(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verhandelingen uitgegeeven door de Hollandse Maatschappye der Wetenschappen te Haarlem"

Zi.L'-?1 



y ■ <r<?/- ^ 



VERHANDELINGEN 

UITGEGEEVEN DOOR DE 

• HOLLANDSCHE 

MAATSCHAPPYE 

DER 

WEETENSCHAPPEN, 

T E 

HAARLEM. 

ZESDE DEELS, EERSTE STUK. 







ZfiSBE DEEZc. 



-~^?n; 



/ ■' — ^ 



VERHANDELINGEN 

UITGEGEEVEN DOOR DE 

HOLLANDSCHE 

MAATSCHAPPYE 

DER 

WEETENSCHAPPEN^ 

T E 

HAARLEM, 

ZESDE DEELS, EERSTE STUK. 



■ë,-x& 




TE HA A Pv L E M, 

Bj J> B O S C H $ 

Drukker van de Hollandfche Maatfchappye tier 
"Weetenichappen. 17Ö1. 

Met Privilegie der FA Gr. Mogi Heeren StaateH 
van Holland en Wejlvriejlahds 



INHOUD 

Van het Zesde Deels Eerjïe Snik. 

Verhandeling van de Oorzaaken , Genezing en 
Voorbehoeding der gewoone Ziekten van ons 
Scheepsvolk , dar, naar de Weft - Indien 
vaart , door Salomon deMonchy Stads 
Do&or te Rotterdam , op de Vraag van de 
Hollandfche Maatfchappye der Weeten- 
fchappen in de Jaaren 175-8 en 175-9 gedaan: 
Namelyk , Welken zyn de oorzaaken der ge- 
ixioone Ziekten van ons Scheepsvolk , 't welk 
na de Wefh-indien vaart en welke zyn de mid- 
delen om deeze Ziekten te voorkomen ofte te 
Geneezen ? 

Welk Antwoord de Prys, hier opgefteld, 
is toege weezen. Bladz. 1 

Korte fchets van de Volken die weleer het 
gezegend Nederland bevolkt en bewoond 
hebben , door Leonardus Offerhans , Lid dee- 
zer Maatfchappye. iSó 

Verhandeling over de 'Oorzaaken der menig- 
vuldige Breuken in de eerftgeborene Kin- 
deren door Petrus Camper , Lid. deezer 
Maatfchappye. 235* 

Verhandeling over de Voortteeling der Ameri- 
caanfche Padden of Pipce , door denzelfden 
Heere. 266 

Verhandeling, benefFens denaauwkeurigealge- 
meene en byzondere afbeeldingen , van den 
Overgang der Planeet Venus voorby de Zon, 
op den 6 Juny 1761 des morgens, door D. 
Klinkenberg , Lid deezer Maatfchappye. 283" 

Proeve over den Leef tyd,gefch\kt ter Inentinge 
der Kinderpokjes , in het Franfch de Maat- 
fchappye toegezonden door Dr. Maty, haar 
medelid Uit het Franfch vertaald. 317 

Waarneemingen op Zwanenburg, van de Jaaren 
1744 en 1760. 

* 3 Be- 

f- 

fe 



INHOUD. 

Berichten aan de Maatfchappye gegeven. 

Bericht wegens eene merklyke Verbetering in 
het maaken van Barometers door Pieter Ei- 
zenbroek. Bladz. 35*3 

Voorfchrift om allerlcije gaten in Yzere plaa- 
ten , pypen , buizen , of zelfs gebroken 
Yzerwcrk weder valt aan één te voegen , 
zoo dat veel eer het Yzer op eene andere 
plaatze in (tukken zal kunnen gebroken ofte 
geflagen worden, dan ter plaatze, daar het 
gelapt is, weerftaande dit mengfel de wer- 
king van water, vuur, koude en warmte, 
medegedeeld door L. S. de Creutznacb , Lid 
deezer Maatfchappye 35^ 

« van een Compofitie om defteenvoegen 

en de fteenen zelfs, het zy in Kelders, Fon- 
teinen, of gebouwen onder water, of bo- 

• ven den grond, zoodanig digt en valt aan 
malkanderen te lymen en te ftoppen, dat 
het tegen water, "lugt en warmte altoos digt 
blyve , en nooit zalbarften, medegedeeld 
door denzclfden Schryver. 362 

van nog een diergclyke fteenlyffi ofn de 



voegen tuflehen Hardfteenen, het zy onder 
of boven den grond, waterdigt te maaken , 
alsmede Yzere bouten en ftaaven in den 
fteen, in itede van met Looc valt te zetten, 
beltand tegen water, lucht en warmte, en 
niet barltende , medegedeeld door denzelf- 
den Heere 363 
van het geheim om alle Snaphaanen en 



Piftoolen zoo te bereiden , dat men 'er zeer 
verre mede Schieten kan, mede door den 
zelfden. 365" 

Brief gezonden aan den Secretaris van deHol- 
landfche Maatfchappye der Weetenfchap- 
pen door Jofua van Iperen , Predikant te 
Lillo over eene Scabies Scorhutica. 367 

Waarneemingen gedaan op de Groenlandfche 

uit 



INHOUD 

uit en t'huis Reizen, in den Jaare 175*8 en 
175-9. gezonden aan de Maatfchappye der 
Weetenfchappen door Pieter Cramer. "Bladz. 374 

Waarneemingen gedaan cp de Straatdavids 
uit en t'huis Reis in den Jaare 175-9. gezon- 
den aan de Maatfchappye der Weetenfchap- 
pen door denzelfden Heere 388 

Vervolg der weerkundige Waarneemingen te 
Curacao , door Carel Doerffel, Lid deezer 
Maatfchappye. 397 

Aanmerkingen over de in Curacao van tyd tot 
tyd in zwanggaande Ziekten 5 door denzelf- 
den Heere 408 

Berigt wegens de Genezing van een zwaare 
wonde in de Blaas , door een mes veroor- 
zaakt, dat in de Blaas afbrak, en bleef ftee- 
ken, door Mr. Thomas Baker. 417 

■ « van de Comeet van het Jaar 1759. in 

Batavia waargenomen door Pieter Hermanus 
Obdem , Luitenant in dienft der Ed. O. I. 
Compagnie. 421 

• wegens eene zonderlinge verbaflering 

der Ovaria, door C. A. Kloeckboff, Lid dee- 
zer Maatfchappye. 436 

Uittrekfel van twee Brieven van den Heere J. 
de Zollicoffer, Predikant van de Walfche kerk 
te Deventer , medegedeeld aan de Maat- 
fchappye der Weetenfchappen door J. L, 
Magnet , Lid van dezelve. 439 

Inhoud van eenen Brief door den Heere Ad- 
vocaat J. F. Dryfbout.Lid van deeze Maat- 
fchappye aan haaren Secretaris gefchreeven 
over het gevolg der Inentinge der Kinderziek- 
te aan zyn Eds, Kinderen. 448 



DRUK- 



DRUKFOUTEN. 

Bladz. 246 regel 3 cum ipfis ibidem &c. lees cimi 

ipjïs per meatum deorfum com- 
means. Proinde duplex ibi- 
dem peritonaei propago effici- 
tur &c. 

263 23 niet lees niets 

267 ■ 1 van onder, zeer van die der 

anderen, lees zeer van den 
anderen. 

268 2 van onder, die verfchillen der» 

zei ver , en byzonderheden, 
lees , die verjchillen, en by- 
zonderheden. 

. 271 4 Pipas , lees Pipal. 

276 22 Aetus. lees Aetius. 

— 23 primus, lees Principes» 

-. 2S9 H en 17 ftaat a lees * 



VER- 



VERHANDELING 

VAN DE 

OORZAAKEN, GENEZING EN VOORBË* 
HOEDING DER GEWOONE ZIEKTEN 

VAN ONS 

SCHEEPSVOLK, 

'j GEEN NAAR DE WEST-INDIEN VAART, 
DOOR 

'SJLOMON DE MONCHT, 

Stads Do&or te Rotierdam. 

Op de Vraag van de Hollandfche Maatfchappy* 

der Wet en/c Lappen , in de Jaarcn 

I7j8 en iys9 gedaan, 

N a M e l y k : 

WELKEN ZYN DE OORZAAKEN DËRdt» 
WOONE ZIEKTEN VAN ONS SCHEEPS- 
VOLK, 'twelknadewest-indièn 

VAART, EN WELKE ZYN DE MIDDE- 
LEN om deeze Ziekten tè Voor* 

KOOMEN OFTE TE GENEZEN? 

tVELK ANTWOORD DE PRTS, HIER OP 
GESTELD, IS TOEGEWEZEN. 



VI Deel, A 



Bladz. ni 

*\7 



Lf/anmer my de Vraag, door de Leden 
van de Hollandfc)e Maatfchappyeder 
Wetenfchappen , in den ja are 1758 opgege- 
ven , welken , namelyk , de oorzaa- 
ken zyn der gewoone ziekten van ons 
Scheepsvolk , dat naar de Weft-Indien 
vaart , en welken de befte middelen 
zyn, om deze ziekten te voorkomen 
of te genezen ? het eer ft onder het oog 
kwam, fciieen Jut my toe, dat detneefte, 
zoo niet alle, myne Geneeskundige Landge-* 
nooten , die anderzi\is wel genegen zouden 
zyn om naar d.n opgehangen Eereprys te. 
d'ngen , daar van moeften afgefchrikt wor- 
den ; doordien zy hy eigene ondervinding, 
en waarnemingen niets dien aangaande kon- 
den voortbrengen ; deivyl zy zeldzaam zig 
aan de Zeevaart overgeven. 

Van 

* Byvoegsel. Eenige weinige byvoegfels zyn op 
fommii^e bladzyden onder aan gëpluatjl, en daarenbo^ 
Ven met het woord Byvof.gsel, 'er voorgejleid , van 
de andere aanteekeningen onder fcbeiden , om te doen 
blyken, dat zy 'er nader band zyn hy gedaan, en ik duf 
als jcbryver hy bet overgeven van cieze ^rbandgïinge 
niet ie kennen ben ?ewee(l. 

A 1 



iv rOORBERIGT. 

Van de Heelmeeflers , waar mede ge- 
woonlyk onze Schepen, naar de Weit -In- 
dien varende , voorden worden , twyffe de 
ik, of men wel iets ten dezen oizï-te had 
te wagten ; naardien dezelve , hot zeer zy 
anders in de Heelkunde ei vai\n zyn, eg- 
ter zelden op eene gtondige ken as in dj 
Geneeskunde zig hebben toegele t , nor dis 
vorderingen gemaakt , als d' b.antwoor- 
ding van de vo r gepielde Vraage vordert. 

Vernemende , dat geene dr antwoorden , 
die men tn 't eer ff e jaar had toegezonden, 
door de Vergadering vo' do nd^waren geoor- 
deeld, werd ik niet weinig in dat denkbeeld 
verfterkt. 

Gebrek van eigene bevindinge heeft dan 
jnsgelyks , in het eerjie jaar , aan my tot 
eenen hinderpaal verjirekt , om over dis 
ftoffe eene Verhandeling op te maken ; ook 
was het tweed i reeds voor een groot gedeelte 
verkopen , eer ik , met ei iijt daar op denken- 
de , my vcorjhlde en overreed werd., dat 
de Vraag wel degeiya ti beantwoorden 
waar , zoo men namslyk de zlïiten on dr 
den verzeng dn lugt reek euivo-'dig aan- 
merkte , als niet verjchillende va < onze Na- 
jaars ziekten, en t effens gebruik wilde ma- 
ken van de meemgvuld'xz w lèfnëfmngen, 
inzonderheid der jlngeljche Gene.s- en Heel- 

t.ieelfe- 



rOORBERIGT. v 

mee fleren , die zi'g thans op niets meer, dan 
op de ziekten onder het Scheepsvolk , toeleg- 
gen , en alle voigens hunne ei varenis ge- 
fenreven hebben. 

Door deze overdenking aangepord, begon 
ik te beproeven , wat ik met de hulp van t 
gene ik in myne praktyk federt veel e ja aren 
in Jbortgelyke ziektens geleerd hadde * , en 
door een naauwkeurig verder onderzoek hier 
in vermogt. 

Ten dien einde heb ik voor eer ft ve?!e 9 
maar vooral de mee ft beroemde, getrouwfte 
m nieuw ft e Kngelfche Schryvers. Mead, 

Prin- 

* Byvofcsel. Hier toe heb ik de gelegendbeid on- 
gemeen gunjlig gebadt , wanneer ik , geuuurenae 4 
jaaren , als Geneesmeejtèr te velde by de bulpbenden 
van dezen Staat, zoo in Duitfccland, als de Neder- 
landen in bedienïnge ben geweefb* enjuijl ten groot- 
Jlsn deele gelyktydig met den vermaarden Heere J. 
Prtncle , die in dergelyke waardigheid , en boven 
dien als Lyfarts van zyne Koninglyke Hoogheid, den 
Hertog van Cumberland, de Engelfcbe benden by 
bet Ï éreenigde leger beeft gevol^t, bet gene hem dan 
ook aanleiding beeft gegeven , niet alleen tot de be- 
febryving (zynde de nauwkeur'gfte, die , er tot nog 
toe bekend is) van de Leger ziekten , door bem zelf in 
de verj'cbeide tyden des jaars waargenomen; maar ook 
tot het nader onderzoek der rottinge en middelen , de- 
zelve meer of min bevorderende of tegenjlaande ,waar 
door die Heer in en bulten zyn Vaderland zulken 
grooten , «72 ook in der daat verdienden lof by alle Ge- 
?ieeskundigen verkregen beeft , gelyk een ieder over 
bektnd is. 

A 3 



> \ 



vi VOORBERIGT. 

PRINGLE, HUXHAM,LIND, WAT- 

S O N , B I S S E T , Hillary, die in dit 
deel der weten fchap gewis felyk groeten wem 
verdienen, en anderen met aandagt doerle- 
z en en fcmmigen voor de tweern m&at &w ) \ , e- 
'zien. Dit is my van zulken nut geieetf.' , 
dat het vervelende zoude zm. zoo it overal 
aanhalingen vit dezelven had by-etoegd 
van de veaamenpn^en en bermen , daar 
dézen met de mynen overeenjhmmen , of 
van de genen , die ik van hen ontleend 
hebbe. 

Ik heb ten anderen eenige Schippers , dié 
langen tyd, één onder dezelven reeds federt 
19 jaar en, op de Weft-Indicn gevaaren, 
en zeer veele perfoonen , als reizigers op 
verfcheide tyden dsrwaarts hadden medege- 
voert , die ook nog onlangs van daar wa- 
ren te rug gekomen , omfandig en meer- 
naaien aangaande de verfchynfelen der 
mee ft voorkomende ziekten onder hun Scheeps- 
volk enz. ondervraagd. 

7 et een diergdyk onderzoek heeft zig ook 
zeker Heer , en gemeenzaam vriend van 
my', die voorheen gedu arende vier en een 
ha/f ja aren &i de Weft-Indien , en voor 
een groot gedeelte van dien tyd op de kujt 
van Guinee in Afirika, en het overige aan 
ha Eiland Barbados , de Engelfche kroon 

in 



rOORBERIGT. vu 

in Amerika toebehoorende , op een Engelfch 
(chip in de bedieninge van Boekhouder ver- 
keert heeft, voel willen ver ledigen. 

Eindelyk by eene hyzondere gelegendheid 
heb ik door tuffchenkomft en gezag van 
eenen aanzienelyken Heer , die t effens één 
'der Commiffaiïflen van de Admiraliteit 
in Engeland is , op eenige vraagen , door my 
opgegeven, van de kamer aldaar , aan wel- 
ke de bezorging voor de zieken op de Oor- 
logfchepen , en de Zee Hospitaalen is aan-* 
bevolen, een omftandig antwoord bekomen. 

'Deze zyn de hulpmiddelen geweeft , van 
welken ik my , tot vergoeding en verminde- 
ring van het 'gebrek van eigene bevindinge 
in ziekten op de Schepen , die naar de Weft- 
Indien varen , hebbe bediend , en waar 
van ik noodig dagt vooraf iets te moeten be- 
rigten. 

Eer ft zal ik , hoewel in 't kort , de gele- 
genheid der Hollandfche Weft-Indifche 
Landen , en daar na aangaande de ge- 
fteldheid der lugt onder den verzengden 
lugtftreek , en in dezelve Landen alleenlyk 
eenige voomaame waarheden , die ik , deels 
uit ds befte Natuurkundigen , deels uit de 
berigten, my daarvan gegeven , opgemaakt 
hebbe , ter neder ft ellen. Hier mede heb ik 
gedagt te kunnen vol ft aan, om dat, indien 

A 4 ik 



vin VOORBERIGT. 

ik alle de waarnemingen , daar omtrent door 
my aangeteekent , had opgegeven , de Ver- 
handeling zekerlyk te groot , en ongejchikt 
zoude geworden zyn. Iemand begeerig zyn- 
de om dezelve te weten, kan de onder aange- 
wezene Auteunn, die ik daar over gera ad- 
pleegt , en waar uit ik die ftellingen ge- 
trokken heb, nazien; wyders zal ik een be- 
rigt van de Scheepskojl op 's Lands Oor^ 
logfchepen , door eenen Zee-Kapitein aan 
vny medegedeelt , en eindelyk ecne bepaling 
der gewoone ziekten op dezelven 'er byvoe- 
gen. 




VER.- 



Biadz. 9 

VERHANDELING 



VAN DE 



OORZAAKEN, GENEZING EN VOORBE- 
HOEDING DER GEWOONE ZIEKTEN ' 

VAN ONS 

SCHEEPSVOLK, 



'T GEEN NAAPv de west-indien vaart. 



I. HOOFDSTUK. 

Van de Gelegenheid der Weft-Indien. 



I. i ^jgfr^ e Weft-Indien, oneïgentlyk 
^if*,^fl& aldus genaamt, beteeke- 

ts f SJl nen m c & emeen geheel 

Zg^ËËÊË Amerika, maar met op- 

zigt tot de voorgeftelde 

vraage bepaaldelijk dat gedeelte, 't welk 

onder, 't gebied van den Staat der 

Vereenigde Nederlanden behoort , en on- 

A § der 



ïo Van de Gelegendheid der Wëft-Xndien. 

der het bewind is van de Weft-Indifche 

Maatfchappye. 
II. De voornaamfte dier bezittingen 

zyn 

i. S. Euflatius , een klein Eiland 
in Koord Amerika , één van de Ca- 
r'ihes of Voor-Eilanden , gelegen op 
17 graaden 25 min. Noorderbreed- 
te, en 314 graaden 25 min. leng- 
te , gerekent van de Piek van Tene- 
riffa. 

Het ganfche Eiland is eigentlyk. 
niet anders, dan een berg, die zig 
in 't midden in de gedaante van 
een fuikerbrood verheft (a). 
2. Curacao , een Eiland in dcNoord- 
zee , benoorden 't landfehap Ve- 
nezuela in Zuid Amerika , gelegen 
op 12 gr. 25 min. Noorderbreed- 
te, en 348 gr. 30 min. lengte. Op 
fommige plaatfen , als omtrent de 
haven, is het laag, en omtrent de 
wooningen der Cairibanen hoog 
land (by 

n 
Ö' 

OO Tegen w- ftnat van alle Volkeren XI. D. 
bladz. $21. 

( b ) Holl. Mag. 3. deel 3 ftuk bl. 91. uit Titzino 
genecskonft- der Heelmeefters tot dienlt der Zee- 



vaart. 






Van de Gehgendheid der Wejl-Indien. i i 

3. Esfequeöo,op 6 gr. 45 min. Noor- 
derbreedte en 318 gr. 55 min. leng- 
te , 

4. Berbice , op 6 gr. 1 8 min. Noorder- 
breedte, en 320 gr. 30 min. leng- 
te, en 

5. Suriname, op 5 gr. 55 min. Noor- 
derbreedte en 322 gr. 30. min. leng- 
te, gelegen , zyn volkplantingen 
in fret Landfchap Gulana aan de 
Ooflelyke kuft in Zuid Amerika, 
dewelke de Cairibaanfche genaarnt, 
en zig uitftrekkende van de groo- 
te rivier der Amazoonen tot aan de 
de rivier Qronoque ter lengte ruim 
van 220 Duitfche mylen, beftaat 
uit laag land, met bosichen over- 
dekt , en waar van de grond voor het 
grootfte gedeelte drie vierden dee- 
lcn des jaars met water bedekt is , 
ter hoogte van 1 , 2 en meerder 
voeten, ten minfte tot op eenige 
mylen afftands der rivieren Q#\ 

6. Men voege hier nog by ij. Gsorge 
Del-Mina aan de Noord-Weü kuft 
vm Afrikaan het Landfchap Guinéa, 
leggende op 5 gr. 4 min. Noorder- 

breed- 
00 Holl. Mag. 1 deal 1 ftuk. hl. 4. 



12 Van de Lugtsgefieldbeid 

breedte en 1 7 gr. 30 min. lengte , 
alwaar het land rondom Bofch- (#) 
en Bergagtig (#) is. 

II. HOOFDSTUK. 

Van de Lugt'gefleldheit in den 
verzengden Lugtftreek. 

III. De Hitte is tuflchen de keer- 
kringen, voor al op den middag op de 
aangehaalde Landftreeken en op Zee, 
hoewel hier matiger, als daar, grooter 
en eenpariger , als by ons ; (c) egter 

zoo 

(a~) Obfervar'ons on the difeafes of the Army in 
camp and Garri'on by John Princlf. Lond. 1752 in 
8°. Part. UI. ch. 4. p. 234. of volgens de vci taaling 
in het Franfch. a Paris 1 7^5-. in 1 2°. Tom. I. p. 306. 

(b) Hift. Refchryving der Reizen V deelbl. 474. 

(c) P. van .Müsschenbroek Eeginlels der Natuur- 
kunde bladz. 879. 

L Lulofs Inleiding tot de Natuur- en Wiskun- 
dge befchouwing des Aardskloots, bladz. ïgo. 

Weerkundfge waarnem ngen te Curucao van dea 
Heere C. Doerffel in de V'erh. van de Holl. 
Maatfch. der Wetenfchap. te Haarlem IV deel 
bladz 315". 

Dagelykfche waarn. van de lu^t en het weder in 
Suriname, in het fcoll. Mag. 1 deel 1 (luk. 

Tegenwoordige ftaat van alle V 7 olkeren XI deel 
bladz. f44. 
.Hifi. JBcfchryving der Reizen V deel bladz. 473. 

Holl Mag. 1 deel 1 ftuk bladz. Z4. 

Titzikg 1. c. bl» zij, **?• ï°9* 



in den verzengden Lugtftreek. 13 

zoo groot niet , als men zig in den eer- 
ften opflag zoude verbeelden ; want 
volgens de waarnemingen van den Hee- 
re Cossigny (#) is 'er niet één eenige 
dag zoo warm geweeft , als 'er fomtyds 
zomerdagen te Parys zyn , en , naar 
de uitrekening van den Heere Lulofs, 
is de geheele hitte van den dag onder 
den Evennagtlyn , als' 'er de zon regt 
boven ftaat, vergeleken zyn de met de 
geheele hitte van den langden dag te 
Leiden , ten naaften by als 73 tot 80 (#). 
De langheid der nagten maakt 'er de- 
zelven zeer koud, voor al in den mor- 
gen cy 

Het verfchil der daghitte en nagt- 
koude is inzonderheid te Suriname (V) 
doorgaans van 3, 10, of 12 graaden op 
den Thermometer van Fahrenheid. Het 
onderfcheid der hitte tu (Tenen den mor- 
gen en middag is fomtyds gering , zelfs 

tot 

00 Lujlots I c bladz. $90. uit mem. de 1'Acad. 
des fc. 1738. pasr. n9- 1739- p« óid 17-J.2. p. 841. 

(b) Dezelve bladz f91. 

(O Mussch. I. c. bladz. 879. 896. 

fcüLOFs 1 c. bladz. fpi, 

Hoil. Mag. i del 1 ft uk b'adz. 16. 

Titzing 1. c, bladz 22. 209 3^7. 

Hift. Bcichryving der Reizen V dee! bl. 403,473, 

(d) Dngelykiche waarn. ven de lus;c enz. iüSuri' 
namen , in iiêc Holl. Mag, 1 deel 1 ftujs. 



-14 • Van de Lugtsgefteldheid 

tot i graad , meermaalcn grooter tot 
164- graaden. De grootfte trap van hit- 
te loopt tot 83 , 90 en de minfte tot 72 
graaden. 

Diergelyk heeft plaats op de andere 
Landilreeken (a) , hoewel het verfchil 
'er minder aanmerk elyk is. 

IV. De Winden zyn hier , de alge- 
meene Pasfaatwind op Zee , en Zee- of 
Landwinden aan de kuften. 

De Pasfaatizind is altyd Ooft , fom- 
tyds eenen ftreek van 't Noorden , of 't 
Zuiden hebbende. Wanneer dezelve 
tuffchen de keerkringen Ooft Noord 
Ooft is, en de Zon indeZuiderhemels- 
teekenen , dan is in het Noorderdeel 
der aarde van 28 graaden breedte tot 
den Evenaar toe heldere lugtenfchoon 
weeder ; maar de Zon in de Noorder he- 
melsteekenen zynde , is de lugt aldaar 
betrokken en by den Evenaar aan fchie- 
lyke ftormbuijen onderhevig, (jok 
word deze wind het fterkfle in de Re- 
genfaizoenen gevoeld (bj. 

De 

Ca) Verh. van de Holl. Maatfch. der Wetenfch, 
te Haarlem IV deel bladz. 315. 
(b) Mossch. 1. c. bladz. 784. 867. 868. 87c 
Holl. ïviag. 1 deel 1 ftuk bladz. ƒ. 



in den verzengden Lugtftreeh 15 

De Zee en Landw'mden bevindt men 
in heete landen koel en verfrisfchende, 
hoewel fomtyds onregelmatig (a). 

De Zeewinden zyn by helder weder 
het regelmatigft ; maar in natte faizoe- 
nen blyven zy wel eens één dag ag- 
ter (by 

De Landw'mden zyn in de Golven en 
groote Baaijen het fterkfte , en kouder, 
dan de Zeewinden, of fchoon zy flap- 
per, dan dezen waaijen (c). 

Te Suriname heeft de Landwind eeni- 
ge flreeken van' het Zuiden, komende 
meelt oyer moeraffige overflroomde 
Landen, en dus van derzelver water- 
agtige deelen en koelte eenig aandeel 
hebbende, waait niet warm (dy 

De Nagt te Curacao is koud , vogtig 
en 't waait 'er dan ftraf ; dog meer voor 
't waaigat , als van daar tot de Breede- 
flraat (e).. 

V. Belangende de Vbgtigheit der lugt, 
kan men in 't gemeen aanmerken , dat 
zy in de gemelde 'plaatfen , zoo wel op 

de 

O) Mussch. l. c. bladz. 484, 

(b) Dezelve I. c. bladz. 879, 

00 Dezelve 1. c. bladz. 879. 

(d) Holl. Mag. r deel 1 ftuk bladz. f. 

(O Titzing 1. c. bladz. 2-27. zjó. 309. 387. 



\6 Van de Lugtsgefteldheit 

'de Zee, als te Land, doorgaans veel 
vogtiger zy, dan hier te Lande (0). 

Meenigvuldige , hoewel zuiverder 
Dampwolken , dan gewoonlyk op 't Land, 
worden 'er door de meerdere hitte der 
Zonne uit de Zee , en wel hoe nader 
by den Evenaar , hoe meerder ge* 
maakt (#). 

Eene meenigte van flinkende fchade- 
lyke dampen , en uitwaazemingen ont> 
liaan 'er uit de valleijen , uit ftilftaan- 
de en ondiepe overftroomingen of 
moerafTen , voor al na zwaare regen- 
vlaagen, en daar op volgende onmati- 
ge gedurige hitte (c). 

Men heeft in Suriname waargenomen, 
dat de fom van de uitwaazemingen , 't 

aan- 

(V) Müssch. I. c. pag. 794. 
Pringle 1. c. Part I. ch. 7. p. 71. Part. III. ch. 4. 
p. 2.36. of Tom. I. p. 88. 308. 

James Lind's Treatife of the fcurvy. Edenburg 

1753. i n S°- P art « 11* c h« '• P- r °8' 114. of volgens 
de vertaaling in 't Franfch. a Paris 175-6. in 12 . 
Tom. I. p- 140. 148. 

Biffet's Treatife on the Scurvy. Lond. ijss- pag« 
3.18. 

Titzinc 1. c. bladz. 25-3. 

(è) Müssch. 1. c. bladz. 429. 484. 785'. 

Pringle 1. c. Part. I. ch. 1. p. 1 — 4. of Tom. I. 
p. i—s- 

(c) Dezelve 1. c. Part. I. ch. r. p. 2. 6. Part. II* 
ch. 2. p. 99 — 101. 103, of Tom. I. p. 3. 8. 124— 
116. 129. 



in den verzengden Lugt Jf reeb i? 

aanmerk el ykft in de maanden April * 
Mey, Juny, en July, in 't jaar 1744 
beliep op 44 duimen Ca). 

De Dauw valt zeer veel op gemelde 
plaatfen des avonds , als de wind gaat 
leggen en des nagts. Dikwils is deze 
's morgens ten 7 uuren nog zoo groot* 
dat men ze een mift, of nevel zoude 
mogen noemen (b). 

Door het een en ander is 'er de lugt 
niet alleen meeften tyds betrokken - 9 
maar het regent 'er dikwerf, en veel. 
Een Schipper, onlangs van S.Euftatius 
aangekomen, heeft my verhaald, dat 
'er by regenagtig weer altyd eene wolk 
hange over den berg vari die plaats* 

In de Landen van den Evenaar tot 
den keerkring regent het 6 maanden 
lang, en welmeeft, als de Zon by nee 
Toppunt is (c). 

De Zuidwefte wind in de Golfvün 
Guinee voert alle wolken uit de dampen 



(a) Holl. Ma^az. 1 deel 1 ft uk, in de ly ft der 
Waam. van de lugt en het weder té Suriname. 
(b*j Luiofs 1 c- bladz. 5-97. 
Hift Befchr. der Re zen V. deel bladz. 403* 
Ti.tzing i- c bladz. 2 f6. 
Holl. Magaz. 1 deel 1 ftuk bladz. 6i 
(c) Müs-sch. 1. c, blad/.. 794. 
Lrr.bFs I c bladz. ƒ94— f96. 

FJ* Deel B 



i8 Van de Lugtsgefteldheid 

der Zee , langs de Zuidelyke kuften 
van Afrika geboren, naar dezelventoe, 
en perft ze tegen de bergen aan ; waar 
door 'er dikwils zeer zwaare ftortre- 
gens hier veroorzaakt worden (a). 

Insgelyks de altoosduurende Ooft- 
pafTaat , alwaar hy tegen de Ooftelyke 
Amerikaanfche kuften aanloopt, brengt 
zeer veel regen mede (#). 

De hoogte van den gevallen regen in 
Suriname is, in 't geheel e jaar 1744 by 
één genomen, geweeft ruim 32 Rhyn- 
landfe duimen, hoewel dezelve in de 
maanden April, Mey, Juny en July onge* 
lyk overvloediger , dan in de overigen 
bevonden (c^y en volgens de waarne- 
ming van den Heere Musschenbroek, 
die 10 jaaren over één geflagen heeft, 
te Utrecht 24 duimen geweeft is (d). 

Men kan egter uit de hoeveelheid van 
regen tot de vogtigheid der lugt niet 
befluiten ; want by droog weeder is de 
lugt te Curacao met zoo veele dampen 
bezet, dat men by nagt aan den He- 
mel, 

(a) Mussch. 1. c, bladz. 784. 

(b) Dezelve 1. c. bladz. 784. 

(c) Bo\i Magaz. 1 deel 1 ft uk in de lyft der 
waarn. van de lugt en het weder te Suriname* 

(d) Müssch. 1. c. bladz. 793, 



in den verzengden Lugtftreek. 19 

mei, fchoon zonder wolken , zeer wei- 
nig lierren ziet , en in tegendeel , als 
't fterk geregent heeft, is de lugt zoo 
klaar, en de Hemel zoo vol lierren, als 
in Holland by eenen fterken vorft (#). 

Men heeft ook in eenen tyd, wan- 
neer het byna nooit regende* en de hit- 
te tuflehen 80 en 84 graaden was , te 
Cnracao waargenomen , dat de lugt zeer 
vogtig waar , zoo dat men aan eenen 
Notiometer, die in Holland uit eene ba- 
lans met eenen aanhangenden , in Saï- 
Ammoniac-loog gedoopten en gedroog- 
den Spons gemaakt was, en wiens vogt 
of droogte aan weerskanten in 90 graa- 
den verdeelt waren , tweemaal het ge* 
wigt van die zwaarte heeft moeten aan- 
hangen. Daar en tegen in eene andere 
reis, meeft alle dagen regenende, en 
de hitte tuflehen 82 en 86 graaden zyn« 
de, was de lugt in 't eerft redelyk vog- 
tig , maar naderhand drooger * als in 
Holland (by 

Dt? 

(a) Titzing I. c. bladz. 38 2. 

L. Sro-KKE verhandel, van de Gaiziektë, Ücrege 
3742. bladz. 23. 

Pringle 1. c. Part. II. ch. 2. p, 100. ior. 102, 
Pare. III. ch 4. p. 21 ƒ. of Tom. I. p, iaf, i%6* 
J28. 278. 

(J) Titzing I. c, bladz 382» 
JÜ 13 



20 Van de Lugtsgefieldheid 

De Dampen en uitwaazemingen , 
door eenen Landwind naar zee ge- 
voert , is bevonden gezond of onge- 
zond te zyn , zoo als de grond van het 
Land zandig of moerasfig is (a); edog 
uit eene waarneminge op de Engelfche 
Oorlogfchepen , die onder het bevel 
van den Heere Mitchel op de Zeeuw- 
fche (troomen in 1 747 kruiften , is ge- 
bleken, dat eene vogtige en bedorve 
lugt uit het flik der rivieren en moeras- 
fig Land of verfpreid of ten minfte ver- 
beterd zynde , voor dat zy by de Sche- 
pen kwam , geene uitwerking had , ge- 
lyk op het Land (F). 

VI. De Drukking van den Dampkring 
en het weeder heeft men in heete Lan- 
den eenpariger gevonden, dan in de 
Landen , die onder de gematigde lugt- 
flreeken leggen, blyvende byna altyd 
in den zelfden ftaat geheele jaaren 
door;terwyl de veranderingen omtrent 
de ryzing en daling van den Barometer 
tufTchen de keerkringen weinig zyn (cj. 

Maar 

(a) Pringle 1. c. Part. I. ch. r. p. 4. of Tom. 
I. p. 4- 

(b) Dezelve 1. c. Part. I. ch. 7. p» 71. of Tom. 
I. p. 8S. 

(e) Mussch. 1. c. bladz. 643. 
Holl. Mag. 3 deel i (tuk bladz. 24. 
» 'e la Condara;ne Mem^ de lT-.cad. das ie. 1745-. 
pag. f71. 



n 



in den verzengden Lugtjïreek. 21 

Maar de Dampkring is 'er ook yler 
en dus ligter, minder drukkende, dan 
op plaatfen , op eene grootere breedte 
leggende; want de Kwik ftaat by den 
Evenaar veel laager dan in Frankryk, 
en aldaar wederom langer , dan in Hol- 
land, en hier laager , dan in Zweeden (a). 

VII. De lugt is in de Schepen ge- 
meenlyk vogtiger, dan op het Land, 
't zy van het ftilftaand water op den 
bodem van 't Schip , 't zy by ftormend 
weer van het Zeewater, als een fyne 
regen opgeheven, en zoo wel als de re- 
gen op het Schip neervallende, 't zy 
eindelyk van 't zelve water, wegens het 
geweld der baaren door de naaden van 't 
Schip ingedrongen(^). Evenwel tufïchen 
deks kan men dezelve vry en open heb- 
ben ; ja meer op Schepen , die naar de 
Weji-Indien , dan naar elders vaaren; 
edog in dat gedeelte van 't Schip , 't 
welk meefl onder de oppervlakte van 't 
water blyft , is zy befloten , zeer warm , 
en vervult met den lïinkenden rook 
der brandende kaarsfen (c). 

Zy 

(a) Müssch. 1. c. bl. ~of. 
(6) Lind. 1. c. Pare. II. ch. i. p. 108-110.114. 
ef Tom. I. p. 140—142. 148. 
(c) Bisset 1. c. pag. 4. 7. 20. 23. 43. 

B 3 



22 Van de Lugtsgefte/dheïd 

Zy is in 't voorfte gedeelte van \ 
Schip het vogtigïle , en meelt beflo- 
ten , om dat de gefchut-poorten byna 
altyd moeten toe blyven , en gemeen- 
lyk meer of min water door de poor- 
ten enz. lekt (a). 

VIII. Het verdient eindelyk zyne 
opmerking , dat het Zeewater volgens 
de waarnemingen van opmerkelyke 
Reizigers , voornamentlyk van Feuil- 
LéE , onder den verzengden lugtilreek 
zwaarder en zouter zy , dan in andere 
plaatfen , en hoe meer men naar 't 
Noorden komt, hoe zoeter het zelve 
is (b). 

Dus heeft de wyze voorzienigheid 
de wateren , naar maate zy door groo- 
tere of mindere hitte , meer of min aan 
de verrottinge bloot gefield zyn , voor 
het bederf door eene grootere of klein- 
dere hoeveelheid zouts willen bewaren; 
gelyk de Heer Lulofs te regt heeft aan- 
gemerkt (c). 

III. 

(a) Btsset J. c. pag. 10. 23. 43. 

C&) Feuillée Journ. des Obf. Tom. I. pag. 19. 
38. 63. 239. 

A&a. Erudit Lipf. 1715-. pag. 189. 

Uitgezogte verband. 1757. 7' e ftukje bladz. 390. 
uit der Kon. Schwed. Academie der wifïenfchaffen 
abhandlungen auf das jahr ijs >-. XVII. d. door den 
Küflelfchen geheimen Raad de Heer VVaiz^ 

(c~) Lulofs 1. c. bladz. 254. 259. 



Van het Scheeps-voedfel. 23 

III. HOOFDSTUK. 

Van het Scheeps-voedfel 

IX. Aangaande het fchaffen, op 's 
Lands Oorlogfchepen in gebruik , is 
my de volgende manier opgegeven , 
die overeenftemt met de order , 
door de Admiraliteit in den jaare 
1636 daarop beraamt (#), behalven, 
dat men hedendaagfch het Scheepsvolk 
geen vleefch geeft , om dat het Ierfche 
vleefch doorgaans hard, droog , en 
zout is. 

Het volk eet driemaal des daags , 's 
morgens ten half 8 , 's middags ten 1 2 
en 's avonds ten 6 of half 7 uuren, naai- 
de dagen lang zyn. 

's Morgens krygen zy gort met bier , 
zoo lang het zelve ftrekt , anders water 
en azyn. 

's Middags en 's avonds groen erwten, 
en ftokvifch met boter en azyn , uitge- 
zondert zondags en donderdags mid- 
dag; dan graauw erwten metfpekfmeer, 
en yder een half pond fpek. 

Het 

Ca) Tegen w. ftaat van alle Volkeren IX. deel 
bladz. 366. 

B 4 



«4 Van het Scheeps-voedfel. 

Het rantzoen van 't volk is 's- maan- 
dags voor de geheele'week een half 
pond boter , één pond kaas , voorts 
yderen dag zoo veel brood , als zy begee- 
ren; dog, rantzoen gevende, om de 
Noord vyf pond, en om de Weft vier 
pond. Het rantzoen van bier en water 
is ook , zoo veel zy luften , uitgezon- 
den dat 'er by nood, en wanneer men 
in eenen kouden lugtftreek is, meer 
bier wordt gedronken en meer potfpys 
gegeten. 

X. De begeerte om te weten , in hoe 
verre deze fpys het Scheepsvolk voor- 
of nadeelig zy ten opzigte van de ge- 
woone ziektens, waar aan het onder- 
hevig is , heeft my verfcheide proeven 
met dezelve doen nemen. Ik hebbe 
op dezelve wyze,als de Heer Princle 
met andere fpyzen proefnemingen in 't 
werk geftelt heeft , uit de genoemde 
fpyzen verfcheide mengfels genomen , 
die in dier voegen gefchikt en bepaald 
waren , als zy door het Scheepsvolk 
gebruikt worden : by fommigen heb ik 
èene bepaalde hoeveelheid fpeekfel ge- 
mengt. 

Deze mengfels heb ik gedurende 12, 
of 24 uuren in eene warmte geftelt ge- 

lyk 



Van het Scheeps-voedfcL 25 

lyk aan die , door welke de kooking 
in onze maage bevordert word. 

Naauwkeurig waarnemende de ver- 
fchynfelen en veranderingen , die de- 
zei ven ondergongen, heb ik uit-eene 
meenigtevan proeven de volgende lee- 
ringen , welken gemelde Heer door 
zyne proeven ondekt heeft , beveiligt 
gezien ; 

1. Dat dierlyke zelfflandigheden , als 
vleefch, vifch en fpek, gemengt met 
meelagtige, in den gemelden graad van 
warmte eerfl tot een beginfel van rot- 
tinge komen (Y); 

2. Dat dezelven , dus tot rotting hel- 
lende , het vermogen hebben om eene 
gifling in meelagtige ongehevene zelfs- 
ftandigheden voor te brengen (#); 

3. Dat die gifting wel gefchiede , 
fchoon men enkel meelagtige zelfflan- 
digheden neemt , maar in verre na zo 
hevig of zo fchielyk niet , als dan, wan- 
neer 'er dierlyken by gemengt zyn (c) ; 

4. Dat 

vvt } in PRrNGLE \'% Apl ?f nd ' Pa P er - IV ' Ex P- 
AAViii. p. 397. of Tom. II. p. 224. 

v CUtP ezefve n L c ' A PP end - Paper. IV. Exp, 
XXVIII. p. 39 8. paper V. Exp. ixXI. p. Ju 
of Tom. II. p. 22?. 235-, 

v ^w^ r Dezelve 1: c Append. Paper IV. Exp. 
XAVIII. p. 397. of Tom. II. p. ïff. l 

B 5 



26 Van het Scheep s-voedf el. 

4. Dat die gifting weinig of niets 
verfchille , fchoon men water , bier of 
azyn in die mengfels gedaan heeft; 

5. Dat door de gifting , welke uit 
de menginge van de meelagtige met de 
dierlyke zelfftandigheden ontftaat , een 
fterk zuur geboren worde , 't welk de 
rotting der laatften geheel tegenftaat , 
en belet (a) ; 

6. Dat het fpeekfel , by dergelyke 
mengfels gedaan, de rotting der dier- 
lyke zelfftandigheden vertraage , de 
gifting der meelagtigen matige , en het 
zuur , 't welk 'er na overblyft , ver- 
zwakke , of minder fcherp doet zyn (b). 

IV. HOOFDSTUK. 

Bepaling der gewoone Ziekten. 

XI. Nademaal de voorgeftelde Vraag 
het onderzoek bepaalt tot de gewoone 
ziehen, moet ik eerft nafporen, wel- 
ken daar onder verftaan worden. Ten 

dien 

Cfl)PRiNCLEl. c. Append. Paper IV. Exp. 
XXVIII. p. 398. of Tom 11. p. 227. 

(fc) Dezelve 1. c. Append. Paper IV. Exp. 
XXVIII. p. 400. of Tom. II. p. 130. 232. 



Bepaling der gewoone Ziehen. 2? 

dien einde zal ik alvorens aanwyzen, 
welken 'er niet toe konnengebragt wor- 
den, waar uit blyken zal, dat de min- 
kundigen 'er fommigen onder begry- 
pen , die 'er inderdaad niet toe behoo- 
ren. 

XII. Ik zondere dan van die gewoo- 
ne ziekten uit voor eerft dezoodanigen, 
die zeldfaam in de Wefl-Indien voor- 
komen , hoedanigen zyn alle waare 
ontftoke ziekten, 

i. Om dat de gefteldheid der lugt 
( III en V. ) daar ter plaatfe niet 
gefchikt is , om dezen voort te 
brengen, en grootelyks verfchilt 
van de hoedanigheid der lugt in 
die tyden , en landen , waar in de 
Ontfteekingen het gemeenfle zyn ; 
want dezen zyn byzonder eigen 
aan de koude van den Winter of 
Lente , en verminderen daarom 
oogfchynelyk met den Zomer. Dit 
beveiligt onder anderen de onder- 
vinding der zulken ? die hier te 
Lande de Legerziekten hebben ge- 
zien en behandelt , getuigende zel- 
den des Zomers het waare Zyde- 
Wee (a) te hebben ontmoet in een 

volk , 

(aj Pleur itis. 



28 Bepaling der gewoone Ziekten. 

volk, dat anderzins zoo gefchikt 
fchynt tot waare ontftoke ziekten , 
als de krygsknegten *. Ook wordt 
het gefielde bewaarheid uit de be- 
rigten , die ik ontfangen heb , wel- 
ken eenparig getuigen , dat dit 
foort van ziekten in de heete Lan- 
den niet gewoon zy. 
2. Gelykerwys de natuur der ontfto- 
ke ziekten verfchilt van den aart 
der genen, die in heete geweflen 
voorvallen, zoo zyn ook de toe- 
vallen van beide foorten onder- 
fcheiden. Alle toevallen in de 
Ontflekingen zyn gevolgen van 
eene al te groote gefpannenheid , 
en veerkragt der vezelen , en van 
een al te vaft zaamgepakt bloed. 
Moeijelyke ademhaling , zelden 
overvloedig zweet , ontfloken 
korft zyn verfchynfelen , eigen aan 
dezelven. Maar het tegengeftelde 

van 

* Byvoegsel. Dit heb ik byzonder waargeno- 
men in den tyd van myne bediehinge te Velde, en, 
wanneer ik naderhand met fommige Geneesheeren 
over deze waarneming gefproken nad, hebben zy 
hunnen aandagt daar mede op laten vallen , en in 
't vervolg getuigd , dat zy insgelyks die ziekte zo 
gemeen des Zomers niet bevonden , als men in 't 
gemeen gelooft. 



Bepaling der gewoone Ziekten. 29 

van dit alles heeft plaats in de ge- 
wooneziekten onder eenen warmen 
lugtftreek, gelyk uit het vervolg 
duidelyk zal openbaar worden. 
3. Hier van daan is de geneeswyze 
in Ontftekingen ganfch tegenftry- 
dig aan die van de gewoone ziek- 
ten des Zomers , en der heete Lan- 
den ; want in de eerftgemelden is 
het voornaame oogmerk de kragt 
van 't bloed te verminderen , het 
zelve te verdunnen, en de veze- 
len te verflappen , terwyl 't gebruik 
der braakmiddelen enkoortsbaft^) 
ten uiterfte fchadelyk is. Dog, 
dat het tegendeel waar zy in de 
laatftgenoemden , zal mede het ver- 
volg leeren. 
Ik zonder van de gewoone ziekten 
uit ten tweede de Kinderpokjes (b ) 9 
welke daar te Lande fomtyds wel ge- 
weldig woeden , en eene meenigte weg- 
fleepen , vooral eer de Inenting 'er plaats 
vond, maar die egter nog eene waare 
Landziekte der JVejl-Inditn , nog be- 
trekkelyk tot de opgegevene Vraage is. 

Ten 

(a) Cortex Peruvianus. 
CÓ yariolae. 



$0 Bepaalïïïg der gewoone Ziekten. 

Ten Derden fommige Landziekten 
der Wefl-Indien. Dus is de Venuszick- 
te (a), offchoon aldaar zelfs oorfpron- 
kelyk , geenzins in de vraage bedoelt. 

XIII. Wel is waar, dat het Scheur- 
buik (b) , als meer aan de Noordfche 
en koude , dan aan heete Landen ei- 
gen, by de meefte fchryveren erkend 
wordt , en dus mede buiten het beftek 
dezer verhandelinge fchynt te zyn; 
nademaal egter het zelve veeltyds als 
eene algemeene ziekte op Zee, voor 
al op lange reizen, ook onder den ver- 
zengden lugtftreek waargenomen , daar 
en boven hevig woedende , de andere 
gemeene ziekten uitermaaten verzwaa- 
rende , en gelyk in de oorzaaken , zo 
ook in de genezingwyze merkelyk met 
dezelven overeenkomende bevonden 
is, heb ik beflooten deze ziekte 'er on- 
der te moeten begrypen. 

XIV. Ik bepaale derhalven myn on- 
derzoek tot tweederlei foort van ziek- 
ten , de één van eenen fchielyken , en 
de andere van eenen langzaamen voort- 
gang. 

De 

(a) Lues venerea, 
{b) Scorbutus. 



JSepaaling der gewoone Ziehen. 31 

De eerfte zyn Rotkoortfen(a),welkQïi 
ik wederom verdeele in eenvoudige 
Gal- of Rotkoortfen (b), en in Kwaad- 
aamgen (c) , 't zy uit de eerften in 't 
lighaam voortgebragt, 't zy van buiten 
door befmetting aangekomen ; de twee- 
de foort is het Scheurbuik. 

XV. Tot de gemeene Rotkoortfen 
behooren de zoogenoemde Heete Rot- 
koorts Cd), Afoopende (e) en Tujfchen- 
pozende (f) Koortfen, Galkoorts , Loop (g), 
Roodeloop (h) , BordQ), Herfft- of Zo- 
merziekten (k) , Geek koorts (ƒ) , Choko- 
laad of Coffyziekte (in) enz. 

XVI. Sommigen hebben gemeent , 
dat de Heete Rotkoorts tot de ontflo- 
ke ziekten behoorde ; dog Hippocra- 
tes (n) y by wien zy » k«v<t9?, febris ar- 

dens 

'(a) Febres putridtz. 

Qb) Febres biliofce putridce. 

(c) Febres malignae. 

(d) Febris ardens putrida. 

(e) Febres remlttentes. 

(f) Febres intermttejites. 

(g) D>arrhoea. 
(b) Dy/ènteria. 
(i) Cholera. 

(k) Morbi autumnales & aejiivi. 
£ l) Febris flava. 
'Crn) Morbas niger. 

(n) Hïppocrates Se&. III. Aph. ar. 23. 
Corraeus definic. in voce v.mm r 



32 Bepaling der gewoone Ziehen* 

dens heet , heeft ze nooit onder de 
ontftoke ziekten van den Winter of 
Lente , maar onder de Zomerziekten 
geplaatft. 

Daar en boven verfchillen de koort- 
fen met ontftekinge , en de GalkoorXen 
met bederf daar in van den anderen, 
dat de eerfte meer, en de laatfle min- 
der afloopende zyn in de warmte* 

Billyk is hier de aanmerking van den 
Heere Huxham (#) op Sydenham. 
Indien S yd enham (zegt hy) niet alle 
koortfen, zelfs de Peft, als zuiver ontjle- 
king ziekten hadde behandelt , zoude zym 
fra&yk in 't algemeen volkomener , en meer 
navolgbaar zyn geweeft , die volmaakt wel 
ingerigt is voor zalken , welken van een onU 
ftoke taaiheid afhangen, maar zekerlyk moet 
men hem altyd niet volgen , zelfs niet in de 
Kinderziekten. 'Er zyn buiten allen tvoyf- 
fel Kojrtfen , waar in iets meer , dan het 
lancet, dun bier en een zuiverend middel 
moodig is. 

Niet te min fta ik gaarne toe , dat in 
enkele gevallen de rottige fcherpte ver- 

menge 

(a) Eflay on Fevers by Iohn Huxham. London 
175-7. 'ö 8 °- P* 100. en volgens de vertaaling in 'c 
Franfch a Paris 175-*, in ii°. p. 128. 



. Bepaaiïng der gawone Ziekten. 33 

mengt kan zyn met eene ftrakheid der 
vezelen ; en mogelyk meer of min Ont- 
fteking in het begin plaats hebbe. Hier 
van daan vindt men fomtyds op 't ein- 
de van den Herfft , als 't koud is , een 
Ontftooke korft (/z) op 't bloed in Gal^ 
koortfen. 

XVII. Maar het zal waarfchynlyk 
aan foramigen vreemd voorkomen , dat 
ik zoo veele , en zoo verfcheide ziek- 
ten , als Roodeloop, Loop, Bord, Geele- 
koorts , Chokolaad of Koffy ziekten 
enz. tot degemeene Rotkoortfenbren- 
ge. Dog, dat ik dit niet doe zonder 
de reden en de ondervinding geraad- 
pleegt te hebben , zal ras blyken , wan- 
neer men het volgende in overweginge 
neemt. 

Dat de vermeenigvuldiging van ziek- 
ten j die in Natuure dezelve zyn , of 
flegts als toevallen van andere ziekten 
zyn aan te merken, en de veelvuldige 
naamen, die men aan dezelven gege- 
ven heeft , ten allen tyden aan den 
voortgang der Geneeskunde fchadelyk 
geweeft zy , hebben veele groote Man- 
°nen lang voor my aangemerkt; want 

•(a) Crufla inflaimmtoria. 

VL Deel G 



n 



4 Beplating der gewoone Ziekten. 



de ontzaggelyke lyft van ziekten, die 
hier door ontltaan is , heeft veelen 
niet weinig afgefchrikt , het geheugen 
vreezelyk bezwaard , en niet dan ver- 
warde denkbeelden kunnen voortbren- 



gen. 



Dan het kan niemant onbekend zyrc , 
dat een en dezelfde ziekelyke oorzaak, 
naar het verfcheide gewclt, dat zy oef- 
fent , naar deszelfs onderfcheide zit- 
plaats , verfcheidenheid der temperamen- 
ten, verfchillend klimaat , jaargety, en 
weeder , toevallen verwekt , die zeer 
verfchillendezyn,ten opzigte van tyaa- 
re uitwendige gedaante ; daar nogtans 
de natuur der ziekte, als Z3'nde hetna- 
tuurlyk gewrogt van de naaite oor- 
zaak, dezelfde zy, en hierom dezelf- 
de genezingwyze vordert. 

XVIII. Dit zelfde oordeele ik plaats 
te hebben omtrent de gewoone Seheep- 
ziekten , maar byzonderlyk omtrent de 
gemeene Rotkoortfen. Men heeft haar 
getal , naar 't my toefchynt , buiten 
noodzaakelykheid vermeenigvuldigt , 
doordien men aan gelykfoortige ziek- 
ten, wier naafte oorzaak niet verfchilt, 
of aan verfeheidene trappen en toeval- 
len of gevolgen van eene en dezelfde 

ziek- 



Uepaallng der gewoone Ziehen. 35 

ziekte, verfchillende naamen heeft toe- 
gek ent. 

't Is daarom , dat ik het beft geagt 
hebbe alle de bekende Scheepziekten 
'onder eenïge weinige foorten te be- 
trekken , en de verfcheide ziekten , die 
ik by de gemeene Rotkoortfen heb 
opgeteld , onder dezen te brengen; 
terv/yl ik in 't vervolg toonen zal , dat 
zelfs deze weinigen aan eene en de- 
zelfde naaile oorzaak hun beftaan ver- 
fehuldigt zyn. 

Door het een en ander zal , myns 
bedunkens , niet alleen de kennis dier 
ziekten, maar byzonderlyk derzelver 
genezing gemakkelyk gemaakt en ver- 
betert worden. 

XIX. Dog op dat de waarheid vari 
het gefielde (XVIII) eenigzins open- 
baar worde , heeft men omtrent de 
Scheepziekten ( XV ) de volgende 
waarnemingen alleen in aanmerkinge te 
nemen. 

1 . Zy zyri gelyktydig , iri dezelve 
Landen en Saizoenen; 

2. Vermaagfchapt met elkanderéii 5 
fomtyds meer dan één vallen de 
Lyders te gelyk aan; andere Ver- 
vangen elkander ; zoo dat zelfs del 

G 2 Hfeë= 



36 Bepaaling der gewoone Ziekten 

Heete Rotkoortfen in regelmatige 
tuffchenpoozende veranderen; of 
fommigen zyii doorgaans gevolgen 
van anderen; of ook wel byzon- 
dere neigingen en leidingen der 
Natuure gelyk de Roodeloop en 
het Bord; 

3. Van eenerlei aart ; zelfs die ge- 
lyktydig zyn , zoo dat alle de Voor- 
jaars koortfen , Loop , en Roode- 
loop met Ontfiekinge , en die van 
het Najaar alle met bederf verzeld 
gaan , en , zoo de eene goedertie- 
rend of kwaadaartig , regelmaatig of 
onregelmaatig is , bevind men de 
andere ook alzo o; 

4. Hierom doen zy allen zig in het 
het begin met dezelfde verfchyn- 
felen op; 

5. Eindelyk uit dit alles , komen zy 
vermoedelyk van dezelve oorzaa- 
ken zoo wel uit- , als inwendige 
voort , 't welk in 't vervolg onte- 
genzeggelyk blyken zal. Gelyk zy 
ook gewoonlyk allen zig fchik- 
ken naar de gelegenheid der voor- 
gaande oorzaak en. Waar van 
daan de koortfen meer of min he- 
vig, en meer of min tuffchenpoo- 

zen- 



BepaaJing dei' geKOone Ziehen. * 37 

zende , afloopende of geduurig 

zyn enz. 
XX. Ik heb getwyffeld , of de Roo- 
deloop niet behoorde gebragt te wor- 
den tot de kwaadaartige koortfen, om 
dat zy dezelve zoo dikwils verzelt; 
edog ik vinde deze twee ziekten meer 
van elkander vcrfchillende , dan wel de 
eerftgemelde met de gemeene Rot- 
koortfen, in zoo verre, dat, indien de 
Roodeloop zig vertoont , die koorts 
dan ophoude , en zoo ook , als de 
Roodeloop ophoudt , de Rotkoorts 
aankome. Ten anderen , de Roode- 
loop vermindert zoo wel, als de afloo- 
pende koortfen met de koude , en 
houdt met de Vorft geheel op \ daar 
én boven is het meer gemeen , dat zy 
met de Rot-, dan met de kwaadaartige 
koortfen gelyktydig regeere; ook word 
in haar begin dikwils veel gal ontlaft, 
en de eerfte verfchynfelen zyn in beide 
ziekten dezelfden. 

De Heer Piungle nogtans heeft ge- 
meent , dat de Galziekte gevoeglyk in 
tweederlei,te weten in Koortfen en Roo- 
deloop moet verdeelt worden , welke 
onderfcheiding , met opzigt tot de gene- 
zingwyze , mv niet ondienftig toefchynt. 

C 3 XXI. 



38 Bepaaling der gewoom Ziekten. 

XXI. Dezelfde bedenking zoude 
kunnen vallen op de geek koorts en de 
Chocolaadziekie in de Wefl-IndK'fi , in 
welke haare oorzaak zeer fehielyk toe- 
neemt , en met een groot gewek de 
voornaamfte werkingen in 't ïighaam 
ten onderften bovenkeert,zoodatmen 

. dezelve eigentlyk maar eenc zeer hevi- 
ve Rotkoorts kan noemen. 

XXII. Zelfs de kwaadaartige koortfen 
fchynen veel overeenkomt te hebben 
met de gemeene Rotkoortfen, en de 
eerflen nemen hunnen oorfprong fbm- 
tyds niet alleen uit de laatften , en zou- 
den dus onder derzelver gevolgen mo- 
gen geteld worden ; maar ook de uit- 
waazemingen van veele zieken , die 
door de laatften aangetafl zyn , en by- 
een leggen , worden een gemeene oor- 
zaak van de eerden ; egter heb ik de- 
zelven liever van den anderen onder- 
fcheiden , om dat de toevallen, afgele- 
gene oorzaaken , en zelfs de genezing- 
wyze in veele opzigten onderling ver- 
fchillen. , 

XXIII. Het beftaan en gemeen zyn 
van deze drie ziekten op de Weft-In? 
difche Schepen getuigen alle Schry- 
vers cenpaarig. Alle de bcrigten , die 

ik 



JSepaali ng' der gewoone Ziekten. 39 

ik bekomen heb , beveftigen het, en 
uit het onderzoek derzelver oorzaken 
zal zulks nader en overtuigend blyken. 
Bat wyders de drie gemelde ziekten 
volkomen dezelfde zyn op de Schepen 
onder eenen verzengden lugtflreek , 
als in andere Landen , kan men breed- 
voerig bewezen vinden van de twee 
eerftgemelden by den Heere Prin- 
g l e * , en van de laatfte by den Heere 
Lind. 

XXIV. Men denke ondertuflchen 
geenzins, dat de Rotkoortfen hier te 

Lan- 

* Byv. De Heer H, van Santen, die by de 
6000 krygsknegren , door den Staat der Vereenigde 
Nederlanden aan den Koning van Engeland in den 
jaare 1744 ter hulpe gegeven, Geneesrneefter te 
Velde is geweeit, 'en fëdert de geneeskunft te Ba- 
tavia ocffent , en daar beneven de aanzienelyre 
bediening van Hoofd der Chirurgie in Nederlands 
Indien bekleedt, heeft my in eenen brief, gedag- 
teekend Batavia den 30 O&ober 175-4 en dienende 
tot antwoord op eenen voorisen van my , waar in 
ik hem over den aart der meelt gemeene legerziek- 
ten onderhouden, en teffens verzogt had, om te 
mogen vernemen of niet de gevaarlyke koortfen in 
den verzengden lugtftreek der Ooft-Indien veel 
overeenkomfb reet dezelven hebben , vriendelyk 
berigt, dat hy by vergelyking van de eenen met de 
anderen dezelve* in natuure niet verfchiilende be- 
vonden had, en dat zy aldaar alleen fchielyker af- 
loopen , zoo dat de lyders dikwerf in drie of vier 
dagen door dezelven weggerukt worden. 

c 4 



4-o Bezaaiing der gevooone Ziekten. 

Lande zoo gevaarlyk niet , nog zoo 
algemeen kunnen zyn , dan in de Wefl- 
Indien; want, indien dezelfde oorzaa- 
ken hier -te zamen loopen, heeft men 
ze in een verbazend aantal doodelyk 
zien woeden; dus was naauwclyks een 
zevende deel der Engeifche Soklaaten 
in Zeeland in ftaat om dienfl te doen , 
en maar vier peribonen van een ge- 
heel regiment > geduurende den veld- 
togt, volkomen gezond gebleven (V). 
XXV. Ik ga opzettelyk, als niet vol- 
fïrekt behoorende tot de voorgeftelde 
vraage , -voorby eene omftandige be- 
fchryving te geven van alle de ver- 
fehynfelen door den ganichen loop de- 
zer drie ziekten. Het zal genoeg zyn 
alleen de wezentlykften op te noemen , 
waar aan dezelven, byzondcr in 't be- 
gin , genoegzaam gekend en van ande- 
ren onderfcheiden kunnen worden ; en 
wie eene naauwkeurigere befchryving 
begeert der toevallen in het begin , 
voortgang , en- verfcheide tydperken , 
wyze ik naar de zoo even gemelde 
Schryvers. 

XXVI. 

(a) Pringle 1. c. Part I. cli. 7. p. 70. of Tom. I. 
p. 86. 87. 



Bepading der geiwone Ziehen. 41 

XXVI. De Rotkoons word ligt ken- 
nelyk door eene hevige pyn, voor al 
jn 't voorhoofd, in den rug, lendenen 
en kniën ; fchielyk bykomende ylhoof- 
digheid ; bittere fmaak in den mond , 
of gelyk die van vuile e ij eren; ftinken- 
den adem ' y onmatigen durft ; branden- 
de hitte; groote pyn, en benaauwtheid 
in de maage; walging; fterke pogingen, 
en braking van fomtyds geele , iöm- 
tyds groene galagtige , fointyds zwar- 
te en andere bedorvene ftoffe; fchie- 
lyke ontlading van zeer ftinkende on- 
reinighcden door den afgang , met 
meer of min perlinge en pyn in de 
darmen. 

XXVII. De kwaadaartige koortzen zyn, 
die of in 't lighaam uit Rotkoortfen ge- 
boren worden , en zig onderfcheiden 
door ongewoone,ongelyk hevigere, en 
veel meer toevallen , of die van buiten 
onmiddelyk door befmetting aange- 
bragt worden. Deze laatften zal men 
beft leeren kennen uit 't gene ik korte- 
lyk van den Heere Pringle hier zal 
overnemen : „ Wanneer de ziekte 
„ langzaam aankomt, (zegt hy), het 
„ eerft waai* over men klaagt, zynge- 
„ ringe verwiflelingen van hitte en 

C 5 „ kou- 



42 JBepaal'mg der gmoone Ziekten. 

koude ; beving in de handen ; fom- 
tyds verftyving in de armen; zwak- 
heid der ledemaaten; verloore eet- 
luft; bynagt, de ziekte verzwaren- 
de, gevoelt men eene onmatige hit- 
te; de flaap afgebroken zonder eeni- 
ge verkwikkinge ; eene zwaarte of 
wel pyn in 't voorhooft, die egter 
nooit hevig is ; de pols in het be- 
gin een weinig radder ; de tong 
wit; weinig of geen dorit. Men is 
ter dezer tyd te ziek om zync zaa- 
ken waar te nemen , en niet ge- 
noeg om het bed te houden. Eene 
verandering van lugt, of ook een 
zweet is fomtyds genoeg om de ziekte 
te fluiten; maar eene ruime aderla- 
ting; ftaande deze toevallen gedaan, 
in plaats van verligting in het hoofd 
aan te brengen , doet zy den pols 
eensklaps vervallen , en veroorzaakt 
eene yling. Indien men dit laatfte 
en de beving der handen uitzondert, 
is het niet gemakkelyk deze ziekte 
van ,eene gemeene koorts te onder- 
fcheiden. Men moet derhalven den 
zieken onder vraagen , of hy aan de 
„ gewoone oorzaaken der koortfen is 
;; blootgefteld geween: ? Of aan eene 

„ be- 



33 
33 
33 
33 
33 
35 

'? 
53 
33 
33 
33 
55 
55 
35 
33 
33 
33 
35 
35 
35 
33 
35 
55 
33 
35 
'55 
55 



Bepaaling der gewoons Ziekten. 4 



„ bedorve en befmettende lugt?Maar, 
„ wanneer de ziekte fchielyk de over- 
„ hand neemt , worden de gemelde 
„■ toevallen zwaarder -, daar voegt zig 
„ by eene g'roote vermoeidheid, pyn 
„ en ongemakken voor 't hart , pyn in 

?j 

33 
33 
33 
55 



33 

35 
33 
33 
33 
33 
33 
33 
33 

33 

33 

33 

33 

33 

33 

33 

33 



den rug , een gevoel van zwaarte 
of liever een meer geftadige pyn in 
't hoofd 9 groote neerflagtigheid , en 
ongemeene beving der handen. ' De 
pols is dan nog niet flaauw , maar 
zeer rad , veranderende, dikwils op 
den zelfden dag , zoo ten opzigte 
van zyne kragt, als volheid. Zoo 
de eerfte lating middelmatig is , heeft 
zy weinig invloed op den pols ; maar, 
zoo 'er eene groote ontlading ge- 
fehiedt, en vooral, zoo men dezel- 
ve herhaalt op eene verkeerde, aan- 
wyzinge van ontftekinge, word de 
pols veel radder, hy verheft zyn kragt, 
en dikwils zonder zig weder te kun- 
nen heritellen ; terwyl de zieken aan 
't ylen raakt. Eindelyk in allen ge- 
vallen vervalt de pols , onafhanke- 
lyk van de ontladingen , vroeg of 
laat , en geeft zekere en vafte teeke- 
nen van kwaataartigheid. Behalven 
andere toevallen worden dezekoort- 



33 



44 Bepaaling der gewoons Ziekten. 

„ fen meenigwerf verzwaart door roo- 
„ de, purpere of blaauwe vlekken op 
„ de huid " (#). 

XXVIII. Het Scheurbuik , 't welk dooi- 
den Heer Lind zoo uitvoerig, als ge- 
leerd , en oordeelkundig met omfïandi- 
ge wederleggingen veeier fchier alge- 
meen aangenomcne gevoelens (#) van 

EuGALENUS , HOFFMAN , BOERHAAVE 

en 



(a) Pringle I. c. Part. III. ch. 7. p. 294 — 305-. 
of Tom. II. p. $z — 67. 

(b) Dus beweerd hy, dat Ecgalknus met' zyne 
volgers deze ziekte niet regt gekend hebbe; dat hy 
op veele plaatfen niet ter goeder trouw hebbe ge- 
handelt, en dus dien lof geenzins verdienc, wel- 
ken hem byna alle fchryvers gegeven hebben; dat 
het Scheurbuik minder gemeen zy, als men door- 
gaans gelooft; dat de verdeelingen van Eugalenus, 
Charleton, Gedeön Harvev, Blankard, Wil- 
lis, Hoffman , Bofrhaave, en zyne navolgers 
onnut , en gevaarlyk zyn ; 

Dat het verwarreu van het Scheurbuik met an- 
dere ziekten zeer fchadelyke gevolgen hebbe; 

Dat 'er niet dan één eehig ïbort van Scheurbuik 
zy; 

Dat het dezelfde ziekte zy te water, en te Land, 
in verfcheide perfoonen, géweftcn, en gelegenhe- 
den; 

Dat het alleen door trappen van kwaataartigheid 
verfchille ; 

Dat het niet erfrelyk, nog befmcttelyk zy, 

En dat geenzins het roode gedeelte van 't bloed 
verdikt, en flymig kan zyn, en gelyktydig de wey 
ontbonden, fcherp, en. bedorven. 



'Bepaaling der gewoone Ziehen. 45 

en anderen , onlangs , "na veel erva- 
ring , befchreven is , kent zeifs een ge- 
meen Matroos aan deze zekere en be- 
ftendige kenmerken. Na eene voor- 
gaande loomheid , wankleurigheid , en 
zwelling in 't aangezigt , volgt op de 
minfte beweging in den beginne ver- 
moeidheid, en moeijelyke ademhaling, 
maar daar na flaauwtens , en zelfs eene 
fchielyke dood; de adem ftinkt; het 
tandvleefch wordt .week , fponsagtig, 
en eindelyk rottig ; geele , roode , blaau- 
we, purperagtige , en zwarte vlekken 
ziet men op de huid uitkomen, en de 
beenen zwellen met inkrimpingen der 
peezen. 

* V. HOOFDSTUK. 

Van de Naafte Oorzaak 

XXIX. De ziekten , welken in de 
vraage der Maatfchappye onder de ge- 
woone ziekten begrepen worden , zoo 
wel als de verfchynfelen , waar uit d ezel- 
ven te kennen zyn , aangewezen heb- 
bende , . kan ik nu gevoeglyk over? 
gaan om bet eerde lid van die Vraa- 
ge : vsékon namelyk de. oorzaakeii zyn 

der 



46 Van de Naafte Oorzaak. 

ifcr gewoone ziekten enz. te beantwoor- 
den. 

Hier in zal ik de gewoone orde vol- 
gen, zoo dat ik eerft de naafte oorzaak, 
en daar na de voorafgegaane oorzaaken 
3sal nafpooren , op dat men , de waare 
natuur , en gelyldbortigcn aart dier 
ziekten kennende, naderhand te beter 
zoude kunnen nagaan , op wat wyze 
de afgelegene oorzaaken zamenloopen 
om dezelven voort .te brengen. 
. XXX. Te vooren (XVIII) heb ik 
reeds gezegt , dat de drie hoofdziekten, 
de Rotkoorts, kwaadaartige koorts en 
het Scheurbuik niet in natuure ver- 
fchillen , dat is , aan ééne en dezelfde 
oorzaak hun beftaan verfchuldigt zyn. 
Dit is het derhalven , 't geen my hier 
Haat te verklaren , en te bewyzen. 

Ik frelle dan , dat de naafte oorzaak 
in alle die ziektens zy eene meerdere 
of mindere rotting , in eenig gedeelte 
van het lighaam voornamentlyk haare 
zitplaats hebbende , of door het zelve 
geheel verfpreid. 

XXXI. Wat de natuur der Verrottin- 
ge zy? Waarin dezelve eigentlyk be- 
flaat? zal ik hier niet angflvallig onder- 
zoeken. De bepaaldheid myner ver- 

han- 



Van de Naafie Oorzaak. 47 

handelinge laat zulks niet toe. Ik ver- 
Ma 'er, betrekkelyk tot ons lighaam, 
door eene zekere ontaarding van onze 
vogten , waar door dezen eene ei- 
genaartige fcherpte ontfangen , met 
welke zy de vafte deelen , en dus ook 
derzelver werkingen min of meer bele- 
digen, en derzelver natuurlyke hoeda- 
nigheden veranderen, zoo dat hier van 
daan verfcheide min of meer hevige, 
en kwaadaartige toevallen , en onge- 
daanheid beide in vloeibaare, en vafte 
deelen ontftaan. De eerfte kennelyke 
veranderingen , die de verrotting in 
onze deelen voortbrengt, zyn eenever- 
fmelting (colüquatld) of verdunning der 
vogten , en eene ontbinding van de vaft- 
heid en zamenhegting of llapheid in de 
vafte deelen. 

Dieshalven , voor zoo verre de na- 
tuur der verrottinge uit de eerfte ver- 
fchynfelen kenbaar is , fchynt zy te be- 
ftaan in eene inwendige beweginge in 
de lappen , waar door de evenmatige 
menging der deeltjes , die dezelve za- 
menfteilen , vernielt en vernietigt word ; 
terwyl veelligt de lugt, die natuurlyk 
in dat mengfel is } en van te vooren 
van zyne veerkragt ontbloot was, nu 

de- 



4& Van de Naafie Oorzaak, 

dezelve door eene of andere oorzaak 
wederkrygende , zig uitzettende en ont- 
wikkelende , voor eene der eerde of 
voornaamfte oorzaaken der verrottingc 
moet gehouden worden. 

Dog met den Heere Prjncle flelle 
ik , dat de voortbrenging van een vlug 
loogzout zoo min, als de ftank tot de 
verrotting noodzaakelyk zy, denwelken 
anderen nogtans als een wezcntlyk ver- 
eifchte van verrottinge hebben aange- 
merkt , even als of men volgens het 
gemeene vooroordeel niets rottende 
moed agten , dan het gene eenen itin- 
kenden reuk van zig geeft. 

Dan met dien zei ven Auteur oordee- 
le ik* overeenkomltig het zoo evenge- 
ilelde, dat het begin, der verrottinge 
beftaat in eene fcheidinge en verdee- 
linge der deeltjes, zoo vafle , als vloei- 
baare, waarom men de vezelen flap^ 
per , en de vogten vloeibaarder wor- 
dende * kan aanmerken, als beginnen- 
de te verrotten, 't zy dat deze veran- 
dering neige tot eene betere gezond- 
heid , 't zy tot ondergang van 't lig- 
haam , en aangenaam of onaangenaam 
aan onze zintuigen zy. 
XXXII. De redenen nu , die my tot 

het 



Van de Naafte Oorzaak. 49 

het gevoelen , dat de rotting de naafte 
oorzaak zy , doen overhellen , ont- 
leen ik 

Voor eerjl van den aart , en vermo- 
gens der voorafgaande oorzaaken. 

Jen tweeden van de verfcheide toe- 
vallen der ziekten. 

Ten derden van de middelen , welken 
in die ziekten voor- of nadeelig bevon- 
den zyn. 

Ten vierden van het onderzoek, dat 
men na de dood gedaan heeft. 

XXXIII. Belangende de voorafgaande 
oorzaaken, de hitte; namelyk, vogtig- 
heid, en bederf van de lugt; befmet- 
ting ; de fpys , drank ; te veel ofte weinig 
lighaamsbeweging; vertraagde afgang; 
belette ongevoelige uitwazeming, enzi 
Hier aan zal ik , daarna afzonderlyk 
handelende van elk der voornoemde 
oorzaaken , tragten te voldoen. 

XXXIV. Wat de toevallen der ziekten * 
die eene rottige oorzaak te kennen ge- 
ven, aangaat, dezelven zyn 

Met opzigt tot de gemeene Rot- of Gak 
koortfen (de bedorve ftoffe haare eerfte 
zitplaats nog in de eerfte wegen , na- 
melyk maag en darmen hebbende) 
voornaamelyk Hinkende oprifpingen; 

VL Deel D dorftf 



50 Van de Naafle Oorzaak. 

dorft ; bittere (maak in den mond , of ge- 
lyk aan die van vuile eijeren ; ontlading 
door braking , en afgang van eene rotten- 
de ftoffe ; wormen , en afkeer van dier- 
lyke fpyze , van vleeich , vifch en 
eijeren. 

Dezelve bedorve ftoffe in maag en 
darmen eenen grooten trap van fcherp- 
te verkregen hebbende, en /in het bloed 
gebragt zynde , is het zelve , door ader- 
lating ontlaft , minder gebonden, en 
daar ontftaat eene koorts meeft van het 
afloopend e foort en befmettende , wel- 
ke aanhoudende eene oorzaak wordt van 
Kwaadaartige koorts , gelyk wy hier na 
zullen zien. 

Met opzigt tot de Kwaadaartige zyndc- 
zelven een fehielyk verval in den pols , 
en kragten ; neerflagtigheid van geeft ; 
Hinkende adem ; rottige ftank der uit- 
werpfels door het lhotvlies , door den af- 
gang, pis, en het zweet; zelfs de reuk van 
't bloed rottig in eenen vergevorderden 
ftaat van de ziekte ; zwarte tong ; yling; 
verftervingen ; verfcheiderlei uitflag, 
en vlekken op de huid; de pis, af- 
gang, en zweet met bloed vermengd; 
veel zweeten; allerlei bloedingen , bly- 
ken , dat de bloedbolletjes , kleinder 

van 



Van de Naafle Oorzaak. 5i 

van middellyn geworden zynde , in de 
ontlaftbuisjes indringen , en door de- 
zelven , die ook flapper geworden zyn, 
uitvloeien. 

Met opzigt tot het Scheurbuik, zynde- 
zelven wee-k en rottig tandvlecfch; het 
roode gedeelte van het bloed, in wat 
tyd van de ziekte door aderlating of 
bloedingen ontlaft , altyd ongebonden , 
en zig van de wey niet fcheidende, zelfs 
fdnkende en fchielyk rottende; flank 
van den adem en uitwerpfels ; fchielyk 
en aanraerkelyk verval der kragten; 
vlekken van veelerlei , en de pis van 
van eene hooge kleur ; vuile zweeren 
aan de bcenen met rottinge ; rood zweet; 
bloedingen ; verzwaring door andere 
ziekten , die volgens algemeene toe- 
ftemming van eene rottige natuure zyn, 
gelyk alle regerende ziekten, de Kin* 
derpokjes, Mazelen, Roodeloop enz. 

XXXV. De Behoed en Geneesmidde- 
len, die men nuttig bevonden heeft in 
de Rotkoortfen , Kwaadaartige koort- 
ien , en het Scheurbuik zyn alle van 
dien aart, dat zy het bederf weerftaan* 
of wegnemen ; daar en tegen al wat het 
bloed verdunt, en de vaiïe deelen flap- 
per maakt, verzwaart dezelve ziekten* 

D 2 't geen 



5 2 Van de Naafie Oorzaak, 

't geen in het vervolg nader zal aange* 
drongen worden. 

Zou men ook als teekenen van rot- 
tinge mogen bybrengen de Eigenfchap 
van ds kwyl, welke in de Scheurbuiki- 
gen dezelfde uitwerking op het vocd- 
f el van plantgewaffen heeft , als het be- 
derf van dierlyk voedfel in de maag van 
gezonde menfchen; even gelyk luiden, 
die zwaar arbeiden, en geen vleefch, 
maar alleen meelfpyzen nuttigen , de 
flymigheid nogtans van de gyl, die niet 
gegift heeft, te boven komen (>)? Ds 
overeenkom/i van de eer [te toevallen der peft 
met de heete Rotkoortfen , en Roode- 
loop ? Het meer algemeen zyn ? De be- 
smetting ? Het grooter gevaar ? de moeije- 
lyke genezing? enz. 

XXXVI. Door het onderzoek na de 
dood in de zulken , die aan den Roo- 
deloop , Kwaadaartige koortfen en het 
Scheurbuik gèfïorven waren (want de 
eenvoudige gemeene Rotkoortfen zyn 
zelden doodelyk,zonder alvorens in eene 
Kwaadaartige koorts verloopen te zyn) 
heeft men veele teekenen van de rottige 

ge- 

(a) Pringle 1. c Append. Paper. V. Exp. 
XXAvl. p. 407. 40b. of lom. II- p. 247. 2.^.- 



Van de Naafte Oorzaak. 5 



n 



gefteldheid,flapheid der vafte, en ontbin- 
dingen der vloeibaare deelen ontdekt. 
i. Dus heeft men by het openen van 
eenen afgestorvenen aan den Rood»" 
.Joop de dikke darmen zwart en rot- 
tig" gevonden ; de rokken van de- 
zelven zeer dik, met verzweerin- 
gen ; den binnenften of geheel 
weg, of verandert in eene flymige 
en rottige ftoffe van eene groene 
kleur ; het vet van het netvlies 
insgelyks groen ; de groote holader 
op de wervelbeenderen van de 
lendenen uitermaaten teeder en 
week , en het bloed in de groote- 
re vaten gedeeltelyk vloeibaar, en 
zwart ; de milt in eenen anderen 
ongemeen groot; de nieren flap; 
het bekken derzelven uitgezet; de 
blaas in eenen flaat van rottinge; 
den rok , welke zynen naam van 
de bloedvaaten ontleent , gelyken- 
de naar eene bereiding van den- 
zelven door infpuiting met wafch- 
ftoffe; de darmen opgevult met 
lugt, en het hart groot (a). 

2. 

(a) Pringle 1. c. Part. III. ch. 6. p. 260 — iö6, 
Append. Paper. VII, Exp. XL VI. p. 423. of Torn, 
II. p. 8—17, 284, 

D 3 



54 Van de Naafte Oorzaak. 

2. Na de dood van eenen anderen, 
die aan eene Kwaadaartige koortfe, 
gevolgt op eenen Roodeloop , was ge- 
ftorven , werd men by het openen 
gewaar eenen ondragelyken ftank , 
eene geheele verfterving der dar- 
men en van een gedeelte der maage , 
het buitenvlies van de lever ver- 
rot , en in derzelver inwendige 
zelfstandigheid verfcheide verz we- 
ringen (a). 

3. De voornaamfte byzonderheden , 
ftrekkende tot bewys van Rottin- 
ge na de dood van Kwaadaartige 
koorts , zyn ontfteking of verzwe- 
ring in de hersfenen ; verzameling 
van dunne etterftoffe , als wey van 
melk , in de holligheden derzel- 
ven 5 flap- en weekheid van haare 
fchors- en mergzelfftandigheid ; 
verfterving van het onderfte ge- 
deelte der lever; bederf der dik- 
ke darmen, en ontfteking der dun- 
nen (b). 

4. Eindelyk vind ik de navolgende 

ver- 

(a) Pringle 1. c. Part. III. ch. 6. p. zóó. of 
Tom. II. p- 15". 

O) Deaelve 1. c Part. III. ch. 7. p. 308 — 314. 
of Tom. II, p. 71 — 79- 



Van de Naafle Oorzaak- 55 

verfchynfelen in de lighaamen der 
Scheurbuikigen na den dood by 
Lind aangeteekend. 

Het bloed namelyk in de aderen 
ontbonden , zoo dat men eenen 
der grootere takken affnydende , 
denaby gelegenen geheel ontleedi- 
gen kan ; het hart verrot en ver- 
vult met bedorven bloed; de long 
zwart en bedorven ; een wey-vogt 
van eene roodagtige of andere 
kleur in de holligheid van deborft, 
buik enz. uitgeftort, en zoo by- 
tend fcherp , dat de huid der han- 
den , daar in gehouden zynde , ont- 
ftoken , en de opperhuid 'er van 
afgefcheiden wierd ; de ooren van 
het hart zoo groot, als een vuift; 
de milt driemaal zoo groot , als 
natuurlyk ; de fpieren verftorven , 
en met zwart bedorven bloed op- 
gezet, en op de minfte behande- 
ling aan Hukken brekende ; zwart- 
agtig rood bloed uitgeftort en on- 
der de huid hier en daar verfpreid; 
de hoofden der beenderen van de- 
zelven afgefcheiden ; de banden 
der geledingen doorknaagt ; tus- 
D 4 fchen 



$6, Van de Naafle Oorzaak. 

fchen de geledingen een groen 
vogt enz (a). 

XXXVII. Niettegenftaande men uit 
deze waarnemingen zekerlyk niet vol- 
komen befluiten kan, dat dit bederf, 
't welk men na den doodondekt, de 
onmiddelyke oorzaak der ziekte zy ge- 
weeft- , terwyl men alle deze verfchyn- 
felen veel eer als gevolgen van de oor- 
zaak der ziekten zoude mogen aan- 
merken , ftrekken zy niet te min tot 
bewys van, of neiging tot bederf in die 
ziekten , en van den rottigen aart der- 
zelven , na dat zy eenige dagen geduurt 
hebben , of ten minfle op het laatft der- 
zelven. 

« Zou men , tot eene vyfde rede , hier 
nog niet met regt mogen byvoegen de 
ongelyk grootere neiging tot rotting % 
die men in alle dierlyke zelfflandighe- 
den waarneemt onder den verzengden 
lugtftreek ? 

XXXVIII. Veele verfchillendheden 
in de verfchynfelen der drie ziekten 
geven eenige aanleiding om haar in na- 

tuu- 

(a) Pringle 1. c. Append. Paper VII. Exp. 
XLVI. p. 42,2. of Tem- II. p. 284. 

Lind. 1. c. Pare. II. ch. 7. p. 310-317. of Tom. 
I. p. 429— 438. 



Van de Naafte Oorzaak. 57 

tuure , en aart ganfch onderfcheiden 
aan te merken; dog ik begryp dezel- 
ven even zoo wel gelykflagtig te kun- 
nen noemen , als ik te voren de tus- 
fchenpoozende , afloopende, geduuri- 
ge , en heete Rotkoortfen van 't na- 
jaar hier te Lande, en onder den ver- 
zengden lugtftreek met , of zonder 
Loop gelykfoortig te zyn hebbe aan- 
getoond ; want men heeft opgemerkt, 

1. Dat dezelfde voorfchikkende oor- 
zaaken in de Weft-Indien niet al- 
leen gevolgt zyn geworden, van 
Rot- en Kwaadaartige koortfen, 
maar ook van het Scheurbuik (#). 
Het i-s waarfchynelyk om deze re- 
den , dat de opper- en onder Offi- 
ciers op de Schepen minder, dan 
de gemeene aan de eene zoo wel 
als aan de andere dezer drie ziek- ' 
ten onderhevig zyn (£). 

2. De gemeene Rotkoortfen verloo- 
pen fomtyds in kwaadaartige , ge- 
lyk de geele koorts in de Wejl-In- 
dien , die doorgaans kwaadaartig 
word uit eene afloopende (V). 

D 5 3. De 

(a) Bisset 1. c. p. 39 — 41. 

(b) Dezelve p. 43. 

(O Pringle 1. c. Part. I. ch* 3. p. 29. Part. III. 
ch. 4. p. 23 5-. 136. of Tom. I. p. 37, 308. 309. 



53 Van de Naafte Oorzaak. 

3. De Kwaadaartige koortfen , Loop, 
en Roodeloop beftaan fomtyds op 
den zelfden tyd. De Kwaadaar- 
tige koorts heeft men op den Roo- 
deloop, en dezen weder op die zien 
volgen , gelyk ook het Scheurbuik 
en Rotkoortfen op elkander met 
verzwaringe van het gevaar. De 
Rotkoortfen, wanneer zy in haar 
grootfte hevigheid zyn , worden 
van eenc vermengde natuure met 
die van de Kwaadaartige. 
XXXIX. De gelykaartigheid van de 
Kwaadaartige koortfen met het Scheur- 
buik kan men verder afnemen : 

1 . Uit veele gevolgen , die aan bei- 
de ziekten gemeen zyn met opzigt 
tot het verdunde bloed , en ver- 
flapte vaten, te weten, geele taa- 
nige kleur van de huid , van de 
wey op het bloed , door de ader- 
lating ontlaft , van het vogt , 't welk 
de Spaanfchevlieg plcifter naar zig 
trekt, van het wit van 't oog, van 
het zweet en de kwyl ; roode , 
blaauwe en purperagtige vlekken 
op de huid ; (ruikende adem ; ver- 
menging van bloed met het zweet, 
de pis, en de uitwerpfelen door 

den 



Van ê§ Naafle Oorzaak. 59 

den afgang; veelerlei bloedflortin- 
gen*, het bloed, dat ontlafl wordt, 
van dezelfde hoedanigheid ; het 
vermogen van het hart in den 
hoogften trap der ziekte te zwak 
om het bloed naar de herffenen te 
dringen , ten zy het lighaam bly ve 
in een e horizont aak ftand 5 het 
hart, de lever, milt, by het ope- 
nen der lyken , in beide bevonden 
van eene wanfchape uitzettinge; 
verftervingen enz. 
2. Niet minder is derzelver overeen- 
komft in de behoed- en geneesmid- 
delen, 

Princle merkt aan, dat alle 
Rotziekten, het Scheurbuik zoo 
wel , als de Rotkoortfen , Kwaad- 
aartige koortfen, Roodeloop, en 
de peil: zelfs minder zyn , federt 
het meer gebruiken van zuiker en 
zuure voedfels (a). Volgens Bis- 
set zyn dezelfde behoedmiddelen 
tegen kwaadaartige , geduurige , 
afloopende, en tuffchenpoozende 
koortfen op de Schepen naar de 

Weft- 

(a) Pringle 1 c. Append. Paper IV. Exp. 
XXVI. p. 394. of Tom. II. p. 217. 



60 Van de Naajfe Oorzaak. 

Weft-Indien zoo nuttig, als tegen 
het Scheurbuik (a). 

De genezingwyze van de Rot- 
koortfen komt met die van de 
Kwaadaartige koortfen veel over- 
een, zoo lang door een overmaat 
van bederf der vogten geen ont- 
fleking der herflenen in de laatfte 
is gevolgt. De baft van Peru is 
in Kwaadaartige koortfen , en het 
Scheurbuik met verft ervingen van 
geen minder voordeelige uitwer- 
kinge , als in de tuffchenpoozende 
koortfen; gelyk de wyn, als een 
zeer gepaft hard-fterkend middel, 
in de Kwaadaartige koortfen en het 
Scheurbuik; terwyl het veel ader- 
laten de Rotkoortfen in Kwaad- 
aartigen doet verloopen en in de- 
zen , gelyk in het Scheurbuik , ten 
uiterfte fchadelyk is. 
XL. Het onderfcheid dan van deze 
drie ziekten oordeel ik voornamejyk in 
verfcheide (modificationes of) manieren 
van beftaan der rottinge gelegen te 
zyn. 

i. Zoo de fcherpte en het bederf 

van 

(a) Bisset 1. c. p. 2. 



Van de Naafte Oorzaak* 6t 

van 't bloed meer of min aanmer- 
kelyk , maar fchielyk aankomt , 
wordt 'er eene heete , geduurige , 
afloopende of tufTchenpoozende 
koorts voortgebragt. 

2. Zoo de rottige ftoffe ter ontlading 
naar boven of beneden wordt ge- 
voerd, volgt 'er een Bort, Loop 
of Roodeloop uit. 

$. Zoo dezelve ftoffe niet ontlaft, 
maar onder het bloed vermengt, 
of het zelve door bedorve uit- 
vloeijingen onmiddelyk befmet 
wordt , werkt zulks in het een en 
ander geval als een gift , dat is , een 
zeker vermogen, 't welk alle be- 
dorve dierlyke zelfftandigheden 
hebben om andere foortgelyken , 
die het niet zyn , aan zig gelyk- 
vormig te maken , en te bederven , 
ja zulks wel in den ftrengften zin, 
gelyk gift van bier, wanneer men 
dezelve vermengt met eenige 
groeibaare zelfftandigheden, wel- 
ken vatbaar zyn voor eene wynag- 
tige giftinge (V). 

Wan- 

("a) Pringle 1. c. Append. Paper. II. Exp. 
XIII. p. 381. Paper III. Exp. XVIII. p-. 38S. 390» 
ef Tom, II. p. 1Z9. i.04 — 20Ó. 



6ö / V&n de Naafle Oorzaak. 

Wanneer dan het bederf of ver- 
fmelting der vogten hier door zeer 
de overhand neemt , worden de 
hersfenen , of de lever verftopt en 
ontftooken , gevolgt van verette- 
ringe of zelfs verftervinge. De- 
ze ontfteking der hersfenen , die 
men eigentlyk als een toeval 
zoude mogen aanmerken, onder- 
houdt de koorts , en is oorzaak 
van alle die toevallen op de Zenu- 
wen, 
4. Indien eindelyk dezelfde oorzaa- 
ken der Rotkoortfen langzaam 
werken , en het bederf van lang- 
zaanierhand zoodanig door het 
ganfche lighaam ophoopt , dat het 
zelve als eene hebbelykheid'ervan 
kryge , of, indien die Rotkoort- 
fen onvolmaakt genezen zyn , 
vloeit 'er het Scheurbuik uit voort 
op de Schepen. Zou ook de rot- 
ting in het Scheurbuik niet eerft 
en meeft plaats hebben in de wey- 
vogten en vaten? Princle heeft 
door proeven bevonden, dat het 
weyagtige gedeelte van 't bloed 
langzaamer en met minder hevig- 
heid 



Van de Naafle Oorzaak. 63 

heid rot , dan het roode (#). Uit 
veele toevallen , aan het Scheur- 
buik eigen , fchynt dat vermoeden 
geiterkt te worden. Hierom meend 
Bisseï ('£_), dat de zitplaats van 
het Scheurbuik zy in de wey vaten 
met verftoppingen enz. 

VI. HOOFDSTUK. 

Van de Voorafgaande o f Af ge- 
legene Oorzaaken. 

XLI. Na dat ik dus breedvoerig , en 
duidelyk genoeg , zoo ik meen , de 
naafte oorzaak der gewoone Scheep- 
ziekten nagefpoord , en ontvouwd neb- 
be, ftaat my nu te handelen over de 
zoogenaamde voorafgaande of afgelegene 
oorzaaken ([eau fa remof a ) derzelven. 
Om hier in met order voort te gaan 5 
verkieze ik die verdeeling, welke de- 
zelven onderfcheid in voor fchikkende oor- 
zaaken (caufa prad'fponsntes) of zaaden 
der ziekten, en in aanleidinggevende oor- 

zaa- 

•(«) Princle 1. c Part. II. ch. I. p. 91. Part. 
III. en. H. p -,04. Append. Paper VIL Exp. XL VIII. 
p. 429. of Torn. I. p. 113. Tom. II. p. 151. 299. 

~(t> ) Bisset 1, e, pag. Ó3. 



v 



6 3. Van de Voorafgaande * 

zaaken (caufs occafwnales) of opwekkende 
fchadelyke vermogens , uit welker zamen- 
loop de naafle oorzaak of rotting , wei- 
nig van de ziekte zelfs verfehillende , 
wordt voortgebragt, 

XLIL Tot de eerftgemelden brenge ik 
Voor eer f die natuurlyke gefchiktheid of 
neiging, die onze vogten met alle dier- 
lyke fappen gemeen hebben, tot ver- 
rotting. Deze neiging is zoo groot , 
dat 'er in der daad weinig vereifcht 
worde , om ze tot dien ftaat te bren- 
gen. Eene geringe overmaat zoo wel, 
als een gebrek van geregelde levensbe- 
weginge, en natuurlyke warmte, zyn 
beide even zeer vermogend om de rot- 
ting in ons te verwekken. Ook hebben 
onze vogten uit dien hoofde, om te- 
gen die verderfelyke gedaantensverwis- 
feling behoed te worden , gefladig noo- 
dig eene vernieuwing van voedfel, en 
eene ontlading van dat gene , dat reeds 
door eene beginnende verrotting is aan- 
gedaan : gelyk men heeft opgemerkt in 
hen , die van honger zyn geftorven , 
en in het zog van eene minne , die zig 
van fpys en drank lang genoeg onthou- 
den had (a). 

Geen 

(a) Huxham 1. c p. SS> of 71. 



üf J f gelegene Oorzaahn. 65 

Geen wonder dan , dat zonder de 
hoodige voorzorge alle menfchen * 
zelfs de fterkften , voor de Rotkoort- 
fen en het Scheurbuik zoo vatbaar 
zyn. 

XLIII. Ten tweede. Zekere omflandig- 
heden , en Itghaams gejieldheden , aan by- 
zondere perfoonen eigen, maken , dat fom- 
migen eer en zwaarder van deRotziek- 
ten door bykomende nadeelige vermo- 
gens worden aangedaan , dan anderen j 
onder welken zelfs enkelen zyrt, die 
geheel van dezelven bevryd blyvenj 
waar van de waare reden veeltyds voor 
ons verborgen is. 

Zoo merkt men dan , dat Suriname 
veel gezonder zy voor oude luiden j 
dan voor jonge (a); hoewel ande* 
ren aangeteekend hebben , dat de jon- 
gens op de reizen naar de Weft-hidieiï 
minder gevaar loopen , dan de volwas- 
fen (b). 

Dus is ook gebleken , dat van eeil 
geheel Regiment Engelfche voetknegteri 
alleenlyk vier tot het einde van dert 

veld- 

(o) Tegenw. flaat van alle Volkeren XL Deel 
bladz. 5-41. 
(b) Bissf.t 1. c. p. 7, 34; 

VI Deel E 



66 Van de Voorgaande, 

veldtogt geheel gezond , en bevryd van 
de Galziekte, en Roodeloop in Zee- 
land zyn gebleeven (#). 

Desgelyks hond men de ongewoonte 
aan , of ongeaartheid in den verzeng- 
den lugtftreek als een gewigtige om- 
ftandigheid ; want d'ervaring leert y 
dat (de menfehen zynde gelyk de hoo- 
rnen , die in hun eigen land beft tie- 
ren,) ook die geene, welken nieuwe- 
lings in de JVefl-Indieii aankomen , 't 
zy koortfen , of het Scheurbuik , met 
meer bederf verzeld , en gevaarlyker 
krygen, dan de Inlanders , of die 'er 
geaart zyn, en dat het lighaam die hoe- 
danigheid niet zoo zeer bekome door 
de koortfen, of het Scheurbuik één- 
maal uitgedaan te hebben , als wel na 
één jaar lang daar te Lande in volle 
kragten gebleven te zyn , waar toe een 
fpoedige overtogt niet weinig helpt. 

Eindelyk de gemeene matroozenbe* 
vind men aan de koortfen op Zee , en 
het Scheurbuik meer onderhevig , dan 
de Officiers , en op de Koopvaardyfche- 
pen minder , dan op de Oorlogfchepen ? 
naar de PFeft-Jndien varende.. 

XLIV. 

(a) Prikcle 1. e. Part. I. ch. 7. p- 70. of Tom. 
I . p. 87. 



tif Afgelegene Oorzaaken, 6 f 

XLIV. Ten derde. Uit eenige waar- 
heemingen heeft men opgemaakt, dat 
het zaad der koortjen (#) en van het 
Scheurbuik (b ) eenen tyd lang in het 
Mghaam kan opgehouden blyven , tot dat 
die ziekten zig naderhand eensklaps 
Vertoonen , wanneer 'er andere vermo- 
gens bykomen. 

XLV. Ten vierde. Veelen , in welken 
men klaarlyk eenen zekeren trap van flap- 
heid der vafle deden , en van ontbindinge der 
vogten befpeurd , die, fchoon niet zwaar 
genoeg om wezentlyke ziekten ge- 
noemt te worden, egter als afwykin- 
gen van eenen volmaakten flaat van 
Gezondheid kunnen aangemerkt wor- 
den , zyn meer y dan anderen aan de Rot- 
ziekten onderhevig. Hierom , die vet 
zyn , worden feller door Rotkoortfen 
aangetaft (£). 

De fierken hebben in 't gemeen min- 
der nood , dan die natuurlyk eene 
zwakke en flappe gefteldheid hebben , 

om 

O) Pringle 1. c. Part. I. én. 3. p. 34. of Tom, 

I. p. 42. 

Dezelve 1. c. Part. III. ch. 7. p. 293. of Tom; 

II. p. fi. 

O) Huxham 1. c- p. 41 of 5-3. 
CO Dezelve 1. c, p. 13 of 17. 

E 2 



63 Van de Voorgaande, 

om de koortfen en het Scheurbuik te 
krygen in de TVeji-Indien Qa). 

De zulken% welker bloedbolletjes 
door eene flaauwe werking van 't hart 
en de flagaderen te min in één gedron- 
gen zyn , en derzelver deeltjes lofler 
zamenhangen , zoo dat zy gemakkc- 
lyk van een gefcheiden kunnen wor- 
den , gelyk men ziet , dat het linnen 
onder den oxel in fommigen , die een 
uiterlyk gezond voorkomen hebben, 
en zonder voorgaande meerdere bewe- 
ging van 't bloed met eene roode kleur 
geverwt wordt (b). 

Eene meerdere gevoeligheid van 
koude in de zweetgaatcn , die te veel 
geopend zyn , is oorzaak , dat de ont- 
lafting door de huid eer , dan in ande- 
ren opgeftopt worde. 

Hoe deze gefteldheid der vafte dee- 
len en vogten als eene uitwerking der 
fchadelyke vermogens van buiten aan- 
komt , zal men uit het vervolg gemak- 
kelyk kunnen opmaken. 

XL VI. Ten vyfde. Sommige ongejield- 
heden in het lighaam, die door verfchei- 

de 

(V) Bisset 1. c, p. 6. 34. 46. 
(b) HüXHAM 1. C, p. 44. of S7* 



of Afgelegens Oorzaaken. 69 

de uitwerkingen kennelyk zyn, bren- 
gen of alleen , of door bykomft van 
andere oorzaaken de ziekten van Rot- 
tinge te weeg , of ftrekken tot ver- 
zwaring. 

Zoo komt uit eëne gemeene Rot- of 
Galkoorts en Roodeloop de Kwaad- 
aartige koorts voort met vlekken, en 
verftervingen ; want de bloedbolletjes 
worden door ©enen al te grooten drift , 
en daar uit volgende hitte verylt, en 
verbroken, in zoo verre, dat hier uit 
eene rottige fcherpte geboren worde , 
dewelke het zelfde vermogen op het 
lighaam oeffent , als de befmettende 
uitvloeijingen , van welken wy hier na 
zullen fpreken. 

De zulken , welken meer of min eene 
ongefteldheid van Scheurbuik hebben , 
worden door de Rotkoortfen, Roo- 
deloop, en Kwaadaartige koorts eer en 
heviger aangevallen. 

Die door andere ziekten zyn ver- 
zwakt , bevind men vatbaarder voor 
de Kwaadaartige koortfen , zoo als ook 
de genen, die door deze, of doorlang- 
duurige en andere ziekten, inzonder- 
heid na veele inftortingen der koort- 
fen , zyn uitgeput, meer aan het Scheur- 

E 3 buik 



f o Van de Voorgaande, 

buik onderhevig , dan die volmaakt ge- 
zond zyn. 

Wanneer men zelfs de Kwaad aartige 
koortfen , of het Scheurbuik eens ge- 
had heeft , is men 'er in 't vervolg niet 
alleen niet van bevryd, maar, in te- 
gendeel, word men 'er voor de twee- 
demaal fchielyker en met meer hevig- 
heid van aangetaft. 

Zoo iemand , die de Kinderpokjes 
heeft, offchoon dezelve van eene goe- 
dertierene foort zyn , door befmetting 
de Kwaadaartige koorts krygt, wordt 
het gevaar merkelyk groot (a). 

Zy, die te voren de Kwylkuur heb- 
ben doorgeftaan , en welker bloed ge- 
volgelyk in eenen ftaat van ontbindin- 
ge is geraakt , worden eerder befmet 
door de bedorve uitvloeijingen , en 
hebben de Kwaadaartige koortfen en 
het Scheurbuik veel zwaarder, dan an- 
deren (]i). 

XL VIII. In het nafporen der fchade- 

tyfa 

(d) Pringle 1. c. Part. III. ch. 7. p. 30$-. of 
Tom- II. p> 67. 

(b) Dezelve 1. c Part. III. ch. 7. p. 305-. of 
Tom. II. p. 67. 

Li nd 1. c. Part. II. ch. 3. p. 176. of Tom. I. 
Pt 2 37«. 



ef Afgelegene Oorzaaken. 71 

iyke vermogens, van welken niet alleen 
de gemelde voorgefchiktheid (XL VI) 
tot rotting in 't lighaam eene uitwer- 
king is, maar die ook, of, met dezel- 
ve verzeld gaande , de Rotziekten ver- 
oorzaaken , of alleen genoeg zyn , om 
dezelven in 't lighaam , als 't waare , 
onmiddelyk voor te brengen , zullen 
wy de orde naar de verdeeling van den 
Heere Boerhaave volgen, en ons daar 
in bekorten , oordeelende te kunnen 
voldaan met alleenlyk het voornaamfte 
te melden. 

XLVIIL Voor eer f. De Lugt , door 
welke wy over al, waar wy zyn, om- 
ringt v/orden, die wy geduurig inade- 
men , die in ons bloed en vogten in- 
dringt , die met ons voedfel zig ver- 
mengt , en die zeer veel invloed op 
onze werktuigen heeft , komt inzon- 
derheid in aanmerkinge (V). 

1. De- 

(a) Het vermogen der lugt om de rotting voor- 
te brengen of te bevorderen is zoo groot, dat, in- 
dien men dezelve weeren kan van zelfftandighe- 
den , die uit haar eigen zelfs tot verrotting ko- 
men, men haar belet te bederven, gelyk de proe- 
ven leeren , door den Heer Eller genomen , die 
melk, wyn en bloed is jaareri lang in eene lugt' 
ledige plaats gehouden heeft , zonder dat men 
eenig bederf in dezelven befpeurd hebbe, zynds 

E 4 het 



f2 Van de Voorgaande , 

i. Deze is in den verzengden lugt> 
flreek volgens de aangehaalde waai> 
neemingen (III. V. VI. VII), en 
ook binnen in het Schip , onmatig 
zvarm , vogtig en ligt , door welken 
zamenloop van hoedanigheden , 
die in haare uitwerkinge grooten 
overeenkomfl met eikanderen heb- 
ben , haar fchadelyk vermogen 
merkelyk toeneemt , beflaande 
voornamelyk in eene uitzettinge, 
die grooter is in de vogten , dan 
de vafte deelen;in eene opwekkinge 
tot beweging , die egter fchielyk 
verflaauwt ; in eenen verflapten za- 
ménhang der vafte deelen ; in eene 
verdunninge der vogten , en eene 
neiginge door hetgeheele lighaam, 
maar inzonderheid inde eerfte we- 
gen tot bederf (V). 

Dit beveiligen de waarnemingen, 

van 

het bloed nog zoo natuurlyk, als of het pas afge- 
tapt waar. Monthly Review for April 175-9 Bi- 
blioth. des Sciences 0&. Nov. Dec, 175-9 P- 272. 
uit Hifi. de 1'Acad. Royale des Sc. & Belles Lettres 
a Berlin 175-7 Tom. Xll. Part. II. & 175-9. vol. XIII. 

(a) Boerhaave Inft. Med. §. 746. 75-1. 

Gaubiüs Pathol. §. 423. 424. 429. 430. 435*. 436. 

Stocke 1. c. bladz. 13 — if. 21 — 28. 

Home principia Medicinae p. 18. 



of Afgelegene Oorzaaken. 73 

van alle kanten ; want in den Zo- 
mertyd alleen ziet men hier te Lan- 
de de Galziekte, enRoodeloop, 
als eene doorgaande ziekte, rege- 
ren. Na den veldflag van 'Dettin- 
gen werdt byna de helft van het 
Engelfche Leger door denRoode- 
loop aangetaft na voorgaande hitte 
en vogtigheid (#). * Ook zyn de 
maag en darmen meer , de borfi: 
minder aangedaan , hoe de warmte 
grooter is , waar van het tegendeel 
gebeurt in den Winter. 

Bovendien beginnen die ziekten 
naar de verfcheide trappen van 
warmte en vogtigheid vroeg of 

laat , 

(a) Pringle 1. c. Pare I. ch. 3. p. 24, 26. o/Tom. 
I. p. 3U 3-3. 

* Byv. Toen de hulpbenden van den Staat in den 
Nazomer van den Jare 1744 °P eene booge vlakte 
naby RyJJel gelegert waren, werden van dezelven 
weinige en nauwlyks zoo veele Zieken aan de Gal- 
koortfen, en den'Roodeloop naar het Veld Hofpi- 
taal gebragt , als 'er alleen in kwamen van vier Re- 
gimenten, welke tot dekking van het hoofdkwar- 
tier te Cifoïn verftrekten, en hunne legging in eene 
laage en vogtige plaatfe agter het zelve hadden, 
terwyl de Hollandfche Gardes te voet, ter zyde 
tot het zelfde einde op eene hoogte neergeflagen, 
van de gemelde Zieken evenredig met de overige 
Regimenten van het leger uitleverden. 

e 5 



74 Van de Voorgaande, 

laat; duuren korter of langer; zyn 
meer of min algemeen en befmet- 
tende; gaan met meer of minder 
toevallen verzeld ; openbaaren zig 
niet, voor dat de warmte lang ge- 
noeg tot voortbrengen der rottin- 
ge en uitwaazemingen van de wa- 
teren geduurt heeft; verminderen 
in October,en houden in Novem- 
ber op by vriezend weeder , even 
gelyk de Peftkoortfen , die in Eu- 
ropa , volgens het getuigenis van al- 
le Geneesheeren van Hippocra- 
tes tot den tegenwoordigen tyd , 
nooit , dan ten tyde van eene 
heete en vogtige lugt woeden, en 
in eene koude en drooge lugt af- 
nemen. 

Tuflchen de Keerkringen zyn 
de regenfaizoenen zoo ter Zee, 
als te Land , de ongezondfle en 
gevaarlykftc bevonden in het 
voortbrengen van Rotkoortfen en 
het Scheurbuik (a). 

De Epidemifche of doorgaande 
ziekten zyn veel meer gemeen in 

de 

00 Pringle 1. c. Part. III. ch. 4* p. Z3S. 136, 
of Tom, 1. p. 306. 308. 



of Afgelegene Oorzaaken. 75 

de heete lugtftreeken dan in kou- 
de (<?). 

Men herinnere zig eindelyk de 
bekende proeven , welken de Groo- 
te Boerhaave met eene Mufch, 
eenen Hond en Kat in de ftoove 
van eenen Suikerrafin eerder inge- 
flo'ten , genomen heeft (b). 

Hier uit blykt dan klaar, dat de 
warme, vogtige en ligte lugt zeer 
veel tot de Rotziekten toebrenge. 
§ Voeg hier by , 't gene ik daarna 
van de verkoelde nagtlugt , en de 
verhinderde ongevoelige uitwaze- 
rninge zal opgeven , en men zal 
wel haaft begrypen ; 

Waarom men in de Weft-Indien 
eene ruimer ontlading door de huid 
nöodig heeft ? 

Waarom de Rotkoortfen , aan 
den verzengden lugtftreek zoo 
zeer eige, fomtyds zulke groote 
verwoefting aanregten ? 

Waarom de Kwaadaartige koort- 

fen 

(a) W. Watsqn fome obfervations uoon M r . 
Sutton's invention &c. p ^2. 

(b) Boerhaave Chem. Tom. I, p. 27^, 
Sïokke 1. c. bladz. 34 — 38. 



r 



\ 



76 Van de Voorgaande, 

fen zoo uitermaaten gevaarlyk , en 
zoo fchielyk doodelyk zyn ? 

Waarom de lighaamen in de hit- 
te zoo wel , als in de koude door 
bykomende vogtigheid eene groo- 
te gefchiktheid tot het Scheurbuik 
krygen , en waar om voor die ge- 
ne, welk en reets de ziekte hebben, 
zoodaanige lugtsgefteldheid eene 
zeer vcrzwaarende omftandigheid 
is? 

Waarom natte klecderen en vog- 
tige bedden zoo veele Rotkoort- 
fen , Roodeloop en Scheurbuik 
onder het Scheepsvolk veroorzaa- 
kten ? 
2. De ft fakende dampen in delugt, dooi- 
de groote hitte in meenigte uit 
het ftilftaand water , 't zy van den 
bodem van 't Schip , 't zy van de 
moerasfige kutten in de TVeft-In- 
dien opgeheven , zyn , volgens ver- 
fcheide berigten , ten uiterften na- 
deelig voor de gezondheid bevon- 
den , en hebben 'er tot ongelyk 
gevaarlyker Rotkoortfen aaanlei- 
ding gegeven. Zou men aan zoo- 
daanige dampen , die van de kus- 
ten 



of Afgelegene Oorzaaken. 77 

ten naar zee * by avond gevoerd 
worden , ten minften gedeeltelyk , 
niet niogen toefchryven , dat 'er 
veel meer zieken op de Schepen 
komen , als zy aan dezelven ten 
anker leggen Qa) , dan wanneer zy 
in volle Zee zyn ? 

Het geval van het volk op de 
Schepen , onder bevel van den 
Heere Mitchell (V.), van het 
welk niet één eenig aan de koorts 
of Ro odeloop ziek was in eenen 
tyd , wanneer die beide ziekten 
geweldig op het Eiland Walcheren 
regeerden , doet denken , dat het ge- 
vaar dier' dampen , zoo de Schepen 
eene legging op eenen tamelyken 
afftand van den wal hebben , min- 
der moet zyn , als men in 't ge- 
meen geloofd. 

Daar en tegen de groote zorgen 

op- 

* Byv. Nog onlangs heeft my een Schipper ver- 
haalt, dat men, gelvk hy zelf 'in verfcheidene rei- 
zen naar de JVe(l-In~dien ondervonden had, het na- 
deren aan het Land , offchoon het nog buiten het 
bereik van het oog is, door den reuk kan gewaar 
worden. 

(a) BlSSET 1. c. p. 4a. 

Lind 1. c. Part. II. ch. i. p. 101. of Tom. I. 
p. 132- 



7 8 Van de Voorgaande, 

opletten heid , welke me» fedcit 
eenige jaaren op de Engejfche 
Oorlogfchepen genomen heeft om 
de lugt in het hol derzelven zoo 
wel , als tuflchen deks door de 
werktuigen van Hales of Sut- 
Ton te zuiveren en te ververfchen, 
geven te kennen , dat men aldaar 
genoegzaame reden heeft, om te 
mogen vaft ftellen , dat de ftinkcn- 
de uitwaazemingen van het flil- 
ftaande water op den bodem van 
't Schip aan de gezondheid fcha- 
delyk zyn , en ziekten van bederf 
veroorzaaken. 

3. Geen minder verderfelyke eigen- 
fchap neemt de lugt aan, wanneer zy 
zonder vernieuwd te worden, 't 
gene volgens overeenftemming 
van alle kenners der menfchelyke 

. natuure van het uiterfle aanbelang 
gehouden wordt, geftadig door 
een groot aantal van menfchen 
zelfs gezonde, maar voor al ge- 
kwetfte en zieke, de Roodeloop, 
Rotkoorts , of Kwaadaartige koorts 
hebbende , wordt in- en uitgea- 
demt en vermengt met de (toffe 
van derzelver' uitwazemingen, of 

met 



vf Afgelegene Oorzaahn. 79 

met uitvloeijingen van de drek- 
ftoffe der zieken , die den Roode- 
ïoop hebben , als ook van verrot- 
te dierlyke zelfftandigheden , of 
wanneer zy met dergelyken door 
vergaande onagtzaamheid en mor- 
figheid , of door den damp van 
veele kaarsfen , die op groote 
Schepen in het onderde verdek 
altoos branden , vervuld wordt. 

Deze lugt, door inademing en 
vermenging met de fpyzen in het 
lighaam komende , en werkende 
gelyk een ferment , of gift , fteekt 
dadelyk de vogten aan met een al- 
gemeen bederf, gevolgt van toeval- 
len, inzonderheid in 't zenuwge- 
ftel , en verwekt in gezonde en zie- 
ken eene zeer Kwaadaartige Rot- 
koorts » of Roodeloop , of eene 
vermenging van deze beide ziek- 
ten, die zig door befmetting nog 
verder en verder verfpreiden. 

Verfcheide gevallen hier van te 
Lande en op Zee vind men by 
Pringle, Huxham, Lind en an- 
deren aangeteekend. Dergelyke 
waarnemingen worden ook van 
hen verhaald ? die in de Leger- 

gaft- 



3o Van de Voorgaande, 

gafthuizen by de benden van deil 
Staat , federt het jaar 1 743 tot 1 748 
ter hulpe gegeven aan de Konin- 
ginne van Hongaryen en Bohemen, 
als Genees- of Heelmeefters heb^ 

, ben gediend. 

Onder anderen is met veele 
omftandigheden een geval tot my- 
ne kennifle gekomen van iemand , 
die in eige perfoon door dergely- 
ke befmetting was getroffen ge* 
weeft, en gelukkig herfteld, ter- 
wyl anderen , die dezelve waar- 
fchynlyk weder van hem ontfan- 
gen hadden , geftorven zyn. * 

4. De dag en nagt verwijj'eling der win- 
den , en de kragt , met welke de 
de lugt door dezelve in de Weji- 
Indien doorgaans meer , dan in 
Europa bewogen wordt , waren in 
den verzengden lugtftreek van de 
uiterfte noodzaaklykheid , tot ge- 
ftadige ververfching en verkoe- 
ling , welke uitwerkingen door eene 
wyze befchikking van den onein- 
dig 

* Byv. Met deze waarnerainge heb ik het oog 
op my zelven, wanneer ik namentlyk in denHerffl: 
van den jaare 1743 aan de Rotkoortfc en den R00-- 
deloop zeer gevaarlyk heb ziek gelegen» 



of Afgelegene Oorzaahn. 81 

dig volmaakten Schepper ook van 
dat groote nut zyn , dat de Peft * 
die alleryfTelykfle bezoeking , nog 
nooit in die Landen gezien zy (V). 
Maar aan den anderen kant heeft 
men ondervonden , dezelve in zoo 
verre fchadelyk te zyn , dat zy ? de 
verkoelde en door den Dauwvog- 
tige nagtlugt tegen het lighaam der 
genen , die zig door eene onver- 
mydelyke noodzaaklykheid \ of 
door onbedagtzaamheid en verhit 
zynde aan dezelve bloot flellen, 
met veel kragt aandryvende * en 
teffens de warmere , die 'er in den 
omtrek van 't zelve is , fchielyk 
afvoerende , een gevoel van eene 
aangenaame , maar bedrieglyke 
koelte geven , de huid doen za- 
mentrekken , de zweetgaten toe- 
fluiten , en de zoo zeer noodige 
uitwaazeming eensklaps opftop- 
pen. 
XLIX. Ten tweede. Hier op volgt te 
onderzoeken , wat de fpyzen en drank op 

de 

O) Pringlk i. c. Part. HL ch. 4. p. i^. éf 
Tom. I. p. 307. 308. 

VJ, Deel, F 



82 Van de. Voorgaande , 

de Schepen tot bevordering van het 

bederf toebrengen. 

i. Dat garffcig ipek en vol wormen; 
fterke boter ; rottige kaas met 
maaijen; aangeftoöke erwten , en 
befchimmelde befchuit , of door 
kalanders , welken men zegt , dat 
in fcherpte met de Spaanfche 
vliegen over een komen (#) en 
andere bloedlooze diertjes , gelyk 
ook de gort, merkelyk befchadigt 
zynde , 't gene vry gemeen is in 
de Schepen, die naar de TVeft-In- 
dien varen , tot voeding van het 
. lighaam geheel onnut zyn , en 
haare fcherpte van bederf aan de 
maage en darmen , en daar na 
aan de vogten mededeelen , zoo 
dat 'er Rotziekten uit voortko- 
men , is overbekend uit veele ge- 
beurteniflen zoo van Zeeluiden 
op lange reizen , als van het krygs- 
volk in belegerde fteden , wanneer 
zy, gelyk ook in tyden van hon- 
gersnood , in de onvermydelyke 

nood- 

(a) Lind 1. c, Part. II. ch. 4. p. 239. of Tom. 
I p. 324. 



of Afgelegene Oorzaaketu. 83 

noodzaakiykheid zyn van zooda- 
nig voediel te gebruiken. 
ü. Indien daarentegen alle de voor- 
raad buiten bederf gelukkig be- 
houden is , heeft men de rotting , 
als eene onmiddelyke uitwerking 
der meelige fpyzen , of van het 
fpek en ftokvifch,zoo zeer niet te 
wagten, en het volk zonder ande- 
re bykomende oorzaaken blyft 
volmaakt gezond ; gelyk , behal- 
ven de bevinding , de vergelyking 
van de tweede en vyfde gevolg- 
trekkingen van myne genoomene 
proeven (X.) dit niet onduidelyk 
ichynt te beveiligen; edog, ge- 
merkt die zelve fpyzen hard en 
zwaar om te verteren zyn , en 
daarom eene gezonde en welge- 
itelde maag volftrekt noodig heb- 
ben, zal 'er goede gyl van bereid 
worden, zoo volgt ook, datzy, 
in eene verzwakte maage ontfan- 
gen en daarbeneven zonder veran- 
deringen altoos dezelfden genuttigd 
wordende , een en raauwen onge- 
kookten gyl uitleveren, die naar den 
aart van demeeligezelfftandigheden 
en van de kaas eene flymige, naar 
F 2 dien 



04- Van de Voorgaande, ■ 

dien van het fpck en de boter eene 
gariligc, en naar dien van de vifeh 
eene bedorve hoedanigheid aan- 
neemt , waar uit het aliereerfï 
ziekten in de eerfle wegen gebo- 
ren worden. Ten andere: Door 
de flaauwe werking der gylinaken- 
de ingewanden dezelve gyl minder 
in hoeveelheid bereid , niet genoeg 
bewerkt zynde, en dus moeijely- 
ker in de melk vaatjes indringende,, 
wordt derhalven in het lighaam die 
ftofle gebrekkig aangevoerd, wel- 
ke de grond is van onzen aanwas , 
en beftaanlykheid , waar door ook 
onze vogtcn in denoodige zagtheid 
gehouden , en het bederf, waar 
toe zy eene natuurlyke neiging 
hebben , voorgekomen worden. 
Daar na deze kwalyk gefielde gyl 
onder het bloed komende , word 
zy , indien te gelyk met de maage 
en darmen ook de overige vafte 
deelen , en werktuigen van het lig- 
haam in eenen ftaat van verzwak- 
kinge vervallen zyn , door de klei- 
ne vaten van de long en verdere 
deelen van 't geheele lighaam , en 
wel hoe raauwer zy is , hoe min- 
der 



\ 



®f Afgéegme Oorzaahen. 85 

der doorkleinft , minder vermengt, 
minder aan de natuure van 't lig- 
haam gelykvormig , en dus niet in 
ftaat gebragt om zig wederom te 
hegten aan die plaatfen,welken dooi- 
de affchaving der omloopende fap- 
pen en wryving der vafle deelen 
ontrooft en ledig geraakt zyn. 

Hier uit vloeit dan natuurlyk 
voort, dat de (toffe van de gyl, 
nog aan den eenen kant dien trap 
van volmaaktheid bereikende , dat 
9 er het lighaam door gevoed wor- 
de 7 , nog aan den anderen kant de 
hoedanigheid , welke aan de onge- 
voelige uitwazemende ftoffe eige 
is , verkrygende, ten einde door 
de huid ontlaft te kunnen worden, 
in het bloed zig als dan blyft op- 
houden , meer en meer ontaart, 
en dat dienvolgens door gebrek 
van voedinge de vogten op dezelf- 
de wyze veranderen en tot rotting 
overgaan , als in luiden , die van 
honger fterven. 

Indien (door welke bykomende 
oorzaaken het ook zy), dit be- 
derf fchielyk infcherpte toeneemt, 
wordt het eene Kwaadaartige Rot- 
F 3 koorts, 



86 Van de Voorgaande, 

koorts , maar langzaam ophoopen- 
de , en te gelyk de verflapping der 
vafte deelen fleeds toeneemcnde, 
een Scheurbuik. 

Een ieder begrypt dan ook ligt, 
dat het volk groot gevaar loopt 
om het Scheurbuik te krygen , 
wanneer men het zelve, na Rot- 
koortlen aan de beterhand, maar 
nog zwak zynde , te fchielyk ver- 
pligt , om met de gezonden den 
gevvoonen Scheepkolt. te eten. 
L. Ten derde. Het imter , 't welk op 
Zee in de heete lugtftreeken gemeen- 
lyk bedorven , vol wormen , en in fom- 
mige plaatfen naauwlyks goed te beko- 
men is , kan men wel degelyk , ten min- 
fte voor eene mede oorzaak der Rot- 
ziekten houden, inzonderheid, als de 
matroozen in de hitte, en, na zoute of 
bedorve fpys gegeten te hebben , dorftig 
zynde, daar van onmatig drinken. 

Dit meene ik , dat genen verderen 
aandrang van nooden hebbe. 

LI. Ten vierde. De voornaamfte on- 
der de nadeelige Geneesmiddelen in de 
Rotziekten zyn , behalven in 't alge- 
meen de verflappende , de Kwik en de 
Aardagtige Zuuropflurpende middelen. 



qf Afgelegene Oor zaaien. 8.7 

Johannes Hartmannus (#) word 
gehouden voor de eerde, die de fcha- 
delyke uitwerkingen van de Kwik in 
het Scheurbuik heeft waargenomen , en 
groote mannen van den tegenwoordi- 
gen tyd Hoffman (b) 9 Pringle (V), 
Huxham (d*) , Lind (e) en van S wie- 
ten, die opentlyk den Heere B oer- 
have rakende het gebruik van dit mid- 
del in het Scheurbuik heeft tegenge- 
fproken (ƒ_) , Itemmen daar in over- 
een , dat haar voornaamfte kragt beftaat 
in eene ontbinding der vafte deelen 
en vogten te verwekken. 

Dus brengt eene geringe hoeveelheid 
van Kwik in Scheurbuikige eene kwy- 
ling te weeg Cg\ 

Het 

Ca) Jo. Hartmanxi Prax. Chymatric Genev. 
1633. p. 89. 

(ó) Fr. Hofmanni Medic. radon. Syftem. T. 

IV. P. 5". p.ag. S4' • 

Cc) Pringle 1. c Append. Paper. IV. Exp. 
XXVII. p. 395". 396. of Tom. II. p. 220. 2,22. 

Cd) Huxham 1. c. p, 46. of p. 60. 

CO Lind 1. c Part. II. ch. 2. p. 15-4. of Tom. 
I. p. 206. 

(f) Van Swieten Comment. in H, Boerhaave 
Aph. de cogn. & cur. morb, Tom. III. p. 632. 

(g) Lind 1. c. Part. II. ch. 2. p. 165-. 172. ch. 
j*. p. 248. of Tom. I. p. 223. 232. 337. Maar hec 
is opmerkelyk, dat deze Schryver, op bladz. i<"4. 
of 20Ó. 't gebruik van de Kwik in de kwaadezwee- 

F 4 ren 



88 Van de Voorgaande, 

Het is aanmerkenswaardig , 't gene 
de Heer Kramer, diensaangaande be- 
rigt : 400 Soldaateu , in het Ooftenrykfche 
Leger by Belgrado de Kwik buiten zyne 
hennifj'e gebruikt hebbende , werden alle door 
de kwyling , ge-volgt van den dood , aange- 
tajl (ay 

Mogelyk is hierom na voorgaande 
gebruik van de Kwik de balt van Peru 
minder kragtig bevonden in het vuur 
van een Venus-liesbuil (by 

Aangaande de Aardagtige Zuuropflur- 
pende middelen leert men uit de proe- 
ven en bevindinge van den Heere 
Princle : 

Dat het Kryt (c) , de Kreeftenoo- 
gen(d), en Oefterfchulpen (0) de 
rotting bevorderen ; 

Dat 

ren van de Scheurbuikigen veroordeelt hebbende, 
dezelve, naderhand men zweetmiddelen gepaard, 
op bladz. 25-9. of v 3fj. aanpryfl:. 

{a) Lind 1. c. Part. III. ch. z. p. 417. o/Tom. 
II. p. 176. 

(b) Journ. de JVÏedic. Tom. X. p. 214. 

( c) Prikgle 1 c Append. Paper III. Exp. 
XXIII. p. 990. of Tom. II. p. 210. 

(d) Dezelve 1. c. Append. Paper. III. Exp. 
XXIII. p. 390. Paper IV. Exp. XXVI. p. 394 . 
Paper VI. Exp. XL. p. 414. of Tom. II. p. 209. 
218. 265-. 

(e) Dezelve 1. c. Aprscnd. Paper IV. Exp. 
XXVII. p. S9S- of Tem. 'II. p. 211. 



of Afgelegene Oorzaahn. 89 

Dat Kreeften-oogen , met Loogzout 
van Aliem vermengd , zulks minder 
doen (#); 

Dat de Eijerfchaalen de rotting veel 
eer tegenftaan (b)' 9 

Dat het bederf weerflaand vermogen 
van den Tegengift-wortel (c) vermin- 
dert door het bydoen van zoodanige 
aardagtige middelen (V) ; 

Dat het gebruik derzelven in de 
koortfen ganfch niet onverfchillig , ja 
zeer nadeelig zy, wanneer de vogten 
tot bederf overhellen (e)\ 

Dat het bederf in eenen Beeneter niet 
toetefchryven zy aan het merg, maar 
veel eer, behalven andere oorzaaken , 
aan de Zuuropflurpende aarde der 
beenderen, dewelke, werkende gelyk 
foortgelyke, gevolgelyk het bederf ver- 
haaften QQ , 

En 

C<OPringle I. c. Append. Paper. III. Exp. 
XXIII. p. 391. of Tom. II. p. 210. 

(b) Dezelve 1. c. Append. Paper. III. Exp. 
XXIII p. 391. of Tom. II. p. 2i'i. 

(c) Radio, Contrajerv» 

(d) Pringle 1. c Append. Paper IV. Exp. 
XXVII. p. 394. of Tom. II. p. 219. 

(e) Dezelve 1. c. Append. Paper IV. Exp. 
XXVII. p. 394. 39J-. f Tom. II. p. 219. 220. 

v£V,r Dezelve 1; c Append. Paper. Vil Exp. 
ALVII. p. 42$-. of Tom. II p. 290, 

F 5 



90 Van de Voorgaande , 

En dat het Kryt ecne kwaade uit- 
werking geve in den Roodeloop (#J. 

LIL Ten vyfde. De onmatige Ughaams- 
beweging of arbeid , ( waartoe ik ook 
breng het fterk Kaken der matroozen by 
aanhoudend onfluimig weer, zoo dat 
zy naauwclyks tyd hebben , om uit te 
ruften , en door flaap verkwikt te wor- 
den,) vermeerdert in het lighaam de 
fnelheid, en gevolglyk ook de warmte 
van het omloopend bloed. 

De Heer Th. Schwencke heeft in 
zyn eige perfoon , en gezond zynde 
waargenomen $ dat het getal der Pols- 
flagen van 's morgens te 6 uuren tot i 
uur na den middag tuflehen 55 en 65 
in eenen minuut , maar 's avonds te 1 1 
uuren doorgaans op 80 beliep, welk 
getal , na zig fterk bewogen of gelopen 
te hebben, vermeerderd werdt tot 130 
of 140 (lagen (#), en daarenboven de 
warmte van zyn eige lighaam des mid- 
dags op 95 en 's avonds te 1 o uuren op 
96 graaden van de Thermometer bevon^ 
den was ( c ). 

Men 

(0) Pringle 1. c. Part. III. ch. 6. p. 288. of 
Tom. II. p. 44. 

(fc) Th. Schwencke Haematologia p. 41. 
(c) Dezelve p. 43. 



°f -Afgelegene Oorzaaken. 91 

Men heeft dan van vermeerderde 
Jighaams beweging en langduurig waa- 
ken dezelfde uitwerking , als der koort- 
fen , welker natuur beftaat in eenen 
vermeerderden omloop van het bloed 
met hitte, te weten, rotting in devog- 
ten te wagten ; even gelyk een haas , die, 
voor dat hy gefchoten word , een tyd 
lang gejaagd is geweeft, eerder bederft, 
dan een ander , welke in zyn leger ge- 
dood wordt. 

Wanneer egter het waken lang word 
uitgerekt, vervalt de beweging van 't 
hart , en der fiagaderen door verminde- 
ring van levensgeeften. Het belet de 
uitwaazeming , het verflapt de vezelen , 
en maakt de vogten fcherp. 

Dat'er minder zieken aan het Scheur- 
buik kwamen in het gedeelte van het Re- 
giment, dat in bezettinge was op het Fort 
William en te Bernera, dan in het ander 
gedeelte op het Fort Auguflus , fchreef 
men onder andere oorzaaken toe aan 
de mindere afmattinge van het eerftge- 
melde ("#). 

Niets is ook nadeeliger aan de her- 

ftel- 

(a) Lind 1. c. Part. II. ch. 2. p. 173, of Tom. 
1. p. 233. 234. 



c>% Van de Voorgaande, 

ftellinge van eenen matroos , die door 
eene voorgaande ziekte is verzwakt, 
zegt de Heer Lind (a), dan hem in 
het verkeerde denkbeeld , dat men hem 
dus voor het Scheurbuik behoedt, te 
fchielyk tot het gewoone Scheepswerk 
te dwingen. 

LUI. Ten Zesde. Integendeel te veel 
ruft en vadzigheid is meer gemeen onder 
de matroozen op de Oorlogichepen , 
veeltydts Jlaapnde, als zy de wagt niet 
hebben. 

Het nadeel, 't welk het lighaam by 
gebrek van beweginge, en door onma- 
tig flaapen lydt , is eene vertraaging 
van den omloop des bloeds , eerft in 
de kleindere vaten , en daar na door 
het ganfche lighaam ; ftilftand der vog- 
ten ; in ibmmige plaatfen kwaadfap- 
pigheid ; verhindering der affcheidin- 
gen en uitloozingen ; verflapping der 
vafte deelen ; kwalyke verteering der 
fpyzen; bederf derzelven door een lan- 
ger verblyfin de eerflie wegen , en op- 
hooping van de drekftoffe. 

Zulks baant in 't bvzonder, door het 

be- 

(a) Lind 1. c. Part. II. en. 4. p. zzf. of Tom. 
L p. 3 o6 « 



of Afgelegene Oorzaaken. 93 

beletten van de ongevoelige uitwaaze- 
minge , den weg tot koortfen volgens 
de Heeren Pringle Qa) en Hux- 
ii a m ( b) , en tot het Scheurbuik vol- 
gens de Heeren Gaubius (cj en 

LlND- (//). 

Hierom zyn ook de zulken , die , na 
zwaare ziekten zeer kragteloos zynde, 
weinig beweging hebben , op het he- 
vigft door het Scheurbuik aangetafl, 
't welk daar en boven zeer fchielyk 
de overhand neemt , zoo de zieken in 
de traagheid tot beweging blyven vol- 
harden. 

LIV. Ten zevende. De droefgeejïigheid 
is van alle de gemoedsaandoeningen, 
door de vezelen te doen flap wordend- 
de vogten te vertraagen , maag en dar- 
men te verzwakken, en de uitwaaze- 
ming door de huid te verhinderen , op- 
gemerkt tot het voortbrengen van Rot- 

koort- 

(a) Pringle 1. c. Part. II. ch, z. p. 112. ch. 3» 
p. 140. Append Paper I. Exp. III. p. 370, of Tom, 
I. p. 142.. i?i. Tom. II. p. 162. 

(b~) Huxham 1. c p. 2)% of. 33. 

(c) Gaubius I. c. §. fif. 

(d) Lind 1. c. Pare. II. eh. 1. p. 107 — 108. 135V 
ch. 4. p, 226. ch. 6. p. 279. 285- — 286. Part. III. 
ch. 2. p, 400. 442. of Tom. I. p. 140, 178. 306. 
386, 395- — 396. Tom. II. p. 1 37, 230, 



94 P^n de Voorgaande , 

koortfen en voornamelyk van het 
Scheurbuik veel mede te werken. 

Hier van daan zyn die gene , welke 
tot den dienft op de Oorlogfchepen 
met geweld geprefl worden, ongelyk 
meer , dan anderen , aan het Scheurbuik 
onderhevig (a). 

LV. Ten agtfte. De opgeflopte afgang 
helpt dan voor al de Rotziekten te 
voorfchyn komen , wanneer de veze- 
len verflapt en de vogten verylt tot 
eene verderfelyke rotting bereids over- 
hellen ; want de gewoone ontlading van 
de onnutte en bedorve ftoffe, gedeel- 
telyk door het werk van de verteringe 
en bederf der fpyzen (b~) voortgebragt , 
gedeeltelyk uit het bloed met de fchei- 
vogten herwaarts gevoerd , is alsdan 
noodzaaklyker, als ooit, en nog veel 
meer, om dat de ongevoelige uitwaa- 
zeming niet zelden in deze gefteldheid 
van 't lighaam verhindert is , waar van 
de gevolgen ongelyk minder zyn, zoo 
de Natuur door de gemeenfchap , die de 

af- 

(a) Lind 1. c. Part. II. ch. i. p. n8. of Tom. 
1. p. K3- 

{b~) Deze twee woorden beteekenenby den Heer 
Pringle byna het zelfde. Append. Paper III. Exp. 
XVII, p, 386. of Tom. II. p. zou 



of Jfgekgene Oorzaaken. 95 

afgang met dezelve heeft , langs dezen 
anderen weg eene uitloozing behoudt 
van die (toffe , waar van zy zig , als zeer 
ichadelyk voor 't lighaam , op alle wy- 
zen poogt te ontdoen. 

De uitwerkingen , welken deze op- 
ftopping verwekt , zyn voomamelyk 
de Chocolaadziekte in de Wefl-Indien , 
eenen meer alsnatuurlykenjafomtyds 
bloedigen en zeer pynelyken afgang , of 
Bort door de fcherpte van de ftoffe, 
en eene al te groote aanprikkeling in 
de darmen, of eene koorts, zoo een 
gedeelte van de onreine ftoffe door de 
melkbuisjes , of andere opflurpende 
vaatjes tot het bloed overgebragt 
wordt , 't welk , gelyk wy reeds ge- 
zien hebben (XL VI) , weder eene oor- 
zaak wordt van toenemend bederf en 
Kwaadaartige Koorts. 

Men heeft opgemerkt, dat zy, die 
door eenen Roodeloop overvallen wor- 
den , in 't gemeen van de Rotkoorts 
vry blyven ; dat zulks , zoo zy van bei- 
de aangetaft worden , by beurten ge- 
fchiede , zoo dat , als de Roodeloop 
zig vertoond , de Galkoorts ophoude , 
en als de eerfte opgeftopt wordt, de 
laatfte wederom kome^ 

Dat 



9<j Van de Voorgaande , 

Dat cene te grootc hoeveelheid van 
drekftoffe het bederf in de Kwaadaarti- 
ge koortfen onderhoude; 
• Dat men de groene kleur , welke 
voor een teeken van bederf gehouden 
wordt, in de lighaamen na den dood 
't eerft befpeure in de darmen , en de 
deelen naby de drekftoffe , welke der- 
zelver bederf bevordert; 

Dat de opgeftopte afgang niet alleen 
dikwils voor de koortfen vooraf gaat, 
maar ook dezelven verzelle; 

Dat het aangezigt daar door niet zel- 
den zeer opgezet voorkome , naardien 
de darmen, wegens de drekftoffe op- 
gepropt zynde , den grooten neer- 
waardsgaanden flagader en de hoofden 
van de flagaderen des onderbuiks druk- 
ken , zoo dat het bloed, minder tegen- 
ftand naar boven vindende, derwaards 
heen vloeie ; 

Dat de zieken , zoo 'er in 't begin der 
afloopendeZoinerziekten,ofRotkoort- 
fen gebrek van ontlaftinge door den af- 
gang is ; of zy niet overvloedig genoeg 
gefchiedt , in eene geduurige koortfe 
vallen , en zelfs fomtyds geel worden. 

L VI. Ten negende. De belette ongevoe- 
lige uitwaazemmg of zweet is ganfeh geen 

min- 



of Afgelegene Oor za aken > $? 

minder kragtige en ongemeen veel tot 
de Rotziekten toebrengende oorzaak ; 
want, hoe zeer iemand tot dezelven in 
het lighaam de gefteldheid heeft , zal 
hy egter zonder het bykomen van de- 
ze oorzaak 'er doorgaans van bevryd 
bly ven. Maar , als men agt geeft , voor 
eerft , op de fchadelyke hoedanigheid 
vart de liofFe der uitwaazeminge , zoo 
niet reeds in eenen Haat van rottinge 
zynde , of daar aan in eene groote hitte 
der lügt zeer naby komende , (wanneer, 
namelyk, de Natuur dezelve door de 
huid gewoonlyk weg werpt,) ten minfte 
zoodanig wordende door een langer ver- 
blyf onder het bloed; zoo men daar be- 
neven let op de groote hoeveelheid vail 
dit uitwerp fel , zal men ligt bez effen * 
dat (die bedorve ftoffe als een gift op 
de vogten, inzonderheid op de GaP, 
werkende , welke laatfte in alle heete lan- 
den, zooniet overvloediger, ten min- 
fte fcherper is , en fchielyk bederft* 
offchoon niet zoo fterk , als bloed 
of vleefch ) daar uit gevaarlyke Rot- 
ziekten in de heete landen noodwen- 
dig moeten geboren worden , welke 
ziekten verfchillende zyn naar de ge- 
fteldheid van den perfoon, of den in- 
TI. Deel. G vloed 



08 Van de Voorgaande, 

vloed en leidmg van andere bykomen- 
de oorzaaken. 

Indien dan, na dat door andere oor- 
zaaken de vatte deelen verflapt zyn , 
en de vogten eene neiging tot bederf 
gekregen hebben , zoo als in den ver- 
zengden lugtftreek meer dan gemeen is, 
en byna altoos plaats heeft , deze ont- 
lading fchielyk en over 't geheele lig- 
haam opgeftopt wordt, krygt men in 
de TVejl'-Indien hevige Rotkoortfen , die 
maar in trappen verfehillen met de ge- 
woone Zomer- en Legerziekten hier te 
Lande , en bekend onder den naam van 
Galziekte. 

Somtyds werpt deze ftoffe zig op de 
darmen onder de gedaante van fcherpe 
en bedorve Gal, en veroorzaakt een 
Bort , Roodeloop of Chocolaad- 
ziekte. 

Blyft de Rotkoorts aanhouden , zoo 
wordt zy , gelyk ik van den opgeftop- 
ten afgang aangemerkt heb , insgelyks 
eene oorzaak van meer en hoogklim- 
mend bederf, waar uit dan de Geele 
koorts , zoo gemeen en gevaarlyk in 
de Weft-Indien,de Kwaadaartige koorts 
met vlekken, het Ma! de Siam, of Kwaad- 
aartige koorts, met aanmerkelyke ver- 
fier- 



of Afgelegene Oorzaaken. 99 

dervingen verzelt, haaren oorfprong 
krygen. 

Nademaal de uitwaazeming , vry en 
onbelemmert zynde , de voomaame 
weg is , door welken het bloed zig kan 
v ontdoen van alle bedorve deeltjes, en 
dus ook van die, welken van buiten in 
het zelve door befmetting aangebragt 
worden , zoo volgt , dat dezen veel meer 
vermogende en ichadelyker worden, 
wanneer die weg van ontlading, door 
wat oorzaak ook , teffens toegefloten 
w r ordt, zoo dat zulks eene opwekken- 
de, of medewerkende oorzaak worde 
tot verz waaring der Kwaadaartigc koort- 
fen door befmetting. 

De bedorve ftofFe-, die van voedfels 
enz. (XLÏX. g. 2.) voorkomt, niet ge- 
noegzaam door de uitwaazeming ont- 
laïl wordende , en dus van langzaamer- 
hand ophoopende , geeft aanleiding tot 
het Scheurbuik. 

Wat aangaat al dat gene , 't welk de- 
ze verhindering voornamélyk te weeg 
brengt , daar heb ik in het opfpooren dei- 
andere oorzaaken reeds in het voorby- 
gaan melding van gemaakt. 

LVII. Eindelyk ten tiende. Het menigvul- 
dig zweet en verzwakt, daarenboven ver- 
mindert het den famenhnng van het wate- 

G 2 rige 



ioo Van de Voorgaande, 

rige met het roode dikke gedeelte van 
het bloed , ook verdikt het de andere 
uitwerpfels , belet derzelver doorgang, 
en baard aan de zweetgaten, te veel 
geopend zynde , eene gevaarlyke ligt- 
gevoeligheid van de koude. 

LVIII. Tot dus verre heb ik de 
naaiïe oorzaak der gewoone ziekten 
onder het Scheepsvolk , dat naar de 
Wejt-Indkn vaart , en de zaaden met 
alle de fchadelyke vermogens , die de- 
zelven voortbrengen , of verzwaaren , 
afzonderlyk ingezien, met opzet heb- 
bende voorby gegaan iets te melden 
van de verfchillende en tegenftrydige 
gevoelens , dewelken my.by de Schry- 
vers deswegens zyn voorgekomen , en 
het onderzoek zoo moeijelyk maken, 
dat, na veel lezens , de vraag bynanog 
onoplosbaar voorkome; ik had daar- 
om eerft voorgenomen die met derzel- 
ver wedeiieggingen hier op te laten vol- 
gen, maar ziende, dat het my te ver 
afleidde $ heb ik 'er van afgezien , niet 
tegenftaande zulks reeds voor een ge- 
deelte was afgefchreven. 

LIX. De bron dezer verfchillen 
fchynt my toe voornamelyk hier uit 
voort te vloeijen, dat men, 't gene al 
vry gemeen is, de noodzaak elykheid 

van 



of Afgelegene Oorzaaken. 101 

van eenen famenloop der voorgefchikt- 
heid met één, of, gelyk doorgaans, met 
meer uiterlyke oorzaaken uit het oog 
verlooren hebbe ; want de ongeaartheid 
in den verzengden lugtflreek , de hitte , 
vogtigheid , koude , gebrek van verfche 
lugt, gemis van groenten, grof voed- 
fel , bedorve water , vermoeidheid , 
meenigvuldig zweeten, lang verblyf op 
Zee, enz. zyn ieder op zig zei ven niet 
genoeg ; maar , lighaamen aandoende , 
dewelken reeds ecne neiging tot rotting 
hebben , brengen zy naar hunnen ver- 
Icheiden famenloop of Koorts ofScheur-. 
buik voort. 

Dus , op alle bykomende omftandig- 
heden geen agt gevende , hebben fom- 
migen dat zelfde , 't welk by eenen an- 
deren als eene uitwerkende oorzaak of 
verzwarende omftandigheid was aange- 
merkt , geheel verworpen , terwyl zy 
beiden zig op de ondervinding beroe- 
pen \ anderen daarentegen door het 
zelfde verzuim hebben de ziekten aan 
dat gene toegefchreven , waarop dezel- 
ven gevolgd waren. Zoo heeft men 
brandewyn , met water verlengt , als oor- 
zaak van het Scheurbuik opgegeven; 
edog met even zoo weinig reden , als 

G 3 wan- 



joa Van de Voorgaande , 

wanneer op 't gebruik vmMallags wyn 
dezelve ziekte is gevolgt. 

Daarenboven eene ziekte voort te 
brengen, of dezelve te verzwaaren , als 
zy 'er reeds is , zyn twee verschillende 
zakken , zoo dat fommigë oorzaaken 
niet alleen te gelyk moeten werken , en 
tot eenen hoogen trap geb ragt worden; 
maar ook fomtyds , gelyk als het voed- 
fel, eenen aanmerkelyken tyd zonder 
tulTchenpoozing duuren, eer 'er eene 
ziekte uit voorkomt, terwyl veele an- 
dere oorzaaken in dezelfde ziekte van 
nadeelige uitwerkinge zyn, 't gene in 
Scheurbuik vooral plaats heeft. 

LX. Het zal onnoodig zyn alle de 
verfchynfelen in de drie ziekten afte- 
leiden van de verflapte vafte deelen , 
de verdunde vogten, en aandoeninge des 
Zenuw-geftels overliet geheelelighaam 
door de bykomendeOntireking der hers- 
lenen (errore loei) , of door de rotftof- 
fe , in de eerfte wegen alleen bepaald. 

LXI. Het eerfte lid dan der vraage 
afbrekende , befluit ik , 

Dat de gewoone ziekten onder het 
Scheepsvolk , naar deJVeft-Indien varen- 
de , niet zyn Koortfen , met gemeene 
Ontftekingen in eenig deel van 't lighaam 

ver- 



of Afgelegene Oorzaaken. 103 

verzeld , maar hevige Rotkoortfen, Kwaad- _ 
aartige koor tj en en het Scheurbuik. 

Dat die ziekten alleen in hevigheid, 
maar niet in aart en natuure verfchillen 
van die, welken men in Europa, en 
de Nederlanden in 't byzonder waarneemt; 

Dat eene rotting , beftaande in eene 
verflapping der vezelen en onbinding 
of ontaarding der vogten , de naafte 
oorzaak zy van allen , verfchillende 
nogtans van eikanderen in de verfcheide 
wyzen van befcaan , die van den byzon- 
deren famenloop der uiterlyke oorzaa- 
ken afhangen ; 

Dat, wanneer by eene aanmerk ely- 
ke gefchiktheid of neiging tot verrot- 
ting , veroorzaakt door eene natuur- 
lyke gefteldheid , of door de hitte 
en vogtigheid der lugt in den ver- 
zengden lugtftreek , of door gebruik 
van bedorven of ligt bedervelyk voed- 
fel , Hinkend water enz. in het lighaam 
eene fchielyke opftopping van de uit- 
waazeming der huid ontftaat , waar aan 
men aldaar wegens de koude en vogtige 
nagten zeer bloodgeftelt is, dat 'er dan, 
zegge ik , Rotkoortfen geboren worden; 

Vervolgens dat eene Rotftoffe, door 
hevig toenemende Rotkoortfen ze- 
keren trap van icherpte bereikt heb- 

G 4 ben- 



i©4 Van de Voorgaande, enz. 

bende , of aangevoert door de lugt, 
vervult met bedorve uitvlocijingen , 
onder het bloed vermengt wordende 
het gantfche lighaam als een ferment of 
gift aanfteeke , den famenhang der vog- 
ten verbreeke , gevolgt van eene Ont- 
fteking in de hersfenen , dus enKwaad- 
aartige koortfen voortbrenge; 

En eindelyk dat lighaamen , even 
zeer tot bederf geneigt, meeft in de 
t'huisreizen , in die ongefteldheid ver- 
vallen, welke men Scheurbuik noemt, 
zoo zy namelyk door aanhoudende 
vogtigheid en gebrek van beweginge 
meer en meer verflappen ; zoo het bloed 
wegens de moeijelyk verterende en 
niet zelden bedorvene Scheepskoft, 
of wegens het flegte water niet genoeg 
ververfcht wordt, dus de voeding niet 
na behooren gefchied , en de uitwaaze- 
ming door de huid fteeds vermindert. 

VII. HOOFDSTUK. 

* Van de Genezmge. 

LXII. Aan het eerfte Lid der vraage 
van de Maatfchappye , zoo ik agte, 
voldaan hebbende , ga ik over tot het 
andere Lid derzelve, het welk twee 

on- 



Van de Genezinge. 105 

onderfcheide Artykelen vervat, de Ge- 
nezing en Voorbehoeding der gewoone 
Scheepsziekten. 

Met het eerfle zal ik my in dit hoofd* 
deel alleenlyk bezig houden , terwyl ik 
het andere voor het volgende zal be- 
waren. 

LXIII. Alwie (zegt Hippocrates) de 
ziekte kend, weet ook, het gene be- 
kwaam is om dezelve te genezen ; het 
voorverhaalde derhalven tot eenen 
grondflag nemende , oordeel ik, dat de 
drie gemelde kwaaien , wegens haare 
groote overeenkomft in natuure en 
oorzaaken , onder eene en dezelve ge- 
neeswyze kunnen begrepen worden. 

LXIV. Deze genezingwyze nu heeft 
haare betrekking of tot de volkomene 
genezing van de ziekten zelven ; of 
tot het wegneemen der beledigende 
oorzaaken of vermogens ; of tot ver- 
ligting van haare voornaame toeval- 
len. 

Om het eerfte te volvoeren , heeft 
men drie wyzingen of inzigten (indica- 
tiones) in agt te nemen ; 

1. Moet men de beledigende fcher- 
pe rottige floffe ontlaften of uit- 
dry ven ; 

G 5 2. De- 



106 Van de Genezinge. 

2. Dezelve verbeteren ; 

3. De levenskragten onderfleunen of 
h erft ellen. 

LXV. Tot voldoening aan het eerfte 
inzigt verflrekken de gewoone Ontlaft- 
middelen, Aderlating, Braak- Purgeer- 
en Zweetmiddelen. 

Wat de Aderlating aangaat , dezelve 
is in 't gemeen bevonden minder noo- 
dig te zyn in warme *,idan koude Lan- 
den, en jaargetyden, en haar nut in de 
Rotziekten is zeer bepaald , zoo dat zy 
in het begin der Rotkoortfen , Roode- 
loop en Kwaadaartige Koortien , van 
befmettinge , indien de zieken bloed- 
ryk en van natuure zeer fterk zyn , zoo 
de pols vol , en hard is , en dus de ziek- 
ten eenen vermengden aart met meer 
of min Ontftekinge fchynen te hebben , 
alleen , en wel in de twee eeritgemeide 
ziekten doorgaans maar eens , en in de 

laatite 

* Byv. Dus fchryf: ook de Heer H. van Sax- 
ten, dac hy de meenigvuldige aderlatingen in de 
gemeene koortfen te Batavia dikwils onnoodig 
heeft bevonden,- dat dezelven .fomtyds veel na- 
deel doen , met de ftoffe uit de eerfte wegen af- 
teleiden , en naar binnen te trekken , en dat hy daar- 
om ook al voor lang had afgezien van de manier 
om in dezelven, gelyk in de waare ontftoke ziek- 
ten , veel bloed af tè tappen. 



Van de Genezinge. 10? 

laatfte niet,dan in eene geringe hoeveel^ 
heid ontlaftende, te pas kome. 

In zoodaanige heete Rotkoortfen, 
weiken onverhoeds aanvallen met eene 
hevige pyn in 't hoofd , onmiddelyk ge- 
volgt van eene razende ylhoofdigheid, 
heeft men de Aderlating bevonden van 
eene onvermydelyke noodzaaklykheid 
te zyn. 

Indien de gevallen twyffelagtig zyn , 
kan men, onder het aderlaten den pols 
voelende , zig fchikken naar de veran- 
dering , welke men in de hard- of zwak- 
heid der flagen van den zelven gewaar 
wordt. 

Het is onverfchillig op wat tyd, 't 
zy in of buiten de verheffing men de- 
zelve verrigt ; egter beft , hoe eerder 
hoe liever. 

Hoe verderfelyk voor 't overige de 
Aderlating zy in Rotkoortfen , getuigt 
een onnoemelyk aantal van ervarene 
Geneeskundigen Hippocrates , Are- 
taeüs , Celsus , Alexander , Fer- 
nelius, de Gorter, Glass, Bian- 
chi , Junker , Huxham , en veele ande- 
ren.Onder allen heeft de HeerTissor (a) 

zulks 

Ca) Tissot DifC de Febribus Biliofis p. 121- 157. 



ïo8 Van de Genezinge. 

zulks nog onlangs op ecne overtuigen- 
de wyze aangetoont,niet alleen door de 
getuigenifTen der aangewezene Schry- 
veren , maar inzonderheid door de on- 
dervinding , zoo van anderen , als van 
zig zelven in veele wigtige waarnemin- 
gen , en door voldoende redenen , 't 
gene ten vollen overeenftemt met my- 
ne bevinding in eene groote meenigte 
van dergelyke Koortfen , welken my in 
de oeffeninge der Geneeskunde zyn 
voorgekomen. 

De Heer Pringle noemt de bloe- 
ding in den Roodeloop eene bedriege- 
lyke aanwyzing tot aderlaten , en waar- 
fchouwt daarom , dat men 'er niet , dan 
met de uiterfte omzigtigheid , gebruik 
van maken moet (#). 

In 't algemeen eindelyk wordt zy in 
Kwaadaartige koortfen, zoo zy haar 
eerfte begin voorby zyn , en in . het 
Scheurbuik , voor al in éenen gevor- 
derden Haat, als ten uiterften fchitde- 
lyk gehouden. 

LXVI. Maar meerder nut en goed- 
keuring draagt de ontlading , of uitdry- 

ving 

' (a) Pringle 1, c. Part. III. ch. 6. p. 275-. of 
Tom. II. p. 2,7. 



Van de Genezinge. 109 



ving der rottige ftoffe in de Rot- 
koortfen door Braak- en Purgeer midde- 
len weg; niet alleen om dat de Natuur 
zulks aanwyft door walging, braaking, 
Bort, Loop enz. en zy denzelven weg 
inflaat om te voorkomen, dat eene af- 
loopende, of tuffchenpoozende koorts 
door opflorping van die ftoffe uit de 
darmen en vermenging met het bloed 
niet in eene geftadige , geele en kwaad- 
aartige verandere ; maar ook om dat de 
bevinding leert , dat , dit verzuimt 
zynde , alles in eenen ergeren flaat keere, 
en , in 't werk gefield , altoos van een 
uitnemend goed gevolg geweeft zy. 

De Heer Pringle bewyzende , dat 
overal , waar Rotkoortfen gevonden 
worden , zy dezelfde ziekten zyn ; 
zegt : Zoo men in de Afloop ende hort f en in 
Guinee niet hy tyds de ftojfe ontlaft , kry- 
gen zy de gedaante van Gedmirige en 
Kwaadaartige koortfen, de pols verzwakt , 
gevolgt van eene yllwofdigheid , doorgaans 
doodelyk (a). 

Indien het verder op gezag aankwam, 
zou ik bewyzen, dat de grootfte man- 
nen 

(a) Pringle 1, c, Part. III. ch. 4, p. 235% of 
Tom, I. p. 307. 



iio Van de Geneztnge. 

nen door alle tyden heen met my iil 
het zelfde gevoelen ftaan. Men leze 
maar alleen , wat de Geleerde Th. 
Glass (V) , die Hippocrates met Hip- 
pocrates verklaart , dien aangaande 
omftandig gefchreven heeft , en een 
ygelyk, vertrouw ik , zal ook zeer vol- 
daan zyn over de verklaaring , die hy 
geeft aan het woord "&£* turgere , 't 
welk voorkomt in de 22^ fpreuk van 
de tweede fnydinge , niet flegts aantoonen- 
de , dat Hippocrates op die , en andere 
plaatfen de noodzaaklykheid van de- 
zelve middelen geenzins zeer zeldzaam 
gefield hebbe, gelyk als onlangs in al- 
gemeene bewoordingen zonder in 't 
minft van dezen roemwaardigen En- 
gelfchen Schryver te reppen , veel min 
denzelven op eene bondige wyze te 
wederleggen , een man van naam be- 
weerd heeft ; maar ook , hoe zeer de.- 
zelven van eene uitneemende en wyd- 
uitgeftrekte nuttigheid in de Koortfen 
zyn ; » egter derzelver gebruik bepaa- 
lende met byvoeginge der teekenen , 
welken aan wy zen , wanneer de Braak- 

mid- 

(a) Th. Glass Comment, de Fcbribus Lond. 

1742. -p. 9)-— 12J-. 



Van de Genezing, ïii 



5' 



middelen , en wanneer de Purgeer-mid-^ 
delen te pas komen. 

In een Latynfch affchrift , 't welk ik 
heb, van eenen brief, gefchreven op 
den 1 1 November 1727 van den Heere 
BoERi-iAAVE aan zynen vriend den 
Heere Bessand , vind ik : In dit najaar 
heeft eene doorgaande , vry kwaadaartige 
en aan veelen doodelyke koorts in ons Land 
alhier gewoedt , zoo dat alles vol zieken 
waar. Nooit heb ik meer zieken te genezen 
gehad, offchoon ik my de praktyk lang on- 
trokken hebbe. Allen heb ik zien genezen 
met een Braakmiddel enz. 

Zoo • ook heb ik in de 1 effen van den 
Heere Oosterdyk Schacht Hoogleer- 
aar te Leiden aangeteekend, dat hy de 
Najaars koortzen , hr de ja aren 1720 en 
1727 , in 't algemeen gelukkig door Braak- 
middelen heeft zien genezen. 

Het zelfde, zegt hy, heb ik waargeno- 
men in de maand Auguftus 1 729 , wanneer 
meer dan 200 , de koorts hebbende , my op 
één dag om raad vroegen, die ik alle met de 
IpecacuavJia volkomen herfteld heb. 

Myne eigene bevinding heeftmy ook 
van het nut dier middelen; dewyl ik 
dezelven in zeer veele Zomerkoortfen, 
en byna altyd met het zelfde gelukkig 



ge- 



list Van ds Oenczhige. 

gevolg heb beproeft , en daar door haa* 
ren voortgang doorgaans fchielyk ge- 
fluit , zoo zeer overtuigd , dat ik van 
die genezingwyze , als 'er in dezelven 
teekenen van eene Materia ttirgens zig 
op doen , gelyk gemeenlyk is , niet af* 
wyke , ten zy byzondere gefteldheden 
of andere redenen my daar van weer- 
houden. 

Zyn dan de zulken niet te ver ge^ 
gaan, die waarfchynlyk zonder het reg-- 
te onderfcheid te maken in heete Ont- 
fteking- en heete Rotkoortfen,de Braak- 
enPurgeermiddelen geheel verwerpen? 
Als iemand , die den baft van Peru by- 
na nooit gebruikt had , denzelven af- 
keurde, zou die meer of min navolg- 
baar zyn , als een ander , die zig van 
deszelfs uitnemende goede uitwerkin- 
ge in onnoemelyke gevallen kon beroe- 
men? 

Indien egter zoodanige Koortseenen 
tyd lang geduurt heeft , of in zyn be- 
gin verzuimt is , of de gedaante van 
eene geduurige , in plaats van eene af- 
loopende , aangenomen heeft , of 'er 
eene Ontfleking by verzelt gaat, zyn 
de Braakmiddelen en fterke ontlaftin- 
gen ten hoogden fchadelyk. 

Ten 



Van de Qenezime, n 



o 



Ten einde de Kwaadaarïige koortfeii 
door beimetting in haare geboorte te 
imooren , of haaren verderen voort- 
gang voor te komen, wordt, behalven 
andere middelen, een Braakmiddel in 
het begin, maar nooit, als de ziekte 
doorgaat , en , wanneer de lyders in 
den loop der ziekteden afgang öpgeftopt 
hebben , het verzorgen van een open 
lyf aangeprezen; ook wordt het voor 
een goed teeken gehouden , als 'er op 
het laatfl van de ziekte eene galagtige 
ftoffè ontlaft wordt. 

In het Scheurbuik keurt men de 
Braakmiddelen genoegzaam geheel af, 
om dat 'er de pynen , verzwakking , 
moeijelyke ademhaling, en bloedingen 
uit den neus door vermeerderen, geen 
toevallen 'er door verminderen , en de 
maag zelden ontlading noodig heeft ; 
maar eene buikzuiverins:, om den der- 
den dag herhaalt, heeft men nuttig be- 
vonden. 

LXVII. Mert verkiefl met opzigt tot 
de Braakmiddelen in de Rotkoortfen , 
welken weinig afloopen , hevig zyrt, en" 
in welken reets eene neiging tot braa- 
ten is , de Jpecacuanha alleen ; maar dé 

VI Beek H . be- 



ii4 %% & Genezing*. 

bereidingen van Spiesglas (a) } als krag- 
;er en beter in mcrkelyk afloopende 
of tufichenpoozende, 't zy alleen, of 
■t Ipecacucmha vermengt. Met twee 
ein Braakverwekksnden Wynfteen (#) 
lè ïpecacuanha te verfterken , heb ikmy 
jltyds zeer wel bevonden ,gelyk ook 
tje Heeren Princle (c) en Tissot (d) 
tüjgen ; en, indien deze middelen zoo 
erigt of met anderen vermengt wor- 
i, dat zy te gelyk den afgang ver- 
. kken , zal zulks hunne voordeelige 
uitwerking nog veel verbeteren ; ook is 
het ganfeh niet ongemeen, dat hier door 
alleen de herflelling verkregen en het 
gevaar fchielyk afgekeerd worde. 
LXVIII. Wat de v Buikopenende mid- 
betreft, die zagt werken zonder 
veel te prikkelen of de beweging van 
het bloed aan te zetten, en die het be- 
:ï telFens tegengaan , de Manna , de 
oom vanWynfleen(è)\m^ür voor al de 
ir'mde'i by poozen, onder wat ge- 
daan- 



j a) ■'''.'.' '■':onkim. 

) Tartarw E'ucticus. 

: Princlk i. c Part. III. ch. 4- P- 2 34- °f 

. I. p. -518. 
, ) Tissot 1. c, pfg. 33. 

I Cremor Tartari* 



Van de Genezinge. ïi$ 

daante het ook zy, ingegeven, zoo dat 
zy ecne loslyvigheid in de zieken te 
weeg brengen en onderhouden , zyn in 
de Rotkoortfen verre de beften. Als 
men op de kuilen Zoetemelk kan be- 
komen , gaat een Wey met Tamarinde 
gemaakt , alle andere geneesmiddelen 
en dranken te boven. 

In de Kvcaadaartige koortfen is het 
zetten , nu en dan , van een uitfpoe- 
lend Cly fleer, tot voorkominge van eene 
fchadelyke hardlyvigheid , alleen vol- 
doende. 

Een Gerflen drank, met Senebla den ge- 
kookt en met Room van Wyn fleert ver- 
mengt, o? Zeewater, of een af kookfel van 
de Tamarinde, of de Zee-ajuins, Honing- 
Azyn (a) heeft men met goed gevolg 
in het Scheurbuik beproefd , hoewel 
deverfche groenten en vrugten aan dat 
oogmerk niet zelden alleen genoeg zyn. 
'LXIX. Nademaal men in de heete 
Landen heeft waargenomen , dat de ge- 
zonden aldaar doorgaans meer Zweeten, 
oordeelt men mét rede, dat, zullen zy ge- 
zond blyven , zulks ook , uit oorzaake 
van de meerdere neiginge der vogten tot 

rot^ 
O) Oxymel Scilliticunn 

H 2 



il 6 Van ds Geïïezingc 

rotting, noodig hebben. Zeker Schip- 
per heeft my verhaalt , dat hy altoos 
zig fris bevonden heeft, als hy maar 
eene zagte en vogtige uitwaazeming 
behieldt. OndertinTchen ben ik het 
volkomen eens met die Schry vers , die 
om bondige redenen het gebruik der 
heete Zweetmiddelen veroordeelen , 
ten waare men dezelve als behoedmid- 
delen gebruike. 

Men heeft gevonden , dat een Kwaaa- 
Gortige koorts door belmetting,die lang- 
zaam aankomt , door Zweet en alleen in 
den eerften trap gefluit zy ; dat tot de 
genezing ook veel toebrenge, zoo die 
ontlading onbelemmert in den verde- 
ren loop der ziekte blyft duuren ; maar 
dat het uitdryven van het zelve met ge- 
weld altyd van nadeelige gevolgen ge- 
weeft zy. 

Van alle de ontlaltmiddelen fchyncn 
die, welken de uitwaazeming bevorde- 
ren , aan het Schentbuik het meelt ei- 
gen te zyn. 

Men neemt waar, dat, zoo de huid 
weinig dagen na 't gebruik der groen- 
ten, die de zweetgaten te gelyk ope- 
nen , vogtig en zagt begint te worden , 
zulks voor een zeker teeken van ge- 
ne- 



Van de Genezing*. n? 

nezinge , en teffens als eene aanwyzing 
van de Natuure te houden zy. 

In de afloopende en tuffchenpoozen- 

de Rotkoortfen, wanneer het zweet niet 
evenredig is aan de hitte , kan de Geeft 
van Minoererus Ca) , dewelke s zonder 
de beweging van 't bloed te vermeerde- 
ren, werkt, gebruikt zynde, eer de hit- 
te voorby is, voordeelig zyn. Ik heb 
opgemerkt, zegt de Heer Princle , dat 
'er voor Sol da at en, met Koorts in'tHofpi- 
taal gebragt wordende , geen beter Zweet- 
middel waar , ah hunne voeten , handen en 
fomtyds het ganfche lighaam te waJJ'chen 
met azvn en warm water , en daar na 
fchoon linnen aan te trekken (T). 

In het begin der Kwaadaartige koort- 
sen is dezelve Geeft alleen genoegzaam; 
voor het overige hoe , en wanneer de 
Mufcus Cc) , de Vlugge Loog-zouten (d) , 
de Virginifche Slangen-wortel (e) , de Te* 
gengift-wortel ( ƒ ) , de Kamfer (g) enz. 

met 

(a) Spiritus Minderen. 

(b) Prikgle I. c. Part. II. ch. 2, p. 1 13. of 
Tom. I. p. 142. * 

(O Mofchus. 

(d) Sales volatiles Alcalimi. 

("O Serpentaria firginiuna, 

(f) Contra] 'erva. 



(g) Campbora. 



H 



o 



ï i c> Van de Gcnezinge. 

met voordeel in dezelven gebruikt 
worden om het Zweeten te bevorde- 
ren , kun men omftandiger befchreven 
vinden by den Heer Pringle. 

Zoo dra men de cerfte beginfelen 
van het Scheurbuik gewaar wordt, zal 
een afkookiel van Havergort met A- 
zyn , of verdikt lap van Citroenen , als 
een zagt Zweetmiddel , niet ondienftig. 
zyn. 

Behalven de groenten, dietotvoed- 
fel gebruikt worden en tot opening der 
zweetgaten medewerken, pryfl men het 
afkookiel van de takjes van verfch 
Pokhout Qa) zeer aan , als aan dit einde 
alleen voldoende. 

LXX. Offchoon de ontlading of uit- 
dryving der rotte ffcofFe , gelyk wy ge- 
zien hebben , zeer noodzaakelyk in de 
gemelde ziekten zy, kan zy nogtans 
alleen niet voldoen, om dat alle vog- 
ten van ons lighaam meer of min door 
dezelve zyn aangedaan. Derhalven 
moet men by de ontladende middelen 
bok zoodanige voegen , die de verrot- 
te ftoffe verbeteren , zoo namelyk , dat 
derzelver fchadelyk vermogen of geheel 



wcg- 



(a) Guajacum. 



Van de Gemzlnge. nj 

weggenomen, of ten minfte vermindert 

worde. 

LXXL Deze Ver 'bete rende middelen (#) 
zyn oneindig in getale j uit de v'er- 
fcheide Klaffen der geneesmiddelen 
kunnen 'er veele gebruikt worden 2 waai 
van de eene meer , de andere minder 
aan het oogmerk voldoen. Indien ik 
derhalven over yder derzelven in 't by- 
z onder my wilde uitlaten , zou deze 
Verhandeling de gezette paaien te bui- 
ten gaan. Ik zal my vergenoegen met 
alleenlyk uit yclere Klaffedieaante wy- 
zen, welken gehouden worden tegen 
het bederf te werken ; daar na zal ik 
over twee- byzondere middelen , wei- 
ten boven alle anderen geagt worden 
aan dit tweede inzigt te voldoen , een 
weinig breeder uitweiden, en eindeiyk 
zal ik het nuttig gebruik van den 
Wyn,offchoon, als zonderling het be- 
derf, weerftaande en verbeterende be- 
fchoüwd , eigentlyk tot dit tweede in- 
zigt zoude behooren, egter in het der- 
de liever aanwyzen, omdat dezelve ge- 
meenlyk onder den gewoonen drank 
voorgefchreven en genuttigd wordt, 
en ik dus herhalingen vermyde. 

H 4 LXXIL 

Ca) Corrigentia. 



Ï20 Van de Genezing^ 

LXXII. De gezegde Klaflen zyn< 

i. De Verlengende middelen (a): van 
welken het Water en de Zostwey 
de voornaamfte zyn;want dezen, 
de rotte ftofFe verlengende, ma- 

• ken dezelve flapper , terwyl zy de- 
zelve ook affpoelen , en haareuit- 
dryving bevorderen : waarvan daan 
de Lyders in Rotkoortfen eenen 
zonderlingen trek tot die dranken 
hebben. 

2. De Zuuren 

Uit PlantgewaJJen (b) : 't zy on- 
gegiften; als Zuuring (c), fap van 
Oranje- Appelen (V) en van Citroe- 
nen (e), Tamarinde (ƒ) , allerlei 
Fruit en de zuuragtige Keuken- 
groenten. \ Zy gegiflen ; Rhynfche , 
of Moezelwyn , Appeldrank, Wyn- 
of Bier-Azyn, Honing- Azyn (g), 
Wynftecn (//), Room van denzel- 
ven , Wey van Melk met A- 

zyn 

(a) Düuentia. , 

(b) Vegetabilia. 
(0 Acetofa. 

(dj Succus Arantior. 

(e) Succus Citri. 

(f) Fruct. Tamarind. 

(g) Oxyfnel. 
(b) Tartarus. 



Van de Genezinge. 121 

zyn gemaakt , Gekaamde Melk 
enz. 

Uit Bergftoffen (#) : gelyk Geeft, 
en Elixir van Vitriool (b) , Gegft 
van Zeezout (f) , van Salpeter (d) 
enz. worden insgelyks (zoo elk 
Geneeskundige weet) van zooda- 
nige zieken gretig begeert; en van 
derzelver nuttigheid in de Rot- 
koortfen en het Scheurbuik is men 
door de bevinding overtuigt ; edog 
in zulken y die de darmen flap en 
teer hebben , dient men dezelve 
middelen met omzigtigheid te ge- 
ven ; waarom de Heer War- 
ren f éj in zyne Verhandelinge 
over de Kwaadaartige koortfen in 
de Barbades vermaant , dat men in 
dezelven niet te veel Zuuren moet 
gebruiken , en volgens de proeven 
van den Heere Lind (f) , in 12 
zieken op het Oorlogfchip de Sa- 
lis- 

CO Mineralia. 

(b) Spiritus & Elixir Vitrioli. 

(c) Spiritus Salis. 

(d) Spiritus Nitri. 

CO Pringle 1. c. Part. III. ch. 7. p. 320. of 
Tom. II. p. 87. 

(ƒ) Lind 1. c. Part, II. ch. 4. p. 191— 196. of 
Tom. I. p. 25-8 — 265-. 

Hs 



i22 Van de Genez'mge. 

lisbury, in 't jaar 1747 genomen, 
is gebleken, dat zy m het Scheur- 
buik niet allen even goed zyn. 
3. De Loogzoutigen 

't Zy de Vajleu (a) : Gezuiverde 
Potas Q) , Zout van Wynfteen (c) , 
van Aijetn (d) enz. 

't Zy de Vluggen (<?): Gee/2 en 
2ö«* van Hertshoorn (f) , Gee/? 
van Ammouiakzout (g). De Heer 
Princle, dezen aanpryzende f 
zegt: Ik verlaat my hier in meer op 
de bevinding, als de befch o uwende ken- 
nis (]i\ 

't Zy die daar toe hellen (*') en 
de naam hebben van Tegenfcheur- 
buikige (£) , Lepelblad (/), 77 d- 
terkers (m) , Peperwortel (« ) , 

(#) Sa Ja Alcalini fix i. 

(bj Cineres Claveüati depur. 

(c) 5a/ Tartari. 

(d) Sal Abfintbii. 

(e) Sales Alcalini volatües. 
ff) Spiritus c? Sai C. C. 

(g) Spiritus Salis Ammoniaci. 

(b) Pringle 1. c. Part, III. ch. 7. p. 3^7. of 

Tom- II. p. 141. 
(i) Alcalefcentia. 
(k) AntijtorbvJica. 
(J) Cochlearia. 
(m) Najiurtium qquaticumi 
(n) Rapbanus rujiicanus. 



Van ds Genezinge. je 2 3 

MofieriZiiad ( a ) , 'Knoflook ( £ ) , 
Ajuin, (c) , P^rey (^/) , Roo de- 
kool (<?) , Zee -ajuin (ƒ) , &ö/- 
/<m Cg') , groene takjes van .£00^0 
Maflboom (]f) , Pokhout , enz. 

'legen het algemeene gevoelen 
onder de Geneeskundigen heeft de 
Heer Pringle door proeven be- 
wezen; 

Dat alle de voorgemelde midde- 
len , in plaats van het bederf te 
verhaaften, het zelve tegenflaan; 
want. één deel Vlug Loogzout van 
Herfihoorn heeft het vleelch beter 
voor het bederf bewaart, als vier 
deelen • Keukenzout , of Gegrave 
Zout , en als twee deelen Wynfteen- 
Zout , met Vitriool-olie opgevult , 
of Vlug Loogzout van Hertshoorn, 
met Azyn tot verzadiging opge- 
•bruifcht (i); 

Dat 

(a) SinapL 

(b) Allium. 

(c) Cepa. 
Cd) Porhcm. 

(e) Brajjica rubra. 

(f) Scilla. 
tg) Rapa. 
(7-0 Abies rubra. 
(O Pringle ]. c. Append. Paper II, Exp, 

IX, p. 27Ó. of Tom. II, p. 177. 



124 Van de Genezinge. 

Dat de rottige zelfftandigheden 
zeer veel verfchillen van Loog- 
zoutigen, en 

Dat de gemelde planten en wor- 
tels zelfs in den hoogflen trap van 
rottinge in het Scheurbuik dien- 
ftig zyn , hoewel veel meer , wan- 
neer men 'er het lap der zuure 
vrugten bydoet. 
4. De Middel-zouten (#): Ammoniak- 
zout ( b ) , Keukenzout ( c ) , Zee- 
water , Steen of Gegrom Zout (V) , 
Salpeter (c),SmeltbaareWynfteen (ƒ ), 
Wynfteen-zout met Vitriool-olie op- 
gevult (g), het Mcngfel van Ri- 
ver'ms (/;), Geeft van Mindere- 
rus , Suiker enz. 

Van het Keukenzout in 't byzon- 
der zal ik alleen het volgende uit 
den Heere Lind (/') aanhalen : 

Twee 

(q) SaJes neutri. 
(b) Sal Ammoniacus. 
(c~) Sql communis. 

(d) Sal Gemmae. 

(e) Nitrum. 

(ƒ) Tartarus Solubilis. 

lg) Tart ar lis Vitriolatus. 

(b) Mixtura Anti-emetica Riverii. 

(i) Lind 1. c. Part. II. ch. 1. p. 86—89. of 

Tom. I. p- 111 — 115". 



Van de Gemzmge. 125 

Twee zieken aan het Scheur buik, wel- 
ker tandvlcefch zeer rottig , de boenen 
gezwollen , en de pezen van de hm 
gekrompen waren, liet ik dagelyks, ge- 
durende 14 dagen, één halve pint en 
fomtyds meer Zeewater drinken, zon- 
der dat zy in 't min ft verergert wa~ 
ren , zynde gebleven in denzelfden 
ftaat , even gelyk die geen middelen 
hadden gebruikt. Men heeft deze be- 
proeving dikwerf herhaalt , enfommi- 
gen hebben gelooft , dat zy 'er eenige 
goede uitwerking van konden befpeuren, 
zoo dat men het Scheurbuik geenzins- 
nan het zelve zout , op zig zelven aan- 
gemerkt , kan toefchryven , offchoon 
het vleefcb, /pek, en vifch, door het 
zelve hard geworden, in zoo verre zy 
moeyelyk te verteeren zyn , en geen ge- 
paft voedfel verfchaffen , oorzaak van 
dezelve ziekte kunnen zyn. 
5. De Bittere (V) : Tegengift-Wortel , 
Kruis-wortel ( b ) , Rhabarber Qc) 9 
Virginifche Slangen - wortel , Oran- 



Ca) Amara. 
(f) Gentiana. 
(c) Rbabarbarum. 



126 Van de Genezing-e. 



s 1 



je -fchUlen ( a ) , Wefl-Indifche of 
Witte Kaneel (#) , Alfem (cj), 
£/<?i/z Hondertgulden-kruid (d) , &- 
ne-bladen (tf) , Myrrhe (ƒ) enz. 
komen voornamelyk te pas in 
hen, die van ziekten, 't zyKoort- 
fen , of Scheurbuik aan de beter- 
hand z'yn. 

6. De Welriekende (g) : Engel-wor- 
tel (h) , ïe/7//c Baldriaan (i) , J^z- 
«e«/ (£)? Ë&uls g» Munt (/), X#- 
milbloemen (in) , Saffraan (ji) , ii}?/;/- 
ƒ?/•, Mufcus (ft) enz. 

7. De Zament rekkende (j?) : Eiken- 
bafl (#) , Knort sb aft (f), *S///m- 

n/- 

(fl) Cortices Arantiorum. 

C&) Cortices Wint- eranis. 

(c) Abfinthhim, 

QT\ Centaurium Minus. 

(O FoKa Sennae. 

(ƒ) Myrrba. 

(g) Aromata. 

(Jj) Angelica. 

CO VaUriana Sylvejlris, 

(k) Cinamomum. 

(0 Ment ba. 

0?0 Cbamaemelum. 

(n) Crocus. 

(0) Mofebus. 

(f) Adflringentia. 

{q) Cortex Quercinus. 

(O Cortex teruvianus. 



Vm de Genezing, ï&f 



ruba (V) , Hondsdraf (V) , Tte (c) , 

jRööii? Roozen (^), Galnoot en (e) 5 

Catsjou (ƒ), ^/«m (g), Kalkwa- 

ier (K) 9 Roodewyn enz. 

LXXIII. Van alle deze opgenoemde 

middelen verdienen de Koortsbaft en 

het yip ##» Oranje-appelen of Citroenen 

by uitnemenheid den naam van eigen- 

aartige (/) tegen het bederf. 

Wat den eerftgemelden betreft : een 
ftukje vleefch , ter zwaarte van twee 
dragmen , reeds zoo zeer verrot en 
fponfieus, dat het op 't water dreef, 
is , volgens de Proef van den Heere 
Pringle (£), in een afkookfel van 
dezen baft, 't welk twee of driemaal 
ververfcht werdt, twee dagen lang ge- 
legt zynde, weder vaft, zonder flank, 
met een woord , als of het verfch was, 
geworden , en zonder te bederven ,. in 

't 

Ta) Cortex Simarubae» 
Qb) 'Hedera terrejiris. 
(c) Tbea. 
ld) Rofae Rubrae. 
(e) Gallae qüercinae. 
Cf) Catecbu. 
(g) Alumen. 
(b) dl qua Calcis. 

(ï) Specifica. ül:\ 

(k) Pringle 1. c. Append. Paper, II. Exp; 
XIII. p. 280. of Tom. II. p. ï§7. 



128 Van de Gewzinge. 

't zelve , gedurende den ganlchen Zo- 
mer, bewaard. 

Van zyn gebruik in de rotziekten 
kan men zeggen , 

Dat hy nuttiger en noodzaakly- 
ker bevonden zy in Rotkoortfen 
van den Zomer, dan van de Len- 
te , en meer in warme , dan in 
koude Landen, vermoedelyk om 
de meerdere flapheid in de vafte 
deelen ten dien tyde , en plaat- 
fen; 

Dat hy in de afloopende Rot- 
koortfen 9 de eerfte wegen gezui- 
vert zynde , geruftelyk mag gege- 
ven worden in den tyd van 't zwee- 
ten , en 't afloopen van dezelven , 
inzonderheid indien de pis troe- 
bel wordt; 

Dat wanneer 'er in het begin be- 
denking valt van veele rotftoffe, 
onder het bloed vermengt , men 
'er Rhabarber moet byvoegen ; 
edog daar na geheel alleen gebrui- 
ken; 

Dat hy niet alleen de wederin- 
ftortingen der Rotkoortfen ,' maar 
ook van den Roodeïoop voorko- 
me ; 

Dat 



Tim de Gcnezlngei 229 

Dat hy in Kwaadaartige hortfen 
met goed gevolg worde gegeven, 
of eer de vogten nog zoo zeer ver- 
dunt zyn , dat 'er eene Qntfreking 
der hersfenen uit voortgekomen 
zy, of wanneer naderhand zig Ver- 
ftervingen en Purpere vlekken op- 
doen; * 

En dat hy , by verfcheide be- 
proevingen, bevonden zy tot ge- 
nezing van het Scheurbuik mede te 
werken; edog voornamelyk nadat 
alvorens de Groentens en fapperi 
der Vrugten eenen tyd lang gebruikt 
zyn geweeft. 

LXXIV, 

* Byv. Behalven den Heer A. de Haan, en meer 
anderen , heeft ook myn Amptgenoot voor heen in. 
hec Leger-Hospitaal , de Heer J. Bon, op het voor* 
beeld van den Heere Pringle, in de Kwaadaartige 
koertien rnet uitflag den baft van Peru beproeft , 
en ten hoogften dienftig bevonden. Zie de aantee~ 
kening van den Heel- en Hand- Arts Jacob van der 
Haar f72 zyne vertaalinge van de befcbryvinge en ge- 
nêeswyze der Zieken in de Krygsbeirlegers , op den 
naam van den Heere G. Baron van S wieten on la ngs 
in 't ligt gekomen, bladz. 8|. 82. 

Te verre zoude ik uitweiden, indien ik veele ge- 
vallen van eigene bevindinge , eri van verfcheide 
myner kuntfgenooten binnen Rotterdam hier wilde 
by voegen, dewelken het nuttig gebruik van dit heil- 
zaam middel in zoodanige Koorcfen ten volle be- 
veiligen. 

VL Deel. I 



i$o Van de Ceiezingc. 

LXXIV. Wat het fap van Oranje-ap- 
pelen er) Citroenen belangt; ichoon in 't 
algemeen alle de Groenten en Vrugten, 
fchier zonder onderfcheid, van de ui- 
terfte nuttigheid zyn in het genezen van 
het Scheurbuik , moet men dit Jap 
egter een by zonder vermogen in dit 
geval toekennen : want by den Heer 
Lind en anderen ontmoet men zoo vee- 
Ie waarnemingen , die zulks beveiligen, 
dat men met veel reden groot vertrou- 
wen op deszelfs gelukkige uitwerking 
mag Hellen. 

LXXV. Aanmerkenswaardig is de be- 
proeving, dienaangaande door denzel- 
ven (0) op het zelfde Schip, en in den 
zelfden tyd in 12 zieken genomen , die, 
byna met gelyke toevallen het Scheur- 
buik hebbende, alle in dezelve plaats 
by den anderen gelegt werden , en alle 
het zelfde voedfel en drank kregen. 
Veertien dagen lang , beginnende den 
20 Mey 1 747 , gaf hy twee aan twee 
van dezelven 

1. één pint Appeldrank dagelyks. 

2. Driemaal daags L5 droppels van 

Eiixir 

(a) Ltnd 1. c. Part. II. ch. 4. p. 191—196. of 
Tom« I» p. 258—264. 



Van dè Genezingè: 131 

Elixir van Vitriool, benevens eene 
mondfpoeling , gezuurt met dejn- 
zelven Elixir. 

3. Driemaal daags twee lepels vol A- 
zyn, die ook by de Gort of Bry 
gedaan , en onder eene mondfpoe- 
ling vermengt werdt. 

4. Eene halve pint Zeewater daags. 

5. Twee Oranje-Appelen en één Ci- 
troen daags , waar van de vorraad 
alleen voor 6 dagen toereikte. 

6. Driemaal eiken dag eenen brok ter 
grootte van eene Nootemufcaat vari 
een zeer geroemd Conferf, beftaan- 
de uit Look, Moftertzaad, Peper- 
wortel* Balsem van Peru , en Myr- 
rhe. 

De twee , welken de Oranje-appelen eil 
Citroenen gebruikt hadden , kregen zeer 
fpoedig veiiigting en wel zoo merke- 
lyk , dat de één na 6 dagen in ftaat waar 
om zyn Scheepswerk te kunnen waar- 
nemen , zynde de Vlekken over 't gan~ 
fche lighaam wel niet geheel verdwe- 
nen , nog het tandvleefch volkomen 
weder in zynen natuurlyken ftaat ge- 
bragt; edog zonder verderen hulp vari 
eenig middel, dan alleen eene mond- 
fpoeling met eenige droppels van deri 

I 2 Elixir' 



132 Van de Genezinge. 

Elixir van Vitriool kwam hy , volmaakt 
herfteld zynde, op den iójuny teP/y- 
mouth. De tweede was ook beter,, dan 
alle , die met hem in denzelfden toe- 
ftand waren geweelï , en na de 6 dagen 
in ftaat om de overige zieken op te 
paffen. 

Na deze bevonden die twee , aan 
welken men den Appeldrank had gege- 
ven , zig het beft van alle de anderen. 

In de overigen bemerkte men geen 
verandering omtrent eenige toevallen , 
dan alleen , dat het tandvleefch door 
middel van de mondfpoelinge met den 
Elixir van Vitriool beter geworden waar. 

Wy kwamen (fchryft een Heelmees- 
ter (a) in het Scheeps Hofpitaal te Ja- 
maica aan den Heere Lind) aan het Ei- 
land S. Thomas met veele zieken aan hei- 
Scheurbuik. Het Schip de Canterbury had 
'er 60 , en de Norwich 70 , dewelken alle 'm 
den tyd van omtrent 1 2 dagen genezen wa- 
ren door het gebruik alleen van de Limoe- 
nen. < 

De Berigten melden ook , dat men 
op Jamaica , en op de Schepen, die 

naar 

(a) Lind I. c. Part. II. ch- 4. p. 199- °f 
Tom. I. p. 268. 






Van de Genezkge. 133 



naar de Weft Indien varen , thans min- 
der, dan voorheen aan ziekten onder- 
hevig zy , 't gene men ten grooten dee- 
le en met reden toefchryft aan het ry- 
kelyk gebruiken van het zuur der Citroe^ 
tien in de Punch. 

Het nut van deze Vrugten in het 
Scheurbuik ftrekt zig uit in alle de tyd- 
perken van de ziekten , en hoe ver- 
fchiliend het voorkomen van het zelve 
ook mag zyn, is derzelver gebruik ze- 
ker en veilig , mits de zieke evenwel 
niet geheel alle zyne kragten verloren 
heeft, nog aangetafb is door den Loop, 
Graauwen of Rooden Loop. 

Men brengt hier tegen in, dat men 
dezelve Vrugten meermaalen zonder 
zoodanig goed gevolg op het land heeft 
zien gebruiken; edog dezelve Schry- 
ver (V) merkt daar tegen aan , dat zulks 
veel eer daar aan toe te fchryvenzy, 
dat men het Scheurbuik met andere en 
geheel verfchiliende ziekten heeft ver- 
ward ; en hy (b) neemt de dagelykfche 

011- 



{a) Li nd 1. c. Part. II. ch. 4. p. 203. of Tom. 

P- *75- 

(ö) Dezelve 1, c. Part, II. ch. 4. p. 204. of 
'om I. p. 274. 

T » 



134 Van de Genezhge. 

ondervinding onder de Matroozen, de 
dagregifters der Zeehofphaakn , en het 
voorbeeld der Engeliche Oojf-Indifche 
Schepen tot getuigen tegen het gevoe- 
len van den Hcere Boerhaave en an- 
deren , die flellen , dat de genezing van 
het Scheurbuik het proef- en meefterftuk 
in de Geneeskunft zy. 

Men befpcurd zelfs , dat de zieken , 
die als zieltoogende aan die ziekte leg- 
gen, op het zien alleen van de Oranje- 
appelen en Citroenen als opgebeurt wor- 
den, en dezelven meteenen imaak eten, 
dewelke gemakkelyker te verbeelden, 
dan te bcfchryven is , terwyl zy eenen 
zeer grooten afkeer hebben van alle an- 
dere droger yen (a). 

Het is ook dubbeld zyne opmerking 
waardig , dat die Vrugten door eene 
wonderwyze fchikking van den Albe- 
ftierder over al onder den verzengden 
lugtfireek weelig groeijen en altoos in 
overvloed te bekomen zyn, gelyk de 
Groentens in de gematigde klimaaten al' 
leen des Zomers. 

Men draage nogtans zorg , dat de-zie- 
ken 

(a~) Lind I. c. Part. II. ch. 4. p. 206. of 
Tom. I. p. 277. 



Van de Genezing?. 135 

ken , gelyk de Gmntens en Fruit in 't 
gemeen, zoo ook dzOrahje-Appefcn en 
Citroenen in de eerfte dagen niet te gul- 
zig eten, ten einde de onreinigheden 
in de Maage, maar vooral den Roode- 
kop voor te komen, daar zy anderzins 
zeer aan onderhevig zyn ; hoewel een 
ruimeren afgang, dan naar gewoonte, 
dienftig is , en aan de bedorve (toffe uit- 
gang verleent. 

Offchoon aan de Oranje- Appelen de 
voorkeur gegeven wordt boven de Ci- 
troenen, oordeelt men egter, dat zy bei- 
de , te gelyk gebruikt , van de grootfte 
nuttigheid zyn. 

LXXVI. Naardien deze Vrugten 
(LXXV) , niet wel bewaard zynde , 
ligtelyk aanfteken en verrotten , en ook 
in alle havens, of in alle faizoenen niet 
genoeg te, bekomen zyn, heeft men de 
volgende manier (a) in Engeland, om 
hun lap, behoudens deszelfs kragten, 
jaaren lang goed te houden , in gebruik 
gebragt. 

Neemt zoo veele van dezelven , als 
gy begeert, perft 'er het fap uit, laat 

het 

(a ) "Lind 1. c. Pare IT, ch. 4. p. 20; — 11 1. of 
Tom. 1. p. 278 — 2ü$\ 

14 



13 6 Van de Genezinge. 



'ö* 



het eenen tyd lang bezinken , giet het 
fchoon af, of kleinft het door, daar 
na waazemt het naar de kunfl zagtjes 
uit in een Maria-Bad tot de dikte van 
eenen ftroop ; maar doet 'er op het 
laatffc eenige verfche ichillen van dezel- 
ven by , en eindelyk bewaart het in 
eenen fles , om welken , die één En- 
gelfche pint groot is , te vullen, men 
12 douzynen van dezelve Appelen noo- 
dig heeft, 

Anderzins kan men , gelyk genoeg be- 
kend is , Olie op het lap gietende , en 
den bals van den fles daar mede ge- 
deeltelyk opvullende , ook beletten , dat 
het zelve niet , immers niet veel veran- 
dere. 

LXXVII. Tot een derde en laatfte 
ïnzigt had ik voorgefleld de Kragten te 
onderkennen , waar toe het uitwerpen 
van de fchadelyke ftoffe (LXV-LXX) 
en het verbeteren van dezelve (LXXI- 
LXXVI) gewiflelyk medewerkt, zoo 
dat ik ten grooten deele hier aan reeds 
voldaan hebbe; want de verfterkende 
geneesmiddelen , welken in de drie ziek- 
ten byna alleen te pas komen, aldaar 
zyn opgenoemd en befchouwd. Ik 
weet 'er dan niet by te voegen , als 't 

gene 



Van de Genezinge. 137 

gene de fpyzen en dranken hier nog 
kunnen toebrengen. 

LXXVIII. Ten dien einde moeten 
dezelven zoodanig gegeven worden , dat 
zy nog in hoeveelheid , nog in hoeda- 
nigheid de kragten , die dezelve vertee- 
ren zullen , overtreffen , en te gelyk 
aan de oorzaak der ziekten tegengeftelc 
zyn; want niets voedt ons, dan het ge- 
ne behoorlyk verteerd wordt, ander- 
zins voed het in tegendeel de ziekte. 
Hier geldt het zeggen van Hippocra- 
t.e s (a) Hoe meer men onzuivere lighaa- 
men voedt , hoe meer men ze beledigt. 

LXXIX. In de Rotkoortfen komen in 
't begin alle dunne vogtige fpyzen , ge- 
lyk die met veel zuiver water vermengd 
zyn , hier het befte te pas , vooral wan- 
neer men in het zelve Gort, Ryft of 
Scheepshefchuit kookt, waar by men Zuu- 
fe dingen en Suiker of Stroop kan voe- 
gen. Zoo ook , indien de Schepen aan 
eene kuft leggen , Gekaamde Melk 9 
Zoet Wey met Azyn gemaakt enz. Deze 
weinige zyn genoeg in het begin der 
ziekte , en , indien niet de reden en de 
bevinding het nut hier van alzins be- 
veiligd 

(a) Hippocrates Sedt II. Aph, 10. 

15 



138 Van de Genezwgjb. 



veftigde , zou der zieken afkeer vrn 
allerlei andere fpyzen , maar byzoiukr 
van vleefch enz. en de begeerte tot ge- 
melde of diergelyke dranken ons na- 
tuurlyk daar naar toe moeten leiden. 

Daar na moet men, wanneer het lig- 
haam wat gezuivert is , het zelve eerft 
met gekookte Fruiten en Groentens , zoo 
men die krygen kan, Gort of Ryft , ge- 
zoet met Suiker of Stroop , beginnen te 
voeden, en, zoo de zwakheid het ver- 
eifcht, eene matige hoeveelheid /fjw, 
wyders Vleefchnat met Zuureu , en ein- 
delyk verfch Vleefch geven , tot dat het 
lighaam tot genoegzaame kragten her- 
fteld zy. 

LXXX. In de Kwaa (hartige koortfen 
hebben de zieken byna geen luft tot 
eenig voedfel. Ook is 'er naauwlyks 
iets anders noodig, dan een Broodpap. 
Men doet 'er Wyn by , en men geeft 
een Wey van Melk , met Wyn gemaakt , 
voor drank , als de Kootts reeds eenen 
tyd lang geduurt heeft, de pols maar 
weinig rad , en de tong vogtig is , de 
zieke langzaam fpreekt en geen dorft 
heeft. Veele mannen van grooten 
naam in de Geneeskunde pryzen daar- 
om den Wyn in zoodanige omftandig- 

heid 



Van cle Genezinge.. 139 

heicl zeer aan , als een uitnemend ver- 
fterkend middel. 

De Heer Pringle (o) gaat verder en 
getuigt , dat dikwerf de pols in die 
Koortfen , wanneer zy vervallen en 
teffens rad , ja zelfs de tong vuil en 
droog was , langzaamer wierdt , naar 
maate de Wyn de kragten opwekte. 

Het zelfde vermogen ondervind men 
ook in de Geeftryke dranken , voorna- 
melyk met water verlengt. 

De veiiigting, die 'er de zieken door 
bekomen , geeft te kennen , dat men 
daar in moet volharden; maar,ingeval die 
KoortfenmetYlhoofdigheidverzeldzyn, 

of de zieke na het gebruik Van denWyn 
daar in vervalt , fchielyk fpreekt , een 
fchielyk gezigt en opfpringing der pee- 
zen heeft, kan zoodanig een dien drank 
zoo min verdragen , als andere heete 
en hartfterkende middelen. 

De luft , welken de zieken tot den- 
zelven hebben , wyft veeltyds zyn ge- 
bruik aan , zoo dat zy den Broodpap 
met graagte eten , als men 'er Wyn on^ 
der vermengt. 

Deze begeerte tot Wyn en Sterken 

drank , 

(a) Pringle 1. c. Part. III. cti. 7, p. 327. <ƒ 
Tom. II. -p. 96. 



140 Van de Genezingt. 

drank , welke zieken aan de beterhand 
zynde in de Rotkoortfen, Roodeloop, of 
Kivaadaartige koorts met een aanmerk e- 
lyk verval van kragten hebben , is dik- 
wils uitermaaten flerk. 

Van dien zelven perfoon , daar ik te 
vooren (XL VIII n. 3.) van gemeldtheb, 
weet ik , dat hy , die in 't drinken van 
Wyn maatig en van Sterken Drank al- 
toos afkeerig was geweeft, eenen on- 
verzadelyken drift hadde tot den Wyn, 
S. Laurent genoemt , en den Jenever- 
drank. * 

De hoeveelheid van den Wyn be- 
paald men tot eene halve pint dage- 
lyks. 

LXXXI. Gegrond op veelvuldige 
waarnemingen omtrent het voedfel 'm 

het 

* Byv. Gelyk iemand, door den fterkften honger 
of dorft aangezet , zig by mogelykheid niet ont- 
houden kan van fpyzen óf dranken te nuttigen , 
zoo dra dezclven door hem te bekomen zyn, zoo 
onvermydelyk ook zou in my het misbruik van 
geeftryke dranken, en gevolgiyk de dronkenfehap 
zyn geweelt , indien my die iuft in den flaat van 
gezondheid was bygcbleven. 

Men moeft my'/om aan die onmaatige drift ten 
deele te voldoen , van tyd tot tyd een weinig daar 
van toedienen , en ten einde dan den behaaglyken 
fmaak langer te genieten, liet ik denzclven^e»ei;er- 
drank maar by eenige droppels te gelyk in den 
mond komen. 



Van de Genezkge. 5.42 

het Scheurbuik op de Schepen , oordeelt 
men het veranderen van fpyzen ten 
uiterften noodzaaklyk , en verfch Vleefch, 
yleefchnat, verfch Brood, en verfche of 
mgezulte Groenten voor fpys ; en verfche 
Melk, ZoetTVey, Gekaamde Melk , eene 
bereiding van Havermeel en water, door 
de warmte van de lugt goor geworden,, 
daar na doorgekleinft en vermengd met 
Honing , of Wyn en Suiker , Appeldrank , 
Negus , dat is een drank van Wyn , Sui- 
ker en Water , Punch , uit Rum , Sap 
van Oranje-Appelen of Citroenen, Suiker 
en Water zaamengefteld , of Wyn met 
Citroenfap, Suiker en Water, voor drank 
het beft te zyn. 

De Heer Bisset (a) heeft tegen den 
Heer Lind (b) beweerd, dat de Bran- 
dezvyn', Rum of andere Geefryke dran- 
ken , zoo zy volgens de manier , door 
den Admiraal Vernon op de Schepen 
het eerfl in gebruik gebragt , met drie- 
maal zoo veel Waters verlengt is,wel ver- 
re van fchadelyk te zyn , eene voor- 
deelige uitwerking hebben in het Scheur- 
buik ; 

£a) Bisset 1. c. p. 47- 

(b) Lind 1. c. Part. II. ch. i. p. n8. of Tom, 
I. p. 153. 



142 Van de Genezing 



buik ; naardien de kragten daar door 
zonderling worden opgewekt en het 
bederf tegengegaan ; hoewel hy 'er by- 
voegd , dat de drank nog merkelyk ver- 
beterd worde , als men 'er Suiker en Ci- 
troen fap bydoet. 

Dezelve Schryver (a) daar en tegen 
Helt, zoo my dunkt, te veel vertrou- 
wen in de Ryft, dezelve aanmerkende 
als een eigenaartig middel tegen het 
Scheurbuik; want die ziekte op de t'huis- 
reize , niettegenftaande het volk dan 
overvloed daar van heeft , het meefh 
overkomt. Is 'er niet meer reden om 
de gelukkige her ftelïmg der Scheurbuiki- 
gen in de Haven van Cumber/and, waar- 
van hy melding maakt, aan den beften 
Mallaga Wyn, van welken zy een e hal- 
ve pint daags kregen , en de Suiker , die 
by de Ryft gedaan werdt, toe te fchry- 
ven , dan aan de Ryft alleen ? Heeft tot 
die herftelling daar en boven 't gebruik 
van het af kookfel , 't welk voor hen 
bereid werdt , van de groene takjes 
van Pokhout, het verfche water , de Eli- 
xir van Vitriool niets toegebragt ? en 
eindelyk moet niet boven al in aanmer- 

kin- 

(a) Bisset 1. c. p. Si — 84. 



Van de Genezingc. 143 

kinge komen , dat de zieken aan Land 
waren gebragt , alwaar zy over al heen 
konden gaan ? 

LXXXII. Hoe men verder de Beledi- 
gende oorzaaken, die aanleiding tot de 
gemelde ziekten gegeven , ofdezelven 
opgewekt hebben , moet wegnemen en 
verbeteren , kan men in veele opzigten 
ligtelyk opmaken , deels uit de kennis- 
fe en enkele beichouwinge van de oor- 
zaaken zelven , deels uit het gene ik 
reeds van den noodigen fpys en drank 
gezegt hebbe , en in de regelen , tot 
voorbehoeding dienitig , daar na nog 
zal laten volgen , zoo dat ik dien aan- 
gaande hier alleenlyk heb by te voe- 
gen ; 

Dat het zuiveren van de lugt, 
waar van ik naderhand de manier 
zal opgeven , en de zinlykheid van 
zulken gewigt zy in de Rotkoort- 
fen en den Roodeloop , dat men zon- 
der dezelve naauwlyks herftelling 
kan veiwagten; 

Dat verandering van lugt in 
Kwaadaartige koortfen, die langzaam- 
aankomen, dikwils alleen genoeg 
zy , om deszelfs voortgang te flui- 
ten; 

Dat 



144 V m dt Genezingé. 

Dat men in de Scheurbuikigen iri 
't gemeen eene vuurige begeerte 
naar eene Landlugt ontdekke, en 
dat zy bereids eene merkelyke ver- 
ligting gevoelen , zoo dra zy , van 
de Schepen overgebragt , op de Ri- 
vier aankomen; 

Dat de zieken , als zy in de 
Kwaadaartige koortfen uitermaaten 
zwak zyn , geftadig in 't bed raoe^ 
ten gehouden worden , en zelfs 
niet mogen opzitten ; 

Dat men aan de Scheurbuikigen 9 
dewelken vervallen zyn in den he- 
vigften trap der ziekte, alvorens 
zy aan Land gebragt worden , een 
glas Wyn , met Jap van Oranje- Ap- 
pelen of Citroenen gezuurt, moet 
laten gebruiken, offchoon zy ui- 
terlyk nog vry fterk voorkomen. 
LXXXIII. Van de genezinge der ge- 
woone Scheepsziekten fchiet nu niets 
over , als dat ik kortelyk aanwyze , 
hoe eenige voornaame zwaare Toeval- 
len , die zig meenigmaal by dezelven 
voegen ,< te- verzagten , of weg te ne- 
men zyn. 

De Roodeloop , een toeval, 't welk, 
gelyk het niet zelden de gewoone Rot- 

hort= 



'Van de G'ené'zingê. 143 

möKtfffl , wanneer zy flerk woeden, ver- 
gezelt , of opvolgt , ook doorgaans 
hevig en gevaarlyk zig toedraagt , ver- 
dient daarom eene byzondere opletten- 
heid. Hoe vreesfelyk ook dit toeval 
zig op mag doen , de Geneeskunde 
kan zig beroemen tegen deze kwaal 
vermogende middelen , wier gevolg 
doorgaans gewenfcht is, te bezitten. 

In den beginne van dit toeval, wan- 
neer de kragten nog niet te zeer ver- 
zwakt zyn 5 gebruikt men geruftelyk 
en met nut den Roodeloop-wortel (a) tot 
één , ja twee dragmen ,in wittenWyn ge- 
trokken ; of in zelfftandigheid op ver- 
fcheidene wyzen * wanneer volgens 
Geoffroy (b~) 10 Of 6 grein zoo veel 
doeiij als 1 of 2 lcrup. Na de Braa- 
king, hier door verwekt, laat men den 
Lyder tot 8 oneen Water of alleen , of 
met Honing .drinken} deze uitgebraakt 
zynde , geeft men weder zoo veel wa- 
ters j en dit herhaald men na yderë 
Braaking j tot dat hy den drank in- 
houdt j wanneer ook gemeenlyk de 
JLoop gefluit wordt. Dan een uur hier 

na 

("a) Radix Ipecacuanha, 

(b) Geoffroy Mat. Med. Tom, II. pag. 94»' 

VI Deeh K 



i/\6 Van de Genezingé. 

na geeft men hem een hartfterkend mid- 
del uit geroojkrt Brood met Noote Mo- 
fchaat , Wyn > een weinig Kaneel en Sui- 
ker ; en des avonds een Opiaat, waar 
toe het zuivere Heulfap (a) het befte 
is, tot i of ij grein ingenomen. Den 
volgenden dag, en, zoo men 't nood- 
zaaklyk oordeelt , den derden , en den 
vierden gaat men op dezelve wyze te 
werk. Intusfehen doet men den Lyder 
veel drinken van een en Drank , ge- 
maakt uit Melk met Gerfie Water , of 
Gerfie Water met Wyn en Kaneel of 
diergelyken. 

Op dezen voet voortgaande, zullen 
de meefte Roodeloopn gelukkig geflopt 
worden. 

Maar , naardien niet alle lighaamen 
gefchikt zyn om de fterke werking van 
Braakmiddelen te doorltaan , kan men 
in deze gevallen zynen tocvlugt nemen 
tot de Rhabarber , in zelfftandigheid 
gebruikt , of met een Loogzont afge- 
trokken , gelyk Degnerus aanpryft; 
terwyl men voor 't overige zig van de- 
zelve hart ft erken de- en pynftillende 
middelen bedient, die ik in 't voorgaan- 
de 

(a) Op : urn. 



Van de Genezingé. Mf 

de geval heb aangewezen. Door de- 
zen weg zal men niet minder naar 
wenfch zyn oogmerk bereiken. 

By aldien men nu door de voor- 
gaande middelen de fchadelyke flof 
ontlaft heefc , maar de Roodeloop nog 
blyft aanhouden, 't gene aan de ver- 
zwakte ingewanden moet toegefchre^ 
ven worden, kan men de Simarouba, 
die buiten twyffel mede een byzonder 
vermogen bezit om den Roodeloop te 
{lillen, in gebruik brengen. Met de- 
zen kan men paaren andere zaamtrek* 
kende en verzagtende middelen , die 
of door middel van Klifteeren, of van 
boven ingegeven , ook eene beproef- 
de kragt in dit geval toonen , hoedaiii* 
ge zyn de Cafc wille (a) , Koorts-, Qf#* 
naat appel- (£), en Eiken-kaft (c) , de 
Maxell aanfche Kaneel , Tegengift-wortel 4 
Saléb (?/), Zevenblad-wortel (e) , Vifch- 
lym ( fy , Verkoelend Poeyer van Gom 
Dragant (g)> Therlaak van Androma- 

chus 

(a) Cafcarilla. 

(b) Cortices Granaiorum. 

(c) Cortex Quercinus. 

(d) Radix Salab. 

(e) Radix Tor ment lilas. 

(f) Ichtiocolla. 

(g) Pulvis Diatragacanthm frigiaüs. 

K 1 



14-3 Van de Genezwge. 

chus (#) , Conferf van Waterlook vatï 
Fracajiorius (bj, en van Syhius (V), 
Conferf van Roode Roozen (d) enz. wel- 
ken men, naar deverfcheideomftandig- 
heden het vereiffchen , verfeheidentlyk 
moet zamenvoegen en veranderen; 
waaromtrent menby gemelden Degne- 
rus breedvoerig kan onderrigt wor- 
den. 

LXXXÏV. De Enkelde Loop zou aan 
fommigen mogen fchynen hier mede 
eenige byzondere aanmerkingen te ver- 
eifTchcn ; dog , alzo o dit toeval zelden* 
gevaarlyk is , en meeft voor eenen ge- 
wenfehten uitgang van de ziekte, of 
weg , dien de Natuur zelve tot ont- 
lafting der fchadelyke ftoffe inflaat „, 
moet gehouden worden , meen ik , dat 
hier eene byzondere geneeswyze niet 
zoo zeer te pas kome , en , in gevallen 
zulks noodig geoordeelt wierdt , kan 
men uit de zoo even aangewezene mid- 
delen tegen den Roodeloop eene voldoe- 
nende verkiezing maken. 

LXXXW De Chocola&d-, of Koffyzièk- 

(a) T'oeriaca Andromacbi. 

(b) Diafcordiwn Fracaftorii. 

(c) Diafcordiwn Sylvii. 

£d) Conferva Rofarwn rubrarwn. 



Van de. Genezïnge. 149 

13, of Zwam ziekte (a) van Hippocra- 
tes (want ik oordeel dit woorden te 
zyn Van dezelve beteekenis) is een 
toeval, of veel liever een grooter trap 
van bederf, 't welk zynen naam niet 
ontfangen heeft van de zwarte kleur 
der huid , maar veel eer van de ftin- 
kende zwartagtige ftoffe, die 'er uit de 
eerfte wegen ontlaft wordt , en welke 
of voor bedorve Gal , of vermoedelyk 
voor een uitgeftort Bloed te houden 
is ; waar van daan ook de zwarte vlak- 
ken in deze ziekte fchynen afgeleid te 
moeten worden. 

Om deze Kwaal te verligten of weg 
te nemen zyn de Zuuren in de eerfte 
plaats het meeft aan te pryzen ; daar 
na de zulken , die de ontlading der 
Rotftoffe bevorderen, als de Kaflïa (2) , 
Tamarinde enz. en eindelyk die de 
kragten , welken in dit geval ten hoog- 
fte uitgeput en verzwakt zyn, ftaan- 
de houden , hoedanigen ik hier en daar 
genoeg aan de hand gegeven heb. 

Het voordeel van deze genezingwy- 
ze in de Zwarte ziekte vindt men met 

ver- 

Ca) Mor bus Niger. 
Q>) Cajjia, Fifiula. 

K 3 



i.5ö Van de Genezinge. 

verfcheide waarnemingen beveftigd en 
aangedrongen door den Geneesheer 
•Varnier. (#). 

LXXXVI. De Tlhoofdighcid (b) aan- 
gemerkt, 't zy als een toeval van de 
Rotkoortfen , 't zy als een gevolg van de 
fcherpe prikkelende bedorvc ftolfe in 
de eerfte wegen, of van de opgcftop- 
te ongevoelige uitwazeming , wordt 
verligt door dezelve middelen , welken 
ter genezing van die Koortfen dienen. 

Het zetten van Bloedzuigers (c) aan 
de Slaapen van 't hoofd wordt in plaatle 
van de Aderlatinge aangeraden , wan- 
neer de pols klein is. 

Betreffende de BI aart rekkende midde- 
len , dezelven worden niet zelden te 
vroeg en ontydig gebruikt , inzonder- 
heid als het nog in het begin der ziek- 
te is , en de groote drift in 't bloed al- 
le Prikkelende middelen verbiedt; maar, 
de gewoone Ontlaft middelen vooraf- 
gegaan zynde , heeft men dezelven fom- 
tyds zeer dienftig gevonden. 

Men 

00 Receuil de .Medicme, Chirurgie &c. Fevr. 
1 7 w - p. 83. 

'Uitgézogte Verhandelingen enz. 12. fluk bladz. 
433— 44 6 - 

(b) Delirium. 

\c) Sanguijugae. 



Van de Genezïngs. $5f 

Men legt ze dan op het hoofd , en 
tot voorkoming van Droppelpis , inge- 
volge de waarneming van den Heere 
Whytt (a), niet dan 12 of 14 uuren, 
na dat het hoofd is kaal gefchooren. 

LXXXVII. Indien in Rotkoortfen 
Stuiptrekkingen f£) in 't begin ontdaan, 
behoeft men daar tegen geen byzon- 
dere middelen te gebruiken , maar al- 
leen de eerde wegen te ontladen , wan- 
neer zy van zelfs ophouden. ■ 

LXXXVIII. Het toeval, in het La- 
tyn bekend onder den naam van Ms- 
teorismus , is eene opzetting van den 
Buik , verzeld met rommelingen , ver- 
oorzaakt door Veryldc rotte [toffe in de 
eerfte wegen. Dit toeval openbaart zig 
dikwerf by Rotkoortfen , voor al dan , 
wanneer men door genoegzaamen drank, 
de rotte doffe niet genoeg verdunt en 
in het begin niet ontlad heeft. Het 
is buiten twyffel zeer gevaarlyk , naar- 
dien (het Middelrift (c) in de Bord 
ingedrongen wordende) de ademha- 
ling merkelyk verhindert wordt enz. 

De 

Ca) Pringle 1. c. Tom. I. p. 211. 

(b) Convaljiones. 

(c) Diaphragma. 

K 4 



15% Van de Genezingen 

De Heer Tissot (a) getuigt in dit 
geval eene ongemeene goede uitwer- 
king gezien te hebben van het Koud 
Water , 't welk met doeken op den Buik 
gelegt en om het . kwartier uurs ver- 
nieuwt wordt, terwyl men den Lyder 
op den zelven tyd telkens drie oneen 
Koud Water doet drinken. 

LXXXÏX. Wanneer in het Scheur- 
buik het Tandvleefch wég rot , of vuile 
Verzweeringen in den Mond voorkomen, 
gebruikt men een afkookfel van den 
Koortsbaft, of 'Tinctuur van Myrrhe, ge- 
zuurd met Limoenfap , en gezoet met 
Honing , of Stroop, tot eene Mondfpoe- 
ling of Gorgeldrank gemaakt. 

XC. In eene onmatige Kwylinge , 't zy 
van zelfs aangekomen, of door 't ver- 
keerd gebruik van Kwik veroorzaakt , 
zyn Epifpaflica op verfcheide deelen 
van 't lighaam , en Moftertpap tegen de 
voeten gelegt ; daar en boven Kliftec- 
ren , of zagte Buikopenende, maar voor- 
al Zweetverwekkende middelen uit den 
Theriaak , Kamfer en Bloem van Swa- 
vel tot, eene fpoedige afwending der 
Kwyle van de Kwylklieren , en te gelyk 

zaan> 
r a) Tissot 1, c. p. 116. 117, 



Van de Genezmge. 153 

xaamtrekkende en flymige Mondfpoe- 
lingen noodig, terwyl men het behoud 
der kragten gcenzins uit het oog ver- 
lieze. 

XCI. In gevaarlyke Bloedingen uit den. 
Neus, het Tandvleefch enz. geeft men met 
goed gevolg inwendig den Aluin, Aca- 
cia, Elixir van Vitriool en den Koorts- 
kaft. 

XCII. In Bezwyminge of Flaauwhar- 
tigheid is een glas vol goeden Wyns , 
met fop van Oranje- Appelen of 'Citroenen 9 
het befte Hartfterkende middel. 

Daar by pryft de Heer Reynolds (a) 
tot voorkoming van de Flaauwtens m 
Scheurhuikigen , als zy zig bewegen , 
eenen Sluitband aan , welken men om 
den Buik moet leggen , gelyk gefchiedt 
in JVaterzugtigen , na dat het water af- 
getapt is. 

XCIII. By Gebrek van rufl , en in de 
moeilyke Ademhalinge heeft men bevon- 
den, dat de Kamfer van zeer veel dienft 
zy j gelyk ook , wanneer de Zieken 
van Pynen, by zonder in de Zyde kla- 
gen , in welk geval men daar en boven 
inwendig de Zee-ajuinshoning-Azyn en 

het 

O) The Gentl, Mag. for Jan. 175-8. p. 2 ƒ 8, a;9» 

K 5 



154 Van de. Genezinge. 

het uiterlyk gebruik van eene Stoving , 
uit eene gelyke hoeveelheid van Bran- 
dewyn , Bier , en Azyn met Kamfer en 
Spaanfche Zeep beftaande, als een zeer 
Pynftillend middel roemt. 

XCIV. Het wryven der beenen enz. 
drie of viermaal daags met verfche Li- 
moenen in de Vlekken op de Huid; het gie- 
ten eerft van koudZee-izater op de beenen, 
het wryven derz elven naderhand met 
verfche Limoenen en eindelyk het aan- 
leggen van een uitdryvend verband in 
eene flappe Zwel/ing der Boenen en het 
ftoven met het binnenfte uit zoete Oran- 
je- Appelen , of het rooken met heet Water 
en een weinig Azvn wordtin Gene harde 
en pynelyks Zwelling in de Kuit van V heen, 
Hard- en Styvigheidin deKnïen , Inkrimpin- 
gen van de Spieren , die het been buigen , 
en Strakheid der Teeten zeer geroemt. 

XCV. Voor het overige worden de 
zwaare en dikizils izeeromkomende Flaauw- 
tens, Aamborfiigheid, Leer ing, Geelzugt, 
Verhardingen in de Tngezvanden, Water- 
zugt, Vcrjlervingen, en Vaflgroeying der 
L:d:miaten zelden geneezen en de 
meeite zyn in 't gemeen doodelyk in 
-het Scheurbuik 

VIII. 



Van de Voorhhoedinge. 155 

VIII. HOOFDSTUK, 

Van de Voorbehoedmge. 

XCVI. Eindelyk kome ik tot het an- 
dere onderdeel van het laatfte lid der 
Vraage , door de Maatfchappy voor- 
gefteld , het welk in zig behelft de 
Voorbehoeding der gewoone Scheepziek- 
ten. 

Over dit zekerlyk gewigtig inzigt 
agte ik my te mogen bekorten , naardien 
men uit de kennisfe der oorzaaken , 
die deze ziekten voortbrengen , al me- 
de ligtelyk zal kunnen opmaken , wat 
men ten dien einde te doen of te laten 
heeft; terwyl die zelfde Geneesmidde- 
len , die ik ter genezinge nebbe aange- 
prezen , ook hier te ftade komen ; nade- 
maal alles , wat geneeft , teffens be- 
hoedt. Ik oordeel daarom te kunnen 
volftaan met alleen fommige byzon- 
derheden , daar toe betrekkelyk, aan 
te haaien, en verders eenige regelen , 
die men, om dat voornaame oogmerk 
te bereiken, in agt moet nemen, op te 
geven , waar omtrent ik my vooritelle 
dezelven naar de omftandigheden . der 

ge- 



156 Van de Voort êoedinge, 

gemeene Matroozen in te rigten , zoo 
dat alle de Behoedmiddelen , zeer een- 
voudig en min koftbaar, maar teffens 
kragtig zynde , gemakkelyk op Zee 
kunnen medegevoerd worden , goed 
blyven, en eindelyk zoo wel dienftig 
zyn in de Koortfen , als het Scheurbuik. 

XCVII. Voor af moet ik aanmerken, 
dat men de Voorbehoeding in twecder- 
lei opzigt kan befchouwen, eerfl voor 
zoo verre men het volk beveiligt , dat 
het door die ziekten niet aangegrepen 
worde, en ten andere, dat men dezul- 
ken , die reeds van dezelven herfteld 
zyn, voor wederinftortingen beware. 

De middelen , om in beide deze ge- 
vallen te voldoen , zyn zoo onder- 
fchikt en verknogt met eikanderen, 
dat het gene in 't eene dienftig is , ook 
in het andere te pas kom e ; waarom 
men ze onder twee algemeene wyzin- 
gen alle brengen kan. 

Het eerfte is , dat men de uitwendi- 
ge oorzaaken, die gewoonlyk de Scheep- 
ziekten verwekken, weere, wegneme 
of verbetere. 

Het andere, dat men de lighaamen 
in ftaat flelle , om niet door dezelven 
te kunnen aangetaft worden , dat is, 

dat 



Van de Vborbehoedinge. 15? 

dat men de inwendige voorfchikkende 
oorzaaken uit het lighaam houde , of 
dezelven by tyds uitroeije. 

I Iet zelve , dat ik zoo even vermaant 
hebbe , moet ook hier aangemerkt 
worden, namelyk, dat de middelen, tot 
het laatfte inzigt gefchikt , ook aan het 
eerfte voldoen , en dit wederkeerig. 

XCVIII. Om het eerfte inzigt te be- 
reiken , heeft men de volgende wyzin- 
gen te volbrengen. 

1. Men moet de hip zuiveren en zuiver 

houden. 

Dat dit beide noodzaaklyk zy , 
zoo wel om de ziekten en befmet- 
tingen voor te komen , als 9 (taan- 
de "dezelven , om eene fpoedige 
en verhoopte herftelling te verkry- 
gen , behoeve ik niet te betoogen 9 
als genoeg uit het voorige blyken- 
de, en, niet tegenftaande de Heer 
Li nd (#) verklaard, dat hy het 
Scheurbuik van bedorve onzuivere 
lugt alleen nooit hebbe zien voort- 
gebragt worden , dat die ziekte on- 
der het volk fomtyds gekomen zy 

op 

Co) Li nd I. c. Part. IL ch. 1. p. 99—10», 

ch. 4. p. zos, of Tom. I. p. 121— -130. 270. 



158 Van de Voorbehoedinge. 

op de Schepen, daar men gebruik 
maakte van het werktuig van den 
Heere Sutton, en dat men zelfs 
in zoodanige lugt het zelve hebbe 
kunnen genezen , erkent hy nog- 
tans, dat de onzuiverheid van de 
lugt zeer veel toebrenge om zyne 
kwaadaartigheid te vermeerderen ; 
des dezelve als eene medehelpende 
of zamenloopende oorzaak (#) 
moet aangemerkt worden. 

Het zuiveren nu van de lugt vol- 
voert men op tweederlei wyze , 

Of door dezelve , die in het 
Schip zig onthoudt, zyne fchade- 
lyke hoedanigheden , als vogtig- 
heid , hitte enz. te benemen , waar 
toe de bekende rookingen in 't ge- 
meen , of die van Teer of Pik, in 
brandgeftoken , en in eenen pot 
overal door het Schip één of twee- 
maal daags omgedragen , in 't by- 
zonder ten hoogften dienftïg 
zyn (j); 
Of door geftadig in de vertrek- 
ken 

(a) Caufa concurrens. 

(b) Lind 1. c. Part. II. ch. 4. p. 232. of Tom, 
I. p. 315-. 



Wan de Woorhhoedinge. 159 

ken van het Schip eene nieuwe 
verfche lugt te bezorgen. 

Om dit laatfte te weege te bren- 
gen , heeft men vericheide werk- 
tuigen bedagt ; maar onder alle de- 
zen fchynt my het middel , dat de 
Heer Sutton ten dien einde uitge- 
vonden heeft , het eenvoudigfte 
en meefb voldoenende te zyn. 

Dit middel beftaat uit zekere 
Kopere buizen, of Pypen, die van 
alle de vertrekken in het Schip, 
waar men de lugt ververfchen wil, 
geleidt worden, onder den rooflerin 
de Kombuis , daar het vuur geftookt 
wordt, uitkomen , en dus gemeen- 
fchap maken tuffchen die vertrek- 
ken en de haardflede. 

De wyze nu , op welke dit mid- 
<del werkt, en wat men door het 
zelve te weeg brengt, is ligt tebe- 
zeffen: De lugt nam el yk van de 
haardftede door het vuur ver- 
warmt, en dus ligter gemaakt zyn- 
de, vloeid de zwaardere lugt uit de 
andere vertrekken , door tuffchen- 
komft van die buizen , geftadig 
daar naar toe en wordt dus ont- 
laft; terwyl eene nieuwe lugt, van 

bui- 



\6o Pan de Voorbehoedinge. 

buiten aankomende* deszelfs plaats 
vervangt, zoo dat hier door eene 
geduurige toe- en afvoer van ver- 
fche lugt door het gantfche Schip 
plaats hebbe. 

De nuttigheid van dit middel is 
door zoo veele proefnemingen by 
de Engelfchen beveiligd , en de 
eenvoudigheid deszelfs zoo ken- 
nelyk , dat het my lang verwon- 
dert hebbe , waarom het zelve me- 
de by ons niet in gebruik gebragt 
zy; te meer nademaal de Wind- 
zeilen , daar men zig op onze Sche- 
pen van bedient, niet voldoende 
zyn , en zeer veele ongemakken 
hebben , gelyk de Heer W. Wat- 
son (Y) genoeg heeft aangetoont. 

Op deze wyze van de lugt tö 
ververfchen heeft in Zweeden, al- 
waar men dezelve ook overgeno- 
men heeft, de Academie geoordeelt 
nog deze verbetering te kunnen 
maken , om het gevaar , 't welk 

egtef 

(a) W. Watson fome Obfervations upon Mr. 
Sutton's invention to extraft the foal and flinking 
air frora the well and other parts of Ships-, with 
critical remarks upoa the ufc of Windfails p. 
^8— 60. 



Van de Voorbchvedinge. 161 

ëgter gering en ook anderzins ge- 
makkelyk te vermyden is , de bran- 
dende kolen , die in de opene 
buizen mogten vallen, t'eenemaal 
voor fe komen , te weten , dat 
men buizen gebruike , die, daar 
zy over den haard loopen , geflo- 
ten zyn , en in welken de lugt ^ 
door de hitte uitgezet, en in de 
verwarmde lugt van den fchoor- 
fleen zynen uitgang hebbende, het 
zelfde nut zal aanbrengen (a). 

Men brengt met reden ook be- 
trekkelyk tot het zuiver houden 
van de lugt , en het voorkomen 
van befmettinge , dat het Schip tus- 
fchen deks altyd helder en zindelyk 
zy ; by regenagtïg of ftonnig weer , 
zoo droog, als mogelyk , gehou- 
den, en, by mooy weder, de ge- 
fchutpoorten open zettende , of 
met gaaze raamen fluitende , ge- 
lugt worde ; dat het volk verpligt 
zy zig fchoon en rein te moeten 
houden ; dat men de zieken aan de 
Rotkoortfen, of den Roodeloop van het 

ove- 

O) Ccmmentarii de rebus in fciencia Natur. & 
Medic geftis Tom. VII. P. IV. 587. 

VI J)eel L 



i62 Van de Voorbehoed'mge. 

overige Scheepsvolk afzondere T 
of, zoo dra men in eene Have, of 
aan eene Kuft aankomt, hen aan 
Land laat brengen; dezelven met 
eene byzondere zorgvuldigheid 
telkens laat reinigen en verfchoo- 
nen; de drekftofte der Roodeloo- 
pigen , die het bed houden, ten 
eerlten laat uitgieten , en dezelven 
van die genen , welken tot de ge- 
meene ontlaftplaatfen nog kunnen , 
komen , geftadig daar van laat af- 
fpoelen ; dat men de afgeftorvene 
maar zeer kort op het Schip hou- 
de, en dat men derzelver kleede- 
ren , en bedden ten eerften in Zee 
werp e. 

Het is wyders eene zaak van het 
uiterfte aanbelang tot voorkoming 
der fchadelyke gevolgen , die de 
hitte , de vogtigheld , en de koude 
nagten in den verzengden lugt- 
ftreek op de gezondheid der Ma- 
troozen hebben , dezelven , zoo 
veel de dienft het toelaat , aan den 
eenen kant te ontzien , dat zv in de 
grootfle hitte van den dag werken , 
aan den anderen kant te beletten , 
dat zy by nagt , vooral in den kou- 
den 



Van de Voorbehoedinge* 163 

den en vogtigen morgenflond , zig 
op bet verdek onthouden, of aan 
den wal in de openelugtflapen, en 
agt te geven , dat de bedden by 
droog weder éénmaal 's weeks ge- 
lugt, en de hangmatten altoos niet 
een ft'uk geteerd zeildoek bedekt 
worden; dat het volk hunne natte 
klecderen niet lang aanhoude,veel 
min daarin flap e, en dat elk man, 
wanneer hy aan boord komt, van 
genoegzaamc kleederen , inzon^ 
derheid van eenen waakrok , voor- 
zien zy. Het waar ook noodig, dat 
op elk Schip voor rekening van 't 
Gcmeene Land een groot getal waak- 
rokken wierd mede gegeven, om 
by nagt in de Weft-IiiJi^rt door het 
volk , dat de wagt heeft , gebruikt 
te worden , of by aanhoudend ftor- 
mend weder aan het zelven tot 
verfchooning te verftrekken. 

Wat nu de befmettende floffe 
aangaat , die fomtyds in de lugt ont- 
houden wordt, en welke zelfs de 
gezondfïen aangrypt, en doet ziek 
worden, hiertegen, watookfom- 
migen onder de Ouden , en veeles 
Scheikundigen voorgeven , zyn 
L 2 geeri 



164 Van de Voorbehoedinge* 

geen behoedmiddelen bekenr, zyn-- 
de de Natuur van het vergift voor 
ons verborgen. Het ververfchen 
en zuiveren van de lugt door de 
opgegevene middelen is het eenig- 
fte, dat men hier tegen kan in 't 
werk flellen. 
2. Men behoord zulke Spyzen en Dran- 
ken, en ook zoodanig te gebruiken , dat 
zy voor het Scl jeeps volk m 't by zonder 
gezond en voordeelig zyn. 

Ten dien einde moet men , ten 
opzigte van de hoeveelheid derz el- 
ver zulks de matigheid niet uit het 
oog verliezen ; want , hier tegen 
gezondigt wordende , is dikwerf 
eene voornaame oorzaak van ziek- 
ten; waarom het pryflelyk is, dat 
men naar de gelegenheden de maat 
der fpyzen en dranken bepaale en 
verandere ; het is beter dikmaals 
gegeten, dan op éénmaal de maag 
te overladen. 

En , ten opzigte van de hoedanig- 
heid van fpys en drank , heeft men 
mede dezen aleemeenen regel ga- 
de te flaan, dat dezelve de ver- 
rotting , de naafte oorzaak der ge- 
woone Scheepziekten , tegenftaa; 

wes- 



'Van de Voorbehoedinge. 165 

"weshalven alle bedorve fpyzen en 
dranken ten hoogde fchadelyk 
-zyn. 

Voor 't overige heeft men no- 
pens de hoedanigheid van dezel- 
ven dikwils alleen de Natuur raad 
te plegen ; want de bevinding heeft 
geleerd , dat die voedfels , naar 
welken de menfchelyke Natuur 
■door eene inwendige luft het volk 
zoo begeerig maakt, ook de befte 
zyn tot behoeding tegen de Rot- 
ziekten. Men verwondert zig in 't 
gemeen , dat de bewoonders der 
jbeete Landen meer Spezeryen on- 
der hunne fpyzen vermengen , en 
begeeriger naar dezelven zyn , dan 
in de gematigde lugtftreeken. Maar 
was niet het matig gebruik daar van , 
uit aanmerkinge van -de verflapte 
vaten , en der vogten , tot bederf 
hellende volftrekt noodzak elyk? 
Brengt de Natuur ook wel ergens 
zoo veele heete en welriekende 
plantgevvalTen voort ? 't gene men 
gewiffelyk als een groote weldaad 
en voorzorg van de wyze Voor- 
zienigheid voor het menfchdom 
mag aanmerken. 

L 3 Het 



166 Van de Voorbe 1 :oedin.g; 



o 



Het is ook door zoodanige be-' 
geerte, dat het volk, aan eenige 
kufl aanlandende , zoo zeer naar 
verfche groenten , verfch brood , 
vkefchnat en vlcefch haake; 't ge- 
ne daarom aan alle Bevelhebbe- 
ren der Schepen als eene nuttige 
en noodige aanwyzing tot behou- 
denis van deszelfs gezondheid be- 
hoorde te verftrekken, ten einde 
by bekwame gelegenheden van tyd 
tot tyd zoodanige ver verleningen 
aan het zelve te verzorgen. 

Omtrent de Scheepskoft in'tby- 
zonder moet men de volgende 
voornaame regels in agt nemen. 

De Erwten en Gort tot gebruik 
op lange reizen moeten op den 
oven gedroogt , en, wanneer 'er 
des niet tegenflaandc eenig bederf, 
de Myter , of Kalanders enz. in- 
komen , dezelven door middel van 
eene zift gezuivert worden. 

Het Scheep brood , befchim- 
raeld zynde, fteekt men of in den 
oven , daar meeft alle Oorlogfche- 
pen van voorzien zyn , of men legt 
het onder de Kombuis om het zel- 
ve te droogen. 

Be* 



Van ds Voorbehoedtnge. 16? 

Bedorven vleefch of garflig Spek 
laat men het volk in 't geheel niet, 
of fpaarzaam eten , en teffens tragt 
men dan nog hunne fchadelyke 
uitwerkingen voor te komen met 
dezelven in water alvorens te laten 
weeken , of dikwils aftefpoelen, 
en met 'er Azyn by te geven , of, 't 
gene nog beter is, fap van Oranje- 
Appelen of Citroenen , zoo die ge- 
makkelyk te bekomen zyn, gclyk 
wanneer de Schepen aan eenige 
kuft in de We ft -Indien ten anker 
leggen. 

By de Engelfche Schryvers vind 
men , tot vergoeding van verfche 
groenten , dezelven ingezult, als 
Kool, Snyboomn enz. zeer flerk 
aangeprezen ; maar gedroogt zyn- 
de hebben zy dezelven kragteloos 
bevonden. 

Het Moftertzaad, Uyen en Look , 
onder de lpyzen vermengt, houdt 
de Heer Lind voor zoo kragtig 
tegen het Scheurbuik, dat hy ver- 
klaart het zelve nooit te hebben 
waargenomen in hen , die daar ge- 
bruik van maakten ; waarom hy 
ook wilde, dat men op alle Sche- 

L 4 pen , ; 



168 Van de Voorhhocdhige. 

pen eenen grooten voorraad 'er 
van moeit medenemen (a). 

Bisset raadt de geftampte Peper 
by de gekookte Erwten zeer aan , 
en zegt , dat alleen twee oneen en 
een half daar van in éénmaal voor 
ioo menfehen genoeg zyn (b). 

Bier , rnet Scheepsbrood gekookt, 
en Stroop met geftampte Gember'er 
bygedaan, geeft men fomtyds op 
de Oorlogfchepen van dezen Staat, 
en het zou,mynspordeels,ganich 
niet ondienftig zyn , indien zulks 
tweemaal ter weeke , in plaatfe van 
dun Erwten of Gort , b ellendig ge- 
fchiede. Men zou voor ioo men- 
fehen niet meer dan 2 of 3 ponden 
Stroop benoodigt hebben, en dus 
zoude zulks geenzins koftbaar 
zyn. 

Betreffende de Dranken zal ik 
vooraf eenige wetenswaardige by- 
zonderheden , betrekkelyk tot het 
Water , opgeven , en dan nader 
bepaal en , welke dranken als de 
befte te verkiezen zyn. 

Om 

(a), Lind 1. c Part. II. ch. 4. p. 253. of Tom 
I. p. 316. 
(è) Bisset I. c. p. 86 



Van de Voorhhoedinge. ï6g 

Om onzuiver en [legt Water uit 
ftilflaande poelen , of met vreemde 
deeltjes vervuld, tot drank goed 
en dienflig te maken , is de vol- 
gende manier , dewelke men in 
Hongaryen met goed gevolg in het 
Ooftenrykfche Leger beproeft 
heeft, de eenvoudigfte. 

Men gebruikte , naar het ver- 
haal van den Heere Home ( a ) , 
een langwerpig vaartuigje, 't welk 
men met verfcheide affchutfels 
verdeelde ; men vulde dezelven alle 
met zand , uitgezondert het laat- 
fte; men liet door eene opening, 
aan het één einde van het zelve, 
een weinig laager zynde, dan de 
oppervlakte van den poel , of 
meir , het Water in de eerfte ver- 
deeling inkomen , en van daar 
in de anderen overgaan door o- 
peningen , beurtelings , dan be- 
neden , dan boven , in de af- 
fchutfels gemaakt, en dus bekwam 
men water zoo zuiver en helder, 
als uit eenen fontein , 't welk uit 

de 

(a) Li nd 1. c. Part. IL ch. 4, p. 237, of 
Tom. 1. p. 321. 

L 5 



V 



i?o Van de Voorbehoedin^e. 

de laatfte vcrdeelingc door eene 
pyp uitliep. 

Dit zelye kan op veele andere 
wyzen, by voorbeeld, door middel 
van vcatervaten verrigt worden , 
waar in men een middeliehot 
maakt , en die met de anderen 
door pypen vereenigt zyn. 

Onlangs heeft de Kapitein W. 
Chapman (V) ten algemeenen nut- 
te der Zeevaarenden bekend ge- 
maakt , dat , wanneer hy gebrek 
aan zoet water op Zee gekregen 
had , hem gelukt waar om het Zee- 
water zoet , fmaakeloos en voor 
gemeenen drank bruikbaar te ma- 
ken, met het zelve namclyk maar 
alleen overtehalen , na dat hy 'er 
ajjche van brandhout had by gedaan. 

Hy zegt , dat dit water op een en 
Waterweger ( b) , welken hy aan 
boord had , zoo ligt waar bevonden, 
, en de Zeep 'er zoo wel in lmelt- 
te , als in ander water ; wyders , dat 
hy 't huis komende aan eenigen van 
zyne goede vrienden het zelve had 

la- 
fa) The Genei. Mag. for July 175-9. p. 312. 213. 
(b) Hydrometer. 



Van de Voorbehoedinge, 171 

laten proeven , die 'er verfcheide 
ghzen van dronken , en eenpaarig 
oordeelden het zelve zoo goed, 
als fonteinwater , te zyn , en einde- 
lyk, dat hy 'er 'Punch van hadde 
gemaakt , die volmaakt aan den 
fmaak voldeed. * 

Geen 

* Byv. Het Zeewater , zo als het uit de Zee men 
Waterfchepen herwaards voordeZout-Rafineerders 
wordt aangebragt, heb ik in 't glas overgehaalt, en 
't zelve met veele anderen, die het geproeft heb- 
ben, zo aangenaam en zuiver van fmaak gevonden, 
als het befte Rivierwater. 

Daarenboven ben ik door eenenZee-Kapiteinon- 
derrigt, dat in een Oorlogfchip naar detyejl- Indien 
doorgaans ój heele, en óo halve leggers, behal ven 
nog 20 heele en 12 halve Aamen, of volgens nadere 
vergunning van de Admiraliteit op de Maze 75- hee- 
le, tfo halve leggers, 30 heele en 12 halve aamen 
met water, voor 300 Man worden mede gevoert, en 
dat men daar van dagelyks 20 of 24 ankers gebruikt; 
om welke hoeveelheid te bekomen my door be- 
proeving gebleken is , dat een gemeene Brandery- 
ketel groot genoeg, en 2 zakken Sunderlandfche Ko- 
len , waar van 'er 1 9 in een Hoed gaan , noodig zyn. 

Voor zoodanigen Ketel met zynenSlangenkuipen 
ftookplaats wordt eene ruimte van 10, of 11 voe- 
ten Rhynlandfehe maat in het vierkant, en 9 voe- 
ten hoogte vereifcht , en 30 Hoed Kolen , ver- 
trekkende tot eenen voorraad voor 40 weeken, 
benaan eene plaats van 1200 vierkante voeten. 

Indien 'er derhalven geen andere zwarigheden 
zig opdeeden , wanneer men tot een algemeen ge- 
bruik van zulk water op de Schepen de proef wil- 
de nemen , zou uit het minder getal van als dan 
benoodigt zynde leggers gemakkelyk,zo 't roy toe- 
rehynt, die plaatfen kunnen gevonden worden. 



172 ' Van de Voorbehoedinge. 

Geen der minfte ongemakken 
op lange reizen is het bederf van 
het zoctewater , 't welk dan zeer 
onaangenaam van fmaak wordt, 
ja fomtyds onmogelyk te drinken 
is , en dan altyd vervult met wor- 
men. Naderhand wordt het weder 
goed, en deze verandering of ver- 
whTeling telkens met andere bloe- 
delooze diertjes , in hét zelve 
voortgebragt , heeft men inden tyd 
van drie maanden tot drie of vier- 
maalen zien gebeuren ; waarfchyn- 
lyk , om dat de eijertjes van de 
eenen door de hitte onder in het 
Schip langzaamer uitkomen, dan 
van de anderen. 

De Heer Deslandes ( a) ver- 
zekert , dat op eenige Schepen in 
Frankryk het afbranden van een 
Huk Zwavel (bekend onder den 
naam van Lugt )in dewatervaten, 
na dat zy met heet water waren 
omgefpoeld , en het bydoen van 
eene zeer kleine hoeveelheid Geeft 
van Vitriool, als zy gevult waren, 
met eenen zeer goeden uitflag , 

om 

(o) Hift. de ï'Acad. des Sciences &c. 1722. p. 12» 13. 

) . 



Van de Voorfohoedïngs. 173 

om het uitkomen der Infe&en te 
beletten , zy beproefd , en dat hy 
zelf dus het Water in gezwavelde 
vaten zes maanden lang buiten be- 
derf hadde bewaard. 

Om te maken , dat het bedorvs 
Water kan gedronken worden,geeft 
de Heer Bisset (V) , behalven de 
gemeene manier met de vaten na- 
melyk eenige uuren , ja 3 of 4 da- 
gen voor het gebruik te laten 
openftaan,en het water met eenen 
ftok fterk te roeren , nog een an- 
der middel aan de hand, en wil* 
dat men in elk vat water 2 of 3 
dagen te vooren een half pond on- 
geblufchten Kalk in eenen zak van 
graauw papier zal laten ophangen , 
waar door hy meent, dat de wor- 
men , die 'er in zyn , vernield zul- 
len worden, zonder te gelyk aan 
het water eenen walgelyken fmaak 
te geven. 

Het kan niet ondienftig zyn , dat 
men hetWater, zoo het bedorven 
is , eer de Gort of Erwten 'er in 
gekookt worden , eens opkooke, 

en 

(a) Bisset 1. c. p. 87. 88. 



174 F an fo Fodrbehoedingé. 

en door het bydoen van een weinig 
Zout affchuime. 

Alzoo het Water all een, by Vkefch 
of Spek gebruikt , de lighaamen heel 
zeer aan Rotziekten onderhevig 
maakt, hebben fommigen, die in 
de Geneeskunde onder de Zeeva- 
renden zeer bedreven zyn , de 
noodzaaklykheid van eenen anderen 
Drank op de volkryke Oorlog- 
fchepen fterk aangedrongen. 

Het is zonder voorbeeld (getuigt 
de Heer Lind (#)) dat het Scheeps- 
volk op eenig Schip ooit het Scheurbuik 
gekregen hebbe , als men van het jap 
van Oranje-Appelen en Citroenen in 
cene genoegzaame hoeveelheid gebruik 
heeft kunnen maken. 

Wel Gehopt Bier , Appeldrank , 
Madera-Wyn , en zelfs Geeftryke 
Dranken , Brandewyn , Moutwyn 9 
Rum enz. , maar maatig , en inzon- 
derheid in ongezonde tyden ge- 
bruikt , en met Water verlengd , 
mogen zekerlyk met veel reden 
onder de befte behoedmiddelen te- 
gen 

(o) Llnd 1. c. Part. II. ch. 4. p. 203. of Tom. 
I. p. 272. 



Van de Voorbehoedinge. 175 

gen de Rotzkkten geteld worden; 
en is het Bier, gelyk alle gegifte 
dranken, het bederf weerftaande , 
zoo dunkt my , dat het gebruik 
van 't zelve ruim zoo nuttig en 
noodig waar onder den verzeng- 
den lugtflreek , dan in de gema- 
tigde Landen. 

Daar benevens vindt men veeler- 
lei Meng fels, hoewel met weinig ver- 
anderinge , ten minfte tot het zelfde 
oogmerk ftrekkende , by deEngel- 
fchen zeer aangeprezen. 

Brandev:yn oïMontwyn, 't zy al- 
leen , of met een zesde deel uitge- 
perft lap van Tegenfcheurhiikige 
Planten vermengd, en daar drie 
vierden Water, of dun Bier, met 
Suiker , Stroop of Honing bygedaan, 
en met Azyn zoo rhyns gemaakt , 
dat het aan den fmaak aangenaam 
zy , of met Room van Wynfteen ge- 
zuurd , zynde twee en een half 
pond daar van , in Water daags te 
vooren gekookt , genoeg bevon- 
den om een geheel Oxhoofd Wa- 
ters te zuuren. 

Madera-wyn, met fap vmOran-. 
je-Appekn of Citroenen en Water. 

Rum 



176 Van de Voorbehoedinee, 



Rum met het zelve fap, Suiker 
of Stroop en Water. 

Men verhaald , dat een voor- 
naam Engelfeh Heer, met grooté 
fchatten uit Ooji-Indien naar huis 
keerende , eenen ruimen voorraad 
van Arrak , Suiker en Oranje-Appe- 
len hadde mede gevoerd; dat hy 
op eiken zaturdag avond de groot- 
fte wafttobbe, die 'er op 't Schip 
was , met vry fterke Punch aan 
het Scheepsvolk had laten uitdee- 
len , en dat het zelve \ niettegen- 
ftaande eene lange verdrietige reis 
tot de Kaap de Goede Hoop, egter 
, van het Scheurbuik waar vry geble- 
ven ; terwyl die ziekte op alle de 
andere Schepen van dezelve Vloot 
op eene allerhevigfte wyze woed- 
de (a). 

De verfterkende kragt van allé 
die Dranken kan men aanmerken 
als in evenwigt tegen het verflap- 
pend vermogen der Zonnehitte. 
Wie is 'er ook , die niet weet, 
dat alle zoodanige dranken aan 

hun, 

(*) The Load, Mag, for May 175-9. P a S» Hf° 



J r: an de Yoorbehoedingè. ïyf 

hun , die in heete klimaaten woo- 
nen> zonderling behaagen ? 

Maar die nieuwlings in de Wefi- 
Indien aankomen , en aan den ver- 
zengden lugtftreek nog ongewoon 
zyn, hebben egter dezelven meeft 
nöodig. 

De koften van dezelven, ten ge- 
bruike voor al het Scheepsvolk, 
zullen ten eerften aan eenen yder 
als eeiie wigtige tegenwerping 
voorkomen ; edog ? als men de 
hoeveelheid voor elk man daags 
bepaalt, zyn dezelven mogelykon- 
gelyk minder, als men verheelt, 
om dat de Rum daar te Lande 
ganfch niet kofrbaar , en die vrug- 
ten zeer gemeen zyn ; waarom 
men ook byna alleen voor de 
moeite der bereidinge van het uit- 
gedampte fap zoude te betaalen 
hebben i indien men voor de 't 
huisreizen eenen genoegzaamen 
voorraad wilde mede nemen , waar 
van zelfs voor eene volgende reis 
van hier daar na toe nog een ge- 
deelte konde overfchieten. Ik zal 
voor het overige niet treden in de 
maatregelen , die de Leden van de 
FT. Deel M M- 



178 Van de Yoorhehoedinge. 

Admiraliteiten , om dit gebruik tot 
de minfte koften in te voeren en 
te doen in agt nemen , zouden 
kunnen beramen. Het is genoeg , 
dat ik het nut en de mogelykheid 
'er van heb aangewezen. 

3. Men moet de Natuurlyke Ont- 
ladingen gaande houden. 

Ten dien einde geve men in- 
zonderheid agt , dat het volk open 
fy/hebbe. Hier toe zal één of meer 
glazen Zeewater , of Room van Wyn- . 
fteen, met koud Water 's morgens 
ingegeven , genoeg zyn. 

Om de ongevoelige uitwaze- 
tnïng onbelemmert te houden y 
waar aan het meeft van alle de 
voorzorgen gelegen is , getuigd de 
Heer Lind (a) , dat 'er niets krag- 
tiger zy, dan 's morgens, eer de 
Zeelieden aan den regeri of het ge- 
bruifch der baaren zig bloot ge- 
ven , een ftuk van eenen raauwen 
TJy.n of eenen Bol Look te eten ; 
of een aftrekfel van Knoflook op 

Bran- 



(0) Lind 1. c. Part. II. ch. 4. p- *32- c f 
Tom. 1. p. 316, 



Pan de Voorbehoedinge. 't$$ 

Brandeuoyn als een Soopjé te ge- 
bruiken (a). 
Dit nu zyn de voornaamfte behoed- 
middelen , welken, voor zoo verre my 
bekend is , tot weering , wegneming 
en verbetering der uitwendige oorzaa- 
ken , die de gewoone Scheepziekten 
voortbrengen , zouden kunnen dienen. 
Ik ga voort om andere behoedmidde- 
len , die de lighaamen zelfs tegen de 
uitwendige oorzaak en beveiligen kun- 
nen , kortelyk' aan te wyzen. 

XCIX. Het is welzeker, dat onder 
het groot aantal der bekende Schei- en 
Geneeskundige middelen 'er nog geen 
gevonden zyn , die een eigenaartig ver- 
mogen bezitten , om het lighaam voor 
de Rotziekten onvatbaar te maken * ert 
dus tegen dezelven te behoeden. 

Dit niet tegenftaande , is het blykbaar* 
dat alle zoodanige middelen , die de 
voorfchikkende oorzaaken , waar iir ei- 
gentlyk de vatbaarheid van ons lig- 
haam voor de Rotziekten gegrond is 4 
weeren en uitroeijen , voor zoodanige 
middelen hier te houden zyn. 

Hier toe derhalven, volgens het voo- 

rigè 

(a) The Lond. Mag. 175-7. P- 31& 

M 2 



i8o Van de Voorbehoedmge. 

rige fXCVII.), moeten gebragt worden 
alle de, zulken , die den natuurlyken 
zamenhang in het bloed , en de ver- 
eifchte veerkragt met de noodige ftrab- 
heid in de vaten, en vafte deelen be> 
waaren. 

Onder dezen munt al wederom de 
Koortsbaft uit, zoo dat de Heer Kra- 
mer, (c), die in het waare Scheur- 
buik , wanneer het hevig woedde on- 
der het Keizerlyk Krygsvolk in Ho?i^ 
garyen , ongemeen veel' ondervinding 
had verkregen , en zoo veel onder- 
zoek , als ooit iemand anders , omtrent 
de bekwaame middelen in die ziekte , 
gedaan heeft , zegt : Ik ken geen middel, 
dat beter tegen het Scheurbuik behoedt y 
dan een aftrekfel (efj'entia) van den Koorts- 
haft alleen , of met andere bittere drooge- 
ryen vermengd, en tot twee dragmen, des 
avonds naar bed gaande , gebruikt. liet 
is ook door dit middel, dat de berugte 
Graaf van Bonneval in zig en zyne be- 
dienden de ziekten, welken in Hongaryen 
regeerden , veele jaar en lang voorgekomen 
zy. 

Zoo 

(a) Lind I. o Part. III. ch. 2. p. 422. of Tom. 
II. p. 186. 187. 



Van de Voorbehoedinge. 181 

Zoo ook , als men Kwaadaartige 
Koortfen op de Oorlogfchepen, of aan 
de kuft van Guinee begint te vernemen, 
wordt het behoedend vermogen van 
het aftrekfel van agt oneen Koortsbaft, 
en vier oneen Oranje-fchilkn op twee 
itoopen Brandewyn, en daar van dage- 
lyks tot twee oneen gebruikt, zeer ge- 
roemd (#). 

Hier tegen ftrydt het gevoelen van 
beroemde Mannen in de Geneeskun- 
de , die meenen , dat'er het waare 
Scheurbuik door veroorzaakt worde , 't 
gene zy egter geenzins volledig genoeg 
bewyzen, fchoon zy aangetoond heb- 
ben , dat dit middel , verkeerd en te 
onpas gebruikt, zeer verderfelyke ge- 
volgen kan hebben. 

Weliswaar, dat Sydenham, die 
aan den eenen kant de Geneeskundi- 
gen van zynen tyd fcherpelyk berifpt, 
dat zy het Scheurbuik in byna alle lang- 
duurige ziekten verdagt hielden , en 
die aan den anderen kant den Koorts- 
kaft zoo rykelyk gebruikt heeft , nog- 
tans toeftemme , dat hy, op een aan- 
houdend gebruik van 't zelve middel 

'in 

(a) The. Lond. Mag. 175-7. P a g« 3* 7* 

M 3 



iBz Van de Voorbehoedinge K 

in Koortfen en andere ziekten , zwer- 
vende Pynen in het lighaam heeft zien 
volgen, aan welken hy den naam van 
Scheurbuikige 'Pynen gegeven heeft; 
maar met wat regt ? immers alleen , om 
dat hy dezelven door Tegen fcheur 'bui- 
kige middelen zag genezen. 

Edog , wel degelyk ontkennende , 
dat zoodanige Pynen een onfeilbaar 
onder 'fcheidend kenmerk ( a) van het 
Scheurbuik zyn, vraag ik den zulk en, 
die in dat zelve gevoelen met Syden- 
ham flaan , of de kragt dier middelen , 
welken die groote man met goed gevolg 
in zulke Pynen gebruikt heeft , en aan 
welken hy den naam geeft van Tegen- 
fcheurbuikigen , bepaald zy in het 
Scheurbuik alleen , en of zy in geen an- 
dere ziekten kunnen te pas komen? 
Zou het niet ongefchikt zyn , dat men 
eene anderendaagfche Koorts het koud 
vuur noemde om geen andere reden , 
dan alleen , om dat in beide gevallen 
dat zelve middel uit Peru van zulken 
groot vermogen , en eigenaartig bevon- 
den is? 

Hier toe dient ook , dat men het 

volk 
/ (<0 Signum pathtgnomicum. 



V : an de Voorbehoedinge. 18 



volk in eene maatige beweging houde; 
naardien dit ten uiterfte gezond is , en 
het is ook hierom, dat de meefte Ka- 
piteinen op onze Oorlogfchepen mee- 
nigmaalen de zeilen laaten los en vaft 
maaken , reven innemen , uitlleken 
enz. 

Dat het zelve belet worde te veel te 
flaapen, verdiend niet minder de oplet- 
tenheid der Bevelhebberen. 

Eene geoorloofde vrolykheid is aan 
te pryzen , en een knyzig leven te ver- 
myden. 

C. Alle dezelve opgenoemde middelen 
en regels moet men aanwenden om het 
volk voor weder inponingen in Koort- 
[en of Scheurbuik te bewaren. 

De byzondere voorzorgen egter,tot 
dit einde dienftig, komen voorname- 
lyk hier op uit. 

Dat men aan hun , die van de ziek- 
ten nog maar kortelings herfteld zyn, 
weinig fpyzeh op éénmaal , en liever dik- 
wils laat gebruiken. 

Dat men hen , naar maate derzelver 
eetluft en kragten toenemen , aan vas- 
tere fpyzen van langzaamerhand gewen* 
ne; 

Dat men , betreffende de fpyzen , 
M 4 wel- 



184 Van de Voorbehoedingb. 

welken boven anderen te verkiezen 
zyn , zig fchikke naar het gene ik daar- 
van reeds ( LXXIX-LXXXI. XCVII. 
N°. 2.) heb opgegeven ; 

Dat van de geneesmiddelen de Elixir 
van Vitriool , de bittere Drogery-en , de 
Koortsbaft, en het Staal de befte zyn; 

Dat men de beweging, die hun nood- 
zaakelyk is , moet inrigten naardekrag- 
ten der zieken ; 

Dat voor de zwakften en voor de 
genen , welken niet gaan kunnen ter oor- 
zaake van wonden enz., de beweging 
op eenen langen plank , welkers einden 
op twee kiften ruften, zeer gepaft zy; 

Dat men in 't byzonder het inftor- 
ten van den Roodeloop voorkome , als 
men de zieke niet te fchielyk in de 
openlugt toelaate, hem belette onma- 
tig Fruit te eten , en eenen tyd lang 
na de genezing Zoetemelk met Kalkwa- 
ter te drinken geve. 

Dan , door zoo verfcheide, minkoft- 
baare, eenvoudige, en teffens kragti- 
ge middelen en wegen agte ik , dat men, 
na de voorige opgegevene kennis der 
oorzaaken , met eene gegronde hoope 
tot die gewenfchte doeleindens zal 
kunnen geraken , om namelyk de ge- 

woone 



Van de Vborkhoedmge. 185 

woone Scfreepziekten ten nutte en be^ 
houd der genen , die naar onze Wefl- 
Indien varen , volkomen en veilig te 
genezen, zoo wel als het Scheepsvolk 
tegen, de woede derzelver te beveiligen 
en te behoeden. 

Nec me labor hicce gravabit. 




M5 



KOR- 



186 Over NEDERLANDSCH 
KORTE SCHETS 

VAN DE 

VOLKEN 

DIE WEL EER 'T GEZEGEND 

NEDERLAND 

BEVOLKT EN BEWOOND HEBBEN; 
DOOR 

LEONARDÜS OFFERHJUS. 

Terwyl de zugt om zyn eigen Vader- 
land, en 't daar in voorgevallene 
te kennen, zoo zeer allen menfchen 
eigen is , heb ik 't der moeite waardig 
geoordeelt , de oorfprongen van de 
volken , die 't gezegend Nederland be- 
woonen een weinig nauwkeuriger na 
te fpobren , of men mogelyk uit de 
oude gedenkfchriften zoude kunnen 
ontdekken , van waar , op wat 
tyd , en by welke gelegentheid , zig 
verfcheide volken na dezen {treek be- 

ge- 



EERSTE BEVOLKERS. |% 

geven hebben : en welke van dezen, met 
geen andere volken vermengt, hunne 
oude zitplaatfen als nog inhouden. 
Waar in ik 'egter my zoo zal gedragen, 
dat ik niet tragte 't gemoet van den lee- 
zer met allerlei zwarigheden te vervul- 
len, maar eenvoudig opgeeven zal 't 
geene my 't waarfchynlykfte voorkomt. 
Nu is 't wel waar, dat 't onmogelyk is 
met zeekerheid op te geeven, welke 
in de alderoudfte tyden de eerfte be- 
woonders van deze landftreek zyn ge- 
weeft , doordien de menfchen van dien 
tyd, genoeg met den noodigen leeftogt 
begaan , geen tyd of luft hadden om 
hunne gefchiedenifTen te befchryven , 
zoo dat men hier boven de tyden der 
Romeinen niet kan opklimmen; want 
hoewel 't uit hunne gedenkfchriften 
klaar is , dat in de alderoudfte tyden , 
zelfs eer de Galliërs en Germaniers on- 
derfcheiden wierden, alle de volken, 
die aan weerkanten van den Rhyn 
woonden , met den gemeenen naam van 
Celten benoemt wierden Qd) ; en 't ook 
zeeker is , dat 't zeer aangenaame en 
welgelegene eiland der Batavieren reets 

lang 

(V) Dio CafT. L. XXXIX. p. 114. A. 



i83 Over NEDERLANDSCH 

lang te vooren bebouwt en met in- 
woonders vervult is geweeft , * zoo is 
't egter onmogelyk te bepaalen , welke 
de volken geweeft zyn, die van den 
beginne dezen ftreek bewoont hebben, 
of van waar dezelve gefprooten , 
of hoe genoemt zyn geweeft. Alleen 
weeten wy, dat, ten tyde toen 't Romein- 
fche gemenebeft meeft bloeide , de 
Friefen en de Batavieren de ftranden 
van de zee, en zeer groote meeren by 
de monden van den Rhyn , en verder 
naar 't Ooftcn gelegen , bewoont heb- 
ben: en dat wel zoo, dat de Friefen 
van een onzeekeren oorfprong reets 
van de oudfte tyden , en niet gemengt 
met andere volken , de landen die over 
den Rhyn na 't ooften leggen , hebben 
ingehad ; terwyl de Batavieren , en die 
hun in oorfprong, taal, en dapperheid 
gelyk zyn , maar minder in getale , de 
Caninefaten (a) , in latere tyden en de 
nood dwingende zig uit'tbinnenftevan 
Duitsland hebben begeven na dat ei- 
land , v 't geen de Rhyn , zig in twee 
hoofden verdeelende , omvangt. 
Want als , gelyk ons Tacitüs (T) 

leert , 

00 Tacit. IV. Hifi:, rr. 

Q) Tacït. de Mor. Germ. c. 37. 



EERSTE BEVOLKING, i 

leert , in den jaare 640 na de bouwing 
van de ftad Romen , zynde 't 4600 van 
de Per. Jul , en 't 1 14 voor de geboor- 
te van Chriftus , de Cimbren , 't Cim- 
brifche halfeiland , en de Teutonen, 
die wel eer volgens Mela (o) , Scan- 
dinavien bewoonden , 't zy door een 
zwaare vloed uit hunne landpalen ver- 
dreven , 't zy van zelfs om de over- 
vloeiende menigte , om nieuwe zit- 
ptaatfen te zoeken opkwamen, en zig 
met veele Duitfche en Zwitferfche vol- 
ken gevoegt hebbende , tot de uiterfte 
landpaalen van Gallien en den beneden 
Rhyn gekoomen waaren (T>; is 't ge- 
beurt, dat deinwoonders vandeRhyn- 
eilanden , toen by geval met een zwaa- 
re overftroming gedrukt , zig by de an- 
dere voegden , en hun vaderland ver- 
laaten hebbende , Gallien en Spanjen 
overftroomden (c), en na verfcheide 
overwinningen op de Romeinen be- 
haalt te hebben , den fchrik wyd en 
zyts verfpreiden , tot dat zy van Ma- 
rius voorde vierde en vyfde maalBur- 

ge- 

(V) Mela L. II. c. 3 en 6. 

(Jb) Vell. Pater. L. II. c. 8. Flor. L. III. 

(c) Klaas Kolyn p. 18. 



i9ó Over NEDERLANDSCH 

gemeefter zynde, ten eene maal verdelgt 
wierden. 

En hoewel dus doende 't land van 
zyn bewoonders is ontbloot (V; , zoo 
heeft egter dat aller voortrefFelykile 
eiland van den Rhyn , genoegzaam door 
zyn fraaiheid , en gelegenheid bekwaam 
om inwoonders te lokken,niet lang onbe- 
woont gelegen: want een groote twee- 
dragt , die omtrent dien tyd onder de 
volken in Duitsland gerezen was , heeft 
aanleiding gegeven dit eiland wederom 
met nieuwe inwoonders te bevolken: 
want als de Catten , de Serveftanen en 
de Hermunduri , de aan hun paaiende 
Batten , die als een gedeelte van de 
Catten , tuflchen de rivieren de Ader 
en de Gilfe, in de landpalen van 't be- 
dendaagfche graaffchap Waldek woon- 
den , door eenen zwaaren oorlog druk- 
ten , hebben de Batten , van hunne 
Priefters, (die zy, als zynde der God- 
delyke zaaken kundig, Godefchalken 
noemden , ) vermaant , dat 't niet te 
raaden was zoo een groot getal vyan- 
den te wederftaan, en dat by de zee 
tufTchen de monden van den Rhyn een 

eiland 

(o) Tacit, IV. Hifi» iz. 



EERSTE BEVOLKERS. 191 

eiland van zyn inwoonders ontbloot 
lag, ze mogten gaan om dat in te nee- 
men , zig ligtelyk laaten overreeden, 
dat zy zig met alle hunne have fcheep 
gevende, voor ftroom zouden afzak- 
ken tot de uiterfte deelen van Gallien , 
die toen van inwoonders ontbloot waa- 
ren , en dat eiland tuflchen de Watten 
gelegen , 't geen de groote zee van voo- 
ren , en wiens zyden en agterfte de 
Rhyn befpoelt , zouden innemen (V). 

En hoewel men niet naukeurig den 
tyd of 't jaar, waar in dit gefchiet is , 
kan beftemmen , zoo is 't egter zeer 
waarfchynlyk- , dat de Batten omtrent 
hondert of hondert en tien jaaren voor 
de geboorte van den Zaligmaker dit ei- 
land hebben beginnen te bevolken : 
want dog Julius Caesar (#) , die nauw - 
lyks vyftig jaaren na dien tyd ten oor- 
loge in Gallien kwam , maakt gewag 
van de Batten in 't eiland der Batavie- 
ren. 

De Batten derhalven een vafte zit- 
plaats by de zee en den beneden Rhyn 
verkregen hebbende , hebben 't land- 

fchap 

(a) Klaas Kolyn ps. 29— -43, Tacit, IV. HUL 
ia. de Mor. (Jerm. c. 29. 

(b) Caes. IV. 6. <3all, c, io. 



192 Over NEDERLANDSCH 

fchap van hun bezeeten -naar hunner! 
naam Batavien genoemt , want de 
oude Duitfchers pleegden zeekere 
ftreeken lands auwen of gauwen te noe- 
men , en zoo is 't land van de Batten 
bezeeten de Batauw genoemt. En niet 
alleen is zoo in de naam van 't land- 
fchap de geheugnis der Batavieren ge- 
bleven , maar ook zy zelfs , gedagtig 
aan hun oude vaderland, hebben ver- 
fcheide plaatzen in 't eiland geftigt , dié 
't geheugen van de Catten bewaaren: 
en bekent zyn de beide Katwyken , op 
Zee en aan den Rhyn , Kattendrecht by 
Rotterdam , Kattenbroek by Woerden 
en andere (a). 

Maar nu woonden oudtyds naaft aan 
de Batavieren over den Rhyn de Frie^ 
fen, zynde zelfs een over Rhyns ge- 
ilagt van Duitfchen afkoomft (V) , van 
zoodanigen oudheid , dat ze boven al- 
le heugnis de plaatfen , die over Rhyns 
by de zee gelegen zyn , bezeeten heb-* 
ben , van zoo groot een magt , dat zy » 
na 't berigt van Tacitus (c), na mate 

van 

Ca) Zie van Loon P. I. p. 7. 

Cb) Tacit. IV. Ann. p. & IV. Hifi. o ij*. 

(c) De Mor. Geriïi, c. 34. 



EERSTE BEVOLKERS. 193 

van hunne ïterkte ondeiTcheiden wier* 
den in grootere en kleindere Friefen , 
en van zoo een groote uitgeftrektheid 
dat de Friefche volkeren zig langs den 
Rhyn tot aan den Oceaan uitftrekten 
en daar en boven zeer groote meeren 
omvingen. Zoo dat 't waarfchynlyk is 
dat de grootere Friefen in de oudlte 
tyden gewoont hebben tufTchen 't Vlie 
en de Eems > en de kleindere tufTchen 
't Vlie en den Rhyn , alwaar Plinius (a) 
de Friflabonen plaatst in dat deel van 
't heden daagfche Holland, 't geen nog 
Weit- Friesland genoemt word. Hoe- 
wel namaals de Friefen hunne landpaa- 
len tot aan de Maas en Schelde, en aan 
de andere zyde verre over den Eems 
tot aan de Wezer na 't ooften hebben 
uitgezet. 

Zoo dat 't buiten kyf en twyfFel is, 
dat wel eer in deze ftreeken de zeer 
edele en zeer magtige volken der Bata-* 
vieren en Vriezen gewoont hebben ; 
by welke men ook nog voegen mag de 
Bruéters en Attuariers , en mogelyk 
ook de Tubanten. Van welke de Bruc- 
ters of Broekers , die in de grootere; 

en 

(«) Plin. L. IV, c, if, 
r VI, Deel N 



194 Over NEDERLANDS 

en kleindere gedeelt wierden (a) , en 
door veele wiflelvalligheden gefchudt 
zyn , zoo men gelooft , hun naam heb- 
ben gekreegen van de broekachtige 
plaatfen, die zy bewoonden (b) , en zoo 
't fchynt zig hebben uitgeftrekt langs 
den Rhyn en de gragt van Druius door 
broekachtige plaatfen tot aan den 
Eems (V) daar de Attuariers , die vol- 
gens 't berigt van Vellejus Patercu- 
lus (d) 9 't naaft by deze woonden, ge- 
looft worden in Gelderland en 't Graaf- 
fchap Zutphen gewoont te hebben. 
Daar veele willen dat de Tubanten in 
't Twente gewoont hebben , 't geen ik 
thans niet naukeuriger zal nafpeuren. 

Hoe 't zy, dit is zeeker, dat van de 
tyden van Julius Caesar de edelfte 
volken , die deze landftreeken bewoont 
hebben , de Vriefen en Batavieren ge- 
weeft zyn. Het zal derhalven wel de 
moeite waardig zyn , deze volken , als 
de oudfte inwoonders van ons vader- 
land , wat meer van naby te befchouwen, 
en defzelver levenswyze , zeeden en 

ge . 

(a) Tacit. Ann. I. ad Ptot.om- L. II. c. 2.. 

(b) Eume». in Paneg. Conrtantino dofto c. 12. 

(c) Strabo L. VI. p. 290.. 

(d) Vell. L. II. c, ij-. 



EERSTE BE VOLKERS. 395 

gewoontens na te gaan : te meer daar 
dog de oude leevenswyze van deze 
volken geheel byzonder en verwonde- 
rens waardig is geweéft , zoo dat men 
met regt mogte twyfFelen , of zy in zee 
dan op 't land woonden , want laage 
gronden, die aan den vloed van de zee, 
voor dat de zee en rivieren door dy- 
ken beteugelt waaren , blood leiden , be- 
woonende , hebben zy zig , om tegens 
't gewelt der wateren gedekt te zyn, 
hoogere heuvels van aarde gemaakt \ 
die de Vriefen Wirden, en de Batavie- 
ren in hunne taal Terpen of Torpen noem- 
den (~a) 9 waar heenen zyzig, als dei 
vloeden van de zee hooge liepen , met 
hun vee begaaven , rontom door de zee 
ingefloten , zoo dat , naar 't zeggen van 
Plinius (T) , 't een eeuwige twift van 
de natuur Icheen te zyn of zy tot de 
aarde moeften gerekent of als een deel 
van de zee aangezien worden, door- 
dien de Oceaan met een yflyken gang 
twee maal in yder etmaal 't land bedekte, 
en zig wyt en zyts uitftrekte. 
Maar in de zeeden en ganfche hou- 
ding 

00 Klaas Kolyn: p. 61. 138. 
Q) Plin. Hift. Nat. L. XV.,c, i ? 



N 2 



196 Over NEDERLANDS 

ding des lighaams volgden zy de Ger- 
manen , van welke zy gefprooten waa- 
ren, zoo dat zy wars van alle teedere- 
opvoeding en lekkernyen , niets meer 
zogten als zig door den oorlog te har- 
den. Hunne lichamen waren fterk en 
hard, de leeden gedrongen, 't gezigt 
.dreigende en de vigeur van 't gemoet 
nog grooter (a): forfche en blauwe 
oogen, geel blinkent hair, groote lic- 
chaamen , en kragtig tot den aanval. 
En aan de krygszaaken zoo zeer over- 
gegeven , dat Caesar fchryft (b') , dat. 
hun ganfche leven in jaagen en oeffe- 
ning van krygszaaken beftaa. Zoo 't 
een of ander gemeenebefl door een. 
lange vreede en rufte vatzig word, zoo- 
trekken de meefte eedele jongeling- 
fchap van zelf na die volken, die als 
dan eenigen. oorlog voeren (c). Dus 
van der jeugt aan geoeffent zynde, en. 
zeer ervaaren in 't zwemmen en te. 
paard ryden , fchroomen zy niet met. 
ganfche troepen den Rhyn door te 
trekken , en over de rivieren te gaan (//)_ 

Den 

("a) Tacit. de Mor. Germ. c. 30 & q. 

(b) Caes. VI. B. Gall. e, 20. 

(c) Tacit. de Mor. Germ. o 1 q. 

(d) Tacit. IV. Hifi. c. 12. Mela L. III. 03. 
Flut, in Üthone p. 1071, b. 



EERSTE BE VOLKERS. 197 

Den akker te bouwen , en de aarde te 
ploegen , of de vrugten een jaar lang 
in te wagten , zoud gy hen zoo ligt 
niet diets maaken , als den vyand uit te 
daagen , en te wonden , als zoo veele 
tekenen van dapperheid , te verdienen. 
Als men in den fiaggekoomenis,word 
't fchandelyk voor den vorft geacht 
door dapperheid overwonnen te wor- 
den , fchandelyk voor zyn gevolg de 
dapperheid van den vorft. niet te eeve- 
naaren. Hem te befchermen en te dek- 
ken, ook hun eigene dappere daaden 
aan zyn glorie toe te wyën, rekenen 
zy hunne onvermydelyke verpligting. 
De zorge voor den akker wierd aan de 
vrouwen en de oude mannen of de 
zwakfte van 't huisgezin toevertrouwt , 
de dapperfte volgden den oorlog ; want 
zy reekenen 't een teken van luiheid 
en onvergeeflyke vatzigheid te zyn, 
dat men door zweet zoude verkrygen, 
't geen men door een bloedig gevegt 
kan magtig worden (ay Hier by koo- 
men eenvoudige fpyzen, 't meeftedeel 
van hun voetfel beftond in melk, kaas 
en vleefch, 't geen ze ook rauw aten. 

Hier 

(a) Tacit, de Mor. Germ. c. 14. ij". 

N 3 



198 Over NEDERLANDS 

hier by wierden gevoegt , wilde appels , 
en een bry uit haver en gerfte ge- 
kookt ( a). Het vogt tot den drank 
gefchikt, beftond uit water met gerit 
en koorn tot eenige gelykheid van wyn 
getrokken en gekookt (#) , waar in zy 
zig zoo vergallen , dat 't niemand tot 
fchande gerekent wierd den dag en 
den nagt al drinkende door te bren- 
gen (e). 

Terwyl dan de Batavieren , Duit- 
fchers van af komft , en volgens Ta c i- 
tus Qd) , de dapperfte van alle de vol- 
ken , die langs den Rhyn woonden , dus- 
danige zyn geweeft , is 't niet te ver- 
wonderen , dat zy een geruimen tyd vry 
en eigenheerig geweeft zyn , aan geen 
ander volk onderworpen : evenwel zyn 
ze daarna , dog op billyke voorwaar- 
den , onder de magt en 't gewelt dei- 
Romeinen gekoomen , 't geen , hoe 't 
zy toegegaan , niet onnut zal zyn te 
onderzoeken. 

Elk weet , dat Julius Caefar , een 

zeer 

00 Tacit. de Mor. Germ. 22. Cae. B. GalJ. L. 
IV. c. 1 1. Mela JU. c. 3. Plin. XVIII. c. 44. 

(b) Tacit. 1. d. 

(c) Tacit. de Mor. Germ. c. 22. 

(d) Tacit, de Mor. Germ. c. 29. 



EERSTE BE VOLKERS. 199 

zeer dapper en in krygszaaken door- 
geoeffent man, in den jaare 696 na de 
bouwing van Romen ten oorloge is ge- 
koomen in Gallien. Deze door een 
wonderbaar geluk , en fnellen loop van 
overwinningen , de Helvetiers te on- 
dergebragt en Arioviftus derDuitfchen 
Koning te rug gedreven hebbende , had 
in een korten tyd de meefte volken van 
Gallien of te ondergebragt of in zyn 
fchut en fcherm ontvangen : en hadde 
nu reets 't derde jaar van den oorlog 
ten einde loopende, de Menapiers , in 
't hedendaagfche Braband en een ge- 
deelte van Gelderland by de Maas en 
Rhyn woon en de , en kort daarop de 
Morinen , in Vlaanderen by de zee ge- 
legen , overwonnen en gedwongen zig 
in de bosfchen en broeken te verfchui- 
len (^), toen onverwagt nieuwe vyanderi 
reeden en gelegentheid gaven de Ro- 
meinfche wapenen verder uit te brei- 
den en zig de Batavieren te onderwer- 
pen: want in den volgenden winter, 
als C. Pompejus en M. Crafïus Bur- 
gemeefters waren , hebben de Ulipeten 
en Tenclers , Duitfche volken van de 

Sueven 

O) Caes. de B, Gall. L. III. c. 28. 29. 

N 4 



200 Over NEDERLANDS 

Sueven gedrukt , den Rhyn in de land* 
pale der Menapiers overgetrokken 
zynde , en de volken , die de Romeinen 
gehoorzaamden , beginnen te beftry- 
den. Het geen als Caefar oordeelde 
niet te moeten dulden , heeft hy , deels 
op dat hy de glorie van den Romein- 
fchen naam mogte verdeedigen , deels 
ook op dat hy de bondgenooten mogte 
te hulpe koomen , den aanval na die 
kant heen gerigt , en dus doende , niet 
alleen de Ufipeeten en Tenclers , by den 
zaamenloop van Rhyn en Maas , en dus 
geheel naby de landpaale der Batavie- 
ren , met een grooten flag overwonnen, 
en de te rug deinzende in de rivier ge- 
jaagt (V): maar ook door een verwon- 
derenswaardig , en zeer verhaalt werk 
een houte ichipbrug over den Rhyc 
geflagen hebbende , de over-Rhynfche 
volkeren , als zy zagen , dat de Romei- 
nen en konden en durfden over den 
Rhyn trekken , met zulk een fchrik 
vervult , dat niet alleen de Sicambren , 
die in dezen tyd , voor dat zy door Ti- 
faerius over den Rhyn geplaatst waren , 
een groot gedeelte van Weftphalen kir 

had- 
ia) Caes. B. Gall. L. IV. c #, 



EERSTE BEVOLKERS. 201 

hadden (#), zig in de wildernhTen en 
bollenen verftaaken , maar ook veele 
genoodfchappen en gemeene beften 
aan Caefar zonden om vreede en vriend! 
fchap te verzoeken (b). Nu melt Cae- 
far wel niet by naame, welke die ge- 
meene beften geweeft zyn , die vreede 
en vriendfchap zogten. Dat evenwel de 
Batavieren onder dezelve geweeft zyn, 
mag men beiluiten , niet alleen om dat 
de llag by hunne landpaalenis gefchiet, 
de brug digte by hen over den Rhyn is 
geflagen en de fchrik de naaft by gele- 
gene volken bevangen had, maar ook 
leert zulks de volgende gefchiedenis : 
want wy leezen, dat van dien tyd af de 
Batavieren hunne ruiterbenden, waar 
over volgens een oud gebruik de eedel- 
Ite van hunne landslieden 't gebied voer- 
den , aan Caefar tot den Britannifchen 
oorlog , dien hy toen voerde , gezonden 
hebben (V) ; ja Caefar zelfs getuigt (d) 

op 

(«) Suet. Aug. c. 22. Cover. Germ. Ant. L. 
III. c. 9. p. ƒ36. 

(b) Caes. IV, de B. Gal. o 15- — 18. Flor. III. 
c. ro. 

(0 Tacit. IV. Hift. 12. Lücan. de B, Civ. L. 
I. p. 430. 

(O Cacs. V. b. Gall. c. 26. VI. 30. VIL 4. 
6s. 67. 68. 80. Djo L. XL. p. 122. 134. 135-, 138. 

N 5 



202 Over NEDERLANDS 

op verfcheide plaatfen , dat de Bata- 
vieren hem in den oorlog tegens de 
Eburonen en andere volken van Gal- 
lien , die afgevallen waren , zyn te hul- 
pe gekoomen , en loffelyk geftreden 
hebben. 

De Batavieren derhalven , 't zy door 
de voortreffelyke voorwaarden , hun 
door Caefar voorgeflagen, aangelokt, 
en over zeekere landfchappen, (waar- 
fchynlyk dezelve , die over Rhyns na 
Gallien toe hun 't naafte lagen , uit wel- 
ke Caefar kort te vooren de Ufipeten 
en Tenóters verdreven hadde) met 
Caefar overecngekoomen zynde, heb- 
ben zig op die voorwaarde onderwor- 
pen , dat zy van alle laften en importen 
vry , en aan geen pachtenaaren bloot 
geftelt , Broeders en Vrienden van 't 
Romeinfche volk zouden gcnoemt 
worden , en aan dezelve foldaten en wa- 
pens leveren (#). Van welken tyd de 
Romeinen hunne zeer nuttige hulp 
tot de oorlogen hebben ondervonden , 
en zoo v groot een vertrouwen op hun- 
ne trouw en dapperheid geftelt , dat 

door- 

(a) Klaas Kolyn : p. 64. Tacit. de Mor. Germ, 
c. z$>. 



EERSTE BEVOLKERS. 203 

doorgaans de Keizers hunne lyftrau- 
wanten uit de Batavieren pleegden te 
kiezen. 

Maar eeven dit verbond van de Ba- 
tavieren met de Romeinen is niet lang 
na dezen fchaadelyk en gevaarlyk ge- 
worden voor de Vriefen naafl aan de 
Batavieren paaiende : want de Romei- 
nen , nooit gewoon aan hunne heers- 
zugt paal of perk te ftellen , en niet te 
vreeden , dat zy met de Batavieren ge- 
flooten hadden , hebben ook hunne 
heb-zugt uitgebreid tot de Vriefen en 
Bru&ers. Want nadat Caefar Oótavia- 
nus , de zaak en te huis bevredigt heb- 
bende, beflooten heeft ter eere vanzyn 
vader Caefar , die tweemaal den Rhyn 
was overgetrokken , Duitsland tot een 
wingeweft te maken (a), heeft hy zyn 
voorzoon Claudius Drufus, een jon- 
geling, zoo men Vellejus Pater cu- 
lus (£) gelooven mag, van zoo veele 
en zoo groote deugden als de natuur 
immermeer bevat, na Duitsland gezon- 
den. Deze met grooten arbeid de bei- 
de Yflels door een gragt zaamenvoe- 

gende 

(V) Flor. L. IV. c. 12. n. 1 & 22. 
{b) Vell. L. II. c. .97, Flor. I. d. 



204 Over NEDERLANDS 

gende heeft den Rhyn een derden arm 
gemaakt, met dat inzigt, op dat hy 't 
onzeekere van de zee mydende , zig 
een weg tot de Vriefen en Cauchen 
zoude baanen (V); Drufus derhalven , 
zig weinig kreunende met wat recht of 
onrecht hy den onfchuldigen den oor- 
log mogte aandoen , voor ftrooms in 't 
Flavifche meer en den noordetyken 
Oceaan afgekoomen zynde, heeft de 
Vriefen , nog nooit , zoo veel men 
weet , van anderen beftookt , overwon- 
nen, en een matige fchatting opgeleit, 
dat zy ten gebruike van den oorlog offe 
huiden, buiten twyffel om 'er tenten 
van te maken , zouden bctaalen (a) , 
en heeft voort daar op ook de Bructers 
in de rivier den Eems in een fcheeps- 
flryd overwonnen Qj. Gelyk dan na- 
maals Tiberius , de opvolger van Dru- 
fus, niet alleen de Caninefatcn, in 't 
eiland der Batavieren woonende , heeft 
te ondergebragt , maar ook de Attua- 
riers aan de Bruéters paaiende , over- 
wonnen (c). En zoo zyn alle de vol- 
ken, 

(a) Tacit. Ann. IV. 71. Dio L. IV. p. ƒ qq, 

(b) vStrabo L. VII. p. 290. 

(cj Vell. Pater. L, IL c. io 3 -. 



EERSTE BEVOLKERS. 205 

ken , dat Nederland , 't geen men nu 't 
Vereenigde noemt , bewoonende , in 
den fchut en fcherm der Romeinen ge- 
koomen , aan welke zy ook een tyd 
lang op billyke voorwaarden hebben 
gehoorzaamt. Maar als niet lang daar- 
na de dapperheid der Romeinen ver- 
vallende en de zaaken een kwaaden 
keer krygende, nog daar en boven de 
Landvoogden , na 't voorbeeld van de 
Keizers allen laftig , de onderdaanen 
en bondgenooten plaagden en beroof- 
den, hebben eerft de Friefen, bemin- 
naars van de vryheid,door der Romei- 
nen gierigheid en onmatige afperfingen 
genoopt, 't harnas aangefchooten en 
de Romeinen overwonnen (V). De zaa- 
ken gingen zoo na wenfch , dat 't met 
der Romeinen gebied over Rhyns zou- 
de gedaan zyn geweeft , zoo niet Cor- 
bulo , een man van de oude deftigheid 
en trouwe, door zyn voorzigtig be- 
leid en rechtvaardigheid de Friefen 
hadde aangelokt , en dezelve overreedt* 
dat zy niet alleen toeftonden , dat 'er een 
vefting in hun land geftigt wierde (Jf) „ 

(a) Tacit. IV. Ann. c. 72 — 79. 

(b) Tagit. XI. Aim. c, 18, 19. 



206 Over NEDERLANDS 

('t geen men denkt de eerfle beginfels 
aan de Stad Groningen gegeven te het> 
ben (#)), maar dat ook de akkers, 
door Corbulo verdeelt, eenen Raad, 
Magiftraaten en wetten ontvingen (£), 
waar uit fchynt gefprooten te zyn die 
zeer groote overeenkoomft van de wet- 
ten en zeeden tufTchen de oude Vrie- 
fen en Romeinen. Zoo veel vennogt 
de voorzigtigheid en billykheid van één 
man , en zoo zeer waren de Friefen ge- 
neigt tot een gefchikt en billyk be^ 
wind. 

Maar deze kalmte door 't beleit van 
Corbulo verkregen , was van geen lan^ 
gen duur , want als de Romeinfche velt- 
heeren , die hem opvolgden , de Bata- 
vieren op allerlei wyze kwelden , heeft 
Claudius Civilis , een man uit een ko- 
ninklyk geflagt der Batavieren gefproo- 
ten, en, na 't berigt van Tacitus(cJ, 
boven de wyze der Barbaren fchrander 
van verftand en werkzaam , door vee- 
Ie zoo publique als private verongely- 
kingen gefart , zyne Batavieren , de 

Ca- 

(a) Menf. Alting in Notie. Germ. Inf. P. I. 
p. 98. 
(b~) Tacit. 1. d. 
CO Tacit. IV. Hifi:, c. 13. 



EERSTE BEVOLKERS. 207 

Caninefaten en de Vriefen tot de wape- 
nen geroepen (<?), en de Romeinen 
uit 't eiland gejaagt hebbende (V) , heeft 
hy ook de Duitfchers en Galliërs tot 
gemeenfchap der wapenen genodigt, 
en de Romeinen met een zeer gevaar- 
lyken oorlog geknelt ; die eindelyk 
op die voorwaarde is bygelegt, dat de 
eer en 't voorrecht van oude bondge- 
nootfchap zoude blyven, dat 'er geen 
pachtenaar zy , en dat zy van alle las- 
ten en zwarigheeden ontheft , alleentot 
gebruik van den oorlog en veltflagen 
zouden dienen (c). In welke voor- 
waarden de Batavieren en hunne bond- 
genooten dies te vaardiger bewilligt heb- 
ben, omdat 't, gelyk wy gezien heb- 
ben , hunne vaderlyke gewoonte was 
van zelfs na de oorlogende mogenthe- 
den te trekken , en door hunne won- 
den lof te verdienen. Weshalven zy 
dan ook na dien tyd Broeders en Vrien- 
den van de Romeinen genoemt wor- 
den en denzelven trouw bly vende , dik- 
wyls hun voortreffelyke en dappere 

hulp 

(d) Tacit. IV. Hifi. c. 14. if. 
(b) Tacit. IV. Hifi c. 16. 17. 
(V) Tacit. de Mor. Germ. c. 29. 



208 Ovep. NEDERLANDS 

hulp bewezen hebben , uitfteekende iil 
trouwe en dapperheid. Tot dat 't ontzag 
voor den Romeinfchen naam geknakt» 
en de zaakenin 't ryk door binnenland- 
fche beroertens gefchudt zynde , nis 
ten tyde van Gallieen de ftadhouders 
in de provinciën afvielen , 't geen gele- 
gentheid tot de XXX Tyrannen gege- 
ven heeft de Duitfche volken , dik- 
wyls door de Romeinen gekwelt, hun 
't geleeden euvel vergolden , en begon- 
nen hebben de wingeweften der Romei- 
nen te berooven , of ook verfcheide 
landfchappen in te neemen. 

Want van dien tyd , en vervolgens , 
de achting voor de Romeinfche groot- 
heid vervallen zynde , en der Batavie- 
ren naam hoe langs hoe meer in 't ver- 
getelboek geraakt zynde , deed zig een 
geheele andere gedaante van zaaken 
op , nadat verfcheide Barbaarfche vol- 
ken 't eiland , 't geen de Waal met bog- 
tige gangen aanfpoelt, en de Rhyn in 
zyne armen ontvangt , hebben in bezit 
genoomen , waar van ik met alle moge- 
lyke kortheid nog iets zal aanraken. 

Onder de eerfte , die deze landfchap- 
pen beilookten , zyn de Franci geweeft: 
een troep van verfcheide Duitfche vol- 
ken, 



EERSTE BEVOLKERS. zo$ 

ken j die weleer tufichen den Rhynj 
Main en Wezer ten zuiden van de Ba- 
tavieren en Vriefen woonende, niet 
alleen 't Romeinfche juk hebben afge- 
fchudt , maar ook door de inwendige 
beroeringen van 't ryk gelokt , uit hun- 
ne woonplaatfen getrokken zyn , en na- 
dat ze een tyd lang den aangrenzenderi 
volken laftig waren gevallen , hebben 
zy niet alleen by 't leeven van Gallieen, 
door geheel Gallien ftroopende , den 
Romeinen groote fchade gedaan, maar 
zyn ook niet lang daar na, ten minften 
voor den tyd van Conftantius Chlorus* 
gekomen om 't land der Batavieren in- 
teneemen (a). Hoewel nu de juifte tyd 
van deze komfte der Franfehen niet 
wel met zeekerheid kan bepaalt wor- 
den, zoo is 't dog, (omdat Manlius 
Statianus by Vopiscus (T) getuigt; dat 
de Keizer Probus de Franfehen in on- 
toegankelyke moeralfen heeft verfla- 
gen, en Zosimus (c) verhaalt, dat de- 
zelve Probus aan de Franfehen van 
hem overwonnen , zitplaatfen heeft aan- 

ge- 

O) Eumen. in Paneg. Conftantino difto c. j% 
n, 3. p. 141. 
(/?) Vopisc. in Probo c. 12. 
(c) Zostm. L. 1. c, 61. n. 1. c. 71. 5* 

VI. Deel O 



210 Over NEDERLANDS 

gewezen , dat ook de Franfchen voort 
na dien tyd by de zee gezeeten met 
vlooten zyn in zee geftooken, en ver 
af gelegene landfchappen zyn aange- 
vallen) zeer waarfchynlyk , dut de Kei- 
zer Probus de ontoegankelyke moe- 
ralTen , die hy kort te vooren in der 
Batavieren land had wedergewonnen, 
aan de Franfchen te bewoonen heeft 
gegeven. Immers men leeft , dat de 
Franfchen in Gallien en Spanjen ftroo- 
pende, 't land wyd en zyts verwoeft 
hebbende , Tarraco hebben geplun- 
dert (#) : ja dat zy na de tyden van 
Probus een togt over zee gedaan heb- 
ben , waar in zy ganfch Griekenland in 
rep en roer geftelt hebben , en in Sici- 
lien koomende Syracufen hebben in- 
genoomen , en daar van daan na Africa 
overgefcheept , en veel roof bejaagt 
hebbende , behouden in hun vaderland 
zyn te rug gekoomen (£). Zoo dat 
men zig niet behoeft te verwonderen 9 
dat van dien tyd af de naam der Fran- 
fchen voor de Romeinen verfchrikke- 

lyk 

O) Aur. Vict. de Caef. c. 33. n. 3. Edtroi'. 
L. IX. c- 6. n. 12. Oros. L. VII. c. 22. Euseb. 
in Chron. 

(b) Zosim. L. I. c. 71. n- 4. 



EERSTE BEVOLKERS. 211 

iyk is geworden , en zy een gedurigen 
oorlog met dat woefte en ftrydbaare 
volk hebben moeten voeren. Onder 
de voornaamfte overwinningen , die 
Maximianus Herculeus, door Diocle- 
tiaan tegen de Bagauden gezonden \ 
heeft behaalt, is geene van de minfte 
geweeft, dat hy, de Franfchen te on- 
dergebragt hebbende , gezegt word , de 
oorlogen tegens de zeerovers geëindigt 
te hebben fa) : waar uit blykt , dat de 
Franfchen toen by de zee woonden eii 
dezelve door zeeroveryen onveilig 
maakten. En niet minder word 't tot 
lof van Conitantius Chlorus verhaalt, 
dat hy Genebaudus den Koning der' 
Franfchen, die onlangs Batavien vero- 
vert hebbende, zyn kragten met Ca- 
rauikis gevoegt hadde (£), overwon- 
nen , en de pïaatfen naad aan den be- 
neden Rhyn in ruft e gebragt hebbe : 
want deze is , na 't verhaal van Eume- 
nius (cj), dat landfchap, 't welk de 
Waal met zyn bogtige gangen befp o elt, 

en 

(fl) In Genethliaco Maximiano Herculeo dióto 
c. 7. n. 2. 

(b) Ann. Trevironf. Broiweri T. I. p. 198. 

CO EuMEWius in Paneg, Conftacrio Cacftrr 
ditto c. 8. 

Ö £ 



2i 2 Over NEDERLANDS 

en de Rhyn tufichen zyne armen bc- 
fJuit, zoo doorgetrokken, dat nog de 
waterachtige grond nog de bollenen de 
Barbaaren konden dekken : uit welke 
befchryving van 't land ten alderklaar- 
ften blykt, dat 't eiland, 't geen wel 
eer der Batavieren was, te dezer tyd 
door de Frantchen is bezeeten. Onder 
welke tog in dezen {treek 't meefte zyn 
beroemt geworden de Saliers en de 
Chamavers. Want de Saliers door 't 
gewelt van de Saxen uit hun vaderland 
verdreven , hebben na 't verhaal van 
Zosimus (V), 't eiland van den Rhyn, 
wel eer door de Romeinen bezeeten, 
ïngenoomen. Daar Juliaan , toen nog 
Ryksopvolger zynde, de Chamavers, 
naaft aan de Vrieien paaiende (V), en 
die volgens de tafels van Peutinger , 
aan den regter oever van den Rhyn 
tot aan de zee gezeeten waren , over- 
wonnen hebbende , dezelve in zyne 
gunft heeft ontfangen (c), zoo veel te 
gemakkelyker , naar 't zeggen van Eu- 

NA- 

Ca) ZostM. L. III. c. 6, n. 3. 4. 
f6) Eumen. in Panegyr. "Conflantib Caefarï 
Uidlo e. 9- 3. 
(c~) Ammion. c. 8. 



EERSTE BE VOLKERS. 213 

mapius (a), als hy 't graager deede, 
omdat tegens wil en dank van de Cha- 
mavers 't onmogelyk was toevoer en 
leeftogt uit 't.Brittannifche eiland aan 
de Romeinfche colonien te zenden; 
ten klaaren bewyze , dat zy deplaatfcn , 
by de monden der riviere aan de zee 
gelegen, hebben ingehad. 

Maar 't duurde niet lang of' er kwa- 
men, behalven de oude Batavieren en 
Franfchen , in 't byzonder de Saliers 
en Chamavers , wederom nieuwe be- 
woonders uit Duitsland over, om dit 
eiland te bevolken ; want de Saxen , 
naar 't zeggen van Zosimus (b) , in lic- 
chaams en ziels kragten, en in gehard- 
heid om de laften van den oorlog te 
dragen, de dapperfte van alle Barba- 
ren , 't zy door de fraaiheid van 't land- 
fchap uitgelokt , 't zy de Saliers 
gevolgt , ten minften door de me- 
nigte van inwoonders geperfl , hebben 
de Quaden, of zoo andere (c) leezen 
de Cauchen, een gedeelte van hunne 
Natie (omtrent 't jaar 359) uitgezon- 
den 

("a) Eünap. in Excerpt. Legat. c. i^-iy, 

(b) Zosjm. L. III. c. 6. n. 1. 

(c) Cluver. Germ. Ant. L. III. c. ai. 

O 3 



ai4 Over NEDERLANDS 

den op den grond , wei-eer door de 
Romeinen ingenoomen , en de Saliers 
verdreven hebbende , hebben zy 't ei- 
land tuffchen de fcheidingen des Rhyns 
gelegen , ingenomen ( a). En als of 
alles zaamenipande tot de togten naar 
Nederland , zyn ook omtrent dezen 
tyd de Warners , wei-eer , naar de 
waarfchynlykfte giffing , by de rivier 
de Warne in 't Mecklengurfche woo- 
nende , in dezen flreek ingetrokken; 
Pkocopius (£) , een geloofwaardig ge- 
tuige in oude zaaken, leert ons, dat 
in zynen tyd de Warners aan den noor- 
delyken kant van den Oceaan , en aan 
de rivier den Rhyn hebben gewoont: 
zoo dat zy door middel van deze ri- 
vier van de Franfchen en andere vol- 
ken , die digt by de Franfchen woon- 
den , gefcheiden wierden. 

Door welke fchielyke omwenteling 
van zaaken , en de ftoutheid der Bar- 
baren aangezet zynde , heeft Caefar 
Juliaan niet alleen de Saliers, die uit 
hun eiland verdreven waren , in de 
landfchappen der Romeinen onderda- 
nig 

(a) Zostm. L. III. c. 6. n. i — f. 

(b) Piiocop. Bel. Goth. L. IV. p. 467. 



EERSTE BEVOLKERS. 215 

iiig opgenoomen , maar ook den zy- 
nen gelaft de wapenen tegens de Saxen 
te wenden , met dien uitflag , dat na 
een moeijelyken oorlog de vreede op 
deze voorwaarden getroffen wierd ; dat 
de Saxen de ingenoomene landen be- 
houdende , nooit hunne wapens tegen 
de Romeinen zouden keeren (#). Zoo 
dat men de Saxen , door dit verbond 
een vafte zitplaats in Nederland gekre- 
gen hebbende, ook.noodzakelyk moet 
tellen onder de oude inwoonders van 
't zelve: 't geen ook onze oude Chro- 
nyken beveiligen , in welke de volken 
tuflehen de zee en Nimwegen , rus- 
tenen den Rhyn en de Maas woonen- 
de , NederlaiTen genoemt worden (£). 
Met welke ook , als met een flrydbaa- 
r-e en oorlogzugtige Natie, de Romei- 
nen dikwyls den oorlog gevoert heb- 
ben ; voornaamentlyk nadat ten tyde 
van Keizer Valentiniaan de Saxen met 
de Franfchen zaamenfpannende de aan 
hun palende Galliërs dikwyls met ftroo- 
pen , branden en doodflaan gekwelt 

heb- 

(a) Zosim. L. III. c. 6. 7. 

(b) Klaas Kolyn p. 221. vs. 13 f — 138. Melis 
Stoke Inleid, fol, 3. §. 1. 

O 4 



21 6 Over NEDERLANDS 

hebben (a). Ook heeft dit kwaad niet 
eer kunnen gefluit worden, voor dat 
Valentiniaan zelfs tegen de Saxen ga* 
trokken , hen Heden , zoo als Ammi- 
aan fpreekt (V) , door ontoegankelyke 
meeren en moeraflen zeeker, en by de 
itranden van de zee woonende , heeft 
overvallen ; en te gelyk om Gallien 
zeeker. te ftellen, den gelieelen Rhyn- 
itroom , beginnende by de Grifons tot 
aan den grooten Oceaan met groote 
werken beveiligt, en legerplaatien en 
llerktens op bekwaame plaatlen langs 
den gelieelen {treek van Gallien ge- 
bouwt heeft. Want op die wyze , en 
door de gezogte gunft van de Barbaa- 
ren , doordien hy de volken langs den 
Rhyn woonende door giften bevree- 
digde , en veele van hun onder de Ro- 
meinfche benden, 't geen een groote 
eer gerekent wierd , opnam (c) , 
heeft hy eindelyk verkreegen , dat zoo 
lang Hy , Gratiaan , en Theodolius de 
groote regeerden , de zaaken in dezen 

ftreek 

(a) Amm. Marc. L. XXVII. c. 8. p. 494. Me- 
lis Stoke fol, 3. p. 2. 

O) Amm. Makc. L. XXVIII. c. r. Oros. L. 
VII. c. 32. 

CO Zosim. L. IV, c. 12. n, 2. 



EERSTE BEVOLKERS. n? 

(treek in rufte bleeven, en 'er groote 
hoope .was , dat Neerland door vreede 
en rufte zoude bloeijen. 

Maar deze op goede gronden ge- 
fchepte hoop , viel door de onverzaa- 
delyke regeerzugt van Stilicho en Ru- 
iinus , die 't ganfche ryk gefchud heeft, 
onder de regeering van de zoonen van 
Theodolius , Arcadius en Honorius , in 
duigen : als wanneer de op nieuws ge- 
rezene beroeringen de Barbaren weder- 
om oorzaak en gelegentheid gaven om 
na deze landen te trekken, en zig in 
dezelve te veftigen. Want als Stilicho, 
om nu niet te gewaagen van Rufinus , 
die de Weft-Gothen aan 't bewegen ge- 
bragt hadde , voor zyn zoon Euche- 
rius 't ryk zoekende , van zelfs en zeer 
onvoorzigtig , deAlaanen, Vandaalen, 
Sueven en Bourgondiërs uitnoodigde, 
en deze Barbaarfche volken , genoeg 
tot zulk een fpel geneegen , op 't ein- 
de van 't jaar 406 (o), by den Rhyn 
koomende , en de Franfchen aldaar 
overwonnen hebbende , Gallien en 
Spanien veele jaaren elendig verwoeft- 

ten, 

(a) Profper in Chron. & Herm. Contraft. an. 

400. 

o 5 



2i8 Over NEDERLANDS 

ten , heeft ook Nederland nieuwe in- 
woonders gekregen : want een deel van 
die Barbaren , dewelke in onze oude 
Chronyken (#)S windel, dat is S weven, 
genoemt worden , door de Franfchen 
aan den beneden Rhyn doorgedrongen 
zynde , hebben niet alleen de Betauw 
berooft, maar ook den geheelen ftreek, 
dewelke van den Rhyn zig na Gallien 
uitftrekt , wyd en zyts te vuur en 
zwaard verwoed hebbende, hebben ze 
zig in deze landftreek neergeflagen: 
want 't is zeer waarfchynlyk (£) , dat 
een deel van de Sueven te dezer tyd de 
eilanden , by de monden van de Maas 
gelegen , die wy Zeuwfche noemen, 
hebben ingenoomen , en na hunnen 
naam genoemt , zoo dat zy na verloop 
van tyd door een geringe verwifTeling 
der letteren voor Swewlche Zeuwfche 
genoemt zyn. Welk gevoelen niet wei- 
nig daar uit beveftigt word, dat kort 
na dezen tyd de Sueven , als paaiende 
aan Vlaanderen , befchreven worden; 
want zoo leezen wy dat de H. Eligius , 
Biffchop van Noyon , die byna 't eer- 

fte 

(a) Klaas Kolyn vs. 149. 

(b) Zie Mattheus de Nobil. p. i8r. 



EERSTE BEVOLKERS. 219 

fre van allen 't zaat des Euangeliums 
in deze ftreeken geftrooit heeft, 't niet 
alleen met alle vlyt daar op nebbe toe- 
gelegt, dat hy de Veromanduers en de 
Doornikers , als naaft paaiende aan zy- 
ne Dicecefe , en in Vlaanderen de Gen- 
tenaars en Cortrykers , maar ook de 
dwaalende Sueven de gronden van de 
Chriftelyken Godsdienft mogt inboeze- 
men (#). Waar uit men billyk mag 
befluiten , dat de Sneven in dien tyd 
daar om ftreeks , en niet verre van de 
Gentenaars zullen gewoont hebben. 

Gelyk dan ook de Slaaven, die men 
Wilten noemt, naar 't getuigenis van 
Jornandes (£), van Gothifche af- 
koomft,met Ataulphus in Gallien koo*' 
mende , byna dien geheelen ftreek - 9 
dien men nu Holland noemt, hebben 
ingenoomen : 't geen zoo wel de oude 
Chronyken (c), als ook verfcheide 
overblyffels van hun naam , hier ter 
plaatfe nagelaaten, waarfchynlyk maa- 
ken ; waar van getuigen kan de zeer 
oude ftad Vlaardingen, weleer Slaven- 
burg 

00 Vita S. Eligii L. II. c 288. ' 

(b) Jorn. de Reb, Getic. c 23. 

(c) Zie de oude Chronyken by van Loon, D. 1 
p. 232. 



220 Over NEDERLANDS 

burg genoemt, als ook de na dien tyd 
vermaarde koopftad Willa , van de 
Wilten by den mond van de Maas ge- 
bouwt (V) ; op dat ik nu niet gewaage 
van 't in de Veenen gelegene Wils veen, 
als ook van 't vermaarde Wiltenburg , 
met welken naam wel eer Utrecht be- 
noemt wierd. 

Maar als niet lang na dezen tyd, 
omtrent 't midden van de vyfde eeuw 
de Saxen, na Engeland genodigt, Neer- 
land verlieten , nebben zig de Vriefen 
beginnen te bewegen: want als de Brit- 
ten van de Pieten en Schotten gekwelt, 
te vergeefs de Romeinen , aan welke 
zy lang onderdanig geweeft waren , om 
hulpc hadden aangeiprooken, maar ge- 
laft waren voor hun eigen zaaken te 
zorgen , en dezelve op 't aanraaden van 
Vortigernes de Saxen (namelyk de Ne- 
derfaxen , die tuflehen Nimwegen en 
de zee woonden , met welke zy wegens 
de nabyheid lang gemeenfehap gehad 
hadden) te hulpe riepen : en de Saxen 
door de fraaiheid van Britannien aange- 
lokt , onder 't geleide van Hengiftus en 
fiorfa, en kort daarop van andere velt- 

hee- 

(a) Ann. Fuld. an* 836. 



EERSTE BEVOLKERS. sai 

heeren na Britannien overftaken , en al- 
daar na een langen oorlog de zeven 
Anglo-Saxifche ryken liigten , en dus 
't eiland tuiTchen den Rhyn leedig lie- 
ten , zyn de Vriefen , (die tot dien tyd 
toe in hunne oude zitplaatfen ten 
ooften van den Rhyn gebleven waren; 
daar zy door 't Flie gefcheiden is en 
Trans Fli genoemt wierden) zig van 
deze gelegentheid bedienende , over 
den Rhyn getrokken , en hebben 't ei- 
land , 't geen wel eer de Batavieren be^ 
zeeten hadden , ingenoomen > en 't 
land tot aan 't Helium , zynde de lin- 
ker arm van den Rhyn , met de gemee- 
ne naam van Vriesland benoemt (a): 
zoo dat na dezen, volgens 't getuige- 
nis van Procopius (T) , de Rhyn ,. de 
koning der rivieren , de gemeene Iand- 
paale was tuflchen de Vriefen en de 
Franfchen : gelyk wy ook leezen , dat 
Wiltenburg een ftad der Vriefen was ; 
en zoo is langen tyd, ja veele euwen 
hier naa de naam der Vriefen zeer ver- 
maard gebleeven in geheel Nederland. 
Maar als in de zevende eeuw 't Fran- 

kifche 

OO Klaas Kolyn p. 140. Melis Stoke p- 3* 
vs. f. 
O) Procop. IV. Bell. Goth. c. *o. 



22 Over NEDERLANDS 

kifche ryk in Gallien door de gewelda- 
■dige regeering van Ebroin zeer gefchud 
wierde , en de Vriefèn zig van deze ge- 
legenrheid bedienende verder voort- 
trokken , en hunne landpaalen tot aan 
de Schelde uitzetten, is 'er een zwaare 
oorlog tuflehen de Vriefen en Fran- 
fchen , die ten tyde van Chlodoveus 
Gallien hadden ingenoomen , ontftaan. 
Want Pipyn van Herftal , die nadat hy 
den Koning Diederik in 't jaar 687 in 
den flag by Textricium overwonnen en 
in zvn magt gekregen , en zig teffens het 
geheele Frankiiche ryk , dog zonder 
naam van Koning , onderworpen hadde, 
heeft , 't zy opdat hy de aangedaane 
verongelykingen mogte wreeken , 't zy 
opdat hy de Franfehen in den oorlog 
mogte bezig houden , de wapenen te- 
gensde Vriefen gekeert, en zyn zaaken 
naar wenlch hebbende uitge voert, 't ge- 
heele voorfte deel van Vriesland , dat 
tiuTcben de Schelde en den Rhyn gele- 
gen was , weder verovert Qa) : en zoo 
is 'er van,dien tyd af menigvuldig en met 
verfcheiden geluk tuflehen de Vriefen 

en 

Ca) Arm. Metenf. an. 6S9 — 692. Beda L. V. 
c. 10. . _ 



EERSTE BEVOLKERS. 223 



-o 



en Franken gevogten , dog zoo dat ein- 
delyk de Vriefen in 't onderfpit geraak- 
ten : voornamentlyk nadat Karel Mar- 
tel, zyn troepen over zee voerende, 
door de rivier de Burdine, die in dien 
tyd wyder was , zoo dat ze Weftergoo 
en Ooftergoo als eilanden 'verdeelde, 
indringende, de Vriefen met een groo- 
ten flag heeft verflagen, hunnen velt- 
heer Poppo gedood, de tempels aan de 
afgoden gewyt omgeworpen -, of ver- 
brand , en 't geheele land als overwin- 
naar is doorgetrokken (#). Want door 
dezen flag de kragten der Vriefen ge- 
brooken zynde, nadat zy ook allengs- 
fcens in den Chriltelyken Godsdienfl: on- 
derwezen waren , zyn zy eindelyk on- 
der de magt en 't bewind van de Fran- 
fchen gekoomen ; die zy ook eenigen 
tyd onder billyke voorwaarden gehoor- 
zaamt hebben , tot dat de Vriefen , die 
over 't Flie ten ooiten woonen , den 
Saxifchen oorlog onder Witekind aan 
den gang zynde , door de nabyheid van 
de Saxen, en liefde tot hun vaderlyken 

Gods- 

O) Ann. Petav. an. 773. 774. MetenC an. 734. 
73 f- Contin. Fredeg. cap. 109. Weifeling ProbabiL 
C 37. 



tH over NEDERLANDS 

Godsdienft en vryhcid aangezet, dewa s 
pens met de Saxen voegende , wederom 
nieuwe bewegingen hebben verwekt. 
Welke eindelyk na een zwaaren en 
langdunrigen oorlog van dertig jaaren 
door Karel de Groote zoo zyn byge* 
legt , dat de Saxen en Vriefen , den af- 
godendienft verlaatende aan de geefte- 
lykheid de tiende zouden betaalen, en 
zy zelfs van alle fchattingen vry, een 
volk met de Franfche zouden gerekent 
worden (#). Het geen zeeker na zoo 
een langen oorlog een allereerlykfte 
voorwaarde was , en waar uit blyken magj 
dat Karel , die dwinger der volken , ge- 
wanhoopt hebbe deze volken geheel on- 
der te brengen. Weshalven ook in de 
oude Vriefche wetten de Vriefen by uit^ 
ftek Vrye Vriefen genoemt worden (#). 
En zoo bleef in deze ftreeken , nadat 
de naam van de oude Batavieren , Carri- 
nefaten , Atheariers en Bruéters geheel 
in 't vergeetboek geraakt waren , de 
naam der Vriefen zeer beroemt , als die 
door kpopmanfehap , laakenwevery en 

wol* 

O) Eginh. vita Caroli c< 7. Poüta Saxo an. S83. 
Q) Zie de Vaderlandfche Gefchiedenis I. Deel 
f- 44 2 -— 444- 



EERSTE BEVOLKERS. 225 

wolle fabriek befaamt (a) , niet alleen 
met de naaft aanpaalende ^ en Over- 
zeuwfche Volken koopmanfchap dree- 
ven (T), maar ook de plaatfen langs de 
zee van de Eems tot aan den Rhyn en 
Maas bezaaten: want zoo leezenwy, 
dat niet alleen Karel de Groote , als 
hy Ludger zond om 't Euangclium on- 
der de Vriefen te prediken , hem neb- 
be gefchonken vyf flreeken ten ooften 
van de Lauwer gelegen, dewelke in 't 
leeven van den H. Ludger (s) , ge- 
noemt worden Hugmerchi (Humfter- 
land), Hunufga (Hunfingo), Fuulga 
(Frievelgo), Emifga (Eemsgo), en 
Fedirga: maar ook de oude Chronyken 
betuigen , dat in dezen tyd en daar na 
Utrecht , Wyk te Duurftede , Vlaar- 
dingen en Rensburg getelt zyn onder 
de Vriefche fteeden (d). 
Maar gelyk deze legging der Vrie- 
fen 



00 Van Loon II. Deel p. 21. 22. Vaderl. Ge- 
fchied. II. Deel p. 18. 

O) Epiflola Caroli ad Offam regem apud du 
Chefne T. II. p. 223. 

(c) Vica, S." Ludgeri c. 14. if.. 18. 19. apud 
Leibnic in Script. Reruhi Brunfvic. T. ï.p. 89. 90. 

(d) ■ Ann. Benin, an. 863. Kerm, Contr. an» 
1046. Lamb. Schafnab. an. 1047. 

VI* Deel P 



<ii6 Over NEDERLANDS 

fen langs de zee de Vriefen ryk maak- 
te , zoo flelde zy hen ook bloot voor 
veele ongemakken, en gafgelegentheid 
tot nieuwe volkplantingen in deze lan- 
den over te voeren, die zig voorna- 
mentlyk meefter maakten van de lan- 
den ten wefben van den Rhyn gelegen. 
Want nadat de Noormannen, dewoeft- 
Ite en dapperfte van alle de Barbaren, 
wel eer in den Saxifchen oorlog bond- 
genooten van Witekind , nadat deze 
door Karel bevredigt , en de landpaa- 
ïen met bezettingen verflerkt waren» 
niet meer te lande konden ftroopen y 
zyn zy met geheele vlooten ter zee ge- 
flagen , en hebben niet alleen andere 
aan de zee gelegene volken , maar ook 
de Vriefen vyandelyk aangetaft , tot 
dat zy zig eindelyk in Vriesland geves- 
tigt hebben. De eerfte , die gezegt 
word dit ten tyde van Karel den Grooten 
ondernoomen te hebben , was Gode- 
fried de zoon van Sigefried de Koning: 
der Deen en ; want deze uit regt van 
zyn moeder , die men zegt een dogter 
van Radbod, der Vriefen Hertog, ge- 
weeft te zyn ( a) , zig een regt op 

Vries- 

(a) Broer Peter in de Chronyk van Vriesland 
by van Loon II. Deel p. 29. 



EERSTE BEVOLKERS. a 2 f 

Vriesland toefchryvende , kwam met 
een vloot van tweehonderd fchepen , 
en dwong, drie overwinningen behaalt, 
't land verwoeft, Groningen ingenoo- 
men en berooit hebbende , de Vriefen 
honderd ponden zilver te betaalenf^)* 
en zig nu reets 't gebied over geheel 
Vriesland beloovende (b) , was hy 
voorneemens den zeetel van zyn ryk 
in den ftreek langs de Maas , die wy 
Maasland noemen , te planten ( c ) : 
maar dit oogenfchynlyk over 't hoofd 
hangende gevaar, wierd door den dood 
van Godef ried , die door een zaamen- 
zweering van de zynen omkwam , voor 
dien tyd afgekeert (i) ; want een ver- 
bond met Hemming zyn opvolger ge- 
troffen zynde, bleef Vriesland in de 
magt der Franfchen (o). 

Maar als 'er, Hemming in 'tjaar8i2 
geftorven zynde , een zwaare twifï 
tuffchen de neeven van Godefried, en 

tus^ 

(fl) Klaas Kolyn p. 226. Joham a Leidis L. 
IV. c. ij-. Regino en Eginh. in Ann. an. 810. 
(Ja) Eginh. Vita Caroli e. 14. 

(c) Monachus Sangallenfis de geflis Caroli mat- 
gni L. II. c. if. 

(d) Ann. Eginh. & Regino an. 810. 
CO Ann, Eginh. & Regino an. 811. 

P 2 



22$ Over NEDERLANDS 

tuflchen Heriold en Reginfred, zoo* 
nen van den voorigen Koning Halp- 
dan , over 't Deenfche ryk ontflond (V), 
en Heriold door een zwaaren oorlog 
gedrukt , niet alleen een deel van 'r 
ryk , dat hy in hadde , ter befcherming 
van den Keizer Lodewyk overgaf (T), 
maar ook zelfs met zyne broeders Ro- 
rik en Hemming, in den jaare 826 te 
ïngelheim by den Keizer koomende , 
met veele andere Deenen den Chrifte- 
lyken Godsdienft aannam (c), verbly- 
de zig de Godvrugtige Keizer Lode- 
wyk zoo zeer over de bekeering van 
deze Prinfen , dat hy niet alleen de 
Noormannen groote vereeringen dee- 
de , maar ook aanftonds Wyk te Duur- 
stede , in dien tyd een zeer beroemde 
Had ; en aan zyn broeder Roryk 't 
Graaffchap Kinnin of Kennemerland ; 
en aan Hemming 't eiland Walcheren 
ter leen opdroeg (d). Het geen , hoe- 
wel 

(V) Ann. Esinh. an. S13. 814. 

(b) Nigellüs de Vita Ludovici Pii L. IV. p» 

95" - 

(O Nigellus I. d. p. 941. 943- a P ud Minke- 
nium. Ann. Eginh. an. 826. Afta San&orum men- 
lis Febr. T. I. p. 392. in notis. 

(d) Ann. Eginh. an. 826. van Loon II. Deel p, 
46— f t. Vaderl. Gefchied, II. Deel p. 49* 



EERSTE BEVOLKERS. .229 

wel 't uit een Godvrugtig gemoet voort- 
kwam , egter Neerland door veele oor- 
logen heeft beroert, ' en den Noorman- 
nen gelegenheid gegeven vafte zitplaat- 
fen in deze landen te -krygen. 

Want als Rorik in zyn ryk: weder- 
gekeert, aldaar den Chriflelyken Gods- 
dienft met allen vlyt zogte voort te 
planten (V) , heeft Horik de zoon van 
Godefried , zig van 't voorwendfel der 
religie bedienende , niet alleen Rorik 
als fchuldig aan geichonden vaderlyke 
Godsdienft , in een flag overwonnen 
uit 't ryk gejaagt , en gedwongen zig 
na Vriesland te begeeven ( b ) ; maar 
ook den -gevlugten vervolgende , is hy, 
in 't jaar . 834 den Rhyn opgevaaren 
zynde, tot aan Utrecht en Wyk te Duur- 
fhede doorgedrongen, en heeft na een 
groote 'ilagting veele in flayerny wegge- 
voert (Y). 

Na deezen zyn de Noormannen we- 
derom in den jaare 837 in 't eiland 
Walcheren gevallen , en Hemming den 

zoon 

(a) Saxo Grammaticns L. IX. p. 198. Nigellus 
I. d. p. 95-1. 95-2. 

(b) Ann. liertin, & Eginh. an. 817, 

(c) Ann. Bertin, an. 834. 



O 



23o Over NEDERLANDS 

zoon van Halpdan doodgeflaagen heb- 
bende, flaaken zy Antwerpen in den 
brand , en Witla , in dien tyd een zeer 
beroemde koopftad aan de mond van 
de Maas, verbrand hebbende keerden 
zy weder na huis , nadat zy de Vriefen 
een fchatting hadden opgelegt (#). 

Maar 't zoude te lang vallen , en ook 
min dienflig tot ons oogmerk zyn , al- 
le de ftrooperyen der Noormannen na 
te gaan , 't zal genoeg zyn aangemerkt 
te hebben , dat door de inwendige ver- 
deeltheeden der Franfchen , als eerflr 
de zoons met den vader , en daar na 
de broeders , zoonen van Lodewyk 
den Godvrugtigen , onder zig over 't 
ryk ftreeden , en zig dus voor de Bar- 
baaren bloot fielden , de zaaken daar- 
heenen gebragt zyn , dat niet alleen 
Lotharius , die volgens 't verbond met 
zyn broeders ingegaan , 't eelfte deel 
van Vriesland tuflchen de Schelde en 
den Rhyn verkregen hadde , aan den 
Deen Heriold , die hem geholpen had- 
de , ook de Walcherfche eilanden ge- 

fchon- 

fa) Ann. Fuld. an. 836. 837. Benin. an. 837. 
Klaas Kolyn p. 307, en vervolgens. 



EERSTE BE VOLKERS. 231 

fchonken heeft (a) , maar ook aan Ro- 
nk den Noorman , die met zyn broe- 
der Heriold ten tyde van Lodewyk de 
Godvrugtige met 't Graaffchap Kenne- 
merland en Wyk te Dimrftede begif- 
tigt was , en nu de plaatfen by de zee 
gelegen elendig verwoefte , volgens 't 
verbond , in den jaare 850 geflooten , 
Wyk de Duurftede en de daar omtrent 
gelegene Graaffchappen heeft afge- 
flaan (.è). Na welken tyd men niet 
kan twyfïelen , ofdeDeenen, nuvafte 
zitplaatfen in dit land verkregen heb- 
bende, zyn troeps gewyze om Neder- 
land te bewoonen afgekoomen , 't geen 
ook eenigzins uit de overeenkoomfl 
van de taal en wyze van uitfpraak kan 
beveiligt worden. Dog wat hier van 
zy, 't is uit 't gezegde klaar, dat met 
regt de Noormannen onder de oude 
inwoonders van Nederland getelt wor- 
den : welker gedagtenis egter niet lang 
daar na is uitgedelgt , als Godefried de 
Noorman , die Giefela de dogter van 
Lotharius getrouwt hebbende Vries- 
land 

(a) A£ta Sanótorum menfe Febr. T. I, p. 395?» 

(b) Ann. Fuld. & Bertin. an 850. 

P4 



£>32 Over NEDEPvLANDS 

land verkregen hadde (V), op bevel 
van Keizer Karel den dikken door den 
Graaf E verhard by Herefpich , daar de 
Rhyn en Waal van een fcheiden, in 
een hinderlaage is doodgeflagen , want 
de Vriefen, aan welke 't juk der Noor- 
Mannen zwaar viel, zig van deze ge- 
legentheid bedienende , hebben 't ei- 
land doorloopende de overige Noor- 
mannen den hals gebrooken , en zig 
van 't gewelt dezer Barbaaren bevryt , 
't geen de oude Chronyken brengen 
"tot 't jaar 885 (b). 

Uit welken allen blykt , dat de lan- 
den , aan den beneden Rhyn en Maas 
gelegen, binnen weinige eeuwen zeer 
vèele en verwonderings waardige ver- 
anderingen hebben ondergaan , als wel- 
ke of in 't geheel of ten deele na de 
Celten en Batavieren ; de oude Fran- 
ken en wel voornamentlyk de Saliers 
en Chamavers , en niet lang daar na de 
flrydbaare Duitfche volken de Saxen , 
Warners en Sueven; en wederom de 
Slaven een Gotifch geflagt ; na deze 
de Vriefen, en eindelyk de uit Scan- 

di- 

(a) Ann. Fuld. in Regino an. 8S2. 

(é) Regino an. 883-^-8^5-. Ann. Fuld. an. S8f. 



EERSTE BEVOLKERS.; 233 

dinavien koomende Noormannen be- 
zeeten hebben. Tot dat eindelyk, de 
rovers beteugelt zynde , deze landen 
onder 't billyk bewind der Franfchen 
hun eigen Vorften gekregen hebben. 
Na welken tyd, 't land door rufte en 
koopmanfchap bloeijende , de omlig- 
gende volkeren als om ftryd na Neder- 
land zyn toegevloeit ; zoo dat men 
zeggen mag , dat Nederland is gewor- 
den als een gemeen vaderland van Eu- 
ropa, en voor al van de Duitfchers, 
gelyk dezelve nog dagelyks door de 
gewinzugt aangelokt 't getal der in- 
woonderen vermeerderen. 

Waar in zeekerlvk opmerkelyk is, 
dat de Vriefen , ten o o ft en van den 
Rhyn woonende, hoewel ook nu en 
dan door vreemde aangevallen , ge- 
noegzaam van alle vermenging met 
Barbaarfche volken zyn vry geblee- 
ven, en 't land teffens met de vryheid, 
die zy van hunne voorouders ontfan- 
gen hadden , aan hun nageflagt hebben 
overgelevert , 't geen men zeggen mag 
een eere te zyn den Vriefen eigen, 
by welke men altoos een groote zugt 
tot hun vaderland en vryheid befpeurt 
heeft. En dit kan na ons oogmerk 

P 5 ge- 



ö34 Over NEDERLANDS enz. 

genoeg zyn aangaande de veelvuldige 
bevolking en lotgevallen der Neder- 
landers ; want na dezen tyd leefl men 
niet meer van overftroomingen van 
vreemde volken in de Nederlanden. 




VER- 



Bladz. 235 
VERHANDELING 

OVER DE OORZAAKEN DER 
MEENIGVULDIGE 

BREUK EN 

IN DE 
EERSTGEBOORENE KINDEREN; 

DOOR 

PETRUS CAMPER. 

Onder de gebreeken van ons lig- 
haam zyn 'er my geene voorge- 
koomen, welke van meerder bekom- 
mering waren ; en derhalven naauw- 
keuriger onderzoek vorderden, dan de 
Breuken: onder de Bejaarde mannen, 
immers , vindt men 'er zeer veelen , 
welke eene uitgezakte Darmbreuk al- 
leen, met het netvlies, met een Wa- 
ter of Vleefchbreuk gepaart, omdraa- 
gen , of met eenen band in houden. 
Niet zeldfaam ontftelt dit ongemak de 

lie- 



$&6 Over de Oorzaaken der 

liezen aan beide de zyden , belettende 
den arbeidsman zyne koftwinning , 
den ryken het genot zyns overvloeds. 

De vrouwen, fchoon minder in ge- 
tal, zugten egter, zoo veelde natuur 
haarer deelen toelaat, onder de zelfde 
imerten. De Eerftgeboorene Kinde- 
ren zelfs zyn niet uitgezonderd , maar 
brengen de Breuken als ter wereld me- 
de. Zoo algemeen is dit beklaagelyk 
ongemak ! 

De oorzaaken fchryft men , zonder 
onderfcheid, toe aan heevig torfen , 
lillen , fchreeuwen , vallen, ftooten, 
veel vet ecten , een vadfïg leven enz. , 
zonder aangemerkt te hebben het groot 
getal Jongens , welke in de wieg met 
Breuken worftelen. Deeze nogthans 
verdienen de grootfte oplettenheid ^ 
om dat de uitzettingen van het Perito- 
naeum , nog de zwakheid der ringen , 
veroorzaakt worden door geweldig 
fchreeuwen , perfen , of dergelyke , hee- 
vige, buiksbeweegingen , gelyk in be- 
jaarde menfehen. 

De Breuken in bejaarde Mannen, 
of Vrouwen geneezen nooit, dan by 
een enkel toeval ; in de kleine Kinde- 
ren , integendeel , houden ze fpoedig 

op, 



.Menigvuldige Breuken enz. 237 

ep , indien ze behoorlyk bezorgt wor- 
den ; maar aan zig zelve overgelaaten , 
onkundig of met . flof heid behandeld, 
blyven ze altoos duuren , en veroor- 
zaaken dikmaals eene ontydige , on- 
verwagte , en aller fmertelykfte dood. 

Sedert veele jaaren heb ik my reets 
byzondere moeite gegeeven , om dee- 
ze ellendige ziekte in verftorvene naa- 
tefpooren, en de lyders zelf te behan* 
delen , banden van voornaame Mees- 
ters te beproeven, te veranderen enz. 
met geen ander inzigt , dan om van 
naader by te konnen opletten , en lee- 
ren , wat 'er vereifcht wierdt tot het 
inbrengen van Breuken , welk een 
foort van banden , en hoe gevormt tot 
het inhouden de befte waren ; en ein- 
delyk welke middelen de heiitelling 
bewerkten. 

De uitgeftrektheid van deeze ftad^ 
verfchafte een groot getal bejaarden, 
welke, fchoon door andere ongemak- 
ken , egter met Breuken , geftorven 
waren ; en naa evenredigheid eene ge- 
lyke veelheid van Kinderen , welke ^ 
of voor , of in de geboorte geftorven ? 
nog niets geleeden hadden , 't welk 
zulk een gebrek voortbrengen konde. 

De 



&$8 Over de Oorzaaken der 

De Burgemeefteren begunftigden myn 
oogmerk > door my de vryheid te ver- 
kenen, om, met bewilliging der Re* 
genten, alle lighaamen te openen, wel-* 
ke in het algemeen Ziekenhuis , met 
deeze of geene kwaaien van gewigt, 
bezogt geweeft waren. Aan hunne 
voorzorg en goedheid mywaarts be* 
tuige ik verpligt te zyn de waarneemin* 
gen en ontdekkingen, die ik my ver- 
beelde omtrent de oorzaaken van de mee- 
nigvuldige Breuken in de Eerftgeboorene 
Kinderen , en wel meefl Jongens, gemaakt 
te hebben , en welke ik de vryheid nee- 
me de Maatfchappy toe te zenden. 
Het onderwerp zelf fcheen my toe van 
te veel gewigt , om niet aan onze Land- 
genooten medegedepld te worden : 
hoe konde ik gunftiger geleegenheid , 
verlangen , dan , dat deeze waarnee- 
mingen , onder de fchriften van zoo 
veele Beroemde Mannen van ons Va- 
derland , als deeze Maatfchappy verzie- 
ren , te voorfchyn kwaamen ? hoe 
graager doen aangenoomen worden , 
dan met het gezag , en onder de be- 
fcherming van zoo veele Edele , en 
Aanzienelyke Geleerdheids-minnaars , 
als deeze Maatfchappy beftuuren. 

Om 



Menigvuldige Breuken enz. 239 

Om een weinig meerder klaarheid 
aan de nieuwe ontdekking te geeven , 
heb ik 'er eenige afteekeningen byge- 
voegt , welke ik zelf , met de Pen , 
naar de voorwerpen geteekent hebbe; 
en welke ik geenzints twyffele , of zul- 
len door de Maatfchappy dienftig en 
onaffcheidelyk van deeze Verhande- 
ling, geoordeelt worden. 

Voor eerft dan , zal ik aantoonen , op 
welk eene wyze de Liesbreuken zig 
in de Kinderen opdoen ; daarnaa hoe 
zy gevormt worden. 

§. 1. In het zakje van Eerfïgeboore- 
ne Jongens , welker ballen nog niet 
geheel doorgezakt zyn , wordt veel 
tyds een waterzugt waargenoomen , 
welke van eene lilagtige floffe is , die 
zig in het vetvlies' onthoudt. 

Dit kleine ongemak wordt meelt, 
overwonnen , en geneezen met door- 
dringende , veriterkende , en verwar- 
mende middelen , van allerlei aart , ge- 
lyk Cumynzaad op Brandewyn ge- 
trokken j en met doeken aangelegt , enz. 
Pleifters worden , om het geduurig nat 
zyn der Kinderen , te eenemaal onnut. 

Wanneer zulke kinderen , ook de 
Meisjes, het beginfel krygen van Breu- 
ken, 



240 Over de Öorzaaken der 

ken , ontdekt men , naa voorafgegaane 
persiïngen , boven het Schaambeen 
twee harde gezwellen , als duive eije- 
ren , welke zig niet gemakkely k laaten 
weg drukken. Deeze gezwellen ver- 
dwynen nu, en dan, geheel van zelfs; 
blyven fomwylen eenige dagen , wee- 
ken , of maanden weg naa een , en 
koomen ook weder te voorfchyn. Dit 
weg-gaan , en opkoomen beangft de 
Moeder, en verbaaft den Heelmeefter 
om de onzeekerheid , daar hy door 
deeze verwiffeling in gebragt wordt : 
fomwylen wordt , hierdoor, de Breuk 
door een kundig Heelmeefter tegen^ 
gefprooken , welke kort te vooren , dui- 
delyk , door een ander waarlyk gezien 
is geworden. 

In de Jongens , welkers balletjes na- 
tuurlyk doorgezakt zyn , vindt men de 
Breuk meelt in de regter, fomwylen 
in beide de liezen; en fommige eens- 
klaps tot in het onder einde van het 
zakje. In de Meisjes doen ze zig zeld- 
zaam verder , dan in de Lies op ; en- 
kele reizen zakken ze tot in de lippen 
der natuurlyke deelen , en worden uit 
ter maaten groot. Eene warme doek , 
ruft ? en ftilte doen deeze Breuken 

fchie» 



Menigvuldige Breuken enz. 241 

ïehielyk verdwynen * en zoo wei als 
de kleine eenige weeken wegblyven. 

Eenig gerommel wordt men in^dé 
meeften , by het inbrengen van het ge- 
darmte, gewaar; enkele maaien egter 
gebeurt het , dat , het gene men in- 
brengt , zoo dun fchynt , als of het 
enkel lucht was ; 't welk tot het ver- 
keerde denkbeeld van lucht of Wind- 
breuken geleegenheid gegeeven zal 
hebben. 

§. 2. Men befpeurt deeze Liesbreu- 
ken in de allerfterkfte Kinderen, wel- 
ke niet dan eene enkele reize fehryen* 
zoo dat men het naulyks daar aan kan 
toeichryven ; ook vallen de Breuken 
zoo plotfelyk tot onder in denBalzak^ 
dat het tegens de waarfchynlykheid 
ftryden zoude , indien men beweereii 
wilde , datze door eene langzaame uit- 
zetting , en rekking van het Buikvlies, 
'Bsritonaeum voortgebragt waren, trt 
tegendeel s ziet men in zeer tedere 9 
zwakke , altoos fchryende Kinderen 
veelmaalen geen eenige fchyn vari 
Breuk. Weleer heb ik met d'Arnaui* 
gemeent , datze erfelyk konden zyn^ 
gelyk wy fommige plaatzelyke zwakhe- 
den van andere deelen des lighaams 

VI Deel Q Vari 



24° Over de Oorzaaken der 

van de Ouders op de Kinderen zien 
overgaan ; doch federtde ontdekkingen,, 
in het vervolg te melden , en verfchei- 
de'ne andere waarneemingen , ben ik 
geheel en al uit deeze dwaaling ge- 
raakt. 

De groote Breuken in de Kinderen 
konde ik niet aan fcheuringen van het 
Peritonaeum toefchryven , om dat die 
nooit beweezen zyn , van de kundigfte 
ontleders ontkent , en door my nooit 
gevonden zyn geworden. 

De oorzaak , dan , fcheen my toe 
natuurlyk te moeten zyn , en het gene 
my uit Galenus , en laatere Schryvers- 
omtrent de viervoetige Dieren bekend 
was , deed my oordeelen , dat alle zwaa- 
righcden opgelofl: zouden zyn, indien 
de Kinderen ter wereld kwamen met 
eene opening in den buik , en kooker 
om den bal, van het Peritonaeum ge- 
maakt,^ gelyk de viervoetige Dieren. 

§. %. Galenus heeft deeze holte of' 
kooker allerduidelykft befchreeven , in 
zyne Adm. Anat. Lib. 6. cap. 13. Char- 
ter. Tom. IV- p. 145. hy noemt ze tö'p<>? 
Meatus. Nuck befchryft deezen in 
zyne Adenogmfik Cnr. Cap. XL p. 131 9 
en geeft hem den naam van D'werticu- 

lum. 



Menigvuldige Breuken enz. 243 

ïum. In Honden , Paarden , maar in- 
zonderheid in verfcheidene Aapen heb 
ik den Meatus naagefpoort, en altoos 
de befchryving van Galenus bewaar- 
heid gevonden. 

Het Peritonaeitm of inwendig Buik- 
Vlies maakt, juift daar de Zaadvaten 
naar buiten gaan, eene ronde opening ? - 
welke in Aapen , en Honden een fchryf- 
pen, in een Paard twee vingeren ge- 
makkelyk door laat ; langs welke het 
Buikvlies met een dunnen hals buiten- 
waarts, door de Ringen * heenloopt^ 
vormende eenen langwerpigen zak, of 
kooker , geduurig wyder wordende , 
omvattende de Zaadvaten , en den ge- 
heelen Bal tefFens. De Zaadvaten leg- 
gen binnen in de verdubbeling van dit 
vlies, en hangen los in deeze kooker ^ 
even als de Darmen in het verdubbeld 
Peritonaeum, 't gene men Mefenterhini 
noemt. De Bal en Epididymis leggen 
bloot, dat is, hebben geen byzonder 
vlies , gelyk in welgemaakte menfchen 
gevonden wordt. 

DeeZe kooker is dan het Peritoneum 
zelf, 't welk als uitgegroeit , ofuitge- 
fchooten deeze holte maakt. Galenus 
noemt daarom uitdrukkelyk dit ge- - 

Q 2 èecl- 



244 Over de Oorzaaken der 

deelte cUtvo^kol^^x ra TrepiTova'is , pYOpttgO pt- 

rhonaei , en niet «Vc<pu<r)? proceflus. Het 
uitwendige vlies van de maag, en het 
gedarmte , het mefenterium , door de 
verdubbeling van het buikvlies ge- 
maakt, onderfcheid hy met den naam 
van procejjus , en is , in het vervolg , 
altoos zeer oplettende omtrent deeze 
benaamingen: zie tb. Adm. Anat. Cap. 
6. Lib. 5. p. 120, 134 &c. Vervolgens 
befchryft hy uit de Cynocephali , welke 
wy Bavianen noemen , de ttop-V met 
zulk eene netheid, dat men verwon- 
dert zyn moet , wanneer men dit Dier 
met zyne fchriften vergelykt. 

Nuck dwaalt met alle de laatere 
Schryvers omtrent de bepaaling van de 
Procejjus Peritonaei; de meeften hou- 
den dien te zyn eene verdubbeling van 
het Buikvlies ; welke van agter en on- 
der plaats heeft , daar de Va fa Sper- 
matica uitloopen : en inderdaadt is 'er 
zulk eene verdubbeling , tuflchen wel- 
ke die vaten inloopen , en van vliezen 
voorzien worden. 

De verdubbeling van het Perito- 
naeum, de procejjus by meeft allen ge- 
naamt, is een Celhikus vlies gelyk ze 
Winslow noemt Traite du bas Ventre 

§• 3o. 



55 

55 
55 

5? 



Menigvuldige Breuken enz. 245 

§• 3o- p- 500. En Cowper Expof Tab. 
3%.fig. 3. Ruysch verklaart zig op de- 
zelfde wyze Thef. Anat. VIL p. 14. §. 
5 1 . Ut. c. Sermes is 'er zoo naadrukke- 
lyk over, dat ik niet verby gaan kan., 
zync woorden hier ter neder te ftellen. 
Verband, over eene nieuwe manier van 
Steenfnyden p. 211. ,, De Schede der 
va fa [per mat ie a , onder den naam van 
Procejjus Peritonaei bekend , wordt 
geformeert van de buitenfte plaat, 
of Lamelia Peritonaei , de binnenfle. 
„ zakt door en maakt den Breukzak. 

Galenus erkent een zeeker vlies, 
't welk afgefcheiden van het inwendige 
Buikvlies , de Zaadvaten bekleedt ; 
niet tegenftaande hy Lib. 5. Cap. 6. p. 
120. ib. E. üitdrukkelyk beweert , dat 
het Peritonaeum flegts een enkel vlies 
is. Men kan evenwel zien dat het 
denkbeeld van de zoogenaamde Pro- 
cejfus uit zyne fehriften genoomen is ; 
Galenus drukt zig dus uit: Chart. 
Tom. IV p. 145. B. C. Anat. Adm. Lib. 
6. Cap„ XIIL Itaqiie Meatus ad teftem 
pertinens , exigua magni in Ab domme pe- 
ritonaei Soboles , 4m$Kéwp<* eft ; qul du- 
tem ambit arterias venafque ad tefticulos 
procurrentes , non fane ab altero magno in 

Q 3 hm- 



246 Over de Oorzaaken der 



lumbis peritonaeoprocedit, vafaquidcm, teftet 
aïentia , ut di&um , compk&ens , coeterum 
cum ipjis ibidem peritonaei pro pago per mea- 
tum denfum commeans. Proinde duplex 
efficitur , altera ad meatus generationem , 
ac ft vas nullum ejj'et dedu&ura ; altera 
vero , ut fit indumentum vaforum , quae 
teftem nutriunt. „ De kooker der- 
halven , tot den bal bchoorende , 
is eene kleine uitfchieting , of uit- 
was , van het groote Buikvlies ; maar 
die, welke de aderen en ilagaderen 
tot den bal voortloopende, omvat, 
koomt in der daadt , van het groo- 
te , in de Lendenen beginnende , 
Peritonaeum, niet af; ze omvat wel, 
gelyk reets gezegt is , de Zaadvaten, 
voor het overige loopt ze met de- 
zelve langs den kooker nederwaarts. 
Zoo dat 'er twee uitwaffen zyn van 
het Buikvlies ; het een om den koo- 
ker te maaken , als of 'er geen een 
vat langs loopen zoude ; het ander 
om een bekleedfel te zyn van de va- 
ten, welke den bal voeden, dat is de 
Zaadvaten. 
Uit de Schriften van Vesalius , Rio- 
l anus, Die me rb roek en een meenigte 
anderen , kan men niet , dan zeer dui- 

fte- 



Menigvuldige Breuken enz. 247 

ïlere begrippen krygen van dit gedeel- 
te des Buikvlies ; egter dunkt my , als 
men het geitel der Dieren met hunne 
befchryvinge vergelykt , dat zy den 
Meatus wel gekent , en fomtyds in be- 
jaarde , zoo wel vrouwen , als man« 
nen, gezien hebben; gelyk blykt uk 
Falloppius Obf. Anat. apud Vefal Edit. 
Boerh. & Albin. p, 738. uit Riola- 
nus Anat. Uh 2. Cap-, 8, Bidlo , en 
Cowper Tak 3%-fig. 4~ 

Op het gezag van Winslow , welke 
van deezen Meatus in menfchen geen 
liet minfle gewag maakt , en op de be- 
veiliging van Douglas , die opzette- 
lyk over het Peritonaeum gefchreeven 
heeft , en uit de groote menigte be- 
jaarden, door my ontleed, heb ik al- 
toos gelooft, dat het Buikvlies rondom 
de Zaadvaten, als met een band, of 
fraenum geflooten was , om gelyk Dou- 
glas zig uit: p. 34. Breuken voortekoo- 
men. Ik maakte ook geene zwaarigheid 
om te ftellen , dat ze in de kinderen , 
even zoo weinig, als in de bejaarden 
gevonden wierdt. In het begin van het 
Jaar 1756, was ik zoo flerk tegen dee- 
ze Meatus of kooker ingenoomen , dat 
ilc ze in myne openbaare lellen niet al- 

Q 4 leen 



24-3 Over de Oorzaaken der. 

leen tegenfprak , maar in een ecrfïge- 
booren kind , aantoonde , dat ze 'er 
niet waren. Zoo ligt worden wy ver- 
leid, wanneer men uit te weinige voor- 
beelden befluit ; van agteren immers is 
my gebleeken, dat de Meatus beide, 
in dit jongetje , als by toeval gefloo- 
ten waren. 

In dien zelfden winter, ontdekte ik tot 
myne groote verwondering den Meatus 
in de regterzyde van een eerft geboö- 
ren jongetje, op dezelfde wyze , als ik 
dien by Galenus befchreeven gevon- 
den , 'en in Aapen , gezien hadde. 
Vervolgens noodzaakelyk oordeelen- 
de, om veele eerftgeboorene Kinderen 
te openen, vond ik deeze kookers dik- 
maals , 't welk my te fterker aanporde 
om deeze waarneemingen met y ver te 
vervolgen. 

In het begin van dit jaar 1760, heb 
ik den Meatus in 7 eerftgeboorene kin- 
deren, waar onder 5 jongens waren, 
openlyk in myne Leffen aangetoont , 
en myn voorig gevoelen herroepen. 
Eindelyk heb ik aanteekening begon- 
nen te houden ; verfcheidene evenwel 
zyn door. meenigvuldige bezigheden 

ver- 



Menigvuldige Breuken enz. 249 

verdort , en agter gebleeven : Het vol- 
gend getal zal nogtans genoeg voldoen 
om 'er uit te befluiten. Van Novem- 
ber 1758 tot den 2. April 1760. zyn 
my de volgende Eerftgeboorene voor- 
gekoomen, hebbende den Meatus , ge- 
lyk in de Lyfl aangeteekent is.. * 



LYST der MEISJES. 



Meisji 


;s. Regter zyde. 


Slinker 


zyde. 


1. 


Tot hetosPubis. 


Geen. 


2. 


Geen. 


Geen. 


3 


Geen. 


Geen. 


4 


Geen. 


Geen. 


5 


Geen. 


Geen. 




6 


Geen. 


Geen. 




7 


Geen. 


Geen. 




8 


Geen. 


Geen. 


9 


Geen. 


Geen. 


10 


Geen. 


Geen. 


11 


Geen. 


Overblyffel. 


12 


Geen. 


Geen. 


*3 


Geen. 


Geen. 


*l 4 . 


Geen. 


Tot het( 


jsPubis. 



Q5 



LYST 



250 Over de Oorzaaken der 



LYST der JONGENS. 



Jongens 


Regter zyde. 


Slinker zyde. 


i. 


Geheel. 


Tot den bal toe. 


2. 


Geheel. 


Tot den bal toe. 


3- 


Geheel. 


Geheel. 


4- 


Tot den hal toe. 


Overblyffel. 


5- 


De bal binnen. 


Geheel. 


6. 


Geheel. 


Geheel. 


7- 


Geen. 


Overblyffel. 


S. 


Geen. 


Geen. 


9* 


Tot den bal toe. 


Geen. 


IO. 


Geheel. 


Geheel. 


il. 


Overblyffel. 


Geen. 


32. 


Tot buiten d'Annul. 


Geen. 


1 Z- 


Geheel. 


Geheel. 


34- 


Geen. 


Overblyffel. 


15- 


Geheel. 


Geheel. 


16. 


Geheel. 


Geheel. 


17. 


Geheel. 


Geheel. 



Van 






Menigvuldige Breuken enz. 251 

Van de 1 7 Jongens , derhalven , had- 
den 'er 7 de Meatus aan beide de zy- 
den; N°. 1, 2. 4 en 5. konnen 'er met 
regt worden bygevoegt. N°, 9. 1 1 , 
en 12 waren voorzien van den Meatus 
voor een groot gedeelte aan de regter 
zyde. N°. 7. en 14 van overblyffels 
aan de flinker zyde. 

N°. 3 was de eenigfte in de 1 7 , wel- 
ke de beide Meatus volkoomen gefloo- 
ten hadt. 

Ten opzigte van het verfchil tus- 
fchen regter , en flinker , blykt , dat 
N°. 7. 8. en 14 aan de regter zyde ge- 
flooten waren: en N°. 8. 9. 11. en 12 
aan de flinker. In het algemeen, dat 
de flinker zyde zig eerder toefluit. 

Onder de Meisjes waren alleen N°. 
1 , en 12, welke de Meatus aan eene 
zyde hadden ; de Heer G. Coopmans , 
beroemt Geneesheer te Franeker, heeft 
my onlangs medegedeelt , de flinker 
zyde van een eerftgebooren Meisje met 
eene volkoomen Meatus, tot het fchaam- 
been toe , gezien te hebben , ik heb dit 
voorbeeld geteekent * 14. 

Van de 14 waren 'er derhalven 1 1 ge- 
heel vry. 

§. 4. Het is nu der moeite waard ge- 

wor- 



252 Over de Oorzaaken der 

worden om de gefteldheid te zien van 
deeze kookers of Meatus, ik gaa der- 
halven over tot de uitlegging der af- 
beeldingen. 

De Eerfte afbeelding toont het onder- 
lyf van N°. 2. den 5 Jan. 1759 geftor- 
ven , eer de Navelitreng afgevallen 
was. Dit voorbeeld lcheen my toe het 
bekwaamde , omdat 'er een verfchil 
tuffen en de twee zyden was. Het vel 
van den onderbuik is geheel weggcnoo- 
noomen , dat van het zakje open ge- 
maakt , en ter zyde geplaatft. 

A B is de Meatus der regter zyde op- 
geblaazen ; C is eene vernaauwing , 
welke waarfchyneiyk in anderen ge- 
heel toegroeit. 

D. F. de kooker der flinker zyde, 
welke van D tot E met lucht ge vult is. 
f F is de eigen fchede van de bal, de 
7 unica Vaginaïis Tcjïis propria , bezet 
met een helder , bloederig , lilagtig 
vogt , in kinderen niet ongemeen. 

HG. I G. De Mufculi Pyramida* 
les. 

KL. Het vel van het Zakje. Het 
overige is van zelf klaar. 

In de Tweede afbeelding is de kooker 
van de regter zyde volgens de langte 

geo- 



Menigvuldige Breuken enz. 25 



H 



geopent. Men ziet duidelyk dat de holte 
doorloopt tot onder in B* 

De bal a , epididymis b , en de Zaad- 
vaten c krygen hun uitwendig bekleed- 
fel van den Meatus , of uitwas van het 
Peritonaeum , en leggen bloot. 

De Derde afbeelding vertoont de koo- 
ker der flinker zyde D, E. F loopen- 
de tot digt aan den bal i E , de Meatus 
is op die plaats geheel geflooten om 
de Zaadvaten , en dus gedeelt in twee 
byzondere holtens , in de bovenfte 
DE/ welke met de holte van den buik 
gemeenfchap behoudt , en in de on- 
derde ZE F, welke de tunica Vaginalis 
teflis propria uitmaakt , gelyk die in de 
bejaarde Mannen gevonden wordt. 

c Is de bal. ƒ De epididymis. fg De 
Zaadvaten , fh het Zaad afleidend 
vat. 

Binnen in den buik wordt men eene 
halfmaanfche opening gewaar , daar de 
Zaadvaten buiten den buik zullen uit* 
loopen; welke, wanneer men het Peri- 
tonaeum een weinig naar het os ilïum 
verfchuift, geheel rond wordt; en ge- 
flooten , wanneer men het naar het 
Schaambeen beweegt. Dikmaals ver- 
toont het zig , als een halfmaanfche 

wyze 



e / 



554 Over de Oorzaakèn der 

Wyze klapvlies , door een plooi van het 
Peritonaeum gemaakt. 

In geval men den geheelen Meatus tot 
in den buik toe geheel open legt, ziet 
men duidelyk , dat deeze kooker een 
afdaalend deel is van het groote buik- 
vlies , even eens als in de viervoetige 
Dieren, en door Galenus befehree- 
ven is. 

De Mond van deeze kooker laat ge- 
makkelyk een blaaspyp , van ^ tyH 
over kruis , door, vervolgens wordt 
de kooker wyder , gelyk in de afbeel- 
dingen te zien is; in welke egter de 
wydte door het opblaazen vergroot is. 
§. 5. Uit de gefteltenis deezer dee- 
len §. 4, gevonden in N°. 1. 2. 4. 9. 
en 1 2 onder de Jongens , en verfchei- 
dene anderen blykt duidelyk , 
1°. Dat deeze Meatus als natuurlyk , 
in de eerftgeboorene behooren 
befchouwt te worden ; 
II . En, als gefchikt, om, door de 
vernaauwing , en fluiting boven 
den bal , de tunica vaginalis Teftis 
tè maaken , overlaatende eene 
fchede of kooker om de Zaad- 
vaten. 
IIP. Dat deeze kooker zig langzaa- 

mer- 



Menigvuldige Breuken enz. 255 

merhand om de Zaadvaten heen 
(luit , en begroeit tot binnen in 
den buik ; even als de Canalis ar- 
teriofus y vena umbilicaïis enz. zig ge- 
heel toefluiten en in een groeijen. 
IV°. Dat 'er overblyft in den buik een 
foort van Toompje, een wond- 
teeken, of gerimpelt plekje, ge- 
lyk in alle welgeflelde, bejaarde 
Mannen en Vrouwen gevonden 
wordt. 
V°. Eindelyk , dat daarom in fommi- 
ge flegts een overblyffel gezien 
wordt , welke het geheele leven 
door kan duuren *, met zeeker- 
heid immers kan ik zeggen in 
verfcheide bejaarde , zoo wel 
Vrouwen als Mannen zulke koo* 
kertjes gezien te hebben, eindi- 
gende even voor de Annuli der 
Buikfpieren. 
§. 6. De Natuur bewerkt , zoo het 
fchynt, niet altoos gelyktydig met de 
geboorte , de volmaaktheid van alle 
deelen teffens; en geeft door het ge- 
heel , of ten deelen openlaaten der 
kookers van het Buikvlies , geleegen- 
heid tot de meenigvuldige Breuken in 
de kleine Kinderen. 

De 



256 Over de Oorzaaken der 

Dë Allerfterkfte zyn daarom eveti 
bloot geftelt aan dezelve , als de zwak- 
ken : welk een wonder dan , dat in de 
laatflen , indien de Meatus geilooten 
zyn, geene Breuken gezien worden? 
Dat in de zulke , welkers kookers ge- 
heel om den bal open zyn, de Breu- 
ken zonder merkelyke uitwendige oor- 
zaak , tot onder in den bal-zak neder 
fchieten ? In anderen tot aan den bal ; 
half weg den ftreng , of even in de lies ; 
naar maaten , dat deeze Meatus meer- 
der of minder toegegroeit is ? 

Stel, dat in een Kind met den gehee- 
len Meatus gebooren de Breuk verfloft 
wordt ; zal dan het gedarmte niet on- 
middelyk tegen den bal aanleggen s ook 
vaft groeijen , zonder dat 'er ooit 
fcheuring plaats gehad heeft , gelyk 
fommige der beroemdfte Heelmeeflers 
ftellen? 

Zoude van het overblyven der Mea- 
tus, en vernaauwing van deszelfs mond* 
binnen in den buik , niet konnen afge- 
leid worden zeeker foort van Breuken, 
welke door fterk persfen zig geweldig 
laaten uitzetten , en met geen band , 
hoe genaamt , konnen ingehouden wor- 
den? Een Man van naam, N. N. hadt 

aan 



Menigvuldige Breuken enz. 25;? 

aan de flinker zyde eene kleine Darm- 
breuk, welke gemakkelyk ingehouden 
wierdt met een ftyven Breukband ; 
maar, persfende (loop 'er iets, egter 
geen net , nog gedarmte , uit in het 
Scrvtum, zo dat het als een kinderhoofd 
opzwol. Alle deeze uitgefloopene itof 
kond e men weder naar binnen druk- 
ken, fchoon de band om bleef. Be- 
veiligt deeze waarneeming het laatfte 
vraagftuk niet? 

Uit de lyfl myner waarneemingeii 
§. 3. fchynt de kooker eerder toete- 
groeijen aan de flinker, dan aandereg* 
ter zyde ; en dat daarom de kinderen 
meerder aan de regter, dan flinker, Breu* 
ken onderhevig zyn ; 't welk reets van 
Aetius Tetrab. IV. ferm. 4. Cap. 101. 
opgemerkt is, en nog dagelyks bewaar- 
heid wordt. 

Hippocrates fielt > dat de kinderen * 
meelt des winters , Breuken krygen , 
en laat 'er opvolgen, dat die genen ligt 
aan dezelven onderhevig zyn , welke 
allerhande water drinken , uit groote 
rivieren , poelen enz. de Aere & locis 
Foes. torn. ï.Jecf. ^.p. 284. en a8& Het 
eerfte fchynt geen den miniten grond te 
hebben 5 uit het laafte zoude men 5 

VI Deel. R mo- 



258 Over de Oorzaaken der 

mogelyk, konnen befluiten, dat daar 
door eene algemecne zwakheid in het 
geitel , en eene onvolkoomenheid in 
deeze deelen in het byzonder over- 
bleef, dat is by voldraagene kinderen 
een Meatus. 

Wy weeten zeer weinig , hoe het met 
andere volken geleegen is ; in ons vog- 
tig land is het zeker , dat de meefte 
jongens gebrooken zyn in hunne kinds- 
heid. De gewoonte zelf heeft dit ftuk 
zoo gering gemaakt , dat 'er nog de 
Gencesheercn , nog Heelkonftenaars 
over geraadpleegt worden , en geheel, 
en al aan de behandeling van oude vrou- 
wen overgelaaten is. De uitmuntend- 
He fchryvers over de Ziektens der kin- 
deren gelyk Har ris, en de Groote 
Boerhaave , reppen geen enkel woord 
van derzelver Breuken, en vergenoe- 
gen zig met over het zuur, tanden en 
kiezen krygen, en over de wormen der 
kinderen te handelen : hoe gemakkelyk: 
dan kandit ongemak by andere Natiën 
door de Geneesmeeflers over het hoofd 
gezien worden , en wy dus verftooken 
blyven van de nette omftandighedente 
weten? 

De weleer zeer beroemde Heel- 

meeiler 



Menigvuldige Breuken enz. £$9 

meefter Pürman , in zyne Chir. Curiof. 
P. 2. Cap. 12. p. 374.. beweert, dat 
Breuken meeft aan de regter zyde voor- 
vallen , omdat men den regter voet , in 
het gaan, eerft voortzet. Verdier in 
deMemoir. de l' 'Acad. R. de Chir. Tom. z, 
f. 40 , brengt cene diergelyke reden by, 
dat de Breuken meeft aan die zyde ge- 
zien worden, op welke menzigneder- 
legt , en derhalven aan de regter. 

Geen van allen zouden zulke rede- 
nen bygebragt hebben, indien zy kun- 
dig geweeft waren van de Meatus, en 
van de veranderingen, welke omtrent 
denzelven in de kinderen voorvallen. 

§. 7. Breuken nogthans moeten niet 
allen, op eene en dezelfde wyze ge- 
houden worden , voor den dag te koo^ 
men , of van dezelfde oorzaaken afte- 
hangen. Het gedarmte valt niet altyd 
in de Meatus ; fomwylen vormt het 
Perltonaeum eenen byzonderen zak tus* 
lchen de overgeblevene Meatus en de 
linea alba in. De beroemde Heister. 
beveiligt dit in A&is Phyf. Med. Nat. 
Curiof. vol. 10. Obf. 2. p. 4. met eene 
waarneeming uit eenen koordendanzer, 
welkers lighaam hy ontleedde. Onder 
andere zeldzaamheden , vond hy de 

R 2 Breuk 



2óo Over de Oorzaaken der 

Breuk niét begonnen te zyn, daar de 
Zaadvaten het Peritonaeum verlaaten ; 
maar door eene , ongehoorde ,. op 
nieuwgemaakte opening bezyden den 
Annulus , niet. verre van de -Linea alba. 
Hy. beroemt zig de eerfte te zyn, wel- 
ke dit opgemerkt , of befchreeven 
heeft.. 

•" De Heeïmeefter Dringenberg , m 
den Haag 9 vermaard wegens zyne kun- 
digheid en uitmuntende handigheid in 
de Operatien van Breuken , verzeekerde- 
my , in het Jaar 1 754 , Breuken gezien, 
te hebben , welke niet in de zooge- 
naamde PocefJ'us Peritonaeiiieipen , maar; 
bezyden , zélf bezyden en buiten den 
Cremafter. Een bewys dat de Breuken ,, 
op deeze wyze voorkoomende, niec 
zeldzaam zyn. 

In het Jaar' 1759 opende ik op be- 
vel van den Hoofdofficier het vermoor- 
de lighaam van N. N. met de Heeren 
Hanedoes en van der Duyn ; wy za- 
gen een tamelyk wyd en groot over- 
blyffel van de Mcatus in de regter zy- 
de , en teffens een Breuk of Breuk zak ,- 
Welke tulTchen de Meatus en linea alba- 
zynen oorfprong nam. Het fcheen ons 
cgter toe, dat deeze zak door de. Rinr 

ge» 



Menigvuldige Breuken enz, 261 

-gen der Buikfpieren heenliep. De tyd 
liet ons niet toe , dit ftuk verder te 
vervolgen. 

Met deeze waarneemingen , oordee- 
le ik, onbetwiflbaar beweezen te heb- 
ben, dat in bejaarden, het Periwiaeum', 
langzaamerharid , zig tot een zak kan 
•uitzetten in de Liezen., zonder juiit in 
de Meatus te vallen. 

De Meatus of koekers zyn, derhal- 
ven , wel oorzaaken van de Breuken 
in kinderen, ook in bejaarden , wan- 
neer ze verfloft zyn ; maar niet altoos 
het beginfel van Breuken in bejaarde 
menfehen. Ik moet hiernog byvoegen , 
dat de Natuur het wondteken , of ge- 
rimpeld plekje zoo wel, en digt fluit, 
dat de Breukzakken , door uitzetting 
veroorzaakt, altoos aan de zyde van 
dit wondteken gevonden worden. 

§. 8. Verfcheidene maaien heb ik in 
dit vertoog gezegt , dat de Meatus de 
gevolgen waren van de groeijing der 
Natuurlyke deelen in de kinderen , met 
dit in een klaarder daelicht te ft ellen zal 
ik eindigen. 

De ko okers dan , of de Meatus wor- 
den reets in kleine kinderen van 5 , 6 
en 7 maanden dragts, en in fommige 

R 3 eerft- 



2Ö2 Over de Oorzaaken der 

eerftgeboorénen, dog zeldfoam omge- 
keert gevonden, hoog op in den buik. 
Te weeten : het Peritonaenm van alle 
kanten te zaamen koomende tot aan 
het gedeelte , daar de ringen zyn , ryft 
opwaarts , en vormt een Cylinder van 
ruim een half duim lang , naa den ouder- 
dom van het vrugtje meerder, of min- 
der; op welkers top , of boveneinde 
de bal met zyn epididymis ruft , welke 
beide door het Peritonaeum bekleed 
worden. De Bal is in dit geval zoo 
hoog op in het -abdomen , dat het vas 
deferens nederwaarts loopt; daar het an- 
ders eerft geweldig opryft uit den Bal- 
zak , eer het over het Schaambeen , 
naar den krop van de blaas nederdaalt. 
Deeze Cylinder zakt langzaamerhand 
uit , met den bal , door de ringen ; en 
keert zig om , even als de vinger van 
een handfehoen, welke fchielyk uitge- 
trokken wordt. Het buitenfte wordt 
derhalven het binnenfte ; en het bo- 
venfte liet onderfte , dat is, de bal, 
welke eerft boven was ; legt nu onder 
in de omgekeerde Cylinder : De Meatus 
is derhalven gemaakt , en behoudt eene 
opening , of mond in den buik , welke 
in kleindere kinderen wyder is , dan in 

groo- 



Menicvuldige Breuken enz. 263 

grootere ; wyder in de zulke , welkers 
ballen pas doorgezakt zyn enz. 

Allereerfl heb ik deze fchikking der 
Natuur gezien in een misdragt van 6 
maanden in het Jaar 1758 , welkers 
bekken ik nog bewaare; vervolgens in 
January 1759 , en aan verfcheidenc 
onzer eerfie Genees , en Heelmeeiïers 
getoont , in February van het zelfde 
Jaar, ten derden maale, en daar naa 
verfcheidene ryzen. 

Ik befluite derhalven , dat de Na- 
tuur, op deeze wyze, de mannelyke 
deelen vormende, de kooker of Mea- 
tus een noodzaakelyk , ten minften 
een onaffcheidelyk gevolg is. Evenwel 
fchynt het een gebrek in de voltooijing 
te zyn , wanneer deeze Meatus niet ge- 
heel geflooten is , als de kinderen ter 
wereld koomen. Maar , waarom de 
flinker eerder, dan de regter toefluit, 
betuige ik niet te konnen doorzien. 

In de Meisjes behoeft niet door te 
zakken , en daarom fchynen zy meeit 
met geilootene Meatus gebooren te 
worden. 

§. 9. De Meatus zouden waarfchy- 
nelyk altoos open blyven , en de Breu- 
ken der kinderen nooit geneezen , in- 

R 4 dien 



264. Over de Oorzaaken der 

dien 'er niet eene verwonderlyke fchik- 
king was in de voortgroei van het bek- 
ken. In misdragten van 5 of 6 maan- 
den is het bekken , en in eerftgeboore- 
ne naar evenredigheid zeer klein ; zoo , 
dat de blaas geheel en al op deszelfs 
rand ruft , en opryft tot aan den navel 
toe. In eerftgeboorenc ryft de blaas 
een weinig minder hoog. 

Naa de geboorte verkrygt het bek- 
ken zeer fchielyk ruimte , en op de 3 
of 4 jaaren bevinde ik reets de holte 
van het Bekken zoo wyd , en diep , 
dat de blaas 'er met het grootfle gedeel- 
te in legt , even als in bejaarde mannen. 

In de eerfrgèboorene derhalven , en 
eenige maanden daar naa, is deperfing 
van het gedarmte geheel en al op de 
Ringen, om dat de blaas het bekken 
fluit en vult: de Meatus laaten zig ligt 
verwyderen ; en hier uit kan men af- 
leiden hoe gemakkelyk de Breuken \ in 
kleine kinderen gebooren konnen wor- 
den. In tiet vervolg, wanneer ze twee, 
drie, of meerder jaaren oud zyn, zakt 
de blaas , en otTchoon de Meatus open 
blyft , zoo is het punt van drukking ver- 
anderdt , en werkt meerder op het ftuit- 
been , en endeldarm. 

Zie 



<3i£èz..z84. 





&ïa.VIII. 




&C.J&Ai/ifsficit-. 



QerAaTiï. TT.j3«/. 



< 3$/adz..z84. 




I 



&C££*Uunfi«t 



M/<a>x. 




■& €. ïiPAi&p* /ia 



Werkanh.irU&et 



_y&V-. :,y 




V.C.&Aea™ lï.vr. 



J 



Menigvuldige Breuken enz. 265 

Zie daar waarom de meefte kinderen, 
fchoon jong, en als van de geboorte 
af gebrooken , indien zy flegts eenjaar 
of iets langer gezwagtelt blyven , of 
met goede banden voorzien worden, 
geneezen ! en waarom de Meatus zoo 
zeldzaam in bejaarde lighaamen gevon- 
den wordt! 




R5 



VER- 



266 Over de VOORTTEELING 
VERHANDELING 

O V E R D E 

VOORTTEELING 

DER 

AMERICAANSCHE 

PADDEN, 

O F 

PITJE; 

DOOR 

PETRUS CAMPER. 

De Natuurlyke Hiftorie heeft, be- 
halven de verluftiging , welke zy 
den ond,erzoekeren verfchaft,eene groo- 
te nutheid in de Bovennatuurlykewys- 
begeerte. Het opperwezen immers 
konnen wy niet onmiddelyk leeren 
kennen , dan uit de voortbrenging en 

het 



der Amêpucaansche PADDEN. 26? 

het beflier der fchepfelen. | Zyne Al- 
magt en onbepaaldheid, ontdekken wy 
uit de oneindige manieren, op welke 
het hem behaagt heeft dezelfde zaaken, 
met gelyke volmaaktheid voort te bren- 
gen, en te onderhouden. De lighaa- 
men , de dieren inzonderheid , welke 
alleen onder onze zintuigen vallen , 
moeten ons tot voorbeelden ftrekken ; 
en wy behooren de algemeene over- 
eenkomsten gade te (laan, om te zien, 
of het God moogelyk geweeft zy, dan 
niet , een zelfde einde volmaak telyk 
door verfchillende middelen te berei- 
ken. .* 

Ik noeme algemeene overeenkom- 
ften , de zintuigen door welke alle 
Dieren , naa den aart van hun ziellyk 
wezen, denkbeelden, tot hun beftaan 
noodzaakelyk , verkrygen ; het ge- 
zigt , het gehoor , gevoel enz. Wy ont- 
dekken in dezelve alleenlyk eene vol- 
maaktheid , toepafTelyk tot hun be- 
ftaan; en in het algemeen kan men zeg- 
gen , dat het gezigt der vliegende , en 
andere infeften even volmaakt is , als 
dat der vogelen, viervoetige dieren, 
en menfchen ; niet tegenftaande hunne 
-©ogen zeer van die der anderen verfchil- 

len, 



1 
\ 



268 Over de VOORTTEELING 

ien , en de laatften ons de aller volmaak- 
fte toefchynen. Het zelfde kan op 
de andere zintuigen toegepaft wor- 
den. 

Men vindt eene andere overeen- 
koomft, welke in allen even volmaakt 
is, en daarom de meefte oplettenheid 
verdient , de voortteeling naamelyk ; 
welke , fchoon in alle dieren oneindig 
verfchillende , nogthans altoos het zelf- 
de volmaakte einde bereikt, de voort- 
brenging van een dier gelykvormig aan 
zyne ouders , op de allervolmaakfte 
wyze. Een bewysreden om de onbe- 
paalde wysheid , en magt van het aan- 
biddelykOpperwezen te be kragtigen , 
grooter , dan een eenige welke de Na- 
tuurkunde opgeeft. Het eene dier 
voedt in zyn eigen ingewand zyn jong; 
bet ander vergaadert ze levenloos in 
een eij beflooten, broedt ze zelf uit, 
of laatze over aan de koefterende warm- 
te van de zon; een derde vermeenig- 
vuldigt door fplyting;een vierde fchiet 
de jongen , even als de looten in de 
planten, uit de zyden ; anderen op an- 
dere wyzen. My zoude tydtekort fchie- 
ten , indien ik alle die verfchillen der- 
zelver , en byzonderheden in yder 

foört 



der. Americaansche PADDEN. 26^ 

foort op zigzelve ., wilde op tellen. 
De grootfte mannen des werelds heb- 
ben zig daar mede opgehouden , Aris- 
toteles y harveus , swammerdam, 
Hartzoeker, Leeuwenhoek, Trem- 
bley , de beide Needhammen , en 
honderd anderen, welker naamen de 
naakoomelingen in waarde zullen 
houden. 

Sommige egter zyn door te grooten 
yver , den weetgierigen eigen , niet 
naaukeurig. genoeg geweeft ; de ver- 
baasdheid over eene nieuwe ontdek- 
king heeft hen dikmaal vervoert; en 
ingenoomen met iets afwykends vanden 
algemeenen regel , zyn ze niet verre ge- 
noeg doorgedrongen in de gehei- 
men der Natuur. 

De Americaanfehe Padden r welker 
jongen uit den rug fchynente groeijen y 
ftrekken tot een voorbeeld van hun- 
ne voorbaarige verwondering. Het was 
genoeg den rug vol levendig gedierte 
te zien y om te fl ellen, dat de rug de 
Lyfmoeder was , en dat dit gedrogt op 
deeze vreemde wyze zyne jongen teel- 
de ! Men wendde egter poogingen aan 
om deeze verbaazende zeldzaamheid 
te ontdekken. Ruysch, beroemd door 

zy- 



*7o Over de VOORTTEELINC 

zynenyver, en behendige hand, ont- 
blootte den rug , en befchreef tkèf. 
Anim. L p. 9. N°. XXXV. dit gedierte , 
zeggende: „ ik heb den rug van dit 
„ gedrogt geopent, om te ontdekken 
„ of de Eijeren uit den buik kwamen, 
„ tot den rug- gevoert wierden , en 
„ voortgroeidcn; dog hebbehettegen- 
„ deel waargenoomen: ik heb immer9 
„ geene gemeenfchap konnen ontwaar 
„ worden tuflchen dezelven , en de 
„ inwendige deelen des buiks ; enz. 
Livinus Vincent , vergenoegde zig 
met de waarneeming van Ruvsch ; 
Seba , even min ervaren in de waare 
kennis der fehcpfelen als Vincent , 
trok een gevolg betrekkelyk op de be- 
vrugting dezer eijeren , en verwonder- 
de zig meerder over de indringing van 
het bevrugtende vogt van het manne- 
tje, door de zweetgaten van het dikke 
vel des rugs van het vrouwtje , dan 
over den groei der jongen uit den rug 
zelve. Thef. Tom. L p. 121. tafel. 77. 
JV°. 1. tjet ontbrak hun allen aan ken- 
nis der voortteeling van foortgelyke 
dieren. Het doorwrogte werk van den 
Uitmuntenden Swammerdam, lag nog: 
verfchoolen ; men wift niets zeker van 

de 



der Amèrïcaansche PADDEN. 27.S 

de voortteeling der kikvorfchen; het 
was derhaiven moeijelyk eenig door- 
zigt te krygen , hoe déeze Pipa , of 
Pipas met nut te ontleden. Het dier 
zelf was koftbaar , en zeldzaam , ert 
ftrekte , gelyk als nog , tot een cieraad 
van Ryke verzaamelingen der Natuur, 
en men bewaarde het liever ter ver- 
wondering, dan dat men het tot onder- 
zoek aan ftukken fneedt , het eenige 
middel nogthans om het regte gewaar 
te worden. 

In het jaar 1758 kreeg ik een ge- 
fchenk van twee Plpa's of Surinaam- 
fche Padden , d'eene hadt de eijeren 
op den rug , d'andere reets jongen ; ik 
opende de 1'aatfte , om geen twyffei 
over te laaten. ■ 

De buik geopent , en het gedarmte 
weg genoomen zynde , ontdekte ik , 
een langwerpige , enkele eijvormige 
blaas ; agter dezelve het regte gedarmte , 
daar agter de fchede , en tivee hoomige 
Lyfmoeder , welke met zeerveele krott- 
kels , niet ongelyk aan ons gedarmte 3 
aan een verdubbelden penszak hangen- 
de, langs de lendenen opwaarts liep, 
naauwer en naauwer toelopende : ver- 
volgens agter de longen , tot dat de 

ein>- 



a?2 Over de VOORTTEELINC 

einden , ter zyde het harte zakje , met 
eene groote opening, agter een plooi- 
tje van het verdubbelt buikvlies, ge- 
zien wierden. De Eijerneften waren 
met kleine zwarte korreltjes bezet , lie- 
pen hoog op , en feheenen op nieuws 
eijertjes te vormen. Ik maakte eene 
afteekening van deeze ontleeding, en 
twyffelde niet langer of deeze Padden 
teelden voort als de Kikvorfchen, en 
de Padden , welke wy hier te lande 
vinden. Ik las toen met verrukking de 
ontdekking van Zwammerdam , over 
de voortteeling der Kikvorfchen , BibL 
"Nat. p. 796, inzonderheid ^.802. en 
vondt zulk eene overeenftemming , dat 
ik myne eerfte giffing voor eene bewee- 
ze zaak hieldt: te meer om dat de V de 
figuur van Zwammerdams 47^ plaat 
die der Padden bynaa geheel gelyk was. 

Deezen zoomer, op het land door- 
brengende , nam ik voor, onze Padden 
naatefpeuren; ik liet 'er verfcheidene 
van de grootfte opvangen , en fmooren 
in voorloop of koornbrandewyn ; om 
dus het vooroordeel van vergiftiging 
gemakkelyker te overwinnen. 

De Pisblaas van de hierlandfche 
Padden is dubbel, groot, en als die 

der 



dsr Americaansciie PADDEN. 273 

der Kikvorfchen , afgebeeld by Swam- 
merdam tab. 47. fig. 1 . s. s. en fig. 4. u 
De lyfmoeder loopt aanftonds gefchei- 
den van een , het eenigfle , waar in zy 
van de Pipd verfchilt; de hoornen zyn 
volmaakt gelyk , en de monden der 
hoornen , of trompetten van Falloppius , 
ftaan aan wederzyden van het hartezakje 
wyd open, gelyk in de Pipa. 

De Eijerftokken waren zeer groot , 
met zwarte eijeren gevult, fommige, 
minder ryp zynde , waren geel , en an- 
dere geheel wit , dog kleinder. 

De overeenkomfl zal klaarblykelyk 
zyn uit de afbeeldingen, welke ik hier 
van beide aangevoegt hebbe , met de 
uitlegging afzoiïderlyk. 

Padden , en Kikvorfchen , zyn der- 
halven in alle landen van het zelfde ge» 
flagt , en verfchillen alleenlyk in foor- 
ten. De voortteeling gefchiedt op de- 
zelfde wyze, te weeten, de Eijeren, 
ryp geworden zynde , rollen uit de 
eijerftokken in het hol des buiks. De 
longen , door de geheele buik leggen- 
de tot aan het bekken toe , opgezet 
wordende met lugt, perfen de eijeren 
naar alle kanten , en fommige tegens 
de openingen der trompetten of mon- 
VI. Deel, S den 



274 Over de VOORTTEELING 

den der hoornen van den lyfmoeder 
aan ; deeze van die kant geen tegen- 
ltand ontmoetende gleijen 'er in, een 
voor een , tot de laafle toe ; deeze 
eijeren fchynen zig te vergaderen in 
dat gedeelte , 't welk men eigentlyk de 
Lyfmoeder behoort te noemen , te wee- 
ten het begin der hoornen by de fche- 
de, even al<s in de Kikvorichen; tot 
dat ze door de buikfpieren uitgeperft 
worden wanneer de bevrugting door 
het mannetje gefchiedt. 

In onze Padden broedt de Zon dee- 
ze , aan zigzelf overgelaatene, eijers 
uit; de Pipa Americana in tegendeel,, 
heeft den rug zoo geftelt, dat zy de 
eijeren kan naa zig neemen, en in des- 
zelfs kleine holtens verbergen , tot dat 
ze uitgebroeidt zyn , en de jongen zig 
zelfs de koft verzorgen konnen. De 
Pipa draagt derhalven het neft flegts 
met zig om , even gclyk de Ph'rfandzr 
of Glis Sylveftris,. de jongen in een zak 
met zig omdraagt.. Vraagt men, hoe 
deeze Eijers in de-byzondere holletjes 
van den rug koomen ? ik beken het 
niet te weten. Veele gaan zeekerlyk 
verlooren ; deeze of dcrgelyke vraag 
moet men bynaa in alle fbortgelyke zaa- 

kea 



der Americaansche PADDEN. 275 

ken doen: by voorbeeld, hoe koomc 
het bevrugtende vogt in het Eijtje der 
viervoetige dieren, in de eijeren der 
Vogelen ? hoe het vrugtbaar ftof der 
bloemen in de holle fteelen der zaad- 
huisjes ? Hoe word een Meloen of 
Comcommer bevrugt, welkers manly- 
ke bloemen zoo verre van de vrugt- 
draagende afftaan? Dit is alles een on- 
doorgrondelyk raadfel voor ons , en 
de gereegeldheid waar mede dit, ons 
bynaa onmoogelyk toefchynend, ver- 
fchynfel gefchiedt , kan ons J niet dan 
te meerder ontzag voor het Opperwe- 
zen inboezemen. 

De verfchillende deelen der jongen, 
welke zig op den rug der oude Pipae 
vertoonen,dan de kop, dan de zyden mee 
een voorpoot, dan de agterpootenenz. 
flrekken tot bewys, dat de eijers op 
allerhande wyzen in de holletjes indrin- 
gen ; 't gene nimmermeer gebeurt in de 
lyfmoeders der dieren , welke veele 
jongen teffens voortbrengen , gelyk 
het klaarfl te zien is in de levend baa» 
rende visfehen , in ons land de Muflela 
Vhipara 'Schooneveldt, de Acus Ariji. &ë. 

Onze PaalmofTelen hebben iets , niet 
geheel vreemd van de uitbroeding der 

S 2 P/- 



176 Over. de VOORTTEELING 

P/pae. De binnenfte plaat van het voor 
of breede einde, der beide fchulpen,.. 
ontdoet zig van de tweede, meerder , 
minder naar de veelheid der jongen, 
en dcrzelver grootte; de kleine Mos- 
feitjes leggen tusichen dezelven veilig 
in, en groeijen grooter, tot datzede 
moeder verlaaten, en zig zelven voe- 
den konnen. Zal men beweeren dat 
de jongen uit deeze dorre fchulpen 
groeijen ? en zal men niet even veel 
zwaarigheid , voor ons begrip , vinden 
hoe de Mosfel-eijertjes tuflchen deeze 
Lamellae of plaaten in koomen , als 
omtrent - het influipen der Padde-eijers 
in de holletjes der oude Ptpae ? Om- 
eigen land verfchaft ons dus geen min,r 
der wonderheden, dan het afgeleegen 
America. 

Onze Padden hebben my, wyders, 
om hun gehoor, doen denken; omdat 
de ouden gelyk by Aetus tetrabibl. 4. 
ferm. 1. Cap. 54- p* 642. med art. primus 
1 om. 2. te zien is, de Padden, gedeelt 
hebben in tweeërlei foort, doove, en 
die niet doof waren. De dooven wier- 
den vergiftig gehouden. De Kikvorfch 
of niet doove, noemden ze de water- of 
poel-padde. Aldrovandus ds qiiadrup. 

ovïp. 



der Americaansche PADDEN. 27^ 

ovtp p. 608 , en Jmfton de quadr. p. 131. 
kan men over de benaamingen dezer 
dieren naazien. 

Het gehoor der Padden is , gelyk dat 
der Schildpadden , bedekt met het dikke 
knobbelige vel , en geleegen onder het 
oog agterwaarts , tuflchen de mufc-ulus 
tnajjeter en temporalis in. Het is een ovaal 
trommelvlies , hebbende niet dan een 
ftapes. Binnen in den mond iseenewy- 
de opening , even als in de Schildpad- 
den, zie fig. 4. en 5. 

Het oog van een Padde dunkt my is 
zeer vriendelyk, en het dier loo.pt niet 
te rug , wanneer het menfchen ziet, 
maar geraas hoorende fpringt het weg; 
dikmaal heb ik dit onderzogt , en my 
verbeeld , dat ze , wanneer ik fterk floot, 
als met fchrik wegfprongen. 

Daar is iets zonderlings in degehoo- 
xen der Amphibia, enviiTchen, 't welk 
nog niet genoeg nagegaan is. Voor uit- 
fpanning heb ik reets verfcheidene ont- 
leed, en afgeteekent, welke ik by ge- 
leegenheid de Maatfchappy Zal laaten 
toekoomen. 

De Tong verdiendt mede haare op- 
merking in onze Padden , ze is als een 
menfchen tong dog omgekeert , want 

S 3 de 



278 Over de VOORTTEELING 

de wortel is vaft aan des onderkaaks 
voorfte deel fig. 7. en de tip legt los 
naar agter gekeert. Zy verfchilt in het 
geheel niet van die der KikvoiTchen , 
ten opzigte der hegting en beweeging ; 
doch de laatfte hebben de tong ge- 
fpleeten, gelyk de Leguanen en ande- 
re Amphibia (*). 

Het voedfel der Padden, beftaat uit 
allerlei bloedelooze dieren, Spinnen, 
Wormtjes, maar voornaamelyk Scara- 
hely of Aard-Scalbyters; ik heb'erzeer 
groote in de maag gevonden , ook klei- 
ne goude enz. Uit hun voedfel zou- 
de fchynen te volgen , dat het dier ver- 
giftig , ten minften fchadelyk voor de 
menfehen zyn moeft. Dog ik hebbe 
dezelfde dieren in den maag der groo- 
te vorffchen gevonden , welke nogthans 
gegeeten , en voor keurig gehouden 
worden. 

De 



(*) Aristoteles heeft deeze zonderlinge eigen- 
fchap zeer nee befchreeven Hifi, Anim. Lik. IV. 
Cap. 9. p. 8-2,9. Ed, du Val. Kanis lingua [ui gene- 
ris eft; pars enim prima, quae caeteris abfoluta ejl , 

iis cobaeret intima vero abfoluta ad guttur appli- 

catur. C. Plinius fchynt die woordelyk overgenoo- 
men te hebben Lib.' XI. §. 6$. p. 023. 13. Edit. 
Hard. 



der Americaansche PADDEN. 279 

De Lever der Padden is zeer groot, 
en de galblaas in het byzonder ; hun 
gedarmte verfchilt weinig van dat der 
Schildpadden : over het geheel genoo- 
men is 'er zulk eene overeenftemming 
der deelen , tufTchen de Pad , en Schild- 
pad , dat onze Hollandfche naam by 
uitneemenheid aan dit dier voegt. 

Reets te verre uitgeweidt hebbende 
maak ik een einde van deeze verhande- 
ling, waarin myn oogmerk geweeit. is 
aan den dag te brengen, hoe de Ame- 
ricaanfche Padden even als de onze, 
en Kikvorfchen voortteelen , en alleen 
hier in verfchillen , datze de jongen op 
den rug uitbroeden , en omdraagen. 

Klein Lankum den 5 Sept. 1760. 



-5-, , *."^TTaT 



S 4 UIT- 



28o Over de VOORTTEELING 
UITLEGGING 

DER 

AFBEELDINGEN, 

EERSTE FIGUUR, 

Deeze verbeeldt den onderbuik , en agter/ie 
•pooien van een Americaanfche Padde , Pipa, of 
Pipal genaamt ,* welkers jongen voor bet groot f e 
gedeelte op den rug uitgebroed Waren , gelyk die 
van L. Vincent, Kuvsch, en See\ af geteekent 
zyn. De kop en voorfïe pooten heb ik niet af ge- 
beeldt, nog de ingewanden , omdat ik alleen de dee- 
len , ter voortteeling gefchiki , beoogde. Dit dier 
heeft geen hor ft, maar eene groote mond en keel, 
eindigende in den flikdarm , even ah onze Pad* 
den , Kikvorfchen , en de Schildpadden. De lon- 
gen leggen geheel in den buik, enz. 

A. D. De waterblaas. 

B. De endeldarm. 

C. De fchede of begin fel der Ly f moeder , uit- 
■hopende in twee hoornen E G. en FHI, welke de 
trompetten van Falloppius konnen genaamt wor- 
den. 

K. Is de opening , waar door de Eijeren in de 
trompet, ên vervolgens in de Ly f moeder koomen. 

L , M. De Et jer (lokken ophopende tot O , N. 
met kleine korreltjes, of beginfels van E'jertjes 
bezet. 

P. Q. De Lugtpypen 9 uit kleine kraakbeenige 

ringetjes 



der America ansche PADDEN. 281 

ringetjes zaamen gejlelt , hopende naar R , en 
S. T. de longen, uit veele rondagtige celletjes 
lejïaande , gelyk in onze Padden , en Eikvor- 
fcben ; dog in twee kwabben gedceh S. en T. 

V. V. De /linker Lever , mijjebien de Milt. 

W. De regier Lever , met zyne galblaas Y. 

X. Moogelyk het Pancreas , dog durf het niet 
bepaalen ? Het overige is van zelf klaarbhke- 
lyk. 

De waterblaas, en mond der fchede , of Lyf- 
moeder ontlafien zig in den endel-darm , gelyk 
in onze Padden. 

De zeven agtereenvolgende Figuurcn verbeel- 
den de gemeene Padde , welke her te Land en 
overal in Europa gevonden wordt ; De II. III, 
IV. en V. Figuur is naameen en het zelfde wyf- 
je, van de grootjie foort , geteekent. 

TWEEDE FIGUUR. 

In decze is de buik geopent, en het ge dar mt e 
weggenoomen. 

A B. De waterblaas , in twee verdeeld , te 
%aamen hopende in C. 

C D. De fluitfpier van den Anus. 

E. De endel-darm toegebonden. 

F. De r egt er Lever, hebbende eene galblaas 9 
dog nu verfchoolen agter de kwabbe. 

GH, de flinker Lever, of Milt. 
I. De flinker Long ,nedergezeegen , waar langs 
een groot bloedvat hopt. 

K. M. LN. De Eijerjlokken , bevattende 

zwarte Eijeren , en ligt bruine , en ook geele ; 

■ allen lejlooten in een doorfchynend vlies , uit 

S 5 kwab- 



282 Over de VOORTTEELING 

kwabben beftaande ; overeenkomstig met de %de 
figuur van Swammerdam's 47* plaat. 

OP, De Regier trompet , of Lyfmoeder s 
hoorn , melkwit, dikagtig , en hol ioopende agter 
de Long, welke hier weggenoomen is. 

Q R. Slinker trompet. 

1. 1. 3. 4. 5. Zyn vyf vingers van den agter 
poot, 6 is als een zesde dog zeer klein. 

1. 2. 3. 4. Vier vingers aan den voorpoot. 

DERDE FIGUUR. 

A. B. De Endeldarm , van voor en geopent , 
fiaa dat het os pubis was weggefneeden. 

C. D. Eenige rimpeltjes in de lengte Ioopende , 
welke den Endeldarm fchynen te bepaalen , en 
teffens te beletten , dat 'er geene uitwcrpfclenin de 
Lyfmoeder hoornen. 

E. F. G. Slinker hoorn afgefneeden, H. I. K. 
r egt er. 

L. De mond der Lyfmoeder. 

L D C. Schynt de fchede te zyn , of begin der 
Lyfmoeder. 

I H C D E F. De waar e Lyfmoeder, zeer 
dun en doorfchynend , welke waarfchynelyk zig 
fierk uitzet , en de eijeren bevat ten tyde der be- 
vrugting en tteling , even als in de Kikvorfchen 
hy SwAMMERDAM,ffl£. 47. ƒ#• 5- ff- 

VIERDE FIGUUR. 

A , B Het jakheen , en uitjleekfel 

C. D. Koynwfpieren , tujfchen welken, en het 

jukbeen het Tiommchlics gezien wordt. 

J VYF- 



per America ansche PADDEN. 283 

VYFDE FIGUUR. 

A. 13. C. Rand des opperkaaks van binnen te 
zien , afgèfneeden in A en C. 

D. E. Neusgaten. 

F, G. Trompetten van Eufiachius, met het oor 
gemeenfebap hebbende. 

ZESDE FIGUUR. 

Schildert eene kleindere ivyfjes Padde af van 
êgteren, naa dat de opperkaak, en geheele rug- 
graat met het Jlaartbeen iveggenoomen zyn. 

A. Het puntje des onderkaaks , waar aan de 
tong met zyn en wortel gehegt is, zie fig. y. 

B. C. De keel. 

D. D. De beenige afgefneedene deelen des op- 
perboofds. 

E. De Anus. 

F. De opening van den watertveg.in den Endel- 
darm onder de fronfeltjes of rimpeltjes G , ver ge- 
lykfig. 3. C.D. 

I. H. Het beenige van het bekken afgèfneeden, 

K. M. De regter Lyfmeeder trompet. 

L N. De flinker , hopende langs de lendenen , 
en ter zyde van den ruggraat , over de longen 
heen. 

K , L. De doorfchynende deelen der Lyf 'moe- 
der , in deeze wyder , dan in de eerjle. 

M O. N P. De longen opgeblaazen. 

Tujfchen den tip der tong en het keelgat , ziet 
men een uitpuilend hoofd, met eenen fpleet , dit is 
het kraakbeenig hoofd, en fpleet der lugtpyp. 

Z E- 



2#4 Over de VOORTTEELING enz. 



ZEVENDE FIGUUR. 

Verbeeldt den onderkaak en tong van ter zyde ; 
A B. De opgeligte tong. 
C. D. De /pieren, daar ze mede te rug getrok' 
ken wordt. 

E. Het uitfleekfel van den kaak afgefneeden. 
E. A. F. Den onderkaak. 

A G T S T E F I G'U U R. 

Deeze geeft allecnïyk het flinker gedeelte op van 
den buik met den voorpoot , om de opening van de 
trompet te zien; en dezelve te vergelyken met die 
der Pipas eerfie Tafel. K. 

A B. Shnker Lever , of Milt. 

C , E , D. F. Het buikvlies bekleedcnde voor 
eer/i het hartezakje H,en een plooi maakende EB. 

F E. Is het einde van de trompet agter de 
long G. F. heenloopende , en openftaande in I. 
tuffchen de Lever en hartezakje in. Het is even 
eens aan de regterzyde. 



*t%<F%sP%*P% 






V E R- 



Bladz. 28; 
VERHANDELING 



? 



BENEFFENS DE NAAUWKEURIGE AL- 
GEMEENE EN BYZONDERE 

AFBEELDINGEN 

VAN DEN OVERGANG DER. PLANEET 

V E N U S 

VOORBY DE 

ZON, 

OP DEN 6 JUNY I76l DES MORGENS \ 

DOOR 

D. KLINKENBERG. 



"at moeite en vlyt 'er ook van on- 
heugelyke tyden af by de Ster- 
rekundigen is aangewend om te weeten 
hoe verre de Zon en de Aarde in een 
bekende maat van malkanderen ftaan, 
nogtans hebben de byzondere handel- 

wy- 




«286 Over den OVERGANG van 

wyzen die tot her meeten van dien af- 
ftand van tyd tot tyd zyn uitgedagt en 
in het werk gefield , tot heden toe noch 
geen algemeen goedgekeurde en eeni- 
ge met malkanderen zeer na overéén- 
ftemmende befluiten uitgeleverd. Nie- 
mant echter van hun , die zig met dit 
geen van de minfte nuttigheden aan de 
faamenleving toegebragt hebbende ge- 
deelte der Wiskonft , het zy uit nood- 
zaaklykheid, het zy uit begeerte, hebben 
bezig gehouden, zal ontkennen , dat , fe- 
dert de werktuigen waar mede de Ster- 
rekundige afmeetingen verricht worden, 
dezelve tot veel (milfchien tot twintig of 
dertigmaal) meer naauwkeurigheid zyn 
gebragt , de voorgemelde afftand ook 
veel naauwkeuriger afgemeeten en be- 
paald is. Zodanig een verbetering zal 
miflehien fchynen by vergrooting ge- 
zegd , maar de geene die bewuft zyn , 
dat één of één en een halve Eeuw 
vroeger, de hoekmeetingen die tot op 
ééne minut graads vertrouwd konden 
worden al zeer voldoende waren , en dat 
zy, welke nu te deezertyddekeurigfte 
werktuigen gebuiken zig tot op twee 
fecunden of het dertigfte deel van één 
minut graads durven verzekeren, die 

gee- 



VENÜS VOORBY DE ZON. 2%? 

geenen zeg ik zullen het gezegde toe- 
itaan. 

Niettegenftaande deeze weezentlyk 
zeer aanmerkelyke verbeteringen , is 
het niet te denken , dat men tot noch 
toe op een langte van 80 of 90 Aard- 
kloots middellynen na, den afftand tus- 
fchen de Zon en de Aarde gevonden 
heeft ; en 't zal al heel naauwkeurig 
weezen, wanneer door de waarneemin- 
gen, die nu den 6 Juny 1761 aanftaan- 
de op den overgang van Venus voorby 
de Zon zullen wordengedaan , de meer- 
gemelde afftand op 20 of 25 Aardkloots 
middellynen na zal kunnen bepaald 
worden. 

Het zal den geenen die geen denk- 
beeld van het Wereldgeftel hebben, ze- 
kerlyk vreemd fchynen , en heel ligt 
doen vraagen : is dat heel naauwkeurig : 
met een afftand daar zo veel belang in 
gefteld en moeite om aangewend word, 
in twyffel te moeten blyven met een 
langte , waar toe een man , alle dagen 
1 o a 1 1 uuren wegs gaande , ten min- 
flen 1 2 Jaaren noodig zou hebben 0112 
dezelve ten einde te komen ? al wie 
eenige kunde van de Ruimte en van de 
Reedens heeft zal antwoorden, ja : 't ver- 

fchil 



288 Over den OVERGANG van 

fchil of de twyflfeling is alzo, en echter 
zou de maat tot een groote naauwkeu- 
righeid gebragt zyn. 

De nieuwfte naauwkeurige waarnee- 
mingen hebben doen zien , dat de Ho- 
rifontale 'Parallaxis van de Zon (door 
welker bepaaling de afmeeting der tus- 
fchenwydte van de Zon en Aardkloot 
bereekend word ) ten waarfchynlykfte 
tuffchen 10 en n fecunden weezen 
zal: wanneer die Parallaxis juift 10 fe- 
cunden bevonden was , dan zou 'er 
tuffchen de Zon en de Aarde een Af- 
ftand zyn van 10313 middellynen van 
den Aardkloot, maar als de Parallaxis 
was 1 1 fecunden, dan zou die tuffchcn- 
wydte zyn 9376 Aardkloots middelly- 
nen: hier door danblykt, dat het ver- 
fchil van 10 en 11 fecunden in Para- 
llaxis , een verfchil van 937 Aard- 
kloots middellynen in den gemelden 
Afftand maakt ; derhalve zal ieder 
tiende deel van één fecunde ruim 93, 
en ieder honderdile deel van een fe- 
cunde in de Parallaxis ruim 9 Aard- 
kloots middellynen verfchil in deezen 
afitand geeven. 

De laatfte naauwkeurige waarnee- 
mingen over dit ftuk zyn gedaan in 't 

jaar 



VENUS VOÖRBY DE ZON. 2 



1751* De Abt de la Caille bevond 
zig toen aan de Kaap de goede Hoop om 
verfcheide Sterrekundige waarneemin- 
gen te doen; op den 6 Oclober van 
dat Jaar des avonds ten ïc| uur vond 
hy de Planeet Mars 'm den Meridiaan 25 
gr. 2 min. van het toppunt; omtrent 
een halfuur vroeger had hy de Ster a 
in den vloed van Aqiiarïus in den Meri- 
diaan gezien , maar die Ster vond hy 
daar 26. 7 fecunden Zuidelyker als de 
Noorder rand van Mars. Op dien zelf- 
den tyd ObferveerdedeHeerWARGEN- 
tin te Stokholm de Planeet Mars tef- 
fcns in den Meridiaan, ftaande aldaar 
68 gr. 14 min. van het toppunt, heb- 
bende insgelyks de Sterre a te vooreri 
m de Meridiaan gezien 6. 6 fecunden 
Noordelyker als den Noorder rand van 
Mars ; dit gaf dus een Parallaxis voor 

// // // 

die Planeet van 26. 7 + 6.6== 33. 3 ; 

verder by uitrekeninge vond hy de Ho» 

rifontale Parallaxis van Mars 24. 64 fe- 
cunden , en dienvolgens uit de evenre- 
digheid van de afftanden tuflchen de 
Zon en de Aarde, en tufTchen Mars 
en de Aarde, vond hy den afftand tus- 
VI Deel T fchen 



290 Over den OVERGANG van 

fchen de Zon en de Aarde in een be- 
kende maat, naamelyk, van 9615 Aard- 
kloots middellynen , en de Horifontale 

Parallaxis der Zon 10.72 fecunden. (V) 
Byaldien de voorfchrecve Waarnee- 
mingen nu zo naauwkeurig waren , dat 
'er maar T § deel van een fecunde in 
gemift was , zulks zou in de Parallaxis 
van de Zon nagenoeg T i deel van een 
fecunde maaken, hetwelk in den af- 
fcand van de Zon tot de Aarde meer 
dan dertig Aardkloots middellynen ver- 
fchil zou voortbrengen ; en des niet 

te- 
fa ) Lecons Elcm. d'Aflronomie par M. de l\ 
Caille, pag. 200— 20 1. 

De Zons en Planeets Tafelen van Hallf.y ge- 
bruikende , vind ik door de bovengemelde waar- 
necmingen,den affiand tuffchen de Zon en de Aar- 
de in 't Perebdium 9432 Aardkloots middellynen». 

en de Horifontnalc Zons Parallaxis 10.937. Als de 
Aarde in 't JpLelium is, den afftand 97^6 van die 

s/ 

middellynen, en de ParallaxvTs 10.571. Re mid- 
del afftand van de Aarde 95-94 middellynen en dan 

de Parallaxis 10. 7^0. Na 't affchryven dezes 

vind ik in 't (luk N°. 19 van de ukgezoi>,te Verhan- 
delingen van de Sociëteiten der Weetenfchappen- 
bladz. 414, dat de Heer/D e la Caille uit zyne 
Waarneemingen aan de Kaap gedaan, heeft opge« 
maakt dat de Parallaxis v&n de Zon io§ fee. is. 



39 

39 



VENUS voorby de ZON. 291 

tegenftaande zou de Parallaxis dan nog 
naader als op een driehonderdfte ge- 
deelte na bepaald zyn : maar de Heer 
de la Caille, gelyk alle geleerde en 
in der daad kundigen gewoon zyn 
niet hoog en breed van hunne verrich- 
tingen te fprecken , zegt zelfs, Mals 
toutes ces dlmenfwns ne peuvent ëtre fort 
préclfes , a caufe de r extreme petitejje 
de Ia paraïïaxe qui ks a données. " 
Het is bekend dat de beroemde Hal* 
LEY,tot het vinden van den meergemel- 
den affland een gantfch andere wyze , op 
den nu kort aanftaanden overgang van 
Venus heeft voorgefteld, en dat zulks 
zou moeten gefchieden door twee by- 
zondere waarneemingen , de eene op 
omtrent 22 gr.NoorderBreedte,omtrent 
90 graden beooften Londen , en de an- 
dere op omtrent 56 gr. Noorder breed- 
te , 90 graden ten Wcfcen Londen. Dat 
van wegens het verfchil tuffchen de 
Parallaxen van de Zon , en van Venus, 
de fchynbare vertoeving van die Pla* 
neet op de Zonnefchyf , by de Zui- 
delyke Waarneemers omtrent 17 mi- 
nuten tyd korter zoude duuren dan by 
hen die de waarneemingen ten Noorden 
zouden doen; en dat, gefield zynde 

T 2 'er 



292 Over den OVERGANG van 

'er een fout van 2 fecunden in h et verfchïl 
des tyds van die twee waarneemingen 
(dat is circa het vyfhonderdfte deel 
van 't geheele tydverfchil) mogt plaats 
hebben , de Parallaxisop het vyfhonder- 
11e deel na gevonden zoude zyn. (#) 
Indien zulks zo was , het geen om re- 
denen by verfcheide Sterrekundigen 
reeds over lang aangemerkt , en om 
andere , waar van ik ftrak myn gcdag- 
ten zal voorftellen , niet te denken is , 
dan zou 'er omtrent 18 of 20 Aard- 
klootsmiddellyneninden begeerden af- 
ftand gemift worden, hetwelk eenlangte 
zou uitmaaken van 1 8 of 20 maal 2290 , 
dat zyn 41220, of 45800 Hollandlche 
mylen , en ten naafte by zoo veel uu- 
ren gaans: waar toe, ieder dag 10 zul- 
ke mylen afgelegd wordende, ten min- 
iten 11 of 12 Jaaren tyd zou noodig 
zyn. 

Behalven de zwaarigheden , die 'er 
zyn voortgebragt op het doen van de 
waarneemingen in Noord - Amerika 
op 56 gr. Noorder Breedte , uit de na- 
byheid van de Zon aan den Horizont, 
voortfpruitende , is 'er nog een andere 

die 

ro) Phil. Tranf N°. 348 



VENUS voorby de ZON. 293 

die ruim zo veel verandering ten naa- 
deele van de waarneemingen by den 
mond van denGanges en by Nel [ons Ha- 
ven te doen , zal te wege brengen. De 
Heer Halley had zyne bovengemelde 
bepaalingen gegrond op berekeningen 
Aa de Rudolphynfche Tafelen, en vol- 
gens die moeit Venus maar ruim 4 
minuten ten Zuiden het middelpunt 
der Zon voorby gaan ,als zulks uit het 
middelpunt van den Aardkloot gezien 
wierd; en dan zouden de tydverfchil- 
len van de vertoeving op die beide 
plaatfen 13, 15, ai?, min of meer, 
minuten, na dat de wezentlyke Zons 
Parallaxis is , bevonden moeten wor- 
den : maar dewyl de v/eg van Venus 
na dien tyd door den Heer Halley, en 
andere Sterrekundigen naaukeuriger 
bepaald , en de Tafelen op die Planeet 
verbeterd zyn , bevind men dat Venus 
veel verder , en omtrent 10 minuten 
ten Zuiden het Zons middelpunt zal 
gaan. Deeze verandering maakt niet al- 
leen, dat die overgang by Nelfons Haven 
niet zal gezien kunnen worden , maar 
dat op een andere plaats in Hudfons 
Bay die wat Ooftelyker en Noordely- 
ker legt naamelyk het Land van Mans- 

T 3 fek, 



294 Over den OVERGANG van 

feit , het tydverfchil met de plaats in 
Indien nog geen derdedeel , en maar 
i§ deel en zal weezen van het tydver- 
fchil wanneer Verms ruim 4 minuten 
bezuiden het middelpunt der Zon zou- 
de gaan. De reeden daar van is wel te 
begrypen : omdat men de Planeet met 
meerder Zuider breedte in de Zon zal 
zien , zo zal de lyn van overgang, gelyk 
als die in Hudfons Bax gezien zou wor- 
den , veel meer tegen de zigtbaare over- 
gangs lyn op de plaats by den Ganges , 
door de Parallaxis moeten verkorten , 
dan wanneer de Planeet met minder 
Zuider breedte moefi voorbygaan. Als 
deeze voorbygang ten Noorden het 
Middelpunt der Zonne moeft gezien 
worden, dan zou het geval anders om 
weezen, en dan zou de meerder Noor- 
der breedte het tydverfchil voor den 
eenen en anderen Waarneemer grooter 
doen worden , gelyk ik in 't Jaar 1 743 
in eene kleine Verhandeling over de Zons 
Parallaxis op bladz. 15 en 16. wydloo- 
pig heb'aangeweezen. Om die reeden 
is het, dat als in 't Jaar 1769 den 3. 
Juny, na onze tyd des avons na half 
elf uuren Venus weder voorby de Zon 
moet gaan, en zulks met ruim 13 mi- 
mi- 



VENUS voorby de ZON. 295 

Bitten afneemende Noorder breedte, 
dat het geval dan veel voordeeliger en 
het tydverfchil voor twee byzondere 
waarneerners ten Noorden en ten Zui- 
den merkelyk grooter zal weezen. 

Zeer veel Sterrekundigen zyn 'er die 
dit bekende verfehynfel niet verlangen 
te gemoet zien , en 't is bekend dat 
verfcheide kundige en bekwaame Waar- 
neerners door Europeaanfche Vorften 
zyn afgezonden , om , was het mooge- 
lyk, zig van het nut , dat daar door 
voor dceze weetenfehap te verkrygen 
is , te verzekeren. Een verfehynfel 
daar te vooren toen de Leere van Pri- 
lolaus en andere Pythagoriftcn door 
Copernicus noch niet was ingevoerd, 
niet om gedagt is : en een verfehynfel 
dat nog maar eenmaal en maar gedeel- 
telyk door eenig Sterveling is gezien , 
en wel op den 4. December 1639. wan- 
neer J. Horoxiüs , te Leverpool'm Enge- 
land , nademiddag een vierde uurs na 
drieën Venus , heeft op de Zon zieri 
gaan, en dezelve daar op een halfuur 
befchouwd hebbende, tot zyn groot 
leetweezen, door het ondersaan van 
Venus tefFens met de Zon , van dat ge- 
zigt beroofd wierd ; over welke fchic- 

T 4 ly- 



296 Over den OVERGANG van 

lyke berooving gemelde j. Horoxius , 
een aartig , vers heeft gemaakt, 't v/elk 
men, door K. J. Vooght , in 't Neder- 
duits vertaald vindt in het Byvoegfil op 
de Nederduitfche Aftronomia van D.'Rem- 

ERANTZ VAN NlEROP, bfodz. 31 Cll 32. 

Ik moet bekennen, dat ik, fchoon 
van de noodige werktuigen om de ge- 
noeg-naaukeurige waarneemingen te 
doen, onvoorzien zynde,geene van de 
minft begeerende ben, om den nuaan- 
Itaanden overgang van Venus voorby 
de Zon mede te befchouwen , 't welk 
niet vreemd heeft te fchynen , dewyl 
dit op alleplaatfen , waar de gelegenheid 
het toelaat, duizenden van nieuwsgieri- 
ge oogen zal na zig trekken. 

. De Heer de l'Isle \ Lid van de Ko- 
ninklyke Academie der Weetenichappen 
te jfarys, is de eerfte,die over dat ver- 
fchynfel een algemeene vertooning op 
een Mappe Monde heeft afgetekend , en 
dezelve met een Memorie aan zyne Ma- 
jefteit den Koning van Vrankryk ver- 
toond. De befchouwing van dat Stuk; 
de goedkeurende gedagten van den 
Heer Joh. Lulofs , Hoogleeraar van 
's Lands Hooge Schoole en Infpefteur 
Generaal van 's Lands Rivieren , en de 

nieuws- 



VENUS voorby de ZON. 297 

nieuwsgierigheid of kift ter zaake , dee- 
den my het fpoor van den Heer de 
l'Isle volgen , en door eigene uitreke- 
ningen de hier by geplaatfte afbeeldin- 
gen over de vertooning in 't algemeen 
op den Aardkloot, en in 't by zonder 
voor s'Gravenhage vervaerdigen, om 't 
zelve aan de Sterrekundigen van dit 
Land, ('t welk neffens andere Landen 
voor een groot gedeelte zyn bloei met 
behulp van de gronden dier weetenfchap 
bekomen heeft) , aan te bieden. Ik was 
daar toe te meer genegen , om dat ik 
in 't Jaar 1743. by het fchryven van 
de gemelde Verhandeling over de Pa- 
rallaxis der Zonne, wanneer de beroem- 
de Aftronomifche Tafelen van den 
Heer Halley noch niet gedrukt waren , 
my daar over niet genoeg had konnen 
voldoen , en flegts het geen de Heer 
Whiston , in zyn Aftronomifche Les- 
fen over de Breedte en den tyd van den 
faamenftand volgens Halley , heeft 
aangetekend , hebbe kunnen gebruiken. 
Ik had toen wel deezen overgang na de 
Tafelen van den Heer de la Hire uit- 
gerekend, en de uitkomft in die ver- 
handeling gefteld; maar met meer an- 
dere Sterrekundigen van gedagten zyn- 

T 5 de, 



298 Over den OVERGANG van 

de , dat die Sterre Tafelen , zo veel de 
Planeeten betreft, in naauwkeurigheid 
niet tegen die van den Heer Halley 
konden opnaaien , zo kon my dit geen 
genoegen geeven. Ik kan niet voorby 
gaan hier aan te tekenen , dat ik in de 
gemelde uitrek eninge na de la Hire,- 
een groot abuis moet hebben begaan, 
want het zelve na die tyd meer dan 
eens door dezelve Tafelen her-reekend 
hebbende , vond ik na den Haarlemfchen 
Meridiaan den tyd van den ingang op den 
5. Juny des avonds ten 9 uur. 40 min. 
1 o fee; den tyd van den naaften fland des 
Planeets en Zons middelpunten ten 1 
uur. 1 5 m. 53 fee. ; en den naaften afftand 
zei ven 6 m. 40 f. , den tyd van de Con- 
junctie ten 1 uur 30 m. 51 ^qc. 9 en 
toen de Zuider ■ breedte van Venus 

6 : 441 ? den uitgang van de Planeet op 
6 Juny 's morgens ten 4 uur. 50 min. 
46 ^qc. , de Lyn van den overgang I. V. 

in de ió^e figuur lang 28 : 441 en den 
Schynbaaren hoek die deeze Lyn met 

denZonsweg maakt 8 gr. 30 : 9; zo dat 
het geene wegens dezen overgang in die 
verhandeling op bladz. 32 en 42 in ge- 
tal- 



VENUS voorby de ZON. 299 

tallen gefield is, op de bovenflaande 
wyze behoord veranderd te worden. 
Ik zoude dit mifTehien niet geweeten 
hebben , indien de Sterrekundige 
Heer J. de Munck te Middelburg, die 
dit eenigen tyd te vooren door dezelve 
Tafelen ook had berekend , zulks niet 
aangemerkt , en my daar van bericht had. 

De Sterrekundige Tafelen van den 
Heer Halley , daar na in het Jaar 1 749 
te Londen in de Latynfche Taal , en ver- 
volgens in de Jaaren 1 754 en 1 759. door 
M r s l'Abbe' de Chappes en de la Lan- 
de, met de Explicatien in de Franfe 
Taal te Parys in 't ligt gegeeven zynde, 
gaven gelegenheid om , hetgeen my in 't 
Jaar 1743 ontbrak, te vervullen. 

Ik heb by uitrekening door de laatft- 
genoemde Tafelen gevonden,dat op den 
Meridiaan van s'Hage naa den waareri 
tyd en uit het middelpunt van den Aard- 
kloot te zien , Venus op de Zon zal 
moeten gaan des morgens ten 2 uur. 
34 m. 6 fee. ; het naafte aan het Zons 
middelpunt komen ten 5 uur. 41 min. 
14 fee. , zynde den naaften afftand der 

middelpunten 9:441; de Conjunctie 
ten 6 uur. 3 m. 31 fee. en de Zuider 

breed- 



300 Over den OVERGANG van 

breedte 9 : 5 if ; en dat Venus weder 
van de Zon moet afgaan ten 8 uur. 48 
ra. 24 fee. , alles gerekend op het mid- 
delpunt van Venus , en dat s'Hage 7 m. 
42 fee. in tyd ten Ooften van Parys 
legt, (c) de fehynbaare hoek die Ve- 
nus weg in den o vergang met de Eclip- 
tica zal maaken 8 gr. 2') m. 11 f. en de 

langte 

(c) In 't Jaar 1743. den f Novemb. vond A. 
Spinder, te "Haarlem op het Obfervatorium in de 
Patientieftraat , den ingang van Mercurius in de 
Zon ten 8 uur. 48 m. 47 fcc. , en den uitgang ten 1 
uur 20 min. 26 fee. M rs . Cassis, Vader en Zoon 
vonden te Parys (zie Memoires de VAcad. Roy. dn 

Sciences. p. 375".) i743-)^ cn m S aR S tcn ^ uur> 39 IT1 - 
34 fee. , en den uitgang ten 1 uur 1 1 m. 25- fee. ; hec 
langte verfchil by den ingang is 9 m. 1 3 fee. , en by den 
uitgang om- 1 fee. het gemiddelde verfchil 9 m. 7 fee. 
Dewyl nu de la Hire het langte verfchil van Pa- 
rys en Amfterdam fteld 10 m. 10 fee. en dat vol- 

gens de Kaart van Rhynland , Haarlem 1 : 4 tyd 
ten Wellen van Amfterdam legt, en dus Haarlem 

9 : 6 ten Ooften Parys , en volgens dezelve Kaart 

's Hage omtrent 1 : 24 ten Weften van Haarlem , 

en dienvolgens 's Hage 7:42 in tyd ten Ooften Pa- 
rys, heb ik dit langte verfchil met Parys behouden : 't 
welk (als men 't langte verfchil van* Parys en Am- 

/ // 
fterdam van 10:36 volgens Connoijfance des temps 

van 



VENUS VCOREY DE ZON. 301 
langte van den fchynbaren overgangslyn 

24 : 57ï? de Zons middellyn 31 : 40.8. 
Hier op zoude ik de algemeene en 
byzondere Rekeninge vervolgd heb- 
ben ; maar dewyl de Heer de la 
Caille in 't Jaar 1758 zyne nieuwe en 
naauwkeurige Zonne Tafelen te Parys 
heeft doen drukken s welke hy uit ei- 
gen 

van verfcheide Jaaren, genomen had) 8 min. 8 fee. 
zou weezen. 

Na myne waarneeminge te' Haarlem op dien zel- 
ven dag, was de ingang van Mercurius, ten 8 uur. 
48 m. 27. fee, en de uitgang ten 1 uur icm. 12 
fee, dan is t verfchil van langte na de waarnee- 

minge van Cassini en van my, by den ingang 8:5-3, 

en by den uitgang 8 347 tyd; gemiddeld 8:5-0, dan 

/ // 

zou 's Hage maar 7: zó ten Oolten van Parys 
leggen : doch meer vertrouwen in de waarneemin- 
gen van A. Spinder Hellende, dan in de myne, zo 
heb ik het. eerde aangenocmen. 

In het Jaar 1750. heb ik te Haarlem op 't boven- 
gemelde öhfervatorium drie waarneemingen op de 
Èclipfen der eerde en tweede Satelliten van Jupi- 
ter gedaan, en die in 'c voorleeden, of in 't begin 
van dit Jaar naar Parys gezonden, om 't verfchil 
van langte nader te bepaalen. NL dk l'Isle Lid 
van de. Kon, Academie der Weetenfchappen al- 
daar , heeft my daarop in een brief van den 17. 
Oftober -1760. het volgende toegezonden: 

„ Pour m'en afïurer j'ay comparé les obferva- 
„ tions de? fatellites de "jupiter que votis m'avez 

»■> en- 



302 Over den OVERGANG van 

gen waarneemingen gemaakt , en meer 
dan honderd en veertig van die waar- 
neemingen met zyn ui treek eningen 

heeft 

„ envoié faites a Harlem, avec celles qui ont été 
„ faites a Paris, en voici Ie refukat. 



»J 



i7fo. Sept. 3- 



3> 



Sept. 19- 



10— 5-0: ó 
ie— 41 -.46 



8:20 



9—12 

9- 3: 



4 

44 



8:2,0 



„ Novemb. 6- 



7-S1' S 
7-48:48 



8:17 



Immerfion da 1. a 
Harlem Tclefcope 
Newtonien qui gros- 
fit 46^ fois a Paris a 
l'obfervatoir : Royal , 
M. Maraldi Lunet. 
iH pieds, beau tems. 

Difference des Meri- 
diens. 

Immerf. du 1. a Har 
lem Telefc. Newton- 
qui groffir 99 fois 3 
Paris a l'obfervatoir: 
R. le Gentil Lu- 
nette 18 pieds. 

Difference des Meri- 
diens. 

Emerf. du 2. a Har- 
lem Telefc. Newto- 
nien quigroiüt 99 fois 
a Paris a 1'obferv. R. 
M. le Gentil Lun. 
18 pieds. 

Difference des Meri- 
diens. ; ' 



In 't Jaar 174? had ik de voorfchreeve waarnee- 
min' 



VENUS Voorby de ZON. 303 

heeft vergeleken , en dat my daar van 
een Exemplaar door hem was toege- 
zonden , zo heb ik voor de Zons plaats 
die Tafelen , en voor de Planeet de 
Tafelen van Halley gebruikt , en vol- 
gens dien na den middeltyd op den Meri- 
diaan van Parys , uit het middelpunt 
des Aardkloots te zien en op het mid- 
del- 



mingen van A. Spinder en van my op den in- en 
uit-gang van Mercurius aan den Heer de l'Isle te 
Petersburg gezonden ; waar op hy my berichc 
heeft, uit vergelyking van de waarnecming van A. 
Spinder met die van M. Cassini het langteverfchil 
tufichen Parys en Haarlem te vinden 8 m. f 7* fee, 
mits het geen de Parallaxis daar in kan toebrengen 
in acht genomen te hebben, 't geen dan blykt 91 
fee; te zyn, dezelve van 't langte verfchil uit rnyn 

waarn. 8:jo afgetrokken, zal blyven 8:405" voor 
't zelve verfchil wegens de Parallaxis gecorrigeerd; 
dus zouden 't verfchil in langte tulTchen Parys en 

den Hage volgens Spinder zyn 7:34, en volgens 

myne waarn. 7 : 17, als ik voor de 24, 23*- neem om 

de brook.te ontgaan, en om dat 24 regt veel zyn. 
Maar uit de waarneemingen op de Ecfipfen van "de 

Satelliten door malkander op 8:19 voor 't verfchil 
met Haarlem: en tuïïchen Haarlem en den Hage 

1: 23 genomen zynde, dan is den Hage maar 6 :;6 ten 
Ooften van Parys. 



ft 



04 Over den OVERGANG van 



delpunt van Venus gerekend gevon- 
den: 

u. m. n 

Den ingang op den 6 Juny des morgens ten 2-46: 9.88 
Den digtften (tand aan de Zons raidpunt S-S '^-97 

denafftandaan het Zons midpunt9:5-6.7i 
Deneigentlykenfaamenftand ten - - 6-1 2:45* 



/ // 



de Zuider breedte - - - 10: 3.32 
Den uitgang ten 8-^4:47,08 

Den hoek, die defchynbareover- , ,, 

gangslyn met de Ecliptica maakt 8:29:24 

En de langte van die lyn - - - c:i^:^.ss 

De Zons middellyn - - - - 0:31:36.98 

Deeze Parysfcïie middeltyd met de 
Mquatto Temporis geëquieert , en met 
het voorfchr. verfchil der Meridianen 
gereduceerd, dan komt na de middag- 
lyn van 's Hage 

u. , t , 

De ingang ten - - ^-SS^S'Af 

De digtfte (tand der midpunteo - - 6-0: 3.02 

De faamenftand ... 6-22:19.0)- 

De uitgang ten ... 9- 4: 19.9 ƒ 

Op den tyd van den famenftand vind 
ik dengekorten afftand, overeenkomen- 
de met den waaren , tuflehen de Zon en 
Venus .72643 , en tuflehen de Zon en 
de Aarde gelyk 1. 01546, derhalve tüs- 
fchen de Planeet en de Aarde .28903 ; 

ik 



VENUS voorby de ZON. 305 

ik heb in deezen afftand tuffchen de 
Zon en Aarde de Parallaxis op 1 1 fee. 
gefield , dan komt de Parallaxis van 
Venus uit den Aardkloot te rekenen 

gelyk 38.65, en dienvolgens het ver- 
fchil van die twee Parallaxen gelyk 

27.65 . Venus even groot als de 

Aarde flellende, gelyk door den Heer 
Flamsteed , en die van de Academie 
te Parys langen tyd gedaan is ( d% 
dan is de fchynbaare halve middellyn 
van Venus op de Zon gelyk aan de 

evengemelde Parallaxis van 38.65; 
dit zyn dan twee willekeurige, doch 
teffens niet onwaarfchynlyke onderftel- 
lingen die ik genomen heb : verders 
vind ik op dentydvandenfamenftand, 
de Zons Noorder declinatie 22 gr. 41 
m. 441 fee. , en den hoek van den Meri- 
diaan met de Zons weg 83 gr. 50 m. 
381 fee., beide uit de Tafelen van de 
la Caille. 

Alle deze bepaalingen ten grondflag 
gelegd zynde , heb ik , om tot een be- 

fchou- 

(d) Connoiflance des Temps 175-9 en vroeger 
pag. 1-6—137. 

VL Deel V 



306 Over den OVERGANG van 

fchouwing van deezen overgang op den 
Aardkloot in 't generaal te komen, 
eerft berekend verfcheide plaatfen , al- 
waar het begin van den ingang der Pla- 
neet , dat is als de rand van Venus , den 
rand van de Zon even raaken zal , met 
denZons ondergang moeft voorvallen, 
daar by in acht neemende de ftraalbui- 
ging van den Dampkring; waarom ik 
de plaatfen zodanig heb genomen, dat 
de Zon waarlyk nog 15 minuten onder- 
en dus oogfchynlyk 3, 4, a 5 min- 
met zyn onderfren rand boven den zigt- 
baaren Horizon moet ftaan. De langte 
en breedte van die plaatfen , en den waa- 
ren tydna demiddaglyn van Parys,heb 
ik gevonden gelyk hier Tafelswyze 
volgt ; maar de Langten zyn gefield 
na de Hollandfche tellingswyze , vart 
Pico de Teneriffe, dewelke 18 gr. 52 m. 
Weftelyker , dan Parys , gerekend 
word. (e) 



(e) Connoiflance des temps 1760 pag. 143. en 
anderen. v 



Plaat- 



VENUS voorby de ZON. 307 

Plaatfen daar de ingang van Ve- 
nu s by 't ondergaan van de 
Zon moet voorvallen. 

1761. 
Juny 6. VöQf- 

middags. 



uur. m. 



f. 



Lengte 



II— 39:16 D. N.Br. 67- 4-339- 3 

38:50 66-54-331-41 

37:12 63-58-309-33 

35--53 58-18-293- 8 

35:40 C. ■ 57-22-291-19 

34:22 51- 8 — 281-56 

32:54 43- 7-273-59 

31:32 34-38-267-58 

30:17 —25-32-263-8 

29:12 — ■ — 16-55--258-58 

28:19 7-51 -255- 8 

27:41 Z.Br. 1 -16 — 251-25 

27:17 10-28 — 247-41 

27: 9 R. — — 19-3/-243-37 

27:17 28-43-238-58 

27:41 37-40-233-22 

28:19 — — 46-1 8 -226-11 

29: 1 2 54-23 — 2 1 6-23 

30:17 6122 — 202-10 

- — 66-13 — 181-27 
67-34- 160-42 

V 2 lil 



31:32 — 66-13 — l8l-27 

32:37 E 67-34- 160-42 



3o8 Over den OVERGANG van 

; In de eerfte Figuur worden door de 
lyn D. C. I. R. I. E. afgebeeld alle 
de plaatfen op den Aardkloot daar 
de voorfchrevene ingang by 't onder- 
gaan van de Zon moet voorvallen , 
D. is de uiterfte ten Noorden , C. 
de plaats daar de Zon met den ingang 
onder , en met den uitgang zal op- 
gaan ; R. de plaats daar de ingang 't 
eerft op den Aardkloot gezien moet 
worden , en E. de uiterfte plaats van 
den ingang by 't ondergaan van de Zo» 
ten Zuiden. 



De 



VENUS voorby de ZON. 309 

De volgende zyn de plaatfen daar de in- 
gang van Venus by het opgaan 
van de Zon zal voorvallen. 

1761. 

Juny 6.voor- 

middags. 

Lengte 

u. m." f. o / o / 

II — 32:37 E. Z.Br. 67-34-160-42 

32:54 67-29- 155-11 

34:22 64-35-- 130-33 

3 t >53 58-39-112-33 

36: 7 K; 57-30--1 10-15 

37:12 51- 4--10018 

38:50 42-36- 91-28 

40:12 : 33-42- 84-47 

41:26 24-32- 79-22 

42:30 15-15- 74-43 

43:21 5-56" ?°-29 

43*59 N.Br. 3-23-- 66-26 

44:23 12-38- 62-20 

44:30 P. 21-46- 58- 1 

44:23 30-46-53-n 

43:59 — — 39-30-- 47-28 

43:21 47-50-- 40-11 

42:30 55- 2 9" 30-18 

41:26 -61-54- J 6" 6 

40:12 66- 7-356- 3 

39:i6 D 67- 4-339- 1 

V 3 Ia 



3io Over den OVERGANG van 

In dezelve iftc Fig. is E.K.G.P.G.D. 

de lyn onder welke de bovenftaande 
plaatfen leggen, E. is de plaats even 
gemeld, daar de Zon met den ingang 
op- en even daar na weer onder-gaat , 
dewyl die daar ter middag maar even 
boven den Horizon komt ; de plaats 
K, is die daar de Zon met den ingang 
op- en met den uitgang onder moet 
gaan , P. de plaats daar de ingang het 
allerlaatfl by 't opgaan van de Zon ge- 
zien zal worden , en D. dezelfde die 
in de voorgaande boven aan is aange- 
wezen , alwaar de Zon met den ingang 
van de Planeet kan gezegd worden 
teffens onder- en weder op- te gaan, 
om dat die daar ter middernagt in 't 
Noorden maar even aan den Hori- 
zon komt. 



De 



VENUS voorby de ZON. 31 1 

De volgende plaatfen zyn die , waar 

de Zon by 't uitgaan van de 

Planeet ondergaat. 

1761. 

Juny 6. voor- 
middags. 

Lengte 

u. m. f. o / o / 

IX — 1:50 D. N.Bft 67- 2| «243-24 

1:20 ~ 66- 1 -225-47 

0:42 J 61-42 --205-34 

0:18 -55- 9 --191-16 

0:11 L. 47-23 --181-14 

0:18 -38-56 -173-48 

0:42 — — 30-5 " 167-54 

1:20 20-59 -162-53 

2:1 1 u-44 -158-22 

3:15 2-24 --154- 4 

4:29 Z.Br. 7- o -- 149-46 

5:50 16-42 -- 145-17 

7:29 25-43 -- 140-31 

8:48 34-51 - 134-56 

10:19 43-43 -128-0 

11:47 -52- 5 - 118-46 

12:46 K 57-30 -1 10-15 

13: 9 -59-30 " i°6- 1 

14:24 —65- 6 - 87-18 

I5 : 37 E 67-32^ -- 59-58 

V 4 Deeze 



312 Over den OVERGANG van 

Deeze plaatfen zyn onder de Lyn 
D. H. L. H. K. E. gelegen; D. is het 
uiterfte ten Noorden , alwaar met het 
ondergaan van de Zon , de Planeet 
zal uitgaan; L. is de plaats daar zulks 
het allereerft gezien word ; K. daar de 
Zon met den uitgang onder- en met 
den ingang op-gaat; en E. is de Zui- 
delykfte plaats , daar de Zon met den 
uitgang zal ondergaan. 



Op 



VENUS voorby de ZON. 313 

Op de volgende moet de uitgang voor- 
vallen met het opgaan van de Zon. 
1761. 



Juny 6. voor- 








middags. 






Lengte 


u. m. f. 




/ 


/ 


IX— J5-'37 E. 


Z.Br 


. 67-321 


- 59-58 


I5 :2 9 




- 67-32 


- 57-40 


16:22 




■ 65-49 


- 36-44 




17: 




60-42 


-- 16- 5 


17:24 




53-39 


-- 3-4i 


17:32 s. 




45-35 


-354-26 


17:24 


. — , — 


37- 


--347-40 


17: 




28- 8 


- 342-23 


16:22 




19- 8 


"338- 1 


15:29 




10- 3 


-334- I 2 




14:24 




■ o-57 


-330-40 




13: 9 
11:47 


N.Br 


. 8- 6 
17' 5 


--327- 7 
-323-20 




10:19 




25-59 


-319-23 




8:48 




- 34-42 


- 3H-36 




7:29 
5:51 




■43-11 
-51-25 


-308-34 
-300-20 




4:40 C. 




-57-22 


- 291. 19 


4:29 




- 58-20 


-289-22 


3:i5 




- 6>59 


--272-53 


2:1 1 




- 66-53 


-250-22 


1:50 D. 




-67- 2§ 


-243-24 




V 


5 


Deeze 



314 Over den OVERGANG van 

Deeze laatfte zyn allen onder de lyn 
E. S. F. F. C. D. ; de plaats E. is de- 
zelfde, op 't laatft in de voorige ge- 
noemd , alwaar de Zon met den uitgang 
der Planeet moet opgaan , en een wei- 
nig tyds daar na weder ondergaan , om 
dat ze aldaar op den middag in 't Noor- 
den maar even boven den Horizon 
komt ; S. is de plaats daar de Zon het 
allerlaatft by het uitgaan van de Pla- 
neet moet opkomen ; C. is dezelfde 
plaats , die in de eerfte aantekening ge- 
meld is , daar de Zon met den uitgang 
zal opgaan , en met den ingang onder- 
gaan ; eindelyk is D. dezelfde plaats 
die in 't voorgaande Tafeltje boven 
aan is gefield; hier moet de Zon op 
middernagt in 't Noorden aan den Ho- 
rizon komen , en kan derhalven de 
plaats van opgang en ook van den on- 
dergang genoemd worden , op welken 
tyd de Planeet aldaar van de Zon moet 
afgaan. 

Uit het voorheen gezegde moet door 
de genoemde op- en onder-gangen niet 
eigentlyk verftaan worden het Zons 
middenpunt in den Horizon : maar dat 
zyn onderrand « naby den Horizon is , 
het welk op de eene en op de andere 

plaat- 



VENUS voorby de ZON. 315 

plaatfen van wegen de ongelykheid der 
Refraftien, een merkelyk verfchil kan 
maaken; de uitkomft van dit, en van 
't geen nog volgt, zal ook voornaame- 
lyk van de keurigheid der Tafelen van 
de Zon en van Venus afhangen , gelyk 
alle Sterrekundigen weeten. 

Op de 1 tte Figuur moet gelet wor- 
den , dat de twee plaatfen die boven 
aan ieder byzonder met C. getekend 
zyn, één en dezelfde plaats afbeel- 
den, zo ook de beide Meridianen met 
290 gr. langte gemerkt, is één en de- 
zelfde Meridiaan , en eigentlyk de over 
den Noordpool heenen verlangde Me- 
ridiaan van 110 graaden; 't geen tus- 
lchen beiden wit gebleeven is , is een 
niets betekenende vlakte die tusfchen 
beiden uitvalt : déwyl ik om geen twee 
byzondere ronden te doen zien , alles in 
een rond heb tragten af te beelden , en 
dienvolgens veel meer dan 180 gr. 
lengte, en ook meer dan 180 gr. breedte 
in dat Rond moeft brengen : dus heeft 
noodzaaklyk dat klein gebrek boven by 
den Noordpool moeten komen. Voorts 
heeft men aan te merken , dat op alle 
de plaatfen , die onder de Roode couleur 
leggen, de geheele verfchyning of over- 
gang , 



3i 6 Over den OVERGANG van 

gang, zo wel van den ingang als van den 
uitgang gezien zal kunnen worden ; de 
plaatfen , die onder het Geel leggen , zul- 
len het gezigt van den ingang misfen, 
maar alleen den uitgang en een voorig 
gedeelte van den overgangkunnen zien, 
doch hoe nader aan de lyn E. S. F. C. D. 
hoe minder; op de plaatfen onder het 
Groen leggende , daar zal niet de uit- 
gang van de Planeet , maar alleen de 
ingang met een volgend gedeelte van 
den overgang gezien kunnen worden, 
en wel hoe naader aan de lyn E. I. R. C. D 
hoe minder ; al wat buiten de gemelde 
lynen ongecouleurd gelaten is , zyn 
plaatfen daar van 't verfchynfel niets 
zal gezien worden ; gclyk byna het ge- 
heel Zuider- en een groot deel van 't 
JNToorder-America en aan de Zuidpool 
enz.; de plaatfen die onder de Zuide- 
lyke driehoekige vlakte B mogten leg- 
gen , welke met de twee byzondere 
lynen EK, en met de Parallel circel 
E E befloten , en met een Bruiner cou- 
leur geftreken is , daar zal maar een ge- 
deelte tuflchen beide van den overgang 
gezien kunnen worden, en niet de in- 
noch de uit-gang; op dezelve wyze is 
'er een driehoekige vlakte ten Noor- 
den ; 



VENUS voorby de ZON. 317 

den, die om bovengemelde reden in 
deze afbeelding in tween gefcheiden is 
met den Meridiaan van 290 graden, na- 
by door het punt C. ; deze vlakte ge- 
merkt A. is eigentlyk beflooten door 
de twee byzondere kromme lynen DC, 
en met een Parallel circel D D ; al de 
plaatfen die daar onder leggen , waar 
toe het voorheen gemelde Land van 
Mansfdt behoort , daar zullen twee 
byzondere gedeeltens van den over- 
gang gezien worden : de ingang en 
eenige tyd volgende tot dat de Zon 
ondergaat ; en 's morgens daar aan vol- 
gende de uitgang met eenige tyd te 
vooren zo lang de Zon heeft opgeweeft, 
doch hoe naader de plaatfen zyn aan 't 
punt C , hoe grooter gedeelte van den 
overgang 'er gezien zal kunnen wor- 
den, zo als ook in de Zuider driehoe- 
kige bovengemelde vlakte ten aanzien 
van de nabyheid aan het punt K. moet 
verdaan worden. 

Door de bovengemelde Tafeltjes ziet 
men , dat , als de allereerfte ingang op 
de plaats R. gefchied ten 2 uuren 27 
min. 9 fee. , en de allerlaatile affchei- 
ding op de plaats S. ten 9 uuren 17 
min. 32 fee. , de geheele langduu- 

rïg- 



3i 8 Over den OVERGANG van 

righeid van het verfchynfel in 't alge- 
meen op den Aardkloot dan zal wee- 
zen 6 uuren 50 min. 23 fee. ; ook be- 
vind men dat de ingang by R. ten 2 
uuren 27 min. 9 fee, en de ingang 
by P. ten 2 uuren 44 min. 30 fee. , en 
dus een veiTchil van 17 min. 21 fee, 
zo veel de ingang by P. wezentlyk 
laater dan by R. gezien zou moeten 
worden ; een even gelyk verfchil is 'er 
op den tyd van uitgang op de plaats by 
L. ten 9 uuren o min. 1 1 fee. met de 
plaats by S. ten 9 uuren 17 min. 32 fee. 
De Heer de l'Isle met andere Ster- 
rekundigen bemerkende, dat het tyd- 
verfchil op de plaats by de Heer Hal- 
ley , tot de waarneemingen voorge- 
meld , veel te kort zou zyn om aan het 
oogmerk te kunnen voldoen , en zelfs 
dat twee andere . plantten als Batavia, 
en Tobolsky in Siberien, alwaar dat tyd- 
verfchil veel grooter als op de eerfl- 
voorgeftelde zal zyn , en nochtans maar 
5 of 6 minuten , en dus te kort om de Pa- 
rallaxis naauwkeurig genoeg te kunnen 
bepaalen;zo heeft hy in de boven aan- 
gehaalde Memorie twee of meer andere 
plaatfen tot de waarneemingen voorge- 
fteld, alwaar de tydverfchillen van dien 

zelf- 



VENUS VOORBY DE ZON. 319 

zelfden aart, als tuffchen de gemelde 
plaatfen R en P , of L en S zouden zyn. 
Aan de Kaap de goede Hoop, zal de 
uitgang na den Meridiaan van Paryr 
weezen ten 3 uuren 521 min. 

Te Tobolslcy in Siberien na den 

-zelven Meridiaan n| min. vroeger 

— Jakoutsky in Siberien 131 "\ 

— Pekin i2| 

— Macao ■ - 12 

— Wardhuis n, 



Archanget 1 1 — 

Tornea 10 - 



alle 
vroeger 



— Petersburg io£ j 

— Pondichery 9 } 

— Parys Jf ) 

Het is buiten fwyfFel dat zodanige 
waargenomene tydverfchillen dienftig 
zyn om de Parallaxis nader te bepaa- 
len , maar het komt my voor, dat> 
als men de tydverfchillen van de gehee- 
le duuring des overgangs tot 11 of 1 2 
minuten konde krygen, dat men daar 
door ten minften al zo naby zou kun- 
nen komen. De methode van Halley, 
is onderhevig aan eenig verfchil in het 
zien en bepaalen van de tydpunten der 
in- of uit-wendige raakingen tweemaal ,, 
en daar en boven nog aan eenig ver- 
fchil of ongclykheid die 'er by de tyd- 

wy- 



320 Over den OVERGANG van 

wyzers in den tyd van omtrent 6 uuren 
plaats kan hebben, het welk zeer ligt 
twee fecunden verfcheelen kan ; en de 
methode , die de Heer de l'Isle voor- 
ftelt is het verfchil aangaande het zien 
maar eens onderhevig, doch vereifcht 
een naauwkeurige kennis van de Me- 
ridiaans verfchillen der plaatfen daar 
de waarneemingen gefchieden , het welk 
te bepaalen ook veel oplettenheidnoo- 
dig heeft, en miflchien op i fecunden 
na ook bezwaarlyk zal te doen zyn, 
men kan daar over nazien het Neder- 
duitfche werk van den Heer Joh. Lu- 
lof s, Inleidinge tot een Natuur- en Wis- 
kundige befchouwinge des Aardkloot s 3 van 
bladz. 606 tot 630, daar men alle de 
verfchillende handelwyzen die tot he- 
den toe over het bepaalen der middag- 
lynen gebruikt zyn , zal vinden , en de 
doolingen die doorgaans by de uitkomft 
daar in zyn befpeurd ; men zie ook in de 
byvoegfelen enz. van den Heer N. 
Struyck, op zyn inleiding tot de alge- 
meene Geographie, bladz. 4. de aanteke- 
ning over het verfchil der middaglynen 
van Parys en Londen , alsmede het twee- 
de Deel der uhgezogte Verhandelingen 
uit de Sociëteiten derWèetenfchafflettbladz. 

635 , 



Bkdz. ss r 



Aanwyzingé van de Tyden des ingangs en uitgangs vrn VENUS, op de Meridianen 
de onderltaande Piaatfen, en die gercduceert cp de Meridiaan van Parys, 
benevens de Venoevingen van VENUS op de ZON, enz. 



Tc-BOLSKY in Siberien gefield op Noorder Breedte van 
56. graaden ■; en in tyd 4 uuren 24 minuten ten 
O ofl en Parys, na den waaren tyd. 

Daar een V. ftaat betekend voor, en een N. iwa den 
middag. 



Het zelve na den vaaren 1 De tyd die het 



tyd op den Meridiaan 
van Parys , is al- 
les Voormiddag. 



Uitwend. raakiug by ingang, en itno. raak. uitgang. 
Vcnus Center in de rand , bj ing. en uitgang 
»,:;■. raaking by ingang, eu uif.c. raak. by uitg. 

a°. Petersburg, op 59 gr. 56 m. Noorder Breed- 
te , en 1 uur 52 min. ten Oojlcn Parys. 
De uitw., en inwend. raakinge als boven 
Venus Center in de © rand als boven 
De inwend. en-uitwend. raaking als boven 

3°. Tcrisea in Lapland, op 65 gr. 50 m. 50 fee. N. 
Breedte en I uur 27 min. 28 fee. ten Ooften Parys. 
Da raakingen als boven 
Venus Center als ftoven 
De raakingen als boven 



Ingang 

u. rn. 

V. 7 : 6: 

-i (7 : 19 : 

7 : 31 : 



4 . Pekin in Sina|, op 39 gr. 54 min. Nr. Breedte, 
en 7 uuren 36 min. 10 fee. ten Oepen Parys. 

- - - - als boven - . 

- - - - als boven 

- - - - als boven 



5 . Upsal in Zweeden, op N. Breedte 50 gr. 51 m 
50 fee. en I uur I m. 29 fee. ten Oopen Parys 

- - - - als boven 

- - - - als boveh 

- - - - als boven 



V. 4 : 34 

— 4 = 47 



V. 4 : 9 : 

— . 4 : 22 : 

— 4 : 35 : 



Uitgang 
u. m. 
1:2: 

I : 15 • 
I : 27 : 



10 : 32 

■ IO ; 45 

10 : 57 



Ingang 

r. 



m. 

: 42 : 33 I 
■• 55 ■■ o f 
' 7 : 49 r 



10 : 7 
lo_: 19 

IO : 32 



V. 10 

— . IO 



'5 

27 



— . 10 : 40 



V. 3 
-■ 3 
— 4 



43 

56 

9 



46 
52 

! '5 



6°. Stokijolm in Zweeden, op N. Breedte 59 gr. 2 1 m. 
2-0 fee. en 1 uur 3 m. 10 fee ten OoPcn Parys. 
„ - - - als boven 
. - - - als boven 
. - - - als boven - -.' 

7 . Chandernagor in lNDieN,op22 gr.51 m.2ölee. 
N. Breedtcen 5 uur. 44 m. 37 fee. ten Oopen Parys. 
. - - - als boven 
_ _ - - als boven 

- - - - als boven - - 

g°. BerIyn, op 52 gr- 3 2 m - 3° fec - N - Breedte en 

in tyd 44 min. 25 fee. ten Oojfcn Parys. 
By don ingang uitw. raak. de Zon nog onder 
Venus Center in rand, by Ing. en uitgang 

- - - - als loven 



3 : 45 : 32 

3 : 58 : 16 

4 : II : 23 



N. 



4 ! 13 
4 : 25 
4 = 37 



n. m. r. V 
38 •• 581 

5' : 37 
3 : 53 



Itnidpunt van Ve- 
llus moet bedee- 
lden om van den 
lOou-rand der Zon 
Itot in den Weft- 
trand te gaan. 



2 : 42 : 35 
2 : 55 : 16 18 
3:8: I99 



2 : 41 : 55 

2 : 54 ' 37 

3 : 7 : 42 



V. 9 : 42 

-• 9 : 54 
— . 10 : - 7 



V. 8 



26 : 49 
38 : 56 
51 : 20 



3 = 39 •• .54 
3 : 53 



V. 9 

9 



43 

56 

9 



25 
37 
49 



2 : 39 : 36 

2 : 51 : 42 

3 .: 4 ■ 5 



42 

55 

8 



19 



40 : 13 

53 : O 
5 : 23 



: 39 : 35 
: 52 : 26 

: 4 : 53 



3 ■ : 40 : 33 

8 : 53 : 22 

9 ■ 5 ■• §c 



3 



V. 9 : 26* ! IP 

-. 9 : 38 : 57 

-. 9 : 51 = 21 



42 
55 



42 

54 

6 



8 : 40 : 37 

8 : 53 : 27 

9 : 5 ■■ 56 



55 ■■ 29 



40 

52 
4 



41 : 45 

54 : 32- 

ö : 50 



r. 



37 



S : 57 • 44 



■ 5 ■ 17 ■ 49 



5 • 57 : 49 



5: : 5» •• '9 



5 : 58 : 2' 



5 : 68 ■ 38 



5 -59 ■ 



Pon- 



Bladz. 3211 



9 # . Pondichery in ÏNDiëN , op u gr. 56 m. 30 fee. 
N. Br., en 5 uur. 9 m. 50 fee. ten Ooften Parys. 



Uitweml. raak. by ingang; en to. raak. by »#g. Ve- 
llus Center in de Q rand by den ing-, en uitgang 
inuieiirf. raak.byj'njT/j/jgjen uitw. raak. by uitgang. 

iq°. Op de Zuidzyde van 't Land van Mansi-elt, 
in Hudsons Bay, op 61 gr. N. Breedte, en 5 uur. 
40 min. ten Tfeflcn Parys. 

VenusCenter in den rand by in- en uitgang. 5 Juny 



ii°. Batavia in Indien, op 6 gr. 10 min. Zuider 
Breedte en 6* uur. 58 m. 7 fee. ten Ooflen Parys. 

Uitw. raaking en inw. raaking als boven 

Venus Center in rand als boven 

Inw. raking en uitw. als boven 

12°. Aan de Zuidzyde van Nova Hollandia, op 32 
gr. Z. Breedte, en 7 uur. 36 m. ten Oojlen Parys. 

- — - - ajs boven 

- - - - als boven 

- - - - als boven 



Op de volgende plaatfen zal de ingang in 
't geheel niet kunnen gezien worden. 

13». Kaap de goede Hoop, op Zuider Br. 33 gr- 55 
m. 15 fee., en 1 uur 4111. 40 fee. ten Otjlen Parys. 



De inwendige raaking van de randen', - - 

Venus middelpunt in den Zons rand - - - 

De uitwendige verlaating der randen - - - 

~Ï4° 



Ingang 
u. m. f. 

V - 7 : 52 = 35 
- 8 : 4 : 41 
-. 8 : 17 : 4 



N. 9 



N. 1 



Uitgang. , 
u. m. f. 
: 5a ■ 32 
: 4 : 44 
: 16 : 37 



V. 9 : 37 

— 9 : 49 



V. 10 : 12 : 21 
— . 10 : 23 : 58 
— 10 : 36 : 4 



Edenburg in Schotland, op =;ï gr. 58 rn.N. Br. 
1 in tyd 21 min. 41 fee. ten [Ve/hen Parys. 
- - raaking als boven - 

■ - - middelpunt als boven - - - - 

■ - - verlaating als boven - 



15 . s'Gravenhage, op N. Breedte 52 gr. 4 min. 
en m tyd 7 min. 42 fee. ten Ooflen Parys. 

- - - - raaking als boven - 

- - - - middelpunt als boven - 

- - - - verlaating als boven - 

16°. Londen, op N. Breedte van 51 gr. 31 min. 
en 9 min. 28 fee. ten iVejien Parys. 

- - - - raaking als boven - " . 

- - - - middelpunt als boven - 

- - - - vcrlaating als boven - 



J7 . Parys, op Noorder Breedte van . 
14 fee. 

- - - - raaking als boven 

- - - - middelpunt als boven 

- - - - verlaating als boven 



i gr. 50 min. 



6. Juny 

3 : 11 : 39 



3 : 40 : 16 

3 ■■ 52 : 26 

4 : 4 : 17 



4 : 20 : 25 
4 : 32 : 43 
4 : 44 : 32 



Uitgang. 

u. m. f. 
V - 9 : 5« : 45 
— 10 : 8 : 58 
— . 10 : 20 : 51 



V. 8 



V. 8 

— 9 

— 9 



V. 8 




32 


35 


45 


30 


57 


58 



Alle de bovenfhande plaatfen zyn in Fis 



Gereduceerd op den Me- 
ridiaan van Parys. Tyd van Venus 
middelpunts ver- 
Ingang Uuitgang toeving op de Zon. 
u. m. f. u. m. f. u. m. f. 
2 : 42 : 45 



2 : 54 : 51 

3 : 7 = 14 



2 : 49 : 



2 ■ 39 ■ 5 

2 : 5° : 53 

3 : 2 : 58 



Is te Parys 



Is te Parys 



Is te Parys 



te Parys 



8 : 42 : 45 

8 : 54 : 54 

9 : 6 : 42 



: 51 : 39 



42 •• 9 

54 : 19 
6 : 10 



2 : 36 : 21 8 

2 : 47 : 58 8 

3 : o : 4 9 



Uitgang 
u. m. f. 

8 : 52 : 5 

9 : 4 : 18 
9 : 16 : II 



41 : 26 

54 : 20 

6 : 46 



41 = 59 

54 = 49 

7 : 16 



8*: 43 : 7 

8 : 54 = 58 

9 : 7 : 26 



Is te Parys 8 
-.- - 8 
- - - !fl 



42 : 31 

55 ! 21 

7 : 47 



met een Uennelyke Stip aangeweezen. 



6:0:3 



ï : 39 



6 : 3 : 2Ö 



■6: 8 : 45 



Differentie in 
tyd , aan de Kaap 
en de vrorftaandc 
plaatfen. 

u. m. f. 

. o : 10 : 39 

. O : 9 : 58 

. o : 9 : 25 



O : 10 : 6 

o : 9 : 29 
o : 8 : 5S 



O : 9 : 58 
O : 9 : 20 
o : 8 : 45 



. o 

. o 

O I 



9 : 3+ 
8 : 57 
8 : 24 



VENUS voorby de ZON. 3*1 

635 , waar by overal zal blyken , dat het 
verichil der middaglynen tuiTchen twee, 
ver van malkander leggende, plaatfen 
vooral niet naader als op twee fecun- 
den tyds bepaald is geworden; echter 
kan men ten voordeele van de laaftge- 
melde methode niet ontkennen , dat 
het bepaalen van het verfchil der mid- 
daglynen ten allen tyde herhaald en 
verbeterd kan worden , daar de metho- 
de van Halley geen herhaalinge , en 
geen of weinig correótien toelaat. 

Ik heb op fommige plaatfen, daar de 
ingang en uitgang gezien zal kunnen 
worden, de tydpunten daar van bere- 
kend : niet alleen die tyden als 't mid- 
delpunt van Venus in den rand van de 
Zon moet zyn , maar ook de tyden als 
de Planeet by den ingang en uitgang 
den Zons rand inwendig en uitwendig 
zal raaken. Vier van die plaatfen, waar 
van ik de Langte en Breedte in geen 
Tafels gevonden hebbe zyn gefield 
volgens de meergemelde Mappe monde 
van den lieer de l'Isle , naamelyk 
Tobolsky, Batavia, het Zuidelykfte van 
Nova Hoïïandia , en 't Land van Mans- 
feit in Hudfons Bay ; de laatfte is alleen 
om te vergelyken met Chandemagor, ko- 

VL Deel. ' X men- 



322 Over den OVERGANG van 

mende het naaft overeen met Nelfons 
Haven en den mond van den Ganges,door 
Halley voorgefteld ; de langten en 
breedten vnn de anderen zyn uit Cö«- 
noijjance des Temp 1 760. 

Door deeze Tafel ziet men , dat het 
verfchil in den tyd van den geheelen 
overgang te Chandernagor , en op 't 
Land van Mans feit , maar 4 min. 1 fee. 
is, 't welk omtrent die plaatfen na de 
bepaaling van Halley 13, 15 of 17 
min. geweeffc zou zyn, gelyk te voo- 
ren gezegd , en de reden daar van aan- 
geweezen is. 

Uit de agterfte getallen komen de 
verfchillen van de gehecle vertoeving T 
of duuring van den overgang op on- 
derfcheidene plaatfen aldus : 

ra. f. m.f. 

TcTobolsky met N. Hol. 12.- 8, met Bat. 6-+^ 

Petersburg N. Hol. n- i, Bat. y-4i. 

Tornea N.Hol. 10-5-6, Bat. y-37 

Pekin N.Hol. 10-5-6, Bat. r-37 

. Upfal N.Hol. 10-26, Bat. s- 7 

Stokholm N.Hol. 10-24, ^ ot - S- £ 

Chandernagor N.Hol. 10- 7, Bat. 4-4S 

Berlyn * "'; N.Hol. 9-42, Bat. 4-23 

Pondichery - — N.Hol. 8-42, Bat. 3-23 

L.v.M ansfelt N. Hol. 6- 6, Bat. 0-47 

Batavia > N.Hol- f-19, o- o 

Indien Nova Hoïïandia een Land was r 
bekend en 't geen by den Europeanen 
bezogt wierd , en aldaar nette waarnce- 

min- 



VENUS VOORBY DE ZON. 



n rt * 



mingen wierden gedaan , zou door de 
methode van Halley , een fout van 2 
fecunden in 't waarneemen gefield zyn- 
de , de Parallaxis op het drie honderdfte 
deel na ten minden gevonden kunnen 
worden ; maar dit niet zynde, en te 
Batavia of te Bencola waarneemingen 
gefchiedende, dan zal de Parallaxis op 
die wyze miflehien maar tot op het 
honderd en vyftigfte > of op zyn beft 
tot op het twee honderdfte deel na te 
vinden zyn. 

Na 't voorftel van den Heer de l'Isle 
de verfchillen op den tyd van den uit- 
gang aan de Kaap de goede Hoop met ver- 
fcheide andere plaatfen na deze Tafel 
neemende , die zyn als volgd : 



TePekin 14 — 47 C 

Tobolsky 12 — 41 

't Land van Mansfclt 12 — ,'9 
11 — fz 
■ii 
■18 



Tornca 
Chandernagof 
Petersburg 
Upfal 
Stokholm 
Batavia 
Edenburg 
Londen 
Berlyn 
s'Hagê 
Pondichery 
Pavys 
N. Hollandia 



1 1 
1 1 ■ 

jo- 

IC— ƒ! 

9 — f9 
5-fS 
9 — 10 

9 — 4<> 

9— l 9 
9—14 

8'_ ft 

X a 



He den 
zo veel 



Zynde 
uitgang 
.vroeger als aan dd 
gemelde Kaap. 



All 



324 Over den OVERGANG van 

Als dan aan de Kaap, en op eene of 
meer der bovenftaande plaatfen naauw- 
keurige waarneemingen op den uitgang 
gedaan , en het verfchil der Meridiaan 
op 2 fecunden na bepaald kan worden, 
zo zal men daar door deParallaxis nog 
nader kunnen vinden. 

Dat deze verfchillen wat grooter zyn 
als de Heer de l'Lsle gevonden heeft , 
zal miffchien daar van daan komen, 
dat hy de Zons Parallaxis kleinder dan 
1 1 fecunden onderfteld heeft. 

Eïndeïyk heb ik op dezelfde gronden 
berekend , en in de ?4e Figuur afge- 
beeld , hoedanig Venus in s'Hage fchyn- 
baar over de Zon moet gaan , de Noor- 
der breedte van deeze plaats op 52 gr, 
4 min. , en in tyd 7 m. 42 fee. (f) ten 
Öoften van Parys neemende; de ge- 
flipte lyn A B. moet als een beftendige 
verticaal of lootlyn door 't middelpunt 
van de Zon gaande gehouden worden, 
als de Planeet by den ingang in J. is, 
dan is d,e Zon nog onder den Horizon ,. 
maar in D.. zynde, dan moet de Zon 

eeven 

Cf) Uit het genoteerde op 't einde CO fchvntdit 
langte verfchil wat te groot te zyn, het verfchil 
tultchen Haarlem en 's Hage is ook niet net ge- 
noeg en moet naaukeuriger bepaald worden. 



VENUS voorby de ZON. 325 



eeven boven de kimmen weezen; de 
letters behooren tot de middelpunten 
van de ronde vlakken daar ze by flaan, 
en dekennelyke flippen zynflandplaat- 
tin tufTchen beiden , de Planeet zal op 
de Zonnefchyf in de geflipte lyn midden 
door de vlakken gaande ? liaan als volgt : 



Voor 't opkomen van de Zon, de ingang in J.ten 
De Zon by of in den Horizon , de Planeec in D. ten 
De Planeet in 't volgende (tip 

In 't verder volgende — 

in E 

in 't volgende ftip 

in F . ■ 

in 't volgende flip 



u.in, f. 

3" 2 "4 & 
3-47- ° 

4- '■' 
4-20- 

4-40- 

5- ■• 

y-20- 
y-40 



in M. het digtft by hetZons midpunt ten 6- 3-5-9 



in 't volgende ftip 

in G. 

in de ftip 

inH. 

in de ftip 

inK. 

in de ftip 



6-xo- 
Ó-40- 

7- o- 
7-20- 
7-40- 

8- :- 
8-*c- 
8-49-41 

9- *-3 r 
9-14-38 



in V. als de randen inwendig raaken 
Venus midpunt in de Zons rand 
in U. als de randen affcheiden 

In M, is de grootftediftantie des Noordrands van , 
Venus binnen den Zóns Zuidcr rand 6- 

't Center van Venus daar binnen ^-i^.ió 

De Zuidrand van Venus daar binnen — 4-49- S 



6. 8 



De geflipte lyn die v/at hooger ge- 
trokken is , is de fchynbaare weg die 
men de Planeet over de Zon zou zien 

X 3 lo °- 



$26 Over den OVERGANG enz. 

pen wanneer het oog in het middelpunt 
van de Aarde geplaatft was , en al- 
daar den geheelen tyd een gemeen Ze- 
nith met 's Hage behouden wierd ; 

En dan zou de ingang gezien worden u. m. f. 



by a ten 



*-ss-4S 



De'digtfte fland aan het Zons middel- 
punt in b ten — 6— o— 3 

De uitgang in q ten — 9- 4-10 

De grootfte diftantie van Venus / y/ 
binnen den Zons rand in b y— 51.S 

De regte lyn R£S zou den fchynbaren 
weg over de Zon afbeelden als het oog in 
't middelpunt der Aarde flond , en een 
punt , 52 gr. 4 min. benoorden den 
Equator op 344 gr. 23 min. Evenaars 
lengte ftaande den geheelen tyd beften- 
dig voor 't Zenith gehouden wierd; 
zynde dat punt omtrent 7 gr. Zuidely- 
ker, als de Ster van de derde groote 
in de knie van Caffiopea ; de ronde 
vlakken , die Venus op de Zon afbeel- 
den, liaan in haar regte proportie, in- 
dien de Planeet ten naaften by zo groot 
is ö als de Aardkloot, 

Hagc den 12 Novcmb. ir 60. 



*■">:•'- 




C . t ffftP /ruórs. j.j6c . 



MmüM.VZ.SIte/ 



', ■ . - 




Bladz. 327 
PROEVE 

OVER DEN 

L E E F T Y D 

GESCHIKT TER 

INENTTNGE 

DER 




DOOR 

Dr. M A T T. 

ITet fchynt my toe , dat federt den 
i tyd , waarin getwiftredend is over 
de Inenting , men niet meer behoeve 
te twyfelen over de nuttigheid. En- 
geland , op een gezag , dat men voor 
verdagt had kunnen houden , en op 't 
uitwerkfel van eene gelukkige ftout- 
heid , die daar heerfcht , heeft voor 
veertig Jaaren de eerfte Proefftukken 
van die Praktyk gegeeven , en heeft 
Jaar voor Jaar by vervolg aan andere 

X 4 Vol- 



323 Over den LEEFTYD 

Volkeren (i) de fterkfte redenen aan 
de hand gegceven om hen natevol- 
gen. Dadelykheden, Rekeningen, Te- 
genwerpingen , alle geeven dezelfde 
uitkomften , en de geltadig verdubbel- 
de klaarblykelykheid van den goeden 
uitflag op verfcheidene plaatfen , al- 
waar men de verwoeftingen door de 
Natuurlyke Kinderziekte aanteregten, 
heeft zoeken te ontduiken , is zo groot 
geworden , dat het Vraagftuk of het 
Inenten nuttig dan of 't geoorloofd zy # 
nu verandere in de opgave , welke 

ou- 

00 Men geeft alle Jaaren te Londen een Lyft 
in 't licht van de perfoonen, toegelaten tot het 
Gafthuis der Kinderpokjes , 't zy om ingeënt, of 
van de natuurlyke Kinderziekte geholpen , te wor- 
den. Het getal der Ingeëntcn, is federt den aan- 
leg van dit Gafthuis, namelyk van den Jaare 1747, 
geklommen tot 2212, waarvan agt gefturven zyn , 
dat is één van de 275-. Het getal van die, we'lke 
naar den gewoonen loop de Kinderpokjes hebben 
gekregen , is aldaar geweeft 4662 , waarvan 'er 
1190, dat is, één van de vier gefturven zyn. De- 
ze ftukken, boven 't bereik van alle tege'nfpraak, 
en waar tegen men geene eene wederinftorting 
weet intebrengen , zyn de reden geweeft dat de 
Prins van Wallis zich "tot befchermer van dit Gaft- 
huis heeft gefteld. Men kau aan hun, dewelke, 
in andere Landen woonende, deze heilzame Prak- 
tyk betwiften , 't zelfde antwoord geeven van 
Ruysch aan zynen Vriend Boerhave, vemefvide, 
'komt en ziet. 



geschikt ter INENTINGE. 329 

ouderdom daartoe de voordeeligfte 
uitkomften daarvan opgeeft. 

Ik zal in in dit gefchrift op 't gemel- 
de vraagftuk blyven ft aan , en met ver- 
maak aan de voornaamfte geleerden 
van Euiopa (2), of aan de Verhande- 
lingen dezer Sociëteit, die 'er de plaats 
van kunnen bekleeden (3) , en aan an- 
deren , begeerig na eenige ophelderingen 
omtrent het gefchiedverhaal , overlaa- 
ten de byzonderheden en de voordee- 
len dier Praktyk aftefchetfen. 

De Tydp erken ter Inentinge, door 
Auteuren , die daarover handelen , 
voorgefchreven , zyn de Ouderdom- 
men van vyf , en van dertig of vyfen- 
dertig Jaaren. Beneden 't eerfteTyds- 
perk , zeide men , was te weinig Le- 
vensverzekering om de Inenting te 
waagen ; en boven 't laatfte Tydperk 

wor- 

(2.) De Heeren Jürin, Mead, en Kirkpa.- 
trick in Engeland; la Condamine in Frank- 
ryk; Gdyot, Butini en Tissot in Zwitfer- 
land ; Schwencke in Holland; Schultz in 
Zweden. 

(3) Zie in 't i fte Deel dezer Verhandelingen, 
het uitmuntende fluk van den Heere Ch ais, in 
het 2 de Deel dat van mynen beroemden Leeraar 
Gaubius; en in 'c 4 dc dat van den HeerDnYF- 

HOÜT. 

x 5 



33° Over den LEEFTYD 

worden de voordeden van de Ingeente 
Kinderziekte boven de natuurlyk ver- 
kregene te gering, om 'er veel voor- 
rang aan te geeven. Gemerkt nu myn 
gevoelen des wegen al voorlang van dit 
hun gemelde heeft verfchilt in het eene 
Lid zo wel als in 't andere , zo neem ik 
voor my te bewyzen. 

i ) Dat 'er geen Leeftydsperk is , 
waarin niet de Inenting voordeel aan- 
brengt; en 2) datdevoordeeligfteLeef- 
tyd daar toe die is , welke naaft aan de 
geboorte paalt. 

Iftc DEEL. 

De Redenen , die men bybrengt om 
geene perfoonen boven de dertig Jaa- 
ren Inteenten , zyn doorgaans deze 
twee. 1. Omdat de Ziekte naa dit Tyd- 
perk meer gevaarlyk is ; en 2. dat men 
'er dan minder aan bloot ftaat. Zo ik 
my niet bedrieg , zo is 't 'er zo verre 
van af, «dat zich die twee redenen zou- 
den onderfteunen , dat veel eer de een 
de andere ontkragt. My dunkt ik zie 
eene gelykheid tuflchen een gevaar dat 
zekerder en een dat grooter is. Een 
Jongeling is meer vatbaar voor een min- 

drei- 



geschikt ter INENTINGE. 331 

dreigende befmetting ; een VolwafTene is 
minder bloodgefteld aan een meer dreigende 
Ziekte. Op een gelyk aantal van men-' 
fchen verandert mogelyk het doods- 
gevaar weinig. En , of een , boven 
hunne hoofden opgehangen zwaard 
meerder reizen op dezen , en lynreg- 
ter op geenen valle , wie zal zich doch 
het voorregt aanmatigen om zyn Punt 
te verfcompen? 

Zo men ftuk voor fluk deze twee 
bewysredenen nadenkt , zal men zien , 
dat 'er tegens 't oogmerk van haare 
Voorftanders,twee befluiten inleggen, 
vlak gekant tegens de hunne. 

1. Want ware de eerfle reden de 
eenigfte , zo is 't klaar dat 'er dan geen 
reden meer overbleef. Wat maakt 
doch de Inenting zo verkiesbaar boven 
de inwagting der gewoone Kinderziek- 
te ? zo niet het minder gevaar der Inge- 
enten , en daardoor de bevryding van 
een grooter gevaar van de gewoone 
Ziekte. Hoe grooter dit gevaar is, hoe 
die foort van vrykopinge in eenen ge- 
zonden zin meer is aantepryzen. In- 
dien de Aflurancie op een gemeen 
huis tegens gevaar van brand eene prys- 
zelyke voorzorg is., zoude het dan 

geene 



332 Over den LEEFTYD 

geene onvoorzigtigheid zyn die te 
verzuimen op magazynen en houttui- 
nen? 

Men zal tegen my aanvoeren, dit 
zou waar zyn , zo 't gevaar der Ziekte 
door konft gemaakt niet dies te groo- 
ter wierd naar reden van 't gene dat 
'er door de natuurlyke Pokjes over 't 
hoofd hangt ! hoe verbmndbaar myne 
goederen zyn , de ibm van afliirancie , 
die men eifcht , is te groot om 'er my 
een genoeglatim voordeel van te beloo- 
ven. Maar gy, die my deze Tegen- 
werping maakt , zytge wel verzekerd 
dat de Toeneemingen van gevaaren in 
deze twee foorten van Pokjes waarlyk 
zo na geevenredigd zyn ? Ik twyfel 'er 
aan , onaangezien het gezag der Lyften , 
die men bybrengt , en de nog meer ver- 
dagte redenkavelingen , die men 'er by- 
voegt. 

Ik begin met de Lyft van den goe- 
den Uitflag der Ingeente Kinderziekte 
in Engeland van den Jaare 1721 tot 
1729. Zy is in 't licht gegeven door 
D. Scheuchzer , gebouwd op de Tafels 
van D. Jurin , van de zes eerfte , en 
op zyne eigene waarnemingen van de 

twee 



geschikt ter INENTINGE. 333 

twee laatfte Jaaren (4). Op de 1 10 
Ingecnten boven de twintig Jaaren 
blykt, dat de Inenting op dertien mis- 
lukte ; datze op zes zogenaamde on- 
volkome Pokjes , voortbragt ; en dat 
'er twee van ftierven. Dat is , dat 'er 
in 't geheel twee ftierven van de 91 , 
welke gedurende dien tyd de Pokjes 
kregen. Deze evenredigheid wykt te 
weinig af van de evenredigheid van één 
tot vyftig die 'er naa de Inenting in 
denzelfden tyd fterven van 754 bene- 
den de twintig Jaaren Ingeënt , om 
daar uit eene merklyke onevenredig- 
heid tusfchen die twee Leefperken op- 
temaaken. Zelfs zal die genoemde 
onevenredigheid verdwynen, zo men 
mede telt de zes perfoonen , by wie» 
de uitflag zeer gering was , en nog drie 
van de dertien, op dewelke in 't ge- 
heel geen de min ft e uitflag befpeurd 
wierd (6). 

Merk 



(4) Schetjci-izer Account &c. Lond. 1729,8™. 
p. 34. Kirkpatrick Analytis p. 106, 192. 

(5-) Indien de Inenting in den beginne zo goe- 
den uitflag niet had, 't was wegens de weinig voor- 
zorge , die men nam , en waarvan men zich na- 
derhand eene wet maakte. 

(6) Het voorbeeld van den Ridder Jean Er. vilt/, 

die 



334 Over den LEEFTYD 

Merk boven dien aan dat deze Lyfë 
beginne met de twintig Jaaren ; en by- 
gevolg niets rept van de Inenting van 
Perfoonen boven de dertig. Onder de 
twee gefturvenen was een Dogter van 
drieëntwintig , en een Man van vyfen- 
twintig Jaaren. Deze laatfte was een 
dronke aamborftige boer , die met zyn 
familie tegens den raad zyner vrienden 
wilde ingeënt worden. Hy onderging 
geene voorbereiding ; gaf zich over 
aan vermoeijing en den drank (7) , en 
was gedurende den loop der Operatie 
gantfch zorgeloos. 

Naa aftrekking van dit geval zullen 
de overblyvende veeleer (trekken tot 
aanmoediging dan tot affchrik voor 
menfchen , die , naa datze de natuur- 
lyke Kinderziekte te vergeefs dertig 

Jaa- 

die zonder Pokpuiften naa de Inenting te krygen, 
eene iloffe .uic de wonde zyner arm loosde, 'waar- 
mede men een Kind Inentte, dat dePokjes kreeg, 
ftrekt ten bcwys, dat men Pokjes kan hebben zon- 
der uitflag. Zie de Joum. Britt. Tom. XV. p. 430. 
f7) Zie den brief van D r . Rosé Fuller aan den 
Ridder Hans Sloane, in 't (tukje van D r . Jurin, 
voor den Jaare 1724. bladz. 17. Het verhaal der 
drie voorgaande Jaaren leverde vyftig Ingeënten 
tuffchen de twintig en tweeënvyftig Jaaren, van 
dewelkeh 'er geen één ftierf ; zie 't" voorgemelde 
ftükje bladz. 17. 



geschikt ter INÉNTINGE. 335 

Jaaren lang hebben ingewagt , ter ver- 
melding van derzelver hachelykheid 
naa dit Leefperk hunne Toevlugt tot 
de kunft neemen. 

Het veiiioal der Inentingen in den 
Jaare 1721 in Nieuw Engeland fchynt 
ra den beginne niet gunitig. Dr. Boyl- 
ston bragtze daar in trein , op 't lee- 
zen en vernaaien van anderen ; en ver- 
haalt dat van de 66 Ingeënten van der- 
tig tot zevenendertig Jaaren, één Man 
van tweeënvyftig , en drie Dames , de 
eene van zevenendertig , de tweede 
van vierenvyftig, en de derde vandrie- 
enzeftig Jaaren daartegen niet heiland 
waren (8). Maar de verhaafling, met 
dewelke de Inenting gefchiedde op 
plaatfen die over 't geheel befmet wa- 
ren \ het gebrek van voorbereiding en 
keuze ; en vooral de vryheid , welke 
de voorbarige en niet wel onderrigte 
Geneesheer aan zyne Zieken veroor- 

loof- 

(8) Het verhaal van Boylston is in 'c Jaar 1726 
te Londen gedrukt in 4 . p. 10. 23. 33, en 40. 
In-de Voorrede berigt hy , dat het vermoedelyk 
is, dat aan deze drie Dames reeds voor de Inenting 
de befmetting van buiten aangebragt was; en dat 
die Man veel eer het flagtoffer v/as van Zyn zwaar- 
moedig geftel en van zyne te grooce onthouding., 
dan van de Ziekte zelve. 



33<5 Over den LEEFTYD 

loofde 't zy voor 't zy naa de Inenting, 
zo om uittegaan als zich bloot te Hel- 
len aan de vergiftige Uitwafemingen 
der algemeen geweldig heerfchende 
Kinderpokjes te Bofton, en daar om- 
ftreeks (9) , gedoogen niet dat men vei- 
lig uit die Lyft gevolgen trekke ftry- 
dig tegen myne ftelling. Een Arae- 
ricaans Geneesheer , die van die Prak- 
tyk niet zeer gunftig fpreckt , mogelyk 
om dat hy 'er zich in den beginne te- 
gen verzet heeft (10), flaat toe, dat 
eenigen van de Ingeente Perfoonen te 
voren reeds befmet waren. En in één 
der ongelukkige gevallen , die hy aan- 
haalt, kwamen de Puiftjes reeds twee 
dagen naa de Inenting voor den dag. 

Wiltge tegen deze eerfte proeven 
eener Praktyk, die naderhand zo vol- 
tooid 

(9) Van 5759 perfoonen , welke in de Hoofd- 
flad van Nieuw Engeland door de Pokjes in de 
Jaaren 1721 en I7" zyn aangetaft , ftierven 'er 
844 : zie. Boylston p. 39. Voor 't overige heb ik 
mee deze vernaaien vergeleken die van Colman, 
en andere Inwoonders dier^Volkplantinge, welke 
naderhand hunne waarneemingen over deze be- 
fmettende Ziekte hebben gemeen gemaakt, en 'er 
ooggetuigen van waren. 

£io) A praftical efTav concerning the fmall pox. 
by W. Douglas M. D.' Lond. 1730. S vo . 



-GESCHIKT TER INENTINÖÈ. 33? 

töoid is , talryker proeven inbrengen 
van Perfoonen van allerhanden ouder- 
dom naderhand te Carolina (i i) , in En- 
geland (1 2) , te Para (13) enz. Ingeënt $ 
zonder dat de Leeftyd, waarin ze dë 
Inenting ondergaan hebben j eerië 
merklykë ongelykheid fcheen voor- 
tebrengen , zo zult gy rhy wel de vry* 
heid geeven om uit de ondervinding 
zelve j die men maar zo byde tafl iii 
zyn belang bybragt , een eerfte bewys 
te ontkenen ten mynen eigenen voör- 
deele. 

Dus verre de flukken. Laat Oris 1 
zien of de Redeneeringen beter zulleri 
flaagem Eene vreemde ftelling. Maar! 
't zy zo , 't fchynt datze zo denken. 

Men voert aan de ftyf heid der vaft'é 

ëii 

t 11 ) Wanneer zich in den jaare 1738 de Pokjes 
alom in Charles Totvn en de Ommelanden ópen- 
baarden , en dodelyk Waren , nam men toevlugd 
tot de Inenting. £n , niettegenftaande de ver- 
haafting, waarmede men ten tyde der befmettiri- 
ge hier mede te werk gaat , Itierven 'er flegts 8 
van de 800 Ingeënten ; zie 't egt verhaal van Kirk- 
patrick te Londen 174:5 in 8 vo . 

(12) Men heemt iri 't Gafthuis te Londeri al- 
len die boven de zeven Jaaren zyn^ en Entze ifi 
ca voorafgaande behoorlyke voorbereiding. 

O3) La Condamine Relaas van deRivicr éë 
Amazonen. 

VI Diêk Y 



333 Over den LEEFTYD 



oo 



en tayheid der vloeibaare-deelen , bene- 
vens de verzwakking in den ommeloop 
der vogten, en de vereelding der uitloos- 
pypjes , voor zo verre die in den ry- 
pen ouderdom zo veele hinderpaalen 
zyn voor den goeden uitflach dier 
Praktyk. Nadien men daartoe ver- 
eifcht dat de opperhuid lenig, 't bloed 
vloeibaar , de leiding der vogten na 
den ommetrek levendig, en inzonder- 
heid geene verftopping in de vaten 

zy (14). Maar behoeve ik my 

wel te vermoeijen om die Befpiegeling' 
te ontleden , laat ik ze toeflaan, en 
'er my van bedienen als van een ander 
Drangmiddel , om hun , die een zo 
dikke huid en dik bloed , eene zo af- 
neemende Leefkragt , en zo geflopt 
klein vaatgeftel hebben , te vermaanen , 
om toch vooral het Middel niet te ver- 
zuimen 't gene hun word aangeboden 
om de gevaaren te voorkomen , welke 
door de Natuurlyke Pokjes te voor- 
zien zyn. 

Is het geen groot voordeel by de 
Inentings Praktyk , dat men de huid 
door baden week maake , en door 

zagt 

(14) Kirkpatuick Analyfis ibid. 



GESCHIKT TER INENTINGE. ^ 



<u Ol 



zagt voedfel en verdunnende dranken 
de vaten buigfaam, het dik en fcherp 
bloed dun- en zagt-heid byzetten , en 
aan de verzwakte kragten van het hart 
eene matige en welbereide voerftoffe 
aanbrengen , en eindelyk door ligten af- 
gang- wekkende of afleiding-makende 
middelen vergoeden kan , 't gene aan 
de wydte en buigbaarheid van die uit* 
looswegen der nature ontbreekt? 

Men heeft tegen de Voorftanders 
der Inentinge aangevoerd, datze poog- 
den den Haat der gezondheid van eeni- 
gen , die de Inenting ondergingen , door 
die voorbereiding te verbeteren. De- 
ze Itelling waarvan hunne Tegenftan- 
ders hebben gebruik gemaakt , zou in 
waarheid ongerymd zyn, zoze algemeen 
was. Maar mag ik niet flellen, dat de 
voorbereiding van eenen Inteëntenen 
in eenige gevallen het gebrekkige in de 
getempertheid en lighaamsgeftel heeft 
verbeterd , welke anders uit haaren eige- 
nen aart de Pokjes dodelyk gemaakt, ja 
zelfs uit haare eigene bron hem na 't graf 
zouden gefleept hebben ? Ik zie hier 
op de wurmen die de Geneesheer ont- 
dekt en verdryft; de aangeftokenheid 
en kwaadfappigheid des bloeds , die 

Y 2 hy 



340 Over. den LEEFTYD 

hy verbetert; deze onmatigheid in ftu- 
dien , arbeid of vermaaken , die hy 
doet opfchorten ; die vleijende hoop 
dewelke hy heeft en geeft : moet dit 
alles niet aan de ziekte, welke op de- 
ze voorbereidfelcn volgt, een gedeel- 
te ontneemen der verfchrikkingen , en 
aan de Pokjes zelve een merk van 
goedaartigheid indrukken, die de na- 
tuur in 't midden der onmatigheden 
eenes ongeftelden lighaams , en der be- 
roeringen eener aan zichzelve overge- 
latene Ziele , in ftaat zyn zou aante- 
brengen'. 

Hier in beftaat zekerlyk de voorrang 
der Inentinge. Zy kielt haare gevoeg- 
lyke Tyden ; en dit voordeel neemt 
toe met de Jaaren , omdat de Jaaren 
meerder keuze eiiXchen. Deze omftar.- 
digheid kan de Liefde wekkende Kun- 
ne niet onverfchillig zyn, alzo zymeer 
te verliezen en dus meer te dugtenheb- 
be ; inzonderheid alsze door deeze 
vcrraderlyke Ziekte by haar Zwanger- 
gaan verrafb word , en niet nalaaten kan 
te wenfehen dat haar blos en leven niet 
moge blood ftaan aan cle dreigende ge- 
vaaren eener dodelyke ïamenloop van 
Toevallen. 

Ik 



ceschikt ter INENTINGE. 341 

Ik wil nogthans wat toegeeven. Ik 
ftaa de onderftellingen toe van myne 
beftryders. En zegge : zo de Pokjes , 
de Jongheid verby gegaan zynde , traps- 
wyze gevaarlyker worden , dan verheft 
de Inenting met de Jaaren eenige haa- 
rer voordeden. Maar daaruit befluit 
ik , dat elk menfch 't welk op zyn der- 
tigfte, veertigrte, vyftigfte en zeftigfte 
Jaaren zyn leven bemint , zo wel als 
de Jongeling , ( door de Praktyk der 
Inentinge) negentiende van het doods- 
gevaar te boven komt , waarmede hem 
de natuurlyke Kinderziekte dreigt , 
waar van hy 't uitftel alleen met aan- 
was van gevaar koopt. 

Het uitftel , in welken Leeftyd dit ook 
zyn mag , is dan het min wyslyk verko- 
ren deel , omdat 'er geen Leeftyd is , 
waarin niet de Inenting te verkiezen 
en de natuurlyke Kinderziekte minder 
te dugten is dan in den volgenden 
Leeftyd. 

In deze Rekening onderftel ik alle 
Leeftyden van eene gelyke waardye. 
Dit zal zekerlyk zo niet zyn. Edoch 
wanneer is de Leeftyd het meeft te 
waardeeren ? is 't niet die des gezetten 
ouderdoms , waarin de menfch bezit- 

Y 3 ter 



342 Over den LEEFTYD 

ter aller zyner Wetenfchappen en aller 
zyner Kragten magtig , de menfchelyke 
famenleving begint te Ontflaan van al 
het onnutte dat 'er in was, en, mag 
ik 't niet zo uitdrukken ? van 't woei? 
agtige zyner Jongelingfchap ? Alsdan 
vereifchen de lchakel zyner onderne- 
mingen en Werkfaamheden , de Staats- 
pligten en Familie-zorgen eene ver- 
dubbeling van aandagt , en wekken 
meer Leedwezen , wanneer een ichie- 
lyke dood den draad van een zo waar- 
dig Leven afkort. Maar zou ik ook 
aan de Schildery al te fterke Kleuren 
byzetten ? Zyn niet de Venvoeflingen. 
door de Pokjes , onder Menfchen van 
eenen zekeren ouderdom aangerigt , 
zo zeldfaam , dat het der moeite niet 
waardig zy om ze te voorkomen ? Of 
brengt veeleer 't gevaar der Inentinge , 
fchoon klein, meer onheil aan dan 't 
onzeker , en ten miniten afgelegener 
gevaar der natuurlyke Kinderziekte? 
Zodanig is de tweede Tegenwer- 
ping, en die ik gewis in alle haare kragt 
heb voorgefteld. 

2. Om van haar gewigt te oordeelen 
moeft men volkomener Doodlyflen 
hebben , dan die van Londen nu zyn. 

Men 



geschikt ter INENTINGE. 34 



Men tekent daarop aan alle de Ver- 
woeftingen , die verfcheide foorten van 
Ziekte gemaakt hebben, en meld ook 
van 't Jaar 1728 af den ouderdom van 
elk gefturvenen. Maar de twee geta- 
len zyn niet het een aan 't ander ver- 
bonden ; en men ziet op die Lyften niet 
hoe veel menlchen in elk tiental Jaaren 
aan die verfcheide kwaaien fterven. 
Dit gebrek heeft my verpligt myne toc- 
vlugt te neemen tot eene onregtfrreek- 
fche manier die, eene zaak in de Na- 
tuurkunde niet ongewoon, my verder 
heeft gebragt dan ik vermoedde , en 
tot befluiren die ik niet verwagtte. De 
byzonderheden fpaar ik tot het volgen- 
de ; nu heb ik alleen de uitkom- 
Hen nodig. 

Van de honderd dodelyke Pokjcs 
zyn 'er veertien van Perfoonen boven 
de dertig, en negen van Gryzaards bo- 
ven de zeftig Jaaren. In een tyd van 
een zestal vyf Jaaren hebben de Pokjes 
1 3968 perfoonen , "boven de dertig Jaa- 
ren oud , weggefleept ; zynde het eenen 
twintigfte deel der SlagtofFers van de 
overige kwaaien. De Inenting ditgroo- 
ter getal tot een kleiner herbrengende , 
zou het Jaarlyks boven de vierhonderd 

Y 4 Le- 



344 Over den LEEFTYD 

Leyens fpaaren, indien zich alle Peis 
foonen van dertig Jaaren Inenten; meer 
dan drie honderd indien allen, welke 
veertig Jaaren bereikten, wierden In- 
geënt ; tweehonderd en vyftig zoo zy 
die 'er vyftig tellen , zulks niet uitftel- 
den;en zelfs meer dan honderd en vyf- 
tig , zo. die 'er zeftig haaien , 't hart 
hadden zich daaraan te onderwerpen. 

Deze Evenredigheden , die ik vry 
net keure, hebben nogthans alleen te 
Londen plaats. Deze Hoofdftad boven 
alle anderen vervuld met doortrekkend 
volk , ontledigt zich van een groot 
aantal zyner inwooners van middelbaa- 
ren ouderdom in 't heete Jaar-laizoen, 
wanneer de Pokjes hunne meefte Ver- 
woeftingen aanrigten. Zo wanneer de 
Kinderziekte zich op andere tyden 
met eenige verdubbeling openbaart , 
jaagtze ras de Lediggang^rs van kwali- 
teit of fortuin weg; dewelke zich aan 
een Kwaad , altoos ontzachlyker in 
zeer bevolkte plaatfen, willende ont- 
trekken , dikwyls op 't Land de ber 
fmetting en den dood mededragen. 
Dierhalven ziet men ook op onze doodr 
iyften dat de grootfte Moordjaaren van 
Kinderpokjes minder bres maaken on- 
der 



GESCHIKT TER INENTINGE. 345 

der perfoonen tuffchen de Leefperken 
die ik bepaald heb , dan onder de Kin^ 
deren , Volwaflenen en zelfs Gryzaards. 
Van waar dit verfchil ? van waar toch 
anders , dan omdat in dien Leeftyd het 
Leven te groot van waarde fchynt om 
het te waagen , 't geen men voor dien 
Leeftyd gewillig deed , om dat men zich 
naa dit Tydperk vleid 't gevaar te bo- 
vengekomen zyn. De Binnefteden , daar 
de weêrkeering der Kinderziekte naa- 
ren omloopstyd houd, en welken door- 
gaans door de vlugtelingen uit de Hoofd- 
ftad aangeftoken worden , laaten veel 
beter toe de uitwerkingen van deze be- 

fmettende Ziekte waarteneemen. 

Noit dringen de Pokjes door tot op die 
plaatfen , of ze worden voorgegaan van 
fchrik en gevolgd van angft. De In- 
boorlingen , aan hunne woonfteden ver- 
bonden uit hoofde hunner Koflwinnin- 
gen en Onvermogen , zien , voor zo 
verre zy de Pokjes niet gehad hebben, 
dezelve al bevende tegemoet. De vrees 
vermeerdert hun gevaar. Alle Ouder- 
dommen hebben hun aandeel aan deze 
verwoefting , door die verfchriklyke 
Ziekte aangetaft op plaatfen van hulp en 

Y 5 on- 



346 Over. den LEEFTYD 

ondervinding ontblood. De on- 
gelukkige Dorpen , daar zy heerfcht , 
verlaaten van hunne nabuuren, verlie- 
zen 't voorregt hunner markten en der 
flytingen hunner Waaren , ziende fom- 
wyle zich het gebrek aan debefmetting 
paaren. Zo zich iemant der Inwoners 
van dien dubbelden geeszel ontdaan 
wil , moet hy zich verre wech begee- 
ven , om eene fchuilplaats te vinden , 
daar men hem ontvangen wil. De Vaar- 
digheid nu , waarmede men de befmette 
plaatfen ontvlugt,en deze verfpreiding 
des fterflots onder alle de ouderdom- 
men,ftrekken ten bewyze van 't gemak, 
waarmede zich dit Venyn alom uitbreid, 
en van de onzekerheid waarin men is , 
om het ten eenigen tyd zynes Levens. 
te ontwyken. Is dit een Leven , waard 
te noemen, dat men zync dagen onder 
geftadige ontruftingen flyt , en zich 
buiten ftaat vind zyne vrienden , door 
de Pokj es aangetait , bytefp ringen. Hoe 
duur komt het eenen Vader ofte eener 
Moeder te (laan de Kinderziekte aan 
hun Krooft door kunft niet te durven 
aanbrengen , fchoonze zelven wenfch- 
ten , datze hun in de tedere Jaaren door 

In- 



ceschikt ter INENTINGE. 347 

Inenting ware aangebragt. Hoe hard 
moet het hun vallen , als die vreeslyke 
Ziekte , niettegenfraande hunne Voor- 
zorgen in hunne Familie , hun den 
nood oplegt om 'er zig van te fcheiden, 
of te dugten den doodfteek te ontvang 
gen van hen , dieze ten Leven verwekt 
hebben. Welk eene vreeslyke fchade- 
loosftelling voor die Kinderen , hun 
leven andermaal dank te weeten aan 
Ouders , die hun niet behouden dan ten 

Kofte hunner eigene Levens. 

Ontfla u van deze bekommeringen en 
gevaaren,en welken ouderdom gy ook 
moogt bereiken, zoek uw Vaderland 
te verzekeren van de voordeden die 
het zich belooft van uwe bevlytingen , 
en van de nieuwe burgers , die het ver- 
wagt door uw Leven. Wend u tot het 
behoedmiddel , datge al te lang ver- 
waarloost, hebt. 

Maar, zegtge , waarom my een Ziek- 
te op den halze gehaald ? waarvan ik dies 
te meer hoop heb bevryd te blyven , 
alsze tot heden toe vergeefze pogingen 
fchynt gedaan te hebben om my te 
treffen. 

Ik laat aan flouter rekenaars over uit 

mync 



348 Over den LEEFTYD. 

myne Tafels en de Evenredigheden, 
tuffchen 't getal der genen , welke aan 
de Kinderpokjes Irerven en dieze Ge- 
fpaart heeft , afteleiden de fchatting 
der trappen van waarfchynlykheid , 
die 'er van de verfcheide Leeftyden 
is , om ze te krygen en 'er van te fier- 
ven. 

Maar zo van de honderd perfoonen, 
die zefligjaaren tellen , de Kinderziekte 
ten miniten vyf Slagtoffers moet kie- 
zen , hebt gy dan , die tot das verre 
gefpaart zynde niet weet aan wien ne- 
vens u dezelfde vryfpraak gegunt is , 
geene reden om te dugten of u die vry- 
dom wel ten einde toe zal vergunt wor- 
den? te zeggen : dat men de Ziekte niet 
zal krygen , om dat men ze noch niet 
heeft gehad , is zo veel als voor te ge- 
ven dat noit eenige hernieuwing van 
gevaaren de waarfchynlykheid om 'er 
ook onder te bukken konde doen over- 
flaan in zekerheid. Of het is zich zonder 
reden vleijen dat men mede van dat 
kleine aantal is , 't geen de natuur be- 

voorregt heeft. En ei toch ! zo 

dit zo is, wat waagt gy dan? Zo uw 
bloed, van 's Moeders lyf gezuiverd, 

on- 



geschikt ter INENTINGE. 349 

onvatbaar is voor deze Pokkige gefting 
zal ze ook de Inenting u niet geeven. 
Ze zal u alleen ontheffen van de vree- 
ze , en u vryheid vergunnen ze uwen 
Kinderen te laaten Inenten en ze dan 
uwe zorgen niet te onttrekken, en ora 
te leeven voor de lamenleving , voor 

uwe vrienden , voor u zelven. ■ 

De Kinderziekte is fomtyds zo gering 
in onze eerfte Kindsheid , datze dik- 
maals met duizend andere kleine onge- 
makken vermengd, of flegts enkeld als 
daar zynde vermoed word. Die onze- 
kerheid verminderd zelden de fchroom. 
Het Kind , tot zyne Jaaren geko- 
men , vreeft zyn leven lang voor eene 
Ziekte , die hy niet hebben kan , en 
't geneesmiddel zyn zou , zyner vre- 
ze. 

De Inenting zou zyne twyfeling en 
fchroom wegneemen zonder (ingevol- 
ge myne eigenen ondervinding (15)) een 
lighaam te kunnen aanlteken , waarin de 

brandftoffe is uitgeput. Wat moet 

men uit dit alles befluiten? Dit, dat het 
gevaar dat toeneemt naar mate men ou- 
der 

(if) Journal. Brit, ife. 



350 Over den LEEFTYD enz. 

der word, aan de reden de noodzake 
aanpryft om af te laaten 't gevaar te ver- 
nagten,of, (om in de Termen van myn 
eerfte voorftel te blyven ,) dat 'er geen 
Leeftydsperk is waarin niet de Inenting 
voordeel aanbrengt. 






B E* 



BERICHTEN 

A A N D E 

MAATSCHAPPYE 

GEGEEVEN. 



• I. 1 I.Jlet/ 



_4/„ 



I 




Bladz. 353 
BERICHT 

WEGENS EENE MERKELYKE VERBE- 
TERING IN HET MAAKEN VAN 

BAROMETERS* 

DOOR 

PIETER. EIZENEROEK, 

k e Barometer, zal ze wel gefield 
zyn , moet een Lugtbalans we- 
zen. Tot een goede Balans behoort , 
dat men eenige zwaarte met het ge- 
wigt naauwkeurig kan afweegen. Dé 
Kwik in de Barometerpyp is 't gewigt. 
De Lugtkolom is de zwaarte , die 
men met dat gewigt wil afweegen. 

De hoogte van de Kwikkolom moet 
dan van de oppervlakte van de Kwik 
inde Kwikbak, daar de Barometerpyp 
in ftaat , altoos de waare zwaarte van 
de Lugtkolom aanwyzen. 

Zalze dit doen, zo moet die opper- 
vlakte onveranderlyk dezelfde blyveii 

VI Deel Z by 




354 BERICHTEN. 

by het ryzen en daalen van de Quik in 
de Barometerpyp. 

Dit heeft geen plaats in de gewoone 
Barometers. De Kwik ryft in de Kwik- 
bak, alsze valt ïn de pyp; en zakt in 
de bak alsze ïn de pyp ryft. 

Om dit ongemak te verhelpen , heb- 
ben eenige onder aan de Kwikbak een 
doorfchynende plaats gemaakt, en een 
maatje met een Nonius verdeeling, om 
de ryzing en daling van de Kwik in de 
Kwikbak te vereffenen met de ryzing 
en daling van de Kwik in de pyp. 

Doch deze verhelping een teken 
zynde van een gebrek om de waare 
hoogte van de Kwik door de verdeel- 
de plaat met een enkel opilag van het 
oog te weeten , zo heb ik dit gebrek 
zelf tragten te vergoeden. 

Ik heb my bedient van eene eigen- 
fchap die de Kwik heeft, waartoe ik 
by toeval gekomen ben : want voor eeni* 
gen tyd , tot een byzonder oogmerk 
eenige Kwik, op een horizontaal vlak 
uitgegooten hebbende, bevond ik dat 
dezelve , hoe ver ook zig uitbreidende, 
egter eene gélyke dikte of diepte be* 
hield , namelyk omtrent i Lyn , mits 
die uitgebreidheid ten minften een half 

duim 



B Ë R ï C H T Ë N. 355 

duim zy in zyhert omtrek , en doof 
geene hinderniffen bepaald werd maar 
vry uit loopt. Hier op kwam my in gë- 
dagten of niet deeze eigenfchap der 
Kwik gelegenheid kon geeven tot ver- 
betering der Barometers , met opzigt 
tot de verhöoging en verlaging in de 
Kwikbak. 

Zou dit met vfugt gefchieden z$ 
werd 'er Vereifcht een Bak van zoda- 
nige figuur $ of inhoud , waarin de 
-Kwik zyn egaale diepte altoos behield 3 
op dat 'ei' door het ryzen of daalen vol- 
itrekt geen verandering in de oppervlak- 
te van dezelve kome , van het hoogftë 
tot het ïaagfte punt van den Barometer. 

Na eenig overleg verkreeg ik myri 
oogmerk : ik maakte een Bak als iii 
figuur 3 ^ ter lengte van 3 düimeü 
én 2 duimen breed en het agtfte deel 
Van eenen duim diep : te weeten tüs- 
fehen het langwerpig vierkant. 

Ik bevond dat om de Barometerspyp të 
vullen j waaraan onze Bak werd vaftge- 
maakt , men eerffc de pyp op de be- 
paalde lengte maaken moet , 't welk ik 
op 34 duimen Rynlandfe maat namj 
dog dit is willekeurig , en koomt tïp 
geenen duim aan : vervolgens moei 

Z 2 ïïi'e)i 



356 BERICHTEN. 

men juift weegen hoe veel kwik 'er in 
de pyp gaa als dezelve vol is. Ver- 
der moet ook de Kwik gewogen wor- 
den , welke in de Bak koomt dat by 
my 60 Lood is , en met deeze hoe- 
veelheid zyn de Pyp en Bak geheel vol. 

Van de 60 Lood Kwik , welke in de 
Bak gaat, moet zo veel Kwik afgetrok- 
ken worden, als 'er meer dan 28 dui- 
men in de Pyp was , 't welk by my zes 
duimen lengte is : bygevolg, in 34 dui* 
men 62 Lood, koomt in 6 duimen na- 
genoeg 1 1 Lood. Dit van 60 Lood , 
die by my in de Bak gaat , afgetrokken , 
blyft 49 Lood Kwik welke in de Bak 
zyn moet. En dan is in de Bak en Pyp 
laamen 3 Pond en 15 Lood. Dit dus 
naaukeurig gedaan zynde is de Baro- 
meter wel gevuld. 

De Barometer dus gefield zynde , 
zal duidelyk uit derzelver figuur vol- 
gen, dat hier, in de Bak, het veran- 
ren van oppervlakte in de Kwik geen 
plaats lieeft. By voorbeeld : de Kwik 
ftaat op o of 29 duim en 8 lyn Eng. 
in de Barometer, en in de Bak op het 
horifontaal vlak aa tot bb. Als nu 
de 'Barometer zakt tot 12 onder nul, 
dan is de Kwik op het horifontaal vlak 



BERICHTEN. 357 

geloopen tot cc: maar ryft de Baro- 
meter tot 12 boven nul* dan ftaat de 
Kwik op het vlak tot dd. 

En dus blykt klaar , dat de Kwik in 
die groote verandering van ryzen en 
daalen , geen verandering in de hoog- 
te van deszelfs oppervlak ondergaat, 
dat de zwarigheid was , welke te over- 
winnen ik my in deezen had voorge- 
fteld , en waar van elk de nuttigheid 
gemakkelyk begrypen kan , die zig her- 
innerd 't geen ik hier voor gezegd 
hebbe. 






Z ^ Voo?v- 



553 BERICHTEN, 

Voorschrift om allerleye Ga- 
ten in Tzere plaaten , Typen , Bui- 
zen t: of zelfs gebroken Tzcrwerk 
weder vaft aan een te voegen , zo 
dat veel eer het Tzer op eene an- 
dere plaatje in ftukken zal kunnen 
gebroken of geflagen worden , dan 
ter plaatfe, daar het gelapt is. Weer- 
ftaande dit Mengfel de werking van 
Vuur, Water, Koude en Warmte. 

Medegedeeld door den Heer Generaal 
L. S. de Creütz n a c II. 

Om zich 'er van te bedienen , moet 
men eerft het volgende Vernis 
toebereiden. 

Neem 6 FlefTen of Bouteljes Lynoly. 
i Pond Zilverglit. 
i Pond roode Meny. 
i Stuk witte Vitriool , ter groot- 
te van een Ey. 
i Gedeelte Rottekruit , ter 
, grootte van een Okkernoot. 
Men doetze alle te famen in eene 
Yzere pot , en laat het famen al om- 
roerende kooken , zo dat gééne van 
die inmengfels zich op den grond van 
de pot kan aanzetten , waar door alles 
jn brand zoude kunnen geraaken. 

Men 



BERICHTEN. 359 

Men diende ook een Vat vol water 
by de hand te hebben , op dat , zo de 
ftoffen onder 't kooken te hoog op- 
bruisden , en konde overkoken , de 
pot met den bodem in 't water konde 
werden gedoken , zorgdragende dat 
'er geen e droppels water in 't mengfel 
vielen. ■ Naa dat het mengfel drie- 
maal dus zal hebben opgebruift en be- 
zonken is, zo fteekt men drie groote 
uijen in 't mengfel , en bewaart het dan 
tot het gebruik. 

Om dan verder de Compofitie te maa- 
ken waar mede de gaten , barden , en 
fcheuren , geflopt of geheeld worden. 

Zo neem 71 pond doorgezift ftof van 
fterk gebranden gebakken 
fleen van 't befte foort, die 
noit water heeft ingezogen. 

7 Pond diergelyk meel van den 
fteen , daar de Steenkalk van 
word gebrand , of van Keij- 
fteen , of van wit Marmor. 

6 Pond fyn geftooten glas. 

6 Pond Smitsglas , zynde de 
ftoffe die zich by de Smits 
in 't vuur vergadert en weg- 
geworpen word. 

Z 4 61 



36q BERICHTEN. 

61 Pond roode Bolus. 
3 Pond Hamerflag van de Smits. 
3é Pond Yzcrvylfcl. 
19 Pond OngelefchtcSteenkalk. 
3 Pond roode Meny. 
2 Pond Zilverglit. 
1 Pond Ree hayr , of kort 
Koe hayr. 

Alle deze ftoffen , behalven den Ha- 
merflag, 't Yzervylfel en het hayr , wel 
door eikanderen gemengd , en door 
de zeef heen gezift zynde, mengt men 
'er het Hamerflag en 't Yzervylfel on- 
der. Dit gedaan zynde , word op 

dit mengfel 5 a 6 Bottels Lynoly gego- 
ten, en door drie mannen, met daar- 
toe gemaakte driekantige yzers , altoos 
een der fcherpe kanten om laag hou- 
dende *eenen halven dag wel doorge- 
ilagen , zo dat de Olie , daar in ver- 
mengd en verdweenen zynde , door de 
aanhoudende Hagen wederom voor 
den dag komt ; en zich de geheele 
klomp tot een of meerder ballen zou 
willen laaten vormen, en aan malkan- 
der zou blyven kleeven. Dit in zo 
verre gedaan zynde , word 'er een hal» 
ve maat of omtrent een boutelje van 

het 



BERICHTEN. 361 

het te voren gemaakte Vernis onder 
gemengt ; wordende het mengfel we- 
derom op nieuw met de yzers gefla- 
gen , tot dat eindelyk de gantfche (tof- 
fe byna vloeibaar en zeer handel- 
baar is. 

Wanneer men 'er dan gebruik van 
wil maaken : moeten die plaatfen , 
die men floppen of lappen wil , eerft 
aan alle kanten beftreken worden met 
het bevorens bereide Vernis ; dan word 
'er de laatft bereide ftorTe op gelegd ; 
en deze wederom boven op met het 
eerfte Vernis beftreken , en alles te 
droogen gezet: en dan zal men altoos 
eerder het yzer op een' andere plaatfe 
zien breeken , dan daar 't gelapt is. 



j^ a^jMi^v^tsi^ . 






Z 5 Een 



S 62 BERICHTEN. 

Een Compositie om de Steen- 

voegen, en de Sternen zelve, 't zy 
in Kelders , Fonteinen , of Gebou- 
wen onder Water, of boven Gronds 
zodanig digt en vafl aan malkanderen te 
lymen en te floppen , dat het tegens 
Water , JLugt en Warmte altoos 
digt blyft, en nooit zal barflen. 

Der Maatfchappye medegedeeld door den Heer 
Generaal L. S. de Creutznach. 

Neem 3 Maaten , (te zamen omtrent 
41 bouteljes inhoudende), Stof 
van Steenkalk , zonder water 
door de Lugt alleen , gebluft, 
en tot ftof gebragt. 
£§ Hand vol wel doorgeflagen 

Eee-hayr , of Kort Koe-hayr. 
1 Maat Tzervylfel. 
il Maat Meel van fyngefloten en 

doorgeziften Witten Keifleeru 
\\ Maat Geftampt , door gezift Glas. 
i£ Maat Gezift Meel van hard ge- 

' bakken Steen , nooit bevogtigd. 
i\ Maat dito Tuf- oïTras-fleen. 
Onder dit alles mengt men i\ Bou- 
teljes Lynoly ; en laat alles met een bree- 
den , platten , dubbelden kouden Ha- 
mer wel door één flaan , en 'er by ge- 
deel- 



BERICHTEN. 363 

deelten de overige ftoffen onder men? 
gen ; en laat alles zo wel door een 
flaan , dat het zeer handelbaar worde. 
Maar zo het mengfel , na dat het lang 
genoeg met den Hamer doorgeflagen 
is, nog te droog en te vaft is, zo doe 
'er , by gedeelten , nog meerder Oly by. 
Doch zo het te nat bleef, diende men 
iets van het gemengde Poeder overig 
te hebben , om 't by 't mengfel te 
doen. 

Als men van deze Steen-Lym ge- 
bruik wil maaken, moeten zo de Steen, 
als de voegen , vooraf wel met Lyn- 
olie, waaronder Zilverglit gekookt is, 
genoegfaam beftreken te worden. 

Nog een diergelyke fterke Steen- 
Lym om de voegen tujj'chen Hard- 
flemen •> 't zy onder of boven Gronds , 
Water digt te maaken, als mede T- 
zere bouten en flaaven in den Steen , 
in flede van met Lood, vaft te zet- 
ten , beftand tegen Water , Lugt en 
Warmte, en niet barflende. 



N 



eem \\ Pond Gezift Meel van 
fterk gebranden goeden gebakken 
Steen , die noit vogtig is geweeft. 



\% 



364 BERICHTEN. 

if Pond van de fterkfte Stukka- 
doorkalk, of Gips. 

i Pond Tzervylfel. 

x Pond Vitriool. 

6 Lood Gal-appels. 
Verfch Ojjenbloed en 
Wit van Eijeren , van elk zo 
veel genoeg is , en even zo 
veel van den beften Wynazyn. 

i Pond Bolus. 

i Pond Potafch. 

i Hand vol Zout. 

Mengt alle deze ftoffen doormalkan- 
deren, flaatze zo lang, en doorweek- 
ze zo lang , tot dat het mengfel heel 
week en zagt word; en gebruiktze dan 
tuflchen de Steen voegen. 



«P 



£fo 



BERICHTEN. 365 

Het Geheim om alle Snaphaa- 
nen en Piftoolen zo te bereiden , dat 
men 'er zeer verre mede Schieten kan : 

Medegedeeld aan de Maatfchappye door den Heer 
Generaal L. S.deCreïïtznacii. 

Neem 2 Loot Majolynzaat. Laat 'er 
op druipen 
30 Droppels Petrolie. 
30 Droppels Geeft van Koper- 

; rood, en 
ió Droppels Balfem: Sulphurh. 
Mens: het alles wel door een, zo dat 
alle de Majolynzaadjes wel doorvog- 
tigd zyn 5 en laat dan in 't heetft van 
den Zonnefchyn het Zaad droogeri. 
Gedroogt zynde , neem van het Zaad 
zo veel als omtrent de lading van 't 
Buskruid bedraagt, die men gemeenlyk 
op een Snaphaan laad. Doed het op 
den Snaphaansloop , dien men toebe- 
reiden wil ; maar ftop alvorens het Laat- 
gat met een Yzer priemtje. Het Zaad 
in den Loop gedaan zynde, ftop 'er 
den Mond van toe met een digten hou- 
ten ftop , zo dat 'er geen lugt in- of 
uit- kan komen. Dit gedaan zynde 
word de Loop van agteren, daar 't Bus- 
poeder doorgaans en nu het Zaad ligt, 

ter 



%U BERICHTE», 

ter lengte van ruitn 8 Rynlandfehe dui- 
men in een K&olvuur gelegd , en van 
den beginne langfaam heet gemaakt , en 
vervolgens door 't aanblazen van 't vuur 
ter voorfcnrevenelengte gegloeid, en de 
Loop van den beginne tot het laatft toe 
geftadig langfaam omgedraaid , om het 
Zaad te laaten rondloopen ; laat den 
Loop zo een kwartier uurs in 't vuur 
gloeijen ; en vervolgens langfaam in 't 
vuur bekoelen. Veegt of wifcht den 
Loop van binnen met eeii linnenlapje 
af, maar met werk zuiver uit; en maak 
den Loop wederom van buiten fchoon : 
Zo is de Loop ten genoemden einde 
toebereid. 

Zodanig een toebereide Snaphaan 
kan zyne kracht langen tyd behouden * 
zoo hy niet op ééne reis , door al te 
fchielyk en dikwyls naa malkanderen 
daar uit te fchieten , fterk verhit word, 
waardoor anders de kracht van tyd tot 
tyd zeer merklyk vermindert. Ook 
moet men aanmerken , dat men * om 
op eenen korten affland met een Snap- 
haan, op deeze wyze eerft kortelings 
geprepareerd , te fchieten * men veel 
laager dient te pointeeren of te vifee- 
ren , dan op een verren affland. 

BRIEF 

/ 



BERICHTEN. 367 

BRIEF 

©EZONDEN AAN DEN SECRETARIS VAN 

DE HOLLANDSCHE MAATSCHAP- 

PYE DER WETENSCHAPPEN; 

DOOR 

JOSÜA VAN I PEREN. 

Delnentinge derKinderpokjes en hare 
goede gevolgen hebben my menig» 
werf in het vermoeden gebragt, of ook 
niet wel andere inwendige onzuiver- 
lieden des lichaams door die Inentinge 
weggenomen wierden , behalven de 
aangebore befmettelykheid , uit welke 
de Kinderziekte vroeg of laat te voor- 
fchyn koomt. Maar zeker geval, dat 
ik met alle mogelyke oplettendheid heb 
naergefpeurd , overtuigde my eindelyk 
volkomen , dat diergelyke zuiveringe , 
-door de Inentinge te weeg te brengen , 
ganfch niet ongerymd of onwaarfchy- 
nelyk is. 
Twee Perfoonen , welker namen 

nog 



*68 BERICHTEN. 

nog woonplaatfen ik niet noemen zal 
(fchoon men my , als een Predikant 
van eer, daar om niet behoeft te mis- 
trouwen , dat ik iets bezyden de waar- 
heid in myn verhaal zou bybrengen) 
waren genoegzaam, gedurende al hun 
leven , bezet geweeft met alle de ver- 
drietelykheden van het Blaauwfchuit. 
(Scorhiitus) Ja eene dier beide Perfoo- 
nen had over langen tyd ongeïukkiglyk 
bezet geweeft met eene FJftukufe Vlce- 
ratie , waar henen zig alle de Scorbuti- 
que fcherpigheden famentrokken. Al- 
le middelen had men in 't werk gefteld, 
om het bloed te zuiveren en dus de 
oorzaken dier Hypophora weg te nemen. 
Vrugteloos. Zoo lang de Zee-lugt 
ziltig blyft, welke wy inademen en zoo 
lang fpys en drank die ziltige lugt in 
zig bevatten, zoo lang moet de Scorbu- 
nis nieuwe Phififche oorzaken vinden: 
ten zy de lichamen, kennelyk of hei- 
melyk, % met andere kwalen bezoedeld 
zyn , die met Blauwfchuit geene ge- 
meenfchap kunnen hebben. 

Wat gebeurt 'er ? Die twee menfchen 
krygen beide de Scabies humida , op 
eene allerzeldfaamfte manier, die my 
getoond heeft , dat gemelde Scabies 

niets 



BERICHTEN. 369 

niets anders is , als eene kragtdadige 
uitwaaffeminge van den Scorbutus. Meer 
mag ik , om redenen , niet melden , als 
dat het gefchied is door eene hartdroo- 
gende en uitwendige broeijinge , die 
genoegzaam onverdraaggelyk was> en 
egter niet wel te ontwyken. 

Zoo ras begon deScabies niet te wer- 
ken en zig door blaasjes en zweren 
buitenwaards te ontlaflen , ten weiken- 
einde daar na iets gebruikt wierd , dat 
in de handpalmen gewreven en in ge- 
heet werd , of alle de ongemakken 
van het Blauwfchuit verdwenen eens- 
klaps en de Hypophora genas van zig 
zelf, met eene ongeloofelyke fnelïig- 
heid. 

Zeker Arts in den beginne over dieri 
jeukerigen uitfiag geraadpleegd zynde * 
noemde dien eene feherpte in 't bloed, 
die zig gemeenelyk by de eerftaanko- 
mende Lentewarmte openbaarde. By 
dit gevoelen bleef hy vervolgens, ra- 
dende wey te drinken , en van ge- 
zouten vlees en vis , peper * azyn § 
aatjaar enz. zig te fpenen. Dit beves- 
tigde ook een Chïrurgyn , een en ander- 
maal daar over aangtfproken ; en loo- 

VL Deel, Aa eherp 



370 BERICHT EN. 

chenden béide Medicus en Chirurgus 
hardnekkiglyk , dat 'er de minde fcha- 
duwe van Scabies was. Inmiddels bleef 
de drooge uitwendige broeijinge ge- 
weldiglyk aanhouden, en het weer 
wierd ongemeen zagt. Met het aan- 
nadercn en groeijen der al te voor- 
barige Lente , zoo ontdekten zig 
eerlang de kennelyke Symptomata 
van de ware Scabies ; die , naar allen 
fchyn , verholen zouden zyn geble- 
ven , indien men verkoelende za- 
ken had willen gebruiken , en de 
drooge uitwendige broeijinge ontwe- 
ken was. 

• Uit deze gebeurtenifle fchynen my 
toe, om dat ik alle de oinftandigheden 
weet en beredeneerd heb , twee waar- 
heden van de uitterfte aangelegendheid 
voor onzen Landaard en voor alle Vol- 
keren , die langs de flranden der Noord- 
zee wonen , voort te vloeijen , en by- 
zonderlyk voor alle Zeevarende Lie- 
den. 

Vooreerft, dat de jeukerigen uitflag, 
by den aanvang der Lente , of by het 
naarderen aan de warmere Lugtftreken, 
veeltyds het begin zy van eene Scabies 

hu- 



BERICHTEN. 3^1 

humida, die, om dat men zig te veel 
ontbloot en inwendig verkoelt , niet 
behoorlyk kan doorwerken. 

Ten tweeden , dat het inflaan van 
deze Scahies en 't verzuimen der uit- 
broeijinge den Scorbutus ongeneesbaar 
maakt , en de oorzaak word van al- 
le die verdrietelykheden en kwalen , 
welke met het Blauwfchuit gepaard 
gaan , of uit het zelve geboren wor- 
den. 

Nu kan het wel eens gebeuren , dat 
alle drooge uitwendige broeijinge on- 
genoegzaam is, om den Scorbutus op 
zoo eene geweldige manier door den 
huid te doen uitwaaflemen , gelyk ook 
de Kinderpokjes , volgens de Proeve 
van den Heer Dryfhout, niet altoos 
zigtbarelyk naar buiten uitbarftem 
Dog de Scahies humida , weet men , is uit- 
wendig befmettelyk : niets derhalven 
gemakkelyker als dezelve aan een 
Scorbutkus mede. te deelen. Zoo zou 
men de onverdraaggelyke jeukte voor- 
komen , welke by de uitbroeijinge in 
den beginnen geleden word , eer zig 
de Scahies tot waterblaasjes en zweren 
zetten wil i behalven ook de hette ? 
die men uit moet harden. 

Aa 2 Wel 



372 BERICHTEN. 

Wel is waar ! de Scabies is ongemak- 
kelyk en afzienelyk, ja niet zelden het 
teeken eener fnoode onkuifchheid. 
Dan dit zal niemand affchrikken, die 
begrypen wil, dat de Scabies van on- 
kuifche menfchen meer aan de ge- 
neesmiddelen , welke de onkuifche 
gebruiken , toe te fchryven is , als 
aan de misdaad der onkuifchheid 
zelve. 

Door de- Scabies humida moet het 
bloed , gewiflelyk vloeibaarder ge- 
maakt worden , om dat het fsrum , dat 
door de waterblaasjes uitwendig ge- 
loosd word , uittermaten tay en lym- 
agtig bevonden word: waar door het 
bloed , naar allen fchyn , verhinderd 
word in deszelfs beweginge door de 
fynere vaten. 

De zweren van de Scabies zyn eenig- 
zints Fiftuleus , en trekken derhalven 
naar zig , behalven het ferum Scorbuti- 
cum , ook andere vuiligheden , die te 
dik zyiï, om zig behoorlyk door de 
zweetgaatjes te ontlaflen. 

Verdere aanmerkingen zou ik kun- 
nen bybrengen , Hooggeleerde Heer ! 
indien ik niet begreep en hoopte, dat 

de 



BERICHTEN. 



173 



de Doorlugtige Maatfchappy , aan 
welke ik U Hooggeleerden nedrig ver- 
zoek , dit Berigt te willen, mededee- 
len , met deze myne korte fchetze te 
vrede zou zyn. 
Ik blyve enz. 




Aa 3 



WAAR- 



»•? 



74 



BERICHTEN. 



WAARNEEMINGEN 



GEDAAN OP DE 



ROENLANDSE 



UIT en THUIS REIS 



IN DEN J A A R E 1758. 



CEZONDEN AAN DE MAATSCHAPPYE 



DOOR, 



P I ET ER. C R A ME R. 

APRIL, 175S. 



1 Grad. 
Dag. koude 



Wind 



Weer 



J 5" - 


43 




42 


16 


42 




44 


17 


43 
4* 


\% 


46 
4 ó 


i? 


. 43 




4j 



Ooft noord ooft! Mooi 
Zuiden Bekwaam 

Ooft Stil 

Zuid weft j Mooi 

Zuid zuid weft | 

Zuid ooft 

Ooft 

Ooft ten noorden 

Ooft noord ooft' 

Ooft 



Poolshoogte 
.er. m. 



10 



60 2f 
Ól 10 

61 40 

6z 

63 

63 47 

64 46 

óf 3 1 

66 io 

66 421 

APRIL, 



BERICHTEN. 



75 



APRIL, 1753. 



1 

2 

D 

4 
5" 

6 



Grad. 
koude 



Wind 



Weer 



43 
43 
44 

4 Ó 

4f 
43 



3° 



33 

33 
29 

24 
24 

^7 
26 

*3 

2t 

20 
l8 
21 



20 
21 
22 
22 
21 
21 
20 

27 

3 l 

24 

22 
26 



Zuid zuid ooft 
Zuid weffc 
Zuid weft 



Weft 

Zuid zuid weft 
Noord wefl 

Stil 

Zuid: zuid ooft 

Omlopende wind 

Ooft, harde wind 

Noord n. ooft 

Noord ooft ten n. 

Noorden 



Noord ten ooften 
Noorden 
Noord ooft 
Noord noord w. 



Mooi 
Styve koelte 



Mift, afneemende 

Mift 

Bekwaam betr. Jugt 



Mooi 
Sneeuw 



Styve koelte fneeuw 

Bekwaam. 

Sneeuw buijen 

Bekwaam 

Buijig 

Buijig fneeuw 

Sneeuw 
Sneeuw buijen 



Poolsh 


oogte 


gr- 


m. 


ó7 


i9 


68 


2 3 


69 


39 


70 


49 


7i 


40 


72 


3 2 


73 


29 


74 


6 


74 


*f 


IS 


14 


75- 


SS 


76 


31 


IS 


f9 


7S 


S3 


IS 


47 


IS 


40 


IS 


39 


IS 


yi 


IS 


40 


IS 


28 


IS 


28 


IS 


2 3 



m e r, 175S. 



Noord noord w. 

Omloopende 

Stil 

Noord n. ooft 



Zuid zuid ooft 



Harde buijen 
Flauw en donker 
Mooi 
Bekwaam 
Mooi 



Noord weft 
Noord n. ooft 

Weft 



Storm en fheeuw 
.Sneeuw 
! Mooi 



A a j. 



7S 


42 


IS 


28 . 


IS 


48 


is 


40 


is 


ƒ! 


IS 


s* 


76 




76 


30 


76 


30 


76 


SS 


70 


39 


77 







M1T, 



£76 



BERICHTEN. 



M E Y 



I7S& 



Grad. 



Pag. i koudel Wind. 



Weer 



Poolshoogte 



3° 
33 
34 
3S 
33 
33 
*9 
*S 
a<T 
3° 
*9 
3| 

2 3 
3* 

2f 

IÓ 

ió 

20 

*7 

27 

*6 
l8 

19 
17 

19 
26 

& 

28 

28 

ij 

24 

26 

2ó 

24 



Zuid Welt 
Zuid zuid weit 
Zuiden 



Zuid zuid wed 

Zuiden 

Zuid zuid weit 

Noord noord w. 

Scil 

Zuid zuid ooft 

Zuid zuid weft: 

Zuiden 

Weft 

Nuord ooft 

Ooft zuid ooft 

Zuid zuid weft 

Noord noord w 

Noord noord o 



Ooft noord ooft 

Zuid ooft 

Zuid zuid ooft 

Zuiden 

Weft zuid weft 

Noord weft 

Noorden 
! Noord ooft 
'0)1: noord ooft 

Noorden 
Noord n. ooft 



Noorden 



! Noord n. ooft 
Ooft 
I Noord ooft 



Mooi 
Mi ft 



Storm fneeuw 

Sneeuw 

Helder 

Mooye zonncfchyn 

Harde wind en fneèu 

Mift 

Harde wind en donk. 

Donker 

Mooi 



Sneeuw 

Styve koude fneeuw 

Idem maar helder 

Mooi 



•^torm en donker 
Harde wind en fneeu 
Mooi 



Fyne fneeuw 
M'ooi 



; tvvc koude 



Bekwaam 
Mooi 



er. 



77 



m. 



77 


S° 


78 


45" 


7* 


4*" 


78 


4* 


79 




79 




79 




79 




79 




79 




79 


3° 


79 


3° 


79 


15 - . 


79 


iy 


79 


ir 


79 


IS 


79 


is 


79 


iS 


79 


Hf 


79 


if 


79 


!ƒ 


79 


IS 


79 


lf 


79 


3° 


79 


3° 


79 


3° 


79 


3° 


79* 


30 


79 


30 


78 


4f 


78 


3° 


78 


3° 


7* 


1* 


78 




78 




78 


if 


7* 


if 


MET, 



BERICHTEN. 



37? 



M E T, 



1758 



iGrad. 1 
Da». I koudel 



Wind 



Weer 



2 3 

24 

26 

28 
29 

3* 

3* 

3° 
34 
34 



3 1 
3i 
30 
34 
3? 
3? 
3i 
3* 
30 

2Ó 
28 
30 
S^ 
28 

31 

3° 
30 
2 9 
3t 
33 
33 



Mooi 



Is 1 oorden 
Koord noord w. 

Noord wed 

Noorden Styve koude 
Noord noord o. — — — 



Mooi 



Noord noord w. I Mooi zonnefchyn 



Noorden 
Noord ooft 
Noord weit 
Welt noord welt 



Mooi 

Milt 



juni, 1753. 



Welt noord welt 
Weit 

Noord welt 
Stil 

Noorden 
Noord noord o. 
Noorden 
Zuiden 

j Zuid zuid welt 
Zuid zuid ooit 
1 Zuid ooit 
Noord ooit 



Noord noord 
Stil 



o. 



Welt 



Stil 

Noord noord 

Noord welt 



o. 



Mooi 



Zonnefchyn 
Mooi 



Flaauwtjes 
Sneeuw 



Styve koude 

Flaauwtjes 

Mooi 



Flaauwtjes milt 
Milt 

Mooi 



Poolshoogte 



Betrok, donkere lugt 
Mooi 



Aa 5 



78 

78 

78 

77 4S 

77 4f 

77 4f 

77 3° 

78 

78 

78 

78 

78 



78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 
78 

7 Ï 
78 

•78 

78 

78 

78 

78 

JÜNT, 



*$■ 

is 
is 
ir 
*s 
fï 

*S 
15" 



3?3 



BERICHTEN. 



iGiad. 

Dasr. 'koud; 



J UNT, 1758. 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 


gr- 


m. 


7S 




78 




77 


45" 


77 


4f 


77 


30 


77 


3° 


77 


30 


77 


3° 


77 


15" 


77 


15* 


77 


l* 


77 




77 




77 




76 


45" 


76 


45" 


76 


4f 


76 


45" 


77 


3° 


7* 




78 




7B 




7« 


ir 


79 


3° 


79 


5° 


79 


qo 


79 


45" 


80 




80 




80 




80 




80 




80 




80 




80 




80 




80 




. So 





3)" 
37 
3i 
35* 
3* 
34 
3f 
3S 
3* 

38 
42 

4 Q 

40 
40 

43 
40 

38 
34 
36 

3S 
36 

34 
3* 

I 

42 
46 
4 Ó 

44 

46 

46 

43 



Wet 

Stil 

Ooft noord ooft 



Noord ooft 



Noord noord o. 
Noorden 



Welt zuid welt 

Welt 

Noord noord w. 

Welt zuid welt 

Stil 

Noord noord w. 

Noord we ft 

Noord noord o. 

Noorden 
Noord noord w. 
Welt noord welt 
Zuiden 



I Zuid zuid ooft 
Stil 

Ooft ' 
Stil 

Noord ooft 
: Noord noord o. 
Sr il 
Zuiden 

i Stil 



Milt 
Mooi 
Donker 

Styve koelte donker 
Harde wind, donker 
Dito met fneeuw 
Harde wind 
en fneeuw 
Styve koude 



Mooi 

Milt flauw 
Mooi 



Sneeuw 
Mooi 



Sneeuw 
Donker 
Sneeuw buijïg 



Mooi 

Harde wind fneeuw 



Bekwaam 
Mooi 



Mooi flauwtjes 
Zonnefchyn 

Styve koude. 
' Bekwaam 
Zonnefchyn 
Mooi 
Sneeuw 



JULT, 



BERICHTEN. 



379 



Grade 
koude 



Weer 



j u ir, i 75 8. 

Wind 



42 

39 

40 

39 
38 

42 

37 
40 
40 
45 

39 

40 

40 
37 
36 
3S 
39 
33 
3<S 
35 
35 
40 

38 
40 

38 

39 

40 

42. 
43 

% 

Si 
53 
53 
SS 
SS 
J8 

59 
S9 
S9 
58 

óo 



Stil 

Omlopenden 
Zuid wed 



Noord noord o. 

Noord 

Noord noord o. 



Stil 

Weft 

Stil 

Noord weft 

Weft noord weft 

Weftelyk 

Weft zuid weft 



Zuid weft 
Noord weft 
Noord noord w 
Weft noord weft 
Weft 



Ooft 



Ooft ten zuiden 




Stil 

Ooft noord ooft 

Noord ooft 

Noorden 



Sneeuw donker 
Donker 
Mooi 
Styve koelte 



Mooi 



Mift 

Flaauwtjes 

Mift 

Flaauw en mift 



Flaauwtjes 

Mooi 

Mift vlammig 

Sneeuw 



Mift 
Mooi 

Mift 



Mooi Flaauwtjes 
Styve koude 



Poolshoogte 
gr. m. 



Donker 

Styve koude, donker 

Mooi 

Flaauwtjes 



Flaauw 

Mooye koele mift 

Mooi 

Flaauwtjes 

Flaauw 

Stil 

Mooi 



80 
80 

80 
80 
80 
8© 
80 
80 
80 

79 
79 
79 

79 
78 
78 
78 
77 
77 
77 
77 

76 
76 
IS 
IS 
74 
74 
73 
73 
72 
71 
69 

69 
63 

67 
66 

6S 

64 

64 
6 3 

63 

61 



3° 

3° 

30 

3° 

30 

45 

30 

33 



3° 



3° 
3° 
45 

45 
30 
38 
15 
10 
12 

*5 

20 

28 

8 

52 

22 

34 

ie 

Dr 



38o BERICHTEN. 

De Thermometer waar op deeze Waar- 
neemingen gedaan zyn , is vanFAHREN- 
heit, en alle morgen en avonden om 
zeven uuren gefchied , en dezelve heeft 
den geheelen tyd in den Gang naar de 
Hut gehangen , in welken gang de Mees- 
ter heeft geflapen , dies de koude daar 
nog grooter in de oopen lugt is ge- 
weeft. In de oopen lugt dorft myn 
Commandeur deThermometer niet han- 
gen , eensdeels om het ftukken ftoo- 
ten door het Volk; en anderdeels , om 
het in Inftukken vriezen ; gelyk myn 
metaale Klok voorleeden Jaar nog is 
ftukken gevrooren. 









4PLIL, 



BERICHTE N. 



38 1 



APRIL, 1759. 



Grad. 

koud. 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 
gr. m. 



49 

52 

47 
46 

44 
47 
44* 
5i 

4:1 

55 
47 
52 
3<5 
3-2 

26| 

29 
29 
31 
29 

34 
40 

39 

25 
29 
34 
.3? 
39 
44 
38 
35 
26 
27 
29 

31 
26 



3Jl 

27f 
281 



Z-uid Weit 

Ooft 

Zuid ooft 

Ooft noord ooft 
Ooft zuid ooft 
Zuiden 



Noord weft 
Noord w. tenw. 



Donker met fn 
Hag. en fneeuw 



Noord noord w. 
Zuid zuid weft 



Noord noord o. 
Noorden 
Noord noord w. 
Noord w. tenn. 
Zuid ten ooften 
Zuid o. ten ooft. 
Ooft 

Ooft zuid ooft 
Weft tennoord. 



Weft ten zuid. 
Noord noord w. 



Stil 

Weft ten zuiden 
Noord noord o. 
Noord ten ooft. 
Noord noord w. 



Matig 

Mooi 

Regen 

Donker 

Matig 

Mooi 



Donker 

Buij.meth.enf. 
Donkere lugt 

met fneeuw 
Mooi 
Buijig 
Buijig met hag. 

en fneeuw 
Mooi 

Buij.metfn.jagt 
Matig 
Mooi 
Donker 
Buij.metfn.jagt 
Dikke lugt 
Sneeuw 
Dikke lugt 
Sneeuw 
Mooi 

Buijig 
Donker 
Matig 
Beftendïg 



Gegifte 55 

Gegiftesö 6 

Waare 57 

Waait 59 15; 

Waarc 61 15 

Waare 63 50 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 

Waare 66% 
Onbekent 
Onbekent 

Waare 69% 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 

Waare 72J . 
Onbekent 
Onbekent 

APRIL, 



382 



BERICHTEN. 



APRIL, 1759 





| Grad. 






Poolshoogte 


Dag. 


|koud.| Wind 


Weer 


gr. m. 


27 


27I 
3 2 


Noorden 
Zuid ten ooft. 


Mooi 


Waarc 73 


28 


3i 
3 2 


Zuid zuid ooft 


Sneeuw 

Miftig 


Onbckcnt 


29 


002 


Noord 11. ooft 





Onbekent 




35 


Noord ten ooft. 


- - - 




3° 


m 


Zuid 

Zuid ten weft. 


Mooi 


Onbckcnt 




L 2 9i 


Matig- 





10 
II 

12 

13 
14 



I 


27 




3°" 


2 


2Cf 




24 


3 


24 




25 


4 


22- 
2 




22f 


5 


14 




14 


6 


16 




i8| 


7 


2I§ 



18 

16 

18 
18 

19 
21 

22 

24 

25 
it\ 

25 



ik? £ r, 1759. 



Weft 

Weft zuid weft 
Noord ten w. 
Noord ten o. 
Noord ooft 



Noorden 
Noord 11. ooft 



Mooi 
Matig 

Buijig 



Noord o. tenn. 
Noord n. ooft 



Noord n. Weft 
Noorden 



Noord ooft 

Noord o. ten o. 
Ooft ten noord. 



Ooft n. ooft 

Noord ten ooft. 



Buijig met fn. 



Matig droog 

Sneeuw 

Beftendigelugt 



Sneeuw 



Mat'g 



Onbekent 

Onbckcnt 

Onbjkcnt 

Onbekent 

Onbekent 

Onbckcnt 

Onbekent 

Onbekent 

Onbekent 

Onbekent 

Onbekent 

Onbckcnt 

Onbekent 

Onbekent 
MET, 



ERICHTEN. 



383 



m e r, 1759. 



Dag. 



Grad. 
koud. 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 



15 

16 

17 

18 


24 ' 

2JL 

26 

26% 

20 

20 

21 

2I 1 


Ooft noord ooft 

Stil 

Ooft ten zuiden 

Ooft 

Noord weft 

Weft 

Noord n. ooft 


Matig 

Sneeuw jagt 

Buijig 

Mooi 

Sneeuw 

Buijig 

Mooi 

Sneeuw 


\ Onbekent 
Onbekent 
Waare 78! 
Onbekent 


19 

20 


z i z 

17 
22 

22 

24 

14 

20 

16 

16 

ï6 

18 
20 
21 

19 

20 

20 
22 
28 

34 
16 
26 
36 
40 
36 
32 
32 
36 


Noord ten weft. 
Noord n. weft 
Zuid weft 
Zuid zuid weft 
Noorden 

Noord ooft 
Noorden 

Noord ten ooft. 


Waare 78 6 
Onbekent 


21 

22 

23 
24 


Mooi 

Matig 
Buijig met fn. 


Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 


O ~ 






Onbekent 








26 






Onbekent 
Onbekent 
Waare 765 
Onbekent 
Onbekent 


27 
28 

29 

30 


Noord n. ooft 
Noord ooft 
Ooft zuid ooft 
Weft 

Ooft 

Noorden 
Noord ooft 


Redelyk 
Mooi ' 
Redelyk 
Mooi 
Redelyk 


31 


Miftig. 


Onbekent 



JUNY, 



384 



BERICHTEN. 



j u n r, 1759. 





Grad. 






1 Poolshoogte! 


Das?. 


koud. 


Weer 


Wind 


gr. m. 


1 


37 
33 


Noorden 
Noord ten Weft. 


Mi ing 


Onbekent 


2 


37 
37 


Stil 


Redelyk 


Onbeken t 


3 


34 
37 


Ooft 

Ooft n. ooft 




Onbekent 


4 


34 


- - - - 





Onbekcnt 




37 


Ooft ten zuiden 







5 


36 
39 
36 


----- 





Onbekent 


6 


Ooft 




Onbekent 




3<> 


Noord ooft 







7 


3 2 
3 2 


Noord n. ooft 


Sneeuw jagt 
Redelyk 


Onbekent' 


8 


3i 

3 2 


Noord w. ten \v. 


Sneeuw 


Onbekent 


9 


33 


Weft ten zuid. 


Mooi 


Onbekent 




34 


----- 







10 


40 
44 


Noord ooft 


Miftig 


Onbekent 


il 


45 
47 


Weft 




Onbekent 


12 


44 


Zuid zuid weft 





Onbekent 




48 


Weft zuid weft 


: 






44 


Weft ten zuid. 






J 3 




Onbekent 




5° 


_ 






M 


36 


Weft noord w. 


Heel mooi 


Waare 74! 




52 


N. o.tenooften 







15 


36 


Zuiden 


Redelyk 


Onbekent 




43 





... 


| 


16 


34 


Ziud zuid weft 


Buijig 


Onbekent 




40 


- - - - - 







17 


35 


Weft ten zuid. 


Redelyk 


Onbekent 




4i 


Zuid zuid weft 







18 


32' 


Weft zuid weft 


Buijig 


Onbekent 




35 


Zuid weft 







19 


33 


Weft 


Miftig 


Onbekent 




33 


Weft zuid weft 


Redelyk 




20 


1 34 
1 40 


Weft 

Zuid w. ten w. 


Moe- 
Heel mooi 


Waare 74I 



füNÏ, 



BERICHTEN. 



m 



j u n r, 1759. 



Grad. 

koud. 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 
gr. m> 



43 
47 
3ó- 
43 

o° 
41 
38 
39 
38 
40 

36 

38 
4cf 

43 
47 
48 

47 
49 
51 
53 



52 
ei 

53 

54 

5^ 

56 

53l 

54 

53 

54 

531 

54§ 

53 

54 

54 

56 



Welt 

Zuid we fl: ten z. 



Zuid weft. 



Stil 

Weft zuid weft 

Noord o. ten n. 
Noord o. tenn. 
Ooit ten noord. 

Noord ooft 

Ooft ■ 

Ooft zuid ooft 



Zuid ooft 
Ooft 11. ooft 



Mooi 
Heel mooi 

Redelvk 
Mooi " 
Redelyk 
Miftiff 



Regen 
Regenagtig 



Redelyk 



Mooi weer 
Redelyk 

Mooi 
Redelyk 



JU LT, i 759 < 



Noorden 
Weft zuid weft 
Weft ten zuid. 
Noord w.tenw. 



Noord n. weft 
Weft 



Ooft 



Zuid weft 
Zuid zuid weft 



Redelyk 

Mooi 

Veranderlyk 

Buijig 



VI. Deel 



Veranderlyk 

Mooi 

Buijig 

Regen 

Veranderlyk 

Bb 



Onbekent 

Waare 74! 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent" 

Waare 69 28 
Onbekent 
Onbekent 



Oiibekerit 

Waare 65 
Onbekent 

Waare 6.4 § 

Waare 63! 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 

juut? 



386 

I Grad. 
Dag. I koud . 

9 

10 

il 

12 

13 
H 

15 
\6 

*7 
18 

19 

20 

ai 

22 



BERICHTEN. 

j u l r, 1759. 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 
gr. m. 



2 3 



24 

25 
26 



55 
56 

53 

54 

54 

56 

54f 

54i 

50 

$ol 

48 

49 

54 

55 

56 

57 

5Ó 

59 

58 

59 

57 

57i 

56 

57§ 

57f 

59l 
61 

63 
63 
64 

63 
65 

66\ 
68 
67 
(58| 



Zuid welt 
Zuid zuid wed 



Zuiden 

Zuid zuid ooft 
Zuid ooft ten z. 
Zuidwefttenz. 
Zuid zuid weft 
Weft zuid weft 



Weft noord w. 
Weft ten zuid. 
Zuid zuid weft 
Zuid zuid ooft 



Zuid weft 



Zuid zuid weft 

Weft ten zuid. 

Weft noord w. 

Weft 

Weft ten zuid. 

Zuid zuid weft 

Weft 

Weft ten noord. 
Noord'w.tenw. 
Weft ten zuid. 



Wefttennoord. 
Weft noord w. 
Zuid ten ooft. 



Veranderlyk 



Mooi 
Veranderlyk 



Regenagtig 

Regen 
Zeer buijig 
Redelyk 
Mooi 
Regen 



Redelyk 

Mlftig 

Mooi 

Regenagtig 

Mooi 

Regenagtig 

Redelyk 

Mooi 

Heel mooi 

Redelyk 

Heel mooi 

Mooi 

Heel mooi 

Mooi 



Heel mooi 
Mooi 
Heel mooi 
Mooi 
Heel mooi 



Waare 66 

Waare 65 45 
Onbekent 
Onbekent 
Onbekent 



Waare 62 3S 



Onbekent 
Onbekent 
Waare 62 15 
Waare 62 2 

Onbekent 
Waare 60 40 
Waare 58 3? 

Onbekent 
Waare 55 54 
Waare 54 36 
Onbekent 
Onbekent 



De 



BERICHTEN. 38? 

De Thermometers zyn als voorlee- 
tle Jaar van Fahrenheit geweeft, en 
hebben ook wederom in de gang naar 
de hut gehangen. De annotatien zyn 
dit Jaar gedaan 's morgens om 7 en 's 
middags 1 2 uuren. Ik vertrouwe vaft * 
dat de waarneeminge Exaót is gedaan , 
doordien de Meefter dezelve altoos 
gedaan heeft in byzyn van den Com* 
mandeur of Stuurman wie van hun 
beide aan boord was , welke hem ook 
dan de Poolshoogte opgaaven. 






mmmmmm 



Bb 2 WAAR- 



88 



BERICHTEN. 



WAARNEEMINGEN 

GEDAAN OP DE 

STRAATDAVIDS 

UIT en T'HUIS REIS, 

IN DEN JA ARE 1759. 
CEZONDEN AAN DE MAATSCHAPPYE 



DOOR 



P I JE T JE R C R A M E R. 

MAAR T, 1759. 



1 


Grad 


1 


Dag.| 


koud. 


Wind 


6 




Ooft zuid 0. 1 




40 


Zuid ooft 


7 


3 7 
39 


Zuid ooft 






8 


'37 
4 1 


Zuiden 


9 


40 


Weft zuid w. 




42 


Weft ten zuid. 


10 


4ï 


Weft 




44 


Weftelyk 


11 


40 


Weft n. weft 




45 


Weft 



Weer 



Poolsh. 
gr. m. 



Lengte 
8,r. m. 



Styve wind en betrok. 

Sneeuw 

Styve wind met fneeuw 

Harde wind 
Storm weer - 
Buijig 

Mooi 
Heel mooi 
Mooi 



55 


IO| 


55 


32 


57 
58 
60 


45 

7 


60 


24 


6l 




61 


42 



9 50 

6 44 

6 9 

4 50 



MAART, 



BERICHTEN. 



389 



MAAR T, 1759. < 



Dag. 



j Grad. 

'koud. 



•Wind 



Weer 



Poolsh. 
gr. m. 



Lengte 
gr- m. 



40 

39 
38 
4i 
30 

38 

40 

4i 

39 

42 

44 

43 
41 

43 
48 

5i 
4 5 

48 

50 

54 
50 

5~- 
49 
53 
49 
52 
46 

45 
46 

42 

43 
39 
38 
4i 

42 

45 
47 
48. 



Weit 

Zuid-w. teaw. 

Zuid we ft 
Weft noord w. 
Weft 

Noord w.t.w. 
Noord weft 
Noord n. weft 
Noord weft 
Noord t. weft. 
Noord w. t.n. 
Noord weft 
Weft ten zuid. 
Noord weft 

Noord w-t. n. 
Weft noord w. 

Weft t. noord. 



Weft zuid w. 

Weft 

Weft zuid w. 

Zuid zuid w. 

Weft zuid w. 

Weft 

We ft noord w. 

Noord w. t. w. 

Noord w. 1. 11. 

Noord ten o. 

N. w. en weft 

Noord n. weft 

Noord o. t. n. 

Noorden 
i Noord weft 
1 Noord w. f. w. 

Weft noord w. 

Weft t. noord. 



Hagel en. fneeuw 

Stormagtig 

Matig 

Storm en regen 

Storm 

Storm , fneeuw en hagel 

Harde wind 

Zwaare ftorm 

Matig 

Buijig 

Storm 

Buijig 

Mooi 

Zwaare reg. en har. buij. 

Regen 



Mooi 
Heel mooi 
Mooi 

Styve wind 
Mooi weer 



Betrokken 

Mooi 

Styve koelte 

Stormbuijig 

Matig 

Buijig 

Storm betrokken 

Matig 

Mooi 

Hagel en fneeuw "buijig 

Storm 

Marde wind 

Styve koelte 

Storm regen 
Storm 
Betrokken 
Bb 3 



02 


36 


61 


45 


61 


20 


60 


20 


59 


10 


58 


9 


57 


42 


58 


15 


57 




58 


8 


59 


1.3 


60 


10 


60 


3i 


6.1 


22 


60 


4% 


59 


36 


58 


5 


57 


47 


57 


8 


.53 


8 



A. 



2 40 

-3 47 

2 15 

3 10 
2 12 

o 52 

359 4<* 
359 19 



357 4<> 



357 24 
356" 42 
355 3<5 
353 35 
353 22 
353 43 
353 

351 35 
349 47 
349 I2 
1*9 4o 
'RIL, 



39° 



BERICHTEN, 

APRIL, 1759. 





Grad. 






Poolsh. 


Lengte 


?ag. 


koud. 


Wind 


Weer 


IT r. 


m. 


gr. m, 


i 


48 


Welt /Storm Betrokken 


59 


5 


349 15 




46 


Weft noord w. 


Matig 








2 


39 


Weft 


Storm fneeuw 
Hagelbuijèu 


59 




349 44 


3 


34 


'tCompasrond 
Zuid ooft 


Mooi 


59 


26 


350 9 


4 


33 


Noorden 


Storm fneeuw 


58 


47 


346 28 




34 





Matig 








5 


34 


Weit ten zuid. 


Mooi 


53 


6 


344 58 




36 


Wcft zuid w. 


Meel mooi 








6 


42 


Welt ten zuid. 


Mooi 


58 


50 


343 Jó 




47 


Weit zuid w. 











7 


44 
45 
42 


Zuid welt: 


Mat ; ge wind 


59 
59 


5 
26 


,34° 5 


8 




338 14 








43 




Dikke lugt 








9 


34 


Noord weit 
Noord 11 wcft 


Styve wind 


53 


40 


333 10 





3i 


il Wl U LI a M L U 

Noorden 
Noord t. ooft. 


Matig 
Mooi 


51 


40 


330 55 


1 


30 
32 
32 


Noord n. ooft 





57 
59' 


36 


329 


2 


Ooft zuid ooft 




327 39 




33 


Ooft tenzuid. 


Styve wind , dikke lugt 








3 


32 
33 


Ooft noord 0. 
N. 0. ten ooft. 


Styve wind 

Styve wind dikke fn.jagt 


60. 


22 


32.0 21 


4 


34 


Ooft zuid ooft 
Zuid zuid ooft 


Storm fneeuw 
Styve wind mift 


62 


28 


324 58 


5 


33 


Z. w. t. zuiden 


Styve wind zeer betrok. 


64 


49 


325 45 




28 


Noord weit * 


Storm fneeuwjagt 


f 


\ Jr 




6 


24 


Ooft ' 


Styve wind fneeuwjagt 
Matig 


66 


40 


327 40 


7 


32 


Zuid weft 
Zuiden 


Matige wind 
Sneeuw 


67 


40 




8 


24 
23 


Weft noord w. 
Weft 


Matige wind fneeuw 
Harde wind 


67 


40 




9 


19 


Zuiden 


Matige wind fneeuw 


07 


40 






24 


'tCompasrondiMooi 











20 


Ooft 


67 


40 




23 


— - 1 


i 




1 





J PRIL , 



BERICHTEN. 



391 



APRIL, 1759- 



Da?. 



Grad. I 
koud. | 



Wind 



Weer 



10 

22 

23 

22 
26 

23 
26 

25 
28 

25 

3 2 
27 
28 

25 
24 

23 
24 
26 



28 
3o 
32 
34 

33 

22 

23 
20 
24 
22 
30 
23 
30 
23 

20 



Ooit ten n. 
Ooft n. ooft 
Ooft 

Noord ooft 
N. ooftt. ooft. 
Noord ooft 
Ooft n. ooft 
Noord ooft 
N. ooftt. ooft. 
Noord ooft 
Weft z. weft 
Noord ten w. 
Noord ooft 



Noord n. ooft 
Stil 

Noord ooft 
N. o. t. noord. 
Ooft n. ooft 



Styve wind 

Harde wind 

Mooi 

Styve wind 

Styve wind zeer betrok 

Styve wind 

Mooi 



Styve wind 

Mooi 

Betrokken matige wind 

Mooi 

Dikke mift matige wind 

Mooi 



Miftig 
Mooi 



M E T, 1759. 



Weft n. weft 

Weftz. weft 

Z. o.tenzuid. 

Zuid weft 

W. ten zuiden 

W. n. w. f n. 

Noord ooft 

N. o. ten ooft. 

Stil 

Extra ftil 

Noord ooft 

Ooft 

Zuid ooft 

Ooft 

N. noord ooft 



iPoolsh. 
gr. m. 



Betrokken matige wind 

Stil 

Betrokken 

Betr. fneeuw harde wind 

Betr. fneeuw ftyve wind 

Matige wind 

Styve wind 

Dikke fneeuwjagt 
Mooi en helder 
Extra mooi 



Heel mooi 



Sneeuwjagt 
Stvve wind helder 
' Bb 4 



Lengte 



67 


40 


67 


40 


67 


40 


68 




68 




68 




68 




67 


55 


67 


55 


67 


55 



67 


5o 


6 7 


50 


67 


55 


67 


50 


67 


50 


67 


50 


67 


52 


67 


ss\ 



MFA\ 



S92 



BERICHTEN. 



M E r, 1759. 





Grad. 






Poolsh. 


Lengte 


Dag 


koud. 


Wind Weer 


gr. m 


gr. m. 


'9 


22 


Noord n. ooft 


Styve wind Ineeuw 


67 55 






24 


Ooit zuid ooft 


Mooi betrokken 






10 


22 


N. 0. t. noord. 


Helder ftyve wind 


67 55 


4 




24 


N. 0. ten ooft. 


Mooi helder 






11 


22 


Ooft ten noor. 


Mooi 


67 55 






23 


N. 0. ten ooft. 




1 


12 


22 

25 

20 


N. o.t. noord. jSneeuwjagt 


67 53 




13 


N. 0. t.ooften Helder Styve wind 


67 50 






2 1 








14 


20 


Helder weinig wind 


■ 

67 57 






23 


Z. 0. ten zuid. Betrokken matige wind 






15 


25 
29 


Z. w. ten zuid. Sneeuw harde wind 
We ft n. we ft Mooi helder 


67 54 


1 


16 


23 


Noord n. ooft Betrokken fneeuw 


6 7 57 






16 


■ T-f^lHr»r ffvVi wmii 






17 


21 


N. 0. t. ooften Styve wind 


67 57 






23 


Ooft ten zuid. Stil 






ï 8 


24 
30 
3° 


Ooft n. ooft Mooi 

1 


67 57 




19 


Zuiden J 


67 55 








Ooft Heel mooi 






ÏO 


3i 
32 


Ooft zuid ooft Mooi 

Weft z. weft Styve wind betrok, fn. 


63 


1 


21 


31 


Weftt. zuiden Veel fneeuw en wind 


63 53 






38 


Noord ooft :Extra mooi 




Ï2 


32 


Noord weft .Helder weer en een klein 


68 53 






33 


N. w. ten weft. j koeltje 






2 3 


33 


Weft z. weft 


Matige wind en dikke 


68 53 






3<5 


Weft 


fneeuwjagt 






»4 


33 


Ooft ten zuid. 


Mooi 


68 53 






38 


Ooft n. ooft 


Helder ftyve wind 






25 


34 
36" 


- - - - 


Heel mooi 


68 53 




ïö 


39 


Noord ooft 


Mooi 


68 53 






47 


- _ _ _ 


Styve wind 






27 


42 

47 
4i 


Zuidweftelyk 


Extra mooi 


68 53 




■1 


Noorden 


Zwaare Mift en ftyve f 


68 .53 




1 


1 


Weit 2. weft 


koelte ' 







MET. 



BERICHTEN. 



393 



m e r, 1759. 





iGrau. 






Dag. J koud. 1 Wind 


Weer 


29 


35 


Heel Stil 


Miftig 




38 


Zuid weft 


Heel miftig 


2° 


31 


Weft z. weft 


Styve wind 




33 


Ooft .ooft 


Heel mooi 


p 


34 


Weft z. weft 


Extra mooi 




38 


Noord weft 


- - - - 



Poolsh. 



Lengte 



Ob 


53 


68 


53 


68 


53 



¥ U N r, 1758, 



1 

2 
3 
4 
5 
6 

7 



49 

43 

37 
40 

37 
4i 
43 
45 

44 

4 S 
42 

47 
4i 
43 
33 
34 
28 

33 
34 
33 
33 

34 
34 

35 
34 
37 
37 
39 



Ooft n. ooft 

Noordelyk 

Stil 

Ooftelyk 

Zuid weft 

Stil 

Zuid z*uid W. 

Stil 

Weftelyk 



Noordelyk 
Weftelyk 
Noord n. ooft 



Noord ooft 
Ooft 11. ooft 
Zuid weft 

Zuid zuid w. 

Weft zuid w. 

Zuid zuid w. 
Zuid ooft 
Weftelyk 
Noord ooft 



Mooi 
Miftig 
Mooi 
Heel mooi 
Veel regen 
Helder 
Extra mooi 

Mooi 

Helder kleine koelte 

Mooi 

Stil 

Veel fneeuwjagt 

Helder kleine koelte 

Veel fneeuw 

Harde wind 

Helder ftyve wind 

Mooi 

Dikke mi ft en fneeuw 

Helder ftyve wind 

Harde wind 

Veel mift ftyve wind 

Helder ftyve wind 

Veel fn. matige wind 

Helder 

Extra mooi 



68 


53 


6 9 




óg 


IO 


71 


2C 


71 


20 


7i 


20 


7i 


30 


71 

é 


30 


71 


3° 


71 


30 


71 


30 


71 


30 


71 


30 


71 


30 



Bb 



JTTNT, 



394 



jGrad. 

Dag. f koud. 



BERICHTEN. 

J UNT y 1759. 



Wind 



Weer 



Poolsh.i Lengte 
gr. m.|gr. m. 



40 
37 
39 
38 
39 
33 

37 

38 
41 

39 
37 
38 
37 
38 
38 
37 
37 
38 
37 

36 

37 
36" 
38 
34 
38 
37 
38 
38 
34 



Noord n. ooft 

Zuid z. weft 

Zuiden 

Z. ten ooften 

Zuid z. weft 

Zuidclyk 

Zuid weft 



Zuid z. weft 
Zuid z. ooft 
Weft z. weft 
Weft 
Zuid weft 



Ooft n. 
Zuid z 



ooft 
weft 



Stil 
Noord ooft 



Noord n. ooft 

Ooft n. ooft 
Noord ooft 



Weft 

Weft ten zuid. 

Noorden 



Miftig weinig wind 
Heel miftig matige wind 
Harde wind en veel reg. 
Matige wind en regen 
H;irde wind en regen 
Helder en weinig wind 
Harde wind en veel reg. 
Storm en helder 
Harde wind en helder 
Matige wind 
Styve wind 

Harde w r ïnd veel regen 
Storm veel regen 

Storm regen 
Matige wind helder 
Storm betrokken 
Storm helder 
Mooi met een kleine w. 
Stil en helder 
Matige wind dikvanmift 
Sty ve w. heel dik van mift 
Matige wind dik van mift 
Matige w. heelc dikke m. 
Miflig matige wind 
Heel miftig ftyve wind 

Word helder ftyve wind 
Miftig matige wind 
Mooi helder 
Matige wind dikke mift 
Matige w- heelc dikke m. 



71 


3° 


71 


30 


71 


30 


71 


30 


71 


30 


71 


3° 


71 


3° 


70 




70 


15 


70 


10 


59 


20 


59 




58 


40 


58 


30 


58 




57 


40 



JULI, 1759. 



38 

39 
38 
4i 



Noord n. ooft 
Stil 

Noord weft 
N. w.tenweft. 



Heele dikke fneeuwjagt 

Betrokken 

Dikke lugt matige wind 

Dikke mift matige wind 



67 
6 7 



30 



20 



JULT, 



BERICHTEN. 



395 



JU LT, i 7 59' 



iGrad. 
Dag. [koud. 



Wind 



Weer 



Poolsh. 
gr. m. 



Lengte 
gr. m. 



42 
43 
35 
36 

34 
3<5 

41 

39 

38 
S9 
38 

41 

3Ö 
39 
38 
39 

35 

37 
37 
40 

37 
40 
40 
42 
41 
42 

47 

5° 

49 
54 
50 
52 
47 
48 
49 
5 1 
48 
51 
50 
54 



Noord weft 
Noord n. ooft 



Noordelyk 

Noorden 

N. weftelyk 

We ft z. weft 

Zuid weft 

Zuid z. weft 

Ooft 

Noord ooft 

Ooft 

Ooft z. ooft 

Noord ooft 



Ooft n. ooft 



Noord ooft 
N. ooft t. ooft. 
Noord ooft 
N. ooft t. ooft. 
Ooft n. ooft 



Noord n. ooft 
N. tcnOoften 
Noorden 



Mooi en helder 
Heel miftig matige wind 
Veel fneeuw friflè wind 
Helder matige wind 
Dikke mift iheeuwjagt 
Mooi en helder 



Styve wind met mift 
Harde w. dikke mift reg. 
Storm met zwaa re regen 
Harde wind dikke mift 
Heele harde w. dikke mift 
Heele dikke mift ftyvew. 
Nog dikke mift kleine w. 
Heele zwaare mift 
Nog heel dik van mift 
Heel miftig ftyve wind 
Miftig ftyve wind 
Styve wind helder 
Harde wind helder 
Styve wind helder 
Miftig weer ftyve wind 
Heel mooi klein windje 



Zeer matige wind betr. 



Mooi en helder 



Noord 11. weft 
Zuid z. weft 
Zuid z. ooft 
N. ten ooften 
Noorden 
N. tenweften 
Noord n. weft 
W. ten noord. 
Weft z. weft 
Z. w. ten weft. 
Weft z. weft 



Matige wind 
Weinig wind 
Styve wind veel regen 
Harde wind veel regen 
Storm met regen 
Storm met veel regen 
[Harde wind veel regen 
|Harde wind iets klaarder 
iStyve wind helder 
Harde wind helder 
Harde wind 
Styve wind 



07 

66 4c 

66 3 c 

65 35 

65 40 

65 40 

66 

66 

65 3c 

64 30 

64 QO 

6"4 10 

63 30 



59 
58 
58 
57 



62 



59 30 



40 
15 



323 6 



57 55 



324 27 
32Ó 25 
328 32 
333 o 
337 28 
34i 57 

JUL1\ 



39<5 



BERICHTEN. 



JULT, 1759 



Dar?' 



23 
24 
25 
16 

n t-, 
- i 

23 

30 
31 



jGrad. 

koud. 



Wind 



Weer 



Poolsh. 
gr. m. 



51 
54 
53 
50' 
54 
53 
54 
55 
55 
56 
57 
5« 
54 
55 
55 
58 
57 
59 



1 


.55 


1 


59 


2 


50 




55 


3 


5? 




59 


4 


59 




62 


5 


60 




63 


6 


60 




64 


7 


62 




63 



vv eitten / uid, 



Z.w.t. zuiden 

Stil 

N-. w. t. noord. 



Stil 

Ooft z. ooft 



YVeftelyk 
N. w. t.weften 
Weft teunoor. 
Weft ten zuid. 



Weft z. weft 
Weft ten zuid. 
Weft z. weft 



• c wind mu'rig 
Styve wind helder 
Styve wind dikke rege:. 
Stil betiokken met regen 
Styve wind mift vlamnie 
Styve wind helder 
'vlooi 

Heei mooi 
Mooi 

Mooi en matige wind 
Heel mooi 

Mooi met een motregen 
Matig wind betrokken 
Miftig en brave wind 
Buijig 

Buijig met regen 
Styve regen buijen 



AUGUSTUS, 1759. 

Matige Wind 



Weft z. weft 
Noord weft 
Noord n. weft 



Weft 
Zuid weft 



Noord 'n. weft 
Noord weft • 

Weftelyk 
Weft n, weft 
Noord weft 



Styve Wind met fegen 

'buijen 
Styve wind on helder 
Mooi en helder 
Styve wind veel regen 
Harde wind veel regen 
Styve wind 
Brave wind en helder 
Regen'agtig zwaare lug f 
Matige wind en helder 
Styve wind 



Lengte 
gr. m. 



5i 


40 


34*5 14 


59 


16 


349 5o 


59 


30 


353 48 


59 


23 


356 42 


6~o 


15 


357 20 


60 


27 


358 19 


60 


5 


2 5 


59 


55 


6 11 


59 


55 


9 47 



59 


45 


12 


35 


59 


3^ 


14 


30 


51 


22 


ï5 


13 


56 


36 


16 


49 


55 


5 


17 


17 


53 


42 


17 


43 


>3 









V E R-J 



BERICHTEN. 397 

VERVOLG DER 

WEERKUNDIGE 



¥AARNEMINGE 



TE CUR.ACAO (*> 



DOOK 



CAREL DOERFFEE 



APRIL, 1757. 



April. 



Uur, 



Wind 



Bar. Th. I Lugtgefleltheit. 



S 
12 

5" 

9 

S 

iz 

S 
9 
i 

12 

S 

9 

S 

12 

s 

9 



ONO 3130 8 

8 " 

NO - 

■ 6 30 8 

ONO 4 30 8 

8j- 

NO -j 

f 30 8 
30 8 



78 I Betrokken 
81 • 



ONO 4 

8 



NO 8 

6 

ONO 4 
8 



NO - 

— 6 



30 8 
30 8 



30 8 



80 

79 
82 

80 

79 
81 

80 

82 

80 



Omtrent helder 
Betrokken 



Heldere lust 



Betrokken 
Helder 

Omtrent helder 
Betrokken 
helder 



Helder 



APRIL, 

(*) De vorige Waarneemingen zyn te vinden in 't 
vierde Deel bladz. 315 enz. 



39 8 BERICHTEN. 



APRIL, 1757. 



April. 



Uur, 



Wind 



Bar. 



Th. 



Lugtgefteltheit. 



10 



11 



ia 



J 3 



S 
12 

s 

9 

S 

il 

s 

9 
< 

12 

S 

9 

12 
J- 
9 
S 

12 

S 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

3" 

9 



ON O 8 

8 

NO - 

8 

6 
8 
8 



ONO 



NO 



ONO 



8 

NO - 
6 

3 
6 

6 
3 



ONO 



NO 



NO 
ONO 



NO 



ONO 3 
S 

s 

3 
3 
S 

5- 
3 

:> 

4 
4 
3 
3 

4 
4 
3 

•J 

3 
4 
3 



30 8 



30 8 
308 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 S 



ONO 
NO 



ONO 



NO 



ONO 



NO 



79 1 Betrokken 



30 8 
30 8 


30 8 
30 8 


- 


30 8 


30 8 


30 8 
30 8 


30 8 



82 
80 

19 
82 

80 

79 
Si 

80 

79 
81 

79 

z* 

80 

78 
80 



79 
78 
80 

7R 
78 
80 

i 

80 



79 



Helder 

Zeer betrokken 

Helder 

Zeer betrokken 

Helder 

Omtrent helder 
Betrokken 

Helder 

Betrokken 



Omtrent helder 

Zeer betrokken 

HeldW 

Omtreqt helder 
Betrokken, 



Helder 



Regenagtig 
Betrokken 
Helder 
Geheel betrok. 



Heldere lugt 



APRIL, 



E R I C H T E N. S 



399 



APRIL, 1757. 



April. Uur. Wind. I Bar. I Th. Lugtgefteltheit; 



S 

12 

f 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

S 

9 
S 

12 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

S 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

9 



ONO 

NO 

ONO 



NO 
ONO 



NO 



ONO 



NO 



ONO 
NO 



O 



NO 



O 



ONO 
O 



ONO 

o 

NO 



3 
3 
4 
3 
3 
4 
4 
3 

3 
6 

6 

2 

6 

3 
6 

3 

ó 

ó 

3 
6 

6 

2 
2 

3 

4 

2 

2 
4 

2 
2 
)■ 

5" 

2 



30 8 



30 
30 



30 
20 



3° 
30 



3° 
30 



30 8 
ïo 8 



30 8 

30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 



78 
80 

79 

78 
82 

80 

79 
82 

80 
80 
82 

80 
80 

83 

80 

79 
82 

80 
79 
83 

80 
80 
83 

80 
80 

83 

80 



Betrokken 



Helder 

Betrokken 

Helder 



Omtrent helder 

Betrokken 

Helder 



Betrokken 
Helder 



Omtrent helder 
Zeer betrokken 
Betrokken 



Helder 

Geheel betrok. 
Betrokken 
Helder 



Betrokken 
Helder 



Betrokken 



Helder 
Betrokken 



Helder 

mam — •» 



APRIL, 



400 BERICHTEN, 



APRIL, 1757. 



April. Uur. 



Wind. 



Bar. I Th. 



Lugtgefteltheit. 



23 



24 



^ 



26 



17 



28 



29 



3° 



12 

9 

f 

12 

ï 

S 
12 

5" 

9 

f 

12 

S 

9 

S 

12 

S 

9 

S 

12 

f 

9 

5" 

12 

5* 

'9 

S 

12 

f 

9 


2 

6 

NO 6 


30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
308 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

3© 8 


' 3 

O 3 

*-- 6 

ONO 6 


2 


ONO 6 


3 


ONO s 



O 3 


ONO f 


3 


J 


ONO 3 
3 


J 


NO 3 
O 3 


ONO 6 

3 



Betrokken 
Helder 



Ze* r betrokken 

Helder 



Omtrent helder 
Zeer betrokken 



Helder 



80 
S_3 

80 
79 
83 

80 
19 

1 

80 

80 

83 

80 

80 i Betrokken 

83 j Helder 

80 | Omtrent helder 
80 Betrokken 

83 ' 

80 1 Omtrent helder 
8c |Geh. btrokken 
82 



Betrekken 

1 m 

Helder 



80 
80 

83 

80 



Iets helder 
Omtrent helder 
Betrokken 



Helder 



METi 



BERICHTEN. 



401 



Uur. 



m e r, 175?. 

Wind. j Bar. I Th. Lugtgefteltheit. 



VI. 



s 

12 

s 

9 
S 

s 

9 

S 

12 

s 

9 
S 

12 

s 

9 

S 

n 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

u 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

S 

12 

s 

9 I 



o 



ONO 



o 



ONO 



O 



ONO 



o 



ONO 

O 



ONO 



O 



ONO 
O 



ONO 
O 



ONO 
O 



ONO 



30 8 



30 8 
20 8 



30 8 
3° 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



308 
Cc 



80 
83 

80 
80 

f! 

80 

19 
82 

80 
79 

ff 

80 

79 
82 

80 

82 

80 
80 

ff 

80 

P 
1 
80 

79 
83 

80 



Betrokken 



Helder 
Betrokken 

Helder 



Geh. betrokken 
Omtrent helder" 



Betrokken 
Helder 



Betrokken 
Helder 



Betrokken 



Omtrent helder 
Zeer betrokken 
Helder 



Geh. betrokken 
Helder 



Omtrent helder 

Betrokken 

Helder 



Omtrent helder 
MET, 



402 



BERICHTEN. 



m e r, 1-57. 



Mey. 1 Uur. 



Wind. I Bar. 



Th. 



Lugtgefteltheit. 



10 



11 



12 



U 



14 



if 



ió 



17 



18 




Zeer betrokken 
Helder 



Omtrent helder 
Zeer betrokken 
Omtrent helder 
Miftig 



Betrokken 
Omtrent helder 



Helder 
Betrokken 
Omtrent helder 
Helder 



Betrokken 
Omtrent helder 



Helder 

Geh. betrokken 
Omtrent helder 
Helder 



Betrokken 

Helder 

Betrokken 
Omtrent helder 
Helder 

Omtrent helder 
Betrokken 
Omtrent helder 
Helder 
Omtrent helder 

MET, 



BERICHTEN, 403 



Mey. 1 


Uur. 


Ai £ r, 

Wind. Bar. 


1757- 
Th. 


Lugtgeftekheit, 


19 


ƒ 
12 

S 

9 
S 

12 

s 

9 
S 

12, 

s 

9 
S 

12 
5" 
9 
S 

12 

f 

9 

f 

12 

3" 
9 

12 
S 
9 
J - 

12 

3" 

9 

5" 

12 

9 


3 


30 8 

30 S 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 

30 8 

30 8 

30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 


80 \ 
83 

80 
80 

83 

81 

80 

83 

80 

80 

83 

80 
80 

83 

80 
80 

83 

80 

80 

83 

81 

80 

83 

81 

80 

83 
8i 


Helder 






1 


ONO 3 
3 




20 


Betrokken 
Omtrent heldef 
Helder 




4 




4 
O 3 
O 3 

4 


21 


Miftagtig 








4 

O 3 










Helder 




7 

O 6 

O 4 






2 3 


Betrokken 
Omtrent heldcf 
Helder 




ONO 7 


24 


.4 
3 

5 


Miftagtig 

Helder 

Omtrent helder 
Miftagtig 
Helder 


k 


ONO 3 
3 






Omtrent hplrl»f 


26 


" 3 

3 

■ ■ 6 


Miftagtig 




ONO 6 
O 3 


Helder 


27 


Betrokken 
Omtrent héfde'f 




'ONO 2 




- 





Cc 



MËT* 



4 o4 BERICHTEN. 

M E I, 1757. 
Mey.'Uur.i Wind. Bar. j Th. I Lugtgefteltheit. 



28 



29 



3» 



S 
12 

s 

9 

S 

12 

s 

9 

f 

12 

S 

9 
S 

12 

f 

9 



O 



O NO 3 

O 3 
6 

6 



ONO 3 

O 3 

6 

6 



ONO 3 

O 3 
6 

6 



ONO 3 



30 8 


80 1 
83 


30 8 
30 8 


81 i 
80 '; 

83 


30 8 

30 8 

* 


81 
go' 

83 


30 8 
308 


8r 

80 




83 


30 8 


81 



Omtrent helder 
Helder 



Omtrent helder 
Betrokken 



Helder 

Betrokken 

Helder 



ƒ U N T, 1759. 



s 

12 

s 

9 
S 

12 

5 

9 

5" 

12 

f 

9 
f 

12 

9 



O 



3 

y 

• s 

ONO 3 

3 
. f 

ONO 3 

O 3 

— 4 

ONO 3 
O 3 



30 8 



30 8 
30 8 



30 8 

qo 8 



30 8 
o 8 



1 d 



4 — 



ONO 2 f 30 8 



Betrokken 



Helder 

Omtrent helder 
Zeer betrokken 

Helder 



80 
83 

81 
80 
84 

8r 

80 
84 

8r 

80 Betrokken 

84 I Helder 



Zeer betrokken 
Helder 



81 



JUN1\ 



BERICHTEN. 405 



j u n r, 1757. 



Juny. 



9 



10 



11 



12 



23 



Uur.) Wind 



S 
12 

S 

9 
S 

ii 

f 

9 

12 
S 
9 

12 

9 

5" 
12 



Bar. 



Th. 



Lugtgefteltheit. 



O 



ONO 
O 



ONO 
O 



ONO 
O 



2: 30 

4' 

4 

3 

2 

4 

4 
*} 

3 

3 
4 
4 
3 
3 



ONO 
O 



i 


ONO 


12 





9 


ONO 


S 

12 


O 




9 


ONO 


12 





s 

9 


ONO 


S 
12 





s 

9 







30 8 
308 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
30 8 



30 8 
Cc 3 



80 

84 

81 

81 


Betrokken 


Helder 


Betrokken 


Rj 




04 




— 


Helder 


81 


__ — 


80 


Betrokken 


84 






81 

80 


Helder 


Betrokken 


84 




MOM 


Ht 


Helder 


80 


Zeer betro 


84 


-. 


Helder 


81 


11 


80 


Betrokken 


84 


— 


— 


Helder 


81 




80. 


Betjokken 


84 


Helder 


81 




80 


Betrokken 


.84 


Helder 


80 




80 


Betrokken 


84 


1 mmm 


— 


Helder 


8i 


1— — 



JUNY, 



405 BERICHTEN, 

fV&r', i 757 . 

Jtmy. lUur.I Wind Bar. I Th. j Lugtgefteltheit, 



H 



IS 



16 



J7 



18 



J9 



?o 



21 



II 



Eetrokken 
— Helder 



Betrokken 
— Helder 



— Helder 




Geheel betrok. 



Zeer betrokken 
84 (Omtrent helder 
Helder 

Omtrent helder 
Betrokken 
Helder 



Betrokken 
Helder 



Betrokken 
Omtrent helder 
Helder 

Betrokken 
Omtrent helder 
Helder 



Betrokken 
Helder 



JUNT, 



BERICHTEN. 40? 



J UNY, 1757. 



Juny. 



2 3 



24 



*5 



26 



27 



28 



29 



30 



Uur. 


Wind. 


Bar. 


Th. 


Lugtgefteltheit. 


S 
1 2 


O 3 


30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 
30 8 

30 8 


81 

84 

81 
81 
84 

81 
81 
84 

81 
81 

84 

8i 
81 
84 

81 
81 
84 

81 

81 
84 

81 
81 
8* 

Ü 


Regenagtig 
Betrokken 


s 

9 

S 

1 2 


" 4 


ONO 3 
3 


Omtrent helder 

Betrokken 

Helder 


s 

9 
S 

1 7, 


> 


ONO 3 
O 3 




Betrokken 
Helder 


s 

9 

S 

1 2 




ONO 3 
O 3 


Betrokken 
Helder 


9 

S 

12 


4 


4 




■ 3 
3 


Omtrent helder 


i 

9 
s 

12 


' 4 




4 




O 3 


Betrokken 


s 

9 

S 

12 


Helder 

Omtrent helder 
Betrokken lugt 
Regenagtig 


ONO 3 

O 3 


5 

9 

S 

12 


4 


ONO 3 

O 3 


Omtrent helder 
Betrokken 


51 


6 
ONO 4 


Helder 



Cc 4 



A A N- 



4 o8 BERICHTEN. 
AANMERKINGEN 

Over de in CURACAO van tyd 

TOT TYD IN Z WANGGAAN DE 

ZIEKTEN; 

DOOR 

CAKEL DOEKFFEL. 

Met den aanvang van Grasmaand 
1757 regeerden nogeenigekwaat- 
aartige Koortfen met uitflag , dog de 
meeften waren goedaartig , waarvan 
veele met een vogtigen hoeft eindig- 
den. Veele, die kwaataartige Koortfen 
hadden doorgeftaan , en geen voorbe- 
hoed middelen gebruikt , vervielen 
in verhardingen van lever, milt en an- 
dere ingewanden , 's avonds kwamen 
'er fluipkoortfen ; by vrouwen te rug- 
blyving der maandftonden , zwellinge 
der voeten , bedorvene eetluft , en wat 
zulke verwaarlozing meer gewoon is 
voort te brengen. 

Om deeze kwellingen voor te komen 



BERICHTEN. 409 

gebruikten de lyders , zo als de Koorts 
zeven of negen dagen uver was , buik- 
zuiverende purgeermiddelen , dan ver- 
Herkende kruider wynen; ze maakten 
by mooi weer beweegingen der licha- 
men , nuttigden fpyzen die ligt te ver- 
teeren waren en bewaarden hun lyf 
voor de koude avond-lugt. Waar men 
verftoppinge der ingewanden vond , 
wierden openende middelen gebruikt 
als PUL Strdtenu n ^r de Haarlemmer A- 
potheek ; in zwellinge der voeten een 
af kookfel van knoppen van Alfem , A- 
lantswortel , en Oranjefchillen : waar- 
meede deeze kwellingen meeft verhol- 
pen zyn. 

Verfcheidene andere menfchen wier- 
den met zinkingen, oor en tandpyn, 
zeere keelen en hoeflen geincommo- 
deert, deeze kwamen alleen van eene 
verkoudheid. Wanneer zulke ly- 
ders bezweet zynde, zig in de kou- 
de lugt begeeven , word daar door een 
verdikking van 't wey veroorzaakt, 
welke dan in flymagtige ftof verandert 
door de afzonderinge vaaten niet kan 
doorgaan : en de genoemde kwellingen 
veroorzaakt; ook kan een byzondere 
gefteldheid der lugt zulks veroorzaaken. 
Cc 5 Te. 



410 BERICHTEN. 

Tegens deeze kwellingen heb ik geen be- 
tere middelen gevonden,dan verdunnen- 
de, uitwaazeming bevorderende dran- 
ken, voeten-dampbaaden van de hier 
groeijende kruiden , welke aromatque 
kragten bezitten. Innerlyk heb ik veel 
den [pint. [al. ammon. am[. & [a[aphras : 
en zoete lauwe thee met redelyk fuc- 
ces gebruikt. In 't afneemen van de 
kwellingen wierden verflerkende maag- 
Elixiren , ft aal en kruider wynen ge- 
bruikt. 

In 't midden van Grasmaand had 
men nog de volgende kwaadaartige 
Koortfen. Een vrouw tweeëndertig 
Jaaren oud, voor de eerfte maal zwan- 
ger , kreeg een aanval van de Koorts , 
welke 24 uuren duurde ; daarop volg- 
de weer 24 uuren het afzyn der Koorts, 
den derden dag volgde de tweede 
aanval der Koorts , veel fterker met 
uitflag van roode en blauwe vlekken ; 
in 't hoogfte der Koorts volgde een 
miskraam met tamelyke vloeijing; de 
Koorts duurde even weer 24 uuren, 
dan volgde weer het afzyn der Koorts ; 
men zag een witte koele tong, de pols 
lein en tuiTehen poozend, koude han- 
1 met klam zweet. Nooit heb ik 

een 



BERICHTEN. 411 

een zieken in zoo een gevaarlyken 
ftaat bedaarder van gemoed gezien als 
deeze , zonder de minffce ylhoofdigheid 
of onruft ; den vyfden dag kwam de 
Koorts weer met alle genoemde Toe- 
vallen , en zy overleed in de derde 
Koorts verheffing. In 't begin van dit 
Jaar zag men twee bejaarde menfchen 
over de 60 Jaaren oud met een tus- 
fchenpoozende Koorts in de derde 
Koortsverheffing den vyfden dag fier- 
ven , ook heb ik in 't Jaar 1 758 een Juf- 
frouw over de zeventig Jaaren oud, mee- 
de in de derde Koortsverheffing of den 
vyfden dag van een tuiTchenpoozende 
Koorts het leven zien eindigen. Maar 
by menfchen van jonger Jaaren is my 
nooit iemant voorgekomen, als dee- 
ze eerft-genoemde vrouw. Hier moet 
de miskraam en kraamvloeijing een 
groote verzwakking veroorzaakt , en 
den dood bevordert hebben. 

By menfchen van verfcheiden ou- 
derdom kwamen jicht en heuppynen, 
by vrouwen opftygingen met benauw- 
de borfl; zo men vond dat een onge- 
fteltheid van de vochten de oorzaak 
was, gaf men een buikzuivering, ver- 
Iterkende en talmiddelen. In jicht 

en 



4 i2 BERICHTE N. 

en heuppynenafkookfels vanfalfaparill. 
en rad china., benevens deeze pillen 
fp. arcan corallin. paracelfi , rejin jalapp. 
ad p. el. naa de kragten en ouderdom 
der lyders ingerigt, en zo lang wierd 
daar meede aangehouden , tot dat de 
Kwellingen minderden. 

In 't begin van Bloeimaand bevond 
men verfcheidene mentenen die kwaad- 
aartige Koortfen doorgeftaan hadden, 
welken het hoofdhair uitviel, de harde 
huid binnen de handen en onder de 
voeten fcheidde zig , over het geheele 
lyf verfehilferde zig meede de huid , 
de meeften bekwamen gezwellen aan 
hals en oorklieren, welke by veele aan 
't zweeren raakten : alsze ryp wierden 
onlaftede de etter zig door den mond , 
ooren , en andere ook van buiten ; men 
bevorderde deeze ontladingen door 
het gebruik van digeftive en verzag- 
tende Balzemen , tot dat de natuur zig 
genoeg van deeze flofFe bevryd had, 
't welk by eenigen eenige maanden 
duurde, dan genaazen ze gemaklyk en 
veilig. 

In 't midden van Bloeimaand kwa- 
men eenige menlchen van Jamaica en 
de Weftkuft van Hifpaniola , meede- 

bren- 



BERICHTEN. 413 

brengende de Land eigene ziekte van 
de Engelfen Beïïyach (Biiihvoee) ge- 
noemt; deeze komt in 't begin met een 
opgefpannenhcid in den bovenbuik (V). 
Daarop volgt geduurige pyn ; het nut- 
tigen van fpys en drank benauwt; de 
ziekte toenemende , zo komt een ge- 
duurig braaken ; de lyders vervallen 
fchielyk in kragten ; worden wit bleek 
van aangezicht , zweeten weinig en 
klam , hun water is weinig rood en 
brandig,deftoelgangblyft weg, de pols 
is klein en ras : den meeften verzeilen 
deeze toevallen met een iets afgaande 
Koorts; en als deeze Koorts iets afgaat, 
minderen ook het braaken en benauwt- 
heeden , maar gaan nooit geheel weg. 

In deeze ziekte tracht men zo veel 
moogelyk het braaken te beletten , en or- 
doneert verzagtende Clyfteren om open 
lyf te maaken , uiterlyk Linimenta ner- 
vina balfamica , als ook Pappen van 
Maismeel, Madera wyn, Foelie, Na- 
gels enz. zulks tot een Pap gekookt, 
en als de Koorts niet fterk is , dikwils 
warm opgelegt. Zo als het braaken min- 
dert, geeft men 't volgende, R. man- 

n# 
(a) Diflenfio liypochondriaca. 



414 BERICHTEN. 

na el %iïj Solv. in aq. bullient. adde oL 
amygdal. recent exprejji Ij , zulks by 
kleine giften gebruikt , tot dat open 
lyf volgt. Dit alles word naa vereifch 
dikwils herhaald. Eenige gebruiken 
opiata maar zulks heb ik in 't begin en 
toeneemen der ziekte fchadelyk gevon- 
den ; de lyders die dit gebruikt hadden 
kregen lammigheeden der handen , ar- 
men en beenen. 

Men geeft deeze lyders fpyzen die 
zagte Chylmaaken, Hoender vlees foe- 
pen , in welken , Herb. End'w. Lactuc. 
apüy afgekookt zyn. 

In 't afgaan der ziekte geeft men 
open lyf houdende Elixirs , zo als het 
'Elixir pur gans naa de Brandenburger 
Apotheek, ook heb ik om den twee- 
den dag Balfam. Copaiv. ' ij. in een be- 
kwaam vogt gegeeven met goet fucces ; 
ook dienen bittere laxeerende kruide 
wynen ; men mag wel verhoeden dat 
zulke lyders niet weer inftorten,om zulks 
voor te komen wordeneenige weeken 
lang de pül. rufi met uiterlyke Balfa- 
miqiie fmeeringen gebruikt, en de kou- 
de lugt en harde fpyzen gemyd. 

De Kindsr-pokjes , in Louwmaant hier 
gebragt , maakten weinig voortgang, 

in 



B E R ICHTEN. 415 

in 't midden van Wiedemaand vernam 
men daar niets meer van ; daar zjm in 
't geheel geen twintig kinderen van 
aangetaft, en tot het einde van 't Jaar 
1759, verneemt men niets meer daar 
van , daar moet geen difpofitie by de 
Inwoonderen daartoe geweeft zyn , om 
dat deeze anders ligtfmettende ziekte 
geen meer voortgang gemaakt heeft. 

Men vond verfcheidene .menfchen 
welke met engborftigheid gekwelt 
wierden ; dewelke , zo ze met een vog- 
tigen hoeft, kwamen , fpoedig genaazen. 
By anderen ging het zo gemaklyk niet. 
Twee kinderen van omtrent twee Jaa- 
ren oud kregen deeze. engborfligheid 
met groote benauwtheid en trekkingen ; 
men gaf zagtmaakende en uitwaaze- 
mende borftdranken; uiterlyke pappen 
en fmeeringen; in 't hoogfte der ziek- 
te gaf men den eenen 3$ \alfam Copaiv. 
in warm afkookfei van herba^bri'(a). 
Zulks eenige ryzen naa malkander her- 
haald hebbende bekwam het kind ver- 
ligting, en 'm vervolg van tyd kwam 
het daarmeede tot volkomene gezond- 
heid. Het tweede kind ftieif in 't 
hoogft der ziekte zonder den balfam 
Copaiv: gebruikt te hebben. 

De 



4 i6 BERICHTEN. 

De Podagriftcn hadden in 't midden 
van Wiedemaand , fterke aanvallen 
van hunne kwellinge , om deeze te 
foulageeren , gebruikten eenige de vrugt 
Papaia ; deeze met water tot een pap 
gekookt en lauw op de pynlyke plaat- 
fen gelegt , zag men daar naa de pyn 
draaglyker worden. 

Een man in de vyftig Jaaren oud, in 
wiens familie het Podagra gemeen was 
bekwam naa fterke gemoeds-beweegin- 
gen ftuiptrekkingen , welke volkomen 
na pafliones hyftericoe geleeken. Ik gaf 
hem ook antihyfterica , welke hem fou- 
lageerden. 

Eenige bejaarde menfchen bekwa- 
men een galagtige- doorloop, waarvan 
de eene verergerde in Roodeloop , en 
een doodelyken uitgang had ; de an- 
deren wierden Rhabarbarina innerlyk 
gegeeven , welke met verzagtende cly- 
fteeren , drooge fpyzen , en behoorly- 
ke leefregelen herftelden. 



iffi A ttt Jtm j7 
WWV 



B E- 



BERICHTE N, 4ïf 

B E R. I G T 

WEGENS DE 

GENEZING 

VAN EEN ZWAARE WONDE IN DÉ 

L AA S 5 

DOOR EEN MES VEROORZAAKT ; 

DAT IN DE BLAAS AFBRAK, 

EN BLEEF STEEKEN. 

D Ö O R 

Mr. THO MAS B AKER, 

^homas Knowles een Matroos s 
negenendertig Jaaren oud , viel 
den 5401 Mey 1759 uit de gefchut- 
poort, omtrent ter hoogte van 5 voe- 
ten j tuffchen twee fehepen in $ diö 
digt tegen eikanderen lagen, Hy om- 
ving eene wonde op 't onderde ge- 
deelte van zyn regter bil , tuflchen dö 
drie en vier duimen van den aarsdafm* 
door een mes, dat hy in de zak op dê 
zyde van zyn broek droeg; gaande dé 
wonde door de bilfpieren (glutari) i\\ 
den regten darm > en van daar in d$ 
Blaas* — Den volgenden dag* zyndd 
VL Deel. Üd 




4i8 BERICHTEN. 

Zondag den 6^11 May , wierd hy ge- 
bragt in St. Thomas Gafthuis , (te Lon- 
den') en was onder de bezorging van 
den Heelmeefter Paul. Men vond , 
by onderzoek, fchier het geheele Lem- 
met van 't Mes , (dat omtrent eenen 
duim afftand van 't heft was afgebro- 
ken,) in den endeldarm, zynde des- 
zelfs Punt in de Blaas gedrongen. Het 
gedeelte van 't Lemmet , dat afgebro- 
ken en in de Blaas gedrongen was , had 
de lengte van 4§ 5 duimen. De uitwen- 
dige wond was klein, niets konde daar- 
door heen gevoeld worden. Zy wierd 
om diens wille verwyd ; waarop ook 
het Mes zich zo duidelyk door de 
wonde als door den aarsdarm liet voe- 
len. Schoon men het Mes ligte- 

lyk konde voelen, als men den vinger 
in den aarsdarm opbragt, zo verloor 
men 'er ftraks het gevoel af, zo haaft 
als de vinger hooger kwam als de wond 
die 't Mes in de Blaas gemaakt hadde. 
Maar ten laatften mynen vinger zeer 
zagtjes opwaarts brengende, en 't Mes 
voelende , ftak ik aanftonds mynen 
vinger met zyn voorfte end in de 
wond , welke in de Blaas gemaakt was, 
en de lippen van de wonde een wei- 
nig 



BERICHTEN. 4*§ 

hig uitrekkende , zo vlood aanftonds 
een menigte Pis uit den aarsdarm. \ Ik 
nam daarop een kleine Steenfnyders 
tang, en bragtze op mynen vinger, ?\s 
wegwyzer (condu&or) door den aars- 
darm , door de wonde , in de Blaas , eii 
het Lemmet van 't Mes , dat nu ge- 
heel in de Blaas ftak , vattende , zö 
trok ik dit door den aarsdarm uit. Dit 
gefehiedde op maandag den 7 'en V aii 
Mey. Na dien tyd liep zyn Pis door 
den regten weg , tot woensdag , den 
negenden \ op welken dag men , om- 
dat de Lyder geenen ftoelgang hadde ge- 
had, van oordeel was, hemeen zagt 
purgeermiddel integeeven. Toen vloei- 
de zyne Pis en Afgang door de wonde; 
't geen duurde tot vrydag den agtienden,' 
wanneer weder het een zowel als 't an- 
der elk uit zyne regte plaats gèloft wierd; 
Gedurende den geheelen tyd had hy 
weinig of geen pyn. Zo hy al eenigë 
pyn gevoelde , was het by het door- 
vloeijen van zyn water door de won- 
de , 't geen omtrent vyf minuuten lang 
duurde. Hy had ook niet een eenig 
kwaad toeval ; en zyne grootfre óh- 
gefteltheid was op den negenden ; 
wanneer hy de purgatie innam, 

Dd 2 K/ 



V 
4 20 BERICHTEN. 

Hy had een groote menigte bloeds 
verloren op den tyd , dat hy de wonde 
hadde ontvangen , 't geen hy , volgens 
zyn eigen verhaal , my gedaan , den 
volgenden morgen gewaar wierd op de 
vloer van de plaats daar hy thuis lag, 
Zyn Pis was nog eenigen tyd bloedig , 
en zyne wonde was donderdag den 
3 1 ften May geheeld. Hy wierd uit het 
Gaflhuis gelaten donderdags den jrden 
Juny 1 759 , volkomen genezen en ge- 
zond , een maand na dat het Mes uit 
de wonde gehaald was. 






B E- 



BERICHTEN. 421 

B E R. I G T 



VAN DE 



& ; ■ e t 



VAN HET JAAR 1759. 
1 N 

B A T A V I A 

WAARGENOMEN (*); 

DOOR 

PIKTER HERMANÜS OHDEM. 



In 't Jaar 1 759 , den 29^ Maart 's 
morgens omtrent 4 uuren, heb ik 
een Staart-flerre gezien boven en be- 

zui- 

(*) De Waarnemingen zyn gedaan met een 
Inftrument uit twee Horizontale en twee Vertica- 
le bewegingen zamengeftelt , hebbende onder in 
den voet een Compas-naald, waarnaar men dit inftru- 
ment by ieder Waarneming in den Meridiaan moeft 
ftellen;dewyl men zo door huizen als boomen telkens 
belemmert wierd. Boven op dit inftrument leunde 
een kleine Verrekvker met kruisdraaden daarin. 
De Waarnemer was telkens alleen en moeft 

Dd 3 ecrit 



422 BERICHTEN. 

zuiden een vafte Ster van de vierde 
grootte aan den buik van Aquarius en 
Zyn Waterkruik. Het hoofd van die 
Staart- fier fcheen wel een Ster van de 
derde grootte te zyn , doch niet zo 
helder. De Staart wasnadehooerte , en 
helde iets na 't Zuiden en had om- 
trent de langte van 3 graden. E enige 
dngen na dezen , had ik geen gelegent- 
heid om dezelve te Obfcrveeren , om 
dat tegens den morgenffcond cene don- 
kere of betrokken lugt in 't Ooften 
was ; echter kreeg ik haar fomtyds , 
£och maar met een blik te zien. 

April 

eerfl: die Horizontale en Verticale bogen zelf 
aantekenen , voor dat hy een tweede voorwerp 
kon afineeten , waar door fomwylen wel een mi- 
nuut tyds verloopen is , eer en* bevorens hy 't 
voprwe'rp in 't midden der kruisdraaden had. Op 
's Auteurs uurwerk was weinig (laat te maken; 
wcshalven hier de tyd maar ten naallen by aange- 
tekenc is,. ' De verdelingen der graden op 't inftru- 
ment konden niet wel nader als op 6 minuten ge- 
zien werden. " 

Dit heeft de Aanmerker vooraf laten gaan , 
era duidelyk aan te toonen hoe 't hem aan goe-" 
de' Jnftrumenten ontbroken heeft. Hy ""zou 
aileg '" nauwkeuriger waargenomen hebben , 
by'aldien hy eene vafte verhevene plaats , eert 
£oed, ïlinger-werk en een eenvoudig doch grooter 
toftrument gehad hadde , nevens een Man die. 

IVsndrejking had kunnen doen. 

1 i» -..•.. ••- 



BERICHTEN. 423 

April 6 Omtrent 4* uuren 's morgens , 

de Comeet a& — hoog 

o / 

en 9:30 Bez, 't O 
En een vafte Ster van de 3 de 
grootte in de Staart van Ca- y 
pricornus 34:— hoog 

o / 

en 17: 30 Bez. 't O 
En een Ster van dezelve groot- 
te op de rechter fchouder / 
van Aquarius 29:-- hoog 

o / 

en 1; — Bez. 't O 
Dito 9 Omtrent ten 4 uuren 's mor- o / 

gens de Comeet 22: 48 hoog 

o / 

en 11:30 Bez. 't O 
En bovengemelde Ster van , 
Capricornus 26:30 hoog 

O / 

en 16:30 Bez. 't O 
En die op de linker fchouder , 
van Aquarius 29:30 hoog 

en 5-.— Eez. 't O 
Dito 10 Omtrent ten 4* uuren 's mor- / 

gens de Comeet 29: — hoog 

o / 

en 11:42 Bez. 't O 
En de bovengemelde Ster / 
van Capricornius 31: 50 hoog 

o / 

en 17: 30 Bez. 't O 
En die op de rechter fchou- , 
der van Aquarius 26:30 hoog 

en — :so Bez. 't O 



Dd 4 April 



A2| BERICHTEN. 

April ii Omtrent ten 4f uuren 's mor- , 

gens de Comeet 29:30 hoog 

o / 

en 15:— Bez.'tO 
Stond toen dicht aan de 
.Noordzyde van een vafte 
Ster van de j cIe grootte op 
den Staart van Gapricornus, 
pito ij- Omtrent ten 4 uuren 's mor- 
gens , was de Comeet bo- 
ven de vafte Ster van de ^ 
grootte op den Staart van 
Capricornus , die daar bo- 
ven ftaande kleiner Stcr 
konde men door den ftaart 
heen niet wel zien. 
pitb ió Omtrent ren 4v uuren 's mor- / 

gens de Comeet 38:42 hoog 

o / 

en 21: u Eez.'tO 

En boven gemelde Ster op den / 
Staart van Capricornus 37; 18 hoog 

o / 

en 19:-- Bez 't O 

L-::o 17 Omtrent ten s uuren 's mor- , 

gens de Comeet 47: 36 hoog 

o / 

en 25- 136 Bez. 't O 
En een vafte Ster van de 4 de 
grootte op den buik van Ca- 
pricornus 48: 6 hoog 

< O / 

en 25: 30 Bez. 't O 
■ Dito 20 Omtrent 4 uuren 's morgens , 

de Comeet 33: 42 hoog 

O / 

en 40: 6 Bez. 't O 
Een vafte Ster van de ^ de 
prcotte op den Staart van / 
Capricornus 31: — hoog 

O / 

en 17:30 Bez. 't O 
April 



BERICHTEN. 425 

April 22, Omtrent 4 uuren 's morgens / 

de Comeet 39: 6 boog 

en 43: 5-4 Beo. 't Z 
En een vafte Ster van de 2 de 

grootte op de rechter vlerk / 

van den Kraan 26:36 hoog 

en 37: 6 Beo. 'tZ 
Dito 23 Omtrent 2 uuren 's morgens / 

de Comeet 20: 1 1 hoog 

en 43:42 Beo. 'tZ 
En een vafte Ster van de i dc / 
grootte het Pauwen- oog 21; 18 hoog 

° • 

en 29: ó Beo. 't Z 
Een vafte Ster van de 3 do 
grootte op 't achtereind des j, 
lyfs van den Indiaan 22:42 hoog 

en 38: 36 Beo. 'tZ 

Dito Omtrent 4 uuren s morgens , 

de Comeet 39: 30 hoog 

en 31:12 Beo.'tZ 
En gemelde Ster op den Pyl 
van den Indiaan 39: 48 hoog 

en 2 ƒ:42 Beo.'tZ 
Toen maakte de Comeet met 
de Ster het Pauwen-oog en 
die op de rechter vlerk van 
de Kraan met het oog te 
zien een gelykbeenige Drie- 
hoek. De "Staart van de 
Comeet ftrekte tot aan de 
Noord-Ooftzyde van deZui^ 
der kroon en fcheen wel <; 
graden breed te zyn. Het 
hooft gaf een duifter wit 
, licht, 

Dd 5 April 



426 BERICHTEN. 

April 24 en 2f de nacht daar tuffen / 

ten 12 uuren de Comeet 12:42 hoog 

en 25-; 6 Beo. 't 2 
En een Ster van de 3 de groot- 
te in den Oofthoek van den , 
Triangel 2.3: 54 hoog 

en 11: 6 Beo. 't 2 
En een vafte Ster van de 3 de 
grootte op den boog onder , 
de hand van Sagittarius 29: — hoog 

en 5-2: 48 Beo. 't Z 
Dito 25* Omtrent ii uur 's morgens , 

de Co meet 20: 1 2, hoog 

en 21:30 Beo. 't Z 
En een vafte Ster van de i fte 
grootte op den voorften / 
voet van Centaurus 35-: — hoog 

en 10: 6 Beo. 't Z 
En het midden van de dub- / 
belde Ster op den Autaar 36: — hoog 

en 16:48 Beo. 't Z 
De Staart ftrekte tot aan een 
Ster van de 3 de grootte aan 
den Autaar. Het hoofd van 
de Comeet gaf een wit duis- 
ter licht. 
April 26 Omtrent 3^ uuren 's morgens , 

de Comeet 28:42 hoog 

en 8:3óBew.'tZ 
En een Ster van de 3 de groot- 
te in den Oofthoek van den / 
Triangel 26:18 hoog 

en 8°3oBew.'tZ 
De 



BERICHTEN. 427 

De flaart van de Coraeet 
ftrekte zich over de helde- 
re Ster op den Noord hoek 
van den Triangel tot aan de 
Billen van den Wolf; doch 
in den Melkweg niet wel te 
zien. Het hoofd fcheen 
flaauwtjes. 
April 27 Omtrent i \ uuren 's morgens o , 

de Comeet 26: 6 hoog 

en 14:30 Bew.'tZ 
En een Ster van de z Ae grootte 
op den Wcflelyken voor- \ 
voet van Centaurus 33: — hoog 

en 17:30 Bew.'tZ 
En een Ster van de i fte groot- 
te op den Ooflelyken voor- t 
voet van Centaurus 34: 24 hoog 

° / 

en 11:5-4 Bew.'tZ 
Dito — Omtrent x\\ 's Avonds de / 

Comeet 37: iS hoog 

en 16: — Bew.'tZ 
En een vafte Ster van de <2 de 
grootte de Ooftelykfte van / 
't Zuider Kruis 36:30 hoog 

en 10: 12 Bew.'tZ 
Dito — - Omtrent 1 \\ uuren 's avonds 

een Ster, zynde de Zuide- / 
lykfte van 't Zuider-kruis 32: 12 hoog 

o / 

en 12: — Bew.'tZ 

En de Noordelykite van 't ) 
Zuider-kruis 38: 6 hoog 

en i4:5"4 Bew.'tZ 
De 



428 BERICHTEN. 

De Staart van de Comeec 
Ure kt e zich over de Noor- 
delykfte van 't Zuider Kruis 
lv?en en boven een Ster van 
de 3 de grootte aan den wor- 
tel vanden rechter voorvoet 
van Centaur lis. Het hoofd 
van de Comeet als voren. 
April 28 Omtrent 10$ uuren 's avonds 

de Comeet 44 :l & hoog 



o 



en 24: S4 Bew.'t Z 
En een vafte Ster, van de % ie 
grootte de Ooftelyke op 
de Bil van Centaunis, zyn- , 
de een dubbelde Ster 47: 24 hoog 

en 10: t2 Bew.'t Z 

De Comeet maakte met de 

2. vafte Sterren van de 3 <le 

grootte op de Bil van Cen- 

taurus een verkeert (taanden 

felykbeenigen Driehoek, 
laar ft aart ftrekte zich na 
het linker fchouder-blad van 
Centaurus. Het hoofd gaf 
een duider wit licht. 
Deezen Nacht tullen den 29 
en 30. April is de Comeec 
aan den Horizon in Hol- 
land wederom te zien. 
Dito 29 Omtrent ten 8| uuren 's avonds , 

de Comeet SI' 4* hoog 

en 1:30 Bew.'t Z 
Toen ftond de Comeet in 
een regte Lyn met twee 
vafte Sterren van de 3 de 
grootte, de een op de Hy- 
dra (zynde een dubbelde 
Ster) tuflehen den Beeker 

an 



BERICHTEN. 4^9 

en de Raaven , de andere 
in het top van de Carolynfe 
Steen-Eyk, dog naader aan de 
Ster van'Hydra , daar ze ophet 
oog s deelen van af was , en 
6 deelen van de Ster op den 
Eykeboom : daadelyk was de 
lugt wederom bedekt en niets 
te zien tot den 
May i Omtrent ten n\ uuren 's avonds 
een vafte Ster van de z de 
grootte in 't halshair van / 
den grooten Leeuw 62: 30 hoog 



o 



en y. — Beo, 't N 
En 41 minuut tyds daar na de , 
Comeet 66:30 hoog 

o / 

en 26:36 Beo.'tZ 
Dito 2 Omtrent ten 7 uuren 's avonds > 

de Comeet 67: — hoog 

o / 

en 41: — Beo.'tZ 
En een vafte Ster van de i ftè 
grootte op denStaart van den „ , 
Leeuw 52: 30 hoog 

en 5-3^24^ Beo. 't N 
En 3 minuten tyds hier na een 
vafte Ster van de 3 de groot- , 
te op den rug van den Leeuw 5-5-: 12 hoog 

O / 

en 3^:30 Beo. tN 
De Staartfter ftrekte zig be- 
zuiden een Ster van de 4 de 
grootte op den Zuidhoek of 
voet van den öeeker , tot 
bezuiden een Ster van de 4 de 
grootte op de Neb van de 
Raave , en dus parrallel mee 
de ftrekking van gemelde 2 

Ster. 



N 





o 
°3* 


— hoog 


en 


o 

SS- 


12 Bew.'tZ 


den 


c 
f?: 


6 hoog 


en 

,fte 


ƒ8:48 Bew 't N 


de 



47: 


— hoog 


en 



4=. 


50 Bez. 'cW 



430 BERICHTEN; 

Sterren; de Maan fcheen hel- 
der anders zoude men den 
ftaart langer gezien hebben , 
als tot aan de neb van de 
Kaave. 
May 3 Omtrent ten jj| uuren 's avonds 
de Comeet 



En een vafte Ster van de 
grootte , 't Hert van 
Leeuw 



En een vafte Ster van de 
grootte , 't Hert van 
Hydra 



Het Hert van den Leeuw en 
van de Hydra maakten met 
de Comeet een gelykbeenigen 
Driehoek , dog de afitand 
die de Comeet van 't Hert van 
Hydra had , fcheen een wei- 
nig kleinder als de afftand die 
't Hert van Hydra van 't 
Hert des Leeuwshad, 't was 
helder Maanfchyn. 
Dito 6 Omtrent ten 9| uuren 's avonds / 

de Comeet 57:18 hcog 

O / 

en 73:18 Bew.'tZ 
En een Ster van de i fte groot- / 
te , 't Hert van den Leeuw 46: 6 hoog 

en 62:i2Bew.'tN 
De Maan fcheen helder, zo dat 
de Comeet zeer flauw te 
zien was. 

May 



BERICHTEN. 431 

May 7 Omtrent ten 9J uuren 's avonds , 

de Comeec 61:30 hoog 

en 73: $-4 Bew.'tZ 
En een Ster van de eerde groot- , 
te, in 't Hert van de Hydra 4;: 30 hoog 

o • 
en 87: 12 Bew.'tZ 
En een dito het Hert van den ' 4 
Leeuw 50: — hoog 

/ 

en 60:24 Bew.'tN 
De Maan icheen helder , daar 
door was de Comeet niet wel 
met het oog te zien. 
Had de Comeet met 2 vafte 
Sterren te gelyk in den Ky- 
ker , waar van de onderfte 
eens zo klaar als de boven- 
fte was 
Dito 16 Omtrent ten Si uuren 's avonds 

de Comeet ' 63: fa hoog 

en 86: 18 Bew.'tZ 
'En een Ster van de i fte grootte, 

't Hert van de Hydra 48: 48 hoog 

_ ,. , ' en 86°: 12 Bew.'tZ 

En een dito het hert van den Q 

Eeeuw Si'30 hoog 

t^ n . , T . . en ƒ8: 18 Bew.'tN 

De Comeet was in t Kruispunt 

van 4 Sterren van de 4 de 

grootte. i fce op Hydra digi 

aan den voet (Weitelyk) van 

den Beeker. 2 de midden op 

den Sextant, 3 de op Hydra 

(omtrent 6°. Weftelyker als 

de voorige) 4 de ee"n loffe 

Ster tuflchen den buik van 

dea 



432 BERICHTEN. 

den Leeuw en de Noordzy- 
dc van de Sextant. De ftaart 
ftrekte zich over een Ster van 
de 4 dc grootte tufTchen den 
Beeker en Sextant, tot ver- 
by en ter zyde overheen een 
Ster van de 4 de grootte aan 
de Weftzyde van den mond 
of opening van den Beeker, 
en was heel flauw te zien. 
May 17 Omtrent ten 9 uuren 's avonds , 

Comeet ƒ>: 6 hoog 

en 88: 6 Bew.'t Z 
En een kleine vafte Ster regc , 
boven de Comeet 56:12 hoog 

o / 

en S8: ó Bew.'t Z 
En een Ster van de i stc groot- , 
te, \ hert van de Hydra 39:42 hoog 

en 87: 18 Bew./tZ 
En omtrent ten g{ uuren 'sa- / 
vonds de Comeet 5-1: 24 hoog 

en 08:24 Bew.'t Z 

En het hert van de Hydra .36:18 hoog 

en 87: 18 Bew. 'tZ 

o / 

En het hert van den Leeuw 42: 12 hoog 

en 64:18 Bew. 't N 
By de Comeet ftond een kleine 
vafte fter 1 ° Noordelyk en 
i. graad laager. 
Dito 24 Omtrent ten 9 uuren 's avonds © , 

de Comeet 47: 24 hoog 

en 2: — Een. 'tW 
Ed 



BERICHTEN. 433 

En 't hert van de Hydra 33: 6 hoog 

en 1:42, Bez.'t W 

En 't hert van den Leeuw 39: 15* hoog 

en a^oEen.'tW 
May i f Omtrent ten 8^ uuren 's avonds o / 

de Comeet 5-6:12 hoog 

en i°: 48 Ben. 't W 
Ën 34 minuut tyds daar na 't , 
hert van de Hydra 40: 42 hoog 

en 3: 36 Bez.'t W 

Én nog 3 minuten tyds daarna „ , 
het hert van den Leeuw 45-: 24 hoog 

O / 

en 27:36 Ben. 't W 
En nog 8 2 ' minuuten Iaatereen 
dubbelde Ster van de 6 de 
grootte, met nog 2 Starren o , 
Noordlyker en laager yc: 42 hoog 

en 2: 6 Ben. 't W 
Dito 27 Omtrent 8| uuren 's avonds / 

de Comeet yo.42. hoog 

en k 30 Ben. 't W 

En 4 minuten tyds daar na 't / 
hert van de Hydra 35: 42 hoog 

en 2: 1 8 Bez.'t W 
En nog 3 minuten laater 't hertr / 
van den Leeuw 40: 24 hoog 

en 25-: 36 Ben. 't W 
Dito 28 Omtrent ten 9 uuren 's avonds / 

de Comeet 44; — hoog 

es 2: 12 Ben. 't W 
VI. Deelt Ëe En 



434 BERICHTEN. 

En i± minuut tyds daar naa een „ / 
Ster van de ó de grootte 43: 30 hoog 

en 4: 36 Ben. 't W 
En nog i£ minuut tyds daar na / 
een Ster van de j de grootte 43: — hoog 

en ƒ:36 Ben. 'tW 
De Comeet ftond genoegzaam 
in een regte Lyn met deeze 
Sterren op den Sextant. 
May 30 Omtrent ten 8| uuren 's avonds / 

de Comeet fi; 6 hoog 

en 2: 48 Ben. 'tW 
En 2 minuuten Iaater 't hert ' , 
van de Hydra 3f : 30 hoog 

en 2:i8Bez.'tW 
En nog 2 minuuten Iaater 't , 
hert van den Leeuw 41: — hoog 

en 25-: 36 Ben. 'tW 

Nog 7f minuuten Iaater een , 
vafte Ster van de j de grootte 48: — hoog 

ïen 9: 30 Ben. 'tW 
Nog 1 minuut Iaater een dito , 
$» grootte 47-48 hoog 

en 6: 14 Bea. 'tW 
Nog^na verloop van 2 minuuten, / 
een dito 6 de grootte 47^ 12 hoog 

en 4: fi Ben. 'tW 
En nog s minuuten later de y 
Comeet 46: 6 hoog 

en 2: 5-4' Ben. 'tW 
Nog 



\ 



BERICHTEN. 435 

Nog na verloop van 7 minuuten 

een dubbelde Ster van de , / 
6 de grootte 42: 36 hoog 

en 2:— Ben.'tW 
May 31 De Coraeet niet van plaats 
veranderd ^ dog niet meer 
met het oog te zien , zo 
wegens het nelder Maanligt 
als ook zyn verren afftand, 
ook heeft men vervolgens 
dezelve niet meer kunnen 
door den kyker zien. 






wwwwwm 



%& 



Ee 2 BE- 



436 BERICHTEN. 

B E R I G T 

WEGENS EENE ZONDERLINGE 

VERBASTERING 

DER 

O V A R I A ; 

DOOR 

C. A. KLOECKHOFF. (*) 

Op den i8Jen Juny 1757 was ik te 
Cuiknborg tegenwoordig by de 
opening van een dood lighaam , in het 
welke men poogde te ontdekken de 
oorzaak der voorafgegaane dodelyke 
ziekte , welke men by het leeven te 
vergeefs had nagefpeurt; en waarom- 
trent my door den Heere Burgemeefter 
Kloeckhoff, Stads Medicinse Doélor 
aldaar, het volgende berigt is gedaan. 

De overledene Vrouw , gezond en 
fterk van lighaam, oud 35 Jaaren, had- 
de 

(*) Dit bericht is de Maatfchappye medege- 
deeld , door den Heer M r . A. Perrenot. 



BERICHTEN. 437 

de zig , na een onvrugtbaar huwelyk 
van drie Jaaren , in May 1756 ziekelyk 
begonnen te bevinden ; vermits het 
zwellen van den buik , en het ophou- 
den der geregelde ontlafting, meende 
zy zwanger te zyn; tot dat in Decem- 
ber d es z elven Jaars de pynen in den 
onderbuik aanmerkelyk toenemende , 
zonder eenige beweeging van eene 
vrugt , met vermagering van het ge- 
heele lighaam ,. en wateragtige zwel- 
ling der beenen , men veel eer op eeni- 
ge misdragt begon te denken. In 't ver- 
volg, wierd men in den onderbuik ge- 
waar , een zeer groote , vafte , en ligt 
te beweegene klomp. Men kon nooit 
eenige neerzakking, veel min opening 
in het os uteri ontdekken. De pynen , 
en ondragelyke ongemakken hielden 
gedurig aan. Men meende niets van 
belang te kunnen ondernemen , om 
dat men met geene genoegzame Avaar- 
fchynelykheid konde giften , na de 
natuur van die vreezelyke kwaal. Wes- 
halven de elendige Vrouw alleen red- 
ding van hare fmerte bekwam door den 
dood, voorvallende op den i8 den Ju- 

ny 1757. 

Ten zelven dage, wierd de onder- 
Ee 3 buik 



438 BERICHTEN. 

buik geopend. Men bevond in den- 
zelven omtrent tien of twaalf ponden 
geel water. Wyders , zag men in het 
midden van den onderbuik , eene ron- 
de , vatte , gladde klomp , den uiterly- 
ken fchyn en couleur hebbende van 
vleefch , ter zwaarte van honderd en 
zeventig oneen. Deeze klomp was 
het Ovarlum Sinlftrum ; langs , en on- 
der welke de Taba Folio pi a na , uitge- 
rekt na mate der vergroting van het 
Ovarlum , hecnen liep , en open tot in 
de holligheid van den Uterus; De bloed- 
vaten van 'het Ovarlum, langs dezelve 
Tuba, waren mede, na evenredigheid, 
op eene verbazende wyze vergroot. 

Onder , en beneden deze klomp , in 
en boven de Pehis, was eene andere 
dergelyke , zwaar twee en vyftig on- 
een. Deeze tweede klomp was het 
Ovarlum dextrum. 

Beide doorgefneden zynde , ver- 
toonden een eenvormig , vaft , wit lig- 
haam; Hier en daar met bruine vlak- 
jens onderfcheiden;en een weinig zag- 
ter als de kraakbeenderen van jonge 
dieren. 

De Uterus was zeer klein, en zon- 
der eenig letfel, 

UIT- 



BERICHTEN. 439 

UITTREKSEL 

VAN TWEE 

R I E V E N 

VAN DEN HEERE 

J. de ZOLLÏCOFER, 

Predikant van de Walfche Kerk te Deventer, 

MEDEGEDEELD AAN 'T HOLLANDS 
GENOOTSCHAP TE HAARLEM; 

DOOR 

y. L. M A G N E T. ' 

Jfi e Brief van Deventer van 
den 6. Augustus 1759. 

Wy hebben hier een byzonder ver- 
fchynfel waargenomen nopens 
de*wonderbaare verandering van Ha- 
ver in Rogge, 't geen, wel bekragtigd 
zynde , zo als 't zich laat aanzien , niet 
alleen de dadelykheid beveftigt, maar 
inzonderheid ook de handelwyze zeer 

E e 4 be- 



440 BERICHTEN, 

bekort. Zie hier de zaak. Monfieur 
van Dyck, zeer geagt, wegens zyne 
kunde bekwaam- en eerlyk-heid , deed 
in het verlopen Jaar eene Sloot graa- 
ven rondsora een klein fluk Lands, 
dat hy te JVezep , een dorp twee mylen 
van hier , bezit. Van de aarde , uit die 
floot geflagen , liet hy eene wal aanleg- 
gen van omtrent zes voeten breedte 
en honderdvyftig voeten lengte. Op 
die wal van een droogen roszen zand- 
grond , die nooit bebouwd of bemifl: 
was , heeft by in 't begin van Bloei- 
maand 1 758, Dennezaad gezaaid, ver- 
mengd met anderhalf mantje blanke 
Haver, in dien oord gewaden , zynde 
zuiver en niet vermengd met andere 
Zaaden ; het gene hy van naby heeft 
onderzogt , eer hy den Haver by 't 
Dennezaad mengde. Op die wal liet 
hy van afftand tot afftand eene tuffen- 
wydte open van 15 a 20 treden, die hy 
niet bezaaide ; met oogmerk om , 
wanneer het eerfte Zaaifel niet geluk- 
te , hy 't nog op de eene of andere 
wyze beproeven konde. Niettemin 
Haagde de Haver, in Mey gezaaid , zo 
wel , dat op 't end van de volgende 
Hooimaand dezelve zo digt en hoog 

ftond 



BERICHTEN. 441 

flond , dat gemelde van Dyck , ten 
einde ze de Dennen niet verdikken 
zoude, die zig reeds als dun gezaaid 
en kwynend opdeeden , en ten anderen 
zich te binnen brengende dat men voor- 
gaf, dat Haver gemaaid zynde Rogge 
voortbragt, het befluit nam om ze af 
te maaijen. Dit liet hy den 26 of suften 
van gemelde Hooimaand in zyrie te- 
genwoordigheid ter uitvoer brengen. 
De Haver wierd vier duimen van den 
grond afgefneden , zynde toen reeds 
tot die rypheid gevorderd , zo alsge in 
de nevensgaande doos zien kunt dat 'er 
onder waren, die reeds verre gevor- 
derd en deels ryp waren. Alles fproot 
wederom zeer wel uit, en ftond den 
winter over, uitgenomen de planten, 
die of byna of geheel ryp waren toen 
ze afgefneden wierden; deze ftierven. 
Gemelde van Dyck altoos oplettend 
op het nieuwe plantzoen , merkte aan- 
fronds met verwondering eene veran- 
dering in 't maakfel en kleur der ver- 
fchillende deelen van deze nieuwe 
fpruiten ; 't geen te meer zyne aandagt 
veftigde, en hem aanzettede om dik- 
wyls die planten te gaan bezien en ze 
van naby in 't oog" te houden. Hy 

E e 5 fprak 



442 BERICHTEN. 

fprak evenwel tegen geen menfch iets 
van 't geen hy waarnam uit vreze dat 
hy zich bedrogen ziende uitgelagchen - 
zou worden. Maar met den aanvang 
van Bloeimaand 1 759 , benam hem de 
vertoning der Roggen-airen alle zyne 
twyfelingen en deed hem de verande- 
ring bemerken van Haver in Rogge; 
verandering» waarmede hy te voren als 
met beuzelpraat den fpot gedreven had. 
Ik was van den allereerftediemetden 
Hoogleeraar Ruckersfelder , (die 'er 
nevens my bereid is getuigenis van te 
geeven) op de plaats dit verfchynfei 
ging onderzoeken , dat zo veel gerugt 
maakte , en veele nieuwsgierigen na 
zich trok. Ik nam alles op met eene 
naugezette juiflhcid by den Eigenaar, 
by zyn Landbruiker, by de B uuren, 
en den Predikant van de plaats. En 
tot myn groot genoegen vond ik de 
zaak zo eenftemmig, zo onbetwiftbaar 
toegeftemd en in alle haare omftandig- 
heden ^ekragtigd , dat ik redelykerwy- 
ze niet in flaat ben eenige twyfeling 
meer te voeden over de waarheid der 
zaake; hebbende de Rogge haare ryp- 
heid bekomen in 't laaft van voorleden 
Hooimaand. De meergemelde van 

Dyck 



BERICHTEN. 443 

Dyck en ik , vertrokken den stfften van 
gemelde maand na TVezep, en wy lie- 
ten de Rogge in onze tegenwoordig- 
held affhyden. En onaangezien de 
fchraalte en droogte van den grond en 
zomer, had elke wortel, wel vyf tot 
negen dikke halmen geflagen , van 
meer dan gemeene lengte , voor- 
zien met airen die niettesenftaan- 
de 't geen men 'er van had afge- 
plukt ruim een inantje vol goede Rog- 
ge gaven. Zelfs zultge, by 't onderzoe- 
ken van de plant , die ik u zende , vin- 
den datze eenige van die monnreuzc 
graanen ofte uitwaüen draagt die men 
doorgaans alleen vind by Rogge, die 
op eenen vetten vogtigen grond ge- 
plant ftaat. 

Wat moet. men. naa dit alles beflui-, 
ten? Het ftuk is aanmerklyk en moge- 
lyk 't eenigfte in zyn foort. De zaak 
fchynt my toe genoegiaam beveiligt te 
wezen. Van Dyck, de Landbruiker, 
zyn Vrouw, en eenige van de naafte 
buuren zeggen datze in ftaat zyn om 
de zaak met eede te flaaven. Men 
heeft op alles gelet ; men heeft deze 
planten geftadig onder zyn oog gehad. 
Zy Honden voor de venfters van den 

Land- 



444 BERICHTEN. 

Landbruiker. Voorts , is 't geen proef 
met eenige graanen Haver in een tuin 
gezaaid. De lediggelatene tuffchen- 
vakken zeggen na myne gedagten veel. 
Ze ontkragten de ondcrftelling, of dat 
de Haver heeft kunnen gezaaid wor- 
den door de Vogels of door den wind. 
Men kan ook niet zeggen, dat men- 
fchen dit om zich te vermaaken ge- 
pleegt hebben. Want behalve dat nie- 
mant van de zaak wift , en , als 'er al 
iemant van geweten hadde , zo zyn 
nogte onze Burgers , nogte onze Boe- 
ren zo fpotziek dat ze in eene befloten 
plaats zouden fluipen, en 'er de huid 
aan waagen alleen om 'er een maatje 
Rogge te zaaijen, die toen duur was, 
met oogmerk om nieuwsgierige wat 
wonders in de hand te floppen , en na- 
derhand 't vermaak te hebben om 'er 
mede te lachen. Behalve dit zou zulks 
niet hebben kunnen gefchieden, zon- 
der dat de Landbruiker, die de plan- 
ten door zyne glazen zien konde , 

zulks befpeurd zoude hebben. 

Ik zal 'er nog eene reden byvoegen , 
deze is , dat ik , eenige Roggeplanten 
uittrekkende , in eenige de fchil van 
den Haver gehegt vond aan de moer- 

wor- 



BERICHTEN. 445 

wortel in 't midden. Eindelyk zal 't 
befchouwen van de planten, dewelke 
ik U Ew. zende , U nog een ander be- 
wys geeven , dat my zeer ffcerk dunkt. 
Dat is , dat ge nog het Haverftröo , dat 
gefneden is , daar aan zult zien zitten , 
en dat zodanig dat men 'er aan zien 
kan dat het maar eenmaal is, afgefneden 
en zulks wel toen het ten naaften by 
ryp was. 

Tweede Brief van Deventer in 
dato 6 October 1759. 

Gy vraagt my eenige ophelderingen, 
hier zyn ze. 

1. Ik kan met zekerheid het getal 
der Haverplanten , die men ingeoogft 
heeft , niet bepaalen, maar het moet 
zekerlyk al eenige honderden bedragen 
hebben ; als blykt uit het aantal graa- 
nen , daaruit gehaald , wel anderhalf 
mantje bedragende. 

2. Onder alle de Roggeplanten heb 
ik 'er maar 5 of 6 Haverplanten by ont- 
dekt , die kort by elkander ftondcn ; 
maar op het overige terrein was 'er 
geen één te vinden. Deze Haverplan- 
ten 



446 BERICHTEN. 

ten waren , toen men de Roggenplan- 
ten inzamelde, mager en onvolmaakt 
en droegen nog geene rype ja zelfs 
geene welgevormde airen. 

Op de vrage , die ik aan van Dyck 
deed wegens die Haverplanten , gaf hy 
my tot antwoord , dat , daar ik die Ha- 
verplanten zag groeijen , by de eerfte 
affnyding de Haver omtrent genoeg- 
zaam ryp was ; en hy dagt , datze ge- 
fproten waren van eenige Haverkorrels 
die daaruit gevallen waren. Behalve 
deze Haverplanten onder de Rogge, 
vondenwe onder 't affnyden nog drie 
of vier Tarwplanten , ook geheel ryp. 
Ik weet niet hoe 't bykome, dat ik 'er 
in myneneerften Brief niet van gewaagt 
hebbe , dewyl ik dit zorgvuldig heb 
aangetekend. 

3. Monfieur van Dyck , heeft my 
verzekerd by de eerfte affnyding geen 
eenen Roggehalm te hebben befpeurd , 
maar wel duidelyk in tegendeel te heb- 
ben opgemerkt dat alles , wat hy af- 
ineed, Haver in de Halm was. Ik voeg 
hier by , dat volgens 't zeggen van ge- 
melden van Dyck , deze eerfte affny- 
ding gedaan is by vogtig en regenagtig 
weder , zo als een groot deel van 't 

voor- 



BERICHTEN. 447 

voorgaande najaar geweeft is. Het ge- 
ne eenigermate toont hoe 't bykome, 
dat planten, welke reeds zo vergevor- 
derd waren toenze afgefneden wierden, 
wederom hebben kunnen uitfpruiten 
en den winter verduuren, die, gelyk 
ge weet, voor 't overige zeer zagt ge- 
weeft is. 

Ik geloof dat dit voldoende zyn 
zal enz. 









I N- 



448 BERICHTEN. 
INHOUD VAN EENEN 

B R I E F 

DOOR DEN HEER ADVOCAAT 

J. E DRTFHOUT, 

LID VAN DEEZE MAATS CHAPPYE , GE- 

SCHREEVENAANDERZELVERSEC E- 

TARIS OVER HET GEVOLG VAN DE 

INENTINGE 

DER 

KINDERZIEKTE 

AAN ZYN EDs. KINDEREN. 

Gelyk ik by het IV Deel van de 
Verhandelingen der Maatfchap- 
pye bladz. 90 , heb opgegeven een 
zonderling geval , by de Inentinge van 
de Kinderziekte aan myn Dogtertje, in 
de maand April van den Jaare 1755 
gebeurt, en my teffens daarby gevleid , 
dat dezelve (indien het waar , immers 
een millioen tegen een is, dat men de 

ware 



BERICHTEN. 449 

ware Kinderpokjes niet tweemalen 
krygt) voortaan , onder des Hemels 
Zegen, daar aan niet meer onderwor- 
pen zoude zyn, zoo vertrouw ik dat 
het den oplettenden Lezeren dezer 
Verhandelingen , inzonderheid den zul- 
ken, die in overweginge genomen of 
beiloten hebben deze Genade- gifte des 
Allerhoogflen aan hunne Kinderen , of- 
te den geenen die hunner zorge toe 
vertrouwt zyn , ten nutte te maken , 
niet onaangenaam zal zyn onderrigt te 
worden , dat , niettegenftaande de Kin- 
derziekte tuflchen den gemelden Jaare 
1755 en den tegen wo ordigen tyd hier 
in Hage , zeer lang en algemeen ge- 
woed hebbe , myn gemelde Dogter , 
zo wel als myn Zoontje (dieterzelver 
tyd met den gewonen goeden uitflag des- 
gelyks ingeënt is ) fchoon geen van bei- 
den in 't minft voor nadere befmettinge 
gewagt, van die zoo gevaarlyke Ziek- 
te tot dus ver bevryd zyn gebleven. Ik 
weet wel, dat dit nog geen Wiskundig 
betoog van myn gevoele uitleveren zal, 
om dat 'er veele zyn die voor altoos 
van de Kinderziekte bevryd blyven , 
maar als dit geval , indien het aan my- 
ne verwachtinge verder blyft beant- 
woorden , ge voegt word by de foort- 
VI. Bed. Ff ge- 



450 BERICHTEN. 

gelyke , welke in myne voorgemelde 
Verhandeling bygebragt zyn , en nog 
verder zouden konnen gebeuren , zoo 
vertrouw ik , dat alle dezelve metter tyd 
een redelyk bewys zullen uitleveren: 
dat tot de uitwerkinge zoo der natuur- 
lyke als Ingeente Kinderziekte nietvol- 
flrekt noodzaaklyk zy , dat 'er een da- 
delyke uitflag van Pokjes of Puifljes 
met derzelver gevolg gefchiede , maar 
dat, alle, ofwel de meefte toevallen, 
die Ziekte eigen, daar zynde, de be- 
fmettinge zig door ontbindinge en on- 
gevoellyke uitwaafleming een weg baa- 
nen , en in dier voege het aangedane 
lichaam zoo volkomen verlaten kan, 
als of 'er een dadelyke en overvloedi- 
ge uitflag % met alle deszelfs gevolgen, 
gefchied ware: Ondertuflchen , gelyk 
het oogmerk der Maatfchappye is de 
Konften en Wetenfchappen met ware 
ondervindingen te verryken en voort- 
tezetten , zal ik niet nalaten , indien ik 
my by vervolg van tyd in myne mening 
en hoop bedrogen mogt vinden , daar 
van nader berigt te geven; ten einde 
dit geval , in plaats van tot nut , niet 
tot nadeel gedye. 

'j Gravenhage den 14 Febr. i~6i. 



©ag. [ 'Rnrro 
I meter. 



[ Ther- 



OP Z W A N E 

J A N U A R 



Kr. en St . I Lugtsgeftel ci- 
der Wind | heit. 



NBURG. 

* , '744. 

Reg. I Adfpeft. van Maen en Plan 
inlyn | gr. | uuren | uuren 



30. 



C, o ■ 

04' 



J 4 

29. 1 Öf 1 



3°- I: 

- k 

- 6 

- 7 

- 6i 

- 5i 

- 4 

- 3 

- 2§ 

- si 

- 41 

- 4! 

- 5! 

- 51 

- 5| 

- 5 

- 31 

o 
Ó 

- 3l 

-3 

D4 

- 6§ 

- 51 
" 5 

- 41 

- 4i 

- 41 

- 4i 

- 4 

- 4 

- 4 

- 2# 

" ïf 
;30. - 
2p. II 
\- ioï 



Pi 

9! 

lof 

lil 



30. 

:3o. 



35 

40 

39 

40 

4+ 
3Ó 

27 
3i 
24 

27 
30 

32 
40 
42 
38 
35 
37 
29 
2Ö 

31 

24 

23 
30 

32 
zS 

31 
27 
23 
28 
21 
21 

23 

24 
30 
28 

30 

18 

27 

21 
18 

2Z 

29 
20 

39 
32 

35 
33 
33 



NNO 

NW 
WtN 



NW 

NNO 

OtZ 



O 

zw 

ZWtZ 

zw 

NNW 



NW 

N 

NtO 

OtZ 



3 
2 
6 
8 
6 
l ; 

3 

2 

2 

rt 

O 

r> 

O 

4 

o 

4 

4 
1 

1 
1 



Geh. betrok. 
Geh.enz.b. 

Geheel betr. 



O 



■ 2 

Co) 

(?) 
NO 5 

ONO 8 

6 

6 



O 

OtN 

ONO 

OZO 

O 

OZO 



ZO 



ZZO 2 
ZcW 2 

(o) 



Geh.enz. b. 
Bec. geh.bet. 
Helder 





Omtr. helder 
Betrokken 
Bet. geh.bet. 
Geh. betrok. 
Geh. b. nevel 
Bet. geh.bet. 
Geh. betrok. 

Betr. helder 
Helder 



Omtr. helder 

Geh. b. hel. b. 
Betrokken 
Betrok, held. 
Hel.g.b.hel. 
Helder 



Sneeuw 
Geheel betr. 
Geh. en z b. 
G^rh. betrok. 



Geh.b.fneeu 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Geh. betrok. 
Omtr.helder 

G.b.omtr.h. 
Mift 

Geh.enz.b. 
Geh. betrok. 



«a 



16 



o np 



15 



12 =0= 
25 
8 itl 

20 
2 +> 

f4 
26 

8 ^o 
20 



t) Retr. 



d t> 10 



c/lf 6 
□ 7 



fup 



NP 



4 % 7 



H 



c/O 9 
</ <? 9 



Dag. [Barro- 



17 
iS 
lp 

21 

24 

28 
5P 

3° 
3i 



29. 11 1 

- i|i 

- 11 

- 10 

- k 

- 9 

- 7 

■ fi 

- 6 

- 8§ 



30. 



1 1 2 

2 
1 
2 

il 

i§ 

1! 

l£ 

i| 

4 
4 

% 

si 

51 

51 

4| 
6 

? 

41 
34 
3* 
3| 

41 

Al 

5! 

5| 

5 
4 

35 

„1 



^2 
^4 



j Ther- 
I mom. 

39 
z8 

27 
35 
33 
33 
39 
36 
34 
36 
35 
33 
34 
3i 
30 
32 
3i 
29 

30 
30 
30 
32 
32 
32 
34 
35 
34 
34 
3i 

34 

40 

38 
35 

37 

33 
34 
38 
34 
37 
42 
38 
37 
39 
37 



WAARNEMINGEN 

y a n u a r r, 1744 



Kr, en Si. ! Lugisgefteld- 
derWind. | heit, 

~OZO "1 



o 
zzo 



2 

4 
6 

5 
6 
6 

6 

ZcW 2 
2 



ZO 



zzw 



Ómtr. helder 



Betr. helder 
Omtr. helder 
Helder 
• et. geh. bet. 
Zeer betrok. 
Geh.enz. b. 
Geh bet.reg. 
Geh. betrok. 



Mift 



Geheel betr. 

Mift 

Mift geh. b. 

Sneeuw 

Geh. b.mift 



2 

3 
4 

Z 1 

r^ 

ZO 1 
ZZO 2 
ZO 2 

Co) 

O 2 

* <°> 

ZO 2 

ONO 2 
ZZW 4 

~co5 

Co) 

Z 2 

zw 
w 

NNW 

N 

NNW 4 G. b.r.hag. 

4 Reg.omtr.h. 

'Co) Mift 

WNW 2 Geheel betr. 

("o) j Geh. bet.reg. 

WNW 2 Geh. b.mift. 

4; Mift zeer be. 

NNW 6; Geh. bet.reg. 

NNO 4 Geheel betr. 

NO 4 Geh.bet.reg. 

NtW ï Mift 



Geh. betrok. 

Geh.bet.reg. 
Helder mift 
Mift 



Geheel betr, 



Keg. 
in lyn. 



Adfpeft. van Maen en Plan 
gr. 1 uuren. | uuren. 



26 



8 X 



20 



3 V 



15 



28 



Il V 



25 



<? i 13 



■f* 



10 Hef 2 17 



24 



9 53 



24 



o ^O 



VP 



V 



*<rs • 



|¥ Retr. 



24 



o°g 



9 ttp y $ 19 



/- jj «j ^ Barrometer 30 D. 
Gemiddelde ^ Thermometer 
't Gevallen Water 
't Uitgewaefïemde 
Dagelykfchekragt der Wind omtr. 



2§Lyn. 
3*1 Gr. 
2§Lyu. 
o 

3 



o 



Bag.lBauo- 


f Thet- 1 


f meter 


| n om, 


13* ï 


38 


I |2p. 1 I 


41 




- SI 


33 




" 9 , 


35 


3 


- Pi 


33 




- ij 


31 




" "f 


25 


3 


- nf 


32 




30. 1 


22 




- 1 


26 


4 


- 1 


30 




- 1 


28 




30. - 


23 


5 


20.II| 


29 




- H| 


28 




30. - 


22 


6 


29-Hï 


20 




- IO| 


24 




- 9\ 


19 


7 


- 9\ 


22 




- 9\ 


23 




- 10 


24 


8 


- io| 


3i 




11 


28 




30- § 


27 


9 


- 1 

- n 


32 
32 




- *2 


3i 


10 


- 2 


35 




- 2 

f 


25 




- I§ 


25 


II 


- I§ 


32 




3 
4 


29 




4- 


3o 


12 


I 

4 


35 




2 


32 




- i§ 


32 ; 


13 


- i§ 


36 




- iè 


32 




- 2 


32 


»4 


- 2 

T 


36 




- 2§ 

1 


31 




- 3ï 


32 


15 


- 32 


34 




- 3! 


27 




■^4- 


25 


10 


- 2Ï 
_ li 


33 



P ZWANENBURG. 
FEBRUARt, 

Kt. en ir. j LuchtgeftelU- | Reg. 
der Wind. | heit. | in lyn 



WNW 4; Geheel beer. 
NW 7' G.b.omtr.h. 
Hag.geh.be. 
Geheel betr; 



1,744- , 

Adipeft van Maen en Plar 4 j 
gf. 1 uuren. | uuten I 



NO 



ONO 

O 

ONO 
O 
OcN 



6 
8 
8 
6 
6 
6 
6 
6 
6 

4 
ONO 4 

2 

4 

O 4 

8 

ONO 6 

8 

OtN 4 
OtZ 2 
OZO 4 

ZZO 1 

ONO 1 

2 

2 



OrN 2 
ONO 2 



OcZ 2 

OZO 2 

(o) 
ONO ^ 

(o) 
(o) 

OtZ 1 

Co) 

00 

OZO 2 
OtZ 3 
OZO 2 

ZO 2 



Bet.geh.bet. 
Geheel betr. 
G.en zeerbi 
Sneeuw z. b. 
Geheel betr. 



Omtr. helder 
Bet. geli. bet. 
Sn.geh.betr. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Geh. betrok. 
Sn. geh. bet 
Betrokken 
Geh. betr. Sn 4 
Omtr. helder 
Milt zeer be. 
Betrok, fn. 
Sn. geh. bet. 
Geh. betrok, 
Betr. helder 
Betrokken 
Zeer betrok. 
G. b.omt.h. 
Geheel betr. 
Betr. g. bet. 
Reg.geh.be. 
Geheel betr. 



Geh.bet.mifl: 
Geh. betrok 



Geh.bet.mifl 
Geh.betr.Sn. 
Sn. geh.betr. 
Geheel betr. 
Helder 



24 



8 =£=<ƒ y 11 



21 



4 ni D 23 



'7 
29 

Il +£ 

23 

S ^ 

17 
29 

11 ut 

23 

f X 
17 
29 



</ ? 10 



o 7 3 
c/c? 6 

<* S 3 



NP 



cfb 



$ Retr. 



c/<?g 



Bag, f Barro- 
I metet. 



Ther- 
mom» 



WAARNEMINGEN 

FEBRUART, 1744- 

Kt. en St, | Lugtsgefteld- | Reg. | Adfpeft. van Maen en IMan 



der Wind. heit. 



I ialyn. 1 gr, | 



uurea 



uuren 



20.1 1§ 



io| 


27 


Pê 


23 


H 


ip 


7 


27 


Ti 


28 


si 


36 


6| 


3« 



5 
6 



I ! 



ȕ 



si 



- 5* 



3o, 
29, 



4§ 
4^ 

oi 

2^ 

ai 



O-i 



II 



n5 



- 11 

- 9-? 

- 7\ 

- 8 

- 9* 



19 

27 

23 
19 

27 
28 

36 
38 
39 
33 
42 

36 

34 
42 

3' 
34 
37 
4i 
37 
41 
34 
3i 
4i 
35 
32 
43 
35 
33 
40 

3<5 

34 
35 
3i 
32 
33 
3 3 
35 
42 
34 



WtZ 

w 

wzw 

WcN 
WNW 

wzw 
zzw 



OZO 2 

4 

45 

OtZ 2 

4 

ZZO 6 
ZZW o 

6 
8 

5 

4 

4 
2 

4 
2 

4 
4 

6 

2 

2 

NW 

(o) 
WNW 
WtN 
NiO 



W 
WNW 



NtW 2 
N 1 

Co) 
WZW 
ZW 

wzw 

ZtW 



ZtO 
ZZW 

WZW 



Helder 



Betrok, in. 
Sneeuw berr. 
Geh.bet.rcg. 
Geheel betr. 

Reg. zeer be. 

Helder 

Betrok, held. 

Helder 

Betrokken 

Betrok, held. 

Milt 

Reg. betrok. 
Helder 

I — H l * II 

Helder betr. 
Mi ft 

Betrokken 
Helder 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Mift 
Geh. betrok. 



Sneeuw 
Geh. betrok. 
Sn. geh. betr. 
Geheel betr. 

Geh. enz.b. 
Zeer betrok. 



4' 
6 

4' Betrok.held. j 



a 19 



12 v;^ ^ 13 

*5 
8 V 

22 

5" II 
IP 

3 SS 
18 

3 KI 

18 

31? 



VP 



V 



inf. 



c?2 17 



n>4 

|<?<?I4 



2 =3= 



6 

¥ 



1 1 
ij 



„ • ,, ,, ^Barrometer 20 D. lo| Lyn. 

Gemiddelde^ Thermometer ^ G £ 

't Gevallen Water 3| Lyn. 

'tUitgewaeflemde 2^ Lyn. 

Dagelykfekragt der Wind ruim 3 



Ther- 
mom. 



OP ZWANENBURG. 

MAART, 1744 

Reg. 
inlyn 



Kt. en Sc 
der Wind. 



Lugtsgefteld- 
heit. 



Adfpeft. van Maen en fUn 
gr. | uuren 1 uuren. 



29. 



8| 

si 

U 

6 

si 

A 2- 

i* 

4? 
4 
6 
8 



- 10 

- n 

- 6 

- 5! 

- 3 



02 
8 

iof 
1 

il 

if 

1 
4 

H 
9 

- 8 

" 5l 

- 4 
28.11* 

8? 

8f 

1 



: 

30 



2p. 



Ï9. 2 



3 

5 

7i 

Pi 

10 

6 

7 
9! 
9 
8 

3| 



35 

40 

4i 
4i 
44 
43 
43 
44 
43 
43 
44 
39 

4i 
45 
43 
40 

43 
35 
a6 

3i 
30 
36 
39 
35 
38 
42 
40 
42 
44 
44 
42 
42 
38 
39 

43 

40 

38 

44 
38 

35 
22 

38 

39" 

44 

39 

43 

46 

44 



ZZW 6 

ZW 12 
WZW10 

W 8 
WtZ 8 

W 10 
WtZ 8 



10 

WtN 6 

4 
4 
4 



WtZ 

ZW 
WtZ 10 

WtN 6 

: 6 

WNW 8 

NO 12 
ONO 12 



O.h.g.b.mift 
Zeer bet. reg. 
Reg.geh. be. 
Geh. betrok, 
O mtr. helder 



Regen 



■ 10 

WNW 3 

4 

W 5 

WtZ 6 
ZW 10 
W 8 
WtN 8 
WtZ 8 
WZW 10 

— 14 

— 14 
W 14 

WNW 6 
WZW 8 
WNW 10 
WZW 10 
WtN 6 

6 

4 

4 



WNW 



ZZW 4 

Z 10 

WtN 6 

WtZ 6 

WZW 8 
ZW 12 

ZZW io 



Geh.bet.reg* 

Geb. betrok. 

Geh. enz.b, 
Geh.bet.reg. 
Reg. geh.b. 
Geheel betr. 
Reg. geh. h. 
Omtr. helder 
Omtr.h.g.b. 
Reg. fn.o.h. 
Helder 

r 

Zeer betrok. 



Reg. geh.be. 
Reg. betrok. 
Betrokken 
Regen 

■ ■« !■« — WH I I H l * 1 

Geh.bet.reg. 
Geheel betr. 
Geh.bet.reg. 
Z.bet.omt.h. 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Bet. geh. bet. 
Reg.omtr.h. 
Omtr. helder 
Omtr.h.z.b. 
Reg.omtr.h. 
Reg. betrok. 
Betrok, beid. 
Regen 
Reg. betrok. 
Hag.reg.hel. 
Regen 
Geh. betrok. 
Geh.bec.reg. 



3 



2! 



1 
2 



1 
2 

4 



2i 



16 
29 

12 ni 

25 

7 ;-■ 
20 

z ' , 

13 

25 

7 "• 



Ws 



□ .18 



NP 



Sh 



cPOtM 



g Dïr. 



19 
1 X 

14 

26 



c/$ 2 



</ S 3 



cfO 20 

cP f> 10 
rf O* 12 

cP¥ 4 



Dag, I Barro- 
I meter. 



WAARNEMINGEN 

M A A R 7% 1744- 

|Th«- I Kr. enSt. j Lug.sgeueld- | Keg. (Adlpeft. van Maen en flajl 
mom. I der Wind 



leit 



in lyn. I gr. | 



uuren. 



29. 



17 
IS 

19 

20 

SI 

32 

»3 
94 

25 
26 

37 
»8 

29 

30 
31 



2|i 
II 



■ 2| 

- 3l 

■ i 

■ 4+ 

- 6 

' 7\ 

- 81 

"- ?I 

54 

- 2 

- 2 

- 31 
" 3§ 

- 4i 
. 6 

- 6| 

- 8| 

- 9\ 

- 9l 

- 9l 

- IO§ 



3°- M 
il 

il 



30. 
29. 9 

9 
9 
Pi 
9! 
9 
8 

61 
6 
5§ 
5 
• 4l 
■ 5 



39 
45 
39 
38 
43 
37 
35 
40 

35 

38 

43 

38 

38. 

36 

39 

36 

39 

39 

39 

43 

39 

39 

39 

35 

36 

36 
32 
37 
35 
3* 
36 

34 
34 
40 

35 
33 
43 
33 
35 
4 1 
37 
35 
40 

35 



WZW 8 Helder 

ZW 10 Omt h.z.be. 

WtN 4 Sn. hag.z.b. 

Wt Z 5 Omtr. helder 
W 6 iOmt. h. z.b. 

WtN 4iR.o.h.z.bec. 

WtN 4 j Zeer betrok. 
WNW 4 Bet geh.bet. 

NW 4 Reg.omtr.h. 
WNW I Omtr. helder 



Bcri . helder 
;■ h. betrok. 
Sneeuw reg. 
Geh. betrok. 



Z 

Z 7r > 
WtZ 

WtN 4 Regen 

4 Betr. regen 

NNO 8 Reg. zeer bc. 

6 Regen 

6 Reg geh bet. 

NO 6|ll g .e g.b. 

8 Reg.geh bet 

10 

10 

ONO 6 

— 6 

8 



N 
NO 



ONO 

NO 

N 4 

ONO 4 

NO 4 

(o) 
ONO 2 

4 

1 

4 

4 



i OcZ 
; OrN 
ONO 



en. betrok. 
Sn reg g.be. 
Sneeuw Tig 
Reg. fneeuw 
Geheel betr. 



Zeer betrok. 
Betrokken 
Zeer betrok. 
Geh. betrok. 
Geh. betr. fn. 
Zeer betrok. 



Betrok. hagel 
Omtr. helder 



Betrok, held. 
Geheel betr. 
Zeer berrok. 
Bet. geh.bet. 
Zeer betrok. 

Bet. geh.bet. 



S * 



18 



1 n 



16 



O 25 



14 



28 



VP 



«tf 



dQl 



Q. 



ü 



II tTT/ 



26 



o° 



II 



ƒ O 20 

$ i2 



10 =5= 



24 



7 m. 



20 



o^c? 



! Barrometer 29D. 6% Lyn. 

Gemiddelde "Thermometer 3P|Gr. 

't Gevallen Water 22 Lyn. 

't Uiteewaeiïèmde 15 Lyn. 

Dagely kfe kragt der Wind omtr. 7 



Barro - 
meter 



|29- 4l 

■ 5 
6 
6 
6| 

n 

8 
8 
8 

7 1 

7 

7 



OP ZWANENBURG. 
APRIL, 1744. 

Kr. en St I Luchtgefteld- Reg, j Adfpeft, van Maen en TIan, 
derWind. | h eit. jinlynjgr- j uuren. " 

ÖiN ~~ 



Ther- 



■5 

- 9 

- 10 

- io§ 

- io| 

- » 



7 
H 

5§ 
SI 



5 
4 

3i 

31 

31 
3§ 

3é 

31 

II 

4 
II 

2 

2 

ol 

■"2 

3 

41 

55 

^ 
51 



35 

44 

36 

37 

4i 

37 

3i 

44 

38 

38 

54 

42 

4i 
5o 
46 

44 

52 

50 

5o 

5t 

5° 

51 

53 

52 

45 

5i 

44 

43 

52 

45 

44 

49 

41 

42 
43 
39 
40 
44 

4 1 

40 

44 
38 
19 
44 
37 
39 
42 

45 



Oi' O 
NO 
NtO 
NW 



Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Bet. geh. bet 
Sn. zeerbetr. 
Betrok, hag. 



uuren. 



ONO 
ZtO 
OtN 
OtZ 
OtN 

ONO 

Z 

£W 

zzo 
zzw 



(o);Hag.fn.betr. 



Hdder 
Omtr. helder 
Betr. helder 
I Melder 



2 jHelderbetr. 
4 'Helder 

5 jHelderbetr. 
2 ! Betrokken 

3 Helder 

4 Omtr. helder 
Bet. geh. bet. 
Geh. betrok. 



ZW 12 

ZZW 8 



6 Geh.bet.ieg. 



Regen 



WtN 

W 
WtZ 

wzw 

NW 
NtW 
NtO 
NW 

WNW 
NW 
ZW 



Geheel betr. 
6JRcg.geh.be, 
Geh.bet.reg 
Reg.omtr.h 
Omtr. helder 
Betrokken 



ZZW 

Z 

ZZW 

NW 



WNW 
WtN 
ZZW 
ZZO 



4 
3 
4 
4 
4 
3 
4 
4 
4 
4 
4 
4 
6 
8 
10 
6 
6 
4 
5 
6 
6 
8 
6 
6 
7 



Omtr. h.z.b. 
Geh. betrok. 
Reg.geh.be 
Geh.bet.reg 
Reg.geh.be 

Reg. zeer be 
Zeer betrok 



Reg.omtr.h- 
Geh. betrok 



Regen 
Geh.enz.be 
Omtr.h.g.b. 
Omtr. helder 
Geh.bet.reg. 



1 

n!l. 



3+* 



15 



27 



9 "P 



21 



D 13 



15 



27 



9 X 



iz 



s r 



is 



1 v 



15 



28 



ia n 



cPf>?H 






d2 



10 

12 



7 
9 

10 
14 



0^20 



VP 



«U» 



Pag. 



Bario- 
meter. 



WAARNEM 
APRIL, 

Thcr- Kt. en St. Lugrsgefteld- 
mom. der Wind. heit. 



I N G E N 



'744- 

Reg. 
inlyn. 



Adfpeft, van Maen en Pl»n.' 
gr. | uuren | uuren. | 



-9- 



3 

- si 

- 71 

- io 

- n| 

- "I 
' 9 

: k 
- 8 

72 

- 7 

- 8 

- 10 

- II 

- II 

- 10 

- 8| 

- 8| 

- 7§ 

- si 

: -3 

3 

- 5| 

- 4§ 

- 4§ 

:j 

- 54 

- SI 



7S 

9i 

ni 

4 
1 

il 

il 

al 



;o. 



44 
46 
42 
43 
5° 
40 

43 
47 
45 
45 
5i 
46 
47 
49 
45 
45 
56 
52 
52 
58 
5i 
52 
59 
48 

50 
60 

52 
46 

46 

44 

44 

47 

44 

45 

49 

47 v 

46 

49 

44 

43 

54 

44 



ZtW 8 

12 

6 

4 
x 

4 
7 
8 
6 
6 
6 
1 



ZW 

w 

WN V 

ozo 
zo 
zzo 
zzw 



wzw 
zo 

WtZ 

wzw 
zzo 



zo 
zzo 

ZW 

NO 

zzw 

ZtW 

WtN 
ONO 



NO 

NtW 

NW 

WNW 

W 

ZtW 

OtZ 

ONO 
NO 



NNO 
NW 



NNO 
NW 



Reg. omtr. h. 
Reg.geh. be. 
Reg.omtr.h. 
Geheel betr. 
Zeer betrok. 
Betrok, held. 
Geh. betrok. 
Regen 
Reg.omtr.h. 
Omtr. helder 

Omtr.h.z.b. 
Betrokken 
Omtr. helder 
Betrok, held. 
Helder 
Betrokken 
Zeer betrok. 
Betrokken 



Ber. geh.bet. 
Omtr. helder 
Reg. betrok. 
Geheel betr. 
Betrokken 

Geh. betrok. 



Regen 



Reg.geh.be. 



Geh.bet.reg. 

Regen 

Reg.geh.be. 

Geh. betrok. 



Domp.g.bet. 
Geh.bet. bet. 
Betrok, held. 



CV 



3 

4 

3f 



d.bl. 
1 

CO 



X 

I 3 



I 

z 

I 

4 



26 

10 25 

25 

9$l 



7 tip 
21 

S =P» 

18 

15 
28 
I2+» 

23 



D 9 



cP ? 14 
c/ ^ 18 

c?cT 7 

e?© 9 
o 3 *.t* 



c/cT^22 



<?¥?»* 



D. 



„ .,,,, I Barrometer 29 
Gemiddelde^ Therniomctcr 

't Gevallen Water 
't Uitgewaaflemde 
Dagelykfche kragc der Wind omtr. 



NP 



dog 

fup. 



SI 



7 Lyn. 
46 Gr.omt 
iSfLyn. 
18 Lyn. 

5 



o 



Dag.fBarro-1 
J netcr , 

iso. aïy 

" 3 ; 

' 3* 

• 4 i 

- 4 ' 

- 3l 



-3 
4 
5 
C 



30. 
29. 



8 

9 
ao 
ti 

12 

«3 

H 
>5 

16 



ü 

1 
2 



9i 
7l 

7\ 
8 

7 

7 

8 3 

io| 

Ml 



30- 
29. 



11 



- io| 

4 

- 11 

- Ml 

- Mi 

- n§ 



3°- 



- 1 



30. 
29. 



M| 

Mi 
■*i 

4 

loi 
10 



- 10 

- io| 

- 10I 

- II 



Ther 
trom. 

44 
55 
43 
43 
'•4 
46 

47 
60 

51 
52 
64 

49 

48 

56 

53 
53 
64 
49 
5i 
58 
45 
45 
49 
45 
47 
54 
50 
50 
58 
48 
47 
54 
46 

48 
58 
47 
5i 
32 
55 
54 
66 
60 
56 
56 
54 
51 
60 

50 



P ZWANENBURG. 

MAY, 1744. 

Rcg. ■ Adfpelt van M«n en f lar, 
in lyn. ' gr. muet.. [ -utret) 



Kt en St 
uer Win«i 



Lachtge' eld- 
Hcit. 



NcW 3I Ommhelder 

NW 4 Hrkler j 

Geheel beu - . 
Iitider 



ZW 1 
ZtW 1 
NO 1 
ONO 2 

O 2 

NW 2 
WZW 3 

4 

ZW 

z 
020 

NO 



4 

ZZO 4 

NNO 10 

NW 8 

WNW 6 



4 

ZW 6 
ZZW 8 

ZW 6 
•ZZW 4 

WtZ 3 

ZW 
WNW 1 



Betrokken i 

Betr. helder 
Omtr. helder 
Helder 
Betr. mift 
•Geh.en z.b. 
Omtr» helder 
Helder j 

Reg.zeerbe. l| 
Zeer betrok. Don. 
Reg.geh.be. 3? 
Regen Don. 

Reg.geh.be. 
Gert, bet reg. 
Geheel betr. 
Betrokken 
Reg o h z.b.', 
Geheel betr. 1 , 
Zeer betrok. 1 
Z, b. omt.h. 
-Zeer betrok. 
Betrokken 
Bet. geh.bet. 
Betrokken 



3 

OZO 3 
ONO 5 

NO 



ONO 4 
NO 



ONO 2 



X 

2| 



I a 



9 
Ie 

K 

8 
8 



Betrok, held. 
Omtr. helder 
betrokken I 
Bet.geh.bet.l 
Zeer betrok.' 
d. bl. 

B.reg.b.o.K. 
Omtr. helder 
Betr.ointr.k 
Helder 
Geh. betrok 



al 



NO 6 



Betrokken 
Betrok, held. 



S **? 

•29 
Il-ttt 

23 
17 



<?* M 



o T 



13 



26 



9 V 



23 



8 n 



22 



7 SB 



91 



o 9 ^ 18 



<ƒ § 19 



rf ©21 

6 £ 10 



VP 



«a 



» Di-, 



pag. I Barro- 
I meter. 



WAA RNEMINGEN 

m a r, 1744 



Ther 
mom. 



Kt. enSt. 
der Wind 



Lugtsgefteld- 
heit. 



Reg. lAdfpeft. 
inlyn.|gt« | 



van Maen en Plan, 
uuten I uuren. 



29 



18 



Hl 
II 5 

iN 

- if| 

- ui 

- io| 

- 9§ 

■ § 

- 9 

- 9l 

- 10 

- *£§ 

-11 

- il 

- n§ 



- Il 

30. 

29 



4 
1 
? 

1 
4 

■ui 
ijl 



30. - 



=9 



4 

4 

£ 
2 
1 
4 

ioï 



- 9, 

- 9| 

- 1 i" 



- IO 

- IO 



52 

59 
49 
52 
62 

54 

57 
68 

56 
56 

65 
52 
51 

53 
5° 
51 
59 
52 

5i 
61 

55 
55 
58 
53 
5o 
54 
45 
47 
52 
46 
51 
54 
49 
51 
59 
55 
53 
54 
51 
53 
5<5 
5i 
55 
59 
5 2 



NO 
N 
NNO 
ONÖ 

NNO 

ozo 
o 

ONO 
NO 
ONO 
NO 



NtW 
NO 
OcZ 
O ZO 

ON':» 

O 

ONO 
OtN 

O 

ONO 
NO 



NtO 

NNW 
NW 



4 
6 
8 

6 
4 
5 
4 
4 
6 
8 

5 
6 

4 

4 
4 
4 
8 

5 
4 
6 
2 

4 

8 

11 

8 
6 

8 



Helder 



'Betr. otnt.h. 
Zeer betrok. 
Betr. helder 
Zeer b. o. hel. 
Helder 
Omtr. helder 
iZeerb.o.hel, 
.Zeer betrok- 

Omt. h.z.b. 
Reggeh bet. 
'Geh. betrok. 
G. en zeerb. 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Omt.h.z.be. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Omt.h.enb. 
Rcg.geh. be. 
Geh.bet.reg. 
Zeer betrok. 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Zeerb. o. hel 
Betrokken 



Z\V 
WtZ 
WZVV 



WNW 8 

NW 10 

1 

4 
5 
6 

9 

W 8 

6 

6 

5 
1 



WNW 



WtZ 
WNW 



Omtr.h.g.b. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Betrok, held. 
Betrokken 
Omtr. helder 
Helder 
Geheel betr. 
Regen 
Betrokken 



Zeer betrok. 
Reg.geh bet. 



Geh. betrok. 



Don. 



4 

I 
3 



s a 



20 



4 «P 



iS 



1 =a= 



15 



28 



11 ni 



24 



7 +» 



19 



1 **> 



13 



&5 



D i| 



«/•♦ 11 



c/ ¥ 10 



c? ? 4 



ƒ ©21 

o-°cT 23 



c?S 16 



NP 



1P 



GLmidde ! de 3 Thermometer 53 Gr. 

't Gevallen Water i6|Lyn. 

t Uitgewaeflcmde 34J Lyn. 
Dagelvkfe kragt dei Wind omtr. 5 



Cag. [ Sarro- 
' meter. 



OP ZWANENBURG. 

J U NT , £744 

Reg. 



Ther- 
mom. 



Kr. enSt. 
der Wind 



Lugrsgefteld- 
heit. 



in lyn 



Adfpeft. van Maen en Tlan 
gr. | uuren uuren 



Sp. 



3o. 
29. 



9! 

9k 

% 

I 

4- 



8 



3o. 



5§ 

u 

54 

9Ï 
11 

il 

2I 

2! 

ai 

af 

af 

3 

31 

3i 

31 
31 
3| 
3 

2! 

2§ 
II 
2l 

ai 

* A. 



- I 



II 
|0§ 

Iü§ 

9l 

9 

9ï 



54 
66 

54 
55 
59 
53 
54 
56 
53 
5' 
55 
53 
54 
66 

58 

60 

74 
63 
60 

72 
64 
62 

7 2 
60 

58 

7\ 

56 

59 
67 

57 
58 

65 
59 
61 

70 

54 
5Ó 
61 
56 

54 
61 

53 
55 
65 
56 
59 
63 

55 



1 Co) 

|wzw 2 

WcZ 4 

W 4 

WZW 8 

ZW ie 
WZW 12 
WcZ ig 
WZW 8 
WNW 9 

7 
4 
I 
1 



WZW 



zw 

OcN 
OZO 
ZO 
O 
OcN 

O 

OtN 

OcZ 

ONO 

NO 



Nw 
NO 

NNO 
NW 



NO 



NtO 

WNW 
NW 



ONÓ 

OcN 
NO 

NNO 



Mift 

Betrokken 
Z.b.omtr.h. 
Regen 
Betrokken 
Reg. geh.be, 
Reg. betrok. 
Omtr. helder 
Reg.geh.be. 

Betrokken 
Omtr. helder 
Helder 
Omtr.h.z.b. 
Betrok, held. 
Omtr. helder 
Helder 
Omtr. helder 



Helder 



Omt.hel.heJ. 
Helder 



Hel.omr.hel. 
Becrokken 
Omtr. helder 
Hel.omr.hel. 
Helder 

Hel.omr.hel. 
Geheel berr. 
Zeer betrok. 
G-h, betrok. 

Zeer betrok. 
Bet.geh.bet. 
Geh. betrok. 

Zeer b. o. heh 
Betrokken 



II 



4 



19 

1 X 
«3 
*ï 

8 V 
21 

4* 



2 n 



16 



cj>t> s 

O o 

C?¥ 12 



€ $ 7 
d ? 9 



éf © 6 



VP 



ca 



c/Sc? » 



l 551c/ g 13 
16 

16 

«P <ƒ fe 19 



| Retr. 



14 



a 22 



D«g. 



I ffano- 
I meter 



29.10! 

- lof 

- »i 

30. - 
1 

3 
4 

4 

29.1 of 

- 91 

- 10 

- Ȥ 

- 11 



ro^ 



- 9 

• iof 

- II 

- u| 

- »S 

- "! 

- nl 



3^ 



il 
al 



2 



- 1 

- 1 

3 
? 

3©. - 
30. - 
30. - 
29.11! 

- "i- 

- IOf 

- 91 

- 10 

- rf 



WAARNEMINGEN 

J UNT, 1744. 



Ther- 1 Kr. en Si. Lugtsgefteld- 
mom der Wind. ■ hei 



56 
60 

54 
55 
6b 

54 
56 
64 
59 
58 
<Sb 

53 
5<5 
62 

59 
59 
64 

54 
56 

65 
63 
62 

64 
54 
58 
62 

55 

58 

61 

5Ö- 

57 

70 

59 
59 
64 
58 

59 
62 

^2 

64 
67 
5* 



NN'V 4 
NW 5 
NtW 4 

WNW 4 
NW 6 

WNW 4 
NW 1 

ZZW 3 
WtZ 5 

WNW 6 

5 

WtN 5 

4:; 



Geheel betr 
Gth en tb. 
Zeer bet. bec. 
Zeer betrok. 
Reg. zeer bc. 
Gen. betrok. 

Betrokken 
Ber. geh.bet. 
Peg.gch. be. 
Omtr. helder 



Helder 



4 i Betrokken 



WZW 

W 5 
WNW 4 
2 



WrN"4 

W 3 

WNW 4 

NW 8 
WNW 3 

NW " 




NNW 
NW 



NO' 2 

WtN 3 
WNW 6 

NW 
WZW 

WtN 

wzw 

w 



| in lyn 



Bet. geh.bet. 
Reg.^eh. be. 
Betrokken 
Betr. omtr. h. 
HJder 

Hel.b.geh b. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Berr. omtr.fi. 
Omrr. helder 
Zeer betrok. 
Betrekken 
Geheel betr. 
Betrokken 
Helder 
Omrr. helder 



Betrok held, 
Omtr. helder 
Betrokken 
fj! Betr. g. ber. 
6-| Omtr. helder 
(5 1 Betrokken 
4 Zeer betrok 

H 



Betrokken 
WNW 4 ! Geh. betrok. 
O 1 i Omtr. helder 



Adfpeft, van Maen en Plan, 
feR- | uuren | Huien. 



1 28 .d y ; 



-1 



r 



l£ 



a. 



12 dCk 



25 



8 nt 



21 



3 +»<?<? 7 



iö 



28 



cf 2 9 

«f «cv 



io*^o 



22 



16 



28 



9 X 



NP 



V 



infJ 



ƒ» 17 



r* it\y I Barrometer 29 D. nlLyn. 
Gemiddelde ThermomeKC y 5 g3 G £ 

't Gevallen Water 4 Lyn. 

't Uitgewaaflcmde 45 Lyn. 

Dagelykicbekragr der Wind 4 



Dag. I Barro 
I nieter 



OP ZWANENBURG. 

j u l r, 1744. 

Ther- Kr. en St | Luehtgelteld- j Reg, 
motr. deiWinU. I heit. , in lyn 



' Adfpecl. van Maen en Tlan 
, gr- | uuren. | uuren. 



2. 



I29. 



. 



9 
8§ 

- 9 

- 10 

- Id| 

- II 

- 10^ 

- 10" 

:i 

- "i 

3°. - 
29.11! 

11? 

10I 

81 



9§ 



3°- 



1 
4 
1 

1 

5 

29.nl 

- n 

- ïoj 

- si- 



st 

7ï 

7\ 
h 

ê 

81 

9l 
10 
10 

9% 

9 

7Ï 

7l 
8 

9§ 
11 

jr 
4 



30. 



62 

67 
60 

62 

65 
62 

65 

74 

61 

60 

64 

ói 

92 

73 

63 

58 

61 

58 

59 

56 
58 
63 

63 

65 

74 
65 
67 
69 
61 
61 
ó5 
57 
56 
59 
58 
56 
60 

57 
58 
60 
61 

63 

66 

59 

59 
65 
58 



j w 
!wzw 



i /?o 
zzw 

I zzo 
zzw 
wzw 

zw 

zo 

ZtO 
OtN 

I ZW 6 
WZW 10 

I W 7 
WNW 8 

NW 
ZZW 

ZtW 

zo 



2' Omtr. helder 
Geh. betrok. 
Reg. b.g.b. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Bet. geh. bet. 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Betrok, reg. 
Betrokken 



Omtr. helder 
Betrokken 
Zeer betrok, 
Betrokken 
Regen 



ZtO 

I OtZ 
ZZW 

z 



4 



Zeer betrok. 
Reg.geh. be. 
Zeer betrok 
Z b.omt.hel. 
Betrokken 
Omtr. helder 
Z.b.omthel. 
Helder 



d.bl 

4 

1 
4 




2 'Omtr. helder 
4. Zeer betrok. 



WtZ 7 Reg.omtr.h 



WZW 
WtZ 



W ie Betr. regen 

TO Omtr. helder 

WvZ 10 Zeer betrok. 
WZW 8 Betrok, reg. 
ZZW 6 Reg. betrok. 
! ZtW 6 Regen 
ZZW 6 Betiok.reg. 

I 8 Zeer betrok 

WZW 10 Z. b.omtr.h. 
• WtZ 4! — '— - 
WZW 6 i Omtr. helder 

i 6 

| WtZ x 



w. 



1. 



21 



4 V 



16 



29 



12 V 



26 



<^¥ 7 



D 14 



VP 



<a 



ion</(? 12 g Dir. 



15 



<ƒ ? 11 



l6ss ^ 16 



25 



10 Q. 



25 



10 W4 t> 4 

*4 



8=0, 



21 



a f 



NP 



V 



Dag. [larro- 
I meter. 



Ther- 

mom. 



WAARNEMINGEN 

J U LT, 1.744 



30. - 
30. - 

3 
30. - 



3" 

04 



30. - 
29.IO 

- 8 

- 7\ 

- 8 

- 8§ 

- 9 

- ibt 

- «I 

30. I 



- 1 



29. c>l 

- 9 

- 4 
30. - 



4l 

I 



Kr, en St. I Lugtsgefteld- 
dcrWind. | heit, 

Ómtr. helder 

bet. omcr. h. 

Z. b.omtr.h. 

Geh. betrok. 



Z. b.omtr.h. 
Helder 
Orntr. helder 
Betr helder 
Betrokken 



61 ZZO 1 

66 WNW 2 

58 NW 4 

58 NNW 5 

63 NtW 6 

56 4 

58 NW 6 
66 4 

57 NO 2 
57 ONO 2 

65 N O 2 

59 ONO I 
61 OrN 
72 ■ 

64 ZO 4 
61 ■ o 

66 ZZW ï 

59 W 3 

60 ZZW 4 

66 1 

59 WNW 4 

59 6 

63 8 

57 6 

58 

55 
53 
63 

55 10 

53 NNW 10 

63 NO 8 

57 NtO 4, 

58 NW 4J Heiier 

64 WNW q 

59 NN)V 3 
57 
62 

59 
61 
68 

57 
59 



Omtr. helder 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Omtr. h.z.b. 
Geheel betr. 
Geh.bet.reg. 
Reg. betrok. 
Zeer betrok. 

Reg. zeer bet 

Regen 

Zeer betrok. 

Z.b.omtr. h. 

Omtr. luider 
6\ Betrokken 
4J Omtr. helder 
6\ Geheel betr. 
6 



Geh.bet.reg. 
Reg.geh.be. 
Geheel betr. 
Zeer betrok. 



Omtr. helder 
Omtr. h.z.b. 
Geheel betr. 



NNO 3JZ. b.omtr.h. 

■ I Geh. betrok, 

o 



NNW 4 Z. b.omtr.h, 

j NO Geheel betr, 

N 3 ■ 



I 1 56 IN NO 4 



Zaer betrok. I 



Reg, 
inlyn. 

Don. 



»i 



I 
4- 

I 

4 



Adfpeft. van Maen en ïlan, 
gr. | uuien. I uuren. 



s m. 



18 



o +> 



13 



25 



cf <? 14 



!9 



13 



25 



6 X 



18 



c^t; 3 



T 



2 5 



O © 2 



<? y is 



. , , , , J Barromctcr 29 D 
nddelde ^ 



Gemiddelde ^ Thcrmoinctcr ' 
't Gevallen Water 
't Uitgewaeiïemde 
Dagelykfche kragc der Wind oihtr. 




o 



Da» 



Birro- 

meter 



Ther- 
mom. 



P 

A 

Kr. en St. 
der Wind 



ZWANENBUR 

U G U S T U S, 1744. 

Reg | Adlpcft. 



G. 



Lugtsgefteld- 
heit. 



BP- 

3°< 
3°- 
29. 



3°. 



3°. 



m 



*4 

3 



30. 



30. 

29. 



"f 

II 

pj 
9§ 
il 

9 

9i 

pi 

*» 3 
/4 

91 



1 

2§ 

H 

II 
II 

II 
2| 
l| 

o L 
74. 



57 
64 
57 
57 
63 
58 
60 
62 
56 
60 

67 

63 
64 

7° 
58 
62 
68 

63 
62 
68 
64 
63 
66 

58 
60 

69 
61 
60 

64 
55 
58 
5<5 

54 
57 
63 
54 
57 
64 

54 
56 
64 
61 
63 

7 2 
63 
61 
64 

57 



NtW 

WNW 



in lyn. | gr 



van Maen en Plan 
uuren I uuren. 



NNW 
WNW 



Zeer betrok 



:rok.| 



WZW 1 

ZZWi 

WtZ 4 

WcN 2 

NW 2 

WtN 1 

WtZ 2 

WZW 

ZW 

WtZ 

ZW 

WNW 



WZW 

w 

WtZ 

WcN 
WNW 



4 

2 

4 

4 
? 
ó 
6 



Geh. bet. reg. 
Zeer betrok. 
Betrok. regen 
Geh. betrok. 
Geh.bet.re<>. 
Geh. b.neve] 
Ge h. betrok. 
Betrokken 
Het. geh. bet. 
Reg.geh.be. 
Geh.enz.be. 
G.b.b.held. 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Betr. helder 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 

Zeer betrok. 
Betrokken 
Betr. helder 
Geheel betr. 
Zeer betrok. 
Betrok, held 
Zeer betrok' 



NNW 

WZW 

0N0 

NNO 
NNW 

NtW 

WNW 
WtZ 
WZW 



NNW 

NW 

|WNVV 



Reg. zeer be. 
Betrokken 
Betrok. regen 
Reg. omtr. h. 
Zeer betrok. 
Reg. geh. b. 
Reg. betrok. 
Reg.omtr.h. 
Zeer betrok. 
Z.bet.omr.h. 
Omtr. helder 

Bet. geh. her. 
Zeer betrok. 

Bet geh. bet. 
Reg. geh. Ti. 
Betrokken 
Omtr. helder 



8 V 



21 



f H 



19 



25 



c/ c? 6 



IS 



f 



4 np 



18 



c/2 
d 2 



17 

20 

2 3 



d' t> 1 



c/Sg 



3 ^V ^ 8 



17 



ni 



H 



27 



10 -*-> 



D 



NP 

C/Og IQ 



1P 



f T 



Dag, | Barro- 
I meter. 



Ther- 

mom» 



WAARNEMINGEN 
AUGUSTUS, 1744. 

Kr en St. 1 Lugtsgeftelii- I Reg I Adfpeft. van Maen «n Tlta, 
lier Wind | heit. | in lyn, | gr. ) uuren \ uuren , 



30. I 



II 

II 
II 



29.1 i| 

- io| 

- ioJ 

- ioi 

- I0 ? 

- II 

- II 

• ipf 

- io| 

- JO| 

- H 

- 9 

- n 

- <è 

: ? 

- Si 

- 51 

- 71 

- 9 
. 10J 

- IT 

- 10* 

- I-§ 

- 9 

- M 

- 7% 

- 9 

- 7Ï 

- <% 

- H 

- 7 

. _i 

, 3 
( 

- 10 

- ui 



61 

65 

56 

56 

64 

55 

58 

65 

55 

57 

70 

63 

61 

6r 

61 

59 

63 

60 

61 

67 

54 
67 
60 

57 
s6 

'64 

55 

57 
62 

57 
58 
60 

6c 
65 
64 
62 

62 

64 
61 
62 
66 
61 
60 
64 
57 



WNW 6 
NW 6 

NNW 4 
NO 2 
NtW 2 
NO 2 

NNO 1 
OtZ 2 

4 

3 



Zeer betrok. 
Betrokken 
Betrok, held. 
Ornti. helder 
Betrokken 
Betrok, held . 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Omtr. helder 



ZtW 2 
WNW 4 
W 6 

WZW 4 

WNW 4 

WtN 6 

4 

WZW 4 

WtN I 

ZtO 4 



zw 
zzw 



2 

1 

4 
6 

2 

WtN 2 
WNW 6 
8 

WZW 2 
ZW 4 

4 

ZO 8 

ZZW P 

WtN 8 

WZW 6 

ZZW 8 

10 

WZW 8 
WtZ 10 
WZW 10 

n 

WtN 8 

w f. 

WtN 2 



I» 1 



«D 



Omtr. h.z.b. 
Betrok, held. 
Betrokken 
Petrok. beid. 
Reg. zeer be. 
Betrokken 

Zeer betrok. 
Betrokken 



4 **> 



16 



Don. 
41 

X 



Don, 



27 



IOtSJ 



22 



3 X 



e?<? 4 



I 



fop 



16 



18 



3 

4 
3 



ioV<^¥ 7 



1. 
4 



Zeer betrok. 
Regen 
Reg.omtr.h. 
Reg. betrok. 
Betrokken 
i-et r omt.h. 
Reg. betrok. 
Betrokken 
Reg. betrok. 
Regen mift 
Betrok. regen 
Reg.bet.reg. 
Regen 
Reg betrok. 
Omtr.h.z.b. 
Geheel betr. 
Geh.bet.reg. 
Regen helder 
Betrokken 

Omtr.h.z.b. 
Betrokken 

Bet. geh.bet. 

„ .,.,, VBarrometer 29 D. 
Cem.ddelde5 Thermomcter 

't Gevallen Water 

'tUitgewaeflemde 

Dagely kfe kragt der Wind rnim 



cP? 17 
ƒ ©« 

$ $ 9 



22 



s v 



18 



1 n 



14 



U 12 



VP 



dt»$i4 



<a 



11 

60 
20 
39 

4 



Lyn. 
Gr. 
Lyn. 
Lyn. 







OP Z W A N I 


l N 


b u : 


R G. 






SEPTEMBER, 1744- 




Dag I Barro- 


Ther 


- Kt. en Sc. 


Lugtsgefteld- 


Reg. 


Adfpeft. van Maen en Plan- 


1 meter 


mom 


. der Wind. 


heit. 


inlyn. 


gr. 1 uuren 


\ uuren. 




29. 11 1 


57 


WtN 5 


Reg. betrok. 


3 

4 








I 


- 11 


62 


W 8 


Zeer betrok. 




28 








- io| 


56 
56 


4 
WNVV 4 


Regen 


3 










- IO4 












2 


- ui 
30. 1 


59 

57 


NW 4 
WtN 4 


Reg. geh.b. 
Betrokken 


2 


12 25 








1 
4 


Ó2 


WZW 4 


Reg. betrok. 


1 
3 








3 


1 
4 


66 
62 


WtZ 6 
6 


Geh. betrok. 




27 








20.II§ 


" '■ 












- II 


63 


ZW 4 


Motregen 










4 


- fri 

- nè 

T ■ J 


69 
63 

63 


W 3 

■ — - 


Geh. enz. b. 
Geh. betrok. 




i>Q. 








" 1*4 


' 












5 


" U§ 


7° 


Z 2 


Geh. en 2. fe- 


1 


2J 








- H| 


62 
63 


W 1 
ZW 4 


Zeer betrok- 


w. J. 




</ & 2 






30. - 










6 


3 
4 


66 


WZW 4 


Betrokken 




12 np 


c/0 4 






- rj 

. 1 


63 

64 


ZW 6 
WZW 6 


Geheel betr. 






cf$ 9 






" 2 4 












7 


- I 

29.Il| 


67 
63 


ZW 8 
ZZW 4 


Betrokken 
Zeer betrok. 




27 




NP 




- Hl 

- II§ 


62 

64 


W 6 
6 






II =0= 


c/ ^. 12 


<rt?c<o 


8 


Geheel betr. 




- IOj 


60 


WtZ 4 


Betrokken 










- 61 


59 


ZtW 9 


Geh. betrok. 










i? 


- 5f 

- 3l 


64 
57 


ZZW 8 
WtZ 12 


Regen 
Betrok. regen 




26 




> 




- 5£ 


51 


WtN 9 


Regen 











10 


- 7% 


55 


12 


Betrokken 




10 m 




v 




- n 


49 


WNW 4 


Reg. betrok. 


1 

Z ' 










- ibi 


53 


ZW 6 


Geheel betr. 










II 


- 9§ 


57 


ZZW 8 


Zeer betrok. 




23 








- 8 


55 


ZW 10 


Z. b.omtr.h. 












- 6± 


57 


ZZW 8 


Betrokken 




6 +» 






12 


- 6 


59 


WZW 10 












- 7\ 


5i 


WtN 8 


Reg. betrok. 


2 








13 


- 9% 

- 16 


5° 

55 


8 

WNW 10 


Regen 
Reg. betrok. 


il 

1 

a 


18 


□ s 




p ij 


30. - 


51 


W 4 


Omtr. helder 












29.11? 

- II 

- lof 


52 


ZZW 6 
ZW 6 

WZW 6 


Regen 


4 


1 «p 




c/Ofc 6 


'4 


54 
55 




'A 










15 


- 9 

- 8| 


54 
56" 


ZZW 6 

6 


Reg. geh.h. 
Geh.bet.reg. 


1 


13 




ö^S 6 




- 8§ 


56 


WZW 2 


Reg. geh.be. 
Zeer betrok. 


1 










- 8 


56 


4 










F<5 


- 8 


59 


ZW 5 


Geheel betr. 




25 








• i 


57 


WtZ 6 


Geh. enz. b. 













p3g, I Barro- 
I meter. 



WAARNEMINGEN 

SEPTEMBER, 1744. 

Ther- 1 Kt. enSt. j Lugisgefteld- |Reg. I Adlpeft. van Maen en Plan^ 



mom. Idet Wind. heit. 



20. 9 


54 


WtZ 4 


- 9\ 


62 


WZW 4 


- 7 


54 


OZO 4 


- 5i 


59 


ZW 6 


- 6\ 


<£c 


4 


■ u 


54 


■ c 


- 7% 


55 


Z 4 


- k 


58 


WtZ 5 


- 10 


55 


ZW 6 


- 103 


53 


Z 5 


- 10 


63 


ZtO 4 


- 8 1 


59 


ZO 6 


- 7l 


ói 


4 


- 7-i 


65 


ZZO 6 


- 55 


65 


ZtW 8 


- 6 


55 


ZW 13 


- 61 


59 


WZW 14 


P 3 


52 


WtZ 8 


- lo 


52 


1 


- lo| 


58 


W 5 


- 9\ 


55 


ZZW 5 


- 71 


53 


% 7 


- 7\ 


62 


8 


c 3 


59 


ZtO 6 


- 5 


58 


/ 


- 4è 


67 


( 


- 4 


59 


ZZW 1 


* b 


55 


WtN 3 


.- 4 


55 


WNW 3 


- $S 


55 


ZZW 4 


- 6 


56 


W 4 


- 7 


58 


WZW 3 


- 9! 


53 


WtZ 2 


- ici 


52 


ZZW 4 


- 1 1 


58 


4 


-■ 11 


52 


ZW 4 


- IO| 


51 


OZO 6 


- \\\ 


6a 


ZO 8 


- Io| 


57 


ZZO 6 


■" 10 


55 


4 


- 101 


61 


ZZW 2 


- M 


58 


NW 1 



Betrokken 



|inlyn.|gt. 



G.b.regg.b. 
Geh. betrok, 



Reg.gehbct. 
Zeerb.o.hcl. 
Omtr.Tieldej 
Betrokkeo 

hct r -/c£p>: 

G-.li.^>efok. 
OintNfc-i.b.' 
Eet. geh. bet. v 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Reg. zeerbe. 

Betrokken 
Bet. geh. bet. 
Betrokken 

Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Reg.geh.bet. 
Regen 



Zeer betrok. 
Regen 
Betrokken 
Betr. helder 
Omtr. helder 
Betrokken 
13etr. helder 
Omtr. helder 
Betrokken 
Bet. geh. bet. 
Geh. betrok. 
Reg.zeer be. 
Omrr.h.z.b.| 






4l 



<?2 17 



o X 



—12 
\ 



24 



7 V 



19 



2. V 



14 



28 



11 n 



24 



8 25 



11 



uuien 



uuren. 



<P* 



I I 



J 3 © 9 

o ? S 

cf 2 IJ 



d 



20 



VP 



«ft 



r- jj u SBarromercr 20 D. 

Gemiddelden hm ^ 

; 1 hermomcter 

't Gevallen Water 

't UirgewaelTemde 

Dagelykie kragt de£ Wind ruim 



Lyn.omtr, 

Gr. 
40 Lyn. 
27 Lyn. 



9 

58 










P Z 1 


iVANENB 


U R 


G. 










OCT OBER, J744. 


)ag 


. | Barro 
| meter. 


1 Ther- 


Kr. enSt.l Lugtsgeftelci- 


B-eg. 1 Adfpefh van Maen én ï!an. 




) mom 


derWind (heit. 


in lyn | gr. | uuren | uuren. 




29.10 


57 


ONO 4 


Geh. betrok. 










I 


- 9 

- 7§ 


61 
61 


5 
6 


Betrokken 
Omtr.h.z.b. 




^a 


cT (? 12 






- il 


61 


ZZO 6 


Reg. betrok. 


8 

4 








2 


- k 

- 84 

- 7§ 


64 
61 

59 


4 
ZO 4 
Ü:Z 4 


Betrokken 
Omt. h.z.be. 
Zeer betrok. 




21 




<^?(°) 


3 


- 71 

- 6| 

- è 


68 

59 
56 
60 


4 

O 2 
ZW 6 


Omtr. helder 
Zeer betrok. 
Betrokken 




6 m; 






4 


- 7 






20 


<ƒ t> 10 


NP 




- 8§ 


56 


'ZO 6 


Z.b.omtr.h. 












- 8 


53 


OZO 4 


Geh, betrok. 










5 


- 6% 


59 


£0 3 


— 




s =£= 


c/0 13 






- 7\ 


55 


- — • 5 


Zeerb.o.hel. 












- m 


54 


ZtO 6 


Omtr. helder 










6 


4 
- 9 

- io 


6l 

55 


ZZW 6 
OcZ 4 






20 


c/ ^ 4 
<^ ? 9 


V 


Zeerb.o.hel 




- 1 


5° 


ZO 4 


Betrokken 










7 


- 9 


64 


Ö20 6 


Omtr. helder 




4 "l 








- 7§ 


58 


4 


Omtr. h.z.b. 












- m 


56 


ZO 4 


Reg. z. bet. 


z 








8 


- 7l 


61 


ZW 4 


Betrokken 




17 


c/ | 18 


§ Retr. 




- 7 


57 


■ 


Zeer betrok. 




t 






- 7\ 


55 


Z 4 


Reg. zeer be. 


1 ' I 
4.- ' 


• 

- 
1 +> 






9 


- 7\ 


60 


ZcW 5 


Bet- geh. bet. 










- ê 


57 


20 7 


Betrok. regen 


* 










- 4! 


55 


ZtO 6 


Reg.geh.be. 


"'t " 
3" ' 








o 


" 5 


61 


ZZW 6 


Z.bet.omt.h. 




14 








- 6 


55 


ZW 5 


— - 












- 6± 


5° 


ZtO 4 


Zeer betrok. 










i 


- 6| 


53 


ZZO 4 


Geh.bet.reg. 




%6 








" 6 Ï 


52 


ZW 4 


Reg. betrok. 


% 








2 


** 

- 71 

~ 7\ 


52 1 
55 


WZW 4 
ZZW a 


Reg.zeerbe. 
Betrokken 


14- 


9 *P 


n 23 


</?8 jf 




- H 


50 


ZtO 5 


Reg.zeerbe. 


1 




*/ 






- 6* 


53 


6 


Reg.geh.be. 


i 








3 


- 5| 


54 


ZZO 4 


Regen 


2 


21 


a°cT l 






" 4; 


54 


ZtO 6 


Reg.geh.be. 


6 








■ 31 


53 


5 




I 
4- 








4 


- 3 


55 


Z 6 


Geheel betr. 




3 »* 






■p 


- H 


54 


ZZO 4 


Geh.bet.reg. 










28. 7| 

- 6 

- 6 


5° 


ZO 8 
Z 12 

WtZ 6 


Regen 


'4 








5 


5i 
5i 


Reg.geh.be. 


hl 


*5 








- 4 


52 


WNW 8 


Regen 


41 






f 


6 


- 11 


5<* 







Reg. betrok. 


• 2 


26 








29- 3| 


53 


8 


— -. . - 








j 



WAARNEMINGEN 
O C T O B E R, 1744- 



Da: 



| Barro- 
I meter, 

- 6§ 

- si 

- 3§ 

- 4 

- 6 

- 8 

- H 

- M 

- 9 

- 'ól 

- 6] 

- 4 

- 4: 

- 6 

- 6 

- Si 

- si 

- 6' 

- 7 

- 10 

30. - 

- 1 

- 1 
29.1I5 

30. - 

30. - 

29.10^ 

A 3 



30. 



H 



04 

- 3l 

- 'fk 

- n 

- 10 

- 10 

- ie* 

- h 

- n 

- H 



Ther- 
ao rr 

55 
50 
48 
52 
48 

49 
54 
49 
45 
50 
5° 
5° 
54 
49 

47 
$0 

48 

48 

53 
46 

43 
48 

42 

45 
48 

4i 

37 
44 
52 
49 
48 

43 
44 
5i 
44 
42 

47 
46 
46 

53 

51 
49 
54 

52 



Kr. enSt. 
der Wind. 


WNW 5 
6 

WZW 4 
ZO 4 
ZZO 2 

WNW 3 
NW 4 


ZW 2 

OZO 6 
ZZO 7 


ZtO 8 

ZZW 10 

ZW 10 

ZZW ie 

ZW 14 


10 

W 4 

WNW 2 

NW 8 

8 

8 

ZW 4 
WtN 8 


4 

ZW 4 

OZO 5 

ZZO s 

WtZ 10 

WtN 6 


4 

NtO 4 
WNW 4 

NW 2 
NNW 2 

ZtW 6 

ZZW 6 

6 

ZW 6 


5 

4 
ZZO 6 

ZtO 4 
ZO 6 



Lugisgefteld- 


Reg. 


AdfpeéT. 


van Maen 


en Plas. 


heir. 


in lyn. 


gr. ■ 1 uuren. | uuren. 


Regen 


3 
4 






VP 


Betrokken 




8 X 




c/©¥5 


Betr. regen 










Regen 


4l 








Reg.geh. be. 


21 


c? t; 19 dV- ~ 


BetroK. reg. 








mf. 


Reg. betrok. 


7\ 








Betrokken 


3 V 






Zeer betrok. 


Geh. betrok. 




15 


<?¥ 4<ty& 


Geh. enz.b. 










Regen 
Zeer betrok. 


1 


28 


c?0 1 




Betrok, reg. 






<?$ 9 




Regen 
Reg. betrok. 


il 


11 V 




A 


Regen 


3 
31 

3 


24 
7 n 


<? ? 4 




Reg. betrok. 












Betrok, reg. 








Reg. g. bet. 


1 








Reg. betrok. 




21 






Miftig 




Geh. bet. reg. 




S 25 






Regen 


7 








Geh. betrok. 


* s . 


19 










Reg.omtr.h. 


-4 








Omtr. helder 










Betrokken 




3 Q. 


D s$ I 


Z.b.omtr.h. 










Geh. betrok. 




17 






Zeer betrok- 








Geheel betr. 










Betrokken 




1 tip 7 




Geheel betr. 










Zeer betrok. 




15 


(ƒ ft 12 




Geheel betr. 











. J Barrometer 29 D. 

Gemiddelde ^ Thermometer 

't Gevallen Water 
't UngevY3cllerr.de 
Dagclykfchc kragt der Wind ruim 



6:5 Lyp. 
52! Gr. 
SSU.yn. 
12 Lyn. 

5 



o 

feag,|Barro-ITher- 
j meter. | mom. 



29. 
29. 



3 
4 
5 
6 



7[ 

4? 

u 

4i 

61 



- 7* 



30 



10 
10I 

9* 

»i 

• ij 

31 

4i 

4l 

3£ 



30. 
29. 



io| 
II 



30. 



13 



29.nl 

91 
7\ 
6 



'f 

3 

5* 

7k 

% 

9? 



52 
54 
45 
44 
49 
49 
49 
52 
5c 
47 
5° 
48 
46 
50 
47 
47 
51 
47 
36 
41 
43 
40 

48 
46 
47 
5° 
50 
46 

50 
45 
43 
48 

39 

42 

43 
43 
45 
40 
42 

47 
45 
46 
48 

42 
40 

43 

47 



P ZWANENBURG* 
NOVEMBER, 

Kr, en St. I Luchtgefteld- | Reg, 
der Wind. 



heit. 



I in lvn. 



1744. 

Adfpeft. van Maen en P!ar<« 
er. 1 miren. I uuren 



ZO 8 

ZZO 12 

ZW 8 

ZZO 6 

6 

4 

5 

ZZVV 6 

10 

ZtW 4 
ZZO 4 



Regen 



WcN 
ZW 
NO 
N 
NNO 



OZO 
ZO 
ZZO 



ZtO 
Z 

zzw 



wzw 
w 



WtN 
WNW 



ONO 
ZW 

ZZW 



Reg.omtr.h. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Zeer betrok 
Reg.geh.be.' 
Omrr. helder 
G. b.omcr.h. 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Reg omtr. h. 
Betrokken 
Geheel betr, 



7 
8 

ZW 10 

WrZ 10 

W 12 

WtN 10 

12 

WNW10 

W:N9 

W 2 

ZZW 6 

6 

ZW 4 



Omtr.h.z.b, 
Bet. geh. bet. 
Mift 



Mift omt. h. 
Omtr. helder 
Helder 
Betrok, heli. 
Betrokken 
Nevel 



Betrokken 



- 

Reg. betrok. 
Reg.zeerbec. 
Betrokken 
Omtr.h.z.b. 
Zeer betrok. 

Betrok.regen 
Reg.geh.be. 
Reg. geh.be. 
Regen nevel 
Regen hagel 
Zeer betrok. 
Reg. zeer be. 



Betrokken 
Omtr. helder 
Miftig 
Geheel betr. 
Nevel mift 



w. 



O oQ, 



H 



28 



<* Z 9 
^ ¥ 4 



1 2 lip d O 1 



16 



9 +> 



cf ? 17 



4 yp 

17 
29 

11 «: 

22 

4 X 
16 

28 

xi V 



NP 



V 



c/^ 20 



D 19 



<?<? 6 



cft> 9 



VP 



Dag. I Bano- I Ther- 
meter. mom. 



WAARNEMINGEN 

NOVEMBER, 1744. 
Reg. 
in lyn. 



Kr. en St. I Lugrsgefleld- 
dcr Wind. heit. 



17 



29. 9\ 

- 91 

- 9 

- 8 

- 8 

- 91 

- 9i 

- 9\ 

- "\ 
-9\ 
-. 9 

- 3 

- 8 § 

- 10 

- m 

- ui 
- 11 

- 9% 

:| 

- oj 

- 9Ï 

• 9 l 

- io§ 

- II > 

- "f 
3°- - 
3o- I 
29.nl 

- 9 



5 

5 

45 

3! 

3l 

3l 

Zh 

4| 

51 



5° 
5i 
53 
54 
55 
51 
47 
47 
43 
43 
42 

4 1 
39 
4° 
36 

35 

40 

39 
43 
45 
48 

47 
50 

50 
43 

47 
43 
44 
46 

45 
44 
45 

40 

4 1 
33 

32 
34 
34 
35 
33 
33 
3o 



ZW 4 

6 

10 

12 

— - 11 
WcZ 4 

W 2 

WZW 4 
WNW 6 
WZW 6 

WcN 4 
WZW 6 
ZZW 4 

ZO 4 
ONO 1 

NtW 1 

ZW 4 

10 

WcZ 4 

6 

6 

4 
6 
6 
2 
1 
2 
1 
1 
4 
4 
5 

9 

WtN 6 

WNW 8 
WcN 8 

z2w 4 

— - 4 
WcN 4 



W 
WcZ 

w 

NW 

w 

WZW 
ZW 

WZW 
ZW 



z 

ozo 

NO 



Geheel beer. 
Regen 
Geh. enz.b. 
Geheel beer. 



Aüfpeft, van Maen en Plan. 
gr. uuren | uuren 



Geh.bec.reg. 
Regen 



Reg. zeer be. 
Geheel beer. 
Regen 
Geh.bec.reg 
Hagel regen 
Bet. geh.bec. 
Betrok, held 
Omtr. helder 
Betrokken 
Ber. geh.bec 
Reg.geh.be 
Geheel betr 
Reg.omtr.h 
Betrokken 



Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Z-b omt.hel. 
Geh. betrok. 
Zeer b. nevel 
Geh. b. nevel 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Bet. geh.bec 
Regen 
Bectok.regen 
Hagel fneeu 
Sneeuw beer. 

Sneeuw z. b. 
Reg. fneeu w 
Sneeuw g. b. 
Betr. helder' 



12 

tI 



3 
-4- 



23 



6 V 



20 



3 *L 



17 



25 



15 



29 






<f¥ 4 



c?$i 3 
c? ©Ij" 



cP 8 18 



«ft 






14 bl 



28 



11 nj? 



12 



10 =0= 



24 



</ <? 19 



t/lf n 



NP 



V 



Gemiddelde e« ^rometer 2p D. 

1 Ihermometer 
't Gevallen Water 
't Uitgewaaflemcle 
Dagdykfchekragtder Wind ruim 



H Lyn. 
45 Gr. 
35 Lyn. 

7 Lyu. 

5 



Barro- 
meter. 



OP ZWANENBURG. 
DECEMBER, 



Kr. en St. 
der Wind. 



- Bi 



29.II 



- 91 



30. 1 



- 2 



30. 



NtO 5 
t 

NNW 4 
W 2 

4 

WNW 6 

ZZW 8 

ZtW 8 

ZZO ie 

ZO ie 

ZZO 3 



. 1744- 
Luchtgefteld- | Reg, I Adfpeft, van Maen en rlan, 

heit. I in lyn | gr- j uuren. | uuren. 



ZtO 
ZZO 

ZtO 
ZZW 



Regen 
Geheel betr. 
Geh.bec.bet. 
Sneeuw bet. 
Betr. fneeuw 
Sneeuw bet. 
Geheel betr. 



Reg.geh.be. 
Zeer betrok 
Geheel betr. 



ONO 



Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 



NW 
NNW 
WNW 



.ZZW 



zw 
wzw 

w , 

WEN4 1 



Zeer betrok 
Geheel betr 
Omtr. helder 
Miftig 
Geheel betr. 
G. b. miftig 
eg.geh.be. 
Orntr. helder 
Betrok, beid. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Betrok, held. 
Helder 
Zeer betrok. 
Bet. geh. bet. 
Geh. betrok. 
Miftig 
Nevel mift 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Nevel 

Reg.geh.be. 
Reg. betrok. 
Betrok.regen 
Reg.geh.be. 
Betrokken 
Betrok, held. 
Zeer betrok. 
Geheel betr. 



7 ra 

21 

4 +> 

17 
o ^ 
12 
25 
6 sa 

19 

o X 
iz 

24 
6Y 

ip 
r V 



c/O iS 



<f ? 14 



□ 16 



VP 



<?\ ?cf®&7 



c?c2 9 



fup. 



<a 



cP^ 12 



14 



I 



Pag, I Barro- 
meter. 



WA ARNEMIN 
DECEMBER, 

Thcr- Kr. en St. I Lugtsgefteld- I Reg. 
mom. der Wind. | heit. | in lyn 



i; 



18 



19 



20 



21 



22 



»3 



24 



25 



26 



-27 



28 



29 



30 



3i 



29.10! 
10 
8 

8§ 
81 

io| 
Iöf 

öï 
41 
51 
B| 
6 

5 
51 
3 4 
3 
4 

T 3 

»3 

4 
81 
9l 
91 
. 1 

31 

Ei 

5^ 

41 
3 

Hl 
• 10! 

- iU 
2 

- z 

- I 
29.11 

19.1 Ij 

- II 



29 



30. 



30' 



lts 

1! 



, ■+ 

*>3 



44 
45 
42 

4i 

42 

39 

37 
40 

38 
39 
36 

35 

3i 
32 
36 
4* 
44 
40 

38 
35 
35 
35 

37 
36 

33 
35 
3i 

35 

37 
40 

37 
34 
34 
34 
37 
40 
41 

43 
42 

41 

42 

4* 
4i 
43 
42 



WcN 6 
W 10 

WtN 12 
WNW10 

10 

10 

NW 4 

W 5 
ZW 8 

WNW14 

12 

10 

ZO 6 

OZO 4 

Z 4 
ZW 6 



Omtr. helder 
Omtr.h.z.b. 



4 

NNW iz 

14 

14 

NW 12 

12 

NNW 8 
NNO 



Betrokken 

Hagel fneeu 

Reg. betrok. 

Omtr. helder 

Omt. h.z.b. 

Bet. geh.bet. 

Reg.omtr.h. 

Reg. betrok. 

Hag. fn .betr. 

Sneeuw beer. 

Sn. geh.betr. 

Geheel betr. 

Reg. geh.be. 

Geh. betrok. 

Geh.bet.reg. 
hagel 
fneeu w 



NW 

ZW 

WtZ 

w 

NW 

NtW 
NNW 
WtZ 
W 



WtN 



WNW 
WtN 



Reg 



Hag. 



Hagel g.betr. 
Hag. betr. 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 



Helder 
Zeer betrok. 
Geh. betrok. 
Geh.bet.reg. 
eg. g. bet. 
__eg. hagel 
Hag. betrok. 
Geh. betrok. 
Reg.geh.be. 



Nevel 
Geh. betrok. 



GEN 

1744- 
Adfpeft. van Maen eo TUn , 
gr. | uuren | uureu 



3 
4 



3 

9 



II 



28 



12 n 



26 



10 52 



^©4 



10 a 



H 



9 W 



23 



7 * 



21 



4 "l 



17 



r +» 



J 5 ? 5 






11 
iS 



<ƒ f 9 



Geh.bet.reg. 

Geheel betr. 

Nevel 13 

Geheel betr. 

„ . ,, ,, SBarrometer 29 D. 
G eml<lcïelcle > Thermometer 
't Gevallen Water 
'tUitgewaeflemde 
Dagelykfc kragt der Wind 



NP 



<U> 



dt>o* 1 



10 Lyn. 
38? Gr. 
16$ Lyn. 

9s Lyii. 

6 



o 

Dag. [ Barometer, 
I Dm. Lyn 



P ZWANEN 

J A N U A R T, 
i Thermo- 1 KragtenSc. 
! meter. I der Wind. 



BURG. 
1760. 

Lugt- gefield - 
heid. 



4 

5 
6 

7 
8 



10 
11 
12 

13 
14 

16 



29. 1 

- 3 

- 2 

- 2f 

- 3 

- 4 

- 4 

- 5 
,. 6 

- 7 
. 8 

- 7 

- 7 

- 7 

- 74 
. 8i 

- 9 

- 9 

- 11 
30. 
3c 2 

- 3§ 

- 4§ 

- 4 



4 

3^ 



2 
I 
I 

1 



- 4 

- 4 

- 3 

- 1 

3°- 
29.11 

- 9 

- 9 

- 9 

- 10 



3o. 



1 

2 
3 

3 

ÓS 



40 

4 2 
37 
34 
38 
3Ó 

34 
38 
35 
34 
37 
35 
33 
33 
3i 
27 
29 
•6 
20 

25 

21 
20 

25 
18 

18 
21 
18 

20 
24 

23 
23 

26 

*5 

ii 

16 

12 

9 

13 
12 

16 
25 

£ 7 

22! 

28 

20 

24 
32 

34 



wzw 
zw 
zo 

Scii 

zw 



zw 



o 



ON O 
NO 



1 
1 

1 

2 

I 

o 

O 

5 
5 
5 
6 
ó 

7 
6 



O 

NNO 5 

NO 3 

3 

O 2 



ONO 



O 



ONO 

O 
NO 



NO 

W 
ZW 
NW 



4 
6 
6 

4 
5 
5 
6 

5 

4 
2 

3 
3 
2 

z 
2 
1 



Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Geheel betr. 
Mottig 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 



Geli. betrok. 
Zeer betrok. 

%-■»■ ■! ■— 

Geh, betrok. 
Sneeuw — 



Geh. betrok. 



Omtr. helder 
Betrokken 



Helder 
Dampig 
Geh. betrok. 
Helder 
Geh. betrok. 

Helder 

Geh. betrok. 

Helder 

O mtr. helder 

Helder 

■1 m — * 

Betiokken 

Helder 
Betrokken 

Sn. geh.betr. 
Geh. betrok. 



Re^.enYs 
in Lvnen. 

Ys~ 



Re 



14 



zo 



22 



£l 

24 

31 



5 



Dag. 



Barometer. 
Dm. Lyn. 



WA ARNEMINGE 
J A N U A R T, 1760. 



N 



Thermo ■ 
meter. 



Kragt en St. 
der Wind. 



Lugt-gefteld- 
lieit. 



3o. 



ja. 

50. 
io. 



29. 



29. 



28, 



29, 



4 
4 

4ï 
5 

II 

4§ 
4 

4i 

4§ 

4 

4 



30- 

3°- 

3< 

3< 

3' 



1 

9 

2 

11 

. 1 

3Ï 

3 

3 

I 



2J 

3i 

,11 

11 

11 

9 

■ s 

6 

^ 3 

iof 

ui 

1 
5 



28 

3i 

28 

3i 
37 

34 
33 
34 
29 
30 
3i 
27 
16 
29 
3° 
34 
33 
37 
?3 

33 
34 
38 

4* 
39 
4i 
42 
36 
37 
39 
36 
36 
4i 
35 
43 
44 
4 2 
41 
43 
34 
34 
3°" 
3i 

34 
33 



30. 

HoogfteBarom.30 D. 5 
Laagfte dito 22 9 

Gemidd. dito 29 f 

HoogiteTberm.44 * 
Laagfte dito 9? Gr. 
Geiuidd.dito 2Ó|> 



NW 
NO 



2 

2 

1 

WZW2 

2 



W 

KtW 

ZW 

ZZW 

2W 

W 

ZtO 



wzw 
w 



ZW 

zo 
z 

ZW 

w 



ZW 



W 

ZW 
ZZW 



z 

zw 

NW 
ZW 

wzw 



WNW 



3 
I 
I 
I 

2 

3 
5 
5 
5 
7 

o 

4 
4 

1 
6 
4 
9 
4 
8 
8 

7 

7 
12 

5 

4 

5 

4 
8 

8 

10 
6 
6 
3 
4 
4 

o 

o 
3 

2 
2 



Mottig 
Geh. betrok. 
— Mottig 



Geheel betr. 



Aardbev. --- 
Geh. betrok. 

Sneeuw — - 
Omtr. helder 

Geh. betrok. 



Regen 



Helder 
Zeer betrok. 



Reg 

Helder 
Omtr.he 



geh.b. 



ld 



er 



Regen — 
Geheel betr. 



reg. 



Sn. 

Geh. betrok. 
Betrokken 
Ore tr. helder 



Reg. z. 

Helder 



betr. 



Reg.enY* 
inLynen. 

Reg. 3Ys 



4 
Ys 



5 
3 

2 
4 



Ys 



Lyn. 



Lyn. Gemidd. Barorn. 29 D. l 

Tiierm. 305 Gr. 

't Gevallen Water 19 Lyn. 

't Uitge waeflem Je niet waargen. 
Dagelykle kragt 
_, dec Winden 4 






Dag. 



Barrometer. 
D'n.Lyn. 



P z w 

F E B 

Thermo- 
meter. 



30. 

3°. 

29. S 

- 9 

- 10 

3°. 

- *l 

- S§ 

- 31 

- 5 

- 4 

- 3 

- 1 

3°. 

29.10 

- 9 

- 10 

- 11 

- 10 

- 10 

- 11 

30. 2 

- 2 

- 2 

- 1 

- 1 
30. 

- o 
x 

' 3 

- 3 
o 

- 4 

- 4 

- 3§ 
z 

29.10 

- 9 

- 11 

- 6 

- 3 

- 8 

- 5 

- 6 

- 1 
ir 



28 
29 



- ,5 



30 
34 
36 
3* 
33 
34 
30 
3<5 
34 

23 

32 
28 

25 

3i 

2(5 

25 
32 

£9 
25 

35 
32 
?7 
33 
34 
32 

33 
37 
38 
44 
34 
36 
40 

3<5 
36 

40 

4t 
40 
40 
33 
37 
46 
36 
33 
44 
43 
40 

43 
40 



ANENBURG. 
RU A R T, 1760. 
Kragt en Sr. 
der Wind. 



Lugt-gefteld- 
heit. 



Reg.cn Ys 
in Lynen. 



ZZO 



Z 

N 



4 
6 

2 



NO 8 

4 

4 

- — ■ 4 

3 



Z 
Z,ZW 

zw 
w 
z 
zw 



wzw 
zw 



wzw 

N W 
vZW 



w 



5 
5 
5 
6 

5 
4 
3 
4 
6 

4 
4 
4 
4 
8 

10 
2 



Z 

ZZO 8 
WZW 14 

ZW 5 
WZW 8 

WtZ 9 
ZtW 15 

■ 10 

10 



Helder 
Betrokken 
Geh. betrok. 
Reg. z. betr. 
Geheel betr. 

Omtr. helder 
Helder 

Betrokken 



Helder 
Betrokken 

Helder 
Betrokken 
Helder 
Geheel betr. 
Mottig 
Geheel betr. 



Regen 

Helder 
Geh. betrok. 
Betrokken 

Helder 
Geh. betrok. 
— Mift 
Helder 
Reg. geh, be. 



er 



reh.be 



Held 

Geh. betrok. 
Helder 
Geh, betrok. 



Reg. — 
Zeer betrok. 



Re£ 



il 



Ys 

.3 



5 
4 

5 



Ys 



Ys 



35 



Dag. 



»7 



18 



19 



20 



81 



SC 



23 



24 



25 



&6 



27 



28 



»9 



w 

Barometer. 
Dm. Lyn. 



AAR 

F E B 

Thermo- 
meter. 



NEMINGEN 

R U A R T, 1760. 



29. 3 

- 4 

- 6 

- 9 

- 10 

- io§ 

- 10 

- 9 

- 1 

- 1 
29. 

*9- 

29. 1 

- 5 

- 11 

30. 2 

- 3 
" 4 

- 4 

- 3§ 
30. i| 
29. 9 

- H 

- 6 

- S 

- si 

- 7 

. - 9 

- 9 

- 6 

- 4 

- 3 

" 4 

- 6 

- 9 

- lil 



3c x 

- 3 

- 4 



38 

, 41 

38 

3* 

42 

37 

Hoogde Barom.30 D. 5 

11 

3 



34 
4.0 

3<5 
35 
43 
34 
31 
36 
34 
34 
36 
35 
35 
34 
28 

29 

36 

3° 
28 

34 
34 
34 
40 

37 
35 
39 
34 
34 
40 
35 
38 
42 



Laagfte dito 28 



Gemidd. dito 29 
HoogfteThcrra.46 
Laagfte dito 25 
Gemidd. dito 35* 



Kragt en St. 
der Wind. 

~zvTT 

N1N0 » 

WNW 
W 



20 



zw 

Z 
O 
OtN 



O 

020 

o 

zo 
zzo 

z 

ZtW 
Wt£ 

zw 
w 



WNW 

W 

ZW 

ZWtW 

w 

WtZ 

NW 

N 

NNW 

N 
ONO 
NO 



Lugtsgcfteld- 
heit. 



Geh. betrok. 
Betrokken 
Helder 
Betrokken 



Gch. betrok. 
Mottig 
Geheel betr. 
Sneeuw 
Geh. betrok. 



Reg.geh.be. 
Geh.bet.reg. 
Geheel betr. 
Betrokken 
Zeer betrok. 
Helder 
Reg.geh.be. 
Gch.oetrok. 

Regen betr. 
Geh. betrok. 



Sneeu vr — 

Helder 

Betrokken 



Reg.geh.be. 

Geh. betrok. 

Betrokken 
Geh. betrok. 

O mtr. helder 
Betrokken 



IReg.cnYs 
l in Lynen. 

RegTRyp 



Lvn. 



jfe. 



3 

2 
2 
2 

3 
8 

13 
2 
2 
6 
8 

10 

o 
o 

4 
6 

6 

5 
5 
5 
o 

6 

5 
4 
4 

r> 

2 

4 
6 

5 

6 

7 

3 
8 

4 

6 

6 

6 
Gemidd. Barom. 29 D. 

- Therm. 34^Gr. 

't Gevallen Water 22 L. 
't Uitgewaeflcmde 9 L. 
D.agciykfe kragt 
der Winden omtr. 5 



3 

4 

5 
é 

7 
S 



12 

«4 



Barometer. 
Dm. Lyn. 



O P Z WA N E 

MAART, 



I Thermo- 
meter. 



30. 



4l 

4§ 

ij 
29. 1 1 1 

- ui 

- 10J 

- lil 

30. 
30. 
30. 



3 

3 
3 



3| 
31 

4 
4 
I 



- 2 

- *§ 

- a| 

- 1 

1 
ï 

29.11 

- 10 

- 9\ 

- 9 

- 7 

- 5 

- 6 

- 7 

- 7 

- 7§ 

- 10 

- 10 

- 10 

- si 

- 6 



35 
33 

34 
30 

34 

34 
3« 
42 

33 
34 
4i 
36 
32 
35 
33 

3^ 

48 

38 
40 

46 
4° 
4i 
46 

41 

40 

45 
36 
36 

43 
34 
35 
40 

33 
36 

47 

4+ 

4<5 

47 

44 
40 

49 
41 
46 

48 
43 
44 

48 
43 



Kragt en St. 
der Wind. 
ONO 



O 

w 

NW 



NtO 
NO 

NW 

NO 
Sul 

ozo 



w 

WNW 
NW 
W 

WNW 
NW 



NW 

N 
NW 

WZW 

Stil 

z w 



6 

4 

2 

5 

2 

3 

3 
3 
3 
6 

2 
2 



1 
o 

o 

2 

6 
3 
3 
ó 
2 

3 
ó 

4 

4 
4 
2 
ï 



zw 


4 


£ 


6 


zzw 


12 


zw 


6 




6 




6 


WrZ 


5 


W 


2 



ZW 

WZW 

WNW 



5 

5 

3 
6 

6 



NBÜRG. 
1760. 

Lugt-gellcld- 1 Reg.enYs 
heit. linLyneu. 

Geheel betr. Reg. Ys " 



Vogtig 
Gch. betrok 



Betrokken 
Helder 
Geh. betrok. 



O mtr. helder 



Melder 

Betrokken 

Helden 

Omtr. helder 
Helder 

Geheel betr» 



Helder 
Betrokken 

Zeer betrok. 
Geheel betr. 
Mottig 
Geh. betrok. 
Betr. regen 
.Zeer betrok. 
Helder 
Geh. betrok. 
Omtr.helder 
Helder 

Betrokken 
Mottig 
Geh. »etr»k. 



Ys 



Ryp 

Ys 



Dag. 



WAARNEMINGEN 
MAART, 1760. 
Barometer. Thermo- Kragc en Sc. | Lugt-geftcld- 
Dm- Lyn, meter. der Wind. heit. 



I? 



18 



■9 



fiO 



»I 



23 



*i 



M 



a5 



»6 



27 



28 



29 



8P 



29. 



3». 



7§ 
51 

7 
IO 
I 
I 
I 



3°- 

30. 
ap.ii 

- 81 

" 7 

- 6J 

- O 

- 7 

- 7 

- 8 

- 8 

- 10 

- n 

- "I 

- ÏO| 

- "f 

- 9 

- 8 

■k 

- 9s 



30. 



Ǥ 



3°" 
29. 



o 
4 
4 
5 
4 
3 
3 
2 
1 

II 



42 
46 
43 
35 
4" 
33 
3* 
38 

34 
37 
49 
4ï 
4i 

47 
42 
40 
46 
38 
4i 
47 
36 
36 
40 

43 
4* 
46 
4i 
40 

45 
36 
38 
49 
35 
38 

5o 
38 
37 
50 
42 

40 

5^ 
46 
46 

56 

46 

5 

3 

10 



HoogfteBarom.30 D. 
Laagfte dito zo 
Gemidd. dito 29 
HoogfteTherm.56 7 
Laagfte dito 32 SGe. 
Gemidd. dito 44 * 



zw 

NW 

ONO 
OtN 
NO 
OZO 

Z 
ZW 



WNW 

w 

WNW 

W 
WNW 



4 
B 

5 
3 

R 

6 

4 
4 
6 

■ 
1 
■ 

3 

8 

4 
* 
8 
3 
2 
2 

4 

3 
4 
3 
4 
3 
3 

6 
6 

6 

3 

3 

2 

4 

2 

2 

3 

2 

4 

4 
2 
I 
NO 3 



NNW 

N 
ZZW 

z 
w 

WtN 
NNW 
NW 
OtN 
NO 
ONO 

O 
NO 

N 

O 



NNO 
NO 
ONO 



O 

NO 
O 



Geh. betrok. 
Regen — 



Geheel 
Helder 



betr. 



Betrokken 
Geheel betr. 



Betrokken 
Geh. becrok. 
Ree. 

Geheel betr. 
Reg.geh.be. 
Omtr. helder 
Helder 
Betrokken 
Geh. betrok. 
Betrokken 



Omtr. helder 
Betrokken 
Reg. zeer b. 
Geh. betrok. 
Reg. geh.be. 



Geheel 
Helder 



betr. 



Betrokken 
Helder 



Zeer betrok. 
Geh. betrok. 



Reg.enYs 

iu Lynen. 

Reg. 'Ys 



,1 



L. 



Gemidd. Barom 

Therm 

't Gevallen Water 
'tUitgevvaaflemde 
Dagelykfc kragt 
der Winden omtr. 



29 

413 

13*- 

9l 



Ry P 



D. 11 L.omt, 
Gr. 
Lyn. 






O P 



3 
4 

5 
6* 

7 



Barometer. 
Dm. Lyn. 



z w 

A P 

Thermo- 
meter. 



A N E 
RIL, 



Kragt en Sr. 
der Wind. 



NÉURG. 
1760. 

Lugt-gefteld- 



29.11 

30. 
I 
2 

- 3 

Ó 

" 3 

- 3 

- 3 

- 3 

- 3 

- 3 

- 3l 

- 3 
1 

30. 
3- 
3°- 
29.11 

- n§ 

30. \ 



1 



3§ 
3 
2 
2. 

2± 

3 
3 
3 
3 

2 
1 
1 



- i"ï 

2 

- 1 

- 1 

- 1 
29.10 



44 
45 
40 

3P 
50 
39 
37 
49 
36" 
42 
50 
43 
46 
55 
49 
48 
53 
45 
48 

50 
44 
48 
52 
47 
46 

52 
46 

50 
57 
48 

50 
54 
46 
50 
62 
48 

52 
60 
46 
50 
53 
43 
44 
48 
44 
43 
49 
45 



NO 



N 
NNO 

NW 

zw 



NW 
ZW 

wzw 

w 

zw 



w 

WcN 
WZW 
ZW 

NNW 
ZW 

w 

wzw 



w 

wzw 

WcN 

z w 

WcN 



w 

NW 



WNW 
WtN 

O 
ZW 

wzw 
w 

NNW 

NO 
N 
WtN 



6 
8 
6 
3 
3 
3 

3 

2 

2 
1 

4 
2 

3 

5 
5 

6 

5 

1 

1 

6 

5 

6 

10 

6 

5 
6 

4 
3 
8 
6 

4 
6 

4 

2 

1 
1 
2 
3 
2, 

6 



WcZ 



3 
6 

7 

6 

4 
6 
6 



ïeic. 



Geh. betrok. 
Regen — 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Helder 



Zeer betrok. 
Helder 
Omtr. helder 
Helder 

Geh. betrok. 
Omtr. helder 
Geh. betrok. 

Omtr. helder 
Geheel betr. 



Betrokken 
Geheel betr. 



Omtr. helder 
Betrokken 
Geheel betr. 

Helder 

Betrokken 

Helder 

Betrokken 
Zeer betrok. 
Helder 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Geh. betrok. 



Regen — - 



Re».enY», 
inLyncn . 
Reg. Ys 

1 



i 



Ryp 
Ryp 



Ryp 



w 

Barometer. ! 
D»n. Lyn. 



29.10 


47 


- JO 


53 


- 9 


48 


- 9 


5" 


- 9 


52 


- IO 


48 


- IO 


50 


- 10 


52 


- 11 


46 


- II 


50 


29.1 1 


60 


- 10 


55 


- 9 


58 


- 10 


<58 


- 10 


54 


30. 


5° 


- 1 


54 


- 1 


45 


30- 


49 


29.11 


60 


- 10 


52 


- 10 


53 


- 10 


56 


- 9\ 


49 


- io§ 


48 


- 11 


56 


- ui 


47 


- n§ 


45 


- "1 


53 


3o- 


47 


3°- 


48 


- 1 


54 


- 1 


48 


- 2 


46 


- ï§ 


54 


- i§ 


46 


1 
2 


46 


30- 


54 


3°- 


44 


29.11 


45 


- 11 


54 


- n 


46 


Barom.30 


D. 4 


duo 29 


9 



30 



Laagfte 
Gemidd. dito 30 
HoogfteTherm.68 
Laagfte dito 37. 
Gcinidd. dit© 515 



Gr. 



A A R N E M 
APRIL, 

Thermo- 1 KragtcnSt. 

meter. |_derWind^ _ 

W 8 
— 8 
3 
8 
8 
6 
8 
8 
2 

4 
4 

2 



ZW 

wzw 

ZW 



L. 
L. 



WtN 

zzo 

zzo 
zo 

zzw 
w 

WNW 
NW 



ozo 
o 

OtN 
N 
NO 



NO 
ONO 



OtN 8 

NO 10 

ONO 6 

6 

6 

4 

6 
10 

6 
10 
12 

6 

4 
6 

3 
5 
6 
2 



I N G E N 

1760. 

Lugtsgcfteld- 
heit. 

~~Reg 



NO 

OtN 

NO 

NNO 
N 
NtW 

Gemidd 



geh.be. 



Geh. betrok. 



Betrokken 
Helder 

Omtr. helder 
Helder 
D. blix 
Betrokken 
Helder 



rc g- 



Omtr. heider 
Betrokken 



Geh 



bet.reg. 



Geh. betrok. 
Helder 
Omtr. helder 
Zeer betrok. 

■■ ■ I ■ 

Omtr. helder 
Betrokken 
Omtr. helder 



Zeer betrok. 
Betrokken 
Onitr. helder 
Helder 



betr. 



Geheel 
Helder 
Omtr. helder 

Barrom. 29 
Therm. 465 
't Gev-allen Water ?§ 
't Uitgewaeiïemde 25 
Dagelykfche kragc 
"der Winden 5 



I Regen 
Ijn Lynen. 
RcgTa 



D. 
Gr. 

Lvn. 



11 L. 



Dag. 



OP ZWANE 

M A T, i 

Barromcrer. I Thermo- 1 Kragt en St 

Dm.Lyn. (meter. ) der Wind. 



NBURG. 
760. 

Lugt-gefteld- 
heit. 



i29.11 

30. 
3o. 
30. 



3°. I 
30. | 
29./ 1| 

- 9§ 

: I' 

01 



8* 

8J 
8| 

H 

2 



ap. 



81 

8^ 

8| 
H 
B{ 

P 
P 

P 
10 
10 

ï°§ 

11 



30. 



2§ 

3* 

O 

a 

3 
3 

3 
3 

3i 

2§ 

a* 



46 
5i 
43 
43 
5Ó 
43 
43 
5Ó 

47 
46 

48 
47 
47 
54 
51 
52 
64 
55 
55 
60 

54 
5 2 
5<5 
52 
52 
56 
49 
49 
60 

52 
49 
55 
44 
44 
52 

47 
53 
6ï 
52 

52 
64 

53 
53 
60 

53 
57 
94 
53 



NW 2 
W:N 2 

4 

NNO 6 

0N0 6 

NO 6 

ONO 8 

OcN 10 

ONO 8 

8 

o 

o 

4 
6 
6 

4 

/> 

2 

4 
4 
6 

6 



O 

ONO 
NO 

ONO 

NO 

ON O 



NNO 
ONO 
NOcN 
NNO 
ONO 



N 
NNW 



NtO 

ONO 

ZOtO 

NO 

NW 

wzw 

WrZ 

w 

zw 



NO 

o 

OzZ 

ZW 

wzw 

WNW 

Ne O 



WrZ 

WtN 



WtN 



Geli. betrok. 
Betrokken 
Onitr. helder 
Zeer betrok. 
Betrokken 

Zeer betrok. 



Rcg.geh.be. 
Geh. betrok. 

Dampigg.b. 

Geheel bctr. 



Geheel bctr- 
Bectokken 
G. b. weerl. 

Regen 

Gen. betrok. 
Regen — 

Geh. betrok. 

Regen 

Geheel betr. 

Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 



Omtr. helder 
Helder 
Geh. betrok. 
Berrokken 
Helder 

Geh. betrok. 
Betrokken 
Helder 
Betrokken 
Omtr. held er- 
Helder 
Omtr. helder 
Berrokken 

Betrokken 

Helder 

Betrokken 



j Regen 
!in Lynen. 



Ryp. 



Ryp. 

©te 10 
uuren 



1 
ff 



71 

4i 



©ten 
- uuren 



WAARNEMINCE 
MAY, t 7 6o. 



N 



Dag. ! 


Barometer. I 


Thermo- 


KragtenSt. 


1 Lugt-gefteld- 


Regen 


1 Dm.Lyn j 


meter. 


der Wind. heit. 


in Lynen. 




3o- | 


56 


2W 2 


Bctrokken 




*7 


30. 


57 


W 1 


Reg.gch.be. 






29.11 


50 


NW 4 


Zeer bet. reg. 


1 




- 10 


52 


ZW 5 


Zeer betrok. 


Ryp. 


ït 


- 9 


57 


10 


Helder 






- 8 


52 


6 


Betrokken 






- 8 


5i 


ZW 5 


Bet. hag.reg. 


1 


*9 


- 8 


53 


ZtW 8 


D. h. regen 






- 9 


4? 


ZW 4 


Regen held. 


1 




- 9 


49 


4 
6 


Omtr. helder 


20 


- 10 


54 








- io 


5i 


ZW 2 












- 9 


49 


Z 6 


Rcg. berrok. 


4 


si 


- 8 


53 


W 4 


Geh. b. reg. 


1 




- 7 


5* 


OZO 4 




7 








- 4 

- 6 


52 


ZO 4 

NW 2 


Regen 


3r 


22 


5° 








- 10 


5° 


WZW 4 


■ « __ 


3 




- 11 


51 


• ZW 3 


Geheel bctr. 


Ryp. 


*3 


30- 


59 


WZW 4 


Omtr. helder 






30. 


52 


NO 2 

ZO 6 


Helder 






3°- 


5 2 






*4 


29.1 il 
- 10 


65 

5 + 
56 
65 
53 
55 
66 


OtN8 
4 


Zeer betrok. 
Betrokken 






- 8! 


0N0 1 










*5 


- 8 


— 6 


Geheel bctr. 






4 

NOs 


Omtr. helder 






- 6£ 


Zeer betrok. 




16 


- 6 


OtZ 1 


Betrokken 






- 6 

- 6 


57 
55 
59 
52 
5* 
71 


ZO 4 
WtZ 3 


Geh.bet.reg. 
Reg. g. betV. 


1 


37 


- 6 


ZW 6 


Gch. betrok. 




- 8 


WtZ i 


Betrokken 






- 9 

- 9l 

- 105 


ZZW 1 
ZO 2 


Helder 


Ryp. 


2.3 


"**" 




X < 

57 


OZO 1 


Betrokkeu 




ap 


- n§ 

30. 


57 

7° 


W 2 

ZW 1 


Helder 
Omtr. helder 


©te 5 




- 


60 


NO 4 






- i 

- 1 


63 
/6 


OZO 2 

2 


Helder 


uuren 


30 




- r 


64 


NO 2 


Omtr. helder 






- il 


65 


WtN » 






3 1 


X 

- 1 


74 


W - A 


Helder 


! 


- 1 


61 


NO 2 


— — — *— 




HoogfteBarom.30 


D. 3§ 


U Gcmidd. Barom. 29 D. 105L. 


Laagite dito 19 


4 


- - - - Thcrni. 54! Gr. 


Gemidd. dito 29 


2! 


't Gevallen Water 524 Lyn. 


HoogfteTherm.jó' 


?G«, 


'tUitgewaaflcmdc 36 


Laagfle dito 4 3 


Dagelykfe kraet 


<ie.aii 


40. siito 59! 


L *r A 


Viydsiv 4 





O P z 



Dag. 



Barometer. 
Dn. Lyn. 



w 



iThermo- 
! meter. 



A N E 
U N r, 

Kragt en S 
der Wind 



NBURG. 
1760. 

t. 

heid. 



Lugt-gcftcld- 



Regen 
in Lvnen. 



4 

5 
6 

7 
g 



10 



11 



12 



15 



16 



30. 
30. 

lil 



30 



29, 



30' 



- 'M 

, o 

o 

o 
o 
o 
o 

nj 

II 

10 

10 

10 

10 

II 

II§ 

o 
I 
I 
I 

l*r 



30. 



ij 
II 

I? 

I 

I 
I 
I 

o 

- o 

- o 
19.11 

- 10J 

-_I0| 

3°- ° 

- o 

29. II 

- 10 

- 9 

- 9 

- 9\ 

- 10 

- \o\ 



66 

83 
69 
69 
83 

73 
7i 

75 
71 
81 

7° 
66 

72 
óo 

58 
70 
66 
67 
75 
62 
62 

7° 
63 
61 

7i 
63 
64 
7i 
62 
61 

7i 
58 
58 
63 

57 

56 
61 

52 
52 
60 

5* 
55 
62 ■ 

52 
5i 
64 

5-3 



NO 
OrN 
ONO 
ZZO 



OtZ 
OZO 
O 
OtZ 



2 
6 

4 
4 

4 

2 

4 

6 

4 

2 

6 

4 

2 

6 



O 

NO 
N 
NW 
NtW4 
NW 4 
WtN 
NO 
ONO 



NNO 

NO 
NNO 
ONO 



NOtN 
ONO 



NNO 
NO 

NO 

NtW 



N W 
W 

zw 

WcN 

NW 

NtO 

NW 

NtO 



6 
6 
6 
6 

4 
5 
6 

6 

2 

2 

6 
6 

4 
4 
6 

ó 
6 
6 
6 
6 
6 
6 
6 
4 

£ 

4 
6 
6 

4 
1 

4 



Helder 



Omtr. helder 



Betrokken 
Omtr. helder 

Gch. betrok. 
— Moctig 
Zeer betrok. 
Dond.re.be. 
Zeer betrok. 



Gel), betrok. 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 



Gch. betrok. 
Omtr. helder 

Zeer betrok. 



G-h, betrok. 



Betiokken 



Omtr. helder 
Betrokken 
Omtr. helder 
Geheel betr. 

Betrokken 

Omtr. helder 



Zcevl. 



Gch. betrok. 



w 



Dt?. 



I Barometer. 
j Dm. Lyn. 



AAR 

Thermo- 
meter. 



sp.io^ 

- 10J 

- 10 

- 10 

- 10 

- 9 

- 7 

- 7 

- 7\ 

- 8 
01 

u ï 

" 8 § 

- 10 

- ">| 

- II 

- 9\ 

- 9 

- 7\ 

- 7 

- 6 

- 3 

- 2 

_ 2 

- 3 

- 3| 

- 5| 

- 7 

• V* 
- f* 

- «J 

- 7 

- 7 

- 7 
. 6 

- 7 
. 8 

- H 

30. o 

O 

- 2 I 

- 3" 
2 



57 
59 
5* 
58 

57 
60 

58 
57 
63 
57 
61 
68 
63 
59 
72 
59 
60 

65 

52 
67 

76 

66 



NEMINGEN 

U N Y, 1760. 

Lugtsgefteld- 

heit. 

Omtr. helder 



KragtenSt. 
der Wind 

O ~ 

NO 



HoogfteBarom.30 D. 3 L. 
Laagftc dito 2.9 
Gemidd. dito 29 
HoogfteTherm.84 * 
Laagftc dito 52 >Gr. 
Gtmiid. dito 66 * 



8§ U 



ZtW 

z vv 



1 

5. 

4 
6 

6 
8 
8 

4 

6 

ZtW 6 

ZWtZ 4 

6 

4 
1 

+ 

4 
6 

4 
6 

6 

8 

6 



NW 
NNO 
NNW 

NO 
\V 

ZO 



zw 



ZtW 

z 

ZZW 8 

7 
10 

5 

5 

ZWlW 8 
ZWtZ 4 

ZO 
ZZO 
ZZW 



wzw 

WNW 

WtN 4 

W 1 

ZZW 2 

WZW 4 

WtZ 2 



Helder 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Geh. betrok. 
Rcg zeer b. 
Geh. becrok. 
Reg.gch.be. 
Betrokken 

D blix reg b. 

■ • '■ 

Zeer betrok. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 
Geheel betr. 
Reg.geh.be. 



Omtr. helder 
Rcg. g. bet. 



Betrokken 



Reg. betrok. 
— Geh. bet. 
Betrokken 



Rcg. g. bet. 

Zeer betrok. 
Reg. betrok. 
Becrokken 
Helder 



Zeer berrok. 
Omtr. helder 
Helder 

Gemidd. Barrom. 29 
— - - Thcrm. 63 
't Gevallen Water 34 
't Uirgnvae/ïemde 28 
Dagefykfchc kragt 
derWiudc» 4J' 



Regen 
ii» Lyncn. 



D. 9ï L' 
Gr. 

Lyn. 



O P 



Barometer. 
D™. Lyn. 



30. 2 



29 
3o 



29. 



30. 



1 
2 

2 
2 

I§ 

I 
I 

O 
II 



30. 



O 

o 

o 

o 

.II 

9 

10 

loj 

II 
II 

Ȥ 

o 
o 
o 
o 

o 



2! 

2§ 
al 

*i 

2 

2 
2 
1 
1 

© 



meter. 



ZWANENBURG. 

j u lt, 1760. 

KragtenSt. I Lugt-gefteld- 
derWind. I heit. 



Thermo 



66 

7«? 
64 
66 

7i 
65 
68 
80 
72 
68 
75 
62 
63 
79 
7i 
7i 
67 
60 

66 
63 

65 
60 

57 
59 

5? 
61 

«3 

55 

5<* 
60 

58 
62 
69 

57 
57 
65 
60 

63 

7 1 
61 

61 

72 
62 

*4 
7* 

6a 



WtN 
NW 

ONO 

NOtN 

ONO 

NO 

NW 



W 

zw 
wzw 

NtO 

NNO 

zzw 
zw 

ZWtW 



wzw 



WNW 
NWtWó 
ZW 4 
W 
WNW 

w 

WtN 
WNW 



8 
8 

3 
6 

8 



NtO 

NNW 

N 
NtW 

NWcN 

NNW 
NW 
WtN 
NW 

WNW 
NW 

WNW 
WtN 
W 

zw 

WtZ 



Betrokken 

Helder 
Betrokken 

Helder 

Omtr. helder 
Helder 

Berrokkcu 
Helder 



Blix, 
Reg 



d. reg. 
betrok. 



Betrokken 



Gch. betrok. 
Omtr. helder 
Reg. betrok. 
Betrokken 
Hagel — 
Betrokken 



Regen 

Reg. betrok. 
Betrokken 



Reg. betrok. 
Betrokken 
Helder 
Betrokken 

Helder 

Omtr. helder 
Helder 
Omtr. helder 
Helder 

Betrokken 
HeJder 



Re»en 
in Lyncn. 



D.B1. 

Zcevl.l 



WA A R 

J 

Barometer. ITbermo 
Dm. Lyn. I meter. 



NEMIN 

u l r, 1760. 



GEN 



Kragt en St. 
der Wind. 



Lugt-geftcld- 
heit. 



Regen 

inLynrn. 



29. 

30. 



1 
% 



1 
5 
1 
2 
1 
ï 



- 1 

- 1 

- 1 

- 1 

- 1 

- 1 

1 
ï 

29.11 

• II 

- 11 

30. 

- o 

29.1 ij 

- n{ 

-H§ 

- 11 

- 10 

- 10 

- 10 

- lof 

- II 
o 

9 

4 



30 



29. 10 

- 9§ 

- 9 

- 9 



66 
6 9 

65 
66 

65 
60 

65 
76 
64 

67 
6i 

60 

60 

65 

SS 

59 
64 

55 

56 
61 

55 
58 
60 

57 
57 
62 

56 
56 

62 

57 
57 
65 
5Ó 

57 
66 



I 


57 


lè 


58 


2 


56 


1 


57 


I 


58 


1 
9 


63 



60 
60 



w 

wzw 

zw 

WtZ 

zw 

zzw 

zw 

WNW 
NtW 

KW 

W 

WNW 

NWtW 

NW 



4 
4 

2 

4 



2 
2 
1 
2 

6 

2 

4 
6 

4 
6 
6 
2 
2 
8 
6 
6 
8 
6 
8 
4 
4 
B 
6 
4 
4 

4 

4 

6' 

NWtN 4 
NW 6 

4 

2 

4 
6 
6 
6 

6 

4 



NNW 
NW 



WNW 



NO 

O NO 

0Z0 

ZO 

OtN 

O 



Betrokken 

Helder 

Betrokken 
H"lder 
Bcrr. miftig 
Helder 



Omtr. helder 
Helder 

Betrokken 
Omtr. helder 
Helder 
Reg.z. betr. 
— Betrok. 
Regen — 



Omtr. helder 
Betrokken 

Helder 



Berrokken 
Zeer betrok. 
Betrokken 



Helder 



II 



ïloogfte Barom.30 D. 
Laagfte dito 29 
Gemuld. dito 29 
HoogfteTberm.80» 
Laagfte dito S^VGr, 
Geiiudd.duo 67I ' 



64 
2iLya. Gcmidd 

9 






ii 



Barom. 30 D. Lyn. 
Therm. 63 Gr. 
't Gevallen Water i4§Lyn. 

'tUitgewaeflemdc 34§ 

Dagelykfe kragt 

dac Wieden 5 omtrent. 





O 


P ZWANENBURG. 
AU G U S T Ü S, 1760. 




Dag. 


Bafofiieter. 


I Thermo- 


Kragt en Sr. 


Lugt-gcftcld- 


Regen 




Dm. Lyn. 


1 meter. 


der Wind. 


hcit. 


in Lynefi. 




29. 8 


66 


ONO 6 


Becrokken 




i 


- 7 

- 6 


78 
64 


OtN 6 








Z 2 


Reg. geh.fi. 
Gen. betrok, 


4 




- 6 


óS 


ZZW 1 


,! 

2* 


2 


- 61 


68 


. '2 








- 7 


63 


NNO 2 


Bccrokkfji 






- 9 

Ui 


64 
67 


WNVV 2 
WcN 4 
OtN 1 






2 




w 


63 


Helder 






- IO§ 


63 


WZW 2 


Betrokken 




4 


- 11 


68 


2 


Geheel beer. 






- 10 


65 
65 


OtN 4 ' 
O 4 








- 8 












- 7l 


66 


ZZW 6 






5 






* 7 


64 


ZOtZio 












" 7i 


■ 4 


ZZW 8 


Reg. bccrok. 


X 


6 


- n 


69 


ZW 12 


Omtr. heider 






- I0| 


65 


ZWtZ 4 


Helder 






- II 


64 


6 


Betrokken 




7 


- II 


7° 


ZWtW 8 


Helder 




- II 


«S 


ZWtZ 4 


Betrokken 






- 9i 


. 64 


■ 8 


Reg. betrok. 


H 


8 


- 91 


69 
63 


ZW 10 
8 


Betrokken 






- Pï 








" 9 


60 


WZW 4 


Reg. geh. b. 


t 


9 


- 9 


66 


- — - 8 


Geh. betrok. 




- U 


63 


W 4 


Betrokken 






3°« 1 


62 


WcN 6 


Reg. betrok. 


II 


ie 




68 


6 

ZW 6 


Betrokken 






- I 


63 








29.11 


61 


ZZW 4 


Reg. betrok. 


02. 


II 




66 


WcN 6 


Betrokken 






63 


4 


Geh. bet. reg. 


I 

X 




TT 1 


65 


WZW 6 


Geh. betrok. 




r v 


T 1 I 


68 


10 


Betrokken 


• 


tz 




63 


W 6 


Bctr. regen 


il 




- 11 ' 


60 


2 


.Zeer betrok. 




f? 


- io| 


64 


WNW 8 


Omtr. helder 




■£ 


- 7§ 


57 


W 6 


Bet. regen 


X 




F • T 


5* 


WNW 8 


Reg. betrok. 


3a 


f4 


- 16.1 


62 


ia 




•1 




- 8 


60 


N W 8 




S 3 




" s> 


60 

63 


NVVtW 6 
8 


Reg. geh.b. 


T 

g 


l< 


* 9f 






<• 


- 10 


53 


6 




f 








- 10 


53 


WNW 5 




ï 






fö 


- 10 


60 


8 


Zeer betrok. 






-,IQ, 


55 » 


WNW 4 j 


— Regen 


1 l 



!>»£• 



»7 



i8 



>9 



se 



91 



SI 



*3 



WA A R 

AU G 

Barometer. I Thermo 
Dm. Lyn.| meter. 



NEMINGEN 

U S TU S, 1760. 



Kragt en St. 
der Wind. 



Lugtsgcftcld- 
heit. 



1 Regen 
I in Lynen. 



34 



»S 



96 



*7 



28 



99 



3° 



31 



19.10 

- 10 

• 10 

- 9! 

- 9 

- 9 

- 9 

- 9 

- 9§ 

- 10 

- 10 

• 10 

- IOJ 

- 11 

- 11 

. 9 § 

- 81 

- 9§ 

- 10 

- 11 

- ui 

- 11 

- io| 

- 9} 

- II 

- ui 

- n§ 

- ui 

- "I 

o 

I 
5 
1 

I 
I 
I 

I 

Of 
O 

o 
o 
I 

I 

3 

o" 
o 



3C 



57 
66 

56 

56 

65 

6* 
68 

<3 

62 

68 

62 

63 

65 
60 
65 
78 
64 

63 
70 

64 
64 
60 
64 
62 
63 
60 

57 
60 

57 
59 
62 
57 
58 
60 

56 
5Ó 
6 4 
60 
60 
62 

i<5 

60 
60 






HoogfteEarom.30 D. 1 
Laagfte dito 29 6 
Gemidd.dito 29 9* 

HoogfteThcrm.78 -> 
Laagfte dito 55 £>Gr. 
Gemidd.dito 6ö| ' 



NWtW4 

4 

WtN4 
WtZ 4 
ZWtW 8 
ZWtW6 
WZW 6 
Wt£ 
WZW 
ZWtW 

z w 

ZWtW 

ZW 
WZW 

ZtW 

z 

ZW 

z 

zzw 

ZW 
ZZW 

NOtN 
NNO 

NtW 

NO 



NNO 



NtO 

NNW 

NW 



NWtN 

NW 

NWtN 

WZW 

ZW 

wnW 

WNW 

NW 

ZZW 



WNW 



8 

4 
6 
8 
6 

4 
6 
1 
6 
6 
2 
2 

4 
r 
ó 
6 

4 

6 

6 

10 

4 
8 

4 
6 
6 
6 
3 
8 

4 
4- 

6 

4 
6 

8 

^ 

8 
2 



Betrokken 

Omtr. helder 
— Dond.r. 
Zeer betrok. 



Geh. betrok. 

Betrokken 

Helder 

Omtr. heldre 

Betrokken 

Helder 

Omtr. helder 
Helder 
Betrokken 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 
Omtr. helder 
Geh. betrok. 
Omtr. helder 

Regen betr. 
Regen 
Helder 
Re°;.bet.re2.. 
Gen. betrok. 
Reg. omt. h. 
Reg. betrok. 
Geheel betr. 
Reg.geh.be. 
Geheel betr. 
Helder 
Res.geh.be. 
Gen. betrok. 
Betrokken 
Omtr. helder 
Geh. betrok. 



Lïn. 



Reg. betrok. 

Geraidd. Barom. 29 D. 10 L. 

- Therm. óafGr. 

't Gevallen Water 41e L. 
't Uitgewracflemde 23! L. 
Dagelykfc kragt 
der Winden omtr. 5 



OP ZWANENBURG. 

SEPTEMBER, 1760. 
[Barometer. I Thermo- 1 KragtenSc. 
! D-t-. Lyn. j meter. I der Wind. 



Lugt-gefteld- 
heid. 



Regeii 
in Lvnen. 



- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

: ti 

- 3§ 

- 4 

- 4l 

- 41 

- 5 
" 5 

- 5 

- 5 

" 4§ 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

- 4 

-% 

- Al 

- 4l 

- 4 

- 3 

- 3 

- ag 

- 1 

- o 

- o 
19.1 1 

- II 

- II 
30. o 

- o 

2 

- 2 



59 
63 
5* 
53 
62 

5* 
65 

6a 
6o 
61 

65 
6z 
62 
69 
61 

7 l 

60 

57 
6i 
60 

5<S 

•7 e» 

/ X 

60 

57 
69 
61 

59' 
74 
63 
62 

73 
60 
60 
69 
60 
60 
70 
60 

57 
70 

61 

57 
72 

61 

61 
69 
63 



WNW 



ONO 



ONO 
OtN 

ONO 

OtZ 

o 

NOtO 

zzo 
zzw 

zw 



ZtW 
GZO 



Betrokken 
Helder 

Betiokken 
Omtr. helder 
Helder 
Zeer betrok. 



Geh. betrok. 



Betrokken 
Geheel betr. 
Betrokken 
Helder 
Zeer betrok. 
Omtr, helder 



Hel 



der 



Zeer betrok. 
Omtr. helder 



Bl.dond.o.h. 
G.bet.miftig 
Orntr. helder 



D3: 



WAAR 
S E P T 

. ' Birometer. I Thermo 
I D ". Lvn. 'meter. 



N E M I 

E M D E 
Kragt en St. 
der Wind. 



17 

18 

19 
20 

21 

22 

23 

24 
25 
£6 

27 
28 

«9 

30 



29. loi 

- 11 

- 10 

" 9 



01 



71 



- 7 



- 9 

- 9 

- 9 

o r 
'•2 

- 6 

: i 1 



6| 

7 

7a 

7i 
61 

4 
5 
7 



7ï 

7§ 

8 

9§ 

8 

7 
7 
8 

SI 

10 

10 

1 1 

. o 



IkngfteBarom.30 
Laagfte dito 
Gemidd, 



59 

73 

65 
ói 

75 
66 
64 
68 

6? 

62 
66 
60 

60 
66 

60 
58 
59 

57 
57 
60 

63 
59 
65 
60 

59 
62 

59 
58 

65 

60 

62 

6.3 
60 
60 
6+ 
62 
55 
63 
59 

55 
61 

59 



>9 
dito 29 

HoogfteTherm.75 
Laagfte dito 57 
Gemidd. dito 66 



D. 5 

5 

II 



Gr. 



L. 
L, 



ZcO 
ZZO 

OZO 
ZZO 



O ZO 

ZZO 
ZtO 
ZZO 

zzw 
wzw 



zzw 
zw 

ZtW 
ZZO 
ZtO 

zw 
zzw 

ZtW 

zzw 
z 

zzw 

ZtW 

zzw 

wzw 

zw 

zzw 

z 
zzw 



6 
6 

4 
4 
4 
4 

O 

6 

4 
6 
6 
6 



ZW 
ZWtZ 

z 

ZZW 



NGEN> 
R, 1.760. 

Lugts<*efteld- 

heit. 



4 
6 

4 
4 
4 

4 
8 
6 

6 
6 

6 
6 

12 

6 

6 

12 

— • 8 

ZWtZ 5 

ZW10 

ZZW. 5 

ZW 5 

10 

ZWtZ 5 
Gemidd 



Betrokken 
O mtr. helder 

Betrokken 
O mtr. helder 
Zeer betrok. 
Reg.geh.be. 
Omtr. heider 

Reg.gcb.be. 



Geheel betr. 

Zeer betrok. 
Geh. betrok. 
Reg. g. bet. 
Omtr. helder 
Zeer betrok. 
Geh. betrok. 
Reg. helder 
Reg.geh.be. 
Zeer betrok. 
Geh.bet.reg. 
Reg. g. bet. 



G.bet.mottig 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Geh. betrok. 

Helder 



Geh. betrok. 
Betrokken 
Reg geh. b. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 
Betrokken 
Helder 

Barotn. 
Therm. 



Regen 
in Lynen. 



't Gevallen Water 
't UugcwaeiTemde 
Dagelykfche kragt 
der Winden 



29 
61 

13 
16 

4§ 



D.iof L. 

Gr. 

Lyn. 



OP ZWANENBURG. 







c 


T B E R. 1760. 




Dag 


1 Barometer. 


| Thermo 


1 KragtenSt. 


Lugt-gefleld- 


! Regen 




1 Dm. Lyn. 


1 meter. 


1 ei er Wind. . 


1 heit. 


| in Lyncn. 




3°- 


57 


ZtW 8 


Betrok ken 


i 


3o. 


66 


ZZW 10 


Geb. betrok. 






30. 


63 


ZW 8 


Mottig held. 


1 





- i 

r 


60 


* 


— - Regen 




2 


- il 


64 


WZW 4 


Omtr. helder 






- i 


64 


ZW 4 


Helder 






- I 


62 


6 


Geheel betr. 




3 


2 


63 


WZW 4 


— - Ree;. 






- 3 


57 


W 2 


Reg helder 


1 
02 




- 3 


s6 


ZWtZ 1 


Helder 




4 


- 3 

- il 


(56 


Z W 2 

ZtO 4 






52 












29.11 


57 


ZtW 4 


. 




5 


- xo£ 


64 


Z 4 


Betrokken 






- 8§ 


59 


ZtW 4 


'Helder 






- 9 


57 


WtZ 4 . 


Reg. betrok. 


2 


6 


- 9 


59 


ZW 8 


Helder 






- 9l 


52 


WZW 6 


G.b. d.bl.r. 


T 




- IQ 


53 


WtZ 8 


Hag.reg.z.b. 


-.1 


7 


- II 

- 7§ 


59 
52 


6 

ZZW 8 


Geh. betrok. 






. 






- 11 


52 


WtZ 13 


Reg. geh.b. 1 


3 


8 


- 4a 


53 


WNW 1 3 








- 8 


53 

53 


ZWtW 6 
ZZW 6 




ij 




" /2 


Geh. betrok. 




9 


- 6| 1 


53 


Z 4 


Betrokken 






" s: • 


52 


WtN 6 


Reg. geh. b. 


?! 




1 -} 8|. 1 


53 


WtZ 6 




1 ~ 
2 




IO 


- 9l 


60 


8 


Geheel betr. 






- 9l 


53 


WZW 4 












- 9# 


50 


ZWtW 4 


Betrokken 






- 10 


57 


W 8 






il 


"""T 




- n| 


52 


WZW 6 


Geheel betr. 






30. 


53 


ZW 4 


Reg. — - 


2* 


12 


29.11! 


54 


ZZW 4 


Geh. betrok. 


6 




- 7 


54 


OrZ 6 


Reg. geh. b. 




- 4 


56 


WZW 6 

WNW 8 










13 


" 4 


55 




.r* 




- 4 


4° 


■ 8 


Regen 


5r 




- 2 


53 


NW 8 




5é 






14 


- 4 

- 11 

3 C - *§ 


53 


NNOn 

NtO 8 

N i 


Zeer betrok. 




j 


47 
44 




:Rypj 






15 


- 2§ 


53 


ZZW 2 


Helder 






- 3 


45 


WZW 6 


Betrokken 






- ol 


53 


WtZ 6 , 


Geh. betrok. 




16 


- 4 


55 


WJ 6 


, — 






- 3 i 


56 


— 6 


Melder 


1 





WAARNEMINGEN 




C T B E R, 1760. 




Pag. 


Barometer. Thermo- 


KragtenSt. 1 Lugt-gefteld- 


Regen 




Dm. Lyn. meter. 


derWind. hcic. 


iu Lynen. 


I 


30- 2 


56 


WZW 8 


Geheel betr. 




17 


- ïl 


57 


8 




! 






30. 


58 


6 


Regen — 


2 




29.11 


58 


WtZ 6 


Geheel betr. 




18 


30. q 


57 


WNW 8 


Bmokkoti 






- ï 


53 


4 








- I 


53 


W7.W 4 


Gch. betrok. 




19 


- I§ 


54 


ZtW 6 


Regen 


I 




29. p| 


57 


ZW 8 


Melder 






- 8 


54 


W 8 


G^h. betrok. 




20 


- 8§ 


52 


WtN 8 


-— Buijig 


I 
1 


11 


- 8 


47 


WNW 10 


Betrokkui 






- 9 


M Q 

40 


NW 10 


Regen — 


5 


21 


- 9l 


44 


NW1N10 

WNW 6 


Gch. betrok. 






- 10 


43 " 








- 6 


44- 


. Z 10 


Regen — 


ij 


nn 


- 2! 


46 


ZtN 14 












28.nl 

„1 


5i 


ZZW 6 
6 




4 








- 9i 


47 




1 


23 


- 11 


51 


Z 9 


Betrokken 






- Hl 


48 


ZW 8 


Rcg.geh.be. 


2| 




29. 


48 


WZW 6 




I 

2 






24 


- 1 
«1 


51 

46 


6 

2WtW 4 


Geheel betr. 






- 2 2 








- 3 


46 


ZZW 2 


■ — - 




ff 


- 4§ 


5i 


ZW 6 


Betrokken 






- Si 


45 


ZtW 4 


— — 


Ryp. 




- 6 


45 


ZZW 6 


Geheel betr. 


sri 


- 7 


51 


ZWtW 6 


Betrokken 


Cd) 




- 71 


44 


Z 4 


Helder 




- 4 


44 


ZZO 4 


Reg. betrok. 


1 


27 


- 4 


50 


ZtO 6 


Geh. betrok. 




29. 


48 


Z 8 


— - Regen 






28.10 


48 


ZW 14 


Reg. g. betr. 


4 


23 


- il 


51 


ZWtZi2 


Geh. betrok. 






29. 4 1 


46 


NW 4 


Reg. geh.b. 


02 




- 6 

- 7 




NWcW 1 

WNW 2 

W 2 

ZWtW 4 




I 


29 


43 
49 


Geh. betrok. 


i 




- 9 


4° 








- 10 


4e 






19 


- ii 


45 


NNW 6 
NtO 6 


Regen — 






30. 2 


4* 




I 




ai 

01 


40 


N 4 


Betrokken 


Ryp. 


31 


- 4 


47 


NNO 4 


Helder 






" 4 


36 


0N0 2 


«-— "- ■ ■" 




IloogfteBarom.30 D. 4 L. Gemidd. Barom. 29 D. 


7lL. 


Laaglte duo 18 9§ Therni. 52-ï- C 


r. 


Gemidd. dito r.o é| 'tG'evalL-r. Witer 70" L 


yn. 


HoogfteTheim. 66 p 'tUicgewaaffernde 4 
Laagllc dito 36 f>Gr. Ra£elykfe krast 






Gefïi 


ïtdd. dito 51 


i 


da- 


Wilidéii 6 





OP ZWANEN 

N O f? E M B E 

Barrometer. I Thermo- f Kragc en Sc 
D'n-Lyn. [meter. der Wind. 



3°- 3 

20. !0 

- 8 

- 8 

- 3 

- 4 

- 5 

- 6§ 

- 7 

- 7 

"2 

- 10 

- ïo§ 

- 11 

- 11 

- 10 

- 4ê 

- 3 

: Iï 

- 6'* 

- 6| 

- 6 

- 5l 

- 5 



- 5 

- 61 

- 7 

- 10 

- 11 
50. o 

- 1 

- I 

- 2. 
2. 



30. 



33 

37 
38 
45 

47 

46 

48 
48 
43 
43 

40 
42 

41 

41 

41 

4-1 

45 
42 

49 

5 a 
45 
44 
48 

A Q 

48 

55 
5° 

55 
5° 
46 
48 

45 
48 

50 

A Q 

4° 
47 
48 

47 
48 

50 
45 
43 
52 
43 
43 
49 
49 



4 

6 

6 

10 

14 

14 

10 

10 



zzo 
zzw 

w 

zw 

z 

w 

WtN 
W 
WcN 

10 

WNW 8 

WtN 8 
W 8 

6 

WrZ 6 
ZZW 6 
ZzW 12 
ZWtWi4 
WZW 14 
ZZW 2 

ZtW 2 

ZZO 2 
ZtO 4 
ZZO 6 
ZOtZ 6 
ZZO 4 



ZZW 
WtZ 



OZO 4 

ZZO 2 

Z 1 

o 

1 

I 

4 
6 

6 

4 

4 

WNW 2 



ZWtZ 
ZWtW 

w 

NW 



w 

WtZ 
WZW 



4 
4 
4 
6 



BURG. 

i£, 1760. 

Lugt-gefteld- 
heit. 



Hdder 
Geh. betrok. 
Helder- 
Geheel betr. 



Pvegen 



Betrokken 

Gei), betrok. 

Regen 

Zeer beciok. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 
Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 



Regen -— 



Geh. betrok. 
Reg.geh.be. 

Geh. betrok. 



Helder 
Geh. betrok. 

Betrokken 
Geheel betr. 

Regen 

-— Geh. bet. 
Mift g. betr. 
]? ecrokken 

Mift g. betr.' 
Geheel betr. 
Regen 



Betrokken 



Geheel betr. 
Helder 



Geh. betrok. 



Reg.enYs 
in Lynen. 



Ys 



(©) 



I 
r 

1 
? 



Dag. 



WAARNEMINGEN 

NOVEMBER, 1760. 
Barometer. Thermo- KragtenSt. 
Dm. Lyn. meter. der Wind. 



Lugtsgefteld- 
heit. 



zo. 11 

- 11 

- io| 

" i°§ 

- 11 

30. * 
£9.11 

- 10 

- 61 

- 61 

- 7 

- 6§ 

- il 

- l| 

- 6% 

- 8 

- 9 

- 10 

- io| 

- ui 
1 

2 
2 
2 



2 
o 

I 

l£ 
I 

O 
I 

I| 

I 

I 



30. 



n 



- 3 

- 3 

2 

HoogfteBarom.30 
Laaglte dito 29 
Gemidd. dito 29 
jIoogfteThcrm.55 
^aaglle dito 33 
Gemidd. dito 44 



D 



47 
50 

51 
49 
5o 
46 

45 
47 
44 
44 
45 
43 
50 

5i 
44 
44 
4 3 
40 

4» 

45 
41 
4 1 

4 2 
42 
43 

47 
42 
42 

48 
47 
43 
50 
45 
45 
49 
43 
33 
41 
37 
38 
43 
46 

• 3 



Gr. 



W 4 

WtZ 4 

W 6 

8 

WNW 10 

4 

WtZ 8 



W 



14 

10 

- 10 
ZWtZ 10 
Z\VtWi2 

w 15 

WNW 8 

NW 8 



6 

< 6 

6 

6 

4 

NtW4 

WZW 2 
ZW 4 
WtZ 6 
NW 8 
WtN 



8 

8 

WNW 6 

NtW4 



ZZW 2 



w 

NW 
O 

20 

zzo 

ZtO 
Z w 



4 
4 
6 
6 

4 



Reg.geh.be. 
G. b. mottig 



Zeer betrok. 
Betrokken 

Geh. betrok. 
Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 



Bet.fn.Wl.d. 
Reg. gch.be. 
Betrokken 



Geh. betrok. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 

Reg.zeer be. 
Geheel betr. 



Reg 



g. betr. 
Geheel betr. 



Reg. z. betr. 
Omtr. helder 
Geh. betrok. 
Regen 
Geh. betrok. 



Betrokken 
Helde* 

Geh. betrok. 



Lvn. 



H 



6 

Gemidd. Barom. 29 D. 

Thetm. 43iGr. 

't Gevallen Water 272 L. 
't Uirgewaedèmde 
Dagelykfe kragc 
rier Winden omtr. 6 



I Reg.enY.' 
I in Lynen. 



1 



1» 



Ryp 



tj|L. 



Barometer 
Dm. Lyn 



P ZWANEN 

DECEMBER 

I Thermo- 1 Kragt en Sr. I 
! meter. ! der Wind. I 



3°. o 

- o 

- o 

- o 
29.10 

- 6§ 
6 

- 4 

- 6 

- 7 

- 6§ 

- il 

- o 

- 4 

- 7?. 

- 84 

- 10 

- 9 

- 10 

- 6 

- 7 

- 8 

- 9 

- 10 

- 9} 

- 9 

- 8 

- 8 § 

- 10 
30. o 

- 1 
1 

- o 
29-1 1| 

- 10 

il 

- 6 S 

- 64 

- 6§ 

- 7 

- 10 

30. i 

- z 

- X 

29.10 

- 9l 

- 8 



4 Ó 
48 
45 
45 
47 
48 
48 
49 
49 
44 
47 
43 

39 
40 

33 

3<5 

J u 
33 

39 

40 

39 

op 

41 

44 

47 
49 
48 

47 
45 
43 
40 

43 
4i 
4 2 
46 

41 
40 

33 
44 
44 
46 

39 

38 

42 
40 
42 
43 
45 



BURG. 

, 1760. 

Lugt-gefteld- 
heit. 



zzw 
wzw 

zw 

WtZ 
W 

WtZ 8 
ZWtWi2 
WZW 12 

6 



6 
6 



NW 



ZZW 

ozo 

NOcOio 

NNO 5 

6 

NW 6 

WcN 3 



10 



NW 
ZZW 

0N0 
O 

ZWtZ 

wzw 



w 

WtZ 

w 

NWtW 



wzw 

ZWtW 
WtZ 
ZZW 



6 

2 

8 
6 
6 

6 

8 

8 
8 

■ ■ 10 

ZVVrW 8 
WZW 8 
ZWcW 5 
WNW 2 
NW z 
ZZW 2 

6 

ZW 12 

12 

W 10 



Geh.bet.reg. 



Reg. g. betr. 

Geh. betrok. 
Reeen 



Betrokken 
Geheel betr. 



Regen 



Geh. betrok 
Helder 

Betrokken 

. i 11 1 % 

Reg. betrok. 
Geheel betr. 
— Regen 



Re«.enYs 
inLynen. 



1 

il 

2 



Ys 



i\ 



2 
1 



2 



Barometer. 
Dm. Lyn. 



WAARNEMI 
D E C E M B E 



Thermo' 
meter. 



Kragt en St. 
der Wind. 



• 9 
io 
ii 

8 

8 
io 

9 

9 

io 

.i 

9§ 

9l 
io 
10 

10 

io 

10 

II 
11 

T 
• 2 

1 

I 

I 

.II 

. o 

o 

II 

II 

II 

. I 

2 
I 

,IO 

9 
9 
81 

8 

/ 2 

8 
9 

9§ 

8 

5 
4 

4i 

HoogfteEarom.30 D 
Laagfte dito 29 
Gemidd. dito 2.9 
HoogfteTherm .49 
Laagfte dito 41 
Gemidd. dito 45 



£9 



29 



29 



44 
45 
44 
45 
46 
44 
46 
49 
44 
43 
44 
43 
4i 
44 
47 

47 
48 

45 
43 
45 
40 

43 
45 
43 
44 
49 
48 
48 
49 
44 

42 
46 

44 

41 
45 
44 
43 
46 
43 
42 
42 

4i 
46 

47 
4 Ó 

2 Lyn. 

4 
9 



Gr. 



WtZ 6 

W 8 

WZW 8 

WtZ 10 

W 10 

WtZ 6 

WZW 8 

WtZ 8 

W 6 

8 

WNW12 

10 

W 6 

ZWtZ 4 
ZWtW4 
WZW 8 



WtZ 
W 



WZW 
ZW 



ZWtW 4 
ZW 5 

ZW1Z12 
ZW 12 

ZWtW.o 
ZW 



w 

WNVV 

ZW 

Z Z w 



8 
6 

6 

O 

o 

6 

6 
r> 
6 
6 
4 
4 
6 

6 

8 

12 
8 

Gemidd 



N G E N 

Ri 1760. 

Lugt-gefteld- 
heit. 



Geheel betr. 



Reg.geh.be. 
Geh. betrok. 

Reg. g. betr. 
Geheel betr. 



Melder 
Geheel 



betr. 



Helder 
Geheel 



betr. 



Helder 
Geheel 



betr. 



Helder 
Geh. betrok. 
Be:rokken 
Geheel betr. 

Regen 

Betrokken 
Geh. betrok. 
Reg. g. betr. 
Gen. betrok. 
HeMer 
Geh. betrok. 
Betrokken 
Geh. betrok. 



Regen 

Geh. betrok. 

— — . . — 

Helder 
Geh. betrok. 



, betr. 

29 D. 

42 



Reg ; _ 

Barom 
- - - - Therm. 
't Gevallen Waier 
't Uirgc waeffemde 
Dagclykfe kragt 

der Winden omtrent 7 



Reg.enYs 
in Lynen 



11 Lyn. 
f Gr. 

3°i Ly»- 

I 
3 



Gemiddelde waarnemingen, 't gantfè Jaar door een gerekend. De Baro- 
meter 29 Duim Jo£ L. Thermometer 49§ 5 Gr. 't Gevallen Water 28I 
Duim j de Uitwaseming iff Duim ,de Gemiddelde kragten der Winden 5. 



-■I 



2iu9fc QGiWIHVlllffijM&VtjfiyitL H 

I 

n