkt, en zyn genade my 
meer inftort ; dan weene ik zeer bitterlyk en valle 
op myn knien, en danke mynen Godt, en zegge: 
Ö myn Heere en Godt , wat ben ik Adams Kind^ 
dat gy doch zyner gedenkt ? gy hebt hem heerlyk- 
heyd gegeven , over alle uwe werken verheven; 
hoe komt', dat gy Ons zoo rykelyk bezoekt, en 
zoo mildelyk uwe fchatten opent , en laat ons in- 

Span, en de fchoone Morgenfterre in onze harten 
chynen , en hebt ons getrokken uyt deze donkere 
nacht , tot dat onvergankelyk licht ? Wat zullen 
wy hem wederom geven , myii lieve Zufter ! dan 
een rouwig en verflagen harte , en verbroken Geeft , ? 
met liefde en groote dankbaarheyd. 

JELIS BARNARTS 

I& in 't gaat iss9* tot Ifinttoetpen gebangenf 
en geboob. $p geeft om be ttaatgenb be$ 
«Êuangtftamg /tn be getoangenig toeel geleeben : 
maat {$ ooft ftracljtig ban 3Önen <©obt berftee&f/ 
gtfP ÖP in een 3Önet 25?feben Iaat tatotoepm. Ten 
eerften 3egt ÖP : had ik groote vreugd na den geeft, 
als ik in banden overgelevert was ; hoewel dat het 
vlees veel gedachten en gepeynzen over qnam f 
zoo was ik naar den geeft verblyd , dat ik daar toe 

van 



io8 't Merg van de Historie» 
van Godt üytverkooreïi was , om voor zynei 
naam té lyden. En ten tweeden , als ik het ge- 
loove voor de Overigheyd beleden hadde,en koen 
zeer gepynigd was , en gevoelde dat Godt met my 
was; want hy gaf zulken kracht , dat fchoon wat 
lyden en tormenten zy my aan deden , zy niet$ 
kregen uyt myn mond, dan dat tot des Heecen 
prys diende, en tot myn Zaligheyd ; waarom zy 
toornig waren , vroegen of ik noch niet zeggen eri 
wilde; want zeyden zy, Wy hebben macht u allé 
dagen, aldus te pynigen : ik zeyde het Lichaam ifc 
voor u, doeter mede dat u lieden beliefd. En als 
dit al gefchied was , toen was myn vreugd noch 
veel meerder, en ik konde des Heeren lof niet uyt- 
fpreken , noch hem ten vollen danken , van zynë 
genade die hy my gaf, dat ik waardig was om voor 
zynen naam te lyden , en het woord met mytiL 
bloed te bezegelen ; want de littekenen, die ik toen 
ontfing, en de pyn bleef in myn leeden, töt den 
laatften dag toe. Den Hcere zy eeuwig lof. 3©at 
teflW 3*8t ÖP : en daar na wierd ik ter dood ver- 
oordeeld , toen wierd myn vreugd volkomen, zoo 
dat ik zulken vreugd hadde, dat ik die niet üyt- 
fpreeken en konde, dat myn verlofling zoo na was. 
l&OCt) toat ïager : en als ik hier op dachte, ziende 
op de eeuwige heerlykheid, en al* ik zag dat druk 
en lyden zoo haaft voor by ging, en dat my zulke 
fchoone beloften gedaan waren, en dat ik zoude 
gaan in de rufte, by myn lieVe Broederen en Zu- 
fteren , die Voor zyn gegaan, en leggen onder den 
Altaar, en verblyden alle onze Medebroeders en 
Zufters , die ons ook noch volgen moeten , toen 
moefte «11e druk van my wyken i als ik dit met 
den geelt aanzag. 

JAN 



öfcfc Martelaren; 209* 

J A N D U R P S, 

E€n ïinne-toeriw tot USaefWgt / een bjodm 
eerlijk |Ban / in be bupfiemiflen beg #aug* 
bom£ / öefc&eenen met ïjet ligt beg <£uange* 
liumg / 't toeöt ÖP / öoetoel long toepgrdg / be 
«©emepnte fomtöb£ naar 3#n gatten Wojbjoeg; 
toaat op öp al^ een ftettet en een atëebetboopec i£ 
aangeftfaagt/ toan $8n «tëetouto ge&aalt mgetoan* 
flen ge3et totetb/ Irjbenbe in be3eroetoedaannegtin* 
gèn bet #apen / en fclj?ihheïijfte toimenten / om 
3ön «Peloofé-genotente meiben.; maat: dieefin aï* 
IqS fïanbtoafHg/ toaarom öp ten laatfieni^berooj- 
berit/letoenbig^eröjanbtetoojben, ©aar toe ban bm 
25eul ter «©eregttitódtg 7 in èen $up£ften ban 
£troo of anbere ïfgte öjanb (loffe gefield 3tjnbe/ 
flaftme!nbct3düeop.üecfeöepbeplaat5eninbe6?anb» 
Sn toelfte blantme ïjp flaanbe / berfcïjepbe ma* 
tel met lupbet (iemme riep : 6 Heere !• in uwe han- 
den beveel ik mynen Geeft, ^n 't uptgaan ber? 
maanbe ÖP 8* boïït tot boete / 3eggenoe : dznè 
7 ouden gedenken, datter een Man onder haar ge* 
weeft was, dié haar de waarheyd leerde. 







iio 't Merg van de Historiën 




--AèfDRIErS LAHGEDJUlr, 



Zgittenbe in 3fjn ©oo$up£ / na bat aïbaac 
©ecgaberfng toagge&ouben/ la£ineen25p* 
bel. ©e jjBatftgraaf öfec ban betbrfttigt / 
ftomt/300 al£ be bjinben ebengefcïjepbentoacenta' 
ïjup^/ neemt besen <*Efobtb?ee3enben / benefftng 
eenige ©joutoen/ bie 3ön ©jouto 300 eben ingaat 
baten gefjolpen öabben/ gehangen/ enbjagtfetot 
■JUnttoetpen op ben &teen. l|p fidbe eenige ©ie* 
naat£ bu be ftcaambjouto / bie op een ttjö a$ be 
betoaarfiet 3ulï$ betteoot / 300 toel getoeft toiet* 
bm I bat ï)aat be ©jouto ontfnapte. Andrfes 
Langedui loierb / met nog ttoee 2Sjoeberen / op 
ben &teen bïnneng &up£ ontïjalfï. JJeberftnie* 
leiibe booj Ijet gtoaetb babt ÏJP / met opgeïjebene 

Öan* 



DER MarTELAIEK. lf l 

ÖanÖm: Vader io uwe handen beveel, 't bigbaat 

toietbmettenflag&dtt. 
<£en ban &oe ontfjoofbr 3 5i o e b nsn taa£ 

LOUWERENS vander LEYEX, 



4£n 3ect fianbbaftig JEBan insgnonbtrsocttit* 
gen/ en t nteta aatfppb te brtijb rn/ ai étigbt 
in 3Ön SBjieten» Aisik3cgtfjp.ttflni3önon* 



E 

Öetjodtaj? / plag cc fpeelen , dronken cc drinken, 
«h de Waareld te volgen , liet men roj met «ree- 
den ; maar na ik den name Godts te rcRt belyde, 
vervolgt men my. %& be jBartgcaaf «r 
grammen ttuxbe/ ïjera teepgbe metten £caafc/ 
ofget®ater/ ofbe&alep, septet^: coe met 
my wat gv wilt ; wanc myn V lees is ten c/titcn. Dem 
tyepgenbé/met 3uI6e feteetbers ; baar fjp tod naar 
ijoren 30itbe / 300 anttooozbe tjp : ai iojs gy my , 
van lid tot lid, van een fiiyden, nochtans Loopeik, 
zal ik mynen Heere, en myn Godt niet verzaken. 




<© 2 L E Er 



aii 't Merg van de Historiek. 




LEENAARt PLOVjEft* 

E<£n tyoom *|Bati/ geööoren entooonagtigtoi 
JÖ&eenen in ©laanberen / ent Haften-® ja? 
pïer / en/ irt t# 3Ön göeöetof bp alïe iBeiifdjen/ 
toaarbeerber Det3elbe/ ftomenbefn 't Slaat 1 5-5-5 tot 
regte ftennffTe bet toaarftepb/ 300 toa£ bitoo^aaft/ 
bat öp 3Ön opgelepbe IBmpt niet Urilbe befrebigen* 
%$n Confrater^ toaren met 3ön tooojb / en toet* 
todhing op 't j&tabtf)up£ toel te bjeeben; maatbe 
2Saïjutoi / We ï)ier op lette/ begon gein ban bien 
tfjö te toettootaeu/ toaatom Iju eetfi betbojgen/ en 
baar na tot Hnrtuerpm ging tooonen / generende 
3icïj albaat met Sijbe te betftopen ; boeg be onje* 
fteci)epbooft Ijier 3ienbe/ bejïoot naat ©zfeAuib te 
tukken I 3enbenbe 30» ©?outo en biet fmbeten 
tooo? af/ rep3enbe onbettufleïjen met 3Ön Stoop* 
: * > manfc&ap/ 



der Martelaren. - 213 
manfcfjajJ/ nwft «^ iia« 6e gpcrmatiftt, m& 
öetom ftommbe bettoeföe öp noc& mi toepnigtot 
3Bnttoecpm/ {prent* atoaat bat He IBatftgtaaf 
soube nptoaan/om eenigen 3öner tfeloofëgenoten 
te 3oe&m/*i tetiatigm/ gaat in ben üajjt bupten 
« &tabt/om be^Iben te toaarfcöoutom/genwet* 
teöm|Bat%t^finet5^t^3elfcöapopbenUK5/ 
ff fpjeïten gem aan / en bemet&enbe upt 3ün 
teeben bat öp ban een anfreten «©obtgbienfl toag / 
«# ff / joegen ff / of ft? niet een Ceftamerit tip 
Jtcft gabbt/baat op Ij» ja autüjoojbbe/en $n ïjèni 
gsttangm bjacljtm op öni &teeit Zijn <©u* 
bet£ al t é ooft 3iju ^cljoonliatiet / 3Önbe een 3eer 
aari5tenr[öN |Ban tor jjEïemen / ftoinen op 't ge* 
tu0 ober / E^ciigra bp ben |©aatfdjalft 500 beel 
te teeg/ bat ïji; aannam Ijcm te ontfltaan/toillen* 
be bar 3p getuft naat CH*p£ wibentepien/ grip ff 
öeeöen. l£p toietb tooojt oubct3ogt/ en 3#n getóa* 
be bjpmoeöig briijüenöe / regmg gegeben tooojb/ 
bciicffmé non) rluee jonge ©ogter$/tet boobbet* 
ooiöeclt / en toietbcn aüe tn be gebangm$ / to 
Saftften/eri in brffrn-baten /in 't toatet betflnoojt/ 
in 'tgfaaujóa &p öeeft ttoeeöeeriijfte hermaan* 
®;ieben / een aan 3ön 3©?outu / en een aan 3Ön 
Htfnberen gefeïpeben / We be 1teê3er/ alg'tfiem 
fufl/ in 't Woebig (Coneel ftan na3ien/ ong teïang 
om aan te balen* 

JOORIS en JOACHIM» 

T3©eeb?oome 4Dfeifienen / gehangen in t 3!aar 
1560 1 en toegra£ baar beloof en ©oop 
onbetgogt 3Ön6e/3Ön nabolfianbfgtöelöbe* 
<® 3 nt£ 



ii4 't Merg van de Historiek 
nig ten fcuntebetoojbeelk atëaatopjqachini jep* 
te: Myn Hcerc wy danken u, dat gy met onsge- 
moeyt zyt ; maar Godt wil u Heden de blindheyd 
nwes harten vergeeven en u tot verligt ing laten ka- 
men, lipt be ©ierfcïjaat ftomenbe jepbense : Wy 
fchamen ons des Euangeliums niet , en 5011001 
tongg te &ttaat gaande ban bjeuabe* Cer ©e* 
regt plaatö 3<jn 3P / maïftanberen geftufl fpföen* 
te/ aan jNen gefMt/ 5esa^ Joachim ; 6 Va- 
der J wil haar vergeven , die ons dit lydefa aan? 
doen; maar wy danken u,dat gy ons waardig kent 
om voor uw Name te lyden. En daarom 6 Heere 
ftaa ons by in dezen laatften nood. fóoen faiaft 
Jooris ; Heere gy weet boe dat ik u en myn zaïig- 
heyd gezogt hebbe, daarom iknumoetfterven,dus 
6 Heere ! ootfang my in genade. Sftigenbt ?fa 
men narij een Xfeöefcen/beberien 5P öaregiefaito 
<5obe£ Ijanöen / epnbigente met ffk buur fpui 
keben. 

SOETJE van den HOUTE 

SCïHöft ta **n ban ftoee ïeejen^toaarbige Brte* 
ben / na öaar teatfïe Ifibonbmaal / 300 3? 
meente aan öaar ftinberen / 25:oeöetm en 
Eufieten/ öesenaöjitëftdtjftetoooiben; 

Hier mede neem ik noch eens oorlof: ik denke 
dat het de laatfte reyze is: wy ,namelyk een zufter 
genaamt Martha, en ik zyn zoo wel gemoed om onze 
offerhande te doen , dat ik het niet uytfpreken en 
kan ; ik zoude wel van vreugde fpringen , ats ik 
denke op dat eeuwige goed,dat'belooft is te bezit- 
ten, allen die volharden, in Vgeene dat ons de 
Heere heeft bevolen» 

Ik 



der Martel ar e k. 2^5- 

Ik en weet niet met wat prys ik den Heere lo~ 
ven zal, dat hy Martha en my tot zulken (laat ver- 
kooren heeft. Wy die 200 arme flegte Schaapjes 
fcyn; want wy en hebben doch nooit in de weereld 
geacht geweeft , dan als wegwerpelingen , en dat 
Godt 2ulke verworpene, ellendige, flegte Aart- 
wormkens heeft verkooren, dat hy door ons wil 
werken, dat wy zyne getuygen zouden. zyn; wy 
die niet waardig zyn, van ons welven de aldermin- 
fte gaven te ontfangen , die de Heere zoude mogen 
geeven. Och! wie Kan de kracht Godts begrypen, 
dat hy die geenen, die hier meeft verworpen zyn, 
meeft genadig is om te ontfermen, als zy met ver- 
trouwen hem aanroepen, en haar hoope vaftelyk 
ftellen op zyn genade tot den eynde toe: het waar 
onmogelyk dat hem de Heere verwerpen zoude. 

©ft fcoti3e fdffêfjtoen/ onaan8e3fen batje ban b?ie 
Öaar liebe ïttnberen 300 üestoaarlyft ïton fdjepbett 

AANMERKING. 

10 't Slaat 1 ffi. t$ een Zufttt f Barbeï genaantt / 
in 't toatec betbzonften- ©iet 25ioeberen tot 
2Wanftenbera onöjalft. <€toee Zuftaen totet* 
öen tot Hepben geboob. %l$ 3P be eene tyoegen / 
of Cfeifiug niet in ïjet ïjepïig £actament toag/ 
antto00?Öe3e : ...-. Godt en laat hem in geen Zil- 
vere of (Soude Kasjes befluyten. ©00? bp öe fterft 
naat be gtfjangenig gaanbe/ 3epbe5e:ó! Moorde- 
naars Kuyl en Duyvels Koy ! ©all be£ &cftOUt£ 
ïtnec&t jjetnaagt 3fjnbe / toaatom 3P ?uüte goo ge 
tooojben fpjaft / atittooo?be3e : Om dat 'er zoo 
meenige arme Ziel in vermoord word. ^a ï>aat 
^enmitietotobariec5ni/bat5clrniftinba:boop bet* 
<© 4 3aaftt 



%\6 \ Merg Van i>é Historiek 
jaaftt/ 't Sacrament getowpsett/ m cmbeïjoojïfc 
te»etgafcetingen/ tegen^ '^ Hep3er$ Ipbd^daü/ 
bpgetooónt ïjabbe. ©e anbete tuiert 3eer gebrom 
om afttballen/ betogfc nocï) niet geboopt toa# 
maat anttooo^bbe: uw broodGodt word wel vali- 
de Spinnen «ti Wormen gegeten, ik en wil aan 
Tolke niet deelachtig iyn. (Cot ftomen ftt ©laan* 

beren/ toierb een 25:oeber gebangen / onbetsocfp'/ 
gepijnigb en geboob- Zt$ 25joeoerg 3<jn tot ^tai* 
fierbamïebenbigberb?anb. iCot <©ent toierb eem 
Pieter van Olmen of Werwyk gebOOb. «Rrt 
9long-ge3el /met namen Corneiis van Kuyienburg; 
i$ mbaar na beel tormenten / aanbegtingen en 
fcfjoone beloften in 3<jn bjiejartaegebangettig/ aan 
een Staaft berbjanb. <€ot 3Bmfierbam bettyan* 
ttmen 15-5-3. ^nen Hendrik Janft. van Sollem Ie* 
benbf g. <€ot Ueeutoaarben biacötmen ttoee jeet 
«eb^ftftelftfte ïebematen / b'eên een J&jpet / ge* 
naamt Thy s , en b'anbze een ©jpfler genaamt Be- 
rentje, ben eerfieti lam ban leben / en be anbete 
öoo?gaanS te 25ebbe leggenbe / gebangen* 2p 
ïjabbent op anbien gemunt/ bod) bit Ijaac fjan* 
ben ontblurfjtenbe/ namen be3e / om niet geïjeel 
3onbetgebangmmtoebetomte&eeten/mebe* ©e* 
3eïbe öabbén lang begeert/ op een Cïjjifiettffte tofj* 
3e/ een£ bp ben anbeten te 3tjn / baat bit gebal of 
«Bobeg boo?3ienigöepb gaat met gtoote blQbfc&ap 

gegentïjepb toe berfcljafte. Ep toierben tot haat 
,tüe3en in 't 3©ater bp nadfjt betfmoojt/ ftafc* 
bm gaani in 't openbaar geterijt getoeefL *$n be 
&tab ©enren in ©laanberen / toierb een 23:oebet 
met 3eben flagen / en toen nocö met afjagen ont* 
ïjoofb/ tot;nptfio?ttng ban beel tranen ber aan* 
fcijoutoerjS/en berlieg ban3Ün©?outoéen©mgt£ 
leben. %msü toierb ooft noc£ een |Bet3elaar aan" 
p ■ ■ : ■ • een 



" tER Martelaren. 217 
Baai getoojgt ifsf. 3Ön biet 25joeöeren tot 
toetten getart. €mt gonge ©ocïjtec ge^ 

ttt 1 anneke vander Leyen r in öe &rj)elöe ge- 
pen. (Êene Barthelomeus Pottebakker metnog 
S}Oebet OP Öe |Batfct geÖOOÖ- Hans Hchner 

&o?(l in €tf anö gehangen / met een öp na on* 
to?öe tojeeöï)fpb gepijnigö / en na een öalf 
r gebangenig/ fïaanöe tegen een Xeuning/afc 
6p niet tintelen ïionöe toegeng ïjet pijnigen/ 
oofb. %\é ooft een 25?oeöet op öe 5dfbe &ö3e 
©etmeg ïn 25epedanö* <£en j&uflet tot ©o?* 
: tn een 3aft berözonften. Sin öit gaat ig Ijet 
jedöft fMaftftaat tegen£ öe ©oopgge3inöen 
&om betniêutoö. <£en ouöe©?outo en ttoee 
e ©ocïjtecg 5Ö« itt<$. tot 25eHe in ©laanöe* 
eerfi btteeöeltjft geptjnigö / bat öe eene ïjet 
1 6p öen 25anft neöerltep / en baat na bet* 
ö. <£ene bet ©ocf)tér£ aan öen graaft fiaan* 
p*aft in öaat iaatfïe uure nocf) öe3e laatfle 

)eetlljfe toOOZben : dit is de uure daar ik zeer 
erlangt hebbe , om een eynde van al myneii 

te maken. (Cot Hlnttoetpen fg ooft eerie Jan 
Te om 't fében gefyacöt issi. 3Ön / ter ge* 
tóe plaats / negen 25*oeöeten en ttóee Sufte* 
p betfcïjepöe tijben en manieten/ omgeöjarf)t- 

/ g$ een long 25jöeöet tot &tain aan öen 
lau / grtmngen / en öebbenöe in een gaat en 
3e toeeften bed berfmaaöïjepö / grotengonger/ 
:outoeltjfte tormenten moeten lijöen/ epnöelijft 
m bjpgeraaftt ©00? 3fjn ontfïaging öjepg* 
r ïjem boo? al 3<jn leeben in een buplen Coo* 

öaat in acïjt gaten geen Ifêenfcï) in gelegen 

e / te 3etten ; boel) ïjp anttoooiöe ; ï)P toilbe 

f beitoagten/ en 3*jn ftoope op öen ^eéte ftel* 

öie öem upt öen buplen (Cooten enupt al inrit 

© y ge* 



218 't Merg van de Historiën 

getortb toel ftonbe bedotten- <Cot Haarlem / $ 
een 2&oe&tauft&et# ïtnegt ont&oof b. 3©e3e tafett 
ban 3tjn &np ( £b;outo betmaant bjomeKflt te fir^ 
tien ; tuaac af tjp ïjaat Ijactdtjft bedankte /en toont 
ooh in een üjnzc 23>*ieben aan 30» foeteren en 
^upgbjouto gefd»eben / $n bolfianbige boo?w 
men met be3C UJOoiben : zoo my de Heere waar- 
dig agrte 7 zvncn Name met myn bloed te betui- 
gen, hoe hoo^lyk woude ik hem danken; want ik 
verhoope niet alleen deze banden , met vervuldig- 
heyd te dragen, maar ook te ftervenomChriftiwilp 
Ie: op dat ik mynen loop met vreugde mag voleyn- 

den. <£m Heeft upt öet Sttupg-2&joebei# 3ttao* 
fier tot ter <©oe£ / toierb ban ben ttoroeö / ter? 
topl ÖP 3at in fjet ©elb in een i&efïament telenen/ 
gehangen/ en tot 25?ufTri gebood <€ot 3©ertb#ft 
in ©laanteren / toierb eene Marten Boffier bettuanö/ 
tajïgelij&£ eene Abfelon van Tommil , en Markus 
de Lederfnyder, en eene Willem van Haverbeeke, 

üpemanberetoP5etot8to?trfjft. 2eg 2&ioebeten 
3tjn met ben Stoaerbe tot %ittoerpen geboob. 
3£?ie toebeten in '£ ^Brabenïjage* «Kernnet ben 
bunce tot #onfdjotcn. ©erfeïjepbe tot 28£ugge/ 
tte ban ©oflenöe aïbaar om be ©zebicatienteïjoo* 
ten toaren neftomen. Seben iözoeberg en bier 
Sufto#tot^ntb)crpai. 2e£ SSjoebeeen öupten 
3&oo?nSt / in een ©ergabering gebangen en bei> 
6?anb. CbJee»ïoeberai/^iaftonm5önbe/to^ 
ben tot föfniEt in 2Sergélanb gebangen geöjagt/ 
en aïbaar tot leebtotfQen bet aanfcöoutoerg / in30tt* 
oerljepb ban ben 26eul/toeegeni ïjaarbjoomöepb/ 
maar tot Wpbfcftap en bjeugbe fjaarg 3dfg / onfr 
ïjoofa gn 't Siar iss9 1 3ijn tot ftojtrijft b?ie 
25ioeötten geöoob. 3©aar onber een jarnmerttjlt 
gqppnigt mbaatnabertjand- <Cot Cftmafn in 



BEK. MAR TEL A REK. 21? 

Ïut3cnburgcrianb/3ön ttoee toebeten ontfjoofb, 
deerne toierö om ban 5Ön45rioofaftegaan/cn3t)n 
«Beloofégenoten te meiben öeerltjft gepijnigt/ boef) 
ÖP lift 3*df) om iette3eggen/ bat 5ön<<&eloobe tegen 
toa£ / niet örtoeegen. 3&e lanb-fclj$bet 3*pbe : 
SP moet peggen toie u geljetbetgt beeft / of gp 
moet ffecben /op ben JMjnbanü ©olfianbig toag 
3#n anttooo?b/ 3eggenbe: «erve ik , 100 iterve ik, 

ik Wil evenwel regens myn gewiffe niet fpreken, 
noch die beklappen , die my goed gedaan hebben. 
Zp 3ongen t'famen fn 't uptgaanbanbjeugbe/bat 
fjaar betfofTtng 300 nataal <©pbe45etegtplaat£ 
betboïgbe be gemelbe Hfjbet / 3Ön booztreffelijhe 

tebenen/ 3eggenbe: heden wil ik mynen Godteen 
regt Brand-otfèr op offeren, myn beloften betalen, 
en de Goddelyke waarheyd met myn bloed betuy- 
gen. %t$ ^ufleté 3ön tot Stottoetpen in 't 3©a* 
ter betfmoojt %ü)t toebeten en biet 2ufteren 
3pn tot <®ent gebangen : Waar ban tien betbjanb/ 
en ttoee jtoangete ©joutoen / na gaat baten op 
't ïtafleel ïjepraeïpft onöjoofb 3pn- €ene Hans 
Vermeerfch of van Maas i^t0t3©aatltn in ©laan- 
beten om 't <©efoof geboob, 1 5-60 / 2pn tot 9Hnt* 
toetpen ^eg 25?oebeten en b?te Sufteten / alle in 
ten (Cobbe betteonften. <€ot ©ut in 25epetlanb / 
3ijn ttoee toebeten gebangen/ en naat tozeebe- 
lijft pijnigen/ ontljalft. Cot Hnttoetpen i$ een 
flfcoebet/ naonbet3otëmbri8bmig3Öneg©oopg/ 
getoo?gt en betb?anb : öp bjoeg ben j&cljout/ 

Waarom hy naar zyn Geloof en Leeven vroeg ? om 
hem alzoo recht te oordeelen. ©jie 2&0ebetar 
3tfn in 25epetlanb gebangen/ en na lange geban* 
gentö en ellenbig lijben/ ttoee ontgoofb/ en be bet* 
Se3onbeeen Senaat btó 3©oo?b/ op een Uabber 
gebonben / en beneffeng be geboobe 3Uci>amen / 

lee* 



aio \ Merg vak de Historiek 
lertanMg in 't buut geVmipm/ en tot puïpïjette^ 
ö?antt 55e eene jfczoeöet riep upt een tycrföft gt? 

moeö / hier verlaat ik Wvt en Kind , Huys en 
Hof, Lyf en Leven Cot WfynVfbtCQfll tlltefc 

if6i / eene Goiaart de Kuyper letoenMg toetfganfc 




JOOST JOOSTEN, 



G «booten tor ter <0oeg / en tori eftaten ftt 
be Xat&nfe fpjafte/ 30119 i43arenoub38n* 
be / in p^fentte ban feoning PhiHppus , op 
bet «©zgd/ tooo? Coraal/ en nirt3uïfteengenogim 
ban ben Itoning / bat ïjp öefïoot ben gjongeuna 
mebenaat&panje tenemen; bocö &p toietb/ter ooj* 
aaafe bat öpbaargemiufitnftabbe/ toeÏ3eg3©e&en 
tertojgen* IBÉWwtoölBewaftteÖPtotöetrefltt 
©elotoe/ toaar op ïjp geboopt / en agtien 9[arat 
oub 5önbe/ tet ©eer in geelanb in 't giaac 15*60/ 



der Martelaren. 221 
getoangen toietb. ©fri aanbegtingen / bifputen 
met Wet Itetter tneefier£ / en epnöetttft fcbjfftfte* 
IHfie tormenten quanten ïjem ober: men fïaft ïjem 
<5ittenbe) 9fere-nagei£ in be ftnien / We onber 
6p be €nWautoen teebeeom upt quamen/ 't toel* 
te öp fhmbbafHg berbjagenbe / ten buure toierb 
öenwjöerit Sfp ging jeer beröeugb ter boob : en 
jong (in 't jSttoopen $up£jen fiaanbe) noct) een 
baerjfle ban sön epgengemaahteïieöeftm/alöu^: 

A Heere! gy üaat altyd in mynen xitinne, 
Myn Ziele verlangt om by u te zyn, 
Myn hart is ontbroken door uwe minne, 
Och! wanneer zal ik komen voor uwaanfchyn. 

J Ö O ST V E R B E E K, 

ECn leeeaar beg ÏBoojbg / gAangen in 't 
gaat 1 5-61 tot Inttoerpen. Jta onbet3oeit 
öeleeb öp bjpmoetrtg 39a beloof / en^imfl / 
baar be jBatftgtaaf en anbere ©eeren mebe fpot* 
teten. $p tariero/ om 3ön<<BeIoofé- genoten te mei* 
ben/ in bier bagen ttoeemaal onmenfcïjeltjft gepp* 
nigt/en eentf WoebfagegeefTelt; maar ftonb bit afleg 
(onaange3ien een noojb op 3Ün lijf getyoïten / en 
3ttn regtetfjanb ftuft&en of lam toag) gebulbigupt» 
j$a 't ffupten ban Ijet bonntë om tëbenbig bet* 
t&anö te too?ben / ïteerbe jjp 3icb tot tiet bolft en 

fpjaft : lieve Borgers ik hebbe hier elf Jaren gewoont, 
en niemand kan over my klagen ; want ik nooyt 
iemant eenig ongelyk gedaan hebbe, en myn leven 
en leer komt over een met Godts Woord. SDaat 

op«n riep bat '£ toaar. <©cfj! #pbe öp bojbet: 

ot ik my in 't openbaar mogt verantwoorden tegens 
de Papen 1 gelyk Faulus voor Agrippa; majutneu 

ver- 



. 222 9 t Merg vak de Historiën 
verbied ons het fpreken. ÏIptbe©tetfcbaatfeomai* 
be fpjait ÖP typmoebig / en MpseefttB- ifc"« Bur- 
gers , alzoo moeten alltf Kinderen Godts lyden, 
4ezen weg hebben betreden de Heyligen Godts , de 
Propheten en zoo veel vroome Mannen. W$ fff 
tooo* ïjet ï&upgtten (baaröp5tjn26?anb-otTet50itöe 
teen) ftonb / floejj gp 3ön 00991 °P ttn l&mtid/ 

jeggmöe: ÓHeylige Vader! tiaa uwen Knegtby 
In dezen nood. 6 Heere! Davids Zoone ontferm 
u myner. W$ ïjet buut totob aangeflteftm f bat 
He 25eul al bebenbe beöe / riep ïjp : 6 Hemelfche 
Vader ! in uwe handen beveele ik mynen Geeft. 
6 Heere der Heyrfeharen ! die my van Moeders Lig- 
haam afgefcheyden hebt , ftaa uwen Knegt by , in 
dezen laatften nood, daar ik om uwen Name lyde, 
$0C& eetl£ ttep ïjp : 6 Heemelfdie Vader ! in uwe 
handen beveel ik mynen Geeft. 

JULJUS KLAMPHERER, 

T^ «Ên getogen* Wtfttt in Statiën / i$l tn't 
M Sloar is 61 geüangen gebjacftt tot Benetien/ 
«*— ' en na eentge ïjanbdingen met baartoegeftd* 
be CommifTariffen / en ftanbbafttge ödpbetóg bejE 
«©doofé/ toecoojDedt/ om in be See toerbzonïien te 
toojbm/'tgeen/na 't <*5etoöbeof l&teftedö&ïttebt 
ïjemófgenometueöebben / taietb uptgeboert <$p 't 
fïooren ban #n Sententie anttooozbe ï)P aïbug: 
dat en is niet zeltzaams voor my, want hetismy in 
den aanvang myner bekering verkondigt , dat ik om 
degétuygenisder Waarheyd zoude moeten verwag- 
*en te fterven; maar dat dunkt my vreemt, dat de 
Heeren van Venetien in zulk een Raadflag bewil- 
Jigen ^n niet over wegen, datze voorGodt aan den 

jojlg* 



der Martelaren. 223 
jongden dag van hetonfchuldige bloed zullen moe* 
ten Rek enfchap geven, ©etofjl gpnietanbet^ftab* 
öt bettoagt / toaé ï)P 3eet getuft / en b?oI#&/ 
3tngenbe en «Pobt fobenbe / met een MP en ftloeft 
gemoeb / tot ben tijb ban 3Ön 300 talige <©ffet* 
fjanbe, 

JAN SCHUT, 

GCbdKen in Sanben bet.©etfooïgergfn'tg|aae 
1 5-61 / tn be &tabt ©jeeöm in a©e(lpöalen/ 
té na eetögen t#b gebangentg / gebonden/ 
boojbeïfceetmni^adjt/ toegm£3Ön<éefifoeonbet> 
30 gt/bori ) eetffban ben3&oop/engembaatopmet 
Stammen moebtf^naat afftanb afgeb£aegtf)etften* 

be/onttoODjbbeochut: zoude ik Godts woord ver- 
laten , en den eeuwigen dood Üerven , dat dient 
my geenzins'gcdaan; maar liever omde Waarheyd 
te lyden, al was de pyn nog eens zoo groot, l^pua 
bolfianbige belgbenfë ter boob beroojbedb/ eriont*. 
Öalfi 3pnbe / quant be «©ppetfte tegtet (appa? 
tent aan 3pn boeten ïjangenbe / of op een tab leg* 
genbe) bqpj &p ïjem rpben / roepenbe fpottripft 
tegen£ ben booben: Jan Schut3togongnueenHie* 
triton (öp ïjabbe in 3pu gebangentg / en ter boob 
gaande/ gant$ bjoïpft getoeeft/ enbtfttoilg ge* 
3ongen) op toeöie tooojben be (potter een betoet* 
ttag tepgenbe / noopt toedet fpjaft / maat ïtojt 
baat na flojf. %l\tn ©ecbolgetg tot em boo*« 
feeriö. 



HEN- 



214 't Meug van de Historiek 




HENDRIK EEMKÈN, 

E€n ftïemnaftet / gebangen tot ïlpttegt / 
toietbbaneentötautoen eni&tttemilBonrtft/ 
Me gein biftmaalg betboembe/ otibeigogt/ 
geirt na beel aanbegting en Iftben / ban ben $a* 
fïoo? ban öe 25uutftetft / De boob aange3ept 
J|p betblijbe sicfj baat in /bat ïjp mebealg iBarte* 
Iaat 30ube fïetben. <€etto#l tjp op 't «jècïjabot 
ftont/ eii 5pn Rentende geïe5en toietb/ betmaan* 
be ï)P be 2&ö?getg tot betetfchap / bie beele 3#ne 
oraio3eït)epb jienbe/ljaat obet gem jammetben/en 
toeg gingen* 2&eï)oo*l8ften tpb/ om 3Ön laatfiege* 
bebt / leggenbe op 3Pn ftntën en aange3igt / tot 
3pnen <0obt uut te fïo?ten / tofetb ïjein ban ben 
Jfeeul niet betgunt ©p ging ban 3elf£ bltjöripftna 
be ©adl/ eti op een 25anft baat bpgeflelt/ (laan/ 

seo* 



i)E* Martelaren. Hf 
3etagenbe ter bc 8orgtr$ : dit is de fmaiie Weg en 

de Enge-poorte, die een Chriften moet wandelen, 
deze hebben de Mannen Godts doorgedrongen, 
wyzendc haar rot het Enangelium. ©e SSeul jfjfng 
hein een jaftje met 25otffttupt op $n bojfl /tours* 
de ïjem / troft &et 25anftje ban onber 39n boeten/ 
nam een bo6 ftaoo aan een «Baffd / bat bu to be 
fcjanb/ en 't So£ftnipt aanftafc/ heffende daar op 
be jptartelaar nog eenmaal 3Önj)anben ten $e** 
tneï/ Qaf tjp ben <öetft. gn 't gfaar 15-62. 

juriaan Briesen, 

E «En jongman/ gebangen tot *teutai/#mer 
3oete toooiben en fc&erpe teepgeinenten on* 
betoogt ; maar ïrfóf bolftanWg aan be 
JBaartob^e^taaf/bfeïjemgaarn behouben hab/ 
600b gent geïb en 3Ün Ifcaagb ten fc?outoe;1ja / 
tooien ïjp totlbe afgaan / maar fjp anttooojbbe: 
uw Maagt, uw Goed, noch Geld en mogen my 
tot Godt niet brengen ; maar ik heb cen beter ver- 
koren, daar naar verhoope ik tetragren. Oftoferb 

tet boob beroojbeelt / en op een mozgen bjoeg tti 
ben fiï#n betbjon&en, Sin een 25iief gefrfjjroeii 
upt be gebangenfg/ Iaat np f)em tot trooft bet iij 
benbe éelobtgen albug gooren : de Koning aller 
Koningen , welken alle dingen bekent tyn , die 
wil ons met zyn ft er k e hand onderhouden , op dat 
wy nimmermeer door eenige tegen fpocd van hem 
wyken; maar dat wy by xyn Woord get reu wel yk 
mogen blyven. Hier op wilikgaarn myn leven op 
dezen tyd laten , en dezen Engen weg door Chris- 
tus in wandelen ; door tyn hulpe wil ik zyn Jok 
gaarne dragen , en aan dit Jok myn ploeg al leert 

9 **&- 



ii6 't Mergvan de Historiën 
trekken. 6 Godt! mogte my dat gebeuren , dar 
het werk in my begonnen , mogte tot alzulken ge- 
lukzaligen werk uytgevoert worden, tot Zaligheyd 
rnynec Ziele, en tot uwe eere, en dit alleen door 
uwe kragt , niet ryker en mogte ik worden, nog 
tot hooger ftaat des Menfchen: door Chriftus uwen 
Zoon, ïöude ik u daar voor lo?en en pryzen. 9|n 

JAN £> e S W A R Ti 

E€n goebaatbig |Ban/ ban $ipftet&e/ tocro^ 
nagtig tot ©aletoijn/ betftoten tot een ©ie* 
naat* bet «Efemepate; 't toelft ïjp niet aHeen 
in öc30?geu bet atmen/ maatxioft naat 3gn gaben 
in 't 3©oo?b toel toaat nam/ 3ijnbe 3eet ïniita? 
big tegené ben atmen /niet alleen aan fön&üQnfê 
genooten / maat aan dien : 't toelft nogtang ban 
een 'JBr&epbg-laön ban &maltoeebm moft tomen : 
ïjabt baar boo? een b^anbeten goeben naam, 
<©esc tofetb ban* im t&afiooj Wet plaat3e bemjb/ 
iaanben ©eeftmban ftonfe/ïienefpmé 3#nï|up£* 
biottto/biec Zoongfm nog biet 2&?oebetg*nttoee 
Snftet^/ aangeftlaagt ■/ en* al f 3amen gébangen 
totl^ffeTge&mgti ^amnetftdijhïüaé'tbatal^Jan 
de Swart met 3ÜH &u;»£b!Oitto / en ttoee Soonjï 
gebangen toietben/ 3Ön ttoee jongde Soong/baat 
onbet een ban i6 Afaren flupteng &upétoamt/en 
ban benutten gstoaatfrijoutot 'toietben / 3*8* 
genbe 3p tot maRtanbeteny iaat on$ niet loopen , 

frmr laatónsmet Vader en Moeder, fterven. <©n* 
bettoijlen be ©&bet ten 8?ttP3* uptgelepb / ïjaat 
Sieïlbe/ tooeg ftaat 3*88&be : Kinderen wilt gy 
mede naar het nieuwe Jerufalenv? toa8F op 3p anfc 
\i tooo?b* 



der Martelaren. 227 

tooojbben/ ja $ab*& Zp toietben onberjögt/ «1 
na een bolflanbtjp bripenfë ter boob betobj* 
teelt / en afle letfenMfl -ta&AnDL 't «©ebeurbe 
baat na / bat bit mjötge en bfoeböfedae&tt* 
tabrc / bc ©afïoo? / met een origet^elgfó ber* 
rotting 111 stfn lifltjaam toierb aanóetafi ƒ taaar 
ban ijii 5omrijbs gc^cele fhifóten / 300 met fhtjbm 
ais ban vdfó af badenbe / bertaü/ toaar ban 19 
erii njö een groot ftuït / ban een fèonfr/. üoo? 3ön 
oogm toierb opgegeten : 't 3)^|gutjog£ben&en 
een berbnlllng ban een bloefc (UemenaeQtöatóbee 
ïjem gebaan toag) te toesen/ nameöfl* bat beloon* 
ben boo? 3Ön oogen 3#n Weeg 30uben eeten» <&p 
tm t#b/ftlagenbe tegeng 3eftee iBan/bièïjenttoajÊ 
ftomen be3oe&en / ober 3ön groote ellenbe ƒ ant* 
tooojbbe We öem :ïjet 3Ön beSoïenbanöetbrittr tot 
Ötjflel* tëoo?toaar een fleste troofl boo? ben ar* 
men #aap / betoelfte in be3e ellenbe epnöelijft flietfl 
«gn't^aat- 1763. 

MAYKEN BOOS ER, 

Gtfbaftgen tot Steoojnift/ in 'tStaari^/ 
frfjJÖft in een baret Jfttfeben toasrfrta om 
gelee3en te toojben / bat be $&ren öami/ 
om meet oelobigen tetnelben/met ben$gnban& 
tyepgbm/gaar/onaangesten f^befefjaamrïiepty 
beben ontftleeben/, leggenbe ïjaar op ben fpKHtöanb 
gebonben om te teftfcm/maat 3iehö* ïjaap bolfïan* 
Mgïjepb / fjaar baar ban beb?i)bbeh. 2p betïjaalt 
in een anberen JBtóef / öoe bjie bJeereïMUfee $e«m/ 
toaat onber een «Ueleerbe / fjaar quanten onber* 
3oeften/ 3*88*nbe: bat öaat heette 4^ albetlerip^ 
(ie toa£ ; maar 3P öaar «Beloof Wübeabe/ bwen? 
9 » bert 



22S 'tMERC VANDE tilSTÓUlfcN 

ten 30 alle/ 3uU$ bat3e nauïö&g tonden fpjeefteri/ 
en tmnöriöft Uan öaatfcfjepöen. 3)aeeni5?(efaan 
fiaar»aderen|»oedet/ om öaat te bettcooftei/ 
WÏtëÖfo* aïdttg : maakt geen droetheyd om my, 
maai; verblydt u , dat my de Hcere waardig kent; 
want deete myne lidtmaten, die my de Heere ge- 
geven heeft, wil Ik om xynent wille gaaren verla* 
ten. 3nï)aarlaatflen25?fef/aanl)aat552Cieöer^ 
en 2uftet$: og ! mogt ik den Koning der Konin- 
gen , en Heere aller Heeren dus in myn beroe- 
ping behagen , 200 waar ik wel ter laligcr tyd 
geboren. Zp tofetdt tetgimoemdeplaatfetotafrcDe 
uettgandt 

Mr. JE LIS MATTYSEN, 

G^Ebangen/ öeneffenfi eenen WiiieboortCor- 
neiifi. tot U&ibdelburg. Jfcegeng d'om* 
flanbigïjeöen taan gaat gebangen nemen 
fteïtöen top toepntg of geen blijft /en afóoominban 
Öaac onbeboeh en dood. ©an Wiiieborttoojdt'et 
een / en ban Mr. Jeiis d?ie 3eer fifgtriö&e 35jfeben 
gebonden. 3&e ttoee laarfïen Jijn gerfgt aan 3gti 
seee Hebe &up£b*outo / en de eene aan eenige 
3Önec «BfeefieUjfte ftinderen. %n toetten öp (afg 
ooft aan 3#n ï|up0b?outo) met bp3onbete/ en 3eec 
ratffige teeden/ be CfRideuffte deugden/ en *t bofc 
garden ta de 3dben aan ïngfl/ tonendemet3Snep* 
gen booi&eelb / &oe gcbatélp ïjet i£ ('t fcftfjntdat 
gec rfjfte lupben 3Ön getoeefl) tn be3e toeerdb Cjfpif* 
reït'iu te ïeben / en ïjoe jjgt men afgeniftt en toeg* 
gefteept toojdt / en ftoe 3aHg baatom Qet l#den #/ 
a$ ÖP ftldug fcïJJÖft: want Godt beproeft en ver- 
soekt lyn uytvérkoornen , in meenigerley wyzen, 
men agt, of ziet de banden en gevangeniflen aan, 

voor 



DER MARTELAREN^.: }%9 

voor de meefte beproeving des Geloofs; maar myn 
waarde lieve Schapen , ik fchryve en belyde u in 
dezen tydt , dat het met my de minfte is , by de 
perykelen en aanvegtigen , die ik in de wilde woe- 
ftyne dezer Waarcld j*eproeft , en my aan boord 

Sekomen zyn, of die ik voor oogen zag, al 700 
at ik dik maal s niet en wifte van bangheyd des 
harten en geefts , waar henen , zugtende en wen- 
nende tot mynen Godt, over de menigvuldige fub- 
tile, behendige ftrikken, die de oude flarige nu is 
ftellende,zorgende ofik nog in haar ftrikken der meri- 
fchelyke zwakheid , en myns eygen vleefches kloek- 
heyd verrukt mogt worden ; overmits ik zag en 
boorde , dat daar zoo hooge fiarke ingewortelde 
Bomen met wortelen en al uytgerukt worden, en 
zoo hooge Bergen totzoojammerlyken val en Va- 
leye gebragt worden en daar beneffens voelde ik 
dat in my niet goeds en woonde ; niet minder 
gedagte ik dat in zyn geregtigen dag, veel kaft be- 
vonden zal worden , wanneer hy de zynen over- 
zien zal. Og! zoo wordt hyze nog wel ziende die 
peen Bruylofts-kleed aan zullen hebben ; waarom 
ik zeer bekommert ftond , zorgende ofik nog in 
%yn toekomftc , door myn dagelvkfe misgryping , 
en belinettelyke wandeling, niet (taande ^óudebly- 
ven $ waarom ik hem ook dikwils met tranen bid- 
dende was dat hy my armen ellendigen dopx zyn 
Vaderlyke barmhertigheyd bequaam maken wilde, 
dat ik om z,yn^s Naams wille lyden mogt e, in 
banden en gevangenis , en ook in den dood, om 
zyn Heylige getuygenis , gaan. Als dan zoude ik 
gewis zyn van mynerZielezaligheyd,enindendag 
zyner gramfchap niet denken tefchande te komen, 
waar toe hy my door zyn Vaderlyke barmhertig- 
heyd nu verkooren , en daar toe waardig gemaakt 
& 3 heeft, 



iy> *t Merg van de Histoüiiem 
heeft, om xyn Heyiige getuygenis voor 4tt arge eg 
overfpcli^c geflagte , in myn banden te betuigen; 
waarom ik ook xcer VerMyd ben in myn Ziele, 
cn 't my van harten leed is , dat ik mynen en on* 
Zen barmhartigen lieven Vader , niet genoeg dan* 
ken of loven kan 7 van weejjens iyn onuytfpreeke* 
lyke groote weldaden , die hy aan my ellendige 
Creature beweeien heeft , en nog dagelykfrbewy ; 
xende is : want ik vertrouwe aan zyn Vaderlyke 
t>armhartigheyd en genade , dat hy my voort be- 
quaam en waardig maken xal, om voor zyn Hey- 
' lige getuygenis in den dood te gaan; want hy weet 
hoe dat my over langen tyd verlangt heeft , om 
thuys te zyn, en dat om de meenigerhande pryke- 
kn , die ik op den weg zie. %n bepöe 3Ön 25?te* 

\}tn aan 3Ön ^upgbjoüto / om &aar / of 3ufóg 
fiaar ooft otoet qitam/ aan te moedigen/ en gaat 
trtöaaïlpöentebetttopften/ &d»öftöp: dat hy 
niet en wift , dat men al zulke vreugde , en blyd- 
fchap hebben konde, in zulken ftaat. 



W%t bc ftraot bctf lïllberöaagfïm/ We op Jön 
lööcnö mtypfei ncöcrbaaft/ San te toeege 
tynigrn/ i u é beter ban getroutoe getupgen/ 
tfa tfyatt luiiiirijnib ijaar klim mi beften gegeben 
gcBqni/ te ocloöen / aW niet j§n tserfianü te 6e* 
grijpen / gtfpfc bïuftt aan besm jRaoelaar / ge* 
naamt 



JAN 



dei Martelaren.- 231 
J A N G ER RIT SZ 5 

GüÊtoangen in '£ <©rabarfjage/m naineetïfljÉ 
onmenfelp&e tojeeöbepö / en tormenten in öe 
Bebangenig grieten te fce&öen / ten fcfciRJu* 
giften öaot> öeg bmu# op-geoffert. % ftfepft *ü* 
4u^/ toeen 5önet 2&jtetaeny aan $n 3&joe&«# «i 
senttttgu 

Wy mogen dog altyd wel gemoed zyn in den 
Heere ; want zyn kragt is zoo groot by den Ree- 
nen die hem vreezen, dat het dog al voor hem wy; 
ken moet. Dood, Duyvel , Helle, Vuur en 
zwaard , mag allen , die op Chriftus gebout ftaan , 
niet deeren, want wy vermogen 't al , door her$ 
óic ons waardig maakt , en door zyn liefde wordt 
het al verwonnen, en die dryft de vreeze uyt, als 
ik wel zeggen mag. Want als ik in 's Koningszaal 
gebragt wierde , en flondt daar by naeenuuie^ eer 
dat de Heeren quamen,en zag alle ding bereyden, 
om my te pynigen^ toen dagte ik dikmaal in myn 
gemoed , 6 Heere ! ten zy zake dat gy my nu by 
ftaat, zoo is 't met my al verlooren; en badt hem 
dat hy my een mond zoude geven, om te fpreken 
tot zynen lof en prys , en ook weder toefluyten , 
dat totlaftering zynes heyligen Naams, endes naa- 
ften mogt zyn. Als ik aldus fprak en zy my ftelden 
om te pynigm , toen was daar geen vreéze nog 
agterdenken ki my* <Ü*en toepnig lager : ziet myn 
lieve Broeders en Zufters ; hoe ongenadelyk dat 
zy 't met my aiogevangen hebben.; nogtans was de 
Heere met my : gezegent moet hy weezen. Ik en 
was myns zelfs niet , maar de Heere (tierde myn 
mond j alzoo dat zy niet en konden krygen, naar 
$ 4 haren 



2}% 't Merg van de Historiek 
Jiaren wille. Ziet myn lieve vrienden , hoe getrou 
dat de Heere is. Die op hem hoopt laat hynietbe- 

fchaamt worden. $od) to een antieten Sfeief/ 
fcïwpft lip albu£, 

Myn vrinden pf ik u myn hart en gemoed uyt- 
fchryven mogte, dat wilde ik wel zoo als 'tin m? 
was, als ik hing, en zware Hagen ontfing, om t 
getuygenis onzes' Heeren Jezu Chrifti; want xyn 
woord en bitter lyden , 't welk hy voor ons arme 
tondaren geleden heeft, was alzoo in my, dat ik 
anders niet en dagte. ^n nog langer/ aïg ÖP 3pn 
SBjafcetg en 2ufï«# niet toflbe meloen /300 f&aft 
be ftegto met feojte tooo?öen tot ben &cï>erpteg* 

t*t/ tafl Öem aan. Eyndelyk als zy my aantalten, 
zoo viel ik op myn buyk , en bad den Heere om 
*yn byftand,zoo zeydehy terflond tot de Rakkers, 
grypt hem op: zoo hebben zy my aangevallen, en 
inet my gehandelt , als men met den Heer onzen 
Meefter gehandelt heeft , als men xyn klederen 
tiytfchudde,en hebben myn handen op mynen rug- 
ge gebonden , zonder genade, en myn ogen ver* 
bonden, en opgetrokken. En toen floegec zymy^ 
en beukten anders niet , dan of 't op een Boom 
was geweeft , dat de Garden knapten ah Kennip- 
ftoppelen, enzeyden, fpreekt, hebt gy een (lom- 
men Duyvel buitten, men zal hem wel lytdryven; 
maar de Hcere , gêzegent moet hy zyu , floot al- 
zoo, myn mond datter niet eens enwierdgezeydt 6 
wee, ofdatter geluyt uyt quam^wantftet lyden on- 
zes Heeren als voorfchreven is , en zyn getuy- 
nis was zoo in myn harte, dat het muytfprekelyk 

b. 5hrt pilaar is6± öetiiy ^ecmtóer. 



qOE^. 



per Martelaren. 233 

COENRAAT KOG, 

E€n jong/ ongebepnfl/ eetbaat en fïfgtdpft 
28eïpbec bet toaatftepb/ öebbenöe tot J&oef 
in ©etgtflanb 3pn tooonplaatg / ïjieïD tjet 
«fcuangelium afë 3Pn tegel en gtootftefcïjat / en be 
©oopggomben/ boo? 3?n 25?oebetg en guftet^/ 
toaat booj be fiaomégesinbm / 3pn öenpbetg / 
hem ben ïrfoebgtettgen jLanb-ttentmeefiet/ gefieï* 
oen $egtec ban ben ©ozft ban <©ulift/ aanklaagt 
{lebben, ^p toterb ban 3pn ©panb / bie hein beeb 
bangeti/ en tofen£ 3£ienaatg öp ge\xiilügA)afgbe/ 
op ben Coojn ïeetoenbojg gebangen ge3et 25p 
na een half gaat ïnbbené en fmeften# aan be eene f 
en fcö?ffctóphe ©?epgementenaan be anbeté3pbe/ 
toaten be mibbelen om gein af te tteftften ; baat toe 
be gonget hem bifctoilg tot een ppnbanft betffteft* 
te ; maar <0obt toag in afleg 3pn ©erttoofiet. ©e 
tpb om te ftoben geftomen 3?nbe / betanbetbe in 
een fttHe ontfïagfng/gaanbe ongebonben na #oef / 
ge6&enbe tot 3Pn Ceptgman een HÖigbabfger/ Ut 
afbaat ftommbe toietb bjpgelaten; maar Koen- 
raat toeberom op 't 25urget-J£up£ gebangen ge* 
ö?agt. mtt op nieutog onbetfjogt / 3epben 3P tot 
Öem/ gaa bog 'g giaatg eenmaal in be ftetft/ en 
3oo 5p be toaatbepb niet 3upbet en ftlaat pjebifter*/ 
300 öïpfbanboojtaan baat upt m&pnliebe Koen- 
raat/ of top fcöoon bal£/ Kflig en qïiaab 3Pn/bat 
en mag utae ^tele niet binbetipft 3pn ; b jeeg gp 
maat «Bobt en ïjoub 300 bjeebe met alle JBen* 
feilen ; toat gaat het u aan / bat öet geïoobeïtlepn 
bp oné tg> maat Koenraat anttooojW* b'^b^> 
^jépbïöet Op: og) Dienaren Cjodcs, gy moei we- 



*34 '* Merg van de Historiën 
ten dat Godt geen geveynsde hebben en wil , dit 
voorbeeld heeft men gezien by den ouden Eliazer, 
die zyn leeven liever overgaf, dan dat hy geveynft 
zoude hebben; daarom verhoope ik ook te fterven* 
tl ter ik in uw Gemeente zoude gaan. ChrUtus h 
bet hoofd der Gemeente, dk hem behaagen zal» 
die moet zich als een lidtzyns Lighaams betponen, 
na en moet men zich van Chriftus, den Hoofdman > 
niet afTcheyden ; by dit hoofd begeer ik te bly ven , 
al zal 't my vlees en bloed koften. Og Godt ! 5egt 
ÖP bCUÖet/ het moet u geklaagt zyn. Og Godt! 
wat noodt is dit , datze de geenen ,die de waarheyd 
zeggen, doodcn. Zy konnen immers niet bybren- 
gen , dat ik iets misdaan hebbe , nogtans zoeken 
zy my vyandlyk om te brengen. 6 Heere ! wil het 
baar vergeven. <Cen ttoeebenmaal txt boob / om 
onrfjalfï te tao;bm/betoo;beelt/en öupteugeöjaflt 
Spnöe/ begon Ij? te Zingml ó Godt! hoe zagre- 
lyk ftraft gy my , reyk my uwe milde hand , dat 
myn vlees nu vermyde alle zonden , laüer enfchan- 
de, dat ik den ouden Rok verfcheuren en eeuwig 
vreugde met u hebben mag. Chriftus, ik zegge u 
lof, ó gy myn hoogfte Godt, dat ik dezen dag en 
ure beleeft hebbe , dat ik uwen Name met* myn 
bloed mag betuygen. %) toietf>albl$ ÖOlfratlÖtji 

fidwöt. 3|n*t gaat 156^ 

MATTHYS SER VAAS* 

E<en mtftiq leeraat en oubfïe bet 3&Qöpg-ge* 
5fnben/rn 50ommupt5pn2Sjteben&anmet* 
ften/ eoueetootinoebig man /We tmx tmgp> 
lepbm Wöift imtgtooteb?oefï)epb/ ja Ctanmfiab* 

teotttfattgai en Setei*/tetmeetöewnl»bw3ö*^ 

met 



der Martelaren *3f 
met een tooo&enome tipje / ten bienfie bet BrioW* 
gen in $efeeoanb/bat öem 300 3eet befeomttietbe/ 
öat fjp 3pnen4Bkfttbiiitoil£ babt/ 't 3eltoe boo?bemt 
of te anbete mibbri te üeSjinbeten / 't toeift ooft tot 
jpn gcoote ölööfcöap gefcïjiebbe; toant ïjptoietbt 
op een atoonbt totlteulen met eenbetgabett <&tï&* 
fcöap / baat öp be ïeetaat ban toa£ / booj een 
©ettabet onbet ïjaat / otoettoallen en 3P allengs 
fcangen. Ep laagten gaat al£ iammeten na bege* 
bangenitf / tyoepen ben na gun ïeetaat / bie Mat- 
thys Servaas 3elfs beleebt getoeeftte ïjebben. H&et 
3pn gebangenig \oa$ al 3pnbootige bjoefbepbtoet* 
fceett/ in mijbfcöap/ grip ïjp m betfcöepbe 3pnet 
2&jieben/ We öp tot rten in getal en 3eet feetsaam 
gefcfeeben ïjeeft/iaatblp&en. in 3pnbietben25?ief/ 
aan 3pn 25?oebeten en Suftetmtn 't gemeen /fc&ipft 

tjp albll$ : Ik en weet my niet te verkiezen , dan 
wanneer ik hem een aangenaam offer waar, en 
mogt by dage voor de Poorte daar buyten myrrof* 
fèrhande doen. 6 ! Hoe zeer wilde ik hem danken. 
6 ! myn lieve medeleeden , uyt wat groote treur 
righeyd heeft my de Heere verloft t welke ik dag 
en nagt in myn harte gedragen hebbe, om de Ne» 
derlantze reyze wille ; maar 6 ! wat een getrou- 
we Godt, hoewel weet hy uyt de bekoring te ver- 
toffen die geenen , die hem des van harte betrou- 
wen konnea. <£ben te boten in bien 3ritoen28#ef : 
want ik hebbe noyt grooter vreugde, zoo langmy 
gedenkt , op aarde gehad , als ik nu hebbe , de 
lieere beware my , dat ik niet uyt roem fpreke.; 
maar dog zoo en hebbe ik geen twyffel , dat hy , 
dien ik onwaardig in myn zwakheyd gedient heb- 
be, my niet zal laten ter fchande komen. Ik heb- 
be zoo hartelyk begeert en begeere het nog harte- 
lyk, wanneer ik dat van Godt waardig waar, dat 



236 f t Merg van be Historiën 
ik door de gantfche Stadt Keulen geleyd en met 
Roeden gellagen worde , en daar na wederom , 
in de gevangenis geworpen : niet dat ik eenige ver- 
dienden daar in zoude zoeken , og neen ; maar 
op dat het geene, dat de Heere in my geleydt had* 
de . voor allen Man hem tot prys ennietmy , mog- 
te kennelyk en openbaar worden ; maar dog de 
wille des Heeren gefchiede ; ik en weufch.pok 
niet anders. $og fcljlljft ïjp in tal jrftetl 
35jief: maar daar was een veel beter f*y*e (tevQO- 
ren gèmelt) voorhanden , daar op ik nu ben , de 
Heere zy daar voor gelooft; want ik ben in een 
goede hóope , het zal my door Godts genade tot 
een groo: gewin dienen. O myn Broeders linyn har- 
te is vol vreugde, ja het loopt van vreugde over; 
my dunkt van vreugde , dat ik den Hemel open 
zie. . 6 ! Mogte ik dog met fchryven, dewyi my 
met u te fpreken belet wordt, myn harte tegensuw 
uyt fchuiden en verkoelen. 

't ^cïjtjnt bat spn beugfreïöft en €tobtgbienfiig 
gemoed geturibig geboeüg taag getoeeft ton ttoifï 
en fcfteuring/üennaant en gelafïbaacom tenftoog* 
fïen be toittte. %\$ ï)p uptgeboert toierö / ffoeg 
ÖP 3pne ogen met geboutoen tjanben ten l|eemel/ 

3eggenöe: 6 myn Vader ik pryze uwen naam,dat 

ik dit waardig ben. dommige omfiaanbetg sep« 
Hen upt mebdöben / bat t$ dog feïjabe / bat bit 
goebe UÖan om 3ulften baab 30ube fiertien. 

%\$ ÖP nu 30ube geboobttoo?ben/3003epbeöp: 
6 Godt! gy weet immers wel waar na ik getr^gt, 
en wat ik in myn leeven gezogt hebbe , van den 
beginne dag en nagt. 4£tl tot ben Staaft gy weet 
wel wat gy al met my bedreven hebt ; maar ik heb 
't u al vergeven, het is dog al uyt myo harte. ]$p 

ïjabbe ben <Eteaaf fomtfjbg 300 oüettupgt / bat 

ÖP 



Be* Martelaren. 137 
ftiet bjienbdijtte tooojben / ja met be öanb te ge* 
ben/ ton fpm fc&epbe; ooft bat ïjp in Confrientfe 
met bem bertegen toag : albu# btfetb be3e b|om* 
Jttan met ben atoaa£kjt&*oOt» 




t?HRtSTÏAAN LANGËDUL 

I&/ totlfoittoerpen/ opeengonbagmojgeneett 
Betgabettng / tot bemfbbeltag ban ttoee ber* 
fcïjifïenbe petfoonen aangelepbt $nbe / en 
een 25?tef aan 3?n 25*oebet beflelt öebbenbe/ 
baat naat toegegaan : berfptebt $nbe ftomt be 
Capitepn la Motte , in fcfjijn om sön &o!baten 
1ae3oeften/ Ï)etljupgmetbebe3elbe&e3ett*n/ 301* 
benbe 3pn jongen om ben jBarftgtaaf. <©nöet* 
tuffen Langedui ben Capitepn in t fm\$ b'oor* 
jaaït ïjaawc bpeenftomfl beri&alenbe / geraakten 
eenigen booj een agterbeiu: tajp/en tjp met nogb^f 



438 't Merg van de Historiën 
SBfeoeteren in tjegtentg. fto?t daar aan onbetsogt/ 
en Langedui met nog tyie betoaarfjepb britjbenbe/ 
3ftn om te genteene oo^aait / te toeten om ïjaar 
jjfeebebjoeberen te meiben / gtoutoeïijft gepönfgt 
geüjft l)p aan 3ijn ï^npgbjouto albu£ fc&gft : Cor- 
nelis Schepemaker was de eerfte, daarna HansSy- 
monfz.,Met die ging de Capiteyn ook indenPyn-» 
kelder , daar dogt ik , nu zullen wy 'er ter degen 
afhebben, om zyn believen te doen, en toen was 
*t myn beurt. Gy meugt denken hoe my te moe- 
de was ; en als ik by den Pynbank' quam , by de 
Heeren, was 't ontkleed u, of zeg waar gy woont. 
ïk zag bedrukt als men wel denken mag. Toen 
teyde ik , zult gy my dan niet meer vragen ? zy 
zwegen ftil : toen dagt ik , ik zie wel wat het zyn 
zoude, ten zoude my/iiet verfchoonen. ; Daar op 
ontkleedde ik tny , en gaf my gants den Heere 
over om te derven , toen hebben zy my deerlyk 

Serekt en gewoelt , ik mcene twee koorden aan T 
ukken op myn dyen , en op myn Scheenen , en 
uytgerekt, er* veel Waters in myn Lyf en in myn 
Neqze gegoten , en ook op rnyii harte. Daar na 
lieten zy my. los, en vroegen , wilt gy noch niet 
zeggen ? daar op baden zy my , en terftond fpra- 
ken zy my qualyk toe , en ik en deede mynen 
mond niet open : zoo valt had hem Godt toegeflo- 
ten. Toen zeydenze taft hem noch eens wel ter 
deegen aan « gelyk zy deeden , en riepen , voort 
voort rekt hem noch een voet. Ik dagte gy meugt 
my maar dooden : En aldus leggende wel uytge- 
rekt, en gewoelt, op 't Hoofd, op myn Kin, op 
tnyn Dyen , en op myn Scheenen , lieten zy my 
zoo leggen > en zcyden zegt het. j^p toetfjaalt ÖOJ* 

Der / bat3e, ïjem albii^ een totjl lieten leggen I tot 
fcafte ban gem nirt houten ftnjjjm / fjem toen log 

maa* 



der Martelaren. 239 
inaaïtenbe tuiert öp / ïjaïf fleepenbe en b?agenbe/ 
ban tien 28>eul met 3ön Dtnegt/ na boten getyagt: 
baat met een €pften buet en Öpnfe btijn toat bet* 
qiiiht/ toaat toe ooft bpjonbet fjidp toat Iraipten 
ftfjoone lafceng/ ban 3Ön ©zouto ïjem toege3on* 
ben : pjifcenbe 3#nen <^obt met beo* tooojben; wy 
hebben aizulken Godt, zoo kragcig dat hy my bo- 
ven vermogen , niet heeft laten bekoren f ik hoo* 
pe hy zal 't nog niet doen, zoo vaft betrouwe ik 
hem. |£p toag wt fiebjoeft om 3ön beb?oefbe 
©jouto en Slinbeten ; maar öp3onöet betfjeugt/ 
alg ïjp 3ag boor bien Voeg/ 500 gtootm ^aligfcpb 
te bekomen. Ilbu^ fcïjiijft ïjp in jpn bpfben 
25:ief aan 3pn ^up^b?outo / ter boobt betoog 
bedt 3pnbe : nogtans door des Heercn genade, 
hoope ik de Zaligheyd te beërven , en bender wej 
in getrooft, ik dank den Heere daar af in dereeu- 
wigheyd, van zyne liefde. Ag Lief ! nu moet de 
Parfe getreeden zyn , en ik bender wel toe bereyd 
de Heere hebbe lof. Te regt is 't een Godt van 
allen trooft ,• die on» vertrooft in al onzen druk. 
Og konde ik den Heere ten vollen danken , van 
alle de trooft en fterkheyd die de Heer my onwaar-» 
digen geeft ! &p toterb met be antye b£te naat te 
^eccgtplaat^ get^agt/ 3eggenbe Langedul tot öet 
bolft: hadden wy eens de leugen willen fpreeken , 
dit waren wy wel ontkomen, Sgp btfetbm alle 
aan #alm / in een flcopen ï|upgje getoo&t en 
betffeanbt» Hans Symonfze liet ooft een behoefte 
3©ebutoe/ met biet jonge üiinberen na/ enftaac 
goeberen toietbentiaatai^eentoofontnonmt l$p 
geeft ooft in een 3pnet 25jtóben / 3pn 3ugt tot jnn 
25eminbe te ftennen. gn een 35?ief ban Comeiis 
de Schoenmaker, aan 3P" beminbe ©upébjouto/ 
tot bettcoofiing in |>aten bjuft/ fcöjpftöp: wjjr 

v deo 



*4o 't Merg van de Historiek 
den tyd der genade dog Wel waarnemen , en aU 
tyd gedenken wat een groote genade u de Heerê 
beweten heeft, en gedenk wat een getrouwen God t 
gy dient, hy en zal u niet verlaten. Og myn alder- 
lieflte Schaap, ik kan den Heere niet ten vallen lo- 
ven , nog danken , van weegen alle zyn groots 
kragten, en (terkheyd * die hy my geeft in allemy- 
nen nood. Hy is alzulk een getrouwe Godt, hy 
geeft my alzulken moed , dat ik met Paulus zeg* 
gen mag , wie zal ons fcheyden van de lieftle 
Godts ? &c, 

JA 0_Ü ES MEIDAG, 

GCbangen om 't gdfoerbe tot &o?ttp/ en m 
bat f)P meet d& 20 iBaanben / met f 3ere 
öoepm aan 5ön heetten Ijabbegejeeten/^ ten 
faat1ïmmetnocf)D?iéanbete25?ocbetm/opbe|feart 
albaar tetbjanb* ^n een langen betmanenben / en 
bertroofrenben JSjttf / gefcljzeben aan een Znfttt 
in ben ©eece / bfe fjp 3eet beminbe / toont öp 30" 
ft)b5aamfjeiib/ en goeben fianb be£ gemoebj?/ met 
Hese tooojtteffeKJfte tooojben : 

Myn gemoed en voornemen (laat daar in noch 
onveranderr , om noch liever het leven te laten f 
alwaar het morgen ^ dan de waarheyd te verlaten 5 
want myn gemoed (laat daar noch gewilliglyk, om 
myn leven te laten 1 voor den geenen die 't my ge- 
geven heeft , als 't komen zal. En is *t ook zyn 
Goddelyke wille, dat ik noch lange in Yzereban- 
den zyn moet , ik wilt ook noch gaarne lyden om 
tyn heyligen Name ; want hy heeft doch zoo vee- 
Ie voor ons geleeden. Ik en kan den Heere nietf 
ten vollen danken, noch loven van zyn groote ge^ 

nadcj 



der Martelaren. 241: 

tótde , barmhartigheyd , en weldaden , die hy aan 
tny in de-gevangenis , van lydiaamheyd beeft be? 
weezen , dat hét my weynig gehindërt heeft, het 
leggen in banden» Het dunkt my dat gy hét qua- 
lyk geloven xoud , hoe luttel dat hetmygèhin- 
dert heeft, ik en weet niet, dunkt my. t dat ik ge- 
vangen was , of dat het te lange duurde, ofte dat 
ik alxoo gevangeii was. De Héere.moet doch 
eeuwig lof , prys èn dank hebben , van xyn over- 
vloedige genade en barmhartigheyd. <£tt toat bö£* 
bet tn ben 3elbm 25?ief : 

Ik en kan hem niet tén vpllen danken *en löveri, 
van xyn groote onuytfpreekélyke genade, en barm- 
hartigheyd, dié hy dagelyks aan my bewyzendë is, 
dat myn gemoed en voornemen zoo blydelyk en 
vrolyk (laat tot den Heere , en geruft; Het Öarft 
alzoo wel met my o?. dit pas na den geeft, als het 
poyt géftaan heeft, dunkt my ;de eeuwige Almag- 
tige barmhartige Qodt moet dog eeuwig lof, pvfs 
én dank hebben , van iyn groote genade,' en goed* 
heyd , dat hy my armen eenvoudigen , zwakken , 
gebrekkelyken Knegt zoo fterkt en trooft , door 
lynen Heyligen Geeft , in myn gemoed én voor- 
nemen. 5 

JACÖB D I R K S Z,, 

E€n broom Jtïeetmaftet tot ïtjitregt / mbfr 
topï ÖP nteuttr getfnt toag/ berfêrteb èii bet* 
bolgt ƒ nam met 3#n ttóe* Soon# be blugt 
naat IfintWetpOT; toaat op5ÖKÏN^outo/öoe* 
tod anöer^ sötat/nogtang ban be &mgt$ ©&* 
ftaat£ / ban be ftrift hater «Boeteren berooft 3(jn* 
be/ met öaat bcgtge <fupgge3ta gaat aflftan bolg= 
<© be/ 



242 't Merg tan de Hjsïorhen 
te/ migalbaattoomimtegefïutben/ tonutente 
Jacofc Ditkfz* met 3tjn ttoee %om$ / tmxtflifa jan 
m- Anérfes Jacobft. , telt laatfien &*wtegom 
3Önte / albaar gehangen A m na jmteQoauitB* co 
bölftanbira ^effiöeni£*>aiBg <&üoaffr/tm&\mxt 
betoojtaefö. (Cetöoo^saanteoiemoetteSaatem 
jonger Stamtje ban Jacob Dirkfó M genaamt Pie- 
ter Jacobft. fèQe 3fente agnen Sater / Uep toetst 
bid fitmnptbpy^^bmnubdg^/^mbm^lg; 
maat tatert ban $m^e#rpöe*yraetgtaoteto?e^ 
ïjenb ban 3önen liften ©abct afscruken tot te$ 
3elfê ra^gntt 2S?oeberen teebtaeseti onbtt te 3&oe* 
tm ter $aboigei# gebimpmA en te 9l#tetó/ eQt 
aan een ©aal tra bertgorft te toogben/geflefk 3|n 
bjeïfte gelegentf)flpö te ©abec / ggn Soonen aan* 
fp*a&/. Seggente: «hoejs 'i myn lieve Zooneu? te* 
btdften gaten Sater / met maanelpen moete/ 
anttajoojbben : al -wel myn lieve Vader v en toietööl / 
in 't ban bette aanfdfjontoen ban Andries Jacobfz. 
upttmnaten beb^oefbe en toeenenbe 25?upb en sön 
2nfïet/ getoojgt en bed&?ank> ir68» 

HENDRIK ARENSTZ., 

S€Ö?tp£ «Cimnterman in ben %tid/ Jiet 3icïj 
get&upften op 't behoeft ban een jèd&ipper/ 
We een Heft tn 3ön &cïjtp Ijab/ ïjet 3elbe bijt 
*te ntaïttv itttböriectoijl Jjopjben öteban ttottw> 
$am / ibatöet een J&pötipter ;toag / 3enten stenig 
ffiplft bettaaatbl /.f» nemen te«n Hendrik met 
•fitf &cö# pöbQÏft gebangeti / tyengentete3eite naat 
©elft; ntaat^^bHPOcciriabwIaaiiintene^ 
mm /naat ïiattttbam/atoiaat &w eenige bagm 
gebana^J&töals*/ ^ioan^ii^p&Mè»tet#/ 

' bet* 



D E R M A' R t E L A R E tf. ^43 

btrooïbeelötoierbcn. Hendrik Arentfz, öitïjoomtbe/ 
bjoeg "öt JÏKaatftaat/ of bpinem^abbantcgtof 
getodb tua^/baat men benfcüulötgmberoojbcelöe/ 
3eggÊnbebootté/ &oc\ucï mtiootjistig / bat öp niet 
gebangen Uias om enuije mi^baab / 500 jp naat 
jöri {Seïoof biaegai/ 50uöartaibu£ Mrinbm,- 3Bi 
töoubmiau: öit [potentie bjoeg / toat gegt f)p / 
toar ij£ öit booj een fettet / i£ jj* 1 ban bc 3©eöer~ 
booprtg / 300 5^ ÖP »fet öangen ƒ maar bianfcn» 
8?p Ijeinfaaat op onbetsatfuiiDe öreö Ijp eert bju* 
moebige tiélïjbeni^ ban 3Ön <©eïoof / en 39crop/ 
met bettóerjung ban alle 9ati3di)ïte bolingen/ 
toaat op fjp / om eerage toennige nogtanjS fe bert 
tooojben / ' in groote boïftanbigfjrpb / ten buitte 
taiietö beroojöeelö en tpt&tank 3n 't Saat 1 ƒ68. 

CLAUDINE déVETTRE, 

r €töaac «ÖïobtbjeGenbért |tóan / genamttt 
vpjerffim && Muiier, tooonagtfg tot|fóee* 
*:mt\n ©ïaanbctm / booi onbettofjg en 't 
leesett Aan <Bfobtg $*plig 3©oo#> het #augbom 
betiatenöe / toietben ban ben ©eefien ban fionfe 
ontbeftt ; aebiaatfcljotttot 3önbe/ ban een bjoom 
HEart tipt ben Saab/ bïügte gaat fBan in een na 
bpgeicgm 55o^ / en tofetsb ban $n ©joutó / bié 
toat bettoefbe ƒ met ten ïjatet biet Stihbeten/ 3öri* 
be ten^|ong3upgeHng/gè)o(gt 1 $a£-tAi fjupfeiipt 
3tjnbe bomen be £ogiariten met gtoote ónfhip* 
migöepb in/tyoegm ttóftinbeten tn 25utert/toaar 
be itóan toa£7 We het niet en toiffcn ; maar bé 
laatfien boo? een berfeetben fcbet anttooojbben / 
baat gaat be ®;otftmtet een ftinbeften op ben anti/ 
betoeme jp ac&terïjaiflBben / m biadjten gaat in 't 
& * gaat 




244 '< Merg van üe ; Histörién 
gaat 15-68 tot gpeten/ öp beel anbere/ mebe om 
*t beloof albaat gebangen : ©e ootfaaft toag om 
tatje geen anderen jjBtööelaat a$ Jefus Chriftus 
en etftenben ; batse geloofden bat <©obt geen beï)a* 
gen gabbe / in Weelben ban ^out / £teen / 2ftM 
bet of tftottb; bat be booben on}e «Bebeben nieten 
fconbtn betgooten / en ong gelpen; maaralleen 
4Bobt en Chriftus 0115e $eete ; maat al300be3ul& 
booj Itettetg betftlaatt / be Jföamteri ten buitte/ 
en be »?oirtoen om in be aarbe geboïberi te too;* 
ben / beroojbeeït toietben / 300 betjaaïtten boo? 
fctj^ift bede gaat geloobe/ en bjaïten op een efJS al 
be gebangenen tipt / en namen be bittgt / begaï* 
ben een bjootn 25?oebet/ bie bp Ciaodine (bie ooft 
fnbien jp niet belet toag booj gaar liebe ïtfttbettoi/ 
gab ftonnen toeg ftomen) toilDe blijden. <@nbet 
bede aanbegtingen bie3e leeb / in gaat batige ge» 
bangenig/ boo w * be ©apen/ bie 3P (015005e een bet* 
fianbige ©jottto toag) treffelijk fton toebetleggen/ 
habfe geen 3toaatbet al# get ontnemen gatet liebe 
èupgding / tot 300 bette m be gebarigen$ ge* 
queeftt / ('t toeft bp een Jfêin 6e(Wt/ noopt te 
boojfcggn i£ geftomerO ©it beroo^aaftte öaat 
een boben mate gtoote tyoefgepb / en gatten leeb/ 
't tóetft gaat meenigte tranen ftofïe I ja {ton get bp 
na niet bet3etten, Ep baö geflabiggaten<6obtom 
fttagteri / om niet mebe met gaat «Beloofgenoten 
af te baHen / geltjft ban beele in gaat tegentooo?* 
öiggepb toag gefcgieb/in bielft etnfïigaangouben/ 
3P ban gaten ©obt betgoting en een ftojt bolftan* 
big epnbe bequattu &aat ifean toag onbettuf* 
feu bp een iBolenaar bigt aan be &tab f peren 
gaan tooonen / om gepmelijft te met tpbmg ban 
51311 beminbe i^upëbjonbJtebehoinenrttoelftijein 
300 bette geluïtt*/ bat be iBolenaar^ ©jouto btft^ 

fcoilg 



DER MaRT-ELAREM. 24f 

Ipifê met tij Ding ban Claudine t'fmpg quam« 
rjoubenbe öcsctne üoo: niet lael bp baartonen /om 
Dat3e hani ïjab laten Dcvöopïwi/ ett liebet aHe^ 
toilbe fgbeit als De papen gegoo^araen/ 't geen 
Pierfom te&ttt$ a$ mi öooö fteeft boo? bet barte 
ring / bfc öihUïilë ter sepben ging/ om 3ön Djoefe 
nepb eef$ npt te toeenen. 3£m bag öaatet <©ffer* 
ïjanbe/ (toaar in 3P ban b?eugbe / tot gtoote be* 
toeging bet lupft#enbe Coetjoojbeten / 3eet 3oete- 
U)ft ben 27 ©falm3ong)geftoinen/tooeg|jeta®üf/ 
begerig om öet 5éïbe te 3ien / Pierfom , ofïjp mebe 
tailbe gaan/ 't todft ÖP afflfoeg; bog met behoeft 
pp afleg naauto agt te geben / en öem baat af be* 
rigt te boen: 't toelft 5P toebetom tföupg ftomenbe 
beeb ; betfjalenbe boe Woeftmoebtg3P tecboobging/ 
taatse sepbè/ en tjocje Ö&tt öiocg : bog sp nog met 
bat betftanö aangebaan 3ijuö"e ƒ öatje niet betfian* 
big gebaan (jab/300 ontftah bit Pierfom totpbet/ 
3eggenbe bat tjp ban 't 3tlbc grt*odm / en 3P een 
Sttt bntfanbige en 51)» epgmbemüiöcj^up^inito 
toajf / en 00 luat fonbamenten üau töaanjepb 3P 
fjaat <©eloof en Heeberi boutaben* mile 't toelfte 
gebagten Jfêolenaat en 3Ön ^upgbjottto 300 Mep 
in 't ijatte bjuhte/ bat3e boft/op 't ontfangenban 
baat beloof en «©oop / een jBattel fypon bequa* 
men. 

©e SRunrman/ bfe baat ontbe&t ba&/ getaaftte 
in 3ul¥ten baat bp. b? 25ntgetpé / bat bet gtaattto 
3ön J©inM plimbetbe/ en öp be&tab moefitup* 
men/ öem na i&gienbje/ 9ub*£/ giubag ben bet* 
taber* 

Pierzom Ctoubc bpat naeen©?outoe/genaamt 
Pironne Hennebo , en getoan baat bp tot &oo;n 
ttoee ©ogtetg / toaar ban be eene genaamt Mar- 
tij be$Up$ r b;OUtobW.Dr. Dirk Volkcrft. W 
.\ " 4**3 Uw, 



J*6 \ MlïC TA* DE HlSTOiaXJL 

riocr Velóosigf 

fa 't 3** '*^> UT 14*01 / 

Dn* jaMtn taac n; 

mi Mbr ft«dD getmta* Hixn de W: 





FIETER PIETERSZ. BEKJE. 



Hm toeoe te pbtt bet ftïfcffïenm / in 't tjmi* 
fyn becBergaöeringai/ en irtbe5efoebcop^ 

boljjingnt / met groot genoegen in Jöoflï&en / 
Apetonften/ op Wamie ©elben/ en anbere ongele* 
Bene plaat5en/3ön öeöouöen/^ecfiftitt/ me^ We fa 
3Djpe tnben / insonbet&epb / «iet onse ïautoe eeu* 
Vue/ ip tot fdjammö toe fienbaat ©e3egenaam* 
bc / 3üuöc een ^cïjuptttoetbe* / borf) een jeer 

<0obt$* 



der Martelaren. 247 

45obtgWenftig fiberaar / bergaberbe ïjet ftïepne 
berbniftte ïjoopften / omtrent Ifimfierdam/ f om* 
tijbg met groot gebaar in 3Ü" &djupt/baar3eban 
Den anderen fusten ; toaar ober be3e bjome/ on* 
ber ben nawnban 4tonbenÖculen teöouben/brierb 
gebangen, 2p pönigben ïjem om af te ballen 
groubwp ; maar na Ut aïïe£ fianbbafHgrUptge* 
paan te $e&&en toterb fjp ten buure tóbonnifi / en 
tebetibig berbjanfc 3t»'t3Iaar 15^69. 

DIRK WILLEMS Z., 

E^ti getrouto 2&oebec/ tooonagtig tot %foe* 
ren / -i# in 't 3|aar 1*69 / om 3Ön <0eloof 
berbolgt/ gebangen/ en na 3Ün <©eioof£-be* 
fe)beni&/ ten buure beroojbeelt. %Heeböaartó 
fdfeihhelpft/afeoo boo* een feilen boften toinö /be 
Wammeöem aan begaat ftaanbe/ban öet bobrn 
ïpf af taoem toaar booz men ïjem ban tapten "H3f- 
peren /daar fjp geregt toierö/ tot in be &tab ateer* 
bam/ öpna een öaïf uur gaan£/ Daar be Vuinb na 
toe tooep / ober be 70 inaal öab gooren roepen; 

ó myn Heere myn Godc! tot enbeüjft be ©rof* 
3aarb/ scö met jammer en berouto/ ban öem af 
en tot ben j&cj&eepregter toenbbe/ yggenbe: boe 
ben jBan een foxen boobaan* a&aanpbesegoe* 
be |Ban tjaö 3uft# geenfïng berbient; betóttföP 
blugtenbe/ 3Ön epgeit ©erboïger upt &et |&)öaat 
ÖP 3elfé met groot gebaar toag ober goiomen) 
met een ttoeebe gebaar ban ben boob rebbe* ©e 
©iefleper upt oberwpging/bJttbe ïjem laten gaan; 
maar op öet ffcaffflp roepen ban ben JÖurger* 
meefier / betragt uto eeb / nam öp öem met ber* 
treebfng ban 3#n getoifle ebentad gebangen : bzee* 
3mbe3dfébenöoob* «4 HEN- 



^48 't IVfERG VAN DÉ HlSTORlgH 

HENDRIK ALEWYNSEN, 



z 



inöf ban 3ftn ambmt een Ca^-maftet / tot 



. ^ „, __„_ „ 5©é5e een feberig 

€■** nabolger ban Chriftus 3ün 8Neê/ en ban öe 
«femeente tfetftoten tot öet «ati-ampt/ fieeft 
ÖP 't : 3dbe naarfög en getoifffg (öóetodontWoot 
ban $abe/ moetende boo? ©jouto en ïWnbecen De 
Boft met jtjn banörn totnnm) toaargmoitten. 
fi?p toietöt in v t gaat 15-69 tecplaatfe genoemt 
met nortj ttoee 25joeöeren gebangen/ en na 3toare 
en nientat aaiibcgrfngen / betbaariijftc taeugemcn* 
frn /en ptWMp pijnigingen / alle met grööte bol* 
ganMigjepö febenbig berfoantt. &%n opgeïcube 
Mcnfï toonbe ïjn jelftf in öè gebangen^; öluften&e 
öit in becfcbctïöe 35ifcben/ 300 aan jjjn 2Sjóeüeren 
en Stifieren / aï^ aan jjjn biie jeet bemmüe fóin* 
bran/ bah tien / adfjt en 3$ gaten / ïeggenbe 
öern 3eet na aan 't öerte ; betoeifte bol ban öeer» 
ftjtebennaningen/ OobbelpebectcooWnflen/ en 
fmfnge toaarfcfjontoingen 3Ön; lari 3ön <&t* 
fopff genoten toont öp 3Ön gebote lieföe tot 3önen 
«öftr/ 3(|H (lanöbaffigöêpö ftiftefgeloobe/ 3ön 
©ronoige Heföe tot ïjaat in 't bttmanen/ ert toaar* 
'l^Vmcii en aün ongelooffelö&e bet&eugtag / en 
*«Wcpp in m g^angen flaat / latenbe 5töj al* 

°U# ftOOten : * xifet , u ttederi allen word gebood- 
tchipf ~ \jat % het my , uwen Vriend , noch in den 
Heere beyderiins, dat isyna Lyf ert Ziel welgaat, 
in een ónvefanderlyk gemoed , om rtiet een goed 
voorneitten te pogen, een overgegeven Lyf en Ziel 
m Godt te bewaren, u lief om hooren en my ten 

Zaligen deeie. gn , tlaatflbanbe3cn3*wn»?tef/ 

4 ' ' ï •.,-'. * tO* 



PEft Martelaren. 249 

tonenbe onber b?ie oo?3aaften #neg fcgpgbog/ te 
fen te toejen/ namdp/ be gcoote genatte/ en Hef* 
be We öp in tfeÖ geboefte / ïjeitt alttug uptenbe: 
de eerde oorzaak myns fchryvëns, is om u liedeoi 
bekend te maken een tyding , lief om hooren , ent 
boodfchap van myn wpl vaart, gezondheyd engqe- 
clen moed , beyde na Ziel en Lyf , en daar ddo* 
in u t$ yerwekken , om my Gocft f| helpen loven» 
dankeh én bidden , voor en om alle zyne genade, 
én trooft hier aan my onwaardig bewezen, en zoo 
Voort aah ons allen. Van welken troqft , daar ik 
van Godt mede' getrooft ben , ik ü óok hier waé 
mede héb willen deelen naar uw eys en begeerte, 
u tot een kënnelyk merkieekeri mynér vreugde, 
Üie ik in eendragt , en in een geeft met' Godt voeï 
te hebben. 6 ! Ik doch onwaardige en onnutte; 
Knegt r myns Heerèn , dat ik vreede met mynea 
Chriftus en een gemeenfchap fcynes geefts geniete, 
gijn mebe 55?oebet en gehangen Hans Marynfz. 
Iaat 006 in 3#n 25jief aan $n mebeleeben / be3t 
ttoofldöfte tooojben fnWoepen: weet zeer geliefde 
Broeders en Zufters in den Heerp , hóe dat wy al 
te zamen noéh wel te paflè zyn , de Heere hebbe, 
lof; ert ons gemoed (laat pal , om by des Heeren 
heyligè waarheyd te blyven , alle de dagen onzes 
levens , waar af wy den Heere nimmermeer ten 
vollen korinen danken. Öch S lieve Broeders en 
Zufters i hoe zouden wy hem ten vollen konnen 
danken /dit hy my onwaardig ïoo liefheeft , da* 
ik om iyneh heiligen Naam zal lyden. Ik verhoo- 
pe door zyu genade met alle Godfcs lieve heyligen 
te hboreri , kotpt gy gezegenden myns Vaders., en[ 
Bezit het ryke , dat u bereyd is van den beginne, 
Och ! lieve Broeders en Zufters, wat fchoone be- 
loften zyn d én ver winnen den belooft, teJigt$n^U 



2fo *t Merg ^tak i>e Histohibn 

de ^onnc, in haars Vaders ryke , huysgenootett 
Godts te zyn, te eeten van het verborgen Heèmel* 
Brood, en van den Boom des Leevens, 4ie mid- 
den in het Paradys Godts (laat. 

EEN JON GE-DO GTE R, 

G^naamt Nelleke Jaf|*rs , feneffieng öaar 
©abet en jBoebet / tot lintburgen gebam 
gen/ i$ na be3dben in 't 3|aar i?fc / pin 
Öet <t5eloobe geboobt 3n em 25?<ef,/ gefcöjeben 
lipt be gebangentg aan Üjaat 25?oeber£ gi &u£? 
fïer^ / metb3e ïjare ftlagt* tegeng ïjarc ïSegtetg ƒ 
öat3e gaar ©aber en Itëoeber ban gaar buggeno* 
men / en omgebjagt / en ftaw öp öet feeten öeoou- 
*en fjabben :, ©oo? reben gebenbe tartaar mu 
ï»re Son&ïjepb /en om fcat3e nog niet éeboopt 
toa£/ biboopetotvftaat te Morren/ gefipaart 
Öabbrn; maat.be ^cmge-^oflter/ em ïuonbrc 
teg JBeetelt^/ al£ een mbdaxégtf$bt iflat^/ia?fï 
met gtoote fianbbafHgÖepb /. tegetfé beselbQi 3eg- 

genr dat het waar was ; datze nog niet Gedoopt 
wasj maar indienze haar des ayonts wilden uyt la-. 
ten, zy het morgen haar zoude, laten doen.: jeg- 
genbebOjbet: zy wilde van haar Gelove niet wy- 
ken, opifirtanttooojb/ baQe al£ ban niét beter 
d$ ïjare ^öuöerg 3oube baren / fpjaft be3e ï|eïbtn* 
ne/ mrteenonbet3aagtgemoeti: ik bender wei 
mede te vreeden ; al zoud gy my op een Rooöer 
braden, ofte in Oly zieden, ik verhoope door des 
Heeren gertade , van de waarheyd niet te wyken, 
zoo lange alz'er adem in my is. Ik ben daar toe 
welgemoed , liever heeden als morgen, ik hoope 
^n tetrouwe *aft op den Heq$ > d# hy my wel 

helpen 



x>er Martelaren. aft 
helpen xai. tf n nog in ben #ïtoetr 25?fef aan ge* 
itieïbe 3&oebp£ en 2Jufïet#: ik bei* welgemoed^ 
4en Heere zy eeuwig lof en , prys en dank, voor 
zyn groote genade, die by aan, my bewyfb want 
ik hebbe van den eerden aan zoo wel gemoed ge- 
weeft :j* hy geeft my alzulken vreugd in myn har- 
te, dat ik het niet uyt fpreken kan, en ik kan dei* 
Heere niet ten vollen danken, van wegen de groo- 
fc weldaden die hy aan my bewyft. 

AANMERKING. 

10 *t 9[aac ij6i / 3f)n eenfge 25?oeber^ en Suf* 
tet$ / i?m be toettooïgtag bedaren ïjeböenb* 
4&rfb f <0oeb / ©jfenben en HBagen / met mal* 
ftanttten tomen tootien tmpten f peten / en geneten* 
^e jtcö alöaat met ^mal : toetam / 3ftn toerfpiebt/ 
gbetbaften / en meed gebangen / SeneffenjS een 
jöjoeöet We ïjaar toa£ tomen nonetten ; 3önfte tlnee 
&?oebeten en tofe Sïufteten/ toaar ban een aftotefc 
tiroe*2&oeber£ en emSuflec/ ccnjecrfrijocmetaeK 
flemanferöe ©agtet:/ bie alle öeïoften ban «©rib en 
4Efoeb / en aHe bjeuBemcntm ja pijnigingen toofc 
fianbfg betagte / toierben getuurgt en üerfranör. 
<©e tiatfie 25üftcc taaS Stuanger / boeJ) tuicrb na 
haaf Ittaam/ atiaangesim sn §aac IBan en ïtüi- 
néten jeee liefbe / met ijet iélfbe lyhen bolfianbig 
ttc bdob gebjagL ©jie a&oebcten tufecbeu tot 
ftenfot tot ten ftfjtjit getorópen ai toabionfteiL 
<£ert'3ljboebér 3ijtifte een jRetsdaat/tnierb tot^lp* 
ten In walg-ttïaanbercn ïetienbtg btrbianbt <Êen 
JBottnift baat tegenin ocnöig / tiep tcgrnó' ben" 
%vtxt Öe3e Uwutoelijte taootben : naat gu fcet* 
ÖoeteetoartWttn'teeutoiflebuuR, »ter2&oebe* 
■ " «H 



ifi -t Merg van de Historiek 
ten en b*te Zwftixm #n tot Sliittoetpen geboobt* 
3&pfrim ;&joeberg en SJuftag toietben met gtoote 
onfhipmigljcpb / tot Stugge in ©laanbeten / in 
een Detgaöeting obetbaflen : te 25aIjouto£ bie* 
naatg riepen/ geeft u gebangen of top boojfleeften 
u / geeft uto ©etoeet en 25oefcen alle obet; maat 
3P anttoQO?bben; wy zyn *c volle niet die ons zclr 
ven zoeken te wreeken, maar laten Godt de wra- 
ke, die te zyner tyd zal wreeken. 5©|ie Otltblug* 

ten 'et / b'anbete ttoaalf toietben getoojgt en bet* 
ïnanb : 3p toaten typmoebig in t)et belpben bet 
tóaatbepb / bzoïöfc in baar uptgang / betttaofien 
malftanbeten/ïobenbe gaten <0obt metOfóangen. 
f£en <©ubt man / genaaitit Jan Hulie toietb tot 
fpperen betbjanbt, i s6i / %§n bpf toebeten en 
bpf Zuftczm tot <0ent om baar «BWoof geboobt 
5©?te Sfcoebeten/ Smal to*bet# ban baat ]$anb* 
toerh/ 5ijn tot Iteetböft gebangen/ naat fcojttQft 
Bebjagt/ en na bjie jfeaat\ben gebangenig / toe* 
oetomtet plaats gehpemt/ omtebetbianbenge* 
ïnaebt ; Docïj afêoo booz een batben tegen / be 
bjanb-fïof / qfë J|ont en &ttoo / getodbig nat 
toa^ getoozben / 300 totetben3e (toaat qnbet een 
met bpffïajaen)ontöoofbt/6ebeelenbeï)are^«Ien 
111 <0obeg mnbm. <£m getoete itëigpaap / ge* 
tiaanit Willem van Keppei, toierb tot ïfceulen ge* 
bangeh / en n^ bed pogingen om bem af te tteft* 
ft en / berogjbedt om in ben ftljijn betbjonïien te 
tooiben* $p ïepbe $n ftleebeten af/ en jftn ban* 
ben op 3Ön boeten/ om gebonben t? toojben ; boeg 
5P beben bem 3ijn ftleebeten tortetom aantrekken/ 
yggenbe / 31 totïben bem naat lanb boeten / en 
ben Stop af goutoen ; toaat in bR toillig en berepb 
toa^/ 3eggenbe: wat Godt wil en toelaat, meugt 
gy met my dpen ; boe]) aan lanb feomenbf / lieteti 

5P 



i> feu Martelaren ifl 
$P ÏJtttl bjP* <£ene Nikafen en Maryntjèh van 
Aalmeers, 25?oebet en gufïec / stjn/ De eetfle tot 
JSmgge / en be anbec tot ^onfcöote/ berbjanbt; 
jjelijft ter 3ribet pïaatg en met öen 5elben&oob/ Wet 
25?oeöeren en een gionge-bogtet: Ctoee ©iou* 
toen ban gemelde 25?oeberen brietben in een Cob* 
be berbjon&en; <£en jfl&an ban <©übetoater ge* 
naamt Jan Grendel , &omenbetottet<0oe$/ toierb 
albaar in be <§tabt ftomenbe gebangen/ en na een 
3|aat gebangenig / beei aamoeft en Ipben / op be 
jU&arttt becbjanbt Ctoee 2&?oeberen 3Ön tot ©e* 
netien in be 2ee getoojpen. ©pf 29?oeberen en 
fluee ZiiiUxm 3ijn alle tot UttjflTeï betbjanbt gn 
't SBaar 15-63 / 3#n &?** 25?oeöeren tot <©ent om 
't <©efobe omgebjagt. <€ot Stevige $ een 2&?oe* 
fcet/genaamt Joolt Janfz.,ontöalfl. isfy/Wlecti 
ïjet ©ïa&ftaat beg $*ep3erg/ban 'tgiaar i5Toaan* 
geeoert/na bat ïjet 3elbe in't 3|aat ^óo/opnieutaf 
afgetee3en / nu in bit Slaat Ujeberom toietb afge^ 
fconbigt iCot 3lmentiet£ / i$ een 25?oebet lebend 
big betbjanbt* #ocl} baat tet plaat3e een gtfban* 
gen afgebalien op belofte ban beplating ; maac 
met groot becouto / toebetom boo? be t©betï>ep& 
gebjagt / op nieuto 3Ün <0eloof belpbenbe / i| ftp 
getoojgt en toerbjanbr. Cot «Bent t$ eene Steven 
de Graat , met 3fjin oube H&oebet / oro 't beloof 
beneffeng noc& biet Sufieren en een 28*oeöec ge* 
bOObt, Cene Wïllebort Cornelifi. , i£ tot H&ib* 
belburg in Seelanb /en tot <0ent twee 2Jufïa#ge* 
boobr, 15-65-/ gijn ttoee ©toebeten / een tot 
4Beut en een tot <©ubenaatbe / om gaat töeloof 
omgebjacïjt ©an ïjet 9faat 15*28 tot 1566/ jijn 
in sSetnerlatib 34 iBamteu en S ©zoutoen geboobt» 
«Êen «©raaf ban een frooge (iainme / en gcooten 
Öupfe / genaamt Hans George , eenige garen bpr 

be 



aft #t Merg van de Histontfett 
te «ftmeente in ©uptglanö gebtogt / toag eett$ 
na a©a$ïanö / om 3Ön ®imm Me üp ontettuflfm 
aldaar gelaten Ijabbey getepfi/ i£boo?te$eti# 
tianen ban öaat,geöaait/ na ©metten geboett ƒ 
tn onbettoeeg f n te ^ee gebio?pen ; om^nïjoco 
gefïagt bein ftiHetjeg ban ftant maftenbe* . €en 
28>joetet in £toatenlanb / (Kerf in 't Slaat 15-67 
fti, te gebangentë» €en 3&iaten-Menaat tot 3|tt* 
J&yft i£ onfijalli Ctoee foeteren 7 Veen cm 
©ienaat te£ <$ofttett}Eten taoojög / 5ttn tot %> 
mentietë l$tnMg beröjanb. 15-68 / ^gtmtA- 

driaan Willemfz. , tot 2Satetom / om 3#tt «Mo* 
te / na een^ jarige gebangenfê ten jtaaatte bet* 
toesen en ontöalft. <©p ben ep£ ban ben ©wft/ 
bjoegense öem / af öp fcaat nog tef$ op seggm 
XDilbe? begöp anttóOO^bbe: ik weet u anders niet 
te zeggen, dap dat gy gedenkt, dat gv lieden ook 
moet verfcbynen voor den Regter-ftoel Chrifti # 
die een regt pofdeel za) geven ov er. goeden en qua- 

den. 9&e öeg&tg fipnbjm 7 na 't gebert bet &en* 
tentie me* bjortitg gelaat / en Weefce aange3igten 
$p. «Bene Lucas de Groot , biietö tot «©oftaibe 
gebn«gt m betöjanb* <Cot jBeefïn tatert» eene 
jan Portier gebangen / tweemaal tyeeffelp gepp* 
nigt/ eensmet jèd[>?oef-p3erg/ Pantere maat bp 
3t)n ^upqiqi opgetjaalt / met 3toate ff 3et£ aan 
te boeten/ en bug öangente ffcêngelgft gegeeflelt/ 
tn baat na met een buur betöjanöt, Sier 25ioe* 
teren of aanfeomelingen 3tjn tot «Bent gebangen/ 
om gebmrgt en ber&janbt tetoo?benbettoee3en; 
maat te j&paanfe ^cribaten btoongen ben 25enl/ 
anber jjereetfcïjap te halen / en be ipberg leben* 
big te bfffoantert %\$ bleiben bit öoojten/ïjie* 
ben 3P Bdll te 3ingen : >1$ roep.u 6 Hemelfche Va- 
der aan % &c taaarom 3P ban be<&oIbateti met 

ftoft* 



DER MARTELAREN. 2f f 

tföfcbeft500 gtoutoeüjK luierüm QcfldQni / bat den 
emejT5Ön<©og0p bfc Statige ïjing / \uo:denbe>tot 
groot genoegen bet • ^pan j aacöen lebei t big i bet* 
fwntfc:. fltof ®2ugge 5§n ü:ie 39;orbercn en ftort 
25ufierm oui 't ©etobe betb?atibt* € m bet $5ufi# 
ten toa£ / aï#5P gebangen xvterö / niet een 25iu> 
geraKcfier. / .Maarten Lcm. genaam t/ . . obet ben 
&oop to aWfpmrt;^ ;öem 3ón bünbbepö aantapi» 
5enöe ; toaar opijp sepöe : bat5* 300 fpjcteoöe ge» 
l^anbt5ou^x too?ben. ■ Dat weet ik , anttooojbes^/ 
maar. dan word my bereyd de Kroon des Leevens. 
3&fe?<^ocb6j^brt£gbe8,tot töent geboobb <$eng. 
VaJerius Schoolmeefter t£ tot 58>?OiÜ»e#&abetI 

om 't leben geöjagt Ctoee25?oeöecenmetnamm 
Job Janfz. en Jan Tilemans,3ijn in ' 9 $ «ÖJtaben&a* 
ge met ben bimre geboobt o£ene Louwerens Ver- 
kamer , een jBan ban gtooten &up3e/ bUigtenbe/ 
om ï)et beleeben ban 30n <0eloof / ban 'Jlnttuer* 
pen na Jiimtoegen / i$ / in 't 3(aat 1569 / in bc 
JjBeperpe ban 'g ï|artogenbog gebangen / en in 
gemeïbe &tQbt beti&janbL Cotltojttifeen<0ent 
3ön ttoee SJuflecen geboobt g|n ben 25jid $ een 
95foeöecontöooföt en een Sufte betib?anöt Cene 
Apleunis van den Berge, toietb tot fcDJtïp/ 019 
bat öp tfc^oWflmob5Öu&an& 
#>ebfltei/Hertsanbt Cot %ittoerpm $ em/ en 
tot ïimtrp jrtoee 35?oebeten om öaat *5elobebó* 
toatibt Zep 39|oebmn/ m3QO.bee( ^ufïetensHÉ 
tot .ffient geboobt lipt ftetj&etfsntfe-boeft Dep 
&tabt 91mftetbam;/; ban te alarm \ty\ I $s en 
36/ toojb noch. ban j 7 25?oeöetm met Den 3toaar? 
bel mi s Zwttm m 't/toater grtonntli^gemeïbt 
Cot ^tattaetpett jijn elf 26>joebetett en een Sufier 
gebangen :/ baaatban em in be oebangentë ban 
ppne 1$. gefioibm^ te ixfi luet^d^fbenmoiitie/ 

Ie* 



ïfó 't Merg van dê Historiën 

tfteribig betbjanbt «Eene Dirk Aqdriejfo*# tflé ; 
Siecifi3ee geboobt. Ctoee 25?oeberen gfbangen; 
Vtmz een Xeeraar genaamt Jacob de Roors of 
Keersgieter , een ge&eel gobtbjugtig / berflanbig/ 
bïtabettjft ai toeïfpjefenib |Ban : be anbere Har- 
men van Viekwyk genaamt / een 25?oeber ban 
men geringe göben/ teeHter bepber berfianb in {)et 
fbbm-ttofiïen / teger$ Men bermaarbmen tmb& 
ftfpftm Broer Comeiis fenbaac tg ; 't geen bc 
Süset / al£ ooft Jacob de Roors fe|en$ toaartrfge 
25jieben/ ai£ 't ïjem ïufï / fn ï>et geoote |»arte* 
faarg- toeft ftan na3ien/ btenenbe toegeng be lange 
uptgefftefttfjepb tot ong oogmerk niet* 3&W $rt 
bepbe tot 25?ugge lebenbig berfyanbt» 

VÏFBR ÖÈ ÖÈRS 
fen een ZUSTER, 

Genaamt Piétèr dèri Oude , Jan Watier ; 
Jan Raas , Wouter de Nys , Fraacofc de 
Timmerman, m Kal lek en, SBebutoebatT 
èenen Apleunis van den Berge , 3#n tlttbetfm f)et 

beloof gebooftfc 5&ee3e toierben afle tn 't ^Mt 
15-69 / ban jfeeenen tot ïtojtröft in ©laanberen/ 
3eet fïrengeïfjfe gebonben / gebangen gefyagt / 
naauto bewaart en bnebelöfe geppWgt / momber* 
ftepbjan Watier, 3önbe3^jaiiïiTW^ftgeitiatteït/ 
bat alle $n ïeben fcfrenen geteoften te #it Zp 
toierben alle ten buute berooft/ baar3P 5m 
(malftanberen berttooftenbé) toelgemoeb toe, ober 
«aben / quamen bjpmoebtg boojt / gaftenbr naar 
fjaar ©abertantr. %p toterbal ben 25eul oberge* 
geben/ 3eggenbe Pieter met bersugtingen en onge* 

ftage 



^ER: Martelaren' iyy - 
_ : Oogen : 6 Hecre ! ftaa uwen Knegt by , en 
ftefk hem in dezen laatften nood , en reken hen 
dit niet tot misdaad; maar bekeerze, wqnt zy we- 
ten, niet wat zy doen. Cn tot t>£t ©Olft : dit is 
de Engepoorte, die wy in treden, alhier gaan wy 
haar huys ,' daar wy t'avond zulleri wezen. <£rï 
toat bOjtW : deze Leden , die my Qodt gegeven 
heeft ,. wil ik gaarne tot zyner eere over geven; 
want namaals , als ik v^rryze , zal hyze my we* 
der geven. Jan Watier f&aït tot bt tyttttn/ heb- 
ben wy ergens in u iets misdaan, wilt het ons ver- 
geven, al wat gy ons misdaan hebt, vergeven wy 
u gaarne, Wouter de Nys fcïfcöft in een 3gnet 
25jfrt>en/ bat ÖP öert l^éere öanftte taan 3Ünegena* 
öe/ 3eggenbe: ik meende het zoude my vopl meer 
bedroeft hebben ; maar nu bevinde ik wel dat de 
Heere wonderlyk en kragtig is in zy ne daden , hy 
dij: de zynen geen wezen en laat , daar af ik den 
Heere nimmermeer ten vollen kan loven noch 
danken. $a gedane gebeö en aan de Palen ge* 
feonben fïaanöe/ om toetbjanbt te fcoojben/ riepen* 
3e Openhartig: 6 Hemelfche Vader ! in uwe han- 
den beveele ik mynen Geeft. 

TWEE JONGÈ-LiEÖÈNi 

D<£ eené Abriham Picolt , toonenbe tot %nt* 
toetpen / en JOH blfenö Hendrik van Etten 
genaamt/ bp 25?eöa geboren. 5&eje laat* 
fle toooniemeng 3Öntre / na &np$ te tteftften / toa* 
ten genegen onder een fïigteïfjï* loanbeling 
tot affc&epb/ öeneffeng nocfteen252oeöec/ bfeöaat 
na/ a$ 3P gtfbangen tofetben/ afbid/ mafóanbe* 
renoptetoeft&m: 3ön&* to em »og öp 9finttow 
« pen 



Ifi 'tMERC VAKDlHlSTÓlrtN 

pm omtrent 3»an)h/ Wtrötn 3? alöaacta'tg^ 
1^69/ tam ten 9&?oflTaarr te n ^Kg etfroutgetmn* 
gen/ en na ontei$ocft/ onter anten 2&otfon/ t*n 
^eflainratbpöswcgetwwbea $p ïgagQe op ton 
l&mteu pmjcteujaj tot aHmottpcn wpnenoe na 
btdftepi*/ ®ifjptttattm*i onlir3i^ngr/ toe bet 
toot toiftanMff/ bttkmamt* m* gtoaefegemt 
tutenöafrï^^^tfffnge/ Hm srwtf nw»i* 
ter / jw Abraham to en* fflfctef aan #n fcufterg 
laotftvWttptn/ tttïp&jtjiit; t»aawtn5P3W3ea: 
bfrtjmgt toeren/ tal De manen {jaar tipt te oogt» 
«toepten: &ttf> Ut ijaarmtffetite gtqnen 5PÏ9«* 
3awb|ipötiiae^p*m/ 3eggente tooftei; : Gode: 
zy ïof , die mp iü Jfcew fttriefe)** geefi. Och ! mya 
Ziifters zoude men zicfe met rerblyden , dat mea 
too haaft van afte verdriet verloft zal weezen , 
<ft»r des Heeren getiadt? och ! of wy daar toe be- 
quaarii waf en* war eewgnrottwcogdwasrdat voor 
itiy ; doch verhoope ik 't door des tkeien groote 
goaade, hoc werft ter cmwattidig beö. Och ! of 
"t zoo venre waar , dat de gloesjende Oven bereyct 
was. Och.' waar 't zoo rerre T dat ik in deEnge-*» 
poorte ftonde 9 daar men- Vlees en Bloed laten 
moet , dan zoude 't haaft gedaan zyn. Och ! mya 
lieve Zufters, ik hen zoo wel gemoed, en ik kry- 
ge zulken fterkheyd van den Heere, dank *t niet 
uytfpreken en kan. Eeuwiglyk moet hem lof ge- 
fchieden * van zyn gcoote genade , die hy aan my 
bewyft. Ik bevinde 't wel alzocr* wteopdenHee- 
re alleen betrouwt r heeft: in zyn Tydcn zalhen har- 
ttelyke vreugd, dat het niemant Weten e» kan, dan 
dieze gefebieds. ©e &entttttte gtktyxx 3#nte/ 6e* 
tanfete Abraham te üftooat/ tatsr tntt fpar ge* 
moeut getoeeft fpi&m Hnnne ttmgm )utatxn 
metfct)iaef-pla^taprm 



m&V$mmwKr^tmZuifal ooftatou* 




G<£öoo#8 ta i^terianb / mtow iagrig tot 
9$tirïtetdaRt/ gefyottyt tjefcöenöe tat 3Pn He* 
ten IBeört^eöec Pieter Bekjen (tooeengr* 
jnelö) tot Itonftebam psegt 50tt*etoo?bm/ fnelbe 
met aeH^aotentft^bectoaö(r^/mnjtjfn»?oeöet^ 
egmbe te 5ien/ en inbien 't iiw^fttow^öeraftisön 
laatfh uute tebftfta*en;maaï Iftomentoe te Iaat tamtf 
ben .Slagboom gertoten/ Wen öP öööj terrig <0elö 
opmftoi^mgmafraanoptietrappmbanbeaBaag/ 
ober ïietj&tabgprt ;mjoo ai£ jpn bjtnö toferb boo?t 
geöjagt / om te ffe&ri/rtep öp itier een htpDefiem* 

Itierftryd t vromcly^Hey? Broeder, Op tortft toepen Öp 

tooo# toferb aangittf}/ gebangen jeyt enrcartnee* 



2(5o 'tMERG van de Historiek 
maal fc&fftïtdött ppnigen mebe ten touwt bert»eê* 
jen/ en met gtoote bolfïanbigïjepb 3öneg<©eloofê/ 
beettten dagen naat Bekjén , beneffeng een &cï)ip* 
pee op Itpttegt / Jan Quiryns genaamt / lebenbig 
betöjanbt / en 3ön goebeten betbeutt betfdaatt* 
Sln'tgiaati^ 

JOOST VERKINDERT* 

È N 
LOUWERENS ANDRIESZ.* 

G<tëbangen tot Unttoerpen / 3pn afttóar bert 
13 ^Sepfembet fit 't gaat i57°/na 3toaat* 
W pönigen/tet boobbettoeesen* benoem- 
be Jodft Verkindert toag / 300 't Wijftt aan 3Ü« 
fcö$ben / een 3eet fcftjoomagtfg Jöan booj ïjet ïtj^ 
ben/ ballenbe bit gem te 3toaatbet/ al£ öpgebagt 
aan 3#n 5eet liebe &up£bjouto / en tteee «fnbe* 
ten ; bog betoöl ïjp 31CÏ3 bafï aan ben ©eete ïjielbt/ 
Öem Dimnilg flanbbaflig bfbbenbe in 3tjn uptetfïe/ 
ja afê in baten£ benautfjepb / met meertgte tra* 
nen/ aÏ30o bat ïjp 3ön leeget inet be3elbe befpjoep* 
De/ tofetb 3omtt)bg betttoofl/ met een uptneinen* 
De blijbfdjap be£ geefljï/booj be {joop banf)etgro* 
te Hoon / ben firijbet namaal£ betepbt «Een 
f&iefïet obet ïjem naat ZM en Itigïjaaam / met 
mebeïijbenaangebaan / quant ïjem betfcgepbm 
maal be3oeften/ om ïjem/ 300 ïjp tneenbe/ uptbe 
boling tot be toaatfjepb te brengen/ boob tjeinaan 
bjuïjepb/en toebet-gift ban 3önbetoofbe goebeten/ 
onaangeften batse in geen 5aakn een£ toatrn/ al* 
(een bat tjp 3öneu bejaacben 9^oop totlbe ïjertoe* 

pen/ 



der Martelaren. 161 
pml 't toelftöem ooft sjtooteoantaegtfng beroof 
jaaftte, 

Én een 3#ner rtuaalf ftigtdijfte55:iebm/gefrf)?^ 
toen aan 3Ön #upj&nouto / 2&oeberen en Stofte* 
ren / ber&aaït öp aan een 55:oebct de teeben ban 
3tjnen ftr#b / Men öp boor en 3eöett 3ön toeberg* 
öoojte aïtpb geftab tjabbe / en ïjoe ïjp tot be regte 
boeg en tojaarfjepb toa£ geltomen. 

Och lieve Broeder! dien ik uyt grond myns her- 
ten beininne , en wil dog niet aflaten om myns^ 
druks wille, de welke groot is , den Heere te die* 
nen ; want wy hebben de waarheyd , 't welk my 
de Heylige Geeft getuygt in mynder mede weten, 
maar het is zoo naau te nemen ; want de Satan 
brengt alles te vooren wat men denken kan , en 
Jiy maakt het zoo groot en zwaar , dat ik meensg 
maal met. tranen den Heere bidde , en aanroepe. , 
dat hy my zoude willen helpen, en verloffen. Ik 
gedenke ook den dag myner verligttnge, hoekleyn 
ik als toen in myn eygen oogen was , en dat Vlees 
nog Bloed my geraden en heett dit te doen , nog 
ook niemant onder den Heemel ; maar groote vef- 
fchrikkingen , en vreeze des eeuwigen doods , en 
de wreedheyd des helfchen vuurs, welken (zoo ik 
las) komen zouden over degantfche Waereld ; want 
ik vond my als toen met anderen, in alderley wee- 
reldlyke luften, ja gants aarts en vleeffelyk getint, 
over dewelke de toorn Godts komt. Ook meedc 
datter geen andre middel, dan hier door en was, 
om zalig te worden ; des gaf ik my den Heere 
gantfchelyk over, en heb ook met veelzugtens en 
treurens , de woeftyne dezer Waereld doorwandelt t 
met een quaad vlees behangen , het welk my nooyt 
iets goets geraden en heeft. Ja zoo ik des Heeren 
Woord niet tot een toevlugt genomen en hadde 9 
«3 * 



*tfx 't Mp*Q V*lf ft? HlS?ORIEM 
ik wire in de woeftyne dezer Waereldal VeritagO) 
geweeft ; want vlees en bloed hadden groots toft. 
met de Waercld eens te zyn, dcwyl het altydvoqf 
het lyden vreesde : maar als ik met David in ït 
tjeyligdom Gods ging , en aldaar 's Waerelds 
loon aanzag , zoo had ik grote reede Gode na te 
yolgen. ' 

ANNEKEN HENDIUJCSZ, 

r~j «nbe ban ©?ieflanb tot llmfietitam tomen 
/ wonen / öadt ten <©ndcrfcï)out tot öaat 
.#— J &ui*tman/ betoeftt én ïjup£ fcomenbe om 
naat te batten/ ban gaar met groote 3agtraoefeig* 
$epb tófetö aangefp;oftrn/ segaenbe: fcvertBuur 
(dit toag be£ «officier^ naam) wat is u begeercn > 
zoekt gymy, gy meugt ray wel vinden, hier ben 
ik tot uwen wil tarèyd- Stomende met gaat »* 
bonben óp ben ©am / fp?&$e tot ö# tnegaande 
bolft: ziet my vry aan ik ben Hoer nóg Dief. 9(n 
be gebangen$ loofde en banfete ;p garen <lBobt/ 
bat öp gaat bjaatbig ftenbe om 3önen name te lieten; 
belgbenbe bemoedig gaar *5efoobe / tegengaande 
alle #apen / tot groote bettocnöerirtg ban ben &f 
fictec. ©inbaar ^Woongenoten temeiörn/töieröt 
3e gept)riigt ; maat upt gaat niet tonnende tag* 
gen/ lebenbig ten buure betoojöeelb : toaar boo&e 
Se peeren bedankte, Zp toterb op on ïabber ge* 
bonben/ seffljmbe tegen£ ben <©nderfcgout/ gaat 
SSuurman: gy Judas ik hcbbe 't niet verdient, d*f 
men my aldus zal vermoorden, begeerende dathy 
zulks niet meer zoude doen , of Godt zonw het 
aan hem wreeken. ©e &egottt Riet een ffetap 

toaarfcgoutaden ijam nog tos laatfhu affiand te 
*■■■■■•■ y boen/ 



tam I ofje 30uöe bon#t in get eeutaÉje tomir ba* 
reit/ toaarop3e5etttwWlanöig«attoci^; ai ben 
ik van u veroordeelt en verdoemt , uw redenen 
komen piet van Godt ; want ik vaft op Godt be- 
trouwe, die zal xny helpen uyc benouwen , en ver- 
loffen uyt alle myn verdriet. ©OOJtg (fopten }p 

gaten monbt met 2&o$fmtpt / en toterpen gaar/ 
pl£ ge3*gt të/ op een ïabber gebonben febenbig 
in'tbunr* 3[n*t3|aarij7i. 

AANMERKING. 

I£ 't gaar 1 5^69. /# tot «Irraentfeté /een 25?oe* 
tier Adriaan Ói , omgebjagt. É>et onno3rie 
jfóupben moefï mebe nog beel aan getuptfio?* 
tm ban öetbloeööet^epligenïjeöben* wöaarnam 
men een ïeeraar / Tys Adriaanfz. genaamt/ 
tooonagttg tot «aarbojp / ter gemelber^laatfe/ 
om get tooo$b te boen/ geftomen/ beneflfeh^eenen 
Jan Claafz. , geboren bp / en tooonagrig tot 3©e* 
30P / gehangen / 3fjnbe geftomen om te gooren. 
£p tofetbeny na een gaïf 3Jaar gebangeni^ / op 't 
ï|upg te USupöen/ ban baar na ben Ifaag/ en na 
geloften rtjb albaar gejeten te gebben/toeberomtot 
JBupben geb?agt / en albaar na bjie Ifeaanben/ 
imptenin'tttietiant/ booz jStrop en ©uur/ ge* 
bonnifi / en gaar geblafterbe Uiggamen ten pzop 
toer Sogelen albaar geftelt «Eene Comeiis lanfc. 
San Haarlem $ beneffeng eenen Clement Hen- 
drikfx tot < »mfïerbam lebenWg berbjanb, ©e 
ïaarften toenfte ta een 3öner bgf 95?feben/ gefcgje* 
ben aan 3#n ©abet en lBoeber / bat gp op een 
3©agen boo ? be &tab geteben / en toiennaal gegeef* 
feit mogte toajben / om al300 3#nen ^eer te belg* 



j&f 't Merg van t>e Historiek 

ten / en 39n ligt onter te gobïoo3e H&enfdjen te 
torn Hgten; öp to«g 3eer toef gemóeb/ om titom 
tittel 300 lang &p nog in ten ©leeflfcïje toagf/ te 
tojeesen. Daar ik , fc&jpft bp in ten 3eïtten 35*ief / 

den almagtïgèn , grooten en alleen wyzèn God 
^immermeer genoeg af danken , en loven , nog hem 
teil vollen pryiën kan, voor xyn onuytfprekelyke 
genade, &p tóterbt/om $n 28£oeteeente xxxelbmf 
grotitoeltjft gepijnfgt / baar toe $fë in 5Ön üieel 
Begoten/ en ftrengeïijft gegeeflelt; 300 bat öp epn* 
teöjft in te uptterfie banggepb uptrtep : doet een 
Touw om myn Keel ; en maakter een end van. 

9tn 't gaar 15-70/ i£ eene Arent van Effen, met 
3Öri @lip£tyóiito en ttoe 2ufïeeen / 3ijnte een 
Jfeoe&r ban 7$ garen enöaar©ogter/tot JIBaa* 
ftrfgt getoangen : beese allen toierben / na onter* 
3oefc en bölffanöige 25eltjben^ ïjareg «Beloofg en 
©oopg / niet geftojpten monbe in aktope Hupg* 
jeg / febenbig tieefoanbt, Arent toaf/ 300 men 3epbe / 
3e\3enmaal8epönigt; bfebaaroniinflautoï>etH>teg 
gemoèbgr geraafit 3tjnbe/toeberom böo ? <<Efobg «öeeft 
en optoeftfctagban 3ifn ©umto berflerfct toferbt 3F*f t 
toa£ een teete toomt) bob? gaar banbengetoeefl;aï* 
3oo bat3e öaar lioufcn moefi omfteeren / om bat3e te 
^aben aan gaar 25eenen metftonbeberbjagen; bee3e 
toa£ ttoeemaal geptjnfgt / en toietb baar toe nog 
ttoeemaal op eenen Dag aan gaar hanben opgeöaaït / 
en aÏ30o 3&r ftrengelijft gegèefleft/ én bit ftonsenu 
boo?befttagtcnf)ulpeöoöe^/aïïe^berb?agtn. %l$ 
te onbe©?outó/ metïjaar ©ogter/ bie ooft beer* 
lijft gepgnigt toag / te boobfeftap beg boobg toag 
a*nge3êgt/ toaren3e bobén maten betblt}bt/foberi* 
te en banftenbe ben $eere / ben gtfjeelen &agt/ 
faerlangenbe naar ïjaar bfcrloffing/ en gingen 3eer 
fcoiflanbig ten 25janboffer, Sin 't 5etoe gaar 3öh 



der Martelaren. i6f 

fit ï&aarïem een fcjoeber en ttoee SJuftaen om 't 
4Beloofgeboobt 5©e28£oebet;genaamt AUertJanfz. 
fë ben 13 Upjtt tot affe lebenbtg betbjanbt Bar- 
ber jans , een bet ^nfïeren/ i$ eetfi in ten Coöbe 
beifyonfteri/énbaarnabetbjanbt. ©eanbje/An* 
neke ügiers , ©ogtet ban eenen Jan O^iers , en 
ï|up£bjonto ban een #latéelba&feer / Adriaan Bo- 
gaart genaamt / i£ mebe boo? Set bï#et ben 17 
2|unp öet lében benomen / en ftaac <0oebeten 
betbeutt betftfaart. $ocïj eene Andries i$ mebe 
ter gemeltie plaatje na bèel löben / 3Önöe eeng b?f e 
iiuten na ben anberen geppniöt / ren ©uute bet* 
óojbeelt en berbjanbt. Cot Iftnttoerpen 3tjn eeng 
ö?ie©?oetretOTtoetb:anÖt^ocï)em^bier25?oeDemi 
om t <0eïoof geboobt. €en bet 2ufteten6ielben3e 
èen 3Jaargebangen/ ©ie ben 2 jBep 175^1 lebenbig 
betbranbt toietbtCöttBent 3#n 006 ttoee25 joebeten 
óm 't beloof geboobt <#eneFaasDirkfx. , enbooj 
Öem nog ttoee toebeten $n tot*Boubaomöaat 
tfWoof geboobt.^e eerfte na bieeftettitt pijnigen bet* 
tyanbt eri 3Ön toebeten betbenrt w& 'tbolftban 
ten9?in^bah(@tangieinbe^tabquam/ öebbenfe 
eenjBan booj omtrent biert5ulben£ geöuitrt/bie bet 
gebeente ban Faas Dirkfx. ban 't getegt nam / en 
pet in 't <J5?af / en bp 't gebeente ban ben #aap/ 
Me toef bè böojnaamfïc oo?3aaft ban be3en en an* 
tieten baat boob toa£/ en 6p 't öooge <©ntaat be* 
gtaben toag / gdégt : tot fpot ban ben ©errabet 
m 3Ön Skaten. Cot ^aatlem tf tóeberom een 
Jffcoeber / Jenaamt Adriaan Pieterte. , betbjanbt 

aeen Euffet) Barber Jooften genoemt/ becbjon* 
u Cot figflel toietb eene Maarten Karftelifx. 
geboobt / en tot ïupft een Zufltet / met 3&ame 
Lyntje Kerneis, gebangm/benrojbeeltenbetbjanbt* 
«ffene Hansken van den Weege btfetbt tot <tEfent/ 
« s 'gmo?* 



2óó k Merg vak V€ Historiek. 
f $ tmmtf tm yfommm\ / owtemttbrn 
Jöeefiiaar be JKarfti:/ bpfc©#madu:/ banonm 
jKeefhr Klaas , jRebegrratot ban tien 3Mtou ban 
Sonfe/ in 't bmprn Der &o*p£9e3inben / gebau* 
Ben / en in 't gaar 1570 öen s «Üfcfoemöer / te 
i^ffeti^ nocfr ttoee guftereu met gefïopten mon* 
öe boo; £trop en Buur uebooöt / en öetopïje niet 
bonten fjp:ehen / groetenje ftate fêteren met 
torfmifcften ; toaat op een öer3dben tot (jaar (pja&: 
houdt u kloek, en een ^Ufier/ ftrydt vroom voor 

de waarheyd. Ëaar Rentende / om wet buur 
brrtjanbt te toozoen / toag/ om batte haar laten 
fjerbopen / ban 't tem <GwMtot afgeötoaaü: en 
met be iü ettert berrniigt öaböca Cbwe gufleren 
$ftn fopten $ent betbjatibfc 5©e eene Barbeiken 
Goethais genoemt / fcö?pft aan een 35?oeöer/ öen 
bp5cmberen oor ben flaat öareg gemoed/ met öeje 
tooojben : och myn lieve en beminde Broeder in 
den Heere, ik ben xoo welgemoed ,deHeereheb- 
be lof , dat ik nimmermeer fchry vea en zoude de 
vreugd , die ik in myn harte hebbe. Och hoe ben 
ik gemoed , om tegen de Vorften en Regenten der 
duyfterniflè te vegten ! My dunkt dat ik wel met 
Davïd mogte zeggen, al waar ik van honderd duy- 
zend Mannen omringt, die mv aanquamen, ik en 
vreesde niet. Och wat een vreugd nebbe ik f lof, 
prys , en eere moet Godt gefchieden in der eeu- 
wigheyd, wegens de groote vreugd die hymY geeft. 

Cot ©ojbjegt 3Ön op berftfjepbe t#öen/in'tlaatfi 
ban bit jelbe gaar / tien Sfyoebeten en Eufleren 
om ïjaar «geloof berfyanör, 1 5-71 / £i)n tor^Ont^ 
teerpen 3$ toebeten en öjie Zuflexm met ben 
btture/ en eentge anberen boog (jet toatergeboobt: 
<©nöer t*3en i£ een Nelleken Jaspers gebwfl/ 3Ön* 
K liet jBcpsften ban 17 garen/baar bat betonde 

ïie* 



der Martelaren. z6y 

14etómi3oobedbapge$oiigen#. ^ejejateeti 
glaar in be gebangen$ / toaarbuebeelaaiibeg* 
ringen ban fperïtfbe beloften en fcï)?ihftrit)fte 
bupgemmten öabbe uprgefiaan ; bocïj bleef 
tiolftanbfg. 'Cor ©liflingen ö*raa&t* een Dirk 
Meeuwfc , bèieffeng eenige anderen in ïjegteni^ 
#a lange gebangm$ / toietbense ban ben 28>al* 
jouto en ^tofwueefte fomtt)D^ uprgelaten / 
om gaar eenigra Mmft re boen / toaar boo*3e afle 
befjatoen ben genoetttat/ b?p geraakten/ 6e trtp- 
ten taiilbe oiq ben afWjouto en &taï«neefte«tct 
in fefl re ïjelpen/ en gepfcjjiigr 3811de bi gtooto bol* 
ftan&fgïjepö tedfeanbr toüerdt Cor&cgacbinabi 
KSfcpenand/ tarietbreene Wolfgang F in der, na teel 
bersoefringentn aanbegtingen/ten SSbjaatbebet&o)* 
deelt, ©p toa^ getoriöötg gtpönigt / 'ttoetfttjeth 
(alé een ©aap $ gein quant / en fiemttt befte* 
ring bermaanoe) boebtói nodj fhiatónbe/ niet be* 
= lette te 3eggm : 6 ! gy Paap, doe gy boste ïn be- 
keer u van uw zondig leven , en valfche Leeg; 
. want gy 2yt een vals Propheet , een der Boeven , 
die in Schaapsklederen qmmega^n , <en de valsheyd 
yn boevery met de lange Rokken bedekken , en 
inwendig xyt gy grypende Wolven. *^p bjtetbtop 
ten mpjgen bjoeg ter boab gebjagt / en fcutetotte 
boo: ïjer gtoaarb bebal 3tjn 4&tefl in <UWde£ tym* 
den. Z&t 25eul marteibe gtoiüweHjji met bot 
Ifcaetóaar / eet ïjp bem 'r fcoofb af&eeg / taaar 
ober ÖP tn gebaar be£ tów£ gtraaftte / m booj 
ttarogeeue juöien meet re regren- tfmlKanban 
70 garen / een Atoddjaper / genaamr Joort 
van der Straten , toierbr / na bed ydeben to&nme 
• tml inergefd^óefbmmonbe/ tot Hnnttemeb ie* 
bentrig berbjandt / en $$n lltgtwm 09 't wrip- 
belb aan «1 j&taabatfeit/ 4$Mft &&Z***I 

Hans 



2<S8 *t Merg vam de Historiën 
Hans van der Straten , Op be3dfce top» tot V8&$* 

fd tet boob getyagt. 

GERRIT CORNELISZ., 

E<6n gang 25*oebet / en ^cöuptctooetbn: tot 
SUmfïerbam/ toferbt in bit 3dtoe Aflaat/ até 
te opeen ©lotfcfjupt fhmb tearbepben/toan 
ben «©flflrfet gebangen. ©eg anbeten baag$ toer* 
&oo?t 3tjnbe / fetóot ïjp #n geloof tapmoebtg; 
maat niet 3tjn <©dQOf|genot*n;toïaatomöp gepfc 
nigt toietbt. 't JDelft gebaan 3pnbe/ m 3pn Wee* 
beren toebetom aan beobenbe/ torfetben 3pn oogen 
toegebonben/ mbpaanbebanbmopgebaklt/ Tiet 
men bem een tofll njbrë (jangen / baat na toebet 
ontMeebt / en fitengelöït met ftoeben gegeefldt / 
bog niemant metbenbe / torfetbt te toebetom op 
ben #önbanft gelept/ gegeeffdt/ pfé in 5#n mono 
gegoten / en tyanbenbe Haatfen bem onbet 3Ön 
armen gebouben. fóier na ontfdeebben 3P ïjem 
toebetom naafct/ bonben 3Ön bemb boo?3rtnfcfja* 
melljepb / beben getoigt aan 3§n boeten / gaalben 
bem albug toebetom op/ en gingen toeg: toebet* 
om ftomenbe/ b?epgben 3P b*m met fpötigetoooj* 
ben / ben gebeden bag te 3ullen tomtentetea/ 30b 
bp niemanb toilbe mdben ; maat <©obt / Wen Sp 
baar booj ban&te/ betoaatbe 3ijn monb. $ptoa? 
300 jamntedöft gemartelt/bat bP niet feonbe gaan/ 
maat moefi in een fïoei gebjagen tooien. jfèen 
bmt bem fpotteltjft / met bloemen op3flnï|oeb 
in be ©unrfcbaat/altoaat bp om getoutgt en toet* 
öjanbt te toojben/ toetoojbedt toietbt/ 't geen bP 
gebulbig en blpmoebig aannam, ftomenbe aan 
ben ©aal/ babt bP met nebet gebogene feiten/ 3ö* 
< * nen 



I) È R MAkTÉtAkEk. 269 

ttètt ©abet/ yggetfte: 6 Vader en Heere ! wees 
myns -genadig, laat my een van u minde, Schaap* 
kens, of minde lidt a*n uw Lighaam tyn. 6 Hee- 
re! dfe van der hoogten hier beneden ziet, en een 
kenner van de harten en alle verborgentheden zy t , 
daar alle dingen als niet voor te rekenen zyn, gy kent 
myn eenvoudige liefde t'uwaarts, neem my dog aan , 
en vergeef het hen , die my dit lyden aan doen. 
©pftaanbe fpjaft ïjp tot ïjetbolft: 6 Menfchen ! 
eeuwig is zoo lang , en dat lyden is hier zeer kort 

?edaan ; maar de ftryd is hier zoo fel, en ftreng. 
)ch ! hoe bange is my nog : ó vlees * verdraag, en 
Wederftaa iog luttel ; want dit is de laatfte 
ftryd ! ©e ftoojbe om 3Önen öaï£ sönbe/ riep &p :. 

6 Vader ! in uwe handen beveel ik mynen Geeft. 

«En gefïo?ben 3$ nbe toferb ïjp betbjanbt. 
HENDRIK VERSTRALEN, 

I$'t 3|aar int grtiarigeh ^tt&e/itief eeh^May- 
ken Deynoots, tot Kiöpermonbe/ ttoee bot* 
ftanbfge fftfjöetg / 3önbe bepbe gercfotoeert/ 
fcfjjQft;met zulken geweld te ftryden , dat het vlees 
en bloed aan de poften en ftaken zal blyven hangen. 
3&e ©etbolgetg / bte M ay ken quanten ïjalèti / 3epben 
tot baat: ©zoutje gp moet met oti£ gaan/ toaar 
öp 3p anttoÓO?be/in den Name des Heeren. Hen- 
drik toa£ uptmnafen behoeft / om 3tfn 300 &et 
Belief be ©:ouV* en ïttnberen / bie hp bp3onbet na 
Zitü en ïfg&aam bemtabe/ grip op In 3#n25?ie* 
ben bifttofl$ Iaat Wtjftm ; fcözöbmbe ten aansten 
ban fret laatfte albl#:myn Lieflte onder alle Cre- 
aturen op aarde; ik hebbe u meer als eens Voorde 
Weeren bekent; al waar degantfcheWaereldmy- 

ne, 



vjo \ Mer* vak d£ Historie* 

ne , die gave ik daarom * dat ik myn Vro«w fé 
Kinderkens mogje behouden met goeder Coofcico- 
tien ; maar om des Hceren wille, inoet ik het nd 
al verlaten tegen nature. De Geeft moet het Vlot 
overwinnen» Och! myn Janneken, myn Schaap* 
hoe zwaaar valt my dat fcheydea van o, ende Kin- 
deren. Och ! hoe diep legt gy in myn hart* begra- 
ven; het tfelke my nu een gjroote ftryd is,dcHee- 
re heipe my tot de ovcrWianinge ; gj> dal my êi 
Kroon des Levens mag bereyd worden, tt&fat 
t\Am frï&öft&P / ineen anteten »jtefafen£: 
Och ! myn lieve HoySvrouw of ik voor nw vie- 
ren , (raeenente $n ©?outo en ö?ie ïgnteren) die 
daar nog agter bly ven moeten , door Gfodts genade 
en kragt , tweemaal levende in een Pektonne 
mogte verbrandt worden, en gy nu metmybydeil 
Heere in rufte 2oud gaan: wat vreugde waar myn 
Vaderlyke harte gefchiedt, dat ik uwer aller lalig- 
heyd gewis ware. 4fcfH#eeben \Xltt\*t&ttyüZtt& 

uert J^ier quam nocï) bp/ Dat ïjp jpo bjtenteKjft 
ban bmAe^teisagtVsierittemïsepntgtrtei^ 
3tn / 5P S»Ufen gent en fpat to?p laten / toaar öoo? 
fa fjeöugf totoöt / öoo? $aar febotn fpjecftm ber- 
irput te toójtw*L aaM^bm m/ jöo ftöjpft öp/ 
booj gaat óp inpn fcraën bid/ en gaat bate/ 3eg* 
gmöe : doet geen moeyten meer om ons , want 
ik hebbe rhyhen Godt met vee Ie tranen gebeden, 
dag en Dagt , dat hy my in 2711 vtaarheya wil be- 
waren, Jus wil ik met den Heere leven en fierven; 
3@aa* bber #n gmcrémte ratte gettangsene / Mc 
tod DefhoiBba^iBfl* toag / opfpjotiB/ en JP bp** 
fijft toaren tot tywfijepb ban Jjaat toeter pattpen/ 
Die gaten ban gaar ontfTageri toatm gtoeeft 
Hendrik toag jeet betbttjbt/ fhatente raenigteban 
tomujtettanen/ too; {iet legen ban een 3eet bet* 

ttoofkntenr 



toER. Martel are h. iyt 
tt*ofïenfcm2fcttf/ fim^n^nffitïMbt^p 
tooMto (Me ÖP tHdtenc / £mt meet naat 2fet aï^r 
aUgjjaaut teöeintonmjgefrlfêtfwii/ bienïjpbet* 
Waaide / $em mirt 3teatögfje|ft tan #n batte 
teeg genomen te öefcöen/ temaJfcetgoeö toaató 
i£/b0t»pta3b*&otom$. Och! (fe&$ftf)P) 
hoe goed is 't de gevangene te bedenken. MayJcea 
Dejraoots teenfc met fp*r Imrte / baat èepbee 
fözQbm mee gaar &loe*-te tarjeetrien / 'e toe» 
oob ter ptntltKi plaatje geftfjfete $. 

ADRÏAAN JANSZ. 
HOEDEMAKER, 

135 bit 3elbe Jjaat/ öeneffenjï eenen JeifsdeBa*» 
kerratft^grtmom/ WWgtt«t3(ön^iip^ 
tyouto in een 5önee 28»?ieüen./ ttttje bem ottf 
xy n medegenoten te melden,driemaal hadden gegeef- 
feit , alzoo dat het hem ten laattten zeer bange 
Wierdt j dreygende hem zyn Leeden door pynigen 
te fcheuren ; dog dat hem de Hetfre bewaart had- 
de , die hem niet hadt laten verzoeken boven ver- 
mogen. <3n een autatm 2S?ief eoemt öp ban bé 
4&obbel3fte ttoofi / bie tg* in 3#n gebangenij? ge- 
noot / torigmio* m ar *&tomtoe. 9n öen 
jeltoen ®?i*^JP)rt«$^ 
gen/ aan $* ffiiiirtai m ghftoen / tot een 
<£Ö?ifWÖ& affeïjep** We to?nfet ftunnen nalaten/ 
om be rpfjepb bet ffefli/ur om bat top geen bee* 
3efoen in on£ 3Mttt m tóboegt öeöben (öoe* 
toelbfein meefi a fl r gffl fl m ƒ teaacbig too? een op* 
meeftent Cfjjiflen niet aaribagt gefee3en/ grtwnben 
toojben) giet in te üoegeii: ik Adriaan Jaufz. , ge- 

• vangetf 



*;s \ Me&g van de Historiek 
vangen tot Ryflèl, om den Name des Heeren, dt 
bet gctoygenillè myner Confcientie , wenfeh mya 
hartgrondelyke lieve Broeders en Zafters , myne 
medegenoten des Gelooft in 't Ryke Godts , en de 
lydueunheyd onzes Heere Jeza Chrifti i veel gena- 
de, barmhartigheyd, en vreede van Godt den He- 
mdfehea Vader ; die een regte Vader is van alle 
barmhartigheden , en een Godt van allen trooft; 
die ons vertrooft in alle onze druk : en van Jezus 
Chriftus onzen Heere , )£erloflèr en Zaligmaker; 
die ons Verloft heeft van deze tegenwoordige ho- 
vaardige Weereld , na den wille Godts zyns Va- 
ders, met de kragt en trooft des Heiligen Geeftes r 
met een volftandig gemoed tot den eynde van uw 
leven. Dit wenfehfe ik u lieden voor een Chrifte- 
lyke groete in den Heere, en voor een vrjndelykë 
Mica. 

Zp \ntetai feiten / tttgenoemöer piaatfe/ \t* 




AAN- 



DER M A k TELAREN. IJ$ 




I 'i^T^tar^? 



A A N M ER K ING. 



A%$ in 't gaat 1571 ben u iBaatt/be £ot* 
baten tot ^ebenterbegnagféeenCournop- 
fpei ïjabben gefpeelt / 300 gingen 3P be$ 
baagg getoapent upt/ombe©oopgge3mbeCf>?i£* 
tenen te hangen ; 3oefeenbe be3elben in teel turnen/ 
ja in 3ommige fïraten ban ï|upg tot Hup? / gou* 
benbe be $oo?ten éenige bagen gegoten ; too?benbe 
met ftloftffag afgeïee3en/ niemattb ban be3elbente 
herbergen/ of 5ulï$ gefchieb 3Önbe/ be3dben aan 
té biengen { ïjoetoel betfcfjepbe betfteeften / anbere 
lm\ bpanben/en teffeng gunnen goeberenontbiugt 
toaten- ©etfcïjepbe toierben 'tt gebangen / baat 
ban eenige berbaart booz pijnigen enbooöen/ïjaat 
geloof (bat3e alle bdeben ïjabben / aï&e in be ge* 
fcangentg gebjagt toterben) bewafttenenafbfeïen. 
& 3&* 



274 '* Merg van de Historiek 
jga bet pijnigen / 't tarótt yxt tojeeteHJIt toeging/ 
tronbt mm beïjanben op teruggen/ aanbeboe* 
trn 3toaar <©etxrigt / baienbe te 3elben albité op: 
eenigen fhmben bit alfcg upt rn gingen bjolglt ten 
touute. dTtoec jBannen met name tf ruyn en An* 
thouy de Wever, en bfet©?outoen/ toierten öup* 
trn gefcagt en opeen3©agmter<0etegt$plaat£ge* 
boert: toaar in De eerfie oebjoeft/ maat te laatfft 
gant£ bjoUjft en berheugt toaten / jemenbe : al- 
dus is Chriitus onze Braydegom y en Harder voor 
gegaan, en wy willen hem alszyn eyge Schapen na 
volgen. 2p5ongmbanbjeugte/ftufïmmaIhan* 
teren /tefitaften te ^apen/en groetten ftaar bjin* 
ten, ©p't^cöabotttrieöïtöaar^entenöegrfee* 
jen : atë bat Die £oom£ toflte fferben / ontöalfl/ 
maar D'anberen leebentrfg bertyanbt jtmbm too?* 
öen:<$feb2aagt ofte bp befioomfefterft brilden bïp 
ben ? anttooojbte een ter ©?outoen ; ïh toil tn 
te JBaarïjepb Wöben : ©e ©apen baat op ; 30b 
moet gp lecbenbig tyanberu ^h geef baat niet om/ 
3epte3P- 2pb3ierbmtoeberopten#aamgebzagt/ 
en te monben beset ©^outoen / op Datje toet meer 
3ouboi fpjeefcen/geftopt/be ttaee genoemte 25?oe* 
beren eerfï toeberom boben geöjagt/ en ontftoof bt/ 
te cent gcïjeel 3onter fpjee&en/ te anbereaQeenmet 
De5C VUDOjben : 6 Heere wees my genadig. Ctoee 
antere 2&oeberen genaamd Dirk van Weiei en Har- 
men de Verwer , brierben mebe upt ben fltoojn/ 
naar 't &cftabot / met geflfoote monben aeöaalt: 
gaanbe tot groote bertoonberinpter aanferjoutaerg 
b:umWpmoebigten25?anb -offer. Spbrfetbenbo* 
beii gebiagt / bibbenbe met gebogen ftntën / ga* 
rea Öemdfcften ©aber / ftufïen maBtanbeteh / 
to»5eribe be een met te ïjanb / en be anfrete met te 
oogen $emeïtoaart£ / en boegben iwei oig.sdf? 



déh Martelaren. 27 f 
tegeng bc §&atat Coen toietben be Wet ©urn* 
toen op 't ^cöatoot geb?agt/bie3ienbebe|fó&nnm 
aait 6e fpaleti fiaan / toaten blpbe en iatïjten / 
lepben ïjaat gantyn t'3amen / floegen ïjaat oogen ten 
i£emei/ftufïen malftanbeten/baHmbeaitemaalop 
gaar ftntën/bibberibe mfiellenbepbet3fcï>3df£b?p* 
moebig aan behalen, «©nbermffenquam baat eert 
8#W£/ aïg offteen bonbet/ of een wagen jonber 
Jfcaarben toag getoeefl al3oo batbelBmfcïfenobéc 
malftanbeten titelen / en 'et een gtoote b?ee3e ont* 
fïonb niet toetenbe toattet toa& Ce booten / al$ 
be gemdbe ttoee ontljoofbt toaten/beeb een jpon* 
nift een teeben / 3*ffiïtnbe ; bat men 3Ön ft inbeten 
ban 3ufften moefl aföouben/ bat nien 3icï) niet en 
moeit fiooten aan 't betb?anben be3et #etfonen/ 
nocj) 3lcj) baat tegen petten/ aöoo öet b$ ïtepsetg 
beliefte afcoo toa& ©e3e teeben toag paé geTpn* 
bigt / of baat quam ooft 300banig een getfcupg/ 
bat bet boïft niet toifi toaat fjeen ban bjeeje. ©e 
£panjaattg begonben alatm te trommelen / en te 
toepen ; boel) aHe$ betging ten beften. &ommi* 
ge 3epben batte een BUgt/ alg een bonftete Zonmf 
boben 't £cïjabot 3agen ; boeg be &c&?fjbet 3egt 
3ulftg niet / maat ïjet anbete ge3ien en gefjoozt te 
Öebbert ©eïöbet^lnietbenmet^puten^mro/ 
tot baat baljen belept/ fiaanbe aan be §9alen met 
bjienbelpït lageben/ en ftntftften/ tegertg be geenen 
bie3e henben : uptgenomen Dirk van Wezer , bte 
ban 3ön 3elben toag / eet ï)et buut in ïjet ^out 
toietbt gefieeften / en tofetben alle al3oo lebenbig 
betb?anbt <©p ben is Ifètp en benió^unptofet* 

ben 'et noeÖ biet/ a$ Klaas Opreyder, Isde Gau- 
kens , Lyntje Joris , en ïjaat 3&ogtet Catharina; 
omtrent op be 3dbe top5e / met gtoote boïfianbig* 
|epb (ebenbig betfyanbt. Isd« Gaukes fjeeft b?tt 



%j6 't Merg van de Historiën 
JBjietoen na gelaten / toaar in öp 3Ön PÜnigen mt^ 
fïanbig bedjaalt/ en We üol öeetfr)fte ©ennartm 
gm3Ön/ We be Ïe3et in J r iBamïaar^ boeft ten 
tia^en/ 3eggenbe onber anbete: ofiemand een Pen- 
ning wierd gegeven, daar hy een Jaar dieren tydt, 
en die drie a vier Jaar, daar na xoude volgen , van 
zoude konnen leven , dien hy moed bewaren , óf 
van honger fterven, hoe zorgvulfdig hy die bewa- 
ren zoude : gelafïenbe afóoo 't 4fte^p$anbooii 
tod té betaamt 

D OU WEEWOUTS Z. r 

GaBbatiflentotïeentoaatben/enmoetmöeböf 
ftlepne ftmbetftenö alleen in 3#n ^up^laten/ 
en in een bonfteren <€ooten bp <&uaabboen=» 
txt$ een langen ttjb leggen / betïangbe met tob* 
3aam!jepbnaac$nepnbe* Stjn beloof tjeinafge^ 
bojbett/en bjpmoeMg brieeben 3ftnbeï)iefbtbP3ic& 
bafï (met bettoetping ban al 't |fêenfcï)el8ïie) aan 
<©obe£ geboben / bibbenbe fjem boo?t| ongequrit 
3Ön 3luarigï)epb tebetftojten/ 3eggenbe: ik ben 
bereyd myn leeven voor de Waarheyd te verlaten, 
wetende dat ik aldus de Kroone des Leevens ver- 

wagte. j^p toierbt ban ben ©iffcïjop aïg een ïtet* 
ter betboemt/ bm 3©eete[bltjftm Jiegter obetgege* 
ben/ en ban be^en ter boobt beroojbeelt/ om in 't 
3©atet berbjonften te toojben; banftenbe/ tobenbe 
en bibbenbe 3tjnen 4Bobt / tot be nute 3Ön£ af* 
febepbg; in betoeïfte ftp bzptoiHig/ bjolijft/ en tot 
Pm en lof be£ boH$ / bjpmoebig / ja 3ingenbe/ 
ter boob ging* 



HANS 



ps* Martelaren. 




HANS Fn EL, 



E€n b?oom jongman / Jönbe een SOeber rot 
3langenfmee in &toabenlanb / ban eenige 
ïieöen gebeden 3#nöe/tot betlee3enenf&eften 
ban öeg peeren tooojb/ betoilligöe giet in/ en al* 
bug De 3©aatöepöbetitpgtnöe/lxiicrbt|)pbettabm/ 
aangeb?agt en gebannen / toojöenöe ban be ©ie* 
naren gefcbolben / met tien ftnop ban ben ©egra 
betfcïjepbe maal op 3Ön 2Sojfi gefloten /en met &et 
Stemmer geflagen ; baar bp 3eggenbe & ïjeö magt 
u te öoozfleeften : 3©aar in öp onberfcö?tftt / met 
jagte tooojben tot ïjem 3*pöe : wil u wac (tillen , en 
doe niet zoo qualyk. ©e &cï»pber bjagt ïjemge* 
bonben naar 3©artf)aufen / boubenbe met ïjem iit 
een $itp£ ben gefjerien nacïjtbeelfpotmfinaat/ 
tertopi be tyiawm bjafïenenbjon&öi. $ptoietbt 
& 3 a * 



I 



278 'tMERG VANDE HlST01l£N 

albaat in een iCootengebangen ge3et / ban tod ' 

§&apen bet3ogt/enbanben2&eulgepi}nigt ; öorf)3P 

bettto&ften alle met fcïjanbe/ latenbe tol ïtjbet in 

alleg fïanbbafiig / bit niet een flap bah ben toeg 

bc$ <©efoofé/en bet «ÖobbelQfte Stëaatöepöafttab. 

®m ontfjoofbt te tooiben betoojbeeït 3§rtöe / jog* 

ten 3Ön bjienben gein beg nagtg met gtabenonbet 

ben Coom ban baan te rebben/ maat bit getoaar 

toojbenbe toepgetbe ïjp op bie totfee öe ©?pï)epb / 

3öJ8enbe: ik zal uyt dit gat niet uytkomen. WlpCi 

tijb om te fletben geftomen 3Önbe / ftelben 3P fiem 

eetenbooj/ maat bat affïaanbe / bet3ögtbpeeri 

toepnigineenboeh alleen te mogen 5ün/'ttoelftgem/ 

hoetoef 3P be toaatom hiettoffïen/betgunttoierbt/ 

pocö 3e fpoojben fjem na ; in toelfte gefegentïjepb 

])P 3ön ïjanben ten ^erneï opöeffenbe/38nm<©oöt 

in biépen etnft / met be3e banft- en beebe-fïoffen 

aanfpjaft: Gedankt zyt gy ó Godt! voor alle uwe 

weldaden , die gy allenden tyd mynes levens -my 

beweezen hebt , en dat gy my nu gewaardigt hebt 

tot deze uure te komen. Ik bidde u Heere , wil 

tny kragt en moed geven , dat ik den dood der op- 

regten , en openbare getuygen van u mag derven. 

Wil my byftaan, in deze myne laatfteuurey dienu 

yoor handen is. Ik beveele my in uwe handen. 

3©aat op be <§cïjerptegtiet 3epbe / be?3e Itëan i$ 

topmoebfget ban top alle/ftomenbe tenepnbe38n£ 

<Bebebt$ / met lac&enbe monbe / getoiflf g om te 

ffetbert booj ï)et boot ©e 2»fTc&op biet plaat3e 

ging neffeng ïjem naat be «Beregt-ptoatg/ïjem tot 

afftanb betmanenbe / Wen ï)P ölbu^ anttooojbbe: 

ttaat gy lieden af, en bekeert u van uw Hoererye , 

Boeverye , Afgoderye en Godtloos leven , daar gy 

Veden in verzonken legt. 5&e ^CÖeiptegter bet* 

maanöe ïjem nocft tert laatflen tot afftanb / 3ea* 

genbe; 



■' DE R ; M"k R T ELAHKK* -* I79 

fienbèr Bt 9« ma^Ülfcöen / Julftf ftowbr/ fo£ 
té laten ; maat fjp SrttUJóojbbe ;: dat hy *ynem hal- 
ven welmoe voortgaan , m toietbtalbUjS OTtt* 
ïjooföt. *t'3Ugi]aain öleef ftnidmbe / met be ïjan* 
ben opluaartjj (nï^ of ïjp gebrom dabt) tot bat be 
23eul Qer jclttf om berre fficr. 't ïèferbt / om öat 
ïjet te eetbct bcrbianbhi 50U/ aan ftnftften geöafct/ 
en alsoo in Xyzt ©tuit gebjoïtjm en betöjanbt / 
untgenomen ïjet ^oafb-jjajn; / bat 30a men 3*?* 
be ƒ ongefctjonbeubaar lueberom uprquam, $p 
ïjaööc boo: 3i]n ©atinrêa£5egt/batmrn5ijn2SïoeÖ 
nocfj aan be Sanne 3ten 5öube / en gefcïjieöbE ört 
op ben berbm bag / bat be Sonne fjaac 23ïoéb- 
roob bertoonfte; 3Ulft£ bat be ïïieöm banbctteon* 
bering öp malftanöet op fhraat qöamen : •'örtp/ 
6p öe^ J&'cfepbetg t#b / nocft lebenbê <6ttttpg*n 
toaten: #$öieöt ben 31 ©ecembet 1 ƒ71. 

JAN BLOK, 

E€h jong <©e3eï ban sloten Ï|up3i?/|je^bfcnbe 
beeïe toebeten / beat ïjp / sonöet ietg geleett 
te ïje&ben/ gobbeloo£ ban ftffbe/ ïjab in3#n 
ónbefteetben flaat gemeen3aant omgegaan / met 
eenen / Symon van Mare genaamt / *wft ban ten 
fïegt leeben/ We tot eert ^botbzUgtigTeben&e&eert/ 
Jan Blok tot öet te5en banöetlÜientoeCelïament 
bennaanbe ; toaat booj ïjem ban ben ©eete öet 
ïjette geopent / ÖP 5Ö« 3onbig in een gpbgtbienff ig 
ïeeben bettotffelbe/ en bet <©emeente «Bobj? totetbt 
toegebaan. ©p giet boo? ontbeftt/ 3Ön toebeten 
betoeutt betftlaatt en 7o<©oiibeaealenop5önïöf 

S3et 3önbe/ blugte upt be &tab in een^ojp/ 
t30jjt / om 3ön «ofl te toinnen/ öp een Ifcetfe* 
• £ 4 ïaa * 



i9q h Merg vak de Historiek 
laar te opperen / Me fjem affloeg / upt tyeeje baq 
6p bem tot 3Ön Ïeebtae3en gehangen te toojben. 
^ fteetbe baat na toebet in be &tabt / toietbtm 
't g|aat 1 5-72 ban een ©ettabet ontbot / ben <©f* 
fidet aangebjagt / gtfbangen en ten ©uure bet* 
oojbeelt feomenbe albaat met 300 blpben gelaat/ 
oföptetS&uploftging/ toietbt ïjp met Cranen 
ban mebeïöben ban berfcïjepbe ftegjterg gebonnifl. 
Sfa een fiigtdtjhen 25?ief / gefcfueben in be ge* 
bangenfë / beklaagt fm ten ïjoogften jön bootig 
3onbig leeben/ en 3fjn hokten tt)b ban 25efteeting; 
' toetenbe ï>oe Ijeplig men moet leeben/ bat ïjem3Ön 
Öatte beebt krimpen en 25ee6en ban (Ctanen upt* 
Wieten ; noebtan^ toilbe öp 3Ön beloof en öoope 
om geen bup3enb toaetelben geeben ; bebdenbe 
bozber in ben 3eïben be gtoote noobt5aafteIö&Öepb 
ban een öeplig leeben. Och , fcï)$ft öp/ hoe ben 
ik dit by my zelven gewaar geworden , datter 
ïoo weynig in dezen tyd gevonden worden , die 
te regt omgekeert en vernieuwt zyn , en dat lee- 
ven en de Voetftappen , ons van Chriftus voorge- 
gaan , te reohte na treden. Och ! of zy 't alzoo 
gevoelden , als ik 't nu in mynen laatften tyd ge- 
voele , zy zouden fchromen ergens af te fpreken, 
of te denken, dan aldermeeft van de \yetdesHee-. 
ren : geggenbe bO?bet/ dat men zich nergens meer. 
af beklagen zal , als zyn tyd niet wel waargenqt 
men te hebben. 



JAhï 



p Ê * Martelaren. iSi 

JAN WOUTERS^, 
Y a n K U Y K % 

E4£n Ifêan/ boo? bieïjem fteiibm/ ban onöe* 
fpiofte ïeeben/een ftonflig &cïjtfbet en<Bta£* 
föfj$bet ; toaatom Ijp tot genoegen be£ 
©olfcg/ enfmaabbet$aapen/ langgebangeneti 
tot af fianb 3#t gebeeben toietbt. 3&ey tooonqgtfg 
tot 3&o?b?egt/ bétanbetbe bifetoifê /om nietbeftent 
te toojben/ ban JMaatg ; Dog egnbelijft betfpieb/ 
guam be Schout en bojbet «öêfdfcöap aan 3Ön 
ftamet baat gp tooonbe : fcomeribe ban be&tap? 
pen gein <n 't gemoet / toietbt ban ben 5elben ge* 
bjaagt/ of Jan van Kuyk baat tooonbe? baat ÓP 
ja op anttooojbbe ; 3eggenbe bojbet met lupöet 
fiemme (om bat 3#n ©jouto ïjet gooten 30ube eq 
agtet upt blugten / gelijk geftfjiebe) ik ben die Man, 
Ï?P toietbt in 't aanfcöoutoen ban 3Ön seben jarig 
en eenig ©ogtettje gehangen/ en ongenabelijfe ge* 
öonben, JJETaat op !)P tot be peeren fpjaft : og! 
hoe bindt gy my , als ot ik eeri quaad Menfthe 
was; dog gy bindt my niet maar u zei ven. 3&eUt 

3eggen gaat beebt 3ugten> %n 3Ön 25anöen/ 
toietb öp/ om 3gn ©jouto/ 25?oebeten en Sufte* 
ren/ te meiben/ ongenabclp gepijnigt/ bietmaai 
(Belöft ÖP in een ban 3ön h 3eet tfigtelpe 2fcfe* 
ben mefbt) aan 3ön $fanben op 3Ön tugge gefom* 
öen/ opgraaft mb?ieimal3eetfltdigrtöftgegeefi 
feit/ ttoeemaal na ben anbeten en een£ biet bagen 
baat na/ al£ be onbe JDonben booj be ftonöenog 
opbetnanietjjene3en toaten; al fret toelfce ftem 
uptnemenbepgn/ bog ooft toegen£ 3&1 bolften* 
£ s m 



>8i f t Merg vak ©e Histor^k 
Wg ïftben 1 3onöer fenianb te meïben / imgetffeene/ ja 
3oo öp fdfeöft/ onüptfpjehettifte Wöbfcöap **$ & 
*Beefïeg betoo?3aaftte* ^ptoietb öeneffeng een 
©jonto / genaamt Adriaantje Jans ban jfèote 
naar^-^raaf/ ebenboozïjemgebangen/ beroof 
öeeït (be ©jouto eetfl gefoutgt) betb?anbt te tooj* 
ben. 3©aar toe 3P Öaat bepbe met groot betlari* 
gen en innerlijke tyeugbe bejï ïjarten betepben; 
«Bobt banftenbe en ïobenbe / bat 3P taaatbtg ge^ 
too;ben toaten / om 5tjneg #aam£ toiHe / gaat 
Ügïjamen hem ten 35?anb-©ffer op ts offeren, 
9e ure ban fierben geftomen / toierbetóe aan mal* 
Aanbeten gebonben/ bibbenbe gaten ©obt metpe* 
boge fonürn/om ft ragt en ftetftte ingaat aanfïaan* 
be Bjben. <ép bat3e tot öet ©oïft niet 30itben fp*e* 
ften / flopte men fjaté monben lepbenbe öaat 
aibu£ tet <6etegtpïaat£ ; maat Jan Wou- 
tcrft. ©e3elbe Open töfejenbe / tieji met lupbet 

ftemme: 6 Hecre! verfterk dog uwen fwakken 
Knegt en uwe arme Dienftmaagd > om uwes 
Naams willé zyn wy hier toe gekomen , daar wy 
ons willig toe'befeydt hebben. <©p bit toepen/ 

quam een 3ftnet USebegenoten / met pbet ontfïe* 
ften/ boo? get ©olft bjingen / 3eggenbe tot öem : 

Stryd vromelyk lieve Broeder , gy en zult hier na 

niet meer lyden. &fet op opent be tlfjjbet tetfionb 
3Ön gegeeflelbe en bebloebe 25o*fi / 3éggenbe met 
ten l|emel getornde ogen: ik drage alreeds de lit- 
tekenen des Heeren Jezu in myn Lichaam. <@aat 
toietbt tetflont getyaagt na gemelten Übetaat/ 
maat We getaaftte onbet ïjet ©om toeg. 35a geba* 
ne <#ebebt op het iSrfjabot / tfQi Jan Wouterfz. 
tot ïjet ffiolft : £)it is de dag der taligheyd. 3©aat 

op be ©nbetfcöout ïjem met fftaffe tooojben be* 
laffe te 3totjgen / én Öe anbete fcem tokboegbe: 

waar- 



D.gR Martelaren. 283 

waarom zoude ik zwygen? ik f preek immers geen 
quaad. {$pgfng ffl#be en lacftenbeaan ben&taaft/ 
toepenbe tot eenigen 3#ner 43eloofs£-4Benotfn 011* 
ber Öet ©Crfft fiaanbe: Adieu en oorlof myn lieve 
Broeders en Zufters , ik wil u hier mede denHee- 
re beveelen , die zyn Bloed voor ons uytgeftort 
heeft. En tot 2ypen Godt ; 6 Godt ! die myn 
fterkte zyt, mynen Geeft beveel ik in uwe banden. 

AANMERKING. 

E<$n<B* bjoome ©oopg-4Befïnbe SSalHngen/ 
3Önbe upt berfcöepbe 9laat3en op ben 3$euto* 
baart tapten 23?eöa ftomen tooonen /genie* 
tenbe alöaat meet ©jpïjepb al£ op anbje ©laat* 
Jen / 3pn ohtbeftt / en ben ^cfjout aangetijagt/ 
Me 3ittenbe met ben iftentmeefier te bjinften / in 
tOOjn upt&OJfl/ 3eB8enbe:dat Neft willen wy ver- 
ftoren en t'eenemaal uytroyen. op ben S ^HÓQUfH 

15*72 2fp ban beneffen£ eenige ©jfnöen ban Slip- 
ten op een abonb ten getale ban omtrent 100 bet* 
gabett JÖnbe/ brierben ban beel getoapenben ober* 
ballen / 3P bïugtten meefl allen booj fflmb en 
3&aft ter l&ergabering / en omtrent 30 toepnig 
ttjjbg giet na/ upt fcïfêift ten 3©o?pe upt/ toee3en* 
be 6 jRanrien en 3 Bioutoen gebangen ; taaar 
ban be eerften getoept/ maar be anbien ïjet uptbe 
barnet / baarse betoaart toieeben / ontblugtten. 
©eg anbetenbaagg quam be <©om ban een ber 
gebangenen/geftomen omftetfcoiïtmetöetbjoojbt 
te 6ebienen/be3elben poenen /en brferbt mebeban 
ben legout aangetafl fteggenbe 5 Gf *yt mede 
van dat Volk) en baft ge5et 55e toebeten tof er * 
bm be fcjontoen en ïtfaberm/tot tooefötpb berfer 



l$4 't Merg van de Historiën. 
H&enfcïjen afgenomen/ en 3P rilmbdp betjaagfc 
©e getoangenen torietben alle na 25;eba gejonben/ 
onbetsogt/ en met fcïjoone beloften / en ftfjztftftdö* 
6e bjepgementen / om ïjaat «Beloof tebet3aften/ 
aangegaan ; Vuaar boor eene 5toafthe/ Pïeter de 
Guhkker genoeint / uut tojee3e tooo? be ptpi en 't 
buur / 3önen «Bobt / en nogtang jfjn |$oofb toet* 
ïoo?. 55e anbere bietoen / onaange3ien bat mense om 
Öaar 25e$betttë en baat <©eteofg-<!Benotcn temel* 
ben/ tojeefleftjfc Pönigbe/ tot bet boobt toolfianbig, 
©e eene tatferbt ap een #ijnbanït seet eflenbeKJft 
gereftt en getoiodt / #$ tn ben lBonöt gegoten/ 
en op 't ïöf gefpjongen. <£en anbet torietbt/ aan 
3#ne op ben rugge gebonbene Hanben / met toaft 
gemaafcte ©oeten / opgraaft/ en firengdp ge* 

geeffelt. «Eene Geleyn de Schoenmaker, embOO?* 

beeft bpna 3onbet toïeerga/ torietbt naaftt ont&leet/ 
aan 3ön tegtet ©upm (met een «Betorigt aan 5Ön 
fïfnftet Boet) opgegangen / met Buut en ©lam* 
men/ onbetbewtmengebjanbt/ toen 300 grou* 
toritjft gegeeflelt/ bat Ijet be CommfffatifTen moe* 
be toietben ; bekuelfte op een anbete ©laatg metbe 
ïtaatt gingen fitten fpeden ; be,2&eul3ag giet (baar 
bp 3ittenbe) aan/ latenbe ben ïijöet In be3en toe* 
flanö een of anberftalf uur jjangen / tóe/ bat 3eet 
toonberltjft toa£ / gelijk öp 3eué toetftlaatbe / in 
al bien ftjb geen pffn en geboeïbe / en nopt met 
meerbet ruft op 3*jn 25ebbe öab leggen flapem 
J&ier na 3epben be Commiffartffen tegeng ben 28>eul / 
tafi ïjein toeberom aan/ öp moet ongtoat 3eg*. 
gen / een toerbjonften Stalf i$ ligt te toagen : be 
25eul tm Iföan aang$penbe 3epbe / ÖP té boob. 
Hp toag afê ge3egt $/ tn biepe tuft; bog tot 3Ö« 
seltoen ftomenbe/ torfetbtöpnebetgeïaten/ baat na 
met nog ttoee antyen ten ©uure toetoojbeelt en Ie* 

toen* 



DER M Afc TËLARÉtf. !§ƒ 

fettl&fg betib?anbt OBene Cornelfs de Gyfelaar en 
Arent Blok, tojt baat aan ten 25?anboffet 8** 
lepbt toojbenbe/ liet be laatfle een 25?ief ballen /irt 
Öoope bat Me in een 3Önet «©eloofg-genoten ïjan* 
ben joube tomen ; maat bp ongeluk in öanben 
bei: (Cptannen getaftenbe / toietben 3p toebetomitt 
be gebangenfg geöjagt / bjeefleïp gepönigt en 
baar na leebenbtg betbjanbt 

TWEE BROEDEREN 

WSIerben in 't gaar 157* / tot Itëeenen irt 
©laanbeten getoojgt en betöjanbt. ©eee* 
ne / Chriftoffel Fierens genaaitit/ bank* 
te/ (tet <©etegt-plaat5e) 3önen <©obt/bat öpïjem 
tot bien bag pabbe laten tomen/ baat &P300 3eet 
naatbetlangtïjabbe/ 3*ggenbebojbet: deze Lee- 

den , die gy my , 6 Heere ! gegeven hebt, wil ik 
voor uwe Leere gaarne weder over geven. 35e an* 
b?e genaamt Willem de Ryken , 3epbe ; in veel 
prykelen te Water en te Lande geweeft te zyn* 
en van zynen God nooyt verlaten, hoopte ook, 
dat hy hem nu in dezen zynen laat ft en nood, tot- 
ter dood zoude byftaan : ;eggenbebO;bet; ik heb- 
be met PaulüS den goeden Itryd geftreeden, 't Ge* 
loof behouden, den loop voleyndigt,&c. 3lnï)aat 
«Bebebt tot gaten €tobt/ baben 5P ooft om betge* 
Wng bet geenen/ bie ïjadt bit lijben aanbeben- 

©e «j&cöetptegtet bzagenbe fjaat of 3P geteebt 
toaten? anttooojbe Chriitorfei baat op/ ja lieve 
vriend , en 3p fiietben 3eet bolflanbig* 

3ianmet&elti& toag 't/ bat be 25utgetmee|iet/ 
Corneüs van Ëekhoute genaamt/ gaarne Willem 
ban bmboobïjabbe beloont/ 3eagaibe tot ben 
$W/ manbjen/ batïjp |ïegttta£ 3©aatop&p 

onbet? 



*S6 't Merg van öe Historiën 
outet3ogt en sQn gebpdmtjan't»a^uwtótarte 
afgebjaajjt/ Daar Willem alöu£o» anttaoojiteY 
ik heb eercydts gewoont,of geweeit in een Kloos- 
ter, daar men des Zatordags altyd Vlees , en an- 
dre dingen kookte tegen Sondags, en de Monni- 
ken dat vuur , daar zy meede gekookt hadden, 
toevagende, noemden dat het Vagevuur. Z&é 
25urgermeefiet/inenenöe gier meöe $n ftggmt*» 
befögt te 3Ön/ fmafttmön peeren/ tjter aanïjoojt 
SP tori bat öeje jfean flojt i| < to^Ht Wt 36ft 0fe*n 
reebenmtaanembètfanfa^lBan* Iföaar Willem, 
NeMtboorö?/ 3epbe; hy,*R* «fetAifc ëtpüme 
losgelaten worden % zy zouden hetirnaaf ^yii Ge* 
loof vragen , hy zou dat verftandig genoeg bely- 
den. 3$aar op gp/ na meer aï£ 22 jJEaanoenge^ 
bangm$/ taeröjanöt & <$enoemöe SSurgttmeef* 
ter / öte Mt bonnfê uptfpjaft / toeeWel emigen töb 
ftier na / boo* tien ©ojlog taan H&eenen btugten* 
te/ tot groote amtoebe/ en (iierf al£ ijp-taartoe* 
berom naa toe reproe \ op Den toeg een ffaafttgeri 




jAJï 



Martelaren. 




Jktt Smet *xx, *pw *rtw 3uw ^eAtxmf** 



- JAN SMIT, 

G^S&oojtta in 't^taaffd&öpbanHSeut^/tóö* 
nagtig oupten / en faoj te ©etboïgetg tot 
Jfêlunnfitenbam g&angen gebjagt ; bocft 
boo? 't otietgaan bet Atabt dan be ^etefo:inm> 
ben / in ©jpöepb gefldbi <fëe3e niet een &ri)uptfe 
op be Supber-3ee besicï) 5#nbe / tofetbt boo? een 
,&paan£ Capitepn anbetmaal grtiangen / en tot 
^nfietöam geb jagt ; altoaat gp na een tople ge* 
3eten te ïjebben tietbojbeelt të / tot een «oetjet op 
be üaattanmec meer (tet tijö al£ Haarlem 25ele* 
gett toa£) oeöjupftt te taojben ; maat t'&cfyeep 
3#nbe/ betmaatbe &p in Confrientie geen ©jpöepb 
te öeöben / om albu£ te fcoepen / betopl ï)P geen 
bpanben (jab ; 3P mogten met ïjem fjaiibeïen /naat 
ïwattoeïgAallen,. ©aatoptofecbtöpinf»et3U* 



2$ *fc Merg van de HiSTokiErt 

get booi fcaatlem gebjagt /3Ön <©eïoof onbetsogt/ 
en gebonden ban bet ©oop&^nbengeboefai té 
gijn. ©p toietbt na een bolffonbige 2Selgbetti£/ 
ban 3£on Jptebjift / Zoon ban 3&uc b'KUba / ter 
«©alge (oraaan3ijneme^emgegangenteUi0;ben/ 
bat 'et be boob na bolgbe)betoojberitmgegangem 
gn 't gaat 157a- 

PIERYNTJE LOÖSVELt 

óf NEÜKERSj 

E<£n befaatbe t&ogtèt/ ttrférbt/ a$ 3P uptgê* 
gaan toag/ om een Stanfce te fiebienen/batt 
beii i|oog-2&aljauto gebangen. <©p ben 
ttoeeben bag toietbfe bati tien ^ttphelen / of be* 
fcgulbfgingen onbet3ogt/ baatte naat gateftennig* 
3e betfianbig op ahttooojbbe / 3eggénbe; liever te 
willen derven, als van de Waarheydaf té wyken. 
Zp toietbt naafet ontftleeb / en albu$ / begalbètt 
tm «Scgojteftfeeb I op bm J&gnbanft geiépb / ge* 
tooeïb / met een «Stoft in be jjBonb / bat gaat be 
Canben in ftuftftert blaften / en om gaat te boert 
aftopften/ en gaat geloofsgenoten te meiben / 
gtoutoettjft geppnigt ; 't toeöt 3P boo? be gulpe 
<©obeg afleg jianbbafïig uptfhmbt/totflenbe liebet 
ben tpbeltjften boob fletben/ al£ gaten $eet bet5a* 
ft?n, 2p bjepgben gaat btfttoiïg met ben boob/ 
toaat boo?3e niet toietbt afgefegjiftt; maat bjeeg- 
be / al3oó3e 3&t ftïepmtioebig toag/ bat3e gaat in 
get ter boob gaan / ban toeenen niet 3oube ftórinm 
ontgouben : toaat om3e gaat in get &&& tot ga* 
ten «5obt begaf /bie gaat 300banig bttfiet&te/bat* 
3e be tpbing beg boob£ met bïpbjfcgap toelgemoeö 

ont* 



der Martelaren 289 
bntfïng. 3£eg mot 8*n£ aïg 3P fierben 3ou / b?oe£ 
ïjaat be 25aïjouto/ ofte Ijaat nocbnietbebagttjab* • 
be? maat 3P anttOOO?ÖÖe; men moet loopen zon T 
der ophouden , die den koftelyken prys verkrygeri 

wil. gp toierbt om ïjaat öalflattiggepb / 30Q 
men 't nóembe / alg een ftettereffe ten buute toer* 
6o?öeeït : toaat ober 3P ben Heete ban&te/ en ben 
iRegtetg genabe ban ben ^eetetoetoenfle/oitifjaas 
te öefteeten ban b"3Jfgobetp tot ben toaten<6obt$* 
bienft Jp|n 't uptgaan fp|aft3etot&et©cilft : Gaat, 
koopt Tettamenten en leeft daar in ; op dat gy ór> : 
dervinden meugt, waarom ik ter dood verweeién 
ben , en fterven moet. 3©aat Op be ^CÏjetptflJtet 
in toojriigöepb baat biepgbe te fïaaru S5p ging 
boojt fn 't (itopen *|up£/ «1 toierbt op bjie «o* 
tiingen J 3Bbonbt 15*73/ (Öacen <6eefi in<6obe£gan* 
ben öebeelenbe) betfyanbt 

©e 25o?getmeeflet / Jan de Dryver genaamt / 
We bit ©onn$ uptfpjaft/ ftteeg booj €tobt£ tegt* 
baatbig oojbeel / een berrotting in $n ©ïeeg/ al* 
300 bat öeitt liet eene <©oj af biel/ en fiierf een 3eet 
nlenbigen bodb. 




C M A f - 



iqq_ 't Merg vampe Historiën 




MAYKEN WENS, 

Hïtpgbjouto ban een Itëetfeïaat tot 3ilnt* 
toefen/ met $ame Mattheus Wens, ge* 
bangen op ben &teen / 't toeft be 3toaatfie 
gebangen$ albaat $/ ig om ïjaac beloof en bol* 
ftanbige 25elpben$ / op ben 6 <@ctobet i 573/ be* 
neffen£ meet anbete met gefcï»oef ben Ifeonbe of 
Cong in een becfcïjjifehelpft ©uut / leebenbig bet* 
öjanbt <©p ben tpb beg <&etegt£ / ïionbe &aat 
OUbfle Soon Adriaani Wens niet tuften / of öP 
moefl 3pn^ U&oebetg epnöe 3ien / gaat betöalben 
met 3ön jongfie 25joettje / b?ie Aflaten oub 3#nbe/ 
na be JWaatg beé <©etegtg? maat 3ienbe 3Ön liebe 
IBoebet aan ben Staaft bjengen/ biel fjp ban 3Ön 
3etoen/'t toeïft 300 lang buutbe/ tot bat 3P nebeng 
be anbete gefteel bettoanbt toa& ($ot3*c& 3elf£B** 

ftomen 



der Martelaren. 291 
feomen en 't ©oïft tóegsönbe ƒ gingnabe$aal 
fcaat 3«n U&oebet aan öetbjanW toa# / en 3ogtbe 
fcfjzoef / Die btfüateribe tot een gebagtentéL 

©e3e Mayken Wens gabbe gtoote benautïjepb 
in baac geüangeni^ / ontfïaanbe upt üetfc&epöé 
rebenen / al£ in een taan tjaar bjieben Wijkt Cen 
eetften toaése 3eetbeftomntettof5e\x3e(mogt5toai^ 
pet 3öu/ baatte 3*et aait ttopffelbe/ flellenbe öaat 
ebentoel 300 toeeï boeneltjft toag in ben ï&eete ge* 
tufl / 3eggenbe : Ik wil 't den Heere opgeèven, 
want al kreet ik myn oogen daarom uyt, 200 moet 
het blyven 200 het is. Cen ttoèeöen 300 ïjabfe al 
ö?P toat 3toarigfjepb toegeng ïjaar boorigen toan* 
bei / bat bie 300 net niet toag getoeefi/ al£ 3p toel 
toenfïe / gelgfóe in een 25?ief aan gaat Soon 
Adriaan laat blpm/fcöjptoenbe (öem tot ïjetgoe* 
betiéntianenbe) albu^: Zie op uwen Vader, hoe 
lieffelyk hy my voorgegaan heeft , met vrindelyk- 
heyd en beleeftheyd , my altyd onderwy2ende met 
des Hceren Woord. Och of ik hem al2oo nagegaan 
hadde,hoe ligt zouden myn banden zyn ! Cen bet- 
ben teftlaajfóe gaat batse ijaatlijben niet 300 banft- 
6aat en gebulbig ftonbe opnemen/ al&e ooibeelbe/ 
öatöettoelöeöoo?be. Het is (fc&pft 3P aan ïjaat 

|Ban) my wel leet, dat ik niet dankbaarder en 
ben van het geene my overkomt; want t het is al des 
Heeren werk: men behoorde den Heere alzoowe^ 
te danken in tegehfpoed als in voorfpoed, want als 
't ons de Heere al neemt , 200 neemt hy ons niet 
meer als hy ons geleent heeft, want het behoort ons 
niet langer toe als het den Heere belieft. Och! of 
ik den Heere altyd 200 wei konde danken, als het 
den vlee2e qualyk gaat , als dat het wel gaat, dan 
kan men den Heere wel danken. . Och ! myn lie- 
ve én 2eer beminde Man (fcöjpföebojbèt) wil den 



jp& \ Mei€ tam de Historiën 
Hecrc hartdyk toot my bidden y dat hy wil den 
Éijd van my occnien ; want het wel in zyn magtfc 
ah *i hem belieft. Te regt heeft de Heere gefprö- 
ken , die 1 niet alles en verlaat > die is myns niet 
wsarög. Want de Heere wift wel dat het voor 't 
vlees al zwaar ïoude vallen, dan ik hoope dat my 
<k Heere ook daar door helpen zal , gelyk hy 'er 
▼ee& gedaan heelt , en ik 't hem flegts betrouwen 
kaa. Och! hoe gemakkelyk is 't een Chriften te 
lyn , zoo lan^e als \ Vlees niet in de Proeve ge- 
feeJt is, ofte niet verlaten en moet, dan is 't al goed 
een Chriften te zyn &m Moben biel gaat t)tt 
fdjrftai ten f)rê lieten jBan en ïttoberen 3eet 
tator ft&ftenbe inbeynsdben 25?ief afbu£ : Och! 
myn lieve vriend , ik en hadde nimmermeer ge- 
meent, dat my het lcheyden zoo zwaar gevallen 
zoude hebben , als 't doet. De gevangenis was 
wel zwaar in myn oogen ;maar dat was om datze 
zoo tyrannig waren, en nu is my het fcheyden het 
zwaarfte ?^ moet men beftennen / toaren ai 
fsamen >toart bc30c6ingen en (mtnosett)ftbQO£f)et 
5tuafefec State/ sonber 6e <Btobbdg&e öutoe te b?a* 
gat; maar ai be 3taarigt)epö stag ban §aar teeg 
als s? tct boob teroubeelt Uia£ / arip3e aan ge* 
mribrn Zmm m een anberen 2&2ief7 a$ ooft aan 
ttntn Jan de Mecfer , tn ben nagt aló 3p ter boob 
telt lX t y n toag» / fdfcpft : Myn lieve Zoon efc 
vrees doch niet voor dit lyden,ten heeft niet tebe- 
ouyden % by dat eeuwig duren zal. De Heere neemt 
de rreezc als weg, ik eu wift niet van vreugde wat 
:k ooen zoude, als ik verweezen was; daarom laat 
niet Godt te vreezen, om alzulkentydelyken dood. 
Ik en kan mynen Godt niet ten vollen danken t 
van de groote genade, die hy aan my bewezen heeft. 
<£ll aan Jan de Metfer ; nu eu kan ik niet veel 

fchry- 



der Martelaren. 293 

fchryven , dewyl ik verwezen ben , nochtans was 
ik zoo vol vreugde , dat ikze niet met monde en 
zoude konnen üytfpreken , de Heere moet doch 
eeuwig lot hebben , van de groote genade die hy 
aan my be weezen heeft , die doch zoo vreesagtig 
hebbe geweeft. Och ! wat een fterken Godt heb- 
ben wy,by dat wy zien dat de Godloozen hebben* 
Och ! laat ons goeden moet hebben , &c. <©e 

<&cï}?ptoer toerïjaalt botter in 't g|aar 165-9 / nocï> 
toerfcfjepben ftinbg-ïtinberen ïjem toelbeftent m 't 
ïeetoen taaren / bie Mavken Wens , naar öaar 
?©rootmoeber genaamt 3tjn. 

JANNEKEN MUNSTP0RP, 

T<&t Inttoetpm metöaar|föanerib?ie©?ou* 
Vom (toaat Otlbec gemelbe Mayken Wens) 
al£ 3P om <©ob£ toïoojb te gooren toerga* 
öert toaren/ gehangen/ 3gn lallen/ nagetoitfbige 
aantoegtingen/ mfcö?ifótelQfteb?epgementen/ lee* 
toenbig ten tonuren tieroo:beelt / toojbenbe gaar 
IBan tiooj af /en 3P met be anbere bjie eenige3©e* 
hen baar na / om bat 3P op 't uptterfle Zwanger 
toia£ / met een fcö*iftftelijft tonnr toerbjanbt. 3&e* 
je ©jouto / al£ ge3egt $/ banger 3Önbe / toer* 
lofle na öaar |Ban£ Itjben/ in be getoangenig tor n 
een ©ogter / $8nbe ïjaar eerfte ftinb/ 't toïelft jp/ 
om bat 3e fiertoen moefl / naar öaar naam / Jan* 
neken noembe/ fcïjiftftenbe &et terflonb/ eer batbe 
©apen baar agter qttamen / naar be ©jienben / en 
fcfjzeef öet omtrent een UBaanb oub 3Önbe een 
25?ief of Cefiament/ om toan öaar/ tot öaar 2Ba* 
ren tomenbe / gelee3en tetojojben ; met ïjoe groo* 
te en bjingenbe reebenen toan ïiefbe en©ermanin* 
& 3 8*"/ 



294 '* Merg van de Historiën 
pen / fcan iebet llgteUjft benften / en al^ 't gelegen 
Somt/ leesen. ©oe ïjart Ijet getoeefi \$l ban ïjaar 
ïiebe Janneke te fcljepben/ en 't noopt meet testen/ 
\$ sonber tranen / in3onberf)epb ban een lief Ijebbenbt 
Jtëoeberlöft batte niet te gebmlten/ baar be 3uföen 
getupgen ban tonnen 3ijn* ï|aar &rf)ipben 3al 't 
on£ ooft in gebagten bjengen* %\$ 3P öaar©abet 
en illoebet in een2S*ief /rjaatotmoo3eleïamtnet* 
je aan bebeelt/ om 't 3elbe niet anber£ a$ toel te boen/ 
300 fcï)?pft3ebO?bet:datie het in groote droefheyd en 
banden , heeft gedragen en gebaart , en het zelve 
200 teer als haar eygé Ziel beminde, dat zy 't zon- 
der tranen niet konde fchryven ; inzonderheyd , als 
zy gedagt aan haar lieven Man , van den welken 
zy het gedragen hadde. ^eggenbe bOjbet ; hoe 
groote vreugde het zyn zoude , dewyle zy fterven 
moeft, dat de Heere het geliefde te halen, en zoo 
ze het hadde mogen opbrengen, in hoe groote waar- 
de zy het zelve gehouden zoude hebben , alzouw- 
z'er gebrek mede geleden hebben, 'zoo zoudeze het 
niet van haar hebben laten gaan ; ebentoel t00llt3e 
ter liefbe ban ïjaren l|eer / niet alleen bit / maat 
3rtf£ bat fcï^iftftelöft Ipben/ban leebenbfg ten buu* 
re te gaan/ met een flanbbafrfg boojnemen te ber* 
toagten* gn een 2B#ef aan fjaar ^nfler / öe£ 
mo*gen£ ten een uure / al£ 3P baag£ te booten 
Öaat bonntë ïjabbe ontfangen/ gefcfaeeben / toom 
be3e ïjoe geruft / en b?olp 3P Öaar ^fferïjanbe te ge* 
moet 3ag / bfóe niet en bagt / bat be ï^eere ïjaat 
toaatbig 30ubegeftent öebben / 3eggenbé : dat de 
Heere haar verhoort hadde , om in zynen Naam 
een Offerhande te mogen doen : datze zulks nooyt 
verdient hadde , maar dat de Heere haar daar toe 
bequaam wilde maken, door zyn genade. ©0?ber 
3*gt5e; och ! wat een noodhelper hebben wy , die 

ons 



v der Martelaren. 295* 

ons niet befchaatnt en laat. Hoe kort dat my de 
tyd heeft gedogt, dien ik hier geweeft hebbe, daar 
ik te vooren too voor bevreeft was, en dat hy my 
200 getrouwelyk in alle mynen nood heeft byge- 
ftaan , en my nu zoo vrolyk maakt , dat ik van 
geen droefheyd en weet te fpreeken. Och , och ! 
hoe fterk is onze Godt , wie en zoude hem niet 
begeeren te vreezen , waar voor zouden wy ver- 
fchrikken , God i& met ons , wie mag tegen ons, 
wy moeten 't doch al hier laten. Ik mag wel zeg- 
gen dat noch nooyt meerder vreugd inmyn herte 
en was, dan ik hadde als ik verweezen was. 3©at 
fejjtt 3*8*3* nod) : och ! wat een vreugd is dit in 
mvn harte , dat ik u lieden niet fchryven kan. 
Och ! hoe kragtelyk werkt de Heere in ons arme 
zwakke vaten, &c. 

A NT HO NI Y SB AART, 

G<£toeefi 3#nbe een dienaar banbm$ooaen- 
25aljouto ban <©ent / bte bp griegéntijepö 
ban 3#nen Zbimfk / be geloobigen met 3ttm 
een onbertoinneïö&e fianbbafïijjïjepb en bjolpege* 
ruftïjepb ïjare£ gemoebg/fnöaatonfcïjulbigUjben/ 
Öaten<J5obt3ooonbect3aaat6oo?bebeKjben/totebt 
baat boo? obertupgt en in sfjngemoeb bekommert/ 
bertatenbe 3önen l^eet en teben£ ben «oomffen 
45obgbfenfï/onaange3ten be baaelp3* boojbeeïben 
&em 3ön epnbe boojfpelben. ©03e ban / na batöp 
op 30» beloof ben ©oop ïjabbe ontfangen/blttg* 
te naatBjteglanb /moetenbeom be Vtofl albaat 3eer 
fitftftelen. 't <<5eöeutbe ban/ bat een 25:oeber upt 
<Cielt in ©laanbeten / ooft albaat geblust en bed 
<0oebecen agtetgdaten öebbenbe besen Anthoni 
(C 4 *** 



2?$ 't Merg van de Historiek 
betofllfgbe om na <€frit te tep3cn / 3tjn bingen at 
baat te rebben / en 't geen mogeltjft toa£ meöe tr 
netnen. ^p bit berrfgt ïjebbenbe/ in meening om 
toeberom na Sfefeélanb te rep3en / toierbt ban bert 
JÖaljouto ban Cidt aangefpjoïten en gewaagt/ of 
fip niet mebe ban bat ©olft toag en ban baar upt* 
gesohöen i 't todft Amtfni niet butbenbe ontften* 
ntii l toierbt ÖP albaar gebangen / en na beel quefltng 
en aanftoot / a$ een ïtettet / bolgeng '£ Step3er£ 
©laftMaat/IeebenWa ten ©uureberoojbeelt Whn 
©onni£ albuê gele3en 5önbe / b?oeg öp be JÈteeren 
of 3p niet eii bagten / bat 3ulft een ©onnig al te 
Öatb ober öem toa£ / bit nienianb misdaan ïjab* 
be ? 3Daac öoo? öp ïjaar betooog 3ön ©onnf£ te 
ber3agten en öem eerfï te tourgen/ Daar baar boo? 
bebanftenbe. <3In 3Ön laatfle uure/ 3ogt be ©aap 
ïjem nocfj af te treftften ; maar ÖP m^ft aï 3ön 
rebenen afflaanöe / 3epbe : Laat my met vreeden ; 
myn gemoed is wel geïufl , en myn affcheyd 2eer 
liaby , want de Klok > dfe daar nu flaat , lal noch 
geen eenmaal (laan , of ik verhope mynofterhande 
gedaan te hebben , en thïïys te weezen by mynen 
verlofïèr,daaraI myn hoop en betrouwen op ftaat. 
©p quant met 3eer tto^eMeberentebqo?fcï)ön/ 
aboo Dat öp be 3Ünent€gen£ een gebangen «Buaab* 
boenbet/ bie ïjaafl tipt 30ube ftomen / bertoifleït 
fiabt. 25p be J&aal fcomenbe ftnielbe )E)p neder/ ert 
beebt eeii ernflig 4Beöeb / en ging baar na aan be 
©aal. 5&e Jtëoriftoft/ om ïjem te tourgen 't 3oeft 
3Qtibe / öieuto be 26>aïjouto met ?ijn Kapier een 1 
ftuft ban ben Coozt£-ftoft/ baar men 't buur me* 
be 30ube aanfteefteri / en bug fherf ïjp / 3öuen <0eefï in 
<Ö5obeé ïjanöen öebeelenbe/ 3eer 3oetriö&. 't ©nut 
aangefleften 3ijnbe / ontfïont 'er 3ulft een fcïjziftfte* 
fö&en ontoeöer / bat beele üeben 3eer beröaafï 3ÖO? 
Xs-. f ..-•..■• be/ 



I) E R MARTHAREN. 297 

/. grtoofben bat «Bobt al5oo 3Ön migïjagen obesc 
: tprannig fjanbelen bet tnomm betoonde» 

AANMERKING. 

# 't gaar 157*/ blugte een 5flong-ge3el / een 
H&untmeefterg hnegt tot üimtoegen tooon* 
agtfg/ toegen$ Ött jElartelen ban eenente bo* 
: genoemben Jan Blok; naar '£ J|artogcnbo£/ 
toierbt albaar / onaange3ien 3t$n IBeefter 1000 
[ben tot 3pn bertoflïngaan ben «jèdjout ïjabtge* 
: / op be IBarht lebenbig berbzanbt / en een 
ingman/ Hendrik van Ekkeioo genaamt/ met 
: Ztoaarbe «Peregt dienen Jan Hendrikfz ,eenf 
uurman/ ban 2toartetaaaï geboortig/ i$ tot 
ift gepijnigt en lebenbig bérbjanbt IDp toierbt 
t geftopten |Bonbe boojtgebjagt : in ttelïte ge* 
nttjepb ïjp ebenlxieï nocS&e3etooo?benfjp?aft: 
geld het eerfte te regt ,"■ nu moet de Waarheyd 
komen bezegelt zyn. gijn onbet3oeït enle3eng 
arbige 35?ieben ftan be 9te3er in 't oojfpjonfte* 
binben. Ifêet ben welben boob en tet3eibertf)bt 
ilaat3e/toietbteen ftorenbjagergebonnift: be3en 
ebt 3ön Congé met een b?anb-p3ec gefdjjoept/ 
) fpzaft met groote ftloeftmoebigïjepb nod) be3e 

3?bèn: alzoo moet ik nu de Waarheyd betuy- 
; want zoo het my om myn zaligheyd niet te 
n en hadde geweeft , ik zouw wel veel zwa- 
ftryd ontgaan , en pardon verkregen hebben ; 
ir nu hebbe ik een goeden ftryd geftreeden,den 
3 voleyndr, het Geloof behouden, ennuvoor- 
i is my bereydtdeKroone der Regtvaardigheyd. 
ar na riep ïjp : 6 Heere ! wees my aroien 
idaar genadig, ik die niet waaardig en ben om 
Cf uwen 



*?8 * t Merg van de Historie* 

uwen Name te lydeir. ; maar gy hebt ïny daar tot 
waardig gemaakt. <£pnbeli)ft: 6 Heere! ontfóog 
mynen Geeft in uwe handen. (Ctoee Wtmnakttgl 

öe tem Sander Wouters ban SSommd/ öe anbete 

Evert Hendrikft. van Warendorp , 3(jn tot ^ttl- 

ffetoamop ben 3 September /leebenbigberöjanbt 
©aar bonntö of öefcfpilbigingen toaten bese : afë 
bat 3P tegené gaat fcgulbige pligt ben S*ep3et/ en 
be lBoebet be aoonife Siert* toaren afgegaan /öin* 
nen eenige 9|aten niet en gabben <Bebiegt/ nogget 
fe. Sacrament ontfangen / gaat öp be jèecte bet 
lÜÖennoniten gabben betboegt / ï|etboopt toaren/ 
en 't gebjooften 25?oob met gaat gegeten. «£eti 
long b?p <6e3el genaamt Hans Knevel, 3gnöe em 
©joogfcgeerber tot ^nttoetpen J toferbt berfpfebt 
3gnbeban een goeb ©jienb getoaatfcgout/ treftftente 
te famen naar hamburg; bog eenigen ttjb giet na om 
3©oï-S*oopmanfcgap / toebetom een? tot ^Unttoer* 
pen feomenbe / toierbt upt 3ijn herberg gegaaït/ 
gebangen / en na onbet3oefc / pijnigen/ en fianb* 
bafüge belgbenig 3gne£ «Beïoofê/ aan een Staaft 
bettyanbt» 3©e ©aap tot gem ftomenbe/ bjoeg be 
ïijbrr naat be oo^aaft ban 3Ün ftomft be toette 
anttooojbe om utoe Zielen te tonnen, gaa dan, 
2eyde de gevangen , in onneerlyke huyzen, dron- 
ken Herbergen, Kaats-banen en tot die, die.ont- 
fchuldig bloed vergieten, en zie die haar Zielen te 
winnen; de myne heeft Chriftus gewonnen. $Êot 
«Bent 3Ön bjie iBannen en een ^onge bogtert'fa* 
men in een bunt berfejanbt. 35e eene Mattheus 
Bamaart genaamt/ 3Qnbe een Heeraar en ©(aften 
dienaar / geeft een Ceftament aan 3ijn feinbeten 
naar gelaten : gaar baar in 3ter aanpjifeenbe een 
regt geloobe en een geplig leeben/ en be oo?5aaft 
3ön£ Ipeng te onbet^oeften/ ooft banft3eggtag 

booj 



X> e r Martelaren. 299, 
toooj en een na ben <£eten / lufjbenbealg bolgt:. 

Smaakt en ziet , hoe vriendelyk dat de Heere is> 
die deze Creatuuren gefchapen heeft, den geloovi- 

fen met Dankzegginge te gebruyken gegeeven,tot 
iOf en Prys zynes Heyligen Naams. 6 Alderlief- 
fte, göedertierenfte, barmhartige en eeuwige Va- 
der ! wilt uw arme ellendige Kinderen , die in 
vervolgingen zyn, om uwes Heyligen Naams wil- 
le dog niet vergeten. Jïa üeil <£eten: Laat ons nu 
den Heere Loven eri Danken ,die ons zoo midde- 
lyk gefpyft heeft aan onze Lighamen : laat ons 
den Vader ook bidden dat hy ons nu wil fpyzen 
met dat Brood des Eeuwigen Leevens; op dat wy 
met onzen gefpysden geeft , Zielen Lyf, zynen 
Heyligen wille mogen na komen. 

©ettoeeöe/ Adriaan Rogiers , fjeeft b?ie 25?ie* 
toen aan 3#n J£upgto?outoJ na gelaten/ toaar inöp 
3icïj tooï moet toertoont/ om 3önen <6oï>t 3Ön Zit* 
Ie Salijjlö& op te offeren/ 3*08enöe: bereyd te zyn 
met zynen Godt over demurentefpringen, enmet 
den ouden Eliazer liever eerlyk te willen fterven, 
als fchandelyk te leeven. jjfêaar niet 300 ïjartfg 
toon&e 3<cï) be betbegenoemt Maarten van der Stra- 
ten, fc&zfjtoenbein3Ön25jietoen/ battoanaïIenWe 
«Bobt to?ee3en / niemanb 300 3toJaft a$ ï)P toag/ 
öeWagenbe ïjet 3eltoe meenigmaal metotoertoloebige 
tranen. Och ! (frfjjtjft J)p) of ik waters genoeg 
hadde in myn Hoofd, en dat ik dag en nagtmogte 
beweenen myne ellendige zwakheyd , want myn 
krankheyd is boven maten groot: nogtanj? roemt 
hp <n een anbemi25?tef/batöpfntamelpege3ont* 
gepb naar ©lee£ en «Beeft ïxiag / Godt zy gepre- 
2en, 3egtï)p/ myn gemoed ftaat, om den Heere 
naar myn krank vermogen te vreezen', alle myn 
leeven lang. 

3fo- 



300 't Mergvan de Historiën I 

9n *t 5|aar 1573/ i$ eene Michiel van Bruiïèl, I 
tot 4Bent betmanbt/en Barbertje 3ijn ||up£b?outo I 
in '$ <0taben Stafteel/ met tien gbjaatbeontbalfl 
Cene jan van AkKcrcn iéooft tot 3Qnttoerpen be* 
ïuanbt/ en na bien tftoth nog een Bzoeberenttoee 
Zufteren om 't töeloobe geboobt. Cot 4Bent 5p 
in Wt 3dbe gjaac ttuee 25?oebeten eneen^ufterge* 
j|eboobL Cujee Zufltttn / be eene / Lippymjc 
btajaarrs , be anbete Syntje Baarninge of Kreupel 

Syntje , 3ijn mede aïbaar met ben Stoaarbe ont* 
lialfl* ©e eene fïteftte {jaar ïjanben naar boben ; 
toaar om een 2Ö£oebec tot ïjaar riep : &cf)aap 
taiagt uUi ïjanben / en toterben albu£ bepöe gaat 
tatpmen/ met ben 3eïben fteg afgefïagen. Cet3et 
toer rijb torferbt eene Jacob van den Weege aïbaar 
betbjanbt : be3e toag untnemenb betooeft om 3#n 
$upgb?outo en b?ie ïttaberïteng ; bit 3pn 3pn ep* 
gen ÓVlOjben : och ! myn alderlieffte onder de Zon- 
ne , mei: myn drie Kinderen , die myn harte zoo 
mat maken , dat fk nauwelyks weet wat ik aan 
jnyn zei ven hebbe; want als ik ulieden behartige, 
dan legge ik zoo zeer benauwt in de parfle des 
druks, dat myne oogen vloeyen van tranen, en ik 
my zelve qualyk (Uilen kan. Och ! myn lieve 
Huysvrouw met myn drie Schapen, die ik Hef» 
hebbe , hoe fterk is de liefde , hoe zal ik u een 
fcheyd brief konnen fchryven ; want de wateren 
des druks vervullen myne oogen. 't 3I£ bebetlfee* 
ttjft bat ÏJP be 5ribe te meetbet bemfnbt beeft/ na* 
bemaal ÖP uptbeïanben begStontng km &pan* 
Je gebannen 3Önbe/ 3eben ^Raar ïjabbe lanbblugtig 
moeten 3ön met be 3elbe / en ftommerltjft 3Ün ftoff 
Öabt moeten tofnnen. ï^p ïjeeft berfcfjepben 25?fe* 
ben al£ ooft een 2&ri#ben$ 31)1$ «Beloofg nagela* 
ten/ We be begerige Ïee3er ban naat3oeften* Cot 

ftot* 



t> É ft MARtÈtARÈN. 501 

fèottetbam tofetbt in bit 3elbe 2Raat eene Mayken 
van Deventer tet boob gebjagt: be teben toa£/503e 
boojgaben / om bat3e toap een onbet3ettelij&e en 
ftalgfïattige ftettetitme. gp öaö biet Stinberen/ 
met of Jonbet be toelfte / 3P öaat Höan / 300 't 
fcöönt ontblugt toag ; betoijl ÖP met ïjaat in 't 
<©etoof niet een£ toajs/ ïjebbenbe al baat goebeten 
Öem gelaten, ^an be3e ïiinbeten fcö?öft 3P een 
3eet etnftfgen 25?ief / en babt gaten «Bobt ten laaf* 
ten met be3e bolgenbe toooiben: och Heylige Va- 
der ! heylig de Kinderen van uwe Dienttmaagd in 
tawe Waarheyd, en bewaarze van alle quaden,en 
van alle ongeregtigheyd , om uwes Heyligen Naams 
wille. Och Almagtige Vader ! ik beveélze u , 
Want het uwé Schëpzelen zyn, draag gy dög zor- 
ge voor haar, want het is uw handwerk y op datie 

mogen gaan op uwe paaden .gjn 't laaft ban bit 9iaat 
3ön nog tot «Bent ttoee ©ogtetë / gufletg 3Ön* 

bt I Suzanneken en Kalleken Klaas ofDrajaarts 

fnaamt/ gebangen/ be eene 24 en be anbete 16 
aten oub 3#nbe ; Die bepbe om gaat «Beïoof en 
fiantbaflfge 25elöben$ / op ben ®:pbag£ IBatt / 
met 25auen in fjate monben lebenbig betbjanbt 
3#n. 9n beft gate 1 5-74 / 3önbet tot 'Hlmtoetpm 
37 in een ©etgabeting/ en tot 25?ufTel 17 #etso* 
neii/ lïïannen/ ©joutoen/ 3©ebutoen en 3|on* 
ge^ogtetg/ gebangen. 3©e5e toietben bjeeffelöft 
flepijnigt/ maat öleben alle bolftanbig/ entoiet^ 
ben op betfcïjepbene tijben alle betb?anbt U&en 
flopte ïjate monben met ,s>tü&ften en 25al!eii / 
maat al3oo 3ommige bie 'et nog uut kregen / eir 
tot bet bol& fpjaten / 300 namen be jBonnften 
<&cï)?oeben/ atë ©pïen/ en biietbt be Congé eetfl 
met een geet ff 3et getyanbt en ge3tooHen 3Önbege* 
fcïjzoeft/ m 3P al5oo betbjanbt 

R E Y T- 



3oa 't Merg van de Historiek 
REYTSE EYSESZ., 

E€n 9)fe$/ oub omtrent is gaten/ öeöfcfr 
be een3eerbeminbeï|up|b?onto meteen Ito 
beten ban een öalf gaat/ ftomen&e tot <0t 
tonfoun / ontmoete ïjem een Rietman Andries 
Gryper genaamt/ nptgegaan om 3&ieben te ban- 
gen / tofetbt ban bèn 3elben tiersogt meöe in sfr 
ÏHipg te gaan/ baat öp na eenige ©jagen gebons 
8m I en na Xeeutoaatben geboett toietöt : baar 
toietbt ïjp aangebogten ban be ©apen ; maat 
ï)P ïjaar berftanbelpft anttoootbenbe / toetmog* 
ten nietg op Ijem ; toaatom ï>p gefcïjolben tofertt 
boo; een bie bm ©upbri in öabbe / tot gent 
3eggenbe : gy vertwyffelde Booswigt zoude men 
u niet dooden ? wy zouden het voor Godt niet 
konnen verantwoorden, zulken Ketter als gy zyt: 
gy zult, om dat gy u niet wilde laten wyzen , hier 
het tydelyke, en hier na het eeuwige vuur ontfen- 
gen. ga 3df£ toietbt 3eefteten Cojnelg ©aouto / 
betflaanbe bat ïjp niet in be IBiffe en geloof te/ 
300 nuaab / bat 3P 3epbe ; 300 baat anbetg geen 
25euï toa£ te tinbh / bat 3P 3ul& een «f ettec tod 
booben toilbe : gelpft aïlr^ in 3Ptt ©ifputatien en 
2&jieben/ toaatbig om gciwn te toojben / grjtat 
ftan toojben. ®p toa£ ttptmuntenb bestoaart ora 
3pn ©?onto en Mint) / toegen£ gare saligïjepö/ 
5Ülft£ bat ÖP fcöJPft / niet te toeten toaat ïjeaien 
ban bjoef ftepb / öibbenbe «Bobt toegentf boefóe 
nagt en bag. ©oot £em 3elben toag öp 3eet tod 
gemoed / insonberftepb in 't ontfangen ban 3pn 
©omiig / lobenbe 3pnen <6obt / bat ftp öem tot 
tjtt Ipöen om 3pnen i&ame tjaböe toaatbig geftent/ 
t)P toag/bolgeng spugetupgeniffe/tegen^eenooeb 



öer Martelares. 303 

©jienb / 3eer tod getroóft / en öab meerber b:eng* 
öe alg ÖP opt 3Pn leeben Ijaböe geöabt / ging al 
3ingenbe na öe €>eregt-plaatfe; atoaar ÖP /na bat 
ÖP op 3jm aangesigt ballenbe / spnen ïfemelfcöen 
©abet gabbe geöeben/in 'ttoatetberfmootftoierbt 

'57+ 

«Öemelbe Rietman met 3pn ï|up£b?outo tam* 
ten toel in gaat gemoeb obemipgt en ongetufï/ en 
jammmetbe ïjet tjaat bat men be3e ïupben / bie nf e* 
mand eenig ïeebt t>tbm / 300 boben maten Ijatb 
Öanbelbe ; maat beg ftoning£ bjinbfdjap en 3pn 
%nm btbm öem 3ull$ in ben toinb fïaan ; toaar 
öoo: be gobbelpfte oojbeelen öem fto?t na öigeöaaö 
met magt obetbiden ; toant be ©jpbupter£ upt 
ÏOoïfanö in ©?ie£lanb ftomenbe / bertuoeflen 3ptt 
#up£ / beben öem beel fmaat en foben aan / na? 
men öem mebe na ï^oflanb/lofïen öem boo? 6000 
*Bu{ben;bocö ÖP moed baatbobenaïïebagennocö 
bonbetb 45ulben$? gtbcn tot ÖP beriofi toaS/ 3pn* 
öe biet boo? in be upttetfie atmoebemet©?outoen 
ftinbeten getaaftt/toa^ ÖP nocö baat en boben 3eet 
3toaatlpft gequelt met <0tabeeï en Ceering/ toaat 
6p nocö quambatgem3pnconfcientieombe3ebaab 
frf»fftftelp& benautobe / toaatom ÖP met gcoote 
touto «Bobt babt/ öem met be3e tpbelpfte fïtaffete 
betgenoegen / en ö^ti ban be eeutoige te betypben; 
WHtn ©etboïget£ tot een ©oojbeelb. 




HEN- 



't Merg vAh de HiStoaiÈK 




JHrof m **m ScAmrr 3 Wrag*. *+& 



HENDRl kTRTt T. 

E<€n Scïjipper ban ©arberbrijft/ barenbebooi 
öf Cimbcr Zee na bc ©?ittTe ïiuft / toierïi aï^ 
baar bot» laft ban ren JBalflen <£o*nd tot 
©o?&um ' 3ónbr cm to?eeb UJenS/ met een ^agt 
hagnrt ' taaar op Hendrik bit $\mbt/ tegens 3fjn 
&!0U\t)C3flibr: Tryntjc Jans, Schaap, hier komt 

cc Wolf : 'ïjaar bermanenbe tot biumocbtgöepb ƒ 
m 5o»bcr gcbcpnfrï)epb te fp:ehen/ 't geen 3P baat 
touDcn b:agen. TUn't 23oo:tuomcnbe/ tooegen 
\? ban uiaac 't §rfjtp quam/311 antluooibbe ban 
i^arbcrtupït Crt ftoefoel besetbe £tabt toen noetj 
ïtonmgé tuaé foaotensc ïjaar cbenbjeï aanïanb 
en Hendrik m be gebangnns. l?et toare 3onge 
ïunben ni bie malhanbetm 5fcröeininben; toaar> 
om be 3DjouU) 3*r beftommert toaé / mn öaat 



der Martelaren 30$» 
3j»an toebetom to£ te fttpgen I baat gp ooft 3rif£ 
toeprtta hang toe 3ag : rabetibe 3Ön ©jouto na 
foat $;inbm te gaan / om te 3ien of bejrfben get 
*c|)(p / get toeft gaar boojnamentiijft aanging/ 
30uöm tonnen loflen / 't geen 3P bebe* $nbet* 
tttfligeti toierbt Hendrik een£ onbet3ogt / en be* 
toonben een H&ermo-<©e3inben te 3Ön ; boenbe be 
<o?nel/ gem daar op in een toelbeteetbe &cgupt/ 
1 ben Ifcafibanft / inet bepbe 3Ö« ganben op ben 

fbonben/5etten/öeteerbe ooft 3elfê 3yn lig* 
fïaft be &cgupt bupten be Haben 3l)nbe/ 
ben tyanbt / en 3onb gem in Dien fïaat boo? be 
afctnbt f 2eètoaart& <©e Hpbet ohbettufTchen 
$#n ganben/ 't 3P boa; 'töjanben of bjefcen ïté 
fcrppenbe / fcgcen gein jtffé bah ben bjanbt nocfr 
eemg3fnt# te rebben ; 't geen be ©etbolgetë 3<enbe/ 
jgn na gein toegebaten en fïaften gem boo?t boob» 
't 3©aé b'e ©jouto gaat geluk / bat be Cojnel 300 
haafiig met gem boojt glng/gab gp gaatgegabt/ 
DP 30U3ebe3eIbe gang gebben laten gaan / jagp 
3tooet in toojniggepb/ bat/ al ë gp3e ftteeg/altoajs 
3e boob en begtaben/ gp 30113e boen betöjanben. 

OLIVIER WILLEMS Z., 

G€booren tot $imtoegen / in be £tubie op* 
geboebt/niet alleen ban een opregt beloof/ 
en beugt3amen toanbel / maat ooft ban een 
boojbjingenbt betftanb/3eet etbaten in be<©cieftfe/ 
^ebzeeutofe en ïatpnfe Calen / toag boo? sijn 
betanbeting een ©aftooz tot ïeeutoen/ een ©o?p 
tuflcgen genoembe £tabt en (SM / begtnnenöe 
3omnjb£ toat 3toatiggepb te maften/ in'toeffenen 
tet |föifl*e/en anbete iftoomfe 3(n3ettingen/tofet&t 



306 't Merg van de Historiën 

fjp berbagt/tegaf sfdft booj raab batt gunfbïtagm 
naar 't Canb ban litef / en Jönbe In te hemeen* 
te ber 3&oop£ge5inten/ttabt in <6gt met een %m 
toerpfe 3©cbutoe / aldaar ooft om te betboïging 
geblugt/ en gingen fjamm (boo? tjoop ban ber* 
jagting biegen£ (e Hoebioe #laftftaten) taetecoro 
na Intbietpen / fïoegen gaar neber in te &ttm* 
$outoer$ beft / altoaar te ©jouto qnaro te ge* 
leggen ban ttoee tjonge §?oon£/baar booj 3P/0tn 
bat te Utinteten niet ^^opttoaten/bmïgtraaft* 
ten ban ftetterpe / tao?bente op aanttagen / a# 
te itinberen omtrent bt}f bierenbed SI***? ouö 
toaren / gebangen. ©e Özouto biierbt toeterom 
(maar fjoe tooib niet ge3egt) beriofï ; maat Oiivier 
gebieugt met ppnigen ; toch bleef flanbbafftg en 
onbebicegüjh : toaar boo? ïjp na bjie bagen ge* 
bangentë/om batöp op#n<©doof geboopttoag/ 
en eenige goebe; bod) öp te $au£ge3ittten be# 
bootene 2$oeften ï>ab betftogt/ letbenbig ten tent' 
te t£ berombedbt/ en b«£ onteren baag$ tuffen 
tbiee gonge-3&ogterg (ooft alöuS beeoo;tedbt) 
betb?anör. 

• Eenige Doopsgezinde Chriftenen, 

IJl 't gjaat i s7S uit IMaanbeeen / om te ©er* 
bolging en fïegte Veering /naar «Ëngdanbber? 
trofcftcn/ meenten/ onber be ftontngttme «5H* 
sabetïj (gcootc ïjoope ïjebbenbe ban bare goebe* 
ticrendepb) b?per albaat te 3uIIen luoomn ; maar 
bonten öaar dlenbig betoogen; toant albaar/ op 
#aa£bag/ ten getade ban omtrent is ©erfooroh 
bergaöect/ tuferben 30 beeftrfebt/en booj ben Con* 
fïapd / in gaar &eteb met gtoote onfhipmiflöepb 

ober* 



DER MARTELAREN.- 3Ö> 

oberbatlen/ bie gaar ©upbrignoetftöé/ en geban* 
gen bjagten naar ïjet £npttoerft / be Jfêercice ge* 
noemt/toaar banonbertoegmttoeeontfnapten/eit 
gadden meerbu£fuinnen b^geraafcen, ^Igiêrbooi 
eengoebbjienb op 29o*gtogtban ioo #onbe»Atet> 
ïingg lo^raftenbr/ toterben to?t£ baat na hiPJMnt 
I&anlng fterft / boo? ben 25ffltf)op en anbêre ont* 
boden, ©erfcgeenen 3#nbe toterben gaar biet ar* 
tgftelen boo? géftdt; Cmeetfie/ bat Cg#fh#3Ön 
©leeg ban ïjet 3Uggaam ban IBaria gab aangê* 
nomen. Cen ttoeebe / bat een Cg?ifien toef een 
<£eb mag boen. Cen berbe / bat men be ftfn*> 
beren moefï laten ©oopen. Cen bietbe / bat een 
Cg?ifien toel fjet KImpt ber <©betgepb / süff in 
Cnmcnde 3aften mogt beWenen. Refter £cgzp* 
ber / Jaques de Zomere, boegter 6p / bat 3? 
moeften gelooben ban ben 3&upbel berlepb te 3fjn/ 
en bezanen alle Stetterpen en £ecte ber berbonn> 
be ï^erbooperjS / beeboepienbe baar mebe gate 
25*oeber$ en Zxxtyt&l in bten ftanb gefio?ben/ 
3eggenbe be 25ifTrt)dp ooft / datse in bat geboden/ 
dien berboemt toairen. ©e3e^rtpftelen&onben3e 
geeti3fn£ toeftemmen ; maar gaben een 3eer booj* 
treffetijfte 25elpben$ ban gaar geboden fcgjffte* 
lijft ober ; toaar op gemelbe van Zomere , goe* 
toel S*albinifl/ban geboelen 5önbe/gaar tod boo? 
26?oeberen ftonbe erkennen/ en gdoofbe bolftomen 
aan gare ^aïtggepb / inbien3e gare 25elöbeni^ 
met een goebe Confcientte beleefden ; maar tiet* 
noegbe bit in geenber manieren ben <©pperfïen en 
andere 2&tflcgoppen/ toelfte eerfïe leelgft en grim* 
mig tierbe/ a$ ooft be anderen / 3eggenbe : 300 ber 
geen regt ober 5ul&e fottttté gefcgiebbe / toiiben 3P 
r er be ganben aanflaan* UBen geïafte gaar be'lr* 
tpftdeii te onbetttfwien/ 300 3e met bjeebentotlberi 
© 2 too* 



308 't Merg yam de Historiën \ 

toonen / of 3P 3öub*n anberg een fc&jffötóPm 
boob fierben/ ja lebenbig berbjanbt too|öen/toa« 
booj böf toegeng 3toaSö«pfr afbieïen / tneenenfr 
dat ijet baarmebe tod saube 3ön / maar inoefba 
nocfc met em IRutfaart of 6p3ereop öe &c|)Qube< 
ten/tc hennen aebmbe/öat3ct)ett)uucbetb(entöalu 
bm/op&int#aulu£*!ftft ïjof boojden©?eeftftal 
flaan / en in p?efentie ban meenig bupsenb Jöen* 
fcïjen / een #zebiftatie öooten / en met een 26ifef 
in baar ïjanbeh ïjare berlepbtng toonen / tegtng 
grgeben tooojb ban ben 25iflcï)op / We baar belooft 
fjabbe boetflootg te laten bjpgaan. Cienattaaaïf 
andere blugtten / 3ienbe gaat naftenbe ongebal ; 
maat quanten al te maal baat na toebet / om te* 
ben/ boo; eerfl toegen£ gaat 25o?g; <€en ttoeebe/ 
om bat be 25iflcï)op bjepgbe/ met be anbeten ïjart 
te 3uIIen ïjanbelen ; en boojnameUJït ten berde/ bat 
be 3elbe tjaar ge3toooren ïjab / al^ een man met 
tere / 300 3P toebet quanten/ na b?te a bier bagen 
alle te 3uUen ontfïaan : maar öp öielbt 3Ön tooojd 
niet/ gelijk berbolgenjS getjoojt 3a! toojben. 3£e* 
3e tyinben ban quaabe tot erger gebangeni^ (toaar 
boo; een ban be 2&:oebemt quam te fierben en be 
anbere 3elf£ naar {jet buur bedangben) gefyagt 
3tinbe / 300 3Ön onbertuflïöen beertien bolffanbigt 
©zoutoen / en een Sfongman bie boo? ben 25$* 
fctjop toel be gereetfie in 't fp*eeften toag getoeeft/ 
uptgelaten/ en &cöeep gebjagt/ be jongman ag* 
ter een ïiarre gegeeflelt/om naar $>ollanb en 2ee* 
ïanb berboerb te toozben / al£ niet toaarbig 3önöe 
in (jet tïijft te tooonen/en opbenïjatëbet3tlbêbet* 
boten ; blpbende nog bier jBangperfoonen 3eer 
tf rengehjft gebangen ; betoelfee toetende bat be fto* 
ninginne /mie gantfd&e ftaab / geheel gefïoo?t 
op öaar toareit/ een bet3oe&2fyief maa&tm/ We3e 



der Martelaren. 309 
beneffeng ïjace ©ehjöqirê / aan be ftoninginne 
3ogten te bettonen; maat boo? quabe aanbjagerg/ 
alg bat bw lupben <6obt ai Cïj^fiué betloocfjen* 
ben / be 3©ereltfe politie bertoierpen/ en i)tt boot 
tot fiebelttgtiepb optupben / Vuilöe 3p be 3*lbe niet 
een£ le^en/ ja befïrafte öaar £taat fluffei^/ bie 
3e gaat bertoonben: toaat boo? epnbeujït ttoee ten 
buute geboemt toietben/ be eene een atm jBan 
uiet 9 «tnbeten/ ober be 5*0 giaten oubt/genaamt 
Jan Pieterfz. , toien£ eetfte ©upgtaonto / en be3e 
3Ön ©jouto gaat eetfïe Jtëari/ bepbeboojtöbg tot 
<©ent/ om öet *Beloobe betbjanbt toaren ; 3£e 
anbete een fcgoon toelgefMbt |Ban / ban j a 26 
Aflaten /maat omtrent agt a tien 3Beften gettoutot 
getoeeft/ Hendrik ter woord genaamt/ latenbe 
ïjaat (tot bet3toaring ban gaar bonnfg/nog ttoee 
a b?ie bagen 3itten /ban bag tot bag ben boob bet* 
toagtenbe / en ïjaat geburig met be ^totpftelm te 
teemenen plagenbe ; tot bat 3e epnbrip op £mtt* 
belt / met groote ftfjjift / en fc&eeutaen lebenbig 
aan #alen betbjanbt toietben* g|n 't uptgaait 

3epbe Jan Pieterf z.: dezen* weg hebben gegaan alle 
vrome Propheten , als ook Chriftus, onze Zalig- 
maker , 't welk van *t begin der dagen gefchiedt is, 

van Abels tyden aan. <£en Cngdgïeetaatfpïaft/ 
fpottenbe tot ai ï>et boïft : bese lupben gelooben 
niet aan <©obt. jBaat Jan Pieterfz. 3epbe baar 
op : wy gelooven aan eenen God onzen Hemel- 
fchen Vader Almagtig , en aan Jezus Chriftus zy- 
oen Zoon. 5©e oberige ttoee 3Ön na beeï jammer 
en ellenbe / beïjoubeng ïjaat <©doof noc& tanige* 
taafct. ^m(ianbigerhanï)etbeXee3eriirt|i@ar^ 
tefaatg-boeft na3ien; boet) ïjoetoel top be fcoztfjepfr 
3oefcen/ 300 (tonnen tap niet nalaten eenige 'toooj* 
ben upt setoren U&jfef ban gemelben van Zomere, 
© 3 (»• 



310 't Merg van de Historiën 
(nabetibanb noct) ©enflumarté tot <©cnt / tam 't 1 
innemen Met &tab öooi $arma) Dien ïjp aan?* 
tóttocfbe iEocto:/ toeaeng be3e 3aafce fcfRp/ 1 
aan te galen. ©e3e ban naar bat gp be 3aafe/ 
Me öt 1 ban naat bn &abbe befttjoutot / te* 
fcfceetoen öabt / SBt ten laatfien albua : hier bdx < 
gy beminde Moeder, van het eertte tot het leftebe- 
fchreeven de droevige Hiftorie der gevangene > be» 
keerde, gcbanne, en geëxecuteerde Herdoopers; 
de welke , gelykerwys ik wel weet , dat u lieden 
zeer ongelooflyk en vreemt heeft gedagt te weezen, 
en dat gy zeer bedroeft zyt geweeft , om dat die 
geenen, die hier voortyds zelve vervolging gelee* 
den hebben , thans met Vyur en Zwaard anderer 
lieden Confcientie dwingen , daar zy lieden nog- 
tans te vooren geleert hebben, (het welk de waar- 
heyd is) dat het geen Menfchen toe en komt, over 
eens anders Confcientie te heerüen^en dat hetGe- 
loove een zonderlinge gave Godts. is , en in den 
Menfche niet door eenig Lighamelyk geweld, maar 
door het woord Godts, en verligring des Heyligen 
Geeftes ingeplant wordf: ook dat de Kettery geen 
Vleeilèlyke maar Geeft el yke misdaad is, die Godt 
alleen (haffen moet. Dat men de Leugen niet met 
geweld, maar met de waarhcyd overwinnen moet. 
Dat het de e'genfchap der Kinderen Godts is, niet 
andren om haar Geloove te dooden , maar zelve 
om het getuygenis der waarheyd gedoodt te wor- 
den. Eyndelyk dat het bloed vergieten om der Re- 
ligie wille, een gewis teeken dei Antichrifts is, die 
hem zei ven daar door , indeplaatze, en Regter- 
ftoel Godts ftèlt , en hem zetyeh de heerfchappye 
over de Confcientie (die Gade alleen toekomt) 
toe fchryvende is. ©Ojbec fldaft &1 gaat /5*8 *K 

titaan te araeten/ naaaanQ&f^Waia®^ 

te 



der Martelaren. 311 

tettoöffden/ bat3ulft^ ban alle 3elf#<0eefleïö&e 
niet geappjobeert toojb / bat mm ooi* op geen 
jfeenfcgen moet boutoen/bie fjeeben goeb/mojgen 
lioo£ 3ÏJn / maat baat te Ijouöen aan be toate 
45oö3a«8&epb/ batte* aïtpöt baïfcïje 25joebet w éon- 
Der be (©emeente fctjupleti / ban be Vuelhe 006 $au* 
ïu£ 3egt niet öet minfle geleben te ïjebben. 

3©p boegen nog fjiet Ho?trir)ft &P bare StoOTte» 
niffe aan be ftoninghme / öeneffens? be <&uppfica* 
*fe/ jföimbm 3f)nbe in fubfiantte bit bolgenbe/alg : 

• Tien <eerften, van de Menfch- werding 
van Gbriftus. 

Dat het eeuwig woord Gods in den beginne by 
Godt geweeft is. Dat de Zoone Godts in.de vol- 
hcyi des tyds door kragt des H. Geefles. is on t fan- 
gen , en geweeft is de vragt des Ljgha^ms van Ma- 
*ia, dat hy is Vlees en Bloed deelagptig geworden, 
en voorts alles wat de Heylig? Schrift van hem ge- 
tuygt. 

Ten Tweede, van- den Kinderdoop. 

" Datze nergens gebod of ejrempel daar van vin- 
den inde H. Schrift, dat mei} derhalven daaxroe- 
de zoo lang behoorde te verbeyden, tot d|atze vol- 
gens de Inftellingen Ghrifti , haar Gelqof in dp 
Kerke 'belyden , zonder nogtans andre Kerken , 
die het anders verftaan , te veroordelen. 

Ten derde, wegens het Magiftraats-Ampt. 

- Dat het niet alleen goed en profy telyk < maar van 
Godt verordineert is , tot befcherming der goede, 
--* ©4 en 



ju 't Merg van de Historiën. 

en ftraffe der quaden , en wildene daar by wel II* 
ten : maar door vragen in hare Confciencien gedroa- 

§en , ot zy wel Chriftenen konnen zyn ? antwoor- 
en zy ; dat het om veelderleye beletzelen , ?oor 
Menfchen oogen zwaar en hart zal weezen , nojf 
tans daar niet van wanhoopen nog het zelve op* 
mogelyk agten. 

Ten vierde, in *t Eedt-zweeren f 
Komenze , zoo zoo zy zeggen , met de duytt 
Predicanten over een , datze wel met een gode 
Confcientie , in een zaake die zy weten , Godt 
tot een getuyge dorden aanroepen. 

©olgt nog 6p 't gmi3P/teneffen£bare2&elö* 
nté / ban Dr JBmfcfjttiozWnge ban €jfctyhi£ aft 
tooozten / in eeu 25?fef gefefceeben aan eetien Jo- 
hannes Faxe , We fjaac bomftnaafc bp öe itonfnjte' 
netoa£getoecfi/ be3e aanmerfteltyfte tcben* 

Eyndelyk wy zyn Menfchen, en dat meer is on* 

Seleerde Menfchen , die wel konnen (fooien, en 
erhalven willen wy ons altyd leerlyk aanftellen, 
allen den geenen die ons met de Schrifture beter 
konnen bewyzen : maar dat men ons daar toe met 
vuur ofte zwaard wil dringen , dunkt ons te ver- 
geeft te wezen, en tegen reeden te ftryden; want 
het wel mogelyk is, dat men ons door vreeze des 
doods wel anders zoude doen fpreeken , dan wy 
gelooven , dat verftaat gy wel onmogelyk te zyn. 
Zoo dat de geenen , die met ons op deze wyze 
zouden handelen • ons voor oogen (lellen een van 
beyden , tydelyk of eeuwig te derven : tydelyk ,is^t 
dat wy blyven, by het geene dat onze Confcientie 
getuygt 7 regt ofte de waarheyd te weezen : eeuwig, 
is 't dat wy tegens onze Confcientie doen en fpree- 
ken. 

RA- 



der Martelaren. 313 

r 

■ RAPHELvandeVELDE 

r ' 

I& om 3ijn gelootoe/ met cenen Jerominus Sche- 
pens , en anberen / to 't gaat 15*76 tot «Bent 
gebannen. gpöabbmem3eetto?eebmmötaeb* 
Stengen $jefibent/bie tjaarelk appart beeb leggen. 
Kaphei in een fünftenbe put/ toaar boo?/ om baat 
«ijSupt te tomen Ï)P bzoolijft taa$/alg ÖP banöe 

8 ^pen onbet3ogt totetbt/3eet naar 3Ün epnbe bec* 
igenbe. %p toiecben alle na 3*ben BDeeften ge* 
toangenig/ en grontoelp ppnigen/ iebenbigten 
taiure gebonnifh ©an ïjet ppnigen fcfepft Ra - 
phei in een 3(jnet 25?ieben/ aan 3fin ^upj&jouto/ 
ta3onberf)epb bit boïgenbe ; ik wierdt op myn 
Rugge , met myn Armen onder myn Lendenen, 
Yzamen gebonden , op den Pynbank gelegt , leg- 
gende myn Hoofd ; op een Keyzel-fteen, met ge- 
knoopte koorden over myn Scheenen , Dyen, 
Harte en Hoofd , dewelke met ketenen wierden 
gewoelt, dat het fcheen ofte my het hoofd te mor- 
zelen , en Vlees , Aderen en Zeenuwen in Ruk- 
ken braken- In dit ondragelyk lyden, riep ik leer 
erbermelyk tot mynen Godt om hulpe, waardoor 
myn Leeden als dood zynde, ik wat rulle bequam; 
maar myn Medegenoten niet willende melden 
(waar om zy my zoo pyntgden) gingen zy my nog 
veel harder aan , doende my twee dunne koorde- 
kens aan beyde myn groote Toonen, als mede de 
koorden op myn Scheenen en Dyen, rekkende en 
woelende nog vreeffelyker als te vooren, dit deedt 
myzoo uytermaten wee, dat ik dagtvandepynete 
tullen fterven, roepende, ó Heere! hoe zal ik dit 
konnen lyden , moet dit nog lange duren ? Mw 
$ s den- 



'3T4 't MergT van de Historiën 

denkende om de eeuwige pyn , en myneq Godt 
om nieuwe hulpe (om myn Naaften in luik ver- 
driet niet te brengen) aanroepende, ontflngikzul- 
ken moed, dat ik eerder voorgenomen had te der- 
ven , als myn medeleden tè melden. In deze ge- 
öalte leggende gotenze my veel water in het Lyf, 
dat my ichrikkelyk benaude , leggende ook de 
■koorden op myn Dy en , op een varfe plaatze, 
woelende dezel ven nog veel ftyvcr als vooren; 
fcoo dat ik fchudde en bevende wierdt van pyne, 
gietende my op nieuw wederom water in * aoodar 
myn Buyk zoo dik wierdt , dat het my tot twee- 
maal de Kecle wederom uyt quam , en viel daar 
op door flaauvyte van myn zeïven : Waar op zy 
my los maakten , hebbende defce ellendige Marte- 
ling omtrent twee uiiren geduurt. komende we- 
derom tot my zölven,pryzende en lovende myneo 
Godt , voor dezen goeden ftryd , in den welken 
ik t'elkens, aTs ik in den hoogden noodt was, zoo 
ilykelyke hulpe gevoelde. Met dit lyden hoop ik 
inyn meefte lyden geleden te hebben. &OCf) Otiaatl* 
gestat gem be ftnert ban bet seitaie nocfj bjuftte/ 
fjabt öp een 3eer bolftanbtg boojnemen /- om alle^ 
upt te flaan / tet Hef be ban 3Önen J fczus * getpft tjp 
fcojber in ben 3eïben fcï)$ft. 

En zyt om myris lydenswilleniet bedroeft, maar 
pryft Godt in deze zaake;want myn gemoed daat, 
hoopeik, onveranderlyk en onbeweegelyk : want 
al zouden zy my nog tweemaal pynigen,zoohoo- 
pe ik te lyden al wat zy my doen. Ook en ben ik 
niet alleen bereydt my te laten pynigen , hoewel 
het een groote pyn is, maar ook om de waarheyd 
myn Vlees levendig aan een Staake te laten ver- 
branden. Noch moet ik u wat fchryven van myn 
vreugd , en blydfehap , die ik nu teriyd hebbe in 
... 'den 



der Martelaren. 315: 
den Heere , hoe dat de Heere myn harte fterkt* 
trooft en verheugt, als ik op de Schrifture gaaden* 
ken , dat ik , een zoo onwaardig Menfche , des 
lydens Chrifti mag deelagtig zyn. Ik mag nu met 
den Apoftel zeggen , dat ik de Lidtekenen Chrifti 
in myne Leeden drage. ^n eenen anberen 25|ief 
aan 3Ön DSIetie leeben in £f)?ifiu£ fcl»öft ïjp ooft 
bat3ön gemoed ge&eeltoel fionbt enljp toet tebjeebett 
toa£/ in 't geen taooj öanben toa£/ 't 3P te Iftöert 
of te fierben om be# l^eecen J&eplise 3BaargepB: 
Ik 3ejjt ïjp / en vreeze niet wat my een Menfche 
doen zal ; want ik kryge veel meerder luft , om 
t'huys te zyn by den Heere , in de eeuwige rufte t 
dan ik doe om langer te leeven. • Want, Schoon, 
fk zelf uit de gevangenis waar, zoo als men 't be- 
geeren en wenfchen zoude, zoo bevrnde ik inmy 
zelven wel dat ik meenigmaal bedroeft zoude zyn, 
als ik overdenke hoe perykuleus dat het nu is, in de 
Waereld te verkeeren. 

3|n 3Önen laatften aan 3Ön ï£upgb?outo /fcï&fjft 

l)p/ dat hem de bood fc hap des doods , naar den 
Geeft een vrolyke boodfchap was , hoe wel het 
Vlees wat fchroomagtig was. Ztggpnbt in 'tïaafl 
ban Öe3en jelbent nu mogen wy zeggen met Pau- 
lus, de ftryd is geftreden, de loop is voleyndt,en 
het Geloove is behouden , de Kroone des Levens 
is ons nu bereydt. Och Heere J wat fchoonder 
trooft. 

ifctfttottg toag öp 3eet betbenst en toetfleriht / 
öooj 25iieben ban 3gn $upgb|öuto aan öem ge* 
fdfeeben ; koelte © zoutoé öp om gaat liefhebben* 
ben en bjomen toaribrl / gelijk ooft 3P öem upter* 
maten beminbe/ en om be tod&e ïjp (a$ ooft om 
een boontje) bat 3p t'3amen habben/ bifttof$3eet 
behoeft \m$ / ja bat ooft alïe ongemaft te boben 



3i6 't Merg van de Historiën 
ging/ toaarem ïjp &aar 3#n &zilben met meertg* 
re tranen fcljicef ; bos Ö^öDe tjiec in toeöerom een 
gtooteu crooft / Dat ijpse in be gimfte taan tjacra 
l&emctfcöen ©aber / om {jaren tyomen taanbd 
moge toertroutocn. 

«demelbe Jcroaimus Schepens fdt)?Dft ooft in een 
JBjief aan sön «dfelooggenoten / 3eer troofirtijfe 
teebtuen/onbee anberen De3e: voorts laat ik u we- 
ten, hoe dat tiet my in myne banden al gaat, te we- 
ten, dat ik zoo wel te vreeden ben, deHecrczy ge- 
dankt voor zyn groote genade : de Hecrc trooft 
en fterkt my zoo, en maakt myne bandfen *oo 
ligt , dat ik zomtyds oaauw en weet , dat ik ge* 
vangen ben. Hy neemt myn vreeze weg en 
maakt myn harte vroolyk en hy geeft my nieuwe 
kragten, &c. 

LAUWERENS de SCHOENMAKER, 

Zffnbe in 't gaar in6tttt%ittoerpengeban* 
gen / toierbt 300 groutoelöfc geppnigt/ bat 
5ön Xigbaam gantë toerboten toa£ ; toaar* 
om öp üm Cipier / int tegen£ Oem 3epbe (Uran* 
neer booi be <§paanfc furie be getoangeniflen geo* 
pent toierben / en Louwerens 3itren bleef) Lou- 
werens loop ooft upt / albuS anttuoo;be : waar 
zal ik loopen ? want ik ben zoodanig bedorven, 
dat ik myn koft niet en kan winnen , en atbltj? 
trfpbenbe / toierbt tjp / ai£ be furie otoer toag/ ree 
boob beroojbedt en orageöjagt. 



'hans 



per Martelaren. 




"TT AlTS ~B 1CK T, ~ 

y ff nbe een jongman ban omtrent 21 9j|aar/ 
f Zoom ban een Cngelgman / genaamt Tho- 
— é masBret, tooonöe öp een 3£ooj$ge3inben 
npftet-öaft&er tot Hnttoetpen. 3&e3e/ beneffeng 
n getroutoen bienft/3eer naatfïiginï)etonbet3oe* 
n öet öf. ^cïjzift 3#nbe / bermaanbe bagelïjftg 
ti geenen baar ïjp mebe omging / tot een öepHa 
i*n. «jSonbaagg bergaberbe f)P menige aanftome* 
gen / 3ogt gaat met alle bjtenbelijfcïjepb / met 
agen upt be ©♦ &d}iift / en 4Bobeg beloften 
bjepgementen / tot betanbering te bjengen : 
mbt bit allee 300 'etnfïfg en ftigteigft / bat beele 
m 3ogten ; gp liet 3icö ooft met ben JDaterboop 
timm ; niaac bit nieutoe ligt toa£ te groot/ en 
ttbt öaafï atatbaa& ^ön|©eefïetgïfupg/bat 

300 



jiS 't Merg van de Historiën 
300 agter afê boo?/ ttoee uptgaugen fiabt/ totalt 
nut getoapenben toel beset / Die omtrent fabonfj 
trn 9 uuren aan De beur Mopten. Hans Bret böq 
itamenbe / tooeg toiebet aan toag ? 3p anttooip 
ben / bat ÖP 30ubc open boen ; maar merftente/ 
barse met een gjnfirument be3ig toaren / om tx 
beur ban bupten te openen/ Dagt be boobtfdjap 
toe!/ bitó Op naar binnen ging (alg onbettufTqpn 
be beur toierbt open geöaan) toaarfd^outoenbe^n 
jBeefier/ bie met 39» ©?outo en anöere ©joutorn 
aan (Cafel 3at / en bie al t'3amen 6e tolugt naat 
agteren / om 300 toeg te ftoium / namen / torn* 
benbe eenige / toaar onber Hans Bret , op ben "6 
jBep 1576 gehangen / en op ben jSteen gebjagt/ 
baar öp tot 9fiiiguffci£ 3at / en toen in een bupfie* 
mi J9ut toietbr ge3et/ en epnbeHJft 1577/ boo? te 
©uurfetjaat / met een bolftanötge blpmoebiglppfc 
gebjagt / naar 3Ün <©oop g*b jaagt en bm ielben 
beleben Debbenbe / ten buure beroojbeelt / en toe* 
berom toelgemoeb 3ftnbe / in be gebangentë tot '£ 
anbereu baagó gebjagt : aljï toanneer be 29eul 
ïjcm eerfï met een gfoepenbfftetbeCongefctpoep* 
be / en toen batf fcöjoefbe / bzengenbe bem albu$ 
op cm fflaqm / aan ijanben en boeten gebonben/ 
naar be jjBatt / toonbe öp sid} onDemtfTcïjen aan 
3ön goebe öe&enben 3eer bjoolgft en toeï getrooft. 
25p be <©ffet-plaat£ boegbe öp 3tcï> (ueberballenöe 
met géboutoen tjanöcn en ten I^eemel opgeflagen 
oogen) tot ïjet <©ebebt ; maar 3P ruftten ïjem 111 
bit boojnemen ober enbe / en biagten ïjem in 31)11 
l&upéftèn aan ben $aal/altoaar ïjp/met ftetenenge* 
tooelt / lebenbig toierbt berbjanbt l^p ljttft3té 
3eec fiigtehjhe 25?iebcn naar gelaten / 300 aaii sön 
JBoeber/ 25?oeber/ aïg ^etoofégenooteii/ 5tfnbe 
bol ïjeedijfte leflen : in alle toeltte öp toont 3ün 

ftrag* 



d er Martelaren. , 3.19 
bragtige tjulpe f ttöofl en bltjöfrijap öe£ <èeefle£/ 
3ön öan&baadjepö / püec / lief öe en berïangen tot 
3ön igeemelfcgen ©aöer* <©it 3ftn 3ön epaetoooj* 
(en / in een JSJjief gefc&jeben aan 3Ün lBoeöer/ 
al£ öp meenbe fjaafl te sullen fletben : ik ben daar 
wel in te vreeden , de Heere zy gedankt , die my' 
armen zwakken Menfch , hier in deze myne ban- 
den, fterkt door zyn HeyligenGeeft,omteweder- 
ftaan alles wat my zoude hinderlyk , of fchadelyk 
aan myn Ziele wezen ; want het is de dag , daar 
ik naar verlangt hebbe. 4£n toat lager: lieve Moe- 
der , de Heere heeft iny tot een beter plaatze ge- 
roepen, dan in deze boöze arge Waereldteblyven; 
al is 't den vleefle zwaar , ik wil dat niets agten , by de 
blydfchap die ik met alle vromen Godts genieten : 
zal. Och ! myn lieve Moeder , wie en 'zoude naar 
die Heerlykheyd niet verlangen : wie en zoude 
daar niet na haken , en met Paulus (preeken , ik 
zugte en verlange uyt dezen vleefle te zyn , want 
ik verwagte een andere woning, die niet met han- 
den gemaakt is , maar eeuwig in den Heemel ? 
Wie zoude deze tyddyke pyne aanzien , die de 
Menfchen aan den Lighame ons zouden mogen 
doen , daar zulken blydfchap weder voor belooft 
is , voor een weynig pyne eene groote onuytfpre- 
kelyke vreugde? 




HEN- 



H Merg van de Historiën 




HENDRIK SUM ER, 



EN 
JACOB MA ND E L. 

Zf8n bepbe om öaar <(Betoöbefn't3|aar 15-82/ 
totiCojgaiSin^WtserianbflebanBen. 3$t 
eene toa£ een ïeeraar / en bepbe selfê ban 
öe fiaaö^fjeeren beftent / booj biome jiBannen. 
UBen 6zagt3e tot #aben / toojbenbe aïbaar ban 
be öegtêrg in 't ftaabtjupg / in 't openbaar toer* 
Öocut / boenbe op (jaar <©eïoofg onber3oeft / een 
bolfianbige üelijbenió. 24 #apen toaren gier mebt 
bp / bie nogtané met baar alle / ïjaar nog ober* 
tupBmnoaafv»ani8ittaften/beehnineenigeooz3alien 
beéöooö?/ boojtbjenamftonben: öferboojra* 

beloog 



. der Martelaren. 321 

beloog / gatoen fiaar be $aab£heeteri obet / bdri 
toeïften ooft miige geertflrtg tot gaair boob taülbert 
jteeftenen ; öóg bóo| ilieetbetfjepb ban fieininen / 
toleröen öeeje bjèmê jfóatmen ebentoeï ter bood/ 
boo* 't toatet betoojbeelb. 2ulhg fjootenbe bet* 
JWijfien 3p 313 ban ïjarten / en toaten bjooltjft ert 
toetgettoalï / taerftlarenbe 3uB# baat béd meertet 
bjeugbe te 3Öu / afë etgeng op een $oogt#ti te 
gaan /en toaten toelgemoeb bat «Bobt gaat toaat* 
Hg öabbe oeftent / 3ijnen jfetme te toetï)eerMen/ 
bod; 3ulften optegtert bdob/ bod? toeïhen beet bjo* 
me tyinben <êwt$ be l^emelfcöe Ittooriè öabbeft 
toettoojben. . 

3fn 't uptöaan bétmaanben 3P be 3Banfcö<m* 
taetg met gtoote tajpmoetrtgöepb / tot boete ban 
baat 3ontrfg tótien / mbiraen3eet3oetripaan/ 
ben $|eete een Hofëang te 3mgen ; 't btem beelen 
be tranen obet be 3©angen bcdb biggelen. 
. Utomenbe aan ïjet tuatet / f&aft Hendrik na 

niyn Broeder Jacob , dewyte wy nu ioo lange te 
famen getogen lyn, laat ons nu ook met malkari- 
deren voort trekken, doordèezen tydelyfcendood 
tot in 't eeuwige leeven. Jacob töiett ettfl fletegt/ 
toaat 0p3pt0t Hendrik 2eiden: zie uwen Broeder 
nu tér dood gebragt , en ftaa dog nog: af, anders 
pioet gy ook fterven ; maat ÖP fP?a& met gtoote 
ftloehmoebigf)ePb : gy en behoeft u niet te laten dun- 
ken, dat ik afftaan , en de Goadelyke Waarheyd 
verlaten tal , ik wil. daar by volharden, alkoft het 
Lyf en Leëven. Cen #aap babt Jjèm 3eer Wetf 0/ 
bat Öp bog af 3oube flaan ban Dat ntetrttfe önge* 
loof / en bie 6003e decte ; maat Hendrik #pbé/ 
toat &>tttt) ik geloof in Godt den Vader Almag- 
tig,en in Jezus Chriftus,onten Heereen Heylaind, 
en in lyn Heylig Woord, en Goddeiyktêvél,dair 



gil 't Merg van de Historiën 
ïu öa ik, hout gy dat voor een Sefle? durft gyhet 
regte Chriftelyk Geloot voor een Se&e fcbeïden? 
wat hebt gy dan voor een Geloof? hebt gy eenan- 
der Geloof, zoo zyt gy zelve in Seéfce, en in een 
nieuw Geloove : (iaat dan daar van af, en verlaat 
uw zondig, lafterlyk en Goddeloos leeven. <&u$ 
moefï te|>aaptnd:fcöanöe3topaöi enteï^öq: 
't leeben baar laten. 

gift 6an niet toel nalaten ïtfer ta te boegen 
Coppe ban jee&erm 35jief / gefcÏBeeben ban$i! 

Soog&epb/ ben fjlnce ban #rarigie/ BBÜIeraten 
erfïen $oogloff eUjftee JN&emorie/ aan be Ittagi* 
firaat bet ^teDe iBiööel&utg / op een j&iippUca* 
tie I boo? be ©oop^gesinben albaor / aan 30* 
ne lloofl&epb gepjefenteert/ al£ 3P brfetben geton* 
flringeert &aren igebr te bom / en be 3©apenen te 
oefyupften/ of.l^te3B(nMentetTupten/ öfetop 
oaatom ïjiet ito boegen / op bat jibee ftan $mj 
hoe baafï be ïfeenfcften banbettatfgbe ©etbtrfgtrg 
nonnen tooiden : en ftoe We genen / toeïfte feojt te 
boten onber bet Soft bt$$mx$bQiti$ 3aten/hu anbe» 
te/3etf^^oinm7onbet&aacgoftteben3U0teii* 2ftó 
bier be ber|lanbi0e3agt5inn^epbenjjoebectierentM 
fiepb ban ben f&ince/be toéffie ooftüanal3Ön iSa* 
bolger^ier in gebolgt $♦ ©e 4toppe t£ afë tioïgt 

ALzoo van weegen zekere Ingezetenen dezer 
Stad Middelburg , zyne Excellentie fuppli- 
catie geprezentecrt is geweeft , daar by hen 
beklagende, dat de Magiftraat der zelve Stad, on- 
langs hare Winkelen heeft doen fluyten , en con- 
zequentelyk haar Neeringe heeft verbodén/t welk 
nogtans hun eenige middel is , om hunne Familje 
te onderhouden , procederende het zelve Verbodt, 
ter caufe , dat zy den getfoonelyken Eed zouden 

doen, 



der Martelaren. 3*3 

doen, als andere gedaan hebben, remqnftreerende 
te meer de voorfcbrcveh ingezetenen , hóe dat %J 
hu gedurende zekere lange Jaren , tonder dep 
vöorfchreven Eedt oyt gedaan te hebben, ajieljor» 
gerlyke Latten , Contnbutien en Schattingen nef- 
fens andere Borgers en inwoondersderzelyerStecUi 
jjewillïglyk gedragen hebben, zonder oyt in een^ 
ge fauten bevonden te zy.n. En daarom ook als nu 
noch wel behoorden over zulks ongemolèfteert te 
'wezen ; aangezien zy daar door anders niet bega- 
ren, dan in vryheyd hare Cohfcientien te beleeven* 
Ten refpeöe van welke deze tegenwoordige Oor- 
looge, tegens den Koning van Spanje,byzynO:H 
derzaten aangenomen , en alle Ceremoniën gere£- 
fteert worden, daar tegens flrydende ; waar in het 
nu zoo verre (door Gods hulpe) gekomen is-, daf 
de voorfchreve vryheyd van Confcientie is gecon- 
ferveert ; en daaromme onbehoorlyk zoude 2yn, 
den Supplianten die af te nemen , die dog dezelve 
met Schattinge , Contributie en andre Latten tip 
dragen , niet zonder groot prykel haar lyfs en lee- 
yens, hebben helpen winnen , welke volgende bj 
Requefte aan de voorfchreve Magiftraat geprefen- 
teert hebbende, voor Apoftille gerapporteert hadden, 
haar te moeten reguleercn na de Politie en Ordon- 
nantie der voorfchreve Stede; waar door de voor- 
fchreve Magittraat fchynt te pogen y door den 
Eed niet alleen hun Supplianten binnen Middel- 
burg rezideerende , maar confequentelyk onttally- 
ke andre in Holland en Zeeland , " hen onder* zyit 
Excellenties Proteöie, volgens zyne Plakkaten be- 
geven hebbende, uyt den Land.' met Huys vrouwen 
en Kinderen, tot hen lieder grondelyke verderde- 
fliffe te verdryven , waar door niemand eenig pro» 
fyt kan bekomen , dan maar alleen (Jezer Landen 
■""£ i' ' fc "" " groó- 



314 't Merg van de Historiek 
grootc mcrkelykc fchade , overmits door dien ai" 
omme de Neeringe grootelyks zoude komen te 
verhinderen. Vertoekende ootmoed el yk derhal- 
ven tyn Excellentie de zake met compaffie in te 
zien, en daar inne behoorlyk te voorzien ; en in- 
zonderheyd , aangezien de voorfchrevc Supplianten 
prczenteeren , hunne ja , in plaatze van Eedt te 
doen ftrekken , en de Overtreders van dien als 
Eedtbrekers geftntft te zullen worden : Soo is 't, 
dat zyn Excellentie , het geene voorfchreven is 
overmerkt hebbende , en daar op wel rypelyk doen 
ddibereeren heeft , door voorgaande Advyfèn van 
den Gouverneur en Raden van Zeeland geórdon- 
oeert en geftatueert heeft by dezen , dat de voor- 
fchreeven Supplianten zullen mogen by de Magi- 
ftraet der voorfchreven Steede beftaan , met hdat 
luyder ja , in plaatze van Eede by hun lieden ge- 
prefen teert, mits dat de Overtreders van dien, all 
Eedtbrekers en meynedigen zullen geftraft wor- 
den. Bevelende en belaftende zyn Excellentie dè 
Magiftraat van Middelburg , en allen anderen die 
dezen aangaan mogen , den Supplianten aangaande 
den Eedt , en anderfins regens hun luyder Conf- 
cientie , vorder niet te bezwaren , maar laten hun 
luyden haar Winkels openen , en Neering genie- 
ten, gelyk zy van te vooren gedaan hebben. 
Aldus gedaan onder zyn Excellenties Naam en 
Zegel in Middelburg, den 16 January ^77, 
gezegelt met rooden Waffe en ondertekent 
öuel: deNaffau. 

©aar toetfitp maat een gaar / of be ©oopg- 
grjmtai tarferten toebetom ban genoemde |Ra* 
ijifttaat / tot öet 5dfl* gtbtoongen/ toaar on tf* 
w Itoogöq* op S*e Wastetectotommi anöeten/ 



per Martuareh. . 3*5* 
Weg aangaante / frfjieef; tiaiiiijabücuroniwftp/ 
tot beg ©jiriceh booöt. '?Ua 5P nadin i anö iu t gaar 
1 S93j toeberom aan f&un^ JBauritjS ober biejri* 
be Eaften ftlaagben / ftïjieef öie ïjaat een berben 
25?ief / bocï) öïeebm torn bootf in tufie. ffldkt 
ttoee 25?ieben öoetoel aanmettèng toaarbig / bjp 
om be ftojtöepb ban ong toerftje boojbp gaan» 

MELCHIOR PLATSER, 

Zf* nbe een 'SBpotfjefter getoeeft / i$ in 't ^aar 
15-83 in ïjet 30o?p fóanfttoepl gebangen/ in 
Pfece 25oepen£ geffooten/entnt^eïftiircöei: 
£lot in een biepe <€oo?n gelept / eenige malen 
boa? ben ftaab en papen geöjagt / en 3pn geboe* 
len t'elfteng bolfianbtg en bjpmoebtg beuben ïjeb* 
ben / tof flen 3e met ïjein geen taab. UBen fjaalbe 
.taan $?egit£ npt be £tabt een booi3eerberftanbtg 
geagten §&aap / bie met ben gebangenen opentlöft 
P?e3enteetbe te btfputeeten / maat quam 'et bit 
boenbe fcïjanöelijfc af ; toaat bopj be ©aap in 
toojn b:aag?\up3e upfto?ft / 3eggenbe: heeft my 
de Duyvel daarom hier gebragt , dat ik door een 
Dooper overredent zoude worden? Jïiet&etetboe* 

ten ooft eenige ïupterfe ©apen / tegeng betoelften/ 
alg ooft benbooripn/öptoel3eggenbojfi/batfj[aat 
giobloog en fc&anbelfjft leeben oo?3aaft ban Tjtt 
qualijft baren be$ ïanbg toa& ï£p toierbt boob* 
toaarbig berftlaart; bocömenpjejenteerbefjemb??* 
fiepb/ tnbien tjp een öeebfgbe belofte/bah nptljaat 
Handen te tteftften / toilbe boen / maar öp jToeg 
3ulft# bolfianbig af/ 3eggenbe: liever te willen at- 
wagten, wat Gödt hun , over hem toejaten.zopde, 
al zoude het hem Lyf en Leeven koften , hy was 

* " voor 



316 't Mergvan dê Historiek 
voor haar drcvgen niet vervaart , 't was hem evcq 
veel , hy molt dog eens derven, 3©e ©eïöftfccïjtt 

£eet / om niet fdjnïbis te toe3en aan beg geban* 
gen£ Woeb / beoogt batse ïjem toeöet na fianfe 
ïoepltottben bjengen/'t toeïftgefdfjtebbe; taojöenfe 
ftn albaat ter boob om aanflonbg te ftettien toe* 
oozbeelt. ©ft baatbe (jem Mtjbfcïjap / en baar 
boo; banftbaarf)epb tot 3önen l&emelfcgen ©aber/ 
We toelbaab te genieten/ bat t)P Öetn toaarïrigtorf* 
be mahen/ om be SDaatgepb tnet 3ön Moed te ge* 
tupgen, *|p torferbt ben ^cïjerpcegtec otoeqjege* 
toen / We ftem naar be 4Efetegt-pIa&fe tooetbe. ©e 
<&mfiaanbec$/ betoel&e behoeft en mebelpbignvt 
ftetn tomaten / betmaanbe ïr> 3eer errtfKg/ 3eajjen? 

be: datze haar aldus verkeerdelyk geen Chri (tenen 
zoude laten noemen. Seggetlbe bOjbet : och ! 
wat een wee , en eeuwig lyden zal den zulken 
overkomen , die iemand dus onfchuldig dooden, 
en om het leven brengen ; om dat hy zich van het 

Soddelooze en fchandelyke leeyen der Waereld 
eert afgekeert. iCegen$ be ©apen /toe hem troo* 

ften tolïbe/ f&afe l)p : gy Papen zyt de Slangen eü 
Schorpioenen , voor de welke ons Chrifius ge- 
waarfchour heeft, die vol groawels en verderving 
iteekeu ; waarfdiouwende het volk haar voor zul? 
ke valfche Propheten te wagten. $p toieröt epn* 

Itóitjh met ben S^aarbe ont^alfi/ en 't Eigïjaam 
becbjanbt 



i 



AANMERKING. 

U 't gfaat 1574 / 3Ön tot 4Bent / eene Adrfaan 

Hoedemaker , en Mattheus Keufe ten ©WUte 

toetoojbeelt* <©p &et £cöabot totfbe be J^aap 

ben 



der Martelaren. 327 

bén ftml iet$ onberregten / toaar op bc 3rite tot 

tel $aap fjp?a& : moeyt gy u met uw prediken, 
$te na befhmbt be 55eu! beesen betoo?beelben te 
Suffen/ en niet be $. &rf»tft te bettrooften/toaae 
tó be #ape tot ïjem 3epbe : moeyt gy u met uw 

Hand werk, *t prediken komt my toe. 

9fn 't 3eïbe 3|aar ig eene Hans Peitner , een 
&npbet tot ftottetöoofen in 3|mtaï / met lm 
2toaarbe ontfjaïfï. |*a bat öp op be <$etegt~ 
fMaaté 3ijntn ^eittrifm J&aber gebanftt gabbe / 
bro? ^3i^betoe3metodbaben/enin*tbp3onber/ 
bat öp öem/om bóo?3ünen Jïame teïpben/öabbe 
toaarMggettiaaftt/3oo bebal &p tenïaatften3<jnen 
&tft to <&ote$ fjanben / boo? toieng #ame ï)p 
3Ö& ïfif en Jeeben / toel&e hp ban ïjem ontfangen 
pabbe / gaarne taebet op offeren/ en 3Öne toaar* 
getto tot ben ïaatfïèn bjoppel 2$fteb$ betupgen 
W^/sritjftftpin3ynen^oopbeïooftftablie. $p 
toa# soo moewjartig bat 3#n gebaante niet beran* 
bette en fïferf albug ieet gobtsalig. 1 sis I Sön 
tot ^Hnttoetpen/ een iSftan en bjie ©joug f&erfb** 
rten/op een ©tn^tet1Cbonb/metgefcï)?oefbeCon^ 
gen / ftbenbig berfeanbt <èm öebjugte ©?outoe 
moeff tot na gaat baten blpben 3ttten/bie baar na 
ooft öaren|föan/reeb^berl?anbt3pnbe/8eboIgt!^ 
9n*t3elbegaar3ön tot?Onttoeq)en/Kiaas van Ar- 
memiers, en een jonge 3B*ogter/ een 9&ienfimaagb 
3Önbe/ lebenbtg berbjanbt ©e eerfïe toat tfe boo* 
ren gebangen 39nbe / riep be laatfle fcem in be ge* 
bangenfg toe/ ftrpb bioom mijnïfebej&joéber; 
taant gp ïjeöt be regte foaatfjepb : toaar bbo? 3P 
ooft gebangen toietbt. 

l snl Sfè tot ^nttoerpen gebangen en lebenbig 
bet6:atlbt eene Louwerens Janfc. Noodtdruft , ban 

•w:/ 39nöewn3S^oenma&erban3öa^anbt^ 
f 4 toet!!. 



323 't Meug van de Historiek 

bangenf$ ftabbe/fearen ilUprt^/optoriteeem* 
btlggefrftf ebOl (iaat : ik wcniche alle my n Broeden 
en Zuiters, veel genade van God onzen Vader; en 
de vrede onzes Heeren Jezu Chrifti " f die alle ver- 
ftand te boven gaat, die neme de overhand in uwe 
harten al tezamen , en die liefde Godts , die alle ken- 
pis te boven gaat, die vernieerdere by ualtcfr 
men , op dat gy overvloedig en ftandvafljg moop 
zyn en blyven, in *t werk des Heeren- Gchïriyi 
lieve Vrinden, neemt u zei ven dog wel Waar; da 
bidde ik o , ik onwaardig gevangen in den Heen. 
feiergrtftSe reeben fionb ooft op ben anberen %> 
pel. Cer #lber ti)b en plaafcg / i$ em *&fenaa 
be£ &oo*b$ en 3eer erbaren tn be ©♦ j&c&jift/m! 
3(jn 9?outo en ©ogter / gébangrn; foelte®* 
naar booi fiarbe tyepgementen en frfjoonif beloften 
ïjem liet bepzaten/ betmanenbe ooft j^n ©zout*/ 
tot aflïanb ; tnaat fiootenbe bat tjp ebentod fta> 
*en moeft / ftreêg ïjp groot betquto / en Weef oob 
bolfianbfg/ onaange3ien toat ppneh eri tonnentm 
men gaat aanbeeb / tooibenbe 5P afle tooi 't 
©uut geboobt. 15% ,' zijn in Ïnt3enburgp> 
lanb tot &untföt/bne©?outog ©erfooneu/toaar 
onbet een Ifóoebet en ^ogtet / na bed betoerftfn* 
gen tot affianb / met ben ©uure geboobt. 1 5-86 / 
Zijn bed ©oopg-*5e3fnben upt be #aapfe 3Un* 
ben /in ïjoope ban meeeberbefcgepbenïjepbbanben 
Dtentbojft ban 35?anbenöurg te genieten/in $?up£* 
fen tomen toeronen/maar toterben booj een jBan* 
bament toeberom gelafi te bertreftfien. 't Jtaafie 
fjflaar toierben 3? upt ftoónfngbergen / en al be$ 
ifreurbojfhn Hanben / op berbeurte ban ïjaar <©oe* 
beren en ïeben gebannen ; 't todft tefc&iebbe (3egt 
be £c&?pber) om bat# ban ben fttnöerboop / We 

be 



der Martelaren 329 
öe geleetben tejs jelben ïanbg/ boo? be beureen 
^ngang tot fjet öpe <0o&t£ jjielben / gan$ at* 
jjenpft fpjaften. 

3(n 't 3aat 15S6/ f$ eene Chriftiaan Gaftey- 

ger , 3Önbe een £mit tot «Cngelfiabt in ©epetlanti 
gehangen* ©etfcöepbm maal toietötï)pbe3oat ban 
fce Slefuten / We gem / bèneffeng beef aribere bin* 
gen / Be noób3aftdö&gepb beg ïttnberboopg toflk 
pen in planten/ jeggenöe/ bafte boo? gaar ©oop* 
fel ben 3&upbel in ffabben : gcb?aegt / ïjoe bie in 
öe ïdinbeten quant ? anttooojbben 5P / ban be 
Jjfêoeöer tornt ÖP in bet ftfnb: ©e tégtet bjepg* 
öe fjero/ inbien pp fiem niet totlbe 6efteeren/op een 
^out-toop te jSten / en te betbjanben ; en ban 
top 3Uflen eeng 5ien/ 3epbe ÖP/ öoe üb? <#obt met 
n 3al to#en; maat ïjp anttooojbé; ik ben dog al- 
le dagen bereyd te! fterven , en ik hoope Godt in 
den Hemd \ dat hy my vroom en getrouw bewa- 
ren lal tot het eynde toe , dat ik van de Waarheyd 
niet en wyke , en zyne wille gefchiede over my. 
ï|p toflbe om be «Keutoige Httoon rfbberip &am* 
pen / en ÖE m«ftte tod bat &obt önn troutoelijft 
öpftonbt in 38ne &anbên/bèg fjp öemoofttoofbeett 
Danftte/ ffêtbenbe taolfianbig booj im gtoaatbe. 

ANDRIES PIRCHINER, 

W<©mwgtta tot Haitfcïiiif ing^gauiéaïöaac 
in *t gaar 15-84/ ben 26 |6ep gebangen/ 
en ban baat naat &oltrepn geboett / baar 
Sp bjiemaaï jett fttengeiüft toierbtgeppntat/ alleen 
om te meiben toaac ÖP tgttp^ ïjab getoeeft/enmet' 
toien öp öabbe omgegaan /toaat opïjpanttooojb* 
be: hy wilde geen Judas zyn, en verraden die hem 
% S g° ed 



330 't Merg van de Historiën 

goed gedaan hadde:hy wilde liever het leven Ja het 
eene lidt na het ander verHezen: ook war ent geen 
zak eq van het Geloof, ©i t toil&C ïjp flaartlf Mf 
beu / ïjp ïjabbe stjnen 45obt in Jtjnm CïjjifWijtai 
©oop een belofte gebaan / We tottbe ftp fjouöm,' 
en toooj 4Bobt geen leugenaar betoonöen toojfen/ 
totHenbe baat tooo? ben boob / 300 't anberg nfet 
kPC3en inogt/ gebuïbtg lijben en anbettf niet ïx&fi 
ten/ banbatqpbQO?3t)nbloebm!3ben/ eemgt 
anne 2ide tot be&eedng en be&ententg tiet 9aro 
Öepb inogte bzengen. 

8)p toeeg bén papen /Me bP ïjem qtiamenorntt 
bifpitteeten / gaat 3onbig en f)o#agtig leben aan/ 

3eggenbe:dat zy onmogelyk anderen tot eenheylig 
leven konden wyzen, dewylze zelfs blind waren, 
vermanende haar tot een beter leven, fèp tofetüt 

ban bezit emftig getaben ban 3Ün töelöof af te 
flaan/ betopl ïjp bog anbet$3oubemoetenfietbai; 
maat anttooojbbe baat op : alle die godzalig willen 
leven in Chrifto , moeten vervolging lyden , by 
dat zelve wil ik bly ven ,en rVdden dagelyks tot Godt 
mynen H. Vader , dat zyne wille gefchiedde. Is het 
nu Godts wille, hy kan 't wel fchïkken dat ïk los 
worde , maar is 't zyn wille niet , zoo wil ik ge- 
duldig Qerven. gp 3epben / ïjp fton ïjet/ afó ftp 
toeg en upt ïjtf ïanb Mag / taebet aannemen; 
maat bit met beele teebenen ooft fttagttg tegen* 
fpjeeftenbe / toietö öp betoojbeelb en uptgeboett/ 
3eggenbe: Godt zy gelooft , dat het met my zoo 
na aan het eynde gekomen is , en dewyle het ook 
alzoo zyne wille is, zoo wil ik ook geduldig der- 
ven , en taietbt boojt met ben £toaarbe geboobt. 



L E O N- 



der Martelaren, 331 
LEONHART SUMERAVER, 

BW srieamtbEpö / bat ïjp met een j&cïjip upt 
Saitsuergo; Uanö 30ube baren / toierttn b* 
AcQippcrfi ïjein anbertaegen getoaar / en Daar 
rooj öetajetfl /leuöen te Serftïjaufen aan De2$tuö/ 
■ocpenüf tjicr 10 een iPcöerbooper in 't &cï)ip/ aï* 
aaac me» ïjein in 't ^aar 1^84 gehangen naitu 
p tuagten bcm rerflout op ben ©önbanït / en öp 
ttierDt bjjfmaal öepgnijjt; maar Weef boiflanttfö/ 
waarom men tóm na een galf 9aar gebmtöêra? 
u boob beroojbeèlbe. ©oerenbefjem naat Oe gè* 
*8t-plaatg/ bermaanben fiem biet $apen tot afc 
tanb; maar gp anttooojbe: hy was al over t win- 

ig jaar afgeftaan van zyn ongercgtig leéven. 3Hn* 

tetmaaï tot affianb bermaant 3önbe I jepbe öp: 

loude ik van Godt afwyken , dat en leert my 
ühriftus niet, als hy zegt: wie my verloochent voor 
Ie Menfchen , zal ik ook verloochenen voor my- 
ïen Hemelfchen Vader. (JEpnbelÖft al&e Öeitl 

joegen / toaarom ÖP ban be Cöjfflelijfte iHerfte 
iptgegaan / en tot be Stetterp toag overgegaan / 
mttüOOIöe tjp : niet alzoo,maar ik ben uytgegaan 
ran de öodtloze Afgoden-dienaaf s, Hoereerders , 
3odts-lafteiaars, en onreynen,en hebbe my tot de 
rromen,tot Godt en zyne Kerkebegeven. ZytjfeT* 

tiaanben öetn nogmaaï tot affiarib / maar W 

pjaft: ey lieve fwygt tog ftil , ende bidt my hiet, 
naar vaart voort ; want ik wil fterven als een vroom 
Shriften : ik fla in 't regte geloove en op den reg- 
en grond , daar van ik niet wyken en zal : dat is 
:hriftus>mynenHeere. ^brietbtalbugontöalfr 

DRIE 



33* 't M er g van^e Historiek 
DRIE BROEDEREN. 

09 be «epfe/en in een ütatog tip Uiet/toat 
gegeteit ai geb?onben ftebbenbé / 5Ön aldaar 
aangeözagt/ gebangen tot Riet / en ban baat 
tot Softfjaufen gwjiagt v©m baar tot afbai te 
tötngrn/ Deeb men teel betgeeffe möepte btepgen* 
te gaat met be3dben boobt / aïg boojgenoembe ; 
maat baat toe Meeben sp bolftanbfg. 3©etaemoeb 
tot Ittben en ftetben / 3<mgen 3P met betgeugtag 
tag tjetten <5obe lof en batik I bermaauenbe bc 
Htgtxtg op te gouten onnofd Moeb te flopten/ al* 
300 öet 3flbe tojaa&30ubetoepeii. ©eïfegtecfpjaft 
tot ben £cöetpregter/ bat &p beje tefe/ Me ban 't 
feebcn tet boob beroo:beelb toaren / 3oube onttjal* 
*n/en gare Uigtjamtn berbjanben;maar een ban 
gay 3epbe giet op booj dien met gtoote boïflari* 

feigfppfr : niet van 't leeven ter dood., maar door 
den dood tot in het eeuwige keven. 

PIETER SEYMER, 

WSRerb/ in 't gaat 1 ƒ88/ op 3#n tepse boot 
25epetlanb/fie&tenbe begnagtg in eender* 
berge geftapen/ beg mozgm£ tot^tptmrg 
gebangen ; fcojtg öiet na naat ©etftmgaufen ge* 
tuagt / en albaat betgóo;t 3ijnbe / toebetom na 
dFrpbircg geboert/ op ben betben bag bod? ben 
ragter gebjagt / enbangemtotafflanbgetaben; 
tüaar be gebangene anttooo;bbe ben 5etoen albitó : 
ik mag niet afttaan van het regt Geloóve , aan Je- 
fus Chriftus, nog van de onderhoudingeder gebo- 
den 



t> e r Martelaren. 333 
den Gods, al zou 't my lyf en leeven koften. ïfyitt 
op taierbt ïjp ter boobt gebonnifl : 't toeRt in ïjem 
ölöbfcïjap en tyeügbe/enbaarboojtof enbanft-3eg* 
ginge tdt 3#neri l^eere beroo#aafete / 3eggenbe 
b00?t$: ik hebeen hoofd ? en wanneer ik 'er twee 
of nog meer hadde, zo wilde ikzê liever al te maal 
laten afhouwen , dan jnyn Gelove afgaan. g|tl 
5ön untboeren toeenben fommige om gein / toaar 

tegen? |jp fjpjaït : gy behoeft om my niet te wee- 
nen; want ik ben wel ^etróoft in Godt. <£n3011g 
batt tyeugbe. &ér plaat3e beg getegtg beeb &p 
ftnielenbe 3Ön *5eöeb : onber ïjet toette be ^cïjerp* 
regtee ijem tjet ïjoofb af jïoeg^ 

JOOST deTOLLENAAR; 

Zffnbé era 3&iafcen ©f enaa£ / eralBanban 
omtrent bpftig blaren/ $ in 't Stam is*?/ 
6eneffen| eenen Michiei Buyfe.pt Syntje 
Wens , tot <6ent gebangen/ en albaat na bedon- 
behoeft en boïfianbfgé belttben$ / 3pn 3P Ö*P* 
rael#& in ^<0rabenfta(ieeiaaneen|paaIgeU)o?gt/ 
be ïig&amen ber HQannen bupten aan een 
4talge gehangen/ en be ©?outo onber be 3elbe be* 
graben. 

ï£p ïjeeft tierfdjepbe fïtgtelrj&e en leerjame 28#e* 
ben nagelaten / gefc&eben aan 3ijn H&oeber / 
ï^upgbjouto / ©ogtertje en jfóebeleeben* Sin 
toelften laatfïen ÖP frÖJÖft • datze van de ° ve| > 
heyd wierden befchuldigt voorOproerders, Muyt- 
makers en Verjeyders der eehvoudigen ; en daar* 
om meerder ftraffen waardig als Dieven en Ro- 
vers. Zp befcïjulWgben ïjem bat &p een flouten/ 
Öarmeftltigen m fjöoüaarblgen <*Beefï itt3tgöab* 

be/ 



334 '* Merg van de Historiek 
te/3ijnte te omsaaft bat to3td&rttf totttelattnl* 
tocgnu 0pmóegöaarofDatrmg^Dtröflteaöf( 
toaé / fjéin te lattn teroben taan JBiJf en lönöo 
ol 3Qtt goeteren/een gaapfpel te snn taan alle Jta 
fctjen / 5Ön ligfyaam te laten foanten aan a 
fit aak I eit tot een fpflfe ter gfrtec en m jp ogdml 
tnoiten i 3P 5*pten toetetoin gp taergfotoaacMgi 
öaac in: top Doen niet/ ypte pp/ maar verblydei 
ons, omdat wy het lyden ChritK zyn deelagrigp 
worden. 3Pat lager m Men 3 dben ƒ toom pp f 
&P3ontye öioefïjepü / obet te gtoote oueniiflfffi; 
We toen al plaat? ïjabte in fomrnfaje^tfemaittqfi 
toermaant baat tot ootmoeMgftepö / t oe fl<e ff # 
ïjcpD / en Dien lieffelij&en en «Etoböritjfcen tyok 
!©Ug fc&Jtjft &P : och vrinden ! waar dat Liefifc, 
Vrcede en Eenighevd is in de Gemeente , datfis 
een overgrooterykdom. Te regt zegt de Pftlmifl, 
wel hoe lieflfelyk is 't dat Broeders in vreede met 
malkanderen woonen ; het is gelyk een koftelyke 
Balfcm &c. en waar onvrede is , daar moetende 
harten jammerlyk over malkanderen zngten , cd 
het brood met treuren eeten. En alzoo worden de 
Feelt dagen, als men dat brood des Heeren, tot een 
gedagteniflè van des Heeren overvloeyende wel- 
daad zoude breeken in des Heeren Gemeente , in 
Treurdagen verandert; *t welke voor den eenvou* 
digen een groot leedtweezen is om te zien ; gelyk 
eylacy wel te beklagen is, met wenende oogentot 
Haarlem , en nog met ettelyke Gemeentens , die 
met zulke ziekte zyn bevangen , dat my en nog 
meer met my in onze Landen , droevig om fehoo- 
ren is ; den Heere zy het geklaagt in den hogen 
Hemel. Och of Godt genade gave ! dat zy mal- 
kanderen in de Liefde konden verdragen / en dat 
dè principale haar buygden onder de kragtige hand 

Godts r 



der Martelaren. 33^ 

Godts , en buyten haar zelve wilden gaan om 
des Heeren heylige wille , en zyn Gemeente f ik 
zoude hoopen dat hen lieden dat geenquade Con£ 
cientie en zoude maken , dat zy 't over haar kant 
lieten gaan óm des Vreedes wille: en dat een yge- 
lyk kleyn in zyn eygen oogen ware , hoe wel zou 
*t gaan , en hoe haaft zou 't al bevredigt worden, 
en toat ïaget toaarfcïjoutot ïjp Öaar : datze deu 
Vreede zouden naar jagen, of dat anders de Heere 
in zyn toorn haar wel mogt ftraften. 

<©e fltanö 3öng gemoeb£/en öe Wfjbfdjap $tit$ 
<&ttftt$ toag in ïjem uptnemenö / gaarne 3*8 öe* 
Brtienöe onöer be toüle uBoöeg tot Der öooöt toe» 
9I& 3*1 gier nog Me£ aangaanbe eentaetoan3Önep* 
jjeUioozben/ omfjaartooojtreffdpgepb/ bpboe* 
gen: dè Heere heeft myn ltemme gehoort, enmy 
ellendig onvolkomen Menfche aangezien, die dog 
maar (lof en affche ben, en te kleyn voor al Ie zyne 
barmhartigheyd,dat hy my daar toe beroepen heeft, 
om voor zynen naame druk , banden , lyden en 
bekooring te hebben; alzoo dat ik zulken moeden 
blydfchap hebbe , dat ik u lieden met den monde 
niet en zoude konnen uytfpreeken de vreugd en 
blydfchap die my de Heere door zynen Geeft is ge- 
vende , dat ik dikmaal in myn harte denke , 6 
Heere ! is dit leed en druk» lyden en banden , of- 
te droeffenis? want van al dien tyd dat ik onwaar- 
dig in de Waarheyd gewandelt hebbe, zooenheb- 
be ik nooyt zulken blydfchap en vreugde gehadt. 

m 300 fcoojt 



GE- 



33& -JlMejlg xan j>e HistokluL^ 




iJWjy 7iï-&nger> dtrfyk £*wm#£it 



GEORG WANGER; 

E «En ftleetma&et / tó gehangen in 't 9a* 
1^90/ in #ufïerbal/fn bet tötaaffcfjap €jn 
tol / en in öet ^Httiptöup^ tot ïoprnff bp 
öjagt. 3£eg anberen baagtf toietbt ïjp pntasogt/ 
toie fjp tot ge3dfcïjap/ en toaat bp gelogeert öab* 
te ; toaat op frp anttooojbbe: Godt behoede my 
voor luiken quaad , wy verraden onze yyandcn 
niet , zouden wy dan onze vrinden en lieve Broe- 
deren verraden , dat en zal ik met Godts hulpe 
niet doen; want dat is tegens de liefde dés Naaïteo. 
jlHaat be Kegtet fietft met 3oete en ooit feïjerpe 
tooo?ben aangoubenbe / 3epbe öp : ik hebbe myn 
gezonde leeden van Godt ontfangen , dien wil ik 
ze met een goede Confcientie wederom opofferen. 

3Danneet ïjp nu giet een tofjle gelegen baboe / en 

on 



i>Ei Mar*èlare^ 33$ 

W&ttuflfoi berfcöeptenmaal onbetsogt toa#/ 
\riertfröpopf&&tot JjKtcfteï&etggebjagt/ ett 
ttoeemaal 300 ongenabetttft gtptjmgt / öat ép be 
te&enm baat tod bettimtoeeften ban b?oeg> &an 
Daar ^etfit tg naar ^ijcen/rnatbaat ineen Coomi 
gelept / $nöe een 3eer bupïe öitfiipbèce gebange* 
nt$. Stilten anbete.ongebferten/ Hepenber me* 
Wat* &ah ^ê&o?pioenen aan öe Iftuumt / op 3i)u 
betóe en aanjöntjoofb/joa bat&P3igqwaïftftftoii* 
té tmrttte ftteten/ moetenöe 3Ön öeefö/ altijtit toe? 
tpntf ongeöiett bebeftt^oubm. g(n 19 toeeten bat 
W tri be3en Cooren tóaé / toferb fiem ttoeerttaal 
6e boötit aangesept/ ehtjp baat nében#ernfita tot 
afftanb bermaant; ftomenbe bed #apen en ebd* 
ïupbeti ont öem toeberom tot be regte Stet&e te 
Ö?engen ; bog ÖP 3*P&e: * bebbe de regte Leere, 
het Gelööve nog de KeHce Chriftï niet vedaten i 
maar hebbehze door Gödts genade verkregfcn, ebde 
daar by wil ik blyven. |teeft 6?agt ïjem toeberom 
tot lotenfï / allnaat 3i)ti boobbonntg toferbt ge* 
toe3en / en öp ter plaat3e beg *5eregt£ gebzagt; 
öter nuam öem fetg ï>P3pnber£ booz ; be <0betfie 
bier plaatje bupten ttotjfd bétoogen 3Önbe / met 
öe3$ JÜSané 300 geitteenben quaben flanb be$ ge* 
moebtf/eri öctiie^ $öneglebén£/3ogtöefoMet3oete 
toooibenaftetteftften/ tottbe öem 300 bed geben 
a$ DS» 3Öri leeben ban nooberi Öabbe / en bat bp* 
Sónbet toaé / tottbe nog Jfcojge boo? öettt 3Ön ftt 
ben ^ongften-bag/ 300 pp qualtjft beebe; maat be 
©ettoe3ene fpjaïl tot gein: wanneer ik dat deêde. 
én u tot Borge vóór my aanndm , en de Duyvel 
quam, en nam de Borge weg , waar zöudp ik dan 
den zelven tot onderpand konnen ïoekört? Mtt 
Ober toferbt be goew H&an befeïjaamt/ en be 3tp* 
bet/ na gebanc 5&an&3esrging en «t&ebebybebeelen* 



&£ tMimc tak de Historiek 
iH3Ptt««fttu€W^hanbm/ tut ten Stoa 
fttontipaRK/ naöat öPOUttöttaaac öaöj 



MICHIEL HASEL, 

1 I kin Sotmbctgerianb otbangm/ t$ 1 
~ cntpik/ met gtoote ftanf 

rfcwgbten't&lot/Qt^ 

es een vroom Man geweeft, wanneer de zulke 
in den Hemel komen, too wil ik niet onde 

1 aan te kloppen , ja mogt ik luik een eynd 

nemen , ik tonde my daar over van harten va 



THOMAS HAN, 



iets 



f* om 3gn<6doote in * <Jaar 1592/ tot fm 

latffc 



I |^ w fa g cptdaiib aetengr n. 4&caat U>a£ 1 
-*• Uuubtljeuft in ïptppnigen ; maatgtóotet b 
ftaiitftwfligfrqft in fjet tettyagtn* 2?p lieten ton. 
4$ bP dknfta geppnigt / en gttfftt ta>a$ / ityi 
ramn aan te toofo aibaag m/ om fta at te y ggec 
*t geen 3P öan fjem brgeffben ; maas ïjp anttooojö? 
öe : gy hebt myn Lighaam^ doet daar mede wat gj 
wilt , de Ziel en znlt gy my niet benemen; ik en 
tal u ook niet leggen 't geenegy begeert, noch ook 
niemand verraden ; al zond gy my de aderen, den 

ten 



Der Martelaren. 33^ 
(een na den anderen uyt myn Lyf trekken, en alle 
dagen van myn Huyd een riem affnyden , tooreii 
(la ik doch niet af , en wil van de w aarheyd niet 
wyken. Zp fcgolbm öem boo? een berlepber / bié 
be Heften betboerbe tot He 3Debetbooperfe &ecte; 
boef) hp jepbe : het is de regte Chntielyke , en 
geen Wederdoop ; en wanneer ik de gantfche 
Waereld konde bekeeren , zoo wilde ik gaarn * waar 
het mogelyk , driemaal fterven. JBctl Öjaflt ïjettt 

ten teatffcn op 't 6aabf)up£ / baat ïjp om te fier* 
ben VuircOt beroojöeeït ; toaar op öp &em tot get 
botft fteetenbe / bjtemaal met een lupbe ftem upt* 
riep: Gódt zy eer ende dank dat het daar toegeko- 
men is, en dat dit tynen wille is. |Ren Möefatri 
op een 3£agM / om naat 6e <%regt£ plaat; g* 
boert te toprfien yam] maar öp 3*pbe : ik wil ter 
dood gaan , gelyk als ook Chrilius onze Heer ter 
dood gegaan is. <£p ï>ief op te ^tigén* <&aarfcia» 
ten betföepbe reebenen tuffen ïjem en een gaap; 
toaat in ïjp ben jelbm toègeng 3pn bfflfeHeete/ 
en fnooben toeinbri begrafte; op be <0erqjt-plaat$ 
fcomenbe beebt ty nébetbaflertbe lön^eoeb/ 3efl* 
genbe / bit geëpnbigt $nbè tegjmg ben 5&?ul: 
vaar ipaar voort : bie gem epnöelijft tiet öoofb 
afftoeg/ leggmbeönttop't&wtomtebet*^ 
ben / maar toat ggengt sönbe / nam öet af en 
beeft ïjet met fjet fjoofb begröbeit ©e rooft troft 
m 't tyanben wgt optoaatt$ naar boberi / otiaaiu 
gesien Jjet ïjatt toaapbe / gelöfe alle omfiaariber? 
Honben getupgen* 



f i A A L f - 



340 't MeJlg Vak de Historiek* 

AALTJE BATEN^ 

EN. 
MAYKEN WOUTERS, 

ZHtibè be éttftt ettf 6tbaAgbe ©jouto / ban 
omtrent 60 / be anbere een gonge-bocïjtrt 
ban omtrent Mfl^^n/ tooonentetoti&on^ 
fcdben in 't ïant taan Xupfc ; toaren öepbe tori* 
gemoet tot loten / en fterben / dat ooft gaar te 
bant biel : tarant gebangen ert tor iütp& getgagt 
gfnbe/ gjetten na tien toeeftett gebangen(£/ fcbet* 

E e en ftenge pijnigingen / eftbeeleaanbegtittgen/ 
an be 25nigge in be Mw getoojpe* jprtbe fn 't 
aaDatettjaarTet»tngetpnWgt. <©ejongftetoag30o 
boUiantng/ ta*» toenfchte batte Öet Ipben/ bat 3e 
f 3ameti wöeflen Ipben / alleen motötyagen ; goetod 
be oubfh booj fjaat flanbbafHggcpb ƒ berWaarbi 
bat3e niet toegfegeeebe te gaan / alftonbbtbeui 
open / ja 5p 3mgen t^amen fömtfjb£ barf bmtg* 
be. ©e jongfle toa£ seer Betyóeft / bat ijadr 9& 
ber gaar om veBdbt toïlbe lofTen / fdffcöbenbe baoe 
haren ^emdfcfpn ©abet / om tjet iijten (inbtérijê 
tjct toaarbigmogt3tjn) méenigmaal gebebm ïjabt/ 
en garen jefbs baar in met groote bjeugbe iiaa*» 
toolgbe. SMfiet b?inb Voflbe Mayken üptnWteffl; 
ben (bog op geen €l)?i(Wöfte top3e ioffifti)4fiS«: 
3imbe gare fianbbafttggepb / berfiombe / heette 
tjein om/ en ging met tranen ban gaar toeg. gn 
ecnen 25:tef / gefcgjeeben aan gaar ©aber en 
iBoebrr / uutse gaar aïbuj* : verblydc u en fpeelc 
den Hecre in uwc herten , om dat de Heere my 

on* 



der Martelaren. 341 
onwaardigen Menfche daar toe , 3Ünbe ïjet fïefóQt 
pm böl $ame 9eftl$ ƒ heeft waardig gemaakt : en 
gy my tot den pryfe Godtshebt opgevoedt; citaat 
toojbet: : ik heb tot haar (3pnbe be 3|efupten / Me 
Jjaar met ben bpob bigben) gefproken, veel He- 
ver te derven, dan myn Geloove af te gaan, is 't 
dat het Gode behaagt; alxoobenik bereydt veellie- 
ver heden als morgen : ik en wil de Menfchennief 
vreezen , die dog moeten derven ; maar veel lie- 
ver wil ik vreexen mynen Heemelfchen Vader, 
die my dat leeven heeft gegeven; al verliexe ik dat 
na om lyaent wille, hy Van \ my wedergeven. 




ANNEKEN van den HOVE, 

E€n gjon^bojjtec/stjnbe een ^fenfï-maagb/ 
tooonagHB tot Snuffel / ff aïbaac (in 't 
Slaae 1 mi m nwi 3Vto ban em #aap 
» 3 Ö0I> 



54* 't Merg van de Historiën 
t i erraten 3ttnte / geb&tgeit 2Jp toa£ 300 boffiMK 
mm gemoed om toooi ben $ame Chnfti te ïfjten/ 
bat nog fctjerp onterjoeït/fcfiopne brioften/fcf)?tfr 
Itdifre tyepgemcnten / nog on rupm ttoeegarige 
Brtjangeni^/öaarbeeöenaftoöfwt 2p tartten ftaar 
nog een Ijalf gaat bebenfting tóben/maar3P ftoej 
met groote toülftanbfgïppb aue$ af/ jeggenöe : 

datze geen tyd en begeerde , zy mogten doen , 
wat haar goed dagt , alzoo ze verlangde te we- 
zen, ter plaatze daar zy den HeereeenOfferhande, 
hem aangenaam , zoude mogen doen. <©ö Ut atlt* 
tooajb/taïaftert 3e öaar/5l8 totftóbenteberepten: 
oaaitöe 't <Berrgt berselt met eenfae fjefui ten/ met 
Daarnaar bupmi /omtrent een haftelBöfe/altoaar 
3e tó 't »e(ö een liupl groeten /tertoöJ3PÖaat3efte 
omWee»e/Ieggenteöaar daarin/ bebeftftenbe gaar 
booj eerfï te tenen/ atëboen öaar nogmaals taa* 
genbe/ ofrafftaantottte/ baar 3p neen op ant* 
taWQte / maar datze blyde was , dat de tyd hares 
arfcheydens zoo na vervult was. 9&e ^efupten 
Öaartoojöoubende/ bat3e niet alleen te3el*ben* 
b^beWböwörêïi^aarr^inaarbepönebe^eeu- 
tawjjen buurg fjabbe te bertoagten/ 300 3*pbeje tm 
laateen : ik ben in myne Confcientie wel geruft t 
wel verzekert zynde dat ik zalig fterf , en te ver- 
wagten hebbe betonvergankelyke eeuwige keven, 
vol vreugde en blydfchap in den Hemel , by Godt 
*n alle zyne Heyhgen. $iet op i$ 3P met Harte 
9?te6^ 

AANMERKING. 

Ijfi't gaar 1*87/ # / tot «ngelflab f n Jfcper* 
tanb/'eene Michiei Viflèr, na omtrent 12 me* 
&en-getoangeni£ / met ten gtuaarte ont&aW- 



der Martelaren 343 

Op be 45etegt-plaatg öf elben 3P Öem een €tupfe* 
fijc boo? ftet aange3igt ; maatüpfpjaft: Chriitus 
my n verlofler is in den Hemel , daarom verloochen; 
ik aller Menfchen Handwerk. 

is 88/ gg tot ^onfcftoten in ©(aanbeten / on* 
bet ten ©?in^ taan ^anna/na bed bet3oefcingen/ 
betö?anbt eene Chriitiaan Ryken ; Wtoel&e booi be 
3toawjepb jfjnet £atttut / en toegeng 3#n bemin» 
be ^uptyoutu / met mmit fcmbetïteng (geüjft 
upt betftfjepbe ®;ieben tfpt) 3eet Mepmnoebig 
toag ; maar teltené 5ienbe op &et ïftben 3Öng 2?a* 
ögmaïtetg / toietb baat boo; gefietfet en gettoofï/ 
ai bleef tot ben epnbe boïfianbig. 

9ln 't gaat 1590/$ eene Mayken Pikkelenom 
het «Moobe geboobt» 1 5-91 / i£ in ©epedanb eene 
Leonhard Boitfinger na tbuemaal jammetlp pt> 

SI met ben 2toaatbegeboobt: op be «tëeregt- 
8 geftomm/ m5ienoe3pn epnbe 300 na bp/ 
Erp 3eet toetmgbt/ 3eggmbe/ al£ 5ï* öem noa 

quelbén/ ik fta in 't regte Gcloove, en daarom al 
hadde ik 10 Hoofden op «en , zoo liet ikze liever 
alle tien na malkanderen afhouwen , eer ik zoude 
afftaan van myn Geloove. 

tf ene Jacob Piauer , 3fjnbe ban 3Ön fcanbtoetft 
een &tootetnai*et / i$ 15-91 in ©uftoöal in {jet 
«fcaaffcfjap Citol/ ont&alft, 

1 5"9^ 2rjn ttoee toebeten tot $oto na tojebe* 
ït)fe pijnigen geftangen/en op 't «©alge-belb öegta* 
beit ©eeeneBenaamtBarthoiomeu$Panten,geeft 
biet 3S?ieben nagelaten / baat in tonenbe be nut* 
tigöepb / noot3ane(i^epb en groote ï)etrIi)Wjcpö 
ban bet CfeffMöfe ttjöen / fcï)$benbe bat to &et 
3dbe ftlepn agte om be groote 3aligöepb/ bie gaat 
geopenbaatt 3oube toojben- 

*4 Ver.' 



|44 »r Merg van de HiSTO&iEijt 
Vervolging in den Jare 1600. 
«jn getSfcar 1601 gaben tóe ban «Btoentttgen 
m &nóh / mi JBlafthaat upt tegen£ öe J©oop^ 
jtntan en alle antieten / We topten öe genaambe 
«acefojmeetöe fidigie toaten. g& jaï He epfie 
tooojten ban öelfiritjftelen / 300 3P 5%en / bol* 



firtemfK3toott<Ctactaatmet&e&tab/ ,. . in 
$foatï«H/ opgetegt/ (jiecbpboegeu/ toptien* 
teln fja^t tale/ of 500 top 't fjiet finten/ aï&ug ; 
Unde dem nag zoo wel befunden wort tyn Huys 
of Plaatfe den Wederdoperen &c. Jegens dezer 
Stidt Kerken Ordening, tho geftaden urn gepredi- 
tet ofte Vergadering gehalden tho worden, zal el- 
fen mal verbreeken 10 Daler. 
. De Predigers overft als voorfz- zoo bevonden, 
lollen worden tho predigen, tollen yder mal ver-i 
brecken 10 Daler , ofte 14 dagen tho water unde 
broodt getettet tho worden, urn thom darden mal 
tlzoo tho Predigen befunden worden , Tollen der. 
Stadt oft^derielver Jurisdiöien verwyzet worden. 

Unde alle die in ^lzulken Predikatieo ofte Ver-, 
gaderingen befunden worden, zullen yder elk mal 
verbreeken 2, Daler. 

Zoo wel befunden wort irnanden weder tho 
Doopen , tal verbreeken 20 Daler , unde ander- 
mal berunden tho water en tho broodt getettet, 
unde verwytet tho worden als voorfchreven. 

Itum Ungedoopede Kinder tollen geen erffe» 
nifle ontfangen,nog betehen folgende ein Stadt Boek. 
x Ook zat nteraant eenige Adminiftratie ofte be- 
dininge Publyke of Private, nog ook thokuntfchap 
ofte ^etuygeniiïe tho gelaten worden , he doe dan 
den Solemnelen daar tho ftaande eid , unde aliol- 
ken eid verwcygerende follen g^ftraffet worden r 
als naar regte behoort. 



der Martelaren- 34? 

©ft toaren bt%xt$Mm ; be oo^aaft 3eggm5e 
om bat anbere epetcitien al£ be<©etefo?meetbenge* 

feupftt toieröm tho vervakihgen van Godcs woort , 
misbruk zynér Heyligen Sacramenten , unde tho 
ergerniflfe unde verleydingen van veel e Menfchen. 

9[n 't jelöe gaat ïjeeft eaie Jan van Steyn Dra- 
ve tot 3©itgenfïen / ijféere tot ©ambwg / alé öp 
(een ïibtmaat bet ©erefoimeetbe ftetfte 3Ünbe) 
boo? tjabbe / üe föoomfe en Uutljerfe 31,eere af te 
fcftaffen/ ooft biet ©oop^aesinbett/alótluecjBan* 
tien en ttoee ©:outaen gehangen/ ban tael&e laat* 
flte een 70 garen onb toag/bte allen/ na fmeeften* 
be tooo?ben en bittere bzepgementen om een «Balge 
8*M>/ 8*9&flHt en Ijaar goebeten geconfïgqueett/ 
met leebige ganben boo? eeutoig ten ianben upt 
gebannen uiietben. <©nbet ben 3*lben <©rabe 
toierbt in 't gjaat 16057 een ïeetaat Heme^Niow 
rig genaamt / naat be <©aïge geboert aföoaat ö£ 
bagt ontfjoofbt te3ullenbK>jben ; bog toietto: ftren* 
gelift gegeeffelt; an&ete gebangenen geeflefo* mm 
tet&tabtupt, 

Sn ^elbegaat brferben ttoee ©oop£ge3inben/ 
bie boo? 25eperlanb rebben / tot ftlet gebangen/ 
en na bfjftfen heeften geleegen/en gtoote ppnigin* 
gen/ alj? aanbegting bet ©apen en gefupten upt* 
gefiaan te öebben/ bepbe ontïjriofbt en bettyanbt 

gn 't gaat 1614/ fgtot ^wig in Z\xAty& 
ianb / om be betftonbiglng beg €bangeliumg ge», 
bangen eene Hans Landis, 3#nbe een ïeetaat Set 
3&oop£ge3inben / en na fcïjerp onbet3oeft ten, 
£toaatbe betoc&berib. ©em tet boob lepbenbe / 
liet be £cöerptegtet get fjfcouto (baat ïjp ben ge* 
bangenen mebelepbe) log / öief 3önöanben naat 
ben üfemrf met be3e taoo;ben : och ! dat moet zig 
Godt erbarmen, die het geklapgt xy, dat gy Haqs 



1+6 't Merg van i>e Historiën 
my in deze gedaante in de handen zyt gekomen, 
vergeef het my om Godts wille, dat ik aan udoeö 
moet. ^e3e}t)n^aanftaaiiben!tjföm^toelgrtroofi/ 
t)^t^fbein3uft^gaame.|l^ineentödttie^cga^ 
regter ïjet <Couto daarom log liet / op bat öp toeg 
30ube loopen. <©p be ptaaQebeé «Beregtg qnamen 
5Ön ©jouto en fomöetftm£ / met bjoebfg ge* 
fcö*ep tot ïjem/ om een eentoig affcïjepb ban fjem 
te hemen ; bog gaar aansienöe baötjpbaar taan 
ftemtegaan/ opbatto)tn30n goebe boojnemm 
niet betfjinbert toterbt/ bebal 5?n <0eeft in <$obe$ 
ftanöen/ enontfïngbenflag, 

3n 't gaat i6i$7 begon men tot 30tbenbtu$ 
be 3&oopge5inben te bedaren ; eerft met öet ber* 
trieben ïjarer ©eraaberingen / 300 binnen be <5>tab 
al£ bet jetoet CantpaJen ; gaar quedenbe met 
3 toaete boeten^/ attefleeren/app?eöenbeecen en ge» 
bangen jetten / braar ober 5P aan be peeren &w 
ten Generaal ftlagtig tofetben: bie om 3Ulft£ booj 
ie tomen 3«feer jjfeanbarront gaar ter ïjanbt fiet* 
ben/ ban be3en inöowb* 

Erentfefte Eerzame, &c. 

WY hebben met verwondering verdaan , dat 
contrarie ome refolutie, die U E. 13y on- 
ze laft is aangeieyt,door den Commisjan 
Bogaart,gy lieden de gemeene Lid t maten, die men 
noemt Doopgefinden of Mennoniften , refideeren- 
de binnen Aardenburg en de Landen daar onder 
gelegen , voorder nog in den Vïydom van hare 
Vergaderingen , en exercitie van hare Religie bin- 
nen Aardenburg , verhindert, turbecrt en moeyc- 
lyk valt: met verbiedingen van hare Vergaderingen, 
Arrefiementen, Apprehcnfien en Amenden. De* 

wyle 



bib. Martelaren. 347 

wyle wy verdaan dat de voorfz. gemeene Lidt* 
Hiaten van de Doopsgefinden , in haar gemoed en 
Confcïentie , Vergaderingen en exercitie binnen 
Aardenburg, zoo vry met alle ftilheyd en modeftip 
tuiten toegelaten worden , als gefchied alomme 
elders in de Provintien , Steeden en Plaatzen van 
de Vereenigde Nederlanden , zonder eenige con- 
tradictie , ofte tegenheyd. Behalven dat u lieden 
op hare Vergaderingen opzigt zult mogen nemen, 
t>y zoo verre als hun dat goet dunkt, en dat zy ten 
zelven eynde u lieden t'elkens zullen doen aanee-* 
ven, alszy zullen hegeeren te vergaderen, u lieden 
over zulks ordinerende , UI. Hier naar precys te 
reguleren, tot beter onderhoudinge van ruft, vree- 
de en eenigheyd , binnen de voorfz. Stad, zonder 
de voorfz. Lidtmaten , ook ter Cauze van hare voor- 
gaande gepalTeerde Vergaderingen , voor eenige 
boete of contraventie te doen apprehenderenof ex* 
centeren ; daar op wy ons zullen verlaten. Den 
I Mey 1615". 

3©ft ging boa; eerfl toel ; maat boa? eenige 
quaabaarbigen/ ïjeböenbe öaac in 't gaat 1619^ 
booz 5eftere o^bonnantic boo? be i^eceté. staten in 
't 3eltoe Sfaac geftatueett/totlafiban eetügelfeöerif 
bog geenfïng be ©oop£ge3inben raa&enbe/ toeöet> 
om op 't «Jf gebaflen/ tot bat3e bit op nfcutoöotft 
een ootmoeÖtge&uppUcatie aanftaar ©ooglfcog: 
bettoonben / bie ooft aan tien «©oubetneut ban 
9tarbenïHftg / anbetmaaï een ^Öanbament 5cm^ 
ben / (jaac bid e^teffdijft bdaftenbe / be booifj. 
S»enno-ge3inben/ ongemoept te laten/ bJaacbóoj 
ju tufte genoten. 

9ln 't gaat 1620/ gaben ooft trie ban 3&ebentefc 
een ©lafthaat qpt / tegen£ te ^oojggftinben / 
banor3min|)oub. De 



348 't Merg van de HiStorie* 

DE Magiftraten der Stad Deventer, doen verbie- 
den allen Burgers en Ingezetenen haarde* 
Steede , dat geen Mennoniften &c. Eenige hey- 
melyke ofte openbare Vergaderingen, ofte By-een 
koraften zullen houden , daar eenige Predicatie, 
Trouwen , ofte eenige Exercitie van Religie ge- 
oetTent wordt , onder wat dekzel het zelvezoui 
de mogen gefchieden , op verbeurte van den geer 
neu , die daar bevonden zoude worden 't zelve te 
plegen, datelyk ten eeuwige tyde, ten landen uyt 
gebannen 1 te worden. Een yder Persoon die daar ter 
plaatze ofte in de Vergaderinge bevonden wordt» 
toude verbeuren het Qpperfte-kleed en 25- gulden* 
Te» twecdemaale het Qpperfte-kleed en 5-0 gul- 
den Ten derdemaal Arbitralyk geftraft te worden* 
En die zyn Huys daar toe verleent, om zoodanige 
Vergaderingen te houden , verbeurt honderd gul- 
dens : ten tweedemaal 200 ,. en ten derdemaal ten 
eeuwigen dage verweezen te worden* 

Sin Wt JMafcftaar toacen te toomffen mete te* 
1; maat $n ban ten ^#brc baar uptge* 



4Mgt gaten ïjfrr na toterten / ipte $;obin* 
tk ban $oïïanb/ te ©ooptf-<0e3taten ban «JD tot 
tfjb teftyutttfgt ban baïfe ïeet / fiQjmterficpD in 
Ött ^ctnftri öaty tebten ban ©oöt/ afê ooft ban 
te iDnmtj\i30!tniiQC örg Utrrrn %tfn CÏJiiftü 
Staar otjer üc ^tarm ban Etallanb (sönte i" tee* 
5t/ Brtnii atlr C alten boosflgtis / Bit ön geen tna* 
lm of fltni bdVhulöiijingnï) hebben brillen laaten 
ar öf 5tiatim onbrrsorhen) beré 'aangaat ïöetyaac 
iart Ijtbtini liare Srlijfimiffoi ftiitifrritjlt ober te 
ferm ; gtlijii ban berfrijep&e öcmemtm? / at* 
SmfW&aitt/ J|aartnn/ lepten/ ©elft/ «otter* 

temt/ 



kik ^ArïUarïn. ' ' 349 
bam / <5ouba / £cgfebam / 25omme! en 25Ioft^ 
5pl/ gaar geboden eenparig op papier ftelben/ en 
ben Staten ban ]$ot(anb op ben 8 <©ctobet 1626/ 
bberleberben / 5Önöe ïjet jelbe 3eer boo?5igtig en 
renboubfg ftamen geftelt / grip top get / indien 
get niet 300 lang boo? ong fcojt begrip toa£ / ben 
ïeeset souben mebe beelen / bie nu get 3elbe in Ijet 
ODjfpjonhdöftDmflanWgftannaMen. €enigetoep* 
nige regelen 3uHen top mti gaar nabjuft&elöftgepö 
noteren, fêeöbènöe ban get eerfte obérbloebig met 
Mare £cgjiftutteplaat3en betoee3en en bebeftigt / 

peggen 3P ten lattften: weshalven de diepe onder- 
fcoekinge van dieri , buyten of boven het Wóordt 
Godts,meer cdrieusheyd als fimpel eenvoudigheyd 
is. Het Woordt eens weiens, als ook de woor- 
den Drievuldigheid ^ als ook drie Pefrfooneti, vatt 
de ouden voortyds gedigt , Vermyden Wy , öm dat 
het periculeus is in de benaminge Godcs andere 
woorden te gebruykenalsde eygen woorden der H; 
Schrift. 3£e3e a&efgbeni£ bjagt aan gaar <£♦ €• 
<0toöt ffiogenbe genoegen en ruft boo? bebefcgul* 
bigben / goetoel tot leebtoeesen bet befegulbigerg / 
bie r t garen anber$ gabben gegab* 

%n £toit3erianb gabben be 3£oop-gefïnben/ 
ban get 9|aar 15*14 / na gentriben Hansiandigs 
boob tot get Sfaar 1635- in ruft geleeft / al$ toan* 
neer 5p boo& 3efter gebaï toeberotti ©eöjolging be* 
gonben te Ujbèri. zefter rijft / aanfténeUjft / en ge* 
agt IBan in be $tab gfutig / toag tot ©aanbjig 
fcerftooren en gein 3ribm in ben fcrijg 6e3toaart 
borienbe/ begaf 3ig booi ben ©oop in T t ©erbonb 
bet toereloo3en. ©it toierbt booz aangittfng ber 
©etetben bpbelfcagiftraat 3eer qüalpft genomen ; 
en fcgeen oo#aa& te 3#n ban bojber ©erbolgintf 
... be* 



3fo 't Merg vAn de Histoaiek 
boer fcupten: toant 5P tototen jetaft ai f 3amtt 
in De Itetfee te gaan en baten <0oö#btenfi bptt 
tooonen / 300 3P tn typgcpb teuten mbben tooo* 
nen ; maar boe cmfpmtf rfjiatom bit niet ftoratente 
boen/ 300 tototen beektester (bqojwentejBa* 
gtftraat op baat toertqoznt U3a£) gfjtangen ; bog te 

rbangrn$ niet bed ftó* 3ÖHte/ 309 sfae getale 
op luie na toetetom ontnomen. <&t& totejöen 
op bet ftaabbup£ omttetjt zo S&eftrn ptet apart 
onter bed ftójb / ftnm^ en aqnbqjting naait be* 
toaart: 3Ptoilbmtoabriobbwpat0betitob/ 
griijft te booten/ alle bebqojln&e eete en fcbatttnge 
toe te béngen; maar gecnffauHn baat ftetftgaan/ 
nog baten <@obt$bienft bptopnen; bog 3P toiettert 
boo: een jflBaanb / om met baat 2S?oetejzn baat 
ban te fpjeften / op bun tooojb to£ gelaten / en 
niet ftonnente tntoiliigen / «tarnen ban 3df£ toe* 
teromybolgenS baren laft/etjtojteben toebet bafige» 
3et ; op boojgaante conbitie antermaal losgelaten/ 
bttboi 5p be toeterom rcp3e febidbig* 

gn 't bolgenbe gaar 1636 / op berfctoten tft* 
ben / alp ooft 1637 in Jtiap / 3Ön meeft die be 
©oottó ge3inben in 't Stottfetfe / maat bpsonter 
tn 't Zurtgfe «Efebiebt booi töeicommitteerben J 300 
©ofirtque a$ Iteefteltilte J&etfouen/ op toerfdjepte 
piaatfen alé op be ^looten bpeen geroepen /baat* 
3e alle baat Jtamen en <$eflagten moeiten opge* 
toen; tetorifteopgefrfpeben tototen: baan: na toe» 
berom op be $laatfen ontboten/baar baat toiertt 
boozgebouben be gemetne openbare Iterftgang te 
boen/ 't toeft 3P toepgerbeit Cen betben toietben 
tot Sfurig op bet €boot-&teten &toben / eeróge 
ontboten / altoaa* ober bik Httbkden (a$ obet 
ben ©o op / bet $bonbtmaaI / en be iternripe 
©ifripHne) toierbt gebifputeert: Ijiefc ban/ en ban 

tik 



DER MAR TEL ARE M. 3 ft 

olie anbete «5eloof£3a&m baar berfelaart ïjeböen* 
fre/ bjaagbm3e öe ^ecoimtritteetöeii of men biet 
mebe niet saKg ftwbe toojben* Me baar Jaopattt* 
tooojbbetw bog toietben ben 3dben abonbt toeter* 
om ober baat «Beloof gelaftert en getyepgt. 

Cet3ribec©laat3etatWetömootboiOT/^tbt 
baar belafi al baat roetenbe en ontoetenbe 4$oefie* 
ten op te geben / met belofte ban geen een &tiup* 
feet bmnmbeftia ƒ 't toelït 5P openhartig beeb m ; 
toog totetbèii alle opgefc&etom en baar na ta'Sta* 
teff genomen* 

Atat böf ten toietben 3P toeberom op de & loo* 
ten met &;pgelep-&|ieben beoogt / gaar b?ai jen* 
te/ booe baar toegeng b*t iteeftgaan bebagt i \ab< 
ben/ mtaterbt baareen 25:iefboojgriee3m/ ban 
inftoub / bat3e moffen te ïierft gaan of geban $9 
toegben./ en in be gifcanftentë fierben. £p.tag*w 
ten ömtoilg met gaar toebeten nptöetïanibte 
mogen trefeften ; maat toegen. geen confent*. 

mit nabee3en ti)b toietben opberfdEjepbe^taat* 
-f en in Stofóerlanb/ maat insonbetbepb in 't ëu» 
tigfe <&ebteb / fitenge ©erbolgtngen aanget lan* 
gen* ©aar toietben ©ienaren met meenigte i jpt* 
goonben/ betoelfte met ragen en tieten / btoiften 
en 3toeten / boutoen en fcerben/ eben al$ be a M* 
ben onbet be &cbapm in be 3tup3en bet griobi igen 
3ön gebaQen / neraenbe meefi al mebe toat3e l ürö* 
gen nonben / 3onbet jonge of oube Jfiannen ofte 
»|ontoen / bebjngte / 3ogenbe nog Jttanftem te 
berfcbouen: jp toietben alle in een Coojn <©n$en* 
baggenaamt/ baat öet 3eetbogtigtoag/ geban* 
oen gelept/ mm berftogt baar Gebeten/ ja n am 
Baat Wurmen <Belt en afleg na jig. 9n gem elbe 
Coojn toietben 5P joobanig getoept en wpöeh» &n - 
gert/ bat» meefi olle.in boelbe/na een fcalfaa at / 

cett 



3fi *i Merg van dë HiStoüUek 
on 3*ar / infomrtjrt meet en &tt eflenWsgeïegid 
brttente/ qnammtrftfcben* jfeommfge brterteri 
W)lane«9rtlongat/ om baat ter fcqgen te te* 
i&ocbcn (MC , afê* baar bxtetom «ten gaben /3P 
juttii niet fcontat toertjagm en ten «ÖJeefl gatoen; 
<en*gr gmatom t*g op D'eeneof te antere toffee 
tod; maar ftenmtagt baar na ooft ban baarge* 
torn ongnnah ; nti)fc upt betfebepte gtfupgenif* 
famü t rat Jtam m genoemt en op baatself? 

^ban^urig/ om baat gtoutodp* tëptan* 
op nog ew gttmp ban eegt en téten te jjrtrat ƒ 



«fatbcn !«tor JRanffcfi tegmg te <©d 
^y ntetojy ban te ftbftttg* j^ offiaampeptt 
ter CJptfttttjhc kate afgrfebepten en baat <&tiit* 
IWI^Wjpi^ oogjaffl bMPen; maat Ut brietbt bari 
ir ©oop^gejinten bid en na toaatftepb beant* 
moQte/ olpbolgb 

Hier gefchiedt ons, even als in den beginne groot 
on^elyk en onregt , wint wy en begeeren ons 'm 
^ecftcr manieren van de Chriftdyke Kerke af tè 
icheyden ; maar toeken by de telve eb by hec rej- 
nc woord Godts te blyven , ja oritc Lighamen , 
jpwl en Woed daar by op re letten 1 maat dat wy 
ons kv haar (re weten tot de 100 genaamde Gere- 
formeerde Kerke) niet voegen én kohnen , is dé 
ooiriaake dat hare Leere , in veelt deélen de oude 
terne Apoftolilche Leere niet gelyk en is , nog 
\\^k met de woorden en geboden Cfirifti niet over 
<vn ftcmr* en dat door Godts genadige verligtinge 
<vuen riteren wc$ voor ons hebben, namelyk, den 
rc^cn ApodohTchen grond by Welken wy door 
iitvlis hulpc blyven willen. 

Maar dat e\enwel niet wy f maar de voornaam- 
Ac Geleerden 9 en ibmmige van haar lieden telve, 

die 



der Martelaren. 353 
die, geene zyn r . die in het begin der veranderitige, 
ia den Doop v het Nagtmaal, den Ban en Tegen? 
„weer of Wrake . de règte meèninge met ons gebadt 
hebben en haar daar van wederom hebben afgekeert, 
lal klaar blyken. wanneer wy haar eerfte Leeringert 
en Schriften , rzedert honderd Jaren of meer her- 
waarts, regt onderzoeken zullen. 
. $ettolgm£ hïtmw tmm 8rtuP8*nifTen by 
tem oube iderften Iteeearen / ja eerfte fcefojma* 
teiit^ / toeoeng ten ©oop en 't boeren ban ben 
«fcojïoa ; me top om gare lang&epb baar 3bubem 
laten / tm toaar top on£ genoot3aa6t bonben be 
3dben óni ïjaar toaaröigljepö Ijiet öp te boegen* 

Éerftelyk r wegens den Doop betuygt de 't fa- 
menfpraak , tuften Swinglius en Balthazar Hubmor, 
anno 1^23 tot Zurig op de Graaf gehouden , daar 
de eerfte bekent , dat men de jonge Kinderen niet 
Doopen en zal , voor dat zy opwaflen en tot ee- 
hen tamelykén ouderdom komen ;beloovénde daar 
van in zyn Artykel-Boeksken te melden, gélyk hy 
ialdaar in den 18 Artykel van de Vormirig fchryft; 
dat het in voortyden niét gemeen en is geweeft de 
Kinderen te Doopen ; maar dat menze openbaar 
met malkanderen geleert heeft .welke dan , alsze 
tot ver (land gekomen waren, Catechumini,datis; 
Önderweezenen des Woords ^genaamt wierden : 
waar op, als haar alzoo het Geloove vaft in *t her- 
te gedrukt was , ende dat zy dat met den monde 
bekent hadden , men naar Gedoopt heeft. 

Dit gebruyk der Leere,zeyde hy,dat hy begeer- 
de , dat in dezen onzen tyd wederom aangenomen 
zoude worden. 

. Zoo befeettbe ooft 5ijne jflöêbe-leeraar / en bp3on* 
jtere ©jfnb Oecolampadius , in eenen ©jief aan ge* 
ttlriben Hubmor : ons zyn tot huyden toe nóg geen 

% plaat- 



3f4 't Merg van de Historiek 
plaatzen in de H. Schrift ontmoet , die ons ver 
oorzaken den Doop der kleyrie Kinderen te beken- 
nen, zoo veel w? naar onzer kleynheyd zien koe 
*ien. 2Ï00 Ooft btrï)anbelfn&e f)et tOOJOt^bt Ank» 
ranris , iipt ïjtt 6. aan We toati ftomen / ftigp 

f)p : dat een ygelyk Chriiten cerft Chriftum bekeo- 
nen zal , en daar na met deti uytWendigen Doop 
des waters Gedoopt worden. 

200 fcïjipft nube Sebaftiaan Hófmey fter $$r# 
Itant tot 4>cf)af öaufen aan ben stftmi Hnbmor: 
wy hebben voor den -Raad tot Schafhauzcn opent- 
lyk bekent, zoo onfe Broeder Swingliüs cenigfim 
wil (tegen zyn voorgaande mening) dat mcode 
Kinderen Doopen zal, dat hy daar in van hetregte 
oogwit dwaalt, en niet en doet naar de Waarheyd 
des Heyligen Euangeliurn*. 

Voorwaar (fd)$ft ÖP bOO?tg) ik hebbe daartoe 
niet mogen gedwongen worden , dat ik myn Kiod 
('t welk Zacharïas heet) zoude Doopen ; daarom 
handelt gy ook Chriitelyk , dafgy den regtenDoop 
Chrifti (die lange after af, ofte -verdrukt geleegen 
heeft) weder tevoorfchyn brengt: wy willen zulks 
ook onderdaan ofte voornemen. 

Chrifrophorus Hogerdórf, fdbjpft Öbtt i $fttf 
3. gy hoort dat het Gelove voor eten Doop gezet 
wordt, daarom, dat niet de Doop, maar hetGe- 
loove des Doops ons zalig maakt; 

Sinfjjeïpftg fcÖJÖft Cellarius aattHtibbior: alzoo 
dat gy begeert, dat ik u myn oordeel van den Doop 
en Nagtmaal des Heeren verklaren zal , 200 wil 
ik u hartelyk en korteFyk daar fa te wille worden. 

Ten eerften,is 'tjeen grouwel inde bogen Gods, 
dat men de jonge Kinderkens doopt. Welke 
Doop nog in de Heylige Schriftdre; nog ïn de ex- 
empelen der Heylige Apoftelen béttygt'is : daar 

roe- 



. t)El MARtELAJIBK, 3^5- 

roepeg pok tegen de. oordelen Godts ,- die haar ifl 
]de uytdelïnge der géictwp^ne dingen /openbaren ; 
want in den beginne was de 'Aarde woef t, &c. 

©e f jfbi&artten tot £ftaat£ton8/ m Wolf. 
gangCapito, üdter Hedio, JViauheus Zel,Synv 
phonasFqlïo, Theobald Niger, Johannes Latonir 
ns , Anthoniiu Firn t maninus Hatk en Martinus 
Butferne, in ïjaar Hebec55oA/jjoiaaiiit gtonben 
oojj^afi/ de- gfo't errffe Wab fQ»Öüèn3e : dat ia 
't begin der Kerke niemand Gedoopt wierdt , nog 
in de JHky/lige -Chriüelyke Gemeynte opgenomen , 
dan 4'\c zie onder het woord Chrifti geheel overge- 
geven hadden. . 

1$m BW* oorjaaö ban bit öaar Bfltódêrt tóffc 

3m }p ^dfeiftaudöft aaii : wy bekennen dat bet 
begiq voor ons Chriltelykc leeven zonde. is; waar- 
om Johannesde Dpoper , Chrifius en de Apofte- 
len aityd^ zoo begonnen hebben, zeggende, betert 
ü , &c, Itein. in de Vefgaderinge Godes ,is ooyt;en 
altydt de bekeptenifTe der zonden dat eer ft e ge weeft , 
dar by (te Ouden voor, 4en Doop voorgegaan is; 
want men heettgemtnelyk.de Verftandigeu , en niét 
de Kipderen Gedoopt , &c. 

9Jn 't ttneebe en berbe 25lab / ai£ ooft betbtt/ 

f#7ÖtW1.3Pi dat zonder den Doop des Heyligen 
Geelies , het water, ende des zelfs Doop maar een 
guychelwerk is, &c. v , lN 

IBanaaanöe ftet fïttft be$ $o?loög öf iBebèr* 

tojaoft ; desgelyks hebben ook de voornaamüe 
Luytherïche (dié in den beginne met de Kalyini- 
'fche Gereformeerden een waren) én de Swiijglif- 
fe , Jfommige met ons Gelooft , dat het eenen Chrif- 
ten niet en betaamt te Oorlogen, ofte Tegenweer 
te bidden ; onder welke wy eerrt aantrekken An- 
dreas Karlftat, dewelke in een Boèzken , handéleh- 
Z i - ' ' èi 



3*6 *t Merg van üe Historiën 

de of men lyden en de ergeniflè verfchonen zoude, 
*5eöjuftt tot Zutiq tn'tgaari^/ban&eCtsai* 
toeet alöllg fdfeöft i ons en Ml de tegenwerping 
niet doen dolen dat gefproken wordt , Oorlog is 
een ftraffe Qodts , derhalven moet immers altyd 
eene zyn die den anderen beoorlogt. Item men 
heeft in 't Oude Teftament Geoorlogt, &c. 

<®p fttf eetfte anttooojbt öp: hoort daar tegen 
wat Chriftus zeyt Matth. 18. het is van nooden 
datter ergerniflen komen , maar wee dien menfche 
door den Welken ergeniffe komt , &c. Alzoo ver- 
dienen fommige de ongenade Godts , dat hy haar 
met Oorlog ftraft en pynigt. Maar wee dien die 
haar Beoorlogt; want hy, te wetert Godt, ftraft de 
quaaden met de quaden. Op het tweede, de Kin* 
deren Ifraëls hebben Geoorlogt , of tegen zondige 
Volken, die haar niet en hebben willen latentrek- 
ken in het beloofde Land , of tegen zulke , die, 
toen zy daar ingeweeft zyn, haar niet met vreeden 
gelaten hebben : en dat alles is een beduydinge ge- 
weeft van den Geeftelyken Oorlog, dien wy tegen- 
woordig in Chrifto, als Wedergeboornen en nieu- 
we Menfchen , met ofte tegen alle lafterarenen on- 
gelovigen hebben moeten. 4£m toepnlg baat tta. 
Nog werpen zy ons tegen en zeggen; men moet 
die met gewelt en Wapenen dwingen, die hetregt 
niet toeftaan en willen, &c. 

Antwoort ; wanneer wy regt en Chriftelyk van 
de zaake zullen fpreeken , zoo en betaamt ons de 
Oorlog in geener maniere i wy behoorden , naar 
de Leere Chrifti , te bidden voor die alderleye quaad 
van ons zeggen, en ons voor zot agten (ja) als zy 
óns aan de eene Wang flaan ook de andre bieden : 
dan zouden Wy Kinderen des Alderhoógften we- 
zen. ®u$ bette Karlftat* 

©an 



der Martelaren, 3*7 

©an bQm gaat öe <f&cfi$ber bomt tot Luthe- 
ms ; 3eggenöe ; in een 25oej:ften tot a©ittenöurg 
getyu&t / in 't gaar ipo/ 3epbt Lutherus toaat* 
om öp Öeg #aité 25oéften betö?anöt geeft/ baar 
ban lupt öe 22 %ttijM alöug : 

Daarom , om dat hy leert dat het billik is , dat 
hem een Chriften met geweld tegen geweld be- 
fcherme, tegens dereden Chrifti Matth. 5*. wie u 
den Rok neemt, dien laat ook den Mantel. 

Sin een anber 25oejcften/ooft tot 3©ittenburage* 
Öjuftt in 't g|aar 15-22 / fïaan onber anöete wrtf* 
helen (Die eene Sorbona boo? ïtetter£ upt Luthers 
25o*en getogen l&aböe) ooft Öe3e: dat hy (te we- 
ten Luther) geleert heeft de woorden Chrifti Matt. 
ƒ, wie u aan de regte Wange flaat, dien biedt ook 
de andre, &c. Item Rom. 12. en wreekt u zelven 
niet myn alderlieffte, &c. Dat de zelve woordea 
geen raden en zyn,te weten die men zoude mogen 
doen of laten, gelyk veele Theologanten dwalen ; 
maar dat het geboden zyn die men doen moet. 
Item het is den Chriftenen verboden voor het ge- 
regt haar regt te vorderen. Item dewyle een Chrif- 
ten de tydelyke goederen niet en mag liefhebben , 
zoo en mag hy ook om de zelve niet zweeren. 
3&u£ betre Luther. 

't <£een gaar toietbt te ïafï gef epbt in het 3rifbe 
iBanifeft / toegen£ öet ongeï)oo?3amen garer <0* 
berftepb/ anttooo?ben3ebitbolgeni>e; 

Dat zulks haar ten onregte wierdt nagezeydtja 
datze gewillig en gants overgegeven waren , hare 
Overheden in alle billyke dingen te gehoorzamen; 
voor de zelve te bidden , haar Schattinge, eere en 
vreeze , naar behooren toe te dragen , en alwaar 
*t ook dat haar van de zelve onregt gefchiedde, 
zulks geenzins te wreeken , maar 't zelve lydzaam 
Z 3 en 



3?S 't Merg van de Histqb 
en geduldig om des Heeren wille te ver 

©it toaten gaat boo;naamfie taebe 
maar 't Ijielp aïnietg / jp stoaen me 
bolgingen boojt ; gritjtobetfcaepb^i 
genoemt bwben / toe meefi öïïen in bi 
atoom ©rtenbag ban jonger / bant 
maftftm moeften ffetben fcn betbetbetu 
tyt 3elf£ een floft dubt man ïua& 

©e fötctcn jpagifttaat ban %mft 
ben (in Tfflaat ió^/op'tbetsoe&ttaiï 
45e5tnben alöaat / toegeng tjare SE 
setoitferianö) aan gaat cm ootmaetty 
tie/ bie olbaat ooft Wfjobrtp aanrjii 
baat nuam aan De jjocöe peeren / m 3 
ben niet anbêtg op/ alleen 3lrittJöoo# 
bdöft&epb ert 3onb*t eeniüe öcfrijepbetiö 

&$ be5e©ertJotging/ bfe onbettuffcl 
bet opfta^htóging 7 en'al b& toat 
öeng be èttttgje ifeeteft betoo?3aa&te/ 
gaat i6;8 ürft 2iirig een 25itef / géfi 
een bet ütoomupben tot^mftetbam ; 
&cï)$bet be haften 'bet betbjuftttn ff 
©cö^uftfterjS&cptïöfi todb?tlelöe / #g 

dïe geènen ,-die aldaar verdrukt wierden 
ander Volk in haar Geloof en Beleed 
als haar Medegenóten iri Nederland t * I 
ongehoonaamheyd en hardnekkigheyd 

<©p taelfcen goebtgebonbenb»etbt/t) 
beten in Stoitfetlanb (om u£t öaat'31 
ban 2aften t? Btpgen) töe te 3ènben.. 
" ©ie baat op ben 3o|fêaalf beëjeïbei 
^nttaoojb (beneffen^ een 2&eïtjbettig 
loofé) ben Penaten ban gemelbe <<R 

Sjonben öebben : toaat in bnbet anbi 
ojbt toefleii^bèïafteringtortortöeöbb 



per Ma kt e l a r e n. m . 35*9 
bat 3elfg te Surigfe Decrm ban bcpbe te jStantmi/. 
biftmaaï aan b*at / bic gebangen baten:/ beftent 
babben/batjp ftaar jot liebe en geboo?3ame;t©n* 
öetbanen.braten; berflaatfu te «öemeene of 25o?* 
getftjfte Saften: Ja bat 30 Vuaren booj anberen/ in 
* ftuft ban tegt te boen / Waren en ejampeïen. 
item bat 3P niet ober of tegen gaat te Wagen bab* 
ben ; a$ Sleen bat 3P niet met haat te fcetfiegaan 
en bMIben : *t toeft ooft toel fcfjpnt te blijften/ af? 
300 3P te boorm cenen Fciix Landis , boo? ffongei 
300 uptgnncrgelt / bat &n niet langèt fppse fton&e 
betbïagen/ en Ije&beuöc al£ be boób op te lip* 
pen / nog in be ïscritr tjebben gebzagen / en onbec 
een Bang nebec geüjoipm / aïtoaat bP ftojt baat 
na bm tf&eefï gaf, 

3» 't 3!aac 16 f 9 j toierbm tot 25etn 3&e 3lee* 
tóteh gebaugnt 3Dc ;e luictöra 3eet ïjatb gebate 
belt / m gantg armelijk gettacteett/ Cetftgaf 
men booj bat men3e tottet boob tirilbe gebangert 
bouben ; maat naöet getefoïbeett / g&ben3* baat 
ban öjie quaöen be ftente / nameUJft : of met gaat 
té lüecfte gaan ; of boo? baat ieebm op be <©a* 
lep^n gebannen te toojben : of bod? 26eul£ Jb&nben 
te moeten ftètben;bogtoatïjietopgebbIgti^too?bt 
niet gemeïbt 

§u bit 3elfbe 5|aat gabenbieban2&etneen#la* 
ftaat jupt/ toaat ban in 't ftojt bit beinboubtoag: 
dat de Amptluyden getaft Wierden alle Leeraren 
gevangen f en haare Goederen in verzekering te 
nemen : datze van haar Predikatiten met alle vly- 
tigheyd eq vrindélykheydzouderf onder wezen wor- 
den , om wederom in den fchoot der Kerke inge« 
lyft te wórden. Tuflèn hardnekkige, eygenzinnigé 
en eenvoudige, zou men onderfcheyd maken in het 
öraffen : de bekeerden , mits Betalende haar on- 
■ ' «4 kof- 



$6q 't MERp yam pe H|STORi?tf 

koften , op vrye Voeten (lellen \ zonder haar oy{ 
yerwyt of veragting toe te voegen. De Predikan- 
zulien , als deze wederom in de Kerke aangeno- 
men worden , haar Pfedikatien daar naar rigten; 
haar veel meer loo ven en lief hebben als andere; 
haar met een onaanftootelykeh én godtvrugtigert 
wandel voorgaan , om de anderen beter te gewin- 
nen ; de onbekeerde weder fpannïgen zullen uytden 
Lande gebannen worden , en onder haar ja , in 
plaats van Eede , daar voor eeuwig uytbly ven ; of 
zooze wederom in dezelve komen zonder affiand 
te doen, gegeeflTelt en gebrandmerkt worden: dat 
de Amptlieden ook tegens haar Gunftelmgen zui- 
len procederen , om, zëggehze , deze gants geva- 
relyke Seöe , zonder uytftel te verdryven ' y en 
het Land daar van te zuyverën. üfaat befrf)Ulbi- 

gingen taatm in 't ftojt 6e3e bolgenöe. i . Datze 

feeneh Eed wilden doen aan haar Overheyd. 2. 
)atze de Overheyd niet voor Leeden van dèChrf- 
ftelyke Kerke en erkenden. 3. Datzé de Ayape- 
ncn tot befcherminge des Vaderlands niet wilden 
gebruyken. 4. Dat de Chrïftenen van malkander 
geen Tol of Schattingen mogten èyffen ; hoewel 
zy niet onwillig waren om dezelve te geven. f. 
Om datze geen Quaaddoenders de Overheyd wil- 
den aanbrengen. 6, Dat de Overheyd geen Or- 
donnantie in Geeftelyke Zaken mogte maken ; 
't welk zy daar mede betoonden^ 1. Dat de Lee- 
raren predikten zonder beveiliging der Overheyd. 
2. JDoopten in hare Gemeynte zonder "bevel der 
Overheyd. 3. Dat zy gebruiken, andere Kerkelyke 
Qrdre tegens de inftellingè der Overheyd. 4. Dat 
zy in geen Vergaderingen der Kerken , die op Zon* 
dagen of Bededagen gehouden worden , komen ; en 
daarom niet waardig zynom in 't Land te woonen. 



DER MARTELARfN. $6% 

De Goederen der verbannene of weggelppenc 
Zullen, de onkoften daar afgetrokken, met de ge- 
hoorzame Vrouwen en Kinderen gedeelt worden. 
en dêr zelver aandeel , voor eerit dè vrugïen , 
by de Magiftraait genoten worden ; en zoo ze; 
komen te overlyden in haar onbekèerden ftand , 
jjelyk ook van de gehoorzame Vrouwen en Kin- 
deren , die haar Mannen volgen , gerégtig aan de. 
Magiftraat vervallen. 

Ten laatfteri zal niemant vermogen dezeluyden 
te Herbergen; nog hare Huyzen verleenen om Ver- 
gaderinge in te houden ; nog fchriftelyke of mon- 
delyke gemeenfchap mede houden ; nog haar affi*; 
fteeren met Geld of anders, op een boete van ioo 
gulden of niet konnende betalen arbitralyk geftraft 
te worden. 

©e ;©oopgge3toten in ÜoïïanD / geboetoj toe* 
geng 3ulfte öatöe ©zoceburcn/ aan gaat4&efoöf£! 
genoten / tesolbeetöen öoo? een ootmoedige £>up> 
plicatie aan gaar J^oog ifeogenben / 6e peeren 
Staten Generaal /be 3elbentebet3oeïieneenlgbooj* 
frf»öben£ aan bie ban Snttg en 25etn / boo? te 
oettyuftten, 't 3©elft in 't tofctfc gefielt 3önte / &p 
gaat l|oog Itëogenden 30obanigen ingang tjabbe/ 
bat3e be inoepte namen aan bepbe be genoemde 
foantontf / elft een 3eet betoeegdgften 2B#ef (boa? 
*t gelepte ban tenen Adoifde Vreede) te laten toe* 
tomen ; Wen ift niet ban naariaten (tot betotj^ ban 
julfee upnnuntenbe toelbatett/ten ©oopggejinberi 
niet alleen op bie/ maat ten allen tijden betoee3en/ 
't toelfe gaat be ^Udergoogften ten eeutoigen dage 
tofl bergriten) giet een ban bepde / afeoo3e op een 
tiptftomen / te laten inbloepen ; baat beneffeng ooft 
een / gefc&eben ban be feoog ^rijtbare peeren 
55urgennee(leren en fóegeetpet# bet $tad ftottet* 
% S dam/ 



361 't M«*« VAN DS HlSTORlJftN 

tam / tooo?bdt)ft bp te boeflnu 3Bte ban Dr £ta* 
tmaauöe^toöt^iirialupötal^tialgt 

Wel Edele Hoog Achtbare» Wyze en Voor- 
zienige Heeren , byzondere goede Vrinden 
ende Naburen. 

UYt de klagte van verfcheyde Perfbnen , ge- 
committeert van haar refpe&ive Gemeen- 
tens , die men hier te Lande Mennonifen 
noemt , Borgers en Inwoonders van de Steden 
Dordregt, Haarlem, Levden, Amfteldam.Gón- 
da en Rotterdam, alle gelegen in de Provinti? van 
Holland, hebben wy vernomen dat hare Geloofs- 
genoten , onder, den naam van Wederdoopers al- 
daar tot Zurig , en alomme onder u 1 ieder gebied 
groote Vervolging hebben geleeden * uyt kragt van 
leer rigoreuze Plakkaten tekens hun gemaakt /en 
datze daar door genootaoakt zyn geworden al les te 
moeten verlaten .♦ en naar andere Landen te moe- 
ten vertrekken t tot hare groóte ongelegen they den 
totale ruine. 

Al het welke ons bewogen heeft tot Chriftelyke 
medeJogentheyd , en hebben derhalven niet kan- 
nen onderlaten:imar ter contrarie goet gevonden, 
u Heden mits dezen , zeer Vrmdelyk :, Nabuprlyk 
ook garits Serieufelyk te verzoeken \ dat dezelve 
op het goed exempel van de Magvftraat dérStac} 
Schafhuyzen, de goederen van de Geloofsgenoten 
van de Supplianten (die ulieden na eenige Jar?a 
herwaarts door hare daar toe gefielde Dire&eurs 
'hebben laten refgeeren,en de yrugtea<laaryantre.kr 
ken) willen ontdaan , en aan de vöorfehrevene 
> Geintrefleerden , of har^s laft hebbende laten vol? 
gen , om .binnen «keren Gompmnton tyd tot 
"... " haar 



der Martelaren. 363 

haar behoeve verkogt , ende te gelde gemaakt t? 
werden. 

In gunftige en behoorlyke Con(ideratie nemen- 
de ;dat in den Jare ! 6ss » als wanneer de Vaudoy fen , 
onze eh u^ieder <3elooftgenotcn , van de Rooms* 
gezinden , alleen om de Profetie van hare Gerefor*. 
meerde Religie ,%oöjammerlyk verjaagt en vervplgt 
wierden , dat de noodt van de arme v,erdreven$ 
Menfchen niet anders te dutten , en te hèrftellen 
was, als met het doen ende vergaderéi* van groote 
Aalmoeffen in Engel and, alhier te Lande en elders, 
daar de ware Gereformeerde Religie word gchand- 
•haaft ; de Ddqpgezinde Gemeente nu , devoor- 
fchrevene Supplianten , op de (impele recomman- 
datie van hare {efpeöive Magiftraten-, uyt féhuldi- 
'ge gehoorzaamheyd tot de zelve, gnmet eenen 
uyt Ghriitelyke liefde en mededogentheyd tot de 
voorfchrevene Verdrevene , en vervolgde Chrtfte- 
* neh , 200 miideiyk in hare Vergaderingen hebbeji 
, gegeven ,:• dat daar uyt een notableforome is. ont- 
daan, die de Diaconen van de voorfchrevene Gé- 
-ïrieentens,op ordre van de gemelde hare refpeöi- 
ve Magiftraten, als doen hebbén * overbehandigt 
daarlhet behoorde, . 

: <\ Wy willen ons vertrouwen daar heenen öellen* 
" dat U' lieden deze onze welgemey nde Vriend-nabuur- 
lyke iuteredfie 100 veel zullen differcren , als de 
' billikheyddenzaken is vereyfehende* en wy Van u 
lieden gewoónelyke wysheyd en difcretie te ge* 
moed %\en txiezelve verzekerende dat wy nooyt 
en zullen manqueren , zulks jegens u lieden fampt, 
en zonderling ook jegens hare, in? , en Opgeiete nen 
vetlfchuldigen , en te erkennen refpe&ive , zoo waa- 
neer ons :daar toe occafie voorkomen zal , en u 
lieden aangejoaaöa^ullenhehben,' daar /van pfeuve 
c " '*'• 'te 



364 't Merg vak de Histojubn 

te nemen, ondertuflehen bidden, &c. Hage den 

19 F ebruary 1660. 

3&c3e berfeïjilt aan We ban 35ern baar in boo?* 
namdijft/ battet een berjoeft neffeng fltag / om be 
gebangenen te ontflaan ; geitje ooft blt)ftt in Dim 
»itef ban be «Eb : kreten léafltfftaat ban £ot* 
terbam/ lupbenbe alè bolgt. 

Edele, Erenfefte, Hoog geagtc Heeren , 
waarde Vrinden, 

HEt is weynig dagen geleden , dat ons van wee- 
gen de voorftander$ der Kerke, die men van 
haren voorganger Menno , der Mennoni- 
ten noemt, Requefte is geprefenteert , uyt den naam 
van de zelve Kerke , behelzende langdurige kJag- 
ten, dat tegens haar Geloofs en Religions- verwan- 
ten , onder den hatelyken Naam van Wederdoo» 
pers , in uwer E E : atadt zodanig wort gewoedt, 
dat het hun ingevolge van de Plakkaten niet vryen 
ftaat (fchoon onnozel en van geen misdaden be- 
fchuldigt zynde) met hare Fortuyne en tydelyke-ge- 
le^entheyd uyt uwer E E : Stad en gebied elders te 
vertrekken ; ja dat fommige alleen , en uyt haat 
van haar Geloove , van hunne goederen berooft 
Zynde, in gevangeniflè worden opgefloten. 

Verzoekende zy Supplianten, dat wy door onze 
voorfprake , de ftraffe tegens hare Broeders gefta- 
tuteert , ware het mogelyk , zouden tragten af te 
keeren. 

Welke hare becden op regtvaardige redenen ge- 
fundeert , too zy anders op gewiffe waarheyd ge- 
grond veft zyn, wy alzoo pligt enamptshalveaniet 
en hebben kannen in den wind flaan. 

Zoo 



i> fc r Martelaren. 36/ 
Zoo verzoeken wy uwc EE : Hooggeagte Hee- 
ren , ja wy bidden uwe E E: om de Religie in het 
geloove in Ghrifto , dat Wy met U: EE: gemeen 
hebben , dat *t uwe EE: gelieve de voorfchrevene 
200 harde Plakkaten en befluyten , tegen de on- 
fchuldige dwalende , ofte omzwervende gefmeet; 
of gantfchelyk te vernietigen, ofte indien uwe EE: 
zoude mogen agten^ 't zelve met de gelegentheyd 
van uwen Staat niet over een te komen (waar van 
üwe EE: het bordeel toekomt) ten minften gedo- 
gen dat de ellendige Menfchen , alvorens hunne 
vafte goederen hebbende verkogt , en hare zaken 
bereyd , derwaarts met hare middelen mogen ver- 
trekken , daar zy hun zelven meer veylige geruft- 
heyd, en gerufte veyligheyd beloven. 

Wat ons aangaat , Erentfefte Heeren , wy heb- 
ben al 't zedert dat de eerde gronden van dezen 
Staat geleyt zyn , geoordeelt , dat dit flag vart 
menfchen onvervelende voor de Republyk , gantS 
veylig in den Staat des Lands kan geleden worden. 
Ende dit ons oordeel hebben wy Prins Willem 
tan Orangie, van gelukkige gehcugeniflè (die ons 
door zyn dapperheyd de Vryheyddergewiffensvaft 
geftelt heeft) dank te weten ; die door de beeden 
en den verkeetden iever van een deel quaadgeaarde 
menfchen , nimmermeer heeft konnen bewogen 
worden , om de Mennoniften eenige Burgerlyke 
voordeden te weygeren : ende voorwaar tot nog 
toe hebben wy ons dit niet beklaagt; als nooyt heb- 
bende ondervonden dat de Mennoniften onderden 
dekmantel van Godtsdienft ('t welk alleen ver- 
derffelyk voor alle Republyken is) immermeer irr 
den Staat fetwes hebben getragt te brouwen ; maar 
in 't tegendeel dat zy Tol en Schattinge , en alles 
wat een Onderdaan aan zynen Prince fchuldig is , 

ai- 



366 r t Me*g van deHiStorxen 
altyd met cen luftig en willig gegoed hebben vol- 
daan. Ja dat zy de Gereformeerden elders om haar 
Geloove zwarigheyd lydende , ende nog onlangs 
de Vaudoyfen ome Geloofsgenoten, van den Har- 
tog van Savoyen , op aanhitzen van *s Paus Dte 
naars, jammerlyk mishandelt zynde ,. met. Jbare 
gants milde Aal mo elfen hebben, verligt. 

Ons en is niet onbekend Hooggeagte Hceren , dat 
tommigen , verrukt door eenen averegtten en ver- 
keerden yver, Uwe EK: met reden tragten wys te 
maken, dat het dulden vandeMennoqi(ten;fchade- 
lyk voor de Republyk is, maar met zoodanige redc^ 
nen, welkers kragt ons nooyt en heeft konnen be- 
wegen , om de Mennoniften met eenige harde be r 
fluyten te belaften. 

Want dat zy 't Magiftraats-ampt voor eenChri* 
ften ongeooriooft agten, en hen zelvenvan 't Eed- 
l weeren religieufelyk onthouden (met welke twee 
fiukken zy voornamelyk bezwaart worden) dat en 
kan de Republyk niet fchaden, gemerkt zy de Ma- 
giftraat geen gehoorzaamheyd weygeren , aan de 
welke (ichoon iets laftig gebieden) zy hun uy t dwang 
van hare gewiffe verpligt agten, en aan. hare naak- 
te verklaringen zodanig willen verbonden zyn, dat 
zy haar van verbroke trouwe, en valsheyd qvertuygt 
zynde, de ftraffen van meynedigen. getrooften. 

Welke dingen , zoo lang als zy onbeweegelyk vaft 
blyven,en konnen wy niet zien wat fchade de Re- 
publyk daar door te verwagten heeft. 

Dateenigen, door Godtvrugtige, of wel over* 
gelovige vreeze,hun zelven.van 'tAmptderÖver- 
heyd,en 't Eed fweeren onthouden , wat hier tegen 
ook die geene mogen rellen, die onder den waar- 
lyk heerlyken naam van Gereformeerden, de tyran- 
nye van den Paus navolgen en onder het faveur 

van 



DER M A R T B t A * t N 36* 

Vah treffetyketytelfrvan Reformatie; en zuyverhcyd 
vaft 't Gelove $ het Pausdom in voeren-, van welkers 
Wreedheyd,eertyd$ in deze Stad, inzonderheyd te* 

Sens de Mennonieten geoeffent; zoo menigmaal als 
e géheugeniflè , die ïn onze Regffbér-kallèn 'blyiFk 
opgefloten, onze gedagten laftig valt, zoo fchrik»» 
ken onze Zielen , en wy verheugen ons dat door 
het eertyds vergoten bloed , onze halzen van het 
jök "der woedende Hoere zyn vrygemaakt.* 

Alïe het welke, Hooggeagte Heeren ^ zoo *t van 
'ÜWeHoög Agtbaarheden naar behoren Wordt over- 
v wogen , zien wy in hoope te gemoed , dat U we EE: 
de harde befluyten , tegens de Mennouifteh , of zul- 
len vernietigen, ofte ten minden naar het exempel 
van die van Schafhuyzen , een van de Switferfchè 
Cdntons,en het voorbeeld van <teriRoomsCatho- 
lvken Vorft van Nieuw burg , den ellendige dwalen- 
den zoo veel tyds vergunnen , als genoeg fs om 
hare zaaken te befchikken , en hare woonpiaatzen 
elders te veftigen. 

't Welk Hoogeagte Heeren y als-'t gefehredzal 
lyn, zullen Uwe E E : een zaak e volbragt hebben , 
die 60de aangenaam v voor den Gereformeerden 
naam glorieus y voor de dwalende , ofte omfwer- 
vertde heylzaam ; en ons , die- met U. E E: door 
den naauwen bandt van Religie verknoet zyn, aan- 
genaam zat zyn, en magtig,om allen den gfeetien, 
die met den heerlyken Naam van den zagtmoedi- 
geri Zaligmaker pronken, een voorbeeld te (trekken^ 
Wy-' bidden Godt Almagtig dat hy UEE: Perfo- 
nehyen Republyké,met den glans van zyne Waar- 
heyd verligte; &c; den 14 February 1669. 

gto't '9aar 1671 / fcgttnbpbe peeren bmt 
S&rai alle öamtörnijjö^pö ol«*ttomw^©olfc 

te» 



368 *t Merg va* de Historiën 
on epnte re sön/ getttft upt fc&$toen£ tn bato ta) 
7 «Jtpjü 1671 / upt De $alt$ / upt <&ter3u&3iiB 
Raiiblijtot 

Aangaande het verzoek der Vrinden , betreffende 
den toellad onzer Zwitferze Broeders , in 't Ba- 
uw gebied. Het is zulks dat de zelve in eenen be- 
droefden ftaat zyn , gelyk wy uyt den mond da 
Vlugtelingen, die by ons aangekomen zyn, zynde 
tegenwoordig nog cenige der ielven in mynHays, 
▼errtaan hebben, dewelke zeggen dat men hen d*>' 
gelyks met Provooften opzoekt , en dieze beko- 
men gevankelyk naar de Stadt Bern heenen voert, 
alzoo datter, omtrent vier Weeken geleden, alby 
de veertig zoo Mans als Vrouws-perlbnen in beg- 
tcnis waren. Zv hebben ook al ibminige gegees- 
felt, en ten Lande uytgebanncn ; van welke eené 
hier by ons is aangekomen. Ook hebben zy een 
Dienaar in 't Woord gegeeffelt , en daar na uyt 
het Land gevoert in Bor go rijen , aldaar komende 
hebbenze hem eerft Gebrandmerkt , en zoo onder 
de Walen laten loopen : dog alzoo hy met nie- 
mand en konde fpreeken , zoo heeft hy wel drie 
dagen met dat verbrand Lichaam moeten gaan, eer 
hy verbonden wierdt,en eenige verquikking quam 
te genieten : zoodanig geftelt zynde , dat als men 
hem o tuk leed e om te verbinden , Hem de materie 
over den rug afliep , gelyk my een Broeder , die 
hem heeft helpen verbinden , zelfs gezeyt heeft. 
De*e Vrind is in der Elfas aangekomen , nevens 
nog een Man en twee Vrouws-perfoneii , die ook 

fpgceüèlt en uytgebannen zyn ; alzoó datze zeer 
Ireng handelen , en zoo het fchynt van haar voor- 
nemen niet en zullen aflaten , tot datze dat on- 
noolle Volk geheel uyt haar Land gebannen < en 
tiytgeroeyt zullen hebben. 

Dair 



t>ÉH Martelaren, 369 
Daar Ichynt ook niets meer te doen te zyti , ia 
faveur van deze verdrukte Broeders : want behal- 
ven dat de Vrinden aldaar tot Amfterdam , elders 
al eenige Jaren in die zaak hebben gearbeydt , zoo- 
danig ook , datter eenig gunftig voorfchryveü van 
de Heeren Staten van Holland , als ook in 't by- 
zonder der Stadt Amfterdam , en nog van andre 
Perfoonen van QuaHteyt , derwaarts aan de Magi- 
firaat is gezonden , zoo is ook nog in 't Jaar 1660 
eene Expreflen (Adolf de Vreede genoemt) daar 
na toegezonden ; maar het en heeft niet veel tert 

§oede voor onze Vrinden aldaar gewrogt ; alzoó 
at ik niet kan zien dat de Vrinden nu ook iets ia 
die zaak zullen konnen doen ,tot voordeel van on- 
ze verdrukte Broeders aldaar. Men zal zoo moe* 
ten met lydzaamheyd verwagten ; wat uy tkomft de 
Heere onze Godt haar zal believen te verkenen. 

lïpt be genoemde plaatst / 3Ört na be3en nog biet 
JSjietoen gekomen toegeng benmiferabelen fïaatbet 
«©oopg-gesinben albaat / en get onnoojel aanfto* 
mm in öe #galt# ban omtrent 80 &upége3innen / 
beneffeng bed anbete / bie gaat cgtgenoten en 
ïtinbeten/ bte niet mebe en toilben/ albaat gabben 
moeten laten/ tot omtrent 700 in 't getal- 2&en» 
genbe met malftanbet omtrent 2000 fiifrbaalbetg 
met3icgfflebe, .. , . 

f|n todftet eetfieri / gefegjtóen ben 23 lïöep/ be 
£cg$toet betmelbt / bat beele gaat omtrent 
^traatébutg op gielben / en in be 3©gnbergen/ 
alg ooft in be Stoffen om gout te ftlootoen/ gingen 
atbepben/ opgoope ban betïagting/ entoeber* 
ftomfi in gaat ïanb ; toojbet bat 3$ gebangenig/ 
toaat onbet een iBan met negen ftinberen / gaar 
aan ftetenen gabben laten fïupten/ om op <6aïepen 
gebjagt te toojben / aïg 006 battet een <©ubt man 
%* ban 



370 *t Merg van de Historiën 
ban 80 blaten fat be gebangentó toa£ geflotfwm 

©e ttoeebe / aan Hendrik de Bakker, tOt^Uttl* 
fferbam ben 13 ©ctober gefc&eben / melbt onbet 
andere 3aaften : bat in ben fiaaö tot28>ernbeffooten 
toag / alle gebangene |»ang perfoonen/ We jong 
en fterft toaren/ op be <0alépen/ geltjft be 3eg bo* 
rige te bannen / be oube en onbermogenbe eïöerg 
geen te ber3enben / of in een gedurige getoangenf£ 
te gouben ; bog bat toegen£ be eerften een mebo* 
genb &eer 3fcïj aan ben ttaab gabbe bertoont/met 
behoeft aan be 3elben naat gare foeteren in bet 
«glfag te tep3en/ en be 3elben te betoegen totgetfn* 
fiaan ban be op be «Balepen beroojbeeïde te be30?* 
gen / niet toeöerom in {jaar Hand te domen : 'ttoeïft 
tjp ban bepbe bertoojf /en al300 get effect bettoag* 
te, tipt ben berben ban ben 3 Jïobem&er/ bat 'er 
al omtrent 200 §9etfoonen aangekomen toaren / 
toaar onbet bed oube Ifóarmen en ®?outoen/ban 
70/ 80 ja 90 Slaten oubt/ bed ftreupele en lam* 
me / toagenbe tjaat bonöelfteng op den rugge/ en 
gare Sf inderften£ op ben anti / 3ommige toelge* 
moeb / docg anderen / insondergepd be ouben en 
onbermogenden / met betraande J©angen / moe* 
tende in gaar oube bagen img etlendtg Stoerben: 
30Q bat be <$d)?pber beneffeng anberen/ toeï beer* 
tien bagen gaar toerft gadben gemaaftt / om gaar 
herberg en anbere noobjuftigfjeben te befieflen, 

©e laatfïe / gefcgjeben ben s Sanuarp beg 9aarg 
1672 melbt ; bat 'er toen al 641 $et$onen in be , 
©alr^ toaren aangekomen / tootbenbe nocg om* 
trent gonbert bertoagt / toelfte allen ban be ©?in* 
öen albaar toierben ter nebergefielb / 3gnde ban 
bien ©ojfï toel ontfangen en getyagen/ en ban be 
3Boop£ge5inden/ in5ondergepd doo? die ban Stro* 
fterbam / met een gtoote fomme 4Belb# / toaar 

me* 



'der Martelaren. 371 

tnebe jp gemeïben Heudrik de Bakker, en anberet) 
naar be §paft£ / tot beje lupbm af5onben / geafTt* 



©05e toerfïonben ooft upt eenigen ban bie 40 ge- 
tangenen/ bat3e/ op 't toet3oeft ban Om gemelbeti 
$}ttt I alle toaren losgelaten / en tot 25a3ri aan 
tate toebeten obetgdebett / bie ban gejainent- 
jp in be ©altg toaten aangekomen. 

2p tyoegen ooft aan be boojnaamflen onbec 
ïjaat/ toaatpmje niet al eetbet bertroftften toaten/ 
pü bepltget plaat3e ïjabben ge3ogt ; betoijïe jbe iBa* 
gifltaat fjaat 3ulft| niet tjabbe toetötnbett ƒ toaat 
ppfe boojnamelöft ttoee rebenen gatien ; be eerfie 

om dat onder het kruys , het ligt des Heyligen 
EuangeMums in veelen veel klaarder opging , en 
daar door haar Gemeente dagelyks toenam ; waar- 
omie zwarigheyd maakten , dat verfcheyden door 1 
haar vertrek , om tot het ware Gelové te komen ? 
verhindert zouden worden. 

De andere, datter verfcheyde verdeelde Huysge- 
zinnen waren , waar van een van beydeh in de pu- 
blyke kerke gingen , en derfiaiven ongenegen om 
haar Ega (e volgen , dat ook verfcheyde onder dé 
Dienaren hier niet vry van waren , d^t fwep der- 
zelven aldaar waren , die Vrouwen hadden , die 
niet in de Gemeente waren % welke zy f van een 
goed Vrind gewaarfchout,by nagt hadden moeten 
verlaten , niet wetende ofte haar gouden volgen : 
èn tnaakte dit te meer zwarigheyd, pm dat de Ma- 
giftraat vryheyd gaf dat de zulken wederom mog- 
ten Trouwen , hadden daarom liever wat willeqi 
fyden , als zonder grooten nood yertrekkên. 

1 E Y N D E. 



REGISTER. 

A. 

fe Attft Boen. 340 

J\ AwnrcTteHfk Geval, 193 

Aftfetm ^m T^nnmil, 218 

Aafeta Jfcuippm, 265* 

Aaram CnraeUfc. 159 
JtaMHiiJ«n&. HoEtanafar, 271, 316 

Aamprojiw yn Mffinlraws gnaf , 282 

AariamCn,, 263 

Aaróm Am a ^ga Qiqwhmw, ioj 

AtfrtwuJHaos^ 2ój 

Jtorwm ïtoptei*. 299 

AartrniWUtemo. 25-4 

AgirHWNES 61 

A«S*teös, 18 

Aewarte:* 36 

AfcSWates 4^ 

AteawteAaiör»^ 28 

Atsroute *w ftsgïca, 2 ƒ 

AlfeftjuiA. **ƒ 

Atneta. 7i 

Ammnnwr»^ 36 

Ai«te», f 

AiwMte !»«*&. 242 

Amtri» LengedoJ, 2I0 

Anar«* rfrchiner, 3*9 

Andrftnra*,, l*t 5° 

Aunaium Hendriks, jo* 



KEG I S T £ R. 



Antieken van den Hoove, 


34i 


Anneken Janfi. 


Ui 


Anneken van Vrieburg, 


108 


Anneken Ogiers, 


26J 


Anthoni van Aflèlroje, 


>49 


Anthoni Ysbaart , 


*9S 


Antipas, 


l 3 


Apleunis van den Berge, 


*Sf 


Apolonia, 


36 


Apphianus, 


6ö 


Aquila, 


12 


Arent Blok, 


**f 


Arent van Effen, 


264 


Arent Jacobfz. 


131 


Ariftarchns, 


12 


Afterius , 


46 


Ater, 


37 


Augnftyn, 


«: I76 


Augurius, 


41 


Aurea. 

B. 


73 


Babtlas, 


37 


Balthafar Hubmor, 


122 


Banden raken telkens los, 


200 


Barbel, 


21f 


Barbelken Goethals. 


266 


Barber Jans, 


26f 


Barber ] ooft en, 


i6 S 


Bartholomens , 


M 


Bartholomeus Pottebakker , 


i«7 


Bartholomens Panten , 


343 


Barnabas, 


10 


Benjamin, 


66 


Berentje, 


216 


Bltndina, 


26 


Ha3 


Bor- 



REGISTER. 

Borgermeefter word met belemmering van fcyn 

fpraak en luysziekte geftraft, ifl 

Bruyn en Anthoni de Weycr* 274 
Brief van den Prince aan die van Middelburg, 32} 
Brieven van voorfchryvens aan die van Zurig en 

Bern, 361 

van de Staten Generaal , 362 

van de Magiftraat van Rotterdam. 364 
G. 

Carius Pradeo, 106 

Carpus , 13 

Caffianus, 54 

Caterina, tji 

Chriftiaan Gafteyger ^ 329 

Chriftoffel Fierens, i%S 

Chriftiaan Langedul > 237 

Chriftiaan Ryken ? 343 

Chriftiaan Haringin^ 111 

Claas de Praat, 177 

Claudius, .46 

Claudiuede Vettre, 143 

Clement Hendrik ft* 263 

Clement Dirk ft. . - 183 

Coenraat Fiechter, 129 

CoenraatKog, 233 

Cointa, • ■ . 36 

Colaart de Kuyper, 220 

Cornelis van Kuylenburg, 216 

Cornelis Schepemaker , 238 

Cornelis Janfi. Van Haarlem, 263 

Cornelis de Gyfelaar. -«■■ 28 ƒ 

D. 
ï)aaging binnen drie dagen voor Göcks oordeel * 1 77 
Damiaan, - 125* 

Daniel Verkampt* \gf 



REGISTER. 

David, ' '174 

Dionifius Ariopagita , 13,18 

Dionifia, 36 

Dirk Andrieffe, 256 

Dirk Janfz. 15*9 

Dirk Meeuwifi. 267 

Dirk van Weefel, 274 

Dirk Willemfz. 247 

Donnina, 48 

Dominicus, • 103 

Douwe Ewoutfi. 276 
Drie Broederen. 142 , 322 
Dulceinus en zeer veel anderen gemartelt. 86, 89 

E. 

Een Oudt-man. 166 

Elifabeth, 134 

Elifabeth, 170 

Elifabeth, 15*1 

Ellert Janfz. 136 

Epimachus, 36 

Epaphras, 12 

Epipodius van Lions, *8 

Epolonius, 37 

Eucratis, j6 

Eulalia, ff 

Eulogius, - 41 

Eunus , 36 

Euplius, 56 

EvertNouts, 19$ 

Evert van Warendorp , 298 

Eenige Doopsgezinde Chriftenen , 306 

F. 

Faas Dirkfz* lóf 

Felicitas, , 19 

Felicitas. , . - 31 



R EGI.S T£l 

Felirianus, *9 

Felix, 1 ? 

FelixLandis, 3» 

FelixMants, 9 2 

FeliftisRefinx, *fy 

Fijeen Eelken, 137 

Fyt Pelgroms } ? * I 

Frans, M$ 

Fran^oys de Timmerman f 2j6 

F ruöuofus , 4 l 
' G. 

Geleyn de Schoenmaker , 284 

Georg Wagner, 94 

Georg Wanger, 33° 

Gerrit van Kempen , Z49 

Gerrit Cornelifz. 267 

Genit Hafepoot, 178 

Gillis, IJl 

(Grietman bekomt een ellendig eynde, 303 
Grouwelyke Martelingen. 21 ,24 , 20, 34, 35,4°» 

43^2, 64, 65-, 66, 68, 77, 82,103, 108, 

117,129,210,313. 
H. 

Hans Blitel, 133 

Hans Braal, 179 

HansBret, 317 

Hans George^ 2^3 

Hans Hueber, iif 

Hans Kogh, 90 

Hans Knevel , 298 

Hans^andis, 34 ƒ 

Han$ Mifel, 277 

Hans Marynfz. . . . * 249 

flans van Monfter, 149 

Handt word met Lammigh$jrd geflagen* 43 



R E G I S T E ». 

Hans Tan O verdam, 139 

Hans Pichncr, 217 

Hans Peltner, 327 

Hans Schlaaffer, 182 

Hans Sinneraver, 132 

Hans Smit, 199 

Hans Symons , 238 

Hansken van Stotfingen , 103 

Hans van der Straten , 265 

Hans van de Reeve, j 06 

Hans Vermaars, 219 

Hansken van den Weege, lóf 

Harmen van Vlekwyk, x{6 

Harmen de Verwer, 274 

gendrik Arentfz. 242 

endrik Alewynfz. 248 

Hendrik Dirkfz. i J9 

Hendrik van Etten , 257 

Hendrik van Ekkelp, 297 

Hendrik Janfz. van Sollen), 216 

Hendrik Eemken, 224 

Hendrik Pruyt, 3°4 

Hendrik Somer, 320 

Hendrik Ter woo nh, 309 

Hendrik Verftraien, 269 

Heraclides, &c. 3* 

Heron. 37 

puyg Jacobfz. Craan. **9 

L 

, aapje Maat, i8y 

, acobus den Apoftel , f 

, acobus Zebedei, 9 

( acob Dirkfz. 241 

^ acob de Roors of Keersgiter , *S$ 

; acob van jden Weege , 300 



K E G F S T E R. 

K. . 
Kalleken Weduwe van Apleupis van den Berge, ijó 
Kafper van Schoenek, 10 J 
Kindt heeft de littekenen van de? Moeders ban- 
den in lyn armen, M7 
Kinderen verkiefen met Vader en Moeder te 

fterven, **& 

Klaas Leks, T 4* 

Klaas Opreyder, • M 

Klaas van Ar inentiers, 3 1 ? 

Klaasken, *» 

L. 

Lanwerens de Schoenmaker, 316 

Lauwerens Janfi. Nootdruft, 317 

Leenaart Plovier, 1»* 

Leeuwen Verfcheuren Ignatius, ^ 17 
Leeuw en Beerin weygeren de-Lichamcn te ver* 

fcheuren, S°t^ 

Leonhart Meyfter, 90 

LeonhartKeyfer, 9J 

Leonhart Schoener, 100 

Leonhart Bernkop , 124 

Leonhart Sumeraver, 33 l 

Leonhart Boltfinger, 343 

Levina, J74 

Lionïdes Vader van Origenes, 3* 

Liepolt Snyder, 10? 

Lippyntje Stayaarts, 3 00 

Lyntje Kerneis, *ty 

Lyntjeloris, *7f 

Lysken, if3 

Lodewyk Foeft , ' *9 

Lou werèns van der Leyen , * n 

Louwerens Andriefx. **> 

Louwerens Verkamer, «ff 

Lu- 



R EG IS T ER/ 



Lucas de Euangelift , 


:i 


Lucius , 


Ludovicus, 


tc6 


Lucas de Groot, 


2f4 


Lucas Lammertfz. 


132 


M. 




Mandament der Staten Generaal 


aan die van 


Aardenburg, 


346 


Maarten Karftenfz. 


i6f 


Macar, 


36 


Marten van der Straten, 


299 


Mayken Boofer, 


227 


May ken Deynoots, 


269 


Mayken Wens, 


290 


Mayken de Korte , 


206 


Mayken van Deventer, 


3oi 


Mayken Pikkelen, 


343 


Mayken Wouters, 


34o 


Malchus , 


42 


Mamas, 


43 


Mavilus, 


3o 


'Marcella, 


31 


Marcus den Euangelift* 


10 


Maria van Beckum , 


126 


Maria van Monjou, 


i*8 


Marcus de Lederf nyder, 


218 


Marten Boffier, 


218 


Mattheus den Euangelift, 


10 


Matthias den gekoren Apoftel , 


12 


Maturus , 


26 


Matthys Servaaf , 


234 


Mattheus Keufe, 


326 


Mattheus Barnaart, 


20» 


Martelaars Gebeente word bj deo Priefter begra- . 


ren, 


20? 




Man- 



REGISTER. 

Mauritius , 

Maximus, 

Mr. Ielis Matthyft, 

MelchiorPlatfer, 

Mcnno ontvlugt de vervolgers , 

Mercuria , 

Metras, 

Michiel Buyfe, . 

Michiel van Bruffel, en Barbertje, 

MichielHafel f 

Michiel Satler, 

Michiel Viffer, 

Michiel Wideman. 

Nemefius, 

Nemilo, 

Neon, 

Nelleken laspers, 

Nikanor, 

Nikafen en Martyntje van Aalmeers. 

Olivier Willemft. 

Onweder ten tyden des Gcregts, 

Onefiphorus, 

Origenes, 

Oswalt van Iamnits. 

P, 
Paap beliegt den Dooden , 
Permeuas, 
Pancratius, 
Paulus den Apoftel , 
Paftoor verrot iyn Vlees, 
Paufelykemagt, 
Paulus van Druynen, 



REGISTER. 

Pelagius, 7 Ö 

Perpetua, jï 

Petrus den Apoflel, U 

Philippus, 9 

Philidianus, 37 

Photinus, 27 

Pieter Kotter, u* 

Picter van Eyndhoven , • 193 

Pieter den Oude, 25Ó 

Pieter Styaart, ia* 

Pieter de Guliker, 284 

Pieter van Ol men , 216 
Pieter Titelman word met Luyzen geftraft, 196 
Pieter Pieterfz. Bekje , 246 , 2,5*9 

Pieter Seymer, « 332 

Piryntje Loosvelt, ' 288 

Pionius, 37 
Plakkaat van Zurig, 91,110 

Plakkaat van den Koning van Spanjen, 113 

Plakkaat van Groeningen en Sneek , 344 

Plakkaat van Deventer, 248 

Plakkaat van Bern , 359 

Plutarchus, 32 
Policarpus, 22, 23 

Primus , 59 

Prifca, 12 

Prifcus, 42 

Prochorus, 13 

Probus, fQ 

Proeve met gloeyend Yfer, 83 

Proeve met kookent Water. 8 ƒ 

Quirinus Pieterfz. 147 

R. Raat$- 



REGISTER. 

R. 

Raatsheer derft voor den Lydcr een fchrikkelyken 

dood , 200 

Raphel van de Velde, 313 

Regter legt door fchrik zyn athpt neder , 96 

Regter raakt tot fmaat en fchande, 98 

Regter eet xyn eygen Tong* 104 

Regter derft ellendig , \6f 

Regter derft haadig, 95 

Reyer Dirkfx. 150 

Reytfe Eyfefz. 302 

Remkc Ramakers, 149 

Rivieren rood van het uytgcdorte bloed der Chri- 

denen , 52 

RigdHeynes* 147 

Rhais, 33 

Rook gaat regt opwaarts, 16; 
Rook gaat tegt opwaarts met een harde wind ,339 

Roermonde verbrand 4 141 
Roroede zyn antwoord aan den Deken van Ron- 

fe, 196 

Rutilus. 30 

S* 

SanSus,. 26 

Sander Wouterfz. 298 

Serapion, 36 

School-klerken dooden haar Meede* f > ƒ4 en jf 

Scrundulus, 32 

Sirenus, 32 

Sicke Snyder* 129 

Silas, 12 

Simpele zyn bedryf* 169 

Symon Zelotcs, 12 

Symon Cleophas, 16 

Symphorianus, 44 

Sy- 



REGISTER. 
Symon den Cramer, 166 
SyntjeWens, 333 
Syntje Baarningen, 300 
Soetj e van den Höute , 214 
Sonne word bloed rood, 279 
Sonne verduyftert, 134 
Spotter verlieft zynfpraak, 223 
Stéphanus, 4 
Steven de Graat, 253 
Sufanneken en Kalleken Claas, 301 
Switfers worden in 5* jaar van vervolgde Vervol- 
gers, 91 
Switfers haar grouwelyke Sentie over 20 Chri- 
ftenen. 123 
T 
Tanneken van der Leyen *, 217 
Tamboer zyn bedryf, 171 
Tertulianus, 33 
Theodulus, 6c 
Theodofia, 64 
Theonilla, 48 
Ttieracus, jo 
Thomas, 12 
Thomas Harman, 98 
Thomas Balthafar, 105 
Thomas Han, 338 
Thimotheus, 13 
Tjaart Reyners, 120 
Tys Andrieft. 263 
Tys van Lint, 14 1 
Tyran fterft zeer ellendig, 68 
Tys, 21$ 
Tröphimus. 13 
TryntjeKeuts, 104 
Tennis van HaufteJraat , 1 49. 
55 ft Twee 



REGISTER. 
Twee jonge Maagdekens. 145* 

Twee gebrekkelyke Ledematen gevangene 216 

v • 
Vagevuur wat, 286 

Valer ia, 16 

Valerius School-meefter* 25* f 

Verrader verdrinkt voor den Lyder, ióz 

Verraders fchrikkelyk eynde, 202 

Verrader en zyn Vrouw worden grouwelyk ge- 

pynigt, 133 

Verrader word zyn Huys geplondert, 24 $• 

Verantwoording der Doops-gezinden voor de 

Koninginne Elifabeth , 311 

Verantwoording voor de Staten van Holland ,349 
Verantwoording voor die van Zurig, 35*3 

Vervolgde redt zyn Vervolger uyt het Ys en word 
van hem gevangen * 247 

Vervolger word in een poel van Slangen gewor- 
pen, 70 
Vervolging onder de Koninginne Elifabeth, 306 
Veertig Jongelingen, 63 
Vier vrome Chriitenen , j f 1 
Viglig Pleytner, ioó 
Vilgart van Schoenek , 10 f 
Vitalus, ^ ij- 
Ulpianus, 61 
Urbanus, 37 
Urfel, • 126 

W. 
Water-vloed doet groote fchade tot Romen , 193 
Weynken Klaas van Monnikendam, 99 

Willeboort Cornelifz. 228 , 25-3 

Willem de Droogfcheerder, 193 

Willem van Haverbeeke, 218 

Wttlem Jaufz. 25-0 

Wil- 



REGISTER. 

Willem de Kiftemaker , i fj 

Willem van Keppel, ifi 

Willem de Ryke, 285* 

Willem Wiggers van Barfinghorn , 112 

Wolfgang Pinder, 267 

Wonderlyk Gedruys f 275* 

Wouter van Cappelle, 168 

Wouter de Nys, 256 

Wouter van Stoel wyk. uo 

Z. 

Zenobius en Zenobia. 49 




256 2 



CATA- 



Catalogus van Boeken , 

Welke, by de Wed: Barend Visscher, 
Gedrukt of in meerder getal te bekomen zyn. 

In Folio. 

GOdfncd Arnold , waare Afbeelding der Eerfte 
Chriftenen, 2 deelen, met figuren, van 
]. Luiken. 

— Hiftorien der Kerke en Ketteren , 2 deelen , fig. 
Tielenttn Janfz. van Bracht , Martelaars-Spiegel der 

Doops-gezinden, met fig. op groot Papier. 
Jok. Clerkms in Pemtstaubmm £jr Libros Htftoricos, 

3 *»/. 

— Lièri Hifterici. apart, 
firhtfii 0£r*, 2 w. 

Alle de Werken van den Droft Pfeter Corn. Hooft, 

4 deelen , groot Papier met fig. 
Hammond & CUricms im movmm Teftamentum , 2 vol 
Langedult , Aantekeningen over 't geheele N. 

Teftament. 
G. Brand , Leeven van den Admiraal de Ruiter, 

met fig. 
C. de Bruin , Reyten doorMoscovie en Perfie, 

vol fig. groot Papier. 
Bybelfche Hiftorie, vol figuren. 
Befchryving van Spanje en Portugal, vol fig. 
De Werken van Jofephus Hall, eerfte deel. 
Komfte van Koning Wilhem in Holland , vol fig. 

eroot Papier. 
Pb.a LimborchCommtwUtrius 'tnAÜaApoftolorum &c. 
Smallegange,Chronyk van Zeeland, vol fig. groot 

Papier. 

van 



CATALOGUS, 

van Eyk, Nederlandfche Scheeps Bouwkunde fig. 



In Quarto. 



JOhannes Arentz, Waare Chriftendom, fig. 
Abbrink, over 't Hooglied. 
L. Bake, Bybelfe Gezangen, fig. 

G. Bidloo, Brieven der Gemartelde Apoftelen, fig. 

Bohm, eenige Traétoten. 

Kaspar Brandy jPredikatien.over verfcheideTexten. 

Gerard Brand, 21 Feeft-Predikatien met deÜelfs 
Leeven en Theologifche Leflen. 

Jan Brand , Paulus Leeven. 

Burnet, Godgeleertheid. 

Breen, tegen de joden. 

Cornelis Claafz. Bruin, Predikatïen. 

Curcellaeus, Onderwys en Zedekonft, 2 deelen. 

Crellius, verfcheide. 

DiéHonaire de Marin Frans en Nederduits , en 
Nederduits en Frans, 2 deelen. 

A.vanEgbem, Godgeleerdheid. 

Episcopïus, Leven en 17 Predikatïen groot en ge- 
meen Papier. 

S. Glajfiï Philologia Soera. 

P. Cluverü Geographia^ cum fig. 

GnrtUri Orlgines Nlundi. 

Blankardi Opera Medïca Theor-praót. i vol fig. 

Hugo de Groot, over het geheele N. Teftament, 
4 deelen. 

— over Mattheus, apart. 

-— over de Brieven der Apoftelen en Openbaring, 
2 deelen, apart. 

Giron, Italiaans en Nederduits Woordenboek, 2 
deelen» 

55Ö 3 7 Hart- 



CATALOGUS, 

Hartzoeker, over Mattheus. 

— over Lucas. 

Alle de Werken van petros van der Hagen, j delen. 
Langedult, Zedekunft. 

Ph. van Limborch, Qiriftelyke Godgeleerdheid ,3 
deelen, dezelve op groot Papier. 

— Over de Handelingen der Apofteleij. 
— — dezelve op groot Papier. 

Adam van Lïnts » Zedelyk Rymwerk. 
P. Langendyks Gedichten , 2 deelen. 
— - dezelve op groot Papier. 
Monen , Lydende Heyland. 

« Paulus Euangelie dfcnft onder deHeydencn. 

Pontanus, Bedenkingen. 

jGargon , over de Catechismus. 

Knibbe, over de Catechismus. 

Groenewegen, over de Catechismus. 

Sibersma , over de Catechismus. 

Nyloë , Schriftuurlyke Reden voering , en Schnï« 

tuurlykLigt, 3 deelen, fig. 
Noordbeek, over Maleachi. 
Opera van Pieter Pieterfz. beflaande in verfcheidc 

Godvrugtige Traflaatjes. 
Schabaalje, Leven van Jefus Chriftus, vol fig. 
Stellingfleet,XH Redeneringe over'tLydeChrifti. 
Michiel Fortgens, Tyd en Feeft-Predikatien, ver- 
■ ( meerdert met 7 Predikatien over Pfalm 27. 
*— — over de twee eeröe Capittelen van den eerden 

Brief Petri. 
— over Pfalm 27 apart. 
Alle de Werken van Jacob Bril. 
J. van Vondel, Virgilius in Rym. 

. Befpiegelingen van God en Godsdienft. 

_— Maagdebrieven, fig. 

. Horatius Lierzangen en Dichtkonft. 

J. vaa 



CATALOGU S; 

J. van Vondel, Helden Gods* ' 
-— ^— gitaar Geheimeniffen. 

— Heerlykheyd der Kerke. 

— Toneel van 's Menfchen Leeven. 

, VorJliiCommentarius inOmnesfereEfiftolasApoJiolicasi 
Crellii Mthica cum Cathechefi Polonica. 
Wolzogen over het Euangelium van Johannes. 
TTafereelen der Eerfte Chriftenen met heer lyke Konft 

platen yan Jan Luiken , en berymt doof 

Cl. Bruin en P. Langendyk. 
Wizowatius over de Zendbrieven van Jacobus en 

Judas. 

In O&avo. 

R Boy Ie, hoge Eerbiedigheid Gods. 
• — - Verhandeling der Eind-oomken. 
Br akel, eeeftelyk Leven en Trappen des Geeftelykeri 

Levens, z deelen* 
Alle de Werken van JacobCats, 6 delen compleet* 

met fig. 
Cats Zinnebeelden, met fig. f 

— Trouw Ring, met fig. \ 

— — Huw'lyk , met fig. ^ Apart. 
Slapeloie Nachten, met fig. I 

— O. en N. Tyd, met fig. l> 

Joh. Ie Clercq , Parrhafiana of vrymoedige Bedert- 
kingen. 

Adriaan van Eghem,kort Onderwys met Aanteke- 
ningen. . 

Bi van de Waal , Eeuwig-geluidmakende Vreugd 
Bazuin. 

Verdediging der Doops-gezinden door Enge* 
Arentfz. 



CATALOGUS, 

Pafichier de fyne Tra&aatjes, met deflêlft Leven. 
Regnerus de Graaf, Medicinale Werken, vol fig. 
Hugo de Groot, Bewys van den waren Godsdienft, 

door zyn Ed. op Louveftein zelf Berymt. 
9 t Zelve, in Ónrym door Oudaan vertaalt. * 
Gracian, Konft der Wysheid. 
Gondeau , Tafereel en van Boet e en Penitent ie, met ' 

fig- 

Ruird Gerbens, Geloofs Belydenis. 

Gemengelde Parnas Loof. 

Yvo Gaukes, van de Scheurbot. 

Haze, Zegehpralende Chriftus. 

Chr. Hugens, Waereld Befchouwer, met fig. 

Claas Bruins Zededichten,met fig. Vermeerderd met 
het Leven van Koning David en andere Stoffen. 

Hondorfius, over de 10 Geboden, met fig. 

Lodenftein, Uitfpanningen. 

Kloek en van Sorgens Gezangen. 

Kalloandro & Endmiro, % delen. 

Lake, Smerte der Meffias. 

Lucas,Onderzoek van 's Menfchen Gelukzaligheid. 

Lampe,Heylige Oeffeningen,overPfalm45'. 2 de- 
len, fig. , 

Montanus, Nietigheid van den Kinderdoop. 

Merg van de Hiftorien der Martelaren, met fig. 

Mallaval , Ligte Praöyk om de ziel tot God op te 
heffen. 

J. Oudaan, Schriftuurlyke Poëzy. 

Ooftervald , Catechifatie. 

Pater Abrah.a St. Clarajudas d'Aardfchelm,3 delen. 

's Waerelds Mooi en Lelykheid. 

Quenel,Memorien wegens dePaufelyke Conftitutie. 

Sherlock Zedelyke Redenering over de Dood. 

B. J. Stol, Godvrugtige gedagten eener geheiligde 
Ziele. 

En meer andere Boeken. 



\ 



A 



"*\