Skip to main content

Full text of "Verslag aangaande een onderzoek in de archieven van Rusland ten bate der Nederlandsche geschiedenis. Op last der regeering ingesteld"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other maiginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automatcd querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogX'S "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any speciflc use of 
any speciflc book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite seveie. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http : //books . google . com/| 



Google 



Dii is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheek pi anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automadsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niei-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commercicle doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over hci 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informade wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 




VERSLAG 



EEN ONDERZOEK IN DE ARCHIEVEN 
VAN RUSLAND 



NEDERLANDSCHE GESCHIEDENIS. 

OP LAST DBlt R-EGBERING INGESXELD 

D'. C. C. UHLENBECK. 



'S GEAVENHAGE , 

HARTINUS NIJHOFF. 

1891. 



VERSLAG 



AANGAANDE 



EEN ONDERZOEK IN DE ARCHIEVEN 

VAN RUSLAND. 



leiden: STOOMDRUKKEBrj VAN L. TAN NrFTEBIK HZ. 



V E R S L AG 



AANGAANDE 



EEN ONDERZOEK IN DE ARCHIEVEN 

VAN RUSLAND 



TEN BATE DEK 



NEDERLANDSCHE GESCHIEDENIS. 



OP IjAST der, HEGhBBRINGh INGhBSTÏÏLr) 

DOOR 

Dr. C. C. UHLENBECK. 

'I 



« o * 



'S GEAVENHAGE , 
MARTINÜS NIJHOFF. 

1891. 



LG 



U3 



INHOUD. 



Bladz. 

INLEIDING. 

Stand der questie 1 

Russische archieven 2 

Openbare Keizerlijke Bibliotheek te St. Petersburg 3 

(Handschrift van Herckmans, brieven van Hendrik IH en Frangois 
van Alengon). 

Universiteitsbibliotheek te Dorpat 6 

Archief van Buitenlandsche Zaken te Moskou 9 

Museum Roemjantsof 10 

De taal der archiefstukken 11 

AFDEELING I. 

Yan het Jaar 1600 tot de yestiging yan een permanent 
Bnssiseh gezantschap te 's Grayenhage. 

Verzoekschrift van Jeremias van der Goes 13 

Verzoekschrift van Jurjen Jansz. (Klenk) . . 15 

Verzoekschrift van Jurjen Jansz. Klenk en Marcus Marcusz. de Vogelaer. 16 

Stukken uit 1614— 1645 19 

Zending van Spiridónof naar Holland 28 

Zending van Milaslafskij en Bajbakof naar Holland 3^ 

Stukken uit 1648—1662 40 

Zending van Nasjokien en Kasjejef naar Holland 44 

Stukken uit 166a— 1697 45 

Zending van Lefort, Galav^ien en Waznietsyn naar Holland ... 53 

Stukken uit 1698, 1699 56 



VI INHOUD. 

Bladz. 

AFDEELING n. 

Be tQd, gedurende het yerbiyf yan den gezant Matwejef in 
de Nederlanden tot de komst yan Prins Koerakien. 

Brieven van Matwejef en andere stukken uit dit tijdperk .... 58 

AFDEELING m. 

Het tQdperk yan Koerakiens yerblQf liier te lande. 

Brieven van Koerakien en de rescripten daarop, benevens diverse stukken 
betreffende handel en zeewezen 106 

AFDEELING IV. 

Het tQdperk yan 1725 tot den yal der Republiek. 

Stukken uit 1725-4747 223 

Uit de correspondentie van Catharina II 229 

Correspondentie van Oldecop 230 

BIJLAGE. 

Beitrage zu einer Russisch- Niederlandischen Bibliographie, door Benjamin 
Gordt, Cand. dipl., Bibliothecaris te Dorpat 243 



INLEIDING. 



-»♦«- 



Van een onderzoek in de Archieven van Rusland waren uit den aard 
der zaak niet zulke rgke resultaten te verwachten als van dat door Prof. 
Blok in de Duitsche Archieven ingesteld, want de betrekkingen tusschen 
het oude Moscovië en onze Republiek waren gewoonlijk slechts handels- 
connecties en slechts zelden, zooals b.v. in 1614 en 1713, mengde de 
politiek zich in de verhouding tusschen de beide zoo ver uiteen gelegen rijken. 
Wat men billgkerwijze konde verwachten, heeft dit onderzoek te St. Peters- 
burg en te Moskou echter wèl opgeleverd en het is de verdienste van 
Jhr. Mr. Yictor de Stuers de zending van een Nederlander naar Rusland 
te hebben bevorderd om daardoor eenigermate den sluier van diepe on- 
wetendheid op te lichten, die ten onzent over de Russische geschiedenis 
en de bronnen ter beoefening daarvan gespreid ligt. Het initiatief der on- 
derneming werd door Prof. Blok genomen, tengevolge eener mededeeling 
van Russische zijde over den inhoud van het Archief van het Ministerie 
van Buitenlandsche Zaken te Moskou aan onze Regeering, welke zich niet 
onverschillig heeft betoond voor het nasporen onzer betrekkingen met Rus- 
land, tot welks ontwikkeling onze voorouders zooveel hebben bijgedragen. 

Zooals aan ieder, die zich met dit speciale onderwerp heeft bezig gehouden, 
bekend is, heeft Mr. Jacobus Scheltema een vry degelgk boek geschreven 
over de betrekkingen tusschen Rusland en de Republiek gedurende de regee- 
ring van Peter den Groote en later dit werk tot eene voor zijn tgd volledige 
geschiedenis dier betrekkingen uitgebreid, van de oudste tgden tot bet jaar 
1725, voor zoover die uit Nederlandsche bronnen kon worden opgemaakt. 
Daar Scheltema met het Russisch volslagen onbekend was, nam hij Rus- 
sische familienamen in dien verbasterden vorm over, waarin hy die in 
Nederlandsche stukken vond, hetgeen de bruikbaarheid van zyn boek 
eenigszins vermindert, dat trouwens reeds door nuttelooze breedsprakigheid 

1 



en ongegronde redeneeringen niet als een voorbeeldig geschiedwerk kan 
worden geroemd. Het blykt niet, of Scheltema zich ooit de vraag heeft 
gesteld, welk licht de Russische Archieven op het onderwerp zijner stadiën 
zouden kannen werpen. Behalve Scheltema's Rusland en de Neder- 
landen moet hier de studie over Isaac Massa vermeld worden, welke 
aan de uitgave van Massa's handschrift door Prins Obolensky en Dr. 
van der Linde is toegevoegd^). 

Tot nog toe heeft men ten onzent niet de minste notitie genomen van 
de talrijke werken welke in Rusland zgn verschenen en van gewicht zgn 
voor de geschiedenis der betrekkingen tusschen Moscovië en de Republiek. 
De reden van dit verwonderlijke feit is de omstandigheid, dat het Russisch 
in Nederland nauwelijks meer bekend is dan het Toengoezisch of Jakoe- 
tisch; men weet hier te lande niet, dat er over alle onderdeelen der 
wetenschap eene uitgebreide litteratuur in Rusland bestaat. Wy mogen 
den Heer Y. A. Uljanicky (Oeljanitsky) dank weten, dat hij eenigermate 
deze leemte in onze* kennis heeft getracht aan te vullen door aan het 
Rijks- Archief te 's Gravenhage en de Ryks-Bibliotheek te Leiden alle uit- 
gaven van het Archief van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken te 
Moskou, waarover hy als Hoofd-Archivaris (onder den Directeur, Baron 
Bühler) de leiding heeft, ten geschenke te geven. 

Er ontbreken echter in onze Bibliotheken nog zooveel werken, welke 
voor de studie van het Russisch en de Russische geschiedenis onmisbaar 
zijn, dat men vooralsnog de beoefening dier vakken in Nederland zonder 
overdrijving onmogelijk mag noemen. 

Myn eerste onderzoek had plaats in het Archief van het, Ministerie 
van Marine te St. Petersburg, dat door Z. Exc. den Heer Tsjoebinsky 
wordt gedirigeerd. De vriendelijke hulp van den Directeur en vooral de 
uitstekende Catalogus van dit Archief, waarvan reeds vijf doelen onder 
redactie van den Yioe-Admiraal Yeselago, den geleerden geschiedschrgver 
der Russische Marine, in 't licht zyn verschenen (Opisanië djel Archiwa 
Morskago Ministerstwa za wremja s' polowiny XYII do natsjala XIX 
stoljetya), maakten het my mogelyk in een maand alles te verzamelen, 
wat er voor onze geschiedenis van belang is ^). 

Wat het Archief van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken te 
St. Petersburg betreft, deelde de Directeur, Z. Exc. Baron Stuart, mij 
mede, dat het slechts de negentiende-eeuwsche documenten bevat, welker 



1) De titels der bedoelde werken zijn: Jac. Scheltema, Peter de Groote, Keizer 
van Rusland, in Holland en te Zaandam, in 1697 en 1717. Amsterdam 1814. De 
pendant hiervan was: Jac. Scheltema, Alexander, Keizer van Rusland, in HoUand 
en te Zaandam in 1814. Amsterdam 1814. De uitbreiding en omwerking van het 
eerstgenoemde werk: Rusland en de Nederlanden beschouwd in derzelver weder- 
keerige betrekkingen door Mr. Jacobus Scheltema. Amsterdam 1817 — 1819. De 
uitgave van Massa's handschrift: Histoire des guerres de la Moscovië (1601 — 1610) 
par Isaac Massa de Haarlem publié pour la première fois, d'après Ie MSi Hollan- 
dais original de 1610, avec d'autres opuscules sur la Russie, et des annotations 
par M. Ie Prince Michel Obolensky et M. Ie Dr. A. van der Linde. Bruxelles 1866. 

2) De bundels uit dit Archief z^jn op het nummer van den catalogus geciteerd. 



onderzoek my niet waa opgedragen en waarachijnlijk ook weinig gewich- 
tigs zonde opleveren. 

Ook de archivalia, wolke zich in de Openbare Keizerlijke Bibliotheek 
te 8t. Petersburg bevinden, behelzen weinig, dat betrekking heeft op de 
Nederlandsche geBchiedenis. Yan de lloliandsche handschriften, daar aan- 
wezig, bestaan twee catalogi, de eerste van Dr. van Bleeck van BJjee* 
wijk, uit 1848 (Berigten van het Historisch genootschap te Utrecht), de 
tweede van W. L. Welter, uit 1856 {Letterk. Hand.). De Hoer van 
B. van K. geeft in zijn Catalogns van NederlandBche handschriften, welke 
berusten in de Keizerlijke Bibliotheek te St. Petersburg o. a. uitvoerige 
beriohteu over authentieke stukken betreffende den opstand der Neder- 
landen, beginnende met 1563. Ik kan volntaan met naar dezen catalogus 
en naar Welter's Lijst der nedcrlandsehe bandachriften in de Russ. Kei- 
aerlijke Bibliotheek te St. Petersburg te verwijzen. 

In het jaar 1856 werd door de O. K. Bibliotheek een merkwaardig 
handschrift aangekocht, i" van 94 bladen; „Een historischen verhael van 
de Toornaemste beroerten des keijsorrijckB van Russia ontstaen door den 
Demetrium Ivanowijts, die den valschen Demetrius t'onrecht genoemt 
wert. Beschreven door Eliaa Herckmans, anno Domini MDCXXY Am- 
sterdam." In den catalogus staat dienaangaande aangeteekend : „MS. 
autographe inédit de E. Herckmans, l'auteur du poème „Van der Zee- 
vaerts lof." Na het titelblad volgt een „Kliockrijm tot Zojlum", get. 
E. H. Necui invideae, daarna het „Begiater van de Inhout der Capitte- 
len", vervolgens weder een klinkdicht, met dezelfde onderteekening als het 
eerste. Om een denkbeeld van dit geschrift te geven, laat ik het een en 
ander uit het „Register van de Inhout der Capittelen" volgen. 

„Cap. I, Feodor Ivanowijts keijser van Moacoviën laet het gouverne- 
ment des rijckB meest op zijn swager, Borijs Feodrowij'ts, berusten, door 
wiens bestellingh den moort van Ouglitsa geschiet, oock soeokt Borjjs 
Feodrowijte den keijser te abuiseren, door dien hij hem ophout om nae 
Oaglitsa te vertreckwi." 

,Gap. II. Borys Feodrowijts wort nae het overlijden des Eeijsers 
Feodor Ivanowijts Keijser gekozen, den roep komt in Mosooviën, dat den 
tsareewijts Demetrins Ivanowijts (die men te Onglitaa meenden vermoert 
te Bijn) in Polen is," 

„Cap. III, Borijs Feodrowijts goeverneert het lant wel, wort hoog- 
moedigh in sich selven, tracht om hem ende sijne naekomeünghen eenen 
eeowighen naem te maecken." 

„Cap. IV. Demetrius wort i 
siflteert met geit en krijgsvolck o 
alaght sioh met sterren kijckers e 
seggen en raat geven." 

,,Cap, V, Demetrius valt met groote crijghsmacht in Eussia, knjght veel 
toeloops, den Kegser Borijs Feodrow^ts sterfft en zijn soon wort keijser" enz. 

In Cap. VI en VII het keizerschap van Demetrius. 

,Gap. VIU. Verhael van den moort in Moscow" enz. „daerbij de lick- 
te^ena, waemijt men bevindt, dat Demetrius den moort ontkomen is." 



I Polen van de voornaemste hoeren geas- 
1 tot het keijserrijck te komen, beraat- 
1 teeckenbed ieders, die hem haar gevoelen 



„Cap. IX. Yaeili iTanowijts Sonski wert Reyser, eenighe steden inde 
Siewerske Storn (d. i. Sënerskaja storona) willen hem niet erkennen, 
tnaer houdent met Demetrius, worden dierhalven met eorlogh aengetaat," 

In Cap. X. e. v. beBchrijving van den burgeroorlog. 

,Cap. XIX. Den Eeijser Souski wert inde kap geschooren, Demetrins 
merkende het bedrogh der Polen brekt met sljn leger op voor Moscod 
en treckt nae Colouga, alwaer hij sijn leven endight, do Bussen nemen 
Ladislanm prinoe van Polen voor hoeren Heer aen." 

Cap. XX, XXI, XXII behelzen 't verhaal van de verdrijving der Polen. 

„Cap, XXIII. Michaila Feodrowijts wort Keijaer, brengt het iant weder 
in rust, etrafft de aenhangere van Demetrius, laot bet kint Demetrij op- 
hangen, de moeder Manna Sandomierski eterfft." 

Naar het mij voorkotat, zoude het zeer interessant wezen dezen tegen- 
hanger van laaac Massa's ,Cort verhoel van Begin en Oorspronck deser 
tegenwoordige oorloogeo en troeblen in Moscovië" (evoneons ia de O. K. 
Bibl. aanwezig) nader te onderzoeken en uit te geven. Wat kan den 
Nederlander Herckraans er toe hebben bewogen een pleidooi te schrijven 
niet alleen voor de identiteit van den eeraten, maar ook voor die van 
den tweeden Pseudo -Demetrius P 

Yoor de Franscbo haudscbrif^ea in de O. E. Bibl. vervnjs ik naarden 
„Catalogue des Mannscrits &an^s de la Bibliothèqno de St. Pétersbourg, 
pnblié par M. Gnatave Bertrand. Paris, Imprimerie nationale. 1874." Op 
biz. 115 hiervan wordt gemeld; Een Ms. in folio, van 150 bladen, bevat- 
tende „l". Traite de 1'Ëtat présent dn gouvernement de la Répablipne 
des Provineee UnieB, 2". Acte d'acceasion des Sis Provinces Unies an 
Traite signé a Hanovre, Ie 3 Sept. 1725, et autres piêccB relatives h 
l'histoire des Pays-Bae (1716—1726), 3«. Traduction da Craftsman dn 
Samedi 15 Janv,, contfinant une röponse au Journal de Londres du Sa- 
medi Ier ju móme moie, adreesé a Caleb d'Anvers, auteur dn mème 
Craftsman." 

Op blz. 119 van denzelfden catalogus wordt vermeld: Een Ms. van 
1056 bladen, nl, „Négooiations et pièces des traites de paix de Munster 
et Osnabruck, en 3 volumes (Mémoires du Roy a Messieurs les pldnipoten- 
tiaires, du 6 Janvier 1646 ; lettre des pléni poten tiaires il M. de Brienne, etc.)." 

Onder de collectie autographen der O. K. Bibl. bevindt zich een bun- 
del T „Lettres originales de Henri UI, Eoi de Prance et de Pologne adrea- 
sées au Eoi son frère et la Reine sa mère" (Ex Musaeo Petri üubrowskij). 
De zes laatste brieven van dezen bundel zijn uit 't jaar 1580 en niet aan 
Catharina de Medicis, maar aan Frangoia van Alen^on (Anjou) gericht. 
Historische waarde hebben deze brieven aan Anjou echter weinig; zij heb- 
ben, evenals die aan Karei IX en Catharina de Medicis, betrekking op de 
binnen land Bche woelingen in Frankrijk. Van even weinig belang voor de 
Nederlandsche geschiedenia zijn twee bundels (I en II) „Lettres Originales 
de Fran^ois d'Alen^on" (Ex Muaaeo Petri Dnbrowskjj). 

Rundel I bevat brieven aan Catharina de Medicis en den Koning tua- 
achen 1569 en 1577. De eerste 13 brieven zijn zonder inhondaopgave. 



L Vervolgens 



7 Febr. 1569. PariJB. „Le dnc d'Alenïon maDde au Boi qn'il lui en- 
Toye les remonatrancea da Sr. Barjot M. dea Regtes Commiasaire en Pi- 
cardie eusembleB d'autree du procur, du Roy de Poutbieu sur les lettres 
qoi Bembleut ceEser te JugemQDt, quotqu'obtenneB par la Conttease d'Aï- 
guemont donoé en partie pour avoir favoriaé les Religionaïres." 

9 Febr. 1509. Parjja. „Frangoia duo d'Alengon mande aa Roy, qne la 
néceaaité des afiaïrea do Normandie l'a obligé avec ceux de aon conseil 
k envoyer M. de la Mailleray les proviaions Déceaaairea." 

14 Febr. 15G9. Par[js. „Le duc d'Alengon mande an Roy que le fac- 
tenr Minquel et d'Aubret est Tenu £i Paria pouranivre Ie payement que 
Marcel leor doit pour le aervice de sa Majeaté, ae plaignant, que les 
ReÏBtremaietreB qui sont k Strasbourg ae aéjournent h, leura deapena. 
Qu'on lea menace d'arrester leura marcbandiaes." 

14 Febr. 1569. Parjja. „Le duo d'Alengon mande i la Eeyne, que l'Amb. 
du Dac de Florence tuy a dïct que les 100.000 eaous que co Duc vou- 
loit prester estoient prest, ai on lüy donne des joyaux en gage, qu'il a 
&ict parlir pour lea Reiatres du Duc d'Anjou 80.000 'S eapérant auaai d'eu 
envoyer pour rarniée du Roy, que les Parisiena sont dana robéiaaanoe et 
qu'on a descouïert les entreprises sur Dieppe et le Havre." 

23 Febr. 1569, Parijs. „Le duc d'Alengon mande au Roy quePiennea 
Gouvemenr de Pioardie a empeché lea mauTais desaeina dea Huguenots 
de son Gouvernement, que le Maréchal de Cosaé aaaeure, que lea assig- 
nations donnéea pour le payement des Compagniee de Ficardie Boat 
bonnes." 

8 Maart 1569. Parijs. ,Le duc d'AlenQoa mande au Roy, qne Ie Duc 
d'Anjou a mande au Oénéral des Fiuances en Bretagne de Iny apporter 
153000 'S qu'ils avoient en leurs coffres. Que les Capitaines Joigny qui 
commandent au Pont de Joigny et Caryoiain au Pont de l'Arche deman- 
dent payement pour leura aoldats." 

6 April 1569. Parijs. „Le duc d'Alensoa mande au Roy, qu'il a receu 
dee lettres, que Villegagnon prend garde k Sana Villeneuve et Montereaa 
et Iny a mande de faire une angraentation de 200 ou 300 hommea pour 
netto y er le pays." 

7 April 1569, Parijs. Le duc d'Alenfon mande au Roy, que Du Boia 
d'Annebon Gouverneur d'Ardres luy a dit, qne les aduis de Normandie 
portent que TAmiral ae propoae d'aller rencontrer le Duc dea deux Ponta 
et se vent ayder des Ticomtes. Que les Hugnenota font courir le bruit, 
qu'ila auront du socours d'Angleterre." 

11 April 1569. Parijs. „Le duc d'Alengon mande au Boy, qu'il lui 
envoye 50000 esouB et qu'il fera toutte diligence pour luy en envoyer 
davantage." 

7 Mei 1569. Parijs. „Le duc d'Alengon mande au Roy, qu'il a eu 
pareil advis, que le Dnc d'Anjou avoit eu du nombre de vaisaeaus Anglois 
et qn'il avoit envoyé au Mareachal de Cosaé pour se condouloir de la 
mort de son neveu." 

10 Mei 1569. Parija. „Le duc d'Alengon mande an Roy,' qu'il est be- 
Boin de ponrvoir a Chastillon, parcequ'il y entre plnsieurs chairettes qui 



penvent transporter beancoup de chosos, qae Ie payement dea deus ban- 
deB du Comte de Martinengues est prest poar trois mois. Farosrille en- 
voyé pour voir üük la monstre." 

11 Mei 1569. Parijs, „Le duc d'Alenijon mande au Koy, que si Ie 
Marquis de Bade n'a touche si tot les TOOOO 'S, qu'on luj envoioit, que 
('a esté la faute des Ma. des postes, qui n'ont foumy des chvaux." 

13 Juni 1569. Parijs. ,Le duo d'Alencoo prie Ie ar. de Morvilliers de 
Bceller la remisston de Helye de Pasohal gensdarmes dn Comte de Tendei J 
de laquelte Ie Baron de Bournazel luy a porté desja de sa part." I 

13 Ootober 15C9. Parijs. „Le Duo d'A-lencon mande au Roy que let ■ 
quatre canons soat partis, et qu'on (a) cherché des cheuaux fi St. DenÏR, 
et k Paris. Que les Marchands eetrangors ne veuleut point donner de 
orëdit, oe qui oblige k faire ordonner aux partiea casuelles la levée de 
30000 'S. Victoinj remportée par Ie Roy. Bruit que Ie Prince d'Orange 
est passé en Aogleterre pour se d&larer ohef des Bannis de Flandres." 

. . NoTember 1569. Parijs. „Le dnc d'Alengon mande au Boy qu'i! 
lui permette de prendre k Bon serïice deux serviteurs du feu Sr. de la 
Bourdaisive, qui luy Bont préBcntés par la dame de la Bourdaisive." 

4 Nov. 1569, 10 NoT. 1569, 17 Nov. 1569, 22 Dec 1569, Parijs. 
Hoofdzakelijk over het leenen Tan geld ten behoeve van den Koning. 
Verder 19 brieven uit 1570, grootendeels over de flnaneiën des Konïngs 
en 't betalen der troepen handelend. Eindelijk één brief aan den Koning, 
Maart 1577. y 

In Bundel II vijf brieven aan Catharina de Medicis, zonder vermeldii^fl 
van jaar (vier uit Juli 15,., een uit Pebr. 15..,), vier aan dezelfde uit ■ 

1580, (Anjou, Angur, , dn Plessis), zeven aan dezelHe uit 1581 

(Liboume, Cotras, BeauvoiH), één aan dezelfde uit Mei 1584 (Aleni^on); 
verder twee brieven aan Hendrik III uit 1578 (Bourgueil, Alenfon), één 
brief aan den^elfde uit Febr. 1579 (Alen^on), acht brieTen aan denzelfde 
uit 1580 (Anjou, Angur, Cotras, du PlessiB), acht aan denzelfde uit 1581 
(Cadillac, Libourae, Cotras), één aan denzelfde uit Deo. 1583 (Chatean- 
thuvry, beginnende: Monseigneur, je vous ay oydevant aupplié vouloir 
commander k meEaieurs vos financiers et baillio bonne valable et sure 
assigoation pour Ie paiemont de mes gardes frangoisea"), vyf brieven aan 
den Koning nit 1584 (Chateauthuvry, alle uit Apcil on Maart). fl 

Onder de Duitsche handschriften der O. K. BibI, is weinig of niets^.J 
dat op onze geschiedenis betrekking heeft. ■ 

Gedurende een kort bezoek aan Dorpat had ik gelegenheid het een obI 
ander over de Universiteitsbibliotheek op te teekenen. Men vindt er bI,_M 
eenige bundels papieren der graven de la &ardie, welke deels zijn uit- M 
gegeven, deels gecatalogiseerd door Johannes Losaius in zijn werkje; 
„Die Urkunden der Gri^en de Lagardie in der Üniversitatabibliothek zu 
Dorpat. Dorpat, 1882." In Bundol A vinden wij o. a. een Hollandschen 
brief van John Merrick aan Jacob de la Gardie „ujt Londen den 1" van 
Meye 1618," die aldus luidt: „Zeer doerluebtighe Heere, rajjn hertolijck 
wensschen tTwes gelnckx ende oonsequenteljjck de bleijscbap van daeraf 
te hoiren geven mij oirsaecke Uwe doerluchtigbeijt bij alle occaaiën te 




A 



begroetten, cade gemeiokt mijne groeUe begheerte om 
Edele eompaigniö in Sweden gefrustreert zijn geweest, doer het veranderen 
van mijne reijse naer hujB door eenen anderen wech, noe en is mij nu 
niet beters gelaten dan mijn briefuen te maegken besoeckers van Uwe 
Hoochbeijt d weick ick oick dede t' mijnder afscheijt wijt Huslandt van 
het Caeteel van Arcbangel opdat ick alzi>e (gemerckt gheenen anderen 
middel mij gelaten ia) ick mochte ten minsten bekennen de Edele affectie 
die ick in U doerluchtighe Heere hebbe beuonden, als ick met U was, 
boven het zeer eerlijck rapport sedert bij Uwe doerlucbtigheijt aen Zijne 
Oonincklgeke Mateijt, Uwen Souveraineu Heere gedaen, wiens graoieus 
faveur inde Royale acceptatie van al solke mijne cleijue deuoiren ick 
grootte eere hebbe ontiaiighen, dat ick niet alleene blijfue aen Zijne 
Mateijt verbonden, doer alsulke grootte gratie, maer wil mij aelfue ghans- 
selijck begeven ende weaen Zijnes Malc^yts oitmoediob dienaer om zijn 
beliefte te doene. Ende nu Zeer Doerluchtighe Heere, iok moet mij ver- 
stoutten op Uwe voergaende üefde Uwe doerlucbtigheijt te bidden mij 
een ander favonr meer daer toe te voegen, van weghen Riohaert Swift 
(die onlancx bij Uwe doerlucbtigheijt was) dattet U beliefuen wille order 
te geven, om die saecke te ontslaen, waer voer Uwe doerlnchtigheijt zijne 
handtachrift aen hem heeft gelenert, de welcke nu ia berustende in han- 
den van Mr. Sanderaaon, mijne zeer goede vrindt in Stockholm. Ick weet 
(zoe vele Uwe doerlnchtigheijt aeliiie mij heeft geaeijt) onlanx belast zijt 
geweest met betaelinghe van diuerssche grootte eommen van reninghen, 
waer doer dit niet en conde zoe haeat werden volbracht, als ick wel wete 
Uwe doerlnchtigheijt van meijningbe was te doene. Maer aengeaien de 
pronisien die hij voer Uwe doerlnchtigheijt heeft gedaen hem, bij mijne 
wetenachap, de selfne prijaen hebben gecoat, ala hij die heeft gecocht 
ende in reeckeninghe stelt, ende dat hem sommich hinder hierin is ge- 
vallen boven andere achadon op hem geuallen omtrent, am (?) als Uwe 
almoehentheijt weet. Zoe ben ick doerluchtighe heere gemoueert voer hem 
te intercedeeren te meer doer dien hij hem zoe altijt tot Uwe Uooohheijt 
heeft gedragen als hem wel betaemde ende, van denwelken Uwe doer- 
luohtigheijt mach veraekert wesen, zoe goeden dienst op gelijoke occaaie 
hiemamaala t ontfanghen, binnen middeler tjjt ick wille aen Uwe Hooch- 
heijt voer dit faneur gehouden weaen. Hij heeft aireede gethoont zijnen 
voirderinghen dienst, int wijtvinden van een aehip van Uwes Hoochbeijta 
Edelen swager den doorlughen heere Jaapar Matson, dweick bij tot eul- 
ken effect heeft gebracht datter goede hoope ia om 't aelfue te recou- 
vreeren wijt dea echippers handen, dus blijfvende in Uwe hoochbeijts goode 
gratie, ick bevole deaelfve aen den Almoghenden Godt." „Uwen zeer 
doerluohtigheden dienatwillige dienaar Joh. Merieke." Deze brief ia bl. 68 
van den bundel. Zie over Merrick Scheltema's Rusland en de Kederlan- 
den, p. 88. Van meer belang voor ons is Bundel D, die „Aus Holland" 
als opschrift draagt. Yan bl. i tot 61 bestaat deze nit brieven van Mag- 
nns Qabriël de la Oardie aan Jacob de la Oardie (1642), van bl. 64 tot 
79 brieven van Louis de Geer aan Jacob de la Gardio (1642—1644). 
De brieven van M. G. de la Gardie zijn geschreven te Amsterdam, 'a Graven- 



hage, Utrecht, Partja enz.; die -vftn L. de Gfeer te Fijn span g, Nordköping, 
Amsterdam. Om een denkbeeld tsd deze correspondentie té geven, laat 
ik twee brieven van de Geer Tolgen: 

Amsterdam, 10/20 April 1644. „Mongeigneur, l'erabaras des affaires 
deaquels je me snia trouvé oomme aceablé joinct Ie peu ou point de 
commodité de pooïoir escrire oat arrest^ pr quelque teraps Ie cours de 
ma plume. V. Excp- anrat apprins de mes lettres au Senat, Ie cours des 

afFaires. Certea je faese sucoombe en ceste charge rencontrans ung 

Estat sy froil: et mal porte en une cauae qui leur importoit pluB qu'a 
nous, qu'auriona nous doneques k attendre. Si lenr imterrest ny eatoit 
point porté, puïa qu'en si juste cause ils se declarent n'eBtre obligez a 
lais seulement a une interposition nous deniant meames en 
1 Ie aecours de Bubside accordé pour la guerre d'Allemagne, 
et l'aasistance de lenrs navireB pr joindre a ceux de Sa Maté j'en estois 
venu au bout, si Ie courage n'eust vaincu mon naturel par un embras- 
sement du service deu k Sa Maté, qui me fit frauchir toute craiote et 
prendre resolution d'equipper a tiob fraix une flotte (non telle que 
Tavions arrestée) mais plus puiaeante en foroe et pouvoir, puis que leur 
conjunction nous mancquoit. Jo suptie ¥. Ex. se resouvenir de ees pro- 
messeB et j apporter de son pouvoir a ceque j'en pnisse estre desgagé 
car la partie m'est trop grande & surpasse mes forces a quoy m'attendans 
je prie Dieu qu'il luy plaise maintenir V, Ex. en parfaiote santé et 
prospérité me disant tant que yivraj" etc. ■ 

Amsterdam, 2/12 Mei 1644. „Hochwolgebohmer Herr, Ihr Exoell. I 
wirdt zweïffels ohne aus meinem vorigen Schreiben vemommén haben 
den Zustandt unserer Handelung; leb hab meine equippage zu rechter 
Zeit volbracht : dan es itzunder gantz unmüglich wehr, so weit xa brin- 
gen, wan ich auch scfaon noch einmahl so viel anwenden wolte: dan die 
Hem Staaden haben mit groaaer mühe kanm üborkommen könneu so 
viel Bchiffe als eie vonnÖthen, nndt Bie haben dieaelbige beuren müaaen, 
welohe kaum von dom See augekoromen waren, ^indt noch nicht auage- 
laden hatten, haben auch nicht können bekommen so viel bootsvoick als 
sie vonnöthen; nndt belaufft sicb ihr equippage uff 46 schiiFe vor die 
Oatsee, 40 vor die Westaeo, undt 8 cruyasers vor die Ostindische Com- 
pagnie. Unaere flott ist den 9 dieses monats aus dcm Flie fortgeeegelt, 
beatehende in 32 schifFen wohl montiret und equippiret mit waffen, 
munition undt victualiën, undt 7000 mann resolut, undt der von huuden 
so treu zu dienen, als wan aie ihre eggnen Untertbanen wehren. Gott 
wolie ihr Vorbaben segnen, Der Admiral geht naher Hr, Gnral Torsten- 
son, von demselben ordres zu empfangen, wie ich in meinem letzten 
schreiben mit ciffren an die Hochlöbl. Regierung berichtet. Der Hern 
Staaden flott wirdt den letzten dieses Monats bereit eein, roan bemühet 
aioh im Hagen wegen Inatruetion der Arabaasadenrs, die von Hollandt 
begehren die Flaralitat undt den Vorzug als die am meisten intereaairet, 
nndt zu haben völlige macht undt gewalt zuachliessen naoh beschaffen- 
heit des Zustanda entweder sich mit una zu conjungiren &c. Was s*' 
deawegen sohliessen werden, wirdt die Zeit lehren, die Bürgermeister re 



dieser _8tadt eindt noch daseltiBt. Ich batte uu Oraff Magnus anfdnglicli 
150O V remittiret, weil er mir aber geacbrieben, dasa er siob damit nicht 
deegagiren köate, hab ich ihm credit-brieffe überachlokt an Mona. Hoeufft 
übOT andere 1500 V. Ich hab mieh alhier aehr engagiret mit diesergroa- 
aen eqoippage, welche aich beUoffen wirdt über 700 dauaendt Rthr. 
deawegen ich in grosBen Borgen Btehe, bitteado Ibr Excell. sie wolle aich 
gefallen laaaen ordres zu geben, damit [neine Vülcker beij ihnen mÖgen 
versehen eein, nndt ich birauB mit Ehren kommon moge; dan man redot 
taglich von nichta anderes als TOn banqueronten und trawrigen zufallen, 
Qudt man muag mitleidena haben mit solchen leutten, welche das grüaate 
part ihrea Vermogens under den Kriegsra vagen haben. Ich hab an 
hochgedachten Qraffen geBchrieben den Abzng unBercn Ambaaaadeura, 
nemlich den letzten diesea monats, ich hofEe dass er eeine Reyae darnach 
disponiren wirdt ; dan ea ihm sicher dnrcbzukommen eine groaae com- 
moditat aein würde." 

Verder zijn in dezen bundel vele brieven van diverse personen aan 
■Tacob de la Oardie, o. a. verscheidene van Bernhardus Conders van 
Helpen (1652), van Abraham Donckert (1650—1652) enz. Ook in Bun- 
del B vindt men talrijke brieven, die voor onze geschiedenis belang kun- 
nen hebben, Indien onze Regeering nader van den inhoud dezer Dorpat- 
Bche Archivalia op de hoogte wil worden gesteld, zoo zal de Heer 
Benjamin Kordt, Onderbibliothecaris te Dorpat, geheel belangeloos dit 
onderzoek willen doen. De Heer Eordt heeft zich in 't bijzonder met de 
betrekkingen tuaacbon Rnstand en de Nederlanden bezig gehouden en is 
met onze taal en de Russische vertrouwd. Aan hem heb ik vele aan- 
wjizingen omtrent het Archief van het Miniaterie van Buitenl. Zaken te 
Hoakoa te danken. 

Verreweg het meeste en bet belangrijkste bevindt zieb in genoemd 
Archief, waar ik drie maanden heb kunnen werken en veel welwillend- 
heid van den Directeur, Z. Hooge Ekc. Baron Bühler, en den Hoofd- 
Archivaris, den Heer V. A. üljanicky, heb ondervonden. Het Archief is 
slechts vijf dagen van de week geopend, maar Baron Bühler vergunde 
mij des Zaterdaga en des Zondaga, als ook op de talrijke feeatdagen, in 
zijne woning te werken. Daar do Heer Uljanicfcy, van wiens boekge- 
schenk reeds boven melding is gemaakt, de geschiedenis schrijft der 
handel ebetrekkingen van Rusland tijdeua Peter den Groote, heb ik mij 
meer met de politieke geschiedenis bezig gehouden en b.v. geen onder- 
zoek gedaan naar den inhoud der brieven van van der Burgh te Mos- 
koo ; de Heer Üljanicky, deelde mij echter mede, dat zij hoofdzakelijk 
van denzelfden aard zijn als de retersburgaobe brieven van van der 
Bnrgb, uit welke ik veel heb geëxcerpeerd. Over een jaar zal het werk 
van Üljanicky in het licht verschijnen. In bet algemeen heb ik meer 
getracht het gewichtigste in zijn geheel te verzamelen, dan een volledig 
overzicht te geven van allea, wat er betreffende onze geachiedenis in 
dit Archief aanwezig is. 

Het den tijd na Peter den Qroote heb ik mij weinig ingelaten, daar 
berichten van deSwart ons van dit voor de geachiedenia der betrek- 



10 



kingen tueschen Ruelatid en de Nederlanden weinig belangrjjlfe tijdperlc 
met de grootste uitvoerigheid inlivhting kunnen geven. Volgens de medfr* 
deeling van den Heer Uljanicky ïb in de overige Archieven van MoBkoU' 
en in het Stedelijk Archief van Moskou niets te vinden, dat voor dè 
Nederlandsche geschiedenis van gewicht is. 

Oek in het Musonm Boerajtintsof heb ik getracht iets te vinden, dak- 
voor ons belangrijk kan zijn: in dit Museum is nl. eene uitgebreide 
Bibliotheek met veel kostbare werken (waaronder ook talrijke Nederland- 
sche) en eene groote collectie oudbulgaarsche en oudrussiscbe handschrif- 
ten. Dit onderzoek heeft echter nagenoeg geen resultaat opgeleverd. De 
Heer Dolgof, onder-conservator van handschriften, maakte mij opmerk- 
zaam op een russo-slaviech MS. ait de 17'''' eeuw: „Korte beschrijving 
van 't Hollandsche land, de stad Amsterdam" enz. 4". 39 bladen. De 
titels der hoofdstukken zijn genoteerd in Wastókof's Opieanië roesskiech 
i slowjenskicch roekopisej Boemjantsofskago Moczeoemo. St. Petersburg, 
1842. Het laatste hoofdstuk is eene korte beschrijving „Van de Neder- 
landscbe politiek en hoe de vereenigde Nederlanden door de Staten-Gene- 
raal worden bestuurd." Dit onbeteekenende handschrift werd in 1745 
door P. I. O. aan Graaf Roemjdntsof-ZadoenAjskij ten geschenke gegeven. 
De Bibliothecaris, de Heer Fjüdorof vestigde mijn aandacht op een paar 
Nederlandsche incunabelen, nl. : 

„Titulns huins operis Euangeliorum epistolarum texlns cnm breoiuB- 
culis conclusionibuB aententia eornmque ia nnoquoque enangelio et epistola 
conttnentur plane oatendentibus ita qnam facillime istie lectis posset 
haberi enla & oh id non solam scholasticis aed etiam Bimplioioribua aaoer- 
dotibuB ooncionari volontibus is liber utllis est. Adiocta est etiam dif&cï' 
liornm vocabniorum interpretatie Hermanni Torrentini iam dinao emen- 
data & revisa, pluribus additisqne in priori libro non habentur." Voorin, 
op het titelblad, de symbolen der 4 Evangelisten. Aan bet einde: „Finiun- 
tur euangelia & epistole per totum annum tam de tempore quam de 
aanctis, Impressa Danentrie por me Jacobum de Breda. Anno ab incar- 
natione domini uccccovij. In pseato Epiphanie domini. In denzelfden 
band: Hymni et sequentie oum diligenti ditlioiliorum vocabulorum inter- 
pretatione oib et scholasticis et eceleaiastioiB cognitu necessaria Her» 
manni Torrentini de olbus puritatis lingne latine studiosis qnam optil 
meriti. 

Baptiste Mantuani Carmelite De Vita diui Lodonici morbioli. Et ad 
magniScam lasonem Castellum patricium Bononiensem de contemnenda 
morte. Eiusdem in diuum Albertum Carmelitam. Et contra poetas impa- 
dice loqnentes carmina. Voorin, op het titelblad, de symbolen der vier 
Evangelisten. Aan 't einde: Impreasum Dauentrie per me lacobum de 
Breda. Anno dfi. Hcoccxcvij. In denzelfden band: Baptiste Mantuani vatis 
eKoellentiasimi in preconium Roberti Seuerinatis panegyricum Carmen 
Cui Somnium romannra ad Andream comitem adheret. Alind eiusdem 
epigrammatum opus elegantissimnm ad Falconem. Aan 't einde: „Fratris 
Baptiste Mantuani Tria opuscnla. Danentriae impressa Per me Richardum 



Pafraet. Anno domini ucccoc Decima Aprilis. In denzelfden band : Bap- 
tüte Mantuani vatis eminentiBBimi upns insigne ilo mnndi calamitatibas 
earumque tum causis tam remediis. Aliud eiusdem contra poetas irapadice 
loqaentee opusculum perelegans, Aan 't einde: „Fratria Baptiate Maatuani 
vatis optimi duo elegantigBÏma opera. Unam de calamitatibus horam 
temporum. Alterum de poetia impadicia. ImpreBsa Dauentrie opera et 
impenBÏB Richardi Pofraet. Anno domini mccccxctiJ. ViceBimaBecnnda 
NooembriB. 

De historische gegevena, die ik te Moskou en te St. Peterabarg bob 
verzameld, zijn in de volgende bladzijden chrono logisch gerangechikt. 
Waar niet door de letters P. M. A. is aangegeven, dat een bundel zich 
in het Archief van het Ministerie van Marine te 8t. Petersburg bevindt, 
heeft de lezer met stukken uit het Archief ran het Ministerie van 
Bnitenl. Zaken te Moskou te doen. Ik heb mijn verslag in vier afdeelingen 
verdeeld: 1. Van 1600 tot 1699; U. Van 1699 tot 1713; IK, Van 
1713 tot 1725; IT. Van 1725 tot den val der Republiek. 

Meerendeels zijn de stukken in de door mij onderzochte archieven in 
de gewone Russische taal der 17<'^ en 18''^ eeuw, welke in het gebruik 
der woorden en in de declïnatie vrij aanmerkelijk van het hedendaagacbe 
Raesisch afwijkt. De verbuiging der mannelijke en onzijdige o-atammen 
ia nog hoofdzakelijk dezelfde als die In het Oudbnlgaarsch en de taal 
van Nestor'a kroniek ; de dativus pluralis gaat nog op om uit (b. v. 
rabom, tsjetaicjekom), de locativus pluralis op jech. Wij vinden nog tal- 
rijke instrumentalea als rahmi enz In de oudere etnkken gaat de inhni- 
ÜTus der werkwoorden nog op ti uit. De oorkonde van Maart 1600 
bevat vormen als powolüi jesinja, weljeli jesmja. In de spelling heerscht 
groote verwarring; ie jetj wordt naar willekeur geschreven en weggelaten 
(b. V. Kolno en wotjno), de jestj en Ae jatj worden, onophoudelijk met 
elkander verwisseld. In Peter's tijd gebruikte men veel Poolsche woorden, 
b. T. tjadny, uilasny, pospoiity, soms ook woorden in de Poolsche betee- 
kenis, b.T. retsj voor zaak). Maar 't is hier niet de plaats over de taal 
der stukken verder uit te weiden, doch, aangeüien ik alle russische docu- 
menten ïu 't Kederlandsch overgezet en niet in hun oorspronkeljjken 
tekst laat volgen, moet ik nog een paar woorden zeggen over de methode 
van transcriptie der Rnsaische eigennamen, welke ik, bij gebrek aan eene 
meer nauwkeurige en doelmatige, heb verkozen. De wetenschappeiyke 
wgze van transcriptie is uit den aard der zaak onpraktisch, want de 
lezer, die onbekend is met de Slavische tongvallen, weet niet, h6e hij 
b.v. GoUcyn, Orlov, Kiirakiti, Romanov, Solovjev enz. moet uitspreken. 
Bovendien heeft deze methode ook typographiache bezwaren, nl. bij het 
teruggeven der gecombineerde sisklanken on der letter jatj. De Poolsche 
sz, sz<x, cz te gebruiken is ook ongeschikt, daar ten onzent de uitspraak 
van het Poolsch niet meer hekend is dan die van het Rnssiacfa, en de 
Franache of Duitsche transcriptie te kiezen en Galüzine of Golizy», 
Teherntfckeff of Tschertiyscheic te schrijven, zoude in een HoUandach 
boek tot verwarring aanleiding geven. Daarom bleef mij geen andere 
weg open, dan de Rnssische woorden zoo te spellen, dat z^, als men de 



12 

letters en lettercombinaties als in het Nederlandsch uitspreekt, zoo veel 
mogelijk hun waren klank bewaren. 

De lezer begrypt, dat men de Russische klanken slechts bij benadering 
kan teruggeven, want elke taal heeft hare eigenaardige klanken en het 
zoude onmogeiyk wezen elk Engelsch of Duitsch woord met onze wijze 
van spelling af te beelden. Yan bovengenoemd beginsel uitgaande heb ik 
Russische on nu eens als o, dan weder als a getranscribeerd (in woorden, 
die geen eigennamen zijn, om den Slavisten niet te veel aanstoot te 
geven, echter altgd als o, b.v. storona^ opisaniè\ welke als starand, api- 
sdnië moeten worden uitgesproken), en de tcjedi als w en /, naar mate 
van den klank, welken deze letters in een bijzonder geval hebben. De 
jatj en de jestj heb ik niet onderscheiden, daar er niet het minste ver- 
schil in uitspraak bestaat. Byzondere moeilijkheid levert de samengestelde 
sisklank op, dien de Franschen als chtch^ de Duitschers als schtsch, de 
Engelschen als shtsh of shch transcribeeren. Daar het verschil tusschen 
dezen klank en de sfa (door de Duitschers als ach getranscribeerd) zeer 
gering en bij vlug spreken nauwelyks hoorbaar is, heb ik beide door sj 
teruggegeven. Om de uitspraak te yergemakkelyken heb ik de Russische 
eigennamen van accenten voorzien. De lezer houde dus in het oog, dat 
hij de Russische namen uitspreke alsof zij Hollandsch waren. Mochten 
de volgende bladzijden een Slavist onder de oogen komen, zoo zal hij mij 
wel ten goede houden, dat ik om praktische redenen deze niet zeer nauw- 
keurige wijze van transcriptie heb gebruikt. 



AFDEELING I. 

Tan het jaar 1600 tot de yestiging yan een permanent 
Russisch gezantschap te 's Orayenhage. 



„De Asiatische argwaan en de Oostersche ge- 
bruiken, zoo als het regt van voorkoop voor den 
Heer, de opslag der waren in koophoven werden nog 
niet geheel verwisseld met Europische costumen.* 

Jac. Schelteha. 

Zaak betreffende het yerzoekschrift van den Hollandschen koopman 
Jeremias van der Goes om hem een vrijgeleide te geven voor den vrijen 
handel in Moskou. Maart. 1600. 

Het verzoekschrift luidt aldus: „Tot den Heer Tsaar en Grootvorst 
Baries Fjódorowietsj (d. i. Boris) van geheel Rusland richt een verzoek- 
schrift de Hollandsche koopman Jeremias Janszoon: U, den Heer Tsaar 
en Grootvorst Barfes Fródorowietsj van geheel Rusland heeft M . . . . 
Petrof een verzoekschrift aangeboden, dat gy, Heer, Adriaan Lucaszoon 
en mij, geringen Jeremias Janszoon (die geringheid wordt uitgedrukt 
door den verachtelijken verkleiningsvorm op ka\ Jeremjéjka), zoudt be- 
genadigen met Uw vrijgeleide om vrij handel te dry ven als vroeger, 
evenals wij volgens Uw vorig Tsaarsch vrijgeleide in Moskou handel 
dreven, en om bewerkt materiaal van allerlei aard en kostbare zaken 
voor Uwe Tsaarsche schatkamer en apotheek aan te voeren. Genadige 
Heer Tsaar en Grootvorst Barfes Fjódorowietsj van geheel Rusland, wees 
genadig en bewijs ons, vreemdelingen, de groote gunst ons Uw Tsaarsch 
vrijgeleide te geven, opdat wij door Uwe Tsaarsche genade de vrijheid 
mogen hebben om voor den handel naar Moskou te reizen en voor Uw 
Tsaarsche schatkamer allerlei bewerkt materiaal aan te voeren en allerlei 
Fransche waren, wat dienstig kan zyn voor Uw Tsaarsche kas, en wg, 



14 

Heer Tsaar en Qrootrcffst Baifea IjMorowMBJ, yan gehed Rndand 
Zelf behouder, ign bigde Uwe Taaarsdie Ifajestdt te dieneii in trouw 
en waarlieid, en ome aehqiai, Heer, gaan naar Venetië en naar IndiS, 
daarom is het ons mogelgk handel te dbrgyen in kostbaar bewerkt mate- 
riaal yan aUeriei aard en allerlei apothekenkniiden, omdat daar i^thekers- 
kniiden groevm; barmhartige Heer Tsaar en GbootTorst Baries Fjódoro- 
wietsj Tan geheel Rusland, wees genadig en Terleen ons dese gunsf 

Het antwoord hinop : ,I>oor Ghods goiade, Wg, Gboote Heer, Tsaar en 
Qrootrorst Barfes Fjódorowietq, Tan gebed Rusland Zelf behouder, yan 
Wladüniw, Tan Mo^ou, Tan Nówgorod, Tsaar Tan Kas^j, Tsaar Tan 
Astraohinj, Tsaar Tan Siberië, Heer Tan Pleskou en OrootTorst Tan 

Smalétisk, Twoj. 

en Tan geheel het noordelgke land gebieder en Heer, Tan de Groensehe 
Tsaren in Iberië «i de Circassisehe en Berg-Torsten in het Kabardinisehe 
land on Tan Tele andere igken een Heer oa Heeradier^) en Onae aoon, 
de Qroote Heer Tsarenaoon, Torst IJódor BaiioBOwietg Tan gdied 
Rusland, hebben begenadigd de Hollandsche kooplieden Adriaan Lncas- 
aoon Slebreeht (en JeteaoMs Jansioon Tan der Goes om handd te komen 
digTen in ons MoeeoTisdi) Tsarmdom en in on» andere rgken, in ons 
ei%oed Groot-Kówgorod en in Pleskou en in Iwangorod en alle warrai 
aan te Toerm, welke toot on» Tsaanehe schatkamer dienstig ign.** 

^en wg« Groote Heer Tsaar en GrootTorst Bariés FjódMowieCsj, Tan 
g ehe el Rnsiaiid Ze]fbeho«der« en Onae aoon, de Groote Heer Tsarenaoon, 
Yocst I^6dor Baifee o wiei sj Tan geheel Rui^and hebben begenadigd de 
HoDandache kocyfaden Adiiaan Ln f jasio o m Siebrecht en Jer»iias Jannoon 
Tan dar Goes om in cos Rgk naar ons er^oed, de scheepshaTen Oestj- 
ko^ en op de Dwina naar de nieiiwe stad Archangel en in ons Moeeo- 
T^arandoaa en naar m» ei%oed Grooc-!Nówgwod oa naar Pleskou 
Iwiagorod en naar onae andere i^ken mee alleriei waren te 
en wg hebben hun Tergund Tig met allerlei waren handel tedrg- 
I hunne waren in de hayen OeatjjkoQ en in de siad fJTalmagór^ 
(hier Ti^gi eeae gaping) ,welke warea wg Teroorioofi hebben in aasga- 
(anbaiy) Ie leggen, en wanneer ig. in welk jaar hecign moge, hnmie 
in onae igkon hebben u iti e iLuth t en over aee naar hun land willen 
ag Tolgcna «» Taanck berel naar hnn land imaen 
of Tertragin^ met bneren Tsn ■ijgel eide uit 
Adnaan Lnc na awm Sttbtwht en Jt 








Ka&actfiaiscihf «o. tSfoasscèe ^rx'sqsdl M.TTiasgl> la. xgae 

het C^Kteft faas ^ Tsasr 'inm ^iK ve^ ms^t. no 

lier Ki&anitxèidbif ^a Grwcschü ^nr^ten te 



niu Janszoon van der does bij hunne aankomst in onze rijken, 
iiTenplaats of hoogerop aan de Dwina te Kalmagór woningen (dwory) 
rilan bouwen, dan mogen zij ïich woningen bouwen in die stedou, en 
wij hebben beïolai tol van hen te oiBcben volgens ons Tolreglement" 
(Tflrder S^/s regel, zeer verbleekt en uitgewischt.) 



Zuk betreffende de verzoeksohriften van den I^ederlandschen koopman 
JsFJen JanBz. (Oelj&n Oeljanof) om aan hem en de beide lieden, die 
met hem zullen zijn, een Trijgeleïde uit Moskou naar Pleekou te geven 
en terng. 20 Dec. 1600. 

,Den Heer Teaar en Grootvorst Barfes FJódorowietej van geheel 

fiGsland verzoekt de vreemdeling, de fiederlaudaeha koopman Jurjen 

Juuz.; Onnodige Heer Tsaar en Grootvorst Barlea Fjódorowietej van 

geheet Bualand, betoon mij genade, bewijs mij Uwe gunst, Heer, beveel 

Bi[j Uw Tsaarsoh vnjgeleide te geven, dat ik, Heer, van Moskou naar 

Plfiskou kan reizeo om waren te koopeu, die mij dienstig zijn, voor mjjne 

dncaten, welke ik met mij van Arobangel heb gebracht, en dat ik, als 

ik te Pleskou waren heb gekocht, terug kan reizen van Pleskou naar 

Uoekou op Uw zelfde vrijgeleide, en met mi), Heer, zullen wezen twee 

Bttwen. de een Antaa Njémtsjien en de ander Andróesjka Boesik, en 

^^^Hb> Heer, ik een van deze mijne lieden, wien ik wil, met mijne waren 

^^^^^^eskou naar Biga wil zenden, dat het mij dan vrij sta dien man 

^^^jBeakon naar Riga te zenden zonder eenige belemmering of vertraging 

^^h7w zelfde Tsaarsche vrggeleide. Heer Tsaar en Grootvorst Baries 

ï^tidorowietfij van geheel Rusland, wees genadig, betoon Uwe gnust." 

Het antwoord hierop: ,VBn den Tsaar en Grootvorst Baries Fjódoro- 
vietq van geheel Rusland aan Onze Bojaren en wajewoden en diaken 
en aUe ambtenaren in de steden van Moskou tot Oroot-Nówgorod en tot 
Pleskou en van Pleskou tot Moskou. Ons heeft verzocht de Nederland- 
sche koopman Jurjen Jansz., dat wij hem een vrygeleide zouden 
geren voor eene reis naar Pleskou om Russische waren tegen ducaten 
te koopeo, in gezelschap van twee lieden, de een Antsa Njémtsjien en 
de ander Andrjoesja Roeadk en als Jurjen Jansz. met zijne lieden 
Antsa en Andrjoesja in eene stad aankomt, dan moet gij, alle onze amb- 
tenaren Jurjen -Tansz. met zijne lieden Antsa Njémtsjien en Andrjoesja 
Roeadk met zijne waren bevelen door te laten zonder belemmering en 
Onze tollen moet gij van hem eisohen (imali by Jeatje) volgens Onzen 
Oekaz en volgens Uwe instmctiën, en wanneer hy in Moskou komt, 
moet hij zich vertoonen in den Pasóljskij Prikdz en dezen Onzen brief 
voorlezen, afschrijven en teruggeven. Geschreven te Moskou, in het jaar 
1600, den 20>" " ' " 





' 



Zaak betreffende het YeFzoeksohrift ran de HoUandsche kooplied 
Jurjen Jaaazoon Klenk en Uarcus Marcuszoon de Vogelaer met hol 
gezel om een brief, waarin hun vergund wordt vrij handS te drijven i 
Rusland enz. Juni 1613. 

Het verzoekschrift luidt aldus: „Tot den Heer Tsaar en Grootvoraïl 
Michaöl Fjódorowietsj van geheel Rusland richten de Hollandache koop- '■ 
lieden Jurjen Jansz. Klenk en zgne gezellen een verzoekBchrift : Wg 
hebben, Heer, in de Moacoviscbe rijken tijdens den Tsaar en Grootvorst 
Fjódor Iwdnowietsj van geheel Rusland en de andere Tsaren handel ge- 
dreven. Yan deze gunsten hebben mijne raakkere Marcns Jnstusz. de 
Vogelaar en Andries" (hier volgt eeno gaping) „en aan ons, Heer, waren 
brieven van vrijgeleide van de vroegere Tsaren gegeven, dat wij vrij uit 
ons land in 't Moscovische Rijk mochten aankomoa en met allerlei waren 
handel drijven, en wij. Heer, kwameu nit dub land in 't Mosoovische 
Rijk aan en brachten allerlei waren voor 't huishouden van den Tsaar 
van over zee, en voor deze onze verdienste gaven ons in dien tijd de 
vorige Tsaren brieven, waarbij ons vergund werd in de steden slechts 
de helft der tollen te betalen en onze woningen, Heer, werden opgericht 
t« Moskou op de Nikóljskoja en te Wólogda en te Kalmagór en te 
Archangel, en na den Tsaar Wasilij viel het Moscovische Rijk ineen; 
LitauBche lieden maakten zich meester van onze woning op de Nikóljs- 
kaja te Moskou en verbrandden haar met al het huisraad ea ook plun- 
derden Litausche en diefachtige lieden tot onze groote schade te Wi5logda 
de waren en 't huisraad in onze woning en verbrandden zjj 't huis zelf. 
En in dit jaar 1613, Heer, ging ik van de stad Archangel met verschil- 
lende waren per schip naar Wólogda en J^roslawlj en Moskou, en nog 
niet. Heer, tot Wólogda gekomen, is ons schip met verschillende wareo 
t« 'lotma ingevroren, en naar Totma, Heer, kwamen Litausche liedenen 
verwoestten Totma en plunderden ons goed en onze verschillende waren 
en verbrandden het schip en mishandelden mij. Heer, ea namen mijne 
lieden, drie in getal, gevangen, en mij mishandelend lieten zij mij ter- 
nauwernood in leven, en daardoor hebben wij groote schade geleden van 
de verwoesting van 't Moscovische Rijk en hebben wij schalden gemaakt, 
en de begenadigingsbrie ven. Heer, van de Tsaren zijn te Totma bij de ver- 
woesting verloren gegaan, en ons ia uit de verwoesting. Heer, slechts 
één begenadigingsbrief van Tsaar Wasilij overgebleven en van dien brief 
hebben diefachtige lieden het zegel afgerukt, en na de verwoesting van 
Moskou, Heer, hebben de Bojaren en bestuurders van het Moscovische 
Rjjk ons op ons verzoekschift de gunst gewezen de begenadigingsbrie ven 
der vroegere Tsaren niet te niet te doen (paróedieti) en zij bevalen slechts 
de helft van de tollen van onze waren te eischen, en in dit zelfde jaar, 
Heer, hebben wij te Jéroslawij tot U, Heer Tsaar en Grootvorst Michaël 
Fjódorowietsj van geheel Rusland een verzoekechrift gericht om een vrij- 
geleide, on gij, Heer, hebt ons verzoek ingewilligd en bevaalt ons te 
geven een vrijgeleide voor de steden tot Archangel en gij bevaalt niet 
om onze begenadigingsbrieven der vroegere Tsaren te niet te doen, maar 



ir 

m ons Uw grooteren begenadigingsbrief te Moakou te geven, en du, Heer, 
i« onze makker Marcus Justuaz. de Vogetaer overleden en ia zijn plaata 
dryft thans zijn zoon Marcua Marouaz. handel. Genadige Heer en Groot- 
fimt Uichael Fjódorowietsj van geheel Rusland, begunstig ona raet Uw 
TtAATSche genade, beveel voor ona den begenadig! ngabrief van Taaar Waailij 
over te echrijven op den naam van ü, Grootvorst Michaël Fjódorowietaj 
itn geheel Rusland, opdat men volgens uw begenadigingabrief van onze 
(crechillende waren Uw Tsaaraohe tol evenals te voren alechts voor de 
helft moge vorderen, en wij. Heer, zijn blijde voor U te werken en van 
n te voeren, wat van de geheeie aarde voor Uw schatkamer 
Heer Tsaar en Grootvorst Michaël Fjódorowietaj van gehee! 



antwoord hierop: „Door de genade des in de Drieëenheid gepre- 
is, Wjj, Groote Heer Tsaar on Grootvorst Michaël Fjódorowietaj, 
Tin geheel Rnaland Zelf behouder .... hebben begenadigd de Hollandsche 
kooplieden Jurjen Janszoon Elcnk en Marcus Marcusz. met hun makker, 
wie hun derde makker zal wezen, door hun verzoekschrift aan Onze 
Tsaarsche Majesteit in te willigen, om hun te vergunnen vrij te reizen 
naar onze rijken, naar ons erfgoed, de scheepehaven Oestjkolj eo de 
Swina op naar de nieuwe stad Kalmagór en naar ona Moscoviscb Rijk 
en naar onze andere rijken" „en indien zij over zee naar hun land willen 
teragkeeren, dat het hnu dan vrij sta te gaan en weder in ons land te 
komen en vrij handel te drijven en dat do tol van hunne waren zóó zal 
irorden gevorderd, als dat geschiedde tijdens den Orooten Heer Zaliger 
gsdachtenis, Taaar en Grootvorst Fjódor IwSnowietsj, van geheel Rus- 
land Zelfhehouder en tijdens de Groote Heeren Zaliger gedachtenis, 
Tsaar en Grootvorst Bartea Fjódorowietaj van geheel Rusland en Taaar 
en Grootvorst Wasiljj IwAnowietsj van geheel Rusland, en dat Wij zou- 
den bevelen hun vroegeren begenadigingsbrief van Tsaar Waailg Iw^no- 
matsj van geheel Rusland op onzen Teaarschcn naam over te schrijven, 
«n Wp, Groote Heer, Tsaar en Grootvorst Michaël Fjódorowietaj, van 
gdieel Rnsland Zelfbebouder, hebben de Hollandsche kooplieden Jnrjen 
Jansz. Klenk en Marcus Marcusz. met hun makker, wie hnn derde 
makker zeA wezen, begenadigd door te bevelen hun vorigen begenadi- 
gingsbrief van Tsaar en Grootvorst Wasflij Iwd,uowiet8J over te schrijven 
op onzen Tsaarachen naam, en Wij hebben huu vergund in ons Rijk 

met allerlei waren aan te komen en handel te drijven, 

voor de helft van alle waren tolvnj" „en indien zij naar hun land over 
zee willen gaan, dan mogen zij volgens oos Tsaarsch bevel zonder eenige 
belemmering en vertraging met brieven van vrijgeleide naar hun vader- 
land gaan en het staat hun vrjj weder in ons Moscovisch Rijk te komen" 
, eveneens hebben wij de Hollandsche kooplieden Jurjen Klenk en Mar- 
cus en hun makker wegens hun vreemdelingschap begenadigd in bIIb 
onze rijken, in welke stad zij komen, dat onze Bojaren en wajewoden 
en diaken en alle onze ambtenaren noch over henzelf, noch over hunne 
lieden in eenige zaak en met wien ook rechtspreken en tot hen en 
hunne heden politiebeambten zenden, behalve in geval van moord en 



18 

diefttal en roof met werkel^k bewys, maar wanneer er tegen henzelf of 
hunne lieden een of ander aanklacht mocht' yoorkomen wegens handels- 
saken of wegens beleediging, zoo zallen in die zaken onze Qezantschaps- 
diaken in den Pasóljsk^ Prikaz te Moskou oyer hen rechtspreken^ nL 
die, aan welke Wy, Groote Heer, dat opdragen" ,en de woningen, die 
ig by hunne aankomst in onze ryken te Moskou, te Wólogda, te Kal- 
magór, te Arohangel, te Oestjkolj hebben o^eiicht, mogen zg door onze 
Tsaarsche genade als vroeger behouden, en wy hebben verboden van deze 
hunne woningen cyns en schatting en tollen te vorderen en daarvan iete 
te trekken als van de andere kooplieden, en men zal geen wachters bg 
die woningen plaatsen, maar zy zullen zelve hunne dwómiki houden** 
,de Fransche wynen, £e zy zullen beginnen in onze ryken in te voeren 
snlloi zy gezamenlyk by vaten verkoopen, maar by emmers en afisonder- 
lyk mogen zy die niet verkoopen" „en indien iemand dezen onzen Tsaar- 
achen begenadigingsbrief niet zal gehoorzamen, dan zullen deze lieden in 
groote ongenade komen en gestraft worden. 161B, JunL" 



Zaak betreffende een verzoekschrift van Earel Jansz. du Moulin om 
vryen handel in Rusland en vrystelling van verschillende tollen. Decem- 
ber 1613. 

Het verzoekschrift : ,Tot den Heer Tsaar en Grootvorst IGchaêl Fjódo- 
rowietsj van geheel Rusland richt de HoUandsehe koopman Karel Jansz. 
du Moulin met zyne makkers een verzoekschrift. Wy pl^^en, Heer, op 
onze schepen met koopwaren in Uw land te komen te Areluuigel om 
van onzen handel Uw vollen tol te betalen, 500 en 600 Roebel en mew, 
en uit de stad Archangel, Heer, en uit andoe steden lateo Uwe waje- 
wodoi en wsohill^ide ambtenaren ons niet vry naar Moekou gaan en 
naar andere steden van het Moecoviache Ryk en daardoor Igden wy, 
Heer, in onaen handel vertragingen ea groote nadeelen, maar aan vele 
iaaer oollega^s-vrera:idelingen, Engelschffli en Brabanders en HoUandsehe 
kooplieden zyn Uwe begenadigingsbrieven gegeven ondw rood aegel, dat 
ig en hunne makkwa en koopmansbedienden ea lieden in *t Moeoovische 
Rgk in alle steden mogen handel dry ven, vry reizoi en dat men hen in 
seoie stad voor het gerecht mag brengen, maar dat zy te Moskou in 
èsa Pasóljskij Prik^ moeten terecht staan, oi voor Uw Tsaarschen schat- 
bewaarder, ea dat zy by hunne aankomst woningen &ï pakhuizen voor 
hunne iraren mogen oprwhtoi en koopen, en dat men van hunne huizen 
geen schatting zal vordeien en l^ hunne woningm geene wachtws zal 
plaatnen (slojalj^ikof na dwoijech nje stawiti) en hen, vreemdgingen, op 
gemeriei wyae zal beleedigen, maar my, Heer, b Uw begenadigingsbrief 
niec gegeven. Genadige Heer, Tsaar en Grootvorst Midiaa F)ódorowietq 
van geheel Rusland, wees genadig» bewys Uwe gunst aan mg, vre»n- 
deling, en myne makkos, beveel ons gelyke rechten te gevoi mot onze 
eoUegaVvreemdehngen en beveeU Heer, aan my en myne makk^vüwen 
IwigenwUgingshrief ie geven met rood a^ gelgk aan dio^ weDoB aan 



onze collega' B-vreemdeling^ea zijn ge^TeD, opdat ik tegenover mijne col' 
lega'e niet worde beleedigd en in 't vervolg onbelemmerd moge zijn in 
\}w gebied, io 't BosaiHche land te komen, en met mijn makkere IJw 
tol te betalen en mijne andere verpliohtingea jegens U in acht te nemen, 
zooale dat U, Heer, welgevallig is, ben ik van ganscher harto berad. 
Heer Tsaar, weea genadig, bewijs Uwe gunst." 

't Antwoord hierop: „Door de genade des in de Drieëenheid geprezen 
Glods, Wij, Qroote Heer, Tsaar en Grootvorst Michaël Fjódorowietsj, 

van geheel Ruglaod Zelfbehouder hebben begenadigd den 

HoUandschcn koopman Earel Jansz. du Monlin met zijne makkere .... 
. , . ■ en Wij, Groote Heer, Tsaar en Grootvorst Michaëi FjódorowietBJ, 
tan geheel Rusland Zolfbehonder, hebben aan de HoIlandBche kooplieden 
Kareï Jansz. dn Moulin en zijne makkers vergund met allerlei waren 

in ons njk te komen en handel te drgven in alle waren 

tander eenige belemmering," 

1614. 

17 Maart, Afschrift van den begenadigingsbrief van Michaël FjÖdoro- 
wietsj aan de KoUandeche kooplieden Marcus Marcusz, de Vogelaer en 
Jnijen Elenk met han derden makker betreffende den vrijen handel in 
Bosland. 

37 Maart en 17 Mei. Vertalingen der brieven der Btaten aan Michaël 
en ran het antwoord, in Holland aan de Rnesische gezanten Step&n 
OeBjakóf en Semjón Zabarófskij gegeven. Scheltema, KubI. en de Ned., 
Dl. I, p, 73 noemt deze gezanten verkeerdelijk Onssakin of Oussakoffen 
Sabaroetakofi; bij Obolenskij en van der Linde, Dl. II, p. XXXTI vinden 
irg even foutief Oustakoff en SabaroutskoS. Zie aangaande genoemde 
brieven Scheltema, Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 75 en 76. 

22 Mei. Brief der Staten aan de zich te 'B-Gravenhage bevindende 
gezanten Oeajak(if en Zabarófsky, ter aanbeveling van Everhard Jacobsz., 
die zich met van Loot (?) naar Rusland begaf, en om paspoorten voor 
hen te verzoeken. 

8 Juni, Vertaling van een brief van den Prins van Oranje aan Michaël, 
om Toor de AmsterdamBche kooplieden Witaen en zijne makkers vergun- 
ning te vragen vrij met Jan Massa door Rusland te reizen en waren naar 
Armenië & Perzië te voeren. 

Uit 1614 en 1615. Uittreksel van Micbaël's begenadigingabrieven aan 
de flollandsohe kooplieden Karei du Mouiin, Isaüc Alin {?) en Jacob van 
Dekksr om voor den handel naar Archangel te mogen komen. 
1615. 

3 Januari. Over de aankomat te Moskou enz. van den Hollandschea 
gezant (N. B.) Isaao Abrahamsz. Massa. 

15 April. Over het verblijf op de aamenkomst tuaschen Astasjkof en 
Startetsa van de HoUandsche gezanten Reinoud van Brederode en zijne 
gezellen. 

Mei, Begenadigingsbrief op vorzoek van Sir John Merrick aan den 
Hollandschen koopman Jeremiafi Jansz. van der Qoea verleend, wegene 



20 

zijne armoede en geleden Bcbade gedurende de PoolBche oorlogen, om te 
Arobangel in zijne oude woning te mogen leven, en een eteiger te mogen 
honden, als van oads tegenover aijne woning; over zijne Bchulden zal 
men hem niet lastig vallen, eer hij zich weder eenigszins heeft gereha- 
biliteerd. 

12 October. Verslag van de gezanten Iwdn Kóndyref en Miehaël Njew- 
jérof. Zie Scheltema, Rufll. en de Ned., waar zij verkeerdelijk Conderoff 
of Kondirowin en Noworoff worden genoemd. Bij Obolensliy en van der 
Linde, Dl. 11, p. XL VII eveoeena Conderoff: de andere gezant wordt hier 
ten onrechte Nerveroff genoemd. 

Zonder verdere tijdsbepaling dan 't jaar 1615. Concept van een brief 
van Mlcbaël aan de Staten (antwoord op hunne felicitatie enz.) Zie Obo- 
lensky en van der Linde, DL II, p. LIU. 
1616. 

27 Haart. Over de aankomst van den Hollandschen renbode Leontina 
Massa te Moskou. Hij bracht uit naam der Staten het bericht, dat 
Kóndyref en NJewjdrof op HoUandsche schepen naar Frankrijk waren 
gezonden. 

1 1 April. Brief op een verzoekschrifl van den Hollandsohen koopman 
Karel Jansz. dn Moulin : hem wordt veroorloofd om voor die boeren, 
welke visch verkoopen, jaarlijks 300 h 400 k 500 tsjetwertj koren naar 
de rivier Oenda te voeren op zijn schip, dat naar de Oenda vaart om 
visch te halen. 

10 Aug, Brief op een verzoekschrift van den Hollandsohen koopman 
Jurjen Jansz. Klenk, om het pakhuis van Gregórij Oerasimof to Archangel, 
dat tegenover den HollandHchën Dwor staat, naar een andere plaats over 
te brengen. 

1617. 

12 April— 28 Jnli. Over de tweede aankomst van den Hollandsohen 
gezant Isaac Abrahamsz. Massa (en met hem van den geneesheer Falodanaa 
en den apotheker Jan Andriesz,), enz,, over zijn vertrek met drie brieven 
aan de Staten. Zie Obolensky en van der Linde, p. LH. Over Paludanus, 
Scheltema, Bnsl. en de Ned., Dl. I, p. 99. 

1618. 
16 Joni. Vertaling van een brief van de Staten aan den Tsaar. 

1619. 

een brief aan de Staten van den Tsaar. 

1620. 

1 een brief van den Tsaar aan de Edele, Vrye, 
n 't HoUandsche land. Zie Scheltema, Rusl. en 
115. 

1621. 

29 Mei — 7 Juli 1621. Zaak betreffende den brief van den Fring 
van Oranje aan den Tsaar om den geneesheer Falndanns naar zijn 
Taderland, Holland, te laten terngkeeren. 



25 Oot. TertaUng v 

20 Juni. Concept 
Vereenigde Regenten 
de Ned., DL I, p. U( 




1624. 

6 April — December, Over de aankomst in Rusland Tan den Holland- 
scben gezant Jan Abrahamsz. Massa met het ïerzoek om aan de O. I. 
Compagnie te vergunnen jaarlijks in Rusland te koopen en uit te voeren 
twee Bchepen met koren, met betaling der tollen, en om den geneesheer 
Mftttbijs uit Moskou te laten vertrekken. 

7 April. Over de aankomst in Rusland van den architect Koezma de 
Moncheron en den fluweelwerker Kasper Prederiksz., door den Prins van 
Oranje met een aanbeveüngsbriof uit Holland gezonden. Zie Scheltema, 
EqbI. en de Ned., Dl. I., p. 121. 

9 Juli. Zaak betrefTende de penniHaie van den Hollandschen koopman 
Gregorius van der Heym verleend om in Rusland handel te drijven en 
gedurende 2 jaar slechts t % aan tol te betalen. Is deze dezelfde als 
Gregorina van der Heyden? 

1635. 

4 Juni. Concept ran het antwoord van Miohaël aan den Prins van 
Oranje op diens brief, waarin hij voor de Hollanders vergunning vraagde 
een schip met koren te koopen. 

Juli. Brieven van Isaac Massa aan Miohaël, nit Holland, betreffende 
politieke berichten uit Europa. 

1636. 

20 Juni. Brieven van Isaac Massa aan Michaël, uit Holland, waarin 
h^' vraagt in den dienst van den Tsaar te mogen treden en berichten 
geeft over de politiek in Europa. 

1 Sept. Concept van een brief van Micbaël aan don Prins van Oranje 
met een klacht tegen de Hollandsche kooplieden Jan Wijders (?) en Con- 
stantijn Cornelisz., die Rusland hadden verlaten zonder hun schuld aan 
de kas van den Tsaar te betalen. 

1627. 

9 Januari. Mededeolingen van den Hollandschen koopman te Moskou, 
Jmjen Elenfc, betreffende de politiek van Europa, ïü den Pasóljekij 
Prikaz ingediend. 

18 Febr. Over de aankomst van een Hollandschen renbode met brieven 
van de Staten en den Prins van Oranje aan Michaël en den Patriarch 
Klar^t Nitótietaj. 

17 Jnli. Vertalingen van de brieven aan Michaël uit Holland door 
Iioac Massa over de politiek geschreven. 

1628. 

6 Jannari. Over de aankomst te Moskou van den Hollandschen koop- 
man Earel du Moulin met brieven van de Staten en den Prins van 
Oranje aan Michaël en den Patriarch, waarin verzocht word 1". van de 

kooplieden Andries on Abraham (zij worden Waleoersof 

genoemd) de schuld niet te vorderen, welke hun broeder te Moskou had 
1 hun als vroeger te vergunnen vrij in Rusland handel fo 



dryven; 2". aan du Itfonlin te veroorloven vr^ in Rnsland handel te 
drijven met de kostbare steenen, dïe hij had medegebracht. 

15 Sept. Vertaling van een brief van Imöo aan Miohaël, uit Holland, 
betreffende de Poolseha en Zweedache politiek. 

9 Oct. Zaak betrefiende den brief van den Prina van Oranje aan 
Michaël en den Patriarch en het verzoekschrift van den AmsterdamscheD 
koopman Jan Bernards om hom den vrijen handel in Rusland te vergnnnen. 

U Nov. (en Juli 1638). Zaak betreffende den brief van den Prina van 
Oranje aan Micbaël, waarin verzocht werd aan den Hollander Arnoud 
van Liebergen, zijn soon en hun koopmansbediende Andries Kok den 
vrijen handel in Rusland toe te staan on den eerstgenoemde, Amoud vu 
Liebergen, een tweeden begonadigingsbrlef dienaangaande te geven. 

1629. 

28 Febr. (en 23 Mei). Zaak betreffende het verzoekschrift tj 
Hollandschen koopman Hendrik van Ringen om hem don vrijen handel 
in Rusland te veroorloven. Ook eene vertaling van dun brief der Staten 
aan Miohaöl om hem te bedanken voor het geschenk van 30Ö0 pond 
salpeter aan van Ringen. 

28 Febr. Begenadig! ngsbrief aan den Amsterdamschen koopman 
Bernards om vrij in Rusland handel te drijven. 

21 Maart. Verzoekschrift van Isaac Massa en anderen om vrij in '. 
land handel te mogen drijven. 

25 Maart. Afschrift van den begenadigingsbrief van den Amaterdf 
schen koopman Amoud van Liebergen om aan bom, zijn zoon Jan 
z^n bediende Hendrik Qrave den vrijen handel in Rusland toe te 

Juni. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen koop- 
man Oregorius van der Heijden om hem een vrjjgeleide naar Arcbangel 
te geven. Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 87. 

2 Dec. Zaak betreffende den brief van den Prina van Oranje aan Mi- 
chaël, waarin verzocht werd aan Jan Meerman den vrijen handel ia Bdb^ 
land toe te staan. 1 

1630. ' 

28 Januari (tot .Tuli 1633). Zaak betreffende het verzoeksohrift van 
den Hollandschen koopman Karel du Moulin om hem voor tien jaar toe 
te staan in de districten Totma en Oestjoeg potasch te maken, en daarna 
langs de Wolga tot Samdra, aan de Wjdtka en in bet Nówgorodsche district, 

15 April. Over de aankomst te Moskon van den Hol landsohen renbode 
Laurens Kuzort. 

15 April (tot 17 Maart 1631). Een boek bevattende 1». de aankon»! 
en het vertrek van den Hollandschen renbode Laurens Kuzort met hft 
bericht, dat Hollandsche gezanten op weg zijn naar Rusland, en het ver- 
zoek, dat aan den Amsterdamschen koopman Abraham van Beerlant de 
vergunning worde gegeven om 2000 last koren te koopen, 2'*. de aan- 
komst en het vertrek der Hollandsche gezanten. 

15 Mei. Rechtszaak tusschen den Hollandschen koopman JeremiM 
AndriesE. en Merköel Iwdnof over de leverantie van koren. 



i 



lond 

aaof^ 




28 

18 Mei (tot 1631). Over de aankomst enz. der HoUandsohe gezanten. 
29 Juni. Over de zending yan den goudsmid Gilles van Exel naar 
EoUand. Zie Scheltema, Busl. en de Ned., Dl. I, p. 122. 

1631. 

JanoarL Verzoekschriften van de HoUandsohe kooplieden Earel du Mou- 
^ Laurens Euzort en Pieter de la Dale om hun yrijgeleide naar Ar- 
ehangel te geven, en de beschikkingen daarop. 

26 Januari Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollander 
Andries Denijs om hem vrgen handel in Rusland te veroorloven. Zie 
OTer Andries Denijsz. (Winius) Scheltema, BusL en deNed., Dl. I, p. 164. 

15 Febr. Zaak betreffende de door Kaxel dn Moulin aangenomen en 
niet volbrachte leverantie aan den Tsaar van 25000 poed Zweedsch ijzer. 

18 Febr. Rechtszaak op verzoek van den Hollandschen koopman Samuel 
de Brouwer tegen den Nówgorodschen koopman Wladimier Wasfeljef den 
Slager wegens het niet leveren van de bij hem gekochte 28 berkoftsen 
yet. Zie Scheltema, Busl. en de Ned., Dl. I, p. 117. 

28 Febr. Contract tusschen den diak van Oestjoeg, Michael Smywdlof, 
en den Hollandschen koopman Earel dn Moulin en den Hollander David 
Claasz., waarbij de beide laatsten zich verplichten voor den Tsaar 5000 
poed stangen van Zweedsch |jzer naar Archangel te brengen. 

9 Oct. (en 9 April 1637). Zaak betreffende het verzoek van de Hol- 
lansche gezanten Burgh en van Yeltdriel en de buitenlandsche kooplieden 
te Archangel over het zoeken van een geschikte monding der Dwina 
voor de scheepvaart. 

Gezantschapsverslag van de Russische gezanten Gregorius Aljdbiëf en 
Gregorius Lariónof over hun verblijf in Holland. Zie Scheltema, Busl. 
en de Ned., Dl. I, p. 148 e. v. Yerkeerdelgk noemt Scheltema hen Olay- 
bieff (in plaats van Oljabief, uit te spreken Aljdbief) en Larinoroff. 

1632. 

3 Juli. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen koop- 
man Gregorius van der Hegden om hem een vrijgeleide naar Holland 
te geven. 

16 Aug. Brief van den ingenieur Jan Cornelisz. aan Michael, waarin 
^ schrgft, dat de door hem ontboden werklieden niet uit Holland zgn 
aangekomen. Verder over 't bouwen van de vesting der stad Bastóf. 

24 Dec. Aanklachten van de Hollanders Andries Denijsz. Winius en 
Willem van de Blok tegen Iwdn Eapylof wegens het niet betalen van 
door hem verschuldigd geld voor het in gebreke blijven van eene beloofde 
leyerantie. 

1633. 

7 Maart en 15 April. Over het zenden naar Holland van den koop- 
inan Thomas Swaan om verschillende ammunitie te koopen. 

10 Juni. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollander Fili- 
inon Filimonsz. om hem den vrijen handel in Busland toe te staan voor 
door hem aan den Tsaar bewezen diensten. Zaak betreffende het verzoek- 



L 



* 



schrift van den Hamburger David Yermolen om aan zyn zoon Gillü. 
Yennolen en zijn neef Elisa Bnrmana den vrijen handel in Sasland toa 

te staan. 

10 Aug. Aankomst te Moskou van den HollandscheQ koopman Abra- 
ham Kartatsen (P). 

10 Oct. Verzoekschrift van den Hollandschen koopman Elisa Jnrjenaz. 
om van den koopman Patrien de door hem verschuldigde gelden te eischen. 

29 Nov. (tot April 1634). Over de aankomst in Rusland en hot ver- 
trek van den door de Staten gezonden koopman Joost Nijkerke met brie- 
ven waarin verzocht werd 5000 k 6000 last koren te mogen opkoopan 
en naar Holland te mogen uitvoeren. Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., 
Dl. I, p. 162. 

1634. 

163i (en 1635). Zaak betreffende de verzoekschriften van den HoUand- 
schen koopman Andries Winius om hem den vrijen handel in Rusland 
toe te ataan, hem te vergunnen te Pleskou een eigen huis te hebben en 
nergens behalve in den Pasóljskij Dwor te recht te raogen ataan. 

Maart. Over 't vertrek van den Hollandschen koopman Isaao Masw 
uit Moskou enz. Ygl. echter Obolensky en van der Linde, Dl, II, 
LXXVTU. 

15 Maart. Zaak betrefiende bet verzoekschrift van den agent der 
Staten, Joost Nijkerke, om aan twee van zijne bedienden vr^geleide t 
geven voor eene reis naar Holland. 

1? April. Concepten der brieven van Michaël aan de Staten en dei 
Prins van Oranje aan Johan Angelaer medegegeven. Zie Scheltema, 
Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 165; ook Obolensky en van der Linde, DL, 
II, p. LXXVIII. 

16 Mei, Verzoekschrift van Jurjen Klenk om hera de plaats toe té 
staan voor zijn magazijn, waar dat vroeger stond, te Archangel voordo 
ingang van zijn verblijf aan den oever der Dwina. Begenadigingsbri 
op dit verzoekschrift. 

Juni. Brieven van Michaël aan Archangelsche Wajewoden en hunng 
antwoorden daarop met bijlagen, betreffende de aankomst van Hollandi 
kooplieden te Archangel enz. 

10 Juni. Yerzoekachrift van den Hollandschen koopman Jan van Oord- 
om een der magazijnen te Archangel op den Njemjétskij Dwor voor zgn 
uitsluitend gebruik te mogen hebben en te mogen inrichten, Eooals ^t 
hem 't gemakkelijkst ia. Begenadigingabrief op dat verzoekschrift. 
163S. 

13 Juni. Verzoekschriften van den Hollandschen koopman Andi 
Denijsz. Winius, waarin hij vraagt F. dat hem recht gedaan wo 
tegen de Hollandsche kooplieden Joseph Jurjensz. Rendorp en Jan Goont^ 
welke aan hem gezonden waren te Archangel met geweld hadden geroofd, 
tien dagen bij zich hadden gehouden en, toen de geschikte tijd voor den 
verkoop daarvan verstreken was, hadden teruggegeven, 2". dat de Tsaar 
ziJn bevel handhavo, opdat ^ji zijne (Winius') lieden te PleskoQ m 






op 2". I 



diging wordo aangedaan. Op 1". een begenadigïngabrief, 
t einde ontbreekt. 



15 Juni. Zaak betreffende het Terzoekachrifl van Marcus Togelaer en zijne 
mikken om aan hun commiBstonair een vrijgeleide tot eene overzeosohe 
nii te geven. 

1636. 

Zaken betrefiende verzoekschriften van Hollanders te Mo§koii om brieven 
na vrijgeleide voor henzelve of hunne bedienden naar Archan^Ien overzee. 
9 Febr. (tot 1642). Zaak betreffende het verzoekschrift van AudrieB 
¥ininfl om hem brieven van vrijgeieide te geven en om de door hem 
ontbodeii werklieden voor de Toelascbe ijz«rfabrieken nit Holland in 
Kasland toe te laten. 

28 April. Ondervraging van den uit Holland met te leveren kanonnen 
aankomen koopman Zacharias Zachariasz., commiBsionair van Thomas 
Siraan, oïer het nieuws uit Holland enz. 

April (tot 1637 on 1638). Zaak betreffende het verzoekschrift van den 

Hollandschen koopman Eliea {urjensz. om hem te Archangel voor 6 

^^^t teermonopolie te geven. 

^^^EfDni (en Maart 1637). Zaak betreffende het verzoekschrift van den 

^^^Kdtchen koopman Hendrik van Ringen om hem te vergunnen ge- 

^^^^pe 10 jaar salpeter te Nongorod te maken, Zending van zijn bloed- 

^Hmnt Mannel Spranger naar Holland om salpetermakers te hnreo. 

Be Bcheltema, Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 124. 

6 Juni. Over de aankomst in Rusland van den Hollandschen koopman 
Jerenmas Fenzel (Harmen Frentzol ï) met het verzoek van de HoUandsche 
Staten om in Rusland 25000 poed salpeter te mogen koopen, Vgl. Schel- 
tema, Rnsl. en de Ned., Dl. I, p. 171. Harraeu Frentzel schijnt terstond 
Ha het verloopen der vijf jaar van de teerpacht van Eliaa Jurjensz. 
(iooeven genoemd April 1636) deze, eveneens voor 5 jaar, te hebben 



Vertaling van een brief der Staten aan den Tsaar (klacht tegen 
den wajewoda van Kola, prins Sjerbatof). 

1637. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollanden te Moskou om 
brieven van vrijgeieide, 

17 Febr. Over de aankomst te Moskou van een Hollander om aan 
tan Ringen de achterstallige, aan den Tsaar te leveren, kanonskogels te 
brengen. 

2 Maart en 11 Mei. Tweede aankomst te Moskou van den Hollander 
Jeremias Fenzel (vgl. 6 Juni 1636) met brieven van de Staten en den 
Prins van Oranje aan Michael, waarin de permissie verzocht werd in 



i koopen. 



Rnaland 25000 poed aalpeter en 100000 tsjetwértj rogge t 
Oct. Vertaling der artikelen, op welke Breda is overgegi 
10 Dec. Vertaling van een brief van den Prins van Oronje aan 

Michaël (aanbeveling van doctor Reinier Pauw], Zie Scheltema, Rnsl. en 

de Ned., Dl. 1, p. 174. 



26 

Dec. (en 1638). Yerzoeksohriften vftn Jeremias Fenzel (ygl. 6 Juni 
1636), Geriït Jansz. Bek (?) en Thomas Staal om de hun door Russische 
kooplieden verschuldigde gelden te ontyangen en in de Russische steden 
huizen voor zich te mogen bouwen. 

20 Dec. Aankomst van den Hollander Pieter Dela met brie- 
ven der HoUandsche Staten^) om hem den handel te Moskou te veroor- 
loven. 

Over de jaren 1637, 1638 en 1639 brieven van den Tsaar aan de waje- 
woden van Archangel en Kola en hunne antwoorden daarop, over in 
Rusland aangekomen HoUandsche kooplieden enz. 

1638. 

Zaken betrefPende verzoekschriften van Hollanders te Moskou om vrg- 
geleide. 

4 Mei. Aankomst te Moskou van den Hollandschen koopman Thomas 
Swaan met brieven van de Staten om hem het geld van zijn overleden 
compagnon Trip uit te betalen. 

1 — 20 Juli. Vertalingen van brieven van de Staten en den Prins van 
Oranje om te verzoeken, dat van Ringen genoopt worde zijne schuld 
aan du Moulin te betalen. 

1639. 

Shaken betreffende verzoekschriften van Hollanders te Moskou om vry- 
geleide. 

20 Maart. Aankomst in Rusland van den Hollandschen koopman 
Abraham Holman, commissionair van Dela . . r •» ^^^ brieven om aan 
dezen te veroorloven zgne waren naar Moskou te brengen en die daar te 
verkoopen. Verzoekschrift van den Hollandschen koopman Andries Denijsz. 
Winius, waarin hg vraagt, dat de Tsaar zijn begenadigingsbrief her- 
nieuwen moge en volkomen gelijk make aan dien, aan Earel du Moulin 
verleend. 

1640. 

Brieven van den Tsaar aan de wajewoden van Archangel en Kola en 
de antwoorden daarop. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollanders te Moskou om vrij- 
geleide. 

1641. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollanders te Moskou om vry- 
geleide. 

6 Maart. Zaak betreffende het koopen van een weggeloopen Tataar 
door den Hollandschen koopman Casper Sterling. 

1 Mei. Aankomst in Rusland van den Hollandsehen koopman Jan 
van Dries met een brief van de Staten en den Stadhouder, waarin verzocht 
werd de begenadigingsbrieven aan de Vogelaers en Elenk niet te vernietigen. 



1) Onder HoUandsche Staten worden in Russische stukken steeds de 
Staten-Generaal bedoeld. 



27 



30 Mei, Conctipt van een brief van den Teaar aan de Staten, opdat 
im het maken van roebels uit buitenlaadache munt verbieden. 

16 Oct. Zaak betreffende het verzoekschrift van Karel du Moulin, eene 
lutlaoht tegen Iwdn Igndtief te Twerj behelzende wegena het niet over- 
iundigen van een geldbrief aan Iwdn FJMorof te Pleskon. 

1642. 

1 betreffende verzoekschriften van Hollandera te Moskou om brie- 
I vrg geleide. 

. Aankomst te Moskou van den Hollandschen koopman Fieter 
I Dale met een brief van den Stadhouder in 't belang van Voge- 
:, Klenk en anderen. Hunne verzoeksoh riften. 

'£ Mei (tot 1647). Zaak betreffende het verzoekechrin van den Holland- 
tchen koopman Thomas Swaan, waarin hij zich over kooplieden te Jaro- 
aUwlj beklaagt wegens het niet teruggeven van geleend geld. 

1 Juni. Zaak betreffende het verzoekschrift van Maarten Bnchlïng, 
«omtnissionair van Karel da Moulin, waarin hij den postillon Iwdn Pal- 
kdwuiek aanklaagt wegens het niet overhandigen van een brief aan deo 
tolk Iwdn Fomien. 

1643. 

Zaken betreffende verzoeksohriflen van Hollandera te Moskon om brie- 
Ten van vrggeleide. 

20 Maart. Over de aankomst van den Hollandsohen koopman Pieter 

De la Dale met brieven van de Staten en den Prins van Oranje, waarin 

fflraocht werd den Hollanders te vergunnen door een andere monding 

Tan de Dwina naar Archangel te zeilen. 

1644. 

li Januari. Over de aankomst te Moskou en het vertrek van den 
HDlIandschen koopman Govert van der Rak met een brief van den Stad- 
hoidsr over den Amsterdamschen koopman Frans Jansz. Moorman en 
ajn makker, den boven genoemden vau der Rak, die bij hot vorderen der 
loilea in Rosland afperking hadden geleden. 

16, 17 Febr., 27 — 29 Deo. Handelsbrieven van Daniël en Jan Bemard 

1 Herman S wollen grebel, uit Amsterdam en Moskou, naar Moskou, 
¥^ogda, Amsterdam, Hamburg, aan verschillende personen. 

18 Febr. Zaak betreffende het verzoekschrift vau den Hollandschen 
Inopoan Jftn ... om een brief van den Tsaar aan de Staten aangaande 
«DB rechtszaak tasschen hem en twee andere Hollanders. 

IS Juni (25 Mei lfi46, Juni 1659, 31 Juli 1661). Zaak betreffende de 
TeRoekschriften van Marcus de Yogelaer, Jurjen Elenk es Fieter de la 
D^ om han een begenadigingsbrief te verleenen, volgens welken slechta 
Ae halve tol van hunne waren zoude worden gevorderd en over de her- 
limwing van dien brief. 

1645. 

i April. Over het afzenden van den renbode Spiridónof naar Holland. 



3 



28 

12 J«fi 1645 tot 17 Mei 1647. Hét boek beirattendB liot rardag Ma- 
gaande de MMKwg naar HoDand. 

10. Tan den lenbode Matwéi Spiriddnof mot het hanAt aan de Stalen 
over het stnren Tan den Tsaar IGehaS, OTer de troonebeatgging Tan 
Alexis en over de te Torwaditen aankomst Tan een Roanadi gesantediap 
in Holland. Ook T»talingen Tan brieren der HoDandadie Staten aan 
Z. Te. MijeBteit 

2«. Tan de gennten Ilja Danflowietej Mibwlafekg en Iwin Bajbaktf 
ter berordering Tan de Triendediap, die steeds tmwidiwi den Tader Tan 
Z. Tb. MijeBteit en de Staten bad bestaan; toTens oas aan deHoDanden 
bekend te maken, dat bmme s^ep» door de Beijdiofrdie monding naar 
Ardiangel mogen gaan; Toor *t boren Tan «^Beieren en ambaditrijeden; 
met eene tiaebt tegen den Hamburger Pieter MareeliB en den Hollander 
IMeman Los Adoema, §«Abrikantpn, OTor de sfeebte resnltaten Tia 
bon arbeid. Brieven der geaanten en Tan den Tsaar. 

^. Tan den MoBkooacben bnitenlan dscb cn koopman Andrifn Tbonun. 
KoUensan me( trree brieven Tan Z. Ta. Ifi^esteit aan de Stalen en 
den Stadbooder, 21 Febr. 1S47, als antwoord omtrent de koopfieden 



Uit dit bodL beb ik *t een oi ander genoteerd, giuo<imilrielH meer ab 
eorioaiteit« dan als materiaal TOor de HoDandsdie gewAiedenia ^). 

bL 8 Spiriddnof kreeg als tolk Iwin BaménoT flaade. De proTiaiB, weDn 



i) Kati^kltteii, ^Orer Rttstuid fedwmie ét ngBeria^ vu Aleris MkMUo- 
viet^" (Hooftbliik IV. § 6> deeh mede: ^Aan KcarraRteB» am Prinsen, aan 
GfmT«i «a sm de HollaDdslie Skaten worden Slóljiii^ai. eddfieden en diaken 
^ gmantefi giewoden. evvmls aan den Deenscben koning.** Zoo wns in dit geval 
ICIfestafelLT Stó^mek en Bi^bakóf dtak. Venier iHoofilstnk IV. $ 90) schrgft 
Katft^achMn: ,Éa mineer de ^«nnten. na hunne bcnèüpog Ie hfWipn ontnn- 
fien, ikli ^ebeel wior de [pecantsicikafüsrRs hebben gereed gcBaakt, dan beveett 
men han togt de snelheid naar de r^ken of eonfaentaes. vaailaeen z^ moeten 
gun, te Tertrekken, aander nadere instntctïes af ke ^andilen. omdat diae tegen 
hnn tvftrek nc^ niet gereed ph g e n te ign, en 19 ^eninnen. hoe zii met de 
lïeden ïn het neemde lazii nlkn sfceken en 1 icRtanJ^gst een entw^kend ant- 
iPMfd nUen geten, dat hnn ^Mteietn tot eer strekt: en die ïnstnacties norden 
hnn m^eioaden. ak^ xg «p i«è xign. vanneer 1:9 lach niet ^icr Tan de grens be- 
^nden.~ la de To^gende $ Terteh Kata^khaen, «fat de geonten in het hmtenluid 
nast^ mwten fw ati e a wL geen tvist weken met de inwooefs» geen huaen Ter- 
nieto a ef ftenderen. Waar 19 <Nk zgn. motsten 19 het eent op ée gtiaidhB id 
mn defi T^sar drinken: bq een vreeniien xvxst aan tafel mogeB zg ladi niet be- 
érinkaa ^ onhKcheéden gedrageiL In ^ ^ «iir^^ h^. dat geaanten. welke hwane 
aendii^ niet naar teriai^en tan den T^aar hiibee Tervnii. op het plein toor 
é» Ptftsi5<r$k9 Pnkii aaet rveepn wtilea ge^pMseftl ^ aet&i ter dood g e h rac h t: 
anda e n wdn tan hmnne vaard^s:heden ea gwderen bumitf en anet hnm hais- 
gtna .,Ma éaar «env^ %e le^en" naar :^ïKffi^ gcneaien om ais ITirrnkkm dienst 
%e iMOL Xaar ^ aai^ twct^mt. aawten ie ocveOereade |iili^in|in der Raan- 
jche geaanten aua Traemie h^ven naK aan ï^^beke roienen. anaar slechts aan 
4e xT««s: Twr het hanie kt« vaarran sxv^nm is aaeklÈ^ jiimull. warden loe- 
g e x h t e ^ ecL Ke ▼?««» Kracht K t. lü^isü^^ ee ^^^akST ert». aaet anfstraffig- 
heai ^vr ie mt Tin ïia:^ :^Max«ffvta re «akee »oier ie we£Jei«nJheü tegenoifer 
de Skaaen eat éna laeken IV.^ ^aa «>a3;.v is aciit v 



uu Spiridónof voor de reis te Wólogda werd ge^ven, beatond niti S^/j 
tojetwértj roggemeel, 2'/^ tsjetwértj beschuiten, '/^ tajetwértj gort, 2 ham' 

m, 2 emmers wijn. 

bL 9 — 16. Copieën van de brievea des Tsaars aan de 3taten en den 
Prins van Oranje. 

bl. 17 SpiridónoF moest reizen over Jaroalawlj, Wólogda, Archaagel, 
lerder oybt zee naar Holland. Bevel ran Spiridónof de brieven te orer- 
bandigen. 

bL 23. „En indien de Hollandsche Staten en de Prins of de pristaren 
Tisgen naar den leeftijd van den Souverein Tsaar en Grootvorst Alexis 

IGiMjlowietsj van geheel Rusland dan moet Matwéj zeggen : 

De groote Souverein Onze Tsaar en Grootvorst Alexis Michdjlowietsj, 
Tan geheel Rnsland Zelfbehouder, Z. Ts. Majesteit, is 17 end, maar Ood 
lueft hem, den Qrooten Souverein, Z. Ts, M., versierd met een schoon gelaat 
fD eene forsche gestalte en dapperheid en verstand en voorspoed, en hij is 
^^S i^S^'"^ ^1'^ lieden en goed van karakter voor allen : God heeft 
den Souverein, meer dan alle andere lieden, met voortreffelijkheden 
(blagimi djely) verBierd," Ook moest Matwéj zeggen: „Het is Uzelven 
bekend, dat de Poolaohe koning en andere groote souvereinen, de Tnrk- 
Mhe sultan en de Perzische (Kizylbdsjkoj) sjach en de Krimsehe tsaar 
€D de Franscha en Engelsche koningen on de Zwoedsehe koningin met 
öen Grooteo Souverein Zaliger gedachtenisse, onzen Tsaar en Grootvorst 
Michaël FJ<5dorowietsj, van geheel Rusland Zelfbehouder in vriendsohap 
en liefde waren.'' En zoo er gevraagd werd naar de volken in den Kau- 
fauuB, zoo moest Mdtwej zeggen, dat deze aan Z. Ts. M. onderworpen 
ifin, gelijk zij dat aan zijn vader waren '). 

bL 28. Aangaande belangrijke zaken mocht Spiridónof zich niet laten 
lithooren. 

bl. 29. ,Ën wanneer zij hem laten terugkeeren, dan moet hij zonder 
lich ergens op te houden op reis gaan en, wanneer hij is aangekomen 
tï Uoskon, zich vertoonen in den PHSiilskij Prikaz en daar een verslag 
(■tatjéjnjj spCsok) aan den Dóemnyj Diak Gregórij Ljwof en den Diak 
Stepdn Eoedrjaftsof overhandigen." 

Tot bl. 33 volgen bevelschriften aan de wajewoden om Spiridónof niet 
ia zijne reis te belemmeren, maar bevorderlijk to zijn. 

Van bl. 33 tot 39 rapporten der wajewoden dienaangaande. 

Van bl. 39 tot G4 vertalingen der brieven door de Staten en den 
jPrins van Oranje aan den Tsaar geschreven als antwoord op diens 



brieven. 
; hl. 65. 
itgediend." 



,En Matwéj Spiridónof heeft een zoodanigen statjéjnyj spfsok 



Eerat geeft hij een bericht van zijne reis naar HoUand, 
ttn Arohangel uit op Hollandsche schepen. 

,En 31 October liet men hem uit Amsterdam naar den Haag 



gaan op kleine echepen, ter zoe, en men beral den Majoor Jaijen Am - 
lHek(?) hem te begeleiden." 

„I November kwam hij in den Haag aan" „en denzelfden dag zonden 
de Staten hun edelman Palmaert en bevalen hem luin Matwéj te vragen, 
wat hij van den Orooten Souverein, Tsaar en Grootvorst Alezis Michïjlo- 
wietBJ, van geheel Rualand Zelf behouder, aan de Staten en den Prins 
moeat mededeelen en waarover de brieven van den Souverein handelen. 

bl. 70. „En Matwéj zeide, dat hij gezonden was van den Orooten 
Sonverein, Taaar en Gtrootvorat Alexis Uich^jlowielsj, van geheel Rusland 
Zelfbebouder, aan de Staten en den Prina met de brieven van den Son- 
verein betreffende eene groote zaak (o wejikom djelje) en dat hem was 
bevolen de brieven aan de Staten en den Prins te overhandigen, maar 
wat er in de brieven van den Souverein geschreven ia, dat zullen de 
Staten zelve wel zien." 

„En Palmaert zeide, dat Prins Hendrik van Oranje niet in den Haag 
was, maar in den oorlog en dat bij eene stad van den Spaanaohen 
koning had genomen, namelijk Hulst." 

En Matwéj zeide; „Wanneer de Prins in den Haag zal terugkomen, 
eal ik hem den brief van den Souverein oyerbandigen." ,En die edelman 
^g naar de Staten en zeide hun de woorden van Matwéj." 

gEn 't zelfde unr kwam hij, Palmaert, terug en zeide: „Ik heb Uwe 
woorden aan de Staten overgebracht en do Stalen hebben mg bevolen D 
te zeggen, dat gij mij de brieven van den Souverein moet toonen." 

bl. 71. „En Matwéj zeide hem, dat hot volstrekt niet twtamelgk was, 
dat bij hem de brieven eerder toonde dan den Staten en, dat de Staten 
dit ten onrechte bevalen, en dat het hem, (Matwéj) bevolen was de 
brieven den Staten en den Prins zelven te overhandigen, de gezondheid 
van den Taoor te berichten en hunne gezondheid te zien." 

„En Matwéj verzocht door dienzelfden Palmaert, dat de Staten hem 
(Matwéj) met de brieven van den Sonverein zonder oponthond apoedig 
voor zich bevalen te komen." „En denzelfden dag kwam Palmaert en 
zeide: „De Staten hebben mij bevolen U van dit huis mede te nemen 
en U dicht in hunne nabijheid in den Paaoljaky Dwor verblijf te doen 
houden en hebben U t«r wille van Zijne Tsaarsche Majesteit overvloedig 
voedsel (korm njeskóednoj) toegewezen en wanneer gij met de brieven 
van den Souverein voor de Staten kunt komen, dienaangaande zullen zy 
U spoedig bericht geven." 

bl. 72. ,,En den meeden November bevalen de Staten Matwéj voor hen 
te Terschijnen met den brief van den Souverein en zonden zij alspristdf 
den kapitein Maarten Pauw, die met hen zeer vertrouwd is (bliezjnjego 
Bwajego tajelawjeka) en twee rijtuigen, en de prist^f Maarten kwam in 
het paleis en met hem vyf goede edellieden en hij begon te spreken: „De 
Hoogmogende Staten hebben mij, Maarten, tot Ü gezonden met rijtuigen, 
opdat gij bij hen zoudt komen met de brieven van den Souverein, en zij 
hebben hunne rjjtuigen om U gezonden ter wille van Z. Ta. Majesteit 
om U zulke eer te bewijzen, als bjj ons gewoonlijk allen gezanten en 
afgevaardigden wordt aangedaan." 



„En Matwój zeJde; „Ik ben bereid met de brieven van zijne Ta. 
Majesteit te komen, maar dat de Staten van 1 November tot dezen datum 
mg nog niet vergund hebben met de brieven van den Souverein voor 
hmi te komen, ia geen bewjJB van eerbied (i tó nje k' tejésti)." 

bl. 73. ,Eq Maarten zeide: „Daarom heeft er oponthoud plaatsgehad, 
dat velen der Hoeren Staten zich in hunne woonplaatsen bevonden en 
dus afwezig waren, en zonder hen was het U onmogehjk voor de niet 
volledige Staten raet den brief van den Souverein te versehijnen." „En 
Matwéj ging raet den brief van den Souverein naar de Staten en tegen- 
over hem zat de prist^f en aan weerszijden zaten in het rijtuig edel- 



I toen Matwéj op den Hof aankwam, waar de Staten zieh tievonden, 
, er op dien Hof aan Ijoide kanten allerlei lieden op eene rij en 
im bij den stoep en van den stoep tot de voorzaal zelf (do samoj 

jej) van 't paleis stonden edellieden met ontbiooteu hoofiie. (bjez 

het paleis met den brief van den Sou- 



^^K to< 

^^^K74. „En Matwéj ging i 
^WPh, waar de Staten zitten." 

„En toen Matwéj met don brief van den Souverein in de zaal binnen- 
trad, zitten (bIc.) de Staten om de tafel en zij waren met hun allen 21 
in aantal en, toen Matwéj dicht bij hen kwam, namen zij de hoeden af 
en stonden zijzelve op eu do Fresident zeide dat ik tegenover hem moest 
plaats nemen." 

„En Matwéj zeide; ^Te zitten is mij onmogelijk, omdat ik de titels 
Tan Z. Ts. Majesteit niet heb opgezegd en gij die niet hebt gehoord." 

„En de President en de Staten stonden op." 

„En Matwéj stond op om den tttel van Z. Ts. Majesteit op te zeggen." 

bJ. 75, „En hij boog zich voor de Staten met de gewone buiging 
(rjadawym paklonom) en sprak daarna :" 

bl. 76. „De Groote Souverein, Tsaar en Grootvorst Alexis Michdjlo- 
wietsj, van geheel Itusland Zelf behouder en van vele rijken een Heer en 
Heerscher heeft aan U, Nederlandsche en Hollundsche Regenten z^'n 
TsaarBohen, vriendschappelijken brief gezonden," 

„En hij overhandigde den Staten den brief" 

bl. 78. „En Matwéj ging heen en hem begeleidden dezelfde heeren uit 
de Staten, die hem tegemoet waren gekomen." 

bL 79. fl2i November was Matwéj bij Prins Hendrik van Oranje." 

bL 30. „En toen Matwéj in de tweede zaal was gekomen, kwam de 
Fiina zelf nit de achterzalen te voorschijn en trad hij den brief van 
Z. Ts. Majesteit tot midden in de zaal tegemoet en hij beval Matwéj 
met den brief van den Souverein voor hem te komen." 

„En Matwéj trad in de gezantsahapszaal binnen en begon den titel 
Tan Z. Tb, Majesteit op te zeggen." 

bL 81. „En daarna sprak Matwéj : „De groote Souverein 

heeft aan U zijn vorstelijken, vriendschappelijken brief gezonden." En hij 
overhandigde don brief aan den Prins." 

„En Prins Hendrik nam den brief van Z. Ts. Majesteit aan en kuste 



32 



dien, en hy vraagde naar de gezondheid van den 3ouverein na eerbiedig 
te ziJD opgestaan." 

bl. 83. „En Tervolgens liet hij Matwéj gaan en begeleidde hem zelf." 

bl, 84, ,En 30 NoTember werd van de Staten de eerste agent van 
Borh (?) gezonden en hij bracht de brieven van de Staten aan Z. Tg. 
Majesteit." 

,Ën Matwéj nam de brieven aan, maar zeide: „Waarom geven de 
Staten mij de brieven aan Z. Te. Majesteit niet zelve?" 

En de agent zeide: „In ons land is het de gewooato, dat men den 
gezanten en aTgevaardigden de brieven aan hnis brengt," 

bl. 85 En hem, Matwéj, zonden de Staten met hem, van Bork, als 

geschenk een gonden keten en den tolk een gouden (pareoena) 

van den Prins van Oranje en Matwéj zeide tot den agent: „Wannt" 
ik de Staten zal zien, dan zal ik hun zelf mijn dank betuigen.' 

,En hij, van Bork, zeide, dat Matwéj bij de Staten den 15''< 
ber zijn afecheidsbezoek zoude brengen." 

„Den 17'''^^" December zonden de Staten tot Matwéj Maarten met rijti 
en bevalen hem bij hen te komen tot afscheid," 

bl, 86 e. V. Afscheidsaudientien van Matwéj bij de Staten en den Prii 

,En toen Matwéj in do voorzaal kwam, trad de PrinH zelf hem 
gemoet en samen gingen zij naar de achterzaai on, toen zij i 
kwamen, ging de Prins zelf zitten ea beval hij Matwéj tegenover 
plaats te nemen en ving aan te spreken." 

,A&n den Grooten Souverein en Gtrootvorst A.les.is MichAjlowietsj, van 
geheel Bnsland Zelfbehouder, van mij, den Prins van Oranje, oen bijjden 
gelukwensch; en breng mijn brief aan zijne Ts. Majesteit in gezondheid 
(jw-zdarowoe) over.'" 

,En hg liet Matwéj gaan en beval zijn edellieden hem van zyn Hofte 
geleiden en zelf geleidde hij hem tot de trap." 

bl. 88 e, ï. Spiridónof 8 terugreis. 

bl. 90. Zending van den Stéijniek Ilja Dandowietsj MilasUfsky en dei 
Diak Iwan Bajbakéf. Als edellieden werden hun toegevoegd Semjói 
Jócrjef MÜaslafskij en Semjón Bajbakóf, als tolken Matwéj Jelieéjef en 
Njet8j4j Drjabfen. 

bl. 109—124. De brieven dee Tsaars aan de Staten en den Prins. 

126 e. V. Instructie aan de gezanten. 

bL 130, ,En als de Hollaudsehe Regenten en Prins faun bevelen tot 
hen te komen, dan moeten Ilj& en de Diak Iwan tot de Regenten en 
den Prins gaan, maar den prist^ moeten zij verzoeken (prikasatji), dat 
op dien tijd, dat zij als gezanten door de Regenten en Prins Hendrik 
worden ontvangen, er geen gezanten en afgevaardigden van anders vor- 
sten aanweog zijn en, wanneer zij zyo aangekomen, moeten zij aan ds 
Reenten en den Prins het compliment (pakloa) van den Sonverein, Tsaar 
en Grootvorst Alexis Michajiowietsj van geheel Rusland overbrengen en 
■e^en:" Daarna volgt de titniatunr van den Tsaar enz. 

bl, 141. De gezanten moeten 17 veertigtallen goede sabelvellen aan 
Suten en den Prins schenken. Wanneer de Staten of de Pr 



i 



unten ten eten noodigden, mochten Hjd en Iw£u alechts op die voor- 
wsirde daarheen gaan, dat er geen gezanten van andere rijlcen zouden 
unnedg zgn. 

bl. 143 — 147. De gezanten moeten mededeelen, dat de Tsaar den 

Hollanders vergunt door de Berezofsche monding naar Archangel te varen, 

hl. 148. „En indien de Ncderlandache en Holiandsche Staten en Prins 

beginnen te zeggen, dat op hun Holiandsche kooplieden een 

tol ÏB gelegd en 't hun kooplieden onmogelijk is zulk een zwarea 

hetalen en, dat van de Engelschen geen tol wordt geheven en, 

hun kooplieden onrecht wordt aangedaan," zoo moeten de 

glBUiun er sich op beroepen, dat de oorlog met de Krimsche Tataren 

»» veel geld kost. 

U, 149. gMaar van de Engelschen ie op bevel van den groot^n Son- 
TUdn Zaliger gedachtenis, onzen Tsaar en Grootvorst Michaël Fjódoro- 
vietaj, van geheel Rusland Zelfbebouder, Z, Ts. Majesteit, en van den 
Tsder des Sonvereins, den Zeer Doorluchtigen Patriarch Filarét Nikf- 
^j, van Moskou en geheel Ëusland, 't nooit de gewoontfi geweest 
öBiigen tol te hefFeo." 

bl. 150. „En het is den Grooten Sonverein, onzen Tsaar en Grootvorst 
Alesis Michajlowietsj van geheel Rusland, Z. Ts. Majesteit, zeer goed 
bekend, dat, als Zijner Ts. Majesteit'a onderdanen, de kooplieden van 
tUcscovische Rijk, met hunne waren in andere omliggende rijken komen 
en in de Duitsche Staten, zij overal van hunne waren en lieden een 
inaarderen tol betalen dan de kooplieden nit het land zelf, nl. het dub- 
bele, en daarom beft men eveneens in 't Moscovische Rijk van de 
Treemdelingen, in alle steden behalve Archangel, een zware tol van 
btmne waren." 

,Ën ook van de Persen, Buchariërs en Joergentser (?) welke met 
bnane waren naar Astrachanj komen en vandaar naar Kazanj, vordert 
Bien te Astrachanj een tweemaal zoo zwaren tol, als van de Russische 
IcopÜedcn." 

bl. 151, „En de Groote Sonverein, onze Tsaar en Grootvorst Alexia 
HichdjIowietBJ, van geheel Bnsland Zelfbebouder, Z. Ts. Majesteit, heeft 
I^Tolen en de Bojaren hebben bekrachtigd (prigawarili) om tot het aan- 
mllen der Vorstelijke kas voor de bezoldiging der krijgslieden tol te 
befièn iu de stad Archangel, bij de aankomst der schepen, van alle 
iwplieden, zoowel van zijne eigene, uit Z. Ts. Majesteit's rijk, en de 
'reemdelingen uit omliggende landen, als ook van de Engelsche koop- 
lieden en Hollanders en Hamburgers." 

bl. 152. „In een begenadigingsbrief van den Groeten Sonverein Zali- 
ger gedachtenisse, onzen Tsaar en Grootvorst Michocl Fjódorowietsj, van 
geheel Rusland Zelfbebouder, en den vader van den Groeten Sonverein, 
den Zeer Doorluchtigen Patriarch Pilarét Nikftietsj, van Moskou en 
geheel Rusland, was hun, Engelschen, vergund met vrijen handel, zonder 
tol, in 't Moscovische Rijk in te voeren allerlei waren, lakensche stoffen, 

tanikd, atlas, taf van goede quaüteït, als van ouds 6)i ^i 

de Vorstelgke genade vergetende, dat het hun vergund was vrg en zon- 



u 



der tol in het Raseischo Rijk bandel te drijveD, begonnen in het Uob- 
oOTÏBche Rijk lakensche stofTen en andere waren Tan slechte qnaliteit in 
te Toeren." 

bl. 155. „Maar door de Ëngelschen driJTen reel RnsBisohe en bniten- 
landache koopHeden met allerlei waren handel zonder tol te betalen en 
noemen hunne waren met het Engelaohe woord, alsof zij Engelachen 
waien, en door dit allee geschiedt door de Engelachen aan de tolinkomsten 
van Z. Th. Majesteit Terlies en groote schade." Verder over tolontduiking 
door do Engelschen gepleegd, doordat zij ,op de lijsten niet al hunne 
waren opachreTen en vele verborgen hielden." 

bl. 156, ,En zij, de Engelschen, brengen in het MoBcovisohe Rgk 
hwmehjk tabak en vele andere verbodene waren en uit het Moseorische 
Rijk voeren zij ruwe zijden (sjolksyréts) en allerlei waren, welke zij 
van vreemdelingen koopen, op heimelijke wijze over zee naar hnn 
eigen land." 

„En nog in vele andere opzichten zijn vele ongerechtigheden der En* 
gelachen aan het licht gekomen en daarom is 't bij Oekfiz Zijner Tb. 
Majesteit bevolen tul van hen te vorderen. Maar door dien tol lijden 
de EngeiBchen en Hollanders en kooplieden van andere rijken niet do 
minste schade, omdat zij voor hunne waren de RuBsen tol doen betalen 
en hunne tollen zullen op de Russen en niet op de Engelsehen drukken." 

bl. 158. „Maar de HoÜaudsche kooplieden Marcus Marcuez. en Jui;' 
Klenk en Pieter de la Da!e behoeven Blechts de helft te betalen i 
hetgeen hunne landgenooton moeten geven, wegens de door hen bent 
zene diensten. 

bl, 175 — 182. BeTolsohriften aan de wajewoden om Milaal^fskij e 
Bajhakóf niet in hunne reis te belemmeren, maar bevorderlijk te zijn ei^ 
andere stukken, voor onze geEchiedenis van geen belang. 

bl. 182. „De aanteekening van den Doemnyj diak Oregorius Ljwo:^ 
over de handwerkslieden is aldns: * 

handwerkslieden, die de kunst verstaan wit ijzer te maken; m 

een handwerksman, die de kunst verstaat uit getrokken (tjanoetojeM 
ijzer gzerdraad te mAen," * 

een handwerksman, die de kunst verstaat in een watermolen geween*- 
loopen te maken." 

bl. 183. „Er moeten veilighaidsbrievon voor de werklieden worden g^f- 
BchreTen en den goudschrijver (zolotopisets) moet bevolen worden aJIe 
drie brieven met goud te versieren," 

„en er moet een brief worden goBchreven aan de gezanten, dat zg die . 
werklieden in dienst nemen, zonder dat aan de Staten en den Prins te | 
zeggen, en hun moeten veilig heidsbrie ven worden gegeven, en, ala het | 
niet mogelijk is zulke handwerkslieden in dienst te nemen zonder weten 
Tsn de Staten en den Prins, dan moet hun bevolen worden over hen 
met de Staten en den Prins te spreken en toch eveneens zulke werk- 
lieden in dienst te nemen en tot den Souverein naar Moskou te 
Toeren." 

bl. 183 — I8G. Bevel van den Tsaar aan de gezanten om in Holland 

1 



Juim_ 
en T«W 



handwerkslieden in dienst te nemen, die de kunst verstaan om wit ijzer, 
gzerdraad, geweerloopea en ijzeren platen te maken. 

'1. 186^192. Brieven van dea Tsaar aan Hellandsche werklieden, 
welke faun door de gezanten moeten worden gegeven. 

bl. 192 — 195. Bevel van den Tsaar aan de gezanten om in Holland 
kapiteins in dienst te nemen. 

bl. 195—197. Brief van den Tsaar aan HolJandsche kapiteins. 

bl. 197 — ^205. Stukken betreffende Fieter Marselis en Tieleman Lns 
Aokema (Filemon Fllimonof), welke in het 0our. Toela ijzer voor den 
Tsaar moeten bewerken. 

bl. 205—208. Stukken van gering belang. 

bl. 208 — 211. Ter wille van de Staten beveelt de Tsaar deoude tollen 
van de Hamburgers en Hollanders te vorderen, zonder verhooging. 

bl. 211 — 278. Stukken van minder belang. 

Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 181, 182. 



1646. 



6 Juni. Zaak ton gevolge van de beschnldigingen door Andrles Winius 
t^en Fieter Marcelis en Tieleman Las Ackema ingebracht. 

13 Juni (tot 1654). Keohtszaak van den Hollandechen koopman Jan 
Qoossen met Faal Tichanof over het niet teruggeven van geleend geld. 

9 Juli (tot 1647). De zending van Milasldfskij en Bajbak6f naar Holland. 



Juli 1646 tot 8 April 1647. Verslag van de gezanten lijd Uilosldfekij 
en Iw^n Bajbakó£ 

Benige bladen ontbreken. 

bl, 1 — 15. Verblijf der gezanten te Amsterdam. 

bl. 23. Aankomst te 's-Oravenhage. 

bl. 31. „En de gezanten vraagden aan de Staten, of Frins Hendrik 
spoedig in den Haag zoude komen van het terrein des oorlogs en hoe 
zg hem verwachten en tegen welken tijd zij denken, dat zijn aankomst 
te 's-Gravenhage zal plaats hebben." 

„En de Staten zeiden: Hij zal spoedig in den Haag 

komen, maar nu is Prins Hendrik ziek geworden, ouderdom en zwakte 
heeft hem bereikt ten gevolge van zijn langjarigen dienst." 

,En de gezanten zeiden: „Wij zijn gezonden van den Groeten Souve- 
reln, Teaar en Grootvorst Alexis Michajiowietsj, van geheel Eusiand 
Zelfbebouder en van vele rijken een Heer en Heerecber, van Z. Ts. 
Uajesteit tot U, Eerzame Regenten en Frins Hendrik, aangaande groote 
zaken van den Souverein en ons is bevolen bij U op audiëntie (na pa- 
Boljstwje) te komen in eene voltallige vergadering der Staten, zoodat 
alle leden aanwezig zijn en Prins Hendrik met U in de vergaderzaal is." 



36 

„En de Staten zeiden tot de gezanten: , Wanneer Prins Hendrik ran 
bet oorlogsterrein zal aankomen te VGrarenhage, znUen ook onze col- 
lega's de Staten, nit alle Proyindën bgeenkomen, en wg, in de yergadering 
gesproken hebbende met al onze coll^^'s en met den Prins, zollen dit ü, 
gezanten yan Z. Ts. M. doen weten." 

bl. 43. „En de pristéf Maarten zeide: „Den yorigen gezanten Gregorias 
Aljdbief en den Diak Gregorios Lariónof werd zolke eer aangedaan, dat 
zg leefden op kosten der Staten, maar sedert is bg de Hollandsche Staten, 
7 jaar geleden, eene wet yastgesteld en beyestigd" slechts de eerste 3 
dagen den gezanten onderkomen en onderhond te geyen. 

bl. 44. De gezanten toonden zeer hnnne yerontwaardiging hieroyer en 
zeiden o. a.: „Het is Zgner Ts. Majesteit niet bekend dat de Staten 't 
besluit hebben genomen de gezanten te ontyangen en te hnisyesten en 
te tracteeren gedurende drie dagen en yeryolgens nit hunne woning weg 
te zenden en op hun eigen kosten te laten leyen." 

bl. 45. De gezanten wijzen op het feit, dat in het yorige jaar de ren- 
bode Spiridónof is gekomen en dat men hem met eer had ontyangen, 
hem huisyesting en onderhoud had gegeyen, „en wg zgn gezanten yan 
onzen Groeten Souyerein, yan Zgne Ts. Majesteit, en geen renboda" 
„En waarom zoude men ons, gezonden yan onzen Groeten Souyerein, 
yan Z. Ts. M., aan de Staten en den Prins, wegens zgne groote. Verste- 
lde zaken, Beleedigen, uit huis wegzenden en ons onderhoud weigeren ?" 

„En Maarten zeide: „Dat besluit is genomen na den renbode Matwéj 
Spiridónof." 

„En de gezanten zeiden tot Maarten: „Gg hebt gezegd, dat dit besluit 
is genomen nu 7 jaar geleden, en thans zegt gij, dat het na den renbode 
Spiridónof is genomen en Uw woord is dus niet waar en aan dergelgke 
woorden willen wij ook in het yeryolg geen geloof slaan." 

bl. 46. „Maar toen de Hollandsche gezanten bg den Groeten Souyerein 
Zaliger gedachtenisse. Tsaar en Grootyorst Michaël Fjódorowiets, yan 
geheel Rusland Zelf behouder, waren, nl. Albertus en Johan, werd hun 
yan Z. Ts. Majesteit groote eer bewezen en in die woning, waar zij 
werden gehuisyest, bleyen zij yan hunne aankomst tot hun yertrek." 

Dit alles geschiedde op den dag hunner aankomst te 's-Grayenhage. 
Met de Staten worden de afgeyaardigden daaruit bedoeld. 

bl. 47 yan 22 Oct. tot 7 Noy. bezocht Maarten de gezanten niet en 
gaf hij hun geen bericht aangaande dit gesprek." 

„23 Oct., des nachts, kwam de Hollandsche Prins Hendrik te 's-Gra- 
yenhage aan." 

bl. 48. De gezanten zenden hunne tolken naar den Prins om hem te 
begroeten en te yerzoeken, dat hij in de Statenyergadering aanwezig 
zy, doch de Prins yerontschuldigt zich wegens ongesteldheid. 

bl. 49—51. De Russische gezanten beklagen zich, bij monde yan den 
tolk Jeliséjef, dien zij aan den President der Staten zenden, oyer de 
weinige yoorkomendheid, hun bewezen. Men laat hun goed op de schepen 
staan, zonder het uit te laden en aan huis te bezorgen enz. 

bl. 52. De President der Staten zeide hieryan in de yergadering der 



staten rapport te sullen doen, „En de bedienden en het goed der gezanten 
al men terstond uit do schepen bij hen aan huis laten bezorgen." 

„En denitelfden dag in uit de schepen het geld van den SouTerein en 
al het goed der gezanten overgebracht naar het huis der gezanten," 

bl. 53. De gezanten beklagen zich, dat zij nog niet audiëntie bij de 
Staten hebben gehad. Zij zonden nl. hunne tolken naar de Statenverga- 
dering: nog dienüelfden dag (27 Oet.) kregen zij het antwoord, dat Prins 
Prederik Hendrik ziek is, niet in de Vergadering kan verschijnen, mEiar 
dat zyn zoon, Prins Willem, in zijne plaats zal aanwezig zijn. 

„En de gezanten zeiden: „Het betaamt ons niet alleen bij do Staten 
onze gezantachapsviaita te maken, maar wij moeten dit doen in de ver- 
gadering Tan alle Staten in tegenwoordigheid van Prina Hendrik. Zóó 
is ons door den Graoten Soaverein, Z. Ts. Majesteit, bevolen." 

bl. 54. Do gezanten worden ter audiëntie genoodigd. 

bl. 55, De Prins laat nogmaals zeggen, dat hjj wegens ongesteldheid 
verhinderd is op de vergadering aanwezig te zijn. 

„En de gezanten zeiden: „Het is ons onmogelijk bij de Staten alleen 
op audiëntie te komen." 

bl, 57. „En 7 Nov. zonden de gezanten den tolk Matwój Jelieéjef aan 
den President der week en bevalen te zeggen: „Wij zijn nu reeds te 
'8-Gravenhage meer dan twee weken en wij hebben nog geene audiëntie 
gehad in de vergadering van de Staten en van den Prins," enz. Bo 
IPresident zond de boodschap terug, dat de Prins ongesteld was, doch 
<3at men, zoodra hij zoover was hersteld om in de vergadering aanwezig 
"te kunnen zijn, den gezanten zonde doen weten, wanneer zij audiëntie 
lionden hebben. 

bl. 57. De gezanten worden opnieuw nitgenoodigd alleen bij de Staten 
«p audiëntie te komen (7 Nov.). 

bl, 58. ,En de gezanten zeiden: „Het is ons onmogeljjk alleen bij de 
Staten, in afwezigheid van Prins Hendrik, op audiëntie te komen." 

,En 8 Nov. zonden de gezanten aan Prins Hendrik van Oranje den 
translateur Matwéj Jeliséjef en den tolk Njetsjaj Drjabfen en bevalen 
naar zijne gezondheid te vragen en te zeggen: „De gezanten van Z. Ts. 
Majesteit aijii gezonden door den Grooten Souverein, Tsaar en Grootvorst 
Alexb Michdiowietsj, van geheel Rusland Zelf behouder en van vele rgken 
een Heer en Heerscher, van Z. Ts. Majesteit aan de Staten en aan hem, 
den Prins, betreffende groote zaken van den Souverein en zij vertoeven 
drie weken te 's-Gravenhago en zijn nog niet op audiëntie geweest bij 
de Staten en bij hem, Prins Hendrik, en zij, de gezanten van Z, Ts. 
Majesteit moeten het bevel van den Grooten Souverein, Z. Ts. Majesteit, 
ten uitvoer brengen, nl, op audiëntie te verschijnen bjj de Staten en bij 
hem, Prins Hendrik, zonder uitstel." 

bl, 59, De Prins liet zeggen, dat hij ernstig ziek was en onmogelijk 
op de vergadering kon komen. Ook de Staten zonden eene boodschap 



bl. 60, „En de gezanten zeiden; „Ons, den gezanten Zijner Ts. Hajes- 
t«it is dat beleedigend, dat wij reeds longen tijd in den Haag vertoeven 



en nog goea audiëntie hebben gehad en, wat is dat voor eer, welkfl' 
men ons, gezanten van Z. Ta. Majesteit bewijst, dat wij geen pristtf^ 
hebben en niemand, met wien wij OTsr eenigö zaak eene boodachap 8"~ 
de Staten kunnen zenden." 

bl. 61. De Staten laten zeggen, dat 't in Holland geene gewoonte ia 
den gezanten steeds pristaTCn toe te ïoegen. Nogmaals herhaalden zg^, 
dat de Prins door ziekte ïerhinderd was in de vergadering te komeiu 

bl. 62. De Staten noodigden de gezanten uit afzonderlijk bij de Stated 
en den Prins op audiëntie te Tersohijnen, eerst bij de Staten, daanut 
bij den Prins aan huis. Zdd toch waren ook de gezanten van andera 
Staten ontvangen. 

„En de gezanten zeiden: „Wij hebben zulk een Oek^ van onzaa 
Orooten Sonverein, Z. Ts. Majesteit, niet, dat wij op de audiëntie kon'' 
nen komen bij de Staten en dea Prins afzonderlijk. Én de gezanten van 
andere landen, w&arover gij spreekt, kunnen ons niet als voorbeeld die- 
nen. Wy zijn gezonden van den Qrooten Sonverein, Tsaar en Qrootvorst 
Alexis Miohdjlowietsj, van geheel Rusland Zelf behouder ea van vele 
rijken een Heer en Heerecher, van Z. Ta. M., aan de Staten en den 
Prins en ons is bevolen van den Orooten Souveretn om op audiëntie Ie J 
verschijnen biJ de Staten en bij Prins Hendrik, wanneer zij alli 
Tolle vergadering zullen zijn en het zal nooit geschieden, dat wij I 
hM bevel van onzen Qrooteu Sonverein, Z. Ta. M., zouden handelen.tf 

bl. 63. Opnieuw verzoeken de gezanten audiëntie, > 
dat Zij reeds de i''' week te 'a Gravenhage vertoeven. Weder hetzelfi 
antwoord. 

bl. 66. Verontwaardiging der gezanten, als zij vernemen, dat de Prii 
in een leuningstoe! naar de Fransche kerk is gedragen, terwijl hij tooU 
te ziek is om in de vergadering der Staten te vereehijnen. 

bl. 69. De gezanten wijzen er op, dat Z. Ts. Majesteit'» 
pen bij de broeders en vrienden van den Groeten Sonverein, bij c 
Turkschen snltan en Perzisehen sjach naar het bevel van Z. Tb. Kajesta 
worden ontvangen. 

In denzelfden geest gaan de onderhandelingen voort, 

bl. 77. Do gezanten zeggen tot den President der Staten -Generaal: 
gOij zegt ons, dat de audiëntie is uitgesteld wegens de ziekte van Prins 
Hendrik, maar onze lieden hebben gezien, dat hij in de Fransche kerk 
is geweest, nl. eergisteren, en wanneer hij in de kerk ia geweest, dan 
kan hij ook in de Statenvergadering aanwezig zijn wegens de aankomst vu 
gezanten, en ook al waren zgne beenen ziek, dan nog moeat hij tor wU! 
van de genade en zending van onzen Grooten Sonverein, Z. Ts. Maj(l-J 
stoit, bevelen zich in een Jeuningstoel ter vergaderzaal naar de Stato 
te laten dragen en, hetgeen ons bevolen is uit naam van onzen Groots 
Sonverein, Z. Ts. Majesteit, to zeggen, aanhooren en den brief v 
den Sonverein eerbiedig aannemen, zooals dat bij ambassades gebroi 
keiijk is." 

bl. 112. Audiëntie: „En tot de vergaderzaal werden wij niet gQCOin.4 
ptimenteerd en kwam men ons niet tegemoet." 



89 

bl. 113. „En de gezanten, in de yergaderzaal gekomen zgnde, zeiden 
tot de Staten, welke op hen, Z. Ts. Majesteit's gezanten, toe traden . . . . : 
,Het betaamde den Staten uit eerbied voor onzen Groeten Sonyerein, 
den Tsaar en Grootvorst Alexis Michdjiowietsj, yan geheel RnslandZelf- 
behouder en yan yele rijken een Heer en Heerscher, Z. Ts. Majesteit, 
en om hem, den Groot^ Heer, Z. Ts. Majesteit, de yerschnldigde eer 
te bewijzen, te bevelen ons, den gezanten van hèm, den Sonverein, te 
gemoet te gaan." De Staten antwoordden, dat dit geen gewoonte was. 
De gezanten echter zeiden, dat de Russische gezanten aan H Hof van 
den sultan en den sjach steeds werden gecomplimenteerd. De audiëntie 
loopt tot bl. 92. 

bl. 105. De gezanten bezoeken den Prins den IT^^^" Dec. ,,En toen de 
gezanten van Z. Ts. M. bij Prins Hendrik op den hof kwamen, traden 
bg de trap twee graven den gezanten aan de rijtuigen tegemoet, nl. de 
neef van Prins Hendrik, Graaf Maurits van Nassau, en de zwager van 
Prins Hendrik, Graaf van Solms en het lid der Staten, voor de Prov. 
Utrecht, Benswoude en spoedig voerden zy de gezanten met eerbewijs 
naar binnen en zeiden zij tot de gezanten: „Prins Hendrik van Oranje, 
Graaf van Nassau, enz. heeft bevolen U, gezanten van Z. Ts. M., 
tegemoet te gaan" en de gezanten gingen veider en tegelijkertijd stonden 
op den hof en bg den trap en langs de treden daarvan en in het. voor- 
huis aan weerszijden vele Duitsche lieden en bogen voor de gezanten en^ 
toen de gezanten in 't voorhuis binnentraden, brachten twee mannen Prind 
Hendrik onder den arm naar buiten, den gezanten tegemoet, en tot de 
gezanten genaderd zijnde, nam Prins Hendrik den hoed af, bleef staan 
en zeide tot de gezanten : „Moge het U, Zijner Ts. Majesteit's gezanten, 
niet verbazen, dat ik U niet tegemoet ben gekomen" enz. 

bl. 107. „En de prins zeide tot de gezanten, dat zij het eerst in de 
zaal moesten binnentreden en dat men hem. Prins Hendrik, nè. de ge- 
zanten naar binnen zoude brengen." Het bezoek bij Prins F. H. duurt 
totbl. 147. 

bl. 149 — 154. Prins Willem bezoekt de gezanten 21 Dec. 

bl 155. Afgevaardigden uit de Staten overhandigen den gezanten een 
brief van de Staten, klachten bevattende betreffende de commertie. Tot 
bl. 157. 

bl. 162. De gezanten beantwoorden den brief schriftelijk. 

De onderhandelingen, welke volgen, zijn ook uit Hollandsche bron- 
nen bekend. Overlijden van Prins F. H. en H bericht daarvan aan de 
gezanten. 

bl. 206. De gezanten dringen er op aan spoedig de brieven der Staten 
te ontvangen om daarna te kunnen vertrekken. 

bl. 210. 5 Mei. De gezanten krijgen twee brieven van den Tsaar om 
die aan de Staten en den Prins te overhandigen. 

U. 218. Tweede audiëntie. 7 Md. Overhandiging dier beide brieven. 

Tot bl. 224. 

bl. 243. De Staten begrgpen den inhoud dier brieven niet en vragen 
uitlegging. 



40 

bl. 249. A&oheidsaudientie, 28 JanL Tot bl. 262. 

bl. 287—335. Berichten omtrent allerlei zaken. „En in den oek&z van 
den Sourerein, Tsaar en Grootvorst Alexis Michdjlowietsj van gdieel 
Rusland, aan de gezanten was geschreven om van de buitenlanders, welke 
te Arohangel zouden zyn uit verschillende landen allerlei berichten in te 
winnen omtrent hetgeen thans in de Duitsche Staten geschiedt en daar- 
over naar waarhmd aan den Souverein te schrgven." 

bh 337 — 345. Over indienstnemen van ambaichtslieden, die gzer kunnen 
bewerken. 

bl. 347—360. Over eene beleediging, den bedienden der BussiBche ge- 
HUiten door het gemeen aangedaan. 

Over dit gezantschap vgL men Scheltema, BusL en de Ned., Dl. I, 
p. 182 e. V. 



Jou Verslag van MilasU&kg en Bajbakót 

27 Sept Antwoord van de Statoi aan den Poolachen gezant, waarin 
sg hem nunne gehechtheid aan zgn koning verzekeren. 

Uittreksels betreffende het ontnemen d» Toelasehe gzer&brieken aan 
Tieleman Zus Ackei^a en Pieter MaiceUs ea het teruggeven daarvan aan 
ésae buitenlanders op den ouden voet Zie Sehdtema, BusL en de Kei, 
Dl I, p. 228 e. V. 

1648. 

Januari (tot 1649). Zaak betaHoide het voao^Bdirift van den Hol- 
kndschoi koopman Joemias Fentsel (Freatael?) om van de weduwe 
Priims llar& Pa^jiiskiga de door haar ech^enoot verachnldigde 122 * 
Roebel te ontvaogotL 

11 Uaail Zaak betr^nde de Teno^aekriften van dm HoUandscliai 
koonman Th<NBMS Swaen om van Peter Miatkóf ea diens makkers (uit 
VTiUofida) het hen verschuldigde geld te onivaiigen. 

33 Maart. 13 April, 9 JubL Zaken betedfeade de venoeksehrifien m 
dw HoUaader Pietw de k Bale 1^ opdat er ondenoak gedaan worde 
naar de van i^n bitieder Andries de la Dale door het Kcizakkpnhoofl 
Iwin ^miwiKtf geetoleBe waren, 2^\ om van Iwim Djemjantiê^ uit J&roB- 
kw\j l:SK) BoeM te ontvangen voor door kem bekwfie en niet ge- 
kv^itde waiett« 

7 Aprilv- 5 Se|^ 164$X fi» boek« bevattciide de aanVonmt in Bos- 

r\ vam de» lenKde Jokan G^tdH*»» mee ksc beriekt, dat er te Moskou 
<Mtt giMBMitMkap ao«d^ asukoBwn. tm met ksc vcnoek dmi Halkmdftretoe 
li^ Maan «miAn' Whmmwig Ie Aitkangel kimifl te difvea. 

ir. vw dm g«Hmt Allim Bwgk «n 19a aaaa OoeBnmd Bu^ dk 
M kM » vwl| è w ^||u» TfediK ambvasidMur wcvi. 

I Mwft irite O. Biar$k. lin vwkli^ te Mviskm «n a|B tera^eer naar 
HtlkaiJL Zi^ $<MiiWHk Kn^ <« d^^X<iJL DL L pu 20S e t. 



Hollandsche brieTen en memorialen van C. Burgh, ingediend bij den 
FaBÓIjskij Prik^. 

3 Mei. Zaken betreffende de verzoekschriflen van Hollandsche koop- 
lieden (Dtckenson, de la Dale, Roelants, Bloemaert, van Geel, Goossen, 
Ackoma, Swaen, Fentsel, Gort8ijn(?), Karpof(?), Olaaazen, Vermeulen, 
Swellengrebel) om vrijgoleide van Moskou naar Arehangel en terug. 

28 Jani. Zaak betreffende de Holiandsche kooplieden en den Moskon- 
Bohen tolbeambte Kirila Alekséjef wegens afperBÏng. 

e Juli(— Dee. 1648). Oïer de aankomst van den renbode Gorderaon 
«n van bet Holl. gezantschap. 

20 Juli. Brief van den wajowóda van Mazjdjsk, Prins Iw^n Chielkóf 
over het zenden van Andries Winiua ujt Wjózma naar Moskou. 

8 Dec. Memorie over de zaak van Andriea Winias met Pieter Marcelia, 
15 Dec Zaak botreffonde het Terzoekechrift van den Hollandschen 

koopman Jan van Stade over het doorlaten zijner waren uit PleskoQ 
naar Moskou. 

31 Dec. Zaak betreffende het verzoek Bchrift der kooplieden Boelants 
Dier bet rerkoopen van waren te Jaroslawij, 

Een brief aan Alexia Michdjlowietsj, in 't Hollandech, zonder Bua- 
iÏBche rertaling. 

1648 

30 Jan. Vertaling van het vredesverdrag te Munster. 

9 Febr. — April. Zaken betreflende verzoekschriften van HolIanderB om 



23 Dec. Over de aankomst te Moskou van dett Hollander Tieleman 
Ackema met een brief aan den Tsaar van de Hollandsche Staten, waarin 
verzocht werd de zaak van Ackema te onderzoeken. 

1649. 

I Mei. Aankomst in Rusland van den Hollandschen koopman Zacha- 
riïB Qortsen met brieven aan den Tsaar van de Staten en den Prins. 

25 Dec. Aankomst te Moskou van den Hollandschen koopman Andries 
ds la Dale met brieven aan Alests Michdjlowietsj, waarin voor hem de 
permissie wordt verzucht in Rusland 15 of 20 schepen met koren te 
mogen laden. De compagnons van de Ia Dale waren de Vogelaor en 
Ackema, 

1650. 

12 Sept. Zaak betreffende 180 Roebel, die Ackcraa van Semjón Kan- 
diifaetj uit Kastrami te vorderen had. 

1651. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollanders to Moskou om 
rr^geldde. 

12 Febr.— Aug. Over de aankomst te Moskou van den Hollandsehen 
koopman Alexander Holst. Uittreksel betreffende de Toelasche ijzerfabrie- 
,ken. Zie Scieltema, Rust. ^n de Ned,, Dl. I, p. 241 



42 

Zaak beiroffiande de TonEoelaelizifteii Tan de HoHandimhe kooplieden 
MarenB Yogelaer, Klank, Swaen e.a. OTor Trgstellmg yan toL 

1652. 

Zaken betrefifonde TorEodoehriften yan Hollanders ie Moekon om yig- 
geleida 

19 JannarL Zending yan eenige kooplieden naar Holland, Dnitschland, 
Florence en Yenetiê om goederen in ie koopen yoor 't Hofyan den Tsaar. 

29 JannarL Vertaling yan een Mef der Staten aan den Bojaar Bariés 
Marózo^ met den koopman yan Troyen gezonden, om yoor den Hollandu 
Swaen permissie te yragen 1000 last rogge te Moskon te koopen. 

19 Febr. Zaak betr^ende eene sohnldyordering yan Bariés Warónien 
t^gen den Hollandschen koopman Ëlisa Ackema. 

18 JnlL Zaak betreffende het yerzoekschrift der kooplieden te Wólogda, 
om den Hollanders den kleinhandel te yerbieden. 

Ang. Concept yan den brief yan Alexis aan de Staten, met Sfla 
Zertsüof medegegeyen, oyer de geylnchte Timósjka Ankidüiof en Eóstjka 
Eanachóf. 

1653. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollandscbe kooplieden te Moskou 
cm yrggeleide (ook yan 1654). 

22 l£iart. Zending yan twee kooplieden naar Holland om yersdiillende 
inkoopen te doen yoor den Tsaar i). 

29 JunL Zending yan den Hollander Bondewgnsz naar Ho lland om 
Winins te helpen bg zgne inkoopen yoor den Tsaar. 

31 Ang. Zending yan een kapitein naar Holland om karabgn- en 
pistoolmakers te huren enz. 

Sept.( — Maart 1654). Lgst yan oyerzeesche waren, naar Moskou en J4ro6- 
lawlj door Hollandsche, Hamburgsche en Zweedsche kooplieden gezonden, 
eyeneens oekazen aan den Bojaar Gregorins Póesjkien aangaande de tollen. 

7 Oct. Zaak betreffende het yerzoekschrift yan den Hollandschen koop- 
man Dayid Claesz. betr^ende eene schuld yan Gabriêl Jóeriêf aan zgne 
(Dayid Claesz?) dochter. 

17 Oct.(— 29 Dec. 1654). Zending yan een renbode naar Holland mei 
het yerzoek om 20000 musketten naar Rusland te zenden. 

1 Dec Verslag yan den renbode Matwéj Paliwinofl 



1) Scheltema, Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 238. „In den jare 1653 zond hg An- 
dries Winins herwaarts, vergezeld van Iwan Mersow als Secretaris." „Mersow" 
moet luiden Marsóf. „Deze Winius", gaat Scheltema voort, „v?as de zoon van een 
ond-Dnitscher, waarschijnlijk een UoUander, die zich vroeger in Moscow had neder- 
gezet en tot Griekschen Godsdienst vras overgegaan." Op p. 164 van hetzelfde boek: 
3 Meer stellig bleek het ons, dat de zorg van den korenhandel aan de Amster- 
amsche Regenten was toevertrouwd, ofschoon Andries Denijs ook nog later den 
naam van Factoor van H. H. M. bleef behouden." Het was Scheltema niet bekend, 
dat Andries Winius en Andries Denijs één en dezeUde persoon vns. 



43 

1665. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollandsche kooplieden te Moskou 
om rrijgeleide. 

6 Mei. Zending yan den Hollandschen koopman te Moskou, Jacob 
Westhof, naar Holland en omgrenzende staten om het koren enz. yan 
den Tsaar te verkoopen. 

17 JunL Zending naar Holland van den renbode Iwdn Am(ref met het 
yerzoek om in Holland te mogen koopen en uitvoeren 20000 musketten. 
Antwoord der Staten op dat verzoek. Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., 
Dl. I, p. 242. 

A&chrifb van het verslag van den renbode Amfref en den tolk An- 
dries Busch. 

1656. 

i Febr. Concept van een brief van Alexis aan de Holl. Staten. 

1667. 

13 April. Zaak betreffende de schuldvordering van den Hollandschen 
koopman Adolf Alfériëf(?) tegen den Moskouschen koopman Fjódor 
Andniëf. . 

28 April. Brief aan den Tsaar betreffende verschillende inkoopen. 

1658. 

2 Maart. Zending van John en Bichard Hebdon naar Holland om ge- 
weren te koopen; en officieren, een dokter en een apotheker in dienst te 
nemen. Zie Scheltema, Busl. en de Ned., Dl. I, p. 246. 

9 Juli. Vertaling van den brief aan den Tsaar van de Hollandsche 
kooplieden Marcus, Jan en Daniel de Yogelaer en van Coenraad van 
Elenk, waarin zij verzoeken, dat de aan hunne vaders gegeven bege- 
nadigingsbrieven worden hernieuwd, dat van hunne waren slechts de 
ludye tol zal worden geêischt en dat het hun vergund zij hunne huizen 
naast het Zegelhof te houden. 

1659. 

10 Maart. Zending van Johan van Sweeden naar Holland en Ham- 
burg om geweren te koopen en allerlei huisraad voor 't huishouden van 
den Tsaar. Zie Scheltema, Busl. en de Ned., Dl. I, p. 231. 

U Maart. Aankomst te Moskou van een Hollandschen luitenant met 
oen brief van de Staten. 

27 April. Zaak betreffende het verzoekschrift van de Hollandsche koop- 
lieden Isaao Hofman en zijne makkers tegen den Archangelschen tol- 
gaarder Wasflij Sjórien -wegens geweldenarg en afpersing. 

1660. 

15 Febr. Zending van Johan van Sweeden naar Holland en Hamburg 
om geweren te koopen. 

17 Maart. Zending van Matthijs Swellengrebel naar Holland om 10000 
musketten en bandelieren te koopen. 



44 

30 Maart Zending yan Peter Mikljdjef naar Holland, Hamburg en 
Lubeck om 300 kanonnen, geweren, pistolen en andere lórijgsbenoodigd- 
heden te koopen. 

16 JunL Zending van John Hebdon naar Holland, in de qnafiieit jïïh 
resident, om geweren en kmit te koopen. Zie Scheltema, BosL en de 
Ned., Dl. I, p. 248. 

24 Sept. Concept yan een brief yan den Tsaar aan de Staten. 

1662. 

21 Febr. Verslag yan de gezanten Bagddn N^okien en Abraham 
Easjéjef aangaande hun yerblijf in Holland, na hun terugkeer uit Dene- 
marken om de Staten te yerzekeren yan de yriendschap, lieMe enz. des 
Tsaars en om ban nit te leggen, waarom yan alle bnitenlandsche koop- 
lieden opnieuw tol wordt geeischt. 

De namen dezer gezanten zgn bg Scbeltema zeer yerknoeid : de H i a klank 
in Ndsjokien (hd. Naschtschokin, eng. Nashchokin) wordt door hem door 
ski weérgegeyen, zoodat hg Nashiochin spelt. Den anderen gezant, Easj^ef 
(hd. Eoschtscheew) noemt hg Cosseynoff. Het yerhaal deeer ambassade 
yindt men uityoerig Busl. en de Ned., Dl. I, p. 263 a y. Uit het 
Russische gezantschapsyerslag heb ik slechts weinig oyergenomen en dat 1 
nog meer om de naïyeteit eryan dan met het oog op onze geschiedenis, 
die uit de gezantschapsyerslagen tot 1699 weinig materiaal kan putten. 

bL 114. 22 April kwamen Z. Ts. Majesteits gezanten uit Kopenhagen 
oyer zee per schip in de Hollandsche landen, aan 't eiland Tersehelling 
(Buss. Sjlleg) en op dat eiland is een steenen toren gebouwd en daarop 
brandt des nachts yoortdurend een licht, opdat de schepen daar niet te 
na zouden komen, omdat er bij dat eiland zandbanken zgn. 

bl. 115. En 28 April kwamen Z. Ts. Majesteits gezanten te Amsterdam 
op 't Eopenhagfflische oorlogschip, na yijf uur des nachts, en ankerden 
yoor de stad en tegelgkertgd schoot men uit het schip, waarmede wg 
waren aangekomen uit zes kanonnen. Yerblgf te Amsterdam tot bL 129. 

bl. 130. De gezanten worden op ygf werst afstands yan 's-Grayenhage 
door afgeyaardigden uit de Staten begroet. 

bl. 136. Aankomst te 's-Grayenhage. 

bL 168. Eerste audiëntie, 2 Mei. Tot bL 180. 

bL 184 — 189. Graaf Maurits brengt den gezanten een bezoek. 

bl. 207. „En 1 Juni kwam tot de gezanten yan Z. Ts. Majesteit de 
Secretaris Spronsen en zeide: „De Staten en Generaals (sic) hebben mg 
tot U, Z. Ts. Majesteits gezanten heyolen te zeggen, dat heden drie uit 
de Staten tot ü wilden komen en ü, yolgens hetgeen gisteren in de 
Staten is gezegd, tegemoet komen aan de trap." Maar ook de gezanten 
yan Duitschland, Spanje enz. worden niet aan de trap begroet zeide 
Spronsen. 

bL 208. „En de gezanten yan Z. Ts. M. zeiden tot den Secretaris 
Spronsen: „De gezanten yan andere rgkeiï kunnen ons niet tot yoorbeeld 
strekken. De groote Soayerein. onze Tsaar en Grootyorst Alexis Michajlo- 
wietsj, yan geheel Groot- en Klein- Wit-Rnsland Zelf behouder en yan 



A& rijken en landen, oostelijke en westelijke en noordelijke, eifgenaam 
ta rader en grootvader. Heer en Ueeracltcr, Z. Tg. Majesteit, de Chris- 
Igke Souverein beeft het voor de vorsten der andere, omliggende rijken 
geschaft, maar de eerzame Eegenten, de Staten eeren wij en hun 
ijzen wij eer naar hunne waardigheid en wij treden hun in 't TOorhuie 
Bgemoet" enz. 
Men ziet, dat dezelfde moeilijkhedeD van 16i(> zich met den overigens 
Bf verlichten Nasjokien herhaalden. Het ia bekend, dat BagdAn Ardfen 
ÏMJokien een der voorloopers van Peter I was: hij had ala raadsman 
den Teaar een groeten invloed, dien hij tot verbetering van het 
es bevrijding des handels van de afpersingen der wajewoden aan- 
rendde. Door hem werd eene Armenische Oompagnie opgericht voor 
«n zijdehandel op Perzië, het plan gevormd eene vloot te bouwen voor 
Ie vaart op de EaapÏBche zee en het eerste Russische schip bg de 
tki gebouwd. 
Eerst 9 Juni had de tweede audiëntie plaats (bl, 223). 
bl. 229. „En daarop zeiden de Staten: „De vriendschappelijke brief 
n Uw Grooten Souverein, Z. Ts. Majesteit, is gereed, doch niet ver- 
ngeld en wij znJlen dien brief aan U, Z. Ts. Majesteits gezanten aan 
kiUB zenden." 
,En Z. Tg. Majesteits gezanten Bagddn Iwanowietsj en de DiakAbra- 
a zeiden tot de Staten: „Het is eene onbehoorlijke zaak, dat wij, 
«zanten, een brief aan onzen Grooten Souverein, Z. Ta. Majesteit te 
ois zouden ontvangen; het is gewoonte in alle omliggende r^ken bij 
lö Groote Soovereinen, bij welke gezanten van Z. Ts. Majesteit plegen 
^ komen, dat de Vorsten dier omliggende rijken opstaan en de brieven 
nor onzen Grooten Souverein aan Z. Ts, Majesteits gezanten zelve 
Irerhandigen en zich buigen voor Zijne Vorstelijke genade." 
De beschrijving der andiëntie loopt tot bl. 231. 

bl. 257. „En in den nacht tegen 13 Juni verried de tranalatenrKazfmier 
rlatarjóf den Grooten Souverein en vluchtte hij van het Gezantachaps- 
laleis naar 't huis van den Poolachen Resident." Afeonderlijke vergadering 
er Staten dienaangaande : de Staten willen hom gedurende de drie eerste 
lagen niet bij den Pool aan huis arreat«eren. Zij geven echter aan 't 
erlangen der gezanten toe, maar de tolk wordt bij den Poolachen 
teatdent niet gevonden. 



31 Mei. Zending van Nasjokien c 
10 Sept. Afachrift van den begenadigingbrief aan den Hollandschen 
oopman Andriea Gront, waarbij hem te Archangel een stuk lands wordt 
gestaan. 
22 Nov. Vertaling van een brief aan den Tsaar van de Staten, 

1663. 

25 Januari, Zaak betreffende het verzoekschrift der Hollandsche en 



46 

Hamburgsche kooplieden, waarin zij yragen geen andere rechtsmaoht daa 
die yan den Pasóljskij Prikdz onderworpen te zijn. 

18 Maart. Zaa^ betreffende het yerzoekschi&t yan den Hollandscbe 
koopman Pieter de la Dale oyer een bij hem gepleegden diefstal. 

Maart. Verslag yan den renbode Jermóla Bajkóf oyer zgn yerbl^f i 
Denemarken en Holland. 

2 Aug. Zaak betreffende het yerzoekschrift yan de Hollandsche ei 
Hamburgsche kooplieden tegen den wajewóda yan Totma oyer het aan- 
houden hunner yaartuigen (barken en dasjeniéken). 

Oot. — Deo. Zaken betreffende yerzoekschnffcen yan Hollanders te Moskoa 
om yrggeleide. 

16 Deo. Brief yan den Archangelschen wajewóda. Yan geen belang. 

1664. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollanders te Moskoa om yig- 
geleide. Onderyragingen yan uit Holland aankomenden oyer de bg ons 
geheerscht hebbende pestilentie. 

Januari. Yertalingen yan berichten, door Hollandsche kooplieden ta 
Moskou gebracht in den Pasóljskg Prik&z. 

16 April. Verblijf yan Maarten Buchling en zgne makkers bij den Tsaar* 

7 Sept. Mededeeling yan de Hollandsche kooplieden Verpoorten ea 
Hartman betreffende een yerzoekschrift yan Pieter de la Dale. 

Dec. Een boek, beyattende de aankomst in Busland én het yertrek. 

F yan den renbode, kapt. yon Eorbet, met het bericht, dat er eea 
Hollandsche gezant in aantocht is. 

Uo yan den gezant Jacob Boreel. Zie Scheltema, Busl. en de Ned« 
Dl. I, p. 266. 

Dec.(— April 1665). Aankomst en yertrek yan den renbode yon Korbetr 
en den gezant Boreel. 

1665. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollanders te Moskou om brie* 
yen yan yrijgeleide, ook klachten tegen w^jewoden en Russische koop- 
lieden wegens afpersing en 't niet afdoen yan schulden. Onderyragingflt 
yan kooplieden oyer de in Holland geheerscht hebbende besmetÜDgi 
Concepten yan Tsaarsche brieyen aan wajewoden naar aanleiding del 
zooeyen genoemde yerzoekschriften en hunne antwoorden daarop. Verti"! 
lingen yan berichten, door Hollandsche kooplieden te Moskou gebracht il 
den Pasóljskij Prikdz. 

14 April. Vertaling yan een brief, door den Secretaris yan den Hol* 
landschen gezant in den Pasóljskij Prikdz ingediend, oyer den titel, ffio 
den Staten toekomst. Zie Scheltema, Busl. en de Ned., DL I, p. 26$ 

20 April. Vertaling yan een brief aan den Tsaar yan de Staten. 

30 Mei. Vertaling yan een brief uit Holland yan de Vogelaar a 
Elenk aan Buchling om aan den Dóemnyj didk Alm&z Iwdnofteyragei 
of de Tsaar geneigd is de bemiddeling der Staten aan te nemen in d 
yredesonderhandelingen met Polen. 



47 

19 JanL Mededeelingen, door den Hollandschen koopman BucUing in 
den Pasóljskg Prikdz gedaan aangaande een door hem nit Amsterdam 
ontrangen brief, waarin g^schreyen wordt, dat er in dit jaar yeel Ham- 
burgsche schepen te Arcbangel zullen aankomen, dat de Engelsohen en 
Hollanders kapers tegen elka^* uitrusten enz. 

1666. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollandsche en andere buiten- 
landsche . kooplieden te Moskou om brieyen yan yrggeleide. 

13 Juni. Zending yan den tolk Angelaer aan de Staten met een brief, 
waarin bestraffing yerzocht wordt der Hollandsche courantiers, dieAlexis 
Grootyorst en niet Tsaar noemden. 

8 Aug. Brief yan den Hollandschen koopman Dayid Buts aan Dol- 
man, waarin hij dezen yerzoekt heimelgk een smeekschrift aan den 
Patriarch Nikon te oyerhandigen betreffende zaken ten yoordeele yan 
Rusland. 

30 Sept. Vertaling yan een brief aan den Tsaar yan de Staten. 

13 Dec. Vertaling yan een brief aan den T!8aax yan de Staten. 

1667. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollanders te Moskou om brie- 
yen yan ynjgeleide. 

18 April. Vertaling yan een brief yan den Hollander Andries Swellen- 
grebel, waarin hg betaling yraagt yoor door hem uit Holland geleyerd 
laken (2000 palawfnki). 

31. MeL Zending yan een renbode naar Holland. 

10 Dec. Zaak betreffende het yerzoekschrift yan den Hollander yan der 
Hulst tegen Sdwa Zjoekóf, uit Jaroslawlj, wegens het niet leyeren yan 
door hem beloofd juchtleder. 

1668. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollanders te Moskou om brie- 
yen yan yrijgeleide. 

11 Febr. Zaak betreffende het yerzoekschrift yan de Hollanders en 
Hamburgers, opdat de aanklacht yan Alexis Sichanóf tegen den koopman 
Pieter Sieyers worde onderzocht (wegens yerduistering yan waren). 

16 Febr. Concept yan een brief yan Tsaar Alexis Mich^jlowietsj 
aan de Staten om 't handgeld terug te bekomen yan de door yan Sweeden 
gehuurde handwerkslieden, welke niet naar Busland waren gegaan. 

Twee projecten yan tractaten 1^ een tusschen Engeland, Frankrijk en 
de Staten 2P een tusschen den Duitschen Keizer, Engeland, Frankrjjk 
en de Staten. 

1669. 

Zaken betreffende yerzoekschriften yan Hollanders te Moskou om brie- 
ven yan yrijgeleide. 

April(— Maart 1671). Een boek, beyattende de aankomst en het yer- 



48 

trek yan den Hollandschen gezant Nicolaas Heinsias. Zie Scheltem&. 
Rasl. en de Ned., Dl. I, p. 293. 

1 Oct. Over de ambassade yan Heinsius. 

Oct. Uittreksels met stukken betreffende de ambassade yan Heinsias. 

1670. 

21 Juni. Begenadigingsbrief aan den Hollander Meller om hem . yoor 
tien jaar boomen yoor scheepyaart in pacht te geyen en hem te yer- 
gunnen die naar Holland uit te voeren. 

12 Juli. Over het afzenden yan Eisfla Póesjien en Iwdn Wólkof naar 
Holland (yan deze zending is niets gekomen). 

3 Aug. Zending yan Thomas Kelderman en Wladfmier Warónien naar 
Holland en Hamburg om waren te koopen yoor den Tsaar. Zie Scheltema, 
Busl. en de Ned., Dl. I, p. 299. 

3 Oct. Over het zenden yan Thomas Kelderman en Wladfmier Waró- 
nien naar Holland. Over het zenden van sabelvellen, potasch en teer, 
naar Archangel om daar verkocht te worden. 

1671. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollanders te Moskou om brieven 
yan vrggeleide. 

3 Januari(— 14 April 1675). Een boek, bevattende de verzoekschriften 
der Hollandsche en Hamburgsche kooplieden om hun yoor den handel in 
de steden en buitenslands brieven van vrijgeleide te geven en over klach- 
ten in hunne handelszaken; verder concepten van Tsaarsche brieven aan 
verschillende wajewoden op hunne verzoekschriften; ook de antwoorden 
der wajewoden op die Tsaarsche brieven. 

13 Mei. Vertaling van een brief aan Alexis van de Staten. 

7 Aug. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen 
koopman Coenraad Cannegieter tegen Michaël Michdjlof en diens makkers 
om geleend geld terug te ontvangen. Verzoekschrift der Hollandsche 
kooplieden tegen den Archangelschen gouverneur Njéstjerof wegens ge- 
weldenary. 

1672. 

Oct. Zending van Oekrijntsof naar Zweden, Denemarken en Holland. 

1673. 

21 Febr. Antwoord der Staten op het memoriaal yan den Zweedschen 
gezant over 't ophouden van de vijandige handelingen ter zee. 

Maart. Over de aankomst van een Hollandschen koopman in Rusland 
met een brief yan de Staten aan den Tsaar. 

Juni. Over het verblijf van Oekrdjntsof in Holland, Zweden en Dene- 
marken. Zie Scheltema. Rusl. en de Ned., Dl. I, pag. 305. 

1674. 

28 Maart. Zaak betreffende het yerzoekschrift yan Semjón Alm&zof 



49 

tegen den Hollandschen koopman Swellengrebel wegens het niet betalen 
yan de door hem yerschuldigde 1200 Roebel. 

28 Aug. Zaak betreffende het yerzoekschrift van den Hollandschen 
koopman Hassenkrug (?) tegen den Hollander Fieter Sieyers yregens het 
niet teruggeyen yan geleend geld. 

1676. 

23 April. Zaak betreffende het yerzoekschrift yan de Wed. van Sweeden 
over een gevluchten huurling van Wasflij Zjeljabóezjskij. 

5 Juni— 4 Sept. Aankomst in Rusland yan den renbode, kapt. Richard 
Hendrik Regzer, met het bericht, dat er een Hollandsch gezantschap in 
aantocht is. Zie Scheltema, Rusi. en de Ned., Dl. I p. 311. 

5 Juni (—6 Dec. 1676). Een boek, bevattende de aankomst en het 
yertrek. 

I^ yan den renbode, kapt. Richard Hendrik Reijzer, 

IP yan den buitengewonen gezant Coenraad van Klenk. Zie Scheltema, 
Rusl. en de Ned., Dl. I, p. 307. 

26 Juni. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollander Andries 
Kenkel (?) tegen zijn landgenoot van Wimmennm wegens het niet terug- 
geven van geleend geld. 

Sept. — Dec. Over de aankomst van Coenraad van Elenk. 

1676. 

Vertalingen der memorialen van den gezant C. van Elenk. 

Antwoord der Bojaren aan C. van Elenk. 

9 Febr. Concept van den brief van Fjódor Alekséjewietsj aan de Staten, 
ixsedegegeven aan den renbode Njémtsjinof. Ook vertalingen der brieven 
van de Staten en den Stadhouder. Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., 
t)I. I, p. 329. 

Febr. Verslag van Njémtsjinof aangaande zijne zending naar Engeland, 
Bolland en Brandenburg met het bericht van het overlijden van Alexis 
Iffichdjlowietsj en de troonsbestijging van Fjódor Alekséjewietsj. 

1678. 

11 Januari. Over de benoeming van Johan Wilhelm Baron van Eeller 
tot Resident te Moskou; de brieven der Staten en des Prinsen aan Fjódor 
door hem in den Pasóijskij Prikdz ingediend, eveneens memorialen over 
het koopen van graan in Rusland, over beleedigingen den Hollandschen 
kooplieden aangedaan; de antwoorden op die memorialen en zijne confe- 
renties met de Russische Bojaren. Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., 
Dl. I, p. 348. 

1679. 

Memorialen en conferenties van den Resident J. W. Baron van Eeller| 
concepten van Tsaarsche brieven aan de Staten. 

1680. 

Memorialen en conferenties van J. W. Baron van Eeller. 




1681. 

Memorialen en conferenties van J. Vi. Baron van Keiler. 

Aug. Zaak betreffende het yerzoekschrifb yan den Hollandschen koop- 
man Andries Ofort (?) tegen Jefiem Pdwlof wegens het niet teroggeven 
yan geleend geld. 

Brieven van den Hollandschen koopman Yan der Brecht afkomstig, 
loopende tot 1690. 

1682. 

Juni. Concepten yan brieyen der Tsaren Joan en Peter aan de Staten, 
en den Prins. Vertaling yan het antwoord der Staten. 

1683. 

Memorialen yan J. W. Baron yan Keiler. 

Zaken betreffende yerzoeksohriften yan Hollanders en andere koopliede 
te Moskon om brieyen yan yrijgeleide en andere handelszaken. 

23 Febr. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandsch 
koopman Elias Tarbot om in Rusland eene laken- en eone wolfabrieko 
te richten en om zijn broeder Matthijs Tarbot naar verschillende rykei 
te zenden tot het huren van lakenwevers en het koopen van het 
noodigde gereedschap. 

1684. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollandsche en andere koopli 
den te Moskou om brieven van yrijgeleide. 

, 5 Sept. Een boek, bevattende de ondervragingen van Hollandsche «^ 
Italiaansche en Hamburgsche kooplieden te Moskou, te Wóiogda en te 
Archangel: hoe lang elk van hen in Busland woont, wie een eigen hi:^ 
heeft, wie begenadigingsbrieven heefb ontvangen enz. 

25 Nov. Zaak betreffende het verzoekschrift van den HoUandschezi 
koopman Elisa Kloek. 

1685. 

Zaken betreffende verzoekschriffcen van Hollandsche en andere koopb'e- 
den te Moskou om brieven van yrijgeleide. 

1686. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollandsche en andere kooplie- 
den te Moskou om brieven van yrijgeleide. 

1687. 

Zaken betreffende verzoekschriften van Hollandsche en andere kooplie- 
den te Moskou om brieven van yrijgeleide. 

Memorialen van den Resident J. W. Baron van Keiler. 

Afschrift van den begenadigingsbrief aan den Hollander Daniël Hart- 
man, waarbij hem de vrije handel in Rusland wordt toegestaan; hg zal 
aan geen andere rechtsmacht dan die van den Pasóljskij Prikdz onder- 
worpen zijn en men zal van zijne huizen geen schatting vorderen. 



8a 

è 



l 



51 
1688. 

Zaken betreffende yerzoekschriften van HoUandsche en andere kooplie- 
den te Moskou om brieven van vrggeleide. 

31 Januari. Over de aankomst te Moskou van den Hollandschen ren- 
bode Dickenson. 

Over 1688 en 1689. Een onvolledig boek betreffende J. W. Baron van 
£eller, zijne conferenties en memorialen; de brieven der Staten met de 
antwoorden daarop aangaande verschillende handelszaken. 

1689. 

Zaken betreffende verzoekschriften van HoUandsche en andere kooplie- 
den te Moskon om brieven van vrggeleide. 

Zaak betreffende het verzoekschrift van den buitenlander Jan Jochemsz. 
tegen den buitenlander Boudewijn Thomasz. wegens beleediging. 

1690. 

Zaken betreffende verzoekschritten van HoUandsche kooplieden te Moskou 
om brieven van vrijgeleide. 

31 Januari. Brief van den Amsterdamschen Burgemeester Nieolaas 
Witsen aap den Besident J- W. Bn. van Keiler over de middelen om 
een handel op Perzië en China van Bussische en HoUandsche kooplieden 
te doen ontstaan. Ook de inhoud van een brief uit China, uit HoUand 
gezonden. 

29 Dec. Vertaling van het tractaat tusschen Frankrijk en Holland ge- 
sloten over de uitwisseling van krijgsgevangenen. Afschrift van de rati- 
ficatie daarvan. 

Concept van een brief aan de Staten. Het zenden daarvan met Thomas 
Kelderman en Iwdn Pankrdtiêf. Zie Scheltema, Busl. en de Ned., 
Dl. Il, p. 45. 

1691. 

Zaken betreffende verzoekschriften van HoUandsche koopUeden ie Moskou 
om brieven van vrggeleide. 

5 Maart. Het bezoek van J. W. Bn. van Keiler in den Pasóljskg 
Prikdz om antwoord te ontvangen op twee door hem ingediende brieven, 
den een van den koning van Engeland, den ander van Kicolaas Witsen 
over den handel op China en Perzië. Concept van het antwoord aan 
Witsen. 

1 April. Zaak betreffende de verzoekschriftien van den HoUander 
Jan Vrij. 

1 Sept.(— 6 Mei 1695). Boek, waarin de aankomst en vertrek van alle 
buitenlanders werd opgeteekend. 

' 1692. 

Zaken betreffende verzoekschriften van HoUandsche koopUeden te Moskon 
om brieven van vrggeleide. 



1 



52 

1693. 

Zaken boireffiande TerioakBchrifteii yan HoUanduciie kooplieden te Mogkon 
om brieTon Tan Trggeleide. 

1694. 

Zaken betreffimde Tenodrachrifien yan HolUmdache koopbeden te Moskou 
om brieTon Tan Trggeldde. 

1695. 

5 Maart Zaak betreffimde een brief Tan Trggeleide. 
19 Dee. Zaak betreffuide bet Tenoekachrift Tan den Hollander Elisa 
Kkek iogsa Jaoob !ntc^ w^;en8 aebnld Tan den laatsta 

1696. 

23 JnlL Otot bet Torboren Tan eoi sebip des Tsaars aan HoTlandHdie 
kooplieden. 

Dec Brief Tan Trggdeide in bet Latgn, gegeTon aan Joban Stark 
om naar HoDaiid te reinn en daar aebeepebonwmeeeterv in dienst te nemen. 

1697. 

Feibr. Aftebrift Tan een brief aan Witaen OTer de Teridaring tu 
DaniSl Y, 25. 

Sept Drie ertraelen (jn bet HoUandM^) mt liet Begister der reeoln- 
ti^ d» Statm-Genoaal (1658, 1683, 1689). 

3 en 30 Sept Zaken betr e ffende de Te no ek B c h riftan Tan den Hollander 
CkristoM Brandt 1^ tegen Jaeob l^tof wegens onbetaalde geloTeide 
waren, 2^ Tan nog mindo' gewidit. 

7 Sept Yet i oek s c b rifl Tan den HoUandsdiai koi^nan Jan Yrg. 



Het TetUgf der RnjWMche geroloiaebtigde gennten Ctoenal Lefort, 
Bcjaar f^ódor Gakwia ea DoeiuTJ diak WanfetsTn in Hoünid; 16 
Sept 1697 tot 14 Mei 1698. Zie ow de» ambnnde ScMteMs ^^' 
en de Sed., Dt H^ p. 27 & t. 

Uit de indbwctie: De geantoi moeten ,<^ de yiintmbepsamliniirifi 
eeae rede ke n de n ea in bet antwoord m gldii ^ milm tsb de akmie 
f ijendwh ap es constant» daarin ea ook moeica ig a^gen,daideGroote 
8onT«rein« Z. T& Maiestei^ ook toot *t Terrolg de onde Triendsdinp met 
de Boegmogende Heeraa Staten wil ondeikoadea en bewaren en dat de 
Heeien Staten bierin <^ igne T^urstelgke gunst kvanen le t tiwi wea. ,En 
nog: ^ kseft de Gioole SonTetein, Z. Tk Mjgemit, bemlea nan V, 
Hoogmogead» Henen Stniea mede ie d etka : bet b èea Omotai 8on- 
Tffein bekend gewordea, dat de Tfand .der gebeele Cktmteakead ea de 
boadgeaoot Tan den Twkseben snhim^ de koung Tan Frankzgk, groote 
uimnHlijing en l e i e t e iiin g ifner knebtea weaseheade^ alle — mV UIjm i 
beefl ani|gew«mi om in bet Poofeeke koainkifk i§n nesl^ daa Bmnken- 



schon Prins de Conti tot koninfi; te makea, en daardoor zijne naburen 
□og meer te kunnen beieedïgen, waaraan hij met die bedoeling vele mil- 
lioeoen heeft besteed: maar de Qroote SouTereio, Z. Ta. Majeateit, die 
booze plannen openlijk en niet heimelijk tegen werke ode, tegen zijne be- 
doeling de ChristenToratcn beBohermende, die zijne broeders en buurliedea 
zijn, heeft bevolen in Zijne Tsaarsche Majeateit'B brieven aan de RaadB- 
Leeron en de Rzec pospolita te achriJTen, dat zij Conti niet tot hun 
koning moeten kiezen en dat ztj niet iemand koning moeten maken, die 
een tegenstander is ïan de Christelijke Torsten, die hun bondgenooten en 
naburen zijn, en hij heeft bevolen daarvoor ijverig te waken; maar in- 
dien de Raudsbeeren door de vele intrigues vaa Fransehe zijde den Prina 
de Conti toch aU koning wilden aannemen, dan zoude de Grroote Sou- 
verein, Z. Ts. Majesteit, hevelen hun van Z. Ta. Majesteit's zijde den 
oorlog te verklaren en 40000 man troepen naar de Litausche grenzen 
te zenden en andere in gereedheid te houden, opdat dePolenen Litauere, 
dit ziende, niet zouden toegeven aan die Fransohe intrigue, maar zich 
den Keurvorst van Saksen tot koning zouden kiezen, van wien bet te 
verwachten is, dat hij een vriend van de geheele Christenheid, maar een 
vij'aiid van den Franachen koning en den Turksohen sultan en den 
Erimachou Chan zal wezen ; en ook aan den Deenachen koning heeft de 
Oroote Souverein, Z, Ts. Majesteit, hem, volgens de alonde vriendschap 
met hem, mededeeling doende van die Fransche intrigue en den Prins de 
Conti, in zijne brieven geschreven, dat ook hij van zijn kant moeat 
medewerken en den Prins de Conti, indien hij over de Oostzee naar 
folen reisde, niet doorlaten en den doortocht door den Sond weigeren, 
en bierin is de welwillendheid Z. Ts. Majesteit jegens de geheele Chrü- 
tenheid aan de gansobe wereld duidelijk, over hetwelk niet alleen de niet 
daarin betrokken vorsten, maar ook de Raadsheeren en de Rzec Poapo- 
lita, hun heil ziende in den raad des Taaars, met dankbetuiging hebben 
geach roven." 

„En dat moeten de Hoogmogcnde Heeren Staten in het oog houden, 
dat hierin meer dan aan anderen aan hén door Z. Ts. Majesteit welwil- 
lendheid en hulp wordt tiewezen, doordat hun vijand de Fransche koning, 
zyn voornemen niet zoude kunnen ten uitvoer brengen en zijne krachten 
niet, zooais hy wenschte, vermeerderen en daardoor zal hij, als hij een 
ïijandelijkeu nabuur krijgt, niet zoo vreeswekkend en machtig wezen." 

„Eveneens heeft de Groote Souverein, Z. Ta. Majesteit, aan ona, Z. 
Tb. Majesteit's groote en gevolmachtigde gezanten, bevolen aan hen, de 
Hoogmogende Heeren Staten een belangrijke en voor de geheele Christen- 
heid noodige zaak mede te deelen en voor te stellen, dat de Groote 
Heer, Z. Ts. Majesteit, zonder eenige noodzakeiykheid, slechts in naam 
der Christenheid, in eigen persoon met zijne troepen den algemeenen 
vijand van alle Chriatenen, den Turksohen sultan, en den chan van de 
Krim eu den koning van Frankrijk beeft geüefd den oorlog aan te doen, 
en de streken en strijdkrachten van dezen vijand z^n blijkbaar op vele 
plaatsen overwonnen .... en in 't bijzonder zijn de voortreffelijke atad 
Azof .... en andere Tnrksche sterkten met zegevierende hand en ver- 



S4 

gietïng van veel Bofsoermaansch (IMuzelmanech) blood genomen enhaniMM 
voor God afsctiuwolijkG moskeGÖn in heilige huizen veranderd," „opdatj 
zij, de Hoogmogende Heeren Staten, dit vernemende, het als eene vreugd» 
voor zich zelf en een gelukkige aanwinst en hulp voor do geheele ChrÏB- 
tonbeid zouden beschouwen," „opdat, wanneer zij, Heeren Staten, zullce 
groote daden van Z. Ts. Majesteit ter verdediging der geheele Ohristenheid 
vernemen, gedurende den tegenwoordigen oorlog hulp geven aan Z. Ts. 
Majesteit en daardoor bondgenooteit worden van den Christelijken BouvO' 
rein, welke hnip van faunne zijde niet alleen aangenaam zal wezen aan 
den Grooten Souverein en hem steeds als eene weldaad in het geheugen 
zal blgven, maar ook voor de geheele wereld roemrijk en loffelijk zal 
zgn," „en do gezanten moeten hen hiertoe door allerlei verstandige an 
uitvoerige gesprekken trachten te bewegen en verklaren, dat eene dergelijka 
krijgshaftige daad tegen de Boeaoermanen aoch van de zijde Zijner Ta. 
Majesteit, nocb van andere Christen vorsten ooit heeft plaats gehad, als 
die, welke na zal plaats hebben en waartoe toeberoidselea worden gemaakt, 
en dat in bet Rnssisohe Tsarenrijk door bet ongewone van eene zoodanige 
onderneming vele benoodigdheden daartoe ontbreken, maar dat de Heeren 
Staten in hun Hollandsch land en in het bijzonder te Amsterdam veel 
schee psbenoodigdheden hebben en hiervan een groote overvloed is en ag 
in staat zijn eene dergelijke hulp te verleenen, zonder dat dit hnn b^Konder 
drukkend zal wezen, en de gezanten moeten zeggen, dat zg kanonnen, 
geweren, zeildoek, ankera en Indische houiaoorten moeten geven." 

„Maar indien de Staten zullen beginnen zich te verontschuldigen, 
moeten de Groote gezanten hun voorhouden, dat huo in devoorafgaai 
tijden van den kant Zgner Tb. Majesteit veel welwillendheid is bewezen-' 
en 't hun namelijk is toegestaan in hun handel vrij in Ensland aan te 
komen en vandaar te vertrekken en dat veel Hollandera in 't Rnssisohe 
Bijk, te Moskou en elders, wonen in hunne eigen huizen, zonder dat zg 
onderdanen van %. Ta. Majesteit worden genoemd, en handel drijven 
met alle vrijheid, en dat Z. Ts. M., hoewel de Russische kooplieden 
door hen belemmerd worden in hnn handel, ter wille van de onde 
vriendschap der Heeren Staten dit alles over 't hoofd ziet, en dat hun 
volle vrgheid wordt gegeven in hnn geloof en er vele ateenen kerf 
zgn gebouwd, hetgeen voor dezen niet placht te geschieden, en dat \ 
aan de Ruasen niet verboden is bij de HoUandsche kooplieden te dien* 
hetgeen vroeger, hoewel zij er vaak om bebben gevraagd, hnn niet' 
veroorloofd was; en ook nog dat, toen hun gezant Coenraad van Klenk 
te Moskou was en Z. Ts. Majesteit verzocht uit den naam der Heeren 
Staten, dat Z. Ts. Majesteit hnn bijstand zonde verleenen tegen den 
Zweedachen koning, die als vriend eu bondgenoot des Franschcn koning» 
hnn gebied met oorlog aanrandde; de Grooto Souverein, Z. Ts. Majesteit, 
Zgner vorstelijke, goede genegenheid jegens de Staten gedachtig, eenïge 
redenen van zijne zijde heeft gezocht en zijne gezanten tot den Zweedsohen 
koning heeft gezonden, opdat deze zijne afgevaardigden naar eene conferentie 
zoude zonden om die zaken tet een bevredigend einde te brengen, en dat 
tegelijkertijd om hun ontzag in te boezemen troepen van Z. Ta. Slajesidt 



nen, 
d^l 



hun 

ueiS 



A 



55 

aan de Zweedsche grens waren geplaatst en dat dit op verzoek van de 
I Heeren Staten is geschied en dat de Zweedsche koning werkelgk inziende, 
dat dit niet geschiedde om grenstwisten, maar ter wille yan de Heeren 
Staten, om deze belemmering den oorlog met de Staten heeft gestaakt 
en tot den Trede neigde, en dat reeds voordien de Zweedsche koning 
met de bedoeling een oorlog tegen de Staten te ondernemen zjjne Groote 
gezanten tot den Groeten Souverein, Z. Ts. Majesteit had gezonden om 
met Z. Ts. M. een offensief en defensief verbond te sluiten, maar dat de 
Groote Souverein wetende, dat hij na het sluiten van dit verbond in 
Tgandschap en oorlog met de Hollanders wilde treden, dezen voorslag 
had a^^lagen en dat de gezanten onverrichter zake uit Moskou moesten 
Tertrekken" enz. 

„En de Groote gezanten moeten aan de Hollandsche Staten zeggen, 
dat hun buitengewone gezant Coenraad van Klenk uit naam van hen, 
Heeren Staten, heeft voorgesteld en verzocht, dat Z. Ts. Majesteit hen, 
Heeren Staten, zoude begenadigen en volgens hun verzoekschrift zoude 
Tergonnen de Perzen en Armeniërs met onbewerkte zijde en andere 
Perzische waren door Archangel door te laten, en zij, Z. Ts. Majesteit's 
Groote gezanten zullen met volmacht hierover met hen, Heeren Staten, 
spreken en kunnen bg overeenkomst eene behoorlijke regeling in déze 
zaak maken." 

„Ook heeft hij, van Klenk, gezegd, dat men hunne gezanten naar 
Chiwa en China zoude doorlaten door 't Moscovische Rijk en Siberië, 
welk verzoek hem is geweigerd; en ook zjj, gezanten, moeten hierover 
zwegen en niet beginnen te spreken. Zij moeten vragen, dat de volon- 
tairs, die van Moskou gezonden zijn, kunnen loeren in hun land met 
alle tegemoetkoming." 

Onder andere stukken: „Memorie van de Pointen en grieven door de 
Uoscovische handelaars t' Amsterdam overgegeven aan het Groot Mos- 
covisch Gesantschap, met zeer gedienstig versoek van redres ofte versag- 
tinge desaengaende : 

1. Dat de hollandtse en duytse natie door geheel Rusland mogen blij- 
ven bij haer oude vrijheeden, diese daer te lande van outs genoten hebben. 

2. Dat dienvolgende haere scheepen, ambaren, palaten ende kantoeren 
noijt zullen mogen werden deursogt nogte gevisiteert. 

3. Dat er een vaste tijd mogte beraamd werden tot het houden van 
de Archangelse jaermarct, om voortaen aenvang te neemen in het voor- 
jaer, met het opgaen van de Rivier, en te eindigen op 10/20 September ; 
en dat buyten dezelve tijd de koophandel tot Archangel zoude mogen 
verboden, en de Tolboeken geslooten werden, zonder dat voor of na 
d' opgemelde termijnen, eenige registratie en aenteekeninge van verhan- 
delde koopmanschappen, onder wat pretext het ook mogte zijn, tot Ar- 
changel zoude mogen geschieden. 

4. Dat, volgens ouder gewoonte, alle rechtszaken, die, 't zij eisschende 
of verweerende, de onderdaenen van desen Staet aengaen, voor geen 
andere Gerechtshoven in Mosco betrekkelijk zouden zijn of dienen mogen, 
dan alleenlgk in de Posolse Pricaes. 



56 



5. Dat het den Goosten of Tollenaren, zo tot Archaiigel als andere 
plaetsen Tan Zijn Csoerse Msjesteits Gebied, aenbovoleo mag werden, ten 
einde om de gekogte ofte Terkogte goederen voortaen niet hooger op de 
Tolboeken aen te ecbrijren, en ook geen hooger Tol daervan te vorderen, 
als na rato van hetgene den inkoop, verkoop oite verhandeling effective- 
l^k bedraegt, zonder dat de kooplieden door dilaijen of ophoudingen go- 
foroeert mogen werden om hunne goederen en Toomamelijk de jachten, 
boven den bedongen prijs te laten aenschr^ven. 

6. Dat die van de hollandse Natie vergunt mogte werden om alommE 
onder Zijn Csaerse Uajeflteits Gebied, met alle nijtheemse Natiën aldaer 
't zg Persiaenen, Indianen, o( andere Oosterse volken, te mogen nego- 
tieren, zonder hooger tollen subject te zijn, als cle Rnssen of andere Sijnei 
Majeateits geboorene onderdaenen. 

7. Dat de Projeese Tollen {d. i, projezzjija posjUny) mogten gemodereer 
en op eenen draeglyker voet gebracht werden. 

8. Dat de eieessive tmpositie of belaatinge op de snijkeren, als medi 
op de Spaense en witte wijneu, mogten werden gereduceert op de roe 
van andere ooopmanschappen, zo als hetzeWe voor dato van den Nieuwei 
Oeataef (reglement) gebruijkel^k h geweest. 

9. Eijndelijk, dat de vastgestelde ordre op de elle, maelen en gewi 
punchidijk mag werden geobsorveert. 



i Lefbrt e 



i makkM 




5 Nov, Brief aan den Pasóljskij Prikaz v 
over hunne andiëntie bij de Staten, 

17 Nov. Memoriaal, gedurende het verblijf der gezanten in Holland 
ingediend door den Hollander Jan Thesingh over masthout. 

1698. 

16 Febr. Zaak betreffende het verleenen van een vijftienjarig octroui 
tot den visch- en vethandel in Lapland aan den Amsterdammer Bene- 
dictus Nebel. 

Maart. Copie van een brief nit Holland van den Bojaar Galawfen en 
Waznfetsjn aan Prins Prazarófsky over het betalen van geld, io Hollancl 
bij Hontman opgenomen. 

30 April. Artikelen, in Holland aan de gezanten Lefort en zijne mak 
kers gegeven over de krijgstucht op de whepen. 

14 Mei en 18 Juli. Memoriaal en brief aan den Tsaar van den Hol 
hkodschen koopman Jan Theeiogh over hel drukken van zeekaartei 
ma thematische e. a. boeken in Holland en over het Toeren daarvan naa 
Rusland. Zie Scheltema, Rusl. en de Sed., Dl. UI, p. 31. 

16 Md. Memoriaal van den Hollander Abraham S3neius, te Nijmege 
aan de gezanten ingediend over te Moskon gekochte potascb, en conce; 
van een brief daarover aan Prins Prazaró&kij. 

17 Mei Concept van een brief der Russische gezanten aan Nicolai 



J 



57 

Witsen om hem te bedanken voor zijne ontvangst. Tevens het antwoord 
daarop, 4 Juni. 

19 Mei. Aankomst te Moskou van den Hollandschen Besident van der 
Hulst. Zie Scheltema, Eusl. en de Ned^ Dl. III, p. 49. 

20 Juni. Brief met vertaling aan den Tsaar van den Hollander Schwert- 
ner, waarin hij o. a. voorspraak vraagt bij den Burgemeester Witsen om 
eene betrekking. 

Oct. Yrijgeleide aan de bedienden van den edelman Andréj Michajlof 
om uit Eusland naar Holland te reizen. 

3 Nov. en 5 Dec. Vertaling van den brief der Amsterdamsche burge- 
meesters aan den Tsaar, waarin zij vergunning vragen om 1000 last 
rogge uit Rusland naar Holland te mogen uitvoeren. 

7 Nov. Zaak betreffende eene schuldvordering van Daniël Hartman 
wegens hem door Wasilij Naoémof verschuldigd geld. 

1699. 

26 Maart. Brief van Nicolaas Witsen aan Fjódor Galawien om hem 
te bedanken voor het ontvangen van den koopman Einsius. 



AFDEELING II. 

De tijd, gedurende het yerblijf yan den gezant Matwéjef 
in de Nederlanden tot de komst yan Prins Koerdkien. 



Peter Alexowitz, Czaar van Muskowie, zig, door 
het bemagtigen van Azof, de vaart naar de Zwarte 
Zee geopend hebbende, hadt, sedert, beslooten, de 
Scheepvaart in zijn Rijk aan te moedigen, en de 
vroeste zeden zijner Onderdanen, in veele andere 
opzigten, te beschaaven en te verbeteren. 

Wagenaar. 

1699. 

9 April. Over het zenden van Andréj Artjemónowietsj Matwéjef naar 
Holland. Zie Scheltema, Eusl. en de Ned., Dl. UI, p. 41. 

18 April. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen 
koopman Alexander Gortsijn om een brief van vrjjgeleide van Archangel 
naar Kola. 

8 Mei. Over het zenden van Matwéjef en Wólkof naar Holland. 

14 Juni. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen 
koopman Jan Lups tegen de Russen Peter en Iwdn Swjertsjkóf wegens 
het niet betalen van verschuldigd geld. 

25 Juli en 5 Aug. Verzoekschrift van den Hollandschen koopman Jan 
Vrjj, eene beschuldiging tegen de Stoljnieken Fjódor en Peter Dasjkóf 
en tegen Afandsij Kaniesjef bevattende wegens het niet teruggeven van 
geleend geld. 

29 JuH. Concept van een brief des Tsaars aan de Staten, waarin h^ 
hun mededeeling doet van den met de Porte gesloten vrede. 

1 Aug. Verzoekschriften van de Hollanders Brandt, Swellengrebel, 
Gaskonje, Govers, Lups enz. om brieven van vrjjgeleide. 

4 Aug. Verzoekschrift van twee Hollanders om vrjjgeleide. 



59 

23 Sept. Vertaling van een brief der Staten aan den Tsaar. 

3 NoT. Reohtszai^ van een Hamburger. 

P. M. A., Bundel 64, bevat (bl. 15-34, bl. 35—40, bl. 43—47, bl. 
104 — 121, bl. 125 — 173) lijsten yan vreemdelingen, in 1698 en met 
Orays in Rusland gekomen, bl. 192. Over het vermeerderen van hunne 
bezoldiging enz. (11 Sept. 1699). 

1700. 

4 Januari. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Amsterdammer 
Jan Thesingh om octrooi tot het drukken van land- en zeekaarten, 
mathematische en bouwkundige werken in het Russisch en Duitsch, ge- 
durende 15 jaren. Zie Scheltema, Rusl. en de Ned., Dl. III, p. 31. 

18 Jan. Zaak betreffende het verzoekschrift van een Hollander om 
vrijgeleide. 

27 Febr. Zaak betreffende het verzoek van den Hollander Dix om de 
permissie zonder tol eenig graan uit te voeren. 

4 Joni. Over het betalen der bezoldiging aan de edellieden en klerken, 
aan de ambassade geattacheerd. 

19 Juli Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen 
Resident van der Hulst over het vervoer van dranken uit Archangel 
naar Moskou zonder tol te betalen. 

20 Juli. Zaak betiïBffende het overgaan van het landgoed van den 
overleden koopman Swellengrebel aan diens zoon. 

Bl Juli. Over het 12-jarig octrooi om handel te drijven in schaapswol, 
aan de Hollanders Christoffel Brandt en Jan Lups verleend. 

29 Sept. Vertaling van een brief der Staten aan den Tsaar, waarin 
de excuses van den Zweedschen koning worden overgebracht enz. 

10 Nov. Een boek, bevattende het verslag van den gezant Matwéjef 
over zgn verblijf in Holland, in Frankrijk en in Engeland. 

Zaken betreffende de rapporten van Matwéjef a, om hem via Archangel 
een graanvoorraad toe te zenden, wegens de duurte in Holland, b. om te 
verbieden zgne boeren in het Rjazdnsche en elders te onderdrukken ge- 
durende zijn verblijf in Nederland. 

Oonoepten der brieven van den Bojaar Fjódor Galawien aan den ge- 
zant in Holland, Andréj Matwéjef. 



Brieven van Matwéjef, deels aan Galawfen, deels aan den Tsaar. 

's Gravenhage, 9 Febr. Aan Galawfen. „Uw brief, mijn Heer, die te 
Moskou den vierden der afgeloopen maand Januari werd verzonden, is 
mij te 's Gravenhage den eersten dezer maand Februari in goede orde 
ter hand gesteld, waarin mij het bevel van onzen zeer barmhartigen, 
groeten Alléénheerscher en Souverein werd medegedeeld, dat Houtman 
& hier verblijf houdt met de uit Moskou gezondene zeeofficieren en 
hmdwerkslieden, een einde moest maken aan zjjne zaak, en dit met mijn 
siaaftchen, verschuldigden ijver ontvangen hebbende, richtte ik volgens 



60 

Uwen genadigen brief aan mg, Uwen slaaf, een schrgyen aan Houtman 
te Amsterdam over de leiding dier zaak, opdat ik yolgens het berel 
loude te werk gaan met die gewetenloozen en eedrerbrekers, zooals ver^ 
eisoht wordt, en op dezen brief schreef Houtman mg een antwoord." 
Mgn leyen, mijn genadige Heer, is hier zeer yeryelend en yol ergernis; 
'sGrayenhage is, zooals Uwer genade, Mgn Heer zel^ yolkomen bekend 
is« de alleryeryelendste stad en de menschen znn hier zeer onmensch- 
Uerend. maar vriendelijk, wanneer men hnn geschenken geeft, en >g be- 
wgien aan aankomelingen weinig yriendschap, maar amuseeren zich 
slechts met hunne dagelgksche yermaken. 't Huren yan huizen, mgn ge- 
nadige Heer, is hier onuitsprekelijk duor: hoewel ik er yeel yoor hiab 
moeten loopen, heb ik yóór Mei ter nauwemood een huis kunnen hnrm 
teg»i 35 Roebel elke maand, en dat nog wel een zeer middelmatig hnifl, 
maar deftige huizen kosten hier 700 k 800 Roebel in Moscoyisch gdd 
in het jaar'\ ,in yergelgking met de andere ministers is mg een zser 
klein tractement toegel^d; £k b^rgp niet, hoe ik een jaar lang moet 
leyen.** ^Ontferm U yaderlgk, mgn zeer gundige Heer, mgn yader^ 
(6a/i»), oyer mgne yerlatenheid, als die yan een wees; rappwteer aaa 
omen leer wgaen Souyerein dit mgn tranenrgk yqrioekschrift, qpdathj, 
de AUei^enadigste Souyerein, yolgws zgn gewone, yorstdgke gemdB 
je^<»[is al zgne slayen, mg yerzorge in mgne armoede en mg ten nmiiil 
^m aende om rgtuigen, paarden en proyund te koopen.^ 

Bglage. Brief yan Adolf Houtman aan Matw^ Amstadam. ISIVAi^ 
(yan ome tgdr^ening). ^U^E. Exedloitie seer acngenaeme hebbe giste- 
i«n wel ontfiuigi»! en gesien, wat ordre U.S. uyt Moseo hadde on a| 
legens de molestie yan het af^gedand^t Zeeyolk te aanateareii en nif 
de Heef^n Staelen daar oyer te spreeckm dogh dat sal nu CMinodigh iga 
abo ik net dat yolk door benidddingh yan de Begten en eenige goen 
nannen ben y^neeoideert on haer 2 na end c n gagie te bctaplm, dik 
oock al neeet geschiet is en heeft ng sgn £xeellentie de Heo' Fénder 
AVsxi^wita OoUewien daer toe bagh otdre laecea geey«n, haeirol kg ■■ 
91^ tol ngn gnMii» yerwonderingh eoiitmie aekifft^ dat nu te kst ii, 
di\^ buytiNi dit all«$ $o ;»»ude hec erenwel hebben noeKB doen, infin 
nuu IgfiT en t^y^m eo die yan ngne fioufie a ee cter wiUe zga. want Ik 
hi^b gfvH^ fsi^yaer ugi^i^iKiiaeiu ja aebf de %eren yan de Biy i ing h m 
"K^ priiKtpM4 de H<wr But^fE«nM$iiNr Witsea. on dat d» ngn grooUB 
pw^l^MiMr wa$ — <« iudi<»i ik niet geaMiMdeeit kad es hk regt hal 
ktmi KfMiNi^ $^mde t^ n^^i»' hebKm bk>ni» Kecwfen es «Md hetappd 
Mcb l\E. vx%or$pMiak ng luH $imddM hebtaa. ako kK Talk cb BlBge- 
iii|jE»k kNC andèKt Kwia ^ t dan «mnt <«nbi ^üMniNnm koolL" 

VÖMtiMikii^pK $ ]4«art. Aau dM Tnar. ^IVii iw i w de n 
Maart «Miden dè U> M> H^wwi SiatiMi uit kusae 
;i^^Hit l^Mi^yvMk <ifdat ik aan l\ A!Vrw>fcivirn<n Simi 
dMii$i^ y^WKMlw ta» kMk ^NiiiMk a^Mi^ $iekif iim. dtt_ 
«Midè yfti»jliKk>» net k^t^ <« li^t yvr$tiNkiii^ dawrris 
aiilpMi dm «.^a^Nii ii^^ist kn^^iiM^ «MMat d^ «Lv^eet mdi 




nicht Tan 40000 man naar de streek van Riga trekt en zich mei de 
Bakiische troepen, welke thans op Riga toetrekkoo, wil vereenigen." ,Ea 
ïolgens de gernchten onder 't volk zal de Zweed niet zonder bgatand van 
ii Staten zijn en men meent, ttat er een oorlog zal wezen tegen Dene- 
aarken met oene grooto Bcheepsvloot (a welikiem karawanom karabljej)." 
(De Heer Witsen prijst Uwe genade als eene Goddelijke en bewijst rag 
meer Triendechap dan do anderen en, voor mjjne aankomst opzettelijk 
mt Amsterdam hierheen gekomen, bracht hij hier eenige dagen door ^)." 

's Gravenhage, 29 Maart. Aan den Tsaar. „Maar thans zijn hi^r dage- 
Iglis hnnno algemeene vergaderiTigen en van eenige hnnner raadslieden 
is het nare bericht ontvangen, dat de Engclsche koning en de Hollaadsche 
Staten inderdaad spoedig hunne admiraals met 
dm Sond zullen zenden." 

'a Gravenhage, 14 Juni. Aan Galawten. ïteeds i 
sankomat in Holland meldde ik het ü, mijn Z' „ „ 
Ttaagde ik genade betrefifende mijn uiterste gebrek aan een rijtuig en 



! malen sedert i 
r genadigen Heer, 



paarden, zooals de gezanten hier hebben, waarin ik mijne visites en 
contrayisites in overeenstemming met mgne waardigheid als gezant be- 
koor te maken ca uitstapjes moet doen in den omtrek om alle berichten 
ungaande de politiek in te winnen. Maar ik rapporteer U, mijn gena- 
digen Heer, dit niet oit eigenbaat, daarnaar verlangende uit eigen 
M^ maar tot eer van den allerhoogaten naam van onzen grooten 
■Kvenhage, 5 Jnli. Aan Galawten. „In Uwen zelfden brief, welke 
Bl)Bfcon werd verzonden den 28'''" van de afgeloopen roaand Mei en 
oUand mij den SO^''^" van de afgeloopen maand Juni werd ter hand 
gesteld, ontving ïk bet genadige bevel van onzen allergenadigsten Monarch 
fa Sonverein, dat ik moet vragen om een gesprek met de H. M. Eeerea 
Staten en hun bekend maken, dat de Groote Souverein, Z. Ts. Majesteit, 
op het verzoek van hen, Heeren Staten, wegens de oude vriendachap 
net hen, nooit zal gelieven vijandige stappen tegen de Zweedache kroon 
te doen, behalve wanneer van Zweedsche zijde onoprechte handelingen 
mochten blijken; opdat eveneens ook zij, de Staifln, als een bewijs van 
getrouwheid aan de oprechte vriendschap tot Z. Ts. Majesteit en om die 
te onderhouden, zich niet mogen moeien in die zaken, uit hetgeen 
Gone zeer groote en hechte vriendschap kan ontstaan; en Tolgcns dat 
M>el van onzen Allergenadigsten Grooten Souverein en volgens Uwen 
orief, mijn Heer, heb ik niet getalmd maar ben ik den eersten van deze 
maand Juli over de bovengenoemde zaak ïn discours geweest bij den 
Kaad-Fenatonaris, die de leiding heeft in gezantschapszaken, en ik heb 
'hem uitvoerig dien goeden wil van onzen Monarch voorgehouden, welken 
lig gelieft te hebben jegens hen. Staten, niet om eene al te sterke vriend- 
MÜiap t« vermeerderen met zijn broeder en bondgenoot, Z. K. Majesteit 



1) In een brief van eenige dagen later schryn Matwèjef aan den Tsaar, dat hy 
lechts door de voorspraak van Witsen er in geslaagd is een huis te haren, „want 
r borgstelling zoude nieinand bet hem hebben toevertrouwd." 



3 



62 

yan Denemarken, noch afbreuk doende aan Z. Ts. Majesteits verbond 
met de Zweedsche kroon, maar er zich in allen deele toe beg verende, 
dat van de zgde der potentaten, die nu vijandig zgn aan de bondge- 
nooten van den Monarch, de vrede heilig worde gehouden." 

„En den vierden van dezelfde maand Jnli antwoordde mij de Raad- 
pensionaris na de beraadslagingen van de H. M. Heeren Staten op mgn 
voorstel : dat de H. M. Heeren zoowel met den Zweed als met Denemarken 
in een defensief verbond staan, en dat nu Denemarken door aan te vallen 
op de stad Toning van den Holsteinschen hertog het middel om de 
Noordsche vgandschappen tot rust te brengen heeft vernietigd, dat daarom 
de Staten ziende, dat die koning voor de verschillende, goede voorstellen 
in die zaken niet de minste welwillendheid toonde, zich vereenigend met 
den Engelschen koning de vloot hunner schepen naar den Sond hebben 
gezonden, opdat op die wijze gemakkelgker de vrede koude worden Tér- 
kregen, volgens welke hunne bedoeling zich een teeken van nuttigen 
vrede begon te openbaren, doordat opnieuw de Staten door den Deenschen 
koning als mediateurs werden aangenomen voor die in 't Noorden aan- 
gevangen zaken, waarvan zij Staten alleszins hopen dat zij door dit goede 
begin in eene volslagen verzoening zullen overgaan; maar vyandige 
bedoelingen tegen Denemarken hebben de Staten nooit gehad, en indik 
de Zweedsche koning met heftige vijandschap Denemarken zoude aantasten^ 
dan zouden de Staten verplicht zijn ook hem tegen den Zweed bgstad 
te verleenen, en de Staten hebben geene andere bedoeling dan den alge- 
meenen vrede te bewaren, daar zij er meer belang bij hebben, dat het 
rijk van den Deenschen koning behouden blijft, dan dat het te grond» 
gaat." „En bjj dat gesprek stelde ik den Raad-Pensionaris ter aanvulling 
vooKy of zij, indien die bedoeling der H. Staten op de bovengenoemd 
wgze van bemiddeling, zooals zij dat willen, niet tot een goed einde 
komt, dan den Deenschen koning den oorlog zullen aandoen." Op hetwelk 
mij door den Raad-Pensionaris is geantwoord: 

„Indien bg het tegenwoordige goede begin der vgandige Noordsche 
kronen en de geneigdheid tot den vrede, bjj het aannemen van de be- 
middeling der Heeren Staten, eene nieuwe verandering ten kwade mocht 
intreden, dan zullen de Staten met den Keizer en met de Fransche en 
de Engelsche koningen en andere geallieerde vorsten op alle wijzen 
hunne krachten inspannen, dat de zich verzettende partij tot een verbond 
van vrede worde gebracht en genoodzaakt." 

Bijlage bij een brief van 19 Juli. „Yertaling der artikelen welke ii 
de vergadering der HoUandsche Staten in hunne taal ter behandeling zgi 
gekomen, in de thans aangevangen zaak tusschen Z. K. Majesteit va' 
Denemarken en den hertog van Holstein bij de vastgestelde armistiti 
of wapenstilstand (armistietsü ili oroezjeoenjatii)." Uit deze bijlage: 

„a. De koning gelieft in een verdrag te treden, niet alleen met de 
hertog van Holstein, maar ook met den Zweedschen koning en met 
Huis van Luneburg, Zelle en Hanover over de twistpunten, die er tussche 
hen mochten zgn. 



1 weg 
L renboden 



b. De gevolmachtigde heorsn^ welke van beïde zijden znlkn gekozen 
worden moeten naar Hamburg gaan twee dagea na 't uitwisaeleii der 
tractaten, en aan beide partijen zal het veroorloofd zijn zulke ministera, 
ols hun TSrstandig voorkomt, tot die zaak bij zich te voegen. 

c Men moet opreehtehjk en trouw van alle kanten tot Terzoeoing van 
Èet verschil medewerken en zich daarbij met allen gver inspannen, om in 
dagen over het voomaamBte twistpunt en de theologische artikelen, 
":e verschil bestaat, tot een ovoreenkomst te komen." 

dit verdrag to bevorderen moeten de met elkaar in verdrag 
partijen zich van oorlog en alle vijandachap in het Sleeswijksche 
ilsteinache onthouden en ook aan de rivier de Elbe, gedurende 8 
iagen, beginnende met den dag na dit verdrag. 

e. De legers moeten in hunne legerplaatsen, waar zg aab nn bevinden, 
hun verblijf houden. 

f. De weg van Stegen naar Harken en van Barken naar 
l&l de grenslijn wezen voor hen, die fourageeren, en noch aa 
party, noch aan de andere der beide legers is het veroorloofd < 
te Dverschrijden. 

g. Bij dit tegenwoordige verdrag is bet aan de post e 
veroorloofd te komen en te gaan, evenwel moeten zij een halve mijl van 
de legerplaats blijven staan, terwijl zij die naderen en op den hoorn blazen. 

h. Het tegenwoordige verdrag is, door de miniBters der bondgenootea 
onderteekend, in handen van den Staatschen minister, den Heer Fabricius, 
overgegeven, opdat het te Hamburg aan den hertog van Brunswtjk 
overhandigd en gewisseld worde met dat, hetwelk door de ministers van 
^n Deenschen koning onderteekend is." 

's Gravenhage, 6 Sept. Aan den Tsaar. „Den tweeden dezer maand 
kwam de Heer Witsen ongewoon vroeg bjj mij met groote vreugde en 
deelde mg een brief mede van hun gezant Coljer uit C onstan tinopel, hem 
disnzelfden dag gezonden, waarin hij schrgft, dat de Porte met Ü, Alier- 
genadigsten Souverein, voor dertig jaar vrede heeft gesloten," „Den 
derden derzelfde maand zonden de Heeren Staten mij op heimelijk aan- 
dringen van denzelfden Heer Witsen uit hunne vergadering hun agent 
itozeboom met hetzelfde bericht." „Zooala ik heb vernomen, is hun dat 
onaangenaam bij dat verdrag, dat aan Uwe schepen de vrije handel met 
de Tnrken over den Oceaan en de Middel landsche zee veroorloofd is, daar 
zy weten, dat Uwe vloot talrijk, goed gebouwd en van alles voorzien is." 

'e Gravenhago, 20 Sept. Aan den Tsaar. „In de Statenvergadering 
hebben de tegenwoordige berichten eene groote ontevredenheid veroor- 
zaakt, die hier zijn aangebracht, nl. dat gij hebt geliefd den krijg aan 
te vangen met den Zwe«d, zoowel door Üwe aankomst te Narva, als 
door het zenden van krijgslieden naar Eiga tot ondersteuning van den 
Poolschen koning, en door berichten ait Moakoa vernemende, dat gij zeer 
Teel geoefende troepen hebt, zooals men er in deze streken weinig zoude 
vinden, en dat gij zulke groote geldelyke inkomsten hebt, hetgeen zij hier 
geloofden, zijn zij hierover zeer ontevreden." „Eveneens onaan- 
a hun het tegenwoordige bouwen Uwer schepen in Archangel, 



I, 

1 



64 



waaruit zg meenen, dat groote belemmering voor hunne koopmanschap- 
pen zal voortvloeien. De Staten hebben den Zweed allen bijataad gewei- 
gerd, hoewel zij eerst van plan waren dien te geven wegeaa het gverig 
aandringen van den Zweedachen gezant." 

'a Gravenhage, 20 Bept. Aan Qalawfen. „En hier loopen voortdureod 
geruchten over hot zenden van Z, Tg. Majesteit» troepen naar Narwa en 
de streek van Kiga en alle Ministera vragen mij voortdurend over het 
begin van dien oorlog, waarvan ik steeds zeg, dat het onwaarsehijnlijl 
is. Maar ik heb bier niet het minste bericht over en ben hier niot buiten 
moeilijkhedcii door die onwetendheid." 

's Gravenhage, 27 Sopt. Aan Galawfón. „En den 25"" werden op mgn 
verzoek uit de vergadering der Staten tot mij aan huis aangewezen ge- 
deputeerden gezonden, 7 peraonen", „met welke ik op bevel van oumo 
zeer genadigen Grooten Monarch en Souverein uitvoerige gesprekken heb 
gehad." „En wat betreft, dat zij volgens hunne belogen in de zaak met 
de Forte bij hunne mediatie niet den minsten bijstand aan de zijde van 
Z. Ta. Majeateit, onzen Grooten Souverein, hebbend verleend, daarover 
had ik reeds voor dezen, volgens Uwe brieven aan mij, veracheidene malen 
uitvoerige geaprekkeu gehad, en welke antwoorden zij mij dienaangaande 
hebben gegeven, heb ik aan U, mijn Heer, omstandig medegedeeld in 
mijiie vorige brieven." „Denzelfden dag zonden de H. M. Hoeren Statan 
mij vroeg, vóór de komst der gedeputeerden, bun agent, den Heer Ro«- 
boom, aan huis met een brief van hen en vraagden zij mij dringend, 
dat ik zonder talmen dien brief naar Moskou zonde expedieeren aan omen 
AUergenadigsten Grooten Souverein." 

's Gravenhage, 4 Oct. Aan den Tsaar. „De Staten zijn over deun 
aangevangen zaken in groote moeilijkheden en twijfelingen, in de eerste 
plaats, of zij volgens het oude en onlangs hernieuwde verbond verplicht 
zijn den Zweed in alles bijetand te verleenen, hetgeen hun moeilijk is na 
te laten, in de tweede plaats zijn zij bevreesd daardoor de nieuwe vrinnd- 
schap met U te verbreken, en vooral is het gevaarlijk, dat een groot 
deel van de rijkdommen hunner kooplieden met de correspondenten te 
Riga, Narwa en Eeval is, en dat al het koren, dat de Zweed hun heeft 
vergund uit zijne steden te exporteeren, nog te Reval ligt, en indien ig 
U door het een of ander vertoornen en die steden door TJ in den ki^g 
worden veroverd, dan zullen al hunne goederen .onherroepelijk verloren 
gaan, en do Hollandsche en Engelscbe kooplieden zijn er volstrekt niet 
afkeorig van, dat die steden aan U komen, en ik beloof hnn, zooveel als 
ik dat kan, een grootere vrijheid in alle koopmanschappen, indien die 
steden aan Ü komen, dan die, welke zij onder de Zweden genoten, tervrgl 
ik hen op alle wijzen gerust stel, opdat zij den Zweed geenerlei hulp 
verleenen en de Staten door aanhoudende verzoeken niet daartoe dwingen, 
De Zweedsche gezant doet zonder aflaten moeite bij de Staten alhier om 
volgens de verdragen hulp te krijgen in troepen of ' 
heeft daarover een publiek memoriaal 
ik hiervan kennis had gekregen heb i 
gesteld memoriaal bij de Staten ingediend. 



de Staten ingediend, en t 

daaraan tegenov^ 
„en daarna heb ik den Ru' 



^enaiouariB ontmoet ea in uitvoerig disconrs daartoe trachten te be- 
Iregen, dat de Staten hunne eeuwige Trieadacbap met ü niet rerbreken 
cm den Zweed in niets hulp verleenen, aangaande hetwelk door hen een 
antwoord zal worden opgesteld op den brief, door U aan hen gezonden." 
,Er zijn hier geruchten in omloop, dat, indien de Staten geen gunstig 
antwoord van U ontvangen in de tegenwoordige zaak op den brief, door 
ken met mijn bemiddeling den 27"'^" der vorige maand September aan 
U geëspedieerd, zij inderdaad eene groote ambassade tot U zullen zenden 
en dat zij van plan zijn Witsen te zenden en eveneens naar Polen: maar 
hoe deze zaak tot stand komt, zal ik later rapporteeren." ^DeZweedache 
gezant heeft, aan eenigen der Eeeren Staten veel verwijten gedaan, omdat 
ign koning nu geheel door hen aan zijn lot ia overgelaten, en ziende, 
dat hunne geneigdheid om hulp te verleenen gering is, is hij zeer bedroefd, 
daar hij weet, dat zijn koning aan alles gebrek lijdt." „Dezer dagen is 
ii Heer Witsen bij mij geweest en vraagde hij door mij aan U, AJler- 
genadigsten Souverein, uit zijn eigen naam de gunst, dat gij, wegens 
Üwe zeer groote genade jegens hem en de bewoners van Amsterdam, 
wanneer Lijliand in Uwe handen valt, mougt bevelen uit Reval enz. hun 
grgan, dat de Zweed hun op hun verzoek heeft gegeven, aan hen ter 
hand te stellen, en hjj twjjfelt niet, of die steden zullen door U genomen 
woeden, daar de bezetting ervan gering is en zij geonerlet vaste fortifi- 



'a-Gravenhage, 18 Oct. Aan den Tsaar. „Bij zijne aankomst heb ik 
nut de overige ministers den Engelschen koning gezien, bij welke gele- 
SBnheid hij zich met groeten lof over U uitliet, daar hij zoo gelukkig 
wits geweest U te Londen te zien, en ook prees hij Uw groot verstand, 
in roemrijke daden, die gij op zoo jeugdige jaren reeds hebt volbracht, 
het bijeenbrengen en oefenen Dwer legers." „Den Raad- Pensionaris laat 
nien des ochtends vóór alle ministers in zijne particniiere vertrekken en 
hij zit daar een uur en meer met hem, en daarna wordt de bedkamer 
(lietkamor) geopend voor alle ministers, en hij komt te voorsohijn en 
spreekt met allen vriendelijk, alleen moeten wij twee uur en meer bij 
'hem antiohambreeren en wordt den ministers in zjjne woning niet de 
'minste beleefdheid aangedaan, waarover zoowol de Fransche als de andere 
ministers ontevreden zijn," ,er is bevolen tegen het volgende voorjaar 
12 oorlogsohepen tn gereedheid tfl brengen, naar men voorgeeft om zieh 
TOor te bereiden volgens de tractaten, indien de Spaansche koning komt 
fe sterven," 

i-Gravenhage, 15 Nov. Aan Galawicn. „Thans heeft Adolf Hoot- 
man mij uit Amsterdam een brief geschreven met het van droefheid 
Vervulde verzoek (gorestnojoo prosbojoe), dat ik U, mijn Heer, door mijn 
brief mededeeling zunde doen van de voortdurende, dringende vordariogen 
fer nil Moskou ontslagen Hollanders wegens zijne borgstelling en ook 
.rvan, dat zij hem no reeds eiken dag naar het Stadsgerecht sleepen 
3tts die borgstelling." „En ik bob niet den tjjd gehad na 't ontvangen 
dien brief van Houtman vóór deze post den Heer Witsen te ontmoeten 



en met bem over deze zaak te fipreken; en hoewel ik, mjjn Heer, volgens 
het bevel van onzen Ailergenadigsten, Groeten Souverein en voIgeoB 
Dw Torigen brief die gewetenloozen voor 't hoogste gerecht moet roepen, 
kan men met dergelijke canailles (kaaaljami) niets anders dan schande 
verwekken, zichzelven onteeren en in ellende komen, zooals in 't vorig 
jaar ook Houtman bijna dood is geslagen en zijn hnis is vernield, omdat 
de Staten zelve zich van dergelijke allergemeenste (podljejsjieeh) lieden, 
zoo goed als zij kunnen, trachten af te maken; oog niet vele jaren geleden 
ie hnn beste Ëaad- Pensionaris, de Witt, niet alleen door hen Termoocd, 
maar ook in stukken gesneden." 

's-Gravenhage, 13 Dec. Aan Galawien, De Heer Witsen heeft bij zjn 
bezoek aan mij de opdracht gegeven in dozen brief zijn onderdanig com- 
pliment aan TJ, mijn Heer, over te brengen. Inderdaad, mijn Heer, bnittn 
hem bewgat niemand van de ingezetenen dezes landa eenigen dienst san 
onzen Orooten Sonverein, maar van hem ondervind ik veel vriendschap 
en nut, doordat hij mij inlichtingen geeft, wanneer ik die noodig kei 
in de zaken van onzen Ailergenadigsten, Groeten Souverein, maar de 
Hollandsche kooplieden, behalve Adolf Houtman, welke zeer groot voorderi 
te Moskou hebben gehad door de genade van den Souverein, nl. Dii en 
anderen, niet alleen ontvang ik van hen geenerlci bewijs van vriendsclup 
of inlichting, wanneer ik die noodig heb, maar zelfs heb ik hen na myne 
aankomst nog niet bij rajj aan buis gezien. Zij houden slechts van alleriö 
voordeel te Moskon, maar hier willen zij zelfs niet doen weten, dat lij 
hier wonen." 

VOiaveahage, 20 Dee. Aan den Tsaar. „Den 14"^"" van deze maind 
kwam hier ©en post aan mot brieven aan de Staten door hun miniitcr 
nit Hamburg gezonden, waarin hij meldde, dat de Zweed in eigen persoBii 
Uwe troepen heeft geslagen en van Narva verdreven." ,En deZweedsclH 
gezant heeft hetzelfde aan de Staten medegedeeld." „Velen uit de Statsa 
zijn bij mij gekomen om mij uit te hoeren over die berichten en alsof 
zij het betreurden ; ik heb hun gezegd, dat ik dienaangaande geen be- 
richten uit het leger heb en dat men aan die geruchten geen gelofrfkan 
slaan, omdat zij alle uit vijandelijke, Zweedsche steden afkomstig egn en 
de datums dier verschillende berichten onderling volstrekt niet overeen- 
stemmen en men aan alles kan zien, dat die berichten verzonnen en 
lengenachtig zijn." „Ik heb opzettelijk den Heer Witsen bezocht en gese^ 
dat men zulke brieven moest verbieden, welke zonder eenige (zjadnyoh) 
xekere berichten op verstrooide geruchten hier door de Zweden wordan 
verspreid, waarover hij terstond met een streng verbod naar Amsterdwn 
aan de Burgemeesters wilde schrijven, maar dat geschiedt, zeide hg, met 
met toestemming van de Staten, maar doordat het volk vrij is, en hij 
zeide, dat ik dien brief niet aan U moest zenden. En hij houdt die ge- 
ruchten niet voor waar, omdat alles uit Zweedsche steden is geschieven 
en de brieven onderling niet overeenstemmen, en met de laatste post, 
welke den l?''^" van deze maand uit Hamburg is aangekomen schreef 
hnn ministor aan de Staten, dat er behalve de vorige berichten, geen 
andei, betrouwbaar berioht is gekomen ter bevestiging daarvan, en dat 



67 



beriohteD door zeelieden over zee waren aangebracht, en men wacht 
igaande zekere berichten met espreese koeriers van andere zijde 
Aan die der Zweden." „De Zweedsche gezant gaat mat groote scheld- 
woorden zelf bij de ministers en de Heeren Staten rond en verspreidt — 
idet alleen Uwe troepen belasterende en beachimpende, maar ook van Uw 
«gen persoon kwaadsprekende — het gerucht, dat gil verschrikt door de 
tankomst des koniaga twee dagen daarvóór uit het leger naar Moakon 
igt gegaan, en ik hoor zulke beschimpingen van zijn kont, dat mya tong 
jB niet kan uitspreken en myn hand ze niet kan schrijven." 



Sen boek, bevattende de uitgaven van Staatsgelden door den gezant 
Matvéjef gedaan gedurende zijn verblijf aatt vreemde hoven en een kort 
overzicbt van zijn dienst 

Memoriaal van den Resident van der Hulst met de antwoorden daarop. 

Brieven aan &alawfen van den AmsterdBinscbea Burgemeester Witsen. 

Brieven aan Oalawien ven de Amsterdamache kooplieden Houtman, 
Sraadt, Lnps en Dis. 
^^ P. M. A., Bundel 75, bevat eene lijst van minderjarigen, die tn Hol- 
luid de taal en het matrozenvak leeren. (bl. 291). 

1701. 

20 Jaanari. Zaak betreffende het zenden van traotement (met vermeer- 
ing) aan Matwéjef en zijne suite. 

21 Januari. Zaak betreffende het uitbetalen van tractement aui den 
translateur Feter Wolf, geattacheerd aan de ambassade in Holland. 

12 Febr. Zaak betreffende de schuldvordering van eene Holkndsche 
bjopmanaweduwe tegen RuBsische kooplieden wegens het niet betalen van 
gekochte n haring. 

29 Maart. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollandschen 
koopman Adolf Houtman om in Rusland gekocht graan te mogen uit- 
voeren. Ook zijne brieven aan Qalawfen. 

30 April. Zaak betreffende het verzoekaehrift van de klerken Fawórof 
sn Krapi'wien, die aan de ambassade in Holland geattacheerd waren ge- 
weest, om de uitbetaling van hun tractement. 

3 Mei. Een verzoekschrift van een Hollander aan Matwéjef betreffende 
geldsaken. 

21 Mei. Zending van den klerk Waznietsyn naar Holland ter vervan- 
I^Dg van AwrSmof. 

Mei, Zending van den Lubecker Adam Brandt naar Holland om mus- 

itten en zaken voor de Tsaarsche huishonding te koopen. Zijn brieven 

n Gala wf on. 

27 Juni en 29 Jnli, Verzoekschrift van den Hollandschen koopman 
Stisa Eioek betreffende eene schuld van den boer Nazariëf te firjanak 

a den voornamen koopman Öregorlns Stróganof. 

11 Jnli. Vertaling van een brief der Staten aan Peter den Gtrtwta 



68 

tf) ^11 HO Juli. Zmik botroffende het yerzoekschrift der Hollandsche en 
tUmtntrgrt*ohe kcYOpllodon om niet meer tol yan hen te heffen dan 

\u Autf. Oxpr hot loonon van 30 wagens (podwody) aan denBesident 
tMti iWr HuIhI om hom van over zee gezonden voorraad te venroeren. 

)è\ \u|r« V^mooknohrift van den HoUandschen koopman Jan Yrg be- 
^H»(A»tuto P(^\w nohuldvimioring. 

\^ 9o(«t /«ak Ixptrotlbndo oou vonoekschrift van Matwéje^ waarin hj 
vruAitli \Ul h<^ ^\As door ayiH) Heden aan de bezorging van zgn tne» 
Hm^i^ttl Im^HhhI» i^MnwUtuwni mogi> worden enz. 

\H^ ^(^1. f^(tmk Mnv)li>tHio h«»t vi>rtoekschrift van de klerken EoerbÜof 
m\ A^viiAmh< aan \W aiuha»Mido in Holland geattacheerd, om tractemeni 

1^ \V^^ (M #tm\lim van i^^kj^i prte$li»jr naar HoUand. 

1^ lV^^ OxKHT M Wii!>M<Mi van 30 wageis aan den HoUander Abrahioi 
KftV!^^ WHvr ^ wrwiwr van war«ii« 

\Mk ïR^M^Iiv^ VKUi i(»iMi paar kk>rbMi Baar Holkuad. 

^y^v. I^v^ van <^imi A«»$«iNdaBUEMr a«a Galanea, ena kfadift «o^ 

>ky'#^^riaM^ >niin 4hm K^NiiiMi v^ui «1» Hakt. 

^Wvè^ 4M^n iMU^iMa v^wa XnMai Dix. I^inSI Iïmimb, oa ïïiwiiir-; 

va'iWK'fl V VWf Wl«'n «» 

\^\^ Vn v<é^r»^ x«Mi( $if%ii< M» Haavi^ ^aa 
v\f*i^ vaiti >^«i >iw<: >r«a ^^r^jf^wk» 4Mtt X:ftaias^ Ti 




V>^?ii>«i*fHac^ ^'^ ^^wwiws. Hkttr. -dut T^mic^. ï*«i $*■ 
^< .^Mii . . . WHir ir. ^tlw -tew^. 4«iiiiiik 19* " 

TW'^w'i^ts n'f \<* tiT>»S^* ^j^^g'*'^- ^W«^«n: 
ww*nifV v^IIn wir%»«ic ^*»«s Tw>r »;. -«wr. 4» 
>?<^ \ ^ ïhm: **r<»«:fw. f^r «i; *affw ^ff 

t«É». i*at ik "^HhrtJW. «i W. ^i u '>i w> vnwfe- a:^w*aiL alK ^ 




hadden Terleend en, als neatrale mogendheid, dsn gezant niet met 
erwinning hadden gefeliciteerd." 

ïravenhage, 10 Januari. Aan Oalawien. „Hoewel, mijn Heer, op 
latste memoriaal van den Zweedacben gezant geen beslait Tan de 
1 is genomen om den Zweed met krijgBvolk bij te staan, gaat de 
t zonder opboudeii voort met pogingen om hen daartoe te bewegen 
B men met de neigingen hier te lande te rade gaat, dan schijnt het, dat 
de lente de hulp zallen zenden, tenzij het uiterste ongenoegen over 
1 met Frankrijk en Spanje begonnen zaken daarin verhindering 
t, en volgens mijn plicht uttziende meld ik U, mijn Heer, dat het 
zonde wezen op verstandige en politieke wijze een teeken te geven 
lelemmering in den handel aan de Staatscbe onderdanen, die te 
lu vertoeven, opdat zij dat begrijpen en zich daarover uitlaten in 
■ brieven aan al hunne correapondenten in Holland en om de voor- 
, die zij te Moskou genieten, die te verwachten hulp aan de Zweden 
werken. Maar indien de Amsterdammers, volgeos hunne brieven 
oekon, hiertoe bewogen worden, dan kan de geheelo Republiek zon- 
innne toestemming niets tot stand brengen. Het ia U mijn Heer, 
)eketid, doordat gij zelf hier zijt geweest, dat Amsterdam bij alle 
ingen evenveel betaalt als alle provinciën van Holland en, als het 
rastig blijft voor de zijde Z. Ts. Majesteit, dan kan het de geheele 
ig van hnlp aan den Zweed tegenhouden." 

Tavenhage, 31 Januari. Aan den Tsaar. „Na het verzenden van de 
I post ontmoette ïk den volgenden dag den Raad- Pensionaris en 
ik met hem in uitvoerige gesprekken, opdat de Staten wegens het 
iden van hunne bemiddeling in een brief aan U . - . • het memo- 
van den Zweedacben Minister, waarin hij hen vraagt om hulp aan 
weed te zenden, afwijzend mochten beantwoorden ; al waren zij ook 
18 verbonden verplicht om hulp te geven, thans is de door hen op 
genomen bemiddeling van die zaak daartoe blijkbaar beletsel, zoowel 
verleenen van bijstand aau Uwc, ala aan de Zwecdsche partij, 
lens heb ik gezegd, dat, indien het lot er Ü toe brengt hier allerlei 
roorraad te koopen, men het niet moge verbieden dien te verkoopen 
ar Moskou door te laten, en dat men het verzoek in het miünoriaal 
ien Zweedeehen minister om dien verkoop te verbieden — hetgeen 
nne tractaten met den Zweed niet ia bepaald ^ moge weigeren en 
belemmering moge aandoen aan den handel. Op hetgeen mij de 
Pensionaris antwoordde, dat do Zweedache gezant ijverig bij de 
1 aandringt op het zenden van hulp en als reden opgaf om den 
jp van knjgevoorraad te verbieden, dat, indien door hen vervolgens 
aan zijn koning zal worden verleend en die krijgsvoorraden worden 
on land naar Moskou tot ü doorgelaten, de Staten in plaats van 
Ien openlijke vijanden van zijn koning zullen zijn, door aan U, zijn 
, tot den oorlog tegen hem wapenen te hebben verleend ; evenwel 
ben zijne meesters, de Staten, niets anders, dan dat gij beidon, 
I gg als de Zweed, hunne vrienden, tot een ouderlingen vrede 
en hg beloofde te doen, wat hij kan, en wilde de Staten rapport 

I 



TO 



doen en mi) antwoord geven." „Dienzelfden dag schreef ik naar Amster- 
dam aan den heer Witsen en aan Houtman, opdat zij op alle mogelyke 
wyzen de Amsterdammers terughouden van het geven van bijstand aaa 
den Zweed en voor 't vervolg het verkoopen en doorlaten van rergchil- 
lende krij ga voorraden, die gij noodig hebt, moge veroorloofd zijn, haar 
hg voorbaat van Uwe genade verzekerende, en het antwoord, dat ik van 
hen heb ontvangen zend ik U met cene vertaling ter kennisgeving bij 
dezen brief" 

's Oravenhage, 7 Febr, Aan Oalawión. „Ik heb de grootste verbittering 
wegens den Zweedacben gezant, den argliatigsten intrigant. Bij de tegen- 
woordige aankomst, mijn Heer, van den Fransohen gezant liepen liier 
geruchten, dat zijn koning inderdaad, zulk eeoe vereeniging van alle 
Enropeeache potentaten en bet ondernemen van een oorlog tegen bem 
ziende, hem, den gezant, bevolen heeft op alle wijzen vrede van de Heeren 
te verwerven. 

Hieruit heb ik begrepen, dat, indien de Staten alhier dit goedvinden,., 
en hnnne krijgsondememing begint te verüanwen en zich meer tot den 
vrede neigt, buiten allen twijfel het zenden van holp aan den Zweed 
volgens de tractat«n te verwachten is. Dtiarom zal ik, door m^n ver- 
plichte voorzichtigheid gedwongen zulk e«n gevoelen der Staten tegen te 
werken, vandaag opzettelijk, als Ood het geeA, in der haast naar Amsterdam J 
reizen en met den Burgemeester Witsen en met Hontman spreken e 
zal, zooveel ik kan, door hen deze zaak tegenwerken." 

Bgloge. Vertaling van een brief van Adolf Houtman aan Uatwejef, 
Amsterdam, 26 Januari (5 Febrnari). 

„Zeer gcdistingueerde Andréj Artjemónowietsj, Hooggeboren Heer H 
vriend, ik ben door Uwen brief van den 3Ü'""> der vorige maand, w^ 
mi) den vierden van deze maand werd ter band gesteld, zeer vweeid, Vf 
welken ik kortelijk antwoord, dat ik na ontvangst daarvan den ^aib| 
ingesloten brief zelf bij den Heer Witsen bracht, welke zich nog nial 
had gereed gemaakt, maar toch Uwen brief in mijne tegen woordigbnd 
las en mij den inhoud daarvan vertelde. 

Toen vraagde ik hem om een tijd te bepalen, wanneer ik met hem 
daarover zoude knnnen spreken, maar hij antwoordde mij, dat hij gedu- 
rende 5 of 6 dagen geen tijd zoude hebben, hetgeen men wel kan geloovsn, 
omdat hij thans eerste burgemeester is geworden en heden wilde ik l 
ook Uwon tweeden brief brengen, maar ik had het ongeluk hem niet te 1 
huia te treffen en volgens het zeggen van zijne bnisgenooten was het 
niet bekend wanneer hij to huis zoude komen ; daarom heb ik den brief I 
aan zgn dienstmeisje afgegeven met het verzoek hem die bij zijne tehuia- 
komst te overhandigen en hom te vragen mij te doen weten op welkoD 
tijd ik by hem moet komen. Dien dag moet ik afwachten, of ik ga 
Maandag zelf bij hem aan, om te zien of ik de gelegenheid zal hebben 
met hem te spreken. Maar dit meen ik zeker te weten, dat onze Staten 
den Zweden niet meer zullen geven, dan zij volgens de tractaten verplioht 
zijn, zooals dit reeds aan U bekend zal wezen, maar zij willen eerder tot 
een vrede leiden door waardige of billgke voorstellen, doch indien een der 



partgen daar nist naar wil Iniateren, dan zoude het wel kunnen ^ 
dat andere bedoelingen of besloiten bij hen zouden ontstaan tot schade 
van de onwillige partij en hoewel naar myne meening daar veel moeite 
toe wordt gedaan bij dien ambtenaar (Bloezjitjelja), toch zal niet zoo 
Bpoedig eene handeling volgen, zoodat ilc Hierin deze moeiiykheid niet 
kan vinden en zoodra ik den Heer Witsen zal ontmoeten, zal ik dien- 
aangaande zijn antwoord aan U melden, waaneer gij dat noodig acht, 
maar ik zeg U in goede hoop dat deze Hoer reeds bij sommigen aanstoot 
heeft gegeven om Uwentwille, om aan Zijn Tsaarscbe Majesteit en aan U 
Ëen dienst te bewijzen, hetgeen ik zeker weet ea daarom vrees ik, dat 
hij niet zal wagen mij hierin gooden raad te geven, hoewel ik de over- 
taiging heb, dat hij zeer ijverig ia om dienst te bewijzen aan Z, Ts. 
UaJBBteit en aan U, maar hjj kan niet alles doen, wat hy andera wel 
zonde willen ten uitvoer brengen." 

Tweede bijlage. Brief van den Burgemeester Nioolaas Witsen aan 

Matwéjef. Amsterdam, 22 Januari. 

„Aan den Zeer Edelen, Zeer Voorzichtigen en Zeer Gedistingueerden 

I fleer Andréj Artjemónowietsj Hatwéjef, den Zeer Waardigen gezant van 

^■^^k Majesteit meldt Nicolaas Witsen ziju groet. Uw beide brieven, 

^^^■k Heer, heb ik onlangs ontvangen ; ik zoude die reeds lang beant' 

^^HB hebben, indien ik daarin niet door eene zeer ernstige ziekte ver- 

^PHpird ware geweest, maar nu bevind ik mij in betere gezondheid, doob 

Is ben nog niet geheel hersteld. 

Over de zaak, welke gjj beoogt, heb ik zeer uitgebreid mot don Heer 
Hontman gesproken, welke U aangaande ons diecours uitvoerig vereiag 
al doen. Ik meld U, dat ik de zorg voor dio zaken, die gij mij hebt 
opgedragen, zoeveel mogelijk op mij zai nemen. Ik meon zeker, dat alles 
volgens Uwen wensch zal slagen, omdat ik daartoe al myn ijver zal 
aanwenden. Adieu, mijn beste vriend. Geschreven te Amsterdam, 6 Febr. 
1701 in der haast." 

Derde bijlage. Vertaling van een brief van Houtman aan Matwéjef, 
Amsterdam, 22 Januari. „Zeor gedistingueorde Andréj Artjemónowietsj, 
mijn zeer toegenegen Heer en vriend, weea gegroet. Volgens mijn beloften, 
U den vijfden gedaan heb ik eorat gisteren — omdat ik tweemaal vergeefs 
bg hem was geweest wegens zijn drukke bezigheden — bij mijn derde 
bezoek hem te huis getroffen en een uitvoerig gesprek met hem gehad 
en hem Uwe laatste brieven gohee! medegedeeld en hem -die ten dooie 
aelf laten lezen; daarna beloofde hij, dat hij heden zelf aan U wilde 
aehrgven, welken brief ik thans U hierbij ingesloten toezend, waaraan 
ik toevoeg, hetgeen hij mij heeft opgedragen niet uit zijn naam maar 
nit den mijnen aan U te sehrijvon en U daarvan te verzekeren, dat in 
elk geval door de Staten niet meer voor de tegenpartij zal worden gedaan, 
dan zij volgens de tractaten verplicht zijn, en dit zelfs kunnen zij om 
belangrijko redenen niet volbrengen, maar dit is in goede verwachting 
gezegd. Wat de k rij gs voorraden betreft, aangaande welke wij beiden xgn 
overeengekomen, dat het mogelijk moet zijn die te koopen en te vorzendeu, 
indien wij met den Franachen koning in oorlog komen, dan zal het 



Terboden worden, vclbe contrabande ook, aan eenigen potentaat te Tér- 
zenden, en dit is my door <?enigt> heeren bekend. Maar gij moet myne 
brieven, zoowel als die van onzen vriend, gelijk ik U onlangs heb 
gezegd, aan niemand toonen of mijn naam en den zijnen noemen, waarop 
wij vertrouwen, en dan znllen wy, zooveel het ons mogelijk is trachten 
Z. Ts. Majesteit en U van dienst te zijn, maar zonder eenige schade en 
nadeel voor ons." „Indien ik den tijd had twee uur met \J 
zijn, dan zonde ik mijne meeningen mondeling beter uitleggen, dan thajur' 
schriftelijk, onder voorwaarde, dat, indien gij mijn aohriftelljke of n: 
delinge explicatie niet naar Uw genoegen vindt, gij mij dit niet 
kwade znlt duiden, omdat ik dit alles in eenvond en goede tronw 
en niet gaarne om mijn ijver zoude worden vorstooten." 

's-Gravenhage, 14 Fehr, Aan Galawfen. „Mijn verblijf te Amsterdam, 
mgn Zeer genadige Heer, is niet onnut, zooals gij nitgebroid uit mgn 
brief zult gelieven te vernemen, maar behalve Houtman en Dix zijn er 
geen kooplieden van de Moakouache ijverig voor de partij van Z, Te, 
Majesteit: mijn verblijf te Amsterdam duurde 4 etmalen en niet alleen 
heb ik bij hen niet één goed teeken van genegenheid bespeurd, maar ik 
heb zelfs geen van do oommissariBson der Moskousche Compagnie gezien," 

's-Gravenhage, 14 Febr. Aan den Tsaar. „Opdat zij, indien zg vrede 
maken met Frankrijk en Spanje, niet volgens hunne verplichting tegen 
de lente hnip zenden aan den Zweed, ben ik eenige dagen naar Amsterdam 
gegaan en heb ik bij den Heer Witsen en de kooplieden veel moeite 
aangewend om dat te verhinderen en eveneens voor het doorlaten Af! 
krijgs voorraden, indien gij die zondt moeten koopen. De heer Witsen 
stelde rog echter gerust, als Uw trouwe dienaar alhier, uit zijn eigra 
naam en niet uit dien der Staten, dat hoewel op vertrouwbare voorstal len 
en zekere getuigenissen die zaken van den kant van Spanje en Frankrijk 
met een vrede afloopon, zij toch wegens de door hen op zich genomen 
mediatie, zonder dat die zaak werkelijk tot een einde komt, geen hnlp 
aan den Zweed zullen verleenen en dat aan zgn gezant reeds in het 
privaat door de Staten een weigert^nd antwoord is gegeven, hoewel hg 
er nog sfoedB moeite too doet; en ook voor het vervolg belooft Witaen 
tot zijn laatsten ademtocht in alles een getrouw dienaar te zijn. Aan- 
gaande de wapenen en andere krijgsbenoodigdheden zeïde hij, dat thans 
door hen het besluit is genomen den verkoop aan vreemde potentaten en 
den uitvoer van wapenen wegens de tegenwoordige toebereidselen tot den 
oorlog te verbieden en dat er reeds gedrukte plakkaten overal in hnni ' 
steden zijn rondgezonden, maar toch moet gij aangaande alles, wat 
hebben wilt, aan mij een bevel sturen, want hij belooft alles heimei 
ten uitvoer te brengen ; maar wat de Amsterdamache kooplieden beti 
is er niemand uit hen trouwer en vertrouvrbaarder voor U, ia alle omsl 
digheden, dan Houtman en hij heeft beloofd U tot zijn dood tronw te dient 

's Graven hage, 21 Febr. Aan den Tsaar. „De Staton geven den Zw( 
Bchen minister op zijn aanhoudende vorzoekon om in de tegenwoon' 
krijgsomstandigheden hulp aan zijnen koning te zonden, voortdni 
beleefïlelijk een weigerend antwoord." 



i 



'b OrftTenhoge, SI Febr. Aan Qalawién. „De zaak van 
imniBter vordert hier weinig naar zijn verlangen, .... maar vregens zijne 
boosaardige natuur tracht hij mij te allen tijde door zijn arglist met 
allerlei heimelijke en openlijke kuiperijen te benadeelea." 

's Oravenbage. T Maart. Aan <1od Tsaar. „De koning van Polen heeft 
aan Denemarken gevraagd om de troepen die thans in Saksen liggen 
naar Lijfland over te broogeo. Denemarken verontschuldigde zich met 
het Travendalsoh verdrag, maar was er toch toe geneigd, als de voor- 
mhtigheid dat vereiscbte; do Staten, dit vernemende, hebben hem ge- 
Bohreven, dat zij, indien hij die troepen aan den PoolBcben koning geeft, 
'oorseker den Zweed hulp zullen zenden als een tegenwicht." 

'e Gravenhage, 2) Maart. Aan den Tsaar. „Men heeft hier liever, dat 

gij oorlog hebt met den Zweed, dan dat deze zich met Frankrijk verbindt 

ea de DuitBche gewesten verwoest, evenals indertijd de vader van den 

~' ' koning in verbond met den Pranschman Brandenburg ver- 

ivenhage, 28 Maart. Aan den Tsaar. „De Zweedsche minister doet 

larend moeite bij de Staten om het zenden van hulp aan zijn 

kning, aangaande hetwelk de Staten, zijn onophoudelijk verzoeken ziende, 
hem gezegd hebben, dat zij volgens de tractaten verplicht zijn hulp te 
vïrleenen aan zijn koning in de weetslijke streken ïn Zweden, maar niet 
is de noordelijke gewesten, aangezien de geographie Stockholm van 
Lpand scheidt j daarom zijn zij niet verplicht daarheen hulp te zenden." 

'a Gravenhage, i April. Aan den Tsaar. Dezer dagen was de Heer 
Witsan bij mij en zeide mij met zekerheid — en droeg mij ook op dit 
san U te rapporteeren — , dat zij de aanhoudende aanzoeken van den 
Zteedschen gezant hebben afgeslagen en geen hulp aan zijn koning 
ïiülen geven." 

'a Oravenbage, 11 April Aan den Tsaar. „Onlangs heeft do Zweedsohe 
gezant veder een memoriaal bij de Heeren Staten ingediend en hij dringt 
ionder aflaten op het zenden van hnlp volgens de tractaten aan zgn 
konbg aan, waarover de Staten zeer ontevreden zijn, dat hij in een zoo 
moeilijken tijd voor henzelf, na vele feitelijke weigeringen, hen lastig valt, 
*" zij hebben hem niet geantwoord Hiervan kennis krijgende, heb ik een 
ontmoeting met den Hoer Witson gehad en met hem gesproken. Hg 
<^ mij dat de gezant in dat memoriaal schepen en troepen vraagt, 
■Mar dat men hem geenerlei hulp zal geven. Hoewel die gezant bij 
'taatache personen rondgaande, uitstrooit, dat, indien zij volgens de 
'erbonden geen hulp aan zijn koning zonden, zij hun verbond met hem 
'erbreken en zijn koning, na vrede met IJ te hebben gesloten, met 
frankrijk in verbond zal treden en het verhreken van het verbond met 
''öi groote nadeelen voor ben kan bewerken, slaan de Staten daar toch 
g«n acht op. 

s Gravenhage, 16 Mei. Aan den Tsaar. „Ik heh van ochtend uit ver- 
'fonwbftre bron vernomen en Houtman heeft mij geschreven, dat twee 
pnote Zweedsche oorlogschepen (orloch-sjipy) door den Sond zijn gevaren 
"iBt het doel om zich te Gotenbarg raet 4 schepen van dezelfde soort 



t 



74 

«m k Ununiom Jtnutiij«iRiiQi^ ri> rwviHugen om naar de Oostzee te gaan 
»»w Av UolUtuiiK'iio w!ïn»n :u rwvtin en «.ie schepen te nemen." ,De 
ViiiNkvni»mm'tu* 'vwitiuwn 'uHuvii iiiimie bar^meesien srevraagd, om 
■vr vw:»k:M:; .tuitiimr A*ht«ptm v»n ^vrirvn jorioarwneoen re zenden, hetgeen 
iv Uwr Wisuw uut \h>'a«oiüo .v :ai'.«*n .wer!£en.'* Daar er ook gevaar 
t«i«# .int j%«t^st\*'.u> 'vuiHMTs xtukT K'y.'iiiui^^i :ouden komen, ^chrerf Mtt- 
^^;iv* .'.•wnvi AsrKuiHvi .v»i .vvH.' .üoüiLiairfcinde ion tw» souvnneizr der 
**n'r»rt V v'?óv"». 'iM i'.j ••■ivr"A'ii::i: e^vï T-eaen -41 ien hxMxaai screog 
tt\v »t;*'V^vv»». in» -wiïvwiv.T. Tl itn t:u3 iar jer Hoilandsche zgii« 



J 



«,r.f)«>-'»ftT, .-::. ï^T ^itt»"::- T^ai" - ■••■.T3fctr«?*= 2ZZZ ^^^-isio» ixaos aiDB 

fl'ter V. '.ï Tjvf :«*.**.*^t'. .■'.. ."ï** 7: SiSTï- r'*t=: 1?^ 2HST SÜIIIK ■ 
rxT»; rft ST«;*r«r »:«■ \'4:ms.Tr:^- . x -.iT^ïïS r.ur."': nvt^SSSiS riMiHHul 

vfif.^k-rimm n i; h** hor .-»ï'!- »-?»|f J«rTB«ï\' BO-'VT'ef: SBI^IdL 

wftnpot» h»- RATiTirTtirr vk' »| »in7y»irWf!';m: 4lP' 'StBCn TC XiH S* 

fvnvn? vu- 'l*th*i'i r|iuilr)r« ««.• rJni /vort. florr* midllf Itt i 

Htfiq . . » Tl. (,- m y vfir.TKti ournhriiirifn 

-' (ïr.4vnTihari '•. **<"•■ -. £•■ »Ti.i7\rif>. ..^?f■ dB: fi« 

Wfi-n ho" i iit-vot ""ir* wf:T rft;: irrr r»nna..: t: d- oPWf- TilaSI 

»ii mt»(li il»i fi tril yf. rf Ntff?'» r ^ift-sirni woac i- 

"«'^i «»»■ . '! \lii---ri. ■ vrrh»iTi;;;.rT fl- mnndfümr nm ÏC )0 

£^7«lfr,. rti; O' ht hn/^niiir rr"Uiï;e»fl" "^H" (I NtBlK IC. OT ÈBX. 1* 

wJllpn. v.-.r/n*. r v»»! f'*i<'vo «r . 'E . ülB^l^tfAr HU 



eerralle conditiëD voor Z. Ts. 
hg dia vroeger heeft geweigerd, 

end verzoek en bun aan Z. Ta. MajeBteit gezonden brief, niet zal 

irenliage, 3 November. Aan Oalawfen. „Het hulp geven door de 
yolgens hun verdrag met den Zweed, aan den vijand, zoowel met 
als met geweld, ig door de macht van den Almachtigen &od, 
aoor ae trouwe diensten van den waren dienaar van onzen zeer genadi- 
gen Tsaar en Glrooten Souverein, mijn voortdurenden weldoener, den 
Heer Witaen, door mijne onophoudelijke, dringende brieven aan hem ge- 
heel en al afgesneden. Hiervan deed ik reeda melding ia mijne brieven 
Diet de vorige post van 26 Soptómber. Weea zoo goed dit aan Z. Ta. 
Majeetót to rapporteeren en den Heer Witsen uit Uw eigen naam schrif- 
telijk voor dit alles te bedanken, waardoor hij zal worden aangespoord 
Ook in 't vervolg hier alleszina aan den Grooten Souverein diensten te 
'bewijzen, en buiten hem is er nieraand als hij onder de aanzienleken 
vtm dit land. De brief van den Qrooten Souverein ala antwoord aangaande 
^^ bemiddeling is tegelijk met mijn memoriaal aan de Heeren Staten over- 
'k&adigd." „Dezer dagen is de Heer Witaen uit Amsterdam in den Haag 
~rekonien en heeft hij, mij bezoekende, uitvoerige gesprekken aangaande 
_^Qze tegenwoordige zaak met mij gehad." „Bij die gesprekken, mijn Heer, 
*^ide hij mij onder 't diepste geheim, dat er te Moskou van hier eeu be- 
^cht was versohenen, om aan Z. Ts. Majesteit te worden gerapporteerd 
^^^tre&ude den Ëngelschen koning en de Heeren Staten, n1. dat zij 
^wlstrekt niet vriendschappelijk jegens Z. Ts. Majesteit gezind zijn, en 
■lierover verzoek ik U, dat dergelijke intieme geheimen in 't vervolg te 
^dioïkou in de Kanselarij bewaard blijven en niet aan hunne ministers 
"Vforden geopenbaard, omdat zij door het openbaren daarvan slechts be- 
kend worden met onze onvoorzichtigheid met geheimen en hun wantrou- 
wen ook op mij zal overgaan en in 't vervolg zullen zij dan allee voor 
mij verbergen en zal niemand mij iets doen weten." „De Heer Houtman, 
door mijn brief bericht ontvangen hebbende van de zeer groote genode 
jegens hem wegens de trouwe diensten, door hem alhier bewezen, en van 
bet doorlaten van koren uit Arcbangel naar deze Provinciën, is zeer 
dankbaar on belooft ook voor 't vervolg de onveranderlijke, eeuwige 
slaaf van Z. Ts. Majesteit te zullen wezen tot het einde zijns levens." 

'a Graven bage, 26 Nov. Aan Galawfen. De lieer Witsen heeft op mijn 
verzoek beloofd de meest ervaren sluizen makers, die het vak deugdelijk 
verstaan tegen de lente te zoeken." „Adam Brandt heeft mij bier be- 
zocht .... en belooft bet aantal wapenen, dat hij beloofd heeft te zullen 
leveren, op do daarvoor geschikte plaatsen te zoeken, te koopen en hei- 
tnel^k naar Lubeck te vervoeren, waar hij woont, maar van Lubeck uit, 
zoo het mogelijk is, over zee te verzenden, ni. 2000 musketten van zijne 
aangenomen leverantie van bet vorige jaar." „En na nu heimelijk drie 
dagen bij mij in den Haag te zijn geweest, is hij eveneens in het ge- 
heim om die wapenen naar Amsterdam en Lubeck gegaan, omdat de 
Zweden hem overal zoeken, die hem wegens het leveren van die wapenen 



hier of daar willen TermoordeD. Hij vertelde mij ook, dat ook de H( 
Houtman zijne leverantie van wapenen aan hem toevertrouwt." 

's Oravenhage, 24 Oct. Aan Oalawfen, „Zoowel volgena Uwe vori[ 
als Uwe laatste brieven, aan mij gericht, zoek ik onophoudelijk met ijvi 
eo zorg de sluizenmakerg en meteelaare met hun leerlingen, de degen- 
en Bcheedem akers, en ik heb vanhier dienaangaande aan den Heer Witi 
en aan Houtman te Ainsterdam geschreven, opdat zij aldaar meeetei 
mogen vinden, welke in die naken ervarener zijn, en heb dit tei 
verzocht." 

'a-Gravenhage, 31 Oct. Aan Galawfen. ,0p mgn brief naar Ameterdam 
aan den Heer Houtman geHchreven, heeft hjj mij dezer dagen schriftelijk 
geantwoord, dat er wel sluizen makers en metselaars en degenmakers, 
zooals er te Moskou verlangd worden voor den dienst van onzen 
genadigen Monarch, aanwezig zijn, maar vóór de lente willen zg 
geen geval van hier naar Moskou gaan, maar eerst willen zij dat 
een contract met hen sluit en zij verlangen te weten, of zij wel werkelij' 
worden opgeroepen en wat de voorwaarden der zaak zijn, tot welken 
arbeid zij zullen gebruikt worden en of zij voor langen tijd zullen worden 
aangenomen," „daarom vraag ik onderdanig, zeer genadige Heer, geef 
mij meer nauwkeurige bevelen over die zaken, voor welke ik hen hier 
moet oproepen en ia dienst nemen." 

1702. 

Januari. Zaak betreffende het verzoekschriR van den AmBterdamschon 
koopman Amold Dix om de permissie van eenig koren te mogen uitvoeren. 

14 Januari, Over het geveo van paspoorten aan eenige HoUandsohe 
kooplieden, die van Moskou willen vertrekken, 

31 Januari. Over het tracteraent van Matwéjef ca zijn gevolg, 

P. M, A. Besluit vau 31 Maart 1702, get. Jakob Pratapópof. De 
kapiteins Pieter Pambureh en Johan van der Oon en de commandenrs 
Abraham Reijs en Pieter Lobek hadden een brief gericht aan Apraksian, 
waarin „zij beloven, dat zij steeds getrouwe dienaren zullen Wijveo en 
dat men zich naar hun oordeel aan de waarheid moet honden en woorden^ 
die aangaande Z, Ts. Majesteit of zijne onderdanen i^ezegd zijn, moet 
bekend maken, en — zoo gaan zij voort — bij dezen maken zij in vol- 
komen waarheid bekend, dat de Yice-admiraal Cornelis Cruys een ongepast 
woord gezegd heeft, nl. ,Er is geen eerlijk man in het RussiBche land 
behalve Z. Ts. Majesteit en Pjódor Alekséjewietsj Galawfen." Maar Cruys 
had zich in een brief gerechtvaardigd en gezegd, dat hij nimmer dergelijke 
woorden had gesproken of geschreven, dat de lengden achtige brief volkomen 
zonder kracht was, omdat er de plaats en het tijdstip niet in waren 
opgegeven, waar en wanneer die woorden zouden zijn geuit, dat het een 
verzinsel was om hem in verdenking te brengen, dat men de aehrijv 
van den brief afzonderlijk moest ondervragen en het dan wel bl^l 
zonde, hoe argelistig zij hadden gehandeld. Ten gevolge va " 
brief werd tot eene ondervraging der heeren Pambureh, van 
Beijs en Lobek besloten {Bundel 72, bl. 526, 527). 



i 



f 

I' April. Concept van een begenodigingabrief aan een Hollander (Jan 
I Houtman?), waarbij hem de vrije handel in Rusland wordt veroorloofd. 
I Juni. Zending van geld aan Matwéjef. 
31 - •■ " ■ 




31 Juli. Over het geve 
atubaasade in Holland was toegevoegd. 

17 Dee. Over het geve 
Holland reisden. 

Verzoekschriften en brieven van de Ar 
Brandt en Jan Lups, waarin zij pern 
en oit te voeren enz. 

Memorialen van den Resident van der Halst. 

Brieven aan Gatawïen van Nicolaaa Witaen enz. 

P. M. A. Bundel 74 behelst documenten aangaande den zaagmolen en 
den verkoop en uitvoer van hout te Archangel in de jaren 1702—1705. 

Concepten der brioven van tialawien aan &Iatwéjef. 



1 tractement aan den priester, die aan de 

evoegd. 

1 tractemenl aan twee officieren, die naar 

isterdamsche kooplieden Chrïatoffel 
lesie vragen om graan te koopen 



Brieven van Matwéjef aan Qalawien. 

In den bundel der relatiën van 't jaar 1701 bevindt zJch een brief uit 
1T02, 'a Gravcnhage, IS Januari. Deze ie niet als de andere aan Oala- 
^Xen, maar aan den Tsaar gericht. 

3 zaak tnsschen den Zweed en de Heeren Staten om in de hangende 
^Siken tot eene overeenkomst te komen en aangaande bet nieuwe verbond 
Schijnt volgens geheime geruchten tot stand te zullen komen, maar is 
*>Og niet geëindigd, en over het geven van geld aan hem is tot nu toe 
Qog geenerlei besluit genomen, in welke zaak ik voortdurend tegenwerk; 
^C dezer dagen heb ik van den heer Witaeu, uwen getrouwen dienaar 
^bier en in alles boven allen vertroawbaar, uit Amsterdam vernomen, 
4at er in die geldzaak oog niets geschied is, raaar al mochten de Staten 
Ook geneigd zijn den Zweed geld te leenen, om hem met zich te ver- 
het tegenwoordige verbond, toch zal hij op alle wijzen het 
te Amaterdam tegenwerken en die zaken rekken." 
De relatiën van Matwéjef van 't jaar 1702 zijn in twee bundels ver- 
deeld, waarvan de eerste tot 11 Juni loopt. 

'h Oravenhage, 16 Januari. „Matwéjef heeft drie sluizenmakers gehuurd, 
van welke twee reeds te Moskou zijn geweest, en wegens het vele kwaad- 
spreken der lieden dezer laaghartige stad over 't Mosoovische land heb- 
ben op mijn herhaaldelijk aandringen die handwerkslieden nauwelijks 
willen beloven in dienst naar Moskou te gaan en zij hebben mij een door 
henzelf geteekenden brief gegeven, van welken mot deze post eene ver- 
taling is gezonden, eu mondeling vraagden zij inlichtingen, welke sluizen 
sg moeten bouwen en op welke plaatsen en in hoeveel tijd die zaken 
kunnen afloopen, opdat zij zich voor zooveel jaar zouden verbinden en 
naar Moakou gaan en men hen daar niet langer zouden houden, maar 
aan den sluizenbouw tusschen Wolga en den Dau willen zij niet werken." 
„DegenmakerH . . . . zijn er in 't geheel niet." 



J 



r 



^Houtman heeft mg, na veel moeite en ^aprekken aangaande het ril- 
Ter in Blokken en de wapenen, gezegd, dat een uit hen wel zoude kunnan 
op üich nemen dat zilver te leveren, maar dat door het nitblijven der 
zilvervloot uit Spanje bij henzelf, in vergelijkiag met de vorige jaren, 
gebrek aan zilver is en dat daarom niemand die leverantie op zich kan 
nemen en er geen liefhebbers voor zullen worden gevonden ; en ook voor 
do leverantie der wapenen meent hij, dat wegens den thans op handen J 
zijnden oorlog met Frankrijk en de strenge plakkaten der Staten geen I 
liefhebbers te vinden zullen zijn ; evenwel wilde hij met zijn vrienden I 
spreken en zijne moeite ervoor aanwenden om zulk een liefhebber k ^ 
vinden; bovendien vraagde Houtman mg om voor te stellen alleen > 
hem uit RnBland koren door te laten, waarover hjj een uitvoerig venoek 
heeft .... en hij vraagt dienaangaande een oekaz, omdat hij in de zaken 
yan den Souverein een trouw dienaar is, en er behalve Witaen onderde 
Hollanders geen betrouwbaarder man is." 

'b Gravenhage, 23 Januari. „Aangaande de sluizeamakerB e 
rapporteer ik, dat vóór de voorjaarsgelegenhnid met de tegenwoordig* 
wintergelegenheid, voordat zij werkelijk antwoord uit Moskou hadden 
ontvangen op hun brief aan mij, er niemand uit hen, hoewel ik hen 
daartoe heb aangespoord, naar Moskou is gereisd en behalve die sliüzen- 
makers zijn er geen liefhebbers. Gij gelieft aan mij te schrijvt 
eenige belooning aan den Heer Wïtson wegens zijne talrijke diensten: 
hierover raad ik U aan hem zeer hoffelijk uit Uw eigen naam met 
betuiging van de gunst des Souvereins voor zijne diensten te bedanken, 
opdat hem dit tot vreugde zij, en reeds lang heeft hij geen brieven vaa 
U ontvangen, maar indien men hem een belooning zoude geven in geil 
of goud, dan zoude hij daar heftig vertoornd over worden en zictolC 
als omkoopbaar beschouwd achten, alsof hij niet alles deed om de genade 
van den Tsaar. Maar indien gij dit wilt doen, dan moet gij naar mijn» 
hier gevormde meening den Souverein verzoeken mij eenige zeldzaamhedei» 
te zenden, nl. Perzisohe gouden stoffen en Cbineosche kamkA van heldere, 
wonderbare klenren en eveneens kostbare sabel-, hermelijn- en zwarte 
ïOBfienvellen, zoowel voor hem als voor den Heer Eaad- Pensionaris, het- 
geen deze als ietB zeer aangenaams zullen ontvangen, en in het vervolg 
zullen zij dan nog meer diensten bewijzen en die geheele bezending 
moet gij op Hollandsche voorjaarsschepen zenden door Houtman's agent 
van Sweeden, 

's Gravenhage, 30 Januari. , Volgens Uwe vorige brieven aan mg hob 
ik hier reeds twee geschikte dokters gevonden, maar ik heb door middel van 
den Heer Houtman naar Amsterdam geschreven, om getuigenis aangaande 
hnnne kennis, wie onder heu de voortreffelijkste is, door den Professor 
der Amsterdamsche Academie, den Heer Reis, die hier voortdurend ge- 
dachtig is aan de genade viin den Souverein, te doen afleggen, en even- 
eens aangaande hun gedrag en familie door den Heer Witaen, en wan- 
neer ik zekere berichten omtrent hunne omstandigheden heb ontvangen, 
zal ik hen terstond zelf spreken en na den geschikste uit hen te hebben 
gekozen, zal ik met behulp vaa den Heer Houtman een zoo betast 



eontraot, als mogelijk is, met hem slaiten." „Onlangs schreef mij de Heer 
de Jöjig uit Amsterdam met een verzoek en zond mjj zijn briefje, om 
het bij mijn brief aan U in te sluiten; ook maakt hij dringend gewag 
na Uwen brief aan mij, waarin hem 't privilegie werd beloofd in het 
Slsriach voor den Souverein te mogen drukken, welk privilegie voorheen 
aan den overleden Am sterdam schea burger Jan Theaingh was gegeven, 
it yraag onderdanig, dat gij volgens Uwen brief en Uw Btandvaatig 
woord spoedig zult bevelen die onveranderlijke belofte spoedig ten uitvoer 
te brengen. 

'a Gravenhago, 6 Fobr, „De Heer Witsen heeft aan den atadsaluüen- 
nuker bevolen getuigenis af te leggen aangaande de sluizenmakera, 
ïelke in dienst van Onzen Grooten Souverein in Moskou weoschen te 
treden, en die stadswerkman wilde op een bepaalde plaats dezer dagen 
in alle deelen van het vak getuigenis van hen afieggen." 

,Ik heb hier reeds een dokter gevonden, die Nicolsae Bidloo heet, 

een Amsterdammer, en hij beeft voortreffelijke getuigenis voor zijn kunst 

en ifl zeer ervaren in de oogheelkunde, maar hij is nog niet bij mij in 

Den Haag geweest. De Hollandsche luitenant-kolonel Jan van der Meulen, 

een edelman (sj lach tiet sj) van een goede familie uit dit land, heeft mg 

gevraagd in dienst van Z. Ts. Majesteit te mogen treden. Hij heeft 

Zoowel in deze Provinciën de H. M. Hoeren Staten, alsook den overleden 

I BrandenburgBohen keurvorst vele jaren trouw gediend en is in alle oor- 

'Jogszaken ervaren, alleen vraagt hij om verhooging van rang, zoodat hg 

'^an kolonel zoude wezen en, wat het reisgeld naar Moskou en traote- 

^ent betreft, geeft hij zich over aan het genadige goedvinden van den 

Monarch." 

I 's Oravenhage, 13 Febr. „Doctor Nicolaas Bidloo is in Den Haag 
Kekomen gu heeft mij bezocht, over welken ik U rapporteer, dat hij, 
IBooals ik ook van anderen heb gehoord, een zeer ervaren man is : en ik 
teïaakte met hem een overeenkomst over zijnQ jaarlijkache bezoldiging en 
^^ne mindere som dan 2T00 gulden kon ik niet vaststellen en hg zonde 
^a jaar te Moskon dienen en met zyne geheele familie naar Moskon 
^Kaan, maar na die 6 jaar vrij zijn." , Aangaande de degenmakers wilde 
^e Heer Witsen aan zijne correspondenten in Keulen en Engeland schrij- 
(■Ven, waar er velen zijn." 

's Qravenhage, 24 April. „Volgens het bevel van den Monarch aan 
mij en volgeus Uwen brief, na hot vertrek der vorige post, heb ik 
terstond aangaande het over laten gaan van 3000 of 40U0 man van Z. 
Tb. Majesteits troepen in den dienst der Heeren Staten, van de Arohan- 
gelache haven uit, mijn secretaris, den Heer Wolf, naar Amsterdam 
.gezonden, om eerst door den hier te lande bijzonder aan Z. Te. Majesteit 
[getrouwen eu dienst vaardigen Heer, Burgemeester Witsen, te weten te 
Kkomen of die lieden de Staten wel aangenaam zouden ^ijn, indien zij tot 
|de onmiddelijke beschikking der Heeren Staten stonden, en daarover met 
jhem ta spreken, Kondcr hem 't hooge bevel van den Monarch aan mij 
\va zijne genadige gezindheid jegens het land der Staten, te openbaren. 
ÜEÜSTTan ÏB Wolf gisteren tot mij teruggekeerd en hij heeft mij aangaande 



zyne gesp rekken met den Heer Witaen gerapporteerd, dat de Heer 
WitBSD die gesprekken met Wolf zeer aaagenaam bad opgenomen en 
het als een groote gunst voor de Staten beschouwt, indien or zulk een 
genadige oekaz van Z. Majesteit aan mij zal worden geaonden, maar hij 
zeide aangaande het overbrengen der troepen van Archangel naar Bol- 
land over zulk een groeten afstand ter zee, dat mea ernstig over dit 
vervoer moet nadenken, maar hij vraagde mij door Wolf zijn komst 
uit Ameterdam in den Haag af te wachten en dan zal bij met mijzelFin 
discours treden." ,En in gesprek met andere mijner vrienden alhier heb 
ik met vele omwegen r^ds een woordje hierover laten vallen, hetgeen 
hnn aangenaam schijnt te zijn, maar ik ben bevreesd, dat het verTiwr 
door de lange zeereis verhindering zal veroorzaken, nog te meer omdat 
hnn krijgsvloot geheel met matrozen is voorzien en ook hnnoe infanterie- 
en cavalerieregimenten alle voltallig zijn. Het zoude zeer goed wezep, 
indien mij reeds lang te voren een oekaz van den Monarch dienaangaande 
werd gegeven ; wanneer zij hier 't uiterste gebrek aan krijgsvolk haddeo, 
dan eerst zoude de zaak met groot voordeel geschieden." „Den 21'""dez6r 
maand is nit de vergadering der Staten uit hun naam hnn agent, de 
Heer Rozeboom bij mij aan huis gezonden om mij te verzoeken hanne 
bede aan Z. Ts. Majesteit te rapporteeren betreffende hunne onderdanen, 
die handel drijven in 't Moscovische rijk en in de overige steden Tan 
Z. Ts. Majesteits gebied, op welke voor 't koopen van waren een zware 
en nieuwe tol is gelegd, die nooit vroeger had bestaan, en daardoor 
zullen hunne onderdanen wegens zulke zware, nieuwe tollen zeer ver- 
bitterd zijn en indien door de genadige genegenheid van Z. Ts. Majesteit 
tot de Staten die tol niet vau hen wordt afgenomen, dan zullen hunne 
onderdanen zeker ophouden te Moskon en in de andere steden handel te 
drijven," „Wees zoo goed over dit alles rapport te doen aan Z. Teaarache 
Majesteit en mij hierover antwoord tei geven, aangezien deze nieuwigheid 
zeer ten kwade wordt geduid voor 't Hollandsche volk, opdat uit zolfc 
een kleine oorzaak de verbreking der vriendschap met hen niet moge 
voortvloeien en de kooplieden van dit land zich niet in de tegenwoordige 
dringende tijden in alle benoodigde zaken van de genade des Monarchs 
afwenden, welke zij tot nu toe in alles voortdurend hebben bewaard, en 
zich niet door die oorzaak openlijk met meer ijver tot de z^de des vijandH 
laten overhalen, want het is een vrij volk en niet gewend om eenige 
buitengewone lasten te dragen." 

's Oravenhage, 1 Mei. „Volgens het bevel van den Monarch en volgem 
dien brief van u, wenschte ik de komst van den heer Witson in den 
Haag uit Amsterdam af te wachten, evenwel heeft hij nog met zijne 
komst hierheen getalmd en er is nog niets vernomen van den tijd, waarop 
die zal plaats hebben; daarom heb ik aangaande het over laten gaan van 
3000 of 4000 man van de troepen des Grooteu Souvereins in den dienst 
der Staten, van de Archangehche haven nit, bij toevallige gesprekken 
met den Staatschen agent, den heer Roseboom, een woord gesproken en 
uit die gesprekken heb ik begrepen, dat hij deze zaak als zeer aaogenaani 
en nuttig voor de Hoeren Staten beschouwde en daarover met da iu- 



81 

tieDtste en ecrate raailalbden der Staten wilde sprekeu, en den 29''°° 
deier maand, April, kwam de agent, alsof hij mij eene bnitengewoae 
risite bracht, zeer weinig dagen na ziju vorig bezoek, hij mij en liet hg 
UEih in gesprekken duidelijk tegenover mij uit en, zooaJa ik nit zijae 
voorden kon begrijpen, sprak hij met vurig verlangen over die zaah, als 
intwoord van de zijde der Staten, en hij droog mij op uit zijn naam er 
Z. Tb. Majesteit vaa te verzekeren, dat zijne heeren, de Staten, die hooge 
genegenheid van den Monarch met vreugde accepteeren en er de groote 
genade van den Souverein jegens hen in erkennen, maar wenschen, dat 
hel verdrag over dat overgaan dier troepen van Z. Ts. MajoBteit werd 
tot het najaar, omdat zij dezen zomer, zoowel op het vasteland 
zee, van troepen voldoende zijn voorzien, en ook omdat het noo- 
in zulk eene belangrijke zaak om de algemeene toestemming der 
aan alle provinciën te schrijven, zonder hetwelk de Staten dat 
kunnen doen, en vervolgens is het noodig voor het transport dor 
troepen reeds te voren afeondorlijke Bchepen gereed te maken en daarom 
't wegens diu beletselen onmogelijk voor de Staten op welke wijze ook 
,^heele zaak in dezen zomer tot een einde te brengen. Indien mij 
Toeger hierover de oekaz van den Monarch ware gezonden, in het 
Tan den gepasseerden winter, dan had dat gemakkelijker kunnen 
, maar hij zeide, dat meer dan al het andere het vervoer dier 
over een verren afstand ter zee en de reiskosten dier soldaten 
Archangel naar Amsterdam een groote moeilijkheid in deze zaak zal 
opleveren, en daarbij zeide hij, dat de onkosten van het transport tns- 
ichen de beide partijen gelijkelijk moesten verdeeld worden, maar, dat de 
Staten hen alleen op eigen kosten zouden overbrengen, rekent hij een 
caoverkomelijke moeilijkheid en hij verlaagt betreffende dit moeilijke punt 
een afdoenden oekaz van den Monarch aan mij." 

's Gravenhage, 22 Mei. „Volgens het hooge bevel van den Monarch 
en volgens uwe brieven aan mij heb ik door mijne vele moeiten en de 
'oonpraak van den bijzonder getrouwen dienaar Zijner Ts. Majesteit, den 
heer Houtman, tien man gehnurd, n1. si ui zen makers, metselaars en tim- 
allen benoodigd voor 't bonwen van sluizen, en ik heb hen, 
bevredigd, Aezot dagen nit Amsterdam naar Archangel en 
op voorjaarsschepen doen vertrekken, eveneens Doctor Nicolaas 
tsa zgne familie." 

jr de verdere brieven van Matwéjef uit 1702 zijr er geen be- 
ItngTgke. 

1703. 

25 Januari. Zaak betreiFende de vergunning, aan Adolf Houtman ge- 
geven, om 15.000 tsjétwertj rogge in Ruaiand te koopen en die uit te voeren. 

5 Pebr. Over 't tracteraent van Matwéjef en zijn gevolg. 

28 Febr. Bevel aan Peter Wolf om onmiddellijk naar Moskou terug 
» keeren. 

Febr. Over het betalen van 50 Roebel aan den klerk Leóntiëf, geatta- 



Febr. Het zenden van den klerk Leóntièf naar Elolland. 

18 Maart. Zaak betreffende het verzoek Bchrift van den arts Andrejef, 
geattacbeerd aan de ambassade in Holland, om de uitbetaling van zya 
tractement. 

13 April. Zaak betreffende faet doorlaten van den Hollander Cornelia 
de Brayn naar Perzië, op verzoek van den HoUandschen Resident. 

22 April. Over het laten vertrekken ran Abraham Kintsius uit Mos- 
kou naar het bnitenland. 

25 Oot. Handelszaken vsn Jan Lnps. 

Oct. Over het geven van vier pakwagene aan den uit Holland geüon- 
óm Alexaader E^zj4fskij, van Moskon naar Nówgorod en 8t, Petersborg. 

19 Kov. Zending van Aianasij Tjemfraf naar Holland om gewichtiie 
brieven over te brengen. 

30 Nor. Zending van den priester Afan^ij Abusief naar Holland. 

30 Dec. Over het latrai vertrekken van den Hollander Zaeharias Dii 
naar zijn vaderland. 

Memorialen van Van der Hulst met de concepten der antwoorden 
daarop, 

Mededeeling aan de Uollandsche kooplieden over 't ontbieden tu 
handwerklieden uit bet bnitenland. 

Brieven aan den Tsaar en aan Galawlon van Nieolaaa Witsen an ouden 
Hollanders. 

Verzoekschriften en brieven van de Hollandsche kooplieden Chriatoffe! 
Brandt en Jan Lups, om koren in Rusland te mogen koopen en betaling 
Toor geleverde wapenen te ontvangen. 

Brieven van den Hollander -\^rnold Dis over het leveren van ruiter- 
pistolen, ens. 

Afsobritt van een brief aan Peter van don Stadboader. 

Concepten der brieven van Galawi'en aan Matwéjef. 

Brieven in cijferschrift van Matwéjef aan Gialairien. ~ 

A&chriflen van die brieven, met de bijlagen. 

P. M. A., Bundel S>5, bl. U94— l.iOV. Over de minderjarigen, 
in Holland de taal en faet matrozenvak leeren. 

1704. 

23 Maart Zaak betreffende het verzoekschrift van den aan de amb^ 
ude in Holland geattaoheerden edelman Loetochien om 't ontv 
van tractement. 

P. M A. Bundel 153, bl. 1—6. , Instructie gegeven tot Arcbange 
betreffende het vifiitceron der buitenlntidscbe koopvaardijschepen, den & 
Juli ITOé. Bl. 10 — 12 van denaelfden bundel : Instructie voor de officiep 
mntroKin enz. isigh niet droncken te drincken, slaen, scheldon of anden 
ongereegel thesen." O. a. ,AUe officieren en matrooeen Duitse, Engelse of 
(krieken dewelt^ droncken bovenden werden het sij op wat tijd bet 
BOude moogen wecscn sullen sonder gagie of paspoort gecasseert werden 
als onboqname om Sijn Maijtts dienst waar te neemen, Terwyi alle 
bnytenlaiMlse officieren en matroosen teegen 12 maanden int Jaar betaald 



83 



*BTden en nyt d:ei! hoofde altijt Terpügt rijn dienst te doen boo wel by 
Bight als by dagh, soo dickwils daartoe ordere bekoomen." 

Over het zenden van den translataar NicoUas Schwimmer naar Hol- 
Imd om Peter Wolf te vervangen. Over 't traetement van Schwimmer 
m anderen. 

Memorialen van den Resident van der Hulst. 

Brieven aan Qalavrïen van verschillende HoÜandsohe officieren en 
booplieden. 

ZsEdc over het brengen van 10000 tsjétwertj koren naar Archangel 
ter betaling van geleverde wapenen enz. aan de Hollandaehe kooplieden 
Dis, Brandt en Lnps. Hnnne brieven aan Oalawien, 

Concepten der brieven van Galawlen aan Matwéjet 



Brieven van Matwéjef aan Galawien, 

Ameterdam, 9 Fobr. „Na mijne aankomst alhier heb ik terstond onzen 
gemeenschap pel ij ken, trouwen vriend, den Heer Burgemeester Witsen, 
ontmoet, die mij bij mijn aankomst de eer aandeed mjj het eerst te be- 

Boekan; over de zaken van den Groeten Soeverein hadden wij 

uitvoerige gesprekken, in welke bij zijne onderdanigste diensten tot het 
^de z^ns levens aan Z. Majesteit aanbiedt en U zijn verschuldigde 
betuiging van hoogachting zendt, verder zegt hij, dat wij er zeker op 
kunnen vertrouwen, dat, zelfs als het tractaat, vernienwd tusschen de 
Blaten en den Zweed, onderteekend door den Zweed, hierheen werd ge- 
Bonden door middel van den Zweedschen gezant. Graaf Liliënrot, de 
Staten zich toch niet in staat bevinden om den Zweed volgens zijn 
'«eiiBch geld te leencn, omdat zïjzelve in dezen oorlog het geld zeer 
noodig hebben. Dit zeide hij, opdat Z. Majesteit hiervan volkomen zonde 
TflKekerd zijn. Uy deze mijne gesprekken was ook de Heer Vice-admiraal 
Cntijs. Aangaande de zandmachine, waarmede men zand en grond uit 
de zee ophaalt, beloofde de Heer Witsen volgens Uwen brief aan hem 
Doh moeite te geven, om die voor niet te hoogen prijs te verschafien 
en zonder uitstel een directe overeenkomst roet de vervaardigers daarvan 
te treffen, omdat die zaak hier door Eintsius in den steek is gelaten en 
liij tot nu toe nog geen overeenkomst over die machine heeft gemaakt. 
w toen Kintsius met die handwerkslieden sprak, bood hij hun eene 
'Ker groote betaUng." „De ontzettende storm, die hier gewoed heeft, is 
^ oorzaak van groote schade voor deze stad geweest door het verloren 
gun en de schipbreuk van schepen, welke van hieruit naar verschillende 
■noten hun reis ondernemen. De Heer Witsen zeide mij, dat z^ hun 
nrlieg hierdoor op 8 millioen gulden berekenen. De HoUandsche schepen, 
velke in de haven van Archangel zijn geweest, zijn na het vertrek 
^ vorige post plotseling uit de -rivier de Ëlbe bij 't eiland Vlieland 
UW^komen, aangaande welke de Amsterdamsche kooplieden met zekerheid 
■Beenden, dat zij op die rivier zouden overwinteren ; evenwel hebben zij 
lyf van deze schepen verloren, waardoor de kooplieden groote schade 



als 1 

*r I 



hebben geleden; alléén Eontman heeft oiroct 150000 gulden verloren.' 
„Gisteren avond heb ik bij den Heer Vioe-admïraal alle jonge BasBen ' 
oogenschonw genomen, welke bier Fransch en HollandBch leeren. 
bevond, dat zij behoorlijk onderricht worden, zoowel ia het schrijven 
ïn de kennis der toestanden van dit land ; op zijn tijd zal de 1 
Vice-admiraal hen allen, volgens Uwen brief aan hem, aan het toeincht 
van zekeren Hollander, den Heer van den Burgh, overgeven." 

'8- Graven hage, 16 Febr. „Houtman heeft nuj gevraagd om V met 
nadruk zjjn verzoek bekend te maken over het eindigen van de oade 
rekeningen met hem en het betalen van zijne vele schuldenaren, die is 
de vorige jaren bij hun verblijf in Holland geld van hem hebben geleend, 
ook vraagde hij om bem, indien zijn hnis in de voorstad voor 't huts- 
honden van den Tsaar van nut mocht wezen, daarvoor uit den Prik^ 
den door hem verminderden prijs te betalen, en daarvoor heeft hij reeds 
aan zijn agent van Sweeden te Moskou geschreven; maar indien dat 
huis niet van nut mocht zijn voor den Tsaar, dan vraagt hij om permiBsie 
het aan liefhebbers te verkoopen." 

'b Gravenhage, ... Febr. ,Bij de afwezigheid van onzen gemeenschap- 
pehjken, goeden vriend, den Heer Witsen, uit 's Gravenhage, heeft de 
bovengenoemde Zweedsehe minister op alle wijzen bij de Staten moeite 
gedaan aangaande de onderteekening van het in 't voorgaande jaar 1T1>3 
hernieuwde verdrag, dat de gewezen Zweedsehe gezant, Graaf Liliënrot, 
heeft bewerkt, en eveneens aangaande bet geven van groote geldsommen 
aan den Zweed volgens dat verdrag." 

's Gravenhage, 27 Febr „Over bet voorstel aan de Staten aangaande 
den Zweedschen oorlog om dien door hunne bemiddeling tot een gelak- 
klgen vrede te brengen, welken Z. Majesteit zonder eenige overdreven 
eischen zal sluiten en niet zal weigeren, zooals meer uitgebreid in " 
brief aan mij ia aangegeven, zal ik zouder antwoord van den 
Witsen het stüzwijgeu bewaren, en thans is hij hier niet in de 
daar hij te Amsterdam Burgemeester ia gemaakt en, indien hij niet 
de volgende week hier komt, dan zal ikzelf naar Amaterdï 
hem te ontmoeten en in gesprek met hem zal ik zien te weten te konua 
op welke wijze ik die zaak van het voorstel moet aanvangen, maai 
indien ik] mij daarover uitlaat op de wijze, die gij in Uw brief aangeeft, 
dan zouden wij ons zeer vreesachtig betoonen bij zulke groote overwin- 
ningen en schitterend succeB tegen den Zweed, en hoe ik ook daarover 
mocht uitweiden, toch zouden zij met hnn vluggen geest bij het eente 
woord volkomen begrijpen, tot welk einde onze zaak zich neigt: maar 
indien wij, onzen groeten voorspoed diende, den Zweed wilden beoorlogen, 
dan moesten wij niet wensohen door hunne bemiddeling vrede met den 
Zweed te maken; bovendien ia het U bekend door vele beslissingen van 
de Staten op mijne memorialen en vele andore brieven van mij aan U, 
dat zij ons reeds hunne bemiddeling openlijk hebben geweigerd, omdat 
zij van de Zweedsehe zijde niet als mediateurs in die zaak zijn erkend; 
en al noemen wij hen zoo, toch zal zonder de toestemming van beide 
partijen uit hunne bemiddeling niet het minato saoces voor het eindigm 



86 

dier zaak voort vloeieii." „Met den Raad-Pensionarie ben ik in diBooura 
geweest over onzo krijgsgevangen generaals .... bij dezelfde gesprekken 
begreep ik den weusch der Staten, dat zij lieter een langdurigen oorlog 
TBo onze zijde met den Zweed dan een vrede zien, daar de Raad- 
PenEÏonaris mij duidelijk zeide, dat hij niet inzag, waarom de troepen 
Tto den Souverein den vorigen zomer, zich tevreden stellende met het 
nonien van kleine steden, terwijl zij zoo talrijk waren en het oogenblik 
foof hen zoo gunstig was, daar het den Zweed volkomen onmogelijk 
WBa zich te verdedigen, geen groote veroveringstochten in Lijfland had- 
im gemaakt." 

uravenhage, 13 Maart. „Na het vertrek der vorige post.... ben ik 
irdam geweest en heb ik den Heer Witseu ontmoet." „Over de 
oide hij, dat zij tot nog toe onophoudelijk met grooten ijver 
sbben gedaan bij dea Zweed om dien vrede met Z. Ts. Majesteit 
Polen te bewerken." „En dezer dagen, v66r mijn aankomst te 
Amsterdam, is een HollaDdsohe luitenant-kolonel, die in Zweedschen 
dienst was geweest, maar zijn ontslag had ontvangen, naar Amsterdam 
teruggekeerd; hij heeft in de garde van den Zwoedsohen koning gediend 
en »as voortdurend in zijn onmiddeüjke omgeving; deze, een goede 
Triend van Witaen, heeft hem na zijne aankomst in 't geheim verteld, 
dat de Zweed niet de minste neiging heeft om met wien ook vrode 
te sluiten en dat het 't directe voornemen van den Zweed is om, na 
Polen te hebben verwoest, het met zich te verbinden, den koning af te 
tttteo en daarna een van zijn trouwe vrienden uit de Poolscho grooten 
tot koning te kiezen en daarna met Polen en de Pruisen, met alle 
ïrachten, op te trekken tegen het Moscovische Hijk, wetende, dat onze 
steden overal zonder fortificatiën zijn en dat, waar men vestingen heeft, 
deze zeer slecht zijn." 

Amsterdam, 12 Mei. „Aangaande het handelsverdrag met Engeland en 
de Hollandsche Staten volgens Uwe bovengenoemde brieven aan mij zal 
ik op alle w^zen een geschikte gelegenheid zoeken, alleen vraag ik onder- 
danig te bevelen mij mededeeltng te doen of eeno lijst te zenden van de 
vroegere handelsverdragen tusschen Z. Ts. Majesteit, Engeland en de 
Staten, opdat ik met de kennis daarvan toegerust met te meer ijver voor 
het nieuwe kan werken. Eergisteren ben ik hier bij onzen bijzooderen, 
trouwen vriend, den heer Witsen, geweest eu ik heb de Amsterdamsche 
burgemeesters, wier voorzitter hg gedurende dit jaar is, door de genade 
van den Monarch met vertrouwen aangEiande den bo vengenoemden handel 
op de Oostzee en over alles, wat die zaak betreft, trachten te vervullen, 
waarover ik U reeds met de vorige post van don vijfden Mei geschreven 
heb. Toen de Heer Witsen met diepen eerbied van mij die genadige 
toegenegenheid en bemoediging aangaande hun toekomstigen handel in 
Z. Uajesteit's havens op de Baltische zee had aangehoord, toonde hij 
zich zeer verheugd en beloofde hij dit denzelfden dag aan zijn college 
mede te deelen." 

Amsterdam, 19 Met ^Tot nog toe heb ik de belooning aan den Heer 
Lamberg wegens zijne berichten over alle Zweedaehe zaken nog niet 



86 

knnneii ontrangen door IJwe herhaaldelgke afwezigheid uit Moskou en 
vele bezigheden; daardoor zonde hij, ziende, dat men lang talmt met het 
ten uitvoer brengen daarvan, dit gaan nalaten en van geen ander zonde 
ik hier eenige berichten kunnen ontvangen, omdat hg eene voortdurende 
correspondentie op Stockholm heeft." „Ik ben gedwongen aan hem voor 
dien v^Qarigen dienst 250 duoaten uit de gelden van den Monarch ie 
geven en ook voor 't vervolg is hij voor onze party wegens zulke zaken 
noodig; vele andere ministers geven hem van hunne potentaten 5(K) 
ducaten en meer in het jaar." 

1706. 

P. M. A., Bundel 277, bl. 209, 210. Copie van eigenhandige resolutia 
des Keizers, 9 Maart 1705. Over de opleiding der jonge edellieden, welke 
in Holland en Engeland de zeevaart moeten loeren om later marine- 
officieren te kunnen zijn, zij moeten vreemde talen loeren, „evenals de 
Russische matrozen die geleerd hebben." 

25. Sept. Yerzoek van den Hollandschen Resident Hendrik van der 
Hulst, uit naam van alle Duitsche en Hollandsche kooplieden, om de . 
vrije briefwisseling met Archangel. 

P. M. A., Bundel 541. „Ordre Boek Begonnen in St. Pieter Den 
8 Octbr. 1705," van Comelis Cruys. Deze bundel bevat 48 bladen. Of 
verschillende plaatsen wordt over Hollandsche zaken gesproken, ca. ofer 
de te Amsterdam bestaande prijzen van de rogge en de tarwe, over het 
zenden naar Holland van de eigendommen der in Rusland overkdei 
Hollanders enz. 

15 Dec. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollander Barari 
Teding om hem verlof te geven naar zijn vaderland terug te keeren. 

30 Dec. Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollaiider Christofil 
van Laten om hem verlof te geven naar zi]n vaderland terug te keereo. 

P. M. A., Bundel 538, bl. 7, 8, 20. Over het zenden van boeket, 
Oostindische voorwerpen enz. uit Amsterdam naar Rusland. 

Memorialen van den Resident van der Hulst. 

Brieven van Witsen aan Galawfen. 

Brieven aan Galawïen van de Amsterdamsche kooplieden Dix, La^ 
Schwimmer, Brant, Houtman e. a. 

Brieven van De Jong aan Galawien, betreffende de door hem in Oei- 
land uitgegeven Russische boeken. 

Een brief van den Hollandschen Resident te Danzig, van HaenoUi 
van den Kranenburg, aan Galawïen, waarin hg verzoekt, dat de geamf 
teerde Hollandsche onderdanen, die met korenvoorraden naar Bosknd 
rdsden, in vrijheid worden gesteld. 

Concepten der brieven van den Tsaar aan de Staten. 

Brieven der Staten aan den Tsaar. 

Concepten der brieven van G^alawien aan Matwéjef. 



er 

Brieven vsn Matwéjer aan Oalawfen. 

'e Graveuhago, 26 Januari. „Ër zijn hier ^ruchten tot mij gekomen, 
dit de ZweedBche minieter moeitG doet bij de Staten, dat ztj niet den minsten 
zullen hebben met de MoscoTieten op de Oostzee met de havens 
en 5t. Petersburg en daarenboven met den Zweed in een nieuw 
zullen treden, om gezamenlijk op atle wyzen de schepen van 
Grooten Bouverein te belemmeren, die in 't vervolg zullen uitzeilen 
op de Oostzee : over dit alles ben ik den 22^''" dezer maand met den 
ttaad-Pensionam in gesprek geweest en ik heb hem sterke argumenten 
voorgehouden, hij antwoordde mij op al mijne woorden, dat er niets 
(BD dien aard was gescbiad, dat lüleen de Zweedsche minister zich door 
hsm bij de Staten had beklaagd ovor het bouwen van vele kapers op 
DQZË oevers, welke niet alloon hun maar ook den onderdanen van andere 
nachten groote ergernis ca schade zullen aandoen." „Ook over hun 
toekom stiges handel met onn maakte hij gewag, aangaande hetwelk ik 
iï reeds vele malen heb geschreven; de Raad-Penaio naris vraagde mg, 
of onze kooplieden even gemakkelijk hunne waren naar 8t. Petersburg 
en Narwa kunnen brengen over de rivieren uit de andere Moseovische 
steden, als de Zweden dat konden doen uit Stockholm on andere plaateen 
over zee. Hoewel ik niet van die wegen op de hoogte ben, heb ik hem 
toch gezegd, dat over de riviereu en langs den winterweg alle beaoo- 
digde waren met groot gomak van ons naar die havens kunnen vervoerd 
Worden. Tegenover den Raad- Pensionaris beklaagde ik mij ook over den 
Amaterdamschen journalist, don Pranschman A. S. Tello; hjj heeft cou- 
ntnten in het Fransch laten drukken, waarin werd medegedeeld, dat men 
dagelijks te Smalénsk menachen braadt on met allerlei pijnigingen foltert 
en dat er te Moskou 2000 galgen zijn opgericht en dat eenige daarvan 
met rood fluweel zijn omwonden en dat 't bevel is gegeven te zenden 
wn Prinses Sopbia en Prins GaHetsyn en dat er te Azof en in de 
Oekrajna groote oproeren plaats hebben en dat mea den broeder der 
TearfetBa te Moskou mot een houten zaag de handen heeft afgezaagd. 
"ti alies wordt, zooals ik bier met zekerheid heb vernomen, heimelgk 
door den Zweedseben generaal Oxenstierna en door Polmquist uaar 
■^•nstordam aan dien journalist gezonden, opdat deze zulke verzonnen 
jsugens in die volkscouranten plaatst tot bederf van 't geheele volk, om 
^^^mede onze partij te kunnen belasteren en de harten van goede lieden 
™o der partij van den Souverein welgezind zijn, van hem af te wenden, 
"^ Raad-Pensionaris nam als bewijsstuk die courant van mij mede en 
"1de die terstond aan de Amsterdamsche overheid zenden, opdat er onder- 
*^V gedaan worde dienaangaande en dien schurk een bevel worde ge- 
loven. Eveneens heb ik aan den Heer Witsen te Amsterdam, die dezer 
~*gen tot eeraten burgemeester is gekozen, uit mijzelf over deze zaakeen 
S ^^ geschreven met krachtige argumenten, hem dadelijk medodeelende, 
^^t, indien zij die zaak niet goed onderzoeken en mij geen behoorlijke 
B^öoegdoeniug geven, ik daarover aan den Grooten Sonverein rapport 
^l doen." 

's Gravenhage, 18 Mei. „Wat het slaïtea van een bijzonder verdrag 



88 

■angiianilft den handel op de Oostzee met de HoUmderg betreft, beb ik 
wel reeds brieTen yan C ontrangen, maar deze droppen mg slechts op 
eerst naar de gezindheid der Staten tot die zaak te informeeren endaar- 
OTer naar Moiükoa te schrgTen en zonder berd Tan den Grooten Soqto- 
rein niet te trachten die zaak tot stand te brengen. Daarom heb ik toI- 
gens die yroegere brieven mg aangaande de geneigdheid der Staten tot 
een verdrag door middel van hnn eersten minister, den Raad-Pensionarii, 
op de hoogte gesteld en op bon bgzonder verlangoi de artikelen betree 
fende dien handel aan den Baad-Pensionaris ter hand gesteld. Over dit 
alles en over een oekaz in deze zaak heb ik U van hiemit in 't voriga 
jaar met vele postverzendingen geschreven, en thans heb ik IJ ten 0T6^ 
vloede n<^ een a&chrift dier artikelen in dezen brief toegezonden, waaroit 
alles U meer bekend zal worden." 

Bglage. ,De artikelen, welke den Pensionaris in het Latgn aangaande 
den handel zgn overhandigd." 

1. , Aangezien de Zweden al hnnne waren voor 't uitoefenen van den 
handel met Holland naar de havens der Oostzee voerden, namelgk de 
waren uit 't Moscovische Bgk, d. L uit Nowgorod, Pleskoo, Smalénsk et 
andere districten, en wel vooral de benoodigde hennep, teer, vet, huiden, 
balken enz., maar niet nit hnnne eigene, Zweedsche streken, welke q 
bg de havens Riga .... en Reval bezitten, worden de Zweden thans door 
den oorl<^ met den Moscovischen keizer van bovengenoemde waren be- 
roofd en w^ens hnn groot gebrek aan die waren, welke van zooYeel 
bdang en voordeel zgn, kunnen zg niet meer een handel met de Hdf ! 
landers drgven als voorheen. 

2. Indien de Hollanders hun handel op de havens der Oostzee willen 
vermeerderd zien, die door den Moscovischen keizer reeds van de Zweden 
zgn teruggenomen en weder voor eeuwig onder het gebied van hun ood 
vaderland zgn teruggebracht, d. L St. Petersburg en Sleutelburg, den 
zullen zg van de Moscovische zgde met de kooplieden, welke onderdanen 
van Moscovië zgn, op voordeeligc en veilige wgze een geschikte en 
uitermate nuttigen handel drgven, al de hun benoodigde bovengenoemde 
waren ontvangen en in die havens bg het aankomen en afgaan der 
schepen volkomen te juister tgd plaats vinden. 

3. Indien dit zal geschieden, dan zal ongetwgfeld van de Moscoyische 
zgde eenige vermindering van tol op de waren worden to^estaan; de 
onderdanen der Hollandsche Compagnie kunnen een vrgen handel drgyen 
en hun zullen gelgke privilegiën worden toegestaan als aan hen, die in 
de Archangelsche haven zeer overvloedig hun handel uitoefenen. 

4. Daarent^en zullen de Hollanders eene grooter en een voordeeligcr 
gel^enheid hebben om hunne waren aan te voeren en van de MoS' 
covische zgde uit de genoemde havens der Oostzee handelsprodaetan 
te ontvangen langs den korten en voor de Franscbe kapers veiligenwegi 
dan langs den langen en gevaarlgken weg naar de haven der stad Archang^ 

5. Deze artikels kunnen, indien zij den Hollanders geschikt voorkomen ^ 
van Moscovische zgde een plaats bekomen in het nieuwe verdrag dien- 
aangaande." 



6. Van geen gewicht, 

'S Oravenhage, 20 Juli. ,Den 18'''^" deiter maand ben ik metdenBasd- 
ensioiiaria in dieooura j^eweest over ons h andels vei^rag: bg zeide die 
rtikelen, welke ik b.r. aan hem had go/onden, eerst aan de overheid 
Btad Amsterdam te Kullen mededeelon en met hunne toestemming 
il hij die vaetatellen, omdat die baodel met ons het meeste belang 
Amsterdam zal hebben, daarna zal hij heimelijk daarvan keania 
eren aan de provinciën en van deze de toestemming tot het sluiten 
tn dit verdrag afwachten, hetgeen eonigeit tijd zal vereischen. ËTenwel 
(loofde hij al hot mogelijke zonder uitstel daarvoor te doen, Denzelf- 
in dag heb ik den Heer Witsen, onzen trouwen vriend, ontmoet en 
fit hem veel over die /aak gesproken. Hij aaide mij, dat hij den 
taad- Pensionaris had gesproken, en daarover reeds naar Arasterdam, 
UI de overheid had geschreven en die artikelen als voorbeeld had 
Blonden." 

Bijlage. ^A&chrifl van de artikelen, welke de gezant zijner Tsaarsohe 
bjoBteit, al» voorbeeld ter vaststelling van een verdrag tusschen Z. Ts. 
L en de State n-Qeneraal, aan den eersten rainister der Staten, den Eaad- 
'ensionaris, den vijfden Juli 1703 heeft gezonden." 

,1. Den grondslag van dit tractaat moeten het bewaren on het ver- 
tterken der oude vriendsohap en goede briefwisseling tusschen de beide 
partijen nitmaken. 

~'. Die handel en scheepvaart hebben betrekking op de havens van 
Oostzee, welke onder de macht van Z. Ts. Majesteit staan, en op de 
hivens van de provinciën der Vereenigde Nederlanden, 

3. Noch de eene, noch de andere der beide mogendheden mag iets 

WD of volbrengen met den vijand tat nadeel van den ander. 

i. De Heeren Staten-Oeneraal moeten in dat verdrag hun besluit 
bekrachtigen van den Id'^'" Aug, 1703, dat zij aan den gezant vau Z, 
ït. Uajesteit hebben gegeven. 

5. De onderdanen on schepen van de eene en de andere mogendheid 
ïDea op reis naar de rijken en havens geen gevaar hebben van eenige 

Reweldenanj en onderdrukking. 

6. Gedurende het eerste jaar van den handel van het eene land naar 
liBt andere, moet eenige vermindering van tolrecht worden toegestaan ; 
I* jrerloop van dat jaar zal men zich houden aan het oude havenrecht 

aan de onderdanen van de oene mogendheid op hun verzoek 
or 't uitoefenen van hun handel geschikte huizen worden 
(zooals de onderdanen der Heeren Staten-Oeneraal reeds heb- 
havenstad Archangel), dan moeten ook de onderdanen der 
ontvangen onder dezelfde privilegiën en 



ben in de 



irghedeo. 

8. De twisten aangaande den handel of andere zaken tusschen de 
burgetlieden (prastaljoedinof). welke mochten voorkomen, moeten worden 
unWht in een daartoe opzettelijk opgeriuht gerechtshof, opdat alle ge- 
neldenarij en onderdrukking moge wonleu gestuit. 



90 



van het eene in 't andere land moet 
niet op oorlogBchepen. 



tstrekken tot alle waren, behalve die, 
de andore mogeodheid zullen verboden 



9. Het aan voeren van wa 
plaats hebben op koopvaardij- 

10. Die handel moet zich 
welke openlijk door de eene 
worden, 

11. De oorlogschepen, welke aan do koopvaardiJBchepen zijn toegevo^d, 
moeten na hunno asnkomet in de havens aan den bevelhebber der plaats 
de reden hunner kornet door den kapitein mededeeling doen en een ge- 
schikte plaats vragen om te liggen. 

15. Indien dezen handel en scheepvaart door een vijand van de oane 
en de andere mogendheid belemmering wordt aangedaan, dan moeten 
de bovengenoemde mogendheden dio belemmering met alle krachten uit 
den weg mimen en de vrijheid dier scheepvaart bewareD, 

13. Indien oen onverwacht geval mocht plaata hebben, waardoor de 
eene en de andere mogoadheid of de onderdanen daarvan zeer verbitterd 
werden, dan moet dit verdrag daardoor niet vernietigd worden, maar 
aan de beleedigde partij moet directe satiBfactie worden gedaan en men 
moet tot een vriendschappelijk vergelijk komen ; intneschen moet het 
verdrag volkomen in zijne kracht worden gehandhaafd." 

14. Aan beide dor bovengenoemde partijen moet het vrij staan < 
den handel naar 't land van de andere burgemeesters te senden, 
chefs in handelszaken. 

15. Als tijd voor den handel moet 20 jaar worden vastgesteld, gedt 
rende welken tijd het evenwel met toestemming der beide partgen 
zal ataan ter bevordering van den handel artikelen aan het verdrag 
te voegen, te schrappen af te verbeteren. 

16. Dit verdrag moet bekrachtigd worden in 4 of 5 maanden of 
diger, zoo het kan geschieden, en de tijd, waarop het ingaat, zal van 
onderteekening af worden gerekend. 

Tweede bijlage. Project van een handelstractaat, zooals dat aa 
Staten wordt voorgesteld. De inhoud komt met het voorgaande 



1706. 

Januari — Oct. Relatiën en brieven van den Secretaris der Bi 
ambaHsade in Holland, Nieolaae Schwiromer. 

G Febr. Zaak betreffende het verzoekschrift van den klerk LeÓT 
die aan de ambassade in Holland geattacheerd was geweest, om hein 
eene belooning te geven voor zijne diensten. 

14 Febr. Over het geven van bezoldiging aan don priester Afanii*H 
A&n^siëf, geattacheerd aan de ambassade in Holland. 

27 April. Zaak betreffende het verzoekschrift van den klerk LjefGöliMoft 
die aan de ambassade in Holland goattaoheerd was geweest, om hemign 
tractement uit te betalen. 

18 JuU. Zaak betreffende het verzoekschrift van den klerk Miohaal 
Awrdmof om bezoldiging. Hij was naar Holland gezonden om zioh i" 
de wetenschappen te oefenen. 



91 

Oct.^Deo. Conoepten der brieven van den geheimen secretaris Sjaiïrof 
aan Matwéjef. 

Oct. en volgende maanden. Brieven van Matwéjef aan Gtilóf kien en 
Bjafirof (na Matwéjef's terugkeer nit Frankrijk). Het inzien van dezse 
brieven was voldoende om mg te overtuigen, dat zg geen bgzonder 
onderzoek vereischen. 

Vertaling van een brief der Staten aan Peter, waarin gevraagd wordt 
om den koopman van der Horst en zijne makkers in vrijheid te stellen, 
die te Moskou in arrest werden gehouden, en om hun het in beslag 
genomen geld en goed terug te geven. 

Zaak betreffende het betalen van geld aan den agent van den Burgh 
Yoor 't onderhoud van 150 Russen, die in Holland de zeevaart leeren. 
Brieven aan Sjafitrof dienaangaande. 

Memorialen van den Resident van der Hulst. 

Brieven van den Amsterdammer Dix en anderen aan Ghilawïen. 

P. M. A., Bundel 122, bl. 296, 297, 446, 460. Stukken betreffende 
het plaatsen der uit Holland teruggekeerde 22 matrozen op scholen, 
waar zij het Russische schrift en de mathesis moeten leeren. 

P. M: A., Bundel 136, bl 5, 9, 14, 19, 48. Stukken betreffende het 
geren van bezoldiging aan scheepsbouwmeesters, werklieden en timmer- 
lieden, over hun verlof om naar hun vaderland terug te keeren en over 
bet ontbieden van nieuwe uit Holland. 

1707. 

27 Febr. Zaak betreffende een verzoekschrift van den klerk LeÓntiëf 
om bezoldiging. 

7 Maart. Zaak betreffende een verzoekschrift van den priester Afandsiëf 
om bezoldiging. 

19 MeL Zending van Osiep Salawióf en Peter Beklemiesjef naar Hol- 
land om zich in de wetenschappen te oefenen. 

6 Juni Zending van den klerk Semjón Smiernóf naar Holland. 

Brieven aan den Tsaar van de Staten. 

Concepten der brieven van Galóf kien aan den Russischen agent in 
Holland, van den Burgh. 

Brieven van den agent van den Burgh aan Ghilófkien en Sjafirof. 

Memorialen van den Resident van der Hulst. 

Brieven aan den Tsaar en Galóf kien van de Amsterdamsche kooplieden 
Brandt, Houtman en Lups met de concepten van de antwoorden daarop 
orer het zenden van geld aan hen, opdat zij klokken, wapenen, drukpersen 
enz. voor den Tsaar koopen. 

Brieven aan den Tsaar en Sjafirof van de Hollandsche kooplieden 
imold Dix, enz. 

Zaak betreffende het verzoekschrift van den Hollander Elisa Eloek om 
eeo lijst te maken van den inboedel van den overleden buitenlander Jan 
Benevelt, zjjne schuldenaars tot betaling te nopen enz. 

P. M. A., Bundel 170. Mededeelingen van 27 matrozen, in 1707 uit 
Sngeland en Holland teruggekeerd, waarheen zg in 1701, 1702, 1703 



en 1704 waren ^zonden, betreffende hunne Taart op oorlog- on ioop- 
vaantij Bch epen enz. 
Brieven aan Sjafirof van Nicolaas Scbwitnmer. 



\ 



RelatiÖn van Matwéjof tot zijn vertrek naar Engeland. 

'B-Gravenhage, 10 Januari. „Thana is,..,, zooala U bekend is, het 
vrerkelijke tractemeat voor dit jaar 1 707, voor het vervullen vun ie 
gezantschapsbetrekking alhier, mij tot dit oogenblik nog niet toegezondeOf 
noch eenigo andere geldsom tot het leven aan zulk een aanzienlijk en 
rijk Hof en de groote staatszaken van dit gezantschap gegeven, zonder 
hetgeen 't mij wegens mijn uiterst bekrompen omstandigheden onmogelijk 
is er aan te denken vanhier weg te gaan, laat staan eene zaak van znlk 
gewicht op geheime en loffelijke wijze ten uitvoer te brengen." 

's-Gravenhage, 24 Januari. „De Heer van den Burgh valt my voort- 
durend lastig over het voldoen van de gelden, die hij aan de UoacoviscliB 
matrozen heeft besteed, over hetgeen ik vele malen aan Uwe Hoogmogend- 
heid heb geschreven en ook heb ik U een wissel gezonden. Ik twijfel 
niet, of gij znlt gelieven dezen te voldoen, daar gij weet, dat hij niet tot 
de rijke Anisferdamache kooplieden behoort en dat zijne diensten aan 
Z. Tb. Majesteit, bewezen in het onderhond en onderricht dier matrozen, 
werkelijk zeer talrijk zijn, ja, zelfa van dien aard, dat oen geboren MoB' 
covisch onderdaan die niet zonde hebben gedragen." 

'a-Gravenhage, 7 Febr. „Op alle wijzen zal ik eoD kapitein i 
artillerie te Sraalénsk zoeken en hem, na volgens Uwen brief een a 
tract met hem te hebben gesloten, tot U zenden, maar mij daarmede f 
haasten is onmogelijk." ,Ik denk, dat de Heer kolonel Krook tevr^ 
zal zijn met den rang van Generaal-Majoor." „Eveneens heb ik, i 
van Z, Ts. Majesteit en volgens Uwe vroegere brieven aan mij. 
Luitenant- Generaal Scholta gevonden voor den dienat van den MonanJ^ 
die thana in Deenachen dienst de eerate genoraal der infanterie ii 
Deensohe troepen bij de Staten- Generaal dient." „Dezer dagen zond de 
Heer Houtman tot mij een verzoekschrift aan Zijne Ts. Majesteit, om dat 
op te zenden, hetgeen ik hem niet kende neigeren, en hiernevens zend 
ik het U, in z^n naam vragende om Uwe alvermogende welwillendheid 
aan hem te betoonen." „Wees nj, zoo goed mij de conditiën te schreven, 
waarop hoofd- en subalterne ingenieurs in dienst moeten worden ge- 
nomen, aangezien men Etan goede ingenieura veel betaalt." 

'a-Gravenhage, 21 Febr. ,lk ben uwer Hoog mogendheid, mijn Heer, 
met onderdanige dankbetuiging oneindig verplicht voor Uwe onbetaalbare 
genade jcgena mij, dat gij, gedachtig aan mijn gebrek, geliefd hebt my 
te helpen door mij eenig geld te verschaffen door Uwe recommandatie 
aan den Heer Jan Lups, totdat mij uit Moskou het tractement van onzen 
Groeten Souverein zal worden toegezondon. Dienaangaande heeft de Heer 
Lupa aan den Heer Christofiel Brandt te Amsterdam geflohr eren m 



T 

■ Brandt heeft zich dezer dFtgen reeds tegenover mij uitgelaten, dat bij 
I uit zijn middelen het benoödigde geld zal rerschafTen." 
I VQravenhage, 38 Febr. „Volgens het bevel van Zijne bovengenoemde 
Majesteit zal ik onmiddellijk vanhier naar Engeland op reis gaan, ten 
minatB als Aa volgende, zeer belangrijke redenen mij er niet toe nopen 
b|j deze Staten te biyven. De eerste daarvan is, dat ik in elk geval vóór 
miJD vertrok vanhier de zonder antwoord van Engeland nog niet vastge- 
)t«lile zaak over het erkennen van Leszczynski als koning van Polen en 
Dier bet aannemen der garantie, welke koning August omtrent zijn met 
Zweden gesloten vrede verzoekt, in veiligen toestand moet achterlaten." 
Hoewel de Staten -Oeneraal bij de hulp des Heeren en door mgne aan- 
hondende inspanning, door het indienen van mija laatste memoriaal, zich 
in goede gezindheid en bedoelingen ten bate van Z, Majesteit bevinden, 
toch ii het nog niet bekend, vrelk besluit er in die zaken van de Engelsche 
koningin zal volgen." „Indien ik mij met mijuc reis vanhier naar Enge- 
lind haast, zonder die zaken in goeden toestand ten voordeele van 
Z, Majesteit achter te laten, ben ik zeer bevreesd, dat ik hier do vijande- 
lijke miniaters, den Zweedschen, den Saksischen en den HanoveraanBcbea 
tegen mij zal hebben, welke in mijne afweiigheid alle zaken by de Staten 
tannea omverwerpen en hen tot hun voordeel geneigd maken." 

's Qravenhage, 14 Maart. Gisteren ben ik nog met den AmaterdamBcben 
Penaionaris Buys in gesprok geweest en heb ik van hem [een snel besluit 
en antwoord op mijn laatate memoriaal gevorderd. Hij heeft mij in korte 
woorden geantwoord, dat hun antwoord en besluit niet zoo spoedig kan 
gesehieden, zonder do toestemming en de algemeene gezindheid daartoe 
Van al hunne zeven provinciën. Maar bij gaf mg de zekere hoop, dat er 
tot nog toe bij hen niet de minste geneigdheid tot datgene bestond, waar- 
over ik in mjjn memoriaal van hen om antwoord vraagde en dat zij zich 
niet zouden haasten, al mocht ook Engeland daartoe geneigd zijn; zij 
weten zelve, in welk opzicht en waar zij voor bun belang moeten zorgen 
en beloofde mij alle mogelijke moeite in uw voordeel aan te wenden. Ik 
achtte het nog mijn plicht om dezer dagen naar Amsterdam te gaan 
tot discours over die zaken mot den Amaterdamsoben Bnrgemeeater Corver, 
die nu de machtigste is van die geheelc stad." 

's Gravenhage, 4 April. „Ik deel u mede, dat mijn vastgestelde reis 
naar Engeland niet door nukken van mijne zijde, noch door achteloosheid 
ten opzichte van den tijd wordt uitgesteld, maar slechts door het af- 
wachten van den Hertog van Marlborough met wien ik bij zijne aan- 
komst, gezamenlijk met de Staten- Genoraal, in connectie moet treden." 
„Ik twijfel er niet aan, dat de Hertog dezer dagen bier zal aankomen. 
En, wanneer ik dan reeds vertrokken was, zoude ik een zeer door mij 
gewenschte gelegenheid laten voorbijgaan en indien ik bem zal kunnen 
ontmoeten on tot de zijde van Z. Ts. Majesteit, onzen Groeten Souverein, 
overhalen, waartoe ik al mijn kracht en inspanning zal aanwenden, dan 
twgfel ik niet, of ik zal ook bij mijne aankomst in Engeland sneller van 
de koningin alles gedaan krijgen naar den wil van onzen Monaroh," 
„JfsMT waarheid rapporteer ik u, mgn Heer, dat bet voortduren van mjjn 



94 

TBrblijf athier en het vermoerderen dier beRlom meringen, als ook het ge- 
mis ?aii mijn huis, dat ik roeds Tan de hand heb gedaan, behalTB de • 
aanhondende hitteere moei lijk heden, mij geen mst geeft on, daar Ëngelind 
noch Holland ons vaderland of wingewest is, zoo ie dit Blecbts mijn eenigi 
genoegen, in alles den wil Tan Z. Tb. Majesteit te kunnen vervuilaa." 
„Uwe brieven, mijn Heer, herinneren er mij eïoneens onophoudelijk aa^ 
dat ik het erkennen van Leszczynsiri, zoowel in Engeland als bij de 
Staten, met alle middelen moet tegenwerken, welke üaak ik in geen g» 
val onvoleindigd hier kan achterlaten; indien ik tot dit oogenblik n' ' 
door don nood gedwongen, hier ware gebleven, dan nouden de Zweed 
en Fransche minieters, dit op alle wijzen, door hun aanhoudende intrig 
by de Staton gedaan hoblwn gekregen, maar dit is thans geheel d 
myne voortdurende pogingen verhinderd." , Onlangs hebben de Hollaadrf 

scha Staten in hunno vergadering voorgesteld om 14.00Ü (?) il 

gereedheid te brengen tot het afzenden hunner IJszeevloot, hetgeen ïgoI' 
geheim wordt gehouden en zij, zoowel als Marlborough, zijn zeer genMg4 
in uw voordeel te handelen. Ik kan u, mijn Heer, naar waarheid uau- 
gaande hen schrijven, dat ik meer hoop op hen heb dan op Ëngelandj 
aangezien men, hoewel de koningin zeer welgezind is, van haJir miniateiiï 
zegt, dat het weinig stand vastigheid bezit." 

's Öravenhage, 1 1 April. ,,JJa het vertrek van de poat van 6 April il 
de Hertog van Marlborough gelukkig uit Engeland aangekomen." ,Daai"" 
heeft hij mij den fr"''^" dezer maand des ochtends de eer aangedaan r 
een bezoek. Daarbij was alleen de Engelsche gezant aanwezig." „Bg i 
eerste gelegenheid heb ik hera den brief van Z. Ts. Majestat, ons 
Aüerhoogsten Souverein aan hem, den Hertog van Marlborough ^ 
zelf met waardigheid overhandigd, welken brief de' Hertog i 
rongh met groote nederigheid en zeer veel eerbied van mij in ontvaagl 
nam en waarvoor hij zeer nederig Z. Ts. Majesteit bedankte. Daarna ht 
ik den Hertog ook het kleinood (ktjejnot) van Z. Majesteit met het pn 
tret overhandigd." „De Hertog van Marlborough was eerst in twyMi 
en verontaohnldigde zich eenigen tyd, daar hij wist, dat hij zalke hooj 
genade en dit groote geschenk niet waardig was en die niet verhel 
had. Maar ik trachtte hem met allen aandrang ertoe over te halen <|~ 
het aan te nemen en zeide hem, dat het Z. Majesteit niet zoude b 
indien hij deze eer afwees." „Toen nam de Hertog van Marlborough i 
kleinood van mij eveneens met groot respect aan en hij verklaarde a 
met allernederigste dankbetuiging, in alle mogelyke zaken gedurende K 
dagen zijns levens, eindeloos aan Z. Ts. Majesteit verplicht." „De Hertogg 
mij met alle vriendschappelijkheid de hoop, dat zijne koningin gendgdl 
zijn om alles te doen, wat slechts binnen haar macht en bereik ligt, i 
. dat mijn gezantschap tot haar H. Majesteit zeer aangenaam zal weüsfli 
„Mondeling gaf hij mij bij dit bezoek ten antwoord, dat die geruchta 
welke eerst uit Baksen hierheen waren gekomen over het erkennen t' 
Leszczynski als koning door de koningin, geheel en al ongegrond wai 
en dat de koningin dat zonder den raad der Sta ten-Generaal en andd 
bondgenooten uit zich zelf niet zal doen." 



's GraYQnhage, 14 April. „Orer alle berichten en zaken alhiar heb ik 
b^Tolen, gedurende mijne afwezigheid vanhier correBpondentie te houdon 
met den Heer, den geheimen Secretaris van den Burgh, die een ordentelijk 
lOBii is en dat allea op duidelijke wijze zal ten uitvoer brengen en tronw 
Z, Th. Majesteit zat dienen. Hij belooft dat van ganacher harte ten nit' 
TMr te brengen." 

1708. 

IG Jutnari. Brief van de Staten aan den Tsaar over 't heffen van 
lastgeld van de koop vaardy ach epen, EïoneonB concept van bet antwoord 
iiffiap. 

2 MeL Brief van NicoIaaB Witeen aan den Taaar, waarin hij het lange 
■erblijf van Winius in Holland verontschuldigt en zich met lof over hem 
itlaat. 

22 Mei. Zaak over het zenden van tractement aan Matwéjef enz. 
4 Sept. Zending van Babelvellcn aan Matwéjef. 
Rapport van HollandBohe linnonwevera (in het Hollandsch). 
Brieven aan den Tsaar, aan Galófkien en aan Sjaffrof van den Hol- 
ndschen koopman ChristofTel Brandt. 

Brieven aan Prine Dalgaróekij van den agent van den Burgh. 
Brieven aan Galófkien en aan Sjaffrof van den agent van den Bargb. 
Brieven aan Prins Dalgaróekij (gezant in Denemarken) van Prins 
Iwof, zich te Amsterdam bevindende, waar hij met het toezicht was 



last over de Raasiscbe edellieden, 
heep vaart leerden. 
Memorialen en brieven van den Resident \ 
Brieven van Matwéjef aan Dalgaróekij. 
Concepten der rescripten aan Matwéjef. 



Holland en Engeland de 



Brieven van Matwéjef aan Galófkien. 

'a Gravenhage, 27 Ang. „Ik heb het bezoek geretourneerd aan den 
«sten minister der Sta ten- Generaal, den Heer Raad- Pensionaris, door 
•BUten ik byzonder vriendelijk word ontvangen met alle beleefdheid en 
BW veel blijken van zijne openlijke genegenheid jegens mij: het doel 
BI mijne riaite was hem mijn verschuldigden dank te betuigen wegens 
Bub bijzondere welwillendheid in de zaken van Z. Ts, Majesteit, onzen 
iliergenadigsten Sonverein, betoond gedurende mijn verblijf in Engeland 
olgens mijne brieven, aan hem geschreven, en in het biJKOnder voordat 
llflB, dat de Heeren Staten, hun onwankelbare vriendschap met Z. Ta. 
«jeateit trouw bewarende, Stanistaf Leszczynaki tot nog toe niet als 
'Oolscb koning hebben erkend en de garantie voor den Saksiechen 
1*^, die eerloos tusschen den Zweed en den koning August is gesloten, 
*t op lach hebben genomen, en dienaangaande vorderde ik, zoo dringend 
* mij mogelijk was, van den Raad -Pensionaris, dat zij in elk geval 
loden voortgaan en zich van die stappen zouden onthouden." 




„De Kaad -Pensionaris beloofde met allen ijver en kracht hiernaar ti 
Btreven en daarin zoo veel mogelijk met vastheid te volbarden." „By deie 1 
gelegenheid herhaal ik nog in het kort, dat ik op mijn krachtige pogingen — I 
volgens het bovengenoemde bevel Z. Majesteit en Uwen brief — bjj den 
S taats-secretaris van dat hof en den Hertog van Marlborough, door 
middel van brieven, aangaande het onmiddellijk opnemen vss Z. Uajesteït 
in het groot« vertwnd, op voorbeeld van het opnemen van den koning 
van Portngal, geen ander werkelijk antwoord dan eene beleefde vreigerin^ 
heb ontvangen." Aangaande den vrede tusschen SaKeen en Zwedee. 
„Maar volgens het bevel van Z. Ts. en uwen brief zal ik thans tot mgi 
laatste krachten moeit« doen bij de Heeren Staten om hen te weerhoadk 
de garantie van zulk een roemluozen en voor Z. Majesteit nadeeügen 
vrede aan te nemen." Na zijn terugkeer uit 'Londen hierheen vernam ik, 
dat de Zweedsche minister nog meer dan te voren bij de Staten op het 
erkennen van Stanislaf en het aannemen der garantie aandringt, en k' 
heeft door aanmerkelijke geldsommen te geven vele provinciën d 
weten te bewegen, maar Holland en de stad Amsterdam zj)n tot nogt) 
volkomen standvastig om ter wille van Z. Ts. Majesteit e 
met Moskon het ten uitvoer brengen dier punten in elk geval te verhinda 

Heden heb ik op raad van den Raad- Pensionaris onzen agent opi 
telijk met mijne instrnctiën naar Amsterdam gezonden om er bg ■ 
regeerende burgemeesters dier stad op aan te dringen, dat zij in H 
vast voornemen volharden Eveneens heb ik niet nagelaten zoowel | 
den Raad- Pensionaris als aan de burgemeesters mede te deelen, 
Majesteit, indien zij die garantie van zulk een eerloozen en Toor'J| 
belangen van Z. M. nadeeligen vrede op zich nemen, dat alles ala lï 
bijzonder bewijs van vijandelijke gezindheid jegens hem zal beschonws 
, Aangaande het Engelache hot — zooals ik aan Uwe Excellentis (j 
Uwe informatie heb gerapporteerd — kan ik bij het lian van de buitM 
sporige intrignes van Marlborough en zijne geneigdheid tot de ZweedBrnH 
en Hannoverache hoven niet den minsten waarborg van huccgs ii 
zaak on vriendachap voor Z, Ta. Majeateit va-T het vorvolg beloven; in 
het bijzonder ben ik hiervan ingelicht, dat Marlborough reeds aan den 
Zweed beloofd heeft te zullen bewerken, dat de koningin die garantie op 
zich neemt en indien de Hertog in het belegeren derstad RijaBolen inïijii 
voornemen om in Vlaanderen met de troepen der bondgenooten tegen 
de Franschen slag te leveren eonigen voorspoed heeft, dan zal ik teer 
bevreesd zijn, dat ook do Staten- Generaal door Engeland genoopt 
znllen worden ora dat voorbeeld te volgen." „In alle opzichten ia lirt 
noodig van de zijde Zijner Majesteit een handelsverdrag met deze Eepn- 
bliek te sluiten om daardoor vasten voet in dezen staat te krijgen . . 
evenals de Zweed zelf en de overige vorsten zich door hunne ' 
verdragen een vaat verbond met de Staten hebben verworven." 

's-Gravonhage, 24 Sept. „In dit verbond (nl. het Noordsche verbi 
tegen Zweden) ia deze Nederlandache Republiek zeer noodig. Indien A. 
krachtens de oude verdragen met dea Zweed, die niet zonder werkelijt*' 
redenen wil verbreken en zich in openlijken oorlog met Zweden bega»»»! 



ie ivojm- 

Taiidafejl 

verboS 
ndien J^^ 

lelijl-G 
■flveHj 

1 



octt kan zij door haar heimelijke toestommiag ea innerlijke eensgezind- 
uïd met de bovengenoemde vorsten zich aan de Zweëdsche belangen 
onttrekken en den Zweed in die zaken op geenerlei wijze verdedigen." 
,In het bgzonder zal de Bepubliek, waaneer zij na het einde van dezen 
algemeenen oorlog openlijk Z. Tb. MajestQÏt'H belangen wil eteuneu en 
den Zweed straüen, zeer degehjkB redonen vinden in haar eigen zakon, 
waarin de Zweed gedurende den algemeenen oorlog volgens ziJne intieme 
verplichting aan Frankrijk in hot bclaog van dezen staat en zear in hst 
nidêel van alle gealUëerden, zooveel als hem slechts mogelijk was, heeft 
gehandeld, zooals duidelijk blijkt uit den onbeschaamdöD inval der Zweden 
iu het jaar 1706 in 't Keizerrijk, nl. in Saksen." „Id!aar zooals het 
Uwer Exc. alleazinB bekend is, zal deze Republiek zonder er zelve belang 
bg te hebben (zooals dat bij allen natuurlijk is, maar bij Holland vooral 
ÏB deze trek aangeboren) niet wet grooten lust, aa zulk een feilen oorlog 
te hebben gevoerd, in deze nieuwe plannen van onze zijde treden. Wees 
diarom zoo goed, na werkelijk maatregelen tot het onderzoeken dezer 
lakea te hebben genomen, mjj met een volmacht voor al die zaken te 
voorzien, nl. wat ik van de zijde Zijner Ts. Majesteit aan de Staten 
alhier moet voorslaan in het voordeel van Z, M. en ook van henzelf en 
ïnona onderdanen, om hen door zulke voordeelige voorwaarden te ge- 
makkelyker over te halen tot het belang van Z. M. en tot nadeel van 
den vijand met ijver te doen optreden." „De Staten zijn zeer ontevreden 
over hun Resident te Moskou, omdat h|j hnn over onze belangen geenerlei 
bericht zendt en zelfs zeer zelden een brief schrijft." 

's-Qrarenhage, 5 Nov. „Over het sluiten van een handelsverdrag heb 
ik volgens de vroegere rapporten van don agent met den Raad-Pensionarie 
uitgebreide gesprekken gehad, opdat dit verdrag (zooals gij dat in Uw 
brief aan mij hebt bepaald) voor het gemak door den Resident of een 
anderen afgevaardigde der Staten aan ons hof te Moskou mocht gesloten 
vorden, aangaande hetwelk ik alle moeite bij den Raad- Pensionaris heb 
aangewend. Uit do woorden van den Raad -Pensionaris begreep ik, dat 
ajowel de voorzitter der Staten als de Raad- Pensionaria zelf ten zeerste 
«erhengd en tevreden waren over dezen brief van Z. Ts. Majesteit, 
"larin hij zijne genegenheid jegens de Staten betuigt ; zij verklaarden 
ach namelijk voor bet vervolg met allen ijver bereid in het belang van 
Z. Ts. Mejestfiit te handelen. Dit pnot, dat Z. Ts. M. verder niet meer 
■net de bondgenooten in een algemeene groote alliantie wil treden, be- 
Mhonwde de Raad- Pensionaris als een grootmoedig woord." „Door het 
■tachaffen van het lastgeld op de schepen voor dit jaar zijn niet alleen 
^ Staten, maar is ook geheel Amsterdam ten zeerste bevredigd wegens 
"O bijzondere genade van den Souverein jegens hen. Wat het sluiten 
een handelsverdrag betreft, heeft de Raad- Pensionaris uitvoerig met mjj 
^ den agent gesproken en wilde hij zich in alles bij het oordeel van 
^S Amsterdamschen Pensionaris Buys neerleggen, die in handelszaken, 
*" 't bijzonder van zijne eigen stad Amsterdam, n 
I™ voor die zaken gebruikt wordt. Daarom heb ik, v 
jl^et den Baad-Fensio naris en den algemeenen raad, 



r op de hoogte is 
BUS die gesprekken 
dezer dagen den 



agent naar Amsterdam gezonden tot eene bijzondere conferentie met 
bargemeeRtera en den PenBionarie dier stad." „Evenwel heb ik uit 
dieeoQrs van den Raad-Penaionaris met mij en den agent gezien, dat hij 
weinig er toe geneigd is om een zaak van zoo groote goTolgen aan liun 
Resident, die niet geheel en al op de hoogte is van politieke onderhan- 
delingen, toe te vertrouwen; ook Bchijneü de Staten, daar s^ wegen» 
het voortdaren van onzen oorlog met den Zweed hunne innerljjkf 
genheid voor Z. Tb. Majesteit niet openlijk willen toonen, niet 
om een buitengewonen minister voor die zaak naar 't hof Zij] 
Majesteit te zenden, om daardoor geen openlgken achterdocht bij dra 
Zweed op te wekken, maar zij willen die zaak volkomen in ' „ " ' 
met gesloten deuren ten einde brengen, opdat de Zweed er door 
mintsters niet het minste bericht van moge ontvangen. 

's-Gravenhago, 19 Nov. , "Wegens de drukke bezigheden van 
Raad-PensionariH en den Penaionaria van Amsterdam is bij de K_ 
woordige vergadering der Staten de aaak aangaande den handel volgffli 
uwer Ësc's vorigen brief aan mij nog niet op vasten voet gebracht ai 
er is ook geenerlei direcle belette van hunne zijde gedaan, aangaand 
hetwelk ik en de agent yverig moeite doen. Eveneens hebben de Amstw- 
damsche burgemeesters, die nog niet met hun Pensionaris on de voomane 
kooplieden hierover hadden geraadpleegd, nog geenerlei declaratie op 
mijne pogingen aan den agent gedaan." 

's-Gravenhage, 10 Dec. ,De Heer Raad- Pensionaris heeft mg, na net 
de HoUandsche Staten gesproken te hebben, door middel van onzen agtot 
geantwoord, dat bet den Staten van harte leed doet Zijner Ts. M. iiii* 
van dienst te kunneu zijn door het toestaan eener geldleening. en d«t 
wol om de volgende, werkelijke redenen: 1° dat zij zelve in de dirw» 
noodaakelgkhffid verkeeren om geld van hunne onderdanen te leenen, 
lOowel tot het voortzetten van den tegen woordigen oorlog als tot het 
vermeerderen hunner troepen, 2^ dat rij volgens hunne oude verdragen 
met den Zweedsohen koning zijn v^and direct noch indirect in *e1k 
oplicht ook kunnen ondersteunen." enz. 

Bijlage bg een brief van Matwéjef. , Rapport van den agent van den 
Burgb, dat hij na z^n terugkeer uit Amsterdam aan Zijner Ts. Majesiat's 
gïxaut, den Heer Matw^jef, den eersten Sept, volgens den ouden kalen- 
der, van het jaar ITOS heeft overgegeven." ,Op den bovengenoemden dag 
heb ik op bevel van Z. Esc. den Heer gezant Matwéjef en eveneens op 
raad van den Heer Raad- Pensionaris, den 2S>'™ der vorige maand met 
den Heer President- BurgemeeEter Pancras gesproken en hem gezegd, 
dat Z. Ts. Majesteit reeds aan x^n gekant heeft bevolen, als teeken van 
Z. M.'s vriendschap en genegenheid tot de Staten, een handclsverdr~~ 
roet Hunne Hot^mogendbeden, de Haeren Staten-G«neraal, te ahiiten. 
de hoop, dal zij van hunne lijde dien Stani^laf niet als koning nu 
erkeunen en de garantie van den Sak^ischra vrede in 't vervolg nïet 
seli lullen nemen." .Vervolgens ben ik nog eens bg den Heer Buigfr-' 
aMMter Pancras geweest, die mij als antwoord op mijn verzoeken zeide. 
dtt Toor hunne stad e«n toekomstig handelsverdrag zeer verblijdend tB 



■1 dat de Burgemeeetere buiine voornaamste kooplieden, die op Koekoa han> 
tel drijven, voor zich zullen roepen om over die zaak met hen te spreken." 
iOok heb ik nog aan dea Heer Bnrgemeestei gevraagd, in hoeverre vig 

Lop kannen vertrouwen, dat zij Staaislaf uiet KuUen erkennen. Daarop 
ft hij mij geantwoord: „Wy hebben ons tot nog toe tegen die zaak 
j'rerzet, niettegenstaande de dringende verzoeken van den Zweed en het 
iTOOrbeeld van Engeland en andere vorsten, doch zullen uit eerbied voor 
.iZ. Ts. Majesteit dezelfde bedoelingen blijven behouden."" 

1709. 

Zaak betreffende het uitbetalen van tractement aan Mat- 



1 Galófkion aan den Hollandachen 
rzoeken een tuinier nit Holland te 



i Januai 

wéjef enz. 

6 Mei. Concept van een brief ^ 
koopman Brandt, om dezen 
anden. 

P. M. A., Bnndel 291, bl. 39—41. 20 Sept. Brief van Prins Ljwóf 
lao Apr^ksien. Over het dienen ran Hussische jongelieden op HoUandsche 
«D Deenache schepen tot het leeren der scheepvaart. 

U Nov, Brief van de Staten aan den Tsaar. Felicitatie met de over- 
winning bij Paltawa. 
Zaak over het sluiten van een handel stractaat met Holland. 
Rescripten aan Matwéjef en Koerakien dienaangaande (sedert 1709); 
hanne relatiën ; het oordeel der Hussiscbe kooplieden enz. 
agent van don Burgh aan Qalófkien. 
" ■" an Prins Dalgaróeki. 
Prins Dalgaróeki. 
m Matwéjef. 



Ljwóf a 
Brieven van Matwéjef aan 
Oonoepten der rescripten at 



Brieven van Matwéjef aan Qalófkien. 

's Gravenhage, 7 Januari. „Door de Hussische matrozen zijn dezer 
dagen te Amsterdam aan de inwoners dier stad ten aanschouwen van al 
bet volk groole onbetamelijkheden en wanordelijkheden aangedaan, ia 't 
tijjzDnder des nachts door opzettelijk hen in de wangen te snijden, waar- 
oter de Magistraat zeer ontevreden is en van onzen agent geëiacbt heeft 
dis matrozen op de beschuldiging aan het Amaterdamsche gerecht over 
te geven, ter onderzoeking van de zaak. Aangezien ik inzag, dat dit 
voorval een schadel^k antecedent voor ons hof bij deze Bepuhiiek zonde 
kannen worden, heb ik den agent bevolen de aanklagers over te halen 
6n de matrozen naar eene andere stad te zenden en hen daar in de ge- 
vangenis te doen wachten op de schepen en die schurken op schepen 
lur de Archangelsche haven te expedieeren. En als ik niet zoo gehan- 
deld had, dan zouden die matrozen ongetwijfeld wegens zoo groote ver- 
Srypen en het verstoren der openbare rust volgens hunne wetten in het 
publiek te Amsterdam zijn opgehaiig 

'b Qiavenhage, 26 Mei. Sa over 



100 






3 ronge 
ipen ja 
mg iH 



FraDkrijk en de geallieerden te hebben gïecbreTen, gaat Hatwéjef aldni 
Toort: glk twijfel er niet aan, of bet zal Uwer Exc. uit mijae rorige 
brieTen eveneenB bekend zijn, dat de vijandelijke minister alhier het n 
nemen heeft na het eluiten van dien vrede de overtollige troepen i 
vraenide vonten in den dienst van zijn koning over te nemen. Weeaif 

rd hierin krachtige voorzorg en maatregelen te ne 
Uajeateit'e oekazen te voorzien." , Nadat ik van die arglistige ii 
van dien alhier reddeerenden miniater had vernomen, heb ik geen geechikt 
middel nagelaten, maar vooraf mei den Heer Raad- Pensionaria en da 
overige machtige leden dezer Republiek hierover gesproken, ter beveili- 
ging der algemeene belangen. In dit allea vond ik ben volkomen geoogd 
tot de partij Zijner Ts. Majesteit en ook zeiden zij mij, dat de Stiten 
ook na het sluiten van den vrede niet spoedig een nsolntie koniiea 
nemen over het ontalaan der boitenlandsche troepen, die thans in hun 
dienst zijn, zoolang niet alle steden der Znidelijke Xcderlandeu, welke 
door de Franschen zijn afgestaan, met voldoende garnizoenen zijn voorzien, 
omdat bij de vroegere ook nog een groot aantal steden volgens het (egen- , 
woordige gedrag bij dat gebied is gevoegd, en tot dit ailes zallen zij xeer 
Teel tijd noodig hebbai. Dezer dagen ben ik te weten gekomen, dal He 1 
vijandelijke minister met al zijne listen hier heimelijk van de ministcn j 
ist Koningin van Groot-Brittanje, den Hertog van Marlboroogh enieni J 
Towiuend, en van Staatsche personen met gver zoekt gedaan te kiijp^J 
dat er krachtens de vorige verbonden en de verdragen, in vroeger j*i4fl 
tassehot de bovengotocmde zeemogendhedeti en Zweden gesloten, in t^H 
rarvolg hnlp aan zgn koning wordt gezonden. AangezieQ de kracht (^^| 
dat verbond en die verdragen van vroeger tijd daarin bestaat, dal I^H 
den Zweed tegen zijne vijanden in tijd van oorlog met schepen, volk I^H 
geld moeten ondersteunen, zullen Engeland en Holland — hoewel igg^H 
dnreode hnn oorlog met Frankrijk van dit iractaat traren vrggestdd -j^M 
na den tegenwoordigen vrede verplicht zgn aan die verdragen gevtdg ^| 
geven. Om die onaangename zaken te Toorkomen, heb ik niet oagw^^l 
die hg den Hertog van Marlborongh te traehtet tegen te honden. ^4^| 
geuen ik echter dien Hertog volkomen ken en weet, dat hij in alleBlI^H 
da Zweden Tcrbonden is en dat de vijandetgke gezant dagelgks bg l^H 
andercm minister alhier, n). Lord Townsend, pleegt te komen en baBJ^f 
sga belang tracht over te halen, kan ik in lÜe ^ken geen groole hOl|H 
<^ Engdand vestigen, vooral op grond van hnnne vroegere stappen tS^ 
nadeele ran Z. 'Ë. Majesteit. Eveneens zal ook Frankrijk de wddado. 1 
■au haar gednrotde deiui algemeenen oorlog bewezen, in het g'^ieagni I 
hooJen en lüet nalaten na het slniien van den vrede op alle wgte >lli 1 
mogdyke voordeelen voor den Zweed te vcrwwren en bêni tot delasttb I 
knóhten bystand te verleenen. Van de npde Zgner Ta. Ibjertcit nl het | 
■ïet onnoodig lyn te trachten troepen vaa den Dnitadian Keïser te kig- | 
gon, vrike er in Italië ea hier geno^ agn « na het alnten van dm I 
TT«e met Franki^k in staat tnllGa h cmb on « laet alleea de Hongarm 
Bede tol niet te brengen, maar er ook ww veel van orer Ie honden en 
tfs onrtoUige tn^en kimna nadar woiwlgkhfid door den Küaer au 



101 

Z. Tb. Majesteit tot hulp worden gegeren." „Heden heb ik eene zeer 
aitioerige conferentie met den Hertog van Harlborough gehad. Ik heb 
iea Hertog dringend gevraagd om mij in alles een onbewimpeld en helder 
gedefinieerd antwoord te geven op do volgenile punten; 1". welke be- 
doeling hun hof heeft aangaande de herhaalde verzoeken van den njan- 
delijken, Zweedaohen minister om na het sluiten van den algemeenen 
mde, krachtens het verbond en de verdragen tQ8echen Engeland en 
Zweden hulp aan zijn koning te verloenen, 2". dat (indien koning August 
of andere verbonden vorsten Z. Ts. Majesteit zallen bijstaan) er van de 
q^ der koningin geenerlei inmenging of belemmering dier voraten moge 
plaats hebben, 3°. dat mij alhier door de ministers der koningin inder- 
daad en zonder uitstel een feitelijk besluit worde medegedeeld tot eene 
behoorlijke satisfactie aan Z. Ts Majesteit voor 't mi) aangedane a&ont." 
,0p het eerste punt van mijn eisch gaf hij mij als mededeeling de goede 
iaöp, dat zijne koningin, zelfs al werd de vrede gesloten, zeer welge- 
and blgft voor de belangen Zijner Ts. Majesteit en dat, hoewel er in 
waarheid een verbond en verdrag van wederzijdsche hulp tussehen Enge- 1 
land en Zweden bestaat, door den koning van Zweden vele punten van 
dat verdrag niet z66 zijn nagekomen, als hij in dezen oorlog dat had 
moeten doen, en dat hij, Marlborough, er op alle wijzen naar zal streven 
Z. Ts. Majesteit van dienst te zjjn." „Op het tweede punt: Aangaande 
den koning Augost antwoordde hy mij in uitermate vriendelijke en korte 
noorden in dien geest, dat zij, wat er ook gemeeaechappelijk tussehen 
Z. Ts. Majesteit en dien koning zal geschieden, dat door de vingers zullen 
óeu." „Op 3*'. Aangaande het geven van satisfactie voor de mjj aange- 
dane beleediging zeide hij, dat ik dat talmea niet ten kwade moest dui- 
den" enz. 



igezien volgens alle tegenwoordige geheime 
eb kunnen doordringen tussehen Frankrijk 
en deze Bepubliek weder een zeer geheime correspondentie over het tot 
itand brengen van dien algemeenen vrede wordt gevoerd en 't geheele 
volk alhier zonder uitzondering tot dien vrede geneigd is, bestaat er 
groot gevaar, dat er volgens die vroegere, als het ware reeds beklonken, 
artikelen tussehen de ministers der bondgenooten en die der Fransehen, 
wolke hier zijn geweest, een plotselinge beslissing tot het sluiten van 
dien algemeenen vrede zal plaats hebben. En ik twijfel niet, of het is 
Uwer Exc. uït mijne vorige brieven, in 't bgzonder uit mijn uitvoerig 
beiioht van 26 Mei, met schepen verzonden, alleszins i>ekend en zelfs in 
particntariteiten, dat de vijandelijke, Zweedsche minister en zijne naede- 
slanilers alhier gestookt en geïntrigeerd hebben bij de vorige onderhan- 
delingen over den algemeenen vrede en zonder aflaten Engeland en de 
8tat«n zoeken te bewegen om na het sluiten van dien algemeenen vrede 
ia door die beide zeemogendheden versehnldigde hulp aan zijn thans ïn 
ooflog zijnden koning te geven, krachtens huone vroegere verbonden en 
lerdragen, met Zweden gesloten, en om oen behoorlijk aantal troepen 
na dienzelfden vrede van de buitenlandsche vorsten naar Polen te zenden 
tot bijstand van den Zweed." „llit de tegenwoonÜge omstandigheden en 



mijne vorige berichten over do talrijke geBprokkon, door den Hertog van 
Marlborougb en den Engelechen gezant, Lord Townsend en den secretaria 
Derol (?) met mij gehouden, zult gij gelieven in alle opziobtea te tien, 
dat bij hen niet de minste neiging of directe bedoeling bestaat om 
satisfactie te geven ; zij pogen er zich slechts met allerlei uitvluchten af 
te maken en hebben de ijdele hoop mij door geldgnschenken in den atiik 
te laten loopen of ons door alle mogelijke fineiocB hunner arglist van 
tijd tot t^d in slaap te Bassen en zonder een werkelijke uitvoering aaa 
die zaak te geven als kleine kinderen ver van ons doel te leiden en 
tegelijkertijd, ons door zulke vriendelijke woorden paaiende, den loop van 
onzo zaken aan te zien" enz. „De beleediging, hem van ËDgelecbe zgde 
aangedaan, noemt Matwéjef „de beleodiging zonder voorbeeld, niet alleen 
aan een gezant, maar zelfs aan een gezantschapslakei in alle tyden 
ongeboord, zoowel bij de Barbaren als in Marokko zeif." „Niet door 
pentoonlijkon hartstocht en die mij zonder reden aangedane onmenschelijke 
verminking en de particuliere beleediging word ik tot wraak aangespoord, 
maar door de werkelijke verplichting van mijn knechtschap jegens Z. Ts. 
Majesteit ben ik genoodzaakt aan Uwc Excellentie te rapporteeren, dat 
gg moet gelieven met ijver in het vrezen dezer zaak te dringen en de 
vroegere scherpe maatregelen te nemen tot bet verwerven dier satds&etie^'' 
Bijlage bij een brief van Matwéjef. „An act for preserving the Priri- 
ledges of AmbassadorB and other publiek Ministers of Foreign Prini 
and States," „Wbereas sevorall turbulent and disorderly Persons hai' 
in a most outragioua manner insulted the person of his Exoelli 
Andrew Artemonowitz Mattueof Ambassador Extraordlnary of his C; 
Majesty Emperonr of Oreat RuBsia, Her Majesties good Friend and allf' 
by arresting him and taking him by violence out of his coach in tbe 
publiek etreet and detainivg him in cuatody for severall bonrB in eoi' 
tempt of the Protection granted by her Maje?ty, oontrary to the Liw 
of Nations and ïn prejudïce of the Kights and Privileges, wbich Amb&a- 
sadors and other Publiek Miniatera authorized and received as anch hjn 
at all times been thereby possesaed of and ought to be hept aaored and 
inviolable, Be it therefore declared by tho Queens moat Excellent Majesly 
by and with the Advice and Consent of the Lords Spiritual and Tempow 
and Commons in Parliament assembled and by the Anthority of tb 
same, that all actiona and Suits-writts and Frocesses oommenced, soed 
or prosecuted against the said Ambassador by any Person or Persons 
whatsoever and all Bail Bonds given by the amd Ambassador or aa; 
other Person or Persons on bis behalf and all recognizanceB of Bul 
given or acknowledged in any such action or suïte and all proceedïngs 
upon or by pretext or Coloar of any auch action or Suite Wrïtt of 
ProcesB and all Judgments bad tbereupon are ntterly uull and voïd to 
all inlenta, constructions and Purposes whatsoever and be it enarted by 
the anthority aforeaaid, that all entries, proceedinga and records agMnst 
the said Ambassador or bis Bail shall be vacated and cancelled and to 
prevent the like insolences for the future be it furtber declared by tha 
anthority aforeaaid, that all writta and Proceases, that shall at any time 




Fleaa 1 



Weafter be sued forth or prosecnted whereby the Peraon of any AmbsB- 
Bodor or other Publiek Minister of any Foreign Princeor State authorized 
md receïred as such by her Maje§ty, her Heirs or SiicoeaaorH or the 
Domeatick or Domestick Servant of any such Ambassador or other 
?ublick Minister may be arrested or imprisoned or hie or their Gieodfi 
01 Cbattells luay be destrained, seized or attached shsU be deemed and 
be utterly null and void to all Intents ConetructiouH and 
whataoever and be it fnrther enacted by the anthority aforeaaid 
any Person or Persons shall preanme to aue forth or pro- 
BBy anoh writt or Prooess such Person and Persons and all 
and SoUicitors prosecuting and solliciting in such case and all 
exeouting any such writt or Procesa being thereof convicted by 
of the Party or by the oath of one or more oredible 
or wittnesses before the Lord Chancellor or Lord Keeper of the 
Seal of Oreat-Britain the Chief Jastioe of the Goart of Common 
ime being or any two of them ahall be deemed violatorB 
of the LawB of Nations and Diatnrbers of the Publiek Repose and sball 
nSbt auch Pains, Penaltys and Corporal Paniahment as the said Lord 
Chancellor, Lord Keeper and the said Chief Jnsticea or aoy two of 
them shall jndge fit to be imposed and inflict«d Provided and be it 
deoltred, that no Merchant or other Traeier vfaatsoever nithin the de- 
Boription of any of the Statntes againat Bankrupts, who hath or shall 
pnt himaeif into the Service of sneb Ambr or Publiek Minister ahall 
httTe or taka any mauner of benefitt by this act, and that no Peraon 
aball be proceeded against aa having arreeted the Servant of an Amhas- 
Bador or Publiek Miniater by rirtue of this act, unleaa the name of 
such aervant be firat registred iu the Office of one of the Principal 
Secretarys of State and by auch Secretary tranamitted to the 8ben& 
of London and Middleaex for the time being or their underaheriSs or 
Deputys, who ahall upon the Receipt thereof hang np the same in some 
publiek place in their Offlcea, whereto all Persons may resort and take 
oopya thereof without Fee or Reward and be it further eaacled by tha 
«nthority aforosaid, that this act shall be taken and allowed in all 
Courts within the Kingdom as a publiek act, and that all judges and 
Jnsticea ahall take notice of it without apeciall pleading and all Sherifis 
Baylüfs and other offieers and Ministers of Justice concerned in the 
Execution of Process are hereby required to havo regard to this act aB 
they will answor the contrary at their perill," 



P. M, A,, Bundel 279. Hierin wordt hier en daar geaproken over hot 
zenden der jonge edellieden naar Holland en Engeland ora daar eene 
seemansop leiding te ontvangen. 

1710. 

27 Febr. Zaak betreflende het verzoekschrift van Jacob en Iw&n 



L 



in 

3 



104 



Qr^otien, die in Holland hnnne opleiding ontvangen, om tractemenl. 

P. M. A., Bundel 398, bl. 62—65. Tractaten van 15 Juni 1710 met 
Holland en Denemarken over de Baluten tusschen ooriogB bc hepen ouderling 
en tnsBohea oorlogseohepen en vestingen. 

12 Deo. Concept van een brief Tan den Tsaar aan de Staten. 

P. M. A., Bundel 291, bl. 60, 61. Copie van een bevelachrift, dour 
Prins Ljwóf uitgevaardigd aan de jongelieden, weike in Holland de zee- 
Taart moeten leereu, om hen tot het volbrengen hunner plichten a 
manon ; Amsterdam, 12 Dec. ITIO, Van denzeUden bundel bl. 36 — 37. 
Brieven vaa Kapt Isaac Brandt aan Apriksien, voor Kopenhagen, Deo. 
1710, Jan. 1711. 

Eeoige bijlagen bij de (niet meer aanwezige) relatiëa van Matviiéjef. 

Brieven van Matwéjef aan Dalgaróekij, 

Brieven van Ljwóf aan Dalgaróekij. 

Brieven van den in Holland vertoevendcu edelmau Alddïien a 
gezant in Denemarken, DalgarÓekjj. 

Brieven van Lupa en van den Burgh aan Baron Sjafirof. 

P. M. A., Bundel 208, bl. 599—651. Over het zenden van loerlingB 
naar Engeland en Holland voor de zeevaart. 

F. M. A., Bundel 547. „Ingekommen Brieven bo van S. Eeut. ï 
den Heer Oroot-Admirael, d' Heer Eiekiu, ale v. diverse andere Rna 
Heeren," van Cornelis Cruya, 

1711. 

De documenten uit dit jaar, welke zich in bet P. M. A. bevinden zip 
in de votgeude afdeeling vermeld. 

12 Febr. Over het tractement van Matwéjef. 

i Maart. Zaak betreffende het verzoek schrift van Matwéjef 
met vrgatelling van tol over Archangol een korenvoorraad toe te zeoden- 

April (tot Januari 1712). Over de aankomst in Polen van den Hol- 
landsohen gezant Haersolte v. d. Kranenburg om met Rusland een ( 
mertietraotaat te sluiten enz. 

1 Hei. Over het zenden van leerlingen der Mathematische School 
Amsterdam voor het Jeoren der zeevaart. 

Sept. Over de aankomst in Rusland van den Resident Jaoob de Bifl. 
Zijne memorialen. 

Brieven van Nicolaas Witsen aan Oalófkien. Concept van een brief 
van den Tsaar aan Witsen (recommandatie van Prins Koerdklen. 

Brieven van den Hollandscben koopman Jan Lups aan Oalófkien orer 
de door dezen uit Holland bestelde portretten, diamanten enz. De ant' 
woorden daarop. 

Brieven van den HollandBchen koopman Christoffel Brandt «m 
Galdfkien. 

Brieven van den agent van den Burgh aan don gezant in Denemarken, 
Dalgaróekij. 

Concepten van brieven van den Tsaar aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan den Tsaar. 



105 

Concepten van brieven yan Gküóf kien aan Matwéjef. 
Brieyen yan Matwéjef aan Galóf kien. 
Brieyen yan Matwéjef aan Dalgaróekg. 

Concepten der brieyen yan Qttlófkien aan Meyronw Matwéjef te 
\ Grayenbage. 

Concepten der brieyen yan Galófkien aan den agent yan den Borgh. 

Brieyen yan den agent yan den Burgh aan Galófkien. 

Brieyen yan Ljwóf aan Galófkien. 

Brieyen yan Ljwóf aan Dalgaróekg. 

Concept yan een brief yan Galóf Hen aan de tot het leeren der zeeyaart 
in Holland yertoeyende jonge edellieden Alexander en Iwdn Narysjkien 
OYer geldzaken. 

Concepten der brieyen yan Galófkien aan 0'siep Salawióf met de ant- 
woorden daarop. 



AFDEELING III. 

Het t^'dperk yan Eoerfikiens yerblijf hier te lande. 



„Hoezeer men over het algemeen, dooi 
den loop der omstandigheden, weinig in de 
onderhandelingen met hem slaagde, was men 
ten hoogste over hem tevreden, door dat 
zijn gedrag in alles met dat van zijnen 
voorganger verschilde." 

Jag. Sgheltema. 

1711. 

Oct. Zending van Prins Barfes Eoerdkien naar Holland als gevolmach- 
tigd minister. Concepten en copieën der brieven yon G^lófkien aanEoe- 
rdkien. Deze bundel bevat o. a. de instructie aan den nieuwen gezant 
medegegeven. Eoerdkien moest nl. den Staten mededeelen, dat, indien zg 
willen beloven zich niet in de zaken van den Noordschen oorlog te zullen 
mengen, de Tsaar van zijn kant belooft zich niet met den Franschen 
oorlog te zullen bemoeien: zoo de Staten vrede sluiten met Frankrijk 
en de Noordsche oorlog nog niet is geëindigd, zullen de Hollanders den 
Tsaar in het voeren van den krijg niet hinderlijk zijn, en zoo de Tsaar 
vrede sluit met Zweden en de Fransche oorlog nog niet is afgeloopen, 
zal hij den Hollanders in het voeren daarvan niets in den weg leggen. 
Dezelfde voorslag moet door Eoerdkien ook aan de andere ge&llieerden 
worden gedaan. Deze instructie is van 17 Oct. 1711. Het volgende is 
uit de brieven van Galófkien aan Eoerdkien (met de bijlagen). 

Biga, 6 Dec. Eoerdkien moet zich op de hoogte stellen van den vrede- 
handel tusschen Holland en Frankrjjk en daarover schrijven. Als bylage 
vindt men, in twee kolommen hieraan toegevoegd, het volgende stuk: 

„In de door den Secretaris Gregorius Wólkof bij zijn brief van 5 Oct. 
uit Pargs gezonden artikelen is geschreven, wat Torcy op zijn voorstel 
heeft geantwoord: 




t. Hebben de bondgenooten, die teg^n Frankrijk oorlog voeren de 
adistie vod Z. Tb. Majesteit aangenomen? 

2. Indien ziJ die nog niet hebben aangenomen, kan men dan met zeker- 
heid verwachten, dat zij die zullen aannemen ? 

3. Wat is Z. Tn. Majeateit in zulk een geval voornemeDB te doen om 
hen tot het aannemen zijner mediatie te nopen ? 

i. Verlangt Z. Tg. Majesteit werkelijk, dat die mediatie§ wederkeerig 
zullen zijn, nl. dat, als Z. K. MajeBtoit van Frankrijk Z. Ta. Majesteit 
als mediateur erkent, hij noodzakelijk bemiddelaar moet wezen tusHohen 
Z. Te. Majesteit en dien» bondgenooten aan de eene zijdeen deZweedache 
kroon aan de andere, en dat eveneens, als de Fransche koning mediatenr 
wordt tuBBcheu Z. Tk. Majesteit en diens bondgenooten en de Zweedscbe 
Irroon, Z. Ta. Majesteit mediatenr moet wezen tuascben Frankrijk en de 
geallieerden F 

5. Welke overeenkoniBt bestaat er over dit alles tusschen Z. Ta, Majesteit en 
agne bondgenooten : moet Frankrijk, indien bet Z. Tb. Majesteit als me- 
diatenr aanneemt, ook de Poolsche en Deensche koningen ais zoodanig 



In de tweede kolom staat: „Op dié artikelen moet Prins Koerdkien 
aan den Seeretaris Wólkof antwoorden, opdat deze het mondeling eo 
Schriftelijk aan Torcy bekend raake: 

1. Z. Tb, Majesteit beeft, daar hij de werkelijke bedoeling van Z. K. 
Majesteit van Frankrijk in deze zaak niet kent, de mediatie aan de tegen 
hem oorlogvoerende bondgenooten niet voorgeslagen, want eerst moet 
men weten, dat de bemiddeling van Z. Ta. Majesteit Zijner K. Majesteit 



2. Dienaangaande kan men geene hoop koesteren, eer men bet voor- 
nemen des konings in deze zaak kent. 

3. Het is ongepast vóór het geschikte oogenblik dwang aan te wenden, 
want men moet eerst de meening Zijner K. Majesteit kennen en eerst 
don een voorstel doen aan de hooge bondgenooten. 

4. Z. Ts. Majesteit wenscht eerst do bedoeling Zijner K. Majesteit te 
kennen, zooals hierboven is vermeld, on eerst dan kan er een besluit 
worden genomen ook over do bemiddeling van Z, K. Majesteit tusscben 
Z. Te. Majesteit en zijne bondgenooten aan de eene zijde en de Zweedscbe 
kroon aan de andere, wanneer bij ziet, dat Z. K. Majesteit hem welwillend 
ia g ezind en eene verklaring aflegt, waarmede hij, de Tsaar, bij het sluiten 

^""den vrede tevreden kan zijn." 

ïal, 21 Dec. „De Heer gezant Matwéjef heeft in zijne brieven 
" ' aan mij gesebreven, dat do koningin van Groot-Brittanje in 
ne correBpondentie met baar broeder, den Prins van Wales, 
in Frankrijk, zoo vriendschappelijk jegens hem is gezind, dat zij hem 
alleszins belooft volgons baar eigen wil over de kroon van 't koninkrijk 
te zullen beschikken door de erfopvolging van bet Huis Hanover te ver- 
nietigen, en dienaangaande beeft Z. Ts. Majesteit mij bevolen aan Uwe 
genade te schrijven, opdat gjj, indien dat waar is, den HonoveraanBchen 
mioiBters hierover de meening zoudt inboezemen, dat bet van Ëngelscbe 



ia gesind i 

■den V 
«al, 
malen 
gehe 



108 

zijde g^eechiedt tot nadeel van hen, betoogende, dat wftimeer hierin £ 
ringa hoop voor hen sehijut te wezen, het ten zeerste noodzakelijfc fl 
dat zij met Z, Ta. Majesteit en diens bondgenooten ïn een zeer saDI 
en hecht verbond treden." 

Reval, 26 Dec. „En wat de artikelen betreft, welke de Heer Matw^ 
in overleg met ü heeft opgesteld om die aan de Staten voor te sla" 
en hierheen heeft gezonden, heb ik die aan Z, Tb Majesteit voorgeleg 
deze heeft geliefd die artikelen goed te keuren en zijn volgenden o**- 
in dit alles vast te stellen. Uwe Genade zal zoo goed zijn, gezame , 
met den Heer Matwéjef naar dien oek&z te handelen." „Uwe Gtena 
moet thans trachten de Hollanders nader aan zich te verbinden doiS 
hnn de goede gezindheid van Z. Ts. Majesteit voor te houden, dat ld 
overal, waar het vereiacht wordt, hun alle vriendschap en hnlp van xpll 
kant wil betoonen, ja zelfa, indien zy dit van Z. Ts. Majesteit verlange^B 
zioh met hen door eene alliantie zal verbinden en dat hij als bljik ^^f 
zijne genegenheid en vriendschap tot hen zeer gaarne met hen t 
handelstraotaat wil sluiten tot het voordeel van beide volken." Ook n 
den Dnitschen Keizer wil hij in verbond treden en, zoodra hij te 8 
Petersburg is aangekomen en het project van 't handelstractaat ne" 
opgesteld, zal hij het aan Koerakien zenden. ,Weefl zoo goed den Stal 
in dit opzicht ecne vaate hoop in te boezemen en hen intussohen volga 
het bovenvermelde bevel Zijner Ta. Majesteit en Uw tegenwoordig voonta 
er toe geneigd te maken om met den Tsaar in vriendschap en verboiiS 
te treden." „Indien gij ziet, dat Engeland voornemens is den Keizer, de 
Hollanders en de overige vorsten van dat verbond in den steek te lataii 
en alléén vrede te sluiten met de Fransche kroon, dan kant gg Igj 
voorbaat de Hollanders en den Keizer van zulk eene verzoening m"^ 
Frankrijk, gemeenschappelijk met Engeland, trachten te weerhouden (j 
aan de Hollandache Staten en de Keizerlijke ministers voorslaan, da^ | 
indien zjj in zulk een geval hulp verlangen van Z. Ts. Majesteit, deze 
zich bereid verklaart die te geven en slechts van hen verlangt te weten, 
hoeveel troepen zy van Z. Ts. Majesteit als hulp zullen vragen en op 
welke voorwaarden zij die wüleo aannemen. Maar indien zij hun wenaat) 
uit«n, dat Z. ~ Th. Majesteit gelieve mede te deelen met hoeveel troepen 
hij bun zal bijstaan, dan kan Uwe Genade bekend maken, dat Z. Ts. 
Majesteit hnn hulp wil geven van 10000 tot 15000 man." „üweGlenade 
kan hnn ook mededeelen, dat Z. Ts. Majesteit haeft goedgevonden dat 
bovengenoemde aantal troepen tot hulp te zenden, zonder eenig geld 
voor hen te vorderen, en dat zij niets anders behoeven te doen i^ dis 
troepen op hunne kosten te onderhouden." „Indien zij echter meer dan 
dat aantal troepen van Z. Ts. Majesteit mochten vragen, dan zult j~ 
zoo goed zyn mede te deelen, dat Z. Ts. Majesteit ook meer dan o 
aantal zal gelieven te geven." 

Verder betreffende de zaken in het noorden: „Maar s 
voorstel van de bondgenooten om vrede te sluiten heb ik U volgene i 
oek&z van Z. Ts. Majesteit den 22"" November uit Memel geschrei^ 
(welken brief gij reeds hebt ontvangen), dat Uwe Genade moest a" 



woorden, dat Z. Ts. Majesteit wel Troeger met de van zijn kant bekend 
gemaakte ïoorwaarden tevreden was, toen de Turksche oorlog tegen 
Z. Ta. Majesteit, op aanstoken van den Zweedaehen koning ontstaan, 
nog niet ten eindo was, op welke van de zijde der hooge bondgenooten 
sooit eenige bekendmaking is gedaan omtrent de conditiën, op welke zij 
vsa vrede voor Z. Ts. Majesteit met den Zweedschen koning wilden 
tuchten te bewerken, maar dat hij, na bij aanmerkelijke schade heeft 
geleden door dien Turkschen oorlog (bestaande in het afstaan van Azof 
en in het verwoesten der groote vestingwerken van Taganróg ....), wel 
beswaarlijk met die voorwaarden kan tevreden zijn." „Maar over de 
uediAtie der hooge geallieerden is het U bevolen het stilzwijgen te be- 
waren en, wanneef de Deensche en Poolsche ministers volgens bevelen 
honner boven op die condities antwoorden, dan moet Uwe Qenade dien- 
aangaande volgens bet bovenvermelde bevel Zijner Ts. Majesteit antwoord 
geren en intusschen van hen eischen, wanneer zij hunne mediatie aan 
Z. Tb. Majesteit aanbieden (welke mediatie Z. M. te voren zelf van hen 
heeft gevraagd...., waarop zij niet z^n ingegaan), dat zij aan TJ mede- 
deden op welke voorwaarden zij voor Z. Tb. Majesteit en zijne bondge- 
nooten een vrede met den Zweed willen trachten te bewerken." 



Ëen boek, bevattende de protocollen van Koer&kieu's verblijf in de 
Nederlanden. 

Brieven van Koerdkien aan Dalgaróekij, gezant in Denemarken. 

ITU — 1723, Esccrpt uit de relatiën van de Russische ministers te 
Oonstantinopel over de aldaar aan hot Russische hof door den HoUand- 
Mhèn gezant Coijers bewezen diensten en 't hem daarvoor toegewezen 



Brieven van Koerdkien aan Oalófkien. 

_ 'a-Graven hage, 6/17 Nov. „Eergisteren heeft de post nit Engeland 
I nieawB gebracht: de keizerlijke minister aan dat hof, graaf Qallas, heeft, 
I de geneigdheid van dat hof bespenrende om vrede met Frankrijk te 
I eloiten, zichzelf willen beveiligen en aan zijn bof gevraagd om hem 
teing te roepen en, als gewoonlijk bevel ontvangen hebbende, aan den 
' SUateseoretaria eene afscheidsaudientie verzocht, waarop hem niet het 
"linBle antwoord werd gegeven, en den volgenden dag werd de Ceremo- 
, Diemeester tot bem gezonden en deelde hem op bevel der koningin mede, 
Oat hij zich nooit meer aan 't hof moest vertoonen, omdat zgn persoon 
Harer Majesteit onaangenaam is, en dat, indien hjj uit Engeland wil 
I Tertfekfcen, hem de gewone paspoorten, zooala men die aan een minister 
Seeft, niet zullen worden gegeven," ,Bij het ontvangen van zulke be- 
"ohten trekken de Hollanders en de andere geallieerden daar deze conclusie 
I iiit, dat Engeland opzettelijk redenen van oneenigheid zoekt, om volgens 



~xj uak juu^ciuuu upj 



110 



zgn bedoeling de geallieerden Bpoediger tot een vrede te dwingen ea 1 
't bijzonder met het Keizerlijk hof in ooeenigheid te komen, daar Y 
boTengenoemde Keizerlijke gerant Gailas niet den minsten aanstoot b 
gegeven. Men maakt in Holland hieruit ook op, dat Frankrijk ei 
Torypartij zich in 't Engelsohe bof hebben weten te dringen. Bergista 
ia Lord Strafford met de Hollandsche gedeputeerden in conferentie gem 
aan welke hij twee punten heeft voorgeslagen: 1". dat er een ptaata il 
de vroegere vier voor het congres der ministers tot den algemeenen r. 
zonde bepaald worden, 2". dat aan de Fransche ministers paspoort 
zonden worden gegeven. Hierop hebben ei) faera geantwoord, dat i" 
de verschillende provinciën zouden schrijven om de algemecne bed 
te leeren kennen, of alle daarin toestemmen, maar de Engelsche minister 
heefl in korte woorden gezegd, dat zijne koningin inderdaad zulke maat- 
regelen heeti genomen, dat dit congres zal plaats hebben." „Indien gij | 
blijft talmen en dit niet toestaat — zeide Lord Strafford — , dan ifij 
Engeland alléén een plaats aanwijzen en paspoorten geven en e< 
honden met de Fransche ministers" en daarna vorderde hij vai 
snel besluit en dienzelfden avond hebben zij koeriers met die i 
naar alle provinciën gezonden. Maar de Heeren Staten en anderen bevii 
zich in groote verwarring en verwachten antwoord van hnn gezant ■ 
Engeland, Bnys, maar, naar men verneemt, is hem reeds beimelgk vanld 
bevel gezonden, om, indien hij het Engelsche hof niet langer kan wMj 
honden, zyne toestemming te geven aangaande de paspoorten en It 
congres, en ik denk, dat dit wel te Aken zal plaats hebben." „Naar.l 
meen znllen de Staten, indien de oneenigbeïd tusschen deze mo_ 
toeneemt, ons inderdaad noodig hebben eo in zolk een geval moeten i 
na maatregelen to hebben genomen, die met onze belangen in oveiet 
stemming zijn, den tijd niet laten voorbijgaan en een tractaat met k 
sluiten, al is het ook maar defensief." Verder raadt Koerakien der I 
sische regeering aan om den Heer Lit niet van het Engelsche hof ti 
te roepen, docb af to wachten, of er werkelijk een particuliere v 
tusschen Engeland en Frankrijk zal worden gesloten, ,Maar i 
Engeland een particulieren vrede sluit, dan, meen ik, zullen wg eve 
als de anderen genoodzaakt z^n dezen minister terug te roepen, O 
die particuliere vrede veel meer in bet belang van Zweden dan in 4 
belang is; bet is vraor, dat het voor den Heer Lit onaangenaam is, 9 
hij reeds vele dagen niet tot de audiëntie is toegelaten, en indien gg h 
besluit gelieft te nemen om hem terug te roepen, zoo herinner ili O 
aan mijne vroegere berichten omtrent zekeren Heer Beke, die, zooals ik 
kan verzekeren, een ervaren en braaf man is." „Ik ben van oordeel, ds* 
al wat er thans in Engeland gaande is, klaarblykelïjke kuiperg is van 
den Torjschen Prins van Wales, maar men maakt er uit op, dat et 
reeds een heimelijke overeenkomst bestaat om hem naar Engeland te 
doen terugkeeren en daarom is de Hanoveraansche troonsopvolging nog 
iets onzekers" „indien de Engelscheu vrede maken met Frankrijk, dan 
sal dit alles, naar men meent, geschieden; bovendien zegt het gerucht, 
dat de koningin zelve reeds heimelijk aan haar broeder beloofd heelt 



^ 



uittrekse] van Wólkof'a achrijvei 
I Engeland heeft van haar kani 



waardoor Aai 






hem te znllen biJBtaan; evenwel kan men op dit nieuws niet met zeker* 

beid afgaan." 

's Qra ven hoge, 13/24 Nov. , Eergisteren zij wij wegens het talmen van 
ii miniatera der boodgeaooten met een antwoord op one, U bekend, 
looratel, in conferentie geweest, ten huize van den Raad-Penaionaria, met 
è Eeizeriyke en Engelsche ministers. Ën op dat alles eischten wy 
(Koerékien en Matwéjef) antwoord van hen, maar de Keizerlijke minis- 
ter, graaf Ooes, en de Engelsche gezant, Lord StraSord, hebben op zich 
genomen bet aan hunne hoven te rapporteeren en wilden, na bevelen 
diensangaande te hebben ontvangen, gemeenschappelijk antwoord geven; 
daarby zeide de Engelsche gezant dat hij noch van zjjn hof, noch van 
den Heer gezant Whitford over zulk een voorstel eenig bericht had ont- 
Vksgen." „Bovendien eischten wij van hen, gezanten der bondgenooten. 
dst vg zonder lang tijdsverloop antwoord van hen mochten ontvangen. 
Zie de instructie aan Eoerdkien. „Thans zal ik bericht doen over de 
correspondentie van het Fransche hof. Drie dagen geleden heb ik een 
brief uit Parijs ontvangen van den Heer Wólkof, van 2 Kot., waarin 
hg achr^ft, dat hij de twee U bekende punten op oek&z van 't hof aan 
den Heer de Torcy heeft voorgesteld en ook schrijft hij het antwoord, 
dat hij daarop heeft ontvangen." 

Als byiage bij dezen brief ia een 
aan Koerókien (2 Nov.) „de koningin 
nog geen gevolmachtigden aangewez< 

geven bericht over drie door H. M. benoemde gezanten wordt 
Worpen 5 er komen hier veel geruchten en gisBingen op, over den par- 
ticub'eren vrede met Engeland, maar daaruit is niets zekers af te leiden; 
Van het ministerie alhier heb ik in verschillende gesprekken niets anders 
geboord, dau dat de Engelschen van alle bondgenooten de meeste geneigd- 
heid tot den vrede toonen en dat de Hollanders hardnekkig vasthouden 
het tegenovergestelde voornemen. Maar op een particulieren vrede 
vordt door bet ministerie niet de minste toespeling gemaakt; indien daar 
werkelijk sprake van is, zoo wordt het zeer geheim gehouden." „Ik twijfel 
er niet aan, of het hof alhier zal by het vredesverdrag de Zweedsche 
belangen behartigen; eveneens zijn er eenige berichten, dat ook Engeland 
den Zweed met zulk een bystand vleit, welke byatand inderdaad meer 
van de bondgenooten zal afhangen." 

'e Gravenhage, 19/30 Nov. Men heeft het gerucht verspreid, dat de 

igelschen reeds paspoorten aan de Fransche ministers hebben gegeven, 

maar dit schyot niet waar te wezen. De Staten hebben der Engelsche re- 

geering kennis gegeven, dat zij tot een eervoüen en voordeeligen vrede 

I zijn en dat de koningin eene plaats moet aanvvijzen voor het 

«ongres. Als die plaats is bepaald, zullen ook de paspoorten worden ge- 

igeven. De Staten willen de zaak rekken tot de opening van het nieuwe 

irlement: dan zal er we! niets van komen. Bovendien is er een ge- 

icht, dat de ministers van den keizer, zelfs ala er een congres tezamen 

komen, daar toch niet zullen aanwezig zijn. 

I Gravenhage, 27 Nov. (S Dec). Eergisteren zjjnMatwéjef en Eoerikden 



I il> 

bij den Eaad-Penaionaria geweest; zij hebben met ophef over dea Tsaan 
gnnstige gezindheid jegens de Staten gesproken: de Tsaar ia zelfe bereid 
huD hulp te bieden. Verder o. e. , Hoewel het de hoop ran velen woa, 
dat er geen vrede tuBschen Engeland en Frantrijk tot stand zon komen, 
aangezien de Hollanders daarvan zoo afkeerig zijn, thans ie hunne zw^- 
heid reeds zichtbaar en ook, dat zij niet alleen in oorlog met Frankrgk 
willen blyven en daarom gedwongen ïijn Engeland te volgen" „en de 
laatste post uit Engeland heeft medegedeeld, dat de koningin als plaatt 
voor dat algcmeene congres Utrecht heeft aangewezen." „Maar toen da 
Keizerlijke miaisters dat vernamen, hebben zij weder mondeling gepro- 
testeerd, nog buiten den brief dea Keizers, en gezegd, dat de Keizer naar 
dat oongrcB zijne ministers niet zal zenden; eveneens hopen zij, dut ook 
de Duitsche vorsten hetzelfde aullen doen, en thans brengen zij hier uu 
allen visites en hoorcn hen daarover uit en trachten er anderen toe orer 
te halen om niet op dat congres te komen." „De miniatera der Dnitsclie 
vorsten verklaren zich nog niet over dat congres, maar elk stelt dit uit 
totdat hl) bevelen van zijn hof heeft ontvangen." „Als Engeleche minia- 
ters tot dat congres worden aangewezen de bisschop van Bristol, Lord 
Strafford en anderen, die zoo goed onze belangen zullen behartigen, dat 
men er Palmquist zeer goed bij kan ontberen," 

's Gravenhage, 30 Kov. (10 Dec.). „De Poolsche minister heeft op hel 
voorstel der geallieerden over den vrede op bevel van zgn hof geacit- 
woord" „thans heeft ook de Deensoho minister bevel ontvangen dn 
geallieerden op bet voorstel over den vrede te antwoorden." „Bg lut 
tegenwoordige congres over den vrede tussohen de geallieerden en Frankr|k 
vind ik slechts twee punten gevaarlijk voor de belangen van Z. Bjfc 
Majesteit en zijne bondgenooten, 1°. vrees ik, dat zij hunne openlmH 
mediatie tusschon de oorlogvoerende Noordsche mogendheden zullen *A39| 
slaan, en zoo de Zweedsche minister nog geen bevel van zijn hof besl 
om die mediatie aan te nemen, zoo komt dat slechts door de tegeuwooi- I 
dige afwezigheid van den Zweedschen koning; ik geloof niet, dat men 
van hunne zijde, behalve het voorstel, ook dwangmiddelen moet «er- 
wachten, omdat, zoolang zij de bedoeling van den Zweed niet kennen, 
of hij die bemiddeling wil aannemen of bij zijn vroegere eerzucböge 
plannen blijft, het niet met hunne belangen overeenkomt ons met geweld 
tot het aannemen dier mediatie te dwingen. Dat zij gedwongen z^n te 
wachten, totdat zij de bedoeling van Zweden kennen, zal veel tgd tm- 
eischen en ondertusschen kunnen wij onze maatregelen nemen." „Het 3^ 
punt vind ik gevaarlijker dan het eerste, nl. dat zij Denemarken en 
Polen niet dwingen om een wapenstilstand te sluiten om den Noordacben 
oorlog te staken totdat het algemeene besluit is genomen de mediatie 
aan te nemen." „Nog verklaren de ministers der neutrale vorsten zich 
niet omtrent dat congres, alleen de Venetiaansche Resident is onder ie 
hand reeds begonnen daarvoor moeite te doen, dat een minister van 
Venetië op dat congres zal aanwezig zijn, maar ik verneem in gosprekketx 
met velen, en vooral van den Engelschen gezant, dat zij op dat congres 
de minifiteia der neutrale mogendheden, die niet aan de alliantie tegeo 



frankrijk hebben deelgenomen, niet willen toelaten; e?eawe1 kan men 
flaarop geen hoop Testigen, maar indien eene mogendheid ïoop hare 
ibelangen wil zorgen, zoo zal zij eene gelegenheid zoeken om er bij te 
j, om welke reden ook in vroeger jaren bij dergelijke vredestractaten, 
«Male te Nijmegen en te Rijswijk, neutrale mogendheden zijn toegelaten, 
koewel men hun dit eerst weigerde." „In oenige gezelschappen hebben 
Men uit de voornaamste peraoneu der Staten in gesprek gezegd, dat, 
indien het Oogtenrijkscho huis zijne troepen, ton getale van 30000 in 
Brabant plaatste en al zijne inkomsten — behalve het voor de hofhouding 
benoodigde — tot den krijg wilde gebruiken, zj den oorlog met PrankrjJK 
nog wel zouden kunnen voortzetten. Dit gezegde is hier door velen in 
DTerweging genomen en men hoopt, dat er eene overeenkomst tusachen 
de Staten en ^t Oostenrijksche huis zal kunnen getroffen worden, met 
mtBloiting vaif Engeland." 

VQravenhage, 10/21 Dec. „Na zijne aankomst alfaier is Prins Eugenius, 
hoewel hij vier dagen geleden op de uitnoodigin;,' der Staten niet in 
conferentie wilde treden en zeide, dat hij van den Keizer ia Holland 
geenertei commissie heeft, maar wel in Engeland, er den volgenden dag 
tooh in getreden en deozelfden dag is door de Hollandscfae Staten eene 
reaolatie genomen en zijn voor het congres, dat met de Fransche ministers 

ïol worden gehouden, de twee vorige afgevaardigden aangewezen, 

niet als gevolmachtigde ministers, maar alu gewone commissarissen." 

VQravenhage, 14/25 Dec. „Het aohijnt door veie omstandigheden en 
liet oordeel der Hollanders, dat de vrede met Frankrijk niet tot atand 
zal komen, maar anderen twijfelen er zelfs aan, of het voorgenomen 
congres wel zal kunnen plaats hebben, zooala uit brieven uit Engeland 
blijkt. Naar ik onderstel, is het U bekend, dat velen de partij der WhïgB 
omhelzen on geen vrede met Frankrijk willen, waarbij de Spaansohe 
monarchie wordt verdeeld." „Uit Parijs schrijft men hierheen, dat het 
Ptansche hof naar Engeland heeft geschreven en paspoorten tot het 
ïoorgenomen congres voor de Spaansche ministère vraagt, waarin de 
Hertog van Anjon koning van Spanje wordt genoemd. Men meent dien- 
MDgaande, dat Frankrijk zwakheid in Engeland heeft opgemerkt en 
daardoor meer hoop voor zich heeft opgevat." 

VGraveuhage, 18/29 Dec. „Na het vertrek der vorige post heb ik 
net Lord Strafford gesproken, opdat zij ons op het voorstel betreffende 
de bekende zaak antwoord zouden geven; hij zeïde, dat hij nog geenerlei 
bericht van zijn hof had ontvangen en geen antwoord koude geven.. . ., 
naar h^ beloofde in acht of negen dagen antwoord te geven, na met 
hat Eeizerlijke hof te hebben geraadpleegd." 

'a-Qravenhage, 21 Doe. (1711, d. i. 1 Jan. 1712). De Hanoveraansche 
Eesident is bij KoerAkien geweest: hij heeft gezegd, dat de Keurvorst 
liet, evenals de Tsaar, in zijn belang acht op het congres de vredeson- 
derhandelingen tegen te werken, opdat Frankrijk en de zeemogeadheden 
i^ handen niet vrg mogen hebben om in het belang van Zweden te 
handelen. 

s-Qravenhage, 25 Bec. „De Heer Wólkof schrijft uit Parijs dat de 



114 

geyolmaohtigde ministers den eersten Januari van den nieuwen stgl o] 
reis zullen gaan. De bisschop yan Bristol is nog niet uit Engeland 
aangekomen, maar wordt deze week te Utrecht verwacht; tot nog toe 
zijn te Utrecht alleen voor de Fransche, Engelsche, Saksische en Portn- 
geesche ministers huizen gehuurd, maar voor de anderen nog niet." 

's-Gravenhage, 28 Dec. „Maar aangaande de U bekende zaak van ons 
voorstel alhier moet gij er niet op rekenen, dat die tot een einde za] 
komen: met verloop van tijd zal die zoo blijven en dit is reeds daaruit 
op te maken, dat de op ons voorstel bepaalde termgn om antwoord 
te ontvangen, nl. twee maanden, is verloopen." Zie de instructie aan 
Eoerdkien. 



P. M. A., Bundel 291. In dezen bundel zijn verscheidene brieven, die 
voor onze handelsgeschiedenis belang hebben. In chronologische volgorde 
zijn zij hier opgesomd. (1711). 

bl. 170, 171. Brief van Christoffel Brandt aan Apraksien, Amsterdam, 
2 Januari, (in Russische vertaling). Betreffende den neef van graaf 
Aprdksien. 

bl. 28, 29. Brief van Christoffel Brandt „aen den Hoog Ed. Heer 
G-rootadmirael Apraksien," Amsterdam, 8 JanuarL „Monseigneur, met 
het aenkomen van UE. Hooggraeffelijcke Exell. Sijn E. Cousyn den 
Hoog Ed. geboorne Heer Alexander Petrowits hebbe met Eerbiedighegt 
Sijn Ed. verwelkomt. Op UE. Hoogg. Exell. gunstige beveelen hebbe 
hem soo lang sijn Ed. sig alhier bevont met mijn goede raet geassisteert^^ 
„zoo meede hebbe een wissel van driehondert Roebels getrocken ten laste 
van UE. hoogg. Exell. Syn Ed. Heer Broeder Peuter Matfewits, zgnde 
hetselve voor stoelen, spiegels, schilderyen als anders dat al in den voor- 
leedene Jaere 1703 onder meerder beloop door mij voor Sijn ExcelleDtie 
uytgegeven is." 

bl. 80, 81. Brief van den agent van den Burgh aan Aprdksien, Am- 
sterdam, 9 Januari, „doordien zijn grootmagtigste czaarse May^. heeft 
laaten presenteeren de vrije handel op Ingermanlant, en dat de Tol daar 
eeven eens zal gevordert werden, als tot Archangel, soo ben daarover 
hier alle daagen in conferentie met de Hoeren — en nu de Pest in 
Sweeden wat begint te minderen soo hoopt men vandaar haast antwoordt 
te sullen hebben dat sg de vrije vaart op Petersburgh en Nerva ook 
meede sullen toestaan, en doen daar toe zeer groote devoiren, ook benili 
daarover uijt, met eenige van mijne goede vrienden om van dit jaar nogl 
met eenige scheepen tot Petersburgh te coomen, indien de moscovise coop- 
liedens daar nu ook goederen bragten, en dat men daarvan verseekeri 
was, dat men daar een ladinge voor de schepen soude vinde, dan wasi 
wel, maar daar niets cunnende becoomen, soo soude het een seer consi* 
derable schaade veroorsaaken, daarom soo heeft het in den beginne seei 
veel moeijte in, om de coopliedens en de schippers daar toe te disponeeren 
en als de schippers daar nu coomen, en wat civiel gehandelt werden 



115 

TQOr de eerste reijse, boo soude dat bijsonder animatie goeven. indien 
DE. H. G. Ex. coat resolveeren, om eonige Rogge, Teer off Hennip, 
Petewburgb of Archangel op Amsterdara ïoor sijne Reeckeninge 
zendo, ik zoude vertrouwen datter wel wat bij te avanceeren 
ea dat het principaals te is, dan soa UE. H. Q. Ex. nooyt niet 
ia behoeven te weesen, om eenige wissels over te maaken, en sou 
I veel gelden cunnen crijgen als maar desidereerde." 
bl. 6é, 65. Brief van Ljwóf aan Apréksien, Amsterdam, 25 Janaari. 
0>w de navigatoren (de Russische jongelieden, die in Engeland en Hol- 
land de scheepvaart leeren, onder bet toezieht van Ljwófji. 

bl. 90, 91. Brief van den agent van den Burgb aan Apr^ksien, Am- 
Eterdam, 27 Januari, „en daarna ben ik in den Haag geweest en heb 
ik mijn best gedaan aangaande den vrijen handel op St, Petersburg, 
Kina en Wyborg on ik heb 't x6ó ver gebracht, dat de Hollanders zioh 
^^ 3e doorvaart vast in 't hoofd hebben gezet." 

,,68, 59. Brief van Ljwóf aan Apraksien, Amsterdam, 30 Januari, 
ie navigatoren. 

92, 93. DupUcaat van een brief door van den Burgh aan Apr£k- 
dmi geschreven, Amsterdam, 30 Januari. „Ik ben eenige doagen in den 
Huge geweest, en hebbe de Hollanders gedisponeert, dat sij een vigoa- 
rente resolutie hebben genoomen, weegena de vrije vaart op Petersburg, 
Nerva, en alle andere plaatsen van sijne Groot magtigs te Czaarse Maje- 
«teyte, en hebben sij aan haore Resident tot Stockholm sulke serieuse 
Ofires gegeven, daar over dat sy niet twyfolen, off men sal ia het corte 
het effect daarvan coomen te sien, het moest juijst weesen dat de Co- 
ninck van Sweeden het expres hadde verhoeden, en dat den Senaat, de 
expresse ordre van de Conink niet dorst overtreeden, daar op ik ant- 
"oorde, wel als sij dan seggen de Conink van Sweeden die wil het niet 
hebbea, hoe soude de goederen die daar sijn, en nu nogh coomen mogte 
daer van daan coomen, daer op hij seijdo, als dat mogbte coomen te ge- 
beuren, dan soude wij de Hollandse schepen wel een goed convooij van 
Oorloghscheepcn cunnen geoven, om onso Coraraertie te bevrijden, soo 
dat ik goede hope hebbe van effect, en hebbe do HoUandaehe ooopliedens 
daar toe ook al gedisponeert, als de vaart vrij corot, dat sij met schee- 
pen genoeg sullon comen, om al do goedoren af te haaien, indien der 
nu maar goederen mogte weesen, maar soo de passagie van de Sweeden 
DÏet toegestaan werd, soo moest mijn dat niet te laste coomen, en doen 
ik mijn devotr om. alles to bevoorderen, indien II. E. H. G. Ëx. nu eenige 
Soederen hadde, om die te willen vercoopen, of op hier over te senden 
^n U. E,H. G. Excell. geneegen is, off mijn daar van iots te schrijven, 
'00 gal ik aan U. E. H. G. Ex. daar van nette informatie connen geoven." 
bl. S4. Duplicaat van een brief, door den agent van den Burgh aan 
-Apraksien gesebreven, Amsterdam, 6 Febr. 

bl. 95. Duplicaat van een brief, door van den Burgh aan Apróksion, 
geHcbreven, Amsterdam, 13 Febr. „met het aannecmen van de geordi- 
"Wrde manschap begint nu wat meerder diiEculteijt te maaken, als voor 
deese, door dien ze hier niet zeer geauegeu Sjjn om tegens de Tuicken 



118 



te vegten door dieu sij eeer beïreest sijn om in sUvernye te coomen, en 
ook dat Asoph boo vorre is, eii dat zij daar hoare vrouwe en kinderen 
niet oiinnen meede neemen en vandaar ook geen geit aan haar vrouwen 
ala die liier blijven, cunnen overmaecken, dogh ik doen mijn best om het 
haar amaakelijck Toor te stellen en met bij mijn Bomtijts te eeten en te 
drincken, en hoope bet geordineerde haast compleet te hebben die dozi 
alle met discrete geleegentheijt op Archangel sal ecnde neevens de goe- 
deren die geordineert stjn volgens de ordre van U. E, H. Q. Excellentia 
Het is mijn zeer leet om de commertie van Sc. Pctersburgh, ea andere 
plaatBen in de Ooalzee, dat U. E. H. O. nu zoo schielijk vaa daar moet 
dewijle ik weet, dat U. E. H. Gt. Ex. seer genegen was om de vrge com- 
mertie daar voorts te setten, au verwagte int oorte antwoordt uijt Stok- 
holm wat daarop sullen goreaolveert hebben." 

bt. 66, 67. Brief Tan Ljwóf aan AprAkaien, Amsterdam, 15 Pebr. Orer 
de navigatoreu. 

bl. 96, 97. Brief van den agent van den Burgh aan Aprdksien, Am- 
Bterdam, 24 Febr, „ik continueoren nu ik de wissels ontfangen om daar 
soo veel goederen voor ia te coopen, en is alles al bestelt, en sal het 
TolgeuB de ordres van U. E.Ho, ö. Es. in diverse scheepen op Archangel 
aendeu, met verscheijde officieren ben raeode al gereet en sal mgn devoit 
doen om het geordineerde getal te brsorgen. Heer Hertogh ran Matlbo- 
rough wert van deese weeck nogh hier rerwagt, om den oorloghspre[*''| 
ratien ten eeraten voorts to setteu — daar behoort al vry wat toe, i " 
alles te prepareeren dat tot soo een groot iecger vereijst wert, te n 
dat bestaat uijt Troupen van soo veel vreemde Troupen en Satien, ( 
iedereen heeft vrij wat te zeggen en te pretendeeren, insonderhegt i , 
Pruijsiae die alle jaaren pretentie maocken tzij van haare Troupen, of 
van derfienisse van de overleedene Conink William en moet men dan 
alle jaaren wat geeven, om die Troupen te moge behouden, men presen- 
teert aaude Conink van Polen soo vee) geit voor 15000 mannen saxin 
Troupen te willen geeven, dat hij die dan soudo cunnen laaten gebruiken 
als neutrale Troupen en dat men sigh dan van dat Corps dat van de 
geallieerde daar toe gedeatine'ert is, hier in 8t. Vlaanderen teegeu Vrank- 
rjjk soude cunnen bedienen, alsoo de franse dit Jaar alle haare crag\M 
sullen inspannen om was het moogelijk offencive te cunnen oorloogen, 
en daarom zon niet vrecmt z[jn dat men zoohaast als de Catnpagoe 
aangaat wel van een bloedige batallie mogt hooren — want men wil 
de couragie en lust van de officieren en Boldaten niet laten pasaeoren — 
aij hebben van de winter in de steeden getragt de Magazijnen in de bcant 
te steecken, en bij die occasie die atecden te overrompelen en dat de ge- 
allieerden haar inde vroege Campagne daar niet van sonde cunnen be- 
dienen maar het ie Qod loff alles misluokt. Ujt Sweeden coomen nogh 
aeer wijnige brieven door de Pest die nogh niet geheel ophout, en 
sal men nu haast verwagten, wat resolutie de Senaat tot Stokholm sal 
genoomen hebben om de vrije Zeevaart naar St, Petersburgh." 

bl. 98. ,Reeokeningh van Incoop van 10 Brandspuijten, die alhier 
gecogbt hebbe op ordre van Sjju Hoog Öraaffelijke Excellentie de Heer 



^ 



Groot Amiraal Feodor Matneyits d'Aprakain eti aen aijne Hoogh Graaf- 
lélgke Excellenties ordre op Archangcl gesonden, deselvo coaten, volgens 
Ëeeob, van Jan van der Heijden, ea Soon, als volght," get. gvan den 
Borgli." Amsterdam, 27 Pebr. 

bL 101 — 104. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 

AniBtardam, 27 Febr. ,U. E. H. Q. Es, is ook wel bekent dat ik geen 

offiDieren ofte volk can aanneemen, of het cost m^n geit 't aij in mijn 

Huya of in de Herbergen want dat volk voor mijn niet cunnen betaalen 

en Mjn sij altemaal niet getnclineert om naar Moscouien te willen gaan, 

en aoomen zij dan met haare vrienden, vroawen en kinderen bij myn 

san huys, wel 10; 12 at meer malen, eer dat ik haar alles can bedu|j- 

im en daar toe disponeeren en can ik haar altjjt niets aonder iets te 

geeren laaten wegbgaan on coomcn der wel 10 somtijtg eer dat ik een 

goede vinden can, en moet haar aoo wat geeven en aan diacourB houden, 

om allea uijt haar te boeren, of sij wel beqnaam sijn, en ala aij dan 

aangenoomen, dan danken sij een vrijen en eijgen aangangh bij mijn 

te hebben, om haar in baare reijse en anders te onderrigten en moet ik 

iiaar als dan diverse maaien bij mijn bonden, om te eeten" „indien 

I P. E. H, G. Ex. wist wat raoeijte dat iek badde ora bet volck aan te 

' neemen, men sonde mijn voor ieder persoon wat toeleggen, want ik met 

iedereen daar eao moeten zitten drinken." 

bl, 74. Brief van Prins Galfetsyn aan AprAksien, Arosterdara, 2 Maart. 

! Evenals de brieven van LjwóF betrekking hebbende op de jongelieden, 

I welke in Holland de zeevaart leeren. 

bl. 110, 111, Brief van den agent van den Burgh aan AprAkaien, Am- 
r sterdam, 6 Maart, „en ben ik gisteren nijt den Haage weeder geretour- 
' neert, alwaar geweest ben, om de vrije commertie met Bt, Petersbnrgh 
I en andere plaatsen, en is men nu in 2 weke de fïnaale Resolntie van 
den Senaat van Stockholm verwagtende." ,Hier te lande nn de wint«r 
' gepasaeert ia, staat ten eeraten de Armee te doen cantonneeren, om dat 
i men siet dat de franse soo sterck, en met soo groote magt beginnen 
■ Bf te coomen, jaa zij dreijgen en geeven voor ala of sij de geallieerden 
I aanstonts sullen attacqueeren, en eenige steeden beleegeren, dogh men 

I' veet wel dat de franse ordinair wol wat hoogh eunnen opgeeven, maar 
bet is seecker dat dit jaar een seer scherpe campagne aal ayn door dien 
(jnen van beijde zeijde soo lange jaaren geoorlogt heeft. Bij naar ten eijnde 
' Tan de geltfinantten is, en dat men langer niet meerder weet te prak- 
itiseeren — in Spagne gaan de affaires voor den Coniok Caarel hoe 
langer hoe erger, en vreest men dat de franse per raanqucment van 
-aecours de atadt Barcelona eerlangh sullen heleegeron." 

bl. 112 — 114. Brief van den agent van den Bargh aan AprAksion, 
lAmaterdaro, 13 Maart, „ik hebbe de officieren die U. E. H. O. Ek. raijn heeft 
I gelieven te ordineeren, ook ten naasten bij compleet, die raeede op Ar- 
' ohangel sal sende, daarover U. E. H. O. Ëk. aldaar gelieve ordre te stellen 
dat daar ontfhngen, en aan haar de 4 maanden volgens contract moge 
llietaalt worden, en gaat daar van hier nevens een lijst bedraagende 

Ï1344. U. E, H. G. Ex. can wel considereeren, als aij geen geit 



118 



coomen te ontfangen, dat de vroawen on kinderen die hier zijn, dan i 
geen wiflsela ounnen crijgen, en niet aan de Coat cunnen 
addreaseeren zij haar door groote noot bij de Diaconije om aliemenb 
dat de beste meiiBcheit oen Treeae doet hebben, en hebbe ik haar wal 
geaegt, dat sij geit ran te TOoren crijgen, en dat wol met wisflela cunneu 
overmaacken, maar soo sij nn naar Azoph gaan, dan cunnen b^ vandaar 
onmoogelijk geen geit OTermaacken, en dan cunnen de vrouwen en kin- 
deren hier te lande niet leeyen, en sal seer groot ongenoegen vewwr- 
Bsaofcen" ,ik hebben voor deeae eens aan U. E. H. G, Ex. een propoaitifl 
gedaan, ala do officieren als zij haar geit qnaamen te ontfangen in Mos- 
couien dat sij dan voor haare vrouwen, kinderen of anders 1, 2 a 3 
maanden in het jaar costen laaten staan, die men hier dan in HollaDt 
tot Boodanigo cours van wissel cost betaalen, ala U. E. H, G. Ex. ra»d- 
zaam Tint" „weegena de vrije scheepvaart op Petersburgh en Nervi, 
daar oTCr ia nogh geen antwoort van Stockholm." 

bl. 123, 124. Brief van den agent van den Bnrgh aan Aprak 
Amsterdam, 21 Maart, „int corte staan van hier meede diverse scheep 
te gaan, naar Riga en Reral, maar van St. Petorsburgh hebben 
niet gehoort, van de Sweeden ia nogh geen uijtalagh, degh men 
hier nogh niet offer eenige Houtwaaren gereet sijn, en offer vrgheijt . 
datter fiogge soQ moogen uijtgevoert werden, men boq van die Hoi 
waaren hier veel geldt cunnen bccoomen, en voomaamentlijk als 
eenige masten van daar op hier Bont, die hier hoogh in prija sjjn, eni 



comt en daar door z 



dogh niets 
traij; 

bl. 130. 
sterdam, 2 
te Londen, 

bl. 84. „Lijate van de ofBoiere 
naar Archangel hebben gesondi 
17 AprU. 

bl. 131. Brief van den agent 
dam, 24 April, „de scheepen 
Taarfera op 19 decser 

bl. 134. Brief van den agent 



1 do Bcbeepvaart weeder k 



van den agent van den Bnrgh aan Aprdkaif 
Maart. Over de arrestatie van den Markies de GuiMsrt 



' 1711 met de Vroeghscheapm 
„van den Burgh." Amaterdam, 



1 den Bnrgh aan Apr^aien, Amster- 
Archangel sijn met de groenlanti- 
heere wil haar geleijde." 
n den Burgh aan AprdkBien, ArasterdEin, 
„den Senaat tot Stockholm heeft aande Engelse en Hollandsa 
miniBtera geantwoort weegena de vrije handel op 8t. Petorsburgh, üena, 
en andere plaatsen, dat aij niet compleet ware en dat sjj daarom over 
een saok van soo groote oonaideratie niet costen disponeeren, & hebben 
d'engelse en Hollandse Miniatera daar over aeer harde expresaien gebruytt 
dogh die hebbe bij de Sweeden geone ingreaaie cunnen vinden — ïk wl 
niet manqueeren, om deeae affaires vorder' te pousseeren en ü. E. H, G. Er - 
daar van advijs geven." 

""""'"'" I Ljwóf aan AprAksien, Brielle, 4 Ma. Over do 



71. Brief ^ 
navi gatoren. 

bl. 141 — 143. Brief 
Amsterdam, 22 Mei. 



den agent van den Burgh e 



1 Aprlika 



119 

bl. 147, 148. Brief yan den agent yan den Burgh aan Apr&ksien, 
^.msterdam, 3 Juli. 

bl. 149. ,, Notitie yan de Meester Timmerliedens die ick aangenoomen 
hebben en A^ 1711 met de yloot naar Archangel sijn yertrocken daar 
aan 4 maanden gagie moeten betaalt worden." get. „Johannes yan den 
Bupgh." Amsterdam, 11 Juli. 

bl. 150. Brief yan den agent yan den Burgb aan Aprdksien, Amster- 
dam, 31 Juli. „niettegenstaande dat de senaat yan Stockholm met de 
Engelse en de Hollanders positiye geaccordeert is om de yrije yaart op 
Lpant, soo hebben de Sweeden 11 scheepen die yan Riga quaamen 
genoomen, en tot Carelscroon en in Gotland opgebragt, en nogh 5 andere 
Hollandse scheepen die naar Riga wilden gaan hebben sij gedwongen om 
weeder te rugh te moeten keeren" „en wert deese affaires soo hoogh 
opgenoomen yan haar Hoogh Moog. bij naar als een yreedens Breuck, 
en hebbe op soo een manier daaroyer haar ook beclaagt, bij de Sweedse 
envoyé die in den Haage is, en sijnde gedeputeerde yande Proyintie yan 
Hollant, daaroyer nogh expres een weecke bij malcanderen gebleeyen om 
de Resolutie te neemen, wat men in soo eene Affaire sal resolyeeren om 
te doen en heeft men hier yerscheijdene Projecten gemaackt als dat men alle 
de Sweedse scheepen hier te lande soude cnnnen arresteeren, alle haare schee- 
pen die naar Yrankrijk en Spanje gaan wegh te neemen, te beletten dat (men) 
geen sout, off graanen naar Sweeden gebragt werden, off dat men alle sweedse 
scheepen soude neemen, en alle andere beletten om derwaarts te gaan." 

bl. 156 — 159. Brief yan den agent yan den Burgh aan Aprdksien, 
Amsterdam, 7 Aug. Oyer het arresteeren der Hollandsche schepen door 
de Zweden, oyer den Spaanschen successieoorlog enz. 

bl. 162. Brief yan den agent yan den Burgh aan Apr&ksien, Amster- 
dam, 14 Aug. „men is inden Haage nogh beesigh om te resolyeeren, op 
wat maniere dat men de yrije commertie op Riga sal mainteneeren en 
bebbe ik aldaar yoorgestelt de groote schaade, die Moscouien ook daar 
door comt te lijden, sy hebben aan de sweedse Enyoyé inden Haage 
Toorgestelt dat het weghneemen yan de masten en hennip uijt de Hol- 
lantse scheepen sonder te betaelen, rooyerije was, en dat sij genootsaakt 
sijn, om haare mesures daar naar te neemen, en spreekt men sterk om 
^n esquadre oorloghscheepen naar de Oost Zee te sende of om 2 oor- 
^oghscheepen tot conyooij naar Riga te sende, daar yan men op morgen 
^p ngtslagh sal hooren. Bij de Hollandse Admiraliteiten is geen ofte 
w^'nig geit, dat is de reeden dat het soo lange tardeert. anders die yan 
Amsterdam sijn nu soo sterk geporteert teegens de Sweeden, en ik 
'Damere haar continueel dat het nu de regte tijt is om de geheele yrije 
'^^4el op alle de plaatse yan sijne Czaarse Maijesteijt te yercrijge en 
^ope dat het door de Tijt daar nogh wel toe sal crijgen, en yersuijme 
' ^eene occasie om het te beyorderen." Yerder oyer den Spaanschen 
'Goessieoorlog. Daarna „in de Provintie yan Holland heeft men gere- 
^^eert het incoomen yan alle de franse wijnen te yerbieden, en ook 
*** men alle de franse wijnen die hier sijn binnen 6 maanden moest 
'^sumeeren, of het land uijtsenden." 



120 

bl. 1 68. Briefje yan den agent yan den Bargh aan Aprdksien, Amsterdam, 
18 Aug. 
bl. 166. Brief yan den agent yan den Bargh aan Aprdksien, Amsterdanij 

1 Oct. 

bl. 169. Brief yan den agent yan den Bargh aan Aprdksien, Amsterdam, 

2 Oct. • 

bl. 152. Brief yan den agent yan den Bargh aan Aprdksien, Amsterdam, 
80 Oct. Oyer de yredesonderhandelingen tusschen Frankryk en de geallieerden. 

bl. 155. Brief yan den agent yan den Bargh aan Aprdksien, Amsterdam, 
6 Noy. Oyer de yredesonderhandelingen tasschen Frankrijk en de geallieerden. 

bl. 52, 58. Brief yan Ljwóf aan Aprdksien, Amsterdam, 22 Dec. 
Ljwóf klaagt zeer oyer zijn gezondheidstoestand en oyer de ongehoor- 
zaamheid der jongelieden, welke onder zijn toezicht in Holland zgn om 
de zeeyaart te leeren. „Zij yolbrengen hnnne zaken niet, zooals dat onzen 
Sonyerein behaagt." Daarom yraagt hg, of Aprdksien wil bewerken, dat 
hij onder Eoerdkien of Matwéjef wordt gestold: als dit geschiedt, zegt 
hij, dan zal de toestand wel beter worden* 



P. M. A., Bnndel 297. Hierin yindt men zeer yeel brieyen yan Crugs 
aan Aprdksien, alle uit het jaar 1711, waarait men yeel kan putten 
aangaande yerschillende Hollanders, welke in de Rassische marine dienden, 
bl. 100. „Nienws ayt Hollandt." 

P. M. A., Bnndel 298, bl. 25—80, 34, 358. Oyer het koopen yan 
een in Holland gebonwd fregat. 

P. M. A., Bandel 312, bl. 25, 28—30, 35, 87, 103, 111, 113, 158, 
165, 166. Yerscheidene stnkken betreffende het zenden yan jonge Bassen 
naar Engeland en Holland tot het leeren yan de scheepyaart, hun ver- 
blijf buitenslands en hun terugkeer naar Rusland. 



In P. M. A., Bundel 336, zijn eenige papieren uit het jaar 1711. 

bl. 29, 30. Brief yan Ljwóf aan Aprdksien, Londen, 25 Juni. 

bl. 172. „Notitie yan de Meester Timmerliedens, die ik aangenoomen 
hebbe, en AP. 1711, met de Vloot naar Archangel sijn yertrocken, daar 
aan 4 maanden gagie moeten betaalt worden." get. yan den Bargh, 
Amsterdam, 11 Juli. 

bl. 173. BrieQe yan den agent yan den Burgh aan Aprdksien, Amsterdam, 
13 Juli. 

bl. 220 — 222. Brief yan den agent yan den Burgh aan Aprdksien, 
Amsterdam, 21 Aug. Oyer den oorlog tasschen Rusland en Turkije, oyer 
den Spaanschen successieoorlog. 

bl. 257. Brief yan den agent yan den Burgh aan Aprdksien, Am8te^ 
dam, 20 Noy. 

bl. 240 — 256. Brief yan den agent yan den Burgh aan Aprdksien. 



Amsterdam, 11 Deo, Elaobten over Ljwöf: „on hebbe hem vertoont dat 
de ordre van ü. E. H. G. Ex. was, dat wij deeae affaires van de Naviga- 
tears teaamen als in Compagnie souden doen en hebben ik hem naast 
3 a 4 veeken dat ik verstaan hebben dat van Archangel gecoomen 
waaren noch 43 navigateurs om mede ala aadelborstcn te vaaren op de 
Hollandse oorlogh scheepen gelijk de andere Navigateurs geeegt, dewijle 
nn 800 veel volk gecoomen was, ende alles alleen moet bij naar verant- 
woorden, en Beer veel moeijte en arbeijt is, om dat alles te bevorderen — 
daarom boo hebben aan de hr. Prince de Luow gesegt dat bij dogh niets 
te doen hebbende alleen maar met mijn gaan sonde, ora te hooren en te 
nen, wat dat ik in deese Affaires arrebeijde, en dat hij hetselvïge dan 
meede aoode aunnen verantwoorden." „daarop die Prince doen geliefde 
te antwoorden dat hij een ordre heeft van sijne Czaarse Magesteijt selfs, 
citt htj nergens ia het pnblijcq sal hebben te verschijnen en dat sijne 
JtfageBteijt sonde geurdineert hebben, omdat hij de Tale niet en cost dat 
ik bet alles voor him doen en verrigten sonde, ik hebbe hem nu 3 jaren 
geassiateert, want indien ik het niet gedaan hadde, soo soude hij onraoo- 
g«lgk daar in hebben cunnen reusseeren, ik hebbe hem telkens versogt, 
en Toorgeatelt, dat hij mijn eenige gelden geliefde te geeven, om de 
daagetijkse depences te betaalen" ,en hij doet mijn altjjd maar hoopen." 
nhij heeft aigh tot mijne groote verwonderinge beclaagt bij de hr. Prince 
de Kurakin, dat ik hem niet behoorlijk meer wilde osaisteeren, etc. etc. etc. 
maar doen ik eens antwoorde, aan de hr. Prince de Kurakin, al wat ik 
g^aan hadde, en dat doordien de hr. Prince de Luow, de capiteijns niet 
or^ntelijk betaalde, in veele affaires sjjne parole niet en observeerde, en 
dat daardoor de meeste Capiteijns niet begeerde dat eenige MoBcovitera 
op haare scheepen sonde vaaren enz." 

1712. 

16 Febr. Zaak betreffende het verzoekachrift van Schwimmer, gewezen 
SezantBchapssecretaris in Holland, om tractement enz. 

10 Juli. Project van een handelstractaat tasschen Rusland en de 
K-cpubliek. 

Aug. en Sept. Het vorblgf van Koer^kien in Ponimeren, bij den Teaar ; 
"Verschillende voorstellen en de antwoorden daarop. 

8 Oct.( — 2 Oct 1713). Boek, bevattende de protocollen van 't verblijf 
■ï» Holland van Koerdkien. 

Concepten der brieven des Tsaara aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan den Tsaar. 

Afschriften van de brieven van Oalófkien aan Matwéjef. 

Concepten van de brieven van Oalófkien aan Matwéjef tot zijn vertrek 
Qit 's Gravenhage naar Rusland. 

Brieven van Matwéjef aan Galófkien. 

Duplicaten van brieven van Matwéjef aan QaldfUien. 

Brieven van Matwéjef en zijn tolk Lantsjiensktj aan Dalgaróekij. 

Concepten der brieven van Galéfkien aan EoerAkien. 

Daplicaten van brieven van Koerdkien aan oalófkien. 



122 

Brieven van Eoerdkien aan Dalgaróekij. 

Brieven van den agent van den Burgh aan Qalóf kien. 

Brieven van Ljwóf aan G-alófkien. 

Brieven van Ljwóf aan Dalgaróekij. 

Brieven van den Tsaar, van Méosjikof en anderen aan Osiep Salawjöf. 
De antwoorden daarop. 

Brieven van Christoffel Brandt aan den Tsaar en Qalóf kien. De ant- 
woorden daarop. Concept van 't hem aan Salawjóf verleende patent om 
een degen te mogen dragen. 

Brieven van Nicolaas Witsen en den koopman Jan Tammes aan den 
Tsaar en G-alófkien. 

P. M. A., Bundel 227, bl. 162. Over den aanvoer van linden vit 
Holland in 1712 en 1713. 

P. M. A., Bundel 327, bl. 136. Over de belofte der Hollanders om 
een convooi voor- de schepen te zenden. 

P. M. A., Bundel 328, bl. 3 e. v. Over den treurigen toestand der 
navigatoren in Holland en Engeland. 

T. M. A., Bundel 332, bl. il e. v. Over de aankomst van navigatoren 
in Engeland en Holland. 

P. M. A., Bundel 333, bl. 233 e. v. Lijst der jonge Russen, welke 
naar Holland moeten worden gezonden. 

P. M. A., Bundel 334, bl. 177. De vaste prijzen voor het begeleiden 
der schepen door loodsen in Holland. 



Afschriften der brieven van Ghilóf kien aan Eoerdkien. St. Petersburg, 
22 Januari. „De Heer gezant Matwéjef heeft mij hierheen geschreven, 
dat de Deensche minister. Baron Alefeld, in gesprekken aan hem heeft 
gezegd, dat hij door vele geruchten in twijfel is gebracht, of er soms 
tusschen Z. Ts. Majesteit en den Zweed onderhandelingen plaats hebben 
over een particulieren vrede, aangaande hetwelk aan den Heer gezant is 
geschreven, dat hij aan hem zoowel als aan den Deenschen minister 
moest verklaren, dat dit onwaarheid is en slechts lasterlijke leugen, blgk- 
baar van de Zweedsche ministers. Uwe Qenade moet eveneens zoo goed 
zijn hen daarvan te verzekeren, dat dit een allerlasterlijkste leugen van 
de zijde des vijands is, want noch van de zijde des Zweedschen konings, 
noch zelfs van wien ook uit hen (nl. de Zweden) is dienaangaande eene 
propositie gedaan. Maar indien er slechts het geringste voorstel daaroTer 
van de zjjde des Zweedschen konings of van wien ook alhier ware ge^ 
schied, dan zouden Z. Ts. Majesteit onmiddellijk daarvan bericht hebbem. 
gegeven aan Hunne K. Majesteiten, als aan zijne bondgenooten en zip 
kunnen er hunne koningen van verzekeren, dat Z. Ts. Majesteit nooii^ 
zonder hen met den gemeenschappelijken vijand een vrede zal sluiten.^'* 

St. Petersburg, 5 Febr. „Maar daarna zijn er noch brieven van TT 9 
noch van den Heer gezant Matwéjef gekomen, maar wat betreft, dat Uw^ 
G-enade in Uwe vorige brieven heeft geschreven, dat de Engelsche gezan>^ 



te 'b Grftvenhage, de heer Strafford, U gezegd heeft, dat de gezant, de 
Wr Whitford, hem geschreven heeft, dat hij zulk een voorstel, als Ie 
Uwe instructie ia geschreven, niet aan 't hof van Z. Ts. Majoateit heeft 
gedaan, aangaande hetwelk Uwe Genade den raad gaf om met Whitford 
te epreken, moet Uwe Gtenade — aangezien hijzelf, met roij in conferen- 
tie z|nde, heeft gezegd, dat hij niet op die wijze dat rooratel heeft ge- 
daan, als gij volgens de gegeven instructie het hebt bekend gemaakt, 
maar die woorden ala miniater met mintater heeft gesproken, maar toch 
de verzekering guf, dat ztj nooit ieta ten nadeele van Z. Ta. Majesteit'a 
belangen zullen doen en, indien zjj door hunne bemiddeling geen goeden 
vrede kannen bewerken, zich in geon opzicht in onze zaken zullen men- 
gen — niet meer gewag maken van Whitford's voorstel" enz, 

9t, Petersburg, 26 Febr. „De heer Kranenburg, buitengewoon gezant 
dar Heeren Staten der Vereenigde Nederlanden, die aan 't hof Zyner 
Ta. Majeateit zal resideeren, heeft door een ingediend memoriaal voorge- 
jateld, dat Z. Te. Majeateit zoo goed zoude wezen in de nieuw verworven 
I Ooatzeehavens den haodel vrij te laten en eveneens te Riga, te Reval 
{en te Pirnau de tollen te verminderen en op denzelfden voet vast te 
Btellen, ale die — zooala de H, M, Heeren hebben vernomen — te Narva 
en 8t. Petersburg zijn ingevoerd, gelijk aan de tollen in de Archangelacha 
hftTen." „En Zijne Ts. Majesteit heeft ü hevolen in 't geheim dienaan- 
gaande aan den Raad- Pension aria on nog meer aan personen uit hen, 
*elke dien handel drijven en hun belang daarbij hebben, mede tedeelen, 
dat Z. Majeateit geneigd is aan dat voorstel van Kranenburg het oor te 
leenen en, hoewel Z. Ts. Majesteit door het verminderen der tollen in 
de bovengenoemde atedea van de onderdanen Hunner Hoogmogendheden 
geen geringe schade zal lijden in zijne inkomsten en 't niet zonder be- 
'ïwaar zal wezen om die verandering te maken, daar Kiga zich aan 
■ Z. Majeateit'a macht door capitulatie heeft overgegeven, waarbij hun door 
I Z. Ta. Majesteit is beloofd, dat zij in alles zoo zouden blijven, ala hunne 
j privil^ën dat medebrachten, hetgeen daarna reeda is bekrachtigd, en 
het aldus moeilijk ia daarin wijziging te brengen, en bovendien die steden 
' hunne bijzondere waren, maten en gewichten, reglementen en gebruiken 
l»bben en de handel in die steden grootendeels van Polen en Litauen 
' lutgaat en het door at die omstandigheden niet gemakkelijk zal zijn die 
Terandering in te voeren, toch heeft Z. Ta, Majesteit volgens zijne Toort- 
onreode vriendschap jegens Hnnne Hoogmogendheden om al de boven- 
'^noetnde redenen die zaak niet op de lange baan willende schuiven, be- 
volen het volgende mede te deelen, 1'*. dat Z. Ta, Majeateit, aangezien 
"^t zulk pene groote conceaaie aangaande de tollen in al die steden groot 
^nt en voordeel voor de onderdanen Hunner Hoogmogendheden kan 
^oortrloeien, voor eene zóó groote ooncessie van zijn kant on 't voordeel, 
"at de onderdanen Hunner Hoogmogendheden daarvan zullen hebben, 
Ijerlangt, dat de Heeren Staten der Vereenigde Nederlanden aan Z. Ts, 
majesteit beloven en zich door een tractaat daartoe verplichten tegaran- 
fleeren, dat de provinciën Izjorie en Karelië, welke vroeger bij 't Rus 
Wsche Rijk hebben behoord en er thans weder aan s" 



L 



de in den tegen woord igen oorlog op do Zweedscbe Kroon veroTerde ge- 
westen L^fland en Estland en de stad Wijborg eeuwig onder de macht ' 
Zgner TaunracLe Majesteit zullen blijven; eo dat Z. Ts. Majesteit, iadieo 



de Heeren Staten die garantie op 
daartoe verplichten, daarvoor s 
Beval, in Firnau, in Nar va € 
Hunner Hoog mogend heden tot i 
de Arcbangelsche haven ; 



zich door een traotgat 
levelea in al die steden, in Itigii, ia 
1 St. Petersburg van de onderdanen 
ischen volgens het Tol regie ment im 
indien de Staten dit niet verkieüen, 



en, dal 

iNarïi 

om I4^Ê 

a wiU^I 
oitl^ 

ge»n^^ 



wenscht Z. Ts. Majesteit dat de Heeren Staten der Yereenigde Sedec- 
landen hem beloven borg te staan, dat de in den degen woordigen oorlog 
op de Zweedeche kroon heroverde, Ruasiache erfprovinciën Izjorië es 
Kareliö en de veroverde steden Narva en Beval en Wijborg met 't dasrbg 
beboorende gebied eeuwig onder de macht Zijner Ts. Majesteit zullen 
blijven, en ook deze verplichting met een tractaat bekrachtigen; 3". indian 
zij tot dit tweede punt geen geneigdheid toonen, dan wenscht Z. Tb. 
Majesteit, dat zij zich door een tractaat verplichten te garandeeren, dal 
de heroverde provinciën Izjorië en KareliÖ en de Teroverde steden Narva 
en Wijborg eeuwig onder de macht Zijner Ts. Majesteit zullen bliJTei 
zonder daarbij Ljjfland en Estland in te sluiten, en dat zij, zoo zij 
al niet willen verplichten daarvoor borg te staan, de pretentie op 
gewesten niet zullen tegenwerken" enz. „Maar wees zoo goed, om 
antwoord, dat gij op dit voorstel zult ontvangen, onmiddelljjk te 
Ton en, indien zq zich geneigd toonen een van deze punten in te 
gen, vertoon dan Uwe plenipotentie, hiernevens gezonden, en sloit 
tractaat met Goda hulp." 

St. Petersburg, 8 Maart. ,Z, Th. Majeateit's buitengewone geantl 
de Heer de Lit, heeft uit Londen gesebreven, dat vele der leerlingen, 
die de navigatie leeren, niet ordentelijk leven en schulden hebben ge- 
maakt, zoodat niemand meer geld geeft en Stels, die hun tot nog toe 
geld placht te geven, weigert hun dat thans en vreest, dat zij ui de 
gevangenis zullen worden gezet en dit ons volk tot oneer zal atrekken. 
Daarom iiceft Z. Ts. Majesteit mij bevolen aan Uwe Genade te schrijven, 
opdat gij aan die leerlingen, welke zich in Holland en Engeland berio- 
den, zoowel mondeling als schriftelijk mededeelt, dat zij ordentelijk moeten 
leven en niet losbandig, en in alles den Heer Prins Ljwóf gehooreamen 
en handelen naar diens bevel." 

St. Petersburg, 22 Maart. „Wees zoo goed te schrijven, volgens de 
tot U gezonden oekazen Zijner Ts. Majesteit uit Reval en van hier, over 
het mededeelen aan den Keizerlijken minister in de Hollandsche Staten 
van de geneigdheid Zijner Ts. Majesteit tot een verbond, (welke oekazen 
gy, naar gij schrijft, reeds hebt ontvangen), wat er bij Uwe Genade ge- 
Bcbiedt en wat gij dienaangaande hebt voorgesteld en aan wien. Z, tl 
Majesteit heefï aan den gezant, den Heer Matwéjef, bevolen om na het 
eindigen van hot Utrechtsche congres tusscben de bondgenooten en den 
Franschen koning onmiddelijk naar Elbing te gaan en daar de aankomst 
Zgner Ts. Majesteit af te wachten." 

St. Petersburg, 25 Maart. „Uit Uwe tbans aangekomen brieven ven 



Ï2 Febr. hebt gij ons doen vernemen, dat de vice-kanselier, de Heer 
.Baron Sjaflrof in zijn brief aan den agent van den Burgh heeft geachro- 
Tcn, dat bij de Engelscbe en Ilollandsche genanten als nodiatoren heeft 
gebruikt, aangaande hetwelk gij bij eeae ontmoeting met den Raad-Pen- 
Qonaris hem gesproken hebt over het zenden van bevelen aan hun mi- 
liater, dat hij daarin onzen gezanten van hulp zuude zijn, maar over 
bemiddeling hebt gg, daar f^ij ge<!n oekdz hodt, niet geBproken, en daar 
wij na hior brieven van den Heer Baron Sjafirof van 10 Januari uit 
Conatantinopel hebben ontvangen (welke hij heimelijk door middel van 
vrienden heeft gezonden) en daarin over dit onderwerp Bchrijft, dat hy 
die gezanten niet als raediateura, maar als vrienden om byetand heeft 
gevraagd en zich tevreden ntclt met hun bijstand en aanraadt om 
aen hunne principalen te schrijven, hen vragende om hun bevelen te 
zenden, dat zij ook in 't vervolg door hunne bemiddeling van dienst 
mogen zijn, omdat de sultan hun bevolen heeft hem op zijn veldtocht 
te volgen, aangezien hij zelf voornemens was met het leger op te 
trekken, en hoewel al deze brieven nog vóór het ontvangen van het 
bericht der overgave van Azof en der verwoesting van Taganróg zijn 
gebmen, het toch niet zonder gevaar ia, wegens hunne nieuwe over- 
dreien eiachen boven de condities van het verdrag, dat wij' weder met 
hen in oorlog komen, daarom heeft Z. Ts Majesteit mij bevolen met zijn 
oekiz aan "Uwe Genade te schrijven, dat gij eerst de Heeren Staten moet 
bedanken voor de hulp van bun gezant in de zaken van Z. Ts. Maje- 
steit aan onze gezanten te Conatantinopel en tevens moet vragen, dat 
ïji hun gezant door hun bevel op dien weg doen voortgaan om onze 
gesanten te ondersteunen bij het weerhouden van de Turken om een 
oorlog te beginnen, door dor Porte voor te houden, dat van de zijde 
Zyner Ts. Majesteit alles volgens het verdrag is ten uitvoer gebracht," 
■ „En als zij mochten vragen, of Z. Ta. Majesteit hen aanneemt als medi- 
«teiirs, dan moet Uwe Genade zoo goed zijn te antwoorden, dat Z. Ta. 
Majesteit hunne raediatie in het tot ruat brengen en sussen der thans aan- 
hangige verschillen met de Turken zal aannemen en het tractaat in dien 
vorm, als het Inidt, wil behouden en dut zij moeten schrijven aan hun 
minister, dat, indien de Turken daarbij mochten zeggen, dat hun medi- 
atie ook tusschen den koning van Zweden en hen gewensoht is, dit 
enmogeiyk kan geüchieden, want, indien zij in onderhandelingen tot ver- 
^ning met den Zweedscben koning willen treden, dan kunnen zij dat 
direct van hun eigen zjjde doen, en dat zij dit aan hunne gezanten ver- 
bieden, maar hun alléén bevelen moeite te doen aangaande de mediatie 
:| met de Turken." 

I St. Petersburg, 6 April. „Z. Ts. Majesteit heeft geliefd het project van 
een bandelstractaat, U door de Heeren Staten gegeven en door de Rus- 
'BÏeobe kooplieden ingediende bericht over den toestand van den Kubbï- 
gchen handel aan te hooren en, hoewel hij zeer gaarne wenschte mid- 
delen te vinden om het tot stand te brengen, toch konden wij geen 
middelen bedenken om het naar hot verlangen der Stat«n te sluiten en, 
raorooi dit onmogelijk is, volgt hier beneden." „Wat 2 en 3 



■aorooi dit onmogehj 



128 



betreft, atemt Z. Ta. Majesteit er in toe, dat de RusBÏaohe kooplieden ter 
zee naar de Vereenigde Nederlanden zulten gaan en daar handel drijren, 
en dat eveneens de UollaaÜBche kooplieden ter sieo naar alle rijken, ge- . 
bieden en landen Zjjaer Tb. Majesteit zullen gaan en daar handel dfij ren, 
maar dat de Uoilandscbe kooplieden in hon handel dezOlfde vrijhedeQ en 
Toordeelen zullen genieten als de eigen ooderdanen Zijner Ts. Majesteit, 
dat kan niet geschieden, omdat l''. het In strijd ia met bet van oudt 
vastgestelde handelsreglement, waarin bepaald is, dat de vreemdelingen j 
niet alleen met de vreemdelingen, maar ook met de Rnasen — de e«ne 1 
aangekomene met den anderen — - mogen handel drijven en hunne warun | 
afzonderlijk verkoopen. Maar het is den vreemdelingen verboden de jav<- 
markten in de steden te bezoeken en daar handel te drijven. 2". Indisn 
dit werd toegestaan, dat zij vrijen handel hadden in alle steden van het 
Russische Rijk, zoo zoude daaruit niet alleen groote belemmering voor 
de onderdanen Z. Ts. Majesteit, maar zelis een volslagen ruïne kmmen 
voortvloeien, zoodat het den Rossen geheel nutteloos en onmogelijk zonclt 
zijn naar de stad Archaugel te gaan handel drijven en zij bunne voo^ 
deelen zouden verliezen, uit welke zij alle belastingen betalen, omdat de 
vreemdehngen dan al hun koopmanschap in de Russisuhe steden zoudeo 
kunnen drgven" enz, ,En Z. Ts, Majesteit gelieft, dat het worde T»t- 
gesteld volgens het project, U van hieruit in 1710 gezonden. Ma»r dit r 
de tol en alle andere belastingen, hoe zij ook mogen heetón, op g "" 
wijze van de Hollandcra als van de Russen zouden worden gerordi 
kan onmogelijk geschieden, omdat de onderdanen Zijner Ts. Majeri 
de Russische kooplieden, behalve den gewonen tol van hun handel, i 
den tienden penning van bunne eigen goederen betalen, volgens I 
Russische gew'oonte, en eveneens van bunne huizen en werkplaa 
bij hoofdelijken omslag bepaalde belasting en naar hun vermogen recruM 
uniformen, proviand, dragonderpaarden, fourage en wagengelden 
en allerlei andere voorkomende belastingen en onophoudel^k dienst d 
hetgeen de HoUandsche kooplieden zelve niet zouden willen, enalvi 
zij het goed, dan r.onde dit toch niet kunnen geschieden, aangeziBa de 
vreemdelingen, hoewel zij in 't gcheele r[jk on vele duizenden in atsu' 
tal hnn handel drijven, toch, doordat zij agenten hebben, in kleïn getal 
z^n, zooals zij ook nu hunne waren naar Arcbangel aan weinigen ÏB 
Gommissie zenden, en zij kunnen beurtelings aankomen en vertrekken, 
steeds naar hun eigen wil en, daar men niet het minste weet nu de 
eigendommen dier lieden, zal het volslagen onmogehjk zijn hen i 
naar hun vermogen in de bovengenoemde oijnzen en belastingen uu tt 
slaan. Daarom gelieft Z. Ts. Majesteit aangaande het betalen der tollm, 
dat zij evenveel betalen als vroeger en als de onderdanen van andere | 
mogendheden betalen volgena het bestaande reglement Zijner Ts. Majesteit." 
Op 5. „Z. Ts. Majesteit vindt goed, dat het aan de onderdanen van 
beide partijen vrij zal staan allerlei waren en handel Hortikelen In de ge- 
bieden en landen van beide partijen te koopen en te verkoopen, aan wien 
zij dat verkiezen, eveneens de verkochte en aangenomen goederen zonder 
eenige belemmering uit te voeren, behalve die waren, welke van beide 



127 

kanten verboden zgn nit te voeren." „De onderdanen Zijner Ts. Maje- 
steit zullen van hunne waren, waarmede zij in Holland zallen handel 
drgven, tol betalen op denzelfden voet, als de kooplieden uit andere rgken 
betalen." „Dit onuitvoerbare project schrijf ik voor u over, opdat gij er 
kennis van kunt nemen, en zend ik U: gg kunt het voorstellen. Maar 
wat de overige artikelen betreft gelieft Z. Ts. Majesteit, dat zij blgven 
als in het aan Uwe Genade in 't jaar 1710 gezonden project" „indien 
zg soms andere middelen vinden om 't hierboven geschreven project te 
wgzigen, dan moeten zij U een nieuw project geven, hetgeen gij zoo 
goed zult wezen over te zenden." 

St. Petersburg, 9 April. De Tsaar wacht bericht op het voorstel, dat 
Eoerakien aan de Staten en den Duitschen gezant moet doen. „Het blijkt 
mt Uwe brieven, dat het thans het geschiktste oogenblik is tot het doen 
Tan dat voorstel, over hetwelk Z. Ts. M. mij dikwijls gelieft te vragen." 
St. Petersburg, 20 April. „Wy verwachten steeds van u, dat gjj zult 
handelen naar Z. Ts. Majesteits oekdz, U uit Reval gezonden, d^en gy 
ontvangen hebt, en die oekdz is U gezonden op den gemeenschappelgken 
raad van Uzelf en den heer gezant Matwéjef, ons toegezonden, maar wij 
Terwonderen ons zeer, dat Uwe Genade na het ontvangen van dien oekêk 
tot nog toe geen voorstel heeft gedaan, noch aan de Hollandsche Staten, 
noch aan den Keizerlijken minister, en volgens Uwe brieven schijnt het 
er een geschikte tgd toe te wezen, en ook gelieft gij niets daarover te 
schrijven, waarom gij geliefd hebt dat voorstel nog niet te doen, waar- 
OTer Z. Ts. Majesteit mij gelieft te vragen,' zooals ik U in mgne vorige 
brieven meermalen heb geschreven i). 

St. Petersburg, 12 Mei. Na eenige mededeelingen over Turksche zaken : 
^aangaande dit ontvangen bericht zult gij zoo goed zgn mededeeling te 
doen aan de Heeren Staten en daarbij tevens hen te bedanken, uitnaam 
Zgner Ts. Majesteit voor de bemoeiingen van hun gezant te Constanti- 
nqpel bij het sluiten van dien vrede en hun ook te verklaren, dat Z. M. 
dit tiewijs hunner genegenheid met dankbaarheid zal gedenken en hun 
van zijn kant wederkeerig verzekert alle bewijzen van vriendschap en 
genegenheid te betoonen, aangaande hetwelk Z. Ts. Majesteit geliefd heeft 
hnn gezant aan 't hof alhier zgn dank te betuigen." 

St. Petersburg, 11 Juli. „Er is hier bericht ontvangen uit Amsterdam 
van Prins Ljwóf, dat door de Kussische navigatoren, welke zich in En- 
geland bevinden veel onaangenaams geschiedt en door hun overmoed en 
wispelturigheid hebben zij veel schulden gemaakt, om welke reden zg in 
de gevangenis worden gezet, en anderen zijn begonnen te deserteeren; 
daarom is er nu op oekdz Zijner Ts. Majesteit naar Londen aan den 
heer Lit geschreven, dat hij aan H. K. Majesteit moet verzoeken zulke 
losbandigen op schepen naar Archangel te zenden, aangaande hetwelk 
alhier schriftelijk mededeeling is gedaan aan den Engelschen gezant den 
heer Whitford" „en ook Uwe Genade zal zoo goed zijn Lit door Uwe 



V 

i) Die herhaling van 't woord gelieven {ieztoólietj) komt aldus in het origineel voor. 



brieven er toe aau te aporen, dut hij er op alle wijzen moeite «oor doet 
om deze losbandige navigatoren uit Engeland op schepen definitief in 
dezen zomer naar Archangel te zendea, en dat met geweld, niettegen- 
Btaande alle Ditv luchten." 

aiga, 20 Juni. „Uit Uw laatatcn brief uit 'e Gravenhage van dso 

17''"' dezer maand Juni hebben wij geïien, dat de Keizerlijke minia- 

ters te 'a Graveöhage vernemeii, dat de Keizer incognito te Frankfort 
zal komen, waar de Keurvorsten zelve zullen komea om hem te ont- 
moeten, en Z. Ts. Majesteit heeft mij bevolen ü te schrijven, dat, vtan- 
neer gij verneemt, dat Z. Ta. Majesteit in Frankfort zal aankomen, gij 
naar Z. Ts. Majesteit in Pommeren moet reizen met de postgelegenheid, 
zoo snel ala mogelijk, al Uwe bagage in Holland achterlatende," 

Koningsberg, 7 Juli. Begeleidend RchrijveD bij een duplicaat van dra 
vorigen brief. „Uit den bri^ Uwer Genade van den 6''"' der afgeloopen 
maand Juai heb ik gezien, dat het Uwer Genade aiet aangenaam ikl 
zijn, indien gg aan 't Keizerlijk hof zult moeten vertoeven, en hoewel 
ik den 24^'°" der vorige maand Juni op bevel Zijner Ts. Majesteit heb 
geschreven, dat gij, wanneer gij bericht van des Keizers aankonut te 
Frankfort ontvangt, naar 't hof Zijner Te. Majesteit moet gaan,.... 
gelieve Uwe Genade daarvan ingelicht te wezen, dat die oproeping lU 
U naar 't hof niet daartoe strekt om U aan 't Keizerlijk hof te gebrui- 
ken, maar, wanneer de Keizer te Frankfort zal wezen, dan wil Z. Ta. 
Majesteit U voor korten lijd naar Frankfort tot den Keizer zenden, sleahb 
om den Keizer van de genegenheid en vriendschap des Tsaars te m- 
zekeren, maar voor 't onderhandelen ovor de bekende zaak wordt het 
zenden van een Keizerlijken minister naar ona hof vereischt." 

Elbing, U Juli. ,Maar nu heeft Z. Ta. Majesteit bevolen aan ïï I» 
BchriJYen, dat gij na het ontvangen van dezen brief, terstond zonder eemg 
vertoef en al Uwe bagage in Holland achterlatende, per postgelegenheiS 
tot Z. Ts. Majesteit in Pommeren moet komen, zonder des Keizers am- 
komat te Frankfort af te wachten." * 

Stettin, 27 JuH. „Ik hoop, dat deze mija brief U nog in Holland zal 
aantrefien en daarom gelieve Uwe Genade volgens den met deze poet 
gezonden oekdz Zijner Ts. Majeeteit . . . . , ingesloten btj den brief aan 
den heer gezant Matwéjef, samen met den beer gezant Matwéjef een 
voorstel aan de Heeren Staten te deen en na daarop eene resolutie Ie 
hebben ontvangen, moet gij volgens Z. Ts. Majesteit's bevel per poit- 
gelegenheid hierheen tot hem komen. Indien de Heeren Staten met die 
resolutie talmen, dan moet gij ook zonder die resolutie ontvangen te 
hebben hierheen komen en dan kan de heer gezant Matwéjef na of 
vertrek die resolutie in ontvangst nemen en hierheen, naar 't hof Zgnet 
Ts. Majesteit, zenden." Verder andere documenten, o. a. de volmachten 
aan Koerükien, brieven van Galófkien, aan Braadt en Lupa enz. 

Berlin, 2 Oct. Z. Ts. Majesteit heoft Uwe Genade bevolen om voor ie 
reis van don Haag naar Utrecht in geval van vredesonderhandelingen 
aldaar tusschen de hooge bondgenooten on Frankrijk, wanneer het B 
volgens het door Z. Ts. Majesteit gegeven bevel zal gebeuren daarheen 




gaan, voor Uwo uitgaTen te nemea uit de van de atad Archangel 
naar U overgebrachte tolgelden de som van 5000 jefiemki en Uwe Ge- 
nade zal zoo goed zijn dienaangaande te handelen volgens Z. Ta. Majesteit'e 
bovengenoemden oekdz." 

Karlabad, 30 Oct. „Hic^Ü deel ik U als kennisgeving mede, dat de 
Heer Nary§Jkien voor eenige dagen lüerheen ia teruggekeerd en heeft 
medegedeeld, dat zij met Urbich het U bekende defensieve verbond, 
wïuvBQ hem het project ia gegeven, niet nillen sluiten, maar Graaf 
ViltBchik (?) hierheen zouden sturen en hem dienaangaande een instructie 
iDuden geven, welke na hem hier is aangekomen en op audiëntie bg 
Z. ÏB. Majesteit bij het overgeven van den brief de felicitatie van den 
Keiler overbracht en daarna met mij in confereatie is geweest, waarin 
hg geenerlei voorstellen heeft gedaan, maar alloen over dat project van 
een defensief verbond heeft gezegd, dat het hem daar niet is medegedeeld, 
naar hem slechts is hevolen daarover alles te hooron en dat naar 't hof 
te echriJTen; evenwel meent hij niet, dat aan hera een volmacht zal 
worden gezonden tot de onderhandeling daartoe en het sluiten daarvan, 
aaa dat er iemand van Z. Ts. Majesteit naar 't Eeizerlipce hof zal 
moeten worden gezonden om het te sluiten, en volgens beve! van Z. Ts, 
Uajesceit is dat project hem medegedeeld, opdat hij het naar zijn hof 
zende en een bevel van zijn hof vrage, dat wij met hem alhier tot eene 
DTereenkomst kunnen geraken, en dan zoude Z. Ts. ïlajesteit eerst tot 
bet sluiten daarvan iemand aan Z. K. Majesteit gelieven te zenden, wat 
hij ook gedaan heeft." 

Glatrau (P), 4 Dec. , Volgens Z, Ts. Majesteit'a bevel zijn uit de regi- 
menten 29 EnSBisehe officieren gekozen, en vanhier naar Holland gezonden 
om zich beter voor de officiersfunetie te prepareeren onder de buitenlandsche 
tioepen, over welke Z. Ts. M. mij bevolen heeft aan Uwe Gtenade te 
Bohrijven, opdat gij hun aanwijst, bij welke troepen zy hun verblyf 
noeten honden. Wees zoo goed hen, zoo gij het neodig oordeelt, aan 
Vnof Engenius of andere generaals te recom mandeeren." 



Brieven van Eoerdkien aan Galófkien. 

's-Oravenhage, 1/12 Januari. „Over den vrede met Frankrijk, zooalHik 
ook in mijne vorige brieven heb vermeld, wordt nog bevestigd, dat door 
vele omstandigheden bij het voorgenomen congres het tot stand komen 
van den vrede niet te verwachten is," „zooals gij zult ■gelieven te zien 
lit Mnige teekenen van lauwheid en onwilligheid daartoe, zoowel in 
Engeland als in Holland; in Engeland heeft het Hoogerhuis een adres 
Wn de koningin ingediend, waarin het vraagt, dat hare (H. Majesteit's) 
geïol machtigde ministers in alles in overeenstem min g met de overige 
geallieerden mogen handelen, maar hier is men er van ingelicht, dat de 
koningin het besluit heeft genomen aan die kamer te antwoorden, dat 
«Ü zulk een bevel aan hare gevolmachtigden zal geven." „De Poolaehe 
minister heeft gezegd, dat zijn koning nog niemand heeft aangewezen. . . , 



180 



maar in dat alles zoo zal bandden, als bet met de belangen van den 
Koker en het ^heele Keizerrijk overeenkomt ; en daama hebben die tan 
Pruisen, van de Palts on andere ministers van Doitsche Staten eveoeens 
gftant woord. Maar do Portugeesche minister heeft verklaard, dat hjj 
wegens den groeten afstand nog geen bevel heeft ontvangen en daaroai i 
niet kan antwoorden, maar behalve den Engelscben minister hebben die 
van Saksen en Lotharingen hunne bereidwilligheid tot dat congres ver- 
klaard. Maar bij al die geeprekken toonde de Engelsche minister zioh zeer .. 
bedroefd bij het men der olgemeene geringe geneigdheid tot dien vrede." 
, Hoewel men het op 't eerste bericht niet kan aannemen, heb ïk echter 
gehoord, dat de heeren alhier 34 linieschepen onder veracbillendepreteslM 
reeds tegen de lente gereed maken, daar ztj in gevaar zonden verkeei 
indien Engeland een particulieren vrede eloot." 

*B-OraTenhagc, 13 Januari. „De bisschop van Bristol, de gevolmachtig 
gesant nit Engeland, is drie dagen geleden te Rotterdam aangekomene 
met hem de Heer Buys, en ik hoop, dal hij van zijn hof een besluit 1 
onie taak heeft medegebracht; daarom ben ik gisteren en eerg' 
Lord Strafford aan huis geweest, die voorgaf niet te hnis to v 
heeft geen andere bedoeling, dan dat hij zonder antwoord gegeven te hebbn I 
naar Utrecht kan gaan." ,Maar ik zal de gelegenheid zoeken den bisach^ 
en Lord Strafiord te ontmoeten en werkelijk antwoord van hen te out- ^ 
vangen." ,De genoemde bisschop zal nit Botterdam niet hierheen ki 
maar direct naar Utrecht gaan ; dit heeft velrai tot bet gevoelen g 
dat hy de Stalen ontwykt, om hnn igne instructie niet te t 
mede te deelen, xooals het bero betaamde te doen, daar het een b 
van algemeen belang is " ,Na de aankomst van den Heer Bnrs sjjn Ü 
Siaten voortdurend met hem in conferentie en over hetgeen h^ heet 
gerapporteerd is nog niet het minste bericht: alleen hooren wg, dsl de 
Maleo ontevreden over ban zijn, dat hg zonder werkelijk bericht, ua- 
gaande de bedoeliagen van dat bof lot dói vrede, is temg g efa et d." )5k 
iqnniwdt aen bel gwut^t, dat de koning na Zwadoi dm A^A 
RsMent J^vjB igna bedo^n^ beiA me^edeefal, dat hg sgne knp ^ 
ak aaediatrioe iril aa n nemen tot den Trede met EtaneBaifcen ea Pctefc-" I 

VCIrsTeahi^ 8/19 Januari ,Dcn Torigen Zaterdag ii LordStn 
da B M Bbe h e g utin t, bg mü gewwat «n be^ 1^ gea^d, dat bg natu 
na wga hof op bet noratel over de bekende aaak he<ft (ntraiigtn I 
dat na bat bof aan ban gcoaal Wbüfbid oi^ aoodasig tootb 
lam) «M gaaoadtn, maar aan Wbkfiwd ia Ma henl gaaoaden. om b«- 
ifaèt la M<M au t bof we&a voorsteltv « bon bg £ebe«fi gedian." 
«Kam Ub & ban gimgd, dat ik üt twgM, dal de Beer Whitford 
ImAi k^ ^ dHuelflM t^ dat bg in KaïWiri n Sakaea aan 't W 
BÏMr Tk. HajeatcBt vaa, ign bof vaa alka nppwt beeft gedaan" eai. 
^m aNwigWdi ras 't gcbrafe g"^^ nn I>m KarOanxigb. loowel 
m iMmüngaa ah Mifitain* ^waarna ft moi, te g| neds zijt inge- 
BiklX bcaft biar grootaa tvsM iotm oatabaa en vea toont dcb bi» 
Mir oaMnedaa •■, ah de wJ au ad t eaanagaa ev aannar i 
dn wiftB d» n a Hmiw i ba»a» tmpn aiat .aa ' 





Hertog van Ormoiid toevertrouwen, die in plaats van don Hertog van 
Marlborough ie benoemd en daarom zijn zij voomemenB een van de vorsten 
Tan het Daitaoha Rijk te kienen en dezen tot bun bijzonderen veldmaar- 
ïcbalk te maken. Zooala hier yelen van oordeel zijn, moet men van het 
terrangen van Marlborongh en verschillende generaals in de op handen 
sjnde campagne allerlei ongeluk verwacbten, hetgeen zeer goed het einde 
Tan den oorlog in bet voordeel van Frankrijk kan veroorzaken." „Otn- 
■ trent den genoomden Marlborough schrijft men in brieven uit Engeland, 
dat h^ nog tot groot ongeluk zal komen en niet alleen zijne rangen en 
vaardigheden, maar ook zijn hoofd zal verliezen. Dit ongelnk van Marl- 
borough is geen gering verdriet voor 't Hanoveraansche hof, en in 't bg- 
I mnder, na men verspreidt, dat de Hertog van Marlborough zich Protector 
, dee voIitB wilde maken, het voorbeeld van Cromwell volgende." „Baron 
Hems, de gezant des Keizers, heeft mij bij eene ontmoeting onder andere 
' gesprekken gezegd, dat hij er zeker van is ingelicht, dat het Hollandsche 
< hof een hevel aan zijn minister te Conatantinopel heeft gegeven, dat hg 
ïUea bgstand in de Zweedache belangen moet bieden." 

's-Oravenhage, 15/26 Januari. „Maar in Utrecht op het congres der 
EngelEche en Fransche ministers zijn de conferenties nog niet begonnen 
I en, hoewel de Engelschen spoedig tot die zaken willen overgaan, heeft 
; dit door het niet aankomen der Hollandsche gedeputeerden geen aanvang 
i hnnen nemen." „En daarom heb ik nu niets uitgebreid over dat congres 
I mede te deelen, behalve den aangenamen omgang tusschen de Fransche 
I eu Engelschc ministers." „In andere discours hebben de Fransche ministers 
aan den Saksischen minister gezegd dat zij zijn ingelicht van den tegenzin 
|tot den vrede bij de Hollandsche Staten betreffende bet tegenwoordige 
ooQgres, daar zij eene andere verklaring van Frankrijk willen, nl. dat de 
I eerste preliminaire artikelen als grondslag zullen worden genomen en niet 
' Üe, welke aan Engeland zijn gegeven, en daarom verklaren de Fransche 
^ gezanten van hunne zijde in algemeene termen, dat de koning hen met 
die bedoeling heeft gezonden om werkelijk vrede te sluiten en dat, indien 
' fiie voorstellen, welke zij in 7 artikelen aan Engeland hebben voorgelegd, 
den Staten onaangenaam zijn en zij (de Fransche ministers) die laten 
I TBren, zij eene verklaring der condities van de zijde der Staten verlan- 
' gen." „Engeland en Frankrijk streven daarnaar, dat de Hollanders hunne 
^ toestemming geven tot de verdeeling der Spaansche monarchie. 

'B-Graven hage, 25 Januari. „Maar de post van gisteren uit Engeland is niet 
' ^Qder aangenaam bericht gekomen ; zij berichtte nl. den Hollanders, dat de 
jWingin zoowel aan 't Hooger- als aan 't Lagerhuis heelt verklaard, dat 
■^ nimmer een particulieren vrede met Frankrijk wil sluiten," „men 
jvemeemt, dat Prins Eugenius, volgens bevelen van zijn hof, zich niet 
;Terzet tegen het verdeelen der Spaansche monarchie, en daarom thans 
Met 't Engelache hof in goede verstandhouding is." „De Heer Alefeld 
weft mij zijne mcening nicdegedecld, dat zijn koning hem of iemand 
indera zal bevelen bjj dat congres te wezen als gevolmachtigd minister." 
kUaar de Deensche minister zal nooit een publiek karakter aannemen, 
iudat hg neutraal is, en dat nog te meer, daar bij den vorigen Rijswgk- 



132 

«oben vredo hnn minister een publiek karakter bad, maar dit slechts tot 
vorwwring in de oeremoniën en twist met Telen heeft geleid, waaroit 
maar sohaide dan voordeel voor de belangen zijns kon in gs is voortgevloeid, 
Daarbjj verklaarde hy zekor te weten, dat niet alleen de ministers der 
neutrale voreten, maar ook vele gezanten der geallieerde mogendheden 
geen publiek karakter willen aannemen wegens den voorrang van plaats, 
behalve de KeiEerliJke, Fransche en Hollandsahe omdat deze van oudsber 
onder elkander gelijk staan." 

's-Oravenhage, 29 Jannari (9 Februari). .Bij de aankomat van de laatste 
post uit Engeland hebben wij nu zeker bericht ontvangen, dat er twee koeriers 
s|)n afgvionden, de een aan den koning van Zweden en de ander oaar 
Conetantinopel, met geheime zaken, maar vervolgens is hier door som- 
luigan 't heimelijk gerucht verspreid, dat het Engolsche hof bevel beoR 
gegeven aan lijn minister bij do Forte niet alleen om moeite te doen in 
het belang van Zweden, maar ook om het Oosten rijkache buis net 
oorlog te omringoD en daardoor den Keizer op 't tegenwoordige coogits 
tot den vrede te noodzaken. Toen heb ik gemeenschappelijk met den Beer 
Matwéjef besloten dit aan de Keizerlijke ministers te telgen, maar bij 
heeft het aan Uraaf /.inzendorf gezegd, waarover hij zelf rapport zal doen, 
doch ik Yuu rayn kant heb 'I aan Baron Hems gezegd, die het ais eene 
MUtgvDame raodcdeeling opnam." .Door Kngelsche brieven vernemen «ij, 
dal do koningin beloofd heeft beiel te geven aan baar gevolmachtigde^ 
dkt bM oongTM niet langer dan tot 12 April (nieuwe stijl) mag dal 
•tenwel hebben de Engelscbe ministers dat nog niet in 
BWdl^CedMld." 

't Orarenfaage, 13(23 Febr. .Maar de laatste post uit Engeland 
kot biprt«hl gebracht, dat hel Lag^rhni^ na alJe alliantie-tracUtea 
«wngen l» bebbcu, heeft ooderiochi, wie zich aan zgne beloften heeft ^ 
fewMMi en ig boTonden, dat de Keinr loowel als de koning van Pc 
H^k) ket TMrde deel d«r btioafia nvepeo wet geleverd hadden, mi 
•U* jarao aabsidie na ibigeteBd Wddta gtwintw, vmMr voonl van Sol- 
lat bc* sgiM bdcAe niet had g^ondea. en dat bet 
t jaraa gacn tIoo* cu tniefieB naar Spaive bad gestniud; ea 
ibbM n «paettalgk Iwrolni mvwai te Lvod» «Is hiar in de 
• AraUfcaiL Vit 4U hm& mb wtoJaad b^repen. dat de 
lyjcypert^l WW t««t rt irlwr ia gnnwdea «■ ke( I^gerhdis daartoe beeft 
■ |I>im4I. Dm mm aU» giittimJiB to Hwea, dat i$ ten groot deel van 
Sk tiaifaa nat haddaa fpHanti nn het aaatal, «aartoe sg door trac- 
MMM nrrUihl wana, mmt dat B^Imé* alle bdoAea gehooden heeft 
«I fteat» Mkad» laa da aataifiaa hatft gehad, aa welke reden zg open- 
lik ia •■■ adtaa aaa da kaaiuna aaadaa laaaira nagca om vrede met 
n«y[TÜh ta alaÜM.** ^ awlMhM aet mm Umaa i> HolUnd, dat 
Bafekad ta «Ik tuni fiiaad k av neda te dvtm. niet alleen geza- 
Md$k M* da fiikteHM. MH- aak, aAn bï hm gene geeeigdbeid 
't. ateiaiiillïk. «aiM, aai^ ^ ^^nm, Fnakrijk aao 
garage kalaeai^ WO geren." 



^komeii, evenwel kan men er nog niet zeker van zijn, omdat er nog hoop 
Ib, dat in Engeland de partij der Toreys het orerwicht zal verliezen ; 
1 eveneens zien ook de Stateo alhier reeds in, dat zij Engeland zullen 
, volgen en vrede sluiten." ,Lord Strafford ia eergisteren hier aangekomen, 
I maar bij zijne ontmoeting raet mij zeide hij, dat zij er niet weinig 

I moeilijkheid in vindon, hoe alle geallieerden een gemeengchappelijk ant- 
'l woord op de Fransche voorstellen znllen kunnen geven, en lachende zeide 
', hij mij, dat hij het geschikter zoude achten, dat elk een afzonderlijk antwoord 

II gaf, waarvoor de Keizerlijken reeds in groote vrees zijn, en zij wenschen, 
.1 dat er een gemeenschappelijk antwoord gegeven wordt." ,Bea nur na 
' middernacht is hier een koerier uit Frankfort aangekomen met het plot- 
selinge bericht, dat de Dauphin, de kleinzoon van den Franschen koning, 
aan de pokken is overleden, acht dagen na den dood zijner echtgeiioote. 
Dit is ons medegadeeld door dun Raad -Pensionaris, dien ik in niet be- 
droefden, maar eerder blijden toestand heb gezien. Deze dood zal vele 
veranderingen veroorzaken en in 't bijzonder diegenen, welke Frankrijk 
welgezind zijn, van neiging doen veranderen, omdat deze koning 

' ond ia, van wien men meent, dat hij spoedig ook daarheen zal volgen." 
Bglage bij dezen brief; „Uitvoerige verklaring der voorstellen van 
Frankrijk tot een algeraeenen vrede ter bevrediging van allen, die 
belang hebben in den tegen woordigen oorlog." Met kantteekeningen. 

's Graven hage, 19 Febr. „het geeft niet weinig wantrouwen, dat Frank- 
rijk zich zoo zorgeloos onbedekt Iaat aan de zijde van Savoije en men 
meent, dat dit inderdaad geschiedt door overeenstemming tnsschen Enge- 
land en Savoije." 

'a Gravanhage, 26 Febr. „Wat betreft, dat van de vijandelijke zijde 
was verzonnen en in de couranten gedrukt, dat Z, Ta. Majesteit een 
, particulieren vrede met den Zweed sloot, zagen de miniatera onzer hond- 
, genooten dadelijk in, dat dit een verzinsel was; evenwel heb ik den Pool- 
Bohen en Deenachen minister terstond van allen twijfel ontheven." 
jPalmquiat, de Zweedflohe minister, is op Donderdag van de vorige 
week in particuliere conferentie met de gedeputeerden, met den Baad- 
"Pensionaris en den Heer Latmar geweest, aan welke hij de klacht van 
zijn koning tegen alle geallieerden openbaarde, dat zij volgens hunne 
belofte de neutraliteit in het Duitsche Rijk niet bewaarden." „Maar zoo- 
' als ik het gehoord heb, schrijf ik het ook, nl. dat de beide gedeputeerden 
ijhem lachend een kort, weigerend antwoord gaven" enz. „evenwel ver- 
i'neem ik, dat Palmqnist brieven van zijn koning heeft ontvangen en er 
'nu vaak ook in andere vertrekken private conferenties plaats hebben." 
] 's Graven hage, 29 Febr. „Eergisteren hebben de F ransch e ministers 
'aan die der geallieerden den termijn gesteld, dat zij op al die voorstellen 
Iden SO"-'" Maart (nieuwe stijl) zullen antwoorden, maar naar alle ver- 
' WBchting znllen zij spoedig antwoord geven, doch men begint dezen 
jToortgang op eene andere wijze te verklaren, en wel niet daardoor, dat 
I dit allee in overeenstemming met Engeland geschiedt. Maar uit dit wan- 
'tronwen is veel op te maken en men vermoedt, dat Lord StrafFord 
iffigeumachtig voor zijn persoonlek voordeel zioh jegens Frankrijk genegen 



L 



134 



betoont en niet op bevel van zijn hof." ^Dezer dagen bobben aommigen my 
verzekerd, dat de Keizer en het Rijk met de HollanderE onderhandelen 
en zij willen een ofEenaief en defeasief verbond sluiten wegens het vele 
wantrouwen t«gen Engelaad." 

'b Gravenhage, 14/25 Maart. ^Eergisteren heeft de Foolsohe minister, 
Baron Qerzdorf, mij een bezoek gebracht en mij en don heer Matwéjef 
medegedeeld, dat hij den vorigen dag van een vriend aangaande de zaken 
van *'t Beensche tiof had vernomen, dat Engeland ten nadeele van onze 
belangen dat hof zeer tracht te bewegen tot een particniïeren vrede met 
den Zweed, en eergisteren is de Baron Gerzdorf des oohtens bij den 
Baad-Pensionaris geweest, die hem niet alleen in 't geheim mondt" _ 
van deze zaak inlichtte, maar hem ook een brief ïan den Hollandsoban 
minister aan 't Deenscho hof toonde, waarin werd medegedeeld, dat En- 
geland dat hof tot een particulieren vrede met den Zweed tracht te bren- 
gen er aan dat hof reeds allerlei veranderingen plaats hebben, dat hit 
miitifiterie zich van het Deensche volk verwijdert" enz. „Maar Baran 
Gerzdorf deelde ons o. a. mede, dat hij door een expressen koerier dieit- 
aangaande rapport wil doen aan zijn hof en geen ander middel aan ^ 
hof weet aan te raden, dan dat zij in aller ijl een minister naar dat hof 
zenden om het nienwe ministerie tot het belang van zijn koning over I» 
halen en daarvan terug te houden." „Wy zijn gem eenschap pelyk vas 
plan er zelf in discours met den Kaad-Peneio naris over te sprdcen" ent i 
„En wat het Foolsche hof betreft, hebben wij gehoord, hoewel ik bel j 
niet zeker durf zeggen, dat ook dit hof er naar streeft, dat, indien l| I 
het tegenwoordige congres de vrede met Frankrijk tot stand zal komeo, 1 
ook de Noordsche oorlog bij die gelegenheid tot een einde komt." ^ 

's Gravenhage, 25 Maart (5 April). „De iatrigues van het Pmisbd» 
ministerie te Utrecht zijn zoo openlijk en in werkelijkheid grof en vea- 
zinwekkend voor allen, dat zij weinig Trienden voor de toekomst hebboi 
overgehouden, en vooral denk ik niet, dat de Hollanders eene gnnstigB 
meening van dat bof znllon hebhen, on in 't bijzonder beeft het terug- i 
roepen van 10 bataillons uit den dienst der geallieerden velen achterdocht 
gegeven, dat dit volkomen in het belang van Frankrijk is geschied, hoe- 
wel onder pretext, dat zij in Pommeren hun land tegen den oorlog moe- 
t«n bewaren," 

's Gravenhage, 28 Maart (8 April). ,In deze conferentie hebben reeds 
velen opgemerkt, dat Frankrijk den tijd rekt, terwijl men eerst meende, 
dat bet een snel einde verlangde op dat congres; daarom is men van 
oordeel, 1". dat het alleen door Engeland reden hoeft om den tijd te 
rekken (daar hunne zaken hopeloos en krachteloos staan) en daarom op 
allo wijzen trachten tusachen de Hollandscbe provinciën tweedracht te 
stoken en reeds geheime missionairs met groote geldsommen hebben rond- 
gezonden en tevens onder de andere geallieerden allerlei oneensgezindheïd 
zoeken op te wekken, 2''. dat dit rekken van den tijd in verstandhouding 
met het Engelache hof geschiedt om dit congres niet uiteen te doen gaan 
vóór het sluiten van bet Engelsehe Parlement, omdat de koningin daarna 
meer kracht zal hebben" enz. 



1S5 




KËte'aTenha^, 11 April, ^De miniBters onzer bondgenooten beschnldi- 
dkaader in gesprek met ons onophoudelijk van onatandvastigheid. 
CeeDBche minister heeft argwaan tegen de Polen en is gisteren bg 
aan huie geweest: hij zelde, dat de Zweedsohe koning gemakkelijker 
Siet den Pool dan met zijne andere vijanden vrede zal kunnen sluiten," 
"'aar de Poolsebe Graaf Werdern zeide, dat zij bericht hebben ontvan- 
gen Yan eenige geneigdheid tot den vrede bij het Deeusche hof." 

's Qravenhage, 21 Mei, , Evenals in mijne vorige brieven rapporteer ik 
ix^ thane, dat wij reeda volgens den oeka^ een voorstel hebben gedaan 

1 de Keizerl^ke ministers en den Raad- Pensionaris over het geven van 
hulptroepen aan hen en geenerlei antwoord hebben kunnen ontvangen," 

'b Gravenbage, 27 Mei. „Hoewel wij tot dezen datnm op onze vroegere 
voorstellen aan de geallieerden om met hen in verbond te treden en hun 
hulptroepen te geven, nog geen antwoord hebben ontvangen, toch zien 
wy in deze omstandigheden duidelijk, dat zij, indien zij voornemens zijn 
zonder Engeland den oorlog te vervolgen, ons noodig zullen hebben." 
„Ën de Deensche gezant heeft mij tegen het verzenden dezer post van 
zgn kant medegedeeld, dat hij de Keizerlijke ministers daartoe zeer ge- 
nden bad bevonden." „De Poolsche minister Oerzdorf hoeft mij van zijn 

kant medegedeeld, wat hij met den Pensionaris van Amsterdam 

en met den Groot- Thesaurier Hop had gesproken, die gaarne op die 
woorden ingingen en hem na vele gesprekken zeiden, dat, indien het 
besloten zal worden den krijg voort te zetten, zij zich hiertoe geneigd 
gevoelen." 

's Gravenbage, 20 Juni. „Toen de Staten hier bericht kregen, dat 

geland bevel heeft gegeven aan zijn gezant to Constantinopel om veel 
moeite te doen in het belang van Zweden en den met Z, Ts. Majesteit 
geeloten vrede te verbreken, hebben zij hun gezant daarentegen bevolen 
om ijverig te waken voor het belang Zijner Ts. Majesteit en dien vrede 
' I stand te houden." 

'e Gravenbage, 11 Juli. „Tegen aller verwachting heeft Engeland den 
wapenstilstand verklaard, waaruit velen opmaken, dat de Engelsche zaken 
zwak staan of dat men eenige vrees heeft voor het volk om openlijk een 
particulieren vrede te sluiten." 

's Gravenhage, 8 Nov. „En aan alle omstandigheden der zaken kan 
Hen reeds zien, dat de vrede of het voortzetten van den oorlog thans in 
de hand van Frankrijk is en niet van Holland, daar men van het begin 
dezer onderhandeling de traagheid der Staten alhier heeft gezien." 

'b Gravenhage, 14 Nov, ,Blier is tuaschen de provinciën groote oneens- 
gezindheid, daar onlangs de provinciën Utrecht, Friesland en Groningen 
hebben verklaard inderdaad vrede te wUlen s[uit«n, maar de andere pro- 
vinciën zich hierover nog niet uitlaten en uitzien, of het met hunne be- 
langen overeenkomt vrede te sluiten, en al wilden zij het ook, dan nog 
eijn velen van oordeel, dat Frankrijk zelf den tegenwoordigen veldtocht 
vnl voortzetten en daarom meenen velen, dat Amsterdam uit politiek zoo 
handelt, alsof het zich niet geneigd betoont tot het voortzetten van den 
oorlog, hoewel het ziet, dat de geheele provincie Holland daartoe wel 



136 



maar met deze ooeensgezindheïd of dat dralen gaan zij een 
tydlang voort en ondertoSBchen imeken zij vrede met Frankrijk t« ver- 
werven en aan alle omstandigheden van de xakcn alhier ia liet te z' 
dat de Utrechtsche uegotiatie zal voortdaren." 

'b Gravonhage, 21 Kov. „Hier, evenaU in Utrecht, rosten alle zaU 
tot de aankomst ran Lord Strafford, dien men spoedig bier verwacht, (4 
men meent, dat hij ïal komen met het laatste vredeproject, dat hij bij zgd| 
aankomst aan de geallieerden /al voorleggen, en indien zij het niet aan-l 
nemen, dan zal Engeland de geallieerden verlaten en zijn particDlieiM'l 
vrede sluiten." 



P. M, A., Bnndel 336, bevat hoofdzakelijk brieven nit bet jaar 1712. 

bl. 131, 132. Brief van den agent van den Burgb aan Aprikeian, 
Amsterdam, 1 Januari, Over de vredesonderhandelingen tusaoben Frankr^'k 
en de geallieerden. 

bl. 135. Brief van den agent van den Burgb aan Apraksien, Amat^ 
dam, 15 Januari, „ik manqueeren niet in al bet gecne de br. Prinoe ^ 
Luow mijn weegens de navigateurs, en andere comt te ordineeren, en ts 
observeeren, dogb nu ia het in het wintersaisoen, dogh ala het vooijau 
dan sullen sij wel meest op de oorloghscheepen geplaast werden, ik 



soude het allee geeme in ordre doen. 
coomen mogten, on dat is de Reeden, 
ü. E. H. G. Ex. eens boo largo bebbe gesehi 
antwoort ben verwagtende." 

bl. 126, 127. Brief van den agent van < 
Amsterdam, 29 Januari, „op ^ateren soo I 
Kurakin alhier uijt den Hage terugh gecoomi 
ben, om te spreeoken, dat alle de 



officieren W 
dat ik daerover 
], daar op in 't ooriK 



Burgb aan Apr^k^ 

met de hr. Prioce Ja 

alwaar espree geveti 

gateurs, op de Hollandse oorlogltt 

groot getall en aijnder 
noo^t op de vloot geweest van geene natiën, aoo dat het al een groot 
Commissie is, die al wat moet gedirigeert werden." 

bl. 12 — 14. Brief van Ljwóf aan Aprdksien, Amsterdam, 5 1 
„Ik wil thans Uwe Hooggrafelijke Excellentie niet veel laatig vallen n 
mijne tranenrijke en bittere regels." Klachten over de jongelieden, wd 
in Holland de zeevaart leeren. 

bl. 161—164. Brief van den agent van den Burgh aan Apr£kdB 
Amsterdam, 11 Maart. Over den Spaauscben auccessie-oorlog. 

bl. 16—19. Brief van Ljwóf aan AprAksiea, Amsterdam, 

bl. 20—22. Verslag van Ljwóf aan Aprdksien aangaande de joii_ 
lieden, welke in Holland de zeevaart leeren, hunne vorderingen, bezighedö 
ongehoorzaamheid en onbehoorlijk gedrag. 

bl. 33, 34. Brief van Ljwóf aan Aprdksien, Amsterdam, 8 ApriL E 
valt Ljwóf zeer moeilijk de navigatoren te besturen, inzonderheid i 
welke in Engeland vertoeven: daarom vraagt hij, of de Russisobe ( 
te Londen de leiding over hen niet op zich zoude kunnen nemen. 



bl. 1. Briefje van Koerdkion aan Apr^ksien, 's-Oravenfaage, 22 April, 
bl. 35, 36. Brief van Ljwóf aan Aprdksien, Amsterdam, 8 MeL 
bl. ST, 33. Verslag van Ljwóf aangaande de naTigatoren. „Het ia 
bekend aan />, Ta. Majesteit, dat ik naar Holland ben gezonden om 
toezicht te houdcD over du kinderen van aanzienlijke personen, welke 
■ voor de aeevaart worden opgeleid, on dat ik te dien einde eene opdracht 
keb en verBohillende punten, en hen, hoewel ik geenerlei credensiaal heb, 
'geheim houdendo, placht ik hen uit te zenden en doe dit nog onder den 
tchijn, dat het hun eigen verlangen is zich voor dio zaken op de schepen 
te begeven, en ik heb hen er toe gedwongen zieh iu te schrijven voor 
den Tolontairsdienst, in welken zij niet van de schepen mogen gaan, 
totdat die schepen, waarop zij zich bevinden, naar de havens terugkeeren, 
betgeen reeds velen hebben gedaan, en nu bevinden zij zich op de sche- 
pen, zonder die ooit te verlaten, reeds 15 maanden en langer, en hoewel 
Ik in m^ne zwakheid en ziekten ben, toch zal ik tot myn laataten 
ademtocht hen hiertoe dwingen, geen acht slaande op de voortdurende 
verbittering en op mijn volslagen geldgebrek. Daarna zijn leerlingen in 
liet stuurmansvak tot mij gezonden, eerst 21 man, welke ik op geenerlei 
rwijze geheim kan bonden, en als publiek persoon dit te doen is mjj 
tnmogel^k, omdat ik geen vreemde taal ken en er geen tolken zijn noch 
|te vinden zijn en ik bovendien geen eigen huis heb en geen middelen 
Idaartoe bezit, en om deze redenen, die het voor mij onmogelijk maken, 
^teb ik de gunst gevraagd die zaak van mij af te nemen ea aan een 
^vaardig inwoEer van dit land of Moscoviet toe te vertrouwen, die de 
Hollandsche taal machtig ié en niet alleen hen kan besturen, maar ook 
't geld kan beheeren, de uitgaven opteekenende met werkelijke verant- 
woording, en die in zijn bande IscommisBies vijf of meer klerken en 
ichr^vers kan hebben en dat niet slechts bij zulke talrijke en dagelijksche 
I uitgaven, waarbij ik alléén zooveel moeite heb aangewend, als mij mogelijk 
pras, waardoor ik nog meer tot ziekte en zwakheid ben vervallen; en op 
|£t mgn eerste verzoek ontving ik 't antwoord van den Groot- Admiraal, 
'dat die zaak van mij zal worden afgenomen en aan een ander zal worden 
, toevertrouwd, en hierop wachtende vraag ik steeds en zoo ook nu om 
' eene genadige beschikking in deze zaak. Doch in het tegenwoordige jaar, 
11712, zijn opnieuw 43 man tot mij naar Holland gezonden om het 
j atuurmansvak te leeren, aangaande welke ik heb geschreven en een 
genadig bevel heb gevraagd, hoe ik mij in die zaak moet gedragen, 
lerwijl ik volstrekt geen instrumenten daartoe heb, en hen op de schepen 
te plaatsen als matrozen of soldaten zonde niet alleen niet bevorderlijk 
lijn voor hun vak, maar zij zouden ook nog vergeten, wat zij op de 
,MaakwA" geleerd hebben, omdat het stuurmansvak en de praktijk daar- 
van ruimte vertnscht ora te schrijven, te lezen, kaarten te meten en 
journaal te houden en aan de raatrozen en soldaten is dit niet veroorloofd. 
Daarom heb ik hen allen eveneens bij da volontairs geplaatst, waar zij 
in het bijzonder voor dronkensohap zijn behoed en spoedig" praktijk kun- 
nen verkrijgen, en op bevel heb ik een aanmerkelijk aantal uit hen, die 
^S vroegere gelegenheden hierheen waren gezonden, naar Moskou laten 



I «^ vroegere ge 



gaan. Maar nu bij de reeds aanwezigen neg de 43 ai 
waren gekomen, was het mij volgens het hierboven geschreven rappoft 
onmogeiyk zulk een groot aantal te plaatsen, maar den agent ran den 
Bnrgh, wien het Tolgene de verplichtingen van zijii ambt betaamde die 
zaak te regelen — en bovendien waren hem door den Groot- Admiraal 
bevelen daartoe gezonden — werd vertoornd en onttrok zich uit baat- 
zucht aan die zaak en de hem door den Groot- Admiraal gezonden brieven 
verloochende hij en bij gaf mi) door den heer ChriatoSel Brandt zyne 
volslagen weigering te keunen, nl. dat hij die zakon niet zoude verrioli- 
ten, en de heer Brandt drong, met groote genegenheid jegens mij an 
ziende, dat de zaak op geene wijze konde worden geregeld, er sterk bij 
van den Burgh op aan, dat hij ter wille van de genade dea Groeten 
Souvereins toch niet zoude weigeren, maar hij wilde er zelfs niet van 
hooren en liet mij door den heer Brandt zeggen, dat ik voor die zaken J 
een man moest haren, bekend met de wetten en de taal des lands u J 
in staat om het bestuur over de navigatoren op de schepen t 
nemen, en ik, hierin zijne arglist bespearende, vraagde hem, van d 
Burgh, door den Heer Brandt, dat, indien zulk een man mocht gevra 
den worden, hij hem dan niet hinderlijk zoude zijn, en hij beloofde ^ 
deed alles om de zaak spoedig ten einde te doen komen. Daarom vt 
ik gedwongen zulk een deugdelijk persoon te zoeken, die nuj een hii)j 
konde wezen in die groote en zeer noodige zaak, en er werd zalk a 
man gevonden, een inwoner van Amsterdam, de Heer Dezagula (?), weU 
geen geld of huuroontract, maar slechts de ganst van den Oroot^ 
Souverein verlangende, dezen dienst op zich nam en door zgn gve 
zaak in orde bracht en al die drie en veertig man wiet geplaatst te 
krijgen als volontaire, doordat hij veel crediet heeft in de Hollandsche 
admiraliteit en vele jaren als luitenant heeft gediend, en thans is hg^ een 
voornaam onderwijzer in de scheepvaartkunde, de geheele mathesia en 
vele andere vrije (swabodoycb) wetenschappen en hij beeft een dmk 
kantoor en door mijne bemoediging en nog meer wegens den belongr^ ken 
dienst, dien hi) bewast, verwacht hij de genade van den Grooten Sonve- 
rein en hij wenscht en belooft ook in het vervolg van dienst te zullen 
zijn, indien het Z. M. zal behagen hem door zijn hoog bevel en z^ne 
gonst daartoe uit te kiezen." Eet slot van dit verslag heeft geen betrek- 
king op ons land, om welke reden ik het heb weggelaten, 

bl. 165, 166. Brief van den agent van den Burgh aan Apraküen, 
Amsterdam, 24 Mei. Over den Spaanschen eucceseieooriog. 

bl. 167. Brief van den agent van den Burgh aan Aprükeien, Amstei' 
dam, 37 Mei. 

bl. 39, 40. Brief van Ljwóf aan Apraksien, Amsterdam, 6 Juni. 

bl. 42, 43. Brief van Ljwóf aan Apraksien, Amsterdam, 7 Juni. 

bl. 176, 179. Brief van den agent van den Burgh aan Aprdksieo, 
Amsterdam, 17 Juni. „met dat wij hier scbrijvens becoomen hebben dat 
den Senaat van Stockholm aan de Sweedse oorloghscheepen ordre ■ 
geeven heeft om gcene Hollandse en Engelse ofte andere natiën met h 
scheepen naar Riga ofte andere Moscovise Plaateen te laaten pasae 




ofte repBSBeeren, en dewijle nn reets Beer Toele Hallaadse echeepen aldaar 
gearrïveert Bjja, en ay ook aldaar aeer veele goederen gecogt ende reets 
betaalt hebben, soo tobben de coopliedens alhier bij de Regeeringe ge- 
claagt die haar met brieïen van ïoorBchrijvinge geaonden naar den Hage 
bij haar Hoogh Moog. en is daarop geresolveert, doordien de Sweedeo 
de Engelse acheepen alsoo wei aullen neemcn als de Hollanders en andere 
natiën, dat men voor oerst sonde acbnjve aan den Hollandse envoye de 
hr. van Borssole tot Loadon, om aldaar met d' Engelse Uiniaters te 
OTsrleggen, op wat voor een manier dat men de Sweeden tot reeden sal 
brengen en gelooft men niet dat deese Affaires sonder een osquader 
oorlogbscheepen sullen getermineert en de Sweeden tot reeden gebragt 
verden, on sijn de Hollanders daar over seer geanimeert, om dat het 
iiure geheele eommertie stremt." 

bl. 45—47. Brief van Ljwóf aan Aprdlcsien, Amsterdam, 20 Juni. 

bl. 177, 178. Brief van den agent van den Burgh aan Aprakeien, 
Amsterdam, 24 Juni. Over de vredesonderhandelingen tusachen Frankrgk 
en de geallieerden. 

bl. 186 — ^189. Brjef van den agent Tan den Burgh aan Aprdksien, 
Amsterdam, 1 JuU. Over de onderhandelingen tusschen Frankrijk en de 
geallieerden enz. 

bl. 180^182. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 5 Jttli. Over de onderhandelingen tueschen Frankrijk en de 



1)1. 183 — 185. Brief van den agent van den Burgh aan Apr&ksien, 
Amsterdam, 8 Juli. Over de onderhandelingen tusschcn Frankrijk en de 
gaallieerden enz. 

bl. 193—106. Brief van den agent van den Burgh aan Aprdksien, 
Amsterdam, 19 Juli. ,met dat ik eentge tijt inden Haage ben geweest 
over eene Resolutie dat de CapiteiJDs geene scheepen onder baare Ooa* 
vooy wilde meedeneeme ende beachermen die naar Riga en andere Mos- 
oovise Plaatsen in de Oost Zee gingen ofte vandaar coomen, soo hebben 
daar met alle de Heeren die daar in belangh hebben gesprooken en hebbe 
haar diverse projecten aan de handt gegeeven, op welke manier dat sij 
Bulks sonde cunnen doen en hope daar van eenige tot perfektie sullen 
ooomen, maar dat is maar tot aan de Sont toe, en vandaar naa Am- 
sterdam, nu sal op morgen hier met de Heeren van de Admiraiiteyt 
Bpreeken op wat vaste voet dat sulx sonde cunnen gereguleert werden. 
men is hier wel seer geincHneert om deese eommertie voorts te setten, 
alaoo het tot groote dienst van de Hollanders ia, maar de Hollanders 
faaare Admiraliteijtsoasae is seer slegt geatelt," Verder over de vredes- 
onderhandelingen tusaehen Frankrijk en do goal lieerden enz. 

bl. 197 — 200. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 
Ameterdam, 22 Juli. „weegens het belemmeren van de acheepvaert op 
Eiga" „men heeft wel gesprooken of sijne Czaarso Maijesteijt ende Co- 
nink van Deenemarken niet eenige oorloghacheepen hadden, die alle de 
coopraardijescheepen, van de Sondt naar Riga en de andere Moacoviae 
oosten convoijoDren en weederom daar brengen en haar voor de 



M 



140 



Bweedse oorlo^beoheepen beBcherniËii." Verder over den SpaaDBchen bqc- 
ceasieoorlog enz. 

bl. 301, 202. Brief van den agent van ilen Burgb aan Aprdksieii, 
Amsterdam, 26 Jali. Over den Spaanschen BDcceeBieoorlog. 

bl. 203^ — 206. Brief Tan den agent van den Burgh aaa Aprdkaien, 
Amsterdam, 29 Juli. „Seedert miJDo laeBten boo bebben bier bij de heerea 
Burgemeeateren Beer sterck aengehouden dat zij dog bij deeae vergade- 
ringe van de staet van Hollandt het dog boo gelieüle te derigeeren, dai 
de hoUanse scheepen die tot Riga en RevaJ present loages door eenige 
Hollandse oorlogscheepen moogen afgehaelt werden eo boo d' Era Burge- i 
meesteren dat niet soo ernstel|jk poaseerde de andere Froventiei), die i 
daer geen oRe wijnigh intrest daer bij badden, souden bet nog rad ( 
minder doen, ik hebbe haere gesegt doen zij zijde dat d' AdmiralitMJt I 
geene oorlogscheepen hadde dat in gevalle de soheepen ran OoBtiiidien ( 
quamen te retoumeeren, daar wel 10 groeten oorloghscheepe bij waaren, 
dat Bij daer van dan eenige sonde cunnen neemen en die derwaerti 
Bsnde." Verder over den Spaansohen snccessieoorlog. 

bl. 49, 50. Brief van Ljwóf aan Apraksien, Amsterdam, 5 Ang. 

bl. 207. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apraksien, Am 
dam, 5 Aug. „door oontinuecle aojllcitatien weegens den handel op B 
en alle andere moBCOfise steeden in de Oost Zee, soo geven wy wat b< 
ende aparentie, als o&er wel eenige Hollandse oorlogh schepen van h 
naar Riga souden gaan, om de schepen af te halen" enz. Verder oTerq| 
vredesonderhandelingen tusscheD Frankr^k en de geallieerden. 

bl. 208—211. Brief van den agent van den Burgh aan Apri 
9 Aug. „door het continueel Bolliciteeren van de ooopliedi 
, soo hebben de Heeren Bargermeesteren van AniBterdam g 
m bij Provisie het soodaoigh te dirigeeren bij de Proviid 
dat men een esquadre van 6 : T o f 8 Hollantse oorlog 
* Riga sou sende, om de Hollandse Ooopvoardijevlootdervserti 
brengen, na hebbe ik verstaan dat een van de Hollandse Capiteijng sondi 
gezegt hebben dat bij Riga soo wijnigh water was, ende soo pericoleiu 
weegens de swaare Btormen dat men daar met geen oorioghsobeepen VID 
40 of 50 stuoken canon secuur sonde cunnen leggen en hebben de Hu- 
ren van de Admiraliteijt sulx selfs teegens mijn gesegt, en daarom boo 
hebben mijn daarnaar geinformeert en bevonden dat men daar aecnui W 
wel Bou onnnen leggen." Verder over den Spaanaehen successieoorlog ei 

bl. 212, 213. Brief van den agent van den Burgh aan Apriknen, 
Amsterdam, 11 Aug. Over deu Spaanschen successieoorlog. 

bl. 214, 215. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apr&li 
AmBterdam, 12 Aug. „Seedert mijne vooriege, soo hebben in don Buge 
seer lange gesprooken over de Resoulutie van haar hoog: moogromeen 
Ksquader boUandBe oorlogh scheepen naar Riga te senden eii hebben alle 
diffiqultfflijten dan ook wegh genoomen." 

bl. 216, 219. Brief van den agent van den Burgh aan AprdkBÏen, 
Amsterdam, 19 Augustus. .Weegens bet vertreck van de Hollandse oor- 
logbsohepen, vallen hier en in den Hage bod veele besoignes voor als 



jQTer wijnige booftsaken geschiedt" „aan de andere zolde soo maken de 
jCapiteijneD allerhande difHculteijten ende anarigheden, dat soo Iaat in 
het saisoen, daar onmogelijk cnnnen leggen" „de tijdt die passeert te 
Bterk Boo dat ik at in de vreese ben off het dit jaar wel sa) succedeeren." 
Verder over de vredeBonderhandelingon tusschen Frankrijk en de gealli- 
eerden, enz. 
bl. 51, 52. Brief van Ljmóf aan Aprakfiien, Amsterdam, 5 Deo. 
bl. 224—227. Brief Tan den agent Tan den Burgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 26 Ang. „men is alle daagen alhier in conferentie geweest of 
men de Hollandse oorloghecheepen, dit jaar nogh naar Riga sonde 
Bende, maar daarover is soolange gedelibereert, dat het soolange getraij- 
Deert heeft, dat het saisoen verloopen is," „na geloove dat sij op gisteren 
geresolveert hebben dat het Ësquadro dit jaar niet gaan sal, s^ geeven 
ook Toor reedenen dattor seer Teele scheepen met granen inde Sont leggen, 
en dat die graancn door bet lange uijtblijven als de scheepen naar Biga 
gingen geheel soude bederven, ea dat sij daar ook voor moesten sorge 
draagen en dewijle sij nu niet meerder oorioghscheepen bij der hant hadde, 
100 casten aïj dit jaar geene oorlagbacheepen naar Riga sende, maar sij 
Boude dat nu op het Toorjaar doen." Verder over den inval der Franschen 
Zeeland t 

1 den agent van den Burgh aan Apraksien, 
den Spaauschen successie oorlog. 
I den agent van den Burgh aan Apraksien, 
de vredesonderhandelingen tusschen Frankrijk 



den agent van den Burgh aan Aprdksien, 
de vredesonderhandelingen tusschen Frankrijk 



I den Burgh s 



i AprAksien, 
I Aprdfcsien, 
L Apraksien, 



Brief 

Amsterdam, 30 Ang. O 
bl. 234, 237. Brief 
Amsterdam, 2 Bept. O' 
en de geallieerden enz. 
W. 238, 239. Brief 
Amsterdam, 9 Sept. O' 
en de geallieerden enz. 

bl. 262, 263. Brief van den agent va 
'Amsterdam, T Oct. (in Russische vertaling). 

bl. 137, 138. Brief van den agent van den Burgh j 

Amsterdam, 28 Oct. Over den Spaanschen successieoorlog. 

bl, 143, 144. Brief van den agent van den Burgh i 

Amsterdam, 4 Nov. Over den Spaanschen successieoorlog. 

bl. 53, 54. Brief van Ljwóf aan Apraksien, Amsterdam, 5 Deo. Onge- 
dateerd. 

Brief van den agent van den Burgh aan ApriksisD, 
Amsterdam (Januari of Februari). Over de vredesonderhandelingen tus- 
schen Frankrijk en de geallieerden „weegens de navigateurs die nu weeder 
«ijn overgecoomen, solliciteeren ik alle daagen bij de hrn van de Admi- 
Xaliteijt." 

232, 233. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 
Amsterdam, „nu zijn present in Holland twee partijen, de eene voor de 
de andore om den oorlog te continueeren, en een ieder heeft 
daar over zijne oonsideratien, die voor don oorlog zijn geven voor dat het 
de reputatie van de Republijck en van alle de geallieerde te naa ig 
eene gedwongen vreede aanteoeemen; en dat men goede geallieerdens 




142 



heeft, daar men zïg op verlaaten kan, en datmen een goede armee heefl, 
en nog yeele Toornaame steden Toor hem heeft, en dat het nog aan geen 

geld manqueert" enz. 

1713. 

26 Juni. Het beslnit der Staten aangaande aanmerkingen op het project 
ran 't handeletraotaat. 

27 Juli. Punten, door Eoerakien aan Galófkien gezonden, met de be- 
slissiog, daarop door de Ruasiaohe regeering genomen, over het In onder- 
ht>nde)ing treden met do zeemogendheden betreffende den vrede in bet 
Noorden. 

Aug, Over de schade, door de RuBsisohe soldaten aan Lambert Hut 
aangedaan, bij het wegnemen van zijn hout uit Wijborg. 

18 Oct. (—13 Mei 1715). Boek bevattendede protocollen vt 
verblijf in Holland en Engeland. 

Nov. Vertaling van een brief aan den Tsaar van den Hollandie 
koopman ChristofFel Brandt over een door hem naar St Petersbmg 
zonden jaoht. 

Brief van de Staten aan den Tsaar. 

Brieven van KoerAkien aan Dalgaróekjj. 

Concepten der brieven van Galófkien aan den agent Tan den Burgh, 

Brieven van den agent van den Burgh aan (Jalófkien. 

Brieven aan DalgaróekiJ van den aan de ambassade in Holland gat 
tacheerden Aladjien. 

Memorialen van den Resident de Bie. 

Uemorialen en verzoekschriften van den Hollandschen koopman Jan PrIdl 

Aangaande vijf Hollandsühe schepen, te Hetsingfora door de fioewii 
verbrand. 

P. M. A., Bundel 238. O. a. eene Igst van minderjarigen, naar Hol- 
land gezonden. 

P. M. A., Bundel 347, bl. 7, 8, 12—14. Over het ontvangen te B«tii! 
yan nit Holland gezonden linden. 

P. M. A., Bundel 348, bL 92, 119, 146, 163, 168, 169, 174, Wi 
Over het terugzenden der natigatoren uit Engeland en Holland. 



In P. M. A., Bundel 336 is het volgende nit 1713 van eenig belug 
TOor onze geschiedeniB : 

bl. 95, 96. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apr&ksien, Am- 
sterdam, 31 Maart. Over de vredesonderhandelingen tusschen Frankr^lc 
en de geallieerden enz. ,De engelse die willen een esqnadre van 15 ooi- 
loghscheepen naar de Oost Zee sende, om de Deenen l« forceeren om 
met de Sweeden vreede te maaken sij wilde ook wel dat de Hollanden 
ook 10 oor loghac hepen daar wilde bij doen, maar die hebben daar tw, 
niet voel inclinatie, en die soude liever haare commertie met Moscoi 
wille voortzetten in de Oost Zee daar toe sij seer geinclineert aijn 




143 

omdat die Affaires van het Commertie traetast soo lange duQTen, soo 
sou de last daarvan wel haast wat beglDoe over te gaan." 

b1. 119, 120. Brief van den agent van den Bnrgh aan Aprdksiea, 
AmBterdam, 7 April. Over de vredeBonderhandeiingeD te Utrecht. 

W. 28. Brief van Ljwóf aan AprAksien, 8t. Petersburg, 30 MeL 



In F. M. A., Bandel 367 vindt men eveneena het een en ander uit 
üt jaar. 

bl. 13 — 17. Brief van den agent van den Bnrgh aas Aprikaien, Am- 
sterdam, 21 Maart (in Russische vertaling). 

bl, 106, lOT. Brief van den agent van den Burgh aan Apr&ksien, 
Amsterdam, 14 April. 

bl. 58, 59. Brief van den agent van den Burgh aan Aprikaien, Am- 
iterdam, 19 Mei (in Russische vertaling). 

M. 197, 198, Brief van don agent van den Bnrgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 26 MeL 

bl. 274, 275, 279, 280, Brief van den agent van den Bnrgh aan 
Apriksien, Amsterdam, 23 Juni. ,met dat hier nu soo veele naviga- 
teurs sijn aangecoomen, soo hebben op gisteren nogb mgne dienste aan- 
gepresenteert aan dhr, Prince de Luovr in Presentie van dhr. Peodor 
floltikoff om hem in alles te asaisteeren." 

bl. 3—5. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apraksien, Amster- 
dam, 9 Nov. (in Busaische vertaling). 



ACjchriften der brieven van Oalófkien aan Eoerdkien. 
Duplicaten der brieven van Keerakien aan Qalófkien. 



Concepten der brieven van Galófkten aan KoerAkien. 
Rensburg, 15 Januari. „Z. Ts. Majesteit heeft mij bevolen aan Uwe 
Qenade te schrijven, dat, aangezien er wellicht bij de vredesonderbande' 
lingen met den Zweed groote moeilijkheid omtrent Riga zal wezen, het- 
geen de zeemogendheden, en in 't bijzonder Holland, ons volstrekt niet 
willen laten behouden of nog minder aan de Polen overgeven (zooals hun 
reeds is voorgesteld), en zij daardoor het sluiten van den vrede in don 
weg kunnen staan. Uwe Genade daarom moet gelieven in gesprekken met 
den Kaad-Pensionaris over deze zaken hem op behoorlijke wijze mede te 
deelen, uit Uzelf en alsof gij geen bevel daarover hadt van Z, Ts. Majea- 
tfflt, noch de bedoeling dienaangaande van Z, Ts. Majesteit kendet, o^ 
als men die stad Riga om alle moeilijkheden, welke aangaande deze stad 
konden opkomen, af te snijden, vrij zonde laten, onder Poolsche protectie, 
dit aan de Heeren Staten aangenaam zonde zijn, en of zij voor mik eene 



144 



Qonceaaie van Z. Tb, Majesteit (daar deze zeer groot voorfeel Toor Hol- 
laad en vermeerdering van hnn handel zal ten gevolge hebben) bjj den 
toekomstigen vrede met den Zweed in 't belang Zijner Ts. Majeateit 
kunnen bandelen. En indien de Raad-PenBionaris dit goed opneemt en 
zicb daartoe geneigd betoont, dan moet Uwe Genade daarbij mededeelen, 
dat, wanneer hij dit geschikt acht, gij aan Z. Ts, Majesteit znlt schriJTen, 
die wellicht daarin een goed en voor niemand argvf aan wekkend middel 
zal zien en het veroorloven, maar hen daarvan verKokeren kunt gg niet, 
opdat hij daarnit niet beraerke, dat dit van onze zijde gewenscht wordt." 
Berbjn, 2 Maart. „Gedurende het verblijf van Z. Ts. Majesteit te 
Uanover is thans van de zgde van dat hof in gesprekken voorgesteld, 
dat Z. Ts. Majesteit na het eindigen in Holstein van de operaties bij 
Toning zoude gelieven eenige infanterie nit zijn leger in den dienst van 
Holland te doen overgaan, hetgeen Holland bij de tegenwoordige ve^ 
wikkelingen als een groot bewijs van vriendschap van Z. Ts. M. kan 
opnemen, en hoewel hij dit niet openlijk zeide, toch kan men nit alles 
zien. dat zij dit op wensch van Holland gezegd hebben, waarop Z. Tb. 
Majesteit geliefd heeft hun te zeggen, dat, indien er geen gevaar van de 
Turken zal wezen en eveneens het Zweedsche corps onder Stenbock ii 
Holstein zal te grande gaan, Z. Ts. Majesteit dan tot hen in zulk een 
geval zooveel, als mogelijk is, uit zijne troepen, op hunne soldij, kan 
doen overgaan, en daarom heeft Z Tb. M. mij bevolen aan ü te schnj- 
Ten, dat, wanneer U hierover reclitstreeks van de zijde van Holland of 
door het Hanoveraansche hof een voorstel zal worden gedaan, gij moet 
gelieven bun mede te deelen, dat. Indien de Turken zich geheel ontbon- 
den van het aanvangen van een oorlog en het Zweedsche corps n 
Steubook in Holstein zal worden vernield, Z. Ts. Majesteit dan gelil 
van zgn leger, dat thans in Holstein staat, ËOOO man in&nterie en 2r 
man cavalerie in Hollandachen dienst te doen overgaan, niet 
subsidie daarvoor vragende, maar slechts op voorwaiarde, dat zij hnn 
gewone soldij en kwartier geven" ,en voor bet doen overgaan dwr 
troepen moet gij daarbij eischen, dat de Staten in een tractaat ^ch ver- 
binden (zooale dat in Uwe instructie is geschreven) om na het dndigen 
van huQ tegeowoordigen oorlog met Frankrijk de heroverde erflanden 
»oor Z. Tb. Majesteit te behouden en eveneens er voor in te staan, dat 
de Zweedsche koning de veroverde stedeo bij de vredesverdragen .sal tt- 
Btaan aan Z. Ts. Majesteit, maar Z. Majesteit verbindt zich dan om 
ktachtena het tractaar, tusschen Z. Majesteit ea den Pool^hen koning 
gesloten, Lijtiaod aan de Poolsche kroon af te staan; eveneens moeten 
de Staten zich verbinden om noch bij bet t^enwoordige algemeene con- 
gre«, noch daarna iets ten nadeele van Z, Ts, Majesteit en Z. Ts. Majes- 
tatt'a bondgeoooten te doen en in het bïjioiider Z. Ts Majesteit en dieM 
bondgenooten althans by de Pommersche aak niets in den weg te leg- 
gen, maar lelfs hulp daarin te verleenen, doch. indien wg het boven ge- 
ïohreveoe in het tractaat wenschten op te nemen, zoo zullen zij dit niet 
wïlloo. Maar althans moet gij trachten te verbrijgeo, dat in dat tractaat 
worde opgenomen, dat de Staten liolL na het aannemen dier troepen 



hon- 

1 



Tb. Majesteit ia hnn dienst verptichton om de nieuwe vijanden van 
Z. Ta. Majesteit en diens bondgenooten, wie dan den Zweed zal helpen, 
eerst met goede middelen daarvan trachten af te brengen, maar, indien 
liet onmogelijk ie hen daardoor terug te houden, aan Z. Tb. Majesteit en 
diens bondgenooten allen bijstand te bieden." 

St. Petersburg, 5 Sept. 1713. ,Den brief Tan Uwe Glenade aan mij te 

'e Gravenhage geschreven, van I Ang heb ik hier ontvangen, oJt 

welken ik heb verstaan, dat Uwe Genade eene conferentie met den Raad- 
PenaionariB heeft gehad over het voorstellen der Keizerlijke mediatie aan 
de oorlogvoerenden in het Noorden, over welke hij zich ontevreden be- 
toonde, omdat de Keizer de Staten niet tot die mediatie had uitge* 
Doodigd, en te kennen gaf, dat zij wegens hun handel verplicht waren 
aan die mediatie deel te nemen, maar aangezien wij van oordeel zijn, 
dat de mediatie van den Keizer en 't geheele Keizerrijk ons nuttiger zal 
wezen dan die der zeemogendheden . . . . , daarom moet ik aan Uwe 
Genade schrijven,..., dat Uwe Genade, indien gij tegen verwachting, 
volgens de aan U gezonden bevelen Zyner Ts. Majesteit, nog niet met 
Lord Strafford on den Raad -Pensionaris over hunne goede middelen hebt 
gesproken, moet gelieven zich naar den stand van zaken aldaar van een 
verklaring dienaangaande t« onthouden en zich t« verontschuldigen, dat 
I E9 ^"g geen oekdz van Z. Ts. Majesteit dienaangaande hebt ontvangen." 

8t. Petersburg, 3 Nov. ^Wat betreft het laten vervoeren van graan 
uit Riga naar Holland, heeft de Gouverneur van Riga .... aan Z. Ts. 
Majesteit geschreven, dat niet alleen de HoUandsche kooplieden ..... 
geenerlei oponthoud is geschied, maar dat men tot nu toe schepen met 
graan laat vertrekken, en eveneens de Revalsche commandant" enz. 

8t. Petersburg, 19 Not. „Z. Ts. Majesteit heeft mij bevolen aan Uwe 
Genade hierover te schrijven, dat Z. Majesteit het gesloten tractaat ovor 
.liet a&taan van de Pommersche sequestratie en Wismar.... niet gunstig 
heeft opgenomen" enz. 



Brieven van Koerdkien aan Galófkien. 

'a Gravenhage, 16 Januari. „Aangezien de Doensche troepen uit den 
dienst dor Staten worden teruggeroepen, daarom wenschen de Staten 
(zooals ik begrepen heb uit de gesprekken van den Raad -Pensionaris en 
de andere gedeputeerden), dat Z. Ts. Majesteit door goede middelen het 
Deensche hof daartoe zal brengen, dat die troepen in hun dienst blijven, 
lietgeen zij als een bewijs van goede vriendschap van Z. Tb. Majesteit 
mllen aannemen." 

'a Gravenhage, 10 Febr. „Ik hoor hier van de intrigues en projeefen 
Tan Engeland met Frankrijk in het belang van Zweden. Daar zij in het 
t^enwoordige geval Stenbock met de Zweedsche troepen in uiterst be- 
knelden toestand zien en meenen, dat hij geheel zal worden vernield, 
elaan z^ aan het Pruisische hof voor, tot ondersteuning van genoemden 
Stenbock, om eenige duizenden hunner troepen bijeen te brengen ten be- 
hoeve der Zweden, hen te helpen en Stenbock met zijne troepen te be- 

10 



^ 



vrijden, en daarvoor beloven Frankrijk en Engeland aan den PraÏBiBchen 
koning iets in den algoraeenen vr^e naar zijn pretenties te regelen en 
hierover hebben de Franache ministers met den EngelBchen minister een 
voorstel aan de Pruisen gedaan. Ik heb door dit voorstel en de Fransohe 
intrignea geen ongerustheid, omdat het Pruisische hof zich niet tot zulk 
oene onzekere saak zal verbinden." 

's Öravenhage, 14 Febr. „Over het koopen van proviand on fourage 

om die naar het Zweedsche leger te zenden hebboa de Amsterdamsche 

burgemeesters geantwoord, dat zij tot dezen dag vaa niets Ternomen 
hadden, maar nu hadden gehoord, dat de genoemde koopman Fels, 
welke ^e commissie heelt, 200 last rogge heeft gekocht, waarvan hij 
reeds een doel naar Hamburg en Holatein heeft gezonden voor zijn voor- 
deel, nit eigen beweging handel drijvende, daar hij weet, dat in die 
streken bij de tegenwoordige omstandigheden een groot« duurte is, maar 
van de Zweden heeft hij dienaangaande niet de minste commissie." „De 
Poolsche minisier, Baron Gerzdorf, is gisteren bjj mij geweest en heeft 
mg in het geheim medegedeeld, dat de Hoilandsche Staten in hunne ge- 
heime ver^dering de resolutie hebben genomen bevel te geven aan 
hunne gevolmachtigden te Utrecht, dat zij in overeeoatemming met de 
Keizerlijke ministers moeten trachten op alle mogelijke wijzen bij het 
UtrechtBcho congres de noordelijke oorlogvoerenden te verzoenen, waarop 
ik van hem wilde weten, of die resolutie der Staten op voorstel van 
hem, Baron Qerzdorf, was genomen, en hij zeide, dat de Staten dit ge- 
daan hadden, omdat zij er bun eigen voordeel in zagen, en niet op zya 
Toorstol. Hoewel ik te Utrecht reeds vernomen had, dat de Poolsche 
ministers er naar trachten, dat op 't tegenwoordige congres te Utrecht 
een voorstel wordt gedaan over den vrede van den Noordscben oorlog, 
thans is het duidelijk te zien, dat dit op hun voorstel geschiedt, omdat 
mij van de vergadering der Staten tot dezen datum dienaangaande niets 
is medegedeeld, maar, indien de üollandsche Staten nit eigen wil die be- 
doeling hadden, dan zoude mij dit evenzoo z^n medegedeeld als aan 
Qerzdorf." „Maar mijne meening over deze vredeszaak is deze, dat Frank- 
rijk het tbans niet geheel tot een einde van den Noordschen oorlog zt>l 
lat«n komen en koning Augast niet op den Poolschen troon zal in" 
laten, waarby Frankrijk geen gering belang ziet, maar eerder zal v 
Bchen, dat de Noordscho oorlog wordt voortgezet. 

'B-Qravenhago, 17 Febr, „Op bevel van Z. Ta. Majesteit, door Uw 
brief tot mij gezonden, heb ik vele malen de gelegenheid gezocht d 
voerig met den Raad-Pensionaris over Riga te spreken en daarover 
hnnne bedoeling te leeren kennen, maar zijn gewoon talmen in suil» 
delicate zaken heeft mij tot nog toe niet veroorloofd rapport aan het hof 
te doen, maar gisteren was ik gedwongen een conferentie met den Rand- 
Pensionaris te hebben, betreffende de bedoeling van Engeland tot het 
zenden van een eskader en het bevel aan Lord Strafford om hier eeo 
Yoorslel te doen, over hetgeen gij uitvoeriger bericht zult ontvangen in 
een anderen brief en onder alle gesprekken over dit en andere onderwerpen 
had ik een uitvoerig discours met bem over Riga; zooals de oekdz mij 



1)6781, heb ik uit mijzelf 
gezegd, of het den 



1 alsof mij dat niet door 't bof was bevolen, 

311 in het bijzonder dea Heeren 

indien .... de stad Kiga op zulk eene 

. wijze vrij werd gelaten, onder Poolsohe protectie, als Danzig enz. Zie 
Galófkien's brief aan Koerikien, van 15 Januan. ,Ën hierop zeide mg 
de Raad- Pensionaria, „Aan alle omstandigheden der tegenwoordige zaken 

'l kan men zien, dat de zeemogendheden niet onderling zoo eensgezind zijn 

< als vroeger en het moeilijk ie Engeland'a bedoeling ten opzichte dezer 
zaak te kennen j maar wat de Hollandere betreft, zij van hun kant zien 
hier zeer hun belang in" ,,en hij zeide dat men eerst moet trachten, 
indien de tijd zelf dat zal toelaten, om zulk een vrede te sluiten, dat 
de Zweed ^stand doet van Biga en LijÖand, waarover hij in twijtêl ia 
en niet gelooft, dat de Zweedache koning zonder LijHand vrede zal sluiten 

\ en in het bijzonder bij de verandering der tegenwoordige zaken tusschen 
hen en Trankrijk en Engeland; hoewel aij het niet met zekerheid kunnen 
weten, toch is er een gerucht, dat tusschen genoemde mogendheden en 
den Zweed een project gemaakt is van zaken van groote gevolgen, het- 
geen mettertijd kan blijken niet alleen tot nadeel der belangen van de 
noordelijke geallieerden maar ook van anderen te wezen." 

'a-Graveiihage, 27 Febr. (10 Maart). ,Wat betreft ora van terzijde 
net de Ëngelsche ministers over Riga te spreken, zooals die oekaz mij 
gelast, heb ik de gelegenheid gehad uitvoerig met den bisschop van Bristol 
over zaken te spreken, maar aan al zijne woorden ziende dat zy er tegen 
zijn gekant, heb ik thans nagelaten verder over dat onderwerp te spreken." 
'e-Oravenihage, f> Maart. „Eu aan alles kan men zien, dat Frankrijk 
en Engeland niet voornemens zijn ona gezamenlijk hunne mediatie aan te 
bieden, maar onze bondgenooten aan ons te onttrekken, ons in oorlog te 
laten en voor hun eigen belang zoowel den Zweed ala Polen tot grooter 
maoht te brengen voor de toekomst." 

Zonder datum, doch 24 April te St. Petersburg ontvangen. „Ik hoor 
dat de Keizerlijke en Duitache miniatera het Utrechtsche congres willen 
afbreken, naar hunne hoven terugVeeren en den oorlog voortzetten, zooveel 
als zg kunnen, maar ik geloof niet, dat dit zal gebeuren, en inderdaad 

. zullen de Keizer en het geheele Keizerrijk gedwongen zijn vrede te sluiten 
op zulke condities, ala Frankrijk dat wonscht, omdat er geen ander 
middel is. Ba het sluiten van dezen vrede zien wij onder het volk meer 
bedroefden dan verblijden en allen meenou, dat de oorlog spoedig zal 

worden begonnen." „Deze onstandvastigheid der Hollanders brengt 

er mij toe om op hen in onze zaken geringe hoop te vestigen en boven- 
dien meen ik, dat zij thans na het sluiten van hun vrede niet zoo gunstig 
gezind zijn voor onze belangen als vroeger, omdat zij gedurende hun 

, oorlog meer behoefte aan ons hadden dan tbans, en, hoewel zij zich niet 
ala anderen ons vijandig bet«onen, toch houden zij zich neutraal en ik 
geloof werkelijk niet, dat zij ons openlijk zullen bijstaan." 

Zonder datum. ,De Heer Baron Latmar, President van BuiteniaudEche 
Zaken, heeft de geheime commissie van de Staten gehad om als uit zich- 



148 

zelf in gesprek den Zweedschcn Minister te kennen te geven, dftt de Statel 
op zijn voorstel volgens het verdeHÜgend verbond nimmer troepen f 
zijn Koning zullen geven en dat Falmqnist nooit eeaige hoop kan hi 
ben op het ontvangen dier troepen, omdat de noordelijke geSUieerdel 
reeds zoo lang eensgezind hunne geneigdheid tot den vrede toonen, ma" 
zijn Koning zich daar stoeds tegen kant en alleen ait hardnekkigheid d 
oorlog voortzet; daarom ziio zij niet verplicht om hèm bij te Btaan, i 
alleen om zijn eigen geneigdheid en tust den oorlog roortzet; en boveit 
dien zeide hij aan Falmquist, dat hij aan den Senaat moest schrgven oi 
zijn Koning meer tot don vrede te stemmen. De lieer Ooes (de HoQ 
gezant ia Denemarken) heeft na zijne aankomst in Holland, tearwijl hj 
reeds eenige weken in zijn huis was, geen rapport aan de Staten gedaai^ 
maar in de vorige week heeft hij over zijne zaken rapport aan de Statut 
gedaan, in wier midden hij in eene geheime vergadering rapporteerde 
dat hij de gelegenheid had gehad om met Z. Ts. Majesteit in particnliei 
gesprek te wezen en volgens dit disconrs bestaat de bedoeling Zijaer T 
Majesteit in het volgende: Op zijn tijd, wanneer de tijd er toe roept oi 
over den vrede van den Noordschen oorlog te onderhandelen, dan wen 
Z. Ts. Majesteit, dat de Keizer en de Hotlandsche heeren bemiddelud| 
zullen wezen, om welke reden Z. Ta. Majesteit hoopt, dat £ 
mogendhedon zonder eenige partijdigheid zullen te werk gaan ; wat Ë 
land betreft, hiervan wil hy niet weten; volgens eeaige handelingen M 
dreigementen van Engeland is het niet zonder gevaar zijne bemiddeSi^ 
aan te nemen, en bovendien zeide Z. Ts. Majesteit in gesprek mot Ooei 
dat hij vau zijn kant bereid is alle zekerheid en geneigdheid tot den Trad( 
te geven . . . ., maar indien alle genoemde mogendheden gemeenschappelgl 
met bedreigingen en vijandel^kheid willen te werk gaan, dan is in zoO 
een geval Z. Ts. Majesteit voornemens om geheel Lijfland en de andefl 
veroverde provinciën te verwoesten, zoodat er niet één steen op d"' 
anderen biyft." 

's Gravenhage, 28 April (9 Mei). ^,In mijn brief met de vorige p< 
heb. ik melding gemaakt van een project tot den vrede in het Noordel 
dat der Staten door den heer Ooes is voorgelegd en hem door het E 
sche Hof ia gegeven: ik voeg eone vertaling er van hierbg," 

Bijlagen. Vertaling van het project van den Deenschen Koning, < 
aan de Staten door hun minister Ooes is overhandigd, vertoefd hobbel 
aan 't Deenecbe hof, in het tegenwoordige jaar 1713, den 27"'°'' Api 
„Protocol, gehouden betreSendo de volgende conferentie van dezen 7' 
April (8 Mei) 1713." „Vertaling van het tractaat, tusschen Polen ( 
Porte gesloten, dat hier is bekend geworden." Uit het Deensche projeo 
„Aangezien de Oottorpsche ministers Toning aan de Zweden hebben ov 
gegeven, niettegenstaande dat zjj van de zijde huns vorsten beloofd h 
den ongeschonden neutraliteit te bewaren en in 't bijzonder Toning i 
aan de Zweden over te geven, is het duidelijk te zien, dat het Ctottor| 
sche hof in alle opzichten door het Zweedsche wordt bestuurd, hetg€ 
zal toenemen naarmate de jonge Hertog ouder wordt, omdat hij Ie Stoi^ 
bolm is grootgebracht en gevoed is met welwillendheidjegensdeZwedeA 



Indien de Zweedache Koning zonder kinderen zal sterven, dan zal de 
jooge Hertog Koning van Zweden worden." ,Het is bekend, dat er een 
natuarl^ke haat tusaohen de Denen en Zweden bestaat; daarom, indien 
het Zweedsche hof het O-ottorpeohe zal beheerschen, zooala dat thans 
inderdaad blgkt te geschieden, of indien Zweden en Slees w^k-Holstein in 
SéoB hand komen...., zal het Deenache land dan zjjn erfelijken en na- 
tuarlijken vijand niet in zijn eigen gebied hebben?" ,Het is hoog tijd, 
dat niet alleen Denemarken, maar ook al zijne bondgenooten, nl. het 
Eeizerrjjk, de zeemogendheden en andere rijken, die belang hebben bg 
het evenwicht in het Koerden, er aan denken maatregelen te nemen om 
deze ongeschikte zaken te voorkomen, aangezien het 't belang van geene 
dezer mogendheden is, dat het Deensche land vertreden wordt en dat één 
hoofd over de drie Noordsche koninkrijken heerscht." „Men moet aan 
de Zweden het eiland Engen, Stralsimd en de andere plaatsen van 
Zweedaoh Pommeren tot aan de rivier Peene zelf afstaan en de overige 
elanden zullen tot Stettin behooren." ,Het Elano veraan sche hnis zal het 
hertogdom Verden hebben." „De koning van Zweden zal aan den Deen- 
Bchen koning de eilanden Ootland, Oeiand, Oeael en Dagö afstaan." „De 
Teaar zal Estland, St. Petersburg, Narwa en Wyborg en Kexholm be- 
houden, bovendien ook dat, wat vroeger tot Rusland behoorde." „De 
koning van Polen zal Polen en Lijfland behoaden, behalve Riga, dat 
eene vrge stad zal worden enz. „Alle Europeesche vorsten en in het 
bgzonder de naburige en in de eereto plaats de zeemogendheden zullen 
nitgenoodigd worden om in dit project te treden en, indien de genoemde 
zeemogendheden dat willen aannemen en medewerken tot de uitvoering 
ervan, dan zal de Deensche koning te hunnen bate den tol verminderen, 
.dis in den Sond wordt betaald," „maar zoo dat de Zweden en andere 
I Tolken den gewonen tol moeten betalen.'' ,Do Tsaar zal hun eveneens 
IQ igaa gewesten eenige voordeelen in hun navigatie en handel toeataan ; 
BTeneana de koning van Polen in Denemarken." 

üit het protocol der conferentie van 27 April „Denzelfden dag te één 
ore in den namiddag werden door de Statenvergadering de ministers van 
Z. Tb. Majesteit, Prins Koerakien, en Van Polen, Baron Gerzdorf ter coa- 
^Qtie geroepen met de gedeputeerden der Staten voor Bnitenlandsohe 
'ïaken." Ook de Ëogelsche gezant was hierbij aanwezig. „Lord Strafford 
ffióde: „Hare Koninklijke Majesteit heeft gemeenschappelijk met do Hoog- 
, mogende Heeren Staten- Generaal het geschikt geacht in de tegenwoor- 
wge omstandigheden aan do Noordelijke oorlogvoerenden een voor- 
'■tel te doen. Aangezien H. Majesteit en de Heeren Staten de rust in 
BoUtein wenschen te herstellen .... en dienaangaande moeite aan te 
.Wenden en zij nu met genoegen hebben vernomen, dat de noordelijke ge- 
.^Uieerden met generaal Stenbock in onderhandelingen zijn getreden, 
tWelke tot dit oogenblik voortgaan, daarom wenschen de genoemde mo- 
gendheden, dat die onderhandeling zoo spoedig mogelijk ten einde mag 
Worden gebracht" „daarbij vragen zij de genoemde ministers der noorde- 
lijke bondgenooten oro rapport te doen aan hunne hoven en elk in 't 
^ijzoDder wegens den groeten afstand hunner hoven thans te schrijven 



3 



150 

aan zgn commandeerenden generaal over de legere, die zicb in Holstein 
bevinden, nl, aan den veldmaarschalk, Prins Ménsjikof, en aan Graaf 
Fleming, opdat zij, gomeenBchsppelijk met de ministers en genero^s van 
Z. K. Majesteit van Denemarken diB genoemde oegotiatie tot een spoedig 
einde trachten te brengen, en de genoemde Lord Strafford en de gede- 
puteerden vraagden om van dit voorstel modedeeling te doen aan den 
gezantschapBaecretaria van Z. K. Majesteit van Denemarken, den heer 
Ton Stokin, omdat zich hier geen andere minister van Doensche zijde 
bevindt." „Over dit voorstel heeft Prins Koerikien beloofd rapport te 
doen aan zijn hof en eveneena aan den veldmaarschalk, Prina Ménsjifeof 
te schrijven." ,De Poolsche minister heeft beloofd hetzelfde te zullen doen 
en daarbij gezegd, dat, zooals hij. Baron Gerzdorf, vernomen had, die 
negotiatie niet ten einde was gekomen door de oatoegeleljjkheid van 
Stonbock." „En daarna is de Zweedsche gezant, Palmqniat, in conferentie 
geroepen, aan nien een voorstel is gedaan van dezelMe kracht." 

Uit het tractaat tusachen Polen en Turkije. ,Do vrede van Karlomti 
wordt aan dit tractaat ten grondslag gelegd" „den Zweedschen Koning 
wordt de vrije doorreis door Polen vergund." „Het getal der begeleide»ij 
Zyner Majesteit zal uit 6000 Torken bestaan, die gedurende hnn gebeel^fl 
marsch verplicht znllen zijn voor al, wat zij noodig zullen hebben, mA 
contant geld te betalen." In het Postcriptnm .- ,De Ottomanische PofÖ^ 
pretendeerde een deel van de Oekrdjna te moeten hebben." De enitra 
slaat zijne mediatie voor tot het herstallen der goede vriendschap tuascIWB 
den Koning van Zweden en onzen Landdag," 

's Gravenhage, 5/IG Hei. „Op Vrijdag van de vorige week is Lord 
Strafford, de Engelache gezant, in conferentie geweest met de gedepntee^ 
den der Staten, by welke ook de minister van den keurvorst, Baron Bat- 
mar, werd geroepen" „en in die conferentie heeft Lord Strafford aan it 
Staten voorgeslagen om — aangezien zijne koningin, zooals Mylord otk 
hare bedoeling aan de Staten in de vorige conferentie had medegedfflH, 
na het slniten van den tegenwoordigon vrede met Frankrijk wenscht rnit 
in Europa te zien — door goede middelen en negotiatie tussehen it 
noordelyke oorlogvoerenden vrede te bewerken, en daarbij vraagde Lord 
Strafford de meening der Staatsche gedeputeerden, hoe men in die noorde- 
lijke zaken moest treden." „Daarna zeide Lord Strafford, dat, indien nHn 
in die Noordache zaken wil treden om een algemeenen vrede te bewerken, 
men de meening en de geneigdheid tot den vrede van alle in het Noo^ 
den oorlogvoerenden moet te weten komen, en wegens de verre afwezig- 
heid van den Zweedschen Koning is het moeilijk daar spoedig bericht 
over te krijgen in het bijzonder door de Turksche zaken aldaar, welks 
eenigszins met dezen oorlog zijn verbonden, en zonder uitvoerig vtm al 
deze zaken te zijn ingelicht, is het thans onmogelijk zich in die Noord- 
Bche zaken te mengen tot het bevorderen van een algemeenen vrede, 
maar Mylord hondt het voor het allergeschiktst om te be^nnen moeite 
te doen om de rust in het Keizerrijk te herstellen en in het bijzonder in 
Holstein, daar Engeland en de Staten door vele tractaten met den Hol- 
atmschen hertog verplicht zijn diens belang te behartigen." ~ 



A 



ISl 



uit de genoemde gedeputeerden der Staten Baron Latmar (van de 
llGelderland) en de Heer van Alphen (van de prov. Holland) dat, 
men een spoedig einde van den Noordschcn oorlog wenecht, waarin 
tM Eeerste het gemeenschappelijk belang der zee mogend heden is gelegen, 
men dan nu in die zaken moet treden tot het bewerken Tan een dge- 
meraien vrede, en in do afwezigheid van den Zweodacbon Koning vinden 
Kg niet het minste bezwaar, omdat, wanneer hier aan de ministers der 
in het Noorden oorlogvoe rende mogendheden een voorstel is gedaan over 
de goede middelen of de mediatie der zeemogendheden en een plaats tot 
liet eongres voor de vredestractaten zat zijn aangewezen, de beide zee- 
mogendheden tegelijkertijd door een expressen koerier bevelen aan hunne 
geianten in Constantinopel moeten zenden om bij de Porte te verklaren, 
dat de zeemogendheden hier gemeenschappelijk aan de Noordsche oorlog- 
voerenden hunne mediatie of goede middelen hebben aangeboden en een 
plaats voor hot congres hebben bepaald en het goed hebben geoordeeld 
aan baar, de Porte, daarvan bericht te geven en bovendien hunne medi- 
atie voor te stellen tassohen de Porte en Z. Ts. Majesteit en de Fooi- 
kroon, en eveneens meenen Baron Latmar en Yan Alphen, dat de 
Ifoordsche oorlog zonder lang gerekt te worden zal eindigen en 
komen, maar, indien de zeemogendheden zich niet in die Turk- 
mengen en den Koning van Zweden vandaar niet doen weg' 
zal het moeilijk zijn een algemeenen vrede in het Noorden te 
n moet men steeds van dien kant onrust verwachten." „Met dit 
der genoemde twee gedeputeerden toonden Lord Strafford en eenige 
len zieh niet instemmend en zij zeiden, dat dit eene zaak van 
_^ duur is en het belang der beide zeemogendheden thans vereischt, 
aai de rust spoedig in Holstein en in het Keizerrijk wordt hersteld en 
eerst kan men in onderhandel ing j tot een algemeeuen vrede gaan 
treden." „En, na vele gesprekken van de eene en de andere zijde, kwa- 
de Staatsche gedeputeerden en Lord Strafford overeen, om den 
Zweedschen minister te vragen en door aan hem gezondene gedeputeer- 
den werd de Zweedsche minister ondervraagd, of bij, Palmquiat, of GCraaf 
Fleming volle instructies beeft van zijn koning tot het aanvangen eener 
raderhandellng tot vredestractaten, op hetgeen Palmqnist den Staten 
antwoordde, dat noch Oraaf Fleming, noch Palmquist meer dan die in* 
ttnioties heeft, welke hij eenigen tijd geleden aan hen had medegedeeld 
over de bedoeling zijns koninga, nl. op welke condities zijn koning vrede 
«ü sluiten en welke preliminaire artikelen hij voor de vredesonderhande- 
lingen wil vaststellen, in de eerste plaats, dat de provinciën welke in 
ket Duïtsche rijk aan de Zweedsche kroon toebehooren, daarvoor behou- 
den blijven volgens den Westfaalschen vrede; in de tweede plaats, dat 
Z. Tl. Majesteit al het in dezen oorlog veroverde teruggeeft, in de derde 
plsats, dat de DeenscLe koning den vrede van Travendal houdt, in de 
lierda plaats, dat koning August den vrede van Altranstadt houdt, maar 
wat de vergoeding betreft van de in dezen oorlog aangedane schade, 
Jaarover zal later worden onderhandeld op het congres, op de plaats, die 
nen daarvoor zal aanwijzen." ,Ën na rele gesprekken kwamen alle ge- 




152 



deputeerden OTcreen met Lord Strafford om eerst te bennen zich n 
te geven aangaande de Holsteinaahe zaken en stelden vast om at 
ministers voor te stellen om de onderhandeling met Stenbock spoedig is 
einde te brengen." , Thans zal ik rapport doen o?er de conferenties i 
den Heer Ooes, welke met hem in de geheime Staten -vergadering 2 
gehouden." „Wat betreft het houden der Oostzeehavens door Z. Ts. 9' 
jesteit, daartoe toonden zg eenïge geneigdheid, zooala de Heer Ooes n 
my dienaangaande heeft gezegd, en vooral de gedeputeerden 
Amsterdam en de burgemeester van Rotterdam," „Eindelijk besloten ■ 
al deze gesprekken daarmede, wat men eerst behoort te doen i 
heele bedoeling van Engeland, Indien het in die zaken zal willen treden.^ 
,En in de eerste plaats heeft Goes mij gevraagd, of ik van 
voornemens beu mijne instemming te betuigen met het project, dat h 
uit naam van het Deensche hof luid medegedeeld, waarop ik hem myaj 
meening zeide, dat ik nietg aanstootelijks in dat project vind, 
beter zoude achten het niet zoo uitvoerig te schrijven, maar kort b 
algemeene termen." ,In de mij gegeven inatmotie, in het 6^= artikel, | 
gezegd, dat, indien de geallieerden hunne mediatie zullen voorslaan en « _ 
Deensche en Poolsche ministers die aannemen, het van de zijde Zijn«~ 
Ts. Majesteit bevolen is eerst de gematatelling te eischen, dat zy bg ie 
vredesonderhandeling welwillend jegens Z. Ts, Majesteit zullen handelen 
en, indien zij dan zullen verlangen, dat ik mij duidelijker uitlaat, of 
men hunne mediatie aanneemt, dan ia het mij bevolen te verklaren, dat 
indien zij de geruststelling geven, dat de erflanden, thans in den oorlo) 
heroverd, bij hun vaderland zollen blijven en niet ais schadevergc 
zullen worden gegeven (en dit als fundament der onderhandeling a 
worden beschouwd), Z. Ts. Majesteit hunne mediatie zal aannemen, du' 
van de andere pretenties op schadeTergoedlng zal op het voorgenon 
congres verklaring worden afgelegd. En ik zal mij aan de vroeg 
oekazen en aan miJDe instructie honden en die ten uitvoer brengen € 
thana zoek ik ijverig een midde! om de mogendheden alhier tot znlkeC 
geruststellende verklaring te brengen of op andere wijze de preliminas 
artikelen vast te stellen en te onderteekenen. En, wel is waar, i 
is hier nog niet direct in deee zaak getreden, maar wanneer zg i 
in treden, vind ik het niet zonder moeite om die zaak naar onze b 
doeling te leiden, het oordeel Tan den boveogenoemden beer Ooes e, 4 
in aanmerking nemende; evenwel zat ik geheel volgens het mij in t 
16^' artikel van mijne instructie g^even bevel handelen." „Hierby ^ 
ik ter kennisgeving op 4éa blad het Deensche vredeproject eu een aj 
Tan dat hof gezonden, welke beide niet het minst verschillen, en i" 
het W' artikel. 

Uit óo bijlage. .Project tot den vrede, van het (Deensche) hof f 
sonden." 

10. De Poolscbo koning moet msdg beheerscher van zgn land wel 
en MDder eenige t^>nspraak op zijn troon bigven. 

2^. Z. Ts. Mt^teit moet, behalve hetgeen vroeger aan d 
kroon heeft toeb^Ktord, Estland bebbai en aOea, wat hg in den t 



Foordïgen oorlog heeft veroverd .... onder deze conditie, dat de Engel- 
ehon en Hollanders vrij hun handel kunnen uitoefenen, 

3*^. De koning van Denemarken zal in ruil voor het hertogdom Slees- 
igk-Holatein Bremen en Verden geven. 

¥'. Pomnieren moet aan de macht van den Keizer worden overge- 
leven, welke met die provincie zal kunnen handelen, zooah hij dat goed 
ttl vinden." 

< „In de mij gegeven instructie ie het IS''*^ artikel: ,Maar indien de 
oinistera van Z. Ta. Majeeteit's bondgenooten, nl. de Pooleche en de 
lleenache, tengevolge van eeu voorstel van Frankrijk en Engeland alléén, 
xa de ééne zijde, oF van atJe geallieerden, aan de andere zijde, hem 
Bededeelen, dat zij zeer geneigd zijn om de mediatie van de eene of de 
indero zijde aan te nemen en die modiatoreu zich niet tot het in art. 6 
jer inatructie genoemde willen verplichten, dan moet gg, zonder die 
pmststelling als eersten grondslag, de preliminairen niet aannemen." 
, 's Gravenhage, 2/13 Juni. „Gisteren werd ik door de Staten- vergade- 
IJng tot eene oonferentie uitgenoodigd en eveneens de Poolache miniater. 
Baron Gerzdorf, en van het voorstel, dat door de gedeputeerden uit de 
stalen \s gedaan, zend ik U hiernevens het protocol. Ten gevolge van 
Kt alles wordt vereischt moeite aan te wenden bij het Deensche hof om 
1^ goede wijze alle oneenigheden met den Eolsteinschea hertog te doen 

Ï houden en daardoor de rust in Holatein te herstellen en daarom heb 
aan den heer gezant Dalgaróekij geschreven, hem dit alles uitvoerig 

Bededeelende." , Bovendien moet ik hierbij van mijne zyde rapporteeren 

)at, indien de Deensche koning de landen van don Holateinschen hertog 
«et spoedig zal teruggeven of volgens zijne bedoeling dezen zomer de 
JMting Toning blokkeeren en, na die te hebben veroverd, verwoesten, 
wt zeer is te vreezen, dat de zeemogendheden gemeenschappelijk, even- 
Bens de Hanoveraausohe keurvorst en vooral de Pruisische koning maat- 
kegelen tegen do bedoeling des Deenechen konings zullen nemen, uit 
^telk begin voor alle Noordsche geüUieerden schadelijke gevolgen kunnen 
Voortvloeien," „Hoewel het Engelsche hof de bedoeling had en heeft om 
nch in de Noordsche zaken te mengen, kan het geen middel daartoe vin- 
Bea, daar het ziet, dat de koning van Zweden er geen geneigdheid toe 
«toont. " „Wat het aanwijzen van een plaats voor het vredecongres be- 
trefl;, doe ik, zooveel als ik kan, door een derden persoon moeite om 
Danzig daarvoor te doen bestemmen, maar ik zelf kan niet openlijk in 
ne zaak optreden, omdat, als ik met hen over bet kiezen van een plaats 
iDnde apreken en er van mijn kant een voorslaan, de mediatie dan reeds 
bude geaccepteerd zijn en het daarna moeilijk zoude wezen van de media- 
Oren eene geruststelling te verkrijgen over de erflanden." 
, 'b Graven hage, 5/16 Juni, „De Poolsohe minister, Baron Gerzdorf, heeft 
lij een bevel van zijn koning medegedeeld, nl. dat het hem is bevolen 
tol de Staten te vragen, of, indien hij zijn contingent zal geven en 
Dvendien hulptroepen aan den Keizer tegen Frankrijk, dit den Staten 
(et nadeehg zoude wezon, omdat de Staten reeda vrede met Frankrijk 
ibben gesloten," „waarop zij aan Gerzdorf hebben geantwoord, dat zjj 



154 



thans in even goede yriendsohap met den Keizer als met Frankrgk zp 
eu, om geen ua|jyer te veroorzaken, niet in die zaken vnlien treden." 
„Do Deenache minister heeft gisteren, na zijn terugkeer hierheen van 
het hof, met mij eene partiouliere conferentie gehad, waarin hg ml 
uodedeeling deed van de instructie van zijn hof en mij bovendien de be- 
doeling van zijn koning te kennen gaf, dat, indien de zeemogendheden 
hunne modiatie zullen voorslaan en verlangen, dat er eene plaats voor 
hot congres zal worden aangewezen, Z. E. Majesteit het dan goed aeht 
daartoe de stad Lubeck te bestemmen, bovendien deelde hij mij in het 
diepste geheim mede, dat zijn koning hem bevel en permissie had ge^ 
geven om, de tijdsomstandigheden in aanmerking nemende. Lord Strafford, 
don bisschop van Bristol en eveneens andere invloedrgke personen in 
deze Republiek tot de Deensche belangen over te halen en geldgeschenken 
aan hen te beloven, in 't bijzonder aan Lord Strafford, die alle madil 
in deze zaken heefk, en hjj deelde mij mede, dat zij van hun kant voor* 
uomens zjjn aan hem alléén 20000 thaler te beloven, welke hg met dd 
andere ministers van zgn hof zal doelen enz. AJefeld vertelde ook aaa 
Koerdkien, dat de Poolsche minister bevel van zgn hof had ontvangen ^ 
om op dezelfde wijze genoemde hoeren om te koopen. ,En genoemde ^ 
Alefeld vraagde mij, of ^ ook een oekdz van 't hof heb om zulke geld- -'] 
geschonken te geven, waarin hij voordeel meent te zien, en hg zeide,dit ' 
alle partyen b|j overeenkomst gelijke geschenken moeeten geyen en in 
het byzonder aan Lord Strafford, zoodat de drie mogendheden gemeen» 
schappelijk 60000 thaler geven, omdat de Engelsche ministers met een 
kleine som niet tevreden kunnen worden gesteld." ,Ik heb op al dio 
voorstellen aan Alefeld gezegd, dat ik geen oekdz heb, en daarop Tiaagde 
hy my om naar mgn hof te schrijven." „Wat mg betreft, gdoof ik, dit 
zonder goldgeschenken het zeer moeilgk zal wezen om de Ëigelsche mi- 
uistors, die alle macht in zaken hebben, en zoo ook de andoen tot ons 
belang over te halen, aangezien ik nu te Utrecht genoeg heb gezien, dit 
er geen geringe geldsommen door de handen der Engdsehe gesuiteB 
gingen." Over de aan te wgzen plaats tot het congres: „Mg beredt de 
oekdz, dat het te Danzig moet wezen; Baron Alefeld he^ berd Tan het 
Deonsche hof, zooals hierboven in dezen brief is vormeld, dat het Lnbeek 
moet zgn; de Poolsche minister Gerzdorf stelt Hamburg voor en Tenet 
zich zeer tegen mijne bedoeling en doet alles om te Terhinder^ dat het 
Danzig zal wezen; genoemde Gerzdorf handelt betreflende het 
voorstel en het congres zoo snel, dat hg geenerlei g&nastMDeodB 
klaring verlangt en ge^ne modte doet omtr^t de preli] 



on bij haast zich zooveel mogelgk en tracht allen er toe te bvengen, 
spoüdig iu nogotiatie te treden, maar Baron AlelUd is het met mg c 
on wil uiet op zulk een snelle wgze handelen." „De Poolsefae 
De l'Ormo hoefk een brief aan den Poolsehen gezant alhier gesehreTen, 
waarin hy mededeelt, dat de koningin door den Staatssecretaris aan de 
ministers dor noordelgke» oorlogvoerende mogendheden heeft v^rkkaid, 
ilat zU do ernstige bedoeling heeft om gezameiügk met Frankrgk en Hol- 
land d^ vrede lu t Noor^ te bewetken." 




_lage: Een Franache brief van De l'Orme, Londen, 29 Mei (9 Jnni). 
'8 Graveohage, 16/27 Juni. „Hier is met de vorige post in geheime 
brieven uit Franlirijk het bericht gekomen, dat de RuBsiBohe koning in 
iDiiintJB is getreden met Frankrijk, Zweden e. a." „evenwel kan ik niet 
TBTïekeren, dat dit werkelijk tnsBchen die hoven is geschied. " 

Bijlage. ,Plan dor alliantie, die gealoten zoude wezen tusschen Prank- 
njk, Zwedsn en het Pruisische hof, waarin ook de hertogen van Hol- 
Mffln, Mecklenburg on HesBen-KaaBol zijn opgenomen." De korte inhond 
hiervan ia: De koning van Pruisen verbindt zich om de Denen te dvrin- 
gen het hertogdom Holstoin tanig te geven, Broraen aan zijn vroegeren 
bezitter af te staan en vrede met Zweden te sluiten ; te Wismar en elders 
m1 PrniBisch garnizoen worden gelegd on geheel Porameren zal tot het 
tinde van den Noordschen oorlog door Pruisen worden behouden. Fran- 
krijk en Holstoin garandeeren dit. Frankrijk zal aan Pruisen troepen 
geven om eenige Poolsche plaatsen in bezit te nemen. Zweden zal Stettin 
aan Pruisen afstaan. De landgraaf van Hessen-Kasael zal aan Pruisen 
hnlptroepen geven ; Pruisen en Zweden zullen een der zoona van den 
Landgraaf tot hertog van Koerland maken." 

's Gravenhage, 24 Juni (5 Jali). Frankrijk en Engeland hebben geza- 
menlijk het plan gemaakt een vrede in het Noordon ta bewerken. Zoo 
het niet gelukte een algemeenen vrede tot stand te brengen, wilden zij 
althans maken, dat Denemarken een particulioren vrede mot Zweden sloot. 
Frankrijk en Engeland willen maken, dat do Prins van WaloB naar En- 
geland terug kan keeren. Zij worden gedwarsboomd door den voortdu- 
irenden oorlog tnaschen Frankrijk on den Keizer en meenen hunne be- 
langen te kunnen bevorderen door Zweden machtiger te maken. Daartoe 
willen zij den vrede tusschen Zweden en althans ééa der geallieerden be- 
werken; als er een vrede tnaacben Zweden en Denemarken tot stand 
komt, zal — volgens het plan van Frankrijk en Engeland — Bremon 
en Vorden in de macht dor Donon blijven (of door Denemarken met 
Holstein-Gottorp worden gemild), maar daarvoor moot do koning van 
Denemarken zich verbinden tweedracht in het Duitsche Rijk te stoken 
Hanover in toom te houden. Frankrijk en Engeland garandeeren den 
B&tand van Bremen en Verdon aan Denemarken en zullen ook Holland 
tot die garantie dwingen." 
'B-Gravenhage, 25 Jnni (6 Juli). Er is eene conferentie geweest tusschen 
rafford en de gedeputeerden der Staten. Strafford hoeft voorgeslagen, 
dat de beide zeemogendheden gezamenlijk een plan zullen raaken van een 
Vrede in het Noorden; indien de ééno partij dit plan aanneemt en de 
tndere het verwerpt, dan zouden Engoland en Holland tezamen de 
weigerende partij tot dien vrede dwingen. De Hollandsche gedeputeerden 
Kiden, dat de Staten zeer gaarne met H. K, Majesteit zich willen mengen 
in de zaken van het Noorden, maar niet anders dan door onderhandelingen 
volstrekt niet op gewelddadige wijze. „En gij znit uit deze bovonver- 
nelde verklaring der gedeputeerden uit do Staten gelieven te zien, welk 
goede en welwillende bedoeling de Heeren Staten ten opzichte van 
Tb. Majesteifs belangen hebben." De Eoizorl^ke en HanoveraanBche 



I 



^^H^ Er geland 

^^^h hnnne wi 

L 



1S6 

gezanten zijn niel tot deze conferentie 
men, dat Engeland alléén met Ei 
zaken wil mengen. 

'B-GraTenhage, 27 Jnnj (8 Jnli). ,Nog moet ik Uwe Excellentie 
om Z. Tb. Majesteit te verzoeken, dat de genomen schepen der Hollf 
Bche kooplieden in vrijheid norden gesteld en daardoor aan de Hr~ 
Staten genoegdoening wordt gegeven, maar in 't vervolg is bet 
zalke twisten te vcrmijcleo en den Hollanders rolkomcn vrijheid te gei 
omdat het bij de tegenwoordige omstandigheden zeer gevaarlgk is, 
znlke handelingen bier wantrouwen te verwekken." 

Bijlage bij dezen brief: Protocol van de conferentie tusschen de | 
puteerden der Staten, Koerikicn, de Poolsche en Deensche mir- 
gehouden 26 Juni (7 Juli] in het locaal ,De Tref". DeEngelsehe^ 
en onze gedeputeerden zeggen aan Koerükien, Alefeld en Gertdori^ 

jiendheden reeds vaak hunne goede middelen tot het bevordom 
vrede in het Noorden hebben aaageboden, dat z^, de minislen 
der Noordsohe geallieerden, steeds hunne geneigdheid tot den vrede hadden 
betoond en beloofd het aanbod der zeemogendheden aan hunne hoven ts 
rapporteeren, maar nog nooit hadden geantwoord, of men de goede 
middelen der zeemogendheden aanneemt. Maar nu had Strafford, opbevd 
van zijn hof, opnieuw met de Staten over deze zaak gesproken enhaaiH 
instemming verworven om weder hunne goede middelen aan de in het 
Noorden oorlogvoerenden aan te bieden. Op dit voorstel gaf de Prini 
Koarakien ten antwoord, dat hij er niet aan twyfelde. of die goede mid- 
delen zouden zijn meester aangenaam zijn. De 1'oolsohe minister naro de 
goede middelen der zeemogendheden aan, eveneens Alefeld. 

Tweede bijlage: Aanmerkingen op het protocol. 

Derde bijlage: Rapport aangaande de zaken van den Noordschen oorlog, 
O. a. „Volgens de mij gegeven instructie is het mij verboden de mediatie 
of goede middelen aan te nemen, indien de zeemogendheden niet, zondar 
dispnut, instaan voor het eeuwige bezit der erflanden door Z. Ts. Majea- 
teit . . . ., aangaande hetwelk ik herhaaldelijk aan de gedeputeerden iet 
Heeren Staten en Lord Strafford heb voorgesteld, dat zij zulk eene ge- 
ruststelling zouden geven en ons daardoor grooter Inst of geneigdheid 
tot het treden in vredesonderhandelingen zouden geven, waarop zg mi| 
hebben geantwoord, dat zij zulk een gernstHfelling vóór het in onderhan- 
deling treden niet kunnen geven, omdat mediatoren zich neutraal moeten 
honden." 

'b Gravenhage, 30 Juni (U Juli). „Gisteren heb ik vóór het vertrek 
dezer post getracht met de eerste personen in deze Republiek te spreken 
en hunne werkelijke bedoeling aangaande de Noordsche zaken te weten 
te komen." Koer^kien vraagde hen, waarom zij zoo overhaast in de 
Noordsche zaken wilden handelen en welk belang zij daarbij hadden 
„waarop zij mij antwoordden, dat zij dit alleen voor den schijn doen, om 
Engeland genoegen t« geven, en niet met ernstige bedoelingen, maar 
hunne werkelijke bedoeling ia om zich geenszins in die Noordsche zaken 
, en bovendien verzekerden zij mij, dat z^ ïu deze geheel zaak 



^ 



nllen talmen en dat het zeer wel mo^lgk zal wezen haar van tijd tot 
^d te Terachiiiven, hetgeen tevens met Z. Ts. Mojeateit's belangen zal 
mereenkomen, en zij vraagden mij, dit in het diepste geheim te bewaren." 
Qravenhage, 3/14 Juli. ^hier komen vele klachten van kooplieden, 
op de Oostzee handelen, tot de Staten, dat hunne koopvaardij schepen 
ioor Busaische kapers zjjn genomen." 
'b Graven hage, 7/18 Juli. „En eergisteren is de Pensionaris der stad 
materdam, Baa, b^ mij geweest, opzettelijk door zijne stad gezonden 
n over deze zaak een gesprek te voeren en in de eerste plaats zoide hij, 
it zij zich in alle zaken niet alleen welwillend voor de belangen Zijner 
). Majesteit hadden betoond, raaar zelfs als zijne bijzondere vrienden, 
MI dürentegen van den vijand Zijner Ta. Majesteit in den handel teel 
Bhade hadden geleden" enz. Ook zeide Bas, dat er 
brlog tUBSchen Zweden en de Kepubliek te voorzien is 
iet hadden verwacht, „dat zulk eene vijandelijkheid as 
taten zonde bewezen zijn en de echcpen hunner onderdanen verbrand 
de daarop dienenden gedood zouden wezen en de overige in arrest 



1 't vervolg een 
en dat de Staten 
1 de Hollandsche 



's Gravenhage, 11/32 Juli. Onderbandelingen over een bandelstractaat 

t Holland. Met bijlagen, o. a. „Project van een defensief verbond tus- 

bben Z. Ts. Majesteit en Hunne Hoogmogendheden, de Staten-Oeneraal 

ar Tereenigde Nederlanden." 11/22 Juli. Uit dit project: Art. 2. „Zoo- 

eel eenigsziuH mogelijk is zal elke der contracteerende partijen zich met 

1 hEire krachten inspannen het nut en voordeel der andere en harer 

mderdanen te zoeken, evenals baar eigen (voordeel)" enz. Art. 5. „Indien 

Ib vrijheid van handel en navigatie op de Noord- en Oostzee zal ver- 

ntruBt worden, of indien de genoemde contracteeren de partijen Z. Ts. 

bjesteit eu Hunne Hoogmogendheden, hunne gebieden en onderdanen 

Bllen veroDtrust worden en belemmerd in den vrijen handel en navigatie 

( de Noord- en Oostzee tegen de gewoonte on de rechten der volken, 

aa zal de boleedigde partij daarvan kennis geven aan haar bondgenoot 

vervolgens zullen zij gezamenlijk den aanvaller op goede wijze ver- 

nen daarmede op te houden en de vrijheid van handel en negotiatie 

herstellen, opdat het niet noodig zij geweld en wapenen te gebruiken, 

iBT indien de aanvaller en belemmeraar de genoemde commertie en 

uvïgatie niet vry laat en zich niet door vriendschappelijke vermaningen 

■at bewegen, dan is tusschen Zijne genoemde Majesteit en Hunne Hoog- 

Dogendheden de overeenkomst gesloten om van hunne zijde alle mogelijke 

nachten aan te wenden tot herstel en behoud der bovengenoemde com- 

en navigatie en de wapenen neder te leggen, eer een waardige 

lës&ctie aan de beleedigde partij zal gegeven zijn en de vrijheid van 

commertie en navigatie hersteld en tot den ouden toestand gebracht 

_Bn," Art. 6. „Indien het mocht gebeuren, dat Z, Ta. Majesteit en 

binne Hoogmogendheden om andere redenen in oorlog komen, dan die, 

Bike hierboven zijn genoorod, met welke mogendheid het ook zij, en bet 

agelijk bleek dien oorlog door goede middelen te doen ophouden, 

zullen beide centraeteerende partyen elkander helpen op die wijze, 



158 

welke later meer in bgzonderheden zal worden bepaald" enz, Zooala uit 
den brief blijkt, zendt Koerfikida dit door hemzelf opgestelde ontwerp 
aan Oalófkien, opdat — wanneer het haadeletractaat tot atand ie gekomen — 
dit door een defensief Terbcnd soude bevestigd worden. 

'a Gravenhage, 3/12 Aug. „De DeenBche minister, Baron Alefeld Ïb bij 
mij geweest en heeft mij kennis gegeven van een brief van dea Deensohen 
minister te Weenen aan het Keizerlijk hof, dat dien Deenschen en ook 
den Poolschen minister de modiatie van den Keizer is voorgeslagen tot 
een vrede in het Noorden, maar in 't bijzonder tot het heratellen da 
rost in het Keizerrijk, en dat de Keizer aan allen, die or belang bjj 
hebben, Brunswijk ala plaata voor het congres voorslaat," „EergiBtereii 
ben ik opEettelijk over deze zaak in conferentie geweest met den Raad- 
pensionaris en in de eerste plaats verlangde ik van hem te weten, of 
den Staten hiervan door 't Keizerlijke hof mededeeling is gedaan en of 
de Keizer hen daartoe uitnoodigt tot algemeene overeenstemming. Hierop 
zeide mij de Raad-PensionariB, dat hij door de correspondentie ''~" ""' 
landaehe ministers van die zaak was ingelicht, maar dat huE 
Keizer dienaangaande geeneriei verklaring was gedaan. Bovendien wenschte 
ik ook van den Raad -Pen aionaris hunne ijedoeling te vernomen, of is 
Staten — indien de in het Hoorden oorlogvoerende mogendheden li» 
Keizers bemiddeling aannemen — hnn minister naar de aangewezen plaats 
Brunswijk zullen zenden en of deze gemeenschappelijk met de KeizerlijliB 
ministers mediateur kan wezen, aangezien de zeemogendheden eveneeiu 
hunne goede middelen hebben voorgeslagen. Op mijn vraag antwoorifc 
de Raad-PensionarJB mij, dat hij mij thans zijne werkelijke meening in 
deze zaak niet kan m^edeelen, eer hij de bedoeling der Heeren Stala 
kent" enz. ,wat het zenden van hun minister naar Brunswgk betreft, 
daarover kan hij nog niets weten, maar, zooals hij meent, zullen da 
Staten zoowel als Engeland gedwongen z^n zich tegen hun wil in Si 
Noordsche zaken te mengen ter wille van hunne oommertie op de Oostzee, 
„Bovendien zeide hij, dat er nooit een geschikter gelegenheid gewent i 
was of wezen zal voor Prankr^k om zich in de Hoordsche zaken te 
mengen, als nu door dit voorstel van den Keizer, omdat Frankrgk thaM 
beter de gelegenheid zal hebben op dezelfde wijze zijne bemiddeling aan 
de Noordache mogendheden voor te slaan, en indien deze door een wordt 
geaccepteerd, dan kan dit voorbeeld navolging vinden; maar, wanneer 
ÏFrankrijfc — zeido hij — zich in die zaken mengt, dan heeft men niat 
veel goeds te verwachteu voor do belangen dor noordeljjka geallieerden 
en om dit te voorkomen ware het beter een middel te zoeken om de 
1 den Keizer en van Frankrijk te vermeden en dan zonden 
die zaken geschikter tot een goed einde kunnen 
brengen." „Naar den toestand van al deze zaken deel ik U hierbij mijne 
meening mede, dat, indien Zijne Ts. Majesteit de Keizerlijke mediatie 
gelieft aan te nemen, de Zeemogendheden daarvan niet worden uit- . 
gesloten." J 

Bijlage: „Kayserl: Rescripti an den Fürsten zn Lövreastam," SO I 
Jaü 1713. ■ 



'a Gravenhage, 8/19 Aug. „ik kan U de verzekering geven, dat de 
Heeren Staten van dit land zich geenszins gewelddadig in do zaken van 
het Noorden zullen mengen en iiich tot goede middelen door negotiatie 
tullen beperken." „maar, wanneer deze Republiek zich voortdurend van 
etke gewelddadige inmenging in de Noordsctie zaken onthoudt, dan meen 
tik, dat Engeland alleen, ook al had het vijandige bedoelingen tegen het 
Xoordscbe verbond, toch niet werkelijk in die zaak zal kunnen treden." 
,0. B. een gesprek tusschen Strafford en Eoer&kien. „En daarna sprak 
hg met mij over een vrede in het Noorden en in de eerste plaats zeide 
liij, dat van de zijde van Z. Ts. Majesteit en zijne geüllieerden voorstellen 
gedaan waren, volgens welke zij in die zaken konden treden, omdat de 
Kweedsche minister reeds voorstellen van zijn kant had gedaan. Baarop 
ik hem geantwoord, dat er niet het minste uitzicht is, dat de vrede 
't Noorden tot stand zal komen volgens de door den Zweedsohen 
[ezant gedane voorstellen en, al waren er van de zijde Zijner Ts. Majea- 
en zgne geallieerden ook vooretellen, dan zoude het toch onmogelijk 
in die negotiatie te treden, indien van de Zweedsche zijde geen 
:& voorstellen werden gedaan met concossies aan elk der geallieerden 
hnn genoegen." „"Wat het onderhandelen over de preliminaire arti- 
kelen tot een vrede in het Noordon betreft, zal ik met allen gver nn en 
bter mijn beat doen, doch ik zie aan alle handelingen van den Zweedschen 
minister, dat hij zonder instructies en volmacht van ziju koning niet in 
zaken kan treden." 

) Oravenhage, 29 Aug. , Doordat de Foolscbe minister. Baron 0erzdorf, 
klit den Haag afwezig is, hebben wy nog geen gemeenschappelijk overleg 
ihouden, welk antwoord wij aan de zeemogendheden moeten geven op 
inne voorstellen, en wanneer ik met de Foolscbe en Deensehe ministers 
ivereen ben gekomen, dan zullen wij eenstemmig antwoorden." Volgens 
1. Tfl. Majesteit gezonden bevel belooft Koerakien er naar te 
rachten, dat hij de mediatie kan verwerpen, maar de goede middelen 
annemen, ,doch — schrijft hij — dit is niet zonder bezwaar, omdat 
!. Keizerhjke M^esteit zijne mediatie heeft voorgeslagen en ik weet niet, 
f dat hof in zijn voorstel dezen term wil veranderen on slechts zgne 
'e middelen aanbieden. Ën indien dat hof zich bieraan wil houden, 
zullen ook anderen zijn voorbeeld volgen en zal ook Frankrijk zonder 
vgfel door Engeland en Zweden tet die zaken worden toegelaten." 

Oravenhage, 8/19 Sept. Den vorigen Woensdag waren de minister 
den Keizer en de gezanten van Duitsche vorsten tot een conferentie 
IBToepen, in het locaal de Tref, met de gedeputeerden der Staten, in 
Bgenwoordigheid van Lord Strafford. De zeemogendheden boden den 
ir en het Eeizernjk hunne goede middelen aan tot het bewerken 
den vrede met Frankrijk. De Duitsche gezant. Baron Heems, ant- 
roordde, dat hij bevel van zijn bof had ontvangen om op het voorstel 
er zeemogendheden te antwoorden, ,.dat de Keizer en het Keizerrijk 
och hier noch op eenige andere plaats door het voorstel der zeemogend- 
eden in eenige negotiatie met Frankrijk zullen treden en geen iroede 
liddelen Tan de zeemogendheden verlangen, omdat zij, Z. 



160 1 

Majaateit, hun TOornaaniBten bondgenoot, en het Keizerrijk jn oorlog 
latende, een particulieren vrede hebben geslotea," „Dit voorstel is gedaan 
op vfensch van het EngeUehe hof, maar de Heeren Staten hebben er 
ToiBtrekt geene ingenomenheid mede en wenschen eerder, dat de Keizer 
door het voortzetten van den oorlog een eervoUen en Toordeeligen vrede • 
met Frankrijk zal kunnen iluiten." „Ook zal ik mededeelen, dat dit I 
verbod te Ëeval van den graanhandel groote ontevredenheid tegen om 
zal veroorzaken, en wker zal de slechte meening toenemen, en in het 
bijzonder moet de stad Amsterdam zich over dit verbod van graanhandet 
ontevreden toonen; daarom vraag ik dienaangaande om den zeer geni- 
digen Souverein te verzoeken dea graanhandel te Revai aan de HollandBche 
kooplieden te veroorloven." Een paar weken geleden heeft Koerdkien, m 
daartoe van 't hof bevel te hebben ontvangen, zoowel den Raad-Penaionarii 
als Lord Strafford, in het bijzonder medegedeeld, dat hij op het voorstel 
der zeemogendheden moet antwoorden, dat Z. Ts. Majesteit niet nl 
weigeren hunne goede middelen gemeenschappelijk met zijne bondgenoaten 
aan te nemen, maar dat de Pooleche en Deensche ministers hunne tse- 
stemming daartoe nog niet hebben gegeven. 

'b Öravenhage, 22 Sept. (3 Oct.). De zeemogendheden hebben den 1' 
Sept. in eene conferentie aan Koerdkien en den FoolBcheD gezant 
wapenstilstand voorgeslagen. De Deensche gezant was ongesteld. 
Koerdkien zeide dit voorstel niet aan zijn hof te willen overbrenf 
„maar, indien zij dit aan Z. Te. Majesteit willen voorslaan, dan 
zij dit door bonnen daar reeideerenden minister doen. Baron 
nam op zich het voorstel aan zijn hof te rapporteeren. ^ 

's Glravenhage, 29 Sept, (10 Oct.). ,lk heb Uwer Excellentie's aüaf- 
ven, onder n". 22, van den b^" Sept. uit St. Petersburg ontvangen 01 
den inhoud daarvan aldus begrepen, dat het beter is, dat ik den Baad- 
Pensionaris niet opzettelijk over de Keizerlijke mediatie spreek, wantdat 
die nuttiger ia voor Z. Ts. Majesteit's belangen dan de Fransohe SD 
Engeleche en HoUandsche, en dat ik thans moet zien, welke stappen 
Zweden hierin zal nemen en wat het op het voorstel van den Eóaerol 
antwoorden." „Behalve al deze goede diensten der Heeren Staten aan de 
belangen Zijner Tsaarsche Majesteit hebben zj) ook nog, op het veleaan- 
dringen van Engeland, reeds schriftelijk aan Lord Strafford verklaard — 
als antwoord op zijn memoriaal, — dat zij besloten zijn zich op geenerlei 
gewelddadige wijze in de zaken van het Noordon te mengen." Vereer 
schrijft Koerdkien, dat deze handelwijze der Staten ook in hun ugm 
belang is, omdat zij door Engeland genoodzaakt zijn geweest een nadee- 
ligea vrede met Frankrijk te sluiten en daarom zeer bevreesd zijn, (Ut 
Frankryk en Engeland hun dwang zullen aandoen, aangezien deze mo- 
gendheden er gemeenschappelijk naar streven afbreuk te doen aan den 
handel der Republiek en er intrigues aan het licht zijn gekomen, dat 
Spanje in verstandhouding met Engeland nog geen vrede stuit met de 
Staatsche ministers en aan Engeland eerst den tijd wil geven zijne com- 
mertie in het Spaansche rijk op goeden grondslag te vestigen, „Even- 
eens z^n de Uollandache Heeren Staten ten zeerste in openlijke vijand- 



iril 



p met den ZweedBchen koning door hun vele bewijzen Tan genegen- 
jegena de belangeu Zijner Ta, Majesteit en in het bijzonder door de 
reche zaak." „Het aannemen der Keizerlijke mediatie is in de maoht 
[ifoordsche geallieerden bij algemeene overeenstemming en in die van 
:egeapartij, en ik twijfel er aan, of de geallieerden van Z. Ts. Maje- 

wel alleen de mediatie van den Keizer zouden willen aannemen, 
it zij zien, dat de Keizer niet in staat en bij krachten is om die zaak 
ich te nemen, en de zeemogendheden niet willen verbitteren." Boven- 

hebben de Poolsche en Deensche ministers reeds de goede middelen 
zeemogendheden geaccepteerd. Yerder schrijft KoerAkien, dat Zweden 

in die vredesonderhandelingen zal treden, zonder de mediatie of 
e middelen van Frankrijk en zijne ministers slechts naar znlk eene 
ts tot een congres zal zenden, waar ook de Fransche ministers knn- 
komen. , Gelief Ie bedenken, dat do zeemogendheden een verdedigend 
ond met de Zweedsche kroon hebben en dat zij, indien men hunne 
e middelen afslaat, wel tegen ons in verbittering kannen geraken en 

hunne verplichting door genoemde tractaten in alles kunnen na- 
en." „Ik zoude wel aan iemand willen vragen, wie of beter in staat 
aa een der noordelijke oorlogvoerende partijen voordeel of nadeel te 
1, de Keizer of de zeemogendheden. Ik twijfel er niet aan, dat elk 
zonde antwoorden, dat niet de Keizer, maar de zeemogendheden in 
t zijn voordeel of nadeel te doen, omdat zij de handen vrij hebben 
niet, als de Keiiter, in oorlog zijn betrokken : bovendien kunnen de 
logendheden zoowel den Decnschen koning als anderen ter zee schade 
kkenen." „Eveneens maak ik gewag van de bedoeling Zijner Ts. 
ssteit om met deze negotintie geen haast te maken, maar aan te zien, 

de zaken zullen loopen ; dat de goede middelen der zeemogendheden 
lijk met die van den Keizer worden aangenomen, is mijns inziens het 
3 middel om die negotiatie te rekken, omdat zij eerst nog een ge- 
ien tijd znllen noodig hebben om het eens te worden over de plaats, 
r het congres zal worden gehouden." „Siel alleen ik, : 
Qsche en Poolsche ministers hebben moeite gedaan oi 
eet van den Zweedschen minister schriftelijk in hantleB 
leen ons niet is gelukt, omdat het alloen in handen v: 

en niet van de Staten is. Lord Strafford heeft het aan de gedepu- 
len getoond en zij, die het hebben gelezen, hebben ons medegedeeld, 

de inhoud er van van die kracht is, dat van het "Westfaalsche trac- 

af alle tractaten, van Oliva, van Alten, van Travendal en Altraa- 
t hunne volle kracht behouden en dat alles, wat in den tegenwoor- 
n oorlog door do Noordsohe geallieerden is veroverd, aan de Zweed- 
I kroon wordt teruggegeven." ,Het is mij bevolen te informeeren, of 
Hollandsche kooplieden in Frankrijk, in Engeland en andere landen 
iveel tol betalen als de onderdanen dier landen, dit kan ons echter 

tot voorbeeld strekken, omdat hier in alle rijken tarieven zijn vast- 
eld, waarin de tol op de verschillende wai-en is bepaald, aangezien dit 

den tijd verandert, naarmate van het toenemen der verschillende 
m industrie (manoefaehtoer)." 



r ook de 
i het vrede- 
1 te krijgen, 
1 Lord Straf- 



L 



163 

'b öravenhage, 9/20 Oct. De heeren van Alphen, Eaad-Penfliouara 
Heinsins en Tan Barmttnia hebben, als gedeputeerden uit de geheime 
Statenvergadering eene conferentio met Koerikien gehad. ïlij betuigden 
hnnne ontevredenheid over het overgeven van Stettin aan den koning 
van PruÏBen en den hertog van Holstein. „Daarna kwamen ook de Kei- 
zerlijke, Deensche en Hanoveraansohe minieters bg mij en spraken allen 
bijna in denzolfden geest en toonden zich zeer ontevreden, dat Stettin 
alleen aan den Pmisischen koning en den hertog van Hohtein was over- 
gegeven." 

'a Öravenhage, 16/27 Oct, Eoer&kien schrijft, dat de Taaar, indien hg 
dit vdl, zeer goed alleen de mediatie van den Keizer kan aannemen, dam 
de Jteemogend heden slechts goede middelen en geen mediatie hebben voor- 
geslagen. ,Maar. wanneer de Keizer alg bemiddelaar zal aangenonm 
wezen, dan zal hij gebieder in die gebeele onderhandeling zijn." 

's Qravenhage, 24 Nov. (5 Dec.), ,Lord Strafford zal in twee weken 
nog niet nit Engeland temgkeeren, maar men verwacht nog eer, dat hij 
tot Kerstmis zelf daar zal vertoeven, en gedurende zijne afwezigheid ge- 
wagen noch de Staten, noch de Keizerlijke mtnieter ieti verder over eoi 
algemeenen vrede in het Noorden." 

'b Öravenhage, 8 Dec. „In de Noordsche zaken gebeurt hier meti B 
ÏB allea in stilzwijgen." 

's Qravenhage, 15/26 Dec „Betreffende het handelstractaat acht ïk bet 
niet meer noodig te Bchrgven en mgne meening te uiten, aangezien it 
dat reeds voldoende hob gedaan en bij hetzelfde blijf^ en ik geef myn 
gevoelen te kennen, dat het — indien Z, Ta. Majesteit ge«n neiging er 
toe beeft om die zaak tot een goed einde te brengen — dan toch betei 
is bezwarende voorwaarden te stellen en te bevelen daarop toch de onder- 
handeling aan te vangen om den tijd te rekken en de HollanderB brd 
bet lijntje te houden." „Ik zonde het werkelijk beter achten, dat dit 
hondelstractaat met de Bollanders gesloten werd en men daardoor in een 
defensief verbond met hen konde treden, omdat de Heeren Staten na liet 
sluiten van den vrede met Frankrijk met allen hnnne alliantie hebben 



1714. 

2i April. Zending aan de Staten van den geheimraad Baron Sidiack, 
gevolmachtigd minister aan het Engelsche hof. 

3 Mei. Concept van een brief van den Tsaar aan den HoUandschu 
koopman Lups, om hem te verzoeken 5000 jefiemki aan Prins Koer&kiai 
uit te betalen, 't Antwoord daarop. 

Concepten der brieven van den Tsaar aau de Staten. 

Brieven van de Staten aan den Tsaar. 

Brieven van den kanseUer Oraaf Oalófkien aan den agent van dffii 
Borgh. 

Brief van den agent van den Burgh aan Oalófkien. 

Brieven van Ljwóf aan Dalgaróekij. 

Memorialen van den Resident de Bie en den koopman Laps. 



Ook de antwoorden daarop. 

BrieTen van den agent van den Burgh aan den rice-kanaelier Baron 
pffrof. 

Concepten der brievan van Galófkien aan Koerdkien. 

Dnplicaten der brieven van Koerilkien aan Galófkien. 

Protocol, gehouden door den Geheimen Raad volgens brieven van 
Eoei&kien over het uitrusten van 6 HollandBche schepen, over het voor- 
tel van mediatie, door Frankrijk gedaan enz. 

[ Exoept uit Koerdkien's relatiën over de schade, door Euaaische troepen 
lan den Hollandscben koopman Larabert Rutgers aangedaan. 

Excerpt nit de relatiën Tan Prina Koerdkien over de pretentie der 
Staten op de Kigaacbe tollen. 

Brieven van Koetikien aan Dalgaróeky, 

BrieTen van Salawjóf te Amsterdam aan Dalgaróeltij. 

F. M. A,, Bnndel 27f>, bl. 160—170. Wissels, getrokken door Zijne 
Doorlach tigheid Prins Barfes In^owietsj Koerdkien tot het werven van 

P. M. A., Bundel 3G6, bl. 8. Over de verbanning Tan Crnys naar Kazan. 

P. M. A., Bandel 377, bl. 1, 69, 74. Over het koopen van schepen 
in Holland on de aankomst daarvan te EeTal. bl 15, 64, 121, 232, 248. 
Over de navigatoren; bl. 232 is een brief van Apraksien aan Ljwófvan 
10 Dec, waarin den laatsten de oekdz wordt medegedeeld over den terog- 
ber der navigatoren naar hun vaderland. 

F. M. A., Bundel 378, bl. 165—167, 172—175. Over de hovelingen 
twredwórtsy), wien het bevolen was in Holland te vertoeven om daar 
nierrioht t 



_ F. M. A., Bundel 18. Eet proces van den Vice-Admiraal Cornelia 
tlmya. 

De meeningen, reeolatiën, brieven, aanmerkingen en het vonnis van 
^n krygsraad, met onderteekening van den Teaar; eigenhandige brieven 
;. van Z. Te. Majesteit (orgineel en in copie) ; andere stukken betref- 
de de zaak Tan den Yice-Admiraal Cruys, de tuipt. -commandeurs Schel- 
fa en Reis en kapt. de Gruijter. Het gerechtelijk onderzoek enz. in 
Anno 1712 aangevangen zaak, op aangiflie van Graaf Botsis, aan- 
Jpande het laten ontsnappen van drie Zweedache vaartuigen door een 
Baseisch eskader onder bevel van Cruys, nabij Kroonslot, 24 Juli 1712. 
Cornelis Cruys werd beschuldigd van 1". den ochtend van 24 Juli niet 
ie noodige bevelen te hebben gegeven, 2°. twee uur getalmd te hebben 
kiet het sein tot den aanval, 3". de vervolging van 25 en 26 Juli 1712 
b hebben gestaakt (bl. 79—82, 229—590, 595—802). Van meer gewicht 
^ het volgende: Het gerechtelijk onderzoek enz, in de Anno 1713 aan- 
[evangen zaak, op bevel van Admiraal Aprdksien, aangaande l". het 
Verlies van het echip Wijborg en het op een zandbank geraken van 
»vee andere vaartuigen bij het vervolgen van Zweedsche schepen door 
ften Russisch eskader, onder bevel van Cruys, in de nabijheid van Hel- 



L 



164 

singforH, 10—12 Jnli 1713, 2". het iaten ontanappen der Zweedsche 
achepen enz. De Vice-Admiraal Craja werd beaohuldigd van 1". geen 
schriftBlrik bevel tot den aanTal te hebben gegeven, 2". geen buitenge- 
woon sein tot den aanval to hebben gegeven door twee kanonachotan, 
3°. niet op het jniste oogenblik de roode vlag te hebben neergelaten en 
11. niet na de schipbreuk van de Wijborg op een ander aohip te zijn 
overgegaan. Kapt.- Commandant Scheltinga werd beschuldigd van de 
Zweedache aohepen niet te hebben aangevallen gedurende het uur, dat 
aan het geraken van zgn schip op een zandbank voorafging. Eapt,- 
Commandant Reis werd beachuldigd van zijn ecbip gewend te hebben 
en geweken te zijn na het ongeluk, dat met het Admiraalschip plaati 
had. Eapt. de Oruijter werd beachuldigd van getalmd te hebben met de 
vervolging, om een in het water gevallen matroos te redden (bl. 1—79, 
83—228, 658—802). Het vellen van het vonnis in dezB 
zaak (bl. 6T6 — 802). Meem'ng van AprfLksien aangaande de echuld ia 
Heeren Cruya, Reis, Scheltinga en de oruijter (bl. 750 e. v.). EstrMt 
uit de Sententie der leden van den Krijgsraad {bl. 761— 7T7). Hetvelien 
van het vonniB naar meerderheid van stemmen, het voorlezen daarvan 
aan da beschuldigden, het begenadigen van Cmya en Reis, waardoor ie 
doodstraf in verbanning naar Tobolak werd veranderd (bl. 787— 802). Het 
vonnis, 22 Januari 1714, geteekend en gezegeld door den praeses Apriik- 
aien, door de asBessoren Peter MichAjIof (d. i. de Tsaar), M^najiko^ 
Sievers, Zmajéwietsj, Kronenburg, Nelson, Bering, Zótof en Miajoetóf, 
loopt van bl. 777 tot 786, Zie over dit alles Scheltema, Rusland en ie 
Nederlanden, Dl. UI, p. 278—282, 294, 



P. M. A., Bundel 367 bevat hoofdzakelijk atnkken uit het jaar 171*. 

bl. 1, 2. Russische vertaling van eon brief van den agent van dra 
Burgh aan Aprafcsien, Amsterdam, 2 Febr., welks origineel niet indsKii 
bundel aanwezig is. 

bl. 87—90. „Extroit du Eegitre des Resolutiona de Leura Haates 
I Etata Generaux des Provinces Unies, die Satumi 21 
Febr. 1714." 

bl. 6, 7, 9. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apraksien, Am- 
sterdam, 27 Maart. „Met hot aanneemen van do Zee oflicbieren gaat het 
nogh heel wel de eerste 40 peraoonen die gelooven met het galjoot 
d'Jnfff Anna Chatrina schipper Predrich Pieters voor 2 a 3 daagen 
al uijt het Tlie sullen in zee gezeïjlt zijn en al voor den ontfongh 
deeses tot Roval sullen atjn aangecoomen. D' hollandse coopliedens dia op 
"' Reval nogotieeren die hebben extra sterk gesol liciteert in den 

n eonvooj te hebben, om haar teegens de Sweedan te connai 
protegeeren dog die van den admiralitïjten cQe toonden aan dat aij nog 
wel 4 jaaren langh schuldig sijn aan haare Capitijna." 

bl. 8. „Lijste van de ofQchieren die ik gesonden heb met het achip de 
Anna Catharina schipper Frederik Fieterse" enz. 




31, 32. Brief ran den agent ran deo Bnrgh aan Apr^kslen, Am- 

cdam, 30 Maart, „met het aanneeraea van de Zee ofRcieren gaat het 

al heel wel voort, en hebbe du nogh 5 van die soort naar Riga 

ndcB, met een echip van de Qeer Lups en sal het schip van de 

! Zolovioff in 2 a 3 daagen claar sjjn dat direct naar Pietersburgh 

gaan daar meode 40 persoenen sal sonden," „en hope binnen 8 

[en DOgh 10 persoonen of meerder af te aenden," „weegons de Com- 

Sb op 8t. Pietersbargh sijn de Coopliedens nogh al vrij traagh, omdat 

e eerst willen sien, hoe dat het gaan sal, of de Sweeden sterck in Zee 

in coomen met haare oorloghscheepen en caapers, en of het wel moo- 

Igk Bal Bijn, om met Hollandse scheepen naar de Russe Haavens door 

ooomen, ick spreeke alhier met alle de coopliedens om haar te ani- 

sren en te vorseekeren, dat zij het tot St. Pietersburgh wel sullen 

oden, en is bet nu al aoo verre, dat als de scheepvaart maar vrij 

m de Sweeden can geschieden, datter wel scheepen sullen coomen." 

bl 36, ,0p 't subject van 't schip de Peerei, zijnde 7 jaaren oud." 

bl. 37 — 42. Copie van een verzoekschrift aan de Staten van Holland 

Westfriesland, ingediend door Catharina Taelmans. Over particu- 

18 zaken. 

bl. 44. Brief van den agent van den Burgh aan Aprdksien, Amster- 
m, 2 April, „met dit schip de vliegende Admiraal schipper Meijndert 
sSsz sende aan UK. Hooghgraaffelijke Excellentie 33 persone volgens 
evensgaande monster Bolle, die alhier op ordre van d' Heer Prince de 
lUTskin aangenoomen hebhen," 
bL 48. Extract nyt het Jonmaal gehouden in 't Qalioot de Anna 

Ria A" 1714. 
I,. 63. Brief van den agent van den Burgh aan Apriksien, Am- 
, 3 April, „nn hebben noch gebuurt een Extraordioarij bezeijlt 
nip de Juif" Maria schipper Tymon Jansz daar meede CiO mannen 
val sullen gaan die in 5 a 6 daagen nu ook sal vertrocken." 
65. Brief van den agent van den Burgh aan AprAksien, Am- 
1 April. „Ik hebbe nu al een 2= schip met 40 see officieren 
ipidieert nn sal in 3 a 4 daagen nogh een schip met 60 Zee officieren 



bl. 362. Brief ■ 

April. 

bl. 66, 



Christoffel Brandt aan Aprdksien, Arasterdam, 



Lijste van het volk gesonden met schipper Meindert 
't schip de Vliegende Admiraal gaande van Araeterdam naar 
Petersbarg" enz, 
bl. 76—82. Lijsten van Hollandeche zeelieden, in Raasischen dienst 



83—86. Brief van 
pril. „op morgen sal f 
irtrecken, en dan hoopt 
erende te sende." 
bl. 91, 92. Een stuk va 
i courant. 



den agent van don Bnrgh aan Aprdksien, 10 

an hier het derde schip met 60 Zee officieren 

over 8 daagen nogh een schip met de Res- 

van 10 April 1714 der Amster- 



den Bnrgh a 

van 13 April ITUdarAmeter 
lent van den Bnrgh aan Aprdk- 
den agent van den Burgh i 



bl. 94—96. Brief van den agent 
sterdam, 13 April. 

bi. 98, 99. Eea stuk van " 
damsche oonrant. 

bl. 46, 47, 29, 30. Brief van c 
sien, Amaterdam, 17 April. 

bl. 108, 109, 112, 113. Briof 
Apriksien, Amaterdam, 20 April. 

bl. 115, 116. Stuk van het nnmmer van 20 April 1714 der Ami 
damsche courant. 

bl. 128 — 131. Brief van den agent van den Bnrgh aan Api 
Amsterdam, 24 April, 

bl. 132. Bericht«n over de Europeesche politiek, „la Haye, 
Avril 1714." 

bl. 133, 134. Stuk van het nummer van 24 April 1714 der 
damsche courant. 

bl. 144, 145. Berichten over de EnropeeBobo poUtiek, „la Haye, 
Avril 1714." 

bl. 153—167. Brief van den agent van den Burgh aan Apri 
Amsterdam, 8 Mei. ^en sal het galjoot de Merooritts nn over 2 di 
ook van hier vertreoken met do resteerendo officieren." 

bl. 160, 161 Stak van het nummer van 8 Mei 1714 der Ai 
damsche courant. 

bl. 149, 152, Brief van den agent van den Bnrgh aan AprJ 
Amsterdam, 9 Mei. 

bl. 167, 168 Brief van den agent van den Bnrgh, aan Aprf 
Amsterdam, 1 1 Mei, „deese dagh soo sal het galjoot de Mercarins mei 
de laatste zeeoificieren vertreoken, en ia alles conpleet op eenïge weijnige 
onder Lïentenants en schippers naar." 

bl. 273. Extract uit de Reaolutiën 
der Nederlanden, 14 Mei. 

bl. 178, 179. Brief van den agent van den Burgh aan Aprél 
Amsterdam, 15 Mei. 

bl. 184. Brief van den agent van den Burgh 

bl. 187, Brief van in Russischen zeedienst 
aan Apr^aien, Liban, 21 Mei. 

bl. 189. Oopie van een brief van H. H. M. , 
coviën", 22 Mei. „Wij vinden ons verpligt 
voor te draegen eene saeke die niet alleen v 
oïeerende onderdanen maar ook voor het behond 
de onderdanen van Uwe Ozaarae Mayest. en dl 
uijttarste Importantie is, de saeke bestaedt hier 
van de ingesetenen van onsen staedt inden voorleeden Jaeren tot Ai^ 
changel aijn gearriveert de gonvemeur van Uwe Czaarse Mayest. aHMt 
laatst teegen wil en dank van de schippera een nederl. matroos van jds^ 
van haar scheepen heeft afgenoomen en die gebruykt op de ache«pen 
van oorloge van Uwe Czaarse Maijesteijt dese daat kan niet ander» 



'.. de Staten Gei 



4 



,aan den Czaar van Mob- 
aan Uwe Czaarae Majest. 
oor ons en onae co^l(De^ 
van de Commertie tusaohen 
) van onsen Staedt vBixIe 



^ 



^tnigeden werden als etrijdig tegeas het reght der Tolkerea hetwelke 

in geenea deele toelaat dat de eene Souverain de onderdanen van een 
ander tegen haar wil van de acheepen aüieemt en in eijn dienet ge- 
bnigkt" enz. 

bl. 2Ü3. Brief van den agent van den Bargh aan Aprdksien, Amster- 
dam, 25 Mei. „bet gemgt dat een van onse galjoota met volk genoomea 
ÏB, oontinneert nog al." 

bl. 205, 206. Copieeu van brieven van den kapitein Freerick Fieterae 
aan Nicolaes Wittepaert, Carlaerona, 5 April, 7 Mei, 25 Mei, waarin 
hg meldt, dat zijn eohip door de Zweden is genomen. 

bL lö8. Brief van de Initenants Melles en Moules, de behonden aan- 
komst van bet schip de Vliegende Admiraal aan Apr^kaien (F) meldende. 
bl. 212, 213. Brief van den agent van den Bargh aan ApMkRien, 
29 MeL „aeedert mijne laatste soo ben in den Haago geweest en sal 
men over 2 daagen daar een conferentie boude weegens de hollandae 
Bcheepen die de Sweedeu genoome hebben die van Coningsbergen naar 
Amsterdam gingen, en meest met graanen gelaaden sijnde die eij preten- 
deeren heel noodigh van doen te hebben om magasijnen voor haare 
armee in poomeren te hebben, dogh men gelooft dat het aparent nogh 
vel een andere oorsaak sal hebben, want si) sien wel dat de Hollanders 
tan veraoecke van de Engelse baar niet hebben willen deolareeren, om 
ueevens baar een Eequader oortoghscheepen naar de Oostzee te sends 
100 gelooft men dat dit neemen van de hollandse ecfaeepen, meest door 
ds drrécise van de Engelse eomt." 

bl. 36G. Brief van Christo&'el Brandt aan Aprdksien, Amsterdam, 29 
Ibi (ook bl. 371). Over inkoopen, op last van Apraksien gedaan. 

bL 217. Brief van den agent van den Borgh aan Aprdksien, Amsteiv 
dam, 1 Jnni. 

bb 218, 219, 222, 223, 224. Brief van den agent van den Burgb 
aan Aprdksien, Amsterdam, 5 JunL „na bebbe de seeckere naarigt dat 
ons de eerste galjoot met officieren genoomen is, en tot Carelecroon op- 
'gebragt is." „nu can UE. HooghgraaSelijke (Ex.) heel ligt denken wat 
\ OpBohuddinge dat onder de boUandse vronwen maackt die hier in dit 
f Trye lant segge durven aldat haar te vooren comt, en doordien datter 
'op dit schip wel 18 mannen sijn die van de stadt Ëdam sijn die niet 
, alleen in die stadt maar ook hier een seer groot rumoer teegens mijn 
< aonde cnnnen maaken, dat ik niet alleen verbooden wiert om geen meerder 
I Tolk hier te moogen aanneemen maar dat men teegens mijn soude cunnen 
l_ probedeeren naar de wetten dat hier niemant niet eenigh volk magh 
I aanneemen voor een ander Sonverain of bij moet daar toe permissie 

iiiebbe van de magistraat, en die is niet te optineeren en die laaten bet 
wel passeeren aan die geene die sij kennen, en bebben baar wel wat kennis 
I S^geeven, maar dat willen sij niet voor blank staan en sou mijn daar 
jjiiet op derven beroepen," ,ik ben wel daar nogh niet bevreest i 



i'; 



ik daar nogh niet door, want meest alle daagen 10: 12 en meerder 



b. 



b 



168 

-TTonven bg mijit coomen om te vraagen waar dat de iDans al eijn, i 

of Bij niet haast wat geit Bullen hebben, en maake sjj mijn een Corrc 
pondentie van alle plaaCsen met brieven te schrijven en te ontfangen 
en moet ik do porte van brieven ook nogh betaalen, en hebbe haar of 
belooft om to helpen dat de vrouwen wiasels gulle overorijgen, en ala d 
nn langh weghblijven, dan ben ik hier genootsaackt om aan eenii^ 
vrouwen wat geit t« moeten anticïpïeeren om met haare kinderen dai 
van to cunnen (Icoven) en als ik dat niet doen wil, aoo moet ik aOa 
daagen publijcq het schelden, raason, en importuneeren vai 
verwagten — ik Bchrijve dit alteraaal om dat U, E. H. G. Ex. daar q 
Bal gelieve te sien dat hior to lande veel wercks ia met hot engageer» 
van het volk en hoope met der tijt Ü.E. H. Ö. Ex, dit wel sal c 
reeren — nu hobbo ik gehoort dat die vrouwen van Edam iiaar a 
bij de Begeoringe geaddresseert hadde, om over mijn te willen c 
daarom soo ben ten eerste daar naar toegeroijst, en met do Heera 
Burgemeest^ren aldaar gesprooken, die mijn scor inatantelgk ven 
hebbe om aan ü. E. H. G. Ex. te wille versoeken dat de vrouwen vai 
mans die uu gevangen sijn, jaarljjks eenige maanden van haar d 
gagie alhier ontfangen moogen." 

bl. 229, 2aO. Brief van den agent van den Borgh aan j 
Amsterdam, 8 Juni. „nu crijge ik hier sulk een oneijndigh geloop v 
do vrouwen, die claagen en huijlen, om haare mans" „die willen met i 
baagBe ministera in geone deele niet te doen hebbe, omdat sij in de 1i 
ginno wel heele civiele en goede woorden geeven, maar daarnaar s 
cunnen sij haar niet eena te sien crijgen aoodat het hier te lande all 
dan op mijn aancomt, en hebbe aij de eere, dan van alles, dat het g 
daan hebben ~~ daar hebbe ik in het minate niet teegen al hadde I 
maal meerder, maar sij geeven mijn die Commieslea om '" 
aan te noemen en niet alleen dat daar niets voor crggen maar iok e 
hierom een Extraordinaire depence doen, want ik het volk niet op i 
straat aanneemen can, en daardoor een Extraordinaire eu veel groot 
taafel moet boude, als ik altijt gewoon ben, de hr. Prince de Eourak 
heeft ook al besogt om selfa eenige officieren te vrillen aanneemen, i 
SDO veel geit als hij aan die persoonen moest geeven die hij daartoe» 
ployeerde, geloove h^ qnalgk sal derven inde Reeckeuingb brengen." 

bl. 231 — 234. De condities, op welke Hollandsche zeelieden in Bi 
sischen dienst werden genomen (Russisch en Hollandsch). Alle ofEden 
welke wenschen te dienen, moeten EÏch verbinden voor twee jaar en i 
"a jaar naar believen van den Keizer. Zoodra iemand is i' 
genomen en zijn handgeld heeft ontvangen, moet hij zich gereed hooj 
om „op de eerste order en sonder eenigh uijtatel" te vertrekken. ' 
persoenen die in Sijn Zaarso Maijesteijt dienate wille begeven die m 
dat verstaan daar voor haar hebben laaten aannemen en haare dien 
vlijtigh en wel waarnemen" enz. 

bl. 235 — 246. Lijsten van Hollandsche zeelieden, in Russischen die 



„Copije V 



I Brief geschre 



1 van de Heeren 



169 



^BTmeeateren van Edam aan d' Heer Tan den Burg Agent van BJjne 
üzaarse Ma;t." 

i bl. 253, 254. Brief van den agent van den Burgh aan Aprd,kBien, 
fLinsterdam, 12 Juni. «aoedert soo hebben hier advijs van Elsenour, dat 
)ket i'^' schip met volk ook gonoome sonde sijn, de Copia van de Brief 
gaat hier bij, het is eoo daïjeter gSBchreeven dat daar niet cloek uijt oan 
werden," „onder wijlen soo is een groot geloop on gevraagh bij mijn, 
een ieder naar de e^jne, en moet die driftigo on haastige vrouwen aite- 
maal met sagte woorden te vreeden Botten maar hever hadden BJj geit 
om van te cnnnen leeven." 

bl. 255, 257. Brief van den agent van den Burgh aan Aprikaien, 
Amsterdam, 15 Juni. ,Weegen8 de weghneominge van de Hollandse 
Scheepen door de Sweeden heeft do SweodBO Envoyé Monsieur Pal roquist 
gesegt teegena haare Hoog Moogh: dat alle de scheepen, die naar de 
Kusae haavena gingen, met regt genoomen waaren, om dat die steeden 
door de Sweeden by tractaat nogh niet geeedoert waaren, en aangaande 
de andere soheepen, dio met graanen van neutraale plaatsen quaamen, 
deede sij maar uijt gebreck en dat sg de graanen noodig van doen heb- 
bende en preeenteeronde die tot Stockholm te sulle betaalen, suBtineerende, 
dat snlcks meede wel geschieden mogt, en dat de Hollanders voor deese 
Doek wel graanen gebreck hebbende, van haare Sweedse Bcheepen, dia 
I naar Yrankrijk gongen, op deselve manier genoomen hadden. Men heeft 
Uer in Amsterdam met ongeinteresseerde coopliedens ooverwoogen, op 
'»at voor een manier dat men de Sweeden tot reeden en gevoel sonde 
, nonnen brengen, daar sijn eenige die voorstelde van represaaliea, maar 
«Is men daarteegena considereerde, dat de Hollanders wel 50 maal meerder 
effecten in Sweeden hebben, als de Sweeden in Hollant en oock wel 50 
Boopvaardijescheepaa in de zee hebben teegena dat de Sweeden daar au 
Ben schip hebben, want haare scheepvaart Ib al vrij wat gediminueert en 
Boat men daartoe niet wel verstaan. Maar men oordeelde dat men de 
Icheepvaart op Sweeden behoorde te verbieden, daardoor de Sweeden wel 
Irat gebreck sonde crijgen en wiert dit nogh het beste geoordeelt." „Nu 
hebbe wij hier tijdïnge becooraen, dat 4 Sweedse oorloghBcheepen in het 
3chaagerrack omtrent 0othenbuig cruiJBsen en alle scheepen visiteeren, 
iie naar de Oost Zee gaan, om of sij oock eenige officieren, die in Rubbb 
Ëenste sijn, daarop vinden, die maackt alhier weederop een groote he- 
ireeginge en seer difficil om het volck te cunneu versenden en hebben 
Sie 4 Sweedse oorloghseheepen nn oock genoomen een Hollands schip, 
9at van Coppenhaagen naar Archangel gingh." 

bl. 264—272, 277, 278, 281—316. Uittreksela en vertalingen van 
^verae brieven van den agent van den Bnrgh aan Aprikaien (19, 22, 
83, 26, 29 Jnni, 3, 6, 13, 17, 18, 20, 27, 31 Juli, 3, 7 Aug.). 

bl. 317, 318. Brief van den agent van den Burgb aan Apr^sien, Am- 
■terd&m, 27 Nov. „de Sweeden die hebbe op nieuws weeder 5 hollandse 
ooopvaardije scheepen genoomen, die van Dantzig met graanen naar 
Amst. wilde gaan, en tot Straalsont opgebragt." 

bl. 321, 322, Brief van den agent van den Bnrgh aan Aprdkaien, 



L 



N 



170 

NoT. „De coopliedenB hier die beginnen goede hoop te krijgen, dat op 
het aanstaande jaar een suSisant convoij van Hollaodse oorlo^h echeepeo 
naar de Oost Zee eal gaan, want men siet wel, dat de Sweeden nu sij 
oiyn en onmagtig ayn de HollandHe echeepen Bonder eenig regt of reeden 
weg (te) aeemen, on daarom boo gelooft men, dat eij nogh al meerder 
doeperaate dingen auUon onderneemen, ala baar Coning eens te mgge 
mogt coomon." 

bl. 324, 325. Brief van den agent van den Bnrgh aan Aprdksien, 
Amaterdam, 4 Deo. ,8eedert het vertreck Tan de Hr. Prinse de Kouriüdn 
naar Engelant hebbe niet een brief van hem ontfangen, onderwijlen aoo 
ooomen de vrouwen, die haare mans als officieren in ohho dienste hebbe 
oangunoomeu, alle daagen van den morgen tot den avont huyien en 
olaagen, dat geen broot hebben, om van te eet«n, en schnjyen alle do 
tnani, dat sij nogh niet meerder als 2 maanden gagie in Raslandt hebbea 
ontftuigon on dnar van haar eygen oost moeten doen." ^ea gelooft 
dat de Sweedsgeeinten deeee vrouwen Beer oprooyen." .indien d 
I'riuse de Kourakin in den Haage wae, hij son weeder grote laat liji 
dat sij hem soude aanHpreeckcn. nn comt het allee alteen op mijn." 

bl. 323. Berichten over de Europeeeche pobtiek. Ja Haye, 10 Deo. 1714.' 

bl. 337. 340. Beriobten over de EuropeeBche poUtiek, „Londres, 11 
Dw. 1714." 

bL 319. Brief vun den agent van den Burgh aan Apr^ien, AmOet- 
dam, 12 Deo. 

bl. 330, 331. Brief van den agent van den Burgh aan Api 
Amsterdam, 14 Dec ,nu syn die dre^'gementon van die vrouwen 
n^iie Toorigo nogh veel verergert, jaa dKÏjgen mijn ala mgn 
ooomoi te vinden, soodanigh te sullen atlacqueeren, al sonde eg op 
•ohaiot daarum coomen ende groo^ schandaalen geniete'' ,en s^gt 
dat haare mannen soo vroom en goedt s^n, dat sg voor haar andere 
sonde Borgen ik weete wel dat buIx wel meest niet wa&r 'iè maar ik a 
het niet bewijaeu. nn boude ik mtjn volgens de Raat van d Heer Bor- 
germeester Wiisen «at ineognito. dat de vrouwen mijn maar niet cni- 
Ben «oonwn te vinden, ik gelovo vast dat de Sweeden deese Trountna 
soo OpUtseB «B Moeetten en heeft d Ueer Baat Pensionaris «elfe te^oMi 
: 4tt hlJ dat ook «^ geloofile. en dal ick myn wat i 
'; draagen. ik hebbe in den Hag« ook geJioort 
r aktaar dat de Sweedae Envoye Uona. Palmqi 
IMCMU h«B wtrhiiU hMJt, dat h^ uM flosl bedeBkm hoodatdaAnMi^ 
i eoMüraeaid» om de Rnne die Aeoste eada aaMÊtH 




ÜflÉÉ 



171 



hl. 332. Berichten over de Europeesche politiek, „la Haye 17 Dec. 1714." 

bL 338, 339. Brief van den agent van den Bargh aan AprAksien, 
AmBterdam, 18 Dec. 

bl. 356 — 357. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apr^eien, 
AmBterdam, 21 Dec. 

bl. 341 — 344. Brief van den agent van den Burgh aan AprAksion, 
Amsterdam, 25 Dec. „men Begt hier ook dat de sweedse Ënvoije Mons. 
Palmquiat naar Stockholm soude vertreoken on dat de generaal Ranck 
die om de mariagie van Erf Prinae van Hessen Caasel naar den Coning 
van Sweeden tot Bender gereijst is, met de sweedae PrincesBe Xllrica te 
Itevorderen, dan hier ïn sijn plaats Boude ooomen resideercn — en is die 
generaal Kanck hier heel nel gesien en sonde de EnToije Falmquiat in 
den Senaat dan sessie neemen." „de onrusten met de vronwen en van de 
officieren, die ik aangenoomen hebben, die continueert niet alleen teegena 
, mijn, maar die wert daagelijka hoe langer hoe grooter en heftiger teegene 
mijn persoon, want dat volk is door de honger tot de uijterste armoede 
ende desperatie gebragt, dat sij niet langer weeten hoe dat van den eene 
dagb tot den anderen sullen coomen soodat Bij alle daagen aan mijn huiJB 
eoomen sien of ik al thnij's geeooroen ben, en doen dan aeer groote dreijge- 
j mentfin, van dit en dat t^egene mijn te sullen doen, die haare mannen 
RDO schandelijk vervoert en haar daar van berooft hebben." 



Aisofariften der brieven van Oalófkien e 

In de brieven van Januari zijn bevelen aan Eoerdkien om het zenden 

an een Engelsch'Hollandsch eskader naar de Oostzee te trachten te 

oorkomen. 

18 Jannari. „Aangezien het volgens berichten uit versohillende plaatsen 

' te vreezen is dat de bondgenooten van Z, Ts. Majesteit, de koningen 

I TKQ Denemarken en Polen, een particulieren vrede zullen sluiten {want 

I de gezant Prins Dajgaróekij heeft geschreven, dat hij eeaig vermoeden 

I heeft, dat Fleming en Görtz moeite doen om een vrede tasschen Polen en 

, Zweden te bewerken), daarom heeft Z. Ts. Majesteit mij bevolen aan Uwe 

Oenade te schrijven, dat gij, wanneer deZweedsche miniaters tcBrunswijk 

aankomen, daarheen incognito moet gaan, al gingen de Engelsohe en 

! Hollandsche en Zweedsche minister daar niet heen, en na Uwe aankomst 

' het belang Zijner Ta. Majesteit moet behartigen en zooveel mogelijk een 

I particulieren vrede moet trachten tegen te houden," 

5 Eebr. „ik heb nog brieven van den agent van den Burgh ontvangen, 
van 19 en 23 Januari, waarin bij uitvoerig heeft geschreven over de 
moeielijkheden voor de Hollandsche kooplieden om hier te St. Petersburg 
hun handel uit te oefenen. En intusschen zond hij het oordeel der koop- 
lieden in Holland over dien handel." „Gij zult zoo goed zijn aan de 
Hollandache kooplieden te kennen te geven, dat al die toebereid selen ge- 
reed zijn en er in niets oponthoud zal wezen, en hen, volgens de vroegere 



1^^^^^^^^ 1T2 ^^ 

oekazen, er toe trachten OTer te h&len tot het zenden der koopraarcl^ 
schepen," 

Bijlage. Het oordeel der HoUandecho kooplieden, gezonden door i 
agent van den Burgh, met kantteekeningen van Qal6f kien. O. a. „Zoolang 
een buitenlandsch koopman niet zeker weet, dat er waren te 8t. PetwK 
burg z^D gebracht, dan kan hij geen schip in Holland horen of dtuUK 
been zenden. En met het wachten daarop zal bet beste deel van d 
zomer voorbijgaan, maar in den berfat U het op de Ooetzee te geTUK 
lijk." De notitie van Oalófkien hierbij luidt: ,In vier brievea i 
over den zekeren aanvoer van waren geschreven .... er is geschrevei 
dat de Bussische kooplieden in elk geval hunne waren zullen aanvoeren en dl 
reeds veel is aangevoerd" enz. In het stuk der kooplieden : «Is het mogelijk uk 
fluiten van 200 of 300 iaat en 14, 16 en 17 voet diepgang naarSt.Ps 
tereborg te gaan?" Galófkien's kantteekening : „Uen kan daarmede I 
St Petersburg komen en er zal voldoende diepte wezen, maar op e 
mijl afstands moeten de schepen blijven liggen en voor het nitladen zj 
er vaartuigen gereed." De kooplieden vragen : „Is er genoeg ruimte ■ 
de ambareo te St. Petersburg om den hennep te bergen?" Oalofkien^ 
aanteekening : „Over het deponeeren der waren is geschreven, d ' '^ 
twee koopmanshoven (gaatjtnyje dwara) zijn ingericht, omtrent 1 
thans wordt bevestigd, dat er genoeg plaats is om de waren te be^en>' 
De kooplieden stellen de vraag: „Zal men daar tol betalen ala in d 
stad Archangel?" Galófkien's aanteekening: „Over den tot is geschreva 
dat tol zal worden geheven a!s in de stad Arcbangel zonder verhoogiq 
en hierbij wordt dit bevestigd" Vraag der kooplieden: „Zal betPerön:* 
volk te St. Petersburg znlk eene vrijhdd genieten als in de stad 1 
changet, zooals zy hier overal vertellen?" Galófkien's aanteekening: , 
zullen handel drijven als vroeger in de stad Archangel." 

27 Febr. Bevel aan Koer^klen om den Franscben gezant d 
denheid des Tsaars te betuigen over de handelwgze van Maarschalk i 
VUlars, die op het congres te Bastadt Prins Eugenius trachtte te wini 
voor bet plan, dat Frankrijk en Dnitscbland den Tsaar gemeenschi 
pelgk zonden noodzaken om de veroverde provinciën aan Zweden tei 
te geven, als ook over bet aanhitsen der Turken tegen den Tsaar d 
den koning van Frankrijk. 

23 Maart. „Op Uwe brieven oter de commertie is tot heden met 
antwoord getalqid, doordat wij ona moeite hebben gegeven op v 
wgze die te regelen tot het voordeel van beide volken, en, aangezien 
gnwtste moeilijkheid daarin bestond, dat de Hollanders overal in het i 
Zijner Ts. Majesteit vrg wenschen handel te drijven, hebben wij ons Üu 
het gefaeele handehreglemcot laten voorlezen, dat den vrijen Widel v 
oorlooft, maar met die beperking, dat zij hunne waren moeten verkom 
aan de kooplieden der stad, waar zij handel drijven en eveneens vana 
allerlei waren moeten koopen onder een behoorlijken, door < _ 

bepaalden tol, maar niet met aankomelingen of heden uit de dor 
mogen handelen, zooals dienauigaande in het 60"'^ artikel van het 1 
delsreglement is bepaald." .Daarom zolt gg zoo goed zijn op gr 




173 

TBH dit reglement hot handel etractaat te Hlaiten." Zoo bet tot stand 
komt, dan zal de Tfiaar den tol op den wijn verminderen, de toUen, 
buiten het reglement worden geheven, afschaffen en opnienw den 
' d Teroorloven." „Wanneer 7[j zich geneigd toonen tot het 
een defensief verbond in plaats daarvan, zoo heeft Z. Ta. 
. door D ouder letter F. gezonden project van eeu defensief 
geliefd aan te booren en in alles goed te keuren, maar gij moet 
er een afzonderlijk artikel aan toevoegen over den bijstand met een be- 
puJd aantal troepen en schepen." „Deze bandelstractaten en eveneens 
het verdedigend verbond moeten slechts voor 7 jaar gesloten worden." 

Bglage. , Extract uit bet handelsreglement van I66T." Hierna volgt; 
jConoesHieB, welke Z. Ts. Majesteit heeft geliefd te doen." Dit deze 
Nnceuiea (oestóepki) : „tol zal worden geheven van die waren, welke 
«p den oever zijn uitgeladen, maar niet van die, welke op de schepen 
TJB." „aan alle kooplieden wordt toegestaan vrij voor hun handels- 
laken door Rusland te reizen en zonder begenadigt ngsbrie ven (zjalowan- 
nyck grdinot)." Verder vermindering van den tol op den wijn enz. 

10 Aprïl. „Z. Majesteit.... heeft bevolen aan TT te schrijven, dat 
Uwe Genade niet naar het Brunewijksche congres moet gaan, voordat 
de ministers, door den Zweedschen koning of z^ne ministers gezonden, 
tot het onderhandelen over een vrede tusscben de noordelijke oorlogroe- 
rniden, aldaar zijn aangekomen of de Keizer niet met zekerheid verklaart, 
dit hp ook zonder goedvinden van Zweden zijne toestemming wil geven 
tot een vrede in het Noorden en dien vrede, gemeenschappelijk met de 
fioordache geallieerden tegen Zweden vril handhaven, wanneer deze staat 
disn niet wil accepteeren ; gjj moet evenwel U volkomen gereed honden .... 
om naar dat congres to gaan." „Maar intnsschen heeft Z. Ts. Majesteit 
thans aan Baron Schleinitz bevalen naar het congres te Brunswijk te 
gttn." „Maar wanneer Uwe Genade uit den Uaag zal afwezig zijn, heeft 
2. Ts. Majesteit bevolen, dat Baron Schaek uit Engeland moet over- 
komen om bij de Staten te vertoeven." 

21 April. Uanover Blaat herhaaldelijk aan Rusland voor om een detên- 
arf verbond met Dnitsobland te sluiten. Matwéjef heeft aan 't Keizerlijk 
W een project dienaangaande ingediend, maar de Keizer maakt moeil^k- 
kedsn, waaraan de Tsaar niet kan toegeven. 



S Mei 



,De hier vertoevende Uanoveraansche secretaris Weber . 



ieeft medegedeeld, dat, aangezien de koning van Pruisen door verschil- 
Imde middelen tracht Stettin en Pommeren voor zich te behouden, deze 
un den keurvorst heeft bevolen voor te stallen om de Zweden geheel 
ea al uit het Keizerrijk uit te sluiten, eu dat de keurvorst hier niet 
afkeerig van is en meent, dat ook de Keizer in die zaak zal treden" 
(de keurvorst meent, dat de Zweedsche provinciën in Duïtscbland zóó 
Zullen verdeeld kunnen worden, dat den Deenschen koning een deel van 
't hertogdom Sleeswjjk en bovendien Stralsund met het eiland Rugen 
wordt gegeven, maar aan den HolateinHchen hertog als vergoeding voor 
liet Sleeswijksohe een deel van het Bremensche wordt afgestaan en het 
'ge deel van firemeu aan den Keurvorst komt ; de koning van Pruisen 



174 

zoude Stettin en het district daarvan krijgen, Wismar verwoaaten en tó 
eene vrije Rijksstad maken, want zóó zoude ook de Keizer hier eenig^ 
voordeel van hebben." „Kn Uwe Genade zal gelieven godurende O» 
verblijf op het congres te Brunswijk dienaangaande met de ministen; 
van den Keurvorst, van Pruisen en van Denemarkeu overeen te komab 
ea hun, ÏDdiea zij die onderhandeling willen beginnen, daarin beholpuaa; 
te zijn." 

21 Juni. ,Z. K. Majesteit vau Denemarken heeft thans i 
Majesteit geschreven, dat hij zijne met de Russische en Banoveraanwii 
huizen aangevangen onderhandeling over eene nauwe verbin _ _^^ 

tot het gewenscbte einde hoopt te brengen , . . . ; eveneens heeft de sectV' 
taria van den Hanoveraanschen Keurvorst, Weber, hier dienaangaande 
een geheim voorstel gedaan, nl. dat de Keurvorst geneigd is in ond^ 
handeling te treden, indien hij voor zich firemen en Verden kan krijgen, 
en in dat geval met zijn eigen troepen en krachten Wiemar wil neraei, 
terwijl de koningen van Denemarken en Pruisen intusschen Stralsusi 
en het eiland Rugen kunnen aanvallen en veroveren, om welke redn 
hij Z. Ts. Majesteit heeft bevolen te vragen om den Deenschen koniij 
over te halen tot dit plan : aan den Deenschen koning beloven zij hiervofl 
Sleeswijk te geven." 

25 Juni. „Den •ZV"" van deze maand Jnni heb ik aan Uwe ( 
geschreven met den oekaz van Z. Ta. Majesteit, dat gij gedurende B' 
verbiyf te Brunswijk in de door de Deensche, Pruisische en Hanovl 
aansche huizen aangevangen onderhandeling om Zweden uit het Kw 
uit te Bluiten den ministers van die hoven hulp moet verleenen . 
bovendien schrijf i^ thans nog aan Uwe Öeuade, dat gg, wanneer < 
zaak tusachea die hoven baar beslag krggt eu zy de garantie vaa Z. 1 
Majesteit vragen, van hen wederkeerig garantie moet eisehen vow i 
heroverde erflanden en de op Zweden gemaakte conquêtes (koakéty),£"' 
ook Z. Ta. Majesteit uit die overeenkomst voordeel kan hebben." 

23 Juli. ,En aangaande het voorstellen dier goede middelen i 
Frankrgk en de armistitie heb ik hier met de Poolsche en T 
ministers gesproken, opdat de ministerB hunner Souvereinea daarin i 
overeenstemming met U mogen handelen en zij zich mogen onthondl 
van het aannemen der goede middelen van Frankrijk en niet i 
armistitie mogen toeatemmeu, en sijzelve en in het bijzonder de Deenul 
minister erkenden, dat die goede middelen en in het bijzonder < 
armistitie voor korten tyd schadelijk zullen wezen en het onmogelijk M 
syn die aan te nemen." 

29 NoT. Roerfikien had geschreven en ook van andere zijde was \ 
St. Petersburg vernomen, dat de Engelsche minister te Parijs een men 
riaal bad ingediend om het vernielen van de haven van Duinkerken i 
het staken van den aanbouw van nieuwe vestingwerken aldaar t^ 
Baron Schack heeft uit Londen geschreven, dat bet antwoord der Franechl 
alduB luidde, dat de Fransche koning het recht had om die vestingwsrki 
bij Duinkerken te bouwen, en dj daarna nog meer werklieden nw 
Duinkerken hadden gezonden. Eoer&kien moet te weten ^ea te kom 



175 

vat het Engelsohe hof in ieze laak zal doen en of het bericht Tan 

Schleinitz juut ia, dat Engelünd dienaangaande in overeenatemming met 
HoUimd handelt. 

10 Dec. Het gouTeraement zendt aan Eoer^kien 15000 jefiemki om 
die aan de Stat«n te gereD voor de genomen schepen, maar draagt hem 
op er naar te trachten, dat de eiseh der Staten verminderd wordt. Socre- 
brü Weber heeft medegedeeld, dat Denemarken nieuwe Tooretellen heeft 
gedaan, die voor zijn hof volkomen onaannemehjk zijn, en volgena de 
Item gezonden bevelen gevraagd, ot' het niet mogelijk zoude zijn die zaak 
mndar Denemarken te beklinken; daarvoor was reeds Baron EIb naar 
Berlijn gezonden om over die zaak eene overeenkorast te trefFon. Galóf- 
kien meldt aan Eoerükien, dat de Tsaar bereid is ook zonder Denemarken 
bet verhond met Prnisan te sluiten. 

17 Dec. Weber heeft in een mondgesprek met den Tsaar medegedeeld 
dat zign Sonverein wel het verbond anngaande de uitBluiting van Zweden 
uit het Keizerrijk wil sluiten, doch slechts op voorwaarde, dat hij Bremeu 
ra Verden krijgt. 

31 Dec. „Over het hondetstractaat en de plannen volgens Uwer Ge- 
lade's vorige brieven ia U tot heden nog geen oekaz gezonden. Evenwel 
hebben wij heden volgena Uwer Oenade'a brieven rapport gedaan dien- 
■utgaande aan Z. Ta. Majeateit en deze heeft reeds bijna alles geregeld; 
maar wij hebben nog geen tijd gehad die resolutie nauwkeurig op het 
papier te brengen, doch, zoo spoedig ala dit gebeurd is, zullen wij die 
Duniddelijk aan Uwe Genade toezenden. Ondertusschen moet gij hun in 
algemeene termen zeggen, dat Z. Ts. Majesteit alle mogelijke gematigdheid 
durbg zal betoouen en ook in bet handel stractaat, in vergelijking met 
de vroegere bepalingen, groote concessiee aan Holland — en daarna ook 
tan Engeland zal doen — , maar dan moeten zij ook van hun kant aan 
Z. Tb. Majesteit toegevendheid bij de vredesT oor waarden betoonen." Wanneer 
Engeland en Holland kunnen bewerken, dat reeds vóór den vrede Lijfland 
by declaratie aan Rusland wordt afgestaan, zal de Tsaar hun aanmerke- 
lijke handelavoordeelen geven. 



P. M, A., Bundel 385 bevat verscheidene brieven van Koerfikien en 
Iijwóf aan Aprdkaien uit dit jaar 1714. 

Brieven van Koerakien aan Aprdkaien. 

bl. 1, 's Öravenhage, 12/23 Febr. (in copie). 

bl, 2, 's Öravenhage, 21 Febr. (4 Maart), „op bevel van Z, Ts, Maje* 
tttit worden hier thans officieren en andere lieden voor den zeedienst 
^bnord en bij verschillende gelegenheden zullen zij op schepen naar de 
bsTens van Z. Ts. Majesteit, naar Riga, Reval en St, Petersburg, even- 
Mng naar Koerland worden gezonden." 

bl, 3. 's Öravenhage, 9/20 Maart. 

bl. 4, 5. Lijst van Hollanders, in Rassischen zeedienst aangenomen, 
get, Eoerékien, Amsterdain, 10 Maart. 



1 



bl. 9 — 12. Inkomsten en aitgaraa betr. den scbeepBbonw,get. Koen 

bl. 13. 'b OniYBnhage, 2/13 Juli. 

bl. 14. 's Oravenhage, 15/26 Sept. 

bl. 15. 's Oravenhage, 26 Oct. (6 Nov.) ,H6t is ü, mijn Heer, 
onbekend, dat volgens bevel van Z. Th. Majesteit hier in 
winter vele officieren en andere zeelieden in dienst zijn i_ 
vrolke een gedeelte door de Zweden is krijgsgerangen gemaakt, maaretf' 
ander deel heeft de RusBische havens bereikt en deze zijn reeds op d« 
vloot van Z. Ts. Majesteit, maar van dez« officieren zijn er vele gehoffd 
en hunne vronwen, zoowel die van hen, welke in Zweden zija, als vu 
hen, welke zich op de vloot van Z. Ts. Majesteit bevinden, vragen on 
aan hunne mannen, die in Zweden gevangen zijn, het maandelijkacb trao* 
tement te geven, totdat zij vandaar zullen bevrijd zijn, en van dat tru- 
tement voor 3 of 4 maanden een deel aan hnar, hunne vrouwen in Hol- 
land tot onderbond te geven; eveneens vragen de vrouwen van die offidereD 
welke op de vloot van Z. Ts. Majesteit zijn, om aan die mannen hel 
tractement voor 8 of 9 maanden uit te koeren en aan haar, bier 
Holland, voor 3 of 4 maanden onderbond te verschaffen. Verder wil ik 
hier niet over uitweiden, maar ik to^ hierbij de copie 
van den agent van den Bnrgh, die mij over deze zaak heeft geschrei 
en wil U uit dien brief meer uitgebreid hiervan op de hoogte 
In waarheid deel ik U mede, mijn Heer, dat deze zaak mg zee 
verveeld en dat ik reeds uit Amsterdam ben weggegaan, omdat ik door 
die wijven voortdurend gedwongen was in toestand van belegering te 
huis te zitten. Op dit alles hoop ik, dat gij, mijn Heer, door een oekii 
van Z. Ts. Majesteit eene beschikking zult maken en die aan mij pa 
brief zult melden en eveneens bevelen aan van den Burgh zult geven." 
bl. 20 — 23. Bekeningen voor gekochte schepen. 

Brieven van Ljwóf aan Aprdksien. 

bL 29. Amsterdam, datum afgescheurd, rl^i beb den oekdz van dea 
Grootea Bonverein door bet schrijven van Uwe Hooggraf. Exc. uit 
St. Petersburg van 7 April ontvangen en dienovereenkomstig heb ikasn 
alle hoeren, welke zich thans in Holland bevinden, mondeüng, en aan 
hen, die zich in Engeland en Denemarken bevinden, schriftelijk medege- 
deeld, dat zij dezen zomer allen in elk geval op verre tochten in de 
praktijk moeten zijn en het streng verboden ia, dat een van hen naar 
de stad Archanget gaat." 

bl. 31—33. Amsterdam, 19f31 Hei. 

bl 34-36. Amsterdam, 16 Ang. 

bt. 38—39. Amsterdam, 25 Nov. 

U. 40 — 41. Amsterdam, datum afgesehennL 

bl. 42 — 43. Amstadom, datum afgeschenrd. 



il ik 

1 

door ' 



Brieven van Koerikien aan Oalófkien tot zyn vertrek naar Londen. 
'b Gravenhoge, 1 Januari. ,E^gisteren is mg door een voornaam per- 



Boon, ,die goed op de hoogte is, in diep geheim medodeeiing gedaan aan- 
gaimde het nieuwe tractaat aan 't Proisische hof en alle intrigues Tan 
Oraaf Fleming en hij kon mij geen copie van zijne brieven geven, maar 
ik heb om ze goed te onthouden in zijne tegenwoordigheid al die be- 
lichten opgeschreven en den inbond ervan maak ik thans hierbij van 
woord tot woord aan C bekend. Er ia, zooale hij mij in groot vertroowen 
ïH onder 't dtepete geheim mededeelde, bericht ontvangen van een ver- . 
ttoQ-wbaar persoon, die bet werkelijke tractaat heeft gezien, dat het Qot- 
torpBcbe huis nu met bet FruiaiBohe bof heeft gesloten. Het Pruiaische 
liof verbindt zich door genoemd tractaat deu Zweedschen koning na zijn 
terugkeer met een corps van 48000 man te oudereteuiien, op kosten van 
den Pruisiachen koning, totdat Z. Ts, Majesteit en de koning van Dene- 
marken gedwongen zullen zijn alles aan Zweden terog te geven, wat zij 
daarvan hebben afgenomen, en totdat de koning van Zweden bovendien 
van den Deensohen koning geheel Moorv^egen zal genomen hebben ala 
schadevergoeding voor alle nadcelen, welke de koning van Denemarken 
aan Zweden heeft aangedaan, en dat alles onder de volgende voorwaarden : 
l". dat Z. Zwccdscbe Majeateit aan den Pmiaiachen koning de atad 
Btettin afstaat en het geheele deel van Pommeren, dat zij thane in bezit 
beeft. 

2°. dat Z. Zweedsche Majeateit koning August als koning van Polen 
erkent enz. 

3°. dat aan Z. Pmisiache Majeateit de stad Ëlbing on Foolech PruiEen 
Wordt afgestaan. 

Over dit alles is men met den Poolschen koning overeengekomen door 
den Heer Graaf Fleming." Fleming had de onderhandeling met Stanis- 
lauB en Graaf Sleubock aangevangen. De kooplieden in Engeland en 
JBolland wenschen, dat de koningin en de Staten gemeenaehappelijk een 
[eskader naar de Oostzee zullen zeudeu om den handel te iKachermen. 
u^oerdkien, te 's Graveuhuge, en Schuck, te Londen, trachten dit te ver- 
l^mderen. 

I 'a Gravenhage, 19/30 Januari. De heer Devenport is b^j KoerSkien ge- 
nreest en heeft bem in diep geheim medegedeeld, dat hij er met zeker- 
^teid van ia ingelicht door zijno particuliere correspondentie, dat er over 
men particulieren vrede tusschen Zweden en Polen wordt onderhandeld, 
Fmaar dat de onderhandeling slepende is, doordat Zweden eischt, dat Polen. 
Jniet alleen vrede zal sluiten, maar ook een aanvallend verbond legen 
' Z. Te. Majesteit. En dit alles zoude door Franscbe intrigues geschieden, 
's Gravenhage, 6/17 Febr. Het wordt bewaarheid, dat Villars aan Prina 
Eagenias heeft voorgesteld, dat Duitschland zich tegenover Frankrijk 
' zoude verbinden om alle, door andere mogendheden op Zweden veroverde, 
geweeten, binnen en buiten het Keizerrijk, aan Zweden te doen terug- 
I geven. Prins Eugenius heeft zich over dit voorstel verwonderd getoond 
I en opgemerkt, dat de oorlog in het Noorden geheel buiten hunne onder- 
I handelingen stond. 

I 's Gravenhage, 12/23 Febr. Koerdkien heel't in een brief van Galóf kien 
I tan 24 Dec. 1713 bevel ontvangen om aan alle Hollandsche kooplieden, 



lU 



178 



^ 



dio op Rnaland handel dryven, mode te deelen, dat den Riusischen koop- 
liedeQ is veroorloofd ia dezen winter jnchten en hennep naar St, Petün- 
burg te voeren, dat verder ook waren, die voor rekening van den Tsaar 
worden verkocht, daarheen zullen worden gevoerd, opdat de kooplieden 
hunne eohepen naar St. Petersburg mogen zenden om die waren te 
keepen, en dat daar kleine vaartaigen in gereedheid zija roor het uit- 
laden en twee koopmanahoven zijd gemaakt om de waren te deponeeren, 
Dientengevolge heeft KoerJJden aan den agent van den Burgb opgedragen 
om den kooplieden voor te stellen hunne koopvaardijschepen naar St 
Petersburg te zenden en van hen schrinelijk antwoord te vragen, hetgeoi 
echter achterwege is gebleven. ^Behalve dit formeele voorstel, dooT den 
agent gedaan, ben ik self dezer dagen tweemaal te Amsterdam geweest 
en heb ik de aanzienlijkste kooplieden, die handel op Rusland drifveB, 
pogen te ovcrredcu om hun handel op St. Petersburg aan te vangen; 
en daarop hebben zij mij geantwoord, dat zij daar groota moeilgkheid 
in lien wegens den tegen woordigen oorlog en dat de Zweden reeds den 
voorgaanden en dezen zomer zooveel schepen van hen hadden genomen, 
waardoor zij groote schade hadden geleden, dat zg bovendien met zeker- 
heid hebben vernomen door de publieke declaratie van den Zweedscben 
Senaat, dat alle koopvaardg schepen, van welke natie ook, indien zij gaan 
naar de havens van Z. Ts. Majesteit, op de Zweedsche kroon veroverd, 
zullen genomen worden en met hunne waren goede prijs znllen wonim 
rerklaanl, en dat daarom uit groote vrees geen nit hen gedurende den 
oorlog op die havens handel durft drijven." Ook legden de kooplieden 
de nadeeten bloot, die zy zouden lijden, indien zij handel op St. Peten- 
burg dreven gedorende den oorlog, terwgl zij na op vasten gronddi^ 
hun handel op Arcbangel gerestigd hebben. „En daarbij zeiden zij, dit 
er in vredestijd genoeg liefhebbers zouden wezen om op St, Petersburg 
handel te drijven en die handel zich vanzelf ten koste van dien 
Aichangel aonde uitbreiden, omdat het wegens het transport ens. 
deeliger ■&) ign op St. Petersburg handel te drijven dan op A.rcfa 
ea ook om nog vele andere redenen, maar in bet bijzonder omdat 
•düp dea zomers gemakkelijk twee reizen (naar St. Petersburg) 
naken. Haar thans Tragen de kooplieden Z. Ts. Majesteit onderdamg 
om te bevelen den geheelen handel aU van onds te Arcbangel te laten, 
dUT de Noordscbe oorlog thans geheel en at verbiedt den handel op 
naoeokle plaats voort te zetten. Bovendien leiden xg, dat hnn dit jaar 
Soor bet plota^nge overbrangen van den handel naar St. Petersbu^ 
groots nhade lal mudea bend&aid en den onderdanen Zijner Teaarachs 
l|qi«tait goOB geringo ruïne (ruoréniët, omdat de HoUandacbe kooplieden 
IwBM wana aan de Rnaaisclie toerertronwm on die te veitoopen, daii 
dl Ifiiiiiiiiiiliii kooplieden grootendeals niet ia ataat ign op nksoug ren 
mU mi d» HolUnders te koopen: de Rnsnad» kooplieden naoun dia 
tt» BoUaadnhe var»i tot tich, wkoopen w v drgv^ handel met de 
idoioode een geheel jaar en voor dat gdd koopen sg voor 
~ ' ' I bnogen die op 



'eterabnrg 
1 dien M 
ms. tomH 

mdatSH 
•nrg)b^ 

iderdams I 



^ 



179 



deden door don oek&x die waren niet volgenB de overeenkomst naar 
ad Arcbangel voeron, doch zullen zij die naar St. Petereburg brengen, 
heen de Hollandacho kooplieden om de bovengenoemde redenen thans 
ie schepen niet kunnen zenden, en daardoor zullen blijven liggen, 
ton het bankroet der Rusaische kooplieden zoude kunnen veroorzaken. 
,eenfi verklaarden de kooplieden alhier, dat velen, daar zij reeds 
bt uit Archangel van hunne commissariBsen hadden ontvangen over 
urmarkt, hebben bevolen vi^aren in gereedheid te brengen en dat de 
gelden (zadütki) reeds gegeven zijn: maar thans, bij deze verandering, 
velen gedwongen hunne zaken te doen stilstaan, omdat alle belang- 
te waren naar St. Petersburg zijn overgebracht en het kleinste deel 
irchangel ia achtergebleven." Zoo heeft b. v. de Heer Thesing zijne 
unduatrie moeten staken. Ook met den Pensionaris van Amsterdam, 
acour, en den Raad-Pensionaris beeft Eoerakien in de afgeloopen 
over deze zaken gesprekken gevoerd. „Glenoemde Heer Bassecour 
, dat zij, toen zij met zekerheid uit een brief van bon Resident de 
vernomen hadden, dat de handel, grootendeels, plotseling van Ar- 
gel naar St, Petersburg was overgebracht, dit nieuws met niet 
ige bevreemding hadden ontvangen, omdat deze zóó gewichtige zaak 
den handel niet in korten tijd van da eene plaats naar de andere 
worden overgebracht" enz. enz. „En daarbij sprak de Pensionaris 
acour met niet geringe verbittering en aomde hij alle welwillende 
elingen dezer Republiek jegens Z. Ts. Majesteit op." Ia denzelfden 
. sprak ook de Raad-Pensionaria ; eveneens de Heer Goea, welke uit 
I van vele aanzienlijke personen nit de Republiek aan Eoerakien 
ie grieven kwam blootleggen. Eoerakien wijst er in zijn brief op, 
de TTJendBchap van de Staten in de tegenwoordige omatandighcden 
noodig is voor Z. Tb. Majesteit, „ik twijfel of men ergens elders 
ihter vriendschap zoude kunnen hebben dan met deze Republiek." 
Bchjjnt onvermijdelijk, dat Holland buiten de vredesonderhandelingen 
'ffende den Noordscben oorlog wordt gebonden, maar „daarom is het 
noodig deze Republiek in volkomen eensgezindheid met Z. Ts. Ma- 
t te houden en haar alle mogelijke genoegen te bewijzen (waarvoor 
thans de meest geschikte tijd is, daar wij haar in oneenigheid met 
dand en, na het sluiten van den vrede te Utrecht, eenigermate in 
il zien) en haar daardoor aan ons te verbinden tot vriendschap en 
itie met Z. Ts. Majesteit, maar wanneer de zaken in Engeland 
ideren, de Whigpartij de macht in handen krijgt en deze Republiek 
r tot de oude eensgezindheid met Engeland terugkeert, dan zullen 
oorzeker ona niet zoo noodig hebbon," 

jlage A, „Het antwoord, dat de Hollaadsche kooplieden te Amster- 
op het voorstel over den handel te St. Petersburg hebben gegeven." 
i, aangewezen comraisaarissen voor den Archangelschen handel, .... 
ing, Abraham Houtman, Anton Timmerman, hebben de aan den 
mge wonen gezant Prins Koeraldeu gezonden resolutie van Zijne 
reche Majesteit, over het gedeeltelijk overbrengen van den handel van 
langel naar St. Petersburg, Eiangehoord en die resolutie is ons en 



ISO 



een groot aantal kooplieden door den agent van den Bnrgh voorgelaien ; 
daarop antwoordden wij van onzen kant, ook nit naam van genoemde koop- 
lieden, in de eerste plaats, dat wij Prins Koerakien bedanken Toor zolt 
eene mededeeling, die hij heetl bevolen aan ons te doen ; daarbij bedan- 
ken wij ook den Heer agent voor de gedane declaratie en wij deelen 
mede, dat wij daarover rijpelijk hebben nagedacht en die zeer gaan» 
zonden wenschen ten nitvoer te brengen, maar wij vinden daar zeer 
TOle en groote bezwaren in, te meer, daar de Zweden den doortocbt 
onzer schepen zoo zeer belemmeren, dat hot ban bijna onmogelgk i> 
naar St. Petersburg te varen ; evenwel stellen wij onze personen, schepen 
en waren alhier tot de dispositie van Z. Ta Mfljeateit'a onderdanen, indieo 
zij op hunne rekening schepen willen huren, welke dan op hun risico 
{straoh} zouden worden gezonden, In dit geval zullen wij trachten zalla 
schepen te vinden en hun zooveel moelijk daarhi te helpen, maar wat 
ons zelf betreft, wij wagen het wegens het groote gevaar in den teg 
woordigen tijd niet ecbepen te zenden, doch zoo spoedig wg veilig kim- 
nen reizen, zullen wij niet nalaten daarheen onze schepen te expedieeren 
en daarom vragen wij alleronderdanigst Z. Ts. Majeatait, dat de handel 
mag blijven, zoo als die te voren is geweest, opdat daardoor de te 
vreezen nadeelen voor ons en Z. Ts. Majesteit's onderdanen mogen yiat- 
den voorkomen." 

Bijlage B. Rapport der Hollandsche kooplieden over het verschil ia 
den handel tusschen den stad Arcbangel en St. Petersburg. 

Eene derde bijlage betreft een brief van den Hollandschen Resident 
van den Bosch te Hamburg over hetzelfde onderwerp. 

's Kravenhage, 26 Febr. (9 Haart). Als antwoord op Koer^kien's brief 
van 15 Dec. 1713 was hem het bovel gezonden Engeland en Holland 
van het voornemen af te brengen om een eskader naar do Oostzee t« 
zenden, maar de Staten or toe te brengen om Zweden in harde termen te 
bedreigen : op deze wijze zoude ook zonder het zenden van een eskadet 
de handel door de Zweden met rust worden gelaten. „Maar indien 
de Heeren Staten met Engeland hunne eskaders willen zenden, dan 
is my bevolen krachtig daartegen te protesteeren, zoowel mondeling 
als schriftelijk, en te verklaren, dat Z. Ts. Majesteit in staat is andere 
maatregelen te nemen om die hem onaangename bedoeling tegen te gun 
en dat daaruit hot afbreken van den handel zonde kunnen voortvloeien. 
Maar bovendien is het mij bevolen — indien de uiteral« noodzakelgkhöd 
dit vereischt — om, als ik hunne openlijke wcderspannigheid rie aan de 
zeemogendheden te verklaren, dat Z. Ts. Majesteit niet alleen den hai " ' 
met hen kan afbreken," maar ook hunne schepen en waren in besl^ 
kan nemen. „In den brief onder N". 4 was mij gemeld, dat Z. Ts. Maje- 
steit mij beval alleen naar Brunawijk te gaan voor de vredesonderhande- 
lingen, wanneer de Zweedsche ministers daar gekomen zijn, maar dai 
Z. Ts. Majesteit, indien men te Brunswijk alleen over Holstein ofanden 
zaken van het Keizerrijk zal onderhaodeien, voornemens was een andet 
daarheen te zenden. En na het afzenden daarvan ontving Z. Ts. Majesifflt 
een brief van den Keizer, waarin Z, Ts. Majesteit's minister werd nitge- 



dMB 



noodigd te Brunewijk te komen en 'm daarop geantwoord. En nu beeft 
Z. Tb. Majt.'steit mij bevolen naar Brunswijk te gaan, wanneer de Keizer- 
in ke minieterB daar znllen aankomen, en om incognito daarheen te 
teizen, ook al komen de Eugelaohe en Hotiandeche en Zweedache miois' 
ters daar niet" enz. Koer^kien doet moeite om het zenden van een 
eskader tegen te werken, maar ie in twijfel, op welk oogenblik hg ge- 
matigd of krachtig moet optreden, daar de Staten niet openlijk ver- 
klaren, of dat eskader tegen Denemarken of eene andere mogendheid 
wordt afgezonden, „maar hunne openlijke reeolutie zal genomen worden 
vgor de vrijheid van den handel, doch nog moeilijker vind ik het te 
«eten, wanneer ik dienaangaande aan Baron Schack in Engeland moet 
kennia geven ; wat echter betreft om in harde termen te verklaren, dat 
hunne waren schepen zullen worden gearresteerd, ben ik volkomen van 
, deze meening, dat alléén door dit middel de bedoelingen der zeemogend- 
heden kunnen verijdeld worden, maar ik weet niet en zoude er voor 
vreezen, of er aan 't hof van Z. Tb. Majesteit reeds eeu project ia ge- 
, maakt om, wanneer die handel voor eenigen tijd wordt afgebroken, een 
' middel te vinden, waardoor die toch ecnigermate zoude kunnen voort- 
gaan, voor het verkrijgen van soedige dingen en materialen, tot den 
oorlog geschikt, als lood, koper enz., aangezien zulke voorzorgen in de 
tegenwoordige driugende omstandigheden zeer noodig zijn, opdat het 
mogelijk zij, indien dit eenmaal Is verklaard, zich daaraan te houden." 
„Aangaande bet handel stractaat geef ik den Staten hoop, dat het mij 
gezonden zal worden, maar ik wenscb, dat er een volledige beslissing 
in wordt genomen, zoodat ook iets tot hun genoegen wordt geregeld; 
daatfbg zonde het ook niet onnut wezen, dat ook een project werd ge- 
zonden over het treden in een verdedigend verbond roet de Staten. 

'a Gravenbflge, 26 Febr. (9 Maart). Koerikien vindt het bevel dea 
jTaaarB, waarby hem werd gelaat alleen dan naar Brunswijk te gaan, 
jalB de Zweedache ministers daar zijn aangekomen, een groote voorzorg, 
Mioowel voor de eer van den Tsaar ala voor diens belangen. „Toen de 
(zeemogendheden hunne goede middelen voorsloegen, was het de wensoh 
van XiOrd Strafford — en het Is zijn wensch nog, — dat de onderhan- 
delingen over de Noordache zaken hier te 's Öravenhage of te TJtrecbt 
zouden plaats hebben. Maar van don anderen kant heeft ook do Keizer 
Zijne medjatie voorgeslagen — en niet goede middelen — en tegelijker- 
tgd als plaats voor het congres Brunswijk aangewezen, nl. voor die 
Noordsche zaken, welke betrekking hebben op 't Eeizerrjjk en daarbg 
heeft hij verklaard, dat het hem, den Keizer, aangenaam zal wezen, als 
op dat congres tevens over oen algemeenen vrede in het Noorden wordt 
overhandeld." De Tsaar heeft het ongeschikt geacht, dat over de Noordsche 
, saken in Holland zoude worden onderhandeld, omdat, ala dit geachiedde, 
' Frankrijk er zich licht in zoude kunnen mengen en dan de Franache 
I minister en Strafford de leiding der zaken op zich zouden nemen, en 
heeft daarom aan de zeemogendheden Danzig ala plaats voor het congres 
voorgeslagen en daarna Breslau. Maar de andere Noordsche geiillieerden 
hadden bezwaar tegen deze plaatsen en daarom is men eindelijk overeen- 



gekomen Dandg te kiezen." ,Kn wnnneer vaen aan alle omBtandigheden 
niet kan zien, dat er te Brunawijk over den vrede zal worden onder- 
handeld (aangezien er niets kan gesch Joden zonder de ministers der 
tegenpartij), maar er iets over de zaken van het Keizerrgk begint 
verhandeld te worden, dan heb ik in mijn vorige brieven verzocht om 
Baron Sohleinitz te bevelen naar Bmnswijk te g;aan en daar toe te 
zien, wat er in die zaken geschiedt, en tot heden blijf ik bg dezelfde 
meentng en ik vraag onderdanig Z. Ts. Majesteit om aan Baron Schleinitj 
to bevelen naar Brunawijk te gaan." In geval dat KoerAkïen te BrunBw|lr 
of elders zal moeten vertoeven, zag hij gaarne, dat Baron Schack tijdelgï 
aijae fnnetie waarnam. , ~ 

's Graven hage, 12/23 Maart. „Donderdag van de vorige week ben || 
in coniérentie geroepen met de gedeputeerden van de Staten," 
de gedeputeerden mij het volgende voorsloegen: In het jaar 1702 h 
de Zweedeche koning in de T Provinciën der Staten van particuï 
personen 750 000 gulden Holl.-geld geleend op voorwaarde dat gehe 
kapitaal in 12 jaar te zullen afbetalen, maar de interest waa gesteld () 
5 pet. en voor het betalen van dat kapitaal en die rent« had de konil" 
van Zweden de toünkomsten der atad Riga bij die onderhandeling ■' 
hen verpand en dientengevolge heeft die stad geen geringe som i 
kapitaal uitbetaald, maar nog is een zekere som overgebleven, en evens^ 
is de rente tot het jaar 1710 geheel nitbetaald, doch toen die stad R^ 
in de macht van Zijne Tb. Majesteit was gekomen, ia er van dien datmn 
tot dit oogenblik geen interest (5 pet.) van het resteerende kapitaal door 
de Rigasche overheid betaald; maar de Staten zijn borg in dienegoüafe 
en daarom stellen die gedeputeerden mij voor en verzoeken zij mij a 
Z. Ts. Majesteit dienaangaande rapport te doen, opdat hij moge beraT 
de rente yan het resteerende kapitaal over do afgeloopen 3 jaren ta b 

talon." „ik ben van meening, dat men de Staten met toom moet II 

rispen en geen rente betalen, omdat die gelden aan den ZweedacheD 
koning zijn gegeven gedurende den oorlog mot Z. Te. Majesteit, en ook 
niet door particuliere personen, maar uit do kamer van den ontvanger 
(zbórsjiek) der Staten." 

Bijlage : De schuldbekentenia van Earel XII. 

's Oravenhage, 16/27 Maart. „Uit Riga is mij bij oekAz van Zijne 3 
Majesteit bevolen aan de Staten voor te honden, dat onderdanen i 
Republiek te Riga en te Reval graan koopen en sommigen dat t 
vijandelijke provinciën voeren om het daar to verkoopen, opdat zij i 
'm het vervolg verbieden en om met zekerheid te voorkomen, dat kunne 
onderdanen dit doen, op elk schip, dat met koren uit de havens van 
Z. Ts. Majesteit komt, ééa man uit de onderdanen van Z. Ts. Majesteit 
plaatsen: wanneer die dan in Holland aankomen, dan zonde ïk hen met 
een rapport van mij laten terugkeeren. En volgens dien oekiiz vanZ. Ts. 
Majesteit heb ik hier drie dagen geledon eon voorstel gedaan en ben ik 
met de aangewewn gedeputeerden der Staten in conferentie geweosti i^^ 
antwoordden mij, dat zij dit door de Amstcrdamsohe overheid s 
zullen laten verbieden, en betwijfelen, of het wel naar waarheid aan Z. S 



Majesteit U bericbt, dat hnnne onderdanen graan uit Z. Ta. Majesteit'B 
havenB naar Zweden brengen, omdat de Zweden alle Bcbepen, die naar 
die havens gaan, nemen en oonfisqueeren, en indien eenigen dit werkelijk 
b^ben gedaan, dan kan dit niet zonder de toeBtemming van de Rigasclu 
en ReralBcbe inwoners zelve zijn gescbied. En daarbij eÏBCbten zij, dat 
ik zonde onderzoeken welke echepen en acbippers dat koren naar Zweden 
hebben gebracht en op welke dagen, opdat men deze Bchippera mocht 
linden en ook anderen van dit vergnjp overtuigen : dan zouden zij het 
ten strengste verbieden," Maar teg^en het plaatsen van één Rnsaiaoh 
onderdaan op elk schip hadden zij verscheidene bezwaren, 1°. dat het 
onderhoud dier lieden tot overlast zoude wezen, 2°. dat er licht twist 
zoude kunnen ontetaan tnsBcheu de schippers en die Russische lieden, 
3'. dat de Zweden, indien zij bij het arresteereo van Hol landBche schepen 
daar Russen op zouden vinden, die schepen zeker zouden oonfisqueeren. 
'b Oravenhage, 2/13 April. „Het Pruisische hof heeft aan het FranscUe 
hof voorgeeteJd, door den Baron Spar, een Zweedsch generaal in Fran- 
Khen dienst, dat de koning van Frankrijk den koning vaa Zweden er 
toe zonde bewegen om de stad Stettin voor altijd aan den Fmisischen 
koning af te staan; maar h^ belooft daarvoor in alliantie te treden met 
de ZwecdBcbe kroon om den oorlog voort te zetten tegen de Noordsche 
Kllïantie, totdat al het veroverde is teruggenomen; bovendien wenscht hij, 
dat Frankrijk 2OÜ00 a 30000 man hulptroepen zal geven" enz. Baron 
Spar en de PruiBiaohe minister hebben met personen uit de Staten ge- 
sproken om te weten te komen, of de Staten aan die Fransche hulp- 
troepen zonden toestaan door het grondgebied der Republiek te trekken, 
Waarop zij tot antwoord ontvingen, dat dit volslagen onmogelijk ia en 
dat de Staten dit nooit kunnen toestaan. 

Gravenhage, 25 Mei (5 Juni), Den vorigen dag ia Koerakien in oon- 
Eërentie geweest met Strafford, ten huize van den Raad-Pensionaris ; 
Koerakien vernam, dat Palmquist van de Prinses en den Senaat instructie 
volmacht tot vredestractaten bad gekregen, „waarop ik van mijn kant 
verklaarde, dat het de bedoeling Zijner Ta. Majesteit is formeel ie Bruns- 
■wijk met zijne bondgenooten te onderhandelen: daarom kan ik hier niet 
jjbrmeel in negotïatie treden, vooral omdat er van de zijde Zijner Ts. 
Majesteit'a boadgenooten bier geen der daarbij geïntercBseerde ministera 
aanwezig is," "Wel verklaarde Koetókien, dat hij met den Raad-Pensio- 
naris en Strafford over de preliminaire artikelen wilde onderbandelen, 
(inaar slechts in verstandhouding met den Keizerlijken minister, wiens 
goede middelen door de Noordsehe geüllieerden waren aangenomen. 

's Gravenhage, 31 Mei (12 Juni], De Raad-Pensïonaris en Strafford 
hebben aan Palmquist gevraagd, of hij in staat is om voorstellen te doen. 
Falmquist beeft geantwoord, dat hij door de Prinses en den Seuaat is 
gevolmachtigd en hij bereid ia in onderhandeling te treden, als de minis- 
tera der geallieerden iets hebben voor te slaan. Het beste achtte Palm- 
qnist, dat er voorloopig een wapenstilstand werd gesloten. Hij wilde niet 
bmededeelen, op welke voorwaarden hij in onderhandeling kan treden, en 
(trachtte voortdurend het gesprek op een ander onderwerp over te brengen. 



k 



184 

Hiorait maakt men op, dat hij geen instrnctie of bevel tot het in onder- 
handeling treden heeft." 

's Gravenhage, 22 Juni {3 Joli), „De Hollandsche Staten hebben thuu 
het besinit genomen zea oorlogschopon uit te meten en die zullen in de 
eerate dagen van Augnatus gereed zijn, zij zullen tot oonvooi dienen tow 
de koopvaardij BC hepen naar Riga en andere plaatsen, maar het is be- 
volen later een geheel eskader van 24 schepen in gereedheid te brengen, 
hetgeen niet vnór de volgende lente kan geschied zijn." Hoewol Koerdltien 
TolgonB zijn oekaz hiertegen moeet protesteeren, wil hij dit niet doen, 
oer hy er nogmaals bevel toe heeft ontvangen, aangezien hij niet inzirt, 
dat het nitmaten dier schepen eenig nadeel aan de Noordeche alliantie 
veroorzaakt. Veeleer ïb het voordeejig, daar te Riga een groote menigte 
van waren is aangevoerd, die daar alle blijven liggen. 

's Oravonhage, 25 Juni (6 Juli). Chateanneuf heeft nit naam zgnB 
koningB goede middelen aangeboden aan de Noordsohe geallieerden tot 
het bevorderen van den vrede. 

's Graven hage, 29 Juni (10 Juli). Drie dagen geleden ie KoeraMen 
met de Doensche en Pooleche ministerB tot eene conferentie uitgenoodigd 
in het locaal de Tref, mnt de gedeputeerden der Staten. Opnieuw werd8l_ 
aan Z. Te. Majoatcit de goede middelen der Staten aangeboden, mi 
tot het bewerken van een wapen atiletand. Koerakien antwoordde, dat 
Noordecho geallieerden, in tegenstelling van Zweden, steeds hunne g*. 
neigdheid tot den vrede hadden getoond, maar dat hij aangaande Mn 
wapenstilstand niets konde zeggen en den voorslag alleen aan Z. Tb. 
Majesteit rapporteeren. In denzelfden geest antwoordden de Deensche en 
Poolsche ministers. Dienzelfden dag, na het diner, kreeg KoerS.kien een 
bezoek van Strafford en Chateanneuf, die in dezelfde termen een voorstel 
doden aangaande een wapenetilatand. Koerakien antwoonide Sti^fford ep 
dezelfde wijze, als hij den Staten had gedaan, maar aan den Markies de 
de Chateanneuf zeide kij kortehjk, dat hij rapport zoude doen aan het 
hof. Ook aan de Poolsehe en Deensche ministers werd dit voorstel door 
Strafford en Chateanneuf gedaan: ook zij namen op zich het aan hunne 
hoven te rapporteeren. „Den Zweedschen minister ia dienzelfden dagdoor 
al de drie bovengenoemde mogendheden een voorstel gedaan aangaande 
een wapenstilstand, maar hij verklaarde, dat hij op pereoontijk bevel Tan 
zijn koning dien wapenstilstand zal aannemen en verder bevel heeft vw 
de Prinses en den Senaat hier in vredestractaten te treden. En dezeTe^ 
klaring van den Zweedschen minister is geschied in verstandhouding net 
de intrignes van de Engelecbe en Franache ministers." 

'b Gravenhage, 30 Juli (10 Aug.) De Fransche gezant slaat aan Koe- 
rakien uit naam zijns konings voor om een particulieren vrede tussehen 
Zweden en Rusland te bemiddelen: daarna zouden Rusland en Frankrijk 
in enge vriendsohapsbetrekkingen treden. KoerA,kten antwoordt ontwijkend. 

'b Gravenhage, 17/28 Aug. De Poolsche miniater heeft aan Eoordkien 
medegedeeld, dat hij van zijn bof bevel heeft ontvangen om op het vooi- 
st«l der drie mogendheden aangaande den wapenstilstand in overeenetem- 
ming met Koerfikien te antwoorden. 



A 



185 



'b GraTGiihe^, 31 &.ug, (11 Sopt,), Twee dagen geiedon ïs Koeratien 
ïn het locaal de Tref, met de gedeputeerden der Staten in conferentie ge- 
weest over de \ijf verbrande Bchcpon en den handel op Archangel. Zij 
stelden voor, dat de handel op Archangel op vasten voet zoude geregeld 
worden en de tol op de granen zonde worden teruggebracht op den ouden 
Toet. bEo daarbij zeiden zg, dat velen uit hunne onderdanen door her- 
baaldelijke veranderingen van dien aard, die den handel veel schade doen, 
gedwongen zullen wezen om hun handel te verminderen en anderen zelfs 
om dien geheel te staken, aangezien handel vrijheid eischt." 

'b Graven hage, 17/28 Sept. Bemsdorf heeft Koerakien een door de 
Staten opgesteld project tot den vrede medegedeeld : de Taaar zoude 
Sarwa, Ingrië, Karelië en Wijborg behoaden ; Lijfland en Riga moeaten 
un Zweden worden temggegeven, daar de Republiek dit geschikter acht 
voor de vrijheid van haar handel. 

Bijlagen: diverse vredesontwerpen, met elkander hierin overeenatem- 
mend, dat Ingrië, Karelië, Narwa en Wijborg aan Rnaland zullen komen ; 
in I en II wordt Estland en Roval evonoenB aan Rusland toegewezen; 
in ni wordt voofgesteld om Reval tot eene vrije stad t* maken. In I 
wordt gezegd, dat Finland, Lijfland, Riga aan Zweden moet«n worden ge- 
restitueerd ; volgens II moet Lijfland met Riga echter aan Polen komen, 
terwijl ÏII Riga tot eene vrije stad wil maken, maar Lijfland overigens 
liaan Polen toewijnt. In I krijgt Denemarken, Rngen, Stralsund en Pom- 
tmeren tot de Feene; de andere helft van Pommeren zoude dan aan 
'Pmisen komen, maar Breraen en Verden aan Hanover. 

'b Graven hage, 8/19 Oct. , Volgens den oeküz zal ik in de volgende 
"ve&k den Fransehen gezant antwoorden aangaande Frankrijk's goede 
middelen." 

's Gravenhage, 12/23 Oct. „Volgens den oekaz heb ik den Franschen 
)^zant op de twee u bekende voorstellea aangaande de goede middelen 
/en particulieren vrede in die termen geantwoord, welke de oekaz mg 
S beval, en wel: dat het voor Z.Ta. Majesteit niet zonder gevaar is om 
ide goede middelen van zijn koning aan te nemen, aangezien de ministers 

f van Z. Allerchristelijkste Majesteit zoowel bij de Porte, als bij de vredes- 
onderhandeling met den Duitschen keizer en eveneens aan het Pruisische 
I hof alle voorstellen in het belang van Zweden hebben gedaan en daarvoor 
jsteeds hebben geijverd; wat den particulieren vrede betreft, heeft Z, Ta. 
'Majesteit zich er nooit afkeerig van betoond om een goeden en Yoor- 
deeligen vrede met de Zweedsche kroon te sluiten, doch slechts gemeen- 
Bcbappelijk met zijne hooge bondgenooten. Chateaunenf zeide, dat hij over 
een particulieren vrede slechts op verlangen van den Zweedschen koning 
Ibad gesproken on niot uit naam van Frankrijk." 



Zie Scheltema, Rusland en de Nederlanden, Dl. III, p. 298 e. v, „Po- 
gingen van den Czaar om den handel van Archangel naar Petersburg 
' verplaatsen. Gevolgen van deze poging." Wat de diplomatieke gesohie- 



derns TUI 1712, 1713 en 17H betreft is Scheltema zeer beknopt, 
zie o. a. Dl. III, p. 264. 

1715. 

Brieven van de Staten aan den Tsaar. 

Boek, bevattende de protocollen van Koenikiens verblijf in 1 
Engeland en Pruisen (tot Dec. 1717). 

Project van een handels tractaat en dcfeasief verbond tusschon Ruslac 
en Holland, in Januari door Coeriikien overgezuuden, met bijbobooreiidf 
stnkken. 

Concepten der brieven van Galófkien en Sjafirof aan den agent t 
den Burgh. 

Brieven van den agent vau den Burgh aan den Tsaar, QalófkÏE 
Sjafïrof en Osterman. 

Brieven van Osiep Salavrjóf aan Dalgaróekij. 

Brieven van Scbeltinga aan Apraksien. Ygl. Schcltema, Boaland eoM 
Nederlanden, Dl. III, p. 315 e. v- 

lUeinoriaien en mededeel in gen van den Resident de Bie. 

Eapport der kooplieden Lups en Goes over de tollen, die in 
worden geheven. 

Brieven van den agent van dea Burgh aan SjaSro^ Eoerakien a 
DalgariSeky. 



P. M, A., Bundel 276, bl. 468, 469. Brief van Osiep Salawjóf ai 
Apraksien, Amsterdam, 15/26 Febr. Over het koopen van bout. 

bl. 155. Brief van Koerakien aan Apróksien, 's Oravenhage, 26 April 
(6 Mei). 

bl. 156, 157. Bapportet 
delingen. 



1 Koerakien over het huren van vreem- 



P. M. A,, Bundel 389, bl. 98, 99. Over het huren van Hollanders 
voor den zeedienst. 

P. M. A., Bundel 390, bl. 48, 62. Over het zenden van leerlingen 
naar Holland. 

175, 179, 186, 187, 199, 204, 305, 207. 
I de Hollandsche en Engelsche koopvaar- 
22—226, 237, 252, 279, 289—291, 323, 
, onder Engelsch en Hollandach convooi, 
Holland om de in Holland bestelde schepen af te halen en waren 



Bundel 398, bl. 1 
Over de aankomst te Reval 1 
dijscbepen onder convooi. bl. 
Over het zenden van schepen 



Bunde! 399. Hier en daar wordt gesproken over de aan- 
komst van Hollandsche en Engelsche koopvaardijschepen te Reval. 
P. M. A., Bundel 647, bl. 40, 75. Copieën eener notitie des Tsaars 



ungaando de ambachten, welke men in Engeland on Holland leert, 7 Febr. 
P. M. A., Bundel 19, bl. 25, 26, 36, 83- 85. Over het zenden van 
. JDUge lieden naar Engeland on Holland om daar verechillende ambachten 
;te leeren. 



P. M. A,, Bundel 384, Hierin vindt men brieven van Salawjóf, Koe- 
rakien an Ljwóf aan Apniketen. 
' Brieven van Salawjóf, alle te Amsterdam geschreven, van 21 Janaari 
.(1 Febr., bl. 1, 2), 11/22 Febr. (bl. 3), 15/26 Febr. (hl. 4, 5), 4/15 Maart 
■(bl. 9, 10), 25 Maart (5 April, bl. 7, 8), 15/26 April (bl. 11), 29 April 
,(10 Mei, bl. 14, 15), 6/17 Mei (bl. 16), 24 Mei (4 Juni, bl. 17, 18), 
,■3/14 Juni (bl. 33, 34), 14/25 Jnni (bl. 35), 21 Juni (2 JuU, bl. 45), 
.19/30 Juli (bl. 36, 37), 21 Juli (1 Ang., bl. 41, 42), 29 Juli (9 Aug., 
11. 47), 16/27 Aug. (bl. 49), 30 Ang. (10 Sept., bl. 51, 52), 11/22 Oct. 
(hl. 57), 18/29 Oct. (bl. 58), 6/17 Deo. (bl. 59, 62). Als bijlagen bij 
Brieven van Salawjóf verechillende rekeningen bl. 19—31. Hflkaningen 
itetrefiénde de inkoopen, door Salawjóf te Amsterdam, op last van Apr^- 
tien, gedaan (spijkers, verf, hout enz,). 

bl. 39, 40, 43, 44, 54—56, 60, 61. Dito. 

Eoer^kien's brieven aan Apr^ksien. 

bl. 65. Londen, 11,22 Febr. Over de vrouwen der officieren, welke in 
{tassiBchen dienst waren aangenomen. Koerden vraagt, of Apr^ksion 
kiet eene beschikking wil maken, „opdat ik en van den Burgh aan het 
(eBmeok dier wijven en aan alle boosaardige aanvallen mogen ontkomen." 

bl. 66. 's Oravenhage, 29 April (9 Mei). Met een bglage, betreffende 
len timmerman 'boeiermaker Elaaa Jan Tromp (bl. 67). 

bl. 71. Berlijn, 22 Deo. (2 Januari 1716). Over het huren van 
loUandscbe zeelieden en de zending van Scheltinga voor dat doel naar 
lolland. 

Ljwóf 's brieven aan Apré,kBien. 

bl. 75, 76. Amsterdam, 4 Januari ,Yoor dezen heb ik reeds vaak aan 
Jwe Hooggrafelijke Excellentie, mijn genadigen Vader en Heer, ge- 
chreven, met mijne tranenrijke bede om mij wegens mijne ziekten, al 
het slechtB voor eenigen tijd, verlof te geven om in de eenzaamheid 



bl. 77, 78. Amsterdam, 8 Januari, 

bl. 79, 80. Amsterdam, 11 Januari. „Met de vorige post van 8 Jann- 
i heb ik aan Uwe Grafelijke Excellentie geschreven en met dezen, mijn 
(reeden, brief meld ik, dat ik den 30''"''' Dec. twee ockaaen van den 
Irooten Sonverein heb ontvangen, den eersten van 27 November en een 
nplicaat daarvan van 1 December, waarin Z. Ts. Majesteit heeft geliefd 
B bevelen, dat ik onmiddellijk naar St. Petersburg moet gaan en mijne 
ommissio aan den Heer Osiep Salawjóf overgeven, opdat hij die gedurende 
aijne afwezigheid mocht waarnemen." Daarna ontving ik een triplicaat 
elijk aan het oorste en hot tweede, met de onderteekening van Z. Ma- 



jesteit, op den 5''"' Januari, en den tweedon December uit 8t. Pctereburg 
gezonden en volgens die drie oekazen heb ik onmiddellijk, nog den 31>"" 
December, mijne commissie aan den Heer Osiep tjalawjóf overgegefeo 
on zelf beb ik mij in alle waarheid tot de reie naar St. Petersburg ge- 
reed gemaakt om tegen 9 Januari zoo snel mogelijk op reis te gaiui, 
ondanks mijne zware ziekte." „Maar den achtsten Januari ontving ik i 
het vierde bevelBchrifl van den Groeten Souverein, met onderteekening 
van II, mijn Heer, verzonden uit 8t. Petersburg, 9 December," .waarin 
gij gelieMet te schrijven, mijn Heer, dat ik aan alle kinderen van edellieden 
uit de Russische natie, welke de navigatie hebben geleerd, alom sohiif- 
tel^k moet bericht geven van hun terugkeer naar Rusland, t " 
mijn Heer, is het uit mijn vroegere brieven bekend, dat zij niet a 
in Engeland en Holland maar ook in Denemarken en elders, in de Spa 
sohe en Middellandache zee in de havens zijn verspreid, bezig met 
beoefenen der praktijk, en volgens dit bevelschrift moet naar al i 
plaatsen aan hen geschreven worden, en verder geliefdet gg te scbr 
dat ik een uitvoerig bericht moet overzenden, naar de verschillende ji 
gelieden zich iu de praktijk hebben geoefend. Indien ik (zooals ik t' 
begonnen ben te verrichten) dit alles ten uitvoer moet brengen, zal htt \ 
mij weldra onmogelijk zijn" enz. enz. „evenwel, als God mij wil helpen, 
zal ik mij beijveren alles te volbrengen. " 

bl. 81, 82. Amsterdam, 14 Januari. 

bl. 83, 84. Amsterdam, 31 Januari. 



Brief van de Staten aai 
Oekazen aan Eoerakien. 
Concepten der oekazen 
Duplicaten der relatien 
" ' 1 Koer^kien 

3 den agent 
Brieven van Osiep Salawjóf 



1716. 



Koerakien. 
Koerakien aan Gi 
Dalgaróekij. 
den Burgh. 

Dalgaróeky. 



Memorialen en mededeelingen van den Resident de Bie. 

Memorialen van Robert Ooes, Hollandsch gezant te Kopenhagen, ingH I 
diend gedurende het verblijf van den Tsaar aldaar, I 

Brieven aan Baron Sjafirof van ChristofTel Brandt en andere Hollandsdie | 
kooplieden. De antwoorden op enkele daarvan. 

Brieven van den agent van den Burgh aan Baron Sjaffrof. 

Brieven van den Tsaar en Galófkien aan Osiep Salawjóf. 

P. M. A., Bundel 550, bl. 11. „Lijst der waren, welke uit Hollanden 
in dit jaar 1716 ontboden en vandaar langs den kortsten weg n 
St. Petersburg gezonden moeten worden" '). 



bl. 17. „Notitie der l 



! Heer agent Johanties van den Burgh ii 



Januari. Zaak betreffende het verzoekschrift van den edelman MicliaSI 
Baltfjkof, die zich naar Holland begaf, aangaande zijne particuliere zakeD. 



j ïebr. Zaak betrefl'ende het ïeinj 
am aan zijn zoon Michaël, klerk 

21 Febr. Brief Tan freule vat 
l&iersolte van den Kranenburg, 
'het KüBsiBche hof te zenden. 

7 Maart. Brieïen uit Dresden 



skachrift van den diak Locka Kalósjie: 

n Holland, tractement over te maken. 

Haeraolte, dochter van den gezant 

lan Oalöfkien, om het reoreditief van 

L den secretarÏB van Baron Haersolte 



'Tan den Kranenburg, aangaande diens overlijder 

P. M. A.. Bundel 153, bl. 177, 178, „Conventie tussen sijn Cz. Maytt. 
Tan Rusland en haar hoogmoogende de Hoeren Staaten Generaal van 
liolland en WesC Triesland weegens het saluyt dat de Hollandse Oorlog- 
Kheepen fortreasen en casteclen van sijn Cz. Uaytt. boo wel in zee als 
flp de rivieren stroomen en Havens" verplicht zijn; 14 Mei. 

P. M A,, Bnndel 552, bl. 11, Brief van den secretaris Makarof aan 
CrniJB, Pyrmont, 5 Juni, ,Oaiep Salawjóf heeft hierheen uit Holland 
IgMchreven, dat hij naar St. Petersburg een tabakspinner heeft gezonden, 
'ga dien bevolen heeft zich bij ü te vertoonen." „ook schreef Salawjóf, 
Bat hij marmer en sehilderijen heeft gezonden, welke voor Z. Tb, Majesteit 
■jfn aangekocht." 

15 Juni, Zending van den kanselarijraad Andréj Oaterman naar Holland. 

P. M. A,, Bundel 552, b!. 147. Brief van den secretaris Makarof aan 
Cmijs, Kopenhagen, 12 Juli, „Op bovcl van Z. Ts. Majesteit zijn in 
Bolland gekocht en van daar naar 8t. PeterBbnrg gezonden op het fregat 
9t. Maria 180 vaten spijkera, 2S koperen scheepaketels met deksels, 16 
rtijpsteenen." 

P. M A., Bundel 405, bl. 97. Brief van Ménsjikof aan Apraksien, 
St, Petersburg, 12 Oct. „ook schrijven aommigen, dat Z. Ts. Majesteit 
V'oomemens is om gedurende den winter eentgen tijd in Holland te 
Vertoeven, maar zekerheid ia hieromtrent nog niet." 

P. M. A., Bundel 417, bl. 66, 67, Brief van Wasflij Rzjefakoj aan 
Apraksien, St. Petersburg, 3 Nov. „Ik denk wel, dat Z. Ts. Majesteit 
^ïedg van Kopenhagen naar Holland is gegaan, en bij hem zijn de Heeren 
ümBters Qawrfla Iw^uowietsj Sjafirof en Tolstdj" enz. 



dienst Zgner M^esteit voor i)e 8t. Peterburgsche Admiraliteit t\ 
^oor vier jaar Tonder verlof," Twee jaren zijn naar verkieïing van den Tsaar. 
IjEn aan ben. moet al het geld in Rusland worden g;egeTeD, behalve het handgeld, 
m lij ontvangen, wanneer lij in dienst Ireden, en ouder dan van 36 tot 40 jaar 
gMgen er niet worden aangenouien en lij moeten niet aan den drank verslaafd 
Wn, maar hun vak verstaan. 

l H. 463. In een brief van Cruijs aan Ménsjikof, St, Petersburg, 11 Juli, komt 
ptl volgende voor : „Wanneer Z, Ts, Majesteit gelieft zulk een prijs voor den jiennep 
w betalen, als vDor welken de Ëngelacbe en Hotlandsche kooplieden dien gekocht 
fabbeu, dan kan Z. Tb. Majesteit daarvoor den hennep nemen, ook al was die 
^eds geladen en verkocht, en daartoe heelt onze A.llergenadigste Souvereïn, Z. Ts. 
Majesteit, de eerste macht: eene zoodanige macht bezitten alle eigenmaclitige 



190 

P. M. A., Bundel 417, bl. 71, 72. Brief van Wasflij Rzjefakoj aan 
Aprdketen, St. Petersburg, 7 Nov. „Z. Tb. Majesteit en Mevrouw de 
Taarfetsa en alle ministers ziJD te Hamburg aangekomen en tandaar 
(^lieft Z. Tb. Majesteit naar Holland Ie gaan. 

P. M. A., Bundel 405, bl. 120, 121. Brief van M^nsjikof aan Apraii- 
Bien, St. Petersburg, 18 Nov. Hierin wordt eveneens het voornemen 
van den Taaor om naar Holland te gaan, doch als iets ouzekers, ssn- 
geroord. 

P. M. A., Bundel 405, bl. 130. Brief van Ménsjikof aan Apraksien, 'l 
St. Petersburg, 2 Dec. „niets bijzonders, alleen, dat Z. Ts. Majwta'i 
zekerlijk naar Holland zal gaan." 

Behalve dezü verschillende getuigenissen over des Tsaara voomeman 
om naar Holland te gaan hebben wij in P. M. A., Bundel 405, bl. 133, 
134. er een van den Tsaar zelf. Hij schnjfl; namelyk den 17'''"' Norembe" 
nit Havelberg aan Apr&ksien: „Ik reis vanhier ovex Hamburg HMÉ. 
Holland en daar zal ik tot Maart vertoeven om dichter bij Ëngelaad tl 
zyn." Ygl. Scheltema, Rusland en de Nederlanden, Dl. Hl, bl. 311 
Ook in P. M. A., Bundel 430, dien ik niet nader onderzocht heb, ■ 
brieven aangaande de reis van den Tsaar, als ook in P. U. i " 
418, die wy hierbeneden zullen vermelden. 



P. M. A., Bundels 407 en 418 bevatten ïole brieven van bel« 
voor onze handelsgeschiedenis. Men zie in Bundol 407 bl. 11,12, 31- 
73—75, 77, 84—86 (over het ontbieden van een ketelmaker uit HoU 
over het koopen van aeheepsvoorraad aldaar). Bundel 418 bevat briei 
van Salawjóf, Eoerdkien en andereu aan Apraksien. 

Brieven van Salawjóf, alle uit Amsterdam, van 10/21 Januari {bl 
3/14 Febr. (bl. 3, 4), 14/25 Febr. (bl. 5), 17/28 Febr. (bl. 6), 24 F* 
(6 Maart, bl. 8, 9), 20/31 Maart (bl. 12, 13), 6/17 April (bl. 15), 
April (8 Mei, bl. 16), 15/26 Mei (bl. 17): bl. 14 is ©ene rekening, 
treffende inkoopen door Salawjóf, op last van Apraksien gedaan 

Brieven van Koeriikien, van 6/17 Febr. ('s Öravenhage; bl. 
24 April (5 Mei, Hamburg: bl. 34), 28 Mei (8 Juni, Hanover; \>l. 

Eenige brieven betreffende Peter's reis : van Qeneraal Devker, Ko[ 
hagen, 14 Januari (bl. 68, 69) en 28 Januari (bl. 77, 78); van Pet» 
Tolstöj, Danzig, 16 Maart (bl. 47, 48); van Zmajéwietsj, Rostock. 33 
Deo. (bl. 129—132); van Gatóftsof, Danzig, 27 Dec. (bl. 38 — 41). 



Protocollen der oekazen aan Koeriikien. 

Danzig, 11 April. Over het toetreden van Engeland tot de Noordsche 
alliantia 
Ej)penhagen, 14 Juli. Over de Engelsche en HoUandsche eskaders io 



191 

Ie Oostzee enz. Do Engelaclie minister had er bij Koenlkien op aange- 
drongen, dat de Taoar zijae troepen nit Mecklenburg zoude doen weg- 
toekken. Tbans krijgt Rocnlkieii het bevel om aan den Ëngelschen minister 
en aan Bemsdorf te verklaren, dat het niet aan Z. Tb. Majesteit, maar 
na Engeland zelf te wijten is, dat de RuasiBohe troepen daar nog Tertoeven, 
aangezien het zijne belofte niet heeft gehouden om hot overbrengen dier 
troepen met zijne vloot te dokken. 

Kopenhagen, 4 Sept. Koerakien had twee projecten van een handelatractaat 
OTBTgezonden, hem door Walpole gegeven. Deze zijn niet aannemelijk, vooral 
omdat Engeland geen geneigdheid toont tot een defensief verhond. Wat 
verder de gesprekken tusschen Koemkien en den Zweedschen Generaal 
Ranck betreft, moet Koerakien dezen mededeelen, dat Z. Ts. Majesteit 
itwds tot den vrede geneigd is en dat de koning van Zweden het beste 
loade doen met direct iemand naar 't Russische hof af te vaardigen. 
Zie Scheltema, Rusland en de Nederlanden, Dl. III, p. 324, 328. 



Kelatièn van Koeriikion. 

's Qravenhage, 10 Febr. Walpole is den vorigen dag by Koerakien 
geveest: hg zeide, dat de Engelsche regeering zeer geneigd is om een 
handeUtractaat te sluiten, en informeerde, of Z. Ts. Majesteit tegen de 
lente zijne vloot wilde uitrusten en uit hoeveel schepen die dan zoude 
bestaan. Koerdkien antwoordde, dat de vloot zeker zoude worden uitgerust 
en dat die waarschijnlijk omstreeks 24 schepen zoude tellen. 

Londen, 20 Maart. De Engelsche regeering beeft door Bemsdorf aan 
Koerakien bekend gemaakt, dat zij zeer geneigd is om een nauw verbond 
;ttet Bnsland te sluiten en Zweden tot den vrede te dwingen, In de 
l'Volgende brieven van Koerakien, uit de maanden April, Mei, Juni gaan 
fleze onderhandelingen voort. 

Gravenhago, 26 Juni, Weselöfakij heeft aan Koeriüien geschreven, 
^t het Engelsche project van een handelstractaat nog niet in het Han- 
^UcoUege is voltooid, maar spoedig gereed zal wezen. 

'> Oravenhage, 3 Jnli. „Volgens den oekfiz van Uwe Majesteit heb ik 
lalle moeite gedaan om te bewerken, dat de Heeren Staten zouden bevelen 
Ban hun gezant te Constantinopel, Graaf Coljers, om zijne correspondentie 
Inet het hof Uwer Majesteit voort te zetten en iemand nit zijn gevolg 
naar de troepen of naar Adrianopel te zenden, opdat deze ons hof van 
alle zaken in Turkije op de hoogte koude houden." De Staten willen 
geen ofBcieel bevel van dien aard aan Coljers zenden, maar onder de 
liand is dezen voldoende opgedragen Z. Ts. Majesteit van alles in te 
lichten. Men zegt, dat de Staten door Coljers, gemeenschappelijk met 
Engeland, hunne mediatie onn de Turken hebben voorgeslagen om een 
Trede met de Venetianen te bewerken, en dat, indieu de Turken de 
Hollandsche en Engelsche mediatie aannemen. Graaf Ooljera naar Adria- 
nopel en wellicht nog vorder zal reizen, in welk geval hij uitnemend in 
)e gelegenheid zal wezen om den Tsaar van dienst te z^tt. Maar indien 



é 



192 

ilti Turken de mediatie niet aanaemen, dan ia het onmogelijk voor Coljere 
of iemand uit Kijn gevolg om den y'viier te vergezellen, want zoo zij dït 
deden, zouden Kjj argwaan verwekken. Eeer^ion stelt aan den Tsur 
voor om de Turkscho correspondentie aan den zoon van den Staaticben 
oonHul te Smyrna op te dragen. 

's Draven hago, 10 Juli. „De Zweedache miaÏBtor, Baron Görtz, heeft 
sedert zijue aankomst alhier tot heden zijne officiöele commissie nïet oao 
de Staten medegedeeld, maar is eergisteren bij den Gaad-PenBionaris 
en andere voorname personen dezer Hepubliek geweest; hij beeft hun 
den wil en de geneigdheiil zijns konings tot den vrede betuigd en, dst 
tot nog toe geen begin met de onderhandeling ia gemaakt, ligt niet aan 
het niet daartoe geneigd z^n van zijn koning, maar aan het talraen van 
den Keiiter en Frankrijk in hot nemen van een besluit." 

's Graven hage, 21 Juli. De Zweedache minister. Baron OS rtz, heelt 
hier aan de stalen voorgealagen, dat zij een som gelda aan zijn koning 
te leen louden geven, evenals in 't jaar 1700": hun zoude daarvoor de 
inkomsten van koper- en ijzermijnen worden verpand. De Staten hebben 
dit geweigerd. Ook een ander verzoek van Görtz, nl. dat de Staten 
borg louden willen ziju Toor geld, dat particuliere personen aan de 
Zvreedsohe kroon mochten teenen, vrérd a^^elagen. De Stalen verweEen 
hem voor die garantie naar de stad Amsterdam, omdat daar de meeste 
kooplieden sijn, die geld op crediet zouden willen geven. Haar Koerakien 
memt, dat Ofirts ook daar eene w«gering zal ontrangen. 

'e Gravenhagc, 2S Jnti. Görtz is naar LJlle gereisd om eene ontmoe&ig 
met Baron Spar te hebben. Hen zegt, dat Görtz Ie 's Oravenbage eeoe 
woning aoekl om er te blijven vertoeven, hetgeen Telen onaangenaam a. 
OQrti wordt te Reenen niet aan 't hof oatvangen. 

's Gravenhage, 31 Juli. Baron Görti b uit Lille tern^ekeerd en zoekt 
eene woning: tot deien dag he«ft hij lijn geloofsbrief nog niet getoond 
CD slechts onder do hand gfïnlngeerd. 

's Gravenhage, i Aug. Baron Görti is voortdniend in conferentie 
met den Fransebon minister, maar heeft nog geen voomel aan de Staten 
gedaan. 

's GraTonhage, 21 Aug. De Zvreedsche Generaal It«nck, in Hesasdien 
Üan^ is dsa wigca da^ bij Eoerikien geweest en heeft hem ew nedB 
tM Sn hw i KwUiid en Zvrèdoi vooi^e&lagen. 

^^RTMlhtge, 6 Kot. Ee^iMenn ia da HeKeD-Caseelecbe 
é» im )rorigM éÊg T«a ign kof was tBnaggekeeid, bij Koetildra 
««Ml: d» LMiigTMf iMd hsv OMMelgk brtoka KocrOiea te booc 
«a nw «k mde tasKtna Z. Ts. Majesteit en Zweden te spfdbm 1 
Swedw aeer y eigi ««s tot es Trede net T 
wUk miMt, of Z. Tk. a Uj srt u t M eea puticDiéfeii of aT 

) KctekDd». DL m, p. 323 CL 1 

1717. 




193 



e GraveahagG, met de aatwoorden 
werd vorgund de aaogevoerde, 
Beval enz. ia de nmgazijiien te 



Bgediend gedurende zijn verblijf te 'i 
Uarop, waarbij den koopliedeo 
loaar niet lerkochte varen te 
^poneeren. 

. 20, 27, 29, 30 Juli en 4, 12, 17 Ang. Verslag van de geheime con- 
lEiTentJes, te 's Oraveobage en Amsterdam gehouden, tnsschen Prins 
Koerden, den Zweedschen generaal Poniatowski, den Secretaris Preia 
[cn Baron Qijrtz over een te houden coagres in Finland om over den 
Trede tusschen Rusland en Zweden te onderhandelen. Daar dit verslag 
^ers (door een Zweedsch geleerde) zal worden gepubliceerd, heb ik het 
niet nader onderzocht. Zie Soheltema, Rusland en de Nederlanden, DL 
m, p. 324. 

Concepten der brieven van den Tsaar aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan den Tsaar. 

Brieven van Chriatoffel Brandt aan Dalgaróekij. 
' Bescripten aan Eoerdkien. 

Protocollen der rescripten aan Eoenikien. 

Concepten der rescripten aan Koer&kien. 

Duplicaten der relatiën vaa Koerakion. 
■ Protocol van Koeré.kien'8 verblijf in Holland (loopende tot 1719). 

Brieven van KoeraHen aan Dalgaróebj, 
'Brieven aan Galófkien en Kocrakien van den gezantBchapsaeeretaria 
taradien. 

Concepten der rescripten van Sjafirof aan van den Burgh, 
I Relatiën en brieven aan Oalófkien, Sjaffrof en andere ministers van 
ion agent van den Burgh. 

Brieven van de agenten van den Borgh en Brandt aan den kabineta- 
Qoretaris Alekaéj Wasfeljewletsj Makarof. 

I P. M. A., Bundel 271, U 360, 678-683. Lijsten van ambachtalieden, 
^t Holland naar Eusland gezonden, met opgave van het loon, waarvoor 
g in dienst zijn gouomen. 

P. M. A., Bundel 433, bl. 9, 10, 266—270. Over het koopen van 
pedicamenten te Amsterdam. 

( P. M. A., Bundel 435, bl. 121, 122. Over eene bestelling van medische 
Betrnmenten uit Holland. 

, P. M. A., Bundel 495, bl. 246, 259. Over het verbUjf van Z. Ta. Ma- 
nteit in Holland en Frankrijk. 



,■ P. M. A., Bandel 446 bevat verscheidene brieven, die op Peter's reis 
luur Holland en 't aannemen van Hollanders voor den Rossiachen ze&- 
ffienat betrekking hebben. Men zie in dezen bundel bl. 4, 10, 17 — 20, 
85, 43—46, 49—52, 66—70, 72, S5-87, 105, 106, 193-196. 
' P, M. A., Bundel 434 behelst o. a. twee brieven van Zinajówietsj aan 
Apraksien, beide uit Bostock, van 12 Januari en .... Febr. Uit den 
jtttstea brief: „Aangaande de omstandigheden van deze streek rapporteer 



194 

ik D, dat in Engeland en Holland thans grcote din^n geBchieden, en 
de koning van Zweden wilde in Engeland een opstand veroorzaken en 
thans houdt men de Zweedache gezanten, zoowel in Engeland als in 
Holland, onder arrest." Zie Scheltema, BuBland en de Nederlanden, 
Dl. m, p. 347. 

P. is. A., Bnndel 441 bevat eveneens eenïge stnkken, die op ons land 
betrekking hebben: bl. 14, 29, 30, 31, 32, 34—42 njn lijsten ran am- 
bochtBliedcn, door Z. Ts. Majesteit uit Holland gezonden; bl. 65 en ë6 
ügn twee brieven van Eoenikien aan Aprlksien ('s Graveohage, 25 Ju., 
d.i. 5 Febr.; en Amsterdam, 29 Nov., d. i. 10 Dec.); bl. 70, 71, 77,78 
zijn twee brieven van Oatóftsof aan Aprakaien uit Dandg (1 Febr. ea 
20 Joni) over de verzoening tusschen de Polen en Saksers en over het 
toelaten der Spanjaarden en Portugeezen tot het handels verbond met 
Frankrijk, Engeland en Holland; bl- 94, 95 zijn lijsten van hen, welke 
als matroos in dienst zijn gekomen, doch het matrozenvak niet kennen 
(o. a. verscheidene wevers tut Amatordam '). 



Belatiën van EoeraMen. 

's Qravenhage, 23 Januari. De JSngelache en Hanoveraanaohe ministen 
hebben nog geen formeele voorstellen betreffende de zaken van het Noorden 
aan de Staten gedaan, maar spreken tegen hunne vrienden over het 
zoeken van een middel om een vrede te bewerken. 

'h Gravenhage, 24 Sept. De koning van Spanje heeft thans formeel 
zgne voorstellen herhaald, Engeland en Frankrijk als mediatoren en 
seheidsrachters tnsschen hem en den Keizer aannemende, en verklaard, 
dat hij bij hot begin der onderhandelingen zijne vloot zal doen terug- 
trekken. Frankrijk en Engeland hebben hiervan aan het Keizerlijk hot 
kennis gegeven. De Spaansche gezant alhier, ïlarkies Barettïlandi heeft 
den Staten sohiiftelijk verklaard, dat zijn koning de Repnbliek als mediator 
en aeheidsrechter aanneemt. Men vermoedt, dat de Keizer noch Frankrijk 
en Engeland, noch de Staten als zoodanig zal accepteeren. 

'b Oravenhage, 4/15 October. Lord Cadogan heeft een memoriaal aan 
de Staten overhandigd aangaande de schade, die de handel der zeemogend- 
heden gedurende den Noordschen oorlog heeft ondervonden: hij alaathnn 
voor gemeen sohappelijke maatregelen te nemen tot het beachermen hunoer 
commertie. De Staten hebben hierin nog geen bealuit genomen. In lie 
vorige week is Lord Cadogan te Amsterdam geweeat om die stad geneigd 
te maken tot het zenden van een eskader. De magistraat van Amsterdam 
toont zich zeer gezind om dit te bevorderen. Dientengevolge hebben 
eenigo kooplieden een memoriaal bij de Staten der Provincie Holland 
ingediend aangaande de nadeelen en beleedigïngen, welke zij vao do 
Zweden hebben ondervonden. Telen oit de mocbthebbenden dezer Bepa- 



bek wilIcQ kaperbriersn aan Zeeawen Tsrleenen, „maar ik betwijfel, dat 
t liefhebbers daarvoor zullen vorden gevoaden, aangezien er voor de 
lollandsche kapers nïet het minste voordeel in kan wezen om Zweedsche 
tipers te nemen : Zweedsche koopvaardijschepen zi)n er thana zeer weinig 
Bp zee." Men neemt het den Zwecdschen koning zeer kwalijk, dat hij, na 
n declaratie, aan de Staten gedaan over het teroggeven der schepen en 
im vrijen handel, tooh voortgaat de HoUandeche schepen te nemen. De 
Btiten hebben aan Chateaunenf verzocht, dat de Fraosche gezant te 
Bifflokholm dit den Zweedschen koning zal voorbonden. 

'b Gravenhage, 15 Oct, „De Engelsehe ministers stellen aan de Provincie 
Holland voor on trachten deze vóór de andere gewesten daartoe ie be- 
wegen, dat zij togen de lonte aan hun koning twaalf oorlogsschepen zdI- 
lea geven, waaraan Engeland er 24 zal toevoegen, om gezamenlijk de 
H(»i5zee (Böwemoje more) voor de Zweden te beveiligen on den handel 
n^ te honden, en bovendien verklaren zij slechts in algemeene termen, 
lat hnn koning, vereenigd met deze Rapnbllek, in staat zal wezen den 
Noordschen oorlog spoedig tot een einde te brengen." In denzelfden geest 
ipreken de Engelsehe ministers tot aanzienlijke personen in de Republiek, 
Ha den Baod-Pensionaris, Devenport, Slingelandt en Albemarie, terwijl zy 
nm voorhouden, hoe slechte gevolgen een particuliere vrede zonde kannen 
lebben, waartoe — volgens hen — veel gevaar dreigt: dit moet men 
tlorkomen, door gemeenschappelijk zijne kracht aan Zweden te toonen. 
>ok moest men eskaders naar de Oostzee zenden en in Engeland en 
lolland den handel met Zweden verbieden: in dat geval zoude de 
ioniiig van Zweden gedwongen zijn vrede te zoeken en dien oorlog te 
taken. Eenige provinciën zijn hiertoe zeer geneigd, in het bijsonder de 
tad Amsterdam. Eoeriikien heeft zijn secretaris Karadien naar Bremen 
ezonden om met Welling te spreken. Deze verklaart geen volmacht te 
ebben, maar zich te verheugen in de vredelievende stemming van 
L Tsaarache Majesteit. Deze zending van Earadien had plaats naar 
Knleidlng van de onderhandelingen met Oeneraal Banck. 

'b Gravenhage, 26 Nov. De Zweedsche secretaris Preis is bij Koeri- 
ien geweest en heeft de goede gezindheid zijns konings tot den vrede 



'b Gravenhage, 26 Nov. Chateanneuf is ongesteld en heeft daardoor 
3ene officieele conferentie met gedeputeerden kunnen houden ; hij heeft 
ihter Fagel bij zich aan hois genoodigd en hom het rapport van 
m Franschen gezant te Stockholm aan zijn hof medegedeeld, dat de 
oning van Zweden den gezant Rumpf niet vril ontvangen, eer hem 
Etis&ctie is gegeven en vergiffenis is gevraagd voor de hem door de 
Itaten aangedane beleediging door het arresteeren van Baron Görtz. 
'a Gravenhage, 29 November, Uit Engeland is aan eenige aanzienlgke 
irsonen alhier bericht, dat het Engelsehe hof door den Holsteinschen 
ïnister Fabricius aan Zweden heeft voorgesteld Bremen en Verden aan 
ingeland of te staan : dan zonde Engeland eene groote geldsom daarvoor 
[even en al zijne bondgenooton in den steek laten, 
'b Gravenhage, 31 Dec. Men is het er nog niet over eens, van waar 



r 

3 



196 



men het geld moet nemen tot de nitniBting dier tIooI. 
partyen : de eene ia tegen Zweden en wïl eene sterke vloot i 
OoBteee zenden en daarna eerst gedepnteetden ah-aardïgeD naar i 
Zweedscbe hof. Tot dese partjj behooren de aanzienl^kste person^i 1 
Bepubliek. De andere party, die de Fransclie wordt genoaood, v 
dit plan t^en. De eerstgenoemde, anti-Zweed^he partij wïl tui Zwi 
eÏBchen, dat het de genomen schepen restitoecrt, wier waarde opa 
mUIÏoen galden wordt berekend, dat de geleden schade wordt i 
en dat de Tnje commertie op de Noord- en de Ooetzee wordt her 
todieo Zweden zj)iie toestemming niet geeft, zonde de vloot rijande 
optreden. Een der regenten heeft twee dagen geleden aan Koeraki 
medegedeeld, dat hij van Cbateauoenf bad Temomen. dat de Zwee 
koning waarschijnlijk den Resident Rumpf weder ten hoTezalontTaii_ 
hetgeen als een blijk van 's konings geneigdheid tot het herstellen i 
goede Tfiendsdiap moet worden beschoawd. 

1718. 

Belatiën van den te Amsterdam in dienst genomen officier Baraljonl 
die naar Zweden werd gezonden om zich van de zaken aldaar opl 
hoogte te stellen (nit 1718 en 1719). 

BrieTen en memorialen te Amsterdam, godnrende het verblgf ï 
Tsaar aldaar, ingediend door Dix en andore kooplieden. 

Brieven van den agent van den Bargh aan SjafJrof. 

Concepten der brieven van den Tsaar aan de Staten. 

Rescripten aan Koeralden. 

Concepten der rescripten ae 

Brieven van Koerakien a 

Brieven van den agent \ 

Brieven van Christoffel Brandt aan Dalgarilekij. 

Memorialen van den Resident de Bie. 

Brieven van den agent van den Burgh aan SjaHrof met de concepH 
der antwoorden daarop. 

Vertaling van een brief der Oost-Indische Compagnie over » 
en hoomtjes, door den Tsaar gevraagd. 

Excerpt aangaande bet Hollaudsche schip Vronw Catharina doorJ 
Zweden genomen en thans vrijgelaten. 

P. M. A., Bundel S. Lijst van schepen, gebouwd in Rusland, aai>|| 
bracht van over zee en genomen van de Zweden; RussiEch en HollBnda 
(1703-1718). 

P. M. A., Bundel 557, bl. 126—128. Over het brengen i 
benoodigdheden uit Amsterdam naar Rusland. 



I EoerjMen. 
I Dalgaróektj. 
I den Burgh e 



1 Oal^kien. 



11 Maart. Zending van ei 
overleden Hifi. Bjelazerétski. 



. priester aan Koen'ikien, in plaats van i 



It Uaart. Copie van eeo Hollandsohen brief ran den Resident de Bïe 
n den Tsaar te Moskoa. 

In beslag genomen brieven (en copieën van eenige daarvan) van den 
Kesident de Bie aan de Staten en particaliere personen in Holland be- 
treffende de zaak van den Taaréwietsj Alexis. Ook de ondervraging van 
3e Bie, van doktor Hovj en eene vroedvronw. Zie Scheltema, Rnslund 
en de Nederlanden, Dl. IV, p. 16 e. v. 

15 Maart. ( — 1723). Over het in dienst nemen van zeeofficieren en 
matrozen in Holland en te Hambnrg. 

Mü. Brief van den kapt. Breda) te Amsterdam. 

24 Mei. Brieven aan Galófkien met bijlage van een projeet aangaande 
den handel op Ferzië. De schrijver der brieven n'ordt Barboet genoemd. 
Baze bnndel schijnt nader onderzoek waardig te zijn. 

26 Mei. Brief aan den kanselarij raad Wasflij Wasieljewietsj Stepdnof 
TUI Iwón Jóeriëf ait Moskou. 

17 Juni. Zaak betreffende de arrestatie van den Hollandschen koopman 
Borieet (F), gemengd in de zaak van den Tsaréwietsj. 

JmiL Zaak betreffende de arrestatie van den gewezen klerk der ambas- 
eade in Holland, Nikifórof. 

Ang. Zending van Russische leerlingen in verschillende weten- 
schappen, met den monnik Króliek, naar Holland, Engeland, Prankrgk 
en Praag. 

23 Ang. Ondervraging van den Hollander Johan Wolmar enz. 

25 Sept. Zaak betreffende het tractement van Koerakien en zgn 
gevolg. 

24 Nor. Zaak betreffende het vermeerderen van 't tractement van den 
klerk Tilarétof in Holland. 

Bundol 4G9, hl. 85, 86. Copie van een brief van Blarny 
aan den agent van den Burgh, geschreven op het schip Ormond voor 
SergOQ, 15 Deo. ,wij sijn op den 17''^" November nienwe stijl door 
Iveel storm en onweer opt liedt van Bergen gekoomen, na dat wg 17 
daegen in do Noord Zee badden gekruijst met harde Z. O. winden, en 
liat het nog maar eon vat water en vier daegen proviand in 't schip, 
en tegenwoordig bon zeer verieegen om geit, ao dat ik seer genoodsaekt 
ben om een wissel op UEd. te trekken voor Stjn Czaarse Maijesteijts 



Protocollen der rescripten aan KoerSlden. 

Moskou, 6 Jannari. Baron Görtz heofl na zijne aankomst in Zweden 
Aan de Rnssische ministers te Moskou geachreveu, dat hij aan zijn koning 
de geneigdheid des Tsaars tot den vrede heeft medegedeeld en dat Karel XII 
ïolf zeer tot den vrede geneigd is en zijne ministers naar een congres in 
de nabijheid van Finland zal zenden, zoodra hij verneemt, dat er gevol- 
machtigden zijn benoemd van Russische zijde en eveneens daarheen zullen 
worden gezonden. De Bussische regeering heeft besloten Generaal Jacob 



198 

Brace en den kaneelaryraad Ostorman naar dat congres af te raaidigen. 

Moakou, 20 Felir, „Uit Uwe allcronderdanigste relatiën, mt 'e Graven- 
hage gezonden den 17'''^'' en 21'"" Januari hebben wij konnïe gekregen 
van de resolutie der Staten om hnnne HoUandache vloot uit te rosten 
tot bet heratellen van hun vrijen handel ter zee en hebben wy tevens 
vernomen, dat zij hunne vloot willen zenden in dat geval, dat de Zweden 
door de mediatie van Frankrijk en eveneens de koning van Denemarken 
niet op hun verlangen den vrijen handel willen toestaan" „wij bevelen 
U er voor te zorgen, dat de Staten bij hunne onderhandeling met 
Zweden niet de geheele Oostzee uitsluiten en in bet bijzonder onze havens, 
door hun uit onzen naam voor te houden, dat wij, indien zij met 
Zweden overeenkomen, dat onze havens worden uitgesloten en niet van 
den Zweedsehen koning vorderen, dat hij den vrijen handel op onw 
havens toestaat, wederkeerig, zooveel als ons slechts mogelijk ie, bon 
handel met Zweden zullen fnuiken." 

Moekou, 26 Mei. Ër is bij het doorzoeken van oude papieren een brtef 
van Keizer Maximiliaan aan den Tsaar en Grootvorst Wasfljj Iw5nowi8t^ 
gevonden, waarin deze Eusaische vorst „Keizer van geheel EnsUnd" 
wordt genoemd. Het stuk is door Masimilioan zelf onderteekend. Da 
Tsaar heeft bevolen dit document „als een oud en curieus stuk" Üako 
wjeaj drewnjaja i koerioznaja) in bet Hoogduitsch en Kerkslavisch te 
doen drukken en aan do verschillende Rusaische gezanten te zenden. 
„Gy moet over dezon brief on den inhoud daarvan l}ij eene geschikte 
gelegenheid met de Statjsn spreken en daarna, als zij hem verlangm Ie 
lezen, hun dien in druk, in het Hoogduitsch te lezen geven, opdat i| 
over de kracht er van naar waarheid mogen ingelicht wezen" i). 

St, Petersburg, 26 Mei. Bevel aan Koenikien om uit naam van dan * 
Tsaar bij de Staten eene klacht in te brengen tegen den Kesident ie 1 
Bie. O. a, „thans hebben wij opnieuw gezien uit Bjjne relatiën, ons door * 
ecnigc vrienden medegedeeld, dat hij, Ite Moskou vertoevende, znlke valscbs 1 
berichten aan de Staten heeft gegeven over onze zaken en handdingei I 
en hij dit met zulk een lasterzucht heeft gedaan, die niet te overtrema I 
is, en dat b^ in allo omstandigheden getracht heeft om niet de vriend* | 
schap tuBBchen ons en de Staten to bevorderen, maar om twisten te 
verwekken." Ook wordt van de Bie in dezen oekiiz gezegd, dat hij met 
meer laater over den Tsaar en zijne ministers heeft geschreven, dan dit 
eenigen paskwil achrij ver en vijand mogelijk zoude wezen." 

St. Petersburg, 5 Juli. „Wij hadden reeds vóór eenigen tijd uit goede 
bron vernomen, dat de Bie gedurende al den tijd van zijn verblijf aan 
ons bof niets anders heeft gedaan, dan slechts allerlei ongegronde en 
Toor onzen roem en ons belang zeer nadeelige berichten deels aan zijne 
principalen, deels aan zijne vrienden en correspondenten te schrijven, 
welke berichten wij nog beter zouden kunnen verdragen, als zij sleclits 



1) Dere brief, waarop de Russische Tsaren hun keiierslitel gronden, wordt Mf! 
met andere oude brieven van Souvereinen aan de Moscovische Tsaren in het Arelnsf 
van Buiteulandsche zaken te Moskou bewaard, alwaar hij mij werd getoond, 



e waarhmd bevatten — al waren zij dan ook tot ons i 
§ zijn alle leu^nachtig of op leagenachtige wijzo tot ons nadeel ver- 
itlscht en bestemd om onze vijanden aan te moedigen en twist tusBchen 
OU en de Staten te verwekken, hetgeen one allea zeer gevoelig is. Onder 
ndere zaken heeft hij vele malen vermeld, dat onze onderdanen zeer 
geneigd zijn tot mniterij en opstand tegen ons; daarom is die zaak op 
nu bevêl nader onderzocht en dientengevolge zijn ons eenig oopieen 
igner brieven en eindelijk ook origineele brieven over dit onderwerp in 
imze handen gekomen, waarin hij niet alleen waagde die bovengenoemde 
ongegronde en leagenaehtige, maar zoor gewichtige, berichten te schrg ven, 
inch dat op die wijze, alsof er spoedig een opstand tegen ons zoude 
piaats hebben en h^', de Besident, vreesde daardoor om te komen, om 
welke reden hij zijne terngroeping vraagde, en aangezien hij in andere 
brieven er van gewag maakt, dat hjj al deze berichten van eenige vrienden 
ODtvangt, en dit eene zaak van groote consequentie is en wij er nietB 
imderB ntt hebben knnnen opmaken, dan dat bovengenoemde Resident 
Benig bericht vao een voorgenomen opstand tegen ona heeft gekregen 
)f met den een of onder in zulk een plan betrokken is en nit vrees dat 
^ bij bet ontdekken daarvan zoude beschuldigd worden, zijne terugroeping 
eeft gevraagd, hetgeen men uit zijne brieven kan begrijpen, daarom 
lebben wij, in overweging nemende, dat genoemde Resident door zgne 
nsdanige verdachtige handelingen en zijne blijkbare gemeenschap met 
nze ongetronwe onderdanen zijne, aan zijn publiek karakter volgens 
et recht van alle volken toebehoo rende, privilegiën zelf heeft verbroken 
n zich daarvan heeft beroofd, en aangezien het gevaarlijk is in zaken 
etreffende rebellie te talmen, ons daardoor genoodzaakt gezien het besluit 
IB nemen om aan onze ministers te bevelen bovengenoemden Resident 
'Oor zich te roepen, hem mondeling al zijne ongegronde en vijandige 
landelingeu, volgens het bovengeschrevene, voor te houden en over die 
imatandigheden te ondervragen." „Hij konde dit zelf niet loochenen, maar 
ekende, dat die brieven van hem waren en hij ze geschreven had volgens 
Bnige teekenen en berichten, van sommige personen ontvangen. Enkelen 
Rarvan heeft hij genoemd, maar andere, voornamere personen hield hij 
erborgen en hij beloofde ons in alles volgens onze vraagpunten antwoord 
B zullen geven, onder eerewoord en volgens zijn geweten." 

B^lage: „Afschrift dor vraagpunten, aan den Eollandschen Resident 
e Bie voorgelegd." 

,10. Op welken grond heeft de Resident uit Moskon geschreven, dat 
iit het ^tand doen van de erfopvolging door Frins Alexis zeer kwade 
IBVolgen te verwachten zijn; eveneens, op welken grond had hij reeds 
Toeger geschreven, dat alles in hot rijk van Z. Ts. Majesteit zich tot 
ien opstand voorbereidt, niettegenstaande, dat tot dit oogenblik aan 
■iemand eenige schijn daarvan bekend is; en van wien en onder welke 
imstandigheden heeft hij zulke berichten gekregen? 
2". Volgens welke berichten beeft bij aan oenige zijner vrienden ge- 
f«hreven, dat bij bevreesd is voor de volgende tijden en dat dit njk zich 
[in een zeer slechten toestand bevindt en dat de plotselinge dood van 



1 



800 

Prins AlexU groote beweging en beroering onder het Tolt aal 
zaken, aangezien men niet gelooft, dat die dood een natanrlijke 

geweest" enz. 

„4''. Hoe kan hij weten, dat Z. Ta. Majesteit behalvo Prina Méns^ 
kof en eenigo gemeene lieden niemand heeft, die hem getronw en genegen 
u, zooala hij Bohnjft ?" 

,8". Op welken grond heeft hij van het hof Zijner Tb. Majeatót 
kannen BchriJTen, dat de Hollandsche natie hier gehaat is" enz. 

Tweede bijlage: „Afsohrift van het antwoord op de genoemde ponten 
van den Hollandsoheo Resident de Bie. 

„Op 1". Op grond, dat overal het gerucht liep, dat Prins Alexis b^ 
het gemeene volk bemind waa, was ik — zooals ik moet bekennen — 
bevreesd voor de volgende tijden.'' 

„Op 2". Ik twijfelde er niet aan, dat de Prins zijn natauriyiien dood 
waa gestorven, zoonls Z. Esc. de Heer Baron Sjaflrof op den gedenkdag 
der bataille van Paltawa aan den Heer gezant Westphal zeide; evenwel 
is het niet anders dan de waarheid, dat het gemeene volk andere ge- 
dachten had." 

„Op 4". God beware mij, dat ik zoude gedacht hebben, dat Z. Majesteit 
geen andere getrouwe lieden dan Prins Ménsjikof heeft, raaar ïk vreesie 
dat bij eene rebellie velen Z. Majesteit zouden verlaten en dientengevolge 
de partij van den Prins zoude toenemen," 

„Op 8". Dat de Hollandache natie in dit rijk weinig in eere is, meende 
ik te mogen opmaken uit het verbod tot den invoer der beste en njbte 
Hollandscho industrie voortbrengselen en uit het overbrengen ve 
handel van Archangel naar St, Petersburg gedurende den oorlog, 
onzen onderdanen (God betere hot) zooveel millioenen heeft gekost 
onzen handel aanmerkelijk heeft geruïneerd" enz. 

St, Petersburg, 13 Oct. „En wat de van de Staten gevorderde sat 
factie aangaande hem betreft, hebt gij te handelen naar den stand van 
zaken aldaar en naar Uw eigen oordeel, onze eer en ons belang behar- 
tigende, en indien gij het betamelijk acht eatiafactie aangaande hem te 
vorderen, zoo moet gij dat toch met gematigdheid doen; indien het beter 
is de zaak te laten loopen, zoo moet gij verklaren, dat wij, de geneigdheid 
Hnnner Hoogmogenden ziende om ons Batisfactie aangaande hem te geven, 
ona daarmede tevreden stellen en, om onze vriendschap jegens hen te 
toonen, de vervolging dier zaak achterwege laten en dit allee aan hun 
goedvinden toevertrouwen ; of indien gij weet, dat een der aanzienlijke 
personen hem welgezind is en zijne voorspraak zal wezen, dan moet gp 
verklaren, dat wij om hem te verplichten, het vorderen van 
^len nalaten." 



Relatiën van Eoenikien. 

'e Gravenhage, 3 Januari. De Fransche gezant te 
weder brieven van zijn ambtgenoot te Stockholm 



's Gravenhage fa^H 

J 




deze achrgft, dat de Zweedsohe kooing 
handel aan de Republiek toe te staan. 

'b Gravenhaga, 17 Januari. Roerdkien heeft 3 dagen geleden eene 
conferentie gehad met den Baad- Pen eionaris en hem gezegd, dat, indien 
bij de onderhau delingen met Zweden aangaande de vrije oommertie de 
harens Zijner Ta. Majesteit werden nttgealoten, dit niet anders dan ala 
een blijk van rijandachap koude worden opgevat, „waarop de Raad- 
pensionaris mij antwoordde, dat de bedoeling der Staten inderdaad is 
door onderhandeling of door hunne uitgeruste vloot den handel hunner 
onderdanen op de Noord- en Oostzee te handhaven en vrij te maken, 
alom en op alle haveas zonder uitzondering, en daarbij verzekerde hij 
mij, dat ik er op kan vertrouwen, dat de havena Zijner Ts. Majesteit 
nimmer uit die vrije coramertie zullen worden uitgeBloten, aangaande 
lietwelk zy weten, dat dit het moeilijkste punt ia om het met Zweden 
eens te worden; ik heb bij deze verschlllcndo discoura, hoewel ik er geen 
bevel van Uwe Majesteit toe had, het geschikt geaebt nit mijzelf aan 
den Kaad- Pensionaris voor te slaan, dat zij met Uwe Majesteit zouden 
overeenkomen om den handel met Zweden overal af te breken en een 
deel hunner vloot met die van Uwe Majesteit te vereenigen, om daardoor, 
zooals hunne bedoeling ia. Zweden tot de gewenschte conditiea te dwingen. 
Ik hoop, dat Uwer Majesteit welgevallig zal wezen." De beide daarop 
volgende dagen heeft Eoerakien bezoeken gebracht bij verschilleDde macht- 
hebbonde personen in de Republiek en over al deze zaken gesproken, in 
het bijzonder met Fagel, Slingelandt, Hopen Devenport, die hem hetzelfde 
ale de Raad-Pensionaria omtrent den vrijen handel verzekerden. Maar de 
Pensionaria van Amsterdam Buija wilde er niet voor Instaan, dat de 
havens Zijner Ts. Majesteit niet van den vrijen handel zouden worden 
uitgesloten, aangezien de Staten geenerlei alliantie of tractaat met den 
Tsaar hadden gesloten, maar wel door verbonden met Zweden en Dene- 
marken waren geallieerd. Eoerakien herinnerde Buijs aan de schade, die 
de Bepubliek door zijn bondgenoot Zweden had geleden : Amsterdam 
alleen had tien millioen verloren. Ook weea hij er op, hoe voordeelig de 
handel op Rusland voor de HoUandera is, en dat zij den Tsaar ala hnn 
beteren bondgenoot konden beschouwen dan den Zweedschen koning enz. 
„Bn^a zeide op mijne woorden, dat zij zeer dankbaar zijn voordevriend- 
echappelijke handelingen Uwer Majesteit, maar dat zij in deze delicate 
zaak moeten be^nnen te onderhandelen over de vrije commertie op de 
Noordzee en dat het dan langzamerhand tot den haiidel op de Ooatzee 
zoude komen, ten opzichte waarvan zij al het mogehjke zullen trachten 
te doen," Koerükien zeide ten slotte aan Buijs, dat, indien de havena 
Zgner Ta. Majeateit zouden worden uitgesloten, de Bussen de Hollandsche 
Bchepen op de Oostzee zouden nemen, 

'h Glravenhage, 28 Januari. Van iemand, die uit Zweden berichten heeft 
van 29 Dee., hoeft Koerükien vernomen, dat de koning van Zweden het 
Tooratel van Görtz heeft aangenomen en bevolen heeft een koerier naar 
Bt. Petersburg aan Uwe Majeateit te zenden met betuiging van zijne 
geneigdheid tot den vrede. 



^ 



ao3 

's Qravenhage, 13 Maart. „Drie dagon geleden U Oeaeraal Ranck by 
mij geweest cii heefï mij de meening van Oraaf Welling aangaande liet 
project tot den vrede te lezen gegeven en gezegd, dat Welling het aan 
aijn koning had gerapporteerd en het aan 't Zweedsohe hof is goedge- 
keurd." ^Maar hier houdt Banok onophoudelijk der regeering voor, dat 
Dwe Uajeeteit alle waren in monopolie heeft en dat daardoor hun handel 
zal verminderen en veel dergelijke vijaadige inblazingen houdt hij voort- 
durend en thana beijvert hij zich met den Franachen gezant om de nit- 
mating der vloot tegen te houden en de Staten er toe te brengen hunne 
excuses te maken aan den Zweedschen koning voor de aan Baron Qöriz 
aangedane beleediging." 

's Qravenhage, 18 Maart, „met de vorige poat heeft da Staateobe 
minister van den Bosch uit Hamburg geechreven, dat daar het geracht 
loopt dat de koning van Zweden den vrijen handel op de Noord- en 
Oostzee wil toestaan op alle havens, doch met uitzonderiag van die 
Uwer Majesteit" ,maar tot getuigenis, noar welke havens de schepen 
Kullen gaan, is de Zweedsche koning voornemens paspoorten te geven." 

's Oravenhage, i April, „het uitrusten der vloot gaat voort en men 
meent, dat gebrek aan matrozen oponthoud veroorzaakt." „tot het ait- 
niBten der vloot hebben vele provinciën zich langen tijd niet geneigd 
getoond, omdat zij er gevaar in zagen en nog zien, dat Holland alleen 
voor zijn eigen handelsbelang de geheele Republiek in den Noordschen 
oorlog zal mengen." Koerakien gelooft niet, det de Republiek Engelaad 
zal steunen in zijne bedoeling om Bremen en Verdeu te verkrijgen, omdat 
dit niet bevorderlijk zoude zijn voor den HoUandschen handel over Ham- 
burg met 't geheele Keizerrijk. Daar Engeland Holland's bedoeling kent 
doet bet geen mededeeling van de onderhandelingen met Zweden: deze 
zullen tot een einde zijn gekomen of afgebroken wezen vóór het uitzeilen 
der Engelsche en Hollandsche vloten. Daarom hsiaat men zich hier niet 
met de vloot en waeht men af, wat er zal voortvloeien alt de onder- 
handelingen in Finland en die van Engelsche zgde door middel van 
Dnker en Fabriciua, „en zij meenen, dat, indien er een vrede tosschen 
Uwe Majesteit en Zweden tot stand komt, het dan niet (loodig zal wezen 
hunne vloot te zenden, aangezien de Oostzee dan vrij zal wezen vooi 
de scheepvaart." „indien de koning van Engeland aan Zweden Bremeo 
en Verden teruggeeft, zal ik groot gevaar hebben, dat de Hollanders met 
Engeland overeenkomen om den Deen tot den vrede te dwingen, maar 
indien de koning van Engeland bovengenoemdG provinciën voor zioh be- 
houdt, dan meen ik, dat de Hollanders zich neutraal zulten honden en 
zich niet znllen mengen in de Noordsche zaken." „De instructie aan 
Admiraal Waeaenaer is nog niet overhandigd, maar reeds geheel &a al 
geregeld .... 1". de Admiraal moet naar den Sond gaan . . . ., 20. van- 
daar moet hij convooi medogeven aan de koop vaardy schepen naar alle 
havene, waar hunne onderdanen handel drijven, 3". hij moet den handel 
protegeeren, zoodat die vrij is in de Noord- en Oostzee, 4". indien iemand 
den handel hunner onderdanen aanvalt of belemmert, moet hij tegen dat 
gewold met gewold optreden, 5*). maar hij moet er goed voor zorgen, dat 



J 



Dg niet het bogin maakt met vijandige handelingen." „Ën ik verneem, 
dat zij het Toarnemen hebben hem eene geheime instructie medo te 
geven volgens welke hijzelf of, zoo hij dit geschikt acht, iemand door 
lMm gezonden den Zweedachen koning moet voorstellen . . . . , dat de ko- 
üng van Zweden de commisBies van de kapers afneemt on door eene 
declaratie den handel op de Noord- en Oostzee voor de onderdanen der 
Staten vrijlaat; maar indien de koning van Zweden hiertoe geen geneigd- 
heid toont, dan moet de admiraal verklaren, dat hij bevel heeft om alle 
ZweedBche schepen te nemen en dat de geheele handel op Zweden ge- 
sloten en verboden zal worden." 

'b Oravenbage, 27 Mei (7 Juni), De Spaansche gezant heeft open 
brieven laten drutken en aan de regeeringsperaouen en steden doen 
rondzenden. 

Eerste bijlage. „Lettre d'un gentilhomme saisse k nn ami de Oenève 
Bnr Ie parti, que Leurs Hautes PuissanceB ont k prendre par rapport 
anx différents de l'Empereur avec l'Espagne," O. a. „Ayant donc bien 
4xaminé et pesé murement toutes choses, je saie demenré convaincu, que 
Ie meillenr parti et les plus convenables aus interets de eet Etat est de 
n'en prendre aucun; d'observer une exaote neutralité, de tdcher de porter 
lee Pnissances ennemies k Ia Pais, et d'emplojer pour eet effet toates 
les voyea imaginables de donceur et de persnasion." 

Tweede bijlage. ,Avis Républicün sur Ie danger d'entrer en AlHance, 
autant dire en guerre." O. a. „Qnel motif nous presse, Messieurs, de 
BOUBorire k la Quadrnple Allianoe entre l'Empereur, la France, TAngleterre 
et Lenrs Hautes Puissances? Pourquoi sans necessaire aucune nouacom- 
mettre & de nonveanx hazards F" 

's Qravenhage, 5 Ang. Drie dagen geleden hebben de Staten uit 
Hamburg vernomen, dat Rufisiache kapers 24 HoUandsche koopvaardij- 
Bohepen hebben opgebracht en naar Beval vervoerd, welk nieuws hier 
groote ontsteltenia heeft veroorzaakt. 

'a Qravenhage, 28 Nov. (9 Deo.). „Toen ik Uwer Majesteit'a allerge- 
nadigat bevel omtrent de zaak van de Bie had ontvangen, heb ik uit- 
voerige gesprekken gehad, zoowel met den Raad-Pensionaris als met 
andere voorname personen dezer Republiek, om han voornemen teleeren 
kennen en hen geneigd te maken om satisfactie te geven aangaande 
de Bie en thans zal ik van deze geheele zaak uitvoerig rapport doen. 
In de eerste plaats wenscht de Raad- Pen sionaria Heinsiua, dat men 
ds Bie laat loopen ; ook verklaart hij, dat het moeilijk is in de Repu- 
bliek gedaan te krijgen, dat er aatiafactie wordt gegeven, en bij vraagt, 
Vrelke nog grootere satisfactie men aangaande hem kan vorderen dan 
die, dat hij van Uwe Majeateit's hof ia teruggeroepen en daardoor alleen 
van zijn dagelijkscb brood ie beroofcl," Ook met Fagel, Hop, Devenport 
e. a. heeft Koerakien hierover gesprekken geroerd. Alten verklaren het- 
Belfde als de Raad-Penaionaris ; Devenport voegde er nog aan toe, dat 
een bewijs daarvan, dat de Staten over de Bie ontevreden zijn, hun 
stilzwijgen over de gearresteerde brieven is, hetgeen uit niets anders 
voortvloeit dan het verlangen om met den Tsaar voortdurend op vriend- 



ft 



9 



Mhappelgken ïoet te utaan. Koerakien heeft aan al Aexe heére 

ktaard, dat hij naar zijn hof over deze qunatie zal schriJTon: hij booptj 

dat de Teaar haar aan het goedvinden der Staten zal overlaten en tv^m 

niet aan, dat zij dan tot genoegen vao Z. Tb. Majesteit i»I v--'- 



1719. 

Protest van Eoenlkien tegen het zenden van de Bie naar het Zweed- 
Bche hof. Zie Scheltema, Busland en de Nederlanden, Dl. IV, p. 65. 

Brieven van de Staten aan den Tnaar. 

Rescripten aan KoeriJden. 

Concepten der rescripten aan Koerikien, 

Duplicaten der relatiën van Koerakien. 

Protocollen aangaande Koeriikiens verblijf in Holland. 

Brieven van Roen'tkieD en don gezantschapssecretaris Karadien 
Dalgaröekij. 

Brieven van Baron Wajinówietsj aan Karadïen. Baron W. 
Amsterdam in dienst genomen om naar Zweden te worden gezoi 

Concepten der brieven van Oalófkien aan den agent van den Bi 

Brieven aan Galófkien en SjaCTror van den agent van den BnFgk 

Brieven van Brandt aan Diilgaroekij, 

Brieven van Jan Lups aan den Tsaar. 

Zaak betreïFende negen Hollandsche schepen, op de Oostzee door 
RnasÏBch eskader genomen. 

Brieven aan Sjafirof en Dalgaróekij van den agent van den Bnrgh. 

P. M. A., Bundel 561, bl. 133. Over het zenden van waren naar 
Holland. 

P. M. A,, Bundel 562, bl. 19, 20. Over het zenden van kanonnon en 
amnnitie naar Holland, bl. 32, 94. Over de benoeming van Torraazof 
in het AdmiraliteitsooUege en van Jan Crujs, zoon van Comelia, in 
plaats vao den agent van den Bnrgh, wegens den onderdom van dezen. 

P. M. A., Bundel 651, bl. 495—498. Over het verzoek der vreemde 
mogendheden om teruggave van de door Russische kruisers genonieii 
BohepoQ, met de daarbij behoorende waren en bemanning, 
der Staten -Generaal om een galjoot terug te krijgeD, dat bij Di 
1718 was genomen. 



1 ata| I 
ir Ben T 



Juli. Relatiën van den gezantBchspssecretaris Earadfen gedurende I 
afwezigheid van Koerakien. 

14 Jnli. Zaak betreffende bat eischen van oen schriftelijk antwoa 
van de Bie op eenige pnuten betreffende zijne correspondentie. 

20 Oot. Over het uitbetalen van tracteraent aan de Hollandsche zee- 
lieden in Ruasischen dienst, die in de handen der Zweden waren gevallen. 

P. M. A., Bundel 276, bl. 171—173. Brief van Koerakien aan d 
Tsaar, 's Oravenhage, 10/21 Nov. Over den aanbouw van Bchepen. 



I F. M. A., Bundel 469 bevat vele brieven van den agent van den Bnrgh 
«n enkele van Brandt. 

I bl. 148, 149. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Am- 
'Bterdam, 3 Jannari. „Wij hebben hier met een schip dat van Gottenbnrg 
! gekoomen is, de tijding dat de Coningk van Sneeden eenige maelea op 
de stadt FrederikBhall had doen stormen en dat hij selfEs duervoor neevens 
'«enige Generaels was doot geschooten." „de 6 weeden hadden deeaen doodt 
'Vel agt daege still gehouden." „men eegt ook dat de Baron 0artz met 
alle sijne domestiquen in arrest sonde sijn" „int algemeen soo wert het 
Uier geloofft dat de Coningk van Sweeden doot ia, en sijn de Sweeden 
en Sweedsgesinden hier seer verslaegen." 

bl. 76, 77. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Am- 
sterdam, 10 Febr. „en omdat de Hollanders nog geen advijs van haar 
i EeBident Eumpf hadde dat hij in volle vrijheijt om ten hove te coomen 
I -was herstelt, soo hebben zij om de vorige reedenen, ook een persoon 
j Bonder caracter derwaarts willen zenden, en omdat de heer de Bie de 
I afbires vant noorden bekent waren dog sulks is alleen door recomman- 
; datie van de beer Raad pen eionaris die sijn patroon is geschiet en is bij 
^ voor 3 daegen al derwaerts vertrokke en sal hy voorstellen om de goede 
I vriendschap weeder te herstellen ende traktaaten te vernieuwen dat men 
I hier wel geneegen is om een ambaesadenr te willen zenden, daar toe 
men hier al begint te sprceke van de heer Scheepen Hasselaar." „Haar 
' H". MO. sijn nog niet eens of sij haar ambassadeur de heer van Colster 
naar Madrit willen zenden, also eenige provintien die voor de menage 
j Bjjn, oordeelen dat die besendinge nu aij geresolveert hebben ora meede 
' inde quadruple alliantie te treeden en die gelden wel can bespaaren." 
j bl. 79. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Amsterdam, 
jl4 Febr. 

I bl. 32, 83. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Am- 
iBterdam, 24 febr. „De holiandse ambassadeur de Heer van Colster 
'Bal op Sondag trouwen met een voornaeme Hollandse jonge Jnfirouw, 
'en dan 3 a 4 daegen daer naer nae Spagne vertrecken om te sien off 
ifaij het Hoff viin Spagne aal kunnen disponeeren om do w aapenen needer 
I te leggen en tot een accoramodement te koomen, en geschiet deese gesen- 
'dinge met Consent en genoegen van den Roomsch Keijser Engeland en 
Vranekrijk, die ook liever hadden dat de differentien door aecommode- 
ïïient behandelt en affgedaen wierden, en siet men nogh niet dat in 
Vranekrijek en Engellandt groote preparatien tot den Oorlog gemaeckt 
wïerde; de Ilollanders die hebben ook wel geresolveert om in die qua- 
druple alliantie te treeden, maer die van de provintie van Uijtreoht willen 
daer toe niet verstaen, en evenwel soo aegt men dat haere H' M"- ordre 
gegeeven hebben aen haer Minister in Engelland den Heer van Borselen 
dst hij die alliantie sal teekenen" enz. 

bl. 99, 100. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Am- 
sterdam, 7 Maart, „men is hier in groot verlangen, wat de Swede sullen 
xesolveeren, omtrent de vrije vaart op de geconquesteerde Russe plaatsen, 
vant de Hollanders en Kngelee konnen eer geen finale resolutie neemen 



t 



fe 



■ 20B 

of zij met convolj of zonder convoij naar de Oost Zee zullen vaaren fl 
als dan met convoij Bullen moeten vaaren dan sal het al heel verre i 
laat in de teijt werden eer dat de scheepen sullen connen vertrekken,^ 
dorom so wagt men hier seer naar bet geene de heer de Bie in Swee'~ 
daaromtrent sal come uijt te righten." 

bl. 144, 147. Brief van den agent van den Bnrgh aan Apré 
Amsterdam, 21 Maart. 

bl. 103, 104, Brief van den agent van den Bnrgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 28 Maart. 

bl, 109, 110. Brief van den agent van den Burgh aan AprakBÏen, 
Amsterdam, 31 Maart. 

bl. 115, 116. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 7 April. „In den Haag is men in een seer groot debat wie 
dat voor Ambassadeur naer Sweeden za.\ gaen de Hollanders hebben van 
haer Provintie voorgestelt d' Heer Hasselaer van Amsterdam, en die van 
Vrieslant bebbe voorgestelt d' Heer Burmania en die segge dat alle de 
Ambassades van Sweedcn van haer provintie dependeeren en dat aij daer van 
niet Bulle afstaan." Daarbij bl. 117, Berichten over do Europeesche politiek, 
,1a Haye," 6 April. Ook bl. 118—121, Dagbladnitknipsels van 7 April, 

bl. 128, 139. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 14 April, „men is ten hoogst«n verwondert dat men nog 
geen narigt bekomt van de heer de Bie dat die in Sweeden aangekome 
is zo dat men nog niet positief kan seggen wat de resolutie is bij de 
Sweeden wegens de vrije vaart." „het is seer apparent dat de heer de Bie 
ala men maar eerst hoort dat hij tot Stockholm gekoomen is en wat hij 
gedaan heeft sal rappelleeren." 

bl, 124, 125. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 15 April. „De Hollandse coopliedens hebben alhier aen de 
Admiraliteyts Heeren aangetoont, dat van Sweeden geschreve was, dat 
men op de Russe Havens niet secuur cost vaaren en daarom versogte 
sij eenige oorloghseheepen tot convooij, daer op aij antwoordt beqnaamen 
dat men geen oorloghseheepen gereet had en om te equipeeten veel tijt 
meede sou heenloopen." „in den Haage is het meede al gecommnniceert, 
dat de Sweedse Regeeringe niet coat toeataen dat een vrije vaart was op 
de geconquesteerden haavens in de Oostzee, men kan hier uijt nu aien 
de opregte geneegentheijt van de Sweeden voor de Hollanders die sg 
genoegsaam verzeekert hebbe, dat sij de scheepvaart in de Oost Zee niet 
zoude belemmeren door haere Caapers en dan stelde de Hollanders al voor 
vast dat zij een geheele vrije vaart in de Oost Zee hadde, en nu hebbe 
eij maar soo lange haar stil gehouden, tot dat de Hollanders die wat 
langh werck hebben om daer over te delibereeren en te resolveeren dat 
een Ëaquader oorlog scheepen in zee brengen, de tijt hebbe laaten pas- 
seeren nu hoort men al weder spreeken dat de Sweedse caapers al weder 
eenige Hollandse scheepen uijt de Zondt wegh genomen hebben en dat 
men int corte een nieuw Caapers Reglement in Sweeden weder soa 
maaken, eoo dat de Hollandse Coopliedens nu in seer groote Peijne sijn, 
want sy wel eien dat de Sweeden op eenige pretexte haere scheopea i' 



ie Oostzee zullen weg 

scheepen genoomen, i 



de Deenen bij Gottenborg ook 
vreest men al dat als de Sweeden 
de Rnsae baavens niet witle lanten bevaaren, dat de Russe de Hollanders 
ook niet snlle permitteeren om op de Sweedée haavenH te faaren, soodat 
de Hollandse Coopliedens en schippers haast niet weeten wat BJj resol- 
Teeren cunnen, en bij de Regeeringe is ook niet veel inctinatie om een 
Esquadre oorjoghscheepen off Cohtooij dit jaar te geeven, hier sijn wel 
10 a 12 CoopTaerdijo Scheepen gereet, om naer Revel en Petersburgh 
te Tertrecken, dogh zijn niet Extra bezeijlt nogh gemonteert, en z^n ook 
al 2 scheepen die weder uijtgescheijden sijn, omdat die vojagie te peri- 
cnlens is, d' Heer de Bie was nu al tot Btockholm gecoomen, maer hg 
etaet niets uijt te rigten en aijne Commissie wegene de geheele vrije 
Taart in de Oostzee en zal hij daar niet lange blijvo. De gevangen zee 
officieren die ik voor 5 jaaren aangenomen hadt waeren ontslaagen." 

bl. 132, 133, Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, 
Amsterdam, 21 April, „seedert dat de Sweeden gedeclareert hebben dst 
ig niet snllen permitteeren of toestaan dat geen scheepen sollen mogen 
Tasren op de havens die van de Russen geconqnesteert sijn, so ie de lust 
en de Eatime van de Sweeden hier vrij wat vermindert." 

bl. 13S, 139. Brief van den agent van den Burgh aan Aprfiknen . 
Amsterdam, 25 April. 

bl. 67, 68. Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Am- 
sterdam, 28 April. „De gedeputeerdens coopliedens zijn van hier naar 
den Haag gegaan om de vergaederinge van de Staten van Holland te 
versoeken eenige oorloghscheepen voor cruijsers tot seenriteijt van haara 
eommertie in de Oost Zee, dat vint daar zeer veel opstakeling doordien 
teijt te verre gepasseert is om schepen te equipeeren, en wel princi- 
paal het geit daar toe te vinden, also in de adrairaliteijtscaBse geen geit 
men heeft de admiraliteijts heeren meede in den Haege laeten 
koomen om te delibereeren wat men doen sal tot securiteijt van de Oost 
zeggen dat zulks te laat is en dat men ten minsten 10 
■oorloghscheepen moest sterk weesen om de Sweedse te connen tegengaen." 
"43. Brief van den agent van den Burgh aan Aprilksien,. 
! Mei. 
74, 75, Brief van den agent van den Burgh aan Apraksien, Am- 
sterdam, 16 Mei. „Haar Hoog. Moog. : hebben de heer van Barmania 
geeligeert om voor ambassadeur naar Sweeden te gaan maar de provintie 
van Holland willen proforce hebben den heer Hasselaar daar bij hebben, 
omdat oordecloQ bij bet intrest van de Commertie van Amsterdam wel . 
wat meerder zoude behartigen omdat hij daar in de regeeringe is," n^iöt 
ig apparent dat daarover seer harde debatten snllen vallen, also de andre 
provintien daartegen sijn," ,De heer van Burmania is een seer goed 
edelman en beqnaom heer, maar hij verstaat geen commertie, dog om 
de scheepen te rcclameeren die de Sweeden genoomen hebben, daar begint 
men al te zien dat niet veel sal van coomen, also de Sweeden al voor- 
geven dat de genoomen scheepen en goederen genoegzaam allo wegh zijn 
dat de caepers ook niet in staad sija om die schaede te oonne be- 



•jai dat de caej 



3 



taaien en dat ds Croon Swoeden zelis niet in staad was om dat alte maal 
te conaen betaelen. De Sweeden presBeeren aeer dat de hollandse ambas- 
sadeur spoedig mag geaonde werde omdat sjj hem dan olie kimue cora- 
raunioeeren en gelooft dat bij ook sullen Tersoekea dat men haar iu soa 
langdnurige swaare oorlog met eenige oorloghscheepen en golt sal willeji 
assisteeren, daar toe die van Holland niet ligt verAtaan sullen omdat zij 
geneege eijn om haar buijten alle differentie te houden." 

In dezen bundel ook brieven van Brandt Ban Apr^iksien, alle te 1 
Hterdam geschreven, 17 Febr. (bl. 156), 25 April (bl, 162, 163), 2/J| 
Juni (bl. 153), 15 Deo. (in RusBiache vertaling, bl. 164). Ookrekenin|-" 
betrefiende inkoopen, door Brandt te Amsterdam, op lost van Apra^ 
gedaan (bL 165, 166). 



Copieën der resoripten van Koerakien. 

St Petersburg, 2 Januari. Waaneer het onraogel^k is satisfactie 
de Koak van de Bie te verwerven, dan moet Koerakien ter wille 
den Raad-PeQBionaris en anderea, die de Bie bescbermon, er niet 
op aandringen, 

St. Petersburg, 26 Januari. Koerakien moet er moeite voor doen, 
er een aanzienlijker man dan de Wilde tot Resident wordt bene 
„en wat de Wilde beweert aangaande onze geneigdheid om 
zoodanig benoemd te zien, hoeil nooit eenigen grond gehad, : 
wenscben, dat een voornaam en bedreven persoon naar ons hof door 
Heeren Staten wordt afgevaardigd." De schepen, die door de RusaiBO 
kruiaers zijn genomen, moeten volgens het zeerecht goede prijs wordwi 
verklaard, daar zij geen goede passen hadden. 

St. Petersburg, 20 Febr. Uit Koerdkiea's relatiën is het bekend, d»t 
de Bie, niettegenstaande het protest van den PriuB, uit naam van het 
Russische hof, naar Zweden is gezonden, , waarover wg niet anders dan 
zeer gevoelig kunnen zijn, want vïij verwachten van dien ons vijandig 
gezinden nietsdoener geen gering nadeel voor ons, aaogezien zijne vroegere 
boosaardige handelingen jegens ons en uitgestrooide leugens niets anders 
gedurende zijn verblijf in Zweden kunnen doen verwachten dan valache 
geruchten en inblazingen omtrent ons." Koerilkien moet dienaangaande 
een memoriaal in krachtige bewoordingen indienen bij de St aten-Oeneraal. 

Op de vloot bij Aland, 13 Juli. Uit Koerakien's relatiën is het bekend, 
dat de President der Staten en de gedeputeerden van Amsterdam de 
ternggave van de door de Russische kroïsers genomen schepen hebban 
gevraagd en tevens het vrijlaten van den handel op de Oostzee volgens da 
declaratie, door de Russische regeering gedaan, Koerakien moet antvroorden, 
dat de Zweedsobe ministers op het congres op Ataud, niettegenstaande 
dat hun deze declaratie was medegedeeld en eene resolutie dienaangaanda 
van de Zweedsche kroon ivos gevorderd, geenerlei antwoord daarover 
hadden gegeven en dat de Russische regeering daardoor reden had om 
aan de kruisers te bevelen alle schepen, die naar de Zweedsche havens 



1^ 




209 

^ngen te nemen, ten eiudo Zweden daardoor te bewegen tot het vrijlaten 
der commertie op onze baTona. Zweden heeft wel, zooals uit Eoerakiea's 
brieTSu bleek, eene verklaring aan Holland gedaan over den vrijen handel 
,Dp de RuBBieche havens, maar dat op seer bezwarende condities voor de 
'fiollanders: daarom heeft de BuaBÏBche regeering hare declaratie hernieuwd, 
.em hare gematigdheid te bewyzen, maar met uitzondering van eenige 
«outrabande. Doch nit Eoerakien's laatsten brief is gebleken, dat de 
Zweden de geheele comraortie op de RnSBÏache havens zonder eenige 
Toorwaarden hebben vrijgesteld. Daitram moet Koer^kien dienaaogaande 
«ene schriftehjke verklaring van de Staten vorderen ; indien zij die willen 
geven, dan ia de RassiBche regeering ook bereid dezelfde permiaaie te 
geven aangaande den handel op de Zwecdache havena. Uit welwillendheid 
Iroor de Staten heeft de BuBaische regeering bevolen de door de kniiaers 
genomen eohepen met hanne lading (behalve de Zweedache waren) terug 
te geven. 

Op de vloot bij Aland, 28 Juli. Aangezien er nog geen Resident aan 
't BusBÏache hof door de Staten is benoemd, moet Eoerakien maar niet 
Terdei tegen de aanstelling van de Wilde proteateeren, daar deze zoo 
igaarne aan 't hof Zijner Ta. Majesteit wil geplaatst worden, „want al 
ia de Wilde geen zeer bedreven man, tooh ia het te verwachten, dat hij 
welgezind zal wezen voor onze belangen en niet znlk een miadadiger en 
nietsdoener zal wezen ala de Bie, die niets dan kwaad schreef en alechts 
en twist tusschen de Staten en ons trachtte te verwekken : daarom 
moet gij op betamelijke wijze het zenden van de Wilde bevorderen." 
I St. Petersburg, 2 Oct. Eoerdlden moet aan de Staten vragen, of zij 
ftla bemiddelaars tusBcben Rusland en Engeland willen optreden om te 
iVerhinderen, dat Engeland met Zweden vereenigd den Tsaar zal aan- 
irallen, waardoor de Noordsche oorlog zonde worden uitgebreid en gerekt, 
hetgeen ook voor de commertie der Republiek nadeelig zoude wezen. 
Maai indien de Staten ook hunne mediade met Zweden vooralaan, dan 
noet Koerakien hierop ontwijkend antwoorden en zeggen, dat hij daartoe 
neu bevel heeft, maar dat hem slechts ia bevolen de mediatie met 
'Engeland te vragen. „Maar indien deze verzoening tusBchen ons en den 
Engelschen koning door hunne mediatie gelukkig tot atand komt, dan 
liollen wij mettertijd wellicht geneigd zijn om de Heeren Staten ook als 
bemiddelaars bij een anderen vredelüindel te gebruiken." 



Relatiën van KoerikJen. 

'a Graven hage, 27 Januari (7 Eebr.). Koerakien heeft eene conferentie 
met de gedeputeerden gehad en hun voorgehouden, dat men de Bie niet 
Daar Zweden moet afvaardigen: als hij wel daarheen wordt gezonden, 
>al dit alB een bewjJB van geringe vriendschap worden opgevat. Men 
antwoordde Koeri'ikien, dat de commissie van de Bie geenazins schade- 
llijk ia voor Z. Tb. Majesteit'a belangen en dat de Staten hem niet 
Uüdmldig achten. 

I 



'b Or&veDhage, 17/28 April. De Staten zyn niet meer zoo geneigi ahH 
drie of vier maanden vroeger om een gezant naar Zweden te zenden m I 
de vriendschap met dit rijk te bomieawen, aangezien het blijkt, dat ie | 
Prins van Uesseu-Easael, op wien men groote verwaohtingen botiwde, 
weinig macht hoefl: zijne beloften om alle koopvaardgflchepen en alle 
waren, die geconfisqueerd waren, terug to geven, bebben t«t niets geleiil . 
dan de invrijheidstelling van acht schepen, die in bet Kanaal door ZwecdsdK J 
kapers waren genomen. f 

'e Gravenhage, 26 Mei. b^^" Holiandsche koopman oit de provinde 
Gelderland heeft hot geloof der Oriekeche wet aangenomen met Eijnxoon 
en dochter" „hij beloofde ook zgne vrouw hiertoe te tallen brengen; 
het begin zijner geneigdheid daartoe is daardoor ontstaan, dat hij vu 
zgne jeugd sS de Grieksche taal heeft geteerd en een aanmerkelijk aaotil 
boeken heeft gelezen en dientengevolge heett hij het geloof der Grieksclu 
wet als het ware loeren erkennen." 

's Gravenhage, 29 Sept. {10 Oct.). Volgens het hem gegeven beval 
heeft Koerakien den Staten voorgeslagen de mediatio toaschen den Txui 
en het Engelsohe hof op zich te nemen. Ook heeft bij met de voomaanulB 
personen der Ropnbliek hierover gesproken. Men heeft hem ten antwoord 
gegeven, dat de RepubUek moer belang heeft hg een algemeenen vrede in 
het Noorden dan bij het beginnen van een nieuwen oorlog en dat ^ 
daarom gaame Engeland van het voornemen om zich met Zwedffli te 
vereenigen wil trachten af t« brengen, maar dat de vriendschap mei 
Engeland door de onderhandeling van het Viervoudig verbond zeer g^ 
ring ie en Engeland niet znlk een vertrouwen op de Bepubliek snt 
als vroeger, vooral in de Noordsche zaken. 

's Gravenhage, 29 Sept (10 Oct.). De verbittering bij de 8nttaa< 
het volk neemt voortdurend toe door het nemen der HoUan^che i " 
vaardijschepen en het confis-jneeren der waren, die zich daarop bevii 
ook door de slechte behandeling, die het scheepsvolk ondervindt. V< 
dnrend komen er klachten over dit allee in de Statenvergadering. Koet^ilaeB'i 
vrienden slaan geen geloof aan zijne verzekeringen en toonen neh ew 
koel jegens hem ; ,daarom neem ik de vermetelheid om met het all9- 
onderdanigste respect aan Uwe Majesteit te vragen, dat gjj moogt bevel» 
om alle genomen schepen hunner ondwdanen met de g^ieele lading is 
vrijh^d te stellen en bevelen te geven om hBDne onderdanen in bet 
vervolg met alle voorkomendheid te behandelen als die van eeoe bevriende 
mogendheid en daardoor de hier ontstane verbitteriog te stillen ea in 
het TOtvolg at lulke klachten te voorkomen en geen reden tot verbittering 
I te geven." 

t^^ 's Gravenhage, 17, 2S Nov. Aan Koerakien was bevolen met do Staten 

^^^1 een reglement op te maken aangaande de vrijheid van koophandel Ds 

^^^^ Staten willen hier niets van weten en esachen eeoe volledige vrghaJ 

^^^1 van oommertie. 



211 



H, A., Bondel 564 bevat o. a. papieren over bet bouwen van 
in Holland, over het zenden van hennep naar Holland enz. 

1720. 

Concepten der brieven van den Taoar aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan den Tsaar. 

Protocollen der rescripten aast Koerdkien. 

Concepten der rescripten aan Koerukien. 

Brieven van KoerAtdea aan Dalgaróekij. 

Protocollen en concepten der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Belatiën van den agent van den Bnrgh. 

Concept der instructie, aan den Hofraad Bommazdri) medegegeven, om 
|d Holland verschillende ambachtslieden te hnren. 

Excerpten uit de relatien van den translatenr Iwdn Panof, geattacheerd 

n de legatie in Holland (tot 22 Dec. 1734). 

Brieven van den agent van den Bnrgh aan SJaftrof. 

Memorie in 't Admiralitcitecollege over het betalen der geconfiaqneerdQ 
jading van de „Jonkvrouw Catharina" en het in vrij heidstellen der be- 



P. M. A., Bundel 25, bl. 14, 15. Oekdz van 28 Pebr., waarbij aan 
I onderdanen van H, H. M. de vrije handel en vaart op de Oostzee 
Irordt toegestaan, ook naar de Zweedache havens. 

F. M. A., Bundel 153, bl. 256. „Copia van ordre in 't Collegio tw 
^dmiralityt. Alsoo wy door verschetj den ooreaaken genaedelijk over woogen 
sn goedgevonden hebben de ondcrhoorige van haar Hoogmoogende Staaten, 
believen onverhindert en vrij fe laaten gaan negotieeron, op de Oost-Zee, 
tp Sweedse haaven, dieawcegen maken wij liiermeeden in Onse Willen 
wkent, dat dit Onse Wille en Ordre is dat U Onse op zee zijnde oom- 
(nandeerende met Commissie gaande, sult behoorhjk kennis hiervan geeven, 
Op dat eij heden deese Naties Scheepen met laading vrij en onverhindert 

Kp booven Genoemde Plaatsen en Haavens gaande en van daar weeder- 
oomende te laaten passeereu ter Plaatsen waar de selve nae toe gedis- 
aseerd zeijn, en ook dat zij haar hier in geen Over Last sullen doen, 
if teegen deauloken, in Glenerale Ocasic en Behoorlijke Reglementen niet 
e mis doen, waar meede Onse wille vervnlt." „Onder t' Origineel Copia 
yan de Ordre heeft sijn Cz. Moij" Eijgenhandigh ondertijkent — Poter, 
ïn 8t. Pietersbargh 2S febr, 1720, Onderstont dit boovenataande gecol- 
ibtionneerd en bevonden met 't Origioeole te acordeeron Opper Secretarie 
ionmaeoff Cantzelarist Wassilie Michailoff." 



30 April. Zending van den kapt. ter zee Bens naar Holland e 
n de navigatoren naar Busland terag te brengen. 



212 



23 Mei. Zaak betreffende het tractemoot van klerken aan de legatie 
in Holland. 

6 Aug. (— Maart 1721), Aankomst in Rusland ran den Resident 
Willem de Wilde. Ook de zaak betreffende Rumpfe brief aan de Wilde, 
OTSr een eauvegarde voor zijn verblijf in Zweden. 

20 Aug- Protocol eener conferentie met den Resident de Wilde. 

Oct. — Dec. Notitie van den kabinetssecretaris Makarof over bet zenden J 
van Prins Me8jérsk|j en &arde-sergeant Matjóesjkien ale koeriers nau 1 
Holland. 1 

14 NoT. Zaak betreffende bet tractement van den agent van den Bnrgli. I 



F. U. A., Bundel 276 bevat vele brieven van Eoer;'ikien uit de jam 
1720 en 1721. Deze brieven loopen hoofdzakelijk over het varen vu 
RasaÏBotie schepen naar Holland en Denemarken, over het overbrengen 
van in Engeland, Holland en Denemarken gebouwde schepen naar Refal 
en Kronstadt, over de uitgaven voor het bouwen van schepen en bet 
onderhoud der leerlingen (navigatoren) in Holland. Hier z^n alleen die 
uit 1720 vermeld; t. a. p. die uit 1721. 

Brieven van Koerakien aan den Tsaar, alle te 's Oravenhage geschreven, 
in cgferschrift, met de transcriptie er van, 26 Pebr. (8 Maart, bl. l'-l, 
175; 180, 181. Project van eeue methode om scheepsbouw materiaal naai 
Holland over te brengen), 26 Fobr. (8 Maart, bl. 182, 183; 1S4), 1 
Maart (bl. 185, 186; 188), 12 Maart (bl. 189, 190; 192, 193), 12(23 
Maart (bl. 194, 195, 196-199, 200—202), 14/25 Juni (bl. 209, 210; 
212), 14/25 Juni (bl. 213), 1 Juli (bl. 214), 2/13 Aug. (bl. 217— 2M; 
221, 222), 5 Aug. (bl. 223, 224; 225, 226), 27 Sept. (8 Oct., bl. 231, 
232; 227, 228), 22 NoT. (3 Dec. bl. 233, 234). 

bl. 176, 177. Brief van Koerakien aan de Hoeren Juan de Mortier m 
Daniël van Leeuwen to Amsterdam, 26 Febr. (8 Maart). In cgferscliDft. 

bl. 178, 179. Duplioaat daarvan. 

bl. 207. Brief van Koeriikien aan Alekséj Wasiéljewietsj (P), 's GravBD- 
hage, 10/21 Juni. In cijferschrift. 

bl. 229, 230. RuBsiacbe vertaling van een brief (ongedateerd), door 
Christoffel Brandt, Horraad en Resident van Z. Ts. Majesteit, aan ia 
Hoogmogeude Heeren Staten Generaal der Yereenigde Nederlanden gerioht, 
waarin hij mededeeling doet, dat het schip „de Eendracht", aan hem 
andere Amsterdamsche kooplieden toebehoorend e, op reis van Amsterdam 
naar St. Petersburg den 20"'" Juli 1720 door een Zweedsch oorlogescliqi 
is aangehouden en den 23'"° Jnli te Carlscrona is binnengebracht. 

In P. M. A., Bundel 277 is op bl. 112 en 113 het een en ander te 
vinden over het brengen vaneen galjoot, in Holland gekocht, naar Reval')- 



] verschillende stukken betreflende het koopen n 



P. M. A., 



Tsaar, Kapen hagen 
bij mg . . 



Oopie van een brief vrtn Prins DalgariSelcij aan dsn 
I, 23 April. „Gisteren kwam de Hollaiidsche secretaris 
Ie mij, dat ongeveer 70 Hotlaudache koop r aard ijachepen 
te Helsingör, maar daar vernomen hebbende, dat hier 
oen fregat van Uwe Majesteit ligt en een ander aan de Kjukebocht, 
idorven zij niet verder gaan, aangezien eenige van hen naar de Zweedsche 
^havens gaan, en bij vraagde mij, of ik hem koude geraat stellen, dat 
onze fregatten aan die koopvaardiJBchepen geenerlei belemmering in hunne 
leis zouden veroorzaken en ze niet zouden inspecteeren. Ik zeide hem, 
dat de Staten een voldoende verklaring hebben van Uwe Majesteit aan- 
gaande den handel op de Oostzee en het hem daarom niet betaamt eene 
sndere te vorderen." 

Eoerakien aan Apr^ien, alle uit 's Graven hage, van 22 
Vaart (2 April, bl, 122), 29 Maart (9 April, bl. 123), 1/12 April (bl. 
129), 5/16 April (bl. 130), 8/19 April (bl. 131), 10/21 April (bl. 132), 
12/23 April (bl. 133). 
Copieën van brieven van Koerukien aan den Tsaar. 
■ Gravenhage, 12/23 Febr. (bl. 149, 150). 
Gravenhage, 16/27 Febr. (bl. 151). ' 

Gravenhage, 19 Febr. (1 Maart, bl. 152). i 

Gravenhage, 1 Maart (bl. 153). 
Gravenhage, 8/19 Maart (bl. 159, 160). 

Gravenhage, 11/22 Maart (bl. 161, 162). „Mij beroepende op mgne 
jtUeronderdanigste vroeger afgezondene verslagen aan Uwe Majesteit, waarin 
genoeg heb gerapporteerd over den handel op de Oostzee, opdat deze 
op den wensch dezer Republiek worde vrggesteld, heb ik onlange in de 
vorige maand het model van eene declaratie gezonden, waarop ik dea 
illergenadigaten oekaz van Uwe Majesteit verwacht." 

's Gravenhage, 12 Maart (bl. 154, 155). „Nadat ik gisteren mijn aller- 
onderdanigst verslag had verzonden, kwamen na het diner gedeputeerden 
Van de stad Amsterdam bij mij, welke klachten inbrachten tegen kapt. 
Villebois wegens het arresteeren van twee schepen te Danzig" „en boven- 
dien heeft nu kapt. Villebois nog een derde koopvaardij schip i 
gearresteerd" „en ook brachten zij al hunne vroegere klachten i 
nering" „en de genoemde gedeputeerden van gisteren zeiden o. a. 
Bepnbliek tot dezen datum niet alleen nentraat was gebleven, mi 
bg alle gelegenheden het belang van Uwe Majesteit had bevorderd en 
laarom hoopten zij, dat ook van den kant Uwer Majesteit hun wederkeerig 
llle vriendschap voor hunne belangen zoude worden betoond, maar in 
plaats daarvan wordt alle mogeiyke beleediging aan hunne onderdanen 
igedaan. 

8 Gravenhage, 18/29 Maart (bl. 163). 

B Gravenhage, 8/19 April (bl. 164, 165). „Op mijne mededeeling aan 

Staten alhier aangaande don inhoud van Uwe Majestelt's oekazen, 

wat betreft den vrjjen handel op de Oostzee enz., heeft men mij tot dezen 

clatum nog geen antwoord gegeven, maar ik hoor door mijne vrienden, 



I herin- 

, dat de 

r zelfii 



1 



m 



^ 



dat zij vele malen hebben beraadslaagd over den inhotid van Uwe i 
stdt's oekóz en in het bijzonder daarover, dat slechts van den v 
handel op de Zweedsche havens wordt gewaagd, maar aangaande Dal 
en Königaberg en de overige havens nieta b gezegd, on sij bogrJ|peD 
□iet andera, dan dat die havens voor den vrijen handel zullen verboden 
zijn, en evenals te voren uiten zij hun misnoegen daarover." 

'b Gravenhage, 12/23 April (bl. 167). 

's Gravenhage, 20 April {2 Mei, bl, 205—212), ,Thana aoht ih, d 
het tot mijn plicht behoort mededeeling te doen betreffende het antwoe 
der Engelache regeering op de ingediende memorie, aangezien het E 
eche hof met dit antwoord zijn voornemen heeft te kennen gegeven, 4 
welke wederzijdsche verplichtingen Engeland en Zweden hebben, i' 
duidelijk, dat het verder niet meer noodig is te trachten dit te weten Ij 
komen, en daarom betaamt het nog bij tijds onze maatregelen tensmi 
Allen spreken er hierover, dat het Engelache hof zoo duidelgk zgn vi 
nemen heeft te kennen gegeven, maar op welken grond zij dat j 
hebben, kan hier inderdaad niemand begrijpen, omdat allen i 
Engeland en Zweden niet bij machte zijn de mogendheid 
Majesteit tot zulk een vrede te dwingen, zooals in dat antwoord is ge- ' 
zegd, en het is waar, dat Engeland zeer sterk ter zee zal wezen en èi 
havens van Uwe Majesteit iu de Oostzee kan slmten, maar door dïtdlee 
kan het zijn wensch toch niet bereiken (daar het niet in staat ii 
vasteland te attaqueereu en niet bij machte ie om dat te doen, in ie 
eerste plaats doordat de koning van Prnisen geen reden heeft om n 
vijandig j^ena Uwe Majeat^t te handelen en evenzeer doordat de pablieh 
opinie, zooals uit alle türichten hier zichtbaar is, in goede veratandhoii- 
ding en vriendschap met Uwe Majesteit wil blijven)" „ik beschouw het 
als mijn püoht mede te deelen, dat het belang van Uwe Uajesteit nu 
ten zeerste vereischt, dat van den kant Uwer Majesteit de handel op in 
Oostzee wordt vrijgeeteld, omdat Engeland en Zweden zeer sterk ter zw 
zullen zijn en het onmogelijk zal wezen den invoer van kcmm enK, in 
Zweden te verbieden, bovendien zal die vrijheid van handel het hier ea 
bij anderen veroorzaakte ongenoegen wegnemen en de goede gezindheid 
herstellen, aangezien ik onveranderlijk bij m^'ne onde meeningen blgf, 
zooals ik die vroeger heb uitgesproken." 

Bl. 239 van dezen bnndel is een brief van Christoffel Brandt aas 
Apnlksien, Amsterdam, 12/23 Januari. ,het vast« vertrouwen van UE. 
hooghts, oude gunstige geneegontheijd tot mijn persoon doet mij de vrij- 
moedigheijd neemon om aen Sijn E. met droef heijd te klagen tegensJao 

ILups, die wel eer mjin goede vrind geweest is; hij is een publique be- 
drieger geworden, en h^ heeft en soekt mij nog considerabel te bens- 
deelen met sijn verscheijdene, dog in 't bijsonder in de tusschen onsaog 
openstaende geweer Reekening, die voor onso gemeene Reek; van hier 
in de Jaaren 1704: 1705; 1706—1707 en 1708, & ook 1709 en 1710 
versondeu sijn en alachoon alle mogelijke deligentien aengewend hebbe 
om hem tot raison te brengen ao ia aulx dog 't eenemaal vnigtelooi 
geweest, om welke reden de vrijheyd neme U£. hooght. seer ootmoedig 



an aengewend hebbe 
eenemaal vrugteloos 
ight. seer ootmoedig i 



% versoeken om mijn persoon tegens de hr. Lnpe eijne noijt gehoorde 

r duren en Exorbitante quade reekeninj^en te protegeeren en dewijl 
hooght. met een lang verhaal ïan Jan Lnpa aijne Talsae onregtvaer- 
%heden niet derff lastig vallen, so is alleen mijn versoek, dat UE hoogh. 
net desBelfs commoditeijt, so genadig voor mij gelieft te aijn om over 
dese affaires, met sijn HVg'' Ie Prinoe de MenBchiioff (als aen wien dies- 
wegen uijtïoerlijk geBchreven hebbe) te aboacheeren en bg dien gnnstig 
te beramen, dat van die brataele Jan Lnps sijne valsse practijken geaal- 
reeid werde." 

. 246 van dezen bundel ia een brief van den agent van den Burgh 
un den Tsaar, Amsterdam, 10 Mei. „Hier sijn 2 sweedseoorloghscbeepen 
ran Gottenburgh gearriveert, en wert nogh een derde schip verwagt 
ean niet punctueeren wat sij doen sullen" „hier sijn ook veel ofR- 
1 en matroosen aangenoomen om van Ostende naar Oostindien te 
gaan het is meest jongh volk die op andere plaetae niet cnnneD aan- 
boomen." 



M. A., Bnndel 565 bevat eenige stukken, die betrekking hebben op 
^e geschiedenis der Republiek. 

bl. 2, 3. Copie van een brief van Cruijs aan ChristoSel Brandt, Si Fe- 
lersbnrg, 28 Jnli. Over het koopen van apothekerswaren te Amsterdam, 

bL 13. Kapport aan het AdmiraliteitscoOege, St. Petersburg, 13 Aug. 
Betreffende oen nieuw schip, voor Z. Ta. Majesteit in Holland gebouwd. 

bl. 19. Over het zenden van teer naar Holland. 

bL 56, 57. Over een papiermolen en het hnren van Hollanders om 
Jaarop werkzaam te zijn. Eveneens voor een oliemolen en „dien (molen), 

^ke HoUandsche gort maakt." 

bl. 75, 76. Over het haren van HoUandsche zeilenmakera. 

bl. 89, Over het boawen van schepen. 



M. A., Bundel 566. Ook Herin ia het eon on ander voor onze 

bandelsgeschiedenis . 

bl. 3, 54. Brieven van Nörof aan CmiJB, Moskou, 6 en 28 Januari, 

er het koopen van materiaal in Holland. 

bl. 71, 72. Over het zenden van acbeepsbenoodigdheden naar Holland. 

bl. 89, 100. Redster van ovorzoesche materialen, welke volgens bevel 
h Holland moeten gekocht worden {lood, rood en geel koper voor het 
Jhaken van ketels enz., kleedingstoffen, elpenbeen, potlood, asphalt enz.). 
t bl. 159 — 161. Over het zenden van hennep en teer naar Holland. 
I bl. 270. Brief van Nórof aan Cruijs, 17 Mei. Over het zenden van 
lunnep naar HoUand. 
I bl. 271, 283. Eveneens over dien hennep. 

bl. 305. Over het koopen van materiaal te Amsterdam. 






216 

bl. 339. Brief van Adajéfskij aan CraiJB, Moskon, 9 Jnni, waarin hij 
mededeelt, dat hij op bevel Zijner Ts. Majesteit de directie derzülfobriek 
aan Jan Timmerman beeft overgegeven. 

bl. 346. Brief van Adajéfsktj aan CrniJB, Moskou, 23 Juni. Over han 

zelfde onderwerp. ^Ê 



P. M. A., Bundel 567, bl. 35 — 37. Over het koopon van een schip te 
AiDBt«rdam. bl. 57. Over het huren van zeelieden te Amsterdam, bl. 8? 
Over het koopen van een schip te Amsferdaro, 



m Koer^kien, 

Bijlage bij bet reacript Tan 29 Febr. „Copie van den oekaz Zijner' 
Majesteit in het Admiraliteitseollege. Aangezien wij om Tersohillf 
redenen genadig hebben goedgevonden aan de onderdanen der H. 
Heeren Staten toe te staan ora vrij en onverhinderd op de Oostzee 
de Zweedecbe havens te varen voor den koophandel, daarom hebben 
U met dezen oet:'iz willen bevelen, dat gg dit aan onze bevelhebbers 
zee en met eene commissie varenden op behoorlijke wijze bekend maak^' 
opdat zij do schepen van dat volt met hunne lading vrij en onverhin- 
derd naar bovengenoemde plaatsen en havens en op deo terugweg vm- 
daar doorlaten" enz. St, Petersburg, 2S Febr. 

St. Petersburg', 29 April. De Hollandera hebben er bij Koerakien ovfli 
geklaagd, dat er ïn de permissie tot vr^en handel geen gewag Is ge- 
maakt van Danzig en Eönigsberg : Eoerfiklcn moet han raededeeln, 
dat dit daarom alléén niet Js geschied, dat de handel op die steden nin- 
mer van Russische zijde verboden is geweest. De Hollanders knnm 
zonder eenige vrees voor de Russische vloot en kruisers op Danzig BU 
Königsberg handel drijven : hetzelfde geldt ook voor de Engelschen. 

St. Petersburg, 23 Mei. Br is door de Russisebe rogeering bevel gs- 
geven aan de kruisers om geen andere schepen dan Zweedsche te neMo, 
tenzij er schepen met valsche paspoorten of csrtiScaten varen, „en ïndien 
een der vreemde ministers of andere waardigheidsbekloeders van nentnlB 
mogendheden aangaande de commertie op de Oosti^ee vraagt, aan wie 
deze is vrijgesteld, dan moet gij aan hem, die dit vraagt, verklaren, dst 
er bevolen is aan onze kroisers om de koopvaardijschepen hnnner reepw- 
tieve natie vrij naar de Zweedsche en andere havens door te laten, ma«f| 
dat in het algemeen ook aan de andere neutrale mogendheden dezelWo 
permissie tot den handel door ons ia verleend, daarover moet gij aiet 
spreken, doch aan elk in het bijzonder moet gij dit verklaren aSiéa 
omtrent zijn eigen volk, opdat zij daaruit onze welwillendheid mogen zien." 

St. Petersburg, 11 Jnli. Wat het voorstel der Staten betreft otn 6e 
twee te Danzig gearresteerde HolIandHcbe schepen in vrgheid te stellffli 
moet KoerSkien den Staten mededeelen, dat dit reeds is geschied: Kapt. 



217 

TilleboJB heeft de sohopen op bevel in vrijheid gesteld maar de Euasiaohe, 
Poolsche en Saksische kaïionneu, die zioh daarop bevonden, geconfisqueerd 
en te Danzig onder toezicht achtergelaten, vanvraar zij heimelijk door 
Hollandache achippers zijn weggevoerd. 

St. Petersharg, 22 Juli. Eoerókien moet den Staten mededeelen, dat 
het hen verontraatende gerucht, dat al hunne schepen te St. Petersburg, 
Wyborg en Reval zijn gearresteerd en het bevel is gegeven ook die te 
Riga t« arresteeren, geheel en al ongegrond en verzonnen is. Indien de 
fiDBsisohe regoering eene gewichtige verandering in de commertie wilde 
maken, zoo zoude zij daar vooraf aan Koerden kennia van geven. 
Daaroni moet Koerdkien in het geval, dat er weder dergelijke leugen- 
Mhtige geruchten worden uitgestrooid, dïe op behoorlgke wijze tegen- 
spreken en vernietigen. 



'b Gravenhage, 20 Febr. (2 Maart), „ik acht het mijn plioht te rappor- 
teeren, dat het belang Uwer Majeateit thans ten zeerste vereischt, dat 
de commertie op de Oostzee van de zijde Uwer Majesteit alom vrg en 
met rust worde gelaten, omdat Engeland en Zweden ter zee zeer sterk 
zullen wezen en het onmogelijk zal zijn den invoer van koren enz. in 
Zweden te verhinderen ; bovendien zei die vrijheid in den handel de hier 
en bg anderen opgewekte verbittering wegnemen en de tevredenheid her- 
stellen, aangezien ik onveranderlijk hij mijne vroegere meeningen blijf 
Eooals ik die te voren heb blootgelegd, nl. dat men deze Republiek neu- 
traal moet houden, de vriendschap met den Keizer herstellen en vooral 
met Pruisen on Polen in onveranderlijke vriendschap blijven." Engeland 
'heeft zijne mediatïe voorgeslagen onder de preliminaire voorwaarde, dat' 
Reval aan Zweden zal worden gerestitueerd : Eoer^kien heeft hierover 
Teel met zijne Hollandsche vrienden gesproken, welke de zaak als eene 
zeer netelige beschouwen, omdat, indien de Tsaar die mcdiatie aanneemt, 
daarmede tegelijk de afatand van Reval is erkend, doch, indien de mediatie 
wordt geweigerd, men Engeland tot eene oorlogsverklaring dwingt. Het 
!b in het belang van den Tsaar, dat zijn minister aan 't Engelsche hof^ 
'Weaelófskg, zulk een antwoord geeft, waardoor de zaak op de lange baan 
wordt geschoven. 

's Gravenhage, 15/26 April. Hot ie aan Koerdkien bevolen onderzoek 
te doen naar de bedoeling van Engeland onj den handel op de havens 
Zijner Ts. Majesteit te verhinderen. leta zekers kan hij dienaangaande 
Dog niet mededeelen Het verbieden van den handel op do Oostzeohavena 
»al den Hollandera niet zoo gevoelig wezen, als het verhinderen van de 
'commertie op Archangel, waardoor vooral Amsterdam veel schade zal 
lyden. Maar de Republiek 7«1 zich niet hiertegen kunnen verzetten, daar 
ihet alléén staat te midden van Frankrijk, het Duitsche Rijk, Pruisen en 
'Zweden, die alle met Engeland bevriend zijn. Frankrijk en andere mo- 
gendheden hebben een te onbeduidendon handel op Rusland om hierover 




218 



^ 



met Engeland in twist te willen geraken, „maar ran Hombai^ en andere 
vnje steden maak ik geen gewag, aangezien de kleinen steeds gedwon^ 
zijn het voorbeeld der grooten te volgen." De ZwoedBoh-Ëngeléche partij* 
wordt in de Republiek voortdurend sterker, vooral sedert de Prins van 
Heesen-KasB^ tot koning ie uitgeroepen, die in zyne jeugd in Staatseken 
dienst is geweest, met ^len fomiliaar omging en alom bemind is. 

's Gravenhage, 20/3 1 Mei. Eoerdkien zal volgenu het hem gegersB 
bevel op behoorlyke wijze aan de Republiek, en in het bijzonder 
Amsterdam, mededeelen, dat de handel op Königeberg en Danzig 
Bnssische zijde niet belemmerd wordt. 

's Qravenhage, 5/16 Juli. Op bevel van Z. Ts. Uaj^teit heeft Koerd) 
den Zweadsohen Resident Preis voorgehouden, dat Zweden bij de gerinj 
verandering in Frankrijk en Engeland zonder bescherming aan een wii 
ondergang ten prooi zal wezen. Preis toonde zich in particalier gespi 
zeer geneigd tot den vrede en zeide naar zijn hof te zuilen sohryTes. 
Den i^'" Juli is de voorzitter der Ridderschap, Noordwijk, bij KoerfikJsn 
geweest: hij deelde hem een brief van de Amsterdamsche borgemeeateiE 
mede, waarin deze aan Noordwijk schreven, dat zg bericht hadden ont- 
vangen van de arrestatie der Hollandsche schepen in do Oostzeehaveoa 
Zgner Ts. Majesteit. Koer^kien zeide, dat hij er geenerl^ bericht 
had ontvangen en dat het verzinsels zijn. 

's Oravenhage, 2/13 Ang. Preis he^ Eoer^kien nog geen antwooid 
gegeven, wellicht omdat Zweden reeds door Admiraal Norris in onder- 
handeling b^^int te treden. 

's Oravenhage, 23 Ang. (3 SepL). Wat er te Hanover tnsechen is 
koningen van Proisen en Engeland is omgegaan, weet niemand mei 
xekerheid, maar het ia bekend, dat de Pmisiache koning eiken ochtend 
om 7 uur by den Bngelsohen ging thee drinkrai, hetgeen twee nnr en 
langer dunrde, en dat drie dagen achtereen Lord Stanhope bij 
geroepen. Men schrijft, dat zij een alliantie- traotaat liebben geslol 
volgens hetwelk zij eik erai troepenoorps in gereedheid zonden hoi ' 
de koning van Pruisen 20000 en Hanover lOOOO. 

's Gravenhage, 1,15 Sept. Koerakien heeft den Baad-Pensioiiaiis 
gedeputeerden volgens de laatste declaratie ran 28 Juni medegedet 
dat de vrije handel onveraoderlgk zal worden gehandhaafd en dat de bg 
de tegotwoordige operaties genomen schepen, zoo hunne paseen in arde 
tgn, in vrijheid zullen worden gesteld. De Staten wenscht^n nog pemÜBaia 
TlD uitvoer van eenige andere waren ea wilden hierover eene bijronderB 
eoBfenntie met Koerikien houden. Zonder de uiterste aoodzakelgkhud 
nl KoeiAkien hnn den vrgen koom- en aonthandet niet vergunnen. 

1721. 

Coaeapten d» brieven van den Tsaar aan de Staten. 

BrwYca na de Staten aan den Tsaar 

Reaoripten aan Koerakien. 

Concepten der rweripten aan Konakien. 

Brieven van Eoerikieo aan Dalgarüekij ;in Franki^k). 



Concepten der rescripten a 
Relatiëa van den ag;ent va 
Brioven van den agent 



] den Burgh. 

, 72, 73. Oïer het zenden 



n den agent van den Bargb. 

dep Burgh. 
UI den Burgh aan den kabincts-aeoretam 

Brieven van den Resident Christoffol Brandt aan Dslgardekg ^ 
Vankrijk). 
Zaak betreffende het temgroepen van den gezantschapBsecretariB Eoradien. 
Memorialen van den Resident de Wilde. 
A&chriften der retatiën van Hollandacfae ministers aan verBchillende 

Brieven van den agent van den Bnrgh aan Sjaflrof, 

Excerpten uit de relatiën van den agent i 

P. M. A., Bundel 465, bl. 49, 50, 61, ( 
van waren naar Holland. 

Bundel 466, bl. 2S&. Over het geven van tractement aan 
de funillea der zeelieden, in Holland gehuurd. 

" " ■ Bundel 500, bl. 208. Over de aankomst van Hollandsche 
Bjhepen te Beval. bl. 354, Over de schepen, welke naar Holland gaan. 
IiL 357, 358, 393. Over de aankomst van Hollandsche schepen te BevaL 
A., Bnndel 571, bl. 5, 6. Over het doen vertrekken van bni- 
ienlandsche zeelieden naar hun vaderland, bl. 57, Over het in dienst 
nemen van Hollandsche papiermakers, bl. 91, Over verschillende HolIandBohe 
Kaken, bl. 120, Over den papiermolen, 

P. M. A,, Bundel 573. HJorin komen o. a, l^Bten voor der lastschepen 
in Holland gekocht. 

P. M. A., Bundel 574, bl. 31, 32, 37, 39, 43, 164. Verschillende 
zaken, die op Holland betrekking hebben. 

P. M. A., Bundel 576, bl. 13, 20, 2!. Over het uitmaten van ïler 
'bHipvaardiJschepen om die naar Holland te zenden. 



Maart. Over het maken van portretten van don Tsaar in HoUand. 

P. M. A., Bundel 564, bl. 187. Brief van Makarof aan Cruija, 8t. 
Petersburg, 21 Sept, Over het zenden van kanonnen naar Holland voor 
de BüBsisobe schepen, wolko daar gebouwd worden. 

12 Nov. Concept van een brief van den Tsaar aan dou Leidschon 
ioopman Laat, om voor een gezonden ananas te bedanken. 



Protocollen der rescripten t 
L 20 Maart. Frankrijk biedt zijne mediatie aan in den vredehandel tnsschen 
(clnslaud en Zweden. Op welke voorwaarden Busland die wil aannemen, 
!is reeds aan den Begent geschre 



L 



Relatiön van Koenlkien, 

'b Gravoohago, 3/14 Febr. Eenige Engelachen hebben aan Koerikion 
kaperbrieven tegen de Zweden verzocht, welke deze hun heeft verieand. 

'b Oravenhage, 14/25 Febr. Het overlijden van Stanhopa zal veel »(r 
breuk doen aan de enge vriendschap tnsBchen Engeland en Frankj^u 
Op het congres te Cambraij zal groote confusie ootstaan. 

'b Ch-avenhage, 21 Febr. (3 Maart). De Staten willen acht scbepa 
oitruflteD tegen de Algerijnen, maar er is nog geen resolutie genooK 

'b Oravenhage, lT/28 Maart. Engeland heeft besloten een eskader n 
de Oostzee te zenden. Men meent in Holland, dat dit wegenB de g 
onkosten niet geschieden zal: het volk zoude te zeer daardoor v 
terd worden. 



P. M. A., Bandel 276. In dezen bundel zgn ook uit 1721 veelbrienl 
van Koerden. 

Brieven van Eoerakien aan den Tsaar, alle uit 'b Grarenhage, < 
3/14 Januari (bl. 238— 243|, 16/27 Juni (bl. 244—249), 20 Jnnia Jid| 
bl. 256, 257; 258), 27 Juni (bl. 259—261), 22 Juli (2 Aug., W. 26C 
28 Jnli (8 Aug., bl. 265, 266), 29 Aug. (9 Sept., bl. 269, 270), lOfl 
Oot. (bL 273—276), 13 Nov. (bl. 279), 14,25 Nov. (bl. 283—286). 

bl. 292, Brief van Eoerfikien aan den Tsaar, Amsterdam, 25 Nor. 
1,6 Deo.). „Allergenadigste Souverein, van kapitein Lorens ontTÏng ik ' 
gisteren een brief van 21 Nov., geschreven op zijn Bchip in het Ylia, 
waarbij hij mij mededeeling deed van het ongelukkige geval, dat hg op 
dat schip door een groeten storm twee masten heelï verloren; de getci- 
ganiBsen en adviezen der officieren zond hij mij iu origineel, de copieén 
van welke ik hierbij voeg om Uwe Majesteit op de hoogte te etelleik 
En nu zal raen dat schip in de baveu Harlingen binnenbrengen" i "" 

bl. 295—297. Copieëo der bovengenoemde getuigenissen. 

hl. 298. Een dito iu het Hollandscb. ,Den 24 November 1721 ■ 
wij met het sehip Oryer foor de Schelling fandaan soijl gegaan om i 
flijete cQomea maar door stijlte en teegen stroom int fiijlander gatH 
anker geraakt hebben ons daagelijks anker laate falie — s' ayonta^ 
windt west snijd west hebben ons daagelijks tou half uijtgestooken ti 
stuijken is gebrooken mosten ons toijaaker laate falie des nachts i 
hardo coelte uyt het West snijd west hebben ons plechtanker maa 
laaten falie, den 25 dito de wind west met harde coelte moaten O 
groot werpanker laate falie om het schip van de gronte hoouwen II 
welk is gebrooken, hebben ona tweede werpanker laate falie, den 2" 
de windt west- noord west met storm weer (er staat eigenl. s 1 1 
weer) s' avonds ten 9 uren hebben ona opper-luy tenant met de I 
officieren goetgofonden om de fockeraast ouer boort te capen (d. i 
pen) door dien de storm wint sieh noch almeer yerhefïe des i 
ten ellef uren het woer noch al erger ajjude hebben gesaamentlijk g 
solueert om de groote raaast mcode ouer boordt te cappen tot befaonve 



van lijf (er staat I ij b) en leeuen en schip en goet twelk gedas 
befonden dat het achip hem veel beeter conde redde en gemal '' 
ayn anker lag dit bekenne wij onderetaando waarheijt te siju. 
Sijcrdt Annes 
Lootsman Jan Jansen — 
En Cornelis gerrijts van flijland. 

bl. 299, 300. Brief van Koerikien aan den Tsaar, Amsterdam, 28 Not. 
(9 Dec.)- n^"^''gs''B^gBtB Souyerein, hierbij voeg ik de rekeningen in 
'Origineel van den koopman Troije voor het boQwen van 2 schepen" enz. 

bl. 250—255, 305—317, 319—328. Eekeningen. 

Ook nog brieven van Eoerdkien aan den Tsaar, 'b Glravenhage, 5/16 
Dec. (bl. 332—336), 26 Dec. (6 Jan. 1722, bl. 343). 

bl. 338. Quitantie van van den Burgb aan Koerikien. 

Ook eenige brieven van Koorékien aan Alekaéj Wasieljewietsj. 

bl. 340, Lijat van soheepsproviand, dat voor bet schip Uriel moet 
worden aangekocht. 

bl. 485, 486. Brief van Galawien aan den Tsaar, Berlijn, 4 Deo. 
„Allerheerlijkste en Allergenadigste Imperator, aan Uwe Keizerlijke Maje- 
steit heb ik alleronderdanigat te berichten, dat onlangs Z, K. Majesteit, 
mg aangaande twee hekbooten van Uwe Majesteit vragende, of zij in 
goede orde te Reval waren aangekomen, erover geliefde te spreken, dat 
volgens zijne meoning 't hem voorkomt, dat in Holland het bouwen 
daarvan zeer diinr wordt en het ia Duïtschland naar zijne maening goed- 
kooper zal wezen, omdat in Holland het hout vandaar wordt ingevoerd; 
; en bovendien geliefde hij te zeggen, dat, indien het Uwe Keizerlijke 
Majesteit mocht behagen te Stettin scheepshout to koopen of de schepen 
aldaar te bouwen. Zijne (Koninklijke] Majesteit niet in gebreke zoude 
bhjven zijne bereidwilligheid aan Uwe Keizerlijke Majesteit te toonen van 
te Stettin of elders eene werf te maken, en eveneens is hij t>ereid om 
tgn hout voor een redelijken prijs over te doen. Over hetwelk Z. Maje* 
steit heeft geliefd aitgebreid met Prins Jóerij Oagarien te spreken, die 
opzettelgk voor dat doel naar Stettin is gegaan, om daar over alles jniste 
inltohting te verkrijgen. Met hem. Prins Jóerg Gagdrien, heeft Z, Maje- 
steit geUefd zijn kabinetsbrief aan Uwe Keizerlijke Maj^teit te zenden" enz. 

1722. 

Copieën van de brieven van den Tsaar aan de Staten. 

Rescripten aan KoerSkien. 

Protocollen daarvan. 

Concepten daarvan. 

Relatiën van den agent van den Bnrgh, 

Belatiën van Koerikien. 

Brieven van den agent van den Burgh aan Ménsjikof. 

Brief van den Resident Brandt. 

Uemorialen van den Resident de Wilde met de antwoorden daarop. 

Brieven van den agent van deo Burgh aan Sjaffrof. 

Over de pretentiën der Staten en hunne onderdanen. 



1 



P. M. A., Bnndel 503, bl. 180, 184, 201, Buodcl 578, bl 3, 5, ( 
Bundel 580, bl. 3, 66. Over Hollandsche handelszaken enz. 

P. M. A., Bundel 276, bl. 343, 345, 346, 347, 353. BrieTen ti 

Koerikien aan den Tsaar. 

1733. 

Rescripten aan Koerikien. 

Protocollen daarvaa. 

Concepten daarvan. Ook brieven van Oalófkien on Osterman i 
Eoer&kion. 

Belatiën van Koerdkien. 

Brieven aan Oalófkjen van Filaretïef, geattaoheerd aan de legade 9 
Holland. 

Relatiën van den agent van den Bargh. 

Brieven van don Resident Brandt aan Dalgaróekij (in Frankryk). 

Memorialen van den Resident de Wilde met de antwoorden daarop, 

Brieven van den agent van den Bnrgh aan Sjaftrof. 

P. M. A., Bundel 657, bl, 207, 208, 212-214, 248. Over de tit| 
Engeland en Holland teruggekeerde navigatoren. 

Maart. Aankomst van den predikant Tamminga in Rusland met het | 
project voor eene West-Indische expeditie. 

1724. 

Protocollen der rescripisn aan den agent van den Bargh. 
Concepten daarvan, 

Belatiën van den agent van den Burgb. 
Excerpten daaruit. 

Rescripten aan den Resident Brandt. 
Relatiën van den Resident Brandt. 
Memorialen en brieven van den Resident de Wilde. 
P. M A., Bundel 591, bl. 77, 130, 131, 133. Over het bouwen f 
een schip in Holland. 



4 Januari. Rescript aan Eoerftkïen over rekeningen met den Z^ 
Bchen minister. 

P. M. A., Bundel 276, bl. 1667. Brief van Brandt aan den Ttti 
,De verlangde hoeveelbeid marmer en elpenbeen zal ik, volgenshetbe 
van Uwe Keizerlijke Majesteit, zooveel mij mogelijk is, zoekei 
Bt. Petersburg zenden." Amstenlam, 21 April (2 Mei). 

29 Ang. Bevel aan den Prins Sergéj Dalgaróekij, die in Hol 
leerde, om naar Rusland terug te keeren. 



AFDEELING IV. 



Het tydperk van 1725 tot den val der Republiek. 



De achttiende eeuw is na Peters dood voor de geschiedenis onzer be- 
trekkingen met Rusland yan weinig belang: wel dreven de Hollanders 
Voortdurend een uitgebreiden handel op Narwa, Reval, Riga, Bt. Peters- 
burg en Archangel, maar de politieke invloed van onzen Staat nam ge- 
leidelijk af en daarmede verminderde het aanzien, waarin de Republiek 
bij de Moscovische Tsaren had gestaan. Het aantal Hollanders in Rus- 
Bischen dienst bleef aanmerkelijk en 't Marine-Archief te St. Petersburg 
levert veel materiaal voor hunne biographie, maar het mij opgedragen 
onderzoek betrof de Russische archivalia, van belang voor de Nederland- 
Bche geschiedenis en niet voor het nasporen der lotgevallen van enkele 
onzer landgenooten. Over onzen handel op Rusland uit de achttiende 
eeuw heb ik eveneens weinig verzameld, daar wjj dienaangaande zeer 
veel, zoo niet alles, uit de op het Rijks- Archief te 's Gravenhage aan- 
wezige bronnen kunnen putten. Den catalogus der „Hollandsche Zaken" 
van het Archief van Buitenlandsche zaken te Moskou heb ik niet verder 
dan tót 1742 nagegaan: ik geloof niet, dat het de moeite zoude loonen 
de in deze afdeeling door mg genoteerde bundels te onderzoeken en nog 
veel minder succes zoude eene studie der „Hollandsche Zaken" uitEliza- 
beth's en Catharina's tijd opleveren. 

1726. . 

Juni. Concept der instructie en rescripten aan den gevolmachtigden 
gezant in Holland, Graaf Iwdn Gawrflowietsj Galóf kien. 

31 Juli. Vertalingen van de plakkaten der Staten betreffende convooi- 
en lioentgdden enz. 

Ooneepten der brieven van Oatharina I aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan Oatharina I. 



224 

Brieven met bLjlagen der stad Amsterdam aan het College van Boiten- 
landsche zaken over het zenden van Willem de Wilde uit Busland naar 
Amsterdam voor de rechtzaak van den koopman Jan Lups. 

Protocollen der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Concepten der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Relatiën van den agent van den Burgh. 

Protocollen der instructie en rescripten aan Galófkien. 

Belatiën van Galóf kien. 

Concepten der rescripten aan den Resident Brandt te Amsterdam. 

Belatiën van Brandt. 

Memorialen van den Resident de Wilde. 

1726. 

Protocollen en concepten der rescripten aan den agent van den Borg] 
met de besluiten aangaande zyne rekeningen. 
Relatiën van den agent van den Burgh. 
Memorialen van den Resident de Wilde. 
Protocollen der rescripten aan Galóf kien. 
Concepten der rescripten aan Galóf kien. 
Relatiën van Galófkien. 

1727. 

Concepten der brieven van Peter II aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan Peter II. 

Protocollen der rescripten aan Galófkien. 

Concepten der rescripten aan Galófkien. 

Relatiën van Galófkien. ' 

Protocollen der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Concepten der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Relatiën van den agent, kanselier-geheimraad, van den Burgh. 

Brieven van den agent van den Bnrgh aan Prins Ménsjikof. 

Uit 1727 en 1728. Afechriffcen der relatiën van den agept van den 
Burgh met rekeningen. 

Brief van den agent van den Bnrgh aan den vice-kanselier, Baron 
Osterman. 

Rescripten en concepten der brieven aan den Resident Brandt te 
Amsterdam. 

Relatiën van den Resident Brandt. 

Memorialen van den Resident de Wilde i). 

1728. 

Concepten der brieven van Peter II aan de Staten. 
Brief der Staten aan Peter II. 



1) P. M. A., Bundel 633 moet nog aan de genoemde bundels uit Moskou worden 
toegevoegd. Beze bundel, 19 bladen groot, bevat documenten over zaagmolens: om 
hierop werkzaam te kunnen zijn, waren jonge lieden in Holland opgeleid. 



A&chriften der protocoUou en concepton der reHcripten aan Qalófiden, ] 

Relatiën van Oalófkien. 

Concepten der resoripten aan den agent van den fiargh. 

Relatiën van den agent tbd den Burgh. 

Uemorialen van den Resident de Wilde. 

Relatiën van den gezantschap SBecretaris in Holland, Heinzelman. 

ProtocüJleu der rescripton aan deu agent van den Burgh. 

Concepten der rescripten aan dca agent van den Burgh. 

!Relatiën van den agent van den Burgh. 

Protocol en concept van een rescript aan den Reeident Brandt over 
de zaak betreffende de pretenties van Jeremias Kiezel. Ook Brandt'e 
relatiën over hetzelfde onderwerp. 

Uemorialen en mededeelingen van den Resident de Wilde en den secre- 
ten de Swart. 

1729. 

Concept van een brief van Peter II aan de Staten. 
Brieven van de Staten aan Peter II. 

1730. 

Concepten der brieven van Anna aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan Anna. 

Relatiën van den gezantschapssecretaris in Holland, Heinzelman. 

Protocollen en concepten der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Relatiën van den agent van den Bnrgh, 

Concept van een rcBcript fmet het antwoord daarop) aan den Resident 
brandt over den dood 'van Peter H. 

Aankomst ia Rusland van den buitengewonen gezant de Dieuj zijne 
xuemorialen en mededeelingen. 



19 Sept. Zending van den werkelijken kamerheer Uichaël Bjestóezjef 
laar Holland als gevolmachtigd minister. 
Concepten der rescripten aan hem. 

1731. 

Concepten der brieven van Anna aan de Staten. 

Brieven van de Staten aan Anno. 

Relatiën van den gezantBcbapssecretaris in Holland, Heinzelman. 

Protocollen der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Concepten der rescripten aan den agent van den Burgh. 

Eelatiën van den agent van den Bnrgh tot zijn dood. 

Relatiën van den Resident Brandt. 

Protocollen der instrnctiën en rescripten aan Galófkion (na 26 Jnli). 

Concepten der instrnctiën en rescripten aan Oalófkien (na 26 Juli). 

" latien van Oalófkien aan Oslerman (van 24 Sept af). 

15 



226 

/ 

MeiBorialen en mededeelingen yan de Dien. 

1731 — 1738. Papieren bebneSende het Russische geoantschap in HoUand. 

1732. 

Concepten der brieven yan Anna aan de Staten. 

Protocollen der rescripten aan Ghilóf kien. 

Concepten der rescripten aan Ghilóf kien. 

Belatiên yan Ghüóf kien aan Ostennan. 

Brief yan den gezantschapssecretaris Heinzelman aan Osterman over 
de eigendommen yan den oyerleden agent yan den Bnrgh, 1 Januari. 

Brieyen aan Osterman yan Hendrik Oldecop, die boekhonder geweest 
was bg den oyerleden agent yan den Burgh. 

Brief aan Osterman en memorialen met rekeningen yan Jacob Brandt 
en Hendrik Oldecop betreffende gelden, yoor den agent yan den Burgh 
oitgegeyen. 

Memorialen yan den gezant de Dien, tot den dag yan zgn yertrek uit 
St. Petersburg. 

Verzoeken yan den kapitein Bigo te Amsterdam om agent ie mogen 
worden in plaats yan den oyerleden yan den Burgh. 

1733. 

Brieyen yan de Staten aan Anna. 
Protocollen der rescripten aan Gkdóf kien. 
Concepten der rescripten aan Ghdóf kien. 
Belatiên yan Ghüófkien aan Osterman. 
Belatiên yan den boekhouder Hendrik Oldecop. 
Memorialen en mededeelingen yan den Hollandschen gezantschapssecre- 
taris, later Resident, de Swart met de antwoorden daarop. 

1734. 

Protocollen der rescripten aan Ghdóf kien. 
Concepten der rescripten aan Galóf kien. 
Belatiên yan Gkdóf kien aan Osterman. 
Belatiên yan den boekhouder Oldecop aan Osterman. 
Memorialen en mededeelingen yan den Resident de Swart. 
Verzoeken yan den kapitein Bigo te Amsterdam om agent te mogen 
worden in plaats yan den overleden van den Burgh. 

1735. 

Brief van de Staten aan Anna. 
Protocollen der rescripten aan Galóf kien. 
Concepten der rescripten aan Galóf kien. 
Belatiên van Galóf kien. 

Memorialen en mededeelingen van den Resident de Swart. 
Brieven van dea kapitein Bigo te Amsterdam aan Osterman, waarin 
hg vraagt agent te mogen worden. 



227 

Over de pretentie der Hollanders op de Bigasche iolinkomsten, hun in 
L702 door den Zweedschen koning, Eueurel XTI, verpimd. 

Zaak op voorstel yan den Hollandschen Besident aangaande de yal- 
kenjacht. 

Brief yan den gezantschapssecretaris Heinzelman aan Osterman. 

1736. 

Afschriften der rescripten aan Ghilóf kien. 

Concepten der rescripten aan Gfalóf kien. 

Relatiën yan Ghdóf kien aan Osterman. 
, Relatiën yan den secretaris Oldecop te Amsterdam. 

Memorialen en mededeelingen yan den Resident de Swart. 

Brieyen aan de Russische ministers yan den commissionair in Holland, 
kapt. Rigo. 

Oyer het rooyen yan wabnsyet door Rassen yan Hollandsche walyiseh- 
yaarders op Groenland. 

1737. 

Afschriften der rescripten aan Qalóf kien. 
Concepten der rescripten aan Galóf kien. 
Relatiën en brieyen yan Galófkien aan Osterman. 
Relatiën yan den secretaris Oldecop. 
Memorialen en mededeelingen yan^den Resident de Swart. 
Brieyen aan de Russische ministers yan den commissionair in Holland, 
kapt. Rigo. 

1738. 

Afschriften der rescripten aan Galóf kien. 
Concepten der rescripten aan Galófkien. 
Relatiën yan Galófkien. 
Relatiën yan den secretaris Oldecop. 
Memorialen en mededeelingen yan den Resident de Swart. 
Verzoekschrift en brieyen aan Osterman yan Kapt. Rigo, waarin hy 
vraagt agent te mogen wezen te Amsterdam. 

Brieyen yan den gezantschapssecretaris Heinzelman aan Osterman. 



P. M. A., Bundel 795, bl. 251, 271, 319, 335, 336, 369, 378, 529. 
Stukken betreffende het geyen yan bgzondere permissie om hout te hak- 
ken en uit te yoeren. 

P. M. A., Bundel 804, bl. 681—685. Eyeneens betreffende den uityoer 
yan hout. 

1739. 

Brieyen yan de Staten aan Anna. 
Afschriften der rescripten aan Galófkien. 



Concepten der rescripten aan Qalófkien. 

Drie rescripten aan Oalófkien, !<>. betreffende de zaak van Micbaël 
Fetröf, die van de Hollanders op Groenland walruetanden had gerool 
2". betreffende het zenden van geld om dat aan den correspondeat 
Conatantinopel, Marini, te goTen, 3". betreffende het zenden der " 
landsche Admiraliteitsreglementen. 

Relatiën van Galófkien aan Osterman. 

Belatiën van den secretaria Oldecop. 

Memorialen en mededeelingen van den Resident de Swart. 

Brief van den geïantschapgsecretaris Heinzelman aan OBtenaau ob 
vermeerde ring van traktement. 

1740. 

Concepten der brieven van Anna aan de Staten. 

Brieven der Staten aan Anna. 

Concepten der rescripten aan Oalófkien. 

Eenige resoriptea aan 0alöfkien. 

Uit 1740 en 1741. Belatiën van den Becretaris Oldecop. 

Memorialen en mededeelingen van den Resident de Swart. 



1741. 

1 Iwan HZ aan de Staten. 
Q Iwdn III. 
lan Oalórkien. 



Concepten der brieven ^ 

Brieven van de Staten 

Concepten der rescriptei 

Belatiën van Oalófkien. 

A&chriften dor relatiën van Galófkien. 

Belatiën van den eecretaris Oldecop. 

Memorialen en mededeelingen van den Resident de Swart. 



P. M. A., Bundel 687, bL 180. Over het huren in Holland vanst 
lieden, bootsUeden enz. 

P. M. A., Bundel 1499, bl. 65. Tractaat tussohen Bnalanden REl 
over 't salunt, dat de Uollandsche oorlogaschepen, kapers en koopvaari 
schepen aan de schepen, vestingen en aioten van Z. Ta. Majesteit, zooi 
op zee als op de rivieren en in de havena, verplicht zijn. 



1745. 

P. M. A., Bundel 826, bL 107, 108 enz. Over voorzorgsmaatregdl 
in de RuBsiBcbe havens wegens veeziekte in Holland. 

P. M. A., Bundel 837, bl. 229 e. v. Over de permisaie om Holland* 
vee en vleesch in de RusBische havens in te voeren, naar mate i 
ainemen der veeziekte. 



1747. 

P. M. A., Bandel 830, bl. 13-18 enz Over eïkenliout in Holland 
gAocht voor de eluizen in het KroüstadtBohe kanaal. 



[ De politieke corregpoiidentie ran Catharina XI is reeds ten deele in bet 
licht Terecfaenen (tot 1768). Men kan er weinig in vinden, dat direct 
betrekking heeft op de HoUandsche geBchiedenia, Ik mag evenwel niet 
nalaten op deze editie te wijzen : Sbomiek van het Keizerlijk Russisch 
Historisch Genootschap, Dl. 48, 51, 57, 67. 

Dl. 48, bl. 526. Reseript aan Gross te 's Gravenhage, 16 Jnni 1763, 
Waarin het gerucht wordt tegengesproken, dat Ensland een verbond met 
I*ruisen zoude hebben gesloten enz. 

Dl. 48, bl, 543. Eigenhandige resolutie van Catharina II over het 
dschen van betaling door Holland van de subsidiegelden, 3 Juli 1763. 

Dl. 48, bl. 544. Rescript aan Gross te 's Graven hage, 4 Juli 17B3, 
o-ver het betalen der Hollandsche schuld aan Rusland. 

Dl, 51, bl. 3. Rescript aan GroBS te 's Oravenhage, 4 Oot. 1763; ver- 
klaring der redenen van oneenigheid tnsschen Rusland en Polen aan- 
gaande de Koerlandsche zaken. 

Dl. 51, bl. 135. Rescript aan Gross to 'a Gravenhage, 9 Dec. 17G3; 
%ijne overplaatsing naar Londen en het benoemen van Graaf Waróntsof 
is zijne plaats. 

Dl, 51, bi. 323, Rescript aan Graaf Waróntsof te 's Gravenhage, 28 
April 1764, Van geen belang. 

Dl, 51, bl. 518, Eigenhandige reaolntte van Catharina II aangaande 
de van Holland te vorderen som, 25 Mei 1764. 

Dl, 57, bl. 402. Uit een brief van Pinien aan Waróntsof te 's Graven- 
hage, „A St Pótersbourg, ce 29 Octobre 1765." „En réponse a ce que 
VouB avez bien voulu me mander en date du 3 (14) Octobre touchant 
les insinaatione que les ministres hollandais prés de cette cour, en demier 
lien mr. Ie comte do Rechtem ont fait successivement au ministère, j'oi 
l'honneor d'observer que la proposition d'un traitó de commeroe a étS 
réitóróe de leur part k plusieare reprises, mais qu'on n'a pu encore leor 
donner de réponse décisive ft ce sujet. Celle qu'ils ont eue jusqn'ici por- 
' ' 1 ajant óté nommóe expres pourdóli- 
commerce de eet empire, on règlerait 
qn'on serait convaincn des avantages 
ivec la rópnblique et en ce cas on se 
i k entrer en nógociation." 

I Waróntsof te 's Gravenhage, 



talt en substance qu' 
bérer sur les moyen 
ses mesurea sur leur résultat 
k retirer d'un traite de 
prêterait de soi-même de notre 
Dl, 57, bl. 499. Brief 



5 April 1765. Over de handelsbetrekkingen van Rusland en Pruisen met 
Spanje, 

Dl, 57, bl, 522, Brief van Panien aan Waróntsof te 'a Gravenhage 
(met bijlage), 10 Mei 1766, Yoor ous van geen belang. 




DL 67, bl. 570. Brief i 
23 Deo. 1767. Voor ons vai 



in P&nien aan Waröntsof t 
geen belang. 



Ook op een ander RnasiBch geschrift moet ik de aandacht restigc 

ui. „Over de gewapende neutraliteit ter zee," 8t. Petersbnrg 1859, ( 

een geregeld verhaal bevat van de onderhandelingen over het beveiligen 
van den handel der neutrale mogendheden, 1778 — 1780, met bijvoeging 
van alle documenten (uit het Archief van Buitenlandsohe zaken te Moa- 
kon), waaruit dit verhaal is gepnt. 



Al het verdere, dat van zeer weinig gewicht ïe, heb ik uit het Marine- 
Anhief te St. Petersburg gepnt. 

1779. 

P, M. A., Bundel 1483, bl. 466, Briefje van Tajérnysjef aan Oldecop, 
19 Oct. (in copie). 

P. H. A., Bundel 1424, bl. 260, 261. Over de achipbreuk van het 
fregat Katalia op de Hollandsche kust en de redding der equipage. 

P. M. A., Nummer 1441, Bundel 167 (van de zaken van TBJémysjof ), 
bl, 1. Brief van den gezant Galletayn aan Tsjérnyajef, 's Oravenhage, 30 
Nov. Over de achipbrenk van het fregat Natalia. 

1780. 

P. M. A., Bundel 1424, bl. 269— 272. Brief van Oldecop aan Tajérny8j« 
Amaterdam, 21 Juli (l Ang.) 1780, Over het pogen der RuBaische r 
geering om te Amsterdam bekwame loodsen te huren enz. „l'aSaire de 
la levée de la 3"^ peraonne des Equipages dea vaiaBeanx marchands ert 
maintenant tont arrangée et miae sur nn bon pied, auasi cela rapporte 
beauconp de matelots aux vaisseaux de guerre; reste maintenant & lever 
Ie nombre de soldata ponr Ie service, outro cela, pluaieurs v^sseaux 
manqnent encore beauconp en mats, voiles, cordages etc, etc., quoiqn'il 
en Boit, la Ville d' Amaterdam reate ferme et aetif, et je sai de la première 
main, qoe dans l'Assemblée aotuelle des Etats de la Province de Hollande, 
ponr qui Ie Prince d'Orange eat veno expressement du Loo, lea Députés 
de cette vUle se feront entendre tres énergiquement, voulant avoir anau 
déoidé d'acceder tout de suite dana la neutralité armee " 

bl. 273—289. Diverse brieven van den consul Oldeoop aan Tsjémysjell 
betreffende de pogingen der RassJBcho regeering om loodaen te horen 
enz, In een dier brieven, niet gedateerd, o, a, „C'eat au départ de la 
poste que j'^cris ces pen de mots point encore de retour de Unnster 
1'exprès y depêche, Ie Prince y étant allé pour rendre viaite k Msdi 
aon Ëpouse" ,sub rosa, Ie Pr. y étant allé incognito." 



P. M. A., Nnmmer 1441, Bandel 167 (van de zaken van Tejérnyfyef ), 
bl. 2. Brief van den gezant Galfetsyn aan Tejérnysjef, 's Gravenbage, 
9 Maart. Oalietsyn Bchrijfl:, dat hij vergeefs moeite heeft gedaaa om een 
bekwaam soheepabouwmeeater te vinden. 

bl. 3. Brief van GaKetsyn aan Tejémyajef, 's QraTenhage, 20 Nov. 
(1 Deo.). Galfetsyn deelt mede, dat hij den brief vaD den Procureur- 
Generaal Wjdzemakij aan de bankiers Baronnen de Smeth heeft ontvangen 
en dien terstond heeft bezorgd en hij twijfelt niet, of zij zullen de hun 
door 't Russische hof gegeven opdracht goed ten uitvoer brengen. 



P. M. A., Bundel 1483, bl. 187, 188. Brief van Oldecop aan Tajérnysjef, 
Amsterdam, 24 Juli (4 Aug.). „L'af&ire des pilot«B me donne bien de 
tiblatnre et je ne sai vraiement ob trouver les 11 k un prix raisonnable 
ponr loB deus esquadres de Mrs. Borisow et Polibin. heureusement la 
eopie ei incluse de M' Sacken, dont l'originale ra'a élé envoyé par Ie 
Pnnce m'a rejouï avec l'agreable nouvelle que M' Eronze se fnt pourvu 
da Bes pilotcB au fond. C'est vraioment dans ces circonstances nu grand 
Rvantage, étant assez embarrassé pour trouver les onzes reatans, ponr 
vons mottre mieux au fait, Monseigneur, de moa embarras. je prena la 
liberté d'envoyer a VStre Excellence ei inclua, une lettre que je viens 
de recevoir dans l'instant de Texel, eomptant de lui repondre tont de 
Buite de ftiire manoeuvre de son chef et de faire aon dernier poasible 
d'avoir les 11 pilotea pret k l'apparition de la fregate." „Ie Sr van der 
Hoeve, maintenant en fonction en Texel, m'y est tres necessaire, étant 
persnadé que Vetre Excellence appronvera ma nomination faite, d'antant 
pluB qn'ft 1'entrée de vaieseaux de guerre, il y sera de tonte utilité pour 
les officiers, au reste il ne portera jamais des fraix ni salaires en compte 
que lorsqu'ii sera employé." 

Bijlage, bl. 189. Copie van een brief van Sacken aan Galfetsyn, 
gCopenhagoe, ce 25 Jnillet 1760." „Les 4 pilotes hollandois sont enfin 
arrivés ici, Ie 23 de ce moia après avoir été 8 jours a Lubec pour 
attendre une occasion, de venir ici par mer." „Je reitère ici tont ce 
que j'ai en l'honneur d'ecrire a Vótre Excellence touchant Ie nonvel 
engagement des pilotes pour les deux escadres de Mrs, Borrissow et 
^""^ ' 'n, et je joins ici, pour eet effet la liste dea noms des pilotes, qne 

Ïni sont arrivés ici, ont recommandés comme dee gens experts et 
avoir. mais je prie Vótre Excellence de ne se donner plus de 

tonohant 1'engagement des Pilotes ponr l'Escadre de Mr. Kronze, 

qvi en B trouvés ici autant qu'il lui faut." 
Tweede byiage. bl. 190. „copie. Name der Loose dewelke wij reoom- 



Derde bijlage, bl. 191 — 194. Brief vau den Heer van der Hoeve aan 
OldMop, „Texel Ie B' Aout 1780," „je vons suis infiniraeut obligé pour 
1b grsce que voue avez cd k me faire l'honneur de me charger avec les 
bBuks de Sa Majesté impériale de la Bussie." „Les afi'aires ne sont pas 



eneore beauconp avancées et les peines que j'ai avec ces gens pour leur 
ner nne lAée du engagement sont grandes: ce matin j'en ai en seulei 
trois qni ae veulent engager pour coniinire les vaisseaux Jnaqo'Ji par la 
Manche k Lisbonne, la liate de laure nome et les prix j'ai annaié a 
celle-ei maia Ie prix diflêre beaaooup comme tous Terrez anx prix fixée; 
ainsi j'eerb leura nomB et Ie prix qn'ÜB demandent sana lee enj^gec m 
attendant tob ordres comment fSüre dans ce caa-ci, catte aprea-midi j'rai- 
yenei nne poste par tous les villagea encore aToo l'ordre d'annonoe 
partöut qne ai ils sont des gens, qui se veulent engager pour püot^ 
qui peuvent Tenir i. Schild quel est Ie nom dn rillage ou je me tronw: 
a Helder j'ai fait du meme maia personae eat tbuu jasqu'cncore." 

bl. 185. Copie van een brief van Tajémysjef aan Oldecop 19/30 Aug. 
„La preciaion avec laquelle vous m'^crivéa toucbant les pilotes pour nw 
eaquadres, la reponae de Mr. Sacken au Prince Gtalliein, de meme qoe 
l'ecrit détailló de Mr, van der Hoeve, votre agent au Texel, pronyent 

t exaotitude pour Ie aervice," „je dois pourtaat 
me trouve aueunement eo état, ni de juger de 

li de TOUS donner l'approbatioii sur leur choii:, 



de donner voa rappor ta 



. Qallicm 



an de zaken van Tjémysjaf), 
's Qravenhage, 12/23 Januari. 
voor het vffl- 



BnfBaamment votre zeje 

TOUB dire Mr.! qne je n 

la qualité de ces gens, 

mals que vons faieés 

k Ia Hay." 

1781. 

P. M. A., Nummer 1441, Bundel 167 ( 
bL 4. Brief van (Jalfetsyn aan Tsjérnysjef, 
Betreffende het overzenden naar Rasland 
vaardigen van fijne stoffen. 

bl. 7. Copie van een brief aan Oalfetayn, 10 Maart. Verzoek Tan' 
de Rnsaiache rogeering aan GaKetajn - — • "' 

geschikte loodaen te huren. 

bl. 9. Brief van Gahetayn aan Tsjérnysjof, 'a Öravenhage, 27 
(7 Juni). OaUetsyn bericht, dat hij Tergeefachc pogingen heeft aangewena 
om bekwame graveurs te vinden, die zich in Rusland zouden willen 
vestigen. 

bl. 12, 13. Brief van Galietayn aan Tsjémyajef, 'a Graven hage, 22 Oet 
(2 Nov.V Over de schipbreuk van het fregat Bohemia. 

bl. 16. Brief van OaUetayn aan Tajérnyajef, 'e Gravenhage, 18/29 Dec. 
Over de schipbreuk van bet fregat Bohemia. 

Ook eenige Fransche brieven van GaUetsyn aan Tajémysjef^ 'a GraTen- 
hage, 15 Juni {bl. 9); 31 Juli (bl. 10, 11); 29 Dec. (bl. 14, 151; alle 
uit 1781; verder nog van 11 Mei 1782 fbl. 19, 20), 15 April 1783 
(bl. 22); alle onbelangrijk. 

bl. 17 en 18 zijn rapporten betrofiènde de achipbreuk der Bohemia. 



BaF 



P. M. A., Bundel 1499, bl. 39—58. „Acte eener Maritieme Conventie 
tnaschen Rusland en Holland. Gedrukt te St. Petersburg in de TypograpMe 




van 't Uaritjein Adellijk Cadettencorps, Anno 1781 (FraiiBoIi en RusaiHoh). 
De toetreding van ons land tot de Gewapende Nentraliteit. Oet. P^nien, 
Osterman, Bjezbaródkn, Bakóenien, Waseenaer, Heeckeren, de Swart, 
Bijlagen. „Article XVI dn Traite concln entre la Républjque et la Cour 
de Franoe, Ie 21 Déoembre 1739." „Artiele VI du Traite de marine 
entre Ie Roi d'Eapagne et les Provincee Unies des Pays-Bas, oonclA h 
la Haye !e 17 Deeembre 1650." „Afskrift af en nnder dato St, James 
den i^' July og Fredenaborg den 21'i' July 1780 ratificeret overnena- 
kommeise, hvorved den 3''^ Artickel in Allianz, og C om merz track taten 
imellem Danmarck og England af 1670 sormere forkiares og bestemmes," 
„Avx Séréniasimea trèa Illustrea .... Seigneurs, EmpÖreurs, Roie, Bépu- 
bliques .... par ordonnanoe dea Hauts et Puissans Seigneurs les Etats 
Qénéraux des Provinces-Uniea dea Pays-Bas" enz, 

P, M. A., Bundel 1483, bl. 330. Een brief van Tajérayajef aan Olde- 
oop, 34 April (in copie). Opdracht om linnen te koopea onz. 

1783. 

J P. M. A., Nummer 1441, Bundel 167 (van de zaken van TajérnyBJef), 

bL 21. Uittreksel uit een brief van Gali'etayn aan Tsjérnysjef, 'a Graven- 

! hage, 11 Mei. Over het zoeken van geschikte loodsen t ' ' ' 



P. M. A., Bundel 1483, bl. 195, 196. Brief van Oldocop aan Tejér- 
nyajef, Amsterdam, 6/1 T Mei. „conforraement k ma tres humble dernière 
lettre dn Courier passé, j'ai maintenant 1'honnenr d'envoijer h Vötre 
Excellence Ie compte et Ie connoissement, de même que la notte de ce 
qoi se trouve dans chaque caisae, dea draps espediés pour Ie Haat Col' 
lége Impërial de l'Amirauté." „Les circonatancea ne sont point du tout 
&Torablea pour l'engagement dea pilotes; comme l'on m'a deconseill4 it 
ne pas faire partir de Texel les pilotes, je reate ici, tandis que M'' van 
der Hoeve a été espédié pour l'enrollement k Texel, au Helder, au Vlie 
et h. Terschelling, pour m'expedier ce qn'il pourra prendre etquejefenü 
partir ensuite d'ici pour Hambourg. je ne crajns qne trop que j'echouerai 
dana cette cummiaaton, dont je serai deaeapéré; enfin je ferai mon mieux 
et mon dovoir; on ne peut plus, car pour me tuer de ohagrin, 1'Empire 
perdrott nn Bojet fidele et ma familie seroit malheurenae" „les gazettee 
feront aavoir & Vötre Excellence que les Angloia ae trouvent devant 
Texel, pour prouver aux marchands d 'Am sterdam, qu'ils n'ont paa encore 
perdu toute foree et courage et qu'ils ineritent toujours encore quelqu' 
attention et ménagement." 

bJ. 198. Rekening betreffende vlaggedoek. 

bl. 205, 206. Brief van Oldecop aan Tajérnyajef, Amsterdam, 9/20 
Ang. „Dans ma tres humble lettre du 24 May (4 Juin),j'avoisl'honneur 
de marquer tres respectueusement k Votre Excellence, qu'avant de prendre 
la libeité de tirer sur Vótre Excellence Ie montant de 1'argent debourfié 



I 



234 

dans 1'engagement des 14 PUotea, je touIdU Toir, si peut-étre M^ d'Oaten 
Sacken ou M^ l'Amïral de CzlazagofF me remettroient Ie dit montaiit, 
maiB cela n'étant arriTë....je ne puis mieus faire, méme sur rautorisatJot) 
de M'. Ie Frince de Qallitzin, et de M'. de Sacken,. que de preadre la 
liberté de tirer mes ditea aïances sur Vótre Excellence." 

bl. 213. Brief van TBJérnjejef aan Oldecop, 1 Sept, (in eopie). Over 
't betalen van de loodsen, uit het eskader van Admiraal TBJietsjagof 
teruggekeerd, en over het koopen van azijnhout iu HoUand. 

bl. 209, 209. Brief van Oldecop aan Tsjérnyejef, Amsterdam, 9/20 Sept. 
,8ept des pilotes engagés Tiennent de retoumer, étant de 1'Ëscadre de 
M^ de TschitzagofF, qu'ils ont qnité aax Dunes, eet Escadre partant pomj 
la Mediterranéc ; ils ont été payé en tont, excepté les Frats pour ' 
retour par Margate et Oatende pour ici." ,M'. Ie ChöTalicr de Kinsbet^ 
avoit deja pris cong4 dans sa dernière lettre du ö/16 da Courant, com| 
tant de se mettre en mer avec la flotte, mais Ie teras chongé, de mënw 
Ie Tont, aura obligé l'Ëscadre de rester et je languis maiatenant de 
Toir de ees nouvelles, ne craignant que trop, que les vaisscauxde^ 
anront beaucotip souffert par l'orage, tandis que celui, comii]BDd4 par 
Chevalier imite, en vieillesse et état delabré, parfaitement aa T 
George couté k fonds." ,La grande flotte Angloise est dono partie 
delivrer Gibraltar, s'ila y sont assez heureux, cetteforteressepoiirraeiu 
longtems tenir, mals les flottes combinées sont trop superieures: ce 
donne quelqn' espérance pour la bonne rëussite, o'est, que les " 
aiment mieux de se retirer qne de risquer leurs vaisseaux et que 
&«ngois móme ne oomptent paa beaucoup sur enz. On bo flatte tonjoi 
que la Paix se fera pendant l'biJTer prochain : Ie grand besoin d'vgstit 
de tonte part, g coutribuera beaucoup." 

bl. 211. Brief van Oldecop aan Tsjémysjef, Amsterdam, 9/20 Sept 
„je riens dans l'instant de recevoir reponee de la Haije, Ie Priaoe 
niarque que sans ordro je ne pouvoia payer les Pilotes et que je dei 
ecrire la dessns h, Yötre Escellenue, en attendant je m'en vais ^orin- 
M'. de TsohitzagolF en adressant ma lettre k Livoume, pour qo'il üt 
bont4 de m'tnformer sur Ie tout et si alors M.'. l'Amiral me niarqnei 
cela reate k paijer, je ne lêrai point scrupule, Monseigneur, de payer 
&aix, étant conformement k l'accord et engagement contracté a?ec 
Pilotes, et k quï je ne Ie puis refuaer." „1'ouragan a causë ici des grai 
domraages aux maisoDs, Titres, toits, cheminées, arbres et prineipalemeal' 
aux vaisseaux du Port." Onder „Ie Prince" is Galfetsyn te verstaan. 

bl. 199—201. Brief van Oldecop aan Tajérnysjef, Amsterdam, 28 (kt. 
(8 Nov.) „je me suis du depuis trouvé favorisé avec l'honnear de latcit 
gracieuse Vótre du 1" Oct. v. s., par la quelle il a plu k Vótre Excel- 
lence de me donner la gracieuse permission, d'aoquiter aux sept pibtei 
de l'Ëscadre de S. E. M'. l'Amïral Tachitsehagow, les fraix deleurretonr 
de la Flotte, aussitót que Ie dit Amiral m'aura marqué la juatesse de 
leur prétention." 

bl. 329. Brief van Tsjémysjef aan Lndwig Qovy en Zn. te Amster- 
dam, St. Fetersbarg, 18 Sov. Over partiouliere geldzaken van „MonBtQU 



Ie Comte de Soltikow et Madame Ia Comtesse de 9oltikow née Czerni- 
cbaw aon Epouse." (in copie). 

bL 212. Brief van Oldecop aan TsjérnyBJef, Amaterdam, 18/29 Not. 

U'. lo Chevalier de Rinaberguo m'ayant envoyé Ie livre et la carte ei- 
jomte, j'ai cru n'eo poavoir faire meilleur usage que pour les présenter 
Irèa roepectueusement k men tres gracieux Bienfaiteur." 

1783. 

P. H. A., Bnndel 1483, bl. 78, 79. Brief van Oldeeop aan T8Ji5rn"y- 
Igef, AniBterdani, I7/S8 Januari, „j'ai eu 1'honneur de faire & V6tre Ëxcel- 
hm mes tres humbles et vifa remercimeus pour la tres graoiense lettre 
tot O a plu k man bienfaiteur cheri de m honorer en d&te du 28 De- 
oenbre dernier v, s,, par la quelle Yous avez daigné, Moneeigneur, de 
me marqner rotre tres gracïeuse approbation Bur mon zèle et empres- 
Hnent dans la prompte et esacte eiïdcutjon iles tres gracieux ordrea 
dimt votre Excellence daïgne de me favoriacr pour Ie College Impériol 
de 1'Amiranté." 

il, 80, 81. Brief Tan Oldecop aan IsjérnyBJef, Amaterdam, 24 Januari 

Febr.). „Enfin J'ai re^u une lettre de M. TAmiral TBchitzagoffen d&te 

fi Janvier dernier t. b. de Livoarne, ob il me marque de n'avoir rien 

ind anx Pilotes en s'en decbargeant h Deal, ne sachant oombien leur 

ntonr pour iüi coAteroït, me priant h ces causos de lea «atiB&ire coufor- 

Bienient è mon engagement fait avoc eux. En consequence j'ai profité 

premier iuBtant de payer ici Ie montant de lenrs fraix a celui k qui 

ÏIe RTOient donné procnration ici ; en ëtant d'autant plus content tu que 

cela me met k même de pouvoir réussir dans ces commiasioiiB pour 

'■rmir les murmures de ces gena Ik nous auroient pu nnire: encore il 

Wrait éié d'autant plus facheux et deaagreable, vu que sans cela tous 

pilotes sont retournéa bien contena et se louent fort du bon traite- 

t re^u, ce qui m'a fort rejoui, ne m'étant rien plua doux et agréa- 

Uement senaible que de voir briller l'Erapire et d'entendre dea louangea 

faveur de mes compatriotea, y joint donc encore la aage direction 

B te Département de la Marine, qui sous Ie Ministère de Yötre Ex- 

enoe se rend partout bI redodtable." „M^ Ie Cbevalier et Contre 

Amiral de Einsbergen vient de partir ce matin d'ici pour rétoumer pour 

la ÏÏayej m'étant venu voir encore pour nn moment, je lui dis, que 

ï'arois 1'honneur d'écrire h Yötre Excellence et de vous faire tres humbte 

fapport sur Ie marqué aur la Conatraction de vaisaeatiK de guerre." 

bl. 74, 75. Brief van Oldecop aan Tajérnyajef, 28 Juli (8 Aug.i. ,j'ai 
Ilionneur d'écrire k Yötre Excellence la tres humble presente de Maarsen, 
riUage aitné tout prés d'ütrecht oü se trouve ma femme aecoucliée d'one 
lUe" „mon aéjonr en attendant k la campagne n'om pêche paa 1'es ecu tion 
. ordrea, oommiaaions et expdditions k faire, qne j'oae voua prouver, 
fonBBigneur, par la trèa hurable presente, ayant l'honaenr de Yous en- 
h»ger ci-joint connoifisement do deux caisaes." De eene bevatte „uno 
ntite collectiona d'oignons de fleurs," de andere „Ia provision ordinaire 



1784. 

P. M. A., Nnmmer 1441, Bundel 160 (ïan de zaken vanTBJérai 
bl. 34. Brief Tan Kalytsjöf aan Tsjdmysjef, 's Qravenhage, 8/19 Fabi' 
Over het zoeken van een bekwaam scheepsbuuwmeeater ia Holland. 

bL 31. Brief Tan Kalytsjóf aan TsjérnjBJef; Amsterdam, _9/20 Febr, 
,11 vient de s'ouTrir une noDTelle negociation do deux milUons floriu 
de Hollande pour les Etats unie en Amérique, Bnivant Ie Prospectos im- 
prime hoUandais ei annexé, k 4 pet. intéret par au" „Eslrait d'nne 
lettre du OheTalier de Einabergen, re^ue dane rinstant." Kinsbergen 
schrijft, dat hij niet aan het slagen van Kalytsjörs opdracht 
een aoheepsbouwmeester gelooft. 

bL 35. Brief Tan Oldeoop aan TBJóraysjef, Amsterdam, 16/27 
't Zal moeilijk zijn, schrift hij, een geschikt scheepsbouwmeester te t 

bl. 36 — 42. Diverse papieren aangaande het zoeken yan een schi 



ibergen 
cheepM 



bl. 24, Copie van een brief aan Kalytsjóf, 12 Dee. „Het Admirftlitdte- 
college wenscht een zeer goed scheepsbouwmeester ta hebben, die ds 
theorie en de praktijk Tolkomen verstaat. 



P. M. A., Bnndel 1483, bL 255, 256. Brief van Oldeoop aan Tyfr- 
nysjef, Amsterdam, 12/23 Janoari. „j'ecrirai enoore ce soïr k la bbri^ 
k Leyde, pour y joindre les 600 Arsch : de gaze jaane." 

bl. 257, 258. Brief van Oldeoop aan Tsjérnyajef, Amsterdam, 9/W 
April. ÜTer „gazes jaunes." 

bL 259, 260. Brief van Oldecop aan Tsjérnysjef, Amsterdam, 
(4 Mei). Over de „commJBsfon de gazes." Verder ,Je viens d'embarqt 
auBsi k bord dn vaisseau de Cap. Marteu Meijners, la caisse avea I' ' 
ordonnó." 

bl. 361, 262. Brief van Oldeoop aan Tsjérnyajef, Amsterdam, 2/13 
Over jdrap blano." 

bl. 264, 265. Brief Tan Oldecop aan Tsjérnysjef, Amsterdam, 
Aug. Over het vlaggedoek. 

bl. 252, 253. Brief van Oldecop aan Tsjémysjef, Amsterdam, 17/28 
Dee. nPar la première lettre Vötre Escelleuco daigne de m'honorer d'nne 
commission ponr son Eant particulier, consistant en Huit peignee, ~ 
s'en servir dans Yötre fabriqne de toile, que tous aTez, Monseij 
dans une de Tos terres." Verder OTer „une nouTelle commission de 
rerd, blano et roage pour Ie Haat Collage Impérial de l'Amïranté." 

bl. 254. „Compte Courant pour Son Excellence Monseigneur leCi 
Ivan de Czernichew." 17/28 Dee. 



P. M. A., Bundel 1570, bl. 25, 82, 120. Over het koopen van i 
gedoek in HoUaod. 



de 

BOnt encore 



1785. 

'. M. A., Bundel 1483, bl. 375. Brief Y&a Oldeoop aan TsjérnyBJef, 
AmBterdam, 21 Januari (1 Febr.). „L'on m'a promia les bois de poalies 
dans Ie courant du mois d'Avril, et Ie fameax négociaat van Meekeren, 
qni me leB lirrera me les cedera aa plue jaste prix, cob bois n'étant 
pas actuellement bï cher, qne dans l'année 1783. Les gazes mesontauBHi 
promis vera Ie méme tema, des mèmes qaalités, conleura et au méme 
prix comme lea precedentes. Les draps traineront bien jusqa' 
Juin, et Ie reetant vers la fin de Juillet, dont tes prix 
fix^." 

bl. 381, 382. Brief van Oldecop aan Tajérnjsjef, Amsterdam, 21 Febr. 
(4 Maart), ,D'après 1'expédition de ma tres humble demière lettre du 
14/25 Fevrier, aijant rcQU une lettre de Son Excellence Mgr. Ie Comte 
d'OBterman, par Ut quelle ce Seigneur a en la bonté de me communiqner, 
qu'il a pin h Sa Majesté Impériale, de me nommer Son Conseiller ds 
Coar, et attribuaat en partic cette haute grace et marque nou equivoqae 
de la Continuation de Sa tres grocieaae bien veil lance en ma fareur h la 
puÏBBante protaition et trèa gracieux appui de Yötre Excellence, j'ossTons 
■pprocher poar me jetter anx pieds de mon veritable ot trea gracieux 
bienikiteur." „Le grand froid, que none venons d'<^prouver tout recem- 
nent, va fiiire bieu du tort anx Expéditiona fi faire : toutes foia, je compte 
d'embarqner les bois de pouliea vers le mi-Avril ; les gazes auivront pen 
après, maia les draps traineront en lougueur par cette nouvelle gelee 
inopinée. 11 y aura bien de la difference dans les prix dea boia, dont je 
■ais tres charme et bien d'autant plus, vu qne je m'inquiète furieuaement 
Bar la cberté des lainea, qni va bien rencherir les draps." „j'ai óchoué 
fiane la coramissioo dea huit peignea déürêes." 

bl. 385, 386. Brief Tan Oldecop aan Tajémysjef, Amaterdam, 15/26 
A-pril. Over „le compte des trois caiaaes avec les gazea ordonuées," 
,,1'embarqaement dea bois de pouliea" enz. 
bl. 387. Bekening dienaangaande. 

bl. 389, 390. Brief van Oldecop aan Tsjémysjef, Amaterdam, 18/29 
April, „j'ai maintenatit fiionneur d'envoijer il Vötre Exaellence le Con- 
noissement dea trois caisaea avec les vlaggedoeks et dea trois sortea de 
bois de pouliea etc, tout expedié ao Haut College Impérial de t'Amiranté 
par le Taiaaeau de Cap. Roelof Joakea poar St. Petersbourg, e'y troavant 
ea méme tema joint le Connoiasement de Ia Caisae avec le papier, destiné 
poar le Département et Chaneellerie de Yötre Excellence de méme qne 
de la ousae avec les huit peignea en deux aasortimene, chacune de 4 
peignea avec oe qni y appartient." 

bl. 391, 392. Brief van Oldecop aan Tajémysjef, Amsterdam, 29 April 
(10 Mei), ^j'ai 1'honneur, Monaeigneur, de voua envoijer ei inelna, un 
dessin, avec sa description et une lettre, tout ensemble &it par mon fils, 
qui a le bonheur de considerer le Chevalier Contre Amiral de Kinsberguen 
I comme Bon Mentor, envoyé do ciel, pour rendre mon Sis un sujet capable 
et utile envera cette tres graciease et auguste Sonveraine, qne j'öae me 



vanter de pouToir consïdorer comme ma tr&e gracienae B!enfaitrice. Quelle 
gracel Monseigneur, ei Vótre Excellence daigne de me faire la graee 
de porter ces desseinB, deBoription et lettre sous lea yeni de oette ioeom- 
parable Imp4ratrice qui fait saus contredit la merveilte de ce wècle Bon 
seulement, m^s anssi des precedena et Traisemblablement dea fTitun." 
„Avec Ie connoisgement aur l'arao Vötre Excellence recevra aaflai celui 
sur une caisse expediëe k l'adreaae da Hant College Imperlal de 1'Amirai 
dans la qaelle se trouve plusienra Exemplaires dea Principea f 
la Tactique Narale, publié par Ie Chevalier de Kinaborgoa 
hollandois et par moi traduit en Allemand et dédié ii Sa Majesté Int) 
riale, dont se trouve un en maroquin que je BuppHe k Vótre Excellei 
de mettre de ma part aux pieda de ma divine et Anguete Bienftdtrice" 
etc, „il ij en a eneore 40 Exemptairea broches, que je sapplie dans U 
plua profonde aoumiaaion que Ie Hant College Impérial de TAmiraaté 
daigne tres gracieuaement d'agréer de ma part poor Ie eervice de jennn 
officiers, deetinés pour la Marine, an tel lirre étant tres atile ponr a> 
avoir un Exemplaire a bord de cbaque vaiaaeau de gnerre ponr l'inatractitHi 
de ces cadets de Marine, qui par Ie teme peuvent cooperer par leun 
&itB, & rendre l'Empire de BasBie redoutable k toutea les nations de 
ce Globe." 

bl. 393—398. Bijlagen. Brief van J. H. Oldecop aan zijn vader, den 
agent. „A bord dn Jupiter ce 24 Avril 1785 ancré devant Toulon." 
„Bacbant combien je voub faia plaisir, quand j'emploije, antant que nu 
jeunesse Ie permet, mon tems a ètre utile au Service de notre Cbm, 
Graoieuse et grande Sonveraine, j'ai travaillé k obtenïr un deseeia d'one 
machine, qui selon tooB les connoisBeurB sera excellente k mettre 01 
pratique, j'ai pris touB Iob soins imaginables, pour qne Ie deesein BOft 
exact, aijant jouraellement occasion d'avoir cette machine devant U> 
yeux, qui eat chose facile auprès du Coutre Amiral puisqu'il aime qn'oa 
s'inatruiaae." Verder „Bxplication du Dessein représentant Ia machine pata 
faire des Gardes feu de toile rébutée." Tweede brief van J. H. Oldeoap 
aan zijn vader. „A bord du Jupiter ce 27 Avril 1785 aucrS devant 
Toulon." „On parle ici en génöral beaucoup de la Paix quoiqa'oo dit 
auBsi qu'il y auroit un nipture entre notro Cour et la Porte Ottomane." 
Eindelijk „Deasein d'une Machine pour faire dea Gardes feu de toile qu 
se trouve k bord du Vaiaaeau lo Jupiter soua les ordres de ü.'. Ie Cootre 
Amiral, Chevalier de Kinabergen." 

bl. 400, 401. Brief van Oldecop aan Tsjérnysjef, Amsterdam, 2/13 
Les sentencea prononoées sur les iameux Libellistes Hespe et Ver- 
leni, caase ici bien des murmarea lea soi diaans FatriotCB ne respirent qne 
feu et flammes et remuent ciel et terre en criant Bur l'injustioe que Ion 
füt éprouver k leurs protegës. Cette affaire pourra avoir des sniteB trèa 
fnneates et- Dieu sait sanglantea ce qui n'est que tröp k craindre, si Ie 
Grand Baitlif tient ferme; Si en attendant il echoue et qu'il soit oblig^ 
de Bucomber, alorg malheur au Païa, car alors personne ne sera plot 
epargné. Quoiqu'il en soit, l'on n'entend rien parier du malheureux Li- 
braire Arends, qui n'a vendu que Ie Portrait du Stadhouder imprimi 




Bur du Papier coaleur d'Orange. On se Bitigue tant avec Monsieur et 
Haitra Hespe, at son Imprimeur et Libraire, que I'autre semble etre par- 
1£ütemeiit oublié. Les Libellea et aasertions diffamatoires dane les Qazettos 
jpabliqueB por rapport au Procédé avec Monsieur et Maitre Heepe, comme 
IM eat partoat nommé, aont noa Beulement en nombres, mais irriteut eure- 
meut toua ceux, qui ne Hont pas aveuglee par GnthoaBiaame, pai haine 
OU par esprit de mutioerio. Ces nouvellee brouillerics prouvent que la 
tranquilité interieure de la Republiqae eat bien loin que d'ètre assaré : 
enfin il en faudra actuellenicnt i dos diHcasaiona, qui peuvent trainer en 
longaeur, et M^ Bakker Ie Qrand Baillil' ae trauve eutrainé dans une 
affaire bien critique et épineuse, etant srrivé hier an hoisaier, ou Bergent 
exploitant des Cours de Hollande, Zeelande et Weat Frise, pour l'insinuer 
de faire rapport par ecrit dans trois jours, pour eerrir sur leB Hcquètea 
de I. C. Hespe et J. Yerlem, présentées aux dites Cours, Bur la sentenoe 
prononcée k leur égard : en marquant que si oe tems fut passé, cee Cours 
dispogeroient comme elles jugeroient conveDables selon Ie coure d'une 
bozine Justice d'aprèa des informations de tres bonne part, lo Grand 
Saitlif hesitoit bien de persister dans sa demande, lorsqu'il fut question 
b deeider, quelle aentence seroit prononcée, maia Ie Président Ëahevin 
Tan Muijden, se deeida k taire persiater M'- Boeker dans aa demande et 
aigna comme President Echevin Ie premier la sentenoe a prononcer, en 
diBant, je prens tout pour mon Compte et la desauB les autres Echevina 

Lont ausBi consentis. D'après lea loix et usances de cette Ville Ie Grand 
illif ne fait que la demande et c'est alora aus Echeyiiis d'accorder ses 
tonclusiona, si done la Cour de Hollande a'en mêle, c'eat au Departement 
des Echeyina, k qui elle aura affaire, et la ville d' Amsterdam pourra bien 
ÏEecevoir aussi dans ses murs une Commiaaion comme celle deUotterdaro. 
£n attendant on a eu soin k faire déja oollecter les amendes, ai Ie cas 
Pexige, oll les fameus Patriotes de Leyde ont excellés, vu que l'on ne 
bermettra jamais que leurs protegés et adherana seront Üagelés comme 
pies Martyrs de leur Amour pour la Patrie: bons Martyra, 1'un soi disant 
lAvocat, mais reconnu de toot tems pour un tres raauvais sujot, employé 
||Kir la Cabalo pour ne servir de sa plumo piquante et billeuse k vomir 
fDontre tous eeus qui ae sont pas d'accord avec leur administration, qui 
A anssi attaque il y a quelque tems Ie Bourguemaitre Rendorp, comme 
Isussi M"' Dedel, GraaSand, Dayts par rapport h leurs rapports k la 
,-Haije, comme deputés d' Amsterdam : et I'autre vendeur de pamphlets et 
;IjibelleB, et erigé ensnite en Libraire et Imprimeur, homrae parfaitement 
"béte, mais trèa ofiicieux et de bonne volonté, docile et obéisaant aux 
lordres de Ia Cabale dominante. Le fameux premier redacteur de la Qa- 
ijsette frangoiae d'Amsterdam, Cerisier, ami de la Maison du Pensionnaire 
yan Berckel, homme si dangereux pour Ie repos public, voue de coenr 
'I et d'ame k la Cabale frangoiae, correspondant et ambassadeor de la Cabale 
J por tont oü sa Prescnce est necessaire, vient de quiter le Gazettier TTon- 
I ohin ofl ii fut toüjours centre coeur et oü il ne jouissoit que de f 1000 
appointement par an, et s'est engagé an service des Oazettiers Luzae 
ponr f 1700 par an, o& il aura le champ libre k vomir sa bile contre 



I 



340 



Ie Prince Stadhoudre et k attaquer ses prérogatiTes, continuant toöjoars 
de jurer, de vontoir exterminer uq prince, qui ne lui a jamais fait dn 
tort. DaDB toutes ces calamités internes, les fiourgeoia s'amaseat k s'exe> 
eer daas les Armes, en negligeant icurB afiairea et metiers, les Volon- 
taires k suivre Ie même train en se ruinant, les Enfana et Jeanea gen 
k suivre l'exemple de leurs pèros, aax dopeas de leurs études eto., mail 
ce qui est Ie pis, bien de deaocdres dans les menages: ie Coramerce ago- 
nissant, la navigation ruinée, Ie credit pnblic aneanti, point de bonneÊii, 
nnlle conflance, Tor banni dn Païs, argent comptant trèa raedioore, etke 
obligations sur l'état, k 80 pret. C'eat pr4cisement Ie tablean Sdèle de 
ce PaÏB ei." 

bl. 405, 406. Brief ran OJdecop aan Tsjérnyajef, Amsterdam, 20 Juni 
(1 Juli). „Comme je sai que Vótre Excellence daigne de pareonrir stm 
plaisir les Rapporta et Jonrnaux de mon Sis, j'ai i'honneor d'en nat 
envoijer, Monseigneur, ceux nouTelleraent regos. Quelle graoel si Y6tn 
Excellence profita de quelqu'oocaeion favorable pour qa'ila vinrent soul 
lea ijeux da Sa Uajesté Impériale, pour pronver qne Ie Chevalier dB 
Kinsbergue agit de concert aveo moi, pour que mon fila pent étre par 
la tema un sujet utile ponr l'Empire." Verder over „draps blancs." 

bl. 411. Brief van Oldecop aan Tajémysje^ Amsterdam, 1/12 JulL 
Over een rekening van haring. 

bl. 412, 413. Brief van Oldecop aan TsjémysjeE, Amsterdam, 17/28 
Oct. „Daignez me permettre . . . . de marquer k Vötre ExoellencB tra 
respectueusement, d'avoir pria la liberté da tirer en d&te d'aujourd'hni 
sur Ie Haut Collégo Irapérial de TAmirauté la somme de 13165." 

bl. 414, 415. Brief van Oldecop aan Tsjérnyajef, Amsterdam, 12/23 
Attg. „Los gazettes de ce Phïs ei donnent en géneral une parfaite i«e 
de ses disaentions internes : Le cas arriv4 k Amersfort, fait vomir fbu «t 
flamme du Parti des soidiaans Patriots; tandis que les bien intentioDn^ 
et les geus sensés, le oonsiderest comme entreprie ponr imposer k 1'ËBprit 
de revolte qui anime une partie dea habitaos k Utregt et dont le flora 
se ponrroit commnniquer k d'antrea, de sorte que ce ne fttt que trap 
n&jeasüre de aoigner que cette infection ne devlnt plus génerale." 

1786. 

P. M. A., Bundel 1483, bl. 44, 45. Brief van Oldecop aan TsjéniTBJe^ 
Amsterdam, 13/24 Januari. „Les bois de ponlies se pourrant expë£er 
vraisemblablement par un des premiers vfüsseaux k parter au printemp! 

prochain, mais lea gazes traineront." 

bl. 38. Brief van Oldecop aan Tsjérnyajef, Amsterdam, 10/21 A^L 
„Conformement k ma tres bamble demière lettre du 3/14 Avril, j'ai 
maint«nant I'honneor d'envoyer k Yotre Excellence le oompte des boii 
de poulies embarqués k bord du vaiaaeau de Cap. Jochem Lourens.'' 

bl. 24. Brief van Oldecop aan Tsjérnysjef, Amsterdam, 15/26 Hé. 
Over het vlaggedoek. 

bl. 25. Brief van Oldecop aan Tsjémysjef, Amsterdam, 23 Joni (4 Jali). 
Over het vlaggedoek en den zoon van Oldecop. Verder o. a. „Si tooi 



s'aiTBnge aux d&irs dn Chevalier de Kinabergae, ee sera après demain 
qn'il ira avec Madame ClüFord se fiancer devant Ie Magistrat. On estime 
l'heritage de l'eu Bon grand Pere, Ie Négociaat Schner Et 12 oent mille 
florine et 3 cent mille Sorins, qu'elle a eue de soi même et qne son 
premier Epoux lui a apporté, de aorte que o'est nne veave avec l'/j 
Million, dont il se tronve place nne bonne Bomme dans Ie commerce, vu 
qn'elle iait toujours continuer la Maison de feu son grand Pere matemel, 
Sons la signature de Jacob Sohuer" rI'ob vient de me marquer de la 
Haye, qu'au Bujet de la grande Afikire, rien n'est encore déoidé posi- 
tivement; Yendredi dernier 8 des villes ont rotés en faveur de S. A. S. 
de oinq centre, qnelqaes aatreg, coaatietant en cinq, de meme que Ie 
corps eqnestre, ne se sent point encore dGclarés, Sans donte que Ie Oorps 
Equestre votera en favenr du Prince." „Une autre nouvelle, mais dont 
OD ne peut pas assurer l'authentioité, est, que la Zélande medite de faire 
nn Traite de Commerce avec l'AngIcterre, on dit que Ia Hollande lui en 
a fait des plaintes amères, ea alleguant, que c'est centre l'Union, maÏB 
elle s'excuse, en prenant pour baze même de sa JQstification, 1'agir de la 
Hollande, 1". dans Ie projet tormé de Traite aveo l'Amerique, 2". ses 
engagemens avec la France et 3". ses arrangemeaa pris dans les affaires 
de la Comp^nie des Indee orieatales." 
1795. 

P. M. A., Bundel 739, bl. 29. Oekdz aan dea St. Peteraburgschen 
Viee-Gouyerneur en Staatsraad Alekséjef, Tsarskoje SeJó, 31 Mei 1795. 
Copie van het door Catharina geteekende stuk. „De Heer Staatsraad en 
8t. Petersbupgsch Vioe-Gouvernenr Alekséjef! Volgens de door ons van 
onzen gewezen zaakgelastigde in Holland ontvangen bericbten, dat een 
RoHsisch koopvaardij schip ia aangehouden, on dat de Regeering aldaar, 
hoewel zij 7.she het onrechtvaardige van zulk eene arrestatie inzag, dat 
ichip toch niet in vrijheid heeft gesteld," „bevelen wij de Hollandsche 
koopvaardijschepen, welke zich thans in de St. Petersburgache en Kron- 
Btadtsche havens bevinden, tot onzen volgenden oekdz in arrest te houden." 
P. M. A., Bundel 909, bl. 151, 152. Over het opnemen als Russische 
mderdonen van Hollanders, wier schepen aan arrestatie onderworpen 
iweest waren. 

1796. 

F, M. A., Bundel 739, bl. 156. Rapport van Admiraal Piiesjien, opper- 
. bevelhebber in de haven te Eronstadt, aan het Admiraliteitscollege, 20 
|Mei 1796. ,,Dezen dag had ik het geluk het allerhoogst bevel van H, K. 
I Uajesteit te ontvangen en daarby eene copie van het allerhoogst bevel, 
^den 20'^"° dezer maand Mei gegeven aan den Werkelijken Oeheimraad en 
■ Procureur-Generaal Alexander Nikaldjewietsj Samójiof, waarbij wordt ver- 
loden in 't vervolg in de Russische havens toe te laten zoowel Hollandsche 
ftls nit Holland komende schepen en die ap dezelfde w^ze te behandelen, 
'wanneer er mochten aankomen, als het is voorgeschreven de Fransohe 
'te düen." 




16 



3 



242 

bl. 157. Mededeeling dienaangaande yan Catharina aan Admiraal Póe- 
sjien, Tsdrskoje Seló, 20 Mei. Copie yan het door Catharina geteekende stuk. 

bl. 158. Oekdz aan Samójlof, Ts&rskoje Seló, 20 Mei. Copie naar eeoe 
copie yan het door Catharina geteekende stuk. ^ Graaf* Alexander Nika- 
Idjewietsj! Wij bevelen de in 't vorige jaar 1795 alhier gearresteerde 
Hollandsche koopvaardijschepen met de zich daarop bevindende zeelieden 
vrij te laten gaan, waarheen zg wenschen, maar bovendien verbieden wg 
in het vervolg in onze havens zoowel Hollandsche als ook uit Holland 
komende schepen toe te laten en, indien er mochten aankomen, volkomen 
eveneens ermede te handelen, als aangaande de Fransche vaartaigen is 
voorgeschreven. Voor het overige blijven wij U gunstig gezind." 



P. M. A., Bundel 778, bl. 23, 24, 26. Stukken betreffende hetzelfde 
onderwerp: bl. 26 is een oekdz van 7 Juni, waarbij aan neutrale koop- 
vaardijschepen, die uit Holland komen, vrge toegang in de Russische 
havens wordt verleend. 

P. M. A., Bundel 910, bl. 83. Een oekdz op dien van 20 Mei betrek- 
king hebbende. Yan geen belang. 



' 



BEITRAGE Zü EINER RUSSISCH-inEDERLAN. 

DISCHEN BIBLIOGRAPHIE. 



Es ist das unyergangliche Yerdienst Jacobus Scheltemas, in seinen 
Werken ^ Peter de Groote in Holland en te Zaandam" and „Rusland en 
de Nederlanden" zuerst den Yersuch gemacht zu haben, die vielfach ver- 
worrenen Faden wechselseitiger Beziehungen zu verfolgen, welche sich 
im Laufe dreier Jahrhunderte zwischen Russland und den Niederlanden 
entspannen. Ist auch die historische Forschung der neueren Zeit imEin- 
zelnen über Scheltema hiiiausgegangen, so ist sein Yerdienst im Grossen 
und Ganzen dadurch nicht geschmalert. Eine neue Gesammtdarstellung 
dor niederlandisch-russischen Beziehungen hat seit dem Erscheinen seiner 
Werke in den Niederlanden keinen Bearbeiter gefunden und ist in Russ- 
land überhaupt noch nicht versucht worden. Uneingeschrankt und unbe- 
dingt gebührt also in dieser Hinsicht der niederlandischen Geschichtslite- 
ratur die Prioritat. Falsch ware es aber, aus dem soeben Gesagten den 
Schluss zu ziehen, es hatte die russische Geschichtsforschung auf dem Ge- 
biete der Beziehungen des Staates Moscau zu den Niederlanden bisher 
garnichts geleistet. Steht eine zusammenfassende russische Bearbeitung 
dieses Gegenstandes zur Zeit auch noch aus, so ruht doch im Schosse 
russischer Quellenpublicationen manch werthvoUer, der Benutzung har- 
render Beitrag verborgen. Andererseits aber hat auch die russissche his- 
torische Literatur Werke aufzuweisen, welche den Niederlanden den ihnen 
gebührenden Platz nicht yersagt haben. 

Indem ich an dieser Stelle, der Aufforderung des Herm Dr. C. C. 
Uhlenbeck folgend, den bescheidenen Yersuch mache, dem Freunde nieder- 
landischer Geschichte eine Uebersicht über die russischen Geschichtsquellen 
und Geschichts werke zu bieten, welche Beitrage zur Eenntniss derdiplo- 
matischen und commerciellen Beziehungen zwischen Russland und den 
Niederlanden enthalten, glaube ich im Interesse des Lesers zu handeln, 
wenn ich mich nicht auf die Wiedergabe yon Büchertiteln und Namen 



244 

beaehranke. Der Wieder^be der Titel boII daher eteta, der Füüe des 
Materiales entsprechead, ein kiirzerer oder ausfUhrlicher Hinweia auf die 
Ansbeute folgen, welche daa betreffende Werk für unaera Zweck ergiebt. 
Znr Erleichterung der Uebersicht wurden die zu beliandeinden Werkein 
4 OrappQD getheilt'l. Waa eadlich die Wiedergabe der Titol betriflï, bu 
geachiebt dieselbe zaerst in deatsober Uebersetzung, welcher innerhalb 
einer Klammor der Wortlaut dea ruasiacben Originals hinzogefSgt iat. 



I. Geecbichte Bnsslanda lm AllgemeiasD. 

1.) N, M. Karamsin. Geacbichte dea ruaaischen Reicbea. 

[N. M. Karamain. latorija goaaadaratwa roaaiskawo]. 

Die erste Auflag^e erachien aa St, Peteraburg in 12 fianden, 1817 — 1829. 
Die beate Ausgabe iat die fiinfte, welche nach dea Verfasaera Tode Yon 
Einarling beaorgt ond za St. Peteraburg 1844 erachienen iat. 

Der VerfHBaer iat der als Begriinder der modernen rnasiachen Proaa andi 
im Aualande bekannte Terdienstvolle rusaiacbe SchriFtateller. lm JihmJ 
1803 znm Hiatoriograpben des ruasiacben Reicbea emannt, «ollendetQ 
aein Öeachicbtawerk im Jahre 1816. Er bat ea nnr bia znm Jabro 16l 
fortgeführt. Obgleich achon zn Anfang nnserea Jahrhnnderts enchisn 
hat daa Werk KaramsinB seinen Wert anch in der Gegenwart noch ui 
verloren. Der Yerfaaaer bat die Archive des Staatea ansgiebig beun 
nnd in den Anmerkungen zu aeinem Werke oïnen reicben Schatz ark 
licbett Materialfi niedergelegt, aua welcbem der Oeachichiaforscber anoh : 
heute mit Vertraueu aehöpfea kann. 

Für unsern Zweek kommt in Betracht zuerat daa 5 Capitel dea 
Bandea, wo der Verfasser ïon der Entdeckung dea Beewegea in 
Weisae Meer und der vermeintliehcn Ankunft der Hollander an der Dwi 
Müuduag i. J. 1555 spricht, waa der Berichtigung bedarf. (Siebe wat 
unten). Im X Baade, Anmorkung 426, tbeilt der Vcrfaaaer aua d" 
Archiv dea Miniateriuma dea Auswartigen einen intereaaanten Bericht i 
zariachen ZoUbearaten aua Cholmogory mit, zu deren Aufgabe ea ge- 
horte, ein genauea Verzeicbniaa der Ladnng einea jeden an der Dwina- 
münduag anlangenden Schiffes anzufertigen. ,Am 24 Juli", bc beginnt 
der Bericht, ,kara zur Stadt Cholmogory ein Schiff ana Holland, aus 
der Stadt Amaterdam, za dem hollandischen Eaufmann Oadrejan Lnkja- 
Dow ^). Auf dem Bchiffe beöndet aioh der Schifl'er Gert Saklas, der Steaer- 

1) I. Geschichte Russlaads im Allgemeinen; II. Gescbichte dea ruaaischen Handels; 
III. Q nellen werke; IV. Literator. 

2) Der Leaer móge aich nicht dadarch heirren laasea, das der hoUandische Kmf- 
mann hier „Oadrejan Lukjaaow" heissl, also einen russischen Namen tragt. Die 
Namen der Auslander sind in den ruaaischen Urkunden, bia in das XVUI Jebr- 
hundert hineïn, faat regelraassig entstellt wiedergegeben. Dabei komiat es vor, daas 
der Familienname entweder der A.usspniche des Russischea eatsprechead verslflm- 
melt iat, oder eiae russische Ferm erhalt. Mitunter wird wohl auch der Faadüea- 




in Thomaa Willemsz und 17 Booteleute." Ea folgt alsdana ein genauea 
YerzeichDiss der Ladung des Schifleg. Dieselbe entbielt uuter Anderem: 
120 Solotnik Perlen ; i76 Soiotnik Perlen von gBringerem Werthe ; 16 200 
Golden als Waare; Oold und SilberTaden ; Ooechmeide, Tuchballen; 190 
Pad Pfeffer; 90 Pud Feigen; 8 Pud Rosinen; 130 Pud Pflaumen; Eiaen- 
blech; 4 Dutzend Spiegel; Olooken; Waschgeachirre und Leachter aaa 
. Metali; Saffian; 9 Dutwnd Thürachlöaaer ; 42 Pad Zucker; Amsterdamer 
> Handtücher; Oewürze; Eisendraht; Sammet; Seifen; Oele. 
I 2.i 8. Saolowjew. QeBchichte Ruaalaada von den alteaten Zeilen an. 
' MoBcau 1851—1878. 

[S. Saolowjew. latorija Rossiia drewneiachich wremen.] 
' Der im Jahre 1880 verstorbene Verfaaser war Professor der rusaiaohea 
' Qeaehichte in Mosoau. Sein Werk umfaast 29 Bündo und brioht mit der 
' Regierung Catharinas II ab. Ssolowjew's Werk ist die yollatandigate und 
' auBführlichste Darsteilnog der Geschiohte Rasslands, welche die rusaisohe 
[ bÏBtorische Literatur aufzuweisen bat. Die eminente Belesenheit des Ter- 
1 &sBers in handschriftlichen Quellen, sein Hcharfainniges, feines Urteil in 
vielen Streitfragen kann nieht genug gerühmt werden. Sein Werk wird 
I noch lange das wichtigate Kacbsch lage werk fnr die Geacbicbte Rnaalands 
iund des ruaaiecben Lebens aein. Zu bedauern iat nar, dass der ein- 
Bchlagigen Literatur nicbt die gebörige Beachtung gesobenkt ist. 

Auch der Geacbicbte dea ruasicben Handela, aowia den diplomatiacben 
I Beziehungen in den Teracbiedenen Perioden bat Ssolowjew die gebübrende 
Aufmerkaamkeit geachenkt. Wïr finden bei ihm Anfacbluss über aammfr- 
licbe QJederlandieche Gesaadtun in Russland und flber die rusaiscben Qe- 
BBudten, welche in den Kiederlanden gewesen aind. 



11. Geaohichfe des rnssiscben Handels. 

3) N. Koatomarow, Skizze des Handela dea Staates Moscau in 16 und 
,17 Jabrhundert. St. Petersburg 1862. 299 Seiten. 

(S. Koatomarow. Otacberk torgowü raoskowskaow goasudarstwa w XVI 
i XVU Btoletijach). 

Koatomarowa Bucb entbillt das Beate, waa über die Oeschicbte dee 
ruaatschen Handels gcscbrieben iat. Der Verfaaaer tbeilt seine Schrift in 
6 Capitel. In deni ersten Oapitel scbildert er den Handel Ruaslands vor 
der Anknnft der Englander iin Weiasen Meer (1553), wie er in Nowgo- 
rod, Pskow, Moakau, Wologda, Kasan, Astracbau getrieben wurde. Das 



Iname ganz fortgelassen, wobei dann der AuslSnder einea russischen Numen erhilt, 
oder aber, der russischen Sitte entsprechcnd, mit dem Taut- und Vatersnamen genannt 
-wird. Der Valeraname erhalt clanti eine russische Endung. Als Beispiel móge diansa : 
Eylolf, in den russischen Actenstiïckeu „IK" genannt; Jan de Walle- in den rus- 
I schen Quellen „Iwan Dewach" oder „Geloborod". Ich vermuthe dass Andrejan Lnk- 
janow heissen mass; Andre^ Luck, 



346 

zweite and dritte Capite) liefert eïne Daratellnng der Verandemngen, 
welcbe die Entdeckung des ScewegeB zur Dwiua-MUnding jm ruBsischen 
Handel hervorrief, sowie eine UeberBicht der Handelsbeziehungen zn Eng- 
land, den Niederlanden, der Haosa, Schweden, der Tarkei, GriechBO- 
land, Peraien, Indien, China. Das yierte Capitel erörtert die Handelage- 
braache, Abgaben, Kaufhöfe, Classen der Kaufleute. Das fanfte Capitel 
behandelt Miinze, Mase und Gewicht. Das Scblueacapitel ist den C 
stimden dea Handels, der Ëio-nnd AaBÜibr gewidntet. 



III. Qnellenwerke. 

4). BuBsiscbe Kistomche Bibliothek, heraaegegeben von der archt 
graphieohen Commiaaion. Band III. St. Petersburg 18TG). 

(UuBskaja iBtoritBcheskaja biblioteka isdawajemaja aroheografitBcbeskil 
kommiesieju). 

Der 3'" Baud dieses Sammelwerkes enthalt nnter Anderem die 8C_ 
nannte , Al ex ander-Ne wskj-Cbronik." Der unbekannte Verfaaaer dieier 
Chronik bringt wertvolle, vielleicbt Bogar zeitgenÖBsiache Aufzeichnangen 
zur Regiorung Jwan IV, 

In dem vorliegenden Fall hat die Chronik fiir uns ein besondBMi^ 
Intereaao, wei! aie meldet, daas der Zar (im April) dee Jahrea 1567 ' ~^ 
Handelsagenten Iwan Afanasajew und eeinen Ksufmann Timofei 
walow mit Waaren aua Beinetn Schatze zu Handelsz wecken an Bür; 
meiater und Raihsberrn der Stadt Antwerpen abgeaandt babo. Ans 
anderen Quelle ') wissen wir ferner, daas der Zar echon „vor dem Jahre 
15C6" aeinen Handelsagenten zu Einkaufen nach Antwerpen gesohickt 
batte. Somit muRs der Zar bereits zu einer Zeic, da den Niederlandem 
der Handel an dor Mündung der Dwina nocb nicht geatattot war, damb 
Niederlander, welcbe otfonbar auf einem andern Handelawege naeh Rubb- 
land bandelten, über die eoramercipllen VerhSltniaae Antwerpens nntet- 
riobtet gcwesen sein. lob persönlich sebe in dieser kurzen Nachricht der 
„Alexander- Ne wBky- Chronik" die Besldtigung der englischeu Eeisabe- 
richte auH Rusaland v. J. 1553, welcbe unter Andereiu die Mittbeilung 
eathalten, daas Niederl&nder (Flandri) Bchoo in der eraten HalFte dea XYI 

IJahrhunderta in Nowgorod einen nicht unbedeuteuden Handel trrieben -*). 
5|. Juri Tolstoi, Die oretcn vierzïg Jabre gegenaeitiger Beziehungen 
zwiaoben Rassland und England, 1553—1593. St. Petersburg 1875. 
(Jury Tolatoi. Perwyja sorok let anoaeheni meshdu Rossijeja i AngÜ- 
Jeju (1553-1593). 
Der Ver&aser akiszirt znerst in der Einidtang die Geachichte des 
Bfisc 
2) 
XVI. 
Bi 



di^ 



i) Simon von Salingens Bericht von der Landschad Lappia, anfgesetrt 1591, 1 
Bfischinu's Magaiin für die neue Historie, Theil VII. Hnlle, 1773; pag. 342. 

2) Angloram narigalio ad Moscovitas. In Historïac rulhenicae scriploreseileri saeculi 
XVI. Edidit A. de StarL'iewski. Vol. I. Berolini et Petropoli, 1841 ; pag. 10. 



wm 





matüohen nvA oommeroielleD Verkehrea zwischen EaBsland und England, 
mt geiaer ËotHtehung vom Jahre 1553 hh znm Jahre 1593. Sodann 
gelangen 82 Actenstücke znm Abdruck, welohe dor Heraasgeber im 
königlichen Archiv zu London, im Britisb MuBOum uod in ruasischen 
Aichiven gefuudea hat. Was den Inhalt dieser Documenta betrifft, go 
fiden wir bier die Corres ponden z zwieohen den englischen und rDBeiachen 
Eegenten, sowie Aetenat.üctce zur GcBchicbte dea ongliscb-rusfiiscben Han- 
delg. Unser Interesse beanspruohen hier vornebmiicb die Briefe der en- 
: jlisohen Regierang an den Zaren, welche die Bitto entbalten, die Nieder- 
lander ans Kassland aaszuweiaen. 

6}. Alagazin der kaiserticb russischen biatorischen Gesellachaft. Band 38é 
Denkmaler der diplomatischen Beziehungen des Staatee Moscaa zu Ëng- 
land wabrend der Jahre 1581—1604. St. Petersburg 1883. 

(Sbornik imperatorskawo maskawo istoritscfaeskawo obsabtschestwa. Tom 
36. Pamjatniki diplomstitscbeskicti snoscheni Moskowskavro gossadarstwa 
B Anglijeju. 1581—1604). 

Dieses Quellenwerlc, welches eisen Tbeïl der Publioationen der kaiserl. 
niBsischen hiBtoriachen Geaellschaft auamacht, scbliesst sich dero Werke' 
Tolstoi's ge wisaerra assen als Fortsetzung sn. Eb ist aucb vou Tolstoi 
Selbst zum Dmck vorbereitet geweaen, erschien aber erst naeh Eeinem 
Tode, unter der Redaction des ProfeEsors Bes tnshew-Rj umin. Den Inhall; 
dieees Bandes bilden ausaohliesalich raasiBche Actenstücke, welche dem 
jUoBcaaer Archiv des Ministeriums des Auswartigen entnommeu sind 
iOvA zwar: 
I 1.) Instrnctionen für die ruBsiechen Qeeandten nach Ëngland. 

2.) Berichte der russischen Oesandten über ihren Aufenthalt in England 
\xtnA den Erfolg ihrer Miasion. 

j 3.) Protocolle der Gesandtschaftabehörde zn Moacau, Uber die mlt den 
jcngliachen Oesandten in Moacau gefübrten Verhandlungen, und endlich 
{ 4.) Terscbiedene Oescbaftapnpiere, den Handel der Ëngidnder nach 
jUnseland betreffend. 

' Sowol die Edition J. Tolstoi's, als aucb die von der kaiserlioh rusei- 

' Bcheti biatorischen Gresellaohaft herauagegebenen „Denkmaler" aind zwar 

[ aUBSchlieBslicb den commeroiellen oud diplomatischen Beziehnngen Ross- 

' lands zu England gewidmet. Sïe ergeben aber zugleioh eine verhaltniss- 

' mSsBÏg reiche Ausbeute CUr die Geschichte des niederlündiachen Handels 

: in Rnssland. Im Einzelnen sei una gestattet hier Folgendes zu bemerken : 

' Daa Beispiel der unternebmenden englischen Kaufleute, welchen es 

I beschieden war im Jahre 1533 den Seeweg nach dem Weiaaen Meere zu 

I' entdecken, die Kunde von den Hftndelsrortheilen, welohe England au» 

'' dieaer Entdeckung erwachsen muaaten, lockt bald auch die übrigen han- 

< deltreibenden Kationen. Danen, Schweden, Franzoaen bemühen aich, den 

neuentdeckten Handelsplatz gloich den Englandem besuchen zq dllrfen. 

Vor Allem aber aind es die Niederlander, welche, wie wir geaehen, bereits 

aeit der etsten Halfte des XVI. Jahrhunderts mit Russland, von Nowgo- 

rod her, in directem Handel e verkehr stehen und nunmehr eifrig beatrebt 

sind, die Handelsprivilegien der Englünder in Ruaaland zu durchbrecheu. 




248 



(Tod der ErTolg bleibt nicht aas. Schon im Jahre 1557 besnchen DJeder- 
landiache KaufFahrer die rusaïach-lapplandiscbB Küate, durch die Ter- 
mitteluQg; dea Seel anders Fhilipp Winterkönig und durch die eilHge 
Thatigkeit Olivier Bninels eatgteht 1566 ia Kola eine niederlandiecbe 
Factorei. Im Jahre 1578 aber lünft unter dem Commando Jan de Walle*! 
dae erBte niederlandiache Sohiff in die PudoBhemichc Mündung ^) dot' 
Dwina ein -). 

Fast alle ruBBi§chen GesohichtsechreibeD wiederholen nnn einen Fehler, 
indem sie behaupten, dass niederlandiache Schifie acbon 1555, alao im 
zweitQu Johre nach Chancellor'a erster Ankunft in BuBsland, an dsr 
Dwinamündung angelangt aeien. 

Dies war aber nicht der Fall. 

Die Quelle des erwahnten Fehlera iat die Dwina-Chronik ^), welohe 
untar dem Jahre 1555 meldet: „In diesem Jahre kamen Schiffe au 
Holland und Brabant, and auf Ihnen befanden aich aualündiache Eaulleute 
und xie handelten mit den Ruaaen an der Eoreliachen Müadung (der 
Dwina) bia zum Jahre 1587." 

Daas die aonat historiache werthvolle Dwina-Chronik über die erste 
Ankunft der Niederlander an der Dwïnamünding (alach unterrichtet iit, 
geht unzweifelhaft ans den Yerhandlungen hervor, welche der rusaische 
Qesandte Feodor Piasemaki im Jahre 1582 am englischen Hofe (lihrU 
nnd die una vollatandig in dem 38. Bande dea Magazins der ruaaiachen 
historiscben Qeaellachaft vorüegen. Pïaaemaki berichtet namlich, daas die 
K5nigin Eliaabeth ihm im Laufe der Verhandlungen ihren üooillen 
darüber habe mitthdlen laasen, dass der Brabanter de Walle den tod 
Ënglandern entdeckteu und daher ibnen allein zoatehenden Seeweg neuer- 
diugg aasgekundschaHet habe und nun in Cholmogory Handel treibe. Die 
Konigin auaserte den Wunsch, es mSge de Walle aus Russland ansge- 
wieaen werden ''). Jan Tan de Walle's Ankunft an der Dwinamündnng 
erfolgte aber nicht 1555 aondern 1578. 

Daaa die Ansicht der Schriftsteller, welche bebanpten, die Ifiederlander 
seien bereita 1555 an der Dwinamündung angelangt, vollkommen uobe- 
gründet iat, scheint mir Temer dadurch bewieaen zu sein, daaa die EngUa- 
der Tor dem Jahre 15S3 keine Elage erheben uber die Beeintrachtignng 
ihrer Privilegiën an der Dwinamündung. Daaa die Englander !KebeD- 
buhler an der Dwinamündung nicht geduldet batten, eraehen vir aber 
auB der Klage, die aie im Jahre 1566 beim Zaren anatrengen, wegen des 



1) Die Dwina ergiesst aich in vier Mündungsarmen, Beresowsche, MurmiDSdie 
Piidoshemsche and Korelische Mündung genannt, in da! Weisse Meer. 
31 S. Muller. Geschiedenis der Noordsche Compagnie. Utrecht, 1874; pag. 38. 

3) Die Dwina- Chronik (Letopiss Dwinsk^a), deren Vertksser anbekannt ï^t, 
schildert die hervorragendsten Ereignisse aus der Geschichte des nördlichslai 
Russland Tom Jahre 1342 — 1750. Zuerst im Auszuge abgedruckt in Mowikow'i 
„Alte rassistJie Bibhothek" (DrewnSja rossisskojs WiwUoflka) Band XVIÜ, Mraan 
1791. Eine nene Sondei'ausgabe^ besorgt von L. Titow, erscliien Moscnu, 1889. 

4) Magaziu der russischen bistorischen Geselbubalt Band 38. pag. 59. 



^ 



dnreb Rapbael Barberini's Vermittelnng den NiBderlandern für dio Nar- 
va&hrt ertheilten Privilegium» i). Wbeb die Englandcr den Niederlandern 
nicht einmal in Narva gewisse HELndelerortheile gönnten, HO kanu daiü- 
ber wol kein Zweifel beatehen, dass aie Niederlander aa der Dwinamün- 
dung überhaupt nicbt geduldet hatten. Die Königin Ëlisabeth trat aber 
aach energisch gegen Englander auf, die sich erlaabtea an der 
Dwinamüodung zo handeln, ohne zur EngliecheD Compagnie zu geboren, 
nnd so haben wir wol keinen Qrund anzonehmen, daes die engliache 
Begiening gegen Niederlander nachaiohtiger geweaen ware, als gegea 
'die eigenen Ünterthanen. Die Dwina'ache Chronik berichtet ausserdem, 
dia Handels niederlage der Niederlander habe sioh an der Koretittchen 
Uündung der Dwina befanden. Dass hier ein Fehler vorliegen musB, 
geht aber daraus hervor, dass gerade dan Etablissement der Englander 
dch an der RoreUschen Miindung befand. Dass so eifrige Nebenbnhler 
wie EngISnder ond Niederlander ihre Kaafhöfe ao nahe bei einander 
gehabt, ist scbon an und für sich unwahrscheinlich. Der erste Eaafbof 
Ider Niederlander an der Dwinamündung iat aber, wie aus den rUBSischea 
Aotenstücken un zwei fel haft hervorgeht, von de Walle begründet worden 
-nnd hat sich an der Fadoahemscben Mündung der Dwina befunden ^. 
Ueber die naheren Umstande, unter welchen es de Walle gelungen ist, 
die ËrlHDbnies znr Handelafahrj; an die Bwinamündnug zu erlangen, 
!geben die rnssischen Actenstücke keine Auskunft. Wol aber erfahren wir, 
'dase de Walle dem Zaren peraönlich bekanat ist, dasa derZar ihn sohatzt, 
[veil er Waaren iraportirt, welcbe der zariacben Schatzkammer zum 
Sohmuck gereieheo, weil er dem Zaren kostbare Ringe uod Giirtel bringt 3), 
Anch den Euasen scheint de Walle durch seine Peraönlichkeit imponjrt 
zn haben. Er wird von den Russen stets Beloborod, d. b. der WeiBabarttge 
genannt. Man ' gewinnt auB den russigchen Quellen den Eindruok, dass 
er ein kluger Mann, ein tüchtiger Kanfmanu gewesen sein rauas. „Belo- 
borod ist ebrlich," aagen selbat seine Rivalen, die Englander '). Er iet 
.gewiasermaBaen der Yertreter der n ieder I and ischen Kaufleute in Rnssland ; 
BÏe segeln unter seiner Plagge. Ein intereasantea Urteil über de Walle 
'anasert der Gesandte Kaiser Rudolph II, Niclaa von Warkotscb, weloher 
1589 in MoBCau weilte, urn Oesterreieh die Ililfe Moscau'a im Kriege 
gegen Polen und die Türkei zu BÏchern. Er nennt ihn einen „alten ehr- 
baren Mann, dem wohl zu glauben." nnd weiter berichtet er, dass de 
j Walle auf seinen früheren Reisen „Kaiaer Karis Hofhaltung, die Pracht 
' der Eönige von Erankreich und England, in Italien des Fapates, aller 
Füraten, auch der Venetianer Schatze und Pracht gesehen" '). 



1) I. Tolstoi, Russland und Enaland ; pag 26—29 
S) Magazin der kais. rDsaischen hist. Gesellsch.ift B 

3) Ibid pag 111 

4) IbiJ. pag. 237, 

5) F. V. Adelung, Kritisch-literürische Uebcrsicht de 
tl700. Band I. St. Petersburg, 1846; pag. 41Ü. 



t 



250 

Der Tod Iwan's IV (1584) brachte in der La^ der niBderlandiaohan 
Kauflcute in Rusaland keine Veran de rongen hervor. Der Zar Feodor be- 
Btatigtü den Niederlandern ihre Handels rechte. Ale nach der Krönang, 
am 10 Juni 1584 die Auslander dem Zaren vorgestelU wurden, aollte de 
Walle vor dera engliachen Handelsagenten Horsey an die tteihe kommen. 
Wenn nun auch bei dem Streite, der im Thronsaal zwiechen beiden 
Mannern darüber ausbrach, wer von ihnen den Vorrang haben solle, nn 
Gnneten Horsey's entschieden wurde, ao kennzeichnet der Umstand, daes 
tiber den Vorrang zwischen Niederlandern und Englandera überhanpt 
gestritten werden konnte, jedenfalls zur Genüge die Stellung, welcher siiih 
die niederiandischen Kaufleute bereits in RnsHland erfreuten. Ungeochtet 
deeaen ist die Königin Elisabetb nooh immer bemüht ihren ünterthanen 
daa aosBohliossliche Recht zur DwinafahrC znrückzuerwerben. „Ihre ünter- 
thanen seien es geweeen," Bohreibt sie am 9 Juni 1585 dem Zarea, „^e 
früher ah irgend ein anderer St«rblicher den Seeweg nach RnBslaud 
deckt h&tten, daher sei ea auch billig, dass ihre tlnt«rtbanen allein 
Vortheil genossen, die aus dieaer Entdeckung zu ziehen seien. Der Zar 
moge den Englandem dieeelben Privilegiën geben, deren sie sich 
spriingUch wahrend dor Regiernng Iwan's IV erfreuten" i). 
Verhaltnbss haben sich geSudert, liebe Schwester," lautet die Ant' 
des Zaren, ,es ware unvernünftig, wolltea wir aus Rücksioht aaf 
Kaufleute den vielen fremdon Raufleuten, die aus vielen fremden L&m 
zu uns kommen, den Handel bei une eu verbieten" -). Und ala biM 
darauf Niederlander und Franzosen sich genöthigt sahen, beim Zarflo 
darüber Klage zu führen, dasa Glieder der engliachen Compagnie ihren 
Schiften den Weg znr Dwinamündung zu verwehren trachtaten, da wandte 
sich der Zar Feodor im Jnni 1587 mit einem recht eaergiachen Schreiben 
au die Königin Elisabeth. „Er habe ea znerat nicht gfauben wollen," 
fiuasert sich darin der Zar, „daaa die Englander aieh solcher Gawaltthaten 
schuldig machen könnten. Die übereinsti ra menden Klagen der Kieder- 
lander und Franzosen Hessen an der Schuld der Englander aber nioht 
langer zweifeln. Wie könne man, fdhrt Feodor fort, daran denken, den 
Ooean, diesen von Gott geschaiïenen Weg zu beschranken. Deine Kauf- 
leute," Bo schlieaat der Z^r, „kommen 7.v uds im Jabre mit 5 oder 
und wenn ea hoch kommt, mit 10 Schifien und wollen 50 oder 
Schiffen daa Kommen verbieten" ■'■) ! 

Zn dem Aufachwunge der Geaohafte der Niederlander in Basai 
unter der Regierung Feodor'a, muaate auch nicht wenig der Umsl 
beitragen, daas der „ehrbare", umaiahtige de Walle aich noch im 
in Moscan aufhielt, bier gewissermaaaen ala niederlandiacber Resit 
auflrat und aieh, was die Hauptsaohe war, der Gunst des 
Zaren erfreute. Wir wissen jedenfalls. dass der Zar ibn in w!chti{ 
commerciellen Angelegen hei ten um Eath fragte und ihm die Ausfühi 



in die | 
ir Zar J 

M 

vüiMM 
i bild I 



1) I, Tolstoi. Russland u. Engelanil ; pag. 245. 

2) Ibid. pag. 255—259. 

3) Magaiin der russ, historischcn Gesellschall. £ 



flolcber Commiaaionen iibertrnj, die einen verach wiegen en unJ zuTor- 
lassigen Mann erforderten. Der oben erwShnte österreichiache öeBsndte 
Niclaa toq Warkolsch erwShnt in seiner Kelation, dasa der Zar Oeater- 
reich mit einer Oeldsubsidie für den Krieg, im Betrage von 3 Millionen 
6nldon, zu Hilfe kommen wollte. Da aber der Zar nicht WDSste, wie 
man es anzufangen habe, um etne so grosse Summe Oeldes sicher iii's 
Anstand zu befordern, liess er auf den üatb de Walle's niasiBohe gute 
Silbermünze im Werthe von 3 Mülionen Gulden zu kleinen Platten Ter- 
Mhmelzen und dieae in WachBatücke packen, um aie wie andere Waare 
über Archangel zur See nacb Deutschland zu verachiffen ^). De Walla 
erhielt ansserdem den Anftrag, auf seinen SchifEen den oesterreichiacben 
Qeaandten nebst Oefolge von Archangel aua in die Heimath iiu befor- 
darn Warkotsch landete zu Amsterdam"). 

Seit dem Jahre 1589 wird de Walle in den russiBchen Quellen nicht 
mebr erwahnt. Er muBs a!so bald nacb dieser Zeit RuBsIand gSnzlich 
Terlassen haben oder gestorben sein. Wenn aber der Handel der Mieder- 
ISnder in Rusaland zu der Zeit, da de Walle von der Soene tritt, fiir 
die ganze Folgezeit fest begründet und in aichere Babnen gelenkt iat, 
So iat das nicht zum geringen Teit aein peraënlichea Yerdienat, Sein 
itfame darf in der Qeschichte des Niederlandischon Handels einen ehren* 
Vollen Platz beanspmchen. 

I TJnter dem Nachfolger Feodors auf dem Zarenthrone, dem Groaafiiraten 
(fibrïs Oodunow, musaten sich die niederlandisoben Eauflente in Rusaland 
Allerdinga gewisse Beschrankungen gefallen laasen. Zwei, der im 38. 
^ande des Magazins der historischen Geaellachaft mitgetheüten Acten- 
Btücke s) werfen eiu interes san tes Licht auf dieae Verhaltnisae. Wir geben 
Aieae ActeuBtUoke daher in deatBcher Uebersetzung wieder. 



An den Zaren und Grossfiirsten Boria Fedorowitsch aller Eteusaen von 
ieednen Knechten Oesipko Ssuponew und Rochmaschko Woronow. 

Am 18 Juni dieses Jahrea, des Jahres 1600, bast Du una Dein zari- 
^hea Rescript gesandt. Und in Deinem ReBcript befiehht du uns, Deinen 
'■IKnechten, streng darüber zu waehen, daas die Russen an der Landangs- 
(brücke [in Arebaagel] den Auslandern auf die Sehifie keine Feldfrüchte 
nXtnA yerbotenen Waaren beimlioh verkanfen, Und wir, Deine Knechte, 
Ihaben daB den Russen mitgetheilt nnd den Zollbeamten strengen fiefehl 



Adelung, 1. c. pag, 409. — Warkotsch's Angüben über den Transport 
des Geldes werden beiweifell von F. Bieneinann in dem Aufsatze; „Diplomatische 
"Velleitalfin und Fahmisae im XVI Jahrhundert." Balliaehe Monatssclirift, XXII. 
Band. Riga, 1873; pag. 497. 

S) Denkmaler der diplomatiscben Beziehungen Alt— Russlands lu den auswar- 
tigen Machten. Tbeil 1. St. Petersburg. [E^mjatniki diplomatitscheskiscli anoacheni 
'drewnei Rossii b derahawami inoatrannimi]. Pag. 1218. — Hieraelbst, pag. 1219, 
flnden wii- den eïniigen aber unanfechlbai'en Hinweis darnuf, daas de Walle vnn 
Handelsabgaben o i ch t belreit s 



3) Uagnzin u 



■- pag. 381 und 422. 



L 



i 



gegeben, darüber zu wochen, dasB die Bnasen den Analandem auf die 
^chifte keine Feldfrüchte uiid verbotenen Waaren verkaufea. Und die 
ruBsiechen H&ndler aue Cholmogory eind in der That nicht mit Feld- 
frtichten nach Archangel geknmmen; jetzt aber bitten Dicb, o Heirscher, 
die englischen, hoUandisclien und brabantiachen Kauflente, Da mögeel 
ihnen erlauben naoh Cholmogory zu reïaen und dort Torrathe eiozukaufen, 
ao Mehl, Oütze and Cterete, damit aie wahrend ibrss A-uTenthalts an der 
Xiandungebrücke und wahrend der Rüokreise in die Heimath keinen Mangel 
leideD. Die hollandiacheu Kauflente Jacob Ferbach, Iwanko Boriuow, 
Timoschka Wolodimerow, Matjnachka Saionow nebat Genoaaen, tütteo 
Dich aber, o Herracher, Du mSgeat ihnen erlauben zu Handelszweokw 
nach Moacau zu reiaen oder ïd Cholmogory za liberwintem mit den 
Waaren, welche aie bei der Landnagabrücke nicht rerkauft haben, oder 
aber mögest ihnen erlauben, ihre Leute bei dieaen Waaren zorüeküalsMen 
und nun fragen wir Dïch, Herrsoher, wie entscheidest Du '). 



Yon dem Zarcn und Crosafursten aller Eeuasen Boris Godonow. In 
die Stadt Archangel, au Rodiwon Wsewolodsld und RaohmaniD Ua- 
kaïjew. 

Durch diesos unser Rescript wird euch befohlen, darüber an wachen, 
dasB die aualaudischen Kauflente, die ia diescm Jabre mit Schiffbn au 
Brabant, Holland und den Niederlanden (sic) oder anderea Liadem koit- 
men, an der Landungsbrücke ihre Waaren nach Belieben unaeren Kaot- 
lenten verkanfen und die feetgeaetzte Steuer entrichten. Aber nach Uosotn 
und in die anderen Stadte dea Iteiohea aollt ihrdieauslandisohen Eanfleots 
ron der Laadungabrücke zu Archangel nicht reiaen lassen, mit Auanaluiia 
dea Englandera Richard Jnrjew. Ihr sollt unc aber auch auafiihriioha 
Verzeichniase der Schifle, welche nach Archangel kommea, schinken nnd 
angeben, wie der Schiffer hoisat und seine Waaren Terzeiohnen. ÏÏnd 
dieae Berichte sollt ihr in die öesandtsehaftsbehörde senden. Von den 
hollandiachen, brabantiachen, niederiandischen nnd daniachen Kaufleutan 
aber sollt ihr Wiemand, weder mit Waaren noch ohne Waaren, ohoe 
unseren Bofehl nach Moscau oder in die StSdte des Reichs reiaen laaBen, 
selbst dann nicht, wean der Keisende im Besitze unseres Gnadenbriefea 
ist. Geschrieben xn Moscau, im Jahro 1601, am 8 Juni. Diesee Rescript 
überbringt euch der englische Kaufmann Jnrjew. 



Beaonderes Interesae darf die Thatsache beanaprucben, dass wir in der 
zweiten Halfte des XVI Jahrhunderts auch schon Niederlander im Dienste 
des Zaren finden. Wie es den engliaohen Eaufleuten nicht gelingt, Rnss- 
land zu ihrer commerciellen Dependenz zu raachen, so begegnen anoh i" 
engltschen Gelehrten und Handwerker die nach dem Jahre 1553 

^) Die Antworl des Zaren fehlt. 



reüch oach Russland kommen, um hier im Dienste des Zaren Anatellung 
za fitideQ, bald einer Cuacurrenz. Im Oefolge der niederlündischen Kauf- 
leate erscheinen ebenfalla niederlandiache Techniber nnd GFelehrte in 
BoBeland. Die ZabI dieaer Niederlander ist bia zum Anfange des XYII 
Jalirhuiiderts zwar noch sehr klein, ihre Concurrenz den Ënglandern 
zuaachst nicht gefahrlicb. Ihr Ërscheinen in Rnasland in dieser Periode 
Ut aber intereBBant, weil wir hier die Keime der Einwirkung zu auchen 
haboD, wolche dio Miederlünder im XVII nnd besondera zn Ende des 
XVn JahrhundertB auf Eueslands geistigea Leben anageübt haben. 

Fnter dieaen niederlündiBchen Pionieren flnden wir zunachat gerade 
Bolche Faohmanner, welche die ruBsiaobe Regiering in jener Zeit twaon- 
dera bovorzugte, namlich einon Erzkimdigen und eiaen Kanalbauer. In 
einera vom 15 December 1598 datirten zariachen Schreiben an don Wo- 
JBwoden in Pleacau föhrt der Erzkundige den Namen Hans Ott, der 
Eanalbauer dagegen den Namen Arraaod Jakowlew '). 

Auch einen niederlündischen Arzt finden wir in dieaer Periode in 
UoBcaa. Die Zahl der Aerzte in Bussland wahrenddea XVIJahrhandertB 
var überhaupt eine kleine. Sie waren gewiaserm assen ein Luxus, den 
aich nnr die Zaren erlauben konnten. Sie bekleideten im Orande ein 
'Hofamt und batten mit der ruasiachen Gesellachaft, dem Yolke, aehr 
iwenig zn thnn. In Folge der Entdeckung des Seewegcs nach dem Weisaen 
iMeere wucha freilich die Zahl der Aerzte in Moscau ; eie waren aber, 
'Vie leicht erkiarlich, faat alle Englander nnd kamen mit Empfehlung- 
'fiohreiben der Koningin Eliaabeth nach Eusaland. Um ao bemerkenawerther 
'aber iat es, dasa wir unter der Regiemng Iwan'a IV anch achon einen 
.[nïederlandiachen Arzt am Hofe dea Zaren finden, den Wiedertanfor Jabann 
|£yloff. Wann er nach Rusaland gekomraen ist, wissen wir nicht genaa, 
''ia.89 er aber schon im Jahre I5S2 in Ruasland geweaen, ergiebt aich aufi 
J'^nem Schreiben Iwan'a IV vom 10 Jani dieses Jahrea an den König 
JTon Danemark, in welchera der Zar sich nnter Andorem darüber be- 
I Bchwert, „dasa fünf danische Schiffe zn Kola und Rolmogradt geweaen waren, 
tdie alle Frembde daaelbst vorgefundenen SchifPe geplündert und weggo- 
Siommen batten, wodurch der Sohn des Doctors Johann, der taglioh 
I Beïne klare Czariachen Augen aahe, an die 26000 Rnbel verloren hatte" -). 
Ea wird wol aber nicht aowot der Sohn geweaen sein, der dieaen Verlust 
' erlitt, ala fielmehr der Doctor Johann aelbat. Denn auaaer mit seiner 
' arztlichen Kunst beachaftigte Eyloff aich recht eifrig mit dem Handel. Er 
lieas auf eigene Rechnung Schiffe au die Dwinamündung kommen, be- 
frachtete aie mit ruaaiachen Waaren und aandteaienacb Holland '^|. Eyloff 
■ trat bei Hofe nicht blos ala Arzt, sondera aoch als Vertraut«r dea Zaren 
m^ waa unter Anderem daraua zu ersehea iat, daas Possevin aich beklagt *), 



1) Magaiin der russ, historisclien Gesellachaft. Bd. 38; pag. 266. 

2) Biiscliing's M^gaiin, 1. c. Vil, piig. 306, 

3) Magazin der kais. rusa. hïstor. Geselscli. Bund 3tt; pag. 47. 

4) A.ntoniua Possevinus de Maacovia. Historïae ruthenicae scriptor 
■ XVI. Ed. A. de Starciewaki. Vol. Il, Petropoli, 1&42; pag. 311. 



j A.V1. i:.a. A. 



i 



254 



Eyloff habe ihm g^chadet indera er den Zaren gegen den Pabst einaahm. 
Ejloff hat anch Iwan IV in eeiiier letzten Krankheit behandelt. 

Ungefabr um dJeselbe Zoit, da Eylolf ale Arzt des Zaren wïrhte, be- 
kleidete ebenfalla ein ^Niederlander, namlich Arent Claessen aiis Stollings- 
werfft, daa Amt eines „Leib'Apothekera" in Moacan. Claessen niosa ecbon 
ala jnnger iMann, etwa itn Jahre 156ë, nach Busaland gekommen eein, 
denn PretejuB ^) Hpriobt unter dem Jahre 1606 von „einem alten hollan- 
diacben Apothecker, Arend Clauaend genandt, der 40 jahrauff derOroes- 
fiirstlichen Apotbecken gedienet" und Conrad Buasow -) bericbtet unter 
demselben Jahre ven einem „Apotbeckar, der 40 Jahre lang nacheïnan- 
der, erstlicb dem alten Tirannen (Iwan IV), daraach desselbun Sohn 
Pfedor Iwanowilz, folgens dem Boria Oudunow und nun diesem Demetria 
anf der Apotheken gedienet." Sowohl Buesow als auch Petrejus sagen 
also in ganz bestimmter Weiae, dasa ClauBaen 40 Jahre „auf der Apo- 
theken", beziehungsweise „auf der OroBBfUrstlichen Apothecken" gedieot 
habe. Auf Grund die»es übereinatim menden Zeugnisaea dürfen wir zunücbsC 
annehmen, daaa der erste Apotbeker in Bueslaud, von dem wir bestimmte 
Kunde haben, der Hollander Claeaaen ist, nicht aber, wie selbet uocb. 
die neueate rnaaiscbe Geachichtaliteratur angiebt, der Englander Jacob 
Prancham. Petrejaa' und Buasow'a Auasogen entkrafCen ferner auch die 
Annabme, ea aei „aebr wabrBcheinlich, daas die erste Elnricfatung einer 
eigentlichen Hofapotheke in Moaoau in die Zeit der Ankunft Jacob Fran- 
oham'a falie"''). Franchara kam erat im Jahre 1581, a!ao bedeutend apa- 
ter als Olaeaaen, naoh Moacau. 

Claessen war der ruasiacheu Spracbe inÜcbtig und hat auch ofüciell ala 
„Interpret" fungirt. Er genoas das Vertrauen uud die Achtung der 
Würdentrftger des zarÏBchen Uofes. Seine Stelle muss anch in materieller 
Eiasicht eine vortheilbafte gewesen sein; ira Jahre 1601 besaas er jeden- 
falls ein Gut bei Moscau. Er hat ein hohes Alter erreicht und iat offen- 
bar in Moscau gestorben. Seine Familie hat nach seinem Tode Kussland 
nicht verlaasen, denn 1621 vermahlt aich dor Pastor Georg Oase von 
der lutheriachen St. Michaelis-Gemeinde „mit der Vielehr und Tugend- 
aamen Frauen Anna Döabergs, dea ehrsaraen, kunst Hebenden und wohl- 
geachteten Arend Claussen von Stellingswerfft, Kaiaerlichen Majestst 
aller Rensaen weil. Leib- Apothekers und Interpreten nachgelasaenen 
Wittwe," und im Jahre 1622 wird der Niederliinder Heinrich Uasaeoiua, 
„Kaiserlicher Leibapotheker" zu Moacau mit Claesseoa leiblioher Tocht^ 
getraut '). 



iMthtAA 



1) Uistorien u. Bericht vod dem Grossriirstentliumii Musclikow. (Rerum 
rum scriptores exteri. 1. Pelropoli, 1851} pag. 2031 

2) Relatio, das ist summarische Erxehlung vom Urspi-ung dieses Eriegswesem in 
Reussland. (Rerura ross script, ext. L I. c. pag. 63), 

"' "". M, Richter, Geschichle der Uedicin in Russland. Moskwa, i813. Theii 1. 



3) ' 



313. 



4) Moscauer Haupt-Archiv des Ministeriums des Auswartigen; benutit vo 
W. Fectaner, Chronik der evang^lischen Gemeinden in Moskuil. 1. Band. Uoêm), 
1876; pag. 196. 198. 



7.) Hagazin der kaiserlichen rusaisohen historüohen GeaeUschaft. Band 
24. SI. Petersburg, 1878. 

(Sbornik imperators ka wo rasskawo iiitoritsclieBkawo obBchtBclieatwa}. 

Der YOrliegeDde Band entbalt das , Verbaal van de Nederlandscbe Ge- 
Banten Reynoot van Brederade, Diderich Bass en Albert Joachimi, vaa 
hunne legatie in Swêden en Rusland, in de jaren 1615 en 1616. Over- 
geleverd den IT'''^" October 1618." — Ausser dem hollandischen Texte 
der Relation finden wir hier eine rusBische Uebersetzung desselben, nebat 
mner historiBcben Einleitung von A. Polowzow. 

8,) Ëuropaiscbor Bote. Journal fur Oeschichte, Politik und Literatur. 
Jahrgang 1868. Band I und II. St Petereburg. 

(Westnik Jewropy. Sburnal iBtorii, politiki, Lit-eratury.] 

Der Bericht der niederl^adischen Gtesandten Brederode, BasB und Joa- 
chïmi Über ihre Theilnahme an den achwedisch — rusBiscben Friedensver- 
handlungen von 1615 und 1616, ist hier in russischer uebersetzung mit 
dner Einleitung zura Abdruck gebracht. (Band I, pag. 222—255; II, 
pag. 718—762.) 

9.) Massa's und Herckmann's Berichte über die Zeit der Wirren und 
Unmben in Russland. Berausgegebeu von der archaeographÏBchen Com- 
miBsion. Mit dem Portrait Massa's und einem Plan ion Mosoau. St. 
Petersburg, 1874. 

(Skasauija Massy u Gerkmaoa o smutnom wremeni w Rossii. Isdanije 
archeograötscbeskot komraiBsü.) 

Die beim Minieterium der Volksauf klaning in St. Petersburg bestehende 
archaeographische Commisaion edirte im Jahre 1668 Isaac Massa's ,Ëen 
cort Terhael van begin en oorspronck deser tegen woordigbe oorlogen en 
troeblen in Moscovia," aowie Elios Herckraans „Een biatorischen ver- 
bael van de yoornaemste beroerten des Keysorrycks van Russia. Amster- 
dam 1625" nnter dem gemeinsamen Titel „Rerum roBsicarnm scriptorea 
exteri, Tom. II" und veranstaltete ferner im Jabre 1874 die oben ange- 
führte rusaiaobe Ausgabe beider Werke. Letztere erhalt einen besonderen 
Werth dadurch, daas Professor E. E. Samysslowsky die Schrift Massa's 
hier mit einem kritischen Apparat versehen hat, welcher die Angaben 
Massa's durch Hinweis auf die einachlügigen russischen Quellenwerke 
bestatigt, berichtigt oder erganzt. 

10.) Zeitschrift der kaiserlichen Moscaner Oesellscbaft fur Oeschichte 
und Alterthümer Russlanda. 

(Wremennik imperatorakawo moskowBkawo obschtschestwa istorii i 
drewnostei roBaiakioh). 

Unaeren Zwecken dient daa II, VIII und XVI Bueh dieaer Edition. 

a). Boch II. (Moscau 1849) enthalt in der Abtheilung „VermiBohtes," 
pag. 13 — 16, eine voa A, S. Klewanow verfasste Abhandlung über die 
achriftatelleriache Bedeutung Kic. Witsen's. 

6). Buch VIII. {Moscau 1850) liefert mit dom in der Abtheilung ^Mate- 
rialien," pag.' 1 — 22, zum Abdruck gebrachlan „Handelsbueh" (torgowaja 
kniga) einen viertvollen Beitrag zur Oeschichte des n ieder landisch-rusei- 
aehen Handels. Dieses „ Handel abuch," welohes in dem ergten Jahrzehnt 




256 



port- I 
Hol- J 



dea XVII Jahrhunderts verfasat ist, onthult die Aufzeiehnungen eiuea 
nisaUchen Kaufinanna über die zu jener Zeit ïd Cholmogory und Ar- 
ohangel oxportirten und importirtcn Waaren. Der Verfasser hat aeine 
AufzeiülinuDgen „jungen Kaufleuten ïur Lebre oiedergeschrieben nnd 
theilt aeÏD Buuh in zwei Abacbnitte. Zunachst würden die rus8i8chen,alH 
diö Export-Waaron aufgezahit, wobei der Verfasaer angiebt, zu welchem 
Preiae man aïe den Aualandern zu verkaufon hat nnd welchen Gewimi 
die aualandiacben Ifanfleute niit diesen Waaren in ibrer Heimat erzielea, 
Sodann folgt ein Verzeiehniaa der Import-Waaren nebst PreiaaDgaben. 
BemerkeDBwertb iat hier die Thataacbe, daaa in dem eraten Abachaitte 
meiateDB „Brabaiiter und Hollander" als Exporteure genannt werden. 
Past auaaabmaloa folgt dem Namen und der Beachreibnng eines Ëxporl- 
artikelB der Zuaatz, daas die betreffende Waore in „Brabant" ~ " 

land" oder Ton „Brabantern nnd Hollandem" gefcauft werde. 

c). Büch XVI. (Moaeau 1853). Abtheilung „Vermisehtes," pag. 23— 2( 
Unter dem 27 September 1638 ertheilt Zar Slichael Feodorowitach '* 
Orgelbaumeister Melcbert Lunew aos Holland ein Attest darUber, 
deraelbe ihm eine schone Orgel gebaut und überhaupt treu gedient hi 
Melchert Lunew erhalt die Erlaubnias iu seine Heimat zu reiaeu, wobw 
der Zar den Wuneob auaapricbt, Melchert moge nach Rusaland zorück- 
kehren und zwei Uhrmacher bus Holland mitbringen. 

11). Aoten, gesammelt in den Bibliotheken nnd Archiven dea roesi- 
achen ReJohea durch die archaeographische Expeditiou der kaiaerlichen 
Academie der Wissenachaftea. Band 1^4. St. Petersburg, 1836. 

(Aktj sobrannije w bibiiotekach i archiwach roaaikoi imperii archeo- 
grafitacheBkoju ekapediïijejtt imperatorskoi akademÜ nauk), ~ 

Zu Anfang dieaes Jahrhunderts beauftragte die Academie der Wif 
achaften zu 8t. Petersburg eine Anzahl ïon Gelehrten rait dera Dm 
forachea der im Innern dea rasaiachen Reiches zerstreuten Bibliotl 
and Archiie, uw die hier verborgenen handschrift lichen Urkunden 
Actenstücke, welche Beitrage zur Oeachichte Rnssiands enthielten, 
historischeo Forschung nutzbar zu inacheu. Die ResnUate dieeer ~ 
dition gelangten in dem obea genannten Werke, welcbes Actensl 
aua den Jahren 1294^1700 enthalt, zum Abdruck. Beitra^ zur 
aohichte des niederlandisch-rnssiaohen Handels liefern Band III und 

a). Band UI, N". 17. „ Handel apriTÜegium (ehalowannaja gramota d. 
wörttich: Goadenbrief) ertheilt den eine Handelscompagnie bildeni* 
hollandischen Gosti '). Markus Markusz. de Vogelaer nnd Oeorg (Ji 
JobaansL Elenck im Maerz 1614." 'Wir geben dieee ITrkunde 
scher Uebersetzung nnverkürzt wieder. 



1) „Gosl," 



I der Mehrzahl ^osti" bedeatet wörtlich .Gast", bezdchnel d 

_ ._ 1 technicus in XVI aai XVII Jnlu-hundert die Mitgli^der der li 

seheiisten Classe der russisch^u KnuDeuIf. Die „gostï" wunJen ïomZnran'f 
IVivilegien HUsgestntUt, rausslen aber dafür unenlgelllich CommissiDDei 
auaTübren. t. B, das Erheben der Zölle in Archangel heaufsichtigeu. Für Vi^ 
und Klenck hedeulet die Ani«de ,gasli" einen EhreotileL 



,Wir Qroaser Herr, Zar unJ Grossfdrat Michuel Fodorowitsch [ea folgt 
Br Titel) habea die holldDdücheD Qoati Markus Markust, de Vogelaiér 
Georg Johanusz Klenok uebst QeQusseii beji^nadet, da sie anserer 
ariBchen Majestat die Bitte vorgelegt haben, wir mogen ümen die 
Inade erweisen und ümen erlauben in un»er Reicb xa kommen, zur 
Andnngsbrflcke io Kola und ziir Dwina zur Stadt Cholmogor; und in 
Staat Moscau und in unsere übrigen Reïcho, und eie wollen in 
Reich mannig&ltige Waaren bringeu, deren unsero Zarische Schatz- 
bedarf, und sie wollen Ihre Waaren auch in unseren Landen 
rerkanfen und die Waaren, die unaer Land hervorbringt, kanfen und 
ihre Waaren einCauschen in freiem Handel; und sie bitten, es 
ihnen, wenn sie in den Stadten unsereB Roiohea ihre Handelsgc- 
Rhlfte beendet baben und über das Meer in ibre Heimat zu reison 
irünBchen, gestattet sein, sowobi diesea zu thun, als auch in uusor Reich 
iriedemm zoriiokzakebren und fteien Handel zu treiben; und sie bitten 
^er, daas von ibren Waaren dieselbe Bteuer erhoban werden móge, 

Zeit der hochaeligon Zaren und Öroaafiireten Fedor Iwaaowitach, 

Beris Fedorowitsch und Wassili Iwanowitsch (Schuisky); und wirmögen 
begnaden und den Gnadenbrief, weicben ihnon der Zar Wassili Iwano- 
iritach arthailt, unsererseits ernouern. Und Qeorg Klenck nebst Genossen 
haben nna die Bitte vorgetragen, wir mögon ibncn bingichtUcb der zu 
■killenden Steuern Terg ünstigun gen zu Theil werden lassen, da sie in 
nuerem Staate Uoaoau in der wirroa und herrenlosen Zeit von den 
Polen, Littauern nnd Koaakea viel Yerlusto erlitten haben. Und wir, 
firosser Herr, Zar und Groasfürst Michael FedorowitBch bubea die hol- 
lindJMtaea Goati Earkua Markuaz. de Vogelaer und Georg Klepck nebat Ge- 
uoaeen begoadet nnd haben befohlen, dfus ihnen der Gnadenbrief des Zaren 
Waasili Iwanowitscb mit unaerer llnterachrift ernenert werde. Und wir 
baben ihnen somit gestattet zur Landnngsbriicke in Kola und zur Dwina 
mr Stadt Cbolmogory und in unaeren Staat Moacou und nach Groaa- 
fowgorod and nach Pleacau und nach Iwangorod und in unaere übrigen 
Lande zu kommen mit maunigfaltigen Waaren nnd rait allen Waaren 
bei za handeln und ibre Waaren, wenn ea nöthig iat, in Speicher abzu- 
nnd wenn aie ihre Handelsgeachafte beendet baben und über die 
i ihre Heimat reiaen wollen, so sollen aie nach unaerem zarischen 
ohne jedes Hinderniaa rait ReiaepaBsen, (die Reisepaase aber sollen 
der Geaandtachaftabebörde bekommen) reiaen und wieder in unaer 
znrüokkehren dürfen, auf Grund dieaes unaeres zariachen Gnoden- 
briefée. Und wenn die Goati do Vogelaer und Klenck bei der Landunga- 
bröoke in Cholmogory und Kola Höfe erwerben wollen, ao sollen sie in 
diwen Stadten Höfe erwerben ; tou den Steuern fur die Waaren, von der 
Mauth, Ton der Peraonenateucr für sich und ibre Lente und von den 
fiohifisabgaben, aollen sie auf unaeren Befebl, in allen unaeren Stadten, 
linr die Halfte entrichten. Georg Klenck nebat Genoaaen haben wir aber 
iegnadet wegen der Yerluste, die aie in unaerem Reiche in der wirren 
Ind herrenloaen Zeit erlitten haben und haben befoblon, Jbnen einen 
Itenererlaas für drei Jahre, Tom Jahre 7123 bis zum Jahre 7126 



258 

• 

(1614—1618) zn gewahren nnd in diesen 3 Jahren solleii ae Tonkeioer ; 
Waare Steniem zahlen; wenn aber diese Jahre Toraber nnd, so solko j 
Markus und Georg nebst QenoBsen in allen unseren Stadten aof ansern i 
Befehl Ton allen Waaren, wie firüh^, so anch auf Grond dieeea -nnsera ; 
Gnadenbriefes nnr die Hilfte zahlen. Ausserdem haben wir de Yogelaer ^ 
and E^lenck nebst Glossen die €hiade ^rwieeen, dass sie selbet nnd ilue ^ 
Lente in allen nnseren Reiehen nnd in allen Stadten, in welche sie mit *i 
nnseren Beisepassen reisen, Ton nnseren Bojaren^ Wojewoden, Djaki nnd ^ 
übrigen Beamten in keiner Sache gerichtet werden. Anch sollen Gericht»- -. 
Toll^her zn ihnen nnd ihren Lenten nicht gesandt werden, ansser wegea 
Todtschlag, Dibbstahl nnd Banb aof firischer That ; wenn ab^ aas einai 
Handelsgeschaft oder wegen einer Beleidignng Jemand einen Anspmel 
an de hat, so sollen sie in diesem Falie in Moscan in der G(eBandts<^aft^ i 
behörde Ton den Djaki i), denen wir es befehlen, gerichtet werden; won \ 
es aber znr Ereazkossung (Eid) kommt, soll man bm solehen Elages 
nicht ihnen selbst, sondem ihren Lenten Glanben schenken ^. Die BJBk ^ 
aber, die sie sich in nnserem Beiche in Moscan, Wologda, Cholmogwj, ^ 
Archangelsk nnd Kola errichtet haben, sollen sie, wie frnher, so au» !^ 
jetzt, darch ansere zarische Hnld behalten. For diese H5fe aber sollmi .^ 
sie keinerlei Stener, Abgaben oder Lasten tragen, anch soUen sie T<m .^ 
den Gemeindelasten der Stadtbewohner nnd von Einqoartierang befreït -^ 
sein nnd aof den Höfen ihre eigenen Wachter haben. Und wir haben ^ 
die hollandischen Gosti de Yogelaer nnd Elenck begnadet nnd ihnen 
erlanbt Getranke zn eigenem Gebranch zn halten; die anslandisehen 
Weine aber, die sie in nnsere Lande znm Yerkaaf bringen, sollen sie 'm 
Cfriginalfallnng, in Enfen, yerkaufen nnd nicht massweise. Und dieeer 
nnser zarischer Gnadenbrief soll in nnserem Beich nnd allen nnserea 
Stadten Ton allen nnseren Beamten nnd allen ünterthanen in Allem 
befolgt nnd in keiner Weise verletzt werden. Wer aber diesen nnseren 
zarischen Gnadenbrief nicht befolgt, über den soll nnsere XJngnade nnd 
schwere Strafe verhangt werden. Dieser nnser zarischer Gnadenbrirf ot . 
gegeben in der Zarenstadt Moscan, im Jahre 7122 seit Erschaffhng der 
Welt, im Monat Marz. 

b). Band UI. N^. 182. Zarisches Rescript an die Wojewoden Ton 
Nowgorod, Fürst Posharsky nnd Glebow, vom 17 Febmar 1629, in der . 
Elage gegen den hollandischen Eaufmann Samael Leontjew. 

Gegen den Hollander Samnel Leontjew haben Zollanfseher nnd Kao^ 
lente von Nowgorod beim Zaren E^lage erhoben, weil derselbe seine Waaren 
nicht anf dem gemeinsamen Eanf hofe der ansl&ndischen Handler abg»- 
liefert, sondem in einem besonderen Hanse afgespeichert nnd die Zollab- '^ 



1) Djak = Schriftführer, Secretair. 

2) Das heisst: Yogelaer und Elenck sollen befugt sien, den Eid ihren LeuUA 
(Untergebenen) zuzuschieben. Nach altrussischer Rechtsanschauung war einesolchfi 
Processhandlung sehr wohl möglich und galt, wenn sie vom Zaren gestattet wurde, 
für einen grossen Vorzug. 



Miben nicht bezahlt habe. Ausserdem betreibt er ia Beinera Hause 
>etailhanclel, der dea Aaslilndern nicht gestattet ist. 

Der Zar befiehlt den Wojewoden, Sarauel Leontjew zu verhoren, die 
Zollabgaben von ihm beizutreiben und ihn, falla er nieht im Besitze einea 
K&riBcheD Onadenbriefea (ehalowaDoaja gramota) iat, aas Kowgorod ana- 
mweisen. 

c). Band IV. N^. 13 (pag. U— 23). „Klage der rnssischen Kaufleute 
Bber die aualandischea Kaufleute." 

Der Umstand, dasa die anslandÏBchen KauEeute in Ruaaland wahrend 
Aeo XVn Jahrhunderta aicli nicht auf don Ausaenhandel beachrankten, 
■ondeni es verstanden, allmahlig auch einen groaaen Theil dea Binnen- 
handels an sich zu reiasen, rief im Laufe der Jahre einen aoharfen Gegen- 
latz zwischen den rosaiachen und aualandischea Kaufiouten hervar. Einen 
interessantea Einblick in dieaes Verbaltnisa gewiihrt nna die von etwa 
800 rneaiscben Kaufieuten am 9 Mai 1616 dem Zaren iiberreichte Elage- 
■chrift, in welcher die Ruaaen urn Wahrnng ihrer Handel ainteresaen nnd 
nm Einschrankung der Uandelsprivilegien der Anslander bitten: die aua- 
l&ndischen Kaufleute aoilen fortan uur in Archanget Handel treiben, daa 
Innere dea Beichs aber nicht mehr bereiaen dürfen. 

Die Petition beginnt mit der ansfOlirlichen Anfzablung der gegen die 
Snglander gerichteten Vorwürt'e, um sich sodann in kür^erer und mildeier 
E'orm gegen die Niederlander zu wenden. „AnF Befehl dea Zaren nnd 
BroBsfüraten Michael Fedorowitach," lautet die Klage, „durften die Bra- 
banter und Hollander nicht über Cholmogory hinans, in daa Innere des 
ïtaatea Moscau nnd ïn die Stadte reisea. Und die Brabanter nnd Hol- 
ander greifen zu List nnd Beatechung, und reiaen trotzdem alljahrlioh 
nït ihren Waaren im Innem des Reicha umher, indcm sie zariaohe 
El'nadenbriefe vorweiscn ; aber dieee Gnadenbriefe haben sie, o Herracher, 
lorch Betrug und Beatecbung in der Oeaandtacbaftabehörde von dea 
DjEtki Peter Trutjakow und Iwan <}ramotin erhalten. Und einigo Ana* 
»ader reisen anch ohne Guadenbrief. Und David Nioolajew (David Rnts) 
tot sich in Moacau einen Hof gekauft und ein Haua erbaut und ver- 
fcaaft viele Waaren im Detailhandel, wie man in den Eanfroihen handelt, 
ohne Deinen zarischen Ukas und ohne Gnadenbrief. Und die hollïndischeii 
Quati Markus (de Vogelner) und Qeorg Klenck durften in Kola nnd 
Archangol nnd in den übrigen Stadten dea Staatea Moacau mit über- 
Beeiachen Waaren handeln und zablten nur die halbe Steuer. Aber diese 
bollftndischen Goati Markua nnd Klenck eind achon langat geatorben, und 
mit ihrem Ouadenbrief kommen nun andere Hollander, Peter Deladel 
(Pieter La Dale) nebat Oenoasen, und zahlen auf Ornnd dieaes Onaden- 
briefes nur die Hülfte der Handel aatenor; in dem Onadenbricfe Deinea 
hoohseligen Vaters, dea Zaren Michael Fedorowitach, o Herrschor, war 
aber nur geechrieben, dasa Markus und Qeorg nach Moacau kommen 
dürften ; dasa ibre Einder nnd Brüder und Handlungsdiener kommen 
dürften, war in dem Gnadenbriefe aber nioht gesagt." — Weiter klagen 
die Russen darüber, dasa die niederlündisahen Kaufleute jedon Yersuch 
der Ruaaen, sich am Exporthandel zu belhmligen, zu vereiteln 



3 



8o fioi einntal ein rnasischer Kaafmann aus Jaroslaw, Anton Laptew, 
mit Pellen nnd Grauwerk, ein andareamal der Goat des Zaren, Nasar 
Tschtaty, mit Kohaeide nach Holland gereist. Die niederlandiachen Kanf- 
leute aber hatten daselbat die Abmachung getroffen, den rassiBCben Eanf- 
leuten niohts abzukanfen, indem aie aagten, wenn wir dem Ëinen nicbta 
abkaufen, so werden die Andern das Kommen acbon bleiben iassen. Lapteir 
nnd Tsohiatj- mussten nnn aiif den Schiffen der niederlandiachen Kant- 
lente mit ihren unverkanften Waaren nach ArehangeJ itariickreisen. In 
Archangel angekommen, zahlten die niederlandischen Eaofleute dem Lap- 
taw und Tachisty einen guten Preis fiir ihre Waaren. „Und das thaten 
sie damit die russischen Eanfleute nicht nach Holland kommen. Bann- 
herziger Herrscher, Zar und Groasfürat Alexei Michai!owitaeh,"8o achliesrt 
die ElageBohrift der msaiachen Eaufleate, „erbarme Dicb nnser, Deinec 
Knechte und Waisen. Gieb Befehl, daas die englischen, barabnrgiachen, 
brabantifichen und hollandiBchon Gosti nnd Kauöeute nur an der Laa- 
dangsbriioke in Archangel handeln; und vorbiete ihnen nach Moscaa and 
ÏD die überigen Stadte des ganzen moscauachen Reiches ku kommen." 

12). Magaain des Füraten Chilkow. St. Petersburg, 1879. 

[Sbornik knjasja Chilkona.] 

In der vorliegenden Edition bat Fürat Chilkow 107 auB rnsaischen Biblio- 
theken und Arehiven znsammengetrageae ActenBtücke, zur Geschiohte 
Rusalands im XV, XVI ond XVII Jahrhundert zum Abdrnek gebracht. 

Mummer 82 dieser Urkunden gewahrt una einen erwüDschten EinbHck 
in die Verhandlnngen, welche die aus Vertretem aller Stande bestehende 
Landesveraammlung (aemski aobor) wahrend der Jahre 1648 und 1049 
in MoBcau über die Auslanderfrage gepflogen hat. Da die uns bekanaU 
Elage der russischen Kaudeute vom Jahre 1646 ohne Resultat gebliebeu, 
iiberreichen Letztere, wie wir hier erfahren, anf der Landesreraammlnng 
dem Zaren eine zweite gegen die auslandischen Kauöeute gerichuü 
Klageschrift und Teranlassen die übrigen Mitglieder der Landeaveraanun- 
lung ein Gleiches zn thun. Dieae beiden uenen ilbereinstim menden Feti- 
tionen haben nun zunü.chBt den Erfolg, daas der Zar der Geeaudtaohat^- 
bebörde den Befebl ertheïlt, ein Verzeichnïss der den Auslandern seit der 
Regierung Iwan's IV bewilligten Gnadenbriefe und Pririlegien anzQfe^ 
tigen. Der Auftrag dea Zaren iet am 20 December ansgeführt. Der ange- 
fertigte Anazng beginnt mit der Aufz^hlung der den Englandern ferliehenen 
Gnadenbriefe. Es folgt alsdann eine Uebersicht der den Niederlaodero in 
RuBsland eingeraumten Handelavorreohte. Im Besonderen werden dabd 
nur die den Handel scompagnien de Vogelaar und Klenck, aowie Earl da 
Moulin gewahrten Privilegiën namhaft gemacht, worauf der Bericht der 
Gesandtacbaftsbehörde Terallgemetnernd fortfahrt: „Ausaerdem sind wA 
anderen (NiederLaodem) auf ihre £itte Gnadenbriefe ertheilt worden, theili 
aus dem Grunde, weil sie der zarischen Schatzkammor kostbare Waaren 
zn billigem Preiae geliefert, theils desahalb, weil sie in ihrer Ueimath Ïcd , 
Interesae dea Zaren thatig goweaen aind. Auf Grund dieser ihnen tV- i 
liehenen Gnadenbriefe ist es ihnen gestattet in den Staat Moacau m 
kommen, zur Landungsbrücke (in Archangel) uud naoh Moscaa, Bowie J 



aowie 1 



in die anderen Stadte zu reieen und mit Jeder Waare frei zu handeln, 
ober die Steuer mussen sie im vollen Umfange bezahlen ; und von diraen 
KitD&euten reisen riele nicht selbst nach Moacau, aondem es handelu 
unter ihrem Namen Hollander und Hamburger, indem sie sich für ilire 
Terwandten und Handluugsdieuer ausgeben, und kommen ao auf 0rund 
^der Gnadenbriefe nach Moscau, Abereïnige hollandische Eaufleute kommea 
nach Moscau und handelu auf Grund van Reisepaasen, und haben keine 
zarischeo Q naden b riefe ; aber die Steuer zahlen auch diese im vollen Um< 
&nge. Aber in dem Bescheid, der den boliandischen Qesandten 1631 und 
ISéS ertheilt worden, ist angetïihrt, welcfae Hoilander uebst Handlungs- 
dienera im russischen Reiche auf Orund zarischer Onadeobriefe handebi 
dfirfen, und dieaen Eaufleuten sollte ea freigestellt aein in Archangeisk 
ond in Wologda und in Moscau und in den anderen Stadten dea Staates 
UoBcau eiuzukaufen und zu lerkaufeu wie und wem es ihnen beliebt; 
■ber Beschrankungen sollten ihnen keine anferlegt aein and in allen 
Dingen sollten sie, aus Rücksicht auf die niederlandiacbe und hollandische 
'Eegierung und den Frinzen Wilhelm, beschützt werden. Aber die Rol- 
iSnder, welche keine Gnadenbriefe haben, sollten nach wie vor in Ar- 
changel handeln, aber nicht in die Stadte dea Reiches reiaen." 

!Nachdem der Zar von diesem Bericht der Gesandtachaftsbehürde Eenntniaa 
g^enommen, laast er der Landosrersammlung die Frage vorlegen, ob sie 
daranf bestehe, dass die Aual&nder aus Moacaa und den übrigen Stadten 
iea Reiches ansgewieaen und auf Archangel beschrankt würden und ob 
nicht zu befiirchten aei, dass durch diese ïlassregel zwischen dem Staate 
Uoecau und den auswartigen Regierungen eine Spannung entatehen werdo P 
Weiter fragt der Zar, ob es wol moglich aei, daan die Russen ihre Schul- 
den den Auslandern so rasch bezahlen ki5nnten P (Jnd endlich giebt der 
Zar zu bedenken, daas die Auelander sich ia Moscau und den übrigen 
fitadten des Reiches Höfe gekauft hatten. Wenn man nun die Aualandem 

e.QB RuBsland auswiese, so müsste man ihnen diese Höfe abkaufen oder 
ie für den Verlust entschadigen. Wer wird die Höfe kauien ond wer 
Tfiid die Aoalander entachadigen P 1'ragt der Zar. 

Man sieht, die russiaehe Kegierung theilt nicht ganz das Yorurtheil 
Ider Unterthanen gegen die Auslander. Um ao mehr aber sind die Russen 
gegen Letztere eingenommen. Es aei nicht zu befiirchten, antwortet die 
Lsndesversammlung dem Zaren, dass zwiachen Kussland und dem Aub' 
lande in Folge der Ausweiaung der Anslander Feindschaft entstehen 
werde. Die Auslander würden nach wie vor nach Archangel kommen, da 
ïbnen der Handel mit Rusaland unentbehrlich aéi. — Alsdann werden dis 
tins aus der Petition von 1646 bereits bekannten Yorwürfe gegen die 
Anslfinder wiederholt, unter Hinzufilgung einiger neuer Gesichtspuncte, 
^In früheren Jahren", so lautet das Gutachten zum Schlusa, „wenn die 
Seit des Handels in Arehangelsk nahte, so kameu die Auslander recht- 
leitig, im Juni und Juli und die letztcn Schiffe kamen im August, und 
die Zollbeamten konnten ilie importirten Waaren alle besichtigen und 
verzollen. Jetzt aber kommen die Brabantcr, Hollander und Englander 
hinterliatiger Weise spat zum Jahrmarkt, namlich im August und Sep- 



k 



262 



tember, domit die ZoUbeamten keino Zeit haben dio Waaren durchzuseh» 
uDd duroh dieae Hintorlist geht ein grosser Theil der Steusrn dem Sti 
verloren. Was aber das anbelangt, dass die Aualander aich in Moa 
und anderea Stadten Hofe gokautl und Oebaude aufgeführt babon, 
Boll der Zar nor dieee Höfe und Qebaade abschatzen lassen : die d 
uud Eaufleute werden aie den AuslÜnderu gern giemeinsam bezahlen, üi 
wenn rnsBiache Kaufleute den Aaslandern durch Scbnidbriefe verpflial ' 
eind, BO werden sie ihre Schulden de» AuBlaudern bezahlen ; und wt 
otwa nicht aoFort bezahlen könaen, das werden die anderen Oosti 
Kanfleute den Aaslandern ge mein schaft lich bezahlen. Falla aber fön 
lünder von einem Rusaen eine Schuld verlangt ohne Schuldechein, 
moge man ihm, aaf Orund Deines Oezetzee, o Herracber, nicht glaul 
hat ein Anslandor einem RusBen ohne Bchuldachein ein Darlehn gewi 
80 mogen Schuldner ond Olaubiger aich verhalten, wie ea ihnen ihr 
wÏBsen befiehlt." 

13.) VollBtSndige Sammlnng der Oesetze des rnHsischen Reiches, zo- 
sommen gestollt auf Befehl des Raisers Nicolai. St. Petersburg 1830 — 1891. 

[Polnojo BobraDtje eakonow rOBsiaBkoi imperii.] 

DicBBB Sammelwerk, welchea gegenwartig bereits etwa 125 Bündeam- 
faaat, entbalt in chronologischer Anordnnng aümmtliche, tod der roBsi- 
achen Staatsr^ierung seit dem Jabre 1G49 erlaBBeoeo Óesetse, Yerord- 
nnngen, Manifeste u. s. w. Uasa dieae Edition, und beaonders die alteren BÉlnds 
deraelben, dem CteachicbtaforBcber ein reicbes Material Hefern, liegt anf 
der Hand. Für unaeren Zweck kommen von den im I. Bande entbaltenen 
Actenatüoken vornehmlioh folgende in Betracht: 

a.) Actenstuck 9. - 1 Jnni 1649. „Yon der AuawtOBungder Ënglander 
aoa Rnsaland." Wir haben bier den urkundlichen Beweis dafur, daas die 
gegen die aaalandiBcben Kanfleute gerichteten Klagen der Russen wenig- 
atena ineoweit nicht resultatloa geblieben aind, ala der Zar am 1 Jnoi 
1649 ein umfaugreiches Rescript erlÖBst, wetches den engliscben Kant- 
leuten anbefiebit, das Innere des Stoatea Moacau mit Hab nnd Qnt ZD 
verlassen und in ihre Eeimatb zn reisen. Denjenigen Ëngl'indem, welche 
trotzdem noch Luat haben mit den nisaiBchen Eaufleuten Handel zd 
treiben, gestattet das Rescript, „über das Meer her kommond, in der 
Stadt Arobangel zu handela." Nach beendigten Geschliften Bollen aber 
die Engliinder wiedernm über das Meer in ihr Land znrückkehren. 

leb habe diesen Befehl (Ukas) des Zaren angefflhrt, weil es mir cha- 
racteristisch erscheint, daas ein ühnlicbee Besoript gegen die niederlandi- 
schen Eaufleuto in Küsaland nie erlasaen ist. 

Trotzdem der UnvFille des rnsBischen Handelstandea sicb zum Thral 
auch gogen die Nederlander wendet, so hat dieaer Haas in erater Linie 
doch den Englilndern gegolten und dieaer Thatsacbe entaprioht die Ver- 
fügung der rnssischen Eegierung. Man greift femer nicht fehl wonn man 
annimmt, dass die oberafe Leitung des rnssiHchen Staates zu jener Zeit 
sohon ein ricbtigeB VerstTindniBs dafiir besasB, dass die NiederliLnder aioh 
nicht nur vorübergehend in Rusaland zeigten, nm nach eingeheimateni 
Oewinn zu Toreohwinden, aondern sich ia verbiiltniaemüssig grosser Zahl 



^ 



ia Techniker und Qelehrte dauemd in Mo«cau nnd im iDnern dea Reichg 
liederlieaBeD. AusBerdem berichtet, wie oben erwühnt, Belbst die Öeaandt- 
Kihaftsbehörde, daas vielen Niederlandern Oaadenbrieie ertheilt seien, weil 
M ia ihrer Heimath die InteresBen des Zarea wabrgen ommen, d. h. Auftroge 
Ier Begieria^ nnegerührt hflttea. Diese niederlaadiaohen CommiHBionare 
DÓchteu aich der ritssischea Regierung woi schon unentbehrlioh gemacht 
fibeo. Jedenfalls haben die Klagen der ruaeischen Kaudeute den Nieder- 
Indeni in Kusaland nicht geschadet. Die Ausweisung der Englandei 
BMlite aie vielmehr zu Herren der Situation aaf dem russiohen Markte. 
Dnd Bo köimen wir es wol vereteheD, wenn der engliache Arzt Samuel 
[fOllïnB 1667 naoh seiner ROekkehr aas Ruasland haBserfdllt aohrieb'); 
,Die Hollitnder, zahireich und bemittelt, echwarnien hier (in Ruasland) wie 
Ëe Henschrecken umher und nehraen don Englandern das Brod vom 
Knnde hinweg. In Bild und Schrift stellen aie una als eine zu Orunde 
gerichtete Nation dar, ala einen Löwen mit drei uragekehrten Kronen 
nnd ohne Schweif, oder ala Eettenhunde mit gestutzten Ohren und 
Bathen." 

b.) Actenatück 107. Zarischer Befehl Tom 25 October 1653, betrefFend 
Üfi Erfaebung ron Zollgebühren. 

e.) Actenatük 408. Daa sogenannte „Neue Handel sreglement" (nowo- 
to^wy uataw) vom 22 April 1667. Die Renntniaa dieses Handelsge- 
ntzea ist zum Verstandnisa der Oeschichte des maaiachen Handels unent- 
behrlioh. Es onthalt 94 Artikel, ven denen ein groaser Theil aicb auf 
den Handel mit den Aualandern bezieht. Ein nas 7 ArCikeln bestehender 
Ajihang faeat aoaserdem noch die für die auBlSndiscben Kaudeute gelten- 
den Beatimmungen knrz zuaammen. Es wird hier zunachst daran erin- 
Dert, daas sofort nach Ankunft der auslüadiachen Schiffe in Arohangel 
ils8 Terzeichnias der Ladnng den Zolibeamten zn übergeben sei. Sowol 

1 ais sQch in allen übrigen Stadten des Reiches ist der Detail- 
Lden Aualandern untcreagt und nur der Engroahandel geatattet. 

' dürfen mit Aualandern wedor Handel noch Tausch betreiben. 
fanenhandel aoll alao den russiscben Kaufleuten gewahrt bleiben. 
■ werden die AuslSnder aufgefordert ihre Scbiffe möglichst früh 
I Jabr nach Archangel zu aeuden, damit dio Handelsgeschkhe daselbst 
In! zum Simeontage (1 September) beendet sind. Naoh Ablauf dieaer 
Frist aollen in Archangel keine Handelsgoscbafte gcstattet sein. In An- 
betracht des Umstandes endlich, daas die Aüalündcr in den letzten Jabren 
nicht Belten schlechte, gofalschte Waaren importirt and sieb dea Sohmug- 
gel« «chnldig gemacht baben, ergebt die Mahnung an eie, hinfort keinen 

1 solchem Vorwurf zu geben. ,Und am 24 April," so scblieaBt 

;z, „aind dieee Artikel auf Befehl des Zaren Alexei Michailo- 
witach oopirt und dem Beamten für Angelegen heiten der Hollander und 
Hamburger, dem Auslander Grigori Nikolajew übergeben worden, damit 
gr dieae Artikel den hoUandiachon und hambargisohen Kaufleuten eröffne, 
f dsse aelbige das Handelsgesetz kennen." 



I) The p 



t Sute o[ Russia. Londen, 1667. 



264 

CfaaracterisHsch ist hier der UmataDd, dans das nene Gesetz nut dm 
Hollandern and Haiaburgern mitgetheilt wird, der Englaüder aber nit 
keinem Wort Erwfihnang geschieht. 

d.) Actonetück 278. „Gnadenbrief, ertheilt den Amsterdamer Kaofleatai 
Daiiiel and Johairn Bemard." Unter dem 31 Jnli 1660 beschenkt der 
Zar die genannten Kanfleuto mit Zobelfellen und verleiht ihnen in Anbe- 
tracht der DienRte, welche sie dem msaieehen ReBidenten in Holland, 
John Hebdon, geleistet, das Recht aich ,GoBti" zu nennen. 

14.) Historische Acten; geBaminelt und heransgegeben voa derarchsM- 
graphischen Commiasion. Band 1 — 5. St. Petersburg, 1842. 

(Acty istoritsoheskije, aobrannüje i indannUje archeografltscheskoju kom- 
iniaBijeJD.) 

Brganzungen zn den Hiatoriachen Acten; gesaTDinoU und hersQs^ge- 
ben Ton der archaeographischen CommisaioD. Band 1 — 12. 8t. Peters- 
burg 1846—1875. 

(Dopolnenija k aktam' ietoritscheskim, BobrannQja i isdannüja archeo- 
grafitscheekoju kommissijeju.) 

Dieaea umtangroich aagclegte TJrkundenbuch enthalt AotenstÜcke aa 
Geschichte Eusalanda aus dem XIII — XVII Jahrhundert. Bei dem Stn- 
dium der commerciellen Beziehungea der Niederlande zu Russland leieten 
beaonders die „Ërganzungen za den Historiachen Acten" wichtige DieiuU 
und Kwar eind es hier vor Allem die Instmctionen lïir die Zollbeamten 
in Archangel, welchen die grSaate Auftnerksamkeit zugewandt werdM 
muBB. Der Handel sverkehr mit den Auslandern in Archangelfand w&hrenJ 
der Sontmermonate statt und beBchrSlnkte sich gewShnlich anf die Zeit 
vom 1 Juni bis znm 1 September. Das mit der Handelapolizei und 
Erhebung der Zölle betraute Beamtenpersonal ward alljahrlioh voo 
Zaren neu emannt und beatand regel ra iissig; aus einem „Öoatj," welchen 
mehrore Zollbeamten untergeordnet waren. Da nun der „Goatj" beiawnet 
Bmennnng fUr den Posten in Archangel gewöhnlich eine auatührlielie 
Instrnction erhielt, welcher die Erfahrungen und Vorkommnïsse frflherw 
Jahre zu Orunde gelegt waren, so bieten diese Instmctionen ein anschait- 
lichea Bild des Handelaverkehrs der Auslander in Archangel. Wir findeo 
in den „Erganznngen" eine Reihe von Actenstüoken dieser Art, dis 
fiber den Handel der Wiederlander in RuBaland wührend der zweiten 
Hftlft» des XVn JahrhundertB ein helles Licht verbreiten. Bei dem 
grossen Umfeng der einzelnen Urkunden sind wir gonSthigt, una anf 
kurze Angaben zn beschmnken. 

a.) ,Erg3nKung6n" Band III pag. 185—207. Juni 1649. InstniatiDn 
für den Gostj WasHÜi Fedotow, betreffend dio Erhebung der Z311e in 
Archangel. Dem Gostj wird nnter Anderem zur Pflieht gemacht, „den 
anslündischen Kaufleuten fretmdüch, echonend und zart zu beg^gnen, 
ihnen beim Erheben der ZoUe kein IJnrecht zu thun, BÏe in keiuer Weise 
nnfrenndlich zu behandeln, damit sie auch in Zuknnft gern naoh Russ- 
land kommen," Die aualandiBohen Kaufleute müasen ihre Waaren ant 
dem allgemeinen Kaufhofe abladen, aber den Hollandern und Englandern 
ist eat geatattet ihre eigeneu Höfe und Speiober 7.a baben. Aub dem 



beiliegenden TerzeiolmiflB der fiir den Zaren einzokaufenden Waaren er- 
langen wir endlich noch Kennttiiaa über die in Arcbang;el importirten 
Handelsartikel. 

6.) Ibidem, pag. 405—438. — 29 Mai 1654. Inatniotion ftlr den naoh 
Arctaangel ent»andten Gostj Iwan Pankratjew. 

e.) Band IV, pag. 375—379. — 28 Mai 1664. Inatruotion fiir den 
naeh Arehangel abdelegirten Goatj Alexei SBuohanow, 

d.) Band V, pag. 181—206. — 9 Mai 1667. Instruction fUrdenGostj 
Awerki Kirilow in Arehangel. 

e.) Ibidem, pag. 313—315. — Juli 1667. An den Zaren geriohteter 
Bericht des Öostj Awerki Kirilow über nnerlaubten Handel mit geisti- 
gen Getranken, dessen eieh oinige Hollander und andere Auslander Bchul- 
dig gemacht. 

Ad Beer den I&structionen beansprnchen hier folgende Actenatücke 
uQBer IntereBBe. 

a.) Band IV, pag. 134. - Mam 1658. Der Obrist Franz Trafert erhalt 
den Aoftrag, in den Niederlanden Ingenienre fiir den Dienst des Zaren 
anznwerben. 

i.) Ibidem, pag. 141—144. — tSai 1658. Der Gostj WaBsili Schorin 
unterbreitet dem Zaren ein Project flber die Brhöhung der ZoUeinnahmen 
in Arehangel. 

e.) Ibidem, pag. 338—340. — 27 Jannar 1664. Der Zar bestatigt 
den Niederlandern in RuBeland das alte Pririleg, auf Grnnd dessen eie 
ihren Gerichtsstand auBschJiesBlich in der Oosandtschaftebehörde haben. 

d.) Band V, pag. 55—61. — 25 December 1665. ZariBcher Gnaden- 
brief, dnrcb weJchen dem Thieleman Ackema nebat seinen Neffen Thiele- 
man und Richard die im Ualojaroslawsk'schen und Obolensk'schea Ereiee 
belegenen Eisenrabriken verliehen werden. 

e.) Ibidem, pag. 211—284. — 19 Juni 1667 bb 30 Mfirz 1668 nnd 
19 Jnni 1667 bis 26 Mai 1670. Acta betreffend den Bau des Sobiffes 
„Orjel" (Adier) im Dorfe Djedilowo. 

In diesen umfang- nnd inhaltreichen Documenten besitzen wir ein 
stattliches Denkmal dor Thiltigkeit nioderlündiBcher Techniker in Rnss- 
land. — Nachdem am 31 Mai 1667 ein Handelivertrag zwischen Per- 
sien nnd dem Zaren zu Stande gekommen, ergiebt sich fiir Rosaland 
die Notwendigkeit, behufe Förderung und Sicherung des orientalischen 
Handels, auf dem Kaspischen Meere eine Flotille zu unterhalten. Eine 
Bolche muBste aber erst ins Leben gerufen werden. Am 19 Jnni 1667 
befiehlt der Zar, in dom an der Gka belegenen Dorfe Djedilowo eine 
Schiffswertt zu errichteu. Bereits 3 Tage vorber batte sioh im Auftrage 
der ruBsiachen Regierung Johann van Sweeden, ein langjührigea Mitglied 
dor hollandischen Colonie Moscan's, in Beine Heimath bogeben, um hier 
Bohifisbanmeister und Seeleute anzuwerben und die itum Bau erfordet' 
lichen Instmmente einzukaufen. Mit der Technischen Leitung des 3chifls- 
banes ward der im Jabre 1647 aua den Niederlanden nach Moscau ein- 
gewanderte Obrist van Bukhoven betraut. Der Werbangjohann van 
Sweeden'B nnd seines Neffen, David ButlerB's, aind dann im Ganzen 18 




266 

HollÜnder gefolgt, um tfaeib beim 3chlifabau, theils bei der Aasrüstai 
des zum Frühjahr 1669 fertiggeEtellten SchiffeB „Orjel" VernenduDg 
finden. Der „Orjel" erreichte glQuklich Astrachan, wurde aber hier t 
reitB im Jahre 1670 von deat rDBBJBchca Kebellen Stenka BaÜD n 
brannt. Ein Ersatz für das zeretörte Schifl' ist nicht geschafien wordeaj 
die Kataatrophe von Astrachaa batte die oiederlündiBcbe SohifiBm 
schaft auseinandergesprengt und die Werft von DJedilowo stellte 
Thatigkeit ein. Yen den Niederlaodern, welche der Bau des „Orjer 
nach Ruesland Tilbrte, haben nor Karaten Brandt, der nachmalige N 
gadoDslehrer Peters des Orossen und Jan Janszoon Struys, welcher 
Beschreibung seines Aufenthaltes in Husaland veröffentlichte, eine naolt 
haltigere Spnr binterlassen. 

/). Band IX, pag. 126—130. — 11 Juni 1679, Vorfügung desZaraii 
hinsichtlich der Daner des Marktea in Archang 

Am 3 Juni 1679 überreicbt der hollandische Resident Baron WilhelB 
Ton Keiler dom Zar ein vom Marz desselben Jahres datirtes Sehreibro 
der General staat«n, in welchem der Zar eraucht wird den Markt in A> 
cbangel nicht langer als bis zum 1 September eines jaden Jahrea 
statten. 

Der Zar erfiillt dieses Qesucb und gesteht den Eanfleuten aasBerd^ 
das Recht zu, die wabrend des Markt^ unverkauft gobliebenen Waaroo! 
bis znm Be^nn des nachsten Jabrmarktes in Archangel zu stapeln. 

g). Band XII, pag. 23—94. 1696. 1697. Actenstücke. betreffend Fraw 
Timmerman und die durcb seine Yermittelung aus den Niederlande^ 
naeh Bussland berafenen Schiffibaumeister, Seeleuto und Handwerker. 

15), Ruasisches Archiv. Herapsgegeben von P, Bartenjew. HoBcau. 

[Kasaki archiv. Isdawajemyi P. Bartenjewym]. 

Im II. Buch des XVII Jahrgaoges (I67ij) dieser historiacfaen 'a 
schrift berichtet P. Jurtschenko (pag. 265 — 269) über i ' 
Befehl Peters des Groasen begonneno rusaisohe Uebersetznn^ des tw 
J. Struys verfassten Beriehtes über seine Reiae durcb Euasland. — Das I. 
Buch dea XVIII Jahrganges (1880) des „Eussischen Archiva" enthitt 
sodann (pag, 17 — 128) eine von P. Jurtaohenko angefortigto ruasisol» 
Ueberaetzung der von Rnsaland ban deinden Capitel des Struys'schft 
Reiaewerkea „Drie aanmerkelijke en seer rampspoedige reyaen door Itatia 

Griekenlandt, Lyflandt, MoacoTien, Tartarijen en Terscheyden aodei 

gewesten. Amsterdam 1676." — Der nissischen Ueberaetzung ïst e' 
gnte Einleitung ipag, 1 — 16) vorausgeschickt. 

16). Materialien zur Geschioht« der Mediein in Russland. St. Petersbuilg 
1881—83, ^^ 

[Materjaly dlja istorii mediziny w RosaiiJ. 

Die Yerwaltnng des Medicinalweaens im Staate Moscau war der ■ 
Ënde des XVI Jabrhunderts begründeten ,Apothekerbehörde" (apt» 
karaki prikaa) anvertraut. Ein nicht unbetrachtlioher Theil der Aota 
dieaer Behörde hat siob in dem Archive des Ministeriums des Innem ■ 
St. Feteraburg erhalten nnd iat auf Yerfugnng des Kedioinaldepartemen 
imter dem oben genannten Tit«l veröEfentlicbt worden, Daa hier di 



Banfltzang zngËlnglich gemachte Material am&«st die Jahre 1620— 
Düd darf bei einer Darstellung dos Wirkena der hollandiachea Aerzte in 
Rneslaud nicht nnberücksichtigt bleiben. 

17). Die Briefe und Papiere Petere des Oroaeen. Band I. II. St Peters- 
burg 1887—90. 

[Pisma i bumagi imperatora Petra Welikawo]. 

Diese unter den Auspiciën der ruBsiecben Staatsregierung begonnane 
Edition, deren Redaction dem Directer der Eaiserlichen Oeüentlichen BibliO' 
thek zu St. Petersburg, A. Bytscbkow, anvertraut ist, Boll umfassen: Die 
Briefe und Befehle Peters des Grossen, sowie seine Resolutionen auf Be- 
richte und BittBchriften, nebst den in seinem Auftrage abgefassten Briefen 
und Papieren; ferner die wêhrend seiner Eegierung mit den auawartigen 
Machten abgeachlossenen Tractate und Vertrage; sodann die von dem 
Herrsoher selbst redigirten Instmctionen fiir die russischen Diplomaten 
im Aualande; endlich die xata Behufe der Beförderung der Wohlfahrt 
des Beiches erlassenen Verfügungen Petera des Grossen. In den beiden 
big jetzt erschienenen Banden iat das Mat«rial iur die Jahre 1688 — 1703 
znaamme ngetragen. 

18). Materialien znr Geschichte der russischeo Flotte. HerauBgegeben 
Ton e. Jelagin. Band 1—9. 3t. Petersburg, 1875—82. 

[Materjaly dlja istorii rusakawo flota.] 



IT. Literatnr. 

19). W. Erestinin. Skizze einer Gesohichte der Stadt Cholmogory. 
St. Petersburg. 1790. 

[W. Krestinin. Natschertanije iatorii goroda Cholmogor.] 
20). W. Krestinin. Kurzgefasate Geschiehte der Stadt Archangel. 
St. Petersburg. 1792. 

[W, Erestinin. Eratkaja istorija o gorode Archangelakom.] 
Die Stellung, welche Archangel wahrend dea XVI und XVII Jahr- 
hunderts unter den übrigen Stadten des Staatea Moacau eiunahm, wird 
in trcfiender Weise durch den Umstand charaeteriairt, dass dieses Handels- 
centrum zu jener Zeit im Volkamande den Namen „Stadt" (gorod) trug. 
War schlechthin tou der „Stadt" die Rede, so war Archangel gemeint. 
Eiae Geachiohte der Stadt Archangel wahrend des bezeiehnetea Zeitrau- 
raes muaa, entaprechend der Bedeutung, welcbe dieser Ort fïir den Aus- 
senhandel Rnaslands hatte, einen weaentliohen Beitrag znr Gieschichte 
des mssiBchen Haiidela bieten. Leider wird eine aolche Daratellung in 
erwflnschter Yollstandigkeit nie geliefert werden können. Die Arcbive 
Arohangels sind der Zeratörung anheimgefallen, bevor ihre Schütze von 
kundiger Hand gesiohtet und historisoher forschung nutsbar gemacht 
werden konnten. W. Erestinin, gebürtig aus Archangel und Archivar 
des dortigen Magistrata, bemuhte sich, von Interesse fiir die Geschiehte 



seiner Heimath beseelt, im Jahre 1768 um die ErlaubnisB, die örtlichen 
Archive dnrchforsohen zu dürfen. Er erhielt eine absehiagige Antwort 
und alB dann bald Jarauf, im Jahre 1770, eioe Feuerabrunat daa Arohii 
der Goavernementsregierung vernichtete, war die reiehste Fundgrube Sr 
die tJeachichte der Stadt fiSr die Nacbwelt Terloren. Kreatinin bat aici 
durch den ihm gewordeuea Beacheid Dicht eatinuthigen laBsen und nil 
Eifer die ibm ziigiiQglichen Materialiea zor Geaohichte aeinoa Geburtj!- 
ortea ond deaaen Naebbaratadt Cholraogory geaammelt, um aie daun in 
den oben genannten Schriften zu verwerthen. Beide Werke dürfen tfoti 
ihrea Altera noch heute die Aufmerkaamkeit der Oeachichtaforacber be- 
anspruchen. 

21). S. Ogorodnikow. Skizze einer Geachiohte der Stadt Arohangal, 
St. Petersburg, 1890. 

[S. Ogorodnikow. Otacherk istorii goroda Archangelska,] 
Dieae Monographie erachien zuerat in dem vom Gelehrten Comité des 
Marineminiateriunia zu St. Petersburg herauagegebenen „Marine-SIagaïin 
[Morskoi Sburnik], Band 232—236, (1889-90) and aodann in der oben 
angeführten Separatausgabe. — Wenn der Verfaaaer sein Thema aoch 
nicht ersohöpfend behandelt, so hat er immerhin eine fleiaaige Arbeit 
geliefert, deren Werth dadurch erhöht wird, daaa der Verfaaaer aich nicht 
nur auf daa Btudium gedruokter Quellen beachrankt, sondern auah m 
Archiven geforaeht hat. Beitrage liefertea: daa Moacauer HauptarchiT 
des Miniateriuraa dea Auawartigen und der Juatizj femer in St. Peters- 
burg daa Archiv dea Zolldepartemeuta, daa Uauptarchir des Marineoii- 
niateriuma aowie daa Archiv des Departemeuta für Handel und Manukc- 
tnren. Zu den in te reaaan testen Ergebniasen der Forachungen zur alteren 
Geachichte der Stadt, reehne ich die vom Verfaaaer ira Archive desJna- 
tizminiat«riuma gefundene zeitgenössiache Beaohreïbung Archangela ta 
Anfang dea XVII Jabrhunderte, aowie die im Archiv dea Miniaterinoif _ 
des Auawartigen benutzten Angaben tlber die Zahl der im XVII Jaa 
hnndert in Arohangel aniangenden aualandiacheu Eanffahrer, Der Vf^ 
faaaer kommt zu dem Reaultat, dase im XVII Jahrhondert die 
Niederlanden kommenden Schiffe daa Haup toon tin gent bildeten. Von il 
Sohiffen, die im Jahre 1618 in Arohangel vor Anker gingen, waren 8 
hollandiache. i 

^ Kljutacbewaki Die Berichte der AusIüDder Uber den StM 
MoBcan. Moscau, 1866. 

[W. Eljntscbewski. Skaaanija inostranzew o moakowakom goeandaratn 
Dieses Bucb stellt die Érstlingarabeit des jetzt rübmiich bekai 
ten Moacauer Profeaaors dar. Der Verfaaaer unternimmt es hier, i 
Grund der zeitgeuöasiacben Berichte der Aualander liber Rusaland ^ 
Bild des. Staatea Moscau im XVI und XVII Jahrhundert zu eutwerfen- 
Er achildert aomit an der Hand der Reiseberichte Fletcher's, Herber- 
atein'a, Oleariua' o. a. w. den Umfang dea Staatea, den Empfang d» 
fremden Geaandteo in Moacau, den Herracher und seinen Hof, das 1 
die Jnatiz und Verwaltung, die Einnahmeqoellen der Krone, das Klil 
den Boden und aeine Producte, dio Bevolkeruug, die Stadte und ei ' " 




lieh den Handel, wobei er auch die Nachrichten über den Handel der 
HoUander in Eussland (pag. 245—258] wiedergiebt. 

23). I. Chruschtachow. Zur GeBchichte der rusBÏBchen Poat. 8t. Petera- 
burg. 1884. 

[I. Chniscbtechow. K iatorii rDsakich potacht.] 

24). A. FabriüiuH. Die Post and die VolkswirthRahaft in Russtand 
wahrend des SVIl Jahrhunderts. St. Petersburg, 1864. 

[A. Fabricins. Potschta i narodnoje choseistwo w Rosbü w XVII 
Htoletii.] 

DaB Poatwesen in Rnasland iat im Jahre 1665 durch den in Moacaa 
aneaasigen, oben bereits erwiihnten hollündiachen Kaufmann Johan van 
Sweeden eingerichtet und von ihm bia zum 1 Juni 1667, gegen einen 
jahrlichen Oehalt von 1200 Rnbein, verwaltet worden. An seine Stelle 
trat bis zum Jahre 1675 der Hamburger Peter Marsalia, worauf Andreaa 
WinniuB, der Sohn einea unter der Kegierung dea Zareo Michael nach 
Suasland eis ge w anderten hollandiachen Kaufmannes, den neu creirten 
Titel einea zarischen Poatmeiaters erhielt. 

25). I. Tachiatowitach. Oeachichte der eraten medicinischen Schulen ia 
RoBBland. St. Peteraburg, 1883. 

[I. Tschiatowitflch. latorija perwyoh medizinakich fichkol w Rosaü]. 

Das Bach zerfallt in zwei Hiilften : wahrend die erste Gescbichte der 
mediciniachen Schulen und die Lage der Heilkunde in Russland im 
XYII Jahrhundert behandelt, eathalt die zweite Hülfte Beüagen. Die 
wiahtigate derselben iat ein alphabetisches Terzeichniaa (Beilagen, Seite 
66 — 366) sammtlicher Aerzte, die in Ruasland im Laufe dea XVIII Jahr- 
handerts practisch thatig geweaen sind. Das TBchistowitseh'aehe Werk 
masBte hier genannt werden, weil die Geschichte des medioiniachen Unter- 
licbts in RuBsland unzertrennlicb verknüprt ist mit dem !Namen deB Hol- 
landers Nicolaua Bidloo, welcher im Jahre 1702 als Leibarzt des Zarea 
Peter nacb Russland berufen wurdo. Seioem EinfluBS auf den Zaren ist 
es zuzuBcbreiben, dasB Peter am 25 Mai 17Ü6 die Oründung eines grossen 
Militarhospitals in MoBcau und, in Yerbindung mit dieaer AnBtalt, die 
Einrichtnng einer medicinischen Schale, der ersten in Rnsaland, decretirte. 
Als Leiter dieaer Institute bat Bidloo sich die grSssten Verdienste sF' 
worben. — „Tschistowitsch bat in soinem Werke über die Geachichta 
der medicinischen Schulen in Russland eine Fülle von Einzelheiten iiber 
Bidloo's ThiLtigkeit mitgetheilt und unter Anderem aucb dargethan, wie 
dieser Maan, gleich ausgezetchnet als Gelehrter and Lebrer wie als Ad- 
mitÜBtrator, ea verstanden habe, gegen alle Sohwierigkeiten, welche aich 
der Entfaltung seiner Hospltalschule entgegenatellten, anzakampfen. Bidloo 
that das Mögliche, indem er selbstveratündlich die Erankenhaaser und 
Scbulen seines Heimathlaodes, Hollands, zum Muater nahm. Eb war der 
aaBgezeichneten Fersönlicbkeit Bidloo's, seiner Humanitat, aeinem pada- 
gogischen Tact zu danken, wenn ea, so lange er an der Spitze des Mos- 
cauer KrankenhauBea stand, nicht an Sohülern fehlte. Das anderte sicb, 
Bobald die Verwaltung der Schale nacfa Bidloo's Tode (1735) in andere 
Bande Uberging. Bidloo war in Moscau eine überaus beliebte Persönlich- 




ü 



keit und erfreute eich einor aasserge wöhnlicbcn Popularitüt. Ët gehort 
nnbediiigb zu den gröasten arztticheu Notabilitaten, welche jemala ii 
RuEeland ttaatig geweaen aind"'). In dem oben erwahnten Yerzeictinin 
der Acrzte Snden wir fêrner die LebensbeschrBibung der hollanduchHi 
Aerzte, welche wahrend des XTIII Jahrhunderta, zuid Theil mit dan 
gTÖBsteo Erfolge, ilire arztiiche EuDst in Russlaud auBgeübt baben. S> 
sind das namentlicb folgende : Hermaan Koau-Boerhave und AbrafaiS 
Kaau-Boerhave, Johennea de Gorter, David de Gorter, Zacharias TM' 
der Hulst, Paul Guyongyosai a Petteny, Andreaa van der Norden, PrieJ" 
rich ScheidiuB. 

26), D. Zwetajew. Ans der Geschichte der nuslandischeQ Glanbensb» 
keontnisse in Russland im XYI und XYII Jahrhundert. Moscau, 1880. 

[D. Zwetajew. Is ietorii inostrajinych ispowedani w RossÜ w XTI 
XVn Btoletijach]. 

27). D. Zwetajew Der ProteBtantismus und die Proteetaoten in Eno- 
land bis zar Epoche der Boforraen. (Ende des XVII Jahrh.) Moscan, 1890. 

[D. Zwetajew. Protestantstwo i protestanty w Robbü do epoohi pre(^ 
brasowanü]. 

D. Zwetajew, gegenwiirtig Professor der rus^ïschen Geachiohte «n Wat- 
Bchau, hat die Geschichte der Analander in Rusaland zu aeinem Special- 
stndiam erwahit und seit dem Beginn des verfloaaenen Jahrzents üi 
Reihe van Abhandlungen fiber dieaen Oegenatand im Journal des Hinist 
riums der Volkaanfklarung [Sfanrnal miniaterstwa narodnawo proewesohik 
schenija) nnd im Russischen Boten (Rusaki Weatnik) verSSentlicht II 
den beiden vorliegenden Werken, welehe zn dem Besten gehören, 
die rusaiaehe historische Literatnr der lotzCen Zeit aufznweiaen hat, 
einigt der Verfasaer die Reaultate seiner Stadiën. Er hat die MoscanH 
Archire mit dem gröaaten Eleiss durohforscht und viel Neuea zn Tagn 
gefördcrt, beherrscht aber zugleich die einscblügige Literatnr in voll 
Maase, wovon die reichlichen Citate Zengniss ablegen. 

Daa erstgenannte Werk „Aus der Geschichte der aualandisohen 01 
benabekenntniase" zerfallt in zwei Theile, Der erste „ProtegtantiB 
Eirchen und protestanti^che OeiBtliohkeit" nimmt den grösBeren TheU 
Bandea ein und stellt die Entstehung der evangelischen Qemeinden 
Staate Moscau, die Entfaltung und Zustande des inneren Gomeindeleb 
der Protestanten in Moscau und anderen Stiidten des Beicbes dar. ] 
zneitc, uns hier weniger interessirende Theil „Die Erbauung der ere 
katholischen Kirche in Moscau" schildert die Bestrebungen der Eathol 
daa Recht der freien ReligionBÜbung zn erhalten. Dieae Bestrebnn| 
werden erst unter der Regiemng Peters dea Grossen mit Erfolg gekrc 
Wahrend der Regiernng des Moscan'acfaen Staates die Entwicklnng 
ProteatantismuB nie emstlich binderte, verhielt sie sich den Vertret 
der römiBcb-katholischen Kirche gegenüber fórtdauemd ablehnend und m. 



n Jahre 1800. Si, Petersbi 



trauiacfa. So kam es deun, dass die ËTBngeliacIien schon nm die Mitto 
des XYI Jahrhunderts eine Kirche beaassen. die erste katholiache Eirche 
aber erst in den leztcn Jahron des XVll Jahrhiinderts errichtet worden 
konnte. 

Mehr noch als das soeben genannte Werk Zwetajew's, entapricht unseren 
Zwecken seine neueute Arboit über den „Protestantiamus and die PrO' 
testanteo in Kussland." Der Verfattaer beschrankb hier seine Daratellung 
nicht Baf eine QescMchte der proteatantischen Kirchen und Qeiatlichen, 
BOndern bietet den Fachgeooaaen eine den Glegenatand nahezu erachöpfende 
allseitige ünterHucbung über Wesen, Leben und Schickeale der Proteatanten 
in BuBsland, von ibrem eraten Auftreten daselbat bia gegen Ënde des 
XTII Jahrhiinderts. Von der Fülle Inhalta wird die Anfzahlung der 
einzelnen Capitel eine Yoratellung gewfihren. Capp. I. Aenaaere GleBchichte 
der protestanti üchen Gemeinden, ihre Kirchen und Geistlichkeït. II. Die 
Beligionafreihcit der nicht im raasiachen Staatadienat atehenden nnd nor 
zeitweilig in Rusalaad lebenden Proteatanten. III. Die Organiaation der 
kirchlichen Adminiatration. Der Character dea Qotteadienatea. Die BildungS' 
mittel (.Schillen, Bucber n. a. w.) IV. Züge aua dem Leben, den Sitten 
nnd gegenseitigen Verhaltniaaen der Proteatanten. Y. Die Beziehungen 
der Protestanten zu der griechiach -orthodoxen ruBaiachen Bevölkerung 
und die Verrusanng der zur griechiBcihen Kïrohe Obergetretenen Pro- 
teatanten. YI. Die EheacbliesBungen. YII. Die Propaganda der Proteatanten 
und der Eampf gegen dieselbe. VIU. Die gesetzQch geatattete Thatigkeït 
nnd der Ëinfluas der Proteatanten auf ihre ruaaiacbe Unigebung. 

28.) A. Wiskowatow. Der Bau von KriegsBchiffen in Rusalaad wahrend 
der Begierung dea Zaron Michael Feodorowitach und Aiexei MichaiJowitsch. 

(A. Wiakowatow. Strojenije woennych aaydow w Eossii pri zarjach 
Miohaite Feodorowiteche i Alekaie Michailowitache.) 

Abgedruckt iin Marine- Magazio (Morakoi Sbornik) Band XX. (1856), 
pag. 69 — 131. Eine zuverlilBsige Schildemng der Tbütigkeit der aua den 
Niederlanden berufenen Teobniker, bei dem Bau dea „Orjel" auf der 
Werft ¥on Djedilowo, fiodet eioh hier pag. a7— 131. 

29.) 8. Jelagin. Gesohichte der ruaaiachen Flotte. Die Periode Ton 
Asow. Textband, dazu Beilagea in 2 Banden. 3t. Petersburg 1864. 

(S. Jelagin. Istorija rasskawo flota. Period asowaki.) 

Daa Werk iat im Auflrage dea russiachen Marinerainisteriuma, haupt- 
sachlich auf Grundlage von Arehivalien, vcrfasat und behandelt die Ge- 
achiohte der Aaow'achen Flotte Poters dea Groaaen bia zum Jahre 1712, 
In den Beüagen findet eich ein reicbes Actenmaterial zur Qeachichte 
niederlandiach-rusBÏBcher Beziehungen. 

30.) Th. Weaaelago. Skizze einer Oeachichte der ruBsischen Mariue. 
Th. I. St. Petersburg, 1875. 

(F. Wesaelago. Otacherk russkoi morakoi istorü.) 

Bietet eine Geacbichte der russischen Marine ron dor Grfindung des 
Tussischen Staatea bis zum Jahre 1725. 

31.) N. Ustrjalow. Geschichte der Begierung Peters des Grossen. I — III, 
IV, 1. lY, 2. VI. St. Petersburg 1858—1863. 



272 

(N. üstijalow. Istorga zarstwowanga Petra welikawo.) 
Ustrjalow gebührt das Yerdienst mit seinem gross angelegten Werk 
der Peterforschung eine Fülle neaen Materials dargeboten zu haben. Er 
bat niebt nar aas den Arebiven des Inlandes and Aaslandes mit Yollen 
Handen gescböpft, sondem aacb die einbeimiscbe and fremde Literatur 
berücksicbtigt and kritiscb verarbeitet. Sein Werk ist leider ein Torso 
geblieben. Es filbrt in den 4 ersten Banden dié G^obicbte Peters nor 
bis zam Jabre 1706. Dem lY Bande bat der Yerfasser dann ausser der 
Reibe den YI Band, welcber die Gbscbicbte der Zarewitscb Alexei ent- 
balt, folgen lassen. 

Ustrjalow bat das Yerbaltniss Peters za Holland and den Hollandern 
in angemessener Weise bebandelt; er kennt die Werke Scbeltema's and 
bat niobt selten Grand Letzteren za erganzen and za beiicbtigen. In 
dieser Hinsiebt sei yer wiesen aaf Ustrjalow, Band II, Cap. lY: „Die 
ersten Mitarbeiter Peters," sowie Band UI, Cap. UI : „Peter in Holland/' 

D o r p a t , Universitatsbibliothek. 

15/27 Februar 1891. B. Gordt. Cand. dipl. 



REGISTEK 
der in het Verslag voorkomende Personen. 



Ackema, Elisa, . ..... 42 

Ackema, Tieleman Lus, . 28, 35, 41 
Adajefskij ....... 216 

Adriaan Lucaszoon, zie Siebrecht. 
Afanasiëfy Afanasij . . . 82,91 

Aladjien 104, 142 

Albemarie 195 

Aleksejef 241 

Aleni^on, zie Anjou. 

Alefeld, Baron van, 122, 131, 154, 

156, 158. 
Alexis Michajlowietsj. . . 28-48 

Alferiëf, Adolf, 43 

Alin, Isaao, 19' 

Aljabiëf, zie Oljabiëf. 

Alphen, van, . . . . 151, 162 

Amiref 43 

Andrejef 82 

Angelaer, Johan, . . . . 24, 47 
Anjou, Frans van, . . . 4, 5, 6 
Anjou, Hertog van . . . .113 
Ankidinof, Timofej (Timosjka), 42 
Anna van Eusland. . 225, 226, 227 

Antinief, ÏJ^^or 48 

Apraksien 76, 99, 104, 114-120, 

136-143, 163-171, 175,186-194, 

205-208, 213, 214. 



Arends 238 

Augustus van Polen . . . .101 

Awraamof 68 

Awramof, Michaël, . . . . 90 

Bade, Markies de, ... . 6 
Bajbakof, Iwan, . . 28, 32, 35-40 

Bajkof, Jermola, 46 

Bakker 239 

Bakoenien 233 

Baraljon 196 

Barboet 197 

Barettilandi, Markies, . . .194 
Baries ijodorowietsj . 3,13-15,17 

Barjot 5 

Bas 157 

Beerlant, Abraham van, ... 22 

Beke 110 

Beklemiesjef, Peter 91 

Bens 211 

Bernards, Jan, 22, 27 

Bernsdorf. 185,191 

Bertrand, Gustave, .... 4 
Bidloo, Nicolaas, . . . . 79, 81 
Bie, Jacob de, 104, 142, 162, 186, 

188, 196-204, 206, 208, 209. 
Bjezbarodka 283 



274 



Bleeck van Bgsewijk, Dr. van, 8 

Bloemaert 41 

Blok, Prof. Dr. P. J., . . . 1 
Blok, Willem van de, . . . 23 
Bois d'Annebon, Da, ... 5 

Bommazarij 211 

Boreel, Jacob, 46 

Bons, zie Baries Fjodorowietsj. 
Borisow (Bariesof) . '. . .231 

Bork, van, 32 

Borselen, van, 205 

Bosch, van den, . . . 180,202 
Boude wijn Thomasz . . . . 51 

Boudewijnsz 42 

Bourdaisive, De la, ... . 6 
Bournazel, Baron de, . . . 6 

Brandt, Adam, 67,75 

Brandt, Christoflfel, 59, 67, 77, 83, 
95, 99, 114, 128, 138, 142,165, 
167, 188, 193, 196, 204, 205,208, 
212-215,219-222,224,225. 

Brandt, Isaac, 104 

Brecht, Van der, 50 

Bredal 197 

Brederode, Keinoud van, . . 19 

Brienne, De, 4 

Brouwer, Samuel de, ... 23 

Bruce,' Jacob, 198 

Bruyn, Cornelis de, . . . . 82 
Buchling, Maarten, . . 27, 46, 47 

Bühler, Baron, 2, 9 

Burgh, Albert, 23,40 

Burgh van Kortenhoef, Coenraad, 40 
Burgh, Johannes van den (der), 9, 84, 
91, 92, 95, 99, 104, 105, 114-122, 
136-143, 162-169, 180, 186, 188, 
193, 196, 197, 204-207, 21 1, 212, 
215,219,221,222,224,225. 
Burmania, Van, . . 162, 206, 207 

Burmans, Elisa, 24 

Busch, Andries, 43 

Buys . . . 93,97,110,130,201 

Cadogan, Lord, 194 

Gannegieter, Coenraad, ... 48 

Catharina, zie Medicis. 

Qatharina 1 223 



Catharina II ...... 229 

Cerisier 239 

Chancellor 108 

Chateauneuf. . 184,185,195,196 

Chielkof, Prins, 41 

Claaszen 41 

Cliflford, Madame, 241 

Coljers . . . 63,109,191,192 

Colster, van, 205 

Conders, zie Helpen. 

Constantijn Cornelisz. . . . 21 

Cornelis Gerrijjts 221 

Corver 93 

Cossé, De, 5 

Cromwell 131 

Cruys, Cornelis, 59, 76, 83, 104, 120, 
163,164,189,215,216,219. 

Cruys, Jan, 204 

Cziszagoff, zie Tsjietsjagof. 

Dalgaroekij, 96,» 99, 104, 105, 109, 
122,142,153,162,163,171,186, 

188, 193, 196, 204, 211, 213, 218, 

219,222. 
Dale, Andries de la,. . . 40,41 
Dale, Pieter de la, 23, 26, 27, 40, 

41, 46. 

Dasjkof, Peter, 58 

David Claasz 23,42 

Dedel 289 

Dekker, Jacob van .... 19 
Demetrius, Pseudo-, . . . .3,4 

Derol 102 

Devenport, Lord, 177, 195, 201, 203 

Devker 190 

Dezaguls 138 

Dickenson 41 

Dieu de 226 

Dix, Arnoud, 59, 67, 68, 72, 82, 83, 

86, 91, 196. 

Dix, Zacharias, 82 

Djemjentief, Iwan, . ... 40 

Dolgof 10 

Donckert, Abraham, .... 9 
Drjabien, Njelsjaj, . . . 32,37 

Dnbrowskij 4 

Duker 202 



Elisa Jurjensz 24, 25 

EUsabeth van Rnsiand ... 228 
Eugenius van Savoye 113, 129, 131, 
172, 177. 

Everhard Jaoobsz 19 

Exel, Gilles van, 23 

Fabricius 63,202 

Fagel 195, 201, 203 

Faronville 6 

Een zei, zie Frentzel. 

Filaret, Nikitietsj . . . . 21, 33 

Filaretof 197 

Filimon Filimonsz 23 

Fjodor Aleksejewietsj . . . 48-50 
ÏJodor Bariesowietsj . . 3, 16, 17 
Fjodor Iwanowietsj . . 3, 16, 17 

Fjodorof 10 

Fjodorof, Iwan, 27 

Fleming, Graaf, 150, 151, 171,177 

Fomien, Iwan, 27 

Frentzel, Jeremias (Harmen),25,26,40 

C^agarien, Joerij 221 

Galawien, Fjodor, 52, 57, 58-90, 221 
Galietsyn, Prins, . . . 230-234 

Galietsyn, Prins, 87 

Galietsyn, Prins, 117 

Gallas 109, 110 

Galofkien 91-105, 142, 143, 145, 

147,168,162, 163,171,172, 176, 

177, 186, 188, 189, 196, 197, 204, 

222-228. 

Galoftsof 190,194 

Gardie, Graaf Jaoob de la, 6, 7, 9 

Gaskonje 58 

Geel, van, . 41 

Geer, Louis de, 7, 8 

G^rasimof, Gregorij, .... 20 
Gerzdorf, Baron, 145, 149, 158, 154, 

156, 159. 

Goens, Jan, 24 

Goes 111, 148, 152, 179. 186, 188 
Goes, Jeremias van der, 13, 14, 19 

Golosof, Ljef, 90 

Gon, Johan van der, .... 76 
Goossen 41 



Gorderson, Johan, . . . . 40, 41 

Gorel, Jan van, 24 

Gortsyn, Alexander, .... 58 
Görtz, Baron, 159, 192, 193, 196, 
197, 201, 202, 205. 

Govers . . , 68 

Graaffland 239 

Gramotien, Jacob en Iwan, . .104 

Grave, Hendrik, 22 

Gront, Andries, 45 

Gross 229 

Gruyter, de, 164 

Guiscart, Markies de, . . .118 

Haersolte van den Kranenburg, Ba- 
ron, 86, 104, 123, 189. 
Hartman, Daniël, . . . 50, 57, 68 

Hasselaer 205-207 

Hebdon, John, 43 

Hebdon, Richard, . . . . 43, 44 
Heeckeren, Baron van, . . .283 
Heems, Baron,. . .131,132,159 
Heinsius, Anthonie, . . 162, 208 
Heinsius, Nicolaas, .... 48 

Heinzelman 225-228 

Helpen, Bernhardus Gonders van, 9 
Hendrik III van Frankrijk . . 4, 6 

Herckmans, Elias, 3 

Hespe, I. C, 239 

Hessen-Kassel, Prins van, 210, 218 
Heyden, Gregorius van der, 22, 23 
Heyden, Jan van der, . . .117 

. 231-233 
... 26 
... 41 
162,201,203 
... 221 
... 91 
... 179 
65-67, 70-78, 



Hoeven, van der, . 
Holman, Abraham, 
Holst, Alexander, . 
Hop . . . .185 
Hooy, Jan Jansen, 
Horst, van der, 
Houtman, Abraham, 
Houtman, Adolf, 60, 

76-78, 81, 84, 86 

Hovy, Ludwig 234 

Hulst, Hendrik van der, 47, 57, 67, 

68, 77, 83, 86, 91, 95. 

Ignatiëf, Iwan, 27 

Iwan III . 228 



?76 



Iwanof, Almaz 46 

Iwanof, Merkoel 22 

Jacobus v&u Breda • * . . 10 

Jan Andriesz. 21 

Jan Cornelisz 23 

Jan Jochemsz 23 

Jelisejef, Matwej, 87 

Jeremias Andriesz 22 

Jermen, Hendrik 68 

Joeriëf, Gabriël, 42 

Joeriëf, Iwan, 197 

Jong, De, 79 

Joukes, Eoelof, 287 

Kalosjiën, Loeka 189 

Kaiosjiën, Michaël, . . . .189 

Kalytsjof 236 

Kanachof, Kostjka, .... 42 
Kaniesjef, Afanasij, .... 58 

Kapylof, Iwan, 23 

Karadien 195,204,219 

Karel II van Spanje . . . .117 
Karel IX van Frankrijk, . . 4 
Karel XII van Zweden, zie bijna alle 

brieven van Matwejef enKoerakien. 

Kartatsen 24 

Kasjejef, Abraham, ... 44, 45 

Kasper Frederiksz 21 

Elatasjichien 14, 28 

Keeper 103 

Keiderman(Koiderman),Thomas,48,51 
Keiler, J. W. Baron van, . 49-52 

Kiekien 104 

Kiezel Jeremias 225 

Kinsbergen,van,234,235,237,238,241 
Kinslus, Abraham,. . 57, 68, 82, 83 
Klenk, Jurjen Jansz., 15-17, 19, 20, 

24, 26, 27. 34. 42. 
Klenk, Coenraad van, . 43, 46, 49 
Kloek, Elisa, . . . 50, 52, 67, 91 
Koedijaftsof, Stepan .... 29 
Koerakien, Prins, . . . .99-222 

Koerbatof. . 68 

Kok, Andries 22 

Kolderman, Andries Thomasz., . 28 
Kondyref, Iwan, 20 



Korbet, von, 46 

Kordt (Cordt), Benjamin, . . 9 

Krook 92 

Krouze 231 

Kryzjefskij, Alexander, ... 82 
Kuzort 22,23 

Iiaat 21» 

Ladislaus van Polen .... 4 

Lantsjiensk^ 133 

Larionof, Gregorius, . . . 23,86 
Laten, Christoffel van, ... 86 
Latmar, Baron, 183, 147, 150, 161 
Leeuwen, Daniël van, . . .212 

Lefort, FrauQois 52,56 

Leontiëf 81,82 

Leszczynski, zie Stanislaf. 
Liebergen, Arnoud van, ... 22 
Lilienrot, Graaf^ . . . .83,84 
Linde, Dr. A. van der, 2, 19,20,24 

Lit, de 110,124,127 

Ljwof, Gregorij 29 

Ljwof, Prins Iwan, 99. 104, 115, 141, 

143,162,163,175,176,187. 

Loetoehien B2 

Loot, van, 1^ 

Lorens 220 

Lossius, Johannes, . . . . 6 

Louren^, Jochem, 240 

Lups, Jan, 58, 59, 67, 82, 83, 86, 91, 

92, 104, 128, 162,164,186,204, 

215, 224. 

Mailleray, de la, 6 

Makarof . . . 189,193,212,219 

Marcel 5,6 

Marcelis 35 

Marina, zie Sandomirska. 
Marlborough, Hertog van, 93, 94, 
100-102, 116, 130, 131. 

Marozof, Baries, 42 

Marsof, Iwan 42 

Martinengues, Graaf de, . . . 6 

Matjoesjkien 21^ 

Matkof, Peter 40 

Matson, Jasper, 1 

Matth^'s 21 



277 



Massa, Isaac, . 2, 4, 19, 20, 22, 24 
Massa, Jan Abrahamsz., . . . 21 
Matwejef . . . 58-105, 184, 178 
Mediois, Catbarina de, . . . 4, 6 

MeermaD, Jan, 22 

Meller 48 

Mensjikof, Prins, 122, 150, 164, 189, 
190, 200, 215, 221, 224. 

Merrick, John 6, 7, 19 

Mesjerskij, Prips, 212 

Meulen, Jan van der, ... 79 
Micbaêl fjodorowietsj . . 16-27 
Micbajlof, Micbaël, .... 48 

Micbajlof, Wasüy, 211 

Mikl^'ef, Peter, 44 

Milaslafsk^j, Prins Il^'a, 28, 82, 85-40 

Misjoekof. 164 

Moorman, Frans, 27 

Mortier, Juan de, 212 

MoacfaeroD, Koezma de, . . . 21 

Moules , 167 

Moulin, Karel du,. . 18-21, 28, 27 

Naoemof, Wasilij 57 

Narysjkien 105, 129 

Nasjokien, Bogdan (Bagdan), 44, 45 

Nazariëf 67 

Nelson 164 

Nestor 11 

Nijkerke, Joost, 24 

Nikiforof 197 

Njemtsjien, Antsa, .... 15 

Njemtsjinof 49 

Njestjerof 48 

Njewjerof, Micbaël . . . . 20 

Norof 215 

Norris 218 

Obolensky, Prins, . . 2, 19, 20, 24 

Oekrajnisof 48 

Oesjakof, Stepan, 19 

Ofort, Andries 50 

Oldecop, Hendrik,226-228, 230-235, 

237, 238, 240. 
Oljabiëf, Gregorius, . . . 23,36 
Oranje, Prins Maurits Fan, 6, 19, 21 



Oranje, Prins Frederik Hendrik van, 

22, 24, 27, 30-40. 
Oranje, zie Willem III. 

Orme, de 1' 154 

Ormond, Hertog van, . . .181 
Osterman 186,189,198,222,224-228, 

233, 237. 
Oxenstierna 87 

Pafraet, Bicbard, 11 

Paliwanof, Matwej, .... 42 
Palkowniek, Iwan, .... 27 

Palmaert 80 

Palm, Jan, 142 

Palmquist 87, 112, 133, 148, 151, 
169,170,171,183. 

PalüdanuB 20 

Pamburch, Pieter, 76 

Pancras 98 

Panien, Graaf, . . . 229, 230, 288 

Pankratiëf, Iwan, 51 

Pasebal, Helye de, ... . 6 

Pauw, Maarten 80 

Pauw, Beinier, 25 

Pawlof, Jefiem, 50 

Peter de Groote . . 1, 11, 50-222 

Peter II 224, 225 

Petrof. 18 

Petrof Micbaël 228 

Pieters, Fredricb, . . . 164, 167 

Platarjof, Kazimier 45 

Poesjien 241, 242 

Poesjien, Kirila 48 

Poesjkien, Gregorius,. ... 42 

Polibin 281 

Poniatowski 198 

Pratapopof (Protopopof) , . . 76 
Preis 198, 195 

Rak, Govert van 'der, ... 27 

Bamanof, Iwan, 28 

Banck . 171, 191, 192, 196, 202 

Rsijjs, Abraham, 76 

Beyzer, B. H., 49 

Beis, Prof., 78 

Reits, Meindert, . . . 164, 165 
Bek, Gerrit Jansz., , , . . 26 



278 



Eendorp 289 

Eendorp, Joseph Jurjensz., . . 24 

Eenswoude, Yau, 39 

Eigo 226,227 

E^nevelt, Jan, 91 

Eingen, Hendrik van, ... 25 

Eoelants 41 

Eoemjantsof-Sjadoenajsk^*, Graaf, 10 

Epesak, Andrej, 15 

Eoseboom 64, 80 

Eumpf . . . 195.196,205,212 
Eotgers, Lambert, . . 142,163 

Eats, David, 47 

Eqefskoj, Wasilij, . . 189,190 

Sacken, d'Osten, . . 231, 232, 234 
Salawiof, Osiep, 91, 105, 122. 165, 

186,187,188,189,198. 
Saltykof, Michaël, . . 189, 235 

Samojlof 241.242 

Sandersson ....... 7 

Sandomirska, Marina, ... 4 
Schaak, Baron, . . . 177, 181 
Scheltema, Mr. J., 1, 2, 19-25,40, 

44 enz. 
Scheltinga . . . . 164, 186, 187 

Scnleinitz, Baron, 182 

Scholts 92 

Schuer 241 

Schwertner 57 

Schwimmer, Nioolaas, 83, 86, 90, 

92, 121. 

Sichanof, Alexis, 47 

Siebrecht, Adriaan Lucasz., 13, 14 

Sievers, Graaf, 164 

Sievers, Pieter, . . . . 47, 49 
Sgerdt, Annes, . . . . .221 

Sjafirof, Baron, 91, 104, 125, 163, 

186, 188, 189, 193, 196, 200, 204, 

211,219,221,222. 

Sjerbatof, Prins, 25 

Sjoejskq, zie Wasilij Iwanowietsj. 
Slingelandt, Van, . . . 195, 201 
Smiernof, Semjon, .... 91 
Smywalof, Michaël .... 23 
Solms, Graaf van, .... 39 
Sophia, Prinses, 87 



Spar, Baron, 183 

Spiridonof, Matwej, . . 27-32,36 

Spranger, Manuel 25 

Spronsen 44 

Staal, Thomas 26 

Stade, Jan van, 41 

Stanhope 220 

StanislafLeszczynski 93-95, 99,177. 

Stark, Johan, 52 

Steckin, Von, 150 

Stenbock, Graaf, 144, 145, 149, 152, 

177. 

Stepanof, W. W., 197 

Sterling, Casper, 26 

Strafford, Lord, 110-113,130,133, 

136,145-162,181-184. 
Stroganof, Gregorius, ... 67 
Stoers, Jhr. Mr. Victor de, . 1 
Swaan, Thomas, 23, 25, 26, 40, 42 
Swart, De, . . . 9, 226-288, 233 
Sweeden, Johan van, . . .43, 49 

. 84 

47,49 

, 41, 43 

. 7 

.. 58 



Sweeden, Van, . . . 
Swellengrebel, Andries, 
Swellengrebel, Herman, 
Swift, Eichard,. . 
Swjertsjkof, Iwan,. 



Taelmans, Catharina, . . . .165 
Tammes, Jan, ..*... 122 

Tamminga 222 

Tarbot, Elias, ...... 50 

Tarbot, Matthjjs 50 

Teding, Barend, 86 

Telle, A. S., . . . ... 87 

Temirof (Tjemirof), Afanasij, 68, 
Thesingh, Jan,. . 
Titof, Jacob, . . 
Timmerman, Anton, 
Timmerman, Jan, . 
Tolstoj, Peter, 
Torcy, De, . 



Tormazof. 

Torrentinus 

Torstenson 



27 



56,59,68,79 
52 



. 179 

. 116 

. 189,190 

106,107,111 

. . 204 
. 10 
. - 8 



Toumasoff (Tomasof, Toemasof?) 2U 

Townsend 100,102 

Tromp, Klaas Jan, . . . . 187 







279 



Troyen, Van, 42 

Tsjerny8jef . . . .230-238,240 

Tsjietsjagof . . . . , 234, 235 

Tsjoebienskij ...... 2 

Uljanickj 2,9 

ülrica van Zweden . . . .171 

Veltdriel, van, 28 

Verlem, J., ...... . 239 

Vermeulen 41 

Vermolen, David, 24 

Veselago, F. F., 2 

Villars, De 172,177 

Villebois. ... . . 213,217 

Vogelaer, Daniel de, . . . . 43 

Vogelaer, Jan de, 43 

Vogelaer, Marcus de, 16, 17, 19, 

25-28, 34, 42, 43. 
Vrij, Jan, .58,68 

Wajinowietsj 204 

Walpole 191 

Waronien, Baries, 42 

Waronien, Wladimier, ... 48 

Warontsof 229,230 

Wasieljef. ....... 23 

Wasilij Iwanowietsj . . 4,16,17 
Wassenaer, Baron,. . . 202, 233 

Wastokof. 10 

Waznietsyn 52, 67 

Weber 173-175 



Welling, Graaf, 

Welter, W. L., 3 

Werdern, Graaf von, . . . .135 

Weselofskij 191 

Westhof, Jacob 48 

Whitford. . . 111,123,127,130 

Wijders, Jan, 21 

Wilde, Willem de, 208, 209, 212, 

219, 221, 222, 224, 225. 

Wiltsohik. Graaf, 129 

Winius, Andries, . . . 23-26,41 

Witsen 19 

Witsen, Nicolaes, 51, 52, 57, 61, 63, 

65-80, 84-86, 89, 104, 122, 170. 

Witt, Jan de, 66 

Wittepaert, Nicolaas,. . 122,167 

Wjazemskij 231 

Wolff, Peter, . 67, 74, 79-81, 83 

Wolkof 113 

Wolmar, Johan, 197 

Wolkof, Gregorius, . 106,107,111 
Wolkof, Iwan, 48 

Zabarofsk^*, Semjon, .... 19 

Zacbarias Zachariasz 25 

Zertsalof, Sila, 42 

Zinzendorf, Graaf, 132 

Zjeljaboezjskij, Wasilij, ... 49 

Zjoekof, Sawa, 47 

Zmajewietsj . . . . 164, 190, 193 

Zotof 164 



ERRATA. 



blz. 83, reg. 20 v. o. staat Persen, lees Perzen. 

^ 33, „ 20 ^ 9 JoergentseTj ^ Joergentsen, 

40, j, 18 V. b. j, Zu8j jf Lus. 

48, , 8 , ^ Kisila^ ^ Kinla. 

189, , 2 „ „ SaUiJkofj y, SaUykof, 

193, „ 3 V. o. „ Zinajéwietsfj ^ Zmajêwietsj, 






• 



•; 

I 



3 6105 041 436 358 



II ^3 



Stanford University Libraries 
Stanford, Califomia 



Betum this book on or before date du«. 



I 




!U