(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Vaderlandsche letteroefeningen"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 






'^^i^>^•r riiL^sV.;. 




J. H. KBELAGE. 



iV 





A? 



JB o E KBESCHOVWfNG, 

VOOR 
f 1841. 



/ 



\ 



VADERLANDSCUË 

LETTEROEFENINGEN , 

OF 

TIJDSCHRIFT 

VAN 

KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN, 

WAARIN DE 

BOEKEN EN SCHRIFTEN, 

PIB BAGBLIJK8 IN ONS TADBHLAND EN 
BLDBR8 VITKOHBN9 OOKDBBLKtTNDIO 
TBTSNS BN TRIJMOEDIG VERHAN- 
DELD WOEDBN* 

BENEVENS 

MEN GELWERK, 

M Fraaie Letteren , Kunsten en Wetenschappen , 
betrekkelijk. 

EERSTE STUK.' 

TOO» 

1841. 

BOEKBESCHO VWING. 

Te AMSTERDAM, by 

G. S. LEENEMAN tar der KROE 

«» 

J. W. IJNTEMA. 

1841. 






Wit. 

f 
\*rf Af cl- 

JB O E K B E S C H O ü W I N G. 

Merkwaardigheden uit de Geschiedenis van den Profeet 
jjtRBMiA, beschouwd in Leerredenen y door j. moil, 
jAGOBsz.» Predikant hij de Herpormde Gemeente te 
^sGrmenhage. Tweede Druk. 'sGravenhage, bij W. 
P. Tan Stockiun. 1840. In gr. 8vo. X en 212 W. 
ƒ 2.: 

Jtlet onderwerp, dat de Eerw. moll zkh Toor doze zijne 
Leerredenen^ekozèn heeft , bereelt zich door zijne nieair- 
heid genoeg au, om, bij eene goede bebandehngy den 
lezer, zoo wel als den hoorder, aan te trekken, en door 
. bcaden op prijs gesteld te worden. Deze onderscheiding 
zijn dan ook deie Leerredenen, naarRec*. inzien, 'in meer 
dan één opzigl waardig. Gelijk het goedkeuring verdient^ 
dat de stof niet al te fijn uitgesponnen is , door volstrekt 
alle b^zonderheden uit het Ieren van jirbmia op te ne- 
men, zoo Termoe^en ook de Leerredenen niet door over- 
matige lengte. Thema en dispositie zijn doorgaans vrij ge^ 
lukkignit den tekst a%eleid: de voorstelling van het histo.- 
mcke is meestal eenvoudig en duidelijk , zonder veel om^ 
slag: het practisthe is Üoog ernstig:, zonder oYerstreng te 
zqn: de st^J is over .!l geheel zonder veel verheffing en. le- 
vendigheid , maar houdt zich toch doorgaans genoeg staan*- 
de, om met genoegd gehoord en gelezen te wordeni 

Zietdëar deze Leerredenen in het algemeen geschetst; 
en als wij nu nog een uittreksel uit deze en gene leverden , 
dan zouden wij misschien volstaan kunnen: maar onze Le- 
zers suUen ook misschien yerlangen te weten , welke bij- 
zonderheden er vw dat niet gewone ;onderwerp hier wel het 
meest inT het midden gebragt , en hoe de merkwaairdigheden 
uit hel leven van dien Israëlitschen Profeet tot Christelijke 
stichting aangewend worden. Zulks wil Ree. dus korlel^k 
aanwezen; en daar het ligt te begrijpen is, dat de eene 

BOEKBESCH. 1841. HO. 1. A 



J. MOLL, JAGOBSZ. 



Leerrede hem , behoudens den algemeen gegeren lof, beter 
bevallen heeft ^ dan de andere, zal de Steller derz^lyen 
het hem , hoopt hij , ten goede honden , wanneer hij dit 
hier en daar, niet om hem daarin meesterachtig te regt te 
wijzen, maar in het belang der Kansel welsprekendheid» 
bescheiden te kennen geeft. 

De eer^fe Leerrede stelt, naar jeu. I: 1-^8, jbrcmia's 
prèfetisehe roeping als eene heilrijke openbaring yan het 
Godf bestuur roet f en doet dit, den tekst volgende, sien, 
door op te merken, totwien, wanneer, voor welken tyd, 
op welke wifze^m met welk een" aandrang dezelve ge- 
schiedde: en deze gebeortenis tracht de Spreker ten nutte 
zijner hoorders te maken , door hen op te wekken » om 
Godi aanbidddifk bestuur ie erkennen , 1. in de roeping 
w^ner dienaars , en 2. een iegelyk in onze eigene roeping f 
mei geloofd onderwerping en hoop» Zoo houdt de een- 
heid sicfa goed staande , en de tekst wordt goed gebruikt 

De tweede Leerrede geeft, niuir jbr. XXVI: 7^H, 
Jifil gepaste thema: de hooge regering- Gods over dewer- 
snmders panxi/n woord en dienst, blijkbaar in ierbmia, 
s^B geweldig bedreigd, krachtig verdedigd, bi/ttonder b^ 
waard i waaniiin het tweede deel aangewezen wordt , dat 
«i| L Gods Woord verkondigen laai aan tijne persnwders ; 
2. hunne w^andschap en boosheid openbaart; 3. niet op- 
haudi tegen hunne verkeerdheid nadrukhel^k te waar- 
schuwen; (dit, meent Ree., behoort onafscheideüjk bq 
nf. L) 4. Je uitkomst hunner woelingen naartynen wil 
hesehikt. Ter goede afwisseling wordt bij elke bqcondep- 
heid hot practisch gebruik gevoegd. 

Voor de derde Leerrede staat eene korte inl^ding over 
het beminne^ke en betamelijke eenor kinderlijke gezind- 
hcid jegens den hemelschen Vader , doch welke bij cme te 
dikwerf iaiet gevonden w<Mrdt. Deze inleiding komt Ree. 
wat onbepaald en niet aeer geleidelqk voor bij het onder- 
werp, het menscheKjke woord meer dan het Goddel^he 
geëerbiedigd op aarde, naa* jer. XXXV: 12—14. Dit 
nu vindt de Redenaar hier in jèremia's geschiedenis ge- 
predikt , «» door de geschiedenis te allen tijde in hei licht 



IIIRRKDIIIBI. 3 

gêtMs — » in heare eanuAên en gevolgen ons tot waar- 
Mhmimg «n trekking. Yooê dm kótlen cMiek is dexa 
Leerrede wel wat toI , en stipt rtït cakett aleohto eren «as, 
koewd 'anders b^ het onderwerp niet ongepast. (Fraai is 
de tesrhrijving tan de lustorie der Reobalnteii» bl. 46, 
asaar de bóoge lof, bl. 46, aan bet wiUekenrige Tooncbrift 
¥iB J09ADAB toegecwaaid , wel wat oTerdreren. -^ Bl. 
M stelt de Spreker »het Isfven Toor borgerl^ke deugd en 
apligten goede seden, roor stand en gezin, Toor goeden 
nnaam en roem*' legenoTer nbet leren voor God en ohres- 
»T«8 en gqne zalige dienst.** Ree. b^r^pt wél, wat Mott 
waarsck^nl^k zeggen wil; maar , waar stelt toch de Bqbd 
hm etnie zoo mrt «ekere minnobting tégen bet laatste 
om?) 

Het thema der tiank Leerpode beet: Gods Woürd, 
bee oeb onfrsi^n en aankgeramd^ homii stamden iraeM 
cp aarie, Gewigtig onderwierp, zoo bet maar genoeg in 
éen lAti, jeb* XXXYI: 9-*28 , gevondn wicrde ! Doch 
bei is ml6 de beofditiBtting niet , die door deze Leerrede 
beersoht; maar bet hatsle , waarop bet eigeniqk aankomt, 
wordt in bet derde stok slechts zeer kort bebandeld , en 
ook wat gesocfat daamit afgeleid, dat janiMiA in ptaais 
▼an de verbrande nl weder eeac andere beschrijven motst. 
i bis er acM i^gfcegd in bet ontrangen bq bet folk vindt Ree. 
in VS. 9 en 10 niet , eren min ak léftndig en werkzaam 
geaad b^ da Versten, naar vs. 14-**20, en als fa^ bun 
velgend gedrag bq den Koning vergelekt , is bet hem n^et 
neer wnsrscfaqnKjk , loodat het al niet veel meer oplevert, 
daan wat bier nit vs. 11-^13 gebaald wordt, eene ons ii^if-^ 
ftladsÈige nJthgestoUBtMi. Zon bei thema niet Kever beb* 
ben meeten zipn de Ugiunaigkeid ^ of de persehiUende he^ 
hamddhg, of, too men veera) op den Koning en t^mt 
Mn met bem instemmende boveKngen ziet, de di^ 
wakaamie^^arwerping pan Gods Woord? — {ïiit scherpe 
nilasl^ U. ?fi, ep den PaoscUjken tegenstand der Bqbel^ 
twspNiding ware wdligt liever achterwege gelaten: bet is, 
b a ew el deaalve leel^k genoeg is , to^ wat erg, deze ban*' 
dslw^'eé mét dKe van Kening soskiLiu en ^saoni, die 

A 2 



4 J. MOLL, JAGOBSZ. 

<}e orakclrol.op het tuut . wierpen , en zoo ia de yolgende. 
Leóredc, bl. 88» 89, die gansché » Priesterschaar" mettd^n 
Talscheii Profeet hasjivja te yergejqkeii. 

Meer aan tekst en éénheid getronw is de f^y/ie Leerrede, 
die'; .naar jer. XXYIII, oyct den strjd der. GoddeUjhè 
geopenbaarde waarheid handelt, en dezelve, naar ts. 1^4, 
Yoorstek, 9\t hevig bestreden ^ naar rs. 6— «11, als waar- 
éUgUjk verdedigd y en naar ts. 12—17,- als luisterrijk ze- 
gepralende f die ook in hare onderyerdeelingen geleidelqk 
is, en telkens gepaste practische aanmerkingen tasschen 
inylecht , of èigeiüijk met het historische zoo naftuw moge- 
Kjk vcreenigt. 

Belangr^k is het oiiderwerp der zesde Leerrede, de val^ 
sche vrijheidsKucht ;- en gepast is daartoe de inleiding, die 
ontleend is Tan het sedert meer dan eene hali« eeuw veel 
gebruikte woord en algemeen begeerde, en gesoeUe goed 
der yrijheid: maar hoe het in den tekst, jer.- XXXIV: 
Sl«*l7, ligt, is Ree. niet duidelijk ; en hij zon er.reêlme^^ 
eeno onderdrukking van de vrijheid uit eigenbaat in vin- 
den. Het hier vcrdor aangevoerde over de valsdhe vr^- 
heidszucht , als de ellendigste slavernij , en dver .den weg 
töt ware vrijheid , moge op zichzelf goed zqn ; maar met 
den tekst schijnt het hem niets overeen te komen. '■ 
. Hoe de Heer zynèn dienaar door menschen beproeven 
en bevrijden kudt stelt de zevende. Leerrede , volgens, jer. 
XXXVIII: 1—13, in het. eerste en tweede gediéelté, ook 
ToiA tusschengevoegde nuttige opmerkingen, zeer goêd.voór^ 
maar eigenlijk. gezegde eenheid mist men er .in,-altfaan»in 
het derde, gedeelte, dat aanwijzen moet, hoe. deze. twede- 
dige beschouwing heilrijk door óns gebruikt moet 'worden, 
en uit ecnige korte, weinig zamenhangende en van hei 
hoofdthema afwijkende vermaningen bestaat (Bl. 143 leest 
men: »En ach! ware hun hart nog geraaki en verbirij* 
Mzeld, zoodal zij aan "sHeeren stem gehooraaamde»; dan' 
» zou de bevrijding zéker en Volkómeii geweest zijn , 'gelijk 
»de He^r, naar het 17de en 208te vers^ nog voor het 
i>laatsl'4 hun plcgtig verklaren liet." . Hoo is.het mógdiik^ 
eene. goede periode, en wel zulk een gezegde/ door het 



tKERnSDBVEir. b 

Aorre inVoegsel : >» naar 'het VJde én 2(^e 'vers /' ran «i€- 
Tud en kracht te berooren 1 -. De Heer'iéQL& is h^dexe 
en anJieré Leerredenen niet spaarzaaiA meiaanhalkigTan 
O^belplaatsen , waarb^ telkens tasschen twee haakjes hoofd- 
stak en rers aangewezen wordt; maar hij zal dit immers 
zoo niet uitgesproken hebben ? en Toor den lezer , indien 
al noodig , ware het beter aan den Toet der bladzijde aan- 
geteekend.) 

De aekiste Leerrede neemt uit ibr. XXXII: 6-^16 het 
Toeds YT^ onbepaalde 'onderwerp /Aoe de Heer sujne die- 
naart in het geloof versterken wit; maar nog vreemder is 
'hety dat deze tekst /die het op Goddelijken last sluiten van 
den 'koop yan een stuk land rerhaalt , tefmietrachting 
'des heiligen Jbn^ndnuuds gebruikt wordt: dit is, meent 
-Ree. ^ al te verre gezocht en gansch ongelijksoortig. De 
'Leerrede zelTe bevat' zeer gewone dingen/ en onderscheidt 
ach door nieta bj^ónders^' dan door dat vreemde i maar 
-dat 'door het daa^ian gemadtte gebruik niet vérgoed wordt. 

Met eene gepaste en inderdaad treffende inleiding; die 
^èen toehoorder tot het verbazende en belangrijke der!: ge- 
beurtenis , uit een Christelijk oogpunt beschouwd» waarlqk 
inleidt, wordt de' ne^emié Leerrede geopend , om 'daarin, 
volgens JSR. XXXIV, Jerüzakms verwoesting roor té stel- 
len als eene bdsterryke opeté'aring van Gods Koningrif k 
op aarde; tot welk oogpunt de Redenaar ajinldding' xdeent 
Ie vinden ia vs« lö'^lS , (hoewel h^t Ree. vóórkomt , dat 
het das^tislechts $^delings af té leiden is) daarin* dus zien- 
-de, 1; de-heert^kheid en majesteit vanléraèls God' en 
Koning; 2. de onderseheidehe' lotsbedeeling'der vers^hH- 
lende onderdanen van Gods Koningrijk , en 3* de duur^ 
zaamheid en uitbreiding van het Godsr^k op aarde; en 
daaruit , b^zoilder uit vtf. 18 , in het derde stuk besluiten- 
de, dat er «in 'Gods Koningr^k 'behoudenis en heil moet 
-» gezocht en verwacht worden voor onsielven , — voor het 
» Fadetlofid.i ^» voor dé Joodsche Jfafie , ^ en voor chrxs- 
^tus Kerk.*^ — Over het geheel eene goede en vrij le- 
vendig gestelde rede , op het laatst misschien meC te yccl 
'ongeiijksoortigs oterladen. .. 



S J. MOL&, JAGOBtZo iBIRREDEirSH. 

In ile ticBde c$ laatste JUefrede wordt gdlanMd ofiir 
ife i^trderfel^he f^ehiferping vlam dk getoadflugie GdiJk- 
lyke Optnbürimg^ aa tuit «ien takfi, j'sa. XLIUE; 1-^17^ 
da hoofdrcrdeeluig z«er gepaal nigaléid i do raa^ftef^mg 
van Godê OftrJbürimgf de ferwerjnmg vam€toi$ Wo^d^ da 
ytrdtrfdijke gevolgen daarvoMf en kat ecB en asder mal 
practiaeitey f^edfsrant wal aena waiTeeboortige* aamnarkili- 
gen doorvlochten. (Bij de Tolgende periode, hL 204| 6: 
3»Gad8 Woord kan eren min uit do Raadialea varinuuien , 
»als nit de ackolen Tecdrongen, en in da woningen Terwor- 
n pan wordien , of Iwt gaat gali^ bi) Juda^s o?arblij&el> dat mal 
aan dt éiem des aainnH, mnar aan de valache siêaihunde 
»gdkoor gaf/- «OU Bac. den Ear^. Schrijver wel eens wil* 
len vragan, ofdesé Tergel^ktng wri jvialis; wathq hiar 
Tarstaal.dkMr het verkannen rmn Gede We^ird uit de Raad- 
suden^ an door heiverdrimgm vandatWoard^ (den Bijhal^ 
dm Goddal^ke Openbaring? het godadidnstig onderwas?) 
mi de HÜÜden; an of deze gekaale bedekt* aanval wal ge* 
pftst iO 

Zoo meent flac. in eemga der bqcoDderheden kat ke»- 
tneiècnde daacr leo-nedcnen aangewezen te hebben, waar- 
Tan het hem, om da mindere bekendheid en ongewoonheid 
de» boofthmderwarpi > en om de OYar 't geheel doelmatige 
behandeling, niet Terwondert, dat zij.reeda eenen tweeden 
dnik beleefd hebben. Mogen sq nog bestendig , folgeas 
den wenaah des Leeraars, »naar de behoefte» dea tijda, 
»da regta kennia, de geioovige waardering, bet Cfariita- 
»li}ke en heHzarae gebmik ^an de Geacfaiedems en Godde*- 
)»lqke Openbaring dea Bijbels .berorderen!" 



Chrütel^ke FoórsteHeé, in den vorm van Lurredemen^ 
d&or B. FOI.MAV, JLZ*, us leven Ondêrwywer in. de 
Godedienstj en EramlAenoeker te UmarUnu Tweedie 
Druk. Te 'sGravenhagej b^ K. Fnhri. 18M/ In 
gr. %vo. XIV en 175 M. ƒ 1-80. 



D 



e met lof bekende, nu reeds orerledene, Haarlemsdie 



H. POLMAir^^ A.X., CHRIlTI&tJI» TOORSTKLLKII. 7 

GoMiaurtonderw^nr fo&mav wilde «ene gadacktonif a* 
s^cn dood aan zijne Trienden geven, kooi hiertoe ses 
ToorsleUaB uil die^ welke 'hij , gedurende eone reeks van 
jaren, als sfMreker in eene toogenaamde Oefening gedaan 
hèA, en begeerde, dat dere, behalve Un nog bij lijn Uven 
«il te goven werk, het eenige sonde sijn, dat van hem ge- 
knikt mogt worden : na lang aarzelen , gaf hij aan deze «tok* 
ken den bovenetaanden titel. Dit een en ander hoofdza* 
kelqk vemieldt hij ïn het Foorberigt 

Het is hier de plaats niet , om uit te weiden over de too* 
geaaamde Oefemngenf wè^rvan ftef. niet aUeen de nood* 
zakel^kheid niet inziet; maar het ook daarvoor houdt, dat 
ai^over het geheel meer af dan goed te keuren , meestal on- 
;ioodige en ov^ollige werken, en een ongepast ingrijpen 
z^ in do algemcene openbare Christelijke godsdienstviering 
en m hot ambt van geordende Christenleeraars. Hiermede 
vril h^ evenwel niet laag vallen op dit werk van wijlen den 
Heer ^o£HAH> waarvan hij integendeel de waarde in z^e 
soort gaarne erkont; zelfs is hij vangedachte, dat er wel 
etts sleohler g^edikt, dan in deze Foorstellen geoefend 
wordt: en echtór zou hij het bijvoegsel , m den vorm t^ui 
Leerrtdenem^ liefst weggelaten hebben; want, gelgk alle 
zulke Oefenaars zich verbeeldoi ecne soort van Predikatiën 
te doen, ja sommigen wanen dit vr^ wat beter te kannen, 
4an die Predikanten , zoo ziet men ook aan deze stukken in 
allea genoeg, dat ook dese spreker, op wien wij echter het 
, laatstgenoemde niet willen toepassen, zich op zulk eene 
nabootsing toegelegd heeft ; maar wat aanbeveling van do« 
zelve hierin gelegen zij , betuigt Ref. niet te begrijpen. -. 
Gelijk hij dos dat b^voegsel verwerpt, zoo meent hq ook, 
dat het niet te pas komen zon, deze Voorstellen als Leer- 
redenen te beoordeelen ; maar hij geeft er gaarne de getvi* 
genis aan, dat dcrzelver steller daarin de duidelijkste bl^ 
ken van zqne kunde en bekvf:aamheid, zoo welals vanz^ne 
belderodenkwijze en z^en godvruchtigen ernst, aan den dag 
gelegd, en zich beijverd heeft , om de onderwerpen , di^ hij 
behandelde , verstandig ten practischen nutte aan te wen- 
den , en de zaken in ecnen welbeschaafden stijl voor te dra- 



8 a...fOLMAH) AZ. 

gon, waarin het zelfs aan geene trekken van ware wekpre- 
kendfaeid ontbreekt. 

' De onderwerpen , hier behaindeld, sijn de volgende: I. leU 
^ mamgaandé God. . Jss. YI: 1«^4. (Onder dezen te on-' 
b^iaalden titel yindt men eigenlqk eene korte voiorstelling 
ran eenige yohnaaktheden yan hét Opperwezen , h ten einde^ 
» oyereenkoMstig hetgeen wq yan dep Oneindige» ook 
» yolgens hét Eyangelie , welen en belijden » zulk een be- 
» staan bij ons op te w.ekken , of te yerleyendigen , als ons 
» omtrent het hoogste Wezen betaamt.") ^^ IL Over men- 
êchelijke dwaasheid en Goddelijke wi/sheid. 1 Goa.I: 21. 
(Ook deze titel is te onbepaald ; want yolgens de omschri}^. 
yingyan poimah» bl. 29, zijn het ^herinneringen uit de 
» eerste tqden des Christendoms, toen menschclijke dwaas- 
' ji beid, onder den schijn yan p^ijsheid, aan Goddelijke wije- 
)iheid, die in hare oogen dwaasheid was, tegenstand bood, 
)»en teyens, dat die dusgenoemde dwaasheid Gods de wqa- 
n héid der menschcn heeft ten niete gemaakt.") — III. Ter 
bemoediging en besturing van weenenden. Fs. CXXVI: 
5 , 6. (Een wat oyeryol en zich niet naauw aan den tekal 
bindend stuk , maar anders een yan de beste.) ^^ rV« Over 
het begint den voortgang en de gevolgen der zonde ^ vooral 
/ die der sdnnelijkkeid. Jak. I: 1:4, 15* (Dit laatste is 
duister uitgedrukt, want de zinnel^kheidt dat is de neiging 
of werking onzer zinnel^ke natuur, die wij yan onzen 
Schepper hebben, is immers op zichzelye geen zonde, maar. 
kan , door ons te o?erheerschei!i , oorzaak der zonde wor- 
den.) — V. Over de zelfkennis. Mark. X: 17 — 22. 
(Do tekst wordt hier meer aan hét onderwerp , dan wel het 
onderwerp aan den tekst ondergeschikt gemaakt ; en gedeel- 
telijk hierdoor , gedceltelqk door niet op het regte stand* 
pont der geschiedenis te staan, en dézelye door een zeker 
dogmatisch glas te bezien, is de uitlegging yan den tekst, 
naar Refs. inzien, geheel mislukt: men zie b. y. bl. 142, 
waar polmah beweert, dat »jszus niet zegt, wat den 
» jongen man ontbrak," (ofschoon het er duidelijk opyolgt) 
maar dal dit was » genoeg aan God te hebben" ! 1) -^ VI. 
Onze vertroostende uitzigten, bij de gedachte aan den dood 



\ 



CaRlftTKLIJUt VeORSTSLIIX. 9 

en het graf. 1 €or. XY: 54 «^57. (Naar aanlmding van 
«kn tekst f eenigo algieni«eiie beachouwiiigQn oyer aterfelijk- 
keidi óii$ta'feli)kiiefd en toekomstige {pcluksaliglieid.) 

Op dese wqze wilde Ref.den inhöV|d dezer nuttige C%m- 
td^he Voorstellen kortcUjk opgereni zonder in nadere ïa^^ 
sonderheden of iu'eedyoenger jDeoordeellng Tan .'dit werk 
eens reeds overledenen te treden; en dit zoo veel te mm-' 
der» daar h^ zich niet geroepen vindt, om het zoogenaamde 
êtfeninghouicB Xo bevorderen, door den; sprekers in hlet* 
zelve aanwijzing' omtrent Hunne ToersteUen te geven;' en 
koeveel goeds h^ ook in die van wijlcmVoLMAif.met reden 
te prijzen vindt , waarom bij wenscbt , dat z^ na eenmaal 
■ütgegeven zijnde , nut mogen doen , zoo wenscbt bij nog* 
laas ook , dat derzelver uitgave geene navolging vinde. 



Levens- en. Karakterschetsen ter bèifordering de^ Chris* 
iendoms. Vit het Hoogduitsch. Iste en Ilde Deel 
Te Boesiorgh, hij Kets en Lambrecbts. In gr. Svo: 
383 U. ƒ 3-Ö0. 

JCilk dezer Deeltjes bevat een afisonderlijk , romantisch, 
althans verdicht verbaal. De Schrijver of Schrijfster ont- 
dekt dit zelf door een opschrift van een der Hoofdstukken 
in het eerste Deel, bl. 84: eene ware Gebeurtenis. On- 
handig genoeg wordt al het overige als verdichting nitge- 
monsterd. L Het eerste verhaal heeft dit opschrift: 'de 
hdse^ke haard.- Hét is afgedecld in 14 Hoofdstukken , al- 
len voorzien met een dnsgenoemd motto. » Wie toch kan 
meer en snéüer eten dan ik? Dit is het uithangbord voor 
het nrde Hoofdstuk, behelzende de schildering van een 
huishouden vatt jair stssn. De hoofdinhoud wordt ten 
dolte opgegeven, W. 196: » Wq hebben des Heeren bah- 
)>ciat's woning gezien, toen hij haair eerst door gebed in- 
ww^dde; — w^ hebben haar gezien, toen er den (de) 
)»^egen van kroost op nederdaalde, — toen zij met leven, 
Hvrengde en hoop van eene ijverige jeugd vervuld was, — 
«toen armen en'verlatenen daarin werden opgenomen, — 



ÏO Lirms'- n karaktuscbitsik. 

» loca een gevoelig geldTèrlies net kalmte en weardigjketd 
H gedragen werd , «» toen.zioh het geieUig genoegen em den 
» haard. schaaFdei toen de eonen en dodbtera gdbkkig in 
nhet huwelijk traden;'' [NB« ^n zobn en ééne doehter.] 
Mmaar nooit hebben wij in haar snik een gelnkkignuraan- 
»ftchoawd ale d^/' [b^ den dood yan den ouditen zoon] 
>» waarop de getnigenit werd gegeven i dat de dood Toor den 
«Christen geenen prikkel heeft." II. De Tw^feiaar heet 
k^ andere ▼erhaal. Balfh TiHCEnT, cimige zoonran 
een' r^en pachter, noest » volgens bet plan aijns. vaders , 
vodr zijnihttwelqk van eigene verdienstm Iev«i; H^ iverd 
boekdrakkersgctel , geraakte vooral door het gesehrqf van 
sekcare Dame wnionx tot twijfelarij , en liet zich noch door 
de vcrmaiiingen en bedr«gingen zijns vaders, noch door de 
billijke cischen eener geliefde terugbrengeD-, maar smoorde 
de stem in zijn binnenste door sterken drank, verloor die 
geliefde, en htragt zich om het leven. Zekere jambs akmx 
verleidde hij zoo verre, dat deze, in zijn geloof ge^hokt, 
als ongeloovige met ralph van de drakkerij werd wegge- 
zonden. Dan deze werd door zijne vroaw , door zqn ster- 
vend dochtertje , vooral ook door de bcmoeijingen van een' 
geneesheer, die heip tot zijne bekeering twee deelen Leer- 
redenen van Or. gaitniha leende, nog in tijds teregt ge^ 
bragt. Dit vindt n^en Iver iets uitvoeriger verhaald. In 
het verhaal wordt van dit alles weinigingew<^en. Geen won- 
der, dat alles oppervlakkig is, zonder eenigc diepte. Indien 
d^ titel van deze vertaalde stukjes ware geweest. De Huif 
té^jke Haard en dp Twijfelaar, twee Ferhalen, dan had 
men jknuuen volstaan net de verklaring: » Het is alles Ugt 
ia verleren, oil^€hade]jjke kost, voor zulken, die er smaak 
in hebben." Maar na de titel belooft iets, dat tot bevar^ 
d^ring des Ckristcndmns dienen moet, voegen wij er b^, 
dat deze Noordamerikaansche kost, al ware zij beter dan in 
deze vertaling opgodiseht, tol voeding en sterking van Chris- 
tendom, zoo als men zich dit in Nederland voorstelt, wei* 
nig of liever geene kracht bezit. 



J. HISUWSlTHVIti TAV «nrifiS TOMBUCHT BITZ. 11 

F& Wh ▼▲« asvali», de Socnaütcke School IFdoDeoL 
De Meiaphysica. Nader toegeUeht en beoordeeld door 
j. HisüWEKHiris. Te Leiden^ hij C. G. Tan der 
Hoek. 1840. In gr. ivo. 268 hl / 2-70, 

JL oen w^ in hel rorige jaar rerslag garen van het werL 
Ttn den Hooglecraar ns eRzrTEynamèl^ Tan i^neBrie^ 
ren, in antwoord op die vnn y ak Hstrsns , over het beoe- 
fenen der W^sgeerte in ons Faderland en in ón%e t^den \ 
hebhen wij reeds onze gedachten OTer de Socratische School 
tn de horengemelde Brieven tan den ütrechtochen Hoog-' 
leeniar hlootgelegd, terwql wij hnldo deden aan do acherp- 
zinnige wederlegging, weike z^ uitlokten. W^ waren, eren 
ak zoo vele anderen, getroffen door het onverwachts over- 
laden Tan laatstgenoemden Terdienstel^ken Geleerde,, en 
4a<AAen, &A nn -do Socratische School, eren als een ge^ 
wdf^ waaraan deslotsteên ontbreekt, onToltooid zonde blij- 
Ten. Doch eenige maanden daarna rerscheen het Tierde 
Deel, handelende óTer ie'Metaphysica. Wq lazen hetzelve 
meer met een geToel tén nieuwsgieri^eid , dan wel met 
eene hoog gespannen rérwachting, en wij legden het (wij 
moeten znlks erkennen) onvoldaan ter 2^de, kunnende ér 
:ons, loo min als met het orerige^der Socratische Schooien 
zijne Brieven y hoeveel schoons er ook in geTonden worde, 
in rele en Toomame. opzigten, mede vereenigen. * Indien 
w^ niet verwacht hadden, dat aan (fit Deel ook wel weder 
écne groncBge wederlegging zonde té beturt Tallen , hadden 
w^ welligt dé pen opgevat, om de eer der bespiegelende 
wetenschap, die het hoogste dod en het verhevenste deel 
tevens der w^sbegeerte uitmaakt , tegen eene oppervlakkige 
redenering en eene zoogenoemde popdaire voorstelling der 
^aak te Terdedigen , welke Toomamelijk om ^len persoon ^ 
die dezelTe voordroeg , des te meer ingang kon Tctkrijgen. 
Doch weldra Terscheen het werk Van Professor Kiitrwaii-' 
Bvis, dat wij hierboven aankondigen, en ons verlangen 
was g(4teel voldaan, toen wij, hetzelve gelezen hebbende, 
bevonden , dat de Metapkysica van vam bztjsoz volledig 



12 ., . . j. msvtrwtVHtji 

was Töcgelicbl / en 'zöo beoordeeld » dat ieder onpartijdig 
d^knndigf» .moét i^rkennen» dat al .het gebrekkige m een- 
xijdige daajrraii op eene.dttid^li^kQ en YoldingeQ(4e urijze 
i£ aangetoond. 

Wij onUangen hier eene uitvoerige. oordeelkundige be-^ 
schouwing ran het werk Tan tah hectsde» dat de Schrij- 
ver hier op den voet volgt; dezelfde vraagpunten en id^ 
deelin^en worden er jn behandeld» waarvan. inen dctiai- 
fel achteraan bijgevoegd vindt. De aard van het ver- 
dienstelijk geschjrift vaa Professor KisuwEx-Hvia laatniet 
toe een uitvoerig verslag van deszelfs inhoud te geven » 

•omdat Jiet meestal in ecnen wederleggenden geest is» en 
dezelfde onderwerpen» als de Jire/ap&jM'<;a van van BEVs.hUf 
doch uit een geheel ander» een hocfger en wetemohappel^'i' 
ker standpunt^ beschouwt. . Wij moeten ons rergcnpegen 
met de algemeene slotsommen van deze beschouwing op te 
^even. Vooreerst wordt er in aangetoond » dat vak »su«jdb 
^eene juiste begrippen omtrent wijsgecrte en metaphjsica 
koesterde, zoodat hij kon vragen: »,i5 de metaphyóca wel 

-wijsgeerte? beeft men haar niet veeleer voor een sch^nbeeld 
der wijsgeerte te houden?" en, niet duidelqk inzag» dat 
deze» of de bovennatuurkunde» het hoofddoel en toppunt 
der wijsgeerige wetenschappen uitmaakt» zoodat .niemand 
in den eigenlijken en wetenschappelij-ken zin een wijsgeer 
kan genoemd worden». die niet te gelijk metaphjsicvis is. 
Yerder » dat de vrees» die v ah heus de voor de speculative 
w^sgecrte, koestert » geheel .ongegrond is» dat er-i^genlijk 
geene wijsgeerte zonder bespiegeling bestaan kan» en dat de 
echte wijsgeerte uit haren asurd zich tot de bespiegeling 
moet. verheffen en eenen sielselmatigen vorm aannemen» «om 
als de wetenschap der wetenschappen te kunnen optreden. 
Dat hij stelselznciht met stelselmatigl^eid verwast » en te veel 
aan de oudet afgesletene tegenwerping van den ouderlingen 
strijd, en de. elkander, opvolgi^nde en vernietigende stelsels 
b^t hechten » en dit verschqnsel in de geschiedenis der 
wijsgeerte ^iet ,uit het ware oogpunt beschouwt» als zijnde 
deze stdsels slechts verschillende uitingen van de onderschei- 
dene momenten en gedeelten der absolute waarheid in hunne 



TAN HEU8DI TOCaiLICBT CIC BEOORDEELD. 13 

onakMel^keeeiixqdigketd opgeTat » Unaar die emdel^k door 
do» .wordoB opgdoftt; zoodat de wïjfigemge wetenschap 
in liei algexneai , door dezen atr^d » ia piaata nui zich 
daarran te Ycrwijderéii,. allengs meer tot* deze absolnte 
waarheid nadert., zonder haiar echter hior Tolkomen te i)e- 
reiken. Tevens toont Professor vjnvwMvnvis op eene 
Toldingtnde wijze aan , dat ieder en Tooral een wijsgecrig 
onderzoek met juiste bepalingen of definitiën moet begin-» 
nen, wil hetzelTe niet in, het blinde rendtasten en ia de 
zonderhng^e afwijkingen on tegenstrqdigheden Terrallen. 

Uit dit Terdienstdijke geschrift yan Professor iniüwaw* 
Hüis kl^t het ten dvidel^kste, dat dé Heogleeraar yav 
BMV^BDM, hoe geleerd enbutdigin yele opzigten , eigenlijk 
wt beFpegd was» om over de Metaphjsich te schriJTén in 
dien zin zoo als hq zulks gedaan heeft. Sj zégt zeif: » Ik 
»be^ etgenlijk gezegd noch wijsgeer» noch metaphjsicua: 
»lieigeen ik ben , heb ik aan eigte onderzoek» aan do o«- 
nde Jelterknnde» aan de schriften Tooral Tan piAxaen 
»AnisTOT^Las»b^zonder aan die ?an plato te .danken.** 
^ne kennis tim de oude Griekséhe wqsbegeerte was » eVén 
ak die van zijnen leermeester wTtTsirBAca» meer die 
▼an een* Uieraior » dan .die ran eenen dadeUjken beoefe* 
naar der w^sbegeerte; anders zoude h^ geen zoo geheel 
▼erkeerd ciordeel over den groeten AnisTOTEtssen zijne 
behandeling der boYennatunrkimde » die Üfi.'omt^sgeerig 
WBê, gerdd hebben. Plato». met- wien hij zoo zeer in? 
genomen was» dat hij in hem aUes vond wat hij zocht» 
heeft hij oppenrlakkig en eenzijdig b^tudeerd. Ak be* 
minnaar van hei sichoone in de .schriften Tan dien. wijsgeer» 
kende hij Tele Toortreffelijke plaatsen uit de Phedrm, de 
Gorgias , het Gastmaaly de Phedoneu de Bepabliek iran 
buiten» en wist dezdre soms zeer g^asiaan te wmdén; 
maar daardooi is men nog geenszins een keimer d«r PU^ 
tonische w:^sbégeerte. Met de dialectica, dis de kern ran 
deideënleer ranriATo, .uitmaakt» en, die yooriiamelijk in 
de Tkeè'ietus, ie Sophisty^o Parmenidesm de Republiek 
bcjiandeid w;ordt» schijnt hij z^ch niet.yeel iqgelaténrté 
hebben; ook* worden de drie eerste, gesohrifien weinig door 



l4 J* KlUVWSJIHVIft 

hem aangehaald. De ideënleer ran den Grieksofaen wijs' 
geer bestaat niet alleen in de begrippen yan het ware, goe- 
de en Bchoone » maar pok in de bijsondere opvatling dér 
algemeene en Terstaiidifccgrippen » die reedt door Anieto^ 
T8i.Bb beatreden werd. Het bttjkt ook niet « dat tAir Bfitra- 
ni met alwa( ^de nieowe wijsbegeerte aangaat > hetgeen zoo 
voortreffelijk oter riAxo en sijne wqabegeerte in onsen lijd 
in DidtscUand geM^eren is, bekend wais. Wij gelooven 
niet» dat tav hbvsdib eene bijsondere stadie Tan de Sca- 
lastici, T«n d^iscjletss, baco, tBimtttK, en Tt>oral 
Tan den echerpzinnigen eriHOSA, gemaakt heeft, welken 
laatsten .wqsgeer Professor viBOwaiiHOts Tolkomen regl* 
laat wedervaren. Kaut sch^ hij slechts onvolledig , èii 
de nieuwste wijsgeeren vicnTi, scbelliho en nfi^SL 
bijna in het geheel niet geieaen te hebben ; ofschoon hij 
ons soo seer tegen de bespiegelende stelsels der hedendaags 
eche Meiaphjsici waarschuwt. 

Professor niKOwtiiniris (en wij maken deze opraerkin- 
geÉ niet, om den roe^ tu een* overleden vaderiaadsch 
Geleerde .te verkleinen) hij zoo wel , als wi^ , hebben hoog« 
achting voor zijne verdiensten* en erkennen het znivcre van 
zijne bedoelingen en het goede , dnt zoo zeer in zijne ge^ 
schriften voorkomt Maar de eer der wetenschappelqké 
wqdbegeertc^ de waarde der echte bespiegeling is ons dier^ 
baarder dan die van een individn ; en dcae dwingt ons tot 
de verklaring , dat v Air hecsds beter gedaan had van niet 
over de Meiaphjiica en tegen de bespiegelende pUlosophiè 
te redekavdctt, omdat hij op dit veld niet genoegzaam te 
httis wat. Wq doen deze verklaring met volle overtniging, 
Mndat het gezag tan den waardigen overledene bij velen 
van groole waarde is ^ én z^ne gevoelens anderen tot min- 
achüng van de wetenschappelijke wijsbegeerte zouden kun^ 
sen brengeUé Vah nitiSDSzag de Socratisdh-^Platonische , 
of 'Plalonisch*^oeratische leerwijze , (want dit is ook voor 
ons nog niet regt duidelijk)' als de eenig ware methode in 
èt beoefening der wijsbegeerte aan. Dit kan- waar zijn vöor 
jeugdige aanvungers , maar niet voor hen , die de weten- 
schap op de hoogte, waarop z^ in onzen t^d gestegen is , 



TAB HIUSOI TOIGtLIGHT IH BlOOaDlBID. 15 

wïllcB oBderioekeH. W^ txj^ het dos TolkoAm eens mei 
den Hoogleeraar HisuwxirHirity waar h^ aan het slot Jëm 
xgne Toelichting zegt: »Zoo trilde dan tavheüsob de 
eenige ware wijsgeerte uit de Oudheid , na eene lange bal- 
lingschap, teruggeroepen sieü. Zijne eesDige ware Soera- 
tifiche wijsgeerte was echter na hare terugkomst in Italië 
onder de bescherming der aiaDioi voordi^elig opgegroeid. 
Naderhand de kinderschoenen uitgetrokken hebbed wan- 
delde lij j vooral in de Protestantsphe. landen yan Europa ^ 
in de gedaante rond van eenen schoon^ ^ Teelbelovenden 
)ongeliag> die reeds onder mehoilsohn» r. bbmster- 
HIJ IS en KA HT Eijne intrede deed in de wereld. Alledeng-> 
den en gebreken , aan dien leeftijd eigen , spreidde hn 
spoedig ten tooui en ^opgenomen in de scholen mn f ten-* 
TK, sGH£LLiHo CU HEOBL<^ nadert hij thans denrqpen 
mannelijken leeft^d , maar is ook in onze Christ^kemaat- 
sckappqen zoo gunstig veranderd en heeft dermate het kin- 
dèraclilij^e afgelegd » dat reien hém roer een.' teruggekomen 
balling 9 en de meesten hem naauwelijka souden herken- t 
nen , sprak hij niet gestadig van de Platonische ideën , ran 
de ware redeleer in haar wezen » omvang t bedoeling en 
toepassing op den mensch en den Staat." «^ »Wiè,. di^ 
deze zqno gesprekken aanhoort on de mannelijke wijsheid 
▼emeemt , welke Tan a^ne lippen vloeit.^ sonde wenschen^ 
dal hó) lot ons ware gekomen in don staat aijner kindsch* 
keid? — of de Christel^ke w^sgeeren dèr negentiende 
eenw aansprak in de wel naiVe en ironische » maar toch 
kinderachtige vragen en redeneringen zijner eerste jeugd T' 

Wi) eindigen ons verslag met het werk van Professor 
niMVwimnviê aan alle boninnaren der wijsbegeerte» en 
inzonderheid aan alle vrienden en vereerders van dm. over^* 
ledenan tahbbüsdb, ten sterkste aan Ie bevielen > ten 
einde zi}. ov^crtnigd worden, dat er in ons ¥aderl<Ad nog 
Mannen zqn , die de wijsbegeerte op- do hoogte van onzen 
ti^d. beoefenen 9 en zij> hacdn zien, hoeveel er hieraan nog 
bi^ den laatstcn ontk^ak. - t . 

Hetdott ons leed, ten slotte te i^oeten opmerken, dat| 



16 J. NIEUWXN&UIS, TAK HEUSDB TOKSELIGBT, £HZ. 

▼oor een wetenschappelijk geachrift, de correctie welirai 
naauwkenriger hieid kunnen rijn. 



Ontwerp eener nieuwe constructie van Sluisdeuren y ge- 
naamd Spoordeurenj vereenigende al de voordeden , 
welke de tot hiertoe in gebruik zynde middelen , voor 
de opening zoowel ^ ols voor de sluiting der kanalen 
of dokken , aanbieden y om nttmelijk zoodanige breedte 
aan de sluizeh te geven , als dit voor de maritime 
scheepvaart 9 of die voor den handel, en voornamelijk 
voor de stoomscheepvaart noodig is. Door s. c. siw- 
^HhSf If^enievr bij de Bank van Polen, oud Op^ 
. ngtervoor de werken van den JFaterstaat. Bekroond 
door Z* M. den Koning derNederlanden met deGou^ 
den MedtnÜe. Met twee Plans. Te Gorinchem ^ bij 
H. Homeer. 1839. 20 bl (Tekst in de HoUandsche 
en Fransehe talen.) f 2-20. 

JL/e roem , welken de Nederlandsche waterbouwkundigen 
^ieh door hunne schriften en nog meer door hunne uitge^ 
▼oerde werken ^buitenslands Fcrworren hebben , is alge- 
meen bekend, en, als een gerolg Tan deze Termaardheid » 
worden de Nederlandsche waterbouwkundigen steeds door 
Treemde Regeringen geraadpleegd , terwijl de uitToeringTan 
groote' werken meermalen aan. hunne leiding- werd opge^ 

dragen. 

^ Het was ons een streelend gcToel, den Heer srNOBLS, 
ofschoon hier te lande eene meer ondergeschikte plaats be- 
kleedend» , als Ingenieur bij de bank Tan Polen eene ge* 
wigtige betrekking te rien TerTullen> als zijnde dii Toor 
ons een nieuw bewijs Tan de hooge waarde , die men in 
andere landen aan Nederlands waterbouwkundigen hecht. 

Ofschoon Ter Tan het Taderland Terwijdcrd , schijnt de 
Heer SIKGELS heUelTC niet te Tergeten, maar tracht daar- 
entegen , door een ontwerp eener nieuwe constructie Tan 



J. C. SIlf«£ISy OKTWBRP TAN SIUISDEVREH. 17 

shüfdeoren , genaamd spoordenreh, in het licht te geyen» 
aas hetselre nuttig te zqn. 

Wq namen het ontwerp , aangespoord door het aanlok 
ke^ke Tan den titels met gretigheid in handen; doch toen 
w^ ons nederzetteden , om met een kort woord onze ge- 
dachten OFer dat onderwerp mede te deelcn, waren wij. 
daaromtrent eenigzins hnivcrig^ aangezien het door Z. XL 
den Koning met de gouden medaille bekroond was gewor-^ 
den. Zoover wq weten , is er geene Commisiie henoemd 
geweest, om het ontwerp te onderzoeken; evenmin dragen 
wq kennis , dat het als een antwoord op eene pr^svraag is 
aan te merken : wij vermeenen dus te mogen besluiten» dat 
de gouden medaille 9 aan den H^er sihöel». door den 
Koning geschonken , moet beschouwd worden als een be* 
w^s van Hoogstdeszelb goedkeuring, ovir eene poging tot 
verbetering der sluizen, zonder dat daaruit af te leiden is, 
dal Z. M. aan het voorgestelde zijne bijzondere goedkeu* 
ring hecht. 

Jn die vooronderstelling willen wij kortelqk aanstippen , 
wat ons , bij eene lezing van den zeer beknopten tekst en^ 
beschottwing der vrij uitvoerige plans , b^zonder tol roor^ , 
of tot nadeel van het ontwerp is voorgekomen. : 

In de eerste plaats moeten wij vragen: kan het ontwerpr 
der tpoordeuren als geheel en al nieuw aangemerkt wor-; 
den? En wij moeten daarop neeit antwoorden. De met 
lof bekende Nederlandsche waterbouwkundige corvelis 
nsnEL^KHEiD gaf ip het jaar 1774 een werk in het licht,, 
getiteld : De nieuw uitgevonden Sluis . met in- en uit- 
schuivende deuren. De uitvoerigheid van -dit werk laat 
niets te wenschen overig. Met echt HoUandsche 'oplbnhar-^ 
tigheid en rondheid geeft die Schrijver sself' al de bezwarMS 
tegen z^n ontwerp op , en wijst de middden aan waardoor 
die betwaren zouden kunnen weggenomeïi worden.' De 
beroemde Inspecteur^Generaal van 's Lands Rivieren , c. 
BRüviiTGS, heeft x)ver hel ontwerp van REDBLijKnsiD 
een gonstig rapport uitgebragt , zoodat de Staten vaU'^ifoAi 
land en Westvriesland daarop aan den uitviAder eene^prcH 
mie van 1000. gouden dukaten vereerd hebben. De sluis 

BOBKBBSCH. 1841. KO. 1. B 



18 ^ J. G. SIKQfiLS 

\ 

Tan REBSKiijKirBiD iS| ter opening m 12 R^nlmdscbe 
Toeten y even buiten '5 jHa^e daargesteld geweest , e& daar* 
rnedn zijn reraoheidene proeven door deskundigctt genomen. 
Spo6r-* of schui&luisdcuren xqn derhalre in ons Taderland 
niet nieuw. Dit neemt echter niet weg , dat de apofltrdea* 
Qen van den Heer singels veel Tersckillen met de sehuif- 
deuren yan aedslijkhbid. Singels wil éénespoordeur 
▼oor eene «luis yan 100 Rijnlandsche yo^eten opening daar- 
stellen , z^nde , yolgens de uitdrukking yan den ontwer- 
per f een g«limn|erd Ugchaam in den yorm yan een regt- 
koekig paniilebpipedum , bebbende cene breedte gelijk aan 
kei I der lengte of der opening yan de sluis ^ ter wederzij- 
de beplankty do/ck aan den onderkfint en van ter zijde 
open» loopeifede op metalen rollen oyer ijzeren sporen; steu- 
nende dit gekeelè geyaarte met den geweldigen dnik yan 
^et huitenwatcr yan onder tegen een' leibalk en yan ter 
zqde tegen de kanten der spoordenrkassen. RedeliJk- 
HEin daarentegen beeft zijn plan geyormd op èene shiis-^ 
^jdle yam 48 Rijplandsohe yoeten , yerdeeld in twee scknif- 
«i^ren» in.de«. rorm yan gewone sbiisdeuren^ loopende op 
uuKakn roUen ol schijyèn , en stennende , zoowel yan bo- 
yen als beneden » tegen leaba^ken, zoodat doos de siuis tran 
nBnEX^XBLEiD geeneiandere schepen, dan die, welke 
strijkeBade masten kehfaen» passeren kannen. — Het ko^ 
tenstaahde zal genoeguam zijn, om het yerschil tusscken 
de ontwerpen yan d^^ Hoeren singels en REOBi.ijKBEin 
(e dóen InzieA* 

- Tot het ontwerp yan don Heer singels in ket bijzonder 
Mdgkeerendo , moéten wij aanmerken , dat bij den sbiisn 
bonïR Ifet ^^ruik ma metalen rollen steeda als aan telo 
znrexigkcden onderbc^yig is adngemevkt/ zoodat men zelfa 
doord^wdigc» het pUatsen yan e^e metalen rol i^n 
den y.OKH:h^ der gewone punt4euren yindt aigeraden. Do 
kundige H£l»£LU«^H£in. keeft daarom bij zi^ ontweffp. seec 
Temn&ig^ middeleok aangewende om den goeden gang der 
rollen te. waarborgen: de Heer singels sck^ dit yolstrekl 
akgeon. bezwaar aan te merken, en geeft zelfa niet dau 
zeer opperylakkiig dkr pUaising dér metalen) rollen aan. 0o 



1 



El 



ÖVTffERP TAW SLmStkEUREH. 10 

otHrerpar soude ons kannen anlwoor<kii , dat hei gehodte 
jmrigt y hetwelk -de rollen vam eijne spoordenr te dragen 
M>bte f niet iMer bedraagt dan het ?«rsehil tussehen h#t 
gevigt der zamewtellende deelen en dat der recplaaitile 
^A^éüxA nm destl?e> m dat daarenboTen door het aange- 
bragtc raatwerk in het ligohaam der epoordear het gewigt 
nog attikienli)k kan FemindiendI wordea. Dit is niet tégen 
te spreken; tataar juist defeo eigenschap der spoordeurdnis 
il Yoor ons een bewqs , dat dezelve bi) de minste beweging 
Tin het water niet te g^roiken is. Geyoelt men b^ het 
gebrak eeaer iaJtemt^porte reeds de moeijeÜjkheid tan het 
plaitflien dercek^ in de spomningen bij deining of trekking 
des strooms , wat sal het dan zijn bij tndk een gevaarte met 
weinig slal^teit en slechts op twee z^den eeiügzins beves- 
tigd? Met wdk een toestel zül men zulk eene spoordeur 
te hare kas halen? Raniirix&KiD onnehrijft de w^te, 
wavo^ aqne setmifdeoren bewogen worden, met groote 
naanirkettrï^^ , en geeft daarmede te ken^en^ dat de 
f^ewone middelen bij zulke deuren niet toereikende z^. 
De Heer siHeBt.8 zegt alleenlijk , dct de beweging van zij- 
ne spoordenr hetzelfde zal voorstellen als de locomotiven op 
dsnqzeren spoorweg; en nit dit gezegde is het dniddqk, 
dat de ontwerper de beweging der spoordeur bij deining 
en hel water als eene kleinigheid aanmerkt. 

Verder gek>oven m^y dat alle deskondi^ met ons de 
digth^ van dé ^poordMrsInis znllên betw^elen ; Uien kan 
dk M JSa opzigi Aet geene baieau^porte vergeleken , en 
nnnnLUXtfnin .joelde levendige dat bet digtvaren tan 
cdke shusdearen 'greoCe moe^lqkheid in zich bevatte: 
rnodaar aUe die voorzorgen , dioor hem genomen en zoo 
mttoerig besofari^ren. Öe Heer si ir e ais geeft ons dnur« 
Mntrent geen de minste wamrborgen. 

Wateindet^k de sleirkle van het getimihcrte zehre aairfye- 
kngt, hel toemaave te^bemd èf<^> volgens bet eigen zeg- 
gen vnn den ont«verper , een paar panldettf en voor ; der- 
lial?eis de sterkte ontleend uit een verband , datsïKdztë 
eioiCM' sslke groote slskwijdten afkeurt^ ab hdfeau-porte is 
de 'aamensleUing veel zwakker ^ dan die (kr gewone la^ 

B 2 



20 . J. C. SIH«BLS 

ieau-pi^te. Overigens zijn de opgayen zoo oppervlakkig, 
.4al( w]| -geen criiisch onderzoek op het roor ons liggend 
pkn kunnen, te werk stellen. Of wij sluizen Tan 100 R^- 
la^dsci^e.TQeten opening noodig hebben, zullen wij niet 
onderzoeken. Bij het nagaan van het ontwerp kwanoLons 
TO^ den geest : indi<»n zulk eene inrigting niet gevorderd 
wordt voor eene wijdte van. 100 Rijulandschfi voeten , dan 
kan die welligt voor eene mindere wijdte voordeelen 
hebben. 

Een gevaarte van 100 voet lengte > 33 voet wijdte en 
-35 voet. hoogte 9 op de voorgestejdo wijze te timmeren^ en 
in dcszeiïs kassen te plaatsen, is voorwaar geene kleinig- 
heid, en om b^ eene herstelling zulk een ligchaam op den 
.wal te halen,, zal gQene mindere moeite kosèen. 

Wij vermeenen genoeg gezegd te hebben , om daaruit te 
kunnen afleiden, dat wij mei eenige zekerheid durven ropr- 
frpellen, dat de spoordeursluis van. den Heer siagbls, ter 
wijdte van 100 Rijnlandschj^ voeten, nimmer in natura zal 
.aanschouwd worden. 

,4 Wij hebben ons bij uitsluiting met de spoordeursluis zel- 
Tc bezig gehouden, omdat, hetgeen in den tekst over het 
darstellen van omgekeerde gewelven gezegd wordt, als 
algemeen bekend te beschouwen, is ; ofschoon het als een 
voordeel , bij het mogcl^ke der daarstelling van zulk ecae 
«poordear^uift, ka^i aangemerkt worden , dat bet horiaputale 
ge4eeltd Tf^ den , sluitTloer slechjta eene bre^ie van 33 
j^octeiu. heeft. /Echter moeten wij daar weder tegeoü ,aaAvoe^ 
xes^ , dat bij , het gebruik eepcjr btit^a^urport^ hot omg^ 
keerde gewelf kan doorloopen,..zoc!dat in .dit opzi^ de ia- 
teau'-porte cm aanmerkel^k voordeel boven de spotordeurr 
sluis bezit. Verder zal het den Heere sim «bls 'niet onbe- 
kend zijn , dat men i^an het horizontale gedeelte der sluisr 
vloeren , door het doelmatige plaatsen der zwalpen , waar- 
door de druk.nieer op. de zijmuren overgebragt wordt, te- 
genwoordig veel' meer sterkte kan geven , .dan wel vroeger 
plaats had. 

Het doet ons leed, het ontwerp van den Heer sikgeLiS 
niet in allen deele te kunnen toejuichen, ja zelfe het.ge- 



hed «Is omiitYoerlmar to moeten aanmerken ViocfhweOHihen 
dit Al 'den ontwetpet niet 'zal afiiblnrikken) om'tiehv teb' 
natte Tan het vaderland i rerder cfp de Terbeteriay der «Ittteen 
toe te Iq^gen. Er u in den vorm der èlmzoi ((le^aaijerdm-^ 
len aUgeumderd) in de laatste tifden Uer te' lande xoo ii««i*' 
n% Teranderiiig gekomen, dat hét de vereenigde üupanning> 
der Rederlandsche waterboawkondigen orerwaardig i», rCm* 
ooik daarin den Tooniitgang der weten9ohappenaantet<»oiieh.> 
De nitvoering Tan het werkje, en. der plans, doet den' uit*-' 
gerer eer aan* , ( 



B^ EariMgebergte en de MiJnêtroomK . RAi9»erhalen^> geiUh*. 
wten iêU de Aanie^nêngen van Mr, a. 'u ;Wi€«Eliir«Qift' 
Vr. w. oiBOirs, ivn. Ilde Deel. Tè Growingen\''b^' 
J. OondLens. Itó9. In gr. BtQ, 380 bl. f ^-: r ' ^ 

De teaer Tan dit TJIAMirift tal zldi heriffiieren, dtfl'>Wff^ 
Mj ons TerBlag Tan het Iste Deel deies works {*) de ÜM-' 
gen te GoiHngen lieten* Het eene naaawkenrtgbiBid, Al^a- 
demteboigafs waardig, wordt alles, wat tot de betiDemde 
ftKigesdiool in die stad betrekking heeft, besöhreven. fSMH' 
gebouw en geene 'inrigting, die d^antiedeili benig Tergend' 
staat, bleef onbeiodit ; èiv' wi| moeten' het onsen Reinigers ^ 
naxéggen; dat men met eene loSelgke onbekrettipeiiheiddni 
de materiele bdioeften Tan^ hethooger- ondei^fiiÖs Tooniet.^ 
£00 tiok ome aandaoht, »dat Prof. iwöilm jaarlijks' èbnê! 
som Tan BOOO TkMr {/ 10600) genoot, ten dienste yan sQn . 
ooUegie Ofer de Scheiknnde. Dit èéne eoilegiev'? ,iioegen^ 
^) er faOi >kott diifl den' Staatnmeer geld, dim deutatoiiéOeC 
sobiidiËD-ten béhochre Tan alde kabinetten en milgtiiigeiLder' 
Crnmi^ger HoQgesehool. te samen genonienj leiQt'dip^ meent: 
men' nog: Uj ons te lande,' dat 'slands geldmiddelen <é ndm' 
Toor het hooger onderwijs Terlangd wtmlen, en eiseÜtdadrap- 
bésninigingeny' 'Witardobv diegenen,, welke hét belang dcv» 
aaaik geToden, • en Jiij ||Tte en Inst voor >dè nStbreiding ^nan» 
knnsten en wetenschappen den besten .wS* paxen m daartsasi 
nede' te welken, belet worden, datgene toot het gndervv^r 
te kumen doen, wat de tegenwoordige stand der weleQ'^» 

(*) Vêiari. Uttwoef. 1439 bUds. 899. 



TMT ^mêhémiiph bêimtÊiHiium 18. 4an 1a^ ook 6e»«ilO00teI 
IsMBéorMi Ipob ODM luudUeht db bmArijTiaig der Bi« 
Uiolk00ki MSMrM» tel xnis aUeen t^erwoüderde, m^ geea 
nt^gifd.rvk den. IwroeaMdeii «bt»b ff^wti^ g^eOMahè te vindett^ 
afin wm ésse biekei^ tock oiet aUoe» eetai wohÊA TattwcfN- 
kó», (doof 'ammm Tee^^ri^o botzcUuBy toi do Gdf^iny&dkt 
jriotrfai ilttsotjfo^ noar, hetgeen nog Tarimeev-gMt, dw 
benmnderonoira^niige ]iir%tiii{|^ im daidu» heifii', waardoor 
iQ het, in bruikbaarheid, van zeer vele dergel^a, andom. 
welligt uitgebreider boekyerzamelingen wint, naar het oor- 
deel van allen , die de Göttingsche Bibliotheek hebben be- 
sodit; ook meent Mbo. xich te hei>inner«i», dat te> een enter 
I^ldtohrifkn, aaóó» eeoiga jaren, eone besohtiJTteg dieii voor 
dff weteaaohap so0 nnAti|^ iwigting gegeVoQ. it^ JBtJ dbae 
gelegenheid yalt ons eea^ .«avplgoiiiiea^^rdjge.s^Mkkjifg ip, 
welke Jt«ü. op de Akademische Bibliotheek te Bonn heeft 
gfliiepi, llon hff^ da«r .gteote kadManen kokers , dit ik"- 
windig 4» ffedafMO'^fao ee* Mfgobofidro.beok Tttftoone», ^ 
in trelkiad^ Ueine atakjes> traktaai^fea,; Ifi^saitatias ens*^ 
oimm ^mi bopaald ouderwet^ hMidolende^^ . worden h jpa e i l g eH , 
sloten. 9o titels dier ingoatfAMfl afohjes i?09nlê4(ibili)lfli|». ofh 
ém koker» blj .^üi|te ifao; regtMer, (pe^aétal. Wij bekoevont' 
mei tA «cggooi» 4At: d0«« e^Tondige aohakking genMkkolyk 
is*TOOr..deQ.boatfaMar jfitr wBlensohiq»teQ.faare kiêtflgim Mton. 
rawM» en Hiel teindeii; voor do oude der boeker^iieïm kotn. 
UodQk, Y«a dis Bonnscsho Hodgesckool» gelijkr.Tailt dieitA 
MóAurg tsnSMkiber^y xe(Rptn oue $ohit$rèrsiiil|iiijnejplaate 
zooimelr, «Sa.^valSMbor boweion wbidt, dafe z^'termiddiÉ^ va» 
het Jbeschoaircii der iehoone nafffiÉrteolieelte kei hqqgero'g^•^ 
ooft dat jcmlQS: niet vergaten; dfe uok.TerfaiatigtiniBaiacha^ 
l^jhe iarigftin^Qn ter bevordering Taa^ktmaten ^ welf^ünhapw 
p«^ Ook InOt kéc lagere . aohoolweten hdbhea $$ aich hter 
en daar bekend gemaakt. Niet onaardig , achoon. het steehte 
een» khatrigheid aehijne, ia eenia böaonderfaeid^ dif sQ im 
eene ariensrüooi te MaimiB aantroÉfon., dw9ary vbehdvft 
het gewoQ» cnder^^s, ook door .eenmi kleermaker ondenigli 
WNMdt gegerraii in het verstellBn van pade en geaebe arde klce^ 



De Reizigers namen ook Toor het overige G^J^H'n^annaaaw- 
kenrig in oogenschonw, en vertiiokkeA vervo|geèt. naar Jbs- 
sa/. Yan de geschiedenis dezer stad, gelijk van de meeste 



HST HAKT»t£BBR€»Tft 152. it 

beioditë MkéêHi viütAi hët eiii eb mséét ittf^- 

NMierhdd dë overhee^tt^ke VFUkéU^èkéhé tétYmrig %«i 4fm 
m^Td heêAttfrmu Ktoe mééigite van hëeri^ke geü^tën mM^ 
ikih dMT verfecMtfe») ^ tiioèito noch koMën gespan^ tytt^ 
gn d» iehoone mlati^ door éb ktamt tb hifÉp ter koiam/ en 
hel liéLcml^d en Mottte hdg dé# te meer te doen in het eeg 
vdteÉ. Tooral in tratérwërken móet deze cniofaVln^ idlm«in« 
lm. Se groofé wateiral (dien t^ eyMWèl iil«t M WérkftMfif 
«ptt) begint met eenen gtMM tan di^ië dikke élfalén w«* 
ler, welke evef dri^yondifi^è', naafrt elkaridiTÉ eangeitfagt»* 
tMf|«ni Ttoéit, ter breedfe tmi 12 ^èh en Ier faft^te tm 
2M eUe»; Tiaüende dan neg iir èe«e üteene» wiMrkoÉi tnet 
eeiMn nd rikii 6 elletf I ^ ÏMgê deten ^witertfal leidt eénétee^- 
awtnpraatfUSi treden. ,1^ «rerlge w«ierwek'kén zijgen d» 
Beis%etb in beiféging. Om ie gedurende mh dnr taf doen: 
werken, wovdt^ èime HaÊnreelheiti ran omttetté IMOO vale» 
waKera Tei^eisolit, waarsü mm dVer de nitgëatilektlield deier 
werken kan ootdeefett. Een fimal ite^nd^nkplantje sMt Mét! 
geiigt op èe WW^tMkokt tooi^, Ëfelijk een «ader dat ép de 
Mainbrug ie Franhfori^ en het laatste, uitnemend welgeli|'* 
kend^ dat e|> ^önnémoertk, MoMèéieok en den Omohénjbtê 
tad ée bof éjifAe flei B^i^ê genomenl. Hee tilelti^net tcvk 
tooBt de rolne OodeAêrg^. Het AeoBenaUit op de fFliMidf>- 
hêkÊLheÊh eeste Moglef,. die KB^ met id2 tredew beklommeé 
wordt, en waarop een ieÜBatohtiiif koperen stavAéeld rtm 
nai:nte ataat, met iiet pedeetid éwaalf- ellen hoog.' Inde 
knad» yift het beeld knimeb- aeT«n perseéai ptaksneaÉBm. 

Jêtk Ëaèmt ^g de Hi» <nw Marhu^ff w OvéueH M|ar 
Ffwui/ört, wAke Mtendto stad met imatr^krarigheid wnidt 
hmAÉ0fen. lüMnderhetd Térgatten de Aeitigerahanae le^' 
terg e|^ eMie ojpeeéteHiké yenhelding der inrigtingeir ter b»< 
yoMering ya* fattütén en' weten0ohapp«iir,.'yaii We&edbié 
éM yerséhéidéttè éAft «ett kmaatUe^endenr QVer y«n yérmo<^ 
geMe Mrgeoni té denken heeft; b. r. liet HediMsh bstitmt 
yan airMaitatfao, het Hetfemm* van irMraitAiiiff Mdat:»iA 
ift^ai. Obk tiBtgeA cQ eir onder meet andere mèriUriiMif^ 
KeKitt' ê» gëbö^èwen ea t|Jen> die yh^egèr bijp de kimze èh 
IMM^ ét^ Ikdfséhe K^evft hwnë bestemming' hadden* 
Vaft Prénèfoft ging de M» naar ÜfMifi» ; èen gedeelte vwi 
hef gciOMdlÉap «deed die te watei^, een ander gedekte télaüd 
ó^èr PufÉ^êkOiy MêideïbBi^ en Jfai^Astm; I^ Hmt kier 



24. A. L. WICHSRS EK W. titEUNS, JUN. 

alniedci aTorrloegen.Tim hepri^ke iMtinirtoolEied dietnet 
Wjanate^vvDrdfln besolireTen. lazooderlieid leyerea de^onkf»-. 
slrokjeti Tan Seidelberg ' WjOüderschoone gesigien op. . Henk 
boiqevkte mi opk, in den omtrek der w^nlanden te tgn.) 
T^ fFeinheim, tii«6el;ien laatstgenoemde stud en Datmêtadt\. 
dronkeft z^ eenen wd met zeer kraditigen, maarsmakel^- 
ken rooden landwgny die opitoent vijf cen|« de flesch kostte!: 
Schicetsingef^, een stadje, een paar oren Tan Heidelberg^r 
(Taa welks gebonwen, slot, Hoogesehool en — Termaard 
w^nTat, vrij kortheidalialTe moeten sivijgen) is bezienswaar-, 
dig om het antieke slot Tan den Groothertog, in welk» ipm 
men allerlei* mytholo^ohe tempels en standbeelden aantreft 
Kiet ten <mregtd zeggen de SchriJTors, idat het te bejam-: 
mem is, dat hier zoo Tele schatten zifn Terspild gèwoiden,» 
om zoo Tele nitheemsche, onderling strijdige en geen we«( 
zenlgk nnt aanbrengende dingen daar te stellen/' De Jfos-. 
kett alleen, die Tan M4naretê^ spreuken nit den Eoran enz/ 
Toorzien is, kost ƒ 300,000 ! Se a^cdütect was ook opzette- 
Igk naar Konêtantinopel gezonden, <mk afteekeniagen Tan 
Maakeéfn te maken, -^ Ook Mat^eim wefd naanwkeorig> 
opgenomen. 

Het gezdlsdiap Tereenigde zich weder te Mëinf», enb^goof 
nu aan dat gedeelte der reis, hetwelk bestip was om hefr 
sohoonsto te bezoeken Tan de tehoonste riTier Tan Europa ^ji 
den jR^'fi, welks loop in eenige trekken besehroTen wordt ,\ 
met aanhaling tsd de schoone dichtr^elen Tan Luzors aair 
dien heerlijken stroom.. Tronwens op ïneardere plaatsen Ter- 
IcTendigen de Reizigers hnn Terliaal door de aanhaling Tani 
gepaste stnkken uit THderlandsehe of ook wel Duitsche 'dich- 
ters, en zij doMi dat met Teel smaak, zonder de minste OTer-« 
kdiiq;. . Te Mamis woonden zij een gedeelte Tan het feest 
ter eere Tan eüXTiffBiaft b$. AlsJSoi/omfors kon hund« 
hulde niet bcTallen, welke, naar het oordeel Tair alle boT 
Toegde onpartydigen, aan kostbe alleen toekomt. »Wai 
was .natiiuriijker, dan dat wij hier, te midden yan eene 
feestrieroide menigte, die ovtteubbzo feestelijk yereerdet 
onze hulde toebragten aan de ni^gedachtenis Tan onzen, door 
zipe Tindsi^ onsterfei^jken landgenoot P, Met Taderlandsch 
geroel werd een toast aan zijne nagedachtenis toegebragt en 
met Taderlandsche geestdrift gedronken. Waarschijnlijk was 
dii de eenige feestdionk Tan dien aard, welke in die dagen 
in JTotfito is ingesteld geworden." Wl} teekenen nog dit 



HST aARZMIBia«TE 192. 25 

ma: tJloiidm hel sliadfaoeld was, hij gOègmbaé dèr in^ 
yii^ëagf een, groot amphitheater opgeri^t, ev am de bniten- 
19de vaa hetselTe Iiingea aan liEuige sUkeii de wapeasder 
ftedeo, die .tot de oprigting ran het standbeeld hadden bQ* 
gedragen, ter^öl boren dexe wapens de vkggen dier plaat* 
MB wapperden. Met eenige Terwondering zagen wi| ook' het 
wapen der stad Uirecki net de geliefde raderlandsche vlag. 
Hoe aangenaam het ons steeds is, wanneer wq de vaderland-' 
ache klenren uM^en aanschonwen, hier echter beviel ons d(t 
minder, m het ITedarlandsche dondoek scheen ons toe hi«r 
nunder eigenaardig en gepast te swieren." 

Te Mainim nam het reiagexels<jia|» eene aak (Noêhen) aan' 
tot Btmn. Deie wgce van'reben bood hun de gelegenheid, 
om dit wonderschoone gedeelte der rivier op hun gemak te 
bezien, en overal, waar zq het verkozen, aan wal te stap- 
pen, gelijk zij dan ock hier en daar deden, betoeketode 
BiUriekf fFiesboSen^ het Jawiitis-gebergte , de höerlijke 
Rkeingmn^t ie Johannisbêrg , GeUenheim^ JtadssAetW, enz.' 
"W^ behoeven met te zeggen, . dat tij op de plaats zelve de 
heerfijkeRgnw^^ifln dronken, wnardoor de namen dezerplaats** 
jes wereldfBffnuMir4;aijn' geworden. Voorts zagen zij Jum^ 
gen, bet. JVied&rwM^ het slot itMiM#etii, LanAf Kaub^' 
Sk Goar en Ober^lehnaiaUk. . Dit stontste en schoonste ge^ 
dedte der Bgnoevers is tevens het land van Sagen^en volks- 
vorhal^i; imkeie derzelven worden medegedeeld; onder an-^ 
danen die der gebroedMs Uj de rotsen Zteienslsff» en 5laiii«^ 
/ab| en die van de JtuiteUhMBr. Beide veKsehiUen hie^> 
en. daar van de verhalen in de Volkêverhal^ en JLègênthfh 
vaD.aoaiBÉVAvnai AA, en zgn althans niet mindeivverhadd^ 
- Te CoUeniM verti»eveBde, bezagen zij de slad,- benevetis 
de «est^ EhrènbrnMein. Yerrcdgens stapten zij te iKw- 
wM aan wal. ZQ hebben gel^k, dat de breede en regte 
slaatfltt, «evoegd bij het oyer 't al gW M g a vrij goede voorlqo^ 
men der hnisesn, desa plaats een vrolijk aannen geyen* 
Bêe. echter merkte op, hetgeen onsen Reizigers niet.in.biet 
oog sehgnt te z^n gevallen, dat de laagte der huizen -r- heb- 
bende de meeste slechts ééne verdiepmg -* minder behag»: 
Iqk is, voorld daar. de straten aoo breed djn. De Beizigers 
beaeehften het vimtelyklustsJotJroiHiviNis, waarin Bao. tot 
ti^M ipijt veridnderd werd, en voeren, langs Andêfn^teh naar 
HmM^ waar zg overnachten. Zij meenden van Remagen de 
LmteAênee te bezoel^en, men ried het hm af om de moei- 



26 A. L. WICHSR8 SH. W*- OtSOirft^ JUH. 

jalQUidiA vMt te yfwg. , Te Ai^n$êbk a BfM, waar het 
gemtkkell^ker BOiide geweest syn, haddea ^ het venobiid. 
J^. heeft ditt togt§t Tim laatstgeneemde plaats gedaan , en 
herlniieit het skh met een leTeodig genoegbiL Kj ds he*« 
oordeeling der H^ntnMe Tan den Beer Blratti^ii {*} heeft 
hg e^ iefo van gesegd. Z^ Terkosen eén nitatafge tmaf het 
Ahfdat, dad tqgfenwoordig Teel be^edit wotdt, en nader- 
denr Hn ntet knn Tairtnig langiameirband lel 3Uf>0ng0hêrgie, 
Ot» hel déev zijtte ligging «xy bei>oenide eilmije JVbfinen- 
tMriA braglen nj den nacht door, en behlomtotti den volgen- 
den dag Rolandsech (waarbij èa bekende Sage wpi^t ojpge-* 
haald) eb den Draahêfrfelê. Den Goidesbêfg bekochten dj 
gefiti—ipntfjky waarna een gedeelte lang» de oAmm^o^ eenan- 
der met de Jfa^fken naaY Jonn vertrok. Ytoltfker weg dan 
deie flti^iitweg, vooral in dé nab^heid de^ «tad, heef f A^. 
nèeH geKfien. Daar wordt daA ook iMs bij huis, bijna iMfl- 
deh-idj paleis by paleis aangebotkwd ^ die aan de eefné ^b 
het gesigt hebben op den heerlijken stroom; éan den aiide- 
vni kant op deiie allerbévalligsfé lands^rèelc, die door het 
gebei^ otttDomd wordt. Bè Mt^êchfèr weeü ons Hter dei 
woningen van verscheidene Roogleerariern a«n ; Wij l^füjdden 
hnn hier het stodoféni in ^Ik eenè scfaóone* natnnr. Üal'ti^ 
Glt9pum9fuh0 f PóppBhdorf en •den KtmM^rg ntet vergaten 
Ie beaoe fcie n', spreêivt vm self. Te Btmiê datiftttei^ 19 de Net* 
ekm- «f en; b^arven tütèh met de stoomboot naar. Xsii/i^f^/ 
WMn'-^niier anderen de overheerlijke IKmm beeeeht en- vnw 
de sohedel«^ dèf itoogenoemde Orie Ken^géi^ gc^gd Wortfl, 
dat MOaai^ ook voorgeeft In^ het biesh der eéhtb te tijfiv 
»W^ei ttti' de eehte t^ , i0 moeijèiyk ie besH«sen; ^denkia^ 
IQk etdfen «9 Wêl gelijke aanspraak dkarop mah9n\ Sen 
vOTgei^ om eiftQ-migekfoirigfeMkl !'■' KV eMia» moetlh keh^^ 
bltm veranderd» worden»^ Va» Memhn deed een der reisgesel^ 
aéMppén' eett nÜsYafijé Mftv Jil^ni^, e^ri^andaar naar Bmê$09^ 
'Mt'pr Wllttrheen het aildère'getebohap met de stoomboot ge» 
g«air wasi Met het^iOMe reiami^del keerde men têmg tot 
SiMHeriU, tanwaar lUen over Khef in het vaderland te^ 
rttglMfer dë^ 

: Eénbiréa^e Reit Indeidaad,' ijkitmnntend hesobreven. BBe# 
tm daar (^ttügt eene enkele 4iltweiai% van het >tteldeM vct^ 
'staM en édelto han dëi* R^tiget« y tiH> herinneren wij ons hisi 
' ' ' •. . .'t, 

(») r«dM. lAfHêrotf. I«i0i Madz. 5t». 



HET HA|lTMIBBft«TX EHZ. 27 

koBiiQB «Il b0^ gttmcttmxA&i onta^dggÊÊt^ léttmoéf^niB Alt 
goed fesebveren reïsverbaal Ie Uf^em : finkele' aitaf tcUiigfeft 

kleine ylakjes in de aitdenl 4ecr snmre 4wA^* ea de aleden , ' 
die i» kei DjoitMk /Sjp0y»f; eliJC«|r/diNr h^eten, ttocsten in 
hetSeUtndsch Spiere m MUèMigf^hreffm japL Be IMsè- 
gcMi hebboi eer ten knlww epiAetlneiinbèié enr Tto litnM* 
iLewie (indieii si} die ««iaw JidAeA) dtt hontt, on «riès^i 
de besdwg^dily Tértsbwnéan* 



B9 I^êwHenetrie^ h0ër'ópr»prvnff^ ihnfiinf^' lMöel&ége04i'Hf 
ber» ben090m «te wrdeffél^^ éMrd ifin 'hét JtÜnUkme, 

uit kei ei^èn Vf^éfhoeh der Ü^A geschetst jAfof Dr, srir. 

iOABAiiy jBbtfffeeraar in de'RègféHfë'lSathürg. Tr^ 

ffkOar.Ket Roogduitêóh "bewerkt ettméfeeneuitvberigescKeü 
van de Geschiedenis der JesuiienarJe Vermeerderde ^Hieï 
vqjgl eene aaiihaÜng.» in het Griekscb» Tan Rovh III: li3 —18.) 
3Ce Ameteffdam, iy^Qébr, Die4e^^. J1840. , Ia ge. 8iwM 

jr« e* 388 U. y a-«ft; 

• vVeD8cht.f^ woelHMieiiyhf>9^'^>^ 
dsif^og imn im Te4^}ttói4^!'i)Qeptd4n.d#rJepffl^ 
raemiiken. herleviro., stic^ii hoegescholei^, Jboowi pracbtifci 
QeUflgito Yoor deie koene geet^l^ken; «teat lee^r dat deie 
ónBÊHm ineiteri op besU^ueiiden^.doginetiichea ioouiMhstaaU'^ 
mamg^iegenheden uil0||raak..dQea|. de beiligfa,. d^er. de-NOo^Mi 
der veikea^eadeTev^eiingé^.^ 
Qoodiakelijh gtwordene^ y^eUm,:^Maff9llm^r^ 
aohtaik; Soidt, .dafr kQp .om Juereud^fde^ imti^HiBgeQ yt^^ 
il» bet leven te mfie^» dcMor )ionne be^igpl^ijke drogr^üh: 
nea de. gcondznilen der maetsdtu^By^in^ der Staten ^«lyinh' 
iMqies^ liaal ea tweodragi saafifn^y eVs mei d^, wapenen Te» 
een (Toorgewend) boTenmensehelijk , 'h^Vgfft fÉBag^'de vrikeA 
amslolceBr oor eBr ander wcgcna peenjiqfeii», die ni lekeiiet 
-ventaaa, te Yeraehenreiv en tefVefd^ol^inff'. .9ebe|«m»dNe 
woorden, die de Al>i Bai*A.McHft j^»H<4;ear s^ed^ in:l&!i7 
tot 1^ landgenooten rigtte/eene^waappvolviwjti^'y 4io..dfl 
beluurtiging yenlient van. 4^00,^,^411 wifij^^t gelfUktdoiJneMifli- 
doDU dierlMor ia» d^n. magv voQiiwaiir.ookreeBr'Wefk^y .h^maUa 



2& s. .roRDAir ' 

oorden bóTieiutaAiiAati 'titel *a«nffékondigi WoMft, indien' 
IM slechts .eenigenmite^lai die 'aankoniigij%^kroM6et, ge- 
vriMel^ gerekend worden ojsder de söodanige, die aanspraak 
maken op de lielangstelling Tan het publiek. Zie hier 'de 
boofdsid^elijke opgave Tan den inhoud:- ^ ' 

In de Inleiding stelt de SchriJTer dèn Staiit , dè Kevk en 
de.Schod Toor, ah die instellingen, waarop de ieseaiten 
(d» Vertaler sefaorijft OTeral /««fitton) ten allen tijde getracht 
hd^ben inrloèd uit te oefenen, en geeft sijn oogmevk tek^i- 
nen, om het Jezuitisme te beschouwen in deszelfs geest, be- 
doelingen en werkzaamheid, en deszelfs geTolgen voor den Staat, 
de Kerk en het Onderwijs, lêie Afd. Oorsprong der Jesuiten- 
ovde. II. lAri^tiiig der Orde. III. De beginselen , waarnaar- 
hei bestum: Tan het Genootschap geroeid wordt. Deszelfs 
handel w^yze. lY* Schets Tan de Geschiedenis der Je^t<$norde 
sedert den dood des Stichters tot de opheffing der Orde, . Tan 
1556— 1773, V. Opheffing der Jesuitenorde. De Ex-jesuiten 
en hun werk. VI. Herstelling der Jesuitenorde. VIL Uit- 
breidinfg der Jesuitenorde na hare herstelling. 
' Van het rijke obdenterp, iöor den SchriJTcr ter behande- 
Uog gekozen, heeft hij op eene wijze partij getrokken/ die 
een' schat Tan wetenswaardige bijzonderheden almgaande het 
zoo beruchte genootschap aan het licht brengt, elders of in 
het geheel niet in onze taal, of niet zoo TOlledijg; en in zulk' 
eöie geleidelijke orde Toorgesteld te Tinden. Vooral Tcrhoogt' 
het de waarde Tan het werk, dat hetgeen Tan de Jezinten 
gezegd wordt, hoe óng^stig het 'ook moge luiden, meestal 
boren alle tegenspraak TcrheTcn is, dewijl het uitdeofficiéle 
ichriftón j^doblr het Genootschap zeWe uitgegcTen óf als'waar 
erkend, Zieend en bewezcb- wordt/ Wi} Vondeh ondef an-' 
deren «df het IntHtuHm 90tieiafü lesuy gedriikt te jPrddj^ 
17&7, aangehaald de Tolgeftdè opmerkel^ke stelHng dèr Je*- 
Kttiteii: »0m met. de Kerk Tolkomen oTereenstemmend' te 
zi^, moeten wij, wanneer de ïerk bepaalt, dat iets, het-' 
W%tk in onze' oogén tbif 'échijnt , zwart h ,' ronduit zeggen , dof 

De Vertaler heeft zich, of er het geheel'; loffi^ijk Van èfjhe 
taak gekweten, ên 'zelfs door «jnè Trije bewerking, meer in-' 
gerigt naar de behoefte Tan z^e landgenooten,' aanspraak óf 
hiinnen dank- Terworrén. 

Het doet ons daarom inderdaad leed, dat het aantal druk- 
teMm in deee nitgaTO ioo groot is, dat wij het niet onopge-* 



]>l JISUITBHOAOS. .29. 

metkt mo§ea lateo. Behalye er toot #« ^ r0d«i»ii# too^ r«l«. 
aiftl, «f9M« Toor «vm/#m, /«6«#o yoor ftAtln» iiie^ majr voor 
Miy, fhami^a^he voor rAtfffiM^ftoAe^ r«9«r«f»lto voor reter- 
têtioj rigting voor rigtUn, vonden wy nog verdtedigimg , 
ktteehên, roomch^ ^n de laaUte i^ri van blads. 256 geheel 
wi^gvelaten, waardoor nataiirli|k de aldaar tii^);eëiBdigde *m 
tot onverstaanbaroi ouin yt^U Se misvonmag van het 
werk is door dit een en ander loo verregaande, dat wij on* 
der het lez^i meprda eens twiifeldeo, of het ookaaneenT 
Jesmtimstraek, die men den. uitgever gespeeld heeft, meet 
toc^geschreiven wofden» 



Eet Hoorden i in Omtrekken enTafereehn^ door e, J. pot- 
«isrsi. In II Deelen. Te Amsterdam, h^ 6. J. A. 
Beijennck. 1836, 1840. In gr. 8fH>. F/f// 82eM84a U. 
ƒ 7-50. 

.De Heer roT.aiBTia levert in dese beide Oeiden eene zeer 
aai^^ename leelnnr, en-2$n boek behoort onder diegenen, die 
eenen Ia^gere|i door verdienen^ dan ds leesgezelschiq[)pen 
aan de meeste werken beiofgen. Hij heeft eenen algemeen- 
nen titel gekozen voor eene verxamdfng van atnkken, dié 
van den meest verschillenden aard en inbond sijn, maar 
daardoor ab met eenen gemeenadiappti^ken band zijn veriboB» 
den, dat alle ke$ Noorden betreffen* MciA vindt hierreistojgpt^ 
Jes, be^jdn^Tiiigai van het land» sohiWering van zeden .en 
gewoonten, historische herinneringen, Iq^enden en volksver- 
halen, kleine novellen, proeven van poëz^, alle met het oa^ 
derweip. en den ti^el in verband staande. 

Se vorm van dit boek is Am. .vol afwisseling, -'ea zietdaar 
reeds eene groote verdienste. Set ia .toch niet te.ontkennen, 
dat men in vromere dagen biJ ona wat te veel altijd jurt 
oode .koepad langs ging. Wie meer of momder belangirijke 
bersten, aangaande famden en yffHÜkfOk wijde mededeelen, luios 
den dikwijls vervelenden vorm van loen^ eRgralilke reisbci^ 
sdmïving, viraarin gewoonlijk veel w^vd. opgenomen, dat 
geene belangstelling kon inboezemen. Se Hew roraiiTia 
begieep te r^t, dat hij van deze gewopnte moest a%aui;r 
o(^ over het Noorden bezitten wij gene^ de^elgke herig- 
ten, en, zoo bi} uoh yan zijne voorgangers wilde ond e r 
I, U) moest e^ien aodeceniweg beproeven. Wie bier 



I 
30 E* '• POTOIITIÜ 

ém droog» en deftig beredeneerde berigCen Of^r Und eft 
volk, orer itaatkniidigeiK toestand, over klimaat, grond en 
voortbrengselen voekt, hi^ legge het boek geniet ter sijde ; 
want Uf cal zicb bedrogen Tinden. Dooh bet boek behoort 
geheel tot het vak der tehoone letteren; het maakt op geene 
ffetenaebappeli|ke verdienste aanspradc. Bet wil onderbon- 
den, bebi^en; het mengt het aangename en nuttige door- 
een f het ' romaiitiaeke gaat met het historische hand aan 
Intndi db'f&èd^ wissdt hetprosagednrigaf. Met één woord, 
veffaisTta heeft lich ook hier weder als een amaakrol, 
bekwaam en beyallig Schrijver doen kennen. Zijn st^l ia 
los en gemakkelijk; vooral daar, waar hg verhalen en le- 
genden mededeelt, slaagt hij gelukkig. Zijne vertalingen 
van IToordsche poêtij, over wier getrouwheid Recensent niet 
oordeelen kan, s^n met smaak ' gekozen en strelcken den 
JBoerdsdien Sichters tot eere. I>e versificatie is meestal teer 
goed en laat weinig te wenschen over. 

Na dexen lof, die niet wel met proeven is te staven, om- 
dat doae te nitvoerig zonden moeten worden, tal Kec. toch 
nok wjm aanmerkingen mededeelen. Be éérste daarvan is 
dnae. fie leier stelt te visel belang hi den S^kr^er cd- 
ven^ t^ niet te verlangen, iets meer van hem te weten. 
üe porsoonlgUwid Aw verhalers komt ovend te teer nif , 
éan dat meo nset begeerig ton worden, om iets van het 
engÉiefk eo de emstandi|^eden iifner rcize te kennen. Be 
di^uRifrsr heeft énste veel of te weinig orér tichzelven ge^ 
spreken^ Toen ovaiis tijne geestige reistafisreelen jn het 
Itaht ÏNiad) waarin' iog wel meer velifiditing tat gevonden 
wvrden, dan in ^ «ütmfoetingen van rofoiKTti, ditf Ibeh 
ook de wezenlijkheid wtl wet tal hebben opgesienl, fafUj 
veertf eene geschiedenis voa de fMst-aanleiding tot 'ic^ne 
tegten. Van ravertvka wênseht de leter ook te vretett, 
hoe en wsArom h^ Ift het hóoge Hoorden kwanr, en hijton 
hem JA éÊÜ gévai neg m«l meer geofoi^en vergeteüen. Rn 
weet h^ vn dton persodü, 'idiö 'toch gedurig wedervoorhem 
treedt) te vveiii%, en kan iMi mimler in de voorgettiSde 
omstandigheden veri^eatsen. 

Ben tweede gebrek ia, dat hier eb dWir de stijl wart gé^ 
vekt is; adet daar» waar de Sehrijver tf^rhaalt, maar uraar 
h$ tiob aim bespiiyeliinfeii overgeeft; daUr is ook iiicft'aHea 
even MtuarHjk ei^ eettvoddig:.; i^an t^ fot tijd is er iet»ge^ 
knnitfelds in den ^,.,eeii eéker jagen naareffskt, dMlIee. 



HST irO0RJ>Ilf. 31 

ildMm niel liehagw kan. Zoo heeft ook de Heer »0Ttii- 
vu Ie V9el talent» dan dat I19, om geestq; te rijn» njao 
taafliift hehcM^t te nemea lot het oarióatQriaeren yan £»- 
fêl$ökên; ietfli dat 100 inaB%^^er ^^«w^ ^ getohied» 4at 
de aardigheid f» glad af is. De oiidfl ttekken en eender- 
Ungheden» een weinig gevarieetd» keeren te dikwijls terag^ 
Boeh de«0 aaBflBDerliiiigBn nemen niet wcg^, dat Ree. dk 
hoek moi groot genoegnn heeft geles^n, en het met ToUe 
fufaafa als eeno aangename» wdgeiohrevefte en mee# dan al- 
ledai^he lectuur aanbeveelt. De uitgever he^ rooreenen 
netten dmk gezorgd; snaar de tteendruki^aten np nieteeer 
gelukkig «ilgeTaUen* 



04e en Gebed y bg de Inhuldiging tan 2. V^ viifiiia II» 
. Xoning der JfMerhnden. Door 9. ir. ni eaiiAP»» Te 

ff(H)k9tm^ hÜ O. M^indersna, We« 1840. In gr. 8eo. IV 

«•24 hl. fx-m. 



Gtolffl 



ijjk loQ alle aoofrtgelijke gelegenheden, ontbreekt het ook 
th|uu reedt, hij de bekHmming yan den Tr<kin der Neêer^ 
landen door een' anderen Yorst^. met aan Feeet- en Jnbèl* 
langen I en wij hebbon er gewia nog meerdere te wachten, 
Booddt de Redactie vmi dit Tydaehrift zich niet yerbnidt, om 
yan eilee venlag te geven , u^ifl haat daarvan met dat dneA 
megt toegexonden worden. Rèf. heeft zieh echter alleen 
mal het hem na toege^ondene heiig tehoadten, enyangtfei^Qn 
aankeadigmg aan met te xeggen , dat het «eev keurig is itit* 
geyoerd, en dna van die tyèo den üilgeyér, dié lervena de 
ftfukker is, eer aandoet, 

Wg komen nu iot den inbond. Na eene wrigeNekfe Op* 
dragt aan den Koning, in wdhe de JWes K^e natioDalefler* 
beid niei y^naakt, (ofwheea w^ niet kunnen instemmeninèt 
het eldera uttg^reka^ oovded,.dat dit ten heiteyandeyi^* 
heidsUefde'der oyerige NeêerUndere geschied zou z^,) ytii-> 
den W9 e^n' VoorMong^ hoofdzakelijk tot aanloop en tot ont- 
wikkeling yan het denkbeeld dBenende, dat de Nederlandsche 
Dichter, hét gevoel vian wiens hart hem tot dingen spoort, 
lich niet door. de gedachte moet laten nfsobrijiken , dat onae 
^tond «n hwhtalreek der poêiij «dndieff gunit% zond^ lijn , 
daa die .Tan bet klassieke Gfi»kei/iÊand. Dan volgt dè Inknldi- 
gimgêod^^ m;>véifcie hel bestuit rVan Koniilg wiiiin vami- 



32 M. H. DB GRAAFF 

RIK, om tich, bi| Uimmendeii ouderdom/ Tan de ttaAC«u>% 
te ontslaan, geprezen en »tjn Oprolger de onwr^brè fvi$ 
wordt g^ioemd, die door geen stonn beroerd wórdt, ter- 
wigl /sYorsten erkende deugden daarna-, in krachtige re- 
gels, opgesomd worden, en de wensch geuit, dat alle ran- 
gen en standen der Maatschappi}, dat Wetenschap, Kun- 
sien en Nii^eiiieid, onder sijn bestuur bloeijen mogen. Het 
G^bedy in Alezandrijosche versmaat, berat, aa eene dich- 
terlijke hulde aan het Opperwereu , naar de gelegenheid des 
t(jds seer gepaste beden voor het heil van Vorst en Volk* 

Het dichtstnk van den Heer na ai a af? wint het reeds 
nu Tan rersokeidene andere, welke wij, te deser gél^en- 
heid lazen, ook in den vrijen, den echten Nederlander 
passenden toon, waardoor het zuiver blijft van de zoo hinder- 
lijke, aan afgoderij grenzende vlei taal, die den rondborsti- 
gen en nederigen Vorst, wien zij toegezongen wordt, zel- 
ven het eerst en meest moét hinderen. Want dat wij' Ne- 
derlanderêf zoo als wi) in de Ode bij herhaling lezen, dien 
Vorst mei have en goed toebehooren, kan, in den geest, 
welken de Dichter doorgaande aan den dag legt, wel niet 
dan voorwaarddgk , geenszins in den zin van slaafsche Igf- 
ejgenschap, opgevat worden. 

De Dichter boude het ons, bij d^ lof, dien wij dc^e c^ne 
zangen gaarne doen wedervaren, ten goede, dat wij beken- 
nen moeten, in het 4de couplet der Ode zeer lang naar het 
verband van den zin te hebben moeten zoeken. Bovendien 
geeft het weérHandy in den aanvang van den 3den regel, 
eetie duisterheid. De Grijsaard, die ongetwijfeld hier be- 
doeld wordt, hééft, onzes oordeels, wel degelijk aan talrijke 
gevaren moedig het hoofd geboden; maar zou dit, wilde 
Heer j^saiAAVp gewis zeggen « missohien niet voortdurend 
maer hebben kunnen doen. Het gekozen woord doet echter 
dit idenkbeeld niet duidelijk tutkomèn. Vérbolgdf Voor rar- 
bf^n, in datzelfde couplet,. is, overigens, geen feaai, in- 
dien zeUs een geoorloofd Hollandsch v^oord, evenmin als w^j 
keé golfgeUoUy dat Mee 't onderst boten pioanuT, eene ge- 
lukkige uitdrukking noemen kunnen. 
. In den 3den rc^l van het Gebed hapert iets in de maat; 
maar dit ^s mogelijk eene drukieil. 

De Heer db oaAAtr ga voort zgn dichterlijk talent te ont- 
wikkelen ; schenkt hij de voortbrtagselen daarvan, na beza- 
digd overzigt, het Publiek, zij zullen met genoden ont- 



ODE Elf 6IDED. 33 

Taaigai' worden. Wat sijne WenflOheo eü beden betreft, de 
Henel verhoore die! 

De Chimee0^ tferèUburger. Boor oixtibi ooldssitk. 
II Doelen. Naar hei Engeheh. Te Dordrecht, bij yan 
HoQtr^Te en Bredius. 1840. In gr. Ovo. 516 bLfb- 50. 

Voor hen, aan wie dit werk in het oorspronkelijke niet 
bekead is, diene, dat het reeds vele jaren geleden door den 
beroemdeEi ooidssitk is geschreren, in den trant der be- 
kende Lettres Chinoiêoê, Cabbaliêtiqueê ent. 

len Cbineesch wijsgeer, die door lijnen gednrigen omgang 
met de Engelsehen reeds in sijn vaderland de Engekche taal 
geleerd heeft, maar Toor het overige onbekend is met hnnne 
leden en gewoonten, reist naar Engeland y ten einde deszelb 
rgkdom, gebouwen, kunsten, wetenschappen en ^ nijverheid 
op de plaats lelve in oogensofaonw te nem«i. De brieven 
aan «Que yiienden in China, die den inhoud van het weric 
uitmaken, -behelzen de berigten van hetgeen hij ook met 
betrekkiiy tot het karakter» de godsdienstige denkbeelden 
en zeden en gewoonten der EngeUohen opmerkt. Daar óete 
brievm reeds onistreeka de helft der vorige eeuw- geachrevën 
lijn, spreekt het van zelf, dat in het werk het een en ander . 
nMRkonit, hetwrik,* gel§k de Vertaler' te regt zegt, niet 
meer op den togenwoordSgen tijd betrekkelijk is. Nogtans 
oiAl op onzen leeftijd, en niet alleen op de Engelschen^ 
maar ook op onzen landaard, is zeer veel van hetgeen dé 
schnndere Chtmmes opmerkt toepasselijke Dé Schrijver zegt: 
• Ik wü wat nieuws beproeven. Het huisraad, de kramerij 
en de vunrwerken van China zijn lang door de mode op 
hoqgen prijs gehouden. Ik wil eene kleine lading Chinesche 
zedekuodeiiMkranien. Indien de Chinezen hebben bijgedra* 
gen om onzen amaak te bederven, wil ik het beproeven, in 
hoe verre zij ons verstand kuimèn helpen vermeerderen.'' 

Ten dnde onze lezcnrs in de gelegenheid te stellen, om 
eenigermate te oordeelen over hetgeen hun in deze vertaling 
aangeboden wordt, plaatsen wij het volgende tot eene 
proeve: 

'De meeste dames alhielr,'' zeide de Chinees, i hebben 
twee aangezigten, een om in te slapen, en een ander om 
ia gezelschap te vertoonen ; het eerste wordt gewoonlijk voor 

•OKKllSCI. 1841. NO. 1. C 



34 o. «OLDSMITH 

dm echtgenoot en de overige huiêgenooten bewaard , het an- 
dere wordt aangedaan om aan rrienden bnitensh^ds te beha« 
gen ; het huiselijk aangezigt is dikwijls tamelijk m^nbedni- 
dendi maar dat om uit te gaan, ziet er wat l>eter uit; dit 
wordl altijd aan het toilet in de plooi gezet , . waar de 
spiegel en de genadebrood -etende nicht den raad beleggen 
en de tint roor den dag bepalen." 

lik kan niet voor de waarheid van het gezegde instaan» 
dit is echter zeker, dat zij in huis meer kleederei^ dragen 
dan daar boiten; want ik heb eene dame, die in hare ka- 
mer bij het minste togtje scheen te bibberen ^ balf nadit op 
straat zien verschijnen/' 

• Eenige di^en geleden, langs een der gevangenissen gaan- 
de, kon ik mij niet onthouden, menige oogenblikken te Uij-^ 
ven staan, om naar eene zamenspraak te luisteren, wdika ik 
dacht dat mij ^nig vermaak verschaffen stonde. Het gesprek 
had plaats tusschen eenen voor schuldea gevavgene door 4a 
fralies der gevangenis, /eenexi aakkedrager, die even«i$neQ 
]p$i had nedergezet om wat uit te rusten, en eenen soldaat 
aan het venster. £en bedreigde inval der FranscAen was 
hun onderwerp, en ieder der sprekers scheen vur^ te vér- 
lassen om zyn land van het dreigend gevaar te bevrijden. 
«Wat mij aangaat," riep de gevangene nit f «het meest ben 
ik' voor . ops^ vrijheid bedudit : als de Iranêchen ovvrwiii* 
muir^.zija, wat éal er dan van de Engdsche vrijheid ww^ 
déa ? Hijne goede vriendien , vryhetd is het yoocregt van den 
EHffelêckman ; haar moeten wig behouden ten koste van oos 
l^en ; neen, de Franaohen zuUsn ons haar niet ontrooven." 
-^«Ja, slaven!" riep de sakkedrager nit, azij zijn êlie* 
maal «laven, slechts geschikt om pakken te dragen, geen 
een tiitgezonderd^ liever, dan mij tot de slavernij te ver* 
nederfn, zou ik ris aoldaat cKeast nemen." Be soldaat riep 
met veel eeribied en vuur uit: «Niet zoo zeer onze vrijhe^^ 
den, maar onze Godsdienst soa door deze veraBderioig l^den; 
ja , onze Godsdienst , mannen ! Bé Bnivel moge mjj in vnnr 
doen verzinken," dit was de plegtstatige toon cQner be- 
zwering , • als het niet met onze Godsdienst gedaan b , wan-> 
neer de Fr($nscheH komen." 

Allerwegen geeft de Schrijver blijken van zijne rijke men* 
sehen- en wereldkennis, en van zyne begaitf dheid , om met 
echten humor zijne denkbeelden voor te dragen. De verta- 
lii^ is goed uitgevallen; ive^alre wy met gerustheid dil 



DB CHIHBIS - WEAELDBÜRÖII^. 35 

^fverik der opraeritMamheid Tan onze letende landgenooten 



Ib eiên k ra k e r en Muwkamng. Eene VertêlHng 9Cor yM^ié 
9% ihins Kinderen, Vrij gevolgd naar het Moogdniiêck 
tNmKovfJiAii, door Mr. j. tav ibkbkp. Te Aeuterdan^ 
k^V. Heijer Warnars. 184». In U. ^e. 108 blfi^WU 

auék sprookje Tan Moeder de Gans ! Aardif en loi Terteld I 
lea keot het zonderliitee genie Tan sairHABi wiens ftnk- 
ken nu eens phantastisch. en swart ab de nachi sija, dan 
weder Trolijk en ipeelaLek« of interessant en boeijend, gelyk 
die Tan weinige anderea. Men TorgeLgke eens xijne JHacki^ 
etnkkèn met dexen Nootenkraker! Welk een Tersclull 
fie laatste is eene Trofijke speling der Terbeelding, die 
een nuniatnnr tooyerngk sclepl en daann'naar willekeur 
roDddoolt, xonder andtf doel» dan lioii te Termaken. Wie 
4jBs meer dan een aardig en sierlijk sprookje zoekt, zal 
aich liedrogen Tinden. -Maar 4e kleine kinderen znllen de 
tooTerkistorie Terslindenv en er geen meer kwaad nit loe- 
ren, dan nit klein Dnimpje^ . Roodkapje ^ enz. Onder de 
greele kinderen znllen er zijn, die de losheid en ïeTen^ 
digheid der Tertelling en der phantasie Tan den Schrijyer op 
ptp Mdleii. Be Beer tav tsairBV «al met de orerbrenging 
wel geenoi letterkundigen roem heoogen, en zgn naam tal 
wél groetenieeis genoemd zijn, om aan Nootenhraker en 
Muiaekoning een goed onthaal te TorsohaflRsn. Bat hg .^ich 
orerigens goed Tan zijne taak gekwe^ heeft, behoeft geene 
nerinnering. 

Joeapkai, Zoon eene Koninge Don Indie. Door c. scbhi». 
Te Ameterdam, bfj ten Brink en de Vries. 1839. In kl. 
8oo. 15& bl. f i'bO. 

£j(}0 luidt de titel Toor het werkje zelf; op den geklenrden 
omdag wordt hierbij nog gevoegd : Eene» Geschiedenis uit 
de Christelijke Oudheid. De naam Tan den Schrijver en het 
forrai^at van dit boekje deden ons in hetzelve een boekje 
TOor de jengd Terwaehten. Bij de lezing echter, ontdekten 
w§, dat hei niet zoo zeer uitsluitend voor jonge lieden, maar 
meer besteind is voor lezers van iederen leeftijd. De Auteur 

, C 2 



36 . G. SGHltriD» JOSAPHAT. 

is door zijne schriften voor de jeiigd gnmüg iïekend ; en vn^ 
gelooTen ook, dat zijn talent vooral bestaat in zijne ^etchikit-' 
heid om voor het jeugdig pnbliek te schrijven. Voor lezers, 
die in. behoefte en vatbaarheid der jeogd het naastbij ko- 
men, minder onderwezene, eenvoodige menschen namelijk, 
gelooven ^j, dat do lezing van dit werkje nuttig. kan z^'n. 
Ilene zekere oppervlakkigheid in . de voorstelling der waar- 
teden rajd 'het Christendom , en de énwaarschijnlykheid van 
sommige gedeelten des verbaals, znllen aan zoodanige lezers 
minder hinderen. Ofschoon niet bij uitsluiting voor de jeugd 
geschreven , kon het boekje ook door deze met nut gelezen 
^vordéft. In hetzelve heerscht een goede, Ghristelijk-gods- 
dienstige geest De vertaling is wel uitgevallen, en, be- 
halve het titelvignet, bevat het vorkje ook de afbeelding 
van den Schrijver. 



AlKARAkKBH VOOK EK JAAl 1841. 

. {Eerêie Verêlag.) 

En ziè eens bij het maandbegin 
Maar evèn de recensies in. 

Nederl. MuBen-Alm. 1841. bl. l&l 

V\ ij beginnen onze gewone jaarlijkaehe Almanakkcü-aan* 
kwdiging met de Eoogenoemde pracht- Almanakken, voor zoo 
verre ze ons ter hand kwamen, en onder deze heefil de eer- 
ste plaats de 

•jKederlandsche MuMen-Altnanak, XXIIlste Jaar. Te Am- 
sterdam ^ bij J. H. Laarman. ƒ 3-50. 

die Qvenwel, even als de eerstvolgende, alleen daarom een 
Almanak kan heeten, omdat de titel hem noemt: voor 1841; 
ofschoon er anders van het zoogénoemde Ealenderwerk niet 
het minste inkomt, dat, wèl beschouwd, dan ook tnaar ecfh 
onnoodig bijhangsel is, vooral als het een onbeduidende , 
oppervlakkige Kalender is , en niet zoo als die in den Mu^ 
sen-Almanak voor 1839 , die niets te wenschen overliet. Hij 
verschijnt ditmaal voor het eerst onder Redactie van den 
iSeer n. bbits, die zich als. Dichter reeds eenen in véle op- 
zigten welverdienden naam heeft verworven. Wij hopen , 
dat zijn arbeid aan. dit jaarboekje hem en 'der Nederlandsche 



AtMANJLUBK. 37 

Zan^Kodinneii eer tal aandoen. Hg rteUe itch die tiak eoh- 
Ier met «ds seer gemakkelijk toot, en honde — eigene on- 
4ernndii^ met eene andere onderneming doet Ree. zoo spre- 
ken — in het oog, dat gestrenge onzijdigheid hem hierin 
moet hestoren, eo Tooral geene, anders eenigzins verschoon- 
bare, roorkenr voor zekere school aan deze onpartijdigheid 
hinder mag toebrengen* W^ wenschei hem de ruimste me^ 
dewerking, en hopen, dat onze raderlandsehe Dicfatérs, 
rooral ook de ouderen , aan onze welmeenendé opwekking 
zullen gehoor geven ^ om te helpen zorgen, dat de MuMen- 
Almatugk wedei; worde, wat hij in vromere jaren meer was, 
dan thans, de vertegenwoordiger van den stand onzer poê- 
z§ , eene aoort van Nederlandsch Pan poétieon. Sommigen 
misten wij ook na met evenveel leedgevoel , als wij met blijd- 
sdiap anderen vonden. Onder de laatsten tellen wij box- 
■AiTy Kiijir, sPAüfoAW en TOLtBirs. Staiiiio behoort niet 
meer onder de levenden. Een berigt aangaande hem besluit 
dit boekje, kort en onvolledig; wij hadden hier, zoo niet 
meer over den man en zijne lotgevallen , dan toch stellig iet» 
en dat wel veel mier over den Dichter begeerd , vooral om- 
dat bij »op den Ifederlandschen Zangberg geheel op zichzel- 
ven stond." Wij begonnen daar ongevoelig met het aller- 
laatste , en wat zouden wij ook van het allereerste anders 
zeggen, dan dat het een Lenteliedje van onzen onnavolgba- 
ren tollbiis is, wiens Zoon, wat verder, in zuiverheid 
van dictie den leerling van den beroemden Vader verraadt. 
Het stukje, op dat Lenteliedje onmiddellijk volgende, is op 
tichzélf eene lieve, aandoenlijke elegie ^ waarin de Vlaam- 
sche spelling en een paar onjuiste uitdrukkingen ons minder 
hinderden, dan het denkbeeld, waarmede wij ons niet regt 
vereenigen kunnen , . om Belgische gedichten in eenen Ne- 
derlandêchen Muxeh - Almanak te plaatsen. De Redacteur 
preekt hiervan in het Voorberigt met kennelijke, goedkeu- 
ring en verdere uitnoodiging , die wij voor ons liever van de 
Kedactie van andere' A}m»naikkea vernamen. Se Veder^ 
landsche MuMen- Almanak blijve — zonder vcdkshaat wordt 
het gezegd -^ HBDBaLAnD8.ci. Wij betwisten daarom, noch 
aan LinBOAiiGi:, noch aan van dutsb, no(^ aan vzavisa 
dichterlijke gkvea, (aan de Iwee eersten het minste) eneeren 
de geiioelens, die de laatste «It ten aanzien dér verbroede-r 
ntÈg tosBohea de beide staatkundig gescheidene volken. .Ook 
een Fmmeh refu van cla vaibau, zg het dan ook een^ k^- 
Ulmg uit het Nederduitsch , voegde hier minder. 



38 ALMAMAKKCH. 

Yen ••aa«A ontvallen iwïj een nagelaten gfMtteh^» Ur 
zilceren hruiloft va» tav nxa >aim, met genoegen» on den 
man, die het yervaardigda ,. en den man,^ ékeo. het gold, 
beiden waardige ererledenen; het Yers u, zcKider eigenlijk 
grapiMg ie vja , vol Inimige denk^lden , en ongetwijfeld 
bg de gelegenheid piet welverdiende UM^uiehing ontvangen. 
Voor de uitgave is het te wein^ gekuischt, en naaeia aeU 
zou geene moUte herhalingen hebben laten drukken, als: 

Komt f riasche mailden , friiscbe maagden ! 
Ontvlugt, ontvlngi die alavenni, 
Een juk van vijentwintig jaar 
Weegt bitter, bitter, bitter zwaan 

De Redacteirr geeft een «eer gekunsteld vers op Aleidei 
verjaardag; een tamelijk aeu «agpba tah aiuitiii, tjca 
geleide van een plaa^'e, dat het gravi^ierstift van x.ajiq| 
evenzeer eer aandoet, als. de teekening van pitHiHAR iif 
juistheid van kostuum den Historieschilder waardig is. Ool^ 
geeft de Heer bestjs nog een gedichtje aan joiai, beter, 
don de gekunstelde aanhef: 

O Zone Rachels (waarom niet Zoon vah Rachel), IsrelselfJe^ 
Maar eerstling der verkoren vrouw ! 
Toen over u het trotsch gebq^iw . 
Der Farao* s zijn zoldring welfde^ enz. 

Bij eene andere gravure van tktab var klvbr, naar eene 
schilderij van onzen eenigen schotel, met navolgens waar- 
dige henschheid afgestaan door den Heer a. vardeeho^p^ 
joif. te Amsterdam, leverde biel o o een gedichtje, dat, 
over en om een prentje gemaakt, niet kwaad is. Hasb- 
BBOBK leverde, behalve een paar andere gedichten, waar- 
onder dat aan Koningin victobia bij haar kutceltjk uit^ 

mnnt, {gehoar$famen is een kien vlekje, gelijk oeic mwee 
thróonen voor iroonê, of fA, indien basbbbobk zoo verkiest 
te spellen) — levert, zeggen wif , een vensje bij een «llen^ 
liefst plaatje van zbblardbb: Een zinnebeeldig prentje, 
behoorende bij dichtregelen van tIr oo-^rviirijK bbütv, 
dsit met een' aardigen zei dndigt, is voor eenen niet-Jm- 
êferdammer naanwel^ka verfltaanbaar. P. hobus doet ia 
een dag in Mei hei trfent eener blinde in het sebilderen 



xiiuMAKxm. 39 

rmk Aè sigibue naUmr bewonderen ; het ormge m niet too 
bepaaldfliyk.op eei|en JÊMag toepaaielijk (*)• Klijv houdt 
t^mm ioeni%DÜnder in een Philippine^Tersje staande, dan in 
eea stolye aan- het Meer vmn Genève , in hetwelk men den 
Zimger ▼«oi ZwiieerUmd proeft. Ii^s geeft onder anderen 
niet onTerdienstelijke minneliederen. Tm kavi een tlied 
in den ouden trant/' hier en daar wat gekioMteld, maac 
tCMJi hier en daar ook der sangerigheid Tan koopt op f^de 
sIreTende: 

'k Heb toen gedroomd Tan de bloosjens der roosjens , 

Die 'k eens zagh staan op uw wanghetjens roodt, 
Handetjens, tandetjei^, elpene doosjens, ' 

Waar ghij den sleutel mijns Hemeb in sloal ; 
'k Heb toen gedroomd Tan de looghjens dier oöghjens, 

Zonnen mijns leTens, mijn zoet en mijn corgh, 
Z^K^tkens beschaduwd doorloddrige booghjen», 

Waarin de Minne xijn kokptjen borgh« 

Haar w^ knnnen alles niet Terradden , en besloiten daar- 
om met poèzjj Tan het allereerste water. (Men Tergeve ons 
deze Jawelierachtige uitdrukking, waar wij Tan kostbare 
juweelen spreken.) De afbeelding Tan den Eerw. tkb HA4a, 
ÖTor welker waarde als portret Rec^ bij mangel Tan per- 
toonl^ke kennis, niet oordeelen kan, Tersiert dezen jaar- 
gang , maar meer nog wórdt die opgeluisterd door twee ge- 
dichten , eene Elegie aan een spelend kind en hef strand te 
Kahp^k^ die beide den maker eenen rang geTen onder onze 
eerste Dichters. Ifoode onthouden >Tij ons Tan eenige mede- 
deeUng; maar te lang reeds toefden wij bij de Mujsen, en 
moeten ons nu ook meer bekorten. 

Aurora f uitgegeven door Mr. j. i. d. mtfrtv, Te'sGra^ 
Penkoffe, bij K. Fuhri. ƒ 4.-Ö0. 

In sier^kheid Tan druk, papier,, plaatwerk en band ma^ 
deté wél de eerste plaats beslaan onder onze pracht- Alma- 
nakken. Wij herhalen echter onze billijke klagt OTér de 
g«Te OTemame Tan Engelsche platen uit Almanakken Toor 
1841 , zoodat ook nu een jaarWekje, opgedriyen aan H. K. H. 

(#) »Se Inatfte star sterft in 't nog aehecmriga Westen," 
ia aoB ateik sleotende en stnitende rrgel. 



40 ALWAlfAKrElf.' 

de Krocmpriiifles, voedt met de kroimlcèiis / dieran de tafel ' 
der Britten yaUen, zoo als wij yerleden jaar zeidea, Wq 
willen op de kunstwaarde dier plaatjes niets afdingen, maar 
nemen dan toch de yrijheid op te merken, dat men ons wel 
iets goeds ran raderlandsche knnst geven kon voor ƒ 4-90, 
waarvoor men na bekomt 278 bladzijden fraaijen letterdrak 
op «e/in-papier in klein 8vo, vergold op snede en in netten 
jg;edrnkteii lederen band, benevens zeven platen, die niets 
dan het papier, de moeite en eene a%ebcuikte Engelsche 
plaat hebben gekost; ook de titel schijnt Engelsch werk. 
Aldus handelende^ heeft men er zelf schuld aan, wanneer 
de vaderlandsche kunst bij die der vreemden achterstonde; 
zij, die dergelijke .prachtwerkjes koopen, behoorden dit te 
bedenken , en den uitgevers het verkeerde van dit pronken 
met vreemde vederen te doen gevoelen. En men sla slechts 
het oog op den Mujsen^ Almanak , om het vreemde niet zoo 
buitensportg boven het inlandsche te verheffen. Het is in 
dit jaarboekje, als op de in hetzelve beschrevene >heele lieve 
Soiree" : >op die tafel speelden deEngelsche staalgravures — 
om hare fijnheid en zwarte luchten, waartegeii, witte kastee- 
len uitkomen , zoo hoog geroemd -^ eene eerste rol ; daar 
lagen de Scrapbooks van het toekomende jaar." Wij komen 
tot den inhoud. 

Voor het Proza geeft de Redacteur een uitvoerig verhaal, 
dat zich met genoegen lezen laat , ofschoon juist niet diep 
van vinding, daar men de eenzelvigheid van Tobias en £/t- 
sabeth al spoedig voorzien kan ; benevens eene niet magtig 
veel beduidende reisontmoeting in het Ahrthal, die meer 
ijselijk dan belangrijk is; voorts een paar stukjes van hel- 
DBiif o in zijnen naïf-godsdienstigen , maar niet overal onge- 
knnstelden toon, en de reeds aangehaalde beschrijving eener 
Soiree in de groote wereld, vol leven en vernuft, waarom- 
trent wij alleen zouden aanmerken , dat de partij welligt niet 
stijf geno^ is, en dat het eindigen met het breken van eene 
menigte porselein enz. te veel herinnert aan het 0as#maa/ 
van i>K LAUiroT, een der geestigste dichtstukken ia onze 
taal, waarmede, gelijk met deze lieve Soiree ^ men van 
posTKBWijK Btviif's familiair souper vergelijke. 

De Poézy. De toehuldiging aan de Kroonprinses is — goed* 
gemeende bombarie, H. K. H. wordt hier nog Erfprinses 
genoemd, daar het drukken 'en*' grootendeels het binden teeda^ 
gereed was vóór de overdragt der kroon aan den tegenwoor^ 



ALMANAKKEN. 41 

digen Koning , gelijk* berigt wordt op een blaadj| achteraaaV 
in de bnort der Toor snik een prachtboekje te lange lijst van 
jnitttellingen en drukfonten. Het was bier waarlijk v. el eene 
iaakf dichtstnkjes tot de platen te Tervaardigen ! Lisrri- 
6 BON beeft, in zijn vers aan Mina, de stelling, dat de we- 
duwe niet bdiOQie te.bertronwen, wdligtwat oivardreTal. 
Tkn K4TK is in » Aoa ssij^Herf*' en luffEUje niet ongelukkig 
geslai^dy boewei het laatste »lied in den ouden trant" niet 
op èénen dag met dat in den Mussen-Almanak te noemen 'is; 
Bese Dichter, wien wi) geene bekwaamheden, 'ook in hét 
tttdkondige, ontzeggen, make toch niet te veel jagt op-Ter-*' 
ondèiée woorden! WèlpBUjn en kindekgn staan er om' bet 
liere n|m, waaraan wij, tot weerslag op: ^em^iih, èek 
het woord A^'/ti, voor huwelijk^ tedankeü hebben; Oehik-' 
Idger, dan de geiioemden, en dan tan z»aaiiiN in di 
M^erêi'gieborên e , slaagde ibnrink ja'rssorivs met J?oiMCH'tt/« 
lais; gelnklagst db koodb tan zumcHBN in Agnèê'en tjnr ' 
BUN BBBGif in dé Aedding. Hbfpbn geeft Sksche jambeH f 
ee&eTenmaat, waarin BBCKsa de 'beende ApoHropiie^ifW 
mj\T 09 4um de 2Mk {Paradièê /osf, B. HL TiUi.) &n^ 
brengt Vbbb geeft twee stukjes; Trij lazen ran hem geen 
beter, dan het tweede — omdat* thj geen Ters Tan hem sa^ 
gen, 'waarin prptok en opscMk mii»der doorkijkt Db lbs(« 
riNAssB toont in een »Fanta^sch Terbaal," wat dit Ain*^ 
toêiisekê iê ; allerlei ijselifkbeden in Trilde Terzen , die som-f 
tijds alleen daarom Terzen zgn, <nndat ze ds- zoodanig* ge^' 
drokt en Tan een 'paar rijmwoorden Toorzién z^. Wat ibt 

Hg was een Tan die mensdien, die 

Van 't aardsche leTen meer 
Verlangen, dan iea sterfling is 

GegeTen door den Heer. 

anders dan proia^ metriêch gedrukt? Hen zie OTer zulke 
en aUerlei andere gekke paétisehe eofcintriciteiten den regt 
luimigen Rijm-epUtel Tan den >Auiheur der Neven y^ di^ 
den bundel opent. Maar thj mogen niet Terder uitwijden , 
£00 als de Aedacteur by herluiling sehrijft, en hebben op0Q« 
hartig het onze Tan dit fraai gekleede papieren kind gezegd,^ 
zonder geacht te Trillen worden te bdiooien tot die «ge^tren- 
ge beoordeelaiirs," aan welke i. tan ibnnbf een fikschyers 
'jïgt, dat aan het slot, om des lieTen rijms Trille, eene letter 



42 ^ ALMANAKKEir. 

mtflt. B. Pi. DB KAITTBK toont ïo 6611 stukje aan de Scke^ 
fnering tijne heerschappij over de metra der Ouden » en staat 
in derzelrer overbrenging in onze poêztj waarifig naast -— 
welligt self boven -^ vau dbb woobdt. De 

Almanak 9oor hét êchoonê en goede. Te Amèterdëm^ b0 
G. J. A. Beijerihck. ƒ 1 - 80. 

is en blyft toch maar een nitmnntead jaarboekje, smaakvol 
van inbond» not van nitvoering, en bnitoigewoon laag van 
pr^s. OL%mê.}nê en Mejnfvr. TaüssAiiit hébben eer van 
knnne verhalen, de laatste vooral; maar, daar deze beide, 
naai nog een gediohi;, waarop ^j zoo aanstonds even temg- 
komen, tct Mmen 131 van de 180 bladiijden beslaan, is dit 
'bfeitrekMijk wat lang. Be plaatjes 9%q lief; maar wat znl-^ 
l6n w$ zeggen van het rgrafje ^ meer is het weailijk niet 
— dopr BBBTs vo^ een-derzelyen gemaatif Heefil éé smaak-^ 
volle Redaoteor sich door den naam des Dichters tot het 
j^aatsen van iets loo onbeduidends Ifttefr verlokken? De 
overige verqes mogen er staan^ het eene beter dan het air» 
" dcre. ToifiiB-B 8 geeft sijne vertaliog van het bekende : Pki^ 
lam(m', waar met kiesofaheid Jvpiter en Mercmriuê tol 'de 
besoekcrs gemankt cijn. Hiet zonder winderigen ophef heeft 
men ia de Couranten nit dien hoofde aangekondigd , dot de 
jaargang voorzien was ^met een nitvoerig Dichtstnk van 
TozLitiis/V De lezer, die de 41nchtige geschiedenis niet 
mdgt kennen van deajnasr, die den dood eerst in een! pee* 
renboom en daarna in een' lenningstoel vastsnoerde, ver- 
wezen wij naar dit T^dschrift, 1(^28. Hengelw. bladz. 99— 106, 
waar hij haar vinden kan. Eene reden te meer, om er 
zooveel wind niet mede te breken. 

ffederlandseke Volki- Almanak. Te Amsterdam ^^ hy J, H. 
en Gfc van beteren, ƒ : - 75. 

!s tiiet zoo prachtig nf tge<)oscht ; het u ook een Fo/is-Alma- 
nak, die zich waarlijk zeer goed houdt. Versfes op den 
Haathmmer spoorweg zijn d rordre dn jotir. Hief heeftmen 
er eén 'plaatje bij. .Het voorbeeld van vronwenmoed is bijna 
voor beddeloos ; heè wordt eciiter als waarheid opgegeven. 
Voorts geven bekende en minbekende Dichters en Proza- 
schrijvers hunne schatting aan dit boeksken , dat daardoor 



▲LMAliJiKKClI. 43 

ecu «anbetetiiigmuirdlg geheel (q»Ierert. De Teijaardagen 
TUI het Yorstelijke luis tijn hier, even als in den eersttol-» 
genden, nog vóór den troonsafstand gedrukt. 

i/flUHMiJk voor EoUandêeke Bl^geeêtigon. T^ Hoom^ h^ 
Gcbr. Vermande, ƒ : - 80. 

Laat mee elders proza en poësij afwisselen *— hetgeen oni 
ook hlggeestiger dunkt *— hier ataat elk in üjn gelid. Tan 
hei eerste is ffiertitwintig uren opv3aoki\ door a. w. ». w— «l» 
Toond niet het minste, inzonderheui door de aardige aanwe»* 
ding -van militaire xegswiyzen. Yah ifooTiooKR sefarijftover 
de hmmêi om r^h te worden^ nfet buiten de waarheid, maar 
wat scherp. Nu , satire wil wel eens meer wat OTerdrgven. 
De jfoMbik van het leven eens enden Vrijere en eener ende 
VrpMter komen vrQ wel oyeremn roet de Letensthermomotert 
in het Mengelwerk van dit Tijdschrift toot 1621, Uadt. 978. 
Het Sermoen van Pater Brom is niet kwaad , gelijk de vers- 
jes over hei geheel hier goed te huis hehooren. De blggees^ 
tigheid is — Hollandach, echt HoUandsch, dat is niet on- 
kiesch. Proza en poênj hebben ieder een plaatje. 

Van de Pronnoiale Volks-Almanakken kwamen <^ nog 
twee ter hand. De oudste, de vader der OTerigen, de 

Geldertche Volkê-Alimnak. Te Arnhem^ bij G. van Eldik 
Tbiame* /:-7&. 

heeft lullijk den voorrang. Het voorberigt van den Redacteur 
heeft meer — het iets over stabiito (vreemd genoqg tussjcbéü 
het roorliengt en het kalenderwetrk geplaatst) veel minder, 
dan men verwachten zou. Het Mengelwerk is weder regt 
*goed en gepast , voor een' Fo/i^- Almanak moeijelijk té over- 
treffen ; de Vertooqen over de Kinderheierfkunde zijn waar 
en behartigenswaardig;, en onzen ouden bekende JVieüfcirJifaor* 
ten Baordman missen wij niet. De plaatjes zijn ditmaal zeer 
fraai. Maar aELDaiiiG^s Almanak is te gunstig bekend , om 
er hier meer v^^n te moeten zeggen. ^/Vij willen er den 

Groninger Volke^ Almanak. Te Groningen^ ^' J. Oömkens. 
ƒ -75. 

niet roede vergelijken , daar ook deze in zijne soort eene zeer 
aanprijzens waardige Almaoak is. In naauwkeurigheid van 



.44 ALMANAKKCV. 

kalenderwerkaninl h^ bijioiider nit.' Hem hebbende ^ heeft 
men Toor zon noch maan eenen anderen noodig, eii de Gro- 
ninger vindt er naauwkeung kennissen , trekschuiten enz. 
in opgenomen. Dat de aangenaamheid yan vorm in oudheid- 
l^undige mededeelingen meestal verre moet achterstaan bij de 
belangrijkheid der stof, merkten iv^:v|t)eger aan, en.k<Miden 
het thans herhalen. Maar in netheid van plaatwerk en druk, 
in belangrijkheid , echt provinciale belangrijkheid staat deze 
jaargang l^j geenen ujner vooiyangers achter. De nte^edée- - 
lingen mt een Kêrtel^k proioool door Ds. biddihgiüb kon«> 
den, van elders 'nageVd^, ttpg.wel wat belan^ks aan 
het licht brengen. ..'.'. 
. Wij .bèslixtten dit ons verslag -*- na aankondiging van den 

BybêUehen Almanak ^ uiigegepen door hei Nederlandsch 
GodêdiensHg TrQ^aatgenoot9chap. Te Amêterdam, bij 
C. A. Spin. ƒ : -10. ' 

en zegenwénsoh over desselfs gebruik — met 

Juvenia. Almanak voor jonge lieden van hëiderlei kunne. 
Te Amsterdam, bij G. J. A. Beijerinck. ƒ 2-20. 

Under het proza munt uit: de oude Niéhi, door Ds. i.. bi- 
ft Kif, én kei Gezin van den armen Visscker^ door hbl- 
DBiNo. Koorn en moet is zeker om den naam der met lof 
bekende Schrijfster, Mevr. vah hibbtbr, welligt ook om het 
plaatje, geplaatst; het is echter al een zeer onbeduidend 
stukje. Wanneer men in dezen Almanak leest van dagvaar- 
dingen, vonnissen enr gewijsden, dan onderstelt men eene vrij 
kundige jeugd »van beiderlei kunne." Maar de jeugd kan^ 
ook zoo heel jeugdig niet zijn, aan welke men schrijft van 
smart, die de geboorte des kinds aan de moeder veroorzaakt, 
bladz. 9. , en van de zorgvuldigheid der Arabieren , die, ter , 
aai^duidiug van de geslachtlijst hunner paarden, schriftelijke 
aanteekeningen maken van, het dekken der merriên, bladz. 61. 
Wanneer zal men toch eens leeren wat schrijven voor de 
.jeugd IS? ' 



BOEKBESCHOÜWING. 

Geschiedenis der Christelijke Godsdienst en Kerk, ten 
^hehoepe van Christelijke Huisgezinnen en Waarheids- 
vrienden, ter verlevendiging van Evangelisch geloof en 
hlydsehap- II Ihelen. Uit het Hoogduitsch van k. l. 
SACKRBUT£R vcrtaold door j. bubgh k£is£R, Predi- 
kant te Mensingeweer. Te Groningen, by R. J. 
Schi«rbeek. 1840. In gr. 8vo. 363 en 480 W. ƒ 7 - 26- 

JLlit werk is (zoo meldjL di^ Vertaler in het Yoorberigt) 
eene uitbreiding van eene beknopte Geschiedenis, door 
denzelfden Schrqyer opgesteld, en in 1831, hoewel zon- 
der zijnen naam , in het Nederduitsck Tertaald. Het is 
niet zoo zeer Toof Geleerden, als wel »ten dienste Tan 
» onderwijzers" (welke?) )»en beschaafde leeken** geschre- 
¥en: hket mag dan ook in zoo yerre knnncn heeten )»tcn 
» bchoere van Christelijke huisgezinnen en waarheidsyrien* 
» den*^ ; maar dat h^t hiertoe boven andere zoo bqzondere 
geschiktheid bezit, heeft Ree. juist niet kunnen vinden, 
even min als dat het zoo eigenaardig ingerigt is, »ter ver- 
ulevendiging van EJvangelisch geloof en blijdschap"; «n 
k^ zou dus dezen titel wel niet onder de geheel onware , 
maar noglans onder de wat te. veel belovende rekenen. 
. De orde, waarin sagkrsutisr zqn onderwerp behan- 
delt, is noch dié der eeuwen., noch die dér tijdvakken , 
hoewel hq..de laatste toch bezigt in eene acbteraangevoegde 
Ti}dtafel> waarop de Kerkelijke Gesclnedenis in oude,mid- 
ddeeuwsche en nieuwe verdeeld wordt; maar hij brengt de 
gebeurtenissen vrq geleidelijk onder zekere hoofdrubrieken, 
waarin tevens de loop der tijdvakken zoo veel mogelijk ge- 
Tolgd wordt. Deze hoofdrubrieken, verder wederom on- 
derverdeeld , (dat Ref. hier niet breeder opgeven kan) zijn 
de volgende : Eerste Deel. Inleiding. I , a. Het leven van 
jBZüs. I^ (. De Apostelen. H. Eerste Christel^ke Ge- 

BO£RBBSGH. 1841. NO. 2. D 



46 X. L. SACKREUTER 

me^ntc. IIL Toestand en inrigting der eerste Christelijke 
Qemeenten. IV. VerFolging der Christenen deor de Jode^» 
en ondergang van den Joodschen Staat. V. Yerrolgingen 
der Christenen door de Heidenen. YI. Zegepraal ran het 
Christendom over het Heidendom. VH. Verdere uitbrei-, 
ding van het Christendom » YOQtalin Duitschland. VIU. 
Beperking van het Christelijk gebied door muhameb. IX. 
Verbastering Tan het Christendom door partij- en twist- 
zuchty X. door bijgeloof in plegtigheden en leerstellingen « 
XI. door hel monniken* en kloosterleven , XTL door het 
Pausdoni. XIIL Kruistogton. XIV. Voorloopers der Kerk- 
hervorming. XV. ITuf^i^n^oorlogy Boheemsche Bro^ 
dcrs. — Tweede Deel. I. Kerkherrormihg in Duitsck- 
land. n. Belemmeringen van het Herrormingswerk , en 
legen van hetzelve. III. Ondernemingen ter bescherming 
van het Pausdom en ter onderdrukking der Kerkherror* 
ming. IV. Dertigjarige Oorlog. V. Kerkheryorming in 
Zi^iiSMrlmdf VI. in Frankryk^ VII. in Zweden, Dene^ 
matisti eni. , YIU. in de Nederlanden , IX. in l^ngekmd, 
Schotbmd en Ierland. X. De belangrijkste kleinere par- 
tijen in de Christelijke Kerk. XI. De Gviekscke Kerk. XII. 
Ua Rioomsche Kerk na do Kerkhervoming. XIIL De £van* 
gelischr-Protestantaolie Ke^k. 

De Vertaler , onder ons reeds met lof bekend door aqne 
overbrenging en bewerking van huffell's Pndestanisck 
fjieeraarambt t heeft van de Glcschiedenis der Kerkhervor- 
ming in ons Vaderland niel ongepast eene meer volledige 
schets gegeven» dani men van den Diiil^^Aer verwachten 
kon. Hij wilde dit ook met onze latere Kerkgeschiedenis 
doen, ^A tevens die der Christelijke Kerk sedert I83&, 
waar sackhrutsr eindigt , er bijvoegen; doch i^rees voor 
te groo\e uitvoerigheid deed hem hiervan a&ien, en dit 
yyelligt toi eene opzettelijke bcarbeiding beware , waartóe 
wij tiem wel willen uitnoodigen. 

De voorfltelling der gebeurde zaken en 'der handelende 
personen is hiar doorgaans duidel^k , en de stijl gnnakke- 
lijk y hoewel juist niet uitstekend schoon , en hier en daar 
naar het minder bearbeide en platte ^Uende. Nu en dan 



GESCHIKDElfIS AIR GBRIST. OODSDlSlriT Blf K£RK. 47 

* 

geeft sAcxasüTSR wel eeiui nnitige opaierkiiigeii; maur 
ÏB liet pragmatische tast hij niet diep. -^ Orer het bolrek- 
ïêsji langer of koarter hehandelen van saminige partijen 
der Geschiedenis zo^ R^f. nog al eens ^an den SchriJTcr 
ferschillen ; maar ieder heejft sijne 'wijze Tan aien i en è^ 
ook Tan iets meer of min belangrijk te achten» en het is 
moegelijk hierin een' ander naar jEijn' eigen maatstaf te m<h 
ten. Inlnsschen sou Ref. tot itene meer volledig getrouwe 
voorslelling der Eya^geliache Geschiedenis wel noodiggo- 
Toiiden hebben» b« v. D. I, U. 1-^41, een meer duide- 
l^k aitkoBen van de blijk^m der stelUg Goddel^ke zending 
yan ^kzvs en xijne Apostelen j welke hij wel niet teggen 
wil dat SAC^aafTTsa i^ntkent, he^geeii ook z^ werk in 
onze vaderlandsehe hnisge?^nn<m onbruikbaar zou gemaakt 
hebben » maar toch niet \hiK genoeg op den Toérgrolid 
zet. — > In eene pra^aiatische behandtUog der gesehiedeiMs 
¥an coasTj^ntijM den Glooien had Ref. meer Tivwtidkt 
oFer den invloed Tan het^verkeffcn v«n da Christeliike Gods- 
dienst tot Godsdienst nn Staat « en van dé ingevoerde 
kerkpracht; -— r bij het Mohammedam$nms miiider lang 
over de geschiedenis , ab b^er, geen hoofdzaak.» maajt over 
den wederkeerigen invlped van hetzelve en het Christen- 
dom. -*- D^ lange oi dorre beschrijvingen van lang vei- 
getene zoogenaamde ketterijen > in de 9de hoofdrubriek' van 
h^ Isle DfeU sou men gaarne bekort zien; daarentegen 
leest men aUaai met genoegeif zeer goede opmerkingen 
over mausTiava en xijne leerj en in de 10de die over 
de becldendienst en simnnige andere bijgeloovigheden; 
maar wed^om voor eene meerdere uiteenzetting^ van het 
goede en het kwade van het numnikenleven, onder de Ude 
venneld, zou men de vo<H^gaande lange beschr^ving van 
de klakenaars en idonnikenorden gaarne wat ingekort 
zien; zoo ook diè van de Kmistogten , in vergel^king van 
da korte opgave hunner belangrijke gevolgen. — Jammer 
is het over H gebed, dat sACKUBUTEBy b^ het te regt 
gispen van de vcribasièringen , niet altijd genoeg tot den 
ocursprotfg opklimt, daardoor ook ~wel eens het goede niet 
genoeg opmerkt» dat er bij het - g(j>rekktge aanvankel^k 

D 2 



48 T. L. SACITRSUTER 

allhans Bog in was» en zelfs in sommige nog gedeeltelijk 
-blijft bestaan. De leer Tan hét vagevuur ^ b. ▼. , zou Ref. 
niet onbepaald (met sackrbvtsr, bl. 203) aan de win- 
Euchl der Priesters dunren toeschrijven: het was, meent 
hijy eerst eene poging Tan den mensch'elijken geest, om 
zich den overgang uit deze in eene toekomende wereld 
eenigzins begrijpelijker Toor te stellen ; en hadde men dit 
nu maar als Christel^k phüosophema beschouwd en gela- 
ten , en het niet zoo grof zinnelijk Toorgesteld , dan ware 
VT nog geen kwaad bij geweest ; doch nu dccrcteerde men 
:dit Terzinnelijkte |?ftiio50pfcema tot een kerkelijk ifogina; en 
Tcrrolgens schiep men uit dit kerkelijk dogma eene winst- 
gevende 'trafiek; en nu te regt.&iitc illae lacrymae! 

Do KcrkherTormtng, waarmede het tweede Deel be- 
gint, is oTor H algemeen zeer wel, en in sommige opzig- 
im zdfs beter dan het Torige behandeld , waarbq cTenwel 
onder hare zegeningen haar invloed op de oTerige Chris- 
telqke Kerk wel meer onderscheiden: had mogen opge- 
merkt worden. — Ook de geschiedenis der kleinere fro- 
testantsche -Kerkgenootschappen Tindt men hier vr^ wel 
beschreven, b^zonder tlie der Remonstranten y der Hern- 
hutters (hoewel wat lang) , der Socinianen , maar meest 
bij allen zondet beoordeeling. Dk)ch wanneer de Schrijver 
verhaalt , dat er Gemeenten van Kwakers en van Socinia- 
nen in de Nederlanden zijn, dan betwijfelt Ref. hiervan 
de waarheid: eene Kwakers^^tmccnXe heeft wel in yroë- 
gere jaren te Amsterdam ^ Rotterdam, en elders misschien, 
bestaan , doch ze zijn , zoo Ref. zich niet bedriegt , te niet 
geloopcn; maar Soeinianen zijn ten* minste in de oude 
Republiek niet geduld geweest, en ook thans bestaat er 
geene Gemeente onder dietk naam. — Zoo is het mede 
onbegrijpelijk, hoe de Schrijver, bl. 369, zeggen kan, 
dat >»in de vereenigde Nederlanden de Roomschcn het ge- 
jiloof der Jansenisten aannemen'*: verre Tan daar! dete 
laatsten maken hier , in vergelijking der overige Roomsch- 
Katholieken , slechts een klein kuddeken uit. — *• Van het 
Grieksche Kerkgenootschap , en met name van de Russi- 
sche Kerk, vindt men hier een goed overzigt. «— Wonder 



GESCaiSDENIS JDXR CHRIST. OOJDSDIBN^T SH KIRK. i9 

daarentegen is bet« dat sagka^ütsr geen de minste 
meldiiig maakt ran de Tordcringen , die men , ten opzigtc 
nm den ganschen omrang der Godgeleerde wetenschappen , 
in de Protestantsclie» en zelfs gedecllelqk in de Roomscb* 
Katholieke Kerk» sedert omstreeks de laatste helft der 18de 
Eeaw, gemaakt heeft; geen melding ook Tan de aanral- 
len <^ Godsdienst en Christendom , gedurende dit tijd- 
perk, in Engeland, Franhyk, Duitschkmd en elders^ 
noch ook van de verdediging derzclre in diezelfde landen ; 
geen melding ^ eindelijk, van de 'onderscheiding der God- 
geleerden in Sapranatnralisten en Rationalisten , die Tooral 
in Duitsehland kenhaar is: ja over *t geheelis de nieuwste 
Kerkgeschiedenis hier zeer ouToUedig behandeld en laat 
Teel'^e wenschen over» -* De^ artikels over de Zende-^ 
bug- en Bijbelgenootschappen zqn mede vrq kort en op- 
pervlakkig; maar de korte aanmerkingen over de eersten r 
bl. 445, beyattende eene waarschuwing tegen verschei- 
dene Terkeerdheden. in do denk- en handelwqze der ^n* 
delingen, z^'n zeer waar, en roor uitbreiding vatbaar; 
gdijk ook andere waarschuwingen of opmerkingen omtrent 
do B^belgenootschappen hier niet overtollig zouden zijn. -• 
Eindelijk werpt sackrzutsr, bh 448—451, do vraag 
op, waar de ware, alleen zaligmakende Kerk van Chris- 
tus is; en beantwoordt haar zoó^ door het opgeven van 
zekete kenmerken, dat men, al zegt hij het niet, er de 
slotsom uit opmaken moet: De Protestantsche Kerk is al- 
leen de ware Kerk , dus de overige de valsche ; en zoo 
is het al wederom: lUacos intra muros peecatur et extra. 
B^ enkele gebreken in st^l, taal en correctie wil Ree. 
fiuüHB niet stilstaan, maar zigne beoordeelende aankondi- 
ging besluiten met de opmerking, dat de lezing van dit 
werk hem op nieuw overtuigd heeft, dat het gansch geen 
gemakkel^ke taak is, eene Kerkelqke Geschiedenis prag^ 
matisch en practisch voor beschaafde leeken van dezen 
t^ zamen te stellen , als waarin de veelvuldigheid en ver- 
scheidenheid der voorkomende zaken de taak zeer moeqe- 
I^k maakt, en eene bloote compilatie niet genoegzaam is, 
ca dat het voorhanden zijnde werk , hoe veel goeds er ook 



M K. L. SICKRKVTER, GESCHISDCNIS EHI. 

Tin te zeggen iij , dit móeijelijke probUma óp verre na 
niet ToUedig opgelost keeft. 



Dispptetio Theologica de Jèsui e VirgineM^ria nato, ^f^fm 
— pro gradn Ooctoratos -^ in Academia Rheno-^Tra- 
jectina -^ publiee ae eolemni examini submittit jobait- 
HKS JACOBV0 Vak oostsrzkSi Roterodamendê. Traj. 
ad Rhen. tjpis mandareniïit Sehultze et Voermans. 1840. 
Forma 8vê. Pagg. XT, 230. ƒ 1-60. 

X^c Eerw. tah oostsnsBa, Kandidaat tot de H. dienst 
bij de Hcrrormden , heeft met deze Godgeleerde Yerhan- 
deling <le waardigheid van Theohgiac Doctor aan de 
Utreehtsehe Hoogeschool verkregen en verdiend. Is het 
onderwerp gewigtig, niet minder belangrijk is de wijze van 
behandeling 9 als door welke geheel nitkomt, welke vor- 
deringen de jonge Doctor in de Kerkelijke Gresofaiedenis, 
de Uitlegknnde des Bijbels en verdere wetenschappen der 
Godgeleerdheid gemftj^t heeft. 

De uitvoerige Inleiding, (p. 1**53) doet, zoo beknopt 
dit geschieden kan > onderzoek naar hetgeen aangaande dit 
onderwerp ten verschillenden tijde de Ghristel^ke Kerk be- 
paald* heeft« Het onderzoek begint, $ 1, vóór het Con- 
cilie Van Nicaea (325). Ifier komt voor het gevoelen der 
eerste Christenen ; de bestrqding van dit gevoelen; verde- 
diging ^ van hetzelve I en de slotsom is, dat de buitenge- 
wone geboorte des ffeeren uit de Maagd MiRtA, reeds 
vóór het jaar 325, aangenomen ^ verworpen, verdedigd , 
vastgesteld 9 vermeerderd en ontwikkeld is geworden. Hier- 
op zet $ 2 dit onderzoek voort (325^745). Uit dit on- 
derzoek blqkt , dat dijt tijdperk reeds een groot Verschil van 
gevoelen met het vorige heeft opgeleverd, alzoo nu reeds 
het gevoelen, aangaande de buitengewone geboorte des 
Heeren , bijna algemeen was erkend , door sommigen ojp- 
gesierd, door anderen met gewigtige stukken in verband 
gebragtf en door weinigen zelfs ellendig misvormd. Van 
JOUAWVES DAHASCSirvs begint. $ 3 een nieuw onder- 



J. J. TAN OOITZSI, fillPUTATlO THBOLOfilCA. 51 

zoek, dat Toortgezet wordt tot op de Her? orming. mYah 
» joHAHHBS i>A9f ASGSirus bogiüt (tak OOftTBRSMJdaar- 
Hom geen Aieaw tijdperk, omdat door ikeib of tett tijnea 
jiti}dé ket geToèleii aaÉgaande die geboorte des floeren 
» grtyote reranderiiig keeft ondérgAati. • Niet oagépaM kioteft 
»kiï ket geoordeeld» met den mattte^begittnehy He op 
» xickzelTen in de Godgeleerdkad grobte rerdietisten kad, 
n en niet te onr^te gezegd werdt den tijd der 3ckola«tie' 
%\ta te kekben voorbereid. '' ^ Van 1517-^1648 geeft 
% 4 verslag van de Stervorming tot de toógeHoemie En* 
gelsehe Deïsten. Het slot yan dit onderzoek tot óp den 
laatsten t^d vindt men $ 5. Het spreekt van zélte , dat 
wij aUcs tol in b^tondelrbeden niet kunnen of mogra kaA^ 
stippen. Gekeel zwegen wilden w^ ook niet, daar ket 
medegedeelde dient, om ket belangrijke deAer Inleiding te 
doen gevoelen; want, o&ckoon uitvoerig als Inleiding voor 
dit Froe&cbrift, is al ket gesckrevene zoo beknopt, dat 
w'^ bij ontleding ket stuk zouden verminken , indien niei 
het grootste gedeelte werd medegedeeld. •- De Inleiding 
geeft nog met weinige woordeii ket plan der Verhandeling 
ep (p. 54): Eerst zullen wij de gewijde verbalen ophel- 
deren, ten tweede verdedigen, en eiTM^j/Ahet gewigt van 
deafzelver' inkoud ontwikkelen. 

. Het eerste deel (Fors t) verklaart de beide Evangeliscke 
verbalen, aangaande de buitengewone geboorte des Hcé*- 
r«n, MATTH. I: 18-*66 en ttro. I: 26-^38, pag. 56—90. 
» Zooveel mogelijk beb ik getraeht (pag. 89} beide de vcr- 
n kalen kortel^k te ontvouwen» Hierom keb ik mij voor^- 
n gestdd dit alleen op te helderen , wat met ons onderwerjp 
hin naauw verband staat, en hetgeen kiermede minder in 
p aanraking komt sleckts even aan te roeren. ^-^ Het oog- 
nmerk tock van mijn schreven was niet eoite aanecnge- 
«sckakelde en volledige opkeldering te leveren, maar 
» slechts grondslagen te leggen, waarop ons onderzoek ziek 
#£ott kunnen vestigen.^ Dit alles is door ons bevonden 
waarheid te zqin; ófsckoon wi), ook bi) die kortheid, meer 
dan één bewijs h€9)bèn opgedaan van die echte en hechte 
Xiitlegkundc des Bijbels, welke dat laxe in onbepaalde en 



52 J. 1. TAH OOSTERIBE 

als bij de gis gestelde zorgruldig wil ▼enneden hebben, 
dat helaas 1 het yroegcre Dogmatismns én het latere philo* 
sopheren niet schijnen te kunnen ontberen. Eene enkele 
Traag slechta bq dit gadeelte der Verhandeling. Zou 
UATTH. I: 18 niet het best te Terklaren zqn uil den Torm 
Tan het geschrift, waaruit dit gedeelte Tan mattbku» 
Erangelie schijnt' ontleend te cijn 7 Het geslaehtboek yindt 
men ts. 1.- Zou dan niet ts. 18 eene meer vrqe Tertaling 
zijn Tan hetgeen in dit Boek als onderdeel Tóorkomt (*) ? 
Deze lezing yinviq Tindt ook daarin eenige aanbcTeling 
boTen y^vwi«^ 

Het tweede deel (Pars II) loopt Tan pag. 91 tot 196, 
en behelst eene Terdcdiging Tan hetgeen den inhoud nitr 
maakt der opgehelderde Terhalen. Tweederlei taak heeft 
zich TAK oosTEKZEB hier ^er behandeling opgelegd. Foor' 
eerst onderzoekt h^ , welk gezag aan beide de Tcrhalcn 
aangaande het behandelde onderwerp moet worden toege- 
kend. Ten tweede worden gehoord, gewogen en wedcr^ 
legd de bedenkingen , die gewoonlijk tegen den inhoud 
dier Terhalen worden ingebragt. Dit tweede deel splitst 
zich dus Tan zeWe in twee hoofdstukken. Capui I be^ 
handelt y in drie afdeelingen, l'^. de echtheid dier yerha* 
len,» 2^. dcrzclTcr wezenlijk geschiedkundig karakter, 3^. 
eindelijk derzeher geloofwaardigheid. Hiermede wordt 
Tolbragt, wat als taak in de eerste plaats was opgenomen. 
Sect. I yindt men OTerwogen de uitwendige getuigenissen . 
Toor en tegen ; zoo ook de inwendige , welke de hoogere 
kritiek gewoon is aan te yoeren. De. slotsom is, dat uit 
den stijl of den inhoud dier Terhalen geene bewijzen tegen 
de echtheid dier Terhalen worden ontleend. Integendeel 
bewijzen zij Tpeleer derzelTcr echtheid. SecU II wijst aan 
het wezenlqk geschiedkundig karakter dier Terhalen, pag. 
101— J36. Na beknopte opgaaf Tan het gcToelen der ge- 

(*) rWyin TvTA ^eme zijn de geboorten , loo als dio 
woprden in het BoeV, Genesis op meer dan ééne plaats door 
de onzen Tertaald zijn. Ook daar Tindt men onderdeelenyan 
één Boek, Gen, \: U 



BISPUTATIO THEOLOOICA* d3 

nen, die ook in deze yerhalen bet Mythische ontdekt heb- 
ben, betoogt de Scfarijrcr, dat de oorsprong Tan derge» 
I^ke Mythe met geene waarschqnlijkbeid kan worden af- 
geleid, of nit de denkbeelden der Joden aangaande den 
If essias » of nit gelijksoortige rerbalen in bet O. Y. , of 
vit de Mythen en Fabelen der ongewijde oudheid. Hierop 
toont hij aan , dat de verhalen zelve niets behelzen , waar- 
door men genoodzaakt wordt hierin Mythe te erkennen. 
Zonder grond beroept zich straüss op het verband dier 
verhalen met Apokrjfe Evangeliën, op de Engelenver--^ 
scldjningen in onze verhalen voorkomende, op de strqdig- 
'beid dezer verhalen met dè wetten der natuur. Daarop 
wigst VA' oosT£RZS£^et geschiedkundig karakter dier 
verhalen aan , door opmerkzaam te maken op het oogmerk 
der beide Schrijvers , op den tijd van derzelver ontstaan , 
op derzelver vorm, en eindelijk op de w^ze, hoe de le- 
zers , bi} de minste opmerkzaamheid , maar onbevooroor- 
deeld , dezelve gewoonlijk opvatten. Sect III handelt over 
de geloofwaardigheid dier berigten. «Van zelve blijkt het, 
» (pag. 137) dat dergelijk onderzoek meer door gissen^ dan. 
.ndoor stellen en bewezen, kan worden voortgezet. Daar- 
in om moet men echter aan deze varhalen geen geloof wei- 
» geren. Wie heeft toch ooit hetgeen de Glassische Schrij- 
3» vers hebben verhaald verworpen, waar aangaande der- 
Nzelver bronnen niets met zekerheid bekend is?^' Om be- 
knopt op te geven, wat in deze afdeeling te vinden is, 
dient het volgende. Eerst wordt iets in het midden ge- 
bragt over de bronnen dier verhalen. Vervolgens wordt 
de inhoud dier berigten beschouwd, als van dien aard, 
dat, zoo dezelve niet waar z^n, niemand begrijpen kan, 
hoe het is b^gekomen , dat de Apostelen zich zoo iets heb- 
ben voorgesteld , als ook waarom zij dit in dien. vorm en 
op die w^ze vermeld hebben. Eindelijk worden de schiqn- 
ftrqdigheden vermeld, de wijze hoe alles te vereffenen is 
▼oorgedragen , en dit alles aangewend , om daaruit vooral 
een gcwigtig bew^s voor de geloofivaardigheid dier berigten 
te ontleenen. — Caput II houdt zich onledig met de we- 
derlegging der bedenkingen , deels van uitlegkundigen aard, 



54 J. J. TAN OOSTBRZfiBy DtSPOTATlO THEOLOGIGA. 

dech gelegen in het stilzwijgen ran jszvs en de Apostelen. 
Hierbij wordt iets gevoegd over eenigc plaatsen van het 
N. T.y waar op die geboorte des.Heeren zou kunnen sche- 
nen gedoeld te worden. 

'Het derde deel, (Pürs ///) pag. 197— 226, overweegt 
het belang en gewigt van het onderwerp in driederlei op- 
zigt , voor de Geschiedenis ^ voor do Dogmatiek , voor de 
Moraaï. Doch dit zullen wij niet verder ontwilkeien. Het 
bovenstaande zal Wel voldoen, om het belaiig vail dèztr 
Verhandeling genoeg te doen uitkomen. Taal en stijl bé-^ 
antwoorden aan het stuk, én de uitvoering verdient ook ^ 
aanprijzing. Nog enkele druk- en schrijffouten, behalve 
de reedd aangeteekendé , hebben wij ontdekt, maar Van te 
weinig belang, om die hier aan te slippen. 
' I>e geleerde Schrijver, die getoond heeft voor zijne taak 
berekend te zijn, vindé spoedig, als Bedienaar van het 
Evangelie, gelegenheid, om zijne niet geringe talenten aan 
te wenden tot heil Van medestervelingen, en zoo, door 
Zijnen ËvangelieSrbeid, ccne eere te zijn van 'CHAistüs, 
iiog meer en in edeler zin , dan hij dit reeds is van de 
Leermeesters, die tot zijne vormjng hebben medegewerkt! 



Fruchten van deh hoorn der kennii des goeds en de$ 

' kwaads. Een Ferhaal door n. poLttAH, avth. zir. , 

in leven Onderwijzer in de Godsdienst en KraHkhezoe- 

ker te Haarlem. Te ^sGravenhagey bij K. Führi. 1840. 

In gr. Bvo. rni en 334 hl. ƒ 3-30. 



Ë 



ir zijn weinige menschen, die ip hunnen kring zooveel 
nut stichten , als d« schr^ver van dit boek bij zijn leven in 
den zijnen heeft gedaan. Oorspronkelijk bestemd tot eenen 
eenvoudigen ambachtsman , had hij geheel zichzelven ge* 
irormd, en door onvermoeide weï'kïaamheid zich eene maté 
vfen kennis verworven , waarover menig Godgeleerde zich 
niet behoefde te schamen. Ree. , die den braven maA 
veel bij gerucht en ook eonigzins in persoon heeft gekend , 
«egt niet te veel , wanneer hij beweert , 'dal zelden of nooit 



ir. PO&MAIT) AHTB. ZN. y TRUCHTSir ElfZ. 55 

^B o]iderwiJ2er in de Godsdienst zooveel invloed op de 
j«agd zijner woonplaats heeft gehad. Honderden van kin* 
deren waren aèA zijn onderrigt toevertrouwd; alle scholen 
^nden roor hein open , en op allen kwam fai) op gezette 
turen , om onderwijs in de bijbelsefae geschiedenis te geven. 
Mei rdkhalzend verlangen zagen de kinderen die uren te 
gemoet; tij Ungen aan de lippen des verhalcrs, die de 
aandaeht der kleinen wist te boeqen , en wiens levendige 
voonteliing de verhaalde zaak voor altijd in het gehengen 
prentte. Kinderen en jongelieden van allerlei gezindte, 
T«!n eiken rang en stand, deelden in zijn onderrigt» niet 
enkel waar het de geschiedenis des Bijbels betrof, maar 
ook daar , waar het de waarheden onzer gezegende Gods- 
dienst gold, en verlichte, heldere begrippen waren de 
vmchten van zijn onderwijs, dat Vooral ook strekte, om 
goede zaden van godsvrucht en zedelijkheid uit te strooijen. 
2oo genoot de waardige man de algemeene achting en 
liefde zijner stadgenooten ; en toen hij zijn nuttig en werk- 
zaam leven, helaas! ook voor hem rijk aan beproevingen, 
eindigde. Was de droefheid groot, en gevoelde men, dat 
zqne plaats niet ligt weder volkomen zal worden vervuld. 

Toi dezen opregt gemeenden lof voelde Ree. zich ge- 
drongen, toen h^ zioh nederzettede , om eene aankondi* 
ging te schrijven 1ran het Verk des waardigcn overledenen , 
welks titel aan het hoofd dezes staat. Te meer wenschte 
bij dien lof te laten voorafgaan , omdat hij door onpartij- 
digheid genoopt wordt , om over het boek telf een minder 
gunstig oordeel te vdlen. Het doet hem leed om de nage- 
dachtenis van den man, die zoo veel goeds en nuttigs 
lieeft verrigt , wiens naam door de dankbaarheid van me- 
nigen leerling nog dikwijls zal Worden genoemd, en aan 
wiens groote bekwaamheden hij gaarne regt laat wederva- 
ren, hoek dit alles mag Ree. niet weerhouden van te be- 
tmgen , dat hij gewenscht had , dat deze Frucktenvan den 
bwm der kennis het licht niet hadden gezien. ^ Het talent 
des schrijvers lag daar niet. Zijne geheele opleiding, do 
kring, waarin hij verkeerde, zijn 'geheele zijn en wezen 
maakten hem ongeschikt tot het bearbeiden van dergelijk 



56 H. POLMAN, AKTH. ZIT,, TRITCBTBH £NZ« 

ccne stoffc. Hij kende daartoe de ▼crschillendekringen de» 
maatschappelijken levens niet genoeg , en had » door zqnen 
stand en zijne betrekking , ook door zijne onderyindingen 
misschien , yan yele zaken en personen eene zeer eenzij* 
dige beschouwing. Reeds het hoofddenkbeeld yan het ge- 
heele werk , het gebrel^ , waartegen de schrijyer te yelde 
trekt, is niet het algemeene gebrek yan onzen tijd; veeleer 
is het tegendeel het geval. Het is hier eene moeder , die 
aan haren eenigen zoon eene overdrevenOi geheel verkeerd 
gewijzigde . godsdienstige opvoeding geeft, waardoor deze 
veel godsdienstkennis, veel uitwendige, maar weinig mi- 
nerlijke godsdienstigheid verkrqgt. Hij wordt geheel bni^ 
ten de wereld gehouden , opdat h^ zelfs door de kennisvan 
het kwaad niet zal bezoedeld worden. Het verkeerde van 
zulk eene handelwijze, en de rampzalige gevolgen voor de 
godsvrucht en deugd van een jongeling, te doen gevoelen, 
is de strekking van dit verhaal. Maar is niet veeleer een 
tegenovergesteld gebrek algemeen ; en mist het boek daar- 
door niet zijn doel? Doch daarenboven, de wijze van be- 
handeling laat veel te wenschen over. Yele van de schil- 
deringen getuigen van des schr^vers ongeschiktheid voor 
zulk eene taak. Mevrouw l^etravger en de haren zijn 
onnatuurlijk ; zoo is en was die ;$oort van menschen niet. 
JuLis is ftè grof onkiesch, het verhaal der verleiding te 
plat. en te naakt En zoo zouden w^ vele aanmerkingen 
kunnen maken. Enkele gesprekken, gelqk die van va ir 
VEERE, zijn uitstekend. Doch het geheel is mislukt. Hei 
zou van de bekwaamheid des schrijvers zeer verkeerde ge- 
dachten kunnen doen opvatten. Het is jammer, dat poi- 
MAK dilrboek geschreven en voor den druk bestemd heeft; 
zijn roem kan er niet bij winnen : maar Ree. vertrouwt en 
is overtuigd , dat , als dit boek lang is vergeten , de naam 
van den edelen man bij velen nog in gezegend aandenken 
zal zijn , als die van eenen geliefden , hooggeschatten leer- 
meester , eenen braven , ijverigcn , getrouwen arbeider in 
den wijngaard des Heerenl 



J. C. G. JÖR6, HAWDBOIK. 57 



Eandboek ter erkenning en geneüng der Kinderziekten 
enz. van'Dr. /• 'c. g. jörg, door b. b. de boer» Med. 
Chir. et Art. Obst Doctor. IldeDeeL Te Leeuwarden ^ 
iy L.Schicrbeek. 1840. In gr. 890. 557 bL (*) ƒ 5 - 40. 

JLn het eerste Deel Tan dit belangrijk werk werd de vrucht 
en het kind natuurkundig nagegaan en werd de dicetetische 
behandeling van het laatste overwogen. De afwijkingen 
en ziekten , aan welke de vrucht reeds in den schoot der 
moeder onderhevig en hoe het leven des kinds reeds onder 
en bq de geboorte bedreigd wordt , waren het onderwerp 
der 3de en 4de Afdeeling. Het tweede Deel » niet minder 
nitvoerig bewerkt, beschouwt in eene 5de Afdecling de 
ziekten, waaraan bet kind in het eerste tijdperk van de»- 
zeUs leven na de geboorte onderhevig is , en dcrzelver be- 
handeling. In de 6de en 7de Afdeelingen worden de 
ziekten overwogen, welke het kind gedurende het tweede 
en derde levenstijdperk overvallen , en dcrzelver behande* 
ling. Onder het eerste tijdperk verstaat de Schrijver den 
tqd, dien het kind als zuigeling doorbrengt. Het spreekt . 
van zelf» dat er ziekten zijn, uit den aard der verrigtingen 
geheel en alleefa aan dit tijdperk toebehoorende ; er kun- 
nen echter })]j hetzelve ook ziekten ontstaan, die den 
mensch ook in de verdere tijdperken overkomen. De om- . 
vang van het tweede tijdperk is niet zoo gemakkelijk J.e be- 
palen; beide zamengenomen strekken zich uit tobden tijd, 
dat die belangrijke ontwikkeling begint, waardoor de beide 
geslachten zich zoo scherp scheiden. Wil men tusschen 
beide eene grensscheiding vaststellen , dan zij die omtrent 
het .zevende of achtste jaar. 

Wat den inhoud van dit Handboek betreft, wij kunnen 
niet anders zeggen , dan dat wij over dit , het praktische 
gedeelte vooral , voldaan zijn. De natuurkundige beschou- 
wing* van het kind wordt niet voorbijgezien, en daaruit 

(*) Vety. VadeH. Letteroêf. yoy 1839. No. VIII. Boek- 
besch. S29 BI* 



{t8 J. C. C. JÖR6 

Tloeijen vele goede wenken toort. Mogten zij slechts be- 
hartigd worden 1 Hoc juist redeneert de Schrijyer, Hoofdst. 
32 9 bL 135, over de oorzaken van eene gebrekkige, ver- 
zwakte spijsvertering! Hoe menigwerf gebeurt het, dat 
de voedingsmiddelen noch in een qüantitatief noch in 'een 
qualitntief öpzigt docimalsg toegediend worden! 2ccr 
juist zijn de aanmerkingen over den gcwaanden schadel^ 
ken invloed van het zoogenoemd tapdenkrijgen. Die arme 
tanden staan overal in den weg; zitten (om met de bakers, 
en ook met sommige geneeskundigen, wier horizon wat 
begrensd is , te spreken) het kind op de borst., in dq keel 
en waar niet all Indien men, met den Schrijver, bl. 
136, de zaak naauwkcurig onderzocht, men zou, wan- 
neer kinderen aan deze zoogenaamde diarrhceën ten ge- 
volge der tandwordihg lijden , zeker de. tcekens van onVol- 
' komen^ spqsvertering ontdekken. Evenzeer is dei* behar- 
tiging waardig hetgeen de Schrijver ?;cgt, §443, ov.erde 
wifzigingen^ welke de eigendommelijke gesteldheid van 
het zenuwgestel in de ziekten der kindéren teweeg^hn^ngt 
Daar wordt een woord' op zijn pas gezegd omtrent de aan- 
wending van moschus , opium , liquor c. c- succinatus en 
soortgelijke nèrvina en antispasmodica; de Schrqver had 
er het blaauwzuur ook nog kunnen bijvoegen. Wij wilfen 
over deze $ en de volgende niet verder uitweiden , maar 
bevelen ze des te diringender ter lezing en herlezing aan. 
I>Iiet alleen bij kleine kinderen , 'door een groot gedeelte 
van den kinderlijken leeftijd zelfs blieft hét zenuwstelsel 
gevoelig,* of, zoo als de 3chrij ver zegt , nemen belangrijke 
ziekten spoedig eeii nerveus karakter aan , terwijl het niet 
minder ' gevoelige vaatstcisel de ontstekingachtige diath^sifi 
begunstigt. Desniettegenstaande zip er , die naar valeriaan 
en kamfer tasten; en zoo veranderen congestiën naat de 
hersenen in hersen- of hersenvlies-ontstekingen. Loodwit 
tegen de ontvelling aan te wenden ^ staat gelijk met het 
kind aan eene loodvergiftiging bloot te stellen , bl. 24. Uit 
deze enkele proeven kan men opmaken^ in welken geest 
dit boek geschreven is. . Wi^ kunnen , van wege de ^ge- 
meene strekking van dit Tijdschrift , niet wel in meerdere 



HANDBOEK. . 59 

bqia&derheden treden, om ook hier on daar enkele beden-^ 
kingen to opperen*. AI3 eene algemeene moge gelden , da| 
wij van wege de nnttige strekking gaarne het werk beknop- A 
ter hadden gewcnscht ; daartoe had welligt de Vertaler wel 
kwnen nêdewerk^li s het aon daardoor welligt in meerdere 
handen gekomen zijn, Intnsschen de kinderpaktijk blijft 
maar al te veel in de handen ran onboToegden. Een iai- 
ri^k kroost en de behandeling ran Tele kinderen gcFe|i i^och 
aan moeders noch aan bakers de noodige kennis , en al-* 
thans mogen zq als onberoegden beschouwd worden , wan* 
neer zq verder gaan dan hét diatetische. Wierd daarvoor 
slechts behoorlijk zorg gedragen ^ voel geneeskundige hulp 
zou overtollig worden. Maar dan wierden ook de kindcr 
ren overeenkomstig de Natuur behandeld, en wat wierd 
er dan van de geleerdheid gerijpt uit de ervaring, waar-r 
mede de onbevoegden nog meer schermen dan de bevoeg*!- 
den ; want wie zal bedenkingen inbrengen t^egen het Ik 
der ervaring? Het is ds^^ alsof vroeger , in het nog mor 
narchale Spanje, de Vorsl>chreef : Ih de Koning. 

OmlTQnt de vertaling meenen wij te moeten opmerken^ 
dat te vele Puitsqhe uitdruk^Uj^en gebezigd zijn. , Wij .wil- 
len gaarne toestemmen , dat , bq^ de verwantschap van hei- 
de talen j eene zuivere vertaling mocijelijk wordt; Ger- 
. manismen kunnen en behooren echter vermeden te wor-? 
den. Ziehier eenige voorbeelden: BI. 4. tot zeer snelle 
bloedbewcging vervoerd , voor aangezet of g^prikh^ld. BU 
8. mede bekomen , voor gebruiken, BI. 65. te sterke 0/7-. 
dry ving des buiks^ v'oor qpzetting, Bl. 67. is afwijiing^ 
voor afw^'king voor|)ijgezicn^ Bl. 99. beduidend vermin-: 
deren, voor aanmerkelijk. Bl. 101. is, achter toevlugt^ 
genomen weggelaten. Bl. 102* in gebruik roepen y voov 
gebruiken of bezigen. Bl. 418 : Wil h^t iemand de hand 
reiken, enz. is niet duidelijk^ Even min bl. 528: Draagt 
bet roodvonk te zeer het ontstckingskarakter | en dreigt hel 
hevige vuur eene enlsVeking in eenig inwendig bclangrijpk 
ingewand , enz. Deze weinige aanteekeningen zouden no^ 
met zeer. vele kunnen vermeerderd worden. Mo^ de Ver- 



60 J. C. G. JÖRG. HAHDBOEK. 



y talcr zich orcr ccncn herdruk vcrheagcn , dan onder^erpc 
hij Tooraf zijn werk aan ecne scherpe kritiek. 



Verzamtüng van eenige Firaagsiukken ter toepassing van 
het geleerde in de beginselen der hoogere Meetkunst, 
Differentiüal en Integraalrekening. Door xl^x wai- 
RAYEN. Met 63 Figuren. Te Groningen , hij M. 
Smil. 1840. In gr. 8yo. 31 */. ƒ 1-: 

jlJx is in den laatsten tijd voor de beoefenaars der wis- 
kunde veel gedaan. De werkzame en ' ^verdienstelijke j. r. 
SGHMiDTy Lector voor de Wiskunde aan de Artillerie- 
en Gcnieschool , gaf aaq^ zijne kweek elingen eencn com- 
pleten cursus voor de wiskunde; de kundige h. straat- 
man verrijkte dezen cursus met zijne vraagstukken en 
oefeningen ter toepassing van het geleerde in de beginse- 
len der meetkunst , stelkunst , goniometrie en trigonome^ 
trie; de Heer walraven wil door eené verzameling van 
vraagstukken, ter toepassing van het geleerde in de be- 
ginselen der hoogere meetkunde 9 differentiaal-- en inte-- 
graalrekening y het nog ontbrekeiide aanvullen. De be- 
doeling van den Schrijver is goed, ofschoon dan ook de 
werken vian schmidt óver de hoogere meetkunst, diffc-. 
rcnliaal- en integraalrekening met een genoegzaam aantal 
foorböeldiüii voorzien zijn, en. men dus aan vraagstukken 
van dien ' aard minder' behoefte had. De vraagstukken^ 
m het boekje van dén Heer walraten voorkomende, 
zqn iiitussclien 4éer géscbikt ter oefening, en wij wen- 
schen den' Schrijver 'de ervaring toe, dat vele leerlingen 
hnnne krachten óp de hier voorkomende beproeven. Wq 
hebben ons de moeite gegeven , de formulen voor de 
Toornaamste kromme lijnen^ in de hoogere wiskunde voor- 
komende, welke de Schrijver gemakshalve bijeenverza- 
meld heeft, en welke de vraagstukken voorafgaan , naauw* 
keurig na te gaan en uil te werken , omdat het ons voor- 
kwam > dat in ecne verzameling van formulen, den leer- 



A. WALRATEN, yRAAGSTUKKEN. 61 

ling Toor zi^ii gebruik aangeboden, vooral geenc fouten 
mogen geduld worden. Het spijt ons te moeten zeggen» 
dat de yerzameling Tan fonnulen,. hier voorkomende , 
nog aI wat te wenschcn oTerig laat. Voor eerst is de uit* 
Toering slordig; Tcrscbeidene exponenten staan niet op 
hunne plaats, hetwelk den minder geoefenden leerling 
noodwendig in twijfel moet brengen; ook zijn Aq Terkla- 
ringen niet duidelijk; maar» hetgeen erger is, én den 
nitgcTer niet kan geweten worden, er TTorden fouten in 
geTenden. Wij zuUen de meest in het oog loopende 
kortelijk aanwijzen. In de formulen voor de conchoïSe 
is de uitdrukking van het eerste differentiaal^quotient niet 
goed; terwijl men bij .de uitdrukking voor den inhoud 
wd had mogen zinggen, tusschen welke limieten geïnte- 
greerd is geworden. Bij de behandeling der hgariihmi; 
sche.hrcmme is dé forn^le voor den boog niei goed; de 
fonsfante schijnt hier bepaald te^jn voor X ;=: Oofj 
:=: 1. Opmerkelijk is het, dat dezelfde fout in de into- 
graairekening van sgbmidt gevonden wordt; zoodal wij 
hieruit en ook uit den vorm der overige formulen mogen 
besluiten, dat de Schrijver voornamelijk de wei*kcn van 
scMiDT geraadpleegd heeft Dit zoo zijnde, had de 
SchriJTcr, om zijne eigene woorden te gebruiken, onder 
de bescheidenlijk opgegcTcne auteurs, door hem geraad- 
pleegd, ook wel den naam Tan .den verdienstelijken^ 
scHMiDT mogen stellen. Tot de hyperbolische spiraêl 
overgaande » Tinden wij Toor den inhoud, tusschen de 
grenzen, door den SchriJTer opgegcTcn, eene andere 
formule, dan in het boekje is aangewezen; en, zondef 
ons te veel aan te matigen , durven wij zeggen , dat de 
hier opgegevene uitdrukking niet goed is. De integraal- 
rekening van SCHMIDT opslaande ; vinden wij daar de- 
zelfde formule en dezelfde fout, als ons hier voorkomt. 
De Schrijver is met de hyperbolische spiraal niet geluk- 
kig; want ook de geintegeerde uitdrukking voor den 
^boog (ofschoon men niet zegt, hoedanig de constante h^ 
paald is} is nie^ goed: hier ligt de schuld niet bij 
SCHMIDT, maar bij den Schrijver , die maar blindelings 
BOEXBESCH. 1841. vo. 2. E 



62 ▲. TTALRATEK, TRAAGSTUEKEIT. 

de. aanwijzing ran sghmidti ongelukkig naar eeiic itr- 
keerd uitgo welkte fonnulei getolgd heeft. Nieuwe be^ 
wijzen ?an hetgeen wij ^oerboven reeds gezegd hebben , 
dat de fortnulen van sCHitttnr bf uitsluiting niet alleen 
zijn geraadpleegd, maar oyergenomen. 

Het hier opgegevene ie door ons eenigzins breedvoerig 
behandeld 9 t^ einde den SchriJTer in de gelegenheid te 
stellen, déze gebreken zoo spoedig mogelijk te herstellen 
en zign werk zoo goed en nuttig mogelijk te maken. 
GaAri^e hadden wij onze uitkomsten opgegeven, doch 
wilden de uitgevers van dit tijdschrift niet mot onste for^ 
mules lastig vallen. Wij mogen ook vertrouwen, dat de 
Sehrijver zonder moeite de waarheid van het door ons 
gestelde zal inzien, en zelf genoeg in staat is, de ver- 
anderingen te maken. Het moegelijke van het zetten 
der formules in aanmerking nemende, is de uitvoering, 
ook wat de platen betreft, goed, en Ac prqs niet te hoog. 

feestzang f ter gelegenheid van kei vijfentuAwtigjatig be- 
staan van het Goudsche Departement der Maatschappij Tot 
Nut ran *t Algemeen; door a. vm der Boori jb* Te 
GoHda^ bü 6. B. van Ckwr. 1840. In gr. 8ro. VI en 
?2W./:.50. 

CoLCHBü^. Een Dichtstukf door i. var dbr hoo», ir. 
Te Dordrecht, bij van Hoiitrijve en Bredius. 1839. Ia 
'gf. 8ro. 116 W. ƒ 2-: 

¥*Air srzTK. £siie Wimterfantoiy , dèor m^ var der M^POf, 
ji. Te Dordrecht, by van Houirijve en Brednis* 1840^ 
In. gr. ^vo. X en 119 R ƒ 2^20. * 

NAfOLSOR. Een Lied der Toekomst, door a. var osr 
HooPi Jz. Te Dordrecht, i&|)' van Houtrijve en Bredius. 
1840. In gr. Bvo. 86 W. ƒ 2 - : 

/Lietdaar eene gansche reeks dichtwerken van den vrueht- 
baren geest v«nn den Heer var der hoop, dichtwerken in 
stoffe en in vorm zeer onderscheiden, alle nieuwe bewijzen. 



A. TAN DES HOOP, JH. , VIERTAL DICHTST UK KEN. 63 

dat den Sicfater rele garen t^n TerleGdd, maftr toch ook 
Injna alle ons met een geroel ran ieleantèllhig véhrallende, 
omdat wij Tab den soo beg^èafdên man toch meer vohnaakts 
hadden yerwacht. Yan dbihoop behoort onder die Dich- 
ters, die onophoudelijk diehtbimdels in het licht kenden, e^ 
die door de yeelheid hunner stukken toonen, difiit htm dicht* 
ader gednrig yloeit. Doch die veelheid zelve is een bewijs , 
dat de bearbeiding hun weinig moeite kost, ei| dat zij er 
ook weinig moeite aan besteden. De wijze les van HoaA- 
Tivs: nanum premaiur in annumi wordt door hen niet in 
beoefening gebragt; en zoo als de r^els hunne pen zijn 
ontvloeid, moeten tij ook onder de oogen des publieks 
komen* 

MiMT, wélk ^ene iriviale en lage nitdnikking gebruikte 
Ree., daar, door van rêgêis en eene jmm te spreken ! Bei» 
ligschennis, heiligschennis» die den Dichter ongetwijfeld aan 
Ree. het yerachtelijke : Odi profanum vulgus ! zal doen 
ttsAT het hooCd werpen. Slaat masfr de beide laatste bundels 
op, goedgunstige lezers, zoo gij het verbazend hooge stand* 
pont wilt weten, waarop de Heer van bbe aoor den Dich* 
fer (d. L zichzelven) meent te moeten plaatsen, en gij zult 
gevoelen, dat zulke procaSsche denkbeelden, als pemifen en 
Tegels, hem ergerlgk moeten zijn. In tAN spxtx, bl.20— 23, 
wordt ons een Dioihter beschreven, waaraan ook onze Dich* 
ter in Tele (niet in alle) opzigten zich zeker gelijk acht : 

In 't diepst zijns boezems blaakt een vlaai, . 
Die hem omgordt met reoienkrachten, 

(NB. Welk eene zonderlinge werking van eene vlam, dat zy 
omgordi met krachten !) 

En als hi^ 't oog ten hemd slaat 
De wareld met haar goed en kwaad 
Ats khiderspelen leert verachten. 



of later: 



De vlam in ewovts boezem blakend 
Is hooger,' heilger van natuur, 
Afstraling van een eeuwig vuur, 

Drift naar veAeevncr s^eeren hatend, 
Bevruchting van een volle ziel, 

Gevoel van vroeger ki'achtbesrffen, 
£ 2 



64 A* TAH DER HOOP, JR. 

.Dat «preekt: »wat lot mij ook moog treflfen, 
4oe eindloos diep de menachheid Tiel , 
ïk wil mijn ge(^t tea faemèl heffen !*' 

In één punt versohilt "vAit dbr mop f netbasend van desen 
iwout; want 

. . . nimmer gaf de zwanenvedèr 
*Zijn fantazijen zichtbre vorm! 

Overigens getuigt hij van zijn eigen lied (var spitk bl. 86): 

Ook ' t mijne ia strijd met de aarde en '« warelds lotbestemming ; 
't Is eenwge worstling met een onbedwingbren reus; 
't Is benrtlings hartstocht^dienst en blinde driftsbetemming ; 
't Is rostloQs streven naar het eind der lielsbeklemming , 
Het de oorlogsvaan ter leus. * 

Zie, wie dat b^rypen moge, Ree. verstaat het niet Het 
klinkt hem als bombast in het oor ; en zoo dikwijls hij der- 
gelijke bombarie bij var mm hoop en anderen leest, (want 
de biliijkheid vordert te erkennen, dat het in de mode is bij 
vele hedendaagsehe bede en halve poëten, om den Ihckier 
met zulke sesquipêdalia verbm boven de wereld en ten hoog-^ 
sten hemel te verheffen) is het hem, alsof hij een kwakzalf 
ver hoort, die zijne eigen waar aanprijst, en denkt hij aan 
het waarachtige oud - HoUandsehe spreekwoord: eigen lof 
stinkt. Boe* komt het toch , dat de grootste Dichters der 
oudheid van die fratsen zoo weinig hebben? Toch niet, 
omdat zij waren, hetgeen anderen zoo gaarne schijnen willen? 
Tóch niet, omdat zij gevoelden, dat hunne werken van hunne 
dichterroeping en gaven genoegzaam getuigden, zonder dat 
zij voor zichzelven de loftrompet behoefden te steken, en 
omdat hunne opvolgers het noodig achten, zelve de wereld 
te verkondigen , dat zg waarlijk Dichters (en dat wel van 
den allereersten rang) zijn, .hetgeen die wereld misschien 
zonder deze aankondiging uit hunne werken niet zoo duide- 
lijk zou hebben begrepen? Dikwijls zou Ree. geneigd zijn, 
om het te gelooven, en altijd is hij geneigd, om die stukken 
maar over te slaan, waivieep de uitdrukkingen eenigzins 
mogen verschillen, maar waarvan de zin of onzin altijd op 
hetzelfde uitkomt. 
Doch dat wij van den Dichter tot de dichtstukken o?er- 



▼iertal OICBT9TUK|}eN. 65 

san. Wij beginnen niet een enkel woord orer den J«0tf« 
Mmmg te seggen. B§ dergelijk eene geliegenheid op te tre- 
dm, is eene t^ak; liet is 'althans telden een onderwerp, dat 
de Bicliter nit eigene vrije verkiezing zon behandelen. Daar-' 
enboren is in de laatste jaren de Maatschappij tot Nut «an 
'/ Algemeen zoo ontelbare malen bezongen , dat er waarlijk 
niets nienws meer van te z^gen valt. De maatschappij is 
een boom, die eene menigte loten nitschiet; de loi van 
visuwsHHvizm;. algemeene schilderingen van den welda* 
digeni invloed zijner stichting, enz. enz., dat is ook hier, 
gelijk van zelve spreekt, de hoofdinhond van het geheele 
stok. Overigens komt het Ree. voor, dat de Heer vaiT nia 
■ OOP l^er gevoeld heeft, dat hij voor een groot, en gemengd 
publiek zon spreken , en zich in zijne versificatie daarnaar 
heeft gevoegd. En wel verre van dit af te keuren, acht 
Ree. het hoogelijk te prijzen. Deze Feestzang toch wordt 
oneindig minder ontsierd, dan de overige stukken van onzen 
Dichter, door die schier onleesbare zamenvo^fingen van' 
woorden 9. waarin hij zich meestal schijnt te verlustigen, ai 
die meer vreemd dan fraai, meer klinkend dan krachtig z^n. 
Wjj wenden ons van dit kleinere' stuk tot de grooteren, 
'en willen om redenen met van spitk bannen en met co^ 
LOHBvs eindigen. Zeggen wij een enkel woord over onder- 
werp, plan, uitwerking. Wat het onderwerp betreft, ll.ec. 
acht het niet gelukkig gekozen; het> is uitgeput. De hel- 
dendaad van van sfitk is door groote en kleine Dichters^ 
in langere en korte stukken, sedert 1831 , zoo dikwijls be- 
zongen, dat men daarover tiiet veel nieuws te wachten heeft* 
Die stukken liggen ook nog te versch in het geheugen, dan 
dat de belangstelling door eene nieuwe behandeling van dat 
onderwerp zou kunnen worden opgewekt. Yoor 't minst 
zou Ree. deze keuze dan minder gelukkig moeten noemen, 
en ondanks aUes, wat van dbs hoop daarover in zijn Yoor- 
herigt zegt, komt het hem voor, dat de Dichter zelf dit 
gebrek levendig heeft gevoeld. Ree. zou dat opmaken uit 
het geheele plan van dit dichtstuk. Yan de zes afdeelingen, 
waaruit het bestaat, hebben slechts drie betrekking op van 
stztk; de drie overigen staan niet dan zeer zijdelings met 
hem in verband. De eerste afdeeling behelst eene hnlde 
aan Amsterdam ^ wel als de geboorteplaats van den held, 
maar waarvan toch een groot deel buiten hem omgaat. De 
tweede is grootendeels toegewijd aan de beschrijving van den 



66 A« VAK DSR HOOP, J R. 

Diohfer xfrovT, die aaar Jora is getiDltkoiy en, terwQl la§ 
daar HoUatuh rhig betinfl^, door ecmfia vriend wordt geroD^^ 
den, ofiar wiens wornng h$ sioh begeeft, en voor wien iu^ 
het gebenrdto met var spits sal besingen. De drie volgen* 
de afdeelingen behelsendan het lied van bwovt; terwiyl de 
laatste den indrak van xijne tangen op lijoen vriend be- 
schrijft, dient vroegen dood enz. Vraagt men, of het een 
gelokkig denkbeeld is geweest, dat den Siehter tot dein- 
voering van dezen iwovr heefi gdbragt, dan meent Ree. 
daarop een ontkennend antwoord te moeten geten. Zij is of 
geheel doelloos ^ of zij verbreekt den algemeenen indruk. Ia 
het den Biohter gelukt, den lezer voor iwovt belang in te 
boezemen , zoo verzwakt dat belang natuurlijk de belang- 
stelling voor het hoofdonderwerp des gedichts, var sprtx; 
de lezer hinkt als op twee gedachten ; de eenheid van indruk 
gaat verloren , en, als hij aan het einde komt, zal de^vraag 
zijn, of VAR sri.YK, dan of bwoüt hét meest in zijne her- 
innering leeft. Zoo zou het zijn, indien die bwovt een we- 
zenlijk belangwekkend personaadje ware ) zoo komt hij in- 
tusBcben Ree. niet voor; hij is te vreemd aan het stuk ; men 
verwacht hem daar niet ; hij houdt den lezer, die naar het 
eigenlijke onderwerp bqpeerig is, en wiens geduld reeds door 
den langen voorzang op AmHêrdmm is getergd, noodeloos 
op, en al die hornhmriê over den Dickier, waarover vroeger 
reeds gesproken is, helpt niet gmoeg, om het belang op 
hem over te brengen. Het is ook altijd eene gevaarlijke 
proeve, om quasi de taal van een' ander mede te deelen, en 
dan den indruk te beschrijven , ' dien deze maakt. Daar is 
ook een zonderling kontrast tusaohen de beide vrienden in 
het Besiuii. Men hoore een paar coupletten: 

Hier eindigde bvovts lied. Met hooggekleurde wangen, 

Sn handen, ijskoud, als de handen van een' lijk. 
En tranen in het oog, ontwelt door gloedtoerlangenj 
Vroeg hij 't z(jn gastvriend af: .boeide u de stroom der zangen 
Ter eere van var spbtkP 

Heeft u mijn zang bekoord ? •— De vriend vans woot lachte, 
Terwijl hij in 't kristal het bruisschend dmifsap goot. 

Ja (sprak hij) 't is een daad, dien ik geenszins verwachtte 
Van de eeuw, waMin het goud zoo vaak den moed cerAmsAlf»; 
Van ssbye b waarlgk groot! 



VIEBTAL DICBTiTVKKfiN. 6% 

Da^t ïêgdita van don ttmmI voegt dch al «mp ■oadfrling 1i$ 
die Itopffgeklenide wangen , ïjakoqde handen en ^anen« 
Troawens de rraag Tan bwovt, die om lof bedelt, Terdien^ 
de een antwoord zoo prozaïsch, ais dat van ujnen vriend , 
die snik eene daad niet Terwachttef De idvoeringTanawavt 
18 dna, naar Reet. oordeel, doelloos en mislokt. 

Wat nu de drie afdeelingen betreft, waarin het eigenlifke 
onderwerp wordt behandeld, Ree. bdioefi niet te zeggen, 
dat daarin veel voorkomt, wat goed en fikseh is beschreven 
en behandeld ; maar ook daar heeft de Dichter hier en daar, 
naar vja oordeel, misg^repen. Ree. bedoelt den vrienden- 
maalt^ aan boord van vah spitx. Daar laat hi) eenen on- 
den zeekapitein een lied. tingen ter eere van MoUandê vlag, 
eenvoudig en wel , maar verre van hoogdravende of wegsle- 
pende poêzij , waarin b. v. r^els voorkomen als deze : . 

Leve, leve Hollands vlag! 
Jniohte ik aan het feestlijk eeten, 
Naaat mijn lieve brmd gezeten. 

Va ir nam xoop heeft waarschtjnlgk opzettelgk geen hooger 
toasD aangesijyen; maar hg heeft niet gevoeld, dat de ver- 
hatende opgewondenheid van vah spxtk na dit vlaggelied 
na ook volstrekt ongemotiveerd is, en dat geen det leters 
daarin doelen kan, die wel kond moeten blijven b^ de epi^ 
9che regels, gelijk vah Dia hoop ze noemt, die op het lied 
volgen, en Wier noiogdravendheid bg hen geen weer- 
klank vindt. 

Wat nn de versificatie betreft, vah dba hoop is in dit 
optigt genoeg bekend. Hij maakt dikwijls fiksche, gespierde 
yerien. Het werktuigelijke is hij in vele opzigten meester. 
Zijne alexandrijnen in de derde afdeeling, de kortere voet- 
maten bij het overige verhaal zijn doorgaans goed bewerkt. 
Jammer, dat dikwijls de beeldspraak zoo ongelukkig wordt 
Tolgehonden; b.v. bl. 19 wordt gesproken van het dagloon , 

Verbenrd in 't stammend driftêntuurf 
Dai^leniêroMêm €orm$ iot doamê». 

Vooreerst is. de laatste regel op uchzelve reeds onzin ; maar 
dan nog een vuur^ dat zulk eene uitwerkitig heeft I Rl. 22 
wordt sfurranybfM met sttf gewemel dopr rwfenbanden aaa9|«^ 
g^Miriki. Dit sgn deohts enkele yoorbee^en, die met vele 



66 A. VAN DBR HOOPj JR. 

tonden kiBineA*Termeérderd worden. En dat het hier ook 
niet aan hambast ontbreekt, dat mogen de volgende regelen 
getuigen : 

Dat: kier en verdhr niet! klonk als een schorre donder 
De moordscbare in het oor, en scheen Europe een wonder, 
Toen yan het reozenslot, bij Andwerps wal gesticht. 
Een snellijk zaamgepakte wolk, een bliksemschicht 
Deed flitsen in het rond, die zwangre gloedvolkanen 
In arbeid bracht, wier vlam 't heelal de helsche banen . 
Aanschouwen &eed^ waar langs de tijger van 't verraad 
Den Tuinleenw overviel in vollen vredestaat, 

Hen ontlede deze laatste regels eens \ In dergelijke klinken- 
de woorden ligt noch kracht noch schoonheid. Dat de Dich- 
ter geen groot hotanicuê is, ziet men bl. 25, waar hij ie- 
mand door galm en coeosbhan laat dringen, even alsof hij 
door ons krenpdhout heendrong. 

Wij komen .tot den vapolbor. Het besluit, om het lijk 
van RAPOLioif aan Frankrijk terug te geven, is de aanlei- 
ding van dit gedicht; die terugkomst zelve, gel^k de Dich- 
ter zich haar in de toekomst voorstelde, de inhoud. Wat 
zullen wij van dit onderwerp zeggen ? Het is zeker in den 
tijd. Ree. behoort ook niet onder diegenen, die den Dich- 
ter zouden toevoegen, bl. 4: 

Des werelds banvloek tr^ d'ontainden. 
Die zulk een zangstof uitverkoor. 

De tijden z^n voorbij van scheldenen razen tegen iiAPOLioir. 
Hij behoort aan de Geschiedenis, die de grootheid van zijn 
genie en van zijne daden niet zal voorbijzien , en een onpar- 
tijdiger oordeel over hem zal vellen, dan de tijdgenoot heeft 
kunnen doen. Doch terwijl dat oordeel zijne grootheid van 
genie zal. erkennen, zal het tevens streng, onverbiddelijk 
streng beslissen over zijne heerschzucht niet alleen, maar 
ook over zijne dwingelvidij. Het zal in hem den man zien, 
die zich over de middelen niet bekommerde, indien hij zijn 
doel slechts kon bereiken; die honderdduizenden van men- 
schenlevens aan zijne eergierigheid opofferde, en het geluk 
en de welvaart van millioenen niet telde. Zulk een man is 
het onderwerp niet van schier afgodische lofverheffing van 
den vr^en Dichter. Daar was in dat onderwerp veel, on- 



VlEaTAL DICBTSTUKKEK. * 69 

eindig Teel, wat in edele en regtTaaFdige verontwaardiging^ 
moest on tafeken, en het denkbeeld: (U. 9.) 

Al dat oyerwinnen, 
Die macht dank ik mijzelf alleen! 

hetg^een de Dichter de oorzaak Tan na» oie o u's diepen val 
noemt, was niet het ©enige, wat voor den waarachtig vrijen, 
vaderlandschen Dichter den Franschen Keizer strafbaar 
moest maken. Het moge zoo zijn , en wie zou het ontken- 
nen? dat de binnenlandsche verdeeldheden en twisten 

Verrieden IfeerLands zeven Staten 
Den vijand Tan 't beschaafd heelal ; 

maar het is onzin en leugentaal, wanneer van de vrijheid- 
lievende {mverlaien^ alleen belust op Nassaus val, ge- 
z^d wordt: 

Hnn z^ de laatre hoon verweten 

Van dwanggareel en slavenketen ; 

-Maar nimmer aan rapolkou! 

Wie aldns de dwingelandij van den Franschen tiran vergoe- 
l^kt; (vAH DIB noop noemt hem bl. 55 NB. werktuig en 
niets meer) -wie f de onregtvaardige , willekeurige, schande- 
lijke vernietiging van ons volksbestaan , onze inlijving in het 
Fransehe Keizerrijk, de gruwelijke verdrukking, waaraan 
het vaderland ter prooije was, vergetende, itapolkoii als 
vergoden durft , neen , diens zang kan geen weerklank vin- 
den in het Nederlandsche hart I De treurige waarheid staat 
-met bloedige letteren in 'slands historie geschreven ; en wat 
het vaderland betreft, ook de laatste nageslachten zullen nog 
den vloek over den geweldenaar uitspreken. 

Hoe dichterlijk en gepast dus ook het onderwerp zijn mo-. 
ge, dat VAiiDKa hoop hier gekozen heeft, de vnjze, waar- 
el^ hij daarbij te WQrk gaat, kan, zal, in spijt van den 
Avondbode (18 December 1840) en diens lof bazuining , geen 
algemeenen bijval vinden. Allen, wie dedagen van kapo- 
lzoii nog heugen, zullen zich daaraan ergeren. Het is jam- 
mer, dat de Dichter dit niet gevoeld heeft. £r zijn in zijn 
dichtstok anders vele schoone , voortreffelijke plaatsen. Het 
gronddenkbeeld. van het geheele stuk, alsof die teruggave 
van iTAPOLBOli^s lijk een middel yirare toteenen algemeenen 



70 . A. TAH OER HOOP, J R. 

Trede» willen wij eens daarlaten: de HoRtfigen, waarin de 
zaak zelve wordt behandeld, Sf. Hehna, Paryê, de êtem 
des legen , het lied der vrede , zijn fraai ; er is gloed en gang 
in, eene levendige nitdrakking van de gevoelens der daarin 
voorgestelde personen. Ook in het Requieêcat in pace en 
des Dichtere bede zyn uitstekende plaatsen, ofschoon het 
eerste wel wat overdreven, en het laatste al ta lang en op 
het einde te eentoonig wordt, door het telkens en telkens 
weder herhaalde;. Bewaar de vrede , God! 

Wanneer ¥dj in bijzonderiieden treden, zoo vindt men ook 
hier weder veel stoffe tot aanmerking, bij den algemeenen 
lof, dien Ree. gaarne töezwaait* Daar is ook hier weder 
veel, dat helklinkende woorden ziyn zonder nn. Wat is, 
b. T. de eigenlijke zin van woorden als deze (hl. 10) : 

Ziet gij 't, hoe Hoskaus vlamvi^urjuilen 
Den gorgel boeit van 't kr^gegeschreeuw f 

wat z^t, bl. 15: 

Bedwing die gtoedversmachting f 
Bedwing haar DichW in uw borst I 

of is bl. 16 wel veel meer dan klingklang : . 

Klink dan, mijn harpl stort maatgesangen 

In 't meir der poéMif n. oit! 
Blaak, onbevredigd sielsVerlangen , 

Bedwongen vlam, dat niets n stnit' ! 
Verbreek uw sluiMeu^ hartêbeklemnUng ! 

Doch daar is nog ééne aanmerking, die Reo. niet temghou- 
den mag. Hoe durft vav dbe loov het wagen, om Chris- 
tus en iiAFOLioir als bij elkander te brengen, door van des 
laatsten Gethsemane en. Golgotha te spreken?,. . Bl. 21 : 

Geen nietig eiland, door der Vorsten blinden toren 
Den neergestormden reus ter Golgotha beschoren. 

en bl. 23; 

Vaarwel €rethsemané, dat als der Vorsten wreker 
Den banneling zoo vaak deed drinken uit den beker 
Van 't levensloopend zieleleed I 

Dat zijn te heilige dingen , om ie alzoo te niisbmiken ! Als 



TICRTAL DICfiTSTVCKtH. 71 

lA^HABTiiri Inj den dood s$ner dookter, Tan tijn G9ikêemané 
durft spreken, is dit Toor liet goToel Tan Beo. reeda een 
•oort Tan hefligachennis; auiBt cwki wt va in GHk$êmm»é ea 
op CMgf^h^ ^ en hapolkok op Si. fiafoita..*. hoe ia hel 
■iqgeliik, dat iemand daarini Tan dea laataten Qoigoüka ipre^ 
ken kaBi 

Wq moeten in de laatste plaats spreken orer deH cotva* 
Bva. Se reden, waarom wij dit werk ten slotte noemen, 
is eenvoudig deie, dat daarin het meeste TooriLomt, hetgeen 
Reo, boTiel , en hij gaarne goedkeorende. «gn Terslag wilde 
heslniten. Niet dat ook hier niet dingen tijn, die hem min- 
der behagen. Daaronder behoort de Opdragt aan den Ruê* 
•iêchtn GrootTorst. NArotaoa u aan den Koning der JVo»- 
êeheu (in een Franieh Ters) opgedragen. Ree. kan «ioh met 
dergelijke doeUooze toewijdingen aan Vorsten eo groeten . 
niet Tereenigen* Hij Tindt het beneden den hoogen rang , 
waarop de Diehters zich selre plaatsen. Hij herinnert ach , 
onlangs ergens geleien te hebben , dat de Keixer Tan Jtus- 
hmd Tenocht beeft, Terder Tan deigelijke Opdragten ver- 
achoond te blijven , die niet langer londen worden aangeno- 
men. H9 schijnt er ook nit ons Und mede orerstroomd te 
worden. Waartoe? Waartoe?.... OTerigens Tindt men 
ook bier gdbreken, als die in de Torige stukken sjjn aange- 
wescn, b. t. U. 60: 

Haar wacht u, eer die dag aal lichten , 
Se boei, die nog mijn toom earmefH, 

Boor hoon of oproerkreet te aniwrichteni 
Dan waart gij aan de wraak verpand. 

Zoo is de episode, waarin altaibs met zijne eedgenooten 
samenspant, ongelukkig gekozen, omdat zij Tolkomen on- 
waarschijnlijk, ja, onmogelijk is. Op hetzelfde kleine sohip, 
waar coLvaavs zich bevindt, is eene zamenspanning on- 
denkbaar, waarTan het hoofd sluw heet, en waar men 
schreeuwt en tiert en zingt, en dus als met geweld het ge* 
heim aan aller oor Terraadt. Zie hl. 35 en verv. 

Dat is eene fout tn plan en uitwerking beide. Doch toot 
bet orerige is hier de stof belangrijk , welgekozen, dicfa* 
terlijk, geschikt tot afwisselende tooneelen, en var nia 
■oor heeft Tan het schoone onderwerp Teeliins goed partif 
getrokkesi. Reeds de aanvang is in den goeden trant De 



72 A. TAN OSa HOOPy JR. 

beflchrifviog Tan het vertrek der schepen, de terugblik op 
de TToegere geschiedenia Tan colvmbvs/ de schildering, 
hoe het denkbeeld dfsr wereldontdekking in hem oprees en 
versterkt en bcTestigd werd, dat alles is r^t goed, meestal 
ycenToadig en zonder die gewaande Terhevenheid , die zich 
bij TAii DIE HOOP zoo dikwijls in verba êeêquipedtUia YeT" 
toont. Ook in de Tolgende afdeeling , Land ! is zoo wel de 
aanvang, als de teekening van den peinzenden zeeheld, ge* 
Inkkig. Ook het denkbeeld van colvkbüs droom doet eene 
goede nitwerking , ofschoon de Dichter zich daar weder op 
sommige plaatsen (b. v. bl. 64. No. Y) tot de groote hoog- 
dravendheid en daardoor tot bombast heeft laten verleiden. 
De Ode aan het slot heeft evenwel vele zwakke plaatsen ; zij 
is te lang, en .had liever met. eenige weinige coupletten het 
geheel moeien besloiteiv Doch desniettegenstaande vindt 
Ree. in den colvkbvs veel schoons, en prijst het eiken be- 
minnaar van poêzij volmondig ter lezing aan. Het is een 
^^J9 9 Sr^^ tronwens ook de beide andere uitvoerige stuk- 
ken , ondanks hunne gebreken , dit op menige bladzijde sta* 
ven, dat vau die ioop waarlijk Dichter is, dat het hem 
noch aan gevoel, noch aan verbeelding, noch aan heer- 
schappij over de taal ontbreekt. Had hij een streng en oor-* 
deejkundig vriend , aan wien hij zijne stukken vóór de uit- 
gave ter toetsing gaf, die hem onverbloemd en onveiholen 
hier de leemten, elders de te groote weelderigheid van zij- 
nen dichtgeest, die waterloten vormt, ginds het helklinken- 
de en bombastische aantoonde , en wilde hij naar diens raad 
verbeteren en beschaven , hij zou meer dan goede stukken 
kunnen leveren, maar — zij zouden niet zoo talrijk worden. 

De uitgevers van de drie laatste boekdeeltjes hebben voor 
eene goede uitvoering gezorgd. Die van var spbtk is het 
minste; die vancoiVHBus zeer net, met eene fraaije plaat ; 
die van aAPOLEoii buitengemeen prachtig. 

Ree. eindigt hier zijne aankondiging. Is zij niet overal 
gunstig geweest, de Dichter ziet toch, dat hij het der moeite 
waardig heeft gerekend, om zijne stukken naauwkeurig te* 
beschouwen. Dat zij hem een bewijs, dat hij ze boven het 
gros verheven acht; dat hij het daarvoor houdt, dat van 
DEE HOOP nog beter, zou kunnen leveren, en roet dat doel 
hem op het gebrekkige opmerkzaam maakte. Ook voor an- 
dere onzer Dichters zijn hier en daar aanwijzingen te vinden, ^ 
die zij ter harte mogen nemen. Of is het zoo , gelijk men 



VIERTAL OJCHTSTUKKEN. 73 

dÜLVr^ beweert, dat de Diehten te kitteloorig zijn, om 
aanmerkingen te hooren en zich ten natte te maken, en dat 
19 Tin niets anders dan rergoding willen weien? In dat 
gêrai blijft iedere aanwijzing van gebreken vruchteloos. Maar 
toch is er nog welligt deze of gene, die minder wijs is in 
ujne eigene oogen , en die gaarne wil leeren. Poêzij is wel 
eenegave, maar zij moet door de kmist. worden ontwikkeld,- 
gevormd, veredeld. Poëzij^en kunst, poêzij en arbtid z^n 
geene ongelijksoortige denkbeelden, wat onze hoogvliegende 
Biehters en Dichtertjes ook mogen zeggen. 



Gedichten vmn r.aiiis. Geniy bij B..J. van der Haeghen^ 

Hnlin. 1839. In gr, 6vo. 161 Ai; ƒ 1 -50. 

y . 

Vaderlandêche Poéztj^ door ravDBNTius vaü dütsk. Ist^ 
Deel. Gent, by L. Hebbelijnck. Rotterdam, AyW.Mes- 
schert. 1840. In IZmo. 208 bLf 1-20. 

Eet Burgslot van Zomergem, door c. liDiOARCK. Gent, 
bij ïï. Ilosie. 1840. In 12mo, 80 bL f :- 70. 

l\Qndigden wij in het aFgeloepen jaar in dit Tijdschrift met 
genoegen en goedkeuring de in 't licht verschijning van 
eenige dichterlijke werken onzer Belgische naburen aan (*); 
en verheugde het ons op te merken , dat bij hen hoe langs' 
100 meer de zocht voor eigene Taal- en Letterkunde begon' 
te verlevendigen, de hier bovienverméHe werkjes leveren 
eene nieuTve proeve op, hoe men, bij de medewerking van 
eene door hei Gouvernement benoemde Taalconmiissie lot zui- 
vering der taal en r^eling der spelling, bij- voortduring ge- 
zind is, om offers op het altaar dbr ontkiemende Vtaantsche 
Letterkunde te brengen. 

De Gedichten van den Heer bkns. Dichterlijke Verhalen 
en Mengeldichten bevattende , hebben in de versificatie iets 
zeer vloeijends, en onderscheiden zich hierin boven andere* 
Het is een aangenaam verschijnsel , zoodanige stukken in het 
licht te zien treden. Waar eeh Volk toch zijne taal blijft 
hoogschatten, daar zal eigene Letterkunde niet alleen ge- 
handhaafd, maar meer en meer uitgebreid worden. De Belg 

{^) Vader}. Letteroèf. 1840. N». HL M. 113. 



74 . F. RBMS 

8chi)nt dit te geroelen, hij begint sé op jpr^s te êtoDen. Mo- 
gen op de TereenigdB pogingen, totfaentel denelTe aang^ 
wend» de vijanden zijner, moedertaal sohipbrenk tijdca^ en 
ook hierdoor losheid Tan beginselen en wnftheid van zeden 
geene verdere en verwoestende voortgangen maken 1 

De Vadêrlandteks PoêMtj Tan den Heer vait bvtsb beani*- 
woordt geheel aan hetgeen vnj van dien Dichter reeds ken* 
nen, die toont, dat hij ook, met andere agner Landgenoo- 
ten, gaanie een bloempje in den Nederlandachen diehttnin 
wil overbrengen, daiir wij. met genoegen in sommige onzer 
voor 1841 nitgekomene Jaarboekjes voortbrengselen van zijne 
hand aantreffen. Onder al de letter- en dichtkundige i7e/<^ef» 
verdient va.* aersi, om zijne geestdrift voor de Viatunêehê 
Taal- en Letterknnde, eene eerste plaats. Er is eene libe- 
raliteit in zijne denkwijze en eene ppregtheid in zijpe gevoe- 
lens, die den Lezer voor hem innemen. De meeste zijner 
gediehten zien wel op Belfiê ; maar alle zijn echter voor dat 
Nederland geschreven, 't welk, loo als hij- zcyt, als 6e- 
meenebest der Nederdoitsche Letterkunde, een- en onver- 
deelbaar is. In dpze zijne Legenden en Sagen, Romancen 
en Verkahn , (welke gesnipperde ondericheiding van dicht- 
soorten ons editer niet bevalt, daar het zeer raoeijelijk is, 
de grenslijn te trekken tusschen dit of dat genre) tre&n wij 
vele verdienstelijke en regt dichterlijke stukken aan. Onze 
algemeene aanbeveling moge genof^ zijn voor hen , die zich 
dfi werken der JBelgiêche Dichters aanschaffen; ook deze ver- 
dienen eene plaats in zulk eene verzameling. 
^ Daarw^ den trant van den Heer van dotss kennen, wil- 
len wij opzen Lezeren eene kleine proeve van dien des Hee- 
r^n BB VS geven, waaruit blijken zal , dat het dezen Dichter 
noch aan kun^t, nocjb aan dichterlijk gevoel ontbreekt. Wij 
nemen ze uit het gedicht, getiteld: Gevoel. 

Jfeen^ l|em behoort de naem van Diehter, 

De groote naem van Dichter niet, 
Die in 't gevoel geen billyk'- rigter 
. Tan echten stijl. en zangtoon.xietï 
Die gee$i en hart. niet weet te paren, 
£n onbekvj^aem is om te ontwaren. 

Dat drift en gloed aen 't lied ontbreekt. 
Dat h(j ods sthaemtloos op durft dringen. 



GioicHTsn, Eigs. 75 

En bij het l«fe eentoonig siiigpeii 
Tot ome stel niet teeder «preekt. 

Maer hiji die» door 't gevoel gedroTen, 

Se lier ten tolk maekt Tan zijn hart 
Wiens lied, vol\JTrig aeng^heven, 

Van zielrnst zingt of wrange smart , 
En deugd en menschenmin doet gloren, 
IMe 't regtgeaerd gemoed bekoren, 

Waerin zich 't sckoime aen 't goede paert; 
Hij, wiens gezang het oor kan boaijea, 
£n 't oog een traentje doet ontrloegen. 

Is d' eedle naem van Dichter waerd'. 

Onder de vlekjes, die wij in dezen bnndel opmerkten, be- 
hoort het hier en daar verkeerd vallen van den klemtoon 
op de woorden het en meni ook in dit gedieht trefi men 
het aan: de Dichter had zniks gemakkelijk kannen voor* 
komen. 

Het gedicht van den Heer lidvaaiic^, getitpld: Het 
Burgêloi van Zomergem^ is, zoo als de Auteur. zelf zegt, 
eene proeve van tijd- en zedeschets, in verband met de ge- 
schiedenis. In een méej^ nitvtïeijg Voorberigt 'wordt door 
den Dichter de aanleiding opgegeven, die hem tot het ver* 
Taardigen dezer, proeve opwekte* Hij had tich op een der 
oude burgen te Zomergem bevonden , alwaar vele overblijf- 
suIb van middeleenwsche barbaarsehheid zgne- aandacht tot 
lieh getrokken hadden; de heailjptiging had eenen diepen in* 
dmk in zgne ziel achtergelaten, ca hoezesr. men hem Ter* 
haald had , dat eene vrpuw van hoogen rang , g e d ure n de een 
aantal jaren, in een afgrijselijk hol, een' misstap omtrent, 
haren gemaal sonde heUien geboet, kwam. dit' verhaal hem 
Toor z^n oogmerk minder gesidnkt voor; doch niettqfen* 
staande dit kon hij den aandranjgp niet weerstaan, om in een 
sterk gekleurd tafereel de euveldaden te i^chetsen \ die zulk 
een overblijfsel der oude tirannij vermoeden liet. Het ge- 
heele tafereel is echter fictie ^ daar hij alle toqpassing op 
personen of plaatsen wilde vermijden.. Omtrent den oor- 
aproog van Zomergem en andere bijgelegene sloten bevat 
het Voorberigt veel geschiedkundig belangrijks. 

Graaf siiaraiKD, de bewoner van het burgslot Zomer^ 
gemj had eenen Ridderbaat tegen aoaa vaa aairssüas, 



76 « P. RSKS 

die de hand van 'sGrayèn dochter gevraagd had, gezworen. 
S 1 1 o F B I K D maakt dit zijner dochter kenhaar. Jonker k o i ii- 
lAAD komt met zijne manschap op het slot aan, overvalt 
81 KG FBI KB, slcept hcm in een der onderaardsche holen, ter- 
vnjl zijn hem getrouwe lijflcnecht met de Jonkvrouw heen- 
rent. De schildering van den toestand der weggevoerde 
CLABA is levendig en vol kleur en gloed. Koxrbaad be« 
geeft zich tot haar ; bezweert het meisje, dat baar Vader niet 
door hem mishandeld is, maar dat hij int^endeel, binnen 
weinige dagen , met het jawoord des Graven zal temgkee- 
ren. Hij^aat en keert, en meldt haar, dat de Graaf ge* 
sterven is , en reikt haar het z^el en de parkementen haars 
vaders over.- Zij , diep treurig over deze tijding en over de 
beleediging den Graaf, aangedaan, doet boete en offeranden 
om vergeving ; welk gebed , in kluis en kloosterwand opge-> 
zonden, door den Hemel wordt verhoord. Eindelijk zal de 
echt voltrokken worden, De bruiloft wordt gevierd. Alles 
lacht en jubelt. Alleen is het alsof een aanhoudend gehuil 
Tan den wachthond haar in de ooren klinkt, hetwelk kozn- 
BA AD haar uit de zinnen verdrijven wil, doch hetwelk steeds 
voortduurt en hare vreugde, stoort: 

' - * >*t Uet hier iets aekligs sohuih," 
' Zegt zij, Koenraeds arm omvattend; 
' » Hoort gij, hoe die hond weer huilt?" 

KoiTMBAJin moet na den. voltrokken echt ten strijde. Fiaai^ 
derens grond wordt bedrejgd. Schild' en slagtbijl, lans, 
boog en xwuard worden aangegord. en omgehangen. De 
kdmhoed prijkt op de kruin: «Ik gar," zegt hij, 

. «Ik'iga; gy ziet Welhaast mij weer 

: «Hei roem. en zége, of — nimtnermeerr' 

Tóór zijn vertrek wordt eéhter door hem aan een' zijner 
Yazallen 'een geheii^pi medegedeeld : 

't Was pauw dat énklen iet wat' hoorden 
U Geen uitliep op dees luttel woorden: 
» Vooral zie toe dat hij niét huil* , 
>0f anders wacht u-zelv' de kuil!" 

De dag verjaart nu v^6or clab a , dat zij haren vader ii ont« 



G£DicaT£iry sxz. ^ 77 

toerd. Een bsoge, akelige nacht vertoont Ijiaar, in den 
dxooni> eene se&iikgedaante, 

Vertoont de droom hedrs vaders beeld , 

Op Tiiil en vochtig stroo gezonken; 

Aen ijzren ringen vastgeklonken , 
Gansch ultgemergd tot op 't gebeent, 
£n 't oog verglaesd en uitgew^eendl 

Ze ontwaakt, en, naanwelijks het dons verlaten hebbende, 
brengt haar lijfknecht het berigt : 

— onder Frankrijks moordend stael 
Viel ook de ridder, uw gemad. 

Nu ook wordt haar het geheim medegedeeld > dat zoo lang 
verzvT^en was, maar haar niet minder zwaar op het hart 
had gelegen; waardoor wij, aan het slot éea gedichts ge- 
naderd, tevens de ontdriiking. van het geheel ontvangen; 
welk slot w^ gaarne als eene proeve aanhalen, vallende nie- 
mand zich de leking van een Sichtstnk beklagen, dat men 
als een niet <Hiverdieiistelijk .voortbrengsel !van. het dichter- 
lijke genie des Heeren LKt>t«'ARGK kan aanmerken. 

En nauw hervindt %ij weer de:zian€p[i| 
Wanneer een hmskneoht komt en spreekt: 

«Mevrouw, ik 'wilde n liefst verzwegen» 
»Wat mij zoo lang reeds 't harte breekt. 

•Vóór zijn vertrek beval de ridder, 

•Met woorden waer ik nog van- sidder , 
•Mig een gevangene aeti^ dteü 'k Vond > 

• Gekerkerd in den diepen grond. 

• De sneeuw van zijne lange haren 

• Lag in zijn sneeuwen baerd vereend; 

• De k<9ten ranmielde om zijn lenden, 

•En klonk als op een dor gebeetit» 

• 'k lebnooyt geleerd voor iets te vreezen, 

• kaer 'k schrikte van zijn aeklig wezen; 

• 'k Bragt daqj^ijks hem de kruik eti't brood, 

• Haer 'k vond hem, ach, deez' moi^en dood. 

• 't Geluid, dat uit t(jn borst soms woelde, 

• Geleek geen mensche^stemme meer; 

BOULBISCH. 1841. ]fO. 2. F 



78 F. REUS y GBDICHTEK» ElfZ. 

•Doch eenmael klonk de naem van claba. . • 
» HeTTOnw ! hoe schrikt gij toch zoo zeer ! 
sKoom, dat ik n tot hem geleide: 
»Lïgt dat hij lang n reeds Terheidde; 
9 Ligt kwaemt gij liever niet te spa. . » a 
sKoomy schenk thans aen zijn lijk gene!" 

En vj, ais zinloos en yerwilddrd, 

Zi> vat haer' 4i^aar hij de hand. 
Én Tolgt hem langs de diepe trappen, . 

Bij 't smokend licht yan fokkelhrand. 
Daer komt eg 't lijk al ttwiklend nader; 
Een woord, een enkel woöid dédiis: » Vader!" 

Vliegt als een schreenw haer uit den mond, 

"En kdad en dood stort te op den grond. 

Hoe! was het dan de bron haers lérens, 
Sie cikkA weèrrond onder de aerd? 
En was dan siiovaiin niet gestorven.,' 

. 6eiyk de jonker had Terklyerd ? 

Bèlaeff! Idit kan geen ttervling weten; 
Want w«t noh U misdrijf «doMt yenmetén, : 
In 't donker ran een heerlijk slot, 
Dat 'Weet alleeïi de groote God ! 

Ofschoon wij : ai.-dit^e4iQhi ocdchier .en daar èenige min- 
der Tierende m^gtib att»treSen, én afknottia^én vinden, die 
eene hardheid en jlroeflieid veifoorxaken, waiafhij de wel- 
Inidendheid nn en dan tydt', kunnen' vrij dit voortbrengsel 
der Belgiêohe. Httze wel aanbevelen* Zg moge, met de Ne- 
derlandsche veileenigd',' ia ^beide Kijken' medewerken tot ver- 
edeling en aankweeking van den smaak voor het goede en 
Bchoone, en alzoo de plaats innemen van loo vele planten 
van vreenÜen bodem, die 'Uiet telden 'deze veredeling en 
aankweeking. verliiodcrèn .en sehaiieM^ lign. 

J'aime, zegt de Heer wilkbiis in zijne aanteekeningen 
achter zifn Diehtstnk Aen de Beigen' ISlS/j** osme Ie peuple 
de ThUuoalüy qui ne aëui jute énênie du iel de la grdnde 
puiten qui ravoieine ,' crainte ^Tén 4ire emhjugwé. 



De LcigeeMen van Feriinund Huyük , uiigegeten door Mr. 
j. vAif fiSilNSP. II Deelen. Te Anuterdam:, by P. Meijer 



J. TAK LBNHEPy LOTGETALLEH YAIf FERDINAHD HUTGK. 79 

Wainan. 1640. In gr. 8éo. XVHI, 400 èn 462 m. 

tjen nieuwe Roman yan den Heer ylm imiiir is uker 
reeds in zeer Téle handen/ Toordat een Aeoeosent er aan 
denken kan , om hem té beoordeeleu ; en Tele lezen van dit 
Tijdschrift znllen deze aankondiging inzien, niet zoozeer/ 
om Ie weten,' wat zij van dit boek te wachten hebiien, als 
wel, om te zien, wat de ftecensenter ran zeggen zal, en. 
of zijn oordeel met het humie overeenkomt. Dat is voor den 
Recensent geen gmutige stand yan zaken. Het oordeel zijner 
lezers is reeds bepaald , Toordat hij het zijne zeggen kan> 
en het oude spreekwoord: elk meent zijn uil eèn Talk te 
ojn, is ook in dit opzigt al te zeer waar, dan dat hijzou 
mogen hopen, dijenen, die van hem ▼tQrseIntleii, toti^n 
geyoelen fe zullen kunnen 'oyerhaten. 

Maar, zal dan zijn oordeel met dat des publieks niet over^ 
eensienunen? In dit geval hoopt hij, dat demeestefamet 
hem genegen zullen zipi, om goed te keuren, en dat de 
LeigermUen ca» ritDiiiAHn hdtck door een groot. aantal 
lezers reeds met hetzelfde genoegen sullen z^n gelezen, het* 
welk Ree. gaarne betuigi daarbij gesmaakt te iiebben. fie 
Heer va ir Ltsirsp heeft ook in dit werti de veelzljdigfaeid 
•Tan zijn talent op meuw bewezeo. Nadat hij gelukkige proo- 
Ten Tan den Historisehen Roman g^j^Ten had, .verlaat h^ dit 
gefire^ en treedt in eene andere, daaraan geheel vreemde 
gdort op. En deze pt^ve is Tooral niet minder gedai^, 
dan de vongen. Het veld der Geschiedenis Terlaiendev iscfail- 
dèri de Sehr^er ons hier meer den mensch, dan het lijd- 
Tak. Hij hééft afsttad gedaan van Tele voofdeden, die de 
Bistorisehé Roman aanbiedt^ Daar heef t< men eene gebeurte- 
'Bis, die men tot grondslag legt ; daalr hééft men althans on* 
'derscheidene personen^ die als Tan zelve gegeven zijn, en 
vner karakter men uit de Geschiedenis leert kennen ; daar 
heeft men gelegenheid, om zeden en gebruiken te schetsen, 
en bet bepaalde tijdvak, hetwelk men gekozen heef t ; Mdjzi^t 
als onwillekeurig den aard van het verhaal , en is den Schrij- 
ver in zijne verdidlitin^ zelve van dienst. Dit allès'Tévelscht 
i^el veel studie, zal de schildering getrouw zijn, maar het 
heeft toch ook onmiskenbare vóordeelen. Hier daarentegen 
is de Romanschrijver veel meer aan zijne eigene verbeelding 
overgelaten; de personen zelve, zoowel als hunne karakter^, 

F 2 



80 J. TAH LSVHEP 

éb gabearteniMen . en tooneelen moeten geheel uit x^ne Tin- 
dkig Toortkomen ; terwijl hij in het andere geval zijne ver- 
dichte personen en hnnne lotgevallen om den historischcn 
-persoon en diens geachiedenis als groepeert. 

In den riBDiRARj) ivtck u het blijkbaar des Schrijvers 
doel, eene levendige, getrouwe , natuurlijke voorstelling te 
' Hpev^ van verschillende menschen en karakters. Door eenen 
gcmeenschappelijken band moeten deze met elkander ver- 
bonden zijn, zoodat alles te zamen een goed geheel uitmake. 
Dat is, naar Ree*, oordeel, den Schrijver ook goed gelukt. 
De intrigne boeit de belangstelling genoegzaam , en laat toch 
ook den tijd, om de détaüs^ vraarom het hier niet minder 
te doen is, t>p te merken. Aan de eerste ontmoeting met 
den onbekenden en raadselachtigen vreemdeling en diens 
:dochter knoopen.de volgende zich als onwillekeurig aan, en 
de eenheid van onderwerp is daardoor volkomen behouden 
-gebleven, bij de rijke verscheidenheid van tooneelen en 
karakters* 

Het zijn vooral die karakters, waarop de aandacht van 
zelf wordt bepaald, en Ree. gelooft niet, dat men den 
Schrijver den lof zal onthoud^oi, dat deze over het algemeen 
gelukkig en juist zijn ge teekend. De lezer ziet de meeate 
der handelende en prekende personen als voor zich* Mis- 
achien zijn twee der meisjes niet de gelukkigst geslaagde. 
SvsAvvA zal sommigen althans wat al te veel hyde htod 
4ijn,-oCschoon dk Ree. slechts op enkele plaatsen hii^d^rde; 
maanr hkhbibttb wordt en door haar en door a^bm^ y^ ^ 
teel in de schaduw gezet Bedri^t Ree. zich, of stellen de 
meeste lezers het grootste belang in de laatstgenoemde? Maar 
dat was zeker eene moeijelijk te vermijden klip, en hbr- 
BiBTTB had wel een beetje- gelijk i toen zij tegen riBBiiiAiin 
zeide: «Ahblia is een engel, en ik vei^ef het u nooit, 
dat gij niet smoorlgk op haar verliefd zijt geraakt." £r 
' zullen onder de lezeressen welligt velen zijn, die er ook 
900 over denken. Doch rBBninAND zelf, zijn vader, de 
hoofdschout, zijne moeder, de beide tantes, baas BooaB* 

VBZD, HBTRZ, VAR BAALBII, WBINSTUBB, HBtniNG VOOral, 

zgn uitstekend geteekend. Wij zien en hooron ze. Ree. 
heeft aanmerking hooren maken op het gedrag van pebdi- 
HA VB bij zijne eerste ontmoeting met akblia. Zeker, een 
romanheld is hij daar niet ; heel mooi gedraagt hij zich te 
haren aanzien ook niet. Maar natuurlijk is zijn gedrag bij 



' LOTGEVAI^LBN VAN FERDINAND HVT<^. 81 

mtnemcndfaeid ; het is g^eel in het karakter, Juist zoo als. 
iemand, goelijk hij, handelen moest, en de Schnjyer heeft 
wèf gedaan, hem niet anders te teekenèn. 

Wat Ree. Tooral' ook in dezen ftomaii hewoodert, isdè- 
losheid en gemakkelijkheid van YOÓrstcdling. De gesprekken 
nfn meestal onverbeterlijk; het Mtjn gesprekken; het ecne 
▼loeit nit het andere voort, &ï ieder spreekt altijd in djn 
karakter. In dit opzigt verdient dit ho^ hoogen lof, 'en 
is eene proeve , voor welk eene losheid en ongedwongenheid 
ook onze taal vatbaar is. Het gesprek tusschoi tante va iv 
BzarBiii en baas aoaatvsLD in hei eerste ))eel ia.eréen. 
gelukkig staaltje van. 

Ree. verbeeldt zidi, ^at dé méèsie lezers tot dnsvéinre 
gaarne met hem instemmen znllen; hij hoopt; déi hij het 
nn nooh bij hen noch bij den Schrijver verbiraijen' zal door 
eem'ge aanmeriiingen , die h^ niet aiohterwege taag laten. 
H^ zal beginnen niet een paar kleinighedenl Hoe kotat, 
Deell, bl. 243, kattb. VIII: 24 te pas? Is dat eene druk- 
fout? Ree. lieeft vrachteloos naar de bedoeUcf plaats ge- 
zocht. Van meer gewigt h eene andere aanmerking, schom 
zij scilijnbaar toch ook maar klein^heden betreft. Een man, 
als VAif LXRirsr, die in dit boek op nieow toont, hoezeer 
hl) onze schoone moedertaal meester is*, moet door zijn voor- 
beeld geene verkeerdheden in* de taal ingang verschaftn; 
Baarom hinderde het Ree, dat hij Deel I^ bl. 75, het woord 
bemerking las. Dat is geen Soüandseh, maar JhUisch. 
Baarom hinderde het hem vooral, dat hij zoo menigviddig 
het woordje von gebruikt vond, gelijk het Fran$che ehfin 
plaats van ons om, BL 106 b. v. gewoon van ontMoch $e 
voeden y en deif^elijke zijn er vele; 

Doch Ree. heeft nog andere aanmerkingen, hoewel big de 
bovenstaande geenszins als vitterg wil hébben besdiouwd; 
men atelt bij ons niet genoeg prijs op zuiverheid van taal, 
en daarom moet men tegen alle vreemde inkraipsels waken. 
RiTuxovi is de persoon,, op wien Ree. het thans geladen 
heeft; niet dat. zijn karakter niet goed geteekend zoü zijn, 
of dat. hij er iets «tegen zou hebben, -dat de Akij^cA^ jong- 
man van de mode z^ne woorden mei^Franseh doorspekt. Dat 
alles is goed en in karakter ; maar in de keuze der bastevd- 
woorden is vah liuvip niet altijd gelukkig geweest Zij 
zijn dikw^ls niet natuurlijk genoeg, te gezocht, en ook niet 
zdden te menigvuldig. Dat is overdreven, en in een boek. 



82. J. V Alf LBHHBP^ IcOTGEV ALLEN VAN |1eRDINAKD HL'TCK. 

ais éiti had men zidi daarroor moeten wachten. liet i» 
jammer', . cimdat het de tl^iMta wat verbreekt. 

Maar boyenal moet Re!c. den Schrijyer aanTallen orer^ijoQ 
al. té jLbarblijkelijke.ea daordm ongelukkiupe naTolging .van 
«en^ar b^solideriiédèn uit den Pièkwiek Van dickcn«; De 
eene (namt kinderlijke ,• maar toch te daidelyke) navolging 
Van dèMm'SdhriJTer, liaii wiei^ tan Liima? iiii$sdb«ei| ook 
wel het denUeeld tdt.het mAken van eenen dasdanigen'Jlo* 
man Terpli^ is , ia. té Vindea in de spreekmanier van 4en 
o^ïerinfewtgoed geteekenden zeekapitéin rütvti. Deze heeft 
gednng>'spre^wDordett én: spreekwijzen^ in den mond, die 
hij niet alleen aardig te pas brengt , maar waUraan het Uj- 
gOTO^gcfe gewoonlijk iets klat^htigs geeft. B. y. Kom aan, 
aoQ di 4è man t^en de ndauwe laars zei ;. b^ zal wa^ wd- 
kon kiïnr^ zoo als de.spibnèkop tan de vlieg zei, enz. «nz* 
Red. 'haalt deze voorbeelden alechis aan, om te doen zien, 
yÏM hij bedoelt; Maar wie heeft PickuMk gelezen, eb her* 
imMtt-nob .daarinj: niet ^tentond sasqbl wilüka en: tijne 
eosi^Hitl^9kbBid in dergelgketaaniigiieden? Doeh noghin- 
ded^ker üijdoinavdgiBg in ne^nas,. den snbstitant^drost op 
X^^Mling, met zijne afgebrokene volzinnen.- Dat is aX» 
iftBD Jiatoza nit denzelfden Pièkwick op en top. En reeds 
in het f)orsproiibeli^e hinderde hij Ree. , en kon 46ze de 
geestigheid daarvan biet vèitten. Gophao^s in^KAaiTAr's 
I^fJkêt h!ad dié,' dailkt ons, ifeeds nitgepat. Maar waarom 
0908' JiiraL 1*8 'spreektrant zoo weder teruggeven ? Dat is 
eete daaiaohe navolging, die beneden het talent van var 

LKNNlV'is. , . 

Dat zijn.de.vsoomaamste aaümerkingen ^ die Rec^ te maken 
heeft, en hij kan niet eindigen, zonder nogmaals tebetui-» 
gbn, ' dat bijl bet beek met zeer groot genöqjpen heeft gde- 
^ên.; 4^t het deal roem dies Schrijvers zeker verhoogen zal, 
en. dat bij: het i eene aanwinft rekent voor onze literatuur en 
TOOT onze taal,, ook omdat deze nog te wdnig met zulk «ene 
loshdd en bevalligheid vdor den gemeenzainen stïjl iivge« 
brtiikt, ab Waarvan onze* wol rr en dkkbn, in envoQr ha* 
r^ fijd,^QQ gehikkige .modellen leverden. -^ Reb.^ tivi}félt 
tuet,.:of een ruim debiet zd van de goedkeuring des publieks 
gbtnigeii. '^ ; , • : 



NewionForU9r,rfd0E^ap99éTi^ JSim k^* Eng^k^ffmm, 

. Mêfi. HAftMTUT* Il B^èlên. Te Grótrimye»^ bif W* -vap 

Soekeran. US0. Ingt.^vo. 279 tn «M A/« /è-l : 

Jje tamanf Taa baabtav sij» ili InmBeiijnDd M>geeft«iic 
]i9 oi^ pvUiek te «eer lidLMid,T dMk4fit-.er yéel noodif ion; 
si|B, om Sb «AB 4e prijken. Ree., mki dte ook knnnoii to)^ 
BtMo laei te vegflpe^, 4^X8m4o$^ ÜVt^tr.eetie eerroUepfaaii) 
I14MI. Eerlek au Simpel m^^, beMeeden* , Wig .raMlea liier 
doeeVa^. kMAewgenuAdidiH^geevlighèM, juiste ska^ndilelr^ 
teefcenfag^. .tetoelfde .gesQAd .verstand, des^de 'oaderhoa*-' 
deiMBwid, dïe ;wij in ujne bestd fltdJiea opmeUEai. Mwr' 
]||f kep skdi niet weérboaden / oia liet paUiek t^pmeAMuiinr 
te makai op eeae faiJMpderiieidy di^ desen raman keoneklct»'. 
namelijk dat kg rooval ook het ïe^w op de koopvaardgidi&> 
pea ketehiijft. Ie oaa laiid en imeeiiai tijd, waaimdage- 
ü^jksnieawe veisigen naar oase kolimw Ttrtrekkea, .en 
aduer iedere familie liejtrekkipgeuJie^ft, die^detseanttadocOy 
ffddaüilietkep of dpen zpUen» nnoeien de tooneelen Tan'dit 
koopTaarden aeeIeTi?n; inzooAnrbeid: de aandaaht boegen^' Me^ 
ifik het boek dan., oek ttitf dat oDfj^nnttipeleiian, niet onvbl**^ 
daan. ter igde leggen, ea sdier den^kee^aiuBder.niét'flnaf*^ 
gi^bndLen ganoogeijt' ep aijne tQgien Tol^m.* rWij vfettrichcm 
het wi^rk vele lezers~eil den leterertQ de-'MLtnnr.-aange-> 
name ntenl 

Het boek is netjes nitgeroerd. 



J^ WereUkuffger^ \£m ^ge$Qhiedknndige Maman uit ^e JA^^ 
ren 183D^IQ3it. Sftar het KoagéuU^oh t^xm fUBiHAan 
BTOhLM. JJ Dfieien.* T^,G,neni»gen, bij Ik. J. Schierb^ek, 
Jr.rl840- /i».^. ftpo. :B97,ifc/5.^p. ; . 

Jtletgeen door den Recensent der vroeger vertaalde voort* 
borengaelen vpn, denzelfden Schrijver is aangemerkt, is ook 
toepasselijk op het werk, l^etwèlk wij tbani' .jaanJcQpdiigen,, 
De lotgevallen der verdichte personen ?ijn blootelijkhetvper^ 
toig tot eene' levendige voorstelling der gebeurtenissen Taa 
de Jolij-revolntie in Parijs \ der revolntionaire woelingen ia 
})uilscAland, en van den midukten opstand dor Polen. Be- 



84 r. BtOLtÊf DR WERELDBÜROfiH. 

oordeelen wij het boek als eenen Roman , dan strekt het niet 
tot aanbetdling, dat de heM des rerhaak, die zich door 
ajjneoTerdreyene'TrglieidsKicht niet alleen tot dwaa^eden, 
maar tot de^ gtDOt^Ce misdaden laat renroeren; die het huis 
Tan xijnen vader rerbrandt, waarb§ zijne grootmoeder in de 
Hmmen omkomt, raeermaleii tegen sijnen vader op leven 
en dood sti^dt, en aan het einde nog gelukkig wordt, ter- 
wijl, cijn brave en verstandige broeder eenen geweldigen dood 
ondeiifaat. ' «— BAalve onderscheidene erge Germanismen, 
100 ala Minisier van hei binnenhnd voor van binnenland' 
êeke zaken i bejegend voor aangetroffen ^ geMeUöhap van Je- 
MUê voor hei Genootschap dér Jeguiien, verheerend voor 
overwinnend^ wdkêgeêchrei voor velkegeêehreêuw ^ vanden 
wij ook galerijen voor galeien. Als vrouwen vim dezelfde 
soort en veniiensten worden in éénen adem genoemd Madame 
of Mademoiselle lapatbtte, eene bemchte maitresse van 
een' der vroegere Fransche Koningen, met Mevronw bk 
«TAii en &■ sivroir<. • Barrière' of over den zakdoek" is 
een knnstterm van het tweegevecht, die zeker voor de mees- 
te lezers onverstaanbaafr is. Ware de Schrijver onse land- 
genoot, dan zonden wij hem raden , zich te ontbonden van 
zillh' eene o verdrevene karakterschildering, die- meer heef t 
van carieatnren , dan van wezenli{k beütaande personen , en 
zidi te wachten voor profane aardigheden, die in het werk 
vooricomen-, en die w^ maar niet znllen alK^r^ven. Zonder 
groot gemis zon de vertaling van het werk hebben kmmen 
achterw^e blijven. 



Be kleine 'Taaikenner, of gemakkelijke aanleiding M hei 

' redekundig ontleden voor eerstbeginnenden ; door a. bbk- 

Ktif KZ. , Onderwijzer te Boven - Smilde, Isté iStukje, 

Te Groningen, bij J. Oomkens. WS9. 'Tn kL 8vo. IF en 

36 W. / : - 15. ' 

Uit werkje behelst eene proeve, (volgens het Voorberigi) 
om eerst door eene reeks van voorbeelden het regte begrip 
Van' de rededeelen te geren, en daarop eene goede bepaling 
van dezelve te laten volgen , in plaats van eerst » bepalingen 
«te' geven, waarvan de jeugd de beleekenis niet verstaat, 
• en bezwaaflijk zal kunnen bevaltfen." Bil laatste is zeker- 



H. HBMKfiS, K<2. 9 DS KLE^XE TAJilKElfNER, 86 

Wfk een gebrek ; maar dit bdioeft ook niet : men kan goede, 
eenröadige, ;daideMjke bepalingen geven, en detelve ter- 
«tood door voorb^lden ophelderen ; en dan sal het weiligt 
wei ujn: Variis modis bene fii, en Tan de manier des 
SchnJTera in den grond kooveel niet . Terachillen. — Er 
wordt dos hieir in .den genoemden trant gehandeld over on- 
derwerp^ geMegde^ koppeUooardy -voentêrp^ bêpalinff bepth' 
Ung van bepaUngy en bij elk ten slotte voorbeelden ter o»« 
fening opgqieven/ -^ Het koppel- of iiever veriniiifUngê^ 
woerd komt Ree. meer schijn dan wezen voor, en coa al- 
thans ter vereenTOudiging Toor eerstbeginnenden wel.knnnen 
weggelaten worden, want b. t. in de beide voorsteUen': de 
mmn werkt ^ en de man ie goedf zip snbject en prai^ioaat 
evengoed verbondra, al heeft het eerste voorstel geen- kop- 
pelwoord:, hel eenige onderscheid is, dat bet praedicaatin 
het eerste met één, in het tweede, met twee woorden wordt 
nitgedmkt. — Bij bepaling had Ree. ook verwacht heKon- 
deradieid tnsaehen een bepaald ot' onbepaald onder- of voor* 
werp. — Bepaling van bepaling komt hem te afgetrokken 
en doista* Tocir de kindisrUjke bevatting .voor, en hij zon dit 
Uever brengen tot verschillende soorten^ van bepaling, die. 
bij snbjed, praedioaat en otjectkivanen/gevo^ worden.— - 
De voorbeelden, hier aangevoerd, zyn doorgaans populair 
geooqi^ ; maar znlke als de volgende : » Se groote Schepper 
>v«» aüe dingen bestond van eenwigkeidJ* (hl. 28.)/— • Ja- 
» zes SS Gode Zoon, de Zaligmaker; hij wa$ volmaakt,** 
(U. 10) zon Ree. , als niet genoeg voor de kinderlijke be- 
Tatting, en xalke zonderlinge opvolging * van voorbeelden, 
als Jhg voorbeeld die, waardoor het eerstgenoemde voorafge- 
gaan wordt: 9 de emid van het dorp werkt 'savende niet;" 
4s te ongelijksoortige dingen ongepast nevens, elkander stel- 
lende, liever Termijden. — Voor 't overige beproeve men, 
bnhonde het goede, en doe er zQn voordeel mede I 



Moe Loniee van Berkenstein tot de kennis van God kwam. 
Een Leeehoek voor- Meisjee , ter bevordering van derMolver 
t^i^k en eenwig weleen. Een Tegenhanger van c. 
scivin's boekje: Soe Hendrik van Eickenfêh tot de kef^ 
niê tan God kwam. Te Eaatlem, bij de Wed. A. Loosje^ 
Pz. 1839. Inkl 8ro. 101 M. ƒ : -75. 



88 LOUISB TAK BBRKEKSTEIir. 

tdéa r&thual rol Treemde aToitioren, doorfasms niet zeer 
w^arschijniyk. Eeoe ontknooping, .die aaji de nienw^^e- 
righeid Teel te wenschen OTerlaat. Voor ket OTerige ees 
stichtelijke toon, en eene onderhoudende wijxe Tan Terka- 
len. Ziet daar alles, wat ^ van het boekje weten teseg^. 
gen. ' Indien de jeugdige leteressen er üoh niet, oUbcfne-^ 
digd, OTer beklagen, dat 'het geheim Tan iiOiJij»i*s af- 
komst voor haar niet onftraadsetd wordt, zal de iesjuif Yêtk 
hare lotgOTallen eeA aangenaam onderhoud versdiaffen^ ... 



Eustuchut.^ de goede Dockieif, een. spiegel voor deugpbume 

Meiejee^ Een Tegenhanger .tan den Euêti^ekiu^ van 

• c. fl^cVHiD. Naar de. derde veel vermeerderde Moogdttii* 

"• seke uitgavee Te Deventer ^ b^'A, J. ran den Sigtenhorst. 

InkL^o. 135 W. ƒ 1-iO. 

JDe deugden van dese Éusiackia zifn meestal Yan een en 
Kjdelijken aard. Zij Teii>I^t cich wanneer het haar wél* 
gaat^ bedroeft siéh onder smarten, is ijTerig ifai het bidden- 
en de Terrullin^ Tan andere godsdienstige fefrigtingen, en 
sTérft als Abdis Tan* een klooster en met den roem Tan 
gröoté heiligheid. Dat z$ in andere opsigten eene goede 
dochter ia , moeten wij alleen op het woord des Scht^Ton 
geloOTen.) - De jeugdige heilige kort zioh , gedurende 6ene 
Terdriètige geTangensdhap , den tijd met eene^ spin tam te 
maken. Daar Yfij tm geen ander middel kennen, om hierin 
te slagen, dan Tüegen root de spin te Tangenen die aan 
haar in hare webbe toe te werpen , twijfelden wij onder 
hét lezen wel eens, of dit amusement wel zeer aanbere- 
lèmfwaardig is tocM*' jonge meisjes. Maar -stelt n gerÉst^ 
Moeders en Opvoedsters I Eus^hia werd onder, dit tijdver* 
drijf zoo teérhartig, dat ky weende en bad, l^ei lerea dot 
spin te verschoonen, en hare betraande oogen afwendde, 
toen het lieve diertje gedood werd. Het door Eustachia 
gebezigde middel, om door de zon verschroeide ^^rangeft 
met eitroensap te wrijven, bevelen wij aan de opmerk- 
zaamheid van onze geneeskundige lezers. Mlssohien voldoet 
het no^ 'beter aan het oogmerk, dan het hooggeroemde 
Cognac 'n^ét Zont. * 



' AX.MANAKKX1IV 87 

ALKAIIAKKKII YOOR HKT JAAE 1841. 

(Twèède ferêiag.) ' 

Wij bannen ook dit verslii^ met een pracht-jaarboekje/ 
maar weftk» inhoud cich Tan dien der anderen zeer onder*' 
scheidt. TiBTvrijl toch eene lectAnr van smaak, bij de orerigêiy 
op den Toói^rond staat, heeft dat, waarmede '\nj ditmaal be^- . 
ginnen, hoogere bedoeling. Zdlks blijkt i^eeds nii den titel : 

Chêi$tapkiiH$. Vhrièiel^k Jaarboekje voor 1841* ; Proaa em 
.Poéggy B^eeng^bragt dooroHdèrêekeidene Godêdienstvfien^ 
- den. Te Nijmegen, hij J. F. Thieme. ƒ * - : 

XJet is «renwel alleeii daarom (mder de Almanakken te re*- 
k«neni omdat men het een Jaarhoekje geno^nd heeft, want 
oTerif^ena lieefi het niets, dat men in eènen Almanak soekt; 
Jlso. acbk het een gelcfkkig denkbeeld (hij meent, schoon 
xich'geeae Sedactie noemt, van den Eèrw. ikADijs), don te* 
genwDordfg fjoo «eer gewilden vorm van Almanakken ook aan 
de bevordering van Christelijke slichting, aan opbouwing in 
geloof, hoof» ^n liefde dienstbaar te makM ; en hij zal het 
onder <te gunstige leekenen dés tijds ^kenen^ wanneer eeA 
goede aftfek van deze onderneming het bewijs oplevert, dat 
dé taai des gemoedelijken , maar tevens verstandigen Chris- 
tendoms ook gaarne gehoord wordt bij demeei^egoedeninden 
lande, tot welke zich een zoo kostbaar prachtboekje nit den 
aard der zaak bepalen moet. Want een sierlijk boekje is het. 
^ Een nette, zoogenoemd porseleinen titel belooft het; een on- 
gemeen nette drak op fraai papier toont hèt,' en vierkearige 
plaal^; Éagar en Isinaêl ; het Éerkje te üdhèrgen ; Jegue 
ieereiide, en Jezuê icandèlènde op 'de zee y zetten, even aUde 
fraai gedrukte band, a:an deze verzameling een gepast sieraad 
bij. Séirekk'élyk iè dah.ook de prijs voor bijna 300 bladzijden 
niet zoé bnitengewoon dunr. Be Aurora b. v. omtrent even 
dik ,' én ^iet tr eveneens uit; zij' heeft meer platen , maar dan 
ook allen Engelsche , en is 90 centen duurder. 

Béiiflibiidliehölst eenheid bij verscheidenheid: eenheidyin zoo 
▼crre cffiisT^üs overal in den ChristopMlusr {C)iri8h*sTriend\ 
op den voorjgrond staat , niet alleen bij de aanprijzing van les- 



88 ALMANAKKEN. 

«én des Evaiigelies , of bespiegelingen over de waarde Van het- 
zelre, maar ook bij de geschiedenissen des O. Y. en vergehei- • 
denheid, daar proza en poèzij afwisselen, en het nu eens 
aanprijzing is van den Bïjb^, dan geschiedenissen des Bij- 
bels, zoo éeê O. y* in Hagar en lemoêly dedoodvanMazee^ 
als des N. Y. in het scheejye op het meer- van GentM$aretky 
ook der Kerkelijke Gescfaiedeiiis, in de. legende : dis laqfete 
dag en in ciaudids biousson, welke laatste ook tot de 
Christelijke levensbeschrijvingen behoort, gelijk de herinne- 
ring aan de wdnig bekende -vrome huisvrouw van den Dich- 
ter w. SLUIT 11. Maar wij kunnen alles niet opnoemen. Ons 
oordeel ia over het geheel zeer gunstige Wel hadden wij 
in de «tukken van den Eerw. iadijs diewijdloopigheidweg- 
gewenscht, die de meeste schriften van dien, overigeiuikun- 
digen én verdienstelijken man ontsiert,, en minst behoorde 
in dit Jaarboekje, waar iets meer pnutigs, dat aanleiding 
tot verder denken geeft , minder moest gemist worden» Wel 
mishaagt ons het donker ipystieke stukje van Bs. MiLDama, 
het scheepje op de zee van Gennesareth uonder en tnet den 
Eeer , vergelehen met den fnensch Monder en met chbistvs, 
dat W6l goed zal gemeend z^n, maar wij houden niet van 
zulke vernuftige spelingen ; wel zijn enkele dic^tstukjes be- 
neden het middelmatige,- b» y. dat ie God$ stem, en: 900 
êpreeht de Heer, beide van Ds. yan sciaik; maar dat ont- 
neemt niets aan onze welmeencnde aanprijzing 4Tan het vele 
sehoooe en goede, dat hier gevonden wordt. Of echter in 
een Jaarboehje niet iets over een of meer der Christelijke 
feesten en derg. behoorde, zal nienumd betwijfelen. Beze 
opmerking hebbe invloed op eenen volgenden jaargang; in 
welks zamenstelling men zoo veel mogelyk lange, uitge^ 
werkte stukken vermijde, vooral als zij iets preekvotmigs 
hebben, waarvan ditmaal niet alles vrg te spreken is* En 
ten aanzien der plaatjes merken w(j nog aan, dat het ver- 
keerd is; hoewel het tegendeel niet dan hoogst zeldzaam 
wordt onder het oog gehouden « altijd jkzvs en z^ne Disci- 
pelen blootshoofds af te beelden. De. Oosterling is altijd 
voorzien van zijnen tulband. Op het plaatje van KACAa ia 
dit in het oog gehouden. 

Op een geheel ander terrein brengen ons de Provinciale 
Volksalmanakken. Den Gelderschman ^ vader der overigen, 
kondigden wij reeds aan. Naast aan dezen komt in oi^er- 
dom de: 



AlfiUKiCKEV. 89 

.Zeenmêehe Folkêolmanak. Te Zierihsee^ bij J. van de Velde ^ 
OliTier. /:-75. 

l/e uitToerige Kalender , waardoor dit Jaarboelcje boren 
fde anderen uitmunt/ is ook ditmaal naauwkeurig. Men ia 
b^l^nnen met, volgens de belofte, verleden jaar geidaan, 
eenin^ provinciale verordeningen op te nemen , welker be- 
kendhdd of berino^ing van 'algemeen nut kan s^'n. W$ 
kopoi, dat men daarin met oordeel zal te wwk gaan, bet- 
geen men>van een besluit omtrent bet opnemen van ongo- , 
neesüjke behoeftige zieken in het Armengesticht te Zieriksee 
minder zeggen kan, dan van bet overige. Oordeelkundig 
gekozen, staat deze rubriek in de Provinciale Almanakken 
regt op bare plaats, en verdient daarom ook in andere ge- 
westen navolging. Proza en gedichten zijn ook ditmaal den 
welgevestigden naanCl van den Zeeuw waardig. De geleerde 
AB VTBBCHT üBBssBLBuis gecft ceii lezcDswaardig stukje 
over bet slot te Baarlandf swalue tracht. licht te versprei- 
den over oude Zeeuwsche vermakelijkheden; clvttebs her- 
innert Zeelands grootheid ter zee; h abt o o geeft een 'ge- 
schiedkundig stukje orer ' Romerswaal y bijna geheel uit de 
narede van het Treurspel Etcbud van Lod^'he van loos j es', 
hetgeen de Redactie, blijkens het Yoorberigt^ te Iaat ont- 
dekte. Iets over veilende Sterren van de kabtbb hadde 
beter in bet Mengelwerk gestaan, dan midden tusschen het- 
Ealenderwerk. Onder de beste gedichten tellen wij: de 
Badgedicktjes van den smaakvollen b. ra. dekanteb, At; 
Kef graf mijner Echtgenoote , ' AoOT c. swaliib, vooral om 
den eenvoodigen, roerenden toon; den Brief van den Graaf 

BB COHIBGES, doOr ADAHA VAN SCHBLTEMA, CnZ. Ecu 

lafellie<i[je van vak habdbbwijk met eeb muzijkplaatje be- 
aloit de verzameling. Even veel jaargangen telt ie. 

OtefysaeUehe Almanak voor Oudheid en Letteren. Te *De^ 
venter, hij J. de Lange, ƒ 1 - 50. 

Ueze is niet zoo populair, maar noemt zich ook niet Volks- 
Almanak. Be Archivarius van doobninck, de geleerde 
Predikanten kalbbbtsva en hoihotsbn, slobt tot old*- 
svis, VAH HARLB CU andoreu leverden het hunne aan deze 
letterkundige verzameling. Wmlihq vervolgt (maar ibe- 



90 ALMAItAKKBir. 

'ülait nog niet) sijne in 18^^ b^oimen brèedVoerigé YêPh^m* 
deling over de Plechelmi^kerk te Oldénj&aal\ Tan' welke 
eene afbeelding gegeren wordt. Kortom, voor het weten- 
•idiappel$ke* Overijsêel is dit Jaarboek telken jare een aan- 
genaam geichenk* Bij deze 'gelegenheid prijzen wij het 
VperyêseUche Jmarbaekje aan, waarin rerleddn jaar de H^r 
B* YAR 8CHBSTB1I cder uftgewcrkte ttatiatioko tabellen met 
Jbetrekking tot dexe Provincie heeft gégeren, die ook elders 
verdienen nagevolgd te worden; maar waarvan de ontvapgfst 
tot afzonderlijke aankondiging ,te laat geschiedde. 
Be 

Vireckiêch$ Volks-Almanak. Te Utrecht, bij L. E. Bosch 
en Zoon. ƒ 1 - : 

was vroeger verreweg de minste der zusters, maar heeft 
ditmaal bij verandering van uitgever veel gewonnen. Naden 
Kalender volgen ook nn de namen der gewestelijke gemeen- 
ten en autkori teilen. Het Mengelwerk wordt geopend met 
een lezenswaardig stukje over de heerlijkheid Ameliêwaard, 
dat met een paar plaatjes prijkt. Het proza, meest in his- 
torische verhaaltjes bestaande, laat zich met genoegen lezen. 
Toor de verscheidenheid, zoo gewild in eenen Almanak, 
ware welligt beter gezoi^d, indien men de gedichten niet 
afzonderlijk achteraan hadde geplaatst. Dit laatste gedeelte 
draagt aan het hoofd een vers van Ds. hbuhaii bij den dood 
van* Prof. ibeiiiga, in hetwelk men den hooggestemden 
toon in den dankbaren leerling niet afkeurt, en dat onge- 
twijfeld door den Utrechtenaar hier gaarne gevonden wordt. 
Overigens hebben wij weinig tot lof van het korte poëtische 
gedeelte te zeggen. Eene nette afbeelding van de schipbrug 
te Vreesfcyk met nog een paar andere plaatjes versieren de- 
zen jaargang; ook eene afbeelding van den Generaal Baron 
van dbr cAPKLtm, over welker waarde^als portret fiep. 
niet kan oordeelen. 

De kleinste provincie onzes Vaderlands is «waarlijk niet de 
minste in haren Almanak. Want dq 

Drenteche ' Volksalmanak. Te Koererden , bij 1). H. van der 
Scheer, ƒ 1 - 10. 

munt ook ditmaal uit door gepastheid en beantwoording aan 



ALMAHIKKBR. 91 

éesi titd. De leTeiubeschrijring Tan Mr. p. hovbtkdi wor4t 
r^rfolgd en geëindigd , wdai^HJ 'dé beinl»ilér yboral liieC heeft 
yifnmïodf ie doen niftkomen, wat de verdienstelijke man 
Toor Drenihe gedaan heeft , waarbij m^gé herinneiing irdt 
de geschiedenis van dat gewest gedurende het laatste der vo- 
rige en hét bi^ln der tegenwoordige eenw gepastel^k hare 
plaats vindt. Ofschoon wij de -Verdiensten van den Moe- 
menschilder stsirbibqin erkennen, is het, onzes bednp- 
kens, imn 'gepast, eenen nog levenden jongen Schilder zoo 
iè prijzen. 9en Schrijver van het stukje over het Drent- 
^ehe volkskarakter is men dank schuldig voor zijne mode- 
deefingen van hetgeen niet algemeen bekend is. Over het 
vervolgen van stukken in ondersrcheidene jaargangen hèb- 
'beh wij het vorige 'jaar iets afkëufends' gezegd, hetwelk 
wij, met betrekking töè iiètgeen 'hier \hèfja!ar\%li) voor- 
^¥emt , niei 'zullen herhalen. Andere provinciale Almanak- 
ken kwamen Ree. , toen hij' dit berigt ter spoedige ptaatsing 
in dit Tijdschrift gereed maakte, nog niet ter hand. Hij 
ontTxng ook nog: 

fy^toeija^^oif 4^ Regt^rl^^ Magt^in hei Kaningtyk der 
Nederlanden. Te Gorinchem^ bij J. Noordnyn, ƒ 1 '- 50. 

, Jjy hei • 4oocM«devèB imu dit: Jaadboekjë hébleo wg > voor 
xoo ver het personeel der regterlijkeiCoU^gidn en^de'^^ftèl- 
liBg der namen ons bekend was, zoo veel wij ons herinne- 
•ren, geene misstellingen aangetróflen. Benoemingen en sterf- 
gevallen, na het afdrukken voorgevallen, zal de verzame- 
laar lij een' volgenden jaargang. opnemen, ^zonder datji^t 
noodig.zij, die hier, op te geven. Het stuk over den Hoogen 
Raad van Bolland, Zeeland en Westvriesland wordt v^ic- 
volgd. Meer behoeven wij, van dit Jaarboekje niet te zeggen. 
Tan geheel anderen aard is : 

Miniaiunr-Almanak. Te Utrecht , bij L. E. Bosch en Zoon. 
ƒ1.25. 

JJeze Lilliputters foliant groeit ; hij wordt grooter in om- 
vang, grooter in prijs; maar hij krimpt ook niet in waarde, 
en beeft zulke fraaije versjes, dat de kleine knaap inderdaad 
monsteren kan met Almanakken , in wier schaduw hij , wat 
de grootte betreft, niet staan kan, of liever zeer gemakke- 



92 ALMANAKKEN. 

lijk Staan kan, want koe grooter lijf, hoe grooterschidiiw. 
Maar, miniatuartje ! gij moet niet al te veel groeijen, of gi) 
soiidt nw karakter van miniaitêur venaken. Blijf, wat gij 
z(jt, Uein en rein! 

Amaterdatnsche Studenten - Almanak, Te Amêterdam^ 3y 
V. D. Sijbrandi ƒ 1 - 50. 

Van kalender en reisw^zer valt nieta bijzonders te, stagen, 
4an dat de laatste de aanwijzing van het vertrek der trans- 
porten bevat van den fipo<yrweg van Amaierdam op Haarlem, 
welke wij elders te vergeefs zochten. De staat en geschie* 
denis ^an Athenaeum en Seminaria wordt gevolgd door een 
Kengelwerk in verzen en proza, dat den goeden smaak van 
de Redactie en de medewerkers bewijst. Aan de Fransehe 
.Knze schijnen de Zonen der Amsterdamsche pallas wel — aan 
de Latijnsche niet — te offeren. 
Wij , besluiten dit Verslag met: 

Nuttige en aangename T^Jkorter in ledige oogenhlikken , 
• Tan k. NAZïLVOÈP. Te Groningen ^ bff P. 8. Barghoom. 
fy.2&. . 

•die genoeg bekend is en voor Mijn pnbKek alle aanmoediging 
blijft Verdienen; en met 

Almanak voor den Burger en Landman. Te Groningen, 
hij A. Xamerlingh. 

die nog beter aan titel en doel zal beantwoorden, wanneer 
men gelukkig genoeg is , om wat meerder voor den landman 
te ktmneh bekomen en leveren. Veracheidene anccdoteu 
waren ons bekend. Het boekje is zijn geld waardig. 



BOEK BE SCHOUW ING. 

Foorlezingen over de verscheidenheid en de overeenstem» 
ming der vier Evangelisten , of Proeve^ van de middelen, 
welke de Bijbel ook den niet fFetenschappelijken onder- 
zoeker aanbiedt tegen de aanvallen van het Ongdoof, 
hepaddelijk tegen hetLcbenJcsii vanDr.D. f.strjiuss. 
Door Mr. isaac dji costa. Isten Deels Iste Stuk. Te 
Leyden , 'bij S. en J. Luchlmans. 18iO. In gr. 8vo. 
nn en 139 bl. f 1-25. 

JuLet oogmerk, lictwelk de Heer djl' costa met deze 
Voorlezingen bad, wordt op ^en titel duidelijk genoeg 
aangeweien. Het boek, waaraan staauss den naam van 
het Leven van Jezus beeft gegeven, beeft opspraak ge-^ 
maakt, in dnizende barten onrust verwekt, en bonderde 
pennen in beweging gebragt. Geleerde en moedige man- 
nen bebben zich op bet veld der bistoriscbe kritiek bege* 
Ten, waar stravss zijne boofdbanier geplant bad, en 
met goed gevolg dien gewaanden reus bestreden ; anderen 
hebben bem ook op bet gebied der wijsbegeerte opgezocht , 
en almede getoondf, dat bij ook aldaar niet zoo sterk was^ 
als men wel gemeend bad. De schrik voor zijnen naam 
is dus geweken; zoodat er nu, ook in ons hnd, waar ge-^ 
leerde mannen in den beginne de vertaling van bet be- 
rnchle werk ijverig meenden te moeien tegenwerken, zelfs 
in met wetenschappelijke kringen reeds over gesproken > 
voor niet wetenschappelijke lezers over geschreven wordt. 
Wi) hebben ons over bet eerste verwonderd, dewijl wij 
daarin voor velen een lokaas te meer zagen , om het ge- 
vaarl^'ke boek in handen te nemen ; en wij verheugen o&s 
over het laatste , mits het zoo geschiede , als het in deze 
Voorlezingen gedaan is , welke niet zullen nalaten , velen , 
en zeker ook wetenschappelijk 'gevo^nden , te versterken 
in hun geloof. Mr. da costa leidere zijne hoorders en 
leidt zijne lezers niet in het vuur tegen >»den beruchten 
Drijver." Hij beoogde cA beoogt iels anders. » Wij wil- 
len hier alleenlijk van zijne verschijning, van den aard» 
van den indruk , van de beteekenis z^ns veel besprokenen 

BOBKBBSCH. 1811. KO. 3. G 



-94 f* I>A COSTJl 

bocks ^cn gepast gebruik trachten te inakoii , door U en 
ons zclrcn veelmeer te bepalen bij die Tastighedcn , waarop 
én zijn aanral • én die ran alle soort yan ongeloof nood- 
wendig schipbreuk Iqden moet. Wij maken U alleen op^ 
mcrkzaam op het bestaan van een gevrecsden RooTcr , die 
aan het hoofd fijner benden de streken onveilig maakt , en 
onze kostbaarste bezittingen , ja huizen en sterkten, stout- 
moedig bedreigt ; doch wij roepen U niet om hem te ge- 
moet te trekken , om hem in zqne schuilhoeken op te spo- 
ren, om hem aldaar te orenrallen , aan te grijpen, te vat- 
ten , gcvankelijk weg te voeren ; neen! maar om eenvoudig 
te onderzoeken 9 hoedanig, bij den gedreigden aanval, ook 
wij onze vastigheden zullen weten te verdedigen. W^ wil- 
len, b^ de verschoning, bij het gerucht v«n den v^and, 
ons des te meer gemeenzaam maken met de sterkte, met 
de middelen van verdediging, ja met de wezenlijke on- 
neembaarheid der plaats , op welke de macht der Srau*- 
sische drogredeneringen met een zoo stoute en onbeschaam- 
de vertooning is aangerukt/' 

Dit Iste Stukje bevat vijf Voorlezingen , en in deze de 
voorbereidende beschouwingen , zoodat de eigenlijke hoofd- 
zaak I de verscheidenheid en de opereenstemming der Evtm* 
gtUënt hier nog niet wordt aangevoerd. 
.^ De eerste dezer Voorlezingen, bh 1 — 30, heeft ten op- 
schrift: Inleiding. Zq geeft over het geheel eene nadere 
vertdaring van het oogmerk en voornemen ; gerustsieUing 
omtrent het gevaar , dat bij de kennismaking en bemoeijing 
met het alom befaamde boek, althans voor- sommigen, ie 
vreezen staat; en verantwoording ^ eindelijk, omtrent de 
roeping en bevoegdheid van hem, nA gosta, om ook 
fijne denkboelden over een xoo hooggewigtig en teeder on-* 
derwerp voor te dragw. H^ maakt een' aanvang met het 
opperen van een paar bedenkingen : is het niet hoogst ge- 
waagd, buiten den wetenschappelijken leerstoel in onder- 
zoekingen te treden over een werk als dat van stravss? 
en , doet men dezen dweeper van het wijsgeerig ongeloof 
onzes eeuw niet te veel eer aan met de zaak zoo ernstig op 
te nemen 7 •*« Z^ tvorden opgelost door de beantwoording 



TooiUEzijraEif. 35 

téA 1^60 vragen: hoedanig » dé sükti en Werking of ïjbk 
rlo€d TAB het boek van Dr. ftTBAüss» en Tan welke tijde 
bedreïgl kei> al cf niet» het geloof der <»igeLMrden aan 
de hiatorischa waarheid ran Evangelie en Openbaring ? en » 
koedanig is het plan ingerigi van onze bestrqding tegenover 
daaccn voorvechter van bei meer verfi|ttde ongeloof der nei» 
gp9liende eenw? Hiermede wordt het grootste deel der 
vinleülendc Voorspraak'' ingenomen; terwijl het laatste 
den Schrqver van zelve bj^engt» op de bevoegcHieid» welka 
ieder Froteslantsch belij^ler en BiïbeUezeri zij hij ook. ai 
geen Leeraar > tot 200«liaiige naspeuringen heeft ; oene be*» 
voegdheid» welke roeping werd voor hem» als van afkonul 
IsraiUety vaar thans gebragt.aan de voeten van dien aan 
k^l luiéê verhoogden» die hef Lickt der Folhtm en de 
hetrl^iheid Pan Zijn Folk, tan Israël ith O&choon het 
denkbeeld : bet Joodsche vjolk een levend bewijs voor de 
waarheid van het Evangelie , dat nii naar aanleiding bier^» 
nn ontwikkeld w^^dt > ook reeds door anderen mocrmal» 
goe^ niteengezet is> het heeft hier negtans een vóark4^nien 
van eorspro^kel^khoid e^ met too veel wegslependc loven^ 
digheid voorgesteld » dat bet hart des. ksers er op ecne 
weldadige wijfie door werdt aangedann^ 

De twcedA Vom-leting , bl. 31-^59» is getiteld.* nadere 
kenmisnuddng met Dr» strauss eo %^'n Leien Jesu^ *- 
Desa JFuriemherger f na gevormd te ^n doof mysticis-^ 
mms, niagnetitcbe invloeden en Pamtheïstiscke wijsbegeer* 
ie» heeft met de Duitsehe Ciodgeleerdheid der jongste vijftig 
}arcn dat stelsel begonnen uit te broeden > hetwelk si^ vedi . 
ontdekkend boek das Leien Jesu in alle deszelfs volheid 
bevat. Hig is een soon van zijne eeuw , en sijn werk het 
afilmkael van.eene magtige rigting onzes üjds , die ép meer 
desst «éne wijie » en door meer dan eenerla stom en in- 
vloed y haar bestaan evenzeer uhbreidt als bewijst •— Ge* 
kerdheidf in do beteekenis van bekendheid met den om* 
Tang ai|ner wetensehap.» kan men staAVss nietanta^g* 
gen% maar toch mist sijn beek den* waren wetcnsohappe* 
l^eii ernst; -»* consequent is z^ stelsel , maar h^ mist 
isonseqnentie met zich zdven; — helder is.de voordnigt> 

G 2 



96 I- ^A. C08TX 

maar faet is da helderheid ran eenen ijskottdcn wintcfnacht 
b^ maanlicht ; — seherpzinnig de redenering , maar niet 
diepxinnig. Hij merkt de yerborgensle leemten zijner par^ 
tijen op, maar ziet groote reten in zijne eigene ontwikke- 
lingen Toorbij. En wat h^ zedelijke betreft , ootmoed i& 
niet de blinkende zijde van het Stransiische Christendom* 
Dr. STRAÜ55 en de J^std paüiub i» het opschrift 
der derde Voorlezing, bL 60-93, welker oogmerk is 
nog, eene bijzondere proeve te leveren van de werkelqkc 
oppervlakkigheid, en voor het gezond verstand evenzeer 
als voor het eenvoudig geloof volstrekte onbestaanbaarheid 
van het Stranssische boek, in weerwil van deszelfs hoog 
wetcnschappelqk voorkomen. Want , zegt da gosta , het 
isi i|iet overbodig » de ongeloofl^ke enbedachtzaanüu»d (of 
met w«t anderen naam zal men het bestempelen ?) te doen 
uitkomen van eenen Schrijver, bq wien de Bijbelsche 
cHRisrvS een mythische voorstelling, maar de Apostel 
BAUf.'Us een zuiver historisch persoon is; de vier Evange-^ 
liën het legendeaartig gewrocht eener zonder opzet ver- 
dichtende Christen-gemeente zijn; de Brieven van pau- 
lus, daarentegen» zoo als zij daar- liggen, van dezen 
Apostel afkomstig, en immers,' voor zeer verre het ^ootste 
gedeelte « ^onwedersproken echt «ijn I Wij vinden* hierin 
aanleiding, om , gelijk w^ vroeger aan de Stranssische von- 
den geheel eene natie (Israël) als getuige ovcrstélden, thans 
met hetzelfde doel een enkel man tegen hem en zijne 
geestverwanten op te roepen ; en dezen man — den ApoflH 
tel: PAULUS, zoo hoog door hemzelven geschat/' — > Htt 
geheele opstel is con amore bewerkt en aan het einde, ver- 
eenigt men zich gaande- met het slot des Schrijvers: •» Be- 
staan er Brieven , als die ons met den naam van paulus 
aan het hoofd bewaard werden ; dan bestond er ook zulk 
een. PAULUS, als die Brieven, als de berichten der Apos- 
tolische Handelingen ons voor oogen steUcn.- Maar ^u/A. 
eeii PAULUS is. niet verklaarbaar, niet beslaanbliar , niet 
denkbaar, zonder de volle waarheid van den g«ristus, 
zoo. als én zijne Schriften, én de Evangeliën Hem ons Ice-^ 
ren. Paulus bewijst alzoo den guristus (nietdqrmj-* 



V<>0RLEZIH6£If^ 97 

ihiscjke Vcr&ienxig , maar}, des Bijbels eii.der Waarlieidi. zoo 
als elke planeet^ die door onze Zon rcfrlicht woï'dty. dal 
Middelpnnt ran licht » warmte en bezieling bewast , <door 
hei lieht reeds alleen.^ «dat zij Tani betzelre ontfangt/ea» 
temggeeft." 

\ De Tierde Yporlezxng/bt. Si^lld , is getiteld: Jzzvs- 
CHRISTUS. Z^ hangt onmiddellijk met^de rorige zamen^' 
»Wij moeten (zegt da cpsTA bL 96 , na Aé korte rerw^^' 
zbg op het nopens pai^lvb gezegde) thands hooger den 
blik Terheffen : Tan den dienstknecht tot den Meester , — * 
Tsn den geroepenen Apostel en getuige tot Hem , die zelre 
de Getrouwe Getuige bij uitnemendheid gezegd y Tan Zich- 
zelf en opmeer daü ëéne w^ze, en in meer dan éénen zin' 
getuigt {Joh. YIIL 18), «» Tan Hem, die gezegd heeft:. 
gelooft in JETem/tot' den Genen, die zeggen kon: gelooft 
in M^ ! "Wij wenichen ^-r' den Persoon Tan onzen Hecre 
jBBUft cHRisTÓs tc besehouwcn ^ zooalsHij, niet slecht» 
dé ecojge naam ,, de eénige weg , de eenige Rotssteen Taft 
zaligheid Toor het geloof is , niaar gelijk H^ ook door dal-^ 
gene, hetwelk Tan Hem te boek gesteld is , door hetgeen 
de Schriften Hem zeggen. Hem tooiien te zqn, het to1~' 
maakte l^yendig en eeuwig Bew^s is Tan de waarheid des* 
Christendoms, Tan het onmogelijke eencr mythische Ter-* 
siering of inmenging; ja, het inbegrip Tan alle klaarblij- 
kel]9kheid ten aanzien der zuiTer historische waarheid*. 
Met andere woorden , wi^'wiUon.zien, hoé het denkbeeld ,. 
dat'de Schriften Tan den cnnisTvs geven, de historische^ 
wèzenl^kheid Van dat denkbeeld medebrengt en noodwen-. 
dig onderstelt." — Hooge eerbied TOor en innige Tcr- 
UeefiBieid aan Hem, die, ontergelijkbaar jn alles , door 
leTen en leer bekend is. geworden als het beeld des on-» 
üenlqken Gods, straalt dócr in ^cznf geheele Voorlezing , ' 
welke ge^is ook op hen, die haar hoorden , eenendiepen 
en heilzamcn indruk zal hebben te • weeg ^ebragt Ook 
hier is hft slot fraai: ' >» Arme mcnschelijke wijsheid! je^ 
9VB CHRISTUS, zoo lals dc Bqbel Hem ons Toorstelt,'de 
▼mcht der xonder opzet Terdichtende Gemeente, di4^ Bij , 
als bloot Leeraar, sondcr wonderen, zonder Goddelijke 



98 I- DX COSTA 

per&obiili)kheid 9 lónder Openbaring van Boven » heeft ge« 
^pormd ! ! **^ W»t zouden w^ tegen znlk een droombcdd 
oirerttelicn , M. H»? Niels» dan den CHRiirvt desBij^ 
l»ls xelren* Geeno riedenéeriligt maar blooie Terw^ing 
daarheen, bloote herinnering diiraan. — Wq weeën O 
op de' Zon , too als sij aan* dei hemel sohqnt , zoo als zij 
licht en vrarmte, dagen en saisoenen» Trnohtbaarheid ei» 
heêrUjhheid, leren en beweging, en oen «liddelpont aan 
heel oQza planeten wereld geeft ! '^ en hebben nu alleen"* 
1^^ te Tragen , of die Zon iich verklaren laat als een pa- 
pieren knipsel vaa argeloos spelende kinderen; *-* ofwel' 
-« als een vonk uit den dageUjkschen vuurhaard » maar 
aangeblazen door menschelijke adems tot een vlammend 
hemellièhaam I dat hemd en aarde beheersofat en berieltf* 
De vijfde en laatste der voorboreidènde beschouwingen 
handelt oTer Mythe en Type, bL 118-^139. — Is de 
persoon van den Christus^ zoo als dé Bqbclsche oorkonden 
hem vobrsteBen, niet anders denkbaar, dan rein-*, vol- 
s(#eku en waarachtig-historisch ,idan is het niet onnuttig na 
t» gaan, op welke wqze daii toeh 'Dn STaAVss'zich do 
mythiseho wording viln dat voorwerp onzer diepste bewon-^ 
dering heeft kunnen denken. Da costa wil dit aanwijn 
zen. i>En dat wel niet zoo tter, omdat wij daardoor op 
nieuw , en van eene andere x^de » het Strauasische stelsel 
in sijne naaktheid znllen leercn kennen; maar veel meer» 
om nog een geheel ander voordeel met zijne (toch niet ik 
^dles ongerijmde, vaak integendeel zoo zeer scherpzinnige) 
opmerkingen en inzichten te doen. Wij willen, M. IL, 
UsTRAUss doen kennen, als eenen afdoenden getnige^ 
als eeaen (boften zijne bedoeling) recht krachtigen hand^ 
haver van eene sedert lang in Kerk en Godgeleerdheid mis^f 
kende of vergeten Waarheid in beirekking tot hét zamenstél 
der Openbarii^ van Oud en Nieuw Testament." Qnbe^ 
twistbaar is de overeenkomst van den inhoud van het Oude 
en van hlst Nieuwe Verbond ; groot het getal dci* b^zon-^ 
derheden , die met elkander eene in het oogvallende gel^k--; 
heid hebben. Dit heeft Dr. straüss tot het besIuU ge^ 
br^gt, dat de Geschiedenis van jzzcs nieta anders is gc^ 



f^OORLEZIiroCN. 9$ 

we«6t daa eend naheelding Tan hraëb ferwachtiiigeB > boo 
ak die in hel O. T« waren uitgedrulLt ; en hei krengt Mr. 
BA eesTA tot het lijnregt daar tegenoTer gestelde besluit > 
namelqk, dat ai het Oudtestamentische slechts voörhed^ 
£ng vaa ran' hetgeen in de yolheid destijds aanschouwd 
werd.— Hij wordt, (gelijk hq M. 13i zegt) »als yan 
leWe » door die xecr nieuwcrwetsché wythisehe Schrihvet^ 
kUffing temggero.erd tot de sedert lang miskende en b^na 
▼ergetfne iypiê^he Godgeleerdhdd der Ouden.'* «^ Dijt 
bevreemdt ons niet > daar de ^ënie- diepe indrukken » wéi^ 
ke w^ in onze kindsehheid en jeugd ontraneen , op oiize 
Terdere beschouwkigen steeds eenen belangrijken invloed 
nkoefenen. Da co«ta was eenmaal met jeugdige geest* 
drift aan de leer njner raderen gehecht. Thans heeft hij 
Dengene gerenden , op Wien het voorgeslaeht hoopte. Hq, 
die het lieht der wereld is, heeft ook in zqn hart zijne 
sdiHtlerende stralen geworpen. De belofte is yermlling, 
het gehoopte wezenlijk geworden, de schaduwen hebben 
eefl ligchaam rerkregen. Zöö sluit het roorledene zich in 
z^'ne yoorsteUingen onwilld^eurig aan het tegenwoordige, 
en ziet zijne opgewekte yerbeelding in het laatste het eerste 
yerwezenlijkt. Hij is dos in den toestand yan de Apostelen 
en eerste belijders nit Israël; maar hij laat zich, onzes in- 
ziens, door zijne yerbeelding rerder 'yoertslepcn dan z^, 
die in de Oudtestamentische instellingen slechts leerheelden 
sagen ter yoorbereiding der latere Openbaring, terwijl nA 
COSTA in alles f oerfteeUen er yan ziet Niet alleen toeh 
TÊfSL b^ hem al de gesefaiedkündige persenen typen yan den 
CkrUbUj maar » zelfs de onbezielde yoorwerpen in Israëls 
heiligdom (zegt hij) , alle die bcteekenisyoile plechtigheden 
en hediemngen in bet Oude Testament ; die offerhanden , 
waardoor werd aangeduid, dat in de yolheid der tijden één 
Tolmaakt offer reor de zonde stond gebracht te worden, die 
aUe yroegero te gelijk reryuUen, verklaren, en te niet 
maken moest ; alle die lammeren en Paaschlammeren , alle 
die stieren en bokken , dicep schuld , op btoedstorting, op 
Tcrzoemng wijzen, maar op zich zei re toch wet geen ding 
nitwei^^n konden. De Tabern^d in hot midden yan Is* 



100 !• DA COSTA 

jbJAs kamp in de woestijii » (of de Tempel op d«& berg t^ 
Jeruzalem), en de Aark yan God, in het allerbinnenste 
jan dat heiligdom geplaatst; de altaren ten brand-* en reuk* 
offert de kandelaren, de toonbrooden, de waschT^tcn; — 
oUcs getuigde f 4illes gaf een denkbeeld, droeg een afbeeld* 
sel Tan de groote rerborgenheid , dat God in het midden 
van .menschen eenmaal zichtbaar en lichamelijk zoude wo-« 
nen; dat alles zag op den Christus, Zijne menschwer-* 
diqg,. Zijn. offer. Zijne yolmaaktheid , Zijne Toorspraak» 
dp ]9opding der ziel door het geloof in Hem > de afwassching 
der zondpn , de Ter lichting van hart en verstand door en 
uit Hem.*' Dit achten w^ overdrijving, en uit het oog 
verliezing van den v^ijzen regel, dien wijlen de Hopgl. jr.B. 
TAR^AV (Inst injterp^ F. T. p./186) den Schriftverklaaf* 
^ejren inscherpte: cavendum esse interpreti si qiumdo ty^ 
porum incidat opportunitas ^ ne phantasice ,nimis indut" 
geat, sed oportere ut in g^nerali plerumque similitudine 
quadam subsistat. Wij spreken hierover alleenlijk, om* 
dat wij deze uitdrukkingen in een geschrift van Mr. pa 
cosTik, wiens gezag bij sommigen in.de Nederlandsche 
kprk bijna zoo groot is als dat van den Apostel paülvs, 
niet zonder gevaar achten; want aan nx co sta zelven 
zullen zijnp denkbeelden wel geen nadeel meer toebrengen. 
Wij wUlcn onze meening eenigzins verduidelijken. De aan 
PA costa's diepere inzigtcn in beide Testamenten geloo* 
vcnde, heqft gelezen, hetgeen wij boven aanhaalden : de 
altaren — de toonhrooden enz. aUes getuigde, alles gaf een 
denkbeeld , droeg een afbeeldsel van de groote verborgen- 
heid enz. ; — heeft gelezen, dat deze eenig ware typisch 
Godgeleerdheid alleen nog in oudere schriften voorkomt, 
^aar seder;t lang miskend en bijna vergeten is. Zal hij 
Btt niet , tot bevrediging van z^n hart , vooral die oudere 
Godgeleerden raadplegen ? — Maar nu stoote hij op boe- 
ken-, in welke met hoogcn ernst wordt onderzocht, in den 
geest der voorbeeldende Godgeleerden: waarom de Ver* 
boj[id$ark vierkant was? of waarom de tafel der toonbroo- 
den vier pQotea en eenen rand had? welk verband er be« 
sUa^tvs^ch^n 9AC|[Et> langgewenscht doch smartelijk ba^ 



VOORLEZINGIK. 101 i 

ten en de . geboorte van den Messias » of tusschen den 
Uoeijenden staf ran AaaoK en de opstanding yan Jfizxrs 
CHRISTUS? en nh d.; — nu leze hq b^ den eenen, b. y. , 
dat de koperen slang, Num. XXI: 8,9, een voorbeeld. 
^as yan den Satan, oycr wien christvs aan het kruis 
beeft gezegepraald; bij .den anderen, dat bij een voorbeeld 
was yan christüs xelven, als aan bet kruis opgcbangen- 
wat moet er bet geyolg yan zijn? Zullen zijne inzigtenin 
'het Eyangelie belderdcr wezen? — Da co sta ziet in den 
tabernakel bet yoorbeeld yan de menscbwordijig ; in den 
kandelaar enz« bet yporbeeld yan de yolmaaktbcid yan den 
Christus, of yan de yerlicbting yan yerstand en bart door 
Hem. De bem gelooyende neme nu bet w^rk yan lampb 
4wer het Genadeverbond in banden , en leze , dat er ba^d* 
boom 9 striklis nocb baak je aan den tabernakel is, geweest 9 
hetgeen niet onmiddellijk yan God tot voorbeeld was ge^ 
sckikt; dat door bet doomacbtige, met goud bedekte Sit- 
tembout christüs yloekdragcnde , n^aar door yolmaakte 
beib'gheid bedekte dienaarsgestalte aanduidde ; dat bet licht 
op den kandelaar christüs yoorsteide» maar de voet, 
waarop bij rustte , een afbeeldsel was yan bet testament der 
Yaderenj en de schacht yan de Israëlitiscbe moederkerk; 
dat de zeven armen voorbeelden waren yan de yerscbil- 
lende tijdperken der kerk ; de lampen yan de geloobbelij- 
d^enissen ; de pitten yan de leeraars ; de snmfers yan de 
ibiddclen , yan welke tot wegneming yan zonde en dwaling 
gebruik zou worden gemaakt , enz. enz. enz. Zal bij , be- 
dwelmd -door dergelijken beiligscbijnenden onzin , niet in 
geyaar komen, om den pyersten Leidsman der zaligbeid 
uit bét oog te yerliczen 7 

Da COSTA beroept zicb (bl. 133) wel op de wenken en 
uitspraken der Apostoliscbe Scbriften. Wij betw^felen 
ecbtcr, of zij wel zeer ten yoordeele yan zijn geyóelen 
pleiten; b. y. Ronu Y: 14, waarbij bij, als ter opbelde* 
ringt zegt, dat bet h eenc alles bebalye toevallige over* 
eenkomst en tegelijk tegenstelling tusscben adam» den 
eersten mcn&cb, in wien allen gestorren zijn, en dei) 
sienscbe cni^iSTirs jzz^^i jn wien allen, die bem toe-^ 



> 102 I. DA €OSTA 

behooron» lorea sullen. De woorden , die hem to^ehöo^- 
ren f zijn ?an da costa en niet Yén paulus, die in dit 
Hooidst. 78. 12—18 leerty dat het heil, door christvs 
to weeg gebragt-9 zich perder uitstrekt dan hel onheil y doAr* 
ADAM Teroorzaakt; waarom dan ook MicHAëLiêy {Ontw. 
der voorh. €r6dgel.'hl. 163) oTcrigent een niet itiinder 
groot typenvoorstander dan da costa, ferklaart, dat wi| 
hieruit, net hetzelfde regt, besluiten kunnen tot de ülge^ 
nteenheid d^ verdiensten yait ghristüs meit betrekkin ff 
tot aJlen en een iegelijk mensehe. Het woord rvfro^ is bi^ 
den Apostel geeno toerspeUende aanduiding, maar een- 
exempel, en dus een voorbeeld in anderen zin dan da 
eosTA aan dit woord beeht; verg. i Kor. X:€, II. 1 Tkess. 
1:7*— Cel II? 17 noemt paülus de Feesten der Nieu- 
we Maan, der Sabbathen enz. schaduwen der toekomende 
goederen, omdat z^ als zoodanige Toorbijgegaan waren, 
terwijl het ligehaam, dat ble^f , door chbistüs was aan- 
gel^ragt; Verg, Rem. X: 4* Het is dus hier wederom eene 
verheffing van het Christelijke boven het Mozaïsche, welke 
feesteliike instellingen tot do leer des Ëvangeliums stond^s 
gelijk eene schaduw tot het ligchaara. Zou paitlus nu 
alzoo met den schijn van geringschatting van deze dingen 
hebben ^kunnen spreken , wanneer hij dal alles beschouwd 
h^d als typen van den Christus ? ^- Met de overige 
plaatsen is het niet beter gesteld. Uebr. X: 1 geeft den 
sleutel ter verklaring voor de overige citaten uit dien Brief. 
Wij kannen dit- evenwel niet in het breede aantoonen, om- 
dat wij hier reeds te groote plaats hebben ingenomen ,' 
maar merken alleenlijk nog op , dat do inhoud van dien 
Brief ons, ja, wel doet zien, hoe een waar ïsra&iet, die 
ia Jszus als Messias gelooft, bij het licht, dat hem nu 
omstraalt, de voorvaderlijke instellingen enz. beschouwen 
kan en beschouwt , als een voorbereidend onderwijs ,■ (iets ,' 
waarvan da costa zelf ten ovcrtuigendcn bewijze strekt) ; 
maar niet*, dal ieder ander Christen do aloude IsraëlilisGhe 
huishouding noodwendig als zoodanig beschouwen moet. 
Wie uil hel Grreksche of Noordsche Heidendom tot het' 
Christendom was overgegaan; zou ook rqnc voorvaderlijke 



TOORlSrmGEN. IÖ3 

bnKgc gefcrniken op gcl^ke wijze ak typen of Icecbcdfllen 

' lll6iikid«óiiti]6S€b«i| uit dit gêtag4ct HMtaf, d^ wijden 
imugen* z^nm^iittfig dar oud« en. nieuwe inrigting van het 
Godsrijk op^ aarde roorbqzieii* Integendeel , w^ staren er 
op mei belangstelling, met aanbidding van Gods Wijsheid 
en .liefde beide , als die door de vroegste instellingen reeds 
den weg baande voor het geloof aan die hoogere waarhe- 
den , welke de Eeniggcborene y die in den schoot de$ Va- 
ders was , ons heeft geopenbaard ; die alzoo , yan den be- 
^nne af > bij de opToeding van ons geslacht, denzelfdcn 
gang yolgde .en van dezelfde beginselen uitging, om men- 
schen op te wekken tot schtildgevoel , schuldbekentenis en 
Terootmoediging Toor Hem , yertrouwen op zijne yergeyen* 
de liefde en dankbaarheid yoor z^no genade. 

Bc Heer nA costa houde ons deze aanmerkingen ten 
goede, Wij achten ons evenzeer in gemoede tot hare me- 
dedeeling verpligt , .hU Wij uit volle overtuiging gesproken 
heeft omdat hij gelpoUc. Het genoegen, hetwelk oi^s ove- 
rigens zijne Voorlezingen verschaft hebben , heeft ons gi^ar- 
ne veel doen voorbijgaan , waarin wij anders van hem 'ver- 
schillen , omdat wij toch in do . hoofdzaken overeen- 
^mmen. 

Tan het Hdc. Stukje, bevattende de 6, 7 en 8sto Voor- 
lezingen, ons tegelijk met, het. Iste in handen gekomen, 
zullen wij niets zeggen, voordat wij ook de bL 182 be- 
loofde Aanteeleningen ontvangen zullen hebben. Wij ho- 
pen intusschen , dat van zijn arbeid veel , maar enbevoor- 
oordeeld .gebruik zal. worden gemaakt, en dat dit gebruik 
zal bijdragen tot bevordering van geloof, hoop en liefde. 



tfCerrede, ter gelegenheid der kerkelifke hefe^iiging eens 
jongeiings, hif hei bereiken van %^n dertiende jaiar% 
door A. M. QMV^XQMïKO , Jdfunct^ Predikant hg de 
Ifédertand$ck'-' Port ugeeséh-- Israëlitische Gemene to 
j/msterdam, aan wien door de Hoofdcommissie tot de 



lOJt A. M. CHUMACKIRO 

%aken der IsraèKten^^ op voordragt der personele C^nt^ 
missie van beoordeeling , de «Uveren eerq^amingf over-^ 
eenkomstig het KoninU^k Besluit van 17 Odober 1827, 
N. 184, is ioegewezen. Te Amsterdam ^ hy Belin&nte 
èn de Vila. 1839- In gr. Bvo. 2S hL f : - 46. 

Van den Israëli tischen iLanselarbeid der Hecreji cHUMiL'- 
GBiRO, FERRARss en GJiRDOZE hebben wij, in ons Tijd- 
schrift voor 1839, N^ VI, bl. 233^240, loffelijke inelr 
ding gemaakt : en dit mogen wij insgelijks doen Tan de bo- 
yenstaande Leerrede des eerstgenoemden , die wel niet 
werkelijk uitgesproken schijnt te zijn , maar als eene prae- 
ye, tot het op den titel uitgedrukte doeleinde bruikbaar, 
uitgegeren te worden. 

Na eene doeltreffende inleiding , waarin het belangrijke 
der plegtigheid voor deze jongen Israëliet en 'Toor de ove- 
irigQ hoorders Toorgedragen wordt, geeft de Redenaar 
zijnen tekst op uit Psalm LXXXVI: 11*: i9,Léer my, o 
Heer!* uwen wegP^ of, zoo als hij het vertaalt: »Tooh 
mij , o Eeuwige l uwen weg aan /*' waarvan hij den zin , 
bl. 6, dus uitdrukt; )»Hij bidt, dat God hem z^'nen weg 
)»zal aantoonen, dat is, dat hij in Gods wegen wandelen ^i 
)» waarheid en -deugd liefhebben zal , en zijn hart en zijne 
»ziel zich' alleen met God zullen bezig houden^%' maar 
b). 8 noemt hij het »zich de eigenschappen van God yoor- 
» stellen, opdat de mensch leere, hoe den weg der deugd 
)ite vinden/^ en op deze wijze werkt hij verder zijn onder* 
werp uit. Hier missen wij de vereischte duidelijkheid en 
naauwkeurigheid : zou het, volgens den parallelismus de- 
zer plaats; njet eenvoudig zijn: «Stel mij in staat, om 
» mij in alles naar uwen wil te regelen T'? — Het thema, 
hieruit afgeleid , schijnt in. het eerste gedeelte der Leerrede 
uitgedrukt te zijn, >»dat de weg des Recren de weg der 
)» deugd is, en dat ieder mensch denzelvcn bewandelen 
i»kan''; waarop de Leeraar in het tweede handelt over »de 
» middelen , welke geschikt zijn , om op den weg dor deugd 
»to blijven voortwandclen ,^' en in het ifer Je (dat ^p zijne 



I£BRRXD£. 105 

pYaaU f bl. 21 , Tcrgeten is onderscheidenlijk aan te wijzen) 
» alle xijne hoorders tracht op te wekken , om nimmer dien 
» weg; te rerlaten/' -» Als eerste middel tot het geregde 
einde schijnt hij (want di| is weder niet duidelijk uitge- 
drukt) aan te prijzen het onderzoeken ran Gods geboden ; 
en het tweede noemt hij )»God te vreezen met die ware 
l> Trees, welke bestaat in een diep ontzag, in een' heiligen 
)» eerbied yoor Hem en zijne wet^^ maar dit behoort im* 
diers tot het wandelen op den weg der deugd , als den wee 
▼an Gody en 'kan er dus geen middel toe heeten. Zou 
hier niet liever, ook volgens den tekst, het gebed, als 
hulpmiddel der deugd, in aanmerking moeten komen? 
Had zelfs hieruit niet dit thema^der Leerrede kunnen geno" 
men worden : De gedurig levendig gehoudene gedachte aan. 
God, een krachtig hulpmiddel tot getrouwe pligtbetrach'^ 
ting? — Overliet geheel zij het den Heere ghumacsiro 
aanbevolen , zich op duidelijke onderscheiding zijner denk- 
beelden en naauwkeurige voorstelling van dezelve, toe te 
^SS^^9 anders verliest men zich zoo ligt in eenen vloed 
van schoone woorden, en zelfs van nuttige zaken, maar 
waardoor en waarvan de toehoorder slechts eene verwarde 
en duistere voorstelling verkrijgt, en eigenlijk niets met 
tich draagt. — De vermaningen, die de godsdienstige 
Redenaar, in het derde deel, tot zijne toehoorders rigt, 
z^n over het geheel zeer goed en doelmatig, vooral die, 
waarmede 1^ bijzonder ouders, rijken, nooddruftigen^.cn 
eindelqk den jongen aannemeling toespreekt, en welke met 
een hartelijk en treffend gebed besloten worden; — De 
tegen, van abraham^s God, die ook de eenige waarach- 
tige God der Christenen , en » wien onder allen volke, die 
jiHem. vreest en de deugd betracht, aangenaam is,'* zij 
over dezen arbeid, opdat isRAëL^s nakroost hoe langer 
lioe meer » niet verre zij van het Koningrijk Gods/' ! 

Getrouwe vermaning van w. a. brak el, over het afscJiei- 

-den van de Kerk, het wegblijven van het H. jivond- 

. maal, en het houden van onderlinge bijeenkomsten ; 



iO< GBTR0t7W£ TBRMAHiVd. 

getrokken uit deszdfs Redelijke Godsdienst, èn tid ëU 
gemeene leering uiigegepen. Te Zierikaee, h^ d« 
Wed. A. de Vos en Zooa. 1640. ïn IL 8po. 20 bL 
' ƒ :-16. 

jyianneii, als Vader braksi. ea anderen zijner t^dgè« 
Booten» z^n bij de Separatisten derHervomde Kerk geijkt; 
de woorden ?an die Oudraders binden bij die menschen 
eenen inTloed, dien de welgezinde hedendaagsche lieeraar* 
al segt hij letterlek hetzelfde i niet terwaditea kan. De 
nitgare yan dit slükje is dan ook geen ongelukkig' denk* 
beeld; maar son het in de bedoelde handen komen i dan 
moest de inleiding hier niet geyonden worden » en aan bra* 
kkl's woorden de onde spelling noch de Duitsche letter 
ontbreken. Na zijn het immers bKakel^s woord<qi niet? 
Want die te ireel oordeel heeft , om zich nan dit uiterlijke 
Ie stooten » zal bezwaarlijk deze getrouwe vermaning be« 
hoeten. Het zijn de eenyoudigste zielen » die met schoone 
Woorden en zekere iemdnohgie worden ingepakt. Voor 

die meer weten , is ook dit stukje wel boter aan 

. — , _ 't ..... ^ 

FcrhandeUng over het leven en deszel/s gevolgen by den 
Méuscfu Door izaSk de kórimo. Stads Medicinae 
Doctor en Heel* en Froedmeester te Zalthonvmd ^ en%^ 
cn%. enz. Te Zalibommel, by J. Noman en Zoon. 1840* 
In gr. 8vo. FIII en UI bl. f 1-20. 

n JLn ons hart weUen menigmaal de yragen op : Worden 
)» wij dan slechts yoortgeteeld om geboren te worden ? Ge^ 
h boren om een leven Vol yan zorgen en moe^e^kheden » 
n dat ons tien tranen tegen éénen blijden lach aanbiedt » 
»kort of lang door te brengen? Leycn wij om aldus te 
» steryen ? Story en wq , ter ycrnietiging , en dos alles al* 
xleen om dien bepaalden cirkel der natuur te doorloopen^ 
h dien wij dagelijks bij het dieren- en plantenrijk waarne^ 
»men7^^ Met deze yragen opent de Schrijyer zijne gehoa- 
dene Rcdeyoering y. na ecnige korte, yoorafgezondcne alge- 



I. DE KOKJJfOj T£||HJLNDKII!rG. 107 

mceiie aanmerkingcii oTpr da onzekorhtfid on kortstondig- 
heid van hel menschelijk leyen. Beangstigend zonden znl- 
}ie Tragen zijn , indien zij berestigend moesten beantwoord 
Worden. Ofscboon nn dit , Gode zij dank! het geval geens- 
zins is» blijft er in dezen erenwel steeds iets dmsiers toot 
den nadenkende oyer. 

Wil deze oprolging yan gedachten tijn bij ditn Heer nx 
jcoiviKe de navolgende beschouwingen oyer het leyen en 
deszelfs gevolgen bij den mensch ontstaan. Hij. zal dit on- 
derwerp op de. navolgende wijze behandeW: 1^. zal h^ 
iqpreken over het leven en deszelfs ontstaan ; 2^. over het 
V>€nemen, stilstaan en afnemen vanden mensch; 3^. over 
j^et sterven en den dood; 4^. over de verandering , welke 
onze Ügchamen na den dood ondergaan; 5^. een betoog 
voor de waarheid van een voortdurend bestaan na den dood 
evL een herleven van het ligchaam; 6^. znllen ccnige aan- 
merkingen en bijzonderheden» nit sommige gedeelten op- 
gemaakt, deze Verhandeling besluiten. (*) Yolgens deze 
«anwijziiig van den Schrijver zullen w^ met hem , bij elk 
dezer ponten eenigc oogenblikken stilstaan. 

)>Het leven is een veel behandeld en toch een ongekend 
ieur *^ ^l zegt de Schrijver terstond bi^ het begin van 
dit gedeelte , en het zal bij het slot van zelf blijken , oa- 
'dank# de vierderlei wqze van verklaring, die' elk naar z^ne 
w^ze van bet leven tracht te geven. Zij zijn » volgens den 
Schrijver, oï geheel stoffelijk , r^ diep wjfsgeerig, heden 
ten dage Naiuur-philosophie genoemd, — bloot empirischf 
de algemeene systhematisch'- theologische geheeten, «-* pf 
foav^e , althans voor het verstand bevredigende verklarin- 
gen. xWijsgc^rig en zuiver natuurkundig, duidelijk en 
ngemakkel^k te begrijpen zelüi door hen, welke buiten 

{*) Oorspronkelijk was jsy eene korte Voorlezing , uitge- 
sproken in het' Departement ZaUbommel der Maatschappij tot 
Iha van 'i Algemeen in het jaar 1825. Bij andere door deil 
SchrQver opgegevenc redenen heeft misacbien ook <^ hem 
gowerkt het voorbeeld der Heeren scBaoiDia var nza 

KOLK en C. o. OHTIJp. 



108. 1' DX KOKIKG 

» de gclcgenlieid *1eijn geweest , om zich aan wetenschappen 
^ l^ke zaken toe te wijden ,•* bl. 5. Indien dit gedeelte in 

odezen zin behandeld ware, zoude de SchriJTcr zekerden 
besten weg ingeslagen hebben. De drie eerstgenoemde 
punten doet hij ook zeer kort af. Ter uitlegging van het 
door hem dusgenoemde zuiver natuur- wij sgeerig idee 
treedt hij in ^^n bijzonderheden, om de eigenschappen 
der levenskracht na te sporen. Ofschoon hij bij de ont- 
wikkeling Tan dit idee yeel geleerdheid ten toon spreidt, 
twijfelen, wij echter , of hij door ongeleerden gemakkelqk 
zal begrepen worden. Zijne berisping althans der uitleg- 
ging yan den Hoogleeraar tan dsr palm i2in Genesis 11:7 
ii niet zeer duidelijk. Indien de Schrijyer de werken Tan 
den bekenden £n^e/5cfcen Geneesheer brown gelezen had, 
zoude hij niet bij herhaling brauwh (*) gezet hebben; 
ook schrijft men niet Faenomena, bl. 10, 19 enz. En 
wat moet men denken tan gezegden als deze: mScuel- 
KLING, FiGHTE CQ MARGUs zcggcu iu hunuc Transccn- 

. » dentale schriften , dat ^eze toestanden der menschelijke 
)> IcTcnsdadigheid is : Eens eenheid in ds drieheid. Wq 
yt zouden lieTer zeggen : Eene drieheid in de eenheid , on 
nzoo zouden wij met hen in eene Temuftige dweepzucht 
ji kunnen eindigen, gelijk sommige ,Godgeleerden , in za- 
»ken, de Godsdienst betreffende, gedaan hebben?^'! 

In het tweede punt ontmoet men desgelijks eene men- 
geling Tan oud en nieuw. De Scfa^ij Ter toont zich ook 
hier als een belezen man , wiens terugroepende yerbeel- 
dingskracht CTcnwel niet alles ter zijner tijd en op de juiste 
plaats teregtbrengt. De TeAeeldingskracht wordt door den 
SchriJTer eene Hoog-Edele eigenschap genoemd, Tan* wel- 
ke hij bl. 39 zegt : Bij alle menschen is deze eigenschap 
»Tan de ziel niet CTcn Tolkomen.'' (Hetwelk onbetwist- 

(*) Desgelijks tah swiitin en niet tak zwiitew. Is 
het wel . waarschijnlijk , dat kart, in \1U te Königsberg 
geboren, reeds in 1736 in het Berliner Monatkickrifi (bl. 8) 
OT«r de Wijsbegeerte gesehreyen heeft ? — Meerdere druk- 
fouten gaan wij met stilzwijgen Toorbij. 



TEAHANDEIIHG» lOd 

kanr k; maar na yerTolgl Jbi} yerder:) )iOat ediler ligt 
DnieC in het wezen Tani do ziel zelré, maar wederom in de 
iiorganiaatie van liet hersenweefsel , waarop de ziel wer* 
i»keB moet/* ?! —• Indien deze Voorlezing ook To<Hr ?rott- 
wen gehouden is, zullen, zq zich niet zeer gestreeld ge- 
roeid hehben door het gezegde, dat hare vérstavdel^ke 
vermogens minder gevestigd ^n by meerdere Ugtunnig- 
had, enz. hl. 36; eene uitdrukking, die, hehal?o dat zi; 
niei zeer hoffclqk is, ook met de onderrinding strijdig ho* 
▼onden zal worden. Yohdel dacht er althans an* 
dcrs 0¥er; 

£^4» erou is. duizeni mannen i* erght. 

Het derde punt had eigenlijk met het tweede kunden 
zamengesmolten worden , en is dus zeer opperrlakkig be- 
handeld. Het ontbreekt hier niet aan moeijelijk te bcw^* 
zene en zonderUnge stellingen. Zoo schrijft de Heer na 
K.oMiiiG, bl. 43: »Ik zeg de honderdjarige grijsaard^ 
nwant, volgens de beste natuurkundige Schrijvers, sch^nt 
n dit de betrekkelqke leeftijd van den mensch te zijn.** L — 
En nu, wat is het eigenlijk sterven? )»De ziel nu alle 
» deze gebeurtenissen ontwaar wordende , dewijl zij geené 
n indrukken meer ontvangt , en hare verstandige werkzaain- 
•heden door de hersenorganen niet meer wordende waar- 
» genomen , zoo verlaat zij haren kerker en vertrekt, waar- 
»heen? Dat weet ik niet! ^Sommige Godgeleerden laten 
»de ziel dadelijk naar den Hemel of naar de Hel vertrek- 
)>ken.** (Bl 45.) Is de schoolmeester, die eens in de 
Haarlemsche Courant aankondigde, dat het zieltje van 
s^n dochtertje zoo of zoo laat verhuisd was , wel te bespot- 
Xenl — Prof. mat, niet de mat, is wel de Schrijver 
van een geneeskundig werk, aan hetwelk hij den naam 
Tan sTOLPBRTus heeft gegev^i, maar, zoo verre ons be- 
kend is, zijn de daar genoen^de p^poeven, later te keer 
gegaan, door anderen genomen. {*) *^ Is clavdxits, de 

(♦) Onder anderen door Dr. f. wbrdt:- Ueber die En-» 
tkimpiung im Aligemein^n, und über die Hinrickinng 

BOBKBBSCH. 1841- NO. 3. H 



110 t* 1>B KOirtUl» 

hiVftf rrowe Cl, XV nivê, een iterke geest, omdat ki) tq« 
ne werke» aaa s^&* vriend a&ii? (den Dood) opdraagt, en 
wil dit leggeni: doodl dood! üldoodl In het bmnenste 
en in alle uitingen van den achtingwaardigen ciAuntvs 
was het anders gesteld* De Heer db KOKtHo leze slechts 
deOpdragt in fijnen Wandsbeeker Boihe , aan welks hoofd, 
«la titelplaat> de Dóod staat Op bl. 48 schfQt de Sehjr^- 
ver echter betor gezind jegens asmvs; maar om welke re* 
deÉ als in éinen adem dit alles gezegd? 

»En waar s^n al de beenderen der gestorvene dieren 
Dcn menschen van zoo vele eeuwen?** vraagt deSehr^ver 
in het vierde deel, over de veranderingen na den dood? 
(bL 52): Zy vjn vervlogen in het ruim der schepping , 
is het antwoord , » door daadzaken , zoo ik meen /' ver« 
volgt hij, » volkomen bewezen.*' Dit breede beloog, in 
hetwelk do Schr^ver vele lange tussohenredenen hield i 
wordt op ecne treffende wijze besloten. Ware z6o de door* 
gaande stijl geweest i een schoon en welsprekend werk ware 
uit zijne pen gievloeid. 

In het vijfde gedeelte zal de Schr^ver zich op een veld 
begeven , waart^p het den Godgeleerde betaamt te wande» 
len. Hadde hij gezegd: Ik wil als Arts schreven, die 
tevens een geloovig Chrislen ben , in spi^t dergenen , die 
meenen , omdat de Arts een Natuurkundige is en vele zar 
ken uit een. natuurkundig oogpunt besdiouwt,.dat hij daar^ 
om geen geloovig Christen zoude kunnen wezen , — die 
cèn vrij onderzoek ter zijner tijd niet onbeskaanbaiar acht 
met een doorgaand ootmoedig geloof incHRisrirs jszüs 
en. die Hem gezonden heeft, -^ hij zoude zich beter uitge- 
drukt hebben. — In dit gedeelte komt menige fraaie aaur 
haling voor , en niet zelden verheft de Schr^v^ zich hier. 
Met meerdere orde en mindere aanhaling had dit een welr 



Ya»ias inêheêondetBt Sreêlau 1808. Dr. WALrazt en 
Vrof« AnBiKAif» n«nen soortgel^ke proeven met deo ge- 
regten bucklbe (sghirdbehaiiiibs) en z(jne medepligtigen 
^te. JtMiM. Iletzellcle deden vAJisAni^BairDf en aossf , Hoog- 
leeraren te Turin. 



ï)elrérkl gedeelte kwifteh werdon r dè Sckr^rer heeft hMr » 
erer het algemeen , met «nXkè knngë tUsfebeiuredèiiéft gé» 
maakt , en is niet zoo zonderling afgedwuold ^ ëk dp mdeK 
plaatsen van dit boek^ken. 

Het kuttste gedeelte de# Verhaniieliag bepiak cidi hij 
kei opgoyeii vsé eenige aaninerkfaigen eii bijzonderheden ^ 
naair aanleiding vèn aomknige der behandelde faken » waar^ 
nede de Schrijrer de sieh reoi^ge^tèlde tttik beeltiiteii fi«K 
Zij zi)n de ttaTotgondet A. Er beMaal bij deh M^iMb een*' 
ce^e h€paddé ^am tan x^pwM^uitlidd^ 0)) geeiig tM g»^ 
achte natnorkuadigen oarsprMkèl^k ttföt eeti ii)dir«k van 
Jwnderdjféren ing^rigt I (verg. bl. 4d.) 

B. De natnur ts geregeld in hare trerkzeanihedes^ m 
TeiUg ia haar aehai in de handen van den Sdhirpper en 
Veraes^et. 

G. Het sterren ie het versehrikkelqkst oogenblik teer 
hH hooggeblétede naiüurgeVoch 

D. Out geveel meeij bij hel zien ran eenen aterVèndeni 
nief te èoog geetemd zijn , bij de gédaekte> dat de Mgvten 
dee doods m>o vreeselqk z^n toer dén l^der^ •«« Dit gd« 
dedte wordl mede opgehelderd > zoö het heel^ donf hei 
fworheeld van eenen man , die zich had opgehangen ^ en 
dien de Schriji^r > in 2825 » hielp afsnqden en verder ^heifv 
stdde» H'^ wist de Sehrijter van sijne zinsverbijstering en 
af^T)ndood vtns te Verhalen I 

- £. Het is een Weldadige ^ liefderqke en vvderl^e bé> 
sdiikking van het Opj^weifeny dat onze ligokinien ha 
den dood tot vetdernng en naderiiaÉd (ot ees ^eri^dii^-* 
baar gas overgaan 1 

F. Wederlegging van eet algemeen gevoelen y hetwelh 
den Sefarijver altoos zooseer hinderde: dui oi^té dóadé 
Ugchamen het €uu der wormen neiaien we%mi Tegen|^ 
sproken , onder anderen , door opgezochte beenderen door 
eenen jeugdigen/vriend, die beenderen verzamelde voot 
n^kabinetje, eü betuigde net^en^ wormen te hebhen aaÉ<^ 
getroffen. 

G. Bewezen zijnde » dat krankzinnigheid ninuner eenè 
liekte Van de ziel kan geheeten woorden > zoo ho^ de 

H 2 



112 ). DEKOHIKG, ySRHANDKLlN(}. 

{Schrijver op ecne verbetering van het beklagenswaardig lot 
derznlken in ons Vaderland door de Geneeskunde ; echter 
«et zonderlingen aandrang. 

H. In de achtste aanmerking bevlijtigt zich de Schrijyer, 
om eenige tegenwerpingen op te lossen tegen eene of an- 
dere stelling in zijne Ycrhandeling. Zoo tracht hij zich te 
verdedigen ovmc het gezegde ^ dat een ligchaam» in ver- 
vliegbaar gas overgegaan, ten jongsten dage toch zal kun- 
*Ben hersteld worden. Hoe é^ne. kiem, bij de herrijzing 
uit het graf, op nieuw ontwikkeld, wordende , men toch 
dkandor zal kunnen wedervinden en .herkennen; hierom- 
trent tracht de Schrijver zich te verdedigen , dat , terwijl 
elk ménsóbelijk ligchaam uit eene eigene grondstof oor- 
spronkelijk is , daardoor de Theoria EpoïuHonis door hem 
toch niet wederom verlevendigd wordt. — Het gaat in 
d(eze aanmerkingen als.döor de geheele Verhandeling, de 
Schrijver zet geen voet bij stuk; hij dwaalt telkens af,' 
verspik «ene groete geleerdheid , waar zij dikwijls geheel 
overtollig is, en verduistert daardoor hetgeen anders hel- 
der zoude blijven. Hij had, bq onmiskenbare gaven, bij 
blijken van vele wetenschap , bij nog aanhoudend weten- 
schappelijk onderzoek, iets anders, iets beters Jcunnen. ge- 
ven , vooral wanneer hij zich., waar het toch op' gdoóf 
aankoint, van ijdde redeneringen had ontbonden, die den 
dusgenoemdcn sterken geest niet overtuigen zullen , 'en die 
de geloovige niet bekorft. Hij eindigt met te zeggen : 
» Waar blqft de ziel na den dood , en hoedanig zal zij dan 
» werkzaam zqn? Ik weet het niet, doch wij allen zullen 
>i het eenmaal weten , want dit weten en gelooven wij : in 
]»ons. woont een edeldenkend (?) wezen, dat voor de ceu- 
Awigbeid geschapen en voor eene eindelooze ontwikkeling 
»en volmaking vatbaar is.'* 



De voiwtaakihêden van den Schepper in B^ne eeheptelen he- 
sekouwd in Redevoeringen ^ ten vervolge op de Redevoe^ 

• .fingen van j. a. üilkkrs, door h. c. vah hall. Vde 
Deel Natuurl^ke Geaehiedenie. Geologie en Del/stof" 



H. C. VA4I fiXLt/REDSVOERlKGEir. 11^ 

kmmh. (Ook onder afzonderIf|V.en 'titel: Rêdêvoeringe9i^ 
over de Geologie en l)elf$fofkunde.) Te Groningen^ b^ 
J. Oondkeiis. 1840. In gr. 8ro. XVI en 275 bl. (en een 
algemeen Register over al de vijf Dëelen,, 24 W.) ƒ3;: 

JVlet dit Deel is Bet werk, door den^ Hoogleeraar vilkbns 
begminen, bet welk een zeer gunstig onthaal vond, geslotenl 
De Hoogleeraar va ir hall heeft in hetzelve het rijk der delf- 
Btoflên of onhewerktnigde Kgchamén behandeld, én daarme* 
de de€re(dogie, de kennis der gesteldheid van de oppervlakte 
en de boit^iste aehors der aarde, vereenigd. Deze laatste 
wetenschap is met eenige meerdere uitvoerigheid dan de ei- 
genl^ke delfstofkonde ontvouwd, gelijk uit de opgave vair 
den inhoud der tien Redevoeringen, waartiit dit boekdeel 
bestaat, blgken zal. . ' 

Eerste Redevoering, Geschiedenis der wetenschap (bl. S-r^ 
tl3.) in deze Redevoering ïb Geologie met Mineralogie ver^ 
eeniigd; twee' wetenschappen, wiisr geschiedenis evenwdivnf 
wat punten van verschil aanbiedt Hierdoor is dé behabde^ 
ling onbepaald en het overzjgt minder helder geworden. 

Tweede Redevoering. Hedendaagsche veranderingen der 
aarde door het water (bl. 34^61.) ]>eze Redevoering is niet 
•dé onbelangrijkste van den bundeL In dezelve is, gelgk 
▼oor het gdieele weirk, bovenal gebruik gemaakt van ét 
Geologie van ltill (naar eene Buita^he vertaling) en van 
V. Borr, G^êekichie der Verdnderiêngen der Erdoberfldchéi 

Berde Redevoering; Hedend a a g sche veranderingen' der aar» 
de door vidkanen en aardbevingeti (bl. 62—92;) Bit ge«- 
«leelte had eenigzins bdangrijker bewerkt kunnen zijn, v^an« 
neer de Schrijver daarbij gebruik had willen maken van 
▼. HoriJiAifH's HinUtiaêêene Werhe (II. Bd. Bertin 1838), 
waarin dit onderwerp, met gróote belezenheid en op eenè 
de aandacht bdeijende wijze, behandeld is. Baarin had hij 
ook iets meet erer die zoogenoenfde opheffingskraters 'kun- 
nen vinden f die hij thans, als eene zaak van geringe he^ 
ieekenis, slechts met een paar woorden inr eene laUnieekening 
vermeldt (bl. 75.) 

Txeréb Redevoering. Be fossiele planten (bl. 93—121;) 

V^fde Redevoering. Be fossiele dieren (bl. 122—147.) 
Bdide tamelijk oppervlakkig. Op bl. 140 wordt de Gryphne 
mniiquUaUë vermeld. Ben Schrijver kan toch nüet onbekend 
lijn , dat de grondigste natiiurkennets dit zoogcboemde fos-> 



in B. C. VAir PA 11 

iM« Tfl^(dsMlAeht gfikftA TwwerpeB? Baomi aegi èr van, 
ju sijw {ie$lmi^ g^ognoBtica (w^k werk ons ni^ blijkt, 4al 
^0 Sfihrijter gpebruikt heeft, hoeiioer hel een der belang- 
rijkfta boofdlwarkea 4er hedeqdiMgscbQ weteatclMtp ü) : » JE7«^ 
ne biMarre Vagel-Förm^ die ober niemdU esisHrt hoi und 
mUhip^ «Utmo/a mi^^rg^g^ngenf êim4êr% vieltn^kr ersi neuer^' 
Hohum^ ftUkr^h^hn^fk Tradüionen und der Einhüdungder 
ffomrM^^^^ herv^geg^mgen fl^" (II. S- H74-) Vele 
bdUnsni^Q W*« badd^i hop awiii's Jt^cAtff^A^n <i*f (#» 
^ fffm n f n /aê$ih$ aao 4e hand kinnen geven I 

%t^ Jftedevaering. Algemeen ovenigt der cprolgend^ 
jormagm^ 4ie bel aavdr^k f^taieoBleUen (b). 14a-*.173.) 
{fyeadf^ RedeTqering, Vervolg (b|. 174— W8.) In das« 
Ibnieiiroerii^im iQn Gedgnoiie en Geol^igi^ dooreengemengil 
en alles c^pervlakkig. en somtijds ook omiiaaawkearig behan* 
deUt iM lewn wij b. y. eene bepaling van metamorphi'^ 
ê^hf rnt9900c49n (b|« 16]), welke gdieel mbevredigend {a? 
d Telen meenen alisoa, dat deie roUaoorien priniure rots^ 
aoOHen «t^» 4eeh, dd^r den invloed der nog aanweuge ge- 
weUigeldite, m bonw eenigpBS veranderd ea ahoo metef- 
H^rpAfsoAe (hi vom veranderde) te noemen.'* Bij i,tbl& 
laaen wt)f ft geen van deie vèorstelling nog al vevsohilt: 
Aeetnding iei the theory, whioh I adopl as most profaabla 
and v^ieh wSl be afteiffaids more {Uly expkaiied» the mm*' 
éeriak vf ihêêm itrata trere erigimmtty depasitedfram waier 
én ike uemelform tf fedimenff bat they were sabsequently 
allered by imbterranean heat, so as to assumie a new tex- 
iufe*'* [Elemente ofO^ohgf^ Londen 18M. p. 17.) Bepr}- 
maiffe votssoorten lijn aBe door geweldige hitte voortge* 
fcrAgt; waarom tonden oenigen, door nog overgeblevene 
bitte, (die toch bij allen overbleef) iamgvomUg cijn gewor* 
den? Deae epvattbig is derhalve niet f eer deordaoht. Ove- 
pgéne legt de Schrijver hier te veel de tnoht aan den dag, 
em de- wetennohap inet het Ifosaliohe soheppSng^verhaal fn 
•vereenstenmüng te brengen, en geeft hier en daar eea* 
DpmmentarhM op het laatste, Hen wQ niet zoo gaaf knnneii 
aannemen , b. v. de > zekere tijdsverloöpen , in 'onse verta- 
Uqg dugen genoemd/'' bl. 197. Wij verstaan de Hebreeuw- 
$chen text niet, maar vermoeden, dat onze vertaling toch 
wél juist moet it}n, vooral omdat telkens herhaald wordt: 
• Toen was het avond* geweest en het was morgen geweest 
de eerste dag {Genëe, I. vs. »), de tweede dag" (vs. 8) 



ItEJMTOSftlVC»!!.. 1I& 

Dat tele .iiiilênf^> ^^ ^^ eorittt raog^ ««dka «Is. 
groota tijdyakken verklaren, weten wij wel; maaiT d^aiXMik 
meenen uj toch nog niet, dat de vertaling onjuist is» 

Aohtsie fiedevoeriiig. Kenracurkeii en rangpidufckng der 
deUstofien {bL 19a--221.) 

Hegendis en tiende Redevtetjim. . Oreriugt der deifirtoieii 
(ML 222-^246 en 24c7'^27&, mar de r«i(aéhiUking rm 
•i^eoKin^) Bene korte^ op^nwmiii^ , xond^ eenige besehr^* 
ymg, alleen, door gedurige onttoeseningen over de «rde aü 
xamcsalung des lieellila afgewisseld» wanrl^ de Scbrövrnp 
eei» klein nulpnnt Uj ayoaQ «nellen yeo^tyiMg neemt.^ 
. Hei ani #na, ^ w$ geen gimstiger oordeel mer dll 
boek kannen Yellen, Hoeceer op de behandeling i^an uit- 
Kcna, «ijnen Toorganger» ook wel eenige Mnnieridngeil i^ 
anakcn a^/ heeft dese echter neer heachleven, en dfu 
veer werk^jke kundighed^, el h het dan ook hier at 
daar oppervlakke, medegedeeld, en daarb$ dooreenoveél^ 
ledige lectuur en aanhalingen uit reisbesdbnJTingett eA 
dichterlijke en w^igeerige geschriften «$& weik veittierd en 
reraangenaamd. Bij onzen Schrijver, daarent^en^ vinden: 
wij grootendeeb slechts eene dorre opgave van hetgeen bt 
de wetenschap behandeld wordt, en niet vele sporen van 
dgene vergelijkende studie; tcrwijï de stijl daarbij eenigeri- 
mate vermoeijend is, Tooral iê het hinderlijk, den Schnj-- 
ver zoo dikwerf in cené soort van verrukking te zien ge- 
bragt, die de hoorders zijner Redevoeringen, of althans ze« 
ker de lezers niet déelen kunnen* Zoo vindt h^ het b. v. , . 
xoo W9 hem wèl begrijpen', verwonderlijk, idat de planten 
der voorwereld ook Neemen en de dieren fonden hadden- 
(bl. 190.) Qnnaanwkpurige of niets betedtenende uitdruk- 
kingen, zoo als, dat de Voorzienigheid uit d^a duisteren 
nadit des voortijds deze lichte {9} ep sehoone Aarde to 
vooncl^jn riep (bl» 158), terwijl p op bl. 159, volgens aa li- 
Ir» fi lira, de Aarde vroeger een z^fliohtend ligchaam wOrdt 
genoemd, en andere dergelijke, zullen wij tfaana stilzwifi 
gand vo<H*bijgaan. — Bij het volstrekt genua van NederK 
landsdhe werken over de Gedogie hadden w$ gaarne eear 
beier bewerkt geachrift aangdiondigd.: . ' 



JVaiunrl^ke Bietorie tfür Zoogdieren, mei meer dm» 250 J/-- 
èeeUimgen^ op QA Platen^ in iO Afievofingen. Iste Af- 



116 MATÜVRLIJKfi HISTORIE DER ZOOGDIERKK. ^ 

levering. Te Groningen, b^ J. Oomkens. 1840. In Ue^ 

Uit Wierkje kun tot 'een aanjfenaam geschenk voor de Jeugd 
* dienen. De afbeeldingen zijn Yoor den prijs Trij wel nit^ 
-geToerd,* vooral PL 7, een' Patrijsliond Toorstellende ; de 
meeste 'mijn Icojnjen ran reeds zeep dikwerf gecopieerde af-* 
tèekenk^n nit ivpioir en scvasa». De tekst kon beter 
bewerkt tijn. Zoo heeft men b. r. onder N». 3 de onca, 
eeaë Amerikaansohe kattensoort, bl. 2, die op M. 4 nqg 
eenmaal roorkomt, met féUe Jubaia verward. De afbeel- 
ding {tonce van ivrroir) heeft betrekking toteene soort, 
die in de koudere en beiigachtige streken van Perste en ia 
China Voorkomt. Het ware te wenschen, dat men de jengd 
niet dan goede en gc^gronde begrippen mededeelde; andera 
moet 'meii later wéér afbreken, wat eerst is opgeboowd, e» 
^ dikwerf blijven de' eerste indrukken lang bewaard. Wij lul-^ 
len tutvöenger Verslag over het geheele werk geven, wan- 
neer wij al de Afleveringen ontvangen hebben. 



Geschiedenis van .ra» o lx on. Vermeldende B^ne hinder-^ 
leer^ en jongeling$jaren ; militaire loopbaan; veUtogten; 
Consulaat en Keizerschap; veUèlagen; kroonsaf stand ^ 

. verblijf op het Eiland Elba ; de soogezegde honderd dag- 
gen; hernieuwde afstand; verbanning naar het eUand 
Sint^HeleMa ; Gouvémemeni ; testament; anekdoten , en*» 
èna^ena. Door ALiXAiiBia dthas. Te Amsterdam, b^ 
J. C. van Kesteren. Ï84a In gr. 8ro. S35 M ƒ 2-90. 



Bü 



de menigvnidijfe , gedeeltelijk zeer bmikbare levensbe- 
sohrQvingen van rapolsor, kan het than^ aangekondigde 
'^erk alleen daardoor belangrijk zijn, dat het den bekendea 
Fransehen TöoniBel- en Romandichter alixa-rdba dvha» 
tot BcHrijver heeft, en men alioo van dit welig vcmnft nieu- 
we trafifende voorstellingen en schilderingen verwachten mag. 
Echter laat de beperktheid van het werk niets anders dan 
zekere oppervlakkigheid in de behandeling van zulk een rijk 
Onderwerp toe. Niet alle tijdperken van rapolsor's leven 
worden nogtans even beknopt behandeld, en, niettegen- 
statmde'de verdediging van den fichrijver door den Vertaler, 



A. DVMASf OMCfilEDEiriS VAH HAPOLBOK. 117 

is de ingenomenheid yan den Tramekman met den afgod vaa 
zijne natie te groot, dan dat hij onpartgdig zon zijn. De 
Vertaler heeft dit ook zelf gevoeld, en zich hier en daar ge- 
noodzaiikt gezien, eene noot tot teregtwijzing aan den Toet 
der bladzijden te plaatsen. .B^alve erge GaUieismen ak: 
*het plan dat de eerste Connil kwam van te aehetsen/' stoot* 
ten w§ onder het lezen op af geweien Toor t^weMend, pairi" 
ehe roor foêriciêché f' Mtch verheft hebben voor ziek f^erhevet^ 
hebben, terrereHsche yoor terrarisitBehe , ia.» at voor bh bat, 
Thon TOor Tonijn j w^kie voor week, 

Wi) dorren deze lerensbescliriJTing minder roor de beoe- 
fening der Gesebied^s, dan voor lectnnr tot uitspanning 
aanbevelen, daar men in deielye, behalve den onderhoa- 
denden toon, eenige minder algemeen bekende bijzonderhe- 
den vindt, waaronder vooral bet testament van rapolbok 
met deszelfs oodicillen en de lijst der door hem nagelatene 
goederen zeer merkwaardig is. 



Jaji jiopxbhs; gewigtige waarheden in den vorm vanver^ 
teUelen. Uit het Engehck van Mevr. mabcbt. Met Voor^ 
rede en B^voegeelvan Prof H. w. tijdbbaji. Te Utrecht^ 'J 

bp &. Natan. 1840. In gr. dro. 192 bl. ƒ 1 -.80. 

In eenen tijd, waarin zelfs«de geringere standen der maat- 
achappg meer, dan vroeger plaats had, zich bezig houden 
met de overweging van staathuishoudkundige onderwerpen, 
en het onderscheid tusschen den toestand van armen en rij- 
ken, bet voordeel of de schade, te y^eeg gebragt door de 
aanwending der natuurkrachten, door de machinerie en den 
TTijen of haporkfcn handel , niet slechts in de gehoorzalen 
der geleerden of in de vergaderingen der wetgevers behan-. 
deld worden, maar waarin zelfs de fabrijkarbeider, de am* 
bachtsman en de landbouwer daarover redetwisten ; en hier 
en daar door geweldige middelen het bestaande trachten te. 
veranderen ; in znlk eenen tijd zal geen weldenkende het af- 
keoren, dat de Sdbrijfster, die reeds vroeger zich goedkeu- 
ving en roem verwierf door hare Grondbeginsehn der Siaat" 
Anishoudkunde , in gemeen$anïe Gesprekken , nu zoodanige 
onderwerpen , waarvan de bevooroordeelde en partgdige be- 
schoawing aanleiding geeft tot ontevredenheid en aanspoort 
tot oproerige omterw^iiig ran hetgeen nuttig of onvermij- 






118 H. W. TIJDEN AN 

Mtfk to, in é^ Torm ▼«& Yeilidm ingeUeed, aan de 9feis 
w«ging "van hare londgenooien aanbiedt. Het boek berat de 
volgende vertelaelen; I. he r^ken en de armen , of d& 
dienstvaardige Teavergodin» Yan den oyerrleed der rifken 
leren de airoen. II. Het orbeidêhan. Beazdis verdubbe^ 
ling ftou het lot Ten den n^yeren handwerkaman geenszips 
rerbeteren ; erenmin alt oene verdubbeling van alle prijiKen 
het lot van den prodnoent of den koopman» III. De drie 
Keuzen. Eene Toorgtelling van het nnti hetwelk de wind, 
het water en het vnor toebrengen, om de kraeht der men« 
flèhen te versterken. lY. Jh bevolking betoogt, hoezeer de 
minvermogenden door onberadene huTTelgken zichielv' en de 
kinderen, die zij voortbrengen, allerlei leed en ellende, en 
aan de maatschappg den kanker der armoede veroorzaken. 
▼. De landverhuizing. Aanmerkingen over het al of niet 
geradene der landverhuizing. Vï. De Armen^taVj zijnde do 
gedwongen opbrengst tot onderstand der armen , waarvan de 
Schrijfster het schadelijke tracht aan te toonen. VII. Eet 
invoeren der Machines, of goedkoope en dure manufacturen y 
waarin het groote nut en het onmisbare van deze nitbreidiBg 
of uitwinning van menschenkraohten verdedigd wordii VIII. 
Suitenlandsche handel, of het bruidskleed. Be buitenland- 
sche handel, zelfs de vrije invoer van gefabriceerde goede- 
ren van die soorten als er ook bij ons gemaakt worden , is 
niet als nadeelig voor de natie te achten , brengt voordeel: 
aan, zelfs bij den uitvoer van geld voor gefabriceerde koop* 
waren. IX. De koomkandel, of de prijs van het brood* 
Dezelfde redenen, die voor den vrijen handel in het alge- 
meen pleiten, zijn toepassel^k op den graanhandel. ' 
Wij ontkennen niet, dat in dit werk veel gevonden wordt, 
hetwelk geschikt is , om op eene verstandige wijze over som- 
mige der hier behandelde zaken te doen oordeelén. Haar 
wij vonden ook veel, hetwelk in het geheel niet van toe- 
passing is op ons v^erland en landgenooten. Wij twijfelen 
er niet aan , of onze lezers zullen dit reeds opgemerkt heb- 
ben bij onze opgave van de titels en inhoud der verlelaeb» 
Zelfs Prof. TijDSKAif schijnt dit hier en daar gevoeld, te heb- 
ben, en tracht te vergeefs het te bewimpelen, onder ande- 
ren wanneer zijn Hooggel. , in het naschrift, het vertelsel : 
De landverhuizing aanpr^st, als dienstig tot waanschuwing 
HB. tegen het plan , om Nederlandsehe landlieden in de bo^ 
venhmden van Suriname te lati^n koloniseren. In soo tot 



JXW HOPKSKS* H9 

het bodt bestemd 10 om eea Tottsboek te tQn , gtloama ivij, 
dat hétxelTe Teeleer den behoeftige zal verbitteren t^gen^ 
dan yerzoenen met >een' staat van zaken, die hem veroor- 
deelt om van honger te sterven/' gelijk dezelve door Prof* 
«M«ft»v£i*z genoemd wordt. Megt de oitgave van dit ge* 
Mdiriüi aaaleiding geven aan een' ventandigen en knndigen 
landgenoot, onl zijne kraohten te besteden, ten einde de 
hier behandelde onderwerpen meer overeenkomstig den toe- 
■t«nd vah onzen landaard voor Ie stellen ; dan soa , naar ons 
oorimlf eerst voorzien worden in den eiseh van eene be- 
hoefte, die ook deer dit werib, naar bet ona voorkomt, niet 
is vervnlA, . 



Mi^ndbpeh voor aUe êtanden^ b^4t$iendo : anniêctjzing ^a» 
olie d^ in het ^^kb^uta^nde Minüipri^n^ Aegering$-d^' 
ptHrt0me$Uen9 hc^g^ro en lagere Regibankenp Maden, 

Cmnmemrialenf Colkgkn^ Lande-' en Proeitteiale Jfa- 
stwvm, voorbeeUen van Aequeeten^ tfpdellen vmt^ ver-* 
echiüende onderhandseke Aeten^ ens. ems. enM. toi ge^ 
hmik root alien , die b^ hoogere en lagere Beeiuren iete 
ie verzoeken, te reclameren of voor te dragen hebben y ge- 
f^k Qok voor ken^ die zonder kuip van Practizijns onder^ 
kandêche verbindtenissen tbiU^n aangaan^ Of de nieuêoe 
Koninkl^ke Secretarie f herzien en met de Nederlandecho 

Wetgeving in overfionstemming gebragt. Jfoor Mr^ r. Vf 
TimmMMê v«iBp«ypif. Te JO^re^kt, b^ Blntsq en van 
Iraam. IBiQ. In gr. Bvo. (02 bl. ƒ 4-80. 

JH^fdragen tot bekendmaking van d^ voomaamete zaken van 
de» Smndei der Nederianden, en van dien van ffamburg ; 
epgeketderd door de berekening der meeste artikelen, fcelk^ 
van Amsterdam naar Hamburg en van Hamburg naarAm^ 
Éte¥dam gezonden worden ; ook door den Effecten-handel 
en de WisseUarbitrage over beide plaatsen^ Met opgave 
derZogarithmen, om 9 volgens de grondslagen ^ die iedera 
rekening aanbiedt, b^ elke verandering, op ^ene gemakke-* 
iifAa tpysa d^ pm der beid^ markten te heren kennen^ 
afk i90le' helmagfjake aaf^merkingen enz^ . Ta Utreekt,^h^ 



120 P. T. TIMMfiRS VSHHOEVEK 

N- van der Monde. 1837. Jn ^r. 8vo. XZIl 'en TM 

VerMomehng der jaarl^kêcke Ferêlagen , omireni de» etaai 
der Proeinciény 4Mn de Seeren Staten door detmeher 
Gedeputeerden, 1838. Te Arnhem, b^ G. A. Thieme:. 
1839. In hl. fho. 406 R ƒ 2-50. 

JL/e tièel van het^eerste hier aangekondigde werk ia zoo 
uitgebreid, dat wij ons .daardoor ran zelve ^ontslagen gevoe- 
len Yfok allé verpligting tot mededeeling van den inhoud. IMt 
alleen moge volstaan: al wat de nieuwe Koninkl^ke Secre^ 
tariê belooft te leveren, dat kan men ook bij hem vinden; 
echter niet alles even omstandig en breedvoerig. Onderschei- 
dene mbrieken, waaromtrent m^ elders alles meer in de 
bijzonderheden kan te weten komen, zijn zeer kort en hy 
wege van zeer algemeene oj^gaaf behandeld ; andere daaren- 
tegen zijn bijzonder uitgewerkt. Het boek is van velerlei 
dienst; maar het maakt het bezit van, een aantal andere, 
werken, betrekkelijk dezelfde onderwerpoi, waarover hier 
gesproken wordt, geenszins overtollig. 

Ifaar ons toeschijnt is No. 2 een werk, voor den handel 
van hooge wetenschappelijke waarde. Eigenlijk is het slechts 
de eerste aflevering van een werk van zeer grooten omvang, 
dat zich niet alleen tot de Nederlanden en Mamburg bepalen 
zal. Haar mogt de zich niet genoemd hebbende Schrijver 
onverhoopt verhinderd worden zijnen reuzenarbeid te vol- 
tooijen, dan is dit boek, opgedragen aan den Heer w. ds 
CLKACQ, Directeur der Handelmaatschappij, echter Voor het- 
geen daarin behandeld wordt volledig (^ zichzelve. Ook 
hier geeft de titel op , wat men in deze bladzijden vinden 
kan. Een meer volledig verslag zon bijna niet anders kun- 
nen bevatten , dan een afschrift van «den korten inhoud der 
mededeelingen bl. XIII— XXII van het voorwerk; en, be- 
halve dat zulk naschrijven weinig beteekent, zou het ook 
te veel plaats wegnemen. Wij kunnen dus niet anders, dan 
niet de aaneengeschakelde lezing , maar de behoorlijke stu- 
die, de lering en herlezing ran elke rubriek van tijd tot 
tijd, en het gedurige raadplegen van hetgeen hier geleverd 
wordt, aan allen, die tot den geachtenhandelstand, vooral 
tot den groothandel, behooren, ernstig aanbevelen. Opmer- 
king verdient onder, anderen, bij het ingevoerile decimale 



BAKDBO£K, £lfZ. 121 

ttdaely het altijd blijvend onderscheid tusschon hetgeen in 
de eene en hetgeen in de andere stad gemeten is, zoodat 
b. y. de oitieTering der maat te Rotterdam vrij wat minder 
is dan te Amsierdafn^ daaruit ontstaande, dat, hoewel de 
mindere meting orer één last de oitieTering scherper maakt, 
echter de meters aan de Maaê niet karig zijn TOor den ont- 
T8Dger (bl. 68). Brave schippers worden alzoo weleens, 
lef^t de SchriJTer, buiten hunne schuld, van ontrouw ver- 
dacht, schoon het verschil alleen ligt in de onderscheidene 
w^ze jran meten, 

Be verzameling der jaarlijksche Verslagen Omtrent den 
st^at der Provinciën, aan de Heeren Staten door derzelver 
Gedeputeerden gedaan, over het jaar 1838, is niet onbe- 
langrgk voor de Statistiek enz. Voortgezet wordende, zul- 
len nit dit werk belangrijke bijdragen voor de Geschiedenis 
des Vaderlands kunnen ontleend worden. Alleen begrijpt 
eea .ieder y dat dergelijk? Verslagen niet meer behelzen, 
dan men er openlijk en officieel in v^l mededeelen. Het- 
geen men daarin vindt, is dus niet overal en altijd boven 
nadere toetsing verheven. ^ 



Nederland bij eeneh Algemeenen Oorlog. Te Haarlem ^ hij 
V. Loosjes. 1840. In gr. 8ve, 41 bl. ƒ ; - 50. 

Ueze welgeschrevene brochure, waarvan de Schrijver ver- 
kozen heeft anoniem te blijven , bevat ter inleiding in wei- 
nige vroorden, dat men hier geenszins een volledig betoog 
omtrent het staatkundig stelsel van evenwigt van Europa 
moet Terwacht^n, maar dat het korte uittreksels behelst 
uit een werk, hetwelk door déh Schrijver weldra ovef dit 
belangrijk onderwerp ter perse zal worden gelegd, ten ein- 
de in deze oc^enblikken eenen eenigzins dieperen blik op 
den zoii^elijken staatkundigen toestand des Vaderlands naar 
buiten te doen werpen. 

Be Schrijver schetst voornamelijk met vlugtige, maar 
juiste trekken, het geschiedkundig overzigt van de rol, die 
de Toormalige Republiek der Vereenigde Nederlanden in de 
bmtenlandsche staatkunde, tot behoud van het evenwigt 
der Mogendheden van Europa ^ gespeeld heeft, door !«. 
Neériandê staatkundigen toestand in betrekking tot de al- 
gemeene staatsgesteldheid van Europa na te gaan en te on- 



122 NEDERLAND 

denoekfin; met andere woorden, het in terluttid mét héi 
«taatkiindigp evenwigt van hetidve Ie beschouwen; oin^ 
2o.y de neatraliteii yrmJfederlmndf waarvan thant b^eeoeil 
algemeenen oorlog, sprake is, te overwogeib 

Het stelsel van staatknodig' erenwigt was ih de ondkéid 
onbekend, en komt eerst ixk de nieuwere GescUedckiis, (eb 
tgde van de magi Tan kaiil Y en den strijd van raAit» I 
t^en deielye, te yoorsch^n, &^ ontwikkelde ciób nog meer 
onder KSNiiaiK IV en mcijiLifti/. Doch, toen, na 'den 
Vrede Tan Munster , het Huis yan Oostenrfk -de ^an im 
Toonpoeds zag tauen, en Frankrijk okider iodbwijk XIV 
Toor het eTenwigt Tan Europa op deszelfs beurt te magt% 
werd, Tormden xich t^en hetselTe Terschillendè CkMditidB« 
•onder de leiding Tan willik III, Koning Tan Enyelamdf 
waaraan, zoo wel als aan den Süócessieöorlty, het JVeder-»^ 
landêck Gemeenebest een Onmiddellijk en krachtig deelnam* 
Het was TOornameI|^k het belang oneer Vdorraderet», dal 
Frankr^k niet in het beiit der B^lgi$ok& Prorinddn ge«* 
raakte, waarnaar het zoo Turig reikhalsde. Het staatfcnn*^ 
dig cTcnwigt werd behouden bij den Vrede Tan Utreeki ett 
beTCstigd door het Barrieretraktaat. 

Thans zijn de zaken geheel Teranderd: door de Franêchê 
hoerschappij werd het Europeeach eTcnwigt geheel Terbro^ 
ken, en na den Tal Tan napolbon door eene Pentarchie^ 
of de heerschappij der Tijf groote Mogendheden, Tcnrangen ; 
die door do Tcreeniging Tan België met Nederland eenen 
Toormuur Toor Frankrijk meende op te rigten ; hetgeen ech-* 
ter in 1830J)leek een zeer zwakke te z^n^ daar hij met den 
eersten stoot iuTiel, en Nederland Tan de eerste Mogendheid 
Tan den tweeden raog tot eene Tan den derden of Tierden 
TerTiel. Indien nu* het geyal plaats grijpt, dat de groota 
Mogendheden, die alleen de staatkundige magt in Eurepa 
uitoefenen, over de eene of andere zaak ernstig Tcrschil 
krijgen, zoo als zulks plaats gehad heeft, zoodat daardoor 
een algemeene oorlog kan uitbarsten, is het een hagchelijk 
tyd^ewricht Toor al de OTerige kleinere Staten. Moeten zij 
de. eene of andere partij kiezen, of zich onzfjdig houden? 
Bit tracht de SchriJTer in z(jn tweede gedeelte te beantwoor- 
den. Wat Nederland betreft, het kan geenszins wHx aan 
de zijde Tan Frankrijk scharen ; want dan werden eensklèpi 
deszelfs schepen en koloniën, z^ne laatste huIpbrcHUiea, 
door de Engehchen \vpggen<mien. Verklaart het zich, met 



BIJ JBSITKN AI.6EMB£HIN OORiOG. 123 

dB Tedioiideiio Mogendheden tegen Franhr^k^ dan loopt het 
grooidijks geraar, om den eersten stoot te moeten veidiireii 
co geheel of gedeeltelijk door de Framwkê legers te worden 
oTentreomd, daar Bel^ nn niet dan als eene Franêohefro^ 
vincie kan aangewen worden. Nédethmd moet dos ou^dig 
UgYen; het moet lick in staat sfellen, om, door zich met 
andere kleinere Staten tot een yerhond van gewapende neo* 
Imütmt te Tereenigen» ter land en ter zee deszelfs onzijdig** 
heid krachtig te kmmcn handhaven. Dit is de slotsom van 
het onderzoek des ongenoemden Schrijvers, met hetwelk wg 
volkomen instemmen; ofschoon wi| niet inzien , hoe ons Va- 
derland, bi| den vervallen staat van deszelfs geldmiddelen, 
die ontzi^gwekkende houding zonde kmmen aannemen* W^ 
knnnen den Sehrgver zijne redeneringen over het q> den 
door onbestaanbare der vereeniging van Belgié met Ifoord^ 
Sederiand niet zoo gaaf toestemmen, al heeft hij dezelve mei 
ecoe lange aanteekening aan het slot v«i dit geschrift traoh-* 
ten te staven. A posUriari is alles waar; maar wie heefl 
dit v^tien jaren a priori zich knnnen voorstellen? De 
achetding van België en Nederland was het gevolg der Jolg* 
omwenteling. Ware die niet voorgevallen, en had het Ne- 
dêriandsehe hestoor sommige misslagen weten te vermijden 
en meer vastheid en klem ten toon gespreid, zoo zonde deze 
adieidiiiig nimmer hebben plaats g^n^^pen , en het verschil 
tUBschen het Zoidèr*- en Noorder«deel van het voormalige 
KoningrQk der Nederlanden had, door verloop van tijd, 
voor eene meer in elkander vloeijende eenheid plaats ge* 
nurnkt. Y^ij wensohen vnrig, dat de Voorzienigheid Europa 
en de beschaafde wereld voor de onafzienbare rampen van 
eenen a^gemeenen oorlog moge behoeden, waarvan voorze* 
ker ons Vaderland in deszelfs tegenwoordigen toestand het 
eerste slagtoflEsr zijn zonde. 



i.afiec«8 nsaiMftA, sliza's xook, aU Foorstander van hot 
VtOeriand on doeze^o heihame In$teUin§en^ gelijk modo 
in oenige andere betrekkingen ^ g^êcketat. Eene Mede^ 
tooring, met Aanieekoningen en Bytoegsehf van nztt- 
XAViits sooHAff. Te ïJirechty bij J. 6. van Terveen eti 
Zoon. 1840. In gr. 8f?o. VIII en 168 W. ƒ 2 • r 

Ijrdijk Prof. boüman wijlen zijnen voortretfelijken Ambtge- 



124 B- BOCMAN « 

nobt KiiiiiGA» in eene Kerkelijke Rede, als Yoorgasiger der 
Ghrifttelijke Gemeente, en Prof. yiiiKs, deszelfs Opvolger; 
hem, in eene Akademiache Oratie, als Hoogleeraar in de 
Crodgeleerdheid , naar verdiensten geroemd had, zoo schetste 
de eerstgenoemden hem naderhand in bovenstaande Redevoe- 
ring, nit zulk een. oogpunt, als voor het gehoor, tot welk 
ky toen sprak, het meest gepast was, namelijk voor het 
Vtrechtsche Departement van de Maatschappij ToiJVutvat$ 
'i Algemeen f waarvan mbbiitga vele jaren een zeer wérk- 
saam Lid was: hierin vond de Redenaar geschikte aanlei- 
ding, om zijnen Toehoorders teerst te herinneren, too^ hb- 
vbiitga voor het Vaderland en deszelfs Instellingen deed, en 
^daarna voor te stellen, koe hij het deed." — In het eerête 
stuk vit)rden eerst deszelfs verdienstelijke pogingen voor dé 
vaderlandsché belangen, bij onderscheidene gelegenheden, 
kortelijk voor de aandacht gebragt, en vervolgens deszelfs 
ijverige en nuttige medewerking tot menige vaderlandsché 
Instellingen aangewezen, zoo als de reeds gemelde Maat- . 
schappij , tot welker Afdeeling de Redenaar het woord voer- 
de, — een Matigheidsgenootsdiap , — het Koninklijk Neder- 
landsch Instituut, — het Bijbel- en het Zendelinggenoot- 
schap, — en de Zondagsscholen. — In het tioeede stuk 
wordt aangetoond , dat hij dit alles deed met onpartijdige en 
evenwel onverdeelde belangstelling, — met volharding en 
standvastigheid, — met wijs beleid en yaste overtuiging, — 
en me( eenen Ghristclijken geest, als het beginsel, waaruit 
alles voortvloeide. — Dat deze belangrijke stof met keurige 
netheid en deftigheid van stijl voorgedragen wordi, zfitmen 
van den Eoogleeraar bouhab wel verWachten,.en dat alzoo 
een waardig Man door eenen waardigen geprezen wordt, zal 
men wel gaarne gelooven, zonder dat wq daarvan eene proe- 
ve bijbrengen.- 

Het overige en verre het grootste gedeelte van dit boek, 
bl. 47—168, bevat Aanteekeningen en bijvoegsels ^ waarin 
de Heer bouhab over verscheidene bijzonderheden van rb- 
MiNftA's leven en werkzaamheden uitweidt, die hij in de Re- 
devoering maar even aangeroerd had, of waarover hij, haar 
het bijzondere doel van dezelve , niet zoo zeer spreken kon. 
Zij zouden dus bijdragen kunnen leveren aan den genen , die 
in staat roogt zijn, om eene volledige, onpartijdig gcschre- 
Tene en welgestelde Levensbeschrijving van dien uitmunten- 
den vaderlandschen Godgeleei:de zamen te stellen : in allen 



HERINGA QB8CHBTST. 125 

gevlüle maken lij, hoe frogmentarisck ook, een belangnjk^ 
gedeelte Tan dit gesckrift uit, waarvoor men niet minder, 
dan TOOT de Redevoering , den Mededeèler dank verscknldigd 
ii, en waamit men den vefdienstelijken HiaiiraA naar den 
geest kan leeien kenden, wiens ligchamelijke beeldtenis, eii 
daanmder het /sc-stati^ zijner naamteekening, voor den titel 
geplaaUi, dit hoek versiert, en njnen vrienden en hoogach- 
ters tot een aangenaam aandenken zal ujn. 



Ada van HMand. Een Gtdioki door nicotikê bbbts. Te 
Haarlem^ hg de Errai F. Bohn. 1840. In gr: Ovo. JU 
M 80 R ƒ 2-50. 

Uaar zijn onderwerpen, die van den eenen' kant voor eene 
poëtische behandeling zeer uitlokkend zijn, maar die ?an 
den anderen kant daarhij groote moeijelijkheden opleveren. 
£r is in het een of ander voorval , in deze of gene situatie 
iets, dat den Bichter treft en hij hém den lust doet geboren 
worden, om z^ne krachten er aan te beproeven. Boch wan- 
neer hij zich tot den arbeid (Dichters, ergert u niet aan het 
woord!) nederzet, ondervindt hy zwarigheden, die hij bij 
de eerste kenze niet had vermoed. 

Het komt Ree. voor, dat het onderwei^ van dit dichtstuk 
van den Heer bsbts tot het getal der zoodanige^ behoort. 
AoA van SaUand, de dochter van Graaf dibdbb ijk, inbaar 
prille jeugd door de staatszucht harer moeder adblhbidb 
tot een huwelijk en tot het aanvaarden van de Grafelijke re- 
geiiqg gedrongeii, en welhaast in eenzame ballingschap op 
Tesel verkwijnende, het laat zich zeer goed begrijpen, dat 
ólt onderwerp de verbeelding des Dichters treft, en dat hij 
zich tot de behandeling daarvan opgewekt gevoelt. Er is 
veel dichterUjks in de situatie van de jeugdige ada ; en reeds 
heeft onze stabino dit gevoeld, toen hij de ongelukkige in 
een zijner gedichte voorstelde en bezong, gelijk zij was in 
hare ballingschap op Tesel. • Doch van den anderen kant 
heeft het onderwerp zigne groote bezwaren. Voor een dicht- 
stuk van laflgeren adem komt ada Re<^. voor eene minder 
^esdukte heldin te'zyn. Stille lijdzaamheid kaii de dichter- 
lijke trek van haar karakter zijn; de belangstelling voor 
baar wordt opgewekt door hare jeugd an door haar ongeluk. 
Haar zij is te lijdelijk; zij heeft te weinig kfacht, en is te 

B0BUE8CV. 1841. 110. 3. I 



y 



12ë H. BBBTS 

■eer enkel de spêellMd Van anderen , dan dat zij orerif en» 
▼e^ belaniif kan inboesemen. Sat is ook Jbij de bebandeiing: 
van den Heer bibts zigtbaar geworden. Hg hééft gepoogd/ 
haar een romantiach belang te geren, door eeoe heiüeUjke 
liefda b$ haar te yoorondenteDen Toor babi aaby* Boch; 
jubt hierdoor komen hare iwakheid en lödBlgkheid nog meer 
aan den dag. Zij biedt geen den mimtm wederstand tegen 
den wil harer moeder, ala desa haar hnwt «an den Graaf 
TAN tooB, en zelfs geen strijd wordt daarbij in haar be- 
speurd. /Ware het nog de zorg yoor het welzijn des rader- 
landsy dat haar bewoog, om hare liefde op tè oSeren, soo 
fDU men eerbied roor hare he wtcgre denen hebben ; nn kan 
men slechts medelijden met hare zwakheid gevoelen» maar 
een medelijden, dat met een zeker gevoel van minachting 
gepaard gaat. ' In de wezenlijkheid is haar gedrag niet on* 
natnmdgk» maar voor eene dichterlijke behandeling leent 
het zich toch slecht. Er is te weinig van de heldin in hare 
geschiedenis', dan dat zij zeer zon interesseren. . Se Diehter 
heeft dit gevodd, «i vandaar de rol | die hg haar laat spe^ 
len luj de belegering van Leyéenè bnrgt. Daar hondt ^ 
BidL groot en heldhaftig ; maar is dat in overeenstemmii^ 
met haar overige karakter ? Yanwaas dan o?engens die ge« 
heele lijdelijkheid? Is die overeen te brengen met haar 
trotseren van bab^aabt, waar deze haar mLeyden totover- 
gave komt dringen?' Zoo komt het Ree. voor, dat de voor* 
'stelling van asa iets onzekers heeft, iets wankelends, vrat 
het gevolg is van het gebrekkige des ondeirwerps, om al* 
thans met eenige nitvoerighetd behandeld te worden* In den 
trant van stABiRa's dichtstnl^e levert aba eene geschikte 
slof op; voor 'grootere stokken minder. Na eenmaal dit oa* 
derwerp te hebben gdiozen, heeft de Bièhter er van ge- 
maakt, wat er van te maken was. 

'Eene tweede aanmerking geldt het karakter van An^'a 
moeder, de wedawe van Graaf bi bbb bij b, adblhbide. Is 
di^ zoodanig, als de Gesdiiedenis het ons le^t kennen? 
Was Tjq de vronw, bij wie., gdijk hier, «adit gevori sioh 
met fierheid en kracht paarde; die, ja, zelfbeheerschin^ 
genoq; bezat, om datgene te doen, wat zij pU^ en belang 
rekende, maar wie dit toch moeite kostte; wier boezem 
> smachtte naar het kleed der rouwe,*' en ifie verlangde 
zich der droefheid te knnnen toewijden ; van wie het bee- 
ten mogt : 



ADA flN HOLIANO. 127 

De mdk bigft altijd in htm' Uoéd, 
£n, streve ie ook in 't q)oor kaar» yadert , 
Nog leeft haar moeder in haar aders » 

En daarom drong een tranenvloed 
Boor Adelheides vingren henen. 

Ia hei in haar karaktev^ wal ^ bif 4e ontmoeting' tossehen 
haar en ada leten? . 

Se moedof %W99gt W wm howogM 

Van eerbied vopr ba^r kind* Sco iX9M^ 
Yerdubt^fde «fid^noMiJ kave oopuk 

of; 

>H^n eenig kind, vergeef t gij mij?'' 
Borst «e eensl^^ps qit met. ba^gi^ oiikken» 
V^ted^ door de ^«^te bliUcw 

B^ .oiLderworpn^ 

Ree. tTvijtelt daaraan zeer, en gelooft daarenboTea, datbü 
zulk oene TOorsfe]ling het gedrag van ada nog anb^rüwlQ^ 
Ier wordt, als zij zonder tegenstand in eenen écht toestemt ^ 
waartegen haar hart, dat een ander bemint» (q;>komt» ei| 
dien zif (en te regt!) onbetamelijk acht, terwijl het igl^ 
haara vaders nog onb^raven staat. Alleen de vrees voor het 
beerschzuchtig en geweldig karakter der onwoawel^ko 
ADSL fl KID K kon haar daartoe nopen. AoBLaaiDa is dos^ 
naar Ree*, oordeel, èn historisch èn poëtisch (in verband 
met aba) misteekend. Op zichzelve beschoawd, met voor* 
liijfzien van haar historisch karakter en van den invloed , 
dien zij hier op ada uitoefent, heeft de schikiering veel 
fraais. Was zij een denkbeeldig persoon, en werd zij niet 
Toorgesteld als degene, die hare zwakke dochter dwingt tot 
eene daad, waarvan deze èn als kind èni als jonge maagd 
een' afschuw moet hebben , de voorstelling ware regt dich- 
terlijk. Nu is zi) niet manachtig genoeg; terwijl ada te 
zv^rak en te onbeduidende is, en wij bij deze, nu de Bichter 
toch eene geheime liefde hij haar vooronderstelt, ook meer 
str^ tusschen lieldê en pKgt megten verdachten. 

Als geheel liet het «tuk Ree. dan in meer dan één op- 
sig^ onbevredigd. Saaip in de bijsonderheden vcmd bij veel , 
wat hem een nieuw bewijs was van ées Bichters groote ga- 
ven en eoht poétisehea geest. Be besehrijving van ada 

Ï2 j 



128 lY- BEBTS 

'bl. 12 en 13, is schoone poëdj; sqhilderachtig die van de 
knielende doditer, den s^en harer moeder aismeekende, 
bl. 18: 

O lieflijk was zij, dns geknield, 
'Daar, als zij 't hoofd voorover hield, 
Geheel de schat van blonde lokken, 
GelijK een stroom van gouden vlokken , 

Ter neervloeide in haar moeders schoot. 

En liet den hals van marmer bloot; 
Want SM, opdat zij jseei^bogen 

De hand te beter voelen mocht, 

Wier z^gen zij zoo ijvrig zocht, 
Had zg den sluier afgetogen. 

Yol kracht en schoonheid is, op zichzelve beschouwd, het 
geheele verhaal van het gebeurde te Leyden, en niet min- 
der fraais bevat de laatste zang, die ada op T^jp^/ schil- 
dert, ofschoon de beschrijving van den dageraad èu gerekt 
èn gemanierd is, hetgeen de uitwerking wegneemt. Schier 
op elke bladzijde vindt men ook hier de duidelijkste bewij- 
zen, dat BBiTS waarlijk Dichter is, en bij dichterlijk ge- 
voel en verbeelding een groot meesterschap bezit over 
de taal. 

- Doch ook op enkele bijzonderheden moet Ree. aanmerkipg 
maken. Eene enkele maal wordt de lezer door eene on- 
verwachte én kwalijk aangd>ragte wending geheel uit de 
stemming gerukt, waarin de Dichter hemi gebragt had. 
Men oordeele deze anders in vele opzigten schoone regels : 

Dus sprak zij met bestorven mond; 
Haar wang was bleek ; haar oogen blikken 
Met ongewone glinstring rond 

' Haar hand beefde , en haar kniên knikten, 
't Was de overspanning van de ziel. 
Die alles in een Vrouw deed trillen , 
Wier kracht alleen bestond in waLiv, 

AU ze in haar lagen zetel vieL 
Zij drukte 't kloppend hoofd er tegen, 
Als zocht zig heul en baat bij 't koel 
En zacht bekieedsel van haar stoel, 
- Gantsch rood flmweel mei goud doorregen* 



ADA VAK BOILAVB. 129 

Hoe heeft de Bichter er dezen laatsten regel kunnen fagvóe- 
gen? Voelde h^ dan niet, dat hij diiardoor de nit^vverking 
T«n het vorige waarlijk schoone en treffende wegnam? Bat 
die prozaïsche beschriJTing van het bekleedsel van den mg 
des zetels (nog hinderlijker door dat ongelukkige ga$^$êck^ 
een wanklank is bij de aandoenlijke ToorsteUing Tan ann.» 
xsidb's droefheid? 

Jammer, dat ook hier en daar eene minder gelukkige uit- 
drukking,, een stootenda of prosaische regel hindert. Wawom 
b« y. het mngKotMme behouden, bl. 13; ' 

Een wolk , te droef voor een %oo jong ? 
Waarom een regel, als bl. 42: 

VaUcke ophef mag geen geestkracht hieienf . 
Waarom de stoplap, bl. 53: 

Haar meden Banjaart f eiker êiondf 
Waarom het oiihollandsche, bl. 65 : 

£en teedren gloed had voorgedaan f 

Hen noeme deze en dergelijke dictgen geene kleinigheden : 
de grootste Bichtj&rs lieten zich daaraan gelden liggen. Bil- 
nsRsijK achtte de taal te hoog, om- haar te verwaarloozen ; 
▼011 BIL aehtte zuiverheid en sierlijkheid Tcreischten in den 
Dichter. Het 'toont èf achteloosheid, óf onkunde, öf eigene 
'waan, wannen men het beneden zich rekent, .om ook ep 
.dergelijke zaken te letten. Hare verwaarloozing stoort. Teel* 
meer dan de Bichters dikw^ls meenen, den indruk hunner 
stukken. Ree. hoopt, dat de aanwijzing van soortgelijke 
Ylékken den Heer beits opwekken moge, om ze in het Ter- 
Tolg te TerAiijden, en ook daardoor zijn schoon dichtertalent 
te volmaken. 

Eene fraage plaat, ada op Texel voorstellende, versiert 
dit gedicht. 

Auswahl Niederlandischen Gedichte. Ins Beutsche übertra- 
gen, nebst kurzen historischen, biographischen und Nie- 
derlandische Sitten und Gebrauche sehildemden Bemer- 
kungen. Bearbeitèt von.r. w. v. havvillor. Il Theil. 



130 F« W* TOIV MAVTlfilOir 

. fiasen:^ Jbtt O. il JMMtkr.; fibilerdsitxi, bei A. Béiehw. 
lÉ M. evt». XKtl «ttd «10 eei4«. /«-: 

W^ lidbbeAi vm bet merite «(akdece^ v^taUbffon {^\ «en 
yrif bfiiedTOèi% TcnnBlÉg^ gvgféren; tomlltg wei^ bM later 
geplMM, dan Mj weii0ditéK> m Tan^anr, dat de Beer tou 
MAUTiLioif in zijn Varwort dit Tijdschrift niet kon noemen 5 
üfeider:4d beoordei^in^n Ton «ijn werk o<4l in Rederlandsohe 
M«a»d«elitfüteny £« he» mider de oogen kwamen. W9 wil^ 
len jniflt niet be^verelki, dat kif , die zich »aeAr i>«»/t^ i&«#oi»^ 
cbrf belehrende, Seurtheilt^ngen gefüünscht hdtte^*' van ons 
zoo bijzonder Teel zou geleerd heblben; maar ons verslag 
beeft hem toch nog al eenige, zöé vfi^ lAeenen bescheideil/B 
wenken ea aanmerkingen medegedeeld, terwgl wij ten be- 
boeve Tan ons publiek enkele proeven mededeelden. Bi) de 
beperkte mimte, waarover wij knnoen beschikken, hoode 
de verdienstelijke Vertaler het ons ten goede , dat wij daar- 
omtrent ditmad fitt g«e»e bijtonderbed«4fi tVedén, het voor- 
naamste noemen , en eep |iaar bijzonderheden nit de aantee- 
keningen opvatten. 

Het bekendste nk ^ iAefi^ vertaalde Nederlawdhche Gedich- 
ten bestaat in: fragmenten nit spahdaVs Vrouwen; een * 
paar Vddëriandsehe Romancen {Sans 1. Jdh Haring en Xw- 
ven Eeeine) vaü Tollens ; het Dichterlijk Geluk van döizelf- 
^ëü; ,de dood vAn Claasèns^ vit der SoÏÏandsche Natie; ^ffe 
Kermis der Goden, dóór stöHk VAi» 's tfaikTïSArrïïï; dè 
ierder op het Slagveld' tan Cannée, door ». j. van tsiriffe'» 
.tniet B. L gelijk er $taal) , èn het Trenrspeï : Jacob Si-, 
^ohsügon'de ïtïj% van i. ^. vak sfeBKtH, dat in -zijn geheel 
geplaatst wor4t én rtiim ^honderd bladz^den dfaLs inneemt, 
ka^'r wi) keuren het goed» een vaderlandsch Treurspel in 
zj^n geheel aan den buitenlander te doen kennen.. Bergel^ke 
Verialïngen gieten meestal kortere gëdibbten over: zal meA 
echter de poêiSij eener Natie kennen , dan moeten ook nitgè- 
Werkfe diehtsttdckën 'niet onbekehd lilijven ^ en onder deze 
minst het vorstelijke Treurspel, waarin zich de kracht der 
poëz$ vertoont y poëtische dictie gevonden wordt , en, wan- 
neer de inbond uit de geschiedenis dea Vaderlands ontleend 
1^, de volkegeest in m)?èr dan één optfgt dutchhellt. In 
sommige opzigien ware edkter eene andere kente, b. T. van 

(«) VadërL iiêtterüef. v4ior 1840, U. 216. 



▲UStriRL HtlDCRt. SEDICHTE. 131 

een Treurspel van •t&bxbbijk, wdligi -fierkieélijker ge- 
dweest; want, hoe«ilnraiiteiid oek nbJti/iliij, wij hebben 
er, die in gang en versificatie gelukkiger zijn. Evenwel 
moeten wij, zal der waarheid worden hulde gedaan, beken- 
nen, dat von SAirviLtoiv in de overbrenging niet ongeluk- 
kig is geweest. Dnitsche Alexandrijnen bevallen ons even- 
min alsHollandsobe Hexameters; en woorden , 91$ Lamhogteif 
Schaffóih ea anderen ^ dunken ons even min jsoêiisch ala 
MeogdmUeh. Ook maken deSollandsche namen van plaateen 
en personen hier en daar eene vreemde %nnr. Haar, gelijk 
wif zeiden, vnj zulten niet tot .bijzonderheden afdalen. Om- 
dat w^ bij voMikeur het goede willen veivaelden, zullen wij 
daarvan toch iet$ bybreAgen. 

Een moeijelijk over ie brengen ooi^let doat de rijm vond 
TOR SAvviiLoif vooi;g0worpen (met ^et boilache boek voor 
ons schrijven .wy ^w» cdre Germanismen) in Lieten Eeere : 



•Ga 1m», en mopg.de. Spanj«ai4 

Hoe vei^ bei binaen sta ; 
fiij draagt -de helft maar van de briwên; 
' YFü hg ook, de andre h^ft vun Lieven^ 
By ^wenmie ^ zi^ hem nai" 

Maar de Vertaler kiest alleigelakkigst niet den voor- maar 
den ioenaam des hdds tot rymwoord, en brengt vloeijend over : 

• In dctnem halben Bri^eforsche 

Der Feind umsonst noch' Sihn ; 
Wil er den Rest f bei Liehen Heere 
Kann er ihn finden , Hef int Meere ; 
Er komme da hier hinP* 

Een gelukkig overgcbragt oou|det islièt volgende uit tot- 
Ginds sleept, langs klip em steBnroisbroUen^ 
Met. de aakligheid des nacl|ts ulhen^ 
Ziek konaas zanger voort, "ver^rijêd van baard en leUen^ 
Boor najaaruni»i en stormen heen. 
't Is doodsch en ledig In zgn hallen ^ 
Malvina slai^t in 't graf en Oscar is gevallen: 

Geen afkomst, die hem de oogen slmtl 
Hij mengt zijn klagten met de. ariUiN«« 



132 F. W. VOH MAüTlLLOir 

O y zalig is hij met zgn tranen, 
Want Ossian behield zijn luü. 

Wij laten de moeijelijkste nitdrokkingen eursyf drukken , 
en voegen er de vertaling bij, waarvan w$ omgekeerd het 
nün gelukkige anssieichnen : 

Sekt, me dortUngt der Felsen mauer 

Hin Kond's Barde trauemd schluekt; 
In dunkler, feuchter Nacht, wo schwerer Stürme Sdianer 

Ihtn durck die greiêen hoeken streieht, 
ÏVanki er aus seinem oden Ealhn. 
MaMne naktn der Tod, sein Oscar ist gefaUen, 

Kein Enkel, der sein Ange schHesst! 
Er haucht die fVehmuth aus in Lieder, 
ünd Ossian fühlt Freude wieder, 

Die der Cresang ins Èerz ihm giesst. 

fiet laatste alleen is wat mat. Sed chudUe jam rivos, e^t, 
Be aanteekeningen geven, zoo als de titel aanduidt, <^ 
helderingen , tot onze geschiedenis , zeden en gewoonten enz. 
betrekkelijk. Onder veel goeds en gepasts sluipen hier eeni- 
ge fouten. Zoo^ zegt vov «aüviilor , dat db oioot in zij- 
nen koffer 9 die Fahri Hber die Maas'* deed. teder weet, 
dat tuséchen Loevestein en Gorkum de Waal stroomt. (Bladz. 
425.) Zierikzee heet eene Festung (bladz. 429), maar is 
dit niet, en was het nooit meer, dan elke stad vroeger ver- 
sterkt was. Ja, èpropos! daar wij nu toch in Zeeland zijn: 
» l)ie Provinz Seeland hesieht aus vielen grossen und kleinen 
Insein (von welchen letsUeren mehre blosse SandMchen sind^ 
die nur tur Ebhezeii trocken über Wasser steken) u. s. toJ' 
Wij bedanken den Duüsoher zeer voor de eer, aan —niet 
vielen, want die zijn er niet, maar eenige — schorren en 
platen aangedaan , om ze tot eilanden te verheffen. Ook het 
vervolg dier aanteekening (bladz. 435) is eene nieuwe bij- 
drage tot de onkunde aangaande * die jammerlijk miskende 
provincie. Be Heer voir havvilloh doet het voorkomen'^ 
alsof men geene andere gemeenschap op de Zeeuwsche eilan- 
den onderling heeft, dan dat men zich het laagste der ebbe 
ten nutte maakt*, om de stroomen te doorwaden. Een zon- 
derling misverstand, waartoe de watertogt der Spanjaarden 
van St. Phüipsland naiOT Buiveland in 1572 aanleiding schijnt 
gegeven te hebben ! ! 



AirSWAHl iriBDERL. GEDICHTE. 133 

Wj de Termelding onxer Toomaamste Dichteresaen, bladi. 
452, had ten aanzien van j. c. ns laeeot wel ipogen ge- 
segd ujn f dat tij onder de Bichters der vorige eeuw «« en 
ook van yro^eren tijd — de eenige is, wier luim zich niet 
op het lagere gedeelte der i^ri beweegt, Tooral in yerband 
tot het bladz. 509 gezegde. 

Onjmat is het, wanneer bladz. 461 afaat: »/n gans Nie^ 
derland wird niehiê gebranni o/s Totf.'^ Het tegendeel is 
bekend genoeg. Even onwaar wenschen wij, dat het vol- 
gende op hiads. 509 zij: »£« Ut gar keine Selienheii, «t- 
nên niederldndiêchen Danfohf f oier einê niederldndiêche Mer^ 
tMUum vertichern am horen y $%e la$e% nie ein koUdndi'' 
sehes Werky und befue^n nis ihr vaterldndischeê Theth' 
ter." Dit is immers niet waar? En zoo het waar is, dan 
toch stellig meine SeiienheitJ' 

In alles knnnen wij de ophelderingen van den VertaleiT 
weder bejahen noch verneinen. Tam bekennen wij, de in- 
rigting der speel (h...?) huizen niet te kettnen, en djm 
bniten beoordeeling te moeten laten het gestelde bladz. 
473-477- 



Het Jaar der Dwaaeheid^ een geschiedkundig Verhaal uit 
de inide EeutOf ^door 4. r. bosdijk. Te Gorinchem, 
bij A. van der Mast 1840. In ^r. Ovo. 368 bl.fS- 60. 

xlet denkbeeld van den Heer bosdijk, om den bemcfaten 
windhandel in tulpen tot het onderwerp van een verhaal te . 
kiezien, is niet ongelakkig.' Met regt mogt hij het den 
naam geven van het jaar der dwaasheid, en hij heeft die 
dwaashei4 hier en daar goed geteekend. De tooneelen, 
waarin die handel wordt geschetst, zijn regt geschikt, om 
den lezer de zottemy der menschen van dien tijd , het spel 
der hartstogten * bij dien windhandel, het bedrog en de' 
schorkerijen daarbij gepleegd, te doen kennen. Dat is dan 
nu ook het beste gedeelte van dit boek. De intrigne van 
den Roman, ten 'zij deze geschreven ware door een' meester 
in het vak, liet zich vooraf raden. Van de honderd waren 
er zéker negentig Romanschrijvers, wier thema zon zijn: 
een meisje^ wier vader zich door den talpenhandel laat 
medeslepen , bemint een jong mensch , die de dwaasheid in- 
ziet en schuwt, maar. die daarom door den vader wordt 



134 J. F. BOSDIJK, H£T JAAR 9111 DWAASJBEI9. 

irerBfooteB, door wien een tidpeadumddUmr wordt b%iiii- 
Ati^d, totdat eindelijk de bommel losbro&ty en ptpay dbot 
db edelmoed^faeid dm veratooten minnaar» getiroffen en (e« 
red, in het hnweüjk stemt Ziedaar ook het thema rmk 
den Heer bo»bijk; niet ceer origineel thbi Tinfing, nodb 
zeer belangwekkende , omdat ieder den uitslag wel .raden 
kan. Maar hij heeft daarenboven sijn boek van de eene 
s^de met laingwijligheden gei^t,. en van ^e andere s^de 
met onwaarschynlijkheden gerold. T4tt de eerste behooren 
rek' van des Schrijrers redeneringen en be8ckriJTiligen> een 
goed de^ Yan de partij b^ nffsiniiEus» eBiYanhotgo» 
beerde bij orKaLA-imia; tot de laatste, de geheele ge* 
sohiedenis Tan lAaoAiaTHA's wegvoering door den stndent 
met al hare faijtanderiiedén. *^ Verstaat de Heer iosdjjk 
Latijn? Hoe komt het dan, dat in de tot verrelens toe 
bijgebn^te Latïpsche spreekwijaen van den stndent soovele 
fouten z$n? Men kan met overal aan drukfouten denken. -«^ 
Keo*. oordeel komt dus hierop neder: daar, waar deSiAry-* 
v^ de dwaasheid van het jaar 16M heeft beschreven» is 
'hij niet ongelukkig geslaagd; maar de^ overige gedeelteil 
van zijnen Roman laten veel te wenschen overig. 



Portefeuille van oorêpronkelyké en vertaalde Verhalen en 
LegendAt^ door th. gottfbisdi. late Stuk. .Te Gro- 
ningen, b^ K« van.Meurs. 1840. In gr. 890. 2fiQ bi. 
ƒ 1-80. 

tuen driet^ Verhalen worden hier den lezer aangeboden, 
waarvan het laatste naar het Haogduitach, de beide eersten 
dus waarschijnlijk oorspronkelijk zijn. Ree, twijfelt eraan, 
of men in de Rederykerê in Brussel in 1559 het karakter 
'van «aAnvRL!.! juist zal geteekend vinden en het géheele 
verhaal waarschijnlijk achten \ of het voor den Schryver 
raadzaam geweest zij, in het tweede verhaal eene beschrij-p 
▼ing van het tournooi te geven, en of Het derde de verta<« 
•ling wel zeer waardig was: maar onder het groote aantal van 
verhalen, die verdonden worden, z^n er zeker vele, diQ 
niet beter zijn, en gewone lee^ezelsohapp^nlektfiur levert 
ook dit Beel^'e op. Daartoe wil Ree. het wel aanbevelen* 
ook in^ het belang van den uitgever, die zulk eeae aanmoe- 



TH. GOTTrAIBAI, POÜT^CVIiLG. 135 

^fp^g verdient» ea wien wij daarom, een .goed dabiet toe* 



Makat. Een gesohièdkundige Roman van a. scmopfb, grei. 
wiisB. I^t< A«t Sqogduiiseh. Tê Anuiêtdmm^ b^ tan 
Brink en de Vries; 1839. In gr. Bvo. 287 bt. f l- 75. 

jl\ie bekend is met de bekwaamheden der talentvolle Schrijf- 
ster lal loel twijfelea, of dete gesehiedkimdige Roman hoodt 
haren roem staande. • De^ mannen van het Fnmselie Sohrik^v 
bewind en de grnwelen, in naam der vrijheid gepleegd , ko- 
men hier r^ goed nit ; vooral het karakter van den eigen* 
Igk laffen faoofdperaoon is met juistheid geadiikferd^ en de 
edele ciAiLOTTB cobbat, die den moed had, om, met op- 
ofl^'ng van haar eigen leven, Frankrijk van dit monster te. 
verlossen, is de handeHng, w^^arop de Roman eindelijk n€^- 
derkomt. 

\ertaling en eorrectie laten nog al wat te wenschen over. 
Wij weten, het oorspronkelijke niet hebbende, niet, aan 
wien het zij toe te schrijven, dat men bladi. 49 leest : M^nê 
Beerenl ook elders Mijnheer^ Ieder weet, dat de minste 
onderscheiding van titels destijds in Frankrijk contrabande 
was, ei| niets hoogers, dan Citoyen, geduld wenL Zoo 
slaat elders. Uads. 45, van een eent: hier was de Vertaler 
in z^n vaaérland. Dergelijke kleinigl|edcn ontsieren het 
kosttinm, AHerdingSj bladz. 86, is eenGermanismus; kwam 
ie hoaren, {had zoo even gehoord ^ venaii d'ouir) bladz. 188, 
aeo GaUieiflmiis. Ook alleen voor maar, dat hier herhaalde* 
l^k voovkomt, is Hoogdnitsdb, doch sófagnt vrij algemeen in 
Onxe taal te worden. Pinkers voor wenkbraaawen (bladz. 21) 
ia een zonderling woord. Eiïen (ijlen) , gemagfigde (gema- 
tte) partij, verdiger (verdediger), U. 2, 82, 76 enz., zul-r 
len dmkfottten ujn. —» Het werkje is, als gezegd, onder- 
hctadend geschreven. 

Hei huiskruiê , of de' verderfelijke gevolgen van het Jene- 
verdrinken y door Da, bottcher. Naar den vijfden druk, 
uit het Hoogduitseh, Te Koevorden^ bij D. H. van der 
Scheer, 1840. Jn */. 8t?e>. 96 W. / : - 40. 



136' BÖTTGHBAi HIT HirilKRinS. 

Xjoe men ook oTer de middelen denke, die iq den laatoteh 
tijd zijn aangewend tot gering van het sdiromelijke misbroik 
van sterke dranken, — het doel moet ieder menschenyrimid 
toejuichen. Bit werkje kan vooral den zoogenoemden ge- 
meenen man de oogen openen omtrent dien geesel der maat- 
schappij , die oorzaak van tallooze ellenden , het misbmïk 
van sterke dranken. Daarom prijst Ree. het van geheeler 
harte aan. Of echter de zaak wel van de r^te zijde wordt 
aangevat, en er geene andere middelen aan te wenden wa- 
ren, om het schandelijke misbraik, vooral bij den gemeenen 
man ten platten lande, te keer te gaan, is eene andere 
vraag, waarop Ree., daar het er hier de plaats niet toe is,' 
weUigt elders nog wel eens temgkomt. . 



Woorden ^ ifen B^bel, voor eiken dag van het jaar 184L 
Te Groningen f by R. J. Schierbeek, Jr. hl. form. f : - 15. 

MJefieer h. ▲•▲■shoff, te Groningen f verzamelaar dezer 
Woorden , bragt die bijeen naar aanleiding van een gelijk- 
soortig Engelsen werkje. Hij zendt ze in het licht met de 
woorden van den RoomscSikatholieken Geestelijke lbandkb 
vaü BS, wiens hoogschatting van den Bijbel genoegzaam bij 
alle Christenen bekend is. Wat hij ook hier van de woor- 
den ésA levens z^t, toont, hoezeer hij ze als de, bron be- 
schonwt van licht , kracht , troost en rost ; terwijl de tek- 
sten, door den verzamelaar hier voor eiken dag van het jaar 
opgenomen, ons, over het algemeen, welgekozen toesdiij- 
nen : vooral heeft dat betrekking op die , welke voor den 
zondag gesteld zijn. Voor den tekst Jannarij 19, I These, 
I. VS. 10, had wel een andere knnnen gevonden worden. Op 
Maart 22 trefifen wij de plaats nit Joel IL vs. 28 aan. Op 
Junij 7 vinden wij dezelfde woorden door pbtrus, Sana. 
ÏI. VS. 17, aangehaald. Den laatsten tekst vinden wij hier 
zeep op zijne plaats; minder voegt die liit Joel in Maart. 
Wat behoeven ook gelijkluidende plaatsen ojM^egeven te wor- 
den ? er is overvloedige rijkdom. Ook had de tekst op No- 
vember 2, 'Efex. IV. vs. 30, gepaster in de Pink sterweek 
kunnen geplaatst worden. Sehr. \Wll. vs. IB, Jhc, I. vs. 
27 en dergel^ke waren welligt hier beter geweest. 

Bij huiselijke Godsdienst mogen deze W'oorden stof tot 
stichtelijke overdenkingen opleveren , en de arbeid van den 
verzamelaar voor velen nuttig zijn ! Het boeksken verdient 
alle aanprijzing. 



BOEK BES C HOU WIN d 

ijonmientatio Thcplogico-Philosópha . de fhahgisgi HSMr 
STERHTJSii meritis in l^nilosophiae loco de Deojiomi; 
nisqne ciun Dho conjuncdone explicando, a.fi^culfatc 
Theologica Academiae Gr oninganae praepiio amfoö ór; 
jiaUi» Auctore^LupoTiGQ «.usAifo.psTAO. ms^tboom ; 
& S* M. Cand. , qm ei brevein ntae r. HCM»tii«u8ik 
confipeGtnm adjecit. Groningae r* Apud /. B. fFoUa's. 
ISV). Fonn. oct. na}« XXYII et 184 pèg. ƒ 2^; ' 

UeBeYeAand^Uhg, d(c oia Vóórkomt eigéiilijk ibtrer tó^ 
de Gesddedenia der Wijsbejgeerte daik tot de GódgdeerdV 
heid ie bchooren» is- door de Theeiogische Facnltéil! fè 
kroningen mei goud bekroond; en dit niet - ten onregte', 
w^nt z^' draagt alle blijken Tan «eno grondige ten isorgVuI^ 
dig« bearbciding y waardoor het ▼^orgeëtddè óbde^w^ 
TJoi aUe kanten bezien K^en.hetgeiïe^ dat de Solin^el; liieA- 
omlrent in.de ftchriften raii) zijnen Alutmir geröhdSn heiR\ 
oTer. bet geheel /duidel^k roorgesteld is* 'B^ de uit^iVè 
heeft hq eene korte lerensschets Tan denzdrcii laten toor^- 
afgaan, waarvoor men hem dank verschuldigd 'is.- 

Ter beantwoording der pr^svraag naar de ferdièhstèh 
fian F..HZMSTSE11UIS in de verklaring van dat eedeeüe 
der Wijsbegeerte y dat over Oad en de vereeniging ker 
mefucfcen met God.handelir Heeft btztboom» in hef fe^^ 
siedeei z^ner Y czbandeUng , ietztXbwf^gêeriggevóeléü 
oj^tü^t dit ondètw^^rp, hein opden TO«$t-vtdgicade';-'ttï^ 
wikkeld, en in hei iweedèésnelh^erdieniltefH in Aiiöp^ 
Eigt aangetoond., ü. ^ " " ••' -irr 

In dé late .a£Ieeïing van: het eerste deel rtbonf hij daé'J 
Tolgena HBMSTBftHv'ïaaany'fcotf de nkenschtötlifiiiiisrdA 
Güd. h>mi,: d. i. 1. hoe: eii van waar; dbór Welke vermof 
gej», langs welken, weg, en volgens welk beginjsel' van hot 
•cfcoone, verhevene en volmaakte 9 hi) daartoe géi^tfakt. '2: 

B0BKBB8GH. 1841. NO. 4. , K* 



138 1. S. P. METBOOM 

Door welke b€W^zen hij het bestaan van God beloogcn kan^ 
3» Jloedanig h^ ^& dezen weg God in detzelfs wezen > 
kt&ilniti en Venle letfl Vennen. *— Löfiblijk on nullig is hel, 
-dat MBTBOOM hier en doorgaans bij hol einde Yan elk 
hoofdstuk kort zamentrekty wat men uit het gezegde» als 
Üot' gdroelen vaiï hbmsterhuis oyer het behandelde ge- 
deelte, ihag opmaken. 

' • fiij dènf aanVang dor 2de atdeeling , die oter de vereeni- 
-ging handelt i'Welke^ er . tussóhen den mensch en God he- 
Maat,- merki.HBTVooM op, dat er, volgens hsmster- 
nvi>>;.fCil..ondetsohcid .is tnsschen die van God mei de 
nien69l|f n.jcn ..dio van tic menschen met God^ en dat de 
eerste ^p^.7^1) »phj5iek hierin bestaat, dat God der taen- 
»sdhen Schepper is, en hun phjsick deel onderhoudt on 
i» bestuurt; en moreel hierin, dal Hq hen bemint, op het 
II naattw«t met hen wil veroenigd zijn , en xich door hnnne 
j^.geluji(zalrgheitl <m deugd gelukzalig gevoelen, en hun- de 
».grooUte.yord(^ngen in kunsten en wetensduppen Eeif «k 
pt'twaKe i^ige<f|/\ (?;)•«- z Yervol^ns wordt ondierzocht, 
hoe^jcn waar do tweede « de vereenigin^ van den mensoh 
mei G.od,,tp ^oekeyoi is^.nanielijk in sekere geli^oortighoid 
van de menschelijke natuur mol .de Goddelqko, gelegen in 
dn vennogena van zijnen geest , _en wel voornamelijk werk^ 
zofim door é^h gelijk orgaan, dat hemstsrsvis den 
mensch toeschrijft , en daardoor in de liefde tot hei goede^ 
of > zoo als hij het vervolgens nog algeméener noemt , in de 
liefde. Door Vfcrmeerdéring van den trap dezer gelijksoor- 
^gheid kan de melisoh z^nè vereenigingmet God vermeer- 
deren: de hop|;ste trap van beide is te vinden in de hoogslo 
yolkoinenheid vj^i aUe vermogena on «de hoogste overetn- 
sf^pming tusaphpn dozelve. Dese vereeniging betoont stek 
door ïekere uitwendige vfsreeriiig , méaf vooral .door liet 
vormen van 's menschen wil naar den wil van. God. *— Uil 
dit al}es volgt, dat er iussehbn^God en de menschen -eene 
gemeenschap ^s ala tnssichen . een' vader en zijne kinderen*, 
die hi}. uitljtfd^ tbt giJ^kvormigheid aan zicluelvén. <^leid(^ 
Deze. y^pejupAgl^al eeuwig vorderen; welke striling in 
het be^9g der drie volg^de ontwikkeld . wordt : 1. De 



/ 

GOMMSHTjiTfO TBKOL. miL. . 139 

nd.is olisl^fejijk. 3, £Kt leren is jsct hei tiocLoaieiiide 

ion jiaAuwsto rtrhonictk.^ als deszeUs aanraag ^n ak 'tiwvê 

t«rste beginselen. 3. Dé liefde is voor .den nensch) m 

alk etuwen Tan üjm beslaan , de hoogste yolkomc(Dbeid , 

en de hoogste Verenging met God, waartoe hij in eeuwige 

beid iBseer opklinunen ial. <«». Uit het tol hïeitoe TÓorge^ 

s&elde wordt door mbtboom nog teer kort opgcw^aakt ^ wat 

de philöaopbische denkwijze ran aaMSTBRHCts was ^fer 

God en ^smenschien yerceniging mei Hem. «^ Als aan*- 

hangsel geeft bij nog deszelfs gevoelen op orer de gesdne»*- 

denis der Gods?ereering en der GodTerlooobening ; om hier- 

nit te doen zien» hoe , naar dcszelfsnueeDliBg^ hei anensch'* 

dom bmgsaaierhand gekomen k (ot bet vinden on keniken 

fan God* 

In bef tweede deel dezer Ya-bandeliag worden de 9€r^ 
üauiefi van nainsiskHviis len opzigte der Miandelda 
slof aangetoond, en wel 1. door vergd^kuig nm deszdft 
tvjjse Tan pbilosopheren met die Tan andiarén,^«eo wei én* 
der de nieuwe als onder de onde Wijsgeeren ; waai4)i| bet 
ona Toorkomt» datMBTBooM die Terget^king niet bad be» 
koeren uitte strekken tot die, welke na sbüstbhbi^h 
gelWd hebben , ten ware h^ bad kunnen aantoonen f dut 
sif Tan denselven iets gewonnen en OTergenomen bebl^n: 
Hirt onderscheid cal y Tolgens mbtboom» biepia bestaan 
kebben» dal HBxsTB.aBüis het linnelqk en bet geestelijk 
beginsel in den mensob Tereenigd , met ToHe zelfbe^p^ist* 
beid , in. aanmerking bain ; terwijl anderen dit of niet , of 
zonder er aelye bewust -yaa ie zijn» gedaafn hebben. ^ Of . 
dit laatste niet te fijn gesponnen is, ctf anders niet duièc^ 
I^pker en ToUadiger bad oioeten aangetoond Worden, ïbou* 
dien inf nog al betwijfelen. -^ 2. Door de beschouwing 
Tan kei eigen karakter d^cr Wijsbégeene Tan HSMri-kn*- 
Huia i «n iwei ten opiigte Tan betgene , dirt b^ daardooi^ 
aocbt, Tan de bronnen, waaruit, en Tan <le Termogens, 
' woanneée hij nii dezelve putte, en eitlddqk Tan 'de Wijze 
▼sm TDohkagt zijner onderzoekingen. ««^ 8. Door -de óp- 
nsegling, ^t^bij, met vermijding van d^' voortiaamsté^dw^ 
lingcÉ der Wijsgeeren, datgene géleterd beeft, wisAraan 

K 2 



140 . I.. S. -r. MXY.BOOM 

hel tte&sohcl^k rerstand behoefte had , en wat het naaUè 
komt. aan de Christelqke waarheid. HoeWel me r boom 
reeds te Toren met rogt opgemerkt had , dat het noch doot 
de prijsvraag van nem gevorderd werd, noch voor hem, 
ak. jong mensch» welvoegelijk was, de gebreken van een' 
groot' Man aan 4e wijzen , heeft hij nogtans nu met geen 
minder regt, ofschoon met bescheidenheid , deze drie dwa- 
lingen aangewezen: datiHBMSTSRBüis a. de bedoelde ver- 
eeniging meer. ▼an fsmenschen, dan van Godsz^dc- be- 
schoawt; ^. meer op ^dem enkelen menschi dah op het 
menschdom ziet; c. te beslissend een. zedelijk orgaan in 
den mcaisch aanneemt. «— Ten opzigte der nadering van 
hél .w^sgeerig gevoelen van hbmstebhvis tot de Qiriite- 
lijke waarheid, vindt mbtboom in den door denzelveni 
ontworpen mensch een zeker beeld van jsz^trs; in de ge- 
meenschap der^ mcnschen -met God . een zek^ 'afheeldsel 
van.de.Kiörk;ln de. manier van voordragt van philosopheren 
iets ov4reenki[>vatigsinet de leerwijze .van jbzus. ' -Hoew^^ 
d«ze^vergeli^ng hier en daar hoog genoeg opgedreven is , 
willen wij hèt hem echter in de hoofdzaak wel toegeven ; 
maar;het is daHitoch wondier , dat. hij niet onderzoekt,- van 
waaiC h«t kwam , dat HSMsarzRRins die overeenkomst niet 
schjïnt gevoeld , althans ;cich daarover ni^ nitdrukkelqk 
verkiavd te hebben. .<-<» Ten slotte geeft mbtboom nog 
drie.dingei^ op te merken: 1; Waaraan heeft he.mstbr- 
Buis de voortreffelijkheid zijner Wijsbegeerte te danken 
gehasd?. Antwoord: (p. 177.) Aan de Natuur, de Ge- 
schiedenis, de Kunsten, zijne Vrienden , so^rates, 
CHRISTUS, welken laatsten hij steeds voor oogen schijnt 
gehad te hebbqn, hoewel hq Hem niet dikwijls noemt ; dat 
bij^ het philqsopheren zoo niet zi^ mogt , en nog veel min- 
der met het zijne overeenkwam. (?) 2^ Vanwaar komt het ; 
da^ HEMSTBR'HUis als Wijsgeer bijna door. iedoreen veron- 
achtzaamd is? Antw. Van de gesteldheid des tijds, waarin 
hij leefde; van de. geringe verspreiding zijner schriften;. van 
de, dfsnk wijze. der .meiE^e Wijsgeeren. van dien tijd. over de 
Wijsbeigeerte , voor welke hij te eenvoudig was, . 3. -Wat 
nul kan de Wijsbegeerte nog van, hem trekken 7 j Antw, 



C0MMS2fTiLTI0 TBIOL. PRII.. . 14I 

Van-bem leer^ii:allcs zameii Tcrecnigco/waaniit de mtuscb 
gekend kan worden ; onder anderen ook ondeftoeken-, wa^ 
er k van het bestaan en den zetel ran een zedelqk orgaan,, 
dat hq in den mentfcb gestékl heeft, -maar waarinihq nog 
niet zoo. diep doorgcd^ongen-is» als watartde latere Waame- 
mmg^ y meent m«tji.o aw » . aanfeiding geren ;- welk^ een «n 
^nder.w^ , ;nvet. hm,- aan de genen ,.. die dezer aaktïi meet 
kondig djn,. gaarne oYerlatèn..!. . 

.,Het boTenala^nde . moge Töldoendè z^n, om den Tee^ 
heyattenden inhoud .en de manier van. bearbeiding dezer 
irel .bewerkte Yerhandeing- te doen kennien. Zij is 'ook 
oTjer het geheel in een' goeden Lati^nséhén 8ti)l geacfare^ 
Teji; to welken: opzigte wij miTBoioai-s yertMitflchaldiging 
omtrent hetgeAe, dat uit d^naikrd der nieuwe zaken meer 
Tan de zuiYerheid afwijkt» gaéme, wat zij geMen kan^ 
wü kien geld^; en yoor het overige, zonder in Tèrdere 
b«oordeeling te treden, verecnigt hij zich met het oordeel 
der Hooggeleerde Mannen, die deszelfs arbeid getoetst en 
gekeurd en er het merk >van deugdelijk goud op. gezel 
hebben. 



Bybdoeffining over het Evangelie van Joannes. .Door 
, m. yj^9 n^TViUGBH, Predikant ieMeppel, enz. Iste 

Deel* te Schoonhoven, b^' S. E. jéB Nooti^ IMO* 

Ingr.Svo. XFI en ibSbl. f 31-20. 

Tsr. " •" ' 

»Lliet gemakkelijk ,^' zoo schrijft tAjx, nBirninü^sfi 
yDorrede, bl. III, »n]et gemakkel^ geloof, ik» dat de 
» roorrasii van Bqbeloefeningen , onder welken haam en in 
n welken vorm dan ook uitgegeven, té groot «al worden , 
iizoo zij maiur ! Bijbeloefeningen zijn, die den Bijbel beti^* 
n^leeren veirstaan en denzelven met meer nut leercn'g€i>ri»i- 
n ken ; zoo zij de B^bclsche kennis vermeerderen 9 $ijbel- 
itachen zin bevordéreh en tot eénen B^belschen wandel 
I» opleiden : want nog altijd houd ik vast aan. het beginsel , 
)» waarop de Protestantsche Kerk gevestigd is^^datdeB^- 
pbélp en wel de Bqbel alleen, de zuivere bron is » waaruit 



m R. TAK RETlTIffGtflV 

nd% iennk yan de Christel^ke GodsdieMt kan gep«t ww^ 
jÉjden/' Met dese betuiging zal leder onpartijdig» insteói*' 
HMD, vooral die. bij ondernnding weet, dal^o? êral , waar 
U^Isébe «oonteUing.iitgaiig vindt en bebandl^nigt faeerscht 
en laat gaaildc blijA, otii den Bqbcl allaen alt reHig rigt*- 
snoer te volgen. Hoe eenvoudiger die voorstelling ia , hoe 
meer de; booge waarde dta Bqbels zal gevoeld ^n erkend 
worden. Na alles, wat de£crw. viir HSTHiireaN ala 
BfbeUi^ening beeft in het Ucht gegeven, is oek dit ge- 
adudft , bepeé wij , bij velen hartelijk welkom» 

» Mijne iBijbeloefening (bL XIII, XIY) is wel geene ei- 
» gcn^k gezegde Cowmtniarius , voor geleerden bij nitne-» 
»mendheid geschikt , in welkein allee , wat door 'geleerden 
»ter verklaring is bijeengebragt ^ opgendm^ en beoordeeld 
» wordt; Hiaarsij bevat toeh, zooverre -mijne krachten zulks 
»t4M>lieten, eene doidelijkc verklaring van het Evangelia 
»nui jroAXKis, waarbij ik wel andere tlilleggerd en , zoo 
}»ik hoop, niet zonder vrucht geraadpleegd heb, echter 
»geeiien derzelvcn slaafs gevolgd ben. «^ Bet was echter 
»niet alleen mijn doel, het regt verstand, maar oek het 
» ware nnt van dit Bijbelboek te bevorderen , en mijne Le* 
» zers te doen opmerken , welken indruk het op hen be- 
)^ hoorde të maken , welke uitwerking bij hen te weeg te 
vbrengeil: ik wilde 'een stichtelijk huisboek Vervaardigen, 
T$oak geloof en Godzii^gheid bi^ m^ne Medechristenen te 
» bevorderen."— Met dezen toeleg ziet deze Bi^loefe- 
ning het licht. Naar dezen maatstaf moet dit geschrift -wor- 
den beoordeeld* Zoo we) voor het publiek , als voor ons* 
aM?U4 tls Reo.| hebbM wij gemeend doze woorden van 
den Schrijver te moeten mededeelen. 

Hot eerste Deel daii^ezer Bijbdaefèving orèr hetErmn^ 
fféUt vAn JOAvifSsbehhndelt de tes eeflte Hoofdstukken 
?uti \ Apostels geschrift. Ecu doorloopend verslag kunnen 
wij natuikrlijk van dit werk niet geven. De aard en aanleg 
van Mik eene Bijbeloefening» als deze is > zouden daarte^ 
gen opkomen. Hierom bepalen wij ons tot eenige bijzon*- 
derhoddn. In de eerste plahts komt dan 'm aanmerking 
het gebruikt dal vak HZTHiKeiN van de Oordeelkande 



- BIJBBLaBfllfmG.. 113 

gemakt hoefU Het is goed, dèt.h^ niét ^Ik« UeMgIMd 
keeft aaigeteekend. Dit beiiocMrt meer ui een Cmmmmim*^ 
rius, dan hier tb«is« Over het dgeineeb zal'-nieiiVreéeH 
heU»e«» om de handelw^ det fienr. Sohrq^etft 9»edv|ii 
keuren, H^ toch moei ikehte alotaovaBeii t«i x>Bdeiribtk i 
hei omdertoek setre uet medededén. ifier gèvcit '^ 
de^hU twee toerheaiden ^ waarait* men. beoordeeleU^ iaan; 
wat wij bedoelen.. H. IV: 35, 36 wordt de lécittgf^ 'do<^ 
▼ AH BBTHiHGan op goodt gTonden, door )e o !»»««▲«&[ 
«aDgevocard, gefolgd. Zoo tehrijft hij, U* ZSt: -iMet 
)r wQ0T4)a «n, waarmede dit tcvs (36ji hegint , ^hoort viel 
iriQi den tekat, is ntet Tan roAvirxi^ isMr inUigenAMA 
v-moe^t hat wofurij^e ak€fie\ dat iü'het vorige Tam voeÏF* 
ahomty en in hat oorspronkelijke 'het laatste', woord' fhn 
ahft vers is, tot dit Térs gehragt worden, ^edè onh 
H 9angt d^ maaifer %ijn ïoofif^^ tam. Het andere Toorheeid 
TindC men bl. 243«-24ö. Het is te iistTOerig^ ornhrer ia 
worden medegedeeld, maar bewast het g0ed gebraïk , dat 
TAif^xrHiMGaN Toor aijne hatefs ^Bji de kritM éwW^ 
bels weet te maken, seijEi al stemt men met hem id da 
hens der lezing niet in. In het nitlegkiindig gedeelte Tindt 
mi^ meestal, ofschoon niet skafs, tav naa palm geh 
Tolgd. Dit sij niet met- ïninacbtihg' gesegd* Inlegeéidad 
honden wij dit toot goed, omdat de BqbelTeitalbig' téa 
^en beroemden Man Ie regt Teel opgang heeft gemaakt^ 
en de B^belocfiining Tan tak nsraiNanir daardoèr mts<- 
fehïen nog nitgebreider nnt tal stichtend Intnssehen wad- 
den wi) ham wel dnrTen raden ; het oorspvonkol^ke mëdt 
te Tdgen, waar het bepalend lidwoord 'O, 4» ^) gemiü 
frnrdl. Het is toch bekend , ;dat de eerste Tertaling meestal 
nit de Laiifnacke oTerzettiag Tervaardigd is, waar^elor ift 
oom Statenw>Ter£etting, en ook in detm9inig Van tav 
Dsn TAifMj meer dan ééne onMMUVrkenrigheid: ^ dit pmH 
U oTergdblerea. Ten bewijze staan hier twee- toerbeet^ 
dén: 19. H. Hl: 29? die de bruid heeft, is debruüle^ 
gom. Zoo heeft het tak HÈTNiiiaEir, onze Staten-^o"ref«-. 
Mtting, en tak nan palm* 2^ H. Y: Qg.mdatH^^ 
xaon des menschen is. De aang^aaldcn hebben aUeii 



1:44 ^ H. VAN HBTKIlf«Eir 

YMldLdl iükof-erdc Art. (^) stoniL Deze Tertaling is niet 
mmoK^kmaig: - Hif is bruidegam. Omdai hij %0on des 
iPfhtfcikeiriiK . Ditdrnkt de eigenlijke bedoeling nit. De 
p^fi$0a^ ;ïfaB . nkir: bruidegom , van dbk %6on des ntenscKevi 
F4f dl niet Amgedttid , aaar wel hanne hoedanigheid^ Het' 
|i4il^9c Avt KuJgata kbn 'dii fijne der Giïeksche taal niet 
pmil>t^geii. . Ook on» ^taaleigen is daartoe beter gesc||ikt. 
D^;lEfifW. YAit BJBTniiroBiT houde ous deze aanmerking 
t^üA^feode^» ^n dbe.er 'zqn yo(»?deel mede. 
MOTer:liet:algemeeA biechten w^ onze goedkeuring ook 
aan de w^ze/lop wel^é tav HtxiriirGEir bij het verklaren 
}QiAe\en;(jni»tchk\indige aanmeiiLihgen loededeelt; b. r. 
U. 31èj» J)i} JI. lY: 30. JtZy dan gingen uit dè stad en 
ukwèanen tai Man* ! De yromr moet dus bij hare >stadge- 
itttooléB eeoea gdeden naam hebben gehad , dat haar be- 
iikig£ zoor raél .ingang vond. Ware zij toch eene vronw 
M^ewifeal^ 4ie haircfn goieden naam der openlijke verachting 
üti^.pffïfs 'gègeren^ haar berigt zoa geen geloof hebben 
»^gèV0éden.. Die zijne achting verliest, verliest ook'z^lié 
H'gelfiofwairdigheidw'': — V Niet minder juist en belangrijk 
ii;hetgtien w^ bL 262 vinden aangeteekend aangaande den 
g^«i(». mtn^ die, volgens H, Y: 15 , was heengegaan , 
te!4oa Joden, geboodschapt 'had 1 dat hém ^czvs had ge- 
zend gemaakt: >» Bovendien heeft z^ne kennisgeving ni^t^ 
^rfte.eone.Bftagifte in het nadeel vali jezvs, maar veeleer 
» bid ! tegendeel ten doel, zoo als: wij mogen ópznaken uit 
iLvergelijking van het 12de vers. Zij hadden hem gevraagd: 
tvwieü de m^scfa, niet, die u gezond gewtaahi heeft ^ 
»\tnmff[die toi u gezegd heeft: neem uw,beddehen'op en 
hw,ew(elF Hij. nu heeft naaüwelijks je zus lècren kennen^ 
j»io{ Jn^ .bocKlscttapt den Joden, dat het jbzusWb, niet, 
»die it0t hem^g€»egd had: neem uw beddeken cp en wa»* 
»Je/,.in«^> die hem gezond gemaakt had* Mif dnnkt'V 
{m Wc zal uiot ligt iemand zijne toestemming weigeren) 
>:4^^ '.tegenstelling spueekt duidelijk in 's mans . voordeel } 
♦eii.doct tijne Ibcnnisgeving niet voorkomen als eene aan* 
itg^Ut» ma^ ab tle;verm<^hlingder hem bewezene weldaad, 
#^$ den^jsohifn.Tan zoo schandelijke ondankbaarheid gan- 



BrjBELO£FBHIM«. 145 

nsckelijk ephcft/* enz. Eene schoone amimentarms op 
TAV dkr' pa'lm-s aanteekcning: Het is een. ongegrond 
vermoeden, dat de man dit. met een hoos opzet zou ge* 
daan hebben, om jezvb te < verraden; hi/ 4ichtte zich 
veeleer verpUgt, z^'nen weldoener' als zoodanig bekend 
te "maken- % . . ' 

Dit 18 nog eene goede eigenschap dezer B^beloefening , 
dai b, T. fi.. III: 16 volgg^ niet, op roorgang tan andere 
Uitleggers, besckouwd wordt als eene uitweiding Van 
/OAHiiEs, en wel -op grond» dat joahhfs altqd Iaat 
merken, whar hij aanmerkingen hij de woorden van den 
Heer Toegt. Het is lontetc willekeur , hier en op het einde 
yan dit Hoofdstuk de woorden ran den Evangelist, niet die 
Tan j^2us of Tau den Dooper, ie willen hoóren; Daarom 
had Ree. ook wel gewensoht, dat tak hethihgeh H. IY: 
2 gcene aanmerking van den Evangelist gezocht had (zio 
bL 171 Tolg.). Het daar Toorkomende behoorde tot het 
gemclit, dat den Pharizeërs ter ooren kwam. JZy hadden 
gehoord, dat jbzus meer Discipelen maakte en doopte 
dan JOAHHSS, en dat wel niettegenstaande Hij zelf niet 
doopte, maar zijne discipelen. . Dit vreemde maakte de 
opmerkzaamheid der Pharizeërs gaande, die, zoo' ah men 
H. II: 25 ziet', uit den doop, door joaithes verrigt» tot 
\eV& -groots en gewigtigs besloten. Jezus ontweek alzoo 
de woedt' der Pharizeërs niet; zoo 'als tah hbthihgsv 
meent, U. .172,. maar hunne achterdocht. Van jezvs 
schijnen zij alleen bij geruchte iets vernomen tè hebben:^ 
zij 'hadden osHooao. En dat jezt^s door Samarië moest 
gaan, (men zie het ihi niet voorbij) kan wel alleen aan 
het jaargetijde, door de hoogte der rivier , . aangeraden 
zï^n, als waardoor' JEZUS door het Aoog'ere Samarië, zott- 
der .deriviiDr over te trekken, de opmerkzaamheid dcv 
FhiEurizeërfr moest ontwijken , naar. Crö/i2ea. 
' Nog .ééne> aanmerking zij ons vergund, op dit gèdeehe 

* van *sMans arjbeijd te maken. ' Zij heeft betrekknigop de 
voorstelling H. IV: >52 , bl. 235. Vah per falm heeft 
nanjBfeteekend: Te één, ure na den middag, volgens Jood^ 

' sehe 'dagtekening ;. doch jovLxtnzi bedient üth somtijds 



146 H. TAK HBTSIiraEX 

wiiii d€ Romeimcke, die met de onze overeenkomt Vak 
KSTvrNO'Sir merkt op: »Dat is» najr de Joodsche ver* 
ndeeliBg ▼au dcte dag, des némiddags om één ure. Waar-' 
» sckijttl^k ^echter moeten Tfq hier aan onze dagTerdeeUng 
» denken, en dit van 'saronds om zer^n nre^erstaan» An^ 
»ders ware toch de man wel dien eigen dag ¥an Kanm 
9 naar Kapemaum wedergekeerd." Die laatste «swarigheid 
▼alt weg; want met het invallen vaii den atond was do 
▼orige dag ten einde. Vcxg. matth. XXYII: 62. Zoo 
vertrok de vader, hetgeen in zijnö omstandigheden natuur* 
k|k wês^'.dadeli/k, en iets later zijne bedienden, die el-« 
kaader ontmoeteden, nadat de dag ▼erstrekcn was; zoo 
konden dan ook de bedienden van den dag van gisteren 
spreken, zonder nacht gêhAd te hebben. Door onze be<^ 
rekeningen moeten wij ons ^ bij het ophelderen des Bijbels , 
niet in verwarring laten brengen. 

Wat eindelijk de aanmerkingen aangaat, door welke de 
Sehr^ver het nuttig gebruik van dit Bijbelboek . heeft ge* 
tracht te bevorderen, daaromtrent kan ons oordeel niet dan 
zeer gunstig zi^n. Die aanmerkingen , al loopen Ze somtijds 
wat breeduit, b. v. b^ H. lY: 24. God is een geest ^ enz. 
van bl. 195 tot 211 , zijn meestal zeer geschikt naar de be- 
hoefte des tijds, om » inzonderheid (Voorrede, Ü, XVI) 
«opmerkzaam te maken op hetgeen thans noodig is in het 
Boog te honden tot beslissing van het geloof, datorizus 
^ ais. de Christus, de Zoon Gods." Men zal overal ont- 
waren, dat hij (Voorrede, aid.) mogt scb-ijven: »Dé 
» waarheid heb ik in hare eenvoudige duidelijkheid zoeken 
nroot te steUen en in hare kracht te handhaven , en d* 
to kennis der waarheid ho& ik zoeken dienstbaar te maken 
»aan de bevordering der tjodzaligheid." Ook zonder na- 
der bew^s, hetwelk iedere bladzijde kan opleveren, zal 
men ons, zoo als wij hopen, bij ons onpartijdig oordeel 
over <lit werk , op ons Woord gelooven. De Eerw. Schrij- 
ver moge in onze aanmerkingen , welke h^ houden mag 
voor hetgeen zij zijn, aanmerkingen van een' Recensent, 
«onder ipts meer, een bcwqs zien, dat wij zijn werk heb- 
ben getoetst, en evenwel zoo weinig, wat do b^oofdzaak 



BIJBBLOKFClflKtS. 147 

«aufMI t li«l>beii gegispt ; êen* spoorslag te meer ^ öm de- 
%mk sijmen arbeid met lust ca ijycr roort te zetten én te 
rolloo^eit« <— De Lezer late niet na , de belangrijke J^eer- 
retk «n cle daarop v^elgende Inleiding te lezen. 

EMe enkele aanmerking hebben wij nog op de nit^oe^ 
rmg« Zij geldt de dttidelijkheid. In een gesclirifty waar 
het Grieksch hierogljphisch zon zijn , moet op bet eursyf 
gelei worden. BI. 160 moest rege) 1 » 2 en 3' niemand — 
niet allen , niet velen , gedrnkt zijn : niemand «- niet id- 
len^ niet velen.^ Dit is welligt den Schrijyer ontgaan. An- 
ders M de nitroering oyereenkomstig met de waarde en 
iabond tan bet werk , eene wezenlijke aanbereKng yoor 
den eerstbeginnenden Uitgeyer van ir o o tik. Hi) ga 
Toorti dege^kc werken, degelijk yan zijne pers in bet 
ücbt te zonden! t 



Leerrede ter geiacktenisnering der vijfentwintigjarige 
Evangeüdfediening in de Doopsgezinde Gemeente te 
Eaom, van jakob pot*- Uitgesproken den 29 Sep- 
tember 1839. Te Hoorn, bijGthr. Vermande* 1839j 
In gr. 8vo. 40 W. ƒ :-60. 

X/ezeer gepaste tekst yoor deze feestrede is Tit. II: 11-^15; 
De Redenaar gbeft, na eene oinscbr^mg yan den zin der 
woorden, als ycrdeelxng zijner rede op: dat hij een blik 
wil yestigen ep hetgeen de zaligmakende genade Gods hem 
i» x^e Gemeente geweest is, «yooreerst in zoo yerre zij 
imwr ons ten dezen zochten ten nntte te maken , en daarna 
•mier hetgeen ons wederyaren te haren aanzien hoofdzaken 
Kfk gekenmerkt heeft." Duidelijk of gelukkig uitgedrukt 
is deze yardeeling niet, gelijk in het algemeen de stql yan 
dem £erw. pol niet gemakkelijk is, yooral' ook door de 
^nim te lange yölzinnen. In bet eerste deel gaat de Rede« 
anar na , boe hij zelf lich yan zijnen pligt heeft gekweten^ 
wm hee de Gemeente z^n onderwijs heeft aangenomen ; ter^ 
wi|i in het tweede deel eenige bijzonderheden , de Ge«- 
Atenle betreflende, wxMrden herinnerd. » Het geheel is zé^ 



148 J. POL, LKBRREDE. 

ker Toor de leden der Hoornsche Gremeente eenc aange- 
name gedachtenis 9 en. wordt haar door haren Lecraar ala 
zoodanig I op haar verlangen, aangeboden, Algemeene 
belangrijkheid bezit deze feestrede minder. De Eecw. pol 
geniete nog lange het voorregt, ijrerig in z^ne Gemepte 
werkzaam te zijn, en onderyinde op zijnen ; arbeid den ze- 
' gen:des Heeren! 



De ontleedkundige Ziektekunde , hare strekking en gren- 
zen, en den algemeenen invloed, dien z^ op de Ge^ 
neeskunde uitgeoefend )teeft ; beschouw4 door , Kit VEn- 

. Hó p^x^ABon, Hoogleeraar te MontpelUer. Uitgeger 
ven door f. tan nsn bregobh, et., Med. 2)oet en 
Hoogleeraar te Amsterdam. Te Jmsterdam , hij J. T. 
Schleijer- 1839. In gr. 8vo. 291 t/. ƒ 2-90. 

/iiekte is eene 'eigenaardige aandoening Tan het levend 
mcnschclijk ligchaam , waardoor dcszelfs Tcrrigtingen niet 
naar behooren 'uitgeoefend worden. Ziekte is derhake eene 
eigenaardig gew^zigde rigting Tan het leven: Zq kan dns 
slechts bij het leven erkend en nagegaan worden. Zieke- 
lijke aandoeningen gaan nogtans in meerdere of mindere 
mate met Tcranderingen in het ligchaam gepaard. Deze 
z^n in sommige . gÖTallen Uijvende, zoodat na den dood 
afwijkingen Tan den oorspronkelijkcn Torm en zamenstel- 
ling geTonden worden. Bij de behoefte aan ontleedkundige 
kennis Tan het. menschelijk ligchaam Toegde zich later ook 
die der kennis Tan de afw^kingen, Aoot ziekten daarin^ 
Toörtgebragt. Deze naspoiin^en zijn somwijlen uit nieuws- 
gierigheid , somwijlen meer ter bcjaging Tan iets zeldzaams 
gedaan, dan om ziekteTerandcringen gi^dc te slaan, ten 
einde daaruit later nutte geTolgtrekkingcn Toor de behan- 
deling Tan ziekten te trekken. De zucht , om iets zeUr 
zaams te Tinden en mede te deelen, deed de ziektekunr 
dige lijkopeningen op zichzelTe staan en bliJTCn, en er 
. bestond in zekeren zin gcene ZiektekuncEge Ontleedkunde, 
althans niet zoo a]s die later en nu beoefend wordt. Da 



R. dVmADOR, OXTLEEDKtTNDIGE ZIEKTEKTJNDE. 149 

tegenoTcrstélling van leven en ^oo j bleef ook hier eene 
strenge sclieicling Tolkouden. Indien er ook 0en zeker rer- 
band tnsschen het gebeurde bi) het Ieren en het oyérgèble- 
yene na den dood werd gezocht^ dit waren meer op zich* 
zelyen staande pogingen^ dan een vereenigd strevend • 

Morgan KI was een der eersten ^ die in hetgeen T^ier 
hem onderzocht was; in'vérbaiid met zljné nai^oringeny 
meer orde bragt, én zijne waarnemingen , met die zij^ner 
Toorgangcren , volgens een' meer' wetenschappelijken leid- 
draad rangschikte. Niet ten onregte wórdt hq door som-* 
migen beschouwd als dezen tak der wetenschap eene andere 
en verbeterde strekking gegereii te hebben. 

Men mogt yoorondersteilen , dat deze pogingen van mor- 
GAGKi door anderen zouden zijn voortgezet en uitgebreid ; 
maar het was of de OTervloedige stof, door MOROAGKf 
Terzameld , velen deed denken , dat er door hen weinig of 
mets meer behoefde |;edaan te worden. Het valt toch zoo 
gemakkelijk; te rusten bij hetgeen anderen gedaan hebben. 
ifoAGAGirr heeü veel gedaan, want nu nog zal men zcl« 
den hem 'te Tcrgeefs raadplegen, en men zou van hem kun- 
nen zeggen , dat hij- een' reuzenarbeid vertigt heeft, zonder 
daarom te beweren, dat do wetenschap met reuzenschre- 
den zich uitgebreid heeft, Tobral wanneer men meer' op 
het mvltum dan op muUa let. Weinigen slechts zijn hem 
zoo nagevolgd ; maar deze zijn ook met ongemeene vlijt 
werkzaam geweest, öetuige onder anderen stoll, hük- 
TjER, roeoer ER cnwAGLER, van^elkch laatsten onder 
anderen gshdrin met den hoogsten lof gewaagt. Zoo als 
het echter tot op bighat met de Ontleedkunde gesteld 
was, kon ook de Ziéktekunde niet tot die ontwikkeling ko- 
men , gelijk wij haar thans gevorderd zien. Nasporingen 
omtrent het dusgcnoemde weefsel der dcelen moest van zelf 
leiden tot een onderzoek van het ziekelijke, waarin een 
weefsel ontaarden kan. Ziet daar mede eene der aanlei- 
dendc oorzaken tot de uitbreiding der beoefening van de 
Ontleedkundige Ziéktekunde in den meuweren tijd. 

Wq schrijven geene geschiedenis van hare rorderii^gen 
en uitbreiding. -Aan dit ond'^rzoek' is het werk 'gewijd. 



150 R- h*AHADOR 

welb vertaling wij hiermede aAnkondigcn. Wi) bepalen 
ons dus te zeggen, dat de pogingen van bicbat» om yon 
de Ontleedkunde een meer toepasaelijk gebroik root de 
Geneeskunde temaken, in tijn geboorteland, en ook bmf 
ten hetzelve I de zucht voor Ziektekundige Ontleedkunde 
aangewakkerd hebben. Wanneer enkele mannen, ak no- 
Tiusj BOUW, (*) BRüGMAirs, B. sahjdifort , om geenn 
anderen te noemen , ook voor dezen tak der wetenschap 
werkzaam waren , sluimerde bij zoo velen tot dusverre de 
^igenlijke lust lot eene voortgezette beoefening. Wdligt 
werd en wordt nog menig^n door vele schier onovérkomo- 
lijke zwarigheden zoo niet afgeschrikt , dan toch terugge? 
houden» £nkèk manhen , in de gelegenheid haar te kun- 
nen beoefenen, albxavdbr, brosbs, «. savjutokt, 

SOBROBBBR TAN BfiR XOJLZl, SXBASTIAB, TIIABUS» 

W. TRi)i.iK, loonen, werkzame voorstanders ran haar 
te zqn. 

. Hetgéoi tot dusverre dedits enkden verrigten meer in« 
gang te doen vinden , en om over het algemeen de zucht 
tot de beoefening van dezen tak v|in wetenschap mtfer aan 
te wakkeren, daartoe worden in deze dagen niet wdnigt 
pogingcfn in het werk gesteld. Tot in Zweden toe dringt 
de zacht voor Ontl^Msdkundige Ziektekunde door » zoo als 
in de Hygiea, medecinsk och pharmac. Mdnadsskrifi. 
Siockh. 1839, B. 1. H. 1, eene bclangr^ke Yorhandeling 
van HU SS gevonden wordt, over de betrekking der patho- 
logische Anatomie tot de Geneeskunde , en den wcdcrkee- 
rigen invloed, welken zij vroeger co tegenwoordig op d-* 
kander uitgeoefend hebben. Gok dezer dagen zag eene 
vertaling het licht van «en der zoo belangrijke wérken van 
AKDRAL. («{-} De steeds wcrkzame-floogleeraar vak dz.r 

(*) Met genoegen hoorden wij, door den Vertaler, onder 
de verdiensten van wijlen den Hoogleeraar bouw, U. J53, 
noot, ook deszelfs Dissertatie yërmelden, de continüationi^ 
hm membrantirumf welke, in zekeren zin, als uit de verte, 
een licht ontstoken heeft Voor het later door bic rat zoo 
fraai ontwikkelde leerstuk der weefsels. 
. (t) Eene beoordeeling of liever eene aankondjgiD[|r Tlin 



OIITlEEDKVlfBIGfi ZI£KT£KU]I0E. l5l 

SRiKGOEir wil tot li€lzdfde einde het geneesknndij; publiek 
met een werk tan soortgelijken inhoud bekend maken. Hij 
jbeefl de Yek-handeling van risvshno d'amador inonee 
t&al ovcrgebragt. 

üit bet Voorberigl vfein den Vertaleir blijkt , dat de Ver- 
bandeling ran den Hoogleeraar n'^MAnoa het bekroonde 
aat?roord i% op eenc prijsvraag t. uitgoschrercn door de Ko- 
ninklijke Akademie der Geneeskunst te Pari/s* Öaar oh*- 
<lerirerp was : 'den invloed na te gaan^ iceÜen de JZiekt^ 
kundige Ontleedkunde op de Geneeskunde heeft uitgeoe- 
fend van den tyd van M0R6A€irr o/. Deze bekroonde 
Yerhandeiing is opgenoüien in de Mémoires de V Académie 
Royale de Medeeine^ we)ke hier te lande wel bekend s^n« 
nmar , gel^ de Vertaler te regt aanmerkt , niet i^. zoo 
veler handen komen als zij zulks verdienen. 

^ De Verhandeling is dan ook de aandacht wol waardig. 
Zij is in eenen lecr goeden geest gcschreyen. De Scfar^- 
Ter tracht overal, zoo veei mogelijk, den middel weg te 
bonden j en laat derhalve ieder zijn regt toekomen. Hier 
en daar iê zif evenwel niet van oppervlakkigheid vrij te plet- 
ten ^ vooral waar de Schrijver had behooren mter in de 
geschiedenis der wetenschap in té dringen. (*) Dit is een 
gebrek , hetwelk Tèle Fransche Schrijvers over de Gcnees- 
knnde aankleeft. Zij zijn te zeer met de voortbrengsels 
van hun land ingenomen; .zq z^n met andere talen niet 
genoeg bekend; zoo blijven zij onbekend met hetgeen buiten 
Frankrijk in de Wetenschap bmgaat, en de vooringeno<- 
. menheid gaa^ voort met zich te verleiden, (f) Waar bet 

dit werk, in afwachting van ket tweede Deel, vindt men 
in dki Tydsehrift, N<». X. Aug. IWè. U. 418 en volg. 

(*) Be Yertalar heeft dit gebrek hier en daar trachten 
4e Terhdpen. Bij had daarbg nog ^kunnen voegen de werken 
xax) HBCKia en LissiROy over de geechiedenis der Genees-^ 
Imnde, bg devermelding van dievan BBLienvtiiBiaRBiBi. 

(t) ffier. ea daar heeft de Vertaler er nog den naaan Tan 
edpen vadertondsdie Oedtlee&nndige bijgevoegd. — tiaat 
vrordt, etver het algemeen, fibos«ix iütsgh niette weii 
mg genoemd? Omdat zijn eerste kabinet geheel Ie niet i» 



152 R* d'amador 

cckter op 'cenè meer dadelijke nasporiog van de bewerkthl^ 
ging aankomt i daar is de Schrijyer geheel te liuis in het*- 
geen de Ziekteknndige Ontleedkunde in de laatste tijden 
heeft uitgewerkt Men mist nogtans de namen van enkele 
Ontleedkuhdigen y die voor de Zioktekunde zeer werkzaam 
sijn geweest) ondcar anderen james hope, sai-GnTy rob- 
bert HOOPER en die ran anderen > zoowel in DuitscUand 
als Ned€rlan4» ' Orer het geheel berat deze Verhandeling 
Teel, dat wetenswaardig is. De stijl is >locijend, en heeft 
ook bij dQ yertaling niet verloren. (*) De Vertaler heeft 
hier eoi daar, gcl^lf: hij zélf opgeeft, het stuk bekort, en 
ook de orde eenigzins veranderd , door afzonderlijke, zoo- 
genoemde Articles yan den Schrijver zamen te voegen, 
waardoor de verdeeling der Tértaling en het dpschrift der , 
Hoofdstukken Tan het oorspronkelijke verschilt. Desgelijks 
heeft de Vertaler het eerste Hoofdstuk Tan het oorspi^onke- 
lijkè inet zijsje inleiding samengesmolten, waardoor men 
het eigenlijke opschrift Tan ^ het eerste gedeelte der Ver- 
handeling mist, en dit bij het tweede eenigzins afsteekt , 
waarboTen men leest : » Oplossing Tan de drie vraagstuk- 
»keii der ontleedkundige zioktckunde, en hunne toepassing 
»op de kennis der ziekten.*^ .. 

In het eerste gedeelte der Verhandeling heeft de Schrij- 
Ter zich ten doel gebeld eenige wetlcm te ontvouwen , wel- * 
kc de Ontleedkundige Ziektekunde in hare geschiedkun- 
dige en wijsgeerige ontwikkeling geTolgd is. Zij zijn de 
Tolgende: 1^. Hare kiem bestond bij het entstaan der Ge- ' 
neeskunst , even. als dit het gcTal was 'met al de andere 
bestanddeelen der Geneeskunst. 2^. Zij Tcrtegenwoordigt 

g^aan , en door zorgeloosheid zijne tweede Torzameling zoo 
verspreid is geraakt; dat er naanwelijks een praeparaat meer 
OTer' is, zijn deszelfs. verdiensten omtrent de Ontleedkmide 
daardoor minder geworden? ■ ^ ^ 

{*) Aanmerking zoude kunnen gemaakt worden op de 
yertaling tan phtues dóór tijdstippen, op bl. 44. BI. 102 is 
eUniquement niet Tertaald geworden, terwijl de zin zulks 
toch medebrengt. Maar wij willen niet hij kleiaigbedea 
blijven stilstaan. 



ONTLfBDKLKOIGB ZIEKT£KUXDE. 153 



'im de Geschiedenis der Geneeskunst dè inwendige » wel- 
doordachte en logische ontwikkeling der wetenschap. 3^. 
Zij heeft in de Teranderingen , welke zij ondergaan heeft , 
*^de Tormen aangenomen van de stelsels, die achieryolgcns 
in de wetenschap de bovenhand gehad hebben. 4^. Zij., 
heeft in iedere harer stelselmatige hervormingen ednen ver- 
mogenden invloed gehad op de andere takken der Genees- 
kunst en den voortgang van derzelver ontwikkeling bevor- 
derd. 5^. Zij is ten laatste geëindigd, met haar beginsel 
te baiten te gaan en zich tot een uitsluitend stelsel te vor- 
men. — - Na deze vijf punten ontwikkeld te hebben , gaat 
de Schrijver tot het toepas^el^k gedeelte zijner Verhande- 
ling over 9 en behandelt hij: 1^. Het vraagstuk van de 
organische verandering ; 2^. spreekt hij over de b.etrekkiu- 
gen der verandering tot de verschijnselen , of hot vraagstuk 
van de iSemio/ica^en 3^. over de vraagstukken der oor** 
zaken , of der Diathtses^ In een vierde Hoofdsjluk volgt 
eene beschonwing van het vraagstilk der organische veran* 
dering, uit het oogpunt van de genezingsleer. In een 
v^fde 7olgen> als ter voltooijing, bij een algemeen over** 
zigt; » Laatste algemeene beschouwingen over de betrekt 
» kingen van- de veranderingen» de verschijnselen en' d« 
» oorzaken, uit het oogpunt der genezing^leer en der ger 
«nceskundige practijk.** Meteen kort, maar doeltreffend 
woord besluit de Schrijver deze in vde opzigte^ belang- 
rijke Verhandeling» 

, Wq zullen het hierbij laten berusten. De Verhanueling 
zelve is toch voor geen uittreksel vatbaar, en zij/verdient 
ook in haaf geheel gelezen te worden. Het is vooral d^ 
gematigde toon, waarin zij geschreven is, waardoor^ zij 
iuch ook zeer onderscheidt van de Verhandeling van 4leii 
lleec SAUCEROTTB, welke met haar naar den prijs ge- 
dongen heeft. Men zal hier veel vinden, hetwelk over- 
^aardig is om geweten te worden; men zal. het stuk over 
.hel geheel niet onvoldaan uit de banden leggen , wanneer 
jnen ook hier en daar, gelijk wij aeeds hebben aapge- 
merkt, iets me«r gewenscht had. Mogt door deze poging 
van den Hooglecraar vak der BREGeavde beoefening 
ÜOEEBISCH. 1841. «o. 4. L 



der Obtleedkaiidigie 2Sektekafide meer opgetrekt WM'dcftt 
Het woffdt toeh steeds meer en meer duidelijk , dat , om de 
Terschi^eleii des levens Wèl te leeren kennetiy men bij 
den dood ab ter acholc moet gaan ; en het is eerst op het 
grondgebied dei doods» dat oüte kennis der behandeling 
▼an de levende beiy^crktuiging behoorlijk gelouterd wordt* 



Kerhelifk DórdrecJdf eene b^rage tot de Geschiedend 
der FaderUuuUche Hervormde Kerk f sedert hei jaar 
1572, dêér o» ik s. sCHorfiL. 2de'^bde Aflevering. 
Té Dof^drtehiy by van HontriJTe en BrédiusF. 1839, 40. 
Fn gr. 6w. Fan bh 67-642. ƒ 4-20. 

iVXet genoegen lien wij hier de voortzetting van een werk, 
vi^elks aanvang en ébrdiking wij in ons Tijdschrift voor 
léB9, N"^. IV I bl. 163 ^15&, loffelijk aangekondigd heb« 
befti De Sehrijter / dié de éérste AfléFéfing met de vesti* 
ging der Hervoqrthing in tijné Vaderstad geëindigd heeft, 
gaat nii in de vier volgende, waarmede hei eefste Deel ge^ 
alotett Wordt i voort niét voornamelijk levensberigjten mede 
té dèéleft van de Frediklinten , die aldaiir» van dien tijd af, 
dn geeuiverde leer verkondigd hebben, van joniHirfes 
trppitrs, in r672, tot johiknes oibbet^, overleden 
in 1706. «^ Dc^e hier en daar wel wat dorre leetnnr 
wordt gepast en nuttig afgewisseld door eene beschrijving 
van de godsdienstige gesteldheid van Dordrecht in het 
laatst dcir 16de en begin der 17de Eeuw, bl. 163-177, 
en Vervolgens wederom van dezelve in het midden en einde 
der 17de Eeuw, bl. 337-^369. ^ Achter alles volgen 
nog eenige Aanteekeningen, behelzende bijvoegsels en ver- 
beteringen op verschillende plaatsen van het éerétè Deel , 
en eindelijk eene plaat niet dé faosimihs der naamteeke- 
ttingen van de in hetzelve vermelde Dordsche Predikan- 
ten. -^ Het geheele werk is rijkelijk voorzien mei eene 
ihenigtc vah ondcfraln geplaatste aanlcekeningcn , die db 
'Schrijver met milde, Ref. had haast gezegd met overdadige 
hlittd nitstro<rit,'tot Opheldering, bevestiging of uHbreidhrg 



«. D. J. SCHOtgL, KSKKBLIJK DORDRECHT. 155 

vftii kct in den tekst gezégde, of tot remieldiirg yan bij- 
«ondei^heden ) die daar geen plaats kondea Vinden > c^tot 
aanhaling van vele en yelerlei schriften, waarin iets, dat 
M het behandelde onderwerp in eenige betrekking staat » 
geTonden wordt: men beWondort ^iMians «itgebreide kt- 
terkundige kenni^ \e dceen aanzien , soo wel ak de^selfs 
ylqt en geduld in het verzamelen van alles, wat hiertoe 
behoort. — Voor -een verder verslag of uittreksel is een 
werk van dezen aard niet vatbaar. — Onder zoo vele 
Dordsche kerkelijke Mannen van de 16de en 17de Eeuw 
lallen bok wél, gelijk ten allen tijde met verschillende 
wijzigingen , Dii minorum gentium geweest zijn: misschien 
ton dus Ref. onder dezelve eene keus gedaan, en alleen 
de vodmaamste en belahgnjkste Helden, door eene meer 
nitvoerige en karakteristieke beschrijving , kenbaar 'ge- 
maakt , en de overigen , hoewel in hunne tijdsorde , slecbts 
mei een kort woord vermeld hebbent- miaschiea . • 4 . . : 
doch ieder heeft zijne eigene wijze vaa cijneit letterbmdi^ 
gen koBi ilaar te maken, ieder z^^ eigen sohotel of 
schaal , om dien op te disschen ; en hierover wil Referetal 
tbana geen Criticus zijn. 'Dit alleen wil hij in het algemeen 
opmerken , dat vroegere oudheid- en letterkundige naspo^ 
ringen en medcdeelingen wel eens geleid hebben , om aan 
alle , zelfs aan de minst beduidende voorwerpen en bijzon- 
derbeden een groot gcwigt te hechten « en daaraan eenen 
tijd te doen besteden ^ die de moeite inderdaad niet be* 
loonde: dese ondervinding der verledene tijden weascht 
hil , dat de Geleerden van den tegenwoordtgen tijd , in widk 
▼ak ook, zich ten nutte zullen maken, opdat afijvoor 
flcbzelven aft^d met een Waar en duurzaam vergenoegen 
op hunnen arbeid mogen terugzien, en voor tijdgenoot en 
nakomeling de wetenschap waarlijk i)evorderen ; want in 
dezen zin blijft hèt toch altijd waar: ^^i ulile est^ quqd 
Jacimusy stulta est gloria. 

Aanteekeninfen op de JVed^rlandsche Burgerlijke Wetgeving^ 
iot iandleiding bjf de studie eu ioepasati^ der If^ite»* 

L 2 



ItÖÖ o. PLI£STER 

D^ar «. PLiisTBt. Notaris ie Zevenaar. Te Arnhen,^ 
b^ L A. Nijhoff. 1840. i» ^. 8eo. F/// en 105 R 
ƒ 1-25. 

SpecioQien juris gentium et pnblici, de nayiom detentioiie , 
quae nügo dichar Embargo, quod.... ad pablicam dis* 
e^tationem proponit f. p. k ais b boom, Jur. Utr. Gand, ^ 
ad diem 25 Janii 1840. Amatelodami , apud J^ D. S^*- 
hrandi. 1840. 8fo. maj. XIY et 124 p. 

Specimen joris naatid inaugurale, de naviam detentione, 

qaae. vulgo dicitor Embargo, qaod pro gradu docto- , 

ratus, summisque in jure Romano et hodiemo honoribua 
ap privilegüs in Academia Lugduno-Batava , rite et legi-^ 
time consequendis, pablico ac solemni examini submittit 
p. p. KAB4BB00H, ad diem 4 Julii 1840. Amstelodami, 
apud C. A. Spin. 1840. 8vo. maj. X et 142 pag. 

: V^an dece drie re|;lsgelêerde geschriften lan in bét algd^ 
«een niat anders dan loffelijke melding worden gemaakt. 
Zeer 'belangrijk .en oordeelkundig sijn de .aanteëkeaingen op 
de Kederlandsche BurgecUjke Wetgering , door den Notaris 
PLIBSTBB, te Zevenaar. In zija Yoorberigt geeft de Sohr^- 
ver Terslag van de grondregelen, welke hij, in navolging 
van DOM AT, ^ de uitlegging der wetten gevolgd ih. Zeker 
kal men iti onze nieuwe Wetgeving, al ware het slechts om 
dto wetten met elkander in overeenstemming" te brengen,* nog 
val dikwerf tot déze en soortgelijke wijze van uitlegging de 
toevlugt moeten nemen ; maar men bedenke toch altijd , dat; 
al is eene wet verkeerd, noch Regter noch uitlegger be^ 
voegd is, er eenen ain aan te geven, die er niet in Ijgt.. 
D4>«AT verheft den Regter, bij zulk e^pe vryheid van uit-- 
leggen, bijna tot Wetgever,, in, plaats van hem^slechts^ 'ge^ 
lijk hij verpligt is, de wetten t& laten toepassen. In een 
naschrift achter het Voorbefigt verklaart de Schrijver, dat 
hem het werk van den Heer ut mabtiiii eerst ter hand is 
gekomen toen het zijne reeds afgewerkt was, zopdat de over- 
eenkomst hier en daar toevallig is, en voorts de zeer uit* 
eenloopende wijze van beschouwing aan zyn kleiner werkje 
eene plaats néast het grootere van db iabtiri verschaffea 
kan. Doch niet alleen van dien Hoer verschilt onze Schrij- 
ver nu en dan in zijne opvattingen. Men ontmoet bok "vtel 



iklNTEEKENINGCir 9 EKZ. Ï57 

TfTschil met zijnen ambtgenoot mabé. Laatstgemeldé Feerf 
b. T. , bl. 203 van het tweede deel lijns Sandboeka 'voor No^ 
tariuen^ dat de schatters, bij eene boedelbeschriJTing , in- 
dien er geene onttegeling plaats heeft, en diu de Kanton- 
regier niet daarvoor , joist bij het opmaken en sluiten van 
het hoofid van den Inventaris, toevallig tegenwoordig 19, 
zoodat hij de deskundigen, vóór zij waarderen, derhalve toen 
den Eed heeft afgenomen , dan tooh moeten beeedigd wor- 
den, doch door den Notariê, Mabé beweert dit in navol- 
ging van piaiAüD. (T. II. pag. 665. 4de Ed.) Haar fi.ie9« 
tiR hoodt vol, bl. 84^, dat het afnemen van den Eed ,ili 
hei algemedn. tot 'de* Regtsmagi behoort, en dos andere amb^ . 
tenaren, gelijk de Notarissen, alleen dan bevoegd zijn eenen 
eed te doen afleggen , als de welr ban zolks nitdrakkelijk op** 
-draagt, gelijk met betrekking tot hem, die tot den tijd- der 
inventarisatie in het bezit der goederen geweest is. Wg 
zonden het altijd voor de Notarissen voorzigtiger achten , iü 
dezen het gevoelen van pliistkb te volgen, daar de beêe- 
diging der schatters door den Eaiitonregter gedaan, buiten 
twijfel geldig is. Echter is er geen gevaar in , waar de In- 
Tentarintie geheel onverpli^t is, of althans allé partijen meer- 
derjarig zijn. Doch in zulke omstandigheden is geheel de 
beêediging overtollig. Be wet vordert haar niet. — • Bij bl. } 
en 2 op Art. 2 der algem. bepal. van wetgeving viel ons in, óf 
inen, voor i^dstip der algemeene bekendheid van Provincialeen 
Stedelijke Reglementen, niet bij analogie zou kannen vor- 
deren eenen termijn , na de plaatsing in een Provinciaal blad 
of in eene Siadscourant ? Bl. 9 is Art. 182 van het Buiig; 
Wetb. wel behandeld, maar het staat terzijde niet aange- 
téêkend ; ook wordt er niets gezegd van de voortduring der 
gemeenschap wel ten voordeele, maar nooit ten nadeele der 
minderjarigen. Het is' ons zoo duidelijk niet, dat deNotarisji 
gelijk de Heer (libstkb leert bl. 48, op ^rt. 979. B. W., 
zonder daardoor de wet op het zegdi te overtreden , de Acte 
van Bewaargeving kan schrijven aan den voet van een hem 
open overhandigd* olographiesch Testament, hetwelk op een 
ongezegeld'stuk papier door den Erflater geschreven is. Daar- 
entegen lezen wij in Art. 979 niet, hetgeen', naar het derde 
lid Ier aanteekening , den Notaris als pligt wordt opgelegd ; 
etk^ naar ons inzien zal de Notaris best doen^ in de Acte vaii 
Bewaargeving ie melden , dat de Erflater op den omslag van 
kêt stak, hetwelk hQ zegt zijnen uitersten wil te bevatten, 



^5^ G. PLiE6T£R 

de yerkUring daaromtrent in tegenwoordigheid van de ge-* 
ta%en en hem Notarit geschreven heeft ; terwijl dan uit d# 
onderfteeVening der Acte tad Bewaargeving de wnarheid dier 
yermclding bewezen wordt. Zoo komt er fneer voor» waar* 
over; men mei den Schr^ver Terschillen kan. Zijn arbei^ 
Btrekke dua tot hevofdering van vergelijkend oiufeno^k en 
lot padere toetsing van eigene meeningen. 

£n tbana oinergaande tot de Latijnsche Verhandelingen van 
den Heer vab^bboom, merken wij vooreerst op, dét die over 
het flmbargo, uit het oogpunt yan het Volken* en Staats- 
1^9 VQlgens het vermelde» bl. IX ai X der Voorrede, naar 
oude, herlevende gewoonte op het Amsterdamsche Athe* 
naeum, een geheel onverpligt opgesteld en uit verkiecii^ 
openbaar verdedigd geschrift is; dat de Heer xABSsiodx, 
^ awndraffg. van sijnen hooggesehatten Leermeester, Prof» 
niir TMXf tot die uitgaaf en verdedigiog besloten heeft, ai* 
«00 Eijnè Dissertatie, cper hei Embargo in hét algefMen^ 
uitgebreid genoeg was , om het gedeelte over hei Viühen* efs 
Simaiêregif afzonderlek, te Amêterdamy en het tweede deel» 
of»#r hei Embatgo ,n(Mr hei Eandeleregi^ daarna, bij zijne 
bevardering tot Soctor in de beide Regten, inleiden te ver- 
enigen ; gelijk ^an ook , loo wij roeenen , met allen- lof ge^ 
tchied is. D^ VerhandeliAg , tot het Volken- en Staatsregt 
betrekkel^k, begint al dadelijk met een onderzoek van on- 
derscheidene definitief van het Embargo. Na de cM^juistheid 
der meeste tot dasver gegevene bepalingen, te hebben aange*^ 
loond, levert de Sehrgver de volgende definitie: »Het Ejm- 

• bargo 14 eene daad tan het Staatsbestuur, waardoor, on- 

• verwacht, ^Mnmige duidelijk aangewesepe, óf alle sohe«- 

• fien,. die in desee of gene of in alle havens van desïelfi 

• grondgebied of by de kusten daarvan eioh ophouden, uit 

• bedoeld heil voor den Staat en zonder eenig bijkomend roor- 

• nemen van toeéigening, gedurende eenigen tijd worden aaa-* 

• gehouden en het wegvaren er van geweigerd wordt ^ tot dat 
•deiwege anders zal zjjn bepaald." Bit is zeker eene wel 
lUtvoerige, maar toch met veel juistheid den waren aard van 
het Embargo omschrijvende definitie. Uitmnntend is het be- 
toog van het onwettige van het Embargo, op de Nederland*» 
sche scheen in 1832 door het Opperbest uur van Gre&ihrii^ 
ianje ^elegi (bl. 28—30, vergeleken met bl. 23-27.) Im- 
mers, naar de op dat punt in Engeland bestaande wetge- 
ving, kon bij eenvoudig Besluit van den Koning in Hade, in 



ToUoi vrede met 0119 land» dat £mbar|;o piet wordeo hcïor 
len, eo xelfs» ui wilde men fKomemen» dat Jf^dêrlond io^J» 
Qiet GroQtbfUtanj0 m oorlog was» dau lounog dat Embajigp 
terstond moeten ftync^eheFen, toen het bleek , datSritscbe^ 
schepen eo goederen by ons geen geyaar liepen. De Sehi^- 
¥er beachonwi en beoordeelt wijders de TOrsehillende soorten 
tah het Tan staatswege of sehepen en raartoigen gelegd wor*^ 
dend besUig, naar de algemeen geldende b^inselen yan bet 
yplken* en Staatsregt. Doch, wat nn ook in dexen.het regi 
der Aegerii^en. cign moge, en het «y een gelegd Smbargo 
hflJijk Jiy of niet., welke s^px in «nik geval de rqgtem en pli|g- 
ien Tan seekaiviei^n en sehipperSf seeders «n assuradeurs? 
welke. qoestiê» Tan bet handelsn^jgt knnnan er uit ryxcm? 
Jot beantwoording van soorlgejijke Tragen strakt de Akade- 
miscbe Verbandeliqg, die <HNr9prPokel{jk bet tweede deel Tan 
gcèeeJ bet gesebriXt ^on hebben oiigèmaakt. Ook bier wpicdf 
weder de laak Tan alle «yden, in alle gevolgen en Terwik- 
)(elin^en beschouwd. Jlen slet ook bier, hoe moeijel{)k»ioh 
bet hedendaagsche Regt in het Latijn laat behandelen: want, 
§choon men zich met geene andere benanuiigeii Terstaanfaear 
'ion kifinen uitdrakken, en wij dos te dien op^gte den^ 
SchrjgTer niet berispen, welk sonderling Lat^n «yn toch de 
woorden bofkmeri^', Qvaria fro9*a en dprgelijke? Zij staan 
gelyk mei iribunal primae instanti^e, arre9tum eivih, cnrié^ 
cassaiipnis, judex cantonnaHs enz. Haar sciviTuaiiM jcom* 
modum, hl« VIII der pra^aiio Tan het Sfeo. jnr, nttut 
inaug,^ is geen kunstwoerd, en toch geen goed Latyn« 
Waarom niet docirinae commodum 9 JEenige achgnbare taal- 
footan hier en daar znllen. denkelijk drukfeilen wezen. — 
Wat bet sakelqke Tan den inhoud betreft , behooren beide 
Yerhandelingen zeker onder de Akademische of daarmede 
pTereenkom^e proefschriften Tan blijTeode waarde. 



Oter de aloude Vrijheid van Handel en Nijverheid in Jfe^ 
derhnd. Door Mr. 1). Te Deventer, bij M. Ballot. 1840. 
In gr. Oc0. X en 319 M. / 3 - 50. 

Ji\let dit werk kunnen wij op Terre na zoo hoog niet loopen, 
^s onlangs in eene, zoo het heet, Toorloopige aankondigtegi 
io het hétierlievend Maandsahrift , geschied is. 

fiet geschrift heeft, ja, in zoo Ter verdienste, als bet een 



160 OTER TRrjH£ID T^N HANDEL , £HS. 

ovenigt geeft Tan de maatregelen , welke ome Toorodder», 
in het belang van handel en niJTerheid, van tgd tot t^ 
noodig hebben geoordeeld. Intasschen is al het daaromtrent 
medegedeelde grootendeels ook ran elders bekend ; men zié 
onder anderen het werk ran den Heer a. blink stuk» ji. : 
De Belastingen, vooral die van den Handel ^ in verband 
teeehouwd met het algemeen Volksbelang. 1828. In gezegde 
werk van den Heer stuk ziet men, niet slechts door rede- 
neringen, maar door welbewezen opgaaf van het gebeurde , 
uiteengezet, hoe weinig beschermende wetsbepalingen (gelijk 
men verbodswetten wel eens noemt) het heilzaam doel be- 
reiken, hetwelk men zich voorstelt, en hoe veel zij daaren- 
tegen den handel regtstreeks, en in de gerolgen ook de nij- 
verheid drukken. Er is, over het Toordeelige, FegtraardSge 
en noodzakelijke der handelsyrijheid , door zoo vele beroem- 
de mannen reeds zoo reel geschreren , dat wij daarorer niet 
eens zullen uitweiden, maar lierer het werk zelve zullen 
doorloopen, en hier en daar eenige aanmerkingen ons zullei^ 
veroorloven. 

Hoofdstuk I behandelt de maatregelen tot behoud van dim 
Staat, en de ' bescherming van de algemeene belangen der 
ingezetenen tegen de strijdige bijzondere belangen van de 
Verschillende takken tan nijverheid en van bijzondere perso- 
nen. Maar hetgeen daar vooral ter sprake wordt gebragt, 
komt minder bij het onderwerp te pas. Immers er wordt 
hier hoofdzakelijk betoogd , dat men van ouds af te regt allen 
Koodanigen handel met den vijand verboden heeft , als strek- 
ken kon f om hem tegen onzen Staat te versterken ; dat in 
oorlogstijd wapening ter zee een onmisbare maatregel van 
bescherming is, 'enz. ; dat men ook gezondheidsmaatregelen 
'nemen mag , opdat de pest niet met koopwaren wórdt inge- 
bragt, en dergelijke. Doch daarover kan ter goeder trouw 
geen verschil ujn. Alle verbodswetten zijn nadeelig voor 
handel en nijverheid ; maar de ondergang van het Vaderland 
is het grootste nadeel. Dat men dus, in oorlogstijd, eenige 
handelsvoordeélen moét opofferen ten beste van het alge- 
meen, doet niets tot betoog van hetgeen de Schrijver zich 
eigenlijk schijnt te hebben voorgesteld , dat het i^unelijk voor 
de nijverheid van belang is, den handel gedeeltelijk aanban- 
den te leggen. De volgende Hoofdstukken zijn meer ter zake. 
Zoo vindt men b. v. Hoofdstuk II : maatregelen tot het be- 
houd van alle takken van nijverheid, en bescherming van 



'ÓVIR TRIJHEID TAN HAKikEL, ENZ. 161 

denelyer beiangen tegen de strijdige bijzondere belangen yah 
die takken onderling, en van de bijzondere personen, welke 
daarin een bestaan zoditen. Hoofdstuk III: maatregelen, 
strekkende Toomaiaelyk in bet belang der ingezetenen zelv», 
als zoodanig en niet als neringdoende beschouwd ; en Hoofd- 
stuk lY f de uitvoering dier verordeningen eo het algemeen 
gevoelen er over, na het jaar 1794. Het Vde Hoofdbtnk 
treedt onder anderen' in eene navorsefaing der oorzïiken van 
den bedendaagschen strijd over vrijheid van handel , waarbg 
de Schrijvier de hedendaagsche wanbegrippen over 'vrijheid 
van handel , gelijk bij het tegenwoordig heersehende gevöe^ 
len noemt, tracht te wederle^fgen. Eindelijk komt er een 
Besluit, waarbg wel bet verbodsstelsel niet oidftepaald vrordt 
yoorge8taan,maar toch het iaiêMerfinre aan meer beperkingen * 
wordt onderworpen, dan den bandektand aangenaam zijn 
zal. Wg ffeven het toe : eenige begrenziiig der vrijheid, kah^ 
ook in den handel noodig zijn. Het rondreizen van allerlei 
vreemde kooplieden met menigte airtikelen , ten einde die te 
▼erkoopen in het klein, is b. v. iets, hetwelk in het belang 
der gezetene winkeliers wel meer mogt wbrden belemmerd. 
Doéb dit is dan ook de eigenlijke handel ni^t , dié de steun* 
pilaar van onzen Staat is. Maar wat baten b. v. verbods- 
wetten tegen in- 'of uitvoer van granen? Wanneer is de 
bmdbouw ooit wezenlijk en blijvend ondersteund door de be- • 
lemmering , . den graanhandelaar veroorzaakt ? Men verge* 
l^keover al die wetten, plakkaten en verordeningen, door 
den Schrijver aangehaald, het r^eds hiervoren vermelde werk 
Tan den Heer stbik; en wij vleijenTons, -dat de lezer, na 
die vei^elijking, minder met het stelsel van bescherming , 
en meer met dat der vrijheid van handel en nijverheid zal 
tal ingenomen zijn, dan Mr. D. 
' Srie opmerkingen mogai ons verslag besluiten. 
' Vooreerst: Het is iets anders^ te erkennen, dat niet alle 
belastingen op handel en nijverheid kunnen gemist worden, 
en dezelve alzoo als een noodaaltelijk kwaad in het belang ^ 
der schatkist toe te laten : want in dat geval m^akt men . 
die belastingen zoo min drukkend als mogelijk is, en schaft 
baar grootendeels af ^ zoo ras er kans toe bestaat. En het is 
iets andera., die belastingen, als noodig tot bescherming van 
baiidel en nijverheid, te eerbiedigen ; in welk geval die las-^ 
len zonden moeten worden behouden, al kon de schatkist 



16% 9YER yaijasio tak haxdei., esz. . 

ëie inkomsten mUsen. Die laaUte bescbouwing na aeh^ 
009 strijdig mei eeoe welbeg^repen Staatshuisbaadkiuide. 

Ten tweede : Toen oase voorouders den bwadel van JEuro" 
pa in kimne magt hadden, konden si) al ligt verbodswetten 
Hitvaardigen ten voordeele der JVêdêrlanderf , docb tea na-^ 
deele der vreemddingen. Maar, in den t^genwoordigen tijd, 
kunnen vnj den weenMleling geen bandelsnadeel door toQge<* 
naanMie beschermende wetten berokkenen» aoiMler ulven anii 
gelijk of nog grooter nadeel te ondervinden. In enkele ge* 
vallen kan-, ds maatregel van r^pretaüle, eena verbodswet 
nnttic^ s§n ; docb dit is dan inderdaad een toestand van oor* 
log, Waarbij wederzijdflehe partyen elkander benadpeleot 
tonder dat eene dèr 'beide |iart$en er beteir by vaari| im 
wanneer de handel van wedenydiin vrij ware gawe^V 
Heen! het is een dwangmiddel* dki, wedenjjds valgah^ar 
den, eindelijk Imde ]iartijen, Aen voordeele van andere nmm 
tïén , in het verderf stort. 

Ten derde: Onse vooronders ii§n niet ten gevolge, maar 
ged^telijk in weerwil bn«mer siaatsinrigting en;wetgeviög^ 
groot geworden. Wij mogen hen in alles niet navolgen : \w^ 
xouden het <ui9 sfKiedüg beklagen. 



•• • • ■ - , . 

J)^ Chrpiouns^ks «« JfoQrdMche Monumenten van hetMt^seun^ 

ie l>efd0nf küri he$chreven door u J. r. 4kn$êMa, Con-^ 
' servaior b^ kei Mmienm têm^ Oudheden te JLeyden, . Te 

Lêfden, bij S. en J. Lnchtmans. 1840. /• gr.99o. 70 U* 

De ^verige en kundiore Conservator vaè bet Lefdsche Ma« 
seum beeft door deze korte beicfarijving der GerMoiiiMaAe 
en 5canfl{maeiseAe oiidbéden, In hetcelve eimrwexagy asinille 
beminnaars der MöérdêöAe en Buiiêthê Archetdogie êene 
groofe dienst fceWcfièR. Die beschrijving is naaowkeorig; 
men vindt den aard, de grootte, de afkomst Tan ieder 
voorwerp opgegeven , alsmede de namen der personen , door 
wie sommige dier overblijfselen aan bet Mnsenm tijn teegCK 
komen ; terwijl de vorm en gedaante door de bijgevoegde 
afbeeldingen. opgehelderd wordt. Eene leienswaardige Voor* 
rede dient ter inleiding van dete beschrijving , die Tan e en ea 
}ifadwijzer en iiitToerige opheldering der plaien gevolgd is; 



L. J. F. J AKS SE V,6BJIMAAK5GHSEVA1|D«RX MONUMENTEN. 163 

soodat . de keioekera Tan dit gedeelte van het oudlieklkiui<» 
dig Mosemate Leyden aieto meor noodig hdbbcn» cm toK 
ledig van hetgeen hier voorhanden ia te worden ingeüdit» 
Wij kannen van eenen arheid als dese niets meer dail bloote 
aankondiger» lijn, en het stvekt ons t^i jpenoc^en» hierhii 
dii werlye aan al diegenen, diebdai^ stellen in den Noords 
schen tak der Archeologie , met nadruk rnimsdkoèta te kïm* 
nen aanbevelen. 



Geêlaehitafel der Koningen van Europa van 1500--1840y 
en Overwigt der Staten regerende Vorsten en Staatevormen 
(in) 1640. Beer Mr. a. l^oaw sbiffin, Ridder der (hde 
vmn den Nederkmdêchen Leeuw, Te Breda ^ h^ Broese 
en Gomp. 1S40* In gr. 8vo. 64 R ƒ : - 50. 

In een kort berjgt aan den lezer zegt de Heer noaa sur- 
rsN, dat voor de nieuwe geschiedenis der volken van Eu^ 
rapn d«e der regeerders lelve h^ogsIgewigUge hgdragtp tet 
de joiata heoordeeUsig der gebearteniisen oplevert , en hei 
daerora dikwi^s nood^akelük. ü, de betrekkingen der Yort- 
s4eti tot elkander te kennen. Bij werd daarom aangezet; om 
de hnwelijksbetrekkingeit der Keidngen van JSuropa hijmm 
te brengen en, ala ^ene I^drage tot mjn Bmndbeek det 
nieuwe Geeehiedenie , in het lieht te g^en; waarteé, «oe 
als h^ te regt aamnerkt, meer naanwgezetheid en gednlif^ 
ds(0 wel eigenlijke studie,, moest worden aangewend* Sm 
de redenen opgegeven te hebben, waarom hij zich aUeett 
(et de Koningen heeft bepaald, en liier het overmigt der 
Siaien regerende Vereien en Begeri n g e v o rmew, als te kMn 
oea aftonderli^ te worden uitge^ven, ' te hebben bijge-» 
Toegi, belooft Mj binnen kort het gel^ttfdige everügt det 
WereUgeheurteniuen in het licht te zenden, waarmede de 
taak, die hij zich bij het bewerken dei< algeméene G^sehie^ 
deiiis had opgelegd, xal z^ki afgewerkt. . Wij kunnen met 
dan den fieere noan aai p» in .dankbatr zijn voor dempeite^ 
die by voorzeker aan den droogen en onaangenamen arbeid 
tot de vervaardiging, van dien nitvoerigeil en volledigenGe^ 
aleehttafel besteed herft, die den beoefenaar der nieowe 
Geschiedenis het nazien en opzoeken zoo zeer bespaart, en^ 
knmK» dna dit werkje aan alle. beminnaars der Geschiede-i 
BI» en Genealogie, d zijn zij geen beztitevs van de Alge-s. 



164 e. DORN SEXFFBNy GESLACHTTAFEt. 

meene Geschieden» van den verdiensteKjiLen Schrijver , ten 
aterkste aanbevelen, omdat uj hier bijeenvinden hetgeen te 
voren overal verspreid was, -7- Voor eene eigenlijke be^ 
oordeeling ia het minder geschikt, en het tonde ook van 
eenen Recensent niet te vergen ujn, om alle data aan een 
nienw ondenoek te onderwerpen. Wij vertroawen op- de 
naadwkearigheië en 'juistheid van eenen Schrijver, die ii» 
het vak van Geschiedenis in ons Vaderland niet zonder roem 
bekend is. 



Vyf^niipinHg jaren, een Lied in 1840, door Mr. isaac da' 
COSTA ; voorgelezen in de openbare vergadering van de 
tweede klaese dee Koninklyk - Nederlmndêchen ^ Inatituuts 
van fVetensph^ppén ,' Letterkunde èn êokifone KUnaien, 
op den 16 Nov. van dat jaar. Te Amsterdam, hij D. 
Groebe. 1810. In gr. Svo. 36 bl. ƒ : - 60. 

«lareti lang zi)n er verloopen, eonder dat de Heer nir costa 
ons e^ige proeve van belang gegeven heeft, dat het heer- 
lijke dichtertalent, hem geschonken, door hem nog werd 
gebruikt. Enkele kleinere stukjes, door toon en strekking 
iweteig geschikt om de algemeene belangatelling op te wek- 
ken, bewezen, van tijd tot t^d', dat hij de lier niet geheel 
aan de wilgen had gehangen ; . maar de klagt werd dikwijls 
en algf}meen aangeheven; dat hij, de waardige kweekeliiig 
van onzen grooten iiLDianijK, zoo weinig van zich liet 
hoofen. 

Groot was dan ook de verwachtitig, toen men vernam, 
diat i)A COSTA, bij eeneopenbare zitting van de tweede klasse 
des Koninklijken Instituqta, een diohtstuk zou voordragen. 
Toen de voordragt had plaats gehad , ging daarvan een niet 
sfdnder groote roep uit. Heb., wieii het, bij zijne verwij- 
dering uit de hoofdstad, niet gebeuren "^mogt den Dichter 
zélven te hopren, ..vernam toch al spoedig de bewondering 
en geestdrift, welke het diohtstuk van da go sta had opge- 
yirekt. Men erkende gaarne het vreemde van zijne vnjze van 
voordragt ; maar het was de vate$ , niet de zoon van het 
koude Noorden, maar die van het gloeijende Zuiden, die had 
gesproken. 

Het Lied in 1840 ziet nu het lioht, en ieder, die belang 
stelt in onze vaderlandsche poezij , kan zelf oordeelen. En 



U !>▲ COSTA > TijPBKTWIKTIG JlRElT. 166 

IS nu 4e yerwachtin^ verTald of bedrogfea ? Bij Ree. meet 
dan Terynld. Hij behoeft het niet te ontveinzen , dat hij in 
langen tijd geen dichUtak geleden heeft, dat heita zoo zeer 
heeft w^gesleept, dat hem zoozeer den indruk gaf ran 
waarachtig bezielde taal te zgn. Eyr heeft reel Tan onze 
tegenwoordige Dichters der mode gelezen ; maar bij geen 
hnnner (ondanks hmme eigene, dikwijls geho^Q herhaalde 
Terkkffing) kwam de overtuiging daarvan bij hem zoo leven- 
dig, als hier. Hen benijdde hij hun talent of hunne kunst 
niet; hier kwam de wensch bij hem op, dat hij van da 
COSTA s gave iets' bezi tien miogt. . . ' 

Bij eene herhaalde lezing werd die indruk niet verzwalct. 
Ree. kan zich met de gevoelens, hier en daar uitgedrukt, 
in het geheel niet vereenigen. Het hoofddenkbeeld zelve , 
waarop het geheele stuk uitloopt,. de regering van ckbis* 
TPs op eene gelouterde aarde, eene soort van duizendjarig 
rijk, behoort onder die b^rippen , welke der partij van 
DA COSTA eigen zijn, maar die niet overal weerklank zul* 
. len vinden. In de aanteekeningen in het algemeen wordt 
yeel gevonden, wat geheel in den geestvan bovengenoemde 
partij 15, gelijk die genoegzaam gekend wordt uit de JVc- 
derlandêcke Stemmen, Zal Ree. daarop aanmerkingen ma- 
ken? Wat zou het baten? Hij laat het liever voor het- 
gene het is, en wil alleen het dichtstuk zrive lat het oog- 
punt der poêzij beschouwen. 

De conceptie van het stuk is gelukkig. £r zijn vijfen- 
twintig jaren verloopen , sedert den tijd, toen de Dichter 

aanving de hand aan de cither te slaan, 

en eenige der merkwaardigste punten uit de geschiedenis 
dier jaren stellen zich nu bij de herinnering voor zijnen 
geest, en leveren hem de stoffe der dichterlijke beschou- 
wing. In eenen bezielden voorzang verwondert de Dichter 
zelf cidi , dat na zoo vele jaren de dich^eest weder in hem 
ontvraakt. De aanvang herinnerde voorzeker eiken lezer den 
aanvang ran den heerlijken Duinzang van Prof. d. j. vak 
ivmiiF, geplaatst in het eerste stuk des zevenden deels van 
heiMa^ojsyn, verzameld door h. o. van kampkn, (*) waar 

(*) Ree. kan. den wensch niet onderdrukken, dat de 
Hoogl. VAH LXRifip zyne verspreide gedichten tot eenen bun- 
del verzamelé, Yele zijner stukken behooren onder de ju- 



166 i* I>A COSTA 

de IKdtter met hetoeliMe denlcbeeld, met dezelfde woorden, 
tohoon roet eene andere beeldspraak , begint. Reeds in dien 
Toorsang tijn heerlijke stukken. Als onwillékenrig yoélt men 
aich bij de leung medegesleept , en bet is alsof iets van dat 
güToel, dat den Bidbiter betielde, toen 

de lier, die aints lang niet meer ruMcbte, 
Die sints lang (ot geen harten in dichtmiuijk sprak, 
Weer op eens yan yerrukking en hemellost bruischte 
En in siroomende galmen het stilzwijgen brak, 

*in de borst ran den lezer wordt dvergestort, Hoe gelukkig 
.zijn de coupletten, waarin da co sta de wisselingen schil- 
dert, welke de harp ran zijn* stam heeft gekend! 

Heeft ze in glansryker eenw, niet die hymnen do&Êk ryten. 

Waar de Dochter van Sion bij i^^nmg in loi? 
Waar nog heden de Volken haar Koning ia prezen, 
. gjcboon Jerncalenis knxm ligt gedoken in 't stofP 

En Jeruzalem T;^el ! en, Euphraat ! aan uw boorden 
Hing het speeltuig ontsnaard in de wilgen verward! — 

Werd yan daar ook niet nog in yermogende akkoorden 
Prophecy en yertroosting gebracht tot het hart ? 

£a nog later zoog Jnda, daar 't, balling, zfjn staf voert. 
Of het waar' met een zweem van den vroegeren zwier , 

Waar de Taag langs Lisboa zijn gondkorrels afvoert. 
Waar zich Gordua baadt in den Guadalquivir ! 

Na den schoonen voorzhng gaat de Dichter tot het eigenlijke 
onderwerp van zijn stuk over, en beschouwt de merkwaar» 
digüte voorvallen uit de laatste vijfentwintig jaren. Ia 1815 
de slag van Waterloo en de vernietiging der J*ro»scAtf heer<^ 
schappij; in 1817 het eeuwfeest der hervorming; in 1^820 
de revolutionaire bewegingen in het zuiden tan Europa , en 
in het volgeode jaar de dood van aAPOxsox; in 1623 het 
eeuwfeest der boekdrukkunst; in 1830 de bekende g^benr-- 
tenissen in Frankrijk en ons vaderland , die voor ons eersi 

weelen onzer letterkunde,- en leven in M gedachtenis van 
hef tegenwoordig geiilacht. Hunne verslrooijlng zal ze vOor 
de nakomelhigsefaap doen verloren gaan. . Dat moge Üiü Dich- 
ter door leene t^dlge véftameling verhoeden !- 



yijrlHTWIlTTIG JAR£N. 167 

i(a tien jfften (ot «ene beslisnng kwamen ; de in 2& jarai 
gemaakte votdctingeh in kunaten en wettnaoliappen ; de vdt- 
^nê&ngen, in dien tijd gedaan, e» de raMpcalige invloed 
Tan sommigen op godsdienstigheid, op gelttk eii tedettfk'- 
lieid; de onzekerheid, die de aanstaande komst vaa hapo- 
Liev's lijk rerwekt: dat alles maakt den hoofdinhoud raa 
het diehtvtnk telTe uit, dat door eenen liertang wordt be« 
sloten, waaHtt op de komst en heerschappij van caaisTvs 
wordt geweien, als op het eindperk van woeling, onrust 
%ii ellende. 

Ree. kan op deie 'wtfte de belangrijkste pnnten Van dit 
nitstekèiMle dkhtètcik aanstippen; maat wat hg niet kan, is 
al de B<Aooiuhedea aanwgten, die hier worden gerandeft. Hi} 
zon daartoe hgna hel g^eele Vers moeten nitschrijven. Men 
Tindt hier eenen rijkdom van zaken, eene kracht van Toor- ' 
slening, eene* gelukkige kenfee van nitdmkking , eene nit<^ 
muntende versificatie, die alle te tatnen genomen dit dicht-» ^ 
stuk tot een der Toortrefielijksten maken , die in de laatste 
jaren bi} ons het licht hebhen gezien. Wie kent ook da 
costa's dichttrant uit vroegerea tijd , en tou er aan kunnen 
twijfelen, dat deh hier veel vereenigt, wat ilechts zelden 
alzoo yereenigd wordt gevonden? Men tou geneigd tijn, 
om uit- de besdieviwing schier van ieder jaar eem'ge regelen ' 
"ten vnofbeelde te kiezen. Moeijelijk tou reeds de keuze 
sgn daar, waar ua costA over de hervorming sjM^ekt en 
LUTHia schildert: 

Worstelend in de engte van zijn cel, 
Of zwervend door de stad der Gesars, vraagt hij beide, 
Wat geen van beide heeft te geven ! . . . En God zeide : 
•Daar tij licht T' en het licht verrees hem uit dat Woord, 
Op Erfurts kloosterstof heroverd ! 

Bat Woord werd léven in zijn ziel , wordt in tgn imond 
Een overwinnend twnaid. — Hervorming I G^ besiondtl 

lk% rijker is dn keuze» bg het gewagen van het feest der 
JKM^dmkkunst en de beschrijving v^ den zegen en den 
Tloek der drukpers, wier vermogen met krachtige taal wordt 
aangetoond. 

't Was, wat ge ooii sedert werkte. 



168 1- DA COSTl 

O D^ukkaiisM 'twaa, het bleef» met nooit gekeode sterkte^ 
y^rméttigvuldiging 1 — yan Ucht, Tan wetenschap , 
Van woord, van wil, Tan macht! Het was een reozenstap 
Tèn hemel — en ter hel. 

.Zie die pers, die in haar jonge kracht 

Den dag des Bijbels aail 't Tcrdiüsterd menschdom bracht, . 
Sints, tegen God in kamp, Terharde Zondekweekster , 
Verboden Inst- en haat- en oproerrlam-ontsteekster ! 

. . . Zie haar legioen romannen 
Gezondheid beide en schaamt' Tan maagdenwangen bannen^ 
En met haar sluipen in het eenzaam slaapsalet, 
En in den droom, of zelfs de nachtwaak op het bed. 
Gedachten mengen, die, in 't woelend bloed gevloten » 
D'echt Terontreinigen, eer dat hij werd gesloten! 

ïïöèh Ree. mag zoo niet voortgaan ; h^ kan zich CTenwel 
niet onthouden Tan de mededeeling der beschrijving Tan den 
stoomwagen: 

' 'X. 

Zie langs zijn tweelingsUjn dien feilen Salamander ! 

Vuur sist het uit zijn buik , die rammelt over de aard» 

Hij Toert bcTolkingen en I^ers in zijn staart. 

Metalen tenten, di^ met bliksemende vrielen. 

Wat stand houdt, waar hij schreeuwt » Tecplettreü en veraielenk 

Hij runt, hij vliegt; hij rukt, verwaten en verwoed, - 

Afgronden in 't gezicht, en bergen te geraoet, 

Die wijken, of, doorboord, een open heirbailn laten. 

De steden naadren tot elkander; Volken, Staten • 

Doorkruisen, mengen zich. 

Ziedaar enkele proeven, als getuigen, dat Ree. naar v^ÈLar* 
heid hoogen lof aan dit dichtstuk geven mogt. - Hij eindigt 
met dén wensch, dat da costa niet weder zoo lang moge 
zvirijgen. Het is een heerlijk talent , dat hem toevertrouwd 
is. Hij is aan zichzelven, aan het vaderland verpligt, het 
niet in de aarde te begraven, maar er mede te woekeren. 
Niemand zal hem verbieden, het ook tot de uitdrukking zij- 
ner bijzondere godsdienstige begrippen te gebruiken. Indien 
hij slechts niét in razen en schelden het voorbeeld van zijnen 
groeten meester bii.dibdijk volge, kan niemand hem dat 
regt, betwisten. Ook zonder met hem in te stemmen , zal 
men zijne overtuigiqg eerbiedigen , zijne gaven bewonderen , 



VIJFBKTWIHTIG JARKK. • 169 

en bem voor denelver beoefening dank weten, gelijk zeker 
allen, die «maak Toor poêzij betitten, hem dankbaar siyu 
Toor het Li/d in 1840. 



Aardrijkskundig fVoordenboekt der Nederlanden, bijeenge^ 
bragt door a. #. var ma aa, onder medewerking van 
eonige vaderlandeehe Geleerden, Isten Deels Sde en Ade 
Aflevering. Te Gorinchem, hij J. Noordnyn. 1839. In 
gr. ^0. 305—420 , met nog 17 en 136 bl.fZ-: 

Orphea, BhemleMing nii de Sekaikamer van een' Roman^ 
dichter, lilde Stuk, Te Hoorn, btf de Gebr. Termande. 
1839. In gr. Ovo. 171 bl. ƒ 1 -50. 

JPé beweging der Aarde, eene bijdrage tot de wiskundige 
Aardrtjksbesehrijving , door w. l. iVAROfl, 1ste Luitenant 
der Infanterie. Te *s Hertogenbosch, bij P. Stokyis. 1840. 
In gr. 8i?o. 42 W. ƒ :-50. 

Ve inrigting van ket Heelal. Vrij gevolgd naar het Hoog^ 
duUsch van t. p. xibkl. Te Groningen, bij J, B, Wol- 
ters. 1840. In ki fivo. 60 bl. f : -20. 

De twee eerstgenoemde rervolgwerken xijnde, ^die wij 
•lechta roet een woord behoeren aan te melden, en de twee 
anderen kleine stokjes, waarvoor wij niet vele mimte kun- 
nen afzonderen, vo^en wij deze vier stukken bijeen, die 
overigens juist zulke naauwe raakpunten (3 en 4 uitgezon- 
derd) niet hebben. 

Met het Sde Stuk van het nuttige Aardrijkskundig Woor» 
4enboek der Nederlanden eindigt de letter A. Het wordt ge- 
Tolgd van eenige nalezingen en verbeteringen, gelijk ook 
Tan (Ie regterlijke indeeling van alle de artikelen dezer let- 
ter. Belangryke misstellingen hebben vrij . niet aangetrof- 
fen. Be Beer var dsi aa ontziet dan ook geene moeite, 
om ieder artikel voor de uitgave zoo naauwkeurig te beko- 
men, als immer mogelijk is. Het ontbreke hem ook voor 
het vezvolg niet aan medewerking ! Het 4de Stuk bevat 
het algemeen overzigt over het Rijk , zoo wat deszelfs ge- 
schiedenis als'' tegenwoordigen toestand in de onderscheidene 

SOHBISCH. 1841. IfO. 4. M 



170 1. S, VAN DE» AA 

deolen tbii bar|faflijk, militalf, kerkelijk bestnttr enft. aan- 
gaat ; mede zeer naaawkeurig bemerkt, en To<>r«fgegaan' 
door eene Trij uitvoerige lijst van inteekenaren, aan' wal- 
ker hoofd de hamen gevonden worden van Z. M. den Ko- 
ning en andere leden der vorstelijke familie, benevens eene 
opdragt aan de Zoiren van onzen Kroonprins. Wij wensehen 
op den dimr den besten voortgang aan dit mtgebreid nlanur 
nuttig werk, op v^elks uitvoering de soort van het p«pier 
onze voornaamste aanmerking is. 

De Dichter Jitonymt^s , «it het ïste Stuk der Orpk^a be- 
kend , geeft in dit derde eene dichterlijke overgieting van 
cATs.dichtstuk: Hei Spaanich SMiinnetjê, Inderdaad «ene 
zeer dichterlijke overgieting , die zich door aangename af- 
wisseling van versmaat, hier en daar door geheeie omwer- 
king, en, waar het pas geeft, door zic^ aan de woorden 
van Vader cats te houden, allei^gnnstigst aanbeveelt. Bij 
bet letterlijk overgenomen bekende lied : 

Schoon bloemgewas en edel kruit, 
Van *s hemels dau gevoet, 

is eene niet onbevaltige muzijk gevoegd. 

»Wie uwer," zegt Anonymus in. den aanhef, «van mij 
een doorioopend ber^md verhaal verwacht, zal zich bedro- 
gen vinden ; want vóór de bewerking van het stuk , zeide 
ik tot nrijzetven : wanneer gij eene gevaarlijke klip wilt ver- 
mijden, verha«(l dan niet alles in gebonden stijl; door de 
kngdradigheid Van cats té behouden, en welligt zijAe naï- 
viteit en rini^heid te verliezen, zou uw verhaal gevaar 
loepen, vaor ^oö onverdragelijk te worden, dat ieder lezer 
het uit verveling of verontwaardiging wegwierp. Er is niets 
beters op, dan dat gij de uiterst flaauwe plaatsen in proza 
bewerkt, masor n^et lang rekt, en daar nu en dan een paar 
naive regels van cats laat invloeijen; dit, dunkt mij, i»de 
beste wijze, om het stuk lezers, en vooral lezeressen, te 
doen viodezf." £n zoo is iiet ook gedaan, ter veraangetia- 
imng en bevordering eener onderhoudende afwisseling. 

Na eenige a^emeené cöémologisehe aanmerkingen, be- 
schouwt de Heer ivaitgh de zes bewc^gingen der aarde: om 
de zon — om hare as — van de ware 'as om de pool der 
ecHptioa (teruggang der nachteveningen) — die der nutatie 
-^ die der rijzing en daling op de ecliptica (door perturba- 



▲IRDRIJKSK. WOORDKHBOEK 9 ENZ. 17 1 

tiéa) — ttft'eiikdel^k de Temeeoiide beweging der iMnle met 
, ièl gmndie ztenastehel* iu de rigting/ loo As kiischil 
HMende; naar [de weiteli^ke knie Ttn] het sterrebeeld Hêr^ 
0nl0$. HH e«D enr ander wórdt ttij fiopalair ontwikkeld. Het 
boekje wordt ontsierd door enkele miMtellingen ,■ als : bladt. 
21 , dat dé (Mi^rek der aaide and^r de^ équëior 40 millioe- 
metk meters h, terw^I tot gronddag dw gmadneting niet dê 
mfÊMior^ naar de meriilukMi gediend heeft; blads. 33, waar 
de helMag der ecliptióa den 1 Jahnanj 1840 opgegevm wordt 
te Bgn.i28o 27' 45^', .91, terw^l die TOlgens den ConnaU- 
#eeea deê Tfimps is 23# 27'. 37^', 80; blads. 25, »dat er 
meerder maflto aanwtaig is in' het vlak, dat 'de aarde vol- 
fem.daa eqaaljdr dddmiödt, dan in dat volgens de polen/' 
eenegead gemeetide, ntaar onjuiste ui tdrnkking, omdat in 
een vlak geene massa is. Taalfonten, als vheif baren, bladz. 
25 j dë^rdëMen Sinus • negatief iê, Uads. 35, bedniden min- 
der , daar de Sehtiprer Iwt beter weet. Wij moedigen hem 
gaarne aan., om deigdijke oefeningen voort te zetten met 
datt 9>er, waartoe meerdere tijdruimte in vrede den Heeren 
Offcieren gel^penbeid schenkt. 

let .atokje van den bekenden Kohter HtsiL kan uit den 
aard der eaak slechte oppervlakkig zijn. Behalte : t hetwelk 
een xeer adbiooii gesigt moet ppleveren^ wanneer dj (de ma- 
nen van J^piter) soaas bij nacht alle te geKjk aan den hemel 
staan,'' -*- hetgeen uit de onderlinge betrekking dier manen 
nitt gewhieden kan^ en de ontdekking van üranüs op den 
19 Mei (lees Haart) 1781 , -~ hebben wij geene eigenlijke 
fïmten aangetreden, fir ligt eene Jean-Ponliaahsche 'tintover 
Iwt werkje versprdd , dat daardoor nu en dan min of meer 
op den rand van het belagchelijke komt ; maar men moet 
loedenken, dait het boeksken bestemd is tot een leerboek 
▼oor scholen en huisgezinnen , om 'op eene bevattelijke wijze 
de groote werken der scbeppuig te leeren kennen. Als éer- 
ete aanleid^ daartoe is het niet öti^esèhikt. 



Se Wükaffen; een geschiedkundige Roman; door Mrs. 
laiT. Uit 'het Éngeïach. II Deelen, JTe Groningen , 
b^ W. van Boekcren. 1840. In g^. 8ro. 765 hl. ƒ 7 - 20. 

L/e Schrijfster van dit werk heeft zich door vroegere , ook 
io'onze taal ^vergebragte , geschiedkundige Romans vaneene 

M 2 



172 MRS. .BRAT 

zijde doen kennen, die ha«r eene rereerende plaats geeft iH 
dit vak van letterkunde. Hiët achildert rij dm opstand der 
Genienaars onder aanToering van fhiiifs var aititil- 
DB {*) tegen Graaf lobiwijk II, b^genaamd tar «alb 
(1379—1382.) De titel rast op eene bijzonderheid, door de 
G^cbiedenis (f) opgeteekend, dat de opstandelingen ziob 
door zekere mite hoeden onderscheidden. In het geschied* 
kundige trouwens heeft de Schrijfster over het geheel hare 
juiste middeleeuwsch-historische kennis te pas gebri^t, en 
blijkbaar de bronnen geraadpleegd, gelijk onder anderen 
raoissAiT {Chroniques de France eic.) door haar vrordt 
aangehaald. Zoo is ook de meesterlijke schilderij van den 
bloei van Gent en Brugge te dien tijde niet uit de lucht 
gegrepen, maar in vraarheid op deGesdiiedenis g^;r<md. Met 
dèfee geschiedkundige bijsonderheden verbindt de Schrijfster 
/de lotgevallen der hoofdpersoon, ahha, de dochter van jar 
LTOH, een' der opstandelingen, wier zeldzame schoonheid 
de zinnelijke drift des Graven had opgewekt , en vrier ver- 
leiding door hem op allerlei vrijzen (doch te vergeefs) be- 
proefd werd; eene vindibg, die bij het bekende karaktervan 
den^wellusdgen i. om wijk II allezins waarschijtflijk is. Aan 
eigenlijken knoop of inirigue ontbreekt het dezen Roman zoo 
goed als geheel; want het eenige — wie hinsiik vau cas« 
SSL, de minnaar van arra, is — weet men reeds ter helfte 
van het werk; waarom het beter een geschiedkundig Tafe^ 
reel, dan een geschiedkundige Roman ware genoemd* IHt 
neemt evenwel niet weg> dat de aandacht bestendig vrordt 
levendig gehouden, en wij althans minder stootten op de 
kennelgke zucht tot uitweiding en breedsprakigheid iii de 
beschrijvingen, die» schoon op sichselve de meesterhand 
verradende, echter, door te groeten overvloed, andere Ro^ 
mans van Mrs. iiat, b. v. hare overschoone Ines deCasir^ 
van de zijde der kunst min of meer ontsiert. Den Roman» 
dien wij aankondigen, ontbreekt het evenwel niet aan eenige 

{*) Ree. meent, dat onder den titel van dezen naam vóór 
geruiroen tijd een geschiedkundige Roman is in het lidit veri- 
schenen. Hij- weet dien echter niet nader aan te duiden, en 
is dus ook roet de meerdere of mindere overeenkomst met 
dcMe, geschiedenis niet bekend. 

(f) Dit meent Ree. gelezen |e hebben in xiTcai AnnaL 
Flandr. , die hij echter tot nazien niet b\j de hand heeft. 



DB WlTKAPFBir. 173 

«ér TOoriMflblijke partijea, waaraan dé Sohiij&ter haren 
roem niet hei minst te danken heeft ; waarvan onder «nde* 
ren de reeds yermelde beschrijTing van den bloei der Ykam- 
sche steden I de komst van a» ha in de Tergadering der op- 
standeÜBgen, het vergeren van jah ltor, de poging tot 
moord des Graven en andeire\tot voorbeelden mogen verstrek- 
ken. .Be kennis der Schrijfster behoedt haar dan ook door- 
gaans tegen ongetronwheid aan tijd en feeden» waarin sij 
hare lesers verplaatst. Echter is haar D. II. bladz. 283 eene 
vei^elijking ontsnapt van sierlijk gekleede ridders bij »g(»nd- 
visschen met fraaije schobben/' die tij een' harer personen 
in den mond legt. Zij weet echter even goed ab wij , dat 
dexe visschen toen, en nog lang daarna, niet in Europa be- 
kend waren, waarom dan ook dü bois deze woorden niet 
kan hebben gebezigd. 

Tan den Vertaler %al zijn: >Deze geheele kleeding was 
too weinig in overeenstemming met hen, die ze droeg, zoo 
geheel afwijkend van zijne gewone levenswijze en opvoeding, 
dat ieder toeschonwer daddUjk ziet, dat de winkel, waar' 
het pak gekocht is, al geleverd heeft wat zij vermogt, maar 
dsi, de spraak y bonding, en al wat van den persoon zelven 
afhangt, nog ah^d in d0 Kahmrêiraai of op kot Spui te huio 
bekoort." S. I. bladz. 32i. Dit is eene geheel mislnkte 
tirade, vrant het middeleenwsche gaat er te eenemaal door 
verloren; men moet zich als 't ware konnen verbeelden, dat 
eea geschiedkundige Roman geschreven is in den tijd, waarin 
hig den lezer verplaatst. Overigens moeten wij zeggen , dat 
de Ovenetter over het algemeen zijne teak rrtj goed heeft 
Tolhragt. Daar de titel echter opgeeft, dat de vertaling mi 
het Engehch is, komt het ons min of meer vreemd voor^ 
dat z^ zoo vol is van ergerl^ke Germanismen, als: êchaon^ 
Toor reeii (L 33); goMinntHg, voor goMindheid (I. 330); 
perêskaigdy roor verMuimd {L 281); onbevangen ^ voor «iee 
vooringenomen (II. 89); verteren y voor opeten (II. 180); 
dierbamr mei^e, voor lief (tkeure$ Médohenf II. 426). Is 
liet .ook eene overzetting van eene Hoogdoitsche vertaling P 

Wij vondflta des Vertaler min of meer in tegenspraak met 
^mdhzelven^ wannéér hg D. I. blada. 157 aant. zegt, geen 
FiousAai^ (bov. aang. w.) te bezitten, en eene door de 
-fiehrijbter naar eene Engelsehe verteling van dien Gesotaied- 
•achrgver aangehaalde plaats niet in* het oorspIronkelQke (^ 



174 MRS. BRiiT, Dff FmAPPEH. 

koiuien «abw^iep» ierwyl hij, Veirtaler, BélL Uidi# 2S2.^ 
oafi/.f eeiie plaaU tiui vnoissARt «uihaalt. , 

Nog maetdn tvQ aibmierken, diut bet beneden de' bdLwaa^i' 
haden der Sofarijftler én de waarde vitti den hSstorijAèn Ao- 
man ü, sonittiige personen , geUjk hiergeflcbiedt, te noemen 
naar Jbnn karakter (b. y. Gomddor$t)y of naar hnn bedrgf 
(OManJbap), hetgeen alleen in een boertig boek, en'daar 
nqg naanwelijkfl , te dulden is* 

Be nitroering lieeft meer aanspraak op lof, 4lan de oer* 
rèeUe, die jnist de snirerste niet is; en detmderfrerpen dev 
titdrignetten iijtty hetgeen men idet altijd s^gan kan, mot 
ootdeel gekofeen. 



Pe firoedermoorder. Uit kei EngeUeh émn oioaoa rAian 
lAiH^foaT iAHis, Eêq. Dbor sriiiiBKaaKii'TAii aooa. 
lil Beelen: Te Amêterdam, bij G. Portielje. 1840. In 
gr, Svo. Te santen XII en 8%6 hi. ƒ 8-90. 

JJese ft(Rnan heet in 'het oorspronkelijke êhe. Gip$^ (dm 
Beiden;) Bece titel behaagde den Heere sfinriBaaKv ta» 
«ooa niet teer, omdat het woord Heiden dnblNdsinnig is, 
en. «in ome taal loo wel een persoon beteékent, di^noch 
tot het Ghriatendom , noch tot het Jodendom , noch zelfs tot 
het Tnrkendiran behoort, en eencb loogenaamden goedgehêk'»^ 
seggeTf handk^ker." Zgn Ed. had er nog kunnen b^ToegeD 
heerenleider, Uandeneekeerder en andere benamingen Tan 
bedriJTen , die door de Heidens gewoonlijk nitgeoeiend wor-i 
den. Zeer geleerdelijk wordt door den Heer sTSKaiiaanv 
VAR 6 ooa het Latijnsohe paganmê in hel £agebch pafute», 
ja lelfs het reeds genoemde ^tpsy, benevens het- Fvansdie 
tokemien, aangevoerd, tot ataving der dubbelainni^ieid van 
het om dece reiien afgekeurde wooid keiden. Oteókoaia vrij 
er nu juist geen gevaar in «Mien gezien hebben , dat deun 
Roman met den naam : De Heiden, de tV^aarMegger , of een-» 
Toudigflijk mider dien 'van raaaotn of Loré Bttwar in het 
licht ware verschenen^ joiohen wq echter' de ktesohheid en 
afkeer van. dobbelsinnigheid des Vertalen van ganscher 
harte toe: 

Bèze Roman is geeiie historisdie , maar v^ m^enr eene 
familie-gesehiedenis, welker vethad op'géenerlei v^ae ia 
eenig afzonderlijk tijdvak dvr geschiedenis ingeweven is. 



a. F. R. 9Am9$, N raoBMttvoraMfti. 17& 



De torahterg niap hdofiiptoi o ao n vimolb, 4«a Zi^Miiier- 
hoofikÉJDy Tan Lord B^wtr fn van cfen Kolonel BASKtKc 
xija ie«r bdangwekkiend ; iarw^l da Sduröycr iw^m f^t 
liemiiHieli^ ii i wu in de TiduMdde gtBÊfhUésmn doet qp«> 
Bet ToAod ii ottdarhe u dÉnd en .de ontkDDO^iiq^Ter- 
^UUê de «iMidimp^n/^iMUffOp «en bij 'smani 
▼gee g er e irarken wél mm gemaHen heeft, bevatte loo vele 
fijne mMOBoVkvaMg^ wnaioenunfen, «oe-Tele leasen rmk 
lerenfwijdieidy dat xij den lezer, die met enkel leest om 
den' draad der geicfaiedeoia. Termaakfliial^ (e volgen, nuar 
die door fffno lektoor tot nUfpamung eek mwAi ondereet 
te vvetden, Toorteiser 'niet verrelen tnllckb Hiet ido keer 
omdat -wii fene pipere van den stijl dei reeds loo bekenden 
Miv^evs 'Boodig aohten, als om eenige afwisseling aan ona 
Tonliig bQ te- Imngen, plaatsen wij hier de Tolgendé be- 
aebiffving ▼«& het heidenkamp : • pTnssdien de hiisr en daar 
verstrooide, vooroitspringende, in de drooge hoeken dei^ 
sandgroeven als ingenestelde dken schemerden vijf id ces 
morsige, bminaehtige liippen 'teildoek, van welke niet één 
grooler dan een gewoon taMtokcn waa, en die over halve 
boepels en kmiswijs in den grond gedrevene palen gespannen 
waren. Zij strekten tot woningen- voor eenlge ftnÜHên van 
dien onbeschaafden , donkerkleorigen volksstam, welks aan* 
vresen en geschiedepis onder al de wonderbare dingen, welke 
wij dagel^ks,' eender se mei eenige navorsdiiiig te verwaar- 
digen , onversohilüg voorb^aan , - geenssins tot 4e minst leld* 
aame versehijniDgen behoeven» ^^ Voor den b^ang van emige 
deser kleine woningen ^ag meit HeidipneQ, met hare sl«oo- 
boeden, roodé mantels en ujdén halsdoeken* Sjommige, 
verwelkt, gerimpeld en naar heksen gelijkende, droegen de 
aforofr van een veeljarig rondawnrvee; in wind en weder, als 
oA van aNnïgvnldige lotwissdingen; terwijl andare, epirel-* 
ker gedachtig, bruine hnid de roien der jtnigd en dergor' 
iaondheid gloeiden, en welker donkere voegen, doorwegen 
noehtudktendboileveld, als edelgesleenten helder ikmkerdem 
hnt «dnaal.nm eenen ^iiolksstisn 'verleenden,' die, loeeds fSOr 
dort laag van troonenlen waardigheden vo-w^dérd» sMTlde 
^Afsttanide alnklm en btekken .vween wiak gniedi, het* 
arélk de .péÉeiBL van bet verledene verbryield..hndden*:<r4- 
•Aan 'de eenë ngde , : idsschen. ^te :)iOn(aadi en ^ vaderen 
vaB.gepiaLtq >lMnen.nn kalboedenvi »iag m^n een viar btanr 
^en , waacoiier nen gaoote^ kètei faaig' té koke»^ ^ mndem 



176 G. F.A. JkUMBf 08 BmOBl>iaMÖORAJUl« 

eene oude rroaw^ die.TOor den haanl hnrkto, on^ soo Us 
hei scheen, qp dien helel te panen, taten, in^gemakkelijke 
houduigen, yencheidene manoAlijke leden van den stam, 
meest allen in mjde orenokken, welken men- het doideliïk 
genoeg kon aanzien, *dat 29 eenmaal andere e^e&aan gehad 
hadden. Eenigë halfnaakte jpogens^ die tich met allerlei 
spelen beug hielden, Tdlden het tooneel Terder aan , en be- 
loofden eenen rostigen stam van ^itsboeven en landloopers 
Toor toekomende Itajden/' 

' De Vertaler schrijft: > Ik wil geene swam tijn, welke 
men- naar wdgevalba kan uitpersen/' en: «alsof eene, in 
de Letke gedoopte, swam alles van de USeA van hei gehea- 
geil had wc^fgéwischt/' Wij souden, op beide plaatsen, in 
^ilaats Tan Mwém, êpanê vertaald hebben* Eg m1 misst^hsea 
er. fcieh over eigered » dat wij bekennen , niet in de gelegen- 
heid te lijn , om het oorqirQnkeUjke werk met de vertaling 
te vergelijken* Maar too Ted weten wij toch, dat hetËn-» 
gelsdbe êpung^ de beide beteek^nissen heeft van Mwam en 
•pónSé Verre , zeer^ verre zij het van ons , te meenen , dat 
de H^r STitRiBaQui var «00a dat niet weet; het is mis- 
sohienyeene drakfeil/ of wel wij vinden hier weder beves- 
tigd, somtijds selfs hQnu9 dormüa* a oh saus. 



Bekenieniêsen van een' Booêdoener^ of het Leve» van 
AH SB t- AL t, den Tkugger. Eene Indiaai^eeke Geeehiede'- 
ntSf door Kap. hbadows TAVioa. Naar de hoeede En^ 
gelêche uiigave, II Deelen. Te Atneierdamy by J. C. 
van Kesteren. 1840. In gr. Qvo. XX en 619 R ƒ 8 - 50. 

Indien wij niet reeds van elders bekend waren geweest met 
de Thuggen of Indische moordenaars, die zich, akeenebroe* 
dérsttliap van dienaren der Hindosche Godin biowahib, tot 
iiitoef)6ifftig van hnn verfoeijtelijk bedrijf geregtigd achten, wij 
tfonden dan de in dit boek verhaalde vreeselijkegebeortenis- 
sen voor eene aaneenschakeling van de grootste onwa«r« 
seMjnlIjkheden houden. Maar nn vrit erniet aftn te twïjfe* 
lën, of de wanbedr^ven, waarvun dit werk l!et ijftiag^^** 
tende Ttvhaal bevat, zijn naar waarheid gesohhtst. »In hei 
' Jaar 1810,'' zegt d^ SthrfjVer, «gaf het verdwijnen van vele 
krijgslieden, hmgs de openbara wégen ,..dsa iopperbevelheb- 
her aanleiding tot! bet «tvaêardiiiai van eene dagorder , waar* 



X. T AT LOR, BIKB1IT£«Si£ff TAH tlK^ |IOOSJ>OBH£R. 177 

bij hij de aoMiiteii. legen de Tkugg^n nniArsehawde. In 1812| 
na den door Thug^rs geple^den raeofdop dm Lniteoant 
HOHsitL, trok de Heer 14 lhbd/ vergezeld van een sterk 
detachement troepen, tegen de derpeil op, waarin de moor- 
denaars zich ophielden ; hij ontmoette een' gedachten tegen- 
stand. Men ontdekte, dat de Thuggers vele dorpen in de 
omstreken yan Sindo^êé beietteden, en^ reeds Tan vorige 
geslachten af, jaarliykB groote geldsommen <^m het. bewind 
van Scindia voor deszelfs bescherming betaalden^ Hen be- 
rekende, dat er cieh te dier tijd alleen in die dorpen meer 
dan negenhonderd ophielden. — In het jaar 1830, en reeds 
eênige jaren vroeger, schenen de^Thuggera tot eenen boi- 
tengewonen trap van stoutmoedigheid te zijn gekomen, zoo* 
dat het bewind niet langet onverschillig kon bljyven omtrent 
een kwaad, dat zulk eene vreeselijke en steeds toenemende 
hoogte bereikt had. — Aan sonmiige der Thuggêrs^ die ge^t 
y^t werden, en onder anderen aan iBBiiiaBitA, een hunner 
voornaamste opperhoofden, werd het leven geschonken , on-& 
der voorwaarde van hunne nkakkers bekend te maken. Ook 
ASBEB-Aii was een van deze begenadigde berigigevers of 
aanbrengers, en wiens vreeselijke <^ienbaringen zoodanigen 
indruk in dat land maakten, dat dezelve niet ligt vergeten 
zal worden. Ik heb dezelve hooren verhalen in zulk eene 
angstige spanning , als ik . naauwelijks durf hopen bij m^e 
lezers te zullen verwekken ; en ik kan, tot staving .van de 
volgende geschiedenis, er alleen bijvoren, dat hij, volgens 
z^ne eigene bekentenis, die in alle opzigten door die zijner 
medeaanbrengers bevestigd werd en in officiële stukken is 
opgenomen, ^tstreeks in den moord van zevenhonderd en 
u^entien menschen is betrokken geweest.'' 

Of dit werk een welkom onderhoud zal opleveren, hangt 
rail den smaak af, die bij sqmmigen slechts bevredigd wordt 
door Terfaalen van misdaden en gruwelen. Maar voor de 
kennis der natuurlijke en maatschappelijke gesteldheid van 
den Sindoêtan is hetzelve allerbelangrijkst. De Schrijver 
beeft lange jaren in dat gedeelte van Asié vertoefd \ terwgl 
de betrekking^ welke hij daar vervulde^ tot waarborg ver- 
fiirékt der echtheid, van hetgeen hij aangaande de zeden en 
gebruiken der bewoners van die streken en hij het be8chr|j« 
ven van plaatsen en tooneelen vermeldt. 

In zoo verre het werk vrij. is van zoodanige voorsteUing 
^ 'misdaad I als (q^ dezelve «ou .kunnen uitlokken » is qok 



178 M. TATLOR , MKIMTBinSftm TIK IKlfVlIOOSDOSKEII. 



de iedelljke strekktey «M Ie inkpf^veii. KeeelMiit moei 
«fCBWel zflffeD^ dOKt' ia xipi leTeiv een «^ji^ker boek 
te keUben geleien* -^ Xoal eo stgl getuigen vocnr de be* 
kwaamkieid van den 0?eméter« 



TBêl ^êU^' d9W j<mg$t beriepen {terlöofeiÊ) t^, -door j. k. 
'' snftiBir. iV Amsterdam, bg 6. L. KoopAiaii. 1B40: /* 
^r. 8ro. Z*:^! ft/, ƒ 2- 50. 

JL)e beldfti THii desen Roman Iaat cicb, iegeA den berhaal- 
deii raild en dé waarschnwingen Tan baten vader en bare 
blo6drdr#aiMe>n , Tedeidett doöt 'èenen iedèloóten Fr ansch- 
Inan. Fa den dood vèn baren Tader bnwt «j den verleider , 
en Tertrekt met bem nit Amsterdam naar Parijs, Ut gevol- 
gen Tan deae dwaaabeid laten xicb gemakkel^ gissen. Ha 
knften tijd komt iij, door^baren trouwelooxen ecbtgenoot op 
ét laagbartigsfe wijte verraden , in armoede tot de baren te- 
rtt^, en Tindt alecbts in de liefdadigheid Tan dezen bet mid- 
del fot Onderbond Tan baar ongelnkkig leven. — In dit ver- ' 
\M\ beerscbt eene zekere langdlmdigbeid in de ingeToerde 
gesprekken y vooral in de liefdesTerklaringén. Ook troffen V«i| 
èommige onwaanscbljnlfjkliéden aan, zoo als, onder ande- 
ren, dal de leden Tan bet geslacbt BintAiDiir, dat zich 
een allen tijde door bijzoiideiie gebeebtbeid aandeiouiBORS 
bad gekenmerkt , en dnder zijne leden Terscbeidene hooge 
staatsbeambten telde, die waardigheden bij.de troonsbestij* 
gitig Tan HArotBoir Verloor; daar zij, die dezelve bekleed- 
den, Tolstandig weigerden ,^ den eed Tan getrouwheid aan 
dtm keherKfken ParteHU, zoo als tij hem noemden; nf te 
teggte. Hoe dit daarmede bestaaidbaar is, dat zij die waar- 
digheden dan tocb ten fijde Tan de Franscbe Republiek bad- 
dèn M^Ten bekleeden ^ betuigen wij niet té begrijpeui Maar 
Vooral hebben wg aan te merken, dat Lvcifcct, wier.naém. 
Hls herinnerende aan de Romeinscbe ttciiTiA, bier ook al- 
lerongehikklgst gekozen is, niet belangwekkend genoeg ia. 
Om als hoofdpersoon Toorgésteld te worden. Zij laat zich te 
lomp, te zeer zonder tegenstand tot den val bfengen, dan 
dat onze jonge Lezeressen er zich niet over beleedigd zonden 
achten , indien wij aan baar eéne ondeugende zottin , die , 
em ons eens onderwetach HoUandsch nit te drnkken , veis 



J. H. STBS^KCH, UfCRBCt BSMAADfV. 179 

4ieadl Inri Mjttipb id eon rerhelathais opgèilMeii to wor- 
den, als ^n abchrikkead fwijmld i^riWeq toonCelIcn. 



Dm tekoone viawca. Jbi» hiêioriêóh RanuÊHêUek Verkaal , 
door A. vcnr tbov&^ti^ Jtf ilmtlM'Aiif»,' M' J. C. irui Kès- 
teren. 1840. lü gr. 8vo. 249 bi.fi^W. 

JvAiriTA. i^« üi^K»^ 'VAR feMTlXAim. 7«pTOB^*flUt* 

. ^eAtf Ferhëleiê, doof do^^^dom Té Am^ordam, M':dm« 
wOSdm. 1840. i« ^fr. ^o. 314 Ui ƒ 2-80j 

iJe hcAdttt Tan 1V»« I. is de in de middeleeiiwsche Romans 
als iLARcaKrifevikbekctode dockter van Keizer ram ikik II. 
Men kan dlit boek juist niet- onder de eeist'e klasse ran kis- 
torische Roiiiatt^ rcikenén; maar het Iaat zich met genoegen 
lecen, en is toor den leéwonen Romanlete^ eené even ge- 
schikte lectuur ak N». '2, bevattende twee refhalen, waar- 
yan het eerste in Spanje gedurende den str^d tüsschen de 
CarUeten en €krieHnó*s\ het andere in Engeland gedurende 
de rt ^e rin g ran- KAait II te huis behoort. Aanleg, uit- - 
wertiing, Yertaling enz. onderscheiden zich te wein% tan 
het gewone, om apteiUlS^e meldiiq^ noodig te hebben ; al- 
leen wenaehten wij; dat de Tertaler ran No. 2 op bhdz. $ 
Heter kHmmen gMchreven had dan Mlaperen^ dat geen zui- 
ter SoRandseh is, en op. bladz. ISMf lieter ligchaam dan lijif 
' daar hier tan geen dood , maar van een lerend miensofa 
sprake is. 

Se Tmchtbare SchriJTer tan deze en yerscheidene andere 
Romans is Tóór omtrent twee jaren orerieden ». zoodat ^j. 
welligt alleen nog het eene of andere tot nog toe oater- 
taalde Tan hem te wachten hebben. .Z\jn Schi^rersnaam 
TOK TioHLiTi was, naar eene in zijn raderlani rrij alge- 
meene gewoonte , een aangenomene. Hij noemde zich naar 
het kasteel tbohlitz in het Weimareéke^ waar hij in 177S 
nboren wdrd. Reedar op zijn dertiende jaa)r trad h^in 
rmisaischè dienst, en werd in 1806 door iae ¥ran%chen b^ 
Prenxlam krijgsgevangenr gemaakt. Ra den vrede van Tihtt 
in Beiysche dienst overgegaan, woonde h§ inl8ll denveïd- 
togt in Spanje aan het hoofd van een r^ement Lansiera 
hg , en verliet na den Parnschen vrede zijne militaire be- 
trekkingeb, om eerst tö Éalle, toen te Serlyn, en loat- 
atd^ te hréêden voor de letteren étk zijn gezin te leven. 
De RaroB c. a. von witzikbiit -^ dit was zijn eigenlijke 
naam — trad reeds in 1708, maar meest na het verlaten 
zijner mflitaire loojpbaan, ab Romanschrijver op, en maakte 
ook in ons vaderland eenen goeden opgang. Naar het oor- 
deel van Ree. is voa TioniiTz een Romansdirijver, wien 
het niet aan smaak ontbreekt, en die doorgaans vrij onder- 



«180 A. VOH TROMLITZ» DK SCHOOHS BLAHCA., ENZ. 

houdend vertelt, maar wiens TerdieBsten toch doorgaans te 
hoog worden opgevjyxeld. Hij overleed den 5 Jonij 1839. 



Meibloemen. Drie Rom^inHeeke Verhalen ^ door», sciütze, 
II. sToacs en ir. 9. K&via. Te Jjneterdam^ b^ J. G. Tan 
Kesteren. 1839/ Jn gr. 890. 288 hl f 2-15. 

Met het gewone compliment , dat de Schrnrers dexer drie^ 
Verhalen in hnH Vaderland, met lof bekend s^n; dat deze. 
stukken inzonderheid met hooge goedkeuring zijn otftTanffeo, 
en dat men hoopt, dat de lezer ze in een ledig oogenolik 
met genoegen zal doorbladeren^ wordt dit bundeltje door den 
Vertaler aangeboden aan het steeds naar nieuwe Romanlec- 
tuur hongerende publiek. N^. 2, de êchoone Tooneeikun- 
êienareêf wint het niet .alleen Terre in omvang 9 maar ook 
in waarde, van de beide anderen, de beide Candidaten en 
het gedwongen Suwelij'k. Het laatste beteekent al zeer wei- 
nig; het eerste is nog al niet onaardig» en het denkbeeld, 
om eenen Kandidaat , die zich voor eene opene predikanta- 
' plaats aarimeldt, in ligchamelijken zin op de schaal te we* 
gen, op het titelvignet a&ebeeld» heeft iets kluchtigs, waar- 
bij men moet weten, dat het niet de eenige proef was. Dat 
het vernederend kruipen voor. hen , die zoodanige nlaatsen 
te begeven hebben, oOk in ons Vaderland niet uifae lucht 
g^prepen is — dat is maar al te waar. De Vertaler heeft 
zijne taak goed verrigt, .^ 



Jakob «latz, kleine Bmische Familie van Groendal in 
een nieuw Höllandêch gewhady door r. haiioü, var azuh. 
Een Geschenk voor de Jeugd. Te Ameterdam, hij P. van 
Rossen. 1839. In kl. 9vo, 172 hl, ƒ 1 -50. 

Voor lezers, die met den lof, welke telkens vroeger, bij 
aangekondigde vertalingen, aan de geschriften van dezen 
Duitschen kindervriend is to^ekend , minder bekend mogten 
zijn , diene , dat aan eene eerste uitgave van hetz^fde werkje 
zoodanig eene gunstige ontvangst ten deel viel, dat eene 
éweede uitgave begeerd werd. Heer nog , dan in de vroe- 
gere uitgave, zijn de hier voorkomende stukjes naar onze 
vaderlandsche zeden én gewoonten omgewerkt, zoodat thana 
zoo wel de inhoud , als de bevallige vonn en de bijgevoegde 
platen, dit boekje nog geschikter doen zyn, om der jeugdl 
tot een nuttig en aangenaam geschenk te verstrekken. 



\ 



B o E K B E S C H o ü W I N a 

Leerredenen dóór É. j. spijker, Theol Doet en Predi- 
kant te Amsterdam. Te Dordrecht , hij Blnssé en r$Ln 
Braami 1840. In gr. Svo. XÏJV en 384 */. ƒ 3 - 60. 

iLJoo treedt er nu üit oüze Hoofdstad eeki nietiwe Held op 
hel yeld der Kansclwelsprekendhcid openlijk op » gelijk wq 
er onliuigs een^ uit onze Hofstad zagen yerschijnen. 
{AToLL, in zijne Merkwaardigheden uit de Geschiedenis 
van jsremU in Leerredenen. {*)) Wel nu, dat zien wij 
gaarne:, daar onze Ntstor tak der palm tot zijne rust 
ingegaan is, en onze nog levende Veteranen , der mout, 
tjlh beugel en anderen, zich gehocgzaam alleen tothun-' 
)Qe standplaats schijnen te bepalen , ofschoon wij het zeer 
, wenschelijk zouden achten , dat zij hunne plegtige stem 
nog eens rerder lieten hooren ; zoo is het nuttig en een 
gunstig teeken des tijds , dat Manüen in dè beste kracht 
huns leyens (want aan jonge Redenaars zouden wij nog 
meer zeUs , dan aan jonge Dichters , het nonum prematur 
in annuM , ef quod excurrit , zeer ernstig aanbevelen) met 
^vaardigheid optreden , en ter bevordering van het ware , 
schoone oï goede in de Christelijke welsprekendheid, en 
alzoo ook voor de belangen van hqt Godsrijk der waiu-heid, 
deugd en taligheid , hunne stem verder doen klinken , dan 
tle^ grootere öf kleinere kring reikt, waarmede de Voorzie-' 
nighcid hen het naast oïnringd heeft. Het verblijdt ons der- 
halve. Jen Eerw, spijker onder de zoodanigen te mogen 
tellen , en den roem van een voortreffelijk Prediken , die 
hem van Dordrecht naar Amstefdaih vooruitging, door de 
tiilgave van Leerredenen bevestigd te zien. Goed vastge- 
hondene eenheid van plan , met de nöodige verscheiden* 
hcid wel uitgewerkt; eenvoudige , zonder veel omslag dui- 
delijke Bijbeluitlcgging; practischc strekking en hartelijke 

(•) Zie FurfsW. Letieroe/. 1841. N». h bl. 1 -6. 
•OBKUSCH. 1841. HO. 5. N. 



182 k. J. SPIJKER 

ernst, in aHes zigtbaar; yrijmoedige liberaliteit en popula- 
riteit; een levendige/ doorgaans' gemakkelijk onderhou- 
dende, ofschoon ^cY eens door wat al te .veel korte toÏ- 
zinnen en rermcnigTuldigde sluitpunten afgebroken stijl; 
ziet daar zoo eenige eigenschappen , waardoor deïe Leer- 
redenen zichoTer het geheel zeer gunstig kenmerken! Een 
kort oYerzigt van dezelve , met bescheidene uiting des oor- 
deels daarover, z^ hiervan ten bewijze! 

Van de twaalf Leerredenen , die dezen bundel uitnïa-^ 
ken , zijn zes of zeven stukken van tijdelijke en plaatselijke 
gelegenheid ; namelijk de vier eerste , de twee laatste , en 
eenigcrmate^ ook de zevende. Dit is wel <?enigzins jammer, 
omdat het misschien , op het eerste aanzien , minder alge- 
meen tot de lezing aantrekken zal ; maar Recensent durft 
nogtans over 't geheel van dezelve verzekeren , dat zij ge-» 
noeg altijd en overal belangrijks bevatten , qm naar stof en 
vorm allezins lezenswaardig te blijven. Men oordcele uit 
de volgende beschouwing. 

Kj het vergelijken van. den tekst der eerste Leerrede, 
Gen. XXVIII: 20, 21 , met dcrzclvcr onderwerp, zal men 
terstond begrijpen , dat de eerste slechts van verre aanlei- 
ding is, om, in 1836, gedachienisyiering te houden van 
Dordrechts verlossing in 1813; maar de toenmalige geva- 
ren, waaruit men verlost was, en de godsdienstig dank- 
bare stemming, waarin men toen verkeerd had, te herin- 
neren, is het eenvoudige en goede doel, dat bij elk punt 
wèl op het oog gehouden wordt; en met eene korte en 
zeer gematigde vermaning tot nadenken, wat er van die 
stemming geworden zij , wordt het geheel besloten. 

De titel der ft^ee Je Leerrede , die .tijdens de Cholera, in 
1832, uitgesproken is, luidt, naar den tekst, Eph. Y: 
14^ : » Ontwaak , gif , die slaapt H wel wat te algemeen , 
opwekking tot waakzame en ijverige godsvrucht ^ en die 
twee eigenschappen der godsvrucht hadden in. het stuk zelf 
misschien nog wat onderscheidener mogen aangewezen zijn ; 
maar anders is het thema goed toegepast op de toenmalige 
omstandigheid , als wekstem tot zulke godsvrueht ; waarna . 
bij het hoogè gewigt dier opwekking, als noodig, weldadig 



LEERIlEDÉl»Élri ^ iÜ 

%ta rerpligiend hcpdiBii'f, en dit cai «ii Undelr f èé^doèl* 
katig en zonder óyèrdriJTing (waar(oé ixkeü bt| vsUkt gelc^ 
{genheden wel eens vcrtalt) uitgewerkt vrofÜ. ^ 

•In dezeifde omstandigheid >' len Volgenden jaré|- is dë 

«ferie Leerrede gebonden , landelende, naar !2 {?4>r.'y^7'^ 

oTer dtn* wa^ndél^des^ ChristenÉ' bp narde door' ffd&of. óe^ 

past naar tijd en ^tof 'wordt de inleiding' genomen nitde 

beJtóefte Aan de boop des beteren leyens. ' NakoiHeveiw 

klaring ran den tekst ^ wordt eerst in H algemeen ontwik^ 

keid en met voorbeelden gestaafd ^ dét wij in dH leren ran 

aUe bovenzinnelijke en godsdienstige waarheid geeU aan- 

scbonwelijke kennis > maar alleen het getoéf bezitten ; en 

daarna wordt dé invloed aangetoond > welken dit denk* 

beeld in de toenmalige (ijdsbmsfandigheden hebben moest; 

namelijk 1. i> eerbiediglijk en bescheiden óver Gods bèzóe^ 

nking en dcrzelver oogmerken 'oOrdeclenr^' 2; »aan het*^ 

)»gene, dat God ons oplegt ^ óni^ gewitlig onderwerpen;*' 

3i »de toekomst zonder angstigen schrik tegengaan ;^* 4. 

Hvoor den hemel trachten gevormd te worden;^' Reeds 

tiit deze korte opgave van den inhoud ziet men ^ dat ook 

deze Leerrede zich bij al haren ernst door hare bedaard* 

beid aanbeveelt 9 juist bierdoor voor karen tijd zeer ge^ 

schikt waë; en in soortgelijke onistandigheid met vrucht 

kan gelecen worden; •':■.'. 

Gelijk het thema der pierde Leerrede ^ het ichéppings* 

iied indeu hemelt volgens Openb* IV: 10, 11, door zijne 

oBgewooniieid do aandacht tot zich trekt, roo^ ziet men 

ook met zekere bevreemding nieuwsgierig uit.^ Eoé dit on^ 

dcrwerp ^ volgens de inleiding-, gebruikt zal wdrden tot 

eené voorbereieUng voor het Kcr^eêst. *— In het éérste 

deel tr^ht spijicer zijne hoorders in te leiden t^t )»dé 

» kennis van het tafereel, waarin de eeuwige Sehépper 

» fvordt voorgesteld , als het waardige voorwerp van den lof . 

n det hemels." -^ In het 'tweede deel spreekt hij over » dé 

»aiagt| 4le wijsheid en de liefde des Scheppers, als d€ 

A^r^gtraatige gronden van den löf der hemelbewoners;** 

doch.i^^^l hier 'aangevoerde is eigenlijk meer dé stof, die de 

aardebewoners hiertoe hebben; en inderdaad van het eer'< 

N 2 



184 R* J. spijKsn 

ste / hoe ,^waiir ook > is in bijzonderheden niet veel te z(^«^ 
X f en; althans 'het gestelde, bl. 86,. 89> 97: »Het getal 
)»?an Grods lerende en redelijke schepselen, voor ons niet 
» te berekenen , is hun bekend ; — iedere stoffelijke en 
ngeestel^ke kracht kennen zq in haren eigenlijken aard;— * 
joz^ oyerzien het geheel der schepping in zijnen zamen- 
»hang; — al het hemelsche zal borenzinnelijk wezen ,^' 
Aomt Ree. overdrey^n en ongegrond voor; maar hij rer- 
eenigt zich nogtans gaarne met de aldaar gedane waarscha* 
wing tegen het al te zinnelijk oyerbrengen ran het ^ard* 
scBe op het hemelsche. -— In het derde deel wekt de 
Spreker op tot navolging van den lof der hemelüngen , door 
eerbied, vertrouwen en liefde, geopenbaard in den wan- 
del. Hoe goed ook op zichzelf, onderscheidt het zich 
nogtans niet door biJ2ondere betrekking op het thema; en 
men zou hier ook meer van de aangekondigde voorberei- 
ding voor het Kersfeest verwacht hebben. 

Onder de meer algcmcene Gclegenheidsleerredenen be^ 
hoort de voorlaaistef die, naar aanleiding van B^nd, V: 
38, 39, handelt over de idti/d stegenerende %racht der 
waarheid , en gehouden is ter gcd^cbtcnisFicringder Kerk-^'' 
hervorming. Na eene vrij uitgebreide inleiding over den 
tekst, wordt I. verklaard, wat door die kracht te verstaan' 
is ; IL worden de gronden van ons geloof aan dezelve aan- 
gewezen ; IIL wordt zij in de geschiedenis van het Chris- 
tendom aanschouwelijk voorgesteld ; lY. worden nit die bc-^ 
schouwing eenige leeringen en vermaningen afgeleid. -7^ 
Zonder te kort te doen aan de voortreffelijke bewerking van. 
dh een en ander , wil Ree. echter in bedenking geven , of 
het met tekst én eenheid niet overeenkomstiger zoude ge- 
weest zijn , alleen te handelen over de kracht der Evange- 
lische Waarheid: nu is het te vol, en het eerste stuk, ge- 
deeUelijk ook het tweede, te afgetrokken. De twee laatste 
stukken, daarentegen, zijn in dit opzigt beter: daarin 
wordt, ook gepaste melding van de Kerkhervorming ge- 
maakt; en in hel vierde aangespoord vtot dankbaarheid 
» ?oor het bezit der waarheid , tot bli/de verwachting van 
j»hare zegepraal, tot verdraagzaamheid omtrent dwalen- 



LiCRREnsirxir. 18& 

- *^ . " 

uden» tot yVer Voor de waarheid , en ioi geHoarzamtjOn'^ 
» derwerping aan We kracht/^ 

De laatste Leerrede is wederom een geheel bijzonder ge- 
ïegenheidsstok , namelijk de Afscheidsrede van deü Heer 
SPIJKER Tan zijne Dordrecktsche Gemeente, naar aanld*^ 
ding Tan PhiL I: 27, zijne, ioa^^fe vernumii^ aan haar 
z^nde tot eenen Ckristelijkcn wandel, en als zoodanig Toor - 
haaur gewis zeer belangrijk ; maar ook de genen, dié daarbij 
geen- plaatselijk en persoonlijk belang hebben , zullen , zoo 
z'^ prijs stellen op Christelijke en hartelqk(D welsprekend- 
heid , deze rede met groot genoegen lezen , als zeer gepast 
naar het oogmerk ingerigt , hoog ernstig , uit het hart tot 
hel hart, met aandoening, zonder oTerdreTen te zijn-, 
treffend gesproken. • 

* De zevende Leerrede-, oTer Hand. IX: 3G^42, of 
DOR KAS, 'een voorbeeld van Christelijke weldadigheid, 
kan inen naanwelijks als gelegenheidsrede aanmerken : zij 
heeft welj Tolgens de Voorrede , » in de oprigting Tan eene 
weldadige instelling Tan dien naam te Dordrecht hare eer- 
ste aanleiding gehad^' ; maar zq js in haren inhoud zelyen 
«oö algemeen , dat zij overal nuttig kan zijn. Het is eene 
zachte, kalme, naar het onderwerp OTe» 't geheel ge- 
schikte preek:- het Toorbeeld Tan oor kas wordt- in het 
tweede en derde stuk zeer goed gebruikt , om daarop ter* 
stond de opwekkingen en Termaningcn tot w-eldoen te gron- 
den. — Bq déze Leerrede Tiel het Ree. bijzonder in het 
oog, wat h^ ook in andere aantrof, dat de oTergangen 
Tan het eene dee( of onderdeel tot het andere wel eens wat 
abrupt zi]n, of eigenlijk, dat spijker zich^ daarom niet 
▼eel bekommert. Men kan het zekerlijk ook hierin door 
liet tegengestelde al te kunstig en hierdoor gedwongen ma- 
ken; maar, met TersEand aangewend, schijnt eene zachte 
zamenbinding der deelen tot Tcrsterking Tan den band der 
eenheid , die allen omstrengelen moet , en tot het geleide- 
lijk Tolgen Tan de aandacht des hoorders , niet Terwerpe^ 
lijk. — Zoo is het ook met* de, hier en elders bij spijker 
Toorkomende, korte, niet genoeg zamenhangende Tolzin- / 
nen , die in sch^n nog Termcerderd worden , doordat de 



186 / H. J. BFlJKEti 

SchriJTer zeer dikwijls een slailtecken zet , waar een htel 
of half lidteeken yoldoende zou zijn. Zeer lange perioden 
kunneb relriiioeijen ; maar daarom zijn z^ niet onbcpaiild 
t^ Tfrwctpeii; Uidien ijij maar goed ingedeeld zi)n, knn-r 
n^ zq j^oiQtijds zeer goede nitwerkibg doen: zeer korte 
perioden 4 <w m dan eens met verstand en mate gebruikt , 
gunnen eene.g«pa«te leTendigbeid aan de st'^l geven; maar, 
te yeel m te dikwijls gebezigd-, yermoeijjcn zij niet min-^ 
dec» ( en yerbf eken de kracht yan dea gcheelen indruk , ge^ 
l^k heX Reo^ ixx deze .Leerredenen: wel eens alzoo is yoor-r 
gekomcn*. . ^ . : , , 

: ;öpder de stukken ^ die in geene bijzondere omstandig* 
heid hunne a^^ileiding schijnen gehad te, hebben, yinden 
wij hier vooreerst de v^de Leerrede, naar i^anleiding yan 
l>Air. V: 27, hei oordeel van God over de daden der men-r 
schen iroorstellei^de/zoo als het t)ns openbaar wordt door 
ons geweten t. door Gods ff^oord, en door hei jongste ge-r 
rigt „Eene Jreffend ernstige , preek , die door eene korte 
toespraak Ur waarschuwing, ycrmaning en bemoediging 
besloten w6rdt. . 

..In de f^sdfi Leerrede h|uidelt spijker, volgens m ar c, 
XIII: 37 f otet de waakzaamheid van den Christen ^^fSi^xr 
vaii hij 9 na verklaring van. h(^t voorschrift in den tekst, de 
verpisckten ev d^ drangredenen aanwijst en zcfer goed ontt 
wikkelt. . .WelUgt hadden dei i wee eerste stukken voegzaam 
kunnen . ver^enigd wordien, .want.de lekst behoefde geen 
kgig^ ve^rklaria^g;; ^p;j«:kr weet ook undèrs doorgaans kort 
etK' gQe4 vit t^ leggen; m liet. in het tweede deel )» nader . 
do.eni.kenn'fn*^ ^vap de hoofdzaak, die in I het eerste dei^ 
reeds bji^jtndcld.is, deze .onlogische handgreep, .waarvan 
VfUn zi^h bedienen , tindt men anders bij • hen(i te; regjt 
»i^Wr^;:Vjopr^het:oyerige word^, doior achter elfc der aan-j 
géWi^seJRe punten^ eené. korte .tqepass^lijk/ï .vérmanijiig 'te voe^ 
gm,:dp,aaqd|ic|it gptande .gi^houdep en het pc^cti.sche' nut 

bevorderd.; 

pet ^cftf^^e Leerrede, die phil. I: 21— 24 ten tekst 
beei^,. bfgjnt. met eenc. droog :historischcl verklaring van 
den.i^elyen , :(ve)ke mcti bij deze woonden » waarin zoo veel 



' JLi:£||l%EDENCir. 187 

gcYoel spreekt» zoo piet verwacht zau hebben. -^ Hel 
onderwerp is, htt verlangen des Christens naar den 
4ood: doch indi^ii het waur is» gel^ Rec^ lUfit^p^KEE 
(bl. 207) gel^pft j »dfil de Aposiel niel Zjoo zeer heLsterTten 
j»i^ he( ajgemeeoj als wel meer bepaaldelijk dea martek 
» dopd , dien hij voor «ich Terwach(te /^ [of althans' moge^ 
]»Iiik achtte] » heeft pp |iet oog geh^^Z' dan kiuptneii > meenl 
Ree, »de woorden, die p^u^ys bezigt/^ niet walgemeea 
«zijn, en" j^et onhppjaald v toepftssejlijk op hetsterve» vani 
ft> lederen war^n. Christen/' omdat de U>estanden tt leèit 
Tan. elkai^tjler rerschillen \ ca hij ^u duA niei onbepaald 
du^en zeggen, )tdat de Christen naar den dood verlangioni 
xinag.".:- »yfi\ zijn gewoon/' zegt spijker, bl. 226* 
^^7 , ]| hfit ^egeninrQordige leyev m^^t een.Q reis d^o^ eefa« 
«ifoestijn te yergelijken" ; en wat hij er vejrder Ie regt bij-*' 
Toegjt ^ dient , om die wij^e van b^sohonwij^g zeer te ma-* 
tigcn; maar hij h^d er ook wel mogen b^^oegen, dat da 
Bijl^el ons daarin n;et yporgaat, zoo min als heti door do 
gezonde rede gebillijkt. wordt; «n hier of daar had hM on^ 
g<^aste of althans oyerdreyene,^ dat er in het Terlangen 
nafur d^ doodzij^ kan , b. y. o^i^cr ycrdriet en lijden/, wel 
motgen. aaB^ew.ezep. worden. — - Voor het oyerige is het- 
een0 goede, stichtelijke preek» die met een^: yerrassenda 
yfjtfï^ii$, gei^pmen uit het oogenhlik ^aq sch^eiding den 
Chi^i^tdiijVc yefgfuleri^g,. eindigt, om hi^di^or^ t^t i^nslig 
beharügi^il yan bet gehoorde pLegtig.op te wekjcesu, : 

Ujf de^tek^t, MAji,c. VI: 17— ,29,.dï)ct de inleidiiig<}ei^ 
n^gfnde Leerrede. al a^^i^is^onds., a)s ejr abrupte ^ het thenia< 
op. 4^7e.wjljze.kebn/9n;. »lAdicn,iki M.HJ bojrenidil gê^ 
^id^eJi^^der Kjbejsche geschiedenis. e<»n opschrift plaatsene 
)»|i)Qest, he(if^]k dep zcdejcundigeii i9bou4 daarvaaaan-^ 
» d^i^^e jL '^ : zjpu. er boy^ ^sqhrijven : dfi.heers^happ^ Jèr 
ï^9ond<',U en dit wordt met eenejüorte. aanwijzing daarnit 
dqid^lijk .ypctrgeSteld..^ tia yeryolgcins in . het éérste deel »lde 
)»gesdii(^dJ^Un4ié^ bijzonderheden Taii.den.t^kst heriniieiüd*:^ 
te>^hebbén^ wordt, in het tweede » da heerschappij dei: £on-'< 
)»de in d^ .ban^flitigen.jen de lotgeyall^n^ ya4 de.hier..yaii-'< 
» melde .perwnon!! beschouwd j en wel ojp deze zeer ge^ 



188 H. J. SPtlKSR 

pasle wijze 9 in salome, »dat de zonde ieder onbewaakt 
»hBrt inneemly om in hetzelve hare heerschappij te tcs-* 
>»tigeii^'; in bero1>es> )>dat zij iedéren onstandvastigen 
)» strijder overwint, en hem maakt tot haren slaaf'*; in 
HERODiAS) » dat zij hare ijverigste dienaars verlaagt tot 
)»hare bondgenooten , [zou het nie| beter zijn »werktai- 
)»gen^'T| om haar gebied uit te breiden*'; in joahnbs 
den Dóoper en vjne leerlingen y »dat2ij in hare moedige 
» tegenstanders de bestrijding van hare he^schappij met 
» lijden on rouw vergeldt." — Het begin van het eerste 
onderdeel y dat onverwacht, maar gepast en treffend, dtis 
aanvangt, sta hier tot éene proeve van den stijl: )»Wie 
»het gewigt der verschillende leeftijden kent, zal niet zon*. 
»der belangstelling Aeh jongeling en de jonge dochter in 
)>het tijdperk van ontwikkeling en bloei gadeslaand De 
;> onbedorven mensch is het schoonst in de jaren der jon*. 
» gelingschap. Geene droevige ervaring heeft hem dan nog 
)>terag)ioudende, verdrietelijk of bekommerd gemaakt. Het 
» opene gelaat is de spiegel der ziel. Het reine mensche-*. 
»lijke gevoel teekent zich in zijne oogen. Hij gelooft, acht 
>» en vertnonwt all^. Wat hem omringt , draagt nog de 
>> rozenkleor van het Paradijs. Yol van onschuld en vo( 
» van hoop treedt hij de wezenlijke wereld in. «—> » Wet 
»u, jongelingen en jonge dochters} als de trekken van dit 
» beeld in n niet worden gemist. Gq smaakt dan eene 
' » levensvreugde , waarvan de herinnering uwen ouderdom 
»nog vervroUjken kan. Geniet dit gdede des levens I Want 
» het gaat haastelijk Voorbij , en eens voorbijgegaan , keert 
)»het nimmer zóo rein en onvermengd weder. Wij willen 
» uwe levensvreugde niet verstoren vödr den tijd. Alaar wij 
» willen u de jammeren van een scliuldig leven besparen. 
» Daarom vermanen wij u, leert de gev^en der zonde ken*, 
wnenl Bewaart uw hart, boven al wat te bewaren ist 
» Geeft u niet zoi*geloos aan de ingevingen der zinnelijkheid 
»of dè* verleidingen der wereld over! Want ieder onhe-^ 
ïi waakt hart wordt door de zonde ingenomen. Zy vestigt 
» inheiaehe 1%are heer schappij. '"^ — » Vertegenwoordigt u 
»nog eens. de "jeugdige* sau)mb, op het feestmaal nn 



iCEHRCAEllBir. 189 

» HBROBBs! Zij 18 bevalUg en sierl^k getooid. Maar het 
«is de tooi der onschuld niet. Zij^ munt uit in de kunst, 
)»om door haren dans t^ behagen. Zij is de schrandere 
» leerlinge van hare booze moeder. Van haar heeft zij ge-- 
«leerd, onder het gedruisch der zinnelijke TennakeUy^an- 
» deren te ontgloeijen, zelre koud te bleven, en op list en 
» Toordeel bedacht te zijn. Zoo is zij ingewijd in 'de ge* 
nheimen der rerleiding. Ook heeft zij in de «chool harer 
>» moeder geleerd, zonder blozen eens mcnschen hoofd op 
« eene (n) schotel te vragen , en die (n) schotel aan te ne- 
)»men, als een haar waardig geschenk. -^ Neen! sxlome 
»i8 in al haren vorstelijken tooi niet bevallig. Hoort het^ 
» jeugdige menschen! Sionder braafheid en Qnschuld is 
>» zij niet bevallig. Hare boóze ziel verraadt zich voor iede*» 
» ren verstandigen en bl-aven , en kan zich niet verbergen. 
* » De mond , die zoo schaarotclooze taal spreekt , kan niet 
» fraai wezen. De hand, waar het bloed aankleeft, kan 
» nifct bevallig sqn." <— Op diezelfde practischc wijze zou' 
men het tweede en derde punt gaarne behandeld gezien 
hebben ; doch daar bepaalt zich de Redenaar alleen tot de 
'personen der geschiedenis, ofschoon er anders in dezelve, 
stof genoeg was tot dergelijke nuttige aanwending. Moge« 
lijk hadden zelfs dé zeer ernstige en gepafte vermaningen , 
on| de heerschappij der zonde in onszclven en anderen tè 
weerstaan, die in het derde stuk gegeven» en vooral tot 
jonge lieden treffend gerigt worden, in h^^t tweede nevena 
de andere kunnen opgenomen zijn: doch, hoe men hier- 
over ook denke , het geheel is een voortreffelijk stok > dat 
x^ne plaats met groote eere beslaat. 

In de Leerrede etndelqk , die ont overblijft te vermei^ 
den, de tiende in dezen bundel, wordt ^ Christel^ke 
kennis 9an Gods %edeï^ke' reinheid ^ volgens, d joah. I; 
5*- 10, beschouwd, en wel eerst derzelver voorwerp, 
aard en gronden van zekex^held ; ' ten tweede derzelver in- 
vloed op de inwendige heiliging: des menseben , en ten 
derde de onmisbare gemoedsgesteldheid , zonder welke die 
kemris haren heiligenden invloed op ons niet oefenen kan. 
— • Ree. geeft hierbij . in bedenking , of de twee laatste 



190 H. J, SPIJKER 

stukken niet te veel in elkander loopen ; want indien de 
invloed dier kennis op den mensch inwendige heiliging is, 
dan is dit immers met andere woorden op zijne gemoeds-» 
gesteldheid; en wat is dan nog weder eene gemoedsge* 
steldheid, aonder welke zij dien inrloed niet hebben kan? 
Ue woorden > ts. 7: Het bloed van Jezus Christus , %^^. 
nen Zoon^ reinigt ons van alle zonde, waarmede hier de 
behandeling. Tan. het tweede stok begonnen wordt « hangen 
immers even zeer, als de naastvorige; Dan hebben wy ge-^ * 
meenschap met elkander, van de voorafgaande voorwaarde 
af: Inditn wif in het licht wandelen, gel^kHij in het 
Ucht is. De. middelste woorden brengt spijker tot de 
veréèniging der menschen met Gód; miiar zon het /verge- 
leken VS. 3, niet zijn, die der Christenen met elkander?*— 
(In welken zin spijker het meent, wanneer hij bl. 302 
zegt: » Wanneer wij gewoon zijn , het zedelijke kwaad , dat 
» in dé menschen is , te aanschouwen , te bcoordeelen , te 
» ontleden, worden wij ligtelijk, zoo wij. niet op onze hoe» 
»dè zijii, door hetzelve verontreinigd. De Regter, de Ge* 
n neesmeester , de Godsdienstlceraar. mogen hier mijne ge-. 
» tuigen zijn,''-^ is Ree. niet duidelijk: loopt de Regteic 
gevaitr van misdadig te worden,, doordat hij^ demisdaden 
onderzoekt én daarover vonnist; de Geneesheer, doordat 
hij somtijds de gevolgen van der menschen zêdelijk/e dwaas- ' 
beid' wegnemen moet; de Godsdienstleeraar , doordat h^ 
op de heerschcnde ondeugden en gebreken let en ze zoekt 
te verbeteren??) — Déze kleine aanmerkingen beletteki 
echter niet , dat men hier wederom eene'zeer nuttige preek 
vindt, waarin vooral de drie bijzond^heden van het tweede 
deel aandacht en behartiging verdienen, namelijk: l.'nDe 
» kennis van Gods zedelijke reinheid dóet ons de zonde ver- 
vfoeijen, als die ons aaii God ongelijkvormig maakt. 2* 
» Zij doet ons naar inwendige reinheid itreveh , aUs die ons 
i»voor de gemeenschap met Grdd geschikt doet zijn. 3. Zoj 
» deelt iets van de zedelijke reinheid, die in God ü, aan 
» onzen geest mede.*' — Nog ééne c^pmerking ton slotte! 
Deze Locnrede wordt met eene vermaning in ' dergelijk<9i 
vorm, als boven bij de achtste vermeld is, besloten; en 



LISRR£J>£XCir. , ' 191 

het dot der twaaifde heeft er insgelijks iets ran. Met de 
lierlialing Tan ztdke in bet oog rallende plaatsen mocft men, 
meent Ree, uiterst spaarzaam zijn, zoo zij niet al hare 
kjradht iülleh ToHiezenj de eerste reis' verrassen en treffen 
^ , althans. indien zij goed aangebragt zijn ; maar , te dik*^ 
K^Ia* herhaald V Worden het al spoedig loei communes rnxL 
den Redenaar; ja meü bemerkt aldra, dat zij niet altijd 
gelnkkig en natuurlijk' aangctoerd, maar gezocht worden , 
zoo men hem zelfs al niet' Tcrdénkt , dat het coups éCéclai 
z^, waarniede hij- schitteren wil; en hoewel Ree. het. 
katstc hier geenszins beweren of zelfs rermoeden wil, zoe 
schqnt het hem echter toe ,' dat genoemde* wending in de 
adbtste 'én tiende Leerrede niet zoo ongëzdcht en ei^enaarr 
dig> -als in do twaalfde ^ gebezigd is. ^ - 

De 1 nieuwheid'' en belangrijkheid der Leerredenen van 
een^ voorhet eerst voor het grooté Publiek opgetreden Kan«- 
sehredenaar heeft ons langer /dan gewoonlijk^ bij dfezelve 
doen stilètaan. Moge onze aankondiging , . met de ihedc^r 
deeling mier gedachten daarover, strekken, om dezelve 
lu hare waarde te dóen kennen en aan te prijzen , en om 
aan ' de Toortreffelijke gaven van haren Steller hulde te 
doen, met den wensch, dat hij daardoor tot vobAnking 
der heilige Welsprekendheid in ons Vaderland^ en bovenal 
tot bereiking van haar rerhevén en edel oogmerk , het zijn^ 
mildeü^k bqdrage 1 ' ; 

JoHAiryss HUBS, een Foorlaoper der Kerkhervorming, 
of de\dood voor w4Mrheid€n Christendom. Naar het 
Boogduimh. ' Te Groningen i hij i. B.' Woltcrs. 1840, 
/Ji'^. 8vo. 118 «.ƒ I^: V 

J-Jit geschrift bevat een duidelijk verhaal van de leer en 
het treurig uiteinde van den bekenden Bohemer JOHANHEa 
Bvss, die, even als zijn tijdgenoot, hierontmus vak 
FKJiAG, (over wien in het katsle hoofdstuk kortel^k iets 
gexegd wordt) een der genen geWeest is, die men te regt 
vooWoDperA der Kerkhervorming noemen kan, daar hunne 



192 jOflAifiiES uüs$. 

beginèels en stellingen in de hoofdzaak orereenkwanïeii 
met'diei welke door lutheii, zwivqlï lea anderen^ 
ccne eeutr later-, zijn voorgedragtn ; een ^an die toerk- 
waardige Mannen das t door welke de Toenienigheid al^ 
lengs veler oogen toof het licht der Christelijke waarheid 
geopend r en die Toor de gan^che Christenheid gezegende 
gebeurtenis Toorheceid heéfl. — « De Vertaler heeft der-» 
halve iets nuttigs gedaan met dit stuk in onze taal over te 
brengen, waarin .reeds meer zulke mono'graphiën van de 
HcrFormers en hunne Toorgangers bestaan. Daar het niet 
▼oor.Gclcerdei^^ geschreven werd, heefl hij met reden allé 
geleerde aanhalingen en twee Latijnsche bijlagen weggen 
laten , en » in het eerste hoofdstuk de korte schets ran de 
» verbastering der Christelijke- Kerk , en van de toenemende 
ap heerschippq der Paassen» met eenige weinige trekken 
« vermeerderd ,^' en hierdoor , zoo het schijnt , den wensch 
■des Recensents in de j£g. Kirchenzeitung van 1839, Xi- 
ieraiurblatt i, 'ü?. 95. s* 763, vervuld, dat .»de Schrqvcr 
» den lezer wat meer hadde wülcn oriënteren.'' — Voor 
een uittreksel is dit werkje niet wel vatbaar , of Referent 
zou, gelijk zijn Hoogduitsche Collega, den vooraan ge-* 
plaatsten inhoud der negen hoofdstukken moeten overschrq* 
ven; doch hij meent, dat het onderwerp zelf zich zijnen 
landgenooten genpeg als nuttig zal aanprezen: en gelijk 
die Duitscher de bekendwording van zulke geschriften met 
den geest des tijds overeenkomstig te zijn aantoont, zoo 
meent hij met hetzelfde oogmerk met den Vertaler kortelijk 
te mogen zeggen: »Het voorbeeld van die Mannen kan 
n ook in onze dagen , waarin nog zoo velen , ook buiten de 
M^oomsche Kerk, het gezag van menschelqke leeringen 
)»en bepalingen op den troon willen plaatsen, niet genoeg 
» worden aangeprezen.'' 



Toevallige Gedachten van een' Evangelisch- LtUherscV 
Regtsgeleerde over de vraag :. Op wdk ^ene wijze men 
naar het Ri/k Gods trachten moet ? Jlle redelijke zie- 
len , onder het algemeene Christendom , tot nader on- 



TOEVALLIGE GEDACHTEV. 193 

' êerzoek dienstig. Uit het Hodgduitsch vertaald en met 
Aanteekeningen vermeerderd doar^ g. ds w. tak la- 
KiRTELD KELLERMAHH. Te Oorinchem , bg k. ran 
der Mast. 1840* In gr. Sw. 47 W. ƒ :-50. 

JJii werkje kwam in het oorspronkelijke reeds in het jaar 
1746 .in het licht , en Behoort tot loodanige ascetische 
echriftenj welker lezing en overdenking w^ ook in onze • 
dagen nuttig oordeelen. Immers zoo lang er zqn onder de 
belijders Tan het Christendom , h die de paarden achter den 
wagen spannen » en het eerst en boTen alle dingen i naar 
èer 9 rijkdom en een lekker leTcn > of naar eene nering in 
de w^eld trachten en strcTen , en die zich bij hun geloof, 
hetwelk slechts in losse gedachten en Teel praten bestaat, 
stijf en Tast inprenten , dat het Hemelrijk of de eeuwige za- 
ligheid hun onder de zoogenoemde Terdiensten Tan. Chris- 
tus tereeniger tijd steUig als eene toegift bij. hunne eer» 
rqkdom en bij hu^i lekker leTen of bij hunne zorgToUe ner 
ring zal toegeworpen worden ,'' is het niet ongepast , deil 
zoodanigen te doen gcToelen , hoezeer hun gedrag in strijd 
is met de les en de belofte Tan jszvs.v Zoekt eerst het 
Koningrijk Gods en 2ijne geregtigheid^ en alle deze din- 
gen zullen u ^toegeworpen worden. De naiVe en tevens 
ernstige toon^ door den SchriJTer gebezigd, is geschikt tot 
oTertuiging en tot bestrijding Tan heerscheude Tooroordeelen. 
De. lezing Tan het boekje zal Toorzeker aan onze Christe- 
lijke landgenooten Tan alle gezindheden stof opIeTeren tot 
nuttige oTerdenking. 

TVij wenschen den jeugdigen Vertaler, die geduren^ 
eeoe ongesteldheid , die hem in andere studie Terhisderde , 
^t. werkje Tertaalde, eene gelukkige hersteUing toe-i en 
tw^felen niet, ,of Toortgezette beoefening der godgeleerde 
wetenschappen zal hem de op. bl. 36 in de aanteekening 
geplaatste bespiegeling OTer adam's Tal nog nader doen 
toetsen; in welke Terwachting wij onze bedenking tegen 
liet aldaar beweerde zullen terughouden. 



I9i . S. P; SGHELTSMA 



Over den . invloed van het gevoel voor hei schoóne óp de 
K/edelijke .vohnahing des menschen.^ door s. k schel* 
TSMAy Stads Geneesheer te Arnhem. Te Jndtem^ hij 
G. van Eldik Thicmc. 1840. In gr. Svo. 87 W. ƒ 1 -: 

W ij <mtmoeteii hier wederom dèn SchriJTcr ovet het In* 
stinct (zie Fad^rL Leitéroefi 1840. N^. X. bl 414)^ AiU- 
maal echter op. den titel zonder bijroeging Tan; Lid Ttn 
niet één geleerd Genootschap te zijn^ Zoo hij- zulks sedert 
niet mcor schrijven kon ^ dan ware het misschien het na- 
taurl'qksle geweest , thans op den titel) achter Stads 6e>^ 
neesheer, te laten volgen: Lid van één geleerd Genoöt'- 
«chap. Doch daar wij hiermede onbekend zijn ^ zullen wij 
ons in geene gissingen verdiepen. > Even min zullen w^ 
pssen* naar het motief dos gesohrifts. De Schrijver zegt in 
een kort Voorberigt, waarin hij spreekt van den ongo- 
noemden Recenflient in de Letteroefeningen , (waarom » den 
ongenbemden?^* dit is toch in dezq en andere Maand- 
schriften zoo gebruikelijk, dat het tegendeel* veeleer mei» 
dihg verdiende) , hij zegt al wederom geen motief te heb- 
ben mede te deelen. Wij willen ons dan in deze privaat 
zaken niet verdiepen. Het boekje, minder ovorladcm mot 
aanhalingen dan de vorige brochure ^ is hoofdzakelijk gerigt 
tegen de zedclcsseh en zedelijke voorschriften , waaraan de 
Schrijver weinig kracht toekent. Alles komt meer aan op 
zedelijk gevoel ; dit moet in dcszelfs oorspronkelijke kracht 
bcws^ard en gehandhaafd worden tegen -eenzijdige verstands- 
ontwikkeling. De redeneertrant is> ver verwijderd van het- 
, geen de Engelsohei€ close re€LSoning noemen , en daarom 
moeijelijk te volgen en te analjseren. Allee wordt beslo- 
ten met een gedicht van burger, waarvan wij de schoon- 
heid niet €00 levendig gevoelen, of het zott in den regel 
inoeten zijn : 

j. • • ' * 

• Und der Sammler von Lumpeny auê denen nimmer ein 

Blaft tüird.*' 

Wij zullen overigens niet ontkennen , dat de Schrqvor hier 



ÖYER taET OETOEL VOOR HET SCHOONE. 105 

en daar écnen zéér eigenilardigcn stijl bezU : zoo al» waar 
li^ légen kinderboekjes op de scholen te relde trekt (bl. 85) : 
» Behalve dat desa verhalen doorgaans tot de allerlafste be- 
hooren en derzelver optellers miserabele broodschrijvers 
en conrantiers of zoogcnocmde romantische kindervrienden 
tipa» die denken, dal z^, door op een' doncerousen toon 
te piepeD , den j'uisten kindertoon gevat hebben , of die , 
door dé domste uitvallen , mcenen zeer naif te zijnl*' Men 
ziet hety dat de Schrijver hier vrarm wordt! 
- De aanhaling, bL 52: 

• IJnd waê der Verstand der Verstdndigen nicht êiekt, 

• Das übet in Einfalt eiu kindlich Getnüht,'' 

is niet uit büaokr , gelijk de Schrijver zich meent te her^* 
intteren, maar uit n^Die IForie des Glaubens^^ vaii schil- 
r£R, en de eerste regel, waarvan het metrum anders ook 
niet gdéd zoUde zijn , luidt aldaar : 

wUmd was kein Verstatul der Verstdndigen siekt,'* 

En hiermede bevelen wij het boekje der aandacht van allen, 
die in dergelijke lectuur smaak vinden. Zoo wij hen^ die , 
alle dingen beproevende, het goede wenschcn te behouden, 
()p eenige gevaarlijke plaatsen in dit boekje opmerkzaam 
maakten, vreezen wijj dat de Schrijver ons, in een vol- 
jgend geschrift, onder het getal der 'doucereuse piepers 
zoude opnemen. Het blijve dan hierbij ! 



Geschiedkundige Aanteekeningen betrekkelijk het Slot 
. Loerestein. Met Platen en Kaarten. Té Gorinchem , 

hij H. Horneér. 1»40. In gr. %?o. 122 , 88 bl geccr^ 

tónneèrd, ƒ4-* 80. 

vJfcchoón de sterkte laepestein slechts een klein puntje 
béilaat op de kaart van Nederland ^ neemt zij echter geene 
onbelangrijke plaats in deszelfs geschiedenis. Herman 
BE AUYTER, dc slagtoffcTS vau de rampzalige gebeurtenis^ 



196 GESCHIEDK. .JlJlJUTEI^* 

sen der jaren 1618 en 1619 , inzonderheid hutg hé 
-oKOOt en zijne edele gade en Toortreffelijke dienstbode^ 
zijn namen , welker herinnering zich van zelve aan dien 
▼an Loevestein verbindt' Deze 'gedachte bewoog de Hee* 
ren c. •. boohz^jer. Notaris te Gorinchentf en j. o. wi 
MER KB 8, Kfipitein^Ingenifur f Jdjuddni van Z^ M.den 
Koning, eene geschiedkundige beschrqving dier stekte in 
het licht te zenden. Na eene aanwijzing van hare ligging , 
stichting en inwendig voorkomen , waarin meip de pen van 
den militair niet onduidelijk bemerkt , volgt een geschied- 
kundig overzigtvan de belegeringen^ welke Loef e^fein heeft 
ondergaan , waarbij natuurlijk vooral het heldenfcit van 
HERMAN ns RUTTER icT sprakc koMt , CU dc vaderland- 
sche Romance» in haar geheel medegedeeld » waarin tol- 
LSHS dit 9 zoo als hooft het noemt, » dapper stuk en van 
geweldighen naadruk , hadd' het ^em niet meer aan for- 
tuyn, dan aan liftt en stoutheit ontbrooken ,** bezongen 
heeft. Het uitvoerigste gedeelte des weeks is de bijzondere 
geschiedenis , voornamelijk met betrekking tot aanzienlijke 
staatsgevangenen, die naar Loevestein zijn overgebragt. 
Veel van hetgeen vooral den groeten hu go en zijne ont- 
vlugting in den boekehkoflfer aangaat , is natuurlijk van al- 
gemcene bekendheid. Yeel is er ook, dat niet dan zeer 
van ter zijde op Lqevestein betrekking heeft , zoo als de 
geslachtlijsten van herman de rvtter en van prouning, 
den bevelhebber van het Slot tijdens de ontkoming van dë 
^6 root; men zal het echter hier niet zonder genoegen 
aantreffen; de een stelt in het eene, de ander in het an- 
dere meer belang. Zoo is het ook met het plaatwerk, 
y Alleen het gezigt op Loevestein , het situatiekaartje , en de 
platte grond hebben eene eigenlijke betrekking op de sterk- 
te, die het onderwerp van het werkje uitmaakt; de por- 
tretten van DS GROOT en zijne echtgenoot, de afbeelding 
van het poortje in daatsslaar'b huis, waardoor ns 
GROOT met zijnen medgezel in metselaarsgewaad vertrekt, 
van de geschilderde glazen mede in dat huis , en van den 
gedenkpenning op hel o|itkomen van den grooten man , zul- 
len een aangenaam toevoegsel geacht worden , evenzeer als 



\ 



OTSR LOITISTfIV. 197 

)&el ftctimile eens bri^ Tan bem aan den Kening Tan 
Fruoikr^k; de af beelding tan sqn drinkglat ^ eerst uit al- 
KSMAOS medegedeeld, komt later op een afzonderlijk 
plaatje Tcrbeterd voor, betgeen minder wèl staat. Ook 
bet gedcnkteeken voor PAüiuswiRvzinde oude Kerk te 
AmsUrdoMf mede afgebeeld, heeft in zooTerre betrekkin^j; 
op liet ondenrerp, als deze Yeldmaarscbalk de sterkte ia 
1672, met loffelqken moed en gunstig gevolg, tegjen d^ 
Fnaiscken verdedigd beeft. 

Van de bijlagen z^n sommige meer , andere minder al- 
gemeen belangrijk; tot de laatste brengen w^ b. r. de uit- 
treksels uit oude brieren, bier bijgebragt, alleen omdtt 
Loevestein er in genoemd wordt; den wettigen afstands- 
w^'zer tusscben Loevestein en de Toomaamste (meest gar- 
nizocns-} plaatsen des Rijks, en derg. Tot de eerste, 
daarentegen, de nalezingen op bet in ^den tekst gestelde. 
De Iqst van platte gronden en afbeeldingen Tan bét slot 
loont, dat den Scbrijreren weinig onbekend is gebleTcn ran 
betgeen tot bun onderwerp betrekking had. Hetzelfde laat 
zich zeggen van de lijst der boekwerken , die » opzigtens 
bet slot Loevestein en deszelfs geschiedenis kunnen worden 
nageslagen en roor dit werkje meerendeels z^n geraad- 
pleegd.'^ Bij zooreel echter, als hier Toorkomt, bevreemd- 
de bet ons, geene de minste melding gemaakt te vinden 
▼an dit Tijdschrift ,. waarin toch niet alleen , om van an- 
dere tot Loevestein niet registreeks betrekking hebbende 
b^zpnderheden te zwijgen, het een en ander (1831, Meng. 
bladz. 646) over de ontvlugting der gevangene Remon- 
strantscfae Predikanten voorkomt, maar ook (1822, Meng. 
l>ladz. 18) met vaderlandsch gevoel een bezoek op bet üéi 
door onzen wannen Vaderlander w. h. warhsivck, bz. 
Tcrbaald wordt. 

Yan de gedichten van vroegeren en lateren tijd , op Loe^ 
-g^ciUin of deu elfs belden betrekking hebbende, worden de 
meeste aangehaald of ook medegedeeld; Hei speet en ver* 
iroaderde ons, hel.fraaije vers van wijlen den Hoo^si* 
moJia aan Loevestein, beginnende; 

1841. HO. 5. O 



198 6ESCHIEDK. AXmXK. OTSR LOEVBSTSfir. 

»Z|jt mij gegroet, gii(%>uéD nuien, 

Yoorbijgegaan te Tinden. 

Indien de kundige Schrijyers aan het geheel eenen meer 
l>ehagelijken vorm hadden gegeren, zou het boek onge- 
tw^feld tol algemeene lectuur geschikter zijn geworden , en 
de UitgeTer ^ich meer debiet van dit vrij kostbare (schoon 
Toor hetgeen gegeren wordt niet te kostbare) boek mogen 
beloven I dan, vreezen wij» nu het geval zal zijn. 



Mr. PETRUS HorsTEiiEy Cómfnandeur van de Orde van 
den Jfed. Leeuw y Oud-Gouverneur van Drenthe, Staaf s- 
raad in huiiengewone dienst 9 Curator van ^sLands 
Eoogesckodl te Groningen^ Directeuren de HoUand- 
sche Maatschofpéf van Wetenschappen te JSê^xrlem , 
Honorair Lid van de Itaai^chappif 9an Weldadigheid , 

. in isgnLepen enWerkemfdoorDr. o. j. nassxü. Lid 
van ket Prov. Uirechische Genootschap van Kunsten tn 
Weiemsehëppen, van de M^uUschappij ter bevordering 
dor Opvoeding te jÉthene, en van het Archeologische 
Genootschap, mede aldaar: 

Xaci^s is kofidèleM; 
I f a a hu mmhei d, vaderland$Utfd0. 

Te Koevarden, *9 D. H. van der Scheer. 1839. In 
gr. Svo. %6 blf 1-50. 

XJo^t IfTenstch^ts is meer bepaald belangrijk ropr hen , 
die ab bewoneps van Drenthe > of tloor eenige andere om- 
standigheid, tot den Heer hofstede in betrekking heb- 
ben geataai^, ^oor mie bel dus aangenaam is des mans ge- 
'dacktcnis door •een gedë&kstuk ab het onderhavige aan de 
Tergetelheid éntirukt te fien , en- dóór wier medewerking > 
Uijkevs delqst der inlecfkenaren , dan ook de uitgare ge- 
makkelqk tot stand kWam. Nogtans zouden w^ oniregt 
doen aan des Schrijvers arbeid, indien' wij héte de gelui- 



R. i. nX^SAVf P% HOFSTEDE^S LEV£lf E9 «TfiRlUEN* 199 

g«U6 niet pkwem » (kt hi} raa de slof ^ die ie befaandelen 
ridi , zoodanig gebruik heeft gemaakt , dat mes , zonder tot 
het getal te benooreki yan diegenen , toor wie het werkje 
eigenlijk bestemd is, hetzehe met genoegen zal lezen. 
Voor de geschiedenis en beschrijying yan het genoemde 
landschap ontmoet men kier yeel wctcnswaardigs ; terwijl 
de Schrijver de gelegenheid , wanneer die zich aanbiedt , 
met ^rer waarneemt, om de eer yan het gcmeene yader- 
land, zoo als hij Nederland noemt, te handhayen , gelijk 
onder anderen blijkt uit het yolgende: »Ziet, Mijne Hee- 
ren, als gij daar zit op den Drachenfels of Niederwcdd^ 
en het herdenken aan de lucht uwer burgwallen en grach- 
ten, aan de eentoonige weiden, aan don 2» kaasrenk^V en 
den yeendamp yan uw Vaderland , het genot der schoone 
natuur om u heen stoort : slaat daa , .bedaard , het oog op 
de hutten der arme wijngaardeniers en landbouwers om u 
toe , uit welke morsigheid en armoede alle gedachte aan 
reredeide lerei»gcnietingen yerbannen; en pent u dan 
vast Jn het geheugen, ''dat het genot dier heerlijke natuur 
▼oor u , Voor een goed deel , rust op de welgevulde goud- 
beurzen, die u ruimen oycr?lpcd yan meer stoffelijk genot 
geyen, en nog daarenboyen den BhijnUnder^ jaar op 
jaar, als een milde regen bcsproeijen« Die beurzen nu 
zijn niet geyald op Nonnenwerth , noch aan dim watcrral 
ia SckaffkouseHi maar in de koopstèden^ op de kaas- en 
botermarkt tan ilw plal, prozai'seh Yaderland ; het zijn.de 
yrnchten uwer polders en veenderijen, uwer schorren en 
mterwaarden. Ligchaam en geest maken me^ elkander 
den mcnsch, en, zonder tijdelijke welvaart, wordt ^het 
hoogere zielgenot terstond oneindig lager gespannen , ^m 
spoedig geheel te versterven." Deze proeve zal, vertrou- 
wen w^ , onze getuigenis staven , dat de stijl en de taal 
zoodanigjcn zijn als men die van den vadorlandlievenden 
Schr^ver mag verwachten. Dat hij , na dè breede lijst der 
waardigbeden van w^lon den Heere noFSTsnE, ook de 
Jidmaataehappen van (wee, ^ drie Genootschappen, welke 
aien hem gegeven heeft, op den titel zet, geschiedt al- 

2 



200 B. J. NASSAVy P. HOFSTEDE^S LETEH EK WERKEIT. 

leen uit erkentelijkheid. De Schrijver zegt dit. Waarom 
zouden wij liet niet gelooTen ? Hony soit qui mal y pense. 



Gedachhu^van blaisb pascal over den Menêchf vertaald 
uit Mijne ^Penêéeê $ur la RéUgion'\[etc. en mei Aanmer- 
kingen veorMien daar a. pösTiüHüSy beneioenê éene.Le- 
venêêohetê van dien beroemden Geleerde. Te Groningen ; 
b^ J. Oomkens. 1830. In gr. 9vo. JLVIII en 196 bU 
ƒ2-: 

ilien gedeelte van een oud Franaoh boek, in een nieuw 
Nederlandsch gewaad, dat hetzelve zeer wel waardig is, en 
dat er wederkeerig zeer goed aan past! In eene lezens- 
waardige Voorrede j die wij den Lezer wel willen verzoeken 
niet, gelijk wel eens het geval is, over te slaan, spreekt de 
Heer posthükvs, Predikant te fVaaxens in Friesland, over 
de belangrijkheid der kennis van den menseh ep van ons- 
zehren tot voortgaande volmaking, over het daartoe nuttige 
van deze Gedachten van pascal, en over hetgen^, dat, hij 
aan deze uitgave van dezelve gedaan heeft, namelijk ^ooi: 
t zijne deels ophelderende, deels bepalende aanmerkingen, 
tmet eene kleinere letter, ondef iedere §, bij de gedachten 
>van den diepdenkenden 1/Vijsgeer te voegen." 

Hierop volgt eene Levensschets van dien grooten Wis- 
kundige, maar ook t ragtzinnigen en waarlijk' vromen Ka- 
stholgken Christen uit de 17de Eeuw in Frankr^k; voor 
» verre het grootste gedeelte , met de noodige bekortiQgen, 
»eene getrouwe overbrenging van bossubt's schoon ge- 
» stelde Verhandeling , Discours . sur la vie et les ouvrages de 
•PASCAL," waaruit men denHan in zijne wetenschappelijke 
en zedelijke waarde leert kennen. 

De hier opgenomene Gedachten over den Menseh zijn on- 
der de volgende rubrieken geplaatst : Verbazende tegenstrij'- 
digheden, welke in de natuur des menschén, ten opsigte van 
de foaarheidf van het 'geluk en meer andere zaken , gevon- 
den worden, als eene inleiding op het Tolgende, waarin; 
na eene algemeene voorstelling van den menseh , over des- 
zelfs grootheid, vefwaandheid , zwakheid en ellende, ge* 
handeld wordt, (bl. 1—74.) Hierop vQlgen Zedekundiga 
Gedachten, (bl. 75—111) Gedachten over den dood, getrek- 



R. POSTHUMUS^ GEOACaTEir VAN BLJLIS£ PASCAL. 201 

ke^ uii eeH9n brief vati pascal,^ geschreven ter gelegenheid 
van hei afsterven vim M^nen Vader ^ (bl. 112-139) en ein- 
delijk Gemengde Gedachten , (bl. 140-*196.) — Orer het 
geheel' is de keus Ref. gelukkig yoorgekomen ; en er is 
weinig van belaiig; dat hij weggelaten zou wenschen, of het 
moest het een en ander zijn onder de rubriek Gedachten over 
den dood enz., waar de voorstelling van pascal dikwijb 
Tri| duister en zonderling is, en postbümvs wel veel gedaan 
beeft, om >de schors wel van de kern, den vorm en de uit- 
> drukking van den inhoud te scheiden," maar nogtans 
ware wellïgt eenige bekorting van pascal's .woorden nog 
beter geweest. — Voor het overige acht Ref. het niet noo* 
dig, dUe oude Gedachten ^ maar die zoo veel degdlijk goeds 
en altijd bruikbaars hebben , en zich ook niet zelden door 
kracht of verhevenheid van 'stijl aanbevelen , nu nog te be* 
«onbelen ; en waar dit al volgzaam en nuttig mogt kunnen 
geschieden, daar heeft posthohvs hem het werk zoo goed 
mt de hAud genomen, dat hg er over 't geheel wel in kan 
. berusten en zich mede veveenigen, of althans niet noodig 
. vindt btj eenig verschil opzettelijk stil te staan* 's Hans aan- 
merkingen toph toónen eenen liberalen, Christdijken, hoog 
practischen geest, en dienen, om het door pascal gez^de 
uit te breiden en te bevestigen , of nader te bepalen en te 
wijzigen, of om hetgéne, dat hij, naar het zwakkere licht 
van zijnen tijd, nog duister inzag, bij het licht van meer 
gevorderde Bijbel- en Godsdienstkennis der latere dagen, op 
te helderen., en voor elk' redelijk denkend' Christen bevat- 
tel^k en nuttig te maken. .^ef. durft dus dit boek, als een 
.geschrift van goede gehalte en blijvende waarde, welks iluc- 
tór. en Commentator elkander wederkeerig waardig zijn, en 
dat door des laatsten arbeid gewonnen heeft, gerustelijk aan- 
prigzem ^ Iets uit hetzelve ter proeve willende geven^ zou 
hij 9 zonder lang te zoeken, de algemeene voorstelling van 
den mciuch, U. i6«-22, hiertoe kunnen gebruiken ; maar 
de uitgebreidheid veroorlooft het niet, 'en hg bepaalt zich 
dus, zonder het daarom in alleadeele voor het voortreSe- 
lijkste te verklwren, tot § 31 , 32 van de gemengde Gedacht 
ten: » Het verstand," zegt daar pascal, theeft zijne orde, 
»die grondbeginsels en betoogingen volgt; het hart heeft 

• eene andere. Hen bewijst het niet, dftt mén bemind moet 

• woiden, met de oorzaken der liefde te ontwikkelen: dit 

• zotide bclagehelgk zijn. Jszvs en sist es en de beiligo 



202 R. POSTBVM:irS 

PAULUS Tolg^ii meer de orde Tan het hart, welke die der 
liefde is, dan die des yentandr, want hun hoofddoel was 
nieti om te onderwijzen, maar om te Terwarmenv Sint 
Avausrijv deed ook «koo. Oexe orde hestaat ^nxiral in de 
iiithreidin^ orer ieder pont, dat in yerband staat met het 
doel, om altgd daarop te wijzen/' En hierop laat posmr- 
va volg^eo: 9Übi eariias asf, chniiaê est/' zegt ttfao 
8. TicToars, een midddeenwsch Fraaach GeesteKjke, in ign 
werk, de Saeramentie, Lib. II, Part. 13, Gap. II, dati«: 
Waar liefde is, is licht/* Se ware liefde YerKoht dodr 
te Terwarmen, want lij is, liaarbetETangelie, geene wilde 
en oogenbbLkelijke SAndoening , die als een zomerkoeltje 
yoorbijgaat, noch aok eene hevige en bnitensporige op- 
welliiB^ des gcmoeds, (fie fot dierlei inbeeldingen, gezig^ 
ten en anzinnigheden overslaat, mtteat eene yerlichte en 
▼n|e denkwijze, die zich in een liefderijk en dengdzaan» 
leven openbaart. — Hi|, die God in den zin van Jizss 
zal benünnen, meet Bern als henelsdien Yader kenen: 
hij, die zijne mederaenschen in- den geest desGhnstendoms 
zal liefhebben, moet in hen »€rods geslacht** eerbiedigen. 
Bet is hier in den hoogsten zin waarheid: > Onbekend 
maakt onbemind. '* Oeze liefde is het hoegé doeleinde des 
Ghristens! alles moet hem dat nader brengen; alles, wat 
hem daarvan verwijdert, is onchristelijk: zonder Hefde is 
al ons weten niets; en zij is de geest en het leven dier 
ware dei^. Jizvs en pavzits drongen, zoo sterk op haar 
aan, omdat in haar het »al" en het weene noodige'* der 
menschen ligt. Zij geven geen leerstelsel, geen aaneen- 
geschakeld geheel van zekere stellingen, zoo als later de 
Godgeleerden deden, zoo als zelfs Sint Avausrisüs, <^ 
door zijne ongegronde leer nopens de bedorvenheid der 
menschelijke natunr niet éCerk opwekte tot wanne men-* 
schenliefde, gedaan heeft. Jbzüs en pa vlos, en de eer- 
ste boven alles, welkten op de (opwekking vm die kieM 
van Goddelijkheid in ons menschen, door verwarmende 
lichtstralen van den Yader det lichten in het mensehelijk 
gemoed te laten vallen. Be Meester wilde zekerlijk meer 
Terwarmen ah (1. dan) •onderwijzen,'' zoo als pa se al net 
regt $egt,' meer verwarmen door onderw^'s, naar ieders 
vatbaarheid : hij laat God in zijn' persoon, in lijne woor- 
den en leven, aan ons zien, zonder geleerde schijpBende 
beschrijvingen van Hem te geven," enz. •— tMen ver« 



GEDAGBTEir .VAN BLAISB PASCAL. 203 

beddi zich," segt ia«gal ia de v^igeode §^ bilat» ea 
ABI8T0TXLXS gcwooBlljk IQ gFOOte maütek, en al« pen»*. 
neiiy die altijd even atatig ea ernitig waren. Ket waxen 
braTe menschen, die even als anderen met hn^ne Trienden 
lachten en Trolijk nfaren. En toen ty hnnne T^ten eii> 
Terhandelingen OT^r deStaatknnde uunensteMen, geschiedde 
dit al spelende en om zich te Torlastigen/' (? I) >]>it w^ 
bet minst wijigeerige en minst ernstige gededte rsm hnn 
leTcn." (?) »Het w\jigeerige deel hnns leTens wm éenVoii- 
dig en gennt te leTen.'' BierUj to^I posri^avs het i6ol« 

gende: »Ja, pascal I de vnace Wi|8geeren droegen aeer 
zelden den ydjsgeerigen mantel : deze ware hms te lastig; 
geweest, want zi§ gevoelden , dat ty mensoheft waren. 
JszDs cHiisTüs droeg hem nimmer, eft daarom herkent 
men Hem als den Zoon Gods en den Zoon des mensehen. 
O, her ware goed geweest, dat lijne geleerde keirlingeft 
niet zoo Tele pogingen aangewend badden, om Hem dien 
mantel om te hangen, welk fatsoen men er dan ook tam 
zocht te gcTcn! Kaas, gelukkig I de Meester heeft hem 
telkenmale weder afgeworpen ; Hi^ vdlde den menaeh niet 
ia den mantel verhidlen; hiertoe was Wf te mensdhe'' 
l^k. Ik wenschte, dat men ^^zss mter mensehel^k Todr^ 
stelde, en daardoor nader m€ ods menschen in gemeca* 
schaap bragte; Hij zonde daardoor git^oter en Goddel^ker 
worden voor ons, .en tot ons heil weldadiger werken op 
ons. De Heer is voor wu^ nergens grooter, dan te midden 
der kinderen , d^e Hij op zijnen schoot en in z$ne anuen 
neemt, om hen zegekiend a«i den heitielschen Vader aan ta 
bieden. Ik zie Hem nergens Qoddelijker , dan daar Hij Hij* 
de is met den U^den, een' traan laat Tallen bij het graf 
van zijnen Triénd zazasos, voor zijne v^andcD om verge- 
ving bidt, en zijne Hoeder aan de torg van zgnen vriend 
^eAaais ^Mnbeveelt," enz. 



Beinept geschied', aardrijki- en fabèlkundig IFoorienhêek 
der jclaedeke oudheid, voor ongeletterden, door 4. i. a. 
wBTTiaaH, PhiL Theor. Müg. LUt. Bmn, Boet., Rector 
der Loijnsche Scholen te Harlingen. Iste en 2de Afieee* 

' ring. Te Amsterdam, h^ Weytingfa en van der Baart. 
1840. In gr. ^o. 128 6/. / I - 20. 



204 J* H. 1. WETTIK4H 

xlet ontbreekt in ome taal niet aanWoorden'boeken, waarin 
men i»et meeste 9 algemeenst nuttige en noodige van hetgeen 
het ondërEavige werk bevatten zal vinden kan; maar dat 
Bijn werken, waarin nog veel meer is opgenomen; ze zijn 
dus te omslagtig en koistbaar voor dengenen, die ei^el ver— 
fangty zich de eigennamen en derg. , in de klassieke Schrij- 
Yén ttKirkOfuende , te vinden opgehelderd. Men kan wel 
vragen, wie deze zijn, voor wie eene Nederduitsche J?t&/io- 
theea elasêica behoefte is ; maar dit en de gansche bedenking 
valt ten dede weg, wanneer men, de lijst van inteekenaren 
tiende, bemerkt, dat bijna 200 exemplaren van dit werk 
begeerd werden. 

. Se titel wijst duidelijk genoeg aan, wat men hier te wach- 
tien hebbe. Het is* ongeveer in hei Nederdnitsch, hetgeen 
ia het Latijn het werk is, welks titel wij zoo even noem- 
den, üdus schijnt het oorspronkelijke voornemen des be- 
werkers geweeat te zijn ; later evenwel heeft hij besloten , 
ook de verklaring er bij te- voQgen van bcfnamingen en 
knnsttermen, voor ïoo verre die van .hetGrieksch en Lat^n 
afkomstig lijn. Hierdoor is evenwel de eenheid van het 
werk geheel gebroken, en tal «en andere titel voor het- 
zelve noodig zijn. Ifet werk komt nu nader aan een too- 
genooüd Con9er9aium9'LêMi€0nj en, heeft de Schrijver deze 
verandering gemaakt, »ten einde het werk nog meer vim 
algemeen nut te doen zijn,'' wij kunnen niet nalaten te 
zeggen , dat het door nog meer bijvoegingen nog algemeener 
nuttig had kunnen worden; intussdhen hij belooft, dat die 
verklaringen niet veel zullen bezwaren , en in zooverre hebbe 
men er vrede mede. 

Zonder al te uitvoerig te worden, kunnrai wij de acht 
vellen druks, die het Woordenboek tot het Art. afollo- 
tiüs brengen, niet doorloopen. Zulks behoef t ook minder. 
Wij zullen ons tot de eerste bladzijden bepalen, ejene en- 
kele opmerking uitgezonderd , die wij onder het verder lezen 
maakten. 

In het algemeen zij gezegd, dat.de aanmerkingen, die wij 
maken, niets ontnemen aan onsgevoelrai nopens het ver- 
dienstelijke van den arbeid des Schrijvers. Dat het gestelde 
nopens historische ^ geographischê en mythologische namen 
doorgaande juist is, laat zich van den Doctor der oude Let- 
teren verwachten. Deze verdienste heeft ook meestal de 
Sibt, clüss,} vandaar dat deze en de Heer wittikgh dik- 



WOORDBHBOtK. 205 

wi)b IA eene yenohiltnide taal hetedMe seggen, en hei al- 
tereente artikel der laatste met de eente woordelijk over- 
eenkomt. Dit ia echter niet altijd het geval, en wij willen 
niet leggen; dat 'de Heer wiTTiirai slechts uit dat andere 
Woordenboek zou gecompileerd of vertaald heMien; maar 
juist omdat wij rni het tegendeel overtuigd x^n, spijt het 
ons,' hier en daar het blijk er van te bespenren. 

Ook moeten wij t^ggen^ in de eerste bladen verscheidene 
artikelen gemist te hebben, die vrij èr stellig hadden ge- 
dacht te sullen vinden. Wij noemen : Aba; Abaeene ; Aba- 
na; Abarui; Abderui; aberroHs; Abutdateê; abrupt; Ab- 
saruê; absolutie; Acamoê ; Aeamania ; aceeptaiie; Achaja; 
Aeratuê; aerobaai; ad-interim «n meerderen. Gaarne geven 
wij toe, dat, indien men niet onbepaald alles wil opnemen, 
de keus moeijelijk is ; maar onder de bovengenoemde ¥roor- 
den sijn er toch verscheidene, die de Beet wiTTiiiai ons 
gaarne sal toegeven, dat niet ontbreken moesten. 
■ Bij het over het geheel juiste is toch van enkele artikelen 
eene veikeerde verklaring gegeven. Wij brengen wederom 
uit de eerste bladtijden twee voorbeelden bij : wAb inteétato. 
Erven ab intestato is : als wettig erfgenaam eene nalatenschap 
verkrijgen, over welke door geen geldig testament beschikt 
is." Beter en vollediger wure dit aldus gesteld : »Eig. zon-' 
der testament gemaakt, of te djnen behoeve verkregen te 
hebben; ab iniêBtato Bierren ^ is dus: overlijden, tonder door 
eene wettige uiterste wilsbepaling over zijne na te laten 
goederen te beschikken. ErrenabinteBtatoiê: alswettig" enz. 

•Anaehranii9%e. Een misslag tegen de tijdrekening." Niet 
alleen t^;en de tijdrekening. Die b. v. Leydènym het beleg 
in 1574 door stoombooten liet 'ontietteiy, zou een anackro- 
nitmns bqipaan. Men zie de meeste PsetM^ AM#omcAa Romans. 

Grondig, dat spreekt van zelf, kan in het bestek van zulk 
een Woordenboek geene wetenschappelijke terminologie wor- 
den tetvonwd, noch leerstelsels ontwikkdd. Met dat al ont- 
aarde in het vervolg des werks het vermijden hiervan in 
geene oppervlakkigheid ! Hiervan is niet vrij te spreken het 
Artikel : Aekromaiiseh : • Kleurloos. Wanneer op sommige 
verrekijkers lichtstralen vallen, imtstaan er veelkleurige ran- 
den. DoLZA.111» (o) vond verrek^kers uit, die dit niet heb- 
hcB, en daarom aehramatitehe genoemd worden." Ieder 
deskundige ziet van deze verklaring de oppervlakkigheid in. 

De ona gdbed mbekende Schrijver zou het verkeelrd be- 



206 J. n. A. WETTlVfiB» WOORDENBOEK. 

grijpen y wanneer faijoueaaiimerkii^^ aan ¥1111101 of betwè* 
terij toeschreef. Enkele wenken te geren ^ die hem in het 
vervolg welligt dienstig konden t^it» was ^ eins . eenige oog- 
merk; on wij znllen er ons over verUtyden, wanneer het 
nat heantwooördt aan het doel van den Schrijver. 

Stomheid^ in het artikel Ampküiidei, moet domheid squ ; 
eene blijkbare sehr^f- of drakfont. De correctie ia anders^ 
nnver» en de uitvoering goed. * 



Selecta principom poêtaram recentiorom e diverais populia 
atqne'aetatibns carmiaa latina« Coll^t et de vitis poöta- 
rum panca monnit p. Bo»scaA. Amstelodam, apud L.van 
der Vinne. 8vo. maj., pag. XIT et 141. ƒ 1-50. 

Jje Hoogleeraar bosscha b^fiiit t$ae Voorrede met droeve 
klagten over het verval der stadie van de oude Griehêok^ 
en Lattfnsifhe literataar. Of er bó6 veel reden bestaat, om 
in ons vaderland over d^t verval te klagen, komtftec. twij- 
felachtig voor. £r blijven aan onae Akademie nog, alt^ 
jongelieden , die prija stellen op de beoefening dar klassie- 
ken; en menige akademische Dissertatie, ook in de laatste 
jaroi uitgegeven, kan daarvan ten bewi^e atrekkeit. Maar: 
voorondersteld, dat de klagt geheel gegrond is, dan grijpt 
de Hoogleeraar een tonderling middel aan, om den lost der 
stadie van de Ooden te hernieuwen. Dat er onder de nieu- 
were Lat^nhe Dichters gevonden werden, die nasn bdn 
ben gemaakt en lof verdienen, is aeker; maar famnepoênj 
is toch altijd slechts navolging; het ia gebruik maken van 
eene doode taal; en de hoogste lof, die er is te baaien, 
is deze, dat men soo na mogelijk nadert tot de soiverhnid^ 
den trant der Diditers itit den besten tijd der LtO^nêckê 
•letterkunde. De nieuwere Laiifnsekê Dichter doet als 't wa- 
re afstand van alle latere on tdekkmgen, uitvindingen, kon- 
digfaeden, waarvoor de bestaande taal hem geene woorden 
g^t, en waarvoor hij geene woorden mag ameden; en het 
eenige, wat hem daarbiy overachiet, is, alle knnst in hei 
werk te stellen, om door omachrigvingen enz. lich althant 
ecnigzins Ie helpen. Het ^»nt Ree. dus voot^ dat, indien 
de beoefening der oode letteren wordt verwaarloosd, deatt- 
gave van ètukken wm meuwere Lai^nêche DEditera de ver- 
waarlooaers niet tot bdceenng tal Iwengen, ob d«< tot dit 



P. BOSSCHA, S£L£CTA POëTAIiUM ETC. 207 

•inde eene aanwyziog Yan de schoonheden der meettentük* 
ken der oudheid zelve meer dienstbaar zoude zijn. Ree. ver- 
wacht dan ook van dezen bundel in dit ofzijpt Weinig heiL 

Iets anders is het, of het niet voor de liefhebbers der 
Lai^'mche Snze een aangenaam geschenk kan zijn, eene 
bloemlezing van de beste atnkken uit de nieuwere beoefe- 
naars der lAd^nsehe poêzij te ontvangen ; en uit dit oogpunt 
verdient het werk van Professor tosscKA ongetwijfeld goed«> 
keuring. Vindt het genoegzomen bijval , koo zal hij het ver- 
volgen. Wij vinden hier stukken uit de eerste tijden na de 
herleving der letteren, toen de Lmijnachê taal in Ualié no^ 
de taal was, die bijna uitsluitend geschreven werd. Be 
keuze komt Aec over het algemeen gelukkig tocm*. Yiqius, 
de beide siaozi's, po&itiardiS, poiitanvs, AUouaiLLUs, 

XAUQiaiüS, SOISA, SASNAZABIVS, CA»TILI01l, VIBA» 

HACAsroaiüs en flakiviü» zijn de meer en minder, be-* 
roemde namen, die wi) in dit eerste Stukje vinden. Korte, 
zeer korte en drooge berigten aangaande het leven van eiken 
Bichter gaan telkens de verzen vooraf. Ook de zeer zeld* 
zame noten zijn onbeduidend ; en het werk van den Heer 
BOSSCHA is waarlijk niet veel meer dan keuze en schikking 
geweest. Of er genoeg liefhebber» zullen zijn, die dit boek 
aftrek zullen bezorgen, is zeker tvrijfelachlig; maar ook uit 
het ontoer^kende aantal daarvan zou men nn^ niet knnaen: 
beduiten tet minder belangstelling in de oude letteren. 



ÈehroondB Stukken 4oar dê Anêwerptehe Rethrifkkamer de 
Ol^iak^ ter ^legenheid «a» de phgiige inkuldiging MNt 
kêt Standbeeld van r. p. avBSivs, den 15 Au^êtus lff40. 
Antwerpen, JDrukkerif tan Jos. M. Jacobszoon. 1840. In 
gr, dvo. ƒ : - 75. 




fjk ieder land. en volk , dat zijne groote en beroemde 
en vereert, gaarne derzelver roem en nagedaektenis aan 
de late nakomelingschap ziet overgebragt, zoo verlangde ook 
JMgié de eor en knnstlnister der iScAaWt-stad te verheerl^ 
kcuy door de nagedachtenis van den wereUHiereemden StkAU 
é€f, wiens levens- e» schiMerazen , vódr twee eeuwen^ 
Suften hare muren, wetd mtgedoofd, door welspreken^eid 
en diehtkiinst, door graveerstift en beitel té kul<ligcta« Be- 
kend is het , welke feesten en plegtighedai het sted^k be- 



208 BEKR^HHfc STUKKBlr. 

stuiir der atad Anhcerpen bij profpramma rerordende , om het 
tweede eeuwfeest ter eere van luiiBifs (e vieren ; waaronder 
dan ook, op den 15 Au^^tna, de Tiitdeeling der prijten aan 
ivaiirs lof verkondigers zonde plaats hebben. 

Die uitdeeling zonde geschieden TanwegedeRederijkkamer 
de OUjftaky die, t^r Tereeuwiging van den Schildenrorst , 
aan idie Nederdnitsche letteroefenaren nitnoodigingen had 
gedaan y om, gelijk de Geheimschrijver der Kamer, in zijne 
Redevoering roor deze bekroonde stukken, zegt, »den groo- 
ten man naer Ivaerde te bezingen en zijnen lof door den 
mond der welapreke^dheid te doen uitgalmen." Die uitnoo- 
diging vond ook in Nederland weerklank : een aantal stuk- 
ken werd, op de prijsvragen, door de Rederijkkamer uitge- 
achreven, ingezonden, en — wij dragen er roem op -^ twee 
Nederlandere droegen den palm w^: de Heer immiizibl 
werd Toor zijne Lofrede op iübbhs met den uitgeloofden 
eereprijs bekroond; terwijl de begaafde pitiohblla moins 
TOor haar gedicht: Antwerpen verheerlifhi door de groote 
mannen y dieketheefivoorigebragt, eenen lauvi:er van geUjke 
waarde behaalde. 

Wij gaan tot de aankondiging dier beide stukken mef^ 
genoegen orer, Yooraf nog aanmerkende, dat ook hier in 
de Redevoering van den Geheimschrijver blbibaü eene 
geestdrift voor eigene taal en letterkunde doorstraalt, die 
afkeerig is van teene «tode-tael, welke .eenige krankzin- 
nige hoofden den vreemdeling ontleend hebben , en welke 
met het volkskarakter niet overeenstemt." 

Wij achten ons geroepen noch voelen ona gestemd, om 
het stuk van den Heer ihhbbzbbl aan al de vereiachten 
van eene Lofrede te toetsen, of alles, wat rhetorische ver- 
deeiling en vorm vereischen, schroomvallig te onderzoeken. 
De Schrijver had een onderwerp, geheel voor eene Lofrede 
geschikt; hij had eene rijke, onuitputbare 4tof, die zich 
van vele en verschillende zijden hoogstbelangrijk kon laten 
behandelen, 's Mans opstel is echter meer eene uidyoeze» 
ming, eene uitstorting van het ontgloeide kunstgevoel, dat, 
in geestdrift ontvlamd , zich hier minder aan knnstregelen 
boeit, maar eenen vloed van edele lofverheflbigen stroomen 
doet, die ons overal heenvoert, waar bvb b na zich het 
achitterendat en in al zijne grootheid vertoont. Heeaterlijk 
wordt het karakter dea Schilders geteekend ; voortreflfeHjk 
Bijne beachaafdheid, ongedwonflfene welgemanierdheid enbe^ 



I^EKAOOnOÏ STVKKEir» 209 

TaUiftt hoffialgkheid gemaald, en met eene edele yerhefifing 
woidt de Leser op het atandpimt gebragt, Tan waar de Lof* 
redenaar verlangde, dat men auain^ beschouwen a^ou, — » 
op dat der edele. Schilderkonst. Alle zwarigheden , die 
lüiBRS op ^jne knnstbaan had door te worstelen, worden 
met fikache trekken rooi^eateld, die steeds dienen moéten, 
om den TOortreffel|jken Schilder hooger en hooger te doen 
uitkomen. 

Afdoende wederiqgt insBaiftift ^e bekrompene aanmer- 
king, die er op de kmisoprigting wel eens gemaakt is, en 
de rensengestalten betreft der geregtsdienaren , die met de 
uitToering van het vonnu des doods belast werden. Deze 
wederlegging toont cTenzeer, hoe de Lofredenaar in den 
hoogen kunstgeest van bubins is ingedrongen, als hoe hij 
xelf in de geheimen der kunst is ingewijd, daar het groote 
contrast tosschen de ruwe soldaten en den chiistüs noodig 
was-, om het edele denkbeeldige schoon Tan het Ghristiis- 
beeld te meer te verheffen en te doen uitkomen. 

Hoe Büams ujne ofifers beurtelings aan de kunst en aan 
de staatkunde - bragt , en de erkentenis Tan Koningen en 
Torsten. ontving, wordt aan het* slot der Lofrede opgege- 
ven; en ook over dit geschiedkundig gedeelte van bübbiis 
leven ligt een kleur en gloed van beschrijving, die onze be- 
k^gstelling niet vermindert, ons gevoel niet doet verflaau- 
wen, maar integendeel dezelfde opgewondene geestdrift in 
ons binnenste doét levendig blijven ; terwgl de schets van 
z^e huiselijke en burgerlijke betrekkingen keurig en roe- 
rend heeten mag. . 

Wie BUBBN8 als edel mensch, als Christen, hoog inge- 
nomen met de Godsdienst, als verdienstelijk staatsman, als 
voorbeeld van ijver, van trouw in vriendschap, als voor- 
stander van hét goede en verhevene, als teeder en ouder-' 
lievend, als nederig en minzaam wil leeren kennen, zal bij 
deze Lofrede niet onvoldaan inlijven j doch wie al den gloed 
van BVBBirs schildertalent in één brandpunt wil verzameld 
zien, zal zich niet kunnen verzadigen aan de lezing van een 
atnk, waarin stijl en beelden, met al de bloemen der wel- 
sprekendheid , zonder noodeloozen opschik of ijdelen pronk, 
Tzeemd van gezwollenheid en klinkklank, zich vereenigen, 
om ons voor bübbns en z^ne kunst in geestdrift te doen 
ontvlammen , exk bij iedere bladzijde dm wierook van erk^n* 
iems zijnen Lofredenaar toe te zwaaijen. 



210 BEKROONDE STüKKKlf. 

Zoo wel om bi} sommigen onter I^ezers, die meermalen 
Ilvbbus meesterstukken aanschouwden, hét genot der her- 
innering van zoo xeel schoons en verherens te remienweii , 
als ter proeve van den stijl des Heeren iMHBatsBt, dee|en 
wij het volgende mede: »Het zijn de gewrochten vanz^- 
nenvrnchtharen geest, die de harten hier tot tranen bewe- 
gen bij de beschouwing van het Hjden des eeniggeborenen 
Gods, afgedaald in het vleesch, om het gevallen menschdom 
van uit den staat zijner diepe ellende op te beuren , en door 
berouw en boete genade te verwerven ; die ons ddór met 
dankbare teederheid vervuJlen bij de afbeelding der heilige 
Moedermaagd , zich verlustigende met het op haren schoot 
spelend Ghristoskind ; of met gevouwen handen hare voor-' 
bede voor boet vaardigen ten hemel opzendende j^ en die^'nJ^ 
Weder ons in aanbiddende verbazing zetten bij de voorstel- 
ling van ^ wpnderdaden tks ouden en nieuvjen ferbands (f) 
én bij de afbeeldingen der heiligen en martelaren, die dienst- 
baar waren aan het groote werk der verlossing en de on- 
wankelbaarheid van hnn geloof met hun bloed bezegelden. 
Dat zij all^i , die ooit het voorregt genoten , deze meester- 
stukken, omgeven van al het indrukmakende van altaar- 
pracfat en beitelpraal in Gode geheiligde tempels, te aan- 
schouwen , — dat zij allen getnigen , hoe zij zich daarbij te 
moede gevoelden, — getuigen, of zij op dat oogenblik niet 
als door eene heilige siddering bevangen werden , en reeds 
ter aarde zonk«i om den levenden God te aanbidden, eer 
c§ het tooververmogen des kunstenaars bewonderen konden !*' 

Heeft de beoordeelende Commissie der Rederijkkamer de 
verdiensten van den Heer ihxbbzbel gehuldigd, Kef. doet 
hel met haar ; en hij , die een' krans voor den o^navo^ba- 
ren XBVBEAirDT vlodit en zijne schilderverdiensten verhief, 
en daarvoor den lauwer der overwinning, in het strijdperk , 
door de Maatschappij van fraaije Kunsten en Weten^chap^ 
pen geopend, in haren zilveren eerpenning wegdroeg, ziet 
zich hier waardiglijk met gouden looyers omkranst, dié 
kunstgevoel en smaak ^ geestdrift en vaderlandsliefde hem 
aanbieden; terwijl zijne hulde bubeus zal vereeren, zoo lang 
diens standbeeld staan zal, eniMxzazBKi zelf als Schrijver, 
Dichter en fijn kunstbeo5rdeelaar door Nederland en België 
zal worden hooggeschat en vereerd. 

Des Heeren ixxeazsel's leven en krachten worden ge- 
rekt, opdat nog verder de Schilderkunst en hare Geschie- 



jA&dm», door hei volfooïjen van t^ne Maogr^ke oadeitie- 
ming, om de lereiif en weriLen .der HoUandêche en Flaam^ 
^ehe KwistschUden ; Beeldhouwen, GruTeuv en Bonwme^- 
4en, TOD bet lie^ der XYde eeaw tot beden, te betebrQ- 
Tea, meeider op^elnisterd en ren^t uk^ wofdenl 

Be correctie beeft bier en daar de Vlmmm9chc «peiling niet 
tntgewisdbt. Wij troffen ei^g^ens reuMênêUi Voor rtrwgawyo* 
tuiite aan , en kunnen het gebraik des eeraten woerds niet 
aanbevelen. 

Bet Dichtstuk ran MejufFrouw hok va beslaat eene waar- 
dige plaats achter de Lofrede van den Heer iHSBacist. In 
wlodjende verzen en afwisselenden maat worden de groote 
Mannen, die ^nltc^erp^n heeft 'voottgebragt, bezdngen. .fioor 
deze afwisseling heeft de Dichteresse die eentoonigheid traeb- 
ten te Tenrnjden, die anders wel eens liet bezingen Tan der- 
^Igke onderwerpen eigen is. Wij vinden hier wel niet die 
booge poëtische vlugt, of die verrassende grepen, die ons 
Temdcken en in bewondering ervoeren; maar wij missen 
dan ook hier A dat trompetten en bazninsteken , vraarvan de 
klanken hechts in de lacht vervliegen en niets voor het ge- 
voel overlaten. Het Gedicht is geheel in haren bekenden ze- 
digen en waardigen trant; terwijl hare diohterlgke beeldeü 
nu en dan schoon gekozen en volgehouden zijn : doorgaande 
vinden wi^ dit eene keurige eigenschap in het vers. Het is 
overigens eene ondankbare taak, dergelijke onderwerpen te ' 
bezingen : niet zelden vervalt men in de opgave eener Hjst 
van personen , wier namen meer uitkomen dan hunne kunst- 
verdiensten en geleerdheid. Noodwendig moest de Dichteres 
ook eenigzihs in dit catalognsachtige vervallen. W§ bonden 
wel eens een vlekje , zoo als op bl. 49 r^. 7 v. o. , waar 
eene s^lbe te kort is; wel eens eene onbepaaüdeuitdrukkingt 
b.' V. van de Sckilderiunst ^ die ticht en donker versmelt ik 
engtenh&rmon^ ^ wel eens een' v^t al'te krassen, te hyifjèr" 
Mischen greep) zoo als, dat met goudbit inkt rübiWs naam 
'geêchreven staat door heel Europa , in paleis en heiligdem ; 
nuHir bet Btukisover 't geheel der Dichteresse waardig, en 
dat gededte, wat zij aan den groeten Schilder wijdt, niet 
ndnder den field van het Feest der Schelde-aUid, Wij wen- 
achen onze , bij de Nederlanders hooggeachte , 13diri)fster on 
IKchteresse geluk met den behaalden lauwer, en wij ver- 
beugen on«, dat de Nestors vaü beide kunhé, in het vak van 



212 bEKROORDB STÜKXXK» 

Wdsprekendheid en BiGhCkimsty hebben mede^ewerkl , om 
auBBVA.te holdigen en Anttperpêii te verheerlijkt. . i 

£ene toespraak van den Heer coNsciiircXy bij-hetonl- 
blooten van het .standbeeld» die echter, gelijk vvij yernamen, 
door Weinigen is knnnen gehoord worden, benevens eenige 
diehtregelen van den Lofredenaar bij het ontvangen van den 
gouden eerpenning y beslnit dit schriftelgk gedenkteeken ter 
eere van den wereldberoemden aoiiirs. 



Proza en PoéMtj. VerMameling ^an' teruprndè Op$ieüen e% 
Versên, Te Haarhm, b^ de Erven F. Bohn. 1840. In 
gr.%vo. 170 W. ƒ 2. 20. 

Wij vinden in het handeltje: Verspreide OpsteUen van 
niLDBBiAND en stukken van hicolaas bibts. £ene zon- 
derlinge onderscheiding, waarvan Ree. het doel niet begrijpt. 
Sat de Camera ohscura met eenen pseudonym in het licht 
verscheen, kon Ree. uch zeer goed voorstellen; ja, hij zon 
het zeer onverklaarbaar geacht hebben, indien het incognüe 
strenger ware bewaard geworden ; daartoe gaf het boek zelf 
en de betrekking van den Schrijver reden g^ioeg. Haar wat 
het volhouden van dien naam van iildbbband hier beduidt, 
waar andere stukken den naam van bbkts zelven dragen, 
betuigt Ree. niet te vatten. . 

Maar nog minder begrijpt hij , wat den Schrijver moge be- 
wogen hebben, om verscheidene dezer stukjes op niéuw te 
Jaten drukken. Zij hadden eene plaats gevuld in een onzer 
Maandwerken, maar bezitten niet die waarde, .dat ze nu nog 
eens weder het licht moesten zien, en de meesten staan vol- 
strekt niet op gelijke hoogte met de stukken van iildb- 
BiAivD in de Camera obêoura. De groote verdienste van dat 
boek was natuurlijke teek^iing, losse, geestige st^l." Yele 
stukken, die wij hier vinden, zijn daaiientegen gekunsteld 
ongezocht, overdreven en paradox, Hildbbband had be- 
ter gedaan, ze aan de 'vergetelheid over te laten. 

Het eerste stuk, dat hier voorkomt, heet Fooruiigang, 
Waarom vooral dit. stuk op nieuw uitgegeven P De Hoog- 
leeraar aiBL heeft, in de Voorrede van^zynr. Phantoêie en 
Onderzoek f eéne scherpe, maar welverdiende per$iflage van 
dit stukje gegeven , en Ree. weet niet, waaraan hij het moet 
toeschrijven, dat de Heer bbits heeft kunnen besluiten, om 



PftOXA £11 POëzij; 213 

dat pmlwerl: op nieuw te laten drukken. Waarl^k, men. 
moet wel. onmatig groote : gedaphten hebben yan alles, wat 
n<ni opstelt 9, WAnneer moi, na ^ulk eene ernstige Jlekeling^ 
andermaal het gehekelde in het.licht geeft 1 Zoo min Vj de 
heriezing als bij ide Tro«gere leang wilde VooruUgUng/Rec* 
bevallen. ' ' . ,v.'.- . 

Niet beter komt&ec;. voor hel tweede; stukje^ in -decen han- 
del: Het Water. . fiaar i^ eene '<»QnaYtfar]ijklieid, eonct' ge- 
zochtheid , een. jagen naar aardigheid in dat sraftlen 09; Jhet 
y^y hetgeen Reo. hindert* é^ dat waarfijk^ niet het echte 
humor is. Dat eenwige aardig * toiiieH- 9^ I Die zucht , om 
paradose» te stellen 1 Wat kunnen zij dikw(jls geestige 
Schr^vers, zoo alsai&aBBZAif]) inderdaad is, weimg- geestig 
'doen worden! 

Beter bevielen Ree. de heide volgende proeven : . B'egra^ 
ven f en: Eene Tentoot^t^llinq tan SchUderjjen. In het 
eerste is ook hier en daar wel wat overdrevens, maar daarbij 
veel goeds t somtijds ,tre£bi|ds; het laatste is in d^ goeden^ 
trant van aiLDiBaAiiB en herinnert tooneeJen üit de Came" 
ra. Jammer, dat wij daarna weder komen tot een stukje ,< 
waarin de gezwollenheid en gezochtheid. heerscht, die Ree 
vroeger berispte; jammer vooral ook,' emdat het tevens de 
bevdjzen oplevert, . hoe bkkts de taal n^ester is, en met 
welk eene kracht hij stellen kan*; maar dat hij zich daarom 
ook wachte voor klinkende en bnunmende wooinleq^ die be- 
hoeft hij nieit. Is het. vnel juist , als hl. 67 gelegd wiprdt: 
•het was Gods geest, o^ aarde neerdalende in- het ruisohen 
van een geweldig gedreyenen win<|[I'^ Xi^ga's spre^t van 
een .gelnid aU van eenen geweldig gedrevea ^wind ; nsOar 
dit o/s («f) duidt juist aaiiy tdat het ^t^ wind. wa^ sehoon 
het gehoorde neigcaisbel^ la^ te yaijgeJijken -was» dan bij 
het geluid van geweldigi^ «i^jpdr .; 

Wij komen tot het laatste^enr merkwaardigste*, der proza- 
stokken, dei juearte Tijd, gieheeten/ ; Het is. e^ne soort van 
recanSatio, een zelf uitge8p;t>kên vonnis oy^t d€4 .Ti^rkeer- 
den geest, waarin des Dichters vroegere stukken zijti yer- 
ngrdigd. Het is eenigermate eêne belijdenis ,^ dat de som- 
bere en zwaarmoedige toon, die ^fdaarin heerschtC) onna- 
tnurlgk en .gekunsteld vms.^ Er i^ ,wel eene verde^dging 
hygevo^d; maar het dwa^ hiit ^.gevaarlijke, biet Onbeto- 
neHjke van. die stemnung wordt ;^ch te regt ^Mmgewfiüen, 
Hogt het eeiL woord z^jOf ^at-i^g^ng vond by^iteJoUge 

■ozaBisci. 1841. NO. 5. P 



214 .. PROXA sir poëftij. 

Diditertfl iKaab ia- dat siafc ib «och ook ^wedbr TÓel» daé 
Ree; IdnèstéB. Ofad«t dé Heer Bitré cmft.4tt»é>d>«viMis ge- 
noqi^ mfM'y pm nmder réAen, zondef d^V dir wëtëtilijk iai 
hon^e siei lag of door Huilnë bttbtandigliedeii TerooMAakt 
werd,, deó «wartgallige nit' ie hangen, of lieTer bteoh na 
te apen, omdat die toen in de mode was, heeft hij- daarom; 
regt,::i»i i«èt vetadhting Viift deH £ip»^/VdAen Dichter te 
gpe^lMKr eii- omdat h$ £elf ttioet bekennen) dat die zwart* - 
ffMffi^ Bomhetheid. bij heingeiiiaaktheid was, -haar bff dezéh 
odk' als zoodanig nit te krijten?* Br ion was een groot',' een 
Mklerling, ' ongel nkkig Genie,; etf het iir oenf ergeriijke ei-^ 
genwaaQ, di« den! Engêhckèn Dichter met iSéh^elTeii ala 
qp èéae. lijn wil stcdlen.' • "W^ lOndM denSchrijver raden, 
eens te lezen, wat uliiiavn, in de Studiën w^d Ktitikenf' 
in s^n TOortreflfe|ijk stok t ïïéb. d. Cultus' d: Gênie^ over 
iTioR gezegd heeft; hij zou hem èH als menseh en alsr 
Kehler regtvaardigev be<$bMêëIen. ' Kan= afaoa het helpen, 
dat h$ zoo 'vdè 'Mgelnkkigè nüapei^ gerohden heeft , en 
dat déze xiüti uShr& daardoor bespott^Qk hebben gemaakt?' 
lij, heeft zi^h en'z^Aen trant nooit als Toorfeeeldig aangepre- 
wffBLy ën waars6hnwdé meefmalen "tegen het verkeerde; dat 
bi) zelf in zgne ma!nier erkende. Maar die rerkeerdheden 
wetden door feóo réle TÖortreffelijkheden bij hem opgewo- 
gen 1 ' Hoesten onze jonge 'Dichters eens afstaiid doen ran al 
do scliooUè Vèrzén, 'dié OQ van hém geleend 'hebben, en 
waamode ^); ah hónne eigene pronken*,' wat -zóndeii zij 
mêttige Veer móéten laten varen, vito' welke de minste men- 
^faên vennoedien, dat zij geleend is! 

0(p dki stnkTolgen terêpréidaJ^rsten. ''Er zijn daaronder, 
die gwoit aan de vergetelheid -heddèn kunnen worden over- 
gelaten, maar ook anderen/ Jïiè wézenlijk fraai zijn. ^Ondek* 
de oorspronkelijken bevielen Ree. 'vooral Jt^'Me/arjf en Tar- 
jüorvaafMén. Het eemfó ir knnstig en genmkkè1i|k ge<ficht, 
én 'mag als éene gelukkige proeve in deze soort van voet- 
maat worden besdiouwd/ Tan 'de n^ertalingen verdienen ver- 
scbieid^èn met rcgt hare plaats. 

- Het- oordeel van Rec'^ öVef" dif 'bnhdeltj^ is dus niet ge- 
heel gunstig.: Hij erkeilt' gaarhe, diithier en daar goeds, 
)a zcïft voortrc^lijlcs wotnlf gevonden'; maar er is' veel kaf 
onder het kbreni De Héër^ü'ÉBrs loo|(>t gevaar, dat hij totde 
dwaling velmalle, 'alsoiT^Mlêsr, wsft'uit zijtke pen vloeit, on- 
verbeterlijk is en gedrült moet w^en; eene dwaling, die 



• PkotA BH poëwj. 215 

kém- op den daur dijnen TvelverdSendetI r6etn zon ktumeit 
kosten. Daarvoor- «beware hem gOede smaak , en Vooral ook 
strenge zelfbeoordeelingl 

De Uitgerers verdienen lof voor de nette uitvoering van 
dit bónd^tje. 



Navolgingen van wixliam cowpëk en anderen. . Te Breda^ 
b^ f. P. Sterk. 1840. In gr. 8f?o. 9&blf:,- W. 

Uit bundeltje vei^chijnt zeer eenvoudig en zonder eexiigen 
ophef. Het beveelt zich niet door 'uiterlijk vertoon of bij- 
zondere nethfiijl T^^ uitvoering aan. Geen woord dient tot 
Toorberigty of. geeft eehig uitsluitsel aangaande den Vertaler 
of de keuze d^r vertaalde stukken. De meesten zijn uit het 
ÈngetêcK van cówpbi en van jodn oat^ beiden aan eiken 
beminnaar^ ActEngeUché letterkudde genoeg bekend , bei- 
den ;in hmuie ^sooi:t goode Dichters, cfsofaoon hun dichitraat 
voor deu tegaiwoordigen smaak ittisschidn v^at verondeMIs. 
Of fiiu di^ze vertalingen, geschikt si|iiy om dien snaak we- 
der, op Ie wekken,, ^ari^an zou Ree. nog al twijfelen. De 
Yertaler heeft niet de noodige gemakkeUjkheid en losheid' 
van versificiatie» lij is door maat en rijm tiog te veel ge-* 
Ixmden , om eea9> aangename lektdur te levtsML Dié 'aaüU'^ 
mcriuiig^i» b^na op alle stukken toq)assél$k. Eene en- 
kelch proeve^ ten bewijze uit de bekende Eh^ on a cofMry 
Churckyard., f. . .* ' 

• ff.' / 

>£ene aehtbre stilte heerscfat» door dooden niet geetoord, 

>É^ enkle kev^r slechts, gonst ^ dwarlend, somore zangen, 
»Sïaa|iiivekkend als / 1 geklanky dat in de. verte smoort. 
»(Aê0ntsVan den ouden burgt, ginde met klimop omgeven , 
»tlaqgt peinzend ftan de maan een uil vast over mij\ 
»Diè nadren durf zijn erfj voor echendintj hem doe beven 
> Van jaren onverdeelde en doodscke heerschappij,*^ 

Tandieki' aard 'is het meeste, dat hier gevonden wordt,' 
Mail 'WAtpUétéir,' ^^Oms' nc^ wat minider, maar meestal niet' 
gtMkiig genot^'i om de uitgave waardig geacht te worden. 
Dë TéMtMr'Mdm Baaróin^'V^^ zijnen naam' verzw^en / 

én' iïd "Waasri^lignÜjk niet veel aanmoediging' vinden, om' 
spoedig op nieuw voor het publiek op te treden. Ree, kan 



216 KATOLGIKaEH TAlf GOW^ER feVZ. 

hem (daartoe ook niet aansporen. Hem «mtbreekt, ook is' 
het werktuigelijke der kunst, nog te veel. 



De Sallig, of de Schipbreukelingen op kei EUand in dé 
Noordzee. Wandelingen op het godsdienstige gebied in 
het modekleed der Nof>ellen, Door j. c. bibiitatski» Pre- 
, êikant der Evangelisch- Luihersche Gemeente te Friede- 
richstad aan de Êider* Uit het Hoogduitsch vertaald door 
i. j. swiiis, Predikant te Havelte, Te Groningen , ,b^ 
M. Smit. 1839. In gr. 9vo. 304 i/. ƒ 3 - : 

Dé bUiéine Knaap, of de Gemeenten in de iergtrooijing. Een 
Verhaal van denstelfden. Uit het Hoog^uitsck. Te De- 
venter, bij j. de Lange. 1839. In gr. Svo. 348 U./2-90* 

De Schiïjrdr dezer beide werken is een man ,' die tich door 
de Geloofswegen ook Irij ons bekend gemaakt heeft als ie- 
mand I wien het niét ontbreekt aan warm gevoel Voor het 
Evangelie , dat hij verkondigt , ^ n die , om zulks ook iii rui- 
meren kring (dan lijlie geraieerité te doen , het voertuig van 
dën' Roman — het modekleed van ónzen leeftijd — ^ bezigt. 
Bi| de aankondiging 'van het pas genoemde werkje (^} gaveti 
WQ niét onduidelijk te kennen , dat wij ons mét dien vorm 
tot het behandelen vaii Godgeleerde vraagpunten' niet best 
kotvden vereenigen. Ons dacht 'en dunkt nóg , dat de God- 
geleerdheid (of, om een hier beter voegend woord te beii- 
gen^ de Godsdienstleer) geen onderwerp is» 019 in het kleed 
van den Roman te steken; dat haar dit gewaa4 niet. past ; 
dat het evenzeer beneden haar karakter is., . als, Ket der 
waardigheid van de Geschiedenis zon te na Icomen, .die op 
éene grappige, boertige wijze te willen onderwijzen. Tout 
genre est bon, quand il est bien appliqué,^ behelst wél veel 
waarheid j inaar is in dit opzigt niet van zoo atgemeene toe- 
passing. Bit een èn ander maakte, dat Ree. juist niet met 
de -gunstigste vooringenomenheid deze t^ee' boeken tcü^ h«nd 
nam. £ki derzel ver lezinjgf. heeft hem geenen ;«llip vitfi d(Me 
z^ne meening doen terugkomen. Waar de Schrijver zich op 
het gebied der Godsdienstleer,' of. ook wel bieren daar op 
dat* der eigenlyke Godgeleerdheid begeeft, ;da«p bevtdt h$. 

(♦) VaderL ic«flroc//l839.^1adz. 371. ' " 



J. C. BISRHATSKI, DE lUÏUG , ENZ. 217 

<Mu bet minate. En dat minder nog om den Vorm — want 
«ok BiiT8CHRiiDva*s Toortfeffelijlce Hendrik en Anfonio, 
om geene anderen te noemen , is een Godgeleerde Roman , 
achoon in eenen geheel ancien «maak — » dan om de stof. 
Wij moeten ons hieromtrent doidelijker verklaren. De be- 
«chouwingswijze rm het Christendom, welke de SchriJTer 
Yoord^aag^, houden wij niet voor die, door welke hij het- 
«elve aanprijzen zal aan dezulken , die door het Romanlezeiï 
«oo geheel zijn verwend en verlamd , dat men slechts door 
dU voertuig sich d^i weg tot hunne overtuiging banen kan. 
indien men loeh bif den Bijbel spreekt van zeker inwendig 
lidit, van zekere hoogere medewerking 'tot overtuiging Van 
-de waarheid en waarde ran het Evangelie, 'en zelfs wel dit 
tatste min of meer op den voorgrond plaatst, dan- geloovcn 
wg TOOT ons zelre, dat men nader is aan het afbreken dan 
aan het opbonwen, en dat in dit geval het modekleed van 
d&Bi Roman eerder verstrooit dan vergadert. Wij brengen 
ilechts een paar plaatsen bij, deels ten betooge van het ge- 
legde, deels om aan^te toonen, dat de denkwijze van den 
Schrijver jubt de helderste niet is, en althans niet vrij van 
mysifcisme. ' 
• Het r^te verstand der Heilige Schrift verkrijgen wij eerst 

• van tijd tot tijd. Het zoude ons altijd een boek met zeven 
«zegelen blijven, indien de ervaringen van ons leven er niet 
^bgkwamen, «n ons openbaarden Godsopenbaringen (^) in 
»hare volheid, als woorden der waarheid en des heils.. Door 
» het leven komen w(j in de Heilige Schrift, en daardoor 
B wordt zij <ms weder tot licht en leven. Het bloote lezen 

• laat ons veelal in de donkerheid, eelfs daar, waar wijmee- 
B nen helder te zien. Klop dan ook met uwe ervaringen en 
•met alles, wat n nog te waohten staat, aan deze heilige 

• poort: zg zal tt opengedaan worden.'' JSalUg, bladt. 138. 

» Het Avondmaal is niet het üandenkef^ aan de daad der 
9 verzoening, dat telkens vernieuwd moest worden, maar het 
9 is de verzoening zelve , aié telkens remieuwii wordt in den 
9 gdoovigen. De maaltijd des Heeren is Hij zelf, die zich óp 
viiienw aan mg geeft; ik ben hét niet, die Hem mij 'op 
» nieuw geve. Zoo als de verlossing aan zijn ligchaamsleven 
9 en levenseinde op aarde verbonden was , zoo is het Avond- 
9 maal niet alleen een geestelijk voedsel foor den geest, mAar 
»eene aardsch*hemelsche spijs, waardo<ir wij de zijne worden 
» en Hij de onze wordt tot eené volkomene vereeniging;" Hef 



218 4^ C. BIERHAXSKI 

luüt.ons met,, neer orer te fchr^vtea van eeii)e,m('4^^^ltp'» 
die op de Tolgpende bladzijde zoo goed ab tot yolko^iep: opKin 
overgaat; maar hier wyat ook de 'Yertajef zQa^n SqbriJFfnr 
te regt. Aid- bladz- 2^0^ :• 

Hogelijk hapert het aan ons , maar wij begrijpep. de theof- 
logie Tan biek.ii atski niet overal; b. t. : »fiet:*wi^ gelöoyda 
tallen aan éénen God" heeft nog nooit ^e band tot eewa 
sdaurzaine gemeenacbap g^even, wantitusscheit^ ;b?l. «^':eii 
» den God liggen het gelooven en het éénen (^ boote knua- 
> wegen in het midden." {JBruine Kn^mp,, Uada. )99») 

Haar het' is dan pok die schee v« en^.do^kfife.yQoraidlii^ 
van het Chriatendom , welke w$ af keonen» . Overi|pens. moei- 
ten wij het veelzijdig genoegen betuigen^ waavmede iri^dcÊt 
beide boeken hebben gelezen, • Waar^ de Sckrijiiér. het get- 
bied van ujn Godgeleerd, êyêienut ^^rltateil opdat der« '$9t 
lijk de Vertaler van N«. 1 het nief o^e^eiHMerdigiQdewt, 
aestheiisch'^dsdientiig^ sohryfwgae begeeft^- daar sd neU 
hem, ook behondeiu verschil van gev^^e^s^ metatiehtiag 
volgen. En daaraan brengt jiiei.idl€ten:d^ ^et ^fne to)»^ dat 
de taal der hartelijkste overtnigiqg niet • te ^eï^etmm isi 
maar ook het nieuwe, yerrassende licht, waarin .men teler-* 
lei. zaken en denkbeelden geplaatst Tiiidl..- Daar ia sout^ds 
wel eens iets wonderlijks (hoe zollen wij het neemfen?) in; 
maar dit laatste is ook dooi^aans zoo naaaw.met het schoone 
en goedp verbonden, dat men de weligia waierlptan niet tdu 
kannen wegnemen , zonder hel^ goede vrii^h^hoiut tevens te 
schenden. , Wij, willen wederom èwe, plaat» met eeii%e Telr* 
kortiqg ter proeve mededeelcDi en- kicttei» deae te tter^r» 
omdat zij ons voorkomt, een vrij naaftwkeliri^ denkbeeld 
yan het geheel te kannen. geven: - 1 ; 

» Het geloof heiligt alles, al ons beminnen; werjcen, lijden 
i:en hopen.". (Zeer, waar; maar nn de soaderUnt^ toepas- 
sing:), vHebt gij tot hiertoe in den koopmansstaild slechts 
•gewerkt cfm «ardseh gekiot : gij «alt dien tfland.n« in een 
9 nieaw liohl besohouwen* Bet is deze stand, welke alle vè^ 
vtnnrl^ke en.knnstige 'grenzen tosschen de Tolken der aar** 
9 de afbreekt. Hij trotsécfrt d)enTer9|engendien: straal \ der 
«middagzon [een Germanismos root Znid^fMon] en hei.^s 

• der polen." , '' . 

• Ja, viel iiA'a^c» hem ia de rede, ook n^' (kfopüeden] 

• werken mede* tot de geestelijke ontwikkeMag des measeh- 

• doms. Ik heb, sedert ik niy dit regt l^reiidif hebTQ<Hr« 



INE HXLLie, EM. 219 

fOltehl» TQBi.bet lesm der sohriffen, welke dm geest Ter- 
^efiea b^veaiiet (jdele en ^rereldsche, zonder morren kun- 
nen opstaan , om Daar de bears te gaan." [Goed gemeend, 
jna«r toch aonderling nitgedruktl] «W^ bèYordcren de 
?Dortgaande Ter^HMdering en het hoegere rijpen der ▼<d- 
hM, terw;yl vnj hunne, wederdjdsche Tervreemduig mate- 
lop» tegenwerken, en diMirdoor ook de gevolgen dier yer- 
yvneffiidxDf; ; wantrouwen^ vijandige gejsindh^en/' enz. sH$ 
HMiekt (dooi; zijne l>ale|i tot een algemeen ejgendom niet 
decl^^ta de vQortbr;eng8eb Tiin. iedere luchtatjfeek, iwwt ook 
^t jeestelyk Ucht, hetwelk zonder zyne de wereld omvat<- 
tendfi . werkzaumheid s^echjU een; klein gedeelte der aarde 
zoude besjohenen hebben.'' 

,»£iii YtBryolgdeiHoinf opent niet het koopvaardijffchip «uy 
de Evangeliel^pden de. enters vijandig gedotene ku«ten ? — 
Héewt den handektand. weg» en hqe verre is dan de tijd 
nog af, waarin bet heelen zal,, ééne kudde^ onder éénen 
herder-I één Heer, één gehxif, één doop, éép Go4en Va* 
de^ van allen. Onmiddell^^ kunnen vrij niet alloa werken 
voor het rijk van God, nuuur nuddelliik kunnen wO dit air 
lePr £n willen w\j ons w^ken, dat pchynbaar aUeenhet 
iteaste, het^ aardschfl.weizyn dient» veredelen en heiUgeii, 
dan-meeten: vrij- daaraan die betrekkmg op het ééne noodige 
.weten, in geven. In. dit . bewustzgn verrigt ]bij [de koop^ 
man] blfmoedig z^ werkv .Het ia een werk Goda vobrfaem 
geworden. 9^ bengdt den priester niet meer zijn alleen 
aan Goddelijke dingen toegewijd ambt.' Hij ia', gelijk deze, 
een. dienaar des HeeMi, die daar vril, dat allen geholpen 
worden aan alle einden der aarde.". MüU%g\ bladz. 
221 volg. 

Bit moge dan al^at vreemd zijn ingekleed en voorgesteld, 
liet..z^n dan toch ed^e denkbeelden. En zoo verrast en 
boeit de SehriJTer meestal i . wanneer h\j| slechts zijn kerkelijk 
sieUel niet te luchten hangt. Met één,v«roord: ^eaestke^ 
iisck-ascetische \om het zoo te zeggen} woorden van bi « ■- 
HAT SKI schatten w^ oneindig hooger, dan zijne voordragt 
Tan hetgeen hij voor leer des» Christendoms houdt. 
,:JiP BtQJi is.Qter h^t geboel zeer ondei^houdfind, hier en 
daar een weinig gewrongenheid uitgezonderd.' In levendige 
beschrijvingen, die hier tot het «modekleed" behooren, be- 
hoeft de .Seh^jver your geenen. Romahsofirijver air profeêêo 
validen wH^^te^ gaan.. Sohittérende proeven daarvan %gn: 



220 J. G. BIEHKATSKI, D& &ALLIG, INZ. 

-het Ieren op de EalUgs\ dé storm enz. in No. 1 ; *de aan*, 
•hef^ de storm en het negerleven in N<^. 2, om niet meer te 
iioemen. 

Ten aanzien Tan het » kleed" nu is het h^ N*«^l slechts 
•een zeer dup gazen kleedje; met andere woorden: het ro«> 
mantisohe rerhaal loopt er als een zeer fijne draad doorheen. 
J^^.'2 daarentegen draagt een gewaad, -dat niet alleen OTeral 
hel ligchaara goed ótafiduit , maar ook zoo naaaw daarmede 
vei^eenigd is , dat het niét «onder het afrukken Tan gedeel- 
ten ran het laatste zou kunnen uitgetrokken worden^ De 
gewone Romanlezer zoü'alzoo welligt N^. 2 Toortrekken. Wr| 
"met; er ligt over No. 1 tekér waas Tan teederheid, w^ 
weten het niet beter te zeggen , waardoor ook de personen 
ons hoeijen. In N^. 2 heerscht meerdere bedrtJTigheid. De 
Protestant, als zoodanig, mag N<^. 2 wel aandachtig lezen. 
Hét is zeer rerdraagziiam- geschreven, maar heYSti zeer he- 
langrijke wenken tegen hetgeen in het Rotwanisme op den 
eersten aanblik roeren en straalen zou»> .Ook over andere 
onderwertȐn (b. v. bladz. 225 OTer het kerkgezang) behelst 
bet i^eéï, dat behartiging Terdient. 

Van beiden is de rertaling goed , gelijk ook de' uitToering. 
En dat de Eerw. swisas de overzetting t«i de iTto/Zi^ niet 
opdemam , ten einde het door den SchriJTcr (róór de Ga» 
loofsiceqen)ofQc^eyen doel )dj ons te berorderen, maar »om« 
»dat de smaak hier op eene ^eer f^fiGdie Tirgze aan de Gods* 
» dienst is dienstbaar gemaakt/' zullüi bewijst even Teel Toor 
!smans doorzigt als voor zijn hart. 

Wij wenschen voorts aan deze beide boeken lezers met 
een oordeel des ondèrscheids. 



Zedig'-vrtjmoedige Bedenkingen tegen een, in gerucht zijnd; 
Concordaat tusscHen Z. M. wiLitm 11 en den Pauselijken 
Stoel. Derde Druk. Te Amsterdam, hij A. B. Saakes. 
1841. /«^r. 8ro. 26 W./:-25. 

Het Concordaat. Een woord van opwekking aan de Protes^ 
tanien in Nederland. Te Amsterdam, bij J. Muller. 1841. 
In gr. 8vo. 24 hl. f : r 10. 

JL/eze beide stukjes l)etrefien een dezer dagen veel bespro- 
ken, in zichzelf merkwaardig, om de mogelijke geTolgen 



A£l>£KKIIfGEN TEGBH HST CONCORDAAT. 221 

^yngiig. oudermip: het kan dos nuttig z^n, da[t hetzelve 
ook schriftelijk toot het Pahliek behandeld worde, om de 
fedaobten en gevoelens daaromtrent te leidm, vooral van 
de gènèny die op het al of niet tot stand hrengen van de 
hedoeide aaak invloed kunnen hebben ; mits evenWel dat die 
behandeling met gematigdheid geschiede, en wel door ie- 
mand , die uch daartoe niet met ongewassohea» handen be- 
geeft. -^ Zoodanig iemand vindt Referent vooral in den 
Schrgver. van N^. 1 , in Wien hij , ipo hem niet alles be- 
-driegt, eenen zeer bekenden,, door en door Inmdi^en, dóór 
sijae kerkelijk-historische schriften tijne bevoegdheid in de- 
zen overvloedig bewezen hebbenden Schrijver, wien het in 
^nen ouderdom nog niet schemert, meent te herkennen. — * 
Over het al of niet weBschelijke van* een Concordaat zegt 
^, bl. 2: »Ik heb dat getoetst aan drie vragen: 1$ het 
9 noodig f Is het raadzaam f Ik het voor dên Koning voeg- 
'mgaam en oorbaar, biJMondér bij den aanvang zijner Rege^ 
» ring 9 Van 'welk toetsen bij mij de uitkomst geweest is: 
«Neen! het ware niets goeds ^ veeleer io groote^mate ver- 
«•deriel^k; het is niet te.wenschen, maar te vreezen en te 
vsohttwen." — Ref. zal de pimten van deszdfs betoog , zoo 
▼eel mogelijk met de eigene woorden, korteUjk trachten 
aan te vvijzen, de lezing en overweging van het betoog zelf 
allezins aanbevelende. I. »/t het nêodigT* Om het Con- 
cordaat Tan 1827? Sgch dit vras voor ons Koningrijk, zoo 
als het toen samengesteld was ;* maar daar die zamenstelling 
ophoudt, vervalt ook het daarop gegronde Concordaat , dat 
zelfs Koning willbm I nooit ten uitvoer gelegd heeft. Van 
w^ê de Roomschkatholieke Kerk zélve dan? Voorzeker 

• niet van wege gebrek aan orde in hare'inrigting, of aan 

• gepasten sieraad en luister," want dit een en alnder bezit 
zij; >noch ook vanwege de orde en rust in haarzelve," want 
het Koninklijk gezag, ondersteund door de ^öeèie gezindheid 
barer Priester», zal deze ,wel wet«i te handhaven. -* IL 
>/« het raadzaam f ** Neen! want 1. aan zulke verdragen v 
met den Pauselijken Stoel is , blijkens de ondervinding', door- 
gaans eenige onzekerheid en later veranderde uitlegging 
eigen. 2. Be kosten ten gevoJge daarvan zouden niet ge- 
ring, en thans vooral ongeraden zijn. 3. Er is veel meer 
gevaar voor botsing tusschen de kerkdijke magt, die dan, 
als Bisschoppelijke, de handen meer vrij én. onafhankelijk 
hebben zou, en de stuatsmagt , welke laatste, althans in on» 



223 BEPCNKINeEK 

Land, niet aU$d grw% genoeg zou kocmeo ^js,, 091 hst 
kwmi, dat uit 4» eèrate. obtataan kan, te Weren. ^— IIL 
«I* Atff rec>r,ifei» Zont ngp 9<»$r4MMm ei» dorfreer, hiJMondwr bj§ 
den 0ünwtn^mj»Br.'Rêg9rini^.Vl> Heen!, onwaardig, achadé«- 
Uj^i i^rderfelijkl: 1. Hei past niet, dat Z. H. in <ipi Ai^ 
beivekm m toelatingen van- dèn Paos van Jloma, alaof die 
Op|>erkoittng ware, late^ uilgaan, eftsijn K^minküj^ gto«i^« 
iA«in«aige aansteUias;, den Eiaschop- iü zgb. Seminarie teege^ 
staan, teu eenensuile priJ9.igeTei ' (Wanner de Schr^vér hier 
iiÖiegenst^Btteg deiumtettüig, sralirjde Iheelogisdie ProfetfMJr 
ren :der: Jtervormd^L/ (aUer: Protestanten) .al$ vtA <tBn Mxh 
niilg uitfMuide/yyefgel^kt, lïaniz^ faetAef. rbrgtind Uerbg 
op .te.aiiiei!keil,;.dat die .aanatelling todi in de éérste plaats 
y«nc de. YQordragideriGnralören vas de Akademiên en Athe<- 
sieen nitgaai». en- dos^ eren; els die der Qbogleera^n in.iiki^ 
d^re. FaenUeiten, vmeer nit een weiensehappélijk: oogpunt 
moet baKhonwd' worden.) — -.2. Het past Z. IL, als belijd 
der:yaii.de H^vdrinde Godsdienst, mei, bij het duiten ran 
een. Concordaat met den Pana,. dm peiQK>en en hét aanzien 
van. een' RooraachkathoUek te yertoonen. (Dit zou B)ef. niet 
gaaf. dolven ..n^gen: 2. JE. -erkent hem daarmede niet anr 
derit, dan als: G^stelgk. Opperhoofd Tah het.Rjöomschkatho^ 
llek Keikgenootacfaap ; maar evenwel, ook «als zoodanig, £t 
geeft ftrf.'toe, heeft -het weinig vocgzaamheid, over het 
Z. IL toekomend staatsgezag en foezigt op desselfs inwea^* 
dige belangen inet een' yreemd' Vorst te gaan transige- 
ren.) — 3. Het sal, bij den aanTang van Zr. Hs. regering, 
een' meestal ongunstige indruk maken, a* Het herinnert 
wederom, eene mogelijke, maar door IfMrd^Nederlmnd mei 
gewensqhie yereiéI^gin9 imet Belgié, om welks wille het 
Conoocdèat nm; 1627 eigenlijk gemaakt was. b. Het zal)iaii 
menige. Hoemschkatholieke» Kerkelijken, ja aan duizenden 
RjDomsdhkaAolieke Ledcieii, vo<H*al in cmze koopsteden, tot 
zeer klei» genoegen; zoo niet tot miynpegep zijn; (zoo ab 
reeds, ToegtSef. er hg, de^nderriiiding, in 1827, hg niet 
weinige Geestel^ken en Leeken^ (eUi in Woordbraband , 
geteerd heeft) en.zoo^ u het ook thans reeds: ? menige andere 
»^9Qmsehkadiolieken «wijgen," zegt de SohiijTeir, hl, 22« 
a,. ntija orer do.nieiiwoi zaak adf$ bekommerd; en d» 
«Psótestantftcfae: Kerk, drie Tijide gederiten van het Koord-» 
»l|edériand9che Volk uitmakende, én gewis het aanzienlijk- 
>ste, besohaafdste, 'én rijkstg^goede gedeelte i# — te on.-? 



Tjiaw 993f[ <X>|iC9RpAAT«. . 228 

•jMi uich . ifoï ; BiMchop , .f^n. :(7fir9cA^ rHM>if de bniv^^ mt 

>Aiemg^dfrAi|psi^pUi|Lst^.{^ 

> voor de,gedaclit&, flï^. i^jne b^o^nd» :Ho«|;eseho<rfi yodr dm 

'p Bincbqpszetel , (^oc» al; pi^ t§rM9^d., dw' tó<& ie«u|jp«ii Igd 

j|.^r).sp)i yerba^ea 2^01)1 .r^,i Jlat^akortiveilMiouWQid 

{ra s^ofaiigdLg^^ m4er aps9:Ro9ii|4QblMlttoii^k9li(» Kwt 

iLdlgken w L^QekjBf^^.^djgtde (Sfffeii^yWrJbm.iofiwxUunid^i 

Tohtidit^Btei te. T^rj.«^a door 9eo:C9»i^^lMII# i(M49 door 
een door de l^egeriqg, g^lii1l^ l»ij da Pro(p»tmteiL/<g)e«m«f| 
(Ref. »oa lieyer xegK^"^? *P0 «M hal . w<wurj^)k i»»>MR Tta 
het lYett%.iiiland«chKarkb^ttar qUgaivid./ en djQiQSr dw Kor 
niiig geifu^ct^opiaei^) Reglmiml* *^ vMiOfff» dit wuIgoiobtreTaf 
^tokja 10 handeq vap^dd ipodmMg^'kfmeii, die a^ -sXaads 
hoQge hegmng iavlaed jkriuMiephaUieiil^^aag^ to^ 
molken tot kennis en enuttge offirwaguig van .Z« H.. zriv* 
lli^bragi/wfMrdb^^ wanty «^|:Ba&ffllet'de%i8bluri|^er, U. 2i , 
>ook OTardreren en zaUs<wai)iig'get;M;id» tvbèrain (miftur 'ga*» 

• boel oiHi^egnmd if.daxe.yoofMkjtr.i^t!!) tagen.eefeie nieiir 
»wiffaQï4/ tot welke Tan- gQeiia!^j<|brwodaakriOIUièid:df^ 
»soo die «plaatr heeft iaj vet hel gbrootei^ dek^der^tadardat 
tnea, mag wel ee^jgropt gawigt h^ben in het.<MfJdes Ko^ 
»WV9» wi€B]| het uaiüer» Utf ia,- mreltaiTffideaheM eai genoe^ 
•gen te apreideo, 4ia:in^t edelen .wn'ér tioh op;ioëlegt, om 
*4oor iqne Rageriiig» teiwtoi^-rh^ tei^ft' aailyaiig', '100 yeel 
«ia hem it, de hartw in.te nemen." . ; 

Om het gewigt dier «aak heeft Re£ hg dit atakje jnH Imr 
gar willen atibtaan.; nuutf des Aè hortte: kan hij na o¥er 
Jü^i 2 tiju, faoew^ het een avan gaedoagmerk heeft. Im- 
mers dit is niati^een na N». 1 ofigesteldt wèaraas faetbill^k 
desen |pf geeft, (hU 9) diit het »da sfak.in: élhare dealen 
.en aan alle lijdien te bescbotiwan geeft;*:' maar het bevat 
ook onder eene andere, wel zoo gemakkelijke en behagelqka 
form deselfde zaken, hoewel het er minder diep intreedt, 
en het levert daarenboven ook niets nieuws. — Be Schrijver 
taant e^rst groote .bevrecimdiiv» ^^^ m^' uoh de.bewnsta 
zaak niet meer openlyk aantrekt (Wieih^j Mt^ipr bedoelt 
(hl. 5) met » die ijveraars, die in de laatste jaren zoo zeer 

• gezwoegd hebben, om bijzonder in de Hervormde Kerk alles 
>te hervormen," betuigt Ref. niet te weten.) Eerst op hl. 9 
komt hij tot de zaak in geschil « en loont achtervolgens, dal 



224 BEDfiKKIffètK TBQBIf ÉÈt COnéókDAAT. 

de Koniiig , met het «Ittiten van eeat Ckmcöidaat , iato zijne ré^teil 
/weggeeft ; -^ hoewel Protestant , nogtans 'den Pa« toot het Op- 
perhoofd der Christelijke Kerk erkent ; (doch men tie onse aan- 
merking op ditpnnt hierboven!) — de Protestanten vernedert, 
door meer toezigt op hen te honden ; (het toezigt honden op 
de Roomsehkatholieken zon nogtans kunnen bestaan, al ware 
het onder eene andefe form: en heefi het NedëMandsche Her- 
vormde KerkgenooUchap zich thans ö^er het toezigt der hooge 
ftegering meer te beklagen, dan in den t^ der Republiek, 
toen er op elke Provinciale Synode Commissarissen-Poli tiekte- 
g wm o or dig vraren, eigenlijk ja nê quid d>etrimenti caperet 
^Bijmbliem , maar men weet , met wdk eenen groeten invloed ; 
en toen plaals^ke Regeringen niet zelden, bij het ap-ofim- 
]nroheren van beroepene Predikanten , eene sonvereine magt 
uitoefenden?!)-^ verder, dat de Koning hierdoor de tevre- 
denheid der Protestanten en hunne goede verstandhouding 
met de Roomsehkatholieken zal storen ; —^ groote nadeelen 
van de uitbreiding der Pauselijke magt doen vreezen ; -* en 
wat de Roomsehkatholieken zelve betreft, niet noodig heeft 
dit te doen. (Wat het hiertoe doet, (bl. 10). te vragen, 
w^rom de Leeraafs en Kerken der Afgescheidenen niet uit 
de openbare schatkist onderhouden worden , betuigt Ref. niet 
te begrijpen.) «<- AHes eindigt mét eene opwekking des Schrig- 
vers Aan zijne landgenooten van verschillenden stand, om zich 
deze zaak aan te trekken. — Ref. vindt dan in dit «tukje 
hoofdzakelijk dezelfde bedenkingen tegen het Concordaat, als 
in het eerstgemelde , en in dienzelfden geest zeer goede op- 
merkingen, maar in eene midder geleidelijke orde en met 
vminder doorzettende kracht van bewijsvoering in het midden 
gebragt.: doch wegens de groote zaak , die het op z^ne wijze 
zoekt te bevorderen, en viraaimede hij het in de hoofdzaak 
eens is , wil hij het gaarne aanprijzen aan degenen , die niet 
in de gelegenheid mogten zijn, om uch het andere aan te 
schaffen. 



Het Leven en* de Lotgevallen van johr davts. Naar kei 
Fransek van AiiXAiinit i>17h.as. If Beelen. Te 'sGra- 
venhage^ h^ de Erven Doorman. 1840. In gr, 8ro. 555 'M. 
ƒ5.40. 

vJnder de Fran$che Schrijvers; die door aangenaamheid van 



A» BVHA$i BVt LBTBV.TAlf ilOHN DATT8. 225 

irethftiltntfit uitmmitta» bdioort id^er a. dukas in deeefslé 
plaats I en wanpeer m^i een rerhaal of roman ran henr ib ^ 
haad neeB9t, is men seker eeni||;e geno^^Ulke oogenblikken 
door te brengen. Het eë^rito gedeelte Tan deien roman vopral 
verdient In & opcigt hoogen lof, én met tmyermindeid ge« 
BÓegi^ las Eec. d» hoofibtnkkett^ tdie den yader van den held 
en de opYoeding raft joüh nAvtt selven betteffeii. In het 
latnre .gedeelte is veel, wat hem n^der geviel. Er is*eeiié 
tekBre- sacht tot naToIjpi^ ran BAaiTAT zigthaai^, enraeda 
de fi^nseke beoordeelaars hebben bvmas doèngeroelen^rdat 
bij ly aee niet OTeral te hnis is. De geiehiedenis is ook 'al te 
aTontnnrlijk en loopt te ^selijk aS^ hetgeen- de aanrang wéi» 
-nig Termoedea doet. Be belangsteling tvordtOTerigens meestal 
geboeid en door beschr^ vingen en vej^halen lerendig gehon«f 
deo^ 9e invoering van BTMOJi eb riii» in eenen rofian als 
dese» sal wel geen Mjval verdienen. MAar, schoon Ree. das 
wel aanmerkingen heef| op dit boek; enseUs gtoote». tal het 
toch voor velen eene aftbgename lektunr opleveren; hel 
verdient, daartoe ook wel aanbeveling, al is erop liet ge* 
dmg van den held vrij wat te mggen. — - Het vignet is niet 
gelukkig oilgeyaUan.. 



S€i Oordeel der WereU, êên SernkÜHeriih' Vèrkaél. 'Naaf" 
%ei Swogduitêèh i;4m t: j. hubim; tè RetterMm,' %%] H. A. 
kramers. 1839. In gr.Svo. 9*7 W. / 1 -2Ö:' 

» In de Broedergemeente te Zegenberg leeft een rijk en aan* 
zienlijk man met zijne echtgenoot , welke vroeger zijne hui^- 
hondslei* was. Bij de kinderen der wereld staat dit paar niet 
ter goeder naam en in geringe aöhting.'Dê Heer VÓR-scÉoivzTcH 
— zoo 'redeneert dè menigte — heefi het leven genoten, lot 
dat eene slimme deern heft juiste 't^dstip, waèrop h$, ininder 
vatbaar of geschikt voor genot, zijns ondanks van de sonde 
aiM^heid nam, tot haar voordeel wist te kiezen. Ter aanval* 
ling der opene vakken in deiigeliijk verhaal 'bAeeflmen^èene 
oorkonde y maar slechts eenen geringen' graad van wereld* en 
menscheiidiennis. *^ Wanneer echt«r dit verhaal eiois ganidi 
anders zamephing P Wanneer die aanvnlling van hetzelve eens 
zeer eervolle omsiandigheè» en zaken verbcvgP^ Wanneer 
de schijnbaar onbedoidende veieeniging 4ezer m^ischen eens 
het. reinltaat ware van menigen.^ onbekenden^ stillen ^^trijd) 



226 I.. S' HüBSll, afiT' OORDEEL ^DEft'WSRfiLDr 

in.ifvlkéii.èeiivoadige vr ónw lBigkë èevigdm ^i^'KèlNgKM 
4è8'fcanPteii'bei)iiociid'(en geoéfeftd' wéMtenv?' itot¥f^ ménigë 
fchUfeéende gd^iivtta&r 8!e(èl« het' gevdg nin ilfiél%ébe;' 
iimdea ofsnnzaJigefaanlèldiDy kiV' 

Wij; Jcnimen ' ém * strekkiqg van dit' ^f kje atet <4nliiafi^é# 
aantbonbnv' don! éoor ifesé plMÜn^ ^c^' 'deMü^lft Mnminfij^. Wm 
teifadQ zd dali^iirboitnmelijk hét dltovijli OntegtvtiAiliigè rlni 
het^saoffftiaaiBae.poraeélidiBr werdd beèténa bèWfft^tt. 'H»- 
Bbar», .':de .inddigi 4lef Teiiiaali ^ e«n Qii8dnildi|r tneii^eV lasiC 
iidi,6eii'>Tfeevad inad; Tan iiet welk tttênliaiB»^ Üese^tiid^t de 
■ioédeè te cifii > qMiingeii'V Zff aêèttit ' di« Icüdd itièt Moeder^ 
Igke Ikfileaan* (Mndibob z|^ nn In hét o(v der. "wêretdlitf^it; 
ten aanik^ Wmfaet op h^iriiisieiid kwaad ▼ermoecfen, gei^N 
Vaarffigd^itaedt; gemiktifc^ netguto» lot' een' voOrdéèKg hiklre^ 
l$k.. fHT Dit Terkaal loidt Tfff onwaai>sdhQillf{k ; èb' hei oter^ 
étéwemt in i»iaoaA'i liaadelwi|tö flleakt ook ixtt lAiseknld 
en rdner ]prf|^rr«M^t minder' geschikt > om ah een Tooii>eeTd 
Ier' navdging' reen' 'héiltamen idditdi' te Mokëti. TdC het tol» 
ladpge deir^Yerdicbting bad oric de gfSMittè tan het onderg^- 
atokeÉ ksnd opgéh^erd moeten iijtf, en kóó déonsèhnldTatf 
DIB0R4 aan het licht moeten komen. ^Voor het overige ié 
het verhaal onderhondend. Zonder partijdige Tooringenomen- 
heid met de Hernhnttersche Broedergemeente^ heertfcht in 
het^lveeem.gOdidienftigQ g^ast, en 'daar, 'vnatw hetonWatsT'^ 
sohiJBlgte^. waftrvan wij /^fiken,. D»iii4ar in' het odgT«flt, 
wekt het lot der zwaar beproefde dsb 014 Toomeker bij den 
gevoeligen lezer eene lerendige belangstelUng op. 



Aardf^kêkwndig IFoifriUmboet der Nederlanden , byeengebrngi 

ydper A. ^.-T^ir nBijA.A^ cnder medewerking van' eeniffe 

va^rfnnd0che.€r0leerdèni : leie Jhei^ Ilde Aflevering.' Te 

Oórinchént, bij I. flbordotn. fn gr: tktf. M. 145—8^4; 

fU^. • ' :;.•..- ^ •': • ■* ' 

JBij de MÊÊoktmèifinff i^an 'dé tweede 'Afleteringdeze^nnai^n 
en lèitigrootenaatiwkeilrfgheidïiiflgfet^ 
willen «wggeaebtwbrdën' alles tér aanpiljzing té bcrrhalen ,' 
WiaCirM ie eëritejAJdl^éfettg g^êgd^Ts. ' ï)e óndèrharigë be- 
ffttki ibët JtmV'^^^l^ ^ éiiidlgf in A^ngadam; beTaitênde 
dit^'bei hamtiigt^e\ÉMia 83 bladz. bblii^déV 

m>^}i'éaéfkwkëè^, l99''de'>^t!Mi%bBjCë' deknópïhetir; 



Ay, J^ TAH:'0£Jt jiAy #lRDRr|KSK. WOOROKXBOfiK. 227 

kcwwl tU . W|r tadedigea .cnee.Lecen séèr aan tot; iateeke-t 
Qjfl^ ep dk . beliii»gr9ke. werk, m daartoe Mg fetégenliéid 
Wsta» De-feaohte Teraanielaar Tergmttié om een paar^aan-* 
ipetUngeti» ten bli^e der naaawkeon^heid, iivaraiede ifij 
gdeMn hebben. 

Waarom bi| de BaopsgeBfindq kerk. met gesegd, ' dat ia de- 
lel^ye de eigepdiike Tverksaamhaden: dér.algeimeeae Vei^ade* 
ttoy Tüi Nut'vun ^tAisensêii pkéaia hébbeaP 

Bladx. 20d 'leegt men , dat bet GeaiQoléehap M aèiM^e 
«aftoaMif^ ÓBf, fiè9ëmg0nên 5000» leden; en het ftjbèlge- 
tMWicIwy 1000 leden telt.' Ak kiép-gerae draklbut;4K!h«ilt / 
ia, .«imder. dat dit geeegd tfordt , Iwt'eértte dnget^vv^ield 'aP 
gemeen^ het laatste «Ueen tot Amêterdtm^iettilLhehjik, 
' Bij^ ée beroemde ^4iMtorifiimmj9f« haddeii miï) dein ófët4edeh^ 
Biogleeraar riAüaKii. tait -sok Héter èftider de Godgelëër*' 
de»/ dan onder de Nederdnitehe ' LêlteHciin«%ett genoemd 
geuen. GsiBmAim AnmiAAwgt; BRaoiaaiii moet njn bik-^ 
i^aao, en jbioittho lofcit, n% sotov. 

Bladz. 265. ^ Anem tindt men in eenen brief ran^ het 
jaar 1767 AenhoB gespeld/' Het jaartal is zonder twijfel 
eene drakfout. 

Bladx. 277. JkX dfe meektap bijiia nitslniténd door ingew«i 
tenen yan het eiland Tholen en Toomametijk door SU Anna-- 
landen bewerkt wordt, is den rerzamelaar geheel bezijden 
de waarheid bèrigt. 



Bfkm ê p ê aatrdr^kiknJig SckoMiMk 9ó0r dè irêiêrlandêckê 
JêUffd, veigenê dê niéMoêiê iaiidtéfd^eling-^ döor i.' Vak 

' WIJK, iz. y^fde^ vermeerderde en verbeterde Dmk. Te 
Zutphen, bij W. J. Thieme. 1839. In kï! 8ro. 468 bl. 
ƒ1.80. 

B^hélêeh Leeéhoék, bevattende een uittreksel der geschiede" 
nissen, voorkomende in de Boeken des O. enN, Verbonds, 
troordel^k overgenomen uit de .gewone vertaling des By^ 
bels, IX Stukjes, Bij denxelfden, In 12mo. Te samen 
759 W. ƒ2.25. 

JDeide werkjes vorderen 'slechts korte aanmelding. Het eer- 
ste is Tan eenen man, die zich sedert lang in het Vak der 
▲ardnïksknnde eenen gevestigden roem verwierf. Het werkje. 



228 J. TAN WIJK» RZ. 9 AJkRBRQKSK. SGBOOLBOM^ J&HZ* 

welkB dgemeea vertier genoeg nit de ooodEakelijkheid eefier 
v^de uitgaaf blijkt , is hij deze Termeerderd en yerbeterd.'. 0<r 
kaartjes zijn weggdaten. Vromer Was men niet zoo Tan goede 
en goedkoope Atiiaasen voorzien , als thans. Deze besparing 
▼an kosten draagt onze volle goedkearing weg. Vreemd en. 
jammer is het , dat op zQne plaats het gansehe Torstendom 
Lioktetutein (het i^ dan ook een Vorstendommetje, om gé^ 
makkelijk over het hoofd te zien I) is vergeten , zoodat het 
nu onder de Errata staat 

Van het Bijbelsch Leesboek (welks aaideg genoeg keiibaar 
is uit den titel) zijn de afzonderlijke stukjes ook afscNulerlïjk 
te bekomen* Als bet-gedaan moest worden , zonden wij al niet* 
beter w^ten te kiezen , dan de vervaardiger gedaan heeft ; 
o£M)hoon wy niet alleen de vele zaken en uitdrukkingen , die 
hier zijn weggelaten, maar ook den slijl des fiybels, voor de 
jeugd (namelijk voor kinderen) 'minder gefiast adhten. Voor 
iets ouderen echter kan het werlye dienen. .- De uitvoering 
is goed , en de vervaajcdigerjhèeft. wél gedaan met de spelling 
te verbeteren. . . 



Friêsoke Volksalmanak, Vide Jaar. Te Leeuwarden , h^ 
L. Schierbeek. ƒ : - 75. 

Almanak voor Dienêiboden. Ilde Jaar. Je Sekoonkoten, b^ 
j5. E. van Nooten. / : - 50. 

JL/eze beide Jaarboekjes, bereida gunstig bekend, en waar-* 
van ook deze jaargangen .met genoegen zullen ontvangen 
worden, kondigen wij hier nog met een woord aan, onwij- 
ken alzoo eenigzins af van onzen afgenomen regel; daarom, 
dewijl het bij toeval is, dat geen verslag van dezelve bij dat 
der andere Almanakken is gegeven. Het slotverhaal v^n 
N<>. 2, ofschoon betrekkelijk weL wat lai^, ^ staat hier bjjr 
zonder op zijne plaats. Se Fries i» rcgt provinciaal. Hier 
en daar mogt men met regt verlangden, dat aangenaamheid 
van vorm zich meer aa^ l^elangrijkheid van stof paarde. 



BOEKBESCHOUWÏNG. 



Waarom staan de nanuddag'-ierken zoo ledig ? ÏFat is 
de oorzaak van den groeten tegenzin (,) die (dien) vele 
Protestanten tegen den Heidelbergscken Catechismus 
topnen ? Een Gesprek tusschen drie hervormde Evan^ 
gdiedienaars. Door o. a. h£lorino. Credrukt voor 
rekening van den Schrynfr, Te Nijmegen^ hij D. }, 
Haspels. 184L In kl Svo. 36 Ü. ƒ :-.25. 

JL/it kleine boekje is» naar het inzien ?an Rcc.» een 
boogst beyreemdend , bedroeyend» ja ergerlijk verschijnsel 
in onze dagen en in ons Vaderland. Daar de Sehrijver in 
de laatste jaren op allerlei wij^e getracht hééft zijnen naam 
ah zoodanig bekend te maken , en die bekendheid den 
schadelijken invloed van dit geschriftje ligt zou kunnen be- 
vorderen, acht Ree. zich verpligt, zijne afkeuring van en 
waarschuwing t^en hetzelve door een overzigt van den 
inhoad te staven, en alzoo meer ruimte, tijd en aandacht 
voor zijne beoordeeling te vergen , dan het boekje op zich- 
zelf zou verdienen. 

De drie personen , die hier sprekende optreden > worden 
Biet alleen op den omslag, die teVens voor titel dient, »jErer- 
vormde Evangeliedienaars^^ genoemd, maar ook op de 
eerste bladzijde worden hunne voomionen gespeld en daar- 
achter gevoegd y^ Predikanten.'^^ Dat is wel eenigzins 
vreemd , daar het eer aan een komediestukje doet denken , 
maar liet is nogtans geen overbodige voorzorg. Ds. hbl- 
OAiirtf beeft misschien zelf duister ^ gevoeld , dat men uit 
de redenen zqner sprekers hen bezwaarlijk- als Predikan- 
ten en nog moeijelqk^r als dienaren van het Evangelie 
zou erkennen » cfn dus tercgt zulks vooraf /litdrukkdijk en 
hrf herhaling aftagewezen. £ene gehoorde intrecprecLgceft 
al dadelqk een' dezer mayincn aanleiding , onf over de in 
den namiddag ledige kerken te klégen. Dit :vef schijnsel 
BOSKBSSca. 1841. NO. 6. O 



230 o. G. HEX.DRIKG 

woriit rcedf op de tweede bladzijde ingewikkeld toegekend 
aan of liever verwifiseld mei den tegenzin van velen in de 
Katechismnspreek > cü die tegenzin blijft reryolgehs het 
hoofdonder werp "der rede* Zi^ wordt eerst to e g c schr eT en 
aan yele Predikanten, die„ «met den adem van hetratior 
)>naKsiiie bezield, eenen groeten afkeer van vele vraag-^ 
» stukken hebben/f K. 2. De aoodanigen kunnen dos 
niet als » onderrmdingrijke Cbristencn** daarover spreken. 
€k«en Wonder, wa^nt »de tijd is nog niet gekomen, dat 
»men bp'onie Academiën slechts Hoogleeraren kiest, die 
»:C)tti$ttoe« tUfXi, en onze gcaieenteii skckts Leeraien 
» plaatsen , die wedergeboren zipi*" (! ! !} . B|^ 5. Waeróm 
men dat niet doet , erkent Gerlach (de voorname spreker) 
i^t te w^teny (zeer naif!) maar klaagt, dat nien tham 
i^iel BMer vordjerl. van des Fcedikani» dan )»,eeft Wete»« 
j^.^eluipp^^k, gr<md|g bestodecfd Gkristendoa: en «ene veir-^ 
)^klw«g r*^ 9?i)elijk gedrag, niet <te' b^yoegijBjg , jowifvr 
»mj tfeien/* en verklaarl dekeen yriend'yaii db onderi 
ledcening der FonUoIitirèn a& oftbreenkoBiUig met den Bij* 
Iml. BL $. Eene Iweede teden van >xde verAchtering der 
M^namMdag-godsdieMtioefenkigeé^" (Volgens bL 6) van iijd« 
)^ door velen verlorene bekngstellüig in den, Gatechismns'^ 
(v^cna hh 7) viadÉ Gerlach in » gebi ok aan kennis aan 
» positief Christendom ,'' (bl. 7} en klaagt: over de treurige 
fc^leldheid, waarin hij bij de }»Aftt$&€eEMÜs^' zijne ge- 
meenteleden gevonden, heeft. » O&choon de uitmnntenihüi 
» Leeraren: hier elkander opvolgdmi , en ér mannen oador 
n waven> die i^lven caiechiseeiyboekjes in het licht gegeven 
«hebbm, zoo k^R ik niet' ontTeïnzen , dai ik verreWeg 
9 (grootelijks) te kur geefteld werd oy^ (door) den wnson*» 
«lijken toestMd der zaak ook b^ de geringe verWaehting, 
»die. ik aangaaéde mijne gemeente had." ^) (Bli 8.) De 
reden van die algemeoie onkunde vindt hij daarin , dat hel 
onderwijs, vttn dn Bijbehche geachicdenïs de stcliigit gelooft^ 
kcr heeft vervangen, en dat b^. de Ezamena (der Candi<« 
daten, of Proponenten) nooit bijteondierlijk ondervraagd Wondl 
over nAie practische lêezstukken , die Vooral den weg ope<* 
»nen tot stellig geloof, ab daar zijnf: de aard der bek^e« 



WAAROM STAAN D£. KAMIDBAC-IÜRXGK ZOO LEDIQ ? 231- 

irriDgf de werking des héiAigm gecstes, hot a&terr«& vaar. 
^den ouden «n oplcr^ (ontwaken) yan den nienwen^ 
i^meiksth, do heiligmaking 5 d« volkomexe woderg«hoóit9 
^m rr^i die» meex sij"l (BK 9.) £ene derde reden vab< 
den tegenzin in den Katechismus wordt door Egbert, csen'i 
der andere spiekers^ aangewezen imihet zoo zeer veMMn- 
»nende beginsel, dttt het' dan todh eindelijk ^aUes ter'(l) 
)f nederkosnt ep deogdbetrachting." 

Tot em pro0f)«r rm den sti^l en redeneertrant i w^ikeniei 
Schr^ver zijne zoogenaamde Evangeliedienaars doorgaande' 
ImI bengm , rolge hier een gedeelte des gesprèks : 

» Herman. Mimr Triend, het 2MJ: m^. ▼«rgtind Eier dan' 
>itoch eene bedenking te maken. Oij zult mij todi* 'web 
tftoestenunca, dat de leer dct yerzoenng op zioh zelre geem 
Mnitnsch kan salig maken. Ook niet het bloot geloof: er' 
»ÊaaÈ* Maar :wi|^, hoe wij^ deze leer afani^emen en of wi{i 
>igo«d aa» hattr bcuMatwoorden. 

t^'G^riackr Hel is düs in- nvvie oogcn de w^u doraan^ 
)»nemittg' van onse ftjdo en het goed beantwooNlen der rèt^ 
wioemngt ^ ^ doei denken, dat de- weg^ zij, w&ardwp 
» de mensch de^tfeKe zieh waardig maakt^^en bablottd)en wordt ? 

»J7. Ongetw^feld. Het gelooftleren, de d;9nkbaar*« 
»heid, de liefde is onze yerzoening. Chri0tti6 dood is 
» dasafr, {]) om ons te verzekeren van Gods^ liefde, en in ^ns 
»hart znlke gevoelens op te wekken, als er iioodig^2qn> 
)ioffi het welgevidlen Gods te verwerven. 

»(2ï. No jms%, het zijn dan de gevoelens, die gij koes^ 
jyteri, volgeni^ lure stelKtfg , die de redenen uwer z^lighterd 
w-zijn zalien, niet waai<? ♦ 

>iir, hdü. Daarom hanp; hét geheel dodrpéin o/, of 
i»-ik al dan niet zalig zal worden. 

nG. G^ hebt dus voornamelijk Gods liefde in GlaisQrs 
nte kennen, dew^ deze de oorzaak dier gevoelens is, 
»»iet waar? 

>if. Dit is aHes, waar het op ter (!) neder komt. 

nG. Nu dan vriend! wanneer dit het geval is-, wat bc* 
ykommert gij n dan nog om de leer van *s menscketf ell'ent 
» de , om die van de geheele verlorenheid des nienscnoHj^ 

02 



^2 Ö. G. HELDRIICG 

)rken geslachls^ Van de offcrhande des kruises, van de We^ 
M dergeboorte, Tan den Heiligen Geest, ja van de eeuwige- 
» zaligheid of verdoemenis; deze, daar gq u zelven do- 
» liefde Gods verwerven of waardig maken moet, zi}n nu 
»aUe nevenzaken? 

9 JST: Zij zijn ook alle minder van belang » en er is nog 
»al wat voor en tegen te zeggen. (!!!) 

)i G. Juist vriend , en dit enkel , omdat gij geene vol- 
))koiriene verzoening, geene geheele regtvaardigmaking in 
^Oirislus slelU" 

In dien trant gaat het gesprek voort. Het aiMSToercn van 
dfeii 23sten Zondag van den Hcidelbergschen Katechisnms 
en de verzekering van Gerlach, dat het oogenblik, waarin 
iemand tot de daar uitgesprokene overtuiging komt, dat was 
vim zijne wedergeboorte, is dan ook genoeg, om den 
flaauWen Herman eensklaps tot de belangr^k^ erkentenis 
te brengen : » Vriend. Gij hebt mq daar een verschil doen 
» zien , dat ik zelf vroeger nimmer zoo jniit heb begrepen. 
»Gq hebt regt^ de wijze hoe, noch de waardigheid der 
)» aanneming zelve doen in dezen tot onze verzoening niets 
3» af ; want het geloof is slechts het middel en enkele genade 
)»de weg. Ik heken hel de gedachte van den catechis- 
«mus is zeer diep en rein." 

Doch Ree. kan alzoo niet voortgaan zonder te uitvoerig 
te worden. Men moet nogtans het vervolg der redenering 
over dit punt zelf lezen , om hare ongeloofelij ke absurditeit 
te kunnen gcloovcn. Wie toch , al zijn hem de dwaze 
overdrijvingen der typologie niet vreemd, zou kunnen ge- 
loovcn, dat hier geleerd wordt, «dat door het verzoen- 
)» deksel van de arke des verbonds, in welke de wet lag, en 
hdooT de engelen* Gods, die een geheel met dat deksel uit- 
>» maakten en met hnnne blikken (oogen) op hetzelve schbuw- 
» den, als van nieuws (NB.) on's de heilige waarheid geopen- 
» baard wordt , dat de engelen zelfs begeerig waren in het 
» geheim door te zien, waardoor de wet op aarde én heilig én 
» verzoend tevens zijn konde." Kan men het gelooven, als 
inen niet zelf het leest, dat een man» wiens taak het is 
de H. Schrift uit te leggen , schrijven l^an: » Gij hadt uwe 



WAAAOM STAAN D£ «AMIÜDAG-JCSRlCEir ZOO LSDIO ? 233 

)»x>ogen op het Heilige der Heilige , ttraar onze Heer éeii^ 
finaal inging, toen Hij de offerhande Zijns ligchaams Tol- 
»bragt," en alzoo beeld en beteekenis der zaak op eene 
onbegrqpelijke wijze yerwarren, als had hij nooit gelezen, 
wat in hetzelfde hoofdstirk van den brief aan de Hebreen, 
dat hem voor den geest "dwarrelt , (IX: 24) te lezen staat: 
Christus is niet ingegaan in het heiligdom , dat met han- 
den gemaakt is y enz. Wie lust heeft, leze de t jpologi- 
sche spehngen , die op deze bladzijde verder Toorkomen ; 
de bnit^sporige vergelijking, welkende Schrijver verrol* 
gcns bezigt ; de toepassing van Psalm GXXYU: 2 , waar 
hij de verkeerde maar hem boo^t welkome vertaling: 
» Hij schenkt het, dien Hq lief heeft, in zijnen slaap ,^^ 
natuurlek behondt , enz: enz. , waardoor hij zich tlei^ weg 
baant tot het bijbrengen van 'de vierde reden van tegenzin 
in den Katechismns, »het ongeloof, namelijk, aan Je al- 
ngehedc verlorenheid des menschelijken geslachts,'' mtgfy' 
sproken in de bekende stelling, dat demensch, van God 
afgevallen , 9an nature geneigd is God en.%^'ne evenmen* 
schen te haten* 

Deze stdling wordt door Gerlach en Eghertf op grond 
van hanne eigene zielsgesteldheid', als waar erkend; nader 
bewezen door heenwijzing op de ikheid-, als den afgod, on- 
zes tqds, en op het vergoden, dlitDin ome dagen overal 
» do vensters uitschreeuwt." Zij doet Gerlach zeggen: 
)»hoe in alle wereld" (een meermalen voorkomende Germa^ 
»nisinus van de ergste soort) »hetmogelqk is, dat (2K)o vele 
M egoïstische deugdsmanncn nog den ciatecfaismus. kunnen 
» blijven prediken, is mij onbegrijpelqk'M waarop Egberi 
antwoordt: »Mij is het niet vreemd. Zij huldigen den 
» afgod der ikheid. Alle waarheid is onder deze gedachten 
» verzwolgen: zoo i& slechts blijve, verga dan, wat er vergal 
>iZoo ik slechts dezelfde standplaats, hetzelfde voordeel^ 
» dezelfde eere genieten moge , dan verzinke het al in een 
» chaos» het is mij goed. Juist dit, dat w^ het niet eekis 
»wet«n,. dat deze afgod op den troon zit, en hij overal 
rechter te voorschijn treedt, vooral bij hen, die in een 
» kerkgenootschap blijven , hetwelk ganschelijk met hunne 



^34 o. G. HJSLDRING 

j> denl^w^jzc 6lrij4^ , ))eivijst mjij te meer > dal hij d« oigci»- 
)jl|jk4 yorst m vader d^zejr wereld gewaden is/' BI. lOU 

Pp 1^1. 21 vioden wij eeigie rcsmuUc van h^ gesprokene 
in desse woord^: 

» Egbcrt. Vier diogexi » nifnd ! jbcsehouwden wq dus als 
f^oovuktn fva de ledige iiAioiddag-kerkeii ; vier düngm 
)»alaaii dea mcnseh ook in dep weg, dat hij in den zone 
>)(9^ds niet gelooft, 

»Jl. Zi)ni) hoAgheidp 2* Zijne onyersohilligheid. 3. Dit> 
»dat bet kruis kennis der 9onde eischt 4b* Dit, dat het 
ij^krai^ retfVerloo.ch^abg vordert. 

« Ik meen devo vipr dingen ook wel aangaande den te- 
>)£eiixin van zoo vejen tegen don catechismus te mogen op 
9 noemen, als oorzaak, dat dit boekske bq velen zoo 
a weinig in tel is*!' 

^ Deze vier. dingen worden vcrvojgens nog eens nadmr 
aangewezen, en daaraan wordt verbonden eene lofrede op 
de voorstelling des Evangelies zoo als die in den Kateebis^ 
BIOS voorkoiQt ; eene lofrede meestal b^. w^zc van excla^ 
matie en korte magtsprenken , die ten slotte Qerlach tot 
de nitroepipg vervoert c (bl. 29.) x>Dan zeg vrij: gij ledige 
» namiddag*4Lerkcn , stjt ledig geworden , omdat eene leer 
)» zad zwaar voor vleesch én Jbloed u daar verkondigd wordt,'* 
ènz. (NB. b, kerken ü!) en hem tot het beslnit brengt: 
aJa m^n vriend, zeer sterk getuigen onze ledige namid« 
)>dag4cerken tegen den geest van het Protestantisme onzcf 
adagen,"enz. (BI. 31.) 

Ds* saxoBiHo is echter de man niet, om 'alleen bij 
klag^en zich te bepalen* Hij wil ook trachten )»te her* 
a stellen, wat ^ zeer verloren geraakt is*'' Sohoon hij 
erkent, dat »>het moeijelijk, ongdoofelijk moegelijk zijn 
» ^1 , om het volk terug te voeren tot gindsche'* (een zeer 
geliefkoosd, woord bi) dezen Sohrijver) v zielsstemming, zoo 
anoodig om de namiddag-godsdienatdefeningen met lust bij 
ute wonen,** geeft hij door Gerlach echter ccnige midde* 
len op, die hem m voorkomen in dezen het doelmatigste te 
• zamen te werken." Zij zijn: 



WAAROM STAiN OB HAMIDOAO-KEBtElf ZOO LBDI6 ? 23& 

- )»L De Imiftbezockiiig.'' Daarbi; noet do Predikaoit 
» moedig en tast doonrageii en viiemand ^nleien, lot toeft 
» de ae&schen zelven oTertoigd heeft , wq weten iiietd; of 
» althans ceer weinig; hun dan de hoofd waarheden mede- 
I» deelen, in korte steeds wederkeerende woorden, het lieftt 
ȟi de laai ran den catechinnu^.'* (Ilt) 

.)»>IL De ledematen-catechietitiën, en wol déze geheel toe* 
» gewijd aan onderwijs in de waarheden vati den cateehis* 
nmoê en wel naar aanleiding Tan denzelren." 

mIII. De afscfaafing op de gewone catechisatiën van 
)iattek«rboekies •ovet de positiere l?aarhèden , en in pfaats 
uvan die het gebruik van hd kort b^np en voor meer 
MgeVorderden den cateehismis zeWen.*' (!!!) 

Bij h>ei besprekito van dit punt wordt tevenü aangeduid , 
hóewisi niet liitdnikkelijk gevorderd , dat ook in de scholen 
de Kateehismas weer moet ingevoerd. Immers üerlach 
zegl: »> Eenmaal voorzag het Schoolohderwqs hierin (in 
» de k^nni^ namelijk van den Katechismus.) — Dat 'is 
» vervallen* — Sedert de invoering van het nieuwe on- 
»derw^'s k het andm*s gemorden. Sedert dien tijd^is de 
n namiddag'^godsdienst minder en minder bezocht. Zoo is 
nhéU Wie weet of het niet nu juist is, dat de tijd is 
» gekomen, waarin ook dat veranderen zal? Wij wen^ 
»6chen het zeer!^' 

dIY. Maar o, hoe gaarne zagen wij het ten vierde, 'dat 
» de zoo grootc vr^heid ons thans bij het onderteekenen der 
» formulieren vergund, meer beperict werd. ï)an zou 
» ahhans het volgende geslacht zich méér eigenlijk moeten 
H toeleggen op de règte kennis van onze formulieren en 
^» lithurgische (liturgische) schriften. Dan zouden velen of 
» terugdeinzen voor eene leer , die zij niet aannenien kon- 
D den , of zich geheel met dezelve vereenigen. Dan ware 
Monae kerk wederom eene kerk!^* Na het » aanstippen 
)»van deze gedachte'^ eindigt de spreker zijn » vertoog^' 
(NB. denman heeft vergeten, dat hij een gesprek heet te 
voeren) met den wensch, dat » menigeen in hetzelve , dat- 
>} gene moge vinden , wat hen met mij beweegt dien weg 



23j6 o* <2* BELDRlTüG 

f) m.tc sj^aan , die v^or het Koningrijk der hemelen ook on^ 
^ >)der den ?orm van het Prote$taiiüsnie. het nuttigste is." 
Waarschijnlijk zsil. hier de Uzcr zich met den Rcc. Ter-* 
heugen, aan het einde van het overzigt. gekomen te ssijn; 
maar hi) zal dan todh* terend erkennen , dat Ree. dit ▼er-' 
drietigc werk zich; diende te getroosten, wilde hij niet, 
bij eene blooté vermelding van sommige punten en eene 
ongemotiveerde, bcoördeeling , van partijdigheid en on- 
waarheid verdacht worden. Vfiü tooh 90U den onbeken^ 
den Recensent alleen op diens woord geleoveji, wanneer 
hij allepn gezegd had, dat de Schrijver duidelijk, toont vol* 
strekt"^ onbevoegd te zijn om voor het publiek de pen te 
voeren , daar helderheid en juistheid van gedachten , ken- 
nis zelfs van spelling , taal en stijl hem ontbreken. Im- 
mers is Ds. BExi>RiN<!( in de laatste jaren zoo vaak ak 
Schrijver opgetreden, en heeft hij getracht als Volksvriend, 
als Oudheidkundige, als Dichter, Bellctrist, Humorist zich 
te doen kennen! Immers prijkt zijn naam in Jaarboekjes 
en Almanakken en voor werken van smiiak ! Het is zoo, . 
lezcrt maar Ree. verwijst u nu alleen naar de aangevoerde 
staaltjes vtfn 's mans schrijfwijze, wel verzekerd, dat ieder 
bevoegd beoordcclaar overal tastbar p blieken van ver- 
regaande onbedrevenheid in taal en stijl zal vinden, en 
met hem zal erkennen , dat men met. de, aanwijzing 
en verbetering derzelven bladzijden zou kunnen vuljen. — 
»Maar zulk een' man kan immers in deze niet onkun- 
dig zqn ! Dat zal aan overhaasting , aan 'achteloosheid 
moeten toegeschreven worden 1^' — Dan zou de man eene 
onvergefelijke minachting voor zijne lezers aan den dag 
leggen en een niet minder hoog gevoelen omtrent zich- 
welven en het^gewigt zqner denkbeelden. Doch neen, 
Ree. durft het vrijmoedig beweren en staande hou- 
den : een man , die helder en juist denkt , die onze taal , 
de beteekenis en kracht harer woorden kent, en eenig 
denkbeeld heeft van geregelde constructie en duidelijken 
stijl, hij kan niet alzoo schrijven, al ware hij ook door 
slaap bedwelmd of doQr de uiterste haast geperst. Hoe 
het daarmede bestaanbaar is, dat Ds. heldring tot 'de 



WAAROM STAAK D& HAMIDOAG-KERKSK ZOO LEDIG? 2S7 

Jïclir^crs Tan deit dag behoort ^ laat Roé. aan het pubUek 
ter yerklaring orer. Misschien zonden zijne vriendo», de 
Redacteurs der AlmanakkjMi , tot welke hij bqdragen Icyert, 
of . de cprrector zqncr . drukproeven , ook hlor» gelijk he^ 
laasi zoo. dikwijls» ietjs Ier op jossing Van, dit raadsel kimi' 
ncn bqdragen. _ ^ . 

Het boyenstaand oyerzigt mhakt, naar het inzien yan 
Kec, het geyen yan eene heoordeeting oyerbodig. Wie 
toch ontdekt niet al dad(ilqk « dat de inan oror. hciycrband 
der. beide zaken , die hij behiandelQn wil , niet behoorlijk 
heeft nagedacht? Immers zon hij , b^ eenig nadenken, 
terstond* hebben opgemerkt» dat.de tegenzin tegen den 
Katechismus niet deeei^ige reden zijn kan yan de trage 
opkomst der gemp^te tot de bijeenkoiiisien in den namid- 
dag» dewijl datzelfde yérsch^nsd ook op te merken is bij 
de Lutherschen, >ya[ar oyer den'Katcchisnrus niet gepreekt 
wordt» en het :bezook der kerken yan alle gezindten ook 
bij de ayondgodsdicnslocféningen in !hct algemeen treurig 
afsteekt bij dat yan den morgen. Nèei^^ yoor dit ter* 
schijnsel bestaan andere > althans meerdere redenen » wier 
onderzoek en aanwijzing niejt onbelangrijk zijn zou » doch 
«hier yan Ree: niet kunnen yerwacht worden* Doch het is 
blijkbaar de liefde .tóor den Heidelbergschen Katechismus 
en het ^yerdriet orer deszelfs minachting» die Ds. hbl^ 
BRiHG geheel hebben beyangen» zijn oordeel yer bisteren ^ 
en hem de liefde doen yergeten » indien niet yerliezen* 
Immers ly moet of yerbijsterd en beyangen ». of .bekrompen 
en dom» of hatelijk en listig zijn» die zijne lezers wil 
doen gelooyen » dat er geen midden bestaat tusschen het 
onbepaald geloof in den Katechismus en tusschen dat onb^* 
belsche rationalismus » hetwelk » 'zoo als h^ zegt » yan alles 
zwqgt» behalye yan God» deugd en onsterfehjkheid» en 
alleen door eigene kracht en yerdienste zalig meent ie wor- 
den — of diè beweren durft » dat yoor hem » die gelooft » 
dat de dood yan Christus ons yan Gods liefde yerzekert en 
door wederliefde en dankbaarheid ons met God yerzoent» 
en yaCbaar maakt yoor het genot yan de zaligheid; yoor 
hem» zeg ik» »dc leer tan den H. Geest, yan de eeuwige 



288 ^* ^' flELDJlINfi^ 

>> zaligheid of Terdoemenis min belangrqke nereMzakem «ijn*, 
«praMTtegeh nog al wat is ie zeggen.'V (Kt. 11'.) 

Moge het echter onzeker zijn y waaraan liet voordragen 
¥aii zulke schandelijke leugens zij toe te schijven: het ge- 
bral Tan de l>^belpla|itseB , in dit boekje bijgebragt ,- stelt 
het buiten twijfel , dat de SchriJTer nog wel » op hetzetfde 
yistandpnai staat , waarop do vaderen stonden /' en geener-. 
lei xicel heeft aan de » exegetische Tord(Nringen /' van welke 
hij bl. 21 schimpend gewag m^akt. 
. Even gereeddijk zal ook ieder 's mans beyaBglenheid en 
yoorbeeldalQoze ingenomenheid met den ■ Katechionus er- 
kehnen in demiddelea^ 'die hij ^aanprijst , om deizelfii ge* 
zonken inrloed te herstellen* Laat zicfa-eene meet onbe- 
schaamde FergodiUg. van menschenwerk , -cehe méér vol^ 
kdraene tcrzijdestelling Tan de H. Schrift zeI6 denken,- dan 
daar gerenden wordt? En die man durft op bet Tergoden 
sckclden, en herhaaldelijk Tan »den geest Tan het Proles- 
^liantismus^' spreken! Kei^t hij dan Artikel 7 Tan deGe- 
loofebelijdenis niet? Of durft hij dat alleen Tan, zijne onbe- 
paald . gdooTige aanneming der Formulieren uilzonderen? 

Allermeest duidelijk echter zal ieder nadenkcmde in dit 
boekje de bcdrocTende blijken zi«n Tan des ISchriJTers 
eigenwaan i hoogmoed en liefdeloosheid. OnTerbloemd toch 
wordt hier i|llcen hij als Christen erkend , die in denkwijze 
met den Katechismus, dat is met Aéh SchriJTer oTcreen- 
stemt (zie bl. 5, 17 » 12); terwijl zij» die Tan dezelTe 
Ticrf chillen y en nogfans het leeraarsambt in de herTorrade 
kerk bliJTen bekleedcn > als do oTcrgegeTensie , laaghar* 
tigste cgoüten worden gebrandmerkt, bl. 19, en de on- 
djergang Tan de beste gemeenten aan hen wordt geweten , 
bl. 13; gelijk dan oók dat Terschil Tan denkwijze door- 
gaande en stellig aan zedelijk slechte oorzaken wordt toe* 
geschreTen,bl. 21 en TerT. 

. Ree. beho<»rt niet tot de zoo bitter en liefdeloos ge^ 
schandTlekte ambtsbroeders Tan Ds. heldrimo. Het is 
das geene persoonlijke grieTe, die zijne diepe Terontwaar* 
^^ff^ë gaande maakte. Maar wie, dien het Bijbelseh 
Christendom ter harte gaat , kan koel bliJTcn bij isoodanig 



WAARÓM STAAH DE NAMIOOAG^KBRKEH ZOO LEDIO? ^$9 

ijferen yoot ecu kerkelijk leerstellig <]hrii)teficlokn ; bij zöo 
onbepwdde aanprijzing van een on4erwij^ek> dat, bq 
bei onmiskenbaar goede, dat <er ia gevondet wordt» en bij 
alle gescbiktbeid ?oor bet doel , waartoe bei moest dicMB, 
toeb naar inhoud w jorm veelaitis de kle«r dxaagt van den 
tijd, waarin het ge&chre?en ia? Wio wordt niet geërgerd 
b^ bet zien Tan zoo verregaande pnkiui4e , aan oyenno^- 
dige stoutheid gepaard, bq het sehendig lasteren tan zoo 
vele eer- en aohtingwaardige mannen? bij xnlk een onbe- 
dacht en verderfelijk zfiuiijea van onrust in de gemeente van 
Christus den Heer? 

Hoe ligt ware het« de^ door pBi^naiirG 900 onhandig 
gebruikte wapenen tegen hemi^lv^n iq keeren» en, door 
hem te behandelen gel^ hij anderen behandeld Jieeft, 
hem f 200 nici in een ver^iohtelijk > althans in een bespotte- 
lijk lichl te stellen I Doch wij willen bedenken» dat hij 
nipt geweten heeft wat hij d^ed, en ktm allcleti rnden, 
om voortaan eerst na te denken, eer hij lyeer tot sebrijven 
zjch zei; ^aar l^veniil, (mi.%00 hig tot iqne: «liohting 
nog iets an4ers diva ^9 KatiN^hismus leest, en nog^ leÉis 
het Evangelie, waarvan hij de dienaar zich noemt, inziet, 
dan toch tooral zijn oog te alaan op de Apostolische weorr 
den R^minen JXVt 4, 10, 23. 



Het ware Christendom, van johanr arrd. Ojp nieuw 
uitgegeven, en met eene ophelderende Inleiding en een 
Lepensberigt van den Schr^er vermeerderd door Dr. 
»|i. w». KAUMMAcnaa^ Gereformeerd Predikant te 
EIberfyld. Naar het Hoogduitsck. hte Jfitvering. 
' Te Dordreeht , hij van Hontrijve en firedins. 1840. In 
gr, Svo. 96 hl f i^lb. 

JLlat joHARv ARKD een aehtsngwaardig en voor z^nen 
tijd, in hjBt begin der 17de Eeuw, vcr^enstelijk Zede^ 
s<shrq[ver geweest is , die tot Ae beoefening van Ghristdijke 
godsvrneht en deugd zijne pogingen aangewen^ heeft, is 
bekend; maar of het noodig is, zqne schriften thans ^ in 



240 J. ARÜD 

ile eerste helft der 19de Eeuw, op nieuw uit te geven, en 
van die uitgave, door den vregens zijnen mystieken onzin 
bernchten EWerféldschen Predikant krtjmmacher be- 
zorgd y eene overzetting in onze taal in het licht te geven , 
dit is eene andere vraag, die Rec; niét bevestigend kan be- 
antwoorden. Gaarne wil^hq gelooven, dat AftHnhetcmet 
het ware Christendom regt goed meende , en dit niet slechts 
in veel weten en regtzinnig gelooven en oitwendigheden , 
maar boven alles in zulk ^aen practisch Christelijk leren 
«oeht, dat, uit de zuiverste beginsels voortvloeijende , ons , 
door de beoefening van ware deugd , tot navolgers van j£- 
2trs en Gode gelijkvormig maakt: -de afgeleverde bladen 
toonen genoegd dat zulks de strekking van dit gejieele werk 
as; en uit dit oogpunt beschouwd, zon Ree. het gaarne 
willen aahprqzen; maar of nu de gansche loop van des- 
^elfs denk- en voorstellingswijze tot 'dit heilige doel voor 
<mzen tijd nog berekend is , dit meent hij zeer te moeten 
betwijfelen. — Ze^nderlinge en 2eer over^rcvene denkbeel- 
den en uitdrukkingen treft men hier allerwegen aan : b. t. 
whet beeld van God in den mensch bestaat in de gelijkvor- 
')» migheid van onze menscfael^kc ziel — aan God en de H. 
»Drieëenheidy^ bL 9; — thans is »het beeld van God 
» verloren y^^ bl. 12; en een weinig verder: » de mensch 
» heeft God de eer e geroofd ^ daar hij zélf God ajn wilde: 
» hierdoor heeft hij het beeld van God beroofd ^ daarvan 
» iet ontnomen , namelijk de volkomene erfgeregtigheid en 
» heiligheid i*^ — »hij *ow, ware het hem mogelyk geweest, 
ïiGod verdelgd hébben,' bl. 13- Om de zonden van 
ARKD^s t^'d waren » ellendige tijden, oorlog, honger en 
y> pest ongetw^feld te verwachten,'^ bl. 3; als wij die ram- 
pen zien plaats grijpen, )fdan hebbén wij niet anders te 
h denken, dan dat het Gods toorn is,'' bl. 88. Dat de 
Duivel in dit boek eene groote rol speelt , en bqna in elk 
hoofddeel, en in elk gebed, dat er achter slaat , voorkomt, 
bierover zal men zich , naar het theologische sjstema van 
•dien tijd, niet verwonderen. — Met de aanhaling van 
Sijbelplaatsen ziet het er somtijds ook al vreemd uit. De 
Kerk der ware Christenen zal niet alleen door het klein 



HST T7^R£ GHRISTBXDOIKU 241 

kuddeken , lvc. XII: 32 , bedoeld zi^n , xnkar ook dooi: hel 
hutken in den wifngaard, enz. Jis. I: Sy door den en* 
kelen tros druiven f na de nalezing ^ mxch. YII: 1» nof 
«gelijk de Ueve datid ze rergelijkt bq »eene eenzame tor-- 
^telduive, ps. LXXIV: 19 , een roerdomp der woestynp 
)»een steenuil in de wildernis;' pr CII: 71! (P*, LXXIV 
en CU Psalmen ran datid?!} Op baar ziet ook /oav. 
XIV: 18: »IÉ zal u geen weezen laten'' l (ae h\. 49.) 
PaxL» I: 21 spreekt pau lus' wel ras den natnnrl^keA 
dood; y^wie echter deze spret^h ook van den gecsiel^'hen 
^zondedood verstaai, begaat geen verheerdheid;' enzJ 
(bl. 57); 2 coR. IV:. 16 wordt dopr den niiwendigen 
menschf die verdorven , en den inwendigen, die vernieuwd 
wordt, de str^d tusschen vleesch en geest bedoeld! (bL 
77). — Van zoete spelingen en zoogenaamde rergeoste* 
Iqkingen, maar die niet anders dan voortbrengsels van 
▼alscb Temnft zijn, wemelt bet bier en daar: men zie 
slechts bl. 31—34, 58-60, 7a, 7U Wil men één 
staaltje voor allen , men beore bet volgende uit bl. 60 : 
»Gbv. XXIX: 17, 18 » lezen wq: toen Jfakob Racbel, 
)»zqne scboone gemalinne, ten" (1. ter)« » vrouwe begeerde, 
9 moest bi) eerst Lea nemen. Maar »Lea bad teedere 
»oogen> doch Racbel was schoon van gedaante en. schoon 
uvan aangezigt": dus, verkiest gij de schoone fiiachel, zal 
)»uwe ziel de liefste gemalin worden van Jakob, dat is 
nCbristus, zoo moet gij vooraf Lea nemen,'' dat wil zeggen : 
j»gij moet u zelven mishagen, u zclven hatelijk worden, 
» ongeschikt , gij moet u zelven baten en verloochenen. O 
nhoe velen worden gr bedrogen met Jakob, door bun eigen 
j» leven, door zich zelven , daar zij meenen, zij bezitten de 
» schoone, aanminnige Rachel, dat wil zeggen, zij. mee- 
i»nen,. dat zq^ een Christelijk leven hebben, dat God lief- 
2» beeft. Dan, zien zij nader toe, zoo is het Lea, zoo is 
>ihun Icvenr onbehagelijk en hatelijk voor Gods oogcn. Wees 
)»u zelven eerst onwaardig in eigen oog,, als Lea, die de 
j» onwaardigste was in baars vaders huis: leer > eerst oot- 
jimoed, zachtmoedigheid en geduld: dan zult gij de schoo* 
i»ne Racbel worden," enz. — ^ Waarlijk, men moest zulke 



2HC J* ARUDy 9rr wars gbkistóxdom. 

bocLcm niet vertaldn^ niet iMen diriikken t De 'ÜgTzkittige» 
wien si) in liandcn komen > «f <ïie er rsn hoort, BpM, er 
lÉede, en daarDm, wat nog erger k, met de ganseke ifeaak 
▼a» GodsdxeErt en deugd : de eritóti^ bedroeft en crgerf 
zicii I dat do beste en heiligste 2aak dus^aanden^spof prq^ 
gegeven wordt , en dat hek kosteli^e kleinood des waren 
em practtschen Ghrisl^doms > dat ook in dit bode Terrat 
ié , onder zoo veel ontvig bedolven ligt. «— Er wordeli op 
dfB^omilag van dit elbk acht tnlke ABeverin^en Tan dit 
wiek^ky elk i 75 d^Hts» en bovendien v^sfaalgrafvüres en 
Uet portret van den Sc^^ ver, elk a 15 cents, beloofd: 
Ree. wensühfy tm gemelde redenen, dat deselVo geeif roort- 
gattg zutten hebben. Of moeten wi} dan niet aHecn in 
d4>g|natisch , maiHr oök in moralisch en^ aesthetiséfh' opzigt, 
vtrilstrekt weder twee of dirie Eenweof feruggaair?! 



Lepen enrSürpen^ l^iUtekseh uit ketlfagbêek eens Gee»- 
telijkem Ifaxar het Sfo&^^itsch. Te AnstetdaiHy h^ 
h G. Scpp en Zoon; InKl. 8^a. 195 W, ƒ 1-40. 

Uien welgeschrefen en stichfeKjK werlje , behelzende ze« 
yentiefi', naar bet scfaijtit, ware of op waarheid' gegronde 
voorvallen*, die eenen Geestelijke bij kranken en sterven* 
den' vooigek^MRien zijn ; doch waardoor men tevens meestal 
eenige kennis krijgt van- den tcvensloop en de lofgevallert 
der hoofdpersonen-, zoodat de tittel leven en stefren niet 
ongepast is. I>e' vertnaningen , besturingen en vertroostin- 
gen:, die hij daarbij mededeehf, ademen ccne redelijke 
Gods<Benst, eenen verstandiger, erastigen en- liefderijken 
Gfaristenzin , van Piëtisme en Fanatisme verwqderd; -^ Het 
eene rerhaal is wel, zoo als het gaat, bekngrijker dan 
het andere; maar zij laten zich toch doorgaans met be- 
langstefKng lezen, en kannen niet alleen voor Geestelijken, 
maar ook Voor Leeken van allerlei stand van nat zijn. -— 
Het toonecl is (dit ziet men aan eenige eigenheden) Htdtschr 
land; mzwc zulks doet aan de hoofdzaak geen bijzonder 
nadeel. -— . De toon van verhalen is meestal cenvoadig en 



. UITEN xir nmysju 243 

BaliilHrHjk: de gesprekkeii mog«ii hier "etf daar wel eetts 
eeftrwobug tailgèbreid en opgésrerd zijn; maar over het gt« 
heel sdbqnl iocji de rerhaler aan de waariieid getronvr ge^ 
hkretké te x^, ^-^ Aanmerkingen Tan groet belang heeft 
Bec» niet: aoointtge dingen zoir hij wet eens eenigzins 'anv 
der$ inzien; jnaar ^eü. ia niet Tan dat gewigt^'oin.er hiti , 
oTec «at i^ weideai: ki} beTooh dns dit bodc^ aas allen ; 
die eene aangenaam-ernstige lecti^ur beminnen, gaarne aanl 



Gedachten mn êen' Leehy e^er beigeer^ eèn ie sluiten 
Concordaat vaar vred& eu eeiisgezindlmd nadeoUgê zal 
opleperon. Een ioefoegÈel fói de nZédig^vrffnoediffe 
Bedenkingen tégen een Conéordant** Te Amsterdam \ 
bg S. J. Prins. Maart 1841. In gr. Sw. 16 hl f : -' 10: 

Geen Camor'daia mei RomémJ Iké, FoOulied, Te An- 
sterdam^ hy P. N. Tan> Kampen» 184L .In gr. %9öi 

bbif.-io. ' : ^ 

JLIe SchriJTcr der Gedachten enz. sluit zich met goedken* 
ring eü lof aan dien der Zedig^-vr^moedige Bedenkingen 
eui.y en Termeerdert dezehe, mei de aijine, tot aanTxdüng 
tn. tersteddn^ 9. daarneTcns te plaatseh. Hi^ geeft z^eer be« 
zadigd zijne, bezorgdheid te kennen^ dat een Coneoï'daal 
nadeeb'g zal zijn aan de zoa hoogst Wenschcl^c teenaide* 
ring cÉf TreediAime betrekking tnwchen de Nederlandsche 
K«thoKelen en Protestanten , die dobc alles , wat er sedeK 
179& in Kerk en. Staat gebeurd ie-, allengs is tot stand 
gekomen» maar welke h^ Treest dat-gestoord eal worden ;- 
» niet door Terstandigenr, beiadigden en Terliobténi. olfcdèp 
Vode»" maap door de groote menigte j die> het^iiöt éélt 
Concordaat geschonkene wederzijds Kgtelijk te hoog' zal 
aanslaan , hetwelk aan de eene z^de grootc .aanmatiging^ 
aan de andere hcTigen afkeer en misnoegen te weeg bren- 
gen , en, zoo als hij meent , bij de zoogenaamde Aige^ 
scheidenen nog grooter en daardoor nog^geTaar^ker (?) 
i^n, en afÏLeerigheid tosschen Yórst en Yolk bewiürloen 



2iï GEDACBTBH YAM EEN* LEEK , EKZ. 

zal : uit dit een* en ander rreest hij toenemende onderlinge 
» yerbittering 9 Godsdiensthaat en Religiekr^g" ; en met 
eene ernstige toespraak aan zijne landgenootcn en aan Z. M* 
den Koning besluit hij. -^ Aec. erkent gaarne, dat er 
reel gegronds in diens aangeyoerde redenen Tan bezorgd- 
heid is,, en. wil het daarom aan de genen, die op • deze 
zaak eenigen in?loed hebben , ter ernstige ofarweging aan- 
berelen. 

Doch wat zal Ree. nu van het tweede stukje zeg- 
gen? Het wordt wel voorafgegaan door een toepas- 
selijk stuk uit eenen Smeeckbrief der Geloevigen in ét 
Nederlanden oen Z^ne Keiz. Maj. MAXianLiAAir II; 
het is wel een Volkslied van vier coupletten, .op de w^ze 
van het Wilhelmus y bestaande in eene. spraak wending tot 
de vroegere Prinsen van Oranje en Nederlands Voorvade- 
ren, en dichterlek fiksch genoeg gesteld, om ook van deze 
zijde met lof vermeld te worden , zoo wel als wegens den 
W4»nsch,. dien hel slotreferein der twee. laatste coupletten 
uitdrukt: 

• Geen Concordaat met Romen 
.Voor 't vrije Nederland!" 

maar of het verstandig en voorzigtig is, eene zaak, waar^ 
in de Schrijver iiQt , Gedachten enz. , wannen zq eens tot 
stand komen mcgt, niet geheel ongegrond gevaar ten op- 
zigte der groote volksmenigte ziet, nu reeds door dit middel 
in. don mond dier volksmenigte , welke er toch doorgaans 
weinig: van begrqpt,.te brengen, dien kreet langs onze 
straten, of, zoo als déze Dichter zegt, » van. strand tot 
strand" te doen galmen, en alzoo eene gevaarlijke opwin- 
ding te bevorderen; dit is eene andere vraag, die Ree. 
niet gaame bevestigend zou beantwoorden , én waarom hij 
de uitgave van dit stukje niet kan billijken. 



Klinische Bijdragen tot de theorie en praktijk der Genees- 
en Heelkunde, door c. gobie, Med. et Chir. Doctor y 
Chirurgijn^ Maf oor bij het Hospitaal te /*s Hertogen- 



C. GOBEE, KUNI6GHÈ BIJDRAGEN. 245 

hos^h. Te Utreéht, bij Robcrt Natan. tn gr. 8^0. 
XII en 320 bL f b-: 

Xn een onzer tijdschriften werd yan den Hollander ge-* 
segd , dat hij niet zeer productief was ; de HoUandsche ^ 
Officieren van Gezondheid > of lief er Militaire Artsen , dié 
in Hollandsche dienst zijn > schijnen hierop eene uitzonde- 
ring te maken. Men ontmoet onder de namen der genen \ 
die ais Schrijvers optreden, wel de meeste , dievaneeneil 
vreemden oorsprong zijn, maar het zal toch bij de Land-^ 
magt niet gesteld zijn als bij de Zeemagt , of zelfs in dé 
Overzeesche Bezittingen , waar thans een inboorling ak 
een' vreemden vogel of een zeldzaam verschijnsel te be*' 
schouwen is. Indien de schrijvenden bij de Landmagt ook 
uit Duiisehland herwaarts overgekomen zijn, dan zoude 
zeker de uitzondering , waarvan boven gesproken is , ver- 
vallen , en de eer der beoefening van de wetenschap slechtii 
,door vreemden gehandhaafd worden. Intusschen zullen 
mannen als gobee^ kerst, snabiiie, de ridder, sas 
toch onder de inboorlingen kunnen gerekend worden, en 
met meer anderen , die nog lust bezitten om te werken , 
maken zij eene. gunstige uitzondering in het algemeen , en 
vertegenwoordigen het militair geneeskundig personeel als 
zeer werkzaam en niet altijd op de penningen jagt. Geldt 
ook misschien hier, d^t onder druk en schrale belooning 
de beste talenten gekweekt worden ? . . . 

In de Voorrede geeft de Heer gobee eene korte schcU 
der omwentelingen , die de Geneeskunde in de XIXde Ëeu\V 
ondergaan heeft. Hij telt er vijf. Het komt ons voor, dat 
de theoriën of stelsels van brown en broussaIs stechtii 
dezen naam verdienen. De Heer gobee doet toch zelf den 
contrasiimidus rsLTi rasori als eene wijziging van het stel" 
sel van brovssais voorkomen. De Natuurphilosophie Van 
SCHELLING ocfcnde slechts cenen voorbijgaandcn invloed ï 
dien van den geest des tij ds > op de Geneeskunde. * De Ho 
moeopathie wordt,' nog daarenboven, door hem met dcri 
naam eener ' krankzinnige idee bestempeld ; ofschoon deze 
misgeboorte * eigenlijk toch meer dan eene blootc idee ii . 

boe&besgh. i84L NO. 6» R 



2i6 C. GOBSE 

Zonderling klinkt het: Bkovssais is nu niet meer; vjn 
stelsel i> ook reeds een lijk geworden^ Wij Tereenigen ons 
echter met het gezegde: )»doch de geest , die hetzel?^^' 
(het lijk, of het stelsel?) >> bezield heeft, he^t daar» waar 
» hij wel begrepen werd {sic) , ye^lvuldige vruchten .opgcr 
» levcrd." Nog beter ware het echtisr gelegd y dat .de rig* 
ting, door bighat, in z\]w .4nAtonde génerale, aan dè 
kunst gegcYcn, nu eerst di^ Truchtqn ; begint te. .dragen, 
welke slechts door den tijd kenden rijp^n« Dit dct Ge* 
neesheer en in stelsels uitgeput zijn, zoude ook ze^rin Iw^r 
fel kunnen getrokken worden; in geenen deele k|t4 e^hAeï 
het betere deel naar rust yerlangen ; daar geeft de H^e^ 
«OBBE ons zelf de bewijzen van, en, door de Inededeeljuig 
zijner waarnemingen, ons te dezen als 't ware .de. wapenen 
tegen hem in handen. Wij zouden zeggen, men. tracht 
thans eenen beteren weg in te slaan, en de waarnemingen 
Tan^.apn. Heer gobee, op het Toetspoor jan zulke groote 
mannen, als hij zich ten voorbeeld 'stdt', kunnen niet anders 
dan als eene belangrijke bijdrage tot de geneeskundige we-> 
tenschap beschouwd worden. Yercenigen wij ons hier ge* 
heel met den Schrijver, en houden wij hem, naar .den aard 
van zqn werk, voor een* dergenen, die alles onderzoeken 
en hel goede behouden ; ^wij kunnen ons niet met de aan- 
neming der drie partijen vereenigen. De waarheid, wordt 
even min bij de mannejn van het juiste midden gevonden. 
Liefst worde ook de Geneeskunde niet met de staatkunde, 
vergeleken. Exeat aula, qiu vidt esse piusl Het is.de 
door' hem zoo genoemde behoudende partij ^ die het nieuwe 
niet al te gretig opneemt,, omdat het nieuw is. Z^ zweert 
nitt bij HippocRjiT£s,.sTnsifHA]i of bobrbajlvs, maar 
zij heeft in dezer scholen het nil ndrari geleerd,. en nii den 
aard van hare studie kan z^ het oudp niqt verwerpen* Maar, 
gevoedsterd in de scholen van de zoo ev.en verm^ld^ Qnden, 
heeft zij reeds van dezen geleerd, dat alléén in den voort- 
gang, der wetenschap eene t^enadering^tot de volkomenheid 
mogelijk is« Het nieuvfe van wcge het. ^i/e- niet versicb** 
tende, waardeert zij elke poging, om diD kunst der volko- 
menheid nader bij te brengen, en zoo worden van zelf de 



KLIKISfiHfi BIJDRAGEN. 24? 

toi^oriiigca i» de wotenscIiQp met het Tooricdeine, hel oude 
net iiet nieuwe in verband gobragt. .• ■ 

Mair genoeg orer de- Voorrede, in welke wij het \irclen* 
iicba^p^lijk streTcn Van den Schrijver hulde doen. Wij zul- 
len, naar aanleiding zijner verdeeling, zijne klinische waar- 
nemingen kortelijk nagaan y om ons later eenige oogen-^ 
blikken biszig te hoiidèn met de reëuhalen z^ner veeljarige 
wanrMiiiing der oogziekte- in het Nederlandsdie leger. 

De gedane waafnemiAgen worden Voorgèsttld in betrek* 
king tol de plaats gehkd hebbende weersgestt^dbeid ^ of het 
f^n enkele ^daarbi| ingewevene belangrijke gevallen^ De 
Beer GóBBEwaf gelukkig genoog,' door Wee bekwame 
mannen geJkolpèn te. worden vot» het metèorotogisch ge«« 
declte, dé Heer Hoofii'ingeni^tir téót de» Waterstaat ns 
KftHTrF'cn den^'Iïcer. paiisb!. Op deze grijze kan men 
zich Tan de aaavwk'eurigheid derwttomemingen meer vcr- 
zek'e«4 homdon; ieti:,. hetwelk ni«t altijd het gevd wesen 
zad,.wBRiln«eFmen deze ^n ondergésohikten moet overlaten > 
on tödk kam een met bezigheden bezet Geneesheer niet allee 
zeif doen. Wij erkennen met den Schrijver de noodzake-^ 
lijkheidl, di<c ér bestaat, om het heerschend ziektekarakteT 
• naanwk^enrig gade te slaan, maar vertrouwen, dat ook «door 
enkele op zich zelve ^taande ziektegevallen tot den opbonW 
der Oeneeskimde medegewerkt Wordt. Vele zijn de wegen > 
die <nkar het grok>te^ 4oel;' hét bp^oreh der waarheid, lei* 
des; rWrdfiftbg-Vefwaohlcii wij echter meer Vètt* de een-- 
dBagtige:9ers)($faeidenhcid, dan vafn 'het streven der eenheid, 
qéü.nreef )dê»U)eof^^ sefaoon>er6ehiëty dan eene ware-^ 
gidiloti^el^ko^rustpiaatS', %aar de waarheid iiiet bestaanbaar 
Mtiië l^it>) -die hier^steeds onder uitccnloöpexld streven ge* 
zJxeht^niöét Wordei^. " 

•Het oigenlt^ onderwerp van een gedeelte van dit boek 
is het ziektekarakW van het jaar 1838 > waargenomen in 
Ikel Hospitaal te 's Hertogenbósché Volgens de maanden 
tiM héf^faar, «plitst zich dit gedeelte in twaalf Afdeelingen« 
Anii hél^koofd van elke Afdeeling Wcfrdt eene Tabel ge« 
ronden* , Zij vertoont het getal overgeblevene zieken van 
4e Vi^ge Mèaüd', de bfjgekoinciien, 'de overledenen, de 

R 2 



248 o. ooBEc 

herstelden , de overgeblevene lijders » de ziekteVormen , dei» 
barometer , twee maal , den thermometer , drie maal daag» 
gadegeslagen , de luchtsgesteldheid , de winden » ^e hydro- 
meteoren. De aanleg van het wetk is dus op eene belang- 
rijke schaal. «— In de maandbéschouwing wordt eerst de 
algemeene ziektegesteldheid vermeld , de voorgekomene ziek- 
ten opgegeven; vervolgens deelt de Schrijver eenige gewig* 
tige ziektegevallen mede, en ook de lijkopening*^ wanneer 
de ziekte met den dood eindigde. Hij laat tevens geene ge- 
legenheid' voorbijgaan , om uit enkele gevallen nutte lee- 
ringen te trekken voor de wetenschap. Zoo worden uit het 
belangrijk geval van voorbijgaanden waanzin , bl. 20 , da- 
delijk gevolgtrekkingen voor de Geregtelijke Geneeskunde 
afgeleid. Eene enkele maal z^n des Schrijvers uitleggingen 
niet geheel vrij van gezocht te zijn. Yoor zulk eene mag 
die der bloedige diarrhaea gehouden worden van eenen 
waarschijnlijk slagaderlijken aard. Waar zijn de bepaalde 
grenzen tusschen de slagaderlijke en aderl^ke uitbreiding 
in de haarvaten? De op bl. 3 opgegevcne redenen zijn niet 
geheel voldoende. Met belangstelling daarentegen zal men 
de waarneHiing met de lijkopening van eenen aan hersen- 
en ruggemerg-ontsteking met verwceking overleden lijder 
lezen, ook in verband met de daarop volgende ziektege- 
schiedenis. De verweeking was hier zeer duidelijk ,, en de 
waargenomene toevallen kunnen derhalve hier zeer wel ver- 
klaard -worden. Men wane echter niet, dat dit steeds zoo, 
het geval is; de Heer « ob bb merkt dit zelf ook aan: ver- 
gelijk ook de noot op bl. 62 en bL 103. Wij zeggen dit , 
omdat men tegenwoordig al begint te lezen van herstelde 
verweeking der hersenen of het ruggemerg I stolpertv» 
droeg 9 herinneren wij ons dit wèl, z^n werk aan zijne af- 
gestorvene lijders op , omdat z^ het hem niet lastig gemaakt 
hadden; zulke lijders achterhalen den Arts ook niet, en 
de ware gehalte der ziekte bKjft steeds in het midden \ Wat 
de verweeking van.het ruggemerg betreft , zq de onderzdekftr 
steeds gedachtig der natuurlijke weekheid, vooral vasnhfit 
rug gedeelte. 

Wij zouden den Schrqvc;^ gaarne op den voet door bet 



KLlNlSCac BIJBRAGElf. 24^ 

geheele werk Tolgen, en bij elke belangrijke waarneming 
•met hem blijyen stilstaan; maar wij zonden dan te uitToerig 
worden. Laat ons echter nog bij enkele gewigtige vraag- 
stukken een oogenblik TertoeTen, of deze aanwijzen. Daartoe 
rekenen wij de waarnemingen over de opwekking der kin- 
derziekte door de Taccinatie, bl. 35 en 36; ook eene, maar 
slechts éène herstelling van een reeds verre gevorderd long- 
l^den door de levertraan, wier gnnstige werking op eenè 
uitgebreider schaal nog steeds geroemd wordt (*). 

Gaarne hadden wij ook eene mededeeling der lijkopening 
vaii den door de kinderziekte in de maand Haart bezweken 
lijder ontvangen. Ook te dezen opzigte bestaat èr tegen- 
woordig nog al verschil van bevindigen en gevoelens. 
• Als een voorzigCig Geneesheer doet zich de Schrijver ken- 
nen , die de saignées coup sur coup als rationele Geneesheer 
niet kan verantwoorden, wanneer ademhaling en pols van 
hnnnen natuurlijken staat niet bijzonder afwijken; te meer, 
zegt de Schrijver, daar de rhumatismuBoeutus eeaetyptsehe (?) 
ziekte is, en niet door bloêdontlaslingen of andere middelen 
in ééns kan worden afgewend. 

Juist omdat het indieid/iMMêeren van veel belang is, (bl. 74) 
honden wij het opium to zijner' tijd zoo wel van belang bij 
de ijlhoofdigheid der dronkaards, als de 4oor den Schrijver 
aangeprezen tartarus emetieut. Men veinpelijke te dezen op- 
zigte de door Prof. alixardii medegedeelde waarnemingen* 
Van beide middelen geldt: abstine st modum nescis. 

Een waar woord zegt de Schrijver, bl. 114, over de veelal 
serophuleuBs mUieiens met sluimerende tuberkels in de longen ; 
de koude fimintatién van het ho<^d, en de n(% grootendeels 
verboi^ene ware gesteldheid van den typhus abdominalis. 
Door de ontleedkundige nasporingen zijn op verre na de zie- 
kelijke verschgnsels bij het leven niet opgehelderd. Aan' 
namen voor deze ziektcf^andoening ontbreekt het niet; (ver- 
gelijk ook hier bl. 156, nota) maar de ware aard dezer ziekte? . . 

{*) Behalve de waarnemingen van haisii, omtrent welke 
de Hoogleeraar alixardii ook bedenkingen geopperd en 
waarop de Heer haisii geantwoord heeft, vindt men nog 
deswege eene Injdrage Heber die Wirhsamkeit des 'Leber' 
thranes gegen Caries und Lungenfuberkeln^ Don Dr. c. h al- 
ler, Med. Jahrb. des K. K. Oesierreichisehen Siaate^, 
XXXI B. 1 St. p. 70. 



JSÖO , G. GOBBE 

Het minst. Jammen wij ons met g^bbe- verstaan over^Qn mU 
flüêtueh ^ticorde» tontagium^ hetwelk met l^etarieriéleUoe^ 
in de organen zonde orergaan. Het bl^ed helt waarsch|jf4ük 
meer lot ontmea^ing in 4e baarraten onrer, bij den.qFevgang 
in bet aderüjk stelseL Die bij longontsteking. alles door aderr 
latingen der natuur meeaen af ie dwingeii, lezen de ziekter 
geschiedenis, bl. IIS, in baar g^eeL..;Het raadsel /bL 118, 
kon. nog langs, .eenea anderen rwe^ .iqpgelost worden. De ge«- 
woonte rekt het leTenrdikwgls lang; ierwy^ eene.pngewone, 
|dotselgk opgekomene ziekte in. weinige uren doodt^ 
. Omirent de leer der zenuwkoortsen,, bl,. 176, valt nog al 
W aan te merken. : Eigenlijk wordt Uer niet zoo zew bet 
vraagstuk behandeld, in hoe verre er wezenlj)ke Benuwkoorlsei^ 
bestaan, en in hoe verre men den tegenwoordig zoogenoemden 
tffphuê als eena zenuwkoorts doet. voorkomen. De SchryTev 
heeft vromer te regt over he^dniiftere gesporoken, hetwrolk 
over^dezen ziektevorm nog veripreid is» Er biyft hier^Aoy 
veel om te doen over. 

Wij kuanea op deze M^jze niet verder veortga,;», wU^ 
len wij nog een oogenblik b^ de oogoiitateking stils|aanf 
Bij het slot treft ons det. aamaerki^g van den S^hröver: 
9 Yan de 37 overledenen wfuren er* tyohilien {éu$ op iéét^ n^ 
9 de hBlft) aap .longtering bezwek(i»p. Dit is eene treurige gen 
B waarwwding.'- t-^ Yan bl. ^5 .houdt de Heer «obbb zich 
nu nog bezig met eene besehoui^iog der ^oogf^oei^de beer*- 
schende oogziekte. rNiepiwe mededeelingw : moet i men m4it 
vertoog met zoeken^ hetwelk, behalve de Inleiding, i|i<.^ea 
Hoofdstiikken Tordeeld woBdt: JBetges^^hiedhUAdigeiabdtmid j 
het ontleedkimdig gedeell;^ mag^me^ mede als hekend voor- 
ondersteHen; de ziektdiesehuij^'&tig komt met die van.andero 
waamemers- overeen» De ondedDennii^ is den ervaren Arte 
niet mpeij^lijk, vooral wanneer h^miet tot de^9enz9digen:be4 
boort. • YYat de oorzaken hetreft , de puntet» in gescÜl voorden 
niet besle^t. Omtrent de geneesw^ze helt aait e tot de aant- 
wending van den lapis infernalU over, met die omzigtigheid 
en beperking, waardoor de onpartydige Geneesheer en man 
van ondervinding zioh onderscheiden. Der aandacht js de vol- 
gende aanteekening van denSchrsgver overwaardig: » Ik z^ 
9 in de meeste gevallen, want niet in alle heeft dit plaats^ 
» Deze oogziekte levort. het- yeFschijnsel op, (hirtwelk z^j trou-^ 
> wens met andere ziekten gemeen heeft) dat men ^ms maanden 
» lang met de gelukkigste uitkomsten e6Be'.^nec6wijzc «laQ-* 



KLINISCH£ BIJDRAGBir. 251 

■ weadit e& er dan eensklaps g^een baat meer bij rindt. Zoo 
» gaat het met de hpis infernaHs en ook met de sulpk, cki^ 
» nin, " (bl. 302.) De wijze yan het in werking brengen van 
de behanddlilig der aan de zorg des Heeren góbsi toercr- 
trovwde ' Iqcters doet^ hem kennen als eenen Arts, die zijnen 
pligt:kent en anderea daartoe 'weet aan te sporen. De mid« 
delen ter TObrbeho^ng verlangt hi) in het werk gesteld te 
viettdoar dé militaire Geneesheeren ; door dekommanderende 
OBititrem der korpsen ; door de stedelijke Bestinren. Mogten 
. deze ToonNshrif ten behartigd worden door elk, ynén zij Kan- 
gaan I Doch hoe veel zal hier ook niét wederom tot de j>mi 
ipoto. behooren ! Indien die Offieieren van Gezondheid waren 
ab de Sehiijver zieh voordoet, zij ïdndèAdbor'de komman- 
derende Officieren der korpsen niet geïntimideerd (bl. 312, 
Ho. 1) wiorden. Een Geneesheer, zoo als h§ behoort te zijn, 
ook 1»! het miKtaire, kan zich achting ver'werven en weel 
ontzag in te boezemen. Maar ^vtrordt niet dik'wfffs het gezegde 
van scBiLLiB waar bevonden, dat het verval der knnst van 
de kimstoefenaren nitgaat P Dè vrees voor gebrek aan brood 
vloeit voort uit het gemia van dè noodige bekwaaitoheid, om 
met hooM en handen ovei^al een H^taan ié'ktinnen vinden, 
en derhalve de ware onafhankelijkheid inzicfazelven te be- 
zitten. De Aits, die wetenschap mist) en wien nog daaren- 
boven' besebaving ontbreekt^ hoe zal die tich de verschnl* 
£gde achting verwerven ; 'wie, vöbral waiUréer hij in eenen 
hoogeren rang is geplaatst , hem daarmede te gemoet komen? ' 
Het genoegen tnllen edkcr deze waarnemingen ontvangen 
worden. Zij doen' den Sehrijtefr kennen als iemand, waardig 
de plaats, welke hij bekleedt, eh waardig dat naar hem ge- 
luisterd worde. Het zal betii in geeü geval aan achting ont- 
brekmi; door 'de verdiensten, hier zoo duidelijk ten toon ge- 
spreid* Déze arbeid geeft hem regt op onderscheiding in het 
wetenschappelijke, en ook daar alomme, waar hij moge 
gerotp&Bi worden , om voor de belangen van den door ziekte 
aaagetasten soldaat werkzaam te zijn. Hogt hij steeds in dien 
geeal en-met zidk een' goeden 'uitslag productief blijven ! 



Geschiedkundig Mengelwerk ater de Provincie Noord^Bra^ 
ban^i hijeengebragt doer c. a. heihahs, Phil. Theor, 
Mag. LiK Hum, ^Doct, , Rector der Laiijnsche Scholen ti 



253 CR. HSRMjLNS 

'sHeriogenboschf en». IV Stukken. Te * s Heriagenboêch , 
bij J. F. Demelinne. 1839. In gr. Bt>o. ƒ4-: 

Onder de geschie&undige wérken , die ran tot tijd in' oob 
Vaderland het licht zien, verdienen dezulken eene eerste 
plaats, wier Redactie zich vooral onledig houdt, om he| 
geschiedkondig pnbliek met onde echte onnitgogevene be- 
rigten bekend te maken. Daartoe bezitten wij in de eerste 
plaats het Tijdschrift voor Geschiedenis , Oodheden en Sta- 
tistiek van ütreckt; ten andere de Bijdragen voor Yëderland- 
sche Ge^hiedenis en Oudheidkunde door i. a. nu h o ff; 
en tot znlk een doel heiii België het Belgiêch Museum , door 
den geleerden wi&lihs bijeenverzameld. jNoord''Brmhamd 
echter bezat znlk een Tijdschrift niet. Hierin heeft de Heer 
HBiMAiTs op eene allervoortrefifelijkste wijze voorzien. Elk 
geschiedkundige, die ook de gesehiedenis - en oudheden van 
Noord^Brahand onderzocht , wijdt er den Verzamelaar datnk 
voor, en zal zulks te meer doen, naar mate hem bekend. is, 
'hoe weinig er over dezelve is geschreven , en hoe vele be- 
langrijke zaken dit Mengelwerk opgeeft, die nog onbekend 
zijn. 'Wij zullen trachte|^ er e«i zoo beknopt mogelijk ver- 
' slag van te geven. 
.. Vooreerst treffen wi| aan eene. opgave der Rómeinsche en 
tniddeleeuwsche penningen in Noord^Braband gevonden. Wij 
kregen reeds vro^r, in het belangrijk Tijdschrift voor al- 
gemeene Munt- en Penningknnde door den geleerden var nza 
CRUS, in de verschiUendeBerigten, mededeeling der van tijd 
tot tyd gevondene penningen en munten : in dit stuk vinden 
vqj eene opgave van al de gevondene penn%en in Noord- 
Brabafid, en wel Romeinsehe: en middeleeuwsohe. 

Fet daarop volgende stuk handelt over de geboorteplaatê ea 
het sterfjaar van joarrbs pi bika, jüronijkeckrijver der 
Vtrechtsche Bisschoppen* Ieder geschiedkundige kent de Kro- 
nijk van bbka; doch de nadere bijzonderheden omtrent dezen 
beroemden Geschiedschrgver zijn ons ten hoogste aangenaam. 
Wij- mogen het er dus , na al het door den Schrgver aange- 
voerde, voorhouden, dat de gezworen Lieve- Vrouwe-broeder 

JOHARRBS BB BBBKB CU do KrOnijkschrijVCr JOANRBS UB BBKA 

een en dezelfde persoon is geweest. Ook stellen wij , na al 
de belangrijke berigten, zijn sterQaar in het jaar 1394, (bl. 40) 
m uiten tevens, met den Schrijver, den wensch ,^dat er zich 
eerlang een tweede xivit moge opdoen, om van het werk 



é 
GESCHIKDKUlfDJG M£VGSLW£RK. 253 

van iBKA^.eene oordeelkondige hemitgaTe te leveren , even 
als dit met de Kronijk van den ongenoemden Egmonder Mon- 
nik het geval is geweest 

Omtrent het konststok, genaamd hei ImatgU Oordeel, in de 
Si.,Jamêkerk te * $ Sertogenboêck , deelt de Schrijver ODMy 
ten eerste 9 mede, wat de onderscheidene Kronijksehrij ven over 
dit spel des laalsten Oordeels hebben gemeld; ten andere het 
oordeel. van den Heer tah oicksliv, ji. van Jr«ila over 
hetielve, (bl. 48). en vervdgens de beschr^Ting, die de Heer 
w. c. TiKHBiiLAii van dit speeltuig geef t. 

Vervolgens handelt de Schrijver over siHoir pklgkoh, 
Klooeler^ Overste der Wilhelmieten te ' e Hertogenboseh ^ en 
Mijn eehriften. Wij auUen den inhoud van dit belangrijke stuk 
pnun Lezeren trachten voor te houden, fie Schrijver ver* 
mieldt daarin üjne geboorte in 1507 te ' e Sertogenhosch ^ en 
vervo^ens ujne opvoeding. *Peloioh wijdde zich aan den 
klooslerstand in het klooster der fVUhelmieten of Bazelaare^ 
breidde zijne onderzoekingiea omtrent de oudheden van 'eJBer^ 
togenbo$ch mi, beschreef de lotgevallen van het klooster,, 
de^zelfs slooping ten tijde van maaitsh var «ossbk, toen 
riiftapn er Prior van was, , en deszelfs afbreking op last van 
het BrusseUche Hof. Door de bemoejikigen echter van p sl- 
ak ox vwkrygen de kloosterheeren een deftig edelmanshuis 
op het St. Jocofts- Kerkhof. De pogingen van pianciscijs 
soBHius, laak^elastigde van philips II, om dit sticht ie 
vernietigen, worden afgeslagen; hoezeer PBioaoit ^ch in het 
behoud van have en goei mogt verheugen, was echter de 
beeldstonmng in. 1566 allemoodlottigst voor hetzelve: het 
werd verbrand en vernield , zoodat .niets dan de naam en des* 
selfs muren overbleven. Zes jaren na dit onheil sterft p bl- 
oed i in 1572; na .welk doodberigi de Schrijver overgaat, 
om een uitvoerig verélag tegeveA van 's mans beide geschriften , 
jwaardoor hij met regt als taal- en geschiedkundige bij de Ge- 
leisrden bekend is. ** De beloften, door den Heer hbrhabs 
in zijne Inleiding gedaan , (bl. 16 **) viJiden wij hier in het 
volgende afschrift vervuld, getiteld: Oonpronek van' e Her- 
togken^Boseh , in ,'t Joer, 1540 tn 't Latijn beschreven door 
«in«B PBL.GBOH van ' e Hertogenhosch , Prior ende Provin- 
eiael van de ordre der Guilhelmjjnen in sijn leven. 

Wat de Schrijver verder over de Volksbegrippen , Volks^ 
geóruihen, en Vofke overleveringen in Noord-Braband zegt, 
en dit een ea ander in drie afzcmderlijke afdeelingen behan^ 



2ii C. R. UBKM1.NS 

éelt^ 19. zeer . letenswiuffdig. JËenige geeft hy c^y :Qiepai.mi 
den Caf kolieken Pedagoge , o/te Chndeiéjeken 'OHderUyaêe 
in den CateckismuSj enz. en het blijkt maar aLlexJUiidël^, 
dat soiiiinigtfi dies begrippea, TO^al hl} delandUBden, üq^' 
niet li^ . vdi^tm , ' hu(ar yèleu nog 'aan . dèzelye. hecktcai , . of 
geloof aaii.iioodfaige'^yolkB-oirerlBvermgèii blgren stattm. 

flet 2de Stuk. itordt geopend mei emOhderkoek taor'de 
Naard'^Brabmndsohe mun^hmteeny U SerèogenboBeh/^lf^aal* 
wijA, enx. ; en %èt$ceer kei lederfin' geld en ienhratpénning 
te '$ Hertogenbosck , .de- nèodmufU : ie iMfeda / en ..de breod^ 
loodjes 'te. Basmieer. Be . {Bchrgvèr betoogt uk het^él'W, dat 
'e üertagenhoechYiei nkontfegt in 1578 en 1560 verkr^en 
üeeft 1^ ootvódi yan pbilips II, niettegenstaande liet ge- 
Toelenriyn sBTLfcH, die^dit rrocyef dtelt; tek*5i«<jl hét bewijs, 
dat hij Toor dat gevoelen nit een Charter ran den 18'Octbber 
1394*^ ontleend heeft, door de Heer HtaiARs, en met regt, 
krachteloos gemaakt wordt. In het onderzoek '^naar'de eerste 
mnbtplaats van fVatditijk of Gansoyen vinden w^, dat die 
plailts reeds in UOO het nrantregt bezat, dewijl ja.ii va n 
^EftD^froBBy in een' voorregtsbrief, aan mnen' bediende van 
de munt. te, ff^aatwijk gegeven, melding maakt i«att oenen 
maritmeésfér 'énz;' Omtrent «het^ nmntregt van het stedeken 
Megen twijfelt de Schrijver niet, of 'de i&ittri» van Megen 
hebben reeds vroeger fa«^zelve gehad: wij vinden eVenwel 
htervab geen berigt, dan in 1415; Oifén iiad reeds tvroeg het 
miintregt , in 1389 ; Geertmidenberg verkreeg^ het in 1393 , 
uit misnoegen van Graaf aibkiat tegen de stad DordreéUy 
blijkbaar uit vaü ■iïem, Ckarterh. IV. ISO. V. n. wal, 
Handeesten van Dordr. LSi5, 354. Na over het lederen geld 
en den braspenniug van * e Hertogenbosck j de noodmnnten van 
Breda, welke wij bij v. looh, NedetL EisL finn\ I 287 
en II 157, a%ebeeld vinden, iets gétegd tö hi^ben^ alsmede 
Van de l»ro€fdloodjès te Bfi9i/i$eer, vrordJt dit Ondèrvoek ge^ 
«toten: itfet een- dnelal niet minder b^ngiijke Bijlagen, éxk 
in den tekst Vermeld en aangehaald' staan; ' 

Het 'vervolg der opgate f>an in Jfeord^Braband gevendene 
penningen treffen wij verder aan ; na hetwelk wij genaderd 
lijn tot de gewigtige bijdrage over iacoi vabt oqdsro 
HOVEN en lijhe werken. Schoon het twijfelachtig is , vwinr 
en wanneer hij is geboren, houdt de Verzamelaar cch tér tijnc 
gdbKK)r(eplaats te OiVseA o*; ofschoon Dr. s o ii x^ t zi., gelijk wg 
elders ' lazen , ' eens üèttcr oüdewhoveïi's naam • gevonden 



• G£S€H2B0KU]ff>ia IMKlfGiXWfiRK. 255 

heeft S. O. ,. waarsehSvlijk i%/iHMbo«iim betcekeneiide. Wij 
weten 9' dat\liij\teltf«iifof»'l^iudeerdéa aldaar. gèiticatzanieii 
omgang met fivaqa acaivantvt^eü andóten. gehad heeft. 
W$ wmdon ook ' hter. t(e.wag.||m«lakt^.dat.hij;.d& vertaler, ia 
geweesft .vaU den Ownpnofêek vtm 'è-Hertój^ê^aiok doérihi «e n 
F 1 1 « a e A y waamoi wq- boten meldaig maakten. '. Sencnoauw^ 
keniage- opgaiTQ van «I de M^erken «Tan Jicva tar aonsa-* 
HOYBH» met biJToegikigd0VTenc)iiUend)Bn{tgaTenienz., -wordt 
bier gei^eadfio, Z^j > die idit . Cl^sohiédlEmidig' Xrnigelirchrk ben- 
utten, faden wig aan te lètentde nadele. fatjiofiderfaedeti «nir 
JAC0BÜ8 VAR oüDBHHOTKii door den gelee|dên.sGaoT'X& 
in è^ JTofM^* en^LeüBf^bodg ,. 183^; bL lao én Ferr. 

Hel betoeg, dat.er mtéa ümnmen^rii. de Bello Oallioo raa 
iDLina oAiaAa volstrekt ge^bevvjga kan getrokken* wüvden» 
alsof die Teliftseer of :x$eo k^§eoref(ÊlmkkiJ9Qerd^J)hdertand\ 
en It^fuuüdelijk ia N^gtd^Brahmmdf oorlog Eowden. hébben ge- 
TOerd; is^ ofscdioenMwij'eBitffeiititob al of' aict aannemelijke 
Titt het gevoelen 'det.fó^Irteiii&iaArsidetwSIlettfuüwdbdeny 
eene aeer beiangrü^^'^^^^i^VC'^^ ^^ ge^ehiedenid der Jld* 
meiden in. .iVejaf(^/atN^' ( terlW^l faiat daarop '3iro]geüde:J«fAo/o4 
ji^k^n bibli9gwty^hf4(tkbef4gé.^Bfif^i$ein.9iext€tlfninheken^ 
W^i^d^BreJhfmdêcke JMoil/««*r,. dai»r.'ce= niet in het Wöor4en<*' 
bodL TanwiTSAR aaTi^avi«.70orl(Omea,:hier:tehwbel(Qort. 
' J)e tdrie eerste bijdrageil 'iit hétSdèfitttka^a ieder, meC 
betfekjkiiig tot 'de eiadetw^rpeii) -wdke atj^beiratltoV l^ens^ 
waafdig ; too jils het 2& jarig Kronitkje éstnieA- e Sértogen- 
kofa^.Tan de jaren 1476.-^1501 : voor de. biJBondecheden*)rde»e 
stad betreffende, hier zeer belangrijk: is. 

Wij treffen mede in dit Stuk aan het vervolg der Volksge- 
bruiken i» Noord - Brahand. De Paascheijeron namelijk, 
waarvan de Eerw; HBinaina reeds gewag maakte in den 
CreMerseA«i» 'Almanak voor 1838^ verder,, over, de Pnaeoh^ 
vuren,, den Paaiehmik ^n-het .Paas<?A/aff»^, 9(^'.eeiie luidere 
bijdri^e is later over dü volksgebroik bekend geworden. Hef. 
bedoelt het Hoofdstuk , getiteld; de Puaeeheijeref^ , geplaatst 
in den OvertjsseUchen Almanak voor Oudheid en Letteren 
5de Jaaiy. voor 1840, bl. 154,, door ^ HvHAi..'SBB^TsiiK. Wi| 
raden en de bezitters v^ dit Mengel^n^erk en .^iie van den 
Over^sieiecken Almuyik , deze b^ide uitmuntend» bijdri^ea 
te iesen, daar ^ij .een groot licht verspreiden over een go« 
bruik, dat van de vroegste tijden af in; ons Vaderland bekend 
eu in zwang ts geweeste 



256 G. R. HBRMAVSy eBSGHIBDKUHDIO MEHGELWKRK. 

Verder ontmoeten wij hier eene 'AHahfii$ehe opgave der 
gedrukte Charter»^ Diflof^e, Handéesten ,' Plakuten, Keu^ 
ren^ Ordonn^iUién , Reglentênien en andere Siaateetukken y 
beirekkel^k de Provincie Noord' Braband ^ waarvan een rer- 
▼olg in ket 4de Stuk wordt aangetroffen ; en Tinden het van 
den Yerxamëlaar eene goede keoxe, om zulks op eenige vellen 
bij iedere afieyering te doen : hoe belangrijk , ze zonden an-- 
ders eene drooge lectanr opleveren. Alwat overigens in dH 
4de Stuk voorkomt , is hier regt op zijne plaats , en zal den 
Geschied- en Oodheidkundige menige belangrijke mededeèling 
aan de hand geven. 

Ons bestek laat niét toe, in meerdere bijzondeijhedeD te 
treden. Eene bloote inhoudsopgave mogten wij van zdik een 
verdienstelijk werk niet geven , maar moesten vedeer onzen 
Lezers wat meer van nabij met deze bedragen bekend maken. 
Het verslag, dat wij dnsgAveo, toone degoedkenring, welke 
wij aan deze onderneming hechten^ en moge dienstig zijn 
tot 'die aanbeveling bij onze ondbeidlievende en gesdbiedkim- 
dige 'Landgenooten , welke dit Mengelwerk zoo zeer verdient. 
Be Verzamelaar blijve keurig op de keus zijner stokken , en 
vinde veel aanmoediging tot voortzetting vjin zijnen arbeid ! 
Natèarlijk moest er uit vele reeds bekende bronhen worden 
geput ; maar het zelfstandig onderzoek des Verzamelaars en 
het nasporen van alle Bio- en Bibliographische Schrijvers van 
Noord'Braband doen ons verder veel belangrijks verwachten. 
' Ben Uitgever wenschen wij een roim debiet ; den Verza- 
melaar danken wij voor de mededeêling van vele gewigtige 
en hoogstzeldzame stukken. 



'i Lager - ondeno^s in oim Vaderland en desMe^e regeling van 

' êtaaiswegey hoefdzakel^ hietoriêoh beeehouwdy in verband 

' tot Godedienêt en Burgeretaat; door Dr. h. j. nassau. 

Iste Af deeling, Vrijheid van Onderwijs, Te Assen, hij 

T. J. van Tricbt. 1841. In gr. %vo. 88 bï. ƒ 1 -: 

De Redactie van de Vaderl. Letteroef. heeft, door de op- 
name van het stuk des Hoogleeraars hofstidi di gioot, 
in No. II van dit jaar, van deszelfs belangstelling in een zoo 
hoogst aangelegen onderwerp blijk gegeven. 'Vóór en nakwa- 
men een aantal geschriften in den Boekhandel, meeren- 
deels pleitende voor het behoud der bcstaandé*orde van za-^ 



H. J. HlSSAUy H£T LA6BR OlfOERWIJS. 257 

Iceiki; terwijl een van deselve, de Brief vau den Hoogple^raar 
siifliHBiiR aan Mr. oKom tah ramsTiBaa, aanleiding gaC 
tot krachtige wedenpraak en verset van de igde der Geeste- 
U)ken« van de R. G. Kerk , waaromtrent lieh editer de stem 
Tan eenen Ongenoemde nadrakkelijk heeft doen hooren. 

Bij het aantal geschrift^ Tan dien aard is het niet gemak- 
kelijk, een smnmier Terslag wegens al die brochures te gè- 
Ten., en is zoodanig Terslag welligt als minder doeltreffend 
te beschouwen, Termits. men Teilfg mag onderstellen, dat 
de£e geschriften in handen zijn Tan allen., die belang steUen 
in de zaak , en tcTens zich in de gelegenheid beTinden, om, 
door hunnen stand en- betrekkingen in de Maatschappij, den 
slag te keeren, waarmede het lager Onderwee ^ door het 
geroep om nr^heidy in ons Vaderland, ja waannede dat Va- 
derland zelTe bedreigd wordt , indien de bestaande wet Tan 
IS06 in derselTer IcTensbeginsel mogt worden aangerand en 
Ternietigd. 

Wij Termeenden echter ten aanzien Tan dii geschrift mede 
eene uitzondering op den docfr ons gestelden regel te moeten 
maken. Bé stem, die hier gehoord wordt, komt uit Drenthe^ 
>eene afgelegene grensproTincie, en zon alligt, Tan wegedien 
Torren afstand, minder OTcral gehoord worden; en, daar zij 
dit OTcrwaardig is^ werden Trij te rade, door deze onze aan- 
kondiging de Terspreiding Tan het werk de» Heeren xassaü 
te bcTorderen. 

Na. eene beknopte Inleiding ^ geeft de bekwame SchrtJTer 
een OverBigt van de Geechiedeniê van het Onderwas; daarna 
wordt de Wei van 1806 aan de beginselen van Staaieregten 
aan 't gemond verstand ' getoetst ^ en het nadeelige der veran- 
dering ^ bUf kende uit de ondervinding van België ^ uiteengezet. 
Nu spreekt de SchriJTer OTer het ongegronde der beMwdrenj 
in openbare Schriften aangevoerd; terwijl deze eerste Afdee- 
ling besloten wordt met eene aanwijzing Tan het hoog belang 
van den Staat bij de handhaving van de beperking der Wety 
soowel voor ziehxelven , als voor het onderwas en den mid" 
delstand in het b^sonder. 

' Met regt merkt de Schi^gTer <^ , dat Telen onzer Landge-. 
npoten tamelijk onTerschillig schijnen omtrent de Terandis^ 
/ingen, welke men in de regeling Tan het. lagere Schod- 
liezen Tcrwacht; en wij moejten deze opnüerking, helaas! 
herestigen. Kende men de hetlzamci strekking der bestaande 
Wet en de weldadige gCTolgen Tan derzelTer trouwe nale* 



25S U. J. .KAS8AU 

y'utg, dan coadttia]lè.onparUjdiy€ii, ftoonnch en Onroomseif ^ 
Als liefhebben des Yaderlands^ zioh yereenigcm, om altes ta 
beproeTen , opi|at het beslaande goede beheiideii Ueve. Im-^ 
men ivijtt^&et onderhavige atukje, met on|»arti|diglieiid è» 
waarheidslielde , op de groote getaren , die venuidering Tan 
begins^en JLaadoeb ontiUianr En wat is dlt-gevaap «nders, 
dan de sloopiog Vaii óns YoHcsbeitaan en -dé ondermijning der 
ftedel^ke giK)vdshigen, MrtiSfoip de troon behoort te rosten. 
. Dat zijn geramq., groot genoeg, om dé onfrerschiUigheid 
Tan nie^ ^reinig«n,in wei^kdadige belangisteiling te doen yer*^ 
keren. Wat de Nedertandsehe Gatholidt niet üfil en niet katif 
wiHeni ' dat tril de Ke»k van Rome, en uj maakt dien ivil, 
door 'den mond en de pen Tan soramigen-harer Priesters , open* 
baar." Ifiènind' Terrrondere «ieh daa^ver; want TOltunnen 
waiir-i» het) wist de He^ n Assiu, bl. 11 en 12:^ in de noot, 
ïegt! •RKtn^*8 theocratie is^ eene C^rUtelyèê •Godsregering ^ 
9 die, gelijk het Christendom zelf, aan geen Tolk of land ia 
» gebonden, maar het geheele mensóhelijk geslacht- mdel wil- 
» len omvatten. Zij kan, derhalve, of dj irerloochent zich-^ 
^ zelve, nimmer Trede sluiten, noch eerder r asten Van hare 
«pogingen, Tóér dat aUe wereldlijke magt en heerschappi| 
» onder het kerkelijk gezag is gebragt , en zij allen alles is 
geworden in allen. ** 

De.SchEÖ^ree heeft ten oogmerk, Jn eene Ilde en IJlde Af- 
deeling, het God$dien$iig Onderwas hier te lande en 'dé 
Wet van 1806 ea» hare gebrehkigs srifdê te beêehouwen. Het 
grondige en beléngrijke, den tegenwoordigen strijd van be-* 
grippen en meeningen betreffende, in deze Iste AMeeling tei' 
sprake gebragt, kan éeneieven gelukkige bewerking van het 
neg Tolgende doen verwachten. Wij vo6r ons bevelen «ijnen 
aibeid aan de lezing, overwe^ng en' vooral de behartiging 
van alleri , die hét Yaderland liefhebben. 
> tfaaV ook tijn de 'bestaande verordeningen van eene andere 
zijde bestreden geworden. Men zie sledits, wat des aangaande 
door Mr. o. eaoia var ptinsriazi is te berde gebragt. Ook 
te dezen opzigte is in dit geschrift veel belaiigrijks opgeno- 
men, hetvmik eene kalme, onbevooroordeelde éverweging 
waardig' is. Hogt men eenmad wijs worden en van alle over^ 
drijving afkerig zijn,' kome «ijool: van «den kant van JbMNe 
öf het hoqgri^tztmiig 'Genene ! 

G«ar»e venewigen wi| ons- met de hartel^ke, maarertostige 
en gematigde, oniboeMnSiigdes,Scht4vets^aan het slot) »'Wij 



HET LAGER OT«I>ERWIJS. 259 

• woDsehen, met.aI}e.opregtlietd, dat ymj ataifp^t Mé ijve- 
«faan Toor de vrgheid van .onderwijs, met toHe suimte; 

• aic^^en bidden kiisiieii: » Yader! Tei^eef hel hun, want 

• xij- visten niel,:wat zQ deden {'^ Zij wisten niet, dat ïi{ 
ihet bestaan Yaii dnizeiuden op losse schroeven stelden, en 
» hun levensgebik TerwoèsiteR,: radder def jen^d nuttig te 
» «iJQ ,. of ieinaindi Jot ie yerbeteren; Zij wisten niet , 'dat zij 
idie» Staat. hielpen ondograren, d£e', meer dan êenJg'la&d 

• vt^ t^urojm f- zoo lang de wijkplaats is geweest Voor all^ , 

• die gewetensdwang yervoigde,.'' enz.' Bie wênsoh toch is 
all^ behartjging .waardig. ./Bei ftwreldUfk'^ièg van den 
Roomschen Opperpriester ia, üa den Kei^^dijken Staat en het 
noordliligk. AetA -van ilv/ttf^ Tan geene beteial^eiiis meèlrVwat 
w^d^r » dat men betadTe eldero poogtte re^tlgen ? In Bfil^ê 
is dit, met gelnkkig gevdlgv geschied; en thans waagt men 
de p<^g^ om ock Nederland in eene Prorjncie der Room* 
scha Qpperhelsrsekappij te^reraoderen. Kemnis en beschaving, 
door ondenoijê yerkregoni, staan echter daarbij in den weg; 
dal onderwas moet derhalve ophouden te bestaan, opdat i^om^ 
zi^eviere ; en de zekerste en gemakkelijkste weg hiertoe is 
de proclamatie : dat het onderwiji vrij sij f met andere woorden : 
dat het vernietigd: ^orde f 4> Zoo yeel en niets minder staat 
er thans op het spel ! Wie kan daarbij kond ; gevoelloos en 
onverschillig bleven? Wij vermanen tot waakzaamheid, en 
poepen, in^het belang des Vaderlands, Clitholiéken en Pro* 
festanten op tot wederstand van de Hierarehij van Oud- Rome. 
Onderwerping aan dezelve is tevens afstand van alle begin-' 
aelen van ware vr^keid. 



Geschiedkundige Beschrijving der oudere en nieuwere thans 
bestaande Ridderorden, zoo in als buit$n Europa f ens^ 
Boor 6. L. DEaocHEaoiTT, voormalig Ie. Luitenant Kwar^ 
tiermeester der Mobiele Schutterij, eii j. aisGHrOrr, gepen* 
sioneerd Ie. Luitenant der Infanterie, Te Amsterdam tf 
b^ Jb.da Gnnha en Gomp. 



R. 



Lecensent ontving het Prospectus van. boven aangekondigd 
werk, met een d4arbij gevoegd Ul)ad ter proeve. Deze Ge-« 
scbiedkundige Beschri^ing bevat deil oorsprong der Ridder- 
orden , derzelv^r benamiBjgy aprenken^ onleli^sten en kl^^ 



260 G. L. DE ROCHEMONT BV J. BrSCHOFf 

sen , met opgare van derzelTer Instelleró en der Rijken êrf 
Staten , waartoe tij behooren , opgehelderd door juiste geli-* 
thograplieerde en gekleurde afbeeldingen der ordeteekenen 
69 riddercostnmén. Men ziet dus, dat men hier, voor de 
Geschiedenis in het algemeen en Toor die dier bestaande In* 
stellingen, veel belangrijks te wachten heeft. 

Eene naanwkeurige en uitToerige beschrijving der oudere 
en thiins bestaande Ridderorden, en voornamelijk buiten Eu-^ 
ropa, beiitten wij in onze taal niet. Be Heer scriltsma,* 
gel(jk ook in het Prospectus des werks wordt opgemerkt; 
heeft ons in zijn Ge$ehied^ en Letterkundig Mengelwerk ïeiê 
van dezelve medegedeeld; doch men kan zulks niet dan een 
zeer kort overzigt noemen. Van andere Schrijvers maakt het 
Prospectus geen gewag. Het is Recensent echter bekend, dat 
ook nog anderen , die misschien den Schrijveren dezer ge- 
schiedkundige bijzonderheden van dienst zouden kunnen zijn, 
over dit onderwerp hebben geschreven , zoo als : a d a i a a ir 
scHOOHKBBBK, Utêtorie rof» alle Ridderlijke en Kr^geordèrs , 
ens, Amst, 1697. Il Beelen. Idem: Nette Afbeeldingen de f 
eigene dragten van alle geestelijke Orders, Amtt. 1688. — 
Idem: Nette Afbeelding van alle geestelijke Vrouwen^ en 
Nonnenorders, Amst. b^ den Auteur, 1691. 

Voor Geschiedenis, Land- en Volkenkunde is het dus van 
hoog belang, dat er bij het meer en meer instellen van der^ 
gelijke Orden ook eene uitvoerige en naauwkeurige Beschrijf 
ving derzelve besta. De kennis der Instellingen van Ridder- 
orden herinnert ons , even als zoo vele HedaiUes en Gedenk- 
penningen, aan de Regering van verschillende Vorsten en 
Vorstinnen; aan het verrigten van vele ridderlijke daden, 
tot welker belooning zij ingesteld en uitgereikt werden ; ter- 
wijl zoodanige kennis tevens van belang is voor dengene, 
die met eene Orde , hetzij vreemde of inlandsche , begiftigd 
is. Wie toch hecht er geen gewigt aan , bij de overtuigifl]^ 
zulk teeken van onderscheiding verdiend te hebben, te weten, 
door wien en bij welke gelegenheid zoodanige Instelling heeft 
plaats gehad? Hierin nu zal het bovengenoemde werk trachten 
te voorzien, en wij durven, naar het voorloopig uitgegeven 
blad en de bijgevoegde platen te oordeelen , deze onderne*- 
ming wél aanprijzen. In hetzelve vinden wij vooreerst de 
vermelding van de instelling en verder eene zeer naauwkeu-^ 
rige beschrijving van de Orde van St. KathaHna, Onder 
het rubriek Groot-Brittanje wordt de Orde van den Konsc<- 



«£6GH1£J>K. BfifiCHR. DER RIDDERORDEN. 261 

Iband of Si. Joris behandeld. Levenswaardig is over de in*» 
slelii^g. dezer Orde , wat in het genoemde werk van s c h o o n e- 
BBBE^ D. II, bl. 184en T«ry., staat aangeteekend. DeSchrij-' 
▼ers sommen hier de Terschillende gevoelens omtrent derzelver 
instelling op, waarover wg thans niet breeder willen uit- 
weiden. Genoeg y dat ^elfs de stugge, maar voor uiterlijken 
zwier min genegen BrU b^eerig is naar het verkrijgen dier 
Orde, welke h^ als de hoogste onderseheiding in den Staat 
beschouwt Be Schr^vers l^gen. in de opgaven van geschied- 
kundige bijzonderheden veel kennis en smaak aan den dag , 
daar zy het drooge en dorre met het meer aangename afwis- 
selen. Bij de aanmerking, dat de BrU zeer begeerig is naar 
de ver^rijg^qg van dit onderseheidingsteeken , herinneren 
zich de Schrijvers eene anekdote uit het leven van den Ru$- 
sisc%«s» Veldmaarschalk süWARorp, die wij onzen Lezers niet 
onthouden willen, en een bewijs oplevert, dat het vleijenen 
hunkeren om dergelijke versierselen door alle tijden heen , 
al is het dan op verschillende wijze, aan de orde van den dag 
is geweest: > Nadat suwaroff, in een gesprek met Lord 
BBRTiifCK, over den lof der Engelschen uitgeweid had^ trok 
hij gedur^ aan zijne afgezakte kousen , als wilde hij te ken- 
nen geven, dat hij geen l^ousenband had; of deze hem be- 
gfreep, is onbekend gebleven. Na eene korte poos, pinkte 
hij met de oogen, begon te lagcheh*, gelMurai te maken, en 
zich met de vingers over het gelaat te strijken. »I)it is,'' 
zeide hij, zich tot allen wendende, «het b^te middel tegen 
eene onmagW {•'EeiRusnsehe hier gebezigde 'woord voor 
flaanwie, bestemming y is ook synoniem met onvermogen, 
magfelooaheid y en moest hier in svwaropf's mond in den 
laatsten zin verstaan worden.)'' -^ Van de prachtige staatsie- 
kleeding der Ridders van deze Orde*vinden vrij eene afbeel- 
ding in de Injgevoegde Proefplaat; alsmede is er eene aan toe** 
gevoegd, waarop de afteekeningen van de Militaire Willems- 
orde en van den Nederlandschen Leeuw volgens derzelver 
bïjiondere klassen te vinden zijn. Deze zijn vrij zuiver, waar, 
hdder en zindelijk gekleurd. Onder het rubriek ^jf^iAa wordt 
van de Orden van den Palmboom en van den Alligator gespro*^^ 
ken : mededeeling en beschrijving zijn beide belangrijk, Den 
Schrijvers wenschen wg verder goeden uitslag .op hunne on- 
deméming, die ons voor Gresdbied-, Oudheid- en Yolkeii- 
kmide van veel belang toeschijnt. 

Wij eindigen tevens onze .aankondiging met den wensch ,, 

BOBKBBSCR. 1841. 110. 6. * S 



\ 



262g. L.DE BOCBBNOIVT EK J.BIftCHOFr, DERIDDEHORDEIT. 

dflt' aDe Vorsten Boodanife teekencni van onderacheidiog nlêl 
ft( te kwntig mojg^en uitreikwiy en dat ook in onê Landde in- 
MiBng en ultreikaig Tan Ridderorden hare wakrde behoade, 
door borgeBdeogd en kriygnnoed te beloonen, nMr rerdien- 
sten deugd te aiMe^ ; en moed , trouW en beleid te hnldigeük 
en te vereeren. 

Voor hen, die belangstellen in de Tooritaarden ran intee- 
keningy xij nog gez^d, dat de uitgave eal gescbieden bij 
veeffiendaagêcke aflrreringen. De prija van iedeie afleve- 
ring, veraterd met derselver plaat, minstens 3 a 4 lUddèr* 
orden vooralaUende, tal datn van ƒ 1-40 niet te bovengaan. 
Baar het M. 8. geheel voor de pers gereed ligt, is met zeker- 
heid hét getal sifleteringen tiïssdtieni de veertig en vijftig 
vastgesteld. 



Gedickien van Mr. b. c. varball, Staatsraad in buiten^ ■ 
gewone dienst^ Ridder der Orde nan den I'iederL Leeuic^ 
lAd van het Kon. NederL In$titwH^ en President van 
de Arrend. Regtbank te Amst. Te Amêterdam f b^i.yan 
der Hey en £oon. 1839. /• gr. Bvo. XVI en 231 bl. 

/a-reo. 

Jlierst xeer lange na de uitgave kwam deze bundel van den 
grijzen Dichter Ree. in handen. De te late aankondiging is 
dos geenszins het gevolg van onverschilligheid. De naam 
van VAK B ALL staat bii Ree. als Dichter te hoog aangeschre- 
ven, dan dat hij niet roet belangstelling deze nienwe Ver- 
zameling zon held>en gelezen. Het is ^^sait, van ball be- 
hoort tot datgene, wa^ onze hedendaagsohe eritiei de oude 
school gelieven te noemen. Zij zonden eenen Redacteur vanden 
Mmmn^Almaneik wel vHlIen bedniden, dat hij TOór«ille der- 
gelijke ondBMdiache Dichters zijn jaarboekje hebbb te dni-, 
ten. O dwaasheid , dwaasheid en Terwaandlmd onzes onge- 
hikkigen tqdsl O bekrompenheid en kleingeestigheid van 
hen, die tc^genWeordig den toon zonden vHlien geven 1 We* 
ten a^ dan niet, dat het vrezenliykeacliopn aan geene school, 
aan geenen tydgeest of smaak is gebonden P Voelen zij dan 
niet, dat zij jiiist een blijk van gebrek aan oordeelknnde ge- 
ven, wanneer zij uitsluitend deze of gene soort en tfant van 
peësij huldigen? De t^dgeest, de smaak l^eraindere; het 



M. C. TAM SALt 9 #E0lGBtEJ^. 26d 

tÉprifitd%e 'tdkooii : iügfi; dat is iMyvea ée ondoMdMidin^ 
Wn «ehdleii. vcrbcyen,. en ^ etk«ii4 worden, lang nadal 
ét ihatti haeMclicnde amaak wéifit .¥aor eeaen anderen beeft 
plaats.. gADMBikl. Bé ware ortiffeiM Ttrbefiziteh boven dal 
uitwendige, éaf, 'toêTaliige m den vonn en den trint, tm 
évMe^t hei sobooneeng^e) 't tij men dat 4en nonai Tan 
alÉMtaok of r^pnmtilok gaven wil. 

Reó., die gaarne de schoonheden if^ ome joogere Bick* 
iera opmerkt, waardeert daarpm. niet minder^ wat d» oude-"^ 
ren Toortreffeligkii opleveren. VaIT hall. behoort onder de- 
len, en heeft iets eigenaard]|^s, wat niet te miskennen valt: 
bij is de man^ door .de oude klassieken gevormd, dieopsijné 
poëxg eenén zeer gnnstigen invloed hebben gehad. Hun 
geest W^alt éni in- ujne stukken fèf^en. Ho^Ativs vooral 
Il tqk LiêveKngsdiehter, eü gelijk hij menige Ode Alierge- ^ 
Idkkigst heeft <^ergebragt , xoa thideh w§ in Tele aijnèi^ 
eorsphmkeiykè stnkken iden MaraHaat^óhen toóh en geest 
lenig. Zdó g^t de grijte DicMer oök in deze Vèrtsóiièling 
Mi MWier een ^drietld navolgingen vandenlu/^'fiscAafiLier^ 
sanger^ en siaal iii fcijne eigene kleinere gediditen eenett 
gei^ke* toDn aan. 

Ree. heeft niet' noddlg, breedvoerig over den ti^ant vad 
tia KALL'a diditsttikken te spreken; Zij «gn in denzelfdea 
gefest en smilak als óie M de beide vorige, Yértaaaefingeni 
liel eehlé atah k een uitvoerig gètfiöh't aan on^en vorigeri 
Komng. Zon via hall nn nog soo sprekenP Rec^ las 
het met droefheid, hij de 'gedachte, hoe de man, eenmaal 
schier vergoed, in. aller scKatting is gedaald, en welk een 
streng vonnis de geschiedenis zal uitspreken over hem^ die 
eens de afgod dernati^ was. |fet welk een smartelijk ge- 
voel moet de * Dichter op, zijn vers nederaien, hetgeen, zoo 
dniddgk toont, dat ook. hij onderde jammerlijk bedrogenen 
behoort! — T^Tij vinden hier verdcgr stukkeai, van vader* 
landsliefde, belangstelling in Godsdienst, geestdrift voor al . 
wat goed en edel is, warm vriendschapsgevoel getuigende. 
Dat iviaden ^ in d0 fipestzangei^ vppr de UmUfih^ippi Tai 
il&M f>m '* 4lg9meên:, en voqr de Utfech$$ch^ rAkiid0miey 
innd^o fum v^ijea jieeda bekeod, ia het gedicht ^p da ilTa* 
dêrlamdÊch0 helden, &y Jnricafpaft feêneupéU, ea Mfi dé . 
beroerden van Europa , in het dichtstnk ter nagedaekienig 
van eenige voorgangers der SeHarming^ in de gedichten op 
iaoTs, aan den Heer wviLtaav aan den leer var aauan^ 

8 2 



264 V. C. YAir HALL 

en anderen. Ovtni Tinden wij krachtige taal, gdiikkig# 
doikbeelden, beyalligheid en gloed, en in Terre de minaté 
stukken zouden w^ den grgsaard- herkennen. Ree. wil daar-^ 
mede niet te kennen geren, dat er niet hier en daar aan- 
merkingen tonden te maken z^n ; maar het geheel is meeste! 
YAR BA IL waardig. Onder de plaatsen, waar Ree. bg hel 
lezen op stuitte, behoorden ook, in het Teratie Brederoéem 
#» BatenêtêiHy de r^ls: 

Haar wierp de haat zijn krijgskroon neder. 
Zweeg, bij zijne uitraart zelfs, de Faam: 
De waarheid schrijft, met bosscha's Teder, 
Naast TTomen raistiK's woirAAKD*s naam. 

Het komt Ree. Toor, dat hier de zucht, om Prof. bosscia 
een compliment te maken, te Ter gedrcTen is, door aijnen 
naam aldos in woLrAAan's mond te leggen. 

Niet het minste genoegen deed Ree. het laatste stuk in 
decen bundel, eene Tertaling Tan roVi's fisayonCrtltcisffiA 
hit' stjok is blgkbaar door den Dichter do» mmore en met 
zoig bewerkt, en onderscheidt zich door gemakjkelijkheidt 
lo9heid en geestigheid der OTorbrenging. Het Terwonderi 
RfK^. daarom te meer, dat hij hier en daar plaatsen. Tond, 
waur het hemToorkwaip, dat de Dichter hetoorqpronkeiyke 
pf niet goed begrepen heeft,» of althans niet geslaagd is^ 
«m den zin terug te gCTen. £en paar yoorbeelden ter sta-* 
Tiog. BI. 188: . 

Èéne enklè wetenschap eischt^al der Wijzen pogen. 
De Kunst is onbegrensd; beperkt wat zij Termogen. 
Eén Vak , hoe klein , is nog TOor hunne kracht te Teel ; 
Genoeg zoo gij geheel kent daanran 't onderdeel I 
Maar 't menschelijk Ternuft gelijkt TeroTcraren, 
l)ie TOor één wingewest al hunne staatszorg sparen ; 
't Verwonnen land stijgt op in welTaart, magt en eer; 
Haar 't oud gebied Terzwakt, en zinkt Terwaarloosd neer. 

Ree. wil nu niet êtilitaati bg de minder gelukkige construc* 
tie Tdn den Tierden regel. Haai' de Tier laatste regels drtik- . 
ken Tolstrekt de bedoeling Tan pori niet uit/ én fMiMen in 
het Torband niet. Porr z^t: 

Like kings we lose^the oonquests gain'd before, 
Qy Tain ambition stijl to make them more : 



GEOIGHTEir. .265 

£ach might kill MivVai proYince well oomiBand, 
Would all bat stoop to what they undentand. 

Vak HAii, Ziogft jaht het t^ended Tan rori. De laaUte 
2)eweert,, dat men door te veel te willen, en. zich niet te 
bepalen tot datgene, wat men Tennag, alles Terliést ; var 
tA'bL , daarentegen , schijnt te kennen te geven , dat men 
wel, ja 9 Terliest, wat men had» maar daarvoor iets anders 
in de plaats krijgt. Dat strijdt geheel t^geh de bedoeling 
▼an den Engeiêehen Dichter en stoort den gang der denk- 



Zoo XOQ Ree. ook twgfelen, of een weinig vroeger, b1. 
•IM, de ÜÊk getrouw is teruggegeven : 

.Daes: doolt> veibgsterd om , op schoolsche kronkelwegen ; 
Geen lacht reeds in de wi^ ons als een domoor tegen. 
Hij , die slechts jaagt naar geest , grijpt , eerst als hem ' t verstand 
Verlaat» tot zelfbehoud, den kunststaf in de hand. 

De tweede regel is althans stellig in strijd met de bedoeling 
van pori. Hij heeft gc}zegd, dat de natuur aan de meeste 
menschen tooh eene zekere mate ran gezond oordeel gegeven 
heeft; maar. door verschillende oorzaken raakt dat bij hen 
verloren , hetgeen hij nu aantoont door te zeggen : 

So by false learning is good sense defaid. 
Some are bewilder'd in the maze of schools, 
Jind some math eoseamb», JYah$r0 infant ImifooU: 
In search of wit these lose their common sense 
And. then turn eritics in their own defence. 

Ook in de. beide. laatste regels is de zin althans niet duidelijk 
wedogegeven. 

Bijzondere schoonheden zijn ook somwijlen verloren ge- 
gaan,, en sommige van de kunstige verzen van rops hebben 
in de verteding het eigenaardige verloren. Wie heeft ooit 
^•en r^el gelezen: '^^ 

When Ajax strives some rock's vast weight to throw , 

en niet gevödd:, hoezeer daarin .de moegelijke arbeid door 
den klank vi^: het vers zelve is uitgedrukt, en door het voor- 
)beel4 Xd^jfiaa a«n de ks, die er op v^gt : 



%66 M. C. YA II HALL 

The line too lfh(Hur«K aod the woids atov6 «lo#< 

M«ar jindt gij daarvan iets weder in de Tertaling : 

Laat gé Ajax , fel Tiergriand , ' dë steenrots nederraiLen , 
foog dan, in 't forsch gedicht, dit schrikfijkuittedrokken! 

OocA g^Boeg^ om den Dichter tè looneD, dM wij ignatak 
met hekiigat«Uiii|p hebheii gdeaeo. Het.haaft vele ^hdoae 
jpllAtseQ. 

Ree. beheeft jvti geen» proeyen tb gesrenn Van wam ékut'» 
dichttrant; maar hij wilde, uch echter , ten gCTaU» iQwt 
Leseren, 4^ moeite d^ OTeieo}i}^Tens vno^.^en der ki9a*f 
rigste gel^énheidsgediohteq getff!90s|«n, flij «toaii Ubr Uth 
schen dat aan dan Heer willihk, dat hij den dood van Prof, 
HOLL en andere yerl^en. Hij hefiaaUe sidi eindei|fk tot hël 
eerstgeDoeaide : 

Aan den Eeere wilikv wHlihk en Vrouy:a 

HBSTKa BIBlBirS. 

Ik spéélde nég Als kind, Vdor Un kn tütio iAtiif , 
Toen iG9, in 's lévens blöëi, reédsjhillttë'allfÉanèliYrouW} 

Thans têlf 'gebokt haAr 't graf, gékrtost inét'ztivrian haren, 
Roer ik nog eens de harp, en zing nw liefde en trónw. 

J&ag eens de fiere Brit nw' gooden echtkrans stralen . 

Op Mersey's trotschèa vloed, di« lédVétpotX fkmpiX , 
Voor Neèrland moest die krftn^ ihdt dittnanteiï pridcfn » 

Hier blaakte »w eehtaltaar, hier Was^w haketiMt. 

Rier noodt mij thans ter feest h^t Imisisheiid loof ^krbdoobeo . 

Om uwe landkapel, uw min termeer, geplant; 
iRii9r irebpt 'mij Spaame's vliet en 'tfnuftnlöb van sijnstrMraen. 

Door de echo's nagebaaawd, nit meer en doin et 'élhind. 

/a ! hier was i^eeds nw. wieg van 's'Hemels guoat omachfiMBOi^ 
En nqg offutrai^t ^j D, hij 'ImdreA vw hpiipnir 

^til drijft uw levenshalk t^ zaalge reede henen, 
lln reeds verstuift pf. smelt het schnim, dat haar omgaf. 

)Ux> geelt voor U nog 't blad, waar najaars-rozen bloeijen, 
En 't Vinkje ü ;tegenk^dnk| vit stmtteé eh abeel; 

^ij ziet aan^d' ouden stiok ne{g porpren dfdv«bi||IO€ifffeli, 
In w<icht Gij — 't Wit^ Op <Gdd ) -^ éo^'tlied^^l^iloblkne^ 



OEUiOBnir* 267 

Jnich, Hoeder jo^.iiW ffeostl jriioh op uw feest, o Vader! 
Ydór een en «èstig jfute is 't réa^t zoo vijk gevierd : . 

Uw zonen om V been,, hoii ÜDdren ld ts goder 

* Neen ! nooit l^esd deaoABrdon jdq) ciei|Ier \x9SsA geèierd. 

Maar nn ook is nw huis een Tempel in mijne oogen ; 

Dw kindre&y Meiters; 61}, homie aangebeden CrOÓnt — 
'k Hoor 't muKend Utadèloof ^ door d' adem Gods bewog«n , 

Zacbf sniekmlp y^ictend mét aUtfi^ daiddnrfo looii. 
«. 
Zoo atnudt nog de AV^ndgbmi dér Üeüieuw onier Yadien 

In 't Godgeheiligd Keht. t|tn nw. GkAbrmriite dengd — 
YYaw ondran met bon boOst de-AlJiroiBdheid, ki^end, nadsen^ 

Daar klopt lie(7eèria||dscfa hart ^ efïdoftiifIéna|aterUengd. 

Maar nn o^l a^i 1119B harp W^ V^mfif^ «^r onlwréngen ! 

Ik heb t|w ^udigheidt G^^kkig^ ï aitnldiouwd I . • . ; . 
Waar torbi^ nqg pp 49 «f^rd''« MjilA<l flw beU geaoi^^. 

Ik — zanger ma f^ep dag. -rr inyy^ klaiik^ ijgn Ie kond. 

p lb}gt dit he^ ^uf nog dikwerf voor U dagen ! 

De hecsldaaw j^tas ^ jf^urjo^oglii^trpii mwep T^t ! 
|)e alonde w^ng^a^rdstok jÏJ \é^ van driuren dragen, 

En brengen Zefir U nog vaak zijn' lent^roet I 

£n eens . . . . , wanneer roor U de rozen i^et meer geuren.f 
De Togel in nw' Kof n^g ungt, maar ü niet streelt ; . . 

Als daiar de liefde schreit^ aU /vrienden U betreuren^ 
En droere Filomeel met hen een k|{iaglied kwedt : 

Bat Heemsteè's Tempe uw min dan ten gedank-oord blyy.e, 
. £n waarheid op een steen, zoo blank als nwe trouw, 
"Vereenwige nwen echt, en bij nw n^Eimen schrijye •* 
Hna WAS uirs 't pabadus dxb yaoossTi Hait bn Vboow t 

lléo. eindigt met den ^ensch , dat de voorspelling , waar^ 
ibtede de Dichter het vers op holl, aan zijnen Zoon gerig^ » 
béshiil, nog in lang met moge worden vervuld: 

Htjn Zoon ! de Gédeh*, iQooit verdoi^, 
ISè op H gebergte, lum 't hoofd van^all^» 
tob heefiijk' praalde, is neêTgevblkn, ^ , 

. ' Eb d^ iQude Stam AOg niét gestort \ 



268 M. C. VAN HALL, OEDlGHTElf« 

Maar lioolrl de storm, hij komt «1 nader, 
En rokt hem haast in 't dal ter neer ; 
Ras is uw oudste Triend niet meer, 

En weent ge cp 't graf van owen Tade* ! 



D0 Waardin. Een Verk^ . uii hêt middèiii der MWêMemde 
Eemo. Door 4. 9. MO 9ÏHJK. IF Jfeelen. Te Am$Perdaiii^ 
b^ J. M. £. Meijer. 1840. In gr. 8ea. 1047 ft/, ƒ 10 - 80. 

liien iioman in yier Deelen ! Het is een tmtmoedig^nd ge-" 
sjgt, ais een Ree. die - voor * li^h- ziet Ii^fg^i, en niet de 
fraeoêmpiie heeft; dat> het boek een meéBtérttnk tijh' zal. 
Één bordvol middeUnatigen kost ^ iHt gaat nog; maérTier 
schotels — het is waarlijk te veel! En waarom zon Ree. 
het ontkennen; dal hij reeds a ff tori geen meesterstuk ver- 
wachten kon?' • Rij had' vroeger de Agneia ifatt K/i$ininge , 
onlangs Eei Jaar det Êwaaêkeid van denzelfden Schrijver 
gelezen , en daaruit genoegzaam, gezien , dat , ofschoon het 
den Heer bosdijk niet geheel aan talenten ontbreekt, het 
toch hoogstonwaarschijnlijk was, dat hij een goed boek in 
vier Deelen zou kunnen schrijven: Het is ongetwijfeld ge- 
makkelijker veel, dan goed te schrijven, en ook veel ligter 
lang„ dan kort te zijn. 

Ree. Tond zich in zijne yerwachting niet bedrogen. De 
Schrijver verstaat de kunst niet, om gednreUde meer dan 
duizend bladzijden de aandacht te boeljen, en gelijk mefi 
onder het lezen het geduld wel eens verliest,' zoo is men; 
aan het einde genaderd , weinig voldaan. 

Het eerste, wat Ree. op het geheele boek heeft aan te 
merken, is de intrigue zelve. De Waardin, naar welke hei 
boek genoemd wordt, boezemt volstrekt geen belang in. Z$ 
•is te gemeen, te verachtelijk. Hare wraakzucht, die qu/kU 
de spil is, waarom veel zich beweegt, is zoó ongemotiveerd, 
zoo doelloos, zoo onwaarschijnlijk 3 dat men er de schoudevs 
over optrekken moet, . en niet kan b^rijpep, hoe zulk een 
plan, als dat des Schrijvers met dezen persoon is, hem heeft 
kunnen behagen. Voordat de ontdekking plaats heeft , be- 
grijpt men ook niet, wat zij en de man, dien z^ in haar be- 
lang heeft ovei^ehaald, willen en werken; en eigenlek doen 
tij ook niets, schoon het denschijli ^eeft, dat zij druk kom- 
plotten smeden. Inderdaad vat Ree. niet, wat de intrigue is. 



J. F. B O «DIJK, OE WAARDIH. 269 

Zgn ALiBiT en 6abokiiib de Jioofdpenonen', of is de Waar- 
din dit, of C4STK0? Wanneer men znlke vragen doen kan, 
gevoelt de lever ligt, dat waarscfaijnlgk de eenheid van plan 
in het boek niet groot zal sijn. En inderdaad zijn de afzon- 
derlijke deelen onzamenhandfisnd en is ervreinig verband tas- 
sehen het een en het ander. Het is wei waar, daar is een 
band, die de onderscheidene hoofdpersonen des verbaals mei 
elkander in betrekking brengt; maar de gebeurtenissen zelve 
vloeijen niet nit elkander voort ; zij loopen niet op één doel 
nit, maar staan voor het grootste deel op zichzelve. De ge- 
bede langwijlige geschiedenis van de gevangenschap van deri 
jnwelier BBKKBK, de aanleiding daartoe, de bijBonderheden 
daarvan, de pleidoogen, de vrijstelling, dat alles doet ei- 
genlijk niets tot de hóofjintrigne van het boek. De ont- 
. knooping laat geheel onbevredigd, en is zoo gemeen, altf 
men van een gemeen vrouwspersoon, als de Waardin, kon 
verwachten^ Maar door die gemeene, opzettelijk feoo' ge^ 
meen mogelijk gemaiakte ontknooping beleedigt de Schrijver 
hei aestheiMch gevoel z^ner lezers, dat daart^en opkomt, 
en het hem niet vei^geeft; dat h|j bun vier Deden heeft la- 
len doorworstelen, om hen tot geene andere uitkomst, te 
brengen , dan tot de zekerhdd , dat de twee personen van 
het verhaal, waarin nog het meeste belang wordt gesteld, 
hoerekinderen zijn, en de vaderlievende BiaiHA, zonder 
dat haar vader dit weet, evenzeer een kind des overspels 
is. Zulke tegen allen goeden smaak aandrnischende ont- 
knoopingen te verkiezen, toont weinig smaak, in -den 
Schrijver. 

Het deze eerste groote aanmerking staat eeiïe andere in 
Daauw verband. Zij is deze: dat er zoo veel overtolligs in 
deze vier Boekdeelen wordt gevonden,- waardoor noodeloos 
het geheel gerekt wordt. Op de wijze, waarop de Schrijver 
te werk gaat, had hij even goed nog vier Deelen kunnen 
Tol maken. Ree. heeft reeds één stuk genoemd, wat met 
de hoofdintrigue weinig te maken hééft; maair hoe vele sou 
hJQ daarbij kunnen voegen I ; Welke belangrijkheid heeft toeh 
B. I. H. V: Bei geêur. -*- De kunêiverrigiing binnen 
Jf aarden f Er zijn wel goede brokk^ in het feest ter ge- 
dachtenis van den slag hg Nieuw foart^ maar in welk- ver- 
band staat het met het groote doel van het boek 7 Kan 
men het er niet volkomen uitUgten, zonder dat iemand het 
ffemis zal opmerken ? En het beslaat toch ver over de bon- 



270 /• f- BQiDlJC. 

derd bI«d$(i4Qii^ Op s«ik eeoe mjse is er aan htt Êsümj* 
ven geen einde* 

Dieielfde gerekiheit b in den at^lyan het géheele boek 
cigibaar. Ieder tooneel, ieder goqirek Injna gieeft er bei- 
wijien TUflu Kef^ leze eens die lamfe raderöeriageii, die 
ak toftêifin Toerkoiüen ! Zot ben met -denken "vvrpkatst Ie 
wordeSB Ui enae hedenda^gpiohé algènieene Teiyadernigen van 
dete en gene Haatockappiien, waar iedevëén aan den niaal« 
t^d nok gero^n voelt, om hef woord ie Toeren, en waaf 
iedere, ioo$i ky de el wordt mtgemetenr? • Banir meel neti 
«e jnet den overigen kost dikken, *^c» doet best, ak men 
net 4e dwiiaiheid der menachen , dikwijk van geleerde en 
hoQggeleenle Bèeren, laeht, die raeeiien doh wonder wel 
te hebben .nitgesloofd, wanpeer sij de goEellige tafelvreagd 
door.hnnne lange en seppenge^ altijd ongepaste redevoerin- 
gen hebben gestoofd. . Sodi moeten ^j <üe sottenn}en iifl 
ook neg in een' fiaman gedrnkt wederrindea, sMt kracht- 
taal gel^k deie: (L b). Kèê.} yfieae dnnü^ «y aan het Va- 
derland gewijd, en dat ^Vadiwland is NedétiandP* Eilieve, 
welk land cou het ande^ geweest xi|n, dat AmUerdi^mmerê 
aiva den maaltijd van eenen Am$tèrdawiêckëk jnweHer voor 
hnn Vaderland hielden? £ven krachtig gaat de toast-instel* 
Ier voort. 

Wil men andere voorbeelden, men xie eens, waar dé 
Si^rijver óf zelf redeneert, óf lijnen stijl doer beeMen en 
vergelijkingen opfaiistértf Hoe belangrijk en nienw en 
knaohtig zijn b; v. opmerkingen ^ dete: (I. hl. 21.) tDe 
mensch schreit, wanneer hij eenige ligchaamspijn of boe^ 
lemsmart ondervindt, óf ook wanneer hij door het lijden 
van anderen bewegen wordt; dan stelt hg zich vaakinder^ 
■el ver plaats^ en verbeeldt zich ak het Ware het leed van 
anderen ' seif te ondervinden. Ziedaar eene voortreffelijk- 
heid' van zijnen aaideg hoveri de dieren. Doch de onder-* 
vinding doet ons wel' eens zien, dat niet alle smart van 
anderen ons kan doen weenèn. Het is dan, wanneer deze 
niet sierk genoeg l«,.of door andere bijkomende omstandig-^ 
heden, die ons veritrooijen, in htiTewérting opde oogBn{I !) 
gestremd wordt-, of ook wel, wahneer dezelve al te hevig 
is, en daardoor onze «iel verdooft. Die stomme smart, 
welke aa«i het innei^ijke dc^ ziel knaagt , is gewis de p§n- 
lijkste, en liiet zeMen schijf t hij, dfè weent en den ander 
niet ziet -weenetf, dit alsdan aan ongevoeligheid toe." Wil 



OK WAAftinii. ,271 

men een ander bew^s van w^dliidpigen ca gekumteldeii stijl , 
waarbij daarcaboYen ((j^lijk dikw^k) de beeldspraak im(^* 
lokkig is gekozen, zch> lese n^eii bl. 26: ^Ei^eii ab wii niet 
ophouden den boom lief ie hebben , die ons nog kort geleden 
zijne geurige èaprijkè TruchCen schonk, terwijl wij onder 
zijne digte bladeren en ineengestreageidte tèkken eèoe liefe- 
lyke sohadaw vonden' tegen de bvandeade stralen der mid- 
dUigzon, maar denzelren b](jren liefhebben ^n waankve*», 
al prijke b^ ook in het volgend saizoen roet geen Jiilozend 
ooft , ai biede hij ons geene even aangename lominer aan , al 
vertoone* hij ons des winters het beeld des strammen tijds, 
die, met besneeuwde kroin en van jeagdig sieraad beroofd, 
'tot rusten wenkt, even zoo honden wij niet op, het èesig 
anker onzer hoop,, onze Godsdienst lief te hebben , al zij het 
ook , dat- dezelve met dwalingen vermengd z^ ,« en zich niet 
altijd onder eene even bekoorlijke gedaante aan onze oogen 
Y^rtoone." Maar nog gekker wordt het, als wij een paar 
bladsijddn verder lezen: »Zoo wertïen er ftüden gestrooid, 
die in goeden grond vielen, en heerlijke vra<^ten voortbrag- 
ten. Jammer, helaas > dat zoo vele in eene woest^n vieten, 
en slechts zand en steenen deden te voorschijn komen." Eene 
nienwe, tot hiwtoe onbekende soort van zaad, dat zand en 
steenen- voortbrengt ! ! 

Vraagt men verder, of d^ geest des t^ds in het Tcrliaïil 
fpted bewaanl is, of • vele plaatsen ié dat zeer te betw^felen. 
Met lag althans niet in het karakter van den aanzienlijken 
Amstêrdasnêchen koopman van die dagen, om, met den 
krijgsmansstand ingenomen te i^ijn, gelijk bij één Heer bik- 
Kia hét geval schijnt te ^ijn, wiens aangenomen zoon iif 
krijgsdienst is, en tot Yriens kring een gepensioneerd kapi* 
tein ent eene kapiteinswednwe behoort. Evennkih zal wél 
de regtspleging in de «aak van denzelfden Heer bekkzr in 
den geest des tijds worden geacht; terwijl Heeren advoca- 
ten ook wel geen voorbeeld zullen nemen aan de langwij- 
Hge en nietsbednidende pleitrede des jongen bikkers. Ook 
de voorstalling der godsdienstige geschillen des tijds mist 
het puntige en heldere, en Ree. begrijpt volstrdkt niét, 
in welk verband de studie van de schriften der Rabbijnetp^ 
mei de leer van a aai mus staat. Er schijnt evenwel zulk 
een verband te bestaan; want >vij lezen (I. 30): , «Naauwe*- 
Mjks had onze Jeugdige leeraar meer en meer smaak ge- 
kregen in het beoefenen van de schriften der Rabbijnen , 
of .b^ gCYoelde zich, even als zoo veleUi^ gedrongen^ dé 
leer van den edelen, godvreezenden ARUiifivs Ydn liever- 
lede in zijne predikatiên. te doen, doorstralen." 

Maar het lust Kec. niet, langer aldus voort te gnnn. Tüj 
zon anders nog ettelijke aanmerkingen hebben op sommige 
der karakters, b. v. op dat van albest, die zich -weinig 
dankbaar betoont voor de gunst, hem door den Prins bewe- 
xcn. Het oordeel over d^zen Roman is dos ongunstig. liet 



272 J. F. BOSDIJK,, DB WAARDIN. 

lioek is beneden het middelmatige, en, Ree. vroeg het 
meermalen, waarom toch den kostbaren tijd Terspild met 
het schriJTen ran snlke hoogst gebrekkige Romans ? De 
overvloed van goede Romans, vele zeker v«n vreemden oor- 
sprong, is groot senoQg, zoodat men het onbeduidende en 
middelmatige best kan ontberen. 

£r staan voor deze boekdeelen vier verschillende op staal 
gegraveerde vignetten, die zich gnnstig ondeivcheiden. 



Vaioa^. Een Spaameh Folkitafereel uU de tyden van Ko- 
ning PHILIPS II. Naar kct EngeUehe Eandackrift van 
cHARLBs viLtiiis, uUoegeven door l. h. voii wbdbll. 
OU hei Hoogduitich. II Deelen. Te Deventer, bij M. 
Ballot. 1840. In gr. 8«o. 5B6 bl. ƒ 5 - : 

L/e naam VAaaAS, die in onze Geschiedenis met bloedige 
letters geschreven staat, boezemde ons op het eerste gezigt 
bijna eenen afschrik in van dit werk. Maar viij overtuigd 
den er ons al zeer spoedig van, dat de held van dezen Ro- 
man niets dan den naaiA gemeen heeft met den afschawe- 
lijken voorzitter van al v a's bloedraad. De vargas van dit 
boek is een edele Spanjaard ^ vnens levensverhaal aanlei- 
ding geeft tot levenmge schilderingen van het leven en de. 
SBWOonten der Spanjaarden in den tijd , dien het voorstelt, 
et ontbreekt met aan beangstigende, maar evenmin aan 
lachverwekkende tooneelen, waaronder het laatste gedeelte 
van den Roman niet het minste behoort: de Aartsbisschop 
van Sevilla, die uit zijn paleis wordt opgeligt, naar elders 
vervoerd en daar gevangen gehouden, als ware hij een man, 
die in de hersenen is gekrenkt, en zich in zijne zinneloos- 
heid voor den Aartsbisschop van Sevilla houdt; dit geeft 
tot menig grappig tooneel aanleiding, waarbij de lezer den 
valschen en wellustigen Prelaat in het minst niet te zwaar 
gestraft rekent. ^De volksopstand der bewoners van Sara^ 
goêêa ter handhaving hunner privilegiën , welke den Roman 
opent, is fiksch geschilderd; terwijl voorts de onderschei- 
dene mensehen , me optreden., edellieden en boeren , algua- 
siU (dienaars) der Inquisitie en herbergiers, geestelijken en 
muilezeldrijvers, zoo ten tooneele worden gevoerd, dat de 
titel: een Spaan$ch Volksiafereel , niets onwaars behelst. De 
stijl is hoogst onderhoudend. Met één woord, onder .de 
' vele uitkomende vertaalde Romans verdient deze eene gun- 
stige onderscheiding; en, schoon de vertaling door enkele 
onjuistheden ontsierd worde, is zij over 't algemeen zoo, 
aIs men ze van den bekwamen S. v. 6. verwachten kan. 



BOEK BESCHOUWING. 

Adres aan mijne Gereformeerde Geloof sgenooten\in ons 
Vaderlhnd, door b. moorrees, Gereformeerd Leer aar 
te Wijk 9 in het Land van Heusden. Te Amsterdam » 
bij J. H. den Ouden. 1841. In gr. 8vo. 32 W./:-30. 

9 Wat brouwt een Han al leed, 

• Die stuken handel drijft! 

• fiy sehrijft, wat hij niet weet; 
,»En weet niet, wat hij schrijft." 

Onbenoemde, 

» Waarde Geloofsgcnoolcn ! Zie (1. ziet) daar weder 
»een Adres aan u gerigt in deze zoo hoogst treurige en 
» donkere dagen , zoo met betrekkingtot ons Vaderland als 
nioi onze Kerk." Op dezen klaag- en trcurtoon begint 
Ds. MOORREES Zijn Adres , »bij wijze van vervolg" op het 
Adres t dal zijn Vriend, Ds. molenaar, in 1827, in 
het licht gaf; »maar," zegt hij, whct was toen de lijd 
»niel de waarheid hulde te *doen, zonder zich bloot 'te 
» stellen aan de woede en vervolgzucht" enz. En wie wa- 
ren dan toen die woedende vervolgers? Z. M. Koning 
WILLEM I? of Hoogstdeszelfs Minister van Justitie, of 
die van Eerdienst, of eene Commissie uit^den Raad van 
Staten? want andere personen weten wij niet, dal ermede 
gemoeid zijn geworden. — * » Wij zulldn niet verhalen ," 
zegt hij verder, » wat Ds. mol ska ar om zijn Adres moest 
wondervindeü, en wat zijn lot geweest zou zijn, indien de 
nHeere tot. zijne 'hulpe niet ware lusschen beide getreden." 
Men leze voor dit laatste: 'Indien Ds. molenaar niet 
ootmoedig het hoofd in den schoot gelegd > en amende ho^ 
norahle gedaan, en » » zijn . inni^. smartgcvoel daarover te 
^> M kennen gegeven , en v.eitklaard hadde met leedwezen te 
^» zien 9 dat de aangewende middelen zeker niet doelmatig 
>»» waren."" Zie Koninklijk Besluit van den 22 Septem- 
BOE&fiSSCH. 1841. KO. 7. T 



274 B. MOORREES ' 

ber 1827. N^. 110, dat ter kennisse van alle toenmalige 
L^d^i^ 61^ Secundi der Kerkbesturen gebragt n. — Ma^r 
dal ^res heeft, volgens moorrees, )»eene gezegende 
» uitwerking gehad'' ; namelijk het heeft duidelijk doen in- 
zien f dat >» door de Ven^ndering; in .het Kerkbestuur (in 
» 1816) verandering ift de leer gekomen/' (welke leerstuk- 
ken ïijn er dan door dat Kerkbestuur yerahderd?) »de 
» oude Gereformeerde Kerk in eene liberale Kerk herscha- 
» pen was , waarin de Grondwet , de Formulieren ran Een- 
)» heid ," (de Grondwet ip bHrgerlijken zin is dus eene staat- 
kundige Gclooffbelij(lci^is7.!) »met der daad waren (1. was) 
» afgefkp)^aft ; dat n hel 4^1 y^as , om het bestaan der Ge- 
» reformeerde Kerk te doen ophouden, dien heerlijken 
» Tempel Gods, door God zelf in ons Vaderland geplant/* 
(een Tempel is dan eene plant !) h die weleer Tan den Vorst 
^en jbet Volk werd beleden." (Ree. me(»ido, dal wel 
eene /fi^» maar njiet cex^e Kerk beleden' werd; nw^ar dit 
}^e)iQort ^eke^ tot de eigenaardige schoonheden (*) Tan den 
stijl van Df. MOQRABsSi volgens ^en dus oo|i; de overige 
Christengezindteii en de onder hafiix wonende Israëliten niet 
tot l^et VoU^ behoorenll) in Hieruit i§ de januptierlijkste 
«ver^arfinijy schewring op scheuring in deHervomndeKcrk 
^voortgekomen; zij is een Babel van verwarring." (Wet 
zoq! zqo erg wist Ree. nog^niet di^t het wi^sl) »Van deze 
>) Qereformeer^e Kerk heb ik," zegt moorr^&Si )»de eere 
9 een der minste leeraren te zijn": eene scVo^e eere 
voorwaar ! of moet dit eene ii|iTeJ|ging heete^ v|in 1 Cpr. 
XV: 9? o imifatoxc^y serwMi pe^usl -y >» Het schijnt ," 
gaat hij voort, »^(^t de He^r^ mijne meer begaafde en be- 
vkwe,me medebrqe^erti nog jpiet heeft opgewe||Lt om het 
)»^wijge9, ^^^^ opei^baiur voer fijnen i^aa^i te apfcl^en, te 
)^doo^ opboiuden;" maar dan had » de minste der Leera-* 
j^ren" dien ^enk vi)n den Heere we^ moigen eerbiedigen; 

(*) 2k)0 als het volgende tot de duidelijkheid, b). 28: 
iEeki bolwelFk tegen dé overheersching van het Rocmische 
«bijgeloof, waartegen eene liberale Kerk geen .wapen heeft ,• 
«en waacovep zij'' (das:.de tibevaie Kerk) «gemakkel^ ve-^ 
«(fepraalt." Die het vatten kan, vatte heU 



xvKÈs £11 umfao0fGiii6^ 275 

ioeh hij zal »miel 9odedéieleB wat ér tnsschen dfan Ree^ en 
Miijne «el ongiBg/' (U. 26): de mrn beeft dm mtssdhieff 
ee*e iii8[Hralie g^dl -*-^ Maar wal bedoeh dan t^eli 
deae' AdresaclirijveF ? Volgens Ml 3, heeft D». HóiuwMfii^ 
j»een voentd iet eem scheiding gedaan''; Ds. Moonana» 
aehr^ft v^bij w^e Tan renrolg'^ op hiet Adrea aajna Yriends} 
hL 5; maar» Tolgens bk 6 Fan boren > is M^aijn oogmerk 
»efen min» ak dat ran^ kolskaar, om sohenriitg o^ 
j»i^heiding te bcvtNrderen" ; doefa aldaar » eenige regelk^ 
▼erder» is heft doel im dit z^n Mres, )»om dè roBstrekte 
M^noodaMdcel^icheid , regtmaliglieid en 6odewelbehagelqk->» 
»beid e«ner wettige scheiding» naav bet toorsfel ian Ds» 
DBsotKHAAR» aan te toonén;" Begri/pt gij het conse-> 
«piente raa deze redenering» Lezer? Ree. niet. ' 

De noodzakel^faeid nu dier scheiding wil Mooaazzs 
bewezen uil uhet on^reonigbare der twee hoofdpartijeó » 
» waarait thans die Herv^n-mde Kerk bestaart » namdijk Li-* 
j^beralen en Gereformeerden'»'* (bl; 7.) Reeds de termen 
dezer tegcnaiellin^ zijn niet juist» want Qiriefórmeerd is 
itaimera hetseliflle als Herp^rmè; en dit is dtis het genui 
Mmièus^ccminune, waartoe de twee ab species behooren t 
derhalve moest het z^ Lihe^den en fiHbertden of jêiH* 
UberakHi — Dat Uheraxd nn is Toor Ds. moorrIsss een 
sehrikwoord ! Zou h^' wel' ooit gelj^zra hebben de Oratie 
i^an Prof. cLARisas» ée Theohgo vere likeraUt gedaan 
in Jnnij 1815 (dus róör 18161)? of zon hij ook tot de 
genen behooren» tan welke die Hoogleeraar zegt» p.6» 7: 
}} LiberaliiédiS'igitiir nrtus quin summa in laudè'sit, cum 
ii>dt quoMbet vitae eanditione aut de quovis studiorum ge^ 
'»nere quaentuTf nemo unies est qui amhigat; ubi de 
» Theologia agiiur » mm aliter ad ipsum voeis senum ^ 
H €dque ad wefte/icum serpentis adspecium aut rahidi eaniê 
itmórswnf exhortetcMnV^ ? maar welligt behoort die PrO'* 
ftessor ook al tot de liberale Kerk. . . . « Doch wat is er 
. dan ten laste Tan die Liberalen? »Zlj rerwerpen (iH>lgeiis 
j»hL 7) de Fommlieren; ran E^heid^ en met haar de 
a grondwaarheden» in dezelve yerrat." (Dit* laatste rolgt 
niet noodzakelijk: uit het eerste: men kan het immers in 

T 2 



276 ' b: mooarïes 

4q hootizaLen daarmede céns zijn, en nogtans zich met 
sommige punten of bewijsToeringen niet vereenigen ; ja me^ 
zon :er Tolkomen mede kunnen instemmen, en nogtans de- 
zelfc. niet als geloofsregelcn willen voorgeschreven heb- 
ben.) » Zij verwerpen daarom ook -het beginsel , om grond- • 
» waarheden, tot zaligheid noodzakelijk, uit de H. Schrift 
» af «te leiden /' (geheel bezijden de waarheid ! ^e H. Schrift 
k« ook hun de zuiverste kenbron des van tijd tot tijd geo- 
penbaarden Goddelijken Woords) »jen houden een ieder 
)» voor Christen en Protestant , die geen Heiden of Roomsoh- 
» gezinde is." (Dus de Liberalen houden de Roomschka- 
tholijken niet voor Christenen? ! ! !) » Zij zijn liberaal" (de 
Liberalen zijn liberaal! zeer fraai. en krachtig!) »en zon- 
»der geloofsbelijdenis." (ald. .en bl. 19;) (dus, zq geloo- 
van niets?!) »Zij verdragen in hun midden degruwelijk- 
» ste dwalingen en ketterijen ," (bl. 8) » alle gevoelens , hoe 
» -strijdig ook met Gods Woord , hoe Godön teerend en ge- 
» vaarlijk ;"(bl. 1&) en zoo ook al weder bl. 10, 11 en 
eldera, met dezelfde of dergelijke woorden, want aan^me- 
nigvuldige herhalingen en langwijligheden ontbreekt het 
hier niet. Maar nu het bewijs voor dit alles? Dat is Ds. 
MOORRBBS schuldig gebleven , al roept hij, na zulke heei>-. 
lijke praemissen , reeds bl. 8 zegevierend uk: » Behoef ik 
»meer te, zeggen, waarde Greloofsgenooten ?" — »f>e 
)»ware Kerk is. onverdraagzaam met betrekking tot hare 
» Leeritars en leden ; maar zij verdraagt gaarne de libera- 
» len , aU zij buiten haar zijn , die zij niet verdragen kan , 
vals zij binnen haar zijn." (bl. 9, 10.) Hoe verbazend 
vriendelijk! Zq zal dus geen Inquisitïeraad tegen de Li- 
beralen oprigten , hen niet hangen en branden , indien zij 
^aar hoe eer hoe liever buiten iiaar gaan ! ! — - » In dezen 
>toe6tand der Hervormde Kerk ," zoo als moor rees haar 
zeer ontrouw schildert, »was het niet te verwonderen ," 
zegt hij bl. 11, »dat.Ds. scholte en de cock, die zich 
» als Hervormers voordeden , met nog eenige andere jeug--^ 
»digc Leeraars, velen bewogen,. om zich van de liberale 
)» Kerk af te scheiden" enz.- Hier » zondigt Ds. moorases 
tegen de Geschiedenis, die zegt, dat. Ds. scholte en 



ADRES £N ÜITNOODIGING. 27^ 

cMSöréen afgezet werden om- wederspannigheid tegen het 
Kerkbestuur , waaraan zij zich Trijwillig onderworpen had-« 
den, en zich daarna tot partijhoofden 'der' misnoegden op- 
wierpen. — Doch MpoRREEsmaaki zich aan meer der- 
gel^ke hiatoriezonden. schuldig, b. v. wanneer hij (bl.'12; 
13) schrijft: ^»De. Sjnode achte (1. achtte) zich ' daartoe, ^ 
(lol- handjiaying der Formulieren van Eenhi^d) o 'tijden! 
» o' 2eden ! onbevoegd ;"' (neen ! zij oordeelde het tiiet noo^' 
dig, Ternndering te maken in het Fomiulier van ondertce-^ 
kening >der Gandidaten) )>en.de6erefoitneerde belijders; 
»die zich. hadden afgescheiden om. den afval ^dcr' Kerk^ 
>; werden vervolgd., alspf zij aan oproer schuldig stonden.^^ 
Demaatreg^, die tegtin de vergaderingen der Separatist 
ten gononueii werden , gingen niet uit*, zoo ab het hieruit 
schijnen zou, van de Sjnode, maar van' de burgerlijke Over* 
lieid:cn waaruit bewijst m ooivrees, dat de Synode» deze'^ 
(zoogenoemde) » vervolging voorstond en* aanvtiürde- ?' Zoo 
ook verder bl. 13 : » Daar bl^t in zulke Gemeenten (waar 
)»]iiK>rale Leeraars zijn) niets meer van* het Christendom^ 
» over dan de. naam.." Moorrces noême dan,i'Zoo'hij> 
dqrft, zulke Gremeentenl »De. Kerken worden vian de^ 
»mpesten zelden bezocht, of zoo dit nog -geschiedt, is het( 
» des voormiddags , -om zich te vertoonen , of nog' eenenf 
Msch^n van 'Godsdienst, te behouden.'' Is dit dan aileeii^ 
daar , waar liberale Leeraars zijn ? en wie geeft 'hem regt 
tot 2ttlk een liefdeloos veroordcelen van zijne Medechristen' 
nen?> J!>Het verval. in de Godsdienst is alom voorb*ccldeloo8 
» groot, . en de grondoorzaak zit in den afval der bodene 
j» daagsche Hervormde. Kerk.'! Al wederom stelling zonder 
bewijs! Doch hij begint, het nu hoe langer hoe erger Ie 
makken: » Onder duizenden Gereformeerde huisgezinnen 
i»zi]n- er velen, die tot dat volk Gods behooren, hetwelk 
»de kurk is, waarop ons Vaderland drqft," (merkt, Le* 
zers , de zeer iraaije vergelijking !) » en waarom de Heere 
» hetzelve in zijne lankmoedigheid draagt, zegent en:wel- 
»doet, ja van wege. het hemeltergend ongeloof , godde- 
» loosheid en zedeloosheid nog- niet geUjk Sodom en-Gth- 
pmorra is (1. heeft) verteerd.'' Dus. op die genen, die Dsr 



8T8 •• MOORHBES 

^ 00 tk^iM$ de irare Gifeformcerden moemi, nist ket be-* 
hond yan ons Yêd^jiAwA;^ i» overigM lijn ?oor niëls te 
rekjDne»: welk eene aannuitiiging ! irelk ee»c T^rbliadNigl 
i>Deze iuiisgezinnen , wkr getfJ in de meeste steden en 
»dprpen Tan dag tot dag toeneemt , (7?) kunnen hunnen 
)>(1. kunne) kinderen niet laten doapen hij rele Leeraars, 
» omdat sij d|zen do<^ als onwettig besehoawen" ; dos veel 
(tfrger dan de Aoomselikatholi|ken, die toch doorgaans den 
Doop def Proteslanten eerbiedigen 1 maar bitterder eouden 
ffTstgenoemdcü aich wel niet uitlaten kunnen , dan Os. 
MooRRSBs, in zi^n vooroordeel en drift tegen de Kerk, 
die kij liberaal noemt, sich uitlaat, door haar, onder an-* 
deren bl« 20, 22, 23, met de lasterlijkste aantqgingen en 
hatelijkste bewoordingen , als eene Heidensche uit te kr^-* 
ten. -— Doch wat nullen w^ vele woorden verspillen tegen 
eeiiep Man , die steeds uitgaat (sie onder anderen bK 16-— 
19) van de valsche stelling, dat, omdat in 1816 eene ver-i 
andariag geniaakt is in het bestuur der Nederlandsche Her- 
vprmde lUrk , er eene nieuwe Ke^k ontstaan is ; tegen 
eenen Man, die beweren durft, (bl. 16) dat »men zijne 
»geU<rfde geloo&genooten , <^ eene zeer listige wijze, van 
)»het dierbaarste^ dat zij bezitten, hun heilig geloof, in 
ai hume belijdenissen uitgedrukt, beroofd heeft''? (En dit 
SuUen dan Mannen gedaan hebben , als de Leden der con-^p 
snierende Commissie , die door het Gouvememient uit de 
^(erschillende toen bestaande synodale ressorten gekozen 
waren, om de kerkelijke organisatie voor te bereiden, 
Mannen, van welke Ree. slechts eenen kribusr, douksr 

CURTIUS, VAR OSR LBSUW, VAR JOSIRSB, BBVDRIKSR 

behoeft aan te halen , gel^k hij ze wel gerust allen noemen 
kon , om in hen Mannen van erkende kunde en onbeq;)ro«< 
keiie regtzinpigheid en braafheid te eeren l) Wat zullen 
Wii ons verder ophouden met iemand , die uit die valsche 
stelling het even valsche gevolg trekt , dat de genen , wien 
dit nieuwe Bestuur niet behaagde, de oude Kerk bleven 
uitmaken, en dat deze »de wettigo bezitster bleef van de 
» kerken , goederen en voorregten der Hervormde Kerk , en 
}> daarop nog aanspraak heeft ;'' of anders wel , om de om-» 



ADRES EM UITMOODIGIJTG. 279 

slandighedén ) zoo toegeeflijk wil z^nraii tarnen te deelcn; 
dat die liberalen ziek eigenlijk moesten afecheidea? (De 
Boogenaamde ware Gereformeerden begrijpen djt laatste 
toch anders, noemen zich zelve» en met regt^ de Afge- 
scheidenen f en yerklaren YÖór hunne toelating » geene l^n- 
spraak te zullen maken op de goederen of regten der andere 
Christenkerkgenootschappen* ) 

£n wat wil dan nu» na dit alles. Ds. moorrsxs? Hij 
wil een Adres aan de Sjnode maken om herstel yan de 
oude Gereformeerde Kerk» (maar de Synode is immers in 
zijn oog onwettig , het Bestuur yan eene liberale Kerk !) en 
een Adres aan Z. M. , om dat te bevorderen , en anders 
eene wettige scheiding daar te stellen: (maar Z. it. laat 
immers yrijheid tot afscheiding, en is daarin zelfs nog rek- 
kelijker dan zijn geëerbiedigde Voorganger 1) Helpt dit 
een en ander niet, dan geen geweld gebruiken , maar l^d^ 
zaapi berusten! En dan Ds. moorrsxs zelf? Ja, om 
zich bij de reeds bestaande Kerk der Afgescheidenen te 
Foegen , hiertoe .schijnt h^ geen last te hebben; die schij- 
nen hem ook al niet zuiver te zijn , want hij spreekt (bl. 30) 
van. »alle reeds ingevoerde nieuwigheden, waardoor z^ den 
» schijn heeft van eene nieuwe Kerk te zijn , die uit hup 
»(1. haar) midden moeten worden weggedaan,'* en van 
»ntjd, haat, twist, tweedragt en andere Tjerken des vlee- 
»8chcs, die ^it httn (1. haar) midden moeien wijken''^ 6è. 
op bl. 31 zegt hij haar geen aangenamer aoetigheden^ ^Hij 
acht zich dus , als Lid der oude Gereformeerde Kerk, nver- 
»pligt, om in die Kerk,*' waarin h^ is, »te Mij ven, en 
» te arbeiden met bidd^en qn smeeken'' enz. Wel nu , had- 
de de Man zich maar eerder hiermede vergenoegd , zijne 
Wijksche Gemeente, zoo góéd hij kon, geslicht, en het 
schreven voor het l^ubliel over Kerkelijke wraken maai* aan 
anderen overgelaten, die hiertoe, zoo naafr stof als v6fm *, 
beter berekend zijn! Oe wereld zou er niets bi) verloren 
Lebben. 

Na het ^re5 van Ds. moorree^ gelezen te liebben, 
ontving Roe. nog een stukje , gedeeltelijk van dezelfde higid, 
gebeld: 



280 ' B. MOORREESj ADRES EN UITN00DI6IKG. 

Uitnoodiging aan de getrouw geblevene Leeraren in de 
Gereformeerde .Kerk van Nederland ^ door b. moor- 
REES, Gereformeerd Predikant te Wijk, in het Land' 
van- Heusden; begeleid van eenen Brief tot opwekking 
door eenige Ledematen der Gereformeerde Kerk te 
Amsterdam, Te Amsterdam , bij J. H. den Ouden. 
1841. In gr. Svo, 12 W. ƒ : - 15. 

XXcc. yindt het , na het boTcn aangevoorde , niet noodig , 
daarbij langer stil te staan : de beide deelen bevatten niets 
nieuws of bijzonders, als men ze met hel vorige vergelijkt; 
en zij doen er niet voor onder , zoo min in menigvuldige 
gebreken van stijl en taal , als in hatelijke , maar onder 
cenen vloed van vrome uitdrukkingen vermengde scheld- 
woorden , ' zoo als » de liberale Kerk eene Synagoge des 
» Satans''; »het ondragelijk juk van liberale Leeraars^' 
(Uitnood. bl. 5) ; » gebukt gaan onder de rampzaliger en 
» Godonteerende gevolgea der Haagsche Synode van 1816 
»cn 1817." (Brief, bl. 11.) Ree. wil er gceii enkel 
woord, zelfs van recensie, tegenstellen , maar liever ein- 
digen met de bede: Vader ! vergeef het hun, want zij' 
weten niet , wat zij' doen ! 

Over het ongrondivettige en schadelijke van een Con- 
cordaat tusschen Nederland en Rome aan te gaan. 
'Naar e. mvngh, voorheen Hoogleeraar in de Kerke- 
l^'ke Geschiedenis en het Kerkelijk Regt te Luik, 
w. BtiOEs , Predikant teAmsterdam, h. j. rotaards, 
Hoogleeraar te Utrecht, en andere Schrijvers. Te 
Groningen, bij J. B. Woltcrs. 1841. In gr. 8 f o. 

,. 47 W. ƒ :-60. 

Naschrift bij den tweeden druk van het stukje: Over 
het ongrondwettige enz^ Voor de bezitters van den 
eersten druk afzonderlijk uitgegeven. Te Groningen, 
bij J. B. Wüllers. 1841. In gr. 8fo. 15 bl f :- 10. 



StUKXEN , RAKENDE HET GONCOBDAAT. 281 

Ontboezeming over het Concordaat ^ door a. capadose, 
M. D. Te ^sQravenhagCy ^ij^' J. .yan Golirerdingew 1841. 
In gr. 8vo. W W. ƒ :-40. 

^lle vrees voor het Concordaat is verdwenen. Eenê bc 
moediging voor het Nederlandsche Folk, Te Amster- 
dam, bij Gcbr. Diedcrichs. 1841. In gr. 8vo. 23 bh 
/:.10. , 

i3( a de vi^r stukken oYcr het aangaan van een Concordaat 
Toor Nedewlandf van welke wij in dit Tijdschrift, N®. V, 
bl. 200-224, en N^ VI, bl. 243-244, verslag gege- 
ven hebben, is N^. 1 van de bovenstaande, die ons later 
ter hand gekomen zijn, niet overtollig geworden; maar het 
strekt zeer ter bevestiging van hetgene, dat vooral de 
Schrijver der Zedig-vrij moedige Bedenkingen daartegen in 
hel midden g^ragt heeft. Uit de met name op den titel 
genoemde en enkele andere Schrijvers brengt het plaatsen 
bij, waaruit het tegen de zaak. in geschil grondig rede* 
necrt. . Het handelt 1. over den naam > en den oorsprong 
der Concordaten ; 2. over den aard en het wezen van een 
Concordaat. 3. Het betoogt de onregtvaardigheid van hel* 
zelve jegens de Christelijke Kerk des Lands , zoo wel met 
betrekking tot de Katholieke, als tot de Protestantsche af- 
deeling van dezelve , en toont hierbij, onder anderen dui* 
delijk het onderscheid aan tusschen de Roomsche en de 
Katholieke Kerk , hetwelk door de Regering, bij het sluiten 
van een Concordaat , geheel wordt voorbijgezien; Het wijst 
aan , 4. hoe de nieuwe Concordaten evenwel hebben kun.- 
nen ontslaan, en geeft cene korte geschiedenis van het 
Nederlandsche , de uitwerkingen daarvan , en van Concor- 
daten in het algemeen; en 5. hoe eene Regering de aan- 
gelegenheden der Roomschkatholieke Kerk kan^ regelen 
zonder een Concordaat , wijzende daarbij ten slotte en te 
regt op Saxe, Saxe-fFeimar en Oostenrijk ^ en hierop, 
ten aanzien eener SLchikking door een Corcordaat, billijk 
eindigende met de vraag: ))Kn Nederland, Oud^Neder-^ 
»land zou er zich loc verlagen?...." 



282 STVILKfilTj BAKfirOS HET CONCORDJULT. 

N^. 2 behelst eenige slotsotnmeii uit en bij al het in 
N**. 1 behandelde» zoo aU 1. Een Concordaat is ongrond- 
wettig. 2. Er kan dus geen gemaakt worden , dat niet in 
zijne bepalingen onregt beyat. 3. Dat ran 1827 kan noch 
Vorst noch Yolk binden , om het nu nog te volyoeren , 
want het is toen gesloten ten behoere van de Zuidelijke 
Provinciën, (o(, naauwkeuriger gezegd, om de Noorde- 
lijke met dezelve in het Kerkelijke op gelijken voet te bren* 
gen.) i. Het kan niet dan schadelijke gevolgen hebben. *— 
Dit bijvoegsel is wel weinig anders , dan herhaling van het 
vorige en van het in de boven genoemde Bedenhingen 
aangevoerde, maar nogtans een niet onnuttig resumé, 
waarmede Ref. zich over het geheel wel kan rereenigen , 
zonder juist zoo gunstig over alle op dit onderwerp uit- 
komende stukje», en bijzonder over het Fo/ib/iW daarop , 
te denken, als de Schrijter, bl. 15, in eene noot, als 
zijn gevoelen te kentien geeft. 

N^. 3 onderscheidt zich hierin ran de andere, dat er 
hei Concordaat van 1827, met de daartoe b^oorende Pau- 
sel^keBuUcj in opgenomen is, hetwelk Ref. nuttig rindt, 
omdat men hierdoor te meer in staat gesteld wordt, om met 
kennis van de zaak over het al of niet voegzame te oor- 
doelen; en daarom zou hij zelfii wenschen, dat het Fran- 
schc Concordaat van 1801 hier mogt ingclaseht zijn, daar 
het dit eigenlijk is, dat, in 1827, in de Zfuidelijke Pro- 
vinciën nog van kracht was, en met eenige wqziging op de 
Noordelijke moest worden toegepast. — Dit stukje koral 
met de andere hoofdzakclqk overeen in de aanmerkingen, 
die het op het Concordaat tan 1827 maakt, Tooral in ver- 
gelijking met Art. 58 van onze Grondwet en met het zoo 
even genoemde Fransche Concordaat. Het komt ook met 
de andere in het algemeen orereen in het voorstdlen ran 
de gevaren , die er van hetzelve te wachten zijn. In deze 
beide opzigten kan Ref. zich over het geheel , de eene orf 
andere scherpe of zonderlinge uildrukking voorbijziende, 
mei den Schrijver wel vcreenigen. — Het onderscheidt 
zich .wederom meer^ van de meeste andere, door meer aan 
Ie dringen op maaivegelen tegen het Concordaat, en wd 



STUJCUN, RAKBHDB HET GOHGORDAAT. 283 

Tooreerst op het üikvereii ran yerzoeksehrifteii daartegen , 
waarluij capadoss nogmaals uitweidt over het ongepaste , 
dat hij er in vindt , en orcr de nadeelcn , die hij er uit 
Treest* Het eerste is reeds hier en daar geschied ; en in 
hoe rerre het nuttig is , dit hangt , meent Ref. , veel af 
van de wqse, waarop het gesohiedt. -^ Het imderscheidf 
lich eindel^ van alk de andere, door als tegen werkenden 
maatregel aan te rnden (hL 37) )»dat eenige, dat, ter be- 
» strijding der door de eventuele invoering van het Concor- 
vdaat Mderende onheilen» eenigermate ktm gerekend wor^ 
» den in staat te eqn , namelijk het terugkeeren tot de oude 
» paden." Wat gapai>osb hiermede eigenlijk wil, teff, 
h^ wel niet ronduit:; maar het is niet onduidelijke te he^ 
spieuren, dat hij de Hervormde 6od»iiettst tot Godsdienst 
van Staat, de Hervormde £erb tot de héerschende'Kerk 8es 
Lands sou willen verheven hebben: cta. dan .wil Ref. een- 
voudig zeggen, dat de Schrijver hierbij niet op de hoogte 
van zijnen tijd staat, eh, al ware het op Kichself te vTen- 
schen, f wat Ref. nogtans niet toegeeft) datgene wil, wat 
in de geheel veranderde omstandigheden niet meer inogel^kf 
is. — Voor het overige, uitdrukkingen, als »de God van 
1» NeiUrland f'*^ (is er dan ook een God van Frankrijk, van 
Engeland enz.?) nliiiMAVfrët, de gezegende Vorst des 
)» levens, zal weer Neértands Bonds-God genoemd wor-' 
»den," bl. 31; (waar geeft het Evangelie toch tot alle 
2ulke spreekwazen zelfs van verre eenige aanleiding?) »de 
)» Heiland, die zoenbloed en weldaden van z^'ne doorb6o^ 
;» handpalmen neérdruppeh, zoo wel op den tot Hem we'^ 
I» derkeerenden gekroonden schedel, als op h^ gebogen^ 
>» hoofd des Hem zoekende' daglooners ,'* bl. 87; of de 
ingewikkelde beschuldiging , bl. 38, 39 , dat » de jeugd , 
» het opkomende geslacht thans in HeidenscHe leeringen vanr 
»)ongs af wordt opgeleid*'; d$tt )>hem een negatief stelsel 
»van een zoogenaamd Protestantismus wordt ingeprent^' { 
en de scherpe uitvallen tegen de 'Katholieken , daar en el-- 
ders in dit geschi^ft voorkomende, die Ref. niet afschrij'^ 
ven wil: deze en dergelijke dingen dan laat Ref. geheel 
en al voor rekening van den Schrijver , en kan ze in gee-^ 



284 STUKKEK, RAKENDE HET CONCORDAAT. 

nen dceJc gOiedkeuren , daar ze hem toeschijiien, noch met 
ChrisLclijke wijsheid noch met Christelijke liefde overeen 
te komen. 

Yan ecne geheel andere gehalte , dan alle de vorige , is 
het stukje y onder N^. 4 opgegeven. De titel is dubbel- 
zinnig, want bet kan bcteekenen: ȣr bestaat geen vrees 
meer , dal er een Concoi^daat zal gesloten worden" ; maar 
het' kan .ook willen zeggen: »Mèn behoeft van het Con- 
cordaal, dat gesloten zal worden , geen kwaad te vreezen." 
Yargelijkt men nu den inhoud, dan ziet men , dat dit laat- 
ste de me<^iiing des Schrijvers is /die. zich dus wel duide- 
lijker mogt uitgedrukt hebben ,, want hoe ligt laat de me- 
nigte, zich door een^' schoonklinkenden titel bedriegen! en 
het onderscheid is Jiicr nog al niet gering. — 'De Schrij- 
ver heft op de volgende wijze aan : » Het is niet mogelijk 
»vo9r hem 9 die. zij^n Vaderland liefheeft, langer het stil- 
>» zwijgen te bcwaren> bij, het zien der 'geschriften van den' 
>jdag, betrekkelijk het Concordaat Wij hebben ze allen 
>» met aandacht gelezen, en ons bedroefd over.de verre- 
»- gaande onkunde, om niet te zeggen de onvergeeflijke 
» kwade trouw, waarmede ze zqn opgesteld." Welk een 
onbeleefd compliment aan alle zijne voorgangers ! Om er 
slechts twee te noemen , den genoeg bekenden , beroemden 
Schrijver van de 2edig-vrijmoedige Bedenkingen , en dien 
van het ongrondwettige en schadelif'ke van een Concor^ 
daat^ die ook geen kind is, yan » verregaande onkunde/' 
van » onvergeeflijke kwade trouw" te beschuldigen, dit is 

wel verregaande : wij laten onzen Lezer het woord 

invullen , dat hierbij past. Had Ref. niet verder gelezen , 
hij zou gedacht hebben , dat hier niet een eerlijk en beza- 
digd Katholiek. 9. maar een bitter Pausgezinde het woord, 
voerde ; doch dbze Anonymus doet zich voor als Protes- 
tant, en spreekt, zoo U schijnt, tot geruststelling v^n zijne 
geloofsgenooten : zouden er dan ook Jezuiten of Jezuïtisch- 
gezinden onder de Protestanten zijn.?! — Laat ons intus- 
schen hooren , wat de man in het midden brengt , om , 
zoo 't heet , te bewijzen , dat » het publiek zeldzaam zoo 
» misleid is, en met zoo weinig grond, als in déze, voor 



STUKKEKy RAXEKDE HET CONCORDAAT. 285 

ïiïkei behoud der dierbaarste regten van het grootste deel 
»der Natie bevreesd gemaakt" ! — »H^t Coneordaat/' 
zegt hij, bl. 4, » behoeft niet gesloten te worden, het is 
M zulks sedert yerseheidene jaren." Het is intusschen be- 
kend genoeg , èn de vorige Schrijvers hebben het voldoende 
aangewezen, dat het G>ncordaat van 1827 gemaakt was 
Toor^ het Koningrijk der Nederlanden ^ zoo als het toen uit 
de Zuidelijke en de Noordelijke Provinciën bestond, en 
dat het daarop geheeKgebaseerd was, zoodat, nu die basis 
door den afval der Zuidelijke weggerukt is, ook het daarop 
gebouwde van zelf moet invallen , en hieruit geene ver- 
pligting tot instandhouding voor* den Koning kan worden 
afgeleid. — »De vorige Koning," zegt hij, » heeft als 
>»het ware een begin van uitvoering aan dat verdrag ge- 
» geven," door » de . districten TsmRavenstein èn Megen 
»bij het Apostolisch Vicariaat-generaal van ^s Hertogen-- 
ïfbosch''* te voegen »op grond, dat zij toch later aan het 
» beheer van het Bisdom van dien naam zouden onderwor- 
wpen worden." -sDoch de vraag is niet, wat als het ware, 
maar wat waarlijk uitvoering was: wie heeft er ooit van 
zulk', een zonderling begin gehoord? bleek • het nie( veeleer 
eene schikking te zijn , die om andere redenen raadzaam 

werd geacht , terwijl er aan geen Bisdom gedacht werd ? 

» Hel was voornamelijk aangegaan om dat gedeelte des Rijks, 
» dat nog is blijven bestaan," beweert de Schrijver: neen! 
het officiële. stuk zegt, dat het Fransche Concordaat- van 
1801, dat voor de Zuidelqke Provinciën van krachtwas, 
op de Noordelijke, zop toegepast worden, » opdat," zegt 
de Paus in z^ne Bulle , Min- een en hetzelfde Rijk alle ker- 
»kelijke zaken op een! endenzelfden voet bestierd en be- 
».handeld worden :". dus omdat Oud-'Nederland met België 
vereenigd was, werd het met. dien Zuidelijken- last be- 
zwaard; maar na de scheuring blijven de Kerkelijke zaken 
der. Katholieken op den ouden eenparigen voet in het ge- 
heele .Rijk;besiierd en behandeld ; eh. wat zou dus den Ko- 
ning verpligten, om hun dat nieuwe bezwaar op te leg- 
gen ? -r »Pp het Budget treft men. elk jaar voor memorie 
» aan den post voor de behoeften van de R. K. Eeredienst , 



286 STUKKEN, RAKEKDfi HCT CONCORDAAT. 

»Ba de uilYoeriag raH het Concordaat/* enz. Ook dil wil 
deze Jbionymus yoot een bewij» geven > j»dat wjllbm I 
]»het Concordaat alM}d heeft, beschoawd als nog tan kxacht 
yte zijn'"; alsof iemand,, die der xaken ran adminialratie 
eenigzins kundig is, niet wist, wat het is, een' post, die 
thans niet te pas komt, voor tmemorie uitte trekken! e» 
of het er dan nog zo.o stoiid> en wel tot in dien jare ISfW 
gestaan heeft, als de Schrfver het doel voorkoaMn, sou^ 
den wij wel ^ena van eenen »et de zaak vrelbekenden wil« 
lea Ternemen. -*- Vwler zoekt ha^ de zaak te ddiken, 
door te verz^k^w, dat het Concordaat wijzigingen zal on- 
dergaan; -^ dat het vestigen van een' Bisscheppelijken 
^e^el te ubn^tetdam onznogelqk i»; (van waar weet hij dil 
zoo zeker? en waar zal het d^ua zijn? toch wel in geen 
kleine stad? nissehien wel. in cene andere van oud en 
nieuw beroemden naam , die het ziek even eens verbidi ^ 
als Jmsterdam, zou dn Zedig ^viy moedige zeggen?) *• 
dat de zaak niet zoio^ spoedig haar beslag zal kragen , (na- 
dat jKome zelf NB. niet gaarne de lian<^^ leenen aan de 
^voering des Goncordaais: men kze dan maar eens de 
BuU^ van. 1827, waarin de Fans zijne vrengde over het' 
gesloten Concordaat te kennen geeft ; en dit zal immers 
wel gemeend geweest zijn 71 Wat zijn zutke redeneringen 
anders dan zand , in de oogen der menigte geworpen ? •«» 
Dat ear Geestelijken, zoo. wel als Leekon > in ons Vaderland 
zijn» die, hoewel om verschillende redenen, geen Con- 
cordaat verlangen., weet Ref. zeer wel, ook uit zijne, on- 
dervindiip^g van 1827; maai^ dil z^ juist redenen, waarom 
Rom^ zelf het wel zal wilkn , ter uttbreïding der hiërar- 
chische iMgl over alle Volken) ea Vorsten. -— ' Dat er ge- 
breke^ in het thans beatai^nde bestuur der Nederlandeche 
Katholieke Kerk , ook in hare betrekking toi het Gouver- 
nement, z^n, die konden en moesten verholpen worden, 
en de Schrijver dus het een en ander hieromtrent bijbrengt, 
dat waar is, wil Ref. gaarne toestemmen; waar. wat heeft 
zij daërtoa den Paus van JEbme noodig? Heeft zij dan geen 
verlichte en bekwame Mannen meer # om die zaken , onder 
Koninklijke Sanctie , ie regelen.? Wat hedt de grond- 



STOKKEN y RAKCKOS BJBT GOHGORDAAT. 287 

wettige Koning ran bet vrije en onafbankclijko Nederland 
met eenen yreemden Vor^ty met een' Italiaanschen Opper^ 
bisschop 9 over de belangen van z^n eigen Rijk , transac- 
tiën te maken 7 Zou Zu M. behoeren cf behooren te ge* 
doogen, dat er yoor zijne oogen en die des geheelen Volks 
dit woord van dien Opperbisschop » als ware bij hier en 
oreiral Opperkoning, Ie lezen stond: »Wij bewilligen, 
u{nous cenfentom) dat de Aartsbisschoppen , en elke Bis-> 
» schop der voormelde Kerken , in het Koningrijk der Ne* 
y^derlanden, nadat hij van den AposUdischcn Stoel de ka-> 
)>nonieke instelling zal hebben bekomen, en alvorens zijne 
» bediening uit te oefenen , den eed van getrouwheid aan 
»Z. M. den honing afleggen"; en verder: «Gelijkerwijze 
)» bewilligen w^,> dat dezelfde eed door de Geestelijkheid 
» der tweede orde worde afgelegd in handen der burgerlijke 
» Overheden, die. door den Koning zullen zijn aangewe- 
»zen''? ^ Verder verkiest deze jfno^ymus (bl. 16) hel 
nie bespottel^k, om bij stil te staan/' te noemen, dal 
men gesprokeii heeft van de pracht en don luister en hel 
rijke inkomen der Bisschoppen, en verzekert, dat dit laat- 
ste veel mii^der zal zijin.> dan thans dat van sommige Pries- 
ters ^ en door dat yan meer dan een' der Protestantsche 
Leeraars luer te Ifmde overtroffen wordt. Credat Judaeus 
apeüa! Men zie maar. eens, wat in het boven gnnelde 
stukje N^. %, bl. 41, nitnoTAARD's Jrchief, omtrent 
de hooge bezoldigiiig dier hooge Roomschkatholieke Gees- 
telijken wordt aangevoerd; en men berekene de verhou- 
ding, waisrin die der Protestantsche Leeraars, zelfs in onze 
Hoofdsteden , hiermede staat ! Is dit bespottelijk , dan mag 
men het met veel meer regt belecdigenden spot noemen , 
dat de Schr^ver er van zegt: » Waarlijk, men ziet het 
»wel uit dit vermeend bezwaar, dat z^, die het durvai 
9 aanvoeren, geene Hervormden z^« Deze zijn te. zeer 
9 verzekerd van de kracht en den invloed van hun geloof, 
» dan dat zq^' (daarom) » voiir deszelfe behoud eenige vrees 
)» zouden koesteren." £n zoo men dit met gelijke munt 
wilde betalen , dan zou men wel kunnen zeggen : » Waar- 
r^k, men ziet wel uit dit schrijven, dat de Auteur geen 



288 STUKKEN 9 RAKCNDS HET CONCORDAAT. 

* 

Terlicht Protestant , geen rcglschay^en Katholiek , maar con 
yermomd Jezuil is !" Neen ! de Protestanten vreezen 
daarom nog niet voor de kracht en den invloed * van hun 
geloof, al spreken zij voor hetgene, dat, huns inziens, 
regt en billijk en 'nuttig , en tegen hetgene , dat , naar hun 
oordeel , met ieders regtmatigc gelijkstelling in voorregten , 
zoo wel als met de financiële en godsdienstige belangen des. 
Landsy strijdig is: dit is geen » verzetten tegen de vrijheid 
»van Godsdienst," zoo als de Schrijver het, bl. 18, ver- 
kiest te noemen ; geen verhindering van de organisatie der 
Nederlandsche Katholieke Kerk , welke zeer goed geschie- 
den kan , zonder dat de Koning zijne Majesteitsregten voor 
een' vreemden Vorst opoffert , en dezen voor een gedeelte 
zijns Volks als Opperkoning erkent. En waaruit bewijst 
de Schrijver zijn beweerde, bl. 19, dal een Roomschka- 
iholiek Vorst, zoo als de Keizer van Oostenrijk, juist, om- 
dat' hij Roomschkatholiek is, de Bisschopp<?n kan aanstel- 
len, en de Protestantsche Vorst dit niet kan doen? en 
waarom doet het dan de Groothertog van ^are-^cimarr' — 
Eindelijk komt hij al weder terug op. het Concordaat van 
1827, als slechts eene wijziging van dat van I80I , het- 
welk in België kracht had , en dat vervolgens ook op de 
Noordelijke Provinciën zou toegepast worden ; maar hij 
vergeet er bij te voegen,: dat die wijzigilig jdist de Konink- 
lijke magt, ten opzigte der Kerkelijke zaken , veel naauwer 
beperkt , en dezelve op den Paus en de Bisschoppen over- 
brengt: hij vergeet ook , dat de Koning , die het aangegaan 
had , het nooit in werking gebragt heeft , waartoe Z. M. , 
althans van 1827 tot 1830, en^na de finale schikking met 
België y in 1839 en 1840, allen tijd en volkomene vrijheid 
had , doch waartoe (gelijk genoegzaam is aangetoond) alle 
grond van aanhouding en uitvoering, door 'het uiteenruk- 
ken van dé beide deelen des Rijks , vervallen is. — Wie 
of wat deze Anonymus dan ook zij ; wat hij , op welke 
gronden dan ook, bewere; en waarom hij ook bij herha* 
lin^ vcrzekcre , (bl. 21) »dat onder anderen aan het ves- 
» tigen eens Bisschoppelijken zetels te Amsterdam volstrekt 
)» niet meer gedacht wordt'^ ; wij kunnen ons noch met des« 



' STUKKEN 9 RAXBNDB HET CONCORDAAT. ' 289 

letfs magtopreuken» noch met deszdfs aangematigdcn en 
beleedigenden toon jegens andere Schrijvers Tcreeni^en. 
Mannen, als de Zedig-^mrijmoedige ^ als de Groningscke 
Anonymus 9 onder N^. 1 boy en rcrmeld> en de genen , 
uit welke deze zijne ban wstoffen ontleend heeft, zoo als 
de Katholieke roormalige Luiksche Hoogleeraar mvNCHy 
de Protcstantsche Frofessoi: rotaards, de Protestantsche 
Predikant broes; deze jEijn waarlqk geen Schrijyers yan 
j» blaauiyboekjes'\ zoo als hij (bl. 21) de tegen het Gon« 
cordaat uitgekomene stukken schimpend noemt ; geen man- 
nen yan » kwade trouw en onkunde'' ; geen » kwaadaardige 
)»en domme yersprei^^rs yan logenachtige en yerontrus- 
)» tende geruchten /' zoo als hij hun (bl. 22 , 23) zeer ten 
onregte en zeer onbeschaamd ycrw^t. Eln hoe hij ook ten 
slotte nogmaals uitroepe: »Alle yrecs yoor het Condor- 
ndaat is yerdwenen^'; indien er geenc betere gronden yan 
geruststelling z^n, dan die hij aanyoert, dan roepen wq 
onzen Landg^iooten het oude en bekende toe: Fisiula 
didce canitf volucrem dum decipit aucepsy (d. i. Zoet 
speelt hei fluitje, als vogelaar U vogeltje knipt) — Aan 
de welwillendheid yan onzen Koning en aan zijne liefde 
yoor het regt twijfelen wij eyen min, als deze Schrijyer; 
maar wij houden Z. M. yoor een eindig mensch , die , hoe 
yerstandig ook en met hoe goeden wil ook bezield, nog- 
lans niet alles altijd en eyen goed weten en inzien kan; en 
w^ rekenen het dus yan grook belang, dat Mannen, als 
de zoo eyen genoemde. Hoogleeraars en Predikanten, Z.M. 
op eene zedige en yrijmocdige wqze , gelijk het yrqe Ne^ 
derlanders, hetzij dat ze. Katholieken of Protestanten hoe- 
ten', betaamt, omtrent hetgene, dat hun waar en goed, 
of wel yalsch en kwaad yoorkomt , inlichten , en alzoo de 
yastheid yan den Troon en de rust des Volks beyorderen. 



Nagclatene Leerredenen van J. heringa, el. z. Te 
Utrecht, biji. G. yan Tcryccn en Zooi^ 1840. In gr^ 
8vo. XJI, 182 bl. f2-: 

BOBKBBSCa. 1841. NO, 7. U 



290 J' BZJLIHQA, Bl.S., 9A0IULTBNC LlKRRBDE^Eir. 

JjLoe kort deze twaalf. LeerreJeneii ook sijn , sij yerraéeii 
d« ii^««8ierliand, en zijn voor de yricnden en leerlingen 
des ontftlapen^ eene. koübare nalatenschap. Eir zi) zijn 
dit te meer, omdat zjj.roor ieder ^ die rbrihga gekend 
te^ft, een getrouw afdruksel ziji» van zijne Bijbelkennis , 
godsyriieh^ en Christcl^ke wisheid. Grondige Scbriftycr-* 
kjiaring, ook Toor den eenvondigen dnidelijk, toonen ti9.2 
Il Sam. XXYIII: 3-26) en N«^. 3 (1 Kon. XIX: 9-18); 
diep indringen in het tci^heren karakter onzes Heercn N^. 6 
{MMhéXY: 23*); ecnrondige, praktisoho Godsdienstleer ^ 
tot onderw^zing voorgedragen « N^. 7 (Aom. YlIIt 3V), 
N^ 8 {Joh. XVL 23»») en N*. 9 (Luk. XXIV: 62-) ,* ter- 
i^uftige keuze ran een minder gewoon onderwerp N^. 12 
{Har* XU: 22S 231», op dUerheUigendag) ; fijne men- 
sohenkennis N^* 4 {Jonas I: 6^, d€ zorgeloosheid der men- 
^chfln omtrent hunne eeuwige belangen) , N^. 10 {Hand. 
XXIV: 26^) en N^ 11 (1 Cor. IlI: 18«); gemoedelijke 
gódsvrocht N^. 6 (Pred. XII: 13, U); en dat alles met 
die wijiheid». waarran N**. 1 (Spreuk IV: 7*) zoo sohoon' 
fen beeld doet kennen en waarderen. 

Wij dankem do UitgeTers Toor dit geschenk. 

Prologus, quo Scholas Theologicas, praesertim Apologpr 
ticas» A. 1840 1^11841 habendas,. anfif^ieatorns, joas* 
;ria naiiRiG] tav i>i% palm, nnper plaoide pieque 

.^defunctiy exemplnm Auditoribna, faturia Theologis, ad 
imiiandam prop^suit jo. cbarisse. Lugd. Batar. apnd 
S. et ƒ. Luchtmans. 1841. Form. oct. maj. 40 pag. 
/:-55. 

jLl.oogst bevreemdend is het ons roorgckomen , dat er zicU 
bqna geene stemmen voor het groote Publiek hebben doea 
hooren, om den welverdienden lof van wijlen den beroem- 
den Nestor der Bijbetnitleggers en der welsprekende Rede- 
nairS) denr grooten tan nxn pxlU, ie vermelden, fiet 
is waar , *s Mans nagelatene werken zijn het schoonste ^e- 



r. CLi R f SS t, i^ROLéeus: 29h 

denkteekdn vaB sijné Tèrdiénstfn , veel meer dan lofrtdc* 
se» in pfosa e« pbëxij konnen^téll^cliidigett; maar nogtaris* 
baddetf tfij ttfeer uitboéifeftiiiigètt yan dfen aard térwacM 
oilitrent «elie<i Mta , die -door zijne töort^eSelijke gareta im 
schriften een sieraad van ons Land , yan onze Letterkunde' 
en yan onze Christelijke Kerk > en door zijnen yeelzijdigen 
arbeid voor yelen nuttig, geweest is en blijyen zaL — . Wat 
nu yan dat stilzwijgen ook de reden moge zijn , waarover 
wij niet willen uitweiden , v^ij yef blijden oiis , dat de Hoog-* 
leeraaf claris^^ zijtie Inleidingsrede , waarmede hij zijne 
TkèoUgische i en Mfel b^xonder z^e Apologetische LesSen 
faü 1840—1841 geopend f en wumtin hij tiwjDEk pal^ , 
toen onUai^s zacht en godvruchtig gestorven , zijnen Toe- 
hoorders 9 den aankomenden Godgeleerden ^ als een voor- 
beeld ter navolging voorgesteld heeft , o&ehoo^ hel e^st 
niet yan yoomemen zijnde^ nogtans b^ nader indenken 
yoor een grooter Publiek wel heeft willen uitgeven. — Om 
's Mans verdiensten onder één oogpi!ini zamen te vatten/ 
ta teyena vooral den Theologanten hiermede nuttig te t^n > 
kiest h^ zeer gepast tól onderwerp var vek paim^s (e* 
minneiijhe eenvoudigheid ^ blijkbaar in hem , als Mehseh ,^ 
als oordedkuhdig Uitlegger der heilige Schrift ^ als Kan-' 
teJredenaar , als Leeraar van de Christel^ke Godsdienst. 
Over hét laMste spreekt hij het minst, omdat het, gelijk' 
hij niet üen ,onr^e opmerkt , mot de beide vorige z^r 
niauw f erwslnt was , inaar bij bet evenwel vóór het bij* 
zondere oogmerk z^nér Inleidiirgsrede niet mogt tóorbij-' 
gaan; g^k hij dan ook eik gedeelte zijner beseboltwin^ 
van VAR -ncB palm^s bemintfel^ke eenvoudigheid tèrégf 
mei een kort en faarteMjk v<*irmaan#oord aanr.zijne Toty 
hoorders beifant4 «-* Over dit alles nu spreekt Prof. ctx* 
ftt»s£. op zijne, dal is in zijne soort voortreffelijke wij^f 
dat zal Referent wel niet verder begeven te verzekereü; 
c» met geen mlvotriger dorre söbefÉ ter^ogen , ihet gee^ 
geven van. èenige proef Jbehoeven te betr^zen ; en dkt dé 
Redenaar van sommige punten Ao^ ^el tfteêr had kuunen 
acugniy zal deze zelf wcft toéstemnien. — Oelijk dtfs R«^ 
ftrent desEen JProkfgus mot groot genoegen gelezen heéfti 

ü 2 



292 J. cljlrïssk, froloous» 

zpö> wextftclkf hij, dat reien, der Latijnsche laai magtig; 
in dat genoegen met hem ziiUen deelen ; en werd dezelre 
ook in onze Nederlandsche taal otergebragt , het zou , naar 
zijn oordeel , geene OTertoUigheid z^n , maar zijne lezers 
zeer wel yinden. 



Bét tweede Eeuwfeest van het Seminarium der Remon- 
stranten , ie Amsterdam op den 28 October iS3i pleg- 
ti£ gevierd door ab^. nis amoeib tam j>b& boxtzh, 
Phil Theor. Mag. Litt. Hum. et Theoi Doet., Bid- 
der der Orde van den Nederlandêchèn Leeuw ^ Lid 
van het KoninkEfkr-NederlaTidsehe Instituut , en Hoog- 
deeraar in de Godgeleerdheid aan vbomoemd Semina- 
rium. Te Leeuwarden , bij G. T. N. Snrinrgar. IS40. 
Ingr.8vo.290Ufi-hO. 

J aren lang heeft het geduurd , dat de vraag telkens werd 
herhaald, waar toch het gedenkstuk bleef, hetwelk de 
Ho6gleeraar tak dzk H-omir beloofd had, o?er de yie- 
ring Tan het twechonderdjarig bestaan des Remonstrant- 
scheii iSeminariums in het licht te zullen zenden. Met on- 
geduld verwachtten de inteekenaren -in den ^aanvang het 
werk^ en ontkennen zal men het niet, dat de belangstel- 
liag in de uitgave door het lange tijdsverloop niet weinig 
begon ie verflaauwen. Doch mi het eindelijk het lidit 
heeft gezi^i, brengt het gedenkboek zelve de verontschul- 
diging en regtvaardiging der vertraagde verschijning mede. 
Het is meer geworden, dan een gedenkstuk der feestvie- 
ring; het is «euv gedenkboek geworden voor de geheele 
Remonstrantsche Broederschap, en de Höoglei^-aar heeft 
tevens zichzelven een waardig gcdenkteeken opgerigt. Wat 
op de feestviering zelve betrekking heeft, beslaat slechts 
het kleinste gedeelte van het boek ;i <ie aanteekeningen ma- 
len den grootslen en belangrijksten inhoud uit.* 

Na een kort voorberigt vindt men hier eerst een verslag 
van de wijze., waarop het twedionderdjarig bestaan des 
Semunariums is gevierd , en ccne beschrijving van de me- 



▲. DE6 AldOtllB TAN D C R fi OS 7 S 21 , TWKSDB EIimrUST. 293 

datlle te deter gelegenheid geslagen, waaryan eene keurig 
gegrareerde afbeelding den titrt yan Iret werk Versiert, 
lenigzina Treemd ts op de medaille, dat het borstbeeld ran 
wiTSTBiv door den opengeslagen Bijbet bijna geheel wordt 
bedekt f toodut ran het gelaat niets t^tbaar is. 

De feestrede ran tah ds» hostsh met de Cantate van 
TOLLSHs Tolgt op do soo oTen genoemde beschrijying. ' Be- 
hoeyen w^ schier te zeggen, dat beide yoortreffeflijk sijn? 
De sangen zijn geheel in den geest der redeyoering , rnakeii 
daarmede eeit geheel uit, en bezitten ook meer dichterlijke 
waarde, dan dikynjis met dergeljgke stukken het geyal is. 
De rede is een nieuw blijk yan de welsprekendheid desHoog- 
leeraars; zij onderscheidt zich door eenyoudigheid, deftig- 
heid, helderheid, zuiyerheid en sierlijkheid yan taat en 
stijl. Met de hem eigene genudckelijkheid behandelt de Re- 
denaar de lotgevallen, de vruehten , de ui*Migten dér feest- 
yierende instelling. Het eerste deel beyat dus eene korte 
maar keurige geschiedenis yan het Seminarium , waarin^met 
weinige maar gepaste trekken aan de mannen hulde wordt 
gedaan , die den leerstoel bij hetzelye hébben bekleed. Bij- 
zonder gelukkig en kiescfa is ook de manier, waarop de Re- 
denaar oyer enkelen spreekt, aan wie geen eyen groote lof 
kon worden to^ezwaaid , én wier werkzaamheid hij op eene 
ydjze aanroert, die yoor den opmefkzamen hoorder de waar- 
heijjl niet yerbloemt', maar die toch ook yoör memand iets 
stootends hebben kan. In het tweede gedeelte dér redeyoe- 
.ring worden als vruchten der instelling, zoo voor het Re- 
monstrantsche Kerkgenootschap, als ook daar buiten, ge- 
noemd de verspreiding eener bijbelsche Godsdienstleer, dé 
bevordering eener verbeterde predik wijze, de voortplanting 
van godsdienstige verdraagzaainheid. Kort maar overtuigend 
woidt dit in de werkzaamheid van hen , die aan het hoofd 
êes Seminarinms hebben gestaan, en van de leerlingen, 
door hen gevormd, aangetoond. Wanneer de Redenaar ein- 
delijk over de uiisigfen van het Seminarium spreekt, ein- 
digt hij met den wensch, dat geen derde eeuwgetijde voor 
hetzelve aanbreke, en meent dit ook van de toekomst te 
mogen verwachten. «Wat mij betreft," zoo spreekt hij, 
»ik laat mij het denkbeeld niet ontrukken, dat de toestand* 
9 dér Christelijke kerk in ons vaderland zoowel, als in de^ 
• overige deelen van Europa, in de eera^e helft der tyrin- 
» ttgste -eeuw veel schooner en heerlijker dan hare tegen* 



SAi 4. DBS AMOKIS TAV 0£A UOSTEK , . .. . i 

> wpoiHiige gesteldheid weien zal; Ik ui dan riuiem in hg% 
>«lof, inijii naam ei^ werjL ijgt reeds veii^ien ugAf n^H^ 
^j&90 men nuJDer mcigi gadeid(Leii, ik keb geen corg, dat de 
f^utl^aulixujne woprdeii zid logenstraffiéi). Redb kleurt het 

• morgenrood van ees' nieaf^en» betevem tijd de kiauneD. 
9 Bet Tephpogd goftkUenstlg gereel, het opgewekt Weten- 
>AehappeUj|( leven ?sal gewis niet zooder zegen blijyeii. Ja- 
«rea Ti|a 9til«taAd koiusen nog komeo, yan teruggang zelf»; 
irnuar.geene nienschelijke metgt ui de ▼erk>opene dagen doen 
ywededpeeren, aooh de Christelijke kerk tevagyoereii tot 
>^e^^tandpi^t, wnaitop isö'^^t* ^^^ eeuwen was geplaatst. 
>ZeÜi u|t den henrotten strijd ^^ 8e waarheid sleekts te 

• spoediger in zegepraal te Toorsohijn treden. En de óag zal 
ikove^» waarop de Evangelische Ghriatenheid, rondom hei 

• Woprd Tan God geschaard, en door d^t Woord yerbonden 

• en 'verbroederd» geen fmderc» nawn dan dien Tan cvaisTv» 
9 dragen zal." Zietdaar het slet der red^, als e^e próeye! 
{lipc. ^U eehter piet ontTeinzen , dat hij Teel, wat hierin 
gezcyd Trordt, onder da/)i> tpo^a meent te yioeten rekenen. 
Met denAedenaftr hoopt m Tertroawt hij op eenen gédurigeD 
TQortg^]^ ; miiar zecir tzei^ Vé tw$feleii , ef de tijd nog wel 
^R faiiataAQ^e k» wa4vep'44 Eyangelisohe Christenheid gee- 
oen andere^ iiaap» dun dien yap GaaisTos zaldragen. Be 
teekenen der tijd^il doide^ dit, zijns inziens, niet aan. Niet 
j^Ueeai dfit de Reomsche kerk niet in haren tegenstand tegen 
de Protestantsche Terslapt, zoodat aan eene heeling der 
grq^tfte brenke ifi de Christelijke kerk niet gedaoht kan wor- 
den, mai|r pok de Terschijnselen Tan enze dagen, in en bol* 
ten ons Tadeiiand, in de PiDtestantsche kerk zelve, zijn niet 
T^ 4^n aard , dat zij de ho^ op eene apoedige Tereeniging 
TPfdaol geiden. Wat al wodiqg, onrost en onteTredenheid 
]^gna<oTeralI Welk eene neiging, om tot het onde terug 
te kieren, om het keErkelijk- aysteem op den Teergrond Ie 
plf^kisenl Hen zegge fiiet, dat dit toch slechts hij eene 
k|eipe minderheid het geral is, terwijl de groote meerder- 
heid anders denkt en gezind is. Zoolang eene Pretestatitsehe 
kerkyergadering, bekend fnet den geest, die in het genoot- 
schap heerscht, hetwelk door haar Tert^enweordigd wordt, 
het. ongeraden oordeelt, openlijk en stellig te^ beslissen, dat 
geen Protestant door menschel^ke ff^rmolierai kan gebonden 
zijn, .dan in zêo 9êrre ^ oTereenkomep met de H. S.\ zoo 
bmg i«B 4^ dfig-.nf^' TQrre, 4^i^ fillen onder éénen naam z^l 



Y, , . . TVfUDB jnüWJSlST. &96 

T^refoigfiD. H#«r H«e. fMt Tonler : xm i«ng* i* ook tolk 
fcspe Teroenigiilff niot wenschel^k. Wi^ wilkn de vtmg la^ 
ten rosten, ot oeoe yolkomeiie Toreéniging tiKyelijk is ; de 
gescUodcpit 49r ehristoiijM kerk is voor eed toestemmeBd 
antwoord niet gOBsiig, ea «Is wij sien, -dat «Mb in de al- 
lerrroegf te t({deii Tersohil is (mtstaên » dat er nooit een t|jd' 
is geweest, waarin dat tenefail opfcield^ M wij bedenken/ 
hoe het yerscbil uit do ondersofaeidene vorming, ontwikke'r 
l.iogs gam^ «o hartsgesteldheid der y^rscUlIendoinetoscheil 
9oodsakelök moet roortkonen,. d^i aehteb wj) hot voor 
't nunst.tw^feladhtig, wat umi yan eene toekomstige gO- 
heele vereetiiging hehke. te denken^ Sooh , moge eene verre* 
toekomst dio ook aanbrengen, kq do tegenwoordige gesteld- 
boid dor taken, adkt Usa het a%escheiden bestaan der af- 
tonderUjke kerkgeBOOtacbappéo nuttig en poodig» Hen iioe* 
me hem daarom geen vriend van eGhenring, van twist en 
tweedri^t I Jnist cmidat . hij deie verfoeit , juist daarom 
wenseht hij in dit optigt assn het beslaaDds daariaamheid. 
Óe oude Tfonden, door vroegere sdiearingen gesli^en, ti|n 
geheeld. Het bestaan der afzonderlijke geilootscfaappen is 
geene oonaak meer van vijandschap, vun haat en vervol- 
ging. In liefde tyn irij, elkander gemideid; wij vngon bg 
het aanknoopen van betrekkingen niet, welke Protostantsche 
hel^enis de^ een of ander* ï% toegedaan, nödi verketteren 
^tkandor om dete c^ gene afgetrokkene teersleUingen. Wilt 
gQ dien. staat van eensgezindheid en.Kefde verbroken' «iea, 
vereenigt, wat nu in naam gesebelden, in dé diwd Verbon* 
den ia. Gij tondt nieawe seheunngcn tien ontstaan, nleuwo 
wondon zonden worden geslagen, en hinge, lange ten keC 
dmron» oer zij weder * vergroeid waren tot op de hoógto, 
waarop de oude dit ^n zijn. Reo. is geen lid der Remon* 
strantsehe Broedenchap, inaar met leede wigem zon hij die 
Broedersdiapi in oqa vaderland zien verdwenen én tien in*^ 
zwelgen in het groote Protestantsche kerkgenootschap. Z$ 
hoeft veel n«t gestiehl, en kan dit, bij hare vrijheid Vinf 
menaehelijke banden, ook in de toekomst nog rgkefijk. K$ 
•ta in have vrijheid, niet als eene tegenpartg tegen otaig 
ander genootsohap, maair als de ^ockiaiuge, wier lens is:' 
Onderzoekt de Schriften I Betracht de waarheid in liefdb! 
Ree. ziet het Seminarium met blijdschap de derde eenw van 
sign bestaan ingetrede», eti wenseht het v«ft ganscher harte 
ia dit 4^4yak loiiter én bloei; dat het voortga, gelijk hef 



296 A. BIS i.M0A4K TA» OBE HOSfSJT 

TToegOT deed, «eueb^bche godsdieiu titer en goMieO' 
f tige TerdraagiMmheid te bevorderen en Ie verapreideh , en 
dat daardoor een echt ETangeliache geeét meer en meer 
wone in ooce Taderlandsche kerk, die, in naam verdeeld, 
door liefde meer en meer een moge worden ! 

Dat .de man , die thans aan het hoofd van dexe instelling 
staat, dien geest van liefde wenscht te bevorderen, daarvan 
getuigen niet alleen ujne straks aangehaalde vfoorden , maar 
ook de toon van het geheele boek. In de rijke en hoogst 
belangrijke aanteekeningen,. die eene geheele geschiedenis 
bevatten van alles, wat op het Seminarie betrekking (leeft, 
en van de uitstekende mannen , die hetzelve tot sieraad heb* 
hea verstrekt, kcMnen natiHirlfjk vele dii^en ter sprake nit 
de lijden van het ontstaan der Broederschap. Veel daarvan 
moet Inj eiken onpartijdige,^ ook onder de nakomeliogen der 
toenmalige Gontraremonstrantscbe partij, een gevoel van droef- 
heid opwekken over de dwaasheid, verkeerdheid en klein- 
geestigheid, jegens de verdrukte Remonstranten betoond; 
niemand sal de gematigdheid, de eenvQudigheid , den nit^ 
stekenden geest miskennen, waarin alles hier wordt mede- 
gedeeld, noch ergens eenige aanleiding vinden tot aanstoot 
of ergernis. Zoo de taak der Remonstranten dit nog be- 
hoefde, soo was dit boek, loo waren vooral de aanteeke- 
ningen eene schoone pleitrede ter harer gunste. Die aan- 
teekeningen hebboi den geleerden Schrijver ongetwijfeld 
veel moeite, nasporiog en t^dgdLOst, en verklaren volko- 
men het lang uitblijven v^i het gdieele stuk. £r ligt daarin 
een: schat van wetenswaardige zaken, de geschiedenis be- 
treffeüde van de oprjgting der scholen, van de mannen, die 
aan haar hoofd hebben gestaan, en van den invloed, wel- 
ken uj ep de godgeleerde vretenschiqppen in en bniten ons 
vaderiand gehad heeft. Alles is uit de bronnen opgespoord , 
met zorg verzameld, met beleid gerangschikt, aangenaam 
en bevallig yoorgedri^en. Ree. kan die aanteekeningen niet 
roet zijne lezers doorioqien; hij kan hun alleen veirekeren, 
dat zi) er veel uit leeren zullen, en dat zij het boek ter 
^de zullen leggen met een gevoel van dankbaarheid j^ens 
de Broederschap, wier leden zoo Veel hebben bijgedragen 
lot de verspreiding van edit Evangelische keraiis in ons 
midden. "^ ' ^ 

' De HoQgleeraar vaji. dis hoivsh verdient onzen hartelij- 
ken dank voor het belangrijke werk , waarmede hij onr ver- 



TWVtOZ E£VW¥KESr^ 297 

ynjjki heeft. Eq keeft door hettelve tijnen roem niei weiniy 
Terhoogd, en xal gewis op zijnen arbeid algemeeneen odh 
Toorwaardel(jke goedkeoring erlangen. 

Be nitgerer heeft voor eene keurige oitvoering, voorgoed 
papier y goede letter en druk gekorgd, en .ook Tan dien kant 
is dit boek alle aanbeveling waardig. 



E9Hige Bedenkingen ever het lager Onderwee i in eenen 
Brief aan den Heer Mr, eaoiR tah FaiifSTtiia, «oor-» 
geeiM door mattkijs sisasHBBSK. Te Leideny h^ D» 
dn Mortier en Zoon. 1840. In gr. 8ro. 24 hl ƒ : -25. 

Brief van c. i. a. tar bohhbi, Bi$$ehop van Luik^ aan 
den Hoogïeeraar h a tt h ?j 8 si k g b ir b b b k. 's Gravenhage , 
£y A. P. Tan Langenhuysen. . Bec. 1840. fn gr. 8vo. 32 
bl. f '.'25. 

Toelichting van den Brief van den Heer c. a. a. van bok- 
HBL, Bisêchop van Luik, aan den Hoogleeraar matthijs. 
81B6BRBBBK. Behelzende eene aantcyzing uit echte etuk^ 
ken, waarom de R. K. Seminaria Ie Kuilenburg, Velzen' 
en elderêy in 1825 zijn opgeheven. Te Groningen, b^: 
J. Oomkens. 1841. In gr. Qvo, 47 bl. / : - 50. 

JL oen. de Commissie, om de bezwaren orer het Lager On-* 
derwijs te toetsen, den 12 Not. 1840, door Z. M. den Ko- 
ning was benoemd geworden, gaf de Hoogïeeraar sibabr- 
BXXK, te Leiden f het eerst hier aangekondigde opstel uit. 
Daarin beweert' bij', dat bet Lager Onderwijs tegenwoordig 
in ons Vaderland niet Onchristelijk is, maar soo Christelijk, 
als Toor de jengd dienstig en mogelijk is; vervolgens, dat 
afzoinderliike scholen voor Roomschen en Protestanten heOgst 
gevaarlijke gevolgen zouden hebben; en einddyk, dat het 
behouden der speciale admissie bij het openen der soholea' 
een noodwendig vereischte ia , zoo men een goed ondervnja 
in Nederland vnl bewaren. 

Op het eerste pnnt heeft dan o<^ Mr. aaoBit vau pii.ii- 
sTBBBa blijkbaar ongelijk. Welligt bemoeit men zioh op 
sommige ' scholen reeds te veel met^ bet godsdienstig onder- 
wijs, waarvoor toch buitendien kerken en catechisatiën be- 



298 STUKKEN OfUl HST LiiGBII ONDERWIJS. 

ffemdmo; en Bieh nog Bieer in het goMiautïge hij hsf 
8ohoal«nderwtJ9 te maoffo^ gel^k de Heer ^tmoKti verlangt, i^ 
«onder krenking van het versdiillend kerkgeloof der onders 
enmogeiijk, teni$ men toot alle t^genivoordige en toekom- 
ilige geiindheden itfsonderlgke aoholen stlchte. Rooinschei» 
yan Protestanten af te solmden, ion op rerre na niet ge^ 
no^ zijn. Ook op het tweede pont, het schadelijke der af- 
sdieiding ran de kinderen in um> vele scholen , als er sekten 
li}» of ontstaan tvllen (welk laatste de biUgkheid dan almede 
ion voederen) ; ook ep dat tweede pnnt stemmen wij volko* 
V^a met Prol. aiteBKiiEK in» Toor loe .red het de hoofd- 
stelliiig aaiyaat; en eveoeena l^nnnfs) W|j niet geloeven, dat 
het onderwijs er hij winnen lou, als in iedere plaats loo 
vele hekwaam gekenrde onderwjiiers veh konden ▼estigen 
ab lolks Terkocen, daar men dan een' wedstrijd lou uen 
ontstaan, wie het goedko^êU, niet wie het &es^e onderrigt 
ion geven. 

Maar Prof. siiasNiBiK had de Institaten van Kuilenburg 
en Velzên, welk laatsQte, HagevM genaamd, door den te* 
genwoordigen Bisschop van Luih^ den Heere tan bonhil, 
weleer bestunrd werd, als roorbeelden ran de verkeerde 
strekking der kleine Sóninaria aangeweièn , en tot staving 
¥an het verderfelijke der stellingen, v^Ike op die Seminaria 
ni^srden ingeprent, eene aanteekétaing aangehaald, door een' 
der voormalige Stadenten van inlk een Institnnt of een door 
hem vertaald werk van stabk gemaakt, in -welke aanteeka- 
ning de moord, door baltvazab aBBABBs aan wil&in I 
geplei^, als eene wettige daad wordt verdedigd. 

Bissdiop VAN BOVHBL beantwoordt deie heschnld^ing in 
eènen Brief, die besdhaafd en krachtig gesteld is. Be he^ 
doelde Student, vui welken Frof. sibbbbbbbk verkbard 
had niet te weten, of hij op het Instituut te KiMenhupg, 
dan wel te FaJban, gevormd waa, is namelgk op geen dier 
heide Instilttten onderweien. Voorts beroept zich de Bis» 
schop op oodersiAeideile a<Atingwaardige mannen, die op 
het Institnnt Sagweld, te Vehen^ ligne kweekelingen ign 
geweest, tot bewijs, dat déar althans de domheid niet werd 
vporgestaan, noch gevaarlijke beginselen werden infjieprent.- 
AHes ia loodanig ontwikkeld, dat de Bisschop zijne zaak, te 
eordeelen naar zijne eigene redenen , volkomen ion gewpn- 
pen hebben, indien niet het laatste hier aangekondigde 



STDKKEH OVBR tÜCf lAGKR. -ONDERWIJS. fiM 

TlL^kje li^t jeen en ander tot 'we^^ri^lllgüig^ Tan deni lof, aan 

. Jmmers ipit «en «ader vorige: i^e IboewoiUJ&ilfto^Ae 
jK9ri in Oud-^JV^dethnif g0^k »^ m, M^nkon wm moBêi* 
4tn9^ ^ '• c« vau cMTiAKify 1883, wordt eene mheUrÊm 
bet onderwiia, ook op dat hoegyeroemde HagewM, gotrok- 
k^i|, waamit overtnigettd blijkt, dal, xoo er al rermaarde 
miuui^a yan daar xfjn uitgegaan, het meer i» in weerwil dan 
ten gevolge Fan het aldaar genoten onderrigt. ZeUa heC 
Seminariam te Warmond komt er ongunstig af . Ja, me» 
rindt er eene ganatdi niet roaladbe kritiek ran de begfaaltt- 
heden en wetenschappelijike kennis dter Professoren j. v. cas* 
9syiLts, een Meehelaar, en Baron yah wijkirslooth, 
van jHeaWset. Wnt de redtonen der opheffing van de kleine 
Seminaiiên aangaat-, beroept de Sckrfjrer sioh op het oopié- 
lijk door hem medegedeelde Verdag ran den Minister van 
IlinnenLandsche Zaken (var «obbilscbrot) aan den Koning, 
geplaatst in de StaaiiOimrani van 5 Febr. ;1829. De slotsom 
yan alles is bg oits, dat Prof. siiaBRBiSK in de kw^dMoük 
gelijk heeft, m dal het Instituut te VeU»n wel, yergelij- 
kenderwijxe, onder de beste der kleine Semenaria kan'be^ 
boord heUben, maar toeh geenszins die yoortreflfolgkheid be- 
sat, welke de Bisschop nan Luik, een man zoo bekend uit 
zi;ne woeliageu tijdens de Btlgisahê Omwenteling, als yoor^ 
malig Bct3taurder van dat lastitunt, er soo gaarne aan wilde 
toekennen. 



Badepoering^ d^oft i, var tbvth, M en VoariUtBT dêr 
plaaiêelyke Sühooleommisne , gehouden 11 Nóv. 1840, »» 
de vergadering van de Utrechtêché Afdeeling der Maat* 
êchappêf: tot Nut tan U Algemeen. Te Utrecht, by C. 
van der Post, Jr. 1840. In gr. Svo. 41 W./ ;-6Q. 

liet onderwerp, in deie belangrijke Redevoering behan- 
deld , is in de laatste jaren in en buiten ons Vaderland ter 
sprake gebragt met den ernst ^ dien hei gewigt der saak vor- 
dert ; namelijk de middelen , om te voorzien in de allereer- 
ste opleiding van kinderen. Het valt niet te ontkennen , dat 
voor het dgenlijke Sohoelonderwijs in ons Vaderluid, gedn* 
vende deae eeuw,* ved, onbedenkelijk véél gedaan is. 'Be 
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen heeft hierin oneindig 



300 F. VAH TKtTfiM 

iceel Dpoedfl gerticht , beyórderd en uitgelokt, ^et Staatabé- 
stoor deed veel tot Terbetenfig. En ofschoon* wel niemand 
onse SehboUnrigtittg Yolmaakt val noemen, zoo bewijst toch 
bare ¥Oortdureade nottige werking , dat tij niet ten onregte 
de bewondering van' beroemde bnitenlanders wegfdroeg, en 
het sohreeowen om hetgeen men met den weidsdhen naam 
Tan vrijheid van onderwijs gelieft te bestempelen grootsten- 
deels een Ijveren «onder verstand is. Wij hopen dan ook , 
dal men het bestaande goede aan ge^ie ijdele theoriên zal 
opofferen , maar in het bestaande die veibeleringen daarstel* 
leu, wdke door ^e ondervinding als wenschelijk zijn aan- 
gewezen. Dooh dit in het voorbijgaan. 
. De klagten-9 en dat regtmatige klagten , over het bij loo 
vele poginffen ten goede overgeblevene gebrekkige, ontston- 
den niet alleen daaroit, dat de gang van het onderwijs niet 
overal naar wenseh is, en de oode, mogelijk welwillende, 
maar toch minder geschikte onderwijzers nog niet overal zijn 
vervangen door bekwame menschen van doelmatige oplei- 
ding ; maar zij ontstonden ook en vooral uit de verstande- 
lijke en zedelijke gesteldheid der jeogd zelve, wanneer zij 
tot het schoolooderwijs komt. Men heeft bemerkt, dat het 
niet genoeg is, -de -seholen van geschikte onderwijzers te 
Voorzien, maar dat men er ook geschikte leerlingen in bren- 
gen moet, en voorkomen, dat het eerste opbouwen in on- 
derwijs niet behoeve gepaard te gaan met afbreken in de 
opvoeding. Want hiermede moet de onderwijzer beginnen , 
wanneer de zaden van onhandelbaarheid, wanorde, stijf- 
hoofdigheid en andere kinderlijke verkeerdheden reeds vóór 
de schooljaren welig zijn opgeschoten, ten gevolge eener 
verkeerde hoiselijke — of moet men zeggen in het geheel 
geene — opvoeding. «Vóór zes, of tem vro^te vijfjaren, 

• mogen zij wijselijk op de eigenlijke scholen niet komen. 
>Maar wat no met hen in teederder ooderdom ? Hadden zij 
>vóór dien bepaalden tijd geen opzigt, geen bestonr, geene 

• leiding noodigP... Aan :^e moederlijke betrekking mag 
» ook die «org wel altijd eerst en naast bevolen (worden). 
» Vele moeders zijn daartoe . . . niet in staat, ... of zij missen 
>de bekwatoiheid^ ... of zij worden door andere bemoeijtn-* 

«gen en veipligtingen daarvan afgeleid Onze gewone 

> kinderschool tjes? ... Zij waren en zijn> zoover zij in eene 
» jammerlijke menigte nog .bestaan, slechter nog in honiie 



R£I>STO£RIHG. 30 1 

>seort, dan in het gemeen de vroegere sehölen voor het 
»l^er onderwijs." 

£r beslaat dus groote behoefte aan goed ingorigte Bewaar* 
êckoleny yan welke men in Ftankrijk vóora], onder den 
naam Tan Salles d'aayU, yeel werk heeft gemaakt, en dat 
met een allergelnkkigst gevolg, loodat jonge kinderen, fie 
anders onverzorgd en verwilderd «onden o[igroeijen , na in 
deze inrigüngen verzorgd en opgepast worden niet alleen, 
maar ook door gezonde spelen in ligehaamskfaoht geoefend, 
aan orde en zedelijkheid gewend , en hnn de eerste gods- 
dienstige en zedelijke denkbeelden iogedrokt worden. Hier- 
door wordt later verstandelijk , zedelijk en godsdienstig, on- 
derwas voorbereid, eene verkeerde hniselijke opvoeding 
voorgekomen, eene goede in de hand gewerkt, en alzoo de 
grond gelegd voor hetgeen het groole doel van alle opvoe^ 
ding is, de kinderen te vormen tot nuttige leden der maat* 
sehappijen zedelijk goede menschen. Met wijsheid heeft 
men begrepen, het opzigt over deze inrigtingen aan vraü^ 
toen te moeten opdragen, als z^nde het zachter, teedeider 
geslacht hiertoe,^ ook blijken» de ondervinding, het ge* 
•schiktste. 

Hoe wondonqireukig het schijne, het is nogtans waar, dat 
die klassen, welke de grenzen daarstellen van het maat^ 
schappelijke leven» de hoogste en de laagste standen^ aan 
deie inrigtingen meer behoefte hebben, dan de middelklas- 
sen der maatschappij. De eersten hdbben veelal de onge-* 
lukkige gewoonte, het opzigt over hunne kleinen geheel aa|t 
dienstboden over te latep. Z^^worden nu en den eens, ale 
eene hooge gonst, in de tegenwoordigheid van Papa em 
Mama gebragt, waar zij zich dan zoo stijf en kunstmatige 
gedresseerd moeten vertoonen, dat hun deze gunst zeer on* 
aangenaam en vervelend is, en zij niets liever wenschen; 
dan de parade met hun van buiten geleerd dienaartje en 
dienareêje te mogen eindigen, en teruggebragt te warden 
naar de kinderkamer, waar, ach! soms de verstgaande on- 
achtzaamheid der praatzieke dienstboden, soms^ hetgeen nog 
erger is, het strooijen van de eerste zaden van leugen, be- 
drog^ oneerlijkheid, wdülttstigheid, en wat niet all het ken'^ 
merk is van de opvoeding der teedere; en voor alle indrukkea 
loo vatbare jeugd* Wat moet de onderwijzer met zolke kinf« 
dei«n aanvangen? Wat de maatschappij er van reewach»» 
ten? De Heer var tbutzh is op dit punt al te oppervlak- 



902 F* Tlir TtÜTfiM 

\i§. Waaiwhgiilijk heeft da«rairn de kieschheid deel', Hé 
in het hoogaanxienlijke Utrecht (de stad, onlangs getuige^ 
van een erBpeiiij'k proeet, waardoot veel aan het licht ge* 
komeii if van hetgeen metk eene fatsoetdijkè' opvoeding ge- 
lieft ie noemen) ifiet veel udldê zeggen. fFaar echter i^ 
het: «Bulneiishnia in haooie Trfjer bevf^gingeii beperkt, yoot^ 
nde weldadige bnilenlacht te leer oAtëien, door snoepenjeiï 
>.evetIadeB, met gerlei in slaap gelegd, aan geetie rad- 
^iigheid Qnttndiken, in toomigheid verschoond, tot lengen-** 
wimt rmwéktf met gdelhe^ betangen, brengen tij maar af 
»le dikw^la later ep de schooi hebbelfikh4Alen et vei^eeni- 
»hed«ii mede." 

. In de. lai^te standen der maatschappij hebben de oudertf 
neestel geeae gelegenheid tot het behoorlijk leiden en ver- 
loige» hunner kinderen, omdat s$ teelal bnitenshnis moetenr 
i|b tot nitoefeilifig van hraiHen af beid étt het verdienen van 
het sobere ddgloon. Zfy kannen daarvaft i^venmin èen tttnr 
nnssen^ al* een gedeèUe van het loon a&onderen (ot ver-* 
wotffing hnimer kindereft/ Ket eene kind nuiéi ahoo op het 
«ndefe passen, aeo goed ef kwaad dat kan, — zoo ze niet, 
gedurende eenige oren, in de armoedige woning worden 
opgesloten en geheel ami zlehzelven overgelat^. Yandaar 
100 vele figehaamsongeHBrakken, breiïken, kwaleÉ, mish'an- 
értingen I Men. denke aüeen eens aan de meïrigte van ver- 
brande kinderen, wam^van de nienwïpapieren geddrig he€ 
verhaal geven. Zoo verderfelgk dit voor de niet of kwal^ 
bewarikte kMaen is, too nadeelig is' het voor de een weinig 
endeie broeders en anster^, die^ nog te kleiÉ etta aan derf 
arbeid dael te nemen, van het schoolt^dër^ivjé gèbru& zon- 
den kmmen maken, indien zij doo^ de zoogenoemde liorg 
▼oor de kiemen met Mn de euderl^ke wblring gebonden wa^ 
ren. Wif zwijgen na nog van de ontédel$kè opIeMBng , dié 
» deze klassen der miiats<^ppi| belaas f al te veel j^liat^ 
heefti Hen beaeeke dé acbtéri^ttorteki önzei: steden, üt de 
^ httUe* der armoeAe op het platt'e land, én he^é de ^óêtM 
' ef ook: wel vloekender taa^ «it' monden, dié ifóg naanwèlijki 
spiaeken kmmen. Waarlgk^ hef iê Mj otas, W4t mén öol^ 
hooi<e ej^g^evetfi van béaehavkig éH voIksverHchthtg, in dSk 
eprigf nogmaeha, «ifiMaaokéVé naéht, en zoOvM téA j^laftëfl 
hmder, aia in de meeate steden, ctotbreekt bykalM élM mm 
da epMdiag dei» jengd vMr de sdhooljarai. Ea te& iMg 



nBDBTOI&IKiO. 8Ó3 

Ui éet/e behoefte niet TOorrien h, zal hei gantohe rerbetur- 
ie onderwas een hulre. maatregel weien. 

Haar hoe na Térbetering daargesteUP I>e koëténtuNen 
wel weder het groote struikelblok wezen. v Ja, het gaat in 
ons gezoend Vaderkiid zoo; honderden worden niet zoo 
gemakkelijk gevonden om te besteden , als duizenden om te 
yerkwistra* Zon eehter bij goeden wil , of des noods bij 
gedwongen omslag (ten platten lande zoo gemakkelijk nit^ 
Toerbaar) niet Teel kannen ie we^ gebragt worden P Te^ 
weeg gebriyt, al ware het btiiten gesi^oerders, — de göe^ 
den niet te na gesprcikeii '-. <fie niet zdden bitter ong^efgd 
z^jn, om de kraohtige hand te slaan aan iets, waaitoe wet- 
ten en instraotiên hen niet onmiddellijk verpligten. Haar 
het niten Tan de ronde taal der waai^heid legt ongeToêHg' 
eene donkre klenr op onae woorden. Das, chudite! 

Wij heUben eigi^l^ nog niets goM^ Tan de Toor'Ottsr 
liggende RedeToering. En wat zonden wij er ook Taïi be- 
hoeTen te z^gen? Zij dealt de geschiedenis der oprigting 
Tan groote Bewaaaseholcn inden jongsten tijd, bepaaldelijk 
ter ontwikkeling en opleiding Tim kinderen in den leeftijd 
Tan twee tot zes jaren, mede; bc^ bet een en ander Tan 
den aard dier 'Stiehlingen; staaft het gezegde met eenigé 
aanteekeningen , en is in eenen onderhondenden stijl be- 
werkt en kdkrig net gedrnkt. 



JSan 9rn$Hg i&oord, namr ^ËanlMing ean hetgeen èene ter»' 
Siuierimg mi ie Wet ep het la^r Onderwee eóu hunnen 
epUeeren. Beer CaHÜdue. Te Amsterdam ^ bij J. F. 
Sehleijer. 1840. In gr. 8eó. 18 bl. f :-25. 

JDe knndige en wehneenende opsteller Tan dit Tlugschrift 
ontwikkelt, ter wederlegging tod het denkbeeld eener lOoK 
genaamde Trijheid Tan onderwijs, hoofdzakelijk dezelfde 
meeningen, als dë Hoogleeraar HorsTipi ds aaoor onlanga 
in bet Hengdwerk Tan ifit Tijdschrift iieeft ontToawd. Ree. 
is> het daarmede TOlmaakt eens, en meent met Candidu$f 
dat men» zimder da^om* de bemueljïugen der Regering, 
ifB^iÊ aanlflidiBg Tan Het resnltnal der overw^ingen mxi de 
in deze zaak benocpmde em geVaAdpIeégde Commissie, fe bil- 
len Tooroitloopen, niet te ernstig kan waarschawen t^gen 
de twee, elkander op dit pont ontmoetende partigen, wier 



304k EBN ERKSTrO WOORD. 

eigeofijk doel niet onduidel^k is, het toeclf^ over opvoe-' 
diBg en onderwijs aan het burgerlijke bestuur te onttrek- 
ken, ten einde het aan de Geestelijkheid, als toodanig, in 
handen te spelen. 

Met dat al meent Ree. dat aan de knndige en welgeiinde 
Godsdienstleeraars te weinig invloed op het Sohoolonderwijs 
gcgeren is, niet uit hoofde hunner betrekking, maar omdat 
xij op de plaatsjes, die Aec. hier onder de aandacht heeft ^^ 
doorgaans de eenige menschen xijn van wetenschappelijke 
Tonniag. . De Sehoolc^ieners knnnen onmogelijk dat g^dm^ 
rige toetigt op het onderwijs houden, hetwelk meestendeels 
noodig is. En de burgerlijke besturen bestaan er doorgaans 
uit menschen, aan wie het toegigt over het onderwas al seer 
slecht is toevertrouwd; terwijl eene, overigens loffelijke, 
spaarzaamheid met gemeentelijke fondsen den ellendigsten 
invloed heeft op schoolgebouwen, onderwijs van armen, 
pr^suitdeeliogen , inkomsten der onderwijzers en, dergelijke. 
Plaatselijke Schoolcommissiên behoorden overal te bestaan ; de 
Godsdienstleeraars behoorden er , voor xoo verre zij , bij en* 
kele uitzonderingen , ei- niet ongeschikt toe zijn , leden van 
te wezen; terwijl de Schoolopzieners gemakkelijk kunnen 
waken tegen mogelijk misbruik van dien invloed. Dit be- 
langrijke punt mogt bg het bestrijden van de magt der Groes^ 
telijkheid over het onderwijs wel wat meer worden in het 
oog gehouden. £n dit hopen wij , op grond van kennis aan 
het op vele plaatsen bestaande, dat een naauwkeuriger, na- 
melijk ^es/^iu/t^tfr toezigt ten platten lande, vooral in kleine 
gemeenten in afgelegene provinciën , daargesteld worde, dair 
het burgerlijke bestuur kan houden en van den School^- 
ziener gevergd mag worden. 



Rêiê in het suidelijk gedeelte des Rusêiêchen Keizerrijks en 
in de Kriniy door Hongarije; JVallachije en Moldavië^ 
gedaan in 1837, door den Heer a. di dihidoff^h eenige 
andere Geleerden, opgedragen man Z^ M. ricolaasI^' 

'Keizer aller Bueeen. Naar het Franêoh. Met Plaün» 
Il Heeleh. Te Zaltbommel, b^ J: Noman en Zoon. ia4(K 

. Jn gr. 8«o. X en 720 bl. ƒ 7-80. 

Xlet doel van de Reisy welker beschrijving wij thans aa» 



A. OË DEMIOOFF, RUS IIT RUSlAllD. 305* 

te kondijfen h^ben, was, ie ondei^oelen, welke giond* 
stoffen voor dé Industrie in- het op den titel genoemde ge- 
deelte van het Ruêsiêohe Eeiierrijk aanwesig zijn. Zulk een 
onderaoek was tot nog toe in dit minder bekende jongero' 
gedeelte van Ruêland met de' yereischte volledigheid en 
naauwkearighqid niét in het werk gestelde Tot het doen 
Yf^ hetzelve had zich de Schrijver , vooral in Frankrijk y 
door ernstige studiën voorbereid, verbond aan. zich eenige 
geleerden, om hem op dezen togt te vergezellen > nam eenen 
bekwamen opzigter en de noodige werkbasen tot het doen 
van ertsouderzoekingen en peilingen in zijne dienst, en ver-^ 
zocht en verkreeg de bescherming en medewerking van de 
JEiMSfscA^' roering. Kadat een gedeelte der^ aldus zametige'^ 
stelde eipeditie, behoorlijk toegerost, van Hnvrê over zee 
naar Ruêland gezonden was, verliet de Sdirijver. zelf roet 
zijne overige reisgenooten Purijs , en begaf zith van daar, 
o?er ff^eenen en Buehareaty door Walldchije y Moldatié ea 
Beêorabiêy naar Odesêa. Deze stad is van nu af voor de 
reizigers hun punt van uitgang en ierogkomst voor al do 
.togteii, die zij in deze landstreken zullen ondememeni Van 
OdêSêa begeven zij zich over zee met eene stoomboot naar 
de zuidelijke kust van de Krim^ bezoeken laUüy SympK9* 
rapol, Kaffa en het land der Donsche KoMakken,en keeren 
over Ekaiherinoêlaw naar Odeua terug» Zij wonen vervoU 
gens/de wapensohouwing hg der gecoloniseerde troepen in 
de nabijheid van Wosnetenêk aan de Bug. Daarna bezoeken, 
x^ nogmaals ó.e Krim over Nikolaioff Kksrson ea^Ptrecopf 
en nemea eindelijk den terugtogt van Odesêa naar Frankr^k 
aaa', gedeeltelijk over land door Besarabié en Gallioié , over 
Lember^y Wsenefty JJfeurêuburg y Frankfoté tn Belgié, Een 
ander gedeelte van het reisgezelschap vertrekt v«n- Odeêsa^ 
over zee, langs KonêtanHnopel en Smymay naar MarêMle. 
netgeeii wij op het werk, zoo als het hier in ónze taal 
overgebri^t is , aan te merken hdbben , bestaat voornamelijk 
daarin , dat wij in hetzelve de resultaten niet aantreflfen van 
het in 't werk gestelde wetenschappelijk imderzoek, maar 
den lezer hier slechts het verhaal of ép besdirijving van den 
togt wordt 'gegeven. Hoge hierdoor mis lezend pidiliek een 
werk worden aangeboden, hetwelk een zeer aangenaam on» 
derhond. verschaft, hel is toch zóó minder bèlangrijkr, dsn 
de titel zon doen verwacbtenvi Nogtans verdient bet de aan« 
dacht van onze landgenoöten , ook ' x<x> als het ih<|na 4s , 

BOIKBESCI. 1841. HO. 7. Y 



306 i. BE DBMIDOFr 

gMif ie noléf kwaardige berigten , die , aangaande de natnur- 
Ujke ea maaUühappelijke gesteldhdd en thans nog levende 
^foemde e» Toonuone mapnen in de door de rekigera be- 
'xoekte landen» medegedeeld warden. Vooral sijn de ge- 
•ckiedknndige aanmerkingen over de Krim en orer Odêê$a 
niet zmider waarde» en wij u{n het met den Vertaler eens, 
dat hel ook bij oni te lande niet geheel onyersohillig tijn 
kan, met gewesten, Toor w«lke eene coo groote en reedt 
xeer aanstaaiide toekomst openstaat , een weinig nader be* 
hend te geraken. Om on^e lezers eenigerraate over deze te 
verwaehten toekomst te laten oordeelen , plaatsen wij hier 
het volgende nitde Voorrede van den Schrijver: > Wie ge- 
voelt «k^h in staal te bepalen, gedurende hoe vele tnen* 
sehengeslaehten, op deze onmetelijke vlakten, overheer- 
9ohing, plondertng en vemielii^ zich hebben afgewisseld, 
tot op den dag'» waarop de groote Keizerin cATHAarifA, 
door haren vasten wil, in navolging van dien van pitkk den 
Grootem , • stentelök de grenzen des Keizerrijks tot aan de 
tateren der Zwtfte Z^ uitstrekte, welke tich verbaasd ge* 
voelden, van toen af aan, een vreedzaam Christenland te 
béspoelen! Het genie, 't welk zich, tot hnn gelak, van 
deze gewesten meester maakte , had zijne grootsche plannen 
aan hare doorldehtige opvolgers tot erfenis nagelaten ; maar 
nog Tele jaren bleven dezelve onvoltooid , want de oorlog 
had geheel Emropa onder de wapenen geroepen, en zoo «eer 
was de vrees, welke over de ongelukkige landen faeerschte"^, 
dat lelfc de geringste volksstammen het niet wagen durfden, 
■ich op den vruchtbaren bodem neder \e zetten , in de on-> 
zekerheid, waarin zij verkeerden, of hij wel voor henzelven 
aoude vruchten dragen.^ Echter kwamen briangrijke schep- 
pingen de nieuwe provinciën geruitstellen , en getuigen, 
welken hoogcn prijs Roland aan zijne schoone veroveringen 
hechtte. Toen begonnen lieh de zuidelijke vlakten met ko- 
lonisten tn. bevolken, wtelke zieh om eenen magtigen wal 
Tan steden schaardeivt NusoUOef^ Kherêon, Odsêsa, en la- 
icr KerUh verrezen, deze laatste geheel verjongd «t de 
fiünen van fiemiie^pnum , om nog eenmaal over de beide 
seeén en de nalatenschap van ■ithkidavis te heerschen-, 
«naait, tevw^l «ïj vroeger magtig en voor een gnoot volk ge^ 
idilcht was, thana slechts een klein deel eens onmetel^ken 
ngha uitBaikcnde. -*- V^ dien oogienUik af aan wsnkte 
aeheppende hand over deze jonge kolonita, en tenv^ 



. .REIS IV JiV9X.AND* 307 

llieoki^fÏHire ^dr^jke scbepen yw aUfel U«t loo^n, wcUm 
eene vloot Tormden , grooter dan nog ooit op de;Qe tMèm 
geyaren had, opende Odeêêa bare yrijhaven, en lokte den 
handel der Middeüandêche Zee tot zich. Ditmaal waande 
jle yerbaaade Boepkarue^ tot de roevirijke tijden der Ge* 
nuesen Tan Kaffa i^ z^n temggekeard ; en.t^n gevolge tan. 
dit bedrijyi^, werkzaam verkeer, 't welk daar door de l)e- 
schaving was tot stand gebragt, ontstond ook nog een nieuw 
leven en ,eene welvaart, die door de onbegrijpelijke vracht- 
baarheid des bodems en het steeds toenemende .getal inwo* 
ners vermeerderd werd, welke laatste dpor de, aan eei|^ 
ieder, zonder onderscheid van afkomst of Godsdienst, 0|p 
dit gastvrij strand verleende beseherming,, gelokt werden." 

Be titelvignetten en de platen zijn zeer geschikt ^ om eene 
en' andere der beschrevene byzonderhedea meer ^anacUou'p 
weiijk te maken. Wat de vertaling betreft, do^ het $ma 
leed te moeten verklaren, dat dezelve veell te wensehen ove-» 
r{g laat. De Vertaler schijnt geheel onbekend te ^jn, wy 
znllen niet eens zeggpn met de onde talen , maar zelfs mei 
de in onze taal gebruikelijke benamingen, die tot de ge- 
schiedenis en oude aardr^ksknnde behooren. Wij vonden 
FATEocLKs, jiEMOBOTEs en Ch9rsones€8y in plaatavan PA-^ 
TBOGLüs, isBODOTvs CU Chertonesus , en daarentegen h ir 
THaiDATVs en üxtsscs, in plaats van aiiaaiDATas en 
iJiTsszs, en Panticapaeum voor Penticapaeum^ Bysane^ 
voor BysanHunif tnemineêse voor meminisse, voor hetmeerr 
vond ym het Latijnsche woord tumulus, een grafhenvel, 
tumulu'ê en tumuhèê. Het Fransche woord rapin, de uit- 
gehooide bedding of geul van eene beek of bergstroom (in 
het Hoogduitsch wordt het oek dikw^h overgezet Sohltceg}, 
wprdt telkens onvertaald gelaten, en yoor hetzelve geschre- 
ven ravijn f ravtjns en rav^nen. Yoor Mommité^ in den zia 
van militair opperhoofd of veldheer, wor^t geschreven, eov^i 
miteit. Als spel- of drukibuten beschouwen wij inan voof 
dieny heeft verhindert vqor verhinderd^ denzelve verheft 
JitcA- Tot eei| woord zan^gevoegd vonden w(j induitrie^i 
jÊteenkoleij^,^ ^a^r d^ zin is: hpeft (mn de industrie eieenkok^ 
^eehonken.^ 

Het 13 jammer, dat deze gebreken ^e vertaling ontsiereii 
.van e^n werk, lieti{relk . overigens , .wegens deszelfs rijken 
;inhond en aangenaam omïeihondenden toon, zoo geschikt;!^ 
'^ ■* '■ ' V 2 ' 



308 A. OE OBMIDOFF, REIS iK RU^LAKDi 

TOOT den beschaafden l^zer, en ah tooianig aanbeveling 
Teidient. 



R^tMê naar Malta en hei Muidelijk gedeelte van Spanje in 
1890, door piidiivaiid, Vrijheer tor avoüstir. Uit het 
ïïoogduitêch. Te Alkmaar, bij ff. J. ran' Vloten. 1839. 
In gr. Bro. VIIl en 198 W. ƒ 2 - 40. 

jje Sehrij?er yerlrok met cene OoHenrijkêche korvet uil 
Triiêt. Men was genoodzaakt, tot herstelling van schade, 
welke het schip in eenen storm beloopen had , te la VaUtla , 
op Malta, in te loopen. Hierdoor bekwam de reiziger ge- 
legenheid, om op dit beroemde eiland het een en ander 
merkwaardigs te bezigtigen, en aanleiding, om over de lot- 
gevallen van Malta datgene mede te deelen, wat aan het door 
hem geziene en beschrevene belang kon bijzetten. Yan Malta 
yertrekt men naar Algesiras in Spanje , Welks on^streken , 
en vooral bet belangrijke Gibraltar, door den Schrijver be- 
zocht en, voor zoo veel het korte vertoef dit mogelijk maak- 
te, beschreven worden. Yan Malaga, werwaarls men ver- 
volgend zich begaf, deed de reiziger eenen uitstap naar Gra- 
nada. Deze 'oude Moorethe koningsstad levert veel stof op, 
zoo wel tot geschiedkundige uitweidingen, als tot bescfarij-i 
ving van het aldaar in oogenschouw genomene, waaronder 
vooral Alhamhra den eersten rang bekleedt. De Schrijver 
eindigt zijn verhaal met het berigt der voortzetting van zijne 
reis van Malaga naar Tanger in Marokko, Dit afgebroken 
slot laat het eenigermate in het onzekere, of deze reisbe* 
schrijving in het oorspronkelijke een eerste stuk is, dan of 
de Schrijver hiermede zijn werk besluit. Hoe dit zij, de 
Heer vor acgustir is een reiziger, toegerust met de vef- 
eischte kundigheden, om mét hut te reizen, 'en het talent 
bezittende, om op eene aangename wijze te verhalen. 

Niet zoo zeer om te berispen, als om te toonen, dat wij 
met eenl2^*hpmerkzaamhe}d de, anders goed geslaagde, ver- 
taling hebb^ gelezen, maken wij opmerkzaam op enkele 
feilen, zoo als cactus apuntia voor opuntia, leander voor 
oleander, fangando toot fandango , en telkens tertulla voor 
tertulia. Eene fraaije afbeelding van Alhambra, die als 
vignet den titel versiert, is geschikt, om het veriangen op 



TON AUGUSTIlfy REIZ£ NAA& MALTA ENZ. 309 

te wekken nai^r de iazage 'vaa' bet werk zelf, hetwelk wq 
vertfoawen, dat den.lezejr niet ooToJdaaA zal laten. 



l)e Mindwrhroed^r ^ af hei Koêteèl Vredenburg'^ oarspronke-r 
l^k Verkmal uit den techtigjatigen êtr^ met Spanje. 
II Deelen. Te Ihrdreoht, btj F. Beekee/l840. In gr. 
8ro. 813 W. ƒ 7-4a. 

Uat.de SehriJTer nagedacht heeft oTer de eigenschap* 
pen, die een Geschiedkundige Roman behoort te bezitten, 
blijkt uit de Voorrede. Wenschelijk echter ware het, dat 
hrj dit nadenken . langer had Toortgezet, om daardoor, eer 
hij dit geschrift uitgaf, met meerdere juistheid te kiln- 
nen oordeelen, of hetzelve de uitgave waardig vras. Het 
is voorzeker geene ligte taak «groote mannen en vrou- 
wen, wier namen als flonkerende sterren aan den he- 
mel glinsteren, sftrekende en handelende voor te sMlen," 
op zulk eene vr^ze, dat «wij hunne grootheid van ziel zj^ 
ontvouwen, hunne geheimste gedachten en gemoedsaandoe* 
ningen ontsluijeren." De Schrijver bekent, dat hij zich 
aan die taak niet heeft durven vragen, en » gepoogd heeft, 
om de gevaarlijke klip, waarop zelfs Schrijvers, in wier 
schaduw hij niet vvil wagen- zich te plaatsen.^ somtijds strstn^ 
den, te vermijd^, door geene. groote geschiedkundige per- 
ftonaadjen tot %ijne eerste karakters ie kiezen.'' Maar daar* 
door mist het verhaal, ofschoon de Schrijver waarachtige 
gebeurtenissen in het geheugen heeft willen verlevendigen j 
die voorstelling van belangrijke personen, virelke hij als een 
vereischte van den Geschiedkundigen Roman had opgegeven. 
Wat het verhaal als Roman betreft, is de Schrijver een 
andere ALSXARDza, in het losmaken of liever in het doo»* 
hakken van knoopen. Om Don pznao n'Avri,A met de Pro- 
testantsche makia van lAvmicaa te kunnen tereenigen, 
verandert hij den Spanjaard in eenen Nederlander, die^ 
daar hij als Spanjaard goed Roomschgezind is, zoo spoedig 
bij ontdekt, dat hij een geboren Nederlander is, gemakke- 
lijk Protestantsch wordt. Moet hj^ verhaal /Ie Protestant- 
sche Godsdienst aanprijzen in tegenoverstelling met de Room*' 
sche, ook dan treft het geen doel; Want het bewijst niets, 
dat deti lezer in den Minderbroeder een monnik wordf a£« 



310 DM SUlfJ>ERBROEt>eR. 

ge^hilderd, die door si^e kMMhsid den DaÏTel selvea be- 
schaamd maakt let ie immers eiFen gemakkelijk-, deselide 
ondeugden eenen Protestant, selfs Tan eerwaardigen stand, 
toe te dichten. Zulke karikatanrschilderingen verbitteren 
wél, maar orertuigen of béwijten nief. < Ook ttjn vele ge-^ 
de^lten. n» het vierhaal te langdradig, om onderhoadend te 
zijn. Wi) zonden dm i^ts be^eri v^n den Auteur <mder de 
oogen moeten hebben, eer wij hem durven aanraden, om 
op het ingeslagen spoor andennaal zijne krachten te be- 
proeven. • . 



J}b fV4rBld ^fi, hpt Mensckemh JUven ; in FerhalêH. S(Mr 
.. Atd ÜMMtfolb, EoogduiUch ên EngeUch. Mgeenf^^rXatneld 
: ioor £. iR» S. Te DetefUer, Éiif A. ter Gunne. ïn gr, 
' eto. 309 A/. ƒ 3 - IQ. 

Ule oddèr desen titel aan ous leisend pbbliek aangeboden 
bundel bevat ^drie Verbakm, in oorsprong geheel van elkan- 
der verscIdUeiidew fitfl eenrte heet: l/room en Wesenlijk* 
kMy na«r het Seensck. in hetzelve meent JuUuê, een 
jongeling v«a aanzienii^en huize , zijn geluk gebonden te 
imbbOD in d^ leerblDdtenif met een ligtzinnig meisje van 
mindereii istand.' Toor die verbindlenis i^^rsmaadt hij de 
VDor hem door zijnen oom en weldoener bestemde beminnen 
Vjké Laura, verlaat zelfs zijne bloedverwanten, om geheel 
met '- en voor zijne bemmde Iam te leven. Spoedig echter 
. ondservindt b^ het onMngename van tulk- eene betrekking 
met:eene onbeschaafde vrouw, br} welke hij aanvankelijk, 
door faar^ schoonheid verMind, hare gemeene en lage ge- 
voelens niét had opgemerkt. Nog onverdragelijker wordt 
z^n tdesiand, nadat hij de door hem versmade Laura leert 
kennen, ab eene jonkvrouw, wier schoonheid gepaard gaai 
knetc een edel hart en ' versieni wordt door al wat opvoeding 
en beschaving daartoe kan bijdragen. Nu ontdekt JuliuB^ 
é^t zijne zoogenaamde liefde voor LiMê niets anders dan 
zinnelijke drift was geweest. De ware liefde leert hij eerst 
kannen en gevoelen in den omgang met Li^ura. Daar hij 
ifltusschen met Liie liiet gehtiwd is, wordt de zaak, zoo 
%h iadtk dat dooi^aaas noemt, nog ten beste geschikt. Lize 
•Corfit aan de tering^ en Lm^ra, thans de ecktgenoote van 



]>ft WBBELI> MV HET MERSCHELTJK LSTEH^ 311 



JiÊhitSj OBtfeittt fctoh oVer hare ac^tergelatene klnÜeren. 
KWtom, alk» loopt af, ftoo als'faet roor eenen Romanschiij- 
f^t (pemalttelp is het it ^oeii afloópea. VHq willen ook 
mei leggM^ dat dé ftfedëlijke strekking Van het Verhaal 
k^ad is, indien de letiN' Ukaar onder hel oog houdt, dat 
in de «vMool^kd WwoM feolke Branêmahlèn im tJfêtcissen, 
xoo als da goede ^iititHQ de gevolgen Tan dergelijke ion-* 
dflB der jengd noenit , tich niét i^oo gemakkelijk laten nit- 
wisBchen. -*«. Het tweed» Verhaal, Graaf EaHendoff ge- 
naaoad, naar bet Hoegdnitsch , kan'eenigerttiate verstrekken 
tot bevestiging van de daar too even gemaakte aanmerking. 
fin held des v«riiaals laat adèh vangen in de strikken vaii 
eene bekoorlijke, maar tetena keer' gevaarlijke vrouw. De 
ondervinding van hare valschheid en ontrouw 'doet heni 
alle geloof aan vrouwelijke deugd verliezen. Mogt hij ook 
naderhand het wagen, om een vrouwelijk hart te vertrou- 
wen, én zelfs de. echtgenoot te worden der onschuldige en 
hem al9 eehtgendote getrouwe Cecika^ het wantrouwen, de 
rampzalige vrucht van zijn vroeger Verkeer met degenoem* 
de boeleerster ,^ had zulke diepe wortelen gjeschoten in zi}n 
hart, dat h$ eenen geruimen tijd zonder grond zijne voor- 
trefiettike geraalin van ontmuw verdacht hield. Niet, dan 
na eeite langdurige zelfkwelling, werd hij van hare on<- 
sehnld overtuigd en verlost van z$nó zielsziekte. — - Het 
derde hier geleverde Verhaal is van Engelschen oorsprong', 
te heeft tot opschrift: Ife onsckutdiff t^roordeêlde, eené 
^ohiedêniè mV AéV ^füraffèt'^k regi. De Napoütaans^e 
Graaf Enrie» di iamfieri wOrdt op de bc^huldiging , dat 
hij, 0|i de jagt zijnde, tijnen medeminnaar door een ge^ 
weerpöhot om het leven gebtagt heeft, ter dood veróór-^ 
éedé. Zi}n rader , om zi)n aanzienlijk gesbcbt dé schande 
te doen ontgaan, dat een van deszelfs^ leden op het schavot 
komt, beweegt zifaen zoon tot het innemen van verg^ifti 
Inittssdien wordt de ware moohi«naar <mtdekt en Graaf 
Enrico vrij gesproken, maar helaas (e laat, om de'werking 
▼aoa bet ingenomen vergift voor te komen^. De vader klaagt 
zich na zelf aan, als de moordenaar «van tijnen zoóki, wordt 
tot levenslangen dwangarbeid veroordeeld , en sterft krank-* 
zinnig. Voor het l^sirüffeiifke regt meenen wij, dat dit 
Verhaal niets, der. vermelding waJupdig, in zich behelst. 
Voor de iUasie is het te onwaiUrsefa^aKjlE. Wamieer wi{ 



312 DE W£A£I.I> £N HET MEKSCIULIJK LEVÉK. 

ccbter dit.Iaatate kortere Y^erhaiJ aanmerken aU eene toe^ 
gift tot Madyallingy dai|, heeft de Vitaler am on^.hod- 
genooten eene aangename ea nottiga bijdri^e. gelevevd lol 
onderhoudende lektaur. Ook if , naar het ons yoorgekomfli» 
is, het Tertaalde in eenen «ÜTeren stijl en taal overgebragt. 
Indien het echter mode wordt, om Beeoaehe Romms te ver- 
talen , sollen wij voor gebi^kktg .TerUMilde jbewoordingea of 
spreekwijzen uit het Deenseh nog een^ kmistbenamingimoe- 
ten uitvinden , gelijk; aan Gallidême , Germanisme en der- 
gel, meer, dew^l wij flaters^ als titeed<mker {tiMifht in het 
Engelsch, êphemeravofid) dat al een eig AngUcisme is, niet 
maar zoo onopgemerkt , zoo ie ons in eene vertaling uit het 
Deenseh voorkwamen^ eene plaats ia ^onze taal zouden kun-* 
nen geven. ... 



De AtheUt, Een oorêpronkelijke Moman, door j. ob vaiBs» 
Te Amsterdam , bij J. M. £. Meijer. 1840. In gr. 8«o. 
F/i/ ••212 W. ƒ 2-10. 

> Uaarenboven/' voegde er een ander bij, «moet een werk, 
dat zulk een titel draagt, belangrijk wezen.'' Zoo hooren 
wij in de inleiding een van é^ Schrijvers vrienden preken. 
Anderen twijfelen er aan, of h$ wel voor zulk eene taak 
berekend is. Doch als hij zijn verhaal heeft voorgelezen > 
dan roepen zij allen het b^avo i uit Nu, dat laatste laat 
zich genmkkelijk in eene inleiding ter nederschrijven ; maar 
Kec. twijfelt, of de vrienden van den Heer ni vaiss, zoo 
zij althans knappe menschen zgn en onpartijdig hun gevoelen 
durven zeggen, inderdaad en in ernst, na het lezen van 
dezen Aoman, zulk een goedkeurend bravo! zouden hebben 
doen hooren. Be titel belooft veel, en de uitvoering is jam- 
merlijk. Indien men niet beter en sdierper en krachtiger 
teekenen kifti, kieze men toch geea onderwerp als een aihe^ 
Ut! Be intrigue dateert uit den slechtsten tijd van la pon- 
tainb's Romans, toen de meeste heldinnen gevallene meürjes 
war^ en trouwen moesten om hare eer te redden. Zoo 
gaat het hier ook , en dat zijn dan nog voorbeelden van alle 
deugden! -t Is eea.alledaagèch, onbeduidend, onbelangryk 
verhaal, dat zich ook door den vorm niet aanbeveelt. Leen- 
dert is in de vcrle eene mislukte kopij van waltis scott's 



J. DE VRIES, DE ATHEÏST. 313 

Cültb; de overste van JVaardenburg een. onbeschaafde lom- 
perd, die in geea fatsoenlijk gecelsohup te hnis- hoort. Met 
één woord, het boek is beneden het middélnifttige. 

De SehriJTer gaat niet vooruit, het natanrlijke gevolg van 
de zucht , om ,veeIschr$Ter te zijn. Hij late nu vooreerst 
zijne pen wat rusten! 



BsBTïA co??iKB. Een Verhaal , door Mr. j. j. d. irspviu. 
Tè 'sGravenhage, bij K. Faliri. 1840. In gr. 8i>o. 299 
R ƒ 2-90. 

Ofschoon Ree. in het algemeen de goedkenring betuigt , 
waarroede hij het op den titel van dit werkje genoemde 
verhaal heeft gelezen, komt het hem echter minder gepast.. 
Toor, het aan eene opzettelijke beoordeeling te onjderwer*. 
pen, daar het niet ten eersten male in. het licht verschijnt, 
maar in den Gids, (1839. N«. 4-7) blijkens het Voorbe- 
rigt, is geplaatst geweest. 

^e Schrijver heeft bij dezen herdruk, naar den bij bui- 
tenlandsche Romanschrijvers vrij algemeen heerschenden 
smaak, nog een ander verhaal van hem, op den titel niet 
genoemd, lamoraal vah sghond geheeten, uit het Jaar- 
\)oek^e^ Aurora van 1840, laten voegen, beide doende ver- 
zeld gaan van eenige aanteekeningen , meest naar aanleiding 
van aanmerkingen , «die men hem gemaakt heeft. 

Aan de lezers van genoemd Maand- en Jaarsohrift is dus 
de inhoud van dit netgedrukte boekje reeds bekend.. Ten 
l)ehoeve van anderen kondigen wij deze vruchten der »ver- 
poozing van ernstiger geschiedkundige studiën** met een 
woord aan , den Schrijver alles goeds toewenschende in zijne 
letterkundige loopbaan, die hij, mogen wij dat bescheiden- 
lijk zeggen, min gelukkig met het herhaaldelijk aanbieden 
derzelfde stukken opent. 



Ckaar Peter de Groote ,te AiMtéftdam, bengvw t>ter anr 
dere Verhalen ; leertak en OÊmgen^fam onderhoud roor de 
Jeugd. Te Amiterdam, bij J. de Boer. In hl, 8ro. 92 
bl.f'.^75. 



^14 XINOlRWibRKJBS. 

Vitder en Moeder SirpomdtU ên hunn^ Kinderen; daar 

r. TAii fPALi. T# Sckoanhütên, kif $. E. .van Nooten. 

1840. Ju A/. 8«o. 7iR/ :p90. 

f 

Gedenkêc^riften een^r Pop. Vrij gevolgd naar het Fran$ah 

van L0U18I d'adlitat. Te Groningen, ^h^MV. van Boe«- 

keren. In hl. 8«o. 120 bl. ƒ : -90. 

L)exe drie kinderboekjes behoeren wij slechts kortelijk aw 
te melden. Allen hebben plaatjes; N». 2 teer friiai ge- 
kleurdei N«). 3 is Toor kleine, Vo. 1 voor wat grootere 
.kinderen bestemd. Be titel van Gedenhschriften (hetFran- 
ache Mémoireê) is voor de lieve kleihen welligt wat al te 
deftig. In Ifo. 2 vergat de Eerw. Schrijver, dat hij voor 
hinderen schreef, op bladz. 20, sprekende van » het kindje, 
dat uwe dierbare moeder onder het hart gedragen heeft." 
Hen kan niet te omzigtig zijn in het uitlokken van vragen , 
waarop men het antwoord moet schuldig blijven. Oaze"* 
jeugd wordt reeds overvloedig vroeg wijs. 



Aniihritieh, 

IN iet om eene hatelijke Antikritiek te schrijven, maar om 
mgne eigene zaak, en die van ^e bekwame Schrijfster, wier 
werk. Mar ai, ik in onze taal overbragt, tegen eene ver- 
keerde opvatting te verdedigen , neem ik de pen (^. Re- 
censent b^nt (*} met mij te verwaten , dat ik menigmalen 
het woord Seeren en Manheer gebruikt heb , daar het Bur'- 
ger of Citogen had moeten wezen. Hier treft ook het ver- 
wijt de Auteur, want nergens heb ik JTi^er geschreven, waar 
zy mij niet voorging met Herr; maar, wel ver yan zuiks 
aan amalia schofpb als eene feil of onachtzaamheid toe te 
rekenen , erken ik daarin haren welgepasten geest van on- 
derscheiding, dewijl zij het gebrandmerkte woord nooit in 
den mond legt, dan aan personen, die het, te midden der 
Omwenteling, in hunne omstandigheden ook alligt gebruikt 
«wden hdibeu. Bij toeAèeld, lüel op bl. 40 (want d^ar 
staai het geheel niet) ma» leedb op • jm 10. wordt Jiet 

^ («) Zie VaderL lêtieroef. voor Maart 1841. 



AHTIVRITirS. 315 

gebrmkt ddor Méhnie, He, ▼dgeiM hl. 94, 94H atff<, tt^ 
m Pnr^^ omging, foeinig <ƒ niet$ te ^ei0H kwmm, ea ibeft 
Terb«zkig yernam, welke de toestand van heer Taderknd 
was. Toorts op bl. 14 do<Nr dexelve, qMekende t^en den 
Doctor» dien ^j xeker va» ond^ gewoon was Mankeer 2^i»« 
four te noemen; op bl. 15, IQ en. 17 nogmaals door haar, 
ket woord rigtende tot haren bevrijder, den Markies de ^41- 
riany , en zoo q> meer andwe plaatsen* Op bl, -U is het 
Etienne (een fatsoenlijk man» die tijne onders onder da 
giiiUottine had tien sneven en geen vriend van de Revolutie 
was) diej tegen Mélanie sprekende, den Doctor Mankeer 
neemt» en op bl. 20 geef t dete aan den Markies denxellden 
tUeL Dit weinige- oUder veel dergelijke voorbeelden. Op 
bl. 24 is het de Schrijfster zelve» die (geene reden hebbende 
em van Ci$agent te praten) Dufaur tweemaal Herr noemt. 
Op bl. 57 is het de gewezen Markies» nn spion Bonnet, die» 
de twee vrienden willende redden» Adam Lus (den Dnii^ 
êcher) Mijnheer betitelt , en Lux , die hem even koo noemt. 
Bonnet, op bl. 100» noemt Marignff (die hij wel begreep» 
dat op z$n Citoyen niet gesteld zon wezen) Mijnheer ^ en 
op 106 zelfs Markiee, ook volgens scRorri. Verder doet 
zij, op 120» den hospes nit de herberg Ihr Herren! zeggen 
tegen zijne gemeene gasten » naar mijne gissing omdat het 
woord Mesêieurê, vóór en na de Aevolatie, in den mond 
der Frantehen als bestorven was» en het ook in 1793 wel 
geweest zal zijn. Op 149 gebruikt de boerin, t^en Bonnet 
^n Marigny sprekende» onverschillig het Cüogens en mijne 
Eeeren: het is hier een onkundig mensch» tegen deftige 
lieden uit de stad sprekende. Op 172 heb ik Taübchen 
met Jyffertje vertaald » omdat hét spottenderwijze gemeend 
is. Op 219 en 220 is het de min» die haren ouden Heer 
nog Heer noemt. Met deze aanhalingen meen ik de Schrijf- 
ster en mijzelve genoegzaam geregtvaardigd te hebben , ten 
opzigte van dit artikel. 

. De verdere berispingen ^(fm Aoc. betrefien mij alleen. Ge* 
Igk ik het Beller van de Schryfster op bl. 45 roet penning 
meende te moeten vertalen» dacht ik voor haar einen Sou$ 
ons cent te mogen gebruiken. Had ik in een Hollandsch 
boek 4enier eh sol moeten 9chrgven » men boude mij mijne 
dwaling ten beste. 

Over het gebmiken van alleen voor maar zon ik zeer lang 
kunnen uitweiden» omdat het eerste woord meermalen in 



316 AÜTIKRITIÉK* * ' 

nnjne vertaling ▼oorkomt; doch ik wil kort Eijn, 'en niet 
anders leggeDf dan dat ik, al de bladxijden nadende , altijd 
aileen voor^M»/, êeulement, Hniquement, kommt er nur , 
nur dem Manne geben, — kókne durch nichts erschHUert 
werden, als durch, — keine andere uh, ein himmlieches 
Ldckeln ober, (j^ebmikt heb. Had ik meer slechte, niet aii- 
dere dan of iets dergelijks mqeten 'gebruiken ? Het doet mij 
leed van in Germanismen , Z4>d als ook (heb ik nu geleerd) 
Allerdings , en Gallicismen als kwam te hoeren , niettegen- 
staande mi^n afkeer van die soort van fouten, vervallen 
te zijn. 

Het woord pinken (zoo als ik de oogharen in het gemecne 
leven dik^rijls heb hooren noemen) heb ik gewaagd voor 
Wifnpern te gebruiken, omdat ik het welluidender vond» 
dtoi het in de Woordenboeken algemelsn opgegevene; maar 
hoe kon Ree. denken , dat ik wenkbraauwen bedoelde ^ die 
omBOomen toch de oogen niet. 

Het overige zijn feilen, of door mijzelve, of door den 
Corrector over het hoofd gezien. — En hiermede neem 
ik een vriendelijk afscheid van den, mij onbekendeo. Re-' 
censent. 

Amsterdam, Maart 1841. a. j. nt ir. 

Repliek van den Recensent, 

Op bovienstaande Antikritiek wordt door den Recensent, 
wien zij betreft, enkel geantwoord, dat' hij het voegtama 
van het woord: Mijnheer! in den mond van sommige, in. 
den Roman voorkomende personen gi^ame toestaat, mits 
hem wederkeerig toegestaan worde, dat die » bestorvenheid 
in den mond der Franschen** cene zeer onbeduidende goed- 
making is van eene fout, die aan de anders bekwame Schrijf- 
ster is ontsnapt, en omtrent welke Ree. haar niét zoo breed 
zou hebben verdedigd. 

Voorts worden de gemaakte aanmerkingen voor een groot 
gedeelte toegestaan. De Vertaler (of, indien wij hier, ge- 
lijk wij half verraóed.en, met eene bekwame, hoogst gunstig 
bekende vaderlaiidsche Schrijfster te doen hebben , Vertaal- 
ster) gelieve in het vervolg te bedenken, dat op het kleine 
te letten ook tot de pligten des Overzetters behoort. 



BOEKBESCHOUWI N G. 



Verhandelingen , rakende de natuurlijke en geopenbaarde 
Godsdienst y uitgegeven door tje'yler's Godgeleerd Ge- 
nootschap. XXXII I ste DeeL Ook onclcr den litef: 
Verhandeling over de. Kerkelijke Overlevering , door 
j. H. STUF F KEN, TheoL Doctor ^ Predikant te Uqojfie^. 
Te Haarlem, hij de Erven F. Bohn. 1840. In. ito. X 
en 470 W. ƒ 5-: 

Vinder de geleerde of andere Genootschappen on2ea.»ya- 
derJand3> die van tijd tot tijd prijsvragen uitschrijyen , be- 
hoort voorzeker eene aanzienlijke plaats aan teyl.kr's (xe- 
nootschap in zijne beide afde^lingen, zoo wet wegens : de 
wel niet vele» maar ook alled^agsche noch afgesletene, 
maar uitgezochte, weinig opzettelijk behandelde eA nóg- 
tans belangrijke onderwerpen , die hetzelve doorgaans .op- 
geeft, als wegens de insgelijks wel ^ niet vele, nuii^'. nog- 
tans zoo wèl bewerkte en in hare soort zoo voortreffelqke 
Verhandelingen, die het der bekrooning waardig. keurt; 
zoodat het te bejammeren is , dat dezelvje dikwijls zoo wei- 
nig builen de grenzen va.n ons Vaderland bekend wor- 
den. — In deze beide opzigten deelt de Verhandeling, 

. die voor ons ligt , in zulk eene vereerende onderscheiding. 

. De opgegevene prijsvraag was : » Wat heeft men. onder de 
» zoogenaamde Kerkelijke Overlevering {yrapéiSo^tq , traditie^) 
» te verstaan ? waartoe en hoe ver strekt dezelve zich uil? 
» welke is de oorspronkelijke onderlinge betrekking tussphen 
» Bijbel en Overlevering, als kenbronnen beschouwd .der 
» Christelijke Openbaring ? langs welken weg is het leeir- 
» begrip der Roomschkatholijke Kerk nopens de .Overleve- 
)»ring gevormd, ontwikkeld en vastgesteld? welke voor- 
»of nadeelen zijn hieruit voor het Christendom voortge- 
» vloeid 7 en welk gezag of nut kan nu nog aan het getui- 
»genis der Overlevering worden toegekend?" en ieder, die 

BOEKBESGH. 1841. HO. 8. W 



318 TERBANDELIHaEN 

dêr zake kundig is ^ zal dezelre zonder twijfel als gewigtig 
en Toor de kerkelijkf gesteldheid onzes tij4l teer gepaft 
aanzien. — Hierop nu Is niet van onze Hoogescholen , 
niet uil onze groote steden , maar uit het Gclderschc dorp 
Haaf ten 9 door deszelfs Predikant > Dr. stuffkeni zóó 
geantwoord, dat Referent , na deze Verhandeling met groot 
genoegen gelezen te hebben , het goedkeurend en bekroo* 
ikekid oordeel zeer gaarne wil onderschrijven, Tolgens welk 
aa^ft dezelve door Directeuren vati tsTLslt^s Stichting en 
Ledem taü het Godgeleerd Genootschap de gomfen eerprijs 
ioegéwtzen ié. H^ zal vlin den ihhott^l^ - zoo véél dé aard 
van dit algemeene Tijdschrift gedoogt^ eeQ kth, verslag 
geven. 

De inleiding stelt de belangrijkheid des onderwerps voof , 
«it .aanmerking vooral , dat hetzelve een faoofdverscfail 
rakkt tttischen de R^oAschkalholieken en de IVotestanten , 
•n thans in het bijzohdeir, onidat hiertoe betrekkelijk is 
een wtt'k tan den ttn reeds overleden A*. ^. ii. MönLEft, 
Hoö^eeraar bij de Katholieke Faculteit der Hoogesehool , 
iSersi t« Tubingen ^ néderhand te Munchen , getild: Sjm- 
hoUkf oder éatstéBuHff der dogmatischen gegensatze der 
'É^h&UkeH iiHd Pratèstiéfiten y noch ikten vffèntHdten he- 
keHhtnissehriften f en ^ het daardoor vetoorzaakle sehrijvón 
en tegtnsiclttijv^n , op welk een en ander s^tvtfut^y 
▼oóra) in het tweede deel zijner Verhandeling, aanmerking 
noetnl. •-♦ Volgens de pr^svraag veirdeeli hij de behandc- 
•ling van zijn onderwerp iii eenhistorisch c^derzoek , waar- 
'toe de vijf eerste leden dtfr vraAg befaooren, en èen tri- 
tiechf Waartoe het laatste lid geleidt , en waardoor het 
eerste 4eel natuurlijk veel meer iDiimte beslaat dan het hat- 
ste^ dat door bette yorcn behandelde bekort wordt. Het 
eisrite punt der v^aag wordt bh 12^17 in het algemeen 
lyeantwoord ; het meer bvjïsondcre dli«yv«n bij dk afeomler- 
lijk deel der gesehiedenis aangewezen; met de eerSfte ér 
deeling van het e^^fe deel, bl. 19, begint dus eigenlq'k 
de behandeling van hét dorde pttnt<, dat tor beantwoording 
o]^gegeren was. 

Om dan de oorsprt>Yik€»lijke onderlinge betrekking tos- 



TAK TKYtKR'S «ODGELKERD aiKOOTSCHJlP. 319 

«obcn Ofcrltrmng en H. Schrift» beschouwd als kcmbron» 
neii der Christelijke Openbaring » te doen kennen , be* 
tohouwt de Sohr^ver eerst de betrekking der prediking van 
jssus. tot de Schriften des Ouden Testamcmts ; daarna zecv 
in hei hr^ede (Ref. had liaast gezegd , wat al te breedvoc»- 
rig) de voortzetting der prediking van jbzüs door de Apos<^ 
telen > naar inhoud » daarvoor aiingevoerde bewijzen, .en 
hnn toegekend gezag, alsmede de. betrekking hunner schrik» 
ten lot hanne mondé&nge prediking; — waarop hij jonder» 
loekt , hÓ€ men orer .die kenbronnen der Christelijke Open^ 
}>aring en derzelver onderlinge betrekking dacht , in h«t 
tijdperk, het naast op dat der Apostelen volgende. Uii 
dit e<» en ander trekt hi^. eindelijk, bl. HO— 143, een 
belangrijk resultaat aanicn. — Ecnc enkele kleine opmer^ 
king moge hier plaats vinden. Obchoon stuffxek in 
dit betoog over 't geheel te rcgt beweert , dat de Apoitelea 
zich niét op het geven van schriftelijk , maar op het mede^ 
deelto van monddqk onderwijs hebben toegelegd ; dat ook 
hanne brieven geen leer-^, ni4ar gelegenhoidsaehriften wa-» 
ren ; en hij het zeUs hls zeker stelt,, (wat evenwel nog zon 
kunnen betwijfeld wordeh) dat dc: meesten hunner niets 
geschreven hfbbem; zoo blijkt. het echter, meent Scf. ^ itit 
de (Voorhanden zi^e gesehiedboekcn van twee Apostelen 
en twee hunner medéhelpefs, en zelfs van ter zijde ait 
Jmnne overgeblevtno brieven , dat dj- iets diiursaan schrif- 
telijk^ voor htinnen : tijdgenootcn noodig achtten : en al heb«> 
l>en zij er niet«an gedacht, om eencn Christel^ken Canon 
ficvens den JEoodschcn te maken, of: om ceir Christelijk 
sy^rnn^^dêgymtido-morèU te schrijven, zou- hun het denk^ 
beeld toch wel zoo vreemd gewecèt z^n , dat het Evati*- 
jgetxe, ook ili iK>]gonde tijden, zoo wel door schrift, als 
door mondeling leeren, zou voortgeplant worden 7: zonden 
zij ook wel die iRoor alle tijden dunrza^ne 'gonoegaaamiieid 
en.op allé deelen toepasselijke onfeilbaarheid aan dc Schrif- 
ten 4qs Ouden. Yerfopnds toegeschreven • hebben', wèlkc 
BLtWwrxun néh^t )le>inoenen dat zij daarin vonden,. en 
waardoSor hun het eigen schrijven minder, noodzakelijk foor- 



; 



320 YERBANDELIiriS^H 

kwam? ^ Doch over dit en meer yerbicdt ons de riiiml^ 
hief uH te weiden. 

• Met de tweede afdeeling begint nu de » geschiedenis Tan 
V hei leerbegrip ^nopens <le Rcrkelijke Overlevering:^' Dext 
k wederom in twee onderafdeelingon gesplitst, waarvan do. 
eerste de » vorming, oalwikkeling ' en t^abtstdling van het 
» leerbegrip der Rpomschkatholijke Kerk nopens de Orer- 
wievering" voorstelt, 1^. in d^ laatste helft der twc«dc 
Eeiiw , 2^.' van het begin der derde Eeuw tot den tijd vaii 
hei derde algemecne Concilie, (431) 3^. van' daar tol de 
tast&ielling van. dat gezag op het Con-cilie van Trente. Aan 
kèi einde van elk hoofdstuk trekt de Schrijver wederom 
CAD belangrijk eti duidelijk voorgesteld resultaat uit het 
verhandelde zamen, om te doen zien, waartoe en hoe 
verre zich de Overlevering in het beschouwde tijdvak uit- 
strekt I hoe derzelver gezag trapswijze voortgegaan is ; en 
hij wijst , bijzonder in het derde tijdvak , hot steeds klim- 
men: van dat gezag te regt slechts uit enkele hoofdpunten 
der leer aan, als waaruit dus <le geheele geést^ de^ ti^s 
blijken kan. -— De tneede onderafdeeKng vermeldt nu de 
gevolgen, dat dit aan de Overlevering toegekende gééég 
voor Jict Chrisiendoin g(^iad'. beeft; vooreerst do voordee^r 
hen> namelijk » in den vroêgsten tqd ,- in. den strijd mei dé 
>) Gnóstiken ; ten opzigte der bewaring van de echte Apos- 
Dtofisehc Schriften; der uitbreiding des Ghristendöms ; der 
i> belijdenis en van hei leven der Christenen"; en ten an* 
dere Ae nadeelen , te weten » belemmering der vrije ont- 
j» wikkding van den geest, hindernis tegen de vordering in 
»de kennis der Christel^ke waarheid, en tegen -d^èeoe^ 
•)»Ceiung der Christelijke deugd." . ..*....;; 
'^ l^lbxi tweede en, gelijk natuurlijk is , Teel kortere -deel 
wórdt nu, inde eer^^e afdeeling, onderzoek' gedaan'» naar 
ii^dé... gronden ^fsat het leerbegrip der )RooiBschkatWli)kè 
>>. Klerk nopens do' Overlevering ," en aangetoond , dat ^> dè 
»>.Oferlever!hg der Rpbmschkatholijke Kcrknoeh eenfe ze^ 
:»)kerc*i noch ccné. onontbeerl^ckcnbEon der ChrisOsl^è 
» Openbaring" is;, en de bewijzen, door dezelvci daarvoor 
bijgebragt, bijzonder uit het bovengemelde werk van MÖn- 



YIN TEYLfiR^S GODGELEERD GENOOTSCHAP. 321 

LBR ontleend, worden op goede gronden wederlegd. «- 
In 'de fif'eei/e atdeeling ^ eindelijk > wordt onderzothl, 
» hoedanig gezag of nut aan het getuigenis. der Qyerlevering 
)»kan worden toegekend/* en uit dit alles het algemcene 
'besluit der Verhandeling opgemaakt. 

Ref. hoopte dat dit korte Tcrslag genoegzaam zal zqn , 
om den inhoud en de waarde van dat geschrift eens yadcr* 
landschen Geleerden , zoo veel de strekking yan^dit Tijdi- 
schrift. gedoogt, te doen. kennen. — Er zijn wel ettelijke 
bijzonderheden , waar hij zich met des Schrijyers wijze yan 
beschouwing niet geheel kan yercenjgen, gelijk tetler's 
Beoordeelaars dit ook yan hunne zijde met bescheidenheid 
te kennen gcyen; maar hij moet eene breedere beoordec- 
ling, yooral wanneer het niet onmiddellijk de hoofdzaak 
raakt, aan opzettelijke Godgeleerde Tijdschriften oy.erla- 
ten. — Hij zou ook wel wenschen , dat bij allen lof van 
geleidelijke orde en grondige behandeling , die den Schrij- 
ycr yan dat werk toekomt, ook doorgaans eene minder 
omslagtige manier yan dezelye heerschen mogt; doch dit 
is nu een nuttelooze wensch , want liter a scripta manes. —r 
Voor het oyerige yerblijdt hij zich met de Bestuurders yan 
teylsrV Genootschap, die in hunne Voorrede yerklarcn, 
dat hun wensch boyen ycrwachiing yeryuld is^; en hij ycr- 
eenigt zich gaarne met hunne daarop yolgende uitspraak : 
»Dit stuk draagt zoo yele blijken yan naauwkeurig en on- 
» partijdig onderzoek, yan fijne oordeelkunde, yan bele- 
»zenheid in de schriften der Kerkyadcrs, yan bekendheid 
»niet alleen met de Schrijyers, die de Kerkelijke Gcschic- 
» denis of een gedeelte yan dezelye behandeld hebben , 
»maar ook met hetgeen in den laatstyerlodpcn tijd, met 
>> name in Duitschland, door Roomschen en Onroomschcn , 
»oyer het onderwerp, dat hier behandeld wordt, is in 
)» het licht gegeyen ; het prijst zich daarenboyen door ge* 
» zonde uitlegkunde en eene ycrlichte godsdienstige denk- 
>Mvijze zoo zeer a^n^ dat het geacht moet worden den 
» Schrijyer de grootste eer aan te doen, en yan zijn stand- 
Dpunt een yóUedig antwoord op de yraag.te bcyatten." , 



322 C. H. YAN HERWBROEN 

», I > > ' - ■ ■ ■ * ■■■ »,,,,. r i> ■ i ' ■■ 

Mei aandenken pan hbitdrir tar 2irr#Hiré>iiil«r 2^ii# 
Ldndgenooten vernieuwd door c. h. tar rrrwtroxk, 
c. H. Zr , TheoL Doet en Predikant (e (xroningen. Te 
Groningen, hif J. Oomken«: 1840. In gr. 8vo. 203 
W./2-: 

Vinder de .mannen y die zich door het Toorbexeiden der 
gezegende Kerkheryorming eene biU^ke aanspraak hebben 
rerwonren op de erkcntehis der nakomelingschap, staat 
hsrdrik TARztTPHRRop ecne eerrolle plaats. Hij werd 
aldus genoemd naar zijne geboortestad , waar hij in of om- 
streeks het jaar 1488 het le?en'zag, trad reeds in jeug- 
digen leeftijd in de orde der Jtugustijnen ^ en maakte ken- 
nis met den berocmdsten aller geestelijken van die orde , 
LVTH^^R 9 die zich met warme Triends'chap aan hem hecht- 
te^ en op zijne denkwijze eene beslissende rigting ver^ 
kreeg. In zijn Taderland teruggekeerd, was hrrorik 
eerst als Prior Xe- Dordrecht ^ later te Antwerpen, te fFit^ 
tenherg en te Bremen met ijver in onderscheidene op- 
zigten werkzaam aan de HerTÓrming, tot dat hij te Dith'^ 
marschen in het jaar 1524 den marteldood onderging, 
sterk door het Christelijke geloof, welks kracht hi^* nog in 
zijn sterven ondervond en toonde. 

Deze geloofsheld is minder algemeen bekend, dan hij 
verdiende , vooral bij zijne landgenopten , én het was daar- 
om eene gelukkige gedachte van den wakkeren Vaderlan- 
der, wijlen den Dichter starirg, den Eerw. var brr- 
Wxrdxr op te wekken, om de nagedachtenis van z^nen 
edelen stadgenoot door een schriftelijk gedenkteeken te 
vereeren, gelijk hom in het jaar 1830 op het veld, waar 
hij zijne leer met zijnen dood bezegelde , een gedenkteeken 
werd opgerigt, waarvan eene afbeelding dit werkje versiert. 
Loffelijk heeft de Heer var hzrwr^dbr zich van die 
laak gekweten. In zes Hoofdstukken geeft hij van het le^ 
ven en de werkzaamheid van var zutpher een berigt, 
dat zich door belangrijkheid van inhoud en eene juiste 



OVIR H. ¥4^9 ZUTPHSH. ^23 

b?^ft bij JAiMTtoo gebruik gemaa^kt y|^i|^ q^ier% ^ jonger^ 
SchriJTer^^ rparal van d^ mfm^graphic y«n 9i»if f^» ^^^n 
Livs, JOis^ertatio de yita pt gesiU hük^igi Zutphmi§1ki 
sis, MortyrU JHihmarsicp , nusmQrUp ej^sdem pie r^iH 
fandw , sohninitefque^ cehkrandc^ dieatiu , ae dicta pu^ 
bUce, 17U (iB DUsertt. Kil. 1725) . bc» door deaHoag* 
Iperaar kist bezorgd; gelijk van meerdere tbaiiv ^^IdMUDue 
wo;-^e&, gel^'li: DiBiiGi^Birsi ^t9. ChrUto nasc. et tresc. 
en anderen. Yan de stellingen j door tait n^yftuvm in 
bet jaar 1521 te Wittemberg verdedigd, geeft v mi ma-^ 
-wsRDEH niet allepn dei) tekst in bet Ned^rdliitM^^ cm ii| 
bet oorspronkelijke platdujtscJi 9 maar ook eene juiste be- 
oordeeling. Hoe IUT0EB de Bremers tr(H>stt|6 oTerjEiBv- 
naiiL*^ dood 9 en boe» door de opi^gting eeneir obelisk op 
bet iTeiJer-kcrkbof 4 bem drie eeuwen na fijnen nart^'» 
dood eene buldo werd bewezen , die de sticbters erenzcierf 
als bel voorwerp derzelve vereerde ^ vefWeWf va* ji*R-* 
^^f DEK in de twee laatete Hoofdstnkkeu , m^ti^dedee-* 
ling der Imy^'dingsrede , ^oar den Pr^ikan^ scaL^T^i. j^ 
bij die gelegenbeid gebonden. ' 

Wij danken den Heer vi.if HaawEiiDEK voor 4Jt h^ 
langrijke gescbrift. Gelijk bet eene waardige plaaU in bel 
Archief voor Kerkelijke Geschiedenis van ^Heeren kist 
en aoYAARns 70U be)>ben kunnen beslafin, ^00 i^ n|i vjoor 
deszelfs meer algemeene verspreiding door d^ sdzondeirli^k^ 
uitgave altbiois niet minder gezorgd. Het 6tr4»kke ter pioer^ 
dere waardering van de onsterfelijk^ diensten , die de Ya-* 
deren aan bet ontsteken van dat betere licbt bcbbeu be-* 
wezen f m welk$ weldadige stralen wij ons verbeug^m. 'Dit 
kan nooit te veel berinnerd, nooit te veel m^ei daad^akfn 
gestaafd worden. £n boe nieer weinig bekende da^d^en 
en verdiensten iemand .te de^en^in bet licbt stelt, de^jte 
grooter js zijne afin^praak 9P den ^nk z^uer l^ndgenop^ 
. ten.' Hoe GH^isir,9s ook in meer 4<ME^^i^^.dageu^eefd^ in 
zijne Gemeente^ en ^bet. geloof in He;m nlles doet .overiwit^p 
V^9 dat oifig wel mqt kle^uuAnde .voorbeelden bevestigd 
YfQfdcfk. Het ^t^rckt tpc^ ook tot bemoediging bij vree» -« 



324 G. H. TAN HERWEROEK 

en niet ongegronde vrees — voor yerschijnselen , die eene 
Véi'dótikering schijnen aan te kondigen van bet licht des 
▼rijen ond^zdeks en des r^ncn , Bijbclschen Christendoms. 
Dat de Heer der Gemeente licht kan scheppen in de duis^» 
témofis/eh men alle dingen vermag door ghristus, die 
kracht geeft; al vvare dit het eenigCi dat uit deze levens- 
besGfhr^ving te' leeren is > 'dan ware hare uitgave reeds een 
gezegend teeken des tijds. Met' dit oog bezien , wordt de 
Kerkelijke Geschiedenis dubbel belangrijk. Het geeft haar 
geest en leven. * • 

'Indien wij iets zouden aanmerken op den verdienstelijken 
arbeid des Heeren vait herwerden, dan ware het» dat 
hij hier en daar zijne redeneringen en gevolgtrekkingen 
wel wat verre uitstrekt. Daarvan mogtcn tot proeven ver- 
strekken hetgeen hij bladz. 9 zegt over den door hendrik 
bij z^ne intrede in de Augustijner^orAe aangenomen naam 
van- jo^ANNEs; bladz. 12 » over de daar aangehaalde 
woorden van lüther, en welligt nog meer. Ook zouden 
wij opmerken/, dat bij de melding van nigolaas van 
cüSA bete/y dan D. I. bladz. 165 van het Kerkelyk Jr- 
chieff aangehaald ware de uitvoerige Yerhsindcling over 
dien Kardinaal door Dr. swaeve, ald. D. IX. bladz. 
I-»115. Maar welligt was de laatste nog niet in het 
licht , toen dat gedeelte van het werkje geschreven werd. 
Het valt ons hier in, dat deBijdr, tot deGesch. d, Evang. 
Luik* Kerk in de Nederl. 2de Stuk een geschiedkundig 
berigt behelzen van den marteldood van h. Van zpTreEN. 
door den Eeirw. reudler; maar ook dit werd later uit- 
gegeven. 

Wij willen deze aankondiging besluiten met mededeeling 
van twee plaatsen: 

» Niet kunnen wij nalaten , hier met een warm vader- 
>)1andsch gevoel het op Ie merken, hoe eene zoo belang- 
» rijke stad , als Bremen , door Nederlanders , waaronder 
>>twee Nóord-Nederlanders y is hervormd* Pleegt men de 
»ÈnM?6r-kcrk de Moederkerk van iVc^/cr/anJ te noemen , 
» omdat Emden velen onzer vluglelingen , tijdens alba's 
)> dwingelandij , herbergzaam heeft opgenomen : men ver- 



OTBR H. YAN ZUTPHEN. 325 

%ge\e dan toch ook niet, w^ Nederland ^edtittn heeft, 
»oiii een gedeelte yan Noord-Duitschland te beryonnenr* 
Bladz. 113.. 

- »4Grewis kan men niet, dan diep betreuren , dat het«- 
>» zelfde Antwerpen , \^elks berolking nu in massa opstond , 
»onï eenen yoomamen aanhanger yan luthbr te beyrij- 
» den 9 straks in het domste bijgeloof anderwerf werd ge- 
Mdompehly om daarin nog drie eeuwen lang, en Gode is 
»faet bekend, hoe lang nog na dezen, te liggen wegge- 
» zonken. Donkere wegen der Voorzienigheid! ilfaar ook 
n waarschuwend voorbeeld voor hen^ die, onder ons 9 nu 
^nog het zuiver Evangelielicht genieten ^ dat z^' er toch 
» de oogen voor geopend houden , en een voorregt waar-^ 
» deren y dat ook hun zou gunnen worden ontnomen ! Had 
i»er toch, bij een yolgend geslacht, te Antwerpen en 
» elders in de Zuidelijke Nederlanden , meerdere prijsstel- 
»ling op dat yoorregt geheerscht, en had men dit ge- 
» schat boyen stoffelijke dingen: men zou zich met die 6e- 
» westen yereenigd hebben gehouden, die trouw bleven 
»aan hét eenmaal erkende en aangenomen beginsel, en 
» die hunne gewetens- en Godsdicnstyrijheid yoor geen geld 
)fyan de wereld wilden afslaan." Bladz. 100. 
Op deze aanhaling laten wij yolgen (^) : 

De mogelijkheid y dat het Koningrijk Gods, van een volk 
wordt weggenomen; ter^ waarschuwing voorgesteld in 
eene Leerrede over Luk. XX: 16b. Door h. schük- 
KiiïG, Predikant te Groningen. (Uitgegeven ten voor^ 
deele van de Hervormde Gemeente ^ te Liebitz, in Bo^ 
hemen.) Te Groningen , bij C. M. van Bolhuis Hoit- 
sema. 1840. In gr. 6vo. 32 bl. ƒ :-30. 

XX et denkbeeld, met een woord in de aangehaalde rege- 
len aangegcycn, wordt in deze Leerrede zoo ontwikkeld, 

(*) Eene belagchelijke drukfout merkten wij op bladz. 
169, waar de Sdirijver spreekt yan zijnen » hooggeachten 
imderdom (oudoom f) huiitiii6Ki."^ 



326 L. scayKi.i7(Gi i£4£MKi>£- 

dat èt mogelqkkeid wordt aangetoond , dal het Konin^k 
van God van ons weggenomen worde > daar liet Ghrisjtea-^ 
dom zulks niet wedcrspreekt ; onze betrekking tot hetaelTe 
het niet yerhindert; do geschiedenis het herestigt. Ver* 
volgens wordt ontwikkeld: wee ons! indien ons zulks ge* 
beurde; want wij zouden daardoor eene zware sohuld op 
ons laden: bq de nakomelingschap » bij het voorgeslacht , 
bij God en den Heiland. Eindelijk wordt het geloof ia 
JEZUS CHRISTUS. aangeprezen» als middel, om dit te 
verhoeden. Wij mogen de lezing dezer Leerrede aanpr^-^ 
zen, om bare ernstige bedoeling en bet stoffelijke voordeel 
hareruit^vc; ofschoon wij, openhartig gezegd, niet kun*^ 
nen instemmen met de .loftrompet, die in het Tijdschrift: 
Waarheid in tiefde, 1841, St. 1, bl. 207, gestoken 
wordt over )>dcn dicpzinnigen inhoud, die in eenen kraoht- 
)» vollen stijl voortrcjfelijk wordt ontwikkeld." 



firieven van ▲. vonhaller aan zijne Dochter, over de 
gewigiigste waarheden der Openbaring, Naar het 
Hoogduitsch door l. bovsqvet. Te Amsterdam ^ h^ 
S. J. Prins. 1840. In KL 8vo. FIII en 144 bl ƒ 1 -20. 

J^e oorspronkelijke Schrijver van dit werkje is de in het 
midden der achttiexide Eeuw beroemde Zwiisersche Ge- 
nees- en Natuurkundige en Dichter albrbcht von hal- 
leb, die tevens bekend was als een eerbiedig vereei'dcr 
van den eenigen waarjschtigen God en een opregt hoog- 
schatter van dcszclfs Openbaring door Jezus Christus. Deze 
Brieven , waarmede hij eerst ten behoeve van zijne doch- 
ter, en naderhand ten meer alge^eenen nuUe, het gebied 
der Godgeleerdheid betrad, zijn zijnen roem gansch niet 
onwaardig. Intusschcn, gelijk » zijne wetcnsohappel^kc 
» werken ," zoo. als de Vertaler zegt , » hoe uitstekend ook 
»voor den tijd, waarin zij het licht zagen, wel allengs- 
»k(Qns, door de nie^fve on bdlan^ijke ontdekkingen, die 
H sedert door latere Natuurkundigen op üfa vpetfipooraijn 
» gedaan , iets van hunne boege voortreffelijkheid en bruik- 



X. vos HALI.EJt> BaiEfBH. 227 

i> baarheid tulleB hebben Vertoren*'; zoo zou het wonder 
zjfn 9 indien dit zijn geschrift v«n Godgeleerden inhottd van 
dezen invloed des tijds waro uitgoiioten ; en Rei^rcnt sou 
den Vertaler niet ▼olkomcn darren nazeggen i dat )»dit 
DjLleine boekskc» door alle eeuwen heen, ten yolle des- 
» zelfs oorspronkelijke waarde behoudt.*' Of zijn alleen 
de Godgelewdo welenschappen «iet yoomitgegaan? Of 
heeft Toir HALLfKy wien^ hoofdvak zi^ ^elfs niet waren, 
zich daaj^in zoo yerre boren zijnen tijd Terhercn , dat hij 
in alles op gelijke hoogte met den onzen st<md ? Het eer- 
ste zal niemand , der zake kundig , willen beweren ; het 
laatste zal de zoodanige, na aandachtige lesing ran deA 
Brieven , niet kunnen toestemmen* — Ref, «egt dit niet, 
om de waarde ran dit werkje „ dat roomamelijk orer de 
waarheid en Goddelijkheid ran de Christelijke Godsdienst 
gaat, te rerkleinen: integendeel, hij heeft verscheidene 
der brieren, zoo wel om den belangrijken inhoud « als om 
den «ernstigen, hartelijken, liefderijken, met 'één woord 
raderlijkcn toon, die er inifeerscht, met groot genoegen 
gelezen, en durft ze uit dien hoofde ook nu nog wel aan- 
prijzen. Doch aan den anderen kant mag hij niet ont- 
kennen , (en het heeft hem ook geenszins verwonderd) dat 
hij in sommige stukken den geest des toenmaligen tijds 
herkent , en b. r. in die over het werk des lidenden Za- 
ligmakers, bij alle liberaliteit des Schrijrers, meer de 
menschelijke zoogenaamde genoegdoenings- en plaatsver* 
rangings- en toerekeningstheorie gevonden heeft, dan de 
eenvoudige Evangelische leer der vergeving ran zonden 
enz., ons^ naar Gods oneindige liefde, door middel van 
het gansche werk en lot des Zaligmakers , verzekerd, en tot 
stand gebragt. — Ref. vindt zich niet geroepen , óm dit 
en meer, naar zijn inzien, zeer gebrekkige hier nader aan 
te wijzen, noch ook, om een werk ran rroegeren tijd, 
dat thans onveranderd verschijnt, te%coordeelen ; maar 
hij meent met deze aankondiging te kunnen volstaan , wen- 
schendc, dat men met dit vroegere licht zijn nut doe, 
maar ook het latere licht , dat hier en daar nog hêlderdcyr 
stralen verspreidt, met dankbaarheid aanneme. 



328 J. P. T. TAN OER LIDTH 



Dissertatio de vitüs nerTomm organicis, aactorc j. p. t^ 
TAN DER LIDTH, Mcd. Doct. , cum tab. üthograpfaica. 
Amstclodami 'apud Elix Sf C^, 1838. oct. foriri. niaj. 
p. 175. ƒ 2*90. ^ 

Ferhandeling over de werkzaamheden van het Zenuwstel- 
sel Door M. DASsBKy H» j. z. , Med. Doet te Hoo- 
geveen. Te Groningen ^ bij J. Oomkcns. 1839. In 
gr. 8f'0. 216 hl f2''. 

ê 

Nadere ontdekkingen over. de eigenschappen van hef Rug- 

« gemergf bijzonder over den daxirin gevonden zenuwom- 

loop {circtdatio nervea) ^ door j, van DEEVy Med. 

Doet., Practisch Geneesneer te Zwolle.' Te Leyden, 

hij S. en J. Luchtmans. 1839. In gr. hvo. 128 hl 

: ƒ 1-25. 

JL/e behandeling der Ontleed^ en Natuurkunde yan onzca 
tijd onderscheidt zich yoofal van die van den vroegeren , 
door de onderwerpen meer uit een algemeen oogpunt na ie 
gaan ; terwijl vroeger de onderscheidene takken dezer we- 
tenschappen meer bij afzonderlijke , op zichzelve staande 
gedeelten behandeld werden. Oat zoodanige behandeling 
het juiste standpunt deed missen , waaruit sommige gebre- 
ken moeten beoordeeld worden , blijkt onder anderen uit 
de belangrijke Verhandeling van den tegen woordigen Hoog- 
leeraar ALEXANDERy de TumoHhus Nervorümy Lugd. 
Bat. 1810. De ontaardingen van de zenuwen , daar be- 
schreven , staan , op het voetspoor van anderen , als in hy^t 
afgetrokkene en op zichzelve , ofschoon uit Aen aard der 
aanleidende oorzaken genoeg blijkt, aan welke oorzaak die 
ontaardingen moesten worden toegeschreven. Beide wij- 
zen van behandeling hebben hare voordeclige en hare na- 
deelige zijde. De tegenwoordige opent voor den geest een 
onafzienbaar veld , over hetwelk het onderzoeklievend ver- 
stand vrij en onverlet zich meent te kunnen bewegen , 
waarbij echter de verbeelding door niets wordt wcdcrhou- 



DISStRTATIO, BHZ. 329 

\ 

<lvn f om teugelloos te kunnen rondzwieren. De yróegere 
i¥iJ2e beperkte doorgaans het onderzoek te zeer en legde 
den geest als aan banden , van welke slechts Geniën zich 
^eten te ontdoen. Ongetwijfeld heeft de yroegcre w^'ze 
Tan meer stuksw^ze. bewerking de orer?loedigste stof ge- 
lererd j waardoor de . geest gerocd is geworden , om later 
Biet kracht en nadruk, zich. werkzaam over hei geheel ie 
kunnen uilbreiden. Mogt hij , daardoor stouter geworden , 
2jch slechts niet al te zeer ?erheffen; want» om tot de 
hoogte .raa .den adelaar te stijgen , behoort ook de kracht 
jpqner vleugels en 'een scherpe blik, om , bij de rerheiling 
Baar het ruime luchtgewelf , de kleinere yoorwerpen be* 
Heden zich niet uit het oog te yerliezen. Hebben vroegere 
afgetrokkene , als op zichzelve staande, Waarnemingen ?oor 
Jiet tegenwoordig wetenschappelijk orerzigt den weg ge- 
baand en de bouw^offen geleverd , wij wenschen , dat van 
' het tegenwoordig zoogenoemd verhe?ener standpunt der 
.wetenschap de naauwkeurige nasporing ?an enkele meer 
bijzondere jonderwerpen niet te zeer veronachtzaamd moge 
iworden. Het is een grootsch denkbeeld , ecne wetenschap 
«Is in eens,. in. haren gcheelcn omvang/te mogen over«> 
-zien ; maar , om der wetcn&chap be? orderlijk te zqn , be^ 
hoort er niej^r .toe, dan slechts een algemeen overzigt^ Tan 
een vjbrheven standpunt wqd en zijd te schitteren, streek 
:meer^ dan in stille afzondering en als ongemerkt slechts een 
gedeelte de^ wetenschap ie bewerken ; en het is toch langs 
■den laatslen weg , dat 4e. wetenschap de meeste aanwinsten 
gedaan heeft. De werkkring van den mensch wordt echter 
niet binnen de eng<; grenzen van ieders leven beperkt; deu|^ 
delijke arbeid verzekert eene voortleving ook bij de naki>^ 
rmeüngschap ; maar die veel in eens wil omvatten, loopi 
'gevaar te kort tQ «chieten in de ontwikkeling van datg<»ie , 
waarloe. somwijlen de tijd ontbreekt, bij de onzekerheid 
A^ IcTens. Weinig , mailr weluilgewerkte stolT bli^ reeda 
eene belangrijke bijdrage tot den opbouw der wetenschap, 
die schijnbaar somwijlen rcuzenstappcn doet , maar , even 
als al het andere ondermaansche , aan de wetten van den 
tijd onderworpen blijft. 



330 J. f' T* ▼AW DXa LIDTH 

Met gaiocgen eiJ men uit de boren Tetmelde titels op* 
merken » dat de zenuwen en derzelrer yerriglingen ook in 
ons YaderUnd een pnderwerp van nader onderzoek Bijti 
geworden. Men ontwaart! dergelijk streren met Toldoe«> 
ning; want deso belangri^o worktnigcn hebben in de 
laatste jaren Tooral de aandacht der ontleed- en natuvr- 
kundtgen Uk cieh getrokken. Een onderwerp., Toor zoo 
Tele bespre^ng ratbaar , heeft echter ook aanleiding ge- 
geren tot< menige uitweiding en TOoronderstelling , op wA- 
ke door den tijd nog Ycd zal af te dingen Tallen. Mogt 
Todral door oenen bedachtzamen roortgang , door wikken 
en wegen > het steunen op daadzaken , de uitbreiding Tan 
dezen, Toor de Geneeskunst zoo gewigtigen tak Tan we- 
tenschap berorderd worden! (^} £en gunstig Tersch^nsel 
is het ook, behaWe de rertaling Tan dèn Heer Minnsr, 
drie SchriJTers net oorspronkeUjken ^rbeid te zien op» 
treden. 

Wij beginnen met de Verhandeling Tan den Heer tih 
BBR LiuTH. In het eerste Hoofdstuk begint de SchriJTtf 
te regt met op den Toorgrond te stellen de moeqel^kheid 
cener behoorlijke onderscheiding tnsschen eene zoogenaamd 
de organische aandoening en het dynamisch lijden der 
V lenuwte ; zwarigheden , die uit den aard Tan het weeftcü 
ToortTloei|en en nog rerraoerderd worden door de moeije^ 
Iqkheden , die het ofttlcedknndig onderzoek dezer deelen 
in den weg staan. Gaarne stemmen wij. den beoordeelaar 
in den €^ids (1889. N^. Y) toe., dat men in mieroscopi- 
sdbD naTorschingen en fijnere chemische ontledingen Toor* 
treffelijko hulpmiddelen heeft, om zich aangaande het ont- 
staan en .dè uitbreiding «der organische ziekten te Terzeke^ 
' ren ; maar wij gelooTen , dat , hadde het ook in het plan 
Tan den Heer tah dsr LtnTU gelegen, zijn onderwerp 
met dergeKjke natorschingen toe te lichten , wij daardoor 
nog met Veel Terder zouden geb/agt z^n. ~ Bq de er- 

(*) Der aandacht ié eene Yezhandeling Tan Dr. hollaiid 
oTerwaardig , welker mededeeling men Tindt in Nev^ JXotuun 
au8 dem GehieU der Natur- und Betlkunde, April 1840. 
N». 288, W. 17 en Tolg. 



DÏSSEHTATIO , 5KZ. ^1 

keftnitig ran 200 red, dat nog on^teft^r is , ïockt liij in ten 
Tolgend Hooftlstiik tcych aan te wijzen, ho« verre men in 
%ekerheid ondanks dit alles geTorderd is. In dit Hoofdstuk 
légt de Schrijret eenc uitgestrekte belezenheid aan den 
dag, toont bekend te rijn met de yoomaamstc Theoriën, 
en heeft deze met eene juiste beknoptheid t?otcn orer tie 
nemen; maar, onzes inziens,' blijkt jaist uit de veelheid 
^er getol^lcns de nog voortdurende armotïde van ^elbeves- 
tigde daadzaken. -^ Dit verhindat evenwel niet, om, 
in het derde Hoofdstuk; een algemeen overzigt te geven 
van de gebreken der zenuwen, waarbjj van zdf knoet Ver-- 
meld worden de wijze van verdeeling naar het verschil- 
lend gevoelen dor Schrijvers. Het dit Hoofdstuk Wordt het 
algemeen overzigt besloten ran hetgeen hij , om tot eijn 
eigenlijk doel te k(»nen , moest laten voorafgaan. I>eti 
Schrijver bevalt geene der veixleelingen , door ieijne voor- 
gangers gemaakt ; op de zijne kunnen desgelijks dezelfde 
bedenkingen gemaakt worden , want tot dasverre is er wel 
geene voldoende verdeeling gevonden. Ais oi^anïsche aan- 
doening ware de ontsteking met derfcelver uitgangen wel 
hét bes^ op den voorgr^ad gesteld. De irntédiê der ze- 
nuwen meer als tot Aé dyn&nniscke kan^oemw^i^ tcena- 
wen te rekenen, zonde missdkien geheel kunnen verval- 
len. {*) In ^k gê^ zotfde irriicHie ^ «aanleidcnde ocft- 

(*) Ten bewijze hiervan kunnen de voorbeelden verstrek- 
ken, door den Schrijver aangehaald bl. 41, onder het op- 
schrift te sterke prikkeling, waar hij haar bloot als een 
dikwijls slechts Voorbijgaand verschijnsel beschot^wt, en ten 
bewgzc daarvan de zoogenoemde EysteriëH én ook de zooge- 
noemde IVèuralgién noant: ^Noot 1 , 2 en d.) ]>eW\jl van 
derigeli^e aandeenis^n dikwijls geene de minste Sporen Of 
overblijüsels na den dood gevonden worden , z(}<i zij bezwaar- 
lijk onder de organiêohe gebreken , het onderwerp van des 
Schrijvers Dissertatie, te rangschikken. Wanneer pynlijke 
gewaarwordingen zich ontTvikkelen , in welk een' graad ook, 
van eene oorzaak afhangende, buiten de tenuwen gelegen, 
loo als in het voorbeeld, den Schrijver door zijnen hoogst 
ervaren Promotor medegedeeld , dan gaat de ziekelijke toe- 
stand taiet Van het zenuwstelsel uit. 



332 J. P. T. VAN DER LIDTfl 

zaak der congestie en inflammatie ' moeten Toorafgaan ; 
maar dan komt het organische op dën yoorgrond. ^-i- 
Uit den yierdcn uitgang der ontsteking zouden de Tur 
mores y die nu een afzonderlijk gedeelte in het der-dé 
Hoofdstuk Tormen, kunnen afgeleid worden; of drie c». 
Tier hadden onder één hoofd /Pora/ropka, gebragt kun- 
nen Worden. Doch daar de Heer tah oer lidth zelf 
zegt, zich aan zijne aangenomene verdeeling niet angst- 
yaliig te zullen houden , zoo willen wij bij onze bedenkin- 
gen niet langer bliJTcn stilstaan. 

In het- tweede gedeelte , door den Schrijver Pcars spe^ 
ciaUs genoemd 9 gaat hij yoorti naar aanleiding yan zqne 
vastgestelde yerdeeliilgy de zenuwaandoeningen of gébre^ 
ken meer bijzonder na te sporen, waarbij irritatie ^ be- 
neyens hypertropJde en atrophie kortélijk behandeld wc/r- 
den. Het voorbeeld van de mogelijke uitrekking, welke 
zenuwen kunnen ondergaan, dóór den Hoogl. vah der 
KOLK den Schrijver medegedeeld, moge eenig zijn in zijne 
soort, wat het ' voorbeeld tot dusverre betreft; maar ak 
verschijnsel is het tox^h niet zoo geheel vreemd, namelijk 
de zenuw volgde hier slechts de ziekelijke ontwikkeling dd* 
overige deelen, en is deze bevinding niet afwijkende van 
hetgeen ook door otto cteswege gezegd is en door den 
Schrijver in de noot op bl. 50 .wordt aangehaald. — Oyër 
de atrophie der zenuwen is hij kort , dewijl zij dikwijls te 
zeer met andere aandoeningen van het ligchaam in vcic- 
band staat, om als geheel zelfstandige ziektevorm be- 
schouwd te kunnen worden. -*- In het tweede Hoofdstuk 
gaat hij tot het belangrijker gedeelte dezer Verhandeling 
over, tot de ontsteking der zenuwen met hare uitgangen. 
Hij laat ecnige algemeene bedenkingen voorafgaan, mbt 
betrekking tot de ontsteking in bet algemeen , en gaat ver- 
volgens over tot de eigenlijke zenuwontsteking (Neuritis). 
Dit is een zeer moeijelijk vraagstuk^ Bij de ontsteking 
moet wel degelijk gelet worden op het de zenuwen bcklec- 
d^nde vlies en op het daarin bevatte merg. Is het merg 
wezenlijk ontstoken , dan zullen er na den dood doorgaans 
blijkbare veranderingen overblijven, waaruit de verschijn- 



DISSERTJITK) , r.N'Z. 333 

^sds» bij jbel leren' wa«rgcnameii , afgeleid Lunnen' wor* 
ico; maar. dit zal het ^eval aict zijn, wanneer , inzon- 
derheid de irritatie tich alleen tot het zennwvlics (neiiri- 
léma) bepaalde. Van daar. zoo. dikwijls bij het leren ge- 
w^tige Terschijnsels » ran welke na den dood in de be- 
werktuiging gcenc of naaiiwelijks ziglbare sporen gcronden 
worden. In zoo rerre behoort ook eigenlijk dit onderwerp 
minder tot de organische ziekte?pnnen in den gewonen 
zin. . Do SchriJT^r heeft ^ zoo^als j'eeds elders aangemerkt 
is 9 meer gegeren , dan de titel zijner Dissertatie belooft. 
Zij is ook op eene al te roimc schaal aangelegd. Oe Heer 
TAK oKR.LiDTa komt . dc eel^ toè, eene. menigte boaw- 
stoffen Verzameld Ie hebben , wel niet rudis itiiigtstaqUe 
males Je noemen , maar te veel stof; óm binnen zulke be- 
perkte grenzen . bewerkt te worden. De waarnemingen 
Tan zi^en Promotor zijn te kwistig medegedeeld. Zonde 
er geene kans zqn , dat , onder de leiding ran den geleer- 
de»! scHROBDER T A4I D s R it O L c »' bij op^lgiHg ; meerdere 
jongelieden zich bezig hielden met enkele Hoofdstukken 
uit de Disseriatio Tan den- Schreef i^eidët uit' te w^erkcn 
en* te ontwikkelden » wai^rbij de aidi steeds uitbreidende 
dnderrinding Tan een' zoo werkzamen Leermeester hun ia 
het belang der wetenschap zeer berorderlijk konde wezen? 
Is er. ergens een roortgezet eti^ bodaard onderzoek noodig^ 
het is bij de bdhandeliiig , zoo ran dé natuur-^ aht^iehte- 
kunde, der .zenuwen. Daar de nasporibg der bewerktui- 
ging^ .zoo wél in. den gezonden als ^iekeltjkon toestand ^ 
zoo bezwaarlijk is» Tisden bosp}cgeling<»i zoo ttcl te ge- 
reeder ingang 9 Tooral bij eene jeugdige , IcTendige rer- 
beelding;, en .dit is TOoral de Weg niet, langs welken- der 
weienachap een' blijTénd nut moet rerzekerd worden. In- 
zonderheid wordt ook hier tijd en bezadigdheid Tercischt , 
om niet uit elk waargenomen Tcrsehijnsél tot dadelqke gc- 
Tolglrekkingen oTcr Ie gaan. — Het in bew>eging.ge!raken 
der zenuwen per refiexionem^ waarran de Schri]?er^bl. 61 
spreekt ^ klinkt fraai , belooft oppervlakkig Tcel ; maak- wat 
bKjit er eigenlijk ran dit denkbeeld OTer bij eene stl-cngc 
aiudysisy . TOpral wanneer men bedenkt , dal ^de bèdcn* 

BOEKBESCH. 1841. KO. 8. X 



334 J< P. T. VAN D£R LIDTK 

kiAgen omtrent de zenuwwortels tan helTuggenhetg, ter 
beweging en tot gevoel afzonderlijk bestelnd , nog niet 
gehetJ opgelost zqn? 

De beschouwing der ontstdcing., wolkc tot pag. 79 uck 
uitstrekt , is voor geen uittreksel vatbaar. Kort is hetgeen 
ever^den uitgang der ontsteking in uitzweeting (A) wordt 
gezegd, en het zal in vele gevallen zeer moeijcUjk val- 
len, te onderscheiden 9 of het nitgezwecto vocht wei-> 
aohtig is , dan wel strembare Ijmpha. *» Onder B. be- 
handelt de Schr^ver den uitgang in verJuxrding'. Tot deze 
behooren waarschijnlijk die ontaardingèn ; onder den naam 
van tümöres nervorum beschreven , iwcik onderwcfpt in ons 
land de Dissertatie van • den tegotiwoordigen .Frofessar 
▲ LEXAKDB& .behandeld heeft. Indien zij» Hoogge). thans 
dit oQ^deiTwcrp Hog moest behandelen « zonde hij zeker 
deze ontaardingen als eenen uitgang dèr zenuwontstekiikg 
b^schouw4 hebben» -r De uitgang C. in yerwechng volgl 
nu. Mede een zeer . moeijelijk onderwerp , vooral bij de 
zoo verdohilUnde vastheid of weekheid der zenuwen ook 
in den gezonden toestand. . Wal van de r.eeds behandelde 
uitgangen gezegd is, jroude ook op de ^uppuraiie en gam^ 
graena van toepassing wezen» waarmede dit Hoiddstnk 
besloten wordt. 

In het derde Hoofdstuk zal de Schrijver .over ècxtnuw* 
gezwellen handelen ; eene aandoening » gelijk hij zelf zegt, 
voor de groo|sle uitbreiding vatbhar^ en waarin, volgoss 
de thans gemaakte vorderingen, nog geene bepaalde. orde 
te bren^eji is. Daar de Schrijver aegt« dat, h^ onder de-i 
^en titel alle die gebreken der zenuwen verzamelen zal , 
welke met eenigen grond hiertoe gobragt kunnen, worden , 
zoe kon dit Hoofdstuk geen der minst uitgebr^de wezim. 
Hij wil ifi geene te Mr^nge vcrdeelingen ilreden , om Kiet 
nog xuf er verwftrring te brengen , waar duidelijke ondor-» 
scheiding, om^el te bevroeden redenen , zoo moeijeIi)k 
is. Hier vodr^I i^ niet weinig stof voorhanden tnt eoie 
' 1oekc|tnsl,igc ziektpkunde van het zcnuwitélsel , on^aln^ 
veel f j^ Yji^el, vcfor eene Dissertatie. Meur zoude eene Ué^ 
oordedii^g moeten schrijven, gpootcr dad de Dissertatie 



DISSERTATIO ,. EKZ. 335/ 

zeWê, i^ilde men alles naar behoorefi nagaan en waarde- 
ren. Wij gaan dus, na het reeds voeger aangemerkte» Ai 
tubercida nervorum , het neuroma voorbij , en vermelden 
hier alleen de , gelijk de Schrijver zelf zegt , zoogenoemde 
béenwérdingen der zenuwen , omdat nog onlangs eene af* 
zonderlijkc waarneming van eene vèrheening van hpt rng- 
gemerg gewaagde, die echter later bewezen is in eene 
dwaling beMiian te hebben. Uit de aanhalingen van den 
Schrijver en uil de door hem medegedeelde waarnemingen 
lyfifkt, dat waarsch^l^k aüe wiaarncming Van vc'rbeening 
dër zcnuwiin hr ^ne misfyatting beslaat door afiétting van 
kaikstof op of zn\ ket Tt^urtibim YOór Wandering van het 
zenuwAi^g zelf te hebben aangieeién. Nfct gcfaeci* zelden 
z^n toch been plaat) es 14 het spittneweb vaii: het rug'gc- 
merg, in enkele gevallen kan die stof ;ceef toenemen , l^et 
zenuwmerg als verdringen , en zoo tot die misleiding, 
brcqgpn', welke ook bij de daar vernkelde wi<arn)»ming 
scJiijnt te bestaan. ' "^ 

In het vierde Hoofdstuk za) do Schrijver n^vg over. ednigc 
ontaardingen der zenuwen sp#ekon. Over welke? Met 
enkele woorden duidt de Schrijjrer die aan, Aiaar belijdt 
bij vele óf de "nog bestalande gebrekkige kemxia , óf h.ct' 
Qjiv^rmogen om vooreerst yes^r voort te kunnen gaan. 
Wij willen dan ook in dit onderwerp niet dieper treden ; 
onzQ beoordeeling is in zekexlen zin reeds te uitvoerig ge- 
worden : wij zullen dtis ook de Corollarca met stilzwijgen 
moeteit voorbijgdan , hoe belangrijk' sommige ook zijn en 
de Schrijver hier en d&ar gewigtige bodcnkingfn zal uit- 
gelokt' hebben. . ^ 

Het geheel kan beschouwd' wdrdcn als een bewijs Van 
vtijt . èn ;tcer' .\krcl besteden (ijd. Het onderwerp g^tnigt 
van ccH zeker stout stjrcvcn » een beproeven, tegen w«lkcn 
last. men opgewassdn is. In elk geval iieèft de Heer van 
nsü LiDTH in zijqc Dissertatie een onder wer|> behandeld, 
waarmede hij- door geheel %\\ti leven zich zal. kunnen bc-^ 
zig hopden , en ook aan hot einde 'zljfte^ lódpbaan (nkoge 
zi|T^F^poe4ig zijn!) zal hij, .na eencn wel^ralbrogleii leviéns- 



336 J. P. T. VAN DEIl LIDTII, DlSSEnTATIO , ENZ. 

tijd', omtrent zijn onderwerp moeten forklaren: viiabre'. 
visy ar& longaf 

(Het vervolg hierna») 

■ > , ■' II .1 I ,. I . I. -■ I -.» ■■ ■ wmn , 

Jigemeene Natyturhunde van den Mensch, door a. a. 
sEBASTiAN, Doctor , gcwoon Hoogleeraar in de Ge- 
neéshunde te Gronirigen», ten dienste van deClinische. 
Scholen en toekomstige Plattelands ^heelmeesters, uit 
hetLaiyn vertaald do0r «r. b. dompblin« , JHe^. j^c^. 
Met een Foorherigt van Dr, f. s. albxavoer. Hoog-- 
. leer aar in . de Geneeskunde , enz. ie Utrecht. Te 
Groningen , by J. Oomkens. 1840. In gr. 8vo. XX 
«n a92W. ƒ 3-«0. 

XJij de beoordeeling van een^ Terhandeling heeft men , 
naar het ons toeschijnt , vooral met de vertaling en minder 
met het oorspronkelijk boek te maken.' De voor ons lig- 
gende vertaling hebben wij hier en daar met het oorspron- ' 
kelijke vergeleken ; .en de oitkomst van dit onderzoek was, 
dat de Vertaler zich over 't geheel met een* goeden uitslag 
van zijne taak gekweten heeft. Enkele gedwongen vol- 
zinnen zijn een gevolg van het taaleigcn der Latijnsche 
spraakkunst y zoo zeer van dat der Nederduitsche taal ver- 
schillende. De Heer noMPSLiHc^had vcelligl beter ge- 
daan , daar zijne vertaling , volgens den titel , ten dienste 
van toekomstige Plattelands -heelmeesters was ingerigt, 
eene meer vrije overzetting te bewerken , met weglating 
van de plaatsen uit oude Schrijvers, sbneca b« v. en 
FLiB/vSy welke in het oorspronkblijke werk hoofd^akel^'k 
daarom cchijnen te zijn ingelascht , om aan het werk ee^e 
zekere klassieke kleur te geven. Eenige onnaauwkêurig- 
heden merken wij hier alleen op, ten einde «er, zoo- een 
herdruk noodzakelijk mogt zijn, acht' op worde gegeven ;- 
Zoo le^en wij bi. 19, dat berard , proust ^nz. getui'gen 
zouden, bewerktuigd(* lig<>kafmcn door eenige kunstbewer-* 
king te hebbon za men gesteld/ ï>i Lel oorspronkelijke staat: 



Jk. A. SSBASTIIN^S AIO. NAT. TAK DEN MBNSGH. 337 

Morganicas materias artiiicid ijaodain composiiisse Icstim- 
)»lur.'V McB had dus bewcrkUiigde ifir^n behooren- te 
schriJTén, gelijk ook werkelijk de mccning is. Op bl. 25 
is, onder N**. 9, multiplex orgahon door «een zeer ver- 
scliillcnd^ewijzigd werktuig" vertaald, 't gcenineer in den 
zin van hel oorspronkelijke door »cen' zamengesteldc/n toe- 
stel" zou zijn overgebragi. Op bl. 39 en 40 viildt inén de 
declamatie van PtiNius over dcn.mwohj di^ in .'t L^itijn 
door elk>. die dezen Schrijver kent,, Wel zonder, acuawijsiiig 
zal woxicn te huis g^bragt, maar hier voor eoiiitM4vi^ 
leerlingen aan ectte clinisdhe school in ecn^ivetenachappé- 
lijk koek al vrij zonderling klinken móet. Op bL 4è. is 
in de aanleekeding stuïptor door teekehaar m plaats vftn 
door ^Yif'^ar vertaald, waardoor de zin duister wordt, 
daar er iels eer aan den teekenaar dan aan camper wordt 
toegeschreven (elk toch weet , dal gajmper zelfde teeke- 
naar der bij zijne Verhandeling gevoegde platen, wfis.) . Op 
bL 48 is Palaeoiherius voor JPaUneoiherium gesteld ; d£ 
Vertaler las in hel oorspronkelijke iden gfi^ilivus Palqeo- 
therii en wist nu misachien niet, of hi)^ mcft een utn4an 
met een us te doen had. Slotheim, op bl. 49t>'moèt 
scHLosBBiM cn wuRZBR, bl. 166 , wvTZER wezen (d^ 
laatste misstelling is evenwel ook tn -hei oorspronkelijke). 
Doch wij mogen onze leaders niet verder met dergelijke aan- 
merkingen vcrmoeijen. Wanneer, een tweede druk noodig 
zal ziJHjt mogen wij verwachten, dat de. Hoogg^cleerde 
Schr^'ver , van het oorspronkelijk werk dezelve behoorlijk 
nazien , met d^ latere ontd^skkingen verrijken.,, en vooral,, 
▼jbor» hel J>ij 4^ vertaling' beoogde ^oel, wijzigen ^n om- 
werken zal. 



Freandliche JÉrinnfirung an Aolland und seine fi^v^obn^i;. 
Zucpleicfa ein We^weiser füp Reisendo. Von r. w. nsTHr 
■ AB, Pfarrerzu Anholt. III Bande. Essen', G. J). Ba^ 
deker. Rotterdam^, A:. ,Badeker. 1838-^40. KI ,8vo. 
822 8. (♦)ƒ O-OÓ. , 

(^ Volgens het slot van Het derde Ded^e hebben wij 
nog* een vietde; over Gelderland f üireeki' enz* , tewachleR. 



"738 T, W. DATUM AR 

:!tV iihiMêr v^eetodeliiigeii eenig Tolk prijteii ^wt^gfisits liunndti 
Aard en. kiii'akter, hunne daden en Yerrigtingen, hun atoaA*- 
Iiestiiur; hunpe Mreit^n , instelUtigen , enz. waarop dat vp|jk 
üoh ook mei red^n meent te knnnen beroemen, dan moet 
zulk eene Jofspraak wel noodsakelijk een gevoel van natio- 
nalen trots te weeg brengen , of althans een gevoel van zelf- 
Toldoening daarover, dat men deelt in den roem van zijn 
Volk, En kan het wel anders, mogt het wel anders zijn, 
dan dat deze zelfvoldoening eene meer dan vroegere opge- 
wektheid achterlaat, om zich dien roem der vreemden voort- 
Aiorehd 'waardig te «daken? Hebben niet ji/Aene aan haren 
•k«9«tcin, SpaffM' aan haven krijgsroeni, Rome aan. kaar 
regtvaéisdig en mild beBtniir der overwonnene' volken bare 
ilfTOodield It9 dank^ gehad, juist daaron^, dewijl zg dan 
roem, dien ty hieromtrent bij andere volken verkregen had- 
den, onopho.udelijk zochten te handhaven? 

Op elk volk werkt du3 eene lofspraak van vreemden voor- 
deel ig. Inzonderheid echter' geloof ik, dat ons volk daaraan 
behoefte heeft. Ingesloten tusschen drie 'volken, die éft 
tien 'fnalèn talrijker zijn dati wij, i^ier reizigers ons geheele 
landid dentelffen tijd kannen doorr^eb als eene pröirincie 
'Vffin ' bun 'taderland , «taat het aanstonés bloot voor èen me<- 
idelödend sishouderophalen over z(jne geringheid; voor een 
^ijksoortig ietf, als waarmede grootsteedschej gasten dik- 
w^JU ót burgers yan kleinere steden behandelen; voor de 
v.ergeiJi|king met d^n kikvorsch in de fabel, die, bespottelgk 
genoeg, eenen ,qs gelijk wilde zijn, en wat dies meer zij. 
En wanneer ons volk minder zelfstandig was, dan het toog 
is, zou d^n niet znik eéne behandeling hoogstnadeelig mde- 
'ten virerken ? zouden wij biet op het laatst moeten gelooven, 
<dat de vreemden gelijk hadden ? zonden wij niet de achting 
ir^T onszelv' , dat .zoo hoodzakemke veréistehte ter ontwik- 
keling en veredeling van den nationalen aanl^^ verliezen, 
en, wanhopende aan eigene zelfstandigheid, ons vrijwillig 
aan de lessen der vreemdelingen onderwerpen? Inderdaad 
'schijnt hiervoor in onze dagen wel gevaar te beslaan , nu de . 
wereldburgerlijle zin zoo algemeen wordt ^n alle standen 
doordringt , nu vreemdelingen meer dan ooit ons land door- 
Ireizen, en niet ophouden hunne glossen' op onze stijfheiden 
ouderwetsche manieren te maken. 

Hei.moét dtta^nietétleenaiÉigeinam, maar ook voordeelig 
xijn nNKir ons natidnaal getool en karakter, wanneer eens 



ERmNEAUIfQ AK HOLtAND. 339 

onp^fUJdice vreeHuieii ons.ediie .welgemeeDd&^en nmdboritige 
lofiq^JHik l^vea. Baa. l«erea wij oiei medr , diep Ternederd, 
l^oqger tfsgoa oqze nabuteft ^pj»- te'xieUt dan sij Ferdienoi, 
niet meer soo ireraohteUjk . over otisa^elr' ie denken, als wij 
naar de meeoing der meesten hunner moesten doen , maar 
leereo pfiszelv^* meer naar waarkeid te beoordeelen, krijgen 
lost om ons karakter in xijoe. waarde te handhaven, en,; hoe 
g^ng ook ODse krachten mogen üjn , toch alles in to span- 
nen, om' met' hunnen Toopiiitgang gelijken tred te honden. 

Zulk eetie- welgemeende, en rcmdbocstige lofspraak schi)* 
nen wy onlangs ontTaogen te hébben in hei werkje van 
llea.Heer DstHSAB* Mogt-faet dan ook dien weldadigen 
invloed op ons. hebben! Mogien slechts geene verkeevd 
ijverende kmdgenooten , door eene vertaling, hei goede,* 
dat het ,kaa oilwerken, bederven, daar het, in een ;Sól- 
landflch kleed versd^nes^, nataarlgk bijna alle kracht, 
die de lofsprqak ee^s vreemdelings Jiebben kan, verliezen 
moet. Oyn; ook t»t dat doel hei m^ne bij te draden , mogt 
de versla^ever, hiertoe opxettelijk door eene achting waar- 
dige .hand verïo^t, niet weigeisoi, ttoor middel eener aan- 
kopdiglug yioi het «u reeds in NêèBrland ved- gdesene 
^erlcje» ..4i^ lost, (m. hei: te lesen^ jonder ens volk nog 
W^m ^ IHW» «fM» Ie ^rakJcecen, 

De H^fSf »itm«a bedoelt, wel is waar, met tQn ge- 
ifchri^t; ^om ons. land en volk, coo ab tig lich in al himnè 
eigepw^digheden en versdieidenheden aan hem vertoond 
hel^n,. naaswkeaHg . af té heelden ,/ ten einde iets toe te 
iMreiigen, om de.vqoringeilomenheid of de vooroordeelen, die 
er by. xyiie landgeoooten tegen ons bestaan, w^ te nemei^ 
en oqs in..4^i4Ï«sciMMid>die adiiing te vevschaffm, op welke 
3vg, n^Mur «$tie itoeewtag^ .aanq;»Tntak hebbeo. Of bij dat 
dpei %sA }ieif^efa, staat niet-Mn Refer^i te voorspellen; 
jQB^t 40^1 sgn^ aankondiging in^ een Nederiandsch tijdschrift 
moet xich bepiblen. bij den invloed, dien het o^ ons volk 
^^bben kim* s 

. Maar bier. dient ^eo ondenoek vooraf te gaan, of de 
fleer. DSTHMAa wel, onparti^g geno^ is hu zijne lobpraak. 
Dat bij. niet. overal alle plaatsél^e. btJMnderheden even 
/M^mkeorig en naar n^aarheid beschreven heeft, kan men 
hem als vreemdeling niet kwalijk nemen, daar men op de 
.^Uemaauwkenrigste beschrQ^ngen van onte eigene Neder- 
landsche chorographen nog zoo vaak aanmerkingen hoort en 



3i0 F. W. DETflMlR 

leest Maar zoo hij in hei oordeel ^Ter het karakter en de 
zé4»n Tan ods voik pariiydif was, dan soade «olks natmir* 
lyk een groot deel aan de waarde van z^n werk benem^i. 
£n echter Lnnnen wij , hoe gaarne wij zuUu* wilden , hem 
niet geheel ran partijdigheid te onxer gonste ▼rijpleitèn. 
De naauwe betrekkingen, waarin de Heer dbtrmab sedert 
jaren .tot oos Nederlanden staat, maken, dat hij bijifa ab 
een halve Nederlander te beaehonwen ii. Predikant téAn^ 
hoit^ in het Kleefeche, (*) op de grenzen vtm^GeU&rlaHd , 
in eene streek, welke meer dan eenige andere den invloed 
Tan onze nah^heid ondervindt; gehuwd geweest roet eene 
Hollandsohe vrouw uit de omstreken van Leiden ; voorheen 
langen tijd aan. hei hoofd vw een institvut voor jonge da- 
mes, waar vooral vele Nederlandsche leerlingen hare vor- 
ming genoten; eindelijk sedert veertig 'jaren in vriend- 
schappelijke betrekkingen met vele Nederlandsche familién, 
•— was de Heer uithhab wel veerboter, dan menig ander 
buitenlander, iir staat, ons volk naauwkeurig te leeren 
kennen én te beoordeelen, maar stond daarbij tevens ook 
veel meer, '. dan menig ander buitenlander, bloot voor een 
partijdig ciordeel te onzef gunste. Zifn t^fi^lédig doel, óm 
zijnen Dnitschen landgenooten meer aditing voor onze Itatie 
in te boezemen , dan xij meestal hebben , en dit te doen 
door middel der zuivere waarheid, (t. w. door ons Neder- 
Immdere af te beeldeÉ zoo als wij zijn) is gemakkelijker 
voorgenomen, dan uitgevoerd. De lust, om ons, volk te prij- 
zen » moet wel eens ten koste der waarheid bevredigd wor- 
den , en de waarheidsliefde omgekeerd wel eens ten koste 
van onzen lof. Hoe sterk wij dus ook met^onzen vriende- 
itfken Schrijver, om zijne goede bedoelingen en genegen- 
heid jegens ons, zijn ingcuwmen,. hoe dankbaar wij daar- 
voor zyn, wij moeten echter, om der waarheid niet tekort 
te doen, bekenden te vreezen, dat hij zichlelv' en z^n 
werk eenigzins verkeerd beoordeelt. In zijn Vi^rwori' tegt 
hij : » Doê Eigenthümliche von jeder Gegend und den darin 
iebenden Menechen aufMufaeeen^ Hcird mein eifrigêfeê Be^ 
ttreben $ein;" en verder: tl^os Reeulfaii loekhet aus dem 
Gangen kérvorgeken wirdy kamt nur ein günétigeê. für difi 
hoUdndische Naiion tetn.*' Terwijl w^ gelooven, dat elk 

(*) Thans onder liet Regierungs - Besirk Munster der 
Proisaische. Prorincie Wenfpkalen, 



ERIKKIROHG JLM HOLLAND. 341 

OBparltjdig leier met ons ooidiieleQ.xal,. dat litj vooraif dè 
gunstige meeohkg omtrent oh» heeft opgeTat, Tóór hij ttdas 
JEigemiiAmliehe*' ondenocbt* Of,* indien dit niei zoownrc, 
sonde hi^ dan wel in den eenten brief aan den Leuer scfairij- 
ven, dat hij alle reden had, om het Nederlandiohe rolk >ie 
bewonderen en hoog te achten; 'dat tijn oordeel niet op 
eene postwagen-of treicedkniften-^eonjrenatiey maar op eèn^ 
lalden, bedaarden, omyaóg nët aUe deèlen onxer maat* 
sehappij. gegxiXüA was; en daavop- laten volgen, dat hij des** 
niettemin yrcesde, ons klein plekje lands., met lijnen geest* 
Tolifen, nij veren, bravieR» in- tegeniq^oeden beproefden Toik»< 
stam, te gering te 4<xbi(tten? (*) 

Na dit gesegdeiou menigeen mistebien kunnen meenea, 
dat de Heer BiTasAa nagenoeg- alles bij ons onvoórwaahie- 
lijk geprezen heeft. £n sommige zijner Nederlandsohe le« 
uflrs saggen dit oioki «n beweren,, dat hij ons veel te veel 
vleit; dat hij alles in dit land^jtoemt; dat* b$ alles hier Jie^ 

(*) Ook in tijne Leters wil hij zoo «poedig mogelijk zijnè 
gunstige denkwijze omtrent onze .lan^geiloetèn overgieten. 
Aeedi in zijnen eersten- brief aan den.'Erankforter vriend; 
Xetw^ h$ nog ia zijn Vaderfamd is, sehrijft hij (I. S. £, 9): 
^ Das . Merkêciirdi^ ist hier die moraliéeAe Grötee in der 
phyeieeken KleinkeU; der Reiehêhnm bei der natArlieien 
ArnoÊAi ^^ Mehagügkett bei den immerwdkrenden Wider* 
wéftigkeüen; die unterdreêèetie FT^hUhdiigheübei der, En*- 
danlAêrkeii; die Reehiiickkeiè undTrene bei den so eft tci* 
derholien Krünkungen ; die menscUieke Macki über . die 
Jfatnr nnd^^ die Elementen. Sier fühhn mr er$l waè der 
'Meneek vermag , wenn er dnrek fVeiêheii und Rehgion den 
.góUKüken Funken in eiek belebf. Wére dies Land siek 
seibsi' ^berlassen geblieben , eo weren da Meer Ufei Sumfif\ 
1B0 jetst blakende Si&dtey grasreicke Wiesen, üppige Fièhh- 
weiden j êckéne Landsiize und Dwfen, -und AnstaHen fêr 
Kunsi, Wiseenschrfi^ and Indmtrie mu finden sind.*' — ^ 
ZeUi het uiterlijke, van het werkje strekt ten bèwgze van 
des Sohrrjvers vooringenomenheid met den HoUandsohen 
smaakt Het is roet eeoe Romeinsche letter gedmkt; de 
eigennamen der personen staan er in klein-kapitale lette'* 
ren; het is opgedragen aan Prinses albiit van Pruissen; 
en, wat het meeste zegt, het is getiteld: Fiiüroucib £r- 
innerung an Holland und seine BewQkner. 



Zi2 r. W. .D£THMA& 

ter .Tooratdi; dan het in «Bdere landeo. is; dat hjg den oa^ 
derwettchen en atgyen 160 wd^ id#.den modemen'^ ver- 
fnuHchten: BoHander even. achtiiywaaraig'aclii; dat hij Edfo 
de hannonie tiuflohen veyeriiiy'eii.FÖlk.too innig vindt, ala 
ig ergens eldera kan «j&j jay dat hij, omtrent ons .fihanlie<- 
weccDy h^e Terj^tterend voor den Staat, Tan meening is, 
dat, door de uitmimtende maatregelen der 'regering, wel« 
baast de geipveldig faodge Mastingen zullen verminderen , 
eoE. Maar wij cgn reeds te veel g»woonaaiimisltenn4B(gen, 
dan dat .wtj isoo vleijende eoinplimenten , als neTavAS ons 
Buiakt, geheel gaaf w^en.altiis^nien» Vandaar komt het, 
dat wij de dingen, die hij li^ij ons laakt, h^a met opmer- 
^km; ofeohoon het getal dser dingen, waarvan wij ons niet 
weèriiooden konden een lijs3^e op te MMikei>, over dedertig 
bedraagt. Gelijk men dos niet zciggen kan-, dat hij nonder 
voonngenomenbeid oiis prijst, too wgge issen even .min ,- dat 
bij. blind is voor onxe gebreke». Waar is het , dat hij onio 
deugden met een vergrootglas, onze gebreken met een ver- 
kJein^Iaa^e. bezien heeft. . • ' ' 

. De vorm Tan brieven, aan een' vriend.. te ^«m^^i^f'ge* 
sdhreven, is.gelnkkig gdkozèn, lom,' bij de grooté ditgs«- 
fareidheid der stof, geen gevaar te loopen iran 'a//bsi ^ allee 
op- het Daanwkedrigst te behandelen; In dien ^iorm is men / 
vrij, om^ wat men het beste weet, oök het uitvoerigst, te 
beïcfarDven; wat men minder. goed weet, eaen aan Cestip- 
pen, en wat nèn in 't geheel niet Weet^ te verzwijgekry Wel 
is waar, men wordt in brieven wel eens qipervlakkig^ 
maar een reisverhaal verkrijgt in dien vorm vaak eene los*- 
•béid en levendigheid, die den lezer aangenaam beiigholidt* 
Zoo schrijft ook de Heer niTiHiM^in z^e brieven een* 
aangenaroen, vloeijênden, eenvondigen stijl , *en deelt in 
dien traèt zijne ontmoetingen op zijne laatste réis deer ons 
Vaderland mede, telkens, waar znlks te pas komt, .verrekt 
-en vergeleken met iierinneri'ngen nit vroegere teg^es, ten 
einde aan s^n gesehrift meer volledigheid en. belangr^heid 
bij te zetten. Naar evenredigheid is hij kort OT«r Boliakd, 
uitvoerig over Vriedland^ Groningen. -en Z^rsnrte, hetwelk 
voor den bmtenlander, die voerceker Hoiiand het- beate 
kent , meerdere waarde moet hebben. Zijne betrekkingen 
tot vele aanzienlijkelfcderlahdsdie'fajniliën en.zij& in ifoi- 
land niet gering gèaeht ambt als Predikant stelden hem in 
staat , om met bijnn alle rangen onzer maaUchi^iiij bekcsnd 



ta worden 9 daar man hem nagenoeg wiorü yrieiiMiik «li 
/w^wï]j[end oi^uig.. ...... :i 

o«Q9i<^i]de ^'lang i9pbo«4eQ; ijbèi^h w^ hier: deoSphsgH 
yor op den roet Tolgea ef oene .veoande Tan ^ #m*W 
j8^brgT6ii wil^ ; ' mj bepalen ^i» Ateoo bg eitoei AaDkendi<» 
ging ten dienste ^an Nederlandsche lecen. .£n Toar Keii}ér<^ 
iai9430be leiffm ia slechts des Schhgi^era J^eoardeeUmg' ian 
cMis lepd en volk bólai^pf|jk; vdel ■aiffidcr de AsasAfypüijr^ 
'dan ii| zoo rerre hfj door de vi^se d^r besc^rfvin^ s^q 
o^r^ee] <^i^Hiart. 

Di?gjtB9M ^ mei /de . Geiif dïettaf iran onsen 'landaaiid. 
jDf|z^ Tfovdt dCM>r HMtUMAM zeer hoeig. geschat. Tolgens hom 
'WfNnden op«e. kerken Iroiiw hraodiliv en heemcfat.ieifi inide 
l«}r$kste geIioorQii< eepe eerhieiw«ardig» sti)to:eti .Insterw» 
dip optoerkzjiapiheld. Sg vopd • in getia land meer waar 
<IhristeBdom , .en «ver 't geheel mnnteri de leekeninér itt 
Bijbelknmis . «it bere» 'de Srangeliéchen in < DuiiteMané. 
Eoeteer tcnige wèarhoofdeii de odde ionnalieren aanhangen 
en het land door^acki -om protelfFteii :te*maken, lióeseer 
€Hik;hier en daar eeaigeki het Ghiistendmn wéinig achten, 
«oektr echter hét aéhtingwaandigste feu bea(e( deel deriNatie 
hel iigk Godb «iet in- woonden, matfr snlcraeht; eniiAnrom 
cld/«gdiy!k de Beer r. Yés naa wiükhsiji in-djQ If^senthM 
-Chri^iendoms aangétoofid heeft > ome kerk ook geen jg^iraar 
lodpen. Hét niteriijke der openbare Godsdienst beantwoofdt 
geïBnsiihia aali ée verwéchlwgen dei* bvlteiflandem i ii^). maMr 
dtos tè meer het inHÉrlöl^' b. t. de presK,^ de iinQNtde 
toespoAea bij i de. viering .yoh hét AFOndmaal, ena. £•»« 
▼ovdigheid en afkeer van praal as het kenmerkende van KMue 
fiedadienst T^*eèdaaaBa> en> aonder haikt lèyén óe TSTsehil-» 
lende Protestantsche gezindheden nerens elkander, b. y. te 
tt^m9fèn, op het eiland TeXêt, em. zoodat het ondferspheid 
meer in den Torm dan in het weaen der zaak te toiekeii n. 
Do rardraagxaamheid jegens de Jodan U nergens zoo groot 
als in EoUand. BBrkvAa's afkeerigheid Tan het Zende^ 

(*) Onzen Schrijver hindert b« v. dé gewoonte, om ge^ 
dnrende de preek den hoed op het hoofd te honden ; de Stem 
VBSBL den prediker op den kansel, nit de volle keel Voortkom 
mende; ook het onaangename gezang in sommige kerketii 
Vbei eerste Terontsfahnldigt hi) echter bij hen, die geene 
plaats ter berging hunner hoeden hebben. 



/ 



3ii f. W. OETHMAU 

lingswerk redeneert niet zoo teer te^èn o^ms^ ledëéïingsgé- 
nootschappen, als wel tegen alle ondememihjg^n van dien 
aard,* ook in het boitenland, «tf tem^der tégen ^onte, 
omdat wij niet vergeten , wat hij TOomamelijk ^1 ^ de laag- 
ste standen in ons Vaderland tot tedelijkheid en (j^odsdien* 
stigheid «p te leiden. 

Be Mêdeiykhêid der Jfedè^hnêern wordt nergens, 'Toorcoo 
ver wij ^ ons .herinneren, horen die van andere volken ge- 
prexenof getaakt; maar over 't geheel schetst dé Heer 
DiTHHAB den Hollander als met. vele dengéen versienl af. 
Het eerdt ^an aHen komt hier de vlijt, de weviccaamheid 
en volhanUng in aani^erking,- waarmede wij ons dit land 
verworven, behouden * eH opgesierd hebben , en die vooral 
den vreemdeling trefljsn moeten. Roept ifiên aan den Rhijn 
van Méntm lol CMéns vettxA.i nit: lEoe^^root cijn uwe 
werken, o HeerP' in Heiland gevoelt men itich gedrongen 
Ie seggeh : t Wat is dé mensch , o Beer) dal Gij lijnér ger 
denkt, en des mensoben kind, dat Gif «vjnerfaanneemt 1 G^ 
maakt hem.toteeki be^r over uwer 'iiaiufon werk; alles bebt 
Gi)^' onder zijne vseeteil. gezet!" Daavom is 170</cfi:tf als liet 
kabinetatnkje dèr Earopesehe Staten ie bes(iböixwèn, eti'alte 
Mogendheden moesten bet hoMie doen, om dien kleinen, 
netten Staat te bewanm. Vreemdelingen beschnldigen 'de 
Nederlanders meest van ' ongevoeligheid , nnpklegfna; de 
Sebrijver oordeelt er anders over: de Hollander moge ^e^- 
dnchtiaam en nadenkend zijn , maiiv hij is niets minder, dan 
pblegmatidD. ,Boe tonde hij phlegtnatiek kunnen djn bij de 
eiiqihoadelijke werkifaanhheid , die de lage ligging ides bo- 
deau veroorzaakt (*)? Een j^wi^seAer, anders 'van 'wege 
eene onvriendelijke bejegening op ons "vokk gebeten, moest 

(♦) BzTtfHAi, I Bd. S. 00; wWarufk tnan ober den 
HoÜAnder als ghiehgühig, trdge und pflegnmtiseh eerrufi , 
kann ieh nicht gut hegreifkn. Hie grossen^ Heldenthaien aas 
derfrühesten Zeü ; die gefakrvollen Seefiisen ; die Bièsen- 
werke ihres Wasserhanes aus der neuesten Zeü; die tief^ 
durchdachten Sehrifien ihteit OelèhrUn, die f ast gawe Bi- 
bliotheken füllen ; die grossen Gallerien dassiscken Werke 
ikrer Maler und Künsthr; dié Schöjrfungen ihrer GAriner 
und LandèaueTy wehhe ikre Produote in alle Theilê der 
Erde verschieken, tragen ^ahrliök keine . Zaicken ton Pflog- 
ma, aher tcohl ro» grossen^Ehergie %nd Tkét\gkeit ansieh.** 



ERÏSKEftLKG AN HOLLAND. 345 

op den toren Tan Samrlem uitroepen : > Wnnderêeligeê Volk^ 
das mü Verst/and und üeb^thgung das Meer besiegt und ams 
SUmjtfen Lusijg^lde geschenen hatT (*). De werkzaamheid 
der Hollandeirs is loo groot, dat men selfs te Rotterdam , 
die gropte handelsstad, geen ataand tooneel, geen wel^-. 
Ujksch^conoert» geene grooie Tdksfeesten, geene gexel- 
9ch^ppe|i tot genot of haxmfapel, geene publieke Tereamc- 
Ung van sehilderöen, ens. heeft. Aan onze stonte onder* 
iiemingen io de .waterboawknnde, als b. v. het graotliioord* 
hollandsoh kan^l, de dokken te Amsterdam, het droog- 
maken Tan het Haarlemmer-oneer, ene. wordt alle regt ge- 
daap. «^ Jegens vueemddUtigen, die ons vertroawen ge- 
wonnen hebbent %ÏQiay9^ Neder laiiders,* volgen» den ScbrijTer, 
Toorkomend, Triendelijk, en in de Triendschap getronw tot 
iii den dood. Spaarzaamheid, verbonden met onbekrompene 
wel(hidigheid, die zelfs Taak al te ver gedreven wordt en 
daardoor wd eens meer nadedig dan Toordeelig w^kt op 
de voorwerpen harer lorgy zQn ook kenmerkende deugden 
van den Nederlander^ In echte weMadigheid en znehtvoor 
het algemeeiie welzijn der menschheid mant hij onder alle 
volken nit^.ten bew^ze strekken, de Maatschappij tot Niit 
tan 't Algemeen, de Z,oo49gl9^ol6n^ de Zendelinge en Bij- 
belg^nootsoiu^ipen, Jbet Qenootachap tot zedelijke Terbete- 
ring der GeTangenen« 4e Haatsehappii .vaD- Weldadigheid, 
enz.. Even zeer wordpn onze vaderlandsliaüde, onzehnise- 
Ipbfad, de; innigheid van liefde in.onze.famiUén, die zelfs 
van 4^iH^i der;9a4ers meermalen m verlroeteliag. der 
kindeivn. .opiUardt><. op^ze;, eerbied voor den ouderdom, onze 
af keer van .nattelooze praal, > die* zich lelfs in het gebrekr 
aan atandbeelden voor. onze groote mannen laat zien, bij- 
zonder giQ>rèzen. De m^igte,;groote knnstenaairs, vo^ml 
schilders, en geleerden, die- er in ,ons. land gebloeid heb- 
ben, steljen.onze achting voor Jkunstfen- en. wetenschappen 
bniten eei^igen twijfel f terwijl eef;lijkhèïd, i^regtheid, ge- 
trouwheid, qi naaawgezeihegid in den handel ons volk even*- 
eens jkenscbetsen. 

.. Gfi^.A]iif,.liuiischer8 f . zoo moet^ ook onze Schrijver leM 
spreken over onze overgroote ainde^kheid. Zij is eene 
deagd, . deir JTecforbiiflbr bijzonder- eigen; en, hoewel uj 
uier . en/daar ojrerd^veüa wordt, kent.de Heer' ostikah 

.. •>•■•) ,7 ■—. « • • .* : 

. i*) BwiJi4t, II Bd. S, 151, ,. 



3M> F. W. ÖfcTHMlR 

haar ons gMnttins onTOorivaardelijk tóe. Bij zegt onder' 
ffiideren, dat vele SoiUmderê ftindel^et tijn op lninne gé-* 
tcoiÊÓkkafpm, kamera en keakea», dan op fkünhë ligóhh- 
Ukan; dat in Jtatlar<iaM, meae Mad> fi'^ar meti, wegefis 'tfe 
biiiteiigewone tindaliJkMd 'der ifl^ezeléfien, geheel i^èeno 
spiABen heeft, (L) de monigheid op de giwte markt rdddom 
het atandbeeld ran stAsivs im groot Waa, Haft liij , *ttSt 
afkeer daarran» nch den tijd niet gaf, om de iaiofipüe: Hf 
ta achrijren; dat de wailaiidcs en akken ten Ntonlan van' 
Gf^uimgÊn^y de DMntache boerderijen, en ntfer, even min 
op den naam van loUandschv netheid en ainddlijkliclid aan- 
apraak kwaaen.mahen^ aU ket Miandelen der goederen van 
de reMgart 4p Ifedevlandache stoombooten, of de liedSemiBg 
der gaaten aan Nederiaadeche pnUieke tafels, mét de stipt- 
heid en vaardi^eid, die daarb^ in DuUêtktmnd heerseli^n, 
'TorgelelDen kan ¥Porden. DïiareoCegen wönAt het kwispe- 
door, 4at groote strnikelUok derlhdlsehekiésdiheid, schit- 
terend irerdedigd tagen kunne xandbakjes op den vloer. Aan 
de aisHM9ke bewoners ran N^érdhdUmdy met name van 
Broek im fFaieHand; laat hl$ dUt regt wedervaren, dathun- 
ne xindtolijkiieid niet overdreven of ^Uig heettfnmoet, matte' 
ab een noodzakelijk geinig van het voelitige kKmaat te be- 
sdiouwen is. Hierih gaat hij eohter ook weder te ver. Th" 
nétte t^en coiiien d« «^enstbodon bijna dcfn ganscheh éig 
onephottd^jk' aehnren , schrobben Cn dweilen, onidat ddor 
het schrobben het hout voor verrotting bewaard blijft en htt 
geschnnrde mfitèalwerk dagelijks op ttiénw ddór dé VoéK- 
tii^eid beslaat. Ifiet cnndat het 'dé bèerscbeÉide smaik is, 
maar om bet vochtige klificmkti sovdén de HoRaildschè'hni- 
sen niet met kdk bepleisterd zQn, cBe al te spoeffig do6r- 
weekén en afbrokkelen zonde. In 6nze' ziniMqkheid vivrdt 
hij een' voorrang , <fien 'onze landgeiiooien hebben boven dë 
zijne: aan den ilA^, 'zègtf bij, ton men de 'Hbllalidlóbe 
netheid eai xindblijkheid te vergeefs voeken. Olt de nèSg^g^ 
tot ïindidlljkheid verklaart hij den oorsprong dbr ooiifkenr 
en den geheelen boofdpronk van de Yriesche vrouwen , naar- 
dien ntj, rëeü mét melk moetentfe omgaan, daaittj geen Ibs- 
baD((end haar konden bebbeik. (!) ' 

Uit sympathie moest dé Scb r g ver in de opfffmding en oor- 
iking oneer jeugd groot belang stdlen. Welve^wijkt 'bif 
daartoe meest naar het werk van tictob covsia, die den 
toestand onzer scholen naauwkeurig'bèsichrevenlieeA, hi^ar 



KiUNIfEAUMU AK HOLLAND. 317 

aprfeLi loch Qtik telt.óAin^ daafoVér tijn oordeel iiit. Op 
h#ft #fcebel van eproeding .der Nèderimnders maakt hij. hier e» 
daar wel aatUBerkingen. . Vooral yindt Juj de qyerirèvmB» 
lieM0 vao flommidfe ovders jqjf^iii hoBiie. kinderen berispena* 
yrêne^^ De houalljke opToeding yaa saer awDuenlifke kin- 
deren door GouTernenra en Gonveniantea hexBli hém even 
min aU die op koatscholen of priTaat-inadtaten^ Volgde men 
agned raad* dan xonden iSKederlandsoihe en boitenlaoMbehe 
oodiera voor e0n' geruimen. tijd hnnne kinderen onderling 
^EaorwisMtep. Hij yi«di tiet dwaas, dat men in de beHdiaafd* 
stekrui^ep> in^ilc^naCaandè de^rampai der fransebeom* 
lieeffadiing» n^g steeds- aan de Fraitsofae taal hoven de harte- 
Ujke eti gevo^roUe moedertaal de Toonrkear geeft Orerigena 
kan )u}' sQtatijds- onzen scholen' eh xnrigtingeD voor lager, 
ro^deibaar ^ boog^r ondertvij^ niet genoeg lof toOKwaaigen. 
ki 't hija(ooder dee)^ hieiün eeine «raiensehool te AtMter^ 
dam, eeoe andere school .te Warffwm (in den Duitsofaen 
tekst fVBrMum). in GrjomnigerkBMd , minder eehe «rmensc^oot 
te ZntQlle. Niet minder- roemt hij de pogmg^ der IfMCH 
schalk tot Nnt rva» 't Algemeen ter rerbeteving Tan 'het 
achpoloilderw^a, afeook het Instttnnt Toor Onderwijzers ran 
den Bea^'>u«siB te Smmrhm^ Onder dn Instituten voor 
middelbaar, oaddrw^s vermeldt hij in ^t bijzofidctt' de Latijn^ 
adie «ehool'tb lV«n*ftsr, de Institaten d«r Bae^en irootsx- 
wita te lf%hÊchaé0n^ va»sao Ie Aiêen eH *vav wijk ie 
Kimf^nl SfébtqoBk fa^ onte Lat^nsohe soholen mec een eti^el 
woord «if^^IMa Gymmmiem*^ noemt, wijdt h^ echter aan. 
dese weinig opÉRerktanmheid. ffi) iMJamfnert het, dat het 
Orthopoadiseh- hMtcénot' van den Beer hsihk zofo w^steig op- 
gang /géibaakt ' heeft , en is hoogeli^k ingenomen mét het 
Ottolslosiimenhliistifant.te Gromngên. ^ver d« ifir%t{ng <^- 
zer Afcaderinënf iaihi) teer luwt, ge>ijk'h^ in het algemeen 
flttifder spseekt orar onze beoefening der wMenschappen , 
drin kk«l Jlebng der aaak schijnt te verdienen, uitvoeriger 
is? hij .in^ hot preken .van den geest en de goede gefeindheid' 
der atidenien,! mówel te Leiden^ als ie Ctronin-gén. Be 
emib numten , votgeins hem / door enderlinge eeiksgëtónd^ 
hmiy friaodsdiappeiijken omgang met de bnrgérs-dér stad 
en géhüchthiead aah^ée-kmnnklijke faroilije nit. (I) Hét ont* 
gHMAeit rkénrt hi> ten alerftste afi ' Zoq ook vindt hij , naar' 
BoHaehew^, het g^nikiT^n hetLat^WiOp ónze' collegièn 
niét gfoad. . De Giicmingér ^Professoren. ontvangen de eer vin 



3iS F. W. OCTHMAR, 

aeest bij. name vermeld te Wbrden, wat Ref. , ulskweeie^ 
liog dier hoogescbool, een bijzonder geae^gen TÓrscfaafte, 
daar hg sag, dat ook butenlanders den welvetdlenden rdem 
z\jaer aohtingwaamfiffe en oorerg^telijke leermeestera erken* 
nen, en zich op nieuw gelukkig achtte dóór hun onderwij«r 
gevomid te sijn. 

Met onze n^vrkeid verdienen wiy in^elijks bi) den Heer 
BKTflmAB allen lof.' I>e voortbrengselen onzer induatiie op 
de Tentoonstelling - te Haarlem in. 1825 verwekten dé jatoetlj 
der vreemden [der E%gehcken'\ , en waren naar zijne mee-'' 
ning.eene der voornaamste oorzaken der Belgische revolutie, 
ondat de vreemdelingen, wien onze magt Ie groot werd, 
de zaden van tweedragt tnssdxen Zuid- en NoordhNederUmd 
rijkelijk strooiden. Het karakter van Hcrflandsoh werk is 
stevigheid en netheid, gelijk de bewerking zelve het ken- 
meriL der grootste zittdel$kheid draagt. Honderde zaken 
worden door den bijnaam Hollandeek als goed gestempeld ; 
b. V. HoUands c he koeijen,. boter, kaas, haring, talm, dak- 
panoien, tigehebteenen , linnen, papiei*, lakens, dekens, 
toat, verf waren, jenever, olie, pijpen» tabak, zilveren en 
gouden werken, molens éx waterwerken, enz. Met vee! 
lof spreekt hij van <le groote Stoom -nkaehine'-fabrijketf te 
F^enoofd^ea op het eiland OaMiemhurgteAmeierémm. Het 
kon noch zijn oogmerk zijn, om die, of zelfs de voornaam* 
ste fabvijkinrigtjngen in ons Vaderllind te beiien^en te be- 
Bobr^wm, noch kan het het onze zijn, om hetgeen hij daarin 
overgeslagen heeft aan 4e duiden ; evenwel verwonderde het 
ons, daar hy sop vaak spreekt van onze ledcrt dé revolutie 
Loegenomene welvaart, bij hem niet» te vinden over de nieu- 
we groote Manufactuar-fabrijken in Overifêêel en elders , of 
over de groote Brandergen , vooral in de provincie Orontn- 
ge$^ Minder mitgaat zijner aandacht de in de nieuwite tij- 
den in cm land zoo zeer vermenigvuldigde aanleg van ka* 
nakan en straaliWCgen ; maar eenë bijzondere opmerkzaamheid* 
wljidt. hij aan onze landhuiAoudkunde. Met groote voorin- 
genomenheid beschrijft hij.> de boomgaarden in de Betuwe , 
de melkerijen en kaasmaker^en in Rkynland^, JVoemlkoümndy 
Texel en Vriesland y den korenbonw in onee noordel^kste 
sir^kefi, als iq het BUd, den Noordfolder, em het Oldami, 
zelfs de. aank^veekiogen hij de kokmièn van wddadigheM. 
Ook vergeet hij niet de belangrijke bkieinkweekeri|en in den 
omtrek f van ' Haaf hm , en niaakt • cenè bgzonder. loffelijke 



ERIlf1l¥BI71IQ All HOLLAND. 34^' 

Tan d«ii fijnen, en k^urigen Bmaftk in. den ^udeg 
oner tninen e» hiithoven* 

Hei 'is wel jianme^, d«t de ge oor d e Sëhrijver met ome 
bMertondb minder b^end koh^nt «e idjn, dton men ran eeiie 
▼eeriigfarige bekendheid met ons 'toUz zbn mogen verwach'» 
tflo. Bet noemen van eenigeTerhandcüngen, tia ket Gro«' 
ninger Godg^eerd Tijdschfift If^Oëf^Mi in Lirfde, van den^ 
Tiieschen diohter «ijsiftsv jafUSi ran den OroningérSfa»^ 
dfluten-Almanak, of denDrentsohen Volks* Almanak; kan men 
alt niets oVer onse Letterkunde geiegd rekenen, eh tijne 
Doitsche landgenooten znllen liieMk>or al zeer weinig aange* 
moedigd worden , om ónce anders "geprefeetae taid te leeren. 
Van PBiTv en Tan tah liriuf's Roóê.von Ihkama spreekt 
hi} ter loops; maür geen woord tinden wij Tan siiDiaD^r 
en rijnen inTloed op onte nieawate léttèrknnde, geen woord 
TSD TOLLBRs, TÜ AtAatiio onz; ; geen woord Tan onte 
ToerCrefielijfce kansel<litei«tanr, ^waartoe 1u) meermalen allcf 
aanl«*^iy**g heeft ; geen woord van onse gesehiedëehijVecs, of 
%édê Tan onse tijdschriften, die 'todi %oó Taak den geest 
eener natie kenmerken. Maar wij willen* niet ondaddbaar 
lijn, ofschoon wij gaarne wenschten, dat een scherpzinnig 
jnütenlander met • kennis Tan zaken het goede en kwade 
omer letterknnde aanwees. Voor het overige M$kt hei, dat 
hrj een al te gunstig denkbeeld van onze geleerden in hét 
dgemeen als medschen koestert; hij sohijnt te meenén, dal 
men hier te lande uit zniTeren lost sioh 'op de weienschap- 
pen toelegt, en ér niet aan denkt, om de geleerdheid tol 
eene sJCtdk, dU uns mii ButüBr ^etêofgi'* te Teriagen» De 
Nederlandsche geleerden, «egt hij, pntfangen geen of al-^ 
thans geen noemenswaard honorarlmn TO<Mr Rnnne geschrif* 
ten Tan den bpekVerkooper, en stéBen' dezen daardoor in 
staai^, om de wérken prachtig nit^ te geven! Uren oi^jnist 
is Bi^ne bewering, dat wij hier geleekt werken, die alleen 
óbn Theoloog kannen dienen, ^maar den leek in zifnë gods«^ 
dienstee OTertniging schadéilik zQn, b. t. de ÏVo^enbutieU 
sdbe FragmeiUén of het Lebên Jesu van sriAVss, niet in 
de moedertaal, . maar in het Latijn ' plegei nit te gOTen; 
immers h^ schrijft' zelf, dat men than» bezig is met het 
berachte werk Tan stm aüss in het Nederdnitsch te Tcrtfdenl 
Znlka is nbs. al té veel eer bewezen^ • 

Wij gaan nn over tot de eigêiiaatdigkêden Van dé onder- 
■ ch aid cne deelen onzes Tolks-, «zoo* 'als ze door den Heer 

SOIKBISCH. 1841. 110. 8. Y 



350 F. W. DSTHMAR 

BBTivAR ziïii epgeteekend. Re( gemeen is Jnj oiu éteo 
ruw en woest aU overal elders , even zeer overgegeven am 
dronkenschap, eni. Nergens- had hij ooit aigryselijker vloek- 
en dreigtaai gehoord, dan onder Jbet Amsterdamache graaaw. 
Dolzinnig uitgelaten is de geringe Hollander in zgne ker- 
miayreagde. Wilde men echter naar den aard ran het ge- 
meen de gansche natie beoordeelen » dan zon men zeer ver- 
keerd handelen ; en dit oordeel zoude even min geldig z^n , 
als vanneer men de ruwe en lompe bewoners van het eiland 
Marken rooT de bewaarders van het oorspronkelijke zuivere 
karakter der Nederlandsche natie wilde houden, en daaruit 
besluiten tot den aard onzer voorouders , ofschoon dit som- 
wijlen gebeuren moge. De Schrijver scbyut met r^t te 
stellen, dat het eigenlijke karakter onzes volks, zoo als het 
zich volgens den loop der tijdep verschillend wijzigt, vooral 
bij den buiyerstand en in sonunige provinciën ook bij den 
voornamen boerenstand aapgetroflfen wordt. Immers de aan- 
zienlijke standen volgen, veelal de leefwijze en gebruiken 
van de voorname vreemdelingi^n na, en zijn veel meer, 
4iMi. de andere klassen , te beschouwen als een deel der groo- 
te maatschappij van de rykste en beschaafdste Europ^érê. 
Despiettepnin heeft ook de voorname Hollander vele eigen- 
sch/ippen , die hem onderscheiden van den voornamen vreem- 
deling. Zeer duidelijk bemerkt men dit onderscheid in Am- 
êterdam, waar de handelsgeest den hoogsten rang niet aan 
de geboorte, maar aan den rykdom en de uitgebreide han- 
delsspeculatién toekent. In jhn Haag heerschte een den 
Schrijver hinderlijke hoftoon.- Het gebruik, > dat de rijke 
Hollander van z^ne schat.ten maakt, is niet altijd even dod- 
matig ; sommige renteniers zullen b. v. kostbare equipaadïen 
houden, alleen <»n daarmede bij eeno enkele bijzonder fees- 
telijke gelj^enfaeid te pronken, terwijl zij tot pleiziertqgtjes 
altijd gebruik maken van gehuurde rijtuigen. Over het al- 
gemeen kunnen wij z^ggoi, dat vrij in de vr^ talr^'ke schet- 
sen , welke ons de Schrijver uit h,et leven der aanzienlijke 
JSederlandere van verschillende oorden mededeelt, de natuur 
dfiidelijk herkeonen, ea dat hij eene zoo .veel mogelijk ge- 
trouwe «f beelding van*t>nze groeten zynen landgenooten ge- 
schonken heeft. 

Onder die landen, vitelke Jn een kort bestek het meeste 
.verschil van . kniraktett^kken . der bewoners opleveren, be- 
hoort voorzeker qok ona Nederland. Die tereekeidenheden 



ERIirNKRClIG IR HOLLAKD. 3&1 

én ft^Mtging^n van het nationaal karakier konden natuurlijk 
ODten DBtiHAR iiiet ontgf ipfien ,\ telfs scMjnt hij hepaalde- 
Ujk met dat doelóna land doorreisd tè hebhën, opdat hij zoo 
veel mogelijk met de bijsonderheden van elke provincie en 
stad bekend zon vrorden. Voorzeker een noöiliakèlijk ver- 
eischte tot de karakteristiek van ons volk.' Vreemdelingen, 
die op deze veracheidekiheden' tti4*t letten, béóordeelen ons 
viMk teer vendiillend; terviijt het ons 'jAMerfofMtsrc; die 
van 'derjeogd af aan onze onderlinge provinciale eigeri- 
schsppen. kennen, .dikwijls mbeij^k Valt, eene algemeene 
karakterschets onzer natie te -geven. De GeUenekman ts 
geen EoU^ndêr, de Hollander 'geen Vries , de Frtec geen 
Groninger, de Groninger geefïDrenikenaar, enz. En- hoe- 
zeer is 'dan nog weder onder de eigenlgke Hollander de 
Ameterdawimer van den Roüerdammer ^ van den Hagenaar y 
den Haarlemmer, den Noordhollander of den eenvondigen 
bewoner van het aartsvaderlijke Texel onderscheiden ! Deze 
pUurtêel^ke eigenscha|f)en vindt men over ^t algemeen bij 
DiTHKAa vrij naanwkenr^' opgegeven; hoezeer men vaak 
bespeuren moge, dat hij bij zijne opgaven minder zijn eigen 
oordeel gevolgd is,^ ïbaar zidi- meest door gesprekken met 
Nederlanderê heeft "laten leiden. Met eene vr^ groofte naanNiv- 
kenrigheid en niet zonder vooringenomenheid schetst hij de 
Vrieaen f hvinne taal, zeden, opregtheid, hartelijkheid, be* 
wondert dikwijls de kleeding der Vriesche vrouwen , en 
bejammert het, dat het eigenlijke Vriesche kpirakt^r door 
de insluipende vreemde zeden en moden, zoowel wat het 
innerlijke als het uiterlijke van dien landaiard betreft, ge- 
durig meer en meer verdrcmgen wordt.. le\jb zw\jgt hij niet 
van de dwaze jaloezij tusschen de Vrteaen en Groningers, 
die, hoe zelden men ze bekennen wil, echter nog voortdu- 
rend eené bron van voöroordeelen ple^t te Bi\jn. 

Een buitenlander, die ons zoo veel opmerkzaamheid be- 
wezen heeft, die zoo met overtuiging sohrgft over den vöor- 
trefiTelijken siard van ons volk,, verdient, dat ook. wij zijn 
werk alle verschuldigde eer bewijzen, de eer van het zelf 
te lezen en anderen onzer landgenooten dAn te raden om het 
te lezen. Dankbaar jegens den geéerden Schijver voor het 
genoden, dat zijn boek Ref. als Nederlander verschafte, 
wenscht hij, dat ook deze zijne geringe moeite hem nog 
meerdere lezers, dan hij onder ons heeft , aanbrengen moge « 
Men bltjve echter bij de lezing niet hier en daar aan on< 

Y 2 



352 F. W. DETHMAR, SR1HIIUIU]I6 AH HOLLAND. 

-* • •• ■ 

uaawkeofwhedflD, met betrekkiDg tot het plMtaeltlk» %^ 
ner wooiiplaAts of .prp^cie, en dergelgke, haDgea; vu dut 
geral s^tode. men tid^ ^jfmtkiB^ "Wél eens oi^tjjdif kopB kun* 
aen maken; mwr ,ipea bedenke, jdat het doel Tan omen 
Schrijrer niet ia « 9m ecpe goographie van Holhnd t^t achng- 
YOD.» tffi^ win eene geleeide TearhandeUog errer on* JMar« 
foiMbrf^ .mnar om« door 'eene Jotse ainffenane leotuar, aün 
^e lami§m)KxAm . W» >fQlk iwn eene giuiali(re sijde toot te 
at^U^" Hy)S Nk i p f i m mt^ r ^ dieaMn )dqa bgide^eiiQg ^an Hfn 
geaobpift. .diaaap. yiieon^^ ;te lettea, koe h^, «b een 
.iprel .iH«t^9i^ed ^Qpartydjf iveemdelindp, aaaar teek ab .een 
jnreamdeliQig, o)BaeQ aiq^ en oof karakter, ooste verfieottem 
tmii^éfi beiobairfifo valken van J7tK«fMS en teirena onae ga* 
heeken« waarvan hij er echter meer had koanen noemen, 
bfaohx^ft £eBe r^el^ke «chtiag voor onnelv' , die w^ niet 
mengen vvl^gweqp^,, fn die vrij, ons vet^el^kende b\j velf 
andere volken, met, ragt ona mogen toedragen, is, dunkt 
Ref.y vaa dexe leaiqgeen noodukelijk. gevolg. W\ï bekoe-r 
ven dan vrel niet, met aiLaias, te juichen ^ dai tr^f ook 
dwhn 

m de eer, den roem, dien 't voorgeslacht, 

't Verbaasd Enroop ten trots, aan ans ten erfdeel bnigt; 

» '. „ . • ,..- 

of van den 'bnitenlander te eiichen, dat hij met riTCAiaa's 
vleitaal instemme: 

At België mqria et coelum, naturaque rerum 
Obilitit: obsiantei hi damuere Deos ; 

maar wij dnrven met waardigheid den Heer var dih wil- 
BBiiBoacH nazeggen: 

Zie, vreemdBng,' op dit v^rikaaet diep ontciifg in de oogen: 
NeOmur en Bwinglandif beproeMen feL ign' moed. 

U kostte de aasde, niets, om werd sij to^gawdgen; 
Dcior diuit tegen sweet, door ^ane tegen bloed. 

Fcbrnary. 1841. , K. 



Beteekenisen afleiding van Eigennamen ; b^eentersMmeld 
door /. W. M. Te Zaitb<mmel, i6y j.. Noman en Zoon. 
1840« In U. Bvo, 110 U./ : - 40. 



fiET£EKE5IS £lfZ. f AN XIGENNAMKN. 853 

Ëene seort vaa hU^bodbje fti) het oiiêerWiJs; dat, bï| het 
heiit vm ^oo i«le hetere weffeen, toot den onderwijzer 
evertollig ^ Toorrden leerling 'veelii}<% schadelijk is. Zon- 
der te «HBen aMnwi^fleB, wat hiet entlneidtt, staaft Ree. 
ligae ooyniiatige heoêrdeeliiig niet het iwlgende: 

» Apö9t9L Een uit de Grieksebé taal e fer gen omen, hekend 
Bijbelwoord, dai Oodêgpnani beteekent." ffier heeft de 
SohriJTer igekosea, »wat hém jnist ^been^' (Voorbengt)y 
maar, » badden eigene Torsching en kunde i^ne gidsen in^* 
ten wesen," dan con hij geweten hebb^, dat bet «mioni 
.Asro^tfAoc Uoetelijk een afgétant — niet een Gad^igeitmnf -^ 
heteekent. 

• ^Mfitêr. Deze naam komt af van het OelUsche j<m, jcHi^y 
en fiter 8ehi}nt af ie komen yan pater , taêér^ dat bij zijneMi 
Toorgaanden naain is geToegd, toen b^ioM de grootste aller 
CMten gediend werd." — » Eigen Toi^liiit^- en knnde" had^* 
de den ellendigen eoinpilatetir knnneli leeren, dat het eene 
üneentrekking is Tan Tev^ xArnp- 

» Pa$cha. Be Christen gedenkt op hetzetve aan' het l^den 
0H êiervên zijns Verlossers'' TI ! 

9Selah. Dit woord heteekent de zekerheid van het voor- 
gaande ^ b. ▼. alsof er stond: ja, voorzeker! Koo'ishet. 
Anderen houden het voor een woord van hehrhinering , of 
voor een teeken Van 9tilst'a'nd; gèvolgèSijk, dat men daair 
moet stil honden , en dën vborgaanden inbond wel overwe- 
gen." indien de oom}iilatenr de moeite badde genomen — ^ 
om niets anders te noemen — yai^ nii falh (dien bij in zijn 
Yoorberigt aanl^lt) op F$alm UI: 3 na te zien , zon hij* 
gevonden hebben, dat hief nOg vele anderen té noen^tinr 
slfn, en de beteekenis van bet woord zeer onzeker., en ver- 
loren, is. 

Heer nit ^ii onvolledige, onnaauwketirige pralsebrift aan 
té halen, zou den lëzér evenzeer vervelen als ons.' 



Emnsjen, of hel BnUdêg&schenJk. Uil het Boegdmlêch éam 
A. G. BBiSRABD. Te AmBterdam ^ %* J. G. Seprp enlAKm. 
1840. In gr. 8t?o. 107 W. / 2 - 20. 

Xyit gedicht is in de manier van den Hertnann und Doro-^ 
lAed, waarin aötnt den eenvondigen, Homerischen vorm 
van bet Heldendicht (vooral in de Odffaeett) beeft toe^f^ipast 



354 



A. 6 BBSRHARD 



op bevallige yoorsielling uit het landel^e leven , eenigtiaè 
Idyllisch geïdealiseerd; eene manier, -die vele navo^iag* 
heeft gevonden, vranrvan de Imisê van voss eene derbe- 
I^endste en gelnkkigste.is. Tot de bevalligsie gedichten der 
nieuwere Duitsche letterkunde in deien trant behoort bbbi- 
■ Aai>*6 Ihntckên und die Küchlein. De handeling is dood- 
eenvoudig. Hansje, een gevoelig, ongekunsteld mei^e, 
dochter der weduwe van eenen braven dorpdeeraar , is door 
dese hare moeder wel tegen de wisselvalligheden en misken- 
ningen der wereld gewapend, maar tiel «ieh nogtans met 
verdriet gelasterd, .en daardoor miskend bij den opvolger 
van haren vader, wiens genegenheid zij, en hij wederkeerig 
de hare, beiat. Na eenige ophelderingen komt. dit echter 
ioi orde op de bruiloft van Hansje* e ad^ll^ke, maar nederige 
en beminnelilke vriendin. Be lasteraars ter had- zich mees- 
teres gemaakt van den bruidskrans, dien Hansje aan hwe 
vriendin tou aanbieden, waarvoor nu het beminnelijke kind 
der natuur hare met sorgopgekwedLte kuikens — het eenige, * 
dat zij bezat ^ in de plaats geeft. 

Met regt ingenomen met deze bekoorlijke schildering, en 
bemerkende I dat het minder bekend was, dan het verdien- 
de, besloot de Vertaler tot de overzetting, en wel in dè 
maat van het oorspronkêlijfce *- Hexameters. Hij ontveinsde 
zich de bezwaren niet, welke aan dien, o|^rvlakkig zeer 
gemakkelijken, maar inderdaad zeer moeilijken arbeid ver- 
bonden waren. Zijn werk is in zooverre geheel beloond, als 
niemand het veelzijdig verdienstelijke zijner vertaling zal be- 
twisten ; en wanneer men zich de moeite geeft tot veiyely- 
kiog met het oorspronkelijke, dan zal men ontwaren, dat. 
wel het een en ander der zachte en teedere uitdrukking bij 
elke vertaling moest verloren gaan , maar niemand tpch lig- 
telijk den leere scairr het werk der Nederdoitsohe over- 
zetting zou uit de handen genomen hebben. 

Hexameters, als: 

^t nuHanajen zoo wonderlijk neerkwam van ' thoogst algemeene 
Op het bijzonder geval." 

Riep de Barones: »uu, speel dan iets vrolijks en luchtigs." 

• Maar was dat billijk?" hernam Antonia vuriglijk, «was dat 
'Jegens Antonia billijk en jegens uw treurende dochter?" 



^ HAMSJBir. . 355 

^e)ke regels rolmaakt proia fijn — deifelijke vlekjes ont- 
sieren het fraaije gedicht. y 

Ofschoon slechts spaarzaam eenige ruimte tot het bijbren- 
gen eener proeve kunnende bedingen, moeten wij ditmaal, 
ter aanprijung ran dit hoo^^st bevallige dichlstuk , een paar 
plaatsen nitschrijven. 

Fraai is de beschrijying der kuikens: 

Zachte en zuivere wol verstrekte hen nu. nog tot kleeding, 
Eenige stonden nog wanklend , de meesten liqpen reeds , lustig ' 
tigen tafelmnziek met piepen en pikken zioh makend; 
Nippend aan 't bakjen -met water, den kop om te zwelgen 

verh^Ënd 
Boog in de hoogte^ als riepen zij hemel en aard tot getuigen, 
Sat z^ de heldendaad van water te proeven volbragten; 
Nu een beentjen rekkend, en daarbij een vleugel ontplooijend; 
Vele loopend en krabbend, ofschoon er ook niets viel te krabben ; 
Dan, om den tijd te verdrijven, met de puntige snebben 
Naar elkander hakkend , een voorspel der hanengevechten. 

Bij den brand der woning had Hansje hare fortepiano ver- 
loren en geen andere kunnen bekostigen. Zij komt te huis, 
en vindt eene nieuwe staan, het geschenk van hare vriendin 
Antonia : 

Hapsien, verwonderd, geroerd en verrukt, als nog nooit in 

• haar leven. 

Wilde hare oogen eerst niet vertrouwen: i Antonia!" riep zij 
Daadlijk bij ' t eerste bedenken van zelve, voordat nog de moeder 

Van de sleutels verhaalde. 

Hanzen vernam het slechts half; vroom sloeg zij de handen 

te zamen, 
Als tot een dankend gebed. Toen lokten haar siddrendevüigers 
Toon op toon uitde snaren, dan klonk weerde naam dervriendinne 
Met een zilveren stem van de vrolijk bevende lippen. 
>Zie," zoo sprak hare moeder, »de Feniks verrees uit zijn 

aschhoop, 
•Schoonèr en hooger van waairde, dan die door de vlanunen 

verteerd is." 
Hansjen antwoordde nu: »Ach had onze zalige vader 
• Dexe vreugde nog mogen beleven!" — Be stemme bq^paf haar, 
Doph het gevoel van haar harte ging over in droevige akkoorden , 
Zacht, hartroerend, weemoedig, gelijk zij den boezem ontvloden; 



356 A. G. EBEAHkARDv HANSJEH. 

Sleed» weUiiidaoder klonk h^i, yerharener^ iN^Uerenyromèr; 
't Was een weemoedige taal , van de aarde klimmend ten hemel ; 
Allen zwegen en hoorden en ademden zachter en zachter. 
Tot dat heilig en plegtig de schoonste koraalmelodie klonk ; (*) 
Toen sprak Martha bewogen: »Dat was hem altijd het liefste 
» Li^ in ' tgezanghoek ; zelfs bij het stert«n wilde luj ' t zingen ;" 
En zeer zachtkens begon zij deyrome, moortreflijbewoocden 
Op een. voortreflijke wijze ooi ten haar weten te ziqgen, 




Sóeh z$ köD * t niet Tolbrengen, het lievelingslied van haar rader, 
Daar het spel en ' t-gezAng haar hact niet ontrberiqg rerrtüóoï. 
Stem, en .snaxm «IFcigen, en Hanne keerde ter li^de, — 
AJs de bedauwde bloenl, die ' s avonds den bloeijenden kelk slnit , 
Stond zij en boog het aanminnig en schrdjend gelaat naar 

beneden. 

Mea ziet, deze SexameterM zijn niet zonder gebreken; maar 
men üet tevens, dat ook inPoézij het ^eenvoodige het ken- 
merk van het waarKjk schoone is ; en zeer zon het ons 
verwonderen, indien gedichten, al» het onderhavige, niel 
meer gezocht en gevoeld werden, dan hetgeen sommigen, 
in onzen tijd, als de vocArtreffelijkste poêz(j drijven en ge- 
ven. Hierom, ook schreven vnj eenige regelen A. 

(*) Twee fraaije regels, waarin men, naar an$ gevoel, 
het zachte ademen en den vollen fortepianotoon hoori. 



Jaarhoekje vofMT de Provincie Overysêely voor het jattr 184U 
Te Zwolle, hij J. J. Tijl. 

Zaanlandsch Jaarhoelje, voor het jaar 1841. Te Zaan- 
dèfk, hij J. Heynis, Tsz. ƒ : -75. 

i.en behoeve van deze twee Jaarboekjes willen viij nog 
eens afwijken van onzen aangenomen regel. Het eerste ver- 
dient awpr^zing wegens de uitstekend naanwkénriee sta- 
tistieke tabellen, waaronder die, welke betrekking hebbcsji 
tot de uitgesproken vonnissen en tot het schoolwezen , bij- 
zondere opmerking vecdienen. Het andere, door kearige 
netheid Abor£{Ao/(ai»J waardige. Jaarboekje moet vooral strek- 
ken, om den Zaanhant meer algemeen bekend té makeq, 
waartoe het dan ook aanvankelijk reeds strekt. Het proza 
Iiat zacfc met genoegen lezen ; de versjes zijn hnnne plaats 
waavdigt en de plaatjes net. Kortom, vnj wen^piMO f^en 
b^en opgang aan dezen Zaanlandscken Almanak. 



BOEKBESCHOÜWING. 

Leerredenen over verschiüende onderwerpen ^ door a. ra- 

. oijs> Predikant te Doesborgh, Te Doesborgh, bij 

, Kcls en Lambrcchts. 1840. In gr. 8po. 382 W. ƒ 2 - 90. 

JLIc Ecrw. RADIJS, die tóör versciheidene jaren met ecii 
bundeltje Leerredenen voor het eerst y- zoo wij meencn , als 
Sclirijver optrad » en in de laatste jaren met eenc bijzon*- 
dere mildheid voor de godsdienstige stichting zijner land- 
genooien geschreven heeft, levert hier een dertiental proe- 
ven van zijnen kanselarbeid , op uitnoodiging der uitge- 
vers, die alzDO ongetwijfeld hunne rekening bij de schriften 
van den Heer radijs vinden^ gelijk de laatste ook hier^ 
door aangeiiioedigd zal wordeu , om , bvercenkomsUg zijne 
» dringende behoefte, daar het hem niet heeft mogen ge- 
beuren tot eenen uitgebreiden werkkring te geraken, zijne 
vermogens te gebruiken, om meer algemeen nuttig werk- 
zaam te zijn;^' een lofwaardige ijver, die echter, b^ den 
groeten overvloed van ^rbauungsbücher , zoo als de Duit- 
schers ze noemen , geene verkeerde rigting zou nemen ^ 
indien dezelve zich ook eens meer op het wetenschappe- 
lijke veld van godgeleerde studie bewoog, waarin de oogs^t 
ten onzent vrij wat armer is, dan in hetgeen den lecken 
tot opwekking en vermaning dient. Dat eindeloozc aan 
de markt brengen van allerlei , rijp en groen , bckookt en 
onbekookt , waardoor onze zoo even genoemde naburen de 
godgeleerd^ wereld minder verpligten dan vermoeijen-^, is, 
wij erkennen het, een uiterste; maar is het, bij de we« 
tenschappelijke hoogte van het vak in ons vaderland, toch 
waarlqk ook niet een uiterste , dat men daarvan bijna niets 
in hei licht ziet verschijnen, en nog minder zou verne" 
men» indien niet nu en dan hel eeregoud van tetler of 
in''^ Hoge eenen enkelen uitlokte", om de vruchten van 
studie en nadenken onder het oog van het wetenschappe- 
lijke publiek te brengen? Een paar loffelijke voorbeelden 

BOEKBESGH. 1841. HO. 9. Z 



358 1. RADIJS 

uilgezondcrd , gaan de hoofdpricslcrs in den llicologischen 
tempel met cene plcgligc terughouding voor; de anderen 
volgen. Wal slichlelijke lectuur; wal preken — voild 
toui! Zoo vernamen wij dezer dagen uit het voorbcrigt 
voor het 3dc stuk van van sendem's Apologetiek^ dat 
w^ het met de historische inleiding tol dat gehoopte klas- 
sieke werk al weder zullen moeten doen! Waarlijk , nie- 
mand , dien de stand van kennis bewust is, waarop verre 
de groole meerderheid onzer Godgeleerden slaat, zal in 
vörzoeking komen , om , ter proeve daarvan , te wijzen op 
hetgeen er gepresteerd wordt. Maar dit zij loo! Wij ont^ 
viingcn hier dan weder een bundel preken; goede, nut- 
tige, stichtelijke preken, maar meer ook niet; die niet 
moeten dienen , om den opsteller eene gunstige bekend- 
heid te verwerven, hetgeen anders, bij werk van degelijke 
waArde, zeer goed mogt aangaan; die ook niet moeten 
strekken , om of eenige meer vreemde onderwerpen Ie be- 
handelen I of eenige Bijbelsöhe geschiedenis aaneengescha- 
keld te ontwikkelen, of eenig bepaald doel te bereiken; 
nog eeoB , nuttige , stichtelijke 'preken , niets minder , maar 
ook niets meen 

Doch dit is in zooverre buiten ons. Vond de Hoer r a- 
Dijs zich opgewekt» eenige Leerredenen in het licht te 
zenden , dat te doen stond hem vrij , en evenzeer stond 
het hem vrij , eene kenze naar welgevallen te doen. Onze 
taak ié het, daarvan eenig verslag te geven. 

Naar Joh. VI: 27 spreekt de Schrijver, in de eerste 
Leerrede, over het Christendom , in betrekking tot ons 
strepen naar het aardsche en eeuwige. Na de toelichting 
van den tekst in de inleiding , behandelt hij eerst dit on- 
derwerp I en leidt vert^olgens et eenige toepasselijke waar- 
schuwingen en leeringen nit af. In het eerste deel wordt 
ontwikkeld , dat het Christendom geenszins een betamelijk 
streven naar het aardsche belemmert , maar veeleer het te- 
gendeel doet ; -*» dat het echter dit streven ondergeschikC 
wil houden aan dat naar hot eeuwige ; -^ en dat hel , om 
dit te kunnen doen , ons nu verder alles aanbiedt , wat wij 
daartoe noodig hebben. De toepassing waarschuwt tegeA 



tEÊRREDENÈfr. 359 

tcr\f aarloozing Tan streven naar het aardschc ; vermaanl , 
om daarmede emslig streven naar hel eeuwige te paren ,. 
tn prijst daartoe regl gebruik van hel Christendom aan., 
Ieder ziet » dat elk der drie punten van het (eerste sluk ge- 
regeld in de toepassing opgenomen wordt. Zou hel, Ier 
voorkoming van de daaruit ontstaande stijfheid, niet ver- 
kieslijker geweest «ijn, achter ieder punt onmiddellijk dat 
der toepassing bij te voegen? Wq meenen ja; vooral na 
do lezing der preek, die daarbij ongetwijfeld aan leven- 
digheid , denkelijk ook aan nadruk zou gewonnen hebben. 
Welligt ware het nog beier geweest , liet derde punt van 
beide de deelcn niet afzonderlijk te bewerken, maar bij 
de twee eerste in te vlechten. t)och , variis modis bene Jif.. 
Paülüs , een navolgehswuardig voorbeeld van vertrouw 
wen op God f bij moeijelijke omstandigheden y is, naar 
Hand. XXVII: 30—36, het oïidcrwerp dar tweede Leer- 
rede. De behandeling van hetzelve wordt in een eersh 
deel voorafgegaan door de hcrinhcring der geschiedenis, 
en in een derde deel gevolgd dóór toepassing. ' De Redc- 
flaar vindt, ten voorbeelde, in i^aulüs éen vertrouwen op 
God, dat steunt op den zekersten grond, den weldadigslen 
invloed uitoefende, en zich pa&rde met de regie werk- 
zaamheid. Op de ontwikkeling dezer denkbeelden rust 
Vermaning lot dankba&theid aan God , die ons geeil , wat 
ons vertrouwen np Hem kan aankweek en ,* tot het vestigen 
van onze volle verwachting op den Oneindige ; tot tijdige 
oefening in dat vertrouwen; lot werkzaamheid bij helzche. 
Gezwegen , dat met kleine verandering veel meer eenheid 
in dit laatste stukyare te brengen geweest, kan men niet 
halaten óp te merken, dat het onderwerp der rede inder- 
daad niet in den tekst ligl. Bij de eerste lezing , ook bij 
épzettelijker nadenken, zal men hier in paülüs minder 
het verfronwen op God als het uilkometde punt vinden ; 
maar veelmeer zijn* kloeken moed , zijne tegenwoordigheid 
van geest , zijne bedaardheid , of iets dergelijks. Dat dit 
een en ander bij den groolen Apostel onlstond uit het ge- 
loof y uit vertrouwen op Gods hem gedane toezegging, staan 
wij volgaarne loc; maar die toezegging (vs. 23—25) staat 

Z 2 



360 ▲. RADIJS 

niet in den tekst; zi) gaat daaraan roorsS. En Ivanneér 
de Redenaar pau lus denk- en handelwijze in dit geyal 
hadde aangeprezen als een yoorbeeld voor alle Christenen f 
hoe zij zich in netelige en gevaarlijke omstandigheden , ook 
omtrent anderen te gedragen hebben , ware hij getrouwer 
geweest aan zijnen tekst; en zou gelegenheid gehad heb- 
ben 9 om op een yerlicht en standvastig vertrouwen op God 
te wijzen , als eene der bronnen , waaruit zoodanige ge- 
moedsgesteldheid oplstaan kan, en bij pau lus werkelijk 
ontstond. Die op God vertrouwt , hoe gedraagt hij zich 
in gevaar? Hij verliest nooit den moed; hij is bedaard 
genoeg , «m de middelen tot redding noch voorbij te zien 
noch te veronachtzamen ; hij let op de belangen van ande- 
ren; hij ziet God niet voorbij , enz. Dit is in paulus 
voorbeeld in deze geschiedenis op te merken ; dit staat op 
den voorgrond; dit moest ook in de Leerrede op dén voor- 
grond staan. Onjuist is ook dé redenering , bladz. 41: 
» Werkzaamlieid moet volstrekt plaats hebben. . . Zij zijn 
» voorbij y die tijden , waarin de hand des Almagtigen het 
» manna uit den hemel deed regenen , enz. Door midde* 
» len werkt thans de Oneindige. . . ." Want de tijd der 
wondereu was evenmin, als de tegenwoordige, een tqd, 
waarin ook zij , die met dat wondervermogen toegerust wa- 
ren , van hetzelve hulp verwachten mogten daar , waar 
eigene krachtsinspanning , eigene werkzaamheid tot-het ge- 
wenschte doel kon Jeiden. . De ontwikkeling der laatste 
was altijd Gods bedoeling , en wonderen waren alt^d glï- 
tuigenissen, die men evenmin verwachten als er op reke- 
nen kon. De tegenoverstelling van tijden der wonderen en 
tijden van werking van God door middelen is^ verkeerd; de 
eerste hebben in dien zin nQoit bestaan. 

De derde Leorede , over Ruth 11 , schetst in het gedrag 
van NAOMI en ruth eennavolgenswtuirdig voorbeeld {^tLU 
gedrag) bif de vermindering van uiterlijke welvaart , » Op 
beider gedrag ziende , bemerken wij : dal zij een duidelijk 
besef hebben van haren toestand (en'alzoo niet blindelings 
verder in het tijdelijke ongeluk vallen) — de handen moe- 
dig aan het werk slaan — de meest passende middelen kic- 



1.fiERIi£D£V£ir. 361 

xcn —- met Tolharding in derzciver aanwending yoortgaan 
^- zich omtrent anderen ^èl gedragen (waarin BOA8YOoraI 
het Toorbèeld geeft) — en op de wenken letten , die God 
haar geeft/' Elke dezer bijzonderheden wordt in de ge- 
schiedenis aangetoond en terstond toegepast; het geheel 
geeft een aangenaam bewijs, hoc geschikt vele rerhalcn in 
liet O. y. zijn tot aanprijzing yan eenc menigte kleine hui- 
selijke en maatschappelijke pligten, met welker Toordragt- 
de Leeraar des Christendoms nu en dan gepastelijk die hoo- 
gere dingen afwisselt, waarin de verkondiging van Chris- 
tus, den levenden Heer der Gemeente, bestaat. 

De vierde en vijfde Leerrede behooren bij elkander , en 
handelen, volgens Jak. V: 13", de eene over dehooge 
waarde van het gebed onder lijden , de andere over de 
wijze, waarop de lijdende zijne smeekingen moet inrig-- 
ten. Daar die waarde des gebeds onder lijden toch wet 
eeniglijk zal zijn toe te kennen aan een op de regte wijze 
ingerigt gebed , zouden misschien ruim zbo goed de beide 
Leerredenen zij.n om te zetten geweest , gelijk de kracht er 
denkelijk niet bij zou verloren hebben , wanneer deze bei- 
de hoofdzaken in ééne en dezelfde Leerrede waren behan- 
deld. De Schrijver had dan wel niet alles kunnen zeggen » 
wat hij nu gezegd heeft, maar dat behoefde ook niet. Hij[ 
weet wel, dat 

Le secret d'ennuyer, e' est ceiui de tovt dire,. 

Radijs heeft dit geheim wel niet gevonden, maar hij 
trachtc er niet naar te zoeken. Wijdloopigheid is ee» der 
voornaamste gebreken in bijna alles , wat hij schrijft ; ook 
zijne Leerredenen worden er door ontsierd. — De waarde 
dan des gebeds onder lijden vindt hij : in het ontlasten van 
het beklemde hart; in eene meer ernstige verzameli)ig der 
gedachten ; in de bevestiging des geloofs aan en des ver- 
trouwens op God; in de bewaring van de dankbaarheid 
jegens Hem; in de bevordering van reinheid des harten; 
in de stille verwachting der verhóoring van het gebed. De 
vercischten des gebeds onder lijden bestaan daarin , dat men 
gaarne bidt — het met verstand en hart doet — zijne ver- 



363 A. RADIJS. 

lang^ns vooraf ernstig boprocft — in een' slillen , onA$i(^ 
worpen geest en met volharding bidt — het reinigende doel 
des gebeds zoekt te bevorderen -r- in liefde aan andere Iq^»* 
denden gedenkt — zich aangaande de waarde der gebeden 
niet bedriegt. Men ziet üit deze Schetsen , dat hier wel 
wat veel omgehaald wordt. Sommige punten zijn er zelfs 
wat bij geha£^d. Het is alles nuttig, stichtelijk» maar wel 
wat langwijlig. 

Minder gewoon , maar niet minder goed is de zesde 
Leerrede, waarin, naar Gen. XLI: 41, de langzame gang 
der Voorzienigheid aangewezen en verdedigd wordt. Hel 
eerste deel stelt het langzame van dien gang in jozef's 
geschiedenis in het licht. Het tweede spoort de redenen 
na , waarom dp Voorzienigheid veelal met langzamen tred 
haar doel bereikt. Dit ligt in den aard van het Godsbe- 
sluur, als gaande vast (d. i. niet, gelijk menschelijkc han* 
delingen en voornemens , afhankelijk van uitwendige om^ 
standighedcn) en zijnde berekend op oen zeer ver verschiet. 
Ook ons waar belang wordt door dien langzamen tred van 
het Godsbestuur bevorder^ ; want aldus wordt onze zede- 
lijke vrijheid bewpard; ons de beste gelegenheid geschon- 
ken tot oefening ; de waarde der redding vermeerderd , en 
k«i dankbaar gevoel verhoogd. De toepassing wekt op tot 
berusting , geduld , zelf beproeving , of wij ook zelve den 
gang der Voorzienigheid vertragen , en het zien op de hope 
der eeuwigheid. Naar bondigheid van redenering, en vrij 
zijn van waterachtige , gemoedelijke bladzijden , dunkt ons 
deze I^ecrrede eene der beste, zoo niet de allerbeste uit 
don bundel. 

De genezing van den geraakten, Mark. II: 1—12, le- 
vert, in de ae^cnrfe Leerrede , stof, om de hooge waarde 
4cr vergeving onzer zonden bij God aan te tooncn ; waar- 
toe eerst de tekst wordt verklaard, daarna de zekerheid 
aangetoond van onze schuldvergiflcnis, vervolgens de waar- 
de dier weldaad aangewezen, als die eene algemeene en 
dringende behoefte vervult , de vaste waarborg is van Gods 
onbeperkte vadergunst , en alles in zich bevat , wat ons tot 
verbetering en gelukzaligheid kan leiden, dewijl zonder 



LE£ftHEDBN£]f. 363 

haar warii vcrbclcfing onmogelijk h ,- die weldaad ons Tan 
\kci kwaden afschrikt) eenc krachlige aanmoediging is lot 
deugd , en geroelcns kweekt van dankbaarheid en weder- 
liefde foor God on cHAisTiis. Het laatato of toepasselijke 
gedceUe poogt gevoel fan hohoefie aan f ergiffenis bij God 
op te wekken; het geloof in jezus te forsterken, en dit 
geloof invloed te doen hebben op onze verbetering en f ol- 
making. Alles 'ook wedor zoo breed en too vol, alsof dU 
de eenige maal ware^ dat radijs ofer dit gcdnrig voorko^ 
mend onderwerp zoude prediken. Bij dit ondonvcrp joordy 
dat ZOQ mcnïginalen, b. v. in den Cateohismtis , bij het 
Avondbaaal enz. , op den isöorgrooid staat , moest men ni^t 
alles. op eenmaal willcm zoggen. 

Beter is wedor de achtste Leerrede , over de laauwheid 
in het ChrUtendomy waarbij van den tekst ^ Openb. UI; 
14-*22> een doelmatig gebruik gemaakt wordt in het 
schetsen van den aard dier laauwheid ; van het gevaarlijke 
van zulk cenc gesteldheid; van do middelen, welke jezvs 
aanwendt, om baar te doen ophouden, en van do heer- 
lijke ttitzigten , die. de eeuwigheid opent foor alleii , hij wie 
dit gelukt. Deze Leerrede verdient eenc loflelipce vermel- 
ding, als z^nde geheel en al een ki^d van das teksl. Hier' 
en diiar wordt de aimamng van de zonde en- de aanboring 
tol deugd en godsvrucht wel ecm weinig een loeus cemmu'^ 
nis. Getrouwheid aan de denkbeelden van den tekst heeft 
den Redenaar hier evenwbl doorgaans tegen het gebrek der 
wijdloopigheid gevrijwaard. 

Min of meer in dcnselfden anlaak is d^ negende Leer* 
rede aangelegd , welke , volgens Psalm I , de echte góds-- 
vrucht achotst in haren aard e» weldadigen im^oed. Onzes 
bedunkens echter zijn de denkbeelden van dit korte dioht^ 
stuk hier te veel versnipperd. WdgeliikzaUg is do man , 
die God vreest. Dit is het hoofddonkbeeld. De^ waarde 
dus of de weldadige strekking van een .bestaan, als in 
V5' 1 , 2 geschetst w<Mrdt, dit is de hoofdzaak. En om dat 
welgeluhxalige^ Xe doen uitkompn, stelt de Dichter het 
lot van den vromen tegenover dat des goddeloozeii , en 
wel bij ttilcrlijkc beproevingen. Hij (t. w. de godffuchtige)» 



364 ▲. RADIJS 

slaat daar als een boom, wiens blad niet [ontijdig] afralt. 
De storm deert hem niet. Zie het beeld ran dien boom 
meer nitgewerkt Jerem, XVII: 8. Voor die stormen des 
levens echter stuift de goddelooze weg als kaf. Dat hier 
Tan uiterlijke beproevingen de rede is , schijnt ook te blq- 
ken uit ts. ö , waar vromen en goddeloozen voorgesteld 
worden, als verschijnende in ^enc vergadering^ waar 
gerigt wordt gehouden. Golijk de Psalm door radijs be* 
handeld wordlVzijn het alle wel ware en nuttige zaken, 
die hij er . uit afleidt , maar die te zeer in het algemeene 
zw^evcn , om cenen regt treffcndcn indruk te weeg te bren- 
gen. . Nader aan de waarheid, ofschoon ook 'nog te alge* 
meen, was, onzes inziens , swart, die, in zijne Leer^ 
redenen {Amst \%%%)j het lot der vromen naar dezen 
Psalm behandelde. Het hier gezegde geeft wenks genoeg , 
hoe ilec. zou meenen, dat hier dat algemeene te ver* 
mijden ware. 

De tiende Leerrede heeft ten tekst het bekende gezegde 
van. JEZUS, Matih. YI: 21 , en betoogt, dat het voor onze 
zedelijke, gesteldheid allernoodzakeUjkst is y onzen hoogsten 
schat , te stellen, niet in de aardsche , maar in de onzigt-- 
* haxe .en onrergankelijke dingen. Eerst wordt bepaald , 
wa^.hct zegge , ons hoogste goed niet in de eerste , maar 
in d^.. laatste te stellen; in welke ontwikkeling, gelijk uit 
den aard. van het onderwerp volgt, veel Toorkomt, dat 
ook in.de eerste Leerrede was behandeld; waarom Ree. 
ook minder tot het plaatsen dezer beide stukken in den* 
zelfden bundel zou geraden hebben. De noodzakelijkheid 
voor onze zedelijko gesteldheid van die gehechtheid aan 
hopger goed , wordt in de tweede plaats beredeneerd. Zij 
maakt ^ dat wij uit onszclven steeds geneigd zijn , en met 
siandvaistigheid het goede zoeken; dat wij waarlijk moed 
hebbenr om naar die verhevenheid te streven , waartoe hei 
Uirislendom dringt ; en dat wij cUc oogenblik gebruiken , 
om aan on^e^. roeping getrouw te zijn. De toepassing is 
gewijd aan zelf beproeving , opwekking en besturing. Be^ 
halve het vroeger gezegde van breedsprakigheid, en alge* 
mecnheid i hebben wij op dit stuk gcenc aanmerking^ 



LË£&R£DENCK. 365 

De hooge verdienste ^ welke jezus christus zichy ten 
npzigte van ons bestaan na den dood, verworven heeft ^ 
frordt, naar 2 Tim. I: 10*>, aangevrezen in de elfde Leer- 
rede. Kort 9 duidelijk en genoegzaam is de rerklaring van 
den tekfiti waarna wordt ontwikkeld , dat eenmaal door 
JEZUS leren uit den dood rijst; -r* dat dat leven geheellijk 
onze Terlangoüs bevredigt; — dat het nitzigt daarop on- 
twijfelbaar zeker is. Uit do opgare tan het tweede dezer 
punten zou men niet ligt raden» dat het bestaat in-de 'aan- 
wijzing, dat het leren der toekomst eene voortduring is 
van ons beslaan, met volle zelf bewustheid , waarin wij 
veel sneller tot hoogere volmaaktheid opklimmen , en eens 
ondenkbare zaligheid genieten zullen. Dat veel hier in 
Bijbolsche leénspreuken gezegd wordt, spreekt wel van 
zelf; van gissingen naar hetgeen niet is geopenbaard ont- 
houdt zich wijselijk de Redenaar ; de opgave echter van dit 
punt, deed min of meer de aanwijzing verwachten, dat 
hetgeen wij van het leven der onverderfelijkheid weten vol- 
komen toereikend • is .voor ons geloof en onze verwachting. 
'Ongaarne misten wij dit, omdat juist het ^eno^^^zame der ons 
door JEZUS gegevene ontdekkingen in dezen de eigenlijke 
waarde van des Verlossers verdiensten in dezen uitmaakt. Dè 
zekerheid der uitzigten wordt bewezen door de aanwijzing, 
dat j BZ u 8 het met zekerheid weten kon, het naar waar- 
heid heeft geopenbaard , en het in zijn heerlijk einde be- 
vestigd. De tweede dezer drie stellingen is eigenlijk voor 
geen betoog vatbaar; want wat de Redenaar zegt van het 
onbevlekte , waarheidlievende karakter onzes Hceren , van 
de toestemming van ons verstand en gevoel , dit is eigenlek 
na het vroeger gezegde overtollig, en ware een woord hier- 
over aan het begin van het betoog, naar onze meening, 
ruim zoo goed op zijne plaats geweest. De invloed van 
het overdachte wordt aangewezen als te moeten bestaan op 
ons geloof, op onze heiliging, en op onze vertroosting. 

In de twaalfde Leerrede doet radijs in pavlvs, 
Hand, XXVI: 29, de ware grootheid opmerken , tot welke 
het Christendom opvoert; wijzeiidc daartoe op den man, 
die in banden en bocijen zich nog gelukkiger gevoelt, dan 



366 A. RADIJS 

de magtigen der aarde; die» zonder hen te vreezen , onver- 
schrokken voor de waarheid uitkomt; die, bij al het gcr 
Toel zijner hoogere waarde, efenwel eene betohoidene 
nederigheid bewaart ; en die omtrent allen de hartelijkste 
welwillendheid aan den dag legt. Hij doet Tcrvolgen* 
daarin zijne hoorders de^ hooge yoortreffelijkheid van het 
Christendom erkennen; wekt hen op, om zioh geheel naar 
hetzelve te vormen; spoort hen aan, om ook bij anderen 
deszelff invloed te bevorderen ; en vermaant, om zulks te 
doen met de hulp van God. 

De haUte Leerrede , teindel^k , over Joh. VI : 68 » be* 
toogty dat de bewustheid van alles in j£zus te vinden ^ 
hetgeen tot het eeuwige Iepen noodig is, een der beste 
middelen is, om ons voor afval van Hem te bewaren, en 
dient tot inzegening van nieuwe lidmaten , waaronder een 
kind van radijs zei ven. Hare plaatsing in dezen bundel 
wa$ behoefte voor zijn vaderbari. Met dubbele belangstel* 
ling zal dus dit stuk opgesteld en gehoord zijn. 

Behalve enkele in dit verslag opgenomene bedenkingen 
op eenige bijzonderheden in eene en andere dezer Leerre«- 
denen , heeft de lezer kunnen ontwaren , dat wij voofal ze- 
kere wijdloopigheid op dezelve ^nmcrken , die zich daarin 
reeds laat bespeuren, dat badijs nergens, of bijna nergens, 
in korte en puntige woorden de verdeeling van zijn stuk 
opgeeft. En ^it wil, even ah het thema zelf, wel zoo kort 
mogelijk zijn. Ook heeft, gelijk wij reeds opmerkten , het 
mecrendeel dezer Leerredenen het voorkomen; afeof de 
vrees , van nooit meer in de gelegenheid te komen , om over 
deze onderwerpen tot de Christelijke gemeente te zullen 
kunnen spreken , den Redenaar aanspoorde , om toch niets 
te vergeten , wat hij nu konde zeggen ; waarvan bij Gods- 
dienstleeraars , die wekelijks optreden, het natuurlijke ge- 
volg moet zijn , dat zij gedurig hetzc^Ifde zeggen > en i^et 
buiten algemeenheden kunnen blijven. Eene dttideli)ke 
proeve dezer breedsprakigheid leveren onder anderen de 
meeste inleidingen in dezen bundel , die doorgaans van zeer 
verre komen. Wij zullen hot met een paat voorbeelden 
bewijzen. 



L££RR£DX:Z«£N. ' 367 

De eer8ic Le<^rrcde begint: »E€ii zonderling w^zen is 

dq menscb Hij sUat tusschen dit en een hooger Ic* 

ren. . . . Hoc moet hq het Ieren voor beiden rereenigen ?. . , 
Wat zegt bet Christendom?.... Dat is dikwijls rerkeerd 
begrepen/' En nu nog de verklaring ran den tekst. 

De zesde: » Verhevene gedachten vervullen ons bij de 
beschouwing der natuur. ... De morgen .... de avond .... 
Wij aanbidden Oods grootheid en liefde.... Wij vinden 
Hem in den Bijbel nog beminnelijker. . . , . Wi} kunnen op 
Hem vertrouwen — Dat doen wij niet all^d» • • • Hoe komt 
dal?... Ook om den dikwijls langzamen gang van tijn 
bestuur.'^ Welk een omslag! De inleiding.en zijn juist wel 
gecnc afleidingen , maar missen toch dat treffende en ver- 
rassende, waardoor dit gedeelte der rede voor het onder^ 
werp moet innemen 9 en dep hoorder (nu ook den lezer) 
stcm^ien tot aandacht en belangstelling. Het is hier eene 
bedaarde, algemcenc redenering, om» gc^üjk men zegt, 
aan den gang te koïnen. 

Een natuurlijk gevolg van het vele omhalen moet Aerhalen 
zijn. Dezelfde denkbeelden komen dan ook meermalen te- 
rug, zelfs dezelfde bijkomende uitdrukkingen, zoo als «vaste 
gewelven des hemels'^ en andere. Zulke opgeschikte ter- 
men , als wij daar ééne aanhaalden , komen ook al te veel- 
vuldig voor , en verraden eene opgepronktheid van slql , die 
vaak aan het gezwollene grenst. Wij willen ééne zinsnede 
afschrqvea: nEn sou dan de mensch, die in Gods |u« 
)»belendc schepping vaak, zoo eenzaam en zoo verlaten ^ 
» ronddwaalt, en het genot van dat .alles, hetwelk over an^ 
» deren wel eens in volle stroomen wordt uitgestort, te dik-» 
» wijls moet missen ; zou hij , in dagen , waarin zich het hart 
»van rondsomme bekneld gevoelt, en zijn hoofd zich buigt 
» voor den losbarsteenden storm ,. niet opwaarts zien tot Hem , 
» die den vermoeiden kracht geeft , en van zijnen vrede in 
)»den geschokten boezem uitstort?" (Bladz. 46.) 

Deze wijze van uitdrukking geeft ook ligtelijk aanleiding 
tot duisterhcden , als : » Ach 1 wat ware het , indien op 
ï^gindsche lichtende banen (dèt zal moeten zijn: boven de 
» star-ren) geen Wezen wandelde," enz. (Bladz. 27.) En: 



368 X. RADIJS, LE£RREDE1IEH. 

» Wat zijn wij , bij Hem Ycrgeleken ; die daar wandelt op 
«gindschc, onmetelijke hoogten, en onder wiens tteden de 
»talIooze wereldbollen hunnen wentelendcn loop Yolbrcn- 
»gcn?" Wat zijn die onmeidijke hoogten? (Bladz. 33.) 

Zulke gemaakte , soi'-disant sierlijke woorden , eene soort 
Tan Kraftsprache , gelijk: )»Hoe was het u, toen gij op 
»dit benedenrond traadt?^' (bladz. 7}, hetgeen men een- 
voudiger noemt: «ter wereld kwaamt," behooren gcenc 
Leerrede te ontsieren , die algemeen moet begrepen wor* 
den, en waarvan de indruk verloren gaat, wanneer de 
toehoorder te veer op den zin van enkele uitdrukkingen 
moet nadenken. 

Onachtzaamheden, zoo als: »Doet u de vraag: indien 
» eens het aardsche u ontzonk , hebt gij dan betere schat- 
» ten ,^^ enz. (bladz. 23) , waar de eerste persoon staan 
moest ; » treedt der afgetobde ziel binnen ," (bladz. 88) , 
(binnentreden regeert niet den derden , maar den vierden 
naamval) ; — schrijffouten , gelijk Crolgotha voor Geihse- 
mane, bladz. 127; — misstellingen, gelijk mistte , bladz. 
23; verhrijseldy bladz. 36; %iêiaar\ (in het meervond) 
bladz. 235 , vermelden wij slechts met een woord. 

Het bovenstaande dieno niet tot geringschatting van de- 
zen arbeid. Lof verdient dezelve tfn aanzien van gezond 
verstand, geleidelijke orde, verstandigen ijfcr en Christe- 
lijken geest. Maar dat mag den onpartijdigen beoordeelaar 
niet blind maken voor wezenlijke gebreken. Die , welke 
wij aanwezen , zal de kundige Opsteller ons gaarne toege- 
ven. Met de beste wenschen over *s Mans ijverige pogin^ 
gen eindigen wij dit verslag. 

Christeljfke Bladen tot bevordering van het Godsrijk, uit-- 
gegeven door H. a. amshoff, Predikant te Groningen^ 
Jaargang 184L Te Groningen, hy R. J. Schierbcek, 
Jun. In U. 8w. VII en 70 W. ƒ : - 45. 

J-lit boekje is, volgens de Voorrede, een vervolg op een 
ander , dat , vóór een paar jaren , onder den titel van den 



M. JL. AMSHOFFy CHEISTELiJKE BLADEN. 369 

Bode van het Godsrijk , doqr denzelfden SchriJTQr uitgege- 
Tcn^ maar ons niet onder de oogcn gekomen is. Behalve 
liet oogmerk, op den titel uitgedrukt, en door den Heer 
▲ MSHO FF "nader omschreven, als » bijdragen, waardoor 
bliefde in waarheid wordt bevorderd, die de praktijk des 
» levens op den voorgrond plaatsen," is het ook nog ten 
voordeele van »eene nuttige inrigting te Groningen^ om 
)»het Christendom onder de armen en verwaarloosden al* 
»daar te bevorderen," aan welke Christelijke, liefder^ke 
oogmerken wij gaarne hulde doen. — Of er in den jaargang 
* 1841, dien de titel vermeldt, nog meer zulke bladen zullen 
volgen , wordt niet gezegd. 

Het eerste stukje, (bl. 1—13) heet belangstelling, in eU 
kanders gelukf waarin de Schrijver schijnt te willen, dat, 
gelijk men in de zamenleving naar elkanders ligch^melijken 
welstand vraagt, men alzpo ook naar elkanders zedelijken 
zielswelstand vernemen mpest. Zijne meeding moge goed, 
en het moge waar. zijn , dat men dikwijls veel nuttiger ge- 
sprekken voeren kon , dan zoo menige beuzelpraat der ge- 
zelschappen; doch alles heeft zijne maat c^ zijnen tijd; 
» me dingen zijn wel oorbaar , maar alle dingen slichten 
»niet": dat ongeroepen en gezocht zich bmoeijcn meteons 
anders geestelijke belangen zal toch wel in dp gewone za- 
menleving niet aan te raden zijn^ zoo men het een niet 
ongepast door het ander warren , ja het heilige niet ont- 
heiligen, en inderdaad niet meer kwaad dan goed aan de 
beste zaak doen zal. Laat ons woord en voorbeeld in het 
algemeen ongezocht, kunsteloos en nederig getuigen van 
eenen regtschapen Christclijken waarheid- en liefdezin , die 
achting en liefde voor ons inboezemt, dan zullen toe- 
spraken of vermaningen y waar zij in bijzondere gevallen 
en betrekkingen, te pas komen, nut kunnen doen, geen 
gezochte opgedrongene godsdienstige gesprekken en onder- 
zoekingen.' 

fFaar is de Kerk van Cliristus? (bl. 14— 18) is het op- 
schrift van het tweede, dat hier ^voorkomt; een kort goed 
stukje, over luc. XYII: 20, 21, ter herinnering, dat het 



370 M. A. AMSHOFPy CHRISTELIJKE BLADB!r« 

Koningrijk Gods Tooral in het hart en de daden zijnen 2o(cl 
heeft en zijne weldadige uitwerking bctoonen moet. 

Hierop volgen twee stukjes uit Dr. b. mullehr's geist^ 
Uche Erquickstunden , het eene (bl. 19-^21) over het voU 
harden in het goede en in het kwade ^ goed, maar al te 
kort en oppervlakkig; het andere (bl. 22, 23) over de 
zwakheid des geloof s , zoete spelingen , maar n^et veel za- 
kelijks beyattende. 

tets ter opheldering omtrent het zendelingswezen , (bJ. 
24—60) naar het Hoogduitsoh van i. weibezabk, Predi^ 
kant te Osnabruchy bcrat bekende dingen orer dit onder-» 
werp ; tot aanprijzing en ten betooge der noodzakelijkheid 
▼an hetzelve , hier en daar goede opmerkingen , ofscht^on 
niet zonder repliek. De voorstanders onderscheiden dik- 
wijls niet genoeg y dat iemand voor de zaak zelve, de uit- 
breiding des Evangelies, goed gezind kan zijn, zonder even- 
wel de middden en perspne» goed te kenreii, dre daartoe 
dikwijls aangewend worden, en waarlijk gansch niet op den 
hoogte van onzen tijd staan, gelijk willbbroad, BOirirAciüs 
en anderen dier vroegerö eenwen , op welke men zich ook 
hier beroept, hóe gebrekkig ook, nogtdn» op die ran den 
hunnen stonden , en toen niet anders kónden geven. Dé 
vraag is niet , wat de Voorzienigheid , dié het kwade zelft 
ten beste bestuurt, na verloop van jaren en eeuwen hieruit 
voortbrengen kan, maar wat thans onze verpligting is, op- 
dat naar ons licht en vermogen , onder haren zegen , het 
beste tot stand gebragt worde. Men leze dus dergelijke 
stukjes met oordeel des onderscheids! 

Eindelijk worden hier (bl. 61-*70) gegeven twee liede- 
ren uit de GeïstUche Lieder van den ouden Duitschen 
Dichter paül gerhabd , overgebragt door den Heer vo- 
ö ET, .Predikant te Oosiwold, en getiteld: Kruislied en dé 
vermoeide Pelgrim ^ gelijk ook nog een ander, dat oor- 
spronkelijk schijnt te zijn, genoemd: Avondlied van cen^ 
Christen. Zij zijn, ofschoon geen meeslerstukken , nog- 
lons redelijk wel," en mei slichting ie Iczpn. 



E. A. BORGKR» LEERREDExXEN. 371 

Leerredenen van e. a. borger. F^fde Druk. II Deelen. 
Te Leeuwarden, hij G. T. N. Suringar. 1839. In gr. 
8f^. Te zamen XXXIV en 568 W. ƒ 7 - 20. 

W ie mag er in ons Vaderland wel zijn , dié den grooten , 
den cenigen borger niet kent? Maar allen» die hem bü 
name kenilen , kennen zij hem ook bij geschrifte ? Kent 
hem 7Óoral het groote Publiek te dezen genoeg, en meer 
bepaaldelijk in en door zijne Leerredenen? De voor ons 
liggende vijfde druk (een hoogst zeldzaam verschijnsel on- 
der ons, inzonderheid met preekbundels) schijnt deze Tra- 
gen voldoende en ten genoegen tan Vaderland én ChHsten- 
dóm te beantwoorden. Maar , er is ongeveer een vijfde 
eener Eeuw verloopen, dat borger het genadeloon eens 
waren en warmen Christcns verwierf en dit aafdschc mèl 
bet hemelsche Vaderland rcrwisselde. Een nieuw Geslacht , 
dat goeddeels borger nog wel slechts van booren leeggen 
kent, kwam intnsschen tot jaren ran onderscheid en ken- 
nisse ; en — zou de vrome gewoonte onzer Vaderen , om 
den dag met God en zijn Woord te beginnen, wel zóöraU 
gemeen nog in onze Huisgezinnen heerschende zijn? Wij 
Wcnscben het. Immers acht uren aan den slaap en twaalf 
aan keroepspligt gewijd (men ziet wij maken geene onbe- 
leefde onderstelling) laten nog een viertal uren over voor 
uitspanning en gezclKg verkeer: en zou' daarvan niet één 
enkel kunnen en behoören afgezonderd te worden voor God 
en Zqnc dienst? En wie dan, aan oudvadcrlijkc zeden 
getrouw , den Bijbel , als hoofdtaak , gaarne afwisselt mei 
eenige andere stichtelijke lectuur, dien kan, onder vele, 
nevens den oiischatbarcn Bijbel voor de Jeugd en de mees- 
terlijke Leerredenen van onzen , nu ook in zijne rwsle ingc- 
ganen tah der palm, deze nieuwe, keurige uitgave van 
bobgcr's uitmuntende Preken, in, 1821 voor de eerste 
maal, onder de verzorging van ecrstgenoemdcn , met eene 
lezenswaardige Voorrede , (hier almede te vinden) uitgege- 
ven, wel niet anders dan uiterst welkom zijn. Borger^ 
leve, en herleve dan bij Toortduring, in het dihakbaar aan- 



372 E.. A. BORaERy LEERRED£X£lr« 

denken ook van onze jeugdige Landgenoolen , • die hier detf 
Man. tevens naar het uitwendige, in een welgetróffen Af- 
beeldsel, aanschouwen 1 En zoo wekke dan die Yoor* 
treffelijke, onder Gods zegen, ook na zijn vroegtijdig ver- 
scheiden , nog velen , zeer velen op tot Christelijke waar- 
dering van het Eene noodige voor Tij<l en Eeuwigheid ! 



Griekenland en Europisch Turhife^ volgens de nieuwste 
ontdekkingen' Een Werk ter bevordering der kennis 
van Landen en Volken ^ en van derzelver voortbreng-- 
sels en handel. Door, h. g. van kampsh. Met Pla-^ 
ten. Te Haarlem , b^ de Erven F. Bohn. 1837. In 
gr.Svo. XFI en 410 bl ƒ 4-40. 

Europisch Rusland en des%elfs bewoners , {met WaUa- 
ch^e en Moldavië) volgens de nieuwste ontdekkingen^ 
Een Werk enz. {als boven.) Doorn. «. vah kampen. 
Met PlaUn. Te Haarlem, bij de Erven F. Bohn. 1838. 
Ingr. Svo. XIFen 388 bl f 3-90. 

X oevallige omstandigheden, voor het Publiek van geen 
belang, hebben de aankondiging van deze gedeelten der 
rijke wetenschappelijke nalatenschap van den wcrkzamcn 
en onvergctelijken van kampen vertraagd, en het zou bij- 
na overtollig zijn daarop thans nog terug te komen , indien 
het boven allen twijfel verheven ware , dat , gelijk men bil- 
lijk had mogen verwachten, de boven vermelde werken 
-zich in zoo vele handen bevonden , als waarin zij onder 
ons behoorden te wezen. 

Het is waar , de voor ons liggende Dcelen maken slechts 
een vierde of vijfde gedeelte der beschrijving van Europa 
uit , T^relke de ijverige Hoogleeraar , na die van andere we- 
relddeelen, ten vervolge opziMMSRMAN, afgewerkt ie 
hebben , zich ter taak had voorgesteld , en wier voltooijing 
de dood hem heeft belet; dan , daar elk Deel afzonderlijk , 
en onder aparten titel , verkrijgbaar is , kan de onvolle- 
digheid niemand , zelfs al is hij nog geen bezitter der vo- 



lf%<i. TAM i;AMF£K,OUI£K£lftAND> TURKIJE EN RUSLAKD. . 373 

rigen» afschrikken van het rerrijkeo z^ner 'boekTerzamo» 
Uiig mei deze resultaten van yecljarige nasporingen on gron- 
dige «tndie. 

Hoogst gewigtig , ja roor velen onmisbaar , is toch , bo* 
. Teadien, de kennis der Landen ren Volken, welke hier» 
vit onderscheidene oogpunten > beknopt maar bondig , en 
op de meest onderhoudende wijze tevens» worden be«- 
schonwd. Het aan de slavernij ontworsteld en uit zijne 
asch verrezen » ofschoon nog zwakke Griekenland; het ten 
val neigend y)Bils door de genade en de onderlinge ijverzucht 
der Christen-Mogendheden nog voortkwijnende Turhsche 
Rijk ; het kolossale Rusland, vóór weinig meer dan eene 
eeuw nog zoo luttel geteld , thans , vooral door het trotsche 
jélbion, zoo zeer gevreesd: deze Landen en hunne bewo- 
ners mogen aan niemand in de bijzonderheden onbekend 
blijven» die op kennis en beschaving eenige aanspraak 
maakt , die wetenschappelijke of uitgebreide handelbelan- 
-gen wenscht te bevorderen > of zelfs die alleen , met eenige 
vrucht, den loop der wercldge))eurtenisscn dagel^ks ver-* 
langt na te gaan. 

Even als in zijne vroegere werken van dezen aard » heeft 
VAM KAM PEK uit do bestc oudere en nieuwere» doorgaans 
aangewezene bronnen » mot den geest des onderscheids » ea ' 
niet zelden inet oordeelkundige, wederlegging van anderer 
meening» geput; de natuurlijke gesteldheid der verschil- 
lende gewesten uitvoerig beschreven »* hunne voortbrengsels 
opgesomd ; den aard on staat hunner handelbetrekkingen 
doen kennen ; hunne bewoners » ook in zeden en gebrui- 
ken» geschetst; hunnen regeringsvorm gekenmerkt» en 
met dit alles een beknopt overzigt hunner vroegere en la- 
tere geschiedenis verbonden ; terwql eene goede uitvoering^ 
fj^je platen » en eene naauwkenrige kaart van Europisch 
Rusland, de waarde dezer boekdeelen verhoogen. — Meer 
dan deze herinnering» aan den nagenoeg laatsten arbeid 
van eene 'zoo algemeen geachte hand » oordeelen wij over- 
tollig; zij moge strekken» om diegenen» welke zich dien 
nog niei aangeschaft hebben» dit hun verzuim te doen 
herstellen, waardoor de Uitgevers gewis ,te meer zullen 

itoKKBBSCH. 1841. Ko. 9. Aa 



37t . H. Q. TAN KAlfPEV , GRIEKÏllIJLIfO » TOAKIJX EK RVSLAKD. 

Warden «ABgèniAedigd , om ** gelijk Ikf. wenscbt dii door 
hen sal Tooi^eaomen en willigt reeAt beproefd ajA -^ de 
beschrijying van Europa f wier yoliooijing den gdeerdjeB 
ondernemer niet Térgnid mogt wezen, door cene nndcrc 
be7«cgde hand te doen afwerken ; gelijk xij daarin ten op<^ 
aigte der Lepens 9an heroemit Nederümders aanfankclijk 
hoogst gelvkkig c^n geslaagd. 



lieven van den Zeesehild^r /. c. scbotex» Ridder der 
Orde voM den Nederl Leeuw f ens. Düot «• d; «« 
«CHOTSL, Phü. Theer. Mag. Lüi. Hum. Dootorents] 
Predikant der Hervormde Gemeente ie Lage Zwaluwt. 
'Met het Portret Te Haarlem ^ hif T. Lóosfes. 1840: 
In^. 8^0. 173 W. ƒ 2-20. 

iJAortte d^e ióodmare van den beroemden acaovcL 
de gehoolii k*nfitwereld in rouw; xag Pictnra aan haffen 
dïadeein eene aohoone paj'el ontrallenj hol deed cohter » 
bij al den weedom, dien de kunst hierdoor i>nde#Y«nd , het 
knnAg^od f egt jgoedr dat men van alk kaneen er op uil 
WM.> om' de «baged«i(;h^ni« y«n deia ^diansteÜjken man 
^ wa^di|[« w^ze te ▼«reeren. Welkom war«n ons do 
la^pgen derDM^Mere, welkom de offers, in proza en poëiij» 
dk»or 900 7éle ?riendnn Tnn den afgestorviene » op het al» 
laar 4er nrkjentènis en der hulde , ^ragt. £ere hebbo 
Bordreehts burgerij , die .den in het schilderyak zoo be- 
rofmden MeesUr een gedcnkineken oprigtte ! waardoor be- 
^laag^tiQllü^g, Triendschap, TadertandsÜefde en kunstzin 
tainden , dat zi) yendienst^n wistfm te Tcnoeroi en talenten 
op prijs te .stellen. 

* ïn At rij ier bqdragen, tot lof van onzen Schilder friy* 
kende, mag de Tooroiis liggenile Lerensschets , ak eena 
beer benaUigie en belangrijke, genoemd worden, daanw^ 
Hit dcnelre niet alleep scnoTSL's oprfoeéing en aanl^, de 
ontwikkeling van s^n kunst^enie, de hooge waarde' zijner 
Iranfitroortbneng&elen leeren J^ennen^ maar hem alsmensoli 
m kunstenaar naar het feren daaiw algemaaM aien. 



o. D. J. SCHOT¥l.» iSVEN V4H J. C. SCHOTEL. 37& 

W^ wil}ei| Titn dea inkoHd , df « aard en d« belaagr^k* 
^«id ^11 4it i^chriftel^ke gedeiikUekea eenige aiededM-^ 
Upg do0Q. 

Yan sQVioT%i^é opfoedingen kunstopleiding yinden wij 
)d<ïr TO^c bijzonderheden; en hel woiii ons kennelijk j^ dat 
4* see en hart natunrieoneelf^n reeds vroeg diep«É indruk 
in de zi^l van scnoTBt gemaakt hebben. Lezenswaardig 
isi wal deswege door z^aen LereBsbeeehrqver berigt wordt; 
terwijl het bestuderen dei; Natuur, zoowel bij kalmte e» 
^ke als bjj slorm f u orkaan » zijne bezigheid uitmaakte. 
Op]^ Toor c|en jeugdigen Sehilier cip hier wenken, dieh^ 
wel mag ter harte nemen: nimmer warescsoTSL gewor» 
den p dien hij wi^ , indien hij de Natuur niet zoo in hare 
aohvilboeken bespied en, ^Is. H ware» haar op de daad 
betrapt had- 2}ij n^pest de leidsvrouw dee kunetenaars blij« 
ten; aan hare h^nfl f al bij nimmer bet apoor der waarheid 
en ipt schoonheid b^^ter rakeU' Scboxxl » bezocht 'de 
binnenlandsche vaarwateren , welke hij grondig leerde kem^* 
nan> en wa4gie ziph pp de Naardr en Zuiderzee; soma 
wer4 jiu) door een' h^ytgen sXorm orenrallen , dien hij met 
oDgeloofelijke kraohjsjn^piUMiing j^n iroorfaeeldcloozo rol« 
Vnriii^g 4^^#tPo4> en, .meermalen stak h^, tot verbazing 
Kan bevarepfe ^cbippers, bij nopdweer van wal, en tartte 
den dreigenden prkaan-'' Steeds had h^ studieboek on 
potlood in de hand, en sckeUte beeldjes , watcrgezigten en 
schepen; en dat zijne verbeelding, van zijne jeugd af, zich 
fte^s pp d^e^e natuurtooneelen en voorwerpen rigtte, wordt 
9B^ bl. J3 van de. Levensschets zeer ^naüT medegedeeld, 
^j^e tafeljakens," leest men daar, >» servetten, glazen, 
bp(Qk«a , ja ,de muren der vadaclijke woning droegen blqk^n 
van zijnen ijver. Des zondags schrapte hij den honderd* 
mia} belezen storm op het maer van Tiberias, de schip- 
bfauk van'? Ji.vxus of de overboordwerpia|; van jova in 
«ijn K^ijüi)o«k« en nimmer vond men hem aan het ontb^, 
den middag r of avpnddiscfa» zolder potlood c^ boeken/' 
. .Het is bdiend , dat de vader van onzen zoo verdienste^ 
lijkM Z^ee^hilder aene bloeijende garenfabriek had en een^ 
vill^lMreiden bi^nen^ en buitenlandschen handel droef. De 

Aa 2 



3^6 «. 1>. J* SC&OTEL 

oFcrkecrscking Tan hapoleoh was ook voor dk middel 
van bestaan allcrnoodlottigst ; en hoezeer once schotel 
zic& meer op den binnenlandschcn handel begon toe te 
leggen, opende dit echter dienitzigtcn niet, welke hij voor 
sich en zqn gezin yerlangde. Met meer ijver legde hij zich 
dus op de Teekenkunst toe> en verwierf hierdoor eenen 
waardigen naam, die echter aanmerkelqk in eere steeg, 
toen hij in 1817 zich als Kunstschilder bekend maakte; en 
hier worden wij , als 't ware, aan den ingang gebragt dier 
schitterende galerij ran kunstwerken , die door alle tijden 
heen den roem van schotel en Tan zijn kunsttalent Ter- 
hoogcn zal. 

Nu ^ wordt door den Zoon opgcgeTen en beschreTen de 
reeks van door zijnen Vader Toor particulieren , voor Ter- 
zamelaarsy Toor koninklijke kabinetten en Musea geschil- 
derde en zoo Taak tentoongestelde kunstwerken; terwijl 
het oordeel over derzelver kunstwaarde, zoo als die in 
binnen* en buitenlandsche geschriften en in bijzondere 
brieven wordt aangetroffen > hierbij gevoegd is ; welk een. 
en ander den vereerder der kunst met een aangenaam ge- 
voel vervult, daar h^ den vreemdeling, zoo noode geneigd, 
in kunst , in taal-^ en letterkunde , de verdiensten van den 
Nederlander te erkennen, hier gedrongen ziet, om, voor 
het oog der geheele kunstwereld , eenen man te huldigeti , 
wiens kunst hem tot den eersten Zeeschilder , van Europa 
misschien, verhief. 

Zoowel om in dit Tqdscfarift die getuigenissen van 
scHOTBL^s roem te bewaren, als om de ac|iting voor hem 
en zijn talent te verlevendigen , dienen de volgende. Zij 
zetten niet minder eene hooge waarde b^ aan de Le- 
vensschets. 

Voor Lord peel eéne schilderij geschilderd hebbende, 
schreef deze aan den Heer johh smith te Londen : » Vous 
aure% la bonté de faire savoir a Monsieur schotel, que 
son tableau nCa fait Ie plus grand plaisir , et que Je Ie 
placerai dans mon gaUerie d coté desHableaux ule vam 
DE VHLDE, auxquels Je Ie trouve en nul cas inférieur**^ 
Het Kunsiblait (N^ J&, 19 Febr. 1827) liet zich over 



LETEÏl VAK J. €. SCHOTEL. 377 

eenige door schotel Tcrvaiurdigdc schilderijen das uit: 
}iln Seestüchen isi Hr. schotel von Dordrecht vieUeichi 
der erste der Jetzt lebenden Künstler von Europa , wenig* 
stens wen man unsere w. vait de telde und bakhut<* 
XBif für unühertroffen in diesem 'Fache halt. Er ndhert 
sich diesen beyden^ und hat dann noch etwas eigen^ 
thündiches. Seine Lüfte sind voU Bewegung, sein j^as-^ 
ser iit Uar und d$irchscheinend ^^ enz. en rerdier: » Seine 
Stürme sind eben só vortreftüeh als' eine (1. sein^ stillen 
Gew'asser: in derersten ist er bakhvtzsh:, in ierxwey^ 
ten YAH D-E velde;*' tcrwijK ofschoon de knnst ran scho* 
TEL in Frankrijk niet dien bijval vond, welke haar in 
Engeland mogt te beurt vallen, de Repue universéUe^ 
ke année, Tom. IL Livrais. f7. p^. 192 het volgende 
Tam zijne kunstvoortbrengselen zegt : » S c h ote l compose 
grandement , ou plutot il se contente de faire poser la 
nature devant lui. — Schotel connait la mer, et il ne 
s^affuble pas de ces incidens impossibles , dont beaucoup 
de peintres de marines Penrichissent» Les mouvements 
de ses navires sont surtout bien en harmonie avec les 
eaitx, qui les soutiennent y"* enz. Voorzeker , bij. zulke 
lofspraken herinnert men zich uit de geschiedenis der knnst 
de tijden , toen Koningen en Vorsten de werlcplaatsen der 
Schilders belichten; en staan wij dan verbaasd over de 
eercy die een leokard da vmci, RAFAëL, titiaak 
en anderen te beurt viel » de Nederlandsche Schilder mag 
ook niet minder in onzen tijd in dien lof en die cere dee* 
len, en wij gevoelen ons trotsch, eenen schotel te heb- 
ben mogen bezitten , wiens atelier zoowel door den hof-« 
stoet eener koninklijke Vorstin als door ander^e aanzienl- 
ijken en grootcn is bezocht geworden; terwijl de belang- 
stelling van Keizers en Koningen in zijn werk|vde veree- 
ringen y die zij hém aanboden , de onderscheidingen , waar- 
mede zij hem begiftigden, het bewijs opleveren, hoezeer 
zijn schildertaleni de wereld door bekend en beroemd was. 
Ref. heeft de Levensschets van den Zeeschilder schotel,. 
waarin van zijne kunstwerken tevens zulk een uitvoerig* 
verslag gegeven wordt, met genoegen gelezen. Hij be-- 



S78 G. D. J. SCHOTEL, LETEV TAM J. C. SCHOTEL. 

dankt den yerdieiiiieUjkeli Zoon des beroemden YAdersi 
dit bij self depen heeft opgenomen, oiH aan bet rtriangeii 
▼an knndige mannen en dat'zqiier betrekkingen Ie desen 
geb^Knr te geven. Deor de bclangeloozo hulpvaardigheid 
Tan knnMvriendén onderstemid , en rooi^gelicht door de* 
Schr^era Broeder» den Zeèschilder r. x. schotel , kon 
het verk wel in gefme bétere handen gesteld zijn; en dé 
geleerde: Lerensbeschr^Yér heeft een en ander in èen' Bdff 
ondfSrboïidettdett en levendtgen stijl beschreven , die van 
lijnen smaak en zijne belezenheid nieuwe proeven opleve* 
ren. Hq heeft zijn werk gekruid, met aanhalingen uit 
vroegere en latere Schrijvers iii hetzelve op te nemen, 
waardoor hij eena aatagename klenr aail lijne schets ge« 
geven heeft. 

Van al de door schotel geschilderde taferefelen, 214 
in getal , wordt in den tekst melding gemaakt ; het getal 
teekeningen» sedert 1807 of 1808 vervaardigd» bedraagt 
274; en van die, welke door hem in de laatste jaren ver-^ 
kocht i^n» vindt men zoo wel vermelding» als van da 
aoodtfiige, welke op eenigé Catalogen voorkomen. 

Ref. meent, dat overal, Waar de naam dvrino voor*- 
komt, dese ouvuikg ia. z^n moet. BI. 96 staat mvl-^ 
»ÉR8, móet zijn miloeas; verder scbei^kbl voor 
SCHINKEL. Overigens zijn sommige misstellingen in na- 
mea enz.^ door den Schrijver selven in de Bijvoegsels en 
Verbeteringen aangewezen. De correctie kon wel naauw-* 
keoriger zqn. 

De vereerders en hoeigschattefs van schotel sehafien 
ai)ch dit schriftelijke gedenkteeken van 'e mans roem aan! 
Het prijkt met een rtq wet geli^énd portret en fac simlé. 
Het geheel is eeüe waardige b^'drage voor de kmst, en 
tevens-, ian de tijde des Levensbeschrijvers , een edel en. 
loffelijk bewijs. Wat ^^ket keriegevod heeft ten papiere 
gtbragtr 

. De knnst bloeijel De verliezen , die zq iit eenen sgbo- 
Tsa» HVTEii, T4if OS en anderen leed, wbrde» waardig- 
lijk hersteld; en wmmrktid en oersprónkelifkheid hUjven 
stedds het hennlerk der Ni>derlandsche Schilderschoot! 



GHRONOLOGlflCHE TABEL DER JLI.6EMEEIIE GBSCaiEDIHIB. 379 



ükronologièche Tabel der Algemeêne Gêêehiedêniéf i^érvoar^ 
éigd éo&r deé Sehrifver der GeographiBch^Biêiorisch Sfa^ 
fisiieke Tabel van Nederland. Te Groningen , bij P. rao 

Zweeden. 1839 en 1840. Ifrie vellen. / 1 - 25. 

» 

Deie TijduM der AlgemeeiM Geadiiedenb beêlaflt uit étié 
Madebv ^o%eiii de hooMafderilDgen wMrin méa deze ge^ 
^oonlgk splitst: iOil. Oodé Gesofaiedetib, of: yan dieSbbep* 
ping der Wereld 4ot den ondergang Tan kei Westerseh Ro^ 
meuisclie Keiserrgk; B. JüddeÜGèeabieieÊAê , of: manden 
val vm kei WeslerB<;h Romeiiisobe Kekerrijk tot aan de óai-* 
dekking der Nieofre Wereld, en C. Nieuwe Geschiedenis , 
of: van de ontdekking van Amerika tot op den tegenwoor^ 
digen lt)d. 

W^ vinden deae verdeeling gcfester dmt de odde , Waarin 
men de hDiifilafscbeidIng der Algemeene Geseiviedenis bij dt 
geboorle van c viistvs bepaaMe, en das slechts twee kooM^ 
afdee)«ngen verkreeg. Wat de tifdrelceniiig aangaat, die h 
in eeuwen en jaren róér en na de geboorte van den Zalig-^ 
maker, hetgeen ons voofkorat beter te cijn dan die, tellende 
van de Schepping det WereMtot vóór déze laatste groote ge-» 
beurienis. De verdeeling is in doorgaande regte kolonunen; 
en niet die met rivieren, die soms in elkander vloeijen, zoo 
als de Fransche Cours des tempt ^ of met kolommen, die 
zulks eveneens doen , zoo als Mj het TabUéu Synchrone lo^ 
gu^ne van sosaaaiusta te Brueeel; wij vinden eckfer deze 
beide laatste vevdaèlingen aanseheuwelijker, en . geschikter, óm 
den aanwas , de vermindering en den ond^gaHg der onder- 
scheidene Rijken en Staten aan te duiden. De oude Geschie- 
dMiis is in drie koefdafdeeli^gen, Eiêropa, Aki^ en Afrika^ 
eftin^ohl onderafideeiingciA verdeeld, bestaande uit lrrt«*f 
ktnf JLomêinen^ .leraêHieny Aeeyriére, Persen, Egfféeum-^ 
renj Ka^tkmgen, «n beroemde mannen, ontdekkingen, uit* 
vindingen nnz. Die van de Middel-Gesckiedenis bevAt iien 
kcSomme^; kd B^sanéijneohe Byk, Spanje en Portugal, 
Italië r Frénkrijk, IMieeMamdy Groothrütanje y de Neder^ 
lamAon, Amé, Afrika^ en beroemde mannes ens. Die van 
de Hieatre Gesehiedeni» heeft elf koloamien; Frnnir^k, 
JfuitmUand^ Itmüê, Spanje en Portugal, Grootbritt^nje ; 
Mueiand, Denemarken, Zweden en No^ncegen, JXederland, 
Turkse, Asi^^ 4f^^^ ^ Amerika, beroemde fliannen enz. • 



380 CHROKOIOGISCHE TABEL DCR AIGEMJEENE 6ESCBI£0£|fI5. 

Deze Tijdtafel is Tooral oitToerig , wat de Geschiedenis Tan 
ops Vaderland betreft, en beyat in een kort bestek relt 
daadzaken. Be voorstelling der gebeurtenissen en derselver 
tijdrekenkundige orde in de Oude Geschiedenis is de gewone. 
Be rubriek yan beroemde mannen , ontdekkingen en uitvin- 
dingen, is vrij volledig. Wij hebbén over het algOToeen 
weinig misstellingen en drukfouten ontdekt, onder de laatste 
waarvan wij meenen te moeten stellen, dat hihos, in plaats 
van KB HES, als stichter van het Egyptische Rijk genoemd 
wordt. Onze onkunde hierin erkennende, vragen wij wat 
Su8trophedpn''ichn£i is? In de IMe eeuw zonden w^ de 
l^st van beroemde* mannen* wel wat talrijker hebben ge^ 
'wénschi , en op het einde van de Crcschiedenis van Neder^ 
land vonden wij eena zonderlinge uitdrukking: »dePrtnavaii 
Oranje, die in den , naam van willbh II den troon be- 
klimt;" dit moet zeker zijn onder den naam enz. Yoor het 
overige vinden wij hier alle eigennamen , anders gewoonl^k 
met fh, met eene ƒ gespeld, hetgeen in onze taal iets 
vreemds en ongewoons is. Be uitvoering is net, en de lei* 
ter, hoewel klein, duidelijk ; zij doen den Uitgever eer aan» 
wicn wij een ruim debiet van deze Tabel toewenschen , ab 
zijnde zij zeer geschikt voor de Scholen ea voor alle jeug* 
dige beoefenaars der Geschiedenis. 



Mnemotechnie , of Proeve eener Gehei^enisleer. Boor a. 
ffav BauMHliBE, WK., Onderw^Mor der fViêkunde. To 
's Gravenhage, h^ J. P. Beekman, Hz. 1841. In gr, 8o9. 
127 R ƒ 1-50. 

Over het geheel verklaart Ree. opoihartig, dat hij geen 
vriend van Mnemotechnie is. flij zon dus sohijiien kuonen 
een bevooroordeeld en minder bevo^ beoordeelaar van deze 
Proeve te zijn. Evenwel blijft hij , bij een herlMald onder- 
zoek der zaak , twiyfelen , of deze bijzondere kunstgrepen tot 
te gemoét koming van het geheugen niet veleriei nadeel heb- 
ben; vooreerst, doordien zij aanleiding geven kunnen tot 
lastige, voor den werkelijk wetenschappelijk kundigen be- 
lagoheHjke, pralerij van weetnieten, vuigi êiupore faoii n^h- 
hUeê; ten andere, omdat bij de gebeurtenissen en zaken, 
die men zich in 't hoofd wil prenten, gedurig de phrasen 
voor de verbeelding teragkomen, die, dikwerf gedrongen 



6. TElf BRCMMELER, WZ. , MNtmOTECHMlE. 381 

en flaauw Tan beteekenis, voor de wetensdiappelijke en ern- 
stige behandeling van zaken een charade of kinderspel in 
óe plaata slellen. Niet dat hij gehengenwerk klein zou ach- 
ten; men herhaalt het helaas! dik Werf nog, hoezeer het 
onzin ia , dat goed geheogen in eene omgekeerde rede staat 
tot vemoft en oordeel. Neen , men noeme ons den waarlijk 
' grooten man , in welk vak Tan menschelijke kennis ook , die 
een onvast en ontroaw geheugen bezat ! Maar er is eene 
mnemotechme , die uit den aard der zaken zelve is afgeleid , ^ 
die op het verband der begrippen berust, en die elk zich* 
zelve eigen kan maken , al kan hij dezelve ook niét aan an- 
deren mededéelen ; zij is toch ook alleen voor eigen gebruik , 
een waar levensgeheim , dat met allé onze individuele be- 
grippen, gevoelens en kundigheden ineengevlochten is, en 
door den bezitter zelve nog meer gebruikt dan wel begrepen 
wordt. Wil men echter hetgeen men in boeken na kan 
slaan , waartoe jaargetallen en datums behooren , gelijk som- 
mige getallen in de wiskundige wetenschappen (b. v. het 
getal sr), ook zonder die boeken in zijn hoofd prenten, dan 
kan men die bijzondere hulpmiddelen bezigen ; en wij moe- 
ten erkennen , dat de methode van onzen Schrijver ons te 
dien einde^ aanbevelenswaardig voorkomt , als in eenvondig- 
heid ver uitmuntende boven die van db hohtht esAiMi 
FAiis. Wij gelooven daarom ook, dat er van deze methode 
eenige partij te trekken is , en bevelen het werkje der over- 
weging van. allen aan , die aan deze Mnemotechnie voor 
hunne studiën behoefte hebben. Voor 't overige moeten 
wij herhalen, dat deze behoefte beperkt is; dat, hetgeen 
men zich in duizend gevallen behoort te herinneren, een 
d peu prei is, 't geen men bij grondige studie niet verge- 
ten kan, daar het eene factum het andere helpt, en het 
verband der geschiedenis b. v. door grondig kennen van 
dezelve ons dadelijk contemporaire personen en zaken voor 
den geest brengt, die ons niet toestaan ons veel te vergis- 
sen. WO men daarentegen hetgeen het natuurlijk gehen- 
gen niet, .vatten kan, hetgeen eigenlijk ook alleen geschikt 
is om geschreven en' gelezen te worden, b. v. de hoeveel- 
heid inwonera van verschillende groote steden , in zijn hoof^ 
prenten; wil men weten, hoeveel kubiekmijlen de massa 
onzer aarde bedraagt ^ en dergelijke zaken meer, ik gun elk 
zijn genoegen, mits hij mij maar niet opdringe, dat deze 



382 G. TEN BItUMMELBRf W2. , MNEMOTBCBHIE- 

K«k#n i^aa baiton te keooen act wetetMchiippdijlüé kennii 
i0i8 f emcen hebbe, 

j. Tan dis Hoiviir. 



Ge$eKiedêni$ dêr fFmtergeuzen. Voor a. f. tah aiONiKGiR. 
Predikant te Ridderkerk. Te Leyden , /6y S* en J. Lncht- 
miiiH. 1840. In gr. ^o. VI en 487 bL/ A- 50. 

Juet men op het yele, hetwelk er oter de fieachiedenu des 
Yaderlai^dft in de laatste jaren geschreven ia geWorden^ dai| 
is het een^zins bevreemdende, dat, sedert wijlen joh 4 
wiLLva Tl WATia, als Predikant te Vlissingen^ in de jaren 
1776—1796 de Bistorie van het Verbonden het Smeekechrifi 
der Nederlandeche Edelen uitgaf, na. haar tien jaren te vo^ 
ren te hebben aangekondigd, nog niemand op het denk- 
beeld is gekomen, om, op gelijke wijze, een monument 
voor de }Vate¥geuzen op te rigten , die toch waarlijk be- 
schouwd kunnen worden als de werktuigen, van welke da 
Voorzienigheid zich heeft bediend ter grondvesting van 
Neérlandê vrijheid en onafhankelijkheid. Houdt men daar- 
entegen in het oog, dat tot het sehrijven eener zoodanige 
b^zoodere Geschiedenis, zal zij eenigzins goed zijn, eeoe 
uitgebfeide boekerij, bij geduld tot naslaan en tijd tot aan- 
teekenen, noodig is^ dan zal dit bevreemdende grootendeels 
ophouden , maar dan zal men zich toch ook verheugen , dal 
de Heer var eaomiiGEii, die getoond heeft deze verach- 
ten in genoegzame mate te bezitten, zijne veeljarige naspo- 
ringen openlijk heeft willen mededeelen, en alzoo een Ver- 
volg op de Historie van het Verbond der Edelen leveren. 
Omvat toch die Historie de jaren 1565^1567, de Gescldede- 
ais der Watergeuzen geeft ons de jaren 1568—1572. Boven-, 
dien heeft van «eohihgbii ook in zijne wijze van behan- 
deling het voorbeeld van tb WATxa gevolgd. Na eene Q^- 
dragt aan de Heeren Mr. j. a. la laü en c. sTsmaAüva^ 
F. j9. Jf., wier vriendschap hem bij zig oen arbeid onder- 
steund had, en waarin tevens dank wordt betuigd voor 
hulpbetoon aan de H. H. en Mrs. p. a. BauaaAiis, s. na 

WIIID, H. W. TIJDEHAll Cn 4. T. BODBL IfTBJIHCIS, bcgiut 

het werk zelf. Qet is gesplitst in 2 Stukken (waarvan even- 
wel alleen het laatste een* afzonderlijken titel heeft, bl. 123 



A. P. VANtiRONIllGSN^ 6£SCai£l>IHI6 HER WATÉRGE12ZE1I. 383 

• 

ea 124 yerraiigttide), beide in nüme méteyan Aanêeeke-i' 
nimfen voorzien en opgesloten door. I^ioêehtiften. 

Het iBte Sftük heeft ten opschtif t : GesehiêdenU dêt Wu- 
iugen»èn* Het bestaat nit dè 122 eente bladsijden ^ «m de 
aflftteekeaingen op bétielre loopen vab bl. 3«&«-4i9. Yóóf 
dat oTwiwel dofte fietohiadonif een' aalnrahg neemt, beeft 
men eerst eene Iniêidinf, bl. 1—14, en dan nog Oeds a^a- 
mêene Aanmerünpen, bl. 15^24, ten betooge; dat A«ér* 
Inndê verlosBiog eigenlijk het werk was der Yoorsicnigheid. 

De Gosohiedenis heeft wederom aandeelen» of lierer l6« 
Tert mstpanteii, eerst idj de aanstelling Tan den HeeÉ 
¥AH lüMBKBs als Admiraal, den 10 Aug. 1570, bL 2(^^55; 
daarna bij het begin yao 1571, bL 55-^70; yervolgens bij 
het onde yaü dat jaar, bl. 71---88, en eindelijk bij het in-' 
nemen Tan den Mtiel 1 April 1572, bL 89^105; terwijl de 
gevolgen dier veroTering bl. 106-^122 ontwikkeld worden. 

Hel 2de Stok is getiteld : h^t^ondere LevenêbeêckHfvingem 
der Watergeuzen^ en beslaat bl. 423-^364 ; de aanteeke- 
ningen op hetielve vindt men van bl. 429—487. Op de al^ 
phabetische lijst hunner namen, bl. 126—1^, vindt mem 
er 88 aangeweien, over welke vervolgens meer of minder 
uitvoerig gehandeld wordt. 

J^ Aanteekeningen bevatten deels de aanwijiing der Schrij- 
ven, nit welke de ^éngovoerde bijsonderheden zijn ont- 
leend ; deels eene meer nilvoerigo ontwikkeling van sommige 
ddnelveli. ' 

Het eerite Naschrift, bl. 420-428, behelst eene toetsing 
en proeve van oplossing der bedenkingen tegen- het door 
a60fT aangaande na aijK*s bedhijven in den Brièl et 16 
F/ÏMtH^en gestelde I door Mr. p. a. bk vak ars, Nos. 34^36»> 
en eene beoordeeling der Narigten van o. tar bbsi* ro- 
RiRo, wegens de inneming van den Briel^ aldaar in H^. 41 « 
Het laatste, aan het slot des werks, betteft eene versane- 
ling van eigenhandige brieven van willbr.I en andere be- 
kende krijgsbevelhebbers, welke ergens beitaat, maar door 
VAR oRoRiiioBR to vorgods goiocht is. Debeiitter voldoe 
emk 's mans beleefd verzoek , en deele hem mede, wat er 
betreffende de tVaiergeuMen belangrijks in gevonden wordt. 

Aec. kan niet zeggen, dat deze manier van behandeling 
hem bijzonder bevallen heeft. Zij heeft toch dikwerf aan- 
leiding gegeven tot herhalingen, het gebot der lezing eenig- 
zinè verbitterd, of deed, ter voorkoming van dete, het 



381 ' A. P. ▼AWGRONINGKir 

naauw te xaraenhangende scheiden, ten einde en voor de 
Geschiedenis , en voor de Levensheschrij vingen , en voor de 
Aanteekeningen toch iets hijzondem te hehhen. Bij snik 
splitaen is daarenboven een Register onmisbaar, gelijk ook 
Tl WATia aan het slot van sijne Historie gegeven heeft. 
Hierin evenwel heeft vin oaoiiiiroBH den Hoogleeraar niet 
nagevolgd, waardoor ujn arbeid in bmikbaarheid dan ook 
niet heeft gewonnen. Vermoedelijk heeft hij wel het plan , 
om, almede in navolging van ti watib , naderikand nog eeir 
stukje met Bijvoegselen en Verbeteringen nit te geven. Ree. 
hoopt, dat hij alsdan een goed Register ook niet langer %eï 
achterhouden. 

Ten einde tot die Bijvoegselen op regt ten minste iets te 
leveren-, en tevens den geêerden Schrijver een bewijs te ge- 
vai van de naauwkenrigheid, waantaede hij ujnen. over het 
geheel zoo lofwaardigen arbeid heeft nagegaan, laat Hec. 
hier, uitvoeriger dan men veelal ]g^ewoon is, het een en 
ander volgen van de aanmerkingen , welke hij onder liet le> 
sen maakte,, en die hij thans den Heere var ftaomnaiii ter 
toetsing aanbiedt. -* 

Wij beginnen met eenige personen, die onze aandacht 
trokken, zonder evenwel alles te wiUen aanstippen, waarb^ 
wij een teeken gezet hebben. 

PzTia VAR Biacaia wordt hl. U2 slechts in het alge- 
meen aangeduid , en van hem gez^d : > Voor het overige 
blijft BiacHsa ons een onbekend persoon." — Hij was de 
zoon van jacob en arra var botvbr, gehuwd met bli- 
SABBT BBBBR, dochtor vau FiBTBB, Secrctaris van Tholen, 
die in 1555, als Lid der Staten, paiLirrus II den eed hielp 
afnemen. Zijne dochter habia huwde in 1609 met Ridder 
ADBiAAR VAR lARHAKBB, dostijds Bailjuw TBiï Middelburg , 
naderhand een der Regters van oldbrbabrbvbld. Zijn 
zoon JACOB was Hofmeester bij Prins haübits. 

WiLiBM VAR BL0I8. — Bi. 152 wordt van hem gezegd, 
dat het niet zeker in, of hij in den Briel was geboren, dan 
of hij er slechts in zijne jeugd woonde, en reeds bl. 154 
wordt die stad de Stad zijner geboorte f^enoesadil Hetgeen 
YAR GBoRiRGiR overigens ten opzigte van dezen miskenden 
brave heeft geboekt, heeft ook onze goedkeuring inzonder- 
heid weggedr^en. • Maar waarom den naam verzwegen van 
den toenmaligen Middelburgschen Bailjuw, DAvinsoaBB» 
sedert 157'* Schepen of Raad van die sUd, en nog slechts 



GESGHIEDEH IS OER WATERGEUZEN. 385 

«edert korten tijd als Bailjaw werksaam? — De flechtea 
behooren too. wel gekenmerkt te worden ala de goeden , ten 
minste zoo lang er magtfaebbenden djn, die yan de hiin op- 
gedragene magt zoo schandelijk misbruik maken als genoem- 
de Middelborgsohe Bailjaw. ««• Willem tait blois was >een 
>BoUandsch Edelman yan den echten stempel." 

Gblbir BoüWEffsz, bl. 176. «— BI. 427 yraagt Var aB<^- 
BiiittBR» of hij ook dezelfde kan wezen met qvillavkb 
MOV WAn Yan Middelburg t dié inde, door yAR bbst kobiiio 
{Leiiêrb. 1840. N». 41) medegedeelde, confessiên yoorkomt, 
als uitgernst hebbende het oorlogsehip de Fortune ten dienste 
van den Prinse van Oranje. &ec. twijfelt hier bijna niet 
aan, en hij vermoedt daarenboven, dat d^e «blbir dezelf- 
de is m^t «BLBiR JOLYT, .koopman ie Middelburg ^ betrok- 
ken in den aanslag van babck in 1567, beschuldigd van 
met een pistool in de hand zelfs den Bai^juw gedwongen te 
hebben om te roepen : hng leven de GeuMen / di^i ten ge- 
volge den 20 Dec. 1569 gebannen, doch na den overgang 
van Middelburg wederom derwaarts teruggekeerd , en te dier 
stede in 1575 Schepen, in 1570 Burgemeester geworden. 

GüiLLAUME i)B GBAVB, U. 241. «- Bc Schrijvef der 
Geniêche Geeehiedenisêen , hem noemende, zegt, B. I, bl. 
168: > Misschien was hij den zoon ofte den broeder van Mr. 

• LiBVBR DB oBAVB, dic omtrout dczcu tijd zmntigds Schepen 

• geweest is." — Kan hij dus ook dezelfde zijn met witLkx 
LIBVBRSZ, bl. 258? 

Artoris var bijrbr, bl. 303, wordt een Oterijfseelaut 
genoemd. - Gemelde Gentsche Ge$chiedeniss^n , B. I , bl. 
205, zijn treurig uiteinde vermeldende, zeggen, dat hij zoo- 
wel als BLOMKABBT vau Oudenaarden was, hetgeen te waar- 
schijnlijker i», vermits de verder ddar genoemden allen Vla* 
mingen wa^en. Zijn naam is daar artorb varobrbhtjib. 

Jaqübs scBooRBWAL, bL 304 , wordt verklaard van fftf»# 
afkomstig te zijn geweest. » Misschien was zijn geslachts- 
naam CABOR," voegt VAR GBORiRGBR er bij; dit IS echtei* 
, in het geheel niet meer twijfelachtig. Hij was de vader van 
den gezant ROëL db cabor, die' reeds in 1579 en 1580 Bur- 
gemeester was van het Brugeche Vrije; eené betrekking, 
in welke de cabors var schoorbwal desg^ks voorkomen 
in 1533, 1540, 1&44, 1548, 1553 én 1556. — Be Heer- 
lijkheid of het Huis Schoonewol lag in de nabijheid der Groe^ 
de in het zoogenoemde J.and van Cadsand. Hij was dus ook 



I 



386 A. F. TAK GRONIirGEM 

g)een Gêniênamr, maar Taeieev eca SUêimnaar. — De ver* 
lafiing van (hikdëna&réon door ia^i^ii Bi^oaHAiaT in 8ept« 
1572 had Yooral plaats tea zeilen beboete. Hij sdiijnt b^ 
dfi Genden ^peliefd to zijn geweeat. 

Van me«r belang evenwel, dan dergelijke aanmerkinges 
ten opzigte yan enkele penenen , zi)n die, welke tegen de 
YQortteUhig yan enkele hocrfdpartijen gemaakt knnnen wor- 
den. £ea Hooggeleerd heoördeelaar b. ▼. heeft wel ver'» 
klaard, dat de Heer van aaeifmetir in «ijn eerste Noêohrtft 
da bedenkingen van Mr. p. a. ^toejiAirtf op oene, naar zijn 
eiMrdeel, voldoende wijze heeft opgelost; tteUer dezei bUjfi 
«ogtans. zwarigheden vinden, welke h^ den Heere yar iite<> 
mHftiir gaarne wil mededeelen. ' 

. Var oro rir ai r neemt aap; dat^Aooz birorsi. db irjc 
den 1 Aphl 1572 in den triel en den ^den daaraanvolgende 
reeds weer uit Engeland teruggekeerd en te VUêsingenyna^ 
welk laatale door Hr. RRüaRARs was beweerd niet mogellfk 
te zijn. Hq z^t bi. 422: aZoo stel ik mij de zaak voor: br 

• aQR 9mt den 2 April naar Engeland onder zeil, brengt 
sdaar, m^ behulp van rlov en bbrraru', 500 man Inleen, 

• komt, ia plaats van in den MHfii, op verzoek der vlagte- 

• lingen, 9 Apri), te F/«smi^si» aan, en ontmoet daar r a- 
BCiBco, die van den opstand der F&tsinger» nog niet wist ^ 
^gelijk pit geheel zgne handelw^ze U^kt"^ « 

, Jiij deze voorstelling staat op den voorgrond: dr'bijk giq^ 
naar Engeland, om hulpbenden te halen. Döéh, volgens 
VAR saoRiRoBR zolvon, kon hij met di| doel nog den ^dea 
Qiet nfref^en. ^ De Geulen waren de Jlf «as* ingeloopen met 
eenen hevigen N.W. wind, die het iveer uitzeilen t^en* 
sUmd, bL 95.$ den 1 April, 'savonds tusBchen 8 en 9 ure 
trokken de fVaierg^ussen zegepralend den Büel binnen, 
hl. 00. fie naeht werd in ruste doprgeAwagt , bl. 99. Den 
2 April plundenfe men de Uoostera ei», en laadde de sche- 
pen* ROuet geen ander iroomèmen dani omapo ipoedig mogeUjk 
te tertrékken. L vrbt gaf hevel 4et de inBchqping (dus niet 
em httlp ie halen) U. 101 ;' naar hooger miigt hieid de TF*- 
fer^iissift daar; de wind vcrixiod kun den aütogt, (en dus 
' ook wel aan dr b^k de mse naar Emgeiand) bl. 102*. ffn 
besloot men de jHisd te honden , en eerst na dit besluit kwant^ 
bei aanwerven Tan hnlpbenden te pas« De bi-jil kan derhalve 
niet wel vroeger dan den 8den de JtT^aseijn idtgevaren. Vatt 
ajioRiHo^zR zegt wel, bl. 424c «da reis wai goedig en -wel 



GJBSCHISDSlflS OCH WATERGEUZEN. 887 

iipoQdigp. Of htd «e^ alt a's Tloot niet Toór d9m twiéi U 



•^Mohtflp» eg weid 4«p het «iteeiien njet 4innmgrii}k ?*' doch 
üthêtBéha&i tn dit geval leer weiaig« Se nnnd Terbinderde 
kei uiteeüen -q> den ;2deii^ en éu» moest men Wd\ wmoktmj 
Wg willen étts tteHeoy. 4«t »t eijx den Sden Tertrok en eéne 
teer YOon|ioed^ feiee «eakto; Wet had bij in Engeiamd 
te deen ? Hoor<r eegt : » twee veporepde «ohepen te gelde te 
«maakBn; *i «eik met geTnar Vennengt en op geen bot ie 
«bestellen wat/' Booh de mtgewekene MitUUihurgêr koop^ 
MedBn «Ancss en saltasor naitA rAisA boden hem de 
hand en Fanckaftan hem zesdniaend golden. Voor desü aom 
«vrdeii wapemen mb knjgsbehoeiten aang Aookt. Spoedig was 
eek écu Vendel van 500 koppen aangeworren. Bit e^nw«l 
kiÉi Koo Ail niet toe^gaan, of het geüachi ▼ersppeidda cieh 
door het eiland; het kwam ter ooren der EoniDgin, en dete 
deed aa aija. Toor. lieh ontbieden. De Bopman waagde het 
•onder hare oqgen te komen, en het onderiumd- liep af met 
de verklaring Tan har^ ajde, dat hij wel zon 'doen met tioh 
• naar huis te bc^geeen." Va reisde h^ ^^ ^'^ ^n® sehe* 
pen. ^^ Maar is het nn waaorsebijnfijk, dat hij, na dit alles, 
en* na het eponthoad op aee ^n gelige Tan de ontmoeting 
der Füarin^soikr iraarttngen, den iM^ reeds te dier stede 
waa? •— Aec. hctanjfelt het ten sterkste. 
. i» het «i( dien hoofde reeds ciiwaancbijniyk, dat os aij-a 
laeh fai} ricixca's komst op den iMen reeds tt VliHÜigtm 
boTond, die onwaarsohgnlijkheid wordt nog Terhoogd door 
de beslpiten, welke te dier stede «a den Bdc^ nog genomen 
werden. Yae eaaaiiieBH meoMt, Ü. 422, doch ten on» 
MgAe, dat de opstand aldaar reeds den Sden was aangOTan- 
gen.. Sq begon den Sden, maar was in stilte Toorbereid. 
Keemt men dit niet aan, dan bl^ft ^ ^«el raadsciadlitigs. 
Ai «eer spoedig tooh daagde ev hulp op. Men had bij voor* 
TtfÊK^ te An$W€9pen i|i het gdmim kri^dknechten {fFialam) 
aaMgo w oi ' v pn, «n jaqübs iLoxnAaar bragit dèaO' ten getale 
T«nr 206 binnen. ' fiie hdp was ercnwel te geriag:, en na de 
gevangenneming .mus rAOiico bflym men .dit WKiral in. ée 
^pn. Heft beraadslaagde dmi emr hetgeen er te doen stond , 
en den 11 Aprfl reisden ife benoemde a%eTaaidigden in mr^ 
aehilknde rijgtibagen af. Var «dijk nase idaji» ^m/» om Tan 
LIPSET bestand te Tragen^ een der nieambeooemde Ki^tes- 
nen naar .jBn^iifa^;/'een ^derde naar Graaf Lanswijj^ «a« 
iKssaon te jKocAeife. Maar » met Lenar was geen schertsen,?' 



388 A. P. TAN fiRONIRG£lf 

segt iooft; en toa men na hem nog opn meer volk hebben 
durven vragen, wanneer men hem op loodanige wijse Deed» 
500 strijders ootf utaeld. had ? Zou men , na reeda 700 man 
ontvangen te hebben» nc^ niet genoq; hebben gehad voor 
het oogenfalik? De vendels van jiiKjrAftii en klot kunnen 
dus nog den 11 April niet te F^attn^an sijn geweest, en het 
denkbeeld dringt üch dan op, dat bb i^k en deze sgna 
medgesellen door den uit Vlissingen afgexonden* «acob di 
zwucrm op zee ontmoet en overgdiaald zullen zijn,' om den 
steven naar VUêsingen te wenden, waar zij alsdan niet zeer 
lang vóór ra zs lor o kunnen zijn aangekomen. Hoorr z^ 
verbindt het komen van den laatsten met drie schepen «a 
stijf tweehonderd mannen onder VHêgingsche HopHeden 
VLiiea en vire als 't ware onmiddellijk «an het komen der 
drie schepen -onder de zijk met vijfhonderd mannen onder 
BSEHAin enzLOT. — »Maar(zal men zeggien)ioo ft verhaalt 

• ook, dat PAciÉco aannz zijk zijn' z^elriog g^af , met de 

• woorden: Heer, ik ben uw gevangen." -^ Ik zal geenè 
poging doen om dit w^ te cijferen, en alleenlijk zeggen, 
dat, mgns inziens, de berigten te dezen wel te vereffenen 
Zijn, indien men slechts let op het door Boxieaii geboekte. 

' Pacizco kwam volgens bob in de h. dagen van Pasohen, 
volgens VAB aBTBBBR op den 3den Paasdtdag, en dos in 
1572 op den 9 April voor den wal te Fliênngen, zonder nog 
van het gebeurde te weten, en werd door den Kapitein van 
eeA klein, voor de stad op de wacht lidend oorlogschip, 
tegen wil en dank, binnengebragt. Be gemeente riep: «Sla 
doodr' doch door tusschenkomst van meer bezadigden werd 
hi^. in een burgerhuis bij de oude brug gebragt en altkmr 
voareetêt wèi bewaard. Eerst later werd hem eene plaats in 
den gevangentoren ingeruimd. Terwi|l h^ nog in hechtenis 
zat, en dus in het burgèriiuts, bezochtm hem de bui*gers 
van Déeemier, van welke boxbobr spreekt,- en niet vóór 
den 2&sten eindigde, hi^ zijn leven. TiBB;AAaTs,' kbrriro 
enz. waren den 27sten reeds aangekomen; tbbsioro was 
den 20sten aan land gestapt. Men stelle nu, dat nt bijk een 
paar dt^gen vromer was aangekomen, en dat de ontraoetinji^ 
tusschen hem, • die goed Spaansch sprak , ' * en den SpaanêekêU' 
krijgsman plaats heeft gehad hij dÜens overplaatsing naar den 
gevangentoren en g^nê komst te Fiiêêingen, zoo zullen op 
dit punt wel aUe zwarigheden ^jn weggenomen. Hoorr 
bindt zich niet streng aan de volgorde der gebeurtenissen. 



GESCaiEDfVlS OER WAT£RGET7ZC!f. 3^$ 

wmt.hg vermeldt tah euik's aankomst in den Briel of den 
Idden Tóór dat hij van de irjc's Tertrek op den 3den spreekt, 
en duidt den 'tijd yan het laatste alleenlijk aan met de woor- 
den, «binnen wijle." 

Var or,orihoer laat intasschen niet alleen de rijk, maar 
ook VAR KüiR Terbatend snel reizen. BI. 107 segt hij, dat 
dexc » misschien met de Watergewten was te lande gekomen, 
»en reeds yóór den 6 April te VHêêingen was met de blijde 

• mare der verlossing.'' BI. -423 verklaart hij daarentegen , 
dat VAR EüiK » waarschijnlijk in het land rondzwierf en niet 
» geheel onkundig van de plannen der waiergeuzen in d$n 
% Briel of den omtrek was, hoort of siet dat de stad was in* 
ogenomen, en terstond naar VlUeingen snelt, om de inwo- 

• ners aldaar aan te moedigen tot de afwerping van het 
wSpaanêcke juk.** — Was VARRuiKin den Briel, en kende: 
hij de plannen der w9iergeuMen, dan wist hij den 2den, dat 
lij plan hadden om weer scheep te gaan , hetgeen hem niet 

' kon aanmoedigen om de VlUsingere te gaan opwekken. Ëersr 
den Sdeirkon hiervoor grond Eijn. Reisde hij evenwel eerst' 
op dien dag af, dan kan hij al wederom te Vlieeingen niet' 
gedaan hebben hetgeen op zijnen naam verhaald wordt. De 
fooriers of kwartiermakers der naar Vlieeingen verplaatste 
Spaaneeke benden waren op Paaschavond, of den 5 April, 
in de stad gekomen, en volgens soa t^as var evik er reeds 
eenige dagen ie voren. Hoopt zegt onlangs ie voren, maar 
stelt de komst dier voorloopers reeds oj> den 3den. Var 
RUIK kan derhalve niet wel de overbrenger zijn geweest van' 
de Brieltehe tijding, ofschoon hij van het gebeurde aldaar 
op den 5 en 6den wel reeds kennis zal hebben gedragen. 
Nogtans, ook zónder het gebeurde in den Briel, zou F/m- 
iingen wel het jdk hebben afgeworpen. Er moest aldaar iets- 
gyoots gewaagd worden, want het oogenblik was beslissende. 
Veel was er voorbereid maar tevens ook het gevaar dreigend 
geworden. Kon men ditmaal het doel niet bereiken, dan 
moest men Vliesingeh , de slentel der Nederlanden volgens^ 
KA RSZ V, in de handen der Spanjaarden laten. Wij"wiUen 
hierUj evenwel niet langer stilstaan , vermitR het eigenlek 
niet tot*de Geschiedenis der waiergeuaen ^ehoort. Wij zullen 
tevens, daar onze aankondiging reeds vrij breed is uitgeval- 
len, <mze verdere aanmerkingenr, die toch ook vaa zoo groofe 
gewigt niet zijn, terughouden, en eindigen met den eer- 
BOEKBESCR. 1841. Ro. 9. Bh 



390 A. P. TAW aROXINaSK, «eSCHIBDfN» DS» WATERGEUZEH. 

waardigen.YAii- ftt09ixfttfli toot ketgeleFerdeoi»^ dwk 
te betttigeD» ea hem tödyrliwt en kraoht «toe te wensefaeii, 
OOI 0D8 q> meer aoo^[tgelijke werken te onthalen. 



Lag9r Onderw^i in Engeland ên 4m$ Vaderhndt do9r 
r$TRtf 01 RAADT. Tê ' ê ^rfQvenkagê , bij J. P. Beekman, 
Hx. 1&40. In gr.Svo. 393 BI fS-SO. 

Dit werk is de yruohl Tan eenq reis» die de in hel yfA- der 
Opvoedkunde welbekende en enraren Beer ni iaad-t naar 
Londen gedaan heeft, met oogmerk, om sich met den tegen- 
voevdigen U^estand Tan het Engehohê Sohoolwesen, en m^t 
de dairomirent meer en meer toenemende denkbeelden en 
pogingen tpt herronniiftg Tan nabij bekend, en daarbij ei^ 
nuttige Tezydijkiog . met den staat Tan; h^ lager Onderwas 
in ons Vaderland te maken. II9 deelt dor hier het resalfaat 
T«i lijne oKiderBoekingen en ontmoetingen mede, die in vtèe 
opiigten belangrijk xijn., en door degoien, die ophetSchool» 
wcBtexi betrekking en invloed hebben, ja ook voor anderen , 
die gasme kennis nemen Tan den voortgang der verliohting 
en besehaTing TRn de mensehheid, gevris met belangstelliiig 
sullen gelesen wgrden. Hij toont even mi» Tooringenomeii 
Ie sijn t^en ht% goede,, dat hg elders vindt, 'ais* blind -veop 
de gehnken, van hetgene^ dat bij ons plaats heeft; maar 
bij loont eiOkeVen zeer de groote Toorrq^ten te erkennen, 
waareTor wilj ons in de taak Tan. het Sohoolweten noTena ef 
boven anderti Volken mogen verbidden , en die seHs door 
bevoegde v]Becnldelingen erkend lijn : dies heeft hem {gelijk 
bii: %^n FQafieêtigi^einiigi) «in, de overtuiging versterkt, 
>dat <Hix6 Wet -op het.liigeB Onderwijs de kiepi in sidi bev»t 
«van Terf Toprintffe1i|ks» en den besten grondlaag, waarop 
■ ons Sohoolweaen gebouwd ^ zou kannen worden.'' 

Onder de-ner volgende boolifridwiéken, die, in doi voor» 
aan geplaatate JiiAatf cl, onder Terscfaeidene ónderrabnelben 
broeder aangednid t^n^ heeft de Sohrijver zijoè mededee* 
tingen en opmerkingen gerangscfaact: I. Sehoitm; die bê^ 
sohóuwd moeten worden ah eeerblfj/seU nii èen 'vroeger tffd" 
perL :^ IL \Sieleel mni>'fe€derJtp,efif cndêt^Jê, waarvan M} 
de reaultaAee Midenoekt in de* scholen'' en verlagen der 
beide GteOoUchappen <As Nafionai enfAs Bfiei$h undjbreign 



iMloêlhóóiêtjf i die hiorin werkzaam iijn. — Belangrijk is 
mMer üaderen aan h6t slot Tan dit artikel (bl. 238—248) de 
«itweidii^ dés SchriJTers oVer liet gemis 'Tan godsdienstig 
ofldêrvrajs» dat aan onse scbdleii doof epmmigen te last ge- 
, legd wordt, die dit door afcónderKjke scholen Toor ieder 
KerkgenOotsdfap Willen vergoed hebben, waarvan hij bet 
oogegronde, onaitvoerlijke en in de gevolgen schadelijke 
aanwast* ' Keer wel geoMend intusseben, dan wel bedacht 
en uitvoerlijk, komt ons slijn voorslag voor, om in elke Pro- 
téstantsche Gemeente, van wege liel Kerkgenobtïcbap , da- 
gelijks ten minste ^n nar, klassikaal godsdienstig onderwijs 
te dOien 'geven. Otaa na-vangeene andei'e zwarigheden , die 
sicli daattegen veiiieffen; te spreken; van waar, tot znlk 
eene • daartoe opzettelifie ingestelde sohoolinrigiin'g, tijd, 
fiëtAs, geld èn personen te vinden ? Wie (om slechts bij het 
laatste? te blijven) wie znllén daarmede belast ttrordüi ? van 
vele 6dioblonderw1^zé]rs'-i9':bet,"'W^èns gebrek of aan be- 
kwaamheid of aan tijd, of wegens verschil van Kerkgeofoot- 
adiap, niet te vei^n^ voor vele Predikanten zou bet ook 
al in 'meer dan één oipzigi een aanmerkelijk bet waar zijn, 
dagelijlu eenigen' tijd aan een zeker sehoblonderwijs te moe- 
ien toe w^en: en de Gandidiiten van de H. Dienst, dié de 
Minjver xoo wél ah de twee vorige noemt, hoe zonden 
des»^ ofiR^oon tbsois zeer gi*oot iir aantal, hiertoe niet alléén 
ep den dnér, mèlar )zélfsr nu genoe^zaiun knnnen 'gevonden, 
op welkeii voetj Zonder belemmering vah banne pc^ingeh 
lot het veriLiijgen van' eene vaste standplaats als Predikant , 
hiertoe vooi^ vast aimgesteld; vén w^ar einde}(|k bezoldigd 
worden? Obelioon fanMe doende aan dé goede bedoelii^ 
des* Seht^vers, rekenpen wij deisén geheelenr voorslag onder 
die. Utopiaantehe' denkbeelden, welke niét ^ ligt zullen, en 
ook^,. wameer. kat'^gódsdiebsiig onderwijs door'de Protestant- 
adha. Leeraars 'nMnar goéd'^ingerigt en wel behartigdMVordt, 
niei'béfaoeveo inerwesenl^kt, noch door het géveA Van het- 
zelve op de gewone scholen vervangen te worden; • — iU. 
NieuwêtB ieencijze , waarbij vooral verslag gedaan wordt van 
de pogingen des fn^e^cA^fi Gouvernements tot liet verkrij- 
gen van middellijken en onmiddellijken invloed, om een al- 
gemeen best nar eü toezigt over de scholen tot stand te bren* 
g^. — IT. Tégeiücóordtgé 'gang van saken in ons Fader^ 
Jofid.^' Behalve d^ de SchHjvet réedi téroren getoond -heeft 

Bb 2 



392 r* DK RAADT» LAOBK OHDEftVTlJ^^ 

zijne 'beachoa wingen mejt een Tergelijkenfd oog op ons Yadef^ 
laad te hebben ingeri^t , geeft hi) hier bijtoader Kcht op do 
grondslagen Tan ons Schoolwesen, en wijst wel aan de eene 
tijde aan, in wat opxigt men daaraan , naar tijn intiea, 
ontronw geworden ii ; maar toont ook, aan de andere zgde, 
door het voorbeeld van Bêigié, en uit de daaromtrent af- 
gelegde getuigenissen van den Belleken Schrijver bvcpé* 
viAü'x, van den Spaansehen tAaoa ni la iaoka^ envan 
den Hoogdmtêchen Ta i ia se a» wat hieruit, ten optigte der 
door sommigen onder ons verlangde zoogenoemde vrghad 
van onderwijs, te leeren is, namelijk »dat zij" (met deze 
woorden besluit de Heer db baadt. zijn geschrift en Refe- 
ent zijn verslag) • onvermi}de]ijk ten gevolge heeft vernie- 
tiging v/in het lager Onderwij» en ontwrichting van alle 
nationaal Schoolwezen; dat ook aldaar" (in België) veveft 
min, als in Engeland^ verbetering mogelijk is, «mider 
toenadering tot wettelijke . verordeningen en €k>Qvemer 
ments*toevoorzigt" (1. toezigt); «en dat, gelgk de achter- 
uitgang vi|n het lager Onderwijs in Belgié in snelheid en 
algemeene verspreiding toq^omen is, naar mate men het- 
zelve van de heilzame lumden los maakte; die de gewg* 
zigde toepassing onzer Wet van 1806 om hetzelve geslin- 
gerd had, even zoo de vooraitgang van hetzelve wederom 
gelijken tred zoude honden met de herleving onzer instel- 
lingen. Laat ons, op grond van dat aUes, vrillen inzien 
en erkennen, dat, daar »»l0 êyêfèmê eniiêr de PinetrucHem 
•primaire en HoUande repoee eur iraie hoêee qmi $e tien^ 
» neni iniimement ei done Finfluenee eU muiuelhf Ie bien^ 

• être des maUreê, la êurfÊeillance aetiifie dee inêpeoteure, et 

• Ie perfectionnemeni eontinmel dee methodes; si Fuike de 

• ces trais bases venait d eire ébranlée^ les amtres s*en res^ 

• seniiraient d rinstamt^ et timt ce bel édifiee cr&mlermt 
» biefUót. Nous ne pauvons dane irop insister paar qws Ie 
> Gouvernement eonserve les deus premières^ qni ne dépèn-^ 
^deniqnedelui:'" (*) 

(*) iCirviia et noèh, Rapport.'* 



Letterkundige Naoogst van j, a. HALBBBTsaA. 7a Deven- 
ter, b^ J. de Lange. 1840. In kL Zve. JXIF en 2»t 
W. ƒ 3 . : 



- J. B. IIILBBRTSMA9 IBTTSRKVHD'IOB NAOOOST. 39^ 

JtJttl de geleerde SchriJTér het ons Tergeyeii, dat wij dé 
twaalf regek ran den titel hebben OTergealagen , waarin bij 
eene menigte van zijne. waardigheden q>somt en de maat- 
schappijen, waarvan hij lid is? By had deze lijst, gelijk 
ook het woordeken enz. aanduidt, nog zeer wel kunnen 
Tergfooten, en bij voorbeeld op de belangrijke betrekking 
van Correspondent der Maatschappij van Weldadigheid nog 
teer goed die ran Leeraar bij de Doopsgezinde Gemeente te 
Dêventêr kannen laten rolgen, die toch wel niet minder 
belangrijk en eervol zal behoeven gerekend te worden. Mis- 
schien krijgen wij deze met de overgeschotene titels nog wel 
voor een volgend deeltje. 

De inhon^ van het boek zelf is eene hoogst belangrijke 
bijdrage tot de kennis Tan onze oude taal en van het ond 
Vr%e$ch. Na eene opdragt aan den Graaf castxoliohi te 
Milaan, en een onuitgegeven stukje van pk. hei stek huis, 
handelen de eerste 95 bladzijden over den FerguL Hét zijn 
toelichtingen van afzonderlijke plaatsen uit dit dichtstuk, 
vooral in betrekking tot de uitgave daarvan door den Hocg- 
leeraar visschbk te Utrecht. De Heer HAtstaTsiA geeft 
telkens zijne gemotiveerde verklaring der plaatsen, en voegt 
er dan met een enkel woord, die van Prof. visschbb bij. 
Het komt Ree. voor, dat het in de meeste gevallen niet twij- 
felachtig kan zijn, vriens uitlegging de verkieslijkste is. Die 
van HALBBBTSBA is doorgaans zoo gepast en zoo grondig 
bewezen , dat de lezer over de geheel afwijkende rerklarin- 
gen van den Utrechtêohen Hoogleeraar verbaasd staat. Op 
eene zeer enkele plaats is Ree. niet geheel overtuigd gewor- 
den. De verklaring b. r. Tan de r^els: 

Al hantkaêrigh êi op scoet, 

Dêde ane een hemde ende een soreoet, 

• geheel moedemaakt schoot zij op, deed een hemd aBn en 
»een onderrok," voldoet hem niet geheel. Santhaerigh 
verklaart H ALBE btsha: > moedemaakt, zooveel gekleed , als 
de handen door het hair zijn.'' Voor 't minst is dpze verr 
klaring niet ongezocht; zij wordt ook door halbebtsma niet 
met voorbeelden gestaafd. B(j de dooi^aande gewoonte, om 
naakt naar bed te gaan , zou hier ook het gebruik van het 
woord hanthaerigh vrij overtollig zijn, vooral bij het vol- 
gende, dat zij een hemd en overrok aantrok. Inden ziii 



39^ J. H. UALBESLTSVlAj f-fT^m^^flD¥i^:94i,OQQSXt 

ywgi 8toHi9.de Tei;klqi:ii|g van vibacvki* betM^^ 4ieibei 
woord é{0Qr driftig yertaalt. — BI. 77 verUaJ^t.de-Scl^ry^^ 
êpelf strijd, gevecht, verkort uit n^dspel. Zeer daidel^k 
intusschen wordt dé verklaring niet yan de. woorden : 

Uêi ghinc Ferguut uien spefe. 

Het ging Fergut uit liet gevedit. • Iemands. Jot is in^en 
» strijd zoo lang hij zich in den i^^r^d kan staande houden , 
• maar het loopt er hem buiten, als hij op het punt is van 
9 buiten gevecht gesteld te worde^." Men zou dan eei^de^ 
verwachten, dat Ay, dan dat het Mem uten. spele .ghinc ^ 
gelijk wij npg iemand buiie» spel laten., ^ Spel kan hier 
toch niet in de gewone beteekems voorkomen, zoodat de zin 
is: het ging hem niet vrolyk^ het ging h^ slecht? Ook 
op de beide andere plaatsen^ ,by halbiats^ f aangehaald^ 
zou dat niet kwalijk vo^en. Van het hert, dat na lang 
jagen in een' waterpoel stort» wordt gezegd: 

Het ghinc den hert al uten spelen, 

en in een variant op hxiis s^okb leest men: 

Vrankrike eerloos te eele ; 
*t Ghinc met hem uten spele. 

Het tweede gedeelte van dit boek loopt over «ij sa sa.! japix 
en bevat eene verklaring van een paar zijner, smukken. Het 
behoeft geene verzekering , dat de Schrijver hier niet min- 
der op zijn eigen grondgebied is, en dat men hier vele 
schrandere taalkundige opmerkingen vindt, die alle getui- 
gen, hoe diep lALBiiTSMA'^tot het eigenaardige der taal is 
doorgedrongen, maar ook, hoe rijk zijne kennis is in alles, 
veat tot de oudheid, tot de zeden en gewoonten des lands 
behoort. Voor uittreksels is natuurlijk het een eVi het an- 
der niet vatbaar. Ree. hoopt, dat spoedig het beloofde 
tweede deeltje zal verschijnen , en dat de uitgever door een 
geno^aam debiet tot meerdere dergelijke ondernemingen 
zal worden aangespoord. lederen beminnaar van onze taal 
en oudheden bevelen wij dezen Letterkundigen Naoogst van 
ganscher batte aan. 



J, T. BilSBR, MCWüHAJJJ.S JL]LUlfilQB^DESk 895 



IHehtmrlgké kleinigheden, tot €jfwèkk%Ag *vnn êmaak , godt* 
dientti^ get^f^ en vadertanditiéfde. Door jACOiTHfecriiooK 
BÜSBK, Phil, Theor. Mag, Lit. Hum, Dr., gepensioneerd 
Officier, en Griffier hij hei Kantongeregt te Zwolle. Te 
Zwolle, Uij W. E. J. Tjeenk Willink. 1839. In hl. Svo. 
143 W. ƒ 1-25. ^ 

Jtjet is yoor de poëtische waarde van eenen dichtbundel een 
kwaad teeken , wanneer de Ree. begint met te spreken over 
de goede bedoeling des Dichters. Dat duidt gewoonlijk aan , 
dat men eene pleister wil leggen op de wonde , aan de ei* 
genliefde' des reryaardigers toè te brengen. Ree. Verkeert 
ook nu weder in dit geval , en kan niet anders , dan erken- 
nen, dat de Heer bus ia met zeer goede bedoelingen' ge4icht 
beeft. Hij moet er ook bijvoegen , dat de DichXer zekere ge- 
makkelijkheid Tan versificatie heeft. Maar overigens dunkt 
Ree. , dat dit bundeltje, niet .veel poëtische wajirde heeft. 
Het is hem ook niet voorgekomen, dat de Dichter i>ijzonder 
geschikt is, om voor kinderen versjes te makeq. Daarvoor 
moet de uitdrukking anders zijn, ook de^gchecle tOQn.^n 
trant. Men zie b. v. eens hl. 44 : By gelegenheid van 's Ko- 
nings Verjaardag, coupletten als deze: 

's Is zinverbijs trend , wen zijn hand 
Bij 't buldren der metalen monden 
£n door het bloed van duizend wonden . , 

De vaan in 't puin van steden plant. 

's Is zielbedwelmend , als zijn. wil 
En wet verbreekt en wet kan geven; 
En op zijn wenken, dood en leven 

Zich draait, als op een kopren spil. 

Even min is het kinderlijk uitgedrukt , schoon het eenvoudig 
moet schijnen, bl. 34: 

O, wat ist dia Moeder goed! 
Hoe beminnelijk van zeden I. 
Hoo verstandig zijn haar reden, 

YoL.y^^ emst.eii. tekens. zoet 1 



\ 



396 J. T. BttSXR» l>ICHTBRUJKft KLSliri6il£D£Ni 

Betere coupletten sijn er b. ▼. in het Vogelneêtje en enkele 
anderen. Haar^ over het ^^eel is de toon hier niet getrof*. 
fen , «n schijnt de Maker met xichzelTen oneois te syn ge- 
weest, voor welke soort van lezers hij zyne stukjes bestem- 
de. Be aitvoering is eenroudig en netjes. 



Heidebloempjes. Door cathibira ▼astkii:. Te Roiier- 
dam, hij T. J. Wijnhoven Hendriksen. 1839. In kl. Bvo* 
Vin en 158 W. ƒ 1 - : 

Jtiec. is niet gaarne onbeleefd jegens eene Vrouw , en weet 
daarom niet, wat hij over dit bundeltje zeggen zal.* Hij er- 
kent den goeden geest , dien deze stukjes meestal ademen. 
Haar hij gelooft toch , dat men aan de maakster geene dienst 
heeft gedaan, door haar- tot de uitgave te raden. Hare rij- 
men zullen zeker, in den huiselijken of vriendenkring ge- 
lezen, met genoegen worden gehoord, waar de feilen en 
zwakke plaatsen om de goede bedoeling ligt verschooning 
vinden , of naauwelijks worden opgemerkt. Haar het is iets 
anders, met diezelfde stukjes voor het publiek te treden. 
Dat vordert meer, en heeft niet veel aan Heidebloempjes , 
gelijk deze. De uitgever zegt, dat ze het karakter van ne- 
derige eeifvoudigheid bezitten. Dat is in zekeren zin wel 
waar ; maar ze zijn tevens te gebrekkig , dan dat wij er. die 
eenvoudigheid in zouden zien , die het kenmerk is van het 
ware schoone. Vreemd is de plaatsing Van het vers : Aan 
m^nen ontroutcen Geliefde. Hen verschoone ons van het 
mededeelen van proeven , en de vervaardigstér neme onzen 
welmeenenden raad aan , om zich liever te bepalen tot den 
kring van hare vrienden en bekenden » en zich niet weder 
aan de openlijke uitgave harer r(jmpjes te wagen. — De 
uitvoering verdient geen hongeren lof; zij is minder dan 
eenvoudig. 

De Dagbladen. Rym-Epistel van Ne^rlandus aan Probut. 
Te Utrecht, bij N. van der Honde. 1841. In gr, 6vo. 
ri en 10 bl. ƒ : - 20. 

Mae Hl EB, in een zijner laatste stukken sprekende over 



DK PAOBl.AI>$ir« 397 

^eo iJB vloed I dien de dagbladen op onxe natie hebben, aoht 
dien ^ séer gering. Hij gewaagt Tan de kalmte en bedaard- 
, beid, waannede ook de heyigste óppoiitiebladen worden ge- 
lezen r wier lektnnr hem Toorkwam op publieke plaatsen 
weinig of geen bijsonderein indrok te maken. Ree. gelooft 
pok, dat zrj meer uit nieawigierigheid dan hartstogtelijke 
belangflteUing worden gelezen, en dat daardoor het kwaad, 
dat sij zonden kannen stichten, zoo wel alf bet goede, dat 
«j zonden kannen uitwerken, aanmerkelijk Yerminderd wordt^ 
Bij het beoordeelen Tan den toon dier bladen, althaas van de 
besten honner, moet men. de omstandigheden des tijds ook 
wel in aanmerking nemen. Nadat jaren lang het bestnor als 
yergood was, heeft men zich bitter en schwidelijk teleai^e* 
steld gevonden, en geea wonder, dat na de schaal naar de 
andere zijde overslaat, en bij de welverdiende gisping Tan 
tijd tot Igd onverdiende vergnizing wordt gevoed. Bij de 
meerderheid der natie heerscht en te. veel onverschilUgheid, 
en wordt ook te Teel gezond verstand en bedaardheid ge«^ 
vonden, dan dat bij ons de invloed der dagbladschrijvers 
ligtelijk «00 gevaarlijk zon worden, ab bij onze nabnren. 
Een woord ter waarschuwing iiitusscfaen is niet te onpas. 
Maar, de geweldige invective van imaLAifnüs zal wel wei- 
pig doel tre&n. Hij wil te veel, en zal daardoor niets uit- 
werken. De tijden schynen Toorbig, dat men «ich enkrt 
met de Haarlemmer-Goarant wil vei^qoegen, die zich alleen 
tot het geven Tan berigten bepaalt. De geest des tijds is 
veranderd, en dezen kan men wijzigen en leiden, maar niet 
met geweld dwingen. Als dichtstuk heeft de Riymêpistel b^ 
veel goeds ook veel gebrekkigs* Aan yersificatie vooral ontf 
lireekt de gemakkel^kbeid en losheid, die voor de satire 
vooral wordt gevorderd^ en, schoon wij het goede doel der 
Schrijvers gaarne erkennen, wij gelooven niet, dat het oog- 
merk zal worden bereikt. Het zal met deze epistdi gaan 
gelijk met de dagbladen, waart^en zij uitvaart — zij zal 
gelezen, weggelegd en vergeten worden. 



De Mensck en de MUdaad. Belangr^ke Oorkonden uU de 
GeBchiedèniê der Lyfêtrtffel^he Regtepiéfging , hyeen- 
versameid uii de Werken van viuiezach, bisckopf 
en anderen f door sTiintiaeiH vav «ook. Te Leeu^ 



398 DE MBNfiOH^tiR 6É MtSDAAD. 

ióarden, bij &. T. -If. 9aHn«far. 1840. IH gr, gro. iU 
bhf%-m, 

CA>rk<>ftd6ii Hit <fe geschiedenis ran het lijfstraffelijk regt, op 
eeoé ondei'faDadötide Ivffze rerhaakl, of soms wel door roma- 
né^Ud ^kieétt^ 'gesierd:/ hebben in otizeii tijd al dikwijls 
bij Ms' lésènd publiek gfooten bijval gfeTondénJ AI wat van 
dien .aard' in - oézo taal oteiyeze t is , en ook hetgeen bekwame 
oló»sptofaUlijk« SchrlJTêrs geleverd* hebbend, Werd steeds met 
gfotigheld i gelezen j Bet kaft dltd niemand bevreemden , dat 
de fiénr- arrsn^takitir viir ooóay* die stidëds zèo onvermoeid 
besig'iév bm 4o0r' vertaiingoi den leeslost onzer landgenoo- 
ten voedsel tê Tersohaffed, op den intal kwam, om ook in 
dit ^éWra' rijn ulkhï in het werk te 'stellen. 

Yoov- den leser, dié boven alles op vermdcelijke Idttunr 
géstèlÜ is, missen; wel h/wnar; de indeténbèndél d|%eno* 
mene verhalen dat wegdepende , hetwelk romaütisohe opsie«^ 
ringen te weeg 'braigen ; mciar > naar on» oordeel » wordt dil 
gemis Hjkeiyk vergoed door dei»elvw historische \7aarheid, 
«Ke niét te betwijfelen schijnt. Viin dé ze$ verhiilen , welke 
den inhoud van het werk- uitmaken, zou 'het tweede, Bé 
onbekende Moordenaar, ionder groote schade kunnen w^* 
gelatetiïijni' dewijl noch ile aanleiding tot de gruweldaad, 
noch- de' dader telf bekend zijn geworden. Dé overige stuk* 
ken 'ftijn geschikt tof het doen van menséhkündige qimer- 
kingén' , tot het leei^n kennen V|in de drijfveren der bande* 
lingenj cij stellen deif lezer in staat, om den gang der mis* 
daad; vian haar eei*ste ontkiemen, tot op het oogenblik, 
waarin' kij'gèpleejgd werd, als 't ware van stap tot 'stap te 
vóigeii ;* ééf zelvél^ lezing kan juiste zelfkennis en eene regt-> 
vakr^gb en billjr|ke beboi^eeling van anderen bevorderen, 
eh'aUö^ gt^tcJIijk!fmèdèi)i!éiiLen tot^ beoefening der ials Hotto 
dp d^' 'titel geplaatSste lés van pavlus: Die meent te etaan^ 
kieÜè, dat hij 'mei toiUe ! 



Catharina Herman en de Watergeut. Tioee Verhalen door 
j. rokYg, jzk. ji. Te Afnsièrdam, i^' C. L. Schleijer. 
' 1840. In gr. öcö. 2*8 */. ƒ 2 - 50. 

iJeA Verhalen verplaatsen den ^IMerlsmdiKïheYi lezer ii^dat 



J. HONIG9 JB<9 CJLTRAaiNA HERMAN. 399 

üjinSciikT gesdiiédems ran «ijn YêdmrlmAy welks herin- 
nering Jiein ateeds dierbaar bdioort te UiJTen, én welks 
beoefeniiig tevens ten spoorsfaig k«n rentvekken tot aan- 
kweeking Tan die Tooroaderlijke deugden , van ivelke het 
zoo vele navolgenswaardige voorbeelden oplevert. Moge ook 
al de gestrenge kunstregter in deze Verhalen eenige nieer- 
4erai wai^fsciigiil^kheid.weiisehens dte hij daarin aantreft ; 
der getroawe sohildering van ^ seden, gewopnt(e^| gods- 
dienstige en staatkundige \gevoelens van onze voorvaderen , 
gedurende den worstelstrijd tegen de vreemde overheerschingy 
de aanpngzfiig van getrouwheid aan de* Godsdienst en het 
vaderland, van eerlijkheid en kujsche huwel^ksliefde» doeh 
des Schrijvers arbeid rde; aanbeveling! veeenen aan ons lo- 
zend publiek. D^or? breedvoeriger .Vierslag« e^ .dpor '^ene 
opgave van dep hoofdiakelijken inhoujd 4ezer beide Verba- 
len> zonden wij, bij^derzelver eenvoildigen gang, den lezer 
voor een gedeelte van het genoegen der lezing bèrooven, 
en besluiten dus^ 4iBie aankondigingi.metden wensoh, dat 
zi) door onze land^n^olen gunstig mogen ontvangen, worden, 
waartoe wij niet twijfelen, of l^t onderhoudende van den 
stijl en verhaailrant zal grootelijks medewericen. 



MenscheKjke Sartstogien , geschetst in historische en roman- 
tische Verhalen door w. h^ ba vink. Te Amsterdam, bij 
J. F. Schlcijer 1841. In gr. Sva. 32Ó W. ƒ 2-90. 

IJoe gaarne wij ook oorspronkelijke Schr^veès aanmoedi- 
gen, behoort echter hun arbeid tot een bewijs te verstrek- 
ken, dat onxe landaard in lettefkundfijjfe voortbï^eng^len 
kan wedijveren met hetgeen van vreaoid^ bodéiii HerwaiaKé- 
wordt overgebraigt. Indien dit het geval lïiet is',^ k<ta onié^ 
aimbeveling; alleen ut eetie kleingeestige vooriogcnomdiheStf 
roet het inlandsche voortspruiten. Wij wflïen nidt onlkeki^ 
nea, dat onder dq zoogenaamde )ektuur'vi»tt' smant^ die in' 
onze taal overgeeei wordt ^ veel is, hetwelk geêné mëërdéi^ 
waarde heeft, dan dit oorspronkelijke werk. Nogtan^,' 
juist omdat de dagelijksche behoefte en leesbonger van dat 
publiek, hetwelk alles zonder otidérscheid kan verduweh, 
zoo gemakkel^k en goedkoop, dank zij den liver der Ver-^ 
talers,. kan bevr^gd en verzadigd worden, durven wij nie- 



400 W. H. BATINK, MCHSCHELJJKS HARTSTOGTCV. 

nand aanmoedigen, om zijnen tijd en vlijt, die daartoe in- 
ons bedrijvig vaderland te kostbaar u)n, te verbeutden met 
bet vervaardigen van «ilk middelmatig werk ak dese Ver- 
halen zijn. 



FrowMmsfiegêL Twê9 Verhalen ^ naar het Soogimiüeh, 
door H. VAK Dii spioHo. Te '$ Gravenhage, by A. Kloots. 
1840. /» gr. Bvo. 264 W. ƒ 2-80. 

Deze twee Verhalen, waarvan de Schrijver of Schrijvers 
niet worden genoemd, zijn daarom door den overzetter on- 
der dezen gemeenschappelijken titel in het licht gezonden, 
omdat zij voor het sehoone geslacht vooral leerzaam zijn tot 
waarschnwing tegen de verleiding , die zich aan haar onder 
den schijn van ware liefde opdringt. Ze zijn geen van beide 
uitstekend, maar ook geen van beide verwerpelijk, en mo- "" 
gen, ifevens zoo vele anderen, het homie doen tot bevredi- 
ging van den honger des romanlezenden publieks. Het twee- 
de Verhaal ontleent nog al eenige levendigheid van de tijden 
van het Fransche schrikbewind, waaraan het zich vast- 
knoopt. De drok is, de vrij hooge prijs in aanmerking ge- 
nomen, niet meer dan redelijk. 



fFat doen niet liefde en geld f Bltjipel in v^ Bedryven 
door 1. L. Dt Hooa. Te Amêterdam, h^ M. Westerman 
en Zoon. 1840. In U. Qvo. 90 R ƒ : - 50. 

JLiaffiBr en ^uteloozer kost werd Ree. in lange niet opge- 
discht. Intrigue, versificatie, zamenspraak, 't is alles even 
ellendig. Geen greinde geest is hier te vinden, en Ree. 
tQVL ieder oogenblik verloren achten, dat hij langer ztdi- 
met dit prulwerk bezig hield. Het vod is toch niet op 
den Stadsschonwburg aangenomen en gespeeld? (*) Dat 
ion een paskwil geweest zijn op den goeden smaak des 
publieks. 

, (*) ^ Helaas ja I — Red. 



Boekbeê. N^ VIII. bl. 337, reg. 3. v. o. lees ƒ 6-96. 



BOEKBESCHOUWING, 



Jezus in vjne verhevenheid , beminnelijkheid en kooge 
waarde voor menschen, voorgesteld door &« hoeks 7 ra. 
Ilde Deel Te Medembliky hij L. C. Vermande. In 
gr.Svo. 191 blfV-SO. 

In dit Tijdschrift voor 1839, N^. XIV, bl. 693--696, 
zijn de eerste twaalf Leerredenen , die de Heer hoekstra 
onder den titel van FoorsteUingen uitgcgcYcn heeft, in 
hare goede hoedanigheden en gebreken , naar Roe.* inzien^ 
gekenmerkt; en dit tweede twaalftal blijft daaraan zoo ge- 
lijk , dat het niet noodig zijn zal , thans hierover breed uit 
te weiden, maar w^ den lezer tot gemelde beschouwi|ig 
kunnen verwijzen. Hoekstra gaat hier voort,' zijn eer^ 
biedwaardig voorwerp, den Zaligmaker der wereld,, jtn 
deszelfs hooge voortreffelijkheid voor te stellen> ..en ont- 
leent nu de bewqzen hiervoor, in de negen eerste Rede- 
nen, nif de geschiedenis van deszelfs * lijden , i^ detw^p 
voorlaatste uit die der opstanding, en in de laatste ujt des- 
leUs hcmelsche heerlijkheid. De keus der.'daaruit jgeno- 
mene stoffen is doorgaans gepast^ en die der oogpunten 
over 't geheel doelmatig. ; , . . 

De behandeling 'der onderwerpen is hier geheel ;|i 4f- 
zelfde . manier als te voren. Onder de beste, stukj^cn re- 
kent Ree. de 13de, 18de en 23ste Voorstelling, r^ In 
de 13de wordt, volgens joan. XVIII: 11^ ,' de bereidwU- 
Ugheid van jeZüs tot zijn lijden naar dit eenvoudig jgoede 
.plan beschouwd, als de gesteldheid eens gemoeds, dat 1. 
ook het tegenwoordig wedervaren als wcrtvan God, den 
. Yad^ , beschouwt , % geheel instemt met Gods bcdodin- 
gen, J3. over het*menscbelijk gevoel zegeviert; en na deze 
drie punten volgt eene gepaste en stichtelijke toepassing, «p- 
In de 18de Voorstelling wordt de zi'elskracht van jezjj%, 
hif zijne wegleiding naar Golgotha, naar luc. XXIU: 

BOSKBESCH. 1841. NO. 10. Cc . 



402 S. HOEKSTRA 

26<»31 9 goed aangewezen volgens deze drie 'punten: I. 
Hij bezit iiet Ta-moges ^^ om op hetgene bvilen- hen 0if gfift 
(e ietlen èn.zich daarmede te Ihoeijeii. (Is dit laatste niet 
wat plat gezegd ?) 2. Hij bezit het yermogen , om zijn 
eigen lot onbetreurbaar te noemen. (Is onbetreurbaar hier 
vhA iict regte Wqord 7 2ijn zcggea : » fp^eent niet over 
yimijy rnaar^ enz. , is immers ih dien zamenh'ang belrek- 
lëlijk ïiéitt'èh: » Weent niet zoo zeer, niet alleen óver 
» mij f maar ook en vooral'* ent. en zijn 'lot was ïmm(t*è in 
zichzelf betreurenswaardig ^ en de deelneming dier vrot- 
^eA' re^tittatig". Zou iineil niét béter zéggen : om \ujn eigen 
tifikh' tüA 'het zwcuxrste ie rekenen ?) 3. Hij befeit het 
^i^rmtogen, om !nog te 'treuren over' hfet leed van ande- 
Tèn. i-i- De locpaBsiiig , hoe kolrt oók , is over het geheel 
l^èl y èilii aanwijzende den invloed des ChHstelijken gelools 
tot ïülk eene zièUkrachty als die van Jfezt78: h^t lantstb 
^^éideéllè alleen , een vermaanwoord , om de zondte te hai- 
iWi , 'Verbreekt hiclr te veel dé eenheid. Bij zulk efeii aan- 
Voenl^*k onderwerp zouden , in de voorafgaande verklaring 
^Sh den lekst , dé dorre aanmerkingen oVer de plaats dct 
'kruisiging, over bimo» van Cyrene enz. (W. 85^87) be- 
ter weggelaten ^^wcest zijn. — De spreekwijze, ffïttl 
f^'grólshe 'en hel dorrt houf* kan- niet zoo keer opgehéldetrcl 
Wördeh üit den Istcn Pisalm, zoo ah noEKSTüA bl/88 , 
^^ a^egty déar dbzb tegenstelling aldaar niet voorkomt, 
maar uit ezech. XX: 47 , waar gesproken wordt van x^enc 
¥érivt>esting ond'er het zinnebeeld van 'eene vlam , die allen 
■j^foteién en allen dofrett booift Verteert, d. i. fi*;utirlijk, 
. tinschuldigen en schuldigen zamcn wegraakt ; en dit schijnt 
ifa de #\)orden Van je'zus ook de bcteektnis te 2ijYi. -« 
*'bè 23siè Voorstelling toont de groote gehechtheid rrf» 
'^£Zi^8, ook hij zifn herteren, aan zijh'e vriëndeh, vol- 
^ebsMAkc. XVl: 9, 10, Vctgclcken met de hiér Opziöltè- 
1^ opgehelderde plaats, j o AK. XX: 1-^18, waïiniil »^de- 
j^fec Vier gewigtigc opmerkingen** afgeleid jvordch, 'die Vrij 
^él'tiaimrenhangen èn goed uit het omdefTVei-p voortvloeijen : 
'mJ^Iüs tdotat abh iijhe vrienden, dat hij lecfi. '2. Hij 
'toont, dat hij eveneens omtrent hen is gezind als tevoren. 



JEZV.S IK ZJJK£ V£RBETENBEip ENZ. jlOS 

3* üij g^.eft de Iri^leiukle Wcndiftg aan hmme l>}ijdsich«jp. 
4- Hij geeft stcUigo ho^p o{> 4)iuarzai|ie here^n^g/' 

Minder gepast J(omt liet iJbema d^r 14de VporsleUiiig 
J^ec* joor, uit den (daar niet opgebelderdcn) tekst, mattb. 
XXVI: 6^9 j^eleid tf zijn; vf^j^ 4c poUtundigheid tAn 
jRZjJSf in ziek aan het dooddijde» ie onderwerpeji^ wordt 
•eigenlijk. d«or èkt W:Oorden Aioi uitgedrukt, ;maar door.zijn 
,gebeele g^rag Eij- die gelegenheid: en wann^f kobk- 
STjRA dit, bl. 22 1 »de ectnige bela^i^ijke woorden" noemt, 
»die door jj^zvs .zijn gesproken^" dan is dit niet ^uist; 
want wat jezvs, Yolgens jo^nhes, tot gajaphas gé- 
segd heeft ^ was immers qok .belangrij. -^ »iiet moet,*'^ 
Jezcn wij hl. 24, »zeHs ,dcn minsten ^dbu^n niet h^bbefi;, 
» dat .zij onwetende den Christus hebben .omgebragt;" 9iay 
p^TBUs zegt het evenwel uitdrjukkelijk , HfLnd, IJËk 17^ 
ja JEZUS zelf: lu.c. XXIII: 34. -^ Dit laatst genoieinde 
hrengt ons vtan zelf tot de 19de Voorstelling, waar (wij in 
het 3de punt , bl. 101 , deze woorden genoemd iviaden 
» een gebed • waartoe het gevoel hem drong," ^ot zoo verre 
zeer goed; »inaar," vinden wij er met bevreemding -bqgb- 
.voegd , » waarvan hij .geene verhooring verwachten mogjt :" 
wat bcteekcnde het dan,? is het dan mogeUjk, zulk eehc 
Jaede van jEXUJi ie verwaphten» die dan zonder jsun, oji- 
gerijmdy ja ongeoorloofd zou geweest Zijn? en is zij nibt 
w^erkelqk verhoord in zoo vek Joden , 4ie eerst tegen Hem* 
aaqgekant waren geweest, maar Hem naderhand aanna- 
men? — ' In de 16de Yoorstelling neemt hoekstra uit 
den schoenen tekst, joan. XVJII: 36» 37, dit belang- 
rijke thema: Jszüs in en door zijn lijden de Koning van 
het ryk der waarheid ^ en ontwikkelt dit in deze drie bij- 
zonderheden: »Doc^ zijn Jijden gaf hij aan de ^doorhem 
Kerkpndi^de waarheid .de volle bekrachtiging» — opjoieuw 
dflir waarheid getuigenis, — toonde bij, hoe rustig ei^ vol- 
komen hijzelf stond in de door hem verkondigde waar- 
heid." Het l«tc zou Ree. liever noemen het volle bewjfs 
zffncr overtuiging van de door Hem verkondigde waar- 
beid^ want zijn lijden bewijst eigenlijk de waarheid zel#c 
niet; paar dan loopt het ineen met het 3dc punt; dpoli 

Cc 2 



40i 8. HOEKSTRAi JEZVS IN ZIJNE TERHE^BNBflD ENZ. 

dit 18, ZOO ab hoekstra, hei ontwikkelt, dat je zus 
oyereeniBtemde met Gods liefde , en dus eigenlijk iets an- 
ders. De toepassing dezer Leerrede is zeer kort, enschiji^Jt ^ 

' wel iels te zijn, daar zij op iezus wijst in zijne verheven- 
sie, beminnelijkste 9 navolgenswaurdigste en gewigtigste 
gestalte, maar (om nu niet te zeggen, dat het vierde roeg- 
zamer en logischer met het eerste had kunnen vtreehigd 
worden) er wordt zeer weinig van gezegd , en men zou bq 
zulk een belangrijk onderwerp een belangrijker practisch 
woord verwacht hebben. — Nog eene enkele vraag. In 
de 22stc Voorstelling, over je zus herleven, volgens 
lAATTH. XXVIII: 1—7, wordt die gebeurtenis beschouwd, 
als verschrikkelijk voor zijne vijanden , -^ als bemoedigend 
Toor zijne vrienden , — als eene sterke aansporing , om zich 
aan Hem te verbinden , — als eene krachtige drangreden , 

- om Hem te gehoorzamen. Dat de twee eerste punten uit 
den tekst kunnen afgeleid worden , is duidelijk^ genoeg ; 
maar hoe de twee laatste? en wat is het thema der geheele 
Leerrede? zou er niet een gemeenschappelijke band te vin- 
den zqn , die de beide eerste vereenigde , en waaruit dan 
het practische eenigzins anders werd afgeleid , b. v. * de 
Goddelijke handhaving der eer van jezus, verschrikke- 
l^k enz.; of: jezus, de herlevende, de overwinnaar van 
de magt zijner vijanden en van de droefheid zijner vricn- ' 
den? — Doch wij willen onze aanmerkingen niet verder 
vermenigvuldigen , en liever over het goede doel , en ov^ 
het daarmede overeenkomstige, dat hier , gevonden worc^, 
het beste nut wenschen. 



Het Nederlandêche Zendelinggenootschap in 1841. Uit- 
gegeven van wege het Bestuur des Genootschaps. Te 
Rotterdam, b^ M. Wijt en Zonen. 1841. Tri gr. Svo. 
il W. ƒ :.40. 

JLlai de Zendelinggenootschappen, met zoo vele andere 
Vereenigingen ten algemeencn nutte , sedert het laatst der 
Torige eeuw voor den dag getreden , tot de merkwaardige 



BXT ir£DEALANl>6<:a£> ZENDELIHGGBNOOTSCHAF. 405 

cn zeker niet tot de knin gunstige ▼erichijnselen van onzen 
tijd behoor en , zal wel door geen* onpartijdige worden in 
twijfel getrokken. Dat er de geest ?an algcmeene Chris- 
telijke menschenliefde in spreekt en door be?orderd wordt, 
zien wij niet alleen in het ijveren voor de bekeering van 
bcidensche volken , maar ook niet minder in de verbroe- 
dering van Christenen nit verschillende Kerkgenootschap- 
pen, die hier tot hetzelfde doel zamenstemmen , en alzoo 
elkander als leden 'van hetzelfde Rijk van God leeren ach- 
ten en liefhebben. Dit laatste zal door -eiken waren 
Christen te meer worden op prijs gebeld, naar mate de 
woelingen, die verdeeldheid en scheuring verwekken , in 
onze dagen menigvuldiger en stouter zijn , in laakbaren 
strijd met. het uitgedrukte doel van den Vader van allen , 
om alles tot één te vergaderen in Christus. 

Het is echter ook niet te loochenen , dat , hoe goed en 
schoon ook het doel mogt . wezen , dat men zich voor* 
stelde, de middelen, tot bereiking Van hetzelve gebe^ 
zigd , de ^vijze van werlaen bij de onderscheidene Zende- 
linggenootschappen , aan vele ook van de verlichtste en 
hartelijkste Christenen bedenking baarden en hen van 
deelneming aan het Zendelingswerk terughielden. Ree. 
gelooft, dat men, ja, van deze zijde wel eens te veel uit 
het oog verloren heeft, hoe alle menschel^k werk gebrek- 
kig is en allengs beter worden moet; maar dat men ook 
van de zijde ,der Zendelinggenootschappen en hunner ar- 
beiders vaak te weinig acht geslagen heeft op de gemaakte 
aanmerkingen , in plaats va|i er ne^lerig winst mede te 
doen voor het Koi^ingrijk der^ Hemelen» Doch het is hier 
de plaats niet, om over het een «n ander uit te weiden. . 

Het aangestipte zal ook op het Nederlandsche Zeade- 
Jini^enootschap wel toepassèl^k zijn. Zulks blijkt mede 
nit het bovengenoemde geschrift, van wege het Bestuur 
zelf uitgegeven , dat vooral ook door den waarheidlieven- 
den toon, die er overal in doorkomt, zichzelven aanbe- 
veelt , en van hetwelk , in een kort Yoorberigt , door den 
tijdelij ken Voorzitter en den Secretaris des Genootsphaps 
onderteckend , huit . medebroeder p. h. h v g s k h o Lt z , 



406 HIT NEDERLAlfOSCHE ZENDELnvé«ENOOTSGHlP. 

Tlu»t Doet. en Predikant te Rofterdam, altf schrijver 
wordt bekend gemaakt. 

Wïj vinden hier wfel geene geschiedenis ^ maar toch zoo 
yole bijzottderfaeden vam den aard , de strekking , deii gang 
en den sUmd des Genootsohaps > m beknopt verslag fc za^ 
men , dat w^ voor het doel brll^kerwijtfe niet ïheer wen^ 
schen mogen. Het doel is ^ meerdere deelneming aan het 
Geitootichap te reinrerren , door meerèlere bdcendbeid inet 
hetsebe te bevordere». - Hiertoe worden beknopteKfk de 
volgende punten ontwikkeld: fFat het Genoeftsckap vr^e* 
ffer deed, U. 5-^11. (Dit dient tot gepaste inleiding op 
het. volgende 9 en geeft een kort orerzigt over de werk-* 
naamheden des Gen«otscbaps , van deszelf^ oprigting in 
17SI7 af , tot op heden*) . ff^aar het Genootschap nutferk^ 
zaam is, bl. 12*^25; hoe het werkt', m welken geest, 
dêór wdke middelen, h\. 25—30; wat het nog meer 
f99nscht te doen, bl. 30-^34; wut aan liet Genootschap 
voor de toekomst hope geeft, bl. 3^39; wat het daarb^ 
' -mn- onze Ckristèlifke landgeneoten begeert , bl. 40—47. 
..Wij zonden (e nk^oerig word^» jranneet wij oók de 
biJEonderbeden-, welMe onder deze rubrieken voorkomen , 
witdcn. opsommen^ ^ant zij zijn vele. Eii men moet ze 
Bjmienvattca y om geest en werkzaambeid VM bet Gcnoot* 
siitBp te kennen en te beoordeelen.- Wel had de Schrij-- 
ver nog wat meer mogen doen uitkomen , dat het Neder-^ 
laftdscbe ZendelinggenootB<^ap , hoewel op zichzielf gering 
ta vet gelijking met andere Genootschappen» nogfans» als 
1ik)ê van den nog sleiedft welig groeijenden' vruchtdragend 
deft boom, geenszins te versmaden is. Want> ak men 
van de tonihcn schats hoort, door Engeland en Noord-^ 
jtmierika aan deze zaak befeteed, dan zoude bét kunnen 
sokfjnén, BÏ^t Nederland in dezen niets (e beduiden had. 

REei btïzondcT welgevallen le2^n wij hier van 4e ijverige 
zorg onzer Zendelingen voor de scholen, bij welke in 
1SI39 meer dan 7000 kinderen waren ingeschreven, en 
vati hunne pogingen ', om inldndsohe onderwijzers te Tor«<- 
men; van de kweeksdhool, hiervoor opzettelijk tot stand 
gebragt «p Amboina, waaraan het Gmootsöbap jaarFijks 



HET N«BJ(«I.A]IP6CHfi UHDISLlH^ei^OQTSGHAP. Wf 

meer dan ƒ 4000 te koste legt ; Tan het aanleeren der Ma* 
lei^l^. taa] in de Zendelingsscholen, e^i {ij^t belang- daar«^ 
TAQ ; Ym de drul(p<;r6cp» die op belangrijke pinten atua de 
Zendelingen \Tpr4.en rcrschafl > en de Mid^ische drukkerij , 
door de l^eercn ^. wijt en zoneh ie Rotterdam ing^rigt» 
ter bezorging vaii geschikte schoolboeken enz.; van het, 
J^endelingshuis vooral , 'te Rotterdam ge?estigd, onii on-* 
dtr de leiding tan eenen geschikten Director , eene dege- 
l^o bntwikkehng en waardige oproeding ran de Jeweéke- 
Imgén lot de Zendelingschap , zoo Teel mogel^k, t««be- 
TOird^reii, Dit cijn bijzondef heden , die , behalr/e too yeel 
meer als hier te lezen staat , den Terstandigen rier^oaven 
moeten inboezemen, en Telen moeten wekken tot Terfuf.? 
U»g Ttn d^B wensch dea G^noolsph^ps, dat 0r ma^ ftlgo^ 
mfitïkp deefaiem^ng gevonden worde bij de IVotestiinteQ. im 
het Taderlftad, Leeraars niet alleen , maar ook led^n der 
paider^eheidiene gcnieenlen , met name ook tui aanz^enJ^ 
ken». 0Qk Tan StaaUmaiineii , 4ie door invloed en voott 
beeld 000 Teel v^mogen., gelijk men dit }n undere land« 
door Uislerfijke 9Mien beTestigd ziet* 

Doch, hier genoeg, ,Wij dorren dit belangrqke^ eenr 
TDudige stukje gernstelijk der lesing en behartigi»^ nanbet 
velen » ep twijfelen niet, of het zal bij jeUm, een^ gjamtigf* 
imdrvk makent De uitToerifig is .net, de pri|S . gfriiig. 
T^al en cócreclie tifn.dofiwgfam ^uiTet*; alleei) atoilt/» )i(qt 
on^, op bl. 24, onder de uitgaTen de» GenoaUchaps, bij 
de: A;$siii:aQlie- fin , Expeditie >ook yu ^o^A^rkosten te 
Bêiapia tp Ie«en* Eisrsi vrpegen wij , wielke wachten hM 
.Ge»o*lschap 4och wel m^g^t te bekoatigen hebben 1 VUm 
wij: hdbben denkelijk hlervoori tracA^-kosten in de plaala 
,i£ ateUen» ^dere feilen van eenig belang z^a Ree. aiet 
ffAOrgèko^üHi , dan alleen in de paigineffing^ düe hei boekje 
op 47 Uadz. 'steU, terwijl hei njn mocat 43 ; of het Yoor^ 
.nrerk moest niei a&oi^derlijk mei IV zijn . geieekend. 

Hei böekskien aij epn: zaad, dat T^le goede vfuchten 
.draagt op den akker des Heeren! 



408 /. H. Dfi BRUlNBy 'lEBRRSDB* 

Godsdienstige nering van den 6 December 1840; oftmr 
stige opwekking aan Nederlands inwoners ^ tot het op- 
zenden van het dringend, veelomvattend en zegenryk 
gebed voor de regering van willzmH, op hoogstdes- 
zelfs eersten verjaardag, na de plegtig^ inhuldiging 
als Koning der Nederlanden, op den 28 November 
1840 9 in e^ne Leerrede over Psaim LXXII: \f 2, 

■ door J. tl. DB BAvmB, Hervormd PrediJuoit ie Balk. 
Te Sneek, »i> F. Holtkomp. 1841. In gr. 8vo. 46 M. 
/:-60. 

U it dece langdradige preek , waarran de langdradigheid 
van den titel slechts een klein proeTje is, waait ons znlk 
een liefelijke geur tegen yan hetgeen men , onnoozel ge- 
neeg , voor Gereformeerde regtiinnigheid houdt of mtgeeft ; 
er ligt zulk oen oudérwetsche glans op ran Goddel^k regt 
der Koningen; het oogn^ust zoo bewonderend op veelheid 
van woorden, zonder kracht van zin; de theocratisch» 
•Israëlitische taal der Profeten klinkt zoo liefelijk , dat Neér- 
lands Sion zonder Wijfel de luisterende aandacht zal schen- 
ken aan de scfaoone en dringende vermaningen , die hier 
onder ecnen rijken en vbrkwikkenden stortvloed van vele 
Sijbelsche, Godgeleerde en zielroerende woorden tot het 
volk des Heeren worden gerigt. 

Wij, neologische, nieuwerwetsche , ons blootel^k met 
-woorden van menschelijke wijsheid ophoudende, matf door 
Gods geest niet onderwezene Letteroefenaars , zoo als men 
•óna in gindsche school noemt , w^ moeten ons vergenoe- 
*gèn.met de aanprijzing, om voor den Koning te bidden, 
ons aan zijn bestuur gehoorzaam te gedragen, en door 
-eenen Christelijken wandel den vaderlande tot sieraden te 
zijn. Diè een en ander maakt de grondtoon uit; waarom 
het. ona zeer spijt, dat de Heer db brvikb deze z^ne 
opwekkingen met zulk eene dunne soep heeft overgoten. 
Men diende het best op een vergiettcst voor. 



H. J. IBBRING» DE LIJKBUS. 409 

■ ^ ' - . ..1 ■ ■- ■ ; . ■ , . ^ ^ M 

De Lykbus of de Graven , bevattende eenige beschouié^m^ 
gen over het leven, de wereld, enz.; door h. j. ab- 
BRiKo» gepensioneerd ï* Kapitein Ingenieur , Ridder 
der Orde van den Ned. Leeuw. Te Utrecht, bij J, G. 
Andriessen. 1841. In gr. 8vo: 40 bl. ƒ:7 45. 

VV ij Tcrecren de ernstige èn godsdictstige gevoelens van 
den Heer abbring, en wenschen hartelijk , dat men 
overal , bij gepensioneerde en niet gejpensioneerdc Officie* 
ren niet alleen, maar ook in andere standen , hct2q al, 
hetzij niet behoorende tot de Ridders der Orde van den 
Kejderlandscfaen Leenw » de gedaoiiten des doods aanwende 
tot Christelijke vertroosting en besturing. En wq gelooven 
vastelijk , dat de man het regt goed meent met zijn schrijd- 
yen over den dood , » dick geweldigen jager , dien onver-^ 
zadelijken schutter , dien grooten verwoester van het heel- 
al , dien grooten eigenaar van alles ;'^ maar U is met dat 
•al wat wonderlijk: »Het is zijn werk, Koningrijken te 
Yemiclen-cn de sterren uit te blusschen ;*' »noch salomo's 
'koperen zee, noch de tranenflesschen der Ouden zouden 
het vocht kunnen bevatten , hetwelk deze werelddwinger 
reeds heeft doen storten. Wanneer hij in een land woedt , 
dan vergeet de landman , dat zijne polders onder water en 
zijne runderen bedwelmd op den dijk staan; da(i sluit de 
burger zijn' winkel en rekent alle winst schade ; de koop^ 
man vergeet zijne wisselbrieven te teekenen , en de veder 
trilt 'zoo sterk ia de hand van den schr^ver, alsof ze nog 
hare zitplaats had in de vleugelen eener duif ,^' (wat ? dui- 
venpennen ?) » die eenen verscheurenden havik boven zich 
in de lucht ziet zwcVen.'* » Hij kiest doorgaans zulke ge- 
'daanten, welke zijn eigen dor geraamte het minst gelij*- 
ken ; hierom is eene gemeste zwaarlijvigheid zijne gewone 
dragt (?)." Tot deze en dergelijke beschouwingen ver- 
kreeg de Schrijver aanleiding op de nieuwaangclegde be- 
graafplaats bij Utrecht , waar hij , nevens de wapens van 
adellijke geslachten, de namen zag van eenige anderen, 
)» waarvan sommige als schrandere geleerden en pleitbe-- 



410 n. /. ABBRIKCy 1}U LIJKBUS. 

zorgers; andere weder ah bedrijvige Notarissen o/ yV^ 
rigc zaakvefzorgers . . . uitmunten,"^ OnwUlcyLeorig kwmi| 
ons hier en daar (b. ▼• bij bet boTcnsUands cur^yf.^e- 
drnkte) NAPOLEOir^a bekend ^zegde roor den g^^i^t: du 
suhlime au ridicule il n^ a q^u\n fits- 
De schrijyen&lust schijnt den Heer ab&bing in merg en 
bloed te zitten. Behoort hij welligt ook tot de genen ^^ yao ' 
welke hij schrijft: i> Alles jaagt hier naar eer^ i^a^r rori^; 
een ieder wil, dat men na zijn' dood nog Tan hepi spreke; 
vandaar" (eene seer gewaagde ist^Iling) » heeft ifder Tolk 
zijne groots mannen. '^ 

Indien de Schrijyer Latijn yeritaat» yertoA^ hij tw 
Prof. ri9K.jL, aan wi^n dit boekje is opgedragen i dien» > 
Oratio eens Ut lezing, w^arip die gejeerde over 4^^!^.^ 
vloed der Christelijl^e Godsdienst op de Tcftroostiiig bij 
treffende sterfgevallen het een en ander gelegd beeft, door* 
dachter en den » Christenwijsgeer" wa^urdiger, dan hel 
lofts^, dat, na onzen dood, in onze woning, »de zvvakkc 
natuur van eenigc weinige yrienden^^eentra^n zal storten^ 
terwijl reden en godsfrucht, beter onderweggen , den ver^ 
storvene geluk wenschen , en z^n grrf ab eene heerl^'ke 
wissel^ en rustplaats beschouwen*^'^ Wraakt dan vrede en 
godsvrucht" de droefheid over den dood van dierbare be- 
trekkingen? {*) . 

Wanneer dep g#pensiopcerdpn Eapitfip-Ingenieur en 
JLeettwepriddcr nogmaals de lust bekruipcpmogt, pm iets 
tot stichting ?an het publipk to hUn drukken, Ute hij 
vooraf de pon van eenen waren vriend, zij het dan nog 
zoo onbarmhartig, in zijn* handschrift schrappen; — wij 
j[04^#n dan , als die vriend tevens knnde en smaak he^ly 
minder gevaar v^n eenvoudige en duizendmaal geogde e|i 
gedrukte zaken in booggcstcvelde woorden ep klipkepden 
hliktriy als hinr, ter lezing te bekomep. 

. (*) Het kruis op Gethsemané, bladz. -40, fij eene mis- 
stelling ; het is dan toch eene ongevallige. Ree. 



J. P. T. VAK ÖER LIDTH9 DISSERtItIO, EKZ. 411 

Disserisiïo "dt vitüs neryorum organicis, auctorc j. p. t. 
VAN DEK LiDTHs Mcd. Doct. 9 cum tab. lithographica. 
A^sfélodami apud Elix Sf C^, 1838. oct. form. maj. 
p. 175. ƒ 2-90. . 

ftrhandeling over de werkzaamheden van het ZenuwsteU 
sel Door m. dassck, h. j. z. , Med* Doet ie Hoo- 
geveen. Te Groningen, bij J. Oomkens. 1839. In 
gr. Svo, 216 W. ƒ 3-: 

Nadere ontdekkingen over de eigenschappen van het Rug- 
gemerg , bijzonder over den daarin gevonden zenuw- 
omloop (circuïatio nervea) , door j. vak OEEify Med. 
Doel. , Practisch Geneesheer te Zwolle. Te Leyden , 
bij S. en J. Luchtmans. 1839. In gr. 8po. 128 bL 
f 1-25. 

(Tweede Verslag.) 

W ij beginneo » om den aaiileg en de uitvoering van het 
w-a-k de$ Heeren dassen te doen kennen , met de voorrede 
in haar geheel over te nemen : » Het naauwe verband \ 
dat tnsschen de kennis der verrigtingen van het gezonde 
dierlijke ligchaam en de kennis der verrigtingen van dat 
ligchaam iïi den ziekelijken toestand bestaat, heeft mq 
steeds met alie mogelijke aandaeht de vorderingen der leer 
omtrent de zennwwerkzaamheden doen gadeslaan. Zelf 
heb ik> zooveel de omstandigheden toelieten , die vorde- 
ringen aan de natuur getoetst , en soms heb ik getracht ^ 
dezelve te bespoedigen. Door deze werkzaamheden is dit 
geschrijf ontstaan. Mogt hetzelve eenig nut verspreiden, 
di)n zal ik mij steeds verhengen , tot deszelfs uitgave be- 
sloten te hebben ; iets , dat daarom te gewaagder van mij 
is 9 dewijl ihijne bezigheden eene menigte proefnemingen^ 
belet hebben , welke van eenen eenigzins langdurigen aard 
waren. Ook waa het voor mij , ^ehc*el afgescheiden van 
leltorktindige hulpmiddelen en verre verwijderd van boe- 



412 J.' P- T. VAK DgR LIDTH 

kerijen , zeer moeijclqk , yolkomen met alle ntukkcn om- 
trent de zenuwwerkzaamfaeid , in de laatste jaren uitgege- 
▼en, bekend te worden/' .Het geschrift van den Heer 
DASSBN is dus eene gedeeltelijke Vrucht van eigen onder- 
zoek. Hij. en de Heer tan dben wedijveren in het lere* 
ren van vrucliten van eigene nasporingen. Beiden stellen 
ze evenwel in verband met hetgeen ook door anderen ge- 
daan is. Wanneer men den aanleg van beide deze wer- 
ken nagaat 9 schijnt dat van dassen ook op proefnemingen 
te rusten , maar toch niet zoo geheel als resultaat van in 
het werk gestelde proeven uit te gaan» als dat -van van 
DEEN. Doch, waartoe den arbeid van twee verdienste- 
lijke mannen vergeleken? Variis modis bene fit Men 
kan ook niet zeggen , dat men bij den Heer dassen het 
gemis van letterkundige hulpmiddelen zoo zeer bespeurt. 
Wordt door den te grooten overvloed van letterkundige 
hulpmiddelen de oorspronkelijkheid niet vaak benadeeld? 
Men leedwezen ziet men echter» dat hierbij zoo weinig 
'zorg gedragen is voor eene behoorlijke correctie » vooral 
wat eigennamen van Schrijvers betreft: bl. 7. «al voor 

GALL; bl. 8. N. TRIGEMINIS voor TRIGEMINCrs; bl. 13. 

rROGHusKA voor prochas&a; bl. 69. marsghal-hal» 
lees BfARSHAL hall; bl. 93. evecüo penis» lees erectio 
penis; bl. 164. scHARfjE» lees sgaepa; bisschoft» 
lees BisQ^OFF» enz. enz. 

De Heer dassen heeft zijn beredeneerd werk in zes 
Hoofdstukken verdeeld. Hij handelt eerst over de werk- 
tuigen — dus over het zenuwstejkel in het algemeen. Na 
kennisneming van hetzelve» zoo verre dit mogelijk is» 
spreekt hij over de werkzaamheden, van het zenuwstelsel 
in het algemeen. Die werkzaamhed^ gaan gepaard met 
bewustheid» maar zonder willekeur , en kunnen ook zon- 
der bewustheid volbragt worden. Deze schijnbaar uiteen* 
loopende werkzaamheden van het zpnuwstelsel moeten toch 
als tot één» of onder ééne algemeen werkende of zich 
uitende grondkracht gcbragt wolfden. (Het betoog tier* 
van vindt men in het zesde of laatste Hoofdstuk.) 

Het eerste Hoofdstuk, is gewijd aan het onderzoek van bet 



BISSEIITATIO ^ EVZ. -418 

zenuwstelsel. * De Schrijver beschouwt , «Is elementaire 
deelen , het kernachtig en het draderig zenuwsléhd; het 
onderscheid in maaksel en het nóg gewï^iger in plaatsing 
Tolgt , en gaat hij Toort het rersehil in werkzaamheid yan 
beide te onderzoeken. Ofschoen onderscheid in zamen* 
stelling of weefsel op de verrigtingen daarran afhankelijk 
inyloed moet uitoefenen, is dit yerschil meer Termoede* 
Iqky ^an wel dadelijk bewezen. Dit cal vooreerst ook 
moegelijk wezen , want de ontleedkundige nasporingen 
bevestigen toch het naauw verband tusschen* beide. ^1: 
11, de 2de gevolgtrekking.) Het valt beiwari-lijk, zich 
eene verschillende werking voor te stellen bij weefsels, zoo 
naauw aan elkander grenzende , hier en daar als ineem 
smeltende; en toch bl^'kt in abstracto dat onderscheid 
tusschen andere verschillende maar zamcnhahgende weef- 
sels zeer ^luidelijk.^ Het lijden kan in concreto irlgcifneen 
wezen , en toch , bij uitsluiting , in een* bepaald weefsel 
zoodanig gevestigd- zijn, dat de oorspronkelijke ziektcwér- 
king geheel tot deszelfs bewerktuiging bepaald blijft , ter- 
wijl de overige weefeels meer of slechts door aanraking 
{per contactum) of door medegevoel {per sympaihiam) lij- 
den. Het bekrompen verstand wordt bij de beschouWin- 
:gen van het leven te zeer bimten de j^enzen van het Uein 
én groot beperkt; -daardoor verliest het de vrqbeid, om 
de wetten dfes levens gade tè slaan , zoo «Is- ^ij eigêniijk 
behoorden overnen te worden. Doch tijd en ruimte be^ 
perken hier aan deze zijde :4en mensch , en het is in ze* 
•keren zin juist het ligchaam'van den mensch*, zijn om- 
kleedsel, de spital kittel van as mus, hetwelk hem inde ' 
aasporing van zijn eigen ligcbamelijk ik in den weg staat 
en zoo zeer belemmert. Het komt ons dan ook steeds 
eenigzins vtecmd voor , - bij het trachten naar eene rer- 
klaring der verschijnsels van het leven, van een stand* 
punt uit te gaan , te veel van de stoffelijke zijde gekozen. 
Wat nu dë zamensteUing der zenuwknoopen aangaat, 
kan de Schrijver menig deswege nog bestaand vraagstuk 
niet op goede gronden oplossen. Hij 2al trachten , door 
de algemcene beantwoording van eene zichzelven gestelde 



414 J. P. T. VAN DER LiDTH 

Y41Ag» 4e duarin opgcdolenc gedeclkn op te hfil^kvèii^ 
mar de l>epali»g> dat de ooAleodkiindige opbeldejriBg ktj 
den voltooiden mensch of bij de hoogere clkirén geenszins 
mogelijk U» legt aan de gehecle liehand^lhig groote 'Zfv»- 
righeden in den weg». 

De mtmsch i$ dier* In Eijne ontwikkeling blieft hij m^ 
luBven gelijken tnod n^ de ontwikkeling, ^er overige dio-. 
ren honden; (*') maar ook in de Hog geheel dierlijke. ooi» 
)]rikJc«ling mag de kiem der redclijklijcid voor tie toekomit 
niet over ,k^% Jioofd gpziem worden. De verJbovding tua- 
Bchien herbenen on ruggemerg ter ecBe, en zentawkdoopcn 
(er andere ^ijdic, (bL 15) heeft deze in den redei^ken 
mensch misschien niet iets eigenaardigs, waardoor juist hoi 
leven met en aomdcr bewustheid , kei willeltcurige en on- 
willekeurige 9ulk ecne eigei^aardige tiol vertoont? 

In het tweede Hoofdstuk zal de Schrijver de vraag be- 
handelen : Kunnen de lactifof werkzame, doden van iiol 
iüer lijk.. leven zonder zenuwinvlocd bleven bestaan? of, 
jnet andere «roorden ; Is de invloed des aenuwstelsek 
op de. voeding middellijk ^f.onmiddellijJc? Mei den Schrij- 
vnr aannemende, dat aan hét aennwisielsel veelal werJkio- 
l^en toegekend zijn , die bij andoRe bewerklnigde «toorwer- 
|>en i^el aan een zenuwstelsel « waar hpt oatbneekt, knmum 
jtpegeschréven worden » zoo kunMn tQ«h in «ekeren zin 
planten niet met dieren vergeleken worden* Bij overeen- 
J^omat in verrigtïngcait heeft toeh dé dierenwereld iels 
haar alleen toebehoorend eigenaardigs in de bewltoklni- 
.ging» hetwelk haar qp oovfe b^tondere ^ijze .kenmerkt. 
Dat ej^genaardige wordt t€genwx)Qr4l]g \4rei eens tejeecr over 
het hoofd gezien, (erwijl men i^ verschillende niiingco 
vii^ het leven uit 4ezelfde gr^^ndwietten jpoogt :te Terkhut». 
tt^eft de everec»k<mist in de t>ntwikkcliBg der menseke- 
J^e vrucht met die im andere dierkJaasm niet lot Jiet on- 

(*) Men leze onder anderen hierover «en in deJKoder- 
duitsche taal uitgekomen belangrijk werk: Mandboek der 
Zieitekundige Ontleedkunde, door w. tzolik, 1840, Iste 
Deel, W. 268. 



DisiERnrio ^ Eitz. 4 IS 

gerljtade denkbeeld aanleidmg gegeten , afsof èc menscli 
«HédieTérscliiUeAde ontwikkeiingsperioilen der dieren eerst 
Iteeft Inöelen Üoorloopen, om hitr , b^ toepal ^ door het 
stréyen idér natttur «laar Yolxnaakfliéid , menseh te worden? 
Volgens fcuik eene wqre ran redeneren «ou God niet zijn 
DmniddelKjke Sc^ïepper gcwee&l iï^n; maar zon men zijnen 
^eenteti ddrspróng ib eone t>ooT léreiui worden ratbar^ï yor» 
inélèoze ttof -^ in het felijk -*- moeten zoeken ! I — Ni<?l 
taW gezochtheid is, Abisir ons oordeel^ de stelling vrij H 
pleiten /dat do intloèd op do voeding niet iü onmiddell^k 
terhbogden zenair}nvl«red> die niet besti^a!, maar ift de 
fttüt^ië letvé moet- geïéiohl irordèn , en in zoo ycrre , alis 
dèke ftlittie tan* de zènuwisn afhangt > kunnen és^e iw- 
yiótd op de inoci^hg •tfil6efenei). Hoewel ook wij met den 
feèHatvdaiDfpkring hiel v^tgbben , zouden toch vele ver- 
iehijnsels, ja het geheéle leven onverklaarbaar wezen , bij- 
aldien alles sMiTelijk mioèst uitgelegd Worden. De levens- 
kracht is nög nimmer onder v^rgrofolglazcti gezien , of door 
scheikundige middelen ontleed. Doch de Schrqver houdt 
«ich, evèn als zoo rele anderen» op eene vernuftige wijze*, 
met het speculatieve bezig , tcrwql hij een zich gesteld 
'Vf^i^uk trat^ht op të. lossen , en besluit zqne redenarin- 
geh op deüe w^zo: »Doch genoeg, èet beginsel slaat 
»Vaslt de §&èfheiding is moelijk zonder zenuwen. llTcr- 
'n'ioer wil ik echter g^^iszins ontkevmen, dat in den ge- 
^i'wonen loop 'der za'ken zennwen tot dezo vcHrrigtingrn nod- 
>;dig %^n; maar deze uitkomst Joidt aan, dat in deze ^e- 
^vvallen do «zetauwen waarschijnlijk sleohls een bestaand 
)>iets (?) wijfeigen <, opwekken en^ besturen, in fcct belang 
» van liet geheéle ligchaam." (BI. 82.) (*) 

9ót gaarne 'iv4j dén Schrijver eerder wilden volgen , wij 
isoüdèn He wqèlöfópig worden, zöo wq ^bij elk dootrliMn 
iXitwist wordettd punt -blcycn stBsiafan. In de grond der 
zaak is het eigenlijke verschil van gevoelens zoo groot niet ; 
want 4aat de ^icï'kraöht ook iets' zijn, hetwelk op zichzelf 

•(*)- Verg. hier rooral het aangehaalile werk. van den 
Hoogl. VBOLiK, bl. 296. 



416 J. 'P. T. VAM DKR LIDTH 

beslaat , bl. 35 , wanneer de zenuw daarbij slec^kts als yr^' 
uge^d, bcslurend en opwekkend in aanmerking Iftmt, dan 
zijn beide toch . in de lerende , werkende spier als onaf- 
scheidbaar te beschouwen ; Terg. hiermede bl. 36. {*} 

Het derdo Hoofdstuk is ran belangrijken inho.ud, en in 
hetzelve ontmoet men overal bljijken van des Schrijvers sclierp 
zinnige wijze van redeneren ; maar hetgeen hij als in zekeren 
zin bewezen op den voorgrond stelt » hangt dikwijls n^eer 
af van de wi^'ze, hoe hij de zaak zich voorstelt* Zijn be- 
toogtrant is scherp onderscheidende;. maar beantwoorden 
de verschijnsels in de Natuur steeds aan deze wijze yan 
betoogen? De Schrijver kent, na eenemefiigte van rede- 
neringen , aan het hersenstclsel als de eenigste werkzaam- 
heid toe het voorsteUing^ermogen. Hij doet dit onder 
anderen op grond der dpor FLOunxNSop dieren génomene 
proeven; zij bleven, v|in hersens berpofd, weken en 
maanden. lang in het leven, terwijl alle levensvcrschijnsels 
plaats hadden , uitgezonderd die , welke van het voorstel- 
lingsvermogen afhangen. (Bl. 125.) Maaf kunnen dieren 
hier tot maatstaf strekken van hetgeen bij , den. n^n^cfc te 
dezen plaats heeft? 

Het schijnt, dat de 3chrijver z^n vraagstuk uit een ge- 
heel zuiver natuurkundig oogpunt heeft willen bewerken, 
wanneer hij bL 65 zegt: MÈven als vroeger zal ik ook 
dit vraagstuk niet in deszclfs vollen omvang behandelen; 
slechts het vaststellen van één beginsel is hier noódig , en 
welk dan ook dit beginsel moge zijn, geene andere beden- 
kingen dan. die', welke uit den aard der zaak ontleend 
kunnen worden i mogen hier beslissen ; geen jsoogenaamd 
zedelijk belang, gepn godsdienstig stelsel mag hier invloed' 
nitoefenen , omdat beide vreemd zijn aan het te ondo^oe- 
ken punt.^^ Is het hier om waarheid te doen , dan zeker 
.heeft de Schrijver in zoo verre gelijk.» wanneer hij gods- 

(*) Hier verdient in overweging te komen: Brief e über 
das Nervenêysiem anProf, j. ■üllkb von haeshall hall; 
. Archiv för aiuU. physioL und wissensch. Medicin. ete. Heft 
IV u. V. pag. 451. V 



: DISSERTATIO / I»Z. 417 

dienstige stelsels iiitslttiif msac de menseb, de redelijke 
menschf heeft die geene zedelijke - behoefte , en brengt 
. dese hem niet. tot de Godheid? ik kM mij geèhen mensch 
op zqn tegenwoordig . standpmtt ' donken , ' of' ik moet mij 
hem als redel^k en ten geyolgc Tkn dien als zedelijk weken 
tekens Toorstellett: h^ is m-aijné betrekking tót het overige 
geschi^ene.en tol de dierenwereld *eéiil fchakèl in de groote 
keten der Natulbr r x&Wr dié' pkats^ bepaaK öFlieTer om- 
schrift zijn aanwezen niet. Waitfeer hetliièr liiets faoo- 
gers. geldt y dan da SohriJTer bl. lè& zegt, zoo bctcekcnt 
deze eenige werkzaamheid, yan^ bM-liersefistelsel zeer wei- 
nig. Gaarne erkenium \i[ij med hem , dët! de tiatuur*^ en 
de ziektoknnde. élk. haar ;«i^niugföiid]|febiéd^behooren te 
hebben; maar dese&e^po' liadeten - van' bèidcf komen on^ 
root f dat bij^ den.mmiscb niotneijft éanHe' ^^en , en dat 
men bij eene^ te sohevfie.'Bcihfiidiiigiv^ tVé^'ëëik der beiden 
nitersten, ^maiia'iaUsmJus M oTérif^ttn spirHualismus , 
Yenallen kan. : .Dat ! de: SehtiJTer. ii^re^elfts^'zifne wijze ^n 
zien , de^e klippen (bl. 66} imitwclMi is , zonden wij in 
twqfel trekken. I 'ófichooB hij dut ook' -öp^idezette geiïn 

schipbreuk geleden hobbe. •.:': i 1 "• «'-r^ 

Noemden w^ den inhoud ran- het derde Bèv)fdstoki bis- 
langrijk en zi^^k.» die y«i' hét tierde 'ü'èkt de aandacht 
in^geene mindere mate. De Schrijrer bepaalt dezelve hSrer 
bij de verrigtingen van het: mggemefg'.^/Hef standj^ilnt 
komt ons e<^hier; gaiikalLkelqLer .roari o^dat.iben b^ de 
nasporing en vcrkJUring dier verrigtingen* zich •Wer'óf) 
het zuivere geleed -der Phyaiois^iebiet^ndty 'èn niet té)'- 
kens, bijna zonder het te welen , de grenzen 'der 'PsycA^ 
logifi ovbrechr^dt. Over het algcaieen kan. men hiermeer 
werkzaam zijn uit het. oogpunt van vergelijkende ontleed^ 
en natuurkunde. Wij beamen ten volle bet* gë^egdë vsin 
den Schr^ver^ dat. het echter. . moeqel^k is, -de ruggé- 
mergskracht in de hoogere dieren aanschouw el^k te ma- 
ken, (bl. 131.) . Het zijn derhalve de Likvorschen, die 
voornamelijk ,tot hét, nemen van proeven gebezigd worden ; 
tij vereenigen in zich vele der vereischten , door hem bl. 
133 opgenoemd. Intusschen mogen wij wel zeggen: on- 

\ BOZKBESGH. 1841. NO. 10. Dd 



418 J* f' T. TAN DSlt ilDTH 

gelukkig , wien 9ulk ^eiie pkymobgiMlie Temaardkcid ten 

<Jccl Ficll P^ T^rtoprndQ ïopiter wr«ekiiich op «ene ge«« 

Toolige wji^e over rqa door de kikTOfsehen miikend geiag , 

en lu) kon dfa^e stieren ^el niet in ongelukkiger kunden 

ge^teÜl hebi^en f dan in die yan den nenick. ^ Hoe ge- 

wigtig echter de i^kovri ren dit Boéfdetqk moge s^n , de^ 

^elve is niet wel ro^ emi ^uillrekael kathaar» omdat de 

Schrijver kier mei^\ 4p mtj^^mfim fün door hem gedane 

proeven niadf 4^^ . Men. moet dese belangrijke proefne<* 

Hangen hij herhaling Uzen , om hem in z^ne gevx^lglrek- 

kingen be)ifMr)ii^ ie kmmen volgenV.de tijd ai^l leeren, 

in hoe ver^a df^e ^idlfA heveatigd worden. Het gevoelen 

van MA^B^»!^» ^^tf<m geopperd, dat, wanneer het 

ruggemerg oAgdkreikt ia » sno wel de Toetste alt aohterste 

senuwdraden of w^rt^b ?an hel mggemerg gtpoêUg z^n , 

strekt Un hew^, hors moegelijk h^t ia, ran taste p'ond- 

stellingen v^wtlsiipg nit te gaan. Dit bl^kt inzonderheid , 

waaneer mM df» Sehrqrer Ie regi hoort zeggen : » Het 

»zal w§) QMpadtg n^i luer nog bij Ie tqegen» dal ook 

)»4^e prqHSf en aan menif;vu)dige mitUikking onderhevig 

»zijn, zoowel door het te diep ak niet diep genoeg weg- 

)> snijden TW. hfft draderig weefeel/***^ Wij meenen op 

bK 154 tegi^i^ ^fpi IfpQf d té UMgen waarsehvwen, hetwelk 

ligt tot ^lifiviiuiiig aan^ding zonde kunnen geven; deze 

91^1 verri^lleii ,, wanneer men in plaats vnn êpier kiem leest. 

In hft v^Cdf Hoofdeink aal de SohriJTer aqne wijze yan 

yi^n oi9|tr#9t cW werking van hc9| zenuwknoopsteleel me- 

dfd^elen s w^lke h^ in \M algemeen Toonanderstelt geKjk 

' aiMi die Y^^ h^ mggemerg te zijn, bl. 18S. Desyvege laat hij 

d^e rfdcptk^F^ig foora%ann : m De beraenwerkaaamheid yer- 

toont zivh dns M<>0hts ala eene hoogere ontwikkriing yan die 

4^1 raggemergs, aoodal hel Tersehi) tussehen b^de deze 

deelen, ^ooyrel pbjeiologiscb ali analomiach, geenszins ah 

qualitatiff, iMar slechte ala^fiumfirlnft'e/' moet aangemerkt 

worden Deze nitkomst is, geloof ik, van gpool gewigt; 

want hierdoor veerdt mesi in staal gesteld, oenen dieperen 

blik in de zoq mistere werkingswijze van hei zenuwetelsel 

te werpen. Ook geloof ik , dal z^ regt gec^t tol het yer* 



BmiRTAtlO 9 IHI. 419 



mo«dwit 4A dk we? ki»g»wi|ie vam kei lesnwknoopslelscl 
^Biige 0^er«ekikam«t ttoet kebben lact dw nn hn ruggc-- 
i^«rg. Immfinf g^lsi)k «il bet i^enle Hoofdstub bl^kt , is 
het rnggenierg e^eii Z99 wtw&kbeling «h den «eAuwktioop , 
«Is ^e *her«()B« ¥it bel ruggemerg; ler^ip bel mdersobeid 
bij de. lag^e 4ieveii itesacbea diese vereobUIettde stelsels 
wegTe)U> eii[ aU»ft,.ii|' d« .eenheidl ifeiunelt: eoodsl de ae^ 
nuweoi bi} i^\f^ym:4§§^4int4tts die Aaar de isgeirandeii 
CU AMf. de iriUekeiirilfe/ spiéleii loopen» gel^k s^nJ' 

labet <eed»o|^:li^^ J&)^ Schri^rer dm , 

om bel yerbmd taMebm de nevecbittettds xenit^werkzaeiiH 
heden ak §|Qt8aj# 1^- heediMwtt. Hm «leealeopeBde 
ook de werkzaamheden deir leinohflleside deeW t§a^ bel 
zenavsteke} ric^ moge» voeHoei » cij moeten allen als 
tol ééne g^ndkraebt teniggebvtgt kminea worden* ' Het 
leven kan niet wd andera, d«a ale eenheid gedao&t worden , 
in zoo Ter^e oven xïcb ,^n,e TooTilellbiig Iracbl té Éiakcn 
Tan iels» hetwelk sli^ebU dpor deszdfii nitwgen' ónder bet 
bereik der «intujfiep TaUn wèafvnn db gyeodkraebc voor 
de erYating; tot.dnaferre oütoegamkeli^k it gebleren en ook 
we| blij?en laL Terw^ wij den wecbaamen Scbrifrcr boo^ 
gem lof mogen toekennen voordei^fi yincbtMi i^ner werk- 
dadige nuporingenj ak gjsmlgen ir«i een beredeneerd on- 
derzoek» zoodon wijl eebley Teeltijds eene. minder poeitiere 
redenering gewenacbl hebbeni Wf benden^ 'het er ook 
TêoTji dat hi) Ie teelverwajdhA^ wnnne« bifbl. ^lé'zegt: 
M'Hier^oor wordt kfil mogebjkr iiet vooeileDi»gsverntogeA 
^in zijm volUi ojtgeettebdkeU daar Ie stellen; iettf, bet^ 
)i welk afin de eeme aqdb op d« P^hnlogie, <anii de andere 
)»o^ deSbjsiobgie een^ gewigügen in^edkan uitodenen , 
9 want. hii^cide' ia isi grena tiKsohen bevle» wetensehappen 
ju^daaafesteld» en hel.bnfehchbi^ let zich trekken dier 
^wetenscfaiqppem van ondeimierpen , niel aan dezelve hc- 
^hoevende» ban hierdoor voergekemen worden/'' W^ roor 
pns heAdeni de taalsteUing i'an zuflii eene grens uiterst 
moeijelijky indien al mogelijk. Üe menscfay gelijk wij 
reeds gezegd hebben , is dier; maar als ontwikkelde 
mensch heeft hij eene eigene «tandplaats » die Tan redelijk 

Dd 2 ' 



420 J. r* T. TAH niR ti^ru, dissértatio^ erz. 

wezen den honw JopteiUTan liriijbus. Onze bekrompene 
wijze Tan zien tolietdt in den mensch ket zigtbarè ligchaarat 
van de onzienl^ke. ziel; hét Verdeileli^ke kan het onyèr-; 
derfelijke niet aandoen. Maar in de tegenwoordige huis- 
houding bestaat er toaschen beide eene oyereenkomst , door 
welke de eigenlijk redelqke taiensch gerormd wordt. Hoe 
zullen nn hier Phjriiologie en Piyehologie hare strenge 
grenzen vindeh? Wij zouden in'CiA eene wijze yan zien 
minder bezwaar yinden, iadtéii'wii er niet den gemakke- 
lijken oyergang tot een MdieriaUsmus in zagen , hetwelk 
den heiligsten waarborg' yoop *s»ensehen tijdelijk en eeu- 
wig geluk attrandt '^ de eniterfèl^lSteid'; en zonder de- 
ze, londer het geloof -aan èetfe opstanding, wat wordt er 
yan bet geloof in God? * Het be^ffaan yan God hangt niet 
yan menschelijke redeneringen af; maar het is geenszins 
onyeistchilËg ,' in 'welk eené betrekking het eindige wezen 
zich . tot . den . Oneindige beschouwt. ' Wij hopen , dat men 
ons wèl zal yeretaan , en het gezegde niet zal aanmerken 
als eene ingewikkelde besohuldiging tegen den ons geheel 
onbekenden Schr^yer. Wij herinnerden ons hier het uit- 
einde yan den grooten nsii, of Keyer zijne ontboezemin- 
gen in den laalsten- tijd • yan; zijn leren , welke zoo ycel 
gerucht gemaakt, en .tot loo yele onaangenaamheden aan- 
leiding gegeyen . hebben. Maar 'genoeg ! De Heer dassen 
heeft ons ec»e belangrijke mededeeling gedaan. Het is 
dos «iet alleen in Engelandy DuitscUand eat Frankrijk , 
dat men oorspronkelqk mag wezen; niet alleen in lYmhr 
ri/kfiêXmtm proefonderyindeG^k werkzaam is; niet alleen 
de Duitscherp .die b^ uitsluiting de wetenschap bespiege- 
lend behandelt: ook de laatste tqd. schonk ons oyer zulk 
een gewigtig onderwerp ^oorapronke^ke bijdragen; wij 
wenschen , dat zij den i>uitenlanderen , ter eere yan deze 
landgenooten y niet onbekend, mogen bl^yen. De Heer 
yAH DBS N tracht hierin te yoorzien door een^ Fransche 
uitgaaf yan z^n werk, hetwelk nu zal behandeld worden. 



H* RIEDEL > ALa. «ESCH* OER OUDHEID. 421 



Algemeene Geschiedenis van de Vqlken en Staten der Oud- 
heid , hunne Meden, staatsieven, beschaving, hunsten en 
literatuur. JOoor Br. v. bisdbi^. J^e De^l. Te Gra- 
ningen, by W. ▼«& Boekeren. In.gr. Svo. 1841. IX, 
546 W. ƒ 5-: 

OedorI eenifjpe jaren is ome ▼•dectaiididie LeiterkmMle met 
rele feschriften Tecrijkl ge^irorden, die tot het vak der 
Algemeene Getobiedenis behooren. 'Dit was de yervolling 
▼an eene wezenlijke behoefte;' waat Troeger' bestond er in 
on&e taal bijna tdeU dan de orenettiiig Tan de Algemeene 
Gesohiedeniê van sci-aOcK-en dé >erkortè uitgaaf daaryan , 
door de laatsohapim toi.Nutvmn 't Algemeen bezorgd, die, 
boe yerdieattelijk ook; met ineer ^ de hoogte Tan de ge- 
schiedkundige oüdenoeUdgen waiisn, om hiervan de Toor- 
naamste slotsommen te kunnen opleveren. Dodi eindelijk 
Tolgden sieh de Tertalingen Tan werken betrekkelijk de Al- 
gemeene GeflCbiedenis spoedig' op; «zoo als die/ Tan i. voir 
nvi.tRi, door H. a. var karfbv^ die van pAlitz, door 
wiT»a ftBTfiBBK, en eindelijk "de zoo Teirdienstelijke OTer-' 
zeUing van de Algemeene Gesèkièdenis van bbkkbb in 21 
Seelen ; terwijl men thani weder die 'van tor b^ttbck ter 
Tertaling aankondigt. Met genoegen werden ook de oor- 
fpronkd^ke overzigten der.Wereldgësdiiedénis van Hr. br- 
«BiBR en Hr. dobr f BirrBir door het piibliek ontvangen. 
Ken kan dut gereedelijk 'segj^, 'dat'er in onze taal eene 
xyke bran geopend is, om dé snchi naar - algemeene ge«^ 
sobiedknadige kennb rmmschoeti' te Tddoen. 
' Indimi men eebteral ^ezie Wërkoi Tan naderbij beziet, en 
met; de vcwderingeii en TerbiscbMi* van eene meer weten- 
schappellike beoefenkig der GesiihiedeBis vergelijkt, zal mèn 
moeten erkennen, dat *zij er .meealsl ^liet geheel aan vol- 
diüon, en meer populair gesohrevede* leesboeken en overzig- 
t^'tijtt,' dan Mi tg deresnltetenider hedendaagsche ge- 
sohMtdkundige kritiek enmttpon^g;- ih eenen meer weten- 
sqihappelijken Term , : met eene gi^ndtgé- voorstelling , levereii> 
^oo-«ls zolkft in. OMsehhtêdflhtiU. hedh. Men kan der- 
halve eoi werk als het.bier boven laangekbndigde geenszins 
als overtollig faetehoAwen »* dat zoo / zeer in vorm en wijze 
van behanddUftg vtodê.vdngen versekill, en waardoor ook 



422 H. RtlDBL 



de isfmerkitkg, die men, e ppert lak kig b e wliouwd , tonde 
kunnen maken, dat dete Algemeene Geschiedenis , bi| het 
aanwezig tijn van too vele anderen, wel zonde kannen ge* 
mist warden, geheel komt te Tervallen. 

Hen heeft in de 19de eeaw, intondefheid in Buifêchhnd, 
giroote vorderingen in de gMehiedkondige nasporing gemaakt. 
De onoordeelkundige behandeling van bol Lm ende|>artij- 
dige scherts van voltaiib, kannen niet meer yoldoen, of 
Tindèo slechts bi} wcJMgett eenigen ibgang meer; es, om 
de woopdea ran Dr. bibdbl in ilfne Voorrede te gebrtiken, 
> by alle besdiaaMe Tvdken Imersoht thans de levendigste be* 

• langstelling en de grootste i|Ter voor eqpe menwe, meer 

• degelyko en TrochllMra beoefening der Geschiedenis/ die 
■ lich niet, 900 ab veelal in vroagere n t^d« bepaalt bij een 

• eindeloos verhaal van oorlogen , nooh nitslnltend bij de iip- 
stellilig van de lotgeralieir vsfn Verslen en Regenten, maar 
>de volken cel ve ten cmderwerp kiest, en hanne ontwikke- 
>ling, £00 vrel in Staten* en Rijken, als ki de voortbrengse*' 
» len banner ngverheid , de vmditen van hnnnen geest en 
»den invloed daarvan op honne seden en aedelijkheld coekt 

• uiteen te setten. STenoün vergenoegt men^tich met al* 

• gemeene redeneringen en soogenaamd wijsgeerige besehou"* 

• wingen over de Oesèhiedenïs, hoe veel opgang die ook nog 
» vdór korte jaren esider allerM vorm en ij^kking jrfaglen 

• te maken; maar begint hoe lal^fêr hoe ineér in te liétti 
•dat aUe gesèhiedknndjge ledenering op welge w aarborgde 
•.feiten en o|» echte voer tin my elen van kunst en weten* 
»aehap gegrondvest en daamit afgeleid meet tijn.'* Rot ia 
dor eene joiUe fcennia van den toestand der YollMn en van 
den verschillenden geesl dér <9den, nit de naanwkenrige 
stadie der echte en o or spr o nkelijke bronsMn gepnt, die men 
thans verlangt, waarvan liet gehecA on het «averagt deWe- 
reldgeschiedenifl nitraaakl. Se t^oomaanvte landboeken > die 
in onsen ^ sgn nitgekenc», loo aledat van niBaBa eeer 
de Gêêohiedeniê d^r ewlt SUH9%^ dal Tan BBVn ^er die 
der Middeleemwen^ aQn ^wnl «tmnntende gidsen, om tetdtf 
kennis der geschiedkundige dandiaken te gerdien, maar 
geene AlgemeeneGeschiedeBissen;«ei«e» coo min ala deiii^* 
geerige bespiegelingen over de lotgevaiHe» des menschdems, 
waarvan de Yoorlesingeni van ineBt eeer de W^ebegeetU 
der Geeehiedenie als 't ware het nee pk$e i»tov SQn. 

Dr. BtBDBft is 'dos begonnen^, iljne taak volgens de opge- 



▲LG. GESGB* AIR OUDHEID. 42^ 

gevene ffOUdb^iMcfan en i(era«ditai te Mi«i4èteii) eft 
JMèfl feieh tevei» d» OMriproidLdK)lce brohnefi, Güder d« 
nieawdte en gewigtigtte tetmsU^faMUa der g««elii«dkmidi^e 
Uilerkttodo Uit IMitaéd gékvétm; é9 Fmiti HéOenéci tm 
cLiRTOR» en iR^l ¥0<>nuuii6Mjk hét UiUvëfMO^ièiótiêekB 
über^iöht der Gtéekiokh der èUê» Wwk und ihre Cultur 
(8 V<»1. in 8to.) , wattrrwi Uj ée revdtteling en Vofot vali be^ 
haodeliiig hoofdMkeli|k hdofi (jfeyolgd. Hij bepnalt tkih \óor- 
eerst hg de owle Gei^edeiiit, die hij lioopt hi»Beii een fmt 
, jaren in tier Bedeh êS t» iirtirhan. B$ de gOêifflcettringr t«A 
het pobliek, sonde het niet "bnurtnneimillijik dja, dat i^ 
y«a hem ook de.Midddeeo^en ém dcf nitfciwe èeschiédeqis 
ontvingen; Waardoor yn^ i» oaie letleribimdeeen geschied'^ 
hnHdig werk, geRh^eren reUgmiê de vordetin^ón éet we* 
tenioliap in onien tgd, aoodn irerkfijgen^ 

IMt Beel berat^ behahre: èene agèfméèaè éü fatjiöndere 
Inleiding, Teertien Horfdfttthkew, die «oins in ondefa^eé- 
lingen^ en «Uen in pamgvqiheii f eoplitêt ftijft. Zij behail'^ 
delen U. den TOorfaiiErforiiehen tQd; 2^» C7M»a; 9^. Indié; 
k?* Oud Perste^ iahfleniéf «n Amftie; 5^. Egyph en Me^ 
roé; 6: Palestina f PkaewMê, Sytiê ett Araêié; 7^. Aeey* 
riér, Mubyhnié eo Mêéêé; B9. KMtt Azië, Armenië €!a dé 
Camcmsiiehe landen; 9^ ÊeMAiiedeniB teskPereiê} W*. Gfie^ 
kéniënd, aardvifkskttod^cf hesehrijving^, tolkpI«tktingen, Ui- 
maat en. ; 11^ ondste IreMhiedenis der Grieken; 12^. vaü 
de tolkflverlraitijlg det ihHëte tot éêÊt dé oorlogen met dé 
Permen. o. Gewhieilttnla^ è. StaatsiiiflgüngeB , Ichrenswijze, 
letteilcnnde, komten, Ckktadienit; 13^. Aiheemeh tijdrak.. 
Van het begin dis» ooriogen tegen ée PetMén tot aan het 
einde tan êem Peêèponnenêéhê^ ooifeg^ tfé Geidhiedents. 5. 
Staatmrigting eni letensv^zti es LetteAonde. ê. Kmisteti. 
e. GodadieÉiit; l^^ Tkelmmell U}dnb. Van het eSndeded 
PeUffonnêtisoken ooetetp^ tot op> rnivtfftê i^m Maeedenié. 
a. GesdisedBiib; k duaciinrigthigi Mdett en letensw^ce. 
e. Letteiinnde. -^ DMa opgaaf M genoegtüam tijn^ om 
den. «gke* ijÊkaaé én de wgsee van behandelfehg vmi dit 
eeeite Deel der oude «eëehMtenis ie doen hennen. 

Ia de voorhktóriMdie ea ótidite gMAuedkÉndigè Ujdefl 
ia de Sduiff«9 met opie( kort^ mlsediien wel wat te teel, 
waardoor mem Jemt^ Met wet eena daadMken ndêt, die 
ftiën zoade weniohen aan te «neffbn. Oter hèf afgehneen is 
de 8tyi kort en gedrongen r *<^ ^)* "^l^* ^9 een orei^zigt, 



42i H. JIIEDSI 

waar een rijkdom Tan uken in een seker bestek moet wor- 
den zaanigepemt, behoort te ^n, betgeen echter bier en 
4lKar eene mindere daidelgkheid ten getolfj^ heeft. Inkon- 
derhei(f beeft ons het gedeelte, dat over de besdiaTinl^, 
Jetterkonde en knnsteii der volken handelt, het meeit toI-^ 
daan. De SchriJTer heeft hier geheel het spoor van den 
beroemden GescbiedschrgTer se ■ loss» gevolgd, diè overal 
het verband van de zeded , de letterkundige en wetenschap- 
pelijke beschaving met de gebeturteoissen aanwast, en hier- 
door den verschillenden geest der tijden met fiksóhe en « 
krachtige trekken teekent; 

l>e Schrijver h^ft 'wèl gedaan met een kort begrip van 
deze Geschiedcmis zamen te siellèh, tot gebmik van de 
jonge lieden op de Gymnasién; want, loo als dit werk is 
aangelegd, is he.t daarvoor odnder geschikt, deels om de 
uitvoerigheid en omvang , en ten andere om de wetenschap- 
pelijke grondigheid der bdiandeling , die voor eeivtbegin- 
^lenden in 4e beqefeniog te 'moeijelyk en te hoog is. Wil 
men dit werk met geooegen en, vracht lezen, zoo moet men 
reeds van eene. genoegzame - geschiedkundige kennis voor- 
zien^ zijn , (m. d hetgeen hier aangeduid is te verstaan en 
op deszelfs xuiste waarde te schatten. Het is voomaméiyk 
geschikt, on^ het. handboek te zijn van allen,, die de Ge- 
sdxiedenis voor de onafgebrokene studie, van hun gansche 
leven houden, en -die soms, in het kort. en met groote 
t^ekken'Wenscheqr terug te kdmeü op hetgeen zg voorheen 
meer in de byzondei^heden. hebben. uit^Vrèrkt gezien. De 
Werel4gi^schiedenis /ini honen gebeelen omvang is toch het 
toppunt en de slotsom van adle afc^HiderlQke jhistdriscliB on- 
derzoekingen , het doelt, waai^'.deze allft Inéetennitloopen. 
Wij wen^cfaen, di(t het' vnerk-van Br. aixPEi; genoegftame 
ondersteuning by, het pnbliek nogè vinden,: o^ hem 'aaii te 
moedigen; i^t aUeen- 4e €mde Hirtêne^ maar ook die der 
Middeleeuwen/eJk die ; der liiswioéro iüden-. te km&nèn af ban* 
delei), waAiN)oar.'V0orz#ker..een:freote:sti9 tot!c«nkweek£ng 
van eene eobi w(}igearige -m weUsaadiappdiSkè beoefening 
der Geschiedenis in oq4 YiidtiriluML tonde. gedaan' si|n; ter- 
vnji het niet 'te.:<mtkei|in^' i8,r. dat.w^ hiérfa, rzoo ab in 
sommige andere- /f akkeii i. (vm . klinat ' en) •iHietep^ap't ' nog 
geenszins op de hoogte vai) fiiiae.nlibi|i(^:atAaiiB):': 

Wij rooeicA. ten slotte idieji^merkAPgT'QtAkeii;,' datrhoe-p^ 
wel yfij h^. mpti deti, Scftpijiset e«»9;^iiö«if' ie aanhaling der 



ILG. 6ISGH. dBR OUDHEID. 425 

bijiaDdere bromieD aan den Toet der bladzijden, bij een 
werk als het' aangekondigde, niet soo seer TereiBcht wordt, 
'W9 eehter gaarne hadden gezien, dat ht} 1^ de onderschei- 
dene Volken eene kcnrte kritiek der algemeene bronnen hun- 
ner geachiedenis had gelererd, zoo als hij bij diéderll^p- 
tênaren gedaan heeft; dit geeft immers den jiésten leid- 
draad tot verdere nasporingen aan dohand. De' aardrijks- 
kundige besehriJTing Tan Griekenland behoefde too uitvoe- 
rig met te zijn; zij. is geheel boiten verband met de-ove- 
nge gedeelten van het werk; men kan elders genoeg hier- 
over vinden, en het veertigtal bladzijden, dat dj beslaat, 
had vooQ een groot gedeelte plaats kunnen opleveren, om 
«omnrige onderwerpen, die wat te kort aangeduid zijn, uit- 
voeriger te behandelen. "^ 



GesoUedenie der vhdérlandBche Sckilderhunst sedert de helft 
der XVIIIde Eeuw. Door a. var iTaDsn <rii a. var dzb 
WILLIG BR. Aanhangsel op de drie Deelen, bevattende 

' Necrologie, A^s, Te Haarlem, ^' de Wed. A. Loosjes , Pz. 
1840. In gr. 8ro. 334 i&/. ƒ 3 - 25. 

liecensent ontveinst niet, dat hij de aankondiging van dit 
werk met een weemoedig gevo^ begint ; de verdienstelijke 
VAR DBB wiLiiQBR, die ZOO belangr^k medowcrkte aan de 
zamensteUing van de Geschiedenis der vaderlandsche Schil- 
derkunst, en nog dit Aanhangsel in 't licht gaf, is niet 
meer ! En ook de man, die zich had voorgcncMnen , en hier- 
mede reeds aanmerkelijk gevorderd was, om de levens en 
Werken der Hollandsche en Ylaaihsche Kunstschilders, Beeld- 
houwers, Graveurs en Bouwmeesters, van het begin -der 
XYde eeuw tot heden , te beschrijven , aan wiens kunstken- 
nis en pen deze taak zoo uitnemend was toevertrouwd; en 
die tevens met z^n werk 'zbó' veel aangef^uld en voltooid 
zoude hebben, de verdienstelijke Dichter, Kunstkenner en 
Schrijver' iiiEBZBBL, 'is mede aan kunst en letteren door 
den dood ontrukt. .♦.?•.. 

'. Bq het openslaan 'zelf van dit^ "Aanhangsel wordt dat 'ge- 
voef vermeerderd, daar Üen zulk 'éené reeks van. talentvolle 
mannen ontwaart , • wier • namen Uier • weï slaan aangetêe- 
kcnd , maar wier penseel en kunst ons geene voortbrengse- 
len taeer kunnen leveren,* daar zij, hétzij in jeugdigen 



426 R. VAN £YNDBK EV A. YAK DJIR WILLIGEN 

leeft^d, hem ia me^r gevorderden ooderdom» reedt natanr. 
den tol betaald hebben en han licht aan den knnatheniel fe 
uitgedoofd* Ja, waaneer wij onder dat greol aantal namen 
een' arAEWDovoK, a. van steij, eDiYABai, f« a. Yta 
08, TAif BABI en anderen aantreffen, daa kan hét niet an« 
dert, of Bulka moet een anartel$k geToel yenvekken, dat 
nog dieper grieft^ wanaeer w^ in de rij der overledenen de 
namen van eetten 80 toTBL, DtxHOoaiVy bbbbkb&aab, botbr 
en dergeli^ken rfaiden opgeteekend. De dood Tan zeodamge 
Sohilderi, in den bied hnns lerena, in 'de kradtt^e ont«- 
wikkeling hnaner talenten, aan de HellandBche Schilder-» 
Bchool ontrokt, kan niet anders dan al< eeo fa^na onherateK 
baar verlies voor hare eer en haren roem beselioawd wer» 
den. Dat echter de vereerder hnnner verdteBStén regt heeft 
doen wedervaren aan han uitstekend schildertalent, is, tot 
eere van hen en van allen, die hiertoe bijdro^en, geble« 
ken, door de openigke hulde, hunner nagedachtenis en 
verdiensten ie beurt gevallen ; en van dien kaai beschouwd 
toefden wij bij humie namen met eene xekere aangename ge- 
waarwordiag, die ons, 'hy de herinnering van hunne kunst- 
voortbrengselen, eenigermate het boo grievende van hun 
verschdden deed op zijde stellen. 

Zoo veel w^ dit hebbeil kunnen nagaan, xijnde B^rigien, 
wegênè ettelijke Kunstenamre en KuustnUmMorê , toelke na 
of sedert kei sluiten van iet derde Deel dejser Geschiedenis 
overleden ayn, vry naauwkeurig. De belangrijke misstel'* 
Ung (die gelukkig het getal der opgegevene pverledenen 
door het behoud van een verdienstelijk man vermindert) 
alsof rBBBiitARa bbabkrbbbe in 1^9 sonde overledea 
xÖn, is door den Heer i. a. bakbbr, in een* brief van 30 
Nov. 1840, aan de Redactie van den Konst" en Letterbode 
ingeionden en ip N^. 54 van dat jaar g^aatst, opgiAel- 
derd. 'sUans overledea is onwaar bevonden, en t^deas dU 
sdirijven is de talentvidle.BEABKBLBBa nog ia leven. . Zgn 
kunstpenseel verschaffis ons neg veel genot ! Wanneer wy 
den dood van den jongen bbbo&blaab niet hadden vermeld 
gevonden, louden wij gedacht hebben, dat de Schrijver 
hierdoor in verwarriog ware gebri^t geworden , daar dese 
' verdienstelijke Schilder in 1838 ia overleden : nu kunam 
wy volstrekt niet gissen^ hoe aulk een misslag in dit Aao-* 
hangsei is ingeslopen. 

Het tweede gedeelte van het Aanhangsel, hier nu. de acht-i 



CESGBIEDgNIS DER SCHtLOtüKtllftT. 427 



• 



ste AMeeling nitiiMkeiide, bevat nadêfê BerigUn wêgêm 
Kmnti9nmmr$ , in hei derde Deel deBer Oeeehiedeniê i^o&r^ 
küwtende, én welke , i^oor moo ver den Sehryter hekend ie ; 
nog in leven wgn. De artikelen betrekkelijk de nogp in le- 
ven up^ Sehilders beheUen hier niet veel meer dan eene 
bloote opgave van hetgeen door develve, aedert het afwer« 
ken van het derde Deel , op verÉcheidene Tentoonstellingen 
is geleferd, en rijn overigens, wat de beschoawing hunner 
talenteb en den meerderen voortgang in de knnst betreft , 
ala vrij seliraal' aan te merken. Dit gedeelte fis veer dor en 
droog behandeld; terwgl er van soifiniigen gewag wordt 
gemaakt, van wie Ree. dankt, dat waarlijk beter ware 
geweest nmar geheel te £wi|gen, daar de herinnering van 
de stnkken van sommigen, bier aangehaald, niet zeer ge- 
schikt is, om hunne schildertalenten eenigermate op pi^s 
te stellen. Réc. is het in dezen dus met den verzamelaar 
niet eens; en of men al «kloeke en groote miniaturen*' of 
«historiéle stokken" levert, het is toch ook in de Schil- 
derkunst waar, dat het niet aankomt op de ^anlt^Mf maar 
eeniglijk op de qualifeii van het geleverde , en dan worden 
ér voorzeker Schilders genoemd , op vrier vooruitgang in de 
eenentwintig jaren na het in 't licht verschijnen van het 
lilde Doet waarlijk niet veel f e roemen valt; terwijl ande- 
ren worden voorb^egaan , die dan veel eerder eenige ver- 
melding verdiend hadden; b. v. jacob na nijia, van 
wien mei een enkel woord in het lilde Deel wordt ge- 
sproken , schooii geene historióle atidtken of miniatnurpor- 
tretten' op Tentoonstellingen, zoo wij meenen, geleverd 
hebbende, is nu hier vergeten: het onderw(fs aan de Tee* 
kenschool ^ Sekiedëm is thans, too wi) on^tilèt vergissen, 
aan dien Veer toevertrouwd, Ae, als onderwijzer in deTee<» 
kenkunst, voor die taak niet ongeschikt is» 

De Veer c. BAktt», te Rei$el^m, nog Onderde levende 
kanstenaafrs te telleii, en van vrien bier niets meer wordt 
gevonden , behoorde in deze Afdêeling <^emmien te sjljn ; 
terw^ de verzamelaar het berigt van den Veer t. i. vakkiï 
juister had kannen opgeven, door de mededèeliBg , dat ge- 
noemde Veer nog voortgaat met lesgeven in de Teekenknnst ,' 
hoewel hij tieh in den laatslen ti)d meer; en wel zeer gun- 
stig, als w^eerig Sohrifvor en Letterkundige heelt doeit 
keitnen, en hij niet alleen »dan ook töt Lid der Maatschappij 
van Nederlandsche Leiterkunde te Leiden voorgesteld en 



428 R. TJLK STHDEH KH ▲. TlH OCR WILLtGSV 

aangeoomeii is/* maar vertcheidene Maatschappijen en 6«- 

^nootschappen hem hunnen tilTeren of gouden eeeep&anng 

Toor de beantwoording hunner prijstofien hebben to^ewesen. 

Bq enkele onnaanwkeurigheden , als verkeerde opgaTen 
Tan woonplaats Tan sonunige Schilders, loo als b. t. tait 
BAii TAir, sLiHftiHBViaH, dic nict iu I7frecAf maar sedert 
.^eruimen tijd al in Oelft woont, het geheel zwegen in bet 
gansche wérk, sonder dit hier te herstellen, Tan den Haag- 
schen, schoon nu reeds bejaarden Kunstkenner en Portret* 
schilder loef», enx. willen wij niet langer stibtaan, maar 
lioTcr ons Terslag TerTolgen , door Terder iets te s^ggen Tan 
de negende Afdeeling, beTattendci: Aanw^wimg der ihanê 
nog bêH^tmde «oorfMMiiPWto KunêtverMameUngen , en he» 
êokenwing der nuttige inrigiingen , ten behoeve der eckoono 
kunêten^ in ons Vaderland. 

(Mc dese Afdeeling laat Trij wat te weosehen oTerig. 
Spreekt onder anderen de SchiiJTer breedToerig OTer de Am- 
slerdamsche kunstTenamelingen, en maakt hij, bg de Ter- 
melding Tan het OTcrlijden der beutters, gewag Tan de Ter« 
anderingen, welke aangaande Terscheidene Teruoneliogen te 
Rotterdam f Dordrecht, Utrecht «n elders plaats hadden, Tan 
de eerste stad, loo als wij Temamen en het genoegen smaak* 
ten er getuigen Tan te ujn, mogt wel iets meer gesc^d s^n 
geweest, daar de uitmuntende Tenameling Tan teekeningen, 
meestal moderne kunst, Tan den Heerr. tar dri nossin 
TAR BRSPTiifOR aldaar, soon Tan den Heer aarrodt tar 
BSBrTiRAR, Tan wiens kuastT^nameling in dit Aanhangsel 
geqproken wordt, als Toorzeker in de kunstwereld, om der* 
lelTcr belangrijkheid, bekend, wel - mogt genoemd ign , en 
de kabioetten Tan de fieeiei^ m* rofpmar, r. i. jagobsor, 
ROTTRBORM.en andoT^n , ook aldaar woonachtig, niet moes- 
ten Tergeten lijn, eTenmin ab.luer geen woord gerept wordt 
Tan het wel niet uitgd>reide maar toch keurige, kalmei Tun 
den Heer scRiRKRi^e 'êRage; tfoI Tqor iederen liefhdliber 
of Treemdeling becieaswaiordig. Belangrijk soude het ook 
geweest sgu,' iets nader» te hooren Tan somvBige kunstTer- 
xamelingen, Tan welke in het lilde Deel gesprokxMi wordt, 
•en die nog bestaan. Ree. meent wèl te wetoi» dat b. t.. de 
Heer i. sb tbirs, ieAmetérdam, «nBr. c. BAi.fR,te Jl^*^r- 
dam, nog 'bIgTen Tertamalen ^ en dus, als betitters Tan *eer 
fraaïje schilderijen of teekeniogen, hier, bij Termeowing,. 
behoorden genoemd te werden. 



GISCHJEDBKIS OER SGHILBERKUIf^T. 429 

Onder de Inrigtingen ter boTOiderisg der schooae koasteii 
worden de te Amsterdam en '« Gravenkage opgerigte MMt- 
BckKjpfijeaï opgegeten. In den titel der ' $ Grapenkaagseke 
18 eene nÜMtellIng: tij tchngft niet, gelijk de Amêierdam-' 
$ek0, >tot beTordering Tan beeldende knnaten/^ idaar noemt 
liok Nêderlandteke MaaUckmpp^ «ai» êckoone Kun$ien ; eene 
• dflffgelQke" als de Amiterdmmêcke kan men se ook niet da- 
dflügk noemen: %\i werkt op geheel andere wijie, diedan 
ook in Tijdacbri£ten , aan de knnat gewijd, kreeder aange» 
wnnmi anJb^ besroegde beoordeeUan^ ab «eer yerschillend 
Tan die der Hofftad, b^end i^. - * 

Ab Awdiaiigsei 'op de drie-Deèlen V^t hettefre Toel aan: 
het.Tiiime t^ak^ gaf 4aiiook hiertoe geschikte *aaii|eidiDg. 
Wt| moeten eèhter ngg^eeni^' oittiaauwkeórigKèden op^- 
Ten, ' die pna foorkomen Tan belang te xijn.- Op het art; 
x. 'soiovxAJi morit geen woerd gesproken* T«n ÓMéUa iooa 
te Bred^ Hoezeer dete in het^ Ter^lg^ oniler de ' jongeté 
knaaiei^ipDrfl tonde :moetw behandiéld worden ,- verdiende hij 
Tooneker, :ab Terdienstelijk beoefenaarV hier wel met een 
enkel iwóord ttf t$n aaiigdiaold, om nader ö|> dien Schilder 
tnrag te komen.. ' Ook -ia er eene noMtelling' in de opgare 
der achUdeHiién Tan den Heer o. a. sghkidt, te IPordreckf, 
Die Heer is niet de schilder Tan hët Hnwelijkscontract, wel- 
ke schilder^ in den Catalogus der Tentoonstelling te Am- 
.êterdam, Toor den jare 1838, geivDemd wordt. »0p de Ten- 
tocmstelling in 1838," Tinden wij hier, » beschoavf de msa 
met Termaak een stuk, door o. a. schudt, Toorstellende 
het maken tan een HnwelijkècoAtract , N«. 406." Van het 
HnweHjkseontract is TerTaardiger de Heer w. a: schxidt te 
Rotterdam, Be beschriJTing achter No. 407, het Hnwelijks- 
Gontract, is achter N». 406, de^hilderij Tan a. a. scaaint, 
geplaatat. Het, onder dat N«., door laats^enoemden Schil- 
der geëxposeerde stak was een' Binnenhuis. Op het art. 
soTBB hadden wij: nog gaarne melding gemaakt getien (het 
ia toch teer kort na den dood Tan dit uitstekend talent be* 
kand geworden) Tan. het plan, om een gedenkteeken Toor 
dieni jeugdigen knnstenaar, . Toör dat Genie, TOor dien Pein^ 
4r0 dê .genre^apart f gelijk wij eldera Tonden, op te rigten ; 
te meer, daar er. reeds bijdragen tot dat einde door SchHden 
en kunstTeaeerders geloTerd tijn. Ree. , . schoon er niet toot 
. tirade i. maar Teeleer instemmende met hetgeen de Eerw. 
aoBiLi, in t^ne Re^TOeriug over A«^ cngepaêt «fi overdreven 



430 R. TAir JBTlTDJiK KK X. VAN OER TI'ILLIGElf, SNZ. 

VBfêeren wëm iM#fiie4M, «la eei» kenwierk «a» tfnsffii /ee/- 
^é^'^'* «^t> (Fa«foW« LMéfoèf. No. IV. 1841) om inaarxoo 
raiüMehooU nonttmeotea 0p te rigten, Mg eobter gaarne, 
en seker sagen het seer Teles gaarne met hem, dat het plan 
tol atand kwam. 

. Door den dood Tan den Heer vav nsa wiiLtaKa tal er 
weariobijiiltik m wel geen wvelg op dit werk te waoklen 
^n» wafltriD' de leemten en oimuniwkeiirighedeB siiUen knn- 
oen worden terbeterd* Het ia dntte.wenfeken, dat avdka 
geiehiede in het werk» hetwelk de TerdienBteiijke ivna^ 
ziiL zoude uitgeven, en w|) tot anlk emie hoogte hopen 
gevorderd te agn, ilM het, naat hehnlp vèn bekwnne han- 
den, hpt lioht kan ik^« Zoo amfen. hij het henhiiJTen 
van hét k unite naa r aleren , nit een ^ckiéékmniig oegpnnt 
heschoowd, veto böxonderheden enf toekomen, welke in 
Mae Uographiai^ wetken of geheel over het hoolil genen 
of min naaawkenrif geboekt aijn* 

Weinig k/m de waaadige vak naa wtLttaaa vewnotJen; 
dat 14} 100 apoedig op de lj{«t der eterbdenan Mwide ign 
aaogesohreven geweiden T Bere «ji doa ngner n^gedaehleua, 
daar bij ateeda en ook hier getoond koeft,. aoe veel iu sgn 
vermqgiNi was^ belang te ateUen in de Getchiedcnb dèr vn* 
derlandiiohe Sehlld^nmt 1 . 

. Brok en papier «^ gdykaan da^vooge fieeisn, en voor 
de beaitt^r» dernrtven i» dit Aanhangsel ( 



Egnwnd in 1Q04 en 1031» d^or v. #. aarnuK4 7a AHk* 
maar, hij H. i. vtm Vloten. WM. /* yr. 8ra. Zf/en 

v\ at Reo. woegev by W aaakonfigcn win de eestte pvoe* 
ve dei :heeren aoanua vreeede,. dat alet h$ m dit itnk he« 
waarbe^i. Het ontbreekt den men niet aan aairieg , nmar h% 
sUnV efa^en gel^eet verkeerden w^ in, en lal daardoor &p 
den. duet weinig of niela goeda leveran. . Bet liei men veedb 
uit de onderwerpen^ die hg ter behandehi^ kieaC, en* die 
meestal van weinig amacdb gefinigen. Zoo waa het met lifne 
jaaBiiavsfnA, aoo is het ook mei het eerste gedeeto van 
Kanoinp. Hctt «(«ar^pel tosmhen ajcinavi»*^ naa aanoaa 
w d^n^cyr vAi^aijraasa en én alaat vam beiden haeft naetn^ 
waardoor het eeeigaina de bebngstetting waardig: is; nieta, 



W, J. HOFDIJK 9 SaMOJID. 431 

waardoor hei ludh eeisgtii» ter bekandaliag aai^beveelt : 't is 
alledaagflch» Terachtelijl , onbdangrgk- Hoe kan het lich 
aan iemand, die eenfgen $mBÊk Jbeiit, ter bewerking aan- 
prijzen? Had bet nog eenige waaide alt mMding of be- 
staoddeel van de tweede legende, S^mumd betreffende, waar- 
in eene andere bmigtvrottw van dat slot lelve aan de tijde 
Tan haren zoon strijdende Tenohgnt, men son bet eerste 
misschien om het laaMe kjunnen di^en. JVaariook dat is 
het goTa) niet Sel têmi daarmede in i^een het minste Ter- 
band, ja het neemt de waariMd of waanehijnlljkheid van 
het laatste verbaal geheel weg. Heer aan o, vin de tweede 
legende, kan, naar de tijdrdraiing des Dichters, nog niet 
Teel meer dan een kind geweest zijn, niet Teel onder althans 
dan Tijftim jareo, en de wijae, waarop hi| hier Toofgesleld 
wordt* ia mei dien Jengdigen' keftifd geheel in sti^d* Ir 
bestaat ook gew de minste i^awenhaBg tnsscl^en bet eenite 
ea het tweede. 

U dus de keuae dei enderwevpa «mgelnkkig, de bèkaiMie* 
Ki^ Isial ioigdj^kf Ted te weosohen erev. Hofdijk be« 
boort imdv de Aemmtieken, di» maenen, dat alles, wat 
looderjing w» eok faaai liioet a^n, dié met maat ea ri}m 
fmsfimged.too. ab het bun goeddimikt, di^ er eene btjaen* 
dere «cbooQheid in aoeken , ala «j hannes Teraen en vel^n* 
nup «oo afdeelen , dat- er nseta Tan het Tersiq 0TerbM)ft, en 
die'deer klinkende goorden jniatheid en waaAeid Tan denk- 
bedden toeken te Tergoeden. Ree. wil eens eoM oikele 
bladz^de nagaan, die op Terre na niet onder de ongelak- 
kigste behoort, en doen zien, hoe Tele foQten in die weinige 
regeh lijn te tellen. Wj kiest hl. 18: 

Hoo'Tteeslfk een TcÉrandering , 

Heit oogenblik , dat fwsr vérging, 
£n 't eegeablik; Tan 't sehrikkli>k leden I 

Die aanblik *-^ o, een hellennart 

Greep hem met seherpe klaauw in 't hart 
£n dreef djo Meed terag naar d'oorspreng; 

Creen siédring was 't, die hem bering,^ 
Set was een schok, die alles doordrong, 
• Verlamming, schrikbre dolzellng, 

-Stnipaohtig^ die de levensronk 

Bodtcigde met -Termeling <rf 

Met waancfR. 't Scheen hem de aarde ontzonk , . 



432 W. J. HOFDIJK 

Of fansdi de bamert weer in 't stof 
Verging en werrknd rond hem vloog ; 
't Waa of ;E^n geest het lijf onttoog ; 
Z$n hoe^m hijgt nai^r lacht , zijn oog 
• Staajrt Bohrikklijk. 't schénnig sdiouwipel aan; 
Zijn knieën. knUcten^ en de kracht 
B^af hem om alleen te «taan ; 
Gelijk een oeder, die , geknecht , 
De kmtn aan een der rotten leunt , . 
Die hem roor 'tiitorten ondeMteunt , 
Zoo.lennt de ridder aan 4®n wund 
Door ijwlgki weegevoel rermand. 

Ree. wil de eerste regels laten gelden voor 't geen tg sijn, 
olschóon hei a&gef^flik ea« *têckrikU^k keden hem weinig 
bevalt, en 'de tdbf|»a:iinsHir:<l#r Ji«Ue»fMiir#-eene vn) afge- 
zaagde nitdrakking is. Maar de man , die xieh ook al ver- 
meet, eene eigene. spejUng van otite taal te heUien, moest 
dan ten minste .toonen, dat hy die Ual verstond^ Ig moest 
in doordrong den klemtoon niet' verkeerd hrtfcenJaten val- 
len, ett daarddior niét «ene verkeerde beteekenis aan dat 
woo]^. hebben gegeven. 'i>eer</rtfii^af> mei-den .klemtoon op 
het Tootsetsel, en doordringen met den klemtocm op het 
wer)LWOoird, zijn- twee verschiUende woorden, waarvan «A- 
leen het laatate hier te pas komt. Hij moest niet sprekea 
van eenen goknmehien ceder, noch eene constructie maken, 
gelijk deze'; 't Schoon hom do aardo onUonk. Maar men 
zie eens den kliogklang en onzin, xdie er -tC/ vinden itf» te 
beginnen met : Verlammintg^ epz. Wat is eea^tehrikhro dmi^ 
Moling, die êtuipttehtig is? oi een lovenovonkf die bedreigd 
wojrdt met vornioUng ;of mti.foaansinf Een tonk wordt 
uitgedoofd, niet vernield, en hoe een .vonk bedreigd kan 
worden met waanzin^ gaat'alle begrip te boven. Maar ei- 
lieve, wat verstaat gij, dooreeabufort, dio in'têtof ver* 
gaat f en daa. NB. $porvlond rondom iomand pUogtf 

Zietdaar aanmerkingen op ééne Uadzgde, en iedere blad- 
zijde zon ruime stoffe <^leveren. Zoolang; men a^ne denk- 
beelden niet juister weet .uit te drukken, zoolang men de 
taal niet beter meester is, deed men best niet voor het pu- 
bliek op te treden, maar den raad van kundige vrienden in 
te roepen, om zijn werk te volmaken, en, na óefeniogin 
de eerst^ verwekten tot wèl schrijve en ook wèl dichte» 



EGMOND. 433^ 

eenmaal ieU beters te kunnen levéren , w«'iartoe het den Heer 
HorD^K niet aan aanleg ontbreekt. 
Druk en papier zijn maar zeer middelmatig. 



Neêrlands Eent^n (Eerste) Koning, door n. b. doitker- 
8100T. Te Utrecht, bij R. Natan. 1841. In gr. vo, 25 
è/./:.30. 

XJet 15 voorzeker een treurig verschijnsel, wanneer een 
Vorst, die gedurende meer dan het vierde eener eenw het 
voorwerp der algemeene liefde en bewondering van onder- 
daan en vreemdeling xwas , zelfs vóór hij het wereldtooneel 
nog verfaten heeft, het onderwerp wordt van voler afkeu- 
rende gesprekken en geschriften; en ook Ree. h^eft het 
meermalen veroordeeld, als hij onbevoegden op hoogen toon 
hoorde napraten, wat zij ten opzigte van hem, aan wiens 
verdediging de voor ons liggende coupletten gewijd zijn, van 
anderen gehoord of gelezen hadden. 

Desniettemin komt het hem voor, dat, in het onderhavige 
geval, alleen de openbaarmaking van nog geheime memo- 
riên, staatkundige briefwisseling, beredeneerde .apologie, 
en op waarheid gegronde eijfers , het moeijelijke pleit zou- 
den kunnen beslechten, en dat zelfs de stoutste poêzij hier 
op zichzelve niet in staat zou zijn , het hart van den kalmen 
Nederlander meer dan voor een oogenblik te treffen , zonder 
zijn verstand eenigermate té overtuigen , of zijn vooroordeel 
— • mogt het vooroordeel zijn ! — te overwinnen. 

Maar, vermag krachtige poëzij zulks niet, wat zal dan 
deze berijmde verdediging vermogen , waartoe de ons geheel 
onbekende Heer doiikibsloot zich geroepen achtte, die 
NB.' zelf in zijne Inleiding erkent: «Nimmer nog wer- 
den de gebreken, waarvan ook de Vorst nooit zuiver kan 
zijn, door ijdele lofzangen uitgewischt" ? — Dan, zien wij 
kortelijk, wat bij ons levert. 

Na de Inleiding, in den vorm van Voorrede , vinden wij 

hier eenen Voorkang, waarin over de van ouds bekende 

' waarheid wordt uitgeweid, dat ook der Vorsten lot afwis- 

' selend is, en dat zij niet te veel op de algemeene geestdrift 

bouwen móeten, 

Die hen met Hozanna's vleit, 
BOBMiscH. 1841. Bo. 10. £e 



tSi V. B. DaNCERSLOOT 

Want het tijn raak veege spranken 

Yan der menschen ijdelheid! (b1. 8.) 

In dezen Voorgang komt , onder de gewone , bij zoodanig 
onderwerp gebruikelijke , figuurlijke spreekwijzen, ook de 
neer nieuwe uitdrukking Yoor , dat > een schip ter kliphank 
henen zakt:' (bl. 7.) 

Nu zijn wij tot het eigenlijke Dichtstuk genaderd, het- 
welk in twee deelen gesplitst is, waarvan het eerste meC 
een Ond-Friesch, het andere met een Latijnsoh motto prijkt. 
Uit dit laatste mogen wij echter nog niet opmaken, dat de 
vervaardiger een »aaii Minerva geheiligd kind'' zou zijn, 

Wiens gretig brein het zaad der wijsheid 
Het onverzaadbren lust verslindt, (bl. 15.) 

. Aan de Omwenteling in November 18t3 wofdt eerst her* 
innerd. Ten gevolge dier Omwentelmg- en andere gebeur- 
tenissen 

Ontlook voor Nederland en Vijfden Willsms Zoon 
Met schitterende pracht do eereêé Koningehroon. 

De verwachting, van den Vorst gekoesterd, die deie ofU- 
loken kroon droeg, was hoog gfespannen, en zij ifl, in veler- 
lei opzigten, voorzeker, niet beschaamd geworden. Dit alles 
wordt hier juist genoeg beredeneerd, ware het maar niet 
zóó bezongen geworden; want, aan rijm en maat gebonden, 
zegt DONKiasLOOT soms onbegpijpelijkhedfen. Hoe toeh kan 
men, b. v., da volgende, alles behalve malsche, spraak- 
wending aan 'sKoniiigs Raadslieden verklaren: 

Meldt vriji in ongeveinsde woorden, 
Hoe dikwijls uw' vereende kracht 
Zich, in haar wulpsche drift (?), vergastte 
Aan 't regt der Koninklijke magt; 
Hoe vaak men voor de fout, door uwo aofa'Ud gewrocht » • 
Bg d'onsehuldvoUen troon aUéén voldoeniBg eoeht. (bl. 16.) 

Maar nu (het is de Heer noiiKKasLooT» die het zegt) zij» 
de Hozanna's gesmolten in een rampzalig klaaggelnid, en 
strooit de laster 



VEéRLARDS EERSTE EOMtRl}. %35 

naar alle kant, met Kst en riaw beleid, 
Het kankerachtig zaad der ODterredenheid^ (bl. 17.) 

waar vooroordeel, miskeDniog en nijd dan ook rijkelijk ya» 
bet hnnne aan toevoegen, en akoo de gevolgen van anderer 
lorgelooze sluimering — ^ Utferl^k zegt novKBasiooT dto 
sluimering zelve -— alleen op 't acbtb^ur bj^fd des eersteo 
Kooings.doen nederdalen. ' 

Na dit bistorisoh verbaal vinden wy, in de tweede afdee» 
ling, eene toespraak aan de Natie, waarim zij billijk ver^ 
maand wordt Vaderland en Koning te beminnen, en verder 
op bet oog te bonden, dat een Vorst even mip als iemand 
anders van feilen vrij is, en bij hare zonen betongnnsti^ 
denkbeeld omtrent den onden Vorst te vemietigeii» die eena > 
de zqfen des Lands geweest is; 
f 
Want als zij in 't verleden zich een blik verscbaffen. 
Dan zullen daad bij, daad dien indruk logenstrafi^n. (bl. 22,) 

Wie den eersten dezer regels ^oed scanderen kan,, trtf mikt 
magnuê Apolh, 

Voorts wordt ons, nadat nog andere zeer teedere snaren 
z^n aangeroerd, geleerd, de dure rust niet te wraken, door 
den Vorst in den avondstond des levens aangekocht; (bier 
een minder gelnkkig gekozen beorswoord) want; 

Heeft bij voor z^n gemoed tevredenheid vergaard , 
Bekijft deez' kalmte niet ; wijl gij nooit Koning waart. (bl. 23. ) 

Wg voor ons zijn meer geneisd eenen Dichter te bekijveni 
die ons zulke verzen te lezen geeft. 

Eindelijk wordt den lasteraar bevolen, den zwadder te 
verbergen , 

Die, druipend van vergiftig vocht. 
Zich om het vorstlijk purper sHngert, 
Dat bij zoo vlekkeloos dragen mogt. 

't Is dan ook vies! 

De ShtMang ^«derscfaeidt zich, daar bij alweder op de« 
zelfde zaken terugkomt, in niets van de vorige Zengen, datt 
dal by , 43m eene reeds zachtkens aan weder uit 'de mode 
rakende manier te volgen, in een ander metrón ge^ 
schreven is. 

Ee 2 



436 X; B. OONKBASIOOT» IfEeRLlNDS EERSTE K0NI1C<3. 

En xoo hebben wij ons dan reeds meer dan geno^ met 
deze pennerracht bezig gehouden, xonder nog de tallooze 
Tenulmde smeltingen en andere sonden tegen eene goede 
▼ersificatie met den vinger aan te wijzen. Ban, waarom 
hielded wij er ons zoo lang mede bezig ? Om het onberaden 
in het licht zenden van onbekookt rijmwerk , al is er dan 
ook een welgemeend doel mede verbonden, af te- raden P 
Juist! Haar, zal deze poging meer helpen dan zoo vele » 
reeds, in ernst en scherts, vroeger ea krachtiger , door an- 
deren aangewend? Wij vreezen bijna neen. Zij het datt 
althans, verzenmakers van deze soort te ontraden, zich aan' 
soortgelijke, in allen opzigte hoogst moeijelijke, onderwer- 
pen verder te wageg, of, als zij zich verpligt wanen Vor- 
sten te verdedigen , huiine toonen dan niet tevens in het ge- 
schreeuw tegen deftige , door die Vorsten zelven toch vrg- 
vnllig gekozene Staatslieden en tegen Volksvertegenwoor- 
digers te mengen, om. wier bedoelingen en daden met 
joTstheid te beoordeelen zij althans niet op de vereischte 
hoogte staan. 



Volksverhalen en Legenden van vroegere en latere dagen ^ 
uU meest JVederlandsche sckr^vers en mondelinge mede^ 
deelingen veraameld door m. d. tbbhstba. Iste Stuk, 
Spookvereeh^ningen. Te Groningen, 5y J« Haftenkamp. 
1840/ In gr. Bro. XZIV en 192 W. ƒ2-: 

flien zonderling amalgama! Be Schrijver zegt, dat zijne 
bedoeling met het zamenstellen van dit boek geweest is, 
»door deze zotheden denzotten van hunne zottemijen te be- 
vrijden." Hij wil dus door deze verzameling van Volksver- 
halen en Leenden het bijgeloof tegengaan, wat nog .maar 
al te veel wordt gevonden, en door eene eenvoudige voor- 
stelling van de menschelijke dwaasheden het geloof aan spo- 
kerijen wegnemen. Bit doel is loffelijk, en, wat ook velen 
er van denken mogen, niet overbodig. £r zijn nog men- 
schen genoeg, die aan dergelijke dingen geloof slaan, en ten 
aanzien van enkele puiiten^ in dit boek vermeld, b. v. het 
geloof in werkgeesten, was Ree. zelf meermalen daarvan ge- 
tuige. In dit werk nu zijn eene overgroote menigte meer 
of minder belangrijke bijgeloovigheden verzameld uit vroe- 
gere en latere dagen, uit ons vaderland en uit andere lan- 



M. B. T£EirSTRAy TOLKSTlRHJLLElf EN LEGENDEK, 437 

den. 'I>e rerschillende wijzen , waarop de Dnivel gezegd 
wordt tich te vertponen , en eene menigte van andere ver- 
schijningen , leveren den Schrijver overvloedige sloffe op. 

Doch y xal door dit boekje het beoogde doel worden be- 
reikt? Daaraan twijfelt Ree. grootelijks. fiet is eigenlijk 
voor geene klasse van lezers geschikt. Voor den meer be- 
schaafde is het te plat en dikwijls te wéinig beduidend; 
voor ' den onbeschaafde is er veel te veel in omgehaald. 
Voor die soort van lezers» die de Schrijver eigenlijk, zich 
voorstelde, had hij zich enkel moeten bepalen tot datgene, 
wat in ons land en in onzen tijd . nog gangbaar is« Qij had 
niet tut alle hoeken een vreemdsoortig allerlei móeten ver- 
zamelen, waarvan het meeste voor den bijgeloovigen lezer 
van onze dagen geen doel treft. Of ook de toon, waarin 
het grootendeels gesehreven is, aan het oogmerk zal be- 
antwoorden, komt Ree. zeer twijfelachtig voor; terwijl in 
allen gevalle het boek weinig geschikt is, om in eenen 
meer beschaafden kring bijval te vinden. 

De bedoeling moge'dns goed zijn, de uitvoering laat veel 
te wenschen overig. 

Er staat voor dit boek eene zonderlinge Voorrede. Daarin 
verklaart de Schrijver, dat dit stukje de voorjooper is van 
een ander werk, >om de zoo ligtgeloovigen ook van andere 
dwaasheden terug te brengen, door niet maar zoo blinde- 
lings aan allerh^de mythen en fabelen, door deze en gene 
vrome predikers en romanschrijvers uitgekraamd, te geloo- 
ven." Van welken aard dat werk zijn zal, daaromtrent 
vinden wij in deze Voorrede enkele aanwijzingen. Na de 
aanprijzing van eenige wérken, vooral van het beruchte 
boek van stbadss,. verklaart de Schrijver, dat men daaruit 
• zich zal overtuigen, dat het verbaal der wereldschei^ing , 
gelijk ook andere p^antastische verhalen viui mozbs en de 
Profeten, aan de denkbeelden van de midden- en Oost- 
Asiatischê volken ontleend zijn." Ook verder sch|jnt het 
te blijken, dat de verhalen der Heilige Schrift bij den 
Schrijver weinig genade vinden. Hij spreekt van «hetschoo- 
ne en verhevene van jbzüs leer eii leven, dat in bijge- 
voegde wonderen verward wordt;" van «waarheid en ver- 
dichting, geschiedenis en mythus, leenden en priesterfa- 
belen uit eenen bijna schrifteloozen tijd." Men leert uit 
dat alles den geest van den man kennen; welke kennis 
ons volstrekt niet doet verlangen naar het beloofde werk. 



438 m. D, TXSKftTftA, ?OtKST£llBALEN ER JLCeEHOXH* 

S.At praten van onbero^den en dgenwijien oyer take^p 
naarran tg geen rentand hebben, die eene mate yan we- 
tensehap yereischen, Terre baiten hun bereik , behoort on- 
der de trearige Terschijnsélen onzes tijds. Steauss heeft 
Keker het meeste kwaad gedaan daardoor, dat xgn boek ia 
banden is gekomen Tan velen, die het volstrekt niet kon-r 
nen verstaan en beoordeeleq, en die zich toch vermeten 
een oordeel te vellen; die eene klok hooren loiden, maiqr 
niet weten, waar de klepd hangt. Uit het geschrijf vatt 
den Heer TiiHsraA in zijne Voorrede zon Ree. besluiten, 
dat ook h\j tot het getal van dezen behoort. 



Toonaelen uU hei Straf regt^ door a. j. vah loor. /// Ver- 
Mamolingen. Te Amêierdam, bij J. C. van Kesteren. 
1840, 1841. In gr. (hp. Te zamen 838 bl fS-25. 

Scheteen uit de RegtêMoal en den Kerker, naar het leven 
geteekend. Eene nieu¥;e bjfdrage tot de geeehiedeniê der 
lijfstraffelyke regtspleging in ons vaderkmdy door w* 
vaiisAAtD. Te Schoonhoven, bij 8. E. van Nooten. 1840. 
ift^r.Sfo. 266M. ƒ 2-60. 

Van deze beide werken, waarin tooneelen nit de {^esdiie* 
ienifl van het 8trafr^t worden geschetst, is het eerst aan* 
gékondigde, dat van den Heer vah looh, het beste. Hei 
bestaat mi drie verzamelingen. Se eerste behcist de beide 
verhalen:. Onechnld en echnld, en: Schijn bedriegt. De 
tweede: l^e getolgén der ontrouw, of het hon der misdaad , 
en: Jacobuê D., of het elagtoffer van het vermoeden. Se 
derde: Schuld en geene eehuld, en: Misdaad uit hinder* 
l^ke teederheid. Al deze verhalen zijn, nit een romantisch 
oogpunt beschouwd, nog al belangwekkend geschreven, en 
de inhoud, zoo al niet overal waar, heeft ten minste 
niets tegenstr^igs, hoe zonderling somw^len de loop der 
gebeurtenissen zg. Bovendien is de stijl dooi^aans zuiver^ 
nu en dan krachtig en sierlijk-, de voorstelling hier en daar 
trefiend en roerend, de strekking zedelijk en leerzaam, 
hel laatste soms ook voor Leden en Ambtenaren der-Reg- 
terl^ke Magt. Set de strafwet en de vrijze van strafvorde- 
ring is de Schrijver behoorlijk bekend ; een onmisbaar ver- 
ciaoiite b^ soortgelijken arbeid, daar niets zoo hinderlgk ia 



A. J. TAK LOON, TOOKEELEN UIT HBT STRAFREGT, ENZ. 439 

in de lezing, dan * wanneer men dingen als gebéurd ziel op- 
geigeveo , waarvan ieder deskundige z^gen moet ? dit kan 
geene waarheid zijn ; op deze of die daad is deze of die straf 
niet toepasselijk, enz. 

Haar in elk opzigt staat het tweede hier aangekondigde 
werk, beTattende schetsen uit de Regtszaal ai den Kerker, 
door den Heer vaissAAao, beneden de drie verzamelingen 
van den Heer tah loon. Be inhoud is: I. Set eerloos huis-' 
gezM , of müdaad uU goedhartigheid. Doch welk een Ter- 
schil bij TAN i.ooN*s verhaar, het tweede of laatste uit zijne 
derde verzameling : Misdaad uit hinderl^ke teederheid! Bij 
TAN LOON laat een onervaren jongeling, die als matroos bi^ 
de Tloot in dienst was, dodi met groot Terlof naar huis was 
gezonden, zioh door een' Commissionair in plaatsrerrangers 
en nommerTerwisselaars Terleiden, om op den naam van zig- 
nen broeder, die een hoog nommer had getrokken, maar 
toch te kort was, dat nommer tegen een^^ager te verwisse- 
len. Hij zet dau ook, waar het noodig is, zijns broeders 
handteeken, en gaat, als het lagere nommer van een' ander* 
lotéling hebbfflide overgenomen, voor dezen op, die nu het 
hoogere nommer van den broeder des in zijne plaats dienst- 
nemendeu j<»igmans krijgt. Al het handgeld niet alleen 
geeft hij- aan zijne arme, moeder, maar ook de termijnen, 
gedurende den dienstt^ en na ontslag,' zouden aan haar 
worden uitbetaald. De zaakwaamemet iegt, dat zulke din-» 
gen meer gebeuren, dat er geen gevaar in steekt, en dat 
bij wel voor een ontslag uit de zeedienst zorgen zal ; maar 
dat paspoort blijft natuurlijk weg , de termijnen worden niet 
betaald , de nommerwisselaar durft den zadcwaarnemer niet 
vervolgen, omdat hij alzoo zelf zou uitbrengen op eenen 
valschen naam te dienen, en de weduwe, zijne moeder, lijdt 
gebrek. Daar de jongman de dwaasheid beging, bij de ma^ 
riniera zich te laten overteekenen , werd hg welhaast naar 
eene zediaven verlegd, eindelijk door matrozen herkend, en 
zijne misdaad ontdekt. Dit alles laat zich begrijpen. Is hét 
niet gebeurd, zóó zou het eehter hunnen gebeuren. Maar 
Ing v-ftiasAAan beloven eene' moeder en hare beide zonen, 
den diefstal, aan de eerstgenoemde door zekeren knaap ge* 
pleegd, die haar een zilveren knipje ontstolen had, niét te 
zullen aangeven. Zij doen dit ook niet. Tot dusverre goed. 
Maar een ander , die het knipje uit eenen winkel door een* 
der zenen had zien terughalen, geeft het aan, en nu ook 



440 A. J. TAK LOOlf 

honden moeder en zonen, niettegenstaande alle vriendelijke 
en ernstige aanmaning om voor de waarheid uit te komen , 
niet alleen hij de Toorloopige instmetie vol , «oh niets van 
den diefstal en de teraghekoming van dat zilveren knipje te 
kunnen herinneren , maar allen doen een' valschen eed voor 
het Provinciaal Geregtshof , terwijl zij door andere getuigen 
en door den dief zèlven gelogenstraft worden. Dien ten ge- 
volge worden zij , nadat het arrest tegen den dief in staat 
van gewijsde was g^aan, zelven w^ens meineed vervolgd, 
en door het Hof met alle regt veroordeeld. Indien het ver- 
haalde watirheid ware, dan zouden zulke hedriegers der Jus- 
titie waarlijk niet veel medelijden verdienen, tenzij men 
hen wilde beschouwen als krankzinnigen op hei jmhi ^ dat 
ieder verpligt is , zijn , met ander inzigt en bedoeling gege- 
ven, woord te houden, ofschoon er omstandigheden zich op* 
doen, waarbij het pügt wordt anders te handelen, en waar- 
op ifai woordgeven ook' nooit betrekkelijk is geweest. De 
verdediging dier lieden zou dan ook op onderstelde manoma^ 
nie moeten zijn gegrond geweest. Maar het verhaal kan 
geene waarheid zijn : want de dief van het ölveren knipje 
werd slechts vervolgd wegens diefstal in een bewoond huis; 
doch , daar het diefstal was door éénen persoon en bij dag , 
bleef dit slechts een wanbedrijf. Daarvoor scheen het ook 
de Schrijver te houden , als hij spreekt van de A^gters en 
den Officier van Justitie. Maar al het verder vermelde, we- 
gens de Acte van beschuldiging enz. , verwijst ons naar de 
bdandeling eener lijfstrafielijke zaak. Wij zouden hier meer 
kunnen aanvoeren. Genoeg, dat er volledig bewijs is, niet 
alleen van de onwaarschijnlijkheid , maar zelfs van de onmo- 
gelijkheid der geschiedenis, zoo als die door den Heer viiss- 
AAED wordt voorgesteld. «Gelijk gij wilt, dat u de men-' 
schen doen, doe gij hun desgelijks." Hiermede vangt hij 
zijne vertelling aan. Grooter ontheiliging dier verhevene 
zedeles is er wel ' nooit gebeurd. Men zcga haar- in dezen 
aldus moeten toepassen: «Indien gij schiüdig waart, zou 
het u aangenaam zijn, indien een ander, door zelf eene mis- 
daad te begaan, n redden wilde; dus moet ^y, door zelf 
eene misdaad te plegen, eenen schuldige aan de hand der 
vervolgende geregtigheid zoeken te ontrukken" I De bedoe- 
ling der spreuk is immers: «Gelijk gij, redel^kêrw^Me ^ 
wenschen kunt behandeld té worden, gedraag u alzoo jegena 
Anderen." — Het tweede verhaal van den Heer vkibsaaB'Ii 



TOONIELEH ÜIT HET STItAFREGT , ENZ. 441 

ig: Jêhan N., of onschuldig , en nogtans misdadig. H$ 
werd namelijk I schoon aan misdaden sdmldig, waarToor hij 
geene straf ontving, schaldig verklaard aan eenen diefstal, 
dien hij waarlijk niet had gepleegd. Haar waarom werd 
hij ook niet veryolgd w^ens zijne mishandeling Tan den 
Conmiissaris van Policie (bl. 211)!^ Se woorden, die hier 
en daar aan dezen en aan den President van het Hof in den 
mond worden gel^, hebben ook de waarschijnlijkheid niet 
Toor zich. Echter zonden wij in. het algemeen nog meer 
Trede hebben met deze schets , dan met die Tan het mein- 
eedige huisgezin. 

Ten slofte eene algemeene aanmerking op de werken zoo 
wel Tan vah looh als Tan tmibsaaib en op alle soortge- 
lijke tafereelen. Zoo dikwijls de namen Tan personen en 
plaatsen, benevens de dagteekening, niet met juistheid wor- 
den genoemd , en geen onderzoek naar de waarheid Tan het 
Terhaalde daardoor mogelijk wordt gemaakt , kan elke schets, 
zoogenaamd uit de gedenk rollen Tan het Strafregt, slechts 
als een roman worden beschouwd. Dergebjke romans kun- 
nen goed zijn, maar de schriJTers hebben geen regt, om 
geschiedkundig geloof Tan hunne lezers te Torderen. 



De^ Chufier van Simhirth, Een Verhaal van a. toh hei^ 
'ainaiir. Uit het Eoogduitsch. Te Amsterdam, bij J. M. 
E. Meijer. In gr. 8w. 330 bl.fS*: 

XJet is reeds in het Taderland Tan den SchriJTcr, door 
eenen bcToegden regter, hem ab eene belagchelijke zwak- 
heid aangerekend, dat hij zijne tooneelen grootendeels in 
Rusland plaatst, hetwelk hij nooit gezien heeft, en deszelfs 
zeden en gewoonten zóó Toorstelt, als een blinde OTcr de 
kleuren zou oordeelen. In hoe Ter Tan de zijde der zede- 
lijkheid deze rofian aanbcTeling Terdient, blijkt genoeg- 
zaam, wanneer men weet, dat de held des Terhaals zijn 
geluk maakt, door zich te laten misbruiken tot Toldoening 
aan de wellustige dartelheid, die men gewoon is, Rus- 
UsndSf ook in andere opzigten te regt beruchte. Keizerin 
KATHAiiif A DB II SiSOï to tijgcu ; tcrwijl wij, als een staaltje 
tot beoordeeling der waarschijnlijkheid Tan het Terhaal , al- 
leen willen aanToeren het hier beweerde, dat, bij de teregt- 
stelllüg Tanden:oproerling puGATscHBw, zijnboezemTriend, 



Ü2 G. TOlf HEERIITGEN, DE GOVRIER VlIY SIMBIRSK. 

deKosak AüTtzotr, eerst onbemerkt den scherpif^eerdoer- 
it^kC, zich vervolgens meester maakt van diens ambt^e- 
waad, en, met het oogmerk om zijnen vriend te bevrijden, 
indien al niet van den ge wissen dood, dan toch van de hem 
toegedachte folteringen, in dat gewaad vermomd, den ter 
dood veroordeelde en diens medepligtigen eigenhandig ont-> 
hoofdt,.en daarna zichzelven door een pistoolschot het leven 
beneemt 1— Zonder groot verlies zelfs voor lezers, die slechta 
tödverdnjf zoeken, en zonder eenig gemis voor ons pa- 
bliek, in zoo ver het prijs stelt alleen op datgeen, wat 
beantwoordt aan de eischen van eenen gezniverden smaak, 
had dos deze roo^an onvertaald kunnen blijven. 



Het Bal van Almeria. Ee% Verkaal voor het opkomend 
Geslacht, Door den Schrijver van het Beatuê^hoL Naar 
de derde Hoogduitsche uitgave. Te Deventer, by A. J. 
van den Sigtenhurst. In hl. 8«o. 183 £/. / 1 - 65. 

JJe Schrijver schijnt te vergeten, dat hij zijn boekje vbor 
de jeugd bestemt, als hij moeder Vahria laat zingen: 

» Elke last voelde ilC mij daar verligten , 
Als hij n4j zijn porpren lippen bood. 
Wat ik aan zijn borst eens mogt genieten , 
Voelt geen sterfling met een koeler hart.'' 

Ook maakt zij haar kind bang voor den langen man, die 
zich in den stroom tusschen de klippen verborgen houdt, 
om de kinderen , die te digt bij het water komen , te doen 
verdrinken. Wij zouden dus den Vertaler raden, in het 
vervolg zijne keuze te bepalen tot zoodanige werkjes voor 
de jeugd, die wij met meerdere ruimte kunnen aanbevelen. 



Gedichtj&e voor de beschaafde Jeugd. Bevattende Verja^ 
rings". Nieuwjaars- , Bruiloften en Albumversen, Te 
Gouda , bij G. B. van Goor. ƒ : - 75. 

Eindergedichtjes van j. scHKrrsLAAt klots, geb, mooanA 
VAR sTsiiiGA. Te Hoorn, bij Gebr. Vermande,/ :-90. 

Wij juichen iedere poging toe, die gevoel voor het goede 



GEDICHTJES TOOR DE JEV6D. 443 

en sdioone, smaak ei» beschaTing bij de jeogd kan opwek- 
ken en bevorderen. .Credichtjes voor kinderen en roor de 
beschaafde jengd kunnen hiertoer medewerken. Om ecbter 
de jengd ook al op Broilofien te laten zingen en voor haar 
AHmmTersjes te TerTaardigen,t« dit vinden wij minder ge- 
past. Verjarings- en Nieawjaarsdichtjes voor onders of be- 
trekkingen knnnen hnnne nattigheid hebben. Be hier voor- 
komende lijn niet geheel zonder verdiensten, hoewel zij, 
daar er op vader, moeder, oom, tante, grootmoeder, neef 
en nicht en voogd gezongen wordt, wat eentoon% van kleur 
zijn , hetwelk dan ook niet te verwonderen is , daar men al 
eene zeer rijke dichtader dient te bezitten , om, bij zoo groote 
gelijkvormigheid van onderwerp, eenige belang inboezemende 
verscheidenheid te leveren. Ook hindert ons hier weder die 
verminking der overkostel^ke benamingen, die wij aan onze 
ouders geven: dat Xoesje, voor moeder. Opa-lief en Óma- 
lief^ voor grootvader en grootmoeder , behaagt on» idet. Wij 
leeren onze kleinen bidden oiua Vader; en de verknoeijing 
van den naam van vader duidt immers (peen meerdere harte- 
l^kheid of liefde aan P Wij hebben hooge achting voor alle 
bevoegde Schoolopzieners; maar het zal ieder, die in deze 
betrekking het gewone schoolbezoek aflegt, toch zonderling 
toeklinken, wanneer de kinderen hen begroeten net het: 

»Zijt welkom, hraYe LeiterkeUP* 

In het Album van een* Onderwijzer of Leeraar het kinil 
te doen séfarljvén : 

• Het is streelend, wen m' in cere" (ook dichterlijk 
niet gelukkig) 

»'t Hoogaanzienlijk ambt bekleedt," 

komt ons overdreven voor. Eere den onderwijzersstand'; maar 
zoo noemt men de betrekking van eenen Minister Of Staats- 
man; en, gelijk wij dan ook reeds te kennen gaven, wij zijn 
niet voor dat zoo vroeg aanleggen van Albums. Op het punt 
Van de Albums zijn wij het, wat dat aanleggen en de waarde 
betreft, met jonathaii, in zijne Waarheid en Dreomen^ 
eens, als hij zegt : » Ik ben geen minnaar van djsn gewonen 
AB)um-vorm, tweehonderd losse bladen in een koker. — 
Vriendschap is voor mij als de kelk van eene roos, die de^ 



444 GEDICHTJES YOOR DE JEUGD. 

* • 

bladeren, welke zij draagt, niet alleen aan zich, maar ook 
aan elkander verbindt ; Toor velen heeft •^ij meer van den 
vlinder, die de eene bloem na de andere knst, zonder ander 
onderling terband, dan dat hij ze allen beurtelings zijn hof 
maakt." 

De KinHergedichtjea N<^. 2 voldoen ons beter. De onder* 
werpen zijn welgekozen; de poêzij is bevallig, en bevat vrij 
wat minder rijmelarij , dan wij wel eens in boekjes van dien 
aard aantroffen. Opregtkqid, MorgenpUgt zijn, onder ande- 
ren, )ieve stukjes. Uit het laatste iets ter proeve: 

#Kindren, zijt gij frisch ontwaakt. 

Hebt ge een zachte rust eesmaakt 
En in 't koestrend dons ^el^en, 

O dan is 't uw dure pligt. 

Eer ge iets anders nog verrigt, 
God te danken voor zijn' zegen. 

»0, dan ziet de Hemelheer 

Yol van liefde c^ u ter neer. 
En zal steeds aan u gedenken; , 

Jezus, aller kindren vriend. 

Zal dan alles, wat u dient. 
Op uw bidden aan u schenken. 

»Hij, zoo liefderijk en goed. 

Sprak eens met een teer gemoed : 
• Laat de kindren tot mij komen." 

O, vergeet die woorden niet; 

Maar volbrengt, wat Hij gebiedt; 
Dan hebt gij geen kwaad te schromen." 

Dezelfde woorden en gedachten, in de twee laatste cou- 
pletten voorkomende, treffen wij nog eens in het laatste cou- 
■ plet van het verne, Opregtheidy aan: zulk eene armoede 
moest men, bij de schatten, voor kinderlijke poezij voor- 
handen, hier niet vinden. 

Het boekje is lief uitgevoerd. De plaatjes zijn niet onbe- 
hagelijk. Het meisje op plaat 2 is ongelukkig misteekend en 
te groot van hoofd; zoo ook maria op hl. 57. 
* Ck>k weder bij het aankondigen dezer kinderwerkjes dach- 
ten wij: Onnavolgbare var alphkh, hoe hebt gij den kin- 
dertoon getroffen , en getoond , de kinderlijke ziel te hebben 
bestudecnrd 1 



No. V. Boekbeêch. hl. 212. r^. 17 staat onverklaarbaar 
in stede van verklaarbaar. y 

No. IX. bl. 395. reg. 10 en 14 v. o. staat 's U in plaaU 
van '# It. 



B o E K B E S C H Ö U W I N G. 

De Evangelische Kerk verdedigd. Leerredenen in den 
winter van 18}^, in de Drievuidigheidskerk te BerJijn 
gehouden door Dr. MAftHS-iHSKs. Uit het Hoog ^ 
duitsck. ^4 Gravenhage f b^ W. P. Tan Stoekum. 1840: 
Ingr.%vo.XFIen\Uhl f \-2b. 

Xndieii wij deze Leerredenen yan den Berlijnschen Hoog^' 
leeraar marhsihske van de z^é der Homiletiek wilden 
' beschouwen , dan zon Ree. ze juist niet bij uitstek als 
modellen kunnen aanprijzen \ dfin zou bq moeten aanhier- 
ken y dat daarin yan tekstytrklaring weinig of geen werk 
gemaakt. is, zelfs waar bet yoóral Aóodig zou geweest zijn, 
ja dal de tekst meestal slechts motto i8> en op plan en 
behandeling wéinig inyloed heeft; dat -zij zich ook door 
geen bijzondere schoonheid yan kanselstijl aanbeyelen y én 
in dit opsigt dooï andere yooitbrengsels yan Daitschen en' 
Nederlandschen grond yerre oyertroffen worden. Doch zi| 
kunnen ook (en dit is , meent 'Ree. , derzdyer yóorname 
bedoeling) als bijdragen tot de Apologctiek yan het Pro- 
testantisme aangemerkt worden ; en uit dit oogpunt willen 
wij ze kortelijk beschouwen. 

Als hoofdinhoud wordt in don titel opgegeyen de ver- 
dediging der Evangelische Kerk; maar nu en dan is hij, 
die hiertoe optrad, meer aanyallendcr— dan yérwerender- 
wijze te werk gegaan , hetwelk hier niet alleen buiten het 
doel, maar ook op den kansel minder gepast- is; en of- 
schoon Ree. het Schrijyer en Vertaler, in hunne Yoorrc- 
denen , hoofdzakelijk toestemt , dat het in onzen lijd noo- 
dig is ie waken en , waar bet pas geeft, te waarschuwen 
tegen de aanmatigingen yan een Pauselijk Catholi cismus, 
en yan «en sluw daaraan ten dienste staand 'Jezuitisrous , 
en althans (zou hij er bijyoegen) om de gronden yan het 
Protestantoche geloof niet yolgens symbolische Boeken, 

BOSKBBSCH. 1841* HO. 11. Ff 



446 MARHEINBKE / 

maar volgens de weluitgelegde H. Schrift iuu& te w^zes, 
loo wenscht hij echter,, dat de Christelijke kansel niet 
weder, gelijk in Troeger* tijd, eene strijdplaats van partijen 
der Christenheid moge wdrden, waarop de yerlichtende, 
heiligende en zaligende kracht van de Christus-leer maar 
al te dikwqls jammerlijk rerloren ging. 

De eersU Leerrede dan , die 2 cor. IV: 6 ais tekst op- 
geeft, betoogt 'de heiüge wettigheid der Evangelische 
Kerk' uit haar ontstaan, harca voortgang en httré voort- 
during , of, zoo als dit laatste, tolgens de behaatleliDg, 
liever zou moeten heèten , uit de betamelijke gezindheden 
of middelen , waardoor «q voortduren kan« Dit een en 
ander wordt hier doelmatig, maar, gelijk in zoo kleinen 
omtrek niet anders zijti kan , zeer kort ontwikkeld 

In de tweede Leerrede geeft de tekst, 6 al. V: 1, eene 
geschikte aanleiding tot Toorslelling van de Evangelische 
vrijheid, van welke ma rhbihexb aantoont,. 1. wat zij 
niet, is, n^imelijk ge^n willekeur noch eigenzinnigheid, 
doch waarvan hi^ dq eerste meer aanvalt .als positief in dé 
Roomschkathjolieke Kerk bestaande, dan wel negatief van 
de Evangelisch^ afweert, en waarbq de tegenwerping van 
willekemr in de uitlegging der-H. Schrift, die den Protes- 
tanti^n wel eens verweten is, wel had mogea in aanmer- 
king genomen en wederlegd worden. 2. Wat zij werkelijk 
is, waarvan hq het eerste niet zeer duidelijk uitdrukt, »het 
» bewustzijn van een onaantastbaar heiligdom, hetgeen 
bieder iu zich bezit ,'^ en waarbij ook weder meer aan- 
vallend dan verdedigend gehandeld wordt; maar beter het 
tweede, »het regt, om alle menschelijk gezag in geloofs- 
» zaken te beproeven.'' 3. Wat uit dit alles voor ons 
voortvloeit, namelijk )>die vrijheid immer meer te leeren 
>> schatten," en, »haar aan een' iegelijk volgaarne te 
>> gunnen." 

De derde Leerrede , die weinig aanraking heeft met den 
tekst 2 COR. Y: 17, handelt over den invloed van het 
Evangelisch geloof op het wdxijn der Folken , en wel op 
het huiselijk , burgerlijk en openbaar of algemeen welzijn. 
Dit laatste gedeelte is wel het voortreffelijkste: het eerste 



DE ETAKGELlSCHfi KEUX VERDEDIGD. 447 

én tweede is weder meer aanvallend dan verdedigend > en 
Uer en daar niet vr^ van overdrijting, niet alleen omdat . 
er iA het tweede bijgehaald wordt, wat wd in de Roomsch- 
katholieko Kerk plaats heeft, doch niet noodzakelijk tot 
hare leer behoort; maar ook omdat hji^t wel eens zoo voor- 
gesteld wordt 9 alsof er geen huiselijk en bnrgerlqk geluk 
in Röonschkatholieke huisgezinnen en 'Staten ware. 

Het onderwerp der t<iVi/e- Leerrede , die «a.l. III: 1 , 2 
ten tekst heeft , is^ het geloof in den EvangeKschen zin , 
waaromtrent MARBsmsKE eerst hde dwalingen aanwijst 
»eB wederlegt, die zioh qidoen/' en vervolgens tooncn 
wil» wat )»het geloof in deszelfo waarheid*' is. -^ In het 
eerste gedeelte Juist mèn » naar Rec^ inzien, de vereischte 
tiaauwkeurigheid en duidelijke uitdrukking van begrippen. 
Zoo spreekt marheineke^ bl. 75, van een » onderscheid 
i^tusschen de spreekwijzen ik geloof u, dat is aan hetgeen 
)»gij verzekert, en ik geloof in u, hetwelk oneindig meer 
» betcekent*' ; maar wat nu de oneindig meerdere bctee* 
kenis van dien Hebraïsmns is, dit zegt hij niet. ^Hét is 
»eene grove dwaling,*' zegt hij daar ook, »waarb^ het 
» geloof met een bloot voor waar houden verwisseld wordt"; 
maar in. het begrip van geloóvenf in zijne e^rst^^ natuur- 
lijke beteek enis, is immers het voor waar honden van eene 
getuigenis vervat; doch de vraag is, op wat grond? Zoo 
immers ook, wat h^ verder verwerpt, )>het aannem<mop 
» eens anders woord" .of getuigenis ; doch de vraag is we- 
derom, op wiens woord? van wien komt en hoedanig- is 
die getuigenis? Zoo is ook het laatste, dat hij als dwaling 
aanvoert , ie onbepaald verworpen , » dat het geloof zelf 
»» slechts een menschedwerk is, en niet een werk van 
».God": immers, het geloof, subjectief genomen, is een 
werk van het menschelijk verstand , dat op goede gronden 
van de waarheid overtuigd moet worden, al is het, dat 
hetzelve ook hierin van God afhangi; maar er is hier, zoo 
4ils reeds in de inleiding, verwarring n^et geloof in een' 
.objectivcn zin genomen, of, zoo als men anders zegt, met 
.geloof voM- geloofslef. — Gave de Schrijver nu nog maar 
in het tweede gedeelte, eene duidelijke beschrijving, Wat 

Ff 2 



448 MARHEINEKE 

het geloof in den Evangelischcn zin dan eigenlek ia! 
Hij spreekt daar wel van de^ztlh diepte , kracht en be-' 
moediging y en begint nu bij het eerste wel eoo (bl.82): 
» De diepte van het geloof vertoont zich daarin , dat het 
»;Qiiet op zichzelf staat, niet ledig y niet gescheiden is van 
)» zijnen wezenlijken inhoud; dat het zelf de vereóiiging 
» is met dezen wezenlijk Goddelijken inhoud ^ en slechia 
» daardoor waarachtig geloof is'% en zegt wel b^ het 
tweede (bl. 86 , 7) : n Door het geloof , door dat ge- 
» loofy hetwelk niet meer onderscheiden was ?an God in 
» Jezus Christus .en van zijnen Heiligen Geest , met wel- 
^ken het zich yereenzelvigd had, door dat geloof is. het 
»groot6 werk. volbragt''; maaj of hierin nu eene duide- 
lijke definitie begrepen is? na» dan ligt zij wel diep! 
puteus est profundus ! 

Eindelijk in de vijfde Leerrede, welker* tekst; rom. 
III:. 23, 24, wel meer had mogen verklaard worden, 
^om den staat des geschils bij pavjuts wél te vatten, wor- 
den omtrent de regtvaardiging door het geloof goede 
dinggn gezegd , maar in omgekeerde orde van de vorige , 
namelijk eerst de leer der Evangelische Kerk , daarna de 
dwalingen op dit stuk. Ons verslag is reeds te breed 
uitgeloopcn, om den Schrijver hier op den voet te vol- 
. gen ; maar wij hadden toch ook hier wel eene duidelijker 
definitie van regtvaardiging verlangd , en eene aanwqting 
van de goede overeenstej(nining der leer van paulus en 
JACOBUS pp dit punt niet overtollig geacht. 

Ëenige onjuiste aanhalingen van Bijbelplaatsen , die op 
het onderwerp , waarvan gesproken wordt , niet passen , 
en eenige spreekwijzen,, die niet Bijbclsch, maar oud- 
scholastiek zijn, zoo als n God is een mensch geworden ^^^ 
(bl. . 36 , 79 , 88) » toegerekende verdiensten en gereg- 
ntigheid van Christus,'' (bl. 8b) » erf zonde,'' (bl. 106) 
en dergelijke , laat Ree. aan hare plaats, om nog een 
oogenblik stil te slaan bij de , gezindheid jegens anders- 
denkenden, die uit det hier heersekenden toon spreekt, 
want in, de verdediging der zaak van de Godsdienst is 
het yoofal noodig, dat zij sine ira et studio geschiede. 



'^ 



DeETARGELISCfiE ££AK TERDEBiaO. 449 

of, om met den Apostel te spreken, dat »de waarheid 
in liefde betracht worde.'^ En- dan yermcldt Ree. met 
wescnKjk genoegen , dat hem hierm zulke plaatsen zqn 
▼oorgeko^ien 9 als b* r. bl. 9: »0p onze beurt roepen 
)>wij onzen bestrijders toe: Geliefde, in de oude Kerk 
» teruggeblevene , Christelijke medebroeders ! veroordeelt 
»on8 toch niet zoo overijld , niet met zulk een vermetel 
» zelfvertrouwen 9 en in uwe vooringenomenheid uit de 
» hoogte op ons nederziende! immers, w^ belijden nog 
» gemeenschappelijk ipet u zekere grondwaarheden des 
»heils/' en verder die gansche periode; of die van bl. 
46, welke begint: «Vergeet ook niet, dat er vele rcgl- 
» schapene gemoederen in die / Kerk gevonden worden , 
» welke een beter lot verdienoen ,'^ enz. Doch met des 
te meer leedwezen moet hij dan ook vermelden , dat in 
deze Redenen maar al te dikwijls een harde, scherpe, 
barsche toon gehoord wordt, die noch met wqsheidnoch 
met liefde bestaanbaar is. Waartoe toch b. v. in de der- 
de Leerrede en elders van bet Roomsehkatholieke Kerk- 
genootschap telkens gezegd hvalsche leer,** »vaheh ge* 
»loof,** y^valsche Kerk*'; en nog erger in de tweede, 
bl. 45 : » Die Kerk , welke zeht %ich bewust is van de 
» onwaarheid van haar geloof ^'^ ; en in de vierde , bl. 
84: o>Eene Kerk, wier vroomheid zehe geheel opper' 
»vlakkig en werktuigel^'h ij^,*' waar ook de triviale uit- 
drukking voorkomt: »die bedacht is op roode hoeden en 
yihlaauwe kousen,'*'* Laat men, waar bet noodig'is, fiksch 
wederleggen , en op goede gronden zeggen , waar ons ge- 
voelen op staat; waar waartoe toch die scherpe bijnamen, 
die harde beschuldigingen ? hoe zouden zij ons smaken , 
indien wij ze^ van eenen Roomschkatholieken kansel hoor- 
den? Doch geen wonder^ want ook jegens andere voor- 
werpen komen hier • uitspraken voor, die op een* barren 
toon gestemd zijn , b. v.' die omtrent of tot de beschaafde 
lieden van dezen tijd, bl. 73, 89, of deze, bl. 115: 
» Ik weet het volkomen , dal het zuivere , onvervalschte 
» Christendom , van deszelfs ontstaan af, veel te goed was 
» voor de wereld , even als vele Volken- niet waard zijn i 



450 MXRBKIKRKK, DE £TAK6£LiSCaS K£RE T£RD£DI6D. 

» eenen goeden Koning te hebben » en yeèleer eenen tirtn 
» verdienden Ie bezitten , die hen mishandelt." Ree. tot- 
beeldt sich wel niet» dat z^n woord door Prof. marhbi- 
VBK£ zal gelezen worden; maar hq wilde het toch niel 
ternghouden , als misschien Toor anderen eene nuttige her- 
innering. Men houde Trij de raste en moedige hand , zoo 
veel het noodig is, aan de Apologetiek van het Christen- 
dom en van het Protestantisme; maar men vergete het 
woord Tan eenen grooten Apologeet des eersten niet: 
)) Hoewel ik grooie vrijmoedigheid door Christus heb, om 
y>u te bevelen » wat betamtlifk is , zoo bid ik u nogtans 
» liever door de liefde.'*'*! 



Leerredenen door w. a. tah kamfeh. Te Amsterdam f 
b^ A. Zweesaardt. 1841. In gr. Svo. XFI en 393 
R ƒ 4-20. 

ÏjÏ] het groote aantal uitgegevene leerredenen , waaron- 
der zoo yele roortreffelijke worden gevende, moeten er 
goed^ redenen bestaan > zoo de uitgaye ran nieuwe zaj wor- 
den gewettigd. Het is onlangs door eenen anderen Rd« 
censent in dit tijdschrift > bij de beoordeeling dér Leerre- 
denen van den Eerw. radijs» met reden aangeduid , dat 
het niet genoeg is» dat het goede» stichtelqke preken z^n, 
zoo men ze in het licht .wil zenden. Waar zon het heen, 
als alle goede en stichtelijke preken» die eiken zondag 
worden gedaan» gedrukt wierden? Wie leerredenen in 
het licht wil zenden» moet de overtuiging hebben, dat 
zijne stukken iets meer zijn» dat zij zich door vorm en 
inhoud bijzonder onderscheiden ; anders boude hi^ den 
dagelijkscken kosi gerustelijk te huis! Ree. zou dat tot 
eenen algemeenen regel stellen » en dien zelfs zulken Pre- 
dikanten voorhouden» die» jaren lang in dienst en met 
nujt en zegen in hunne eigene Gemeente werkzaam » door 
de toegenegenheid dier Gemeente tot de uitgave van pre- 
ken worden gedrongen. Maar jongelieden , die nog pa$ 
de Hoogcschooi hebben verlaten en hun dienstwerk Icir 



W. A. ITAlf XAllPENj LEERRKDENEN. 461 

. naanw^mood. hebben aangeyangen > zon hij altijd tcB sterk- 
ste liet in 'tUicht zenden van leerredenen lifradén. Hi) 
•geloofty.dat de ondeninding van alle wezenlijk bekwame 
mannen jbun geleerd zal hebben , dat het j^reien, eyen- 
zeer als andere werkzaamheden vanden geest , een arbeid 
is, waarin men door aanhoodende oefening vorderingen 
maakt , en dat hunne vroegste stokken èene gebrekkigheid 
hebben , die zij in latere jaren hebben loeren verbeteren. 
Ree. aoht het daarom ongeraden ^ dat jonge Predikanten 
in de eerste jaren van hnn dienstwerk reeds leerredenen 
in het lipht geven; hij acht het eene gewaagde onderne- 
ming, en zou vreezen, dat in vele govallcn eïgentiraan en 
overdrei^en zelfgevoel bq zulk eene nitgave mede in het 
spel kwamen. 

Reeds a priori meent Ree. dus de uitgave d«r Leerre- 
denen van den Heer va.n kampkh te moeten afkeuren , 
en hare lectuur heeft slechts gestrekt, om hem in zijn ge^ 
vaelen te bevestigen. Wanneer men de lijst der hier ge- 
leverde, preken inziet en nagaat, dan ziet men, hoe ge- 
ring, de. voorraad nog moet geweest zijn, waaruit vah 
KABfPEir had te kiezen. Men vindt daarin eene student 
tenpreek , 's jongelings proponentenpreek , zijne intreerede 
in zijne eerste gemeente» Staat men dan als student en 
proponent reeds zoo hoog , dat die eerste proeven pnzer 
werkzaamheid in een vak, dat, blijkens de weinigen, die 
daarin wezenlijk uitmunten , niet gemakkelqk is , het licht 
moeten zien? Vav kampxh zal kich wel 'niet op het 
voorbeclcl Tan Professor vav ber hoeven beroepen, dieook, 

• eene enkele peek uit zijnen proponententijd in zqnon bundel 
plaatste 7 De Hoogleeraar achtte het toch noodzakelijk , die 
plaatsing te verontschuldigen; en daarenboven 'zal va 9 
«;ampbh zioh wel'niet met vak bsr hoevx>i op ééne lijn 
stellen? De bedoelde preken hebben ook niets, wat hun- 
ne opname in dezen bundel bijzonder kon doen Wenschen. 
De eerste b. v. handelt over de kracht des geloof s-, en het 
grootste gedeelte der leerrede loopt daar buiten om, ctL 
spreekt uitvoerig over d^ genezing van den blindgeborene , 
waarvan slechts met koiic woorden melding behoefde te 



452 W. A. TAN ILAMPCir 

wordea gemaakt. Hoe mager en^ èchraal is de ontwikke- 
ling Tan het tweede deel in de tweede leerrede , waarin 
oTer onse innige Terbindtenis met Christus wordt gespro- 
ken f en drie bladzqden > zonder eenige belangrijkheid , 
hem Toldoende zi|n , om aan te toonen , dat die Terbind- 
tenis geesiel^k in haren aard , heiUgend in hare werking, 
vruchtbaar ook Toor anderen is! 

Doch eTenmin als Ree. eenige gegronde reden zicït » die 
tot de opname Tan de zoo eTen genoande leerredenen kon 
raden, eTenmin Tindt hij oorzaak, om de uitgaTe Tan den 
geheélen bnndel goed te keuren. Hij wil niet beweren , 
dat er in deze leerredenen geene goede brokken worden 
goTonden, geene bewqzen, dat het deir jongen Prediker 
niet ontbreekt aan goeden aanleg. Dat zq-Terre!' Hier 
en daar is een Tl^tig , soms te Ter gedreTen , gebruik Tan 
bijbelplaatsen niet Toorbij te zien. Stql en taal z^'n ook 
dikwijls TT^ goed. . Maar oTer het geheel zqn de stukken 
toch zeer gebrekkig. Als een eerste hoofdgebrek zouden 
wij noemen, dat dikwqls het opgegeTen thema weinig be- 
handeld wordt. Wij deden dit reeds Tan de eerste lecr- 
redcDpmerken ; het is niet minder zigtbaar in de derde; 
de zelf opoffering van Paulus is het onderwerp, en hoe- 
Teel goeds er ook Tan zijne werkzaamheid wordt gezegd , 
dat zelfopofferende treedt slechts zeer weinig in het licht. 
In eene andere leerrede heet het, dat gehaiideld wordt 
OTer Gods goedheid en wijsheid in het Tcrborgen houden 
der toekomst. In het eerste deel zal de waarheid Tan dat 
Terborgen houden uit de geschiedenis der Openbaring duh* 
df^lijk worden gemaakt. (Alsof dat noodig ware !) Maar 
wal . wordt dat décl nu? Veeleer eene opsomming Tan 
Toorbceldcn en bewijzen , rakende de wisselTalligheid Tan 
het aardsche , en de afwisseling van geluk en ongeluk in 
het 'loTen. 

Eene tweede aanmerking betreft de schraalheid en on- 
beduidendheid , waardoor ;eich de stukken dikwijls onder- 
scheiden. Men zie b. t. eens de Tierde leerrede , OTcr do 
onthoofding Tan Johannes den Dooper, en daarvan het 
toepasselijke, op twee bladzijden zamengcTal, die nog zoo 



LEEHRCDCNEK. 453 

bitter weinig zeggeo. Of, van die zoo even genocmcle 
leerrede over Gods wijsheid en goedheid in helyerborgen 
houden der toekomst , het tweede deel met deszelfs weinig- 
beteekenende tafcreelen. Of, ivan de leerrede oyer de 
opwekkiüg van Lazarus , de weinig belangrijke toepassing ; 
of die van de leerrede over Judas, orer Petrus, over 
Pilatu8,.cnz. 

Ree. kan ook niet met stilzwijgen voorbijgaan de Zon- 
derlinge wijze, waarop in de lijdenspreken de karakters 
der personen worden voorgesteld. Vanwaar heeft de Schrij- 
vcor verzekeringen, als deze: )»Een Petrus mogt boven de 
» anderen uitblinken in vurigen ijver vobr de zaak van zij- 
»nen Heer, een Johannes in innige hartelqke liefde tot 
» Jezus, aüen moesten voor Judas wijken in doorzigt^ 
» opmerhzaamheid en vindingrijk oordeel. Vandaar dat 
I» hem het beheer der geldzaked , de zorg voor de kas werd 
» toevertrouwd ; niemand was dit heter aanbevolen dan 
» hem , die in Jijne berekening alle anderen overtrof.'*'* 
(BI. 166.) Nog erger is het, als orer Petrus (bl. 184) 
aldus geredeneerd wordt: »Ziet dat open gelaat, dien 
. » argeloozen blik , welke een gemoed verraden , dat van 
«alle bedrog en veinzerij is vervreemd; ziet dien hartelij- 
»ken man, die al, wat in zijne ziel omgaat, u meedeelt, 
» die niets achterhoudt , die dadelijk de toonen , welke in 
» zijne ziel worden aangeslagen , onbedekt en onverholen 
» weergeeft , die in ieder mensch zijn vriend waant te aan- 
» schouwen, en die al, wat zijne ziel schokt; treft en 
» roert, ook wil dat anderen zal schokken, treffen^en roe- 
»ren; wiens ziel voor al wat groot, edel en goed is open- 
» staat, maar die wil, dat ook anderen dit edel, groot eir 
»goed zullen vinden ; die behoefte heeft aan mededeeling, 
» omdat hij niet alleen kan genieten , omdat hij eene be- 
»hoefte gevoelt aan die zamenstcmming en die harmonie 
» der zielen , die dezelve eenmaal in den hemel verbinden 
»zal. Is die man niet beminnelijk? Maar aanschouwt 
)»nu ook dien man zonder menschen- of wereldkennis; 
» schoon hij een vlug begrip en een helder oordeel bezit , 
» geene .vceljarige ondervinding noch ervaring hebben dat 



45^ W. A. TAN .KAMFENy l2E£RRED£NEK. 

)» begrip en oar4eei doe» rqpcn ; aanaclionwt hem daaren- 
» boven aan de Tooroordeclen en Talschc denkbeelden zij- 
» ner natie gehecht , die dikw^ls zijn helder oordeel rer* 
M duisteren , en aanschouwt hem daarbij steeds met ▼oor* 
)» bangheid zijn geyoelen uitende, ïdet zelden dat gevoelen 
»met onbuigzame gestrengheid verdedigende ^ voor geene 
ï^ teregtwyzing noch verbetering vatbaar. Is die man 
»niet lastig f ja gevaarlifk ? Berokkent hq niet onbere- 
)i kenbaar onheil aan zichzelven en anderen? Zulk ccn 
»man was Petrus* Bij het menigruldige goede , dat in 
»hcm was 9 bezat hif bijkans onuitroeibare gebreken'^ en 
»het was alleen Jezus aanrertrouwd , die gebreken zoo 
)»niet geheel uit te roeijen dan toch aanmerkelijk te Ter* 

» zachten en te wijzigen In vermogens en bekwaam» 

Ui heden muntte zeker Judéis verre boven Petrus uit,'*^ 
^nz. Wie ziet niet het verkeerde, het onoverdachte en 
willekeurige van zulk ecne voorstelling 7 

Ree. acht het onnoodig , na deze algemeene aanmerkin* 
gen de leerredenen nog afzonderlijk na te gaan. Hem zou 
nog menige leemte en verkeerdfaeid aan te wijzen over- 
blijven. Hij rekent het gezegde voldoende , om zijne af* 
keuring van de uitgave dezer stukken te rcgt vaardigen. 
Goede , uitstekende leerredenen te maken , is geene ge* 
makkelijke taak* . Men wane toch niet te spoedig die kunst 
reeds meester te z^n I Dat jongelieden zich wachten voor 
het vroegt^dig uitgeven hunner stukken ! Er bestaat geene 
behoefte aan uitgcgevene leerredenen; haar getal is mis- 
schien reeds te sterk vermraigvuldigd , en eene ernstige , 
strenge kritiek waajcischuwe tegen het in 't licht zenden 
.van georekkigen of maar dagel^kschen kanselarbeid. 

De omstandigheden van den Schrijver , waarop het JFoord 
aan den Lezer doelt , roert Ree. , die ze van harte be- 
treurt, niet aan, omdat zq in geen verband staan met de 
bcoordeeling der Leerredenen zelve. 



Be wijsheid , die van boven is , voorgesteld en aangepre- 
zen in eene Leerrede ^ over Jacobus III: 17 , 18, door 



W. MEBi'us, Predikant in de Hervormde Gemeente te 
St^. Jacobi-Parochie. Te Groningen , bif J. Oomkens. 
. 1840. In gr. 890. 32 ii ƒ : - 80. 

XJe Eerw. mebius sprak deze Leerrede uit, en gaf haar 
verrolgens in het licht, om den verkeerden indruk legen 
te gaan , die hij rreesde , dat op zijne gemeente gemaakt 
zou worden dóór een onlangs te St jinna^Parochie uit- 
gegeven , zonder naam van schrijver of drukker , in de 
Friesche landtaal geschreven hoekje, waarinde kennelijke' 
strekking moet doorstralen , om aan de Hervormde Predi- 
kanten van ons vaderland achting en vertrouwen bij huiine 
gemeenten te ontnemen. Met ernst prees de Eerw. Schrij- 
ver zijner gemeente de wijsheid aan , die van boven is , van 
w^elke JACOBUS in den gekozen tekst een zoo bekoorlijk 
tafereel ophangt, en hij deed het met die wijsheid, zich 
bepalende tot het algemeene , en zonder in zijne Leerrede 
melding te maken van hetgeen er aanleiding toe gegeven 
had. Voordeelig doet hij zich kennen, zoowel van de 
zijde zijns verstands , als van die zqns harten. En wij , 
schoon in het algemeen van oordeel, dat men geene en 
geenerl ei zotten naar hunne dwaasheid moet antwoorden, 
kunnen het niet anders dan toejuichen , wanneer men eene 
enkele maal, bij voegzame gelegenheid, de weigezinden 
wapent tegen de listen dergenen , die slim genoeg zqn , 
om te begrijpen , dat zij moeten beginnen met den zwak- 
ken het vertrouwen op zijne Leeraren te benemen , zal hij 
van lieverlede zich aan de partij aansluiten, wier wijsheid 
niet van boven is, en boosaardig genoeg, om, als echte 
Je»uiten,, daartoe geen middel te snood of te schandelijk 
te rekenen. 



N*. 1. Een Gesprek over het Concordaat , fusschen een'' 
Pastoor, een" Jdvokaat en een* Predikant, Tweede 
Druk. Te Amsterdam , bij J. H. en G. van Hcteren. 
1841. In gr. Svo. 21 W. ƒ :-10. 



456 STUKKSN 

N^. 2. De Concordaten 9 een uitvloeisel van de genadige 
goedertierenheid des Heiligen Faders. Een Klooster- 
gesprek 9 aan gene z^'de der bergen gehouden. Te 
Groningen, hij J. B. Wollcrs. 18*1. In 'gr. 8vo. 23 

N*. 3. Fredewoord voor' Roomschr-Catholyken en Pro- 
testanten in het Koningrijk der Nederlanden. Oud 
woord, dpor eene aangevoegde Foorrede toegepast op 

* het Concordaaisgeschil van dezen tyd^ Tweede Uit-- 
gave. Te Jmsterdam, h^ J. H. en G. Tan Hctcren. 
1841. In gr. 8vo. FIII en 42 bl. f : -50. 

N**. 4. Een woord van waarschuwing, geruststelling en 
teregtwyzing aan m^'ne Protestantsche Medechristenen y 
door eenen Hervormden Leeraar. Te Nymegen, bij 
J. F. Thicme. 1841. In'gr. 8vo. 130 fci ƒ :-90. 

JNt alles, wal er, ook in dit Tijdschrift, orer het Con- 
cordaat reeds gcschre?en is , willen wij ?an de boTenstaan- 
de stukken , waarvan d^ drie eerste althans uitsluitend 
daartoe behooren, nog kortelijk kennis nemen, ons oordeel 
zoo beknopt mogelijk zeggen , en het dan hierbij laten be- 
rusten, de zaak, na zoo rele menschclijke pogingen, aan- 
God en den tijd orerlatende. 

N<^. I is een weigeschreven , verstandig verdicht en ge- 
matigd stukje, waarin veel» dat in vroegere geschriften 
van dien aard voorkomt , met andere woorden herhaald en 
min of meer versterkt wordt ; maar dat zich bijzonder on- 
derscheidt door een op goede regtsgronden door den Ad- 
vocaat gevoerd betoog , dat de Koning niet verpligt is , om 
het Concordaat van 1827 ten uitvoer te leggen, daar de 
omstandigheden, waaronder hetzelve toen gesloten is, ge- 
heel veranderd zijn, en de gaiJsche toenmalige toestand 
van zaken, waarop het gebaseerd was, ten eenemale op- 
gehouden heeft. Reeds te voren heeft Ref. te kennen ge- 
geven , dat dit in de hoofd;Eaak ook zijn gevoelen is ; en 



aTBR HW, OOKCORDAAT. 457 

hij mdt dub alle reden » om dit $tiikje , a}s naar zijn in- 
si^ zeer doelmalig, aan te prijzen. 

Reeds doet de titel van N^. 2 Temoeden» dat, men 
daarin vinden zal eene 8aliriek<^ Yoor^leiliiig. van diC schijn- 
bare heilzaamheid der Copeordaten , . onf daardoor het 
waarlijk heillooze van dezelve aan te wijzen ; en zoo is hei 
hief ook inderdaad : in een gesprek tusschen een' klops- 
terling en zijn' superieur ziet men deil eersten y^ die zich. 
vrij dom hpndt, door den Jaatsten aldra overtuigd > dat die 
Concordaatsinrigtingen wezenlijke weldaden zijn , door den 
Paus aan do Volken en Yorst^en bewezen; maar hetwelk 
zóó. voorgesteld wordt, dat zij in waarheid blijken midde- 
len te zijn .tot uitbreiding van deszelfs magt en invloed , 
en tot part^dige bevoorregting der Roomsch- , d. i. Pan- 
selijk-Katholieke Kerk. Hoewel het niet zoo goed ho«t 
snijdt als het vorige » l^at het zich toch met nut en ge- 
noegen lezep. 

Het gescljrift, onder N^. 3 vermeld ,. dagteekent (yol- 
gens de Voorrede) reeds van 1822,. en is door de tegen-* 
woordige Uitgevers uil het fonds van van der hit sk 
ZOON onlangs aangekocht. Hierop wenschten zij, dat de 
Schl'ijver daaraan die wijziging zou geven, vjloor. wdké 
)>het voor het thans veel bewegend Concördaatsgeschil eene 
)/nog meerdere uitgebreidheid aanwon" : dit verzochten zij 
aan » den n^an , door wiens tussche^komst de uitgave van 
» het gezegde geschrift in der tijd bezorgd werd" ; en die 
was geen ander, dan de genoeg bekende Schrijver der 
Zedig-vrij moedige Bedenkingen. Deze bragt nu dit ver- 
zoek tot zijnen Vriend ; doch deze verschoonde zich wegens 
hooge jaren en ongesteldheid , maar deelde nogtans zijne 
denkbeelden over het Concördaatsgeschil mede, met vrij- 
heid , om die in ecnige Voorrede tot zijn herdrukt werkje 
op te nemen; dezelve komen hoofdzakelijk hierop neder: 
Geen Concordaat, maar een nieuw Kerkreglement > door 
Roomschkatholieke Kerkelijken ontworpen , door den Ko- 
ning goedgekeurd ; niet meer dan twee Bisschoppen , met 
de noodige bepalingen omtrent hunne aanstelling « bezol- 
diging enz. enz. , alles behoudens het hoogste souvereine 



45d StCTKKBir 

gezag des Konings. B. darft Aeze denkbeelden niet vol- 
komen toestemmen y maar blijft op te voren aangeroerde 
gronden wensdien: In het Protestantache Nederland noch 
Concordaat nöch Bissehop, waardoor ook noch de staat 
der Nederlandsohe Roomschkatholieke Kerk verbeteren » 
noch het Koninklijk gezag over dezelve gewinnen zal. -^ 
Wat voortd dit geschrift zelf aangaat» dit is ook nog le- 
zenswaardig; want van éeneii vrede tusschen Roomschka- 
tholieken en Protestanten , zonder dat iemand omtrent zijne 
belijdenis onverschillig is,, toont het eerst het hoogst wen^ 
schelifke «n noodzakel^kè aan, en daarna het mogd^kcy 
door te letten 1. op deszelfs waren aard ; 2. op één hoold- 
bevel des Evangelies , dat beide als zoodanig eerbiedigen , 
namelijk 'om God en den Verlosaer na te volgen; 3. op 
de ondervinding y dat die vrede reeds dadelijk door echte 
Roomschkatholieken en' Protestanten wordt in uitoefening 
gebragt. ^- De verdere ontwikkeling van dit een en an- 
der > in dit zeer bedaard geschreven stukje » willon wij 
den belanghebbenden ter eigene nalezing gaarne aan- 
bevelen. 

Het meer uitvoerige geschrift > onder N^. 4 opgegeven , 
is wel niet uitsluitend aan de zaak van het Concordaat, 
maar toch in 't algemeen aan » de woelingen en aanma-** 
»tigingen van Romef'^^ en aan »de onrust wekkende ge* 
vruchten' omtrent verwacht wordende verordeningen in 
)» deszelfs belang/' zijnen oorsprong verschuldigd. Tot 
waarschuwing 9 bemoediging en raadgeving zijner Protes- 
.tantsche Geloofsgcnooten , stelt de Schrijver zich de drie. 
volgende vragen ter beantwoording voor: »1. Heeft de 
» Protestantsche Kerk waarlijk redenen , om voor den in- 
» vloed van Rome bezorgd te zijn.? 2. Bestaan er genoeg- 
)» zame gronden van geruststelling bij alles , wat haar van 
»dien kant dreigen mogt? 3. Welk een gedrag betaamt 
» den Protestanten , om aan hunne verpligting te antwoor- 
»den, en het heil hunner Kerk te verzekeren?" -^ Tot 
beantwoording van de eerste vraag, geeft hij , bl. 3—32 , 
een breedvoerig overzigt van de geschiedenis der Christe- 
lijke Kerk , van haren oorsprong af, tot op de Kerkhcr- 



oV£R err. cohcordaat. - 459 

vorming ia de 16(le Eouw, dat Ref., hoe wèl geschrerc^ 
ook op zichzelf, bier meer oyerloUig roorkomt te zijn; 
OTcr den kerkelijken toestand des tegenwoordige» tijds, en 
het daarin zorgelijke, ran de zijde van bet Roomseh^Ga^ 
tholicisme, wordt bl. 32-37 gehandeld. — De tweede 
yraag wordt, bl. 38—71 , bevestigend beantwoord , en de 
gronden yan geruststelling worden aangewezen I. in 3e 
magt der Efangtlitker zelve; 2. 'm den tègenwoórdigen 
't^geeit^' 3« in den eenparige^ weerstand van dUe be- 
tergezinden; 4. in den magtigen bestand G{>ds. Ref. 
kan dit een en ander hier niet breeder yolgens den Schr^- 
ycr ontwikkelen; maar hij moet betuigen, dat höt^ zoo 
naar stijl als* zaken, Toortrcffelijt gesbhreten is, en durft 
het alzoo ge^ftst fer Iczin]; en behartiging aanprijzen. — 
Ten antwoorde eindelijk op de derde yraag worden , bl. . 
72—126, de volgende yerpligtingcn , in den toon en stijl 
der leerrede, die in dit geheele geschrift, maar vooral in 
dit gedeelte héerschend is, aangewezen en a'aiigcdrohgen. 
1. Moedig ett yast tegenover jRome^ woelingen en aan- 
matigingen te staan. 2. Alles Akii te 'wenden en alle kracht 
m te spannen , ten -einde de w ehraart der Prötestantsche 
Kerk te handhaven en te vermeerderen , waartóe- wij a. 
hare volle waarde , d. i. 'haar grondbeginsel en de geschie- 
denis van haar ontstaan, duidelijk moeten doorzien; b. 
QBS toeleggen op cene voortgaande ontwikkeling en'voli- 
makijDg harer leer , langs den weg van vrij en onafhaio^ke- 
lijk onderzoek; c. zedelijk beter, innerlijk vromer wor-;- 
den; d, als Protestanten ons onderling moer vereenigen; 
e. gewillig deelnemen aan alles , wat bare welvaart bevor- 
deren kaft, -^ Deze algemeene pligten worden nog "we-- 
derom bijzonder op het hiurt gcdrakt aan ouders én aan 
Godsdienstleeraars, en onder deze laalsten bepaaldelijk 
aan die, welke in de Hofstad geplaatst ^ijn. -^ Oit alles 
wordt, ofschoon wel cenis wat breedsprakig / maar nogtans 
met hoogen ernst en warme geestdrift voorgedragen, en 
doet als zoodanig yerstand en hart eik smaak des Schrijvers 
eer aan. Het zou aeKs jammer zijn ; indien me» dit stuk 
mét de vele vlngsckriften over het Coneordaat , waarvan 



A60 STUKKEN OTER HET CON(^RDAAT. 

wij na oYcrrerzadigd zijn , geheel op ééne lijn wilde stel* 
len; en het yerdi^Dt Teeleer de aandacht en behartiging 
yan allen, die hei met de zaak Tan Protcstantisnde en 
ChristendoRi wèl meenen. 



Dissertatio de vitiis nery