(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verboden lectuur. Een drietal Indices librorum prohibitorum toegelicht"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



^ 









ANDÖVER-ÜARVARi' 
IHEOLOGICW-UBmY 



m 



iT- 



VERBODEN LECTUUR. 



EEN DRIETAL 



INDICES LIBRÖRÜM PROHIBITORÜM 



TOEGELICHT 



DOOR 



CHRISTIAAN SEPP, 

Th. Dr. en rustend Predikant. 



' i / : 



• *• 



. 


9 


LEIDEN. 




E. J. BRILL. 




1889. 




« 







VERBODEN LECTUUR. 



VERBODEN LECTUUR. 



EEN DRIETAL 



INDICES LIBRORÜM PROHIBITORÜM 



TOEGELICHT 



DOOR 



CHRISTIAAN SEPP, 

Th. Dr, en rustend Predikant, 



LEIDEN, 

E. J. BRILL. 

1889. 




Andover-Harvard 



I N H o ïï D. 



Bladz. 

Inleidende opmerkingen 1 tot 12 

De Index van karel y 12 ^ 99 

De Index van philips ii 99 „ 140 

Verbodsbepalingen van stedelijke regeeringen . . . . 140 „ 159 

De Appendix yan alya 159 j, 261 

De yerbooren yan aangeklaagden 262 ^ 265 

Titels yan enkele geschriften, die door de Indices niet 

genoemd zyn 265 „ 268 

Bijyoegsels 268 \, 277 



Van denzelfden Schrijver zijn vroeger de navolgende 

werken verschenen: 

ProcTe eener pragmatische geschiedenis der theologie in 
UTederland , van 1987 tot 1958. Uitgegeveo door Teyler's 
godgeleerd genootschap. 3^ drnk. 1869 f 5.20. 

Johannes Stinstra en zyn tffd. Eene bgdrage tot de geschiede- 
nis der kerk en school in de 18e eeuw. 1865 — 66. 2 dln. f 5.90. 

Ikhoitd: Inleiding. Eene bibliotheek. — I. Stinstra's vroegste vorming. — II. 
Wat de Nederlandsche Academiesteden voor Stinstra's ontwikkeling bezaten. — 
III. De zeven eerste Jaren van Stinstra's evangeliebediening. — lY. Kerkeiyke 
aanklacht tegen Stinstra's vgf predicatiën. — V. De adviezen der theol. fiicnl- 
teiten en Vriesche classen over Stinstra's vtjf predicatiën. — VI. Voortzetting 
van den stryd over Stinstra's vt)f predicatiën. — Vil. Pogingen ter vernieti- 
ging van het over Stinstra geslagen vonnis, aangewend gednrende het stad- 
bonderscbap van Willem IV. — YIII. De Harlinger gemeente in de jaren van 
Stinstra's schorsing. — IX. Stinstra's letterkundige werkzaamheden tot den tQd 
zyner diensthervatting. — X. De pogingen ter opheffing van Stinstra's sehor- 
Bing eindelgk met gunstig gevolg bekroond. — XI. Het laatste tydvak van 
Stinstra's evangeliebediening. — XII. Stinstra's rusttijd. — Besluit — Ver- 
beteringen en bijvoegsel. 

Het godgeleerd onderirys in IVederland , gedurende de 16e 
en 17e eeuw. 1873—74. 2 dln ƒ9.50 

Inhoud: I. Naar Wittenberg, Heidelberg, Genève, werwaarts ter studie? — 
II. De faculteit der Leidsche hoogeschool gedurende de tien eerste Jaren van 
haar bestaan. — III. De £&culteit der Leidsche hoogeschool gedurende de jaren 
verloopen tot den dood van Arminius. — IV. De faculteit der Vriesche hooge- 
school gedurende de jaren 1585 — 1618. — V. De faculteit der hoogeschool 
van Stad en Lande gedurende de jaren 1614—1618. — VI. De Harderwtjksche 
hoogleeraar Antonius Thysius. — VII. De opvolger van Arminius. — VIII. De 
hoogleeraren Poljander en Ëpiscopins. — IX. Ter Ssmode. — X. De veroor- 
deeling van het Bemonstrantisme. — XI. De invloed der Dordtsche Synode 
op de ontwikkeling der wetenschap. — XII. De heerschappQ der theologia 
pnrior. — XIII. De doorluchtige scholen. — XIV. De hoogleeraar Voetins en 
sQue eerste ambtgenooten. — XV. De kweekschool der Bemonstrantsche broe- 
derschap. — XVL Voetiaansche en Coccejaansche hoogleeraren. — XVn. God- 
geleerdheid en wlfsbegeerte. — XVIII. Ethische, practische en historische 
godgeleerdheid. — XIX. Proeven van ambteiyke waakzaamheid. — XX. Oor- 
deelvellingen van een tydgenoot. — Terugblik. 



«eschledkundlge nasporlngen. I— III. 1872— 75. 3 din. f7.— 

Inhoud: I. Prof. Mearsius als geacbiedschryver der Leidsche hoogeschool. — 
De Schaffhaasensche nitgaaf van Amold'B Eirchen- and Ketzer-HiBtorien. — 
De veelgenoemde on weinig bekende geschriften van den wederdooper Bemt 
Bothmann. — Bt|drage tot C. A. Hase's werk over Seb. Franck yon Word. 

II. Hendrik Boll, de anabaptist. — De geschiedenis der martelaren door Adriaan 
Com. van Haemstede. — Jacob Böhme^s ondste vrienden in Nederland. — 
Lndwig Babus, student te Wittenberg. — Eene levensbeschryving van Fr. de 
Enzinas. — Gerhard Westerbnrg. — Qrotins over Mearsius. 

in. Theologische Ana's. — Antonios Corranus, Bellerive, een „moderaet" theo- 
loog. — Ouy de Bres. — Een reis- en plaats-beschryving door Auton. Sepp. — 
Johannes Stinstra. — - A. W. van Betjerland. 

Drie ETangelledtenaren uit den tyd der Hervorming. Lei- 
den 1879 f 2.25. 

Ikhoud: Jean Tai6n. — Pieter de Zuttere, gezegd Overbaag. — Agge van Albada. 

Polemische en Irenische Theologie. Bydragen tot hare ge- 
schiedenis. 2e drak. Leiden 1882 f 3.—. 

Ikhoitd: Antonius Corranus, gedurende zQn verbiyf in Engeland. — Stellingen 
van P. Lozelenr de Villiers. — Brieven van en over Taffin. — Henricus Bo- 
melius. — Hennanus Moded. — Pieter Comelius Brederode. — Irenische po- 
gingen in Nederland aangewend. -- De vertaling des N. T. door Carel Catz. — 
Willem Deurhof en zyne rechtszaak. 

Bibliographische Mededeelingen. Leiden 1883 . . f 3.25. 

Inhoud: Stella Clericorum, een stichtelijk geschrift uit de 15e eeuw. — De 
schrijver en dé bronnen van den Hercules Prodicins. — Eene gelooftbelQdenis 
uit de 16e eeuw. — Twee geschriften van Antonius Corranus. — Voor de 
letterkandige geschiedenis van Calvin's Institutie. — De bibliotheek eener 
Koningin. — Een brief van Franck, vertaald door de Zattere. — Het Nieuw- 
Grieksoh Testament van 1638. — Onuitgegevene opstellen van Alhard de Baedt. 

Kerkhistorische Studiën. Leiden 1885 ƒ3.— . 

Ihhoud: Henrick Rol. — Justus Velsius, Haganus. — Gaspar Franck. — 
Antonius Corranus en Doede van Amsweer. — Daniël Südermann. 

Bibliotheek Tan Nederlandsche KerkgeschiedschryTers. 

Opgare van hetgeen Nederlanders over de geschiedenis der Chris- 

telgke Kerk geschreven hebben. Leiden 1886. ... ƒ 5.25. 



VERBODEN LECTUUR. 



Een rijk letterkundig genot heeft de Bonner hoogleeraar 
F. HEiNRiCH REUSCH den vrienden der Bibliografie ver- 
schaft, toen hij in den loop der jaren 1883 tot 1885 zijn 
klassiek boek, getiteld „der Index der verbotenen Bücher", 
in het licht zond. Welke studie en nasporingen voor het 
samenstellen van zulk een geschrift noodig zijn, laat zich 
nauwelijks aanwijzen. En alsof die gave nog niet voldoende 
ware , om den dank van alle boekenminnaars te verwerven , 
gaf dezelfde geoefende hand in 1886 in de „Bibliothek des 
„literarischen Vereins in Stuttgart" als deel 176 der verza- 
meling „die Indices Librorum prohibitorum des sechzehn- 
„ten Jahrhunderts gesammelt und herausgegeben." 

Wat tot heden zeldzaam was, is nu gekomen in ieders 
handen. Daartoe behooren ook de hier in de Nederlanden 
door KAREL V, pmLiPS II en den hertog van alva uitge- 
vaardigde Indices. Waren deze goeddeels herhalingen van 
de Spaansche en Trentsche, laatstgenoemde zijn door prof. 
REUSCH afgedrukt benevens de Antwerpensche van 1570. 

Het is wel niet vreemd, dat ik mijne aandacht vestigde 



op de in Nederland verschenen Indices. Ik bedoel de 
drie meest uitvoerige en meest bekende. Ze waren vooraf- 
gegaan door plakkaten van karel V, die deel I, 88 volg. 
der „Ordonnantiën , statuten, edicten en placaten" (Gent 
1639) voorkomen , in bij toeneming verscherpten toon , gelijk 
prof. PAUL FREDERicQ te recht opmerkt „de Nederl. onder 
„Karel V", deel I, 56. De hoogleeraar e. mjBERT gaf van 
hunnen inhoud een beknopt overzicht in zijne „Etude sur 
„la condition des Protestants en Belgique" (1882) 19. 

Uit den rijken boekenschat van de „Vereeniging ter be- 
„vordering van de belangen des boekhandels" mocht ik 
exemplaren der oorspronkelijke uitgaven ter leen ontvangen: 
Indices van 1550, 1558 en 1570. 

Ik wensch in de volgende bladzijden den inhoud der drie 
genoemde Indices toe te lichten. Over hunne geschiedenis 
en onderlinge verhouding handelde Dr. reusch uitvoerig, en 
zeer waardeerende hetgeen ik uit zijn werk geleerd heb, 
verwijs ik naar deze bron. Wat de titels der veroordeelde 
geschriften betreft, vlei ik mij over enkele een en ander te 
kunnen opteekenen, dat aandacht verdient. Goede hulp ge- 
noot ik van bijzondere en openbare bibliotheken, en de „Col- 
„lectie van rariora", onlangs door prof. doedes beschreven, 
bevat niet weinig, dat mij ter voorlichting dienen mocht. 

Ik geef mijn arbeid in het licht met de volle bewustheid, 
dat hij het imprimatur niet zou verdiend hebben, indien de 
eisch hier gelden kon , dat alle titels toegelicht moesten zijn. 
Reeds vooraf beken ik, dat menige opgave mij en dengenen, 
wier voorlichting ik heb ingeroepen, duister gebleven is. 
Doch ik meen, dat het in druk geven van het gevondene 
misschien het middel kan zijn, om te eeniger tijd dat duister 
geblevene op te helderen door de nasporingen van hen, die 
over meer bronnen beschikken mogen, dan mij ontsloten 
werden. 



VERBODEN LECTUUR luidt het opschrift dezer blad- 
sdjden. Ergere het geenen lezer, dat ik onder die verboden 
lectuur ook de vruchten der houtsnee- en graveerkunst 
tel. Werkelijk verdient het onze aandacht, dat ook hare 
voortbrengselen den ijzeren schepter van het verbod gevoeld 
hebben. De volgende voorbeelden bewijzen zulks. 

Den 19en Februari 1536 nam de magistraat van Ant- 
werpen het volgende besluit: 

„Overmids dien dat eenighe printers, druckers, figuer- 
„stekers, schilders oft anderen hen vorderen dagelijcx, soe 
„lanck soe meer, diverse ketters, delinquanten ende male- 
„facteurs, (als eenen genaempt jan van leijen, hem, in 
„synen levene, gemaect of genaempt hebbende te syne 
„CJoninck van Syon,) met synen complicen ende adherenten, 
„die eensdeels tot Munster ende elders geëxecuteert sijn, 
„t« schilderen ende te contrefeyten , welke figueren oick 
„menige persoenen achter straten te coope dragen oft ter 
„venten stellen, ende eenige andere binnen beuren huysen 
„ande elders plecken ende voorstellen, in grooter verach- 
„tingen van God almachtich, versmadingen van onsen hey- 
„ligen kersten geloove ende vilipendentien van den geboden 
„ende statuyten ons genadichs Heeren des Keysers ; insgelijcx 
„boecken van beuren levene ende regimente, schynende 
„datse de voirs. malefacteurs daerdoere favoriseren ende 
„beuren naem oft fame alnoch verbreyden ende in me- 
„morien doen houden willen, daervuyte, in toecomenden 
„tijden , vele quaets ende inconvenienten gebeuren mochten , 
„midts welckeu soe eest dat omme deselve inconvenienten 
„te verhuedene, men gebiedt van 's Heeren ende van der 
„stadt wegen , dat alle deghene die eenighe sulcken figuren , 
„beelden oft contrefeytingen hebben oft houdende syn, die 
„selve beelden, figuren ende contrefeytingen van den voirs. 
„pretensen (joninck van Syon, syne complicen ende adhe- 



4 

„renten, soe wel geexecuteert, als die noch in levene moegen 
„wesen, binnen den derden dage naest comende aff ende 
„ewech doen, ende deselve brengen in handen van den 
„Officier alhier, om verbrant te wordene; dat oick nyemant 
„wye hy sy, van nu voordane eenighe van den selven oft 
„diergelycke figuren, alhier meer en make en brenghe en 
„vercoope, te coope stelle, oft by hem en houde, int bey- 
„melick oft openbaer, in gheenre manieren, opte pene van 
„wye daeraff bevonden sal worden de contrarie gedaen te 
„hebbene oft te doene, van vyftich Karolus guldenen, te 
„bekeeren in drien, deen derdendeel daer afif den Heere, 
„dander der stadt ende 't derde den aenbrengere. Zie „Ant- 
„werpsch Archie venblad uitgegeven op last van het Ge- 
„meente bestuur door p. genard" II, 335. 

Welke afbeelding van jan van leiden hier aangeduid is, 
valt niet met zekerheid te bepalen. Daar er van geschrift of 
dichtregelen geen sprake is, kan het door frederik muller 
beschrevene „Catalogus van 7000 Nederlandsche portretten" 
(1853) bl. 132 wel niet bedoeld zijn, evenmin als een der 
portretten van den koning, die gevonden worden in de 
Bibliotheek der vereenigde Doopsgezinde gemeente van Am- 
sterdam, volgens haren „Catalogus" (1888) II, 318. 

Wellicht komt hier in aanmerking de afbeelding, die 
j. c. FassER heeft geplaatst voor de door hem bewerkte 
„Geschichte der Wiedertaufer zu Munster," die ons den 
koning van Sion in allen vorstelijken tooi te aanschouwen 
geeft. In genoemd geschrift komen bovendien afbeeldingen 
voor van 's konings vrienden en medehelpers, blijkbaar, 
naar mij dunkt, uit denzelfden tijd afkomstig. Ik meen 
dat de aangehaalde proclamatie het oudste bewijs levert 
voor het bestaan van deze afbeelding; de houtsneefiguren , 
die gevonden worden op de titels der Neue Zeytung, 
welke betreffende het voorgevallene in en met Munster 



dadelijk na het overmeesteren der stad het licht zagen en 
opgeteld zijn in „Serapeum" XX , 235 en XXIIl , 276 zullen 
zeker geen beeld van den koning, wel van de overwinning 
geleverd hebben. 

De afbeelding van jan van leiden moet vervaardigd zijn 
in of na de maand September 1534, toen hij de koninklijke 
waardigheid aangenomen had. Dat zij binnen Munster het 
licht zag laat zich gissen, niet met zekerheid bepalen. In 
de berichten over Munster wordt, naar ik meen, alleen 
van geschriften, nooit van prentwerken melding gemaakt. 

Heeft dergelijke afbeelding toen reeds bestaan, dan laat 
zich hare verbreiding denken, tegelijk met de exemplaren 
der Munstersche tractaten, die door de uitgezondene zoo- 
genaamde Apostelen, en daarna in de laatste dagen van 
December door een viertal vertrouwde aanhangers van den 
koning, onder wie jan van geel, uitgedeeld werden. Deze 
heeft ook te Antwerpen vertoefd, waar hij zijn intrek 
nam in „den tinnen pot", en alle krachten inspande, om 
bij de broeders werkzame deelneming in het lot van de 
belegerde stad op te wekken. Het aanbieden van eene 
afbeelding des konings in vol ornaat kon en moest op de 
verbeeldingskracht werken, en het verbod om deze te ver- 
koopen, aan den wand te hangen, ja te bezitten, uitge- 
vaardigd weinig weken na de ter doodbrenging van jan 
van LEroEN, getuigt er van, dat de overheid dergelijke 
producten in beeld duchtte en vernietigen wilde. Tot de 
beschuldigingen, ingebracht tegen den burgemeester van 
Antwerpen, a. van stralen, behoorde ook de grief, dat 
hij had toegelaten „de vendre la pourtraicture de joannes 
„Hüs, en forme d'ung martyr, ensamble de martin luther 

„et jean CALVIN " gölijk het luidt in de acte, „Antw. 

„Archievenblad" VIU, 202. 

De zucht naar het bezit van afbeeldingen der Hervormers 



6 

ontstond vroeg en was algemeen, niet slechts onder de vol- 
gelingen van JAN VAN LEIDEN, maar ook bij de vrienden 
van LUTHER. Reeds in 4519 verscheen ein Sermon ge- 
prediget tzu Leipsigk met eene beeltenis van luther 
op den titel, een voorbeeld herhaaldelijk bij geschriften van 
LUTHER gevolgd , naar de opgaaf van a. von dommer „Luther- 
„drucke auf den Hamburger Stadtbibliothek" (4888), 213. 
Eene afbeelding van luther, voorzien van eenige dicht- 
regelen was reeds in 4520 te bekomen, volgens söCKiNd 
„Ulrich von Huttens Schriften" I, 466, welke dichtregelen 
ten onrechte aan hutten werden toegeschreven. In 4524 
zag huttën's „Gesprach-Büchlein" het licht met eene afbeel- 
ding van luther en hutten. Vgl. böcking I, 50*. Alom 
openbaarde zich het verlangen naar het bezit van de 
afbeeldingen der groote mannen uit het Hervormingstijdvak. 

Tot R. GV^ALTER rfchtte c. HALEs 4 Maart 4550 het volgend 
verzoek: „Interim rogo te, ut cures mihi apud Apellem 
„vestrum has pingendas effigies, videlicet zv^inglh, pelli- 
„CANi, theodori, d. bullingeri et tuam, ea magnitudine, 
„qua mihi tuam ostendisti, idque tabulis, non panno, mani- 
„bus tenentes libros; in quibus imis rogo te, ut quatuor 
„versus affigendos cures, quorum argumentum ego tuae 
„prudentiae relinquo. Constitue cum pictore, ut colores 
„sint boni et diligenter omati, etiamsi major sit sumptus. 
„Gonfectae in capsam ligneam includantur, mittanturque 
„ad Burcherum; is dabit nummos. Quo haec fiant citius 
„eo erunt gratiora. Quod si putas, veram oecolampadii 
„effigiem ab eo depingi posse, velis istis prioribus sextam 
„adjungi." 

Deze brief komt voor in den hoogst belangrijken bundel 
„Epistolae Tigurinae de rebus potissimum ad ecclesiae angli- 
„canae reforniationem pertinentibus conscriptae a.D. 4534 — 
„4558. Ex schedis manuscriptis in Bibliotheca Tigurina aliis- 



„que servatis Parkerianae Societatis auspiciis editae" (4848) 
123. BULLiNGER schtjiit bezwaar gemaakt te hebben, om 
zijne beeltenis te laten vervaardigen. Immers aan dezen 
schrijft HALES 10 December 1550: „Scripsi ad n. güalterüm, 
„ut sex imagines describendas mihi curaret, quod ille effe- 
„cisse se scribit. Sed 4 retentas esse duplici ratione. pri- 
„mum, quod periculum sit, ne in posterum idololatriae 
„fenestra patefiat; deinde, ne vitio vobis vertatur, perinde 
„quasi inanis gloriae studio a vobis factum esset. Sed longe 
„aliter se res habet Idcirco enim cupiam habere, ut et 
„bibliothecae ornamento essent, et vestrae imagines effigies 
„in tabella quasi in speculo conspicerentur iis, qui loei in- 
„tercapedine prohiberentur , quo minus vos coram cernere 
„possunt. Non hoc agitur, vir praeclare, ut ex vobis idola 
„faciamus: iis quas dixi de causis, non honoris aut cultus 
„gratia desiderantur. Neque vero putes ex hoc negotie invi- 
„diam vobis conflari posse; praeter me enim, qui vestrara 
„existimationem et honorem in omnibus salvum cupio , nemo 
„est qui sciat, qua ratione istae tabellae ad me perveniant. 
„Proinde te rogo, vir praestantissime , ut hoc mihi a vobis 
„inapetrare liceat. Ne , quaeso difficilem te praebeas hac in re, 
„quae et levicula est et nemini detrimentum allatura." 1.1. 
126. „Quis, vraagt hij in een volgend schrijven, „lüthe- 
„RUM, BUCERUM, PHiLiPPUM , OECOLAMPADIUM et alios plurimos 
„hodie viventes, reprehendendos putet, quod ipsorum eicones 
„ubique reperiantur." Wie kan dergelijke begeerte veroor- 
deelen ? 

Welke prenten door hans van baühuysen en hans van 
schelle gesneden, afgeteekend en gedrukt zijn, wordt in 
de tegen hen uitgevaardigde indaging van 1567 niet ver- 
meld „Antwerpsch Archievenblad" I, 289; II, 417; X, 6. 
Ongetwijfeld waren de onderwerpen van dien aard, dat de 
magistraat voor religie en orde daarvan nadeelen duchtte. 



8 

Voor die overheid was evenzeer eene verbreiding van de 
heldenfeiten der Geuzen , als van de schanddaden der Span- 
jaarden te vreezen. De pers, reeds toen, als in onze dagen, 
de ijverige dienaresse van het publiek, haastte zich, de 
meest belangrijke gebeurtenissen in plaat aanschouwelijk 
voor te stellen. Daartegen verhief de hooge vierschaar in 
Antwerpen hare stem den 27en Juli 1574. 

„Gesien by mynen Heere den Gouverneur ende Raet van 
„Justiciën de confessie van arnout nicolai, gevangene, by 
„dewelcke hy bekent heeft dat hy heeft gesteken de figueren 
„van het belegh van Haerlem, sonder verworven te 
„hebben octroy oft consent van den Hove, dwelck hij noch- 
„tans versocht hadde, sonder oock dat hij de voers. formen 
„oft figueren heeft laten oft doen visiteeren, al contrarie 
„der ordonnantien Ons Ghenadichs Heeren des Conincxs van 
„den jaere 1570, ende daerenboven bekent heeft vercocht 
„te hebben de figueren ende beelden van dinnemen van 
„den Briele, van Loversteyn, Rammekens, van 
„Ste Geertruyenberghe, ende andere gelijcke beelden, 
„hebbende schandaleuse inscriptien ter eeren van de Rebellen 
„van Zyne Majesteyt, myne voers. Heeren seggen ende ver- 
„ eieren voor recht dat de voers. arnoüt nicolai zal com- 
„pareren op ter stadthuys alhier, voor myne Heeren den 
„Gouverneur ende Raet, ende oock voir Borgmeesteren ende 
„Schepenen int CoUegie tusschen twee sHeeren dienaers, 
„blootshoofs, houdende in zyn handen een brandende tortse 
„van eenen ponde was, ende bidden alsoo op beyde zyn 
„knien van tgene hy misdaen heeft God Almachtich ende 
„der Justiciën vergiffenisse , seggende tgene voers. is hem 
„leet te zyne ende dat hy hem zal verdragen van gelycken 
„meer te doene, ende de voers. tortse dragen voor den outaer 
„vanden Weerdighen Heyligen Sacramente binnen Onser 



9 

„Liever Vrouwenkercke , ende die aldaer laten." Vgl. „Ant- 
„werpsch Archievenblad" XIII, 156. 

Hoewel eerie nadere beschrijving van de veroordeelde 
prenten niet gegeven wordt, zullen wij wel niet dwalen, 
indien wij afdrukken er van zoeken in het geroemde werk 
van FRANS HOGENBERG. De geoefende hand van frederik 
MULLER deelde ons zeer belangwekkende bijzonderheden over 
oorsprong en samenstelling van dit prentwerk mede, eerst 
in „de Navorscher", deel X, 21 later herhaald en uitgebreid 
in zijne „beredeneerde beschrijving van Nederlandsche His- 
„torieplaten", (1863—70) 39. Waar hij de 5e Serie, platen 
bevattende betrekkelijk de Nederlandsche geschiedenis, be- 
schrijft, verdient het aandacht, dat de in het plakkaat 
genoemde daartoe behooren, terwijl arnout nicolaj slechts 
van het beleg van Haarlem de graveur, van de andere 
prenten de debitant wordt genoemd. 

Is wellicht de door muller t. a. p. 85 N**. 614 beschre- 
vene prent met het Italiaansche opschrift Tassedio della 
citta di Herlem, zonder naam van graveur uitgegeven, 
door ARNOUT NicoLAi Vervaardigd? 

De vraag naar de middelen, die aangewend werden om 
deze verboden waar van de eene plaats naar de andere te 
verzenden, verdient wel eenige aandacht. Iets tot hare op- 
lossing kan ik bijbrengen. 

Den 17 Juni 1566 werd bij publicatie bekend gemaakt 
„Antwerpsch Archievenblad" II, 385; X, 3 dat in „den 
Gulden Leeuw" waren aangekomen vijf tonnen met verboden 
boeken , uit Namen naar Antwerpen door eenen vracht- 
rijder overgebracht, en aan Fransche Kooplieden te Ant- 
werpen geadresseerd. Die tonnen hielden in „diversche 
„quade heretycke schandaleuse boecken, als Martirologia in 
„Duytsche, pasquillen ende andere", bovendien eenige riemen 
wit papier, „cleerkens ende andere dingen van cleynder 



10 

„importantie". Uit de gerechtelijke oorkonde blijkt, dat de 
inhoud dier vijf tonnen bij de afzending uit Namen ver- 
raden en de magistraat van Antwerpen tegen de aan- 
komst reeds gewaarschuwd was. De in het plakkaat vervatte 
omschrijving van den inhoud der tonnen, bepaaldelijk de 
opgaaf „Martirologia in Duytsche" laat ons in het onzekere; 
zij is althans niet bepaald genoeg , om de werken te noemen, 
die bedoeld zijn. Trouwens, dergelijke onbepaaldheid is een 
bijna doorgaand kenmerk van de opgaven bij titels, gelijk 
uit het vervolg overtuigend blijken zal. 

Tonnen waren een gezocht middel van vervoer voor ver- 
boden boeken, m argus van vaernewyck „van die beroerlicke 
„tyden", uitgegeven door f. vanderhaeghen U, 244 ver- 
haalt, dat te Gent „buten der Peterceliepoorte , een tonne 
„ende noch een lade met boucken, al meest van calvinüs 
„leere, ende daer veel fighueren onder waren gheprent, in 
„brieven oft pampieren, al tsamen wel weert, gheweest 
„41 guldenen, achterhaelt ende betrapt werden. Zy quamen 
„van Doorn icke ende te voren originalic van Gene ven, 
„ende men hadt se gheeren beschiet up Andt weerpen". 

Ook in gesloten manden werden verboden boeken vervoerd. 
De Magistraat van Brugge gaf van zulke vangst kennis 
aan den Raad van Vlaanderen bij rapport van 3 Mei 
1567 (vgl. Die ge riek „Documents du XVIe Siècle" II, 146). 

Hadden de boeken de plaats hunner bestemming bereikt, 
op welke wijze werden zij dan aan den man gebracht? 

Op stalletjes, nabij de plaatsen der godsdienstoefening of 
op de kerkhoven opgericht. 

Bepaaldelijk in Gent werden de boekenstalletjes in de 
nabijheid van de plek, waar godsdienstoefening gehouden 
werd, gevestigd. 

Zoo lezen wij bij jan van den vivere: „Chronycke van 
„Ghendt*', 127, op nieuw uitgegeven in 1885 door frans de 



14 

POTTER, dat den 268ten Januari 1566 niet alleen de samen- 
komst, waarbij nicaise van der schueren was voorgegaan, 
gewelddadig verstoord werd, maar ook „dry cramen met 
diveersche boeken" bemachtigd zijn, en onder des hoofd- 
schouts bewaring gebracht. Titels dier boeken zijn niet ge- 
noemd ; alleen schijnt men veel aanstoot genomen te hebben 
aan „ghedruckte briefven , daerinne stonden twee Jacoppynen, 
„ghefigureert wesende up de gheestelicke manier." Daarmede 
zijn ongetwijfeld spotprenten bedoeld, waarvan thans wel 
geene afdrukken meer zullen te vinden zijn. 

Op dergelijke stalletjes werden ook te koop aangeboden 
„voor een gering Penningsken van 12 Myten verscheijde 
„Boekskens volgens hunne nieuwe Leeringhe van calvyn". 
Vgl. „Gendsche geschiedenissen" door p. bernardus de 
JONGE (1781) I, 8. Ook de Heidelbergsche Catechismus, naar 
de vertaling van dathenüs, lag er te koop, benevens pren- 
tenboeken. 

Onder den indruk van de gedane confiscatie dagvaardde 
de Raad vele schoolmeesters en schoolvrouwen , zoowel 
Latijnsche als andere, om ze in te scherpen, dat zij geene 
andere boeken den kinderen in handen zouden geven dan 
„van de oude Catholijcke Roomsche religie, up peijne van 
„lijf ende goet." Op bevel van alva werden de boekwinkels 
tijdelijk gesloten, en de toegangen met soldaten bezet, totdat 
een onderzoek naar den aanwezigen voorraad boeken afge- 
loopen en de overheid vergewist zou zijn, dat de winkels 
niets anders bevatten, dan wat in overeenstemming was 
met den Index door het Concilie van Trente vastgesteld. 

Der aandacht overwaardig is de mededeeling die voorkomt 
in de „Gendsche Geschiedenissen" I, 63: „Zij hadden (de 
Evangelischen namelijk) eenen drukker onder hun, den- 
„welken eenige van hunne kettersche Boekskens gedrukt 
„hadde, met opschrift op 't eynde: gedrukt bij den 



12 

„Alderhoogsten". Ook van deze exemplaren schijnt geen 
enkel tot heden gevonden. 

Gereed om tot de ontleding der Indices over te gaan, 
verwijs ik den lezer, welke de uitvoerige ordonnantien , die 
hunne uitvaardiging voorafgingen, wenscht te kennen, naar 
den tekst dier Staatsstukken , gelijk die te vinden is in „Ie 
„Bibliophile Beige" XVI, 110. 

Onder de indices librorum prohibitorum neemt 
die van 1550 eene der voornaamste plaatsen in. De lijst 
was opgemaakt door de Universiteit van Leuven en zag 
op bevel der Keizerlijke Majesteit in dit zelfde jaar het 
licht bij SERVAES VAN SASSEN, gesworcu boeckprinter te 
Leuven. Zij was eene uitbreiding van de in 1546 gegevene 
en verscheen te gelijk met eene optelling van boeken, die 
men in de pailiculiere scholen in de handen der jeugd zal 
mogen geven. Haar uitvoerigste deel Cataloghe ende 
intitulacie van quade verboden boecken houde 
onze aandacht bezig. 



A. 

Andree carolostadii omnia opera. 

Deze titelopgave zou voedsel knnnen geven aan de meening 
dat carlstadt's tractaten [ze zijn ontleed door C. ƒ. Jager 
in zgne monografie ^^Andreas Bodenstein von Garlstadt" (1856) 
en meest alle opgenoemd door A, Kicczynski, ^^Thesanros libellor. 
,,liist. Ref. illustrantium" (1870) 36], na zgn dood, dus na 
1541 , in één handel waren verzameld en aitgegeven. Dit is 
niet alzoo. Opera omnia beteekent Iiier alles wat hg geschre- 
ven mocht hebben. 

Antonu cORUiNi expositio decalogi, symboli Apostolici^ sacror 
mentorum et dominicae passionis per dialogos. 



13 

De titel is onnaawkeurig en onvolledig. Voor passionis 
leze men: precationis en voege daaraan toe het volgende: 
ad captum puerüem in dialogos redacta^ adjecta est brevis 
discendae Theologiae ratio ^ autore Phü. Melanchtone. 1537. 
1540. 

EiusDEM colloquia theologica. 

Wg denken aan de Ck>Uoquiorum Theologicorum libri 111, 
In commodum Theologiae Candidatorum. 1589. 

EiuSDEM Theologia ex libris Augustini et Chrysostomi depromta. 
Inque locos communes digesta^ dus Inidt de titel van het 
in 1539 verschenen en in 1542 herdrakt geschrift. 

EiüSDEM postille in Euangelia Dominicalia. 

Waarsch^nl^k had men het oog op de Postiüa et breves 
exposttiones in epistolas et Euangelium per totum annum. 
1536, 1537, 1539, 1540, 1548, 1558, 1576. Luf/i«r schreef 
bg deze postiüa een voorbericht. 

Een keurig exemplaar der uitgave van 1540 bezit de Biblio- 
theek der Hervormde gemeente te Emden. 

EiusDEM in Euangelia et epistolas loei. 

Bedoeld z^n gewis de breves exposttiones epistolarum domi' 
nicarum^ loei in epistolas et Euangelia quae dominicis di^ms 
ac in divorum feriis per totum anni circulum consueverunt. 
Achteraan is gevoegd Mdanchtonis dissertatio de offido conciO' 
natoris 1538. 

EiusDEM contra libellum Erasmi de Sarcienda Concordia. 

De volledige titel van dit, een der eerste geschriften van 

ANTONIUS C0RVINU8, luidt: 

„Dissertatio quatenus expediat editam recens Erasmi de 
resardenda ecdesiae concordia opinionem sequi tantisper cum 
apparetur Synodus? Cum praefatione Lutheri 1533, weinige 
maanden later gevolgd door de epistólae Domini Amsdorfii et 
D. Martini Lutheri de Erasmo Roterodamo. 1534. Vgl. het- 
geen GEEDBs ^^Floril^um'*, 92 over den inhoud en de zeld- 
zaamheid der Dissertatio te lezen geeft. 

Ende generalydc aÜen sijn boecken. 

De naaml^st van al zgne boeken vinden wg bl. X en vol- 
gende van ^^Anton Oorvin^s Leben dnrch Dr. G. L. GoUmann'^ 



14 

het 4e deel van ,^das Leben der Altvater der Latheriflchen 
„Kirche". (1864). 

Er moet naar ik gis, eene reden geweest z^n, waardoor 
naar de Zaidelgke Nederlanden de werken van dezen 
godgeleerde, dezen trouwen yriend van lüthsb, eenen berei- 
den weg vonden. Immers in het „Antwerpsch Archievenblad'* 
IX, 149 wordt ons het getuigenis bewaard, dat een beschul- 
digde verklaart van een prediker ontvangen te hebban libros 
COKVINI haeretici. 

De oorzaak dat in de Zuidel^ke Nederlanden zgne 
geschriften gezocht waren, laat zich vinden in het feit, dat 
CORVINUS in 1546 b^ gelegenheid en naar aanleiding van de 
schrikwekkende onheilen door een onweder te Mechelen 
aangericht , ter perse gaf: Warhafftige Anzeigung der schreck- 
lichen^ grousamen^ erbdrmlichen Geschichten und üngewUters^ so 
sich aus GoUes Verhdngnisa und Straff zu Miechden in Bror 
bant am 7 Aug. 1546 in der Nacht zvnschen 10 und 11 Uhr 
zugetra^en hahe mit einer Vor- und Hinterrede amtonii corvini, 
gelyk de volledige titel luidt bg strieder, ^^Hessische Gelehr. 
,^und Schriftst-Geschichte*' II, 326. Ik ben niet vreemd van 
de gedachte, dat corvinus door dit geschrift gepoogd heeft, 
zgnen jeugdigen Landheer brik n van Brunswgk Lunen- 
burg, over wiens trouw aan de Evangelische belgdenis hg 
zeer bezorgd was, indien deze gevolg gaf aan de uitnoodigin- 
gen van karel v om aan diens hof te komen, vrees in te 
boezemen voor een land, dat door zulke oordeelen Gods be- 
zocht werd. 

Anatomia eoccusa Marpurgi per eucharium ceruicornum. 

Niet zonder moeite herkent men uit zulk een titel het 
volgende werk: Anatomias h. e. corporis humani dissectionis 
pars prior ^ in qua singida quae ad caput spectant recensentur 
membra atque singulae partes^ singulia suis ad vivum com» 
modissime expressis figuris ddiniantur — per Joh. Dryandrum 
medicum et mathematicum. 

Waardoor is de plaatsing van dit onvoltooid gebleven werk 
van den Marburger hoogleeraar drtander op den Index te 
verklaren ? 

Prof. REUSCH ,,der Index der verbotenen Bücher'' I, 125 



15 

onderstelt, dat eenige lofspraken op den Hessischen land- 
graaf PHILIPS daarran de oorzaak zyn, of eene nitdrukking 
in de praefatio als deze: „quanto studio, ad saperstitionem 
etiam nsqne pio sepulturani hactenos excolaerit sacerdotalis 
ordo, novimns*'. Liever beroep ik mg op den nog in 1550 
algemeen bestaanden tegenzin tegen anatomie en lykensectie; 
■ deze verklaart myns achtens voldoende den blaam op dat boek 
geworpen. 

Andree osiandri annotationes in Harmoniam euangelicam. 

In 1540 verscheen Antwerpiae apud Mattheum Crommium^ 
Harmoniae Euangelicae lihri quatuor^ in quibus Euangelica 
historia ex quatuor Euangelistis ita in unum est conteocta. 
Elenchus Harmoniae autore andrea osiandro. Genoemden titel 
leerde ik kennen nit de ^^Deaxième Gatalogue — da libndrre 
P. j. olivier". Bruxelles 188ü, N^ 697. 

Andree knopken Commentarius in epistolam ad Romanos. 
In een uitvoerig artikel schetst h. w. roterkund (^^Forts. 
,^nnd Erganz. von Jöcher^ III, 573) het nuttig leven van 
dezen trouwen voorstander der Hervorming, eerst haren feilen 
tegenstander. De titel van enöpken^s hoogst zeldzaam ge- 
worden boek Inidt: Interpretatio in epistolam ad Romxznos^ 
Rigae apud Livonios praelecta ^ ubi is pastorem agit ecdie' 
siae^ 1524. 

Bg dezen titel herhaal ik de reeds gemaakte opmerking 
aangaande de onvolledigheid van de opgaaf der titels. Daar 
is oorzaak om te twgfelen of de boeken, die veroordeeld 
werden, werkel^k onder de oogen van hen, die het vonnis 
uitbrachten , geweest zgn. Eene andere is deze , dat men b^'na 
alle titels in het Lat^'n uitdrukte, hoewel de tekst óf Duitsch 
was , 5f de overzettingen in Duitsch , Fransch en Nederlandsch 
veel lichter in het bezit van het publiek geraakt zullen zgn. 

Andree altameri brentii annotationes in epistolam Jacóbi. 

EiusDEM annotationes in duas posteriores epistolas Joannis. 

EiusDEM Conciliatio locorum scripturae quae pugnare videntur. 
Deze drie geschriften van andreas alihamuer werden bgna 
te gelgkertgd in het Latgn en in eene Duitsche vertaling ver- 
breid. SEBAsnAAN PRANCK zond teu jarc 1528 in het licht: 



16 

Vereinigung der streitigen Sprüche andr. althameri. In eene 
leyensbeschrijving brengt will (Nürnb. gel. Lexicon I, 8) de 
opmerking te berde , dat althammkr , naar zgne geboorteplaats 
Brenz, Brentias bijgenaamd, dientenge7oIge Taak ver- 
wisseld wordt met den meer bekenden joannes brbntiüs. 
De Learensche geleerden, hem brbntiüs noemende, hebben 
zich aan die vergissing niet schuldig gemaakt, daar zg later 
de geschriften van joannes brentius op hnnne lijst vermelden. 

Sententiae ex doctorüms colledae per antonium anglum. 

Toen de Engelschman bobertus barnes, dezelfde aan wien 
LUTHSR twee uitvoerige brieven zond over Koning hendrik*s 
verlangen om van zijne gemalin katharina van arraoon ge- 
scheiden te worden (uitgave van de wette IV, 294) zich in 
Wittenberg bevond, was hij in het album der hoogeschool 
op de dagteekening van 20 Juni 1535 ingeschreven onder den 
naam van antonius anglüs Theologiae doctor Oxoniensis, 
welke inschr^ving door eene aanteekeuing van melanchton 
werd verduidelgkt : ^^robertus barnes". Onder dien naam van 
ANTONIUS ANQLUS verschenen in het licht: Sententiae ex eccle- 
siae doctoribus in articulis controversis cum pontifidis. Dit 
is het veroordeelde boek, boven aangeduid. De geloofisbe- 
l^denis, kort voor z^'n bloedig uiteinde in Juli 1540 door 
hem afgelegd, werd nog in datzelfde jaar door luther met 
eene voorrede in het licht gegeven ter eere der nagedachtenis 
van den man, met wien hg een vertrouwelgk verkeer had 
genoten. 

Arsatii schoffer Euangeliorum dominicalium enarraticmes. 
Lees: sehofer. Het is den opstellers dezer Igst gegaan als 
m^, zg hebben het veroordeelde boek niet in handen gehad. 
Zg toch hebben willen verbieden de Enarrationes euange- 
liorum dominicalium^ ad dialecticam. methodum et rhetoricam 
dispositionem cuxommodotae autore arsatio sehofer. Adjecti 
sunt loei theologici^ quorum cognüionem omnis ecdesiastices 
in promtu habere debet, subnexis etiam aliquot propositionibus 
non contemnendia. Bom. X. 1539, 1541. Over sehofer worde 
geraadpleegd winter, ^^Geschichte der Ev. Lehre in und durch 
,3&Ï6ni". I, 100 en o. prantl, „Geschichte der Ludw.-Maximil. 
„üniversitat". I, 150. II, 486. 



17 

De yerwarriiig yan den naam sehofeb met dien van 
scHOFFER kome voor rekening van den zetter en corrector. 
Op de Indices der Sorhonne wordt hg arsatius schaffir, 
ook SCHOFFER genocmd. 

AcHiLLis GASSARi epitome Chronicorum, 

De Augsburgsche arts aghilles firhinius oassar gaf in 
1532 ter perse: Historiarum et chronicarum mundi epitome 
velut index ^ dat drie jaar later herdrakt werd nunc detnum 
accuratius recognita absolutaque ac prcLeter infinita loca al- 
phahetico insuper indice locupletata^ Basileae excudébai Hen- 
ricus Petrus. Reeds 1534 was oassar's Chronycke te Ant- 
werpen vertaald, le long ^^eformatie van Amsterdam" 
481 schgnt ook eene Amsterdamsclie nitgaaf te kennen. 
Over bet werk en den scbrijver bandelden uitvoerig i. brucker 
,,de yita et scriptis A P. Gassari*' in schelhorn's ^^Amoeni- 
^tates literariae" torn. X en g. veesenmbter ^^Sammlnng von 
.Aufsatzen znr Erlaaternng der Kircben-Literatnr- Münz- 
^^nnd Sittengescbicbte besonders des 16^1^ Jabr. (1827) 73. 
Laatstgenoemde beroept zicb op betgeen gassar scbrxjft over 
sommige pausen en over ltjther ter verklaring van bet vonnis, 
door den Index geslagen. Prof. reüsch spreekt zijne verbazing 
uit, dat dit werk op de lyst der verboden boeken is geplaatst, 
A. a. O. I, 111. Over de onderscbeidene uitgaven geeft 
als naar gewoonte de ,3ibl- Belgica" Letter 6. 31 — 37 bet 
gewenscbte licbt. 



99' 



B. 



Bartholomei westhemeri Phrases divine scripture. 

EiusDEM concilialio scripture diuine et patrum orthodo- 
xorum. 

EiuSDEM farrago concordantium insignium totiits sacre biblie 
locorum. 

EiusDEM tropi insigniores veteris et noui testamenti. 

2 



18 

EiuSDEM Collectanea comm. troporum sacre scripture. 

De onderscheidene titels van de werken dezes geleerden 
Bazelschen boekhandelaars worden nauwkeurig opgegeven door 
Dr. B.EUSGH a. a. O. I, 137. De aatear zelf schgnt een weinig 
bekend persoon. 

Bernardini ochini Senensis sermo de jiLstificatione. 

De hoogleeraar bbnba.th geeft in zgne bekende monografie 
over OGHiNO, Dnitsche uitgave S. 376, Engelsche uitgave 
p. 300, den geheelen titel aldus: bbbnardini ochini Senensis 
Sermo ex JUüico in Latinum conversus Coelio Secundo Ourione 
interprete: quid sU per Christum justificari turn qui jtistifi' 
cationis modus 1544. Onbekendheid met de geschriften van 
QCHiNO verklaart het feit, dat alleen deze preek op de Igst 
vermeld is. 

In verband met deze preek van ochino bevat de akte der 
beschuldiging van auoustino boazio ^^Antwerpsch Archieven- 
blad*' IX, 155 voor de geschiedenis der letterkunde be- 
langrgke zaken. Bg zgije inhechtenisneming had men ten 
zfjnent gevonden een Nieuw Testament in het Spaansch, 
gedrukt te Venetië, waaraan was toegevoegd een ander 
werkje, een Catechismus^ ook in het Spaansch, echter zonder 
opgaaf van den naam des schryvers of des drukkers; des- 
gelgks een boek getiteld: Prediche di bernardino ochino 
Senense^ zonder naam van de plaats der uitgave of des drukkers, 
en los Psalmos de David gedrukt te Venetië. 

En dan gaat de akte aldus verder: ,^que ung Milanèse, 
,nommé marco-antonio , luy avoit laissé, passé deulx mois ou 
^environ , lequel marc-antonio luy vint trouver en la Bourse , 
^entre 11 et 12 heures Ie mesme jour, demandant s'il n'y 
,avoit quelques livres de musycque, pourtant qu*ils avoient 
,aultrefoys chanté ensemble a Galais, et estant au mesme 
ytemps venu Ie dict marc-antonio en Ia chambre du dict 
yConfessant, oü que Ie dict auoustin luy monstroit ses livres 
fie la musycque, laissoit la alors les dictz livres, disant qu*il 
^ny pourroit porter les diets livres avecque soy , et depuis Ie 
4ict temps, Ie dict confessant n*a plus veu Ie dict marco- 
^ANTHONio, non S9achant Ie dict confessant sil les dictz livres 
,,e8toient bons ou mauvais, ny aussy de quelle religion estoit 



f»' 



99 



99 
99 
99 

99 
» 
99 



19 

Ie dicfc MARCO-ANTHONio , non s^achant anssy 8*il n'y a laissez 
les dictz livres a lay confessant k bonne oa maavaise inteu- 
tion. Et toQcliaiit Ie 4^ livrette, intitolé: 11 sommario de 
la sacra Soritttira^ dict Ie dict aügustin d'ayoir achetté Ie 
^^dict livre ychi, sar Ie chemiteire de Nostre-Dame , d'an 
▼endenr qay yendoit les livres anchiens sor nne table, penlt- 
esire enyiron 4 moys, sar ane festes, poar 3 patars, non 
89achant sil Ie dict li?re estoit bon oa maalais, pensant 
qa'il fost bon , poartant qa*on Ie yendoit ychi pablicqaement, 
non ayant avant lea Ie dict livre depois, ny aussy aaltre- 
ment Ie schachant juger, comme non sachant latin." 
Meer dan éene bgzonderheid verdient in de laatste regels 
van het medegedeelde onze aandacht. Dat de Spanjaard het 
Italiaansche boekje voor een Latjjnsch aanzag, das blgkbaar 
gedarende de vier maanden, waarin het in zgn bezit was ge- 
weest, met den inhoad geene kennis had gemaakt, doet ons 
kleine gedachten koesteren aangaande de maat zjjaer ontwik- 
keling en leergierigheid. Doch dat te Antwerpen ten 
jare 1563 in het openbaar zoodanige kettersche geschriften 
ten verkoop werden aangeboden , overtaigt ons van de weinige 
zorg, waarmede het toezicht op het verbreiden van boeken 
vol errearen werd behartigd; maar vooral van de domheid 
dergenen, die er mede belast waren. Immers: il Sommario 
de la Bocra Scrittura was de Italiaansche overzetting van de 
Summa der godUken Schrifturen^ b^ Eeizerl^ke plakkaten 
van 23 Maart en 13 Jali 1524 ten scherpste veroordeeld 
gelgk VAN T00REN£NBERGEN ons herinnerde „het oadste Neder- 
,,landsche verboden boek" bl. XXVII , die het aatears- 
Bchap aan hsnricus bomelius toekende. Onlangs heeft de 
hoogleeraar l. sghulze de gissing geait, dat het aotearsschap 
van een boek waarbg ^^het Testament J. C, dat men tot 
,,noch toe de Misse ghenoempt heeft, verdaytscht, dear joan- 
„vim oecolahpadium" was opgenomen, moest toegeschreven 
worden aan den geestverwant dezes hervormers, namelgk aan 
den Nederlandschen godgeleerde johannes of hinne rode. Vgh 
„Beal Encyklopadie für Prot. Theologie and Eirche". 2te Aasg. 
XVIII, 241. 

Voor de geschiedenis dezer vertaling in het Italiaansch mag 



20 

ik verw^'zen naar bbnrath's in ons vaderland wel bekend 
geschrift: ,^die Samma der heiligen Schrift" (1880). S. III. 

De aangehaalde plaats uit de akte van beschuldiging ontlokt 
een zucht aan een liefhebber van boeken, die yemeemt, dat 
in 1 563 een exemplaar dier Italiaansche uitgaaf voor 3 patars 
(eene waardebepaling , die nog in de spreektaal der plattelands- 
bewoners in den omtrek van Brugge gebruikel^'k is), alzoo 
Yoor drie halve stuivers gekocht kon worden. 

't Zal den lezer goeddoen te vernemen, dat augustino 
BOAZio vrijgesproken is geworden. 



C. 

Celii secundi cuRiONis araneus^ seu de providenlia dei. 

Idem de immortalüate anime. 

Idem de liberis educandis. 

Idem de paradoxis. 

Bovenstaande titels beschry ven niet den geheelen , alleen den 
voornamen inhoud van den bundel tractaten, dien cukioni 
te Bas el bg oporinus ten jare 1544 in het licht gaf, met 
den titel: Aranetis^ seu de providentia Dei libèlltis vere aureus^ 
cum aliis nonnuüis opuscidis'^ hoewel het eerstgenoemde, 
Araneua^ afzonderlek reeds vroeger door den druk was ver- 
breid. Over GU&iONi en diens geschriften vergelgke men 
OEEDEs, ,,Florilegium" 100, en over zgn niet veroordeeld 
tractaat de amplitudine heati regni Dei vooral de verhande- 
ling van den Straatsburger hoogleeraar carl schmidt in 
„Zeitschrf. f. d. Hist. Theol." 1860, 571. 

Christophori HEGHENDORPHiNi Paretiesis de vüa instüuenda 
et moribiis corrigendis iuventutis. 

EiusDEM Christiana institiUio studiose juventutis^ cum eocpo- 
silione orationis dominice Philippi Melanchtonis. 

Idem de rhetorica legalL 



21 

EiusDEM melhodus conscrïbendi epistolas cum locis dialectids. 

EiusDEM Holleborum adjundum Querule ehquentie. 

Idem in Marcum^ in epistolam ad Hébreos et in acta Aposto- 
lorum. 

Het yeertigjarig leven van hegbndoeff (1500 — 1540), door- 
gebracht in het behartigen der belangen van School en Eerk, 
ifl ook besteed geweest aan het opstellen van schoolboeken en 
commentaren, üit den Index der Leuvensche facolteit blgkt, 
dat voor Holleborum gelezen moet worden Hèlleborum ^ dat is: 
nieskruid. Nergens vond ik eenige inlichting betreffende het 
hoogst zeldzame boek. 

Christophorus hofman in epistolas Pauli ad Philippenses 
et Titum. 

EiusDEM de Penitentia libri tres. 

Nog bij het leven van dezen Mecklenburgschen hofprediker 
(hij overleed in 1570) werden zijne geschriften veroordeeld. 

Christopiiori corneri ex fagis ratio inueniendi terminum 
medium in syllogismo cathegorico. 

Ex fagis doidt Biu:hen de geboorteplaats van oobner aan. 
Het overige is de jaiste aanwijzing van een der vele geschriften 
van dezen veel schrijvenden hoogleeraar der hoogeschool te 
Frankfort a/d O der. Hg stierf aldaar 1594. Slechts één 
zjjner werken is genoemd, en wel éen naar het schgnt, dat 
met de Godgeleerdheid niet veel te maken heeft. Wellicht 
was het genoeg, zgn naam op den Index te plaatsen, om 
daardoor als met éene pennestreek alles te verbieden , wat uit 
zgne pen is gevloeid. 

Chariei cogelii religionis antique et vere Christiane potis- 
sima capita. 

Volgens BBUSGH a. a. O. 124 zon bet geschrift van ulrich 
zwiNOU afkomstig zgn. Ik heb zgne gissing nergens bevestigd 
gevonden. 

CoNRADi GESNERi Tigurini bibliotheca universalis. 

Volledig is de titel deze: Bibliotheca universalis et catalogi^ 
omnium scriptorum completissimu^ in lingua latina^ graeca et 
hébraica^ extantium et non extantium, veterum et recentiorum 



22 

ad a.D. 1545 dodarum et indoctorum excttësorum et in WWio- 
thecis lateniium. Na den dood des 'schrgvers , 13 Dec 1565, 
is het boek in beknopter vorm en bjj herhaling herdmkt. Ik 
stem geheel in met de gissing van prof. rbusch, dat bg de 
samenstelling yan de Indices deze Bibliotheca vaak dienst be- 
wezen heeft, en nit haar titels zgn afgeschreren , zonder dat 
met den inhoud yan het werk kennis gemaakt werd. 

CoNRADi LAGi juris utHusqvs methodica tradüio. 

Oyer dit werk, waarvan weldra eene uitgaaf yerscheen, 
waarin weggelaten was, wat betreffende monnikgeloften, enz. 
ergernis gewekt had, worde prof. beusch I, 119 geraadpleegd. 

CoNRADi PELLiCANi commentarii in vetus et nouum testor 
mentum. 

Het yerbod laat zich verklaren, zoodra wg slechts den titel 
raadplegen : Comm. Bihl. cum Vülgata edüione sed ad Hebraicam 
linguam accurate emendata. De uitgaaf ving aan in 1532 
en was, wat het O. T. betreft, in 1536 afgedrukt, waarop 
het yolgend jaar de commentaren oyer de boeken yan het 
N. T. het licht zagen. 



E. 

Erasmi sarcerii postille in euangelia dominicalia, 
EiusDEM expositiones in Euangelia festinalia. 
Idem in epistolas dominicales et festiuales. 
EiusDEM tres tomi annuarum concionum. 
EiuSDEM expositiones in euangelium Maühaei. 
Idem in Euangelium secundum Marcum. 
Idem in Euangelium secundum Lucam. 
Idem in Euangelium secundum Johannem, 
Idem in epistolam ad Romanos. 
EiusDEM CkUechismus. 



23 

Idem de arte concionandi. 

Idem de ratione discende Theologie. 

EiusDEM methodus in precipuos divine scripture locos. 

EiusDEM primus tomus methodi correcte in precipuos divine 
scripture locos. 

per EüNDEM Secundus tomus. 

ab EoDEM precipui sacre scripture communes loei a Diuo 
Augvstino tractati. 

Idem de vanitate scolastice theologie. 

per EuNDEM Rhetorica plena exemplis. 

EiusDEM Dialectica. 

Idem de consensu vere ecclesie et sanctorum patrum. 

ab EoDEM in lesum Sirach integra scholia in ducbus tomis 
digesta. 

EiusDEM locorum communium ex divine scripture consensu 
et sanctorum patrum copiosissima confirmatio. 

Ende generalyck allen syn boeken. 

De vrome en geleerde theoloog, over wiens leven en ver- 
diensten KABL FaBBER een schoon artikel schreef in de ^^Beal- 
„Encykl. für Prot. Theol. und Kirche" (2© Ausg. Xlll, 
S97) had des keizers verontwaardiging in hooge mate gewekt 
door zgn verzet tegen het Interim, hendrik viii van Enge- 
land had de Methodus S. S. in het Engelsch doen over- 
zetten en daardoor de aandacht nog meer op de geschriften 
van SABCSBiüs gevestigd. 

Zgn Dialogus continens acta Synodorum et visitationum eccle' 
siasticarum werd door obbdes herdmkt in diens ^^Scriniam 
„Antiq." torn. II part. II. 

EoBANi HESSi, operum farragines dus. 

EiusDEM carmen additum Antonio Flaminio in psalmos aliquot. 

De dichter heeft nooit gedeeld in de gunst des Keizers. 

Zelf klaagt hy er over, dat deze geenë aandacht geschonken 

had aan zjjne gratulatoria acclamatio bij diens intocht in 

Neurenberg 1530; vgl. o. kbause's biografie van eobanus 



24 

(1879. II, 69). Het schgnt dat keausb niet gekend heeft 
het Ters door eobanus gemaakt op m. a. flaminio's para^ 
phrasis in 30 Psalmos versibus scripta; althans, ik vond het 
in diens nitnemend geschrift niet vermeld. 



F. 

Francisci lamberti libri omnes. 

Wel had brnst salomo cyprian het voornemen gekoesterd, 
om de talrgke geschriften van FBAN901S LAMBBRT (van Avignon) 
in éen handel te verzamelen en uit te geven, doch de geleerde 
man heeft dat plan niet volvoerd, baüh geeft in zgne bio- 
grafie van LAMBEET 168 een overzicht van diens tractaten 
en commentaren, allen met éen pennestreek verboden, en 
gewis in onzen tgd meerendeels zeer zeldzaam geworden. 

FiRMiANi CHLORi prefatio et annotationes in D, Chrysostomi 
de dignitate sacerdotali. 

De naam van den bezorger dezer nitgaaf is een psendonym. 
piEBBE viRET heeft den zijnen op die wgze vertaald. 



G. 

Gasparis hedionis epitome in euangelia et epistolas que 
leguntur per totum annum. 

De voorlezingen door hedio, cafito, botzer en anderen te 
Straatsburg gehouden, werden de grondslag van het 
later aldaar gegeven godgeleerd onderwgs. 

Gasparis megandri commentarii in epistolam ad Ephesios. 

EiusDEM in epistolam priorem ad Timotheum. 

EiüSDEM in epistolam ad Galatas. 

ZwiNOU*s trouwste aanhanger zond in 1533 — 35 bovenge* 



25 

noemde commentaren in het licht, nadat h^ met leg jud 
enkele door zwingli gehoodene voorlezingen ter uitgaaf be- 
zorgd had. 

Geographia universalis per henricum petri Gasiliae. 

Voor Gasiliae worde gelezen Basiliae en dan blgkt 
bedoeld het boek van sebastian munster: Cosmographia Uni" 
versalis ^ in 1544 uitgegeven door henricus petei. Het zeer 
gezochte werk werd herdrukt in 1550, 1552 en 1559. Eene 
hoogduitsche vertaling verscheen in 1544 en nogmaals in 
1559. De Roomsche geeeteljjkheid liet in 1572 eene uitgave 
het licht zien, waaruit alles verwgderd was wat den leden 
van hare kerk aanstoot kon geven, grbnius wgst in eenige 
bijzonderheden de bijgebrachte zoogenaamde emendaties aan^ 
„Anim. phil. et hist." VIII, 93. 

Gerardi lorichii institutio catholica fidei orthodoxe. 

Ik laat in het midden of bg den opgegeven titel moet ge- 
dacht worden aan des schrgvers Valium religionis CathoUcae^ 
óf aan de Theses professionis Catholic(ie^ het eerste in 1540, 
het andere in 1541 uitgegeven. Over dezen Erasmiaansch 
gezinden theoloog leze men wat prof. bbüsch in zgn vaak 
genoemd werk, S. 358 schrgft. 

Gerardus neomagus de non comburendis hereticis. 

Onder de schriften van oerabd geldenhauer door strieder 
„Kesa. Gel. Ges." ÏV, 357 opgenoemd, vinden wg: ain 
Epistel GERARDI NOVxoMAGi an Carólum V aus dem Latein 
verteuscht durch G. 1. M, ob die Keizer (wie mann sie nennt) 
mit Recht zum Tod verurthailt werden mogen 1528. Het 
Latgnsch geschrift, waaruit deze brief is vertaald, en dat in 
1529 in zijn geheel in het Daitsch werd overgezet, heeft den 
titel: Des. Erasmi annotationes in leges pontificias et caesarects 
de haereticis^ nee non epistolae variae G£rh. noviomagi de re 
Evangdica et haereticorum poenis ad Carolum imp, ad Ger^ 
maniae principes in conventu Spirensi , ad Carolum Geldrorum 
ducem, ad Philippum Hessorum principem^ 1527. 

Na de uitgaaf van het Latgnsche stok brak erasmus de 
vriendschap met geldenhauer af, daar hg het dezen zeer 
euvel duidde , dat hg hem als getuige tegen de hiêrachie had 



26 

oj^roepen op grond van sommige plaatsen uit zgne schriften 
door GBLDENHAUBB bgeengebracht. 

EiusDEM prefatio in librum Joannis Cathacuseni contra pdem 
Mahumeticam. 

Stbibdeb maakt van deze praefatio geene melding. Zg is 
voorzeker geplaatst geweest voor eene uitgaaf van het werk 
van JOHANNBS CANTAGUZBKUs , eerst voogd en meder^^nt van 
den Byzantgnschen Keizer johannbs palaboloous, daarna 
monnik in het klooster op den berg Athos^ getiteld: contra 
Mahometicam fidem Oiristiana et orthodoxa assertio, o. H. van 
SBNDBN ^^Verdediging van Bgbel en Openbaring", 2^ deel 
2® stak, 20, deelt den inhoud van deze assertio mede naar 
de door hem gebezigde aitgaaf, in 1548 door r. güalthbbus 
bezorgd in Griekschen en Latgnschen tekst. 

Gryphii precationes dominice, 

^^Dieser nnsinnige titel*', schrgft Dr. bbüsoh te recht, 
a. a. O. 111. Naar diens opgaaf moet hg laiden: Dominicae 
praecationis explanatio cui adjedmus Hier: Savonarolae medi' 
taiiones in Psalmos: Miserere^ in te Domine speravi et qui 
regis Israd^ apud sbb. obyphium, 1530, den geleerden boek- 
handelaar te L 7 on, die in 1555 overleed, 63 jaren oud. 



H. 

Henrici bullingeri in omnes epistolas apostolicas D. Pauli 
quatuordecim et septem canonicas commentarii. 

Idem de scripture sancte authoritaie et absoluta perfection^. 

EiusDEM responsio ad Joannem Cochleum pro solida scripture 
et authoritate et absoluta eiUrS perfectione, 

EiusDEM commentarii in Matlheum^ Joannem^ Marcum et 
Lucam. 

Idem in acta apostolica. 

Idem de prophete officio. 



27 

EiusDEM exposüio de testamento seu federe Dei unico et 
etemo. 

Idem de origine erroris in negocio Eucharistie. 

Idem de origine errorum in divorum et simulachrorum cultu. 

Ende generalyck allen syn boecken. 

Deze opgave heeft geene toelichting noodig; de laatste regel 
maakt al de voorafgaande overbodig. Alleen wekt het onze 
bevreemding, dat het hier te lande meest verbreide boek 
van BULUNGBE, zijne decades^ leerredenen over de tien ge- 
boden, het Symbolum Apostolicam, de Sacramenten, vertaald 
onder den naam van Huysboeck^ niet genoemd zgn geworden. 
Toch werd het .in ons vaderland veel gelezen. Onder anderen 
werd te Antwerpen den boekdrukker herman janssens het 
bezit van een exemplaar van het Huysboeck „yjS Decades" als 
schold aangerekend. Vgl. ^^Antw. Archievenblad" XII, 452. 
Evenmin is genoemd geworden z^n Commentarius in Apo^ 
calypsin^ van welk werk reeds in 1567 eene overzetting in 
onze taal bestond. Zie doedes ^^Gollectie van rariora", 33. 
Volgens „de Navorscher", 1886, 166 werd een exemplaar van 
dit boek bg testamentaire beschikking vermaakt aan eene zuster 
in het geloof, wier prgsstelling op dergelijke lectanr b^ dn»- 
danige dispositie mag ondersteld worden. Ook andere geschriften 
van BULLiKOEB werden door vertaling meer algemeen bekend. 
Ten huize van matthys moens werden in 1571 te Ant- 
werpen gevonden: ses hoecken BtMingeri Tegens de Weder- 
doopers gedrukt tot Empden anno LXIX. Vgl. „Antw. Arch." 
XIII, 68. Een en ander verklaart hetgeen c. pestalozzi in 
zgn degelijk boek over ,^Heinrich BuUinger's Leben und aus- 
,gewahlte Schriften" (1858) S. 470 te lezen geeft: „1566 schreibt 
^BüLUNOEB einem Freunde von dem wunderbaren Aufschwung 
rdes Evangeliums in Flandern, Holland, Brabant 
,und einem grossen Theile Belgiens. Ja, wahrlich der 
,Herr unser Gott ist ein wunderbarer Gott, der unerwartete 
,und unglaubliche Dinge wirkt. Oft muss ich dabei an den 
rSeligen (Bnchhandler) faosghaubb denken, gesegneten Ange- 
„denkens, der schon seit zwanzig Jahren oft zu mir sagte: 






28 






rich verkanf nirgendshin mehr yon deinen Büchern, als ins 
^Niederland, and ich erachte, da werdest noch erleben, 
,da88 grosse Aenderangen da erfolgen, and diese Lehre nicht 
,ohne Fracht wird bleiben". Het blgkt das, dat de hooge 
prgs van bullinoer's geschriften in ons land geen beletsel 
was voor hanne raime verspreiding, wat elders wel het geval 
werd. Zoo schi:gft thomas knithus, boekhandelaar te Venetië, 
aan bullingeb, onder dagteekening van 28 Janaari 1547: 
^Grescit nameras fideliam magis ac magis. Taa commentaria 
yindies plaris fiant apad Italos, et nisi essent tam magna et 
,cara, nalla essent magis vendibilia". (,^Epistolae Tigarinae", 
237). Betreffende de ^^decades" getuigt pbtrüs mabtte (^^Epist. 
.Tigarinae*', 327): ^^qaintam decadem tuorum Sermonam, 
»qaam mihi dono misisti, et recepi et legi, quae adeo mihi 
^arrisit, at vehementer desiderem te in hoc genere laboris 
»qaam latissime progredi; sic enim supellectilem atilissimam 
,concionatoribas ecclesiasticis praeparas; qaam si at debebant 
.familiarem et ad manam habaerint, tam copiose tam cam 
^fracta popalam docere poterant". De meer genoemde ,^Epi- 
,stolae Tigarinae*' herhalen vaak lofspraken op de geestes- 
vrachten van bullinoer. Men zie 52, 57, 59, 63, 174. Ja 
de geheele bundel, voor een goed deel bestaande in brieven 
aan hem gericht of van zgne hand afkomstig, spreekt even 
als de door Dr. krafft in 1870 openbaar gemaakte ^,Aaf- 
„zeichnangen des Schweizerischen Reformators hbinrich bul- 
^^LiNGER and dessen Briefwechsel mit Freanden in Eöln'' 
a. s. w. van den grooten invloed, die van dezen voortreffe- 
1^'ken man is uitgegaan en bevestigt in vele opzichten hetgeen 
de hoogleeraar gooszen desaangaande heeft opgemerkt in zyne 
^^Bgdrage tot de kennis van het Gereformeerd Protestantisme*' 
geplaatst in het tijdschrift „Geloof en Vrijheid'*. 21»^ Jaargang. 

Henricus cornelius Agrippa de vanitate scientiarum. 

EiusDEM apologia pro eodem libro. 

Idem de occulta philosophia. 

De jongste lofredenaar van Agrippa, de hoogleeraar binz 
(„Zeitschr. des Bergiscben Geschichts vereins", Th. XXI) zet de 
groote beteekenis dezer geschriften uiteen, waar hjj ons 






ff 
,f( 
ff^ 
ff^ 
ff^ 
»1 
ffi 
fA 



29 

den schrgver kennen doet als den vereerden leermeester van 
Dr. JOHAN WETEK, den eersten bestrijder van de vervolging 
der heksen. Het lydt by rag geen twgtel of de inhoud der 
praefatioy die aan het eerstgenoemde werk voorafgaat, waarin 
de kennis van en de eerbied voor de heilige Schriften ver 
boven die voor de Scholastici wordt geplaatst , heeft den wrevel 
der tegenstanders opgewekt. 

Hermanni bonni Chronica Luheci. 

In 1539 door bonnüs uitgegeven in het Hoogdaitsch met 
dezen titel: Qironica der vomehrrdiclisten Geschichten unde 
Hdndd der Kaiserlichen Stadt Lubeck^ histo dem Jare 1538, 

EiusDEM farrago precipuorum exemplorum de apostolis et 
marlyribus. 

Gredrukt in 1539 als: farrago praecipnorum exemplorum 
de Apostolis, Martyribus, Episcopis et sanctis Patribus veteris 
Ecclesiae, qui docentes verbum Dei et veritatem illius adhe- 
rentes Christianae religioni fideliter patrocinati sunt, quorum 
tractatio in primis ulüis et necessaria praedicatoribus verbi Dei. 

ünio dissidenlium dogmatum hermanni bodii. 

Het is wel der moeite waard, den titel in zgn geheel hier 
over te nemen, gelijk die te lezen is bg theophili suyceri 
^^nene Sammlnng von laater alten uud raren Büchern", 
509 : unio dissidentium , omnibus unitatis et pacis amatoribus 
utüissima, ex praecipuis Ecdesiae Christianae doctoribus per 
HBRMANNüM BODiUM divini vcrbi concionatorem eximium selecta^ 
et jam. denuo aucta et locupleta, verum ea düigentia curaque 
a nóbis nunc ab innumeris mendis ita purgata^ ut priores 
edüiones quamtumvis adcuraias longe tarnen vincat. Nam irir 
finita pene loca male citata restUuimus, corrupta emenda- 
vimus, mutila supplevimus. Quod factie deprehendet quisquis 
Ixanc cum pristinis editionibus contulerit. Doctores ex quibits 
haec unio selecta est, versa indicabit pageüa. Colaniae apud 
JOANNXM OYMNicuM, anno 1531, mense Septembri in 8^. 

Deze verzameling van dicta Scripturae en Sententiae Patrum 
verscheen het eerst te Antwerpen in 1527 ^^per venerabilem 
,^patrem HJkAMAN^UM bodium", wiens levensgeschiedenis weinig 
of niet bekend schgnt. Het boek werd hier te lande en ook 



30 

in Engeland verboden, als beyattende plaatsen nit de kerk- 
yaders, die meer vóór dan tegen de Hervormers pleitten. 
Vgl. REUSGH a. a. O. 105 en over de onderscheidene nitgaven 
CLEMENT ,3il>l. carieose", IV, 413. In 1583 zag te Ant- 
werpen eene overzetting in de Fransche taal het licht, be- 
werkt door ANTOiNE SAUNiER, een vriend van farel, die 
echter zgn 'naam niet op den titel plaatste. Doch volgens 
PANZBR ,^AnnaIe8 Typographiae" IX, 347 verscheen reeds in 
1527 te Antwerpen eene Fransche vertaling: Vunion de 
toutes discordes; extrait des principaux docteurs de VEglise 
per HERMAN BODiüM. LE LONO bezat een exemplaar van deze 
overzetting en van den Lat^nschen drak van 1 527 ,^GataIogas*' 
libri in 8^ N«. 717, 718. 

Hermanni buscuii carmen additum nouo teslamento^ per 
varios auclores carmine reddüo. 

Ook hier had reusch den uitroep kannen herhalen: ^^ansin- 
,,nige Titer'. Bedoeld is: busschii Ode Saphica ad unum 
mediatorem Oiristum^ waarbij striedbr a. a. O. II, 101 op- 
merkt: ,^stehet in poematibas a variis et doctis in N. T. 
,,majorem partem coUectis et editis Basileae 1542." 

Hermannus hessds, qui adiunclus est Sébaldo Heyden non 
reprobato. 

Ik kan den titel niet toelichten gelgk ik wenschen zoa, 
en moet mij bepalen bg hetgeen prof. reusch I, 123 te lezen 
geeft. Volgens dezen zij bg den naam hermann hessüs gedacht 
aan hermanüs schottbnius hessüs, van wiens (later alle ver- 
oordeelde) geschriften oesner ,^Bibl. univ.'* eenige opnoemt, 
onder andere: Ludus imperatorius et caesareus^ cantinens 
umbrcUicarn imaginem horum temparum. Daarin zonden be- 
zwaren tegen het coelibaat besproken zgn. jöoher in voce IV, 
342 beweert, dat Liuius imp. gevoegd is achter lützen- 
büroer's ^^Catalogns haereticornm". Bg mgn exemplaar, 5e 
druk 1533, is dit niet het geval en schelhorn ,,Ergötzlich- 
,,keiten ans der Kircheng." II, 621 over dezen ^^catalogos*' 
handelende, spreekt van zulke samenvoeging niet. 

Aan welk geschrift van sebald heyden hier gedacht moet 
worden, is evenmin duidelgk. kuczynski, ^^thesaurus*' 93, 



31 

noemt er twee, één van 1531, uit de jaren, waarin heyden 
nog Boomsch heette, en één nit 1542, althans waarschgnl^k 
üit dat jaar, toen h^ tot de Evangelische kerk was over- 
gegaan , om welken overgang al zgne schriften in lateren tgd 
veroordeeld werden. 



I. 

loANNis wiCLEF libvi omnes. 

loANNis Hus libri omnes. 

loANNis OECOLAMPADii libH omues,. 

loANNis POMERANi Ixbri omues. 

loANNis PUPPERi GOCHiANi Itbri ornues. 

JoHAN PUPPER, naar zgne geboorteplaats Goch meer bekend 
als jOHAN VAN GOCH, door een dankbaar nageslacht geplaatst 
onder de reformatoren vóór de reformatie, liet bg zynen dood 
28 Maart 1475 vele tractaten in handschrift na. Zg werden, 
voor zoover ze nog voorhanden waren, te Antwerpen in 
1521 en volgende jaren gedrukt. Over den inhoud, den vorm 
en de nitgaaf dier tractaten vgl. men c. ullmann, ^^Reform. 
„vor der Ref." (1841) I, 140. cornblis schrijver, gra- 
PHAEüs of scRiBONiüs, Secretaris der stad Antwerpen, 
werd het offer van zgn gver in het behartigen der uitgave 
van GOCH*s geschriften. VgL gerdes ^^Scrinium Antiq." V, 
496. Ras bleek het, dat hy niet gezind was, om aan de 
vervolging het hoofd te bieden, en de dreigende straf te 
ondergaan. Hg werd in zgn post hersteld en ik acht het 
meer dan waarschgnlgk , dat door zgne tusschenkomst de 
processtukken, hem betreffende, uit het Antwerpsch Archief 
verdwenen zgn. Zie .^Antw. Archievenblad", VII, 125. De 
vervolging tegen hem ondernomen in 1521 was de eerste, 
die de verbodene lectuur betrof. Van de verwarringen uit 
de verkeerde schrgfwgze van goch's namen ontstaan, geeft 
prof. reusch een lachwekkend overzicht., a. a O. 106. 



32 

lusTi lONE libri omnes. 

Wij hebben by de aangeduide lihri vooral te denken aan 
de door jonas vervaardigde overzettingen van reformatorische 
geschriften, gelgk die opgegeven zgn door Dr. o. kawerau, 
,,der Briefwechsel des lustas lonas** (1885) II, XIII. 

Iani cornarii epistola prefixa Epiphanio recens verso. 

Deze Ijverige Marburger hoogleeraar in de medische faculteit 
(vgl. STBiEDER a. a. O. II, 299) gaf in 1543 en 1545 ter 
perse: D, Epiphanii Episc. Constantiae Cypri^ contra odoginta 
haereses opus, Panarium s. arcula aut capsula medica appd- 
latum, continens lihros tres et tomos s. sectiones ex toto septem^ 
met andere tractaten van dezen Epiphanius, die hem zeker 
niet onder het vonnis der veroordeeling zouden gebracht 
hebben, hetwelk uitdrukkelgk tot de door hem bg het .werk 
gevoegde voorrede wordt teruggebracht, waarin hg gewis ge- 
tuigenis van zgne evangelische bel^'denis heeft afgelegd. 

loACHiMi VADiANi epüome Topographica. 

EiusDEM epistola ad Joannem Zuiccium Conslantiensem ^ quod 
Jesus Christus eliam in gloria est vera creatura, 

EiusDEM pro ueritate carnis triumphanlis Christi recapitulatio. 
Uit de geschriften van joachim von watt zijn deze gekozen, 
die zeer algemeen verbreid waren. Het eerste: epitome trium 
terrae partium Asiae, Africae et Europae compendiosam 
locorum descriptionem continens, praecipue autem quorum in 
actis Luoae, passim autem Evangelistae et apostoli meminere 
cum addito in fine elendio Regionum , ürbium, Amnium, 
Instdarum, quarum in N. T. fit mentio, werd in 1534 uit- 
gegeven en in 1548 herdrukt. In de beide andere tractaten 
z^n de gevoelens van gaspar schwenckfjsld bestreden; zg ver- 
schenen in 1540 en 1541. 

loACHiJdi CAMERARii in TuscuUinas quaestiones Ciceronis com- 
mentarius. 

Ten jare 1538 bezorgde de beroemde literator de uitgaaf 
zgner Commentarii in librum primum Tusculanarum quaes» 
tionum Ciceronis ^ waarin hg een breed onderzoek over het 
navolgen van de klassieken had opgenomen. 



33 

loANNis CALUiNi CcUheckismiis, 

Ejusdem institutio Christiane religionis. 

EiuSDEM responsio de libero arbürio ad Pighium. 

Idem in epislólam ad Romanos, 

EiusDEM commentarn in quatuor epistolas Pauli ad Galatas ^ 
Ephesios^ Philippenses et Colossenses, 

per EuNDEM vivere apud Christum sanctos mortuos in pde, 

Ende generalijck allen sijn scriften. 

Over de lotgevallen van de schriften des Hervormers in ons 
vaderland, met name zyne Institutio, is gehandeld in de ^^iblio- 
^jgraphische Mededeelingen'' (1883), 88. In 1554 zagen volgens 
JACOBi, „Oud en Nieuw uit de gesch. der Ned. Luth. Kerk" 
1863, 20 het licht: J. galyinus, van dat scuwen der 
afgoderie en Excuse van J. calvinus tot myne heeren die 
Nicodemieten, Het laatste uitgegeven te Gent in 1554. 

loANNis Brentii commentarii in euangélia secundum Lucam 
et loannem et in acta apostolica. 

Eiusdem commenlaria in lób^ Exodum^ Leviticum^ ludi- 
cum^ Ruth. 

Eiusdem expositio in Amos. 

Eiusdem annotationes in Amos. 

Eiusdem Ecclesiastes Salomonis cum commentariis. 

Eiusdem tractalus casuum quorumdam matrimonialium. 

Eiusdem homilie sui> incursione Turcarum. 

Eiusdem libelliLS de administranda republica. 

Ende generalyck allen syn boecken. 

Wat er van deze geschriften vertaald is, kan ik niet be- 
palen. scHTJLTZ JACOBi (t. a. p. 33) uocmt : cort en eenvuldich 
onderricht van het Nacfitmaél des Heeren — met eene voor- 
rede van jo. b&entius, gedagteekend 1557. 

loANNES GASTius de exordio Andbaptismi. 

Later zgn ook andere geschriften van dezen Baselschen 
godgeleerde veroordeeld. VgL keusch a. a. O. 242 en 247. 



34 

loANNis SPANGHEBERGii HERDESSiANi MargaHta theologica, 

EiusDEM postilla Latina pro Chrisfiana iuuenlute. 

JoANNES SPANGENBERO, geboortig van Herden of Har- 
d i g 8 1 e n , verdreef de Evangelisch-gezinde Augustgner- 
monniken uit Keulen, werd later bartel^k ingenomen met 
hetgeen h^ eens bestreden had en een hier te lande onder 
de Lutherschen zeer gezocht schrijver. /. c. schültz jacobi 
(t. a. p. 1864, 2) noemt eenige van spai^obnb£rg*s ge- 
schriften, die, vertaald, hier veel aftrek vonden en meer dan 
eens herdrukt werden. Het blijkt niet, dat de bovengenoemde 
daartoe behoorden, tenz^ men onder het in de tweede plaats 
vermelde 's mans uitlegging van den grooten Ckitechismus 
van LUTHER versta. 

loANNis LONiCERi compendium in quosdam lïbros Aristotelis, 
Hoe weinig methodisch de censuur te werk ging, bl^kt 
vooral uit dit artikel. Het zwijgt ganschelyk van de vele 
theologische geschriften van j. lonicërus, den Marburger 
hoogleeraar, gestorven in 1569, en noemt alleen het door 
hem in 1540 verbreide: Librorum Aristotelis de physica aus- 
cuUatiane^ generatione et corruptione, longitudine et hrevitate 
vitae, vita et morte animalium^ anima ^ compendium; tenzy 
bedoeld is het 8 jaar later gedrukte: de meteoris compendium 
ex AristotelSy Plinio et Pontano, perinde ac loannes Loni- 
cërus congerebatj libri IV (1548). STRiEOERcn kotekmund geven 
de Igst zijner talryke geschriften, die zoo wgd verspreid 
werden, dat zg in Venetië, volgens eene daarvan bestaande 
l^st — zie prof. benrath's leerryke ^.Geschichte der Refor- 
^^mation in Venedig" (1886), — te gelijk met die van luther 
en zwiNGU ten vure gedoemd zgn. 

loANNis OLDENDORPii progymnasYoata forensia. 

Deze beroemde rechtsgeleerde, over wiens leven en werken 
men vergelyke „Lexicon der Hamburgischen Schriftsteller" V, 
593 met vele zyner talenten de goede zaak der Hervorming 
dienende , schreef: progymna^mata actionum forensium , m 
dasses Vil distincta^ in quibits practica formandi actiones et 
exceptiones accurate monstratur. Interpretatio item complectens 
universi juris cognitionemy quid cuique vel agenda persequi^ 



>9 



35 

vd excipiendo contra iniquas actorum persecutiones def endere 
liceatj ex aequo et hono. De groote gunst, hem door den 
landgraaf philips van Hessen bewezen, strekte zeker niet 
ter zgner aanbeveling bg de yrienden des Keizers. 

loANNES Riüius de odmirdbüi consilio in célando mysterio 
redemtionis humane. 

Volgens jöcHER laidde de aanhef van den titel: de Conr 
süio Dei ce(\ Later werden ook andere schriften van dezen 
Saksischen godgeleerde veroordeeld. 

loANNis HEROLT pvefatio in Hugonem Eterianum de spiritu 
sancto. 

De herdruk van hügo bthbrianus' strgdschrift tegen de 
leer der Grieksche kerk betreffende den uitgang des Heiligen 
Geestes; men vindt het torn. IX der ,3ibliotheca magna 
yveterum Patrum et antiq. Script, eccl. a maroasino de la 
yBiGNB composita" achter den ^^tractatus*' van hügo ^^de anima; 
zou zeker den Baselschen godgeleerde joannes hebolt basi- 
Lius niet ten kwade zijn geduid; de oorzaak lag gewis 
in de prefatio, die ik niet heb kunnen raadplegen. Later 
zgn er meer zgner werken veroordeeld, naar het scbgnt, tot 
schade van zgn uitgever; diens belang en het zgne bewoog 
hem opheffing van het verbod aan te vragen. 

Het voorwaardelgk antwoord, dat hg op zgn schrgven ont- 
ving, is door BBUSCH medegedeeld, a. a. O. 300. 

loANNis STüRMii de demonstrotione liber. 
Idem de omissa ratione dicendi. 
Idem de lüerarum ludis. 

De demanstratione liber unus, qui est dialecticarum parti" 
tianum tertius^ in 1543 gedrukt, maakt een gedeelte uit der 
partitiones dialecticae van den Straatsburger rector johann 
STUBM. De roep van diens grondig onderwgs en paedagogisch 
talent trok vele jongelieden naar zgne school en de veroor- 
deeling zal wel meer tegen den persoon , dan tegen de schriften 
van STUBM gericht zgn geweest. Eene Igst zgner werken 
leverde prof. oh. schmidt, „]a vie et les travaux de Jean 
^jStttrm", (1855) 314. Als „Strassburgs erster Schulrector" 
werd hg geschetst door Dr. l. kückblhahn (1872). 



36 

lOANNis SAKTORii exercütis selectissimarum orationum. 

REUSGH a. a. O. 418, deelt de woorden mede, waarmede 
de schriften van saktorius aangeprezen werden. Het boven- 
genoemde zon het vonnis ontgaan z^n, indien daamit enkele 
gedeelten verwgderd waren. Om verder zyn naam niet in 
opspraak gebracht te zien, schreef hg zich joh. tosarbiüs. 
Over dezen Amsterdamschen geleerde handelt gerdbs, ^^Hist. 
„Ref." III, 76. 

loANNis SLEYDANi orationcs due^ altera ad Carolum quintum, 
altera ad principes Germanie. 

In 1542 werd door de drakpers geleverd eene: Oration an 
alle Stende des Reichs^ vont Römisdien Nebenhaupt^ im Keyser- 
ihumb erwachsen, durch baptistam lasdenum, gevolgd in 1544 
door eene: Oration an Keiserliche Majestat^ von dem^ das der 
jetzige Religionshandel ^ kein menschliclx^ sonder Gottes werk 
und umnderthat seie. Item das der Eide^ damit ire Majestat 
dem Bapst venuandt^ tyrannisch und gar nit zu halten seie^ 
durdi BAPTISTAM LASDENUM, mü einem vleissigen Register ^ 
beide auff dises und sein vorausgangen Büchlein^ vom /?ómi- 
schen Nebenhaupt, etc. intituliert^ gestellet. Edoch, in laatstge- 
noemd jaar werd reeds de psendonym voor ieder verstaanbaar, 
toen te Straatsburg het licht zagen : joannis sleioani orationes 
duae^ una ad Carolum quintum Caesarem^ altera ad Ger^ 
maniae principes omneis ac ordines Imperii. Nunc primum 
excusae, cum praefatione^ quae paticis argumentum explicat. 
Dr. E. BÖHMER heeft in 1839 in de ^^ibliothek des lite- 
,,rarischen Vereins in Stuttgart*', Theil GXLV beide reden 
^^nen heransgegeben*' en de uitgaaf verrgkt met eene y^historia 
y^literaria", waarin al de vertalingen opgenoemd en beschreven 
zgn. Hg heeft aan de keerzgde des titels eene plaats laten 
afdrukken uit een brief van sleioanxjs, dato 13 April 1545, 
waarin deze van des Keizers toorn over die ,^Reden" melding 
maakt. Geen wonder, dat ze eene plaats op den Indeoc ge- 
vonden hebben. 

Het laat zich denken, dat het meest bekende historische 
werk van sleidanus evenmin het vonnis ontgaan is. Daar 
yalt ook hier weder van de zgde der uitvaardigers van het 



9» 



37 

▼erbod eene dordigheid op te merken, die de lichtziimigheid 
bewgst, waarmede men te werk ging. 

Het ,^Antwerp8ch Archieyenblad*', deel XII, 430, bevat het 
Tolgende op de dagteekening van 13 Jaonari 1570: ^^Over- 
^^mits piBTEB VAN KEERBERGHfi hem vervoorderd heeft te ver- 
eoopen aen eenen bafhsta valk Cronica johannis leydani 
enz." Deze aanklacht is alleen verstaanbaar door het wagen 
eener conjectanr. Zooals de titel in de akte laidt heeft hg 
geen zin. De Chranica van jan gerbrantszoon van letden, 
of JOUANNES h, LETDis, zagon eerst ruim eene eenw na het 
a&terven des schrgvers in 1504, namelgk in 1624, 1692 en 
1698 het licht. Een door den autear zei ven afgekeurd kort 
opstel was alleen in handschrift bg enkelen bekend volgens 
de mededeeling van s. de wind, ^bibliotheek van Ned. Ge- 
,^schiedschrgvers", 98 en onder den naam leydanüs komt de 
antear niet voor. Alle duisternis wordt opgeklaard, indien 
wg voor leydanus lezen: slsidantts, en onder Chronica ver- 
staan, öf 's mans bekende en beroemde Commentarii de statu 
religionis et reipublicae Carolo quinto Caesare , óf het evenzeer 
verbreide boek: de quatuor summis imperiis, door sleidanus 
in het laatste jaar zgns levens geschreven en tot studieboek 
der jeugd bestemd. De verkoop werd in zekeren zin te recht 
in 1570 als misdadig veroordeeld, dewgl beide geschriften van 
SLEIDANUS sinds 1558 op den Index geplaatst waren en dien 
ten gevolge niet verspreid mochten worden. Tegen de vjrg 
algemeen heerschende meening, dat Keizer karel met ge- 
noden naar het voorlezen uit de Commentarii de statu réti' 
gioni8 et reipublicae zon geluisterd hebben , beweerde lindanüs 
in zgn tractaat .^Rnewardus*' (1567), 271, dat de vorstelgke 
hoorder bg meer dan éene plaats zou hebben uitgeroepen: 
,,daer liegt de boeff!" 

Tegenover de Commentarii van sleidanus heeft de censuur 
in België eene slechte figuur gemaakt. Den 28»^!^ Mei 
1565 waarschuwt de Landvoogdesse den raad van Hene- 
gouwen voor ,,ung livre imprimé en France intitulé ,,Ck>m- 
^^mentaire du faict de la religion ou qnelque chose de tel". 
Vgl. paillard, ^^Troubles religieux de Valenciennes*' IV, 
449 en oachard, ^^Corresp. de Philippe II", torn II, 528. 



38 

Bedoeld is de Fransche yertaling der Commentarii uitgegeyen 
in 1556, in 1560, en tweemaal in 1565. Volgens j. w. tb 
WATER, ,^Eort verhaal der Reformatie van Zeeland", 16, heeft 
de welbekende predikant der gemeente van Londea, woutbr 
DELSNüs, eene Nederlandsche vertaling van het groote ge- 
schiedkundig werk van slbioanus bewerkt, die in 1558 het 
licht zag en in 1614 herdrukt werd. Over de beide eerste 
uitgaven van den Latgnschen tekst der Commentarii verdient 
geraadpleegd te worden de verhandeh'ng van c. c. am bnob, 
die voorkomt in schelhokn's ,^Ergötzlichkeiten aus der Eir- 
^jChengesch. und Literatur", II, 414; UI, 1029. 

loANNis RHELLiCANi TiguHnx annotationes in C. Julii Cesaris 
et Auli Hirtii commentaria de bello Gallico. 

De geincrimineerde schr^ver heette johan müllbb, naar 
K^ne geboorteplaats Rhellixen bg Zürich RHELLiCAinjs 
genoemd. In zgn tgd — hg stierf op 65-jarigen leeftgd 
1 Januari 1542 — gold hg voor een der beate kenners en 
onderwgzers van de Orieksche en Latgnsche letteren. In de 
exegese des N. T. heeft hg veel nut gesticht door zgn mon- 
deling onderwgs te Bern. 

Zgn veroordeeld boek werd eerst gedrukt in 1540 en 1543 
te Basel, in 1597 te Frankfurt en Amsterdam, in 
1669 te Frankfurt. Vgl. rotermünd, V, 65, waar zgne 
andere geschriften genoemd zgn. 

loANNis DRAGONiTis commentarioTum euangelicorum de Jesu 
Christo filio dei libri duo. 
Voor DRAGONITIS te lezen draconitis. 

Volgens STRiEDER a. a. O. III, 194 is de volledige titel deze: 
Ck>mmentariorum Evangelicorum de Jesu Oiristo^ filio JDet, 
libri duo; seu expositiones (Postiüa) in Evangelia dominicalia 
et festivalia. Catechismus praeterea adjectus est. Basel 1545, 
1555, 1573, 1575. De letterkundige arbeid van draconitbs, 
die naar zgne geboortestad somwglen zich noemde joannes 
CARLSTADT, was zccr gczocht. 

loANNES AEPiNUS de socris concumüms formandis. 

EiusDEM commentarius in psalmum decimumquintum. 



39 

EiusDEM in psalmum decimumsextum commentarius. 

Het eerstgenoemde yind ik niet op de lijst der geschriften 
van AEFiNus, die voorkomt in het ^^Lexicon der Hambur- 
^^gischen Schriftsteller", I, 15. De beide andere zyn in het 
Hoogduitsch vertaald. Een duchtig polemicas en heftig be- 
strgder van het Interim had hg wel verdiend beter by de 
tegenparty bekend te worden, die, volgens eeusch a. a. O. 
210, hem, hier aepinus geheeten, ook aandaidt met de 
namen: hifpinus, joh. sfinus, joa. de sfina sive spinaeus. 

loANNis AGRicOLE annotoliones in euangelium Luce. 

EiusDEM annotationes in epistolam ad Titum. 

De commentaar op het Evangelie van lücas verscheen 
in 1524, en werd bij herhaling gedrukt. De daarby opge- 
nomen ad amicum quendam epistola werd dadelgk in het 
Hoogduitsch vertaald met het opschrift: wie man die Heilige 
Schrifft lesen solL Over den inhoud des commentaars en 
de waardeering, die hg vond, verdient Dr. kawbraü in 
zgne monografie over agricola vergeleken te worden (1881) 
35, even als over het in de tweede plaats veroordeelde boek: 
in epistolam Pauli ad Titum Scholia^ 76. Dat de Proverhia 
van AGRICOLA het vonnis later getroffen heeft, zal hier achter 
blgken. 

luDocus wiLLiCHius de pronunciatione rhetorica. 

Idem in erotematibus dialecticis. 

EiusDEM dispositio in euangelia dominicalia. 

De letteren, de godgeleerdheid, de medicgnen vonden in 
JODOCUS wiLCKE of WILD ccu gvcrig beoefenaar. 

Van zgne vele geschriften (jöcher a. a. O. IV, 1996) komt 
op den Index slechts een drietal voor. 

lusTUS MENiüs in Samuelem. 

De oppervlakkigheid, waarmede de Index werd saamgesteld, 
blgkt ook hier, daar de overige geschriften van menius van 
polemischen en anti-Koomschen inhoud op éen na onvermeld 
blgven. 



AO 



L. 

Leopoldi dickii paraphrcLstica meditcUio in sacrosanctam pre- 
cationem dominicam. 

Van dezen rechtsgeleerde geeft jöghbr a. a. O. II, 109 
het bovengenoemde niet op; wel: Methodus de opHmo stu- 
diorum rationa in omni studiorum genere en Compendium 
Christianae et civüia vitae. 



M. 

Martini luteri libri omnes. 

Zoo eenige naam op dezen Index te wachten was, de zgne 
in de allereerste plaats. Vroeg en scherp werd er tegen zgne 
geschriften gesproken, gelgk prof. db hoop sghefp£r, ,^G^ 
^^schiedenis der Kerkhervorming in Nederland", 114 en 402 
met beroep op sghultz jacobi ^^Ond en Nieaw nit de Gesch. 
^^der Ned. Luth. Kerk*', 1864, 10 bewijst. Te scherper moest 
die t^enstand zgn, dewijl de eerste, hier te lande vertaalde 
en gedrnkte schriften ^^cara gratia et privilegie majestatis 
^jimperialis" het licht hadden gezien. 

Ik onthoud den lezer het genot niet, om met de titels dezer 
geschriften van nabg bekend te worden. De ^3ibliotheca 
„BelgiCtk* te O ent uitkomende onder directie van den heer 
FERDiNAND YANDERHASOHBN is wcl niet in icders bezit. Op 
de letter L. 32 — 35 vindt men de titels afgeschreven van 
de exemplaren, de eenige, die nog over zgn, thans in bezit 
van die rgke boekverzameling. Zg luiden aldus: 
P. Die seuen Peni j tencie psalmen, jj Met een kerstelycke ende 
devote jj Vclaringe j om Cristus ghenadic- jj heyt en hermhertic- 
heyt te beken / nen j en hemselve te verootmoedi / ghen, Bescreuen 
doer de hooch j gheleerden Doctoor in der God \\ heyt ^ ghe^ 
naemt martinus lu//th£r Broedere van Sinte Augustijjnus 
Oerden. 



41 

En 18 nv andCwerf II ghecorrigeert en nerstdyc verbeHteri 
in veel plaetsen^ cum Grratia et Priuïlegio H , 

Deze vertaling yan luthbr's ^^die Sieben Bnaspsalmen", 
waarvan het oorspronkelgke in het voorjaar van 1517 verscheenf 
is reeds, blgkens den titel, eene tweede, verbeterde uitgaaf. 

Zg beslaat 104 blada^den, op de laatste van welke dit te 
lezen is : gheprët in die vermaerde coopstcuJtt // van Antwerpen // 
hinne die camerpoor H te, Jn anser lieuer vrouwe Pant. Bi 
mi II CUies de graue. Jnt jaer ons liefs heere MCCCCC en XX, 
den XXII dach va Octóber, 
II^ Een notabel boecxkê vol // vnuihibaer leeringen ö II kerstdyck te 
leüe Jnhoudenllde dese Tradaten elc bisond*. Hoe en in ivat 
maniere hè // een mesdie redvt biechten scd II, Hoe he een mesche 
hereydë // sal o tot dat heylige sacramët // te gaen / en dat dik^ 
wyls doen II. Jn wat manieren men die H bitter passie Oristi 
overdedie II sal, Bescreue doer de hoodt H geleerde n. martinüs 
lut£r//. Beslaat 72 bl. met aan het slot dit bericht: gheprent 
b^ mij CLAES DB ORAUB. MCCCCC en XX, den X dach van 
November , cum Gratia et Priuilegio // Imperidlis majestatis , en 
levert de vertaling van den tekst, dien luthbr in den loop 
van 1518 en 1519 ter perse gelegd had. 
III^. Een schoon onderwisinge // hoe een kerste mesche iva // rachtdikë 
aflaet vdiene mach // Ite een vruchtbaer leeringe // in wat 
rechtueerdicheyt dat ee kersten mensche leuen scdUJtem een 
schoon vmanige hoe Heen kerste mensche sine huwc" H liken 
stad scutdich is te leydenH» Een tradad hoe he een kerden 
mesce bereydë sal tegen de // doot, Bescreue doer de hooch // 
ghéleerde Dodor ind' godheyt // martinüs luter , broed' van // 
Sinte Augustyns oerden H 

Deze vertaling van luthbr's predikatiën, grootendeels in 
1519 in het oorspronkelgke verschenen, beslaat 62 bladzgden 
en werd uitgegeven XXI November 1520 bg db gravb. 
IV**. Een schoon trooste // lyc en vruchtbaer // boecxken / leerêde // 
eene kersten men // sche hoe hij alle teptacie aUe // druck en 
Uden va dit eUendi- / ghe dal der trane veruHnne sal. Én hed 
int latyn Tessaradecas. Bescreue doer den // hooch gdeerdê 
Dodoor in //der godheyt martinüs lüter H broed' van // Sinte 
Augudyn's oerden. En is ouerghesd ute latine 1- 



42 

Dit werkje bestaat ait 84 bl, op de laatste waarvan bericht 
wordt, dat het aitgegeren is in 1521, den 22>to>^ Januari 
door CLAEs DE GRAVfi. Het oorspronkelgke vervaardigd met 
toespeling op de 14 heiligen, die onder het volk als helpers 
uit den nood werden geëerd, handelt eerst over het 7tal 
ellenden, waart^en de mensch te streden heeft; daarna over 
de 7 goede dingen, welke het leven veraangenamen. In 
de maand Februari van 1520 kwamen de Latijnscbe en 
Duitsche teksten te gelyk in het licht; de laittste bewerkt 
door SPALATINUS. Ook toen het werk yan lutheb velen, 
b. V. ERASMUS een ergernis geworden was , bleef dit geschrift 
van LUTHER in eere. Erasmus schreef in 1523 aan bisschop 
CHRisTOFH van Bas el het volgende: ,^mitto Gelsitudini tuae 
,^libellum de quatuordecim Spectris, qui magnopere probatus 
^^est etiam ab his, qui doctrinam illins omnibus modis aver- 
^^santur; scripsit enim hunc prius, quam res ad hanc rabiem 
^^est progressa'*. 

De vertaler hier te lande blfjkt werkelyk met spoed zgne 
taak volbracht te hebben. 

Wie was de vertaler, of wie waren de vertalers? Wat het 
IV^ genoemde betreft, daarvan verscheen in hetzelfde jaar 
nog eene uitgaaf bg h. eckert van homberch met den titel, 
volgens SBRBURE*8 y^Catalogue** I , N. 252 : Een alre costelicste 
eerweerdichste . . . hoeók ghenaemt Tessaradeccis, Ghemaect va 
Heere martinus luther tot consolatie va aüen kersten menschen. 
Ghetraslaieert is dit hoeck Tantwerpen va eene slechten . . • 
priester. 

Merk ik het verschil op in de titulatuur op de titels 
aan luther toegekend, dan zou ik de gissing wagen, dat I, 
III en IV door denzelfden persoon, II door een ander ver- 
vaardigd is. Door wie of wien? — dit is tot heden een 
onoplosbaar raadsel. 

De beschreven exemplaren zijn bepaalde unica. Zy hebben 
weleer behoord tot de ryke bibliotheek (de catalagus telde 
14.435 nummers) van johan jprans van de velde, geboren 
te Beveren in Oost-Ylaanderen 5 Maart 1743 en 
overleden 9 Januari 1823. 

Als Priester gewgd en later invloedrjjk lid van den Senaat 



48 

der Leüyensche hoogeschool geworden, moest hg voor de vei- 
ligheid ran zgn persoon yreezen, toen het driest geweld der 
reyolntie in België zegevierde en ontweek hg eerst naar 
Holland, toen naar Westphalen, eindelijk naar Bremen. 
Op de stedelgke bibliotheek aldaar hield hg zich bezig met 
het afschrgven yan de daar in handschrift aanwezige brieven 
yan beroemde mannen nit de 16® eeuw. In 1795 naar 
L en yen teruggekeerd en even moedig als weleer zich tegen 
de aanmatiging der regeering verzettende, moest hg ander- 
maal wgken, en vond in Manster, later in Ootha, 
Dresden en elders, onder den naam van francies en dien 
van yAN dammb een veüig yerblgf. 

Zgn tgd besteedde hg aan het bgeenbrengen van de bouw- 
stoffen eener geschiedenis der Hervorming, bovenal eener zoo 
volledig mogelgke verzameling van M£Lanchton*s brieven. 

Van zgn gver en zgn welslagen in dit oogmerk geeft een 
breed bericht Dr. a. schelbb, weleer bibliothecaris van Koning 
LEOPOLD I , in het „Serapenm , Zeitschr. f. Bibliothekwissenschaft 
n.s.w. Jahrg. XXVIII (18()7) 49. 

Niets van dit alles heeft bg zgn leven het licht gezien. 
Begraven in de boekerg yan den Heer ob ram, rector der 
Lenvensche hoogeschool, is het eerst nit diens nalatenschap 
in de Brosselsche bibliotheek overgegaan , waardoor Dr. schbler 
gelegenheid gevonden heeft, om ons betreffende het door van 
DB VELDE verzamelde gewenschte inlichtingen te verstrekken. 

Voor het viertal boekjes van luthbr (waar van de velde 
ze verkregen heeft, kan niet bepaald worden) werd bg den 
verkoop der bibliotheek, die in 1831 plaats greep, vgf en 
een halve franc besteed. Wat prgs zonden wg er na voor 
bieden? Belangstelling in dit deel der letterkande was nog 
niet wakker geworden. De zeldzame boekehschat, dien iSAac 
LE LONO in 1744 veilen liet, ging voor spotprgzen van de 
hand. Tractaten van luthbr voor 7 of 8 stuivers ; drie exem- 
plaren der y^Historie van de verradelicke gheuangkenisse*' van 
Fabricins, Antwerpen 1564, 1565 en 1593 elk voor 3 stuivers. 
De eerste druk van het ^^Martelaarsboek" 1559 voor 1 gulden 
10 stuivers. De tweede druk van 1565 bracht met de acta 
van het proces van Qarenbach en een paar andere stukjes 



44 

samen 1 gulden 4 staivers op. En langen tgd bleef die be- 
langstelling ontbreken. De zeldzaamste godgeleerde en stich- 
telijke tractaten nit de 16® eeaw werden in 1835, toen de 
rijke bibliotheek van o. kloss in Engeland onder den 
hamer gebracht is, voor kleinigheden yerkocht. Het ging er 
mede, als in 1807 te Neurenberg bg den verkoop van 
panzeb's boekerij. De drie eerste nitgaven van lüthjsr's grooten 
^^Catechismus" veranderden voor 8, 12 en 3 kreuzers van 
eigenaar; een exemplaar van luthbr's ^^gbel" van 1534, 
1535 ging voor 36 kreuzers, een van 1540, 1541 voor 
1 gulden in andere handen over. Betere dagen braken aan. 
Op de verkooping der Bibliotheek van s£REüre brachten de 
genoemde tractaatjes van lutheb (vgl. ^^Oatalogue*' I, N^. 
252 — 256) de som op van 500 francs. Zg vonden een dak, 
waaronder zg wel bewaard zgn. Want genoemde geschriften 
van LXJTHER zijn ten geschenke gegeven aan de Oentsche biblio- 
theek, en door de liberaliteit der zeer liberale directie voor 
ieder te gebruiken. 

Zoo zgn dan deze exemplaren hoogst waarschgnlgk de 
eenige, die aan het autodafé van luth£B*s boeken, te Anir 
werpen 13 Juli 1521 gehouden, ontsnapt zgn. 

In dat vuur, schrgft de „Bibliotheca Belgica*' 1. c. ^^auront 

peri, selon toute apparence, les publications de nicolas de 

GRAVE, ainsi que la traduction de la Tesseradecas imprimé 
,^par egkert". Of en waar in ons vaderland nog exemplaren 
gevonden worden, weet ik niet. 

Hoe spoedig de geschriften van luther ten onzent ver- 
spreid waren, blgkt uit eene resolutie der regeering van 
Leiden in Mei 1522 genomen tegen hen, ^^die martin 
,^LüTHER*s boucken met woirden willen defenderen" of die 

deselve boucken bj hem houden, al in cleinichheyt van den 

Kegserlicken geboden". 
Te Utrecht werden reeds in den loop van 1521 luthbr's 
boeken openlijk verbrand. Jammer dat w^ niet bepaald weten, 
welke exemplaren van het viertal verbrand zijn , of ook exem* 
plaren van een ander geschrift des Hervormers, dat niet be- 
schreven is in de ,,Bibl. Belgica", maar wel in de ^^Bgdragen 
>^tot de Geschied, der Ev. Luth. Kerk in de Nederl.^ verzameld 



f} 



99 
99 



99 
99 
99 



45 



„door j. c. scHüLTZ JACOBi en f. j. domela nibuwenhüis, 
VI f 138: f, die thien gdjoden Gods ghepredict Ende hescreven 
„doer den doctoer der ïieyligher scrifturen^ Here mabtinus 
LUTHER, broeder van Sinte August^ne oerdene'\ Het is uitge- 
breider dan de vermelde werkjes, want dit beslaat 296 blad- 
z^den. Het verscheen volgens schultz jacobi in 1520, (terwgl 
h^ den dag niet noemt) naar zijne gissing, die hg echter 
voor niets mew dan eene gissing geeft, bewerkt door jacobus 
PRAEPOsrrus, te Antwerpen. 

Het bedoelde exemplaar bevat van eene onbekende hand 
deze aanteekening : „dese is ghedrnct binnen Antwerpen; 
daer volgde een sermoon van luther maer seer beschaedigt 
door nytgeschenrde bladeren, maer achter het leste blatwerdt 
bevonden de waepen van Antwerpen*'. Wat met het 
laatste bedoeld is, blijkt mij niet daidelgk, óf er moet mede 
bedoeld zgn het emblema eens Antwerpenschen drukkers. 

Belangrijker is het volgende door schültz jacobi vermeld. 
Op de laatste bladzgde is met een groote, in het oog vallende 
letter het volgende gedrukt: 

„tot den Leser*' 
„Ie vermane v alle kerstenmeuschen ! dat ghg om Oods 
„wil ophoude v oordeel eer ghy verstaet; en en wilt niet 
„doe als die gemeyne mesche maer als ghg behoort te doen.*' 

„Gonsaetudo pessima: 
„legum interpres." 
waarbij jacobi aanteekent: „aldus staat er satyriek genoeg. 
Met opzet? Zoo neen, dan is blikbaar bedoeld: 

Consuetudo , 
pessima legum interpres.*' 
De titel gelgk schultz jacobi dien beschrijft is door mjj 
overgenomen. 

Ik vermoed, dat een auder, dan de auteurs der 4 boven 
besprokene tractaten, deze vertaling bewerkt heeft. Overigens 
zal het den lezer blgken, dat het getal der vertalingen van 
liither's geschriften grooter is, dan het naar de bekende 
opgaven wezen zou. Voor deze steUing hoop ik in de vol- 
gende bladzgden het bew^s te leveren door het aanwgzen 
van vertalingen, die zonder den naam van luther het licht 



99 

99 

m 

99 



46 

gezien hebben. Vreemd genoeg werd b^ het optellen van 
deze OTer het hoofd gezien de vertaling van luthsr's: ein 
Buchlein vont rechten ünterscfiied was der aUe und neue 
Mensch Sey^ 1516; de tweede nitgaaf droeg den titel: ein 
Deutsch theólogia^ das ist ein edles Bucïüein vom rechten 
Verstand^ was Adam und Christus sey; in 1518 zag een 
drnk het licht von Adam und Oiristo^ oder teutsche Iheology. 
De overzetting daarvan verscheen in 1&21 met den titel: 
MAKTiNUS LUTHER, Broeder van Sinte Augustins order te 
Wütenberch^ Den Ouwden Adam^ zynde een Leeringe hoe 
dat een Kersten Mensche zal leeren kennen een recht verstand 
ende onderschyd tussdien den Ouden Adam en tusschen 
Christus. En in wat maniere dat in ons sterven moet Adam^ 
en Christus in ons verrijzen moet. Geprent te Antwerpen. 
Bi GLAAS BE GRAVfi. In het jaar ons Heeren 1521. Deze dmk 
werd in ,^le Bibliophile Beige" I, 84 kortelyk vermeld, vol- 
ledig naar den titel beschreven door prof. doed&s, ,3ibliog. 
^^Advers.*' Tweede reeks I, 24, die nog een andere Neder- 
landsche bewerking noemt. Vgl. overigens prof. vak toorenkn- 
BEROEN, ,3ibl. Ad vers." V, 288 en doëdes ^^Collectie van 
^^Rariora*', 53. Des laatstgenoemden verlangen naar eene vol- 
ledige literatuur der Duytsche Theology worde door eene 
bekwame hand, liefst de z^ne, vervnld. 

Waarom onder de veroordeelde schriflien van luther niet 
is genoemd: Die Epistel tot die Galaten ^ seer wonderlicke 
schoon wtgéleyt door eenen geleerden ende Christelicken man^ 
gedrukt te Basel met eenen voorrede van J. bugenhaobn, 
waarin vingent hbydnecker als vertaler is genoemd en die 
de jaarteekening van 1525 draagt, laat zich niet verklaren. 
Ik leerde den titel kennen uit marunus nijhoff*s belangrgke 
L^st van Nederlandsche hoeken in het buitenland gedrukt ^ 
welke het V^ deel der ,,Bil>liographische Adversaria" versiert. 
Aan dezelfde bron ontleende ik m^ne kennis der overzetting 
van LCTHER*s tractaat: Belijdenisse voor 't Aventmaal tegen 
die Blasphemie van h. zwingli ende egolampadii ende tegen 
de Swerm geest in der Slesie^ uitgegeven te Wittenberg 
in 1528. Wien is deze vertaling en de oorzaak van hare 
uitgaaf in Wittenberg bekend? 



47 

Marsilii de padua lïbri omnes. 

Het Tonnis der yeroordeeling was reeds in 1327 door paus 
JOHANNES XXII gericht tegen het werk van den beroemden 
rechtsgeleerde: Defensor pacis ^ dat in 1522 met dezen titel 
herdrokt werd: Opus insigne y cui titulum fecit autor^ Defen- 
sorem pcicis, quod questionem üUzm jam olim controversam de 
poiestate papae et imperatoris excussissime tractet^ profuturum 
TheologiSy JureconsiUtis , in summa optimarum literarum 
cuUoribus omnibus scriptum, quidem ante annos diusentos ad 
Ludovicum Caesarem ex iüustrissima Bavariae ducum famüia 
progenitum at nunc in lucem primum editum perquam 
castigate et düigenter. 

Volgens ROTERMUND, uit wiens ,^6el. Lexicon" ik den 
titel heb overgeschreven, noemt zich de bezorger Tan deze 
uitgaaf aan het slot der voorrede: lioentius eyangelüs, 
en zou onder dezen pseudonym valentinus curio, volgens 
anderen zwinoli of bbatus rhbnanus verscholen zyn. 

Stond het werk zelf reeds in kwaden reuk, de daaraan toe- 
gevoegde praefatioy waarin de nieuwe uitgaaf werd aange- 
prezen als verdedigingsmiddel tegen de op nieuw heerschende 
geestelyke tyrannie, wekte nog meer ergernis tegen het boek. 

Martini buceri enarrationes in quatuor euangelia. 

EiusDEM enarrationes in epislolas PaulL 

EiusDEM responsio ad Latomum. 

EiusDEM de vera in doctrina^ ceremoniis^ et disciplina^ eccle- 
siarum reconciliatione, 

EiusDEM defensio contra episcopum Abrincensem. 

EiusDEM de concilio et legüime judicandis controversiis religionis. 

Ende generalyck allen syn boecken. 

Deze opgaaf vergel^'kende met de nauwkeurig opgemaakte 
lyst van buizerds werken door j. w. baum, gedrukt aan het 
einde van diens bekende monografie ^^Capito und Butzer!' 
(1860), 586 kan men zich geene rekenschap geven van de 
keus door de Censores gedaan. 

Martinus borrhaus cellarius in ecclesiasten. 



48 

Idem de operihus dei. 

De op vroeger uitgegeyene Indices begane font, waarin 
de drie namen toegekend zjjn aan drie onderscheidene per- 
sonen, komt hier niet voor. De censore$ hebben zich de 
geringe moeite zelfs niet gegeven, om den geheelen titel yan 
het eerstgenoemde af te schreven, en daardoor aan te wgzen, 
wat vooral hun aanstoot gaf. De titel luidt aldus: in Salo^ 
manis regis fUii David Sacrosanctam Ecdesiastis concionem 
commenlariiis martino borrhao, alias cbllaeio autore. Ejusdem 
ad invictissimum Romanorum Imperatorem carolum Caesarem^ 
semper Attgustum Praefatio^ 1539. 

Het werk is door borrhaus uitgegeven, nadat Iqj te Basel 
hoogleeraar geworden was, waar hg in 1549 het doctoraat 
in de godgeleerdheid verwierf. 

Het in de tweede plaats genoemde was zgn eerste geschrifb, 
in 1527 verschenen cum proef atione w. f. capitonis. Diens 
naam strekte het ter aanbeveling. 

Melchior clinck super quatuor libros Institutionum. 

Volgens REÜSCH a. a. O. 120 werd het werk veroordeeld 
wegens des schrgvers meening, dat de regelen van het kano- 
nieke recht aan de uitspraken des N. Testaments onder- 
worpen en ten aanzien van het huwelgk daarmede op meer 
dan een punt in strgd waren. 



N. 

NicoLAi BORBONii Tiuge. 

De geestige Franschman nicolas de bourbon, een tgd lang 
opvoeder van de prinses jeanns d'albret, had in zgn bundel 
„Nugarum lïbri octó'^ vele schimpscheuten op de monniken 
gegeven en menig getuigenis van ingenomenheid met de 
Evangelische waarheid afgelegd. Vgl. jöoher i. v. en reusch 
a. a. O. 120. 



49 



O. 

Ottonis brunsfelsii cdthecismus piterorum in fide^ litens et 
moribus, 

Ende allen zyn boecken. 

Als Yoormalig monnik uit Maintz en vurig aanhanger 
der Hervorming was de schrijver, kundig literator en medicus, 
een zeer weinig gezien man onder de Roomschen van zyn tgd. 

JöcHBR geeft eene lijst zgner geschriften en hunner her- 
drukken. 

OsüALDUS MYCONEUS in euangelium Marci. 

De vraag, waarom juist dit en geen der andere geschriften 
van MYGONius veroordeeld werd, blgft onbeantwoord. 

ÜTTO WERDMüiLLERUS de dignüate^ usu^ ei methodo philoso- 
phie moralis. 

De schriften van dezen Zwitserschen godgeleerde, geboren 
1511, gestorven 1552, zyn evenals die van myconiüs opge- 
noemd door JÖCHEB i. y. 



P. 
Philippt melanchtonis libri omnes. 

In 1538 was te Antwerpen by m. van hoochstraetbn 
of HiLLENius uitgegeven Grammatica Latina fhiuppi melanch- 
TH0NI8 ab authore nuper et aucta et recognita. Ook i. van 
HOOCHSTBABTBN of HiLLENius druktc in 1543 Syntaxis philippi 
HELANGTHONis Lotina ^ ah authore nuper aucta et recognita. 
Vgl. „Bibl. Belg." Letter M. N^. 1 en 13. Reeds in 1529 
had de Amsterdamsche regeering deze literarische producten 
van MELANCHTON vcrbodcn, wegens den lof in de praefatie 
aan luthsr toegekend en het gevaar, dat men deze boeken 
waardeerende , begeerig zou worden, om ook met andere van 
zyne hand kennis te maken. Vgl. djs hoop schbffeb, 401. 

4 



50 

Petri martyris VERMiLiT FLORENTiNi ds Sdcramento euchor- 
ristie. Dispuiatio de eodem eucharistie sacramento per eundem. 

Ende alle zijn hoeckeii. 

Dr. RBUSCH w^'st op de verwamDg van de namen des ver- 
oordeelden, a. a. O. 224. Over het verlangen, waarmede 
z^ne geschriften werden te gemoet gezien en de zorg, besteed 
aan de reeds uitgegevene of die nog in voorbereiding waren, 
geeft MABTT&'s brief aan büllinoek van 26 October 1551, 
„Epistolae Tigurinae", 828 veel belangrgks te lezen. Micro- 
Nius klaagt in een schreven van 20 Mei 1550, ^^Epist. 
yTignrinae", 365: ^^liber petri mabttbis de coena Domini 
^versos Anglice imprimi non potait per episcopos, eosqne 
^Evangelicos". 






Pauli constantini phrygionis chronicoyi regum et regnorum. 

EiusBEM eooplanatio in Leuiticum, 

De Index ^ een historisch en exegetisch werk van den 
Baselschen en Tnbingschen godgeleerde noemend, heeft bgge- 
dragen tot het in gedachtenis houden van zgn goeden naam 
op beider gebied. 

Paulus fagius in quabaor capita Geneseos. 

Ook hier blgft de vraag onbeantwoord, waarom slechts 
één der vele geschriften van dezen in geloofskracht en weten- 
schap weiervaren man, eigenlek büchlein geheeten, genoemd is. 

Deze veroordeeling heeft h^ niet beleefd, daar de dood in 
1549 een einde maakte aan zgn trots allen tegenstand wei- 
besteed leven. 

Petri artopei euangelice conciones dominicarum anni. 

Onder zgn eigenlgken naam petbb becker is deze godge- 
leerde nauwelgks bekend. Hoe zgn naam op later verschenen 
indices verbasterd is, wgst rbusgh aan a. a. O. 207. 

Petri mosellani pedalogia. 

Door M. HOOCHSTRABTEN gcdrukt in 1519. Deze paedalogia 
in puerorum uaum conscripta van den als geloovig Boomsch 
in 1524 ontslapen schrgver is op den Index gebracht, dewgl 
LUTHBR en iCELAKCHTON het wcrkjc alom aanbevolen. 



51 

Philothetjs ireneus in Apophorismis. 

Onder den pseudonjm ran philothbus irbnaeus etjpolitanus 
Terscheen in 1542 het geschrift: en habes lector ex Ambrosio^ 
Aiigustino^ Ladantio et caeteris orthodoxis atUaribus coüeo- 
tanea^ seu aphorismos. Het sch^nt tot heden niet gelakt te 
zgn, den eigenlgken naam des schrgvers te ontdekken, wiens 
psendonym door latere censores yerbasterd werd in huienaei 

TBIPOLITANI etc. 



R. 

RODOLPHi GDALTERi TiGURiNi carmtna pro argumentis in capita 
amnia bibliorum. 

Het eenige werk, dat van dezen godgeleerde op den index 
veroordeeld werd, hoeveel overigens ook door hem als exegeet 
is geleverd en later verboden werd. Oe ^3ihL Belg." 6. N. 62 
vermeldt eene vertaling van zgne ^^vyf Predicken over den 
^^Antechrist*', door p. a. de zuttere, den mijnen lezers wel- 
bekenden OVERDHAGE. Toen ik over dezen schreef ,,Drie Evan- 
^^geliedienaren nit den tgd der Hervorming" (1879), kende ik 
deze vertaling niet , waarvan het eenig overig exemplaar berust 
op de Bibliotheek der Utrechtsche Hoogeschool. 



S. 

Sebastianus meter in Apocalypsim Johannis, 

Op vroeger verschenen indices was de titel, die aldns Inidt: 
in apocalypsin joannis sebastiani meyer, Eccles. Bemensis^ 
cammentarii veranderd in: In apoc. joannis Ecclesiastis Bemen 
commentariu Op dien van 1550 zgn deze fonten vermeden. 

Sebastiani munsteri annotationes in euangelium Maithaei. 
Op Letter G. is reeds des schrgvers Cosmographia herdacht. 



52 

Stephani doleti carminum liber. 

Den 3«n Angastas 1546, als ongodist ter dood gebracht, 
in weerwil van machtige voorspraak, stierf deze beroemde 
oitgerer en dichter met de woorden op de lippen: ,^mi Deos, 
,,qnem toties offendi, propitins esto, teque Virginem matrem 
^^precor , diyinnmqne Stephanum , ut apnd Dominam pro me 
>,peccatore intercedatis''. 

Ik mag echter niet verzwegen , dat van dit levenseinde 
ook een geheel ander klinkend verhaal in omloop is, door 
SGSELHOKN bewaard in zijne ^^Amoenit. Hist. Eccl. etc." 
I, waar deze geleerde handelt over zeer zeldzaam geworden 
geschriften van doletus. De biograaf van dolet, joseph 
BOULMiEB (1857) ^^Estienne Dolet, sa vie, ses oenvres, son 
^^Martyr" verklaart hem voor geheel onschuldig tegenover 
de blaam van atheisme, terwgl o. doüen in het ^^Balletin 
^a Protest. Fran9ais'', XXX, 337, naar aanleiding van 
,£tienne Dolet the Martyr of the Renaissance, a Biography 
,by Richard Copley" (1880) de plaats tracht te bepalen, welke 
DOLET tegenover het werk der Hervormers heefb ingenomen. 



„1 



T. 

Theobaldus billicanus de libero arhitrio. 

EiusDEM scholia in Micheam. 

Volgens o. toepke's „die Matrikel der Universitat Heidel- 
„berg" I, 477, werd 5 September 1510 onder de academie- 
burgers opgenomen theobaldus gernolt ex bielickhem. 

Zietdaar het eenige, dat ik aan het artikel, hetwelk in de 
„Real Encyk." II, 476 over dezen, vaak weifelenden, god- 
geleerde voorkomt, kan toevoegen. Wat daar ter plaatse 
genoemd wordt als de beste z^ner pennevruchten : Renovatio 
Ecclesiae Nordlingiasensis et ratio omnibus redd4ta de quO' 
rundam instiiutione schgnt der aandacht van de censores ont- 
snapt te zgn. 



53 

Theodori BiBLiANDRi in Naum prophetam eooegesis et Naum 
juxta veritaiem Hébraicam redditus Latine. 

De grondige kenner der Hebreenwsche taal en aanverwante 
dialecten is als krachtig bestrgder der praedestinatieleer niet 
aan den Leuvenschen Senaat, den auteur van dezen Index ^ 
bekend geworden. 

Thomas nargeorgus in primam D. Joannis epistolam. 

De veroordeeling van dit geschrift heeft den veroordeelde 
NAOGSORGUS, KiRGHMAYR opgcwekt om later, in 1559, een 
afdrak van den Index ter perse te geven, voorafgegaan door 
een gedicht in catalogum^ volgens keüsch a. a. O. 261 met 
graagte ontvaDgen door zgne geertverwanten. 

Thomas venatorius in priorem epistolam ad Timotheum. 

EiusDEM aanomata quidam rerum Christianarum. 

Idem de virtute Christiana. 

Idem contra andbaptistas pro baptismo parvulorum. 

Idem de sola fide jtistificante. 

Uit will's „Ntirb. Gel. Lexicon" IV, 85 kan deze Igst 
verbeterd worden. Vroeger monnik, werd hy niet alleen 
binnen Neurenberg, maar ook elders een krachtig bevor- 
deraar der Hervorming. 

Als eerste uitgever der ^^Opera" van archikbdes maakte 
h^ zich hoogst verdienstelyk. Of zyn eigenlyke naam jaoBB, 
dan wel gechauf luidde, valt moeielgk te bepalen. 



U. 

Uldrici zwinglu libri omnes. 

Het is niet wel mogelgk, eenigzins den opgang, dien de 
werken van den Zwitserschen Hervormer hier te lande vonden, 
te bepalen. Zoo ik niet dwaal, werd eerst in 1644 eene 
overzetting verbreid met den titel: üytlegghing des Christelyke 
Gdoofs van hulrigh zwingli, uyt het Latyn vertaalt door 



54 

A. L. KOK. Volgens ^^Algemeene Eonsi- en Letterbode" van 
1858, 213 was hg een bekwaam vertaler van Latgnsche 
geschriften, wier oyerzetting door deskundigen om hare zoi- 
Terbeid hoogelgk geprezen werd. 

ViNCENTii OBSOPEi iti Sanctum Marcum de lege spirüiiali. 

EiusDEM in Grecorum epigrammata annotcUiones. 

Vincent obsopabus, eigenlgk kogk genaamd, ait Beyeren 
afkomstig, te Neurenberg, later te Anspach als Lite- 
rator werkzaam, in 1539 overleden, heeft zich op het gebied 
der theologie zeer verdienstelgk gemaakt, door het in het 
Latyn overzetten van meer dan éen der geschriften van 
LUTUEK en op dat der philologie door de uitgaaf van enkele 
klassieke auteurs. 

Op de Igst zgner werken, bg botsbmund, in voce, 37 
nummers tellende, vind ik geen titel, eenigzins gelgkende op 
den hier in de eerste plaats genoemden. De andere opgaaf 
zal wel bedoelen zgne Annotationes in IV libros Graecorum 
epigrammatum, 

ViTi AMARBACHii commentaria in Pythagore et Phocilidis 
poemata. 

Over de plaatsing van deze boeken op den Index heeft de 
schrgver zelf het luidst geklaagd. 

Weleer Evangelisch gezind en te Wittenberg hoog- 
leeraar, verliet hg dien werkkring, waar hg zich door wgziging 
in zgue gevoelens niet meer op zgne plaats bevond. 

Tot de Boomsche Kerk overgegaan, werd hg professor aan 
de hoogeschool te Ingolstadt, waar hg in 1577 overleed* 
De eerste uitgaaf van zgn veroordeeld boek, in 1539 ver- 
schenen, bevatte, gelgk de auteur in de praefatio der tweede, 
1554, schrgft: ^^quaedam duriora et a Ghristiana modestia 
,^et simplicitate alienora". Het baatte hem niet, dat hg ze 
herriep en betuigde, geen exemplaar van dien eersten druk 
meer te bezitten; zgn boek kwam op den Index, 

,^Quamquam autem anno ab hoc sexto limavi tanquam bas 
^^annotationes et correxi; ante pauoos menses tamen ad me 
,,perlatum est, hoc anno edictum Augusti caroli non modo 
„non posuit hujos operis mei nomen, sed meum solum, sine 



55 

„nUa nlliiis operis mentione, nt qnidem in catalogo misBo ad 
„me Germanice manuscripto legitnr. ImpresBam enim &teor, 
„me nondom yidisse". 

Ahe&bach was niet goed ingelicht geworden, daar niet 
slechts zgn naam, maar ook zjjn boek genoemd werd. Niets 
baatte: hoewel bg z^n dood de „Annales*' der hoogeschool 
hem verklaarden een man ,,qui orbem pene terraram nominis 
,^m gloria implevit*', bleef zgn boek op den Index ^ ja werden 
er nog twee andere, door hem veryaardigd, later b^ op- 
genomen. 

Een en ander is in het breede verhaald door scbblhobn, 
y^Ergötzlichkeiten aas der Eirchenhistorie'* II, 393. 

Urbanus regius in psalmum quadragesimumseplimum de regno 
Jesu Christi. 

EiusDEM cathecesis. 

EiüSDEM in psalmum LXXXVII de gloriosa Christi ecclesia 
commentarius. 

EiusDEM collatio nove doctrine et veteris. 

EiusDEM libellus consolatoriu^ ad eos qui persecutionem patp- 
untur propter ju^titiam. 

EiusDEM homilie de angelis. 

EiusDEM exposUio ad libros primum^ II et III Joannis Eckii^ 
de missa. 

EiusBEM materia cogitandi de toto misse negotio. 

EiusDEM symbolum Christiane fidei. 

EiüSDEM prophetie veteris testamenti de Christo, 

Ende generalijck allen zijn boecken. 

Door vertalingen, zelfs in het Italiaansch, van enkele ge- 
schriften van &HEGIÜS, vgl. KBUSCH a. a. O. 192, was de 
naam des autears zeer bekend geworden. Zoo het geoorloofd 
is op Dr. o. tjhlhorn's monografie over khsgius eene aan- 
merking te maken , zon ik de klacht niten , dat daaraan geene 
volledige l^st van des Hervormers schriften is toegevoegd. 



56 

m 

WoLFGANGi CAPiTONis responsio de missa^ matrimanio^ et jure 
magistratue in religionem. 

Idem in Abachuch et Oseam. 

Het eerstgenoemde werk gaf caftto in 1537 ter perse met 
den titel zooals hierboven staat uitgedrukt, en daarbg: de 
magistrattis officio in religionem et mores Ecdesiasticorum 
regendos. De Matrimonii ratione ntb lege Moei, Caesaribus^ 
Christi regno. De concidnnatu priscorum honesto. De nefario 
isto concübinatu sacrificorum,. Et alia non intUüia cognUu^ 
quae ex Epistola nuncupatoria et indice suhjecto cognosces. 
Over den inbond en de zeldzaamheid van het werk ygl. men 
DAYiD CLEMENT, ,^Bibl.'* V 1 , 230. Drie jaar later werd het 
vertaald; in 1549 nog eens in Latgnschen tekst gedrukt. 

Ook zgne commentaren op de profetieën van Habakak en 
Hosea zgn herhaaldelijk in het licht verschenen. Deze zgn 
gedmkt bjj zgnen bloedverwant, wolf köpflein, blgkens den 
titel der Enarrationes in Hahakuk, Argentorati apud wolfitjv 
cephalaeuh. Over de waarde en zeldzaamheid zgner geschriften 
vgl. OEBDES, „Plorilegium", 59. 

Valcurionis commentaria in physicam Aristotelis. 

Lees voor VALCUiaoNis yelcükionis en gg hebt den naam 
van den magister JOHANiiEs BEENAanus velgurio de Véidr 
kirchen^ hoogleeraar in de wgsbegeerte te Wittenberg, 
die in 1580 aan deze hoogeschool het rectoraat bekleedde. 
Leerling van melanchton was hg de Hervorming van heeler 
harte toegedaan. In het ^^Gorpas Reformatorom'*, I, 165 en 
884 zgn brieven van zgne hand opgenomen, even als van 
zgn broeder bartholomeüs. Op den Spaanschen Index van 
1583 komt zgn naam voor met deze bepaling: ,jYBLCXJBionis 

^opera omnia. Ejus tamen annotationes in duos Titi Livii 

Jibros ezpnrgatae permittnntnr". 

WoLFANGi MUscuLi DUSANi commentarii in Mattheum. 

Ende allen zijn boecken. 

Ook WOLFGANG MUSCULus gcborcn te Dien ze had zich 
tegen het Interim verzet en als exegeet onder zgne tgdge- 
nooten grooten naam verworven. 






57 



BOECKEN SONDER NAEM DES AUTEURS. 

Annotationes in guilelmum postellum de orbis terre concordia. 

Het meest beroemde van de geschriften van postel, de 
orbis terrae concordia^ schgnt volgens bevoegde beoordeelaren 
als BicHABD siMON, datgoen te zgn, waarvan gezegd mag 
worden: ^^il j a d'ezcellentes choses, parceqo'ii n'avait pas 
„toujoors son acces de foUe". Over de gegrondheid van dit 
oordeel zal wel geen twijfel bestaan b^ degenen, die kennis 
gemaakt hebben met z^ne brieven aan abraham obtsliüs, 
afgedrukt in het boekdeel, waarin de kerkeraad der Hol- 
landsche gemeente te Londen begonnen is haar rgk Archief 
door den dmk gemeen te maken, ^^Ecclesiae Londino-Batavae 
„Archivam, tomos I — ex antographis mandante ecclesia 
^^Londino-Batava edidit joannbs henbicus hessels. Ganta- 
^^brigiae. 1887. 

Hoeveel waarde ook postellus hechtte aan de rechtzinnig- 
heid van zgn Gatholicisme en hoe diep hg de veroordeeling 
zgner geschriften beklaagde, bleven deze onder het vonnis. 
Ygl. BEUSCH, a. a. O. 121. 

Cathecismitë parvus pro pv^ris in scholis^ nuper audus. 

Ten jare 1542 zond de Antwerpsche boekhandelaar mat- 
THEUS CBOM in het licht: Kinder-Leere. Dat Christen gheloove. 
De thien gheboden. Den Vader onse. Van de Wet^ Ende 
Evangelie. Salomon's gebet. Eene dankssegginghe vóör en nd 
den eten. 

Een exemplaar van dien eersten drak vindt gg op de Biblio-* 
theek der Gentsche hoogeschool , en eene naawkeurige beschrg- 
ving er van in de ^^Bibliotheca Belgica", letter E, N. 1. 
Tegen deze Kinder-Leere werd dadelgk een gebod uitge- 
vaardigd, ^^Memorieboek der stad Genht, van 'tjaer 1801 — 
9^795, uitgave van 1854*', 2^ deel, 226, als ^^ghehouden 
,,te sgne voor Luteranen'\ 

Dezelfde boekhandelaar herdrukte in 1548 het werkje, 
waarvan een exemplaar evenzeer beschreven is in de >^Bibl. 
f,Bélg.^' t. a. p. N. 2, waar tevens verzekerd wordt, dat in 
1544 en 1555 de uiligaven herhaald werden, doch nu zonder 



58 

naam van uitgever, alleen met de aanw^zdng: ^^gedrakt 
^^baiten London". De mededeeling van fbossaud, ^^rSglise 
^^8008 la Croix*\ 31 dat mattheüs cboin te Bgssel de uit- 
gever geweest is, zg naar het bovenstaande verbeterd. Dat 
bet door zeer velen gekocht werd, weten wg nit de ver- 
hooren, opgenomen in tom. II der ^^Mémoires de Franc. 
„de Enzinas*'. 

Annotationes pie et lectu dignissime in acta condlii Tri- 
dentini. 

De volledigste inlichtingen betreffende het bedoelde geschrift 
geeft H. E. BiNDSEiL, ,^Philippi Melanchtonis epistolae, jadida, 
„consilia — quae in Corpore reformatomm desiderantar" (1874). 

. Volgens dezen luidt de titel: Acta Ckmcilii TriderUini 
MDXLVl celehrati: una cum annotationibttë piis et lectu dig* 
nisaimis. Item ratio y cur qui Confessumem Augustanam pro^ 
fitentury non esse assertiendum iniquis concüii Tridentini sen- 
tentiis^ judicarunt, per philifpuh melanchtonem , MDXLVl^ 
zeer zeker uitgegeven te Bas el door oporinus. 

Immers de auteur der Annotationes (thans wordt algemeen 
als zoodanig francisco d*enzinas of dryandkk erkend) schrgft 
over de uitgaaf van zgn werk bij oporinus in duidelgke 
woorden aan büllinger („Zeits. für ilie Hist. Theol." 1870, 
895): ,Jam autem eo perventum est in libello ejusdem argu- 
^^menti , quem imprimit oporinus , eet'*. Het by zgn geschrift 
opgenomen «Judicium'* van mjsLANChton was kort te voren in 
Wittenberg uitgekomen, en verscheen in de maand 
November van datzelfde jaar in het Hoogduitsch. 

De Latgnsche tekst is door bindseil 1. c. 241 afgedrukt. 
De Hervormer had het stuk op verlangen van den Keurvorst 
geschreven, die er prgs op stelde, spoedig in het openbaar 
duidelgk de redenen uiteengezet te zien, waarom de voor- 
standers der Augsburgsche Confessie van het Trentsche Con- 
cilie niets wilden weten. 

Articuli a facuUate theologie Parisiensi determinati cum antidoto. 
Toen de Sorbonne in 1542 de vermetelheid had, 25 arti- 
kelen vast fce stellen als belgdenis des geloofs en de koninklgke 
goedkeuring van frans i dit besluit voor alle onderdanen 



59 

verbindend had verklaard , zag naamlooe een beknopt geschrift 
het licht: Articuli a facuUate sacrcLe Theologiae Parisiensi 
determinati super materiis fidei nostrae hodie controversis ^ 
cum antidoto, — Jesus Oiristus hert et hodie ipse in secula. — 
Doctrinis variis et peregrinis nolite abdiud. In 1544 verscheen 
het, door calvun opgesteld. Voorzien van belangrgke prole- 
gomena is het herdrukt in torn. YII der ^^Opera Galvini". 
„Corpus Reform." torn. XXVII. Calvijn's biograaf hbney gaf 
er een uittreksel van (II, 265), waaruit men den scherpen en 
satirieken inhoud van nabg leert kennen. 

De tekst der Fransche vertaling, tenzelfden jare gedrukt, 
wgkt hier en daar van het oorspronkelgke af. 

Christiane schole epigrammcUum libri duo^ ex variis ChriS' 
tianis poetis decerpti. 

Reusch a. a. O. 126 voegt aan den titel de woorden in 
usum adolescentülorum toe, noemt joh. gast den vervaardiger 
en 1539 het jaar der uitgaaf. 

Disputatio inter clericum et milüem super potestate prelaMs 
ecclesiae atque prindpibiis terrarum commtssa. 

Ook bg dezen titel behooren nog de woorden: sub forma 
dialogi. 

Door tairgke herdrukken bleef het reeds in 1475 voor het 
eerst uitgegeven geschrift bekend en gezocht. Vgl. rbitsgh 
a. a. O. 124. De bibliotheek van Deventer bezit een 
exemplaar volgens a. m. ledeboba „notices bibliograph." 
(1867) N. 51. 

Index utriusque Testamenti pene similis Indici bïbliorum 

ROBERTI STEPHANI. 

De index nominum Hehraicorum^ die bij de uitgaven der 
Latgnsche bgbels gevonden werd , was door robebtus stbphanus 
in 1537 afzonderlgk, verbeterd en vermeerderd, in het licht 
gezonden: He^aea^ Ouüdea^ Graeca et Latina nomina inVo- 
rum^ mulierum^ popülorum^ idolorum^ urbium, fiuviorum^ 
montium ceterorumque locorum , qitae in Bibliis leguntur , 
restituta cum Latina interpretatione. Locorum descriptie ex 
cosmographis. Index praeterea rerum et sententiarum quae 
in iisdem bibliis inveniuntur. Naar de beschrgving van het 



60 

hoogst zeldzaam geschrift, die gevonden wordt bij a. o. masgh, 
^^Beytrage zar Gteschichte merkw. Bücher*' (1769) 583 telde 
deze index 41 bladzgden in 8^ Vgl. baumoartbn's ,^Nach- 
„richten" V, 390, 

Lod omnium fere capituin euangeliorum. 

Waarom deze titel niet vermeld is bg de veroordeelde 
werken van den auteur , namelijk otto brunsfels , of gerekend 
is tot de overige veroordeelde (zie boven) kan alleen verklaard 
worden uit de slordigheid van de samenstelling der l^st. 

Onus Ecclesiae. 

De eerste druk van dit werk verscheen in 1524; de tweede 
in 1531 in tweeërlei uitgaaf, volgens de beschrgving bg 
PANZBR, ^^Annales Typographici" VI, 413, beide bg quentel 
te Keulen, alleen verschillende in den titel, daar op den 
eenen de naam des auteurs verzwegen, op den anderen die 
genoemd wordt van ^^joannis Episc. Ghemensis, Reverendissimi 
»Archiep. Salzb. a sufiragiis, sicut nobis a fide dignis, post 
^hujus libri impressionem relatum est*'. Op beide titels komt 
het volgende voor: Onus Ecclesiae. In hoc lihro lector candi" 
dissime^ admiranda quaedam ac plane óbstupenda, de septem 
Ecclesiae statibus. De volledige titel der bg qüentel in Keulen 
gegevene uitgaaf luidt verder: abusibus quoque gravissimis 
et futuris ejusdem calamitatibus ex sanctorum prophetiis et 
novarum revelationum vaticiniis solidissimisque scripturis^ l%ice 
darius enarratur. Verte igitur pageüum et capitulorum perlege 
argumenta^ quod si feceris, invenies enim quorum culpa et 
quïbus de causis pereat Christi ecclesia. Librum te hunc emisse 
nunquam poenitebit. 

Over den schrgver handelt op het voetspoor van vele voor^ 
gangers Dr. w. reithmbier, aan wien wg een herdruk van 
.^BERTHOLDS, Bisschofs vou Ghiemseo, Tevrtsche Theologey" 
(1852) te danken hebben. Want deze berthold pibstinger, 
die tot 1525 bisschop van Ghiemsee geweest is en in 1525 
dien zetel verlaten en zich in het klooster teruggetrokken 
heeft, was van beide werken de auteur. 

Dat quEMTEL in zgn druk den auteur niet berthold maar 
jOANNEs noemt, zal wel eene opzettel^ke vergissing zgn, 



«1 



61 

Yooral indien men mag aannemen, dat er verband bestaat 
tosHchen het openbaar maken van dit geschrift en bskthold*s 
aftreden als bisschop. 

Een bisschop johannes van Ghiemsee is niet bekend. De 
schrgver, een getronw zoon der Kerk, heeft onbewimpeld de 
grove zonden der Kerk blootgelegd, gelgk blgkt nit het ver- 
slag van het boek, dat schblhokn te lezen geeft in zgne 
^^Historische en Eerkelgke Verhandeling van den Evange- 
^^lischen godsdienst in Zaltzburg" (1738), 12. 

Uit het oorspronkelgke komt bg beusgh a. a. O. 124 de 
volgende plaats voor: „nt autem indalgentiarum aliqna habeatnr 
notitia, referam qualiter hartinus lxttheeus, etsi alias malta 
temerarie et contumeliose scribere praetendit, tamen poe- 
nanim materiam per venias remittendaram in quinqae membra 
acutissime distinxit*'. Prof. döllinger noemt in zgne ver- 
handeling: ,^der Weissagungsglanbe nnd das Prophetenthnm in 
der Christlichen Zeit" („Hist. Taschenbuch" 1871, 360), de 
Onus Ecclesiae y ,^den Abschlosz and Grenzstein des mittel- 
alterlichen Prophetenthams'*. De Eealsche aitgaaf, die bg 
een confrater van qubntel het licht zag en eene latere van 
1620 zgn op meer dan éene plaats zoogenaamd gezaiverd. 

Precationes biblice Antwerpie per johannem crinitum et mar- 

TINUM CAESAREM. 

Ook dit is een geschrift van bbuksfbls, waarvan jan eom- 
MHirr, bggenaamd brüynen baebt en maarten de ksyzer te 
Antwerpen eene vertaling verspreid hebben. 

Precationes Christiane ad imiiationem psalmorum composite. 

Volgens EEUSCH a. a. O. 126 is het boek te Lyon in 
1545 gedrakt. 

Op de Igst der ^^Livres et chansons prohibés par an inqai- 
^^sitear de la province ecclésiastiqae de Toaloase*', opgemaakt 
in 1548 en 1549 en afgedrukt in het „Bulletin da Protes- 
,^tantisme Fran9ais*' I, 437 komt het niet voor. 

Summa totius scripture. 

Vergelgk het medegedeelde op bl. 19. 

Summaria incerti authoris in smaragüum super euangelia et 



9X 

>X 

9f 



fX 



99 



&2 

epistolas totiiis anni , tam separatim , qiuim cum dido atUhore 

impressa. 

Gaspeb hbdio, de eens gevierde hofprediker van den aarts- 
bisschop van Maiotz, voorzag in 1536 eene nieawe aitgaaf 
van des abts sharaodon's postiUa in Eiuingélia et EpistoUxs 
met toelichtingen. Vgl. beusch a. a. O. 126. Door den ^^Brief- 
^^wechsel des Beatos Rhenanus" (1886) 569 weten wg, dat 
HEDio wellicht ook de uitgave smaeaodi diadema monachorum 
ex senterUiis patrum cantextum bezorgd heeft. 

Sententie pueriles addite leonardo culman de vera religione. 
De Igst der geschriften van den godgeleerde leonhard cül- 
MANN door wiLL, a. a. O. I, 230, opgenoemd, doet ons b^ 
de opgaaf van bovengenoemden titel aan twee zgner geschriften 
denken, die na elkander verschenen, en met elkander ook 
niet in rechtstreeksch verband stonden, maar hier, als een 
geheel uitmakende , worden genoemd. By het eerste : Sententies 
pueriles zou ik denken aan culüann's ook in het plat Duitsch 
vertaalde: Jungen GeseUenj Jungfrauen und Wittwen^ so 
èhlich wollen werden zu Nuz und ünterrichtung , wie sie sich 
in ehlichen Stand richten soüten. 1532; b^ het andere aan: 
Confabulatio seu disputatio pia et religiosa hominis Euangdid 
et papistici^ de verae religionis articidis^ lUüissima üs, qui 
novo jam dogmate^ ut vocant^ confundanJtur y 1545 en 1548. 

Fife palrum cum prefatione luteri. 

Geobge iCAJOB, oorzaak van den Majoristischen strgd, een 
man van vele, ook dichterlgke, gaven, — wiix, a. a. O. Il, 
540, geeft de Igst zgner talr^ke geschriften — bezorgde 
den druk van: vitae patrum in usum ministrorum verbi^ 
quoad ejus fieri potuit^ repurgatae per oe. majoeem, cum proef. 
B. MABTiNi LUTHEHi voor het ccrst in 1544. Herdrukt is het 
boek in 1587 en 1598. 

AnnotaMones et scholia incerti authoris in dbbatem ursper- 

GENSEM. 

Paralipomena rerum memordbilium a Frederico secundo usque 
ad Carolum V historiae abbatis Urspergensis per quendam 
studiosum annexa. 

KoBNBAAD yjlS lichtenau, abt van het klooster Auersberg^ 



63 

zond ten jare 1229 een Chronicon universale in het licht, 
waarvan casfak hedio eene nienwe yerbeterde uitgaaf het 
publiek in handen gaf, onder medewerking van melanghton. 
De eerste uitgaaf — beide titels yormen éen geschrift — zag 
het licht in 1537, drie jaar later door een tweede gevolgd. 



Latijnsche bibelen. 

Ik zal mg bg dit gedeelte van den Index slechts tot enkele 
opmerkingen bepalen. De slordigheid, waarmede de Index 
geredigeerd is, doet mg met welgegrond wantrouwen de opgaaf 
▼an den naam der drukkers en het jaar van den druk aanzien. 
Geen enkele der genoemde exemplaren heb ik in handen 
gehad. De Igst van den Index te vergelgken met de door 
iSAac LE LONo ,3oekzaal der Nederd. Bijbels**; door Dr. doedes 
Bibliographische Adyersaria*' IV en V; door Dr. h. g. klbtn 
Archief voor Ned. Eerkg." I, opgemaakte, is gewis het 
zekerste middel om zooyeel mogelgk den Index te controleeren. 






Impressa Parisiis per robertum stephanum annis XXXII et 
XL met hunnen inuentarissen. 

RoBEETUS sTEFHANüs gaf iu 1528 zgucu eersten druk van 
eenen Latgnschen bgbel. Vgl. jag. lb long ^^ibl. Sacra'* I, 257. 
Eene yerbeterde uitgaaf yolgde in 1532; daarna in 1534, 
yerrgkt met breves annotationes ex doctissimis interpreta" 
tionibiis et Hébraeorum commentariis. Interpretatio nominum 
Hébraicorum. Oyer den druk yan 1540 ygl. men de door 
CLEMENT ^3^1>I. curieuse**, IV, 126 bgeengebrachte uitspraken. 

Impressa ab eodem, anno XLV cum duplici translatione et 
annotationüms. 

Deze uitgaaf yan 1545 beyat behalye de in gebruik zgnde 
yertaling eene nieuwe, deels door stephanüs zelyen yeryaar- 
digde, deels naar de yoorlichting yan fbanoisous yATASLUS 



64 

bewerkfce. De welbekende van pagnini achtte hg te letterlek 
en daardoor minder braikbaar. Met de veroordeelde „inyen- 
y^tarissen" worden de toelichtende registers bedoeld. 

Parisiis per petrum regnault sufc scuto Coloniensi anno XL, 

Parisiis per franciscum gryphium annis XLI et XLIL 

Lugduni per henricum sandre anno XXXVI. Met sijnen 
inventaris, 

Lugduni per guilielmum boule, anno XXXVII met sijnen 
inuentaris, 

Lugduni per scipionem de gabiano, anno XXXVI met sijnen 
inuentaris. 

Lugduni anno XLI juxta veterem translationem ^ qua ha^denus 
utitur ecclesia Latina. Sonder naem des priesters^ met sijnen 
inuentaris. 

Lugduni apud jacobum et egidium hugüetan, anno XL., met 
sijnen inuentaris. 

Van bovengenoemde uitgaven is geene melding gemaakt 
door BBUNET ^^Manael da Libraire" I, in voce, noch door 
BAUMGARTEN ^^Nachrichten von merkwürdigen Büchern'* op het 
register, deel XII. 

Lugduni per sebastianum gryphium, anno XLIL 

Van dezen drnk is eerst in 1549 het vgfde of laatete deel 
verschenen. Volgens brünet 1. c. I, 876 bevat hg figuren 
in hoatsnee. 

Lugduni per theobaldum paganum, anno XLIL 

Lugduni apud hugonem a porta, anno XLIL 

HuGO A FOUTA dmkte in 15 12 Bihlia Sacra ex sangtis 
PAGNINI translatione^ sed ad Hebraicae linguae amussim naviS" 
sime ita recognita et scholiis iüustrata, ut plane nova editio 
videri possit cum praefatione et scholiis mich. villanovani. 
/sEBVETi/ Deze uitgaaf werd vooral wegens hare aanteeke- 
ningen gezocht en berokkende, waar zg gevonden werd, 
den bezitter groot onheil. 

Het laatste blykt uit de geschiedenis van den welbekenden 
OLiYiER DS BOCK. In de woning, waar hg, tgdelgk te Ant- 






65 

werpen yertoevende , verbl^'f hield, waren gevonden en bg 
den magistraat ingeleverd ,^eenen Byhel getradaceert per zanten 
PAGANiUM, concordantiae bibliomm, paullus eoineta in medi- 
cinis, met noch seker boecxken genaemt aurea cathedrd'\ 
Ygl. ^^Antwerpsch Archievenblad" IX, 178. 

In de eerste plaats is bedoeld de Biblia Latina van xantüs 
PAONiNUS, den zeer geachten kenner der Hebreen wsche taal, 
die 24 Ang. 1541 te Ljon overleed. 

Beza heeft erkend, veel van dezen vertaler geleerd te hebben, 
al meende h^ diens werk op meer dan éene plaats te mogen 
en te moeten verbeteren. Als vertaler werd de naam van 
PAONiNus soms op den titel niet vermeld, om exemplaren aan 
leden der Roomsche Kerk te sigten, gelyk gedaan is door 
THOMAS oüABiNus bg den dmk van 1564 te Basel in fol. 

Gelnkkiger dan zgn medegevangene, christophorus fabbi- 
crus, die ter dood veroordeeld werd, is bock ten eeuwigen 
dage gebannen nit ons land; lichte straf voor een man, die 
wel geen plan zal gehad hebben, ooit weer te keeren naar 
streken, waar hg zulke benauwde dagen gesleten en zooveel 
droevigs aanschouwd had. 

Biblia ejusdem de anno XLIJII met synen inuentaris. 

De Igst der te Parijs en Ljon gedrukte bijbels is verre 
van nauwkeurig en volledig. Ook hier valt het moeilgk, de 
reden op te geven, waarom de eene genoemd en de andere 
voorbijgegaan is, tenzg men mag aannemen, dat alleen op 
de Igst geplaatst zgn geworden exemplaren, die toevalligerwgze 
in handen der Cenaores gekomen zgn. 

Index bïbliorum impresstis Colonie in edibus Quentellianis. 

Hoogst waarschgnlgk een herdruk van den reeds genoemden 
Index rerum et aententiarum , quae in veteris et novi Testamenti 
libris cantinentur^ uit den bgbel van stephanus. 

Antwerpie per antonium goinum, anno XL, met sijnen in- 
uentaris. 

Antwerpie per martinum cesarem , anno XXXIIII met sijnen 
inuentaris. 



66 

Antwerpie per joannem steelsium, annis XXXVIII ^ XLI^ 
XLIl met hunnen iniLentarissen. 

Deze bybelaitgayen , door de boekdrukkers en boek^erkoopers 

ANTONIUS GOINUS of OES GOIS, MAETINUS OB KBYSBE of l'eMPE- 

BJBua en johannes steels, te Antwerpen verspreid, geven 
den tekst weder van het door stbfhanus gelegerde en werden 
veroordeeld wegens den zoogenaamden inventaris of index. 

Basilee per frobenium , an. XXX et XXXVIII met hunnen 
inventarissen. 

Basilee apud nicolaum brilingerum , anno XLIIIl met sijnen 
inuentaris. 

Basilee cum annotationibus sebastiani munsteri , anno XXXV. 
Fboben en bbtungbb, uitgevers te Bas el deden nog iets 
meer, dan hnnne Antwerpensche confraters. Zg verbreidden 
de vertaling van sebastiaan münsteb, die naar den Hebreeaw- 
schen tekst de VtUgata veranderd en verbeterd had. Waai> 
sch^nlyk heeft conradus pblucanus toezicht over die nitgaven 
gebonden, die zich tot deze taak geroepen achtte, naardien 
sebastiaan münsteb, toen ze beiden onder de Franciscanen zich 
bevonden, tot zijne leerlingen behoord en van hem de begin- 
selen der Hebreenwsche grammatica geleerd had. Richabd 
SDCON kende aan de vertaling van münsteb den voorrang toe 
boven dien van pagninüs; even gunstig oordeelde over deze 
uitgaaf ARiAS montanüs, als gevende zg den grondtekst ge- 
trouwer en zeer verstaanbaar weder. 

Bïblia ejusdem sebastiani impressa Tiguri apud christophorum 
FROSCHOUERUM cum inscriptionibvs libris bïbliorum prefixis^ 
et prefatione henrici büllingeri. 

De opgaaf is niet nauwkeurig. Daar is niet duidelgk aange- 
wezen of de druk van 1589 dan óf die van 1543 bedoeld is. 
Overeenkomst en verschil van beide kan gekend worden uit 
CLEMENT ^3ihl. curieuse" IV, 130 en baumgabten ^^Nachrichten 
,^von merkw. Büchern" V, 189. Aan den in de tweede plaats 
genoemden is alle denkbare zorg besteed. 



6? 



Griexsche bibelen. 

Bïblia greca Argentorati apud wolfium cephaleum, anno 
XXVI^ cum prefationibus johannis lonicerii et inscrip^ 
lionïbus ac partitionibus libris bibliorum prefixis, 

Orer dezen drak handelt nitvoerig baumoabtbn, XI, 95. 



DUYTSCHE BffiELEN. 

Tantwerpen bij jacob liesvelt in Hjaer XLIL 

„Den 3 dach Jany" verscheen deze 6^ en laatste door van 
LLBSVELT uitgegeven bgbel. Aan den tekst ^ die zeer merkbaar 
van dien der Vulgata afweek, voegde h^ anti-Boomsche illas- 
tratiën toe, b. v. bg Matt IV, 3, eene afbeelding van den 
verzoeker met een monnikenbaard, pg en rozenkrans. Deze 
en dergelgke afbeeldingen hebben hem in 1545 het leven 
gekost; zij toch hadden veel meer ergernis gegeven dan de 
aanteekening in I Joh. V voorkomende: ^^de zaligheid alleen 
„door JBsus Christus". Vgl. g. d. bom in „Theol. Studiën" IV, 81. 

Tantwerpen bij guilielmüm vorsterman in de iaren XXVIII ^ 
XXXIII j XLIIII^ XL F, met hunnen inuentarissen. 

Over den druk van 1534 handelt Dr. klbyn „Archief voor 
„Ned. Kerkgesch." I, 142. 

Tantwerpen bij henrick petersen, in 'tiaer XLL 

Prof. DOBDSs bezit een exemplaar. Vgl. zijne „Collectie van 



9J 



rariora", 19. 



Deze drnk van hendrik pbtersbn van middelborgh wordt 
genoemd door lb lono, „Boekz." 582 en Dr. kleyn, t.a.p. 154. 



68 



Walsche bibelen. 

En Anvers par martin lempereur. Lan XXXIIIL 

En Anvers par anthoine de la haye. Lan XLL 

Eene uitvoerige beschrgviDg yan de genoemde bgbels door 

IIARTIN D£ KSYSEB en ANTONIUS VANDEBHAOH£N (dE LA HAYE of 

DUMAETJs) uitgegeven in 1584 en 1541 vinden w^ ^^il^l* 
„Be]gïcsk\ 6, N. 79 en 81. Zij leveren een herdruk der 
Fransche vertaling van jacques lbfèvbe, d'btaples. 

Het exemplaar van 1534, dat beschreven is, en in de biblio- 
theek te Leuven gevonden wordt, draagt de inscriptie: 
„lek MarissaV\ Vroeger heeft het behoord aan de school der 
Jesuiten te Antwerpen en is hoogst waarschgnlgk eigendom 
geweest van chaist. marissal of marissael, meer bekend onder 
den naam van christ. fabricius, in Antwerpen als mar- 
telaar gestorven 4 October 1564. 

Dat op den index wel de uitgaven van 1534 en 1541 ver- 
oordeeld zgn en niet die, welke vroeger verschenen, laat 
zich volkomen verklaren uit de onderstelling, dat de vroeger 
gedrukte reeds verkocht waren en niet ter kennis van de 
Cen8ores gekomen zgn. 



Nieuwe testamenten in Latyn. 

Parisiis per robertum stephanum, anno XLIIL 

Antwerpie typis martini merani, anno XLL 

Antwerpie per joannem satman, anno XLl^ cum cujrisdam 
dodissimi declaratione brevi de Euangelii et legis differerdia^ 
epistolis Pauli preposita. 

De ^^doctissimus** hier bedoeld is melanchton, wiens prae- 
fatio voor zijne commentarii in epistolam Paxdi ad Romanos^ 
reeds door veit niEXBiCH ten jare 1541 afzonderlek in het 
Duitsch vertaald, ruime verspreiding gevonden heeft. 



69 



Nieuwe testamenten in Duytsche. 

Te Coelen bij joannes gymmick, In Hiaer XXXL 

Volgens LS long^s ,3oekzaal", 582 , was de vertaliiig bewerkt 
naar de beste Grieksche Handschriften. Zg werd in 1541 
herdrukt. Des nitgeyers zoon, althans bloedverwant , jan 
GTMHICK gaf in 1562 een N. T. te Antwerpen in het 
licht. Vgl. DOBDBS „BiW. Advers." IV, 42. 

Tantwerpen bij joannes gornelii, alias hetmerius in 'tiaer 
XXVIII. 

Alleen in de „Boekzaaï^ 583, genoemd, als nitgegeyen 

door JAN GORNBLISSEN. 

Tantwerpen bij jacob liesuelt in de laren XLII^ XLIII^ XLIV. 

Vgl. „Boekzaal" bl. 561. 
Tantwerpen bij godefridus vanderhaghen. Sonder aantee- 
kenninghe des laers. 

Voor dezen nitgever drukte martin db ketser in 1525 het 
N. T.; in 1531 eene vertaling der Psalmen. Vgl. oobdes 
„Bibl. Advers." IV , 40. 

Tantwerpen bij martinüs de keyser in de laeren XXXI 
en XXXV. 

Vgl. „Boekzaal", register op de jaren en dobdbs „Bibl. 
„Advers." IV, 40. 

Tantwerpen bij joannes satman, in HIaer XLIL 

Tantwerpen bij joannes van loe, in 't loer XLV. 
Vgl. DOBDBS „Bibl. Ad vers" V, 16. 

Tantwerpen in den mol bij henricus peetersen. 

Waarschynlgk is bedoeld de druk van 1544. Zie dobdes 
„Bibl. Adversaria" IV, 41. 

Tantwerpen bij mattheus grom in de laren XXXVIII en XLL 

Tantwerpen bij stephanüs mierdmans, in 'tiaer XLV. 

Over de lotgevallen van dezen drukker en z^ne drukkerg 
deelt LE LONO een en ander mede „BoekzAB\'\ 708. 

Tantwerpen bij simon cock, in 't loer XLIL 



70 

Nieu Testament zonder aanteekeninghe der plaetsen ende des 
printers y in 'tiaer XLL 

Nieu Testament y dwelck op den titel aldus begint: dat nieuwe 
testament ons Heeren Jesu Christin met alder neerstichheyt 
ouersien ende verduijtscht , met een vermaninghe om aUen 
Christen menschen met grooter neersticheyt dai Evangelium 
te lesen. Sonder iaer^ plaetse ende printer. 

Al de genoemde zgn in de ^^Boekzaal" yan lb lono yermeld. 
De bgbelnitgayen van christophel tan rbmunde of rürb- 
MUND£, met het welbekend drukkersemblema, de letters C E. 
d. i. CHRisTOPHOBUS SNDOViBNSis komen echter op de Igst 
niet voor. 

Volgens de ^3oekzaal" hebben de &emundb*s yan 1528 tot 
1552 geene bgbels ter perse gelegd. De opgayen yan prof. 
DOEOES ^^Nieawe Bibl. Hist. Ontdekkingen" (1876) 24 yerge- 
l^kende met het opgeteekende in de ,3ibl. Belgica", F, 19 
moet ik aannemen, dat er drie dmkkers of nitgevers yAN 
EEMUNDE geweest z^n: hans, jean en cheistophb, terwgl er 
nog een lid der familie bekend is, die den naam yan fbaüs 
droeg en in 1550 bg stbelsius eene Latgnsche yertaling yan 
den Christus patiens yan obegoeius nazianzenus ter perse gaf; 
eene opmerking, die ik tot mgn spgt niet nader kan toe- 
lichten, daar de onderlinge familiebetrekking der genoemden 
mg onbekend gebleyen is. 



Walsche nieuwe testamenten. 

En Anvers par guilielmum de montes es Ans XL et XLIIL 

En Anvers par henricum petri aut fouant Lan XLIIL 

En Anvers par jacques richart. Lan XLIIL 

Voor den toenaam yan willem yAN bebgens confrater, 
HENDBiCK PETEBSEN, ,,foQant" wect ik gccnc yerklaring. 



71 



DUYTSCHE BOECKEN. • 

Der Joden biechte. 

YgL over dit geschrift Tan den bekeerden Jood ffeffsrkobn 
B. BÖCRINO ^^atteni Opera*' Sappl. II, part. I, 50 en l. geigeb 
,^Johan Benchlin" 212. 

De „Bibl. Belgica", P, beschrijft de Nederlandsche aitgaaf, 
die in 1548 plaats greep. Zg droeg dezen titel: die Joden 
biecht^ is dit höecxken ghenciempt, te kennen gheuendey alle 
hare vglsche treken ende hare leeringen ^ ende hoedat sy haer 
teghen die Visschen ende Hanen biechten ^ ende het volck met 
woeckeren bedriegen ende in laste bringhen^ ghetranstateeri 
tut den hoochduytsche in onse nederlantsche sprake. 

De plaatsing op den Index van dit -niets anti-Boomsch 
bevattend geschrift laat zich verklaren uit het feit, dat eens- 
deels de scherpe uitvallen van pfeffehkobn tegen het geld- 
schieten der Joden menigeen heeft ontstemd, die daarvan 
gaarne gebruik maakte, anderdeels uit de afkeuring, welke 
pfeffebko&n's str^'d tegen bbuchlin en de voorstanders der 
Hebreen wsche taalstudie had opgewekt, zoodat zelfs het Boom- 
sche hof partg koos tegen de tnri obscuri der 16^ eeuw. 

Het paradijs van Venus. 

Het werkje is hoogst zeldzaam geworden. De Heer AaNOLD 
deed mig opmerken, dat een exemplaar voorkwam in den 
Catalogus der boeken van i. van steenbb&ghbn (Gent 1802) 
11, N. 140 met den titel: Int Paradys van Venus zijn amou- 
reuse vragen der liefden. Van houtsneden voorzien zag het 
zonder jaar van uitgave het licht te Antwerpen b^ willem 
TORSTEBMAN. Waarschgulgk behoort het tot de zedenkwetsende 
geschriften tegen wier verspreiding de Index te recht zgn 
gezag gelden deed. 

Een suuer traktaetken genaempt Tytcortinge der pelgrimagien 

des menschen Uwens , dat men broeder jan glapion toeschrijft 

Jan glapio, de Franciscaner monnik en biechtvader van 

KABEL V, in 1522 te Yalladolid overleden, zou volgens 

bovenstaande opgaaf dit geschrift vervaardigd hebben. Van 

elders is daarvan niets bekend, zoodat ook paquot, ^^Mémoires 



72 

IV, 403, die over olapio een beknopt levensbericht mede- 
deelt, hier in het onzekere yerkeert. Het raadsel zal alleen 
kannen worden opgelost door den gelukkige , wien een exemplaar 
der Pélgrimagie in handen mocht komen. Intnsschen moeten 
WTj wel opmerken, dat de Index de woorden gebruikt: „dat 
,^men broeder jan glapion toeschrgft", waaruit blijkt , dat zgn 
naam op den titel als auteur niet genoemd is geworden. 

Een seer profüelyck ende troostelyck boecxken van den ghelocme 
ende hope^ ende wat dat uprecht gelooue es, ende wekke ghenade 
die mensche door dat gelooue vercryghen mach , dasrhy staende 
een boecxken vander liefden. 

Terecht heeft Dr. i. m. j. hoog „de Martelaren der Her- 
„Yorming in Nederland tot 1566", 122 op de moeielgkheid 
gewezen, om nauwkeurig te bepalen, aan welk geschrift bg 
de opgaye van dezen titel moet worden gedacht. Bg herhaling 
is een boekje met dergelijken titel gedrukt, blgkens de opgaven 
van prof. doedes „Collectie van Rariora" 58 en 119, die een 
druk van 1534 vermeldt als den eersten en een van 1614 
als den laatsten hem bekenden. Op den Index van 1550 komt 
het voor, evenzeer op dien van 1570. Zoodra wg de geschriften 
van STATjPiTz raadplegen^ „Opera quae reperiri potuerunt 
„omnia" uitgegeven door i. k. f. knaake, vol. I en daarin de 
tractaten de amore Dei libellus en de sancta fide Christiana 
libellt^ vergelgken met deze opstellen over „het geloof' en 
„de liefde" bemerken wg, dat zg niet van dezelfde hand af- 
komstig zgn. Toch is het zeker, dat het libellus de amore 
Dei in onze taal is overgezet. Het is bekend, dat in den 
„Catalogus" der Bibliotheek van is. le long onder N. 1135 
der Libri in 8^. 94 voorkomt een exemplaar in een band 
met werkjes van hans denk, als het laatste in dien merk- 
waardigen bundel: van dye Liefde Gods van joannbs statt- 
Binus, overgheset door bernabdus beyema. Ik meen, dat Dr. 
L. KELLBR „Histor. Tascheubuch" 1885, 144 dezen betma 
ten onrechte onder de Anabaptisten rekent, althans indien 
die BETMA dezelfde is als de Friesche geleerde van gelgken 
naam, van wien ik kennis gekregen heb door de vriendelgke 
voorlichting van Mr. boeles. Hg veroorloove mg hier de 
woorden af te drukken , die hg mg ter beantwoording van de 






73 

tot hem gerichte yraag betreffende betma zond: ^Jk meen 
,^den bedoelden als een medeleerling van suïp aidus pbtbxjs te 
^^hebben ontmoet, die zgns gedenkt in het levensbericht van 
^^FBTBüs FiEBius smenoa" ^^dc scriptoribos Frisiae decades XVI" 
492, als beider leermeester : ^^praeceptore smenga noster nsas est 
yiro optimo et emditissimo bebnardo a beyma Leovardiensi , 
qoi nobis in commnni patria condiscipulos olim fait. Sub 
M. COENEUO GOLEBBETO. qoi qnidcm ad insignes dignitatee 
politicas saepins evehi potnisset, in re literaria promoyenda 
se continere malait et diversis in locis publicas scholas rexit 
et scripsit etiam nonnulla, qnae an inexcnsa sint, hactenus 
ignoramus, ad nestras certe manos nondnm pervenernnt; 
vivat nee et etiam compertnm nos habemns". ,^ Voorts*', dns 
vervolgt Mr. bosles, ^^heb ik den naam van beyica aange- 
„troffen in een brief van omstreeks 1570, waaniit blykt dat 
^jhg van de A-school te Qroningen naar die te Leeuw- 
aarden vertrekt. In de ^JUustrium HoUandiae et West- 
^^Frisiae Ordinnm Alma Academia Leidensis" (1614) wordt 
^^BEBNAEDüs BEiMA ondcr dc Rcctorcn van het Haagsche Gym- 
nasium genoemd, van wier onderwgs joannbs mbubsius veel 
genoten heeft". II. 217. Hg zelf getuigt dit pag. 192 der door 
hem bezorgde uitgave der „Athenae Batavae" (1625). De 
Bibliotheek van het Friesch Genootschap bezit een opus pos- 
thumum van dezen geleerde: Corie ende klare vJUegginghe over 
het Hooghe^Liedt ScUomonis door bbrnabdum beyema, die voor 
desen gheweest is Rector der Latijnsche Schole in 's Gravers 
haghe. In 's Gravenhcighe bij hellbbbant jagobsz., tvoonende op 
de Marckt^ 1619, 256 bl. groot, behalve voorrede en inleiding. 
Blgkens de voorrede is het uitgegeven door j. lamotius, den 
Haagschen predikant ^^met Consent van myn Heeren de Bur- 
yjghemeesteren van 's Gravenhage". Deze opdracht werd 
goedgunstig aangenomen en ,^hem toegevoucht 't sestich ponden 
voor de dedicatie ende presentatie van zekere bouczkens van 
Mr. BETKA, gewesene rector van groote schoole alhyer, 
wesende duytlegginge van het Hooge Lyet Salomons". (Vgl. 
de Navorscher" 1879, 837). Lamotius laat zich aldus over 
den schrgver uit: ,,het is geschreven door bernabdum beyema, 
,,een seer gheleerdt ende vroom Man , die alhier in den Haghe 



wi 



»9 



93 



74 

^^▼oor desen de E. E. Latynsche Schole wel ende lofielicken 
heeft gheregiert, die oock het Ampt van Onderlingschap in 
de Eercke yan den Haghe bedient heeft*'. De Heer boeles 
Iaat de yraag in het midden, of onze auteur behoord heeft 
tot het adellek geslacht der bbyita's. In het ^^Stamboek yan 
,^den Frieechen Adel" komt omstreeks 1550 werkelgk eenBEa- 
NABDTJS A BBTMA yoor met de bgyoeging, dat deze waar- 
schgnlgk dezelfde is yan wien süffr. pbtri melding maakt. 
Steeds noemt onze antenr zich zelyen beyeha, gel^k de 
Leidsche hoogleeraar yan dien naam zich niet a betma , maar 
JULius BEYMA nocmt. Dat a (betha) en ab yond de Heer 
BOELBS in den regel bg den geslachtsnaam geyoegd door derden, 
die oyer gemelde personen handelden, totdat langzamerhand 
de kinderen dier lieden dat a en ab zich toeeigenden. 

De fraaie monografie yan Dr. kelleb maakte ons bekend 
met den persoon en de geschriften yan hans denk en dus ook 
met diens tractaat von der waren Lieb^ 202 en 242. De 
yraag of eene yertaling yan dit tractaat door den Index be- 
doeld is, moet ontkennend beantwoord worden, dew^l de 
inhoud yan denk's opstel, gelgk Dr. keller dien ontleedt, 
niet oyereenkomt met het op deu Index genoemde geschrift. 

Het zal moeielgk z^n den auteur of de auteurs dezer trao- 
taatjes, bigkbaar reeds yóor 1550 samen uitgegeyen-, te ont- 
dekken. De titel-opgaaf yan den Index is, gelgk yaak, onbe- 
paald en daardoor onduidelgk. Zg laat ruimte yoor gissingen. 

IsAao LE long, y^Beschrgyinge yan de Reformatie*', 481 
spreekt oyer een boekje, handelende yan het opreM gdove^ 
Hope en Liefde, yol tegenstrgdige Leeringen tegens de 
Boomsche Kerke , uitgegeyen door jan siEyERSZOON , den kreu- 
pele bggenaamd, te Amsterdam. 

Prof. DE HOOP SCHEPPER, t. a. p. 431 noemt ijsbband sohol, 
priester te Amsterdam, als auteur en yerbetert in de aan- 
teekening yerkeerde inlichtiiigen. In de boekyerzameling yan 
o. p. SERRUBE . y^Gatalogue" I, 37, N. 274 beyond zich een 
exemplaar yan een profetelick ende troostdick boecxken van 
den gdoove ende hope, wat dat opredit ghdoove is, gheprent 
t Antwerpen bij adriaan yAN bergen (1534), dus een druk 
yan het eerste opstel alleen. Prof. doedes leende mg goed- 



75 

gunstig zgn exemplaar van twee latere drukken, dien yan 
1603 in 'sOravenhage bij hillbbrandt jacobszoon en 
1614 tot Delf b^ bbüyn harmansz. scehnkbl, oen de Voor- 
straet in de ghecroonde B, Ik zie mg alzoo in staat gesteld, 
den geheelen titel van de gezameul^ke uitgaaf der drie trao- 
taatjes hier over te nemen: een profytelick ende troostdyck 
hoecxken^ van den Ghélooue ende Hoope^ wat dat oprechte 
Ghelooue is: Ende welcke genade de mensche door dat Gdooue 
mach verkryghen : Ende hoe schadelick dat onghdooue is. Noch 
een hoecxken van de Liefde^ die Godt tot ons heeft ende wat 
de Liefde werckt^ ende hoe schcLdéLiók de Liefde des WeerèUs 
is. Allen menschen seer troostelyck. Met noch een devote con- 
templatie van de Bruyt Christi, ende is seer leerlic ende pro- 
fyteiic voor allen goede Qiristelicke Menschen. De „prologhe", 
op de keerzgde yan het titelblad afgedrukt, geeft geenerlei 
opheldering oyer den oorsprong yan het uit drie afzonderlgke 
stukjes bestaande geschrift. 

Den rechten wech tot den euwyghen leuen , uuyt die IIII Eua/n- 
gelisten ende epistelen van Sint Pauwels ghetoghen. 

De Bibliotheek yan de Maatschapp^' der Nederl. Letterk. 
te Leiden bezit een exemplaar yan den oorspronkelgken 
dnitschen tekst, ^^Catalog." I, 798, die in 1526 onder het 
publiek kwam. De inhoud verklaart den opgang, dien het 
maakte. Het levert een bloemlezing, met zorg gekozen, uit 
de Schriften des N. T.; uit de Handelingen der Apostelen, 
de brieven van Jacóbus^ den 2^1^ en 3^ van Johannes en uit 
de Openbaring zgn echter geene plaateen overgenomen. 

Wanneer is het in onze taal overgezet? Is het misschien 
geschied na 1542 en mag dan de vertaling beschouwd worden 
als gericht tegen een' ten jare 1542 in het licht gezonden 
tract^at van flobis van hablbm, die zich zei ven noemt ,^on- 
^^waerdich dienaer der Gathuseren binnen Lueven**^ aldus 
geheeten: den wech des leuens. Een gheestdic boecxke leerende 
hoe dat ee goet kerste mesch moet beginne en voortgaen in 
deuchde met véle dewote gébedë en gheestelicke corte verma- 
ninghe om tot ee warachtich gheestelic lewen tecomen\ghemaect 
bi den prior van der Cathuser ordenen binnen der stadt van 
Loven. Emi. XXX. Dit is de wech wadeU daerin. Malt. VIL 



76 

Die poort is enge ende naauwe is den weck die daer leyt tot 
dat leuen en luttel isser die dien vinde. Prov. XV. Quaet is 
die leeringhe der geene die verlaten den wech des leuens. Dit 
boec is getiisiteert en geappróbeert vanden doctoren en ghdeerde 
mannen ut Loven? De opdracht is gedagteekend op den tweeden 
dach van Aprü^ Anno MCCCCC en XLIL Met dit uit?oerig 
tractaat heb ik kennis mogen maken door het exemplaar, dat 
de biUiotheek der Maatschappg van Ned. Letterkunde daarvan 
bezit ^^Catalogas'* I, 619. Ik reken den inhoud tot het stich- 
telgkste, dat de Roomsche pers der 16^ eenw geleverd heeft. 
Het eerste boek handelt over de beletselen , waardoor de voort- 
gang van het geestel^k leven belemmerd wordt; het tweede 
beschrijft de drie deelen der waarachtige penitentie; het derde 
w^st aan, wat er door matigheid, tacht des lichaams, goede 
manieren, vooral door voorgangers en leidslieden kan en 
moet gedaan worden ter bevordering van geestelgk leven. 
Nadrakkelgk wordt gewaarschuwd tegen den omgang met 
goddeloozen, het onbedachtzaam verkeeren op heilige plaatsen 
of bij vrienden en aangedrongen op voorzichtigheid in spreken 
en zwegen. Voortreffelgk mag de inhoud heeten van het 
vierde deel, waarin opgewekt wordt om de gezondheid der 
ziele te zoeken en te bevorderen. 

Elk onderdeel wordt besloten met een gebed, waaronder 
vele te recht den naam van devoot mogen dreven. 

Terwijl de Schrift wordt aangehaald en op uitnemende wgze 
toegepast, is het boekje blgkbaar van een man afkomstig, 
die met hart en ziel zyne kerk was toegedaan, hare heiligen 
eert en haren biechtstoel aanbeveelt. 

Dit 18 een boecxken van verduldich lijden^ welck Sinte ber- 
NARDT beschrijft. 

Naar ik gis bevat dit traktaatje een sermoen van bbbnaed 
VAN GLAiRVAUX. Recds in 1495 waren te ^^ZwoUe in den 
^^Stichte van Utrecht by pbt£& os van brbda" uitgegeven: 
Sinte BBRNARDUS Sermonen. In de verzameling van sbrrubs 
^^Gatal." II, 33. N. 2127, kwam een exemplaar voor. In 
^^BuUetin du Biblioph. Beige" XX, 47 wordt eene uitgave 
vermeld van micuiel van hoochstraeten, verkocht op de auctie 
der boekverzameling van van voorst ^^Catal." N. 3407, en 



77 

beschreven als bevattende 39 bl. in 8^. Op een afzonderleken 
afdruk van een dier sermoenen was waarsch^nlëk de kerkelijke 
goedkeuring niet gevraagd en de uitgaaf dientengevolge onder 
het vonnis der veroordeeling gevallen. 

Een schoon onderwijs van gheestelycken huyshoudinghe justi 

MENU. 

Blijkbaar wordt het geschrift van justus meniüs bedoeld: 
Oeconomia Christiana, das ist, von Christlichen Hamhaltung. 
Het is gedrukt te Wittenberg in 1529 en nogmaals te 
Neurenberg in 1533, met eene zeer aanbevelende voorrede 

van LUTHER. 

Eenen cleynen Cathecismus oft onderwijs ende fundament des 
Christelycken geloof s^ den cleynen kinderen^ ende allen sim- 
pelen menschen hoven maten nut. 

Een exemplaar komt voor in serbu&e's ^^Gatalog.^' I, 32 
onder N. 247, met den variant allen slechte simpele menschen 
profitelick, 

Ongetwyfeld hebben wg hier te denken aan de eerste uit- 
gaaf der vertaling van luther's kleinen Catechismits; schultz 
JACOBI ^3^<lfag6n tot de geschied, der Ev. Luth. Kerk", 
I, 40, beschrijft een druk van 1566 die van niews ut de 
Hoogduytsche in onse Nederlantsche tale overgeset, op eene 
vroeger plaats gehad hebbende uitgaaf wgst. 

Salv^ populi met des creupelen Calengier. 

Het ontleden van den titel valt niet licht. Des creupelen 
Calengier duidt waarschgnlëk aan een calender^ die op den 
titel den naam des uitgevers jan syvaerts dye gropel droeg. 
Het eerstgenoemde Salus populi is tot heden mg onbekend. 

Den kersten reghel^ inhoudende een schoon testament der lief den. 

Savonarola schreef, waarschijnlgk in zgn kerker, ten jare 

1498, Regola del vivere Christiana mente. Ik onderstel, dat 

eene vertaling van dit zijn testament, onder bovenstaanden 

titel uitgegeven, op den Index geplaatst is. 

Dat Paternoster vuytgeleit door matthias bywank. 

Zonder opgaaf van woonplaats of naam des drukkers zag 
te Antwerpen by w. vorsterman, omstreeks 1525 het 
licht: van dat heylighe Paternoster. Een verstandlycke ende 



78 

aerbaerlicke verdaringhe , hoe een Kersten mensche dat heylighe 
ghebet hequamdick offeren saL Gemaeckt doer eenen geleerden 
doctoor M. l(uther). Aldas luidt de titel by serrurb ^^Gata- 
,^logne" I, 34, N. 256. Het bg sebrübb genoemde komt mg 
voor eene eerste uitgaaf te zgn van het geschrift van LUTHia, 
terwgl men op de latere, de door den Index veroordeelde « 
als auteur genoemd heeft m. bywank, eene poging, om op 
dergelgke wgze den oorsprong van het geschrift verborgen te 
houden en er de aandacht van af te trekken. 

Den wech der behoudenissen. 

Ik waag de gissing, dat onder dezen titel bedoeld is eene 
vertaling van het in 1527 te Rostook bg lubwio dietz 
uitgekomen werk: eyn handtwyser to dem rechten Christlidsen 
wege eynem isslicken vromen Qiristen ganz nutte. Den titel 
alleen , niet den inhoud , ken ik door g. g. f. lisch ^^Geschichte 
„der Buchd. in Mecklenburg" (1839), 171. 

Dat begryp der gheheelder bibelen. 

Uit het exemplaar van dit hoogst zeldzaam geschrift, door 
de Academische Bibliotheek van Utrecht mg ter leen ver- 
strekt, kan ik den geheelen titel overnemen: dat begryp der 
gheheelder Bibelen^ int corte. De Thien gheboden^ doer motses 
ghegheven, ende van christo verclaert^ Rom. XV: aUe loatter 
gheschreven is, dat is tot onser leeringhe gheschreven. In 1542 
zag het boekje het licht bg MATiHEUd grom; uit het verhoor 
van JAN DE BRiviERE blijkt, dat dit cleyn boecxken ook ,;ghe- 
„print*' was te Antwerpen, op de Lombard veste, naest 
„de gulden hant, bj wouter van uer". In beknopten vorm 
deelt het kortelgk den hoofdinhoud des bgbels mede betreffende 
God, de schepping, de zonde, de belofte aangaande den 
CHRISTUS, de wet, christus, den zaligmaker, het lam Gods, den 
heiligen geest, de goede werken, ghristus onzen meester, het 
oordeel. Vervolgens toont het aan, hoe ghristus de geboden 
der wet bevestigt en toelicht, en paulus geheel in den geest 
des Meesters spreekt. De onbekende auteur is een Evangelisch 
man; van de kerk en hare ceremoniën zwggt hg, 

Den geestelijcken a. b. c. 

Prof. ssRRURE handelt in het ..Vaderl. Museum voor Neder- 






79 

daitsche letterk. ondh. en geschied.'* V, 381 over de ,, gedichten 
▼an coBNjsLis crul, van Antwerpen" en staat allereerst 
stil bg diens eenen gheestdycken A. B. Wt de heylighe Schrift 
in dichte ghestelt^ ghedruct f Antwerpen MD en XLIIL Naar 
den door hem medegedeelden inhond laat zich de veroordeeling 
door den Index verklaren. Een ander A. B. ghetogen ut den 
Psalmen van David, gedrukt in 1551, kerkel^k goedge- 
keurd en te Leuven uitgegeven, is niet onder het vonnis 
der veroordeeling gevallen, hoewel van denzelfden dichter 
afkomstig. 

Beide titels zgn opgenomen in de ,3ïbliotheca Belgica*' G, 
N. 2 en 3. 

Een schoon liedekensboeck , in wekken ghij vinden suU veelder- 
hande liedekens, oude en nieuwe. 

De volledige titel is deze: een schoon Liedekens^boek , in 
denwélcken ghy in vinden etdt Veelderhande liedekens. Oude 
en nyeuwe. Om droefheid ende melancolie te verdryven. Item 
hier syn noch toeghedaen m.eer dan veertichderhande nyewe 
Liedekens, die in gheen ander Liedekens^oecxken en staen. 
Hierachteraen vervolghende. Gheprent Tantwerpen By mi Jan 
Roulans 1544. Van dezen bundel is volgens willbjis ^^oude 
Vlaemsche Liederen**, XLV slechts éen exemplaar bekend, 
berustende op de Bibliotheek te Wolfenbuttel. Eene uit- 
voerige beschryving van dezen bundel vindt men bg hoefman 
voN PALLBRSLBBBN „Horac Belgicac" XL 

Dit is een suuverlijck boecxken , int welcke staen veel schoonder 
leysenen in latijn ende duytsche, ende veel schoonder gees- 
telycke liedekens. 

Naar eene opgaaf van willems ^^Onde vlaemsche liederen*' 
XLIV, heeft de eerste uitgaaf plaats gehad in 1508 bg adriaan 
VAN BBRGBN , bczorgd door broeder dirk van münstbr. Dezelfde 
beschrgft in het ^^Belgisch Museum voor de Nederduitsche 
„Taal- en Letterkunde" V, 442 een druk van 1540 door den 
boekhandelaar w. vorsterman. De onderstelling ligt voor de 
hand, dat het boekje van 1540, naar den inhoud gew^'zigd 
en Vermeerderd is met liederen, die Protestantsche denk- 
beelden verbreidden. 



80 

Refereynen in sot^ amoreux^ wys. 

Deze bnndel te Gent door jossb lambreght ^^ettersteker*' 
openbaar gemaakt in 1589, waarvan de Maatschapp^ derNed. 
Letterk. te Leiden een exemplaar bezit, is uitvoerig be- 
schreven in de ^,BihL Belgica*', B, N. 31. Met moeite onthoade 
ik m^ van het overnemen dier zeer belangr^ke ontleding 
van hetgeen voorgedragen is, ,^in 't vroede, in 'tsotte en in 
,/t amonrease", b^ gelegenheid van het Landjuweel, 12 tot 
28 Juni 1589 te Gent gehouden. Dr. schotel deelt in zgn 
uitvoerig verslag van dit Landjuweel („Gesch. der Bedergkers*' 
Ie deel, 809) onderscheidene proeven mede van het daar voor* 
gedragene, die volkomen de afkeuring verklaren, waarmede 
deze Refereynen door de geestelgkheid werden bejegend. 

Dat gulden ghébede hoecxken. 

IsAac LB LONG bczat meer dan éen druk van dit werkje. 
In den ^^Gatalogus'' libri in 8^ zgn N. 615 vermeld een 
druk van 1532 in 12^, van hetzelfde jaar in 16^ eene andere 
uitgave, beide te Antwerpen verschenen. Dan nog een 
gedruct te Vianen met priveLegie van den Heere van Brederode 
in 8^ van het jaar 1568 als ^^extra raar" aangeduid. Toch 
hadden de liefhebbers voor de drie exemplaren slechts 19 
stuivers over. Li de processtukken van jossb van oesberghen, 
opgenomen in tom. I der ^^Mémoires de Francisco de Enzinas*' 
814, vernemen wg, dat hg in het bezit was van ,/t Gulden 
,,gebede boecxken". 

Een deuoet hoecxken ghevomen vuyt die heylighe Scrift^ int 
welck begrepen zijn die principaele hooftstucken der X gheboden. 
Waarschgnlgk hetzelfde als het volgende: 

Een seer schoon hoecxken^ in den welcken begrepen es een 
schoone verclaringhe van den X gheboden^ op dat credo in 
Deum ende Pater Noster. 

De Bibliotheek der Maatschappg van Ned. Letterk. ^^Gata- 
logus" I, 618, bezit een exemplaar van het werkje, dat zonder 
opgaaf van herkomst bij adriaan van bergen in 1522 te 
Antwerpen gedrukt is met den titel : een schoone exposicie 
en verstant op Credo in Deum ende op dat heylighe sondaechsie 
gtbety Dwelc allen Kersten nienschen noot is te weten. 



81 

Een troostelijcke Ueringhe , hoe een yeghelyck ghewillich dat cruys 
CHRiSTi sal draghen. 

Zoa deze titel aandniden het b^ jan seyerts te Leiden 
in 1519 voor het eerst gedrukt werkje: een devote hoecxken 
van den inwendighen naevolgen des levens en des cruces ons 
heren jesu chsisi, den menschen leerende ende ten laetste 
brengende tot ald' volcomenheyt? Vgl. ,^Gatalogas — der Maat- 
schappg van Letterkunde" I, 613. 

Summa der godlycker scnfturen oft een duytsche Theologie. 
Vgl. hiervoor bl. 19. 

Kinderleere ende kinderghébet ^ a. h. 

Beeds genoemd met eenen Latijnschen titel: Catechismus 
parvus, eet. Zie hiervoor bl. 57. 

Een batement van IIII personagien , den pastoor , den mede- 
cyn^ den advocaat ende den sot genoempt onnoosel. 

Dr. SCHOTEL ^^Geschiedenis der Reder^kers" I, 239 telt dit 
batement onder de werken van willem van haecht , den factor 
der Bedergkerskamer de Violieren, dien wg als auteur van 
andere spelen zullen ontmoeten. 

Troostinghe der godlyckei^ scrift , ae7i die in lichamelycke cranck- 
heit gheuallen syn en hoe men voer die crancken bidden sal. 
Jn 1542 werd jacob van libsvbldt wegens den druk van 
dit geschrift, j^niet alleen nyeuw, maer oick vol erreuren, 
^^dwalingen ende heresiën" aangeklaagd, gedaagd en vrijge- 
sproken, dewyl hy bewees, dat de inhoud ontleend was aan 
geschriften, vroeger met kerkelyke approbatie in het licht 
gezonden. Vgl. „Antwerpsch Archievenblad" VII, 465. Blik- 
baar is het eene vertaling van caspae huberinus' opstel: Tros- 
tung auss göttlicher Geschrift an die so in leibliche Kranckheyt 
ge f allen, die so in Todesnoten liegen, ünd wie mann ihnen 
Glauben vorsprechen soU, in 1531 verschenen. Een herdruk 
van het zeer stichtelijk tractaatje, 25 bladzgden groot, met 
eenigszins gew^zigden titel: troostinghe der crancken, en met 
de volgende opschriften: Hoe men troosten sal die in licha- 
melycke cranckheyt gevallen zyn; hoe men voor die crancken 
bidden sal; hoe men troosten sal die in dootsnooden ligghen; 
hoe men den crancken dat Gheloove voorspreken sal; hoe men 

6 



82 

wyf^ kinderen en andere vrienden troosten sal van des ver- 
storvenen huisvaders weghen; troostinghe aan dye vrouwen^ 
dye in Kints noode ligghen , komt voor in den bundel, waaroyer 
gehandeld zal worden hier achter bg den titel: dat gulden 
ghehede hoecxken* 

Expositie op die tweetste epistel van Sinte peeter , ende op der 
Epistelen jude, sonder nuem des auteurs. 

Dit geschrift van lüther moet iets anders bevat hebben, 
dan het bg serbüre ^^Catalogne'* I, 33, N. 254 vermelde: 
die ierste en dat ander Epistel S. pbtbbs met eene sdwone 
utlegginglie. Het op den Index genoemde is de vertaling van 
lüthkr's dye ander Epistel S. petri und aine S. jüdab gepredigt 
und aussgelegi^ in 1524 door den Hervormer openbaar gemaakt 
en tenzelfden jare hier te lande vertaald blgkens het exemplaar, 
dat in de bibliotheek van le lono voorkomt, ^^Gatalogos*' 
libri in 80, N. 451. 

Christelycke onderwysinghe tot den rycke gods. , 

In 1524 zond wenzel linck, Lather's trouwe vriend, een 
werkje in het licht onder den titel: vom Reiche Gottes^ toas 
es sey aus »• m. luthbr's Sermon uber Matt. 28, und 
PHIL, mblanchthon's lectur üher diesen Text. Vgl. will „Nurb. 
„Gd. Lexicon" II , 449. Het op den Index veroordeelde honde 
ik, niet beter ingelicht, voor eene vertaling van linck's trao- 
taat. Ik acht deze gissing waarsch^nlyker dan eene andere, 
die m^' eerst toelachte , nameljjk de onderstelling, dat de Index 
bedoeld zon hebben eene overzetting van hendbik niclaes' 
Euangelium ofte eene frölidie Bodescliap des Rycke Godes unde 
Cliristi. Doch daar de initialen h. n. op elk tractaat van dezen 
auteur voorkomen en door den Index niet vermeld z^n, 
stem ik voor het auteurschap van wenzel linck. 

Hier beghint een nieuwe deuoet hoecxken van myrre^ hoe een 
mensclie hem sal regulieren te leuen ende te sternen. 

De Bibliotheek der Maatschap, van Ned. Letterkunde bezit 
een exemplaar van een fasciculus Myrre van 1529, — vgl. 
„Catalogus" I, 613 — dat wellicht het hier veroordeelde is. 
Het sch^nt bekend geweest te zgn onder de benaming van 
dat hundelken van myrre ^ te Antwerpen door symon cock 



WJ 

W' 



83 

uitgegeven. Een ander exemplaar komt voor bg serrure, 
„Catalogiie" II, 26, N. 2077, gheprent Tantwerpen by my 
JAN TAN GBLEN. Als een deyn hoecxken wordt het aangeduid 
in het verhoor van jan schats. Vgl. „Mémoires de Franc, de 
^.Enzinas" II, 838. 

Den spiegel der iongJiers. 

Lambert 60BTHAN is de maker van dit didactisch gedicht. 
Over de verschillende uitgaven zg geraadpleegd i. stechbr 

3iogr. de Belgique" VIII, 81, campbell „Annales de Tjpog. 

,Neerl." 235. Over de eerste, die van 1418, „Ie Bibl. Beige" 
III, 59. De laatste is die van 1860 door prof. c. p. serrurb 
bezorgd voor de werken van de Maatschappij der Vlaemsche 
Bibliophilen , N. VIII. Tot mgn spgt heeft de geleerde uit- 
gever niet gehandeld over de plaatsing van dib geschrift op 
den Index j die, naar ik gis, hare verklaring moet vinden in 
veranderingen van den tekst , door welke de druk van de Ant- 
werpensche boekhandelaren willbk vorsterman en hendrigk 
BCKERT VAN HOMBERCH zich Onderscheidde. 

Van den XII articulen des Christen gheloofs, vuytgheleit van 
Sinte AUGUSTYN , ende bij broeder bouwen de smet Atigustyn 
van Yperen vuyt den Lalyn in duytscJie ovsrgheset. 

Volgens „Catalogue" van serrure, II, 14, N. 100 heette 
de vertaler de smit en zag zijn werk te Antwerpen b^ 
MATTHBTJS GROM, auuo 1543, hct licht. Op gezegden „Gata- 
„logue** komt het geschrift voor onder die der Boomsche 
schrgvers ; waarom het nu op den Index geplaatst is , weet ik 
evenmin te verklaren, als ik iets meer kan mededeelen betref- 
fende den schryver dan h. q. janssen over hem te lezen geefb in 
zgne monografie „Jacobus Praepositus, Luther's leerling en 
„vriend" (1862), 249. Later, in 1550, kwam van denzelfden 
prior van het klooster der Augustgnen te Yperen van de 
pers : Sinle jan chrysostom in zyn XXXIII homelie aen H volck 
van Antiochien^ schrijft van den aelmosen^ daitet is een conste 
aller consten profiteliext. Ook dit tractaat werd in de Biblio- 
theek van SERRURE gevonden, „Gatalogue" II, 15, N. 2002. 

Een warachtighe prognosticaiie ende almanack vuyt die alder- 
outste ende WQ,rachtighe boecken der Astronomyen^ tot dat 






84 
eynde der werelt toe duerende^ glwpractiseert doer steuen 

WACKER. 

De genoemde schrgyer steuen wacker is mg een onbekend 

persoon. Op den titel van het geschrift heet hg ^^Astromyn 

„der Stadt Yan Goelens*'. Mattheus grom bezorgde de 

nitgaaf. De Bibliotheek der Utrechtsche Hoedeschool leende 

mg haar exemplaar. De auteur waarschuwt ten ernstigste 

tegen alle prognosticatiën , acht ze geheel strgdig met Gods 

woord en uit den booze afkomstig. Quae snpra nos, nihil ad 

nos, is de spreuk, die hg tot volle waarheid wenscht te 

maken. De bruikbaarheid van zijn werkje wordt verhoogd 

door hetgeen hg ten slotte mededeelt: P. „Gort begryp wat 

^elcken Christen mensche daghelick behoort te doen en te 

Jaten*'; IP., „een ghebet voor eenen mensche die in souden 

yghevallen is." Den hem bezielenden Evangelischen geest 

houdt hij nergens verborgen. 

Der zieckeri troost, onder* urysinghe om gherne te steruen^ troos- 
tinghe om den ziecken tot ten rechteyi ghélooue ende betrouwen 
in CHRiSTO te onderwysene. 

Een exemplaar behoorde tot den rgken boekenschat van 
SERRURE, zie „Catalogue" II, 40, N. 2172. Volgens het daar 
aangeteekende was het gedrukt bg steven mierdmans en uit- 
gegeven door MATT. GROM in Antwerpen ten jare 1543. 

Een Christen oft kersmis bancket. 

In den „Catalogus" der Boekerg van Letterkunde, I, 612 
wordt vermeld : een gheestelick avantmael. Hoe alle devote ker^ 
stenen een vrolycke kersmisse en eenen bly geestelick avantmael 
bereiden ende houden suUen met curisto jestj, die weerdt 
ende huysheere van thuys onser herten, Tantwerpen m. van 
HOOGHSTRAETEN (1533?) Kau dit het bedoelde zgn? 

Een medecyn der zielen voor den ghesonden ende crancken^ in 
dootsnoot, ende allen menschen seer profitelyck. 

Ofgelgk de titel in zgn geheel luidt: de Medicyne der Siden 
voor die ghesonde ende crancke in den doots noot ende alle 
menschen seer profitelyck ende nootsakélyc door Dfoctor/ V(rbanu8) 
/?(hegiaa). Nodi een Christelycke vermaninghe hoe een mensch 
hem hebben sal die van Godt gheproeft wordt, Gedruckt by 



85 

GLAES YAN OLDSNBORCH , 1586. Het is 66116 Y6rtaling Tan het 
tractaatje van ttbbamus rhegius: Seelenarzney für Gesund 
und Kranken zu diesen gèfdhrlichen Zeyten , in 't Daitsch en 
in 't Lat^n verspreid. Glaes van oldbnborch werd wegens 
deze* overzetting geêxecnteerd. Vgl. „Antw. Archievenblad" 
XII, 452. De begeerte naar het bezit van deze medicyn bleek 
zeer sterk te wezen. Het verbod der verspreiding werd in 
1570 vernieuwd. Want eene tweede uitgaaf in onze taal 
was verschenen, waarvan een exemplaar beschreven is in den 
„Gatalogue" van sbrrurb II, 33. N. 2128: medecyn der 
Siden , voor alle menschen gheestelycke o ft wereldlycke seer pro^ 
fttdyck door Meester jan vbrbrügghen, erfparochiaen van 
Neckerpoél tot Mechelen, Gheprint Thandwerpen hy my jan 

VAN GHELEN, 1559. 

Dr. UHLHORN bericht, a. a. O. 149, met de eigene woorden 
van RHEGIUS, dat het werkje bevatte: ^^ein Unterricht fdr die 
,,Einfaltigen , damit ein Jeder, so lesen kann, ihnen aus dem 
>,Wort Gottes zu sprechen und Trost geben kann in der Noth". 

Een nieuw bewijs voor de graagte, waarmede het boekje 
begeerd werd ligt in een zonder plaats of naam van uitgever 
verschenen druk, waarvan prof. dobdes zyn exemplaar mg ter 
inzage afstond, beschreven in z^'ne ,^Collectie van Bariora" 
101. De titel is deze: de Medicyne der Sielen^ voor die ghe" 
sonde ^ ende crancke in des doodts noodt ^ ende allen menschen 
seer profitelyck ende nootsakelyck door D. V. R. Noch een 
Christélycke vermaninghe^ hoe een mensch hem hebben saï, 
die van Godt gheproeft wort. Esai LV, compt al 'tsamen^ enz. 
Het tweede gedeelte heeft, blijkens aanwgzing in den tekst, 
den bekenden godgeleerde gaspar huberinus tot auteur, en is 
waarschijnl^k eene overzetting van zijn tractaat vom Zom und 
Güte Gottes^ door lüther geroemd als ^^ein fein Büchlein". 

Nog eene uitgaaf wordt genoemd door het ^^^H^tin du 
„Biblioph. Beige" XX, 362, in het licht gezonden bi mi 
MAGmsL VAN HOOGHSTRAETEN , wonende bi onser vrouwe Kerckhof, 
voorzien van houtsneéplaatjes , zonder opgaaf van het jaar 
des druks. 

Den troost ende spiegel der ziecken ende den ghenen^ die in 
lyden zyn^ vuyt die heylighe scrift. 



86 

Bg den titel worde den veranderd in een en opgenomen: 
b^eengevoecht ende neerstelick ghecorrigeert MDXXXI. 2 TimoUiei 
111: alle scrifture enz. en: Een is van noode sprect die Heere 
selve. Al so seggen wi mede^ van dit boecxken hoven aüe ander 
hoecxken ist van noode ^ dat men dese materie uH ercant^ 
want in tribulade wycen veel van God^ want si aldusdanige 
leeringe ende scriftuere noyt ter herten getogen noch grondelick 
verstaen en hebben^ ende men heeft se ons in voorleden tyden 
niet voor gheholden, Weest God danébaer^ ende htbt lief alle 
menschen. Onderaan op de laatste bladzgde leest men: ghe^ 
druckt by my niclaes van oldenboegh. Int jaer als men schreef 
MDXXXL Ik kon een en ander oyernemen uit het exemplaar, 
dat de Utrechtsclie üniversiteits-bibliotheek mg leende, een 
exemplaar van hetzelfde jaar van uitgaaf, als serbubb bezat, 
,^Catalogae*' I, N. 278. De aateur Wilhelmus gnafheus deelt 
in de voorrede van eene latere uitgaaf, die van 1557 — 
waarover hierachter gehandeld zal worden — mede, dat de druk 
van 1531 buiten zgne voorkennis heeft plaats gehad en ^^dat 
„boecxken menichmael is herdruckt gheweest". Ik ken slechts 
éen van die herdrukken, namelgk een uitgaaf van 1532, die 
vermeld wordt in den Catalogus. van iSAao le lono, libri in 
8^. N. 721. 

Het boekje vangt aan met een ^^voorrede oft Prologhe". 
TiMOTHEüs comende van sinen Prochiaen , die hem gheweygert 
hadde den siecken armen man lazabuü te comen besoecken, 
spreekt also by hem" en ontboezemt een klachte tot den 
^^warachtighe Herder ende Bisscop onser Sielen Christi Jesu** 
dewgl men ,^nu weynich Herders vint, die haer sielen setten 
^^voor haer schaepkens". Tobias hoort deze verzuchting en 
vraagt naar hare aanleiding, waarop timotheus verhaalt, dat 
beider nabuur lazarus zeer krank is en de nieuw aangekomen 
kapelaan, dien hg verzocht had bg den zieke te komen, 
zich verontschuldigt, daar hij zgne getgden moet lezen, daarna 
noch misse doen en ronduit verklaart: ^^c heb voorwaar 
geen tyt, als ick eens ledig ben, so sal ick comen". Het 
daarop volgend gesprek eindigt met een opwekkend woord 
van TOBIAS tot timotheus, om den kranken lazakus te ba- 
zoeken, doch niet te haastig, ,^om te besien, oft onse Capel- 



9> 



87 

^^laan daer niet gaen en sal; hy en salt ter avontueren van 
„schaamte niet derren laten". Het bezoek van timotbdëus heeft 
plaats en lazakus wordt van hem „gheleert hoe hy hem selven 
„int cruys ende lyden verduldelycken draghen sal". Daarna 
Yolgt een tsavnen spraeck Tóbie ende Lazari; waerinne Tohias 
den siecken man, Lazarus leert ^ hoe dat die doot met een 
vast ghéloove des toecomende levens te begheeren ende te aenr 
veerden is. 

De ruimte verbiedt mg nittreksels van dit uitnemend ge- 
schrift te geven; ik erken gaarne veel stichting uit de lectuur 
genoten te hebben. 

Een cort onderwys vuyt der heyligher schrift^ om de menschen 
te bringlien om gheerne te sternen, 

Vgl. sbrkxjkb's „Catalogue" II, 40, onder N. 2172: der 
siecken troost^ ondenoysinghe om ghewiüichlyck te sterven. 
Tantwerpen b^ matt. grom, ghedrtickt by staven miebdmans. 
Wien het geluk ten deel zal vallen, een exemplaar van dit 
werkje in handen te krggen, beoordeele de gegrondheid mgner 
gissing, dat dit cort onderwijs eene vertaling is van luthee's: 
ein nützlich und f ast tröstlich Predig, oder ünderrichtung ^ wie 
sich ein Christen mensch mit f reuden bereyten sol zu sterben^ 
in het licht gezonden met verzwijging van luther's naam. 

Een boexken^ hoemen die kinderen leeren sal inden rechten 
ghelooue^ door een maniere eender vraghe ende antwoorde 
ondertvysende. 

Bg dezen titel denk ik aan het in sebrurb's „Catalogue" 
n, 38 onder N. 2159 en 2160 in het Fransch en Vlaamsch 
vermelde: Catechisme^ c'est d dire^ les ptemiers enseignementz 
de la Réligion Chrestienne^ les quelz Ie Père enseigne d son 
Füs , beide gedrukt zonder opgaaf van plaats of tgd. 

De principael hooft articiilen van allen dinghen^ die den 
menschen troostelyck syn ende van noode te weten vuyt die 
heylighe schrift 

Vgl. over dit geschrift prof. de hoop schepper a. W. 415. 
Aan zgn oordeel en dat zgner lezers onderwerp ik de gissing, 
dat wg in dit boekje eene vertaling bezitten van het in 1526 
uitgegeven ^^Hauptartikel auss Göttl. Schrift Ghristlich leben 






88 

,betreSen, dnrcli den wolgebornen herrn wilhelmbk, Graven 
»Yon Eisenbrngk (teatsch ordens) za sammen bracht, eynen 
Jeden Christen menschen zu wissen not nnd nützlich. Item 
,,ein Yolkommen Register aller Artikel za end diss büchlin 
^yerzeychnet*'. Over Graaf wilhelm von isenburo en diens 
geschriften verdient vergeleken te worden Dr. c. kbafft „Bneie 
^^und Documente ans der Zeit der Reformation" 153 en 203. 

Een dialogics o ft tsamen spreken^ Polytes ende Anna van der 
Euangelie , van den twee discipulen gaende tot Ematts, Luce 
Ultimo. 

De op den Index genoemde titel is die eener overzetting 
van den door ubbanus bhegius opgestelden: Dialogus von der 
trosireiehen predigt^ die Christus Luc. 24 von Jerusalembisgen 
Emmaus den zweien jitngem am Ostertag atis mosb und aüen 
Propheten gethan hat. Bhegitjs, die het in 1532 vervaardigde, 
heeft 5 jaar met den druk gewacht. Alleen te Witten- 
berg zagen elf uitgaven het licht. Von der hardt ^^Antiqoa 
^^Literarum monumenta" II, 216, maakt melding van de ver- 
taling, door den Index veroordeeld, wier titel h^ aldus opgeeft: 
Dialogitë. Tsamen sprekinghe van de Prekinge^ die Christus 
den twee discipelen dede tot Eniaus gaende op den Paestag^ 
ut Moses ende alle den Propheten door politem basilium. Ghe- 
druckt hy niclaas van oldenborch 1538. Vgl. uhlhorn, a. a. O. 
331 en 369. üit de verhooren van jossb van oesbbrohen ver- 
nemen wg, dat het bekend was onder den titel: Emmaiu en 
voor 7 stuivers verkr^gbaar. Vgl. ^^Mémoires de Franc, de 
y^Enzinas" II, 314. De Bibliotheek der HoUandsche gemeente 
te Londen, bezit een exemplaar. 

Corte instructie ende onderwys^ hoe een ygelijck mensche met 
god ende synen euen naeste^i sculdich is ende behoort te leuen^ 
ghemaeckt bij meester cornelis vander heyden. 

De schrgver was tgdgenoot van den beroemden gaspar van 
DER heyden, aan wiens verdiensten door Dr. m. f. van lbnnrp 
ten volle recht is gedaan in zijn bekend proefschrift, 1884. 
Aldaar, 255, komt de aanteekening voor: ,jCORNELIS van 
,^DER hetden, een priester, in 1544 de schrgver van een 
^^boekje, dat veel besproken is geworden''. 

Ik kan ter toelichting dezer aanteekening niet alleen mede- 









89 

deelen, wat paquot .^Mémoires*' XII, 868, schrgft: ,>il doit 
y avoir qnelque chose de mauYais dans ce livre, ptdsqn'il se 
troaye marqné dans Ie catalogue des livres repronvez", volgens 
wien het boekje in 't Vlaamsch te Gent het licht zag in 
1545, Toorzien yan afbeeldingen; maar ook w^'zen op hetgeen 
TH. BLOEMMAERT Opmerkt in ,^de Nederdaytsche Schrgvers van 
„Gent" (1861) 96: „dit werk was vooral tot onderwas der 
, Jongelieden geschreyen", hetgeen bevestigd wordt door de 
volgende aanhaling: „want men hedendaeghs (God betert) veel 
menschen vindt, die hem selven laten dyncken als dat zg 
goede Eerstenen syn ende nochthans in der waerheyt niet en 
syn: zo hebbe ick, simpelyck voor m^ ghenomen, na myn 
cleyn verstant, twelc God dner zynen Heylighen Gheeet altyd 
„verstereken wille , een cart onderwys in 't licht t' brynghen 
tot vermeerderynghe des lois, prys ende der Eennissen Gods 
ende tot gestichtheyt , profyt, ende beterynghe aller men- 
schen, zonderl^nghe der jonghens, die tot haer redelycke 
„andte ende verstand ghecomen syn". Op den titel, door 
BLOBMMAEBT opgegcvcn, staat nog te lezen: ghedruckt te Ghend 
tegen over HStadhuys by joos lambrbghts, lettersnyder. 

Van Christus vlees ende bloet te eten ende te drincken. 

Ik dnrf hier bg den overvloed van tractaten en sermoenen , 
die over de beteekenis van het avondmaal in Dnitschland 
het licht zagen en door vertaUng waarschgnigk in ons Vader- 
land verbreid zgn, geene gissing wagen ter toelichting van 
den titel. 

Dat recht fundament der Christenen menschen ende principael 
stuiken der ganser Godlycker scrif turen ^ duer urbanüm 

REGIUM. 

Wg herkennen in dezen titel de vertaling van baeoius' 
Summa Christlicher Lehre^ door uhlhorn, a. a. O. 143, 
slechts aangeduid, niet oitvoerig besproken. Vgl. de hoop 

SCHEFFEB t. a. p. 410. 

Eenen geestelycken almanack oft laetbrief. 

De titel is zeer ondnidelgk. Waarom de laeSmef^ waardoor 
het gedeelte van den almanak verstaan werd, waarin wenken 
voorkwamen betreffende „bloet laten en pargeeren, om het 



90 

^^ligchaam es de herssenen te temperen", afzonderlgk genoemd 
is, kan ik niet verklaren. 

Een spel van sinnen op terde^ tvierde, ende tvyfsie capüelen 
van dwerck der Apostelen. 

WiLLBMS heeft in het ,3elgÜK;h Mnseam*' X, 322 van dit 
spel een afdrak gegeven. De ^^Oatalog. der Bibl. van Letter- 
„knnde" I, 211 beschrgft een druk in 1592 te Dordrecht 
nitgegeven: veel achoone Christdyke ende Schriftuerlyke Refe* 
reynen^ ghemaedct uten ouden ende nieuwen Testament^ die 
noyt in druck en syn uytghegaen. Met noch een Ghenealogie 
ofte afcoemst des woesten ende grouwdycken antichrist^ eerst 
ende vooraen gestelt. Noch is hierby ghenoemt een boecxken^ 
genaemt een Spel van Sinnen , op 't derde , vierde ende vyfde 
capUtd van Hwerck der Apostden. Sebrure ^^Gatalogne" II, 
144, bezat een handschrift: Spelen van Sinne en Refereynen^ 
waarin dit spel als het eerste is opgenomen. Het wordt daar 
toegekend aan willek yan haecht. Voor de eerste maal werd 
het Spd van Sinne van Dwerk der Apostelen gedrukt te 
Emden in 1557. Vgl. over den dichter en z^n werk k. eüe- 
LENS, ^^Refereinen en andere gedichten uit de XVI® eeuw*' 
(Antwerpen 1880) II, 216. Zgn pseadoniem was willem 
VAK HBETEN. In het genoemde handschrift volgt, evenals in 
de nitgave van het boekje, dat zich bevindt in de Bibliotheek 
der Maatschappg van Letterkunde: 

Den boom der scrif turen van sesse personagien^ gespeelt tot 
Middelburch in Zeelant. 

Uitvoerig wordt de inhoud van dit spel beschreven door 
schotel ^^Geschied. der Redergk." I, 222. Willei£S heefb het 
laten afdrukken in het ,3elgisch Museum'* X, 327. In 1546 
kostte het opvoeren van dit spel aan jacob van middeldonck , 
meester van de kamer ^^de Damastbloeme", het leven. Vier 
jaar vroeger had hg de ^^prologe'*, even als het stuk j^smakende 
yheresie, contrarie onsen Heylighen kersten geloove ende 
,insetten der Heyligher Roomscher Eereken*', voorgedragen. 
Het baatte hem niet, dat hg zich op de onervarenheid zgner 
jonkheid beriep of op de getrouwheid, waarmede hg zgne 
plichten als Katholiek waarnam, hg werd ter dood veroordeeld, 






91 

Tolgens het Tonnis bewaard in het ^^Antwerpsch Aichieven- 
„blad" Vin, 859. 

Den schilt oft die wapene des gheloofs. 

Het werkje vond ik alleen in den ^^Gatalogns" van le long 
libri in 8^, N. 719, vermeld. Naar ik gis, wordt door 
dezen titel aangeduid eene oyerzetting van het door fabel 
nitgegeven geschrift: le glaive de la parole veritdhle^ tiré 
cantre le boudier de défense^ dtiqiid un corddier Libertin 8* est 
voulu servir pour apprauver des fausses et damnables opinions. 
Het geschrift van den monnik sch^nt verloren te z^n; de 
inhond er van is slechts bekend door de uitvoerige uittreksels ^ 
welke FABEL in zgn tegenschrift heeft opgenomen. Sohhidt 
geeft in z^ne biografie van fabel een overzicht van den 
inhoud, 81. Figk heeft in den herdruk van fabel*s du vray 
usage de la croix de jesus-ghbist (Genève 1865) ook plaats 
g^[even aan de Préface ou Epitre dédicatoire van le glaive de 
la Parole. 

Der waerheyt ondervrys. 

Sebbube ^^Catalogue" H, 40 bezat twee exemplaren van: 
der waerheyt onderwas. Een tsamensprekinge^ waerin deuxier' 
heyt alle simpele ende onwetende menschen onderwijst^ en een 
met deze uitbreiding van den titel: wat tot der aalicheyt van 
noode is. Van het eerste luidt het daar, dat het gedrukt is 
te Emden in 1555; van het tweede, dat het een jaar later 
het licht heeft gezien. Het noemen van het werkje in den 
Index van 1550 bewgst, dat er lang vóór 1555 eene uitgave 
door de pers verspreid is geworden. In den ^^Catalogus" van 
LE LONG, libri in 8^, N. 989, wordt genoemd eene editie, 
die omstreeks 1520 schgnt gedrukt met den titel: derwaerJieyt 
onderwys wt de Heylige Schrift vergadert^ even als eene uitgaaf 
van 1555 by nio. van oldenbobch, eene van 1556 by willem 
GAELIABT te Emdcu en bg denzelfden eene van 1566, alle 
aangeduid als ,^raar" en ^^seer raar'* en samen voor 6 stuivers 
verkocht. 

Refutatie van Salue Regina. 

De Bibliotheek der Maatschappg van Letterkunde bezit een 
exemplaar, waaraan echter de laatste bladzijde ontbreekt. Ygl. 



99 
99 



92 

^^Gatalogas*' ü, 861. De kundige bewerker van den ^^Gatalogua*', 
LOUIS D. PETiT, onderstelt, dat het tractaat gedrakt is te 
Emden door nic. van oldenborch, in 1530. De inbond is uit- 
eengezet door DE HOOP scHEFFER ,^6escb. der Hervorming" 408. 
De volledige titel is: Refutacie van tSalve Regina^ met ved 
diversche- schoonder scriftueren^ daer teghen ghehouden^ dacT' 
lycken bewysende^ dat desen lofsanck rechte afgoderie i$. De 
predikant te Lindan, matthias rodt, gaf in bet licbt: 
das Salve Regina verteutscht und lüiderlegt, Mit Anzeygung 
wie die H. Junckfrau Maria und die liehen Heyligen recht 
zu ehren seyn? Joan V, flioli fu^ite idololotriam. Getruckt 
zu Stras^urg durch samvel emmel. De opdracbt is gewgd: 
dem acbtbarn nnnd Hochgelebrten Herrn doctori achilli 
piRMiNio GASSARO? door wien de scbrgver aan mslanchthon 
weleer was aanbevolen. De scbrgver was een man van be- 
kwaamheid en tact. Alle Latgnscbe en Griekscbe citaten zgn 
door bem in bet Hoogduitscb overgezet, opdat ook de onge- 
leerde nat van dit werk mocbt trekken. Ik scbroom niet, bet 
tractaat te rekenen tot de beste voortbrengselen van de pole- 
miek der 16® eeuw. 

Een wederroep van 'tuageuier^ sonder noem des auteurs. 

In I5ci0 verscheen te Wittenberg luther*s tractaat: 
ein widderruf vont Fegefeur. Uit den Index blgkt, dat bet 
in onze taal is overgezet. Die vertaling vermeerdert alzoo bet 
getal van de geschriften des Hervormers, die onder de aandacht 
onzer landgenooten gebracht werden. 

Een rapsodie begrypende in Hcorte 't fundament der medecyneny 
met troostinghe der ziecken. 

Indien in den vaak genoemden ^^Catalogns" van le long 
de titels uitvoeriger waren opgenomen , zon het gebleken zgn , 
of in zijne bibliotheek een exemplaar van dit werkje, al of 
niet, gevonden werd. Op bl. 61 der libri in 8^, N. 728 is 
genoemd: joh. cortgen, Rhapsodie. Antw. 1539 ,^seer raar". 
Is dit het door den Index verbodene? Ik onderstel zulks, daar 
het in den ,^Gatalogns" wordt voorafgegaan door de geschriften 
van GNAPHEXJS en gevolgd door der Ziecken Troost, De schrgver 
bleef mg een onbekende. 



99 



03 

Een nieuwe suuerlycke vigilie int duytsche^ met den Pater 
noster. 

In het Hoog- en Nederdnitsch verscheen zonder aanw^zing 
▼an plaats of t^d van uitgaaf, waarschgnlgk omstreeks 1535, 
de dudesche Vigüie. Zg is door hoffman yon fallebslebbn 
herdrukt in het door hem en o. schade uitgegeven ^^Weima- 
^^risches Jahrbuch für deutsche Sprache, Literatur und Kunst" 
(1857) Band VI, 43. Naar zyne beschryving beslaat zg 8 blad- 
zgden en heeft op den titel eene houtsnede, voorstellende een 
monnik met een opengeslagen boek in handen. De aanhef luidt: 

Vigilibök bin ik genannt. 
Jn Brabant gar wol bekannt. 
,6a nicht vör aver, men köp ray! 
,Der Papen bedroch lere ik dj". 

Het genoemde ,,Pater noster" komt in dit exemplaar niet 
voor. De Eoninklyke Bibliotheek te Berlyn bezit de neder- 
duitsche, die te München de hoogduitsche uitgaaf. Vgl. 
WELLEK ^^Annalen der poet. nation. Lit. der Deutsch.." II, 350. 

Van dat gelooue in onsen Salichmaker Jesum Christum , sonder 
noem des auteurs. 

Betreffende dit tractaatje stel ik voor het te houden voor 
eene vertaling der predicatie van ürbanus rheoius: Warumb 
CHRISTUS den Glauben ayn Werck Gottes genennt habe. Was 
der recht Christlich Glauh sey. Und marumb man sage^ aüein 
der GUxuh macht fromm, voor het eerst in 1529 ter perse 
gelegd. 

Christelycke sermonen op alle die Euangélien van alle die son- 
daghen^ ende die principael heylighe daghen int Jaer^ oock 
op alle die daghen van der vasten , gemaect bij eenen deuoten 
minder broeder claes pietersz. 

De lezers van prof. de hoop sghefper's ^^Gesch. der Herv." 
117, en van prof. faul fredericq*s „de Nederlanden onder 
„Keizer Earel" I, 73, zullen zich het referaat herinneren, door 
deze schr^vers uit de sermoenen van nicolaas pekters mede- 
gedeeld, gel^k vroeger in de „Boekzaal der geleerde wereld" 
1857, uitvoerig over den bundel Sermoenen van dezen devoten 
Pater gehandeld is. Twee bundels Sermoenen van hem zjjn 



94 

bekend; bigkbaar is bier de tweede bedoeld, waarvan Dr. rogge 
een exemplaar bezit, echter niet geheel gelykende op het in 
den Index beschrevene. 

Immers, op den titel van het zgne wordt de naam van 
PEBTEBS niet, op het door den Index vermelde wél genoemd. 
Er is dus van het vervolg op die Sermoenen meer dan éene 
uitgaaf verspreid gewordea. 

Duytsche spelen in ryme ghecomposeert . ende te Ghent ghespeeü^ 
vander questien^ wat eenen stervenden mensche den alder 
meesten troost es 9 

Vgl. Dr. sohotel's verslag van dezen wedstrgd der Rheto- 
rgkers te Gent door de Fonteinisten uitgeschreven ^^Gesch. 
.^der Bedergk." I, 310, en ,,Bibliotheca Belgica", het zeer be- 
langrgk artikel onder letter S, N. 221 en 222. 



HOOCHDUTTSCHE BOECKEN. 

Een boeck gheheeten^ zeven hondert ende vyftich duytsche 
spraecken Freydank tot Worms, 

Hoe gebrekkig de titel opgegeven zij, Ijdt het geen tw^fel 
of de volledige uitgaaf van joh. agricola's Syhenhunderi und 
Fünftzig deutscher Sprichtvorter is bedoeld. De önduidelgkheid 
van den titel bestaat vooral in de laatste woorden: Freydank 
tot Worms. In de rgke literatuur over agrigola's boek, mg 
vriendelgk ter leen verstrekt door den oud-Rector Dr. w. h. d. 
SURINGAR, onzen meester op dit gebied, heb ik nergens eene 
uitgaaf als de hier aangeduide genoemd gevonden. 'tSchgnt, 
dat de Censores in handen gehad hebben den druk van 1541 
of 1548, verschenen zonder aanduiding van de plaats der 
uii^aaf , en dat zg eigenmachtig die leegte hebben aangevuld 
door de aanwgzing van Freydank en Worms. 

Euangelien metten summarien ende epistelen van allen son- 
daghen y sonder noem des auteurs. 

De opgaaf is, naar ik meen, foutief. Indien voor Summarien 



H5 

mag gelesen worden Sermonen zal bedoeld sgn het werk, 
wiarran de rgke boekenschat der Maatachappg van Letterkunde 
een exemplaar bent {vgh ,,CaiaIog." II, 506): hier beginnen 
aüe Euangdien ende Epistden m^te Sermonen van den geheden 
jare^ de een na den anderen volgende, Ende ooofc mede de 
Prophetien genomen wter Biheien ende overghesét uien Uüfn 
in duytsdie, Ende is nu derdeneer f gliébeieri ende ghecorri* 
geert. Te Antwerpen zond s. gock deze uitgaaf in het 
licht in 1533. Ik onderstel, dat a. tavernikii in 1566 een 
herdrok bezorgde Tan de Euangdien ende Epistden^ aUo men 
die doort gantsche jaer op aüe Sondagen ende ander he^lighe 
daghen inder Heyügher Kerdce hout; die gedrakt was met 
caractèrea de dvilite, op eene wgze den bekwamen ,,lettei^ 
steker" waardig. 

Enchiridüm gheestelycke gesanghen. Sonder iiaein des auteurs. 

In de ^^Bibliographie zur Geschichte des dentschen Eirchen- 

^yliedes im XYI Jahrhnndert** (1855) geeft phiup wacrsbnagbl, 

57, de titels van Endiiridia met beschrgying van vorm 

en inhond. 

Een spraecke van eender moeder met hoer dochter , huer in een 
clooster te bringhen. 

Is onbekend gebleven aan de biografen, die ons het leven 
en de geschriften van den schilder, dichter, krygsheld, staatsman 
en hervormingsvriend der 16® eeaw niclaus hanüel geschetst 
hebben. Op zgn naam komt het voor in f. i. 8GHIFfman*s 
verhandeling, getiteld: Samud Apiarius^ der dUeste Budi» 
drucker Solothums^ 1565 — 1566 in het ^^Archiv für Geschichte 
„des Dentschen Buchhandels'' VIII, 9, volgens welke opgave 
het geschrift heette: das Barbelu Ein Gesprdch von einer 
Mutter mit jrer Tochter^ sie in ein Closter zu hringen, Auch 
eilicher Münch u. Pfaffen Argument, damit sie das Closter^ 
ld}en als einen heiligen Standt wöUen beschirmen u. d. £7ie- 
stande verwerffen. Het zeer zeldzaam geworden tractaat was 
vroeger door weller „Annalen n. s." I, 304, II, 546, nit- 
voerig beschreven, die aantoont, dat bg onderscheidene uitgaven 
de titel wgzigingen heeft ondergaan en de woorden ovemeemt| 



96 

waarmede de overwinning door de dochter op de geestel^kheid 
behaald, geteekend wordt: 

Dise sind überwanden gar 

Von einer tochter una eylf jar. 
Die wolt nit in ein kloster gon 

Weil Gott kein bot darab bat thon, 
Sonder wercken nach Gottes gheist, 

Sich selb neeren in iren schweyss. 

De inhood van dit geschrift geeft my een woord in de pen 
ter bestrgding van de meening, dat eerst de Reformatie der 
16® eeaw met minachting over geestelyke en kloosterlgke 
inrichtingen heeft leeren spreken. Niet alzoo: de 15® eeuw is 
reeds overrgk aan lectuar van zulke strekking, vooral in de 
taal der volkspoësie algemeen verbreid. 

Een schoon ende Godlycke tytcortinghe eens Kerstelycken Lotboecx, 
In 1538 gaf de Straatsburger kunstenaar hsinrigh yoothser 
naar den trant der middeleen wsche Lot- of Lotery boeken in 
het licht: eyn schone und Gotselige Kurzweü eines Christlichen 
Lossbuchs^ nach Ordnung eines Alphahets. lm reimen gesteüt. 
Darinnen man der vmnderharen Kreffien Gottes sempt gantzen 
ChrisÜichen Ltben^ jedes BucJistabens Art und Innhalts nach 
herichtet umrt^ vor wie Christticher Beisinnig luiUen^ zu Kurtz^ 
weil an den Tag gegeben. 

Ik neem den titel over uit de verhandeling yan Dr. sorz- 
KANN in het ^^Serapeum'*, 1850, 79, die er kortelgk den inhoud 
van beschrgft, en aantoont, dat in dezen vorm het publiek 
een stichtel^k boek in handen gegeven werd, waarover, gel^k 
blgkt, de Index zgn veroordeelend vonnis velde. 



Walsche boeken. 

Liure tresutile de la vraye et parfaicte subjection des Chrestiens. 

Aannemende dat hier voor subjection gelezen moet worden 

oraison^ vinden wg het hier veroordeelde in het door bkunjvt 



97 

„MaDuel du Libraire** (editie van 1865), III, 1123 genoemde 
Le livre de vraye et parfaicte oraison^ nitgegeyen te Par^s 
in 1529. Volgens het ^^Supplement" op het ^^Manuel'^ (1878), 
I, 879, werd het boekje in 1530 nog eens te Par ^s ter 
perse gelegd. Eene afbeelding van den titel en eene beschr^- 
ving van den inhoud der uitgaaf van 1529 wordt gevonden 
in het ,3^116^1^ Historiqne et litteraire" 1888, 155. 

Ung petü Uure de non craindre la mort. Sonder noem des 
atUeurSy printers^ plaetsen^ ende des tijts. 
Dit is mg niet bekend geworden. 

Sermon tresutüe et saltUaire du bon pasteur et du mauvais^ 
prins et extraict du dieodesme chapUre de sainct jehan, 
compose et mis en rithme franchoise par clement marot. 
^^La France Protestante" (1^ editie, torn. VU, 282) ver- 
meldt slechts een druk van 1568. Deze uitgaaf bewgst dus, 
dat het verbod der Sorhonnej reeds in 1544 tegen dit dichtstuk 
van HABOT uitgevaardigd en door den Index herhaald, den 
drukker jban sauobak te Lyon niet heeft afgeschrikt, om 
het opnieuw ter perse te leggen. 

La louange du mariage et recusil des histoires des bonnes^ 
vertueuses et illustres femmes^ compose par maistre pierre 

DE LESUANDERIE. 

Onder dezen titel is eene vertaling van bbasmus* ^^Ghristiani 
^^matrimonii Institutio" verborgen. Louis de bebquin heeft 
die vertaald (vgl. a. l. hbbminj^bd ,^Gorrespondance des Refor- 
„mateurs" U, 188) en een ons onbekende later een herdruk 
bezorgd onder den pseudonym van p. de lesuandbbie. 

Het is bekend , dat de Sorbonne vele geschriften van ebasmüs 
veroordeeld heeft. Had de Senaat der Leuvensche Universiteit 
geweten, dat ebasmus de auteur van deze Uyuange was, ze 
zou zich wel onthouden hebben, om het op den Index te 
plaatsen bg het leven van kabel v en diens zuster mabia. 
Doch men nam het met titels en namen zoo nauw niet. Eene 
Igst der inquisiteurs van Toulouse ^^^U^tin du Prot. Fran9." 
I, 441, geeft den titel aldus: antJwmium matrimonii; lees 
er voor: encomium matrimonii^ en gg weet, wat er be- 
doeld is. 

7 



08 

Le manuel des Chrestiens^ contenant en soy les plus ncbles el 
salutaires lieux de la saincte escripture^ touchant les com- 
mandemens et benefices du seigneur nostre dieu, auecq plu- 
sieurs psalmes et cantiques el oraisons. 
Ook dit is mg niet bekend. 

Le Uure de vraye et parfaüe oraison. 

Hoogst waarschgnlgk hetzelfde als het eerstgenoemde der 
Walsche boeken. 

Le Uure d'ung seul mediateur entre dieu et les hommes jesü 
CHRiST. Sonder auteur. 

Genoemd werkje was in 1538 voor het eerst, in 1544 toot 
de tweede maal gedrukt door jehak oéraro te Oenèye. 
Het komt voor op de Igst van diens drukwerken, ons mede- 
gedeeld door aiLLiET en dufour in honne nitgaye van: ^^le 
^^Catdehisme fran9ais de Calvin", CGL, waar de volledige 
titel aldus luidt: d'ung seid mediateur et advooat entre Dieu 
et les hommes^ nostre Seigneur jbsus ohkist. Dieu a dict: je 
suis le Seigneur^ ce est mon nom^ je ne danneray d aucun 
ma gloire. Isaie 42. 

Petit Uure de la loy^ de leuangile. Sonder auteur. 

Een der eerste geschriften van p. vibbt droeg dezen titel: 
exposition famielière sur les dix commandemens de la loy^ 
faite en f arme de dxaXogue. Ik onderstel, dat dit het door 
den Index veroordeelde is. 

Instruction et con fession de la foy, donl on use en leglise 
de Geneue, 

Voor de geschiedenis van dat geschrift vgl. men de ^^notices*' 
der reeds genoemde geleerden rilubt en dufoxjb, door vner 
goede zorg in 1878 deze uitgaaf van le caiediisme Fran^is 
de CALVIN het licht zag. 

Les ieuz qui parcidevant ont este ieuez en la ville de Gand^ 
par les XIX chambrez , sur le referain : Quest la plusgrande 
consolation de la personne mourante? 

Het bestaan eener Fransche vertaling der hiervoor, bl. 94 
genoemde „Duytsche" spelen is, naar ik meen, tot heden 
alleen uit den Index bekend. 



99 

Hetgeen verder in den Index volgt: „cataloghe van den 
„boecken, diemen in de particulier Scholen den iongbers 
„sal moghen lesen ende leeren", -mag ons bier niet bezig 
bouden. Het zij der aandacbt bevolen van hen, die van het 
schoolwezen in de 16e eeuw hunne studie maken. 

Wat bij het doorloopen van den Index onze opmerkzaam- 
heid verdient, is dit, dat eenige vroeger veroordeelde boeken 
daarop niet worden genoemd (vgl. de hoop scheffer, t.a.p, 
430) en wij van andere , die bepaald onder het vonnis moesten 
vallen, vruchteloos den titel zoeken. 

Het eerste laat zich verklaren uit den waan der Censores^ 
dat die veroordeelde öf niet meer bestonden, 6f niet meer 
gelezen werden ; het andere uit een gewettigde onderstelling , 
dat de lijsten zijn opgemaakt zonder behoorlijk onderzoek, 
alleen naar hetgeen het toeval in de handen der Censores 
leverde. 

Gebrek aan menschenkennis en overschatting van den 
eerbied voor het geestelijk gezag hebben de Censores de waar- 
heid van het nitimur in vetitum ganschelijk doen vergeten. 

Het was koning phiups ten volle ernst met de uitroeiing 
der ketters. Tegen alles wat hunne zaak kon bevorderen, 
beraamde hij maatregelen. Gelijk hij in Madrid den strijd 
tegen verboden lectuur voeren liet, verlangde hij dien door 
al de deelen van zijn rijk gevoerd. Een enkele proeve van de 
heftigheid der vervolging uit de Spaansche geschiedenis volsta 
hier. Wij ontleénen haar aan eene depêche van den Franschen 
gezant bij het Hof van Madrid, den bisschop van Limo- 
ges; hij schrijft 3 Januari 1562 aan de koningin oatharina 
DE Msmcis het volgende: „Il n'y a Francais, en quelque 
„ville ni lieu de ce royaume, qui n'ayt son surveillant et 
„familien, qu'ilz appellent icy, lequel a Toeil ce qu'ils font 
;,quant k la religion et nous sommes depuis dix jours tombe 



400 

„en grande peine en ceste cour, ou rinquisition a prinse 
„BOHURE, apothecaire de la reyne, beau-frère de Monsieur 
„BURENsi, médécin du roy, estant accusé par ses gens, hoste 
„et hostêsse, de lui avoir veu assez indiscretement. comme 
„ils maiiitieiment, quelques livres en francais parlant de la 
„religion. Et quoique que j'en fasse instance au roy catho- 
„lique et k tous ceulx de par de dcga, je n'ay response 
„autre de S. M. que, si c'estoit son propre fils et qu'il eut 
„en ces endroits pèché il Ie ferait mourir". (Gachard „Notices 
„et extraits des manuscrits, qui concernent Thistoire de 
„Belgique" (4877) torn. II, 429). In Portugal was de waak- 
zaamheid even groot, abrahamus ortëlius ontving van daar 
uit Lissabon, het ver/oek en de waarschuwing: „cavendum 
„erit a picturis aut sculpturis vel imaginibus scaudalosis, 
„hoc est aut in Religiosos (nosti quos velim) aut circa vene- 
„rem (idque summa cura erit cavendum), nam ejusmodi pic- 
„turae, sculpturae imaginesque, non minus quam libri ab 
„Inquisitore visitantur, quare hoc tibi semper cordi esse 
„debet". Het geciteerde komt voor in een brief, afgedrukt 
in tomus I, 23 „Ecclesiae Londino-Batavae Archivum". 

Koning philips toonde zich bedacht op allerlei maatregelen, 
om de ketterij te smoren. Doch ook in de keus der inquisi- 
teuren greep hij dikwijls mis. De Index spreekt van hunne 
onkunde , waarover reizigers zelfs spottend zich lieten hooren. 
Een vriend van ortelius, hieronymus schollier brengt 
daarvan een bewijs bij: „wy moesten voor den Inquisitor 
„monster passeeren , soo dat aldaer veel rumoers ghemaeckt 
„werde van eenen Almanach, die wy tot Parys ghecocht 
„hadden ende dat den Inquisitor in syn Cathalogum , gedruckt 
„synde int jaer 4558, sochte oft den voorseiden almanach 
„(meynende dattet een author was) nyet verboden en was, 
„soeckende alleen non de nomine authoris vel loei sed de 
„dictione: Almanach" 11. 444. 



101 

De koning betuigde , dat in een verslag der gebeurtenissen 
te Valenciennes zijne aandacht getrokken had (paillaju) , 
„troubles religieux de Valenciennes" II, 440): „assavoir la 
„coutenance qu'ont tenu les obstinex exécutex , chantant en 
„publique tant que Talaine leur dure, que m*a samblé chose 
„de tres mauvais exemple et dont plusieurs simples se pour- 
„riont scandaliser et laisser séduire. Et me souvenant que 
„autrefois, en Angleterre, moy y estant. Ton usa en choses 
„semblables de leur mectre un baillon ou aultre chose dedens 
„la bouche, pour leur empescher de parier. j'ay pensé s'il 
„seroit mal de faire Ie mesme de ceulx qui dicy en avant 
„s'exécuteront obstinez". 

De koning achtte het plichtmatig, niet slechts de mande- 
menten des keizers te herhalen, maar ze uit te breiden en 
den. eens uitgevaardigden Index op de hoogte van den tijd 
te houden. 16 December 1557 was gearresteerd een Cataloghe 
ende Intüulalie van den quaden verboden boecken ende van 
andere goede , die men den jongen Scholieren leeren mach , na 
advys der Universiteit van Loeuen. Met een edict oft mande- 
ment der Conincklycker Maiesteyt. Te Louen by merten ver- 
HASSELT, ghesworen Boecprinter, In die vette Hinne. Int laer 
ons Heeren MCCCCCLVIIL Door beitel der Conincklycker 
Maiesteyt 

Ik neem daaruit alleen de titels over, welke op den Index 
van 1550 niet voorkomen. 



A. 

Andree fricii modrenh commentarioi^m de Republica emen- 
danda libri quinqtie. 

Andreas fbicius mordzëwski , aan wien baylb in zyn ^^Dicf 
op den naam van modrbvius een artikel wgdt, een geboren 



402 

Pool, wsB drie jaar lang te Wittenberg hoisgenobt Tan 
HBLANCHTON, die hem, bg zgn rertrek naar Neurenberg, 
in een brief aan ybit dietbich het gunstigst getuigenis gaf. 
Vgl. „Corpus Bef." Dl, 369. 

Als rriend der Socinianen was hg bg den Clerus gehaat, 
die zelfs de tusschenkomst van het Pauselgk gezag inriep, om 
hem onschadelgk te maken. 

De daarover gevoerde correspondentie is ons bewaard door 
8CHELH0&N, „Ergötzlichkeiten*' I, 671. Het veroordeelde werk 
is, volgens bock, „Biet. antitr.*' I, 466 (die zeer uitvoerig 
over FRioius handelt) hoogst zeldzaam; naar zgne inlichtingen 
volge een beschr^ving. 

In het eerste boek wordt gehandeld de moribus; in het 
2e de legUms; in het 3® de beüo; in het 4® de ecclesia; in 
het 5« de schola. Opgedragen ad Begem, Senatum, Pontifioes, 
Presbyteros, Equites, Populumque Poloniae ac reliquae Sar- 
matiae, verscheen het voor de eerste maal te Cracau in 
1551. Het bevatte nog twee dialogi en wel eene de utraque 
specie sacramenti eucharistiae a Laicis sumenda^ non affir^ 
mandi sed disputandi et discendi causa conscripti , en de andere 
dispviatio de verbis divi Patdi 1 Cor. Vil: bonum est homini^ 
uxorem non tangere^ en werd door opobikus te Basel in 
1554 herdrukt. Tenzelfden jare sch^nt het ook in 8^. uitge- 
geven te zgn. In 1557 zag een vertaling in het Hoogduitsch 
het licht , welke slechts de helft van het oorspronkelgke bevatte. 
Deze vertaling is uitgegeven onder den titel : von Verbesserung 
des gemeinen NtUz: V Bücher, echter met weglating van 
een gedeelte van het oorspronkelgke. 

Pbignot ,^Dictionnaire des livres condamnés au feu*' (1806) 
I, 333, haalt betreffende modrbviüs het volgende oordeel aan: 
^il dèshonora ses oeuvres dicendo quae non oportuit , scribendo 
,quae non licuit, agendo quae non decuit". 

Andree hyperii de recte formando theologie studio^ libri 
quatuor. 

De beroemde Marburger Theoloog, naar zgne geboortestad 
Yperen zgn naam voerende, gaf dit geschrift in het Ucht 
ten jare 1556. Bg herhaling werd het ter perse gelegd in 






1f03 

1562, 1672, 1582 en te Antwerpen in 1587. Zoo bericht 
8TRIBDB&, a. a. O. VI, 308. 

In den lof van het werk stemmen allen , die het kennen , 
OTereen. Het was zoo voortreffielgk , dat lobbntius yillatin- 
OBNTiüs, Angnstgner monnik, in 1575 dese libri op z^ naam 
yerschgnen deed, als coüecti et reatituH door hem. Oreral 
beeft h^ weggelaten, wat den Protestantschen oorsprong yan 
het bo^ yerraadt, en op de eenige plaats waar h^ den naam 
Tan BYFBBius vermeldt, rekent h^ hem tot de ketters, die het 
g^eeag der Conciliën ontkennen. Zelfs de woorden van hypebius: 
,,de mea fide diligentiaque bene mihi som conscins*', neemt 
hg o?er, als waren ze van hem zei ven afkomstig. 

Adami siberi poematum sacrorum^ libri sedecim. 
Vgl. BEUSOH, a. a. O. 254. 

Antonii reühelini exegesis dictionum in psalmos sex. 

Naar de inlichtingen yan botbbmund, ^^Gelehr. Lexicon" 
in yoce, heette de auteur yan dezen commentaar antokiüs 
EBUCHLiN, een zoon yan dionysius bbughun, den yeel jon- 
geren broeder yan johak reüchuk. 

De schrijyer werd hoogleeraar te Straatsburg en niet 
alleen door het yeroordeelde geschrift bekend, maar ook door 
Concordantiarum hébraïcarurn Capita a Rahbino Mardochaeo 
conscripta et latine translata. 

Het eerste werd gedrukt in 1554; het tweede in 1556. 



B. 

Brunonis SÊYLn Querfurdensis poematum libri septem^ vide- 
licet^ Elegiarum duo^ Odarum tres^ Idillorum unus et Epi- 
grammatti/m liber untis. 

EiXJSDEM de missa puhlica proroganda racemationum libri tres, 
cum diversarum hereseon error^us et superstitionum omni- 
genum abusionibiis tollendis, collecti per berhardum lochium 
Ha4imnarium, 

BauNo ssiDBUüs luidt de naam yan den hier bedoelden 



404 

fichrgver, die in ssgn leyen als mediciiiae professor aan de 
hoogeschool van Er f art verbonden was. Hoewel seioeliüs 
geen het minste deel had aan het werk, in de tweede plaats 
genoemd en hem toegekend, staat het toch op zgn naam, als 
een nieuw bew^'s van de slordigheid, waarmede de Indices 
werden saamgesteld. 

Prof* BEüscH, a. a. O. 858, doet het licht in deze ver- 
warring opgaan; h^ herinnert ons, dat gebardus loriohiüs, 
in 1511 predikant te Hadamar, zeer gematigd volgeling 
van LUTHSB, veel meer echter van b&asmus, allengskens meer 
en meer tot de Boomsche Kerk overhelde, zich de vrgheid 
veroorlovende om op bescheidene w^'ze tegen de privaatmissen 
bedenkingen te opperen in zgn geschrift; : de missa proroganda 
racemationum libri tres, cum diversarum heresean errorüms 
et superstüionum omnigenum abusionibus toüendis^ turn 8(xcri 
eftis sinceritate orthodoxa conservanda^ ex canonica Scriptura 
patrumque sanctorum sententiis diligenter collectie uitgegeven 
in 1536; naar pantaleon ^^Prosopographia" III, 839, in 1550. 

Hg was een vriend en geestverwant van georoe wiobl, 
wiens ^^Postillen" h^ in het Latgn overzette. Van den Mar- 
burger hoogleeraar bernhard lorichius was hij volgens stribder 
,,H. Gel. Gesch." VIH, 97, de broeder. 



C. 

CoNRADi CLAüSERi certa declamandi et concionandi Methodus. 

CoNRADi CLAÜSERI TiguHni de educatione puerorum^ liber untis. 

EiüSDEM Methodus artiflciosa et fadlis componendi Epistolas et 
declamaliones. 

Als taal- en godgeleerde onder zgne Zwitsersche landge- 
nooten zeer hoog geacht, zag de schrgver zgn boeken op den 
Index geplaatst, minder wegens den inhoud dezer werken, 
dan wegens zgne Evangelische overtuigingen. 

Optfs illustrissimi et excellentissimi seu spedabilis viri caroli 
MAGNi, nulu Dei^ Regis Francorum, GalliaSj Germaniam^ 



105 

Italiamque siue harum finüimas provindas domino opitur 
lante regentis^ contra synodum^ qv£ in partibitë Chrecie pro 
adorandis imaginibiLs gesta est 

Uitroerig en grondig handelt glisment, 1. c YI, 291, OTer 
deze op last yan karxl den Grooten yeryaardigde en naar 
hem genoemde libri Carólini^ in 1549 Yoor het eerst in drok 
gegeven, naamloos, door jean du tillbt, wiens roorrede ge- 
teekend BLi PHJSLi, naar het oordeel yan bayle, i. y., niet in 
zuiyere oyereenstemming is met de gevoelens der Boomsche 
Kerk over den beeldendienst, maar meer met het boek, 
waarvan hg de uitgaaf op zich nam en welks inhoud de 
besluiten der Niceensche Kerk vergadering van 787 ten voor- 
deele der beeldenvereering genomen, bestreed, w. voot plaatste 
in de ,3ibl. Bremensis*' YI, 520, eene verhandeling over dit 
boek. Een latere druk, die van 1555, schgnt uiterst zeldzaam 
te wezen. In 1608, en daarna nog eens in 1731 werd het 
weder ter perse gelegd. 

Confessio religionis Chistiane Sacratissimo Imperatori Carolo 
quinto Cesari Augusto in comitiis Auguste anno 1530, per 
legatos ciuitatum Argentorati^ Constantiae^ Meininge et Linr 
dauiae exhibita. 

Confessio fidei exhibita inuictissimo Carolo quinto^ in comitiis 
Augustae^ anno 1530. 

Confessio pie doctrine^ que nomine illu^trissimi principis ac 
domini D. Christophori ducis Wittembergensis et Teccenais 
comitis , proposita per legatos ejus die vicesima quarta^ mensis 
Januarii^ anno 1552 congregationi Concilii Tridentini. 

Confessio doctrine Saxonicarum ecclesiarum synodo Triden- 
tine oblata^ anno domini, 1551. 

De confessio Tetrapolitana Augustana, de door joh. bebnz 
opgestelde, en die van mblanchton zgn in de overgenomen 
titels duidelgk aangewezen. 

Ca-ROli molinei commentarius ad edictum Henrici secundi 
Regis Galliarum contra paruas datas et abusus Curie Ro- 
mane^ et in antiqua edicta et Senatv^consulta Francie contra 
Annatarum et id genus abusus, multas novas decisiones Juris 
et praocis continens. 



Gharlis dü mouun, de beroemde Fnmsclie rechtsgeleerde, 
die zgne protestantsche belgdenis later met de roomsche Ter- 
wisselde , had wel in dit werk de rechten Tan het Itoningsohap 
tegen de Curie yerdedigd, doch zag het door de Sarlxmne een 
opus pemicio8um genoemd. 

De uitgaaf in het Latgn had plaate in 1551 te Lyon en 
nog eens te Bas el in 1552. 

Over hem en zgne geschriften wg\. niobbon, y^Mémoires" 
XXXin, 79, 



D. 

DiDiMi FAUENTiNi odtiersus Thomam Placentinum pro Martino 
Luthero theologo oratio. 

Reusch , a. a. O. 805 , heeft alweder bg dezen titel bewezen , 
dat het duidelgk blijkt, dat menig boek veroordeeld werd, 
zonder dat de Censores het gezien hadden. 

Thohab BADiNXJs, geboortig van Piacenza, hoogleeraar 
in de godgeleerdheid te Rome, schreef ten jare 1520 eene 
oratio ad ülttstrisaimos et invidisaimos principes et populos 
Germaniae in Martinum Luiherum^ waartegen mblakobton 
onder den pseudoniem yan didymüs fatintinus sgne stem 
verhief in bovengenoemd opstel, dat in 1521 zoowel in quarto 
als in octavo te Wittenberg van de pers kwam en door 
BSjrrsCHiiBiDBR is opgenomen in het «^CSorp. Beformatomm" I, 
286. Hg behandelde achtereenvolgens: philosophia, item scho* 
laatica theólogia reprohantur, Quatenus liceat subdito Magif 
stratum corrigere. De IndiUgentiis. De poenitentiae partibus. 
De Turcicis bèUis. De Rotnani Pontificis Monarchia. Het laatste 
hoofdstuk voerde dit opschrift: aguntur et pleraque cdia^ quae 
obiter incidunU 



407 



E. 

Erasmi roterobami liber de sarcienda Ecclesie concordia^ 
deque sedandis opinionum dissidiis; in linguam Gallicam 
et Teutonicam translaius. 

In 1533 was dit opstel door bbasmus geschreyen. Zoolang 
hg en zgne begunstigers Keizer karbl, de pausen lbo x, 
AOKiAAN TI en FAÜLT7S ni leefden, durfden de Censores zgne 
schriflien niet met hun anathema treffen. Doch paültts iy 
deed dien schroom ophouden. Toen werden alle vroeger geuite 
lofspraken vergeten en werd alles veroordeeld wat uit zgn 
hoofd en pen is gevloeid. Prof. bbüsch heeft een afzonderlek 
hoofdstuk, a. a. OL 347, gewgd aan ^^Erasmus im Index". 
Daarnaar en naar de aanteekening van Dr. e. bobhmbe in 
zgn werk ,^Franzisca Hernandez und Franzisco Ortiz" (1865) 
67, verwgs ik den lezer, die evenals ik, beiden dankbaar 
zal zgn voor hetgeen zg ons leeren. 

Wat EEASMüs saboerius betreft, heeft de Igst van 1558 het 
niet noodig geacht, zoovele titels op te geven, als de vroeger 
verschenen; zg noemt er slechts drie en herhaalt dan het 
alles omvattend woord : ende generalyck aüen syn boecken. Yan 
EOBAN HESsus zgu op dczc Igst ook onder censuur gebracht de 
Sylvarum libri sex. 

Epistolae obscurorum virorum. 

Opdat dit geestige boek, waarvan het 1® gedeelte in 1516 
het licht gezien had en het 2« gedeelte een jaar daarna volgde, 
niet aan de vergetelheid zou overgeleverd worden, zgn er in 
1556 en 1557 nieuwe drukken van opgelegd, die ons nauw- 
keurig beschreven zgn door bocking „Hutteni opemm sappig 
„mentum", torn II, 9. Prof. doedes bezit en beschrgft der- 
gelgke uitgaaf, ^^Gollectie van Bariora" 92. 



F. 



Francisci balduini Jurisconsulti Constantinvs magnus^ siue 
de Canstanlini Imperatoris legüms Ecclesiasticis atque ciui- 
libus commenUxriorum bbri duo. 



408 

In 1556 had baldulnus, toen nog gverig Galyinist, dit 
werk het licht doen zien. Vgl. ebusoa, a. a. O. 251. 

Frederici fürii ceriolani galentini Bononia: siite de libris 
sacris in vernaculam linguam convertendis. 

De Leidsche hoogleeraar h. w. tydeman bezorgde op aan- 
raden van zgnen yader keinabo ttdeman ten jare 1819 eene 
uitgaaf, naar den Baselschen druk van 1556, van bovenge- 
noemd werk , waarvan de titel verder luidt : libH duo ad Frarir 
ciscum BovadiUum Mendozium^ Cardinalum Burgensem. 

Niet alleen de zeldzaamheid, maar vooral de belangrgkheid 
van den inhoud had tydeman daartoe bewogen. 

Wel verre dat men eenig recht zou hebben, den schryver 
onder de Protestanten te rekenen, moet hg by de trouwe 
zonen der Kerk geteld worden, al verdedigde hy met vloed 
van redenen, zeer in het breede — de uitgaaf van tydeman 
telt in groot 8^. 820 pag. — de nuttigheid van de overzettiog 
der bybelboeken in de landstaal. 

Hy verdedigde dit gevoelen tegen jean bononia, een der 
hoogleeraren te Leuven, en gaf dientengevolge aan zyn 
werk den hoofdtitel Bononia. Daar laatstgenoemde tot 1564 
leefde , laat zich denken , dat zijne meening over het werk zyns 
tegenstanders op de veroordeeling invloed zal gehad hebben. 

In weerwil van het geslagen vonnis bleef furius aan het 
hof van koning philips een geacht man. Fürius zelf kon 
zeer goed b^rypen , dat hy zich vele onaangenaamheden door 
dit zyn werk zou berokkenen. De schryver overleefde de ver- 
oordeeling van zyn boek langen tyd, dewyl hy hoog bejaard 
in 1592 uit het leven scheidde. Zyn onafhankelyk oordeel, 
waarvan ik een proef wensch by te brengen, moest ergernis 
wekken. Het betreft de Latijnsche by beloverzetting van 
SBBASTiAN CASTELLio, bekend als CASTALio, een werk door 
MELANCHTON hoog geschat, door calvun en bi!:za op harden 
toon verworpen. 

Daarover schryfk furius pag. 249 der uitgaaf van tydeman : 

,^Quid de Castalionis translatione dicam? an non hic omnes 
^^interpretes , qaicunque libros sacros in Latinum converterunt , 
^^ta vicit, ut Boli ipsi prima merita deferri debeant? Gerte 
„hujus ego vin industriam, laborem, diligentiam, quamincon- 



11 



409 

vertendis Bibliis posnit, tanti facio, ut quom ad raanns meas 
ejus iraiiBlatio perrenisset, non potuerem mihi temperare, 
qnin in ejas landem hosoe facerem versiculoe: 



Nescio qois vetemm volnit sermone Latino 

Biblia cam priscis ut loqaerentnr avis, 
Tentavit fecitque suis pro viribus omnem 

Gonatum. At fantnr Biblia barbarice. 
Eusebius tentavit idem, tentavit Erasmus; 

Frustra opera est. Fautur Biblia barbarice. 
Pagninus tentavit idem cognomine Sanctns, 

Frustra opera est. Fantur Biblia Barbarice. 
Tentarmit hoc ipeum alii, sed non bene cessit: 

Frustra opera est. Fautur Biblia barbarice. 
En tibi castalio tentat, coelo auspice, id ipsum 

^^Successit. Ponunt Biblia Barbariem. 
O opus egregiumi Latio sermone loquuntur 

Biblia nunc tandem castalionis ope. 



99 



99 

9> 



Si nemo unquam fuisset aliquid de Graeco perigrinis verbis 

persequutus, ubi hujus viri translationem vidisset, non dubi- 

taret, certo scio, an e Graeco eleganter, fideliter et yere in 

aliquam linguam verti posset*'. 

De verzen van furius zgn ook overgenomen door Dr. i. kabhlt 

in zyn i^Gastellio, biographisches Versuch nach der Quellen" 

(1S68) 126. 



r 

99 
99 



G. 

Georgii emilii mansfeldensis historianim seu lectionum euan- 
gelicarum^ que vetein more dominicis at que festis diebtis 
in Ecclesia tractaH solent explicatio diligens et nóua^ ad usum 
scholarum et docende iuventutis accommodaia. 

Georgb aehilius, eigenlgk oemlbr geheeten, had onder 
zgne tgdgenooten vooral als Latgnsch dichter naam. Theo- 
logiae Doctor, heeft hg zich in het veroordeelde werk als 



HO 

Bchriftyerklaarder doen kennen. Bgzonderheden yan zgn leven 
kan ik niet mededeelen, daar ik ze niet vond bg adelüno, 
den eenigen, die zgn naam vermeldt. Zgne geschriften zagen 
te Basel omstreeks het midden der 16® eenw het licht; 
straks volgt een zgner meest gezochte. 

Georgii cassandri hymni ecclesiastici j presertim qui Ambro- 
siani dicuntur^ muUis in locis recogniti et muUorum hym- 
norum accessione locupletati cum scholiis oportunis in locis 
adiectis et hymnorum indice. 

Nog bg zgn leven onderging cassander het lot, dit zgn 
werk veroordeeld te zien , zoo het heette , niet dewgl het ket- 
tersch , maar omdat het voor dien tgd niet geschikt was. Cas- 
sander liet zich niet op het dwaalspoor brengen; hg begreep 
zeer goed, dat zgn boek op den Index gebracht was door 
znlken, die meenden, dat de Kerk geen de minste hervorming 
behoefde. De hymni zagen in 1556 te Ken] en het licht. 

Georgii fabricii ohemnicensis Odarum libri tres ad Deum 
cymnipotentem. 

Over dezen filoloog-theoloog, dien bevoegde beoordeelaren 
onder de paedagogen der 16® eeuw de eerste plaats aanwgzen, 
vgl. men het belangrgk artikel in de ,^ Alg. Deatsche Biograph." 
VI, 510. Zg de lezing allen aanbevolen, die een voortreffelgk 
man wenschen te leeren kennen. Geboren 23 April 1516 in 
Chemnitz, overleden 17 Juli 1571, had hg zich het woord 
waardig gemaakt, dat zgn landsheer bg de mare zgns doods 
uitsprak: „das war ein Mann, den möchte man mit den 
^^Nageln ans der Erde kratzen'\ 

Imagines mortis duodecim imaginïlms preier priores toti- 
demque insoriptionibtis preter epigrammata e GaUids a 
GEORGio EMiLio in Latinum versa cumiilate. 

Ik meen, dat met dezen titel bedoeld is de door abhxlius 
te Lyon in 1542 uitgegeven vertaling van hans holbsin*s 
Todtentanz. 



Hl 



H. 

Op dezen Index zgn de vroeger veroordeelde geschriften van 
BULUNeEB niet herhaald, maar vergenoegt men zich met den 
enkelen regel: 

Henrici bullingeri universa opera. 

Henrici pantaleonis basiliensis Philargims comedia noua et 
soera de Zacheo. 

Henrici pantaleonis basiliensis Chronographia Ecclesie 
Christiane. 

De beantwoording der vraag, vanwaar het komt, dat van 
dezen beroemden filoloog slechts twee geschriften, en wel deze, 
op den Index staan, terw^l andere en die veel meer aan de 
Corie ergernis moesten geven , niet genoemd zgn , kan ik niet 
geven. Trouwens, bg het nalezen van de Indices komt die 
vraag ons even vaak op de lippen, als ze onbeantwoord blgft. 

Henrici cornelii agrippe in artem hreuem Raymundi LuUii 
commentaria. 

Waarom dit boek van aobippa niet gevoegd is bg de andere, 
door hem vervaardigde en op den Index van 1550 veroor- 
deelde, maar later genoemd wordt, is niet doidelgk. Des 
schrgvers vrgmoedig oordeel over vele gebroiken in de Boomsche 
Kerk heerschende, was bekend en hield hg, hoewel niet aan 
de Kerk ontronw, nergens verborgen. 

HiERONYMI SCHIURPFF DE SANGTO GALLO JurisCOnSUÜi WO- 

tembergensis Academie ordinari legum professoris consiUorum 
seu responsorum Juris centuria prima. Francofurti apud 
heredes Egenolphi Hadamarii. 

Volgens KBT7S0H, a. a. O. 251, is dit werk van husronimüs 
SOHÜAFF in 1545 verschenen, 1551 en 1558 nog door twee 
Centuria gevolgd. Het veroordeelend vonnis was slechts tegen 
een deel van dit werk gekeerd. De Roomsche Kerk had 
overigens vele redenen om dezen voorstander der Hervorming 
te ontzien. Te Witten berg toch verdedigde hg zeer onaf- 
hankelgk de waaide van het Eanonieke en Bomeinsche recht 
tegenover luthir en allen, die het Mozaïsche daarvoor in de 



142 

plaats wilden stellen. Doch wellicht was men niet vergeten, 
dat SCHÜRFF op den rgksdag te Worms aan de zgde Tan 
LUTHBR staande , in naam van dezen , toen men hem daar op 
zgne boeken wees, met luider stem geroepen had: legantur 
iüuli librorum^ en zich ook in particuliere onderhandelingen 
gyerig de zaak van den Hervormer, met wien hg toen nog 
geheel eensdenkend was, had aangetrokken. Vgl. over dezen 
geleerde, die eerst te Wittenberg, daarna te Frankfort 
a/d. O der, v^ftig jaar lang de rechtsgeleerdheid onderwezen 
had, de levensschets door thbod. muthbr in diens: ,^Aus dem 
„üniversitats- und Gelehrten Leben im Zeit der Bef." (1866), 
en over luthee's verhouding tot dezen ambtgenoot de ver- 
handeling van Dr. k. köhler, ^^Luther und die Juristen; zur 

Frage nach dem gegenseitigen Verhaltniss des Rechts und 

der Sittlichkeit" (1873), 70. 



99 



I. 

loACHiMi CAMERARii annototiones in Ecclesiasticum. 

Vroeger niet genoemd, nu in den ind^sx opgenomen. Bedoeld 
is waarsch^nlgk zgn Qymmentariiis in sententias et sapientiam 
Jesu Syracidae. 

loANNis SPANGHENBERGI expUccUiones EuangelioruM et EpisUh 
larum que doniinicis diebus more usitato proponi in Ecclesia 
populo solent in tabulas succinctas, et ad memxyriam admodum 
utiles redacte. 

EiusDEM tabule Euangeliorum de sanctis, una cum Epicediis 
eidem defuncto scriptis. 

loANNis RUTHENii tobule locoTum conimunium utriusqae tes- 
tamenti adjuncte joanni spangenbergo. 

Deze boeken van den waardigen Evangeliedienaar, den vader 
van CTRIACUS spangbnbbro , hebben aan de veroordeeling in 
den Index het te danken, dat zg naast zgne meer bekende 
geschriflen genoemd blgven. Het laatstgenoemde werd door 



41B 

den reeds yermelden lo&entius villa tincentius op nieaw uitge- 
geven in 1563. Vgl. bkusch, a. a. O. 574. 

loANNis SAGiTTARii BURDEGALENSis canoues concüiorum om- 
nium , qui a primo Apostoloi^um concilio usque ad postremum 
sub Eugenio quarto pontifice maximo celebratum a sanctis 
patribus sunt constituti cum gemino indice locorum scripture 
obiter vel citatorum vel explicatorum. Item rei^um in iis 
precipue memorobilium. 

De antear van dit werk wordt b^ jöchsb of elders onder 
zgne naamgenooten niet vermeld. Prof. de wal doet my op- 
merken ^ dat scHULZ in zgoe ^^Geschichte der Qaellen and 
^^Literator des Canon ischen Elechts** IK, 851 deze titels geeft: 
„(BouRDBAUx) Ganones conciliorum omnium", Basil. 1550. 
^^Sagittarics, joh., Ganones conciliorum omnium", Basil. 1553, 
dus aan twee werken gedacht en den titel gesplitst heeft. 
Onder de door hefslb, ^^Conciliengeschichte" I, 73 genoemde 
^^Sammlung der Ooncilien-acten" is het boek van saoittabius 
niet vermeld. 

loANNis DOELSCHii VELTKiRCHENSis contva doclrindlem quO" 
rundam mugistrorum nostrorum damncUionem Louaniensis 
el CoUmiensis studiiy e sacris literis petita defensie. 

Johann dölsch, te Veltkirchen geboren, en meest ge- 
noemd naar die geboorteplaats , studeerde en promoveerde onder 
CARLSTADT te Witteubcrg, aan welke hoogeschool hy ook 
eenige jaren als docent heeft gearbeid op het gebied der exegese 
des N. T. Vgl. KAWERAU ^^der Briefwechsel des Justus Jonas" 
(1884), I, 85. 

Na zyne verplaatsing in 1541 als Evangeliedienaar te Rei- 
chenbach bleef hg met melanchton zeer be7riend, blgkens 
de troostreden hem in zgn rouw over het verlies zgner echt- 
genoote door den Hervormer toegevoegd ,,Gorp. Ref." IX, 914. 

Behalve het door den Index veroordeelde boek schreef hg 
in 1521: j. veltkirchen, Confutatio inepti et impii libeUi Fr. 
Augustini Alveldj Franciscani Lipsici pro Dr. Af. Luthero en 
in 1580 eene Defensio Dr. M. Lutheri contra magistros Lova^ 
nienses et Colonienses. Dewgl ik deze geschriften zelve niet heb 
kunnen raadplegen, moet ik geheel in het midden laten, 

8 



114 

in welke betrekking zg tot elkander, vooral tot het op den 
Index genoemde, stonden. 

lOANNis ATHANASii VELUANii, omnia opera. 

De Index heefb zich hier met den naam van joannes anastatiüs 
YELUANUs vergist. Deze beroemde en vr^zinnige Evangeliebelgder, 
die geen slaaisch aanhanger van lüther, zwinoli of calvijn 
was, heeft den dank van tal van lezers verworven door zgn 
zeer gezocht boek: der Leecken Wechwyser^ dat voor de eerste 
maal in 1554 te Straatsburg verscheen en vervolgens in 
1555, 1587, 1591, 1594, 1597, 1610, 1631, 1632 en 1651 
herdrakt werd. De waarde van het geschrift is al mgn lezers 
gewis bekend door hetgeen moll over den inhoud en den 
auteur ons mededeelde in ,^Kerkh. Archief' I. 

loANNis Riuii ATHENDORiENSis de vüa et monbus Christianorum 
libri tres. 

EiusDEM de flducia salutis propter Christum liber umis, 

EiusDEM de sluUitia mortalium in procrastinanda cmTec- 
tione vite. 

Idem de consolandis egrotis et ad mortem animandis. 

De geschriften van dezen geleerden West&ler zgn opge- 
noemd door HAMELMANN, ,^Opera Geneal.-Historica*', 175. 

In deze is een greep gedaan door den Index ^ daar enkele, 
die vooral ergernis moesten wekken, niet genoemd zgn. Het 
blijkt, dat riviüs, die slechts den ouderdom van 53 jaren 
bereikte, een zeer arbeidzaam leven geleid heeft, niet alleen 
als schrgver, maar ook als paedagoog. 

luSTi VELSii K^Hsis vere Christianeque philosophie compróba" 
toris atque emuli , quique Antichristi doctrinam sequitur per 
contentionem comparationemque descriptio. 

Voor nadere kennismaking met den auteur en zgn geschrift 
moge ik verwgzen naar hetgeen ik mededeelde in de ^^Eerk- 
„historische Studiën" (1885) 91. 

lOANNis HOSPiNiANi STEiNANi questioms Dialecticc. 

Deze Zwitsersche geleerde, gverig voorstander der Her- 
vorming, te Stein geboren, overleed in 1576 te Basel als 
hoogleeraar in de wgsbegeerte. 



115 

loANNis FOxi ad inclüos ac prepotentes Anglie proceres^ ordines 
et status^ totamque ejus genlis nóbilüatem^ pro af/lictis fror 
tribus supplicatio. 

EiusDEM locorum communium tituli et ordines centumquin- 
qiuiginta^ ad seriem predicamentorum decem descripti. 

Met den eersten titel is ongetwgfeld bedoeld het kleine mar- 
telaarsboek, dat JOHN FOXE in 1554 te Bas el in het Latgn 
het licht deed zien. Het in de tweede plaats aangeduide was 
pas in 1557 verschenen en had daarom wellicht de aandacht 
der Censores getrokken, hoewel het hnn bg grondiger kennis- 
making met de werken dezes edelen mans niet moeielgk zon 
gevallen zgn, eene andere kens te doen. 

loANNis FABRici MONTANi Poemata. 

In de y^Prosopographia" van pantaleon III, 333 prgkt deze 
FABBiciüs met den eemaam van poëta. Eigenigk heette hy 
JOHANK SCHMIDT, gcbooftig van Berghem in den Elzas, 
de zoon eener zuster van leo juda, in wiens hnis hij zgne 
opvoeding genoot. Naar diens voorbeeld werkte hij later als 
Evangeliedienaar te Char met grooten zegen. Onder zgne 
nagelaten werken worden genoemd zgne disposUiones in JE^jpt- 
stolas Jacóbi^ Petti et Joannis; onder zijne gedichten een 
carmen heroicum in laudem Guüielmi TeUii. Reusch , a. a. O. 
326 vermeldt bovendien eene oratio^ qua docetur Chncüium 
Tridentinum sine scéLere a Christianis hominibus frequentari 
non posse en een tractaat adversiis Fanèidonium et Cardiüum 
Hispanum^ Cancüii Tridentini propugnatores. 

loANNis CARiONis Ckfonica impi^essa Basilee apud Isingrinum 
Anno 1557. 

Deze Latgnsche overzetting van gakion^s Chronica^ een 
werk, door sommigen aan melanghton toegekend, door den 
Lubeckschen predikant heeman bonnus vervaardigd , is bg her- 
haling herdrakt. Over hare geschiedenis handelt nitvoerig 
STROBEL „Miscell. Litt. Inhalts" VI, 159. 

loANNis SLEYDANi de stoiu religionis et Reipublice Carolo Quinto 
Cesare commerUarii. 

EiusDEMQUE de qualuor imperiis el quecunque aXia ejus opera, 
Vgl. hiervoor bl. 36. 



116 



L. 

LuGB Lossii annotationes scholastice in euangelia dominicalia^ 
et ea que in festis Jesu Christi et sanctorum ejus precipuis 
leguntur in Ecclesia. 

Dit is een der werken yan den onder zyne tgdgenooten hoog 
aangeschreven godgeleerde en paedagoog luoas lossius, aan 
wiens verdiensten jegens de school der stad Lanebnrg niet 
slechts het voorgeslacht bg monde van lucas baombistsr, toen- 
maals rector der hoogeschool te Rostock, in eene ^^oratio 
,^de Lnca Lossio stadioram javentatis sedalo et felici formatore, 
y^annis 50 in schola incljtae nrbis Lonebargae, 21 October 
^,1585*', maar ook later levenden, als Dr. ühlhobn in zgne 
monografie over uebanus eeohius, 190, hulde brachten. Geboren 
te Yach aan de Werra in Hessen ten jare 1508 leefde 
en werkte lossius tot 1582, al zgne gaven aan den opbouw 
van het Godsrgk wgdende. 

Van zgne vele geschriften is slechts een enkel op den Index 
vermeld , dat in 1 553 van de pers gekomen is. Door zgne PsaU 
modia^ hoc est Cantica sacra veteris Ecclesiae selecta cum 
praefatione philippi melanchtonis 1569, schgnt hg zich den 
meesten naam verworven te hebben. 

Leonardi culmanni craylsschermensis desolafidejvstificante, 
seu justificcUione honiinis^ quid de ea pure sit sentiendum 
aqtue docendum. aliquot formule. 

EiusDEM testimonia sacre scriplure turn veterwn ac recentium 
doctorum^ Christum esse nostram justiliam. 

In 1497 of 1498 te Grailsheim in Anspach geboren, 
ontwikkelde oullmann zich later tot een der uitnemendste god- 
geleerden van Neurenberg, die echter wegens zgn partg 
kiezen voor osianoer laatstgenoemde stad moest verlaten en 
in 1562 overleed als predikant te Bernstadt. De lange 
Igst zgner geschriften vinden wg bg will, a. a. O. I, 230; 
daarop komt echter het in de eerste plaats veroordeelde niet 
voor^ en het tweede, naar het schgnt, alleen in Dnitschen 
tekst, met den titel: Zeugniss aus Gottes Wort und Schrifften 



117 

der QiHsÜichen Lehrer^ was des Menschen Gerechtigkeü seye 
und wie der Gottlose vor GoU soU fromm und gerecht werden. 

Laconici chalcondyle athaniensis de origine et rebus gestis 
Turcorum libri decem^ nuper e Greco in latinum conversie 
Conrado Clausero Tigurino interprete. 

Volgens BBüscH, a. a. O. 256, heette de schrgyer laonious 
CHALCONDYLAS ATHBNiENsis, en weid zgn boek yeroordeeld wegens 
de yrgheden, welke clauser, een Züricher filoloog, zich in 
het overzetten en aanvallen van den tekst veroorloofd had. 



M. 

Mennonis symonis opera omnia. 

De opgaaf van den Index is in zoover ondaidelgk, als de 
opera omnia van menko simons eerst in 1600 zgn bgeen- 
verzameld, herdrakt en vermeerderd in 1646 en nog eens in 
1681. De Index veroordeelt alle geschriften van mbnno en 
bedoelt dus de afisonderlgk nitgegevene. 

Marcelli palinöenii stellati zodaicus vite. 

Deze satire, gedicht door piebanoblo manzolli nit Stel- 
lada bg Ferrara, scherp gekant tegen de geestelgkheid , 
werd, volgens beusoh, a. a. O. 253, nog in 1832 opnieuw 
uitgegeven. Zg verscheen voor het eerst in 1556 en vond 
tallooze lezers. Des dichters Igk werd opgegraven en verbrand. 



N. 

NicoLAUs SELNECCERUS in Thfenos Hieremie. 

Ook hier blgft de vraag onbeantwoord , waarom uit de zeer 
vele geschriften van dezen Lutherschen godgeleerde slechts dit 
eene veroordeeld is. 



148 



P. 



Petri artopei de prima rerum origine^ et vita sandissi" 
morum antiquissimorumque patrnm ex lïbro Geneseos breves 
aphorismu 

Vgl. hierroor bl. 50. Bg het daar genoemde is onder de ver- 
oordeelde boeken op dezen Index het boYenyermelde gevoegd. 



R. 

Reginaldi poli Cardinalis Brittanni pro Ecclesiastice unitatis 
defensimie libri quatuor^ alioqui catholici, sed habentes coim' 
pressos aliorum contra primalum Romani Pontificis et Prefor 
tionem petri pauli vergerii. 

Het werk yan den kardinaal reoinald polk was in 1586 
te Rome gedrukt. De veelschrgyende veroerius, (de vol- 
ledigste Igst zgner werken bevat het ^^Serapenm*' van 1858, 
65) gaf ten jare 1555 in het licht hetzelfde werk van fole, 
waarin deze beproefd heeft ^^mazimo stndio Ecclesiae Romanae 
^^primatam constabilire" en voegde er by i^gravissimoraoi 
,,virornm de pontificis Romani Primata judicium", namelgk 
geschriften van luther, flacius illyricus, f. hothan, me- 

LANCHTON, BÜGER, CALVINUS CU HUSCULUS. GceU WOudcr VOOr- 

waar, dat de Curie met deze uitgaaf niet was ingenomen, en 
onder hare hoede te Ingolstadt in 1587 een herdruk van 
P0LE*s boek van de pers kwam, zonder de haar ongevallige 
bgvoegselen. 

Natuurlgk was ook de praefatio yan veroerius weggelaten. 
Zg was gericht aan jouann friedrich, den zoon van den Keur- 
vorst van dien naam. Over den schrgver dier praefatio oor- 
deelde men zeer verschillend. Wel werd hg genoemd ,^homo 
^^ad regnum papisticum depugnandum natus" (Epistolae Tign- 
,^rinae", 451), maar in dienzelfden bundel, 449, ten zgnen 
aanzien de wensch geuit met toespeling op zgne voornamen: 
^^utinam vere sive petrus, sive paulus esset!" 



119 



S. 

Sebastiani castalionis bïblia. 

De lof door füsius, zie hiervoor bl. 108, aan de Latgnsche 
overzetting van gastaijo gebracht, werd allerminst door dezen 
Index herhaald. 

De eerste dnik verscheen in 1551 , in 1555 gevolgd door 
eene overzetting in de Fransche taal. Vgl. het aangehaalde 
werk van mabult 22, vooral „Iel France Protestante", 2® druk, 
IV, 130, waar de onderscheidene uitgaven z^n opgenoemd. 

In het ^^Gorpas Beformatomm'' XLII, 727 is de préface 
de la Bible frangaise de seb. chatbillon afgedrukt; z^ was 
reeds in 1558 opgesteld en in handschrift verbreid. Oevolgd 
werd zg door een Avertissement touchant céte transUxcion. 

SiMON HESSüS Luthero ostendit causas^ quare lutherana ojpttó- 
cula a Colonien$ibus et Loicaniensibv^s sunt conibusta. 

Dit is eene kortere uitgaaf van het oorspronkelgk in het 
Hoogduitsch gestelde: Bikhleinj stmon hessus zeigt an Doctor 
MABTINO LUTHBR Drsochj warum die LtUherischen Bücher von 
den Coloniensem und Lovaniensem verprent worden sein^ dann 
Martinus hat das begeri inn einem Büchlein^ darin er ürsach 
sagt mit 30 ArticJden im geistlichen Recht hegriffen ^ warum er 
dem Bapst seine Recht zu Wittenberg verprent hat. Auch ein 
neuen Zusatz inn etlichen Articfden hegriffen. Frag und Antwort 
SYMONis HESSi und MAETiNi LUTHERi , neulich mit einander zu 
Worms gehalten^ nit unlieplich zu lesen. Beide uitgaven werden 
in 1521 gedrukt. Deze satire had tot auteur urbanus rheoius. 
Dhlhorn deelt in zgne monografie, 80 en 349, een en 
ander van den inhoud mede. Schadb, ^^Satiren und Pas- 
^^quille aus der Reformationszeit*' II, 135, geeft ain schoner 
Dialogos Zunschen aim Pfarrer und aim SchuUhaisz hetreffend 
allen übd Stand der gaistlichen und hos Handlung der Welt" 
lichen alles mit Geizighait heiaden waarin simon hbssus 
vermeld wordt, Seite 140. Een bewijs van de graagte, waar- 
mede dergelgke satiren ontvangen werden. 

Stanislai orichonh rutheni de lege celibatus contra Byri- 
cium in Concilio habita oratio. 



420 

EiüSDEM STANiSLAi ad JuKum tercium Pontificem Maximum 
supplicatio de appröbando vmtrvmonix) a se inito. 

Item de bello adversus Turcas stiscipiendo ad equües Polonos 
turcica prima. 

Over sTANisLAUs 0EZECH0W8KI, Egn verlaten van en z^ne 
weder opname in de Boomsche Kerk vgl. rbusch, a. a. O. 
253. Het door hem gedaan verzoek vond bg de Garie eerst 
verhooring, toen de vrouw van stanislaus, met wie hg als 
priester hnwde, gestorven was. 

SiMON GRYNEUS iu Ubrum octauum topicorum Aristotelis. 

Aan dezen uitnemenden wijsgeer en godgeleerde, geboren 
in 1493, overleden in 1541, wgdt pantalbon III, 211 bg 
uitzondering een zeer uitvoerig artikel. Aan zyne verdiensten 
is vooral hulde gebracht door i. f. haütz, ^^Gesch. der Uni- 
„versitat Heidelberg" I, 373. 

Waarom juist dit geschrift van ortnabüs, en dit alleen op 
den Index geplaatst is, laat zich niet verklaren. 



T. 

Theodorici bibliandri ad nominis Christiani socios consuUaiio 
quanam ratione Turcarum dira potentia compelli possit ac 
debeat a populo Christiano, 

Naast een vroeger veroordeeld werk van bibliander, zie 
bl. 53, wordt nu een tweede gevoegd; waarom dit en dat 
nu eerst, valt niet te zeggen. 



V. 

Varia doctorum piorumque virorum de corrupto Ecclesie staiu 
poemata^ cum prefaiione mathie flacii illirici. 

Tot de klasse der raadselen behoort evenzeer het feit, dat 
niet de Catalogus testium veritatiSj maar wel het bovengenoemd, 



121 

daaraan toegevoegde boek, ook in 1555 verschenen, op den 
Index is geplaatst geworden. In 1557 was het door den 
Index veroordeelde afzonderlgk in bet licht gezonden. 



BOECKEN SONDER NAEM DES AUTEURS. 

Orthodoooographa theologie sacrosancte ac syncerioris fidei doo 
tores numero LXX F/, Ecclesie columina luminaque clarissima 
authores , partim Greci , partim Latini , oft vetuslatem et eru- 
düionem venerandi^ quorum quidam nuüi hactenus visi^ verbis 
breves diuini vero spiritus doctrina^ muUorum scriptorum 
qu4xntumuis prolixa volumina superantes^ ui vere possint 
appellari theologica bibliotheca. 

In 1555 door j. j. grynaeus ten druk bevorderd. De tweede 
nitgaaf, van 1569, bestond uit twee deelen in folio en telde 
in plaats van 76, 85 schrgvers. Vgl. bbusch, a. a. O. 257. 

Scripta quidam Pape et Monarcharum de Concilio Tridentino 

ad cognoscendam veritatem admodum lectu utilia^ nunc 

. primum in pvblicum edita , cum prefatione m athie flaccii 

ILLYRICI. 

ScHELHO&N verzekert in z^ne ^lAmoenitates Hist. Eccles. et 
,^Literariae" II, 395, dat dit geschrift na 1554 het licht heefb 
gezien. De biograaf van flacius. Dr. w. faeobb heefb het 
in de l^st der geschriften van flagius niet vermeld. 

De disdplina puerorum redeque formandis eorum et sludiis el 
moribus^ ac simul tam preceptorum^ quam parentum in 
eosdem officio doctorum virorum libelli, Basilee per joannem 

OPORINÜM. 

Naar ik gis, moeten wg bg den titel denken aan caelius 
SECUNDUS cuRio's rcods op den Index van 1550 veroordeelde 
Epistola de pueris sande Christianeque ediuxxndis^ nitgegeven 
in 1544 en 1549. Van den laatsten drnk bezit prof. doeobs 
een exemplaar. Vgl. ,^Collectie van Bariora" 41. Volgens 
prof. c. scHHiDT in zgne verhandeling over cueionb, ^^Zeitschr* 



422 

„f. d. Hist. Theol." 1860, 583 is er na 1549 nog eene af- 
zonderlgke uitgaaf van deze Epistola yerschenen. 

Actiones due secretarii Pontificii^ quarum altera disputat^ an 
Paulus Papa qtiartus debeat cogitare de Co7iciUo Tridentino 
instaiirando ^ magna est enim spes de pace; altera vero^ an 
vi et armis possü deinde imperare j^rotestantüms ipshis Con- 
cilii decreta. 

Volgens de opgaaf in het ^^Serapenm", a. a. O. 85 yerseheen 
deze satire van yergerius in 1559 en in 1609 in Hoogdoitsche 
overzetting, overgedrakt door c. s. salio, ^^Eüst. des Trid. 
^^Ooncil." III, 861 , die daarb^ heeft gevoegd de adio tertia, 
qua utrumque capxit complectitur ac definitum concüium non 
posse instaurari nee papam tanta esse potentia^ ut possü 
decreta vi imperare, 

Epitoma responsionis ad martinum lutherum. 

In 1520 zond lutheb dit geschrift in het licht. Het bevatte 
z^ns tegenstanders silv. peiebias' tractatus tegen hem, dien 
hg liet afdrukken met bggevoegde glossen en aanmerkingen, 
zoodat hier ad lutherum hetzelfde beteekent als per lutherum. 

De authoritate^ officio et potestate pastor^um Ecclesiasticorum. 
JoHAN YON WESEL was autcor van dit opusculuniy hetwelk 
een ongenoemde liet herdrukken met den titel: epistola cujus- 
dam sacrarum literarum studiosi responsiva , tractans de pon* 
tificii muneris functione et authoritate superiorum in suhditos 
et sübditorum in superiores óbedientia^ de authoritate , officio 
et potestate pastorum ecclesiasticorum , ex phil. melanchthonis 
editione. Doch men vergiste zich; de uitgaaf droeg op den 
titel de woorden: cum conclusionibus aliquot m. phit.tppi me- 
lanchthonis. Het gerucht duidde melanchton als den bezorger 
dezer uitgave aan, weshalve het door de Oensuur in Enge- 
land veroordeeld werd. Vgl. reusch, ^^die Indices libr. prohib.", 
9; over de geschiedenis der uitgaaf ullmann, ^^Beform. vor 
,^der Beformation'* I, 345; over den inhoud oiessler, ;,Leh]v 
„buch" n, IV, 482. 

Brevis cometarum explicatio physicum ordinem et exenipla hts- 
toriarum precipue complectens. 

De titel zou volledig zgn, indien daaraan ware toegevoegd: 



123 

cum epistola ad D. Dryandrum^ Bemae 1556. Benedictüs 
AKETiüs, hoogleeraar te Marburg, later te Bern, waar 
hg 22 April 1574 overleed, is daarvan de aateur, gelgk van 
vele andere geschriften. Vgl. striedeb, >,Hess. Gelehrt. Qesch." 

I, 188 en adeltjno in voce. Een exemplaar van het hoogst 
zeldzaam geschrift wordt gevonden in de Bibliotheek der Ster- 
renwacht van de Pnltowa. 

NomenckUor insignium scriptorum^ quorum libri extant vel 
manuscripti vél impressi. 

Over dit uittreksel van gessneb's ^^ibliotheca", vgl. beüsgh, 
„Der Index", 257. 
Pasquilli extatici, seu nupet' e celo reverst de rebus partim 
superis , partim inier homines in Christiana religione passim 
hodie controversis cum Marphorio colloquium. 

In 1544 gaf coeuo sboundo cxjeione deze satire ver- 
meerderd en verbeterd in het licht, nadat zg kort te voren 
opgenomen was in de „Pasquillomm libri dao" te Elen- 
theropolis, dat is Basel, gedrukt. Prof. scmaDT deelt 
er een uitvoerig uittreksel van mede in zgne studie over den 
scbrgver, „Zeitschr. für die Hist. Theol." 1860, 588. 

Ten jare 1567 werd te Emden eene vertaling gedrukt 
in klein 8^. VIII 253 bl., waarvan een exemplaar beschreven 
is door SEKRURB, „Vaderlandsch Museum voor Nederd. Letterk., 
„oudheid en geschiedenis" IV, 51, hetwelk ook voorkomt op 
zgne „Catalogue" II, 41, N^ 2180. Het werk is door den over- 
zetter opgedragen aan UNico manninga tot lutzbürch. Dros- 
saert van Emden. De vertaler was F(oppe) v(an) c(ammingha), 
die in 1568 het vaderland ontweek naar Oost-Friesland 
en daar zgn graf vond. Vgl. tb wateb , „Verbond der Edelen" 

II, 317. Deze druk was echter niet de eerste; immers den 
27 Januari 1565 gaf de landvoogdes aan den graaf van 
Brederode hare afkeuring te kennen over „ung livre en 
„théois intitulé: een coUoquie van Pasquillus ende Marforius, 
„te koop aangeboden binnen V i a n e n". Vgl. gachabd , 
„Corresp. de Quillaume Ie Tacitume" I, 420. 

Medicina anime tam iis , qui firyiia , quam qui adversa corporis 
vaUtudine prediti sunt in mortis agone^ exlremis his perir 
cuhsissimis temporihus maxime necessaria. 



424 

• 

De vertaling van dit gescbiïft van urbanus rhegius is reeds 
genoemd. Het oorspronkelgke is ook opgenomen in de ver- 
oordeelde Imagines mortis. Vgl. ri!:itsch, a. a. O. 241. Zie 
over de verschillende uitgaven dier Imagines „Serapeum" I, 
245; n, 294; VI, 225; VIII, 129; X, 305; XI, 113. 
Voor 't eerst zag het tractaat van rhegius het licht in 1529 
in Hoogdnitschen tekst. Niet alleen werd het by herhaling 
herdraht; vgl. uhlhorn, a. W. 357; maar ook door i. frbdbr 
in het Lat^n overgezet ten jare 1537 uitgegeven te Wit- 
tenberg en volgens h. von dbr hardt, ^^Antiqua Literarum 
monumenta" I, 348, ook te Antwerpen herdrukt in 
1545, opgedragen door den vertaler aan erasmus, bisschop 
van Gammin in Mecklenburg. Over den vertaler in het 
Hoogduitsch, die zonder plechtige handoplegging het pre- 
dikambt in H^imburg aanvaardde, dientengevolge en om 
andere oorzaken vele moeiel^kheden ondervond, vgl. men de 
monografie von e. mohnike, ^^des Joh. Frederus Leben und 
^^geistliche Gesange". Ook het volgende behoorde tot den- 
9^1fden bundel. 

Ratio et methodus consolandi periculose decumbentes. 

Medüationum ac precationum Christianarum libellvs^ formandis 
turn conscientiis ^ tiim morUms pdelium longe ulilissima. 
Dit is mg onbekend gebleven. 



Nieuwe testamenten in duytsche. 

Tot Leyden by peeter jansz. in Hiaer XXXVL 

Tot Leyden by pieter olaesz. Int Jaer XXXIIIL 

Van beide uitgaven komen exemplaren voor op de Igst van 

LE LONG, 866. 



425 



DUYTSCHE BOECKEN MET DEN NAEMEN VAN DEN AUTHEURS. 

Een scherm boecxken met de woorde Gods, benedictus bret- 

ZYGER. 

Ondaideljjkheid en slordigheid zgn in deze opgaaf yereenigd. 
Ter toelichting van dezen titel ben ik alle licht yerschaldigd 
aan het zeer nuttige boek van c. c. hi&sch, ^^Libromm ab 
>^anno I nsqne ad annam L secnli XVI typis exscriptomm , 
^^Millenarii IV*'. Daar lees ik Millen. II, 36 op Nummer 422: 
ein unüberwindlich Beschirmbüchlein von Hauptartikeln und 
fümendichen Puncten der gött. Geschrift aus dem A» und N, T. 
mit BesMussreden , einem jeden rechten Christen Menschen zur 
Handhabung der göttlichen Wdhrheit, wider die Verfolger 
derselben, gar nütdich zu gebrauchen. Van de hand van den 
overigens my niet bekenden BfiNEDicrus grbtzinoer, predikant 
te Reutlingen, verscheen het in 't licht in 1525. Door wien 
en wanneer het in onze taal is overgebracht, big kt niet. Ook 
acht ik het niet onwaarschijnigk , dat op den Index de Duitsche 
titel in onze taal is overgezet. Adslung in voce noemt twee 
Wittenbergsche uitgaven van 1525 en 1526. 6. w. panzee, 
^^Annalen der altern deatschen Literator" (1805) II, 447, geeft 
deze titels op : Ein unüberwindlich Beschirmbüchlein von Haupt' 
artikeln und fümendichen Puncten der göttlichen Geschrifft 
aus dem AUen und Neuen Testament 1526; en Oiristliche 
Frag und Antwort den Glaid)en und die Liebe betreffend und 
wie einer den andem Christlich unterweisen muss. ünüber^ 
windlich Schirmbüchlein von Hauptartikeln götüicher Geschrifft 
durch BENEDICTUS GRETZiNOKK, ZU der Erkldrung der zwölf 
Artikeln urba.ni regii fast dienstlich. Getruckt zu Strassburg 
durch WOLFGANG KÖPFEL, 1526. De Bibliotheek der Maatschapp^ 
van Ned. Letterkunde bezit van denzelfden schrgver: Hovet 
Artikel unde de vömemelyksten stücke unses Oiristendomes ^ 
myt Sproken lUh der hilgen schryfft bewérct. Tho dem andem 
male gecorriegiert. Wyttenberg h. baerth 1525. Vgl. ,>Catalog. 
„der Bibl." I, 816. 

Den Antechrist leuendich afghemaeU^ gheschildert ende naeo 
telyc beschreuen met alle sijn verwe ende coleuren t samen- 



426 

gesteü in Italiaensche spraeken door den eersamen berhar- 
DiNUS OCHYN van der stadt Semes nv overghesteü in duytsch. 
OcHiNO VAN siENA, door dcD leiterkundigeii arbeid van prof. 
BENBATH oiis een bekend persoon geworden, heeft in zgne 
vroegste jaren een tractaat geschreven over den Antichrist, 
waarvan benrath alleen eene Fransche vertaling kent (a. a. O. 
376): V image de V antichrist^ composé en langue Italienne^ 
translate en francoys. De Index leert ons, wat wg van elders 
niet wisten, dat dit tractaat, in 1544 uitgegeven, ook in 
onze taal is overgezet. 



F. 

Een spel van sinnen , van thien personagien leerende schouwen 
allen erroren ende dwalingen die dagelycx in der heyliger 
Kercken oprysen^ by broeder franco ys amelry Carmelyt^ 
binnen der stadt van Ypre, 

De opgaaf verdient alle aandacht. Volgens het artikel, dat 
FBRDiN. VAN DER HAEOHEN aan den carmeliet van Yperen, fran- 
cois AMELRY wgddo in de ^^iographie Nationale de Belgiqne" 
I, 260, blgkt niets van eenige hetorodoxie van dezen gees- 
telgke; de „Bibliotheca Belgica'*, onder directie van denzelfden 
geleerde, handelt op letter A over zijne geschriften, die alle 
zuiver katholiek schgnen geweest te zijn. Nergens elders vond 
ik het op den Index genoemde vermeld, en met den inhoud 
geheel onbekend moet ik de vraag naar de oorzaak der ver- 
oordeeling onbeantwoord laten. Mag men de toevlucht nemen 
tot de gissing , dat het boekje op zgn naam was gesteld , om 
het langs dien weg ruimeren ingang te verschaffen? 



H. 

Een verghelykinghe des alderheylichste vader den paus legen 
den selsamen vreemdst gast in die Chrislenheyl ghenoeinpi 



127 

Jesus^ die in corten tijt wederomme in Duytslant gecomen 
is^ ende nu weeder iviU in Egyptenlant^ als een die by ons 
veracht wordt Domine quo vadis , Romam iterum crucifigi ! 
ghemaect bij broeder hendrick kettenbach, Minnebroeder. 
Een der voortbrengselen van den vroegeren ülmer geestelijke. 

In het Hoogdaitsch zag dit geschrift ten jare 1523 in tweeerlei 

uitgaaf het licht en nog zes maal daarna. 



M. 

Van dat rechte Christe ghelooue^ menno symonis. 

Wellicht WBS dit het meest gezochte van menno's tractaten. 
De titel moest eiken heilbegeerige aantrekken; h^ beloofde 
antwoord op de vraag van den dag, de vraag naar het ware 
geloof. Cramer, „Het leven en de verrigtingen van Menno 
^^Simons** 181 , noemt den tyd der vervaardiging onzeker. 
Bepaald kannen w^ aannemen door de mededeeling van tia- 
LEMAN VAN BRAOHT, „Martelaarsspiegel" II, 70, waar onder 
de misdaden , den martelaar jan claesz ten laste gelegd , ook 
genoemd wordt het feit, „dat Iqj hadde laten drakken tot 
„Antwerpen zes honderd", of naar eene andere lezing zestien 
honderd „boeken , welke hg met menno simons hadde gesloten 
„en hadde die in dit land gestroyt", dat reeds vóór 1544, het 
jaar van den dood dezes martelaars, éen van menno*s trac* 
taten zeer algemeen was verspreid. Blaupot ten gate, „6e- 
„schiedenis der Doopsg. in Holland" I, 20, noemt onder- 
scheidene tractaten op, die hier in aanmerking kannen komen 
en allereerst het opstel tegen jan van leiden. Ik zal hier 
niet herhalen, wat ik elders tegen de echtheid van het trao- 
taat heb in het midden gebracht, „Geschiedk. Nasporingen" 
I, 128, doch alleen eene opmerking maken, die mg in mgne 
overtuiging versterkt. Toen ik over dit aan menno toegekende 
opstel schreef, kende ik den inhoad alleen naar den tekst, 
die in de uitgave zgner werken van 1646 en 1681 voorkomt. 
Sedert is mg in handen gekomen eene afzonderlgke uitgaaf 
van het tractaat, die het eigendom is der Bibliotheek van 



m 

de Doopsgezinde gemeente te Amsterdam. Ik deel den 
titel vollediger mede, dan hg gevonden wordt in den ^^Cata- 
^^logos van de Bibliotheek der Doopsg. 6em." II, 185. Een 
gantz duidèlyck ende kUzer beunjs^ uyt die H. Schriftuere^ 
dat Jesus Christits, is de rechte bdovede David in den geest ^ 
een Koninck aller Koningen j een Heer aller Heere ende de 
rechte geestelycke Koninck over dat geestelidie Israhel^ dat is 
zyn gemeynte^ die hy mit syn eyghen bloedt ghecoft ende ver^ 
worven heft. Eertyts geschreven aen allen waren Broeders ende 
Bondtgenoten , hyr en daer verstroeyt door M£Nno symons tegens 
de grouwelycke ende grootste Blaspheniie van jan van leydbn, 
die hem uytgaff voor een blyde Coninck over al efide der 
elenden vroude geworden, hem settende in de Stede Gods. Noyt 
voor desen ghedruckU I Cor, UI vs, 13. GhedrudU int laer 
onses Heereny 1627. De uitgever geeft geenerlei verklaring van 
de w gase , waarop dit noyt voor desen ghedruckt opstel ten jare 
1627 in zjjne handen gekomen is. De voorstanders der echtheid 
beweren, dat het in 1535 door minno vervaardigd is. Slechts 
het overlegden van een toen gedrukt exemplaar zou mg hunne 
zgde doen kiezen. Of stellen zg de mogelgkheid, dat het 
ongeveer een eeow in handschrift bestaan heeft, dan mag men 
eischen, dat de waarschgnlgkheid van dit gevoelen gestaafd 
worde door een of ander citaat van het stukje bg Doopsgezinde 
of niet Doopsgezinde schrgvers, die vóór 1627 geleefd hebben. De 
Naaml^st der Doopsgezinde schrijveren en schriften, die naamloos 
door MABTEN 8CHA0£N, leeraar der Doopsgezinden te Amster- 
dam, in 1745 in het licht werd gezonden, beginnende met 
den Jare MDXXXIX en eindigende met den lare MDCCXLV, 
kent blgkbaar geen ouder geschrift van h£Nno, dan een fun- 
dament ende dare aenwysinghe van de Salidimakende Leere 
Jesu Christi in 1539 verschenen, en noemt zelfe het tractaat 
tegen jan van leidxn niet, hoewel andere uitgaven van den- 
zelfden drukker, z. cosneusz te Hoorn, vermeld zgn. Van 
1621 tot 1627 heeft deze meer dan éen tractaat van menno 
verspreid en misschien, door gunstig debiet verlokt, het stuk 
tegen van leiden onder het publiek gebracht. Waar menno 
zelf te zgner verdediging het tractaat had kunnen en moeien 
noemen, zwggt hg er van, namelgk in de door hem in 1554 



1Ö9 

aitgegeven leyensbeschrg viog : ^^Daer is volghende, die secte 
„YMï Manster aenghebroken , door welke yeele vrome herten 
9,ook in ons qaartier bedrogen wierden. Mgne ziele was in 
y^groote droef heyt, want ik merckte dat zy yyerden, maer 
^^nogthans in de leer feilden. Ik heb my met myne gheringe 
^^gave daertegen gesteld met prediken en vermaanen^ zooveel 
„als in mg was ; tweemalen met eenen van hnnne vooristanders 
„gehandeld, eenmaal heimelyck, en eenmaal openbaar; maar 
„myne vermaaninghe vorderde niet, dewyl ick nog zelve deed, 
„dat ik wel bekende , dat niet recht was*'. 

Totdat ik beter onderricht ben, noem ik mbnno's hier ver- 
oordeeld tractaat Van dat rechte Christen geloof het door jan 
GLAESZ gedrukte en verspreide. Hoe groote prgs op deze penne- 
vracht van kbnno gesteld werd, blgkt mede nit het bestaan 
van een exemplaar, weleer in het bezit van isöac lb long, 
in den Catalogns zgner boeken aldos beschreven: „Eerste dmk, 
„extra heerlyk op perkement gedrakt, ongemeen sindelyck 
„bewaart en in z^'n eersten band*'. Het heet daar „extra raar*' 
en werd ook als zoodanig geschat, daar het verkocht is voor 
8 galden, in dien tgd een ongehoorde som. Waar is de 
rariteit gebleven? 

In 1556 was het tractaat van het rechte Christen ghdoove^ 
dat des menschen harte omkeert^ verandert^ Godvresende^ op- 
recht ^ nieuw j vreedidi^ vrolick ende sadich maeketj met zyn 
rechte natuerlicke eygensdiappen^ aert^ natuere^ werckinge ende 
crachte^ met groten vlite doorghesien herdrukt, ja vermeerderd, 
zeker niet tot zijn voordeel , met uitweidingen over de mensch- 
wording des Heeren. Het moest te gereeder ingang vinden, 
als zgnde de inhoud reeds bekend bg de talrgke vrienden van 
MBNNO in België. Ik meen, dat dit tractaat en dat over 
de hemdsche wedergeboorte en nieuwe creatuere de eenige van 
MBNNo's schrifben zgn, die herdrukt, beide in 1556, en het meest 
verspreid werden. Later, in 1561 werden ten huize van isaAC 
STOLLABRT, „zyndc van de leeringe en de ketterge vander 
„ Wederdoopers , ende ter causen van dien absenteerende", ge- 
vonden „diverssche boeken van diverssche ketters, als van 
„MENNO STMONS, DiERiCK , PHILIPS cudo andere, al in groote 
„getale, nyet alleenlyck (soot schgnt) tot desselfs isaack ge- 

9 



430 



^^broyck, maer oock om deselve ie stroeyen ende te distri- 
y^baeren onder het volck*'. Zoo laidt de sententie in het 
.jAntwerpsch Archievenblad*' II, 861, waarbg helaas! niet 
gevoegd is eene nadere omschrgying yan de gevonden en ver- 
oordeelde geschriften. 



N. 

Dit is een schoon tractaetken oft boecxken^ seer py^opielyck voor 
alle menschen te lesen; hetweïke spreect van dat begin ^ leuen 
ende doot Antechristi^ ghenomen wter heylighe scrifture door 
eenen geleerden Doctoor Meester nicolaus aemssdorf. 

Nadat ik de lyst der geschriften van amsdorf, gelgk die 
voorkomt in zgne levensbeschrgving door Dr. k. j. meusr, 
a. a. O. 116, geraadpleegd heb , darf ik niet bepalen , welk 
opstel met den aangedaiden titel is bedoeld. 



S. 

Cort onderwys wter heylighe scrifture op tghebet ojis Heeren^ 
de inghelyke groete^ de twaelf Articulen des gheloofs^ ende 
thien geboden Gods^ wlgheset hij Heer steuen van luylbeke. 
Ghedruct te Ghendt bij geraert van saleson. 

De schrgver van dit werkje heette steven van mylbbke; 
hg gaf het uit in 1553, naar octrooi, bg oeraerdt van 
sALENsoN. De genoemde was de eerste in België, die in 
1563 als oitgevers-em^I^ma een byhel koos. Hoewel dergelgk 
emblema kettersch geoordeeld werd, kwam het zeer in gebmik. 
Van 1563 tot 1572 is het in de Nederlanden door 72, 
in Oent door 4, in Antwerpen door 2, in Brussel 
door 1, in Leuven door 1 drukker gebezigd geworden. 
Vgl. „Bulletin du Bibl. Beige" XV, 172. 



131 

Het veroordeeld werkje is volgens BLOMiCABfiT ,^de Nederd. 
„Scbrjjyers van Gent", 62, in 1578 herdrakt met gewgzigden 
inhoud naar de zienswjjze der Protestanten. 

De veroordeeling door den Index geeft grond voor de gis- 
sing, dat die herdruk niet in 1578, maar veel vroeger heeft 
plaats gehad. 



U. 

Dat rechte fundament der Christen menschen^ ende principael 

stucken der ganser godlycker scriften^ een schoone corte ver" 

claringhe, allen Christen profitelyck en de noot te weeten^ om 

tot rechter verstandt der godlycker scriften te commen^ tot 

dienst van allen Christen^ gecopuleert doer d. ur. regium. 

Reeds in 1523 had dit opstel van uhegius — zijn biograaf 

UHLHORN , 55 en 352 , noemt het eene populaire dogmatiek — 

het licht gezien , en was algemeen verbreid. Later werd het 

in het Latgn vertaald en naar dezen tekst waarschjjnlgk in 

onze taal overgebracht. 



DUYTSCHE BOECKEN SONDER NAEM DES AUTEURS. 

Een suyuerlycke ende een schoon disputatie^ die welcke ghe- 

schiet is in den Haghe in Hollandt, tusschen die Ketter^ 

meesters ende een Christelycke priester^ ghenoempt Jan van 

woerden^ aldaer ghevangen ende ook verbrant^ die welcke 

questien al wel ghenoteert sijn van een gheleert man, Anno 

Naar het exemplaar der Bibliotheek van Ned. Letterkunde 

te Leiden ^^Catalogus" II, 846 volge de aanvulling van 

den titel: duysent vyfhondert XXV. Den vyfthienden doch 

Septembris. Wat macht scaden, Ie hebt ghewaecht. By my 

piBTEB STZSSER alias LODEWYOK HETSBR. Doze naam schgnt den 



aateur van het zesde of laatste gedeelte van hel geschrift 
aan te wgzen, dat hoogst waarsch^nlgk eerst als vliegend 
blad verbreid en daarna bg de voorafgaande vgf gedeelten 
opgenomen en saamgevoegd werd. Vgl. de uitvoerige onder- 
zoekingen over dit geschrift, door arnold ons geschonken in 
de „Bibliotheca Belgica" Letter G, N. 169, 170. Gnaphbüs 
schreef zyn bekend verhaal in het Latgn, dat eerst in druk 
verscheen te Straatsburg in 1546, terwgl de voorrede 
gedateerd is 1529, het jaar, waarin het geschrift is ver- 
vaardigd. Rbviüs bezorgde in 1649 en 1650 eene uitgave; 
j. VERWET in 1652 eene vertaling, die herdrukt werd in 1657. 

Dat dootbedde ende onderganck der missen. 

Dit tractaatje was een scherp geschrift tegen de mis. Als 
zoodanig wordt het genoemd en beschreven in de ^^Historie 
„van broeder oornblis" 1592, 154 (druk van 1640, I, 268), 
waar wg lezen: „ou, ba, waer zynse nu met heur ver- 
„maledyde boecxken het Dootbedde der Missen^ daer zy in 
„gaen schryven^ dat de Misse alomme veroordeelt is, als 
„eenen gierigen onversadelicken geltsack ende dat sy sieck te 
„bedde light van een gheswel, dat haer aan haeren canon ghe- 
„groeit is, 'twelck vol vuylen, versweren, fenynighen, stinc- 
„kenden etter is, gheheel verrot, vercanckert en ongheneselick, 
„ende dat de Paus hierop aen de Qwacsalvers antwoort: eylacie, 
„dat gheswel en heeft sy van heden noch van gisteren niet, 
„het is een out ghebreck; sy is daer met gheboren*'. In de 
„Disputatie tusschen broeder cornelis ende herman vleckwtok*' 
opgenomen in het 2« deel bl. 420 der „Sermoenen van broeder 
„coRKEUs" (druk van 1640) komt het volgende voor: 

„Br. cornelis: „weet ghy 't secreet van de Misse niet, hoe 
„coemt dan dat ghy ketters ulieden ondervrindt sulcken ver- 
„maledyden Doodbedde der Misse te beschryven? daerin staet, 
„dat de Misse quansuys quansaes cranck lecht aen een vuyl 
„versworen gheswel, dat sy aen haren canon heeft, daer sy 
„om sal moeten sterven'*. 

„Herman : wy en hebben dat boecxken van 't doodbedde der 
„Misse met ghedicht noch gheschreven". 

De auteur is niet bekend geworden, evenmin de drukker 
of uitgever van den druk door dezen Index veroordeeld. Dat 



ft 



133 

het tractaat herdrukt is en 'door wien , weten wij. Den 9^ 
October 1566 werd jan moltns ^, wegens het drokken en 
,yenten van sekere schandalycke ende seer schandaleus boecx- 
yken", namelgk het doothedde der Misse („Bnlleim du Bibl. 
,Belge" Xn, 255), hetwelk h^* had gedrukt niet alleen op 
zgn eigen, maar ook ,,onder eenen anderen onbekenden" 
naam, voor zes jaar gebannen, volgens zgne sententie geplaatst 
in het ,,Antw. Archievenblad** IX, 331, welke jaren hg in 
Zwgndrecht sleet, van waar hij in 1572 naar Ant- 
werpen is weergekeerd. 

De meening, dat het tractaat eene navolging zou zgn van 
NicoLAüs manüel's Satirieke opstellen tegen de mis: ain Meglicke 
Botschaft en die Ordnung und letster Wül der Mess , door 
OKüNEiSEN afgedrukt in zgne biografie van dezen schilder, 
dichter, krggsman, staatsman en hervormer, moet ik bepaald 
bestrgden. 

Een Christelycke wtlegghinghe oft expositie op die thien gheboden, 
ende op dat Pater noster, nae die rechte waerheyt der hey- 
liger scrifture. 

Ook dit tractaat had bhegius tot auteur. Bg herhaling 
gedrukt, werd het ook in onze taal overgezet en verbreid 
1525, 1532, 1536. Een exemplaar vindt gg op de Biblio- 
theek der Utrechtsche Hoogeschool. Het helpt ons den titel 
verbeteren, waarop te lezen staat: een costelicke uMegginghe 
enz. Jaar van uitgaaf of naam des drukkers wordt niet 
vermeld noch op den titel, noch aan het einde. Vgl. uhlhobn, 
a. a. O. 352. 

Den val der Roomscher Kercke met al haer afgoderije, waer 

by een yeghelyc mach kennen ende mereken het onderscheet 

tusschen der eerste kercke, vande welcke kercke ons overste 

Heere ende Coninck het ouerste liooft is, ende vermaledyde 

kerke verscheyde, Gedruckt Temben by claes van berghen. 

In de boekverzameling der Hollandsche gemeente van 

Londen komt een exemplaar voor gednmt tot Londen 

anno 1553. Vgl. de „Gatalogue of Books" 124. Evenzoo een 

dergelijke in die ,,des Livres et Manuscrits du Libraire f&. j. 

„olivibr" (Bruxelles 1866), N*^. 690. Prof. doedes bezit een 

exemplaar, waarop plaats van uitgaaf noch naam des ui<^evers 



434 

Yoorkomt ^^Gollectie van Rariora" 113. Herhaalde uitgaTen 
heeft deze korte, scherpe bestr^ding der transBabstantiatie 
beleefd. De aateor is onbekend; sommigen noemen jan 
UTBNHOYE, anderen mabtbn liio&ON als zoodanig, doch alleen 
bg bloote gissing. 

Een cleyn maar seer profitelyck wtlegghinge der woorden Christi 
by Sinte Lucas in 22, namelycke^ neemt ende eedl^ dat is 
mijn lichaem^ dat voo7* u gheleuert wordt. eet. Ghedruckt by 

THEOPHILUM ACHANTIUM. 

Een exemplaar van dit kleine en belangrgke opstel werd 
mg door prof. dobdes ter inzage geleend. Dit exemplaar eener 
latere uitgaaf bevat geene aanwijzing van naam of woonplaats 
des drukkers; alleen op het titelblad onderaan het volgende : 
ghedruckt int laer ons Heeren 1566. Op de keerzgde bevindt 
zich eene korte aanbeveling van het tractaat, opgesteld door 
THEOPHiLUs BRUOBNsis, tcrwgl het geheel besloten wordt met 
de onderteekening van den schrgver FBAN901S de vos, anno 
1553, hoogst waarschgnlgk het jaar der eerste uitgaaf. Tot 
heden moet ik elke toelichting betreffende de hier voorkomende 
eigennamen schuldig blgven. Ik deel alleen de opmerking 
mede, dat het vertoogje in briefvorm bondig de transsubstan- 
tiatie bestrgdt en blgkbaar afkomstig is van een ervaren pole- 
micus. Volgens eene op het schutblad voorkomende aantee- 
kening van prof. doedbs heeft de pers van w. gailliabt te 
Emden bet geschrift ten druk bezorgd. Vgl. des hoogleeraars 
^^CoUectie van Rariora" 115 en „de Navorsoher" 1887, 605. 

Een cort begryp ende slot vander gansser heylighe scrifture 
des oude ende nieuwe testaments. Ghedruckt te Londen bij 
nicolaes van berghen. 

In den „Catalogus*' van lb long, libri in 8^, N. 549 en 
559 worden uitgaven vermeld van 1553 en 1557. 

Eene corte andersoeckinghe des gheloofs ouer die ghene die haer 
totter duytsche ghenieynte, die te Lonnen es begheven wille ^ 
wt ghestellt door die dienaars der selver^ Anno 1553. 

Over den titel, den bewerker en het jaar der uitgaaf van 
dit geschrift vgl. men Dr. f. pyfer , „Jan Utenhove , zgn leven 
„en zgne werken" (1883), 82. Een afdruk van dit kort onder- 



435 

soeck is gevoegd achter de Ideyne catechismus^ kindere of 
herichtieere der Duytscher Ghemeynte te Landon^ gemaeckt 
door MARTiQf MiCEON, gedrtickt te Londen hy jan dayb, den 
twüften Septembris 1566, waaryan de Eoninklgke Bibliotheek 
te 's Hage en die der Maatschappg van Ned. Letterkunde te 
Leiden elk een exemplaar bezit. In den drak yan de kleyne 
cathechismtis van 1559 komt het kort ondersoeck niet voor. 

Veelderhande Liedekens ghemaect wt den ouden ende nieuwen 
testamente^ nu anderwerff ghecartngeert ende meer andere 
daerby gesedt etide op den A.B. C. by den anderen ghevoecht 
Wanneer is de eerste druk van dezen bundel bg n. biesiv 
KENs verschenen? Schagen .^Naamlgst van Doopsg. sehrgveren 
,^en schriften'* (1745) 126, noemt het jaar 1542, doch de titel 
onderstelt een vroegere uitgaaf. Le long „Gatalog." N. 1421 
der libri in octavo wgst den drak van 1558 als den eersten 
aan. Schagen gedenkt verder drukken van 1562, 1575, 
1577, 1579, 1582, 1589, 1596, 1600, 1608, 1611, 1677. 
Al die uitgaven hebben veranderingen ondergaan door het 
opnemen van nieuwe liederen. Men vergelgke de onderschei- 
dene drukken op de Bibliotheek der Doopsgezinde gemeente 
van Amsterdam, volgens den ^^Gatalogus" II, 303; ph. 
WACKBRNAGEL ^^Licder der Niederlandischen Beformierten" 28 
en L. o. PSTiT in den ^^Catalogus der Bibliotheek van Neder- 
^Jandsche Letterkunde", I, 251. 

Eenen schoonen trooslelycken Dialogus , van twee personnaigen. 
Te weten H geslachte der menschen , diewelcke hem seer becla- 
ghende is^ hoe hy inder weerelt geen ruste vinden en can: 
die andere is ghenaempt , Die godlicke liefde , die welcke hem 
vertroostende is, met veel godtlycke scrif luren ^ ende wtleg- 
ginghe der thien gheboden Gods. 
Dit geschrift bleef mg onbekend. 

Een expositie op den hondersten ende 26 Psalme van David. 
Aan het slot lezen w^ Ghedruct hi mi niolabs van oldbn- 
boboh, zonder aanwgzing van jaar van uitgaaf. De Aca- 
demische Bibliotheek van Utrecht bezit een exemplaar, m^ 
ter inzage verstrekt. De onbekende auteur dezer voortreffelgke 
expositie vindt het profetisch karakter des pealms in ^^de toe- 



99 
99 

99 



136 

^^komende verloBsiDghe door Ghristnm ende openbaringhe des 
Eaangeliums , doer welcke het ryck ChriBti yermeerdeit , de 
doodt ende Sathan yerwonnen ende alle qaaedt gheweert 
wordt". Vers voor vers uitleggende, slaat hg nergens een 

polemischen toon aan. 

De CathecismiLs o ft Kinderleere ^ die men te Londen in die 
duytsche ghemeynte es ghébruyckende. 

In 1551 uitgegeven was deze Catechismns uit Oost-Vries- 
land afkomstig; in het Latgn door joh. a lasoo opgesteld 
door XJTISNHOVE vertaald, is hg herdrukt in 1558. Vgl. Dr. f. 
pypEB, t. a. p. 76. Dr. a. kuypbk liet dien overdrukken in de 
^^Joannis a Lasco opera" II, 841. 

Een warachtighe historie van Hoste gheseyt Joris van der 
Katelme te Ghendt om het vry openlyck strafnen der afgo- 
discher leere ghebrant, ten grooten nutte ende vertroostinghe 
aller Christenen geschreuen. 

Deze geschiedenis van den martelaar hostb of jobis van 

DER CATHELYNE is door MA£TEN MICRON OpgOSteld OU ZOUdor 

opgaaf van jaar of plaats van uitgaaf in 1555 verbreid. Vgl. 
mgne ^^Geschiedkundige Nasporingen'* II, 81 en vooral de 
„Bibliotheca Belgica" Letter M. N». 204. 

Een Chronycke waer in seer cortelyck begrepen wordt al hetgene^ 
dat hescreuen ende geschiedt es van beginsel des weereUs^ tot 
desen laere 33 toe. 

In genoemd jaar gaf s. franck in het licht: Chronia. Zeyt- 
huch und geschichtbibel von anbegyn bis in diss gegenwdriig 
MDXXXI Jdhr, c. a. hase ^^Sebastian Franck von Word, der 
^^Schwarmgeist'' (1869), 296 vermeldt eene HoUandsche ver- 
taling van 1583. De Index leert, dat er reeds een van 
vroegere jaarteekening bestaan heeft. NYaarschgnlyk zag deze 
kort te voren het licht en gaf die uitgave de aanleiding tot 
het plaetsen van het boek eerst op dezen Index, Want uit 
de „Correspondenz des Eaisers Earl V" I, 583 weten wg, 
dat de Boomsch Koning ferdinand 4 Nov. 1531 zgnen broeder 
opmerkzaam maakte op dit boek, als zgnde ^^ung venin de 
„tout mal et ne soit que dien nous en garde quen pourroit 
,,bien proceder la destruction de toute superiorité et hon- 



137 

^^nesteté". Het oordeel was scherp, toch bewgst het dnidelgk, 
dat PBRDiNAND de groote beteekenis van feanok's arbeid doorzag, 
dewgl in deze Chrcnycke niet slechts de gebeartenissen ver- 
haald, maar ook beoordeeld werden en de schrgver telkens 
zgn tegenzin tegen den gang der dingen onverholen nitsprak. 

Hier beghinnen Christelycke sermoonen op die Euangelien van 
den heyligen^ van den advent tot Paesschen. 

Mogen wg bg dezen titel denken aan de Christdyke Sermoenen 
van CALYiJN in 1557 hier te lande vertaald en verspreid? 

Een gulden onderwysinge om te antwoorden op alle puncten^ 
die de vyanden der wasrheyt by brenghen mogen ^ welck 
den sesse Prochiaenen^ te Norenberch^ door begheert eens 
Koervorsten^ ghemaect hebben. 

Vgl. over dit werkje sohultz jacobi ^^Oud en Nieaw nit de 
^^geschiedenis der Ned.-Luth. Kerk" II, 12; Dr. p. a. tielb 
^3ibl. Adversaria" lY, 205; prof. doedbs, die nanwkeorig 
de uitgaven beschrgft, welke in zgn bezit zgn „Collectie van 
„Rariora" 100 en mg ter leen werden afgestaan. Drie exem- 
plaren van den oorspronkelgken , Daitschen tekst, een in 12^, 
twee in 4^, behooren tot diens rgken schat. De titel der beide 
4toe dragen het jaartal 1525, doch zijn overigens niet geheel 
gelgk. Van de overzetting zgn twee exemplaren voorhanden, 
beide in 12^ de een met het jaartal 1525, de ander met dat 
van 1526. De Index geeft slechts het eerste gedeelte van den 
titel, die verder aldus luidt: niet aüeen aüë simpele menschë 
dye gheene die rechte waerheyt sonde bekenne inden saken^ 
daer nu den twist ome ts, maer oeck allen geleerde grotdick 
va node ende seer profttelick. Waer of dyt hoeck tracteert 
suldy opt dander blat inden register vinden. Leset^ het en sal 
u niet berouwen. De vertaler heeft zich groote vrgheid ver- 
oorloofd en, wat opmerking verdient, waar het oorspronkelgke 
aanwgst, dat het tractaat vervaardigd ia naar het verlangen 
van eenen Fürst^n, na en onder den indruk des pas gehouden 
rgksdags te Neurenberg, weggelaten de aahwgzing van 
de gelegenheid en van den Fürsten (Markgraaf casimul was 
bedoeld) een Keurvorst gemaakt. Over de aanleiding tot het 
opstellen van deze apologie der Hervorming vgl. men f. &oth , 



138 

,^die Einfahmiig der Reformation in Nümberg" 1885, 139. 
Een der exemplaren bevat eene geschrevene aantedcening 
uit onden tgd, volgens welke dit boekje in 1556 zou her- 
drukt zgn. 

Vraghe ende antwoorde op alle saken^ die een mensche ter 
salicheyt van noode sijn te weten ^ met die heylighe scrifte 
bewesen. 

Van dit geschrift deelde mg de Heer arnold het vervolg van 
den titel mede; noch eenen seynthrief ende christelicke vermo' 
ninghe van den doorliuihtichsten vorsten ende heeren Emisten, 
markgraaf te Baden ende Hoochberch, lantgrave tot Stisenhergh ^ 
heere tot Badewylen en Rintelen^ eet. zonder plaats van uitgave. 
Op het laatste blad leest men: ghedruct int jaer onses Heeren 
MD ende XXVIL — In de Bibliotheek van den Heer van havre 
te Antwerpen wordt een exemplaar gevonden. 

Een cort begryp der leeringhe van die warachtighe ende eender 
ghemeynte Gods ende Christin ende van den ghelooue ende 
belydiiighe^ in dewelcke die ghemeynte den wtlandischen te 
Londen inghestellt es per Regalem authoritatem. 

Voor de geschiedenis van dit boek vgl. Dr. kutper 1.1. I, 
LXXIX en Dr. pypbr a. w. 82. Ongetwyfeld hadden de Cen- 
sores eene eerste uitgaaf in handen, door Dr. ptpkr genaamd 
,^eene schriftelgk gedrukte". 

Van die Christelycke vrijheyt ende cort begrijp der ga^nsscher 
scrifturen. 

Ongetwyfeld is met dezen titel bedoeld het tractaat de liber- 
tate Christiana praestantisHmi viri^ Domini joannis pupperi 
ooBCHiANi door coRNELis GRAPHABUS iu 1521 to Antwerpen 
in het licht gezonden, naar z^ne eigene getuigenis (vgl. zgn 
brief bg BRANixr ^^Historie der Reformatie*' I, 72). Een exem- 
plaar, het eigendom van de Bibliotheek der Hervormde gemeente 
te Emden, werd mg goedgunstig ter leen verstrekt. Ik mag 
dientengevolge verzekeren, dat de beschrijving, door ullmann 
a. W. I, 144 van het boek gegeven, volkomen nauwkeurig is. 
Dat de Index eene vertaling van het oorspronkelijke bedoelt, 
bljjkt duidelgk. Wat het als titel verder opgeeft, een cort 
begryp der gansscher scrifturen schgnt , naar het mg voorkomt, 



439 

aan te wgzen eene overzeUing van het eerste hoofdstak yan 
JAN YAN gogh's tractaat: de vario et miiUiplici intèllectu 
sacrae scripturae. Met recht plaatste oraphajcüs de woorden 
op het titelblad: 

^^Introspice hospes, nam et hic dii sant**. 

Een Christelycke wtleygmghe op die Prophete Jona. 

Een Christelycke schoon wtlegginghe op die Prophete Abacuc. 
6g deze titels meen ik te mogen denken aan vertalingen 
van LTJTH£R*8 Commentaren op Jona en Habakuk^ reeds in 
1526 voor 'teerst in het oorspronkelijke verschenen. 

Den slotel van dat secreet des hoochwaerdighen nachtmael ons 
Heeren Jesu Chiisti. 

Dit is het bekende geschrift yan den anabaptist hen&igh rol, 
waarover ik aitvoerig handelde in de ^^Kerkhist. Stadiën*' 36. 



Walsche boecken. 

Les Epistres et Euangiles des Lil dimenches de Van, avecq 
briefues et trèsutiles exposiiions di celles d Rouen par claude 

TRESSET 4549. 

Dit geschrift van jacqües le fèvre, d'etaples, in 1528 in 
het licht gezonden, in 1525 door de Sorbonne veroordeeld, 
werd in 1542 door s. dolet te Ljon opnieaw aitgegeven 
met VEpistre au lecteur Chrestien. 

Sommaire et briefue declaration daucuns lieux fort nécessaires 
a ung chascun Chrestien^ pour mectre sa confiance en dieu 
et ayder son prochain. 

Door PAREL voor het eerst, waarschgnl^k in of omstreeks 
1525 openbaar gemaakt, werd dit opstel herdrakt in 1537 
of 1538, 1542 en 1552. Vgl. scHiaDT „Wilh. Parel and 
,^Peter Yiret** 1860, 38. Eene nieawe aitgaaf danken w^ aan 
j. 6. FicK, die het eene plaats gaf in den kearig gedrokten 
bondel: du vray usage de la croix de Jesus Christ^ suivi de 



440 

divers écrits du même auteur. Genèye 1865« Genoemde 
herdruk der Sommaire gaf dien yan 1552 weer; in 1867 
bezorgde de hoogleeraar j. w. bauic eene nienwe uitgave, 
waarbg de tekst van 1537 ten grondslag genomen was. Vroeger 
gedrukte zgn tot heden niet gevonden. 

Le promptuaire des conciles de leglise Catholicqu^^ auec les 

schismes et la difference diceulx^ fait par jehan le maire 

de Beiges^ elegant historiographe^ traicte singulier et exquiz, 

In 1548 verscheen reeds onder een gewgzigden titel een 

tweede druk van dit scherpe geschrift van jehan le mabe 

tegen Paus juliüs ii. In 1547 werd het weder ter perse 

gegeven en door simon scha&dius, in het Latgn vertaald, 

opgenomen in diens Tractattts lUilissimi de schisnuxtum hi»' 

taria^ 1629. 

Dialogy^ ou disputation faicte entre le diable et le pecheur 
penitent^ touchant espoir et desespoir^ laquélle certainetnent 
et en verite est trouue au debat de la conscience Chrestienne^ 
comme cy pourrez veoir. 

Ook dit geschrift is mg niet bekend geworden. 

Plaisant et utile dialogue du concile general publie pour estre 
faid a Mantua entre le juste selon le monde lepicurien et 
le Chrestien^ par le vénérable d. vrbanum regium. 

Alleen door den Index leeren wg het bestaan kennen eener 
Fransche overzetting van dezen in het Duitsch geschreven en 
in 1586 uitgegeven Dialogus van rheoius. Ygl. uhlhorn, 
a. a. O. 828 en 869. 



Naast deze Indices van 1550 en 1558 bestaan er nog 
andere bronnen, welke ons vergunnen met de verbodene 
lectuur van die dagen bekend te worden. 

Stedelijke regeeringen ontwikkelden bovenmatigen ijver, 
om in deze niet achter te staan en daar de stof van hun 
onderzoek uit den aard der zaak beperkt was, laat zich 
onderstellen, dat hunne opgaven nauwkeuriger waren. 

Volgens o. l. frossard ^^UEglise sous la croix pendant la 



141 

„dornination Espagnole" (1857) werden in den loop van 1543 
te Rij SS el twee geschriften in beslag genomen; het eene 
droeg den titel: Lamentacion de Jesus Christ; het andere: la 
sainte oraison. Ik durf niet beslissen , aan welk geschrift bij 
den eerstgenoeraden titel moet gedacht worden; het andere 
is hoogst waarschijnlijk farel's reeds in 1524 uitgegeven 
tractaatje: la tres saincle oraison que nostre seigneur J. Ch. 
a baillé a ses aposlres^ les enseignant comme ils et tous vrais 
chrestiens doivent estre^ avec un recueil d'aucluns passages de 
la S. Escriture; in 1543 verscheen daarvan eene nieuwe uit- 
gave, die, naar Rijssel gebracht, in handen der geloofs- 
onderzoekers viel. 

In dezelfde stad volvoerde de regeering den last, haar 
door de Landvoogdes 28 October 1545 opgedragen, om te 
laten ophalen en vernietigen de Dietsche vertaling van een 
in het Fransch geschreven werkje : Brieve Institution^ vertaald 
door eenen Gentschen priester en met een vervalscht octrooi 
in het licht gezonden door den bekenden boekdrukker joos 
LAMBRECHT. Hebben wij hier te denken aan de door hem in 
1543 gedrukte: eene devote dagelicse oeffeninghe op Hlyden 
ons Heeren Jesus Christus^ door bloemmaert „de Nederd. 
„Schrijvers van Gent" 55, vermeld? 

Tijdens de afwezigheid van plantin uit Antwerpen was 
op zijne pers, naar het heette buiten zijn medeweten, gedrukt 
geworden een boekje: Brief ve Instruction pour prier. Volgens 
informatie der overheid waren de exemplaren naar Metz 
verzonden; vgl. „Ie Bibliophile Beige" III, 132 en zou er 
geen enkele achter gehouden zijn. Daar het, gelijk wij zien 
zullen , later verboden werd , blijken er of exemplaren hier 
gebleven, of het werkje herdrukt te zijn. 

De Archieven van Y p e r e n zijn ons ontsloten door haren 
beheerder diegerick in den bundel „Documents du XVI Siècle" 
(4 tomes 1874 — 1877). Zij bevatten ook over ons onderwerp 



14^ 

belangrijke mededeelingen. Immers vinden wij torn. II, 74 
eene opgaaf van boeken, welke 43 April 1567 in beslag 
genomen zijn bij de drukkers a. van volden en j. destrez. 
Het is der moeite waard , deze lijst nauwkeurig na te gaan. 

Van den heyleghen cruse^ zommeghe sdtootie troostelike sermoenen 
door HERMANUM BUSSiUM. Ghsdruct te Emden anno 4560. 
Lees voor büssium: brassium en de naam doet a denken 
aan den waardigen predikant van Emden, die aldaar 11 Jan. 
1559 overleden is. Meinbrs ^^OostVrieschlandts kerkeljjke 6e- 
^^scfaiedenisse** I, 354 spreekt met lof over hem en zgn ver- 
oordeeld boek. Dr. J. hartoo ^^Oeschiedenis der Predikknnde*' 
2^ druk, 19 wyst de deugden dezer Sermoenen aan naar 
eene uitgaaf van 1592. 

Der kynder leeringhe^ gedruct te Emden anno 4567. 
Zie hiervoor bl. 81. 

Treize sermons de maistre jean calvin traitans de Vélection 
gratuite de Dieu etc, anno XV^LX, Zonder name van prenter 
ofte plaatse. 

Nadruk eener Oeneefsche uitgaaf. 

Les Pseauhnes de David mis en Rythme francoyse par clement 
MAROT et THÉODORE DE BÈzE, imprimé d TAlenQonVanLXV. 
Sans Ie nom de Vimprimeur ^ sans grace et privilege. 

Het merkwaardige van deze uitgaaf bestaat in het weglaten 
van de liturgische geschriften en den Calendrier^ die opge- 
nomen waren in den druk, waarvan een exemplaar hierachter 
op de Igst voorkomt. 

Schriftelicke bewyzinghe van die Edele ende zeer mogende Heeren 
uut H Nederlandt die nu ghenaemt werden Gueux, Ghedruct 
anno 4506. 

Volgens opgaaf van m^'n vriend arnold was eeu exemplaar 
van deze bewyzinghe vroeger in het bezit van blommaert 
te Gent, en moet bg den titel nog het volgende worden 
gevoegd: Als bemind* s om Gods woort te augtnenteeren, te ver* 
breyden ende de ghemeynte daer van te informeeren. 

Confession de foy faicle d'ung commun accord par les frangoys 



m 

qui désirent vivre selon la pureté de VEvangile de Nre Seign. 

Jesus ChrisL 

Een der vele nadrukken van de Fransche Confessie op de 
Synode van 1 559 gearresteerd , waarvan de titel deze wgziging 
heeft ondergaan, dat de woorden: qui s'abstiennent des ido' 
latries Papcdes, ter voorkoming van aanstoot, zgn weggelaten. 

La première partie de V anatomie de la messe depuis: etintroito 
jusques au canon: te igitur^ divisée en quatre sectUms. 

Den 31 Jnli 1563 ontsliep op eenen tachtig jarigen leeftgd 
AUGUSTiNo MAiNARDO, weleer Angastijner monnik in Salazzo, 
na zijne vlncht uit Italië sinds 1539 prediker van het 
Evangelie te Chiavenna. Wie hg in dien werkkring is 
geweest, verhaalt P£KDINand meyer in zgn bekend werk ^^die 
^^Evangelische Gemeinde in Locarno" (1836) 2 Th, die echter 
bg zgoe schriftelgke werkzaamheid de aandacht der lezers niet 
bepaalt. Als zoodanig wordt de leermeester en vriend van 
coELio SECUMDO geschetst door gerdes ^^Specimen Italiae refor- 
^^matae*' (1765), 300. Tot zjjn geschriften behoort Annatomia 
deUa Messa la quale scuopre gli enormi errori^ e gVinfiniti 
• abusi^ dal volgo non conosciuti^ si deüa Messa ^ quanto del 
Messale^ utüissima anzi necessaria e tutto ü populo cristiano^ 
con un sermone della eucharistia , per Vhumülimo servo di 
Giesu Christo ant. di adamo, 1552 zonder aanwgzing der 
plaats yan uitgaaf van de pers gekomen. Eene overzet- 
ting in de Fransche taal werd gedrukt in 1555, herdrukt 
in 1562 ; van deze wordt een exemplaar gevonden op de 
Bibliotheek der Remonstrantsche gemeente van Amsterdam 
(.^Catalogus*' 43, N. 321). De Engelsche vertaling dag- 
teekent van 1556, de Latgnsche van 1561. Baylb ^^Diction. 
, ,,IV, 433, in voce Vergerio" heeft den werkelgken auteur niet 
ontdekt* Sghelhorn ^^Ergötzlichkeiten aus der Kirchengesch. 
,^u. Litt." II, 16 beschrgft twee andere tractaten van mai- 
NARDO. De Utrechtsche Bibliotheek bezit een exemplaar der 
Latgnsche vertaling: Missae ac missalis anatoniia. Hoc est 
düucida ac famüiaris ad minutissimas t^sque particulas Missae 
ac missalis enudeatio. Nunc primum fut ea res puHoris fidei 
cuUoribus scUu necessaria^ ad alias quoque nationes deveniretj 
e Gaüica lingua Latine versa^ anno Domini MDLXL ad Hdjraoes 



444 

Cap, X: Christus unam pro peccatis affert hostiam^ in sem' 
pUemum sedet ad dexteram Dei. De Latgnsche oyerzetter was 
piBTBO PAULO YEROEBio en de drukker waarsch^nlgk morhabd 
te Tübingeo. Vgl. ^^Serapeam*' 1858, 97 en c. h. se^t 
y^Petrus Paulns Vergerins** 597. De vertaler voegt aan zgn 
werk eene lange Igst van drakfoaten, in wier veelheid volgens 
hem het werk des Satans zich openbaart. In alles toch, wat 
de mis en de daarover ontstane geschriften betreft, heeft deze 
de hand. Het epitaphium Missae aan het slot van het tractaat 
opgenomen, is den lezers van het leerzame boek van prof. 
noBDBS „de Heidelb. Gatech. in zgne eerste levensjaren'^ 150, 
bekend. De Fransche godgeleerde piebrs nu moulin gebruikte 
denzelfden titel Anatomie de la Messe, I^ partie 1636, 11^ partie 
1639, voor zgn zeer gezocht onderzoek naar de leer van de mis. 

Een warachtich verliael der f sameiisprekinghe tusschen Menno 
Simons ende Marlen Micron van de menschwerdinghe Jesu 
ChristL 

De eerste drak er van verscheen in 1556 te Embden by 
GBLLiUM CTEMATiUM, den 18«» Junij. Van deze uitgaaf bezitten 
prof. DOEDSS „Collectie van Rariora" 89 en de Bibliotheek der 
Doopsgezinde gemeente te Amsterdam elk een exemplaar, 
waarvan de titel , behalve het door den Index genoemde , nog 
het volgende bevat: mü eenen kleyner verklaringhe op den^' 
zdven en danderen twistighen artikelen^ in de naeste blade 
angheteekend. Ten nutte, stichtinghe, trooste en vermaninghe 
aüer liefhthheren der eeuwigher xvaerhegt, ghetrauwelick en 
ndrstlick in aller eenvoldigheit beschreven door icabten micron. 
Op de reeds genoemde Igst van ic. nuhoff, Nederlandsche 
boeken in het buitenland gedrukt „Bibl. Adversaria*' V, 253 
wordt een druk genoemd van 1564, waarvan de voorrede 
geteekend is uit ^^Noorden*' in 1556. De Bibliotheek der 
Doopsg. gemeente te Amsterdam, vgl. „Catalogus" U, 189 
en 190 bezit nog eene uitgaaf van 1582, verschenen THant- 
w er pen by jaspbr tboybns, woonende op de (Jatte Veste in 
den tennen pot en een van 1603 by pibtbb vebhaghbn te 
Dordrecht. 

Tunfniich psalmen duer petrum dathenum. 



445 

De Psalmen Davids duer uütenhove. 

De onderstelliDg , dat de beide titels verward z^n, ligt voor 
de band. Immers dathenus beeft geen bandel, die slecbts 
een gedeelte van davio's Psalmen bevatte , ter perse gegeven , 
terwgl de bekende oudste, vooral in Vlaanderen zeer 
gezocbte, Psalmbandel van ütsnhoye (vgl. Dr. f. ftper ,,Jan 
,,Utenbove, zgn leven en zgne werken" 80 en 214) slecbts 25 
psalmen inbield. 

Schoone christelicke sermoenen up de passie ons Beeren Jesus 
Christi doer joannem calvinum. 

De Plusieurs semums van calvijn werden in 1558 te 
Genève gedrukt. Welke preeken van den Hervormer bier 
bedoeld zgn, kan ik niet bepalen, tenzg de gissing gegrond 
is, dat de bg de Plusieurs sertnons opgenomene Sermons tou^ 
chant la passion, mort^ resurrectian de Jesu Christ vroeger 
afzonderlek bet licbt bebben gezien. 

A. B. C. OU instruction des chrestiens avecque ung petü dis- 
cours sur les commandemens de Dieu par maturin cordier, 
et Ie miroir de la jeunesse, Imprimé d Dieppe pour estienne 

MARTIN 4566. 

Twee gesebriften van den booggeacbten hatürin cordieb 
zgn bier aangeduid. Het tweede: Ie miroir de la jeunesse pour 
la former d bonnes moeurs et civilité de tne, is voor bet eerst 
gedrukt in 1559 en in 1560 andermaal. Het in de eerste 
plaats genoemde komt met den titel niet voor op de Igst 
zgner gesebriften, gelgk die te vinden is in ^^la France Pro- 
^^testante", 2® edition, IV, 689. Het bier aangewezen gesebrift 
is wellicbt een nadruk van: Sentences eoctraictes a V usage des 
enfants^ hors de VEcrüure sainte avec 26 cantiques^ 1551, 
berdrukt in 1561. 

Ik acbt bet tocb zeer waarscbgnlgk , dat men enkele ge- 
sebriften , waarvan de veroordeeling gevreesd en de ver- 
spreiding gewenscbt werd, met een gewijzigden titel voorzien, 
de wereld inzond, om langs dien weg daaraan een gebaand 
pad te bereiden. Overigens weten wg uit geslagene vonnissen , 
vgl. y^Antwerpscb Arcbievenblad'' VH, 164, dat sommige 
boeken verspreid werden ,,sonder enniger titule", en dienten- 
gevolge voor oningewgden moeielgk te berkennen waren. 

10 



146 

Een cleene ende schriftelicke onderrichtinghe van den eedt^ wat 
hij zij , door wolfgangum musculüm , leeraar der ghemeente 
van Bemen in Zuritserlandt. 

Deze vertaling yan het tractaat van husculus werd in 1555 
door MABTBN MicBON in het licht gezonden. Het bestaan er 
van is vermeld door jöghkk in voce ^^vüsculüs". De inhoud 
en strekking ble7en mg onbekend, daar ik geen exemplaar 
kon machtig worden. 

Formulier kerkendiensten. 

De Eoninkl^'ke Bibliotheek te 's 6 ra ven hage en die der 
Maatschappg van Ned. Letterkunde te Leiden bezitten een 
exemplaar van: de Psalmen Davidisj in Nederlandischer sangs' 
ryme^ door jan wtbnhovb van Ghendt — gedruct te London 
hy JAN DAYE, den 12 Septenibris 156G. Aan het in de laatste 
plaats genoemde, eens het eigendom van hsikard ttdeman, 
ontbreekt de titel. Vgl. Dr. f. ftpbb „Jan Utenhove, zgn 
„leven en zgne werken'' 228. 

Dit psalmboek bevat, behalve de voorrede, geteekend in 
naam van den Eerkeraad der Nederlandsche Gemeente te 
Londen door oodfridus winoius, 22 Sept. 1566, het /br- 
mvlier kerkendiensten^ verder de kleyne Catechismus ^ kinder 
of berichtleere der Duytsdier Ghemeynte te London^ ghemaedU 
door HABT£N MICRON, ghedruct te London hy jan date, den 
twdften Septembris 1566, met afzonderl^ke pagineering, rechts 
44 bladzgden. 

De Formidier kerkendiensten hebben geen afzonderleken 
titel, wel afzonderl^ke pagineering, 68 bl. rechts, doch de 
signatuur der drnkvellen loopt door met die van het boek der 
Psalmen. Uit de vermelding van den titel op den Index volgt 
de zekerheid, dat deze formulier kerkendiensten^ op zich zelf 
is verbreid geworden door den eersten druk van 1554 te 
Emden. Als tot het Psalm- of kerkboek behoorende volgt 
de opgaaf van den inhoud achter de l^'st der Psalmen en 
Oezangen aldus: „aenwyser des formuliers kerkendienstes". 

Pseaulmes de clement marot et théodore de bèze , imprimez 
d Genève^ avesque la forme des ecclesiastiqties et ung calen- 
drier perpétiteL 

Door de opname van de liturgie en van eenen kalender met 



147 

nanw^siiig van gewichtige gebeurteniaseii nit de geschiedenis 
der Hervorming werd groote schade to^ebracht aan het weleer 
zeer veeWnldig debiet der Fransche Psalmbergming onder de 
Roomschen. 

De cleyne cathecisrmis der kynder ofte berichtleere der duutscher 
ghemeente te Londen. 

Na het door lb lono ^^Kort historisch verhaal" 34 en door 
PTFEB „Jan Utenhove" 80 aangeteekende over makten migron's 
Kleyne Catechismus^ moet ik het er voor honden, dat het 
vonnis der veroordeeling, op dezen Index voorkomende, de 
eerste nitgaaf van miceok's CatechiamiLs betrof, namelgk die 
van 1551. Ook die van 1559 heeft een gelgk vonnis onder- 
gaan, zoo als later blgkt. 

Les ruses de Satan , recueUies el coniprinses en huit livres par 
JACQUES ACOURE , imprimé d Basle de rimprimerie de pierre 

PARME. 

Lees voor acx)itbb aconge en voor pabmb perne en gy 
hebt den jnisten titel der in 1565 verschenen Fransche ver- 
taling van JACOBi ACONTii de Stratagematibus Satanae m rdU 
gianis negotie. Den inhoud er van heb ik vroeger behandeld 
„Irenische en Polemische theologie*' 165. Volgens bbunet 
„Manael dn Libraire'* (1860) I, 40, is genoemde Fransche 
overzetting hier te lande in 1611 en 1624 herdrakt. 

Ware elke Igst van verboden boeken zoo betrekkelijk vol- 
ledig als die der overheid van Yperen, waaraan wij onze 
aandacht schonken , de taak der toelichting zou veel gemak- 
kelijker zijn. Toch is zij alle inspanning waard, dewijl de 
plakkaten en brieven der overheid een groot getal van bij- 
zonderheden leeren kennen, die voor de bibliografie van 
belang mogen heeten. 

Waarlijk , ik zeg niet niet te veel , nu ik het oog heb op een 
staatsstuk, dat tusschen de maanden Januari en Juni 1561 
van de hooge regeering is uitgegaan (vgl. pailiard „Troubles 
„religieux" II, 141), handelende over de arrestatie van güido 
DE BRAT. Mijne landgenooten , die Dr. langeraad's gron* 



148 

digen arbeid , aan des martelaars „leven en werken" gewijd , 
(4884) waardeeren, zullen gewis gaarne van het volgende 
kennis nemen: „outre ceulx pappiers", waarop men de hand 
had gelegd, „ilz ont trouvé spéciallement deux eens exem- 
„plaires ou plus de petitz livretz en frangois, plains d'héresies, 
„intitulez : Con fession de foy , eet. avee un epistre k votre Ma- 
„jesté". — Lesquelz livretz Ie dict ministre faict avoit imprimer 
„(comme aucuns estiment) a Rcmen^ (car il n'a inscription de 
„lieu, OU il est imprimé"). Is dit staatsstuk reeds vóór het 
einde van Juni den koning in handen gegeven, dan blijkt 
er uit, dat de druk van de Confession in het vroege voorjaar 
van 1561 heeft plaats gehad, tenzij paillard aan het stuk 
eene te vroege dagteekening geeft, hetwelk mij waarschijn- 
lijker voorkomt, dewijl ik het anders meer dan vreemd zou 
vinden , dat de Landvoogdes eerst 4 November 1561 verkoop 
en verspreiding der Confession verboden heeft. 

Telkens komt het verlangen bij ons op, dat de omschrijving 
van het verbodene duidelijker had mogen zijn. In 1561 werd 
JOSSE ZOEL voor den rechter geroepen, dewijl in zijn bezit 
gevonden was een bijbel te Parijs in 1532 gedrukt, en er 
wordt verder verklaard, dat hij ook bezat een bundel trac- 
taten van melanchton, in het Latijn uitgegeven. Dit ver- 
dient onze opmerking, dewijl het ons een bewijs is van de 
verbreiding der Latijnsche geschriften van dezen Hervormer. 
Daar zoel in 1561 tot de uitlevering dezer boeken veroor- 
deeld werd, moet met dien bundel bedoeld zijn óf een deel 
der Baselsche uitgaaf van melanchton's Opera ^ óf een deel 
zijner Declamationes. Den 6en September 1563 richtte de land- 
voogdes margaretha een schrijven aan de „officiers royaux" 
van Antwerpen, Leuven en Amsterdam, waarin zij 
tegen het verspreiden van kettersche boeken waarschuwde 
en hen op het volgende opmerkzaam maakte: (gachard 
„Corresp. de Philippe U" II, 499) „nous sommes advertie 



149 

„de bon lieu qu'en la ville de Empden s'impriment plu- 
„sieurs livres de philippe melancthon, translatez en langue 
„vulgaire et nommément Loei Communes''. Nergens elders 
heb ik van eene vertaling der Loei in onze taal eenig spoor 
ontdekt, tenzij in de korte mededeeling in het „Corpus 
„Reformatorum" XXII, t)03, waar gehandeld wordt over eene 
in handschrift bestaande overzetting der Loei naar de Fransche 
bewerking van galvijn en waarvan de „Prefatie voor het boeck 
„genaemt Locos Communes philip melanchthon, johan calvin 
„totten Leser'\ afgedrukt is 1.1. Overigens is het niet bekend, 
dat deze vertaling gedrukt en verspreid is geworden. 

In 4558 zag bij h. de braecker te W e s e 1 eene vertaling 
het licht van melanchton's Die Apologie^ dat is, die bescher- 
minghe oft verantwoordinghe der Confessien, Nu eerst wten 
Latyne int Nederduytsch op 7 aldemeerstelickste end ghetrouw- 
lyckste overgheset^ terwijl een jaar later gellius ctematïus 
te Emden door den druk verspreidde de overzetting van 
melanchton's Uytlegginghe des Sendhriefs Pauli tot de Collos- 
sensen. Beide titels komen voor op de Lyst van Nedei^landsche 
boeken in het Buitenland gedrukt^ opgenomen in het 5e deel 
der „Bibliographische Adversaria" door M. nijhoff. 

Uit meer dan een staatsstuk blijkt, dat onder de verboden 
boeken niet slechts gerekend werden die van godsdien- 
stigen of godgeleerden inhoud waren, maar ook dezulken, 
die met staatkundige onderwerpen zich bezig hielden. Den 
2 Mei 4566 (vgl. gachard „Corresp. de Philippe II" II, 
563) zond de Gouvernante margaretha een brief aan den 
Magistraat van Namen en andere steden , waarin zij 
zich zeer beklaagde over een pas verbreid geschrift, „im- 
„primé en langue thiose", Vermaninge aen de regierders 
ende gemeynte van de vier hooftsteden van Brabant^ waarin 
de uitvoering der plakkaten voorgesteld werd als misbruik 
van gezag en onderdrukking van recht en gerechtigheid. 



450 

(„Verslag van *t Magistraat van Gent" 201, uitgegeven 1850). 
Onder hare goedkeuring legde de Magistraat van Ant- 
werpen de hand op gillis van diest, en beslag op de te 
zijner drukkerij gereed gemaakte: (VInquisüie van Spaengen ^ 
vgl. „Antwerpsch Archie venblad" XII, 409. Welk geschrift 
eigenlijk bedoeld is, bleek mij niet. 

Ik mag de opmerking in het midden brengen, dat meer 
dan éen bericht van de overheid ons niet slechts opmerk- 
zaam maakt op geschriften, die anders onbekend zouden 
gebleven zyn, maar ook bibliografische bijzonderheden leert, 
die wij anders wellicht niet zouden kennen. 

Het pakket boeken, dat een reiziger op den weg naar 
Doornik 29 Jan. 1563 bij zijne vlucht in de handen 
der aanranders achterliet, bleek te .bevatten (vgl. paillard 
„Troubles religieux a Valenciennes" IV, 191): 

ühg grant livre^ lyè en parchemin^ inHttdé Ie second 
volume de Vhistoire ecclesiasticque. 

Dng auUre contenant IIIIXXIJ sermom sur Vapocalipse 
de St. Jehan. 

Buyt livres lyez en cuyr^ intUulez la V^ partye du 
recueü des martyrs, 

Le nouveau testament^ avecq les glosses marginaües et les 
pseaulmes de David^ en ryme^ avec les notes. 

Duidelijk leert dit bericht, dat het Martelaarsboek van 
CRESPIN, dit toch zal wel bedoeld zijn, by gedeelten ver- 
spreid is geworden. De Sermons sur Vapocalypse duiden aan 
den bundel Condones van h. bullinqer in het jaar 1557 
in het Latijn verschenen en zeer spoedig in het Fransch, 
Duitsch, Engelsch en Poolsch overgezet, en ook in onze taal 
ten jare 1567. Zie hiervoor bl. 27. 

Met sprekende proeven kan het bewijs geleverd worden, 
dat ook de regeeringen van andere steden nauwlettend oog 
hielden op de vruchten der pers, binnen hare grenzen ge- 



451 

vestigd, en door het nemen van strenge maatregelen de ver- 
breiding van kettersche gevoelens trachtten te keeren. 

In de maand Mei van 4547 „wirt hier t' Antvirerpen 
„voor het stadhuys gericht Mr. peeter schüddematte, schoel- 
„meester ende was een fray Rhetoriseer, omdat men hem 
„ketterij opleyde". Zoo luidt het bericht in het „Antwerpsch 
„Chronykje, 4e druk, 47, 2e druk, 45, dat veelzijdige toe- 
lichting erlangt uit het „Antwerpsch Archie venblad" VIII, 
373. Volgens dit blad had hij de beschuldiging van ketterij 
vooral op zich geladen door een zinnespel: Babel van Vil- 
voorden geheeten, dat echter niet in druk schijnt te zijn 
verbreid. 

Het was gespeeld door de kamer der Violieren te Ant- 
werpen, waarvan hij het sieraad was. 

Niet gedrukt schijnt ook een tragedie Nicolanus, waarvan 
de auteur te Bergen in Henegouwen werd ter dood ge- 
bracht. Het feit is zonder eenige nadere toelichting vermeld 
in o. WYNCKiüs' „Geusianismus Flandriae Occidentalis", uit- 
gegeven door F. VAN DE PUTTE, 4844, 72. De martelaar is 
slechts op deze wijze aangeduid: auctor tragediae praefatae 
NicoUmvs. Hetzelfde geschrift laat ook bij eene andere mede- 
deeling den lezer onvoldaan. „Eodem tempore", dus luidt 
het pag. 42, „sectarii ut plures ad se suaque dogmata per- 
„traherent, in nundinis hebdomariis et in plerisque locis 
„suos virulentos libellos ut, Exequias missae\ casum Baby- 
„Umis; antiquam fldei doctrinam contra novos errores Papis- 
^tarum^ et convitia contra Rm cardinalem granvellum; 
jjRythmos^ cantiones adversus R^ fldei inquisitorem (titel- 
„mannüm), fldei confemones Calvinistarum , Martinistarum ^ 
yfAndbaptistarum et hujusmodi indefesso studio spargunt vel 
„publice cantant". Wanneer wij de hier in het Latijn opge- 
gevene titels in het Vlaamsch overzetten, blijven wij toch 
in het onzekere betreffende den inhoud dier geschriften, 



452 

dewijl wij geene exemplaren er van kunnen bekomen, aller- 
minst van de onder en door het volk verspreide „Liedjes of 
„Refereinen". Is hetgeen frossard verhaalt „rEglise sous 
„la croix pendant la domination EspagnoUe" (1857), 58, 
waar, dat pieter titelman zelf weleer de gevoelens der 
Hervorming was toegedaan geweest, dan laat zich de afkeer 
des volks tegen, dezen heftigen inquisiteur volkomen ver- 
klaren en begrijpen wij lichtelijk, dat die liedjes toespelingen 
op het verleden des zeer gevreesden mans bevatteden. En 
het volk uitte zich te vrijmoediger, naarmate het meer werd 
bekend, dat de regeering der Vlaamsche steden zich zeer 
beklaagde over de inbreuken, door den inquisiteur op de 
vrijheden dier steden gemaakt. Het hof had hem namelijk 
vier dienaars toegestaan, die alleen zijne bevelen, zonder 
verdere kennisneming van eenigen Magistraat, mochten ten 
uitvoer brengen, zoodat op zijn last en door zijne onder- 
hoorigen burgers gevangen genomen en huizen opengebroken 
werden. Zulke berichten verhoogden de opgewondenheid der 
burgerij. Vgl. DiEiSERiCK „Documents du XVIe Siècle" UI, 36. 

Verder weten wij, dat de rederijker jan onghena een 
„geestig gedicht gemaakt had , in hetwelk hij al de kloosters 
„van Gent beschreef, trouwende de monniken met de nonnen; 
„den deken van Ronse Heer pieter titelman paerde hij met 
„het verken van Byloke". Uit de handen des dekens verloste 
hem de voorspraak van hooggeplaatsten , bij wie hij om zijne 
gaven goed aangeschreven stond; toch eindigde hij in 1568 
zijn leven op het schavot, volgens het „Verslag van 't Magi- 
„ straat van Gent", 145. 

Met alle krachtsinspanning werd de literatuur geweerd, 
die het gemakkelijkst eenen weg vond onder het volk. Ik 
bedoel de poëzie. Bij plakkaat van 9 Augustus 1566 („Ant- 
„werpsch Archievenblad" II, 387 werd severijn, drukker van 
„seker scandaleuse biletten , wesende een „£!c/w>"), ingedaagd, 



153 

als hebbende deze, hem door een boekverkoopers jongen 
ter hand gestelde kopij ten druk bevorderd. De hier bedoelde 
Echo schijnt niet tot de nakomelingschap gekomen te zijn. 
Toch wettigt de kennis , die wij met andere Echo's, gemaakt 
hebben, der overheid vrees voor de verspreiding van zulke 
poëzie. Dr. van vloten deelt een dier Echo's^ in 4567 te 
Gent verspreid, mede in de „Nederlandsche Geschied- 
„zangen" I, 273. Een ander is afgedrukt in het „Memorie- 
„boek der Stad Ghendt van 'tjaer 1301 — 1793, uitgegeven 
„door de Maatschappij der Vlaemsche Bibliophilen" II, 345. 
Ook hiervan berust het oorspronkelijk stuk in het Provin- 
ciaal Archief te Gent. Zeer gezocht blijkt deze poëzie onder 
het volk geweest te zijn. Samtjel ampzing verhaalt in zijne 
„Beschrijving ende lof der Stad Haarlem" (1628) 447, het 
volgende : 

„Den 22 Jun. 1568, werde heynsoon adriaenszen, Schoen- 
flapper , Factor van de Oude Kamer der Pellikanisten, Poorter 
„deser Stad, alhier [Haarlem] gehangen, omdat hij Lie- 
„dekens, Baladen, ende Echoos gedicht ende in 'topenbaer 
„verkocht hadde. En wanneer hij nu gerecht werde so quamder 
„een groot gedruys, oploop, ende verschrickinge onder het 
„volk, ende de Heren, so dat men overal de deuren ende 
„vensteren toesloot. Daer werden ook twee anderen met hem 
„gedood, de eene een linnen we ver, omdat hij den Here van 
„Brederode gediend hadde, ende de andere van Vtrecht, 
„omdat hij een houten beeld afgeworpen ende verbroken 
„hadde. Dese vonniszen en vinde ik in gemeld Correctie-Boeck 
„onser Stadt niet geregistreerd ofte aengeteijkend : maer 
„hebbe die uijt oude burgeren verstaen, ende mede uit 
„geschreven Memorien van dien tijd bekome". 

De Liedekens waren van dezen inhoud: 

Wat sgn nn Papen en Monicken die songen als een Igster? bister. 
Wat sollen sg nu moeten doen dese geleerde Klercken? wercken. 



454 

Hoe souden sg wercken, sy en konnen niet dese Heeren? sg mogen leren. 

1b hare leeringe van Ood dan iet? ganadi niet. 

Komt hare leeringe wel met Gods Woordt over een? neen. 

Wat aal men dan doen met haer geboden? uytroden. 

De Ziel-Miszen wat doen sg de Zielen profijt? niet een m^t. 

Waerom sgn dan de Ziel-Missen yan de Papen beregdt? uyt gierigheid, 

Waerom doen sg de Ziel-Missen? mg dit vertelt? om 't geld. 

Wat sollen de Ziel-Missen doen in 't oordeel? geen voordeel. 

Wat zyn Papen, Monicken en ook Jesuwgten? Ypocryten. 

Hoe ist met haer Vagevier? ik wonde dat ik 'twist? uijtghepist. 

Die haer boeverg ngtbrocht, wat wast voor een Rogter? M. Lu^ther. 

Waermee bewees hg haer boeyerg, segt mg dat puer? m^d de Schriftuer. 

Waer wast 'tleste Concilinm? wilt mg dit int herte prenten? tot Trenten. 

Wat besloten sg daer? segt het mg geringe? veel bettsdinge. 

Wie wil d'Inquisitie tegenstaen als vrome Renaen? de Geusen, 

Wie wilse yoorstaen ? Hertog Frederiok ? neen Ederick *). 

Wat brengen de Predikanten die daer bnyten prediken, voord? 

[Gods ux)ordt. 

Van wien sgn sg gesonden, segt het sonder spot? van God. 

Dat is ter eeren van Godt ende de Geasen gedaen, 
Maer ik salder van de Papen wegnig danck af ontfaen. 

Het andere luidde aldus: 

Waervoor achtmen nn Monnicken ende Papen? apen. 

Wat verachten die Papen? mg dit berecht. echt. 

Honden sg niet hoeren genoeg in hêc vita? ita. 

Wat snllen haest haer Metten wesen. Mis, ende Lof? of. 

Wat sonder wel aen der Monnicken cappen horen? oren. 

Opdat men se mogt bekennen voor heel mal? al. 

Wie bragt d'Inqnisitie in 't Land met qnaed recht? Atrecht. 

Was 't niet te beklagen 't Land te verliesen met bedrog? och. 
Wat sal men hem doen die d'Inqnisitie heeft gaen keren? eren. 

Gg mogende God weest toch beschermer van Brero. ero. 

Dat hg 't volk in vrede honden mag te samen. amen. 

Ik meen mijnen lezers een dienst te bewijzen door deze 
refereynen hier opnieuw af te drukken, al geschiedde dit 

*) Hertog yan Bnuuwgk. 



155 

ook wat de eerste Echo betreft in den „Martelaarsspiegel" 
1671, 413, wat de andere aangaat door Dr. j. tideman 
in het „Historisch Tijdschrift" van l. g. yisscher, jaarg. Il, 
91. Doch niet slechts de tegenstanders der Reformatie, ook 
hare vrienden toonden de groote beteekenis der dichtkunst 
Yoor de goede zaak te kennen. De boekhandelaar jan van 
WABSBERQHE zag zich in Januari 1573 in groote moeielijk- 
heden gewikkeld, vgl. „Antwerpsch Archievenblad" Xn, 428, 
daar hij niet slechts beschuldigd werd van de predikatien 
der Sectarissen bijgewoond, maar ook in strijd met zijn 
afgelegden eed in zijne werkplaats op de Melkmarkt ver^ 
bodene psalmboeken gedrukt te hebben. 

Tegen de eerste beschuldiging voerde hij aan, dat hij 
forte fortuna dergelijke predikatien had aangehoord en tegen 
de andere, dat de door hem gedrukte psalmen niet waren 
die van dathenus, maar dezelfde als voor vrier druk jan 
DE LAET twintig jaar geleden octrooi ontvangen had; boven- 
dien trachtte hij zijne rechtzinnigheid als getrouw zoon der 
Roomsche Kerk te staven vooral door de herinnering der 
doopsbediening aan zijne dochter catharina op 2 Februari 
1569 volbracht. 

In hoever zijn beweren aangaande den inhoud der door 
hem gedrukte psalmboeken de volle waarheid bevat , kunnen 
zij beoordeelen, dien het geluk ten deel valt, exemplaren 
van deze uitgaaf in handen te krijgen. In de boekerij van 
c. p. SERRURE werd een afdruk gevonden van tweeërlei 
uitgaaf, die op den „Catalogue" II, onder N. 1919 en 1921 
aldus zijn beschreven: 

SoiUer Liedekens ghemaect ter eere Gods, op aUe die Psalmen 
van David {door w. van zuylen van nyeveldt). Gheprent 
fhantwerpen bij mij jan van waesberghe; en den Psalter 
Davids na dalder correcxte copie overgesedt met die hymnen 
en ghebeden^ tot profyt van alle menschen binnen Mechelen 



156 

overghesedt Bij laatstgenoemden titel is deze aanteekening 
gevoegd: „traduction de laürenttos van haecht d'apres Ie 
„texte de la Vulgate". 

Het meer genoemde „Antwerpsch Archievenblad" werpt 
ook over de geschiedenis van het godsdienstig gezang bij 
de Lutherschen in de Nederlanden een enkelen licht- 
straal. SCHULTZ JACOBI beschrijft „Bedragen tot de geschied, 
„der Evang. Luth. Kerk in de Nederlanden" 4e stuk, het 
ontstaan van de behoefte bij de Luthersche gemeente te 
Antwerpen aan een eigen gezangboek en de pogingen 
om in die behoefte te voorzien. Wij leeren het werk des 
ongenoemden nauwkeurig kennen , dat, naar het voorbericht , 
geteekend 45 Februari 1567, te FranJcfort, buiten ons 
vaderland gedrukt schijnt. Van dit gezangboek noemt de 
„Catalogue" van serrure ook een exemplaar, tom. Il, N. 
1925, waarbij uitdrukkelijk wordt opgegeven, dat de titel 
geene aanwijzing van plaats en naam des drukkers bevat. 
Is het wel te Frankfort gedrukt? Kan die onderteekening 
van het voorbericht hier als afdoend getuigenis gelden? De 
twijfel werd bij mij gevoed door den inhoud der volgende 
acte van Januari 1570, die ik hier in haar geheel overneem 
uit het „Antwerpsch Archievenblad" XII, 430. 

„Deselve tegens peeter van keerberghe, actor^ overmits 
„den verweerdere hem vervoordert heeft te vercoopen aen 
„eenen baptista valck Cronica johannis leydani ende deselve 
,;daernae heeft wederom genomen opt verlies van den prys, 
„item dat hy noch vercocht heeft aende huysvrouwe van eenen 
„Meester aert de Schermeester de Martinisten psalmboeck 
„ende aen eenen Heer ermigius blogkius de Confessie van 
„Atigsborgh^ item van eender vrouwen vuyt Hollant heeft 
„aengenomen te bynden meer dan twee hondert psalmboecken 
„vande sectarissen, gelyck oeck synen sone by nachte bevonden 
„is deselve boecken te bynden te dragen aen ander boeck- 



457 

„bynders. Ende dat denselven oyck gedruckt heeft de secta- 
„rissen psalmboecken ende dyenaengaende gehandelt heeft 
„met eenen, dewelcke plach te woonen, opde Merct alhier 
„inde Sonne^ item inden jaere van de XVeLXIIII gebonden 
„heeft een boecxken dwelck gemaeckt was tegen den Eer- 
„weerdighen Heylighen Sacrament des Outaers, al breeder 
„gespecificeert inde feyten des aenleggers scriptis over te 
„geven, concludü capüaliter^ oft anderssints dat reus zal 
„worden gecorrigeert criminaliter ordinaerlyck oft extraordi- 
„naerlyck, gelyck nae gelegentheyt vander saken Uwer Eerw. 
„sullen bevinden te behoorene". 

Dat hier onder „Sectarissen" gedacht zal moeten worden 
aan Martinisten, blijkt uit het verband. Het bezit en behan- 
delen der losse vellen wettigt de gissing, dat de druk van 
dat psalmboek door den beschuldigde van keerberghë is 
geschied , waarschijnlijk wel lid der Martinisten gemeente en 
als zoodanig de rechte man voor dat werk. Welke nu de 
eigenlijke rol der genoemde vrouw uit Holland bij deze 
zaak geweest is, weet ik niet op te helderen, evenmin als 
ik den titel van het tractaat tegen het Sacrament des altaars 
kan noemen De Confessie van Augsborgh. hier bedoeld, zal 
wel het exemplaar eener uitgave zonder aanwijzing van her- 
komst zijn geweest, waarschijnlijk dus een dergelijk, als 
SERRURE „Catalogue" I, N. 245 bezat, en waarvan gezegd 
wordt: „vraisemblabement imprimé clandestinement dans 
„ime imprimerie d'Anvers. 

Reeds heb ik de opmerking gemaakt, dat de bibliografie 
uit de verboeren en sententiën der overheden vrij wat leeren 
kan , onderstellende , dat de mededeelingen nauwkeurig zijn. 
De opmerking geldt vooral het „Antwerpsch Archie venblad", 
dewijl dit alleen authentieke stukken bevat. Betreffende den 
bekenden jacob van liesvelt, den bijbeldrukker, die 27 
November 1545 wegens verbreiding van heresie is ter dood 



i58 

gebracht, levert het genoemde ;,Archie venblad" VU, 465, 
onder dagteekening van 23 Juni 1542, de beschuldiging, 
dat hij „contrarie den geboden ende placaten hem gevordert 
„hadde te drucken seker duytsch boexken geintituleert : 
„troostinge der goddelycker Schryft^ vol erreuren, dwalingen 
„ende heresien." Hij had het uitgegeven zonder het noodige 
visum gevraagd te hebben. Beschuldigde verdedigde zich 
door de bewering, dat het bedoelde boekje niets nieuws 
bevatte, en dus geen visum noodig had, maar getrokken 
was uit boeken, voorlang met approbatie algemeen verbreid. 
Op die bewering mij verlatende, sta ik het gevoelen voor, 
dat LiESVELT slechts herdrukt heeft het werkje in 1531 voor 
het eerst ter perse gelegd door nicolaas van oldenborch: 
„een troost ende spiegel der siecken ende derghenen die in lijden 
syn, wt die H. Schrift bijeenghevoegt Een exemplaar er van 
kwam voor, gelijk ik bl. 86 opmerkte, in de bibliotheek 
van c. p. serrüre; vgl. „Catalogue" I, N. 273. 

Als een laatste bewijs van de moeite , welke de landvoogdes 
zich gaf, om de kettersche literatuur te onderdrukken, deel 
ik hier een rapport mede, dat uit de Archieven is over- 
genomen in „Bulletin du Bibliophile Beige" XII, 252 en 
waarin zij de opmerkzaamheid vestigt op verdachte personen 
en geschriften. 






Premièrement snr ie Werve demandez après tonttes sortes de 
livres tant firaD90]8 qne flamengs. 

„Sur Ie chimetière de Nostre-Dame , ^ Ia main seoestre da 
Nord, nng (libraire) tenant son boutiqne au portalle. 
^,A Soleil d*or, demandez après slbidani, agbipfa de vanitate 
„Scieniiarum ^ bibles^ nouveatdx testamens avec veraet accom- 
,,paigDé avec nne table contraire h Tesglise; chansons^ etc. 

„A Tesca de Flandre, demandez après Ie commentaire da 
,,fiiict de la religiën; aolcuns recaeilles dont je ne scais Ie 
^,nom; bibles et testamens nouveatUx. 

f,A Ia Sigogne, demandes après les ooUoquia óbacurorum 



ff 



159 

„virarum doctorum lovaniensum ^ nouveaulx testamens en 
espagnol. 

y/roi» tenant Ie boatioqne de plantin, ont Ie passumale des 
„martiers moderne»^ anasi Ie testament en esfpagnol et nng 
,^liyre en 16o faict oontre Ie hodier de la fay. 

Ootre Y. Sengnerie pomra faire la piemidre (virite) aox 
.aaltres (libraireB) ponr recoayrer les pseaumes reven et corrigé 
„par THJK)DOBius BBZA, aTeo nne bible en grand format a?ec 
y^BB expoflitions novellement imprimée ik Gtenève." 

De gouvernante had wel gedaan, indien zij de eenmaal 
gebezigde uitdrukking: „dont je he scais Ie nom", meer had 
gebezigd. Want het blijkt uit de opgaaf der titels, dat zij 
slecht was ingelicht. B. v. de colloquia obscurorum virorum 
doctorum lovaniensium spreken luide van de achteloosheid, 
waarmede de censuur te werk ging. 

Dat werd niet veel beter , toen de ijzeren hertog de teugels 
van het bewind overnam. 



Ter inleiding der beschouwing van den Index door alva 
uitgevaardigd, leg ik mijnen lezers den brief voor, dien 
de hertog aan den vicaris-generaal van het aartsbisdom 
Mechelen gericht heeft. In de geschiedenis der verboden 
lectuur verdient het stuk vermeld te worden. Men vindt het 

bij DIEGEKICK, 1. c. IV, 276. 

„Vénérable, tres chier et bien amez, 



Comme il importe grandement au service de Dien et aa 
bien tmiversel de tons les snbjectz de Sa Majesté, mesmee 
de tonte la cbristienneté , que ce qn'a esté ordonné par Ie 
concile de T ren te et Tappendice de Sadicte Majesté allen- 

„droict rexpargation des livres j respectivement exprimez, 
soit mis a dene exécation , et qne ponr faciliter la visitadon 
d'icenlx et éviter qne nng mesme livre ne soit corrigé et 

,^amendé par diverses mains en diverses pro?inceS| nous 



ff 
ff 
ff 
ff 
ff 
ff 
ff 



ItK) 

,^a sembler convenir et tres reqniz de faire repartir la 
^^masse desdicts, livres et laisser la condnicte Ticenlx en 
„deus. diverses mains senllement, h voas les liv^res qai se 
^^doibvent repurger par ledict appendice de Sa Majeste aa 
y^cathalogne dadict concilie de T rente et les vienlx et nou- 
„yeaalx testamentz toornez en langae Thyoise; et a Tarches- 
„yeqne de Gambray les cootennz andict cathalogae d'ioellny 
^^concille et les rieax et nonyeanlx testamentz tradnits en 
^^franchoys. Et en conformite de che vons reqnerons qae, 
^^incontinent après la reception de cestes, repartissez entre 
y^YOz diocésains les li^res qai se doibvent repurger par ledict 
„appendice et les testamens qae dessas, choisissant an mesme 
y^effect cenlx qae cognoistrez les plas solides scavans, experi- 
„mentez et qaalifiez a semblable charge ponr Timportanoe 
,^de raffaire, yoqs seryant aassy des théologiens de rooiTersite 
„de Lonyain, ausquelz escripTons h la fin snsdite les lettres 
„qai Tont cy joinctes. Et ferez par vos députez commeacher 
„des livres que, pour Ie present, sembleront les plas néoes* 
„saires d'estre preoiièrement corrigez, aasquels encfaargerez de 
„annoier en ang papier a part toas les lieax qae lear sem- 
„bleront avoir aalcan soabzon d*errear oa de maayaise doctrine 
„contre nostre saincte foy catholicqae et église romaine, et de 
„sigoer en qael chapitre oa foeaillet se troayeroot semblables 
„lieax et passaiges, annotant qaant et qaant l'impression 
„dadict liyre, poar par ceste yoye plas facilement poayoir 
„rencontrer et troayer les diets lieax. Et qae ce faict ilz noos 
„enyoient icelle lear annotation escripte et extendae comme 
„il conyient, poar, icelle yae, en estre ordonné comme sera 
„troayé poar Ie miealx conyenir. 

„Et d'aaltaat qae par aalcaas personnaiges qa'ayons faict 
„conyocqaer en ceste yille poar adyiser sar Ie faict desdicts 
„liyres soit esté resola de commencer par les liyres qae yerrez 
„par rescript cy joinct, yoas requerons de yoas regier et 
„condaire selon icelle lear résolation aa regard de cealx de 
„yostre charge. 

„Et poar che qae ceste correction reqaiert grande diligence, 
„art et accelération poar rendre lesdicts liyres aa bon asaige 
,^de lears maistres, et satisfaire aa désir d'ane infinité de 



h 



164 

^^gens de bien, doctz et scavanfl, donnerez si boD ordre et 

,^ferez tont extreme debyoir qne la correction d'icenlx soit 

^^achevée, et la snsdicte annotation k nous enyoyée, endéans 

,^six mois prochains. Et afin qn'ilz y procèdent avecq Ie zèle, 

y^la yiyacité et celérité reqnise, ponrrez ansdicts commis faire 

entendre de nostre part qne, onltre Ie commnn pronffjct 

qne snyyra d'nne oeuvre si piense et ^ quoy chascun de 

nous se tronve en son particulier obligié, Sa Majesté les 

aura, au faict de leur profession, pour recommendez ayant 

oultres, ^ qyoy nous tiendrons aussy yers icelle Sa Majeste 

en temps et lieu la bonne main. A tant, yénérable, treschier 

et bien amez, nostre seigneur yous ayt en sa saincte garde. 

„De Bruxelles Ie xxyig® d'apyril 1570". 

Ook tegenover verboden lectuur toonde alva een M^illig 
dienaar van zijn meester te wezen. In 1570 werd ex officina 
Christophori Plantini verbreid : Index lïbrorum prohibitorum , 
cum regulis confectis per patres a Tridentina Synodo deledos^ 
audorüate sanctiss. D. N. Pii UIL Pont. Max. comprobatas. 
Cum Appendice in Belgio , ex mandaio Regiae Cathol Majestatis 
confecta.^ 

Prof. REUSCH heeft met nauwkeurigheid de eigenaardige 
kenmerken van dezen Index aangetoond in „Der Index der 
„verbotenen Bücher" I, 405. De door het Concilie van Trente 
vastgestelde Index werd op die wijze in ons Vaderland inge- 
voerd. Een Appendix was daaraan toegevoegd ex mandaio 
Regis et Duds ABbani Gubematoris, Die Appendix vraagt al 
onze aandacht. Immers daarin zal eene poging gewaagd 
worden om den door het Concilie van Trente gearres- 
teerden Index aan te vullen , deels met namen van schrijvers 
en titels van boeken, die aan de vaderen van Trente 
onbekend waren gebleven, deels door eene opgaaf van voort- 
brengselen der Nederlandsche letterkunde. 

Hoe onoordeelkundig die Appendix is saamgesteld en wel 

door ARiAS MONTANUS, bewijst REUSCH met vele proeven, 

11 



162 

wier getal gemakkelijk door den lezer vermeerderd kan 
worden met hetgeen de volgende bladzijden onder zijne 
aandacht zullen brengen. 

De Appendix is anders ingericht dan de in 1550 en 1558 
verschenen Indices. Zij verdeelt de kettersche schrijvers en 
geschriften in drie klassen. De eerste bevat alleen namen 
der ketters ex professo^ die met opzet dwalingen verbreid 
hebben; de tweede die van hen, van wie enkele ge- 
schriften goddelooze gevoelens verkondigen; de derde omvat 
de geschriften van ongenoemde schrijvers, wier penne vruchten 
ergernis wekken. 

Deze tamelijk willekeurige indeeling, uit den Index van 
Paus PAULUS IV overgenomen, is niet consequent volge- 
houden, wat trouwens ook bijna ondoenlijk was. 

Uit de lijst der namen, die bij opvolgende letter onder 
de prima classis genoemd zijn, zal ik hier alleen die van 
Nederlanders en van schrijvers die in ons Vaderland geleefd 
hebben overnemen. Daaronder komen er voor , wier geschriften 
niet in de Indices genoemd zijn. Zij zijn de volgende: 
Carolus wtenhovius. 

CORAN, ANTONIUS (leeS CORRANUS). 

Gumo DE BRUEz (Iccs bray). 

Henricus modec (lees moded). 

Henrigus nigolai , sive libri omnes H. N. signati, qui et sine 

loei et impressoris riomine sparguntur in vulgus. 
Henricus rodus (lees hinne rhode). 
Ho VARDUS (lees houwart, balthasar), korten tijd in dienst 

bij de Luthersche gemeente te Antwerpen. 

lOANNBS A LEYDIS (loeS JOANNES SLEIDANUS). 

Over deze verwarring van namen vgl. men bl. 37. 

lOANNES TAFFIN. 

lusTUS VELSius Hagensis. 

NicoLAUS BLOCCiüS, ludimagister Leydensis. 



d63 

Petrus dathenus. 

Philippus dirixson, qui suos Anabaptismi foetus inscribit 
literis d. p. Bedoeld is dirk philips, wiens geestelijke broeder 
MENNO SIMONS in de Appendix niet vermeld is. 

Prof. REuscH „der Index" I, 409, toont met de stukken 
de slordigheid van bewerking der prima classis aan. Evenzeer 
geldt zijne aanmerking de opgaaf der titels van de secunda 
en tertia classis. Uit de Mis-catalogen , die sinds 1564 ver- 
schenen, zijn vaak de titels overgenomen, zonder oordeel, 
zonder onderzoek. Ik hoop die titels zooveel mogelijk toe 
te lichten. Geschriften, die reeds op de Indices van 1550 
en 1558 veroordeeld waren, ga ik stilzwijgend voorbij. 



SECUNDA CLASSIS. A. 

Abdias de vitis Apostolorum ^ Antverpiae impressus^ donec 
repurgetur. 

Ik ken deze Antwerpsche nitgaaf van dit fabelen en legenden 
voortplantende boek niet. Over zgn inhond handelt nanwkenrig 
een artikel in de ^^Beal-Encyklopadie fdr Prot. Theol. and 
„Kiiche". 2^ Ausgabe I, 23. Roomsche en Protestantsche g^ 
leerden waren doorgaans eenstemmig in hun afkeurend oordeel. 

Adami siberi poèmatum sacrorum, libri 16. 

In Saxen geboren in 1515 en overleden 1583, heeft adaii 
siBSR meer dan éen bundel Latgnsche verzen vervaardigd. 
Waarom juist deze veroordeeld is, valt niet te zeggen. 

Ad Jesuüarum assertiones ^ ex Epistola priore divi Pauli ad 
Timolheum, Auctoribus wilhelmo bibembachio el luga 
osiandro. 

Welke gemeenachappelgke arbeid van deze godgeleerden 
bedoeld ie , kan ik nit de Igat hunner gesohriften niet opmaken. 

Andreae munceri eelogae. 

Dit is m^ onbekend gebleven. 



164 

Annotationum seu commentariorum in Prudentium^ anno 
Domiiii MDLXIIII Anlveryiae editi , in quibus annotaiio in 
lib. Hamartigeniae , cujus initium est : SaÜem mirificos. Itane o 
Prudentie corrigatur juxta recognilionem ab ipso auctor e editam. 
AuRELiTJs CLEMENs PBUDENTius neemt Ouder de oudste Chris- 
teljjke dichters de eerste plaats in. Geboren in 348 heeft hg 
door zgne poëzie zgn naam tot de verre nakomelingschap 
gebracht. Orer zgn persoon en zgne gedichten beyat de ,^Beal- 
„Encyklopadie für Prot. Theol. und Kirche" XII, 306, een 
zeer lezenswaardig artikel. Wie met zgne godsdienstige denk- 
beelden wenscht bekend te worden, raadplege de Latgnsche 
verhandeling yan h. middsldorpp in illoen's „Zeitschrift fCir 
,,die Hist. Theol.*' 1832, II, 129; onder de daar vermelde 
uitgaven van frudentitts' werken, 139 wordt er eene van het 
jaar 1564, te Basel gedrukt, gevonden. 



TERTIA CLASSIS. 

Analysis^ siue resolutio dialectica^ in quatuor libros Instüutionum. 

LuDwio GRBMPE gaf boveugenoemd geschrift in het licht, 

hetwelk waarschgnlgk veroordeeld is om den wille der proef atio. 

AvifAvrjaiG juris^ quod in appröbandis Pontificibvs Imperatores 
habuerunt 

SiHON scHARDius hccft zich als filoloog, jurist en geschied- 
kundige zeer onderscheiden. De voornaamste zgner geschriften 
waren van kerkrechtelgken aard en wegens de scherpte van 
hun betoogtrant door de voorstanders der hiërarchie zeer 
gevreesd. Vooral het veroordeelde werd als een der beste 
vruchten van zgn geest genoemd en geroemd. 

Antithesis De praeclaris Christi et indignis Papas facinortbus. 
Prof. RBU8GH „der Index" 1 , 422 geeft betreffende dit boek 
de volgende inlichtingen. Aan deze Antithesis is toegevoegd 
Dei decalogi mandatis Antichristi oppositis; ze werden in 1557 
te Gendve gedrukt en bevatten 18 antithesen in 20 distu^ 
met 18 afbeeldingen van Christus en de Pausen. Simon rosa- 



165 

Aius is daarran de auteur; de afbeeldingen zgn goeddeels 
navolgingen yan lukas cbanagh. Eene Latgnsche oyerzetidng 
Tan ocHiNo's Imago ArUichristi is daarbg opgenomen. Ook 
oyer latere uitgaven wordt door hem gehandeld. 

Apologia contra status Burgundiae. 

Ik waag het den onduidelgken titel te ontcgferen en wel 
door de gissing, dat de Appendix heeft willen yeroordeelen 
de Apologia ültistris D. Jacohi d Burgundia^ FaUesii^ Bre- 
danique domini^ qua apud Imperatoriam Majestatem infustaa 
sibi criminationes diluit^ Fideique auae confessionem edü. 
Bevriend met calvun — totdat de twist tusschen dezen en 
BOLSEG, een van db falais' vrienden, losbrak — had hg 
dezen het verzoek gedaan, om de Apologia op te stellen, 
die in het Fransch in 1547 verscheen en door balduinus in 
het Latgn vertaald is in 1548. Hoewel de Fransche oplaag 
800 exemplaren bedroeg, is er geen enkel tot ons gekomen. 
De Latgnsche tekst is herdrukt achter de ^>Lettres de Calvin 
„hl Jaque de Bourgogne, seigneur de Falais et de Bredam, et 
„ik son epouse Jolande de Brederode". Amsterdam 1744, 
en in het ^^Corpus Beformatorum" XXXVIII, 274. 



TERTIA CLASSIS. B. 

Basiliensium Ministrorum responsio contra Missam. 

Ter bestrgding van een door tien Boomsche geestelgken bg 
den Raad van Bas el ingediend verzoek, om de instellingen 
der kerk te blgven eeren, verscheen van de hand van oeco- 
L^HPADius: ein Christliche Antwort der Prediger des Evxinr 
geliums zu Basel. Warumb sy die Mess einen Greuét geschoUen 
hahind, Dft erforschung und gheyss des Ersamen Radts dasèlbst 
ge^enn. Vgl. herzoo ^^Das Leben Oecolampads*' II, 47. 



166 



AUOTORES PRIMAE CLASSIS. G. 

Garoli molinaei omnia opera ^ ex professo De religione trao 
tantia^ prohibentur ^ cetera quoque^ donec repurgerUur. 

Uit het met zorg bewerkte artikel over ghablss j>v kouun 
in „Ia Franoe Protestante" Y, 783 leeren wg de yrachten 
▼an DU mouun'b onrermoeide pen kennen. Zoowel zgne theo- 
logische als {nridische geschriften Yonden tegenspraak bg Pro- 
testanten en Roomschen. Een onaf hankelgke geest als de zgne 
zocht een eigen weg en werd daarran niet afgeleid door smaad 
en yeryolging. ,^0n dit, qn'il abjora et re9at les sacrements 
,,de l'Eglise Bomaine; Ie £ut pent étre vrai, car on monrant 
„est tonjoors nne fadle conqaéte". 1. c. 788. 



SEGUNDA CLASSIS. 

CarUica selecta veteris et Noui testamenti , cum Hymnis et col- 
lectis^ seu orationibus purioribus^ qme in orthodoxa atque 
caiholica Ecclesia cantari solent^ addüa dispositione et famir 
liari eooposüione christoph. corneri. Lipsiae apud Emestum 
Vogelinum. 

Van deze bundel is in 1568 de drok bezorgd door ch. oobnbr , 
hoogleeraar in de godgeleerdheid te Frankfort cum den 
Oder, Hg was hooggeacht als docent en als zoodanig Octihts 
üniversitatis bggenaamd. Zgne Latgnsche poëzie en in het 
algemeen zgn godgeleerde arbeid vond veel waardeering. Vgl. 
hierroor bl. 21. 

Compendium Theologiae erasml 

De titel wordt mg yerstaanbaar , zoodra ik dien aldas mag 
lezen: Ratio verae Theologiae ^ opgenomen in tom. Y der 
Opera brabmi. 

In sacros Btbliorum veteris Testamenti libros^ nempe Josue^ 
Judicum^ RiUh^ Samaelis dtws^ Regum duos^ Chronicorum 
dtios, Esram^ Nehemiam^ Hester, Jóbum^ To&ukir um ctriaci 
SPANQENBERGii partes omnes. 



167 

Niet alleen de door spangsnbebg geBchreyene commeiLtaren , 
maar ook zgne Tabellen über die gantze Heilige Sdirift werden 
yeroordeeld. Sfanoenbbro was in Antwerpen een sseer 
geacht persoon. VgL sohulz jaoobi „Oud en Nienw" II, 72. 



TERTIA CLASSIS. 

CenturicUa Historia. 

Centuriae Historiarum Magdéburgermum. 

Deze twee, onder elkander staande titels behooren aan éen 
boek, de welbekende Maagdenburgsche Centnriën. Zulke opgaaf 
pleit niet Toor de goede zorg aan den Index besteed. 

Ckmfessio Antwerpiensis. Argentina^ AngKca. 

Orer eerstgenoemde rergelgke de lezer het door sohülz 
JACOBI geschrevene in ,,Oad en Nieuw" 1863, 86. Met de 
Argentina is bedoeld de Ckmfessio Tetrapolitana en met de 
Anglica die der 89 artikelen. 

Confesio fidei^ de Eucharistiae sacramento^ per ministros Ecclesiae 
Saoconicae. 

Bedoeld is de door xblanghtok opgestelde Confessio dodtrvnae 
Saxanicarum Ecdesiarum Synodo Tridentinae oblata 1551. 

Colloquium Bemense^ Badense^ Clerici et militis^ Herfordiense^ 
Lipsense. Magdeburgense y Possiacum^ Smalcaldicum ^ Wiir 
tenbergense^ Parisiense et omnia Similia ab incertis aucto- 
ribus et impressoribus ^ vel ab haeretids in lucem emissa 
aut non approbata. Hoe auiem aliquando vocantur Dispu- 
tationes nonnumquam Synodi alids Conuentus^ Conferentiae 
aut Admonitiones y Historiae religionis^ vel litterarum^ Publi- 
ccUio ab aliqua Repub. Quocunque ergo titulo censeantur^ in 
universum prohibentur. 

Oyer de Disputatio derici et müüis worde vergeleken bl. 59 

en vooral het bgvoegsel tot die bladzgde, aan het slot van 

dit werk voorkomende. 



168 



SECUNDA CLASSIS. D. 

Dauid christaeus in hisUmam Herodoti^ donecfueritrepurgaJtus. 

Dauidis chytraei , enarratio primae Epistolae Pauli ad Timo- 
theum. 

EiusDEM Enarratio in LeuUicum. 

EiusDEM explicatio prophetae Malachiae^ cutn Chronologia his- 
toriae Machdb. 

In plaats yan enkele der geBchriftan yan dezen grooten 
godgeleerde te noemen, had men beter gedaan met al zgne 
werken te yeroordeelen. 

Declarationum jagobi sgheckii , de una persona^ et duabus per- 
sonis in Christo. 

Jacob schbgk, geboren 1511, oyerleden 9 Mei 1587, hoog- 
leeraar in de Medicgnen te Tübingen, ging, hoewel blind 
geworden, onafgebroken yoort in het yerdedigen der Ohris- 
telgke waarheid en zond behalye medische geschriften ook 
meer dan éen godgeleerd tractaat in het licht. 

DispiUatio Academias Tübingensis , de noua religione , $eu fide 
contra errores et blasphemias Papistarum; atictore et praeside 
doctore jacobo heerbrando. 

Ik meen, dat de opgegeyen titel bedoelt aan te wgzen al 
de polemische disputaties , die onder yoorzitting yan hbbrbaand 
te Tübingen gebonden zgn. Jöcheb in yoce noemt de titels 
dier yerhandeUngen. 

DispiUatio de dtuibtis in Christo naturis^ aJtque earundem idio- 
maium sive proprietatum communicatione ^ praeside claris- 
simo Theol. DocL jacobo andreae Tübingae» 

Een der yele geschriften yan dezen Tübinger godgeleerde, 
gyeraar yoor de rechtzinnigheid, geboren 25 Maart 1528, 
oyerleden 7 Januari 1590. 

Disputatio de proposüione Paulina: arbitramur hominem 

jicstificari fide absque operibus legis, Praeside theodorico 
scHNEPFio Tübingae. 

Van THBODORicus scHNBFFF, doccnt te Tübingen, geeft 



i 



169 

JÖCHSR in Tooe onderscheidene geschriften op, doch niet hei 
in de Appendix genoemde. 

De Academica Pontifidorum dubüatione^ in negotio Justificationis 
etc. Auctore seigfrido sacco. 

Wat de Maagdenborger godgeleerde siegpbibd saoo ook 
geschreyen hebbe, de titel van dit tractaat was zoo sprekend, 
dat 2sgne yeroordeeling natnnrlgk schgni 



SECUNDA CLASSIS E. 

Epitaphium gulielmi xylandri, quod fecit Xysto Betuleio. 

Xtlakdeb, eigenlgk wilhblm holtzkann geheeten, was een 
gverig letterkundige, van wiens vele geschriften alleen door 
de Appendix genoemd en yeroordeeld is het door hem yer- 
yaardigde geschrift op den Schrgver der Concordantia N, T. 

EusEBii CANDiDi plausus Vuctipjcoe mortis. 
Ik kan den pseudonym niet toelichten. 

Exam£n Concilii Tridentini^ per martinum kemnitium, aduersus 
quem d. tiletanus doctiss, scripsiL 

De beroemde godgeleerde, de anteor yan het Examen^ ge- 
boren 9 Noyember 1522, oyerleden 8 April 1586, heeft zich 
in dit wérk als een bekwaam polemicas doen kennen. Jossb 
AATBSTEYN , naar zgne geboorteplaats T i e 1 1 , tiletanus genaamd , 
oyerleden 7 Febra^ 1570, schreef daartegen Defensiones Decre^ 
torum Concilii Tridentini^ twee deelen, die in 1568 het licht 
zagen en herdrukt werden in 1570 en 1607. 



TERTIA CLASSIS. 



Elegiae aliquot de morte conjugis et liberorum etc. Haeresiarchae 

JOANNIS PISTORII. 

De Elegiae de morte conjugis et liberorum^ gedicht door den 
Medicus en Theoloog joannes fistoritts, worden yeroordeeld, 



470 

dewgl de Cenaores dezen FiSTOBiire yerward hebben met den 
martelaar jan de bakker. Vroeger Maltheser ridder , is deze 
FisTOBiTJB tot de Eyangelisohe kerk overgegaan. Jöchbe in 
Yoce in, 1598. 

Enchiridion manualeue Romae cusum^ apud thomam mem- 
BRUNiUM , ut quidem loquitur frontispicium , ui vero in cake 
legüur^ Treds^ ubi eum excudébat franciscus trumeau. 
Het bedoelde geschrift vond ik nergens elders yermeld. 

Enchiridion piarum precationum , cum Kalendario et Passionali , 
ut vocant. Wittembergae apud Joannem Luft MDXXIX. 
Eene Latgnsche uitgaaf, door justüs jonas bezorgd van 
LUTHEB*8 Bethudüein^ voor het eerst in 1522 in drak uit- 
gegaan, wordt hier genoemd. 

Epistolae consolatoriae^ coüectae per cyriagum spangembergium. 
Waarsch^nlgk is deze titel de vertaling van spanoenbbbg's 
Trosthüchlein für die Krancken, 

Epithemata Uistoriae^ De bello religionis. 
Dit is mg niet bekend geworden. 

Evangelium laetum regni nuntium. 

Euangdium offte ein froelicke hodenschap des ryckes Godes 
unde Christin een der vele geschriften van hendrik niclabs. 
Vgl. NiPFOLD in ,,Zeit8chr. fOr die Hist. Theol." 1862, 484. 

Examen Sorbonae^ de Eucharistiae Sacramento ex dictis petri 

LOMBARDI. 

Dit en het volgende bleven mg onbekend. 
Eocplicatio qu>aestionis ^ de praesignificaiionibu^ astrologicis ^ per 

MERCURIUM MORSENIUM. 



SECUNDA CLASSIS F. 

Franciscus duarenus , de libertate ecclesiae Gallicanae^ Contra 
aulam Romanam. 

FEAN901S LB DUA£iN, geboren in 1509, overleden 22 Juni 
1559, is de auteor dezer overzetting der Remanstrance$^ door 



171 

het Parlement yan Pargs bg den Koning ingediend in 1461 
ter handhaving der Pragmatieke Sanctie door chaelbs yii aan 
het hof te Rome aangeboden. Zie den 2^^ drukyaxila France 
Protest. V, 509. 



TERTIA CLASSIS. 



Farrago poématum repurganda est. 

Volgens RBÜ8GH ^^der Index" I, 421 is leodeoabtus a 
QUSBOU de verzamelaar dezer gedichten, waarin onder anderen 
ook gedichten van boban hessüs vaaren opgenomen. 

Fidei Christianae capita , contra PP. 

LuTHEB*8 geschrift Capita fidei Christianae contra Papam et 
'portas inferorum^ uitgegeven in 1541, is hier onvolledig vermeld. 

Forma orationum ecclesiasticarum ^ et modiLs administrandi 
sacramerUa et celébrandi Sacramenium Matrimonii. 

Ik dnrf niet bepalen, welke Evangelische Kerkorde hier 
genoemd is. 



SECUNDA CLASSIS G. 

Georgius cassander, sive Veranius Modestus Passemontanus 
De officio viri pii. Ejusdem cassandri repurgeixtur hymni. 
Ejusdem consuüatio^ silne communio in utraque panis et vini 
specie Calholicis optanda, etiamsi jure divino non sil omnino 
necessaria, Ejusdem de statu Infanlium^ qui in ecclesia naii 
citra baptismi Sacramenium moriuntur. 

Tot hiertoe waren alleen gassandbe's hymni veroordeeld, 
vgL bl. 110. Nn werden ook zgne overige geschriften met 
een veroordeelend vonnis getroffen, 

Georgii majoris omnia. 

Beeds was éen zgner boeken op den Index geplaatst; zie 
bl. 62. Het vonnis werd nu op al zgne geschriften toegepast. 
In 1569 had een deel zgner geschriften in 3 deelen te Wit- 
tenberg het licht gezien. 



172 



TERTIA CLASSIS. 

Glossa ordinaria Geneuensis, 

Naar aanwgzing van reusch ^^der Index" I, 416 is met 
dezen titel aangewezen het werk yan b. stephanus: In Euan- 
gélium secundum Matth.^ Mare. et Lucam commentarii ex eccle' 
siasticis scriptoribus coUecti. Novae glossae ordinariae specimen^ 
donec méliara Domintis, 1553. 



SECUNDA CLASSIS. H. 

Hadriani jünii nempe medici^ titulus Proef ationi praefixus in 
nonnullis exemplaribus Lexici Graeco-latini, eo titulo excepto ; 
caetera ejvs opera legi possunt, quod nihil contra sanam 
doctrinam habeant^ et auctorem ipsum constet catholicam fldem 
profUeri. 

Onze landgenoot adriaan de jonghe had in 1548 een Lexicon 
Graeco-latinum uitgegeven, voorzien van eene opdracht aan 
Koning edüaed yi, door hem genoemd ^^Fidei defensor et 
^^snpremum Anglicanae Ecclesiae a Ghristo capnt*'. Een tweede 
uitgaaf verscheen zonder deze opdracht. Zgne rechtzinnigheid 
bleef verdacht, hoewel invloedrgke personen zich zeer ten zgnen 
gunste hooren deden. Vgl. bbüsoh ,^Der Index" I, 866. 

Hamelmani Commentariolus ^ De vero usu monasteriorum et 
coUegiorum^ etc. 

Hebmann hamelmann, geboren 1525, 27 Juni 1595 over- 
leden, vooral beroemd als auteur der ^^Opera genealogioo*his- 
^^torica", schreef genoemd tractaat ,^quo demonstratur, nihil 
,,aliud oUm fuisse quam Scholas". Hg zond het in 1569 in 
het licht. 

EiüSDEM de traditionibv^ Apostolicis^ et tracitis cum Prolego- 
menis et appendicibtis. 

Hamelmann's biograaf j. g. leuckfeld geeft dezen titel pag. 
161: de Tradüionibu8 veris falsisgue. Franco forti 1556. 



473 

Henrici moleri profess. linguae Hebraeae in Acad. Wiü&nhet* 
gensi comment in Malachiam prophetam. 

HsNfiiGH MOLLBR, geboron te Hamburg 12 April 1530| 
overleden 26 November 1589, werd hoogleeraar in de Oos- 
tersche talen te Wittenberg, van waar hg als crypto- 
Ckdvinist wgken moest. In zgne geboortestad gevestigd, vood 
hg zgn onderhoud als arts, terwgl hij de Oostersche letteren 
beoefenen bleef, üit zgne talrgke geschriften — opgenoemd in 
het ^^Lexicon der Hamburgischen Schrifbsteller" Y, 352 — is 
alleen veroordeeld de expositio Malachiae prophetae^ die kort 
voor het uitvaardigen van de Appendix^ nameljjk in 1569 
gedrukt was. 

Historia vera de rebus Martini Buceri^ Pauli Fagii et Catha- 
rinae Vermiliae^ P. Martyris uxoris. 

Deze lettervrucht van gonrad hubert zag in 1561 te Straats- 
burg het licht. De titel luidt ten volle: Historia vera de vita, 
óbitu^ sepuUura^ accusatione haereseos^ exhumatione M. Buceri 
et P. Fagii. Item Historia Catharinae Vermiliae^ P. Martyris 
confugis exhumatae eyusque ad honestam sepuUuram restitutae, 

HiMANUELis tremelii Praefotio siue epistola dedicatoria in 
novum Testamentum ab eodem ex Syriaca lingua translatum. 
Van hem, wiens veel bewogen leven treffend geteekend is 
in de ^^Real-Encjklopadie'* XVI, 2^ Ausg. verscheen in 1569 bg 
H. sTBPHANus in Lyou eene Interpretatio Syr. novi Test,Hébr. 
typis descripta^ eadem latino sermone reddüa^ met eene op- 
dracht aan Koningin blisab£TH. De Appendix heeft niet het 
werk, maar slechts de opdracht veroordeeld. 



TERTIA CLASSIS. 

HeydeWergensis Theohgia, de Coena Domini. Anno MDLXVL 

Prof. REUSCH ,^der Index** I, 420 onderstelt, dat de titel 

aanwgst de Confessio fidei theologorum et ministrorum Heidd' 

bergensium de una iUo vero Deo deque sacra JD. N. Jesu 

Christi coena. 



174 

Historiarum et Chronicorum Epüome^ velut Index usque ad 
annum 34. 

De Censores schgnen Tergeten te zgn, dat dit werk yan 
AGHiLLBS pmmNius 6ASSAB op den naam dee antenra, alzoo 
zeer duidelgk, door den Index ran 1550 veroordeeld was. Zie 
hiervoor bl. 17. BIgkbaar is op den Index van 1558 de ver- 
taling bedoeld. 

Historiae Magdéburgicae ^ ab illyrico et complicibus mendor- 
dssime coaceruatae. 

Ten derde male komen de Centuruze hier op de Appendix voor. 



SECUNDA CLASSIS I. 

Iacobi scaepheri conciones in Epistolas et Euangelia totiiLs 
anni , tam de tempore , qiuim de sanctis^ interdicuntur^ donec 
repurgatae fuerint 

Over het werk van jacobüs sghoeppeb, als predikant te 
Dortmnnd in 1554 overleden, na zgn dood in het lieht 
gekomen, was het oordeel ook zgner vrienden niet eenparig 
gonstig. Vgl. SBÜSCH ,,der Index" I, 367. 

Iacobi sebech de una persona et duabus personis in Christo. 
Bedoeld is het reeds genoemde, bl. 168, werk, waarvan 
de anteur hier sebegiüs in plaats van scheok is genoemd. 

Illyricus de occasione vifandi errorem in essentia injustüiae 
originalis. Item de utilitaie doctrina^, de essentia imaginis 
Dei , ac diaboli justitiaeque atque injustitiae originalis, 

In 1569 zag dit geschrift van flacitts het licht; pas ver- 
schenen had het boven andere zgner tractaten de aandacht 
der Censores getrokken. De titel is eenigszins onvolledig, lees 
voor occasione^ occasionibus ; voor de utüitate^ de eadmia uti- 
litate summaque necessüaie, 

lOHANNES EPiNUs de formandis sacris concionibus. 

JoHANN HÖCK of HUCK hcoft in zgn veel bewogen leven — 
geschetst in het ^^Lexicon der Hambnrgischen Schriftsteller" I , 
in voce — als een waardig discipel van Wittenberg, dat 



475 

hem in 1539 honoris cansa het doctoraat schonk, tronw de 
wetenschap gediend. Op de l^st zgner werken, in het genoemde 
„Lexicon" komt het door de Appendix genoemde niet voor. 

lOANNis LANGi annotatioYies in Justinum Martyrem^ et alios 
auctores. Item eiusdem Spiritualis notio^ cum annotationibits 
suis^ et quicquid ilK volumini adjunctum est. 

Ik gis , dat in plaats van langi lokoi moet gelezen worden , 
en dat veroordeeld z^n de vertalingen van den kerkvader 
jusrnnrs mabttb door johannes lonoüs bezorgd, die ook als 
Latgnsch dichter een goeden naam had. Longus of lang was 
doctor jnris en by Keizer fb&dinand i zeer gezien. 

loANNES MANLius, qui scommota et sdles hdbet in ecclesiam 
catholicam. 

De Censor heeft in zgne verontwaardiging vergeten het 
boek te noemen, dat scommota et sales in ecclesiam catholicam. 
habet. Hg meent het werk van rnim 800 bladzgden met den 
titel: hcorum communium coUedanea: a joannü JCAiOiio per 
muUos annosj tum ex lectionxbus D. Phüippi Melanchthonis ^ turn 
ex aliorum doctissimorum^ virorum rdationHms eoccerpta^ et 
nuper in ordinem oh eodem redacta^ jamque postremum 
reoognüa; in quibus varia non solum. vetera^ sed imprimis 
recentia nostri temporis EocempHa^ Simüitudines ^ Sententiae^ 
ConsiUa^ Beüici apparatus^ Strategemata ^ Historiae^ Apologie 
Aüegoriaey Sales et id genus alia tUüissima continentur: non 
solum Theólogis , Jurisperitis , Medicis , studiosis artium , verum 
etiam^ Rempuhlicam bene et felidter administraturis ^ cognitu 
cum. prvmis necessaria. Cum. praefatione D, Simonis Sulceri^ 
acad. Basileensis Rectoris et rerum atque verborum indice 
copioso» De eerste druk verscheen bg ofobintts te Basel, 
waarschgnlgk in 1563, een tweede in 1572. Over den inhoud 
en de geschiedenis van het werk heb ik uitvoerig gehandeld 
in de ,,6eschiedk. Nasporingen" UI, 5. 

loANNES wiBALii MONTENSis ccUhechismi Latine, et GaUice. Item 
de m>alrimx)nio et omnes ejus libri. 

Ook deze titels kan ik niet toelichten. 

loANNEs wiERius De proestigiis demonum. 

Onze landgenoot, de beroemde aris, johann wetib, aan wiens 



476 

Yerdiensten in den jongsten tgd rechtmatige halde is gebracht 
door Prof. garl binz in eene verhandeling: Doctor jOfliKN 
WETBR, ein rhemischer Arzt^ der erste Bekdmpfer des Heocen 
tvahns^ gepkatst in „Zeitschrift des Bergischen Creschichts- 
^^yereins" XXI , deed ten jare 1563 het licht zien zgn boek 
de praesligiis daemanum et incantatianibtis ac veneficiü^ dat 
herdrakt is in 1564, 1566, 1568, 1577 en 1583. Beeds in 
1566 is een hoogdoitsche overzetting algemeen yerbreid. 

R, P. Domino joanni fischerio falso asscriptus liber, De 
fiducia et misericordia Dei. 

Nadat in 1557 de geschriften van john fisheb, bisschop 
Tan Bochester, in een bundel het licht hadden gezien, 
zeker met het oogmerk om de nagedachtenis van dezen man , 
die in 1535 als slachtofiFer zgner oyertaiging gevallen was, te 
huldigen, verscheen met zgn naam op den titel een boekje, 
dat als bestrgdende de leer der Boomsche kerk wel niet uit 
zgne pen kon gevloeid zgn. Wie daarvan werkelgk de schrgver 
is geweest, schuilt in het duister. 

In primum librum Moysis Commentarii d. p. martyris, addita 
est inüio operis vita ejusdem a josia simlero descripta. 

De hulde, door simlbr aan zgnen voorganger marttr ge- 
bracht, wekte de ergernis der Boomsche geleerden op en 
deed mabtyr's Commentaar veroordeelen , waarbg siklbr's vita 
P. M. was opgenomen. 

luLii cAESARis SCALIGERI commentarU in Theophrastum. 

Deze CkymmerUarii in Theophrasti libros de caussis plan^ 
tarum in 1566 gedrukt werden veroordeeld, dewgl daarin enkele 
plaatsen voorkwamen, voor den stand der monniken beleedi- 
gend. Vgl. RSüscH ,,der Index" I, 418. 



CLASSIS TERTIA. 



Index in Auqustin. apud frobenium. \ , 

^ ^ donec repurgentur. 

Index in Chrysostom. apud eundem, ) 

Blgkbaar heeft de Appendix op deze wgze den door beasicos 
aan genoemde kerkvaders besteden arbeid willen veroordeelen. 



477 

. Introductio admirabilium antiqua , et modema , seu Apologia , 
fida pro Herodoto. Anno 1567. 

Hbnrigüs stkphanus had in 1566 eene uitgave Tan Hi^rodottes 
bezorgd, aan wier hoofd eene apologie van dezen geschied- 
schrijver geplaatst was, waarin hg tegen de beschuldiging van 
lichtgeloovigheid verdedigd werd. stephanus vergeleek de door 
Herodotus verhaalde wonderen met de door pausen en priesters 
geloofde en verkondigde, waaronder zoovele volstrekt onge- 
loofbare voorkomen. Sen groot geroep ging van deze Apologia 
uit, die men gaarne in het Fransch wenschte te lezen, stjbphanus 
zelf belastte zich met den arbeid der overzetting. Onder zgne 
handen werd zg een nieuw boek, dat op bgtenden trant bgge- 
loof en onzedelijkheid bespotte. De titel luidt volgens brünbt 
^^Manuel du Libraire*' II, 1076: Ivtroduction au traite de la 
conformité des merveiües anciennes avec les modemes ^ ou 
traite préparatif d Vapólogie pour Herodote. Vargument est 
pris de Vapólogie pour Herodote^ vomposée en laiin par henei 
ESTiJSNNE, et est ici continue par luij-même. Van MDLXVI 
au mois de Novembre. Bg het leven des schrgvers werd het 
boek el f maal herdrukt. Vgl. over den schrgver en deze zgne 
pennevrucht franz passow „Hist. Taschenbuch" U, 581. 



SECUNDA CLASSIS L. 

Leooicon Graecum nouum^ Geneuae anno 1564, aut circiter 
impressum, quod Geneuam facit Hierosolymam. 

Prof. BEUSCH ^^der Index" I, 421 meent, dat de Appendix 
bedoeld heeft: Lexicon Graeco-Latinum ex R, Constantini 
aliorumque scriptis cóUectum. Geneuae^ Jo, Crispinus 1568, 
in welks praefatio Geneve vergeleken werd met Jerusalem. 

Libri Samiielis^ Regum et Paraüpomenon ad Hébraicam veri- 

tatem recogniti et hreuiims commentariis explicati a victore 

STRiGELio cum cïiTonologia in historiam regni Judae et 

Israelis a Saule usque ad eooitum Bdbilonicum. Lypsiae. 

Waarom uit de vele geschriften van den Jenaschen godge- 

12 



478 

leerde striosl slechts deze Commentaar veroordeeld is, valt 
niet te verklaren. 



TERTIA CLASSIS. 

LibeUiLS A, B. C. tractans rudimenta religionis. qui tantum 
meminit duorum Sacramentorum ^ absque nomine auctoris 
et loei. 

Wellicht een der vele A. B. C^s die onder de Nederlandsche 
geschriften genoemd zgn. 

LtbeUus de concordia Ecclesiae. 

De bekende brief van corranüs over den vrede tnsscben 
Lntherschen en Hervormden is hier genoemd. Ik heb over 
den inhond uitvoerig gehandeld in de ^^Geschiedk. Naspo- 
,,ringen" III , 112. Alle middelen werden in het werk gesteld 
om dit geschrift te 'verbreiden. Volgens m. c. van hall 
^^endrik, graaf van Brederode", 63 zon in 1565 een druk 
te Vianen het licht gezien hebben. Wat het jaargetal betreft, 
is deze opgaaf stellig onnanwkearig. Evenzeer meen ik den 
inhond der mededeeling te moeten wantrouwen, hoewel ik 
erken, dat de meening, dat het te Vianen van de pers 
gekomen is, zeer verbreid was. De landvoogdes schrgft daar- 
over 11 Januari 1567, oaghabd ^^Gorrespondance de Oail- 
Janme Ie Tadtnme*' II, 426: ^^Cejoord'hny sommes esté 
,^advertie comme a Viane a naguères estë imprimée fort 
^^grande qnantité de certain livre contenant la concordanoe, 
^^faicte a la ville d'Anvers, de la confession d'Au^i^te (Angs- 
^^bourg) et de la religion calvinisticqae et qne grand nombre 
.desdicts livres seroit desja , par les officiers et gens dn Seigneur 
^de BREDEROOB, csté conduict et distribaé en la ville d'Amstel- 
^^redamme et ponrra estre en anltres villes et lienx d'Hollande*'. 
Van hall t. a.p. 65 noemt het tractaatje, dat te Vianen 
gedrukt zou zgn: de concordantie tusacfien die van de ooh'^ 
fessie van Augsburg en die van de gereformeerde Rdigie; 
maar deze woorden geven wel den inhoud, niet den titel van 
het door corranus opgestelde aan. charlbs bahlenbbck ver- 
zekert in het ,,BuUetin dn Bibliophüe Beige*' XII (1856) 254: 






i9 



479 

BREBBROBE a?ait aiitorisé Albert Oiristiaansen (im primeur) a 
mettre sous presse la famense lettre a ses bons frères Lutheriens 

^^d'AKTOIKB CORBANO, dU BELLBRIVE*'. BAHLENBECK Verzoimt den 

grond aan te wgzen, waarop dit zgn beweren betreffende 
BREDBR0DE*8 antorisatio berust. De Landvoogdes had in een 
vroeger schrgven (1. c. 328) gesproken van een ,^livre ponr 
^^concorder les errears de cal vin avec la confession d'Aus- 
^^bnrg." Ik ben nog van de meening, vroeger genit, 
,^6eschiedk. Nasporingen" III, dat de brief van corbano te 
Antwerpen gedrukt is en het gerucht, dat hg te Vianen 
het licht zou hebben gezien, een uitstrooisel is, om de 
aandacht van Antwerpen af te leiden. Hoe het zg , 
duidelgk blgkt, dat de Appendix veroordeeld heeft: Eenen 
brief ende vriendeltjcke bewijsinghe van eenen dienaer des 
Euangeliums onses Verlossers Jesu Christi, gesonden aen den 
herdets der Duytschen Gemeynien binnen Antwerpen^ die hun 
noemen van de Confessie van Ausborch^ hun vermanende 
tot eendrachtigheyt ende vriendsdiap te houden metten anderen 
dienaren des Euangdiums. 



SECtJNDA CLASSIS M. 

Methodus doctrinae Christianae^ joanne vigando Audore. 

In weerwil van een veel bewogen leven was johannes 
WIGAND gverig met de pen werkzaam. Ook van hem wordt 
in de Appendix slechts éen geschrift genoemd, waarvan de 
titel verkeerdelgk is opgegeven; het heet: Corpusculum doc- 
trinae Sanctae, en werd in Latgnschen, Hoogduitschen en 
Poolschen text wgd verspreid. 



TERTIA CLASSIS. 



Missa Latina^ quae olim ante Romanam^ circiler annum 700. erat 

De volledige titel van dit geschrift van flaciüs illyricüs 

18 deze: Missa Latina^ quae olim ante Romanam circa 700 



180 

Domini annum in tesu fuü^ bona fide ex vetiisto auÜienticO' 
que Codice descripta. Item quaedam de vetustatibus MissaCj 
acitu volde digna. Adj, est bbati rhbnani Proef, in Missam 
Chrysostomi o Leone Tusco A. D. 1070 versam. 1557. Vgl. 
PBJSOER ^^Mattli. Flacius Illjricas und seine Zeit*' U, 556. 

Modus co7ifUendi el modus orandi^ prout impressit doletus. 
Dat DOLET in 1542 eene Fransche vertaliiig ter perse legde: 
Ie vroy Moyen de bien et Cothóliquement se confesser^ opus- 
cule foict premièrement en Latin por erasmb is bekend; 
doch dat hij ook heeft overgezet ebasmi modus orandi Deum^ 
wordt alleen door de Appendix yermeld. 

Monumenta S.S. Patrum Orthodoxographa ^ hoc est theologiae 
sacrosanctae ^ ac sincerioris fldei doctores^ numero circiter 
LXXXV. Ecclesiae lumina, audores partim Graeci. partim 
Laiini^ Basileae MDLXIX. 

De eerste druk yan 1555 was door den Index van 1558 
veroordeeld; zie bl. 121. Het vonnis van de Appendix treft 
den tweeden, dien van 1569. De bibliotheek der Hollandsche 
gemeente te Londen ^^Gatologae", 112 bezit een exemplaar 
dezer uitgave in twee deelen, door ortnabus bezorgd. 

Multi integri loei sacrae doctrinae^ veteris et noui TestamerUi^ 
ex Hébraea et Graeca lingua^ in Latinum et Germanicum 
sermonem translati. Lypsiae. 

Het geschrift is m^ niet bekend geworden. 



SECUNDA CLASSIS N. 

Niblv^ ThessaUmicensis , contra P. P. alias illyrico supposüus. 

De ondnidel^ke opgaaf bedoelt aan te wgzen NUi ThessaL 

libeüus de primatu romoni pontificis o M. flacio in LoHnum 

sermonem conversus^ cum proef atione ejusdem 1555. Vgl. 

PRBOBR a. O. n, 554. 

In Genesim primum lïbrum Moysis CommerUarius ^ autore 



181 

mcLAO SELNECERO. Addüa est chronologia db initio mundi 
usque ad exitum populi Israelilici in Egypto. Lypsiae. 

Dat dit werk yan sblnbgkeb met het vroeger veroordeelde 

niet tegel^k is genoemd , bewast al weder voor de slordigheid 

der samenstelling van de Appendix. 



TERTIA CLASSIS. 

Narratio eorum quae contigerunt in patria inferiore anno 1566. 
Het opstel van icasnix vraye Narraiion et Apologie des 
chosea passées au Paya^Bas , totichant Ie Fait de la Rdigion en 
Van MDLXYl^par ceus qui font profession de la Réligion Reformée 
au dit Paya. Imprimé en Van MDLXYlIy opgenomen onder 
zgne door prof. van toobsnenbbsgbn uitgegeven geschriften I, 
35, is hier bedoeld. Een exemplaar der oorspronkelgke uitgaaf 
beschreef louis n. pbtit ,fiiüA. van Nederl. Pamfletten" I, 
N. 131. Dat MASNix en niemand anders de auteur is geweest, 
bewees prof. e. fathn ^^Handelingen van de Maatschappg der 
„Ned. Letterk." 1867. 



TERTIA CLASSIS O. 

Oratio Ecclesiarum Germaniae, ac Bélgiae mb etc. 1566. 

Deze Oratio ecdesiarum Oiristi^ per varias Germaniae Bel' 
gicqe provincias^ sub Antichristi jugo gementium^ ad Poten^ 
tissimum Dominum , Dominum maxiiulianum , Dei gratia 
Romani Imperii invictissimum Caesarem semper Augustum^ 
etc. qua Christiani magistratus officium deacribitur^ et ratio tot- 
lendi concüiandiq, omnes religionis controuersias ^ ac rede conr 
stituendi Ecdesias , hreuiter ex verho dei ostenditur , kennen wg 
door de stadie van prof. vak toorenbnbebgbn ,^eene bladzgde 
^^ait de geschiedenis der Nederlandsche Geloofsbelgdenis" LXV, 
waar ook hare geschiedenis herdacht wordt bh 32. 



182 

Orationes Funebres^ et Epicoedia^ opus per tomos dütinctum. 
De naam yan den yerzamelaar, op den titel aangeduid: col- 
ledore SDCONB souABDio, is Weggelaten, sohabd heeft in deze 
verzameling de lofreden op regeerende personen gehouden , 
bgeengebracht. 

Orlhodoxographa donec repurgerUur. 

Dit werk was pas te voren, zie bL 180, vermeld met den 
titel MonumerUa. 



SEGUNDA CLASSIS P. 

Paratüla wesenbecii, materia de diuortiis^ tibi Judaicum diaor- 
tium contendü etiam nunc inter ChristiaYios valere^ donec 
repurgetur. 

Matthkus van wesbnbseok, geboren te Antwerpen, hoog- 
leeraar te Jena en daarna te Wittenberg, is de schrgver 
der Paratüla juria aive commentarins in pandectas et codicem. 
De Appendix duidt nauwkeurig aan, welke plaats in het boek 
aan de geestelgkheid mishaagde. 

Pa uu DOLCHii Confessio Augudana^ graece reddita. 

DoLSCius was de naam van dezen geleerden dichter en 
geneeskundige. Hg wgdde zgne krachten aan het vervaardigen 
van Grieksche en Latgnsche gedichten. In eerstgenoemde taal 
verscheen in 1559 te Bas el zgne overzetting der Confessio 
Augustano. Zg is in 1587 te Wittenberg herdrukt. 

Petri guntheri Bhetorica. 

Volgens ADBLUNO in voce leefde deze geleerde in de eeiste 
helft der zestiende eeuw. Hg schreef Libri II de arte rhe» 
torica^ die in 1521 te Mainz het licht zagen en in 1550 
de stof gaven tot een werk geheeten: Scholia technologica. 

Petrus palladius in Dominicalia Etiangelia; sequitur pUunta 
LUTHERi, quem frequentiss. Sanctum appellat. 

De uitgever der lutheri enarrationes evangeliorum domini^ 
calium was een Deensch godgeleerde. Jöcheb in voce telt 
zgne talrgke geschriften op. 



183 

Petri rami opera ^ praeter Dialeclicam repurgatam et com- 
mentaria in Virgilium. 

Slechts twee geschriften van eamus , zgne Instituiio dicUectica 
en de Praeledianes in Virgilii hucolica et georgica werden, 
onder Yoorbehondf aan het vonnis onttrokken. 

Praefatio anthologici Chraecolatini ^ per michaêlem neandrum. 
Een der werken yan desen filoloog en paedagoog. De 
reeks zgner geschriften geeft botcrhund in voce. De volledige 
titel van het veroordeelde is: Anthologicum GmecO'Latinum 
h, e. insigniares flarea 8. sententiae ex Hesiodo^ Theognide^ 
Pgthagoraj Phocylidej Arato et Theocrito. Basüeae 1566. 
Waarom het vonnis bepaaldelgk de praefatio trof| kan ik 
niet verklaren. 

Praefationes hieronymi wolfii, in Epictetum a se conversum. 
Ook deze praefationes heb ik niet kunnen raadplegen. Want 
de uitgaaf van het boek, welke mg door de Bibliotheek der 
Leidsche hoogeschool geleend werd, zag te Kenlen het licht 
in 1595, en bevat wel den tekst en de annotationes van 
woLFixTS, maar geene praefationes. De Eeulsche dmk is ook 
niet als een tweede aangekondigd. Daarin werd slechts opge- 
nomen wat den Censores behaagde. De geleerde vertaler van 
Epictetus had een grooten naam als Graecus; de lange Igst 
zgner werken en der door hem bewerkte vertalingen is het uit- 
voerigst medegedeeld door a. teissier ,^<&s éloges des Hommes 
,,Scavans" I, 496. 

Praefatio jagobi hartelii, in 50 Comicorum sententia^ Grae- 
colatinas. 

Noch over den schrgver noch over zgn werk heb ik iets 
te berichten. 

Praefatio paulï fagii in Targum. 

De bekwame geleerde, die nit Straatsburg verdreven 
te Gambridge zgne krachten wgden zoa aan het onderwgs 
in de Oostersche talen, had in het licht gezonden: Thargum 
Onkdi in latinum conversum^ cum annotationHms. Vgl. beusch 
„der Index" I, 52. 

Priapeia faUo inscripta Virgilio, 

NicoLAAS FEANCO was schrgvcr van een Commentaar op het 



184 

gedicht Priapeia geheeten, door de oyerleyering ten onieclite 
aan yiboilius to^^ekend. De ontachtige inhoud wekte ergernis. 
Over FRANCO ygl. men jöohbb in voce. 

Prosopographia tota henrici pantaleonis. 

Deze theoloog, medicos en historicus heeft door zgne ProsO' 
pographia heroüm atque üluatrium virorum totius Germaniae 
de geschiedenis een grooten dienst bewezen. De opgenomen 
afbeeldingen mogen weinig waarde hebben, de tekst yerdient 
alle aandacht. Op den titel noemt de schrgyer zich Physicus 
Basüeensis. Het eerste en het tweede deel werden gedrukt in 
1565, het derde in 1566. Later yerscheen eene hoogduitsche 
yertaling met den titel: Hddenbuch deutscher Natum. 



TERTIA CLASSIS. 

Praxis, et taxa officinae poenitentiariae Papae. 

De Appendix yeroordeelt de Protestantsche uitgaaf der Taoce 
Sacre peniterUiarie Apostólice^ yoor het eerste te Rome in 

> 

1479 gedrukt, hg herhaling herdrukt, het laatst door a. dufik 
DB SAINT- Aia)R£ in 1879. 

De Heryorming had door den onyermoeiden gyer yan wolf- 
gang MUscüLus op deze Igsten de aandacht harer geestyer- 
wanten geyestigd. Genoemde godgeleerde behandelde dit onder^ 
werp in zgne ,^Loci Theologici** onder het opschrift: de 
indulgentiis ^ in Bas el uitgegeyen ten jare 1554. Daaruit 
werd de inhoud oyergenomen in de ^^Grayamina, quibus et 
^^causae necessariae et grayissimae ezponuntur quare Electores, 
^«Principes , Ordines Imperii, Augnstanam Oonfessionem amplexi, 
^^Concilium Tridentinum neque agnoscere, neque adire yolue- 
,^rint*', te Straatsburg 1565 wereldkundig gemaakt. Te 
Lyon yerscheen yan deze Protestantsche uitgaafeene Fransche 
yertaling in 1564 met bggeyoegden Latgnschen tekst. Deze 
uitgaaf is, naar ik meen, de door de Appendix yeroordeelde. 
Want al yerschilde de tekst der Roomsche en Protestantsche 
pers niet in de hoofdzaken, het laat zich begrgpen, dat de 



185 

Carie de behandeling dezer zaak door Proteetanten niet met 
een goed oog kon aanzien. Over beide nitgaven geeft pegsfsb 
MAfiCHAND een zeer nitvoerig overzicht in zgne ^^Dictio- 
„naire" II, 270. 

ProtoeiuingeKum jacobi. 

Waarschgnl^'k is het door de Censores veroordeeld onder 
den indruk van de twisten over de waarde van dit boek tos- 
schen postkllus en henricus stephanus gevoerd. De Baselsche 
boekdrukker opoRif^Tis was noode tot den druk overgegaan. 

Protocollum, hoc est^ acta Colloquii inter Palatinos et Wittem- 
bergicos theologos. 

Verslag van het te Manlbron gebonden gesprek in 1564 
de ubiquücUe Christi, 

Psalmi aliquot Davidici^ per henricüm stephanüm et quosdam 
alios similis farinae homines^ Graeco carmine traduLcti. 

Veroordeeld werden Psalmi Davidis aliquot metro Anacreorir 
tico et Sapphico , authore henrico stephano. Of h^ een mede- 
helper in dezen arbeid gehad heeft, bleek mg niet. 

Psalterium Davidis^ ex Hebraico in Latinum et Germanicum 
sermonem fideliter translatum^ magna litera^ folio ^ Lypsiae. 
Ik heb deze uitgaaf elders niet vermeld gevonden. 



SECÜNDA CLASSIS R. 

Refutatio Theologiae Jesuitarum per martinum kemnitium, et 
omnia ipsivs opera. 

Toen de Jesnïten in 1560 eene Censura de praecipuis capi- 
tibus doctrinae coelestis in het licht gezonden hadden, schreef 
MAKTiN CUEMNITZ daartegen (1562) theologiae Jesuitarum prae^ 
cipua capita, voorlooper van zgn bekend en geleerd boek: 
Examen Concilii Tridentini. 

Rhetorica guntheri. 

De Censores vergaten, dat ditzelfde boek reeds op letter P| 
zie hiervoor bl. 182 was genoemd. 



186 



SECUNDA CLASSIS S. 

Sebastiani munsteri opera omnia^ praeter GrammcUiccUia , 
Fabricam Harogii sive Rtulimenta MathermUica et Vocabti- 
laria ChaMaica et Hebraica, sed Geographia repurgetur. 
Vroeger, bl. 25, 51, 66, waren reeds eenige zgner werken 
Teroordeeld, thans werd het Tonnis ook op andere zgner ge- 
schriften, onder Toorbehood, toegepast. 

Scholia B. RHENANi in TertuUianum ^ donec repurgentur. 

Welke plaatsen ergernis gewekt hebben, kan ik niet bepalen, 
daar ik het werk niet in handen gehad heb. 

SiMONis PAULi prima et secunda pars Methodi aliquot locarum 

Ecclesiae Dei etc. Rostochii apud Jacobum Lucium MDLXVIIL 

Deze Bostocker hoc^leeraar -gaf in 1569 de twee eerste 

deelen zgner Methodus aliquot looorum doctrinae Ecdesiae Dei 

in het licht; het derde verscheen in 1570; het vierde en 

laatste in 1579. 

Stephani LiNDn Epistola de Magistratu et Missa. 

Onder den pseadonym van s. undiüs schreef joannxs cas- 
TBLius in 1567 Epistolae monitoriae ^ in quibus curam rdi' 
gionis ad magistraXum pertinere et qua ratione missa in veteri 
ecclesia ceiebrata fuerit^ ostenditur. 



TERTIA CLASSIS. 



Sanctae Inquisitionis Hispanicae artes. 

Aliquot detectae ac palam traductae beoinaldo gonsalvio 
kontano aiUore. Zoo luidt de titel volledig volgens opgaaf 
van prof. rbusch „der Index" I, 414. In 1567 zag het te 
Heidelberg het licht. De naam was een psendonym. 
DATHENUS gaf ccn voorbericht bg de Nederlandsche vertaling 
in 1569 gedrukt: Historie van de Spaensche Inquisitie uyt- 
gestdt door exempelen, opdat men die te heter in dese toetste 
tuden verstaen mach, uyt het francoys in onse Nederduytsdie 



487 

sprake overgesei door j. d. b. In 1568 waren de Fransche en 
Engelsche o?erzettingen verschenen , eenehoogdnitschein 1569. 

Sanctorum Patrum Meditationes ^ quibus Dominicae passionis 
mysterium explicatur , alque historia de passione ChrisH ex- 
pendüur. Marpurgi 4569. 

Het is een werk van h. hah elhann Tolgens opgaaf van 
prof. REUscu ,jder Index" I, 417. Op de Igst ran hamblmann's 
geechrifben bg zjjn biograaf J. g. lbuoktbld komt het niet voor. 

Scripta eruditorum virorum de coena Domini impressa anno 
4564. 

Het werk is mg onbekend, evenals het volgende. 

Signa Soera, et origo missae. 

Speculum Ivstüiae. 

Wat mag de Censores toch bewogen hebben, om in het 
Latgn den titel aan te duiden van een Nederlandsch boek, 
dat zeker* over de grenzen van ons vaderland niet veel lezers 
gevonden heeft. Veroordeeld werd hsndbik nioi.ass' den Spigel 
der gherechticheyt y evenals reeds, ook in de Latgnsche taal, 
zgn Euangdium offte ein frodicke bodenschap op de Appendix 
vermeld was. Zie bl. 170. 

Toen prof. nippold zgne grondig bewerkte verhandeling 
over HEIXJUCH niolass* und das Raus der Liebe ,,Zeitschr. 
,,f.d. Hist. Theologie" 1862, in het licht gezonden had, bleek 
het, dat, in weerwil van alle moeite door hem ten behoeve 
dezer studie aangewend, van den Spigd geen exemplaar had 
knnnen worden opgespoord. De tegenschrifben van ooobnhbrt 
en GRBviNCflovjsN waren bg het bewerken der stof zgne 
bronnen geweest. Sedert zgn wg te dezen opzichte rgker ge- 
worden. De Academische Bibliotheek te Leiden verheagt zich 
na 1862 in het bezit van een kenrig exemplaar van dezen 
foliant, voorzien van symbolische voorstellingen in plaat, die 
zeker meer van vromen zin dan van goeden smaak getuigen. 
Of ooit iemand van hendbik's tronwste volgelingen de lezing 
van het uitvoerig geschrift heeft kunnen ten einde brengen? 
De inhoudsopgave is deze: ,,Een seer vruchtbar Register vnde 
»Anwysinge, na de Böckstauen des Alphabetb ordentlick 
^beernstiget. 



«1 



9i 



488 

,^Ein Vorrede , mitii allen Böckstaüen des gantzen A. 6. 0. 

^^ynde miih Ggffisren op de kant afgetekent. 

^^Ein Gebet des Geistes der lieSden. na de forme offte 

,^gestalte dee afge&Ilene, yordomenet Tnde erdischen swacken 

^^menschen; mith Ogffioien, yon de 1 af beth 30 tho a^edelet. 

Ein Figore des warachtigen ynde GeisÜicken Tabernakels , 

na den inwendigen Tempel ofte Hus Godes im dem Geiste; 

mith Cgfieren van de 5 af beth tho 53 tho aftekent. 

Veer Delen des Böckes van dem Spegel der Gerechticheit: 

^jUiith Gapittelen ynde Latinische Hövetböckstaaen a^gedelet. 

,^ Waarvan [ erste \ | XXUII 

1 anderde ( -^ i i -«i I XXXV i ^ . 

dat { j ^,. ) Deel nest { w^ttt > Capittelen 

1 drüdde | J XXXII ( ^ 

veerde | [ XXXIII 

De inbond van dezen Spigd of Spegel wordt door den 
titel aldoB opgegeven: Den Spigd der Gerechticheit^ tho ene 
ansdiouunnge des warachtigen Leuens^ in uuelckerem $ich die 
mensch spigden mach vnde erkennen^ ofte syn leuen vnde 
uxinderinghe ^ synen wü vnde hegerte enen thoganck heft tho 
datsidve. Want he kan hierinne mereken vnde vorstaen (so 
em Got im dem Geiste nen luassdom gefft^ offte syn vorstant 
vorlxtchtetj toaer inne dat der menschen salicheit begrepê 
steit^ ivaer iUh em dat Leuen der umrheit vorschinet^ vnde 
die rust tho vinden is, In wdckerem ook mehr beivesen toert 
die vprechte gemeinte^ un loo ofte in toodanigen gestalte die 
denst des H. Woordes ofte Christi by en is. Oedt toert hier 
inne belucht die tvarachtige Stam, des Geredvtes dlse ene Boom 
des LeuenSj daer die mensch van in dem beginne^ vmme 
darsüluest inne tho leuen ^ van Gode tho geschapen ^ unde in 
die affMicheit van synem Gode wederumme uth genode tho 
gerüpen unde genodet is; daer die denst des H. Woordes by 
die gelovigen syne bedieninge tho heft: vp dat die mensch in 
die salicheit synes Godes wederumme möchte gdyracht werdê^ 
vnde dat idt em eunchlick möchte umi gaen. Wdche gébene-^ 
dydinghe (tho heü ofte salicheit aüer voldoeren) Got belooft 
heft Abraham dorch syn saet, In welckere stamme der Gerechts 
Got syn vorbont ewichlick vorsegdt heft: daer oeck dat sc^ 



189 

Abrahe vth demsuluen vader des gdoues^ syn Leuen inne 
bewyst dorch Jesum Oiristum synen Köninck vnde hogen 
Priester^ die welrJie dem mlven sade^ tho gebenedydinge vnde 
tho vorsöninge (na die wyse MelchisedectiJ tho die rechterhant 
des almechtigen ewichl:ck vast steit^ vnde is em tho ein ewich 
daglidU des claren schijnsels der Herlickheit Godes, dorch 
welcken Christum idJt vorsegeU weri met dem Geiste der War^ 
heit unde der Lieffden^ tho ein ewich Pant der Golicker 
erffnissen. 

H. N. 

Vortgebracht vth thogenegentheit der Lieffden. 
Het geheele , zeer uitvoerige geschrift wordt met deze regelen 
besloten : 

Vnse Herte is Godes Gemüth, 
Vnse Wesen lieflick, alse de Lelie süth. 
Vnse Trüwe, Liefde vnde Warheit, 
Is Godes Licht, Lenen vnde Elarheit. 

Summa purioris doctrinae, per Mansueldenses ad GaUicam 
Ecclesiam. 

De titel luidt volgens prof. rbusch ^^der Lidex" I, 420: 
Sumw4Z purioris doctrinae de Sa^cra Sancta Coena Domini 
ad nascentem ecclesiam. Gaüiae missa a m^inistris verbi^ qui 
sunt in ditione comitum, Mansfddensium. Islebii 1562. 



PRIMAE CLASSIS AUCTORES T. 

Theodori bezae haeresiarchae omnia opera. 

De yeroordeeling doet mg den wensch uitspreken, dat het 
„Corpus Beformatorum*' al^zgne werken verzamele, vooral 
zgne brieven, waarvan er nog zeer vele in handschrift aan- 
wezig zgn. Vgl. „la France Protestante" 2® druk, II , 53L 



190 



SECCNDA CLASSIS. 



Theatrum vUae humanae per theodorum swingerum, medicum 



De schrgfer heette thiodoius zwmontus, die dit boek in 
1565 ter pene gaf. Yf^ bxusch „der Index*' I, 418. 

Thom AE NEOGEORGii praefaUofies in Hemedii epislolaSj ab eodem 
Laline reddüas. 

Thomas kirchmajer heeft letterkundige yoortbrengselen het 
licht doen sien, waarran ik meende dat zg eerder met het 
Tonnia der reroordeeling bedreigd werden, b.T. zgn Regnum 
papigticum in quo papa cum suis membris^ vita^ fide^ cuUu 
describuntur Itbri /F, herhaaldelgk gedrukt en in het Duitach 
OTergezet; dan het door de Appendix genoemde, welks titel 
onnanwkenrig is opgegeyen en had moeten Iniden: Synesü 
epistotae^ Graecae et Latinae^ BasHeae 1558. De praefatio^ 
die ergernis gaf, is mg niet bekend. 



TERTIA CLASSIS. 



Turingicorum exvXum responsio. 

Ook dit is mg onbekend gebleren. 



SECUNDA CLASSIS. V. 

Veranxjs MonESTüs PACiMONTANUS , De officio pii viri. 

Onder dezen pseadonym zond cassaddsr zgn geschrift de 
officio pii et publicae tranquiüitatis vere amantis viri in hoc 
rdigionia dissidio in 1561 ter perse, een jaar later herdrukt 
met zgn antwoord aan galyun, die baldthnus voor den schrgver 
gehouden had. Dr. j. m. assink calkoen heeft in zgue Disser- 
^tie over cassandse, 75 den inhoud io het breede behandeld. 



191 

Versio libri Tdbiae Hèbraeiy per paulum fagium. 

Het had Termeld moeten worden bg het vroeger veroor- 
deelde, bl. 50 en 188. 

Versio viti amerbachii in characteres Ecclesiae Catholicae Epv- 
phanii^ cum suis annotationibiLS. 

Al was TiTUs AMERBACHius in 1543 tot de Roomsche kerk 
weergekeerd, zgne bleven geschriften op den Index. 

Uldarici ad PP. Nicolaum Epistola, quam flnooerunt balaeus 

et WESTMERIUS. 

Het was mg niet bekend dat de Engelsche Bisschop joh. 
BALAEUS en de drukker babtholomaeüs westheheb eene uitgaat 
van HULBiGi, bisschop van Augsbnrg, Epistola ad Nico* 
laum I bezorgd hebben. Flagiüs gaf haar eene plaats in zgn 
Catalogus en verbreidde daardoor de bekendheid met deze 
polemiek tegen het coelibaat. 



TERTIA CLASSIS. 

Wittenbergica Acta Synodalia^ d quodam collecta^ et per Wittem- 
bergicos Theologos próbata , contra Illyricanos. Impressa Wit- 
tembergae 1559. 

De anieor van dit strijdschrift schgnt niet bekend te zyn. 

Wormacienses Articuli. 

Bedoeld zgn wellicht jacobi kautzu, Prediger zu Worms^ 
Sdtze wider die Gegenwart Christi im heüigen Ahendmahl. 
Vgl. REUSCH ,^der Index", 289. 



BiBLiA Latina. 

Biblia sebastiano gastaltone interprete, quandocunque ^ vbi" 
cunque et d quocunque impressa. 

Te Basel bg ofobinus zond sbbastian castbluo in 1551 



9> 
9f 



492 

zgne door de geleerde wereld zeer geroemd werk — zie hier- 
voor bl. 108 — in het licht: ^^In recenti hac translatione , 
.lector, fideliter expressam Hebraeae atque Graecae sententiae 
Veteris ac Novi Testamenti yeritatem, Latini sermoniB pnri- 
^jtate ac perspicaitate servata, es habitaras*'. In 1555 volgde 
eene overzetting in het Fransch ; het jaar daarna eene uitgaaf 
van het N. T. met annotations^ waarop CAsrifiLLio ter weder- 
legging van de aanvallen in 1562 eene Defensio suarum trans- 
laiianum et nuzxime N. T. volgen liet. Hg mocht echter veler 
weerzin niet verwinnen, die zich ergerde aan den Latgnschea 
cclor zgner overzetting. 



BiBUA TEUTONICA. 

Biblia Emdae quandocunque. 

De gver der Emdensche boekdrukkers in het verspreiden 
van bgbels wordt gestaafd door de optelling hunner uitgaven 
in nuhoff's meer genoemde L^st ^^ibliogr. Adversaria" Y, 
247, die, wat betreft den Bibelj inhoudende dat Oude en 
Nieue Testament aangevuld kan worden uit schaoek's ^^Naam- 
^^Igst van Doope^. Schrgveren en Schriften" 8, waar de 
drukken genoemd zgn, die van 1560 tot 1721 in onder- 
scheidene formaten het licht hebben gezien. 

Biblia Tiguri apud christophorum froscfiouerum. 

Ik moet het er voor houden, dat met de woorden ,3ïhlia 
,^Teutonica" zoowel aangeduid zgn ^^Dietsche'^ als ^^Duitsche 
,39hels". Immers de firma fboschaubr in Zürich heeft 
alleen Duitsche Bgbels en N. Testamenten gedrukt, voorzien 
van verklarende aanmerkingen, gelgk blgkt uit het onderzoek 
van B. CAiaLLO rudolphi ,,Die Buchdrucker-fiamilie Frosch- 
,,auer in Zürich" (1869). 



'1Ö3 



BiBLIA GaLLIGA. 

Basileae apud j. heruagium. Genevae a quocunque sint impressa. 
De geleerde boekdmkker hbbyaoius heefb zich ook door 
bgbelaitgayen gnnstigeii naam frerworren. In 1555 drukte hg: 
la Bible avec des annotations sur les passages difficües par 
ssBAsnAN CASiELLio. Te GenèYo yerscheen in 1563 een 
uitgaaf, waarvan een exemplaar in de bibliotheek der Waalsche 
gemeente te Leiden gevonden wordt. Ook is een druk van 
1565 beschreven by baumgabten ^^Nachrichten*' X, 476. Reeds 
in 1526 had a. obatander te Qenève uitgegeven: Sacra Biblia 
ad LXX interpretum fidem diligentissime trandata. 

Lugduni apud s honoratum 1558. Ibidem apud tornesium 
cum annotalionxbxis in margine. 

Over de Fransche bybels, met name de eerst» protestantsche, 
bevat het ^^ulletin de la société de Thistoire du Protestan- 
y^tisme fran9ai8*' I, 76 lezenswaardige bladzgden. Onder de 
werken door jean de tournes gedrukt, neemt zijn biograaf 
in f, Ia France Protestante*' IX, 391 de door hem bezorgde 
bgbeluitgaven niet op. Brünet ^^Manuei" I, 883 vermeldt 
niet de bgbels van honoré, doch noemt wel die van de 
TOüANES als uitgegeyen in 1557 (revue par les pasteurs de 
Genève). Reeds in 1554 was van dezen bgbel bg denzelfden 
een druk verschenen. 



Nova testamenta Latina. 

Francoforti per lucam losium Luneburgensem. 

Lucas loss was eene halve eeuw lang rector van de school 
te Neurenberg, waar hg 8 Juli 1582 gestorven is. Of 
hg het N. T. vertaald heeft, trek ik in twgfel. Op de Igst 
zgner geschriften bg botekmund komen voor: Annotatümes 
m N. T. uitgegeven te Frankfort in 1554, herdrukt in 
1662. Deze zullen door de Appendix bedoeld zgn. 

13 



494 

Lugduni per joanem frellonium 1553. 
Ibidem per antonium vincentium 1558. 
Nouum Testamentum Graece et LcUine impressum Parisiis per 

HIERONYMUM et DIONYSIUM MARNEF« 

BsüNBi y^Manael" Y, 745 noemt geen dezer mt^aren. 



Nova testamenta teütonica. 

Antverpiae per antonium berch 1541. 

Ibidem per adrianum van bergen 1533. 

In 1533 liad laatstgenoemde een N. T. aitg^even, dat hem 
evenals het verbreiden van kettersche boeken als misdaad 
werd to^erekend. Vgl. .^Antwerpsch Archievenblad" Vil, 
301. Beide uitgaven komen voor bg lb lono ,3oekzaal*' 
bl. 865 en 866. 

Dat Niew Testament ons Heeren Jesu Christi , welck hy wt den 
hoogen Hemd gébrachi heeft Ghedruckt by niclaes biest- 
KENS van diest. Uitgegeven met den titel : dat Niewe Tes- 
tament ons liefs Heeren Jesu Christin dwekk hy uit den 
Hooghen Hemel hier beneden ghebracht heeft , ende dat beleeft^ 
gheleert ende met zynen dierbaeren Bloede bezeglielt. Daar en 
boven j soo heeft hy zyne Apostolen bevolen^ dat te prediken 
aüen Volke. 

Uit Emden is deze goede gave in 1560 tot ons gekomen. 
Over de veelvuldige uitgaven van dezen bybel vgl. men schagbn 
y^Naamlgst*', waar drie bladzgden gewgd worden aan de onder- 
scheidene drukken en over de geschiedenis het geschrevene 
door prof. s. iculleb in „Jaarboekje voor de Doopsg." 1837, 51. 



Nova testamenta Gallica. 



Antuerpiae per silvium. 

Ibidem per gymnicüm. 

Lugduni hactenus impressa omnia. 



495 

Enkele Tan de laatst bedoelde yermeldt bbijvbt ^^Manuel" 
y, 746. De beide eerstgenoemden komen bg hem niet voor. 

Premièrement faut bien noter, que tous les aucteurs con- 
damnés, et liures defendus aux Catalogues Latins, tant du 
S. Concile, que de rAdjunction de la Majesté du Roy Catho- 
lique, Ie sent aussi en Franfois. 



A. 

A. B. C. OU histriLction Chrestieniie , ou sont traictés seulement 
aucuns des sept SacrementSj et quasi expliqvAs d la maniere 
des Sedaires. 

Hoogst waarschjjnlyk een der A. B. Cs hierachter onder 
de ^^Dnitsche*' boeken genoemd. 

Exposition sur VApocalypse de Saind Jehan^ extraicte de plu^ 
sieurs docteurs^ tant anciens que modemes. 

Deze Commentaar zag met dien titel ten tweede male het 
licht in 1548 te Genève bg j. gsrahd. De eerste drak 
werd in 1549 het eigendom yan het publiek. De tekst was 
veryaardigd door antoins du pinet, aan wiens leyen en ge- 
schriften y^La France Protestante" Y, 852 een zeer belangrgk 
artikel w^dt. 

Les Arrests et ordonnances de la Court celeste. 

Brünbt ^^Manael" I, 496 yerschaft mg de gelegenheid, om 
den geheelen titel hier af te schrgyen. Hg Inidt aldus: Arrests 
et ordonnances royaux de la tres souueraine et suprème cour 
du Boyaume de deux: contenans non seulement permission: 
mais aussi expres commandement ^ de lire^ auoir et retenir 
la saincte escriture transtaiée de latin en francois^ auec toutes 
les bones et fideles expositions d*iceUe^ extraits des registres des 
Prophetes^ Euangdistes et Apostres^ jouxte la verüé: coUa^ 
tionnez au vray originaL Outre plus atwns icy inséré Ie man^ 
dement de Jesus Oirist d tous les fiddes* Le tout reueu et 
düigëmët corrige tout de nouveau et reduit par cnrtides (sans 
nom de yUle) MDLIX. 



Het eenie gedeelte van dit geschrift, Arrests^ 32 pag. be- 
Tattende, heb ik niet nader leeren kennen; het tweede, Ie 
mandement^ 47 bladz^den beslaande, is algemeen bekend, 
sedert prof. dobdis zgne aandacht wgdde in ^^de Navorscher*' 
1870, 284, in de ,,Studiên und Eritiken" 1872 en in zgne 
^^CoUectie van Rariora*' 66 aan n. HsaMAN's Eyn Mandat 
Jhesu Oiristi. De hoogleeraar beschrgft veertien nitgayen en 
eene overzetting in het plat Dnitsch: de Appendix herinnert 
hem en zgnen lezers het bestaan eener overzetting in het 
Fransch. Deze verscheen niet slechts bg en met de Arrests^ 
maar ook aizonderlgk ten jare MDLIX met den volgenden 
titel: Le Mandement de Jeéu Christ adressé d tous les chréHens 
ses fideles^ donné d la dextre de Dieu le père. 

De inhoud der Arrests en van het Mandement kwam overeen. 
Beide wekten op tot het grgpen naar de geestelgke wapenen. 
Het lezen van de Schrift in de landstaal en het raadplegen 
van goede aanteekeningen aangeprezen in het Mandat Jesu 
Christin kon terecht gerekend worden tot de Ordonnances van 
het rgk van Grod. Zoo vnlde het eene geschrift het andere aan. 

V Amant despourueu de son esprit. 

Yejrder laidt de titel: escripvant a sa mye^ voulant parier 
le courtimn, avec la Besponce de la Dame. Daar het stokje 
aan clemunt mabot is toegeschreven, viel het onder het vonnis. 
Dat het ten onrechte op naam van marot is verbreid, toont 
BRCTNBT aan ^^Mannel" I, 220. 



B. 

La Bergerie spirituétte envoyée au roy. 

Dit geschrift, opgesteld door clement marot, verscheen ook 
met den titel Sermon du bon et mauvais pasteur en komt op de 
Appendix onder laatstgenoemden titel nog eens voor. 

Bri^efue inslruction pour primer ^ sans nom d'aucteur. 

Louis BERQUiN is de aateor der Briefve admonition de la 
maniere de prier sdon la doctrine de Jesu Christ^ avec une 



197 

brief ve explanation du Pater noster^ Paris 1524 of 1525, door 
hem opgemaakt uit de geschriften van brasmüs. In de voorrede 
was opgenomen de 'préface , door farel gevoegd bg zgn Traite 
sur Voraison dominiccUe, waarvan geen exemplaar tot heden 
weerge?onden is. 



C. 

Le Cantique des Canliques^ par estienne dolet. 

In weerwil dat dol£t*s geschrifben reeds veroordeeld waren, 
wordt zgn Cantica canticorum hier afzonderlgk vermeld. 

Le Catalogue du Pape et de Moyse. 

Prof. BSUSCH a. a. O. 423 gist, dat de titel eigenlgk luidt: 
le Decalogue du Pape et Moyse ^ uit het Latjjn in het Fransch 
vertaald door l. bbbquin. 

De la sainde Cene de nostre Seigneur Jesus^ et de la Messe 
qu'on chante communement. 

Wordt hier bedoeld paeel's tractaat over het avondmaal of 
viEBT*s différence et conférence de la cène et de la messe? 

Chansons Chresliênes^ par lesqueUes les fideles pourrorU sou^ 
lager leur esprit^ et les ignorants ayant congnoissance des obus. 
Volgt op den titel : aux qudz ont ésté detenuz par les minis^ 
tres de Satan ^ venir a JesurChrist^ volgens eene opgaaf in den 
Index der Sorbonne. Bobdieb ,^le Ghansonnier Hognenot" II, 
419 houdt dezen bondel voor denzelfden als : Chansons nouvettes 
demonstrantz plusieurs erreurs et faulsetez^ desqueües lepauvre 
monde est remply par les m^inistres de Satan y van 1532 of 
1533 herhaaldelgk herdrnkt. 

Chansons spirituelles , pleines de consoMions. 

BoRDiBB 1. e. p. 458 deelt mede , dat deze bundel , gedrukt 
in 1562, onder dien titel eene verzameling van satirieke ge- 
dichten bevat. 

La Con fession d*Anvers, d'Argenline^ de Poyssi, et toutes autres 
teües OU sembldbles faictes es Condlidbules heretiques. 



198 

Met de eerstgenoemde GonjBBSflie is bedoeld de in 1567 
openbaar gemaakte Confessie oft Bekentenisse der Dienaren 
Jesu Chrisii in de Eercke binnen Antwerpen^ die tuekke der 
Confessie van Ausborch Üioegedaen is. Over haar zie men 
scHULz jACOBi ,,Oad en Nieuw" II, 76 en mgne ,,GeBchiedk. 
^^Nasporingen" III, 109, waar ik getracht heb het anteorschap 
aan flacius toe te kennen; de Confessio Tetrapolitana wordt 
hier genoemd die d'Argentine en met de Confession de Poissy 
is hoogst waarschgnlgk gemeend het door bsza geschreyene, 
namel^k: Les Harangues faites au coüoque de Poissi; Sermon 
fait au coUoque de Poissi; ce qui a été proposé au coüoque 
de Poissi^ alles in 1561 gedrukt. 

Con fession faulsement impoeée d feu Maistre noel beda, doC" 
teur en theologie. 

Te 6 end 7e verscheen omstreeks 1533 La Confession de 
foi de maistre nobl beda. Een onbekende had op den naam 
van dezen tegenstander der hervorming een geschrift ver- 
yaardigd, waarin de Boomsche kerk fel bestreden werd. Bkünet 
„Mannel" I, 733 levert het bewgs, dat van Fransche zgde de 
regeering van Oenève onderricht werd, dat noxl beda de 
antear van dit traetaat niet was. Naar het schgnt is antoine 
iCAXCOU&T de steller dezer Confession. 



D. 

Debat de pieté^ et de superstition. 

Van dit traetaat was loüis bebqtjin antear. Exemplaren er 
van schgnen niet tot het nageslacht gekomen te zgn; althans 
zgne jongste en beste biografie in „Ia France Protestante" 
deelt van den inhoud niets mede. 

Declaration de la reigle^ et estat des Cordeliers^ composéparun 
iadis de leur ordre et maintenant de Jesu ChrisL 

FRAN901S lahbebt van Avignon gaf, zonder opgaaf van 
jaar of plaats der uitgaaf, in het Ucht: rationes^ propter quas 
Minorüarum conversationem habitumque rejecit fbanciscus lam- 
bbetus avenomiensis , inutüis Jesu Christi servus, door schel- 



499 

HOfiN in de ^^Amoenitates Literariae'' IV, 812 in zgn geheel 
oyergedniki Het door de Appendix yerooffdeelde werd gehouden 
Yoor eene yertaling van z^n Latgnsch werk. Men dwaalde: 
het Yerboden boek is een oorspronkelgk Fransch werk met 
den titel: Epistre Chrestienne aux frères Mineurs de Vordre 
de S. Francoys. En UujuéUe est briefitement et fiddemêt exposée la 
regie desdictz frères par quelcun jadis de leur estat^ maintenant 
de Jesti Oirist. NouuéUement imprimée 1540. Jban mekakd 
was daarran de aatear. In 1542 werd het weer nitgegeyen. 
Beschreyen is het door kielubt en dupous ^^e Oatéchisme 
„franoais*', pag. CGLXXIL 

Üne simple Declaration sur les douze Articles ChrestienSj par 
PIERRE MARTYR, et toutes ses oeuvres. 

Reeds waren in 1550 al zsgne schriften yeroordeeld. Ik 
meen, dat door de Appendix bedoeld is zgne EocposiHo Symf 
bolt Apostolici. 

La Doctrine nouuelle et ancienne. 

Bbünsf ^^Mannel" Sapplement I, 195 rekent la doctrine 
namteüe et ancienne, reuue de nouueau et conferée sdon Ie 
texte de la Samcte Ikcriturey 1551, tot de geschriften yan 
CALyiN. Ik meen, dat de sehrgyer niet bekend is. 

Dialogues sacrés par george vinden. 

Te Antwerpen geboren en te Brussel als adyocaat 
werkzaam, schreef gbosgb yiyien onder meer Dialogi Sacri 
Hist. Vet. et Nav. T. nitgegeyen in 1563, een jaar later in 
het Fransch oyergezet. In 1570 naar buiten 's landsyertrokken^ 
yeryiel hg onder yerdenking yan ketterg, waartegen hg zich 
krachtig yerdedigde. 



E. 

Epistre Catholicque de Sainct Jaques Apostre, avec une Exposition 
briefue et bien faicte. 

De opgaaf Igdt aan groote onduidelgkheid. Is de loftpraak 
aan het slot gemeend , dan blgft de yeroordeeling raadselachtig. 
Het is mg niet gelakt, met het boek kennis te maken. 



200 

Epistre demonstrant comment nostre Seign^r est la fin de la 
loy et la somme qu'il fauU chercher en VEscriplure. 
Welk geschrift bedoeld is, kan ik niet bepalen. 

Epistre envoyée aux fideles conuersants entre les Chrestiens Pa- 
pistiques. 

YiRBT is de antéor der in 1547 gedrukte: Bemanstranoes 
aux fidèles^ qui oonuerserU entre les papistes^ et prindpalement 
a ceus qui sont en caur^ et qui ont offices pubUques^ taudumt 
les moiens qu^Hs doiuent tenir en leur vocation, 

U epistre au Duc de Loraine^ par guillaume pharel et tout 
ce qui est du dict pharel. 

In 1543 en 1545 werd deze Epistre gedmkt, later opg^ 
nomen in oiusspni's ^^Histoire des Martyrs" nieuwe uitgaaf, 
torn. ni. Zg bevatte scherpe aanmerkingen op de yerrolg- 
zucht der Roomsche kerk, gelgk blgkt uit een citaat, oyer- 
genomen in ,^la France Protestante" VI, 412. 

Uestat de FEglise , avec Ie discours des temps depuis les Apostres 
sous Nerö^ jusques d present sous Charles V. Contenat en 
brief les histoires tant anciennes que nouuéües. 

Van bliidan's bekend werk zagen oyerzettingen in het 
Fransch het Ucht in 1556, 1557, 1560, 1563 en 1566. 

Vraye Exhortaiion A tout Chrestien du demier jour du juge- 
ment^ a Basle par jehan bibaut. 

Het werk is mg onbekend gebleyen. 

Exhortation d la ledure de la saincte escripture^ par 

ESTIENNE DOLET. 

Expositions sur la première epistre de S. Jehan ^ diuisées par 
Ie dict ESTIENNE DOLET, et tout CC quHl a faict en theologie. 
Van het eerstgenoemde meent dolkt's biograaf j. boxjlmieb, 
dat hg slechts de uitgever is geweest, 1. c. pag. 287. Het 
droeg den titel: Eochortatian d la lecture des sainctes Lettres; 
avec suffisante próbation des docteurs de VEgUse^ qu'ü est licité 
et necessaire ycdles estre translatées en langue vulgaire^ et 
mesmement en la fran^oyse^ 1542. Het andere zag het licht 
zonder aanwgzing van het jaar der uitgaaf. 



201 

ExposUions sur VEpistre aux Romains^ tirées des commenr 
taires de galyin et toui ce qui est dudict galyin et ses 
complices. 

De twee volgende titels zgn als ten overyloede genoemd, 
om het vonnis te versterken. 

Eooposition sur les deua: Epistres au Thessaloniciens. 

Exposition sur VEpistre Catholique de S. Jaques. 
Waarom juist deze, weet ik niet. 

Exposition sur ks deux epistres de S. Pierre et sur celle de S. Jude. 
Verder luidt de titel: en laquèUe tout ce qui touche la doc' 
trine Oirestienne est parfaictement compris, 

Exposition sur VEvangile de S. Matthieu. 

Beide zgn aitgege?en te Oendve in 1541. 



F. 

Les Faceties de pogge mises en Francois. 

Deze vertaling van poeen Facetiarum liber zag het licht 
zonder opgaaf van uitgever of jaar des druks. 

Francois rabelais en son Gargantua. 
Zie de letters G en P. en R. 

La forme dHnstruire les enfans en Chrestienté. 

Bedoeld zal wel zgn: EocposiHon Chretienne des dix com^ 
mandemens; des artides de la Foy; de Voraiaan de Nostre 
Seigneur. Rdglée et moderée sdon la capadté et entendement 
des enfans^ avec Vearplication des Sacremens^ escrite en forme 
de Dialogue^ Latin et de Latin en frangoys nouuèllement et 
fidelement reueu. (Genèvel 1540. 

La forme des prieres et chants ecclesiastiques ^ auec la maniere 
d'administrer les SacremerUs et consacrer Ie mariage selon 
la coustume de Feglise ancienne. 

Voeg aan den titel de woorden toe: et comme on Vobserve 
d Genève^ en gg herkent de Geneefsche kerkorde van 1542. 



202 

La fontaine de la vie^ sonder naem des auteurs. 

Het TOimis trof gewis den oorspronkelgk Latgnachen tekst 
en de overzettingen in het Fransch en Nederlandscli. In 1555 
zag eene uitgave van den Latgnschen tekst het licht volgens 
het „Bulletin du Bibliophile Beige" XIX, 102, Fons vitacy 
Latine^ Gandavi impressum per Gerardum Salensson. Op 
dezen titel, althans zoo hg nauwkeurig is overgenomen, 
wordt niet gezegd, dat het boekje een herdruk is. Toch 
moet dit zóó zgn. Bbüket ^^Manuel" II, 1325 noemt geen 
anderen dan een lateren druk, dien van Neurenberg van 
1561, met dezen titel: fons vitae^ ex quo scaturiunt suavis- 
sitnae consolationes ^ afflictis mentibus imprimis necessarius ; 
doch zgne vermelding van eene overzetting in het Fransch: la 
fontaine de vie de UxquéUe ressourdent tres doulces consolations 
singuUerement necessaire coeurs affligez^ te Lyon verschenen 
in 1543, onderstelt ook eene uitgaaf van den oorspronke- 
Igken tekst, eene vroegere dagteekening dragende. De Neder- 
landsche vertaling verbiedt bg het jaar 1543 te big ven staan. 
De Maatschappg der Nederl. Letterkunde te Leiden leende 
mg haar exemplaar door tavernies met caractères de civilite 
herdrukt in 1564. De Bibliotheek der Doopsgezinde gemeente 
van Amsterdam „Catalogus" II, 224, bezit een druk, 
namelgk dien van jan van waesberghb in 1619 onder het 
publiek verspreid. In deze vindt gg eene aanteekening van 
de hand des hoogleeraars samuel ktillbr, volgens welke 
het boekje in 1533 te Delft, in 1580 te Steenwgk 
gedrukt is. Gelukkig heeft de uitgaaf van 1619 des vertalers 
woord tot den Christdyeken Leser overgenomen > hetwelk gedag- 
teekend is 4 Augustus 1533. Volgens eene wgd verbreide 
overlevering is willem van zuylen van nyevelt de auteur der 
overzetting, door hem in 1533 te Emden bg oaillabt open- 
baar gemaakt. De dichter der Souterliedekens ^ ghemaect ter 
eeren Gods^ uitgegeven in 1540, heeft de fons vitae ver- 
talende, zich als een vriend van het bgbelwoord doen kennen. 
Het boekje toch bestaat alleen uit bgbelplaatsen , in rubrieken 
verdeeld en bg uitnemendheid geschikt om den troostenden 
en heiligenden invloed van het woord Gods te doen kennen. 
De aanhef bestaat uit eene reeks van bgbelplaatsen, bevat- 






91 



203 

tende de noodigiag Qods tot den mensch, om Hem te zoeken 
en de aaowgsing yan den weg, om door ohbistus dat heil 
deeladitig te worden. Dan volgt het gebed des Heeron en 
andere korte gebeden tot lof en pr^s van Gods barmhar^ 
tigheid en tot ^^piofyt des Lesars, die niet met rabbelinghe 
„der lippen, maer met aendacht lesende is". Daarna volgt 
een rubriek plaatsen nit den Bgbel, die ^^klaerlycker de over- 
vloedighe bermhertichheyt ende rechtveerdicheyt Godts ver- 
tellen''. Het laatste gedeelte bepleit met woorden der Schrift 
j^den goeden wille Godts tot ons , wiens kennisse wederom ons 
„tot liefde van zoo ghenadighen Godt ende Vader krachte- 
lycken verwecken zal". En het besloit met eene opgaaf van 
exempelen, waerdoor bewesen wort, hoe lieflyc dat Godt de 
syne altyt inder noodt ghetroost heeft". 

LB0EB0E& „Het geslacht van Waesberghe" (1869/71 be- 
schrgft den drak van 1619, aldus: de Fonteyne des Levens^ 
waer wt een iegdyc^ die door seyn zonden^ o ft ander onghc' 
vaUen verdruct is, scheppen mach verkoelinghe seyner zielen. 
Ghetogen wt de H. Schriftuere fVignette^ op den inhoud doe^ 
lende j hoven in den rand Fonteyn des Levens^ onder in der 
Fontaine^ Fons Yitae). Nauwkeurig is deze beschrgving niet: 
zg zwggt van het op het vignet voorkomende vrouwenbeeld, 
staande in de kom eener fontein en in de rechterhand een 
kruis omklemmende. Dit plaatje, of een vignet aan het 
hoofd der eerste bladzgde geplaatst, voorstellende een fontein, 
om welke onderscheidene personen zich bevinden, en die het 
opschrift draagt: „Wie daer dorst, die kome tot mg ende 
„drinke", meen ik, dat genoemd is op de Appendix bg de 
Nederlandsche werken onder Letter F. 

Onder de Nederlandsche boeken, veroordeeld door de Appendix 
van ALVA , komt ook voor : De Fonteyne des leuenSj sine nomine 
audoris et impressoris. 

LE LONO verhaalt in zgne „Reformatie der stad Amsterdam", 
480, dat een Franciscaner Monnik den druk van 1583 opge- 
kocht en verbrand heeft, sohoogk „de bonis Ecdeeiasticis" 
526 verzekert, dat dit in 1541 gebeurd is. Eene sententie 
der Commissarissen van Yalenciennes (paillaed 1. c. Hl, 
531), verklaart, dat het boekje te veroordeelen is, „disant 



204 

^^mal des prestres et de Ia messe." Die zoo oordeelt, heeft het 
niet ingezieii. De lofepraak door nkrdenus genit en door 
DB HOOP scHEFFER, 430 OYergeiiomeii , behoeft hier niet her- 
haald te worden. Uit een en ander blgkt daidelgk, dat het 
oorspronkelgke reeds YÓor 1583 in handen yan het pabliek 
is geweest. Door wien ontworpen? op welke pers gedrukt? 
Deze Tragen wachten tot heden op een berredigend antwoord. 



G. 

Garganlua et Pantagruel^ faictz en Frangois par FRANgois 

RABELAIS. 

Zie Letter P. en B. 



H. 

Sur rhistoire des dix lepreuz. 

De ToUedige titel luidt: Eooposition de Vhistoire des dix 
Lepreux^ prinse du dixseptiesme de Saint Luc^ ou est an^ 
plement traicte de la confessUm auriculaire et comtne on peut 
user d*aUegories en Ie Saincte Escripture. Translatée de Latin 
en Francois. De naam yan den schryyer Tan het oorspron- 
kelgke en Tan den Tertaler is niet bekend, OTenmin ab die 
Tan den uitgoTer en het jaar, waarin het te GenèTe het 
licht zag. 

Les Heures de nostrè Dame , Laiin , FranQois , jusqaes d ce 
que la tradiuUion frangoise soit corrigée. 

Uit de breede Igst der Heures^ door brunet opgenomen in 
zgn ^^Mannel*' V, 1553. kan ik niet bepalen, welke boTen 
andere door het Tonnis der Teroordeeling getroffen zgn. 



205 



M. 

La maniere (ïadministrer les Sacremens et celdyrer Ie manage^ 
avec la forme des prieres ecclesiastiques. 

De censores waren yergeten, dat dit geschrift reeds onder 
letter F. genoemd was. 

Mantiel ou Instruction des Curés et Vicaires de VEglise Rch 
maine^ avec annotaiions. 

Het geschrift is mg onbekend geblcTen. 

Le Uure des Marchants. 

De eerste drak van deze satire verscheen in 1538 met den 
titel: Le Uure des marcfias fort vtile et a toutea ges, Nouuel- 
lement copose par le sir Pantapole^ hien expert en tel affaire, 
prochain voysin du Seigneur Pantagrud. Imprimé en Corinthe. 
Het ,3nUetin Historiqae et litteraire" 1868, 331 beschrgft 
den inhoüd volgens een exemplaar, dat gevonden wordt op 
de „Bihliothèqne da Protest. fran9ais*' te Pargs. Die inhoud 
bewgst, dat babblais* geschrift in 1533 reeds grooten opgang 
gemaakt had. Corinlhe was de pseadonym van Neufchatel, 
waar p. db yinglb zgne pers voor deze uitgaaf leende. Vgl. 
A. KiLLiBT et TH. DUF0T7B ^^Ic Catéchismc Fran9ai8 (1878), GCI. 
Onder den naam van pantapolb schuilt die van den Zwitser- 
schen godgeleerde antoinb db mabcoübt, volgens hbrminjard 
^Oorrespondance des Reformateurs'* Hl, 225. In 1534 volgde 
een tweede uitgaaf met den titel: Le livre des marchans^ fort 
utile a toutes gensy pour cognoistre de quéUes marchadises on 
se doit garder destre trompe. Lequel d este nouu£llement reueu 
et fort augmente^ par son premier autheur bien expert en td 
affaire, Lisez et profitez. Bg deze uitgaven noemt brttnbt 
Lc, eene zonder jaartal , twee te Genève in 1555 en 1561, 
eene te Lyon, zonder jaartal. Het boek berat eene scherpe 
satire op onderscheidene dogmen der Boomsche Kerk. Een 
gedeelte yan den tekst is opgenomen in de Fransehe vertaling 
van SLBiDAN, de statu BdigioniSj eet. 

D'un seul Mediateur et advocai entre Dieu et les hommes^ 
nostre Seigneur Jesu Christ. 
Zie hiervoor bl. 98. 



206 



P. 

Pantagruel et Garganttm. 
Zie Letter 6. en R. 

Paradis du Pape Jule, 

Met desen titel zond louis ber^üin in het licht eene FranBohe 
yertaling van den Latgnechen tekst: Julvus. Dialoffus viri cuius^ 
piam emdUissimi , festivus sane ac degansj quo modo Julius II P. 
M. post mortem , coeU fores pulsando , ab ianUore ülo D. Petro 
introtnitH nequiuerit , qaanq dum uiueret SanctiasinU atq: cuieo 
Sanctitatis nomine appdlattts^ tot^ beUis fdiciter gestis prae^ 
clarus^ dominum coeli futurum se esse speravü. Lector^ risum 
cohibe. BöcKiKG ,,Ulrici Hatteni opera*' Tom. lY, 422 heeft 
het opgenomen onder de stukken, welke Terkeerdelgk aan 
HUTTJSN zgn toegeschreven De autenr is niet bekend. 

Pierre marlier en toutes ses oeuvres. 

Petrus mabttb is hier met een Terkeerden naam weer 
yermeld. 



R. 

Rabelais touchant les mensonges, quil a escript en Franfois 
de son Pantagruel 

Nog eens dezelfde autenr en hetzelfde werk. De herhaalde 
veroordeeling getuigt al weder Yoor de slordigheid, waarmede 
de Appendix is saamgesteld. 

Recueil brief des actes niemorables, advenus en Alemaigne^ 
Italië, Angleterre et par especial au Royaume de France, 
depuis Ie deces du Roy Francoys de Valois, premier de 
ce non. 

Welk werk yeroordeeld wordt, kan ik niet bepalen. 

Recueil d'aucuns lieux fort necessaires pour mettre sa con- 
science en Dieu. 

Slordige titelopgaaf ran faa£L*s SommcUre, c'est une briève 



207 

déclaration d'avlcuns lieux fort necessaire a un chacun 
chrestien pour mettre sa confiance en Dieu et a ayder son 
prochain. Zie hiervoor bl. 139. 

La remonstrance de la vertu insuperable^ et fruicts inestimables 
de la Foy Chrestienne. 

Dit geschrift is evenals de beide volgende mg onbekend. 



S. 

Sermons de Vevssque de Valence sur certains points , de la reli- 
gion , recueiUiz ainsi quHls ont ésté pronöcés. 

Autres sermons du mesme aucteur^ seruants a discourirj eet 
d Paris ^ de Vimprimerie de Michel de Vascosan 4559. 

Supplication et Remonstrance sur Ie faict de la Chrestienté et 
de la refo7^mation de VEglise, faicte au nom de tous amor- 
teurs du regne de Jesu Christ^ d VEmpereur et aux autres 
Princes et Estats, tenants maintenant joumée imperiaie 
d Spire. 

Bedoeld is het Instrumentum appeUationis ^ door de Proteo- 
tantsche vorsten op den rgksdag van 8 pier s ingeleverd. 



T. 

Taffin ministre. 

De Censores scfagnen vergeten te hebben, dat hg reeds 
genoemd was onder de ketters der prima classis. Zie bl. 162. 
Aan zgne vele verdiensten is in den jongsten tgd volle recht 
gedaan door ohaklss bahlsnbeck in eene verhandeling: jean 
TAFFIN, un reformateur hdge du XVl^ Siède^ gallaatst in het 
.Bulletin de la oommission ponr Thistoire des Eglises Wal- 
Jonnes'? U. (La Haye, 1887). 

Petit Traicté^ demonstrant ce que doibt faire Vhomme fidele^ 
quand il est entre les papistes. 



9>^ 

«1 



208 

Deze titel schgnt aan te duiden het reeds genoemde en Ter- 
oordeelde geschrift van viret, Remonstrances aux fidèles^ ens. 
Zie U. 200. 

La Triade Romaine. 

Hutten's geestige satire: Vadiscus. Dialogus qui et tricis 
Romana inscribitur^ ook in het Daitsch verschenen als: Ge- 
' sprachbüchlin her ul&ichs von hutten gekröneten Poëten und 
Orator^ von dem vorkdrten Stand der StcU Rom^ dos ernenn^ 
Vadiscum oder die Römische Dreyfaltikeit ^ beide door bögkino 
opgenomen in tom. IV der Opera ^ werd door louis bbrquin 
in het Fransch overgezet. Reeds in 1521 onder het publiek 
verspreid, is de satire herhaaldelyk gedrukt en opgenomen ook 
in de Pasquiüorum tornt duo. Eene uitgaaf van 1563 bracht 
haar weer in veler handen en onder de aandacht der Censores 
van de Appendix, Onlangs heeft c. wergkshaobn in ,,eine 
„Historische Stndie über das Verhaltnis Luthers zum Huma- 
„nismus in den Jahren 1518 — 1520*' belangrgke opmerkingen 
in het midden gebracht over de verhouding van de Trias 
Romana tot luth&b's tractaat an den christlichen Adel deut» 
scher Nation, 



V. 

La verité cachée , devant cent ans imprimée et depuis reveue el 
augmentée^ par maniere de diaJogue. 

In het meer genoemde boek van rillibt et nuFOUR ^^le 
„Oatechisme francais" wordt bl. CGIX het veroordeelde geschrift 
beschreven. De titel is deze: La Verité Cachee devat cent 
ans faicte et coposee a six personnages; nouudlemët oorrigee et 
augmentee auec les atUoritez de la sainde escriptur. De personen 
Bgn: Verite. Ministre. Aucun, Auarice. Peuple. Simonie, waarop 
een dialoog volgt van twaalf verzen tusschen P en C. Het 
stuk zelf bevat 1700 regels. Het is uitgegeven door p. db 
viNOLB vóór 1544 en herdrukt in 1550 en 1559. Ten onrechte 
is FABEL als auteur genoemd. Thomas halingrb, eerst predi- 
kant te Neufchatel, daarna te Yverdun heeft aanspraak 
op die eer. 



La vie de Jesus-Christ et du Pape. 

Znlk een titel heb ik niet kunnen opsporen. Ik onderstel 
dat hg gebrekkig is opgegeven en eene vertaling aanwgst van: 
Antithesis Oiristi et Papae. Les Faictz de Jesus-^Christ et du 
Püpe, par lesquèls diascun pourra facilement congnoistre la 
grade difference de entre eulx: nouneïlement reueuz^ corrigezet 
augmentez sélon la verite de la saincte Escripture et des droicts 
canons par Ie lecteur du sainct Pcdais. Imprime a Rome par 
Clement de Medicis^ au Chasteau Sainct Ange. Cum privilegio 
Apostolico, Volgens bbünbt „Mannel" Sapplement I, 46 zon 
het waarschgnlgk in 1530 te Gene ▼ e gedrukt zgn en eene 
overzetting wezen van een Latjjnsch geschrift van lutheb, door 
hem echter niet nader aangewezen. 



DUYTSCHE VERBODEN BOECKEN. 

In den eersten moet men mereken dat alle de Aucteurs 
voor suspect gherekent, ende verboden boecken, begrepen in 
de Latijnsche Catalogus, so deur het Heylich Concilie, als 
van weghen des Maiesteyts des Catholicks Conincks oock 
verboden zijn in duytsche. 



A. 

A. B. C. bij JAN FRUITIERS apu4 SYLVIUM. 68. 

Eenen A. B, C vanden thien gheboden bij tavernier. 

Eenen andere A. B, C. vuijt de Prouerbien van Salomon ende 

vuijt de Epistelen va S. Paulus. apud sylyium. 

Van deze drie A. B. Cs zgn de twee eerste bekend. Zie bl. 210. 

Noch eenen anderen A. B. C. apud eundem. 

Het komt mg waarschgnlgk voor, dat de titel aldus luidde: 

een nieuwen A. B» C, ofte Maierie-Boeck inhouwdende diversche 

14 



210 

« 

schoone serdentien ende leeringen ^ waarvan coorkhert antear 
was, en hetwelk beschreven is, doch niet volgens antopsie, 
in de ^^Bibliotheca Belgica*' Letter G, 149. In een later ver- 
schenen geschrift van coobnhbrt Recht Ghehruyck ende Mis- 
hruyck van iydliche Have^ vond de inhoud van het A. B. C. 
bg vernieawing eene plaats; vgl. ,3ibliotheca Belgica" 
Letter G, 59. 

Eenen gheestelycken A. B. C. vuyt de psalmen van David. Anir 

werpiae by ameet ta vernier sine nomine auctoris et anni, 

Den voliedigen titel kan ik afschryven, dewgl een exemplaar 

van het werkje, toebehoorende aan de Koninkigke bibliotheek 

te 's Oravenhage, m^ ten gebmike is toegestaan. 

Eenen Geestelycken A. B. C. ghetagen ut den Psalmen van 
David ^ seer leerryck ende oirhaarlyck voor allen christen men- 
schen. Met een Pater noster ende ave Maria in nederlandts didit. 

't Ghene dat noyt oogh en sach , noch oor en hoorde , 
Noch in gheens menschen herte en ia verspreyt^ 
Heeft Godty die warachtich is in zynen woorde^ 
Veur zyne liefhebbers hier namaels bereyt^ 
In Hrycke HweUk daer duert inder eewicheyt. 

Scrutamini. 

Het voor mg liggend exemplaar draagt verder de aanwgzing 
verkrggbaar te zgn bg willem silvius in den galden Enghel, 
1564; daar het boekje gedrakt is met de zoogenaamde 
caractdres de civilité is het stellig afkomstig van de pers van 
TAVSBKiBB , en de opgaaf van den Index in dit geval nanwkeorig. 

Der leecken A. B, C. bij jan van ghele. 

De veelvuldige uitgaven van deze boekjes , voor de jeugd 
bestemd, waarin de tekst van de tien geboden óf van het 
^^Onze Vader*' óf van een deel der Heilige Schrift als lees- 
boelge was ingericht, schgnen onder het verbod geraakt te 
■ zgn, dewgl zg woorden der Schrift in niet kerkelgk goedge- 
keurde overzetting gaven. Het in de eerste plaats genoemde 
droeg op den titel den naam des vervaardigers, namelgk 
dien van den later beroemd geworden jan frütxikbs. Nog 
eens komt hg voor op den Index j gelgk wg zien zullen. 
Dit A. B. G. boelge wordt door zgne biografen niet vermeld , 



214 

tenzg wjj mogen aannemen, dat het elders ,,Biographie Natio- 
,^nale de Belgique*', VU, 342 genoemde den gulden A, B. C, 
Mtd'aprds an manael dee Hugnenots Fran9ais (Anvers 1579)" 
verwisseld is met het door f&uttisbs in 1568 op de pers 
Tan siLYius gedrukte. Voor de hand ligt de gissing, dat deze 
soort van letterkundige yoortbrengselen , in de Boomsche kerk 
dier dagen zeer gezocht — ygL sbbbubb ^^Vaderl. Museum'* 
y, 384 — ook door Protestanten werd nagevolgd. 

Almmiach ende prognosticaMe van nostradamus, anno 1569. 
Vertaling uit het Fransch van een door michabl notrb- 
DAICJB renraardigden Almanak voor 1555, van 1557 tot 1567 
in het licht gezonden. De daarin voorkomende voorspellingen 
werden later door zgne Les vraies Centuries et Propheties de 
Maiatre Nostradamus ver overtroffen. Zonder en met commen- 
tariên verschenen laatstgenoemde in 1555, 1556, 1558, 1566, 
1568, 1650, 1668, 1669, 1689 en 1698. Vgl. (adblung) 
„Gesch. der mensch. Narrheit, VII, 163. 

Antfanck der Christelycker kinderleere sine auctore, 

Waaórschgnlgk wel het vroeger genoemde. Zie bl. 57 en 81. 

De XII Articulen des gheloofs deur joannem agricolam sprem- 

BURCH. 

De pastor primarius van Bautzen, joh. agbicola uit 
Spremberg, die, aldaar werkzaam van 1579 tot 1590, als 
liederdichter zich een goeden naam heeft verworven, blgkt 
ook als catechetisch schrgver te zgn opgetreden. 

De hooft generael Articulen des Christelycken gheloofs van die 
rechte ende valsche kercke. 

Het bedoelde geschrift is my bekend geworden niet slechts 
naar hetgeen schultz jacobi daarover mededeelt ,^Oud en 
,^Nieuw" 1863, 33, volgens wien de laatste regelen der laatste 
bladzgde : ghedruckt tot Holed^ hy my hans bhaptos (6 December 
1557) moeten aanwezen Wesel als plaats van uitgaaf en 
hans DB BRABKB& als drukker; maar door autopsie van een 
exemplaar , behoorende tot de rgke verzameling van prof. dobdbs. 
Vgl. diens ,,C!ollectie van Bariora'*, 83. Om den inhoud te 
doen kennen geef ik hier den geheelen tittel: Die hooft-Artyhden 
des Christelycken gheloofs^ teghen den Paeus ende der HéUen 



S12 

Poorten te werhouwen. Van de rechte en valsche hercke^ waerby 
élck te kinnen is. Met die Bekyntenisse des Ghdoofe^ Doctoor 
MABTDiüs LUTHBR. Endc andere seer nootdycke Stiicken^ wéUker 
namen oft titelen oen dander syde des eersten blats ghescreven 
staen. Wt den hoochduytschen int nederlants ouerghesedt. De 
inhoudsopgaaf laidt als volgt: „l. Die Hooffc- Artikelen des Ohris- 
telycken gheloofs. Teghen den Paens ende der Hellen Poorten 
te werhouwen. II. Bekintenisse des Gheloofs, Doctoor kas- 
TiNus LüTHBiL UI. Van de rechte ende ralsche kercke, waerby 
elck te kinnen is. IIIL Die diye Symbolen oft Bekinteniasen 
des Ghristelycken Gheloofs, inder Eereken eendrachtelycken 
ghebruyct. Ende noch een Sermon yan der Biechte, ende 
yant Sacrament des Autaers. Ende yan der Kercken: wat 
ende waer sy is, ende waerby dat men se kinnen sal. Ghe- 
^^maeckt door den selyen auteur Dr. martinus luthkr". — 
Bovendien bevat het geschrift: ,,dat Ghebet Manasse" en ^^een 
^^Ghebet teghen den Paeus ende Turcken, 'twelck die Erf- 
„Tflanden der Kercken zyn". 

De kortheid van de opgaaf des titels op den Index noopt 
ons tot de gissing, dat de Censores of het boekje niet in 
handen gehad, of, om den trek naar het verbodene geen 
voedsel te geven, met opzet dien bekort hebben, opdat men 
niet weten zou, dat er zoo vele van lt7Thrr*s opstellen in dit 
bundeltje te vinden waren. 



9> 

yy 

99 
99 
99 
99 
99 



B. 

Een Baitement oft spel van den oprechten aflaet^ gheprent 
tot Ghent. 

Een boeck gheintituleert ^ Een gheneuchelyck battement van V 
personagien. 

Gheneuchlycke boecxkens van Battementen. 

Over deze redergkersspelen kan ik geene nadere inlichtingen 
geven, dan die gevonden worden bl. 80, 81 , 90. 

BedébttecMyn für alle ghemeynen. Int duytsche^ sine auctore. 



213 

De opgayê is onjuist. Te Straatsburg zag in 1541 het 
licht: Bettbüchlin für aUerley gemeyn anligen der Kirchen^ 
fleiasig zusammenbracM durch Af. jacob ottbbn. De yeryaar- 
diger was de eerste predikant te Esslingen. Daar deyoorrede 
30 Juni 1537 geteekend is, onderstelt j. b. biedeber „Nach- 
,^richten zur Eirchen-Gelehrten- und Bücher-Oeechichte" (1765) 
n, 438, dat er aan den druk yan 1541 reeds een andere 
is voorafgegaan. De inhoud bevat gebeden voor allerlei toe- 
standen Tan kerk en huisgezin. Een exemplaar der overzetting 
in bet oud-Saksisch wordt bewaard in de bibl. der Maatschappg 
van Ned. Letterk. Zie haren ^^Catalogus" I, 816. 

Een schoon bedeboeck aUe man ende kinderen zeer nut wesende^ etc. 
Tot ik beter onderricht ben, boude ik het er voor, dat 
deze titel aanduidt eene vertaling van: ein einféUige ueise^ 
die zehen Gebot ^ den Glauben^ dctö Vater ünser^ und andere 
Stücke des Catechiami^ teglich Morgens und Abends zu betrachten 
und beten. Für die Oiristliche Jugend^ Gesinde und einféUige 
Leute. Durch M. alexius gboss, 'pred. zu Stralsunde gestelt. 
Mit einer vorrede phil. melanghton. 1548. 

Een nieuwe Christelyck Bedeboeck , vuyt den ouden leeraars der 
kercken^ als Augustino^ Anibrosio^ Cypriano^ Cyrillo^ Ber- 
nardOy te samen ghebrackt^ in dlderley a^envechtingen ende 
nooden te beden dienstelyck ende costelyck. Noch een Chris- 
telyck ouerdencken des lij dés ons Heer en en Heijlants Jesu 
Christi. Ghedrukt tot dampen by mij bebrët peetersen. 
Absque nomine aucloris seu anni sed expressione loei. 

In de bibliotheek van de Maatschappg der Ned. Letterkunde 
vindt men een exemplaar van hetzelfde geschrift in het oud- 
Saksisch met den titel: ein nye OirisÜick unde nutte Bede- 
bock uth den olden Lerers der Kercken . . . . Magdeburg 
1561. Zie ,,Catalogus'' I, 816. Een uitgave van 1577 te 
Beess bg wylijox van santen is te vinden in dezelfde bibliotheek. 

Een boecxken, hier naer volgen schoone gebeden, sine auctore. 

Onwaarschgnlgk acht ik het niet, dat met dezen titel het 

geschnft is aangeduid, waarvan in de meer genoemde boek- 

verzameling der Maatschappg van Ned. Letterkunde (,^Gata- 

^^logns" I, 816) een exemplaar der oud-Saksische vertaling 



214 

Toorkomt: eüike schone Gebede und trasUike Vormaninge, by 
den Erandeen unde tteruenden Minschen, — Eine ChrisÜike 
OnderridUinge var de yennen , de sick tham AuendJtmdl unses 
Heren Jesu Christi gedendcen tho geven. Magdebnrg, 1568. 

Bekentenisse oft helijdenisse des geloof s int gemeyn ende eenr 

drachtelycken van de geloovigeny die in die nederlanden ouercH 

verstroyt sijn ende naer de suyverheyt des heylighen Euan- 

gelioms ons Heeren Jesu Christi hegheren te leuê^ met eenen 

seyndtbrief den een Conincklycke maiesteyt ende een vermom 

ninghe tot de overheijt. Anno 1566. Absque nomine lod. 

Deze druk is door le long vermeld, die opmerkt, dat hg 

op den Index yan 1569 Terboden is geworden. Zie zgn ,,Eort 

„Hifit. Verhaal", 105. Orer de geschiedenis der „Belydenisse" 

raadpl^[e men prof. tan toorbnenbjsrgsn ^^eene bladsgde uit 

i^de gesch. der Ned. Gelooftbelgdenis" en vooral Dr. l. a. van 

LANGBRAAD ^^Goido de Bray", 09. 

Belial, een rechtelyck ghedinghe tiLsschen Belial den helschen 
procureur^ bij jan van ghele, anno 1558. 

Bene Vlaamsche overzetting van het in vele uitgaven ver- 
breide Latgnsche geschrift van jaoobus palladinus db thbramo 
Processus Luciferi contra Jesum^ eet. vgl. beusoh a. a. O. 292. 
De oorspronkelgke tekst was in 1472 te Weenen, in 1484 
te Straatsburg, de overzetting in het Hoogdoitsch in 1508 
van de pers gekomen. Van laatstgenoemde vindt men eene 
beschrgving bg thboph. sinoibi „BibL Hist.-critica" (1786), 190, 
waar de titel aldas is opgegeven: Belial zu teutsdU. Em go- 
riditshandd Beleal hdUsdien verweser^ als Heger einem teü^ 
und Jesu Christo hymmdischem Grotj antwurter^ anderm 
teüe, also, cbe Jhesus den hdlischen fürsten^ redUUdien die 
hdle zerstöret^ beraubet^ unde die tüfd darin gdmnden habe. 
Alles mit dag^ aniwert^ red underred^ appdlirung^ rechtsat' 
zung^ eet. Wie man sich im rechten br\4chen sol, 

Corte belydinghe des gheloofs dergheenre^ die oueral int Neder- 
landt ende besondere in deser stadt N. de waerachtighe leere 
des Eu^ngelioms aenhangen^ ende nv tertyt vanden ghenen 
die men gheestelijck noempt^ die de waerheyt haeten^ ende 
gheeme souden verduysteren^ tonrecht voor ketters ende op- 



245 

roermaeckers worden ghelastert^ ende veruolcht^ tot waer^ 
schouwinghe der Ouerheyt^ Onderwys der onwetender ende 
bescherminghe der oprechter Chrütelycker leere. 

Over deze Bdydinghe heb ik uitvoerig gehandeld in de 
„Bibliographische Mededeelingen", 45. 

Van de bereydinghe totter doot bij erasmus. 

Het ia bekend , dat erasmüs schreef eene declamatio de morte^ 
sive consolatio ad patrem fUii óbüu afflictunij Yoorkomende in 
torn. IV der ^^Opera omnia". Ik tw^fel toch, of deze Latgnsche 
titel wel vertaald zal z^'n, gel^k de Index dien geeft. Zeer 
licht kon het gebearen , dat de Censores^ het opstel van e&asmus 
kennende, hem dit tractaatje hebben toegeschreven. Letterlek 
deelt de titel op den Index het opschrift mede van valbntin 
craittwald's vom Bereytunge zum Sterben. Dat daarvan, zonder 
naam des schrgvers , een overzetting is geschied, acht ik hoogst 
waarschgnlijk op de gronden niteengezet in mijne mededee- 
lingen over schwenckpeld*s en crautwald*s vrienden hier te lande, 
,^drie Evangeliedienaren oit den tgd der Hervorming", 161. 
Het vinden van een exemplaar dezer vertaling zon de vraag 
naar het auteurschap kunnen beslissen, daar, gelgk bekend 
is, ook LUTHEK reods in 1519 een Sermoen von der BereUung 
zum herben door den druk algemeen had gemaakt. 

Een cort simpel bescheytj hoe een yeghelyck christen mensch 
antwoordë sal vuit den articulen sijns christen ghdoofs^ 
waerom hij niet meer tot der missen en gaet^ ghestelU door 
JACOBUM ANDREE , der heylighet scriftueren Doctoor in neder- 
lanlscher spraeke. In het selve boecxken volcht noch een claer 
cort berecht vanden beelden^ wat men daer af gevoelen saZ, 
vuyt der heyligher schrift: door eeriè wélghéleerden vromen 
ende godtvreezendê Pastoor^ neerstich ghesocht ende bijeen 
ghetogen , tot dienst des ghemeynen simpelen mensche^ besunder 
in nederlandt. 

Volgens de aanwgzing van den uitgeschreven titel moet het 
in de eerste plaats genoemde werkje de vertaling zgn van een 
der tallooze strydschriften van jacob andbbae , geboren 25 Maart 
1528, overleden 7 Januari 1590, den welbekenden Lutherschen 
godgeleerde. Doch welk bedoeld is, durf ik, daar mg geene 



216 

gelegenheid openstaat, om eene yoUedige Igst zgner geechriften 
te raadplegen, niet bepalen. 

Of het in de tweede plaats aangeduide slechts toeyallig bg 
dat Tan andesae genoegd was, of daarmede te gelgk nitge- 
geven, is mg niet bekend, dewgl ik den titel nergens elders 
heb aangetroffen. 

Een claer hewys van het recht gébruyck des Nachtmaels Christi 
ende wat men vander missen houden sal door merten 
MTCROEN , ende Ghedruckt buyten Londen bij collinüs voi-k- 
wiNNER, anno 1554. 

Volgens MEiNEBs ^^Oostyrieschlandts kerkelgke geschiedenis*' 
II, 384, is de eerste nitgaaf 8 April 1552 verschenen, her- 
drukt in 1 554 ; wederom neerstdick oversien te Emden inl 560. 
Van den laatstgenoemden druk bezitten de Utrechtsche biblio- 
theek en die der HoUandsche gemeente te Londen elk een 
exemplaar; vgl. ^^a Catalogue of the Dutch Church Library" 
(1879) 104. 

De maniere van bidden. 

In de bibliotheek der Bemonstrantsche gemeente yan Am- 
sterdam wordt een exemplaar yan dit werkje aangetroffen. 
Vgl. ..Catalogus'*, 34, N. 121. De volledige titel luidt: deda- 
ratie van de regie ^ ordonnatie ende maniere die men houden 
moet in ghébede en hoe dat men hem bereiden moet om God 
te bidden. Ghemaect b^ oüydb du buysson. Anno 1555. 
Over dezen zg blommaert t. a. p. 63 geraadpleegd. Behalve 
dit tractaat vindt men in hetzelfde bandje nog drie opstellen 
yan denzelfden schrijver uitgegeven te Oent by Jan Cauwed 
in d'onderatrate jeghens over 't gulden Serpent. De veroor- 
deeling door de Appendix betreft, zonder twgfel, eene latere 
uitgave van een der geschriften van butsson, namelgk de 
maniere van bidden. Immers moet ondersteld worden dat de 
door mg bedoelde druk hier en daar wgziging heeft ondergaan. 
De vraag, welke wgzigingen door den bewerker in den tekst 
gebracht zgn, kan ik niet oplossen. Alleen weten wg, dat 
CHARLES OKTGHBSN of 0IX0T7ISR, ..iuwouer CU poortcr der stede van 
.,Ghendt" verzocht heeft ..by een ghezworen prenter" te mogen 
uitgeven het tractaatje: de maniere van bidden. Deze obtghbsk 
komt in 1567 voor op de Igst der te Gent ingedaagden, 



217 

in welke stad fajj als scbrgnwerker bekend was. Door dese 
indaging is wellicht de aandacht op dit tractaatje, als het 
meest verbreide der vier genoemde, gevallen en wordt het op 
dezen Index geplaatst om den wille van de yeroordeeling des 
persoons, terwgl het tot op dien tgd onaangevochten sgn 
weg had gevonden. 

Hoe Christus ons leert biddè met den Vader onse^ die XII 
articulen des gheloofs ende X gheboden door die heylighe 
scrifture int corste vuytgheleyt , beghinnende^ Christits spreekt: 
Bidt en ü sal ghegheven worden, V Antwerpen bij liesueldt 
63 ende bij jan van ghele. 

Jaoob van li£sv£lt was , hoewel vroeger vrggesproken , toch 
weer in handen der overheid gevallen en 27 November 1545 
ter dood gebracht. Ik kan geene verklaring geven van het 
voorkomen van den naam des ter dood gebrachten op den 
titel nevens dien van zgn confrater van ohblbn. Een exem- 
plaar bevindt adeh in de bibliotheek der Maatschappg van 
Nederl. Letterkunde ^^Gatalogos" ü, 899, opgenomen in den 
bundel onderwyainge (een cortej enz. Het stichtel^k tractaatje, 
ruim 40 bladz. 24^ groot, had in 1548 de kerkelgke goed- 
keuring ontvangen, blgkens het voor mg liggend exemplaar, 
in genoemd jaar gedrukt door tayjsbniib, die ze ook ten 
verkoop had gegeven bg andere confraters. Op den titel 
van dit exemplaar wordt bg gheboden gevoegd : Gods en Bom. 
XV , 4* vermeld. De druk is geschied met caractères de civilité. 

Een boecxken op de drye hooftstucken des gheloofs. 

In den bundel, dien ik hierachter onder letter G bg den 
titel: dat gvlden ghebede boecxken beschrgven zal, is dit trac- 
taatje van lxjthjbb herdrukt: drye hooftstucken onsen ghetoove 
aengaende^ te weten de X ghdyoden. Den credo in Deum. Ende 
het Pater noster. Dewelcke een yeghelick Christen mensche 
schuldig is te weten. Het is een uitvoerig opstel , in genoemden 
bundel 80 bladzgden vullende. Of in de oorspronkelgke uitgaaf 
ook voorkomen de in deze volgende verklaringen van het Ave 
Maria ^ eene belydinghe der sonden voor God en een schoon 
expositie opden Magnificat^ kan ik niet bepalen. Dat de Cenr 
sores librorum aan den onkerkelgken geest ergernis namen, 
bevreemdt mg niet. 



218 

Een boecxken tracterende vanden vrienden. 

Onder de Martelaarsliederen, die in het Offer des Heeren 
en de Veeiderhande Liedekens zgn oi^nomen, na eerst a&on- 
derljjk Terapreid te zgn, yindt men er met een opschrift als: 
va mi vrienden gevange door verraderye te Ghendt; van twdf 
vrienden ghedoot te Brug^ enz. Het ligt voor de hand hg 
de titelopgaaf te denken aan het gedicht op de te Gent 
gedooden en das de gissing aan te nemen, dat yeroordeeld 
is: een boecxken tracteerende van xii vrienden. Wackernaoïl 
heeft eenige dezer Liederen opgenomen in de ^^lieder der 
,,NiederL Beformierten", 130, 131 en 194. In plaats van den 
had het getal yan XII bg den titel opgenomen moeten zgn. 

Boecxken Innehoudende manieren van leuen. 

Ook yan dit geschrift kwam mg geen exemplaar iu handen. 
Ik gis, dat wg daarin eene yertaling ontyangen hebben yan 
de Regulae vitae^ Virtutum omnium methodicae descriptiones 
in academia Rostochiana propositae a DAyiDS chytraeo, 1555, 
die eerst bewerkt en yerschenen is, nadat de Latherschen te 
Antwerpen en de theologische facalteit te Rostock met 
elkander betrekkingen hadden aangeknoopt. Melanchton's be- 
denkingen op die Regulae vitae komen yoor in een schrgyen 
yan Februari 1555 ,,Gorpus Beformatornm" VIII, 422. Vgl. 
STROBEL ^jNene Beytrage znr Literator u. s. w." I, erstes 
Stück, 150. 

Een suyuerlyck Boecxken Innehoudende den gront ende oor- 
spronck onser salicheyL Gheprent f Antwerpen bij jan roe- 
LANTS. 1558. 

De nitgeyer en zgne yronw hebben hun gyer geboet met 
geyangenis en ballingschap. Vgl. „Antwerpsch Archieyenblad" 
XIV, 75. 

Een hoochduytsch boecxken van sebastiaen frangk. thegen de 
dronkaerts. 

De naam des schrgyers, franok yoN word, heeft zeker dit 
geschrift in de oogen der Censores meer kwaad gedaan dan de 
inhoud , die een der hoofdzonden yan franck's leeftgd bekampt. 
De eerste uitgaaf yerscheen in 1531 en werd geyolgd door 
herdrukken in 1583, 1539, 1542, 1550, 1559; eene oyer- 



219 

zetting in onze taal yerscheen eerst in 1621. Vgl. c. a. habb 
in franck's biografie, 296 en ^^Serapenm" XXX, 317. 

Das Boomen Buchlyn. 

Ter verklaring van den barbaarschen en onverstaanbaren 
titel f dien ik afgeschreyen heb, neem ik m^'ne toeylacht tot 
de gissing, dat yoor „Boomen" gelezen moet worden „Bohemen" 
en yoor „Buchlyn" „Oesangbnch". In 1544 yerscheen te 
Neurenberg: Ein Gesanghuch der Brüder inn Bohemen und 
Méhererij die man aus hass und neyd, Pikharden^ Wcddenses 
nennet. Von Inen auff ein neues sonderlich vom Sacrament 
des NachtmalsJ gehessert und etliche schone neue Gesang hin zu 
gethan. Ik yerw^'s naar de uitvoerige beschrgving, die wackebp 
NAGEL van dit gesangboek geefk „Bibliographie zur Oeechichte 
„des deutschen Eirchenliedes" (1855), 198, 800, waaruit blgkt, 
dat de oorspronkelgke uitgaaf van 1531 , herhaald is in 1588 
en 1539. Door het weglaten van zes gezangen werd het in 
1544 voor de stichting van alle Evangeliebeljjders bruikbaar 
gemaakt door johann horn. Zgne „Vorrede" is afgedrukt b^ 
WACKERNAGEL „das douts. Eircheulied" (1841), 805. 

Van de Borgheren hoe dat sy onder makanderen leuen sullen. 
Ghedruckt by jan wyndricx tot Antwerpen^ 1548. 

Uit de Koninklgke bibliotheek te 's Hage mocht ik een 
exemplaar van dit werkje ter inzage bekomen. Het is echter 
geen druk van 1548, maar een van 1553, uitgegeven door 
HANS VAN LIES VELT, woueude in de „Gamerstrate teghen over 
„den bruynen baert in 'tlant van Artois". De volledige titel 
luidt: Van den borgheren^ hoe dat si onder malcanderen 
leuen sullen, een Chrisielike vermaninghe ende leere na den 
Euangelie. Ende hoe dat die rycke lieden sullen leuen, een 
informacie ende onderwisinghe na der heyligher Scriftueren. 
Met een costelike wtlegghinge op den Vader onse, Matth. VIL 
Het veroordeelde boekje was „gevisiteerd en geapprobeert van 
„eenen gheleerden Visitator ende Licenciaet in der godheyt" 
en het imprimatur gegeven 31 October 1553, behoorlgk onder- 
teekend. Hulde den visitator, die zulke Evangelische taal onder 
het volk wilde verbreid zien en er geen ergernis aan nam, 
dat in het tractaatje de ceremonies en instellingen der kerk 
met stilzwggen werden voorbggegaan. 



220 

Broederlycke vereeninghe van sommige kinderen godts^ oen- 
gaende VII articulen. Item een seynWrief van mighiel salter 
oen een gemeynte gods met cort waerachtich Bewys, hoe 
dat hij zijn leere tot Wittenberch oen den necker met zynen 
bloede betuycht heeft Sector Mennonisticae. 

Van het in 1527 uitgegeven geschrift: BrüderUch Vereynir 
gung etzlicher Kinder Gottes^ Siében Artickel betreffend. Item 
eyn Sendtbrieff michasl sattlers , an eyn gemeyn Gottes. 
Sammt kurtzem, doch warhafftigen anzeyg, wie er aeine Leer 
zu Rottenburg am Neckar^ mü seinem Blvt bezeugél hdtj zag 
in 1560 en 1567 hier te lande eene overzetting het licht met 
dezen titel: broederlicke vereeniginge van sommighe kinderen 
Gods aengaende seven articulen. Item: eenen Sendbrief van 
MiCHiJSL SATLKR aen een Ghemeynte Gods^ met corte, doch 
warachtidi bewysy hoe dat hy zyn leere tot Rottenburdi aen 
den Necker met zynen bloede betuycht heeft. Den Doitschen 
titel nam ik over uit VEESjfiNMEYER's zorgvuldig bewerkt opstel: 
„von HiCHAEL sattlbr" tc vindcn in yatbr's ^^Eirchenhist. 
^^Archiv far 1826". Andere bronnen en gewenschte inlich- 
tingen over dezen achtingswaardigen Anabaptist vinden wg 
bg j. BECK, ^^die Geschichtsbücher der Wiedertauffer, 1883, 
26. Van de Nederdaitsche vertaling zgn in de bibliotheek der 
Doopsgezinde gemeente van Amsterdam, zie haren ^^Cata- 
^^ogos" II, 21, twee exemplaren aanwezig, het eene gedrukt 
in 1560, het andere in 1567, het laatste was vroeger het 
eigendom van den hoogleeraar n. c. kist te Leiden; beide ver- 
schenen zonder opgaaf van de plaats des druks , maar de naam 
der stad, waar sattler geleden heefb is te recht gespeld: tot 
Rottenburch aen den Necker. Vgl. de beschry ving in de ,^Biblio- 
^^theca Belgica", Letter S., N. 255 voorkomende. Het belang- 
rgke van dit geschrift voor de kennis van het Anabaptisme 
mag hoog aangeslagen worden. Het verplaatst ons in het 
jaar 1527, te midden van de gevaren, door welke het Ana- 
baptisme bedreigd werd. Den 5on Januari 1527 was felix 
MANZ als martelaar voor zgne Anabaptistische gevoelens gedood, 
en sedert dien dag rustte de harde hand der vervolging op 
zgue geestverwanten. Onder deze komt aan michael sattleb 
eene eereplaats toe. Ug was geboren te Stauffen, en had 



^ 



zich bg eene monnik-orde, welke wordt niet genoemd, aangesloten. 
Met Anabaptisten bekend geworden, oordeelde hg hunne ge- 
voelens volkomen schriftmatig en trad sinds 1525 onder hnnne 
predikers op. 

Weinig weken na den dood van manz werd te Schlaten 
24 Februari 1527 eene samenkomst gebonden , waarvan de 
hroederlycke vereeniginge het resultaat mededeelt. Het een* 
stemmig gevoelen der aan wezenden over den doop, den ban, 
het avondmaal, de mgding, de voorgangers, het zwaard 
voeren en den eed werd daarin uitgesproken en misschien 
wel door satiler geformuleerd. Weinig tgds later werd hg 
gevat en schreef toen den Seyntbrief^ ik mag wel zeggen 
den stichtelgken , die door tiëlisman van braght ^^Martelaars- 
^^spiegel" U, 7, overgedrukt is. Hg was gericht aan de ge- 
meente te Horb, waar sattler het Evangelie verkondigd had 
en vanwaar hg met zgne vrouw, vgftien broeders en tien 
zusters in den geloove, naar Binsdorf werd weggevoerd. 
GAPrro, die het Anabaptisme een goed hart toedroeg, trok zich 
het lot dezer beklagenswaardigen aan en trachtte ergerlgke gru- 
welen te voorkomen. Ygl. „Zeitschrift für die Hist. Theologie" 
1857, 308. Sattler onderging den marteldood 21 Mei 1527. 
Van desen held en getuyge Jesu Christi zyn noch andere 
Schriften in druk, handelende van de voldoening Christi; 
hroederlycke vereeniginge; Echtschejding; van de boose voor- 
^^standers; en het hooren der valsche propheten". Zoo lezen 
wg bg VAN braoht U, 9. Over de hroederlycke vereeniginghe 
is reeds gesproken ; de andere genoemde volgen op de ver- 
taling van den Sendtbrief; alleen een opstel over tvoeederiey 
ghehoarsaernheyt is door van braght niet vermeld; evenmin 
als eenen Sendbrief van mblghior rink en antonius jacobsz. 
over den Kinderdoop^ ook in dit bundeltje voorkomende. Het 
wordt besloten met de SerUentie tegen michabl sattler ende 
van zyn Articulen^ ook door van braght medegedeeld. De 
onbekende, die dat bundeltje in druk gaf, stichtte een eerezuil 
voor sattler. Zgn tractaat van de voldoeninghe of ghenoech' 
doeninghe Oiristi is een krachtig pleidooi voor het beta- 
mende, om den dank voor die weldaad in de beoefening der 
plichten te betoonen. Van ttveederley ghekoorsaemkeyt sprekende, 



99 



stelt SATTLBK steeds tegenover elkander eene knechtelycke ende 
kinüycke. Diep tot den geest van het Evangelie doorgedrongen, 
getoigt deze marfcelaar van een geloof, dat hem levende en 
stervende heeft zalig gemaakt. 



C. 

Catechismus ofte onderwysinghe in die Christelycke leere^ ghe- 
lyck die in Kerckë ende Scholen der Coourorsten PaUz gfte- 
dreven ende gheleert wort. 

De titel duidt de uitgaaf aan van den CcUechisrmts ^ die te 
Emden in 1566 gedrokt, beschreven is door prof. doedes, 
^^de Heidelbergsche Catechismos in zgne eerste levensjaren" 
1567, bl. 108. Het eenig bekend exemplaar is in zgn bezit, 
vroeger behoord hebbende tot de verzameUng van ser&üab, 
die het uit de boekerg van den Eerw. j. p. van de yelde 
verkregen heeft. Vgl. boedes ,,Collectie van Rariora", 86. 

Den cleynen Catechismus oft kinderleere der Duytscher ghe* 
meynten van Londen , de welcke nv hier ende daer verstroyt 
is, gemaeckt door mertë microen. Ghedi^uckt by gellium 
CTEMATiUM, anno 1559. Absque nomine loei. 

Het exemplaar der bibliotheek van de Maatschappg der 
Nederl. Letterkunde ligt voor mg. De Censor blgkt van den 
titel alleen de aangehaalde plaats Coloss. 11:16 weggelaten 
en de woorden: de kleyne Cathechismus veranderd te hebben 
in den kleynen Catechismus. Dezelfde bibliotheek bezit een 
exemplaar van de uitgaaf, die in 1566 bezorgd is door ood- 
7RIDUS wiNGius, gedruckt door jan date, waarin het^zgtghy** 
veranderd is in „bistn*' en de redactie van den tekst velerlei 
wgzigingen heeft ondergaan. Bg die van 1566 is weggelaten 
het woord van a. lasko ^^tot den godtsalighen leser", dat in 
die van 1559 opgenomen is. 

Den cleynen Catechismus oft een onderwijs ende fundament 
des Christelycken gheloofs voor den ghemeynen Pastoorenj 
Predikaers ende huysvaders^ om den simpelen ende cleynen 



223 

kinderkens: door vraghe ende antwoorde gkestelt Ghedruckt 

tot Wesel bij hans de braegker , den 22 dach Augiisti 1558. 

Deze vertaling van luthib's kleinen catechiemns zag het 

. licht door bemiddeling der aanhangers van tiblbman hsshusiüs, 

als eene uiterste poging om binnen Wesel aan de Luthersche 

partg het veld te doen behouden. Vgl. a. woltbss „ïtefor- 

,,mationsgeBchichte der Stadt Wesel" (1868), 264. 

Den corten Catechismus. Ghedruckt ten Bossche bij jan van 

TURNHOUT. 

In de ^^Docaments ponr servir a Thistoire des troables 
„religieux du XVIe siècle", door pbosper cutpbbs van vblt- 
HOVBK in 1858 uitgegeven, torn. I, gew^d aan hetgeen te 
's Hertogenbosch van 1566 — 1570 is voorgevaUen, vind 
ik den naam dezes drukkers niet vermeld, evenmin als den 
door hem uitgegeven Catechismits. 

Catechismus Latinogermanicus in Ecclesia Sittardiensi per 

PAULUM CHIMAREUM. 

De opgaaf van den titel, gelgk die hier luidt, noopt mg 
tot het maken eener gissing. 

Onder de geestel^ken van Sittard wordt genoemd door 

VALBBIUS ANBRKAS ,^6ibl. Bclgica", 713 PAULUS CHIHOHRHAEUS , 

die als Latgnsch dichter onder zgne tjjdgenooten naam gemaakt 
had. Dit Gülik geboortig en aan het hof aldaar wel gezien, 
heeft hg wellicht door het uitgeven van dezen Catechismus in 
de Latijnsche en Duitsche taal den goeden naam zgner recht- 
zinnigheid op het spel gezet. 

Een nieuw cluchtboeck ouerghesedt uyten hoochduytschen boeck^ 
gheheeten Schimp ende uylten Latyne van henricus bebe- 
Lius. Antwerpiae apud joannem roelants. 

Onder dezen titel schuilt eene vertaling van henkici bbbelii 
Lihri facetiamm jucundissimi atque fahulae admodum ridendae. 
Vgl. over den auteur en zgne verdiensten Dr. surikoab ^^H. 
^^ebol's proverbia Oermauica*' (1879), XXIIL 

De Cleyne Colloquie int vlaemsche ende franchois bij joos lam- 

brechts, Gandavi anno 50 et Antwerpiae apud waesberghe. 

De bekwame hand van den Oentschen letterkundige en 

drukker lambrbghts (vgl. BLOBifiiABRT, t. a. p. 58) had dezQ 



Vertaling der colloquia yan viybs bezorgd en zeker niet er op 
gerekend, dat het merk der yeroordeeling gezet zoa worden 
op een arbeid , die in het belang der jengd ondernomen , alge- 
meen gezocht en alleen om den naam des anteurs op den 
Index geplaatst werd. 

Uit vreeze daarvoor was gewis de naam yan ^ves op den 
titel niet genoemd. Ygl. ook lsdeboer ,^het geslacht yan 
„Waesberghe" (1869), 46. 

Colloques familieres d'erasme en Frangois flameng^ apud Latium^ 
Anno 59. 

Reeds in den aanyang yan 1519 gaf de boekdrukker ma&tbms 
te Aalst eene nitgaye yan den pas yerschenen Latgnschen 
tekst der Coüoquia. 

Een hoUselighe Etuingelische Comedie^ sine authore. 

Eyn Comedia welche yn dem Koniglichem Saü tzu Paryess.^ 
noch vorméUer gestaldt un ordenunge gespielt worden. Anno 
MDXXllll, op nieuw afgedrukt in ^^Zeitschrift fQr die Hist 
,,Theol." (1888) I, 163 is wellicht het hier bedoelde. De 
eerste druk yerscheen in 1524; ygl. „Ie Bibl. Beige** XIV, 
339 en ^^^l^tin historique et litteraire" (Paris 1887) tom. 
XXVI, 244. 

De Const der minnen. 

Onder de werken yan ovidius was de arte amandi zeer 
gezocht. Boyenstaande titel yeroordeelt: die Conste der Minnen^ 
de arte amandi ghenaempt^ in HLatjjn beschreven door Ov. 
Naso ende nu eerst in onser duytscher tale overghesedt. Doe»' 
borch^ Ck>m. Van der Rivieren^ 1564. Het yerbod baatte niet 
yeel; die Conste der Minnen werd herdrukt te Antwerpen 
in 1581; te Rotterdam in 1595. De bibliotheek der 
Maatschappg yan Nederl. Letterkunde bezit een exemplaar 
yan den druk yan 1581, waaraan echter de titel ontbreekt, 
ingebonden bg Dboeck der anumreusheyt. ^^Gatalogas** I, 212. 



225 



D. 

Das dryüe theyl des rolwaghens van vier historiën ouerlerds. 
Ghedruckt hij christiaen engeluolf. 

Volgens deze opgaaf trof het yeroordeelend vonnis van den 
Index slechts een deel yan het zeer gezocht werk van gbobg 
wiCKBAM, geboortig uit Eolmar, stadsschr^'yer te Bnrgheim, 
das RoUwagen büchlin. De zeer nityoerige titel met het yignet, 
dat een reiswagen voorstelt , komt in keurig facsimile voor 
b^' B. KOENiG ^^Deutsche Literaturgeschichte" (1879), 252. De 
grappen en Inimige zetten , waarvan het boek vol was , spaarden 
ook de geestel^kheid niet. De eerste druk zag in 1555, de 
tweede reeds in 1557 het licht. Over den laatst uitgegevenen 
vgl. A. KOBERSTEiN ,^Geschichte der Deutschen Nationallitteratur*' 
(1872) I, 404 en 407. Het 7® deel der „Deutsche Bibliothek, 
„herausgegeben von heinrich kurz" (1865) bewaart den tekst 
van den eersten druk. 

Dialogue van meestelckerlijck mensche. 

Dit geschrift heb ik nergens vermeld gevonden. In het uit- 
stekend artikel, dat de 2^ uitgave van ,^La France Protes- 
,,tante" aan piebbe boquin wgdt, IV, 875 wordt melding 
gemaakt van diens tractaat de homine perfecto^ door hem 
opgedragen aan maeoaretha, hertogin van Berry. Kan met 
den titel op de Appendix eene vertaling van het tractaat of 
deze samenspraak bedoeld zgn? 

Een kints Dialogue van twee lansknechten. 

De opgave van dezen titel bewgst opnieuw de slordigheid, 
waarmede de Indices bewerkt werden. Hoe kwam men aan 
de uitdrukking eens kints dialogue^ In het „Serapeum" 
XXXI, 46 luidt de titel aldus: Eyn kurtzweüiger LUdogus 
odder gespreek^ Von ztveyen Lantzknechten ^ Kriegsman und 
Nickd. Verflucht sey^ wer geschenck nympt, das er die Seele 
des unschiJddigen bluts schlecht. Deutro. am, 27. Het schgut 
gedrukt in 1535 en zag het licht met een Vorux)rt von jorgb 
STANGB an Nickel Hawsschüt. 

Eenschoone Disputatie van eenen Euanghelischen schoenmaeckere 

15 



2% 

ende van eenen Papistischê Coorheere met twee andere per^ 

sonagien gheschiet tot Noremberch. 

Met broederen titel, hoogst waarschgnlgk de vertaling van 
HANS SAGHs' DtspiUaiian ztüischen einen Oiorherm und Schühr 
macher^ darinn das Wort Gottes und ein recht ChrisÜich Wesen 
verfochten wird. 1524. 



E. 

Ecclesiasticus in liedekens ghestelU bij jan fruytier. 

In 1565 gaf jan fbüttdsbs, de welbekende dienaar yan 
Prins WILLEM van obanjb (vgl. „Biogr. nation. de Belgiqae" 
in Yooe en ds wind ,3ïbL van Ned. Geschiedschr., 186) in 
bet licht: Ecciesiastictis o ft de wijse Sproken Jesu^ des soons 
Syrachj nu eerstmaal duerdeeU ende gesteU in liedekens op 
bequame ende ghemeene voysen. Andwerpen^ w. silviüs, in 
den gouden Enghel. De algemeene opgang, die aan dit han- 
deltje ten deel viel, wekte bg de censanr ergernis, en het 
werd, in weerwil ran het patent des konings bg de nitgaaf 
daaraan toegekend, op de Appendix geplaatst, j. f. willems nam 
er een lied nit over in zgne ^^onde Vlaemsohe Liederen", 471. 

Erasmus van die Eendrachticheyt der Kerke^i. Antwerpiae by 
WOUTER van lijn anno 33 ende liesüelt. 

Eene vertaling van eiiasmtts* de amabüi Ecclesiae concordia^ 
opgenomen in tom. V zgner ,,Opera omnia'*. 

Euangelie vanden spinrocke. 

lb lono vermeldt in zgne ,,Beformatie yan Amsterdam**, 
451, dat LUOAS tan der het. Minderbroeder binnen Diest, 
op Nieuwjaarsdag 1514 in het klooster Mariêndaal predikende 
oyer Lnc II ys. 21 , in plaats van dezen tekst niets anders 
dan de natanr en de eigenschappen van een spinrokken heeft 
verklaard, en dat deze predikatie in druk is verschenen, niet- 
tegenstaande de ergernis, die een vroom Christen daaraan 
nemen moest. Het kan echter ook zgn, dat de titel-opgave 
doelt op het| waarschgnlgk kort te voren, herdrukt gesehrifi 



227 

ait de 15^ eeaw: Euangdien van den Spinrocke metter glosen^ 
hescreven ter eeren van den vrouwen. Vgl. hain „Repertorinm 
y^bibliographicam" I, part II*®, 334, N. 6755. Zeker is het, 
dat in den bundel ,^Veelderhande geneacbelicke Dichten, Tafel- 
y^spelen ende Refereynen" (,,Gatal. Letterk." I, 213) is opge- 
nomen, een ,>ghenoechlic Refereyn yan het Eoangelie van den 
,3pinrocken", eene bespotting van het geloof aan voorteekenen. 

Eoopositie vanden Psalm ^ Miserere mei Deus\ deur joannem 

SPANGENBERGIUM. 

JoHANN SPANGENBERG deed in 1542 het licht zien: Den 51 
Psalm Davids, Miserere mei Deus^ vertaald nit het Lat^'n yan 
SAyoNAAOLA. Wien \yy die oyerbrenging yan het Daitsche ori- 
gineel in onze taal te danken hebben, bleef mg onbekend. 



F. 

Een Figuere van 't crucifix der fonteynen des leuens; daer bouen 
staet aldus: so wie dorstet die come eh neme dat waier des 
leuens om niet. Apocalyps. XXI. 

De opgaaf schgnt de titelplaat aan te daiden , of het op de 
eerste bladzgde geplaatste yignet yan het yeroordeelde boek: 
de Fanteyne des levens. Zooals dit yignet yoorkomt op de 
mg in handen zgnde nitgaaf yan 1619 yind ik daarop de ait 
Johannes VU aangehaalde woorden: ^^wie daer dorstet, die 
^jkome tot mg ende drincke", dos niet de plaats door de 
Appendix yermeld. Zie bL 202. 

Een Figuere van Onsen Heere^ daer bij staet: ego sum pastor bonvs 

Een figuere van den verloren sone , met eenen monick daer hy. 

Figueren van den Hypocrijt , ubi sunt scripturae , gttod oportet 
Deum adorari in spiritu et veritate. 

Wat in de yroeger uitgevaardigde Indices niet had plaats 
gegrepen, geschiedde in dien yan alva; de yerkoop yan 
bgbelsche yoorstelliogen werd yerboden. Daar ik nergens elders 
eene besdhrgying yan dese Figuren heb aangetroffen, yalt 
het moeielgk te bepalen, wat eigenlgk aanstoot gaf; waar- 



228 

schgnlgk de bgbelplaatBen, daarop genoemd, en de gestalte 
des monniks, misschien zoo Toorgesteld, dat zgne onmacht, 
om den verloren zoon te redden, werd aangeduid. 

De sotte ende bourdelijcke bruyloft. 

De Thien gheboden bij jagob janssen Brugis. 
Beiden zgn mjj onbekend gebleven. 

Pater noster int sotte. 

Brunbt ^^Manuel du libraire" geeft, tom. IV^ 431 dezen 
titel op: Ie Pater noster des Flamans^ Henouyers et Brebansos 
(sans lieu ni datej. Het was een gedicht en gedrukt tusschen 
1520 en 1525. De Appendix veroordeelde, naar ik meen, eene 
overzetting van het oorspronkelgke. Misschien kan ook bedoeld 
zjjn: der Boeren Pater noster^ midtsgader der Vrouwen Pater 
noster^ seer geneuchelick om te lesen^ welke onwaardig spel 
met het „Onze Vader" herdrukt is in den meergenoemden 
bundel „Veelderhande geneuchlicke Dichten, Tafelspelen ende 
y^Refereynen*'. ,,Gat. Letterk." I, 213. 

Tmiraeckel daer Christus V Duijsent ghespyst heeft , een caerte 
oft figuere bij jacob janssen Brugis. 

Het oordeel bij den selven. 

't Spgt mg , dat ik nergens inlichting heb gevonden betref- 
fende dezen wakkeren Bruggenaar , den uitgever jacob janssbn, 
die deze figuren heeft verspreid. Evenmin kan ik de vraag 
beantwoorden, of deze platen behoord hebben tot het in 1557 
uitgegeven werk van willem boblüüt ^^Ohesneden figueren 
„uyten Ouden en Nieuwen Testament*', waarover vergeleken 
worde blobmmaibbt „Gentsche schrgvers", 158. 

De Fonteyne des levens^ sine nomine audoris et impressoris. 
VgL over dit geschrift het bl. 202 opgeteekende. 



G. 

Ghebeden der Bijbelen als die heylighe vaders ende Vrouwen gode 
plegen aen te roepen ende te bidden, Antverpiae bij hans lies- 
velt, by johannem wyndricx anno 52 ende by reerberghen. 
Beeds in 1528 zag het oorspronkelgke , Duitsche geschrift 



229 

het licht, namelgk otto brunsfsls' Biblisch BetÜmchlin. Der 
AUvdUer und herrlichen Weïbem^ beyd Alts und Newes Tes- 
taments. Ermahnung zu dem Gfbett und wie man recht betten 
8ÓtL BiBDBRBR „Nachrichten znr Eirchen-Gelehrten and Bücher- 
^^Geschichte'' II, 430 geeft yerslag yan den inhond. 

Een Ghebede boecxken. Fundament van aüe leeringhen. 
Dit is mg niet nader bekend. 

Tghulden Ghebedeboecxken vuyt den ouden ende nieuwen 
Testamente, 

Gbame geef ik mg het genoegen , om te doen, wat de Censor 
librorum yerzoimd heeft en den yolledigen titel yan dit aller^ 
belangrgkst werkje af te schrgyen. De Eoninklgke bibliotheek 
leende mg haar eicemplaar yan een geschrift, dat onder de 
letterkundige yoortbrengselen der 16® eenw tot de nitnemendste 
behoort. Het werd nltgegeyen te Vianen in 1568 door dirck 
BUYTEB met dezen titel: dat gulden ghebedeboecxken wt den 
ouden ende nyeuwen Testamente verghaderty na der manieren 
80 de heylighe Vaders ^ beyde mannen ende vrouwen ^ pleghen 
tot Godt in haren nooden te bidden. — Item noch sommighe 
schoone ende devote onderwysingen ofte dedaratien van den 
thien ghéMden^ van dat ghdoove ende van den Pater 
noster^ et. — Item een suyverlycke onderwysinghe vanden 
Ghdoove y Hope ende liefde. — Item noch een vertroostinghe 
der crancken. Ende hoe men voor de crancken bidden sal. et. 
In klein 8* beslaat het 194 rechts genummerde bladzgden en 
yerscheen met goedkeuring yan willem yAN yARiCK, pastoor 
en RoisLOF DOBB£, yicarius en priester te Vianen, en con- 
sent yan Heer hbndbik tot bredbbode. 

De belangrgkheid yan dezen bundel is hierin gelegen, dat 
hg den herdruk leyert yan yroeger yerschenen tractaatjes, 
waaryan enkele op den Index yoorkomen. Het zoo eyen ge- 
noemde Ghtheden der Bybelen neemt in dezen bundel de 
eerste plaats in. De yoorrede yan brxjnsfsls is echter, althans 
in dezen herdruk , niet opgenomen. Het geschrift heet in deze 
uitgaaf: die Oratien der Bybelen en omyat 70 rechts genum- 
merde bladzgden. 

De klachten door de landyoogdes bg herhaling tegen brb- 
DEROUfi geuit in hare briefwisseling met hem, door gacharo 



230 

bewaard in (om. Il der MCorrespondance de Qnillaame Ie taci- 
„iume", 419 over de yrgheid, welke hg aan de boekdrakkers 
yan Vianen yeroorloofde in het nitgeven van kettersche 
geschrifben, dagteekent eerst van 1566. Hjendbik ni ritttbr 
gehint toen niet meer te Vianen gevestigd te sgn geweest. 
Dat hg en vooral de beide geestelgken door den drok en de 
aanbeveling van dit bundeltje het hunne gedaan hebben, om 
het zuivere Evangelie te verbreiden, behoeft geen betoog. In 
één bundel werden saamgevat onderscheidene opstellen, uit 
wier inhoud licht en troost door zoekende zielen kon geput 
worden. Snkele daarvan zgn, geljjk bleek, veroordeeld ge- 
worden, zooals zg afeonderlgk het licht hadden gezien. 

Op de Indices worden niet genoemd de volgende tractaatjes, 
die ook in dezen bundel te vinden zgn: 

Een schoon wüegghinghe ende overdenckinge op den vytUdi^ 
sten Psalm f Miserere mei Deus. Ghemaed, door Hieronymus 
van Ferrarien^ broeder der Prediker oorden in die laatste daghen 
zyns levens. 

Hier begint den XXX PscUm: in te Domine speravi^ wtghe^ 
leyt door den sdven Hieronymum Savonarole in de Icuxtste 
daghen zyns levens^ deniodcken hi niet voleynt en hadde^ 
ward hi van den doot voorkomen loas. 

Van den dry e GodÜycke duechden^ te weten ^ Ghdoove^ 
Hope ende Liefde^ een schoon onderwysinghe. 

Davids Psalter Gébedewys^ inhoudende 150 Psalmen ghestelU 

door GEORGIUS SMALSINCO. 

Prof. DOBDKS zond mg zgn exemplaar van dit zeer stichtelgk 
boeksken ter inzage. Vgl. „Collectie van Bariora", 18. De 
150 Psalmen zgn daarin overgebracht in den geest en toon 
des Evangelies. Tot mgn spgt heb ik niets ontdekt aangaande 
het leven van den vervaardiger o. smalczikck. Het exemplaar 
van prof. dokdes werd gedruckt te Rees by my dkbiok wtlicx 
YAN SAimiN, anno 1578. De veroordeeling op den Index 
bewgst , dat daarvan reeds eene vromere uitgaaf beeffe bestaan. 
Wat het ,^Sen^um" XIX, 868 over den eersten te Rees 
verschenen druk bericht, is niet nauwkeurig. In 1614 werd 
het boekje herdrukt, blgkens een exemplaar in het bezit* 
van prof. dosdes. 






9J* 



231 

Een ZeUsaem gespraedc van twee Juden. 

Ik onderstel, dat bg deze opgaye gedacht moet worden aan 
Ein 9dt9am und uninderbarlicha Gesprdch von zweyen Jüdi' 
schen Rabinen géfuiUen^ in 1562 yerschenen, bjj herhaling 
herdrakt Yolgens mededeelingen van e. wsllbb ^^Annalen der 
^poëtisch National-Literatar der Deatschen im XVI and XVII 
Jahrh." H, 849. 

Het oude Christi Ghehoue^ teghen die nieuwe Papistische dolighe. 
Een opgave Tan den titel treffen wg aan bl. 12 yan het 
reeds genoemde tractaat ^^Qensianismos Flandriae Ocdd." 12, 
waar die titel in het Latjjn vertaald, aldus voorkomt: antv- 
qua fidei doctrina contra navas errores Papistarum, strobsl, 
de grondige kenner van melanghton's geschriften, heeft over 
dit tractaat van den hervormer alle gewenschte licht verspreid, 
3e7trage zor Literator besonders des sechszehnten Jahrhon- 
yderts*' I, 269. Eerst in 1567, elf jaren nadat melanchton 
ten behoeve van den Boomschen Koning maximiuaan deze 
Oiristlicher und gründlicher Bericht auff etliche gemeine HeupU' 
fragen und Ol^jectionen der Papisten und anderer von den 
fümemesten Stiicken der streitigen Artikel. Allen Christen zum 
unterricht séhr nötig und richtig gesteld had , bezorgde nicolaus 
SELNBCCJBA, tocn nog melanghton's vereerder, de uitgaaf, cheis- 
TOPH. PEZEL gaf aan hetzelfde tractaat eene plaats onder de door 
hem uitgegeven Consüia met dit opschrift: Fragen von eüff 
streitigen Edigions Artickeln so auff Befdch K, Maximüiaan II 
Seiner Majestet hofprediker an Ph. Mdanchthonem gdangen 
lassen* Vgl. «^Corpus Beformatorum" VIII, 699. 

Item van dat Gheloove oen onsen saiichmaecker Jesum Christü^ 
wat ombegrypelycke verdiensten^ heylicheyt ende salicheyt^ die 
wy daer door cryghen ende van eens chrislens menschen 
oeffeninghe ende wercken. 

Ik onderstel, dat op de Appendix met dezen titel, onnauw- 
keurig opgegeven, bedoeld is het reeds vroeger, vgl. bl. 72, 
veroordeelde tractaat: van den gheloove. Beden te meer, waarom 
het m^ spgt, den auteur van zulk een veel geaocht en gevreesd 
geschrift niet te kennen. 
Een corte ondersoekinghe des gheloofs^ ouer degene^ die hem totter 
ghemeynten gheven willen. Ghedruckt inden jaere 1506. Qui 



232 

liheUus praeter alios errores duo tantum recipü Sacramenta. 
Ik meen in den titel aangewezen te vinden een herdrok 
▼an de bl. 134 beschreven „ondersoekinghe" hier weinig naaw- 
kearig weergegeven. 

Die proeue des gheloofs. 

De exemplaren, die van dit tractaatje bekend zgn, behooren 
tot den r^ken boekenschat der Doopsgezinde gemeente van 
Amsterdam. Ygl. „Catalogas" dezer Bibliotheek II , 
13. De titel laidt als volgt: Próba fidei^ o ft de proeue 
des Gheloofs. Waerinne een yegelyck mensche^ van vxxi Opinie 
dat hy sy^ van woorde te woorde, en wercken te wercken^ hem 
proeven mach^ oft hy int Gheloove recht stoet o ft niet^ na de 
reden Pauli: Proeft u seluen^ oft ghy int Gheloove stoet ^ 
offte en kent ghy v seiuen niet? 2 Corinte 13 ende 1 Cor. 11. 
Nu nieus ghemaeckt ende in Druck utgegeven hy v. s. m. 
Jocob. 2 Ghelyck als het Lichaem sonder Geest doot is^ alsoo 
is oock het Ghdoove sonder wercken doodt, Ghedruókt int loer 
ons Heeren MDLXIX. 

Onder de initialen v. s. h. is de naam van den anteor 
VALBRius, soHOOL-MEBSTfiR aangeduid, den Doopsgezinden mar- 
telaar, die in 1568 te Brouwershaven gevangen genomen 
en gedood is, na, gelgk van braght II, 371 getuigt, met 
woeker zgn pond te hebben aangelegd, in Hoorn, in Mid- 
delburg en elders, het woord verkondigende en de jeugd 
onderwgzende. Het bovengenoemde geschrift acht van braght 
van zooveel belang, dat hg het eerste gedeelte in zgn ,,Mar- 
^^telaarsboek" heeft overgedrukt van bl. 372 tot 377. Uitvoerig 
is het werkje beschreven in de ,,Bibliotheca Belgica" Letter V, 
N. 138, de later gevolgde drukken in N. 139, 140, 141. De 
verwgs den lezer naar deze artikels, dewgl daarin niet alleen 
over de familiebetrekkingen van valerius gehandeld wordt, 
maar ook een brief van valerius opgenomen is, voorkomende 
in de uitgave van 1634, die vele bgzonderheden betreffende 
zgn leven bevat. Eene andere pennevrucht van valïrius, 
door VAN BRAGHT geuocmd , is tot heden alleen naar den titel 
bekend gebleven : Van 't afnemen ende vervallen der Apos- 
telsche ghemeente ende het opkomen des Antichrists en hoe het 
Ucht des Evtangeliums door desen verdonkert is. Gheschreven 



233 

m de tsesiichste Weeck stfns ghevangenisse met eene hertgron" 
ddycke vetmanighe aen den afvalligen van Gods tvoord^ opdat 
sy in tyds de genade des Almachtigen mogen soecken daer 
hy noch te vinden is. 

Een nieu Louens Ghehoue. 

De vertaling van het in 1545 door bützeb nitgegeyen geschrift: 
der new Glavh von den Doctoren zu Loven, die sich Doctoren 
der Gottheit rühmen, in 32 Artikeln fürgegd)en, mit Oirist^ 
licher Verwahrung dagegen durch die Prediger zu Strassburg^ 
Matt. 23 : 13, dat gericht is tegen de in 1544 door de faculteit 
der Leuyeneche hoogeschool, op yerzoek yan den Keizer yoor- 
geschreyene ordre de prêcher la doctrine des articles^ die bg 
de Boomschgezinden yeel misnoegen opwekte , terw^I de Keizer 
haar noodzakel^k achtte wegens de yaak niteenloopende ziens- 
wgzen der geestel^ken, waardoor de gemeente op het dwaalspoor 
werd gebracht. Vgl. fkossabd „l'^lise sons Ia croix", 171. 
Een der laatste penneymchten yan lutheb was ook tegen de 
Lenyensche artikelen gericht : contra 32 articulos Lovaniensium 
theologistarum martinüs luthbr doctor theologiae vocatus. Wit' 
tebergae 1545. De Lenyensche artikelen waren in het Doitsch 
yertaald en das algemeen bekend geworden. 

Goede manierlycke zeden, van erasmus. 

Vertaling yan bbasmus' de civilitate morum puerüium, opge- 
nomen in torn. I zgner ^^Opera omnia*'. Uitgegeyen in 1559 
bg JAN yAN WAESBERGHB is zg door denzelfden herdrukt in 
1587. Vgl. A. M. LEDEBOEB ^^hct gcslacht yan Waesberghe" 
46 en 53. 

Van den Grouwel der Missen , dat rnê Canon noempt : absqite 
nomine auctoris et loei. 

Wellicht eene oyerzetting yan lütheb's vom Misbratich der 
Messen. 1522. 



H. 

Vanden Hinnen tastere. 

IsAac LE LONO bczat in zijne bibliotheek ^^Catalogus" 99, 
N. 484: de Historie van den Hennentaster. Van een Vryer 






234 

en gehoufiden man. Een geding van Minnen» Gedmdst te 
Antwerpen. AUes in rym. Nergens heb ik een exemplaar ont- 
dekt. Ik weet niet te bepalen , welk verband er bestaat tosschen 
het eerstgenoemde en het Vlaamsch ,^TafelspeIken van twee 
y^personagien, eenen man ende een wyf, gecleet op zgn boersche'*, 
gelgk dit voorkomt in prof. h. b. moltz£R*s „de middenneder- 
„landsche dramatische poezy" (1875), 812. In deze samen- 
spraak roept het wyf tot den man: 

„na tast, hinne tastere" 

met deze woorden hem nitnoodigende , om in een korf naar 
eene daarin bewaarde hen te tasten : doch in plaats yan de hen, 
vindt hg een ei, hetwelk hem doet uitroepen : 

„haat, ziet, dit zyn vremde miracalenl 
zonde de hen geleyt hebben sonder cacelen? 
lek en hoorde mgn dagen noynt vremder clate*'. 

Kan dit „Tafelspelken" algemeen bekend zgn geweest onder 
de woorden: „binnen tastere", en is het verboden als konnende 
leiden tot versmading der mirakelen? 

De Historie van Antechrist met de heeste met seuen hoofden met 
de Paics croone. Antwerpiae bij jan van ghele. Anno 66. 
Dit is mg niet bekend geworden. 

Historie ende prophetie vuyt der heyligher scrif turen ^ Anir 
verpiae bij liesveldt. 

De vriendelgke tnsschenkomst van prof. dobdss stelt mg 
in staat, dezen titel nader toe te lichten. De hoogleeraar bezit 
twee exemplaren van dit geschrift; het eene in 16^, het andere 
in klein 8^, „Collectie van Rariora", 68. Historiën ende. Pro- 
phecien wt der heyliger Scriftueren^ verciert met suyverlike 
heeldinghen ende devote ghébeden luidt de titel. Uitdrakkelgk 
wordt verzekerd, dat het werkje gevisiteerd en geapprobeerd 
is door NicoLAUS ooppun db montibüs, deken van St. Pieter 
en kanselier der Universiteit van Lenven, en dat het, 
namelgk de editie in 16^ gheprint is door mards ancxt, 
toeduwe van jacob van libsvbldt, in den Schilde van 
Artois^ terwgl de uitgaaf in klein 8^ „nieuwelinge geap- 
„probeerd is door jan goossbns van oobschoi, van 8t. Jacob" 



235 

te Antwerpen en aitgegeren door deselfde firma, namelgk 
de Weduwe yan libsyslt. De uitgaaf in 8® is Yoorzien van 
een almanak, loopende van 1550 tot 1564; die in 16^ yan een 
dergelgke van 1555 tot 1577. De opstellers van den Index 
hebben scherper toegezien, dan de visUatores; de tekst, die 
de weinig fraaie plaatjes moet toelichten, de gebeden, die 
het boekje beeloiten openbaren eenen Eyangelischen geest en 
nopen ons het geschrift toe te kennen aan eenen aateor, die 
niet veel wilde weten van de instellingen en yormen der 
Boomsche kerk. Uityoerig handelt prof. doedes oyer de waarde 
yan dit boekje in ^^Stndiën en Bgdragen op 't gebied der 
,;3istorische Theologie*' IV, 224. 

De Historie van Broer Kuysche^ by claes vanden walle. 
Sine nomine aiictoris et privilegio. 

Ter yerklaring yan dezen titel waag ik de gissing, dat 
daarbg gedacht moet worden aan het zeer geliefkoosde gedicht: 
Bruder Rausch^ waarin de onknischheid der kloosterheeren 
zeer plastisch werd yoorgesteld en een geestig anteor aan het 
woord is. Over de onderscheidene oitgayen en bearbeidingen 
ygl. men de door kobisbstein gegeyen aanwgzingen. I, 321. 
SDCBOOK nam het op in zgne ,^die deatschen Volksbücher" 
VI, 887. De Nederlandsche origineele uitgaaf had den titel: 
brod rusch. Ygl. weller „Annalen u. s. w." II , 858. 

Historie van Lazarus redeuiuus per joannem sapidum Seles- 
tadium, 

JoANKES 8AFIDUS, eigenlek wiTz geheeten, kweekeling yan 
de school te Schlettstadt, in Straatsburg praeceptor 
geworden, yeryaardigde ter inwgding yan het nieuwe Qym- 
nasium aldaar een schooldrama: Anabion^ seu Lazarus redi- 
intms, Comoedia nova et sacra. 

De naam des dichters heeft zeker meer dan de inhoud tot 
de yeroordeeling bggedragen. Een nadruk yan 1540 te Ant- 
werpen bg JOH. sTBELsius maakte het hier te lande meer 

m 

bekend. 

Historie van Théball ende Ermilina. 
Dit is mg niet bekend. 

Historie vanden rycken ende Lazarus^ 



236 

Jaoob fünkbun, predikant te Biel, reryaardigde een spel: 
vom reuhen Mann und armen Lazarus , waarin yoorkwam 
een tusschenspel , den strgd van Venns en Pallaa voorstellende, 
dat gegeven werd ter gelegenheid van een maaltgd des rgken 
mans. Vgl. kobbrstein ^^Gesch. der Dentschen Nationnallitt.(1872) 
I, 887. Over zgne verdiensten als dichter van gezangen 
spreekt b. e. koch ^^Gesch. des Eirchenl. nnd Kircheng." 
(1867) n, 54. 

Eene Duytsche Historie vanden verduldighen Job, 

JoHANNEs LO&iOHiüS, geboren te Hadamar, van 1542 tot 
1554 hoogleeraar te Ingolstadt, niet te verwisselen met 
den gelgknamigen Secretaris van willem, prins van Oranje^ 
stond onder de Latgnsche dichtei*s van zgnen tgd hoog aan- 
geschreven. 

De Index veroordeelde de vertaling van het door hem veiv 
vaardigde: Johus. Patientiae spectaculum^ in comoediam et 
actum comicum nuper redactum. De zonderlinge titel van het 
stnk doet ons het gemis van de gelegenheid, om met zgnen 
inhoad kennis te maken, beklagen; verklaarbaar is het, dat 
de vertaler dien wgzigde. 

Historie van Moorkens vel 

De bibliotheek der Maatschappg van Nedert. Letterkonde 
bezit (^^Gatalogns" I, 213) een bundeltje: Veelderhande ge^ 
neuchlicke Dichten^ Tafelspelen ende Refereynen^ gedrukt te 
Antwerpen hy jan van ghblsn, op de Lombaerdsveste in den 
witten Hasewindt 1600. Het is eene ongepagineerde bloem- 
lezing van vroeger aitg^^vene stokjes, waarbg ook opge- 
nomen is Moorkens'Vel van de quade wyven met het motto: 

„ick ben ghenaemt het Moorkens- vel , 
„de quade Wyven kennen my wel". 

De moraal van deze laffe samenspraak is begrepen in de 
slotwoorden : 

y^Dus laet u man 'twanbuys en de broeck aen, 
„Of men soa u oock in Moorkens-vel slaen". 

Een Hanfboecxken van devotien^ sine nomine auctoris. Ant- 
werpiae apud joannem latium, anno 56, apud reerberghe 
57 , apvd TA VERNIER 67 et 68, bij claes van den wouwere. 



237 

Dezen idtel kan ik niet toelichten; iets, wat mg yooral 
Bpgt ten aanzien van het aangeduide geschrift, waarnaar veel 
▼raag blgkt geweest te zgn. Of staat het yrg , bg dezen titel 
te denken aan het bekende werkje van di&k philips, Enchv- 
ridion oft Hantboecxken van de Christélycke Leere ende Rdi- 
giouy nu nieus gecarrigeert ende vermeerdert? Ghedruckt 1564? 
De genoemde jaren van uitgaaf, op den Index yermeld, en 
het ,,nu nieus gecorrigeerd enz. op den titel, begunstigen 
het gevoelen, dat er een yroegere druk dan die van 1564 
bestaan heeft. 



L. 

Een schoon Christélycke leeringhe van den gheestelycken tempel, 
ende wereltlycken tempel, oft goet is kercken te timmeren, 
oft niet. 

Het tractaat hier genoemd bleef mg onbekend. 

Item een schoone ende profitelycke Leeringhe, vuyt Gods woort 
allen menschen vermanede tot de Hemelsche wedergheboorte 
en de niewe creature. 

In 1556 verscheen deze herdruk van uenno simons opstel, 
waarvan de titel nog deze woorden heeft: zonder welcke nie-- 
mant , die tot aijn verstant ghekomen ia, een waerachtig Christen 
is, noch 9^ kan. Over de onderscheidene bewerkiugen en uit- 
gaven van dit tractaat, vgh ^^Gatalogus** van de bibl. der 
Doopsg. gemeente te Amsterdam, II, 186. 

Liedtboecxkës. Ghedruct hij ja va ghele anno 4548. 

Wackesnaobl a. a. O. 17 noemt jan van galbn ^^op die 
^^Lombaerds-Veste in den witten Hasewint*' uitgever van vier 
Refereinen, gedrukt op éen blad in vier kolommen. Ik waag 
de gissing, dat jan van gelbn in 1548 den eersten, hier 
veroordeelden druk bezorgd heeft van: een nieu Liedenboeck 
van aUe nieuwe ghedichte Liedekens, die noyt in drtick en syn 
gheiveest, ghemaekt uyt den Ouden ende Nieuwen Testament, 
nu eerst hy den anderen vergadert ende nieuvüs in Druck ghe^ 



238 

bradU^ met dezen titel oitgegeTen in 1562. De voor- en 
narede yan dit bundeltje, waarvan de bibliotheek der Doops- 
gezinde gemeente van Amsterdam een exemplaar bezit, 
bevatte de opmerking, dat deze drnk van 1562 een ver- 
meerderde is van die, welke 28 Mei 1560 en 19 Febroari 
1561 het licht gezien hebben bg nicolaas bubstkens en naar 
mgne meening door die van 1548, in den Index genoemd, 
vgl. hiervoor bL 185, is voorafgegaan. Het zon zeer verUaaiv 
baar zgn , dat een dergelgke , veel gezochte bnndel met het 
vonnis der veroordeeling getroffen werd. 

Een schoon nieuwe geestelyck liedL lm thoon^ ausseynderhetrusten 
ghemuet ghedachtich 'tzu zinghen eyn liedL 

De opgegeven wgze vond ik elders niet vermeld. 

Sommighe Duytsdhe liedekens. 

Twee nieuwe gheestelycke liedekens ^ sine aucixyre. 

In ^^Serapenm" XXX, 78, waar eenige „Geistliche Dich- 
„tangen" worden genoemd, die in het bekende werk van 
WACKEBNAOEL en ook door anderen onvermeld zgn gebleven, 
vond ik a. a. O. 79 onder N. 7: zwey newe GeystUche 
Lieder^ Das erst. Ich armer mnder dag mich seer etc, 
im Than^ ich armes meydlin. Das ander ^ ye noch nimer rewt 
mich das mein gemiet. Zg zgn vervaardigd door j. f. en waar- 
schgnlgk in 1540 gedrukt. 

Leyssenen ende gheestelycke liedekens. 

De opgegeven titel, hoe kort ook, noopt te denken aan 
den bnndel, die beschreven is door te water „Verbond der 
„edelen" lY, 447: Een devoot én profttélysk hoecxken^ m^ 
houdende veel ghestdycke Liedekens en Leyssenen^ diernê tot 
deser tyt toe heeft connen ghevindê in prente oft in ghe^ 
êchrifte; wt diuersdie steden en plaetsen bi een vergadert 
eii bi malcandere ghevoedit. En ddc liedeken heeft sinen 
bisondere toon^ wise oft voys. Op de mgzgde van den titel 
staat onder de Latgnsche goedkenring: dit boecxken is gheprent 
met Keyserlycker Privilegie in die triumphdycke coopstadt van 
Antwerpen, op die Lornbaerden veste tegen die gulden hanJt 
ever. Bimi Symon Cock. Int iaer ons Heeren MCCCCCXXXIX^ 
XXVIII Septembris. De „première Catalogae" van ouvns 



239 

N. 222 kent een dergelgk exemplaar. Herdrukken en toeyoeg- 
selen tot den tekst hebben gewis het werkje doen veroordeelen. 
Willens ^^Oad-Vlaemsche Liederen" XLIV, schgnt eene nilr 
gaaf yan 1550 gekend te hebben. 

Lingtia erasmi, Int Vlaemsche by symon gogk, anno 55. 

Eene vertaling yan het yoortreffel^k opstel yan siusmus: 
Iringfua, sive de linguae usu et ahtisu^ opgenomen in torn. IV 
zgner „Opera omnia*'. 

Naar zgne gewoonte ontziet hg zich niet, waarschuwende 
yoorbeelden aan het onwaardig gedrag yan geestelgken te ont- 
leenen, en spaart deze eyenmin als andere standen der maat- 
schappg. Ten yoUe verklaart zich alzoo de gretigheid, waar- 
mede vande tonghe onder de vrienden van de Hervorming der 
16« eeuw werd gezocht. Vgl. de „Mémoires de Franc, de 
„Enzinas" torn. II, volgens welke in onderscheidene verhooren 
daarvan sprake is. 

In 1632 verscheen te Rotterdam eene nieuwe uitgaaf 
der vertaling , die vroeger, blgkens de voorrede, reeds tweemaal, 
doch slecht vertaald, was gedrukt geworden. Deze uitgaaf 
van 1632 werd naar den Latgnschen tekst herzien en daarbg 
opgenomen eene overzetting van den brief van srasmus aan 
pater sekvatiüs , overste van het klooster , uit hetwelk brasjcüs 
vertrokken was. Den lezer verzwggt hg niet, hoeveel er was, 
dat hem van het kloosterleven afkeerig gemaakt had. Te recht 
mag deze brief eene bgdrage heeten tot de levensgeschiedenis 
van onzen groeten landgenoot. 



O. 

Een sonderlinge salige oeffeninghe der Passien Christi, 

Zonder aanwgzing van het jaar der uitgaaf zag te Am- 
sterdam bg BATBOLOMBUS JA0OB8Z. het licht: Devote oeffe^ 
nmghe vander pcLSsien Jhesu Christi. Gheprent tot Leyden hy 
FiTBB jA»sz., volgens ]toooB*8 „Amstcrdamsche boekdrukkers 
„en uitgevers van de 16« eeuw" in „Bibl. Adversaria" V, 50« 



240 



Den Offer des Heeren, 



Den Opoffer der Marteleeren ^ met verscheyden sendtbrieuen. 
Sectae Mennonisticae, 

Ik Iaat beide titels onmiddellyk op elkaoder yolgen, dew^I 
ik het er voor honde, dat zg hetzelfde boek betreffen en 
eigenlgk op deze wgze te verbinden zgn: 

Den offer des Heeren (dat is) den opoffer der Marteleeren ^ met 
verscheyden sendtbrieuen. Sector Mennonisticae. 

De tweede titel dient, mgns achtens, ter toelichting yan 
den eersten. Hier toch is spraak van het Doopsgezinde Mar- 
telaarsboek: Dit Boec wort genoemt: Het offer des Heeren^ 
om het inhout van sommighe opgheofferde kinderen Gods: De 
wdcke voortghehracht hebben wt den goeden schat haers herten^ 
Bdydingen^ Sendtbriewen en Testamenten, de welcke sy met 
ten monde beleden en metten bloede bezegheU hebben. Tot 
trooste ende versterckinghe der SUuhtschaepkens Oiristi, die 
totter doot geschiet zyn. Tot lof^ prys ende eere des geens 
diet cd in altê vermach, wiens macht duert van eeuicheyt tot 
eewióheyt. Amen* Noch z^ hier byghedaen ved Liedekens j 
Bélydingen en Brieven, die noyt in druc en zyn geweest. 
2 Timoth, 3 v. 12. Item dit Boecxken is verchiert met ved. 
schoone aenwysinghen , de welcke ooc mede op de letter en 
veersse ghestelt zyn. Een Liedlboecxken tracterende van het Offer 
des Heeren, int welcke oude ende niewe Liedekens wt ver^ 
sdieyden copyen vergadert zyn , om by het Offerboeck gheuoecht 
te worden; want het van eender mater yen ntert, als van ver^ 
raden j vanghen ende dooden aenghaende der Slachtsdiaepkens 
Oiristi, die de stemme haers Herders Jesu Christi getrouwelyck 
ghéhoorsaem zyn gheweest totter doodt toe. Item is hier een 
Begisterken achter hy gemoed , om elck Liedeken op zyn Folium 
te vinden. Mat^. 10 v. 22. 

In MGGGGCLXU— UI en MGCCCGLX VII zagen drukken het 
licht f waanran prof. dobdks een exemplaar bezit, door hem 
beschreven in zgn ^^Nieuwe Bibliographische onderzoekingen" 
(1876), 63, ^^Stndiên en Bgdragen op 't gebied der Historische 
.^Theologie" IV, 233 , „Collectie van Rariora'* 92. Over andere 
en latere uitgaven zg geraadpleegd de ,^Bibliotheca Belgica'* 



241 

in Yoce, die ook de aandacht yestigt op eene yan 1566, door 
prof. PAUL FBBDBsicQ Ontdekt. 

De Censores hebben te recht begrepen, dat zg moeilgk 
volstaan konden met het noemen yan den titel: den Offer des 
Heeren. Deze zeer onbepaalde uitdrukking kon tot misyerstand 
aanleiding geyen; zg moest omschreyen worden. Den geheelen 
titel yan het boek oyer te nemen , had groote bezwaren. Eene 
korte omschrgving was voldoende en die werd gegeven in de 
woorden: den Opoffer der Marteleren ^ met verscheiden sendJt- 
hrieuen. 

Opdat er geen twyfel aangaande den schadelijken inhoud 
van het geschrift zou overblijven, werd bij de opgaaf van 
den titel de opmerking gevoegd: Sectcte Mennanisticae. 

Deze opmerking bewijst, dat het gebruik van den naam 
Mennoniet ook in het Zuiden des lands was doorgedrongen 
en opgenomen in stukken, die van de regeering afkomstig 
waren. Trouwens , zg klonk daar niet vreemd. Broeder cobnëlis 
had haar reeds bg herhaling gebezigd in zijne ,^Sermoenen" 
(uitgaaf van 1592, bl. 211), waar hg klaagt, dat de mensch- 
heid van ghbistus betoogd moest worden tegen de Mennonieten 
of Herdoopers, en deze verdeelt in Mennonieten^ David-Joristen 
en Adamieten. 

Prof. SAMüEL MT7LLBR heefb, met het oog op de Noordelgke 
provinciën, gehandeld over de beteekenis der benamingen 
Mennonieten en Doopsgezinden in het ^^Jaarboekje voor de 
^^Doopsg. Gemeenten'^ 1837. Hoewel ik met hem geloof, dat 
het invoeren van dergelgke benaming menno niet aangenaam 
wezen kon, gelgk deze afkeurend sprak over hen, die naar 
zgn vriend diek philips zich Dirkisten noemden, mag het 
bezigen van zgn naam door zgne geestverwanten volkomen 
verklaard worden uit den rechtmatigen wensch, om langs 
dien weg de gehate benaming van Wederdoopers of Herdoo^ 
pers in onbruik te brengen. En wat lag meer voor de hand, 
dan zich te noemen naar hem, die sinds 1539 de goede zaak 
met zgn pen diende, meer dan eenig ander zgner geloofs- 
broeders. 

Ook de benaming Doopsgezinden was in België bekend. 
VAN vaebnswyck's ^^beroerlicke tyden*', geschreven tusschen 

16 



„1 



9>l 



242 

1566 en 1568, bedienen zich daarvan herhaoidelgk. Zie b.y. 
I, 241 : ,jDie doopsghesint waren, zeyden, dat die ander yelt- 
^^predicanten Galyinisten en de andere verleiders waren." Op 
eene andere plaats, II, 342 vinden wg het volgende, dat ik 
hier overneem, zonder dat ik het geboekte naar behooren kan 
toelichten. ,^Men zecht, dat als nn die Anabaptisten een 
^^boacxkin laten uni^haen, dat heeten zy van den hdighen 
„ghezange. Ten zyn gheen Psalmen davidts, maer nochtans 
„{zoo ie ghehoort hebbe) vnl tecxt der Schrift gesteken, 
4aer zeer grooten aerbeyt np ghedaen zoude zgn; ende zjjn 
yooc veel liedekins van hare voor jnsticie ghestorvene broeders 
»ende zusters, zoo zy se noumen, die haer offisranden ghedaen 
yhebbeu, wat zij spraken in hare examen ende uuterste, ende 
,^wat men tot hemlieden soude ghezeyt hebben. Dit boecxkdn 
^gheoomen synde onder die handen der Calvinisten , zoo hebben 
,zyt ghevisiteert ende tzelve laten herdmcken , daerin stekende 
y^sommighe dinghen vanden haren ende uutlatende sommighe 
„proposten van de Dooper8ghezinde'\ Het door vabsnxwtgk 
te boek gestelde ziet blgkbaar op het Liefbo^aken nxihteir hei 
Offer des Heeren geplaatst; doch wat hg bedoelt met de 
daarvan vervaardigde en wat den inhoud betreft gewgzigde 
herdrukken, is mg tot heden niet duidelgk. 

Een sticMelycke ende scriftelycke Onderrichlinghe van dai doopsel 
ende Avontmael Christi Jesu^ seer nut nu ter tijt voor 
alle slechte menschen. Ghedruckt te Campen in de hofstraele^ 
bij my , jan janssen , anno 1566. In calce vero libri hdbetur. 
Dit boecxken is eerst ghemaect int Latyn van peeter 
BLOXTO , gheboren te Dieghem bij Brussel in Brabant. Schoei- 
meester tot Leyden in Hollandt 1562. Da^er naer in duytsche 
voor slechte menschen. 

Ik meen, dat het exemplaar van dit geschrift, hetwelk 
in de bibliotheek van isAac meulkan gevonden werd („Cata- 
logus*' I, 26), het eenige is, dat onzen tgd bereikt heeft. Prof. 
KIST, wien wg de kennismaking met bloggiüs danken „Nederl. 
„Archief' II, beroept zich op de vermelding er van in deze 
Appendix. 

Een cort Onderwys. 

De volledige titel luidt aldus: Curt onderwys der heyligher 



243 

SAriftuere op ighebedt ons Heeren. De Ynghdicke groete. De 
XII artictden des ghdoofs. En de thien geboden Gods. Gent 
1555 door steybn tan ktlbiskb, priester, herdrukt in 1578^ 
▼olgens BLOKHAEBT ,^de Nederd. schrgvers Tan Gent/' bl. 63 
met Temnderingen naar de leer der HerTormden. 

Corte Onderwysinghe der Heyligher scriftueren, hoe wy den 
Duuel^ de wereU ende het vleesch weder staen sullen. AnU 
uerpiae by keerbergen, anno 67. 

In 1562 zag te Antwerpen bj taternieb, geappro- 
beerd door kabtinüs cools, plehani^ BruxeUensis^ dit in 1567 
herdrukte werkje het licht. De uitgaaf Tan 1562, nit de 
bibliotheek der Maatschappg van Letterkunde mg welwillend ter 
leen Terstrekt, beTat boTendien: een vertroostinghe in allerlei 
lijden; item noch eene onderwysinghe en ten slotte een seer 
schoon Refereyn^ alles gedrukt met de zoogenaamde ^^caractdres 
,,de (ÜTilité." De gissing ligt Toor de hand, dat de druk Tan 
1567 zonder kerkel^ke goedkeuriug, wellicht wegens aange- 
brachte wgzigingen in den tekst, uitgegeTen is, of dat het 
geschrift reeds na z^n eerste Terschgning wegens den inhoud 
een min gunstigen naam by de geestelgkheid had Terkregen 
in weerwil Tan de daaraan gegeTene kerkel^ke goedkeuring. 

OuiditLS Naso bij jan van ghele, anno 1567. 

In 1553 waren bg hans de labt de Heróidum Epistolae 
in Duytsche overgeset door c. tan ghistblb, uitgegeTen; in 
. 1554, 1555, 1559 en 1570 herdrukt. Waarschgnlgk heeft 
JAN TAN GELE in dicu tusschentyd eene gelgke uitgaaf bezorgd. 
OTcr deze en de overige Tcrtalingen en geschriften Tan oobnelis 
TAN omsTELB Terdicut de ,,Bibliotheca Belgica" op letter G. 
Tergeleken te worden. 



P. 

De passie ons Heeren JesuChristi als ons Nicodemits ende de 
vier Euangelisten hescrguen. Antwerpiae^ bij claes vanden 

VTOUy^ERE. 



244 

Eene TertaUng nrn het red gen>chte Eoan^diufn Kcodemi 
mei die der kanonieke ETangeiiëii. Green der sefargTen OTer 
de apocryphe ETUigdiên maken ran deigel^e Tertaling gewag. 

ELuH ^^Beperi. bibL" II, pag. 487 , noemt een hoogdoitBchen 
tekfli, naar welken de in den Index Teroordedde gewÏB yer- 
yaardigd zal vgn. 

Den edelen hooghen ende Iroostelycken sendEbrief^ die de hey- 
lighe Apostel Paulus tot den Romeynen gescrevë fêeeft, ver- 
claerl en gals vlytich met emste van woorde tot woorde utUgeletft 
tol éêder costelycker niUticheyt eh troost allen goetwüUgen 
liefhMyers des eeuwighen oneynlycken tuaerheyts. 

Ten jare 1533 is zonder aanw^zing Tan plaats der nitgaTe 
of naam des aitgeTers gedrukt deze commentaar op den brief 
aan de Romeinen yan MKLcmoR hofkanh. De bibliotheek der 
Doopsgezinde gemeente te Amsterdam bezit een exemplaar 
Tan dit geschrift, in 16^ 356 bladzgden groot „Oatalogns" 
n, 22. OTer den inbond is nitToerig gehandeld door w. j, 
LBSHBERTz (1883) „Werken Tan Teyler's godgeleerd genoofc- 
,,schap". Nieuwe reeks XI, eerste stok, 260 en f. o. zuk 
IJNDVN, (1885) XI, tweede stok, 297. 

Postille op de Epistelen ende Euangelien van aUe Sondaghen^ 
ende sonderlinghe Heylighe dagen des géheelen Jaers, sonder 
naem des autheurs. 

Naar eene opgaTe in ssilkuse's „Gatalogae*' II, pag. 89 
No. 2164 is bedoeld eene OTeraetting Tan luthbjl's JPostiUen, 
op wier laatste bladzgde te lezen staat: ghednid te Basd hy 
mi ADAM AüONTMUs int jaer ons Heeren 1528. De eigenlgke 
naam des oitgeTers was adam petbi tan lanoendobff y^Bibliogr. 
„AdTersaria" V, 287. By herhaling genoemd in de proces- 
stokken, opgenomen in de ^^Mémoires de Franc de Enzinas" 
n, blgkt zg zeer gezocht te zgn geweest. Beeds in Aogostas 
Tan 1566 klaagde de landTOOgdes OTer het Terzenden naar 
Eenlen Tan les appostiUes de martin luthbr sur VEvangilej 
traduictes d^aüeman en thiais. Ygl. oachaed ^^Corresp. de 
,,Gaill. Ie Tacitnme" II pag. 204. 

De blgTcnde belangstelling in het geschrift Tan ldthxR) 
waarnm de eerste drok der Tertaling zgn naam op den titel 
Terzweeg, bleek uit het Terschgnen Tan eene nieawe over- 



245 

zetting: HuyspostiUe op de Euangelien van de Sondagen en de 
principaélste Heylichdagen , door het gekeele Jaer^ van mabtinus 
LUTHEE saliger ghepredict en nu overgheset, gedrukt door Nioo- 
LABS HBKDBics in 1567, b^* SEBRüEB Vermeld ^^Gatal." Il, 
bl. 89 onder N^ 2165, maar niet genoemd onder de nitgaven 
yan nioglaas hbkdbiks, te yinden in het werk yan Dr. a. vak 
DER UKDB „die Nassaaer Drücke der Königl. Landesbibl. in 
„Wiesbaden" (1882) I, 7. fhiup yan wesenbbkb, broeder van 
den meer bekenden xacob, is daarvan de vertaler. 

Eyns freijaerts Predich. 

Onder deze opgave, hoe ondoidel^k ook, schnilt kennelgk 
de titel van: Freyharts Predigt sampt hundert aUen Sprüchen 
der WéUlauff betreffendt. Volgens geabssb „Trésor des livres" 
n, pag. 634 was li. apiaeitjs te Bas el in 1540 daarvan de 
uitgever, werd het herdrukt in 1560, 1575, 1584, 1613 
en is het opgenomen in kellee's >^Fa8tnachtspiele'\ De vol- 
ledige titel loidt: Freyhardta Predig, Hundert schone aUe 
Sprüchj der WéUlauff betreffendt ^ sehr nütüich^ lustig und 
kurzweylig zu lesen und zu horen. Vgl. over de onderscheidene 
nitgaven wellee „Annalen" II, 305. 

Prognosticatie van Pantagruel^ Gandavi by lanwel 54. 

In 1532 verscheen dit bijvoegsel van eabelais' Pantagrud 
voor de eerste maal. Vergelgk bettnet „Mannel da Libraire" 
IV, 1064. 
De Psalmen Dauid ende ander lofsanghen vuyt den Franchoy- 
sche dichte gemaeckt door clemêt marot, ende theodore 
DE BEZE, in nederlantsche spraecke ouerghesedt door petrum 
DATHENUM, ende door denseluen wederomme ouersien en ver- 
betert^ mitsgaders dë Christelycïce Catechismus ceremoniën en 
geboden. Gheprint int Jaer 4567, dbsque nomine loei. 

Bl^'kbaar is het veroordeelend vonnis van den Index ge- 
grond op de kennismaking met een exemplaar van den nadmk 
der eerste Psalmuitgaaf van dathenus, in 1566 te Hei- 
delberg verschenen en van wier titel in het genoemde 
werk van Prof. doedes eene kenrige photographie voorkomt. 
LE LONG, y^Eort verhaal" bl. 125, spreekt over dezen nadruk 
en onderstelt, dat hg ergens in de Nederlanden zal plaats 
gehad hebben. 



246 

De Psalmen Dauids van clement marot in dichte ghesteÜ by 
LUCAS DE HEERE. Te Ghendt by manilium, anno 65. 

Met rerkorting wordt hier de titel opgegeven van bb hesbs's 
Psahnber^ming, in 1565 te Gent bg ohilbin maniliüs in 
het licht verschenen. Vgl. over haar j. van ipbrbn, ^^Hist. 
„van het Psalnigezang" I, 131 volg. 

Psalmes of Dauid^ In Enghelsche metre, bij thomas van ster- 
NEHOLDE, ceL Londini cum notis apud joannem dahii, 59. 
De vervaardiger dezer EDgelsche vertaling, thomas stbbn- 
HOLD had 51 Psalmen bergmd, en het genoegen gesmaakt, 
dat ze bg zgn leven, en na zgn dood in 1549, herhaaldelgk 
herdrukt werden en in gebraik bleven. Bg hsndbik YIIE en 
EDüABD VI was hg in dienst en zeer gezien. 

Den derden Psalm van Dauid bij erasmus. Apud mariam 
ANCXT, Antuerpiae anno 51. 

In 1523 verscheen deze Paraphrasis in Psalmum III ^ door 
eeasmus opgedragen aan melchiob wandol, een godgeleerde 
van Lenven. In zgne „Opera Omnia" komt zg voor torn. 
y. De vertaling zag in 1558 nog eens het licht bg „die 
„weduwe van jacob van libsveldt" volgens sbbbube's „Gatal." 
II, 6 onder N^ 1939. Eene nitgave, zonder opgave van 
jaar des draks verscheen by ian van libsvblot. Prof. dobdbs 
bezit van deze een etemplaar met den titel: den derden 
Psalm van David^ die hy maeckte als hy moeste vlien^ om 
der persecutie en verudghingen wtüe^ die hem synen sone 
Absalom dede . . . Wtghdeyt van bbasmüs van Rotterdamme. 
Eene beeltenis van bbasmus is in deze nitgaaf opgenomen. 
Vgl. „Gollectie van Rariora*', bl. 55. 



R. 

schoon luMich Ratersbiichlyn in 'tduytsdi^ 

B. wblleb heeft in „Serapenm" 1858, 239, waarmede men 
vergelgke „Serapeum" 1862, 82, enkele proeven gegeven 
van den inhoad dezer soort van literatnar, die in hare spot- 



247 

zocht niets ontzag. Vragen en antwoorden zgn doorgaande 
in rgm gesteld. Onderscheidene uitgaven yermeldt hg in zyne 

Annalen der poet-nat-Ldt der Dentschen im XVI nnd XVII 

JahrL" n, 299. 






Refereijnen van dat Oordeel^ sine audore. 

Refereinen soo amoureus én tvys. Antuerp. bij jan van ghele 
ende bij liesüeldt. 

Het is niet wel doenlgk met de door k. bttxlbns aitgegeven 
^^Befereinen en andere gedichten nit de XVIe eeaw", 3 deelen 
1879 — 1881 Toor mg, aan te wgzen, welke refereinen met de 
yeroordeelde bedoeld werden. Of heeft de Index reroordeeld 
een eerste nitgaaf der ^^Veelderhande genenohelicke Dichten, 
y^Tafdspelen ende Beferegnen" waarran bg jan tan gblbn in 
1600 een herdrak yerscheen? 

Reijnaert de vos. 

In het jaar 1566 yerscheen van de pers yan piantun een 
druk yan dezen yeel gezochten Roman. Vroegere nitgayen, gelgk 
die yan 1479 en 1485, droegen den titel: ^^die Historie" of 
^^Historie yan Reynaert de Vos". Vgl. Dn schotbl „Vader- 
^^landsche yolksboeken" H, 185, yolg. De titel der oitgaye 
yan 1566 Inidde: Reynaert de Vos, Een seer ghenouchlicke 
ende vermakelicke historie: in Hfranchoyse ende nederduytsch. 
Reynier Ie renard. Histoire tres ioyeuse et recreative^ en 
francais et bas aUemand. De yorm was klein octayo, de 
bladzgden in twee kolommen, de figuren in houtsnede. De 
dedicatie dro^ de onderteekening yan joannes flobiantjs, 
yertaler yan de Metamorphoses Ovidiij gedrukt bg hans de 
LAET in 1552. Vgl. h. q. janssen, ,^de kerkh. in Vlaanderen", 
1^ deel, bl. 155. Flobianus werd later predikant in Brussel 
en stierf den marteldood onder fabma. 

De naam des yertalers en de yeroordeeling door de Appendix 
geyen yoedsel aan het denkbeeld, dat bg deze yertaling eene 
uitgaaf gevolgd is, die te Rostock in 1538, daarna in 
1543, 1549 en 1553 yerscheen, yoorzien yan glossen, blgk- 
baar afkomstig uit de pen yan een Protestant. Wie is deze? 
Prof. KBAUSB uit Rostock beweert, dat het obbe fhilips 
geweest is. Zie zgn artikel over dezen in „Allgemeine Deutsche 






248 

i^iogi^phie'' XXVI, 80 en „Eorrespondenzblatt des YereiDS 
i>för niederdeatsche Sprachforschnng," 1885, X, 48. Dat 
OBBB na zgn vertrek nit ons vaderland zich te Bostock 
gevestigd heeft, blgkt uit den door prof. bitsghl medege- 
deelden brief in bbdsoeb's , ^^Zeitschrift for Eirchengesch." YI , 
502, waar w^' lezen ,^dass einer, der ubbb genannt, von dem 
sie sich Obbiter nennen, welchen se vor yren Bischoff 
achten, zn Bostock wanafftich sein solle". Wg weten, dat 
hg zgne betrekking tot de Anabaptisten verbroken heeft, 
toch te Bostock is blgven wonen, waar hg als Med« Dr. 
in de voornaamste kringen verkeerde. Bg hem mag men 
bekendheid met de literatuur zgner voormalige geestverwanten 
onderstellen, dus ook met de tractaten van david joris. Dat 
eene collectie dier tractaten te Bostock het Ucht zou hebben 
gezien, werd beweerd, doch dit gevoelen bestreden door Dr. 
BOGGE „Bibl. Adversaria*', Nieuwe Beeks I. Deze quaestie 
wordt hier ter sprake gebracht, dewgl die tractaten verkeer- 
delgk aan obbb philips zgn toegekend. Geschreven heeft hg 
ze zeker niet; gebruikt hoogst waarschgnlgk wel. In een dier 
tractaten werd de klacht geuit, ,^dat onbevoegde predikers 
veel prediken, hetwelk over de hoofden heengaat, dat zg op 
den Paus schelden , de monniken belasteren , de Doopers ver- 
doemen en de Boomschen verachten." DergeLgke woorden 
waren geheel in den geest van obbb geschreven^ die niet 
tot de Boomsche kerk was weergekeerd, maar op het gebied 
des kerkelgken levens eene onaf hankelgke plaats had inge- 
nomen. In zooverre zou ik niet aarzelen het gevoelen van 
den hoogleeraar hoobnbbbk ^^Summa controversiarum religionis" 
(1653), 371 te onderschrgven : ,^ad quod obbb se converterit, 
^^poetquam illi sectae valedixit, non satis constat; ego judico 
„potius eum Libertinum factum." 

Alle aandacht verdient de glosse, die in een der boven- 
genoemde, mg niet ter hand gekomene, Bostocker uitgaven 
voorkomt: ^^wie die Papisten up de Lutterschen unde de 
„Lutterschen up den Pawest, up de Schwermer edder Doper, 
y^so schiebe Heer Omnes alle Schuld up G^gner." De ge- 
dachte van DAVID JORIS is hier weergegeven door een man, 
die het goede in zgne geschriften wist te waardeeren, hoc^t- 



9> 



249 

waarech^nlgk door den te Bostock wonenden obbb philifs. 

Prof. DB HOOP SCHEFFBR heeft ons hem yoorgesteld ab 
Menno's bevestiger ,^DoopBg. Bgdragen" 1884. Wien gelukt 
het f zgne aanspraken op de bezorging eener uitgave van den 
Reyruieri ten volle geldende te maken? 

Myne vroeger geaite overtuiging ^^Geschiedk. Nasporingen" 
I, 141, dat OBBB niet de antear heeft knnnen zgn der: Be^ 
kentenisse Obbe Philipsz, waermede hij verdaert $yn predioamjJt 
sonder mettélycke heroepinghe gehruyckt te hMen^ in drok 
verschenen 1584, dus zestien jaar na zgn dood, wordt ver- 
sterkt door m^n geloof aan zgne letterkundige bekwaamheden. 

Den kersten Ridder bij erasmüs. 

Beeds in 1523 zag bg jan van oblbn het licht: Den Ker^ 
stdiken ridder^ ghemaect van br^smus van Rotterdam. Ander" 
werf met grooter naarsticheit ghecorrigeert also dat laXijn inr 
houdende is." Ook aan deze uitgaaf was dus een vroegere 
voorafgegaan. 

Tom V der ^^Opera Omnia*' bevat het oorspronkelgke. 

De geestelgkheid ergerde zich aan den inhoud, voor zoover 
daarin op niet hoog waardeerenden toon over het waarnemen 
van kerkelgke plechtigheden en handelingen werd gesproken. 
De jongste lofrede op het geschrift vinden wg in ,, Waarheid 
„in Liefde" 1840, II, 373 volg. 



S. 
Schimp unde ernst durch allen weiten, Ghedruckt tzu Franck- 

fort bij CHRISTIAEN ENGELUOL. 

De bibliotheek van de Maatschappg der Ned. Lett. leende 
mg welwiUend haar exemplaar van dit zeldzame boek. Zie 
..Catalogus" Ie deel, bl. 798. De titel is als volgt: Schumpff 
und Ernst, durch alle WeUhandd. Mit vü Schonen und War^ 
hafftigen Historiën^ Kurzweiligen Exempeln^ Gleichnu^ssen und 
mercklichen Geschichten fürgesteUeU Einem jeden zu underweir 
sung^ manung und leer^ in allen hdndlen. letzund von newen 
u^eitter dan vormaU gemerkt mit Exempeln und Figuren^ 



250 

fast kuriseweüig tmd Nutzlich zu lesen, Crétruakt in der L. 
Stadt Bern durch matthiam apiabiüh. Auff den 27 tag Martii 
anno MDXLVI" Aan dezen drok was een andere, in 1543 
voorafgegaan , volgens mBscfi, 11. y^Millenarinm", ü, 72. De 
nitgaaf, in de Appendix g^oemd, is in 1588 venchenen, 
bg OH. BNGSLYOLPfi. De aatenr ran dese yenamding boertige 
en geestige anecdoten is de barroeter monnik patil pïbdbbs- 
HBDfSB nit het klooster te Tann, een bekeerde Jood, welke 
zeer weinig schroomt in deze beeldengalerg ook geestelgken 
te laten optreden, niet altgd ter vermeerdering van achting 
voor dien stand. Het achteraan geplaatst overzicht van den 
inhoüd is onvolledig en laat de onderwerpen onvermeld, die 
de meeste aandacht zonden trekken. Een paar proeven oit het 
boek vindt men in &. kgenig's „Gesch. der Dentsche liter." 
(1879), 250. Over de onderscheidene uitgaven worde geraad- 
pleegd KOBBBSTEiN a. w. 1 , 407, die echter geene melding 
maakt van de door hichael bbuther, den Grei&walder en 
Straatsborger hoogleeraar, bezorgde uitgave (vgl. ^^Allgemeine 
,,Deat8che Biogr." in voce), waarvan het 2« deel eene hoog^ 
doitsche vertaling bevat van den Reineke de Vos. bbuther 
zegt zgn naam niet vermeld te hebben , dewgl hg ,^der ganzen 
^^glosen erfindang kein antor ist." Hg heeft slechts overge- 
nomen het werk van den hiervoor bl. 248 reeds genoemden 
Glossator, dien hg aanduidt met de woorden ^^mein besonder 
„bekandter freondt, der Sechsische Glossator" een getuigenis, 
dat Dr. kraüse („Eorrespondenzblatt", a. o., 48) terecht be- 
weren doet: „WBi xtbbo dieser vermeinÜich proteetantische 
^Erklarer. so gehort er zu den in deutscher Literatur belesen- 
ysten Mauner jener Zeit". Dat het boek ook bg hooggeplaatsten 
eene gelieikoosde lectuur was, mogen wg besluiten uit de 
bgzonderheid , dat in de bibliotheek van den aartbisschop 
hbbxan von wibd meer dan éen exemplaar gevonden werd. 
Vgl. Dr. G. VABJtBNniAP „Hermann von Wied und sein Befor- 
,,mationsvenuoh in Köln" (1878) II, 102. 

Eene vertaling was reeds door de Appendix veroordeeld; zie 
bl. 223. Zg bleef mg echter onbekend. 

Een sermoon erasmi van de onbegrijpelijcke bemüherticheijt Gods^ 
by LiESYELDT ende henrigk peeterssen. 






251 

Tom. y der „Opera onmia" bewaart ons i&ASia Concio de 
magnüudine vmericordiae Datmni, door hem in 1524 ten 
yerzoeke yan den bisBcbop Tan Basel opgesteld, naar aan- 
leiding van de inwgding eener kapel aan de barmhartigheid 
Gods gewgd. De aanhef, waarin erasmus het aanroepen van 
JEZUS aanprgst boven het aanroepen Tan de Moedermaagd, 
gaf aan zgne tegenstanders groote ergernis. 

In 1540 was deze Ckmcio in het Nederlandsch vertaald en 
te Leaven uitgegeven, gelgk blgkt nit sebeuab's „Gatalog." 
n, 34, N^. 2131, onder den titel: een sermoon van de 
onghemeten Barmherticheijt Gods. 

Een schoon sermoon van den seuen brooden^ daerbij die vier 
duysent mannen sonder vrouwe ende kinderen af versaedt 
waren, leeretide vanden vaste ghelooue ende betrouwen in 
Crodl. Marci int VUL Item noch een schoon Sermoon, segghet 
der dochter van Syon: Siet uwen Coninck cöpt tot u 
saechtmoedich. Leerede hoe dat die heere yerst moet comê 
ende onsen wille gheheel afgaen ende hem aenhanghen. 
McUt. int XXL lië noch een costelyck Sermoon, van den 
onrechten Mammon; oock leerede van den vasten ghelooue 
ende meer ander goede leeringhen. Luc. int XVL Est pesti- 
lentissimus liber. 

Een onbekend gebleven vriend der Hervorming heeft in dit 
bundeltje de vertaling geleverd van drie Leerredenen van 
LUTHEB. Hg heeft se naar eigen goeddunken gerangschikt, 
niet naar de tgdsorde, waarin lutheb deze heeft voorgedragen. 
De eerste hier voorkomende zag het licht in 1523; de tweede 
in hetzelfde jaar; de derde was reeds in 1522 uitgegeven. 

De Stoue bif jan van dale. 

Over de hier genoemde Stove van jan van den dale , inhou- 
dende een H samensprekinghe tusschen twee vroukens, d^een 
qualyck, Ó! ander wdghébomxft, vgl. men ,^le Bibliophile Beige*', 
VI ; voor den titel pag. 20 , voor de onderscheidene uitgaven , 
pag. 132. 

Een schoon christlich duijtsch spel. Sine auctore. 

De opgaaf van den titel lokt uit, om het wgde veld der 
gissingen te betreden. In 1544 verscheen: Ein Oiristtich 



252 

deutsch Spiel , vrie ein armer Sünder zur Buss hekehret urird , 
van der Sünd^ Gesetz und Euangdion* Het was eene penne- 
yracht van leonhard culman, van wiens werken enkele reeds 
vroeger, ygl. hiervoor bl. 62 en 116, geoordeeld waren. Wbllbil, 
a. a. O. n, 364, geeft den titel van een lateren druk, in 1550 
verschenen, voorzien van een voorbericht van wbngeslaxjs linck. 

Sterf-boecken inholdëde voor de siecken tot die bereijdinghe des 
doots^ ghecopuleert vuijt der heijligher scriftueren door den 
weerdigen Priester Heer matthijs lenaerts saligher me- 
morien, Capellaen van den Veer in Zeelandt Ghedrv/M te 
Campen In die Broederstrate bij mij peeter waermers- 
SOENE, woonende in dè witten valck, In qua continetur 
sequens articulus: Ist saecke dat ghij bekent dat ghij der 
sondaren een sijt^ ende betrout dat Christus ghestorven is 
voor uwen sonden soo heeft Christus alle uwe sonden op 
hem ghenomen, ende heeft daervoor soo volcomelijck voldoen j 
dat ghij daer voor niet doen en derft. 

Ongaarne leg ik de bekentenis af, dat de pogingen, door 
mg aangewend om iets naders te vernemen betreffande den 
schr^'ver en zgn werk geene gonstige gevolgen hebben gehad. 
Slechts vond ik het genoemd in ,^den Nederlandschen Sul- 
pitius" van jaoobüs baselius , bl. 308, die daaruit echter alleen 
de zinsnede aanhaalt, welke door de Appendix vermeld is. 
De familienaam lenasbts is onder die der vervolgden om des 
gheloofig wille een bekende geworden. In Jnli 1560 werd 
NicoLAAS LENAJSBTS bcschnldigd van het onder zich hebben 
van verboden boeken, vgl. ^^Antw. Archievenblad" IX, 109 
vlg.; in 1574 tanneken lenaerts gedood niet alleen wegens 
dezelfde beschnldiging , maar ook dewgl zg zich , ^^niet tevreden 
^^met haeren kindtschen doope anderwerf hadde laten doopen." 
t. a. p. XIII, 202. Zg iemand zoo gelukkig om te kunnen 
mededeelen, welke banden er bestaan hebben tusschen deze 
martelaren en den auteur van het ,,Sterf-boecken" door de 
Appendix genoemd. 



253 



T. 

Van de suijuerheijt des Tabernakels hij erasmus, 

Eeashi „Opera omnia" V Yinden w^ het tractaat de puri- 
tate ecclesiae Christi. Ik onderstel, dat het veroordeelde ge- 
schrift daarvan eene vertaling levert. 

Taüleri Homilien in de nederspraecke ouerghesedt^ ende Ghe- 
print tot Franckfort^ totdat sij gecorrigeert sijn. 

Een slordige opgaaf van den titel der Nederlandsche ver- 
taling van taxjlbr's predikatiè'n, die in 1565 te Franckfort 
de pers verliet en nanwkearig beschreven is „Bibliogr. Adver- 
saria" V, 264. Prof. dobdes bezit eene Nederlandsche ver- 
taling te Antwerpen gedrakt in 1557 en eene van 1563. 
Vgl. z^ne „Collectie van Bariora'' bl. 108 en over den 
inhond ch. schmidt, „Johannes Taaier*' (1843), 70. 

Dat Testament van minnen. 

Ik verkeer geheel in het onzekere ten aanzien van het 
bedoelde tractaat. Wat beduidt minnen? Geestelyke of 
vleeschel^ke? In het eerste geval kan gedacht worden aan 
den uitersten wil der martelaren. Doch daaronder komt, 
zoo ik m^ niet vergis, geen enkele voor met den naam: 
testament der minne. In het andere geval verkeer ik ook 
geheel in het duistere. 

De Testamenten der XII Patriarchen. Apud keerrerghen, anno 
66 en liesueldt 62. 

De ^^Catalogue" van sbbjiukb, I, 6 vermeldt onder N^ 39 
den druk van 66 als geleverd door plantltn; deel II, 9 doet 
ons onder No. 1911 en 1962 nog twee uitgaven dezer ver- 
taling kennen, eene van 1551 bg jan van waesbsboe en 
eene van 1554 bg joos destrbz te Y per en. Prof. doedbs 
y^Gollectie van Rariora", 109 bezit eene vertaling uitgegeven 
in 1543, eene van 1544, eene te Kampen verschenen 
zonder jaartal en eene te Antwerpen bg silvius in 1562; 
alle deze zgn vóór het verbod van den Index onder het 
publiek blgkbaar met graagte ontvangen. Het boek bleef ge- 
zocht, getuigen de hernieuwde uitgaven van 1588, 1615 en 



254 

1679, alle eigendom van prof. doedes, die bovendien nog een 
daidel^k en fraai handschrift beschrgft in 1592 door hans 
süTs yan den Nederlandschen tekst yervaardigd. 

Tgheuecht der minnen Venus. 

Elders vond ik dit geschrift niet yermeld. 

Van de Thien esels^ sprekende van Thienderleij manieren. 

De ,,Bibliotheca Belgica" Letter E, N. 20 beschrgft dit 
hoogst zeldzaam geschrift, welks titel den inhoad ons kennen 
doet: Van de X Esels^ Sprekende van thienderlei manieren 
van mans^ die wdcke door hoer vertwyféU leuen weerdich ztfn 
ezds ooren te draghene. Der wdcker domheyt met Moralycke 
Refereinen gliestraft ende onderwesen wordt , eenen yeghdyéken 
tot stichtinghe ende leeringhe^ seer gheneudielyck om lesen. 
Gheprint Thanticerpen hy de weduwe van jacob van libsvslt 
op de Camerpoortbrugghe in den SchiU van Artkois, Anno 1558. 

Een waerachtige nieuwe Tijdinghe vande gheestelicheijt teghen 
de weerlycheijL 

In 1528 zag in de Doitsche taal het licht: newe Zeytung 
80 in disem hudüein hegriffen ^ von unnsem geistlichen und 
wèlüichen Herren und Ohrickheiten, nemlich vom Babst^ 
Kaiser^ zonder naam van uitgever of plaats yan uitgaaf. 
Het hier yeHwrdeelde stok is g»wifi eene TertaUng yan het 
genoemde. 

Een vriendelijcke Tsamensprekinghe van sommighe vomaemste 

puncten des religions belangkëde daermen op den huijdeghen 

doch t'wistich af is tuschen twee persoonen; den eenen 

ghenoempt Joannes ende den anderen Jacdbus^ met den 

register vanden selven puncten achter aent boeck aengeteeckerU. 

Door JAN AMBACHUS Int Nederlandt Ghedruct anno 1566. 

In den kring der gverige godgeleerden yan de 16® eeuw 

is met eere bekend geworden mblchiob ambach, geboren in 

1490, overleden waarschgnlgk in 1559. Op de Igst van de 

geschriften dezes mans — vgl. ,^AlIg. Deutsche Biographie" I, 

889 — komt geen dialogus voor , althans naar de opgaaf der 

titels te oordeelen. Licht mogelgk, dat een zgner geschriften: 

Vergleichung des Papsthums mit den grössten Ketzereien of 

füne Idage Jesu under die vermeireen Euangdisthen door den 



256 

vertaler in den Torm yan een gesprek is gegoten en deze 
zich bovendien in het bezigen van den voornaam des schrgvers 
vergist heeft. 

Tsieckhedde van tobias. Didlogus den Prochiaen ende den 
Crancken. Sparsus hic est tempore Getcsianismi. 

,^Ein iinsinnige Titel/* Iaat mg de nitdmkking nog eens 
gebruiken bg het spreken over dit veroordeelde geschrift, 
namelgk het boekske, dat in 1557 bg ctematius in Emden 
het licht zag en herdmkt werd in 1577, zonder naam van 
uitgever of plaats van nitgaaf en den titel draagt: tobias 
ende lazarus, mit grooter neerstickeyt ghecorrigeert ^ verbetert 
ende in dry Bialogus o ft samensprekinghe ^ underscheyddyck 
gedeyU^ alle kranckeuj bedroefden ende eenvoldighen menschen 
seer profytélyck ende troostelyck om te lesen door u. wilhbl- 
Küs, ONAFHEüs. Dcn dmk van 1557 bezit de Maatschappg 
van Ned. Letterkunde, ^^Catalog." I, 621; den anderen de 
bibliotheek der Utrechtsche hoogeschool. Vooraf gaat eene 
voorrede of opdracht aan de overheid in Holland, Zee- 
land en Vriesland, wier belangrgkheid vooral bestaat 
in de mededeeUngen der levensbgzonderheden van gkapheüs, 
weergegeven in de doctorale Dissertatie van h. koodhützen 
(1858). Deze opdracht of voorrede is gedagteekend ^^Emden, 
^^den 10 Septemb. an. 1557." Het geschrift is eene, door 
den schrgver zei ven, güujblhüs gnapheüs, verbeterde uitgaaf 
van: een Troost ende Spieghd der siecken^ veroordeeld door 
den Index van 1550. Daar ontboezende theophilus een klaag- 
toon voor den ^^waerachtigen Herder ende Bisscop van onser 
ysielen Jesn Christi", hier wordt de klaagstem gericht tot den 
ylieven Heere God". De druk van 1531 bevatte twee dialogen; 
deze van 1557 telt er drie. Vooraf gaat een gesprek van 
THEOFHiLüs en TOBIAS, Waarin de laatste zgnen vriend opwekt, 
om ter vertroosting van den kranken lazasüs dien te bezoeken. 
De opgave der hoofdstukken volge hier. Die eerste Dialogus 
van dit troostelyck boecxken^ ghenaemt lazarus, daer inne 
ghehanddt mort van den aert^ cradvt ende vruchten des ChriS' 
téUjken gdoofs ende hoe dat men aüe druók ende lijden ghe^ 
dulddyc behoort te verdragen tot den eynde toe nae de lee^ 
ringhe ende inhoudt des Vader onses^ allen onverstandi^hen 



«1 



256 

crancken ende beproefde menschen^ seer profytdyck ende troos' 
telyck te weten ende te lesen. 

Het oDderwerp van den tweeden dialogus wordt volkomen 
door den titel aangeduid: de tweede dialogus o ft tsarnenspro' 
kinghe^ genaemt theophilus, waerin gedispiUeert wort van de 
oorsake des cruyses ende lodens so ons arme menschen na 
den wille Gods overcoemt ende van de remedien en de mtd- 
dden^ so wy na der Schrift hehooren ende oeck (wt yddc 
Superstitien ende onghèloovej plegen te ghebruycken , om onze 
^iecktes en de cranckJieyt te ontgaen^ seer neerstelycken ghe^ 
corrigeert ende ghébetert door m. wilhelm van haohe tot troost 
ende onderwysinghe van alle bedroefde ende bedruckte herten^ 
die noch in die Pausselicke onwetenheyt steken. 

De derde samenspraak heet: tobl^, de derde dialogus ofte 
tsamensprekinghe j gheruzemt tobias, daer in ghedisputeert 
wort^ wat de doot /s, wat cracht dat sy heeft; dat sy ooc 
niet te vreesen is voor den Christgdoovighen en hoe wy ons 
tegen de tentcude ende a^nvechtinghe der Sonden^ Helle en de 
Doot behooren te houden^ om die te wederstaen^ tot troost 
ende onderwysinghe van aüen crancken ende eenvoldige men' 
schen. Door m. wilhelm van haghe (onapheus ghenaemt) eerst- 
maels te hoope gebracht wt de Heylighe Schrift ende nu neer^ 
stélyck van hem ghecorrigeert ende verbetert. 1 Cor. 15. 

Het verschil der drakken van 1531 en 1557 is groot. 
In 1557 werd de inhoad aanmerkelgk aitgebreid en verrgkt 
met den dialogos: theophilus. Ook de tekst van den eersten 
en laatsten dialoog heeft verandering ondergaan en met veel 
zorg is alles herzien. 

Dat de Censores het boekje gelezen hebben, trek ik zeer in 
tw^fel. Zoo zg het gelezen hadden en uit hun geheugen den 
inhoud weergaven , zoude het door hen genoemd zgn : tobias 
b^ het sieckbedde. 

Hoogst zonderling luidt hetgeen verder op den titel in de 
Appendix voorkomt: Duüogus den Prochiaen ende den Cranr 
eken. In de uitgaaf van 1551 bevat de aanhef het volgende: 
„TiMOTHEUs comende van sinen Prochiaen, die hem ghewey- 
^^gert hadde den siecken armen man lazabus te comen be- 
^^soecken , spreect also by hem" en ontboezemt dan de bL 86. 



^7 

medegedeelde Terstichtiiigi In den drak tan 1557 is deze 
sinsiiede weggelaèen» Na sofaynt het, akof de Ge?t8ores gemeend 
hebben, dat het gesprek heeft plaats gehad hg het ziekbed 
Tan TOBiAS tnsschen den parochiaan en den kranke. Uit een 
en ander b)|jkt dnidel^k, dat hier een werkje yeroordeeld is, 
waarvan men den inhoud niet kende en alleen wist, dat het 
onder de Geuzen zeer verspreid was. 

Van den alden God, ende nieuwen God. 

Op de namen paül blias wordt in kuoztnski's ,^Thesau* 
,,ras UbeU. Eist. Ref. illustr." (1870) 191 een duitsch en 
latgnsch geschrift genoemd : vom dUen und neuen Gat, GUzüben 
und Leer: de veteri et novicio Deo, eet. Zy hadden reeds in 
1521 en 1522 het licht gezien en z^n kort daarna in het 
Engelsch, in 1529 in het Vlaamsch overgezet. Of deze ver- 
taling ook versierd was met de piquante vignetten van het 
oorspronkel^ke — afbeeldingen van den Paus, eenige kerk- 
vaders, en Aristoteles, Cajetanus, Prierias, Eek. Faber; aan 
de andere zigde van den drieêenigen God, de vier Evangelisten 
Paulus, Luther; vgl. reusch a. W. 97; weet ik niet. Schrgver 
noch vertaler kan ik nader aanwgzen ; alleen herinner ik den 
lezer, dat prof. kawebau de dwaling bestreden heeft, volgens 
welke JUSTüs jottas auteur van dit tractaat wezen zou. Vgl. 
,^der Briefwechsel des Justus Jonas" Il , XXXII. De over- 
zetting in het Latgn is bewerkt door habtkann dulichius, 
den vriend en ambtgenoot, aan vrien lcthsb zgn geschrift 
,^de captivitate Babylonica Ecclesiae" heeft opgedragen. Vbb- 
SEKMJSTEE ^^Sammluug von Aufsatzen" u. s. w., 131 die het 
tractaat kende, roemde den inhoud zeer en bejammerde het, 
dat de auteur niet bekend was. Dat de getuigenissen voor het 
auteurschap ran paül euas bg flacciüS „Theatrum anon. et 
^^pseud." pag. 107 bggebracht, geldig zouden s^n, geloof ik 
niet. ELiAS, eerst hoogleeraar te Kopenhagen, is later tot 
de Boomsche kerk overgegaan. Het boek zou door hem in de 
eezste periode zgns levms geschreven zgn. böhrich ,>Geschichte 
„der Beformation im Elsass" (1830) 1, 254 houdt oswalb 
BEEüs, ia 1567 als hoogleeraar in de medicgnen te Bazel 
overleden , voor den auteur van dit tegen de verdorvenheid van 
de zeden der geestelgkheid gerichte tractaat. De volledige titel 

17 



258 

laidt aldus: vom clden unde nieu Gode^ vovn olden unie nieu 
Loven unde Lékte ^ unde wóher aüerley Affgoderie iren Oht' 
sprungh hefft. Zie verder over de andere drnkken vbesen- 
meybb's belangrgk opstel. 

Van die drije grootste Heresijen daerdoor TChristenghelooue 
bedorven is. 

Dit geschrift is mg onbekend gebleven. 

Veelderhande gheestelijcke liedekens ^ oude en nieuwe ^ om aüe 
droef heijt en melancolije te verdrijven, 

Beeds op den Index van 1550 was deze bandel veroordeeld. 
Tot de vemieawde veroordeeling gaf zeker de herdruk dezer 
Liedekens aanleiding. Hg verscheen in 1564 en is zeker in 
het licht gekomen, vermeerderd met gedichten, welke door 
hun Protestantschen geest ergernis gaven. 

Verclaeringhe van die menichfuldighe loose practijcken ende 
listen^ soe van Inquisüien^ öbseruantie ende onderholdinghe 
va die pUiccaeten^ ende anderssins, 

AIzoo de titel volgens den Index. Onvolledig is hg mede- 
gedeeld, dewgl daarbg ook het volgende behoort: dye de 
Cardinacd GrandveUe met syne adherenien^ gheinventeert ende 
ghèbruyct hebben^ om de vervloecte ende Tyrannighe ^[Men- 
sche Inquisitie in dese vermaerde Edele Nederlanden in te 
voeren. Ende also boven Keyseren^ Coningen^ LandtsHeeren , 
Heeren^ Edelen ende aüe Weerlycke Personen met gheweU 
te Domineeren ende hen te doen aenbidden ende adoreeren. 
82 bl. groot. Het werd in 1566 door den bekenden Heidel- 
herger godgeleerde w. klebitz in het Hoogduitsch overge- 
bracht Boa handelt over het oorspronkelgke in zgn bekend 
werk. I, 43. Een exemplaar daarvan komt voor in iSAac 
mbxtlhan's ,,Catal. pamfletten en tractaten'* I, 21; van de 
Hoogduitsche vertaling een afdruk te Leiden; vgl. louis 
D. PETiT. y^Gatalog. van pamfletten'* I, 17. 

ViRGiLiüs, van zijn leven ^ doot ende van sijne wonderlycke 
wercken. 

Volgens Dr. schotel ^^Yaderlandsche volksboeken" is dit 
werlge de vertaling van eenen franschen Roman, Deze overzet- 
ting zag in 1552 het licht en is zelfisi in onze eeuw nog her- 



259 

drnkt, t.a.p. II bl. 104 Tig., waar de inhoud grootendeels is 
medegedeeld. 

Der Sielen Vocabulier. 

Les der Fiden — vocabulaer en g^ yindt op de Appendix 
yerboden het door jan db last in 1568 nitgegeven werkje: 
der Fiden ^ Rabauwen o ft der Schalken Vocabulaer^ ooc de 
beueynsde manieren der hedeleeren o ft hedéleressen^ daer menich 
mesche deur bedrogen wort^ wort hier gdeert^ opdat hem 
elck daervoor uxichten mach^ en is seer nut ende profyte- 
lyck om lesen voor aüe menschen^ eene instructie berattende 
aangaande de taal en handelingen der boeven met de noodige 
inlichtingen en waarvan de lingnistische beteekenis zeer doi- 
del^k is aangegeven in de ^3ibL Belgica", Letter V, N. 131. 

Hoogst waarschgnigk vond het geschrift eene plaats op 
dezen Index, dew^l door luthbr en later van Lnthersche zgde 
eene Daitsche bewerking van dit ^^Liber Vagatomm*' ver- 
breid was geworden met den titel ,,von der falschen Bettier 
„buberey." Vgl. „Serapeum" 1862, 113. 

't Kan ook wezen, dat de Censores het niet raadzaam 
kearden de bekendheid met het Bargoensch of de taal der 
dieven in meer wyden kring te verspreiden, bang voor het 
gevaar, dat kennis van de taal op de beoefening van het 
bedrgf gnnstig mocht werken. 

In 1613 is een herdmk der Vocabulaer te Haarlem ver- 
schenen met den titel : der fiden , rabauuen , bedelaren of der 
schaUien vóbabulair, ook de beveysde manieren der bedelaren 
ofte bedelaressen daer menich Mensche deur bedrogen wort, 
die worden hier geleert. Het is mg alleen bekend naar eene 
opgaaf voorkomende in ^^de Navorscher" 1861, bl. 160. 

Een schoon vraeghe van eenen hoer, hoe dat hij eenen Pape 

gevraecht heeft van weghen sommighe articulen seer schoon 

ende lustich te lesen ende te hooren. Ghedruckt anno 1565. 

Wellicht verscheen met dezen titel eene vertaling van het 

vroeger ten onrechte aan ubbakus bhegius toegekende: das 

hüpsch BucMein von einem Pfaffen und einem Wd>er, die 

zusammen kommen sind auff der Strass , toos sy für rede, frag 

unde antwort gegen einander gAraucht haben, des Euange^ 



960 

lium und anderer sacheix halben. Volgens uhlhobn, a. w. 
8. 67 was UTz RYOHSZNER, een werer, de auteor. 

Van de vier Vrijers die toe Coïê alle eë vrouwe vryden^ bij 

JAN YAN GHELE. 

Ook deze titel is m^' niet nader bekend geworden. 



W. 

Vande wedergheboerte ende een nieuwe creatuere^ een corte 
vermaninghe ende aenunjsinghe. 

Een der tractaten yan dibk philips, dat mede opgenomen 
is in zgn: Enchiridion ofte Handtboeckje van de Oirist^^cke 
Leere, en Rdigion^ in hare somtne begreepen, ten dienste 
van de liefhebbers der waerheid , door de genaade Gods uit de 
heylighe Schrift gemaakt^ nu niews gecorrigeert. De eerste 
drak yan deze yerzameling yan yroeger aitgegeyen tractaten 
dagteekent yan 1564. Schagen ia. p. noemt een druk yan 
1544, doch zeker bg yergissing. Schun ^^Geschiedenis der 
^^Mennonieten" 2« deel bl. 861 yolg. geeft den inhoad yan 
het tractaatje oyer de wedergeboorte op, dat reeds yóor 1564 
afzonderlgk het licht heeft gezien. 

Van de bigyende waardeering der geschriften yan dirk 
PHILIPS spreken niet alleen de herdrakken yan enkele honner, 
zooals yan het Enchiridion in 1578 ^ 1579, 1600 en 1627, 
ook de oyeizetting in het Fransch ten jare 1626 en nog in 
onze ejoaw in het £ngel8ch, maar ook op roerende wgze het 
slot yan een brief, door den martelaar joost db tollenaar 
ten jare 1589 geschreyen. Vgl. y. SRAeHT, bl. 777: ,,mön 
y^kind Betje, zoo ik sterye, soo wilde ik wei , dat uwe Moeder 
^a gaye tot eene eewige memorie, een Testament, ende een 
^DiBKSCH PHILIPS Fondament-boek , en een Liedboek ende een 
yBoecxken yan jaoob ds kbbrsgibier, en wilt daar in yeel 
yjesen, want daer staen yele schoone yermaningen ia*" Dat 
de sdhijjyer zich yergist heeft, bedoeluide of minno's Funda-^ 
menUH>ek^ of dibk's HandAoe^^^ doet niet ter zake. Welk 






Liedthoek bedoeld is, blgye onbeslist; met ,^het boekske yan 
„Jakob" is zeker bedoeld: Disputatie tusaehen Jacob Keet^ 
gieter en Broeder Comelis^ gebonden 9 mei 1569, waarvan 
een afdrnk ons wordt medegedeeld door v. braoht , a. w. bL 
425 Yolg. Dat nniK philifs' geestdycke Restittitian tot de 
gezochte leetnnr behoorde, bewees Dr, hoog „de Mart^ 
,,laren" 122. 

« 

Wlenspieghel apud joannem van anmx,^ sine priwilegio et anno. 
Andere nitgaven zgn genoemd in „Bulletin dn BibL Beige" 
XX pag, 47, die van den dmk, door miohsl tan hoooh- 
eTRAT£N bezorgd, dezen titel opgeeft: Vlenspiegd. Van Vlenr 
apieghéls leven en de schimpelycke toereken^ ende wonderlycke 
aventuren^ die hi hadde^ uxznt hi en liet hem gheen bauverie 
verdrieten. „Serapenm" VU, 81, 150 bevat de beechrg- 
▼ing eener hoogst zeldzame platdoitsche EiUenspiegel ^ die in 
1866 nanwkenrig in druk en met hontsneeplaatjes is nitg^ 
geren door a« abhbb en Comp. in Berlin. VgL yerder 
Dr. scHOTSL, „Vaderl. yolksb. II bL 182 en „de Dietsche 
„Warande" Nienwe reeks. Deel V. De veroordeelde uitgave 
is gewis eene overzetting der Daitsche bewerking van den 
„Tgl üüenspieger' , die door de hand eens Protestants in 
1548 het licht zag en waarin de gro&te boertergen door 
aanvallen op de geestelgkheid vervangen waren. 

Een wuijttegghinghe van 't paternoster hij erasmus. 

Tom, V der „Opera omnia" brashi bevat een tractatns, 
getiteld: precatio Domini digesta in septem partes juata dies 
totidem. Het was door hem in 1523 uitgegeven en heette 
toen: precatio dominica in septem partianes distributa. 

Van de thien gheboden een corte vuijtlegghinghe ende een ver- 
claringhe des rechten gheloofs^ etc. 

Ook dit opstel behoorde tot de werken van luthbe. Het 
werd door hem voor het eerst in 1520 uitgegeven en sedert 
in gewgzigden vorm herdrukt. 

Hetgeen verder in de Appendix volgt, een „catalogo de 
„los libros en Romance, que se prohiben'' is een herdruk der 
door den Index van den Spaanschen Oeneraal-Inquisiteur 



262 

VALDES in 1559 genoemde geschriften, overgenomen door 
BBXJSCH „die Indices" 231, 



Ik heb de voorgenomen taak naar vermogen volbracht en 
gepoogd, eene nalezing te geven op het voortreffelijk boek, 
waarmede prof. reusch de letterkunde heeft begiftigd. Bij 
meer dan éen titel heb ik mijn onvermogen moeten be- 
lijden, om dien nader toe te lichten; nogtans is het bewijs 
geleverd dat in de 46e eeuw de pers uiterst vruchtbaar 
heeft gearbeid. De Weimarsche Archivaris Dr. burrhardt 
geeft een statistisch overzicht van de voortbrengselen der 
pers in Duitschland „Zeitschr. f. d. Hist. Theologie" 1862 , 
456 en wijst met cijfers de vermeerdering der uitgaven in 
Duitschland aan. Volgens hem zagen 35 drukken het 
licht in 1513; het volgende jaar 47; in 1515 daalde het 
cijfer tot 46; in 1516 klom het tot 55, nam in 1517 af tot 
37. Doch in 1518 steeg het getal der Duitsche geschriften tot 
71, in 1519 tot 111, in 1520 tot 208, in 1523 kwamen 4Ö3 
geschriften in het Duitsch van de pers. Wat ons vaderland 
betreft, is gebleken, dat van luther's werken meer in onze taal 
is overgezet dan wij tot heden wisten; en urbanus rhegius 
ook hier te lande tot de zeer gezochte schrijvers behoord heeft. 

Ik meen aan de geschiedenis der letterkunde nog eenigen 
dienst te bewijzen, indien ik hare beoefenaars opmerkzaam 
maak op de verboeren der wegens ketterij beschuldigden 
als eene rijke bron, om verbodene lectuur te leeren kennen. 
Reeds heb ik in het voorafgaande daarvan de bewijzen 
geleverd en veroorloof mij nog eens opzettelijk stil te staan 
bij een der voornaamste verzamelingen van beschuldigingen 
en vonnissen. Ik bedoel „Mémoires de Francisco de Enzinas, 
„texte Latin inédit avec la traduction franpaise du XVIe 
„siècle en regard 1543 — ^1545 avec notice et annotations 



263 

I 

;,par GH. AL. CAMPAN, 2 deelen, 3 stukken, uitgegeven te 
Brussel 1862 en 1863. Het werk is niet compleet geworden, 
daar de toegezegde levensbeschrijving van enzinas het licht 
niet heeft gezien. De schrijver der ^^notice et annotations" 
geboren te Bordeaux 25 Maart 1800 is te Brussel 5 
November 1877 overleden , zonder dit gedeelte van zijn taak 
te hebben volbracht. Wat hij geleverd heeft was slechts in 
betrekkelijken zin zijn werk. j. f. n. lonmeuer, geboren te 
Huy 22 October 1801, overleden te Icelles 20 October 
1875, heeft een groot deel van den oorspronkelijken tekst 
vertaald. Yan eene andere hand, die van den jong ontsla- 
pene J. BLAEs, is de overzetting in het Fransch van den 
Ylaamschen tekst der verboeren. Blijkbaar echter heeft de 
vertaler niet altijd den zin gevat; soms overgeslagen wat 
hem niet duidelijk was. 

Ik maak van dezen bundel gebruik, vooral van den inhoud 
van het 2e gedeelte des eersten deels, dat eene hoogst 
belangrijke verzameling processtukken bevat. De overgedrukte 
verboeren zijn voor het doel, waarvoor ik ze ditmaal raad- 
pleeg, van veel gewicht, want bij herhaling worden daarin 
geschriften vermeld, die tot de verbodene lectuur moeten 
gerekend worden. In zoover dienen zij zelfs ter toelichting 
van de Indices. Worden in de verboeren tractaatjes ge- 
noemd, waarvan wij niets meer kennen dan de titels, wg 
vinden in de mededeelingen van sommige beschuldigden en 
veroordeelden, dat zij dergelijke geschriften vóór hunne 
gevangenneming hadden vernietigd, eene oorzaak van het 
spoorloos verdwijnen van deze voortbrengselen der drukpers. 
Alleen dreigend gevaar voor eigene veiligheid kon de toe- 
vlucht doen nemen tot zulk een uiterste redmiddel. Met 
zorgvuldigheid werd het verbodene voor het oog der onin- 
gewijden verborgen gehouden. Zoo verhaalt een der beschul- 
digden de boeken verborgen te hebben „in 'thoochste van 



264 

a 

't huijs"; een ander „tusschen 't dack ende de hoUbalcken." 
Geen boek was meer gezocht dan het Nieuwe Testament 
of ook de Bibel gheprint bij jagob uesvelt en wel de uit- 
gave cum gratia et privilegio^ wier bezit men meende geoor- 
loofd te zijn. Evenzoo blijkt Hlevene onses Heeren^ gf^eprint 
&9 M. GROM anno 1537, ook cum privüegio in het licht 
gezonden, eene geliefkoosde lectuur geweest te zijn. 

Bij herhaling worden in de verboeren van 1543, die voor 
^^ liggoii) andere geschriften opgeteekend: 't Fonteinken ^ 
der Kinder-leere ^ *t gulden ghébeden hoekske^ de Postiüen^ 
't boekske van der Bereydinghe tot der doodt^ der Kersten 
ridder^ de tong^ 't eameneprekinghe of Emmaus^ Spel van 
Sinne^ Medicijn van de Kruijce^ Medicijn van de Sielen^ 
Fasdculus Myrrhe^ Hortulus anime^ een devoot boeksken hem 
sal reguleeren te leven en te sterven ^ der Sondaren troost^ 
der Kersten keringhe, de overzetting der ExposUiones Euanr 
geliorum cum sermonibus. Deze worden in de processtukken 
der Leuvensche martelaren van 1543 genoemd. Op de voor- 
afgaande bladzijden komen de titels over het geheel breeder 
en nauwkeuriger voor. Veilig mogen wij aannemen, dat de 
boeken op den Index geplaatst zijn, naardien zij de aan- 
dacht getrokken hadden als de geliefkoosde lectuur der 
ketters. Ontga het onze aandacht niet, dat in 1543 drie 
geschriften met den naam van erasmus, de Christen Ridder^ 
de tang en van de voorbereiding tol den dood blijken behoord 
te hebben tot de boeken, die door ketters gezocht werden 
en dat de onderscheiding, door hen aan deze bewezen, zeer 
zeker medegewerkt heeft, om ze als gevaarlijk voor de zui- 
verheid des geloof s, na den dood des keizers, op den Index 
te brengen. 

Meer dan éen der beschuldigden noemt onder de boeken, 
welke in zijn bezit waren, hetzij door aankoop, gewoonlgk 
in den winkel van mattheus crom, of op een boekenstal. 



265 

't zij door geschenk, de Postillen. Ergens heet het, dat 
iemand deze uit Vriesland heeft medegebracht. Hoogst-- 
waarschijnlijk is het boek bedoeld, waarover door mg bl. 
244 gehandeld is. 



In weerwil dat de Indices ons met vele titels van boeken 
bekend maken, treffen wij in de brieven, dagboeken en 
aanteekeningen over die tijden handelende, meer dan éen 
titel aan, dien wij niet op deze genoemd vinden en daar 
stellig zouden verwacht hebben. De landvoogdes klaagt over 
de verbreiding van Den raedt opt concilium van Trente^ 
over den druk van een suyverlyck boexcken inhoudende het 
ordel ende vonesse dat gewesen is van paus Paulo tercio. Vgl. 
haren brief by gachard, „Corresp. de Guill. Ie Taciturne," 
I, 423. Doch over vele andere geschriften, die in dit tijd- 
perk de aandacht moesten trekken en werkelijk van het 
lezend publiek getrokken hebben, zwijgt zij en zwijgen de 
Indices. Op bl. 27 maakte ik melding van de geschriften 
van BULUNGER. Waarom heeft geen vonnis der veroordee- 
ling getroffen de door guiuelmus gnapheus bezorgde ver- 
taling van zQne: Summa des christelycken Religions^ daer- 
inne wt den woorde Gods zonder schelden bewesen wort^ wai 
een yeghelick Christen van noode is te weten^ te ghelooven^ te 
doen, oock te lyden ende salichlick te sterven. De tijd der 
eerste uitgaaf is , naar verzekerd wordt door Dr. roodhuizen , 
ta. p. 11, niet bekend. Herdrukt werd zij in 1567, van welke 
oplaag de Leidsche Maatschappij der Letterkunde een exem- 
plaar bezit: „Catalog." I, 622. De Bibliotheek der Remon- 
strantsche gemeente van Amsterdam bewaart een druk 
van 1608; vgl. Dr. rogge „Besch. Catalog." H, afd. I, 245. 
Büllinger's geschrift over de herderlijke trouw in 1526 ge- 
drukt, wordt nergens genoemd dan door scitoltz jacobi 



266 

„Oud en Nieuw" 1863, 20. Evenzoo zoeken wij te vergeefs 
op de Indices de geschriften van melanchton, waarover bl. 
49 gesproken is: desgelijks vinden wij geene veroordeeling 
der vertaling van calvyn's Commentaren op de brieven van 
PAULUS. Zij verscheen ten jare 1566 met den titel: uytleg- 
ginghe op alle de Sendtbrieven Pauli en tot den Hebreen^ over- 
gheset door j. d. en j. n. Te Emden by gillius van der erven 
en voleynt by willem gailliart. De bibliotheek der HoUand- 
sche gemeente te Londen telt in haren boekenschat een 
exemplaar, even als wij daar vinden drukken van 1582 en 
1601. Vgl. haren „Catalogue" 28. Waarlijk, onze verbazing 
stijgt als wij opmerken, dat de Appendix niet verboden 
heeft de lectuur van het Brief discours envoyé au Roy naslre 
sire et souverain Seigneur , pour Ie bien et profit de sa Maiesté 
et singulièrement de ces pays bas: Auquél est monstré Ie 
moyen quHl faudroit tenir pour obvier aux troubles et emolums 
pour Ie faict de la Religion et extirper les sectes et heresies 
pulluiantes en ses diets pays^ ten jare 1566 in Franschen en 
Nederlandschen tekst uitgegeven, gevloeid uit de pen van 
FRANCiscus JUNius , gelijk prof. fruin onlangs „Bijdragen voor 
„Vaderl. gesch." 3e Reeks, 4e deel, 245 bewezen heeft. 
Hoe laat het zich verklaren, dat de Appendix niet noemt 
de Apologie ofte verantwoordir^he hermanni modedt teghens 
de calumnien der valsche beschuldiginghen gestroyetj tot 
lasteringhe des H. Euangelii^ ende sijnen persoon door de 
vianden der Christelycken Religie^ in 1567 verbreid, slechts 
door twee exemplaren voor de nakomelingschap bewaard, 
totdat een herdruk zijne plaats vond achter de Dissertatie 
van Dr. g. j. brutel de la rivière over moded als een der 
eerste Calvinistische predikers in ons vaderland, verdedigd 
in 18797 Het is mij een raadsel, dat het Martelaarsboek van 
c. A. van haemstede, gedrukt in 1559, herdrukt in 1565, 
wederom in 1566, niet vermeld is, evenmin ais de Historie 



267 

ende gheschiedenisse van de verradelicke gheuangenisse van 
CHRiSTOPHORi FABRiCH en oLTVERii BOCKii, uitgegeven in 
1564 en 1565. 

Raadpleegt de lezer de twee stukken van serrure's „Cata- 
„logue" I, 31 met het opschrift „Theologie Heterodoxe'^ en 
II, 37 „Ecrits de Theologiens Protestants" en de „Lijst der 
„Nederlandsche boeken in het buitenland gedrukt" door 
M. NijHOFF in de „Bibl. Adversaria" V geplaatst, dan treft 
hij meer dan éen titel aan, die op de Indices niet had 
mogen ontbreken en ook niet ontbroken zou hebben, indien 
de Censores werkelijk met de heterodoxe letterkunde waren 
bekend geweest. Doch zoo schrijvende, vermeerder ik het 
aantal der onoplosbare vragen, die de inzage der Indices 
ons op de lippen legt. Gelijk ik heb aangetoond, is van 
dezen en genen schrijver het eene werk genoemd, het 
andere verzwegen, zonder dat er gronden voor dergelijke 
verkiezing of verwerping kunnen bijgebracht worden. Een 
groot deel van de schuld der slordigheid en vluchtigheid, 
waarmede de Censores zijn te werk gegaan, moet daaraan 
geweten worden, dat zij vele boeken veroordeeld hebben, 
waarvan zij iets gehoord hadden, maar den inhoud noch 
den juisten titel kenden. 

In weerwil van de uitgevaardigde besluiten is menig 
geschrift bewaard gebleven tot onzen tijd. Het laat zich 
denken, dat ook eigenaars van bibliotheken in de 16e eeuw 
zich niet gestoord hebben aan het verboden zijn van de waar, 
naar wier bezit hunne weetgierigheid zich uitstrekte. Dit 
kan worden opgemaakt uit enkele tot ons gekomen Inven- 
tarissen , gelijk b. V. die van de bibliotheek op het kasteel 
van BREDfiRODE te Vianen. Zij is opgemaakt in 1556 en 67 
en opgenomen in „de Navorscher" 1872, 329 en 1873, 273. 
Daar onder anderen vinden wij: 
LuTERüS, die propheten in Duijtsch. 



268 

Marten lüther, Cleijn Postillen. 

Die sieben huess ^psalmen. 

Die Sontages Euangélien. 

JoifANNKS SLEiDANüS in DuxfUch vün de vier monargien. 

Clement marot. 

Les diverches Lessons de pierre messis. 

Les chroniqaes de jehan carion. 

Dergelijke opgaaf is uit andere Inventarissen voor aan- 
vulling vatbaar, gelijk trouwens het door mij behandelde 
onderwerp in zijn geheel. Ik vlei mij bovendien met de 
hoop, dat meer dan éen beoefenaar der letterkunde van de 
titels, die ik, in weerwil van de verdienstelijke nasporingen 
van prof. reüsch en van eigen onderzoek, niet ontcijferen 
kon, weldra de duisternis zal verdrijven Hoe veel leemten 
mijn werk ook hebbe, toch meen ik, dat het eenig licht 
verspreidt over het letterkundig leven in de zestiende eeuw; 
eene eeuw, die aan belangrijkheid in onze schatting wint, 
naarmate onze bekendheid met haar toeneemt 



BIJVOEGSEL tot bl. 59. 

DisputcUio inter clericum et militem super potestate preUUis 
ecclesiae atque principiims terrarum commissa. 

Op den Index van T ren te is het verbod en de titel her- 
haald met bgvoeging van de woorden: alias Somnium Viridarii. 
Op denzelfden Index echter komt het in de laatste plaats 
genoemde weder afzonderlek voor onder letter V: Viridarii 
Somnium^ de potestate Papae et Principum secularium. 

Tot myn sp^t ben ik eerst nadat een groot deel der kopie 
was afgedrukt, met de geschiedenis van dit tractaat bekend 



;M9 

geworden. Ik dank die kennis aan het wetenschappelgk onder- 
zoek Tan 8IOMUNJ) RiEZLER, dat in 1874 gedrokt werd met 
den titel: ^^did literarischen Widersacher der Papste zur Zeit 
^^Ludwig des Baiers. £in Beitrag zar Gescbichte der Eampfe 
^^zwischen Staat nnd Kirche". 

De tegen de overmacht der Pansel^ke hiërarchie gekeerde 
litteratnnr der 14e eeuw wordt door riezlbk met groote kennis 
van zaken behandeld. Met de stukken in handen wgst hg 
aan , dat om Looiwi jk den bey£r zich een kring van geleerden 
▼ormde, die met de wapenen des geestes de aanmatigingen 
van de Carie bestreden. Het wapen der ironie was zeer 
geliefd in die dagen; daarvan bediende zich de antear der 
Disputatio inier milüetn et dericum» Vgl. riezlbr, 145. 

Dit gesprek vangt aan met de klacht yan den geestelgke 
over de verandering der dingen in zijn tgd; de wetten worden 
niet meer geëerbiedigd, het recht is verkracht. De ridder 
verklaart niet diep genoeg in de wetenschappen te zgn door- 
gedrongen, dat hg de geuite klacht waardeeren kan en hg 
vraagt dringend nadere verklaring van hetgeen waarover de 
geeetelgke jammert en wenscht te weten , wat hg denken moet, 
als er van recht gesproken wordt? De decreten der Vaders 
en de statuten der Pausen, luidt het antwoord. Wel nu, 
spreekt de ridder, wat de Pausen over wereldlgke aangelegen- 
heden bepalen, mag u als recht gelden, voor ons is het dit 
niet. Niemand kan bepalingen en wetten maken over dingen, 
waarover hem niet rechtens het gezag behoort. Zoo heeft b. v. 
de Duitsche keizer niets in Frankrgk te z^gen, de Fransche 
koning niets in het Duitsche rgk; de wereldlgke vorsten 
niets op het geestelgk gebied, de geeetelgke niets op het 
wereldlgke. Zoo heb ik onlangs moeten lachen, toen ik door 
eene verklaring van Paus bonifaciüs vin vernam, dat hg zich 
zelven plaatst boven alle koningen der aarde. Tot welke dwaze 
gevolgtrekkingen zal dit de aanleiding worden. 

Daartegen voert de geestelgke aan, dat cmusTUS de koning 
der koningen en petrus zgn stedehouder op aarde is, dat is zgn 
plaatsvervanger zonder eenige beperking, dus ook in het aardsche. 
Neen , zegt de ridder, de heerlgkheid van den chrisius is eerst 
na den dood begonnen; op aarde leefde hg in geringheid en 



270 

in dergelgken stand moet petrus zgn naTolger wezen. ,,Mgn 
„rgk is niet Tan deze wereld", is zalk een afdoende spreak, 
dat daarvoor de grootste tegenspraak yerstommen moet. Christus 
heeft PKTRus tot priester en bisschop gewgd, maar niet tot 
ridder geslagen of tot koning gekroond. 

Op dien toon wordt het gesprek voortgezet, dat in zgn 
geheel is overgedrnkt door simon schardius in het werk ^^Syl- 
>ge historico-poUtica yariorom aactomm snperioribns secalis 
^^aliqnot, qai vixemnt, de discrimine imperialis et ecclesiasticae 
yjnrisdictionis'*. Straatsburg 1566. 2e drnk 1618 en door m. 
OOLDAST ,,Monarchia S. Bomani Imperii sive Tractatas de jnris- 
^^dictione Imperiali sen Begia et Pontificia seu Sacerdotali, 
y^deqne potestate Imperatoris ac Papae cam distinctione atriasqne 
„regiminis Politici et Ecclesiastici. I. HanoFiae 1612". Dit de 
academische bibliotheek van Leiden mocht ik dit hoogst 
belangrgk werk ter leen ontvangen. Het bevat eene verzameling 
van polemische opstellen tegen de aanmatiging van het panselgk 
gezag. De drie deelen (het tweede zag het licht in 1613 en 
het derde volgde in 1614), samen 3672 bladzgden tellende, 
getuigen van den gver des verzamelaars en den moed des 
uitgevers. Melghior goldast, bggenaamd haikisfeld, geboren 
te Erpen in 1578, overleden 1635 te Giessen, heeft zich 
den dank der nakomelingschap verworven door zgnen letter- 
kundigen arbeid, al valt het te betreuren, dat het door hem 
uitgegevene niet kritisch genoeg bewerkt is. Het artikel over 
hem in de ^^AUgemeine Deutsche Biographie" IX, 327 verdient 
geraadpleegd te worden. 

De Disputatio kwam in 1475 van de pers en liet den naam 
des auteurs onvermeld; ditzelfde greep plaats bg de volgende 
uitgaven, door graessb ^^Trésor des livres" V, 7 opgenoemd, 
uitgezonderd die van 1498: op dezen titel werd de Disputatio 
toegekend aan guilielmus ockam. Zgn geest spreekt er in; 
zgn stgl niet. Biezler a. a. O. 146 kent het auteurschap toe 
aan peter de bosco, pierre dübois ^^avocat royal du baillage 
,^de Cantances*\ wiens polemische geschriften t^;en paus boni- 
FACixra vni, in het belang van koning philifs ontworpen, grooten 
opgang maakten. Vgl. riezler a. a. O. 143. 

De veroordeeling van een zoo lang geleden gedrukt geschrift 



274 

door den Index yan kabel v laat zich verklaren nit de her- 
nieuwde uitgaaf yan den Dialogus ; immers ten jare 1 540 zag 
de Lat)jnsche tekst met eene vertaling in het Engelsch het 
licht: A Dialogue hetwene a Knyght and a Qerke conceminge 
the Power spiritual and temporal by wiluam ocgham, the 
greai Phüosopher. Het lag voor de hand, dat door dezen druk 
de aandacht op het stok gevestigd en de denkbeelden van den 
schrgver weer onder de aandacht der lezers gebracht werden. 
De Trentsche Index vereenzelvigt het tractaat met Somnium 
Viridariiy maar noemt dit later afzonderlgk. De font laat zich 
dos verklaren : Ie Songe du Vergier , qui parle de la disputation 
du derc et du chevcdier , opgedragen aan den Franschen koning 
CHABLES V, bestaat ook in eene Disputatio inter clericum et 
militem. Doch in het Somnium Viridarii is die Disputatio veel 
nitgebreider. Big ooldast l.L loopt de eerste van pag. 18 tot 
pag. 18; het Somnium van pag. 58 tot pag. 219. 

De Disputatio is in het Somnium zooveel breeder nitgeloopen, 
dewgl veel daarin is opgenomen, dat ontleend werd aan de 
Dialogi van oggam, den Defensor Pacis van mabsilius depadua 
(zie hiervoor bl. 47) en andere geestesvoortbrengselen der 
14e eeaw. Vgl. siszlee, 275. 

Een grondig onderzoek naar den schrgver en naar den in- 
vloed , van Le Songe uitgegaan , ontvingen wg van de hand des 
rechtsgeleerden leopold marcel in eene nitvoerige verhandeling, 
geplaatst in de ^^Bevne critiqne de legislation et de jnrispra- 
dence" tom. XXI en XXII. Van de vele daar op het boek 
geaite lofspraken deel ik er éen mede. „Le Songe du Vergier 
^^demenre comme nn monument de la pensee royale sur la 
limite toujours litigieuse des deux poovoirs. C'est une oeuvre 
de dialectique, d'erudition et de politique, oü les arguments 
sur lesquels se fondent les prétentions du Saint siège a la 
y^souveraineté absolae sont discntés et réfut&i." 

Laat mg op deze verhandeling wgzen , voor zoover de vraag 
naar den auteur betreft, tom. XXI, 305, XXII, 44. Marcel 
verklaart zich voor het auteurschap van charles de louviers, 
tegen dat van fhilippb de maiziIsrss, waarvoor velen strgden. 
De Latgnsche en Fransche tekst schgnen van dezelfde hand 
te zgn. De eerste is uitvoeriger dan de laatste. Beide bleven 



99 
99 
99 



272 

lang alleen naar het; handschrift bekend. De Latgnsche is ver* 
Taardigd 16 Mei 1376 en het eerst gedrukt in 1516 met den 
titel: Aureus libdlus (de utraque poteUate^ temporali adlicet 
et spirüucdi) ad hunc uaque diem non visus: Somnium viridarii 
mdgarüer nuncupnUua^ farmam tenena dyalogi (wtamdiu Caroli 
7, Francorum regi^ dum viveret^ dedicaties ^ in quo quidem 
Ubeüo miles et dericus de utraque jurisdictiane latiasime dis- 
serentes , tamquam advocati introducuntur et aUematifn partes 
oppanentis et respondentis assumentes^ jticundisHme ac fruduo' 
eissime de ambarum jurisdictionum dieputant^ potestate rationes 
et motiva pro siui quisque parte; tam ex jure pontificio et 
civüij quam> etiam ex sacra pagina in medium deducentes; 
quibus confutare et extirpare desiderant mtUtiplices inlerprissas 
(ut sic loquarj et abusus in utraque jurisdictiane quotidie 
usantes. Cui repertorii annectit alpkabeticum praedpuas totiiu 
libri materias darissime indicans. Aan het einde yindt men 
deze yerklaring: Liber Somnium Viridarii^ cujus utiUtas fuscos 
celebratur ad Indas hic finem capit optatum. 

In 1612 werd het boek herdrukt in m. goldasi ^,Monar- 
^^chia** op den naam van Philothei Acheüini^ consUiarU regiL 

De Fransche tekst had rroeger de drukpers bereikt. Het 
jaar 1491 zag den eersten druk yerschgnen yan Le Songe du 
Vergier^ qui parle de la disputation du derc et du ckevor 
Uer; de tweede uitgaaf omstreeks 1500, de derde in 1731. 
Tenzelfden jare was de tekst opgenomen in torn. II der 
,^Traités de droits et libertés de VEgjiae Oallicaine". Oyer 
de b^zonderheden dezer onderscheidene uitgayen yerdient de 
yerhandelisg yan l. mabcel, en het artikel yan brunbi 
,^Manuel du Libraire" Y, 440 yergeleken te worden. De 
jongste lofredenaar, prof. dölungsb, noemt le Songe du Ver^ 
gier „&ne feine nnd geistreiche Schrift" in zgne yerhandeling 
oyer das Kaiaerthum. des Karls des Grossen f opgenomen in 
het ,^ünchner Histoiisches Jahrbnch** (1865), 405. 

Uit het Somnium ontwaakt, dat den auteur in zgn tuin 
heeft yerrast, yerklaart hjj (zie gou>ast, I, 229): ^^nunc exci- 
,jtatn8 a sonmo et yigikns loqoor, illudque credo, teneo 
j^et firmiter profiteor, quod ipsa sacrosancta eedesia Romana 
,^credit, tenet atque profitetur, nee non et illud teneo et 



273 

^^credo yemm, qnod ipsa dnxit siataendom in ezfaravaganti 
Balla, qaae incipit ünam Sanctam. De anteor heeft het 
„ridendo dicere yera" op nitnemende wgze toegepast. 

BUVOEGSEL tot blz. 75. 

6g het beoordeelen van de persvoortbrengselen van bautn 
HARJCANsz. ecHiNKSL is het goed op de bgzonderheid te letten, 
dat hg zelf tot het einde zgns levens aan de Boomsche kerk 
getrouw gebleven is, doch dat zgne vrouw, die de drakkerg 
voortzette, tot de Evangelische kerk behoord heeft, van welke 
ook zgn zoon lid is geweest. 

Van de broeders van schinksl Senior was de een pater 
SCHINKEL, Jesait, die te Bolsward gewoond heeft; de andere 
geneesheer, van wiens zonen een den geestelgken stand in 
de Boomsche kerk heeft aangenomen. 

BIJVOEGSEL tot bl. 107. 

Aldaar worde voor Epistólae óbsc. vir. gelezen: Epistole eet. 

Colloquium Bemensen eet. 

Voor de daar gegevene toelichting aan het einde der bladzgde 
leze men het volgende: 

Te recht wekt het bevreemding , dat tosschen deze verslagen 
van Colloquia j in de 16^ eeuw gebonden, ook voorkomt de 
Dispvtatio inter dericum et milüemy over welke op bl. 59 en 
269 gehandeld is. Het woord colloquium heeft de Censores 
blgkbaar op het dwaalspoor gebracht. Door hen werden bedoeld: 
Handlung oder Acta géhcdtener Disputation zu Bemn in Ucht" 
land^ Zürich 1528; verder de dispiUatione Badensi in Hd- 
vetia^ door joa. faber. Bg vergissing is gewis gevonnisd: 
Libeüus f. b. dk usinobn de duabus dispiUationibus Erphur* 
dianis i quarum prior est lanoi et hbchlbri monarchorum. 
contra ecclesiam catholicamj posterior est usingi Augustiani pro 
ecclesia catholica priori adversa et contraria^ 1527. De in de 
tweede plaats genoemde was alles behalve heterodox. Volgt 

onder den naam van Lipsense de Disputatio inter Joa. Eckium 

18 



274 

et M, Lutherum habüa anno 1519. Ik onderstel « dat door het 
woord Magdehurgense aangeduid is: Cimtatis Magdeburgensis 
publicatio lüerarum ad omnes Christi fideles^ ten jare 1550 
openbaar gemaakt. Wgders wordt het anathema oitgesproken 
over de literatuur door het gesprek te Poissy in het leven 
geroepen. De Articidi Smdlcaldenses hier betiteld: SmcUcal- 
dicum verlieten in 1538 de pers. Het woord Wittembergense 
is gewis eene korte omschr^ving der Acta Synodalia Witten- 
bergica^ op de Appendix reeds genoemd. Zie bl. 191. De 
bedoeling der Appendix met het woord Parisiense is mg ondui- 
delgk; ik kan niet bepalen, aan welk geschrift hier gedacht 
moet worden. 

BIJVOEGSEL tot blz. 121. 

• 

De opgaaf van het jaar des druks is niet nauwkeurig. De 
PoémcUa zagen in 1556 het licht, te gelgk met den Catalogus 
testium veritatis* De titel dier Póèmata luidt verder: Ante 
noatram aetatem conscripta^ ex quihus mtUta historiae quoque 
vtüiter ac summa cum vcluptate cognosci possunt. In 1754 
werden zg op nieuw ter perse gelegd, als: olim edita nunc altera 
vice ob insignem libeili raritatem publicae Itici exposita, Vgl. 
PBBGBR a. a. o. II, 555. 

BIJVOEGSEL tot blz. 141. 

Lamentacion de Jesus-Christ, 

Aldus luidde de titel van het te Bgssel in 1543 in beslag 
genomen geschrift. Ik darfde niet beslissen , aan welk geschrift 
bg dezen titel moest gedacht worden. Van dergelgke aarze- 
ling ben ik nu terug gekomen en waag de gissing, dat onder 
dien titel het werk van bloccius is aangegeven: Querimonia 
Jesu Christu Terecht mgns inziens beweert prof. oobdes 
„Studiën en Bgdragen op 't gebied der Historische Theologie" 
IV, 391 dat het jaartal 1562 in het naschrift, achter de 
vertaling yan de daghe Jesu Oiristi gevoegd, niets anders 
aaaduidt dan den tgd, waarin bloccius te Leiden school- 



j 



275 

meester was. üit het feit, dat in 1543 de Querimonia in 
beslag genomen is, volgt de gewisheid, dat de Latgnsche 
tekst toen reeds het licht had geaden. Het jaiste tgdstip van 
den druk is onbekend. Vgl. doedes ^^Gollectie van Rariora*' 
29, waar de naawkenrige beschrgving eener vertaling van 
1595 gevonden wordt, nader toegelicht in ^^ibl. Adver- 
„saria" V, 7. 

BIJVOEGSEL tot blz. 151. 

Ten aanzien der hier genoemde Latgnsche titels heb ik 
mg in dit opzicht vergist, dat de eerstgenoemde Exequiae 
Missae wel bekend is. Immers daaronder is zonder twgfel het 
geschrift aangeduid^ waarover ik bl. 132 uitvoerig gehandeld 
heb en werwaarts ik den lezer verwgs : . dat doodtbedde ende 
onderganghe der missen. 

BIJVOEGSEL tot blz. 162. 

In plaats van den voornaam pbtrus is die van nicolaüs 
door de Censores aan bloogixjs toegekend. 

BUVOEGSEL tot blz. 174. 

Het door mg beweerde, dat op den Index van 1558 blgk- 
baar de vertaling van achilles gassari Epitome Chronicorum 
bedoeld is, wensch ik te wgzigen, daar bedoelde overzetting 
reeds in 1534 het licht heeft gezien en dus aan de Censores 
van den Index van 1550, zie hiervoor bl. 17, bekend konzgn. 

Uit de bibliotheek van Dr. a. m. ledsboer ligt een exem- 
plaar dier vertaling voor mg, waarvan de titel deze is: Een 
Oironycke^ waer in als in een Tafel ^ seer coridic begrepe 
tvort^ aüe tghene hescreven^ en gheschiet is vant beghinsd des 
weereUs^ tot desen Jare teglienwoordidi van XXXIIIL Wt ver- 
scheiden Chronycke met groter neersticheyt vergadert doer 
AOHILLBU OASSARVM tot Lindauwe in Oo^enryck. 



5i76 

Item hier toe hebben wy gedaen noch veel vreemde ghe- 
schiedenissen j by onsen tydë geschiet^ die in dander niet en 
zyn^ ghecorrigeert en ghebetert tot ved pUzetsen. 

Hiertoe, soe hehben wy noch bygheset dat ghetal van aüe 
Keysersj en van aUen Pauzen^ totten Keyser Carolum dye 
vyffste ende den Paus Clemensj dye aeuefiste nu teghen- 
woordich. 

Gheprini Tantwerpen voor wouter van lim , luonedê op die 
Lonibaerde veste naest den Giddehant. 

Men vintse oec te coepen int Gulden Missad in die Camer- 
strate by adriabn yan bebghen, 1584. 

Met den inhoud der yertaling kennis gemaakt hebbende, 
verwonder ik m^' niet over de veroordeeling van dit geschrift. 
Enkele proeven breng ik bg. 

Paus JOHANNES XII wordt een kwaad mensch genoemd; van 
GitEGOsiTJs VII gezegd , dat hg ook een toovenaar was , en 
grooten twist en oninin gehad heeft met den keizer. Sprekende 
van paus johankes XXII beschuldigt hg dezen, ,^een vonisse 
>>ghegeuë te hebben over die alderbeste Keyser, als dat hi 
„was een viant der heylighe Eercke en heeft hem verbodê 
„alle kerckelicke en godlicke dinghen." 

Luther's optreden wordt op deze wgze herdacht: „mabtinus 
LXJTHER en veel dyer ghelycke menschê hebben dees tyt 
beghinne haer leeringhe te sayen en te scryuen." 

Martinus luther is in eyghen persene gehoort gheweest 
tot Worms in teghenwoordicheyt des Eeysers ende des 
„ganschen Bycs.'' 

Uit deze enkele plaatsen Iaat zich voldoende de veroor- 
deeling van het werk verklaren. 

BIJVOEGSEL tot blz. 175. 

Schreef ik ter aangehaalde plaats, dat de tweede druk der 
locorum communium coUedanea a joannb manuo verscheen 
in 1572, hier verbeter ik die opgaaf. 

Oit de bibliotheek van Dr. a. h. ledeboer mocht ik ter 
leen ontvangen niet den eersten druk, die in het laatst van 
1562 of het begin van 1563 de pers verliet, maar den tweeden, 



9» 
9i 

99 



277 

yan het jaar 1565, Francofarti ad Moenum^ per Petrum 
Fabricium impensis Sigismundi Feyerahend et Simonis Hvteri. 

De Tolgende uitgaven dagteekenen yan 1566 te Franck- 
fort; 1572 te Basel; 1578 te Görlitz; 1594 weder te 
Frankfort a/d. Main. 

Obaessb ,,TiéBoi des liyres rares et precieux" IV, 866 maakt 
melding yan eene Doitsche yertaling: Joa. hanui JierUche 
schone Historiën an vielen Orten gemehret durch joa. huldbioh 
BAOOB, Frankfort a/d. Main, 1574. 

Bbunet „Manael da Libraire" kent het boek yan manuus niet. 

BIJVOEGSEL tot bl. 240. 

De opgaaf yan den titel: den opoffer der Marteleeren worde 
aldns verbeterd: den opoffer der Martderen. 



REGISTER. 



Abdias 168 

AchaDtioB, T 134 

Aeontius, J 147 

Adamo, A. di 143 

Adelan?, J. C. 110, 123, 125, 182, 211 

Adriaenszen, H 163 

AemilioB, Q 109 

Aepinns, J 39, 174 

Agricola, J 39, 94, 201 

Agrippa, H. C 28, 111 

Althammer, A 16 

Ambach, M 254 

Amelry, F 126 

Amerbach, V 54, 191 

Ampzinsr, 8 153 

Amadorf , N 130 

Anczt, M 284 

Andreae, J 168, 215 

Andreas Valeriiu 223 

Angina, A 16 

Anonymns, Adam 244 

ApiariDB, M 245 

AretioB» B. . , 123 

Ariaa Montanos 160 

Arnold, T. I. J. ... 71, 132, 142 

Artopena, P 50, 118 

Aaher, A 261 

Bacmeiater, L 116 

Baerth, H 125 

Balaena, J 191 

Baldainna, F 107, 165, 190 



Baptista Ladenoa 36 

„ Valk 37, 166 

Barnea, R. 16 

Baahuyzen, H. 7 

Baum , J. W 24, 47, 186 

Baumgarten 66, 193 

Bayle, P 101, 105, 148 

Beattts Bhenanna 47, 186 

Bebetiua, H 228 

Beek, J. . . 220 

Beeker, P 50 

Beda Noel 198 

Benrath, K 18, 20, 84, 186 

Berch, A 194 

Bergen, A. van .... 74, 194, 275 

„ N. van . 70, 79, 80, 183, 184 

Bernard van Clairvanz .... 76 

Berqnin, L. . 97, 196, 197, 198, 206 

Benther, M 260 

Beyema, B 172 

Beza, T. 65, 108, 142, 146, 159, 180, 

193, 246 

Bibaat, J 200 

Bibembach, W 168 

Bibliander, T 58, 120 

Bieatkens, N 135, 194, 288 

Billicanua, T 52 

Bindaeil, H. E 68 

Binz, C 28, 176 

Blaea, J 263 

Bloceina, P 162,242,274 



279 



DloekiaSy E 156 

Bloemmaert, P. 89, 181, 142, 216, 243 

Boazio, A 18 

Bock, F. 8 102 

» O. de 94, 267 

Boeking, E. . . 6, 71, 107, 206, 208 

Bodinfl, H 29 

Boebmer, E 36, 107 

Boeles, W. B. 8 72 

Bolaec, J. H. 165 

Bom, G. D 67 

Bomelias, H 19 

Bonnos, H 29, 115 

Bononia, J 108 

Boqain, P 226 

Bordier, H. L 197 

Borhaos, M 47 

Borlnnt, W. 228 

Boale, 64 

Bonlmier, J 52, 200 

Bourbon, N. de 48 

Bourgogne, J. de 166 

Braeker, H. de . * . . . 149, 211, 223 
Bragbt, T. van . . 127, 227, 282, 260 

BrasBiuB, H 142 

Bray, G. de 147, 162 

Brederode, H. van. . .178, 229, 267 

Brenz, J 16, 38, 105 

Brieger, T 248 

Brflcker, 1 17 

Brunet, J. C. .64, 96, 147, 195, 196, 

198, 199, 202, 204, 209, 245, 272, 276 

Bmnsfels, 49, 60, 61, 229 

Brutel de Ia Riyière, G. J. . . 266 

Bruynerbaert, J 61 

Brylinger, N 66 

Bücblein, P 50 

Bngenbagen, J 46 

Bnllinger, H.. 7, 27, 50, 58, 150, 265 

Bnrckbardt 262 

Bosebius, H 80 

Butzer, M 47, 238 

Buysflon, G. de 216 

Bywank, M 77 

Caesar, M 65 

Cal koen, J. M. Assink .... 190 
Calvyn , J. 38, 59, 98, 108, 187, 142, 266 
Camerariufl, J 32, 112 



Campan, CA 268 

Cammingba, F. van 128 

Campbell, M. F. A. G 88 

CantacuzenuB, J 26 

Capito, W 48, 56, 226 

Carion, J 115, 268 

CarlBtadt, A. B 12, 118 

J «8 

CasBander, G 110, 171, 198 

Castelina, J 186 

Castellio, 8 108, 119, 198 

Cate, 8. Blaupot ten 127 

Catbelyne, J. van den .... 186 

Canweel, J 216 

CellariuB, M 48 

Cervicornus, E 14 

Cbalcondylas, L 117 

Chemnitz, M 169, 185 

ChimorraeuB, P 228 

CbloruB, F 24 

CbristiaenBsen , A 179 

CbriBtopb van Basel 42 

CbristopboruB EndovieuBiB ... 70 

CbytraeuB, D 168, 218 

ClaeB Peters 98 

Claesz., J. 127, 129 

Clanser, C 104, 117 

Clement, D. . . .80, 56, 68, 66, 105 

Clink, M 48 

Cock, 8 69, 82, 95, 288 

CogeliuB, C 21 

CoolB, M 248 

Coombert, D. V 187, 210 

Copley, R 52 

Cordier, M 145 

Comelis, Broer 132, 241 

ComeliBz., J. 128 

CorranuB, A 162, 178 

CoUmann, CL 14 

ComeruB, C 21 

Cortgen, J 92 

CorvinuB, A 18 

Cramer, A 127 

Cranacb, L 195 

Cratander, A 198 

Crantwald, V 215 

Crenins, Th 25 

Crespin, J 150, 200 



280 



CrinitQB, J 61 

Croin, M 57 

Crom, M. . . 27, 69, 78, 88, 86, 264 

Crol, C 79 

Ctematiiis, G 144, 255, 266 

Culman, L 62, 116, 252 

Cario, C. S. . . 18, 20, 121, 128, 143 

„ yslentiniiB 47 

Cyprian, £.8 24 

Dale, J. van 251 

Damme, J. F. van. 48 

Dathenns, P. . . . 144, 168, 186, 245 

Daye, J 185, 146, 222 

David Joris 248 

Delenas, W 88 

Denk, H 72 

Desiderias Erasmos . 25, 42, 97, 107, 

166, 176, 181, 197, 215, 224, 288, 289, 

251, 261, 264 

Destrei, J 142, 258 

Didimns Faventinus 106 

Dlck, L 40 

Diegerick, I. L. A. . . 10, 141, 159 

Dlest, G. yan 150 

Diets, L 77 

Diik van Monster 80 

Dirk Philips ... 168, 286, 241, 260 

Dobbe, B. 229 

Doedes, J. J. 2, 46, 68, 67, 69, 72, 74, 

85, 107, 121, 188, 144, 196, 211, 222, 

280, 284, 240, 245, 258, 254, 274 

Dolet, £. . . 52, 189, 180, 197, 200 

Dölsoh, J 118 

Dolscios, P 182 

DttUinger, J. von 61, 272 

Dommer, A. von 6 

Donen, 52 

Draoonites, J 88 

Dryander, F 57 

J 14 

Daarin, F. Ie 170 

Dabois, P 270 

Dafoar, Th. ... 98, 199, 205, 208 

Dalichias, H 257 

Dapin de Saint André, A. . . . 184 
Eokert, H. van Homberch . 42, 44, 83 

EU PheU 105 

Elias, Paal 257 



Ende, C. C. am 88 

Engelwol, C 225, 250 

Enzinas, F. d* 58, 268 

Erven, G. van der 266 

Fabricios, Ch 65, 68, 267 

„ G 110 

„ J 115 

Fagias, P 50, 183, 191 

Fftrber, K 23 

Farel, G. .91, 189, 141, 197, 200, 206 

FiKsser, J. G 4 

Fick, J. G 91, 138 

Fisher, J 176 

Flacios, lUyricos M. . .120, 121, 174, 

179, 181, 191, 198 

Flaminio, H. A 23 

Foze, J 115 

Francies, J. F 43 

Franck, 8 15, 186, 218 

Franco, N 188 

Freder, 1 124 

Fredericq, Paal 2, 98, 241 

Frellon, J 194 

Frobenios, J 66 

Florianos, J 247 

Froschaaer, C 27, 66, 192 

Frossard, CL.. . 57, 140, 152, 233 

Froin, R. 181, 266 

Fmytiers, J 210, 266 

Fonkelin, J 236 

Farins, F 108 

Gachaid, L. P. . . 179, 230, 244» 265 
GaiUaert, W. . . 91, 184, 202, 266 

Gassar, A. P 17, 174, 274 

Gastias, J. 83| 59 

Geiger, L 71 

Geldenhaaer, W 25 

Gelen, J. van. .83, 85, 210, 217, 234, 
236, 287, 243, 247, 260, 261 

Genard, P 4 

Genurd, J 98, 195 

Gerdes, D. . . . 13, 20, 28, 81, 36 

Gesner, C 21, 80, 123 

Ghistele, C. van 243 

Gieseler, J. C. L 122 

Glapio, J 71 

Gnapheas, G. . . 86, 182, 255, 265 
Goch, J. van 31,138 



281 



Goetnuud, L 88 

GoiDOSy A 65 

Ooldast, M 270 

Gooszen, M. A 28 

Graesae, J. G. T. . . . 246, 27o, 276 

Graphaens, C 31, 138 

Grave, N. de 41, 44, 46 

Grempe, L 164 

Gretzioger, B 125 

GrevinckhoYen, N 187 

Gross, A« 213 

GrjmaenB, J. J 121, 180 

n 8 120 

GrttneiBen, K 183 

Gryphiiw, 8 26 

Gymnick, J 69, 194 

Gflnther, P 182, 185 

Gwalther, R. 6,51 

Hadamar, E 111 

Haecht, L. yan 156 

„ W.Yun 81, 90 

Haemstede, C. A. yan .... 266 

Haghe, W. van 256 

Hain, L 226, 244 

Hales, C 6 

Hall, M. C. yan 178 

Hamelmaim, H 114, 172, 187 

Hardt, H. von der 88,124 

Harlem, F. van 75 

HartelioB, J 183 

Hartog, J 142 

Hase, CA 136, 219 

Hedio, G 24, 62, 63 

Heerbrand, J 168 

Heere, L. de 246 

Hefele, C. J 113 

Hegendorff, C 20 

Hendrik YIII 23 

Hendrik Niclaes. . 82, 162, 170, 187 

Hendriks, N 245 

Henricofl Petri 17, 25 

Henry, P 59 

Herman, N 196 

Herminjaid, A. L 97, 205 

Herolt, J 35 

HervagioB, J 193 

HeBhnsiaB, T 238 

HesselB, J. H 57 



Hessas, Eoban .... 28, 107, 171 

HeBSos, H 80 

» 8 119 

HetBer, L 131 

Hey, L. yan der 226 

Heyden, 8 30 

n C. van der 88 

« Ö. „ „ 88 

Heydnecker, V 46 

Heymerios, J 69 

Hillebrant, J 73, 75 

HiUeniuB, M 49 

Hirsch, C. C 125 

Hofinan, C. 21 

„ Yon Fallersleben ... 79 

n M 244 

Hogenberg, F 8 

Holbdn, H 110 

Holtsmann, W 169 

Honoró, 8 193 

HoochBtraeten, J. yan .... 49 
„ M. „ 49, 50, 76, 84, 

85, 261 

Hoog, I. M. J 72, 261 

Hoornbeek, J 248 

Hom, J 219 

HoBpinianoB, J 114 

Hoowaert, B 162 

HaberinnB, G 81, 85 

Hnbert, C 173 

n E 2 

Hack, J 174 

Hngnetan, J. E 68 

Hngo EtherianuB 35 

HoB, J 31 

Hatten, U. von ... . 6» 206, 208 

Hyperins, A 102 

Iperen, I. yan 246 

laenbarg, W. van 88 

Jacobi, J. C. Schaltz. 38, 40, 44, 77, 
187, 156, 167, 198, 211, 265 

Jacobsa, A 221 

JacobBz, B 

JSger, F 12 

Jan van Geel 5 

Jan van Leiden 8 

Jan SieyertBsoon 74, 78 

JansBen, H 27 



282 



JaoBsen, H. Q 247 

n Jacob 228 

„ Jan 842 

Joannes a Leydis 87 

Jöoher, C. G. 21, 80, 86, 40, 49, 146, 

168, 169, 170, 182, 184 

Jonas, J 82, 170, 267 

Jonge, C. de 11 

Jonghe, A. de 172 

Jada, Leo 26, 116 

JnniuB, F 266 

Kaweran, Q 82,89,118,267 

Kaats, J 191 

Keerbeighe, P. van 37, 166, 227, 286 

248, 268 

Keengieter, J. de 260 

Keiler, L 72 

KettenlMch, H 126 

Keyzer, M. de 61, 66, 69 

Kirchmayer, Th 68, 190 

Kist, N. C 220, 236, 242 

Klebitz, W 268 

Kleyn, H. G 68, 67 

KlOBS, G 44 

Knaake, I. K. F 72 

Knithos, T. 28 

Knopken, A 16 

Koberstein, A 226, 286 

Koch, E. E 286 

Koek, V 64 

Koenig, R 226 

Kohier, K. 112 

Köpflein, W 66,67,126 

Kraflt, C 28, 88 

Kraose, C. 28 

„ K. H. E. 247 

Krinitos, J 61 

Kückelhahn, L 86 

Kncsynski, A 12, 80, 267 

Kan, H 826 

Kayper, A 186, 188 

Laet, J. de . 166, 286, 248, 247, 269 

Lagos, C 22 

Lambert, F 24, 179 

Lambrecht, J. . . .80, 89, 141, 288 

Lamotias, J 78 

LanK, J 176 

Langeraad, L. A. van . . 147, 214 



Lasco, J. k * 186, 222 

Ledeboer, A. M. . 69, 202, 224, 288, 

274, 276 

Leenderti, W. J 244 

Lefövre, J 68, 189 

Le Long, I. . 17, 80, 48, 68, 72, 74, 

80, 82, 86, 91, 92, 129, 194, 208, 

214, 226, 288, 246 

Le Bfaire, J 140 

Lemperear, M 66, 68 

Lenaerts, M 262 

Lennep, M. F. van 88 

Leodegaiias 171 

Lesvandrie, P. de 97 

Leackfeld, J. G. .... 172, 187 

Lioentias Evangelos 47 

Lichtenaa, C. van 62 

Lier, W. van 77 

Liesvelt, J. 67, 69, 81, 157, 217, 219, 

226, 227, 284, 260, 264 

Linck, W 82, 262 

Lindanus, G 87 

Linde, A. van der 246 

Lindias, J 186 

Lim,. W. van 276 

Lisch, G. C. F 77 

Loe, J. van 69 

Loniceras, J 84 

Longas, J 176 

Lonmeyer, J. F. N 268 

Lorichius, B 104 

. » G 26, 104 

» J 236 

Loss, L 116, 198 

Looviers, C. de 271 

Latber, M. 6, 18, 16, 40, 49, 60, 82, 

87, 92, 111, 122, 189, 170, 208, 212, 
216, 288, 244, 260, 261, 262, 267 

Latzenbarg, B 80 

Lyn, W. van 226 

llaebly, J 109, 119 

Mainardo, A 148 

Maiziéres, Ph. de 271 

Mi^or, G 62, 171 

Malingre, T 175 

Hanilias, G 246 

Manlins, J 176, 276 

Manningha, U 128 



283 



Manael, N 138 

Kans, F 220 

MansolU, P 117 

Marchand, P 186 

Mareel, L 271 

Harconrt, A 198, 120 

MariSBael, C 68 

Maraef, H. D 194 

Marnix yan 8t Aldegonde . . . 181 
Marot, C. 97, 142, 146, 196, 246, 268 

Marsilins de Padaa 47, 271 

Martens, D. 224 

Martyr, P. . . 28, 60, 176, 199, 206 

Ma8Cb, A. G 60 

Megander, G 24 

Meier, E. J 180 

n F 148 

MeinerB, E 142, 216 

Melanchton, P. 12, 16, 48, 49, 60, 68, 

68, 102, 106, 106, 118, 116, 116, 122, 
148, 149, 167, 218, 218, 281, 266 

Membmnias, T 170 

Menard, J 198 

Menins, J 89, 77 

Menno SimoDS. 117, 127, 144, 287, 241 

Meran , M 68, 144 

Menlman, 1 242, 268 

Meyer, 8 61 

MiconinB, 49 

Micron, M. 184, 186, 186, 144, 146,216 

Middeldonck, J. van 90 

Middeldorpf, H 164 

Mierdmans, S 69, 84, 87 

Moded, H 162, 266 

MoenB, M 27 

MohnilLe, G 124 

MoU, W 114 

Moller, H 178 

Moltzer, H. E 284 

Molyns, J 188 

Montanas, R. G 186 

Montibns, N. C. de 284 

Mordzweski, A. F 101 

Mosellanas, P 60 

Moalin, C. da 106 

MoaÜDS, P. de 144, 166 

Maller, F 4, 9 

„ S 194, 202, 241 



ManceroB, A 163 

Manster, S 26 

MaBcalas, W 66, 146, 184 

Muther, T 112 

Mylbeke, 8. van ... 6, 180, 243 

Naogfeorgas, Tb 68 

Neander, M 183 

NeomagiuB, G 26 

NerdenoB 204 

Niceron, J. P 106 

Nicolal, A 8 

NienwenbaiB, F. J. Domela . . 44 

NiluB TesBaloDicenBiB 180 

Nippold, F 170, 187 

Notre Dame, M 211 

NoviomagaB, G 26 

Nyevelt, W. Zaylen van . . . 166 
NUboff, M. . 46, 144, 149, 192, 267 

Obbe PhilipB 247 

Obeopaeaa, V 64 

Ochino, B 18, 126, 166 

Ookam, W 270 

OecolampadiaB, J 31, 166 

Oemler, G 109 

Oesbergben, J. van .... 80, 88 

Oetgbeen, C 216 

Oitguier, C 216 

Oldenborcb, C. van 86, 86, 88, 91, 92, 

186, 168 

Oldendorp, J 84 

Olivier, F. J 16, 183, 288 

Ongbena, J 152 

Oorscbot, J. G. yan 284 

OporinnB, J 68, 102, 121 

OrteüaB, A 67, 100 

OrzecbowBki, 8 119 

Ob van Breda, P 76 

Osiander, A 16, 116 

„ L 168 

Otter, J 213 

Ovidias, Naso 224 

PagninaB, X 66 

Paillard, C. . . . 87, 101, 147, 160 

Palladinns, J 214 

PalladiuB, P 182 

Pantaleon, H. 104, UI, 116, 120, 184 
Panzer, G. W. . . . 80, 44, 60, 126 
Paqaot, J. N 71, 89 



284 



Paasow, F 177 

Paul, 8 186 

Peeter, J 124 

Peeteraen, B 218 

Peignot, G 102 

Pellicanus, G 22, 66 

Perne, P 147 

Pestalozzi, C 27 

Petereen, H 67, 69, 70 

Petit, Louis D 92, 186 

Petri, A. van Langendorif . . . 244 

Pezel, C 231 

Pfedershelmer, P 260 

Pfeffenkorn, J 71 

Philotheus, AchellinuB .... 272 

„ IrenaeuB 61 

Phrygio, P. C 60 

Pieter, C 124 

Pmet, A. dn 196 

Ptntinger, B 60 

PiBtoriuB, J 169 

Placcins, V 267 

Plantin, C 141, 247, 298 

Pogge, F 201 

PoliteB BaBiliuB zie Bhegins UrbanuB 

Polus, B 118 

Poatel, G 67, 184 

Potter, F. de. 11 

PraepOBituB, J 46 

Prantl, C 16 

Preger, W. . . . 121, 180, 182, 278 

Prierias, S 122 

Prndentins, A. C 164 

Pnpper, J 188 

Pntte, F. van de 161 

Pyper, F 134, 136, 146 

Quentel, H 60 

BabelaiB, F. . . . 201, 204, 216, 246 

Badinns, T 106 

Bagor, J. H 276 

BaUenbeck, C 178, 207 

Bam, P. F. X. de 48 

Bamus, P 188 

Bavesteyn, J 169 

Beithmeier, W 60 

Bemunde, G 70 

F 70 

H 70 



Bemunde, J 70 

Benchlin, A 103 

D 108 

„ J 103 

BeuBch, F. H. . 1, 16, 17, 18, 21, 22, 

26, 30, 31, 83, 86, 89, 48, 60, 68, 66, 

61, 103, 106, 108, 118, 115, 117, 120, 

122, 163, 164, 172, 176, 177, 183, 187, 

191, 197, 214, 267, 262, 268 

Bevius, J 132 

Bhaptos, H 24 

BtiegiuB, UrbanuB . 66, 86, 88, 89, 98, 
119, 124, 125, 131, 140, 269, 262 

BhelUcanuB, J 88 

Biederer, J. B 218, 229 

Biezler, S 268, 270 

BiUiet, A. .... 90, 199, 206, 208 

Bink, M 221 

Bitschl, A 248 

Bivieren, G. tan der 224 

Bivius, J 86 

Bode, H 19, 162 

Bodt, M 92 

Boelants, J 218, 223 

Börich, F. W 267 

Bogge, H. G. . . 94, 289, 248, 265 

Bommeny, J 61 

Boodbnyzen, H 256 

Bosarius, 8 164 

Botermund, H« W. 16, 84, 88, 47, 54, 

198 

Both, F 137 

Boulans, J 79 

Bnchart, J 70 

Budolphi, E. G 

BnelenB, K 90, 247 

Boyter, D 229 

BychBzner, U 260 

Sacc, 8 169 

SacbB, H 226 

SagittariuB, J 118 

SaleuBon, G. van ... . 180, 202 

Salig, G. 8 122 

8anten, W. van 213 

Sapidus, J 235 

8arceriu8, EiasmuB 22, 107 

8artoriuB, J. 36 

8a88en, 8 12 



285 



Satmao, J 68, 69 

Sattler, M 220 

Saugnun, J 93 

Bannier, A 80 

Savonarola, H 77, 226, 230 

Scaliflrer, J. C 176 

Schade, 93, 119 

Schagen, M. . 128, 136, 192, 194, 260 
SchardiQB, S.. . . 140, 164, 182, 270 

Schats, Jan 83 

Scheffer, J. O. de Hoop 40, 49, 74, 87, 
89, 92, 93, 99, 149, 204, 249 

Schegk, J 168, 174 

Scheler, A 43 

Schelhom, J. O. . 17, 88, 62, 66, 61, 

132, 126, 148, 198 

Schelle, H. van 7 

Schiflinann, F. 1 96 

Schinkel, B. H 76. 273 

Schmidt, C. 20, 36, 91, 121, 123, 263 

J 116 

Schoepper, J. 174 

Schol, Y 74 

SchoUier, H 100 

Schoock , M 203 

Schotel , G. D. J. . . 80, 90, 94, 247, 

268, 261 

SchrOver, C 31 

Schoddemate, P 161 

Schaeren, N. van der 11 

Schnlze, L 19 

Scharff, H 111 

Schwenckfeld, C 32, 216 

SchUn, H 260 

Scrlbonins, 31 

SebelloB, J. 174 

Sehofer, A 16 

SddeUoB, B. 103 

Selneccer, N 117,181.231 

Senden, G. H. van 26 

Serrore, C. P. 42, 44, 74, 77, 78, 83, 
84, 87, 90, 123, 156, 167, 211, 222, 

268, 267 

ServatioB, Pater 239 

Servetns, M 64 

Seyergn 162 

Severts, J 81 

Siber, A. 163 



Silviu», W. . 194, 209, 210, 226, 263 

Simler, J 17$ 

Simon, R 67, 66 

Simrock, K 236 

Sincems, S 29, 214 

Sixt, C. H 144 

Sleidanng, J. 36, 116, 162, 200, 206, 268 

Smalsing, G 230 

Smenge, P. P 73 

Smit, B. de 83 

Snepff, T 168 

Sotzmann 96 

Spangenberg, C. . . .112, 167, 170 
„ J.. ... 34, 112, 227 

Stange, J 226 

Stanpitz, J 72 

Stecher, J 83 

Steelfllaa, J 66, 70, 236 

Steenberghen, L. van 71 

StephanoB, H 177, 186 

„ B. ... 69, 63, 68, 172 

Stemhold, T 246 

Stesser, P 131 

Stoilaert, 1 129 

Stralen, A. van 6 

Strieder, F. W. . 14, 26, 30, 34, 38, 

103, 123, 191 

Strigel, V 177 

Strobel, G. T 218 

Starm, J 36 

SofTridoB, P 73 

Snlzer, S 176 

Snringar, W. H. D 94, 223 

Suy», H 264 

Taffin, J 162, 207 

Taaier, J 263 

Tavemier, A. 95, 192, 209, 217, 236, 

243 

Teiflsier, A 183 

Tideman, J 166 

Tiele, P. A 137 

Tiletanna, J 169 

Toepke, G 62 

Toorenenbeigen, J. J. van. . 19, 46, 

181, 214 

ToflarioB, J 36 

Toames, J. de 193 

TremelUns, £ 173 



286 



Troyens, J 144 

Trameaiii F 170 

TurahOQt, J. van 223 

Tydeman, H. W 108 

,) M« 108, 146 

Uhlhorn, G. 55, 85, 88, 89, 116, 131, 133 

UldaricuB 191 

UUmann, C 31, 122 

UBingen, F. B. de 273 

Utenhove, C. yan 162 

„ J. „ . . .134, 136, 145 

VadianaB, J 32 

Yaernewyck, H. van . . . .10, 241 
Valerius, Schoolmeester .... 232 

Valk, B 37, 166 

Vanderhaeghen, A 68, 69 

„ F. ... 10, 40, 126 

Varlek, W. van 229 

Varrentrap, C 250 

VatabluB, F. 63 

Vater, J. S 220 

Veesenmeyer, G. . . . 17, 220, 258 

Velt, Dietrich 68, 102 

Velcurio, J. B 56 

Velde, J. F. van de . . . . 42, 222 

Velsias, J 114, 162 

Velthoven, P. C. van 223 

Veltkirchen, J 113 

Veloanns, J. A 114 

VenatorioB, T 53 

VeranuB ModestoB 190 

Verbmggen, J 85 

VergerioB, P. P. ... 118, 122, 144 

Verhagen, P 144 

Verhaaselt, M 101 

Verwey, J 124 

VillanovanoB , H 64 

VillavincentioB, L 103,113 

Vincent, A 194 

Vingle, P. de 205, 208 

Viret, P 24, 98, 200, 208 

ViBBcher, L. G 155 

Vivere, J. van den 11 

Vivefl, J. L 224 

Vivlen, G 199 

Vleckwyk, H 132 

Vloten, J. van 153 



Vogt, W 106 

Volden, A. van 142 

Volkwinner, C 206 

Voraterman, W.. . . 67, 71, 77, 81 

Vos, F. de \U 

Wacker, S 84 

Wackernagel, P. . 95, 135, 218, 219, 

237, 288 

WaennersBoene, P 262 

WaeBberghe, J. van. 155, 202, 288 

Wal, J. de 118 

Walle, C. van den 285 

Water, J. W. te . . .38, 123, 288 
Weller, E. . . 93, 95, 231, 235, 246 

WerckBhagen, C 208 

Werdmuller, 49 

WeBel, J. van 122 

Wesenbeke, M. de 182 

WeBthemer, B 17, 191 

Weyer, J 29, 176 

WibaliuB, J 176 

Wicel, G 104 

Wickram , G 226 

Wiclef, J 81 

Wigand, J 179 

Wilcke, J 39 

Will, G. A 53, 62, 82, 116 

Willems, J. F. . . . 19, 90, 226, 239 

Wind, 8. de 37, 226 

Wingen, G. van 222 

WingiuB, G 146 

Winter, V. A 16 

Wite, J 285 

Wolf, H 188 

WolterB, A 223 

Wouwere, C. van den . . 236, 248 

Wylicz van Santen, D 230 

Wynckius, C 151 

Wyndricx, J 219, 227 

Xylander, G 169 

Zoel, J 148 

Zur Linden, F. 244 

Zuttere, P. A. de 51 

Zaylen van Nyevelt, W. van . . 202 

ZwingeruB, T. 190 

Zwingli, H 21, 47, 58 



i