(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verslag"

^ <:^i''"ti,AAi.-**i--''M 



.r> > ^ ^ A ^^zA^^, 



"yjAy^^ 



\j r 



VERSLAG 



OMTRENT DEN STAAT VAN 



S LANDS Pmi 



m" 



m" 



TE 



B U ITENZORG 



OVER HET JAAR 



19 01, 



\ 



1 



H- 



BATAVIA 

LANDSDRUKKERIJ 
1902. 



VERSLAG 



OMTRENT DEN STAAT VAN 



SLAND8 PLANTENTÜIN 



TE 



BTJITElSrZOI^a- 



OVER HET JAAR 



19 1. 



§1. 

PERSONEEL, ORGANISATIE EN ALGEMEENE ZAKEN. 

Bij Gouvernements besluit van 14 Januari 1901 11- 28 werd krachtens 
Koninklijke machtiging gerekend van 1 Januari 1001 de bezoldiging van 
D^ Th. V a 1 e t o n verhoogd met ƒ 150. — 's maands en alzoo gebracht op 
ƒ 650. — 's maands. 

Bij Gouvernements besluit van 31 Januari 1901 11" 17 werd goedgevonden 
en verstaan: 

1''. Bij wijze van tijdelijken maatregel aan 's Lands Plantentuin toe te 
voegen een ouderafdeeliug voor onderzoekingen in het belang van de 
Gouvernements koffiecultuur; 
2*^. Met ingang van 1 Februari 1901, voor den verderen duur van het bij 
besluit van 19 Augustus 1900 n^ 1 aan den wetenschappelijken adviseur 
voor de Gouvernements koffiecultuur D'". W. B u r c k verleend verlof 
naar Europa, te benoemen tot chef van de in art. 1 van dit besluit 
bedoelde onderafdeeling van 's Lands Plantentuin D"". J. G. K r a m e r s, 
chef der IX'' af deeling van genoemde inrichting; 



3". Tc bepuh'ii, <l;il <1«- Difcctcm- v;in 'k Lands IMiiiilml nin .-n de dief' van de 
in arf. 1 van dit boHliiii hcdocldc (>iidciJir(l<M-liii<,' vooi liiiiiin- dienst i<;iz(Mi 
dier ondcrnldcclinj^S reis- en vcrhiijt koslcn y.nlU n nio-cn d.-danMTcn op 
den voel <i<'r bestaande bc'iialin}^; 

4". Den Directeur van 's Laiids IManlenInin Ie nia(diti;;«n om ie l)esrhilvkeu 

over een bedrag van ./ niMiil. v ■ onl -inninj-s- en oi.iichiiniiKkoHten, 

zoomede, in elk der jaren \W\ en m\2, over een be(ba-; van ƒ L'dOO.— 
voor onderliondskoslen van een |.roeriniii. aan Ie lcf,'Ken in d«' afdeeling 
Malang der residentie Pasoeroean, ten behoeve van de in het beHluit van 
5 Angiistua 1900 11- 18 bedoelde onderzoekinj^cn in iiel belang,' van de 
particuliere kofiieeultunr in Nederlandsch-lndir; (verj;. p. O, jaarvernlag 

1900). 

Bij Gouvernements besluit van 19 Februari 1901 n^ 2 ten tweede werd 
machtiging verleend aan den élève-mantri J a h e r i, zoomede een planten- 
zoeker, op te dragen de reis mede te maken met H^ M\ flottieljevaartuig 
Java naar Nienw-Guinea (Zuidkust), ten einde ten behoeve van 's Lands 
Planteutuin botanische voorwerpen van verschillenden aard te verza- 
melen. 

Bij Gouvernements besluit van 13 Maart d.a.v. 11? 17 werd toegekend aan 
Jaheri en aan den plantenzoeker een daggeld, kosten van uitrusting, 
vrijen ov(Mtocht over zee, en, bij gebruikmaking van eene particuliere 
bootgelegenheid, vergund de kosten van verpakking en transport der mede 
te voeren verzamelingen in rekening te brengen. 

Bij Gouvernements besluit van 22 Februari 1!»01 11- 11 werd de Directeur 
van 's Lands Plantentuin gemachtigd om aan den chef der IP' afdeeling op 
te dragen zich naar Soerabaja te begeven ter bijwoning van het aldaar op 
7, 8 en 9 Maart a. s. te houden Congres gewijd aan de bespreking van onder- 
werpen betrekkelijk de suikerindustrie. 

Bij Gouvernements besluit van 20 Februari 1901 n? 94 werd machtiging 
verleend om voor rekening van den Lande bij het Topographisch bureau te 
doen drukken eene kaart der „grondsoorten van Delf" vervaardigd dooi- 
D^ D. J. H i s s i n k tot een aantal van 000 exemplaren, welke ter beschik- 
king zullen worden gesteld van den Directeur van 's Lands Plantentuin. 

Bij Gouvernements besluit van 1 Maart 1901 11° 17 ten derde, werd o. a. 
bepaald dat de doubletten der insecten en vogels op zijne commissiereis naar 
Borneo door D'. A. W. N i e u w e u h u i s verzameld aan het Zoölogisch- 
])hytopathologisch Museum zullen worden afgestaan. 

Bij Gouvernements besluit van 26 Maart 1901 W 1 werd de Directeur 



van 'sLands IMaiiteiituiu gemaclitij^d om aan den elief der II*^ afdeeling op 
te dragen zich in het belang van de instelling naar Deli (Oostkust van 
Sumatra) te begeven en om, zoo noodig, de terugreis te doen over Singapore 
dan wel over Penang. 

Bij Gouvernements besluit van 26 Maart 1901 11- 30, zooals het gewijzigd 
werd bij Gouvernements besluit van 23 Juni 1901 11^ 13 werd D"". W. R. 
T romp de Haas ontheven van de waarneming der functiën van chef 
der III'* afdeeling en benoemd tot chef dier afdeeling op de daartoe staande 
bezoldiging en de verder aan die betrekking verbonden wettige voordeelen 
D^ P. van R o m b u r g h, laatstelijk die betrekking bekleed hebbende, 
thans van verlof uit Europa teruggekeerd. 

Rij Gouvernements besluit van 26 Maart 1901 11- 25 werd den militairen 
apotheker 2" klasse D''. W. G. B o o r s m a tot ultimo December 1901 
weder toegevoegd aan den Directeur van 's Lands Plantentuin tot het voort- 
zetten van het chemisch-pharmacologisch onderzoek naar de plantenstoffen 
van Nederlandsch-lndië in het bijzonder met het oog op hare beteekenis voor 
de geneeskunde (zie ook G. B. van 14 Maart 1901 II- 15, waarbij ƒ 1000. — 
ter beschikking werd gesteld ter bestrijding der kosten aan dat onderzoek 
verbonden). 

Bij Gouvernements besluit van 25 October 1901 W 22 werd D"^. W. G. 
B o o r s m a tot militair apotheker der P klasse benoemd en bepaald dat 
hij in dien rang toegevoegd blijft aan den Directeur van 's Lands Plantentuin 
op den voet van het besluit van 26 Maart 1901 11- 25. 

Bij Gouvernements besluit van 2^ Juni 1901 Tl- 13 ten tweede, bij wijze 
van tijdelijken maatregel den Directeur van 's Lands Plantentuin gemach- 
tigd: a. de speciale leiding der Gouvernements getah-pertja aanplantingen 
in het district Tjitjoeroeg, afdeeling Soekaboemi, residentie Preanger- 
Regentschappen op te dragen aan den chef der III'' afdeeling D"". P. van 
R o m b u r g h ; h. den assistent ten behoeve van het onderzoek van grond- 
monsters uit afgeschreven en vruchtdragende koffietuinen en uit gereboi- 
seerde en niet-gereboiseerde teireinen D^ W. R. Tromp de Haas, 
nevens zijne eigen functiën en voor zoover deze het zullen toelaten, te doen 
vervullen werkzaamheden van adjunct-chef der TÏI'* afdeeling. 

Bij Gouvernements besluit van 7 September 1901 11- 19 werd goedge- 
keurd dat de Directeur van 's Lands Plantentuin den chef der X" afdeeling 
heeft opgedragen zich te begeven naar de residentie Oostkust van Sumatra 
tot het instellen van een onderzoek naar de aldaar heerschende ziekte onder 
de koffieboomen. 



JJij (loiivcnicmeiilH Ix^hIiiü vuii IL' S('|»i<iiiIhi- |:»(M II- üi' weid <s(n^i\<s,i'. 
vonden on verHtaan: 

E <' I' s ( e I ij U: Tc licpiiN-n (l:il (MmIit Ih-I o|»|)(Tl(>c/i<lit van den 
J)irecteur vau 's Landw rianlenlnin h- P.iiilrn/.orii, vooiloopi;; voor dt-n tijd 
\an driejaren, eene jtroef zi»l worden {genomen niei de opleiding; hij jrcnoeinde 
iiirielitinj^ van hoo^jslens 15 Kiiropeesclie jongelieden \(»()r do aj^i'icultnnr, 
op de voljj:ende voorwaai-den : a. de <lnni- der ojdfidiii;^' wordt ^OHtold oj» 
diie jiiren ; h. hel d;i,ir<'liji<S(li (oe/ichl oj» de oph-idinjr, welke zal jdaals 
hehlxMi in den tot "s!.;inds I 'Iniileii niiii lieliodienden riilt inirl nin. wordt 
gorej^old dooi' don Directeur van eei-s( genoemden liiin; r. voor ch' opleiding' 
der jon<;elieden wordt door den I>ii-e<teni' van "s Lands Planlenttiin in dienst 
•j^estehl, op eene bezoldiging; v;in leii lioo": i> ƒ ;{()(). — 'h niajinds. een in de 
ag:ricultnnr ervaren deskundij^e, aan wien ook hel niloel'enen van eenij^ 
toezicht op de leerlingen builen de o])ieidingsuren wordt o]»gedi;igen ; d. de 
o])leidiug geschiedt kosteloos, de leerlingen worden gratis voorzien van 
leermiddelen en werktuigen; e. aan hoogstens tien der leerlingen, wier ouders 
of voogden niet te Buitenzorg of in de naaste omgeving dier plaats woon- 
achtig zijn, en voor wie zulks door den Directeur van 's Lands Plantentuin 
noodzakelijk wordt geoordeeld, kan door dien Directeur eene tegemoet- 
koming voor kost en huisvesting worden toegekend van niet meer dan ƒ 25. — 
voor ieder hunner, en verder ook eene vergoeding van reiskosten eenmaal 
voor eene reis van hunne woonplaats naar Buitenzorg en eenmaal voor eene 
reis terug, volgens de 4'- klasse bedoeld bij art. 2 van het reglement in 
Staatsblad 1890 II- 209, met dien verstande evenwel, dat geen daggelden en 
verblijfkosten worden tegoed gedaan en ook geen vrij vervoer van een 
bediende wordt toegestaan; ƒ. de leerlingen, die de bij § e bedoelde tegemoet- 
koming genieten, staan ook buiten de opleidingsuren onder het toezicht van 
een door den Directeur van 's Lands Plantentuin daarvoor aan te wijzen 
persoon; ƒ/. het aannemen en ontslaan van de leerlingen geschiedt door den 
Directeur van 's Lands Plantentuin; h. voor de aan de proef verbonden 
uitgaven wordt eene som van hoogstens ƒ 7600. — 's jaars beschikbaar 
gesteld, waaruit behalve de bezoldiging van den bij § c bedoelden deskundige 
en de bij § e bedoelde te,^emoetkomingen voor kost en huisvesting en 
vergoedingen voor reiskosten, moeten worden bestreden de uitgaven voor 
leermiddelen, werktuigen, schrijf- en teekenbehoeften en zoo noodig, de 
oprichting van een eenvoudig lokaal. 

Ten tweede: Den Directeur van 's Lands Plantentuin op te dragen 
om tegen het eind van elk jaar, het eerst in 1902, door tusschenkomst van 



deu Directeur vau Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, verslag uit te 
brengen omtrent den stand van de in art. 1 van dit besluit bedoelde proef 
om na drie jaren, mede door tusschenkomst van genoemden Departements- 
chef, een omstandig rapport in te dienen, hetwelk de noodige gegevens moet 
bevatten voor het vellen van een juist oordeel over de wenschelijkheid van 
voortzetting dan wel van staking der proef. 

Bij beschikking van 30 September d.a.v. werd tot den sub c bedoelden 
deskundige aangesteld de Heer F, I. H e ij n i n g. 

Bij Gouvernements besluit van 24 September 1901 11- 33 werd bepaald 
dat de onder beheer van het boschwezen staande aanplantingen van 
Palaquium oblongifolium te Blaran, Kemoetoek en Sawanggati, gelegen 
respectievelijk in de districten Djamboe, Poerwokerto en Adjibarang, der 
afdeeling Poerwokerto, residentie Banjoemas, worden gebracht onder beheer 
van 's Lands Plantentuin. 

Bij Gouvernements besluit van 5 October 1901 11- 10 werd goedge- 
vonden en verstaan, den Directeur van 's Lands Plantentuin te machtigen 
om aan de technische ambtenaren van de door hem beheerde inrichting 
dienstreizen op te dragen over Java en Madoera in verband met hunnen 
werkkring. 

Bij Gouvernements besluit van 19 October 1901 11- 14 is de werkzaam- 
stelling vau F. A. Wouters bij de bergtuinen te Tjibodas verlengd tot 
ultimo December 1902. 

Bij Gouvernements besluit van 24 October 1901 11- 12 is aan de vereeni- 
ging „O o f t e e 1 1" te Buitenzorg eene subsidie toegekend voor het jaar 
1902 ten behoeve van een van harent wegen in te stellen chemisch onderzoek 
naar de bestauddeelen der Nederlandsch-Indisehe vruchten. Dit onderzoek 
zal plaats hebben in een der chemische laboratoria van 's Lands Plantentuin. 

Bij Gouvernements besluit van 9 November 1901 11- 30 is de militaire 
apotheker der F klasse D''. W. G. Boorsma nader tot ultimo December 
1902 toegevoegd aan den Directeur van 's Lands Plantentuin. 

Bij Gouvernements besluit van 15 December 1901 II- 3 is met ingang van 
20 December 1901 de tijdelijk ter beschikking van den Directeur van 's Lands 
Plantentuin gestelden opziener bij den dienst van het Boschwezen J. L, 
D o m m e r s teruggeplaatst bij zijn corps en met ingang van 1 Januari 1902 
benoemd tot tijdelijk opziener bij de Gouvernements getah-pertja aanplant 
te Tjipetir op een bezoldiging vau ƒ 200. — 's maands en onder genot van 
eene indemniteit voor reiskosten van ƒ 50. — 's maands en vrije huisvesting 
op het terrein van den aanplant A. F. de N e v e. 



8 

Ajiii licl <'in<l <l('Z<'i- |»;ii;i-,M;i:ir ditnl iio;,^ \ » riiicIdiiiK, «lal l'rof. I »'. |iliil. 
W. F. A. Z i III 111 (.' r m u II II in I )(rciiilM r vjiii ln-l sersliigjaar (leiini'lil iiii,' 
verliet. 



§ 2. 



rUr.LKLVTlES DKK INKK'HTINC. 

Van de „Anüales dn .lai-din holanninc de l'.nilcnzor}^" vcrHcliccn in Im-i 
vorslanjtiar liet tweede stnk van deel il der nicnwc serie (de<'l 17). 

Deze afleveriug bevat: 

A. Z im me 1' m a n n, Ueber eini};(' diinli Tliiere vernisa»lile 151alt- 
flecken. 

Mevr. A. Weber — van B o s s e, Etndes sur les Al^ues de 
1'Archipel malaisien. 

O. Penzig, Beitriige zur Konntnias der (Jaltnng Epiiibizanthes BI. 

L'A b b é H u é, Lichens recoltés k Java en 1894—1895 par M. J e a n 
M a s s a r t, I. 

In de inleiding tot de eerste verhandeling wijst de schrijver er op, dat 
terwijl zooals bekend is, parasitische schimmels in de troi)en betrekkelijk 
zeldzaam zijn, er daarentegen een zeer groot aantal vlekken op bladen 
voorkomen wier optreden aan dierlijke planten-vijanden, tot verschillende 
families behoorend, is te wijten. 

Eerst beschrijft Prof. Z i m m e r m a n n verscheidene bladvlekken 
door wantsen veroorzaakt, o. a. bij een aantal Orchideeën. In de tweede 
plaats wordt gehandeld over vlekken bij Erythrina-soorten en bij Aralia 
Gnilfoylii door Cicaden teweeggebracht en ten derde over die waar Physa- 
poden als de oorzaak zijn te beschouwen. Van deze laatste verdienen de 
vlekken bij een Ficus-soort speciaal vermelding, omdat de parasiet daar 
weefselveran deringen bij de voedsterplant doet intreden, die eenigszins het 
karakter van gallen hebben. Dit in tegenstelling met de aanvallen der 
vooraf besproken insecten, wier inwerking zich bepaalt tot het ontstaan van 
gangen tusschen de levende cellen of soms alleen het optreden van lucht 
in de cellen. 

De vierde catagorie betreft vlekken door mijten te voorschijn geroepen, 
bij Coffea arabica, Firmiana colorata, Manihot Glaziovii en onderscheidene 
bamboes-soorten, terwijl ten laatste nog bladvlekken bij eene Araliacee van 
den Pangerango bespreking vinden. Dit laatste geval is wel het merkwaar- 



9 

dijjiste, aangezien daar de oorzaak van het ziekteverschijnsel in de tegen- 
woordigheid van Neraatoden te zoeken is, iets wat tot de groote zeldzaam- 
heden behoort en dat, zooals de schrijver doet opmerken alleen in een zeer 
vochtig klimaat mogelijk is. 

Mevrouw Weber — van Bosse geeft in het aangegeven artikel — 
de derde der „Etudes sur les Algues de l'Archipel malais" door de schrijfster 
in onze Annales gepubliceerd, uitmakend — eene voorloopige mededeeling 
over de Algologische uitkomsten der, in alle opzichten met zoo groot succes 
bekroonde ,,Siboga-expeditie". 

Mevrouw Weber begint met aan te geven hoe de Algen-flora der zee 
in de tropen in den aanvang niet aan de verwachtingen beantwoordt in 
zooverre de rijke wMeren vegetatie, waardoor de rotsachtige stranden der 
koudere klimaten zich kenmerken, hier ontbreekt. Van de twee Algen- 
groepen die hoofdzakelijk in onze zeeën voorkomen, gaf de eerste, die der 
Siphoneeën, een rijken oogst aan Caulerpa en verschillende Dasyoladieeën 
tot verschillende geslachten behoorend. De hoop om fructificaties van 
Caulerpa te vinden werd, in weerwil van veel moeite door de schrijfster 
besteed, niet verwezenlijkt. 

De tweede groep, die der tot de Florideeën behoorende Corallinaceeën of 
Kalkalgen is veel sterker vertegenwoordigd en speelt een veel belangrijker 
rol in de tropische zeeën dan men vroeger vermoedde. Met name is dit het 
geval met de soorten van het geslacht Lithothamnion die uitgestrekte 
banken vormen, waarvan twee j)hotographiën de verhandeling vergezellende 
een zeer duidelijk beeld geven. De Lithothamnions, die gemakkelijk in 
kleine stukjes uiteen vallen, dienen als een soort cement ter vereeniging der 
groote koraalblokken. 

Een aantal nieuwe soorten en geslachten van Florideeën werden bij 
gelegenheid der Siboga-expeditie aangetroffen, waarbij het opvallende feit 
werd geconstateerd, dat zij soms op vrij groote diepten — 20, 30 en zelfs 
op 50 meter — voorkomen. 

Behalve nog aan andere algen werd meer in het bijzonder ook door de 
schrijfster de aandacht gewijd aan de pelagische vormen (vooral aan de 
Coccosphaerae en de Rhabdosphaerae). Mevrouw Weber is er in geslaagd 
de natuur der Coccosphaerae buiten twijfel aan te toonen — nog zeer onlangs 
werden zij als niet tot de algen behoorend beschouwd — door de waarneming 
van groen of geelgroen gekleurde zich deelende rhromatophoren. Deze 
waarneming doet de onderstelling van een niet organischen oorsprong der 
coccolithen te niet. 



I)(' verhandeling' cindi;^'! md (!<• dia^rnoscs vun diic nieuwe Al^en: 
Tydeniiiniii expodit ionis, ('<M((»s|diiiei;i Sibo^jie en Dinuphvsis :ij,'^re^'ata, 
wjiarvan de eerste (ot een nieuw ^^eshnlii Itdioorl. welks naam is ontleend 
aan dien van d<'n roniniandaiit \aii de Silut^M tijdens de fX|)ediiie. aan wien 
een nie( oidielanj^rijk deel der ei r van liaar vvidsla^^en, Kdf^eiis allei- oordeel 
toekomt. 

Ilel ^^eslaclit lOpiiiJii/.a lillies, dat (»ndei' een eeiiiiiszins anderen naani 
d<«»i- i: I II III e in den eersten cataNiiiiis \an onzen tuin weid (»|i;;r.st<.|(k teld-- 
vi'oe^M-r steeds tot de wortelparasieten, hoewel daaivoor ei<renlijk j^een 
voldoende j^ronden aanwezifr waren. In de eerste plaats (o(»iit nn de 
s( hrijver der derde verhaudelin;; aan, dat van parasitisme hij dit geslacht 
niet veel si>rake kan zijn en het tot de sapro]>hyten dient gerekend te worden. 
Hel \(»()rkonien eener zeer sprekende Mycorrhiza, zooals die hij verscheidene 
saproph.vten is beschreven, verstrekt die meening zeer. Trof. P e n z i g 
geeft verder aan, dat alle bekende vormen Aan het geslacht tot twee soorten 
zijn terug te brengen, namelijk: E. eylindriea BI. en E. elongata BI. Van 
beide soorten worden bouw en structuur van de verschillende deelen, zoowel 
bloemen als vegetatieve nauwkeurig beschreven en afgebeeld. 

De laatste verhandeling eindelijk geeft van de hand van een zoo 
bevoegd specialist als de Abt H u e, eene opsomming — eerste gedeelte — 
van door den Hoogleeraai' J. M a s s a r t op Java — en wel hoofdzakelijk 
in en nabij Buitenzorg en Tjibodas verzamelde Lichenen. Bij het meeren- 
deel der soorten worden aanteekeningen gegeven soms van zeer uitvoerigen 
aard, terwijl van een zevental nieuwe soorten volledige beschrijvingen 
worden medegedeeld. 



Van het tweede onzer wetenschappelijke tijdschriften, de „Icones 
Bogoriensis" — zie het verslag over 1899 blz. 12 — verscheen in 1901 de 
vierde aflevering. Bij deze aflevering zijn gevoegd titel en inhoudsopgave 
van: ,,Icones Bogoriensis Volume I PI. I — C", terwijl bovendien de inhouds- 
opgave van elke fascikel afzonderlijk wordt gegeven. 

Deze aflevering bevat in hoofdzaak alleen nieuwe of weinig bekende 
soorten afgebeeld, waarbij tegenover elke plaat eene korte beschrijving voor- 
komt zonder veel beschouwingen of bespiegelingen. De meeste afgebeelde 
planten werden door D"". S. H. K o o r d e r s verzameld op zijne reizen op 



11 

Sumati-a, Java eu Celebes. De bijschriften ziju van de hand van D"". B o e r- 
1 a g e, D^ S. H. K o o r d e r s eu ü''. ïh. V a 1 e t o n. 



Van bet „Bulletin de Tlustitut botauique de Buiteuzoi-g" verschenen 
n°^ 8—11. 

Het achtste nummer bevat in de Duitsche taal gestelde opstellen: 
1". van de hand van I>'. Th. Va let on over: die Arten der Gattun- 
geu Coffea L. Prisraatomeris Thw. und Lachnastoma Kortli.; 2". vaii 
D"". F. W." T. H u n g e r over „die Oxydasen und Peroxydasen in der 
Cocosmilch". 

De verhandeling van den Heer V a 1 e t o n is het resultaat van het 
onderzoek van een bijzonder rijke hoeveelheid materiaal van de betreffende 
geslachten dat aan schrijver bij zijne bewerking der Rubiaceae ten dienste 
stond. 

Het geslacht P r i s m a t o m e r i s — tot nu toe alleen door een enkele 
soort P. albidifiora Thw. van het vaste land van Azië en van Ceylon 
bekend — is op verschillende eilanden van den maleischen archipel vertegen- 
woordigd door een aantal min of meer uiteenloopende vormen, die door den 
schrijver beschouwd worden als variëteiten van een enkele soort P. albidi- 
fiora Thw. Deze zijn : a. g e n u i n a onderzoekt naar materiaal van het 
Khasia-gebergte, Singapore, Ceylon en Borneo, door Korthals en 
M i q u e 1 beschreven als Coffea glabra Korth. : 8. Fergussonii Trimen 
van Ceylon; y. b a n c a n a, de laatste door Miquel beschreven onder 
den naam van Coffea lepidophloia Miq. — niet lei)idophlaea zooals in het 
bulletin gezegd — en door Hor sf ie ld als Coffea neurophylla Miq.; 
d\ javanica Val. door D"". S. H. K o orders voor het eerst op Java 
waargenomen en beschreven als Coffea lepidophloia Mi(i. 

Het geslacht Lachnastoma Korth. wordt door schrijver naast 
D i p 1 o s p o r a geplaatst en niet zooals door H o o k e r het eerst 
geschiedde als een ondergeslacht bij Coffea gevoegd. Het wijkt in de meest 
kenmerkende eigenschappen — vorm van vrucht en zaad — van de Rubiaceae 
af, heeft daarentegen in habitus en eigenschappen zeer groote overeenkomst 
met D i p 1 o s p o r a, waarvan het eigenlijk alleen in één kenmerk, het 
aantal eitjes, afwijkt. D''. Valeton meent uu op grond zijner waarne- 
ming dat de bewerkers der Rubiaceae aan dit kenmerk ten onrechte te veel 
gewicht hebben toegekend. De Heer Valeton vond nl. dat het voor- 
komen van twee eitjes in een of in beide hokjes bij verschillende soorten 



12 

\'aii Ij a <; Il 11 a s ( o III ;i jiiisl «^('cii zcltlzaaiiilii-id is. terwijl hij Diplos- 
I» (» I a liet aanlal eitjes zeer varioorf (1 — 15 in eli< iiokjej. 

Scliiijver wijst op ;.:i(»ii(l de/ei- w aiiiiieiiiiii;,^ o|» liet /-eer Uiiiist ma t i;;e der 
j^ehiiiikelijke iKxd'dindeel i iij; (\i-\- Kiilii;ii-e;ie en (i|i de iiioeilijklieid om de 
^^roepeii (\(']' (iardciiiae en ('oCleae silierp te srlieiden. I']en \ersrliil in h(»nw 
\an den slernpc] l»ij \-eiS(liiliemle exemidareii jieelt l>'. \' a 1 e t o n aardr-i- 
dinpj lot de v(M'oiiderslelliii<i dal altliaiis (^r'-n dei' so<»rten dimorplie liloenieii 
bezit ld. sommit,M' met een i;ded (int w ikl:elden (waargenomen liij de meesie 
Aziat isclK' en liij een le\ cml nil den liolaniscli' n l nin alliieri en sommi<,n- iiiet 
een min of meer jierednceerden stempel; zoodat deze laatste cif^euschap 
misschien ooiv.aak zonde Unniioii zijn, dal hij d<' oj» Java v<M-zanieldr'n <mi 
Im'1 meorondool dor vroepjor in 's Lands Planleninin ijokweekte (ixeniplarcn 
no}; nooit rijpe vrnchten zijn aanjretroffen. 

FTet oTiderzoek van het «jeslacht ('offea had vooriianudijk betrekkinj^ op 
de Aziatische soorten, waarvan de meest bekende vertep,(Miwoordiger is, de 
r. benjjalensis. Vei-f^elijkinfj van eene fjfroote hoeveelheid exemplaren van 
verschillende vindplaatsen, bracht den Heer V a 1 e t o n tot de eonclnsie, dat 
er in het vertakkin^jsstelsel, de bloei wijze, de 8ohntbladei;en, den bouw van 
de bloem, vrncht en zaad etc. j^eojronde reden bestaat de Aziatische soorten 
als ondergeslacht af te scheideji on daarvoor het door M i o n e 1 voor é6n 
enkele Javaansche soort opgestelde ondercceslacht Paracoffea weder te her- 
stellen en zoo het geslacht Coffea te splitsen in Paracoffea en Encoffea. 
Van de door Froehner oT)p;estelde vier croepen zon «^^n daarvan de 
,,hirsutae" j>edeeltelijk sanionvallen met het onderi^eslacht Paracoffea en do 
•S andere samen met een doel zijner 1'' sectie hot ondergeslacht Encoffea 
vormen. 

In de tweede verhandelinc,' in dit bnlletin voorkomend deelt 
D"". n n n jï e r een en ander mede over het in klappermelk voorkomende 
snikerjjehalte naar jjclanij van den onderdom der cocosvrncliten. 

Bij het onderzoek van cocosmelk nit riipe versche vrnrhten was het 
schrijver opcjevallen dat de oxydase-reactie dikwijls zeer onduidelijke 
resultaten ji^af. Het reeds door Raciborski ceopperde denkbeeld dat 
de aanwezigheid van rednceerende lichamen het tot stand komen der reactie 
zoude bemoeilijken of beletten, leidde D"". H u n jr e r er toe na te <;aan of 
de aanwezis:heid van suiker in de vloeistof niet de oorzaak van het niet 
gelukken der reactie kon zijn. Door de cocosmelk met een drievoudige 
hoeveelheid alkohol van 95% te schudden, werden naast verscheidene andere 



13 

lichamen de oxydeerende enzymen neergeslagen. Door affiltreering kreeg 
hij een vloeistof die F e h 1 i u g s-proefvocht sterk reduceerde, doch geen 
Peroxydase reactie vertoonde. Het filtraat daarentegen vertoonde wel de 
intensieve blauwkleuring met een alkoholische Guajac-oplossing, maar geen 
suiker-reactie. Door toevoeging van suiker verdwijnt de blauwe verkleuring 
door Guajac teweeggebracht. Het toeval bracht hem aan den boom oud 
geworden klappers, die nog niet gekiemd waren, in handen. Het onderzoek 
der vloeistof in zulke vruchten leerde dat met Guajac alleen reeds een 
intensieve blauwe verkleuring werd verkregen. Een spoor van suiker was 
in die vloeistof niet te vinden. Het blijkt hieruit dat het suikergehalte in 
de klappermelk varieert naar den leeftijd der vrucht. 

Het negende nummer van het Bulletin bevat een lijst van de palmen 
in den Buitenzorgschen tuin groeiende. 

Het tiende nummer bevat eene verhandeling van Prof. D^ A. Z i m- 
mermann, getiteld: die tierischen uud pflanzlichen Feinde der 
Kautschuk- und Guttaperchapfianzen. Gedeeltelijk uit de literatuur, 
gedeeltelijk op gi»ond van eigen waarnemingen, heeft de schrijver in onder- 
werpelijk opstel, alles bijeengebracht, betrekking hebbende op dieren, 
insecten en plantaardige organismen, die schade toebrengen aan Caoutchouc 
en Guttapercha produceerende boomen of die deze planten gebruiken voor 
hun voedsel en die onder bepaalde omstandigheden schadelijk kunnen 
worden. Een voor een worden de verschillende organismen kort beschreven 
en voor zoover noodig met een korte diagnose voorzien. 

Het elfde nummer van het Bulletin geeft een „Liste des families et des 
genres de plantes non-herbacées cultivées au Jardin botanique". 

Een dergelijke lijst verscheen indertijd in het feestverslag uitgegeven 
bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan van 's Lands Plantentuin, bewerkt 
door D''. W. B u r c k, met hulp van den Heer J. J. S m i t h. De voor- 
liggende lijst is door den Heer S m i t h bijgewerkt en up to date gebracht. 
Vooral voor de wetenschappelijke bezoekers onzer instelling is zulk eene 
lijst van veel gemak en nut. 

Van de „Mededeelingen uit 's Lands Plantentuin" verschenen in het 
verslagjaar de volgende nummers: 

44. D^ J. C. K o n i n g s b e r g e r en Prof. D"". A. Z i m m e r m n n n. 
De dierlijke vijanden der koffiecultuur op Java. Deel II. 



14 

45. H. C II. de B i e. De landbouw iU'V Iiilandsclic Ix'volking op 
Java. Eerste gedeelte. 

4(>. ])'■. A. W. N a II II i II ^' a. Ondcizock licIrcflVnd** dt' bestand- 
<leelen van het theeblad en «Ie v<'i-aini('riiii;(ii. wrikc <I('Z(' Htoffcn bij de 
labiikatie ondergaan. 

47. D^ F. W. T. il u II g e r. Overzicht d«'r ziekten en beHchadi- 
gingeu aan het blad bij Deli-tabak. 

48. l>^ F. W. T. II 11 II g o r. Eene bacterieziekl e «jri- (ornaat. 

4!). Prof. J)'. A. Zimmermann. Over het enten van koffie 
volgens de methode van den Ueer D. B ii t i n Schaap. 

5Ü. D"". J. C. K o n 1 u g s b e r g e r. De vogels van -lava en hunne 
oocononiische beteekenis. 

51. D"". I. G. Kramers. Derde verslag omtrent de proeftuinen en 
andere mededeelingen over koffie. 

J<^venals gewoonlijk treft men hieronder korte overzichten van den 
inhoud der „Mededeelingen'' aan bij de paragrafen handelende over de 
betrokken afdeelingen. Over de n°^ XLV en XLVIII, kan hier met enkele 
woorden het volgende worden bericht. 

De uitgebreide kennis welke de Heer de B i e zich, door langdurige 
ervaring en groote belangstelling, van den landbouw der Inlandsche bevol- 
king op Java heeft verworven, deden het mij op zeer veel prijs stellen dat 
er door hem werd ingegaan op mijn voorstel om zijne verhandeling onder 
onze „Mededeelingen" op te nemen. 

Er bestond voor mij te eer reden om dit voorstel te doen, nu 's Lands 
Plantentuin gaandeweg meer aanraking krijgt met dien landbouw, met het 
doel tot het geleidelijk invoeren van verbeteringen bij te dragen. 

Het is duidelijk dat daarbij een nauwkeurig beeld van den tegenwoordig 
bestaanden toestand van groote waarde is. 

Verreweg het grootste gedeelte van het l***" deel van het werk des 
Heeren d e B i e (het tweede deel zal in den loop van 1902 mede als Nr. der 
„Mededeelingen" verschijnen) handelt over den rijstbouw en al wat daarbij 
te pas komt, of daaraan annex is. 

Verder worden behandeld een aantal „tweede gewassen", bij de 
„polowidjo"-cultuur gebezigd, als: Mais, Bataten, Cassave en andere „knol- 
gewassen", Sorghum, „Terong" (Solanum Melongena), „Lombok" (Capsicum) 
komkommers en het uitvoerigst de verschillende boonensoorten (van de 
geslachten Vigna, Phaseolus, Cajanus, Prophocarpus, Voandzeia, Arachis 
en Soja). Ook bij de bespreking dezer tweede gewassen wordt er door den 



15 

schrijver niet alleen gehandeld over de gewassen zelven en hunne cultuur 
door de Inlandsche bevolking, doch ook over de wijzen waarop zij de produk- 
ten er uit bereidt en aanwendt. 

Aanteekeningen op het in dit eerste deel behandelde, zullen te gelijk 
met een uitvoerig register op het geheele werk aan het slot van het ter perse 
zijnde tweede deel eene plaats vinden. 

In het 48*'*'' nummer der „Mededeelingen" geeft de Heer H u n g e r 
een overzicht der door hem verkregen uitkomsten bij een onderzoek van 
een bacterieziekte der tomaat. 

Uitwendig openbaart zich de ziekte door een vrij plotseling intredend 
verwelken der bladen, weldra met den dood dezer organen eindigend, terwijl 
geene middelen, noch vermeerdering van watertoevoer, noch vermindering 
van transpiratie, elk alleen of tegelijk toegepast, eenige blijvende verbete- 
ring in dien toestand kunnen aanbrengen. Het w^ortelstelsel der zieke 
planten, is slecht ontvv^ikkeld, wankleurig, kwalijk riekend en voorzien van 
aanzwellingen of knobbeltjes. 

Deze laatsten worden veroorzaakt door een der bekende „wortelaaltjes" 
Heterodera radicicola. Deze parasitische Nematode werkt 
vooral daardoor nadeelig, dat zij toegang geeft tot de bacterie (Bacillus 
solanacearum). Uit proeven van den schrijver is namelijk gebleken, dat 
deze bacterie gave wortels van de tomaat niet kan binnendringen; hare 
infectie is alleen mogelijk door wonden, op welke wijze ook veroorzaakt. 

De verwelking en het daarop volgende afsterven der bladen wordt 
daardoor verklaard, dat de bacteriën in de vaten woekerende, slijmophoo- 
pingen vormen, welke — te zamen met andere, secundaire oorzaken — eene 
verstopping der vaten bewerken, welke op hare beurt weder een onvoldoende 
watertoevoer naar de bovenaardsche deelen ten gevolge heeft. 

CJit dit kort overzicht blijkt reeds dat middelen tegen de ziekte aan te 
wenden bijna uitsluitend bestaan in maatregelen ter voorkoming van 
verwondiniren. 



De rubriek „Korte berichten uit 's Lands Plantentuin uitgaande van 
den Directeur der inrichting'' in deel 12 van het tijdschrift „Teijsmannia" 
houdt in: 

1. D^ A. W. N a n n i n g a. Onderzoekingen omtrent de theefabri- 
catie. 1. Het verflenzen. 



16 

2. D^ A. W. Nuiinin;^;!. OiHlcjzockin^^cn oiuirnit de tlicrfahri- 
ctitie. 2. FermeDtatie. 

3. Prol'. !>''. A. Z i iii in e r m ;i ii n. \'(»nilu(i|)i;; rapltori o\('r eeiie 
nieuwe koffieziekte. 

4. D''. W. \{. Tionii» <l e ll:i:is. Knsila^'e. 

5. J)'". VV'. I\. 'ri<»in|i (Ie IIjijih. I)c \ (X'dini^swaai'dc van in «It-n 
( •ultuurtuin Ir 'l'jjkfnincnli ^n nlt i\ct rdc en \an enkele in liel wild groeiende 
|)laiiteii. 

(I. l'rol'. D'. A. Z i ni ?n e r ni a n n. Over een wortelsoliininiel \an 
(.'()riea arabica. 

7. Prol". IJ'. A. \\'. Z i lu iiMM- UI a n n. (Jver boklori-en nil Fi<ii8 
elastica. 

8. \y. I. (ti. Kramers. J)e ascb door den Kloet uitgeworpen op 
23 Mei lüül. 

9. D'. A. W. N a n n i n g a. Resultaten van bemestingsproeven in 
theetuinen. 

10. Prof. D', A. Z i m n\ e r ni a n n. Over de Blorokziekte van Coffea 
arabiea. 

11. D^ J. C. K o n i n g s b e r g e r. Onderzoekingen betreffende de 
roest/ iekte in de thee. 

12. D''. W. R. Tromp de H a a s. Over den duur der kiemkracht 
van (Jastilloa elastica. 

13. D"". A, W. Nanninga. Onderzoekingen omtrent theefabri- 
catie. 2. Fermeutatie (vervolg). 

14. D^ D. J. Hissink. Over het gehalte van zwavelzuur (SOg) in 
de op Deli gebruikelijke meststoffen. 

15. D'. \V. R. Tromp de Haas. Uitkomsten van enkele in 1901 
verrichte aftappingsproeven met Hevea brasiliensis in den Cultuurtuin te 
Tjikeumeuh verkregen. 

16. D^ A. W. N a n n i n g a. Onderzoekingen omtrent de theefabri- 
catie. 

17. Prof. D"". A. Z i m m e r m a n n. Opmerkingen over eenige op 
Koffielanden van Oost- en Midden-Java waargenomen plantenziekten. 

Van het eerste, tweede en dertiende bericht van de hand van D^ A. W. 
N a n n i u g a werden reeds korte overzichten gegeven in het vorig jaar- 
verslag blz. 230 en volgende, waarnaar verwezen wordt. 

In het derde bericht doet de Heer Zimmermann verslag over een 



17 

naai' Banjoewangi ondernomen reis ter bestudeering der oorzaken van 
abnormale verschijnselen in koffietakken in genoemd gewest waargenomen. 
Die ziekte is daardoor gekenmerkt dat in het merg, hout, cambium en 
schors der aangetaste takken bruine plekken worden gevonden. Op deze 
plekken is het schorsweefsel meestal verdikt en in het midden der zwelling 
vindt men een rond donker puntje. Bij de geringste poging om de aange- 
taste takken te buigen, breken zij als glas af. Op dwarsche doorsnede 
bleken de plekken door een zeer fijne streep met de ojjpervlakte in verbin- 
ding te staan, zoodat het voor de hand lag aan een van buiten inwerkend 
agens te denken. Daar tevergeefs naar kleine boorders of andere binnen 
het aangetaste deel levende diereu (van verdachte schimmels of bacteriën 
kon geen spoor worden waargenomen) w^erd gezocht, werd het waarschijnlijk 
dat de plekken door dieren met een langen zuigsnuit voorzien, worden 
veroorzaakt. Bij het zoeken naar insecten vond nu Prof. Zimmermann 
op eene onderneming, die in hevige mate was aangetast, twee soorten van 
wantsen vrij verspreid in de tuinen. De proeven met een dezer wantsen, tot 
het geslacht Hypselonotus (vermoedelijk Hypselonotus trigonus Thunb.) 
behoorend, gaven geheel negatieve resultaten. Daarentegen vielen die met 
de andere, een Pentatomus-soort, genomen positief uit. Eenige exemplaren 
dezer wants (volgens determinatie van D'. Koningsberger, Penta- 
tomus plebejus Voll.) met een gezonde koffietak in een groote stopflesch 
gedaan, boorden door middel van hunne zuigsnuit gangen diep naar binnen 
en reeds op den avond volgende op dien waarop de proef in gang was gezet, 
bleek het merg voor het grootste deel bruin van kleur te zijn, terwijl 
ook in cambium en schors talrijke bruine plekken zichtbaar waren. Er 
bleef nog te onderzoeken of op bedoelde onderneming deze wantsen werkelijk 
in zoo groeten getale aanwezig waren, dat daardoor de enorm groote ver- 
spreiding der bruine plekken kon verklaard worden. Inderdaad bleek dit 
het geval te zijn. Dat de Pentatomus plebejus niet alleen de oorzaak van de 
hier bedoelde aandoening is, bleek bij een bezoek aan eene onderneming in 
Kediri, waar een andere wants dezelfde verschijnselen teweeg had gebracht. 
De bruine vlekken komen ook op Coffea liberica voor. Het schijnt dat in 
tuinen met geen of weinig schaduw de planten meer hadden te lijden, doch 
ook vond men soms in tuinen met vrij zware schaduw de planten het sterkst 
aangetast. Naar de meening van den schrijver laten zich de verschijnselen 
op sommige ondernemingen in het Kedirische geconstateerd, waarbij ook 
bruine vlekken in de takken werden gevonden, maar waarbij zich nog 
andere symptomen voordeden, zooals klein gegolfd blad met marmerkleur. 
Verslag van 'slands plantentuin 1901. 2 



18 

donkerroodachlig jong ontHprolon tojtblad, knopvoiiniiig, die zioli tot 
sk'iTC'ljes oiitwiUkeloii, ovcrvloedij^e v<»riiiiii<( vati iiitlooixTK van ijrimaiiv 
en secundaire takken, nid als een j^evolj,' viin l'ciilnioiinis sicl^cn vfiklart-n. 
MeL zekerheid was Inj <ifii l»c|>(rkli-ii lijd (]<■ (niacsiic ci Mier niel uit ti' 
maken. 

In Let vierde berielit deelL D'. T r o ni p de Jl a a s «e;! «n ander mede 
omtrent een mei Jira/iliaaiiöcli gras, dat hier bijzonder wtli^' licri, in den 
Culluurluin gehouden enöilage-proel', In Jiel Jioogsi en nieesi droog gelegen 
tuingedeelte werd een kuil gegraven vun li M. lengte, 1 M. breedte en 1 M. 
diepte en deze onder herhaald vastlreden gelijknmtig opgevuld met 
± 3Ö0 KG. gras. Een dikke aardlaag van ± G(> cM. dekte de hoop, welke 
ook nog voorzien werd van een atapdak en afvoergoten voor het regenwater. 
Zij werd van primo November tot primo Februari van het volgende jaar 
aan zich zelve overgelaten. Op laatst genoemden datum werd de kuil 
geopend, liet bleek toen dat het grootste gedeelte beschimmeld was, alleen 
de meest naar binnen gelegen lagen hadden zich goed gehouden. Wat kleur 
en geur aanging was het gras volkomen gelijk aan soortgelijk voer in Europa 
en werd het door karbouwen dadelijk gegeten. Analyses van het gras voor 
en na de inkuiling toonden aan dat het gras na de inkuiling sterk in 
voedingswaarde was achteruitgegaan. Schrijver knoopt aan het verslag 
dezer proef eenige beschouwingen vast over het ensileeren in het algemeen 
en over de resultaten van een dergelijken proef in (Jochin-China genomen. 

Na een korte excursie op het gebied der voedingsleer en na een korte 
uiteenzetting der methode ter bepaling der voedingswaarden van voeder- 
grassen, geeft de Heer Tromp de Haas in het vijfde bericht in tabel- 
vorm de uitkomsten der voedingswaarden van in den Cultuurtuin gekweekte 
en van enkele wild groeiende grassen, volgeus de methode van S t u t z e r 
en K ü h n bepaald. Naar aanleiding van de gevonden analysen-getallen 
omtrent het verteerbaar eiwit, rangschikt de Heer Tromp de Haas 
de door hem onderzochte grassen. Hier zij nog gereleveerd dat het z. g. 
roempoet pait niet zulk een slechte grassoort blijkt te zijn, als waarvoor zij 
algemeen gehouden wordt. 

Door een administrateur van een in de Preanger gelegen onderneming 
werd ter onderzoek toegezonden een koffiewortel met de mededeeling dat 
een 30-tal boomen in korten tijd waren doodgegaan onder de verschijnselen 



19 

van geel worden en afvallen der bladeren en verrotting van den penwortel. 
De resultaten van dit onderzoek maakt het onderwerp uit van het zesde 
bericht van de hand van Prof. Z i ni m e r m a n n. Aangezien geen fructi- 
ficatie organen kouden gevonden worden, gaf de Botanist van het 
Proefstation voor koffie aan de genoemde verschijnselen veroorzakende 
schimmels, den voorloopigen naam van zwarte wortelschiramel van de 
Java-koffie. 

Van de gewone wortelschimmel is zij onderscheiden, daar zij geen 
abnorme verdikking van den penwortel dicht aan den wortelhals veroor- 
zaakt. Tusschen de in de bruine kurklagen aanwezige spleten, neemt men 
min of meer breede, gedeeltelijk wit, gedeeltelijk zwart gekleurde strepen 
waar, die hun ontstaan te danken hebben aan schimmeldraden, die dicht 
door elkaar gevouwen, een min of meer donker bruine kleur bezitten. Deze 
draden bevinden zich vooral in de mergstralen en in de daaraan grenzende 
cellen en vaten. De donkere kleur der schimmeldraden verdwijnt naarmate 
men in lagen komt verder van de mergstralen verwijderd. Ofschoon die 
draden dan moeilijk zijn te zien, gelukt dit toch door behandeling van het 
lioutstuk met alcohol, kleuring met haematoxvline en fixeering in Canada- 
balsem. Bij microscopisch onderzoek vindt men de schimmeldraden bedekt 
met fijne korreltjes oplosbaar in zoutzuur, die vermoedelijk uit een 
Calciumverbinding bestaan. Door de bekende Jodium-reactie kan men 
gemakkelijk aantoonen, dat door den invloed dezer wortelschimmel de zet- 
meelkorrels, die in groote hoeveelheid in gezonde wortels te vinden zijn, 
verdwijnen. 

In het zevende bericht handelt dezelfde schrijver over een boktor, die 
in Oost-Java in Ficus elastica-aanplantingen vrij veel schade aanricht en 
die noch identisch is met de Batocera Hector, noch met de Batocera albofas- 
ciata, die beiden in de dadap worden aangetroffen. liet gelukte Prof. 
Zimmermann uit eenige larven het volwassen insect te kweeken. 
Vermoedelijk behoort deze tot het geslacht Epicedia (D^ Konings- 
berger). 

In het achtste bericht deelt D'". Kramers de resultaten mede van 
het onderzoek van eenige monsters asch van de uitbarsting van den Kloet 
op 23 Mei 1901 afkomstig en toegezonden met de vraag of deze asch gunstig 
zal werken op den plantengroei als eene bemesting. In dien zin is er niet 
veel van te verwachten. Het is alsof men een van de groote grauw gekleurde 



10 

i'otHl)l()kk('ii, (lic <)|» <l<' iK'lliiigcii viiii <l<-ii |\l(H-( W'^in-u, in ccii i-ciisiifhtiKO 
liMM'tici* tol sl<»l' ^cshiiiiitl lil (i\c|- (|f ;t;iii|)laiil iii^vii uil ^^csliooid luid. l)il 
^iiiiH »'ii itocdcr \;iii l:i\;i \>*\i\\ iiii \\<'| de sloircii die Noor d<- phiiilt-ii iioodig 
zij]!, iiiaiir eer dc/.c iii voor df worlols opiiccniburcii noiiii o\ er;;;»;!!!, iiioftcn 
d(; niint'iiiuld('«dlj('s, \s;i;iiiii /ij ^cboiulcn zijn, ccrsl \ fiwccicn onder (!♦• 
invvcrkinj^ van vvalcr en \;im do oi-giinischc stonVn door <lr jdantfii in do 
l)on\\kniin \<)oil;;('l>i-a(lil . Do pyioxoi-n on do volds|»aat iiioricn onst in 
kh'i oNcrj^aan on naarniati- //ij dal (lo(*ii, konion do kall<, kali on/, trr l)fsiiiii<- 
kinj^ van do i)lanloii\vorlol,s. Ook ia uieL te vergeten, dal de asoli goou 
yi)Oür van stikstofverbinding bevat, die iu uieststofCon liot nuM-st waardevol 
bestanddeel uitmaakt. Eveneens is de aseli natuujlijk vrij van humus of 
andere organische stoffen. 

Van de door D'. Kramers onderzcxhte monsters, waren drie 
afkomstig van landen boven Hlitar, twee uit de Vorstenlauden en een uit 
Kedoe (Temenggoeug). Het mikroscopisch onderzoek der asch geschiedde 
door D"". Verbeek. Deze vond daarin pyroxeen, trikline veldspaat en 
magneetijzer, doch geen vulkanisch glas. Het chemisch onderzoek levert 
nog al groote verschillen op, wat echter natuinlijk is, daar de plaatsen 
waar de verschillende monsters werden verzameld, meer of minder ver van 
deu Kloet af liggen. 

Het negende bericht geeft van de hand van D"". A. W. N a u n i n g a 
het 2^ verslag omtrent de proeftuinen (zie jaarverslag 1899 blz. 156). Uit 
dit verslag blijkt dat evenals het vorige jaar de bemesting met stikstofhou- 
dende kunstmestsoorten, behoudens enkele weinige uitzonderingen, de 
productie aanmerkelijk heeft doen opvoeren. Verder blijkt uit eene verge- 
lijking der resultaten gedurende dit jaar verkregen, met die van het vorige 
jaar, dat behoudens eenige uitzonderingen, de resultaten na de 2'' bemesting 
aanzienlijk grooter geweest zijn dan na de eerste bemesting, hetgeen moet 
worden toegeschreven aan indirecte nawerking, die vooral bij de organische 
mestsoorten (bloedmeel, boengkil, guano) duidelijk iu het oog valt. (Zie ook 
het IX'' verslag omtrent de onderzoekingen betreffende op Java geculti- 
veerde theeën opgenomen ouder de bijlagen). 

In het tiende bericht deelt Prof. Zimmermann het een en ander 
mede over de blorokziekte. Als kenmerkend voor deze ziekte geldt dat de 
oudere bladeren in een gedeelte der oppervlakte hun groene kleur verliezen 
en een geel gemarmerd of wolkachtige teekening vertoonen. De zoo 



21 

geteekende bladeren blijveu echter langen tijd aan de hoornen vastzitten, 
zoodat men hier niet eenvoudig' met een symptoom van het afsterven der 
bladeren te doen heeft. Bij aanwending van geringe vergrooting, ziet men 
dat in de verkleurde gedeelten de oppervlakte van het blad iets onder het 
niveau van de omgeving is gedaald. Bij nader onderzoek blijkt dat de 
wanden van de opperhuid geheel onbeschadigd zijn. De cellen van de 
opperhuid echter zijn afstervende en verliezen zooveel celvocht, dat de 
buitenwand inzakt. De inhoud der zieke cellen wordt meer of min donker 
bruinachtig en fijnkorrelig en de cellen die dicht bij de afgestorven cellen 
zijn gelegen, bezitten een geel gekleurd melksap. 

Schrijver deelt een en ander mede over het verschijnsel van het zich 
geel kleuren van het celsap door ouderdom, door ch(Miiische middelen 
(vooral alkalisch reageerende stoffen). In de nervatuur van het blad valt 
niets abnorms waar te nemen, en het bladmoes vertoont weinig afwijkende 
verschijnselen. 

In de Blorokzieke bladeren werden geen parasitaire organismen van 
welken aard ook gevonden. Prof. Z i m m e r m a n n mocht het niet 
gelukken de oorzaak der ziekte o]) te sporen. Hij helt tot de meening over, 
dat men hier evenals bij de mozaiekziekte der tabak met een contagium 
fluidum te doen heeft. 

Ten vervolge op het bericht in de 11^ jaargang van T e v s m a n n i a 
(zie vorig jaarverslag blz. M\), bespreekt D"". J. C. K o n i n g s b e r ge r 
in het elfde bericht de uitkomsten zijner nadere onderzoekingen betreffende 
de roestziekte. Achtereenvolgens behandelt de chef der X^' afdeeling het 
volwassen insect, de wijze van beschadiging, de eieren en de larven, de 
bestrijding. Schrijver komt tot de volgende voor de praktijk belangrijke 
conclusies: 1". dat het mogelijk is op een daartoe geschikt oogenblik, door 
een groeten en zoo noodig, algemeenen snoei de roest])laag der theeheester 
meester te worden; 2°. dat het mogelijk is, bij eene goede organisatie, de 
plaag meester te blijven; 8°. dat de hierdoor noodzakelijke uitgaven na 
eenigen en waarschijnlijk in de meeste gevallen zeer korten tijd, door de 
verhoogde ])roductie worden goed gemaakt. 

In een kort twaalfde bericht deelt D"". W. R. T r o m ]> de Haas 
mede, op grond van door hem genomen proeven, dat het mogelijk is zaden 
van Castilloa elastica gedurende vier weken hun kiemkracht te doen 
behouden, door de versch geplukte zaden van het vruchtvleesch te ontdoen, 



22 

en ze in /eer lijn linntHkoolpocdcr in <cn (ir<i;4»' flcsdi losjes ^'csloien, op 
te bewaren. 

Een kort rcIciJial \an licl vccrlienik,' Ijcridit van di- iiaml \aii I) . I). J. 
11 i 8 8 i n k 7A'\Ï wordt gevonden aan het slot van § 10. 

In hel \ijriiciMl<' hriidit drcK I )''. W'. IJ. 1' r o iii p de 1 1 a a .s <'cn 
en andei- mede omtrent de nitkomsten van aftapiiinf^siiioevcn met Hevea 
brasiliensis, volpens de methode van P a r k i n. Schrijver l)eschrijft in 
(If'^ails de {gevolgde werk^vijze »»ndei- opgave van alle oniHtandii>;h('d<'n, waar- 
onder de proeven plaats hadden. Zoo heeft de weiTSjjesteldhcid een giooten 
invloed op de opbrengst. De verkregen nitkomsten geven den schrijver 
aanleiding tot de opmerking dat voor de beoordeeling der i-es'illalen dei- 
af tapi>ingsproeven, de gewone wijze van opbrengstbepaling nl. door een- 
voudig aan te geven dat de boom getapt werd — zonder juiste opgave van 
de wondafmetingen en de afstanden van dezelve — en daarna het verkregen 
product gewogen, nauwkeurige vergelijkingen niet toelaat. 

Daar de melksap-voerende vaten voornamelijlc in den liast zetelen, zoo 
meent de Heer Tromp de Haas. dat er zeker verband bestaat tnsschen 
het bastoppervlak van een boom en de hoeveelheid daaruit te winnen 
caoutchouc. Zich hierop baseerende stelt schrijver voor om als maatstaf 
voor laatstgenoemde fe gebruiken de hoeveelheid caoutchouc, welke bij een 
bepaalde wijze van tappen uit 1 M-. van het voor aftapping in aanmerking 
komende bastoppervlak kan w-orden verkregen. De doelmatigheid van 
bedoelden maatstaf wordt door een aftappingsproef verduidelijkt. Dank zij 
dien maatstaf heeft men een middel om met grooten grond van nauw- 
keurigheid saprijke boomen van minder waardige te onderscheiden, wat 
voor de praktijk van belang is. 

Aanleiding tot het zestiende bericht was een bezoek door Prof. D"". A. 
Z i m m e r m a n n na afloop van het vierde koffiecongres aan verschillende 
koffielanden gebracht. De ter plaatse gedane observaties van nieuwe of 
onvoldoend bekende ziekten en plagen in de koffie en in sommige andere 
cultuurplanten op die landen als bijcultures geteeld, konden door een kort 
daarop gevolgd vertrek van den schrijver naar Europa, niet door de noodige 
onderzoekingen in hel laboratorium woorden aangevuld en afgesloteu. Van 
koffieziekten deelt de Heer Zimmermann een en ander mede over de 
Amerikaansche bladziekte, over de X-boorder van de Java-koffi»\ Pentatoma 



25 

plebeja, Tetranyehus biociilatus, de spinnenwebziekto, de schimmelziekte 
van Coffea liberica. Van de ziekten In de thee worden besproken, die ver- 
oorzaakt door myten, door Heterodera, verder de Golletotriohum-ziekte. 
Van ziekten in de peper deelt schrijver zijne bevindinc!;en mede over de 
schimmelziekte, wortelziekte en verschillende bladziekten. Het bericht 
wordt besloten door eenige opmerkingen van ziekten in de nootmuskaat en 
kapok voorkomende. 



Ter Landsdrukkerij verscheen van den Catalo<ïus Plantarum Phaneroga- 
marum quae in horto botanico Bogoriensi coluntur, herbaceis exceptis, 
fascicnlus II, Fam XI Hypericaceae, Fam XV Ancistrocladaceae, auctore 
J. G. Boer la ge. (Verg. vorig jaarverslag blz. 21). 

Op het topographisch bureau verscheen een door T)"". D. J. H i s s i n k 
vervaardigde „Landbouwkaart van Deli", waarvan de toelichtende text in 
brochurevorm op de drukkerij der inrichting werd uitgegeven. 

§3. 

1« AFDEELING DER INRICHTING. 

(HERBARIUM EN MUSEUM). 

Door het vacant blijven der betrekking van Adjunct-Directeur, Chef 
dezer Afdeeling valt er over het afgeloopen jaar niet veel belangrijks 
te vermelden. 

De ambtenaar-kruidkundige van de 7® Afdeeling had de welwillendheid 
bij het determineeren der collecties van de bosch-boom flora van Java tevens 
eenig materiaal uit verschillende families van het Algemeen- en Tuinher- 
barium op naam te brengen, terwijl de Directeur van den Botanischen tuin 
te Sydney ons een revisie van de door wijlen D"". B o e r 1 a g e bewerkte 
Eucaly])tus-soorten uit den bergtuin te Tjibodas toezond. Vnn den Heer 
Max Fleischer, belast met het samenstellen van een overzicht der op 
West-Java voorkomende bladmossen ontving onze Afdeeling een 3-tal porte- 
feuilles met door hem gedetermineerde soorten. 

Evenals ten vorigen jare werd met het rangschikken van het Herbarium 
Generale volgens den Index Kewensis geregeld voortgegaan en werden de 
tuin- en andere registers op de gebruikelijke wijze bijgehouden. Op ver- 
schillende plaatsen in den tuin werd materiaal ingezameld, hoofdzakelijk 
ter completeering van het Herbarium Horti, waarbij het Inlandsch personeel 
den Conservator assistentie verleende, terwijl eveneens ouder diens leiding 



zorg werd gedragen voor het sublimatieercu, opplakkeu en sdioonlionilen 
der collcfties. De Inlaiulsclic (cckciuiai' dfzcr Afdfcling \»Mva;ii«li},r(|(' 
onder toezicht van den anilt(('ii;i;ii- lunidkiuMlijif «Ier 7' A t(l(M-lii)<r (•«•n aanlal 
welgeslaagde teekeningen. 

Door aankf)()|i wci'dcii weder ccni^c klciiH-re viliiiu's Ncikicj^cii. zoodiit 
in de gi'oote nniseiiin/.aal llians oud*-!' elk raam zulk ccn lc<;kast }::e|daat8t 
is. De achterkaniei' van den i-eehtorvleugel in liet niiisenin<,'eh(ni\v weid in 
tweeën verdeeld, waardoor twee appai'tenienlen disitonihel kwain«-n, 
waarvan het een als werkvertrek van den niantri en den scliiijver diensl 
doet, terwijl het andere gereed ;;eli<»n(l<ii wordt vooi- eNcntnedc assist(Miten 
of bezoekers. Voorts wei'den nog een ])aar denren dooi- rainen vervangen 
en in de vestibnle de steenen vloer geheel vernieuwd. 

Behalve de hierboven reeds genoemde eollectie Musci fioiid<isi \aii d<n 
Heer Max Fl ei se her, verkreeg het llerbariinn en Mnsemii d(»or aan- 
koop een 300-tal herbarinni-speciniina nit de kolonie Eritrea in Ahyssinië ver- 
zameld door Prof. S e h w e i n 1" n r 1 h te Berlijn (mi biaclil de eiève-niantri 
J a h e r i een herbarium-collectie van ongeveer 250 soorten op het eiland 
Nieuw-Gninea bijeen. 

Overigens ontving onze Af deeling nog eenige fossile bladgedeelten, 
afkomstig van het land Bolang nabij Bnitenzorg, ten geschenke van D"". Hj. 
Jensen en verrijkte de Directeur van den Botanischen liiin (e ('alcutta 
onze collecties met een 225-tal herbarium-specimina uit Britsch-lndië. 
Verzonden werd het volgende: 

Tuinherbarium betrekking hebbende op de tweede aflevering van den 
nieuwen Catalogus: 

aan 's Rijks-Herbarium te Leiden 221 exemplaren; 

„ den Botanischen tuin te Kew 164 „ ; 

» „ „ „ „ Calcutta 139 „ ; 

» „ „ „ „ Berlijn 125 „ ; 

„ „ „ „ „ Melbourne 109 „ ; 

en vervolgens: 

Aan Mejuffrouw M. E. A p o 1, onderwijzeres te Echt (Limburg), 
herbarium van 86 verschillende medicinale- en cultuurplanten. 

Aan den Heer E. A. A. G o b é e, leeraar aan de H. B. school te 
Semarang, herbarium van 54 verschillende cultuurplanten. 

Aan den Directeur van het Koloniaal Museum te Haarlem een groote 
hoeveelheid herbarium en vruchten op spiritus van Kruidnagelen, Koffie, 
Peper, Timboel, Mangga en Peteh. 



28 

Aan deu Directeur van den Botanisclien tuin te Sydney, lierbarium van 
62 Encalyptus-soorten. 

Aan den Heer A. C F r u ij s van der Hoeven te Sidoardjo, 
herbarium van 98 cultuurplanten. 

Aan Prof. O. Beccari te Florence, lierbarium van 23 Dryobalanops- 
en Palaquium-soorten. 

§4. 

2<' AFDEELINtJ DER INRICHTING. 

(BOTANISCHE LABORATORIA). 

a. Het Botanisch Station. 

Het aantal bezoekers, welke in dit verslagjaar van het vreemdelingen 
laboratorium gebruik maakten, bedroeg: 

tien hiervan waren in het vorig verslagjaar reeds werkzaam de Heeren : 
Prof. D^ E. H a e c k e 1 uit Jena, D^ E. P a 1 1 a uit Graz en de Abt 
Legrè uit Marseille, terwijl bij het einde van dit verslagjaar de HH. 
D"". S p i r e, D"". D i e r c k s e, D"". Lang en Prof. V o 1 k e n s nog 
alhier verbleven. Omtrent D'". Pedaschenko zie men § 12. 

Omtrent de werkzaamheden der overige bezoekers, die in den loop van 
het verslagjaar Buitenzorg verlieten, kan hier het volgende worden mede- 
gedeeld op grond der aanteekeningen door die bezoekers zelf in ons 
Laboratorium-album geplaatst. 

Prof. E. H a e c k e 1 uit -lena. had als een der voornaamste themata 
voor studie tijdens zijn verblijf alhier uitgekozen de studie van het zoet- 
water-plankton op Java. Hij hield zich verder onledig met het maken van 
afbeeldingen van interessante vormen voor zijn werk .Jvunstformen der 
Natur". De gunstige gelegenheid alhier werd verder nog benut om eenige 
waarnemingen te doen op het gebied der embryologie van wervel- en geleede 
dieren en materiaal te verzamelen voor het Zoölogisch Instituut te Jena. 

D"". E. Pal la uit Graz, welke drie maanden te Buitenzorg verbleef 
hield zich hoofdzakelijk bezig met de studie en systematiek van enkele 
cryptogamen-families. 

D"". A. W. N i e u w e n h u i s. welke na zijne laatste Borneo-reis 
gedurende 5 maanden te Buitenzorg verbleef, beun tl e deze gelegenheid om 
in het laboratorium alhier een huidziekte te bestudeeren wier oorzaak (»eTi 
schimmel is (Tinea albigeiia). welke woekeringen in voetzool en hand])alni 
te voorschijn roept. 



2fi 

de Abt Legrè uit MarHcillc vcrbN'cf zeven riKiaiiden alhier en wijdde 
in (Ie eerste plaatn zijn aandjidil ;i;in de nioiiilioloj^ie <h-r Ijjinen en \an 
verschillende «gedoomde organen. Ile( s[»athnin bij de Aroideeën leverde 
verder een onderwerp van studie op, waarvan een rijkelijk materiaal Ier 
verder onderzoek kon worden {geprepareerd en niederjenonien. 

Baronnesse D'. M a r ^'. v o n U e x k li 1 i v<Ml)leef i nim /j-ven maanden 
(e Buitenzorg. Het hoofdthema van liar-e onderzoekin^n'n vormde het ondei-- 
zoek der extra florale suiker-seeerneerende (tinaiicn mcf Itehekkin;,' tot de 
dieren welke deze bloemen bezoeken, speciaal mieren, hi afwijking van 
andere waarnemingen kon «^een bescherming der bloemen door mieren fegen 
schade van hommels, wespen enz. geconstateerd worden. 

Tot een antomisch-biologisch omlerzoek. gaf de verspreidingswijze der 
vruchten van Thuarea sarmentosa aanleiding, terwijl verdei- cauliflorie en 
nyctitropische bewegingen van bloemen. Avelke de autogamie begunstigen 
werden bestudeerd. 

D"*. S. L. Schouten verbleef van 23 Juli tot 25 November te Bui- 
tenzorg daartoe in staat gesteld door eene subsidie uit het Buitenzorg- 
fonds. Behalve een algemeene studie der tropische natuur werd door 
D^ Schouten meer in 't bijzonder de aandacht gewijd aan reinkulturen 
van Algen, de biologie van parasitaire schimmels, waartoe een schimmel- 
ziekte bij Corchorus capsularis de gelegenheid aanbood en ten slotte aan 
het ontstaan van sprongvariaties bij lagere organismen i. h. b. Rhizopus 
Oryzae Went. 

&. Het laboratorium van den Chef der Afdeeling. 

Een voornaam deel der bezigheden van den Chef dezer Afdeeling werd 
ingenomen door de voortzetting der studie van de ziekten in het rijstgewas. 
Het locaal-onderzoek der ziekten nam daarbij noodzakelijker wijze een 
groot deel van den beschikbaren tijd in beslag en werd daarbij in de eerste 
plaats de aandacht gewijd aan de ,,ömö mentèh" iti de rijst. Het optreden 
dezer ziekte kon hier en daar worden nagegaan en materiaal worden ver- 
zameld voor verder onderzoek te Buitenzorg. de hier achter volgende reis- 
verslagen geven de verschillende bijzonderheden over dit locaal-onderzoek, 
zoodat daarna mag verwezen worden. 

Het onderzoek te Buitenzorg bracht aan het licht dat de schade door 
„ömö mentèk" aan de rijstplant veroorzakt in de eerste plaats is te zoeken 
in het wortelstelsel ; zonder uitzondering kon bij het materiaal te Pekalougan 
en in de Vorstenlanden verzameld de aanwezigheid in het wortelstelsel 



27 

worden geconstateerd van een rijstaaltje Tylenchus Oryzae. Een voorloopig 
onderzoek van D^ S o 1 1 w e d e 1 in 1887 en gepubliceerd in het Jaarver- 
slag van het Proefstation Midden-Java 1887 gaf ook reeds de aanwezigheid 
dezer parasiet aan in de wortels van zieke rijstplanten. 

Ter meerdere bevestiging van de nieening, dat in deze parasiet „het 
rijstaaltje" de oorzaak der ömö mentèk is te zoeken, werd aan den Chef dezer 
Afdeeling opgedragen een onderzoek in te stellen in Madioen, Semarang en 
Kedoe (zie reisverslag). Het onderzoek van het aldaar verzamelde materiaal 
deed ook bij deze zieke planten overal het rijstaaltje vinden. Nadat dus 
de vermoedelijke oorzaak dezer ziekte was vastgesteld moest nog door 
infectie-proeven getracht worden het definitieve bewijs te leveren. Deze 
werden te Buitenzorg ingesteld; de gelden voor den bouw van hiertoe benoo- 
digde cultuurbakken enz. werden door den Directeur van het Departement 
van Binnenlandsch Bestuur beschikbaar gesteld. De uitslag dier infectie- 
proeven was van dien aard dat kon worden overgegaan tot een publicatie 
van een voorloopig rapport over de ,.ömö mentèk'', welk nog vóór het einde 
van dit verslagjaar persklaar was. 

Het onderzoek dezer ziekte is hiermede nog geenszins afgesloten, niet 
alleen dat nog meerdere proeven te Buitenzorg noodig zijn voor de kennis 
van levenswijze en levensgeschiedenis van de parasiet in verband met de 
bestrijdingsmaatregelen, maar ook locaal-onderzoek zal nog noodig zijn om 
na te gaan welke omstandigheden de verspreiding en het optreden bij de 
cultuur in het groot, deze „ömö mentèk"-ziekte kunnen bevorderen of tegen- 
gaan. 

Het bleek reeds dat een groot deel der sawah's op Midden-Java besmet 
is, tevens bleek echter dat het meestentijds met plaatselijke gebruiken of 
toestanden samenhing of deze mentèk-ziekte al of niet zulk eene uitbreiding 
kon verkrijgen dat de rijst-oogst op de geïnfecteerde sawah's gevaar liep te 
mislukken. 

Als resultaat der voorloopige onderzoekingen mag echter hier reeds 
gemeld worden dat het reeds bleek dat de ziekte bestreden kan worden en 
haar gevaarlijk karakter kan verliezen mits daartoe de noodige maatregelen 
kunnen genomen worden, wat voorshands niet overal even gemakkelijk zal 
kunnen plaats vinden. 

Behalve deze dienstreizen voor het onderzoek der ziekten in het rijst- 
gewas werd aan den Chef dezer Afdeeling opgedragen een bezoek te brengen 
aan Deli (Sumatra's Oostkust), waaromtrent het bijgevoegde reisverslag 
nadere inlichtingen geeft. 



28 

Enkele oiMlciiH'iiiiiij^cii iii de l»iiiiil \;iii [{iiileii'/.or-;,' weiden iu><^ liezocht 
iijiar ;i;inlei(liii}4 \;ui iii^'e/ondeii iii;ileii;i;i I \;iii zieke ciilhiniiilaiiten. (erwijl 
liot iioodiji werd ^(Mxd-deeld den A rdeclinusclicr op Ie draj^eii een locaal 
onderzoek in te s(eller) naar lie( vooi'koinen \;iri sercli /iekle in d<' siiiker- 
i'iot-uan plantin jifcn in de ald. Soekahoemie en r.andon^, waaihij in eerst- 
fjenoemdo afdoeling «-en \ rij hevi;^ optroden \an sereh-ziekte werd jjecon- 
stateerd. 

Gedurende het af'jeloopen verslap;jaai- weiden 21 aaiivra;ren om advie.s 
injjezonden over plantenziekten, benevens liel noodi^^e onderz(»eking8-mate- 
riaal. In de meeste ^eA^allen kon de ziekte oorzaak «^econsfateerd worden 
en omtrent de mate van {jjevaar voor nitl»reidiTi<: of wel omtient de toepas- 
sing; van bestrijdinjTS-maatrejjeleii ad\ies worden veistrekt. ()]> eenijje zeer 
W(Mni^(» ui(z()iid(M-iii^('n na waren de iiiii(Z(»n<len planten ziekten at'koinstij; 
van ondernemin}.';eii <»nde!- Knrttpeescli helieei- en lictrof'fen In-i cnltniirijewas- 
sen voor de Enro])ees<'l»e markt bestemd. Ziekten in ile cnltures der bevol- 
kinjï, die zonder eenifjon twijfel vrij \<'elvnldiu vooi-komen en sehade aan- 
richten, werden sleclits een paar malen ter kennisse «icbi-aelit. No<,qnaals 
moge er dus opgewezen geworden <»]» lietu:epii liiei-omticnt i-eeds in het voor- 
gaande jaarverslag (zie ])ag. 32), weid medegedeeld. 

Nieuwe of nog niet beschreven ])laiitenziekten weerden niet ingezonden. 
Voor zoover daartoe tijd beschikbaar was, werd voortgegaan met het 
anatomisch-onderzoek van de rijst- en verschillende kiem-proeven met padi- 
variëteiten ingesteld. 

In het begin van dit verslagjaai- kon worden aangevangen met geregelde 
meteorologische waarnemingen, waartoe de noodige instrumenten in een 
afzonderlijk daartoe ingerichte ruimte wei-den opgesteld. 

Den O''''" November werd de leeszaal in gebruik gesteld en mocht zich 
aanvankelijk in een druk bezoek verheugen. 

De toestand van gebouwen of inventaris geeft geen aanleiding tot 
bijzondere opmerkingen. 

RAPPORT over een dienstreis naar de resideutiën Pekalongan en Sema- 
rang van 19 Februari tot 5 Maart 1901 door den Chef der 
2^ Afdeeling van 's Lands Plantentuin. 

Op mijne doorreis naar Pekalongan bezocht ik te Semarang zijnde den 
Resident en verzocht ZHEdG. voor mij inlichtingen in te winnen omtrent 
het voorkomen van padi-ziekten in zijn gewest, opdat ik bij terugkomst te 
Semarang mij onmiddellijk ter plaatse zoude kunnen begeven. 



Den 22^*''° Februari arriveerde ik te Pekalongan en ontving aldaar reeds 
onmiddellijk bericht van den Controleur van Batano^, dat zidi hier en daar 
in deze afdeeling ziekte op de sawah't» vertoonde. Den volgenden dag begaf 
ik mij dus uaar Batang en bezocht in gezelschap \un den Controleur den 
Heer H. Ch. A. Boublon enkele sawah's in de omgeving der kota. 
Eenige sawah's in de buurt der suikerfabriek Kalimati vertoonden in 
geringe mate verschijnselen, welke eenige overeenkomst vertoonden met 
z, g. ömö mentèk, andere sawah's die bij voortduring voor rijstcultuur 
gebruikt werden, vertoonden duidelijker de kenteekeneu van Omo meutèk. 
Hier was tevens zeer duidelijk na te gaan hoe de ziekte zich van uit eene 
sawah op een lager liggende verspreid had, daarbij den loop \ an het water 
volgend. De sawah's bij een vorig bezoek aan Batang bezichtigd werden 
nu wederom in oogenschouw genomen en viel nu aldaar onmiskenbaar de 
ömö mentèk te constateeren. Het mikroskopisch onderzoek te Buitenzorg 
van het vroeger medegebrachte materiaal had ook zulks reeds doen ver- 
moeden. Ook hier, nu de padi gerijpt was en de verschillen tusschen zieke 
en gezonde planten meer geaccentueerd waren, kon de loop van infectie 
van eene sawah op de andere zeer duidelijk worden nagegaan. Bij gelegen- 
heid van een vorig bezoek was verzocht geworden eene sawah, die toen 
sporen van aantasting vertoonde, met zorg te onderhouden om te zien 
welken invloed zulks heeft, daar de gewoonte bestaat bij de Inlanders om 
zoodra zij zien dat in hunne sawah's zich ziekteverschijnselen voordoen, 
deze aan hun lot over te laten en o. a. niet te wieden. Tot mijn teleurstel- 
ling was aan dit verzoek geen gevolg gegeven en was nu de sawah een 
warboel van half doode rijstplanten en diverse grassen geworden. Ver- 
scheidene dezer verwaarloosde rijstplanten waren tevens aangetast door 
z. g. djamoer oepas, een niet f ructif iceerende schimmel, welke eigen- 
aardige vlekken op stengel en bladscheede doet ontstaan. 

Den 24*^° Februari werden enkele sawah's in het onderdistrict Petaroe- 
kan nabij Tjomal bezocht. Omö mentèk kon daar echter in haar typisch 
optreden niet gevonden worden, wel echter planten volgens zeggen der 
Inlanders aldaar, aangetast door ömö abang (waaronder zij iets anders 
verstaan als ömö mentèk, welke ziekte hen ook zeer goed bekend is). 
Op de aangetaste petaks sawah waren hier en daar verspreid planten 
waarvan het blad geel blijft, de uitstoeling dezer planten was gering, lengte 
en hoogte ontwikkeling overigens gelijk aan gezonde groene rijstplanten, 
het blad was echter stijver en stond meer recht op; volgens zeggen der 
Inlanders zouden zulke gele planten geen vrucht dragen. 



50 

Iiilandci's zonden ziilko j^olc plniilcii '^con vtiiclil <lr;i;;('n. A'ol^'C'iis vcrdore 
iJH'dc'deeliiig v:ui JnlandHclic zijd*- is /.iill< cfii phinl iccds \im zijn prilste 
jengd af aan, abnormaal j^erl, hd schijiil ^<'cii xcr-Hchijnsel op Infectie 
berustend Ie zijn en wordl t<)ej;i'sriiic\en ;ian sli ililc z;ia(lp;idi. l)e ver- 
s(bijns(deii verlooiieii veel o\ erccnkumst niel lnjl^^ecn bij (mmi vorij;(.' dienst- 
leis werd j^cnonden op sawiilTs nabij Wonitsiiiio (onderdishid Kmanf^anjer) 
iu deze zelfde residentie. 

Op den terugweg werd nog een kori bezoek get)ra<li( aan d<' sawalTs 
nabij Oedjong Géd6 waar len \oriu;<' ninie hevig ónio nientélc heerschte; 
hier en daar waren de oserblijfselen dezer ])lanlen nog (e zien en werd 
nog eenig materiaal verzameld om tot vergelijkend onderzoek met het 
vroeger verzamelde te dienen. Deze sawah's waren steeds vochtig gebleven. 

Den 25'" Februari begaf ik mij via W'eleri naar de onderneming 
Siloewok Sawangan, adm. de Heer E b e 1 i n g. De sawah's op dit erf- 
pachtsperceel zijn in een uitgestrekt dal bijeen gelegen, dat zijn water 
ontvangt direct uit een leiding uit het bosch komende. Ook hier was de 
overgang van een saw'ah op naastliggende in de richting van de afvloeiing 
van het water herhaaldelijk te constateeren. Opvallend was verder dat op 
sawah's waar de ziekte zich over de geheele petak had verbreid, meest de 
randplanten nog geheel of gedeeltelijk gezond uiterlijk hadden. Bij sommige 
zeer zieke planten was geen Napicladium Janseni te vinden, bij gezonde 
planten daarentegen wel en omgekeerd. 

Op deze sawah's wordt zonder tusschenpoze Oost- en Westmoesson padi 
geplant; over 't algemeen heeft de Oostmoesson padi minder van ömö 
raentèk te lijden dan de andere, wat o. a. ook duidelijk werd uit productie- 
cijfers mij Welwillend door den Heer E b e 11 n g verstrekt. 

In de omgeving van \\ eleri, waar meerdere rijstlanden zijn, heerscht 
de ömö mentèk voortdurend, hoewel dit jaar in vrij geringe mate, zooals 
op den terugweg naar Pekalongan kon gezien worden. 

Den 27'-''^ Februari werd met den Heer van V' leute n, Controleur 
kota te Pekalongan een tournee gemaakt in de omgeving en ten Westen 
eenige zieke sawah's bezocht, welke volgens de wedono's o. a. niet 
ömö mentèk ziek waren, mikroskopisch-onderzoek deed zulks echter wel 
vermoeden, zoodat den Heer van Vleuten werd verzocht deze sawah's 
zooveel mogelijk te doen observeeren, A'^roeger was op deze sawah's volgens 
zeggen nooit ziekte geweest. 

Den 28^" Februari moest een voorgenomen tocht naar Karanganjer door 
regen en bandjir worden opgegeven. Het doel was geweest de sawah's nabij 



31 

Wonosirno te bezoeken, welke bij de vorige dienstreis bezocht werden en 
toen z. g. ömö abang ziek waren. Volgens welwillend verstrekte nadere 
inlichtingen van den Controleur H i 1 d e r i n g waren deze sawah's goed 
onderhouden en was nu van ziekte niets te bespeuren hetgeen overeenkomt 
met hetgeen het onderzoek te Buiteuzorg van het indertijd verzamelde mate- 
riaal reeds had doen vermoeden. 

Den 1*^" Maart begaf ik mij van Pekalongan naar Semarang, waar ik 
den Resident afwezig vond. Nadere berichten over ziekten in het padigewas 
waren nog niet ingekomen, zoodat ik besloot 2 Maart maar zelf naar Demak 
te gaan. Aldaar bezocht ik in gezelschap van den Assistent-Resident 
P e r e i r a den Regent en vernam dat enkele zieke sawah's zich bevonden 
in de nabijheid der dessa Kemloko nabij Godong. De Assistent-Resident 
en Regent werden onmiddellijk bereid gevonden mij daarheen te vergezellen; 
halverwege moest echter deze tocht worden opgegeven door een ongeluk 
aan ons vervoermiddel en werd besloten deze tocht 4 Maart te hervatten 
in gezelschap weder van den Assistent-Resident en den Heer H e ij n i n g. 
Ingenieur B. O. W. 

De naam ömö mentèk is in deze streken onbekend en spreekt men 
algemeen van ömö bambangan. In de rapporten over de rijstziekten wordt 
slechts onderscheid gemaakt tusschen ömö soendep (padi-boorders?), ömö 
beloek (= vooze aren), waarvan de oorzaak zeer verschillend kan zijn en 
dan ten slotte ömö bambangan. Opmerkelijk is het dat de walang saugit 
slechts zelden hier voorkomt. Op de sawah's nabij Kemloko door deze 
ziekte aangetast konden geheel dezelfde verschijnselen worden geconsta- 
teerd als op ömö mentèk zieke sawah's in het Pekalongansche. Het uiterlijk 
der planten vertoonde dezelfde roodachtig gele kleur op de oudste bladeren, 
terwijl de planten klein en laag bleven. 

Ook hier kwam de ziekte nu eens pleksgewijs voor in overigens gezonde 
sawah's, dan weder worden geheele petaks aangetast. De uitgestrektheid 
zieke sawah's in deze omstreken zal hoogstens 10 bouws bedragen. In 
vroegere jaren o. a. 1898 waren geschat 8000 bouws door ömö bambangan 
te zijn aangetast. In deze streken kent men niet de gewoonte om tweemaal 
per jaar padi te planten; over het algemeen wordt zeer regelmatig uitgeplant, 
het onderhoud laat echter nog veel te wenschen over, terwijl bij sawah's die 
eenige teekenen van ziekte geven ook hier niets meer aan onderhoud, wieden 
enz., wordt gedaan. Als voorbehoedmiddel tegen te groote schade door 
ziekte wordt door de bevolking hier z. g. „sroenggan" geplant, d. w. z. padi 
dalem en gendjah dooréén, terwijl zij anders de voorkeur geven aan gendjah 



S2 

:i:iii|)l:iiil , \<»ljf('iis yj-'^ixi-w der ;iii(orilcitcii, in \ i-iIimihI iim-i hiin (»ii;^ijiist ij^cn 
occolioiiiisclirii lofShlIHl, welige licii (Inrl \ itI;IIi;:<'I1 s(iiMMli;: (!•• |);nll h- klJliIi»Ml 
<)()j;s(<'ii. |)c (Ijilciii S()(»i-I«'ii scliiJiH'ii Itclcr Itcsliiiid Ie /ijii Ic^^fii <|c /i<'kt<' 
<ii ook al Ik Uc sawali sicik aiiiig«!Lasl nog sIcedK (M'iii;^ hcsi-lioi o|» !•• U?vcrt;ii, 
zoodat op dez(! vvijzr luch iio^ steeds I '/i der j^ciMMinde prod ii< I je woi'dl 
Ncikregeii. 

Daar d<' dooi- óiim» menlek of ónn» l»;inil>;in;4;iM ;i;in;^(*taHtf* Kjiwali's reeds 
O]) verjcn al'sljind in "I *>o>^ \allen duur hun r(»od;4t'len kleur en aililerlijken 
slaud, /oo kon ik .lava dooisporende hier en daai- noteeren, waar in de 
laatste helft van Febrnari zieke sawah's voorkomen naar alle waarschijn- 
lijkheid door ömö meutèk aaugelasl. \ an West naar Oost gaande vielen 
dau zieke sawab's het eerst op nabij Kmja en Keiuraudjen in vrij groote 
uitbreiding, bij Idjoe en tot dieht bij (Jonibong lieerschte veel ziekte. 

Verder bleek deze te heerschen nabij Klaten en hier en daar verder in 
de Vorstenlaudeu, bij Geneng en Poervvodadi tot dicht bij Madioeu waren 
veelvuldig zieke sawah's te zien, ten slotte nabij Sidoardjo, waar de ziekte 
zeer sporadisch optrad. Verder trad de ziekte nu op in 't Demaksche zooals 
beschreven en in 't Pekalougansche, terwijl volgeus ingekomen rapporten 
zich de ömö mentèk zeer sporadisch in de buurt van Tegal zoude vertoonen. 

RAPrOKT over een reis naar Soerabaja van 5 Maart tot 15 Maart 19U1. 

In opdracht van den Directeur van 's Lands Plantentuin begaf onder- 
geteekende zich 5 Maart 1901 van Semarang naar Soerabaja, tot het bijwonen 
\an het vijfde congres van suilcerfabrikanten op Java. De tl'" Maart werd 
besteed aan enkele bezoeken, als bij den Resident en den Heer M"". H. 
's J a c o b, President van het Algemeen Syndicaat van Suikerfabrikanten 
op Java. 

Den 7*"" Maart opende 's ochtends ten negen ure de president M"". H. 
's J a c o b het vijfde „suiker-congres'' met een welkomstrede waarin hij 
o. a. wees op een heuchelijke samenwerking van den Staat en de industrie, 
die tengevolge had gehad dat de Regeeriug ondergeteekende opgedragen 
had, de zittingen van het congres bij te wonen. Ka nog eenige beschou- 
wingen te hebben gehouden uaar aanleiding van het feit dat vijf jaar geleden 
ter zelf der plaatse het eerste suikercongres had plaats gehad, wordt het 
woord gegeven aan D"". Z. Kamerling, die een voordracht houdt 
over „het Wortelrot". 

Spreker begint met een kort overzicht te geven hoe het ontijdig 



oo 



afsterven van het suikerriet zich als een meer en meer verbreidende plaag 
bij de rietcultuur voordoet, door hem wordt de schade hierdoor aan de 
suikerindustrie op Java toegebracht, gescliat op minstens twee m i i- 
I i o e n gulden 's jaars, terwijl thans nog de jaarlijksche toeneming 
wordt geschat op 5% van dit bedrag. Door spreker wordt er opgewezen hoe 
verschillende oorzaken het ontijdig afsterven van het suikerriet tengevolge 
kunnen hebben en hoe in vele gevallen „wortelrot" de oorzaak is. Deze 
„ziekte" vertoont een zeer typisch ziektebeeld, vooral duidelijk bij het 
afgestorven wortelstelsel; naarmate dit laatste nog meer of minder func- 
tionneert, zijn de gevolgen minder of meer duidelijk zichtbaar bij de boven- 
aardsche plantendeelen. Volgens spreker is uit velerlei proeven gebleken 
dat „wortelrot" geen infectie-ziekte is; ook de uitbreiding van het ver- 
schijnsel wijst z. i. hier op, waar geen bepaald centrum is aan te wijzen van 
waaruit de uitbreiding geschiedt. 

Het „wortelrot" is een groudziekte, d. w. z. dat wij hier te doen hebbeu 
met een ziekelijken toestand der rietplant tengevolge van ongunstige 
groei-condities, veroorzaakt door ongunstigen physischen of chemischen 
toestand van den bouwgrond. In hoofdzaak zijn het dan ook gronden die 
reeds lang voor rietcultuur in gebruik zijn geweest, waar zich het ver- 
schijnsel van ontijdig afsterven vertoont. Volgens spreker blijkt het o. a. 
dat de meeste ondernemingen die vóór 1860 in werking zijn gebracht van 
wortelrot te lijden hebben, de fabrieken, die na 1880 zijn opgericht, 
zijn daarentegen nog vrij of vertoonen slechts in geringe mate het 
„wortelrot". 

Aan enkele voorbeelden tracht spreker nu duidelijk te maken hoe volgens 
hem verband bestaat tusschen den aanvoer van bandjirslib op de sawah's 
waar later riet zal worden geplant en het „wortelrot". 

Wü,é.r een goede slibafzetting plaats vindt, is wortelrot nagenoeg 
onbekend, zoodat de spreker tot de conclusie komt dat het optreden van 
het wortelrot, zoo niet een direct gevolg, dan toch in sterke mate in de hand 
wordt gewerkt door onvoldoenden slibtoevoer op de sawah's en daardoor 
intredenden achteruitgang van den bouwgrond. Deze achteruitgang, zoo 
tracht spreker nu aan te toonen, is niet zoozeer het gevolg van gemis aan 
chemische stoffen, als wel van een gebrekkigen physischen toestand tenge- 
volge van het ontbreken der uoodige humusstoffen. Verschillende voor- 
beelden worden aangehaald om te doen zien hoe ook bij andere cultures 
door roofbouw een achteruitgang optreedt, waarbij humusstoffen aan den 
bodem ontnomen worden. Om deze vermindering en achteruitgang van den 

Vkhslag van 'si.anüs i-lantkntuin liMH. 5 



54 

bodem tegen te gaan, kan sjjfdccr- aanr!ul<'ii (l(ji>r l)i-irr<' irri;;ati<' slibtoevoer 
te vermeerderen, bemest inj,^ md slalnicsi, lid uii(l(i|il(>c;;cn \an i>a(li-Htr<><j 
en groene bemesting. 

Als voorloopigc Inilpniiddclcn kuniiLMi Ih'I aanplanten van immune 
variëteiten en rationcclc cnllnnr, vfiinjiMlcrinj^ \an liet „WiJilclior' tenge- 
volge Lebben. 

Bij de discussie op deze voordiadil voljicndti weiden nog enkele feiten 
uit de praktijk der snikerl'ahrikanlen te heide ^el»iadit, \velk<' een bev(.'S- 
tigiug zouden zijn van de meeuing van 1)'. Kamerling omtrent bet 
„wortelrot". 

Verder werd protest aangeteekend tegen een gezegde van 1^'. K a m e r- 
1 i n g, wildr deze den achteruitgang van den bodem gedeeltelijk aan 
roofbouw der suikerfabrikanten meende te kunnen toesehrijven. Met 
enkele voorbeelden trachtte men juist aan te toonen dat, mochten er wellicht 
in de praktijk fouten begaan worden, zulks niet is te wijten aan opzettelijkeu 
roofbouw. Door de vergadering wordt ten slotte bij monde van den Voor- 
zitter erkent, dat bodemverarming bij de rietcultuur plaats heeft en wel in 
hoofdzaak bestaande uit humus- vermindering, terwijl door gewijzigde 
irrigatie-toestanden, een onvoldoende slibtoevoer niet in staat is dit te kort 
te dekken. 

De tweede voordracht werd gehouden door den Heer D. J. K o b u s 
over „selectie van suikerriet". In aansluiting aan zijn vroegere onderzoe- 
kingen, begint spreker met eenige cijfers mede te deelen betrekking hebbende 
op het suikergehalte van suikerriet, geteeld uit bibit van suikerarme en 
suikerrijke planten. Door proeven op grootere schaal, waarbij zooveel 
mogelijk andere factoren konden buitengesloten worden, gelukte het spreker 
het bewijs te leveren dat bij het suikerriet eene selectie naar het suiker- 
gehalte mogelijk is, en dat dus, door, voor den aanplant te gebruiken de 
stekken van de suikerrijkere planten een meerdere productie kan verkregen 
worden. 

Voor de praktijk verder als van groot belang, mag de proef beschouwd 
worden, waardoor werd aangetoond dat reeds betrekkelijk jong riet, zooals 
in bibittuinen, merkbare verschillen vertoont, zoodat in de bibittuineu reeds 
met een selectie naar het suikergehalte kan worden begonnen. 

Door een andere proef kon de erfelijkheid worden aangetoond van een 
hoog rietgewicht; eene selectie-proef met dikke en dunne stekken gaf een 
minder bevredigend resultaat. Nu deze verschillende gegevens bekend 
waren, bleef nog de vraag, of het ook in de prakMjk mogelijk zoude zijn eene 



5S 

selectie als bovenbeschreven door te voeren. Het bleek echter dat steeds 
polyrisatie van het sap noodig bleef om den suikerrijkdom te bepalen, uit- 
wendige kenmerken (zwaarte, dikte) zijn niet voldoende. Spreker komt nu 
tot de conclusie dat „de uu reeds verkregen resultaten met 
selectie naar het suikergehalte, een hooger suiker- 
productie per bouw mogen doen verwachte n". 

Bij de hierop volgende discussie bleek dat ook in de praktijk reeds de 
mogelijkheid was bewezen om selectie naar gewicht en suikerrijkdom in 
bibittuinen door te voeren, zonder te hooge onkosten. 

De Heer van Koesveld doet vervolgens eenige „mededeelingeu 
omtrent de werking van ross-cutters, caneshredders, rushers en splitters. 
Door spreker wordt het nut betoogt van enkelen dezer vóórbewerkers, 
waardoor meerdere maalcapaciteit, minder brekage en slijtage en meer 
sapextractie wordt verkregen. Hij toont verder aan hoe opstelling en 
molen-inrichting enz. er veel toe bijdragen om aan een of andere voorbewer- 
king de voorkeur te geven. Het blijkt echter bij de discussie na deze voor- 
dracht dat nog nauwkeuriger proeven gewenscht worden om het economisch 
nut van een voorbewerking van het riet vóór het in den molen komt, iu het 
algemeen uit te maken. 

De eerste voordracht op de tweede congres-dag werd gehouden door den 
Heer R. ö a x over duusap-filtratie op defecatie-fabrieken. Spreker geeft 
daarbij een overzicht van de verschillende filter-systemén, zooals die in de 
defecatie-fabrieken op Java gebruikt worden. Naar aanleiding van een 
nauwkeurige studie der verschillende systemen en enkele proefnemingen, 
komt spreker tot de conclusie dat schoonsap-filtratie op defecatie-fabrieken 
geen aanbeveling verdient. Verder dat bij vuilsap-filtratie door een 
bepaalde inrichting der filters nog meerder voordeel door minder suiker- 
verlies is te behalen, en wellicht door toepassing der centrifugaal kracht een 
meer voordeelige wijze van werken zal kunnen verkregen worden. Bij de 
discussie blijkt o. a. het nut van een sterilisatie der filters (Taylor), ten 
einde suikerverliezeu te voorkomen en dat in de praktijk reeds hier en daar 
met gunstig gevolg van de centrifugaalkracht gebruik wordt gemaakt tot 
sap-zuivering. 

De Heer H. C. Prinsen Geerligs houdt verder een voordracht 
over de resultaten der onderlinge fabricatie-contróle. Deze controle oor- 
spronkelijk op 15 fabrieken toegepast, werd in de laatste jaren meer en meer 
uitgebreid, zoodat in 1900 78 fabrieken waren toegetreden, echter nog te 
weinig wanneer men weet dat er 185 siiikerfabrickrii <»p Juva zijn. 



.->b 

tJit de verzamelde cijtVrs Itlijki nu <>. a. dal \»)(»rbei'eideiide wcrkliiijjfen 
als ross cutters enz. geen be[)aald voordeel opl<\cfcii wal de hofveclheid 
verkregen suiker betreft. l)<ior de onderlinge controle \ver<l verdr-r gelrarht 
de onbekende verliezen aan suiker bij de ral»ri< alle nader te definieeren, in 
hoofdzaak schuilen deze in de melasse, en \ver(i het nul eener nauwkeuriger 
controle der saccharose-verliezen in de melasse aangetoond, lil de ver 
strekte cijfers bleek tevens dat krislallisatie in beweging oji ziclizdve geen 
meerder voordeel geeft. De lol dusverre veikregen cijfeis geven sju-eker 
aanleiding er op aan te dringen de onderlinge controle ook verder voorl te 
zetten en zoo nauwkeurig mogelijk toe te passen. 

In een voordracht „over den aanleg en de constructie van smalspoor- 
banen op suikerfabrieken met locomotieven als trekkracht" woi-dt door den 
Heer J. van M o 1 1 uiteengezet van welk belang zulk een aanleg is voor 
een geregeld bedrijf en een technische uiteenzetting gegeven over de wijze 
van aanleg en onderhoud. 

Den laatsten (derden) congres-dag werd door den Heer J. U o m a n 
van der Heide een voordracht gehouden „over de praktijk van het 
irrigatie-beheer". 

Afgezien van het gebruik van water voor fabrieksdoeleinden heeft de 
suikerindustrie belang bij de bevloeiing om in den Oostmoesson suikerriet 
te kunnen planten. De Westmoesson-be vloeiing is evenzoo van groot belang 
wegens de grooteu invloed, dien het met het irrigatiewater aangevoerde 
slib op den bodem heeft. 

Bij de Oostmoesson-bevloeiing is de eerste vraag, hoe de beschikbare 
hoeveelheid irrigatie water te verdeelen en dan verder hoe de in vele gevallen 
ontoereikend beschikbare waterhoeveelheid is te vermeerderen. Spreker 
geeft nu een nadere uiteenzetting van de wijze van verdeeling van het water 
tusscheu particulieren aanplant en dien der bevolking en hoe deze zich 
gedeeltelijk uit utiliteits-principes, gedeeltelijk uit grondrechten heeft 
ontwikkeld. Door eene beschrijving van enkele recente irrigatie- werken 
wordt duidelijk gemaakt hoe deze verdeeling tegenwoordig geschiedt. 

Het vermeerderen van het water-debiet in den Oostmoesson kan geschie 
den door verhooging van het debiet der voedings-rivieren of door meer 
rationeele aanwending van de beschikbare hoeveelheid. 

Deze maatregelen zijn echter meestal niet dau langs kostbaren en lang- 
durigen weg te verkrijgen; daarom is het in de eerste plaats zaak verliezen 
tegen te gaan door beter onderhoud van leidingen, de verdeelwerken, vooral 
de Inlandsche, beter in te richten; het opheffen der Oostmoesson-padicultuur 



en daaivooi* Westraoessou-cultuur in te voeren en desnoods inkrimping van 
liet Oüstmoessou-bevloeiingsgebied om het te bevloeien gedeelte geregelder 
water te kunnen toevoeren. 

Bij de Westmoesson-bevloeiing is de padi-cultuur hoofdzaak en moet 
vooral voor slibtoevoer op de sawah's zorg gedragen worden. 

Een geregeld beheer der waterverdeeling is van het meeste belang en 
wordt door spreker nader uiteengezet hoe zulks mogelijk is door samen- 
werking van Kegeering en particulieren. Door voorbeelden wordt aange- 
toond hoe men hierbij reeds op den goeden weg is en hoe men op deze wijze 
ten slotte de productiviteit van den bodem zal kunnen verhoogen. 

Na eene korte discussie werd na het vijfde congres door den voorzitter 
gesloten verklaard. 

Naar aanleiding der besprekingen en voordrachten op dit congres achtte 
ondergeteekende het wenschelijk om onder nadere goedkeuring, van zijn 
aanwezigheid te Soerabaja gebruik te maken om zich naar Pasoeroean te 
begeven, ten einde aldaar het proefstation voor suikerriet-cultuur Oost-Java 
onder leiding staande van den Heer J. D. K o b u s te bezoeken en de 
proeven omtrent selectie in oogenschouw te nemen. 

Op den terugkeer van Pasoeroean werd nog een bezoek gebracht aan de 
suikerfabriek Krembong, administrateur de Heer Moquette, waar 
gelegenheid was een aanplant te zien, grootendeels uit zaadriet geteeld en 
welke tot bewonderingswaardige resultaten had geleid, zoowel uit cultuur- 
oogpunt als ten opzichte der schade vermindering door de sereh-ziekte. 

Den 14"^° Maart vertrok ondergeteekende van Soerabaja naar Buitenzorg 
en arriveerde aldaar den IS*"" Maart. 

RAPPORT omtrent een reis naar Deli van 3 April tot 5 Mei 1901. 

Den 4^° April van Tandjong-Priok vertrokken arriveerde ik 8 April d.a.v. 
te Medan en verbleef aldaar tot 1 Mei. 

Tijdens mijn verblijf te Deli had ik gelegenheid de meeste leden van het 
Planters-romité te ontmoeten en met hen te confereeren over verschillende 
zaken de 8'^ Afdeeling van 's Lands Plantentuin betreffende. 

Den 13'° April had een vergadering plaats der leden contribuanten van 
het laboratorium voor onderzoek van Deli-tabak en kon ik door mijne aan- 
wezigheid enkele vragen om inlichting beantwoorden en de ongegrondheid 
van een klacht aantoonen. 

Aan eene uitnoodiging van den Hoofdadministrateur der Serdang Tabak- 



5R 

I\IiJ. om //ijric oinlfmcminj: (<• Im'/ocKcii kon ^'i'\ol;^' <x«';^o\ <ii wonlon. on ndviPK 
woidon vorstreUl onilicnl onkolo vi';i;;on in znko liolnnnlolin;^' dcy kwock 
!)C(lden. 

Vei'dor worden meerdoro on(loiiioniin;,'on hozodif om d(?ii voortaan;,' dof 
roboisalio mot Alhizziii niolnc<iin;i nn te ^Miin. mrci' on m<'oi' lilijkl dnf znlk 
oen roboisatie zoiidor nooI kosten on mooilo is dooi- |o xooion. Ilnkolc \cr- 
nieendo «gevaren bij deze reboisatio kondon I»i j dozo hozookon nadoi liosinokon 
worden. Ten dezen jare wordt oon pidol" oji ^iiooloi- sclnml ^MMiomon. 1on 
einde den invloed dezer reboisatie na to ji:aan. 

Door het abnormaal drojje weder stond de lat»aks-aan|>lanl o\'fi- '1 al^o- 
nieen aeliterlijk, over ziekten in het jjewas worden jreon Idiohlon \(itiomofi. 

Norj kon een bezoek jjebracht aan hot koffie district in Sordiin;: on oen 
indruk verkregen worden van de sterke (»nl wikkolinix en dracht dor Liboi-ia 
koffie op deze gronden, waardoor deze sti-ook. niindei- ges<'hikt voor tabaks- 
cnltunr, toch productief werd. 

Den 5*"* Mei keerde ik weder te Bnilenzorir lorng. 

VERSLACt over een dienstreis naar de residenties Madioen. Somarang, 
Kedoe en Cheribon van 10 Mei tot 20 Jnni 1901. 

Den 16^° Mei van Buitenzori; vertrokken, arriveerde ik den 17''" d.a.v. 
te Madioen en werd de volgende dag besteed aan besprekingen met den 
Resident en den Regent tot het opmaken van een plan de eampagne. 

Den 19^° Mei werd een tournee gemaakt in de buurt van Magetan. waar 
de rijstoogst in vollen gang was. 

Een deel der sawah's in do bnnrt van de desa (lorangganMijj: en der 
kota Magetan waren aangetast door z. g. ömö mentMc. Deze naam werd 
gegeven aan padi die door padi-boorders was aangetast en waarvan het 
hart geheel verdord was, zoowel als aan padi wier buitenste bladen rood- 
achtig geel waren opgedroogd en die of geheel geen of slechts matig beschot 
opleverde. Zijn de sawah's erg aangetast, wat hier echter slechts bij uit- 
zondering het geval was, dan wordt slechts y^ ^ % ^'^n ^^^ noT'mnlo beschot 
verkregen. Opvallend was, dat aan het blad van zulke ömö montMc-zieke 
planten geen Napicladium Janseni te vinden was, als oorzaak der 
mentèk-ziekte beschreven. 

Wanneer de ömö mentèk in zoo sterke mate optreedt dat de plant laag 
blijft en een serehachtig uiterlijk verkrijgt door de vele secundaire stengels 
dan wordt dit ziekte stadium hier algemeen genoemd ömö mende k. 



Ulijft bij dv pjuli de aar besloten binnen de sclieed(; van bet laatste blad en 
kan zich dus niet ontplooien, betzij dat de oorsprong hiervan de ö m o 
m e n t è k of wel een andere zij, dan wordt de naam van g o n d o h aan 
zulke aren gegeven. Beide verschijnselen waren op te merken bij enkele 
sawah's ten Westen der kota, waarbij tevens viel op te merken hoe de ömö 
mentèk, zich had A^erspreid op de sawah's de richting van het afstroomende 
water volgende van de eene kota naar de andere. 

De sawah's in de buurt van Magetan worden slechts (^ónraaal per jaar 
met padi beplant; ten overige jare had er echter voortdurend regen weder 
geheerscht en was de voorbewerking voor dezen oogst, zeer gebrekkig 
geweest, het gevolg van gebrek aan ploegvee. ^ 

Te Magetan kon ik op hot erf van den Assistent-Kesident nog enkele 
proefnemingen in zake padi-cultuur in oogenschouw nemen, welke onder 
persoonlijke leiding van den Heer Schmalhausen werden genomen, 
en ook den gunstigen invloed constateeren op eenen aanplant vrij sterk door 
ömö mentèk aangetast, van goede irrigatie en grondbewerking. 

Den volgenden dag werd onder leiding van den Controleur kota een 
tournee gemaakt naar Selaraboer, nabij Ponorogo, enkele sawah's, welke 
vroeger nimmer van ömö mentèk te lijden hadden gehad, vertoonden nu deze 
ziekte in hevige mate. Over 't algemeen hadden deze sawah's overlast 
gehad van water. Doorgaande naar de desa Poetjonganom, werden eenige 
sawah's bezocht, alwaar ook de padi-oogst mislukt was, het scheen mij 
echter toe dat hoorders hier de oorzaak waren geweest, te meer daar de 
.,daraen" hier niet de eigenaardige roode kleur vertoonde, welke meestal bij 
verdorde ömö mentèk-planten optreedt. Bij navraag bij de vergezellende 
Tnlandsche hoofden bleek ook trouwens dat zij geen verschil wisten tusschen 
planten door hoorders aangetast of wel om andere redenen kwijnend en aan 
alle misoogst den naam van ömö mentèk gaven. 

Indertijd waren op aanwijzing van het Binnenlandsch Bestuur sawah's 
aangelegd op de uitgestrekte ommuurde erven, welke men hier aantreft en 
zulks tot tegengang der ömö mentèk. Het bleek mij echter dat deze ziekte 
in haren typischen vorm, nu ook op deze erf-sawah's voorkomt. 

Den 21''" Mei ging ik via Walikoekoeng naar Gentingan en van daar naar 
Manting. Hier was op verschillende plaatsen de ömö mentèk opgetreden, 
hoewel van de typische verschijnselen tengevolge der aanhoudende droogte 
in de laatste maand, weinig meer te zien was. De bodem bestond hier 
uit stijven, zwarten klei, welke sterk scheurde; de sawah's konden alleen in 
den regentijd beplant worden, daar er geen stroomend water beschikbaar 



40 

was, h»'1 materiaal dt'r zickr |il:iiii<ii alliifi- \ fi/MincM /,al dus reu inl«»res- 
«anto bijdrage loimicTi Ifncrcii (»•! d»- Kennis van lici \v«'crstand'i\<'finoj;('n 
<l('f A\aar«c1iijnlijkf' zicdcic-ooi-zaak bij «!•' oiin"» iinntM<. 

Den 2L""M('i werd een ;redeel1«> van lid vci/.anu'Mc inalcriaal voorlonpi'j 
niikroHkopisfli onderzocht, en d<* noodijje l)es])r('kin<;en geliondcn voor oen 
niljjeslrekle lournc^e op den voljjenden da»:, fn do/e plannen \v<i<i «'chio»- 
dooi" den asclire<;on van d<' Kloet «'cn on<r('\v('ns<lil(' siooiriis •j<'liia<]il en 
nanp^ezien de aschlaajr en liet npd\\art('l*'nd slof \aii dien aatd \\;ii<mi dal 
er tenzij er hevij^e regens vielen, in do eerst vidgonde dagen geen sprake van 
sawah-bezoek kon zijn. begaf ik mij don 24''" Moi naar Semarang. alwaar de 
volgende dagen de noodige preparatieven mot don Rosident werden L'ctioffen 
voor een bezoek aan de afdeelingen l'ati en Joana, werwaarts ik mij den 
27*''* Mei begaf. Den 28*^" Mei werd (indcr goloidc van den r'ontroloui' kot.i 
een bezoek gebracht aan verschillende sawah's in de desa Areng-Maron 
en Djambean. In de eerstgenoemde desa was het meerendeel der sawah's 
van regen afhankelijk en had de lang aanhoudende droogte in den aanvang 
van dit jaar veel schade aangericht. T,v])ische öm<5 mentok viel hier nief 
te constateeren. wat wel het geval was bij de sawah's in Djambean. Hier 
had de aanplant van medio Januari tot medio Maart onder water gestaan 
t'bandjir) en was er. toen het water gezakt was, weder onmiddollijk geplant 
geworden. Hetzelfde Mas het geval in het onderdistrict Goeijangan. dat 
vervolgens werd bezocht, ook hier trad de ömö mentMc typisch op en werd 
aangeduid door den naam ..bambangan". Nog konden planten verzameld 
worden, die op ziltige sawah's langs de Joana rivier groeiden en welke 
volgens het zeggen der Inlanders ook ..bambangan" ziek waren ; mikros- 
kopisch onderzoek zal hiervan eerst het juiste kunnen leeren. 

Den 29''° Mei werd eene tourn«^e gemaakt in het district Pati en sawah's 
bezocht der desa's Regala en Soewadoek. gedeeltelijk was daar de misoogst 
te wijten aan ömö mentèk. het grootste deel was echter door de droogte 
mislukt op de niet irrigeerbare sawah's. 

's Namiddags ging ik naar Joana om aldaar den volgenden dag een 
tourn^^e te maken in het district Mantoek. Het bleek hier dat door droogte 
grootendeels alles mislukt was; op eene uitgestrektheid van 0500 bouws 
leverden 5000 bouws geen product op. Deze velden waren niet te bevloeien 
en van typische verschijnselen eener ziekte in het gewas, of wel meer in 
't bijzonder van ömö mentèk (bambangan) kon niets geconstateerd worden. 

Den 31^° Mei werd via Karanganjer en Pakis een tocht gemaakt naar 
Jajoe; in de buurt van Karanganjer viel hier en daar ömö mentèk in hare 



41 

ergste sereh-vorm te eonstateeien, terwijl hier ook uog al veel N a p i <*1 a 
(1 i u lil voorkwam. Bij Boeloemanis waar men in de streek komt waar de 
sawali's gemakkelijk irrigeerbaar zijn, zijn mislukkingen zelden en ziekten 
zoo goed als niet bekend. In de gelieele afdeeling Joana, evenzeer als te 
Pati was in het oogvallend hoe het optreden van ömö bambangan fmentèk) 
samenging met ongunstige bewerking of be vloeiing der sawah's, afgezien 
van hetgeen door droogte mislnkte. 

Den l*"" Juni werd de terugreis naar Semarang aanvaard en den 3'" Juni 
van daaruit Demak bezocht en een tournee gemaakt naar Doekoeh. In den 
ouderen aanplant was hier de ömö mentMc vrij typisch heerschend, hetzelfde 
was ook het geval in den laten aanplant, welke eerst kort geleden op het veld 
gebracht was. Hier heerschte de ziekte vrij wel kottaks-gewijze. een aan- 
duiding te meer voor het infectieus-karakter der ziekte. Verder viel op te 
merken dat de z. g. pare oemboe heviger ziek was dan b. v. de tjempo, of 
beter bij de eerstgenoemde soort was de ziekte schadelijker. De Regent 
van Demak meende hetzelfde ook opgemerkt te hebben ten opzichte der 
muizen-plaag. Nabij de desa Bojali konden eenige kweekbedden in oogen- 
schouw genomen worden die hoogst waarschijnlijk door ömö bambangan 
aangetast waren en materiaal worden verzameld. Van de SO.000 nvt 
padi beplante bouws in de afdeeling Demak. zouden nu ongeveer fiOOO 
door verschillende ziekten geteisterd worden, waaronder in de eerste plaats 
ömö mentèk. 

Den 4^" Juni begaf ik mij naar Magelang. maakte 5 Juni mijn opwach- 
ting bij den Resident en bezocht O .Tnni het demonstratie-veld nabij Setjang. 
Hier was in vrij hevige mate ömö mentMc opgetreden, het was echter hoogst 
interessant hier te zien nog duidelijker dan te Demak, hoe de eene padi-soort 
heviger dan eene andere wordt aangetast, terwijl ook hier goed zichtbaar 
was hoe een goede grondbewerking. welke de jilaiit forschiM- maakt, haar 
tevens minder gevoelig doet zijn voor ziekten. 

Den 7*"* Juni werd een tourn(^e gemaakt in de afdeeling Moentilan, waar 
de ömö mentèk vrij hevig heerschte, vooral in de z. g. kretèk padi. Het was 
hier vooral de tweede aanplant welke ziek was, teiAvijl door mindiM' goede 
irrigatie-toestanden de planten weinig te hulp gekomen konden worden. 
Den volgenden dag werd een tocht gemaakt naar Menoreh en Salaman, 
waar ook in den aanplant van kretèk-padi bijna overal ziekte heerschte, met 
de typische verschijnselen van ömö mentèk, onder welken naam deze ziekte 
hier ook bekend was. 

Den 9''" Juni vertrok ik naar Temanggoeng en stelde mij aldaar ter 



42 

|tl;i;ifH(* ('ciii^fs/jiis o|i <|r Iioo<4l<' \;iii (Ie si^;inii iiidiisl lic. w ;iiii \ uur' i^fdccl- 
lelijk ;^fi'liriiik ^•'iii;iii kl uurdl \;iii \ li J |iriiiiil id' j_^<'<|i(i(»;^(|c rn ^crciiiifnlcciiU' 
I iil.-iiitlsrli<' l;il):ik cii voor- (Ickhhid I >('li Inhak. w<-lkc Jaailijks lol (m-iic 
lio('V(!olli('i(l van 100 it 200 halen \v<»r(ll Jianf^cvctci-d. 

Den 11"" Juni vertrok ik \ in l'iirjihnn en Klrdocii;.^ na.ir \\onos(dMt; 
oiid<'r\\<'^ liad ik iioj^ «^cloj^cniicid ccdc sawah Ie /icn waai' /Jdi xcrsdiijn- 
sdcii \aii oiiK» iiiciiirk \ (loi'dcdcii, hocwfi in i^ci-iii^c iiialf. I )(•/(■ /jck»' 
sawali ('\ciials een |»aar andere wafen zoodaniji doof ]eiditi;:eii opi^esloten 
dal /,ij \<ioi l(hii-(>ri(l overlast van water liadden en sl(;eds moeiaHHij^ waren. 
()verij;('iis komt liier j^een ziekte voor ^'an eenijje lieteelcenis. ook in de tweede 
^ewnssen alliier, voornamelijk tabak, is misoojijst (^en zeldzaam iets. Omtrent 
liet vooikorn«'n van aaltjes (Heterodera) in de tabak, welke in vroegere jaren 
in Pekalonjiansidie bergstreken zoov(»el schade heeft aangeridii, kon ik niets 
t<' weten konuMi. FTet is niet oniiio<xelijk dat, hij de wissdhoiiw md padi. 
welke men liicM- aantreft, het aaltje niet goed zidi kan ontwikkelen of ver 
spreiden. 

Den 12''" Juni maakte ik met den wedono van Wonosobo een tonrn»'e 
naar Oedjong Pandah; hier toonden eenige laag gelegen sawah's öm6 men- 
tMc, W(dke in de sawah's oy> hoogere terrassen sleehts S|)oradis(di vooiliwain. 
Men plant hier tjempö padi-soort, welke over 't algemeen gezond is, 't vorige 
jaar had de natte weersgesteldheid echter gelegenheid gegeven tweemaal te 
l)lanten en was nu de ziekte eenigszins meer verbreid dan anders het geval 
is. Hoe weinig overigens in deze streek de ziekten in de padi te beteekenen 
hebben, moge hieruit blijken dat afzonderlijke namen voor verschillende 
ziekteverschijnselen (hoorders, voos zijn enz.) bij de Inlandsche hoofden 
nagenoeg onbekend waren. 

Den LS""" Jnni vertrok ik van Wonosobo via Sawangan Bandjarnegara 
naar Maos en vandaar 14 Juni naar Bandong om den volgenden dag via 
Rantja-Ekek naar Soemedang te gaan. Hier was de padi nagenoeg reeds 
overal geoogst, noch hier ter plaatse, noch onderweg konden eenige ver- 
schijnselen van ömö mentèk in het padigewas worden opgemerkt. Den 16''" 
Juni begaf ik mij van Soemedang naar Madjalengka en aangezien er den 
daaropvolgenden dag geen gelegenheid bestond om een tournee te maken 
ttracht ik dien dag een bezoek aan de suikerfabriek Kadhipaten. Den IS''" 
Juni bezocht ik onder geleide van den Regent van Madjalengka eenige sirih- 
aanplantingen in het district Radjagaloeh, waarover klachten waren inge- 
komen omtrent vroegtijdig afsterven. Het bleek dat hiervan de oorzaak 
moest gezocht worden in het optreden van Heterodera radicicola, welker 



4o 

j^alleii aan de wortels te viuileii waren. De meeste tuinen waren dicht 
begroeid met onkruid dat eveneens Heterodera herbergde, terwijl het bleek 
dat ook nog schijnbaar gezonde planten reeds waren aangetast. Omtrent 
een en ander evenals over de mogelijke maatregelen te nemen om een 
uitbreiding en herhaling der ziekte te voorkomen werd een voorloopig 
verslag uitgebracht aan den Regent. 

Den volgenden dag ging ik via Madja en Telaga naar Pendjaloe en had 
daardoor gelegenheid in de hoogvlakte van Telaga evenals onderweg, nog 
enkele sawah's in oogenschonw te nemen. Van ömö mentèk w^as hier 
nimmer iets vernomen en vielen ook geen verschijnselen waar te nemen, 
slechts hier en daar was eenige schade door hoorders veroorzaakt. 

Den 20^° Juni keerde ik van Pandjaloe via Tjawi naar Buitenzorg terug. 

§5. 

.r AFDEELING DER INRICHTING. 
(CÜLTTJURTUIN EN AGRICULTUUR-CHEMISCH LABORATORIUM). 

a. C n 1 1 u u r t n i n. 

Waterleidingen, bruggen en wegen. De degelijke her- 
stellingen, die de groote w^aterleiding in het vorige jaar ondergaan had, 
maakte in dit verslagjaar het onderhoud zeer licht, zoodat met kracht kon 
worden voortgegaan aan het metselen der kleine leidingen, waarvan weer 
een flinke lengte gereed kwam. 

In den Oultuurtnin zijn nn alle leidingen gemetseld, met uitzondering 
van eenige door de sawah's loopeiide. die nog op verbetering wachten. 

De groote stuwdam werd door den Waterstaat tér dege hersteld. 

Over het ravijn bouwde deze dienst een soliede brug, van ijzei-en liggers 
met planken gedekt, echter sleclifs voorzi(^n van 66^\e leuning. Voor het 
soort bruggen als de bedoelde, schijnen de bepalingen zich tegen het aan- 
brengen van twee leuningen te verzetten. 

De groote weg kon, dank zij de welwillendheid van den Ingenieur der 
B. O. W., die daartoe de stoomwals beschikbaar stelde, in een uitstekenden 
toestand gebracht worden, waarin echter door den aanleg eener pijpleiding 
van de gasfabriek spoedig weer een ongewenschte verandering kwam. 

Het begrinten van de tuinwegen en paden is eindelijk in dit jaar 
beëindigd. Dat dit een niet onaanzienlijk werk is geweest in den loop der 



44 

jjiroii, spriiijil wel iji '( tmix als iikmi w<'o(, dal «!<' I(»(al«> Ijmij^I*? der \v(^j,'(mi iii<H 
iiiiiidci' dan 11 KM. lK!<lraa}?t oii er vcrsclieidein' ondci- zijn, di<- cimm' l>ieedte 
van s voel on meer hebben. 

Gebouwen. Tn hot vor-Hhijrjaar weid dnoi- don Watorslaal ;;omaakt; 
oen niet jjejjalvanisoerd ijzer jrodokto. uit Iwco <,'oniotseldo on holioorlijk 
jr<'<'eraenteordo bakken boslaando, moslvaali aan vv<'lkor zijkanion tov«'ns «'on 
^n'scliiklc liorjjplaats voor- do nicsl en \ ra<lill<ari-on is aan{j:el)raoht. Tlier- 
inodo is, <)(»k daardoor, dat do vaaK nn vcrdoi- van do wonintr van don 
Afdeelin^schof lijjt, een zooi- noodiuc xcrlx-lciin^^ tot sland j;<'k(>ui<'n. 

Al do tot den Cnltniirtuin behoorondo jjebouwon, met inbegrip van d'- 
inandoers- en boodjanjjwoninfïon vorkeeren nn in zeer jjoeden staat on 
voldoen uitstekend aan hot doel waarvoor ze s^emaakt werden. Een hemels- 
breed versnhil mot don toestand oen 1 iontal jaren j?eleden. 

"De woning van don Afdeelin^sohof. wier voorsjalerij droi^^do in t^ 
storten, onderfjinj; een zwaro horstollinc. waardoor eohter de i-oods zoo lantr 
jrewensohte verbeterintr van de floeren dor ovordekte franjjen. die naar do 
bijffobonwen voeren. aohterwe<ïo moest blijven en dozo een sohril oontrast 
blijven vormen met do overigens nette omi^evinji. 

Veestapel. Een tweetal knrbonwon viel als slachtoffor van de jro- 
vreosde leverbotziekte; de overitro boeston hioldon zich, evenals de paarden, 
goed. 

Aan grondbowerkinc en bemostins: der aanplantin^ren word weder do 
noodijxe aandacht sj:oschonkon. Do frroono bomostinü: mot indiixo heoft in 
't al (gemeen moI voldaan. 

Sommige aanplantinj^en zijn echter — de Cnltunrtnin bestaat nu reeds 
25 jaar — lanf^zamerhand in een toestand aoi^-omen. dat creheele vernieuwing 
noodzakelijk is. 

Het opsnoeion on uitdunnen dor schaduwboomen eischte vrij wat werk- 
krachten, had echter op vele aanplantin'Sjen een goeden invloed. 

De padi-oogst gaf een goed beschot. Voortdurend wordt met goeden 
uitslag de grootste zorg besteed aan het uitzoeken van do best ontwikkelde 
aren met groote korrels, om als plant-materiaal te dienen. 

Aanteekeningon over verschillende gewassen. 

Acacia Catechu Willd. rit Dar-es-Salam werden eenige zaden 
van dezen, de „Cutch" of Catechu leverenden boom. ontvangen, waaruit 
enkele plantjes gekweekt konden worden, die wij gebruikten om in den 



4n 

kleinen aanplant, dien de Cultuurtuin ervan bezit, bij te planten. De groei 
van dezen boom is hier langzaam; van de nu 16-jarige exemplaren hebben 
de best ontAvilckelde een hoogte van 8 M. bij een omtrek van + 1 M. op 
borsthoogte. 

Agave r i g i d a M i 1 1. var. S i s a l a u a heeft rijkelijk gebloeid, 
zoodat duizende jonge plantjes aan aanvragers verstrekt konden worden. 
In het Buitenzorgsehe klimaat schij.nt de bloei in het G'' jaar vrij regelmatig 
in te treden. 

Vele, in de met aaltjes geïulecteerden grond van tuin 11 in December 
1899 uitgeplante exemplaren, hadden aan 't eind van het verslagjaar blaren 
ter lengte van 70 cM. 

Alpinia malaceeusis Rosc. De oude aanplant, die groote 
hoeveelheden rhizomen en blad opgeleverd heeft, is nu gerooid en daar er 
voorloopig genoeg gegevens over deze plant verzameld zijn, wordt zij nu 
slechts op kleine schaal aangehouden. 

Naar de aetherische olie — die zooals het onderzoek van D''. van 
R o m b u r g h geleerd heeft grootendeels uit methylcinnamaat bestaat — 
schijnt in den laatsten tijd in Oostenrijk vraag te zijn, nadat door de mede- 
deeling der hier verkregen resultaten er de aandacht op gevestigd is 
geworden. 

Albizzia moluccana Miq. heeft een rijken zaden-oogst gege- 
ven, zoodat er weer millioenen verspreid konden worden. Daarentegen gaf 

Albizzia stipulata Bth. bijna geen zaden. 

Albizzia minahassae Koord., w^aarvan de Cultuurtuin twee, 
in 1896 geplante, exemplaren bezit, groeit veel minder sterk dan de beide 
hieronder genoemde soorten. 

A n d r o p o g o n :N a r d u s L. Volgens het „Bericht" van S c h i m- 
m e 1 & C". te Leipzig verwerft de op Java geproduceerde Citronella-olie zich 
steeds meer vrienden en behaalt dan ook prijzen, die aanzienlijk hooger zijn 
dan de zoo dikwijls sterk vervalschte Ceylon-Citronella-olie. In den Cultuur- 
tuin groeit dit gras zeer welig en is er steeds plant-materiaal van beschik- 
baar. 

A n t i a r i s t o x i c a r i a L e s c h. Uit den botanischen Tuin werden 
een klein aantal zaden ontvangen om met de daaruit gekweekte plantjes 
eenige hyaten in den aanplant iian te vullen. 

Arachis hypogaea L. (katjang tanah) heeft in den Oostraoesson 
op de sawah's een buitengewoon goed beschot gegeven. 

Boehmeria nivea Gaud. (en variëteiten) geeft steeds, dank /.ij 



46 

de degelijke grondbewerkin;:; <mi /\sai<' Ixmucsi inj^, zeer ^ofde resultaten. 
Aau eene oDderueinin^^ in de L;iiii|H(iij;srlic disiriricii koiidcn -^roote hoeveei- 
Ledeu plaiitmateriaal verstrekt vvoidcii. 

Castilloa elastica C e r v. !><.' joii«;c, in Au^^iistus 1899, in den 
grond gebrachte aanplant staat nu l)c\ r<*dig<'nd, hoewel er ook in lu^t laatsle 
jaar nog hier en daar ingebot-L moest worden. De best ontwikkelde exem- 
plaren hadden aan 't eind van 't verslagjaar eeu hoogte van G.5 M. bij een 
omtrek van 53 cM. 

Twee even oude exemplaren op het terrein van de kweekbedden zijn 
8.C0 M. hoog met een omtrek van üO cM. 

De oudste boomeu in den Cultuur tuin gaven weder bijna het geheele 
jaar door vrucht. 

Cedrela odorata L. Deze snelgroeiende boom, die eeu goede 
houtsoort levert en als schaduwboom langs wegen ook wel in aanmerking 
schijnt te komen, heeft in het verslagjaar rijkelijk zaad geleverd, dat goed 
opkwam. 

Cephaelis Ipecacuanha A. Kich. De cultuur dezer plant 
blijkt voor het klimaat van Buitenzorg onoverkomelijke bezwaren te hebben. 
Langzaam maar zeker sterven alle exemplaren weg. 

Coffea stenophylla. De hoogste der exemplaren, die zich 't 
krachtigst ontwikkeld hadden, was aau 't einde van 1901 ongeveer 3 Meter. 
Van bladziekte hadden de boomen niet te lijden, wel daarentegen vau 
,.djamoer oepas". Een rijke bloei viel bij herhaling te constateereu en om 
het rijp worden der vruchten behoorlijk te verzekeren eu de jonge boomen 
niet te veel te doen lijden is een deel van de jonge vruchten verwijderd, 
lu oude blaren van deze koffiesoort is geen caffeïne aanwezig, in jonge 
daarentegen werd door D'. vau K o m b u r g h 0.88% gevouden. 

Het op Liberia-onderstam geënte rijs vau G. steuophylla heeft zich zeer 
goed tot vruchtdragend boompje ontwikkeld. 

Abbeokuta koffie heeft dit jaar gebloeid en vrucht gezet; de 
vruchten zijn echter nog niet rijp, zoodat over de grootte en qualiteit der 
zaden nog geen oordeel uitgesproken kon worden. 

Oor chorus capsularis L. en CorchorusolitoriusL. 
(Jut e). Daar de uit hier gewonnen zaad gekweekte planten snel in bloei 
schoten zonder eene goede lengte bereikt te hebben, werd uit Britsch-Indië 
door bemiddeling van den Bot. Tuin te Calcutta van beide soorten zaad 
gevraagd en gekregen. 

Hevea b r a s i 1 i e n s i s M ü 1 1. A r g. De door D^ Tromp de 



47 

Haas in 1900 genomen aftappings-proeven zijn in het verslagjaar voort- 
gezet geworden met even gunstig resultaat. In plaats van vlakke beitels 
werd bij het maken der insnijdingen, bij wijze van proef, gebruik gemaakt 
van een serie van holle beitels met opklimmende openingsbreedte. Deze 
proef gaf echter geen resultaten, die beter waren dan die met de vlakke 
beitels. Beter voldeed een lepelvormig mes, dat ten doel had de met een 
smallen hollen beitel gemaakte beginsnede langzamerhand te verwijden, 
waarbij het een gunstige factor bleek de wond vlakten aan beide zijden aan 
te snijden. Over de verkregen uitkomsten is elders uitvoeriger bericht 
(zie blz. 22). 

Eene hoeveelheid melksap werd op de in Brazilië gebruikelijke wijze 
door D"". Tromp de Haas in rook van vochtigen klappernotenbast tot 
stolling gebra( bt en verder bereid. Het verkregen product was van goede 
qualiteit en werd door de Russian American India Rubber C". geschat een 
waarde te hebben, die 90% bedraagt van die van fijne Para-rubber. Het 
harsgehalte ervan was 5%, terwijl echter Para-rubber slechts 3% 
bevat. 

Onderzoekingen zijn nu in gang om den invloed na te gaan van de zee- 
hoogte, waarop Hevea- en ook andere caoutchouc-boomen gekweekt worden, 
op de samenstelling van het product. Onder Ficus vindt men hierover 
reeds enkele gegevens, terwijl in het volgende jaarverslag op dit onderwerp 
uitvoerig teruggekomen zal worden. Bevreemdend mag het heeten dat de 
boven besproken proeven van D"". Tromp de Haas nog geen aanleiding 
gegeven hebben tot een noemenswaardige vermeerderde aanvraag naar plant- 
materiaal van den Para-rubber boom. De Inspecteur van het Boschwezen 
S e u bert schijnt echter op eenigszins groote schaal met Hevea brasi- 
licnsis proeven te willen nemen, -lammer is 't dat de boomen hier slechts 
eenmaal 'sjaars vrucht dragen en de zaden spoedig hun kiemkracht ver- 
liezen. De oogst van zaden van dezen boom was bevredigend. De ontkie- 
ming liet hier niets te wenschen over. Zooals reeds meermalen is opgemerkt 
moet men de zaden slechts een weinig in de aarde van het kweekbed drukken. 

L a n d o 1 p h i a W a t s o n i a n a H. B. K. In verband met de ver- 
hoogde belangstelling in de lianen uit dit geslacht werd getracht eene 
geschikte methode van ongeslachtelijke vermenigvuldiging te vinden. Na 
verschillende proeven bleken hier 't best te slagen stekken van eenjarig 
gerijpt hout, die 1^^ — 3 maanden noodig hadden om behoorlijk te bewortelen. 

M a n i h o t G 1 a z i o v i i M ü 1 1. A r g. De boomen in den aanplant, 
welke van Augustus 1899 dagteekent, hadden aan 't eind van 't verslagjaar 



48 

reetln eciie hoogte van JJ M. hij <mmi omtrclv \aii 11 cM.. Versfheideue 
exemplaren droegen leedB mik lii. 

M il s <; a 1' e n li a s i a e I ii s 1 i e a Scliiim. I ><■ in \;ik !M) iiilj^eplanle 
iMtoinpjcs hebben zich spichlij; onl vvikk(.-hl, (lii;ircni<v'n Wiis de ^r<t<*i van 
cenigv die in het i^weekbcd waren blijven slaan beier. I)i- meesleii bl(*eiden 
reeds rijkelijk en gaA^en ook eenige vi'uehten. Aiin liel eind \;iii 'i vershi<;- 
janr \v;»s in de hier liccull i\ «'ertle |)hinl)-n m»^ j^cen r;i(»iilc|iniic ;i:iii \i- inunen, 
zoodat er Iwijrel kon heNl;iiin i»l men werkelijk mei .VbiscMi eiiliiisi;i elasliea 
l(! doen had. Eene door l>'. V ii I e l o ii iiilui\ uei-de dciii mininie n:ini 
echter dezen twijfel weg. 

Mimusops g 1 o b o s a. (lialat:ij. I>e <^\ih-\ \iin dezen heum was 
in dit verslagjaar iets beter dan in liet vorige. 1 >e hoogie van "l best 
onl wikkelde boompje is 3.5 M. 

Door het maken van marcottes weid de voorraad planten vergroot. 

M y r i s t i c a f r a g r a n s II o ii t t. II iervan werd in Januari een 
nieuwe aanplant in den grond gebracht, in de schaduw van Anacardiuiii 
occidentale. De planten zijn gekweekt uit van Banda afkomstige zaden. 
De ontwikkeling was bevredigend. Daar e<liier het terrein waaroi» ze nu 
staan bestemd is voor de praktische oefeningen der leerlingen van den land- 
bouwcursus, zullen de planten tusschen de rijen der oude notemuskaat- 
aanplantingen uitgezet worden. 

Musa mindanensis Rumph. (Manilla hennep). De in het 
vorige jaar besproken aanplant kon in dit jaar geoogst worden. De berei- 
ding van de vezel had plaats met de bekende eenvoudige toestellen, bestaande 
uit een stomp mes dat op een plankje rust en aan een hefboom bevestigd is. 
De in reepen gesneden bladscheeden worden eenige malen onder het mes 
doorgehaald, waardoor de vezel fraai glanzend en bijna wit verkregen wordt. 
Zonder eenige verdere nabewerking wordt zij dan eenvoudig eerst in de 
schaduw en ten slotte in de zon gedroogd. Aldus bereide vezel werd in 
Nederland zeer gunstig beoordeeld. 

Op Java wordt op de onderneming Ponowareng bij Pekalongan vezel 
bereid uit een paar andere Musa-soorten (of variëteiten), nl. pisang radja 
en p. soesoe. De Chef der Afdeeling was in de gelegenheid in October 
van dit jaar die onderneming te bezoeken waar de eigenaar, de Heer van 
der Ploeg, Ingenieur te 's Gravenhage, tijdelijk op Java vertoevende, 
alle gewenschte inlichtingen omtrent de vezelbereiding gaf. De in reepen 
gesneden stammen worden in de tuinen van het losse, sterk waterhoudende 
weefsel beroofd met behulp van de zooeven besproken toestellen en de aldus 



49 

verkregen linteo in de fabriek verder op vezel verwerkt. Toen geschiedde 
dit nog met behulp van L e h m a n n's extractoren, maar weldra zullen deze 
plaats maken vooi- eene door de Heereu van der Ploeg en Böken 
gepatenteerde machine, die in Parijs met goeden uitslag gewerkt heeft en 
waardoor men per dag 3000 KG. vezel zal kunnen afwerken. De uit de 
genoemde pisaug-soorten verkregen vezel verschilt in eigenschappen met de 
Manilla hennep, maar behaalt op de Londonsche markt toch ook goede 
prijzen. 

De met Manilla hennei» in den Cultuurtuin verkregen resultaten laten 
zich in 't kort aldus samenvatten. Van 143 uitgeplante spruiten werden 
na 20 maanden niet minder dan 710 ontwikkelde stammen verkregen, 
waarvan ruim 8% bloeiden, terwijl er 550 uitspruitsels geteld werden 
waarvan 72% reeds hooger dan 50 cM. waren. De dikte en dus het gewicht 
der stammen liet bij deze plantwijdte echter wel wat te wenschen over. Het 
oogsten en verwerken der stammen duurde ongeveer tw^ee maanden, in 
welken tijd er nog meer oogstbaar werden, totaal 772 stuks, die in verschen 
toestand 9230 KG. wogen, waaruit 180 KG. vezel verkregen werden, d. i. 
dus 2%. 

Het watergehalte der stammen is zeer groot en bedroeg niet minder dan 
92%. Eenige bepalingen van het stikstof- en aschgehalte in den verschen 
stam en de daaruit door eene korte bewerking te verkrijgen linten, alsmede 
in de afgewerkte vezel gaven de volgende resultaten: 

Stikstof in een schijf van den stam 0.3 %. 

„ „ gereinigd lint van de binnenste laag 0.4 „ . 

,, „ ,, „ „ buitenste „ 0.34 „ . 

„ „ gereinigde vezel sporen. 

Asch (ruwe) in een schijf van den stam 0.6 %. 

„ „ „ gereinigd lint van de binnenste laag 4.5 „. 

„ „ „ » buitenste „ 4.9 „. 

„ „ „ gereinigde vezels 0.83 ,, . 

Door het wegvoeren van de vezel wordt er alzoo slechts weinig aan den 
bodem onttrokken. 

Er is nu weder een nieuwe aanplant in den grond gebracht om te 
trachten verschillende vragen, zooals over plantwijdte, diepte van uitplan- 
ting der uitloopers enz. te beantwoorden. 

Nicotianum Tabacum L. Van onzen Consul-Generaal in 
Smyrna werden /aden van 4 varitMeiten (nitvangen, die goed ontkiemden 

VêIISLAÜ van '^LANUS HLANfüNTUIN 19Ü1. ■* 



«■n hier j»ljui(t.'M j^avcri md \iij ^^lol lihnl rn <'i;4<'ii;i;ii(li^cii. fcni^HzliiH 
}j;<;(lroiig('ii habitus. 

() ei til 11 lil I) ;i s i 1 i e 11 lil Ij. iSi-hisili liiiljnui. < )|i ren s;i\\ ;ili wi-idfii 
\aii d('Z«; vari«''(('i(, welker dlif liici- \I(M';;;ci- ;iiiii;ic|iMtii(l wml ;^in(ih'ii(lc('U 
uit methyloliavicol It* hcshiiiii, op ."{(l Mri vici- lijcn uil;4c/,;i:ii«l. ilic ren ()|»|iec 
vlak van Y,„ baboe besloegen. 

Van 1 — 15 Sei»teiuber kon liicrxan ;'..'.(i K(I. mtscIi kruid oi-ooi^hI wol- 
den, waaiuil !»()() cM." aetberisehe olie veikn-^cn \\ci(i<'ii. 

Eeu tweede snit gaf 115 l\(i. Iilad «-n lioiiii^r slongcls. wiiaruil nog 
225 cM.^ olie beleid kctnden worden, lid S. (1. nuii de olit- Wii.s ü.'.l.") bij 2(1 . 

Palaqu i u ni-s o o r t e n. De gi'ootc bloei wa.s in lid verslagjaar vrij 
bevredigend, trad echter later dan gewoonlijk in, /.ooibit in 't eind van 
December de vruchten nog verre van rijp waren. Ten einde bij het 
inzamelen der zaden later minder moeielijkheden te hebben — omdat 't zoo 
uitermate lastig is deze van sonimige soorten van elkaar te onderschei 
den — werden de vruchten van Falaquium Treubii, aan den aanplant 
Wiiarvan op Tjipetir voorloopig geen uitbreiding gegeven zal worden, in 
jongen toestand van de boomen verwijderd. 

In den Pal. borneense-aanplant, waaiin eenige exemplaren van Pal. 
Treubii staan alsmede eenige boomen van twijfelachtig type, bloeiden 
enkele van deze. De vruchten dezer Pal. Treubii werden eveneens verwij- 
derd, terwijl de getah pertja der anderen geanalyseerd werd om na te gaan 
of men de zaden zou kunnen aanhouden. 

Eén boom in den Pal. oblongifolium aanplant bleek een zeer inferieur 
product te leveren, hoewel de blaren uiterlijk veel op die der echte Pal. obl. 
gelijken, alleen zijn zij kleiner. 

Het blijkt meer en meer, dat de chemische analyse van het product 
een zeer gewenscht hulpmiddel is om de, vooral bij gecultiveerde boomen 
twijfel overlatende, botanische kenmerken te vervangen, dan wel aan te 
vullen. 

De aftappingen van Palaquium Treubii en Pal. Gutta (het zoogen. afw. 
type) hadden in Mei en Juni plaats. De opbrengst van de best ontwik- 
kelde boomen was zeer bevredigend, hoeveelheden van 400 gram werden 
zelfs bij enkele exemplaren verkregen. 

Van Pal. Treubii werden 187 exemplaren getapt; de opbrengst was 
15 Kilogram, d. i. dus gemiddeld per ]>ooni 1 lü gr. 



Het aautal afgetapte Pal. Gutta boomen was 56, de totale opbrengst 
7.4 KG., dus gemiddeld per boom 132 gram. 

De verkregen getah pertja werd gezonden aan de firma Pelten & Guil- 
leaume, Carlswerk Actiën Gesellschaft te Mühlheim am Rhein om een oor- 
deel over de teclinisihe bruikbaarheid in te winnen. De General Directer, 
de Heer E. G u i 1 1 e a u m e, had zich tijdens een bezoek, dat de Chef der 
Af deeling gedurende zijn verlof naar Europa aan die fabriek bracht, met de 
grootste welwillendheid bereid verklaard met de hier gewonnen getah 
pertja proeven te doen nemen, indien hoeveelheden van + 15 KG. beschik 
baar gesteld konden worden. De uitslag van het onderzoek zal in het 
volgend verslag medegedeeld kunnen worden. 

Van den Heer B ure hard in Indragiri ontving de Cultuurtuin in 
October een aantal bewurtelde stekken van Palaquium oblongifolium. De 
plantjes waren zeer zwak, zoodat ze eerst eenigen tijd in potten gekweekt 
werden, alvorens op een kweekbed uitgezet te worden. 

F i p e r n i g r u m L. De jonge aanplant, waaraan veel zorg besteed 
is, staat gunstig. Verscheidene exemplaren beginnen reeds vrucht te dragen. 

Shorea steno p te ra Burck. (Tengkawang). Eenige geïsoleerd 
staande boomen hebben weer gebloeid en vrucht gezet. In den 15-jarigen 
aanplant, waar de groei der boomen zeer goed is, heeft echter nog nimmer 
een boom vrucht gedragen, zoodat de cultuur van dezen boom in gesloten 
aanplautiugen niet aanbevolen kan worden. Trouwens op Borneo ziet men 
ook meest in de nabijheid van rivier-oevers alleen staande exemplaren 
bloeien. 

Theobroma Cacao L. en Theobroma bicolor. Hoewel 
de boomen nog steeds veel van allerlei ziekten en plagen (e lijden hebben, 
beloofde de vruchtoogst dit jaar zeer voldoende te zijn. Onder de hier 
gekweekte Cacao vindt men tal van variëteiten, die zich onderscheiden door 
de kleur en den vorm der vruchten. 

U n c a r i a G a m b i r R x b. De nu in het volle licht groeiende plan- 
ten zien er goed uit en hebben in het verslagjaar vrij veel jonge loten ge- 
maakt. Ze vertooneu echter neiging om sterk te bloeien. De oude aanplan- 
ting geeft geregeld zaad, waarvan dikwijls aan aanvragers verstrekt wordt. 
Naar het schijnt slagen echter de meesten er niet in, de iiiocit'lijklu'dcn aan 
het kweeken van plantjes uit zaad verbonden te overvviiineii. 



IJ 1' o s I i ji; lil Jl «H a s t i e II lil M i <|. !»•■ uil /.aail ;;<-\\ oniicii |)laiilt'ii, 
Avaui\aii in Im'I \<tri;^(' \«'rsla<; (t|t Itl/. 07 iiicldiii^ is ^ciiiaakl. zijn (i|i t\\<-<MM- 
lei wij/c bchuudc'ld. \'aii een <1('('1 /ajii ;icic;;r|(| d.- /i jialvkcn wc^i^esneden 
wat tengevolge heeft gehad, dal <lt' Ixiomiijcs hoog opschoicn. zoodui 'I 
noüdig was ze te Mtenneii. De groei van die. WflUe niel van Ininne zijtakken 
beroofd werden, was uieer gedrongen en zij behoefden dan oulv ge<-'U steun. 
De hoogte der eersten bedroeg 4 Al., die (h-r laatste was i'..") M. De omtrek 
aan den voet was resp. 15 — 17 cM. De eersli>edo<dde i)eiiandeiiii;i scliijiiL 
dus minder aan te bevelen. 

De zaadoogst was zeer ruim, zoodat aan de talrijke aanvragen voldaan 
kon worden. (Jioote hoeveelheden marcottes werden ook weder verstrekt. 

In het vorige verslag is melding gemaakt van aftapi>ingsi>roeven met 
een tweetal boomen, waarbij deze drie achtereenvolgende keeren met een 
tussehenruimte van 3 dagen getapt werden en waarbij de opbrengst bij de 
2'' en 3*" aftapping minder bleek te zijn dan bij de eerste. 

Met eenige wijzigingen werd uu door D"". van K o m b u r g h in 
gemeenschap met D'. Tromp de Haas een grooter aantal boomen 
van bijna 13-jarigen leeftijd getapt en wel w-erd van een 24-tal 
de helft op de gewone, hier gebruikelijke, wijze ingesneden, terwijl 
op de andere helft de gewijzigde methode werd toegepast. Deze 
bestond hierin, dat bij eene eerste aftapping de boom slechts weinig 
insnijdingen ontving, bijv. Vs of V4 ^'^" ^^^ aantal, dat men hem 
in 't geheel dacht toe te brengen. Zes dagen later werd dan de boom 
opnieuw behandeld en wel met de helft of % der insnijdingen. Soms 
werden boomen, die % der insnijdingen ontvangen hadden na een tweede 
periode van zes dagen met het resteerende i^ voorzien. De proef had plaats 
in December. De verkregen opbrengsten zijn in onderstaande tabel opge- 
nomen : 

n? v/d boom. 



n- v/d boom. 




1 


257 gr. 


3 


264 „ 


5 


273 „ 


7 


270 „ 


9 


267 „ 


11 


369 „ 


13 


161 „ 




1861 gr. 



2 


(130 + 607 + 228) 


= 965 gr 


4 


(106 + 802 + 356) 


= 1264 „ 


6 


(153 + 135) 


= 288 „ 


8 


(319 + 355) 


= 674 „ 


10 


(222 + 141) 


=: 363 „ 


12 


(139 + 53) 


= 192 „ 


14 


(216 + 220) 


= 436 „ 



4182 gr. 
De verkregen resultaten doen duidelijk het voordeel der gewijzigde 



S3 

(ap]>iri^sni*'t IhmIc /.icii. de vcikic.ucii (iiibi-cMigsl locli is <liUiil)ij 2.L' ina;il 
uroolei' dan iiid de ;4('\\(»ii('. liiei- «iebniikelijke. Het zou natnui'lijk voor 
harig zijn deze iiu^thode reeds aan te bevelen, want het zal in de eerste plaats 
iioodig zijn om na te gaan of de hoornen die hehandeling eenige jaren ach- 
tereen verdragen en of de meerdere ophrengst niet gevolgd wordt door eene 
verminderde in de volgende jaren. Een onderzoek naar het harsgehalte van 
Ficus. elastica-caontchour-. afkomstig van hoomen op vei'schillende hoogte 
hoven zee gegroeid gaf de volgende uitkomsten: 

Oaontchone van hoomen op zeehoogte van: hars: 

800' 7% 

1800' 8% 

In het werkje van H e n r i q n e s. ..Der Kantschtik nnd seine (JiielliMr' 
vindt men voor Assam-Caoiitchouc (gezuiverd) 11.3%, voor Java daaren- 
tegen slechts 8% opgegeven. Welken invloed het wasschen van het product 
op het gehalte in aceton oplosbare stoffen invloed heeft, zal door een reeks 
van proeven uitgemaakt moeten worden. Xaar de boxen medegedeelde resul- 
taten te oordeelen schijnt de invloed van zeehoogte niet zoo heel groot te 
zijn. Een andere vraag, welker bestudeering in gang is. geldt het hars- 
gehalte in caoutchouc van hoomen van verschillenden leeftijd afkomstig. 

Willughbeia firma BI. Op verzoek van een Fransche firma, die 
met het bereiden van caoutchouc uit den bast A^an deze liaan proeven wilde 
nemen, is het wai'boseh, dat zij. na het afkna]»pen dei* steuuhoomen. voi-mde 
geheel gerooid. De kosten vaii het afzonderen dei- dunne twijgen was vrij 
hoog en bedroeg meer dan de waarde der caoutchouc, die zij bevatten. 
Wanneer het werkvolk in deze meer oefening verki-egen zal hebben, zullen 
die kosten echter wel dalen, 't Zal echter de vraag zijn of zulk een exploi- 
tatie dan zelfs wel loonend zal wezen. Plet grootste deel der afgekapte 
stammen liep hier uit. De lengte-groei der in Augustus 1890 geplante 
exemplaren was ook nu w(^er goed, de toeneming in dikte van de stammen 
liet echter te wenschen over. De diameter bedroeg op 2i/2-jarigen leeftijd 
slechts 1.4 cM. 

V a n i 1 1 a p 1 a n i f o 1 i a A n d r. Nog steeds heeft de aanplant van 
eene ziekte te lijden, waardoor de stengels afsterven en de oogst zeer bena- 
deeld wordt. Men tracht nu door 't geregeld wegsnijden der aangetaste 
deelen het euvel zooveel mogelijk te beperken en door sterke bemesting den 
groei der gezond<' scheuten te bevorderen. 



R4 

Z f' Ji !M ;i y K L. Uil Aiisli';ili<' ui-rdrn ccn ;i:iiii;il fijiiiii- \ iiricicilfii 
(»iil \ ;iiiji<'ii, (lic il Is I wcode gOw:ts o)i dr snwüli's uil ;i«'|il;i nl u • rdcn. I »c «m»j;sI 
\ iel iiiiiii uil. \\ ii;irdn<»i' licl inoj^t-li jl< \\;is ^luolc Ii(M'VccIIi<m|<ii l<-ii Ik-Iiocv 
i\i\- liiliiiidscin' JK-volkin^f (<.' vcrHtrckkcu. 

Nii'inNc onl \;iii;:,('ii pliinlcn. 

( ' t' r il ( o II i ;i s i I i (| II il I>. (•loliiiiiiics Itioodl mi. \ ;i n di/.c |il;iiit . 

die lirlcr in •Til siihirupiscli diiii tropisi li kliiiiiiiil sliiii;;!, wcidin in Mtiiirt 
(M'ii iiiiiiiiil /julrii iiil}:,oIo<;d, di«' in S—U daji<'ii uiil kiciridcn. |)c <^ynt'\ der 
joiip' planfjcs was niot erg welig, de liodgte jiüii ( eind siin i scrslagjaai 
bedroeg slechts 25 cM. 

C o f f e a 1 e p i d o p h 1 o i a M i < ]. 
C o f f e a d e II s i f 1 o r a BI. 

(^ o f f e a m a d u r e n s i s el Ü. \';iii d</,c diic wiidi' kuiricstiorlrn 
oiilviii;^ de ('iilluui'tuiii van D"". Koor d e v s ccuinc weinige j<»ii-<' idantJeB 
(en geschenke, die in de nabijheid van Cotïea stenoi)liyllii nitgczct wci-dcn. 
^^■(■lli(•ht zullen zij, indien hun groei wat beter zal zijn, geschikt blijken om 
(1 jiiidere koffiesoorten op te verenten. Naar 't zich laat aanzien is C. 
dcnsillora, die eene hoogte bereikte van 1.30 M., de beste groeier der hi(.'r 
genoemde. 

Gossipium herbaceum L. (katoen). Verschillende variëteiten 
werden uit Washington ontvangen en, hoewel de tot nu toe verkregen resul- 
tuten met eenjarige katoensoorten in het vochtige en regenachtige klimaat 
van Buitenzorg bijna iramer teleurstelling gaven, uitgezaaid. In 6 — 7 dagen 
kiemden de zaden. De groei der jonge plantjes was krachtig, ze bloeiden 
rijkelijk maar gaven een slechte opbrengst aan katoen en zaad, dat boven- 
dien slecht kiemkrachtig was. De meeste vruchten verrotten aan de plant. 

H y p a ]) h o j' u s s u b u m b r a u s L. Tijdens zijn bezoek aan 
Ceylon zag de Chef der Afdeeling op een onderneming in {\v biiiirt van 
Kandy fraaie exemplaren van een doornlooze dadap, waarvan een hoeveel- 
heid zaden medegebracht konden worden, waaruit ongedoornde planten 
gekweekt werden, die als schaduwboomen in verschillende aanplantingen 
dienst zullen doen. 

Landolphia Heudelotii DC. Na vele vergeefsche pogingen 



55 

beeft «1<' riilfum ( iiiii ten slotte iu November van dit ja,ii' eenige plantjes van 
(leze oni luiar caoiitehouc-rijkdom zoo geroemde liaan verkregen, die ont- 
vangen werden nit den botanischen Tuin van Dar-es-Salam en die naar 't 
schijnt met eenige zorg wel zullen slagen. Dat de cultuur van deze plant 
liier te lande, althans in West-Java, niet zoo gemakkelijk is, schijnt wel 
hieruit te volgen, dat de administrateur van Poeka Oentoeng berichtte, dat 
van een 000-tal uit Europa ontvangen i)lantjes dezer Landolpbia maar 
() stuks in leveu gebleven waren. De bast van deze liaan heet bijzondei- 
geschikt te zijn om er op mechanische wijze de caoutchouc uit te bereiden. 

L a n d o 1 p h i a K 1 a i n i i Pierre. FiCn vijftal j<uïge ]>hinten werd 
eveneens in November ontvangen van den Heer d e B o o y, administrateur 
van Soeka Oentoeng. Deze groeiden krachtig door en vormden scheuten van 
nu^er dan 20 cM. lengte. 

Landolpbia K i r k i i D y e r. Tijdens het bezoek van den Afdee- 
lingscbef aan den botauisclieu Tuin te Henaradgoda (Ceylou) droeg deze, een 
goede caoutchouc gevende, liaan juist vrucht, zoodat, dank zij de welwil- 
lendheid van den Directeur der botanische tuinen op Ceylou, den Heer 
Willis, een aantal zaden naar Buitenzorg kouden worden medegenomen. 
De zaden kiemden na ongeveer 20 dagen en leverden krachtige plantjes, die 
nu scheuten van ongeveer 40 cM. hebben. 

In November werden tevens van deze soort nog een O-tal exemplaren 
uit Dar-es-Salam ontvangen, die echter wat afmetingen en vorm der blaren 
betreft, welke veel langer zijn, niet op de uit zaad gewonnen planten 
gelijken. 

Payena stipulaiis? B u r c k. (Dantoeng). ()]) zijn dienstreis 
in 1S98 in de Padangsohe Bovenlanden trof D^ van Honiburgh een 
paar bloeiende boomen van den dantoeng, die in tegenstelling met andere 
Payenas geen getah pertja, maar een meer op caoutchouc gelijkend product 
levert, dat in niet groote hoeveelheid uit Padang uitgevoerd wordt. Wel 
kon van die reis een tweetal ])lantjes medegebracht worden, die echter een 
kwijnend bestaan voortsleepten. Vruchten en zaden waivMi (m- neg niet van 
bekend en hoewel herhaaldelijk ter verkrijging daarvan de tusschenkomst 
van Bestuursambtenaren in de Padangsche Bovenlanden wei-d ingeroepen, 
bleven deze uit, totdat onlangs, in September, van den Controleur van Moeara 
Laboeh, den Heer P a 1 m e v v a n den B r o e k, vruchten, zaden en 



86 

kiciii|tl;iii(.j<'s «([t s|iiriliis, ;ilsnn'<l(' pen piirlij l<'\('ii<li' |il;iiil<'ii <>ii1 \ uii;j«'n 
wciiUmi, (lic in j^oedcn Htaat aankwamen. 

Den Ih'ci' I'almer v n ii «I e n r. i n .• |< koml v()<»r- (h-Ac fi;i!jie 
■/.ou(]\w^ <)ii<,n'<\vijfold ecu woord van dank l<tc. liet spii-itns nuiicriaal werd 
in bniMlcii <rcs(cld van ^)^ Valcl on Ici- lii-\vcikiii<^' ««n de planleii, iia<lat 
Ici'onnnc in elkaar ^odi'Jiaidc wocicis \ ciwi jdcrd waren, in |iu||cii <.n'p'<i'''^*- 
TdCii ze l»c;;onneii nien\\ blad Ie maken. \Mi-den ze in \ak 11! ^edcellcii jlv 
in 'I volle liclil. ;i,fedeel(elijk in de Sl•lladn^\ \an ("\iiomr-lra ramil'lora nit-.;. - 
plaiH. De in 'I liclil {icplaafstc idanlen ontwikkelden /.icli Mi jlvliaai- iels 
forsclicr dan do in do schadnw staanden. Ti-onwons ziet men Wij ve^.>^cl^il 
lond«^ in cnKuiir j;(^l)i'acli1o wondhoonien. daf bij «rucdcii toestan<l \an den 
irrond. z(>odai or aan voclil inroon i;-cbi-el< is. jon;:e cxemplaien. die in 
wildon staal als S(•l1adn\^ lievend bcsclionwd moeten worden, lodi niistc 
kond ffedijon als zo in 'I volle liehf staan. N^MsdiilIcnde T^iknpiium s<»oiten 
«redrajron zich in dat opzioht evenzoo. TTot ])lanl verband is Ui voel. De 
hooji^to doT* ]ilantjos is ongeveer een voet on do flink* onl wikkelde jonuc 
blaren zijn ^>2 cM. lang. bij 10 oM. breed. 

S a p i n d n s o m a r g i n a t n s V a li 1. Van don Tl oei- TJ i v i è r e, 
Directenr van den Jardin d'essais dn Hamnian bij Algiers ontving D^ v a u 
R o m b u r g h bij zijn bezoek aan die inrichting eenige zaden van dozen 
zeepbooni ton geschenke. Ze ontkiemden in 10 dagen, maar gaven niet sterk 
groeiende planten, die aan 't eind van 't verslagjaar 40 — 45 cM. hoog waren. 

S t y r a X "B e n z o i n D r y a n d. Een kleine aanplant van dezen boom. 
die de bekende benzoë levert en waarvan do Tnllnurtnin een paar haasi 
volwassen vrnchtdragende exemplaren bezit, werd in don ondon Manilla 
hennep-tnin tusschen de Pisang-planten nitgezet. Ze groeiden daar ze(>r 
goed en hadden na 4 maanden eene hoogte van 85 — 130 cM. 

Urceola escnlenta. De zaden waren door D"". van Ti o m- 
b u r g h persoonlijk ingezameld te Henaradgoda. Ze ontkiemden in 22 
dagen en gaven aanvankelijk vrij krachtig groeiende planten, die echter 
na 9 maanden niet hooger waren dan 50 cM. Deze liaan geeft een goede 
caoutchouc. 

Urceola brachysepala Hook. f. Van den Heer N e t- 
soher te Tjisalak ontving de Cnltnnrtnin eon aantal krachtige jonge 



57 

plaiitpii van deze caoutohouc-liaaB ten geschenke. Eenige ervan wenlen in 
Septejribei' ui (geplant en ontwikkelden zich fraai. 

b. Agricultuur-chemisch Laboratorium. 

Het gebouw, alsmede de instrumenten bevinden zich in goeden toestand. 
Acliter het laluinttorinm ammmI tijdelijk een klein open loodsje gezet, ver- 
bonden met gas- en waterleiding, om er extractie-proeven met vluchtige, licht 
brandbare vloeistoffen o]i eenigszins grooter schaal te kunnen uitvoeren. 

W. S p i r e, een Fransch <ifficier van gezondheid en D"". S h e r m a n, 
een Amerikaansch chemicus, die oj) Manilla voor de Amerikaansche Regee- 
i'ing een agricultuur-chemisch laboi-otoiium zal inrichten, waren gedurende 
eenige nuianden in den Tultuurtuin en het laboratorium werkzaam. 

Met 1 Mei verliet de Heer Boogaard, die ongeveer V^ jaar n1s 
volontair in het laboratorium werkzaam geweest was en zich tot een rrtwA 
analyticus ontwikkeld had. Buitenzorg. Zijn plaats werd ingenomen door 
Mejuffrouw P. Roselje, die echter in December hare betrekking weer 
neerlegde en opgevolgd werd door den Heer V. H i s s i n k. 

D"". L o n g, vroeger werkzaam aan de Bandoengsche Kinine fabrielc 
werd met ingang van Mei tijdelijk aan het laboratorium verbonden tot het 
verrichten van chemische werkzaamheden. 

Omtrent de in het laboratorium verrichte onderzoekingen wordt hier 
in extenso en letterlijk overgenomen het door den Afdeelingschef. D"". P. 
van B o m b u r g h. ingediende rapport. 

Het onderzoek naar de bestanddeelen van de aetherische olie van 
Kaempferia Oalauga L.. waarin, in 1800, de aanwezigheid van p. methoxy- 
Ivaneelzuren aethylester was aangetoond werd voortgezet. Xu kon worden 
aangetoond, dat zij bovendien bevat: pineen. kaneelzuren aethylester. als- 
mede een verzadigde koolwaterstof, die bij 207.5° kookt en bij 10° smelt en 
het S. (t. 0.766 heeft bij 26°, Analyse en moleculair gewichts-bepaling 
voerden tot de formule C,-,H..o. Deze koolw^aterstof schijnt identiseh met 
normaal pentadekaan, waarmede de eigenschappen overeenkomen. Verder 
bevat deze aetherische olie nog zeer geringe hoeveelheden van een gekris- 
talliseerd, naar kamfer riekend lichaam en een vloeibaar product, dat met 
broom, in tetrachloorkoolstof, een fraaie violette verkleuring geeft en waar- 
van het onderzoek nog in gang is. De afscheiding van de verzadigde kool- 
waterstof heeft bij de tropische temperatuur nogal moeite gegeven. 



)i8 

Het oridor/^tx-k \;iii lid wcliicl^fiMlc Im'sI;iihIi|<<I der ;it'| Ii»-risi Im- olir \aii 
(Ie Oriiiiiini variëteit; (ol' s|m'c.) hier iKkcinl ondir den iia:iiii \:ni Sdasih 
bcsar ol' S. iiiekali is nooiIj^c/cI, licdt cclilci- iio^ ^ccii voor iHililifal i»- rijpo 
resul (aten o})geleverd. 

Dr uit Oeirnnni hasilicnin L. (Sclasili liidjaiii vcikr('«,n-ii olie draait 
in een i»iiis \aii L*(M» m.M. \\c\ iiolarisalicvlak O.:?.") naar retdils. Door do oli(? 
mol sloom (o hcliaiidclcii. y,oo<lat er on;^ove(M' M)% overjjaat, krij^l iricii een 
vloeistof die 5' rechts draait, terwijl het residu — 0.fi° draaido. ilren^H 
ineii dit lesidu even aan de kook (liet kookpunt is on;j;ev<'er 215°) en ko«'l( 
men daarna af dan is de draaiug der vlo(Mstof + 2° in een buis van 2(Kï niM. 
V^erhit men langer dan wordt ze + 3°4 en schijnt dan ook bij verdeie ver- 
hlMing deze draaing te behouden. 

Door destillatie in vaeno kon men uit liet lio\enbedoelde residu een veel 
zwakker rechts draaiende vloeistof verkrijgen. Dit eigenaa»-dig gedrag 
dezer aetherische olie wordt nog nadei- ondei-zocht. 

In de saprophytisch groeiende Epirrhizanthes elongata BI. en E. cvHn 
(liica BI., O]) Tjipetir vrij talrijke voorkomende Polygalacc^eën. kon ik de 
aanwezigheid van salicylzuren methylaether, die reeds in wortels van vele 
der bladgroen voerende planten dez(M' familie is aangetroffen, aantoonen. 

Dienzelfden ester vond D'". T r o m p de Haas in de vruchtschillen 
van Coffea liberica, terwijl 't mij gelukte denzelven in 4,4 gram versche 
vi'uchtschil van Coffea steno})hylla aan te toonen, terwijl merkwaardiger 
wijze vruchten van Coffea arabica, waarvan veel grootere hoeveelheden 
vruchtschil in bewerking genomen werden, die stof niet bevatten. 

Evenmin kon ze geconstateerd worden in vruchtschil van Coffea 
arabica, die gegroeid waren aan rijs, dat geënt was op Coffea liberica. 

Wel echter vond ik ze in de vruchtschil van de zoogen. hybriden van 
Klein Getas, die, zooals men weet gehouden worden voor hybriden van 
Coffea arabica en C. liberica. 

Veel tijd is in dit verslagjaar besteed aan de analyses van caoutchouc 
en getah pertja, welke gemeenschappelijk met D^ Tromp de Haas. 
die zich voor dit onderwerp veel moeite gegeven heeft, uitgevoerd 
zijn. 

De waterbepaling in de getah pertja-monsters wordt, nadat door voor- 
loopige proeven was uitgemaakt, dat vooral veel harshoudende soorten bij 
drogen in warme lucht — door oxydatie — minder goede lesultaten geven. 



69 

uitgevoerd door de stof in een warnnvaterdroogstoof in een koolzunrgas- 
s-trooin lot constant gewiebt te verhitten, waarbij bet aanbeveling verdient 
de klein gesneden monsters vooraf eenigen tijd boven zwavelziuir te 
plaatsen, waardoor de duur der verwarming verkort wordt. 

Om de hoeveelheden vuil (dirt), hars en gutta te bepalen werd vroeger 
de in kleine stukjes gesneden of tot een dunne plaat uitgerolde gefab perlja 
met alkohol geëxtraheerd, daarna het residu in chloroform opgelost, terwijl 
bet onopgelost geblevene als dirt gewogen werd. Deze methode was echter 
tijdroovend en leA^erde A'erscbillende moeielijkheden op. 

Na tal van proefnemingen wordt thans de volgende methode gevolgd, 
die snel tot het doel voert en goede resultaten geeft. Een gram van de 
luchtdroge stof wordt in een maatkolfje van 100 cM.^ voorzien van een 
ingeslepen Inchtkoeler (met bollen) gedurende 3/^ — y^ uur in een waterbad 
met 80 cM.^ chloroform zachtjes gekookt. Na geheele oplossing van d<^ 
getah pertja laat men afkoelen, vult de kolf met chloroform tot aan de deel- 
streep en filtreert de vloeistof door een trechter met + 20 cM. lange buis over 
een dichte, zuivere wattenproj». Van het filtraat neemt men 50 cM.^ of wat 
beter is, men filtreert direct in een maatkolfje van 50 cM.^, brengt de 
oplossing in een Erlenmeijer met grooten vlakken bodem en distilleert de 
chloroform voorzichtig af. Op den bodem houdt men dan een zeer dunne 
doorschijnende laag van vuil-vrije getah pertja. Men blaast de kolf met 
lucht uit en droogt de laag in de kolf, die in een warmwaterdroogstoof 
geplaatst woi'dt, in een koolzuurgasstroom gedurende IH uur. Daarna 
weegt men de kolf, waarin men het koolzuurgas weer door lucht heeft ver- 
vangen. Men vindt aldus het gewiebt van hars -(- gutta en daar het water- 
gehalte in een afzonderlijke hoeveelheid bepaald is kent men dan het gewicht 
van het vuil (dirt). 

Dan trekt men den inhoud der kolf eenige malen met kokende aceton 
uit, die uit de dunne getah pertja-laag nu gemakkelijk de hars opneemt. Bij 
hjirsrijke monsters is het goed de met aceton behandelde getah pertja nog 
eens in chloroform op te lossen, deze te verdampen en het nieuwe getah- 
vlies opnieuw met aceton te behandelen. Na deze extractie verhit men de 
kolf weer in een koolzuurstroom en vindt dan na weging de hoeveelheid 
gutta. Uit het verschil in gewicht met de eerste weging weet men dan de 
hoeveelheid hars. 

De behandeling met aceton voert sneller tot het doel dan alkohol en 
geeft dezelfde uitkomsten. 

Eene analyse van uit blad bereide getah pertja-monsters, waarvan het 



(m'Im; iifkoiiisti;^ WUH uil <!<• riilui'k i>\> l'.ocio*'. \\a;ir \iil;_'»'iis i |i!<n<-<li' v;iii 
D'. Lcilclioor geA\('il\( woidl en licl ;iiM]crc hciv-id wms in ccii f;ilir'ifk 
(e Molijaii on de W.-afd. \;(n IJonifo <i;;iC <lc vol^roiidc icsnltnii-n : 

l^ioducl van Boeroo (gi-oen jicldcnrdi. riddiifl van MoliJ;in fiïpijs). 

voclii CU vuil 3.9% 4.(>% 

Ii.iis 9.2 „ 6.1 „ 

giillji 86.9,, 89.8,. 

TIcf üscligehaKe van lid ccistr monslrr was \.\J, . van lui judfic 1..";. 

|)(M»rdcn Ifeei* C u i' 1 is uit l'cnan<^ wjii-cn I wee inonsh-is i^chili |»<'itj;i 
jiczondcn. al'komsiifi; van bloeiende l><«nnen. waar\;ni de viinliicn in \(nin 
\ors<'hilden, maar die overif>en8 oj) elkaar pdeUen. In Ke\v liad men den 
eenen Palaipiiuui Curtisii gedoopl:, terwijl de ander voor P. (Jiilla gehoiidcu 
wei'd. Zie hier de resultaten dei analyse: 

A. B. 

\^'ater 9.3 0.<; 

Mars 11.8 11.9 

Gutta 77.2 78.7 

Dirt 1.2 sporen. 

Verhouding hars : gutta 1 : 6. 

Op watei- en vuil-vrije stof berekend vindt men in: 

A. B. 

hars 13.2 13.1 

gutta 86.8 86.9 

Men zou uit deze analyse veeleer tot de conclusie komen, dat de boomen 
tot dezelfde soort behooren. Zeker is 't echter, dat de getah pertja van zeer 
goede qualiteit is. 

Zoowel in de getah pertja-aanplautingen te Buiteuzoig als in die te 
TJipetii- vindt men in de verschillende tuinen boomen, die in bladvorra 
afwijkingen vertoonen van de soort in welker kwartier zij staan. Soms is 
het gemakkelijk genoeg om te zien. dat men met een soort te doen heeft, 
waarvan het product niet veel waarde heeft, maar dikwijls is men in twijfel. 
De analyse van het melksax> is dan een gcAvaardeerd hulpmiddel om die 
iwijfel op te lossen. 

Bij vruchtdragende boomen vooral is het van belang de samenstelling 
^an de getah pertja te kennen, omdat men, zoodra het blijkt dar deze 
ongunstig is, dan onmiddellijk de onrijpe vruchten kan verwijderen. 

Tn den T'alaquium borneense-aanplant in den Oultuurtuin bijv. stonden 



61 

eenige vruchtdragende boomeu, die wel is waar niet identisch waren met die 
soort, maar waarvan een deel meer geleeli op P. Treubii, een ander meer op 
de soort, die hier voorloopig P. Gutta, afw. type genoemd is. De analvse 
van het product gaf de volgende resultaten: 



Nummer v/d 


boom. 


llais. 


Oiitüi 


A« 




l;{.!> 


8(i.l 


B, 




ir,. 


85. 


C. 




18.;; 


81.7 


^. 




14.8 


85.2 


1), 




i7.a 


82.7 


H, 




49.4) 


50.1 


H-, 




18.6 


81.4 



Van boom H., welks juoduct in samenstelling gelijkt op dat van P. 
Treubii werden de vruchten in onrijpeu toestand verwijderd. Later is de 
boom gerooid. 

In den Pal. oblongifolium-aanplant staat een boom, welks blad zeer veel 
gelijkt op dat van deze soort, maar wat kleiner is. Ook vertoonen de bhiren 
bij het doorscheuren niet de karakteristieke draden. Eene analyse van de 
getah van dien boom gaf: Hars 04.8%, Gutta 35.2. 

Daaruit volgt niet alleen, dnt de boom in quaestie geen P. oblongifoliuni 
is, maar zelfs dat zij een product van zeer weinig waarde geeft. 

In den P. Treubii-aanplant is eveuzoo door de analyse van de getah aan- 
getoond, — die 75.7% hars en slechts 24.3% gutta gaf — . dat een daar 
groeiende l)oom niet tot die soort behoort. 

Nu van de <>i» Tjipetir en te Buitenzorg uit Pal. Gutta (afw. type). Pal. 
Treubii en Payena Leerii geoogste getah pertja groote hoeveelheden 
beschikbaar waren, werden deze soorten weer geanalyseerd om te zien of er 
in de samenstelling verschillen aan te wijzen zijn, die dan een gevolg kunnen 
wezen van de verschillende groei-voorwaarden. De leeftijd der boomen 
toch is ongeveer dezelfde. Zie hier de uitkomsten: 



Getah pertja uit Pal. Gutta (afw. Type 

„ ,, „ „ P- Treubii 

Pavena Leerii . . 





Hars. 


Gutta. 


Buitenzorg 


20.9 


79.1 


Tjipetir 


20.9 


79.1 


Buitenzorg 


50.4 


49.(1 


Tjipetir 


46.2 


53.8 


Buitenzorg 


46.1 


53.9 


Tjipetir 


48.8 


51.2 



62 

Een monster j^etali lian«;kiin<i (:in}^ so nj» Sinj^Mporo «^eheeteu) vau 
Payena leiocarpuni lioci-l. door mij iii;4czaiii<'l(l op Doi-m-o in 1S!)1» on waarin 
kort na de in/anidin^ de \oiiioiidiii^ \aii liars I.0I ^iiMa was als 1 : O.lL', 
j;af nu, ruim 2 jaar later, \olj;eiis de nieuwe iin'ili(»dr, voor die veilioiidin^ 
1 : O.'M, zoodat naar 't seiiijnl door don in\loed dor IikIiI onz. liet liar»* 
^•elialte nog iets is toegenomen. 

Van den ileer li e n (| n e te l'onlianak wi-rd 0011 monster djcloi-looni; 
onl \an,i;('n iliel |trodurl \an Dveia i.owii). he samenslcllinii oi\an was: 

water 4 %. 

vnil 10.5... 

barsacldige slcd'len S4.(S ,. . 

gutta-acbtige „ 0.7 „ . 

Ken monster danloen^ uit .Moeara Lahoeli atk<»mslii; lliel protlmt van 
l'ayena st ipuiai-is? linre.k.), dat meer op caontclionc dan op <;efali ]»ertja 
gelijkt gaf: 

water 7.1. 

vuil 3.1. 

hars 2.0. 

gutta en caoutchouc 87.2. 

Blaren gegroeid aan waterloten van Palaquium oblongifolium bevatten 
volgens eene analyse 5.07% zuivere gutta. 

De vele jaren geleden uitgevoerde extractieproeveu met druogblad vau 
1'alaquium oblongifolium werden met D'". Tromp de Haas weer ter 
hand genomen. 

Uit 1.7 KG. blad, dat 14.3% water en 4.9% zuivere gutta bevatte, werd 
door extractie verkregen 137 gr., d. 1. 8.06% ruw product. De samenstelling 
daarvan was: 

water (-f- sporen benzine) 15 %. 

onoplosb. stoffen 0.6 „ . 

hars en extractiestoffen 26.8 ,, . 

gutta 57.6 „ . 

Op 't uitgangsmateriaal berekend, was dus 4.6% gutta geëxtraheerd. 
De verhouding van hars tot gutta was niet zeer gunstig en bedroeg 1 : 2.1, 
zoodat 't wel noodzakelijk schijnt om, hetzij het blad aan een voorbewerkiug 
te onderwerpen dan wel de verkregen getah pertja een zuiveringsproces te 
doen ondergaan. Misschien zal ook een geringer watergehalte van het 
uitgangsmateriaal gunstiger uitkomsten geven. Proeven in deze richting 
worden voortgezet. 



63 

Zooals bekend is doet men het ter extractie bestemde blad volgens een 
gej)ateuteerd procédé wel eeue uitlooging met kali ondergaan, alvorens 't te 
extraheeren. 

Een soortgelijke bewerking bleek ook gunstig om langs mechanischen 
weg uit versch blad getah pertja te bereiden. Het gestamjjle blad wordt 
gedurende 24 uren met eene ;")% natronloog gedigereerd, dan verwijdert men 
de vloeistof door filtratie en wascht 't residu goed uit. 

Daarna bi handelt men 't met warm water en biengt de vloeistof ver- 
volgens aan de kook. De getah pertja scheidt zich dan aan de op])ervlakte 
af als goudgele stukjes, die zich gemakkelijk laten afscheiden en door 
kneden en walsen verder zuiveren. 

De behandeling met loog heeft 't voordeel, dat de getah pertja zich 
gemakkelijker afscheidt en in plaats van een donkergroene kleur een meer 
goudgele heeft. Ook is het rendement naar 't schijnt beter. Die behande- 
ling heeft, zoover tot nu toe is na te gaan geen slechten invloed op de eigen- 
schappen der getah pertja. Uit 200 gram versch, pas geplukt blad konden 
2.48 gram getah pertja verkregen worden. Ook deze proeven worden 
voortgezet. 

Van de verdere in het laboratorium gedane onderzoekingen worden hier 
nog eenige aangestipt. 

Zonnebloemen-zaad in het Buitenzorgsclie g(n:ultiveerd, bevatte in niet 
geschilden staat 25.7% vet en 16.9% eiwit. 

Blaren van Opuntia spec, toegezonden door den (Jouvernements veearts 
F i s c h e r, en gewonnen op Madoera, waar ze voor veevoer gebruikt 
worden, bevatten G.44% eiwit en 13.5% ruwe vezel. 

De samenstelling van in den Cnltuurtuin gecultiveerde soja-boontjes 
was als volgt: 

water 15.1%. 

stikstof vrije extr. stoffen 49.8 ,, . 

ruw vezel 7.2 „ . 

vet 1.1 „ . 

ruw eiwit 26.8 „ . 

liet gehalte van ruwe asch was 4.9%. 

Vooi' het krankzinnigengesticht te Ruitenzorg werden met 't oog op de 
melkleverantie tal van melkmonsters onderzocht. 

De Heer H. J. Trom]» de Haas, Paardenarls bij hel Leger 
zond een 18-tal irrassoorlen in me( verzoek daarvaii de voedingswaarde 



64 

te bepalen. .\uii liol oiud \:ni 'I xcrshi^^jnjir was dii ((iidfi/ock \\i,>^ nU't 
afgeloopen. 

Beliahe verscliillciide jiiiiilyscs \aii iim-msIuI Icii en i^roiidsooftcii \v<M-<ic]i 
ook 110J4; OMdorzoekiii<;(Mi Ncriirlil \;m ccni;^!- dji d-n llot'iaiij;iaii;^ m hij 
liCiribaiijij verzamelde j^ioiidnionslcrs, ark(tiiisi i;; \aii h-rrciinii. van wi-lkcr 
<;i-ond vioeger ook reeds analyses gemaaki waifii inci de iM'doclin^ d<-ii 
iiivhxMl van het in cnllniir l»ien<^en van bo8chgr(»n<l op d<' sarnonwtellinj: 
daarvan na te gaan. De resuKaten zullen medegedeeld worden in lul 
verslag van de door D'. Ti'om]» <1 e Hans gedane giondond<'i-7,o('l<iijgeii, 
dat eei'lang gejnibliceerd wordt, nu dii lalKnaloiinmwork zijn <.'ind«' 
na<l('i-l . 

C. () p 1 e i d i n g v a n j o n g o 1 i e d e ii v o o i- d e n 1 a ii d b o ii w. 

De gesehiedeuis van het lol slaM<l komen dezer oj)leiding wordt doo'. 
liet wedei'geven van een deel der er op betrekking hebbende bescheiden hel 
duidelijkst behandeld. 

Ondei' dagteekening van 4 Juli 1901 11- 1912 gewei-d den <tndergeteekende 
het volgend schrijven van den 1""" Gonveruements Secretaris: 

,,Bij den CTOUveinenr-Generaal is het denkbeeld voorgebracht om, reke- 
ning hondende met de overwegingen, welke geleid hebben tot de bij het 
beslnit van 7 Maart 1900 11- 17 geautoriseerde proef met de opleiding bij 
's Laiids riantentuin van een tiental Europeesehe jongelieden voor de horti- 
cultuur, een dergelijke proef in een der andere afdeelingen dier inrichting 
te doen nemen met de opleiding van een beperkt aantal kweekelingeu van 
Europeesehe afkomst voor de agricultuur. 

Nopens dat denkbeeld zou zijne Excellentie gaarne Uw gevoelen ver- 
nemen. 

Door UHP^dG. te verzoeken aan dat verlangen te willen voldoen, heb ik 
de eer aan ontvangen bevelen uitvoering te geven". 

Aan het daarop ingediende antwoord (den 22*"" Juli d.a.v. 11° 1822/0) 
moge hier het volgende worden ontleend: 

1'. Bij gelegenheid van het overwegen der proef, bij besluit van 7 Maart 
1900 n- 17 geautoriseerd, werd het volgende aangevoerd: „Zoo er vrees moet 
bestaan voor een uitslag der proef niet aan de verwachting beantwoordende, 
is die veeleer te zoeken, naar het gemeenschappelijk gevoelen van den 
Hortulanus en van steller dezer, in de geringe neiging bij de in de kolonie 
geboren jonge mannen voor al hetgeen naar handenarbeid gelijkt; en dat 



6S 

iu bel j»egeveii geval „de handen uit de mouw gestoken" zouden moeten 

worden staat voorop. Het wul mij echter schijnen, dat de argumenten 

het nemen eener proef volkomen wettigen, vooral daar iedereen het er over 
eens is, dat men trachten moet iets meer dan tot nog toe te doen voor de 
categorie van jonge menschen, die men in het gegeven geval op het oog 

heeft Mocht zij (de proef) daarentegen w e 1 gelukken, dan zal 

daarmede eene — e n als zoodanig e n als voorbeeld — zeer nuttige 
bijdrage zijn geleverd tot de solutie van het in den laatsten tijd zich snel 
acccntueerende moeielijke sociale vraagstuk: het aanwijzen en toegankelijk 
maken van wegen, waarop Indo-Europeanen in onze kolonie eene toekomst 
kunnen vinden of althans behoorlijk in hun onderhoud kunnen voor- 
zien". 

Hoewel de proef, wier duur volgens het aangehaalde besluit vau 
7 Maart a" p" — sub 1, a — drie jaar zal zijn, nu slechts een jaar oud is, 
zoo kan toch reeds worden verklaard, dat de — toenmaals zeer gewettigde 
vrees in de geciteerde woorden uitgesproken, door de uitkomst is gelogen- 
straft. 

Maar één der aanvankelijk aangenomen tien jongelieden heeft na 
weinige dagen de zaak opgegeven, omdat hij het beneden zich rekende den 
liem opgedragen handenarbeid te verrichten, terwijl mij van buiten af — ook 
in den beginne — slechts eenmaal eene kritiek is ter oore gekomen over: 
„het schandaal dat er in 's Lands Plantentuin plaats greep, w aar men 
jongelingen, die toch wel degelijk Hollandsch bloed hadden, liet 
werken met patjols en andere landbouwwerktuigeu, alsof het Inlanders 
waren". 

Deze twee blijkbaar geïsoleerd staande symptomen in het begin, zijn 
door geen andere meer gevolgd. De ééne opengekomen plaats was onmid- 
dellijk weer bezet, en sedert zijn de tien leerlingen er geheel aangewend om 
evenals soortgelijke élèves in Europa al dat werk zelf te doen, wat er van 
aanstaande tuinlieden wordt verlangd. Er is geen sprake meer van, dat 
er in dit opzicht nog eenige vrees over het niet gelukken van de proef 
zoude kunnen bestaan. 

Ook over ijver en lust — „liefhebberij" — in het tuinbouwvak valt er 
bij de knapen in het algemeen allerminst te klagen. Wat dus het praktisch 
werk betreft, bestaat er onverdeelde reden tot tevredenheid. Hetzelfde kan 
niet gezegd worden van de eenigermate theoretische opleiding, die wij wel 
gaarne tegelijk wilden geven. Hoewel onze verwachtingen aangaande hunne 
algemeene ontwikkeling zeer laag gestemd waren, zoo voldoen zij toch aan 

VkHSLAU tan 'sLANÜS HLANrENTUlN 1901. •* 



66 

die uiterst elementaire voivvmcIiI iiij;cii Mo«i iii<-i <-<'iis. liitfHi«;cnti<' en ver- 
HÜindsoiitwikkelinji tsluiin ()|» «m-ii lua;; peil, /,n<>(l;ii wij iiii-i li»-i I liooretiBch 
•gedeelte van de opleidin*^ minder ver /uilen kunnen annu, daii In-l, toch 
waarlijk niet hooge, oorsinonkcdijk l)e()<»^de. pn»graiiiina. 

Bet spreekt eeliler van zelve, dnl, ai is hel te iH-janiiucreii. dat in dit 
eene opzicht eeu „tegen va llt-i" niet is uil<;('l)leven. liet kapiiaii- punt tot;li 
(Mitegenzeggelijk zit in liet praktisebe gedeelte van de proel'. WCluu het 
worde herhaald, wat dit predomiiieerende monieui aanj^aat, kan nu re<'ds 
de proef als geslaagd beschouwd worden. 

2'". De voorafgegane uitweiding was uoodig, omdat, indien er op dit 
oogenblik, nadat de proef reeds eeu jaar heeft geduurd, nog eene niet onaan- 
zienlijke mate van twijfel was overgebleven over de mogelijkheid (»m het 
praktische onderricht in den tuinbouw aan hier geboren jongelieden van 
eenvoudige afkomst te geven, men zich niet gerechtigd zt)ude mogen achten 
nog vóór afloop der vastgestelde drie jaar, met oen andere proef van gelijke 
strekking te beginnen. 

Nu, integendeel, die uitkomst zoo gunstig is, bestaat er niet alleen geen 
reden om een soortgelijk experiment op een verwant gebied te ontraden, 
maar spreekt alles er vóór om het door de ondervinding ons aan de hand 
gedane voorbeeld te volgen. Er bestaat toch geen enkele reden voor om aan 
te nemen, dat wat voor de horticultuur gelukt is, niet evenzeer voor de 
agricultuur zoude slagen; mits het gelukt een in zijn vak even geschikt 
instructeur te krijgen als wij voor het tuinbouw-vak in den Heer van 
H e 1 1 e n hebben gevonden, en evenals bij hem tevens iemand die het 
verstaat met de aan zijne voortdurende zorgen toevertrouwde jonge mannen 
om te gaan en hen lust in het werk in te boezemen. 

De af deeling der door mij beheerde inrichting, waar dan eene proef met 
de opleiding van een zeker aantal Europeesche jongelieden in het landbouw- 
vak te nemen ware, kan geene andere zijn dan de Cultuurtuin. 

In den Cultuurtuin te Tjikeumeuh is in de eerste plaats zeer veel te 
zien van de verschillende cultures en de behandelingswijzen der gewassen. 
Van sommige hunner wordt er de cultuur in het groot gedreven, zoodat van 
den aanvang tot het einde alle bij de praktijk in aanmerking komende 
manipulaties kunnen worden medegemaakt. Van andere geschiedt het 
kweeken te Tjikeumeuh toch steeds op zoo groote schaal, dat er ruimschoots 
gelegenheid is tot demonstratie van de onderscheidene in aanmerking 
komende factoren. 

Demonstiatie echter, die voor leerlingen van eene landbouwschool van 



07 

veel beteekenis is, komt bij de jongelieden, wier zuiver praktische opleiding 
nu liet onderwerp van bespreking uitmaakt, geheel op den achtergrond; de 
Ihans bedoelde kweekelingen moeten zelf den grond leeren bewerken en 
behandelen en zei f alle manipulaties met de verschillende cultuurplanten 
It'éren verrichten. Dat moet geheel en al hoofdzaak zijn. Voor zooveel 
mogelijk zal dan daarbij nog getracht worden eenige hoogst elementaire 
noties van zeer algemeen theoretischen aard, hen ter verklaring der ver- 
scliillende verrichtingen bij te brengen. Van dit gedeelte der opleiding 
niake men zich evenwel geringe illusies — de ervaring heeft ons dit 
geleerd — ; men zal met zeer weinig resultaat al tevreden moeten zijn. 
Trouwens, men verlieze niet uit het oog, dat het bezitten van eenige theore- 
tische noties voor de knapen in quaestie, wel van eenige, maar toch in 
werkelijkheid van luttele beteekenis is; daarvoor is de verstandelijke ont- 
wikkeling der categorie, waaruit zij zullen voortkomen te gering. Het zal 
bij hen te doen zijn om goed en grondig onderricht in de p r a k t ij k 
van den landbouw. 

De Cultuurtuiu nu heeft, behalve de demonstratieve beteekenis voor 
leerlingen van hooger allooi, met het oog op kweekelingen voor wie zoo 
uitsluitend de praktijk in den engsten vorm, het alles zelf doen beoogen, het 
doel der instructie vormt, nog het voordeel van de gelegenheid te geven om 
van de cultuurgewassen, zaden, stekken en planten — in een woord het 
plautmateriaal — steeds bij de hand te doen zijn. 

Alvorens over te gaan tot de bijzonderheden der wijze van uitvoering 
van het plan^ is het noodig zich rekenschap te geven van het speciale doel, 
dat de opleiding der jongelieden zal beoogen, of — met andere woorden — 
zich af te vragen: op welke manier of manieren zij zich de genotene opleiding 
ten nutte zullen kunnen maken. 

Een dubbel doel zal na te streven zijn, zoodat de kweekelingen later 
op twee wijzen nut van de verkregen opleiding zullen kunnen hebben, 
namelijk: primo, door het voor eigen rekening drijven van den kleinen 
landbouw, en secundo, door het gaan bekleeden van eenvoudige opzieners- 
betrekkingen op groote landbouwondernemingen. 

De bedoeling van dit in de tweede plaats genoemde doel is duidelijk; 
het volgende worde er nog bij opgemerkt. Naarmate men voor die opzieners 
op landelijke ondernemingen, uit wier midden later de administrateurs 
worden gekozen, hoogere eischen gaat stellen — en dit geschiedt langzamer- 
liand steeds meer — zal de behoefte aan eenvoudiger opgeleide en toch 
piaktisch goed bruikbare opzieners gaan toenemen. Men zal dezen laatstt^n 



68 

da,u (ht iiiiiMlci- l)cl;iJij;iJjke (»ii(1<m«I(M'1cii \:iii de \vcrl<zaaiiilM'<leii o\ «'rlateii, 
om die, waarvocM- ineoi- ki-nnis cii iiic<t iiilrllij;('iiii<' noodi^^ is [*»■ ii- v<'r 
trouwen uau do ruimer en breedcr ojigeleide geëmployeerden. 

De bedoelde mindere betrekkingen op landelijke oiKb-iriemingen zullen 
toch een behoorlijk loon medebrengen, terwijl de luogelijkheid niet is 
buitengesloten voor jonge mannen, die bijzonder veel ijver tooneu en over 
voor hunne categorie bijzonderen aanleg beschikken, om ook na vcrlooii van 
tijd naar de beter bezoldigde betrekkingen te gaan dingen, hoewel dit altijd 
toch eene zeldzaamheid zal blijven. Voor dit laatste bestaan redenen deds 
ook buiten het kader dezer uiteenzetting vallend. 

Het eerst aangegevene der beide doeleinden „het voor eigen rekening 
drijven van den kleinen landbouw'' verdient eene iets uitvoeriger besineking. 
Het is namelijk zaak, zoowel om goed te weten vvaar<»i) men tdj de 
opleiding heeft heen te sturen, alsook om zich te vrijwaren tegen d e c e p- 
ties in de te verwachten uitkomsten van den geheelen maatregel. 

Onder kleinen landbouw voor eigen rekening te drijven zal men niei dan 
bij hooge uitzondering kunnen verstaan, het kweeken, maar dan op kleiner 
schaal van dezelfde gewassen, die het doel der cultuur op groote onderne- 
mingen zijn. Hiervan is als regel niets te wachten, niet alleen omdat bijna 
altijd de producten van den grooten landbouw speciale bereidingen vorderen 
buiten de financieele krachten van den kleinen landbouwer staande, maar 
ook aangezien gemeenlijk die producten van den grooten landbouw, in het 
klein gekweekt, niet of slechts op zeer onereuse voorwaarden verkoopbaar 
zijn; dit laatste omdat men zich van Chineesche of andere afkoopers moet 
bedienen, die allen zeer ongunstige condities bieden. Het denkbeeld om 
door eene combinatie van een zeker aantal kleine landbouwers een 
of andere tak van het groote landbouwbedrijf te laten uitoefenen, schijnt 
mij volkomen utopistisch; zulk eene combinatie zoude van den aan- 
vang af slechts tot onoverkomelijke moeielijkheden aanleiding geven. 
Bovendien, elke belemmering van de v r ij h e i d, die eene coöperatie zoude 
medebrengen, is voor de personen, die men op het oog heeft, een afdoend 
argument tegen de uitvoering van elk plan, hoe goed ook. 

Is het cultiveeren Van gewassen voor export dus, normaliter, als doel 
buitengesloten, hetzelfde geldt, wederom als regel, voor het kweeken van 
producten voor de Inlandsche markt, omdat die cultuur door de Inlanders 
zelf wordt gedreven en er van concurrentie met hen voor den kleinen 
Europeeschen landbouwer weder kwalijk te denken valt, zoowel om het 
goedkoope der productie van den Inlander alsook omdat zijne wijze van 



69 

afzet in het klein voor den Europeaan niet of nijerst moeielijk zou zijn 
na te volgen. 

Waar het kweeken voor export en dat voor de Inlandsehe markt zijn 
buitengesloten, wat blijft er dan over voor den kleinen Europeeschen land- 
bouwer voor eigen rekening werkend? 

Voorloopig alleen het aanplanten van groenten en ooft voor het Euro- 
peesch verbruik binnen niet al te ver verwijderden kring, en misschien later 
ook de cultuur van sommige producten, die in fabrieken hier te lande ver- 
werkt kunnen worden, waarbij wordt gedacht, b. v. aan plantendeelen, die 
aetherische oliën, vezels of kleurstoffen leveren. Het is niet onmogelijk 
dat er op den duur in de cultuur op kleine schaal van zoodanige aan fabrieken 
te leveren producten nog bevredigende verdiensten te vinden zullen zijn : 
voorloopig echter zal men wel doen alleen het oog te vestigen op het kweeken 
van ooft en groenten, hoewel men daai'bij de concurrentie van den 
Tnlandschen kleinen landbouwer niet kan ontgaan. Deze is evenwel van 
veel geringer omvang dan bij het aanplanten van verbruiksmiddelen voor 
den Tnlandschen kooper. 

Van concurrentie gewagende mag hier misschien met een enkel wooi-d 
worden opgemerkt, wegens het nauwe verband met het onderwerp van dit 
schrijven, dat men bij het faciliteeren van den kleinen landbouw door meer- 
gegoede Europeanen er steeds indachtig aan zal moeten zijn. dat men. in 
verband met het zooeven aangegeven doel van dien landbouw, ook onder- 
linge concurrentie door het slichten van agglomernties van kleine land- 
bouwers niet te zeer in het leven roepe. 

S^. Na het voorafgaande kan er worden overgegaan tot het behandelen 
van hetgeen omtrent de opleiding voor de agricultuur zal zijn vast te stellen, 
op het voetspoor van het bepaalde bij besluit \:iii 7 Maart 1900 Tl- 17. 

Na de gunstige ondervinding opgedaan mei de kweekelingen voor de 
horticullunr. met welke men g(Hmei'Iei inoeielijkheden heeft, zonde het 
aantal van dergelijke kweekelingen voor de agricultuur zonder gevaar reeds 
bij de aanvang wat grooter genomen kunnen worden. Het getal van 20 
ware echter in elk geval als een maximum te beschouwen, terwijl ik er zelfs 
de voorkeur aan zoude geven het, voor eene proef tot 15 te beperken. 

De duur der opleiding worde, evenals die voor de horticultuui- gesteld 
op drie jaar; korter tijd is niet aan te nemen, bij knapen, die volslagen 
van alle voorbereidende oefening, vaaidigheid en kennis der praktijk ver- 
stoken zijn, waarbij komt dat het niet gewenscht is de jongelieden te jong 



70 

in «Ie |)i;iklijl< (<• lir('li;;<Mi. (I;i;ii- (l:iii liiiii t<- wciiii;^ ;4c\ urd* rt|i' Itcflijd op 
zich zcir ri'ods o.ciï l»c/>\vaiir zoikIc \(»iriH'ii. 

Oiiiircnt licl (lajj^olijkHcli lof/idil dp df o|il<'i(liii;i woidc in een Ie n<'nnii 
besluit liever niets bepaald en men volsta mei Ie /,e^;j;en, dat /jj zal <;esrliie- 
den in den Cultuurtnin. Jndi<Mi namelijk de gedane \o(Mstellcn ov<m- de Ian<l- 
bouwKchool ingang mogen vinden, zal over eeni<,M'n tijd (\i- bedoelde ndnii 
nisiratenr — eerbiedige referte aan de in arsrlirill ()\ci-^<'le;ide not;i. blad 
zijde 'M — de persoon zijn, aan wien nit den aard der zaak dnl d;i^^elijkseli 
loeziclit zal worden toevertrouwd. Door thans niets ter zake te bepalen, 
txdioeft men niet spoedig weder veranderingen te maken, terwijl inmid<lels 
den Directeur van 's Lauds IMantentnin kan worden overgelaien het toezicht 
op de opleiding te doen plaats hebben door die ambtenaren, wier weikkring 
hen daartoe aangewezen doet zijn. 

Voor de opleiding der jongelieden in de agricultuur zal den oiidergetee- 
kende, evenals voor de hoi'ticultuur-|)upillen, de gelegenheid gegeven dienen 
te worden om een deskundige als instructeur in dienst te stellen. 

Hoe eenvoudig men ook binnenshuis te geven lessen aan de 
kweekelingen zal inrichten en hoe weinig plaats en beteekenis men daaraan 
op het werk])rogramma zal kunnen geven, toch zal er eene localiteit dienen te 
zijn, waar, vooral als het weder het werken buiten niet toelaat, binnens- 
huis eenige instructies gegeven kan worden. Zoo noodig zal daartoe van 
semi permanent materiaal een locaaltje gezet moeten worden. De kosten 
zullen eventueel uit het gewone jaarlijks toegestane bedrag van het eerste 
jaar gevonden kunnen worden. Een en ander reeds vroeger ook bepaald 
voor de opleiding der horticultuur-kweekelingen. 

Van het instellen van een soort toelatingsexamen kan naar het schijnt 
moeielijk gedacht worden, evenmin als zulks bij de kweekelingen voor 
horticultuur het geval was. Het afgeloopen hebben van de gewone lagere 
school is als vereischte te stellen en verder zal men hier moeten overlaten 
uit de caudidaten diegene te kiezen van welke met het meeste recht een 
goede uitslag van de opleiding te wachten is. Evenals voor de horticul- 
tuur-élèves is bepaald zal het wederom noodig zijn, om de destijds aange- 
voerde motieven, die ook nu volle geldigheid hebben, vast te stellen, dat het 
ontslaan der leerlingen door den Directeur van 's Lands Plantentuin 
geschiedt. Dit ontslaan moet, waar noodig zonder formaliteiten kunnen 
plaats hebbeu om te voorkomen dat er door enkele slechte elementen een 
ongeweuschte geest onder al de kweekelingen zoude komen en daardoor 
de bereiking van het geheele doel in gevaar worden gebracht. Na hetgeen 



71 

bij de hier iu «Icii hotanischen tuiu nu in opleiding zijnde jonge meusc hen 
is gebleken, mag men aannemen, dat de noodzakelijkheid om een kweeke- 
ling weg te zenden wel tot de groote zeldzaamheden zal behooren. 

Nadat nog eene korte briefwisseling over een paar détailpunten met het 
Departement van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid was voorafgegaan, 
werd ter zake het besluit genomen in paragraaf 1 hierboven in extenso 
aangehaald. 

Als instructeur voor de jongelieden werd aangesteld de Heer H e ij- 
n i n g, die na eerst in Nederland in het kweeken van i)lanten te zijn opgeleid, 
geruimen tijd op Java bij den landbouw is werkzaam geweest en vroeger 
ook eenigen tijd als opzichter aan den Cultuurtuin was geplaatst geweest. 

Met het oog op de speciaal gewenschte oefening der aanstaande leer- 
lingen in de cultuur van groenten werd op de meest welwillende wijze 
toestemming gegeven den Heer H e ij n i n g te Tjipannas van de deskun- 
dige en bekwame leiding van den Heer Kwast gedurende eenigen tijd 
te doen gebruik maken. In October vertrok de Heer H e ij n i n g derwaarts 
om, erkentelijk voor de vele voorlichting en leering van den Heer Kwast 
genoten, in het midden van November te Buitenzorg te komen, waar met 
9 December de opleidingsgelegenheid een aanvang nam met het volgende 
10-tal leerlingen (sedert heeft het aantal zich tot de bij het besluit bepaalde 
15 uitgebreid): 

W. F. de C e u n i n c k van C a p e 1 1 e. A . O. A . de C e u n i n c k 
van Capelle. G. van Olffen, A. G i b s o n. P. G. T. Brouwer, 
A. L a b a a r, R. R. K r o m p i e s. J. C. Finse h i. E. Soes ni a n en 
G. S o e s m a n. 

Eene opmerking meen ik aan het slot niet achterwege te mogen laten. 
Nadat het Gouvernements besluit van 12 September betreffende de gelegen- 
heid tot opleiding in den praktischen landbouw was genomen, werd hef 
door alle nieuwsbladen overgenomen, zoodat er aan hef tot stand komen 
dier gelegenheid een groote bekendheid werd gegeven. In aanmerking 
nemende de zoo dikwijls vernomen klachten, dat er veel te weinig voor 
opleiding van zonen van min gunstig geconditionneerde Indo-Europeanen 
en Europeanen wordt gedaan, mocht een groote toevloed van candidaten 
worden verwacht, te meer daar nog was bepaald, dat aan een tiental der 
leerlingen eene toelage van ƒ 25. — 'smaands voor kosten van huisvesting 
toe te kennen zoude zijn. 

De uitkomst was met die verwachting ten eenemale in strijd. Er 



72 

kwjiiiM'ii \\«'l ('<'ii JiJiiital vci'zockrii om pl;i;ii.siii;^ in, (1<mIi iiici •'cns \ oltlocud»' 
om een vijftiental leerlingsplaatHen l)eü<'t te krijgen. Ik w<,'nd(i<; mij daarop 
(ol twee liccrcti administrateiiis \an <,n(nii'- hiiidclijkr ondoriH-minj^ nn.'t 
vele lehities en tot den bebeei-dci \aii coiie aiidt r<- /,eer groote onder- 
iieminji-. onder wien een ^root aanlal (lo(»i' de foiluin nid bijzondoi- gezegen- 
den werken, er op wijzende lioe de gelcjicniicid nooi- opleiding in den land 
bouw alhier stond geopend te worden md \('i/,ock dii Itckfnd ic ma ken en 
mij eventneele candidaten te willen opgeven. Ilei i-esnllaal was geheel 
negatief; niemand wenschte zich aan (e melden. Daaina was ik in de nood- 
zakelijkheid in weerwil van de vroeger reeds aan de zaak gegeven gioote 
publiciteit, tocb nog oproepingen in df nienwsbladen te doen. Door deze 
en door de medewerking van eenige mei een liuinaniluir doel wi-ikende 
corporaties was er eindelijk een voldoend aanlal leerlingen bijeen om mei 
de opleiding een aanvang te kunnen nemen. Sedeii zijn langzamei-liand 
nog eenige aanvragen binnen gekomen, zoodal hissclientijds open komende 
plaatsen aangevuld zullen kunnen worden. 

Het hier medegedeelde wijst, helaas, op een beklagenswaardig gel)rek 
aan energie en inzicht bij diegenen vooi- wier zonen juist maatregelen als 
die in quaestie worden genomen. Te meer is dit te beii-eaien. daar naai- 
mijne overtuiging de kleine landbouw alleen dan een behoorlijk middel van 
bestaan voor hier geboren Europeanen zal kunnen Moorden, wanneer die 
wordt uitgeoefend door personen, die in hun jeugd eenige speciale opleiding 
daartoe hebben gehad eu niet door lieden, die hoe ook met goeden wil 
bezield, eerst in andere richtingen hebben schipbreuk geleden of reeds een 
geheel anderen loopbaan achter den rug hebben om dan zich aan het kleine 
landbouwbedrijf te gaan wijden. 

Steller dezes vleit er zich wel mede, dat op den duur het nut van de 
opleidingsgelegenheid voor agricultuur in de betrokken kringen beter zal 
worden ingezien; toch zal men er indachtig aan hebben te zijn, wat het 
eerste resultaat was van openstellen eener dier opleidingsgelegenheden over 
wier ontbreken zoo dikwerf den staf is gebroken. 



§ 6- 



4'^'* APDEELmG DER INKICHTIXG. 
(l'HARMACOLOGISOH LABORATOKIUM). 

Doordat «Ie in het vorige Jaarverslag toegezegde „Mededeeling" eerst in 



75 

het laatst van 1901 tot afshiitiiifi kA\aui ('), kan, tot het leveren van een 
overzicht over de in dat tijdvak verkregen resultaten, volstaan worden met 
een referaat betreffende den inhoud dier Mededeeling. 

In de eerste plaats vindt men aldaar vermeld de uitkomsten van het 
onderzoek van eenige door D'". Nieuwenhuis uit Centraal-Borneo 
gezonden pijlgiften, met name: T a s e m, Ipoe t a n a h, I. k a j o. I. 
a k a, I. s e 1 o e \v a n g. Tasem bleek een ingedikt mengsel te zijn van het 
extract uit een strychnine- en brucine-houdenden S t r y c h n o s-bast met 
melksap, mogelijk ook met bast-extract, van Antiaris toxicaria 
L e s c h.; de toxiciteit komt hoofdzakelijk op rekening van de Antiaris 
bestanddeelen, inzonderheid van het antiarine. De overige pijlgif ten zijn 
eenvoudig S 1 1- y c h n o s-extracten. 

Een volgend li<»<»f(lstuk handelt over een, tot dusverre onbekend ge- 
bleven, alkaloïd, dat — wel is waar slechts tot een gering gehalte — aangc- 
ti'offen werd in verschillende deelen (blad, vruchtvleesch. vruchtwand, zaad) 
van S t r y c h n o s 'n u X. v o m i c a L. en in de bladeren van S t r y c h 
nos Tien té L e s c h., terwijl het in de bebladerde takken van S t r. 
lanrina Wall. en van S t r. monosperma M i »|. ontbreekt. Voor 
dit S t r y c h n i c i n e, dat in gekristalliseerden staat werd afgescheiden, 
kon een gevoelige identiteitsreactie worden aangegeven. Het is, vergeleken 
bij de bekende S t r y c h n o s-alkaloïden, slechts weinig giftig. 

Voor k e t j i b 1 i n g en eenige andere Ned. -Indische diuretica wordt 
de aandacht gevestigd op het hooge Kalium-gehalte, dat telkens in de asch 
bepaald werd, en het vermoeden uitgesproken, dat dit voor de therapeutische 
werking niet zonder beteekenis zijn zal. 

^^erder wordt een nieuwe, in verschillende gevallen doelmatig bevonden 
methode beschreven tot de afzondering van in het plantenrijk zoozeer ver- 
breide saponine-achtige stoffen. 

Hierna volgen, familiesgewijs gerangschikt, de bij het systematisch 
onderzoek bekomen gegevens, van welke de meest belangrijke hieronder 
kortelij k worden samengevat. 

Menispermaceae. Het bitter bestanddeel van de stengels van 
Tinospora Rumphii Boerl. — antawali — bleek een amorphe, 
vermoedelijk niet-glucosidisehe bitterstof, het reeds voorheen door A 1 1- 



(') Deze Mededeeling (N". Lil; .Plaiiteiistniïen" !V) verscheen in Februari 1902. Een 
résumé van de gegevens, die zij heval. is gepuhiicocrd als N". XIII van liet Kulletin de llnsl. 
iJolan. de Builenzorg. 



lieer j^evoiideii |»ilv roi cl iiie ; h<>u;^st w ;i;irs<-lii jiilijk «Ir/cltde stol Uoiiil ook 
in «Ie l>hi(lei-eii en in den wditfl \ooi-, in den hnilslni nnasl reluniliine en 
herlx-iine. Andere oinlerzoclile T i n <» s |m» r ;i seerh-n le\('rd<ii icii (U'r\t', 
s<M»rl;;eliJke nifkoinslen. hel pikroreline gehalte is e(liler bij de, :iiui de 
\vr;ifji('lili<,M' verlieveidie<|en, wjiannee de sien^jel Itedekt; is. ^'einakkelijU ken- 
l>ai"(* T. K n ni p II i i. (»n;;el wijfeld liet Ii()(»;;s1. 

Ilinil en hasi van I*Ml»ranrea e h 1 o r <» I e ii e a .Miers zijn Uij 
ondi-re lakken lioujijicel j;ei<leni(l d<ter l»erl>erine; /eei- jen^'e twij^xjes l»e\a(- 
ten nnjf j;ooii spooi- alkaleïd. In de /aadiniid k(»nil een ji<'le, niei verj^illi^ro 
Itillorstof voor. 

In Cos V i n i n ni IJ I n ni e a n n in .M i e i* s, C o s c. f e nest r a I n in 
G o 1 e b r., Tiliacora r ac e ni o s a (' o 1 e 1» r.. 1) i j» 1 o e 1 i s i a ni a- 
(M" o c a r y» a Miers wei-den saponine s((dfeu aaiiffeloend ; <le jicnoemde 
Til! a c o r a-socn-t bevat bnitendien een alkaloïd, dal als hartverfjifl werkt. 

Twijfelaelilifi is het saponine-^ehalte van Hy p s e r p a c u s p i d a t a 
M i e r s, terwijl bij de bladeren van A 1 b e r t i s i a p a p u a n a B e c e., 
die met water een schuimend vocht leveren, deze eigenschap niet door een 
saponine-achtig lichaam, maar door een vetzuiirachtige zelfstandigheid 
w ordt teweeg gebracht. 

Het hout van A r c a n g e 1 i s i a 1 e m n i s c a t a B e c c. dat — uit- 
genomen in een zeer jong stadinin — geel van kleur en sterk bitter is, dankt 
deze hoedanigheden aan de aanwezigheid van berberine. 

L e g u m i n o s a e. Saponine-stoffen konden afgescheiden worden uit 
zaden en bast van een D o 1 i c h o s-soort, voorts uit de bladeren van 
M e z o n e u r u m s u ra a t r a n n ra W. et A., de zaden (t j a r i j o e), den 
bast en het hout van E n t a d a s c a n d e n s B e n t h., alsmede uit 
bast + blad van Entada polystachya DC. Van het saponine uit 
tjarijoe-zaden werd de samenstelling CgsHgeOjs gevonden; het sapogenine, 
dat er door koken met verdunde minerale zuren uit afgesplitst wordt, zal 
mogelijk de verhoudingsformule Cr.HsO bezitten. 

Met negatief resultaat werden op saponine onderzocht de bitterstof- 
houdende zaden van C a e s a 1 p i n i a B o n d u c e 1 1 a Fleming, welke 
als k e 1 i t j i of m a t a h i j a n g bekend staan, alsook de bladeren van 
dezelfde plant. 

Araliaceae. Meerdere onderzochte Araliaceeën bleken 
sapouinehoudend; de afgezonderde saponinen vertoonden in graad van ver- 



75 

giftigheid en van oplossende werking tegenover bloedlichaampjes zeer in het 
oog vallende verschillen. 

Ku b i a c e a e. Een uitvoerig onderzoek betrof de bittere, gele kleur- 
stof, die in den bast en vooral in het hout van Sarcocephalus- 
soorten bij toetreding van de lucht gevormd wordt. 

S a p o t a c e a e. In een aantal vertegenwoordigers van deze familie 
werd een saponine-achtig bestanddeel gevonden, dat zich bij alle onderzochte 
soorten bleek te onderscheiden van de tot dusverre beschreven saponinen 
door gemakkelijke oi)losbaarheid in basisch loodacetaat en in barytwater, 
door welke beidi' overigens alle bek<:'nde saponine-stoffen bij voldoende con- 
centratie worden neergeslagen. Het saponine uit de zaden van M i m u- 
s o p s E 1 e n g i L. (t a n d j o e n g) kon in zeer zuiveren staat verkregen 
worden; het beantw(»ordt aan de formule Cs^He^Ois, die vermoedelijk ook 
voor het product uit de zaden van A c h r a s S a p o t a L. (s a w o e 
m a n i 1 a) geldt. 

A p o c y n a c e a e. Bij een niet nader gedetermineerde V a 1 1 a r i s- 
soort uit 's Lands Plantentuin werd uit bast en blaren een bitter, kristalli- 
seerbaar glucosidisch bestanddeel afgezonderd, dat zich als een krachtig 
hartvergift deed kennen. 

V e r b e n a c e a e. Saponine-achtige bestanddeelen konden, als reeds 
voorheen waarschijnlijk geacht werd, uit de bladeren, alsmede uit vruchten, 
van enkele D u r a n t a-soorten bereid worden. In de bladeren van C 1 e 
r o d e n d r o n s i p h o n a n t h u s R. Br., die op Java wel, in gedroogden 
staat, als opiumsurrogaat dienst doen, kon geen enkel toxisch beginsel 
worden aangetoond. 

T h j m e 1 a c a c e a e. De cotyledonen van twee P h a 1 e r i a-soorten 
(P h. a m b i g u a B o e r 1. en P h. u r e n s K d s. bleken een scherpe 
stof te bevatten, vermoedelijk een dergelijk lichaam als het mezereïne uit 
D a p h n e M e z e r e u m L. In vruchtvleesch, bast en bladeren ontbreekt 
dit bestanddeel. Het glucosied daphnine werd niet aangetroffen. 

Orchidaceae. Het onderzoek van P a p h i o p e d i 1 u m j a v a- 
n i c u m P f i t z. en van eenige andere tot deze familie behoorende plantcMi 
bracht de aanwezigheid van saponine-stoffen aan het licht. 

Voorts zij nog vermeld, dat een verhandeling over de bestanddeelen 



76 

ViiTi k ;i II ;i r i /,;i(l»'ii. en mcr ili' ;i;i n w riidinL; \;iii <|<'/,f /inli-n ini hel lulil 
vcilf('il»a;ir iiiiikcii \,'iii Uormclk. n|i;^(.'iiuiucii ui-r<l in li«*l (irnccsk. Tijdsrlir. 
voor X.-Iiidië. 

§7. 

5^ AFI)KELIN(^ DEli IMMCHTING. 
iIJOTANISCHE TUIN K.\ KEKUTIIX TF-: 'IM I Hol «ASi. 

l'.<-li;il\ (' lid gewoon (tiideiJioiMl \aii \v<'ji<Mi en \vaterleidiu«i<'ii. wml de 
wt'ji in den beneden min incl ri\ irrsliM-ncn Ix-siiaal. dt- jiadtn lan^s den 
heesteiluin evenals de hoofdpadcn in den min vooi- kruidachtige gewassen, 
die sterk uitspoelden, ondergingen dezelld*- afdoende bewerking. 

Langs de vakken der Palmen en der Kubiaceeën werden nieuwe al voer- 
goten aangelegd, ook de afvoergooi door vak IV J. die hier en daai- di<'i» 
uitgespoeld en verzakt was, werd weei- in orde gemaakt, gemetseld en 
gecementeerd. 

In de nieuwe afdeeling van de klinii>lan<eii. zijn veel plekken, waar de 
planten slecht groeien; de oorzaak daarvan is. dat de bovengrond te vast 
en ondoorlatend is. Door een aantal geulen voor drainage te giaven werd 
getracht daarin verbetering te brengen. Het is echter aan te nemen, dat 
het bedoelde terrein hiermede nog niet voldoende gedraineerd is en er oji 
verschillende» plekken nog meei- van die geulen gegraven moeten worden, 
waai'voor wellicht onze gewone werkkrachten te kort zullen schieten. 

Door het gereedkomen van het Land) )ou w-zoölogisch Laboratorium en 
van de leeszaal, moest een weg vooi- langs de oude Laboratoria en genoemde 
gebouwen aangelegd worden, die ongeveer ]>aralel met den groeten weg 
loopt. Ten einde op het nog al hellende terrein de weg niet te steil te 
maken, had er veel grondverzet plaats, hetgeen veel werk kostte. 

De kanarilaan en de weg naar het paleis, werd met de stoomwals, door 
den Ingenieur van den Waterstaat daarvoor goedgunstig afgestaan, in orde 
gemaakt. Er moest daarvoor een groote hoeveelheid grint op den weg 
gebracht worden, hetgeen uit de Tjiliwoeng werd gehaald. Hierdoor schoot 
er voor de andere wegen niet genoeg verhardingsmateriaal meer over. 

De Waterstaat maakte een stekel draadpagger langs den zuidkant van 
den tuin, zoowel in den ouden tuin langs den pasar als langs den nieuwen 
tuin; terwijl aan de noordzijde een klein ijzeren hek voor de afscheiding 
met de daarliggende kampongs aangebracht werd. 

In Februari w^oei een groote boom (Hippomane biglandulosa) om, die nog 
al schade aan een bij de Laboratoria behoorend gebouwtje aanrichtte. 



77 

Er konden verscheiden boonieu opgeruimd worden, daar het bij de 
determinatie bleek, dat er meer dan twee exemplaren van stonden. Veel 
plaats om andeie soorten te planten werd echter niet verkregen, wel kregen 
do orastaande boomen meer ruimte om zich normaal te ontwikkelen. 

In de nieuwe kweekerij bij het bureau werden eenige vakken met 
bolgewassen, als Crinum- en Hippeastrum-soorten overgebracht, waardoor 
in de oude kweekerij plaats kwam voor andere gewassen. 

De vroeger uit Europa ontvangen Caladium, ontwikkelden zich dit jaar 
mooi, ook de Achimenes bloeiden mild. 

Onder de zeldzame of voor ons nog nieuwe planten bloeide dit jaar 
twee fraaie Khododendrum's, waarvan één van Borneo en de andere van 
Ambon afkomstig was. Ook de curieuse bloemen van Lowia maxillarioides 
en L. grandiflora bloeiden voor het eerst. Van onze collectie Cypripediums 
bloeiden (\ Lemoineri, condidulum, spicerianum, Excel, glaucophyllum, 
niveum, bellulatum, Danthieri, Luanum, Ilarrisonianum en Lathomionum. 

In onzen nieuwen boschtuin begint langzamerhand meer schaduw te 
komen, waardoor hij meer aan het doel beantwoordt. Xog nimmer had onze 
inrichting eeuc zoo fraaie collectie Aroideeën bij elkaar. Ook de Begonea's 
groeien er goed; eenige nieuwe Acoutliaceeën verdienen nog genoemd te 
worden. 

In het begin van het jaar kwam L)". N i e u w e n h u ij s terug van 
Borneo en bracht nog eenige interessante planten mede. 

De élève-inantri .1 a her i maakte met het oorlogschip „Ja va" eene 
reis mede naar Zuid Nieuw-Ouinea en bracht daarvan en van Thursday- 
eiland, wa<ir het schi]) victualiën innam, eenige planten en zaden mede. 

Onaangenaani is het te constateeren, dat achter in den tuin, in het 
kwartier der Lauriueeëii, steeds boomen blijven dood gaan. De reden hier- 
van is bekend genoeg, namelijk dal de ondergrond (zelfs zeer dicht bij de 
oppervlakte) wordt gevormd door eene vast aaneengesloten, dikke griutlaag, 
waar de wortels zich niet doorheen een weg kunnen banen. Eene verplaat- 
sing van de geheele familie der Laurineeën naar elders en het bezigen van 
het terrein — een oud rivierbed — in quaestie voor den aanplant van minder 
diep wortelende geAvassen ware de eenige oplossing. 

BEEGTl IN TE TJIBODAS. 

Er werd in het verslagjaar een aanvang gemaakt met het verbeteren 
en verfraaien van den bergtuin door ie breken met eene traditie, waaraan 



7S 

tot no<' ioo steeds wns viistgebondcn. IHt t>iel<<Mi hcslanl danriii. <l;it 
|)lanten, die of te Hiiitenzoi-;^' ia <l<'ii liool'di uiii \<'el heter slaan ol' in elke 
preval Ie TjÜMxlas /.«»«» sle<dil ;^i<»eien. dal /.ij lid <)«»<; si<'(lils een ei<:eiiiis en 
der welensciiai» niet l<»t liet ;i«'riii^sle iiiit zijn, eenvoudig \\(ird<-n (i|.;^i-i niind. 
Waar in MiiiMtpeesrlie liolainscdie tuinen dikwijls donr hoilnlani liet korl 
zifhlij^e staudpnnl \v<irdl in^icnonien, dal hel ^looie aantal Ie rnlt i\ e<ien 
'•ewassen het «geheel |)i-ed(»niiiieei('nde nioinenl niod zijn <-ii Imn nieeider nf 
miiMler "goeden en n(»inialen <;r<>ei <;(.|iee| hijzaak is. i<'keii ik mij Miplichl 
niel eikelilelijkheid Ie j;e\va^eii van de vele nM(l('\veikin<4 hij hel loslaten 
dier traditie in onzen her^tnin van «h-n llorlnlanns. «'hel' (h-r \'' Alfh^diii^, 
oinlervonden. 

Door nil\»terin<i aan iiel in deze woorden aanji-ejicven j^riiicipe Ie «^eveii 
koiMh'u niet onbelangrijke verfraaiin.ncn \v<»rden aangehraeht; o. a. e(-n nil- 
kijk nii hel huis worden verkregen naar en (htor de Khodoleia-laan. die 
— met uitzondering van eene later aan te brengen kleine coui»ure — als 
vormende een sieraad van den bergluin zondei- beding behouden zal hebben 
te blijven. De klimplanten-afdeeling, die alles behalve tot sieraad strekte 
en waarvan het botanisch nut, in weerwil van de ei- aan ten koste gelegde 
moeite, toch zeer problematisch bleef, werd naar een veel beter gelegen stuk 
boven in den tuin overgebracht. 

In de groote gazons werden eenige vakken aangelegd, waarvan er een 
werd beplant met Aralia papvrifera en ander met de uit Formosa afkomstige 
zoogenoemde „goud-bamboe". Op groote afstanden werden op hellingen 
in het grasvlak nog eenige coniferen en exemplaren van Doryanthes excelsa 
en Palmieri uitgezet. 

Met het uitzicht op den vijver werd een eenvoudige houten koepel 
gebouwd, vooral ten gerieve der bezoekers. Uit dezen koepel geniet men een 
bijzonder fraai vergezicht, waarbij de vijver met de uitgebreide grasvlakken 
den voorgrond en een verafgelegen bergketen een langzaam stij genden 
achtergrond met fantastisch grillige vormen, uitmaakt. 

In de nieuwe serre stonden in het verslagjaar o. a. knol-begonias, Gloxi- 
nia's, Tydea's, Gesneria's, Chrysanthemum's, Cylamens enz. zeer goed in 
bloei, terwijl voor de serre onderscheidene Europeesche eenjarige planten 
mild bloeiden. 

In de af deeling van Japansche planten, gaven bij voortduring de bam- 
boesoorten door goeden groei aanleiding tot tevredenheid. Jonge planten 
werden wederom op aanvraag aan verschillende personen toegezonden. 

De uit Japan aangevoerde Citrus soorten gaven, wat het uiterlijk aan- 



79 

gaat goede vruchten, die echter steeds even zuur en oneetbaar bleven. Het 
klimaat van den bergtnin is voor de cultuur van deze vruchten geheel onge- 
schikt, daar bet behalve te vochtig ook nog te guur is. Er wordt naar eeue 
gelegenheid uitgezien om op eene meer 1'avorabele plek in het gebergte een 
deel van onze Japansche Citrus-soorten over te brengen om te zien of hel 
niet mogelijk is er niet alleen zeer fraai uitziende doch ook eetbare vruchten 
van te winnen. 

Van Europeesche nuttige gewassen in den bergtuin gekweekt, kan over 
het verslagjaar het volgende worden gezegd. 

Er werd ook dit jaar doorgegaan met het nemen van proeven met 
Europeesche groenten en met de in het vorig verslag reeds genoemde aard- 
appelsoorten. Dientengevolge kwam er ruimte in den groententuin te kort. 
Een stukje van het aan dien tuin grenzende bosch, werd daarom gerooid 
en de grond terrasgewijze aangelegd. Daar de bodem humus-rijk was, werd 
er geen mest bij de aardappelen gebruikt. De op 6 Augustus van het vorige 
jaar geoogste aardappelen, werden half .Januari van het verslagjaar weder 
gepoot, en van het einde van Maart tot lialf April geoogst. De opbrengst 
was dit jaar zeer uiteenloopend, „Imperator" bleek weder de beste en gaf 
negenvoudig product van uitstekende kwaliteit. In September werden de 
aardappelen weder geplant en in December geoogst, „Imperator" was weer 
in alle opzichten de beste. Het bleek nu ook dat „Imperator" in smaak 
het van de oudere ingevoerde verscheidenheden won. 

Hetgeen in den beschrijvenden Catalogus van V i 1 m o r i n van dezen 
aardappel gezegd wordt: „bleekgeel, rond, zeer meelig, uitermate productief, 
heeft weinig van ziekte te lijden, is van goede kwaliteit'' is gebleken niet 
overdreven, maar volkomen waar te zijn. 

Met groenten werden dit jaar weder eenige proeven genomen, in de 
eerste plaats met de soorten, die het vorige jaar goed voldaan hadden. 

Wat salade-variëteiten betreft voldeden Amerikaansche, bruine pluk- 
salade, Laibacker Eissalat, en groote gele Trotzkopf weder goed. Van de 
prei-soorten gaven Monstrueux en Carentan mooie dikke stengels. 

De Japansche klimkomkommer gaf dit jaar goede resultaten; daar de 
plant aan tamelijk lange staken opgehouden moet worden, komen de 
vruchten niet met den grond in aanraking en bederven daardoor niet te 
spoedig, hetgeen in ons vochtig klimaat geen gering voordeel is. 

Van aardbeien voldeden het beste de grootvruchtige maandbloeiers, 
ofschoon de vruchten bij lange na zoo groot niet waren als in Europa, waren 
ze vrij geurig. Ook La Généreuse en Non plus ultra, gaven vrij goede 



80 

\ iiiclilcii. iiiiiar v\;urii iiiiii<i<-i i ijk<li;i^<*ml. 'r<'ii i-indc ;^imm1c ifsiiltaten 

iiK'l aiiiMlhcicii-ciill iiiir- Ie l<i-ij«^tMi, s<liijiit lid ihxhüi:. i<'lk<iis <>|i nieuw to 

j»l;mU'ii. /,<>(• nio;:,<'li jl< ictlrr j;i;ir <»[» iiii-iiwc ;;i»('(| Im'\\<iIci<- in iMincsIe 
\ akkcii. 

O I» I e i (1 i II ;; \ a II j <» n ;; e I i e *\ •• n \ o <• r il <• n l n i n I» <» ii w . 

Zooals i)i het vorij*' vcislap; werd jj^ezegd, oindifide hoi cci-slc ciirsus 
jaar iii«i licn leerlinjióii. Ondoi* dil aantal vvanMi ci- oouij^c, win- ijver «loch 
vooial w i<i hc'vattclijkhoid op den dmir niet bijster j^roi»! hh'lvcn; twee 
hunner \ roegen hun ontslag om elders hun geluk Le beproeven. Nog achl 
leerlingen namen dus aan de voortzetting van het ond«,Miielii deel, 
namelijk: 

A. H il leb randt uit Blora, W. Soesman uit Wlinggi, W. 
L e ij i i n g en E. van E m d e uit Soerabaja, en J. V i s s e r, O, d e 
B i e. A. E i u c h i en W. Tehupeiorj uit Buiteuzorg. 

Over den ijver dier leerlingen valt niet anders dan te roemen en op een 
enkele uitzondering na bestaat er ook veel lust bij ben in het gekozen vak, 
zoodat het gunstig denkbeeld van liet welslagen der proel", met deze opleiding 
beoogd, werd bestendigd. Verzuimen hadden niet plaats als alleen af en 
toe wegens ziekte en dit ook zeldzaam, daar ook hier het tuinmansbedrijf 
tot de gezonde bezigheden behoort. Knapen over wier aanneming wij 
destijds iwijfelden om hunne tengere gestalte, namen dikwerf opvallend ann 
kracht en gezondheid toe. 

Steeds wordt in de morgenuren tot 9 uur buiten gewerkt en daarna nog 
een uur in het kweekerijtje, dat goed blijft voldoen, doorgebra<ht evenals 
een gedeelte van den namiddagtijd. Praktische oefeningen in het zaaien 
en kweeken van jonge planten, alsmede in de verschillende wijzen van ver- 
meerderen (stekken, enten), maken van marcotten (tjangkokansj vormden 
daar het lioofddoel. 

Ook met eene nieuwe soort van praktische oefeningen buiten den tuin 
werd een aanvang gemaakt, en wel met het aanleggen van eenige erven van 
particulieren, die daartoe wel hunne toestemming hadden willen geven. 
Het spreekt van zelve dat deze oefening, waarmede, wanneer de gelegenheid 
zich voordoet, zal worden voortgegaan, voor onze leerlingen niet anders dan 
nuttig kan zijn. 

Voor het overige kan, wat de werkzaamheden betreft verwezen worden 
naar hetgeen in het vorig verslag werd vermeld. De bezigheden binnens- 



81 

huis, nog altijd om de vroeger aangegeven reden, de zwakke zijde vormende, 
bestonden behalve nit de behandeling der praktisch uitgevoerde bezigheden 
in een cursus over hoofdzaken uit de ooftcultuur door den Hortulanus wel- 
willend op zich genomen, en in oefening in het maken van eenvoudige 
I^lannen voor het aanleggen van erven en tuinen. 



§8. 



(J-^ AFDEELING DER INRICHTIIsG. 
(BUREAU, BIBLIOTHEEK EN PHOTOGRAPHISCH ATELIER). 

In het vorig verslagjaar op bladz. 108 werd reeds met een enkel woord 
melding gemaakt van de gunstige beschikking der Regeering, leidende tot 
eenige uitbreiding \an het bureau-personeel. Bij besluit van 10 Januari 
1901 11- 12 werd een som van J' 150. — 's maands toegestaan om te worden 
uitgekeerd aan een persoon door mij aan te wijzen voor het verrichten van 
werkzaamheden als adjunct-commies. Dank zij dezen maatregel was het 
mij mogelijk een regeling te trefien, waardoor de zaken geregeld kunnen 
worden afgedaan en, wat een voornaam punt is bij de eenigszins 
gecompliceerde boekhouding, een xjeisoon met kassiers werkzaamheden te 
belasten, die tevens onder toezicht de boeken bijhoudt. De getroffen rege- 
ling is de volgende: een persoon is belast met de agenda en expeditie der 
officieele correspondentie en met de redactie van kleinere administratieve 
brieven. Een ander zorgt voor de uitgebreide verzending van zaden en 
planten en met de afdoening der daarmede in verband staande correspon- 
dentie, terwijl een derde voor de boekhouding zorgt, de particuliere brieven 
agendeert en de bestellingen van artikelen uit Europa bezorgt. Deze drie 
personen werken onmiddellijk onder den leider der bureauwerkzaamheden. 

Het kostte aanvankelijk moeite voor het toegestane bedrag een geschikt 
persoon te \inden. Eén candidaat was eenige maanden op het bureau 
werkzaam, maar vond weldra in liet particuliere een werkkring, waaraan 
meer vooruitzichten verbonden waren. Door welwillende tusschenkomst 
van den Directeur van het Gymnasium Willem III werd daarop een jong- 
mensch, die het vijfde studiejaar dier school had geabsolveerd, geëngageerd, 
met het doel hem voor het werk, dat van hem verlangd wordt op te leiden. 
De aanvankelijke resultaten zijn niet onbemoedigend. 

De lettervoorraad van de drukkerij der inrichting werd, zoowel met 
smout- als met boekletter belangrijk uilgebrcid. Ilci is mi mogelijk een 

Verslag tas 'slands plantentuin 1901. 6 



S2 

paar brodjures tegelijk te zetteu, h-iwijl Mieef(lei<'^ variatie in de titels kan 
worden aangebracht. (Jok werd de voorraad koperen lijnen uitgebreid, 
/oodat labellen van groote afmeting kunnen worden gezet. Als zetter werd 
aangesteld Kaden Sastro, die; vroeger (ei- L;iii(ls<lnil<k<Mij wi il</.;i;iiii w;is 
geweest. De zoon van onzen nuinhi lil iMij^iiKit. die vom iicl zeilen uinbiiie 
toonde, werd in staat gesteld, dank zij de welwillende tegemoetkoming van 
den lieer Q u e n t i n, om bij de Landsdrukkerij als volontair in dienst 
te treden. In liet eind van het verslagjaar keerde hij terug en bewijst goede 
diensten als hulpzetter. Onze vroegere bureau oi)passer l'ai(*h, die 
indertijd eveneens eene opleiding ter I;andsdrukkerij ontving, fungeert nu 
hoofdzakelijk als „drukker''. De mantri-lithograaf K r o m o li a r d j o 
ging voort met het op sJeen brengen van de platen voor de „Icoues" en het 
verrichten van ander teeken werk. 

Uit den aard der zaak houdt de uitbreiding der correspondentie gelijken 
tred met de uitbreidingen, die de inrichting ondergaat. Onnood ig derhalve 
hierover uit te wijden. Het aantal verzendingen van zaden was in het 
verslagjaar minder dan in het vorige (in 1900 bedroeg dit getal 1553, dit 
jaar 13J)7), daarentegen onderging het aantal zendingen van levende planten 
een niet onbelangrijke uitbreiding. 

De Bibliotheek verkeert in goeden toestand. Het aantal boeken nam 
door geschenk en aankoojj wederom belangrijk toe, zoodat weldra tot den 
aankoop van een nieuwe boekenkast ter voorziening van den Ie veiwachlen 
woningsnood, zal moeten worden overgegaan. 

LEESZAAL. 

Het tot stand komen eener niet onbelangrijke verbetering valt voor het 
verslagjaar ten slotte onder dit hoofdstuk te vermelden. 

Toen in 1896 (zie verslag over dat jaar bladz. 7 en 77, alsook verslag 
over 1>S97 bladz 81) liet aanzienlijke bedrag van ƒ 18000. — door belangstel 
lende particulieren in Nederland werd ten geschenke gegeven voor het 
bouwen van een afzonderlijk Bibliotheekgebouw voor onze inrichting, had 
de toenmalige Ingenieur ter plaatse, de Heei- 11. J. H oman va n dei- 
Heide, eerst de welwillendheid liet gelieele plan voor het gebouw te maken 
en daarna de groote goedh«^id de leiding van den bouw op zich te nemen. 
Het bediag voor de uitvoering van het werk uitgetrokken bleef daardooi- 
vrij, zoodat er ten slotte eene som van omstreeks ƒ 1500. — overbleef, die 
bewaard werd om er eene aan het doel overeenkomstige bestemming aan te 



83 

geven. Deze bestemmiug lag weldra voor de hand, namelijk voor het 
inrichten vau een afzonderlijke leeszaal, waar ook des avonds de nieuwe 
tijdschriften en boeken te consulteeren zouden zijn. 

De uitvoering van dit plan moest geruimen tijd verschoven worden, 
totdat er zich eene gelegenheid daartoe aanbood, toen het vroeger door den 
teekenaar-photograaf der inrichting geoccupeerde huis ter beschikking 
kwam (zie vorig verslag p. 28 en 29). Dank zij de medewerking der Heeren 
Ingenieurs J. C. V o o r d u i n en Jh^ F. L. C. van Door n, werd van 
een deel dier woning eene localiteit voor vergaderingen en bijeenkomsten 
geschikt, die echter normaliter als leeszaal dienst doet, verkregen, welke 
geheel aan onze wenschen en eischen beantwoordt. Door uitgraving en 
verschillende aangebrachte wijzingen is een leeszaal verkregen van D bij 7.2U 
Meter, (4.45 Meter hoog), een klein voorvertrek van 2. GO diep bij eene breedte 
van 3.2ö Meter, benevens er naast eene vestibule van de dubbele breedte. 

De bovengenoemde overgebleven som werd nu voor kosten van ver- 
bouwing, inrichting en meubileeriug zeer nuttig aangewend, zuodai onze 
instelling, eigenlijk dank zij de vroeger ons door den Heer Homau vau 
der Heide bewezen hoog gewaardeerde hulp, zonder kosten eene fraiiie 
en doelmatige leeszaal is rijker geworden. Een ruime leestafel met bureau- 
stoelen er om heen neemt het midden van het groote vertrek in, terwijl langs 
de wanden, en evenzoo in het voor-locaaltje, op groote rakken de tijdschrift- 
nummers en nieuw ingekomen boeken eene plaats vinden. Het geheel heeft, 
ook door de met calcarium gedecoreerde wanden, een gezelligen indruk en 
lokt tot bezoek uit, dat er ook wel aan ten deel valt. 

Door de installatie onzer leeszaal is met het vroegere doen circuleeren 
der nieuwe tijdschrift-nummers opgehouden, hetgeen in twee opzichten 
eene verbetering is; ten eerste, omdat er bij de vroegere regeling dikwerf 
kleine moeielijkheden ontstonden en niet zelden tijdschrift-nummers voor 
korter of langer tijd in het ongereede raakten; ten tweede, omdat thans 
iedereen terstond al de nieuw aangekomen publicaties kan leeren kennen, 
hetgeen vroeger niet mogelijk was. 

Na een zekeren tijd in de leeszaal te zijn gebleven gaan dan de nieuwe 
aquisities naar de Bibliotheek, waar zij voor goed in den catalogus worden 
ingeschreven, na bij het gaan van het buieau naar de leeszaal reeds in een 
register te zijn geboekt, door welke dubbele noteering het wegraken van 
boeken geheel onmogelijk wordt gemaakt en het ook spoedig in het oog 
valt, wanneer een tijdschrift-nummer bij de verzending herwaarts verloren 
is geraakt (dit laatste is niet zoo opvallend als men wel zoude denken, omdat 



84 

niet zeldeii later van Europa verzonden jiewclii ilieii liiei- vroeger aankomen, 
zoodat nien niet terstond uil hel consliileeicn \;iii een re<-ent hiaat in eene 
serie van tijdKchrilt iimniiiers, loi hel wf-^iaken \;ni eene aflevering kan 
concludeeren). 

De Heer van It red a de liaan, ('hef (hr 11' A IdiM-Jin;;. \vi(^ns 
localiteiten dicht l»ij de h-es/aai zijn <i('ie<i(-n, had de welwillendheid de 
zorj^'êii \(>or die zaal <i|i zich 1e nenien. 



§9. 



T Aï^DEELING DER INRICHTING. 
(ONDERZOEK DER BOSCHBOOMFLORA Ol' .1 WA). 

Aan het gebouw voor deze Afdeeling hadden in het verslagjaar wederom 
eenige reparatiën plaats, terwijl weder herhaaldelijk kleinere en grootere 
lekken hersteld wcM-den. Hetgeen in het voiig \erslag over de groote 
nadeelen van vocht voor collecties gedroogde planten gezegd is, geldt ook 
voor het afgeloopen verslagjaar. 

In het vorig verslag (bladz. 109) wordt gewaagd van het speciaal 
voor de conserveering der uitgebreide collecties van specimina op spiritus, 
verschafien van eenige assistentie aan den Afdeelingschef. Ook in het 
afgeloopen verslagjaar bleef de tot dat doel aangewezen Heer Leem b r u g- 
g e n tei' beschikking van den Chef der tijdelijke VII*^ Afdeeling. 

Bij besluit van den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid 
dd** 21 Februari 1901 w^erd Raden W o n g s o d i h a r d j o op verzoek 
eervol ontslagen en bij besluit van 25 April d.a.v. Mas Joedotaroeno 
in zijn plaats als hulpteekenaar benoemd. Voorts werden de salarissen 
van enkele der Inlandsche beambten iets verhoogd en wel van Raden 
T i r t o a t m o d j o, R. I' r i n g g o d i h a r d j o, R. M. P r i n g g o a t- 
modjo en R. S a m a d i, terwijl tot hulpschrijver aangesteld werd R. 
S a s r a A t ni a d j a. 

Het verzamelen van herbarinni- en spi ritus-materiaal en andere op reis 
verrichte werkzaamheden, die wederom alle geschiedden dooi- den Afdee- 
lingschef met behulp van het Inlandsch personeel der afdeeling, gaven in 
het verslagjaar de volgende uitkomsten: N'erzameld werden in het gehetd 
omstreeks 270 nummers heil»arinnispecimina en 41 nummers ter bewaring 
in alcoh(»l, al'konistig van genntnniei^le en niel gennnimei-de planten. Voorts 



\v(n-deii (Ie j;eiiuniHiei'(le boomeii oj» de terreinen ^■an l'iiugombo, Noesakani- 
baugan en Pantjoer gerevideerd, terwijl ook van eenige planten groeiende 
(»p de terreinen Pangentjongan en Telomojo (Sepakoeug) herbarium en 
gedeeltelijk ook spiritns-materiaal verzameld werd. 

Een zeer gering aantal planten, beliooreude tot voor .Java zeldzame of 
bijzonder interessante soorten, werden ook in dit verslagjaar nieuw genum- 
mei'd en wel o. a. bij Sepakoeng en Pringombo. 

Van de voor de inzameling of waarneming gerevideerde^ genummerde 
bo(uneu werden wederom, voor zoover dit nog niet gescliied was, kleine 
selietsteekeuingen gemaakt. 

l)(M>i- d!"]i Afdeelingsclief werden bereisd de terreinen Piingombo. Xoesa- 
kambaiigau cji Sepakoeng-Telomojo, terwijl l»ovendien liet Inlandsch i)erso- 
iiccl nog reisde en verzamelde oj» de terreinen van Pantjoer en Pangen- 
tjongan. 

Het nieuw verzamelde gedroogde herbarium-materiaal werd wederom 
d(Mtr (l(Mi Afdeelingschef, gi'ootendeels op reis, voorloopig gedetermineerd 
en zooveel mogelijk in hteo van aanteekeningen voorzien om daarna door 
lieiii mei behul]) van het Inlaudsche personeel zijner Afdeeling verder 
gecoi!sei-\-ee!(l eu in de collerlies 1<* word(Mi geïusereerd. 

Do<ir den Afdeelingschef, met assistentie van den Heer Leem brug 
gen, werden met behulj) van het Tnlandsche personeel der Afdeeling eu 
taak-koelies ruim tien duizend herbarium-specimina op de Kew-methode op 
witte iulegvellen opgeplakt. En wel werd van alle herbarium-nnmmers. 
waarvan ook spiritus-raateriaal bewaard is geworden, telkens een herbarium- 
specimen (een z. g. authentiek) van elk nummer opgei)hi]<t ires]). werd van 
alle tot éénzelfde museum-nummer behoorende herbarium-specimina slechts 
één enkel opgeplakt), terwijl voorts ook nog wei'den opgeplakt: van eenige 
der in de Bijdragen W 7, 6 en 5 reeds gepubliceerde families nagenoeg alle 
lot eenzelfde museum-nummer behoorende (dus op eenzelfde tijdstip van 
een eu h( tzelfde plantindividu) gezamelde herbarium-s}»eriHiiHa. 

Teu slotte werd daarbij tevens voor een jdanteufamilii» reeds een 
begin genuiakt met het ook in Ivew gebruikelijke vastplakken dei- herbarium- 
determinatie-etiketten. 

Ook werden nog door den Afdeelingschef met behulp van hei Inlaudschb 
afdeelingspersoneel de volgende werkzaamheden in de herbarium-collecties 
verricht. 

Benige collecties werden met sublimaat behandeld. 

Van alle, thans bijna veertig duizend iuzameliugs-nummers bevattende, 



86 

herbarium «ollectiea der tijdelijke VJI' Aldcdiii^ wcni van all<' planten 
faiTÜlies de alphabetische-, botanisch-Kystemaliscli m j;;(M)}^raphis(bc raug- 
schikkinfj; in de trommels gerevideerd en verbeterd. 

Vooi' (ie resultaten der in het vorige verslag reeds vernielde, dooi- den 
Heer 1> ee ni b r u g ge n met veel zoig nitgevoerde proeven met chinos(>l 
als conserveeringsniidflel en voor verdamping van spiritus uit tuben, die mei 
diverse sluitingsmiddelen gesloten zijn, wordt verwezen naar de twee hier- 
volgende woordelijk gereproduceerde rapporten van de hand van den Heer 
Leemb ruggen: . 



RAPPORT omtrent de voortgezette proef met Chinosol als ronserveerings 
vloeistof voor plantendeelen. 

De in het jaar 1900 geconserveerde plantendeelen bleven in het verslag- 
jaar rustig in een gesloten kast staan. 

Na afloop er van werd een onderzoek ingesteld naar den toestand van 
die collecties, en bleek het dat uiterlijk de conserveering niets te 
wenschen overliet. Zelfs de groene kleur der bladeren was behouden, hoewel 
ze donkerder waren. Roodachtige bladstelen behielden die kleur, bloemen 
daarentegen verkleurden. 

Bij het nazien van den inhoud der tuben werd evenwel het volgende 
gevonden : 

1^. dat plantendeelen, die langen tijd in spiritus geconserveerd waren, in 
chinosol-oplossing weder week worden, doch zich op den duur het beste 
houden in een oplossing van ^Anon? 
2^ dat voor fijne plantendeelen als bloemen en zwammen, eene chinosol- 
oplossing ge'^n voldoende conserveering oplevert. Ze worden week. soms 
tot pappig toe; 
3®. dat harde plantendeelen (oude bladeren en dergelijken) zich in chinosol- 
oplossing goed houden. 
Uit een en ander s c h ij n t te b 1 ij k e n, dat chi- 
nosol als consei' veer in gs middel den spirilus niet 
geheel kan vervangen. 

Wel zal het zeer nuttig z ij n o ni e e n i g voorwerp 
voor korten tijd (op reis b. v.) te bewaren, doch zal 
het zaak zijn (voor zooverre de proef thans is ge- 
vorderd), om het tijdelijk geconserveerde in spiri- 



87 

1 11 s over te b r e g e ii, wanneer e e n e langdurige b e w a- 
r i n g g e w e D s c h t i s. 

Een flesch niet suikerriet in 1898 in het Laboratorium Kremboong in 
eene oplossing van \'''oooo geconserveerd en hermetisch gesloten is nn nog 
uiterlijk volkomen goed gebleven, zelfs de kleur bleef behouden. 

De proef zal nu worden voortgezet, doch met hermetisch gesloten 
glazen. 



RAPPORT omtrent de verdamping van spiritus van 9G% uit tuben met 
diverse sluitingsmiddelen gesloten. 

I>e proef omtrent de verdamping uil tuben met verschillende middelen 
gesloten, werd iii ISlei lOOO aangezet en de volgende serieën gereed gemaakt: 
Serie a. Kurk in gesmolten parafine gedoopt. 

„ /'. (Jlasplaat met parafine door verwarming op de tuben gehecht. 
„ f'. Kurk met parafine bestreken. (Uitwendig). 
„ d. Kurk met hars bestreken. (Uitwendig). 
„ e. Kurk met was bestreken. (Uitwendig). 
„ ƒ. Kurk in was gekookt. 
Er werden tuben van 8 en 6 centimeter diameter gebruikt. De vulling 
bestond uit spiritus van 96%, de hoeveelheid ervan werd door een op de 
tube gehecht reepje papier met teeken voorzien, aangegeven. 

Na achttien maanden rustig staan in een koel vertrek, in een gesloten 
kast buiten den invloed van licht en warmte, werden de tuben nagezien en 
bleek het, dat do verdamping was als volgt: 

Serie (/. Vulling 908 cM. cub. verdampt 125.5 cM. cub. of 15%. 
„ h. Vulling 537.5 cM. cub. verdampt 0.7 cM. cub of 0.15%. 
., r. A^ulling 888 cM. cub. verdampt 95 cM. cub. of 11%,. 

d. De harsbedekking was bijna geheel verdwenen; gedeeltelijk 
was deze in, gedeeltelijk langs de tuben afgedropen. De 
s})iritus was hierdoor geel geworden en de verdamping kolos- 
saal. De tuben waren ten deele bijna ledig. De verdamping 
bedroeg niet minder dan 61%. 
„ e. A' ulling 764.5 cM. cub. verdampt 238.5 cM. cub. of 31%. 
„ ./'. Vulling 766 cM. cub. verdampt 92 cM. cub. of 12%. 
Berekent over de geheele collectie, welke als minimum 1100 liters 
si)iritus bevat, dan zou het verlies door verdamping zijn als volgt: 



RR 



Serie. 


Aiird (Ier IJedekkiiig. 


Verdamping. 

/o 


V 


-rdamping 


over ( 
uien 


e frehcele ccdiectie. 


n 12 maai 


In 


18 maanden 










Li Ier. 






Liler. 


il. 


Km K in ;r<'smi)li(Mi itiiialiiic .. 


iri "^ 




110. 






Hl.'>. 


h. 


(i|;i^ mei riaralinc 


0.157 
1 1 "i 




1 I 






1 :,(\ 


c. 


Kurk mei paraline hi'slrckcii 




«0. 






121. 


U 


Kink met liars heslrfkeii. . . . 


01 




41<i. 






«71 


e. 


Kink mei was lieslreken .. . . 


.''1 ., 




226 






:5-io. 


f- 


Kink mei was uekookl 


12 ■'■ 




IW. 






i:',2. 



De oiidei-vindinp; leordr, dat liet horcUciidc oii^cvccr ii;iii\vl<(iiii;; aan- 
geeft, lietgeeu als \'ei'dami>iiit:, moet worden aangemerkt. 

Over do verdere in liet belang van de spiritiis(:<>llei'1i('n dooi- den Heer 
Leem bruggen verrichte wei-kzaamheden verdient nog het volgende 
kort vermeld te worden. 

In de eerste drie maanden \an hel verslagjaar werd. op aanAvijzingen 
van den Afdeelingsehef. door den lleei- L e e m b i- u g g e i; het door hem 
aangevang(Mi conserviH'rings-werU' der geheele re\isie en verificatie der 
spiritus-colleeties voortgezet. Tfet overal (waar noodig) aanbrengen van 
eenc verbeterde beschutting tegen verdamiting door de jtarafine-glasbedek- 
l:ing, het nauwkeurig op unironne eliketlen co])ieeren der bij elk nummer 
l)ehoorende nieuwste deteriuinati<^ en het nauwkeurig administratief-veri- 
fieeren der namen en nummers uiel de bijbelioorende (gedi-oogde) herbarium- 
specimina werd geheel beëindigd. 

De geheele in. de tijdelijke \^1I'' At'deeling \an "s Lands Plantentuin 
bewaarde collectie sijiritus-materiaal bleek te bevatten totaal v ij f dui- 
zend negen honderd negen en dertig stuks tubi of 
s t o p f 1 e s s c h e n met bloemen of vruchten op alcohol 
(of voor een deel op chinosol), behoorende tot globaal v ij f duizend 
acht honderd in zameling s-nummers van het gedroogde mate- 
riaal (zie de specificatie van hetspiritus-materiaal hieronder). 

Daarna werd een begin gemaakt om van het bij de spiritus-specimina 
behoorende gedroogde materiaal, ëën of meer herbarium-specimina (op de 
Kew-methode voor authentieke herbarium-specimina gebruikelijk) geheel op 
te plakken, resp. met de bijbehoorende losse herbarium-etiketten, determi- 
naties, enz. op witte inlegvellen vast te hechten. 

Voorts werd er ook mede begonnen alle nummers van het bij de spiritus- 
collectiën behoorende herbarium te voorzien van uniforme, net-etiket j es. 



89 



;iaiiur\<'i<le. (lat van het numiiicr ook spiritus-matenaal bestaat, en tevens 
vernielileude of het bloemen of vruchten, dan wel bk)emeu niet vruchten 

zijn. 

Deze opgaven zijn in den regel wel is waar reeds op de oorspronkelijke 
oi> reis geschrevene inzamelings-etiketten vermekl, maar bestaat de zeker- 
Iieid niet altijd, dat spiritus-materiaal, hetwelk een tiental jaar geleden 
ingezameld werd, sedert niet verbruikt werd. A'oorts zijn ook die op reis 
genoteerde opgaven over het tegelijkertijd inzamelen van bloemen, enz. op 
spiritus meestal in zeer verkorten, niet algemeen verstaanbaren Norui en 
slechts met ])otlood onduidrlijk geschreven. Daarom mag eene op de 
gemonteerd!^ herbarium-spccimina vastgehechte, ' duidelijke en algemeen 
verstaanbare, gedrukte net-etikette een verbetering genoemd worden, waar- 
door de waarde van het h(»rbarium, voor hen, die het later zullen wenscheu 
te consulteeren, aanzienlijk verhoogd wordt. Met de bijvoeging dier eti- 
ketjes wordt voortgegaan. 

Door den Chef der Afdeeling gewerd mij eene specificatie van het 
spiritus materiaal, welke ik hier doe volgen: 



Aanliil lubi ol slop- 



^ C r f^ O t- 

« re i « S o 



Spirilus-maleriual aaiiwezif- op hel einde van het 


fle-^s 


chen. 




eer.ste kwartaal in ile lijii VIH'= Afdeeling. 


Gespecifi- 


Totaal. 2 i ^ s c 




ceerd. 


'•^ 5 3-2 =-S 


1. In den ilorlus van 's Lands Planlentuin in- 






pezanu'ld v;in phanero^ameii (*) 


32 ! 




11. builen den Ilorlus van 's Lands Plantenluin in- 








gezamelde boomaclilipe en niel booiHachlige pha- 








nerogau.en en vaal-cryptogainen : 








op Java ingezameld (***) 


4920 






op Celebes mgezain.-ld ("*) 

op Sn mal ra ingezameld en wel: 

in Aljeli (*'*) 6 tiibi 


870 


5939 


Ongeveer 
5800. 


in Aequaioriaal-Sumalra (Suni: 




expeditie) (***) 58 tubi 


109 




inde Lampongs (**) 4 tubi 




1 


in Palenibang (") 41 tubi 




1 


III. Gewassen, niel lot de sub II genoemd behoorende 






en ingezameld op Java buiten den Horlus.. 


8 







De met (*) aangeduide specimina zijn als het gewone tuin-herbarium geëtiketteerd 
onder bijvoeging van numm^^r en leiter der in den Hortus genummerde plant. 

De met (**) gemerkte collectie werd geheel als llerb. Bot. var geëtikelteerd. De 4 
tubi uil de Lampongs en 41 tubi uil Palembang werden resp. ingezameld door de 
Hecren A. F. J. Bruins ma en W. Buurman van Vreeden. 



90 

Do werkztKimhodoTi van d(ui kriii<lkiiri(li<;<'ii jiiTihtloiKiai wjinn de vol 
ijoiide: 

J)e l»o(ajiis<,-Ji<* l>('VV('i-l\iii;; der Itubiacoac kwam /,<)<» ^ord ;ils ^'dicfl 
jj^ereed, eu hehoudons eiudctoncclic, ()(»k die dei mA'^cihU' lainili's: Aiiipcli 
dji(ea<', Datiscaceae, Menisperinactiae, Oxalidaceae, (TeHneriaceac. Solaiia 
loac, Oleaccae, Lo^aninccac, Sal)iacea<^ eii Htai)liyleaceae, terwijl <!<• laalsUi 
hand werd ^clej^d aan de leedH vroej^or bewerkte en toen om vcijschillcndc 
redenen voorloopig ter zijde gelegde families der Combretaceae, Gonystjla- 
ceae en Myri(;aceae. 

Eindelijk werden nog, naar aanleiding van nieuw verzameld materiaal 
eenige weinige soorten van de geslachten Anaphallis, Eupatorinni en Indigo- 
fera bewerkt, ter pnbliceering als „addenda" bij eene eerstvolgende,' 
„Bijdrage''. 

Eenige nieuwe waarnemingen, waartoe zijne werkzaamheden hem a^in- 
leiding hadden gegeven, werden door ]>''. V al et o n openbaar gemaakt iu 
liet boven reeds kort besprokene aehtste nummer van ons Bulletin. 



§ 10. 



H'^ AFDEELING DEK INRICHTING. 
(LABORATORIUM VOOR ONDERZOEKINGEN OVER DELI TABAKj. 

Met gebruikmaking van de gegevens, mij door den w^. Afdeelingschet' 
D'. d. van Breda de Haan verstrekt, kan omtrent deze Afdeeling 
hel volgende medegedeeld worden. 

Gedurende het afgeloopen jaar liad geene wijziging in het j)ersoneel 
dezer Af deel ing plaats. Aan D''. J. van Breda de Haan bleet als- 
nog de Avaarneming opgedragen vaji de betrekking van Chef dezer Afdeeling, 
Terwijl het chemisch-deel der onderzoekingen werd verricht door D\ E. C. 
J. M o h I' en D'. D. J. H i s s i n k, en het botanisch gedeelte door 
D'. F. W. T. Hunger. 



De Colleclie (***) besta.il uil Iwee deelen 1" uil Herb. Kds. (door D'. Koord ers 
persoonlijk of op zijne aanwijzinp; door hel personeel verzamelde speciniiiia) en 2= uit llerb. 
Bolamcornm varianim (verkorl Herb. Hot. var.) omvallende enk^-le weinige specimina welke 
door andere personen inpezamelil zijn geworden ot dnor schenking verkregen werden (bijna 
al de voor Java genoemde 4920 lubi behooren lot Herb. Kds.). 



91 

Aan D"'. D. J. H i s s i n U moest 14 Aju'il immi vorlof wegens ziekte 
verleend worden, tijdens hij zich te Deli bevond. Medio Jiiiii aanvaardde 
D*". H i 8 s i n k zijne werkzaamheden weder te Bnitenzorg. 

Eveneens wegens ziekte werd 2H September aan l)''. F. W. T. 
H u n g e r een maand verlof verleend, door te brengen te Garoet. 

D''. Hissink verbleef van 17 Januari tot :U Januari in l^eli. ten 
einde aldaar maatregelen Aoor te Ixn-eiden voor de bemestingsjiroeven; in 
April Averd nogmaals een bezoek aan Deli gebracht, met het doel zelf de 
leiding der bemestingsproeven op zich te nemen, door ziekte zag O''. H i s- 
s i n k zich echter genoodzaakt naar Bnitenzorg te retourneereu en nam 
D'". M o h r dit deel dei- werkzaamheden op zich. die daartoe medio April 
in Deli kwam en aldaar tot half September verbleef. 

In November werd door D'. Hissink nogmaals een bezoek aan Deli 
gebracht, ter voorbereiding der })roef nemingen in 1902. 

D'". H u n g e r was van medio Mei tot einde Angnstus in Deli aanwezig. 

Ingevolge G. B. dd. 26 Maart 1901 IT 1, werd door den w''. Afdeelings- 
chef D"". van B r e da de Haan een bezoek aan Deli gebracht van 
3 April tot 6 Mei. ten einde aldaar <'enige besprekingen te honden in het 
belang der tabakscultnur, terwijl toen tevens nog eenige regelingen konden 
getroffen worden in zak(^ de werkzaamheden der Af deeling. 

Reeds ten vorige jai*e werd door D''. H n n g e r een aanvang gemaakt 
met de studie der mozaïk-ziekte en werd reeds in het vorig jaarverslag 
melding gemaakt hoe een meerdere kennis omtrent het O] «treden der oxydee- 
rende enzymen noodig was. om de juistheid van W o o d's theorie te kunnen 
toetsen, volgens welke de mozaïk-ziekte aan een ophoopig zulker stoffen 
zou moeten toe te schrijven zijn. 

Daar in den tijd dat D"". Hiinger (e Bnitenzorg verbleef slechts 
weinig groene tabak aanwezig en het t^evens gebleken was, dat het 
tabaksblad door zijn chemische samenstelling minder dienstig is vooi- 
een eerste oriëntatie over Enzymologie, werd in de vrudil van den 
cocos-palm een meer geschikt onderzoekingsmateriaal voor dit doel 
gevonden. 

De cocos-vrncht bevat in de waterige inhoud een hoeveelheid oxydasen 
en peroxydasen o]) zeer duidelijk aantoonbare wijze, en kon zich 
D''. Hunger zoodoende oj) de hoogte stellen der eigensch:ut]t('n dezer 
fermenten. De resultaten van dit onderzoek werden in een korle publicatie 
samengesteld, welke verscheen in Bulletin 11' S dezer inrichting onder de 
titel „Die Oxydasen uud Peroxydasen in der Cocos-Milch". (Zie blz. 12). 



92 

In Iicl hilM>r:il(*i-iiiiii Ie M<-<l:iii kun h'. II ii ii ;: i r /jiji nu. ii:i dc/i- 
\(><)rl()o|»i<^(' (>ri("'iit;i( i<', iikmt si»<*<'i;i;i I bc/i;; IkhhIcii iih-i (!<■ llii'<(ri<- v;iii 
\\' o (» (1. l)'. lliiii;^!-!- (ict'll liicroiiil r<-iil ;ils \<>l;;l iiicdf in /.ijn dcs- 
betroffcnd versla j;'. 

..liet i'csnlIiiMl liicivaii is, dal ik mij iiid kan \<'nM'ni;^('ii nn-i df opval- 
.,(iiij; \an \N' ood. voij^f-ns wiens nn-enin;^ in<»/,aïk /,i<'ki' Idadcn-n :i Itnui-nnial 
,.\eei (ixydeerende en'/vnien (<>x_\<las»'n en |icrn\ydaseni zonden lievalleii. 

,.\'(>lj;('ns mijn»' 'Ani'^\\\\(\\'^ nit l:,('\ ocidc (inder/.<M'kinji'en is <•!• ^iecn \ei- 
..srliil Inssclien nm/.aïk /lek en jiezond laliakslilad hel rdTende df rea< lie (>]> 
,,l)(>venp,('n<)einde feianenteii. 

„Wel is d<* (dM^inis(die sanienslidliiiL' van inozaik zieke («n gezond»' taitaks 
„Idadon in andero o])ZH'hten verschillond, 1>. v.: 

.,nn>/aïl< ziek blad beval mindoi' sniker dan gezond lilad. 

„ „ .. looistof „ 

„ „ „ „ vrije zuren „ 

..Deze drie factoren vessorteevor ieiionover fetanenlen ondii- de rnbtiek 
..van z. <r. reduceerendo stoffen. 

,.II(M is dns. volgens mijne (»|Mnif. zeer piansibel, dal l>la<lt'Xl lacl van 
.,^:ez<»n(!e lahak, waaiin (inanlilalief meer i('<lnceerende sloffen aanweziu' 
..zijn. m. a. \v. waar de reactie oj» oxy«leerende enzynuMi veel kra( liti^c^i- woi-dt 
,,tep;engewei'kt. als van zcdf den schijn ^cefl. dal in liet mozaïk-zieke blad 
..meer van die fermenten aanweziji; zijn. 

..De eenige wijze, waaro]» ik de theorie van W o o d verklaren kan is 
„deze, dat laatstgenoemde onderzoeker geen rekening heeft gehouden met 
..de i-educeerende stoffen, die steeds de oxydeerende fermenKMi begeleiden''. 

Omtrent de veldproeven in verband met de mozaïk-ziekte door 
D"". Hunger ingesteld, werd door hem als volgt bericht: 

In de eerste ]>laats werd nagc^gaan. of bij kunstmatige infectie 
van gezonde planten met versiddllend infectiemateriaal, later ook correspon- 
deerende verschillen optraden betreffende het aantal ziek geworden planten 
en daarmede tegelijk of 'die verschillen ook beïnfluenceerd werden, naarmate 
de infectie was gedaan bij planten van verschillenden ouderdom. 

Als infectiestof gebruikte ik: 
1'. fijn gehakt blad van mozaïk-zieke planten: 
2". sap uit mozaïk-zieke bladeren geperst; 
3*^. aarde van de wortels van mozaïk-zieke planten, 



93 



die altijd bij de wortels der te infeeteeren planten werd gebracht. 
De bovenvermelde infeetieproeven voerde ik telkens uit bij: 

A. pas uitgeplante bibit; 

B. tegelijk met de l'' aanhooging; 

Voor iedere proef gebruikte ik 200 planten, dus in het geheel werden 
1800 planten geïnfecteerd, terwijl parallel met iedere iufectieproef een gelijk 
aantal controle-planten waren; alles te zamen dus 3600 tabaksplanten. 

De uitkomsten van deze proef heb ik in onderstaande tabel saamgevat: 



A. B. C. 

Infectie- ' Infectie b/h. uitplanten Infectie b/h 1« aanh. Infectie b/h. 2^ aanh. 
materiaal. 



Geïnf. pi Contr. pi. i Geïnf. pi. Contr. pi. Geïnf. pi. | Conlr. pi 



Percentage der zieke planten. 



Serie I. 
Fijn gehakt bl. 

Serie H. | 
Sap v/ziek bl. 

Serie 111. ! 

t 

Aarde van zieke | 

planten. 



23.33 



11.54 



90.11 



7.27 



7.96 



11.11 



19.35 



14 71 



47 37 



9.26 
9.98 

9.02 



40.40 
25.87 

87.31 



4.58 
12.96 

8.67 



Zeer veel is voorshands uit deze tabel niet te besluiten, docli ongeiwijfeld 
wel dit. dat de besmettelijkheid van de aarde der wortels van mozaïk-zieke 
planten veel grooter is dan die van fijn gehakt mozaïk-ziek blad of van sap 
uit uitgeperste zieke bladeren. 

In de tweede plaats werd de invloed nagegaan, van het toppen 
van gezonde planten in verband met het optreden der mozaïk-ziekte in later 
te voorschijn tredende tunassen. 

Deze zelfde proef deed ik oj» i wee vers<hillende ondernemingen ouder 
zeer tegenstrijdige grondcondilies, iil. de eeiie proef geschiedde op reeds 
dikwijls afgeplanten, de andere jdoef op oergrond, waaroj» nou iiooii tabak 
gestaan had. 

Het toppingsproces voerde ik op verschillende wijze uil, d. w. z. hoogt-r 
en lager, terwijl de behandelde planten ook van verschillende leeftijden 
waren. 



94 



Resultaten der I o [) p i n ^ s p r <» e f o ]> o u fl e n g r o ii d. 



Ouderdom. 


Topmelliude. 


()or.s|inin- 

kclijk uiiiilal 

planten. 


(i('Z(»nd: 
aanlal. 


■ 

Tiinas: 
°l 

/o- 


M zieke 
aaiilal. 


Tiirias: 

/o- 


6 weken. 


harl 


12Ü 


25 


20 


101 


80 


6 . 


. 4- 3 1)1. 


126 


23 


20 


103 


80 


6 . 


. + 5L1. 


168 


45 


27 


123 


73 


5 . 


Iiarl 


144 


50 


35 


94 


65 


5 . 


• + 2bl, 


144 


98 


35 


94 


65 


4 . 


hart 


200 


68 


34 


132 


fi6 


3 . 


. 


200 


82 


! 41 


118 


59 



De eenige eonelusie, uit deze tabel te trekken, is dat, lux- jonger 
dt' planLen getopt werden, des te meer planten later gezonde tunasseii ont- 
wikkelden. 

1)(' loppiugsproof op oergrond gaf geheel andere resultaten. 1)*^ ind^e- 
ling was hier als volgt: 



Ouderdom. 


Aantal planlen. 


Topmedi : 


Aanmirkingen. 


8 weken 


200 


harl 


Van (leze pi. wi-rd rijphiad niel gfKOgsl. 


8 


200 




wel 


6 


200 




» niet 


6 


200 




wel 


4 


200 




met 


2 . 


200 




niet 



Niettegenstaande deze tweede proef onder zeer ongunstige weersgesteld- 
heid verliej), doordat er in het begin verbazend van de droogte werd geleden, 
was er aan het einde van de proef bij geen der 1200 proefplanten ook slechts 
het minste vlekje van uiozaïk-ziekte aan te toonen. De tunassen waren 
krachtig ontwikkeld en bloeiden rijk; doch nergens was de geringste aandui- 
ding der ziekte te zien. 

Of de omstandigheden van den oerbodem, hier als integreerende factor 
voor bovenstaand resultaat mag worden aangemerkt, wil ik liever voorshands 
nog beantwoord laten. 

In het laboratorium te Buitenzorg werden voorts door D'". H u n g e r 
verscheidene zaad-monsters op hun kiemkracht onderzocht, daarbij was 
tevens gelegenheid om den invloed na te gaan, welke een oplossing van 



Ö5 

kopersulfaat op kiemende tabakszaden uitoefent. Het resultaat was, dat bij 
behandeling van tabakszaad met 1 a i/2% kopersulfaat alleen de top van 
het worteltje uij het zaad te voorschijn kwam en zich de kiemplantjes dan 
niet verder ontwikkelden. Bij deze kiemkrachtsbepalingen scheen het 
verder alsof zaad in flesschen bewaard, op den bodera waarvan en evenzoo 
in de hals zich houtasch bevindt en daarna met kurk gesloten, het best 
kiemkrachtig bleef. 

Tabakszaad van mozaïk-zieke planten genomen had een gemiddelde 
kiemkracht van 66%, terwijl die van er naast staande gezonde planten 84% 
bedroeg. 

De verder te Buitenzorg beschikbare tijd werd door lY. H u n g e r 
besteed aan verschillende physiológische onderzoekingen, waaromtrent als 
volgt werd nu'degedeeld. 

Meerdere voorloopige proeven werden in verschillende richting uitgo 
voerd, met het oog op een nadere studie over het stofwisselingsproces der 
tabaksplant. 

In de eerste plaats werd de vorming en de afvoering van het zetmeel 
der bladereu nagegaan, waaruit bleek, dat laatstgenoemd proces in den west- 
moesson te Buitenzorg vrij wel geregeld plaats heeft, 's Morgens om 6 uur 
waren de onderzochte bladeren in den regel geheel zetmeelvrij. In dit 
o]>zicht gaf 1h4 top-, voet- en zandblad de meest constante resultaten, het 
middenblad vertoonde soms (^en achterstand en dan bevatte de bladpuol 
steeds nog zetmeel, wanneer de basis reeds geheel leeg was. 

(lewichtsbepalingeu werden met gelijke oppervlakken tabaksblad uil- 
gevoerd, die <>p verschillende tijden van den dag geplukt waren, b. v.: 

Tabaksblad om 7 uur 's morgens geplukt wogen per D M. = 33.75 Gr. 
19 =41 — Gr. 

zoodat een algemeene gewichtstoename van 7.25 Gr. in 5 uur had plaats 
gehad, d. i. 1.45 Gr. per uur. 

Quantitatieve zetmeel-bepalingen werden ook gedaan, gedeeltelijk 
volgens (Ic luHIiode van B r o vv n en Morris, alleen met dit verschil, 
dat ten laatste het overblijvende zetmeel <loor 2% zoutzuur geïnverteerd 
werd. 

Op deze wijze vond ik, dat hc^ tabakstelsel, dat in bovenstaande opgave 
oni 7 uur, alzoo toename van 3.325 gram zetmeel per D M. in 5 uur tijds 
t(^gen 1.375 gram in hetzelfde blad (d. w. z. de tegenovergestelde bladhelft) 
om 7 uur alzoo toename van 3.325 gram zetmeel per n M. in 5 uni' tijds 
= 0.665 gram ]>er uur. 



96 

V'cidci' \v(M(l(,'i) voorhci-cidciidc (»ii(l<'r/>(K'l<iii;i('ii ij,t'il;uiii over <!<• diasl.isi- 
werkin<4 en bcvestlg'irijj!, vciki-cj^cii \;iii <1<' i-('siill;iliii \;iri Sicpli. Jciilys. 
dat (leze feriueutvvci-king NcrbnzciMl hcitiN IocmI woi-dl door (•(■n ld jiiicri;:iii;i 
van looizuur. 

Die invloed werkt sLeedK leji luideeli.' lmj uict allc<-ii wat iM-tr-»-!'! d»- 
diastase-werkiu};-, maar ook zeer redueeerend op de joo<li'ea(lie. 

Wat de aanvvezi;;,ii<'id \aii looizmiii- betreit in hot tabakHblad, deze 
is iiiijus ijizieiis ook aan pcriodicii iieil gebonden, d. w. z. da( (mmi l)lad 
"s morgens minder looizuur bevat dan 'h middags. 

Zoo nadeelig als looizuur, zoo voordeelig werken kleine liocvcellieden 
vrije zuren op de diastase-werking, en het zou niet onmogelijk zijn, dat juist 
de aciditeit van het blad de intensiteit der zetmeelomzettingeii voor een 
groot deel bepaalde. Daartoe werden eenige zuurbepalingen uitgevoerd met 
bladhelften, die resp. 's morgens om O unr en 12 uur geoogst waren. 
resp. 's morgens om O uur en 12 uur geoogst waren. 

(Jelijke oppervlakken van beide bladhelften gaven de volgende cijfei-s 
in oxaalzuur berekend: 

80 cM. om 7 uur geoogst bevatte == 3.1:7 mgr. oxaalzuur. 
80 „ „ 1^ „ ,, „ = 1.8J „ „ 

Waaruit volgt, dat de aciditeit van het tabaksblad van 7—12 uur tegen- 
over eikaar staan als 11 : O, m. a. w^ dat tabaksblad "s morgens bijna dubbel 
zoo zuur is dan midden op den dag. 

Omtrent de nitraten in het tabaksblad vond ik, dat er 's morgens vroeg 
veel meer aanwezig waren dan 's middags, de localisatie was bijna uitslui- 
tend in de nerven; de bladlamina was nitraat-vrij. 

Een geheel voorloopige quantitatieve groene kleurstofbepaling, gaf mij 
het resultaat, dat het chlorophyl 's middags een intensiever gekleurd xan- 
tophyl afscheidt dan 's morgens. 

Een groot deel der werkzaamheden op chemisch gebied, verbonden met 
de proefvelden over bemesting in Deli werd door D'". E. C. J. M o li r 
op zich genomen, toen D''. D. J. H i s s i n k, door ziekte, zich genood- 
zaakt zag deze werkzaanihedeu te staken. De gang dezer proefnemingen 
behoefde door deze regeling niet gestoord te worden, de noodige analyses 
en hel onderzoek konden reeds gedeeltelijk dooi- D'. H i s s i n k geschieden, 
terwijl de waarnemingen en resultaten door D'". M o h r op de proefvelden 
zelven genoteerd, dan latei- tevens door D"". H i s s i n k kunnen worden 
verwerkt. 



9t 

Een waarnemiug bij het toezicht dezer proefvelden door D''. M o h r 
«icdaan, gaf aanleiding, dat door hem werd voorgesteld op eene onderneming 
eenige proeven te doen, ten einde na te gaan, in hoeverre planten, aanvanke- 
lijk met kali-salpeter bemest, veel minder van de mozaïk-ziekte te lijden 
hadden, dan andere, welke deze meststof niet kregen. Door D"". D. J. H i s- 
s i n k was eene bemesting met kali-salpeter reeds vroeger opgenomen in 
het plan der bemestingsproeven. D''. M o h r meende er echter nu tevens 
een bestrijdingsmiddel van de mozaïk-ziekte in te vinden. 

Een veld, waarop kort te voren nog mozaïk-zieke planten hadden 
gestaan, gaf bij weder beplanting en bemesting met kali-salpeter goede 
tabak, uitvoeriger proeven op verschillende grondsoorten enz., zullen echter 
nog noodig zijn, alvorens deze meststof met zekerheid zal kunnen aanbe- 
volen worden om de mozaïk-ziekte tegen te gaan. 

Toen de %\ erkzaamheden in verband met de proefvelden niet meer allen 
beschikbaren tijd eischten, kou D*". M o h r zich nog bezig houden met 
psychrometer-proeven; daar de gegevens nog niet alle bewerkt waren, zulleu 
de resultaten dezer proeven eerst in een volgend verslagjaar kunnen gepubli- 
ceerd worden. Het bleek bij deze proeven, dat een vroeger sluiten der 
schuren 's avonds wensehelijk kan zijn, om de vochtigheidstoestand 
der atmosfeer in de droogschuur niet te zeer te doen stijgen, terwijl ook 
over het algemeen het meer gesloten houden der schuren een gelijkmatiger 
vochtigheidstoestand in de schuur bevordert, waarmede een gelijkmatiger 
opdrogen der tabak gepaard gaat. De invloed van het stoken van vuren 
in de schuren was slechts merkbaar bij de tabak in de onmiddellijke 
nabijheid dezer vuren en dit stoken bleek over het algemeen een minder 
deugdzaam middel te zijn tot wering van schimmel in de schuur. De plaats 
waar de tabak in de schuur het best en regelmatigst droogt, kon voorts 
worden nagegaan door temperatuur-waarnemingen en bepalingen van den 
vochtigheidstoestand op de verschillende plaatsen. 

Te Buitenzorg zijnde, werd door D'. M o h r voortgegaan met de bepa- 
lingen der verschillende stikstofverbindingen, welke optreden en verdwijnen 
bij het drogen der tabak. Een voldoende scheidingsmethode voor deze ver- 
schillende verbindingen moest nog gezocht worden en kon toen ook voor 
l)lukblad en snij blad ten dezen opzichte de verschillen bepaald worden. In 
het begin van dit \ erslagjaar eerst werden alle monsters tabak ontvangen, 
welke afkomstig waren van de droog-proeven in 1900; het onderzoek hiervan 
werd voleindigd, doch door zijn langduriger verblijf in Deli ondervond de 
bewerking dezer resultaten eenig oponthoud, zoodat eerst in het volgend 

Verslag van 'slanos plantkntuin l'JUl. 7 



Ö8 

jaar de resultaten kunnen gepubliceerd worden. Met versche tabak werden 
voorts te Buitenzorg door 1>'. AI o h i- nu^ «nikele bepalingen verricht, 
noodig voor de studie der chemische omzettingen bij drogen vaii tabaks- 
blad. 

Proeven over den invloed van het vroeg of laat op den dag plukken der 
rijpe tabaksbladeren waren reeds in iUOO genomen. D'. M o h r achtte het 
echter wenschelijk, naar aanleiding der verkregen resultaten, voor te stellen 
deze proeven nogmaals te herhalen, waartoe op verschillende ondernemingen 
welwillend de gelegenheid werd aangeboden. 

De werkzaamheden van D^ I). J. H i s s i n k hadden ten eerste ten 
doel de bewerking der resultaten op de proefvelden voor bemesting in 1900 
verkregen en werd hierdoor een groot deel van den tijd te Buitenzorg in 
beslag genomen. De grondsoorten-kaart van Deli, waarvan reeds in het 
vorige verslag werd gewag gemaakt werd voltooid en D"". H i s s i n k 
schreef daarbij een korte toelichting. Door het ïopographisch Bureau te 
Batavia werd deze kaart in kleuren gerei)roduceerd. 

Het verblijf in Deli van D'. Hissink werd door ziekte ontijdig 
afgebroken, zoodat hij niet in staat was zelf het toezicht uit te oefenen bij 
de proefvelden over bemesting, wier inrichting enz. door hem reeds bij een 
vroeger bezoek was voorbereid; Zooals reeds gemeld, behoefden deze proef- 
nemingen echter geen stoornis te ondervinden, daar door vervroegde komst 
van D^ M o h r in Deli, deze het toezicht van D''. Hissink kon over- 
nemen en onder zijn leiding de resultaten werden verkregen, welke tot 
verdere uitwerking enz. aan D'. Hissink werden overhandigd. 

Tegen het einde van dit verslagjaar bracht D'". Hissink nogmaals 
een bezoek aan Deli, ten einde zelf de gefermenteerde monsters tabak der 
proefvelden te kunnen verzamelen en deze aan het oordeel van bevoegde 
personen uit de praktijk te onderwerpen. 

De voorbereiding van bemestingsproeven in 1902 kon tevens tijdens dit 
bezoek plaats vinden. Het was echter gebleken, dat ook zonder voortdurend 
toezicht der chemici, op verschillende ondernemingen proeven konden 
genomen worden, die, zoowel voor de onderneming zelve, als voor het alge- 
meen groot nut konden hebben. Om de wijze van inrichting en het doel 
dezer proefnemingen meer bekend te maken, benutte D"". Hissink zijn 
aanwezigheid in Deli om hierover een voordracht te houden te Medan en 
Bindjeij. Het verblijdend resultaat dezer voordracht was, dat zich een 
dertigtal belangstellenden aanmeldden genegen op hunne ondernemingen de 
proefnemingen te nemen. B(ihalve op deze proefvelden zullen ook het vol- 



99 

gend jaar weder meer uitgebreide bemestingsproeven worden genomen, deze 
echter onder direct toezicht vau den betrokken chemicus. 

Door D"". H i s s i n k werd voorts in Buitenzorg een aanvang gemaakt 
met de bewerking der monsters afkomstig der bemestingsproefvelden van 
1901. 

In den loop van dit verslagjaar werden in het laboratorium te Buiten- 
zorg achttien verschillende guano-monsters onderzocht op daartoe strekkend 
verzoek. Een grondraonster werd ingezonden, terwijl verder door den 
botanicus een 35-tal tabakszaad-monsters op hun kiemkracht werden 
beproefd. 

De toestand van gebouwen en inventaris geeft geen aanleiding tot 
bijzondere opmerkingen; er wordt een aanvang gemaakt met het schilderen 
van het gebouw te Medan, terwijl tevens aldaar het atap-dak werd ver- 
vangen door een sirappen-dak. 

Door D^ H u n g e r werd een overzicht samengesteld der ziekten en 
beschadigingen aan het blad bij Deli-tabak, hetwelk verscheen in IT XLVIII 
der Mededeelingen van 's Lands Plantentuin. 

D^ H i s s i n k gaf in de rubriek „Korte berichten uit 's Lands Plan- 
tentuin" in Teijsmannia 12'^'^ Jrg. p. 5G9 een kleine mededeeling, over het 
gehalte aan zwavelzuur (SO3) in de op Deli gebruikelijke meststoffen. 

Na de verschillende proefnemingen in Europa en Amerika aangaande 
het verband tusschen de hoeveelheid zwavelzuur in mest en in bodem, en 
die in de tabak en den invloed van het zwavelzuur-gehalte der tabak oj) 
hare kwaliteit te hebben nagegaan (Fesca, Maijer, Eserhate, Jenkins, van 
Bemmelen) komt D'". Hissink tot de volgende conclusies: 

Een groote hoeveelheid zwavelzuur in de tabak kan nadeelig zijn voor 
hare kwaliteit, mits men altijd goed bedenkt, dat uit het percentage van 
een enkel bestanddeel nooit conclusies omtrent de kwaliteit zijn te trekken. 
Het zwavelzuur schijnt dan vooral van invloed te zijn op de brandbaarheid 
en op de kleur der asch. Dat deze groote hoeveelheid zwavelzuur steeds 
in de tabak gebracht wordt door bemesting met zwavelzure zouten is uit 
de proeven niet af te leiden. 

Verder wordt door D^ Hissink in het bijzonder nagegaan, wat de 
onderzoekingen van D"". A. van B ij 1 e r t (Mededeelingen uit 's Lands 
Plantentuin W XXX) leeren aangaande het gebruik van zwavelzure kali- 
ammonia bij de tabakscultuur oj) Deli. ITet blijkt, dat bij kleigrouden groot 
gevaar bestaat, dat het zwavelzuur — onder welken vorm dan ook — in den 
boden» geabsoibecrd blijlt cii de (al)ak (en sloltt» ecne te groote hoeveelheid 



lÖO 

van (iit bestanddeel opneemt. Voor <i;r<»n<len, «gekarakteriseerd als min of 
meei' Imimisachtige ascLlagen. \\as dit gevaar veel kleiner. 

Naar iianleiding lii<M\;iii Ix-loogl de schrijver, de wenscbelijkhcid om 
op de kleigrondoTi iirocven te nemen niet een bemesting met salpeterzure 

kali en natron. 

Ten slotte wordl nog de opmerking gemaakt, dat na verloop van een 
achttal jai'en het toegevoegde zwavelzuur wel grootendeels zal zijn wegg*-- 
spoeld, en dat althans de vermeerdering van het bestanddeel in den bodem, 
tengevolge van de toegediende „guano'', zoo gering is (ongeveer 0.001%), 
dat zij nauwelijks meer door een scheikundig onderzoek kan woorden ger-on- 
stateerd. 

§11. 

r AFDEELING DER INRICHTING. 
(PROEFSTATION VOOR KOFFIE). 

Met gebruikmaking der gegevens mij verstrekt door den Chef der Afdee- 
ling D'. J. G. Kramer s, kan het volgende worden medegedeeld. 

Bij den aanvang van het jaar bestond haar personeel uit D'. K r a- 
m e r s, Chef der Afdeeling en chemicus, Prof. Zimmermann, botani- 
cus, Mej. Lang, assistente voor het chemisch analyse-werk en verder 
Inlanders voor teekenwerk en als laboratorium-bedienden. 

Half Maart werd het personeel vermeerderd door de indiensttreding van 
den Heer P. van der Sluis, technoloog, als chemisch-assistent en half 
December verloor de afdeeling haren botanicus Prof. Z i m m e r m a n n, 
die naar Duitsch Oost-Afrika vertrok. 

Naar aanleiding van het in § 1 aangehaalde besluit van 31 Januari 11- 17 
onderging de positie van den Afdeelingschef eene wijziging en uitbreiding. 

Tevens werd door de Regeering ter beschikking van den Directeur van 
's Lands Plantentuin gesteld een stuk van 100 bouws woeste grond, te kiezen 
in de Gouvernementsgronden in de afdeeling Malang, ten einde daarop een 
proeftuin voor de koffiecultuur aan te leggen. Voor het jaar 1901 en 1902 
werd daartoe een subsidie verleend van ƒ 2000. — en voor eersten aanleg in 
1901 nog ƒ 5000.—. 

Tot administrateur van den proeftuin werd aangesteld de Heer K. 
V o g 1 e r te Malang. 

Door D^ Kramers en dezen werden daarop eenige terreinen bezocht 
met het doel een geschikte plek voor den proeftuin uit te kiezen en ten slotte 



101 

daartoe aangewezen een van den Kawi van Noord naar Zuid afdalende berg- 
rug, deel uitmakende van het bosch Boeloe Pogok en behoorende tot de desa 
Bangilan. Het hoogste punt, aan de Noordzijde ligt op 620 M., het laagste 
aan de Zuidzijde op 420 M. Omtrent dien proeftuin vindt men een afzon- 
derlijk verslag hieronder. 

Ter wille van dien proeftuin maakte de Chef der Af deeling viermaal 
eene reis naar Malang, einde Februari, einde April, half September en begin 
November. Op de reis in April werden nog enkele koffielandeu op den 
Smeroe bezocht en in September ook het 4^ Koffie-congres te Malang, waar 
D'. Kramers eene voordracht hield over den nieuwen proeftuin. Op de 
terugreis in November bezocht hij ook nog het land Gemampir, bij Klaten, 
overigens werden dit jaar door hem geene reizen ondernomen. 

In het laboratorium werd voortgegaan met het maken der groiid- 
analyses, hoofdzakelijk onder medewerking van Mej. Lang. De Heer 
Kramers zelf werkte met den Heer van der Sluis hoofdzakelijk 
aan het onderzoek der besta nddeelen van de koffie. Dit onderzoek, waar- 
van reeds in het vorige verslag sprake was, werd bemoeilijkt door de reeds 
daar aangegeven bezwaren en niet bevorderd door de herhaalde reizen 
van den Chef der Afdeeling naar Malang. Er zijn daarbij echter reeds 
eenige resultaten verkregen, die evenwel nog niet rijp zijn voor publicatie. 

Als II- LI der „Mededeelingen uit 's Lands Plantentuin" verscheen het 
..Derde A^erslag omtrent de proeftuinen en andere mededeelingen over 
koffie'" van de hand van D"". Kramers. 

Dit verslag bevat eene samenstelling der bemestings- en bewerkings- 
proeven in het seizoen 1890/1900 en een overzicht daarvan op dezelfde wijze 
geordend als in de gelijke veislagen II- XXXIT en XXXVIII der ..Mededee- 
lingen" over 1897/98 en 1898/99 verschenen. Verder volgen weder 
..Waarnemingen en beschouwingen" naar aanleiding van schrijvers 
reis in de maanden Juni tot Augustus 1900. Eerst worden in 
het korl de uitzichten der koffiecultuur op Java nagegaan en de 
verwachting uitgesproken, dat de oogst van 1900 zoude blijken wegens het 
natte weder gedurende den pluk, vooral in de vochtiger streken, klein en 
van slechts matige kwaliteit te zijn, en die van 1901 ook klein door het 
abnormale regen weder in den Oostmoesson van 1900, dat aanleiding gaf tot 
het mislukken van de bloeien, maar beter ten opzichte der kwaliteit, daar 
de aanplantingen, die in 1900 nocli van overdracht, noch van droogte te 
lijden hadden wel goed stonden en gelegenheid hadden gehad zich te lier- 
stellen van de overdracht in 1899. 



102 

Een volgend liool'dHtuk geeft vcrsliig van i-cik- jufx I' in Im-i .MahingKclie 
Zuider-gebergte, genomen met op steil»- liclliii;.M'n, \v;i;ir dr hodciii uil siijv»' 
klei bestaat zonder plantgatcn Ie planten, en van di- maal n-Lrch-n (la;irl»ij 
genomen om afspoeling van gi-ond doof den rf^cn h- vnorkonnMi. 

Dan wordt het verschijnsel van het geelslaan (htv idaderen van de koffie 
besproken en de naar aanleiding daarvan gedane waarnemingen omtrent 
het voorkomen van salpetei-znur in het sap <lei- l>l;Mleicn en takuileinden 
der koffie. Ook wordt bericht omhent analyses v;in Idaderen van geel- en 
van groenstaande boomen, waaruit blijkt, dat de gele minder koolhydraten 
bevatten dan de groene, maar niet armer zijn aan slikstof. 

Ten slotte worden eenige graphische voorstellingen gegeven van de 
regenwaarnemingen, vochtigheid der lucht en uren zonneschijn op diverse 
koffielanden, in verband met geslaagde bloeien. 

Verder verscheen in de „Korte Berichten uit 's Lands Plantentuin, uit- 
gaande van den Directeur der Inrichting" eene mededeeling van T)"". Kra- 
mers over „De asch door den Kloet uitgeworpen op 23 Mei 1901", waar- 
van de conclusie is, dat die asch geheel van dezelfde soort is als de asch- 
lagen, afkomstig van vroegere uitbarstingen, die de hellingen en den voet 
van den Kloet bedekken, en dat de groote steenen, die men daar vindt, fijn 
gestampt een poeder geven, dat geheel overeenkomt met de versch gevallen 
asch. 

De botanicus der afdeeling. Prof, Z i m m e r m a n n, zette gedurende 
het verslagjaar, tot zijn vertrek medio December, zijne studiën over de 
plantaardige en dierlijke ziekten der koffie en eenige andere gewassen voort. 
In Maart begaf hij zich naar Banjoewangi en Kediri, ten einde aldaar voor- 
komende ziekteverschijnselen in de jonge takken der koffie te bestudeeren. 
In een „Voorloopig rapport over eene nieuwe koffieziekte", opgenomen 
onder de „Korte Berichten uit 's Lands Plantentuin, uitgaande van den 
Directeur der Inrichting" deelt hij daaromtrent mede, dat hij die takjes 
aangetast vond door twee wantsensoorten, Pentatoma plebeja en Hypselo- 
notus trigonus. Deze steken met hunnen zuigsnuit tot in het merg der jonge 
takjes, dat daardoor rood wordt en afsterft. 

Op eene andere réis bezocht hij een aantal koffielanden in Oost- en 
Midden-Java en ook het 4^ Koffie-congres te Malang, waar hij eene voor- 
dracht hield over de voornaamste in en op de koffie voorkomende schimmel- 
soorten. Daarin werden geschetst de ontwikkeling en levensgeschiedenis 
van Hemileia vastatrix, de schimmel, die de gewone bladziekte veroorzaakt, 
en verder besproken Glocosporium coffeanum; de witdauw op door groene 



105 

luizen aangetaste takjes, veroorzaakt door verschillende schimmels, waar- 
onder Capnodium javanicum; de schimmel der spinnewebziekte; die der 
kanker, Rostrella Coffeae; de djamoer oepas veroorzakende Corticiiim 
javanicum. Ten slotte werden eenige wortelziekten besproken, die door 
schimmels veroorzaakt worden. 

Als n° XLIV der „Mededeelingen uit 's Lands Plantentuin" verscheen: 
De dierlijke vijanden der koffiecultuur op Java, door D'". J. C. Konings- 
berger en Prof. A. Z i m m e r m a n n. Deel II. Dit is een vervolg op 
„Mededeelingen II- XX. Hierin worden een aantal voor de koffiecultuur 
schadelijke dieren beschreven en in gekleurde afbeeldingen weergegeven. 

In eene andere „Mededeeling II- XLIX" handelt Prof. Zimmermann, 
over het enten van koffie volgens de methode van den Heer D. B u t i n 
Schaap. In het eerste hoofdstuk bespreekt hij de anatomie van den stam 
van Coffea arabica en liberica, toegelicht met afbeeldingen van mikrosko- 
pische praeparaten. In het tweede, de na het enten waar te nemen mikros- 
kopische verschijnselen, hoe zich de woonden sluiten en hoe de vergroeiing 
der weefsels van onderstam en entriis tot stand komt. De beide laatste 
hoofdstukken handelen over de met het enten volgens de methode van den 
Heer Butin Schaap verkregen resultaten en eenige aanwijzingen voor 
het enten. 

Binnenkort staat nog te verschijnen eene ,, Mededeeling" onder titel 
„Eenige pathologische en physiologische waarnemingen over koffie" door 
Prof. Zimmermann. 

Daarenboven zijn van zijne hand nog verschenen in Teijsmannia de 
navolgende „Korte berichten uit 's Lands Plantentuin, uitgaande van den 
Directeur der Inrichting". ..Over oen wortelschimmel van Coffea arabica", 
„Over boktorren uit Ficus elastica", „Over blorokziekte van Coffea arabica" 
en „Opmerkingen over eenige op koffielanden van Oost- en Midden-Java 
waargenomen plantenziekten". Over deze publicaties is reeds hierboven 
gerefereerd. 

KOFFIEPROEFTUIN VAN 'S LANDS PLANTENTUIN, 
IX« AFDEELING. 

Jaarverslag over 1901. 

Den 31''*''° Januari 1001 werd bij Gouvernements besluit ter beschikking 
van den Directeur van 's Lands IMunlcnluiu gesteld een stuk gronds van 



104 

ongeveer HMI hoiiws gi'ool, Ie kii^zeii uil <lc im»^ uot^sic ^imikIi-h in de afdet:^ 
liii^ MüliUi;;, om :il<lii;if cfii |»r(»ctl iiiii voor dt- k(»rt'icriil t iinr a;iii l<' l<';,^^<'U. 

Die tuin beliooii loi d»- l.\' A l'dcM'lin^ \;iii "s l.aiids l*laiii<'in iiiii. Met 
lielieer ik daaiom (»|»j;('(lrii<;cii ;iaii di-ii ondiMjiclft-kcnde. ('lief dier .\rd«M'|iii<;, 
en liet (Inj^'elijkseli (o«"/,iflil aan den admiiiisl lalciir, dcii II<mm- K. \V. M. 
V o g 1 e r. 

Het eei'Slo, \\al lc doen stond, was Im-I iiii/ocki-n \aii dal ifiTcin \;in 
100 bonws. De Heei- \' o y I e r lieefi daaitoc ;^i<ioif \<Ml<oiiiiiii^slo<li(oii 
ifemaakt. en wij hebb(Mi daarna diverse ici rciiion. dii- in aannieikiuLr koridon 
komen, noor eens te zanien bezocht. 

Kerst een boseh, jj;enaamd Laniban»; Kocnini;-, ion Ziiidon \an l'ainottan 
<»elej»en. een paar honderd bonws j;i-oo(. tusschen de iiani on de Gentenj;- 
rivier, zeer jremakkelijk te bereiken, jiicnzondo aan de ond(M*neniin<; Roembei- 
Taiinlio]». TTei terrein liijt vooi- liet ^lootsle gedeelte in zachte, gelijkmatige 
glooiing, met nog al mooi gelijkstaande, jonge Gouvernementstuinen er bij, 
met half zandigen, half kleiigen grond en eeue bron in het bosch. 

Daarna bezochten wij eene boschstrook van nog aanmerkelijke uitge- 
breiidheid. dwars over de Zuidelijke uitloopers ^an <lon Kawi looj»ende; ten 
Noorden ligt de desa t^oeraber Tempoer in Gouvernementstuinen en nog 
hooger hel land Robra. ten Oosten de onderneming Ngredjo. ten Westen de 
grens dei- residentie Kediri. ten Zuiden desa's en bebouwd land. TTet terrein 
is nog al geaceideuteerd en bestaat uit evenwijdige ruggen, afdalende van 
Noord naar Zuid en gescheiden door ravijnen. Wij wandelden een paar 
van die ruggen af en het bleek ons, dat die vrij vlak en breed waren, zoodat 
zij wel geschikt voorkwamen voor proef aanplantingen. In een der ravijnen 
bevindt zich een krachtige bron. 

Een ander terrein ligt ten Noorden der onderneming Klepoe. tusschen 
Soember Kerto en Soembei* Telogo in, waar het Zuidergebergte steil afvalt 
naar de Malangsche vlakte. Op de kam van den bergrug en hellende naar 
het Zuiden liggen daar nog een paar honderd bouws bosch. waarin zich drie 
' of vier bronnen bevinden. De grond bestaat uit de gewone bruine klei van 
het Zuidergebergte met hier en daar kalksteen. Het terrein is vrij sterk 
golvend en hellend, w-el zijn er meer vlakke stukken in, maar op onzen tocht 
door het bosch kreeg ik toch den indruk, dat die meer uitzondering waren. 
De hoogte boven zee bedraagt gemiddeld 2000 voet. 

Op den Smeroe is niet veel boschterrein meer over, dat voor koffie in 
aanmerking komt. In de afdeeling Toeren zijn de lagere gedeelten der 
uitloopers èf door de particuliere landen ingenomen, öf met Gouvernements- 



105 

tuinen, desa's en tegallans bedekt. Wij bezochten op zulk een uitlooper bet 
bosch Mas Temoe, ligg^ende ten Noordwesten van het perceel Wringin Anoni. 
met een diep ravijn er tusschen. Ynu Soember Nongko rijdt men een uur 
ver eerst door oudere, dan door jongere Gouvernementstiiinen. waarvan 
vooral de laatste er goed uitzien, en komt dan aan het bosch. T>e bergrug 
wordt hier hoe langer hoe smaller en is vrij spoedig niet meer dan een dijk. 
De grond is zandig en het klimaat schijnt (^r zeer droog te zijn. want niet 
tegenstaande wij op bijna 4000 voet hoogte kwamen, zagen wij weinig 
mossen aan de boomen hangen. Naar schatting zoude het bruikbare terrein 
n'iet veel meer dan een dertig bouw omvatten en water moet uit het diepe 
en steile ravijn van de kali Gransil gehaald worden. 

In het Toempangsche is nagenoeg geen maagdelijk terrein meer bescliik- 
baar. doch wel een complex van een paar honderd bouws, genaamd Djeroe, 
op + 2000 voet hoogte, waar monosoeko-tuinen gestaan hebben en dat wcdei- 
met bosch begroeid is. De Tontroleur A'an Toempang was zoo goed ei- ons 
heen te geleiden en ons een jongen aanplant te laten zien. die proefsgewijz«' 
daar gemaakt was. Ik vond daarin ongelukkigerwijze nematoden en dit 
bracht mij op het vermoeden, dat de vroeger daar gestaan hebbende aan- 
plant, waarvan hier en daar nog groepen boomen over zijn, door d<' aaltjes 
vermeld was, zoodat het niet geraden voorkwam op zulk eene plek een proef- 
tuin te beginnen. 

Aan de zijde van den Ai'djoeno. in het Karangansche, is ook geen 
oerbosch meer voorhanden, wel met glagah en alang-alang begroeide terrei- 
nen. In de buurt van Batoe en Djoengo is ook wéinig meer te vinden. Wij 
bezochten een stuk bosch. genaamd Djiblogan. aan de helling van den Adja*?- 
moro, dicht bij de bronnen van de Brantas. op 4500 voet. Het terrein vormt 
een driehoek, aan twee zijden door steile berghellingen ingesloten en aaTi 
de derde begrensd door (rouvernementstuinen. die zich onderscheiden door 
de bijzonder donkere kleur van het bliid. De boomen zijn voor hunnen 
leeftijd niet bijzonder sterk ontwikkeld, vooral niet in de breedte, waar- 
schijnlijk is het op die hoogte daartoe niet warm genoeg. Aan vochtigheid 
is er geen gebrek; de boomen in het bosch zijn sterk met mos begroeid. 'Do 
grond bestaat uit dezelfde soort klei, die men op den Ardjoeno ziet. Er 
zoude daar waarschijnlijk wel een mooie tuin te maken zijn. maar de ligging 
en het klimaat zijn te zeer afwijkend van die der meeste perceelen, dan dat 
men zoude mogen aannemen, dat ondervindingen hiei- opgedaan ook voor 
deze gelden. • Daarenboven is de plek zeer afgelegen. 

Verder op in het Ngantangsche is ook vrij wel al het voor koffie 



geschikte terrein reeds niet Gonvciiicinciils en nKtiMtsocko Koffie lu-plant. 
De Heer Vogler hezocht oen nog maagdelijk stiiU aan de ()ostlielliii;_' 
van den Kloet, dat men bereikt door van Wlingi uit ccnige uren Noord- 
waarts te gaan, tusscheu Kawi en Kloet in. Maar dit bo.sch, dat uiterst 
moeilijk te bereiken is, werd waarschijnlijk sterk beschadigd door de uit- 
barsting van den Kloet; het moet ongeveer in die streek zijn, dat zeven 
arèntappers omkwamen. Het is dns maar goed, dal wij er verder geen 
aandacht aan geschonken hebben; bijzondere voordeehii bood het trouwens 
ook niet. 

Nu moet men wel in het oog lionden, dat bij het uitzoeken van een 
terrein voor proefnemingen nog andere eischen te stellen zijn dan voor een 
gewoon perceel. De ziel van alle proefneraen is vergelijken. Men moet 
noodzakelijk vakken aanplant hebben, die gelijk zijn, wat grond, ligging 
enz. aangaat, zoodat tuinen, die tegelijk en op dezelfde wijze beplant en 
gelijk behandeld zijn, geen verschillen van beteekenis vertoonen. Gaat men 
nu den aanplant op zulke vakken op verschillende wijze behandelen en 
komen er dan verschillende uitkomsten voor den dag, dan mag men die 
verschillen aan de gevolgde wijze van behandelen toeschrijven. Bij het 
zoeken op de ondernemingen naar geschikte plekken voor bemestings- en 
bewerkingstuinen heb ik gelegenheid gehad na te gaan, hoe betrekkelijk 
weinig tuinen er zijn, die geheel gelijk staan. Voor proeftuinen moet men 
dus gronden hebben, die of geheel vlak zijn, of ten minste in zeer gelijk- 
matige helling liggen. Verder moet men gaan in eene streek, die een zooveel 
mogel'ijk gelijkmatig klimaat heeft. In buurten, waar men het eene jaar 
een overgrooten en het andere een minimum oogst heeft, moet men niet 
wezen; want daar verdwijnen alle inwerkingen, die men door menschen- 
bemoeienis verkrijgen kan, tegenover den allesoverheerschenden invloed van 
het klimaat. 

Dat is de reden, waarom ik ten slotte, zij het ook ongaarne, afgezien 
heb van het terrein Lambang Koening bij Pamottan. Het had overigens 
veel voor zich. In de eerste plaats de gemakkelijke bereikbaarheid en de 
zachte, gelijkmatige glooiing van den bodem. De grond ziet er goed uit, 
de tuinen van Soember Tangkep vlak er bij staan goed, ook de Gouverne- 
mentstuinen. Maar het ligt tusschen 1000 en 1200 voet in eene streek, 
waarvan wij weten, dat die in vele jaren onderhevig was aan langdurige 
droogte, die de boomen geruimen tijd ongeveer bladerloos deed staan. Zij 
herstelden zich dan wel weder, maar het was in te vele jaren hollen of 
stilstaan. 



107 

Ten slotte heb ik besloten hot terrein in het bosch van Boeloe Pogok 
op den Kawi te kiezen. Men bereikt het voor proeftuin bestemde gedeelte 
door van de halte Ngebroek met een karretje tot bijna aan het perceel 
Ngredjo te gaan. Dan moet men te voet of te paard door een paar desa's 
en een paar ravijnen en komt zoo in Gouvernementstuinen van de desa 
Bangilan. Deze grenzen aan de kali Roepia, die men over moet, en dan is 
men aan de Zuidgrens van het bosch op eene hoogte van 1300 voet.- Hier 
loopt een rug met vlakke kruin, vi'ij gelijkmatig stijgend, Noordwaarts 
tot op ongeveer 1900 voet, waar het bosch eindigt en de tuinen van de desa 
Soember Tempoer beginnen; de rug loopt door tot de onderneming Sobra, 
doch bosch is daar niet meer. 

Onze 100 bouws vormen dus een lange, smalle strook boven op den rug. 
De Gouvernementstuinen aan de bovenzijde zien er meerendeels goed uit en 
het type der boomen is flink en krachtig; aan de benedenzijde vertoonen 
zij meer het dunnere, ijlere type der lage, warme streken. Wij beginnen 
daarom aan de bovenzijde te ontginnen. 

Omtrent het klimaat bezitten wij geene gegevens in den vorm van 
meteorologische opteekeningen, maar het terrein ligt aan de Zuidhelling, 
dus aan de vochtige zijde van den berg. Er valt hier zeker meer regen 
naarmate men hooger komt. Hoeveel er juist op onze tuinen zal neder- 
komen, zullen we nog moeten ondervinden, maar voor zoover men uit het 
voorkomen der Gouvernementstuinen in die streek lion nagaan, moet het 
klimaat vooral in het Noordelijke, hoogste, gedeelte gunstig zijn. 

Thans ben ik genaderd tot de wichtige vraag: welke proeven zullen wij 
daar nu nemen? Bemestingsproeven zijn vooreerst buitengesloten, want 
die hebben geen reden van bestaan op versche boschgronden. 

Als die niet in staat zijn een jongen aanplant rijkelijk van het noodigo 
te voorziien, dan behoeven we aan geen koffiecultuur verder te denken. 

Met proeven omtrent grondbewerking kunnen we in onzen tuin ook 
eerst over een paar jaren een aanvang maken. De ondervinding heeft 
genoegzaam aangetoond, dat waar ook en op welken grond men moge 
planten, in de twee eerste jaren de bodem schoon gehouden moet worden. 
De vraag, of men het onkruid zal laten staan en alleen kort houden, of geheel 
verwijderen, of men den grond met blad bedekt moet houden of niet, of 
men al dan niet moet patjollen of vorken, dat zijn altegader vragen, die pas 
dan op den voorgrond treden, als de aanplant zich begint te sluiten en de 
dadaps met de koffie te zamen den bodem geheel overschaduwen. Om tijd 
te winnen hebben wij een stuk Gouvernementstuin van de bevolking ge- 



108 

liiiiiid, om daar reeds nn te hef^iiincn iii<-i vrischilleiMl»' wijzen van gioiid- 
l)ewerkiug, zooals in onze bewerkingstnincn. 

Een onderwerp vmii j,M-oot gewl<-ht acln il< li<-i ii<-nicn \:in |M(»f\fii nn-i 
allerlei schaduwboon)en. WC hdihcii reeds zoo lang dadap gejtlanl. dal wij 
eindelijk met deze een gi-ool aaiilal dieren «.'ii planten aangekweekt hebben, 
«lie op en van de dadap leven, in die male dat deze er oj) vele |)laatsen zelf 
het léven bij inschiet. Tot nog toe is geen der voorgeslagen plaatsver- 
\aiigeis gebleken even goed te voldoen als de dadap en we moeien in deze 
dns veider gaan met zoeken. 

Eene vraag van groot belang, die ook nog niet geheel afMoende beant- 
woording gevonden heeft, is die omtrent toppen of niet toppen. Wij w<'ieii 
in het algemeen, dat het tuinonderhond bij een ongetopten aani»lanl goed- 
kooper uitkomt en de pluk wat duurder. Maar hoe krijgt men de meeste 
koffie, in de eerste en in de latere jaren; welke is de invloed van het toppen 
o}> de kwaliteit, en is het altijd waai-, zooals nog al eens beweerd wordt, 
dat de boontjes van de ongetopte boomen kleiner zijn dan die van de getopte? 
Tk behoef wel niet te zeggen, dat dit punt in de laatste jaren, nu het prijs- 
verschil tusschen grof boon en middel boon zoo groot is geworden, van veel 
meer beteeken is is dan vroeger. 

We zullen dus proeven moeten nemen met getopte boomen tegenover 
ongetopte, maar daarbij komt nog een andere factor in het spel. namelijk 
de y)lantwijdte. Wel heeft de ondervinding reeds geleerd, dat men getopte 
boomen, op de gewone wijze behandeld, in het algemeen zoover uiteen moet 
planten, dat hunne takken in het vijfde of zesde jaar aan elkaar komen 
zonder elkaar te hinderen, en voor de verschillende streken is die plant- 
wijdte genoegzaam bekend, maar doorgeschoten aanplant ziet men dikwijls 
veel te dicht opeen staan, zoodat de boomen elkaar het licht ontnemen en 
uitgroeien tot kale stokken met een pluimpje aan het einde. Dan acht ik 
het ook wel de moeite waard eens na te gaan. welke uitkomsten het zooge- 
naamde krep-planten, waarbij men van de dicht opeen geplaatste, getopte 
boomen de lagere zijtakken oi)offert, zoodat men een aaneengesloten scherm 
van takjes en blad verkrijgt uitgaande van de toppen der overigens kale 
boomen, ook in een ander klimaat en op andereu grond dan in het 
Malangsche Zuidergebergte, oplevert. 

Over de mogelijkheid van het nemen van vergelijkende proeven omtrent 
snoeien hebben we nog tijd om na te denken, totdat onze aanplantingen oud 
genoeg zijn om gesnoeid te worden. 

De Java-koffie heeft in de latere jaren steeds meer te lijden gehad van 



109 

bladziekte, ncmatoden, engeiliugen en andere kwalen. Of, zooals sommigen 
nieenen, de kot'fieboom op zich zelf zwakker geworden is, kan hier buiten 
beschouwing blijven; voor het oogenblik hebben we alleen te maken met het 
verlangen dat bestaat naar eene koffiesoort, die zooveel mogelijk weerstand 
biedt aan de ziekten, waarmede de Arabische koffie behept is en eene vol- 
doende opbrengst geeft aan koffie van eene gewenschte kwaliteit. Men is 
daarom overgegaan tot het planten van Liberia, die echter in drogere streken 
een te wisselvallige opbrengst geeft en vooral niet zoo goed betaald worde 
als men wenschen zoude. Daarop kwamen de hybriden en de daarvan 
gemaakte enten van den Heer R i e m s d ij k. Welke waarde die voor den 
aanplant in het groot hebben, is nog niet geheel afdoende gebleken en in 
nog meerdere mate is het eene open vraag, wat er met verschillende andere 
enten en eventueel andere entmethoden, vooral die van Java en Maragogype 
op Liberia, te doen valt. De uitkomsten op verschillende plaatsen verkregen 
komen niet geheel niet elkaar overeen. In allen gevalle is het aangewezen 
om daarvan in onzen proeftuin werk te maken. 

Dan hebben wij verder de veredeling door zaadselectie. Dat woord 
veredeling kan wel eens aanleiding geven tot onjuiste voorstellingen, want 
in den zin van boomkweekers en tuiniers beduidt „veredeld" niet iets, dat 
in zich zelf beter en krachtiger is, maar iets, dat den mensch ^oor zijne doel- 
einden beter bevalt. Voor de plant zelve staat als regel eene zoogenaamd 
veredelde vrucht niet boven, doch veelal beneden eene wilde. 

Omtrent het ontstaan van afwijkingen in de plantenwereld zijn nu in 
den laatsten tijd door de onderzoekingen van Prof. de \' r i e s zeer 
gewichtige feiten aan het licht gekomen. Het is niet mogelijk dit onderwerp 
zoo even in het voorbijgaan afdoende te behandelen; ik stip daarom slechts 
een paar punten aan, die mij hier van het meeste belang schijnen. 

Geen twee planten, ja zelfs geen twee bloemen of bladereu zijn ooit aan 
elkander volkomen gelijk. Toch bestaat voor elke soort een bepaald gemid 
deld type, dat niet verandert als men de soort door zaaien zouder uitzoeken 
verder voortplant. Wel kan men door voortgezet uitkiezen planten ver- 
krijgen, waarvan de overgroote meerderheid eene afwijking van het gemid 
delde vertoont, zooals men b. v. uit de bieten met een gemiddeld suiker- 
gehalte, rassen met hoog suikergehalte gekweekt heeft, maar men moet 
steeds met het uitzoeken der suikerrijkste bieten voor de zaadwinning 
doorgaan, anders keert het suikergehalte na enkele geslachten weder lot 
het gemiddelde terug. Men verkrijgt op deze wijze slechts betrekkelijk 
zaadvaste vaiiaties. 



ïsn licefL J'rof. <1 e \' r i es iia zeer veel zockcMi iii «Ie viijr luilinir eene 
j)lauteiis<)()i'l gcvoiidoii, <li(; l»lij\<'nd(' variaties voortbrncjii. \':iii crMieii 
alvker bij Hilversum nam hij eenige exeniphiren vmi Ocim»! lic ra L a- 
m ar c k i aii a mede en plantte die in den liorlus te Arasterdam, üit d'- 
zaden van deze kwamen in overgroote meerdeilieid jon<,M' ]»l;inten te voor- 
schijn, die geheel overeenkwamen met de ouders, maar een zeker aantal zag 
er reeds als kiemplaut anders uit. Die afwijkende exemplaren werden zou 
opgesteld, dat zij, toen zij bloeiden, niet aan kruisbevruchting door stuifmeel 
van normale blootgesteld waien en toen bleken uit hunne zaden weder 
dezelfde afwijkende vormen voor den dag te komen. En in de volgende 
generatie evenzoo. Men heeft hier dus met nieuwe, zaadvaste plantenvoi- 
men te doen, die om zoo te zeggen met een sprongetje uit eene andere ont- 
staan zijn. Prof. de Vries heeft wel honderd soorten Avilde planten 
aangekweekt, om te zien of hij nog meer zulke sprongsgewijze afwijkingen 
bij deze koude ontdekken, maar bij geen enkele is hem dat gelukt. 

Nu is de O e n o t h e r a L a m a r c k i a n a oorspronkelijk een Noord- 
Amerikaansche plant, die naar Europa overgebracht en daar verwilderd is, 
en zijn bodem en klimaat in Europa natuurlijk eenigszins verschillend van 
die in Amerika. Het ligt voor de hand te vermoeden, dat daardoor die 
Oenothera tot die veranderlijkheid gebracht is; een bepaald bewijs 
voor dat vermoedeu is er echter nog niet. In de uu komende jaren zullen 
de botanici wel bijzonder opletten, of zij nog meerdere voorbeelden van die 
sprongsgewijze variaties kunnen ontdekken en dan zal op dit punt misschien 
meer licht vallen. 

Prof. de Vries noemt uu die sprongsgewijze variaties „mutaties'', 
in tegenstelling met de gewone variaties, Avaarvan de zaailingen tot het 
gemiddelde type der voorouders terugkeeren. De afwijkingen, die de ver- 
edelde appels van de in de bosschen in Europa voorkomende wilde vertoonen, 
zijn b. V. geen mutaties, maar slechts variaties, want door uitzaaien der 
pitten komt men spoedig tot het wilde type terug. 

Hoe staat het nu met de koffie in het licht van deze beschouwingen? 

Onze Java-koffie wordt geacht te zijn Arabische koffie, zeer waar- 
schijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit Abessinië. Plant men nu zaden van 
uit Arabië afkomstige Mokkakoffie hier op Java uit, dan verkrijgt men 
boomen met veel kleiner blad en kleinere zaden dan die van de gewone Java- 
koffie, Om nu te weten te komen of de Java-koffie door mutatie of door 
variatie uit de Mokka (ik neem voor het oogenblik als vaststaande aan, dat 
deze de moedersoort was) ontstaan is, zoude men van die Mokka eenige 



111 

generaties achter elkander op Java moeten uitzaaien, om te zien of men zoo 
Java-koffie verkrijgt. Zoover ik weet is dat nooit gedaan. Blijft de Mokka 
dan haar tyiu' behouden, dan moet de Java door mutatie ontstaan zijn of 
niet van de Mokka afstammen. 

ledere streek hier op Java heeft haar eigenaardig type van Java-koffie, 
zoo zelfs, dat kenners aan den vorm der boontjes zien, waar die koffie ge- 
groeid is, wat echter geheel van bodem en klimaat afhankelijk schijnt te 
zijn, want het is mij niet bekend, dat er iemand is, die aan de boomen zien 
kan of zij uit zaad van Padang of Menado, van den Wilis of van den Smeroe 
gekweekt zijn. De Java-koffie moet dus beschouwd worden als een geheel 
zaadvaste vorm (daargelaten enkele afwijkingen, waarover meteen), die 
alleen door plaatselijke invloeden kleine, niet-blijvende afwijkingen onder- 
gaat. 

De Maragogype is waarschijnlijk door mutatie, in den zin van Prof. 
de Vries, uit de gewone Braziel-koffie ontstaan, want ze is geheel zaad- 
vast. Daar zij nergens anders gevonden is en de koffie in Brazilië oorspron- 
kelijk niet inheemsch is, wordt men wel gedwongen mutatie als oorzaak van 
hare eiigenaardigheid aan te nemen. 

Bij de Java-koffie komen nu af en toe afwijkingen van het gewone type 
voor. Men vindt exemplaren met steile takken, met anders gevormde, 
meestal smallere en kleinere bladereu, met 4, 6 en 8 pitten in plaats van 
twee in eene bes. Om te kunnen zeggen of dit mutaties of slechts variaties 
zijn, zoude men moeten weten of die afwijkingen gedurende opeenvolgende 
generaties onveranderd blijven bestaan, of bij het uitzaaien zonder uitkiezen 
weder verdwijnen. Tot nog toe zijn die afwijkingen meestal als voor de 
cultuur minderwaardig beschouwd en heeft men er dus geen zaad van ge- 
nomen, laat staan ze opzettelijk eenige generaties lang gekweekt. Er is mij 
ten minste niets van bekend. 

Afgezien van deze uitzonderingen is het type van onze Java-koffie zoo 
constant, dat men voor een mooien aanplant staande al zeer weinig verschil 
tusschen de enkele boomen opmerkt; bij de Liberia is dat geheel anders. 
Bij deze vinden wij allerlei schakeeringen in vorm van boom, blad, bloem 
en vrucht. Dit zijn echter slechts variaties, want uit het zaad van eiken 
boom komen al die afwijkingen te voorschijn. Neemt men echter alleen 
zaad van boomen van een bepaald type en zet men die selectie generatie na 
generatie voort, dan verkrijgt men in steeds sterker verhouding boomen 
van dat type, dat dus op die wijze tot betrekkelijke zaadvastheid te brengen 
is, in don zin zooals hieibovon bij do suikorbidcii bosprokcu, zoodat inou 



112 

steeds de jifwijkende exeuijtlnifii /,;il iii<ici<-ij lilijvcn iiitz(»('l<<'ii on \t'iwij 
deren, uiii overij^cns i^een bij:soiidere l)(,'z\\;ir<'ii o|»lc\(Mt. ;ils hkmi <'<iniiaal 
y.oovci' is, dal er daarvan belrekkelijU wcinijic \ooi koiiK-n. 

J)(' hybriden tusscheii .lava en LiluM-ia /ijn i<»i noj; loc inr-fsiai «>p 
liiberia-i>edden f^evonden. 

Hel directe bewijs, dat Ikm iivbiidcii //ijn, iiiankttii . maar fiik<-lf kiinsi- 
niatij; door kruisbevruchtiiij; Ncrkrc^cn ii.v i)rid<')i \ciiooncii d<'/<'l)(lc eijj^en- 
aardij'heden als de dooi- het locval \<*rkre}i<'ii('. !)<• iii(M*ste van <li<; li_\ luiden 
zijn voor de cultuur waardeloos, maar er /yijn er tocli enkele, zooals die van 
Kalimas en die van Kawisari, welbekend, die meer beloven. 

Zaait men de vruchten der hybriden uit, dan verkrijgt men nn-'estal in 
overweldigende meerderheid boomen, die of in het geheel geene <if slechts 
vooze bessen dragen, maar er komen er toch enkele onder voor, die beter 
zijn. I)(^ Heer Riemsdijk heeft + öOOO plantjes, verkregen uit zaad 
van zijne enten, in de tuinen van Klein-Getas uitgeplant. Daaronder zijn 
drie boomen gevonden, die goed groeien en dragen. Van deze wordt nu 
verder zaad genomen, om zoo te trachten door herhaald uitzaaien tol boomen 
van betrekkelijke zaadvastheid te geraken. 

Gelukt het zaadvast maken bij de hybriden niet, dan kan men ze toch. 
zooals bekend, gemakkelijk door enten vermenigvuldigen. 

Uit het voorgaande trek ik het besluit, dat het aanbeveling verdient : 

Door uitzaaien van afwijkingen der Java-koffie en van Abessinische 
koffie de afstamming der eerste trachten na te gaan. 

Nieuw optredende variaties der Java-koffie in cultuur te nemen, om te 
zien of zij iets beloven. 

Hetzelfde te doen met Liberia en hybriden. 

Hybridisaties uit te voeren tusschen verschillende koffiesoorten. 

Maar ook nog van eene andere zijde hebben wij misschien nieuws te 
wachten, dat ons van nut kan zijn. Afrika aan beide zijden van de linie 
is het vaderland der koffie en behalve de Arabische koffie in Abessinië en 
de Liberia aan de golf van Gruinea, komen er in het gebied der groote meren 
en van den Congo nog een zeker aantal andere soorten of variëteiten voor. 
Tot nog toe is wel is waar niet gebleken, dat die koffies eene hooge handels- 
waarde hebben, maar we kennen ze nog niet goed, en vooral weten we nog 
niet, in hoever zij nuttig kunnen zijn voor het kweeken van hybriden en als 
onderstam voor enten. Wij trachten daarom zooveel van die soorten bijeen 
te brengen als wij kunnen. 

Of onze proeftuin ooit op eenige schaal zal kunnen worden een produ 



115 

cent van zaadkoffie voor het gewone gebruik, betwijfel ik. Daartoe ligt het 
terrein te laag, en onze boomen zullen wel eens meer droogte te verduren 
hebben dan voor een zaadtuin gewenscht is. Daarenboven is het noodig, 
(lat de zaadkoffie in April verstrekt kan worden en waarschijnlijk zal er in 
de streek, waar onze proeftuin ligt, in menig jaar voor April al zeer weinig 
koffie rijp zijn. 

De werkzaamheden zijn begonnen einde April met het maken van 
kweekbeddingen ongeveer aan het beneden- of zuideinde van ons terrein. 
Aldaar bevindt zich namelijk in het ravijn eene bron, waaruit water voor 
die bedden genomen kan worden. Hadden wij ze hoogerop aangelegd, dan 
zouden we daarvoor water uit de kali Roepia hebben moeten gebruiken en 
deze komt uit eene buurt, die met nematoden is besmet. Haar water voert 
dus hoogstwaarschijnlijk af en toe nematoden en hunne eieren mede, zoodat 
het gevaarlijk te achten is dit voor het begieten van zaadbedden te gebrui- 
ken. De bedden zijn op de gewone wijze aangelegd onder een afdak, gedekt 
uiet varenblad (solang), dat uitgedund werd, naarmate het seizoen vorderde. 

In de buurt bij de zaadbeddingen zijn een pondok, een kleine goedang 
en eenige koeliewoningen gebouwd. 

In Juni is begonnen met het vellen van het bosch aan de boven-Noord- 
zijde van het terrein, waar de eerste proefaanplantingen gemaakt worden. 
Het verbranden van het hout is bemoeilijkt, doordat de Oostmoesson zeer 
regenachtig bleef tot Augustus toe, doch daar de Westmoesson laat inviel 
en dus lang gewacht moest worden eer het planten een aanvang konde 
nemen, kwam het branden toch voldoende tijdig gereed. 

Eerst toen het kappen was afgeloopen kon een beter overzicht over 
het terrein genomen worden en toen viel de breedte van den vlakken boven- 
kant van den rug niet mede. Te samen waren ongeveer '22 bouws ontgonnen. 
Halfweg dier strook is eene plek waar de zijhellingen tot elkaai- komen, 
zoodat aldaar in het geheel geen vlakke kruin voorhanden is. 

Nu moesten de vlakste gedeelten uitgezocht worden voor het nemen der 
proeven omtrent de beste plantwijdte en de vergelijking van ougetopte met 
getopte boomen. Ook voor de proefvakken met verschillende tuinbewerking 
en die, waarin later proeven omtrent het uitdunnen der vrucht zullen ge- 
nomen worden. Voor alle deze moet men toch alle bereikbare zekerheid 
hebben, dat verschillen in den grond en in diens helling, geen invloed kunnen 
uitoefenen op de uitkomst. Dergelijke gedeelten waren nu alleen in het 
Noordelijke en in het Zuidelijke gedeelte der 22 bouws te vinden en de 
schaal, waarop die proeven genomen konden worden is afhankelijk van de 

Vehslac var 'planos plantentuin 1901. !^ 



114 

nitgcbroidhcid \;iii lul (i;i;ii\(»<)r ^'«'scliiktp I<m-i(mii. < Mulfi- vlakke j^odeelten 
/ijii iii (l»'ze iiici fiiUfl h- \ risl;i;iii iiickkcii. wiiar de '^\(>]i<l \vat<'i-|ta« is. 
iiiaai' (Ktic in ccii plal \\;ik ]j;('\v<^<'ii hclliiigoii. l)c «'isdi is. dal allo hooincn. 
dio in de verschillende vakken van cimk- scrj^elijkende piod slaan, /.ich 
onder dezelfde voorwaarden van jiiond <-n li^fiinj^ bevindf-n. 

Vooi- de })i'(M'V('n nicl Nerscliiilcndr schaduw Ixmihu-m l<an nn-n heler 
;;<'hriiik maken \an lifllin^m en Iciifi nphntit-n. daailiij loili is hfl et-rsn- 
doel na te j^aan dl' de koiric onder cene liepaahlc s(»oi i schadnu l»ooni <i(H'\\ 
;^i(K'ien en diajicn wil, ol die sdiadnw /,i( h /.<to nitoili;^ j;ue<l laai snoeien 
en dei<»('lijke vragen meer. Deze pi'oefvakken hehhen daarom in hel michlen 
van h<*t thans oj)enj»ekapte terrein eene jilaats gevonden. 

Op het overschietende zijn oejdant Liberia om er laiei- op ie enien hybri- 
den uit zaad, enten en variëteiten \an .lava-koffie. 

Bij alle deze is h<'t voorloopig niel om Ncrgcdijkende pi-oeven Ie doen 
maar allereerst om te zien of zij waarde heiiben \ooi- de cnlhiui- en (h* moeite 
loonen f>m aan Ie honden. 

G r o 11 d. 

De grond van onzen Inin is (hv>elfd(^ dien men overal aan de lagere hel- 
lingen van den KaAvi aantief't. Hij is hrniii. half zandig, half kleiig, nog 
al tot afsi)oelen geneigd, niet zeer linmusrijk, zonder duidelijk ziclill)aren 
overgang van boven- in ondergrond. Aan afgravingen ziet men op afwis- 
selende die])te een begin van padasvorming, dat zich vertoont in den vorm 
van eene laag, die, als de grond droog is, eenigszins lichter is van kleur, 
doch niel meer samenhang vertoont dan de grond daarboven en daaronder 
en het regeiiAvater niet tegenhoudt. ^ 

P 1 a n t e n. 

Over het geheele terrein werden plantkuilen gemaakt van .anderhalven 
voet kubiek. Het planten moest wachten tot het invallen der regens, die 
ditmaal lang uitbleven, zoodat daarmede tot de tweede helft van December 
moest gewacht worden. Alles is tjaboetan geplant met uitzondering van 
een gedeelte van de enten van dava en Margogype oj> Liberia. 

P 1 a n t w ij d t e ]> r o e v e n. 

Er zijn nn beplant de navolgende vakken, elk 8 X •'^ Kijnl. roeden groot: 
Een vak op 4X4 voet, zal getojd worden. 



115 

Een vak op 5X5 voet, zal getopt worden. 

Een vak op fi X ^ voet, zal op 4 voet getopt worden en dan zullen er 
tijdelijke topi)en daarboven aangehouden worden. 

Een vak op f» X ^> voet, zal getopt worden op 5 voet. 

Een vak op 6 X <^> voet, zal ongetopt blijven en op een stam gehouden 
worden. 

Ëen vak oj» (> X ^» voet, zal ongetopt blijven en oj> meerdere stammen 
gehouden worden. 

Een vak oj) (J X ^» voet, om uit te dunnen tot 8V2 X 8I/2 voet. 

Een vak op G X <^> voet, om uit te dunnen eerst tot Sy2 X ^V2 en later 
tot 12 X 12 voet. 

Een vak op 7 X ''^ voet, zal ongetopt blijven. 

Een vak op 7X7 voet, zal getopt worden. 

Een vak op 8X8 voet, zal ongetopt blijven. 

Een vak op 8 X 8 voet, zal getopt worden. 

Een vak op 9 X ♦' voet, zal ongetopt blijven. 

Een vak op 9 X 9 voet, zal getopt worden. 

Een vak op 12 X 12 voet, zal ongetojit blijven. 

Een vak op 12 X 12 voet, zal ongetopt blijven en eventueel later uitge- 
dund worden tot 17 X 17 voet. 

Deze IxAilv laatste vakken krijgen in de eerste jaren tussnhenplanting 
/an UKiis en IxMUieii, /ooals da( in Brazilië gebruikelijk is. 

S e II a (1 II w b o o III p r o e v e n. 

In vakken van U» X !•» roeden, is koffie geplant op 7X7 voet en de 
navolgende sehaduwbooiuen op 21 X 21 voet. 
Parkia intermedia (28 X 28 voet). 
iVIanihot (Jlazioxii. 
Toetob iioetili (28 X 28 voel). 
Toetob nierah (28 X 2S voel), 
(rrevillia robusla. 
Pithef;olobium Saniau. 
Hevea brasiliensis. 
Melia Azedaraeh (14 X 21 voet). 
Caesalpinia dasyrachis. 
Caesalpinia arborea. 
('edrela serrulala. 



116 

Cedrela odorata. 
Albizziu rii(»lucciiii;i. 
Castilloa elastif;a. 
Solanuin juboreuiii. 
Kemadoc bioenin. 
Anj^groeng. 

Adenantbor;i |iii\<iiiina (14 X 14 voel). 
Kemaladangan (14 X 14 vool). 
Klampis (nog niet geplant). 

Twee vakken gewone dadai>, met iiissclR-iiplanting van i?uligo in h(\ 
eene en djati in het andere vak hissdien dr- lijcii der k(»rri<'. 

Proef met al of niet I) e li a k ( e ii ig e d a n g i i d e ii) g i' o ii d. 

Een vak van 13 X 13 roeden, beplant mk-I koffie oj» 7X7 voet en dadap 
op 21 X 21 voet, is in twee helften gedeeld. In de eene wordt de grond 
na het jdanten alleen door schoffelen schoon gebonden zonder ooit eene 
diepere bew^erking te ondergaan, de andere helft wordt af en toe met de 
hak bewerkt, zooals men gewoon is te doen in jongen aanplant. 

Bewerkingsproeftuin. 

Een vak van 14 X 14 roeden is met Java-koffie op 7 X 7 voet beplant 
met het doel er later een „bewerkingsproeftnin" van te maken, zooals 
beschreven in „Mededeelingen-' XXXII bldz. 60. 

In de paar eerste jaren, voordat de koffie- en schaduwboomen opgescho- 
ten zijn, kan nog niet met eene verschillende bewerking der afzonderlijke 
proeven begonnen worden. Later krijgen zij de navolgende behandeling. 

Vak 1. Alleen onkruid wegslaan, eenmaal in de drie weken, met het 
grasmes, zonder aan den grond te raken. Vuil uitgespreid houden. 

Vak 2. Eenmaal om de drie weken schoffelen. Vuil uitgespreid hou- 
den. 

Vak o. Schoffelen als in vak 2, maar vuil op rijen leggen. 

Vak 4. Als vak 3. Daarenboven in het begin en tegen het einde van 

den Westmoesson dert geheelen grond behakken (patjollen) tot eene diepte 

van 9 duim Rijnl., buiten de takken der boomen. 

Vak 5. Als vak 3. | _ . , , . 

Daarenboven tegen het begin van den West- 
Vak 6. Als vak 4. ) * » 

moesson 2 pikol ongebluschte kalk per bonw gelijkmatig over den grond 
uitstrooien. 



117 

U i t cl u n p r o e f . 

Er is een vak van 7X16 roeden niet: Java-koffie op 7X7 voet beplant 
om later proeven te nemen met het uitdunnen der vruchten in jaren, waarin 
de boomen vol dragen. 

Zaad. 

Voor het beplanten van den tuin was van eeue onderneming in de 
Padangsche Bovenlanden, die ook zaad leverde voor de Gouvernemeuts- 
koffiecnltuur, een pikol zaadkotfie besteld. Dit zaad was nog niet aange 
komen toen de bedden gereed waren en daarom was de Heer Constant, 
Assistent-Kesident van Malang zoo goed ons alvast een halve pilcol zaad 
van de Gouvernements-verstrekking te leenen. Dit zaad bleek te zijn 
klein van boon en naar het ons voorkwam met weinig zorg uitgezocht; op 
een kattie gingen i.'7ü() boontjes. Veel daarvan is ook slecht opgekomen en 
ten slotte bedroeg het aantal plantjes dat verspeend konde worden slechts 
53.000. 

Een veertien dagen later kwam de direct door 's Lands Planteutuin 
bestelde pikol zaad aan. Dit zaad voldeed beter. 

De Heer L e ij s s i u s van Petong Omboh toonde op eene vergadering 
der Malangsche Plantersvereeniging, in April, een partijtje zeer mooi zaad. 
Hij was zoo goed ons daarvan een paar kattie's af te staan. Dit zaad is 
mooi opgekomen en heeft fraaie bibit geleverd. Daarmede is een afzon- 
derlijk vak beplant. 

Ook hebben wij van den Heer Ottolander van Pantjoer twintig 
kattie's mooie zaadkoffie ten geschenke gekregen. Dat zaad is wat laat 
uitgelegd; toch is liet zeer mooi opgekomen. Het is gebruikt voor het plan- 
ten van den bewerkingsproeftuin en de uitdunproef, hierboven besijrokeu. 

Van Liberia zijn twintig katties zaad van Gemanipir uitgelegd, dit 
is vrij onregelmatig opgekomen en een nog al groot aantal kepelans moesten 
weggeworpen worden. De andere zijn voor het grootste gedeelte gebruikt 
om tweeling-enten te maken, op de wijze van den Heer K r ij 1 1 e, met 
Java- en Margogype kepelans. 

Van Margogype ontvingen wij een zakje bessen van den Heer d e 
Stoppelaar van Kalibakar en 11 katties zaadkoffie van den Heer 
Utermark van Soekorame ten geschenke. De bibit daaruit is grooten- 
deels gebruikt voor de zooeven genoemde enten. 



118 

l-: 11 I e 



\';iii ilcy.f I \\('('liii;;-('iih'n iM'blx-n ccii \ rij ^rool :i;iiil;il fcii \ cisclii jiiscl 
\ ciIooikI, <I:iI zich ook elders \-ooi-^(m1;i;i ii liedl. |)c .)ii \ ;( en leii zijn ^e 
iii:i:il<l \;m 1- (ol -1 Aiif^iisliis en de ^Mar^oj^ype van li") Au};ii.stiis lot 
KI Se]»lenil)ei', dus in lio(d'd/,aak na hel o|dioii(h'n (h-r zwaic i-ej^enlniien. 
Den 1.'!'" Sepleniher \\areM de nieesle .la\a enien op het oou ;zoe(| \('r;^roeid 
en luidden /ij hoven <h' Uejxdans een si el hlaih-ren «^esornid. h»- Heer 
V o g 1 e r besloot daarom te beginnen inel het dooi-snijd(?n i\c\- oniw indsels 
van weefkatoeii (lawe), waarmede zij samenj'ehonden wai-en; daarbij bh-ek 
eclitei', dal de vereeuiging nog veel Ie vvenschen overliei en dal driej^warl 
der tweelingen bij het lossnijden der draden niieen vielen. 1 >eze /,ijn weder 
verscli aangesneden en vei-bonden en weder geplant. Later hhck dal men 
beter slaagt als men de Ncrbinding maakt met dnii kooi-d. dan met weel- 
katoen. 

Dit laatste was eerst gekozen omdat hel weeker en zachter is en 
men dus minder kans loopt de steeltjes bij het omwinden ie kneuzen. Het 
blijkt echter het nadeel te hebben van los te gaan zitten. 

S o o )• t e n en \ a r i <' t e i t e n. 

Ten einde mogelijke besmetting \an den tuin met neniatoden te ver- 
mijden, werd besloten geen i»lanten met wortels daarin over te brengen, 
ook niet zulke, die niet tot de koffiesoorten behooren, daar wij ten eerste 
niet weten op welke andei-e gewassen behalve koffie de voor deze gevaar- 
lijne uematoden kunnen vooikomen en ten tweede de aanhangende aarde 
neniatoden of hunne eieren bevatten kan. 

Eene uitzondering is alleen gemaakt v<»or plantjes van Coff<'a robusta, 
uit lirussel afkomstig. 

In den ('ultuurtnin te Tjikeumeuh staan sedert langen tijd kleine aan- 
plantingen van diverse koffie-variëleiten. Zaden van deze, met name 
Menado, Padang, Tjikeumeuh, Tjionuis. Mauritius. INIokka klein, Mokka 
groot, Margogype en J^reanger zijn hier uitgelegd en goed opgekomen. 

Van vele zijden mochten wij achtereenvolgens allerlei zaden ten ge- 
schenke ontvangen. 

Van den Heer Suer mondt van Wonokojo zaden van 2.5 op dat 
land aanwezige hybriden. De eerste bezending daarvan werd uitgelegd op 
11 Mei, terwijl het nog zwaar regende. Alles is verrot. Op denzelfden 



119 

datum uitgelegde Liberia. ooK" \aii den Heer S u e i- m o ii d t ontvangen, 
evenzoo, terwijl de (cuclijk uitgelegde -la va-kof fie, van den Heer L e ij s- 
s i u s, van l'etong Oniboh, goed opgekomen is. Zouden de zaden van Li- 
beria en hybriden gevoeliger zijn voor vocht dan de Java? 

Yemen-koffie \an den Heer ^^' e b e r van Gemampir. 

Eene tweede bezending liybridezaden van den Heer S u e i- m o n d t, 
nu goed opgekomen. 

Zaden van eene hybride, van den Heer Toen s, van Sapoetangin. 

lirazielkoffie (café nacionalj van den Heer v a n L enne p, van Ke- 
poeng. 

Een derde bezending hybridenzaden van den Heer S u e r m o n d t en 
Liberia van denzelfden. 

Zaden van de bekende hybriden A en 15 van Kawisari liet M^ 't* J a c o b 
ons toezenden. 

De Heer Ottolander van l'antjoer z(»ud zaden van eene hybride, 
Margogype, Mokka, erecta, roiuudifolia. lauiina, cochleata, Mokka-Java, 
angustifolia , djaniboe, eugenifolia. blue niountaiu, columnaris, woengoe, 
laurifolia en unisperma. 

Quillou-koffie van den Directeur \an den ('uUuurtuin te Libreville in 
de Fransche Congo-kolonie. 

Diverse hybridezaden van den Heer r> 1 o k. van (xogoniti. 

Eene vierde bezending hylu-idezaden van den Heer >^ u e r m o n d t. 

Van den Directeur van den Cultuurtuin op het eiland Bourbon zaden 
van de hybride van den Heer M a n ê s. 

Uit Erussel 24 i)lantjes ('offea robusta. 

Zaad van Coffea erecta van \\'iiugiu Auoni door den Heer S L o p p e- 
1 a a r. 

Drie soorten koffiezaad van Mozambiiiue van Regierungsrath D'. 
S t u h 1 ni a n n te Dar-es-Salam. Daarvan is ongelukkig niets opgekomen. 

Hybridenzaad van den Heer L e ij s s i u s van IVtong Omboh. 

Verdei' zijn aangeplant een vak Margogy])e, vooral met het doel om 
materiaal \(t(u- ent|M'oe\eu bij de liand te iieliben; een paai- vakken Liberia, 
met hetzelfde doel; en de hierboNcn reeds (>i>genoemde soorten, rassen, 
variëteiten en hybriden. 

l' r o e f t IJ i 11 t j e N g a d i r e d j o. 

Hierboven is reeds gezegd, dat op een gedeelte van het terrein een aan- 



120 

l*liiiit was }j;emaaki; bestemd »»iii hilci- l.ij jicdccli.-n \crs.|iil|rii<i»' t \iiiilM-\v<-r- 
kiiijicn U' ondergaan. 

(hu (laaniicde te kunnen beiriinMMi u i<ii <lc hoonicn rclilri- «mtsi <'«'ii 

/.('keren leeftijd bereikt hebben en uil keinshn \;iii die pnieveii kiuiuen niel 

\«'rkre«;en worden, voordal de lui ni-e innlcii mihIiI ^redra^^en lieefl. 

Om lijd te winnen is daarom mei loeslemmiie^ van liel besliinr in een ('mu 
\ciiiemenlsliiin van de desa Ngadiredjo een complex van 1('>!) l] r^M-den mei, 
CK; boomen }^e(oj)t oj» 5 voet, {replant in .latniaii lS!»!t. iuMciinurd. dal in 
vakken verdeeld werd, die aan de liieib(»ven reeds nile<Mij;e/ei ie \erseliil 
lende luiubebandelinj;- onderworpen \vei-«l<Mi. Die liunr is in^icjiaan einde 
Mei 11)01 toen reeds een gedeelte van den oogsi ^cj^nkl was. Na dien is 
er nog- afgekomen in 1901 : 

Van vak I 2:J9 kattie roode bes. 

„ ,, 111 158 „ „ „ 

» j> I^ 237 „ „ „ 

\h' vakken bevatten 9(5 boonien. 

Daar deze cijfers dns eigenlijk alleen een deel van den pink belreffen 
en hel verschil in tuinbewerking, dat loen eerst begon gemaakt te worden, 
(biarop nog geen de minste uitwerking konde gehad hebbeu, is uit die cijfers 
weinig af te leiden. 

Buiten deze bewerkingsproef vallen nog 100 boomen vau de 676. Deze 
zijn ingedeeld in twee vakken van 50 elk. In het eene vak laten wij de 
boomen doorschieten om er ongetopte aanplant van te maken, terwijl ze in 
het andere op 5 voet getopt blijven. Het doel is na te gaan wat de voor- 
keur verdient: toppen of niet toppen. Wel nemen wij deze proef ook in 
onzen eigen tuin, maar die moet eerst eeuige jaren oud zijn, voordat daar 
uitkomsten verkregen kunnen worden en het scheen dus goed de gelegenheid 
te benutten met deze reeds oudere boomen een aanvang te maken. 

§ 12. 

10« AFDEELING DER INRICHTING. 
(LANDBOUW-ZOOLOGISCH-MUSEUM). 

De Landbouw-Zoölogische Afdeeling onderging in het verslagjaar de 



121 

zeer iiaii/ieuHjke uitbreiding;, waarvan in het vorige verslag sprake was en 
wenl in Augustus overgebracht naar het nieuwe gebouw, het „Zoölogisch en 
IMi.vtopathologisch Museum", dat tevens de laboratoria bevat voor den Chef 
der Afdeeling en voor de vreemde zoölogen, die Buitenzorg bezoeken. 

De geheele Noordelijke helft van dit gebouw wordt ingenomen door 
eene groote Museumzaal (circa 200 □ M.), waarin de volgende collecties zullen 
worden gei>laatst: 

1. De kleinere Zoogdieren en de Vogels van Java, later oolc die van andcie 
eilanden van den Archi])el. in opgezette exemjdaren. 

2. De Reptilia. Am]»hibia en Visschen op li({uor. 

3. De Conchyliologische Yei'zameling betreffende Java en Nederlandsch- 
Indië in het algemeen, eigendom van de Koninklijke Natuurkundige 
Vereeniging en aan 's Lands Plantentuin in bniikloon afgestaan. 

4 De Pathologische Verzameling betreffende de cultuurgewasscn van 
Java en zooveel mogelijk van de andere eilanden van den Archipel. 

De Zuidelijke helft van het gebouw is in vier vertrekken verdeeld. Eén 
daarvan, links van d« vestibule gelegen, is bestemd voor de zuiver systema- 
tische, entomologische verzameling. Daarnaast bevindt zich het laborato- 
rium van (Icn riiof der Afdeeling. een ruim en zeer luchtig lokaal, dal geheel 
aan de eischen van een Zoölogisch Laboratorium A^oldoet. 

De vestibule doorgaande, komt men in het Laboratorium voor vreemde 
zoölogen, een langwerpig vertrek met drie vensters naar het Westen, voor 
elk waarvan een werktafel is geplaatst. De ondervinding heeft reeds ge 
leerd. dat ook dit lokaal geheel aan zijne bestemming beantwoordt. 

Het vierde vertrek is bestemd tot werkplaats voor den pr-aeparateui- eu 
den teeken aar. 

Tn het Laboratorium voor de vreemde zoölogen en in het laatstgenoemde 
vertrek zullen tevens speciale collecties worden bewaard, zooals onderzoe- 
kingsmateriaal, dat niet op elk willekeurig oogenblik te verkrijgen is. col- 
lecties van lagere diersoorten, die vooi' het publiek van weinig, maar voor 
den zoöloog van des te grooter waarde zijn enz. 

Het is er uit den aard der zaak nog verre vandaan, dat het nieuwe 
gebouw en hetgeen zich daarin bevindt, reeds den naam van Museum zon 
verdienen. Het in elkander zetten van eene dergelijke inrichting vereischt 
niet alleen de beschikking over grooter geldelijke bedragen, dan daarvoor 
tot heden konden worden besteed, maar vereischt bovenal veel tijd. Met 
het aanleggen eener zoölogische verzameling een begin te maken, is. speciaal 
in een faunistisch zoo rijk land als Java, zeer zeker geen moeielijke zaak, 



122 

iii;i;ir is imii iiici de \ ri/;iiiii'| in;^ (•«•nnijial op ccii /clicr |iiiiii ;^rk(iiiicii. diiii 
(HiliiKM'l (Ie uil luridiiiji ;4i()ol<' Ik-zw Jiicii <'ii worilt clUc \ ol^^ciidi-. im^ nid 
iiiiiiwczijic (licrsoorl siccds iiiociclijkiM- Ie \ci krijj^cu. !)<• \i'iz;iiii<-l;iar« 
lichlM'ii /icii diiii iijiiii- dikwijls oiiIm'I'Ik'I-^/.jiiih' slr<'iv'<'ii (e l»<-;^t'\ cii. \v;i;ir zij 
niet diiii iiicl iiiocilr ('Il in den icjid lioojjc k(»slrii in liiin Icvcnsoiidcilioiid 
luiiiiicii \ u(>i-/,i('ii, Icrwijl lid icsiill ;i;i I \st'l eens ^^criii^j; <'ii diiiinloor oiiliiioc- 
dijiciid is. 

I>;i;iioiii is lid l»i jcciihiriip-ii ('(mmt \('i-7,;iiiidiii;^'. \v;i;iriti df fniiiui \;ui 
.lavn (!eiii,ucnii;il<' in haar «icliccl woi-dl vcraaiisclioiiwclijki. iiid ccii /aak 
A-aii iiiaiindoiK maar ecu zaak van jaren; in afwijking; van den ;:<*\von('n j;ang 
\;ui /.aken is hier de A'oortzettinj;' nioeielijker dan het begin. 

To(di hesliiat ei' jicjirondc liodp. d;il in den loop van lid volgende jiuir 
lid Zo('»l(»iiiscli .Mnsenni zóóver ücrccd /,;il zijn. d;il lift d<' \ rriidijkini: iik-I 
andere deri;elijke, locaal-fauuistis(die verzamel in<;en zal kunnen d(»orst;ian. 

Zoo spoedig- de onistandifilieden dit mogelijk niaakten, werd het uienwe 
gebouw betrokken. Met het oog oj) de, slechts in zeer beperkte mate aan- 
wezige, geldelijke hulpmiddelen, werd besloten, eerst de laboratoria in te 
i'i(dilen en i-eeds l)egin Augustus kon de Chef der Afdeeling zijn nieuwe 
werkkamer betrekken, terwijl in het einde van dezelfde maand de tot dus- 
verre in een van de localen der II" Afdeeling geherbergde Russische zoöloog, 
D'". D. Pedasehenko zijne werkzaamheden in het nieuwe Laborato- 
rinni kon voortzetten. Ongeveer in denzelfden tijd kw'am de waterleiding 
in het gebouw gereed, icrwijl met den aanh^g der gasleiding nog eenigen 
tijd werd gewacht, omdat het beter wei-d geacht het gebouw aan te sluiten 
ann het buizennet der in aanbouw zijnde Buitenzorgsche gasfabriek, dan het 
te voorzien uit de eigen gasfabriek der laboratoria van 's Lauds Plantentuin. 
aan wier ]»roductie-vermogen reeds zeer aanzienlijke eischen werden gesteld. 

Hoewel hd in gebruilv nemen vnn het nieuwe gebouw als een imuwelijks 
oy)gemerkt feit is voorbijgegaan. bdeek(Mit het toch voor het zoölogiscdi 
onderzoek onzer Oost-Indische koloniën den aanvang eener geheel nieuwe 
phase. Werd tot heden in de verschillende deelen van den Archipel slechts 
x'crzameld en het bijeengebrachte naar Europa of elders verzonden, om 
aldaar verdf'r te worden bewerkt en onderzocht, thans, nu de zoölogische 
wetenschap oj) Java een eigen zetel heeft, kan het onderzoek hier plaats 
hebben en dat niet alleen met alle daartoe noodige hulpmiddelen, maar 
bovendien met het zeer groote voordeel, zich op of nabij de terreinen der 
inzameling te bevinden. Waar slechts wordt verzameld en verzonden, hangt 
de natuuronderzoekei- bij de tegenwoordige richting der Avetenschap voor 



125 

een groot deel van liet geluk af; Avaar echter de mogelijkheid bestaat, het 
bijeengebrachte aau eeu, zij het ook voorloopig onderzoek ie onderwerpen, 
heeft men in den regel ook de gelegenheid, het ontbrekende aan te vullen 
en, wat niet minder beteekent, zijne werkmethoden naar gelang van bevin- 
ding te wijzigen en te verbeteren. 

Dit laatste was reeds in hooge mate de ervaring van den eersten 
vreemden bezoeker, hierboven genoemd, die met eene rijke hoeveelheid 
wetenschappelijk en aan alle eischen der nieuwere techniek voldoend mate- 
riaal naar Euroi)a terugkeerde. Het was eveneens de ervaring van den Heer 
M a r 1 a 1 1, een van de entom(>h)gis<he specialiteiten van het Departement 
van Landbouw der Vereenigde Stalen te Washington, die niet alleen zelf 
een paar Aveken in het nieuwe Laboratorium werkzaam was. maar het. ()p 
zijn verdere reis over Java veizamelde telkens naar Buitenzorg o]>z(>ii<l. 
waar het in de voor verder onderzoek vereischte conditie werd gebracht 
en aldus naar Amerika kon worden medegenomen, zonder gevaar iets van 
zijne waarde te verliezen. 



Behalve met hetgeen door de Tnlandsche verzamelaars op Java werd 
verkregen, werden de verzamelingen der Afdeeling verrijkt met een deel der 
zoölogica, door D"". A. AV. N i e u w e n h u i s, van zijn tweeden tocht door 
Borneo medegebracht. De laatste bestonden deels uit insecten, deels uit 
vogelhuiden. Van de insecten verdienden vooral eenige Cerambyciden, 
Cetoniden en Fulgoriden de aandacht. 

De vogelhuiden, van een honderdtal A'ogelsoorten afkomstig, verkeerden 
over het algemeen dcxu- de. uit den aard der zaak vluchtige praeparatie in 
niet bijzonder goeden toestand, nuiar werden tocli gemonteerd, zoodat ook 
de vogelwereld van ncuiieo thans docu- hef genoemde aantal vormen hier is 
vertegenwoordigd in, zij hel niel onl>(M'ispelijl<e. dan hx-h üxtnltai-e exem- 
plaren, die Avellicht ujettertijd door hetei-e kunnen a\ oi-den V(M'vangen. Onder 
deze vogels bevinden zich eenige soorten, die ook oi» Java voorkomen, maar 
hier zóó zeldzaam zijn, dat wellicht jaren waren verloo])en. voordat zij door 
eTavaansche exem])laren zouden vertegenwoordigd zijn. 

Met dankbaarheid moet hier verder melding worden gemaakt van de 
groote hulp, die de Chef der Afdeeling in hel hi jeenluengen \■.\^\ alIcM-lei 
diervormen steeds mocht (mdervind«Mi van den Heer M. E. G-. Ba r t e 1 s, 
administrateur der onderneming ,,Pasir Dat ar" in de Preanger-Regent- 
schappen. Genoemde Heer heeft niet alleen de verzamelaars, als zij zich 



124 

l»ij <l<' lijko IxTj^woiidni \;iii drn < Jocriocn'; (Jfdcli h('V(>iul«'ii. oiulci- /,ijn 
]»ors(>oiilijk hM'ziclil jicixmicii. iii;i;m- :i:iii In-l .MiiSf-iini ook l;il \;iii dikwijlB 
iiioeitdijk vci-krij^ibjirc \ ojidliiiidcii jicsclionkon. door ln-iii zi-ll' iii<'l j^roolc 
7-oi'g *>:epiaej)areerd. 

\'()<)r(s /.ij hier vei'mold, dal de scholpcnvcrznuicliii^ zich no^' Ic Sockji- 
hooiiii bcvindl, waar zij wordt bowerkl: on jjjei'aujrsohikt door den IToor (}. A. 
O II w (i 11 s, gep. Majoor van het O.-T. Leger, die de eouchyliologie tot een 
onderwerp \an nauwgezette sliiiiic licofl geinaakl. 

I)<' liiil|t CU de medewerking ^all gfMiocindc IIcitcii inoclcn des (e moer 
worden gewaardeerd, daar het voor don Chef der Afdoeling l)ij /,ijii. zich 
s((»eds nilhroideiKlen werkkring allengs oene onmogelijke zaak wordt, in 
een zóó groot aantal verschillende en dikwijls zeer iiileonloopeude riclilingen 
inet de vereischte nauwkeurigheid en détailkeiinis werkzaam (e zijn. 



Tn liej laboratorium van den Chef der Afdeeling hadden in hef afge 
loopen jaai- onder meer de volgende onderzoekingen plaats. 

PiOn onderzoek naar de insecten, di(; mogelijkerwijze bij de versi>reiding 
en overbrenging der als surra bekende ziekte van paarden en runderen een 
rol zonden kunnen spelen. Om voor dit onderzoek een voldoende hoeveel- 
heid materiaal uit verschillende streken bijeen te krijgen, werd, evenals 
een jaar tevoren bij het onderzoek der teken van Nederlandsch-lndië. de 
hulp der (louvernements-veeartsen ingeroepen. Dit had eene zóó overvloe- 
dige toezending van allerlei, maar in hoofdzaak tweevleugelige insecten ten 
gevolge, dat het onderzoek een veel groofei' omvang aannam, dan aanvan- 
kelijk werd vermoed; vandaar, dat het bij het einde van het verslagjaar 
nog niet was afgeloopen. Als voorloopig resultaat zij hier echter reeds 
medegedeeld, dat onder de vliegensoorten. waarop in de eerste plaats de 
\ erdenking komt te rusten, eene rol te spelen als hierboven werd aangegeven, 
een vorm voorkomt, die blijkens haar morphologische kenmerken ten 
nauwste verwant is aan de beruchte G 1 o s s i n a m o r s i t a n s, de 
tse-tse-vlieg, die in Zuid-A f rika de welbekende ziekte der paarden veroor- 
zaakt. 

De ten vorige jare aangevangen onderzoekingen betreffende de roest- 
ziekte in de thee werden voortgezet en gaven aanleiding tot eene tweede 
mededeeling daarover in ,,Teijsmannia", waarin in de eerste plaats de, bij 
deze plaag in het spel zijnde diersoorten worden beschreven, in de tweede 
plaats eene methode van bestrijding wordt besproken, die reeds sinds 



m 

eenigen tijd op de onderneming „Tjipetir" in de Preanger-Regentsehappen 
met uitnemend gevolg werd toegepast. 

Verder werd een onderzoek ingesteld naar eene ziekte onder de zijde 
wormen, die epidemisch was opgetreden op de eenige op Java voorkomende 
kweekerij dezer dieren, toebehoorende aan een Chineescheu landheer nabij 
ïangerang. Dit onderzoek bracht aan het licht, dat de rupsen waren aan- 
getast door hetzelfde parasietische organisme, dat een veertigtal jaren 
geleden in allo zijde produceerende landen de cultuur met ondergang heeft 
bedreigd en een gevaar heeft opgeleverd, dat slechts door de klassieke 
onderzoekingen van een Pasteur kon worden bezworen. De als „pé- 
brine" bekende ziekte was hier vermoedelijk met eieren uit China aange- 
bracht en de zaak kwam mij zoowel uit wetenschappelijke als uit practisch 
oogpunt voor van zooveel belang te zijn, dat ik mij, vergezeld van den Chef 
der Landbouw-Zoölogische Afdeeling, naar de aangetaste kweekerijeu begaf, 
waar, in navolging van hetgeen door Pasteur in vroeger jaren was aan- 
gegeven, de noodige voorschriften en aanwijzingen tot beteugeling en 
bestrijding der ziekte konden worden gegeven. 

Behalve eenige in verband met het onderzoek der roestziektc onder- 
nomen reizen naar verschillende thee-ondernemingen in de Preanger-Regent- 
sehappen, werd den 4^*"" September door den Chef der Afdeeling eene reis 
ondernomen naar de Oostkust van Sumatra en speciaal naar het landschap 
Serdang, waar de cultuur van Liberia-koffie, die zich aldaar tot eene aan- 
zienlijke uitbreiding heeft ontwikkeld, met een ernstig gevaar werd bedreigd. 
De, op Java maar vooral op het schiereiland Malacca als vijand der IJbcria- 
cultuur welbekende rups van Cephonodes hylas, L. was namelijk 
aldaar in zóó overweldigend aantal opgetreden, dat de planters niet meer 
bij machte waren, door wegvangen of op welke wijze ook de plaag niet^ster 
te blijven. 

Zooals in dergelijke gevallen maar al te dikwijls — en niet zelden uil 
bescheidendheid — gebeurt, was met het inroepen van de hulj» \an een 
deskundige te lang gewacht. Reeds hadden een vier- of vijftal steeds in 
getalsterkte toenemende generaties dezer rupsen hunne verwoestingen aan- 
gericht en kon de Afdeelingschef geen anderen raad geven dan mei inspan- 
ning van alle krachten, desnoods met prijsgeven van een gedeelte van den 
oogst, de nieuw optredende generatie door eenvoudig wegzoeken te bestrij- 
den. Bij zijn bezoek aan eenige der aangetaste ondernemingen zocht hij 
in de allereerste plaats naar mogelijk aanwezige natuni'lijke vijainlen van 
deze rupsen, maar hel ino(!li( lieni niet gelukken een enkele (e vintien. Wel 



is waai- iiof' liij in ccii aantal niodc^f-iionicii ficicii fcn [ta;ii- kh-inc sliiip- 
wosix.Mi aan. iii;i;ii- de omHtaiidi^lK'id, <l;it «li- \liii<lfis \:in (l<'/,<' s(»()it liiiiirio 
eieren niel in liooiijes. in:i:ir «-ll^ ;i r/,nii(|cilijk up Nciscliillcndi- lil;i(|eicn en 
Vei'ScIlillende hoonien le;^;^en, deed licm ook \;in <le/,e \(»ndsl niet \ce| \(mu' 
de loekoinsl verw aclileii. 

()]> eene, na al'loop zijner rtnuli-eis <;<di<>nilen \ ci-^iaiieiin^^ dei- Ser- 
dangsche K<)friei)lanleis NCreenij^in;; kon hij daarom den j)larileis jreen 
anderen laad j^cxen d;in o|» d<' meest enei};;ieke vvijz<' de bestrijding door 
middel \an \ cr/.amelen ^\^^\■ eieren. rii|»sen en |»o|»|»en voori Ie zeilen, d;uirhij 
le\«'ns aanj^evende, wal mei liel vci/.amelde en s|»"ci;i;il mei de eieren en 
de poppen nioesl worden ^cilaan om vooi-al de nalnnilijke vijanden in het 
leven Ie lalen. J)al de nahinr zelve liiei- zon lielpen. zooals zij liet heelt 
j^cdüan in (h' nieesle dergelijke *>evallen, die hem reeds \\ar<'ii voorgekomen, 
kwnm hem niel onwaarscdiijnlijk voor, :il kon hij ^cenerlei ;ian\vijzin<i ^even 
Ik'I relfende de richt in^, \an waar die hnip misschien zon komen. 

Hoewel daardoor vooinilloopende ojt iiel vol<^end(i jaai'veislaj;, raogo 
liier ree<ls met een enkel woord worden me(lei;e<leeld, dat O''. K o n i n g s- 
h e r j; (M' in deze verwaclit in^ niel is hedrot»-en, daar eeni<i(Mi lijd na zijn 
vertrek ondei- (h' i-npsen eene e[)idemische ziekle is nil^citroken, die. voor 
zoo\'erre liet no^ niel ;ir«.i<'loo]»en onch'i'zoek (h)el vermoeden, van een dei-- 
gelijk karakter is ;ils de hierboven <;i'noem«le ziekle der zijderupsen, maai- 
nieei- aan de welbekendi? „flficheri*'" dan aan de ..ftébrine" iHM'inm'i't. 

T)e lerujireis werd ondernonn'n \ ia l*enan<;- en Siuga])ore. 

Op laalstjiciioeinde plaats wilde Ü'". K o n i n g s l) e r ge r namelijk 
gaarne nog een bezoek brengen aan het Kaffles-Musenm aldaar, om eenige 
bijzonderheden betreffende de inrichting na Ie gaan, die ten vorige jare 
(zie het jaarverslag over 1900) aan zijne aandacht waren (uitgaan. Den 
2''"'" October keerde hij te Bnitenzorg terug. 

Behalve het hierboven reeds genoemde oi>stel in „Teijsmannia" werden 
doen- den ('het der Afdeeling in het licht gegeven het Eerste Deel van „De 
vogels van Java en hunne oeconomische beteekenis", voorzien van 60 platen, 
zincographische reproducties naar penteekeningen en het Tweede Deel van 
„De dierlijke vijanden der Koffiecultuur op Java", met 6 gekleurde platen 
en (>0 afbeeldingen in den tekst. Dit laatste werk werd door D"", K o- 
ningsberger bewerkt in vereeniging met Prof. Zimmermann, 
botanist bij het Pioefstation voor de Koffiecultunr. 

Verder werd in het verslagjaar een begin gemaakt met het Tweede 
Deel der Vogels van Java en met een werk over de Zoogdieren van Java, 



m 

waarvan de verschijning in het volgende jaar mag worden tegemoet 
erezien. 



§ 13. 



ONDEEVVERPEN VAN VERSCHILLENDEN AARD, NIET TOT DE 
VORIGE PARAGRAFEN BEHOOREND. 

o. O n d e r z o e k i n g e n o \- e i- t a b a k der V o r s t e n 1 a n d e ii. 

Hieronder wordt het ter zake door den Heer J e n s e n opgestelde 
medegedeeld : 

De onderzoekingen zijn van medio Juli tot medio November oj» de 
ondernemingen bij Klaten uitgevoerd, gedurende de overige maanden in het 
laboratorium in Buitenzorg. Op de onderneming Wedi werd in een klein 
huis een laboratorium met de noodigste inventaria ingericht. 

(t. Onderzoekingen van het vorige jaar voortgezet. 

1. De slijmziekte. De hoofdquaestie bij deze ziekte na te gaan was 
of een bepaalde b a e t e r i e s j) e c i e s de primaire oorzaak 
is. Hiertegen spreekt: l''. dat men in verschillende slijmzieke planten, ja 
zelfs nu en dan in een en dezelfde plant mikroskopisch meer dan een ver- 
schillende bacterie-sooi'ten kan vinden; 2^ de uitkomst van een proef met 
pot-cnlturen, waarbij weid nagegaan, welken invloed groote vochtigheid der 
aardi', liel gebruik \aii aarde \au zieke plekken uit d<^ luinen afkomslig en 
een toevoegsel \an fijngesnedene slijmzieke planten aan de pol ten op het 
ziek worden of gezond blijven der planten hebben kon. De proef gaf slechts 
onduidc^lijke resultaten, maar in ieder geval was er geene aanwijzing, dat 
de inenting der aarde met de zieke planten de ziekte doet ontstaan; 3'. dat 
het door vele inentingen van gezonde tabaksplanten met reinculturen. van 
verschillende slijmzieke planten afkomstig, niet één enkele keer gelukt is 
de ziekte te doen ontstaan. Er weid ingeënt in de wortels, in den stam, in 
de middelnerf van de bladeren en in den afgesneden top van de plant en W(d 
volgens verschillende methoden, maar alles zonder succes. 

Voor de opvatting, dat bacteriën de primaire oorzaak der ziekte zouden 
zijn, sprak slechts een enkele reeks van proeven. In deze w<n'den 5 planten 
ingeënt, niet met reinculturen, maar met de zieke weefsels of met het bacte- 
riënhoudende slijm van eene slijmzieke plant. Van deze 5 planten werden 
4 na 2 weken slijmzieke terwijl al de omgevende planten gezond bleven. 



128 

TJit liet bovenötaaudc blijkl, <liil <J<; vraaj^ nog nit-i iildofixlc is beant- 
woord. Dat de inentingen met reinciiKnreji niet gelukten, kan daai-door ver- 
klaar-d wolden, dal de ])roer|»larilcii j^i'cn dispositie voor de ziekte liedden 
ol' dal de xiektebacteriëD door de cultuur haar viruleutie verlii^zen, ol eind-- 
lijk daardoor, dat slechts een der hij de zieke planten voorkomende baclerif 
soorten de eigenlijke slijmziektebaeterie is, en dat juist deze niet in de 
ici IK lil luren verkregen is. Het waarschijnlijkste is toch, dat de bacteriën 
bij de slijmziekte een dergelijke rol spelen als bij de „Schwarzbeinigkeil" 
d<'r aardajipelen. In 't geheel niet pathogene bacteriën kunnen de planten 
ziek maken als de gelegenheid tot een saprophytisch leven in de „Wirth- 
jdlanze" aangeboden wordt, b. v. als eenig deel van de plant door andere 
oorzaken gedood wordt, hetzij door aanvreten van dieren, wat men bij de 
vvoiiels van slijnizieke tabaksplanten dikwijls opmerken kan, of door meteo- 
rologisch ongunstige omstandigheden. Zoo werd waargenomen, dat in een 
luin. <lie kunstmatig onder water gezet was, toen kort daarna een zware 
regen viel, al de planten, die langs den rand der slooten stonden, 
verwelkten en gedeeltelijk ook door slijmziekte aangetast werden. De 
temiieratuur van de aarde was bij de buitenste planten + G° lager dan 
3 Meter meer naar het midden toe! Hierdoor een „koude vatten" der 
wortels, een gedeeltelijke verrotting van dezen en daarna aanval van 
de lallooze grondbacteriën. 

'2. In aansluiting aan het in het vorige verslag medegedeelde over het 
geel worden van tabaksplanten op lager gelegen stukken, kan vermeld 
worden, dat oi> zulk een stuk werkelijk een veel beter resultaat dan vroeger 
verkregen werd door een betere en diepere drainage. Hierdoor wordt de 
grond beter uitgelucht, de zure reactie verdwijnt, als de anaërobe bacteriën 
voor de aërobe plaats moeten maken, en dientengevolge kan de nitrificatie 
voortgaan. 

3. Het schijnt, dat een verschil in de hygroscopiciteit tusschen de 
's morgens en 's avonds geplukte bladeren bestaat, wat weer een grooteie 
neiging bij de laatste tot „druk" bij de fermentatie medebrengt. De gedu- 
rende den dag gevormde assimilatie-producten kunnen misschien de oorzaak 
hiervan zijn. Ten einde een zekere conclusie te kunnen trekken, wo''den de 
proeven dit jaar voortgezet. 

4. In aansluiting aan de door Raciborski genomen proeven over 
den invloed van het licht op de kieming der tabakszaden, is gevonden, dat 
eerst een zekere door wateropneming teweeggebrachte stofwisseling in de 
zaden en daarna een betrekkelijk korte blootstelling aan het licht noodig is. 



129 

Hoe volkomener de eerste is, des te korter kan de tijd der lichtexpositie zijn, 
somtijds zijn weinige seconden voldoende. 

5. Om beter inzicht in het wezen der tabakfermentatie te verkrijgen, 
is beproefd planten te cultiveeren onder zulke omstandigheden, dat zij geheel 
vrij van mikro-organismen waren. Het is inderdaad ook gelukt zulke kleine 
„sterile'' plantjes te krijgen, die maanden hing in bouillon konden be- 
waard worden zonder dat in deze eenig mikro-organisme zich ontwikkelde. 
Wegens hot tijdroovende van de voortzetting van deze proeven en de nood- 
zakelijkheid van bijzonder omvangrijke inrichtingen voor de cultures, zijn 
deze proe\<'ii vooi-loopig gestaakt. 

6. Aangaande het verschil tusschen zaden van verschillend spec. 
gewicht, werd de volgende veldproef op touw gezet, de zaadproef werd in 
4 porties verdeeld, gedeeltelijk naar het spec. gewicht en gedeeltelijk naar 
het absolute gewicht: 



Gewicht van lÜOü korrels. 



Spec. Gewicht. 



82 mgr. 


1,049 


74 . 


0,887 


74 . 


1,047 


66 . 


0,885 



N». 1 
. 2 
. 3 
> 4 



Hoewel het onder het iiemen der proef bleek, dat het zaad-materiaal niet 
gelukkig gekozen was, werd toch de hoogte van de planten, toen zij begon- 
nen te bloeien, gemeten. Deze meting gaf de volgende gemiddelde cijfers: 

N^ 1 115.S cM. 

„ ^ 107.8 „ 

„ 3 102.5 „ 

„ 4 104.2 „ 

Als men dus uit deze niet goed geslaagde proef iets concludeeren kan, 
zou het dit zijn, dat het absolute gewicht wel den grootsten invloed op de 
hoogte der jdanten heeft, maai- dal bovendien het spec. gewiclil ook van 
eenige beteekenis is. 

üit kiemproeven met bovenbedoelde zaden genomen blijkt verder, dat 
het verschil in kiemkraclil wel zeer gering was, maar dat de kiemenergie 
veel grooter bij de spec. zware zaden was dan bij de spec. lichte, 
h. Nieuwe onderzoekingen. 

Verslag yan 's lands plantkntuin 1901. 9 



130 

t. ]>('<']s om lijd CM |»l;i;iis (e sparen, dficls «mm onafbankf^lijk van lier 
gedurende lid di(M»i; procedt' in de N'oi sicnhindcn dikwijls sUtIiIc weer te 
zijn, zon liel \an j^loole heleekenis wezen. ;ils Ih-I ;,;eliikken kon hij kniist- 
]naLijj;e di(><;iii;4, zooals die in No(ti(l Amerika loe;4('pasl wordi. goede ial»ak 
in deze streken te krijgen. I'.ij eenige \doiloo|)ige proeven in het laborato- 
linm wai-en (!<■ icsiillalen zeer ongelijk; eenige hladeri-n werden heel 
slecht, terwijl andere een bruikbare kleur kregen. Mei de voorliaTulene 
toestellen was het moeilijk eene regelmatige temi»eiatuur8tijgiug te krijgen. 
Dit was nog meer het geval bij de juoeven op iets grootere schaal op 
de onderneming. Hiervoor werd een \ roeger v(K)r de indigofabrikatie ge- 
bruikte droogkamer gebruikt. Maar tussclien l wee achtereenvolgende 
vullingen van de stookplaats schommelde de teniperal unr, voornamelijk 
"s nachts, betrekkelijk sterk, zoodat het geen wonder was, dat de bladei-en al 
te snel afstierven in jdaats van eerst een tijd lang in een zekeren ,,koort8- 
achtigen'" toestand te verwijlen, en dientengevolge was de verkleuring vrij 
slecht; slechts weinige bladeicn InuMen over "t geheel eene bruine kleur aan- 
genomen. In het volgend jaar is het te hopen, dat deze toestel zoo veran- 
derd zal kunnen worden, dat de proeven met beter uitzicht op succes voort- 
gezet kunnen worden. 

8. Om de natuurlijke geschiedenis van Phv'to]>htora Nicotianae te kun- 
nen bestudeeren, werden pogingen gedaan deze schimmel in reincultuur te 
krijgen. Met Phytophtora-zieke tabaksplanten als uitgangsmateriaal, is het 
dan ook gelukt een schimmel oj) kunstmatig voedsel te cultiveeren, die veel 
op Phytophtora Nicotianae gelijkt, zoowel in het mikroskopische uiterlijk 
van het mycelium, als in het ziektebeeld van door reincul turen geïnfecteerde 
zaadplanten en in de oosporen-vormen. die zeer rijkelijk voorhanden waren. 
Maar tot nu toe (Februari 1902) is het niet gelukt conidiën te voorschijn 
te brengen. Of dit door den gecultiveerden toestand van de schimmel ver- 
oorzaakt wordt, dan of het misschien niet Phytophtora Nicotianae zelf is, 
maar een andere daarmede verwante Peronosporee, blijft voorloopig 
onbeslist. 

9. Als grondslag voor latere veredelingsproeven werd de bevruchting 
van tabak onderzocht. Het bleek daarbij, dat deze plant even goed door 
zelf bestuiving als door kruisbestuiving bevrucht worden kan. Het bleek 
verder, dat de laatste in de natuur inderdaad voorkomt, daar twee kleine 
bijensoorten (Apis indica en een andere nog niet gedetermineerde) in groote 
hoeveelheden 's avonds en 's morgens rondvliegen met de kootjes vol van 
stuifmeel van tabaksbloemeii. Verder werden, om uitzaairaateriaal voor 



131 

bet volgend jaar te hebben bij eenige uitgezochte planten (zoowel bijzonder 
goede als slechte) respectievelijk zelf- en vreemdbestuiving verricht, en 
daarna alle oNeiige jonge bloemen, knoppen en vruchten afgenomen, en de 
geheele bloei wijze met de kunstmatig bevruchte bloemen in een zak van 
dichte gordijnstof ingesloten. Met dit bekende materiaal als uitgangspunt 
zullen nu het volgend jaar de infectieproeven genomen worden. 

h. G o u V e r n e m e n t s G e t a h-p ertja aanplantingen 

te Tjipetir. 

Zooals in § l is medegedeeld werd mij bij besluit van 23 Juli 1901 II? 13 
de machtiging gegeven de speciale leiding dezer aanplantingen over te 
dragen aan den ('hef der III'' Afdeeling onzer inrichting D"". P. van 
K o m b u r g h. 

Hier volgt thans in extenso en geheel ongewijzigd het verslag over den 
aanplant te Tjipetir, zooals dit door genoemden Afdeelingschef is opge- 
maakt en ingediend : 

PROEFAANPLANT VAN GETAH-PERTJA PKODUCEERENDE 
GEWASSEN TE TJIPETIR. 

Bij mijn optreden bestonden de Gouvernements getah-pertja aanplan- 
tingen in het district Tjitjoeroeg, behalve uit de oude, indertijd door 
D"". B u r c k aangelegde tuinen en eenige kleine stukken, beplant door den 
dienst van het Bosch wezen, uit 120 bouws in den Westmoesson van 
1900/1901 iii den grond gebrachte cultures. 

De stand der oude geslaagde plantsoenen was aan 't eind van het ver- 
slagjaar bevredigend. 

I )e boomen in de P a 1 a q u i u m o b 1 o n g i f o 1 i u m-tuinen, die een 
pnar jaar geleden er over 't algemeen niet erg voordeelig uitzagen, hadden 
den goeden invloed van eene degelijke grondbewerking en van geregeld 
onderhoud ondervonden en vertoonden een donkergroene bladerdos. Het 
gedeeltelijk verwijderen van de er tusscheu geplante Liberia-koffie- en P a- 
yena L e e r i i-boomen had niet nagelaten eveneens een gunstige werking 
(>]) den stand van het plantsoen uit te oefenen, behalve nog dat daardoor een 
heler <»V(M/icht van den loestaiid san hel geheel luogelijU begon te worden. 
Met kiachl wordt deze opruiiniiig \an er tussihcii ucphinte boomen voort- 
gezet; daardoor zal dan tevens een telling, en /.oo iioculig schifting, der 
boomen aan/ienlijk Ncrgeniakkelijkt woi'den. 



152 

AIh (ie P a 1 a (| II i II III Imhmiiimi iio-:. ]*>u<^ /ijii. is zulk oen tusschen- 
planting niet ouvoordeelig te achten — oimliil thiiiidooi <». in. <ie ouderlKtuds- 
kosten iiiiiidcr worcicn — maar iihmi iimm-i i lijdsiip \;iii uildiiiiiifn mci zorg 
kiezen en dan niet ojizien tegcu de kosicii. wt-lkc il;i;ii;i;iii vcihoiiilcn zijn. 
De kosten en vooral de; iiioc^ielijkhedcii aan ln'i rooien Mibondcn worden 
uitermate groot, indien men, zooals in vers<liilli'ii»l<' iniin-n liet geval is met 
Albizzia m o 1 u <• e a n a, de sclniduw lioonn'ii <»! In-i \iillioui ic zwaar 
laat worden. liet vellen van deze renz(Mi kan d.in hijnn iii<-i plnats vinden 
zonder liet i)laut8oen te heschadigen. Met kraclil werd ook in deze tuinen 
de strijd tegen de alang-alang, die oj) cnkcU' ijlere idfdckcn voorkwam en 
waarmede de P a l a ci u i n ui-hoomeu zi<li sleclit verdragen, aangebondt-n; 
flinke grondbewerking bleek 0(»k nu weer het eenige afdoende middel. 

Daar de aangeplante Pal a (i u i u ms, in liun jeugd vooral, vrij veel 
op elkaar lijken, is het bij den aanleg van tuinen niet zoo gemakkelijk om 
aanplantingen zuiver van ééne soort te ki-ijgen en daar 't met het oog op de 
zaden-oogst, voor de uitbreidingen, gewenscht was de soorten zoo goed 
mogelijk uit elkaar te houden, zijn de verschillende oude aanplantingen 
zorgvuldig nagegaan. Hel bleek nu. dal de liooineii in de oudste P a 1 a- 
quium o b 1 o n g i f o 1 i u m-tuinen bijna zonder uitzondering tot die 
soort behooren. Wel vindt men er eenigszins afwijkende vormen (*) onder, 
want zooals reeds bekend, vertoonen de Palaci u i u m's veel neiging tot 
variëeren, althans in geen Iti veerden toestand. 

In de Palaquium borneens e-aanplant vindt men echter eenige 
boomen, welke niet tot die soort behooren. Toen enkele van deze in bloei 
stonden, werd de getah-pei-tja ervan in liet laboratorium van den Cnltuurtuin 
geanalyseerd en als 't bleek dat deze van slechte hoedanigheid was liet ik 
den boom of vellen of van zijn bloemen en jonge vruchten berooveu. 

In den Palaquium borneens e-aanplaut vindt men echter eenige 
echter voor 't grootste gedeelte uit het zoogeu. afwijkende type — thans 
door de Inlanders getah tipis genoemd — bestaat, trof ik een aantal 
ook bloeiende exemplaren van P a 1. c a 1 o p hy 1 l u m aan (getah mas ge- 
heeten), een fraaien boom, die evenwel een zeer inferieur product levert, 
waarin (57% hars en 3?»% gutta. Van deze werden eveneens de takken afge- 
kapt, in afwachting, dat ze gerooid en door jonge Pal. G u 1 1 a-planten 
vervangen zullen worden. Ook verschillende bloeiende Pal. Treubii 
vond ik er in, die 't zelfde lot ondergingen, omdat liet niet in de bedoeling 



(*) Knkele boomen — ook iii een jongen aanplant — vertoonen zeer Ira.ii lasciatie 
verschijnselen van de lakken. 



133 

ligt, nu er weldra groote hoeveelheden zaden van betere soorten verwacht 
kunnen worden, den aanplant van dezen boom uit te breiden, vóórdat over 
het product ervan door verbruikers van getah-pertja gunstige beoordeelingen 
zijn ingekomen (*). 

A'erder treft men er nog een i ge exemplaren aan van eene waarschijnlijk 
nog niet gedetermineerde soort, waarvan de blaren gelijken op die van 
F ave na Leerii en die de eigenaardigheid vertoonen, dat ze door een 
of andere dierlijke of plantaardige parasiet worden aangetast, die de andere 
in de onmiddellijke nabijheid staande F a 1 a q u i u m's verschoont. Deze 
eigenaardigheid is zóó opvallend, dat men de boomen er gemakkelijk door 
herkent. Daar het product volgens de analyse 15.5% hars en 85.5% gutta 
bevat, worden deze boomen vooreerst aangehouden. 

Eindelijk vond ik in den Pal. Treubi i-aanplant eveneens een aantal 
boomen van een andere soort met zeer slecht product, 70% hars en 30% 
gutta bevattende. 

Van den, in den Westmoesson 1900/1901 in den grond gebrachten, 
aanplant, die, zooals in 't vorige verslag over Tjipetir reeds vermeld 
werd, op de bij het Boschwezen gebruikelijke wijze was aangelegd, 
was de toestand der Palaquium oblongifoliu m-tuinen verre- 
weg het gunstigst, hooM^el de stand der boomen nog niet geheel uniform 
was. Het plantmateriaal was blijkbaar grootendeels van goede hoedanig- 
heid geweest en nóch de padi en de maïs, die er tusschen geplant waren, 
nóch de afwezigheid van schaduw hadden de jonge boompjes, die in den 
Oostmoesson zelfs een vrij lange droogte doorstonden, geschaad. De proef 
met de nu gevolgde cultuurmethode schijnt alzoo ook voor Palaquium- 
boomen wel goede resultaten te kunnen geven, alleen zal de ervaring nog 
uitspraak moeten doen over de kosten van onderhoud in de volgende jaren, 
waarbij men niet moet vergeten dat deze boomen in hun jeugd niet snel 
groeien en weinig kroon vormen, zoodat bij eenigszins ruim plant-verband 
veel van het terrein onbeschaduwd blijft. 

Ook Pal. Treubii. waarmede nog eenige bouws beplant waren 
geworden, stond goed. 



(*) Van hel product van Pal. Trenbii en P. Gutta (afw. type) zijn prootere hoeveel- 
heden gezonden naar de bekende fabriek van Feiten en Ouilleauuie (e Mülheim a/Rh., welks 
Generaldirector zich. tijdens een bezoek, dal ik aan die fabriek bracht, met proote welwillejid- 
heid bereid verklaard had een kabelproef er mede Ie nemen. Om de zending Ie bespoedigen 
werd het product over een aantal postpakketten verdeeld en in November via Bremen 
geëxpedieerd. Hel bleek echter na eenige maanden dal men in Mülheim niets ontvangen had 
en dal de pakketten in Maart 1902 nog in Makasar lagen. 



154 

Minder ^ovd whh (1<* stand d< r aiiden- soorten, waarbij klaarblijkelijk 
het plantniateri:i;il in minder -;oede (onditie Acrke^M-d liad. Toen ik het 
beheer van Tjipelir o|> mij nam, schatte ik het aantal in te boeten boompjeK 
op oniHtieeks 20%, onj-crekend de achterlijke exemplaren, die 't wenschelijk 
zon /-ijn door kracht ijic te vervan.ufii. hi lid Ix'^iii van den W'cstmoesson 
van dit jaar weiden in de nitbreidinj; \an i'.Mio/l'.tdl de onl t>i(;kende planten 
ingeboet. Het beschikbare plantniateriaal was dienlenjjevolge niet vol- 
doende om, in verband met de bij mijn komst reeds in ont^Miinin^' zijnde 
terreinen, ook de achterlijke planten Ie veivan^n-n. 

Het in den Westnioesson van 1900/1901 iiiljiele-de nantal zad<'n was, 
volj;eiis opj^aat van den ()pzi('ht<M', TL'L'a'J (*). liel daainil \<Ml<re-«'n aantal 
kiemplanten bedroe^^ in .Inli 47112. waarvan in S«'i»)eml»' r no<; 4:5085 stuks 
over waien. 

In Sei)teniber werden van de Her-i-en I', landl iV ('o. te Sin^'apore 
een 5000-tal „stumps'* van l*a I a ([ ii i n m <» 1. I o n u i f o I i u m. alkomstij; 
van Midiau (W.-afd. van Borueo), ten tiesduMike (»nl vanjicn, welke onmiddel- 
lijk na ontvanji'st in kweekbedden werden uil^c/et. 

Die, welke in de daaropvolgende maand loten gemaakt hadden werden 
nitgeplant in een plantverband van 2 >< :*. M. Een groot deel der stumps 
is echter niet nitgeloopen. 

Eindelijk werden, van de aanplant ing t<' Blaran, door tiisselieid<omst 
van den Assistent-Resident van Poerwokerto. den Iteer Ri vière en van 
die te Sawanggali, dooi- de goede zorgen van den Wedono van Adjibarang, 
Raden Gondo S o e b r o t o, omstreeks fJOOO zaden van P a I a o. n i n m 
oblongifolium ontvangen ; de daarnit gekweekte plantjes werden, 
beschermd door cylinders van vlechtwerk (krembengs), ter afwering van 
krekels, eveneens nog nitgeplant. 

Men had, bij het maken van de contracten in Maart en het ontginnen van 
de uitbreiding van 1901/02, er op gerekend, dal de zaadoogst te Tjipetir nog 
vóór het einde van 't jaar binnen zou komen, zoodat men dan de eerstelingen 
daarvan althans, nog zou hebben kunnen gebruiken voor plantmateriaal. 
Die verwachting werd echter niet vervuld, wijl de hoofdbloei laat inviel 
en er dus alleen gebruik gemaakt kon worden van een duizendtal plantjes 
van Pal. (1 u 1 1 a (afw. type), afkomstig van zaden van een voorbloei. 
Het gevolg van een en ander was dus, dat de beplante uitbreiding niet meer 
dan 51 bouws bedroeg en dat ik, hoewel zeer tegen uiijn zin, niet zoo 
streng kon zijn met de keuze van de te gebruiken plantjes, als ik wel ge- 
(•) Hiervan waren 63279 stuks van den Cultuurluin afkomstig. 



155 

wensebt had, wijl anders een nog grooter oppervlak oiilieplaut gebleven 
ware. 

Men zal bij deze cultuur niet te veel aandacht aan het plautmateriaal 
kunnen wijden en verstandig doen met minstens het dubbel aantal planten 
van dat, hetgeen men noodig denkt te hebben, in kweokl»ed te houden, ook 
met 't oog op latere inboetingen. 

In de kweekbedden hebben, vooral toen de plantjes nog jong waren, 
krekels nogal schade gedaan. Óok vertoonden tal van planten het ver- 
schijnsel, dat de blaren langzamerhand de groene kleur verloren, geheel wit 
werden, waarop ze te gronde gingen. D'. van Breda de Haan, die 
't verschijnsel oj) mijn verzoek aan een vooiloopig onderzoek onderwierp, 
kon nog geen bepaalde oorzaak ervan aantoonen. 

Een proef, die ik nam om met behulp van een verdunde oplossing van 
een ijzerzout de planten te doen herstellen, gaf een negatief resultaat, even- 
min reageerden zij op eene bemesting met kali-salpeter. 

Van ziekten en plagen hebben de aanplantingen niet al te zeer te lijden 
gehad. Behalve krekels, die jonge plantjes afknaagden in de tuinen, waar- 
door de groei ervan aanzienlijk vertraagd werd, deden engerlingen en een 
rups, welke de jonge, ontwikkelde blaren oprolt en aanvreet eenige schade. 
D"". Koningsberger, die op mijn verzoek deze dieren onderzocht, deelt 
daarover het volgende mede: 

R h o d o n e u r a s p e c. 

,,De P a 1 a q u i u m's hadden in verschillende jaargetijden te lijden Aan 
rui>sen, die als bladrolleis schadelijk waren en het vooral voorzien hadden 
op de 2 — 3 jongste blai'en aan de uiteinden der takken. Zij spinnen deze 
samen en vreten ze gedeeltelijk op, om spoedig eene andere verblijfplaats 
oj> te zoeken en hetzelfde te herhalen. De rups verlaat hare verblijfplaats, 
door in het oudste der samengesponnen blaren eene ronde opening te boren. 

Uit deze rupsen werden een aantal vlinders opgekweekt, die bleken te 
behooren tot de kleine familie der Thyrididae, die in vele opzichten — ook 
in de levenswijze dei- rupsen — aan die der Pvralidae (Lichtmott«Mi) 
herinnert. 

Deze, onderling nogal verschil vertoonende. vlinders werden gedeter- 
mineerd als eene Khodoneura-soort en zijn naai- alle waarschijnlijkheid iden- 
tiek met R. myrta ea, Drury, van welke soort verschillende variëteiten 
bekend zijn. Dat deze variëteiten niet van localen aaid zijn. bleek duidelijk 
uit het feit, dan \an eenzelfden hdoiii. zoowel \ liudcrs ni e t, als vlinders 
zonder de doorschijnende vlekken op de voorvleugels werden gekweekt. 



156 

Ter bestrijding van deze plaag kon ge<ui iuidcr middel dan \wA zooveel 
mogelijk doen vcrzaiiiclcii dei- nipsi-n aan dt- liand wordrn ^icdaaiT'. 

Op a])ei), die dikwijl» takken afbreken <mi ook op «Ie vruchten azen, 
alsmede op eekhoorns, voor welke de bast der T a 1 a (| ii i u ni boouien. waar 
van ze groote stukken afknagen, een lekkernij schijnl Ie /.ijn, werd gere;,M'ld 
jacht gemaakt. De kweekerijen moes! en steeds lei- d('^r(. (ogen wilde zwij- 
nen beschermd worden. 

De groote bloei der Palaq ui u m-boonien trad later in dan gewoon- 
lijk en wel eerst in October, waarschijnlijk was het regenachtige weder in 
den Oostmoesson daaraan schuld. Daar de vinchtzetting zeer bevredigend 
was, beloofde (*) de zaadoogst een goede te zijn; de vruchten waren echter 
op 't eind van het verslagjaar nog niet rijj). 

Kegen waarnemingen waren te Tjipetir nog niet gedaan, en daar l mij 
wenschelijk toescheen over den regenval en het aantal regendagen gegevens 
te bezitten werd een regenmeter bij de opzichters-woning geplaatst. 
De uitkomsten dier waarnemingen zijn: 

Regenval in mM. Aantal regendagen, 

18 

15 

8 

9 

\^^ 



20 



In den 14-jarigen P a 1 a q u i u m T r e u b i i-tuinen werden in Augus- 
tus 110 boomen getapt door eenvoudig met een kapmes insnijdingen in den 
bast te maken, de gemiddelde opbrengst per boom bedroeg slechts 50 gram. 

Beter waren de resultaten verkregen met het aftappen van P a 1 a- 
quium Gutta (afw. type), waarvan 102 boomen 8646 gram product 
gaven, d. i. dus gem. 85 gram per boom. 

De boomen werden slechts matig sterk getapt om ze niet te veel te 



Juni 


223 


Juli 


234 


Augustus 


176 


September 


105 


October 


168 


November 


540 


December 


314 



(*) Deze verwachting werd niet bedrogen want in de eerste maanden van 1902 konden 
ongeveer 300000 zaden geoogst worden* 



157 

schaden. Kort na he( lappen trad er een tijd van droogte in, waardoor bij 
verscheidene een laagje bast in de nabijheid der insnijdingen verdroogde en 
de o-enezing tegengehonden werd. Dezelfde boomen zullen nu na een jaai' 
rust weder worden afgetapt. 

Tegelijkertijd werden boomen van dezelfde soort te Buitenzorg in den 
Oultuurtuin af getapt om do samenstelling van de te Tjipetir gewonnen 
getah-pertja daarmede te kunnen vergelijken. 

De door D". Tromp de Haas uitgevoerde analyses gaven de vol- 
gende resnltaten: 

Getah-pertja van: 

Pal. Treubii 

Pal. Gutta (afw. type) 

Payeua Leerii 

Zooals uit d«'ze getallen Idijkt, loopt de samenstelling der te Buitenzorg 
en te Tjipetir geoogste getah-pertja van dezelfde boomsoort niet van betec- 
kenis uiteen. 

De grootste verschillen vertoonen nog Pal. Gutta en wel in een voor 
Tjipetir gunstigen zin. 

Deze onderzoekingen worden nog met hel product van P a 1 a q u i n m 
oblongifolinm, 1*. b o r n e o n s e en P. G u 1 1 a voortgezi't. 

Een begin is in dit verslagjaar ook nog gemaakt met het bepalen van 
de bladopbrengst van de verschillende getah-pertja-boomen. De blaren 
werden door jongens geplukt zoodanig, dat de jonge uitloopers gespaard 
bleven en in die mate, dat de boomen er genoeg overhielden om behoorlijk 
te functioneeren. 

P a 1 a n n 1 u m oblongifolinm. 







hars. 


gutta. 


ewonnen te 


Tjipetir 
Buitenzorg 


44.8% 
45.7 „ 


55.2% 
54.8 „ 




Tjipetir 


16.4 „ 


88.6 „ 


5> 


Bnitenzorg 


21.6 „ 


78.4 „ 




Tjipetir 


44.8 „ 


55.2 „ 


J5 


Buitenzorg 


48.6 ,, 


56.4 „ 



10-jarige boom 



11 
15 
12 



hoogte. 


omt 


tr. 


7% M- 


32.5 


cM. 


SV2 . 


25.5 


V 


8 „ 


37 


f> 


121/4 ,. 


60 


yy 


121/2 „ 


761/2 


» 


7% „ 


38 


» 



gew. versch blad. 



zamen 36 KG. 



22 „ 
62 „ 

llVs » 



:>R 



r ;i I. Il <ir II (' (! 11 s «.*. 



!( 


il f !<,'(• 


ImM)||| 


(;i._, 


M. 


::i. 


10 


>j 


•? 


7% 


)) 


'óli 


10 


>j 


J> 


«>% 


» 


31 


JO 


>j 


J> 


15 


)> 


— 



181/4 KG. 
18 „ 

72 



P a I. (i u 1 1 a (afvv. tvpe). 

hoogte. om Lr. ü^"^- veiscb blad. 

12-jaiij;c liooin 7% M. 45.5 cM. 331/2 KG. 

15 „ . 141/2 ,, 92 „ 76 

J)ez(' iMoefplukkeu zullen gedurende eeuige jaren op meer uitgebreide 
schaal worden voortgezet om daaruit conclusies te trekken voor de opbrengst 
aan blad, per bouw. van boomen van vei'schillenden leeftijd en bij vei'Schil- 
lend plantverbaiid. De werkzaamheden verbonden aan het zoeken der 
nieuwe terreinen, het onderhoud, de ontginninji en de kweekerijen eischten 
echter nu nog te veel van den tijd en de krachten van een enkelen opzichter 
en hel Inlandseli personeel om deze met kracht ter hand te kunnen nemen. 

Op verzoek van de firma Brandt & Co. te Singapore werden een 
partij blaren naar Singapore gezonden, ten einde in Europa aan een onder- 
zoek onderworj)en te worden. 

Ook naar D'. Lede b o e r te Singapore ging een partij blaren, terwijl 
<»]» verzoek van den Heer S c h 1 e e h t e r, de Duitsche Consul-Generaal te 
Batavia eveneens eene hoeveelheid ontving. 



Met het verkrijgen van contractanten voor de ontginningen werd geen 
moeite ondervonden, integendeel schijnt de gevolgde cultuurwijze zeer in 
den smaak der bevolking te vallen. 

Moeielijker was- het op sommige tijden werkvolk in voldoend aantal te 
krijgen. Ten einde dit bezwaar te ondervangen werd een proef genomen om 
uit Bagelen een tiental Javaansche families met een mandoer te laten over- 
komen. Toen die mensihen te Tjipetir aankwamen, droegen ze de duide- 
lijke sporen niet in overvloed gebaad te hebben. Xa korten tijd kwamen 
ze zichtbaar bij en konden ze op een enkele uitzondering na goed werk 



leveren. De \ eilioudinjjj tot de Soendaueesche bevolking laat niet te weii- 
schen over en er is alle reden om de proef voor geslaagd te houden. Een 
bezwaar vormen de reiskosten, die voorgeschoten werden, maar natuurlijk 
op deze arbeideis nog al drukten. 

Bij een uitbreiding der proef zal het daarom wellicht overweging ver 
dienen die menselien kosteloos vervoer te verleenen. 

Nadat bij Gouvernements besluit van 24 October 1900 Tl- 24 den Direc 
teur van 's Lands Plantentuin opgedragen was zich van de mogelijkheid te 
vergewissen om in de afdeeling Soekaboemi of in naburige afdeelingen der 
residentie Preanger-Kegentschappen, bij voorkeur zoo weinig mogelijk van 
Tjipetir verwijderd, twee terreinen te vinden elk van ongeveer 1000 boiiws 
uitgestrektheid en geschikt voor de cultuur van getah-pertja produceerende 
boomen en in verband met die opdracht de noodige voorbereidingen getroffen 
waren, werden door de zeer gewaardeerde hulp der ambtenaren van Binnen- 
landsch Bestuur, onder welke vooral de Heer Kal, Cont^roleur van Tjitjo»^- 
roeg, genoemd verdient te worden, een aantal terreinen voorloopig aange- 
wezen. 

Kort na mijn terugkomst van verlof naar Europa verzocht de Directeur 
van 's Lands Plantentuin mij, in Mei, die terreinen in oogenschouw te gaan 
nemen en een oordeel uit te spreken over hunne vermoedelijke geschiktheid 
voor de getah-i)ertja-cultuur. 

Daar dit oordeel over 't geheel gunstig uitviel, werd aan den Chef van 
het Kadaster te Bandoeng een negental percoelen grond, in het district 
Palaboean gelegen, ter opmeling opgegeven. 

De namen dier perceelen en hunne oppervlakten volgen hier: 

Tjisaroewu 1<)5 Bouw. 270 K.R. 

Pasir Kilaug 448 ,. 250 ., 

Pasir Tangkil 51 „ :^84 „ 

Pasir Karaugan (Tjikaudjawür) 440 

Panjindangan 071 

Tjibajawak 160 ., 2<i7 .. 

Pasir Pogor 213 

Tjiparaj 452 .. 1 72 .. 

Tjikaso 12 

II' zanien 2l50'\j Bonw. 

Door het |»ei-ceel Tjisaroewa wordt vrijwel eene verbinding verkregen 
van zoogenaamd Oud-Tjipetir met Pasir Kilang, hetwelk aansluit aan Pasir 



Knrjui^'aii eii Pawir Tanji^kil. Het terrein PaiijiiMlanjiaii sluit aan I'asir 
UaraiJgau. De terreinen Tji])araj en Tjibajawak, di»- sann-n een geheel 
voinien, li^^cn even als Tasir P(»j;(»r ^cïsoN't'rd. \u<»r de Ix-idc e<'rstjj;c- 
uoemde zal h<'t waarschijnlijk niet moeielijk wezen een verbinding te 
krijgen mei Tan jindan^an. 

De gezamenlijke o|)|»ci\ lakie der in rrincn is \\r\ is waar grooter dan 
LMHMI bouws, men moet er echter rekening mede houden, dat allicht hier en 
daar stukken afvallen, die bij een naii\vk<'iirij;<'r ond«'i/<M-k lo( li tnindei' voor 
de cultuur geschikt zullen blijken. 

Op het terrein Panjindangan komen bij\. enkele sleena< hl ige plaatsen 
voor en ook zulke, waar de grond neiging tot afschuiving vertoont. 

Het eerst zal nu, in 1902, begin gemaakt worden niet de ontginning van 
een groot stuk van Pasir Kilang. 

Van de in de afdeeling Poerwokerto (residentie Banjoemas) gelegen 
aauplantingen van getah-pertja-booraen valt het volgende te vermelden. 

De 55 boonien lellende aanplant te Blaran beloofde, toen ik dien in Octo- 
ber bezocht, een rijken vruchtoogst, welke echter ten slotte tegenviel, 
hoewel er maatregelen genomen waren tegen schadelijk gedierte, dat de 
vruchten weghaalt. De met 't toezicht belaste personen beweerden, dat bij 
't invallen der regens vele vruchten onrijp en verrot afgevallen waren. 

De aanplant te Kémoetoeq heeft nog geen vruchtdragende boomen. De 
stand ervan laat nog steeds te weuschen over, hoewel er enkele goed ont- 
Avikkelde boomen worden aangetroffen. 

Door den dienst van het Boschwezen was 't grootste deel der tuinen 
aan Inlanders in onderhoud uitgegeven tegen betaling van ƒ 7.50 per bouw, 
(welk bedrag in voorschot uitbetaald was geworden), en met vergunning 
tusschen de getah-pertja-boomen tweede gewassen voor eigen gebruik te 
planten. Nadat de menschen het geld ontvangen hadden, lieten zij zich aan 
het onderhoud zoo goed als niets gelegen liggen en daar niet aangetoond 
kon worden, dat bij 't ontvangen van 't geld bij hen reeds de bedoeling had 
bestaan de opgenomen verplichtingen niet na te komen, kon van eene poli- 
tioneele bestraffing ijiets komen en moesten die uitgaven als een verloren 
posi beschouwd worden. 

In den 8 bouws grooten aanplant te Sawanggati, waar zeer fraai ont- 
wikkelde boomen voorkomen, droegen eeuigen van deze reeds vrucht. De 
van daar geoogste zaden muntten uit door hun grootte en gaven zeer krach- 
tige jonge planten. 



141 

c. O n d e r z o e k i n o- e n over op Java gecultiveerde 

theeën. 

Dit is de hiatste maal dat een rapport over deze onderzoekingen als 
bijlage van ons jaarverslag verschijnt. In den loop van 1901, toch, werden 
de noodige voorbereidende maatregelen genomen om te geraken tot de 
vestiging eener afzonderlijke afdeeling van 's Lands Plantentuiu ..Proefsta- 
tion voor Thee"'. Die voorbereiding bracht onder meer verschillende reizen 
en bemoeiingen van D^. A. W. N a n n i n g a mede. Hierover, alsmede 
over al hetgeen de nieuwe afdeeling en hare stichting betreft z;il in het 
volgende jaarverslag gehandeld worden. 

De bijlage V reproduceert het rapport van den Heer N a n n i n g a. 

d. Demonstratie velden van Inlandsche cultures. 

Een tweetal korte opmerkingen mogen voorafgaan aan de behandeling 
van elk der velden afzonderlijk, terwijl men voor eenige algemeene beschou- 
wingen en conclusiën naar het einde van dit overzicht wordt verwezen. 

In de eerste plaats moet ik tot mijn leedwezen vermelden, dat de 
deskundige, tijdelijk voor de demonstratie-velden ter mijner beschikking- 
staande, Jhr. C. de 8 a v o r n i n L o h m a n, in dit verslagjaar wedeiom 
ten gevolge van ziekte gedurende vrij geruimen tijd niet in staat was zijne 
functiën te vervullen. Gelukkig kon toen over de hulp van den door mij 
te Lembang geplaatsten Heer R i n k e s, ook gediplomeerd leerling der 
hoogere landbouwschool te Wageningen worden beschikt en hem worden 
opgedragen mede op de andere demonstratie velden de werkzaamheden te 
gaan regelen. 

De tweede algemeene opmerking is van geheel zakelijken aard en 
betreft de cultuur der Inlandsche bevolking in verband met het door de 
demonstratie-velden nagestreefde doel. 

Bij steller dezes bestaat de vaste overtuiging — gevestigd op mensch- 
knndige overwegingen in het algemeen en op de karakter-eigenjuiidigheden 
van onze Inlandsche bevolking in het bijzonder — dat het volstrekt onver- 
anl woordelijk zonale zijn liiiiir a:in te iiiocdiüni de cnliuur \:i;i lianr lioot'd 
voedingsgewas, de rijst, door die van andere gewassen te vervangen, ook 
al zonden deze bij verkooj» een grooter geldelijk vooideel afwerpen. Dit 
neemt echter geenszins weg, dat het wel degelijk aanbeveling verdient om 
op te wekken tot het meer en beter aanplanten van tweede gewassen, te»' 



142 

afwisseling iiic( padi. }\ei blijkt, (l;il zelfs in dit opziclit door- middel onzer 
velden nog veel nut te stichten z;il zijn, djinr in vele streken vuu Java veel 
te \\<'iiii^ belangstelling en zorg aan ,,|»<»l<)\\ id ju" gcsclKtiiUcn uurdt. iI«M 
aannux'digen der ciiltinir van tweede gewasnen, zal derhalve op grond drr 
ervaring een b(dangrijk nummer <)[> het pi"()gr-amma <l<*r d«Miionstralie v<dden 
hebben te zijn. 

Die aanmoediging zal iMncndicn. oin iwcc rcdfii<-ii, <»ok d*- cnliiiiir- van 
het padigewas zelf ten goede komen. Ten eerste omdat ook voor rijst de 
door de ervaring als juist erkende regel geldt, dat het zonder interruptie 
oultiveeren van hetzelfde gewas op denzelfden bodem in het algemeen oor- 
zaak is van achteruitgang van het piodukt; van daar dat de oj) vele plaats«*n 
beslaande neiging <im meer dan eene padioogsi per jaar van lietzelfde veld 
te bekomen, dient Ie worden tegengegaan door te toonen, <lat men in ver- 
si heidi-ne tweede gewassen evenzeer loonend tusschenproduet heeft. In 
de tweede ]daats heeft het onmiddellijk op elkaar doen volgen van verschil 
lende rijstoogsteu op hetzelfde veld het groote nadeel, dat eenmaal in het 
l»a<ligewas opgetreden parasitaire ziekten steeds kunnen blijven voortwoe- 
keien en dikwerf stijgende schade aanrichten. 

\j e ni b a n g. 

Veel last werd ondervonden van de zwarte aardrups. die in menig gewas, 
vooral bladgroenten, aanmerkelijke schade aanrichtte, üij het invallen der 
regens in October verdween de plaag echter geheel. Het kost veel moeite, 
zoo wordt mij gerapporteerd, de Inlanders tot het uitroeien daarvan te 
bewegen, daai- bij velen de vaste overtuiging is gevestigd, dat, hoe meer er 
vernietigd worden hoe meer er voor in de plaats komen. 

Ofschoon de ambitie om bladgroenten te telen onder de Inlanders nog 
wel toeneemt, hoewel minder te Lembang dan in de nabijgelegen desa's 
Tjibogo en Tjihideung, werd toch tot inkrimping van den specialen tuin 
voor bladgroenten overgegaan, omdat 2 bahoe daarvoor wel wat veel blijkt 
en anderhalve bahoe te Lembang ruim aan het doel beantwoordt. Het als 
s])eciale groentetuin verlatene gedeelte werd evenals het overige van het 
veld voor andere gewassen gebezigd. Deze verandering in de cultuur gaf 
tevens het voordeel, dat er wat op arbeidsloonen bespaard kon worden en 
ook het toezicht vergemakkelijkt werd, daar vooral de teelt van bladgroenten 
zeer veel zorg vereischt. Ook schijnt men te Lembang voorloopig met meer 
succes erwten en boonen te kunnen telen, Bladgroenten vinden toch alleen 
te IJamhteiig en dan nog in beperkte mate aftrek, terwijl Tjimahi voor de 



145 

erwten eii boonen een ruimen afzet aanbiedt. Deze opmerking geeft aan- 
leiding er op te wijzen, dat er wederom reden tot tevredenheid was in bet 
waarnemen hoe, hetgeen op het demonstratie veld wordt gedaan bij de bevol 
king navolging vindt. De Heer K i n k e s, die lang genoeg ter plaatse is 
geweest, om een juist inzicht in de zaak te hebben verkregen, bericht, dat, 
opgewekt door het voorbeeld op het demonstratieveld gegeven, thans te 
Lembang bijna bij elke kampong-woning een stukje van het erf met erwten 
beplant wordt aangetroffen. 

Onder de andere gewassen die nog in het bijzonder vermelding verdie- 
nen, dienen in de eerste plaats aardappels te worden genoemd. De cultuur 
van de „Ronde Hative" werd verlaten, omdat, zooals vooruit reeds vermoed 
werd, deze aardappel bij de bevolking minder gewild is om hare roode kleui-. 
De „Sausiee'' gaf in strijd met de gekoesterde goede verwachting — zie ook 
verder onder Ngadisari — een minder bevredigende opbrengst en ofschoon 
zij minder diep liggende oogen heeft dan de later te noemen soorten, zal de 
cultuur daarvan binnenkort toch ook w'el opgegeven dienen te worden. Bij 
„Brandale" en ,.Géante sans pareille" is echter het tegendeel het geval. 
Deze aardappels geven een zoo mooi beschot, en zijn zoo groot, dat er veel 
van verwacht mag worden. 

Een ander gewas dat veel voor de toekomst zoude kunnen belooven, 
zouden „artisjokken"" zijn, indien Nederlanders, ook op het stuk van groenten 
zeer conservatief, meer waardeering voor of eigenlijk beter gezegd meer 
kennis van deze voortreffelijke groente hadden. 

De artisjokken-aanplant, waarvan reeds vioegcr de hladoiitwikkeling 
zeer welig was, begint nu ook, hoewel nog sj)aarzaaui, bloeistengels te ont- 
wikkelen. De cultuur is dus, ook te Lembang, mogelijk gebleken; het is 
alleen de vraag of er voordeel mede behaald kan worden. Slechts bij zeer 
goede prijzen zou dit het geval kunnen zijn — voor zoover er nu reeds een 
oordeel te vellen is — met het oog op den langen duur, voordat de bloei 
intreedt. 

Met Lombok — tjabe — „Spaansche peper" werd ook eenig succes ver- 
kregen. De beide ingevoerde variëteiten zijn voldoende scherj» van smaak 
om bij de bevolking gewild te zijn, en kenmerken zich door talrijke en zeer 
mooie vruchten. 

Ook aardbeien gaven een gunstig resultaat. Zij zijn een van de weinige 
jiiodukten, uit onzen groentetuin, die steeds gi-if \an de hand gaan. 

Behalve aardbeien werden op dit veld vdor licl et ist geplant verschil 
lende bataten, kalebas en tabak. 



144 

Van de bataton was aan 1h*1 «Mn<l<- d. •/.<'« jaars pas <iéu variëteit oogst- 
baar. Deze, de z. g. „kentang mantra" onderscheidl zich in vele opzichten 
zeer gnnstig, in de (-«M-Hle plaals wegens liaai Icoiu-n groeit ijd. weinig diep- 
liggende oogen, en ook ik»^ door iiaar /«mi- bevredigend jtrodnct. Toih zal 
zij vernioedelijU door de ltevi)lking vo<»iloo|.ig minder g«q)lanl worden, ten 
minste alleen door de meest ijverigen (tnder iiaar. want de knollen vormen 
zich verder Van den hoofdstengel af dan bij d<- meeste andere s(»orten, waar- 
door hel nitgraven eenigr* moeilijkheid o|»levrit. 

Kalebas gaf z<'er mo(»ie viinhten. Mr zomh- naar In-t («irdeel van den 
Heer de Savornin Jj o h m a n door verniecrderin;^ van zorg bij de 
ftiltnur echter nog meer l>ereikt knnnen woiden. 

Tabak werd hevig door de aaltjesziekte aangetast en gaf daardooi- een 
slecht en klein prodmt. Kr werd te weinig van geprodnceerd om met eenige 
zekerheid een oordeel omtrent den smaak in te knnuen winnen. 

(^1 o m b o n g. 

Van die eerste der te bespreken „sawah-demonstratievelden" moest 
helaas de lieer d e S a v o r n i n L o h ni a n rapporteeren, dat geen veld 
zooveel last gaf als dat te dezer plaatse. Behalve aan de infectie met de 
„mentek" ziekte en de zeer ongunstig(^ bodemgesteldheid, beide punten 
waarop nog wordt teruggekomen, schreef de deskundige dat toe aan: „de 
totale onverschilligh(-id der bevolking in alles wat tot verbetering der cul- 
tuur kan leiden, alsmede het algeheel ontbreken aan Inst om door arbeid 
iets te verdienen". Deze ongunstige factoren schenen ook hunnen invloed 
te doen gevoelen op de mandoers, die achtereenvolgens, nadat de eerst aan- 
gestelde aldaar niet bleef, werden beproefd en waarover door den Heer d e 
S a V o r n i n L o h m a n voortdurend ongunstig moest worden gerappor- 
feerd. 

Is de plaats van het veld wat ligging aangaat zeer goed, van de gesteld- 
heid van den grond blijkt dit allerminst gezegd te kunnen worden. Deze 
bestaat uit een zeer vaste klei, die moeilijk te bewerken is; bij de bevloeiing 
wordt een uiterst fijn kleiachtig slib aangebracht, dat ten slotte alles dicht 
maakt. Deze nadeelen doen zich ook zeer gevoelen als een gevolg, dat de 
bodem zóó weinig doorlatend is, dat hij bij een voorafgeganen natten Oost- 
moesson niet goed droog wordt. Was er voortdurend deskundig plaatselijk 
toezicht, zooals wij later door middel van aan eene landbouwschool opgeleide 
mantri's ho}»en te kunnen doen uitoefenen, zoo zouden deze bezwaren door 



145 

eeue zeer goede, zij het dan ook uiet gemakkelijke bewerking van den bodem 
en dooi' eventueel aan te wenden andere middelen, nog voor een aanzienlijk 
deel uit den weg geruimd kunnen worden; nu daarentegen zulk permanent 
loezicbt ontbreekt, is er vooral bij de gerapporteerde eigenschappen der 
bevolking bijna geen kans op het ontgaan dier nadeelen. 

En nog zouden deze zich niet in zoo hinderlijke mate doen gevoelen, 
indien niet de geheele streek waarin het veld ligt, en ook dit zelf, in 
de laatste jaren dikwerf door de „omo mentek" aangetast was geweest. 
De recente onderzoekingen van den Chef der .11*^ Afdeeling onzer inrichting, 
D''. J. van Breda de Haan hebben geleerd, dat die ziekte door de 
wortels beschadigende nematoden wordt veroorzaakt, welke aaltjes hoogst- 
waarschijnlijk in een niet droog wordenden bodem blijven voortleven en 
daarop in de volgende jonge rijstplanten op nieuw binnendringen. 

Tot aan den bloeitijd liet zich de padi op het veld zeer goed aanzien 
en waren de planten krachtiger dan die der omliggende sawah's van de 
bevolking, daar de bewerking ten onzent, met hoeveel moeilijkheden men 
ook te kampen had gehad, wat beter was geweest en er mest was gebruikt; 
toen echter traden de verschijnselen der aaltjesziekte in hevige mate te voor- 
schijn, zoodat alle verwachtingen totaal werden teleurgesteld. Al kan 
hiertoe voor een klein deel hebben bijgedragen, dat in het voorafgegane jaar 
door de ziekte van den Heer de Öavornin Lohman, waarvan in het 
verslag over 1900 is melding gemaakt, de tweede gewassen te laat waren 
geplant en dit weder op het iets latere uitzaaien van de er op volgende padi 
had geïnfluenceerd, zoo komt toch, voor verreweg het grootste deel, het 
ongunstige resultaat voor rekening van de genoemde ziekte, in de hand 
gewerkt door den geschetsten samenloop van ongunstige omstandigheden. 
De onderzoekingen van den Heer van Breda de Haan geven nu het 
recht dit te verklaren. 

Voor het optreden der uitwendige ziekteverschijnselen was nog wei 
gebleken, overeenkomstig de ook in het vorig jaar opgedane ervaring, dat 
de gebezigde afval van hoorn een gunstig effect had gehad. De gedane 
proef, ter vergelijking van verschillende plantwijdten, voerde door de mis- 
lukking van den oogst tot geen resultaat. Over de in het laatst van het 
verslagjaar uitgezaaide padi volgt hieronder nog het een en ander. 

De droge gewassen op het veld geteeld, ofschoon ook de nadeelen van 
verschillenden aard ondervindend, waren echter niet als mislukt te ken- 
schetsen; het ongunstige der omstandigheden in aanmerking genomen, was 
de opbrengst zelfs zeer bevredigend. 

Verslag van 'slands plantentuin 1901. 10 



iié 

Van bataten, „kctclji iiciKlnir", weid \\((1<t ccii ^^octlc o(>;:;st ;;omaakt. 
De voor het eerst op het veld j^cphinlc ni<'ii .,l«'tjjii" j^aven (;en zeer bevre- 
digende ()])hi-en<^Hl, zoo z(dfs, dal een niiiiif liocvcclhcid hiljil aan Jlir. W'. l). 
van X i s p e n Ie Kebonroino kon \v(»rd('ii vcrsirckl . welke die Ier bevor- 
dering der teelt van droge gewassen onder zijne bevolking veideelde en zelf 
mede een kleinen aanplant aanhield. 1)<' in het vorig Jaar uit linitenzorg 
ingevoerde en zoo gewilde .,fales" — ('olocasia anti(iuoruni — welke toen 
zoo goede resuKalen gal'. Hel dit maal Ncel ie wensclien <»\»'r, li<»ewel er (jp 
nienw i)lantmateriaal \aii IJiiilenzorg was gezonden en het gewas geheel op 
dezelfde wijze was behandeld, .\lleen had het uitplanten thans niet in 
tegenwoordigheid van den deskundige plaats gehad, terwijl de planten op 
een andereu hoek van het veld stonden, waar de afwatering nog moeilijker 
ging. Deze twee factoren kunnen ongunstig hebben gewerkt. De slechtere 
uitkomst was evenwel in hoofdzaak te wijten aan het optreden eeiier, door 
IMijy tophtoia ("olorasiae verooizaakte bladziekte. Lombok — Gapsicum an- 
nuum — ; hoewel beter planten gevend dan het vorig jaar, gaf toch geen 
bevredigenden oogst, daar de meeste vruchten voor het rijp worden afvielen, 
hetgeen zoowel aan de ongunstige eigenschappen van den bodem als aan de 
()\<'rvloedige regens toegesehreNcn moei worden. ï^oja, „kedele", gaf een 
ruim voldoende opbrengst, terwijl ook eene uit Smyrna geïmporteerde tabak- 
soort, aldaar Kokoulou geheeteu, werd geprobeerd en wel in den smaak der 
bevolking viel. „Indien er meer zorg aan den aanplant daarvan ware besleed 

— zoo bericht de Heer de Sa v om in Lohman — had het product 
echter beter kunnen zijn, en schijnt die jjlaut voor de (jombougsche gronden 
als tweede gewas wel geschikt". 

Bij het vermelden van die te (jombong geprobeerde Smvrnasehe tabak, 
is het de plaats met dankbaarheid te gewagen van een geheel spontaan ont- 
vangen bewijs van bijzonder gewaardeerde medewerking van den Neder- 
landsehen Consul-Generaal te Smyrna, Jhr. M'. J. E. de S t u r 1 e r, die 
de welwillendheid had mij van daar zaad van eenige der beste tabaksoorteu 
toe Ie zenden. Bij de distributie van dat zaad werd te rade gegaan met de 
eigenschappen, ontleend aan eene beschrijving, welke de zending vergezelde. 

De Heer de Savornin Lohman vond aanleiding om zijne bevin- 
dingen nog in de volgende woorden samen te vatten: „Bij de bevolking 

— X. B. er is hier alleen van Gombong sprake — valt echter nog niet de 
minste neiging tot navolging van het planten van tweede gewassen in den 
drogen lijd te bespeuren. Niettegenstaande de rijstopbrengst in het Gom- 
bongsche, vooral van den tweeden aanplant, in de laatste jaren zeer veel te 



147 

wenschen overlaat, en eigen landbouw daar de eenige bron van inkomsten 
is, schijnt de desa-man het voordeel van andeie tweede gewassen nog niet 
in het minst te beseffen, en gaat hij nog steeds ojj de oude wijze voort, 
waarschijnlijk alleen daarom, omdat aan padi, ten minste op die wijze 
behandeld als men dat te Gombong doet, een minimum van arbeid verbon- 
den is, vooral voor het mannelijk deel der bevolking, terwijl droge gewassen 
al is het niet veel, toch eenige zorg en toezicht vereischen''. 

De uitzaaiing voor den aanplant: \Vestmoesson 1901/1902 had in No- 
vember plaats, later dan daartoe order was gegeven, zooals den Heer d e 
Savornin Lohman tijdens de overplanting bleek. Met het oog op 
een weder ie verwachten aanval van de meutek-ziekte, werd voor de helft 
van het veld naar het schijnt eene locale variëteit „djempa menoer" ge- 
bruikt, omdat deze, hoewt^l een product van geringere waarde opleverend, 
den naam heeft van minder voor die ziekte vatbaar te zijn. 

Daar de bestudeering van de „omo mentek" door den Heer v a n 
Breda de Haan inmiddels reeds ver genoeg was gevorderd om het al 
of niet geïnfecteerd zijn aan de kiemplanten te kunnen constateeren, werden 
wat jonge planten naar Buitenzorg gezonden en door dien Afdeelingschef 
onderzocht; het bleek daarbij dat alles sterk door aaltjes was geïnfecteerd. 
Kort daarop werd door ondergeteekende in gezelschap van D^ van 
Breda de Haan en Jhr. de Savornin Lohman een bezoek aan 
het veld gebracht, en toen bij de aangetoonde sterke infectie van het plant- 
materiaal besloten, niet met het uitplanten — waarmede men reeds begon- 
nen was — voort te gaan. Het al beplante gedeelte, ongeveer de helft van 
hei veld uilmakend, werd met opzet zoo gelaten, ten einde te kunnen nagaan 
of de ongunstige [H'ognose bij het onderzoeken der planten uit de kweek- 
beddiiigen gemaakt, zich ook in den verderen levensloop van het gewas zoude 
bevestigen. Hoewel het eigenlijk een vooruitloopen is op het volgend ver- 
slag, zoo moge hier toch worden gezegd, dat die bevestiging zich inderdaad 
heeft voorgedaan. 

Er werd besloten de ruimte voor het niet uitplanten van de aangetaste 
jonge padiplanten te bestemmen voor eene beplanting met vroeger uit 
Amerika — van het Proefstation te Baton-liouge — ontvangen bataten, die 
in het algemeen, van Buitenzorg uit verspreid, zeer in den smaak der bevol- 
king waren gevallen. Daar wij die variëteiten door de zorgeloosheid van 
een ojjzichter in den ('ultuurtuin zelf niet meer hadden, riep ik de hulp in 
van den Heer van Hout u ni. Administrateur van het particuliere land 
Semplak, die vroeger «Ic Anicrikaansche bataten ook uit 's Lands IManteu- 



148 

ttiiri liiul ontvangeD. De Heer van H o n 1 n ni, die zich steods met de 
f;i*ool8l<' bereidwillij^lu'id Ier bcscliikkiii}; v;m de door- mij l)oh(?ei*de inrich 
liiig- slclt, liad ook dilniaai do vriciHlclijklM'id mij inim \aii plautinaleriaal 
te vooiziei), dat daaina een voldoende liooveelheid stekken voor het demon- 
.slijiliexcld (e Gombong gaf, nadat aldaar de j;rond z«»o ^oed mojidijk wüs 
(li-o(»g gelegd en alles voor het i»hinleii van de halalen in jieiccdheid i^elujidji. 

M a g e 1 a n g (S e t j a n g). 

In het v(»rig verslag moest worden gezegd: „Te bejammeren is vooi- ons 
Malangsch jtioefveld, dat het eene zoo volledige absentie van medewerking 
bij den kleinen man ondervindt — wat gelukkig niet overal het geval is — ; 
slechts met groote moeite kon, tegen behoorlijke betaling natuurlijk, werk- 
volk voor het veld worden verkregen". De verder opgedane ondervinding 
kan van deze uitspraak bijster weinig doen terugnemen. (Jewagende van 
(Ie groote moeite, die de Pateli van Magelang, Raden T i r t a k o e s o e m a, 
zich bij vooi'tduring voor bet demonstratieveld geeft — eene niet verflau- 
wende medewerking, waarvan hier andermaal met bijzondere erkentelijkheid 
getuigd wordt — voegt de deskundige iii zijn rapport van dit jaar daaraan 
toe, dat zelfs die medewerking „niet in staat is om de onverschilligheid der 
orang tani te compenseeren". Bovendien komt ook hier weder de klacht, 
uitgesproken in de volgende gerapporteei'de woorden: „Herhaaldelijk werd 
moeite gedaan om een bruikbaarder mandoor te vinden, maar is dat tot nog 
toe niet mogen gelukken". Eindelijk was ook dit veld, evenals trouwens 
het vorig jaar, met de ,,raentek''-ziekte geïnfecteerd, hoewel niet zoo erg als 
dat te Gombong. 

In weerwil van deze voorwaar niet bemoedigende condities, was toch 
de stand van zaken niet zoo onbevredigend als te Gombong. Hoewel ziek, 
gaf toch een onzer stukken sawah nog een opbreng-st overeenkomende met 
49 pikol per bouw, terwijl bij verscheidene andere stukken die opbrengst 
meer dan 40 pikol was. De Heer de Savornin Lohman deelt mij 
nog het volgende mede aangaande de mentek-ziekte op het veld : „Bij dezen 
aanplant bleken verschillende variëteiten zeer verschillend vatbaar voor 
omo mentek te zijn. Ofschoon geen enkele soort geheel vrij bleef, was 
de variëteit ..kleponan" toch niet noemenswaardig aangetast, en de variëteit 
„kretek", die door de bevolking zoo gaarne geplant wordt het meest. Deze 
laatste variëteit schijnt echter, indien zij niet ziek is, meer op te kunnen 
brengen Overigens was in het optreden van de ziekte niet de 



149 

minste regelmaat te bespeuren, behalve dat boven de gewezen goten in den 
aanplant van droge gewassen de padi minder aangetast werd''. 

De tweede gewassen gaven te Magelang zeer verschillende uitkomsten. 
De uit Garoet herkomstige Aiac-his- variëteit, die het vorig Jaar zoo uitne- 
mend slaagde, kwam deze keer bijna niet op. De reden dier Tnislukking 
was niet duidelijk. Schoon het aanvankelijk dat de kiemkracht gedurende 
het bewaren in den Westmoesson was verloren gegaan en zij hierin te zoeken 
was; hiermede kwam niet overeen, dat op het erf van den mandoor een 
kleine aanplant, hoewel niet schitterend geslaagd, toch aanmerkelijk beter 
stond dan die op het veld. 

Een aanplant op het veld goed slagende, was die van Phaseolus radia 
tus ,,katjang hidjo". De uitzaaiing had veel dichter plaats gehad dan 
waartoe order was gegeven, eene fout die door den deskundige gelukkig nog 
tijdig genoeg werd ontdekt om er door uitdunning de nadeelige gevolgen 
van te kunnen ontgaan. 

Gewassen in het verslagjaar voor het eerst op het veld, in kleine hoe- 
veelheid aangeplant, waren aardappelen en tabak. De laatste gaf, hoewel 
slecht behandeld, nog w\it product; de opbrengst der eersten was zeer luttel, 
zooals te voorzien was. De proef met het planten van een weinig aard- 
appels was niettemin genomen, omdat eenige desalieden door bemiddeling 
van den Patih ons daartoe den wensch hadden te kennen gegeven. 

Met bruine boonen, waarmede een proef op kleine schaal werd genomen, 
werden zeer bevredigende resultaten verkregen. Dit w^as boven de ver- 
wachting, daar vermeld wns hoe vroeger van bestuurswege onder de bevol- 
Idng verspreid zaad bijna nergens geslaagd zoude zijn on hoogstens aan 
product evenveel zou hebben opgeleverd als het gebezigde zaad. Op het 
demonstratieveld werd aan oogst het zesvoud verkregen. Er wordt aan het 
welslagen dezer proef nog al waarde gehecht, omdat de cultuur A'an boonen 
juist te Magelang. waar het garnizoen een belangrijk afnemer van dat 
product zoude vormen, voor de bevolking een niet onbelangrijke verdienste 
zoude kunnen opleveren. 

Van den nieuwen aanplant in het laatst van het verslagjaar in den grond 
gebracht werden geen hooge verwachtingen gekoesteid. daar de Tfoev de 
Savornin Lohman weder zeer klagen moest over slechte grondbe- 
werking en slordig uitplanten. T^iv<Midien werd tegen de orders in. van de 
variëteit ..klej)onan". welk het vorig jaar de beste oiibrengst had gegeven, 
niet twee maar een bouw uitgeplant. terwijl juist veel werd uitgtMilnnt van 
de variëteiten ,,mbok mas" en ..kewaT'. die op een na de slechtste opbrengst 



li.'tddcii ;;('<^('Voii. < )oU liicr cuiislii IfMidc I >'". v ;i ii lï i <• d ;i <I "• II;i;iii de 
iiiciiIck-zicUtc in de ki('iii|)l;nil<'ii ; di- iiiliTiic \\;is fcliici non ^'ciiii;.'. /-oudjit 
er ;;«'('ii n'(l<*n wa8 om d<' zjiailiii^ni nici i<- ^cliriiikcii. 

De iiilkonist ImtII de ^cj^iondlKMd \;iii dil advies \aii diii ll<<r \ a ii 
IJi'cda de il aa ii \ <)ll<<)rii<'ii l»<-\ csl i;;(l, en tf\«'iis ;^c| iikl< i;: y.i-ry |icsMi- 
mislisclic \ ((orspcliiii^cii dooi- den d<'skiiii<li;^i- Im-i ii-rffiidf dil \i-ld ;_'rd;iaii 
niet li('\ est ijfd. Ilocwol daarliij andcnnaal \ ooi-iiil loo|i('iidf o|i lioi ;^ccii 
('ijiciili jk in hel \<d<i'(Mid vci'slau l<' liiiis hrlioort. kan ik lodi nii-l nalali-n 
liet vol;4('nd<* ovei' (e nemen uil een liriet \an den lieer de Sa \ o r n i ii 
I-oliman (ijdens hel slelleii \an dil versla;^' oiil\an;ieii: ,.i»e resiiilaleii 
\an den li jsüiaii)»laiil |e Seljanji. \(»or /,oo\er die ;i;eoo^sl is. zijn mij er;^' 
iiiee<ie\ allen. De verkrejjen cijfei-s \'ariëei-en \aii ;V.» lol idjna ü.") |iikol iiaMe 
padi per houw. De variëteiten .,kleponan"' en ..ndtok imiH'", dus de 
inlieeius( lie, zijn afgeoogst en waren niet noemenswaardig d(»or omo menlek 
aangetast. Op liet veld staiin nog de variëteiten ..kewal" en ..djalen'". I>eide 
vooi" anderhalf jaar uit Oai-oet inge\<>erd. en helooxcn die lieej wal minder, 
ofschoon ze niet slechtei- staan dan de gewone desa-aanplant". 

Om twee redenen eindig ik de bespreking van dit veld met dit nn reeds 
ingelasc lil citaat. I'rimo, omdat er op nieuw de bemoedigende conclusie nit 
is fo trekken, dat zelfs ondei' zoo weinig gunstige voorwaarden als die voor 
Setjang aangegeven, toch iets meer zorg aan de sawalTs besteed zich terstond 
oi)enbaart in een groot(M' oogst, vergeleken uiet die der onmiddellijk aan- 
grenzende sawah's. Sf^ciindo. onidal er andermaal uit blijkt, hoe voorzi(di1ig 
men dient te zijn met het im])orteei'en van padi-variëteiten van elders; hiei' 
toch gaven weer de geïmporteerde vai-iëteiten de minste resultaten, hoewel 
zij natuurlijk in de streken A^an waar zij afkomstig zijn tot de beste telden. 
Op dit \'oorbeeld wordt zoo bijzonder gewezen om weder te trachten het 
vast gewortelde dwaalbegrip nit te roeien, dat het iinjiorteeren van zaad van 
niet-geacclimatiseerde padi-variëteiten, allerminst per se een nuttig ding is; 
alleen onder sommige zeer s])eciale en goed bestudeerde omstandigheden 
kan het een nuttig effect hebben, doch verder dan deze verklaring mag 
men niet gaan. Als panacee — en daarvoor ziet men het gewoonlijk aan — 
zon<lei' een grondige kennis der omstandigheden en onoordeelkundig toege- 
past, is het onvoorwaardelijk af te keuren. 

P o n o r o g o (B e t o n). 



Kon van de beide voorafgaande „sawah-demonstratievelden" geen of 



weiiiijj; j^mmmIs worden jjje/.cji,*!, /ihm- ^jfunstij; .sleokt daai-bij af hetgeou van hd 
veld te I'onoroj,'o valt te vernielden. 

Zooals iii liet vorij; verslag- werd medegedeeld, was het kiezeu \aii 
P(HUM()j;<) als plaats voor de vestiging van een demonstratieveld te dankcü 
aan den vroegeren Assistent-Resident Hagen aldaar, die in het algemeen 
zeer veel syni])athie had voor de te nemen j)roef in het belang van den 
Tnlandsehen landhonw en naar wiens meening zijne toenmalige afdeeliug 
wel Ix'loofde liet nut van een dtMnonstratieveld te zullen toonen. Ook is 
gezegd hoe de spoedige overplaatsing van den Heer Hagen naar Bang- 
kalan dreigde aan de vei-waclitingen vooi* een groot deel den bodem in te 
slaan. 

Gelukkig is deze dece]>tie ons besi»aard gebleven, hetgeen pleit vooi- 
het deugdelijke van den raad mij destijds bij het kiezen van het veld dooi- 
den Heer H a g e n gegeven. Dat er o]) zeei' bevredigende en bemoedigende 
resultaten kan worden gewezen is aan verschillende omstandigheden te 
danken, waarbij in de eerste plaats met groote erkentelijkheid moet worden 
gew'aagd van de belangstelling en steun bij voortduring van den Regent 
Raden .Mas Toemenggoeng T j o k r o n (^ g o r o. ondervonden, en niet min- 
der van de \>-elwillende linl]) door den tegen woordigen Adspirant-Controlenr 
M. C H. V. L i n d 11 o n t verh^end. Eindelijk verdient als gunstig 
moment van misschien srhijnbaai- gei-inge maar in werkelijkheid groote 
beteekenis te wT)rden gewezen o|) het feit. dat w-ij het geluk hebben gehad 
voor het veld een zeer ijverigen mandooi- te vinden, van wien. ofschoon hij 
in menig opzicht nog zeer veel leiding behoeft, de Heer de Ravornin 
L o h 111 a 11 getuigt, dat hij: ..hel aan gotnle wil niet laat ontbreken, en. eens 
een order goc^d begrepen iH^bbemle. ook voor correcte uitvoering zorg draagt'". 
Vooral dit laatste laat bij de niandoors op de andere velden zoo veel te 
wenschen over. 

Dit alles te zanien maak), dat de HecM- de Savornin L o h ni a n 
van Ponorogo kon ra]»porteereii : ..het veld in het geheel gaf alle aanleidinu, 
er op den duur 1ioog<' verwaelit iiigeii van te mogen koesteren", terwijl in 
het bijzonder van de ..tweede gewassen" nog kon worden verklaard: ..Op 
geen der demonstratievcdden slnagde de aanplant van ])olowidjo dan ook zoo 
mooi als te Ponorogo. Er werden zeer verleidelijke o])brengsten gemaakt". 

Tn het voorafgaand vet-slag werd wat aangaat de op het veld te planten 
j>adi gezegd: ,.Er word! naar gesireefd liel nul ie denionsireeren \an Icor- 
relsgewijze en ijle uitzaaiing, van \vijd(M<^ uit i>lauting. op regelmatige afstan- 
den en van bemesting der kwe(M<bedden". 



TTocwnl (Ipze |niii(<'n iiift in allen (hele \ rddocixlc in lui on;,' konden 
f(<'h()ii(l(Mi wonlon — wd bij d<' o\<'i|)l;inrni-. tlodi nu'\ l»ij d<- nilzjuiiing — 
Atu) <^:iï (ofli op CMMi n:(Ml»'('ll<' der s;i\\;i!i"s lid r<-siill;iiit Icii dniddi jksic ;iiin. 
(lilt men \(ioi' wiil nicci' inocitr en /,or«4 terstond door meer o|ihren;^st lieloorid 
kon worden. JI<d hedoclde siiwali «<'<'<"<■"'■ ^i'i' '"'■" o|)l»ren;j;Ht, ovciccn- 
konionde incl ruim 14 pikol droo»; jtcr bouw. Kil is voor I'<muuo<;o pjmi zeer 
mooi<' o|)ltrenp;Ht, zooals (on duidelijkste in bel oop; sproii"; dooi- oono vfM'trf 

lijkinj; met de aan drie zijden b<'l veld niddellijk oniriiij^ende sa\\jib"s der 

bevolkin^j:. die ooj^'slen j,'<iyen van i:?. IS en 'Jl^ jdkol per bouw. < ►p bet stids 
in quaestie van bei demonsii-at ie\ eld wtn] dns. op waarlijk ni'-t inoeiliik- 
na Ie volji'en manier, lersl(Mid minstens bet dnbbcb- \;in <leii •gewonen oo^'st 
verkregen. 

Een ander gedeelte van het vidd gaf' daai-entegen een vooibeeld ei- van. 
hoe in den aanvang het proefnemend karakter, waaroy» vroeger met nadruk 
is gewezen bij de demonstratievelden niet zoo zeer is te ontgaan als wel 
gewenscht zou zijn. en boe men o(»lv in dil geval af en toe door sfdiade en 
sehande wijs moet woi'den. Door een misverstand had de nitznaiing van 
de padi voor dit stuk. boewei zij juist geheel volgens den regel geschiedde, 
te laat plaats, waarvan de uitkomst niet anders was dan eene geheele mis- 
lukking van het gewas. Hieruit viel ten duidelijkste weder de juistheid dei- 
meening in het oog, dal het tijdig uiizaaiion en overplanten een der eerste 
vereisehten is voor het verkrijgen van een goeden aanplant, en dat die faotor 
van veel meer belang nog is dan het stipt opvolgen der andere voorsehriften. 
Dat met deze leering bij den nieuw'en aanplant aan het eind van het versla ir- 
jaar deugdelijk is rekening gehouden, zal hieronder blijken. 

Hierboven werd reeds opgemerkt, dat vooral de tweede gewassen op die 
velden een bijzonder goed resultaat gaven. Dit moge met een paar voorbeel- 
den nader worden verduidelijkt. 

Een aanplant van Manihot utilissima ,,Ketela pohon", Cassavip, eene 
oppervlakte beslaande van 400 vierkante roe, leverde een oogst van 121 pikol. 
terwijl nog aan de stekken eene niet te verwaarloozen verkoopwaarde 
toekomt. Deze productie van twee kati per vierkante meter dus. werd ver- 
kregen van een aanplant circa negen maanden in den grond staande, zoodat 
in hetzelfde jaar nog eèn ander gewas had geplant kunnen worden, b. v. 
..Kedele" (SojaV 

Een stuk van 130 vierkante roe met tabak, bracht, hoewel door een 
bladschimmel aangetast, nog op ƒ 87. — , overeenkomende met ƒ 120. — per 
bouw. 



Van ►Solaiiiini Melongeiia „Teioiijx Aubergines", werden op ruim een 
bouw zes variëteiten uitgeplant, vijf daarvan leverden elk een oi>brengst 
van ongeveer dezelfde verkoopwaarde en voerende tot een bedrag per bouw 
berekend van ƒ 225. — , terwijl de zesde variëteit, die, waarvan reeds in het 
vorig verslag sprake was, eene veel geringere hoeveelheid maar veel mooiere 
vruchten produceerend, op ƒ 250. — aan opbrengst per bouw te taxeeren viel. 
Hierbij kan de opmerking worden gevoegd, dat deze cijfers niet op eene zeer 
globale en approximative raming berusten, doch op eene zoo juist mogelijke 
opneming. 

Een tot de Compositen behoorend gewas, den Tnlandschen naam van 
„Kembang Poelo" dragend ('), welks zaad oorspronkelijk van Solo afkomstig, 
nu reeds op het veld zelf werd gewonnen, ontwikkelde zich vrij goed. Er 
is nog niet afdoende te zeggen, dat de cultuur van deze plant voor de bevol- 
king aanbeveling zal verdienen ; het is echter wel waarschijnlijk, daar de 
Heer do Savornin L oh man mij t(M' zake het volgende rapporteert: 
..Kembang Poelo. nl. de enkele bloempjes van de samengestelde bloem, is 
een zeer gewilde grondstof voor verf van prima qualiteit sarongs, echter 
zoo duur, dat die alleen binnen het bereik van prijaji's en zeer gegoede 
Inlanders valt, terwijl in de laatste jaren veel surrogaten in den handel 
gebracht werden, waardoor de (»fhte Kembang Poelo geheel vorrirongen 
werd. De Regent verzekerde mij echter, dat, indien prijaji's van de echt- 
heid van het product verzekerd waren, zij dan gaarne voor de volle waarde 
zonde ^^nllen koopen. welke echtheid bij het demonstratieveld natuurlijk 
wel gegaranrleerd kan worden. Tndien nu de kleine man er tevens toe te 
krijgen is zijn product, in casn de kembang poelo. direct aan den consument 
te verkoopen. en niet van de bemiddeling van Ohiueezen gebruik te maken, 
zou de kembang poelo hoogstwaarschijnlijk weer een zeer voordeelige cnl- 
tuur knnnen worden". 

De variëteit van Arachis hypogaea ..katjang tjina" of ..soeoek". welles 
invoering nit Japan door welwillende huln van den Hoojrleeraar M v i o s h i 
in het vorig verslag werd vermeld, gaf nu zooA'oel zaad. dat er ook reeds 
vrij wat aan anderen kon worden verstrekt; er was van de zijde der bevol- 
king buitengemeen veel vraag naar, hoewel nntuui'lijk nog het beste zaad 
voor verdere voortteeling op het veld moest worden aangehouden. De 



(^) Omtrent den wetenscliapnelijVen nanm van deze plant bestaat peen voldoende zeker- 
heid; door den Heer de Savornin L o liman zijn echter zaden naar Biiitenzorp gebracht, 
welke te kiemen ziin sreleerd. znod.it in hot volgend verslacr deze onzekerheid opfreheven zal 
kunnen worden. 



1Ü4 

vari<"'t('if Kcnmorkl /.ir-li vooiiiiniHlijlc door ;jroo(f \ i nrlid-n en »'<'ii lioo;^ 
olic;^<'liiill('. waiiroiii <!<• Kr^cni ook tl<ii ijiiid ;:iif' \ooi;il incl luiro niliiiiir 
vooil (<■ ^;iari, danr do dosa iiiaii /.<• dan \ fniiocdi-li Jk \vo| voor (\i- <»lio|,croi 
diii^-, waarlor /-ij /.irh hij iiilslcl; Icriil. /,al -^aaii li-clcn, loiwijl lliaiis in lioi 
I '(»inii-o;4i)sc|io ..kaljan^ ijina"" alleen als snoejierij waaide lieeti. 

De nil/.aaiin^ eii uil planl inir \aii de padi \ oor den aan|daMl i'.Mil -IIHIL', 
;^es(liiedde niel de meeste /.oiji. /.oodal de tlesknndl^'e kon \ eik' Jareii. 
.,dal de uil Noeiini: er \an op «^jeen ander ilemonsl ral ie\ dd lieier jilaats" 

liad. haar er. om heler loe/ichl ie kiiiineil ni loej'eiieil, lliel i-iii heperkl 

aanlal |)laii( \ rouw en werd ;;e\\erkl eii nanwielli-nd |il;iiileii. xdoral hij 
inindei- «ieoercndcii, laiij^ei' diinrl dan de lorale /.orj:cl(»o/e I nhnnlsclie planl- 
iiianier. nioesl een vrij ^loot aanlal da^eii aan liei iiiiplaiileii woi'den 
hesleed. Toeli waieii wij iio^ niini (»p lijd gereed. - waarom, /.ooals liier- 
hoxcn \crklaard, liel ons in de eersie jdaals t<' do<'n was - daar liel \e|d 
reeds was at'j^eplaiit. xoordal men op de nal»nri;;e sawali's zelfs he^dinien 
was. Dit laatste vindt daarin vooral zijn oorzaak, dat de Iiiland<'rs iw 
[daalsc veel later uitzaaiden <laii gewoonlijk, omdat de i-cyciis hijua een 
maand te laai <>(»ed doorkwamen; boewei er nu al vi-oeirer voldoende water 
\(»oi- het planten was. w(»r(lt er toch lievei- jjjevvacht tot het intreden van den 
vollen W'estmoesson. Wel zien sonimii:<' lieden in. dat het eiuenlijk hetei- 
zoude zijn in zulk een jicval wal vi'oe<>er niei planten te he;j,inneii. do(di een 
\ i'ees v<»or ridiculiseeiinu' en tejienwerkinji schijnt ook daar ten^evol<;e te 
heldien, dat men ongaarne eene nitzonderinj; maakt en hel veiliirer oordeelt 
maar te doen zooals buren. Dat voor het uitzaaien der kweekbeddinj^en 
volsti'ekt niet zooveel water noodij>- is, — zoo woidt mij no^ j;erapporteerd — 
blijkt wel op Ters( heiden an<lere jdaatsen. o. a. ook te Patjilan. waar wach- 
ten <)]) de voll(^ rej^cns een zoo laat uitplanten ten gevolge zoude hebben, dat 
de aan])lant zoo goed als z(dver mislukt. ()]• bedoelde ]>laatsen worden de 
kweekbedden voor de sawah's dan ook grootendeels geheel droog uitgezaaid"'. 

Welk een goeden invloed zorgvolle behandeling en goed uitplanten op de 
zaailingen hebben, bleek weder duidelijk, daar des avonds uitgeplante padi 
des anderen daags reeds de jonge blaadjes begon te ontplooien, terwijl er 
anders, bij zorgelooze plantwijze, 4 tot 7 dagen, en soms zelfs meer, ver- 
loopen, alvorens de zaailingen zich van het ovei-planten hebben hersteld. 

Toen steller dezes aan het einde van het afgeloopen jaar het demonstra- 
tieveld bezocht, was het hem eene voor de hand liggende aangename tijding 
van den Regent geheel spontaan te vernemen, dat deze in de verkregen uit- 
komsten op het veld en den daarvan ook door hem te verwachten gunstigen 



155 

iuvloed oj» dt'ii laiulbouw der bcvolkiii;:; iiaiilcidinji had jievondcu om op eene 
audere plaats hem toebehooreiido sawahV te wijzen, om het<j;eeii op het 
demoustratievehl woidl gedaan na te volden. In het vooiafj^aaud vershig 
Averd een jaar gek^den gezegd, dat de tijd zou liel)ben te leeren of de uit- 
komsten van hetgeen er o]» dit deuionstratieveld wordt gedaan, zoodanige 
zullen zijn, dat zij de bevolking tot navolging zullen doen overgaan. Waar 
de Eegent niet alleen veel belangstelling voor <»ns streven toont — zooals 
trouwens in het algemeen de Inlandsehe hoofden en ambtenaren — doeh een 
voorbeeld geeft, zooais dat hier vermeld, en waar nu ai de bevolking als 
bij de Japansche Arachis-variëteit tuk is op het bekomen van ons zaaizaad, 
daar geeft men zich niet aan ongeoorloofd o]>timisme over door .aan te 
nemen, dat er zeer veel kans bestaat aldoor de naaste toekomst een beves- 
tigend antwoord o]> die vraag te zullen zien geven. 

Waar alles te zamen genomen, van dit demonstratieveld zooveel bemoe- 
digends kan w'orden gezegd, al is het nuttig effect als zoodanig uit den aard 
der zaak nog van geringe uitbreiding, zoude lichtelijk de vooionderstelling 
kunnen rijzen, dat men zich te Ponorogo in bijzonder gunstige omstandig- 
heden bevindt. Dit is echter zoo weinig het geval, dat men mij in den 
aanvang van meer dan eene zijde tegen Ponorogo als ])laats voor vestiging 
van een demonstratieveld heeft gewaarsehuwd. uit vrees dat daar niet A;eel 
nut te stichten zoude zijn. en dat zelfs kort na het vertrek van den Assistent- 
Resident Hagen een Euro]>eesch ambtenaar mij den raad meende ie 
mogen geven, het pas opgerichte demonstratieveld aldaar maar weder op te 
heffen; een raad, aan welks opvolging door mij geen oogenblik is gedacht. 
Het blijkt derhalve, dat te l*onoiogo volstrekt geen buitengemeen gun- 
stige omstandigheden, aan de localiteit eigen, ons streven ojt een of andere 
speciale wijze in de hand werken. Alleen waarborgen de hierboven ge- 
noemde factoren door hunne samenwerking, dat het werk op het veld goed 
en nfiuwgezet geschiedt. Dit blijkt voId(»ende om. alleen nog op kleine 
schaal — hetzij herzegd — de vei-waditing te komcMi versterken, dat men 
met de demonstratievelden o]t ecMi weg is. die langzamerliand \erbet<Md (mi 
«uitgebreid, tot voordeel van den Inlandschen landbouw zal kunnen leiden; 
eene voorloopige bevestiging dus der hoop. waarmede men zich van den 
aanvang af heeft gevleid. 

M o d j o w a r n o (K e r t o r e d j o). 

Ook van dit veld kunnen gunstige berichten worden gegeven, hetgeen 



IHfi 

ii;i liet vi-o<*g<M- vci-nicidc Ix'^irijpflijlx is. il;i;ii <!<• Ilci-icii I\ i' ii ij 1 soorf 
lil<'\<'ii jiiisiii met (»iis .sli-('\cii kiiiilit io ic si<-iiin-ii. li-iwijl de door Immi a;iii- 

beVdlcil lllillHlool'. /ooills lliil ;|ll<l<'IS (hlll Ie \ i-i w ;i"li t «Ml WilS. «M'll ijvcfij; «Ml 
n;eH<'liiI<l iii.-in is. Ivmi (Mi ;iii<|cr iii;i;ikl. (I;il ank (i;i;ir iii df lijd^Mi dul <\<' 
<lcsUiiiidi^(' voor ilr d«Miiniisl tal i<'\ cldcii iit iniji)<-i- Ix-scliiUkiii^ slaand»- ni<'l 
l(M- pijiii<S(' is, voloriis de ^c^icNtMi aa II w i j/i ii^< Ml wnidl \ noi I ;:»-\\ <M-kl. 

I>(' |tadi iiaiiplaiil l!M»(l/1!((il i>;al' /«mm- hc\rcdi^(Mid<' i(*snllat(Mi. De t(M- 
\(M-}i^elijkiii^ ;.;(Mi<»iii(Mi \ ( is<diiH«Mid<' diclilln-id \aii iiit/,aaiin<; — - '/ie vfM-Hlaj; 
omtrent don sfnai \aii 's Lands l'laiihMiiiiin o\<m- I'.XK» Idad/. 156 — gaf geen 
uoemenKwaai-d oiid(MS(licid in d<Mi aaii|>laiil uil 7.aailiiii:<Mi ifs|i. van H'') <mi 
van li/i katii por lioiiw \n()i-|o('l<(nii(.|i. Op (mmi si uk. waar na ;>."» da^(Mi w<M'd 
overgeplant, gaven de oorste oen iols lioogiM- jiKMhn i. np (-(mi ander, waar 
ocM'st na 45 dagen do ovorjdanting geschiedde, daarriilogeii do laagston. Dit 
laat zi(di daaiMiit v<M'klatoii. dat bij zeer ijle nitz-aaiing de jonge planton /,io]i 
sterker onlwikkclfMi (mi dan bij langer waoliton mot liet ovorplanten nio(M' 
worden beschadigd en b(Miadoold dan and(Mo. T)o ond(Mlingo verschillen 
tnssclien de padii»lanton in dozelfdo diclillicid nitge/.aaid on na donzolfden 
tijd ovei'geplant, bloken niel zoldoii «ii-ootoi- dan die in het algemeen tnsschon 
do beido verschillend bohandelde stukken terrein te constateeren, zoodat er 
dariroin geen conclnsies omtrent de meost voordoelige dichtheid van uit- 
zaaiing ter plaatse voor do gobrnikto pndi variëteit zijn te trekken. 

De variëteit, die werd gebezigd, was ..gendjah konanga", dns. zooals de 
naam aanduidt, snel rijp(Mul. hoewel dan ook oen minder groot product 
loverend. De keuze moest op oen der snol rijpende variëteiten vallen — en 
onder deze behoort de konanga tot de boste — om den in het voorafgegane 
jaar door onvoorziene omstandigheden, waarvan vroeger is melding gemaakt, 
verloren tijd weder in te halen. 

De productie was in hot geheel 20S.8 pikol. dus ruim 40 ])ikol per bouw, 
hotgoon. de variëteit in aanmerking genomen zeer bevredigend genoemd mai; 
worden: trouwens de aangrenzende sawah's der bevolking brachten 35 pikol 
op. Het voordeelig verschil bij het demonstratieveld is. zooals de Heer 
Kru ij t mij bij mijn bezoek niodedeelde. alleen op rekening te stellen van 
de betere behandeling ,on verzorging dor kweekbedden, daar overigens de 
verschillen tusschen behandeling van het gewas op het demonstratieveld 
en op de omringende sawah's der boA'olking niet groot waren. 

Het is niet onmogelijk, dat van deze padi nog grooter oogst gemaakt 
zal kunnen worden, bij minder ruime uitplanting. De plantwijdte toch was 
G op 8 duim ■ — 15 op 20 cM. — , hoewel in het algemeen gesproken niet te 



157 

groot, toch wellicht voor deze variëteit wat ruim; zij is dan ook voor den 
volgenden aanplant wat minder genomen. 

Bij het door mij den IG'" December van het afgeloopen jaar aan Modjo- 
warno gebracht bezoek, had de Heer A. K r u ij t de welwillendheid mij 
naar het demonstratieveld te vergezellen en mij onderscheidene inlichtingen 
te geven. Een feit is er onder de mij door den Heer K r u ij t medegedeelde, 
waarop ik meen hier zeer bijzonder de aandacht te mogen vestigen, en omdat 
het andermaal een inzicht geeft in het nut, dat zelfs in vrij korten tijd met 
eene instelling als die der demonstratievelden is te doen, en ook omdat het 
wederom leert, hoezeer men ongelijk heeft door te meenen, dat de Inlanders 
In het algemeen wars zouden zijn van het aanwenden van middelen ter ver- 
betering van hunnen landbouw. Het feit is het volgende: voor den volgenden 
aanplant op het demonstratieveld werd van zoo zorgvuldig mogelijk uitge- 
zochte padi van den eigen oogst aangehouden, ^'adat het nu was gebleken, 
dat er van die uitgezochte zaadpadi, nog redelijk wat over was, had de Heer 
K r u i j t den mandoor toegestaan, het resteerende onderhands aan aanvra- 
gers uit de bevolking te verkoopen, die er eventueel om zouden komen 
vragen, en dan natuurlijk aan de het meest biedenden. Terwijl nu de 
gemiddelde prijs van de „bos"" padi te Modjowarno op 35 centen is te stellen 
naar ik vernam, deelde de Heer K r u ij t mij tevens mede, dat volgeus de 
laatste berichten de mandoor van de resteerende zaadijadi verscheidene 
bossen reeds had verkocht voor 80 centen en toen wij het demonstratieveld 
bezochten, bleken de buren de prijs reeds tot ƒ 1. — per bos te hebben laten 
oploopen, zoozeer wenschte men van onze goed uitgezochte zaadpadi gebruik 
te maken, al kwam zij dan ook veel duurder te staan. Aan deze mededee- 
ling behoeven geen commentaren te worden gehecht, zij is, hoewel natuurlijk 
wederom slechts nog zeer op kleine schaal, naar het mij voorkomt een zeer 
sprekend argument voor de juistheid der beide aangegeven punten. 

Van ziekten werd in het padi-gewas geen last van eenige beteekenis 
ondervonden. Sedert het vorig verslag is uit de inmiddels door D"". J. van 
Breda de Haan gedane onderzoekingen gebleken, dat de ter plaatse 
als „brambangan" of meer „brambang"' aangeduide ziekte, niets anders is 
dan de door dien Afdeelingschef bestudeerde aaltjes-ziekte in het padigewas, 
meer algemeen onder den naam van omo mentek bekend. 

Van tweede gewassen werden in het verslagjaar te Modjowarno voor 
het eerst geplant: erwten en boonen, en eene maïs-variëteit uit den Cultuur- 
tuin. 

De eersten garen geen bevredigende resultaten, zooals bij de ligging van 



1 r>8 

lifl \fl<l ook \\<-l kdii wnrdril \<-ini<K<|. Ikh-svcI ctii klciiM- ynoi-f toili iwt^ 
li;i;ir nul li;i(l; »l<' iiinïs \ ;iii<*li'il iii iiiiJH-srH- \ 'n'l (lii;ii<Mil<';:cii Itij/oiKlci- in 
den sni;i;ik tier' l)c\ nlkinu. Z'H^ >'■""• •' = '' '"' "i '"■' -Miilini^zsrli.- /;i;mI t-i- \:in 
iiti ;iiin\ i:i;i;; \\rr<l \ <-isl irkl. I>«- iiiodnrl ie \\;is (ip ln-l (|i-iin>nsl fiit if\ cld 
S.")!»!! klossen \iin r<n oi»im-i\ l;i kli- \;in HHI \ idkiinif loc. \u-/.>- «([dircnjisi 
is wel iiii'l linilt-njicw oon ^^rool, dorli di-/.»- ni;iis \ ;iii<"lcil sl;i;il ook sI<m1iis 
iwcc en (MMi li;il\f HiMiind in d<-n ;;roiid, \\;i;irdoor In-I nio;;<-lijk uordl voor 
de niMÏs en n;i d<" \ <>or.il'j;;i;indi' |iadioo^sl no^ i-cii ;ind<-i- iwcfdf <;<'\vas !<• 
|.lantcn. rn nicllrniin de nit-nwi- padi dns na d<- maïs lodi nojx fijdiji 

in d«'n ^rond li- lifld»cn. Dil aiirs h- /ann-n \ nklaail . waarom dr ^M-ïmpor- 
h'ci-dt' \aiiclril iiij de bevolking Icrslond /oo /.fcr in in-k was. 

\'an paardcniand maïs. die naar ilv \an di*n Ilrci- K v w ij l vernam, als 
vcM'dci- «icwild is. liad oen di-sa iM-woncr ^aarnt- alles willen lieldien wal <'i- 
aan zaad te kiijii«*ii ^\as. 

\'an de .la\aans(die soja ..kedeh-"" in liei vori^ verslajj: l)esj)r(d<en. w ier 
oplncn^sl locli oj» alle demonsl tal ie\ elden /.(»o\i'el Ie wenselieii had ovei- 
-^elalen, was van twee variTHeiten Ie lliiilen/.orii vfddoeiide zaad «^ewoinien 
om de proef te Modjowaino noj; eens te doen, om welke herlialin^ door d.- 
l.evolkinj* was verzoelil. Il«'t nu bereikte resiiliaat was iioji; allerminst 
he\ redi<;end, hoewel niet zoo ongunstig als in het voorafgegane jaar. 

Het is ze<'r (e bejammei-en, dat de nil dapan out vangi'ii Soja- variëteiten, 
waarvan sommige om de (inaliteit van hel product zooveel heioven, zich zoo 
uiterst moeilijk hlijkeji te laten acclimatiseeren. Kene is er tcdaal verloren 
gegaan, terwijl van een paai andere ge.-n verwat hting mag worden gekoes- 
terd, dat zij zich hier zullen gewennen. Met een vijftal variëteiten worden 
de i»ogingen Ier ac( limalisatie te Muitenzoig voortgezet — twee dezer vijf 
varirdeilen leverden het zaa<l \<»or de uitzaaiing Ie Modjowarno — . Men 
heeft daarbij niet allerhande moeilijkheden Ie kami>eii, o. a. met <le groote 
aantrekkelijkheid, welke de geïmporteerde variëteiten voor schadelijke 
insecten schijnen Ie hebhen. Zoo was ook te Modjowarno de voornaamste 
reden van de onbevredigende opbiengst (e zoeken in het aanzienlijke nadeel 
door den „kedele-boorder" aangericht. 

De raede uit Japan afkomstige Sesaraum „Widjen"-variëteit schijnt 
voor de vrij zware kleigVond van het demonstratieveld te Modjowarno niet 
geschikt te zijn. De Loerah van Kertoredjo had meer hoop op goede uit- 
komsten bij uitzaaiing op lichtere gronden; hem werd daartoe het nog ge 
wonnen zaad afgestaan, daar de variëteit door hare goede qualiteit voor 
bestendiging van cultuur zeer zeker in aanmerking komt. 



15§ 

Voor den nieuwen padi-aani)lant werd om twee redenen weder dezelfde 
variëteit gekozen als het vorig jaai-. I'iinio, om te kunnen nagaan of inder- 
daad eene geringere plantwijdt»^ voordcH'ligcr is — er wei-d nu aangenomen 
6 op 8 duim — en seoundo, vooral, omdat eigen uitgezocht zaaigoed kon 
worden gebruikt. \'o<»rts zoude nog het gebruiken eener langzaam rijpende 
„dalem "-variëteit bezwaren hebben ontnu)et, daar de regens laat invielen, 
waai'door niet tijdig genoeg ovei- eene voldoende hoeveelheid water te be- 
sehikken zoude zijn geweest. 

Aan het overplanten kon bijz<>ndei'<' zorg worden besteed, doordat het 
den Heer de S a v o r n i u I. o h m ;i n mogelijk was in den planttijd twee- 
maal ter plaatse te komen. Het bleek daarbij dat. hoewel er te Modjowarno 
met meer zorg wordt overgeplant dan op menige andere plaats, toch ook 
daar nog behartigenswaaidige en na te volgen wenken zijn te geven, met 
nanu' ten aanzien van den stand (Mi van den regelmatigen oiiderling(Mi 
afstand der overgebrarhte zaailingen. 

P o e s p o h. 

In het eerste verslag o^■er de demonstratievelden — \'er»slag omtrent 
den staat van 's J^ands Plantentuin over 1S91), blz. 11*2 en 12:] — • werd het 
volgende aangevoerd: „Het blijkt uitei-st moeilijk te zijn, j)laatsen te 
vinden, waar men met demonstratievelden voor cultures op droge velden in 
de vlakte kans heeft eenig nut te verspreiden, l^agen de terreinen niet te 
ongunstig, dan is in beraad of veelal in voorbereiding om er irrigatiewater 
op te brengen, zoodat men er de gewone sawah-cultuur krijgt. Op meer 
afgelegen plaatsen is hetgeen op de di'oge velden wordt gekweekt, slechts 
bijzaak en hi^bben de menschen een andere l>ron van inkomsten — zooals 
b. V. in Zuid-Karauganjar, waar de klappers de eigenlijke verdiensten ople- 
veren — of wel, juist door de v(Mwij<lerde ligging, bestaat er voor den 
kleinen man geene gelegenheid om de ]»roducten van een nieuw geïmpor- 
teerd gewas, ook al groeit dit nog zoo goed, van de hand te zetten. Na 
herhaalde vergeefsche pogingen, in laatste instantie in de residentie Pasoe- 
roean, Ixm ik met den Resident overeengekomen, dat deze op tournees in 
zijn gewest de vriendelijkheid zoude hebben te zien of er een geschikt terrein 
voor een tegal-denionstratieveld te vinden zoude zijn*". 

In het tweede verslag heette het: ,,Een eerste bezoek aan het voorloopig 
door (leii Resident van Tasoeroeau welwillend nitgezoelit terrein deed den 
lloci- (Ie Savornin Lohnian geheel de meening van het Hoofd van 



j^^ewenielljk bestuur doelen (') «tinhfiii <1(' ^^^cscliikllicid dei' phdi voor h<-i 
vestigen van een deinonHlrji(i<'v<'ld voor dioog (e Nrihoiiwcn ;;e\vaHKen op 
betrekkelijk niel (e j^roolc li<)();;(c Itovcii /cc iii vc;in". 

l>e V()orwaard<*n s( liciicn <icrliiilvc - in aaiinicikin;^ ;iciioiiicii de aan 
<;eg<'V(Mi bezwaren l»ij (!<■ kcn/c vnii ecu (Irmonst ralicvcld sooi- ic;,';il «ui 
iijiii- niet ononiisliii en lorli hlcik licl ;iiidcr iiwial. iioc iiilcrsl moeilijk 

het dikwci-f is alle in aariincrkiii;; komende ojigunstif^je factoren a priori te 
overzien en naai- iiai-c vciinoccbdijke bcteckenis te schatten. Het blijkt 
namelijk dat er te l'oespoh een nad«Mdi<;(* factoi- van j,'chccl loealen aard is, 
welke, ten minste bij de thans ter beschikkin;; slaande middelen — wat 
met deze i-estrictic \\(trdl ImmIocUI /,:ii hieromlei- worden aangegeven — z<^o 
^<)e<l als alle aan hel demonstralieveld Ie besteden moeite verijdelt, en dal 
wel in die mate, dat het opgeheven zal moeten worden. 

JJie factor is: het groote vreemdelingen bezoek, ook nog gedurende den 
planttijd. Dit bezoek geeft aan de bevolking groote verdiensten, hoofdza- 
kelijk door transporten, en wel zooveel, dat gedurende het overig deel van 
het jaar ér ongeveer niets behoeft bijverdiend te worden. Dit heeft in 
twee opzichten een hoogst nadeeligen invloed op eene poging als die met 
een demonstratieveld beoogd. 

Ten eerste is het onder die omstandigheden uiterst moeilijk werkvolk 
voor zulk een veld te bekomen, zooals maar al te zeer is ondervonden, daar 
er niet alleen slecht, maar ook buitensporig duur wordt gewerkt. Dit is 
echter wel het bezwaar, waarmede men het spoedigst kennis maakt, doch 
niet het ergste. Dit — het belangrijkste euvel — is daarin te zoeken, dat 
de bevolking geen belangstelling in haren eigen aanplant heeft. Als bij- 
kómend gevolg voegt zich daarbij nog het zoo goed als ondoenlijke om ter 
plaatse een bruikbaar mandoor te krijgen. 

Zooals verleden jaar werd gemeld, werden drie variëteiten rijst voor 
droge velden „Padi gogo" voor het veld te Foespoh bestemd en maatregelen 
voor de noodig te oordeelen bemesting genomen. V'an den aanplant werd 
een zeer bedroevende opbrengst verkregen door verwaarloozing; niettemin 
bleek het, dat terecht was voorondersteld, dat juist ter plaatse van mest 
een snel merkbaren invloed ten goede te wachten zoude zijn, daar boven de 
galangans, waar de mest door regens verzameld was, de padi buitengewoon 
mooi stond. Van den maïs-aanplant kan niet veel beter worden getuigd; 
daar was de hoofdoorzaak van het mislukken het groot aantal gestorven 

(*) Het was steller dezes door een samenloop van omstandigheden uil zijne betrekking 
voortvloeiend, niel mogelijk geweest zelf eerst naar Poespoli te gaan. 



lül 

planten en het verzuiiii van inboeten. „De i-oode en gele djagoeng — zoo 
rnpporteei'de de Heer de t? a v o r n i n L o h ni a u — uit den Cultuurtuiu, 
dezelfde die later te Modjowarno zoo goed voldeed, werd voor de uitzaaiing 
zeer bewonderd, terwijl bij den oogst niemand het product waardeerde, 
misscliien oiudtiT de opbrengst zoo bedroevend was, ofschoon minder slecht 
dan van de inheemsche variëteit; als reden werd echter opgegeven, dat de 
variëteiten gekleurd waren en men te Poespoh alleen witte variëteiten 
apprecieert; alsof men voor de uitzaaiing niet had kunnen zien, dat deze 
soorten rood en geel waren". Ook de widjen voldeed niet aan de verwach- 
tingen. Het geringe beschot buiten beschouwing latende, voldeed het pro- 
duct als zoodanig niet, omdat de bevolking liever djagoeng ])laut. wijl 
zwarte widjen niet geschikt is voor snoeperijen en bovendien de hoeveelheid 
te gering was voor oliebereiding. 

Ook in den drogen tijd werd wederom maïs geplant en verder tabak en 
lombok. De eerste gaf opnieuw geen bevredigende opbrengst, al was het 
ook niet zoo slecht als de eerste maal ; de oorzaak van het slechte slagen kon 
niet worden nagegaan, daar de Heer de Ö a v o r n i n L o h m a n niet 
voor den oogst te Poespoh kon zijn. 

Van de eerste uitzaaiing van tabak wordt bericht, dat zij niet voldoende 
was opgekomen en van de tweede, dat zij te laat in den tijd viel om goede 
resultaten te kunnen geven. Toch werden er nog 2200 meerendeels flinke 
planten van geoogst, waarvan de qualiteit zeer beviel, doch wier product, 
niet meer dan 6 kati tabak heette te geven. De lombok bleek behandeld te 
zijn op eene wijze dat de deskundige er van rapporteerde „dat het een 
wonder zou geweest zijn, indien er een plantje van terecht kwam". 

De in December van het verslagjaar in den grond gestoken aanplant 
beloofde weinig beter resultaten bij het bezoek door den Heer de S a v o r- 
nin Lohmau aan het eind van het jaar aan Poespoh gebracht. Wel 
kon bij die gelegenheid nog een en ander worden hersteld; dat was evenwel 
lang niet met alles het geval. 

Hierboven is gezegd, dat „met de thans ter beschikking staande midde- 
len" een veld als dat te Poespoh, waar een zoo sterk influenceerende ongun- 
stige factor blijkt te bestaan, geen te verwachten resultaten kan geven. 
De gebezigde restrictie doelt wederom op het ontbreken van geschikt per- 
soneel voor permanent toezicht. Had men op het demonstratieveld te 
Poespoh een goed ontwikkeld en goed onderh^gd niantri, die een Umdbouw- 
school had bezocht, zooals wij ons voorstellen, die binnen niet al te langen 
tijd voor de demonstratievelden te krijgen, dan zoude er onder zoo bijzon- 

YbRSLAG van 's LANDS PLANTENTUIN 1901. II 



162 

(ier ()iij;iiriH(ige condities alw de {rcseln-isK* \\<-l <;ccii j^iooie veiwachtingen 
van de te doene pogingen te lioeMleren ziijii, en z«.'ker geen «poedig resultaat, 
maar toch zoude men dan ooli op den duur nog \\t'\ van nut kunnen wezen. 
Tot zoo lang men niet over zoodaiiigt- maMiii's beschikken kan is ei- op 
|)laat8en, waar gebrek aan medewerk inj^ <ri lM-lan<isi<'lling van dr zijd<' dei- 
Ix'volkiiiji beslaat, iiids uit h- rirhtcii ui' ifii iiiinsh' zoo goed als h'h-Ih. 
Alleen voortdurende deskuinligc leiding en dengdelijKe cuiilroleering der 
werkzaamheden, die beiden geheel onlbi-ekeii. zonden oj. een plaats als 
Poespoh eenig nut kunnen doen stichten. 

N g a d i s a r i. 

Na de zoo weinig bemoedigende uitkomsten te Poespoh te hebben ge- 
boekstaafd, is het te meer eene aangename taak van dit laatste veld — dat 
te Ngadisari — te kunnen getuigen, dat het ten volle aan de er van gekoes- 
terde goede verwachtingen heeft voldaan en het alle reden tot bijzondere 
tevredenheid geeft. 

Mij zelf was het niet mogelijk bij de in het einde van het jaar naar de 
demonstratievelden ondernomen tocht ook Ngadisari te bezoeken, üe thans 
volgende bijzonderheden zijn dan ook, zoo goed als onveranderd, overgeno- 
men uit de gegevens door den Heer de Savornin Lohman verstrekt. 

Zaad werd er door de bevolking en door verschillende bezoekers uit 
andere desa's in die mate gevraagd, dat het veld onmogelijk in de behoefte 
kon voorzien. Bijna geen dag ging voorbij of er langs komende vrouwen 
vroegen om bibit. Zoo goed als elke desa in het district werd in meerdere 
of mindere mate van bibit voorzien, terwijl verscheidene petinggi's — desa- 
hoofden — korter of langer tijd te Ngadisari kwamen doorbrengen om te 
zien wat en hoe aldaar verbouwd wordt. 

Als een der gunstige resultaten van de cultuur zelve op het veld kan 
het winnen van goed eigen zaad genoemd worden. Zoo werd dat geteeld 
van radijs, wortels, sla — in zeer groote hoeveelheid — en zelfs van biet en 
bloemkool. Trouwens op eenige variëteiten van sla, andijvie en prei na, 
werd van alle gewassen, zaad verkregen, zoodat groote zaadbestellingeu als 
voor Lembang, voor hier niet meer noodig zijn. Ook hier is het echter voor 
eene bieten- variëteit nog twijfelachtig of het zaad-telen zal gelukken — zie 
vorig verslag onder: Lembang blz. 148 — . Naar luid van berichten zoude 
het te voren niet, of althans slechts hoogst zelden gelukt zijn, goede bloem- 
kool te telen. Wel werden hier en daar bloemkool-plantjes verkregen. 



165 

echter niet met goed ontwikkelde kolven, waarom het toch in de eerste 
plaats te doen is, en nog minder met kiemkrachtig zaad. 

Ook hier slaagden de artisjokken. Hoewel pas na meer dan een jaar, 
vormden de meeste planten van dat gewas reeds bloemen, één zelfs ten 
getale van 6. 

Veel last wordt ook hier ondervonden van de zwarte aardrups, die te 
Lembang zoo veel bedierf. Dit is zelfs te Ngadisari in nog heviger mate 
het geval; sommige bedden waren den dag na het overplanten zoodanig aan- 
gevreten, dat zij geheel op nieuw beplant moesten worden. De regens zijn 
hier minder hevig en daardoor niet zoo dienstig om de rupsen te doen ver- 
dwijnen. Aan het einde van het verslagjaar was de plaag nog onverminderd. 

Vermelding verdient hier nog het aanleggen van eene waterleiding voor 
de besproeiing in den drogen tijd, van welke bamboeleiding — want meer 
dan een goot op staken is het niet — de geheele desa Ngadisari voor huise- 
lijk gebruik mede profiteert. Water is toch te Ngadisari zeer kostbaar en 
moest vroeger door vrouwen palen ver in groote bamboezen kokers — priug 
petoeng — gehaald worden. In navolging van de onze hebben nu ook 2 
andere desa's elk zulk eene leiding aangelegd. 

Gewassen, waarvan vooral succes te verwachten is, zijn erwten, boonen, 
groote boonen en verschillende andere katjang-soorten. Deze hebben groote 
waarde voor de Inlandsche consumptie; een Dolichos, waarvan door de be- 
volking den naam van „boontjes koening" is gegeven, vindt vooral zeer veel 
aftrek. Wet eet de Tenggerees ook blad-groenten, doch deze spelen bij hem 
meer de rol van eene toespijs. 

De verwachting van de aardappel-variëteit „Sausice" werd teleurge- 
steld. De opbrengst daarvan ging toch na enkele generaties sterk achteruit 
wat ook te Lembang het geval was. De variëteit „Géante sans pareille" 
en ook „Brandale", wint te Ngadisari echter steeds meer veld. Beide bleken 
te Probolinggo ook reeds zeer merkwaardig te zijn. De qualiteit schijnt 
eerder te verbeteren dan te verminderen, strookende met de algemeene erva- 
ring hier op Java opgedaan, van welke in het voorafgaand verslag sprake 
was. 

Speciale vermelding verdienen ook nog de „tomaten" — ranti knol — , 
die bijzonder weelderig groeiden en vrucht droegen, en waarnaar buiten- 
gewoon veel vraag was. De Inlander gebruikt ze half rijp in de sajoer, ook 
wel uit de hand gegeten met wat lombok enz. als een soort „roedjak". 

Nog meer in trek is onze waloeh „Lagenaria hispida", wier vi'uchten 
buitengewoon afmetingen bereiken. 



ir, 4 

Savvi „nio8t(M-(l". woidi lii<'i' \<'t'l ;ils ^^lociih- >ic)i*-i>']\ <mi «tok aan Kiiro- 
jtcaiUMi \<'i'K'()cli1. lift \<'l(l liad (laa!\aii ffiii^n- ^immI ^chjaa;^»!*' iM-ddcii. tiic 
(tok ()\ ciN locdi^ zaad ;^a\<ii. Tiuii w ciis \aii (!<•/.<• jirociih- was ii<(|s IhM 
ooi'Spi'oiikclijk /.aad iii<-i uil Kiiropa al'koiiisi i;^, maai' ons dooi- ii-n 1 nkindci', 
i*al; Sari iii o uil de dt'sa \\ Hiiokcilo ;;i-srli(iiik''ii. 

ilr( aardliciciizaad kwam iiici up. /.ooilal ffin- licilialiii;.'^ \an di- |iiu(,d" 
<laaniM'(lc ^^ciionirn zal (liciicn Ie woidcii. 

I'a'ii rassavc aan|danl bleek \»»(»|- dey.e /i-er imo^ j^cjc^eii slrekcu ujel 
yescliikl. Wei sloiid dal ^ewas zeer llfiiii^. /uiid<i- een etikde zieke ot doode, 
maar na anderliall' jaar waren •!•■ |danlfn |>as 1 a 1'^. \i»ei lioo;^, zooilal lit-l 
kweeken daarvan (•nin(>;^('li jk rendeerend kan zijn. vooral, omdal in liet 
betrekkelijk dielithij maar veel la^er ;;fleoen Soeka|»oera de jilani tiii nor- 
malen groeit ijd beefl. 

Een proef werd no;; j;enoiiien mei het planieii van o\ i-rjaii;^n- djarak 
„Ricinus", daai- de cnliuur loonend lieioolt ie zijn door de \-erlioo;4de |»rijzen 
van djarak-olie in den laatsten tijd. 

In het vorig verslag werd, er naar aanleiding van Lembang, op gewezen, 
hoe het ten onzent een algemeen bezwaar is bij het eultiveeren van groenten 
in het gebergte, dat de afzet te veel afhankelijk is van het debiet binnen 
een beperkt rayon. Deze opmerking dient hier te worden herhaald niet 
alleen, doch zelfs meer nog de aandaclii oj» worden gevestigd, naar aanlei- 
ding van hel feit, dat de afzet van Ngadisarisehe groenten beperkt blijft tot 
i'robolinggo en de onmiddellijke omstreken. Wel zonden te Soerabaja aan- 
zienlijk veel hooger prijzen te bedingen zijn, doch het vervoer per spoor 
derwaarts kost te veel. Zonder dit, of eenig ander speciaal geval in bijztm- 
derheden te willen bespreken, waartoe mij de gegevens ontbreken, meen ik 
echter w'el vrijheid Ie mogen vinden tot het afleggen der verklaring — die 
bij een verslag handelende over i)ogingen van Gouvernementswege gedaan 
om tot verbeteringen in den Inlandschen landbouw te komen, zonder beding 
op hare plaats is — dat, in het algemeen, het zal moeten komen, in het 
belang der bevolking, tot het vaststellen van lage spoorvrachten — bij snel 
vervoer — voor vruchten en groenten. 



Woordelijk zoude ik hier kunnen herhalen wat aan het einde van het 
vorig verslag werd opgemerkt, zoo zelfs, dat ik mij veroorloof belangstellen- 
den te verzoeken, die conclusiëu te willen herlezen. 

Voor het slotwoord aan deze plaats schijnt het mij gewenschter er niet 



1Ö5 

bet karakter aan te geven van een resumé van liet voorafgaande, doch 
integendeel van kort geformuleerde eouelusies, het aan den lezer overlatende 
of hij er al dan niet mt^de instemt. 

Zij, die zich inderdaad voor het doel met de proef der demonstratie- 
velden beoogd interesseeren, zullen zich de moeite hebben te getroosten ook 
de détails der voorafgaande uiteenzetting aandachtig te lezen, om zich dan 
zelf een oordeel te vormen over de juistheid der conclusies, waarmede ik dit 
verslag eindig: 

1''. Hoewel uit den aard der zaak, nog op kleine schaal, heeft de proef 
met de demonstratievelden nog nader doen zien, dat er op den ingeslagen 
weg inderdaad, met geduld en beleid wel ten nutte van den Inlandschen 
landbouw kan worden gewerkt, mits men slechts in het oog houde, dat ver- 
beteringen voorzichtig moeten worden nagestreefd en zij zich eerst langzaam 
zullen verbreiden. 

2*^. Eerst dan zal men zich eene duidelijke voorstelling kunnen maken 
van het nuttig effect van demonstratievelden ten onzent, wanneer men te 
beschikken zal hebben over deskundig opgeleide nmntri's, met het dage- 
lijksch toezicht en de permanente locale leiding der werkzaamheden op die 
velden te belasten. 

S*". Zoolang niet zoodanige mantri's aan de eerlang op te richten land- 
bouwschool, zijn opgeleid, zal men, welke aandrang ook daartoe moge 
bestaan geen nieuwe demonstratievelden mogen oprichten — en zelfs veeleer 
het getal tijdelijk iets inkrimpen — om niet de in haar wezen goede zaak 
te discrediteeren, daar onder de tegenwoordige ongunstige omstandigheden, 
alleen daïir nu reeds het nut met demonstratievelden te stichten duidelijk 
kan blijken, waar speciaal gunstige — en gemeenlijk vooraf niet juist te 
taxeeren — condities bestaan. 



BlJLAGR I. 



VOORNAAMSTE IIN VM)\ ONTVANGi:!N ZAI)I^]N. 



Maand. 



Benaming der planten. 



OiilvaiiRen van: 



Januari Clemalis virginica. 

Cornus florida. 

Hihicus syriarus 11. pi. 

Hedrangca arborescens. 

Melia Azcdarach nmbraculiformis. 

Myrsine lloridana. 

Prunu^ virginiana. 

Pyrus americana. 

Quercus aqualica. 

» virens. 
Sassafras ollicinale. 
Zanlhoxylon clava Herculis. 
Caesalpinia sepiaria. 
Dodonaea madagascariensis. 
Suadia dodonaefoiia. 
Vernonia appendlculala. 

Februari Musa sp. 

ColumbiaD Pecan. 
Sluart Pecan. 
Alsophila abrovirens. 
Argemone mexicana. 
Artanema sesamoides. 
Evodia elegans. 
Gonolobus grandiOorum. 
1 Helicteres Isora. 
Pterolobium nilens. 
Thrinax excelsa. 
Tillandsia sp. 

Maart Pritchardia Martii. 

Toluifera balsamum. 
Carica Papaya. 
Uex decidua. 



Reasoker Bros . Oneco 



Station agrononiiquede Nanisana. 



Reasoreb Bbos., Oneca. 
Sander & Co., St. Albans. 



A. KoEBELE, Amerika. 
Dir. Bot.-tuin Saigon 
J. N. Labaar, Pasoeroean. 
Arnold, Arboretum. 



167 



Maand. 



Benaming der planlen. 



Ontvangen van; 



Maarl. 



April. . 



Prunus raariliuia. 

nigra. 
Pyrus coronaria, 
Rosa lucida alba. 
Abulilon üugesi. 

megapolainicum. 
Aloë arborescens. 
. latifolia. 
. virens. 
Chloris dislichophylla. 
Cupressus Lawsoniana. 

lorulosa. 
Desmanthus brachylobus. 
Desinodium virididorum, 
Encephalarlos villosus. 
Hibiscus Manikot. 
Opunlia cylindrica. 
■ nigricans. 
> robusta. 
Pennisetum sp. 
Verschillende zaden o. a. 
Bloemzaden 51 s. 
Aristocbia 3 s, 
Adiantum 4 s. 
Amaranthus polygonoides. 
Anlhurium Monlezuma, 
Ardisia excelsa. 
Asparagus coinoriensis. 
decumbens. 
Biopbylum proliferum. 
Chloris lalifolia. 

submulica. 
Coccoloba laurifolia 
Croton sebilerum. 
Cordia lerruginea. 
Dasylirion Bigelowi. 
Wheeleri. 
Dianella revoluta. 
Dodonaea atlenuala. 
Dolichos sesquipedaUs. 



T. Hambury, La Morlola. 



Haage & ScHMiDT, Erfurt. 



1H8 



Maand. 


Benaming der planten. 


Ontvangen van: 


Apiil 


Gouania domingensls. 
Jiislicia ventticosa. 










Leea Brunotiiaiia. 






Miinosa Spega/.7.ini, 






Miscanlhus Japoniciis. 






sinensis. 






Momoretica chilensis. 






involucrala. 






Nolina Bigelowi. 






longifolia. 






Pennisetum fasciculaluiii. 






• latifolium. 






• typhoideuni. 






Phylidrum lanuginosum. 






Ponlederia 3 s. 






Pincencctilia Inherculala. 






Renealmia sp, Ecuador. 






Rondeletia anioena. 






Roezlii 






Sinoingia speciosa. 






Teucrium hyssopifolium. 






Trichoris Blanchardiana. 






Verschillende soorten o. a. 


Dahmann & Co., San Giovanni. 




Bloeinzaden 98 s. 






Amygdalus Persica. 






Chawaecyparis Lawsoniana 5 var. 






Gupressus TourneforÜi. 






> lorulosa. 






Eranthemum longifolium. 






Gloxinia hybr. 






Juniperus japonica. 






Ricinus communis. 






Ananas tomaal.. 




Mei 


Argyreia Hookeri. 
Arundina Falconeri. 
Acer Hookeri. 
Ardisia macrocarpa. 
Acacia Intsia. 
Astilbe sinularis. 


Dir. Bot.-tuin, Sibpur. 



Berchamia Üoribunda. 



169 



Maand. 



Benaming der planten. 



Ontvangen van: 



Mei. 



Budelia stipularis. 
Caryota urens. 
Clerodendron nutans. 
Charaaerops Fortunea. 
Callicarpa arborea. 
Uuonassia villosa. 
Ëvodia fraxinifolia. 
Hippocralea indica. 
Uex dipyrena. 
Linociera macrophylla. 
Microlropis discolor. 
Osbeckia nutans. 

• nepolensis. 
stellata. 

Psychotria calocarpa. 
Plectocomia himalayana. 
Rubia cordifolia. 
Rhododendron arboreum. 
Spondias mangifera. 
Terniinalia chebula. 
Paranephelium macrophyllutn. 
Artemisia japonica. 
Abutilon molle. 
Achiraenes patens. 
Aglaonema Manniï. 
Buddeia brasiiiensis. 

variabilis. 
Cannabis saliva. 
Chloris mexicana. 

polydaclyla. 

• radiala. 

• bruncata. 
Uolichos myodes. 

sesquipedalis. 
Ëleusine vocussa. 
Fagopyrura esculentum. 
Globba marantina. 
Gossypium brasiliense. 
Imperata sacchariflora. 
Ixora Lovreiri. 



Dir. Bot.-tuin, Singapore. 
Dir. Muséum d'Histoire naturelle 
Parijs. 



70 



Maand. 



Hfiiuininfj dor planten. 



Oiii^üii^Tii van: 



Mei. 



Juni, 
Juli. 



Augustus 



September. 



Octobcr 



Oclina alropurpurea. 
Parii>taria ofTicinalis. 
Plcrlraiillius r,op|)ini. 
Penslenioii corirerlus. 
cocrnleus. 
Pcnicilaria spicala. 
l'cnnisetuni cencliroidcs. 
Poinciana GilÜPsi. 
Selaria purpurascens. 
Sorphum saocharatuni. 
Scropliularia clalior. 
> nodosa. 

Scheeria mexicana. 
Teucriuni cliamaedrys. 
Thriiiax radiala. 
Tricliloris Blancliardiana. 
Vittadenia australis. 
Maiipifera sp. Madajraskar. 
Bloenizaden 20 var. 
Diplerix odorala. 
Pinus longifolia. 
Elaeococca vernicia. 
Intsia raadagascariensis. 
Rapliia. 

Ravenala madagascarierisis. 
Strychnos spinosa. 
Acrocomia havanensis. 
Calamus tenuis. 
Naunorhops Ritchieaua. 
Pinus longifolia. 
Guazana cupana. 
Begonia sp. 
Hippealrum hyhr. 
Cocos Alphonsii. 
? 

Neptunia sp. 

Erythrina sp. Larantoeka. 
Citrullus colocynllius. 
Albizzia sp. 



Dir.de l'Agriculiure Madagaskar. 
Dammann & Co., San Giovanni 
Dir CuUuurfuin, Paramaribo. 
Dir. Bot.-tuin, Sabaranpur. 
Dir. de TAgricullure Madagascar. 



Reasoner Bros., Oneco. 
Dir. Bot.-tuin, Sabaranpur. 



IK Stühlmasn, Dar-es-Saiam. 
W. J. D. VAN Andel, Soekaboemi. 

Reasoser Bros., Oneco. 
Usambara culluurstalion. 

Dir. Culluurluin, Paramaribo. 
R. Hagenaar. Djnkjakarta. 
Dir. Bol.-luin, Sabaranpur. 
Prud'homme, Madagascar. 



17 



Maand. 



Benaming der planten. 



Onlvangen van: 



October Cocos sp. 

Acacia dealbala. 

• melanoxylon. 
Hyphaene sp. 
Sanlalum album. 

November Telfairia pedala. 

I Caralluma codonoides. 
Acacia 5 s. 
Gallistemom 2 s. 
Cborizema Soulangeana. 
Clianlbus Dampieri. 
Diospyros cargillia. 
Doryaulhes Palmeri. 
Elaeocarpus cyraneus. 
Eucalyplus 3 s. 
Goorlia latifolia. 
Grevillea robusla. 
Hakea 2 s. 

Ilai'denbergia comploniana. 
Hyraenosporum öavum. 
Kennedya rubicunda. 
Melaleuca acaminala. 
Oxylobium callistachys. 
Persoonia lanceolala. 
Pittosporum undulatiim. 
Sterculia acerifolia. 
Swainsonia ealegifolia. 
Tristania conferta. 
Viminaria denudata. 
Palaquium Ultolanderi. 
Pritchardia filifera. 

December Stuarl Pecan. 

141 soorten o. a. 
Acer oblongum. 
I Abies Smithiana. 
\ Andropogon halepensis. 
squarrosus. 
Adina cordifolia. 
Anogeissus lalifolia. 
Arlabolrys oduratissimus. 



Dr. Stohlmann, Duilsch Oost- 
Afrika. 



Dir. Bot.-tuin, Melbourne. 



D^ S. H. KooRDEBs, Buitenzorg. 
Beaso^er Bros.. Oneco. 

Dir. Bot.-tuin, Saharanpur. 



172 



Maand. 



benaming der planlcn. 



Üiitvaugen vau: 



December Berberis arislala. 

ncpalensis, 
Brassica campeslris. 
Gassia llorihunda. 
Galamus teiiuis. 
Gombrelum decandnim. 
Golehrookia opposilifolia. 
Celcdra Toona. 
Chamaerops Fortunei. 
Diospyros embryopleris. 
Ebretia serrata. 
' Eruca sativa. 
Eugenia lalifolia. 
Erythrina suberosa. 
Guizolia abyssiaica. 
Ipomoea rubrocoerulea. 
Lagerslroemia parviflora. 
Litsaea zeylanica. 
Malvaslrum Iricuspidaluiii. 
Mucuna capitata. 

Tiivea. 
Nymphaea Lotus var. 

pubescens. 
stellata cyanea. 
. • parvidora. 

, . versicolor. 

Oryza sativa 6 var. 
Oroxylum indicum. 
Phaseolus aconitifolius. 

mimgo. 
Pinus excelsa. 
Phoenix 4 s. 
Rosa moschata. 
Rubus ellipticus. 
Setaria etalica; 
Trenia nudiflora. 
Thuja compacta aurea. 
Triumfetta rhomboidea. 
Ulmus integrifolia. 
Veatilago vt^adaraspataDa. 



i1^ 



Maand. 



Benaming der planten. 



Ontvangen van: 



December. Wriphlia tomentosa. 

Solauum grandiflorum. 
I Olea europea. 
Carica quercifolia. 
Amygdalus communis. 
Quercus llex. 
Mespilus germanica. 
Prunus domestica. 
Vitis viniiera. 
Amygdalus persica. 
Relula albu. 
Borassus sp. 



j D'. S. K. K00BDEK.S, Buitenzorp 
Pronkowskv. 
Nizza. 



Dr. Stuhlmanh, Duilsch Oost- 
Afrika. 



ItiJLAUE II. 

IIN 1901 ONTVANGI^N IM.ANTKN 



Maand. I ncti.iininf,' der planloti. Uiilvaii^'fn v.in 



Januari Be^onia sp. L. Nagki., Pekalongaii. 

Alstroemeria brasiliensis. IIaa(;e & trciiMioT, Krfiiri. 

chilensis. 
pereprina. 
psittacina. 
Amaryllis Graveana. 

procera. , 

robusla. 
Anemone japonica 4 var. 
Calliphruria Hartwegiana. 
Cyclamen persicum. 
! Dioscorea inannorala. 
j Eiicomis punclata. 
Free.sia refracla al ba. 
Haemanihus coccineus 
Ilyacinlhus candicans. 
Iris alata. 

• luberosa. 
Littonia modesta. 
Nerine undulata. 
llrnithof^alnm arabicum. 

Hausknechtii. 
• longibracteatum. 

Phaedranassa oblusa. 

Richardia Adiami. [ 

Pentlandi. 
• Rehmanni. 
Sagittaria variabilis. 

Ainorphophallus campanulatus. ü'. A. VV. Niedwbhhüis. 

Rulbopbyllum sp. Borneo 2 s. 
Coelogyne Dayana. I 

septemcostata, 



175 



Maand. 



Benaming der planten. 



Onlvanffen van: 



Januari. 



Februari. 



Maarl. 
April.. 



Mei. 



Coelogyne sp Borneo 2 s . 
Curculigo sp. Borneo. 
Dendrobium sp. Borneo. 
Eria sp. Borneo 2 s. 
Filices Borneo 3 s. 
Macaranga caladiifolia. 
Melaslomacea Borneo. 
Melocanna sp. Borneo. 
Palaquiuin sp. Borneo. 
Phaius. 

Schisinaloglottis sp. Borneo. 
Stauranlhera sp. Borneo 
Zingiberacea Borneo. 
Araaryllis fennosissima. 
Globba sp. 
Liliura longiflorum. 
Dendrobium secundum. 
Liparis Rheedii. 
Phalaenopsis amabilis. 
Saccolabium miniatum. 
Spailioglottis plicala. 
Een partij Orcbidaceae. 
Remusalia vivipara. 
Sanseviera sp. 
Canna 12 var. 
Dahlia 12 var. 
Calla aethiopica. 
Canna Ehcmanni. 

Emilia. 

iriditlora hybr. 
Begonia hybr. gigantea. 
Gloxinia hybr. 
Iris germanica. 
Kichardia albomaculala. 
Aerides odoralum. 
Dendrobium superbum, 
Phalaenopsis sp. 
Sarcochilus teres var. 
Kenanthera sp. 
Rhipsalis faveolata. 



W. ,]. D. VAN ANDEL,Soekaboerai. 



F. W. S. S. ROOBDA VAN EVSINGA, 

Malan^". 



Behaghel, Palele. 
D'. S. H. KooRDEius. Buitenzorg. 
D^ Stüulmakn, Duilsch Oost- Air. 
GnoENEWEGEN & Co Amstemian. 

Dammann & Co., San Giovann: 
a Tedticcio. 



D'. .1. Bosscha, Borneo. 



Dir. Museum, d'liisl. nul. Parijs. 



i-^e 



Maand. 



Beiiaraing der |)lanleii. 



Ontvangen van: 



Mui Uliipsalis lunalis. 

|iento|)tera. 

cassytiia. 
. Iiimbricoides. 
Jnli Piper sp. 

Alocasia Leopoldi. 
Crinum Laureslini. 
Cypripediuni Asliburloniae. 

barbalum. 

Charlesworllii. 

chloroneurum. 

ciliolare. 

concinnum. 

Dauthieri. 

Uayanum. 

festuro. 

Harrisianum. 

javanicum. 

Lathamianuni. 

Leeanum. 

Spicerianum. 

Stonei. 

October Vanilla sp. 

Caryola. 
Dryraophloeus. 
Ficus sp. 
Garcinia sp. 
Heliconia sp. 
Hydnophylum sp. 
Maranta sp. 
Musa uranoscopa. 
Myimecodia. 
Plychospenua. 
Uyophorbe amaricaulis. 
Vanilla Roscheri. 
sp. 

November , Punica granaluiu. 

Lilium sp. 
Coll'ea. 



SaIIi IIaSSAS IJl.N Al.llMAIi Al. 

Attas, Üjohort;. 
K. l'iJNAAUT van (ïEEni, (W^nl. 



J. TwiJSEL, Singkawang 
Resident. Ambon. 



KÖBELE, Honolulu. 

D^ Stuhlmann, Ouitsch Oost- 

Afrika. 
G. L. Apcar, Ngadiloeweh. 
V. Lennep. 



177 



Maand. 



Benaming der planten. 



Ontvangen van : 



November 



Cyrlanthus lutescens. 
Gladiolus cuspidatus. 

hybr. Bellona, 

nanus. 

• ramosus. 
Habranthus robuslus. 

roseus. 
Ilymenocallis lacera. 

» Maclaeana. 

Lilium caiididum. 
croceum. 

longifiorum Harrisii, 
Nerine elegans. 
Oxalis brasiliensis. 
canescens. 
floribunda alba. 
fulgida. 
grand iflora. 
multillora. 
Zephyranthes depauperata. 

• lexana. 

• Treatiae S. VVatson. 
Adiantum curvatum. 

' peruvianum. 

» Williamsi. 

Encephalarlos Hildel)randtii. 
Landolphia Hendelotii. 

• Kirkii. 
Mascarenhasia elastica. 
Sanseviera guineense. 

zeylanica. 
Ariopsis pcllata. 
Callipsyche eucrosioides. 
Harlwegiana. 
Grinum ensifolium. 

scabrum. 
Dahlia 27 var. 
Lilium Thompsonianum. 
Pancralium galvestoniense. 
Sickenbergeri. 



Dammann & Co., San Giovanni 
a Teduccio. 



Kerkhoven, Bandoeng. 



D'. Stühlmaxn, Duitsch Oost- 
Afrika 



Haage & ScuMiDT, Erlurt. 



VbBSUG van 's LANDS PLANTENIUIN 1901. 



i2 



llÈ 




November 



December. 



Sa^tUaria gracilis. 

• varii'ibilis. 
Amaryllis byl>r. 24 var. 
Dablia 35 var. 
Pancraluiii soncf,'ambicmii. 

iiiidulatuin. 
Gladioius rainosus. 
> nanus. 

• cuspidatus. 
llabranlhus robuslus. 

roseus. 
Hcmcrocallis lacera. 

Maclcana. 
Lilium candidum. 

• croceuin. 

» longiflorum llarrisii. 
Nerine elegans. 
Cofl'ea robusla. 
Kickxia africana. 
Laudolphia varies. 
Sapium tolisnense. 
Orcbidaceae van Moeara Tainl)esi. 
Gonvallaria majalis. 
Grocosmia aurea impcrialis. 
Kaempferia Gilberli. 
Vanda liiubata. 



CbeWORKE NunSEHY (>0. HlCIIMd.M). 



Dammann * G". san (liovaiini a 
Tcdticcio. 



L. LiNüEK, Brussel. 



D'.D.J. HuLsiioFF Pol, Biiitcnzorg, 
Haage & SoiiMiDT, Erfiirl. 



D'. Gronema», DJokjakarla. 



Bijlage 111. 



STAAT VAN DE IN 1901 VERZONDEN ZADEN 
EN PLANTEN. 



s > 
s = 

3 

25 



5 » 



Aan vvieii gezonden 



<u 



Soort der 
bezending, 



964 

1542 

1856 

894 

349 

2221 

869 

1799 
1950 

2132 
90 

1212 

979 

438 

91 

2049 

678 
1159 

1258 



Consul-Generaal van Frankrijk 

Consul van Groot-BriUannië en Ierland. 

• • Portugal 

Wd. Consul van Italië 

Resident van Amboina 



Banka. 



Bantam 



Benkoelen 
Besoeki. . . 



Lampongsclie Districten. . 



• Palembang 

• I'asoeroean 

der Preanger-Regenlscliappen. 
van Reinbang 

• Riouw 



14 



Inhoudende: 



1 
5 
1 

1 1 
4 

2 



Zaden van Albizzia nioluccana. 

Zaadpadi. 

Cacao-zaad. 

Zaden van Java-tabak. 

Planten van Ficus- en Caslilloa elas- 

tica. 
Zaden van Eriodendron anfractu- 
osum. 

• en pollen van Euchlaena luxu- 
rians en andere voedergrassen. 

• van Coniferen. 

• Euchlaena luxuriaus en 
Panicum maximum. 

' • Gazongras. 

• Sarcolobus Spanoghei. 
Planten > > . 
Zaden • sierplanten, gras en 

Cosmea. 
Planten • vruchtboomen, Canna's 
en sierplanten. 

• Canna's en palmen. 
Zaden • diverse grassoorten. 

• • gazongras. 

en planten van bloemen, 
van Canna's. palmen, heesiers 
en bloemen. 

• Menado. en Paardentand 
muis. 



180 



s 



Aan \vi(!ri gozomlcii : 



5 
1448 



1881 
473 

1180 
693 i 

1294 
45 



2055 
1013 

1610 
1675 
1862 
1130 
1094 
1416 
142 
1801 

2070 



2247 

1838 

151 

258 

556 
143 



Resident van Soorakana 

• • Tftrnalo en Onderlioorip- 
ho(l(!n 



der Wesler-afdeelinp van üorneo. 
Assistent-Resident van Üeniak 



Galoeh. 



Indramajoe . 



Keboeuien. 



Klaten.. 
Koedoes , 



Lahat 

Limbangan. 



Padang 

Pekaiongan . 
Poerwokerto. 



Priaman 

Soekapoerakolot. 



Soorl dn- 
bezending. 






Inlmiiilfnilc 



1 Zaden van Brownea. 



11 > • Pitliccololiiimi Sainan, 

Klanihoyanl. Olfiiialis, 
[lalnien en rotan*. 
2 Planten van Ficus elaslica. 
1 Palmen. 
Idem. 

Groentezaden. 
Groente- en Canna-zaden. 
Zaden van palmen, hloemcn. caout- 
chouc- en petali-pertja 
boomen. 

• ('astilloa elastica. 

• Styrax Benzoin en Bixa 
Orellana. 

• • Styrax Benzoin. 
Il Bloemzaden. 
1 1 Maiszaden (3 picol). 
Zaden van Canarium commune. 
> Albizzia moluccana. 



• voedergras. 

• Danimar, reuzenmaisen 
Canarium commune. 

• Gazongras, Melinisminu- 
tiflora, CaslUloa elastica. 

Planten • Cinnamomum zeylani- 
cum en Koningspalinen. 
Zaden • gazongras. 

• Pithecolobinm Saman. 
. üreodoxa regia. 

. • scbaduwboomen, sier- 
planten en bloemen. 
• • diverse vrucbtboomen. 
» • Tliea assamica, Eu- 
chlaena luxurians, reuzenmaisen 
Helianthus annuus. 



18( 



tb 

t- 2 


Aan wien gezonden : 


Soort der 
bezending. 




il 

C et 


a 
m 

•E 


•d 

B 
O 

12 


"3 


Inhoudende: 


114 


Assislent-Residenl van Soemedang 




1 


8 


Peperplanten en zaden van Gaslilloa 
elaslica, getah-pertja, grassoor- 
ten. Zea Mays en cacao. 


550 


• • • Tasikmalaja 




1 




Palmen. 


770 


« • • Toeban 




2 




Zaden van Canarium commune en 
vruchtboomen. 


890 


• Trenpgalek. ...... 




1 


2 


• Ficus elaslica, Caslilloa 
elastica en cacao. 


1904 








4 


• Hevea brasiliensis en 
Cinnamomum zeylani- 
cum. 


199 


• • • Wonogiri 






y 


Bloem- en palmzaden. 
Planten van vruchtboomen, palmen 
en chevelures. 


652 




1 
il 












2334 


• Wonosobo 

der Zuider-districlen van 


I 


1 


Zaden van heesters en sierplanten. 




Celebes 




3 


• Cedrela serrulata, Cana- 
rium commune en karet. 


300 


Wd. Assistent-Resident van Amoentai . . . 


i 
1 


1 


• Bixa Orellana en Rici- 












nus communis. 


1282 


» 




1 




• boomen en heesters. 


1839 


Controleur van Alahan-Pandjang 






2 


• Schizolobium en palmen. 


108 


• Ainandit en Negara 






5 


• Albizzia moluccana, Fi- 
cus elastica, Caslilloa 
elastica, Hevea brasilien- 
sis en bloemen. 


1719 


• • Arabarawa 






2 


• sierheeslers en gazon- 






gras. 


222 


• Ambon 




2 




Planten > Caslilloa elastica. 


1116 








2 


Zaden • » «en 






gelah-perlja. 


169 


• • Ajer Bangis 






1 
2 


Groentezaden. 


1417 




en mais. 


1638 


• Balapoelang 






2 


Zaden van Canna en sierheeslers. 


2056 


• Balang Alai en Laboean 












Araas 






4 


• Ficus elastica, Caslilloa 






elaslica. Hevea brasilien- 












sis en Manihot Glaziovii. 



182 






Aan wicn gozniMhüi : 



467 I Conlrolcur van IWimolm IV en M.iif^Msanc. 



1190 

167R 



1598 

55 

1230 

913 

201 

1054 
2147 

1247 

1505 
1508 
1204 

415 

207 
1920 
1181 
2225 

686 

666 

655 

1684 

1206 



Bod. ja ..... 
Bodjoneporo. 



Djambi 



njenc|ioiilo. 
Kaïljen 



Kajoe-Tanain. 



Karang-Anjar . 
Keboemen . . . . 
Laboean-Batoe. 

Lebakidoel . . . . 



Locmadjang. 



Madioen 

Moesi Oeloe.. 
Mokko-31okko 



Soüi'i der , 
iMüendiiig.j 



IiiIhhkIcikIi 



ter Noordkiist van Celebes 



van Ogan Oloe en Enim 



der Ommelanden van Telok- 
BelonK 



1 1 ZaïliMi van Tam.'irindiisindira, Ficiis 

•ïl'islira. 
1 • • Tatnarimliis inilica. 

3 • • l'.aslilloa clastica, l'itln!- 

I cnlobiiun Saiiian en ^a- 

zonaras. 
I 1 • • Ficus elaslica. 
21 • • (ïanna en rcii/nmnais. 
1 • • rcnzeninais (5 Kd.). 

1 • • Andropogon murica* 
lus. 

en pollen van Bengaalse!) 
gras, 

2 ' van heesters en palmen. 
1 • • (liiinamomiiin zeylani- 

cum. 

• Pithccolobium Saman en 
vruclithoomen. 

1 . . Zea -Mays (5 KG.). 

2 . . . . (180 KG.). 
2 > > paardentandmais enCas- 
tilloa elastica. 

2 • » Pilliecolobium Saman en 
Melia Azedaracli. 

• vrucblboomen. 



Palmen. 
Bloem zaden. 

Zaden van Canariuin coiiinuine en 
Tectona grandis. 
■ Bengaalsch gras en ge- 

tah-pertja. 
» Bengaalsch gras, sier- 
en waaierpalmen. 
• en planten van bloemen en 
palmen. 

van Menado-mais. 



185 



bD 


Aan wieii gezonden : 


Soort der 
bezending. 




s g 

■3 


■J2 
a 


1 

s 

o 

2 


"o 


Inhoudende : 


1390 


Conlroleur der Onderafdeeling Sindang- 












slreken 




3 


1 

2 


Bloemzaden. 


1985 


• » Ophir-disiriclen 


Zaden van Zea Mays (3 IvG.), Vo- 
andzeia subterranea 
















(3 KG.) en Mangga-soor- 












len. 


1606 


• Pangkalpinang 






2 


> • Melinis mimitinorus en 
Euchlaena luxurians. 


2222 


• Pasir 




1 


1 


• Gazongras, bloemen en 
schaduwboonien. 


1117 


• Pengkalan kola Bahroe en 












XII kdla Kampar 






4 


• Albizzia moluccana, Al- 
bizzia stipulata, Voand- 
zeia. subterranea en 
ïectona grandis. 


1337 


Idem. 




1 




• Canarium commune. 


917 


■ • l'oespo 






1 


• • Ranau-labak. 


1624 


• Praja 




1 


1 


• Albizzia slipulala. ga- 
zongras, Bixa OrcUana, 
Canarium commune, 
Cassia florida. lielian- 
thus annuus en Tama- 
rindus indica. 


756 


. Salaliga 






1 


• Damara alba. Oreodoxa 
acuminala en Oreodoxa 
oleracea. 


1813 


. 






4 


• Pilhecolobium Saman, 






Spalhodea campantilala 












en gazongras. 


968 


• Sangau en Sekadan 






1 


» Bengaalsch gras. 


635 


• • Segarie 






1 
1 


• schaduwboomen. 


2107 




■ • Schizolobium excel- 






sum. 


2287 


• Sepoelih 




1 




• vruchlboomen. bloemen, 
snelgroeiende schaduw- 
boomen en heesiers. 


11 

1 


t . Singkawang 






1 


• • Eucalyplus en sierplan- 
ten. 



184 



^ 

t^ ™ 


Aan wien pczonden : 


Soort der \ 
bezcDdiag.| 




1 2 

s i 

a> 

-e 


'i 


i 
i 

o 
12 


s 

■s 


ltiliijii(l(.'Mil<*: 


539 


Controleur van Salaliga 






9 


Zaden van lülellaria (>;irdauioinum, 
Eriodendroii niirraclUD- 
sum, EIneis guineensLs, 
Euclilacna luxurians, 
1'ariiciiin riiaxiniuin. Ile- 
lianllius niiiiiiiis. Myiis- 
tica frafraiis, Klamhoyanl 
en Nicoliana Taba- 
cum. 


392 


. Tanali Laul 




1 


1 


• Helianlluisannuus.Oreo- 
doxa repia, Canarium 
commune, Tamarindus 
indica en voedergras. 


1698 


. 






5 


• . Cassia llorida, Melinis 






nüinilillorus, Zea Mays 












en Eriodendron anfrac- 












luosum. 


2351 
1170 


. 






1 


. Zea Mays (2 KG.). 

• Piihecolobiuiu Saman eu 


• • Tjaringin 






3 












Paardenland-inais. 


878 


• • TiikadiansT 




3 


7 


» nuttige boomen en plan- 
ten. 




J J u ••••••••••••• 








70 


» » Wesl-Lombok 




1 




Planten • Saraca indica, Gar- 


< v 




denia resinifcra, Elaeis 












guineensis en bam- 












boe. 


1731 


Wd. Controleur van Beneden en Oost- 












Doesoen 






4 


Zaden • Euclilaena luxurians, 
Melinis minuliflora en 
gazongras. 


2082 


• Fak-Fak 




1 




. . Si<irplanten en Inland- 












scbe groenten. 


952 


Aspirant-Controleur van Blora 






8 


• diverse boomsoorten. 


359 


• Lebong Domok.. 




3 




. 


627 


. 




1 




■ Mangga-soorlen. 


86 


■ Maros 






1 


• Pithecolobium Saman. 


426 


• Meulaboh 






2 


• bloemen en heesters. 


367 


. » » Poerwokerto — 




2 




> Canarium commune. 



185 



tab 


Aan wie» gezonden: 


Soort der 
bezending- 




Ü 


12 

1 


8 
"S 

12 


O 

5 


Inhoudende: 


551 


Militair. Cominantlanl van Moeara ïembesi. 












Djarabi 






5 Zaden van palmen, sierheesters, Zea 












Mays, Voandzeia subter- 












ranea en Aracbis hypo- 












gaea. 


1736 


Idem 




1 


1 


Planten van vrucbtbooinen 


1019 


Post Commandant te Bangkinang 


Groentezaden. 


1498 


. Barabei 






2 


Groente- en bloemzaden. 


573 


• » • Seulimeun, Aljeh. . 






1 


Bloemzaden. 


1734 


Commandant der sectie bergartillerie te 












Fort de Koek 






3 


Zaden van Pithecolobium Saman en 
gazongras. 


2383 


Idem 






2 


■ gazongras, 


829 


Eerstaanwezend Genie olTicier in de 2^^ 












militair afdeeling, Semaraiig 






3 


• diverse grassoorten. 


1884 


Eerstaanwi'zend Genie oilicier, Soerabaja. 






1 


« Albizzia moluccana. 


1800 


Tjimabi . . 




2 




• Canarium commnne. 


1502 


Weltevre- 












den 




1 


1 


' palmen en gras. 


2084 


(ïewestelijk Eerstaanwezend Genie oHicier 












Amboiiia 






2 


• sierplanten en bloe- 






men. 


51 


• • Batavia 






1 


. sierplanten. 


205 


Plaatselijk Genie-Chef ie Malang 




1 


Planten • Canarium commune. 


274 


. • = Tjimabi 




1 




. 


1553 


Fungd. plaatselijk Genie-Chef te Malang.. 




1 




Zaden • • 


2031 


Eerstaanwezend oHicier van Gezondheid, 












Semarang 






3 


' sierplanten, bloemen en 
palmen. 


2186 


Chef van bel militair hospitaal, Padang.. 






3 


• sierplanten, bloemen en 
gazongras. 


916 


. hospitaal, Makassar 




1 


1 


en planten van diverse hees- 
ters en bloemen. 


877 


Inspecteur van het Boschwezen, Semarang. 




3 


2 


' planten van Ficus elas- 
tica. 


1883 






4 




Planten van Hevea brasiliensis. 


235 


Houtvester van Bagelen, te Poerworedjo. 






1 


Zaden • Payena Leerii. 


397 


. 




3 




a ■ a a 



ISf) 



5? " 



A;iii wi(!ii g('/oiiiloii : 



1611 Houlvcslcr van llaf»cli!n, te Pocrworedjo. 



Soort der 
bctcnding. 



2350 
612 

1063 



679 
1726 
1804 

197 

2352 
2228 

1101 

1546 

805 



• IN;k:iloi)^aii, Komlal 

• Sciiiaraii^, Kcdoiif^ Hjali. , 



Toobaii, 



Boschopziener Ic Kedewaii. Hlora • . 

• Sawahlocnlo,Suinatra's- 
Wcslldisi 

Maf^ang-hoiilvcsler, bosclidislricl Kedewan, 
Blora 

Hoofd-inpenieur, Chef van den Spoorweg- 
dienst Ie Padang 

Directeur H. B, S., Seniarang * . 

Clief van liet Post- en Telegraal'-kantoor 
te Klaten 

Idem. te Ngawi 

Idem. te Tegal 

Chef IV-i* sectie, lijn Padalaraiig — Kravvang, 
Krawang 



871 I Adjunct-Landmeter te Bandong. 

155 Regent van Brebes, Pekalongan. 

1179' • • Madjalengka 

1264 . . . 



1664 



a s 

o o 



IllllulliliMldi' 



2' Zafifn van Ficus olaslira cii Alhi/- 
zia moliiccanü (5 K(i ). 

1 • • Pilhecololiium Sainan. 

2 • • lli'liantliiis aiiniius en 

Tjciiiara-laiil. 
5 • • Kicus elastica, Caslilloa, 
Payena Leerii. korl- 
gruciciid gras en groen- 
ten. 
■ heesters, groentrn «mi 
.scliaduwhoomon. 

> Albizzia stipiilata. 

• Zea Mays en grociilcn. 



• Melia Azedarach. 
Diverse palmen en planten. 

Canna-zaad. 

Zaden van Panicum maximum. 



1 Groentezaden 



2 1 



Zaden van Helianthus annuus. plan- 
ten van karet en vrucht- 
boomen. 
• veevoedergras. 
Palmen. 

Bloem- en peperzaden. 
Zaden van Melia Azedarach, Albiz- 
zia moluccana en Ce- 
drela serrulata. 
» Boehmeria nivea, Castil- 
loa elastica, Corchorus capsularis, 
Melia Azedarach, Melinis minuti- 
flora, Payena Leerii. Urostigma 
elasticum, gazongras en planten 
van Agave rigida. 



187 




234 

255 

2409 



Regent van Modjokerlo 

VVedaiia van Indihiang, Tasikmalaja. 
• Pamollan, Lasseni 



I ) I 



1175 

1506 

1178 

930 



1011 



1038 



• Paralian, Tcinai.gocng 

• Tasikmalaja 

• Woiiosobo 

Assislenl-Wedana van Doekoeh Doengoes 

Koeloardjo 

Idem 

Idem 




Palmzaden. 

Bloemzaden. 

Zaden van Tliea assaraica. Tliea chi- 
nensis, Albi^zia mnluc- 
cana, Albizzia stipulata, 
Andropogon niuricalus, 
Elaeis guineensis, My- 
rislica fragrans en Oreo- 
doxa regia. 

• Zea Mays, Castilloa elas- 
tica en Ficus elaslica. 

Dammar*zaad. 
Bruine booncn. 

Zaden van Nicoliana Tabacum, Zea 
Mays en voedergras. 

• Helianthus annuus en 
Albizzia moluccana. 

• Indigofera galegoides, In- 
digofera sp., Myrislica 
fragrans, Melia Azeda- 
rach, Urosligma elasti- 
cum en Caryophyllus 
aromaticns. 

• Myrislica fragrans, Melia 
Azedaracb en Albizzia 
moluccana. 

• Arachis hypogaea en 
Paardenland-mais. 

• Ëuchlaena luxurians en 
Paardenland-mais. 

• • nuttige gewassen en 
groenten. 

• Caryophyllus aromati- 
cus, Melia Azedaracb en 
Cedrela serrulata. 

> Melia Azedaracb, Cedrela 
serrulata en boontjes-soorten. 



188 



u i 


Aiin vvii'ii f,'(v/,onflftn : 


Süorl (l«r 
bezending. 






a è 
s % 

•O 


.S 

te 


m 
S 

o 

.5 


a 

c 

a 


Iiili()U(i(Miilc: 


22JJU 


AnsisUmiI-W t.'ilaiia van liMcUdcli lliii'ii^ors. 














Koeloardjo 






1 


Zaden \ 


aii «livorse groenten. 


2307 


Idem 






10 


• 


. nnltipe gewassen. 


2384 


Idem 






2 


' 


• vuedergras en groenten. 


1946 


Assislcnl-Wedana van Kaliangrik, Mage- 






latitr 






2 


• 


• Daniniara aib.i, Styrax 
Benzoin en Corcborus 


















capsulari.s. 


39 


• Ngalian, Bageleii. 






2 




. Myrisiica fragrans en 
Caryophyllus aroraa- 
itcus. 


148 









3 




. Voandzeia subterranea, 
Heliantbus annmis en 
Nicoliaua Tabacum. 


219 









4 




• Euchlaena luxurians, 
Erylhroxylon Coca en 
Nicotiana Tabacum. 


1708 


» Poengpoer, Bodjo- 
negoro 






4 


• 


» Corcborus capsularis. 
Kuchlaena luxurians, 
Voandzeia subterranea 
en Caryopbyllus aroma- 
ticus. 


440 


Wd. Disiriclshoofd van Benoea IV, Rantau, 
Z.O. A. Borneo 






1 


^ 


■ diverse groenten. 


912 


Idem 






1 


■ 


• 


779 


Administrateur van Bedojo, Djokjakarta.. . 






2 


• 


• Nalal-indigo. 


809 


• Gedong Djohore, Meilan 




2 




Bamboeslekken. 


773 


• Kali Gambar, Blitar. . 




1 




Planten 


van Musa mindanensis. 


398 


• Kadjar, • . . 




2 


1 


Stekken 
van 


van Ficus elastica, zaden 
Hevea brasiliensis en Castil- 




V 








loa elastica. 


1292 


der Koffie Onderneming 'Ka- 














li Lessok", Wlingi. . . . 






1 


Zaden van Albizzia moluccana. 


2066 


• Koffie Onderneming 
•Soeban Ajam", Ben- 
koelen 






1 


• 


. 



189 



bc 






Soort der 
bezending. 




i > 

3 es 

^ 7 


Aan wieii gezonden: 


o 


a 
a 

s 


C3 


Inhoudende : 








■E 

a 


o 

3 


^ 

3 




1122 


Administrateur der Malangsche Cultuur 














Maatschappij, Halte Ke- 














pandjen 






1 


Zaden van Ranau-tabak. 


165 


• 


van Paya Jarabu Estate, 














Bindjey 




1 


4 


• Albizzia moluccana. 


845 




der Tal)ak-M;iatschappij 
• Namoe Djawie". Medan, 






2 


» » Albizzia moluccana en 
Caesalpinia dasyrrachys. 


2271 




idem 






5 


• idem. en Cedrela serru- 
lata. Melia Azedarach, Castilloa 
elastica. 


1616 


■ 


Tabak-Maatschappij «Tjin- 
la Radja", Langkat 




1 




Koroh-zaden. 


128 


joewangi. . 


van Taman Gioegah .Ban- 






2 


Zaden van Albizzia moluccana. 


1752 


Administratie 


der Borneo Tabak-Maat- 
schappij. Mahe 






1 


» » Passiflora foetida. 


595 


• 


der Deli— Batavia Maat- 
schappij, Medan 






_ 


> Albizzia moluccana. 


1405 


• 


der Deli— Cultuur Maat- 
schappij, Deli 






2 


» idem. 


1614 




der Senembah-Maatschap- 
pij, Tandjong Morawa... 




2 




• en planten van Tamariudus 
indica en Swietenia maha- 
goni. 


2283 


• 


idem • . . . 






2 


van Castilloa elastica en Pa- 
yena Leerii. 


677 


' 


der Tabak-Maalschapdij 
Arendsburg. Medan 






2 


> > Albizzia moluccana. 


1956 


• 


idem 




1 




Koningspalmen. 


781 


Company, 


United Langkat Phuitations 
Limited «Padaiig Tjermin", 












Doli 






1 


1 


Zaden van Albizzia moluccana. 


671 


Aars, Gedong 


Djohore, Medan 




1 




Zaden van Lagerslroeniia reginae 
en waringin. 


1073 


Aart, J. van, 
Abbo, I.. Hok 


Probolingo 






1 


Graszaad. 


254 


)dewo, Kediri 


Veevoedergras-zaad. 


198 


Abeleven, E. 


A., Samarang 




1 


1 


Graszaad. 



190 



bc 
55 ^ 



Aiiii wicri ''(!/(iii(l('ii : 



1682 

I 
I 

'lun 

1274 

471 

651 

1730 

2123 

1066] 

594 

969 

1391 

994 

1126 
1098 
1858 
851 
1599 
2155 
1889 



2136 

358 
1515 

2382 

1859 

1545 

2210 



Abëlevea, e A., Sainaraiip 

Ai'.kehmann, {]»., Ilojolali 

Akawa, Mevr. (I., Pal('inl)aiif,' 

Adena, Pekalonpan 

Soember Scwoe, Ma anp; 

Alberts, K. W., Malaiig 

Almerooi), (]. i., l'alcinhang 

Ali'hen i)E Veeh, II. .1. VAN, Uaiijoewangi 

• idem 

• idem 

AmORIE VAN DER HoEVEN, II. I)ES, Tail- 

djong-Karanp;, Telok-Belong 

idem 

Andel, W. i). J. van, Soekal)oemi 

Apcar, G. L., Ivcdiri 

Apon, J., Tegal 

Arathook, e. G., Tocloenj^-Agoeng 

Bade, M'. e., Socrabaja 

Bakhuis, H. B. W , Siiikerfahriek Menaiig, 
Kediri 

Bai-, C. A., Pasewaran, Banjoewangi. . . 



SoDi l der 
hozeoding. 



Balsen, U., Peloeng Oniboh, Malang. 
Bandei-, R. van, Moemboel, Djember . 
Bandel, R. van. Moemboel, Djember.. 



iiliiiiiil('[i(l(; 



Pianlcn van .snelproeiondt' scliailnw' 

buomeii. 
Zaden van (>a(!.sal|iinia («triaria. 
Bloem- on italmzaden. 
Blocmzadcn. 

Zaden van Krylliroxylon Coca. 
Planten van Hevea brasiliensis. 

• Ficus elaslica. 
Zaden van gras. 

• ' Albizzia mnliircana. 
idem. 



• Caslilloa elaslica. 

Vanille stekken. 

Zaden van Molinis minntillora. 

Groenlezaden. 

Theezaden. 

Planten van Albizzia inohiccana. 

Cola acuminala en nuttige gC' 

wassen. 

Zaden van sierbeesters, bloemenen 
palmen. 

• Albizzia moluccana. 

• idem en Albizzia sli])ii- 
lata. 

Planten van Urostigma elasti- 
cum. 

Zaden » Pilhecolobium Sa- 
man. 

Melinis minutiflo- 
ra. 

Zaden van Sorgbum vulgare en 
Eucblaena luxurians. 



191 



bc 

a e 
a A 



Aan wien gezonden 



Soort der 
bezending. 



Inhoudende: 



238 i Dartels, M. E. G., Pasir Datar, Tjisaat. 
2135 
2231 



1007 



Bastuan, l). J., Danipil, Malaug. 



189 BÉüiER, R., Tjiljoerocg. 
133 . W. 



499 
1435 

1939 

1186 

2023 

419 

1028 

190 

1319 

1556 

196 



DE Prairie, L. P, Proepoek, Tegal. 

Beek, C. J. M. J. ter, Ngares Kopen, 

Delangoe 

Beer, H. N., Megowo, Djocja . . 



Behaghel, G., Paleleh. 



Benthem vak den Bergh, J. f. van, Mo- 

lioardjo, Malang 

Idem 

Idem 



Bkrg, G. van, Karang Nongko, Blitar.. 



Sierplanten. 

Ca n na-zaad. 

Zaden van Albizzia luoluccana Ce- 
drela serrulata, Melia 
Azedarach en Elaeis 
guineensis. 

• Pilhecolobiura Saman, 
Albizzia moluccana en Cedrela 
serrulata. 

Planten van Musa texlilis. 

Zaden van Albizzia moluccana, Ery- 
thrina, Caesalpinia co- 
riaria, Caesalpinia da- 
syrrachys en Oreodoxa 
regia. 

• Bixa Orellaiia en Cedrela 
serrulata. 

• Caesalpinia dasyrrachys, 
Cedrela serrulata, planten van 
Cola acuminala en Swielenia Ma- 
hagoni. 

Vanillestekken. 

Zaden van Plthecolobium Saman. 



Planten van Uncaria gambir. 
Zaden > ilelianlbus annuus en 
Cylisus laburnum. 

> sierplanten en groen- 
ten. 

> Albizzia moluccana. 
• nuttige planten. 

Planten > Cola acuminata. Hevea 
brasiliensis en Uros- 
tigma elasticum. 
> Ficus elastica. 



192 



Aiiii wicn "i'/ntidfii 



Soort der i 
bezending 



IiiIiiiiiiIimkIi-: 



! 4 



2199 



llEncMANs, F. A., Ropiniiiijoo, Tfipal 



2020 Berosma. Mr. S. J., Tiaiidi. Semaranfr.. . . 

085 liicnKKNiioFi'. M. J., Banjofi Birno 

1169 Berlauwt. W., SuikcrOnd. Koniiif,' Wil- 
lem II Halte Pramlion. Sneraliaja 

Besseling, P., VVoilevredeii 

Beuningen van Helsdingen, L. .1. van. 



167 
275 



Telok-Belonp. 



2014 Rinkhuizen, A. N., Tomanpgopiip, Kcdoe. 
1414 Binnendijk. Adiiiinislraleur 1'anoewareiig 
bij Pekalongan 



1967 



Idem. 



1270 Bley. J, Selokalon. Kendal. 



1855 Blok, R. J., Cofjro-Niti, VVlinpi. 

2124; 

1989 Blüme, C. J.. Modjokerto 



BoDDE. S, D., Weltevreden 
Boer, N. G. de, Malanp . . . 



138 
527 
33 I BoERMA, H. N. S., Semarang. 



1955 
102 

1850 



Boers, L., Bodja 

Boer Vervoorn, A. de, Blitar. 



Bokhorst, A., Soerabèja. 



414 ' Bollaan, N. M. H.. Terapeh 

162 BoLsius, D'. A., Tasiknialaja . 
2126 ... 

470 Boodt, A., Malang 



Zaden van Cola acuminata, Payena 
Lecrii. Pitliccololiium 
Sanian en liloeinen. 

2 i . Caniia's en palincri. 

1 lllocm/aden. 







V 


Paliir/.adon. 








1 Bloeüizadct 


. 






li (iraszaden. 








] Maiszaden. 






2 


Planten van Manilla- en Sisal licii- 










nep. 




2 




• 


Apave rigida en Mu.sa 
textilis. 




2 


2 


Zaden 


Ca.slilloa olastica. Cyli- 
codaphne sebifera en 
planten van Hevea bra- 
siliensis. 

Albizzia moiuccana. 
idem. 

Payena Leerii, Theo- 
broma Cacao en kollie. 
gazongras. 
Myrislica fragrans. 
Oreodoxa regia en Paye- 
na Leerii. 
Ficus elastica. 




1 






Uncaria Gambir en plan- 
ten van Agave rigida. 










gazongras, palmen, Can- 
na en Hevea brasi- 
liensis. 








• 


Melia Azedaracb. 








• 


nuttige gewassen. 




2 




> 


diverse vruchtboomen. 




1 




■ » 


Nephelium. 



193 



u ^ 


Aan wien gezomlen: 


Soort der 
bezending. 




i 2 

s > 

1 " 

3 «0 
-3 


■i 


■é 
e 

CS 

S 
'o 


O 

3 


Inhoudende : 


1193 


Boot Klalen 


1 


1 

2 


Pahnzaden. 


107 


BoOY A P Radja inanilala 




2 


Planten van Hevea l)rasiliensis. 


1632 




Zaden van Payena Leerii en Albizzia 
uioluccana. 






180 


Bos H J R Wlingi 






1 

2 
10 


» • Albizzia raoluccana. 


244 




• • idem. 


815 




• ■ idem Albizzia slipulala. 






Melia Azedarach, Ce- 












drela serrulala, Elaeis 












guineensis, Eleltaria car 












dainonmm, Myristica 












fragrans, Payena Leerii 












en Poinciana regia. 


297 


Bosscha, D'. J., Sambas 






1 


» • Manihol Glaziovii. 


961 


BoüTMY. Mej. A., Tagog-Apoe 




1 




Palmzaden. 


298 


G., Pangledjar, Tagog-Apoe 






1 


Karetzaden. 


422 


. 






2 


Zaden van Hevea brasiliensis. 


1096 


. 




2 




. 


1567 


Bouwmeester, J. J. den, Moemboel. 












Djember 






7 


. Canariura commune. Co- 
la acuminala, Melinis 












minuliftora. Payena 
Leerii. Theobroma Cacao, 
Urostigma elaslicum en 
gazongras. 


2264 


Brandenburg v. d. Gronden, F. Sendoero, 












Loemadjang 






1 


• Uncaria Gambir. 


372 


Brandliot, II., Benkoelcn 






2 


• Albizzia moluccana en 
Andropogon Scboenan- 
thus. 


2116 
131 








1 
2 


■ Albizzia Moluccana. 


Bredée, P. e., Tasikmalaja 


• één- en meerjarige 












niet vergiftige planten en ge- 












wassen. 


490 
452 


Bresser Djainboe Banjoewangi 






1 


Palmzaden. 


Brewer. f. Namoe Tongan, Heli 








Djatli-zaad. 


844 


• 






2 


Vee voedergras- zaad . 



VeBSLAC. van 's LANDS PLANlliNTUIN 1901. 



13 



194 



bó 




t" 

bez( 


rl <l.r 
tadiag. 




3 ca 

-3 


Aan wicn pezontlen: 


ï" 

« 

1 


-3 

e 

<B 

S 
o 

'-2 


s 

o 


Inlioiidcnrie: 


2;u)i 


lill()l:Klll:l/.^;^, 11. 1'. 1. van, Ai^-asari Üaii- 












(loüiif^ 




1 


1 


IManlen en zaden van Andropogon 
muriratu.s, Ciimamornuni zeylani- 
cuni. Cas."<ia javanica, Sorpliutn 
en Bixa Orollana. 


35 


L., l'aMaiiii. iJaiipil 






1 


I'almzaden. 


302 


BnoEns, \\., Haridjcrmasin 






2 


Zaden van Payena Leerii en Hevea 
brasiliensis. 


502 


Bnui'PACiiER, n.. Tjidjoro, Rangkas-Bilneng. 






2 


> Ilelianlbus annuus en 
Zea Mays. 


2262 


HniiYN, Mevr. de, Wcltovroden 






2 


> • bloemen en sierplanten. 


1182 


IUiugemkestre, A., Socrabaja 






1 


Thee-zaad. 


1198 


HunoER, (^ii. II. E., 1'angparang, Haiidoenpf. 






2 


Zaden van Elaois guinoensis en 
Erytliroxylon Coca. 


1139 


lU'RGHAUD, H. II., Depok 






1 


Diverse bloemzaden. 


1325 


BuRLAGE, W., Geiieng, Soerabaja 






1 


Zaden van sierplanten. 


1428 









1 


. 


2044 


BunT, G. A. — Zeverun, Tjiwangi.Tjircngas 






1 


• Zea Mays. 


2046 


Cultuur Maalst'happij .Soekamangli", 












Kendal 




1 


1 


• Gaslilloa elastica en 
planten van Ficus elas- 
tica. 


256 


• • •Soember Bo- 












pong", Pasirian 






1 
1 


> • Albizzia nioluccana. 


129 


Callenfels, J. e. J., Sepandjang, Soerabaja. 


Bloemzaden. 


1636 


Capelle, Mej. A. van, Weltevreden 






1 


Zaden van Cosmea en Ganna. 


1602 


Carpentier Alting, e. H., t. v. notaris Ie 












Bandoeng 




1 


1 


Palmen en zaden van Melinis rai- 
nutiflora. 


1317 


Christiaanse, M., Onderwijzer te Ternate. 






1 


Bloemzaden. 


596 


Civiel Etablissement te Lhö-Nga, Oleh-leh. 




1 


2 


Planten van vrucbtboomen en zaden 
van Bengaalsch- en Braziliaansch 
voedergras. 


800 


CoRDEsius, C, Tjiboegel, Malle Leuwigoong. 






4 


Zaden van Albizzia moluccana, Cae- 
salpinia dasyrrachys, Melia Aze- 
darach en Pithecolobium Saman. 


673 


CoüPERü.s, H , Soekaboemi 




7 




Planten van Ficus elastica, Gaslilloa 
elastica en Hevea brasiliensis. 



195 



3 



Aan wien ffezondeii: 



Soon der 
bezending. 



Inhoudende : 



485 

2330 
1953 

977 

1578 



2022 
795 
810 

1581 
991 

1876 

1554 
428 

1576 



88 
182 



1061 

1738 
1882 
1717 

1023 
2034 
1586 
1000 



CoüVREUR, Kalisat. Pradjekan 

Crameb, C, Alas Petoeng, Loemadjang. . 
Cboes. Weltevreden 

• J. W.. Amoereng, iMenado 

Croon, B., Solo 

ÜANKMEYER, U., WHngi 

Darmo Broto, Keboemen 

Datoe Amperan, Perak 

Davelaar, G. van, Kertosono 

• L, VAN, Bodja 

Deeleman, J., Modjokerto 

Deibert. H. G. C. Willem I 

Dekker, J. K., Goenoeng Siloli, Nias . . . . 

Delden, K. A. van, Ardhi-Redjo, Wlingi. 



Delderenne, A., Djati Roenggo, Ainba- 

rawa 

Deventer, W. van, Kagok, Pekalongan.. 

Dezentje. G., Bantool, Djocja 

.1. A. G., Klalen 

Dissel, J. van, Fak-fak, Nieuw Guinea.. 



3 Zaden van palmen, sierplanten en 

boomen. 

1 • • Albizzia nioluccana. 
1 • • Canna's en sporen van 

Chevelures. 

• sierplanten en nuttige 
gewassen. 

» Nalal indigo, Nicoliana 
Tabacum en Albizzia 
moluccana. 

• Casldloa elastica. 

• diverse groenten. 

• Cardamom. 
■ Corcborus capsularis. 

• Ficus elastica. 



Palmzaden. 

Zaden van beesters en boomen voor 
park. 
• » Beiigaalsch voedergras 
en Albizzia moluccana 

• Albizzia moluccana. 
Planten van Japanscbe banibdC, l)i- 

ospyros kaki, Kastanje, Eriobolrya 
en palmen. 
Zaden van Albizzia moluccana on 
Grevillea. 
> Albizzia moluccana. 

• Uncaria Gambir. 

• Zca Mays. 

• diverse bloemen. 
Palmzaden. 



2 
1 

1 

2 
1 
1 

51 Zaden van Garoct- en Paardentand 
mais, tabak, padi on andore nut- 
I lige gewassen. 



196 



- H 



Aan wicii ''o/Atmh'n: 



"■ 


Soori il( 1 


bezfïndiiig.i 


^ 






IS 


a 


ji 


• 
■ca 


6 


a 


■o 


■3 


"o 







^ 


t; 


t«: 


H 



2104' DisseIm .1. VAN, Fak-fiik. Niouw Gulnoa. 

1049 DisTicn, A., ijmialii 

54 I DonNSEiKK. .1. II., Olicrilion 

402 • • • • 

068 i . . • • 

1925 1 . . . • 



1376 
179 

351 

132 

576 

794 

1816 

1965 

2064 



2373 
376 



2191 

1582 
1124 
1185 
2253 



DozY, A. .1., Pasirian 

DnossAERs, E., Meosler-dornelis 



W., Tjiljoeroep 



Ebeling. .1. <- . Plolleii, Welerie 

Eberson, J , Paiigoonp Sarie, Madioen. 
Eeden, (1. A. VAN, Kediri 



Eerdmans, A. van, Samarinda, Knelei... 

Eersel, A. C. H. P. van, Kedalon, Proho- 

lingco 



Idem 



Elenbaas, .1. A., Bandoeng 

Ellingeb, G., Lawaiig 

K., Waroe, Soerabaja. 
Engelken, A. M., Blitar 



505 Erdmann &. SiELCKEN, Balavia. 



Inhoudende: 



Z.Mlt'n van vriiclilliiHirinMMMi ^.'inciili'n. 
2 Bloem- 011 groenlczatlen 
1 Blocnizaden. 
1 Zaden van Zea Mays. 

1 Biooni/.aden. 

2 Zaden van lliira crepilans, palmen, 
Clenialis en sporen van 
clieveliires. 

• Castilloa elaslica. 
Planten van Agave rigida var Si- 
salana. 
• idem. 
• • Miisa textilis. 



Zaden van Pilliecolobium Saman. 
Nymphaea alba. 
» • Cinnamomiini zeylani- 
cum en Ilelianlhus an- 
nuus. 

• ■ diverse cultuurplanten. 

• Casiilloa elastica. Hevea 
brasiliensis en Payena 
Leerii. 

• • Albizzia raoluccana en 

Pithecolobium Saman. 
» Melinis minutiflora. 

• Erylroxylon Coca. 

• • Agave rigida, Cola acu- 

niinata, Cinnamoinura 
zeylanicuni, Urosligma 
elasticura, Canarium 
commune, Uncaria Gam- 
bir en Hevo^ brasi- 
liensis, 
» » Eucalyptus. 



197 






Aan wien gezonden; 



Soort der 
bezending. 



Inhnmlende; 



1431 
495 



1192 

1146 

1631 

449 

83 

459 

1509 



1914 
774 

1320 
105 

195 
1166 
1860 

1898 



847 



606 

1484 
1740 
1261 
1853 



Es, W. J. VAN, Anioerang 

Evers, VV. A., Wonolopo, Malaiig 

Filet, M'., Somarang 

FiLz, Ch. L., L;iwang 

Fraissineï. H. C. C. Bodjong, Poerljolini.'gi). 

FuANCBEN, W., Malang 

Gersen, A., Batoeng Datar, Pad. Pandjang. 



GiERLiNts, Fr, Ngrangkah, Kediri 

Giese. A., Peloong ümbo, Blilar 

GiLs. Mevr. de weduwe van. Padang. 

GocH, VV. J. VAN. Langsee, Pati 

GoDEFROY, L. J., Malang, Toeren..., 

GoEs, H. VAN DEU, Sockaboenii 



GoRTMANS, A., njolija 

• Mevr. R., Weltevreden 
Gout, 1)., gep. kapt. Tjinialii . . . . 

Graaff, J. J. DE. VVeltevroden . . . 

• A. DE. Salaliga 



1 Zaden van sierplanten. 
4 • » Payena Leerii. Hevea 
brasiliensis, Ficus elaslica, Wil- 
lughbeia firma en Caesalpinia 
dasyrracbis, 
1 Palmzaden. 

1 Zaden v;in Krylbrnxylon Coca, 
• > Melinis iiiinulillora. 
» Foraslcro Cacao. 
» Bixa Oicllana, Eucblaena 
luxurians en llelianlhus annuus. 
Planten van Musa mindanensis en 
Ficus elaslica. 
» Castilloa elaslica, Hevea 
brasiliensis en zaden van Uncaria 
Ganibir en Castilloa elaslica. 
Planten van Andropogon-soorlen. 
Zaden van Albizzia nioluccana. 
Planten van Ficus elaslica. 

> > > t en zaden 

van waterplanten. 
1 Graszaad. 

1 Zaden van Albizzia moluccana. 
1 . • idem. 
7 . . Bixa (Jrell.r.ia, Zea Mays, 
Voandzeia sublerranea. 
Albizzia moluccana, Al- 
bizzia slipulala en voe- 
dergras. 
. Oreodoxa regia, Pilheco- 
lübiuui Sanian. ilolianllins annuus 
en Püinciana rej-ia. 
Planten van lieesters en cheve- 
lures. 

1 Z:iden van Voandzoia sublerranea. 
Stekken van Vanilla aromalica. 
Bloem- en palmzaden. 
3| Zatleu van sierboouien en palmen. 



198 



5 == 



752 

1109 

1G08 

1929 

4G4 



A;m wien pczoiulcn: 



Soorl (Jor 






Ixszending. 






u 










t4 








'jt 


s 


>i 


Inhoudende : 




È 


s 


a 






1 










^ 


12 


a 







GnAiGHER. II. .1., Radck. Kcdiri.. 

GnEVE, A.. Kronwock. Wlmj^'i. . . 

Gboos, W A., lloinpol, Malanp.. 
GuiGNÉ, DE, Namoe Uambei, Dcli 



1477 I GuiLO.NAHi», L. 1', Simpaiig, Soerahaja... 

811 I GüMHEL & ScHUMACHEB, Bclawan 

1392! Gdtteling, W. M„ Tjisaroca-Zuid bij iJui- 
lenzorff 



501 llAKiiiTON, G., Modjokeilo 

1486 Hamaker, J. Th , Tjibadak 

1010 ! Ilaiidelsvcreeniging •Anislerdam", Soera- 

baja 

296 Hautsteen, F., Madoe-Ardjo, Malang. . . . 

2294 Have, F. ten. Wales Kediri. 

1268 Hedrich von Wiederhold, F., Peloong- 
Onibo, Blitar 



1756 
2193 

2086 

1495 

59 

1513 

628 

1957 



Heinrich, M,. Soeinocr Waloe, Pekalongan 
Helder, F. il., Pasewaran, Banjoewangi. 

Heldring, C, Toempang bij Malang. . . . 

Herdricks, A. Kelegan, Sepandjang 

Henny, Mevr. C, Sookamanab, Soekaboemi. 

Herbert Heubel, Balavia . 

Herklots, H., Tjibadak 

Hernann, A., Tjiinangoe, Djampang Koeion 



l| Planten van Androfiogon Iwaranrusa 
en zaden van Hevea bra.silien.sbs. 
i Zaden van Albizzia uioliiccana. 

1 • • Erytbroxylori (loca. 

2 Bloem- en groenlczaden. 

1 Zaden van Hi:vea brasiliensis en 
Cola acuininata. 
■ bloemen en sierplanten. 
Sierplanten, 

Zaden van diverse cultuurplanten. 

Planten van Castilloa cla.stica, Hevea 
brasiliensis, Swietenia Mahagoni, 
Myroxylon peruiferum en Cola 
acuminata. 

Palmzaden. 

Zaden van Albizzia molnccana. 

• Agave rigida. 
■ Andropogon muricalus. 

Graszaden en Vanille-stekkcn. 

Zaden van Sarcolobus Spanoghei en 
Ficus elastica. 
1 • • Pithecolobium Saman. 

1 • ■ Hevea brasiliensis en 
planten van Agave rigida. 

• Myristica fragrans, Ficus 
elastica en gazongras. 

2 Palm- en graszaden. 
2 Gras- en bloemzaden. 
1 Palmzaden. 

1 Planten van Ficus elastica 

• • Tamarindus indica, Fi- 

cus elastica, Cinnaraomum zeyla- 
nicum, Erylhroxylon Coca, My- 
ristica fragrans en Caryophyllus 
aroma ticus. 



199 





Aan vvieii gezonden: 


Soort der 
bezending. 




« 2 

il 

3 CS 


.2 
13 


e 
S 
o 


"o 


Inhoudende : 


52 


Hesterman, L., Tjisampora, Soekaboemi.. 






7 


Zaden van Albizzia moluccana en 
Ficus elastica. 


1728 


Heukelom, P C. van, Pasirian 




1 


1 


• • Albizzia moluccana. 


780 


Heyneman, Mej L., Solo 


Palmen. 


412 


IIeytisg, J., Kediri 






2 


Zaden van Pilhecolobium Saman. 


1355 


. 




2 


3 


• Albizzia moluccana, Al- 






bizzia Saponaria, Caesal- 












piüia coriaria, Casuarina 












equiselifolia, Casuarina 












sumalrana, Musa minda- 












nensis en Ficus elaslica. 


640 


W.. Gabes. Malang 






2 


• Zea May.s, waterplanten, 
palmen, Canna's en komkoniiuer. 


805 


HiNSBEECK, J. 11., Lebak Redjo 






1 


Palm zaden. 


2141 


. , , . , 






1 


Zaden van Albizzia moluccana. 


998 


Hisgen, 0., Semarang 






2 


Palm- en bloemzadeu. 


1142 


HissiNK, J. P., Rangkalan 






1 

1 


•iroentezaden. 


245 


lIoFF, Mevr. C , Muntok 


Zaden van Victoria regia en Lolus- 












soorleu. 


2037 


Hofland, R, P., Bandoeng 




1 


1 


• » Albizzia moluccana. 


748 


HoFs, H. Th., Bandoeng 


Sierplanten en palmen. 


1964 


Hogezand, W. A. S. van, Kendal 






1 


Zaden van Ficus elaslica. 


31 


d'HoLLosY, A., Meesler-Cornclis 




3 




Planten van Agave rigida en Musa 
niindanensis. 


506 


• • • • 






2 


Zaden van Flacourtia inerinis en 
Melaleuca Cajepuli. 


2299 


• • I » 






1 

1 


» Saraca ilecliuala. 


1085 


lloLTius, G , Tjandi-Sewoo, Blilar 


Palmzaden. 


1818 


. 




1 




Planten van Ficus olastica. 


453 


UoNEs, J. E. TEN, Soeinber Bopong, Pasii i.in 






1 


Zaden van Caslilloa elastica. 


1690 


L. TiN, Malang 






3 


• Pilhecolobium Saman, 
Hevea brasiliensis en 
Payena i.eeru'. 


867 


Hoofdagenlschaj) der Crediel- en llandels- 












Vereeniging «Banda", Ie Baiida 






1 


• Ficus elaslica. 


1057 


Hoof( lagen tscbap der Koloniale Bank Ie 












Soerabaja 




2 


Planten van Hevea brasiliensis. 


691 


IIooFF, A. van, Tjandjoer 






1 


Zaden van Albizzia slipulal;i. 



200 



til 

u. 2 


Aan \vi<;n pezoiidcn: 


Mjori lilt 




1 ^ 

s »a 


.2 

1 

m 


. 

•o 
e 

§ 

o 
.2 


8 
o 


Inhoudende: 


2213 


Hopi'E, II Toiiilio Halaiip 




1 




l'laiihii van Apavc rifiida en Uros- 
(igiiia i-lasliciini. 










210 


lloiiN, Mevr. M. van, l'asiiiaii 




3 




• Kiens claslica en (>as- 
tilloa (daslica. 


2149 


lloRNEMANN. li , Scinaiang 






1 


I'ahnzaden. 


2282 


. 




1 
1 


2 


Palmen. 


(il 


IJcHCK. A. .1, I'cfonfj Kdllo, Kudiii 


Stekken van Ficns elaslica en zaden 












van GinnaniOMiuni zeylaiiituni en 












Caryophylius aronialicus. 


1713 


Houten. C. F. vaw, Maiianp, Solo 






2 


Zaden van Gorchorn.s capsnlaris. 


1406 


lliTB I'lvnaku, Mevr., IMosso-l'aiTe, l*ücr- 












woasrie 






2 


Palm- en {irocntezaden. 


2252 


llunEit. 11. C. U. .1., Seinaranf» 






1 

2 


Graszaden. 


379 


Mevr. W„ Sedali, Modjokerlo. . . 


Zaden van sierliecslers. 


94 


lluizEn. J. II. W., Kediri 






3 


• Andropof^on muricalus, 






Cinnamomuni zeylanicuni en (ïa- 












ryopliyllus aromalicus. 


170 


Immimv, Mevr. A., l*(!tjaiipa;in, Ivocdoe.»;. . . 






1 


Bloenizadcn. 


650 


. 






1 


Zaden van (linnaniomuui zeylanicum. 


2157 


Ikgebman, f.. lJed|().sari, Madioen 






1 


üazongras-zaad. 


1659 


Insinger, l. G., ïlofjosari. Toeren 




1 


3 


Planten van Hevea bra.siliensis en 
zaden van Caesalpinia da- 
syrracliys, Pithecolobium 
Saman en Albizzia slipulata. 


515 


Jacometti, Mevr. L., Wellevreden 




4 


4 


en zaden van Fucblaena 
luxnrians, Coix Lacryma, Elaeis 
guineensis, Myrislica fragrans, My- 
roxylon peruiferum en Cinnarao- 
mum zeylanicuni. 


1287 


Janssen van Raav, A. G., Djeinber 






2 


Zaden van palmen, snelgroeiende 
booraen. Canna's en Helianlbus 
annuus. 


1466 


Jansz, S. D., Anibaravva 




3 


5 


Planten van Urosligma elaslicum, 
Caslilloa elaslica en Hevea bra- 
siliensi.s. 

Zaden van Caslilloa elaslica, Payena 
Leerii, Gazongras, Melinis minu- 
tiflora en Thea assamica 



20! 



a > 



3 es 



Aan wien pezondcn: 



Soori tier 
bezending. 



Inhoudende: 



1074 

1238 

1236 
1318 

1338 

87 
2004 
1233 

479 



504 
1174 
1259 

1797 
2216 
1075 



2110 

1751 
638 

1005 

456 

775 



Jesse, R. W., Soember Doeren, Malang.. 

JoEKEs, A. M., I'adanp 

Jolles, A. E., Goodo, Djombang 

Kaan, J., Gezaghebber Gouvts. S. S «Raal", 

Menado 

Kamerling, U'. Z., Pekalongan 

Rate, J, ten. Kali Klaltak, Banjoewangi. 

Kater, P. de, KlaUng, Japara 

Kempenaer, H. oe, Pcngadjaran, Modjokerlo 



W. DE., iMalang 



Kessler, W., Tjempacca Wariia, bij Garoel. 



Kieviet de Jonge, D'. G. W., Wehcvredcn. 
Kinderen, J. G. der, Loel)oe Uaja, Padang 

Sideinpoean 

Idem 

Kleinsmiede, J. A. Zur, Podjok, Garoein. 



I I 



Palmen en zaad van Bengaalsch 
vocdergras. 

Zaden van gazon- en veevoeder- 
gras. 

Palmzaden. 



Zaden van Canna's, palmen, sier- 
en kliiu|)lan(en. 

• Albizzia nioluccana. 

• idem. 

• Zea Mays, veevoedergras 
en Grevillea robusla. 

en planten van Ficuselastica, 
Caslilloa elaslica en Hevea 
brasiliensis. 
• van Melia Azcdarach. 
> Albizzia moluccana. 
» • -en 

Pithccolobium Sanian 



• Albizzia moluccana, He- 
vea brasiliensis en plan- 
ten van Ficus elaslica. 
> > Albizzia moluccana, AU 
bizzia stipulata en Itraziliaansch 
voedergras. 
Gazongras-zaad. 

Zaden van lilletlaria Cardamoruum. 
■ Caslilloa elaslica en Ma- 
nihol Glaziovii. 
• ■ Theobroma Cacao. Hevea 
brasiliensis en planten 
van Ficus elaslica. 
> UncariaGambirenPithe- 
colobium Saiuan. 



202 



E > 

3 re 



1102 



1877 
1363 



2011 

2188 

1886 

855 



1138 

2103 

95 



1733 
1729 
2125 
1095 

1026 

2166 



1077 
158 

1712 
8 

1196 
223 



Aan wieii f,'(!/.oii(l(!ii : 



s„ 


)it 


Lr 


lii:ZCUdillg., 




■o 




!S 


e 


-1 


o 


2 


R 








ü 


o 


o 


l 


.a 


a 


^ 


'ji 


aa 



liihoudemle: 



Kleirsmiküe, .1. A. Zuil, l'odjuk, Garuciii, 



Klerck, A. A. S. uk. Paiuleglang, Uanlaiu. 



KLori'ENBunG, J., Goenoenp Soesoeroeli, 

Tagag-Apoc. . . 

.1. G. M., Bodja ... 

Klusman, A. N., Seiiiaranp 

Knii'HOrst, J., Pangkalari Braridari, O. K. 
Suinalra 

KocK, G. DE. Tjepiring, Kendal 

KoEsvELD, M. VAN, Sedajoc 

Kolk, F. J. J. van deh. Üjocwana, Kertosorio 



KoLLER, A., Malang 

Koloniale Zee- en Brand-Assuranlie Maat- 

scliappij, Batavia 

KöNiG, VV., Banaran, Wlingi 

KoppEscHAAR, J., Pasiiian, Proltolingo. . . 



Koster, J. P., Djoana . ; 

KoTTMANN & Cie., K., Biiidjey. 

Kramers, Ü'., Buitenzorg 

VV. T., Lahat 

Krayenbrink, Mevr., Malang... 
Kress, J., Pasirian 



3, Zaden vüii IIcmü hrasiliensiü, Cin- 
naniiiiiiiiiM zeylanicum, Caryo- 
pliyllu.s aromalicus en Kamfer. 
I'lanlcn v.iii Ficns elaslica. 

• ■ Miisa niindanensis, (lin- 

namomum zcylanicimi, Myrislica 
fragrans, Caryo|diyllns aronialicns 
en zaden van Tliea assamica. 



r Zaden van Albizzia niohiccana. 
Il • >■ Ficus elaslica. 
1 Palmzaden. 



Zaden van Alhiz/.ia moluccana en 
snelgroeiende planten. 
1, Palmzaden. 

l' Planten van Ficns olastica. 
, Zaden van .snelgroeiende schaduw- 
I boomen, Canna's, Ko- 

ningspalm. Tomaten en 
Radijs. 
• Jute. 
Planten van Hevea Lrasiliensis. 
» • Ficus elaslica. 






Zaden van Castilloa elaslica. 

• • Caesalpinia coriaria en 
Tliea assamica. 

Planten van Castilloa elaslica, Ficus 
elaslica. Hevea brasilieusis, Payena 
Leerii en Uncaria Gambir. 

Zaden van Paardenland mais. 

Koro-zaden. 

Zaden van Pilhecolobium Sainau. 

Bloem- en groentezaden. 

Palmzaden. 

Planten van Ficus elaslica en Cas- 
tilloa elaslica. 



203 






Aan wien gezonden: 



Souri der 


bezending. 


IS 


■a 














.!£ 


« 


S 


N 








w 


o 


O 


1^ 


^ 


^ 








^ 


:^ 


23 



Inhoudende : 



82 

1896 

898 



1878 
1892 

1 

2267 



1820 

2015 

2185 

106 

432 

448 

615 

766 

1068 



1087 



Krieken. L. van, Solo 

Kroesen, W. K., Tjibadak.. 
Kroes, P. J., Banjoewangie. 



Krol, A., Sindang Sari, Soekaboemi. 
Kruk, Ch. .). S. A. van der, Garoet. 

Krijgsman, Temanggoeng 

Krijthe, K. J., Rini, Wlingi 



KüPFER, A. Ë., Gencng, Malang . 



Laer J'., A. van, Swaroc Boelocrollo Blilar. 



1439 



1 1 Palmen. 



Zaden van Djoekoet Anlanan. 

• Andropogon muricalus, 
Ileliantlius aniiuus, My- 
ristica fragrans, Pillie- 
colobium Saman, Rapiia- 
niis caudatus en voeder- 
grassen. 

» Albbizzia moluccana. 
Bloem- eii groente/.aden. 
Peper- en Vanillestekken. 
Zaden van diverse planten. 

• Albizzia moluccana, Al- 
bizzia slipulata. (lae- 
salpinia dasyrracbis 
en Pithecolobium Sa- 
man. 

» Ficus elaslica, Caslilloa 
elaslica en Ganna. 

• Zea Mays. 

Planten van Ficus el.islica. 

• • » » en zaden 

van Hevea brasiliensis. 
Cacao-zaden. 

Zaden van Pithecolobium Saman. 
. ■ Uncaria Gambir. 
t • Pilocarpus peiinalilolius, 
Cola acuminala en Ery- 
ihroxylon Coca. 

• Hevea brasiliensis, Cinna- 
momum zeylanicum. Ca- 
ryophyllusaromaticus en 
planten van Ficus elaslica 
en Hevea brasiliensis. 

t . Erytiiroxylon Coca, Cola 
acuminala. Andropogon muricatus, 
Uncaria Gambir en palmen. 



204 





th 






rt 




0. 












_ 


2 




^ 


« 




=3 


re 




>r. 


IJ 
-O 





Aan wieii "c/diiilcn; 



liiliou(ieri<le: 



1722 i Lak» J'. A. van, Swaroe BocloeroJlo. 

IJlilar 

204 l>A(;Kns Jr .1 II., ricrilcnf?, Socrahaja 




2114 



LAGEnwEnFi, J. M. Kciioonp, Vaut. Kodiri 



1879 Lammeiiée. l Waroe 

115G Lammers, G.. Socrabaja 

2106 • -LisNET. i'. L., Kali Tello, 

Maiang- 

417 Lans, A. J. Aiuboina 

804 • • ■ • 

1099 
1847 

860 I Lantzius, K. C. Uanda 

520 ; Lai'i>, J. Ciin., IJamloeng 

200 Lawick. Mevr. de Baronnesse l\. van, 

1 lUilong-Hendo. Krian 

1110 I Ledeboer, A. .1. M , D.jemher 

1183 
1093 
1748 



2196 



Lennan. in. ('-. Mac, Modjokerio. . . 
Lennei', 11. .1 VAN, Bakoong, Kediri. 



529 Lens, W. C, IMiaëlon, Kraksaan 

694 Lettre. M.. Baloe Balira. Tebing Tinggi 



2349 

1194 

1322 

783 

692 



Leverkühn. C. M., Salaliga 

LixGE, D'. A. R. van, Bandoeng 
Lobry, J., Bangkal, Modjokerio. 

Lükey, G. J., Djombang 

Mac. GiLLAVRY, D., Wlingi 



1 l'laiili II van I icus claslica 

Il Zaden van sier[iabii('ii 
12'' • Hevea brasiliensis, Al- 

l)izzia moluccana en plan- 
ten van Fi(Mis claslica. 
I ij . . bloenifii ('Il klimidaiilr-n. 

1! Bloeinzaden. 

1 Zad(!n van Albi/.zia moluccana. 



2 1 1'lanlen 

2 

Zaden 
Planlen 



Zaden 



Ficus claslica en Cas- 
lilloa elaslica. 
Caslilloa elaslica. 



Ficus elaslica. 
Eucblaena luxnrians 



Sporen • chevelures. 
Zaden • Miisa mindanensis en 
Uiciniis comnmiiis. 
. Ficus elaslica. 
Graszaad. 

Planten van Ficus elaslica. 
Zaden van Canariuiu commune en 
Hevea brasiliensis. 
. Albizzia stipulata, Cae- 
salpinia dasyrracbis en 
Pithecolobium Saman. 
. Elellaria Cardamomum. 
en planten van bloemen, hees- 
ters, klimplanlen, vruchlboomen 
en gras. 
Veevoedergras-zaad. 
Palmen en sierplanten. 
Palm zaden. 
Zaden van ünraria Garabir. 

• Erylbroxylon Coca. 



205 



S es 



Aan wien gezonden: 



Soort der 
bezending, 



Inhoudende ; 



2005 



570 

753 
1420 
1544 

126 
670 

785 
1329 

1857 

1203 

2229 

101 

907 

66 

450 

250 

995 

1197 

2150 

401 

618 



897 

750 

1677 

164 

382 



Mac. Gillavry, D. II. D., Djali Roenpgo, 
Anibarawa 



Th.. Alas Rovvo, Loeniadjanp 



Maclean, R., S^i. Gerpa, Biiuljey 

Marinissen. J. P, C, Dinoyo, Modjokerlo. 

Marinüs en Huber, Soenpei Roean, Bindjey. 
Marl. W. H. van, Bandar Bedjamboe, 



MassIxNk, A.. Wellevredei) 

Mascarenhas Inglez, L. de. Timor Dilly. 

Mechel, A. vojf, Ojapoera, Indragiri 

II. voN. Telok-Betong 

Medenbach de Rooy, H.C. VAX. Proliolinggo. 
Meertens, M. J., Kedong-AUang, Buitenzorg 



Meine, 0., Semarang 

Meuenbergh. P. f., Malang 

Meijer, J. G. F., Dinojo, Soerabaja , 
Meijers, A., Semarang 



W., . 

Merci II ART. B. II., SoemberTangkep, Malang 



MiciiELSEN, Mevr,, Weltevreden 

MiEROi'. VV. G.. Semarang 

MissioNAR Reisenherz, Frau, Sdindung, 

Taroelneng 

Molenaar. L. N., Wellevreden 



l! 2 



Zaden van Hevea brasiliensis, Pa- 
yena Leerii en planten 
van Japanscbe bamboe 

• Albizzia stipulata en 
Myristica fragrans. 

• Albizzia stipulata. 

• • • moluccana. 

» • Bloemen en sierbees- 
ters. 

• Castilloa elastica. 

» • Oreodoxa regia. 

■ • Erylbroxylon Coca 

en planten van nuttige 
boomen en gewassen. 

• • Ficus elastica. 
Rameb-wortels 
Palmzaden. 

Planten van Ficus elastica 

Palmen. 

Tjemara- en palmzaden. 
Canna- en palmzaden. 
Palmen. 
Graszaad. 
Palmen. 

Zaden van Pitbccolobium Sa man en 
Poinciaiia regia. 

• » Andropogon muricatus. 
Cola acuminata, Sarcolobus Spa- 
noghei en Zea Mays. 

Bloemzadcn. 

Zaden van Flamboyant. 

Groentezaden. 
Canna-planten. 
Zaden van diverse planten. 



20 G 



bL 




a ^- 




9 > 






3 rt 




ï^ u 




<w 




-3 





Aan wion f-'c/ondfn: 



1155 1 M(tN()i> DE KiM)iiitvii,i,K, A. A., Tirlo, 

j l'ckalonfïan 

1046 i Mooi, J., Salalipa 

423 I MooLKNBi'nGii, Telok-Uelonp 

1030 ! Mr)ORE, II. VAN DER, Soekahoenii 

G07 MoTMAN, J. VAN, Ondernemiiif; •Williel- 

iiiina", Paroenp-Koeda 



1051 MüHLMCKEL, J.. Tjibadak 

356 I Naus. II., Serapi. Pekaiongaii 

1507 Nederlandsche Nieuw Guinea Handel-Maal- 
schappij. Gisser, Amboina.. . 



1919 
353 



227 
127 
409 

42 
633 
578 

1755 

1543 
918 

2215 
491 



1757 
769 



Neil, A. Mc. Alas Bezoeki, Loeniadjang. 

Nettehoven, A. Th., Sawali-Loenlo, Su- 

malra's Weslkusl 

Neüroiirg, J., Medan 

Nkve, A. f. de, Tjitrap, Biiilenzorg . . . . 



Neys, H., Semarang 

Nisi'EN. Jiif. W. D. VAN, Kekonromo, Sragen. 



Olden, R. H. van. Notaris te Tegal 

Onink, J. W., Desa Pepen, Malang 

Ossenbruggen. Mej. M. van. Weltevreden. 
Otten, D' G., Madjenang, Modjosragen. , 



Ottenhoff J'. G., Tjilenlab, Tjibadak 



Soort der 
beieodJDg. 



Inhoudende: 



I 1 Zaïlon van Heiif,'aalscli pras. 
Il Palmen. 

1| 2 • en zaden van lleliantbiis 
aimuus en gazongras. 
1 Zaden van Albizzia moluccana. 



Planten van Ficus elaslica en zaden 
van Erylbroxylon Coca, 
Eriodendron anfractuo- 
sum, Theobroma Cacao 
en voedergras. 
> > Casiilloa elaslica. 

Zaden van schaduvvboomen. 

• • Ficus elaslica. 
Planten van Ficus elaslica. 



Zaden van Albizzia slipulala en Meiia 
Azedarach. 
' • Canna's en palmen. 
1 > • Castilloa elaslica. 
3 . . . . en 

Hevea brasiliensis. 

1 Palnozaden. 
1 

2 Planten en zaden van nuttige ge- 
wassen. 

5 Zaadpadi van verschillende varië 
teiten 

1 Gazongras-zaafl. 

2 Bloem- en groentezaden. 
Groenlezaden. 
Planten van Ficus elaslica, zaden 

van Casuarina equisetifolia en 

Poinciana regia. 
1 Gazongras-zaad. 
1 Zaden van Caslilloa elaslica. 



207 



bc 


Aan wien gezonden: 


Soort der 
bexending. 




3 es 


— • 




Inhoudende: 


-a 




1 
1 


o 


o 








1 


2 


3 




181 


Ottolander, T. Pantjoer, Sitobondo 






2 


Zaden van Albizzia moluccana. 


188 







1 




Planten van Ficus elaslica. 


1583 









1 


Zaden van Albizzia moluccana. 


895 


OüWENs, P. A., Soekaboerai 






2 


Bloem- en palmzaden. 


153 


OvERDUYN, Mevr., Penialang 






1 


Zaden van Heliantbus annuus en 






Canna. 


1372 


Perelaer, Tegal 






2 


• Helianlhus annuus, an- 
dere bloemen en pal- 
men. 


1909 


... ... 






1 


• Pithecolobium Saman. 


1121 


Persenaire. D^, Weltevreden 






1 


Gazongras-zaad. 


624 


Palm. J. C. vai* der, Gloensing, Malang. 






2 


Zaden van Albizzia Moluccana en 
Zea Mays. 


1107 






1 


3 


• Albizzia moluccana en 
planten van Ficus elas- 
tica. 


1202 









1 


• Caesalpinia dasyrrachis. 


1485 


. .... . . . 






1 


. 


1723 


.... . . , 






2 


• idem en Albizzia moluc- 
cana. 


1916 


.... . . , 






2 


• Caesalpinia dasyrrachis 
en Melinis minutillora. 


225 


Palm en van Amstel, Batavia 






1 


• Ficus elastica. 


1844 


Paulino, A. Ph., Tjilatjap 






3 


• Zea Mays, Albizzia mo- 
luccana en Caesalpinia 
dasyrrachis. 


444 


Peereboom Voller, A. A., Ramawati, Soe- 












kaboemi 






2 


• Melia Azedarach en Al- 
bizzia moluccana. 


408 


D., Soember Mangis 












Kidocl, Malang. . 






1 


• Myristica Iragrans. 


974 


. . idem 






3 


. Albizzia raolnccana. Pi- 
Ibecolobium Saman en 
Caesalpinia dasyrrachis. 


1058 


idem 






2 


• ' Albizzia moluccana en 
Pithecolobium Sautan. 


2108 


. . . idem 






2 


• Albizzia moluccana en 
Pithecolobium Saman. 



208 



H a 

C co 

5^ ^ 



Aan wicn gezonden : 



Soort drr 


het 


ndin^'. 


_: 






12 


C : 


Jl< 


2 


E 


S 


^ 


^' 


o 


fc 







lnli(Miilfri(le 



68 I PEEREnooM VoM.Kn. J. P.. Pasir Kananpan, 
Soekabdeini • ■ . 



1874 Peetkrs, P. A. C, Soemlicrwekas Banf,'il. 



'2115 
276 
537 
239 



231 
1550 



Pereira, V., Soerai)aja 

Perret, A. I'i. L . Nobo, l'aiec. 



(>., Lawang 



1241 Persijn, L., Soeinberredjo-Rogodjampi, 
Banjoewangi 



idem . 



1521 

1284 Pfeiffer, Mevr. K..Pangled|ar,Tagog-A|»ofi. 
1863 I Pessy, J. f., Medan. 0. K. Siimalra. 



Pieper, W. .)., Wageningen. 
Pieterse, L., Medan, Deli... 



872 PiTCAiRN Syme & C"., Batavia 

160.') ! Plagge. M. C, Paleinbang 

908 Pleysier, A.. Soember Bowo, Pasirian... 
1613 Plugger, J., Adnr. Serdang Tabak Maal- 

scbappij. Perbaoengaii 

2172 Prehn, J. van, Doerdjo, Djeniber 



2 Zaden van reu/endjagong en daiin 

loeiilas. 
1 Sporen van Adianluni 
1 Paliii7.aad. 

1 Zaden van Neplieliuni lappacenni. 
1 > • Bouca (iandaria. 
4 . • Zea Mays (variëleilen) 

en Caryophylbis aroma- 

licus. 



> Paardenland mais en 
pompebnoes. 

• idem. 

• palmen en sierplanten. 
• • Thea assamica, Tbea clii- 

nensis, Erytbroxylon 
Coca, Myroxylon perui- 
ferum, Heliantbus an- 
nuus, Polygala oleifera, 
Caryopliyllus aromaticus 
en andere geneeskracb- 
tige planten. 

• Microtropis sumatrana. 

» Bloemen, Heesters en 

Gazongras. 
Graszaad. 
Zaden vrn Bb)omen en sierplanten. 

. » Palmen en Flamboyant. 

Djatti-zaad. 

Zaden van Tbea assamica, Andro- 
pogon muricalus, Bixa Orellana, 
Rameh, Caslilloa elastica. Cola 
acuminata, Erytbroxylon Coca, 
Corcborus capsnlaris, Uncaria 
Gambir, Braziliaansch voedergras 
en Urostigma elasticum. 



209 



a 

s 
25 



Aan wien sezonden: 



Soorl der 
bezending. 



Inhoudende : 



2089 



Prehn, W van, Boeinie Redjo, Kepandjen. 



1621 Prentice, A., Branggahan, Halte Ngadi- 

loeweh 

1753 • • idem 

13 Prinsen Geerlios. Pekalongan 

2298 • • • 

125 ' Punter, J., Malang 

933 



1430 
1328 

299 
1620 

2050 



Raaymaakers, f., Mijnbouw Maatschappij 
• Alluvia", Singkawang 

Rambaldo. J., Seloredjo, Djomhang 

Reede van Oüdtshoorn, K. G. van, Mar- 
gapala, Soemedang 

Rest, J. J. van der, Garoel 



2069 Reyden, A. van der, Meester-Cormlis. . . 
2127 Reynst, A. e., Randoe-Agoeng, Probolingo. 

1721 RiTTNER Bos, Mevr., Palenihang 

40 RocHEBRüNE, L. DE, Pelcrongan bij Djombang 
1648 RoESsiNGH van Iterson, J. W, Emhong 

Malang, Soerabaja 

236 Rogge, G., Bades, Pasirian 

1652 Romer, Mevr,, Medan 

Verslag van 'slanus pi-antentuin 1901. 



12 Zaden van Thea assainica. Albizzia 
moluccana, Ranieh, Cas- 
tilloa elastica. Cola 
acumiiiata, Erythroxy- 
lon Coca, Melia Azeda- 
rach, Braziliaansch voe- 
dergras, Payena Leerii. 
Uncaria Gamhir, Uro- 
stigma elastica en Pi- 
thecolobium Saman. 



1 • • Melia Azedarach. 
1 • • Albizzia moluccana. 
Palmon. 

I Canna-zaad. 

II Zaden vaii Castilloa elastica. 



' Agave rigida, Musa nun- 
danensis, Albizzia stipulala. My- 
ristica fragrans en kollie. 
Planten van Boehmeria lenacissiina. 

• • Ficus elastica. 

Veevoedergras-zaad. 

Zaad van Braziliaansch voedergras. 

Zaden van Uelianthus annuus, Un- 
caria Gamhir, Urostigraa elasticuui 
en planten van Cinnamomnm 
zeylanicum en Myroxylon perui- 
i'erum. 

Gazongras-zaad. 

Zaden van Ficus elastica. 

Canna-zaad. 

Palmzaden. 

Zaden van bloemen en klimopsoorten 
Planten van Ficus elastica. 
Bloem- en palmzaden. 

14 



110 






A.iii wieii L'cyiimifii: 



Soort der 
bezending. 



1227 UoosEnooM. J. W . S.Mnaranp 



1022 HocMiMPion. R. Maiif^'ofMimlja Ta.sikmalaj.'i. 

1915 Roven, F . r.ainl)ir. lUilar 

1725 ROV VAN ZllVDEWlJN. L. II. M UK. Soilll- 

lior Recijo, Malanp 

2131 Idem 

1112 I{ijr>ni.PH, E,. Semarang 

970 I RuuK. A. A. DE, Sciekodono. Loemadjang. 



2121 RtjN. R. F. II. VAN. Ojocja 

840 Sailley. Mad., Soongcilial, Ranka 

1257 Sandel, F'., Klamhir, I.angkal Suinalra. 

1695 Sa VAGE. C. L., l»apnk, Wlingi 

702 Schalkwijk, L. V... Gatiliwarna. Klalon. 



699 I ScHELTüs, G., Solo 

1817 ' ScHERiüs, H., Toempang. Malang. 

1999 ScHEUER, Djorabang 

1548 Schimmel, W.. Soerabaja 



14 



215! . . • 

1327 j . • • 

1504 Schotman, R. A., Gombong 

2006 I ScHREiBER, D'. Jdl., PeaTRadja, Taroeloeng. 

1843 SciiREüRS, J. A., Pasirian 

139 ScuRiEKE, G. G.. Rajoe-Lor, Ranjoewangi. 



1237 



791 



ScHRÖDER, J., Resito, Koedoes. 



IiiIidikIi'iiiIi 



(!aima- jilanljf's cii /aden viui II-'ü- 

arithiis aiiiiiins. 
Groenlczadcii. 
; Plaiilcii v.in Fi(:ii«; flaslica. 



ilovca brasiliensis. 
Ficus ela-lica. 

2 Zaden van Conireron en siorplanlen. 
3, • • si('r|tlanltMi. j^alnicn en 

gazongras. 

3 • • Zca Mays. 
2' Rloeni- en palmzaden. 

1 Zaden van Fious elasiira. 

1 • • Casldioa olaslica. 
9 • • Adenanlhera niicrosper- 

ma, Adenanlhera Pavonina, Ce- 
drelaserrulala, Eleliaria Cardamn- 
nnim. llelianlhu.s anntius. Polygala 
oleifera, Zea Mays en voedergras. 

Palmen. 

Gazongras-zaad. 

2 Zaden van Zea Mays en gazongras. 
1 • • Eriodendron anfracüio- 

sum. 
en planten van bloemen, pal- 
men, sierhecsters, groenten, gras, 
vrucht- en schaduwboomen. 

1 Gazongras-zaad. 

1 

1 

1 

1 

2 

2 



Rloemzaden. 

Gras- en groentezaden. 
Zaden van Alb. moluccaiia. 

en plan- 
ten van Ficus elastica. 
• Gelah perlja en Ficus 

elastica. 
» Ficus elastica en Cylisus 
Laburnum. 



211 







Sooii lier j 




bc 




bezending 




u. S 








« u 


^ . 
















^ s 


Aan wieii toezonden: 




JS 


Inhoudende : 


3 « 




^ s 






'<<; , 






^^ 










o 














•« 




1 Kist 


i 





1743 Seters. 11. V. VAN, Malang 

89 Sevbruk, H., Tem|ieli. Loemadjanp 

1831 Sexaüer, H., Lawang. Bangil 

1514 Shamier. Mevr. A.. Pandcglang 

532 SiN(iEi.s. il. J.. Djaejari, Ïoeloeng-Agoeng. 



! I I 



786 



1421 



1828 



1654 Smit, Mevr., Ooii loevva, Medan 

1052 I Smits, J. W., Ngoenoel, Toelueng-Agoeng. 



2292 



Snouck HuRGROifJE, KenangaH. Soembawa. 



1035 SoESMAN, Edw. H., Djeinber 

765 SoETEMAN, A. J. C., Besovvoli, Kediri.... 

1623 I SoETEBs J', H. C Pasir Angin, Buiteii- 
zorg. 

658 • H. J., Semarang. 

623 . P. H.. 

1044 > Th. J.. Soekaniangli, Kendal. 

2278 



790 
996 



SouMAN, O. D. A., Kali Gading. Kepandjen. 
Spanjaard, J. W., Sej)andjang.. 



4891 Spieüel, II. VAN DER, Boudowosu. 



1: Bloemzaden. 

! 
1 Gazongras-zaad. 

Planten van Ficus elaslica. 

1 Bloemza<len. 

6 Zaden van Eriodendron anfracluo- 
suni, Myristica fragrans, 
Payena Leerii, Elellaria 
Cardamoinuni en Cacsal- 
pinia dasyrachis. 
• • Eriodendron anfracluo- 
sum en Tlieobroma l'-a- 
cao. 

• Pilliecolobiura Sainan, 
Caesalpinia dasyrachis, 
Arachis hypogaea. Meiia 
Azedarach en Zea Mays. 

• Caesalpinia dasyrachis, 
Albizzia nioluccana en Cinna- 
naomura zeylanicuni 

Bloem- en palmzaden. 
Zaden van Zea Mays en veevoeder: 
gras. 
1 . • Eriodendron anfracluo- 

sum. 
3 • • Zea Mays. 

1 • • Coniferen. 

> • Menado-niais. 
Canna-zaden. 
Planten van Ficus elaslica. 

en Cas- 
tilloa elastica. 
. • Urosligina elasticum, 

Castilloa elastica en 
peper. 
• Hevea brasiliensis. 

2 Bloem- en palmzaden. 
1 Zaden van den koningspalni. 



212 








Soort der 




tL 




bezüniling. 




t- « 










^ 


ri 






S 2 

CU 

■e 


Aan vvien gezonden: 


o 


e 

s 


ö 
5 


iiihüudende. 



1911 



'2331 



249 
1127 



1207 
1706 



278 



914 
814 

1157 
700 
229 

1607 
160 

374 

772 

1833 



1060 
2217 



SxAbT, 11. VAN DK, KocdoCS 

Stavekman. K. .)., Kaliniali, Balaag 

W. IL Tjilelmel 

Steenstra Toüssaint, Berni-Gabroe, Blilar. 



Stkinbüch, f. Th., Soerabnia 

Steiner, e. J.. Djatinangor, Hantja-Ekèk. 



Steller, Mej. C, Manganitoe, bij Tarocna. 



Steur, J. v. u., Magelan^ 

Stibbe, iVl. J., Karang Dinoyo, Paree 

Stockum, C. J. van. Palembang 

Stok, M'. J. Th., Karang-Anjer 

Stophelaar J% A. de. Kali Bakar, Malang. 



Storji, K., Wasarette, Amboina 



Stortenbeker, J.. Soewarna. Paroeng-Koeda 
Straeter, C. e., Tjiseureub, Sindanglaja. 



6 



Zaden vanCinnniiKitniiiti /evlanicnni. 
Blyroxylon peruiferum en 
bloomen. 

• • Zea Mays, pollen van Ben- 

gaalsch en Braziliaansch 
voederfras. 

• » Hevea brasiliensis. 

• • Andropogon niuricatus. 
Boebmeria nivea, Corcborus cap- 
sularis. Myroxylon peruiferum. 
Polygala oleifera, Voandzeia sub- 
terranea. Agave rigida en Albi/.zia 
moluccana. 

Pahnzaden. 

Planten van Myroxylon peruiferum 

en zaden van Helianlhus 

annuus. 

• Caslilloa elastica, zaden 
van Hevea brasiliensis en Payena 
Leerii. 

Zaden van Zea Mays. 

> Albizzia moluccana. 

Gazongras-zaad. 

Bloemzaden en die van beeslers. 

Zaden van Hevea brasiliensis en 

gras. 
Planten van Musa texlilis. 

• Agave rigida. 

Zaden van Cofl'ea liberica, UrosUgma 
elasticum, Thea assamica, Arachis 
hypogaea, Zea Mays en Piper 
nigrum. 

Planten van Ficus elastica. 

Zaden van Albizzia moluccana, 
Cedrela serrulata en Melia Aze- 
darach. 



213 



Aan wien gezonden: 



Soort der 


bezending. 


^ 






•fl 








R 










JS 


E 


SI 




„^ 


r 


■o 


o 


O 




'm 


■:£ 


is 


^ 


CS 



Inhoudende • 



290 



2249 



1705 
1988 
793 
1530 
1233 
179ff 

2242 

2321 



777 
2266 

683 

430 

67 

1326 

906 
1815 
2010 
1577 

1097 
1147 



739 
375 
577 



Straten, J. A. van, Karang Gedeh, Ke- 
dong-Djali 

Stüffken, J. H., Siliardja, Tjitjalengka. . . 



Sdermondt, C, Wonokoio, Malang 

SüLLOCK, G. A., Soerabaja 

SüLTER, H. F. W., Buitenzorg 

Tabel, J. B. Soengei Toean, Lobopakam, 
Teixeira de Mattos, A., Ngares-Kopen, 

Halte Delang.oe 

Idem 

Tergaü, Bandjermasin 



Tebwogt, W. A., Wedi-Birit, Klaten. . . . 

Thednissen, H., Semarang 

ToENs, J. A., Sapoe-Angin, Toeloeng-Agoeijg 

Tongeren, van, Weltevreden 

ToussAiNT, H., Sessek, Blilar 

Touw Keno Tjoan, Pekalongan 

TowNSEND, J., Modjokerto 

Trip, N., Assem Bagoes, Sitobondo 

Tuinman. A., Soerabaja 

Twijsel, G. Ch , Tjii)adak 

LiLKENS, J. G., Kali Lebak, Malang 

Utermark, D., Soeko Ramé, • 



Zaden van Bengaalsrh gras en Eu- 
chlaena luxiirians. 
» en planten van ürostignia 
elaslicura en Caslilloa elas- 
tica. 
van Albizzia uiolucc^ina. 

• idem. 
» Pithecolohinm Sauian. 

• Eleltariii Cardainomum. 
■ Myrisiica fragrans. 

Zaadpadi. 

Zaden van Coniferen, dwcrglieesters 

en palmen. 
> > Eucalyplus, Erylliroxy- 

lon Coca, Zea Mays, Heli- 

anthus annuus, Ricinus 

communis eu bloemen. 

Livisiona sp. 

Pilhecolobium Saman. 

Thrinax argentea. 

Pilhecolobium Saman. 

sierheeslers en palmen. 

Uncaria Gambir. 
Palmzaden. 



Benf^aalsch voeder- 



Graszaad. 
Planten van 

gras. 
Gazongras-zaad. 

Zaden van Zea Mays, gazongras, 
Myristica fragrans, Gar- 
cinia Mangostana on 
Flacourlia sapida. 
» • Erythroxylon Coca. 
» » Hevea brasilensis. 
Planten van Ficus elaslica. 



214 



te 

S > 

<v 

"Ï3 



Aan uien f,'('/.i)ii(lcn : 



Soort (Ier 
bezending. 



a, s 






Inlioiulcnilc': 



14:52 Uteiimaiik, 1».. SooKo Hiiinó, Mal.inp;. 



2235 



634 Uvi.EMAN. II . Garocl.. 
2158 Veku, A. .1. dk. Seljanf 



Kcdiri. 



508 



1487 



P.J.Ci, V. D., Ujoeranf; Uanleng.Wlingi 



2018 I Velken, .!.. Huitenzorp 

441 i Vermedlen, P., Djokjakarla 

130 Versiuys, Soeraber Pandan, Soember Baroe. 

212 I Versteeüu, W. C. M., Ujaril, Pasirian... 

629 

1084 
1305 
1530 



3 Zaden viin Thca assamica. Pillieco- 
loliiniii Snni.in en Alliizzia iii'i- 
lucr.-iiia. 

Planten van Caslillna elastica. Pitlie- 
coliiliiuiii Sainaii en Oaesalpinia 
dasyracliis. 
1 Zaad van Benpraalscli gras. 

4 Zaden van Albiz/ia inoluccana. <lola 
acuniinata, Erylhroxylon 
Coca, Payena Leerii, 

Canarium commune en 
palmen. 
• Payena Leerii, Damniara 
alba, Pellophorum da- 
syrachis, Kleltaria (^ar- 
daniomuin en kollie. 
» ■ Caesalpinia dasyracliis, 
gazongras, Indigolera 
leploslachya, Melinismi- 
nuliftora, Myristica fra- 
grans en Ficus elas- 
I tica. 

2i • • Sierheeslers en bloemen. 
2 » • » ■ palmen. 

2 . • Caesalpinia dasyracliis 
en Erylhroxylon Coca. 
3 2 Planten en zaden van Ficus elastica, 
Castilloa elastica. 
Zaden van Hevea brasiliensis. Cas- 
tilloa elastica en GelahPertja. 
1 Planten van Hevea brasiliensis. 
1 Zaden van Willughbeia firma. 
17» • Hevea brasiliensis. Al- 
bizzia moluccana, Caesalpinia da- 
syracliis, Payena Leerii, Uncaria 
Gambir, Myristica fragrans, Bra- 
ziliaansch voederpras en planten 
van Urostigma elasticum. 



215 



bc 


Aan vvien gezonden: 


Soort der 
bezending. 






o. 2 

i 1 

-o 


É 

1 


a 

■o 


CS 

"o 


Inhoudende : 


2151 


Versteegh, W. C. M., Djarit, Pasiiian... 






3 


Zaden van 


Payena Leerii, Castilloa 
elaslica en Uncaria Gam- 
bir. 


242 


Vincent, J., Soemlier Woeloe, Pasirian.. 




2 


1 




Hevea brasiliensis en 
planten van Ficus elas- 
tica. 


455 


ViTRiNGA, Djeinber 




1 


. 


Ali)izzia moluccaiia. 


1910 


Vletter, A de, Poerwoiedjo 




1 


• 


Pilhecolobiuni Saman. 


1650 


Vodegel, H. Ch., Semarang 


1 


1 


. 


Corchoriis capsularis. 


1015 


Vogel, L., Poespo, Pasoeroean 






2 


• 


Thea assamica en Thea 
chinensis. 


759 


VoGLER, K , Malang 






5 




Hevea brasiliensis, Ce- 
drela serriilata, Melia 
Azedarach, ManihotGla- 
ziovii en Castilloa elas- 
lica. 


1992 






1 


6 


j 


Erytliroxylon Coca, Cae- 
salpinia arborca, Agave 
























rigida, Codrela odorala. 














Cinnanionmni zeylani- 














cum en Cola acuini- 














nala. 


1549 


VoLLENHovEN, E v.\N, Socroewinangoon 














l)jonil)ang 






2 


, , 


Hypajihorus subuin- 














brans en Pithecolobiiu 
Saman. 


434 


VoNCK, E., Malang 






2 


, , 


rilhccolobiuni Sani.in lmi 










Caesalpi 


nia dasyrachis. 


1937 


VooRNEMAN, 0. E., Randoe Agoeng 




1 




Planten van Ficus elaslica. 


831 


Vos DE Wael, e., Sentoel, Djember 






13 


Zaden van 


Elellaria Cardamomum, 
Payena Leerii, llieo, 
Zea Mays, Myiislica 
fragrans, Cola acumi- 
nata. Theobroma Cacao - 
en Myroxylou peruü'e- 
runi. 


2336 


. . . . . . .... 






10 


• 


div. nullige gewassen 



216 






A;iii wion f,'(!zoiulon ; 



I Soort der 
I bezending. 



Iiilioiidcnilc: 



1167 VnEE, L. m:. Ue(l|<.-Ap;i:eiig, Madiueii, 

163 VftENDENBEnC, Movr. A. II. J.. Snlo... 

782 Vries, de. l{olaiifr, iJiiilcii/.nrf,' 

857, . P. U DE, Uamla 



1021 VitiESMAN, .1., Ivali-Kcinpik, Banjoewangi. 

1587 .... . . 

1128 VniNs, Mevr. .1 . Clierihon 

1745 Vrossink. A. J , Tjihadak 



2190 . . . . 

50 VuiRüEN, VAN, Bodja, Seinarang. 

1306 

1601 

1798 . . . . 

873 VijzELAAR, B., Soeraber Kareiig, Probo- 
linpgo 

2281 Idem 

1368 Walter, H. A, Kadjar Kidoel, Banjoe- 
wangi 

2039 Warneek, J.. Sipoliolun, Taroeloeng . . . 



1880 Wattendorff, A., Bandoe-Agoeng, 
1692 Weber, VV., Gemampir Rlalen . . . 



1940 



1404 Weel, G. P. M. van. Parakan-Salak, Pa- 

I roeng Koeda 

64 ! Westenek, Mevr. H., Ploenibon, Che- 
rihon 



Palm- en (^anna-zaden. 

Palm/.aden. 

Planten van Agave rigida. 

Zaden van Ficus clasiica, Mandiol 

Glaziovii en Caslilloa 

elasUca. 

Caryopln lius aromalicu.s. 

diverse planlen. 

Elaeis guineensis. 

Albizzia moluccana en 

PithecDlobium Saman. 

Cosraea hybrida. 
Ficus elaslica. 



Palinzaden. 



Zaden van Albizzia moluccana. 
• > Albizzia moluccana, Pi- 
thecolobium Saman, Euchlaena 
luxurians, Melinis niinutitlora en 
Castilloa elaslica. 
Planlen van Ficus elaslica. 

enWil- 
lughbeia firma. 
Zaden van Ganarium commune, Cae- 
salpinia dasyrachis, Cas- 
tilloa elaslica en Pitheco- 
lobium Saman. 

» Albizzia moluccana. 



Euchlaena luxurians en 



Canna's. 



217 



bc 



Aan wien gezonden: 



Soort der 
bezending. 



Inhoudende: 



2205 j WiELAND, J., Baioc, Malang 

138J I WiNc.kEi,, E. F.. Way l{alai,iTelok-Belong. 



2117 



1302 WiTSEN Elias, W„ Kali-Glidik, Malang. . 

1584 Witte, A de, Salaliga 

1989 . . . . . 

494 WoLFF, R., Meroeuiboen Estale, Serdang, 
1158 ... . . 

1935 WoRSTERY, D'., Soerabaja 

920 Wren, G. G., Tjigombong 

253 Wijnen, S. F., Üjagoan, Blitar 



431 

122 Zanten Jüt, Mevr. S. van, Goedo, Djonibang. 

572 Zegers Kijser, W. A . Loeinadjang 

1143 Zevenboom, Mevr. J., Soember Kareng' 

Probolinggo 

1090 Zeverijn, H., Tjibogo 

1080 Zeijdel, W. A, ïewali. handjeiinasin.. . 

2931 Zür Bücken, J. K, Nglehoer, bij Blora. 



36 ZwEERiis, Soember Mas. Malang. 



1377 Yzebman, A., Tendjo-Djaja. Tjibadak. 



I ! 



l! 2 



Zaden van Sierheeslers en nuttige 
gewassen. 

• • Urosligma plasticum. Ma 

nihot Glaziovii, planten 
van Castilloa elastica en 
en Hevea brasiliensis. 

• Andropogou muricatus, 
Mclinis minutiflora, Pa- 
yena Leerii en planten 
van Urostigma elasiicum. 

• - • Caesalpinia dasyracbis. 
Palmzaden. 

Gazon- en veevoedergras zaad. 
Planten van Castilloa elastica. 

Zaden van thee en Java-kollie. 
Bloemzaden. 

Zaden van Hevea brasiliensis en Zea 
Mays. 

• • Zea Mays. 

• Spathodea en palmen. 
Planten van Ficus elastica. 

Pinang-zaden. 

Palmen en zaden van Thea assaniica. 
Bloemzaden. 

Zaden van vrucblhooinen, klMn|)laM- 
ten, Pithecolobinm Sa- 
man en Albizzia moluc- 
cana. 
. Ficus elastica. Albizzia 
moluccana en planten van Hevea 
brasiliensis- 
Planten van Cinnamoinum zeylani- 
cum, zaden van Myristica fra- 
ïl^grans, gazongras en Castilloa 
elastica. 



21S 



-' re 



Aan wieii ^iw.nuAo.w ; 



Soort d<-r 
bezending. 



Inlioiidondo; 



BUITENLAND. 



17J4 

2024 

1173 
1309 

1447 

420 

466" 

1681 

738 
1759 

1787 

1931 
318 
168 

257 
732 



2300 

1354 

2017 

156 

1933 



Administrateur dt-r IManlape |{alonf,Mi. 

Tanpa 

Arduin, Casimir, Tiirin, llalië .'. . 



BuvsMAN, M., Middelhurp 

Castle— Tdr>er, W. S., Baiipliok, Siaiii. 



Chatel, Léon, Directeur dn Jjirdin 

Bolaniquc de la Réunion 

Consel der Nederlanden, Smyrna 

CoRNELis, Brussel 

CouppÉ, Monseigneur, Vunapope, i\eu 

Pomraeren 

CnEMORNE NunsERY, Ricliinoiid, Victoria.. 
CuRTis, Ch., Assitant-superititendenlol the 

Botanie Gardens, Penanj,' 

ÜAMMANN & ü°, San Giovanni a Te- 

duccio., 

Idem 

Dammer, IK Udo, Berlijn 

De Salins, Moncay, Tonkin 

DiETHELM & C., Saigon 

Directeur du Jardin botaniqiie, a Varsi.vie. 



Ettling, C, Apia, Samoa Island> 
Fox, W., Singapore 



GÖBEL, Prof. K., München . . 
Haage und ScHMiDT, Effurt. 



1 Zaden van Ervllinixvlon i'.ncn 



• • Indiscln' f/roi'iilpn en 

kruidtMi. 
• Cola acuminala.- 
' • Carica i'apaya. Eriodcn- 
dron anlractuosum on 
palmen. 

KoHie-zaden. 

• » Palmen en Clemalis. 
Diverse cultuurplanten. 

Cacao vriiclilen. 
Palmzaden. 

Diverse palmzaden. 



Zaden van Slevensonia pranditlora. 

• nuttige gewassen. 
> • Alhiz/.ia sti|iiilala. 

• Arachis hypogaea. 

• Spalliodea carnpanulala 
Zanonia macrocarpa en 
Caesalpinia dasyracliis. 

• » Melia Azedaracli. 

• Payena Lcerii. 

Planten van Selaginella Belangeri 
op spiritus. 

Zaden van Livislona altissima. Livi 
slona rolnndÜoiia en 
Slevensonia grandiflora. 



219 







Soort der 




bo 




bezending. 




L. «s 


Aan wieii gezonden: 


1 




umme 
aanvra 




1 

cS 

S 


ca 


Inhoudende: 






1 o 


"o 










i^ 


Ci3 


a 





482 Henckel, W., Sanioa 

1934 Hoogleeraar Directeur van 's Hijks Acade- 
inietuin, Leiden 



993 Kaühuann, e., Grasse, France. 



962 Kok, G. L., Amsterdam. 

1048 KoLBE, Fraü 

1715 



632 
512 

1737 
922 

2220 

1446 

411 



P., Ralura, Bismark Archipel. . . . 

KooREMAN, P., 's Gravenhajje 

Nawaschin Prol. S., Kaiserl. Bol. Garten 

Kiew 

Newton, D'., Franqois, St. Vincent 

New York Bot. Garden, New York 

City 

NicoLO Grillo, D^, Genova 

Pask Brothers, G. W., Paraguncliah Plan- 

talion, Norlh Queensland 

Payna Gallwey, Singapore 



1969 i Preyer, Dr Ax., Cairo. 



166 Proschowsky, A. R., Nice, France 

1020 PnouDLOcK, R. L., Ootacaniund, Madras.. 
1344 Prud'homme, Em., Tamatave, Madagascar.. 



1152 



1231 
193 

1932 



Pynaert van Geert, Ed., Gand 

Raciborski, Prof. D'., Dublany, Lemberg. 
Sander & {]". F., St. Alban.s 



Zaden van Java-tabak. 

Zaden van Stcvensonia granditlora, 
j Licuala amplifnuis en Areca Ma- 

dagascariensis. 
! Rladeren van Mallotus floribundus 
(± 50 KG.). 
2 Zaden van Coffea liberica en thee. 
1 Pabn/aden. 

1 Cacao-planten en zaden van Piper 
Nigrum en Cacao. 
Zaden van Albizzia moluccann. 

Spiritus materiaal van Pi|iprac('ën. 
Zaden van Carludovica palmala. 

Palmzaden en sporen van varens. 
Herbarium van ürlosiplion stami- 
neus. 

1 Zaden van Caslilloa elastica. 

2 Gazongras-zaad. 
Zaden van Ficus elastica en diverse 

vrucbtboomen, 
Palmzaden. 
1 Zaden van Brucea sumalrana. 

» palmen, Piper nigrum, 

Castilloa elaslica. Oryza glulinosa. 

Albizzia nioluccana, Cyrlostacbys 

rendah en Dammara alba. 
Planten van Ficus elaslica, nuttige 

gewassen, palmen en zaden van 

Livistona rotundifolia. 
Zaden van Brownea. 

• . Livistona rolundifolia on 
andere palmsoorlen. 

> • Stevensonia grandi- 

llora. 



220 



3 re 



513 

1017 
1539 



247 

2320 

1137 
944 



1413 
406 

929 
1134 



Aan wieii fjozoiidcri : 



Soort dir 




üczendiDg. 




ï 


■a 






M 




Jrï 


Inhoudendfi: 


0) 


a 


a 




% 


o 


o 




ë 




J< 






a: 


ca 





S i.HiMPER, Prof. W., Basol 

Sghlbchter, R., Singapore 

» « > 

ScHMiDT, llü(iO, Apia. Samoa Insein 

Secrétaire d'Elal de Tlilat Indépendaol 
du Congo, Bruxelles 

SxoLZ. A., Ipyana. DeuLscli Osl-Afrika. . 

Superintendent Gt. Bol. Gardens, Saha- 
ranpur 

Idem 

ViLMORiN Andrieux & Cic., Paris 

WiDERA, R., Slrassburg 

WiGMAN. J. R., Directeur Cultuurluin 
Paramaribo 



1 




1 




1 






8 




12 


2 






6 


1 




1 


2 


1 




1 


5 

1 



Herbarium materiaal vonr bolanisch 

oiider/oek. 
Zaden van Payena Leerii. 
Planton van Miisa lexlilis, Willupb- 

Leia leniiillora en bloeiende takjes 

van Palaquiura Treubii en Pala- 

quiuni Gutta. 
Zaden van Pliliccolobium Saman en 

Durio. 

Zaden van divfMse pa di -.soorten. 

• vruclitboomen. 

• Cocos species, Oreodoxa 
regia, Ptychosperma Alexandrae 
en Seaporthia eiegans. 

Palmzaden. 

Zaden van Livistonarotundifloraen 

Ranau-labak. 
Bast van Zanlhoxylum spcc. 

Zaden van Arenga saccharifera, Ciii- 
namoraum zeylanicum en My- 
roxylon peruiferura. 



Bijlage IV. 

LIJST VAN BOEKWERKEN DOOR GESCHENK OF AANKOOP 
VERKREGEN GEDURENDE 1901. 



A r e s c h o u g, F. W. Ueber die physiologischen Leistungen und die 

Entwiclvelimg des Grnndgewebes des Blattes. (Kongl. fysiografiska 

sallskapets i Lund Handl. Nij Foljd. Bd. 8). Lund 1897, 4° B. 961. 

B a 1' b o s a R o d r i g u e s, J. Paluiae Hassleiianae novae ou relagao das 

palmeiras eucontradas no Paraguay pelo D'. Emilio Hassler de 

1898—1899. Rio de Jaueiro 1900 C. 1523. 

Contributions du Jardin botanique de Rio de Janeiro. Rio de 

Janeiro 1901. Vol. I, 1—2. 4> C. 1527. 

As Heveas ou Seringueiras. Rio de Janeiro 1900, 8° H. 939. 

B a u m g a r 1 n e r, G. Das Curfirstengebiet in seinen pflanzen-geographi- 

schen nnd wirtschaftlichen Verhilltnissen. Inaug-Diss. S*. Gallen. 

1901 F. 119. 

Beccari, O. Nelle foreste di Borneo. Viaggi e rieherche di un natura- 

lista. Firenze, 1902, 8° E. 197. 

Bern mei en, J. F. van. Der Schjidelbau der Monotreraen. (Semon, 

Zool. Forschungsreisen in Australien und deni Malayiscben Archipel). 

Jena, 1901, 4° ■ D. 680. 

Bolles Lee, A. et Hennegay, L. F. Traite des methodes techui- 

ques de l'anatomie mieroscopique. Paris, 1896, 8° B. 965. 

Bonnier, Gr. et Leclerc du Sablon. ( lours de botanique. Paris, 

1901. Tomé I '. A. 348. 

Boorsma, S. E. Curangine, het glucoside van Guranga amara Juss. 

Akad-proef schrift. Utrecht, 1899, 8° B. 95!). 

B r ü h 1, J. W. Roseoe-Schlorlemmer's Lehrbucli der organischen Chemie. 

Band, VP"". Bearbeitet in Gemeinschaft mit E d v a r d H j e 1 1 und 

O s s i a n A s e h a n. Bi-aunschweig, 1901 D. 686. 

dienst van Multatuli als Oost-Indisch ambtenaar. Jogjakarta, 1900, 

8° G. 205. 



I'» l\y 11 II, \\'. A. Ki-y lo tin- t»ii<ls ol iIk- I I;i \\ .liinii ;4i'<ni|i. IToiioliilii, 

1901. 
!■{ 11 1 1 e t i u of llic scction of forriuri iniiikfis, I ►rj.jiit im-ni i,\' A ;jii<iilt uii-. 

Wasliiii-ilori, 1!)(M>, X "\ i:',, 14, 1.". .-ii 1!» II. "Jl-'l. 

Ol' tlii' (Miio A;.;li<iill iii;il Ivxi.ciiiiMiM Sl;ili<.ii. I SD!) — 1900, 

N''^ 110—121 II. 92:{. 

Ch ara hot, K. Les jiarruuis ail ili< iels. I'aiis, l'.tOO, S h. G.si'. 

, l)iip(»iil, .1. <• I l'illtl, L. Lfs liiliics cMsciil icilfs cl Umits 

priiicipaiix tonsl il iiaiils. i'aiis, IS'.)!), S" I ). (Js."). 

f' o o k e, 'I' 11. 'rilt' i"'l(»ra ol' tiic picsidciirv oi' llomliiiw Loiidoii. l'.iOl. 

1'art I, 8" (J. 15:U. 

Dam, W'. \ a. 11. l^clx^i- die Imiiw irkiin^- van KaliiJiiilivi>olii-oiiiil in alka- 

lisclici- L()sun<; aul' die Ainiiic dei' aronial is(dien Oxysiniicii. liiaii;j;-l>iss. 

Haag, 1899, 8° li. 9(i0. 

Domoor, .1., Mas sa il, .1. ot \' a n d e v o 1 d o, E. L\*vohition lé- 

^rcssivc on biologie et en sociologie. Paris, 1897, 8^^ G. 204. 

D e s t r 6 e, O. E. TTandleiding tot het hcpalf^i van de in Nederland 

groeiende hoogere zwammen. Nijmegen, 1901, S° C. 1522. 

Ernst, A. Ueber rsendo-nermaphi-odilismiis niid andere Missbilduugen 

der Oogonien bei Nitella syncai'pa (Tliaill) Külzing hik' Beitriige zur 

Kenntniss der Entwickelnng des Embr\()sa<kes iind des Embryo (Polv- 

embryonie) bei Tnlipa Gesneriana, L. (Flora Bd. 88, 1901 B. 954. 

Errera, L. Sommaire dn cours de b<)tani(]ne. Brnxelles. 1898, 8°. B. 96.*?. 
Jaarverslag der Gonvernements Kina-onderneming in de residentie 

Preanger-Regent schappen. Batavia, 1!)01, 8"' G. 199. 

J a c o b s o n, J. J. L. L. PTandboek voor ]w\ sorteeren en afpakken van 

thee. Batavia, 1845 H. 930. 

J a d 1 n, F. Oontribution ;\ l'étude des Simarnbacées. Paris, 1901. C. 1525. 
G e i g e r, P. Beitrag zur Kenntniss der Ipoh-Pfeilgifte mit einem An- 

hang: pharmakognostische Mitteilungen über einige zur Herstellung von 

Ipoh verwendete Giftpflanzen. Inaug-Diss,. Basel, 1901, 8° B. 958. 

G e r a s s i m o r o, J. J. Ueber den Einf luss des Kerns auf das Wachs- 

thum der Zelle. Moscou, 1901 B. 947. 

Giesenhagen, K. " Die Farngattnng Niphobolus. Eine Monographie. 

Jena, 1901 B. 948. 

G o e b e 1, K. Organographie der Pflanzen insbesondere der Archegonia- 

ten und Sameupflanzen, IF Theil. Specielle Organographie, 2 Heft. 

Heridophyten und Samenpflanzen, V' Theil. Jena, 1900, 8° A. 351. 



225 

G o e 1 d i, E. A. Albuui de Aves Anuizonicas. Zürieh, 1900, 4°.. . D. 692. 

G o e t h e, K. Bericht der Königl. Leb;anstalt für Wein-, Obst- und Gai - 
tenbaa zu (Jiesenheim a. Kh. für das P^tatsjahi- 1900/01. Wiesbadeu, 
1901, 8° H. 941. 

H a b e 1' 1 a u d t, G. Sinnesorgane im Pflanzeureicb zur Perception me 
chanisciier Keize. Leipzig, 1901 B. 948. 

Haeckel, E. Aus Insulinde. Malayische Keisebiiefe. Bouu, 1901, 
8° E. 190. 

Die Weltrathsel. Gemeiu\erst;uidliche Studiën über Monistische 

Philosophie. Bonn, 1900, 8° G. 203. 

H o f m a u n, (J. Piaktisches ilaudbiich der Papier-Fabrikatiou. Zweite 
Ausgabe. Berliu, 1891, IL Bd., 4°. 

H o 1 1 r 11 n g, M. Handbiich der chemischeu Mittel gegeu Pllanzeukrauk- 
heiten. Berlin, 1898 D. 077. 

H o u d a i 1 1 e, F. Meteorologie agricole. Paris, 1901 H. 935. 

Hoyer, E. Fabrikatiou des Papiers. Braunschweig, 188G, 8°... D. 688. 

Huber, J. Arboretum amazonieum. Iconographie des plautes sponta- 
uées et cultivées les plus importautes de la régiou amazonienne. Zürieh, 
1901. Decade 1, 2. 4° C. 1526. 

H u y s s e, A. C. Atlas zum Gebrauche bei der mikrochemischeu Analyse 
für Chemiker, 1'harmaceuten, u. s. w. Anorganischer Teil in 27 chromo- 
lithogr. Tafeln. Leiden, 1900 A. 350. 

J a n V i 1 1 e, P. de Atlas de poche des plantes utiles des pays chauds les 
plus importantes pour Ie commerce. 1'aris, 1902. 100 Plauches colo- 
riées, 8^ A. 349. 

J u e 1, H. O. Vergleichende Untersuchungen über typische und parthe- 
nogenetische Fortpflanzung bei der Gattung Antennaria (Kongl. Sv. Ve- 
tenskap Akad. Handlinger. Bd. 33), 1900. Mit 6 Tafeln, 4° B. 952. 

Kam, N. M. (Jatalog von Sternen deren Oerter durch selbstiindige Meri- 
dian-Beobachtungen bestimmt worden sind aus Band (>7 bis 112 der astro- 
nomischen Nachrichten redu(;irt auf 1875,0. Nach dessen Tod herausge- 
goben von H. G. van de Sande Bakhuijzen. Amsterdam, 1901, 4*^.. . D. 691. 

Kliyiont, J. M. Die synthetischen und isolirlen ArouuUica. Leipzig, 
1899, 8° !>• 684. 

K o h n s t a m m, P h. Amylolytische, glycosidspaltende, proteolytisclie 
und Cellulose lösende Fermente in holzbewohuenden IMlzen. Inaug-Diss. 
Cassel, 1901, 8° • B. 956. 

L a b b é, IL Essais des huiles essentielles. Paris, 1901, 8° D. 681. 



2*24 

Laudoll. II. I>iis opÜHche Dreliiiiij^Hvfrinö^t'ii oi-fiuuisclicr SiibHtanzon 
uiid d<'WS('D praktische Ariweixlim^cii. Zucitr ^^iin/Jicli iiiii}4»'arbeitete 
Aullat,^e. liiaunschweig, 1898, 8' D. WA. 

Lang, W". II. < Ml Apogauiy «ud Hu- d<'\<-lo|iiiiciii ol S|i<»i;iiij:i;i upnn 
ferii jn'ütlialli. [I'liilos. TraiiH. ol' ili»- K<o- ^*'*- '•' I-<'IhIoii. \<»I. I'.mi 
(i,s!)S)| • li. !><;(;. 

Lc jiirdiii des |il;iiil<'S de Tiiiis (Miiscinii d"! I isl(»ii»' ii;il iiicll*'! cl les colo 

nies fi'au(;ai8ei4. Paris, liiOl (J. 195. 

L o e s o n e r, Th. Monografia Afiiiirojiacciinuii (Nova Acta Baud 

LXXVIII), 1901. Mit 15 Tafelii C. JölMJ. 

Mit 15 Tafeln . . . ; C. 1500. 

M a (j u e u u e, \j. Les sucres el leurs priii(i])aux d^rivc^s. Paris, 1900, 

8° H. 938. 

M i q u e 1, F. A. VV. Suinatra, seine Pilaiizeuwell und dezen Erzeugnisse. 

Amsterdam, 1S02. Mit 4 Tafeln, 8 C. 1530. 

M o I i s c h, iJ. Studiën über den Milchsall uud Schleimsaft der Pflanzeu. 

-Jeua, 1901, 8° B. 937. 

M u r b e e k, S v, Parthenogenetüsche Erabryobildung iu der Gattung Al- 

chemilla. (Kougl. fysiografislca tfalll<;apets Handl. Bd. 11), 1901, 4°. B. 951. 
N i e n w e u h u i s, A. A\'. Iu Ceutraal Borneo. Keis van Pontianak usaw 

Samarinda. Leiden, 1900. Il Deelen, 8" E. 198. 

N e m e c, B. Die Reizleitung uud <lie reizleitenden Strukturen bei den 

Pflanzeu. Jena, 1901 B. 945. 

O o r d t, J. van. De privaatrecliterlijk(Moestand van den Nederlandschen 

koopman iu de lauden van den Islam. Akad. proefschrift. Leiden, 1899, 

8° , G. 201. 

P a 11 a d i n e, V. Physiologie des plautes. Paris, 1902 B. 968. 

Parry, Ernest J. The chemistrv of essential oils and artificial per- 

fumes. London, 1899, 8° D. 683. 

Pasteur, L. Etudes sur la maladie des vers k soie, moyen pratique as- 

suré de la combattre et d'en prévenir Ie retour. Paris, 1870. II Vol. D. 679. 
Pitard, J. Recherches sur 1'évolution et la valeur anatomique et 

taxinomique du Per^cycle des Angiospermes. (Mémoires de la. Soc. 

des Sciences physiques et naturelles de Bordeaux, 6""' serie, tome I). 

1901 B. 97L 

Prain, D. Botanical notes and })apers. Calcutta, 1901, 8° C. 1531. 

P r u d'h o m m e, E. TAgriculture sur la cote est de Madagascar. Paris, 

1901 H. 934. 



Rapport sur la station ap,ronoiniqiie de Taiiarive. Hivernage 

1899— 1000 * H. 937. 

Reglementen, Programma's euz. voor de Koningin Wilhelminaschool 

te Batavia. Eerste schooljaar 1901—1902. Hatavia, 1901, S' G. 200. 

R e i n e k e, 1'. Indrukken eener reis door Lousiaua en Cuba in 1901. 

Amsterdauj, 1001 , 8° H. 940. 

Report, annual, on ilie liotanic Station, (irenada. for Ihe year 1900. 

Saint (leorge, 1001, 4° C. 1528. 

, annual. on tlie Botanie Station Antiqua for tlie year ended Mareh 

81, 1001. Barbados, 1001, 4° C. 1529. 

Rein k e. J. Einleitung in die tlieoretisclie Biologie. Berlin, 1001. B. 040. 
Reynolds Green, J. An introduction to vegetable ])liysiol()gy. Lon- 

don, 1000, 8° B. 942. 

• — The soluble ferments and fermentation. Cambridge, 1800, 

8° D. 690. 

S a r a s i n, F. u n d F. Entwurf einer geographisch-geologischen Be- 

schreibung der Insel Celebes. Wiesbaden, 1901. Mit 10 Tafeln und 3 

Karten, 4^ F. 107. 

S c h n i e w i n d-T h i e s, J. Die Reduktion der Chromosomenzahl und die 

ihr folgenden Kernteilnngen in den Embryosackmutterzellen der Angio- 

spermen. Jena, 1001. Mit lithogr. ïafeln, 8° B. 955. 

Schouten, S. L. Reinkulturen uit één onder het mikroskoop geïso- 
leerde cel. Akad.-proefschrift. Utrecht, 1901, 8° B. 902. 

The States ma n's y e a r-b o o k for the year 1900. London, 1900, 

8° G. 202. 

S t r a s b u r g e r, E. Cytologische Studiën aus dem Bonner Botanischen 

institut. (Jahrb. für vvissenschaftliche Botanik, Bd. XXX), 1897. Mit 

18 lithogr. Tafeln, 8° B. 953. 

The Kyoto Imperial University calendar 1900—1901. Kyoto, 1901. G. 194. 
T i e g h e m, P h. v a n. TOeuf des plantes considéré comme base de leur 

classification. Paris, 1901, 8° C. 1532. 

T y c h o B r a h e. De Nova Stella. Denuo edidit Regia Societas scieu- 

tiarnm Danica. Ilauniae, 1901 G. 190. 

T' e X k ii 1 1-G y 1 1 e n b a n d, M. v o u. IMiylogenie der Blütenfornieu und 

der Geschlechterverteihing bei den Compositen. Stuttgart, 1901. B. 940. 
U r b a n, I g. Monographia Loasacearum (Nova Aeta, Band LXXVI). 

Halle, 1900. O. 1530. 

V^ au bel, W. Die j»hysikalis(hen und chemischen Methoden der quanti- 

VeRSLAG van 'sUNUS PLANTENTUIN l'JÜl. '5 



226 

tativen B(*stiininiiii{< oi-f^aiiiscbcü- N'crbindiinj^r'ii. licrlin, 1!M»2. II, Bd., 

8° I). GS7. 

V e r s 1 a f^ v;ni (l<'ii diciisl \;iii li«*l IJoscliwczdi in .\(*(|<'ilan(is(li I iKliT' (jv<*r 

het jiiai' 1 !)()(). Batavia, 11)01, H"" (}. 198. 

\' o <; 1 «' I-, J*. Uobcr die VorI)i'('itnn<;siiiil h-I d<*i- s<liw«'i/ciis<lifii Alpen- 

pf'liiii/cn. Inau};-l>iss<'rtatir)ii. Miinclicii, l'JOl B. *Ji'.i. 

\' I- i e s, II. de De Flora van Ncdciland (in Al<j;eiiic('iie KfatiHtiek van 

Nederland), 1870, 8° C. 1524. 

Die Mntationslhcoric. X'crsucli*' iind I'.cohiiclil nnj^en ühcr die 

Entstehun^j; von Arlen ini IMInnzciircicli. Leipzij^, 1001, P"'' Band, 
8" B. 0«!). 

A\' e b 1) e r, IJ. .1. Sj)ernialo<.^en('sis and fecuudatiou of Zaniia. Washing- 
ton, 1901, 8° B. 904. 

W e 1 1 s t e i n, K. v o n. Grundziij^e der <;eograpliis(li-iii()ri)h()logischen 
Methode der Pflanzensystematik. Jena, 1898, 8° C. 1538. 

Winter 1, J. eT. Index Horti Botaniei üniversitatis Hungaricae, 1788, 
8° C. 1535. 

W o r o n i n, M. Ueber Sclerotinia cinerea nnd Sclerotinia f rnctigena. 
(Mémoires de l'Acad. imp. des sciences de S^ Petersbourg, Vol. X N". 5). 
1900 B. 967. 

Wulf f, T h. Botanische Beobachtungen aus Spitzbergen. Lund, 1902, 
8° B. 970. 

Zittel, K. A. V o n. Ziele und Aufgaben der Akaderaien im zwanzigsten 
Jahrhundert. Rede am 14 Nov. 1900. München, 1900, 4° G. 197. 

TIJDSCHRIFTEN. 

Bulletin of the New-York Botanical Garden 1890—1900. Vol. I, 8°. 
Contributions of the New-York Botanical Garden. New-York 

1899—1901, N°^ 1—12, 8°. 
Journal d'agriculture tropicale. 1901. Vol. I, 8°. 

of the New-York Botanical Garden. New-York, 1900. Vol. I, 8°. 

Memoirs of the New-York Botanical Garden. New-York, 1900, Vol. I. 
Revue générale des sciences pures et appliquées. Directeur Louis 

O 1 i V 1 e r. 1890—1902. Vol. I— XII, 4°. 



Bijlage V. 

ONDERZOEKINGEN 



BETREFFENDE 



OP JAVA GECULTIVEERDE THEEËN 



DOOR 



D^ A. W. NANNINGA. 



ix:. 



Werd vroeger omtrent deze onderzoekingen eens per jaar een verslag 
uitgebracht zonder verdere publicaties, sedert eenigen tijd werd van dezen 
regel afgeweken en werden zoowel de meer practische onderzoekingeu 
omtrent de fabrikatie en de resultaten der bemestingsproeven, als ook de 
zuiver wetenschappelijke onderzoekingen omtrent de samenstellende be- 
standdeelen van het theeblad etc in afzonderlijke verslagen gepubliceerd, 
zij het in den vorm van „Korte Berichten uit 's Lands Plantentuin, uitgaande 
van den Directeur dier Inrichting'; of als ,,Mededeeling van 's Lands Plan- 
tentuin". 

Door deze verandering, waarbij telkens de resultaten van een onderzoek, 
zoodra dit is afgeloopen, aan belanghebbenden worden bekend gemaakt, 
scheen het practisch, om ook het Jaarverslag op eenigszins andere wijze in 
te deelen, t. w. in: 

A. Een beknopt algemeen verslag omtrent de werkzaamheden gedurende 
het afgeloopen jaar; 

B. Speciale verslagen, bevattende r(^sunu''''s van de in den loop van het jaar 
verschenen publicaties. 



2'28 
A. ALGEMEEN VERSLAG. 

In het afgeloopon jaar werden een 50-tjil lliec-onderneiiiiiijicn Ix'zoclil, 
waarvan de meeste in de J'reanger en in Hiiitenzoij^, maar ook cmkeh? in 
Krawan}^, Bagelen en Semaranj^. 

Op een aantal fabrieken werden 1' a 1» r i k a t i e p i- <> e v e n j^t-iiMmen, 
waarvan de verkregen thee-monsters in 't lalM)ral()rimii alliier aan ei-n 
nader chemisch onderzoek werden onderworpen. 

Deze fabrikatie-proeven liepen meestal over den invloed van de tempe- 
ratuur van het blad bij de lermentatie op het te verkrijgen product. 

De resultaten dezer onderzoekingen — welke voorafgegaan waren door 
een vooronderzoek in 't laboratorium — werden neergelegd in eene verhan- 
deling in „Teijsmannia" onder de rubriek „Korte Berichten uit 's Lands 
Planteutuin, uitgaande van den Directeur der Inrichting" en onder den titel: 

„W eiken invloed oefent de temperatuur b ij de f e r- 
mentatie op de samenstelling en hoedanigheid der 
thee? 

Een résumé omtrent* deze resultaten vindt men in het tweede gedeelte 
van dit verslag (zie pag. '2'Mj). 

Met genoemde verhandeling zijn evenwel de onderzoekingen op dit zeer 
beljxngrijk gebied der fabrikatie nog in geenen deele als afgeloopeu te be- 
schouwen. Zij werden zoowel in 't laboratorium ais in de fabrieken voort- 
gezet; men vindt omtrent de richting van dit voortgezet onderzoek eenige 
korte beschouwingen vastgeknoopt aan bedoeld résumé. 

Omtrent een paar andere onderwerpen van practischen aard werden 
onderzoekingen begonnen en reeds eenige fabrikatie-proeven gedaan, t. w.: 

a. Invloed van de mate van ver flenzing op de 
samenstelling en hoedanigheid van het te ver kr ij gen 
product. 

Uit een aantal onderzoekingen omtrent het watergehalte van het ver- 
flensde blad op verschuilende fabrieken bleek, dat er daarin zeer groote 
verschillen voorkomen. Terwijl het blad op de eene fabriek gewoonlijk 
40 i\ 50% water verliest bij 't verf lenzen, bedraagt dit verlies op andere 
fabrieken niet meer dan 25%, soms nog minder. 



(') Zie o. a. onze verhandeling over hel verllenzen in Teysmannia 12» Jaargang 2* en 
3' allevering. 



229 

AVelke methode — sterk of zwak verflenzen — onder gegeven omstan- 
digheden de beste is, schijnt nog volstrekt niet uitgemaakt, wellicht zal een 
nader onderzoek daaromtrent eenige meerdere gegevens verschaffen. 

h. Invloed van den ouderdom der pluk (1", 2" oude 
pluk) op de f e r m e n t a t i e en o\) de chemische samen- 
stelling van het te bereiden product. 

Omtrent dit onderwerp werden reeds vroeger eenige onderzoekingen 
verricht (^), doch scheen een meer uitgebreid onderzoek, gesteund door sedert 
dien tijd verkregen resultaten en volgens nieuwe methoden van onderzoek, 
gewenscht. 

c. Uitwerken van methoden van f a b r i k a t i e-c o n t r ó 1 e. 

Behalve de theemonsters, verkregen bij de fabrikatieproeven, werden 
van sommige fabrieken nog monsters fabrieksthee meegenomen ter onder- 
zoek in het laboratorium, speciaal met het doel de door ons voorloopig aan- 
genomen methode van onderzoek aan een groot aantal theemonsters, van 
uiteenloopenden herkomst en op zeer verschillende wijze gefabriceerd, te 
toetsen. 

Bij dit onderzoek zal tevens worden nagegaan in hoeverre het met de 
bereikbare middelen mogelijk is, om door practisch onderzoek oj) de fabriek, 
gepaard aan eenvoudig onderzoek op 't laboratorium, eene meer uitgebreide 
en zekerder controle op de fabrikatie te verkrijgen. 

Is deze fabrikatie-controle in de thee-fabrieken tot dusverre nog vrij 
primitief (geheel empirisch), door een uitgebreid onderzoek in deze richting 
hopen wij t. z. t. te kunnen aantoonen, dat nauwkeuriger controle, eveneens 
met eenvoudige middelen, mogelijk zal zijn. al zal bij de theecultuur wel- 
licht de fabrikatie-controle vooreerst niet die plaats innemen in de fabrikatie, 
welke zij zich bijv. in de suiker-industrie heeft veroverd. 

Zullen de vast te stellen methoden van onderzoek voor de fabrikatie- 
controle algemeen toej)asselijk zijn en genoegzaam betrouwbare resultaten 
geven, dan moeten deze methoden op een zeer uitgebreid onderzoekings- 
materiaal worden toegepast, w^aarbij de verkregen uitkomsten vergeleken 
dienen te worden met de uiteenloopende wijze, waarop de monsters zijn 
ontstaan, en met de beoordeeling die zij op de wereldmarkt vonden. 



(•) Zie 2« Theeverslag pag. 17. (Zie Jaarverslag 1894). 



230 

Voor dit onderzoek veizoclileii wij d;iiiroiii eeiii^e adininist latems van 
( li(;e-onderueiuinj;('n om ons <fei-ej;('ld monsters te willen zenden \an de ver- 
kochte j»ar'tijen nx't zoo moj;<'lijk bedoelde j^ej^evens ei- Itij. \\ ij moeht«'U 
reeds een vrij };root aautal monsteis ontvaugen, waarvoor wij den inzenders 
zeer dankbaar zijn. 

De resnltaten dei' sni» a, h en e Ix-doelde on<ierz(»ekiii;4<'n zullen t. z. I. 
in een of meer afzonderlijke Mededeel in^^cn worden ^('jxibiiceerd. 

Gedurende liet afgeloopen jaar kwamen nog een aantal k u n s t m e s t- 
«ni g r o n d m o n s t e r s in, ^e laatste of in onz(? tegenvvoordiglieid of oji 
onze aanwijzingen gestoken. 

Onze oi)merking in het voiige verslag omtrent het wensehelijke van 
controle door chemisch onderzoek van elke ontvangen partij kunstmest 
— bovenal van de zoo sterk uiteenloopende Inlandsche guano-soorten — 
wenschen wij hier met eenigen nadruk te herhalen. Gaarne zullen deze 
monsters steeds door ons — voor zoover zij voor den thee-aanplant bestemd 
zijn — worden onderzocht, welk onderzoek, zooals bekend, geheel kosteloos 
geschiedt. 

Ook kwamen in den loop van 1901 een aantal schriftelijke vragen in 
omtrent de cultuur en bereiding van thee, waaromtrent meer of minder uit- 
voerige adviezen werden uitgebracht. 

Door een bekend theefabrikaut werden ons een 20-tal vragen gesteld, 
alle betrekking hebbende op de fabrikatie; deze vragen schenen ons van 
genoegzaam algemeen belang om ze met de daarop gegeven antwoorden in 
dit Jaarverslag te reproduceeren, behoudens enkele van minder belang of 
die niet 'konden worden beantwoord (zie aan het einde van dit verslag). 

Wetenschappelijke onderzoekingen. 

Uit het voorgaande bleek genoegzaam, dat het afgelooi)en jaar voor een 
belangrijk deel werd besteed (behalve aan reizen en onderzoekingen, welke 
betrekking hadden op het op te richten Proefstation) aan het bezoek van 
ondernemingen en daarmee samengaande practische onderzoekingen omtrent 
de fabrikatie. 

De tijd die overbleef — voor zooverre hij niet in beslag werd genomen 
door het samenstellen van schriftelijke adviezen, het verrichten der daar- 



231 

voor noodige onderzoekingen — werd gebruikt voor het doen van weten- 
schappelijke onderzoekingen. 

Zoowel bij de practische als bij de wetenschappelijke onderzoekingen 
omtrent de samenstellende bestanddeelen van het theeblad en de verande- 
ringen, die zij bij de fabrikatie ondergaan, wordt dikwijls het gemis gevoeld, 
dat men tot dusverre geenerlei practisch uitvoerbare methode bezit om den 
geur der thee — zij het bij benadering — quantitatief te bepalen. 

Mocht het gelukken dergelijke methode te vinden, dan zou er allicht 
uitzicht bestaan, om nadere gegevens te verkrijgen, bijv. omtrent de meer 
of minder gunstige voorwaarden, welke verschillende methoden der fabri- 
katie op den geur der thee uitoefenen, en onder welke omstandigheden de 
geur (aetherische olie) het volledigst wordt ontwikkeld. 

Deze onderzoekingen werden begonnen met eene studie der o 1 f a e t o- 
m e t r i e, d. i. de leer van het onderzoek naar het vermogen der stoffen 
om de reukzenuwen te prikkelen. 

Op dit voor de fabrikatie belangrijke onderwerp hopen wij later terug 
te komen. 

Het onderzoek naar de samenstellende bestanddeelen van het theeblad 
en de veranderingen, welke deze stoffen bij de fabrikatie ondergaan — waar- 
omtrent einde 1900 onze eerste Mededeeling verscheen — werd voortgezet 
en zullen wij waarschijnlijk in de gelegenheid zijn nog in den loop van 1902 
eene tweede „Mededeeling" daarover het licht te doen zien. 

Bij dit onderzoek w^erd vooreerst speciaal de aandacht geschonken aan 
de stoffen, die bij de fermentatie eene actieve rol spelen. 

Voorloopig zij daaruit alleen aangeduid, dat het ons gelukken mocht 
het ferment uit het theeblad, d. i. de stof die de. fermentatie van het 
blad bewerkt, te isoleereu en eenige eigenschappen daarvan vast te stellen. 
Nadere mededeeliugen omtrent deze interessante — en zooals begrijpelijk 
voor de fabrikatie belangrijke — verbinding wenschen wij ons voor te be- 
houden, om ze in bedoelde Mededeeling te publiceeren. 

Aan het eind van dit algemeen verslag zij het ons vergund om den 
H. H, administrateurs van thee-ondernemingen, wier gastvrijheid wij in 
het afgeloopen jaar mochten genieten en speciaal ook den H. H., die ons 
bij de fabrikatie-proeven met raad en daad bijstonden, onzen besten dank 
te betuigen. 



232 
IJ. SPECIALE NEKSLAGEN. 

I. O II <1 (! ]■ z (» e k o III 1 r e 11 1 (i •■ n invloed van «Ie I <• iii jm- r a 

t 11 II r I» ij (I e I' i' V lil e II I a I i •• o |t d <• s a iii <• n s t e I I i ii ;^ e n 

h o e d a n i {j, h e i d der t li e u. 

Dil oii(l('i-z(H'i< oiiixat, ('\ciials \ r< )('!:,< • re oiidcrzofkiii^cn ointiriii di- lalui 
kaüo: 

(I. N'ooi-proevcii in 'I laboraloiMnin, eerst (]iialitati(*r daarna <|naiililalicf ; 
h. I'rocven iïi do faln-iokeu; de hierbij verkregen tliecnionslers werden later 
hier iii 't laboratorium aan eeu chemisch onderzoek onderworpen. 

a. V o o r i> r o e v e n. 

Yiui overwe<,'end belanp,- voor deze en dergelijke onderzoekini^^-n was 
ongetwijfeld de vervanging daarbij van het versche blad — dat vroeger 
steeds daarvoor diende — door het poeder van versch boven kalk gedroogd 
blad, hetwelk eenvoudig met eene zekere hoeveelheid water is te vermengen 
om de fermentatie te doen beginnen. 

Zelfs kan niet worden ontkend, dat vele onderzoekingen omtrent de 
fermentatie zeer bezwaarlijk, zoo niet onmogelijk, met voldoende nauwkeu- 
righeid g(momen zouden kunnen worden., wanneer daarbij niet het blad- 
poeder werd gebruikt. 

Omtrent de voordeden dezer methode van onderzoek schreven wij o. a. : 
„Bij de kleine hoeveelheden blad, die voor dergelijke proeven noodzakelijk 
moeten worden gebruikt, is het zeer moeielijk, uit een partijtje versch blad 
een aantal monsters van dezelfde hoedanigheid te verkrijgen, zoowel door 
het individueel verschil der blaren onderling, als door veranderingen tijdens 
het wegen etc. Bij gebruik maken van het bladpoeder vervallen deze moei- 
lijkheden geheel, daar door afweging van gelijke hoeveelheden van 't zelfde 
poeder volkomen gelijke monsters verkregen worden, die geenerlei verande- 
ring ondergaan, vóór dat wij door vermengen met w^ater de ferment-atie doen 
beginnen". V 

„Vervolgens wordt ook het steeds gebrekkige rollen met de hand ver- 
meden en vervangen door vermengen van het poeder met water in eeu mor- 
tier. Niet alleen hebben wij nu geheel in de hand hoeveel water het poeder 
bij de fermentatie zal bevatten, maar, terwijl het rollen met de hand min- 
stens een kwartier duurt, gedurende welken tijd de fermentatie natuurlijk 



235 

slechts onvolle(li<ï is, jfeschicdt hel venuciiji'eii van het poeder met de af ge- 
nieten hoeveelheid wal er biuuen ééne ininniit, waaroj) de chemische omzet- 
tingen door het geheele jioeder juist ter zelfder tijd, dus volkomen regelmatig 
beginnen". 

Vooreerst werden een aantal onderzo(4vingen gedaan omtrent de vraag 
of verwarming van het blad (poeder) vóór de fermentatie (dus gedurende 
het verflenzen) nadeelig kan zijn. 

Van het fijne bladpoeder, gezeefd door zeer fijne zeef (B 30) werd een 
aantal malen eene zelfde hoeveelheid (10 (1.) afgewM)gen. 

Elk der verkregen monsters werd een zekeren tijd blootgesteld aan een 
hoogere temperatuur, nl. van 40 tot 100° C. De verwarming duurde voor 
de temperaturen van 10 tot 70° 10 minuten, voor de hoogere temperaturen 
slechts 5 minuten. De temperatuur-intervallen waren bij deze proef 10° C. 
Monster W 1 werd dus 10 min. lang gehouden in een atmosfeer van 40° C; 
n- 2 10 min. op 50° C. etc. 

Na de verwarming werd elk monster zoo spoedig mogelijk afgekoeld en 
daarna in een niertier gemengd met zooveel water, dat 8 deelen van het 
vochtige poeder steeds 2 deelen water bevatten; het waterverlies gedurende 
de verwarming werd hierbij in rekening gebracht. 

Elk monster werd nu gedurende juist 4 uren gefermenteerd, steeds zoo 
nauwkeurig mogelijk onder dezelfde omstandigheden. 

Het resultaat, te oordeelen naar de kleur en den geur van het blad 
gedurende en na de fermentatie, was. dat de verwarming op 70° en hooger 
reeds beslist nadeeligen invloed op het ferment atie-vermogen van het blad 
hadden uitgeoefend; de fermentatie had slechts zeer langzaam en onvolledig 
of in 't geheel niet meei- plaats. Ook de monsters die op 60 en 50° verwarmd 
waren geweest, toonden reeds merkbaar langzamere fermentatie, en onvol- 
ledige ontwikkeling van den geur. 

Deze proef werd herhaald met bladpoeder van dezelfde hoeveelheid, voor 
tem])eraturen van 35 tot 60° C. met intervallen van 5° C. 

De duur der verwarming was hier verlengd tot 1 uur, terwijl ter verge- 
lijking ^'^n monster 5 minuten lang werd verwarmd op 100° O. 

Het resultaat van deze 2" proef was, dat zelfs verwaiiuing van het 
poeder op 45 en 40° C. reeds merkbaar nadeelig<Mi invl(»ed uitoefent op het 
fermentatie- vermogen van het blad. 

„De oorzaak dezer nadeelige werking van de warmte" — schreven 



234 

wij iii <4('ii(>('IihI(' NcrliinMlclin;^ — „is Ie Zdckcii in jicdccllcli Jkc, laii^^zaiiic 
oiil Icdiiij;- (oiiworkzaam wonicii) \;m d»- slof, di»- de («'riiicntatic Ix-wcikt, 
ld. li('( fei'iiieut. Deze stol" is hlijkbjuii- inlci-Ht j^evodi}:; nooi- de inwei-kinj^ 
van hoofdere temperaturen, licl^ccn Noor de ]»nictijk van de thee-iubrikatic* 
van };root belaii}^ i.s te welen. TeniixMahircn loch van 40 h 45° ('. van hd 
verflensende theeblad kan men licrliaaldtli ji; waai-ncnicn bij vcrficM/.cn in 
(\i' zon of in eene eenigszins voor^n'waniidc ,,l*ara,u,()n *, dii- ool< bi<r in daai- 
voor 't verflenzcn wordt gebruikt, wanncci- hel blad niet (»|) tijd lajoe in". 

Uit dit resultaat omtrent de werking van de warmte op het droge blad- 
poeder kou reeds met eenige waarschijnlijkheid worden afgeleid, dat ook 
t ij d e n s de fermentatie hoogere temperaturen uadeelig zouden zijn op het 
te verkrijgen product. 

Ook dit onderzoek werd ingeleid met een aantal (lualitatieve proeven, 
waarbij telkens 10 G. bladpoeder werden gemengd met 20 G. water en 
daarna in een gesloten ruimte (droogstoof) op de gewensehte temperatuur 
ter fermentatie werd neergezet. 

Elk monster bevond zieh gedurende de fermentatie evenals vroeger in 
een glazen schaal (krystalliseerschaal), toegedekt met glazen plaat steeds 
ter zelfder dikte uitgespreid; elk dezer schalen kwam dus in een afzonder- 
lijke droogstoof te staan. 

Het resultaat hierbij verkregen formuleerden wij als volgt: 

„Uit deze 3 qualitatieve proeven blijkt, dat de fermentatie van het 
poeder bij temperaturen beueden 20° C. zeer langzaam gaat of in 't geheel 
niet plaats vindt, te oordeelen naar de verandering der groene kleur in bruin 
en naar de ontwikkeling van den theegeur''. (De laagste temperatuur, 
waarbij gefermenteerd werd was 8° C). 

„Bij temperaturen tusschen 20 en 30° C. had de fermentatie het gewone 
verloop, en wel des te sneller hoe liooger de temperatuur. Temperaturen 
boven 30 ' C. schenen beslist ongunstig te werken o]) de fermentatie, speciaal 
op den geur, die bij deze betrekkelijk hooge temperaturen minder zuiver 
wordt". 

Daarop volgden een aantal quantitatieve onderzoekingen met het blad- 
l)oedei', waarbij alle monsters na afloo]) der fermentatie zoo nauwkeurig 
mogelijk op dezelfde wijze, bij dezelfde temperatuur, werden gedroogd. Xa 
droging werd elk monster weer fijngewreven en gezeefd door de fijne zeef, 
waarop het theepoeder w^erd onderworpen aan eene gefractionneerde extrac- 
tie met verschillende oplosmiddelen zooals vroeger beschreven. 



'255 

Als algeiDccii resultaat dezei- vooronderzoekiiioeii sclii-even wij: 

„1''. Hoe laj;er de temperatuur bij de fermentatie (van het bladpoeder) 
des te langzauun- gaau in 't algemeen de daarbij plaats vindende cbemisclu' 
omzettingen. 

Beneden de 15" schijnt (in het poeder) weinig of geen fermentatie plaats 
te hebben, en van 15 tot 20° gaat de fermentatie zeer langzaam, waarschijn- 
veel te langzaam voor de practijk, aangezien bij zeer lang fermenteeren de 
geur steeds te weuschen overlaat". 

„2**. Temperaturen boven de 30° C. — die in de praktijk veel voorko- 
men — schijnen voor de fermentatie niet gunstig, aangezien hierbij de thee 
een minder aaugenameu geur verkrijgt, terwijl een gedeelte der fermentatie- 
producten in onoplosbaren toestand overgaat; hoe hooger de temperatuur 
des te minder aangenaam de geur, des te grooter het onoplosbaar gedeelte 
en des te kleiner het waterextract". ' 

h. Onderzoek van T h e e m o n s t e r s bereid in de 

Fabrieken. . ' 

Vervolgens werden op eenige op verschillende hoogte gelegen onderne- 
mingen een aantal fabrikatie-proeven genomen. 

Voor elke afzonderlijke proef werden uit eene rolling, na behoorlijke 
vermenging, verschillende hoeveelheden blad genomen, die, zoo goed de 
omstandigheden dit veroorloofden, op verschillende temperaturen werden 
gefermenteerd. 

Op een paar fabrieken geschiedde dit eenvoudig door het blad in meer 
of minder dikke laag op een tampir of fermenteerbak uit te spreiden en op 
de een of andere wijze toe te dekken om uitdroging door tocht te voorkomen ; 
hoe dikker het blad is uitgespreid des te hooger wordt de temperatuur bij 
de fermentatie. Zoo bestond bijv. proef 1 uit o monsters gerold blad, ge- 
trokken uit dezelfde rolling na fijnmaken der bij 't rollen gevormde ballen 
en vermenging met de hand. 
a. in laagje van 2 k 3 cM. dikte op een tampir; temperatuur bij 't begin der 

fermentatie 24° C, en gedurende de geheele fermentatie bijna constant; 
&. uitgespreid in dikke laag van 8 h 9 cM. op een tampir; temperatuur bij 

't begin 24°, na 1 uur 26° en na 31/2 uur 27° C; 
c. in dikke laag (8 il 9 cM.) op fermenteerbak, welke laatste zich bevond 

tusschen andere gevulde fermenteerbakken, waardoor eene betrekkelijk 

hooge temperatuur ontstond, nl. na 1 uur 20°, na 3^/4 uur 30° C. 



236 

I>(' ferriM'nlalic werd hij nllc :'. iiioiislcis lei //'lldfi- lijtl ma .■'.'- uur fci-- 
iiMMilecrcii) ••«'Hhiil doiM- (li<»^cii in (•«■n zoo^^cn. ,,l )(»\vii(lrafl"'-lli<?«.'(lro}^<'i'. 1>(' 
tt'iiipcral HUI- \aii den dio^icr was solj^ciis de i liciiiKtiiicttT 1!)(( a LMIO''-' F. 
(= 88 k 93° C). 

Op eeue andere — Ijuijjj {^(def^cii — (Midcniciniii^^ had <!<■ adiniiiisi latciir 
speciaal voor de |)r()('\('ii (mmi ijsUasI laten maken, „beslaande uit een vier 
kante houten kast Iioo;^ circa L' M., laced en di<'p circa ['■_. M., inei eene 
zijdeliiij^sche openiiij; hoven en IxMieden vooi' de hn hlcirculal ie". 

„In deze kast ])asten een H-lal horizonlah- sclniiriaden hoscn elkaai-, 
en wel zoo, dal na insclinivin;^ dezer laden de kast ^eshden was hihoiidens 
de openingen boven en beneden. N'ei'dei- was de iniichtiiij;; zoo. <lat (h- Iik ht 
kon cireuleeren van boven naar beneden en daarbij gedwongen was achter- 
eenvolgens over elk der laden lieen te strijken. Op de bovenste lade werd 
in een blikken bak eene hoeveelheid ijs gelegd; de Imht werd hier dns afge- 
koeld, hetgeen een zwakken benedenwaartschen hichlstrooni ten gevolge 
had. Op de overige laden werd het gerolde; theeblad ter fermentatie in een 
laagje van circa 2 cM. dikte uitgespreid o]) fijn gaas. 

Flet is duidelijk, dat bij deze inrichting in de kast een vrij lage tempe- 
ratuur zou ontstaan, iets hooger wordende van boven naar beneden. 

Hoewel zeer lage temperaturen op deze wijze niet konden worden be- 
reikt, bleek toch deze inri( hting voor het doel geschikt en leverde zij ons 
eenige meerdere en vrij b e t r o u w b a r e gegevens. 

In het blad van elke lade werd een thermometer gelegd, waarop elk 
half uur de temperatuur wx^rd waargenomen en genoteerd. 

Tegelijk uu^t de monsters in de ijskast werden daarbuiten eenige mon- 
sters voor dezelfde proef, — natuurlijk alle van dezelfde rolling — op ver- 
schillende wijze gefermenteerd". 

Het resultaat van deze methode om lagere temperaturen te verkrijgen, 
was, dat, terwijl de temperatuur in de fabriek circa 29i/2° C. bedroeg, in de 
kast vrij wel constante temperaturen werden verkregen van 23 k 20° C. 
en lager, voldoende laag Voor deze proeven, aangezien nog lagere tempera- 
turen in de practijk weinig of niet voorkomen, en voor de fermentatie onge- 
schikt schijnen te zijn. 

In de monsters fermenteerend blad buiten de ijskast, die volgens de 
gebruikelijke methode in vrij dikke laag werden uitgespreid (8 cM. dik) be- 
reikte de temperatuur gedurende de fermentatie eene hoogte van 35 è 36° C. 



237 

Het drogen der monsters (na f ermentatie) geschiedde op deze fabriek 
steeds boven vuren, aangezien een theedroger niet ter beschikking was. 

Het onderzoek aller aldus in de fabrieken verkregen theemonsters was 

tweeërlei, nl.: 

V. practisch onderzoek op de fabriek zelve, zooals dit gewoonlijk eiken dag 
door den administrateur zelf geschiedt (voor de bereidde fabrieksthee en 
gesorteerde theeën). Bij deze practische beoordeeliugeu mochten wij 
steeds de zeer gewaardeerde hulp der H.H. administrateurs ondervinden; 
er werden hierbij notities gemaakt omtrent schenk, s m a a k, ge u r 
en afgetrokken blad der verkregen theemousters; 

2*". chemisch onderzoek der monsters op het laboratorium, waarbij steeds in 
hoofdzaak de methode der gefractionneerde extractie met verschillende 
oplosmiddelen werd toegejjast. 

Omtrent de bij een 6-tal fabrikatie-proevëu aldus verkregen resultaten 
schreven wij in genoemde verhandeling: 

„In overeenstemming met de resultaten van een aantal laboratorium- 
proeven (zie pag. 504 vorige Mededeeliugj bleek uit de hier beschreven O 
f abrikatieproeven : 
V\ dat de fermentatie des te langzamer gaat naarmate de temperatuur 

lager is; 
2*^". dat fermentatie boven de 30° — zooals in de practijk herhaaldelijk voor- 
komt bij fermentatie in dikke laag — nadeelig is voor het extractgehalte 
en vooral voor den geur der thee, die hierdoor onzuiver wordt; 
S*". dat te lange fermentatie, dus bij te lage temperatuur l)ijv. beneden de 
20° C. nadeelig werkt op den geur der thee, die hierbij langzamerhand 
minder sterk wordt. 

Deze voorloopige resultaten hebbeu onzes inziens eenig direct practisch 
belang vooral daarom, aangezien de voor de fermentatie beslist ongunstige 
hoogere temperaturen (boven 30° C.) op elke fabriek zonder bezwaar ver- 
meden kunnen worden. 

Bij doelmatige inrichting der fabriek schijnt zelfs de temperatuur ge- 
makkelijk steeds beneden de 2.5 ïl 20° C. gehouden te kunnen worden, zonder 
dat daarvoor eenige kostbare inrichting noodig zou zijn, en het zijn deze 
temperaturen die — naar het ons voorkomt — voor de fermentatie het 
gunstigste zijn. 



238 

Ten hIoIIc /ij hier no^ riH't fcniK<'n ii:nlriik j^cwczcn op Int wiiischclijke 
om l.ij (!<• rcniH'iil;ili»' sIcimIs •■.■Il I Im- r iii <» iii <• I <• r l»ij «Ie Ii:uh1 t«' hebben, 
om (l:i;ii<looi i i-n ;^i-oo| :i;iiil;il ;,'c^c\ «-iis Ie \ fr/;iiin'lcn <iiiil ii-ni di- li-mixMii- 
liiiir, wjiiirliij riirii m,.\s oonli jk Irnin-iih-iii 'ii •!'■ ^uiisli^c ol' oii;^iinHtif^f 
(»iiiHl;iii<li^lutl<ii (lil- «|,i;ii (i|i iiiriuriiccrreii. X'ooiccrsl K:iii iikh iImii lr;nlil<'ii 
(lic <)ii;^mi,st i«,rc iii\ loidcu /,(»()\.cl iiio;,'clijlc Ir Vfriiiijdcii en \<'rd<-i'. iudifii de 
^(•Illiddeldr l<'iii|tei :i I ii in m.;,' {,■ lino;^ l)lijn, op doelliiill iger iurifljlijlj; ziuiien 
v;iii tie ji»'\ ((Ij^dr wijze vaii IriiiiiMihil ie. 

Welke |eiii|iei;il uur dan de heieiklmai- ^iiiisli^ste is, moeien een «iioot 
aaiilal w aai iiemin^ien dorli nooil /.onderden I liermoineter -— leeren. 

Speriaal \oor vele minder lioo;^ <^e|e;^en onderneiiiiii;jen. die dikwijls 
mei lioo^'cre lemperal lireil hebben Ie kiHllpeM, Sihijlieil deze \\ aai'Iieiililij^en 
van belan;^, maar o<d< op sominij^e li<)(>;,M'r ^«de^^eii ()iiderneinin<>;en — die 
immers iia;;('noe;^f alle werken op kwaliteit — schijnen der;,M'lijke een- 
voud ii^e [troeven aanbcvelcnsw aardijx". 

De onderz<)ekin};en omtrent dit onderwerp zijn niet deze eerste bijdrage 
volstrekt niet als afj^eloopen te beschouwen, integendeel werd aan de voort- 
zetting daarvan reeds begonnen. 

Omtrent de ri(litin.ü- die wij hebben gemeend voorloopig aan dit onder- 
zoek te moeten geven in 't kort het volgende: 

Volgens vroegere onderzoekingen bestaat de fermentatie uit chemische 
werking van verschillende bestanddeelen van het blad op elkaar; waar!>ij 
zuurstof uil de lucht wordt (»])geuomen en eenig koolzuur wordt afge- 
scheiden. 

Bij alle dergelijke chemische reacties wordt warmte vrij, m. a. w. wor- 
den de stoffen die op elkaar werken, en dus ook de onmiddellijke omgeving 
(hiarvan, warm, wanneer niet bijzondere voorzorgsmaatregelen worden ge- 
troffen, om deze warmte na het ontstaan direct af te leiden. 

Zoo ook bij bet fermenteerende theeblad; fermenteeren wij in dikke laag. 
waardoor spoedige afleiding der warmte wordt voorkomen, dan wordt door 
de chemische werking het blad zeer merkbaar warm; bij fermentatie in een 
dun laagje daarentegen ontstaat wel is waar bij dezelfde chemische werking 
evenveel warmte, maar zij wordt zoo spoedig afgeleid, dat het blad weinig 
of niet melkbaar warm wordt. 

Is de fermentatie, m. a. w. de chemische werking, afgeloopen, dan houdt 



239 

de warmte ontwikkeling op en de temperatuur van het blad zal moeten 
dalen door uitstraling zoolang het blad warmer is dan hare omgeving. 

Nemen wij nu aan, dat het ophouden der chemische werking plotseling 
door de geheele massa van het fermenteerende blad plaats vindt, dan zou 
men in het plotseling dalen der temperatuur een prachtig en zeker middel 
hebben om het eind der fermentatie waar te nemen, hetgeen — zooals licht 
te begrijpen is — voor de fabrikatie van zeer veel belang zou zijn. 

Tot dusverre toch ontbreekt ons een onder alle omstandigheden betrouw- 
baar criterium voor het juiste tijdstip om de fermentatie te stuiten. 

Terwijl op de eene onderneming hierbij wordt afgegaan op de k 1 e u r s- 
verandering van de fermenteerende thee, beoordeelt een ander het aan den 
geur, en een derde zelfs fermenteert „op t ij d", nl. steeds evenlang, uit- 
gezonderd misschien de 1*" pluk, die dan bijv. een uur korter w^ordt gefer- 
menteerd. 

Het is duidelijk dat een gemakkelijk en betrouwbaar criterium, dat 
voor alle voorkomende omstandigheden, zoowel bij dag als bij avond of 
nacht, zoowel bij warm als bij koud, en bij droog als bij vochtig weer, zoowel 
voor eerste als voor oudere pluk etc. steeds betrouwbare resultaten vermag 
te geven — onafhankelijk van den toestand van het reukorgaan van den 
opzichter — boven alle tot dusverre in zwang zijnde methoden verre de 
voorkeur zou verdienen. 

Of dit criterium in de temperatuur te vinden is, zal door het 
onderzoek moeten worden uitgemaakt. 

Reeds werden sedert eenigen tijd op eene fabriek een aantal waarne- 
mingen op dit gebied gedaan, op initiatief van den administrateur, wien wij 
een voor deze onderzoekingen onmisbaar instrument, nl. een thermometer 
verdeeld in 1/5 graden Celcius ter hand stelden. Volgens mededeeling van 
dezen administrateur waren de resultaten dezer nieuwe methode zeer 
gunstig, en hopen wij binnen kort op deze kwestie elders terug te komen. 

Laboratorium-proeven werden ook reeds genomen om de kromme lijn 
vast te stellen, aangevende den gang der temperatuur tijdens de fermentatie, 
waaruit reeds kan worden meegedeeld, dat (volgens proeven in 't klein) op 
het tijdstip, waarop de hoogste temperatuur is bereikt de fermentatie nog 
niet geheel als afgeloopen is te beschouwen, dat integendeel, zoodra dit 
hoogste punt bereikt is de fermentatie langzamerhand in intensiteit afneemt. 
Hieruit zou dus volgen, dat de fermentatie eerst zou zijn af te breken 
eenigen tijd nadat de hoogste teuii)eratuur bereikt werd. 

Niet onmogelijk schijnt het ons, dat bij fermentatie op temperatuur zal 



240 

I. lijken, (liil lii<ri (l<- f<iiiiriil;il i<- «Hi :iii<I<T<- wijze <l:ili lol »|iis\ .11 .• /:il liiuen-il 
doen ;,'esrliie»|en, l>ij\. onder \ nitrl d iirend<- l»ewc}4;in^' v:in li«-l ld;id wellidii 
in een l;iii^'/.;i;ini di;i;iiendf I roniiii«-l. Ili.il»ij /ou iii.ii l«-\<-ns zonder l»c 
/U';i;ir door ei-ii l;in;^/,;iiiieii I ik hl si room miei \s :i lfril;iiii|i \i-\/.M\\'^t\ om uil 
dro^in^ Ie \(iolkonieii) sleeds \eis< lie lm hl kniinen doorvMeren. Alleen r»|i 
dr/c wij/e /.on men Zikeriieid lieliheli, d;il de |<-m |»ei:i I il II f door de ;,'eheele 
m:iss;i reiinelileereml lihid lieni exen lioo;^ is. Iiel;^.-.-]! Itij de I ••;^en W ooidi^' 
;4C\()l^de wijy.e in Icikken oi o|i di-n i^iond imoil hel ;:r\;il is. \(»or;il liiel, 
w.iniieei iiioii de li;ikkeii /oiidi'r vohlofiide I iisseheiiriiiliile o|i elk;i;ir |d;i;tlHl, 
waarbij hei iilad /.ieh \<.oral o|t de iiiid<leiisie hakken soms aanzienlijk kan 
\erwariiieii. lerwijl de ondeisle en lio\riisle linkken en ook <le randen weini;;; 
(d' iiiei warm worden. \aii lermeiilalie hij de/ell'de leiiiperai iiiii- kan dii.s 
o|i de/,e wijze ^iceii sprake zijn. 

Welke \crhelerinjifn hierin zijn aan Ie hreii-^cn zal door de vcrdei-e 
oiidci zorkiiiLicn wcllielil kiiiineii worden uil «icinaakl . 

Jl. K e H n 1 ( a I e n v a n F. e m est 1 n g s p r o o v e n. 



Ter ver<;-eniakkelijkiii<i van hel ovf'iziclii der resnllah-n voreenigden wij 
(Ic veikregen eiudcijlers iu een tabel aautoonende in: 

kolom (I. de ondernemingen waar de cijfers werdiMi verkregen; 
h. hel nummer van hel proefveld; 
.„ e. de grootte van het stuk; 
„ (/. bemesting per Ixniw in 1899; 
„ e. „ „ „ „ 1900; 

,, ƒ. ]»rodn('tie-<oename uitgedrukt iu lu'rcenten iu ISOO — 1900; 
„ <J. „ „ . .^ . ■> 19()0-19()1. 



Naam van 


N". 


Grootte 
in bouws. 


Bemesting per bouw. 


Productie 


-Toename. 


(Ie Oiiilernoming. 




in 1899. 


in 1900. 


1899. 


ino(). 




A. 


1 bouw. 


2'/ 


, pik. mengsel 1. 


— 


497o 


— 


Tiiogree 


C. 
E. 


2 
1 


5 


. II. 


3 pikol (lierl. alval. 


27 . 


— 




33°/, 




ü. 


IV. • 




— 


3 > Bal. guano. 


— 


32 . 




A. 


5 


4 


ffuano. 


4 • guano. 


18 . 


29 . 


Parakan Salak .... 


B. 
0. 


5 
5 


6 


— 


6 • boengkil. 


3 . 


18 . 
12 . 




E. 


5 


8 


> > 


8 • guano. 


_ 


15 . 



241 



Naam van 


N". 


Grootte 


Ueniesling per bouw. 


Productie-Toename. 


(Ie ünderneming. 


in bouws. 


in 1899. 


in 1900. 


1899. 


1900. 




B ' V, bouw 


3 pikol bloedmeel. 


2Vi pikol bloedmeel. 


21 7o 


197o 


Sindaiig Sari 


i). 'A . 

! 


3 • zwavelz^ 
ammoniak. 


3 • boengkil. 


9 . 


2 . 






10 . kalk. 


5 M' slalmesl + 1 


4 > 


13 . 










pikol Z. A. 








A. 


17. ■ 


5 . tlieemest. 


— 


32 . 


— 


Hoenga Meioer. . . . 


C. 


1'/. • 


3 . Z. A. 




34 . 


— 




E. 


1'A ■ 


groene bemesting. 




4 . 


5 . 




G. 


1'/, • 


— 


20 pikol kalk. 


— 


15 . 




A. 


1'/, • 


273 pikol Z. A. 


27, pikol Z. A. 


15 » 


26 . 


Ariana 


B. 


IV. • 


(bewerking). 


6 • boengkil. 


12 . 


10 . 




C. IV. • 


4 pikol Z. A. 


10 • vleerm. 


20 . 


31 . 










guano. 






I'aiiüetnbangaii 


A. 


10 . 


3 . bloedm. + 
1 pikol Z. A. 


4 pikol bloedmeel. 


20 . 


28 . 


j 


B'. 


200 RR. 


2 pikol iheemest. 


4 • theemest. 


1 . 


7 . 


Goenoeng Malang. . 


B\ 


1 ■ bouw 


4 . 


— 


11 . 


— 




A\ 


1 . 


— 


4 • theemest. 


— 


-18 




i A. 


6 




2 • Ibeemest. 


— 


— 


5 . 


•Gedeh" 


C. 


6 




3 . 


— 


— 


15 . 




E. 


4 




4 • boengkil. 


4 ■ boengkil. 


— 


21 . 


Tjiseureuh 


A'. 


5 




4 ■ guano. 


6 • theemest. 


6 . 


17 . 


Tjikoedjanf.' 


c^ 


37. 




4 . bloedmeel. 


4 > bloedmeel. 


18 . 


25 . 


Tjisarapora 


,;:: 


,17. 

j2 




3 . Z. A. 

5 » Iheeguano. 


4 . Z. A. 


28 . 
18 . 


17 . 


Tjiomas 


B. 


S 


5 IVr stalmest + 
' 1 pikol Z. A. 




30 . 



















Op de onderneming Tjiogreg werd elk stuk slechts eens gemest, terwijl 
slechts gedurende 1 jaar lang de producties apart werden gehouden; de 
nawerking der bemesting werd dus niet nagegaan. 

Mengsel I bestond uit gelijke deeleu Kalium-sulfaat en beeuderenmeel, 
is dus te beschouwen als een kali-phosphorzuur-mest, met een weinig 
stikstof. 

Mengsel II bestond uit gelijke deelen bloedmeel en dierlijke afval, en 
is dus te beschouwen als een zuiver organische stikstofmest. 

De Balestos-guano bevatte U% stikstof, de dierlijke afval circa 12%. 



Verslag van 'slands flantentuin l'Jül. 



16 



"Ik'l 

NiettegeiiHtauiule de zeer iii(ccnl()0|M'ii(lf s:iiiiciisi<lliii;,f der incHtHtoffen 
vvar(MJ (J(; i(!.sijU;i(.tn ;i I I «• liijzoiidci- ^'iiiisli^. 

De op J'arukaii Sjilak v('rkrc;,M'ii rcsiillaicii iiid \ Icciinuizcii^iiaiio zijn 
ook z(.'ei' ^UDHÜg Ie nocincn, \ooral waiincci' wij in jiannKTJ^inj^ nciin-ii, <lat 
deze j^uano zeer goedlvoop was en slcciils circa 't'/n sliksltjl en zt-er weinig 
pboHphoiziiiii', beueveiib een s])ooi- kali IjcvaUe. 

UiL eene vergelijking van de piodnclie-loenanien van IfilJl) «mi r.MJO zien 
wij l>elaugiijk lioogeie waarden voor lieL '1" jaar dan voor 'L eersLe, Lelgueu 
wijst op eeue aanzienlijke nawerking der guano. 

Ook het resultaat verkregen niet boengkil (i'/o stikstolj is bevredigend, 
vooral wanneer wij bierbij in aanmeiking nemen, dat boengkil steeds vrij 
langen tijd in den grond moet liggen, voor dat zij genoeg verweerd is om 
Laar gunstigen invloed op den aanplant te doen zien. 

De onderneming tSindaug Sari met vrij zwareu kleigrond, gaf voor bloed- 
meel vrij goede resultaten, iioewel geen verbooging der productie-toename 
na de 2' bemesting. Zwavelzure ammoniak werkte minder gunstig, terwijl 
boengkil geen productie-toename gaf, betgeen ecbter door de langzame wer- 
king van deze kunstmest later nog ten goede kan keeren. 

Op Boenga Meioer bet eerste jaar zeer gunstige resultaten, zoowel met 
guano als met zwavelzure ammoniak, doch naar 't scbijnt geen verdere 
nawerking, terwijl in bet 2" jaar niet bemest werd. 

Kalk gaf eene vrij gunstige werking; voor eene definitieve uitspraak 
bieromtrent dient men ecbter eerst af te wacbten of de kalk ook soms een 
ongunstigen invloed op den bodem beeft, betgeen liet 2*^ jaar beter voor den 
dag zal komen. 

Artana gaf vrij gunstige cijfers, zoowel voor zwavelzure ammoniak als 
voor tbeeguano en vleermuizenguano. 

Omtrent de boengkil-bemesting verwijzen wij naar bet bij Parakan 
Salak gezegde. 

Panoembangan met slecbts een tweetal zeer gi-oote proefvelden (elk 
groot circa 10 bouws), waarvan 't eene bemest, 't andere onbemest, gaf voor 
bloedmeel alleszins gunstige resultaten, wijzende op eene niet onbelangrijke 
nawerking dezer meststof. 

Goenoeng Malang gaf voor tbeeguano (4% stikstof, 4% pbospborzuur 



245 

en l()f( zwavelziiio l<ali) vrij onbcvi-edigende resultaten, doch zij hierbij 
opgemerkt, dat de aanjdant nog zeer jong was (in 1899 naar wij meeneu nog 
slechts 214 jaar). 

Bloedmeel gaf zelfs belangrijk negatief resultaat, hetgeen wij van der- 
gelijke geheel organische kunstmest niet verwacht hadden; welke de oorzaak 
daarvan mag zijn, is ons onbekend. 

De onderneming ,,de Gedeh" gaf voor theemest schijnbaar minder gun- 
stige resultaten, doch schijnt dit te wijten èu aan ziekte in het proefveld 
èn aan de omstandigheid, dat de bemeste stukken veel slechter waren dan 
de onbemeste, zonder dat de opbrengstverhouding van bemest tot onbemest 
vóór de bemesting werd bepaald; wij hebben daarom gemeend de verkregi'ii 
cijfers hier niet in te moeten vullen. 

De werking van boengkil was hier (op een ander proefveld destijds niet 
door ziekte aangetast) vrij gunstig. 

De resultaten op Tjiseureuh en Tjikoedjang waren vrij gin is lig, met 
belangrijk hoogere productietoename in het tweede dun in "t ccrsie jaui- der 
bemesting, hetgeen een vrij aanzieulijicc nawerking i^indiriMt 1 der meststoffen 
(guano en bloedmeel) aantoont. 

Op Tjisampora werd met zwavelzure ammoniak gunstig resullaat ver- 
kregen, hoewel 't eerste jaar beter dan het tweede. 

Theeguano gaf ook een tevredenstellende oogsttoename, doch werd dit 
proefveld het tweede jaar verlaten. 

Op Tjiomas werd met een mengsel van 5 M". stalmest -{- 1 pikol zwavi-l- 
zure ammoniak uitstekend resultaat verkregen. Op deze onderneming 
werden geen verdere pluk-opnamen gedaan, zoodat de nawerking dezer mest 
niet kon worden nagegaan. 

Op de onderneming Ardja Sarie werden reeds in 1898 (vóór de inrich 
tiug der bemestingsproeven op groote schaal) een aantal proeven op touw 
gezet, waarvan de perceelen alle groot '/4 bouw zijn. 

Eene vrij uitvoerige tabel omtrent de resultaten vindt M\en in het hier 
besproken verslag (pag. 415). Aangezien deze proeven in 1901 niet werden 
voortgezet en niet onder de rtibriek ., bemestingsproeven op groote schaal'' 
thuis belmoren, weid die (abel hier niet weer overgenomen. Alleen rele 



244 

v'ceicii wij (luiiioiiil iciil (l;il s(;iliiics(, z\s iiv<*l/ui<' aiiiiiioiiiak, bl(j<'(liiM'el cij 
voor (M'ii deel ook hociii^kil zwr goede roHiiKaleii liehben gegeven. 

Eeu enkel ]>roelvel(l op de/.e onderiieniiiig, waarvan de jdiik ojMiainen 
da1(!eren van 1000, zij iiiei- nader hesju-oken, nl. een veld in is'.JT ln-planl met 
dadjipBlekken ()]t inil ialii r \an diMi adiiiiiiisi raleiir (ii-ii lli-n A. li. K e i- k 
Il o V e n. Wc schreven liiei omi renl in ons iaatsie M-rslag: 

„lieL slnk niel «ladaitstekken beidaiil loont volgens de eindeijfers geen 
l)iodiictio-tüenunie legen hel. (daaiiiaasi gelegen eji evengrocdej onbiMnente 
Htnk. Evenwel worden in den allerlaalslen lijd mei dezen sliksloiveizame 
laar zulke Irappante cijfers verkregen, dal naar aanleiding da;ir\an (*j» 
inilialiel van den lieer K e r k li o \ e n een aanlal ]ii-oe\en oj» luiiw zijn 
gezet met tusscbeuplauleu \au dadap en andere «likslol'verzanM.'lende ge 
wasscm". 

Wij kuuneu nu hieraan Loevoegen, dat volgeiiü mededceliug deze gun 
stige resultaten ook verder hebben stand gehouden en dat kort geleden door 
de lieer Kerkhoven omtrent de — naar het ons vo<jrkomt V(;or de 
theecultuur hoogst belangrijke — resultaten dezer proefvelden een verslag 
is uitgebracht, hetwelk in 't eerstvolgende nummer van Teijsmannia 
(13'' Jaarg. 1'' Afl.) zal verschijnen. De lezing van dit verslag kunnen wij 
aan alle belanghebbende ten zeerste aanbevelen. 

Van groot belang zal het zeker zijn, dat met deze en dergelijke stikstof- 
verzamelaars ook op andere ondernemingen — vooral de oudere — proeven 
worden genomen. 

iS'iet alleen blijkt het succes dezer hier op Java nieuwe soort bemesting 
schitterend door de oogsttoename; de kosten van dergelijke „bemesting'' zijn 
daarenboven uiterst gering, en tot een minimum terug te voeren, zooals elk 
practicus gemakkelijk kan berekenen. 

In het volgend Jaarverslag omtrent de bemestingsproeven hopen wij 
dan ook eenige ondernemingen te kunnen vernndden, waar met dergelijke 
proeven is begonnen. 

Aan 't eind van het hier kort besproken verslag omtrent de bemestings- 
proeven schreven wij o. a. de volgende opmerkingen: 

„Uit dit 2® verslag omtrent de proefvelden blijkt, dat evenals 't vorige 
jaar de bemesting met stikstofhoudende kunstmestsoorten behou- 
dens enkele weinige uitzonderingen de productie aanmerkelijk heeft doen 
opvoeren. Verder blijkt uit eene vergelijking der resultaten gedurende dit 



245 

jaar verkregen met die van 't vorioe jaar, dat, behoudens eenige uitzonde- 
ringen, de resultaten na de 2*^ bemesting aanzienlijk grooter geweest zijn 
dan na de 1® bemesting, hetgeen moet worden toegeschreven aan de reeds 
genoemde indirecte nawerking die vooral bij de organische 
mestsoorten (bloedmeel, boengkil, guano) duidelijk in 't oog valt, en die voor 
de rentabiliteit der bemesting van 't grootste gewicht is, zooals wij in een 
volgend verslag, wanneer wij hieromtrent meerdere gegevens hebben, 
eenigszins uitvoerig hopen te bespreken. 

Dat het vraagstuk der bemesting voor de theecultuur hier te lande van 
zeer groot belang is, blijkt reeds voldoende uit de tot nu toe verkregen 
resultaten, waai'bij in vele gevallen de productie in 2 jaar tijds bij normale 
bemesting met 20 — 40 pCt. en meer is toegenomen. Hoe groot het voordeel 
is bij verschillende mestsoorten op verschillende gronden, zal uit de volgende 
verslagen blijken. 

Behalve deze, naar 't ons voorkomt voornaamste, kwestie, blijven er 
nog vele vraagpunten te beantwoorden over, zoo bijv.: 

Invloed van andere dan stikstofrijke meststoffen op de thee t. w. kali- 
eu phosphorzuur alleen of in combinatie. Verder kalk; hieromtrent werden 
eveneens nog slechts weinig resultaten verkregen. Elders, bijv. in Britsch- 
Indië schijnen ook deze meststoffen soms reeds met vrucht te worden 
gebruikt. 

Men zie hieromtrent het interessante verslag van M"". K e 1 w a y 
Ba. mber, den bekenden Ceylonschen scheikundige, hetwelk getiteld is: 
„Eeport on Ceylon Tea Roils and their effect on the Quality of Tea". 

Eene kwestie van groot belang schijnt verder de invloed der be- 
mesting op de qualiteit der thee. 

Ook omtrent deze en dergelijke vragen hopen wij proeven te nemen, 
welke in de volgende verslagen zullen worden besproken. 

In genoemd ,, Report. .. ." wordt met eenigen o])hef melding gemaakt 
van de gunstige werking van f e r r o-v erbindingen in den grond op 
de kwaliteit der thee. Het directe bewijs voor deze stelling is naar het ons 
wil voorkomen nog niet geleverd, zoodat verdere exacte proeven noodig 
schijnen om deze stelling onvoorwaardelijk aan te nemen". 

EENIGE VRAGEN OMTRENT DE FABRIKATIE. 

1. Welke bestanddeelen moet de thee in hoofdzaak bevatten, dat zij op 



24H 

(11! iiiarkl hel iih-csI ^jcwcnsclil is en in \\ilU<- \.-ilM'ii.liii^' iii.m-i.ii «lir -.n-.- 
vcor vooikoiiKMi? 

De in (Ie line ;,'tsvfiis( iiii- lH'sl;iinlt|ri|cii /ijii i^i-li'il ;i lliniikili jk \;iii dt- 
«'isriicn, wclUi' <!<■ iii:irkl ;iiiii 1i;m i- (|ii;ililci l sh-il. 

.\iiii^<'//K'ii mi «Ic/.t' ••isrlini iiii-i nviTiil i-ii l<'ii ;ill<-ii lijili- (l«-/.<'lf»lc zijn. 
/jil (MMi (Icfinilicr «'Il nlduind ;iiil woui il ()|t «li'/«' viaa;; ni«'l ;;<-;,'<-\cn kunnen 
worden. 

\\';il ;i;in^:i;il <l(' Londt-nsdic m de A nislcidnnisrln' l li<-i-in;iiivlfn idi<- 
wcliswiiiir <)<d< niei |>iciics dc/.clldf ris( licii slcllfui i^;iii ni< ii n:i;ir In-I nn>< 
voorkonil in "I jilj^cmccn lid \itl;:cMdi' /.f^z^cii: 

De llicc niucl \('c| (»|d«)sl»;ii(' rci'iii<'nt;it iefu'odiuti'n lH-\;ilicn. /undcr \ eel 
ononllced looiziinr <•! billcrc sloltVii. welke laalsie do(»r dn.;;en i»ij te liooge 
temperatuur kunnen ontstaan. 

Hoe niO(M' oidoshai-e l'eiinenlal iepriMlticlen — ontstaan in liool'd/.aak nil 
Iie( tlwM' looi/anir en de olvcosiedisclie verbinding — aanwe/Zi^^ zijn, des te 
slerker (meer ]>uni;ent) en voller de (liee, des te donkerdei- de sdienk en des 
te meer water kan op zekere hoeveelheid thee worden gej-olen om thee van 
dezelfde sterkte te verkrijgen. 

De hoeveelheid van deze beslaiiddeden hangt af van: 
(I. den ouderdom \an lid Idad; lioe oinlei- liet Mad des Ie minder looizuur 
en glycosied bevat het en dus ook des te minder ontledings|irodnden 
kunnen daaruit ontstaan; 
/;. tjpe van den heester; Assamthee bevat in 't algemeen meer looizuur dau 

Java-thee ; 
e. wijze van fermentatie. Deze lactoi- is van zeer gi'ooten invloed en heeft 
voor de fabrikatie natuurlijk het meest belang. Looizuur en glycosied 
gaan gedurende de fermentatie eerst over in oi)losbare ontledingspro- 
ducten, welke laatste zich eehter langzamerhand in onoplosbaren vorm 
afzetten voor een groot deel op hel onoplosbare blad-eiwit. 
De zaak is nu de fermentatie zoo lang te laten duren, dat zooveel moge- 
lijk al het looizuur en glycosied ontleed zijn en dat tevens zoo weinig 
mogelijk van deze stoffen onoplosbaar is geworden. 

Hooge temperatuur bij de fermentatie bevordert de ontleding, maar 
tevens ook het onoplosbaar worden cmi het zich afzetten van bruine produc- 
ten, die het afgetrokken blad donker doen worden. 

Vrije toetreding van lucht bevordeil eveneens de omzettingen, doch 
niet in die mate de vorming der onoplosbare producten. 



247 

Om zooveel mogelijk van genoemde stoffen in de thee te verkrijgen, 
moet dus bij lage temperatuur en onder vrije toetreding van de lucht worden 
gefermenteerd, en wel zoo lang, totdat het vrije onontlede looizuur voor 
't allergrootste deel verdwenen is. 

Dit gunstige tijdstip, dat voor bepaalde omstandigheden van blad, tem- 
peratuur etc. door een chemisch onderzoek bij benadering is te bepalen, moet 
bij de fermentatie worden afgewacht, om daarop de thee direct te drogen. 

Van grooten invloed op dit gunstige tijdstip is o. a. ook de concentatie 
der sappen, m. a. w. de mate van verflenzen, waarover straks. Opgemerkt 
zij, dat ook de mate van verflenzing door eene waterbepaling gemakkelijk 
is vast te stellen. 

Verder moet de thee veel caffeïue bevatten. Hoe jonger het blad 
des te meer caffeïne bevat het, terwijl Assamblad meer caffeïne bevat dan 
Java-blad van denzelfden ouderdom. 

De caffeïne ondergaat geenerlei verandering tijdens de fabrikatie, is 
daarvoor dus van geen belang; voor de consumenten echter is de caffeïne 
eene belangrijke stof, aangezien zij de opwekkende kracht van de thee ver- 
oorzaakt, dus hoe meer caffeïne des te beter. 

Eindelijk moet de thej^ veel a e t h e r i s c h e olie (theeolie) bevatten. 
Deze stof ontstaat bij de fermentatie evenals de bovengenoemde fermentatie- 
producten. De riekstoffen schijnen echter bij de fermentatie eerder tot 
volle ontwikkeling te zijn gekomen dan de genoemde fermentatie-producten, 
zoodat het tijdstip van den meesten geur eerder valt dan dat van de 
meeste oplosbare fermentatie-producten, waaruit zou volgen, dat men, 
om zeer geurige thee te verkrijgen, niet zoo lang dient te fermenteeren, dan 
om sterke en volle thee te bereiden. Evenwel is zeer korte fermentatie ook 
nadeelig voor den geur, die zich daarbij nog niet geheel ontwikkeld heeft. 

De maxima dezer stoffen, die bij goede fabrikatie kunnen worden be- 
reikt, zijn — binnen zekere grenzen — voor eene onderneming werkende 
onder gegeven, ongeveer gelijkblijvende, omstandigheden door chemisch 
onderzoek vast te stellen. 

2. Welke bestanddeelcn worden gemist in de zoo weinig gewilde en 
laag betaalde 1'' pluk? 

Naar aanleiding van vroegere onderzoekingen omtrent dit onderwerp 
kan hier voorl<)o])ig worden meegedeeld, dat de 1'" pluk minder looizuur en 
extract bevat, dan de volgende plukken. 



24H 

Ajiii}i<'/i<'ii (l<'/.<' (tii(l('r/><)ckiii;;<'ii wi-t-r- l<i li;iii<l /.ijn ;_'<iiuiii<ii Ii'>|mii wij 
la(cr iiiL\(M'i-i;;fi' (h'ze vraiig to kiiiiiicn l.caiii wooitltu. 

:',. \\';i;ii<>iii is Ik-I Mrwciistlil . iliil |.;is ;;r|iliikt«' lliff iii*'t (<>l !M<i<-iili;,' 
(Mcr-^iinl ? NN'iit (tiilslaal diiiiidodr, \scll<c ;,'cu('iis(lil<- lMslainlil<<l(ii ^'aaii 
daardoor' vcilon-nV 

WaniHMT \cisrli i;c|iliikl Idad lol Itioriin^- ovri'^^aal. sh-ill li<-l Itlad af: 
liet j^cvol},' lii('i-\ari is. dal do sa|i|MMi <li r \ <'rM<liillcnd"' rrjjrii dmn' elkaar- 
loopeii. waardooi- de ijioiiiisc-iio werking dier- slolTon (i|i <'lk;i;ir. <L i. do In-- 
mentalie, l)(';;iiit. Het govolg is, dat ooii dor-^^'lijk K<'*»'<'t''<l '''^i'' n-ods 
lan^nri lijd <:('lor-iii(Mileerd beofl, wanneer do andere blaren, die niet gebroeid 
liehltoii, luinne fernientatie be^rinnen. 

Aan '1 eind der fermentatie van de gi-oole massa /trlion dus de blaren 
die jiebiocid bebben, ver overgefermenteerd zijn. Zij bobben alle geur vei-- 
loren, terwijl de fermenlatie-prodncten vooi- '{ allorgrooislo dcol onoplosbaar 
zijn geworden. 

Daarenboven gaat bet broeien steeds gepaard met verbooging van tem- 
peratuur, welke steeds een nadeeligen invloed o]) bet blad heeft, zoo lang de 
fermentatie nog niet is afgeloopen, dus ook gedrir-eride hel l)r-eirgerr naar de 
fabriek of het verf lenzen. 

4. Wat acht TT beter, flenzen in de zon of onder dak? 

Een door onderzoek gestaafd antwoord op deze vraag vindi m<Mi in (tns 
eerste verslag omtrent de fabrikatie-proeven in Teijsniannia Jaarg. 12 Afl. 2 
en :>. Volgens het daar beschreven onderzoek is verflenzen onder dak te 
prefereeren boven verflenzen in de zon. 

5. Wat is Uwe opinie omtrent kunstmatige verflenzing door machines; 
kirrrrren daardoor gewenschte bestanddeelen opgewekt worden, of verloren 
gaan? 

Uit voorloopige onderzoekingen omtrent dit onderwerp meen ik te 
mogen afleiden, dat kunstmatige verflenzing vele voordeelen heeft boven 
natuurlijke, en dat zij — wanneer eenmaal eene doelmatige inrichting daar- 
voor gevonden is — ongetwijfeld uitgebreide toepassing zal vinden, speciaal 
op de hooger gelegen ondernemingen, waar heden de fabrikatie maar al te 
dikwijls lijdt door te weinig verflensruimte. 



240 

Als onbeLwislbaar vooidtvl vau kiiiislmati^^ vcrfk'iizcii uocmeu wij 
onafhankelijkheid van de weersgesteldheid, zoodat de fabrikatie regelmatig 
door kan gaan on men niet gedwongen is, het blad op tampirs naar bniteu 
te brengen in de zon, wat steeds schadelijk werkt op de thee. 

Als gevolgen, welke de invoering van kunstmatige verflenzing vooral 
voor de hooger gelegen ondernemingen zal hebben, noemen wij: beter en 
regelmatiger product en goedkoopere fabrikatie. 

Door doelmatige kunstmatige verflenzing gaan geenerlei gewenschto 
bcstanddeelen vei-loren, integendeel zij blijven behouden, terwijl zij nu door 
irrationeele verflenzing (bijv. te lang laten liggen, hetzij in de zon of binnen) 
somtijds voor een deel verloren gaan. 

G. Wat is ter behoud vau de gewenschte bestauddeeleu beter, sterk 
of minder sterk verf leuzen? 

Omtrent dit onderwerp is een onderzoek in gang en zullen wij dus liever 
ons antwoord opschorten, totdat dit onderzoek is afgeloopen. 

7. Acht U het gewenscht, dat bij het rollen der thee in de rolmachines 
de thee zoo sterk geperst wordt, dat alle sappen in de bak daaronder vallen, 
of acht U het gewenscht, dat zoo gerold wordt, dat alle sappen erin blijven, 
zouder in den onderbak te vallen? Waarom? 

In 't algemeen acht ik zoo sterk persen, dat er veel sappen in den 
onderbak vallen, niet gewenscht. 

Bij zeer sterk persen gaan met de sappen ook de stoffen, die de geur der 
thee moeten leveren, voor een aanzienlijk deel naar buiten; hierdoor ontstaat 
het gevaar, dat de riekstoffen, die aan de oppervlakte der cellen gevormd 
worden, bij het drogen voor een groot gedeelte verloren zullen gaan. De 
overige fermentatie-producten (looizuur etc.) treden ook aan de oppervlakte 
en blijven daar bij het drogen; het ligt voor de hand, dat deze laatste bij het 
opschenken van water uu gemakkelijker in oplossing gaan, dan wanneer zij 
zich binnen in de cellen zouden bevinden (bij minder sterk rollen). Het 
resultaat van sterk rollen is dus: weliswaar sterke uuuir betrekkelijk weinig 
waterhoudende thee, en weinig geur. 

Bovendien wordt bij zeer sterk persen het blad te zeer stuk gerold, 
waardoor veel breuk ontstaat en een minder gewilde grauwe kleur van het 
stuk. Alleen in speciale gevallen, waar men alleen let op de sterkte der 
thee, zou dus zeer sterk persen gewenschl kuinicii zijn, doch zal men ook 



2!;o 

liior zijn fiool ïtctor horoikoii dnui- I ;i n «j i.- lullcu — zoo uooMij,' met 
( iisHclu'iipoozoii — dan door al Ie sicik h* |htscii. Op deze kwi'sli»- liopcii 
wij la (er clderH terug te komen. 

S. \Voi"dt door hd ovf-rrojlcri ii;i ili' r<iiiicn(;ili(' nok ]\<>'^ <!<• I (m'ii;iiii<' 
VJin ^'cwriischfc iK'sliiiMlili'i-lni lic\ oidcrd? 

Ilcl lioid'ddocl \aii licl (t\ <'n'(»llfii is lid slnilcn \aii ln'l lilail. hi- sap- 
pen, ^\'\{• door Ih'I cerslc rollen «^cnien^d /.ijn, dooii ick ken \<)oi' een d<'i-l de 
aanwezi-ic vaste Kfoffen ivezelsiol'. eiwil. eic.i, \(ior een dei'! Iievinden /ij 
/.icli aan de lufdit. Dil laalsie ^cdeeKe onder^^Mal bij de leiinental ie de 
nieesie \ ciandcrinf;. aanp'zieii daailiij. zooals wij welen, hnlii aanwezig 
moet zijn. De sappen eeliter, die hinnen in de \asle massa zillen. komen 
niel ol' weiniji' ujel delnrlil in aanraking, /.oodal zij nit'l in die male veraiide- 
i'inu ondei'^'aan. Hij '( oxcn-ollen komi ook hel laatsl genoemde Lr<'deelle 
- — voor een deel althans — aan de ojtjieivlaktc, en woi-dl daai'<loor. zij liel 
ook in j^erinjjere mate, ook de toename van jrewensehte beslanddeelen 
bevorderd. 

!). Wanneer de thee na de eerst*' r(dlinp; Ier fernientalie wordt uitj^e- 
le^d, is het dan weuschelijk, dat de tiiee gedekt wordt (door lampirs of 
doeken bijv,)? 

Toedekken met doeken, zooals dit in de jnaklijk dikwijls «rescliiedt, acht 
ik in vele gevallen verkeei-d, speciaal wanneer men daarvoor zware vochtige 
doeken neemt, die op de thee rnsten en deze verwarmen, in plaats van af- 
koelen; ook wordt daardoor alle Inchtciicnlatie belemmerd, terwijl de thee 
to<di vooi' goede fermentatie versche lucht noodig heeft. 

Gebruikt men evenwel een vcxditige dnnne doek, die geregcdd terdege 
wordt s( hüongemaakt, en die bij 't gebruik op behoorlijken afstand boven 
de thee zich bevindt, dan kan de doek eenigszins afkoelend werken en tevens 
belemmert zij niet de toetreding der lucht, terwijl uitdroging der thee wordt 
voorkomen. 

Wenschelijk schijnt het toedekken met doek (op de aangegeven wijze) 
of met tampirs op de bovenste rij der feiuientatie-bakken alleen dan. wanneer 
door lange fermentatie of door tocht uitdroging der thee te vreezen staat. 

10. Wat wordt door het dekken der fermenteerende thee met natte 
doeken ten gunste van het fabrikaat bevorderd? 



251 

Zooals wij boveu za^eii Uan oiidci- guu«(i^(' ouislaudighedcu door het 
loedekkon met uatte doeken bij iets lagere temperatuur worden gefermen 
teerd, terwijl uitdroging der thee wordt voorkomen. 

11. Is het weusehelijk dik of dun uitgespreid te fermenteeren? 

Dun uitgespreid acht ik beter, aangezien de luclit beter overal kan toe- 
treden, terwijl de warmte, die bij de fermentatie ontstaat betei- kan worden 
afgeleid en dus bij lagei'e temperatuur (en gelijkmatiger door de geheele 
massa) kan worden gefermenteerd. Dit geldt voor lagere ondernemingen 
in veel hoogere mate dan voor de hooger gelegen. 

12. Is eene groote tusschenruimtc tussclien de fermenteer-bakken ge- 
wenscht (stel dat die Ixnen elkaai- worden geplaatst i (►f moeien of kunnen 
die direct op elkaar geplaatst worden? 

Eene groote tusschenruimte tusschen de feiinenteer-bakken schijnt wel 
gewenscht, zoodat bijv. de bodem der eene bak 2 dM. of meei' boven die der 
volgende ligt, stel dat de thee ligt in een laagje van bijv. 2 k 3 cM. dikte. 
Het voordeel hiervan is, dat genoeg versche lucht kan toetreden, die de 
gebruikte en inmiddels iets verwarmde lucht tusschen de bakken tijdig 
verwijdert. Zoowel lagere temperatuur als de gewenschte geur worden 
bevorderd. 

Beter achten wij nog de bakken niet op elkaar te stapelen maar naast 
(^Ikaar op den grond neer te zetten zoo daarvoor ruimte is. 

Ook het fermenteeren op den vloer der fabriek, mits deze daarvoor doel- 
matig is ingericht met een geringe helling om ze elke keer terdeeg sch(K)n 
te kunnen wasschen met veel water, schijnt ons vooral voor lager gelegen 
ondernemingen zeer aan te bevelen. Ongetwijfeld is deze methode de ratio- 
neelste ter verkrijging van een lage temperatuur zonder kunstmiddelen. 

13. Geeft thee van hooger gelegen tuinen beter thee, dan van laag 
gelegen tuinen? 

Elen definitief antwo(U'd durf ik op deze vraag uie( Ie geven, aangezit'u 
ik daaromtrent geen speciale onderzoekingen heb verricht en deze ook in de 
litteratuur niet schijnen voor te komen. 

Algemeen bekend is het feit, dat de thee van hooger gelegen onderne- 



iiiinj^cn gewoonlijk iikmm' i>\)\ircu^i, (l:iii ili»- dei- l;i;i;.' ;,'fl<'^'cii, iiia;u- in lioofd 
z;i;il< /mI <li1 wel zijn oorzjuik \in(l<-ii in: 
II. rijiMTc |ilnk op hooj^oro ondciiK inin;:cn ; 
h. rci-iiiciil;it i<' hij In^'f-rc trrn|H'r;i I niir ; 

r. r;il»rik;i( i<' o|» i|ii;ilil<'il ii|t di- iioojx*'!»- ••ii o|t i|ii;iii( ilfil o|» di- l;i;j('ii- midii- 
ncinintïen. 

Als '/,('k<'i- kniincn wij Miunu-iiicii. d:i( (»nd<'i- (i\ci'i;:ciis d</.<ird<' unistiin- 
di;^li<'d('ii \;in ^roiid, tvjx', li('\v<'rkin<4. kiini;i;il dr. dr ilicc op liiii>;^ci- '^i-\(']S''U 
<)nd<'i-m'iiiiii<i('ii (waiir dns (cniix'ial uur <mi Inciildriik licidc inindi'i' lio<i^ '/'ij") 
iiiiiidcr snel ;^r(icil dan oj) la^rrr. ()[ ccliicr door dien niindi-r snollen ;j:iooi 
o|i /j(Ii zoll' ^^ciirij^ci' lluM' wordl «^oNoinid, dal zou d(»or oon \ rij uil ;:<|»riid 
on nauwj^'ozcl ondei-zoclc tnootcn woi'dcn uil^jjcinaakl. 

\\'<'1 scbijul bot zeker, dal een lieeslei- hij hijzondor snellen ;^'ioei ihijv. 
zeer slerke bemestinf;) minder jremi^c tliee le\(Ml dan ondei- normale 
oiiistandijrbeden. Hier staal ecbler lej^^fMiover. dal (tnk hij <,'ehrek aan 
\(»edsel en onvoldoenden ^i-oei der jdanl, de heester een Ibee \an niindei'<; 
(lualiteit schijnt te leveren. 

14. Wat acht U uit een chemiseb oojjpunt wenschelijker. het diogen 
op open vuren, of in droogmachiues, en waarom? 

In sommige opzichten acht ik het drogen op open vuren minder goed, 
t. w.: 
a. de thee komt daarbij in directe aanraking met de verbrandingsgassen, 

die schadelijke stoffen in de thee achter kunnen laten; 
ö. de temperatuur bij het drogen boven 't vuur schijnt minder gemakkelijk 
geregeld Ie kunnen worden, waardooi- hij deze methode gevaar ontstaat 
voor aanbranding; hierdoor zou eene kleine hoeveelheid een heele partij 
kunnen bederven; drogen in de machine geeft allicht regelmatiger 
pi'oduct. 
Eéne omstandigheid evenwel schijnt te pk^ten tegen het drogen in 
machines en wel het aanwenden van een sterken luchtstroom, die met het 
water ook een groot deel van den geur mee weg schijnt te voeren. 

Welke van de 2 methoden de voorkeur verdient, schijnt nog niet uitge- 
maakt. In alle gevallen schijnt de methode van het drogen in de machines 
voor verbetering vatbaar. 

Juist in den laatsten tijd zijn op een paar ondernemingen practische 
proeven op groote schaal genomen ter vergelijking van beide methoden; 



253 

voor een definitief oordeel dienen deze echter te worden uitgebreid en bopen 
wij later op deze kwestie terug te komen. 

15. Wat acht U wenschelijker, dat de thee eerst half gedroogd wordr 
in de machine en daarna (eenigen tijd daarna) geheel, of het ineens geheel 
drogen van de thee? 

Wenschelijker schijnt in 't algemeen het laatste, daar bij het eenigen 
tijd laten liggen der half droge, w arme thee waarschijnlijk een gedeelte 
der oplosbare fermentatie-producten in onoplosbaren toestand overgaat. 

Evenwel, wanneer het eerste (half) drogen geschiedt om de fermeutatie 
te stuiten, zal hvX niet goed te vermijden zijn, indien te veel product tegelij- 
kertijd gedroogd zou moeten worden, zoodat de machine het fermenteeren 
niet bij zou kunnen houden, wilde men al de gefermenteerde thee direct 
ineens afdrogen. 

IG. Kan wind of tocht op de pas uit de droogmachine komende warme, 
geheel droge thee eenigen nadeeligen invloed uitoefenen? 

Langdurige blootstelling der pas gedroogde thee aan wind of tocht 
schijnt nadeelig vooral voor den geur, echter schijnt het zaak de thee eerst 
vrij dun uit te spreiden ter halve afkoeling om ze eerst daarna in de vergaar- 
bakken te doen. Men vermijdt hierbij achteruitgang in sterkte (door lang- 
durige hooge temperatuur) en ontwikkelt den geur door de middelmatige 
warmte. 

17. Wat is Uwe opinie omtrent het in de zon brengen van reeds gesor- 
teerde thee? Bevordert zonnewarmte eenige gewenschte bestanddeelen of 
is het tegendeel het geval? 

Door het in de zon brengen van de gesorteerde thee kan de geur eenigs- 
zins worden ontwikkeld en verliest de thee soms een weinig water, dat zij 
gedurende het sorteeren had opgenomen. 

Nadeelig acht ik het langen tijd achtereen laten liggen in de zon, waarbij 
de opgewekte geur weer ten deele verloren zal gaan. 



INHOUDSOPGAVE. 



Bladz. 

Pei'soneel, organisatie en alj>emeene zaken :i 

Publicaties der inrichting 8 

Annales du Jardin botani(}ue de Buitenzorg 8 

Icones Bogoriensis ld 

Bulletin de l'Institut botauique de Buitenzorg 11 

Mededeelingen uit 's Lands Plantentuin 13 

Korte berichten uit 's Lands IMantentuiu in het tijdschrilt Teys- 

mannia 1 ."» 

Andere publicaties 2:5 

Herbaiium en Museum 2'.\ 

Werkzaamheden van den ('onservator '2'è 

Ten geschenke ontvangen collecties '2i 

Verzonden collecties L'4 

Botanische laboratoria 20 

Botanisch Station 25 

Laboratorium van den Afdeelingschef 2i> 

Rapport van een dienstreis door den Afdeelingschef gedaan naar de 
residentiën Pekalongan en Semarang van 19 Februari tot 

5 Maart 28 

Rapport over een reis door den Afdeelingschef gedaan naar Soera- 

baja van 5 Maart tot 15 Maart 32 

Rapport omtrent een reis naar Deli van 3 April tot 5 Mei 37 

Verslag over een dienstreis naar de residenties Madioen, Semarang. 

Kedoe en Cheribon van IG Mei tot 2ü Juni 38 

Cultuurtuin en Agricultuur-chemisch laboratorium 43 

Cultuurtuin ^3 

Aanteekeningen over verschillende gewassen -l-t 

Nieuwe ontvangen planten 5i 

AgiMcultuur-chemisch laboratorium 57 

Opleiding van jongelieden voor den landbouw (>4 

Pharmacologisch laboratorium 72 

Botanische tuin en bergtuin te Tjibodas 7(1 

Bergtuin te Tjibodas 77 

Opleiding van jongelieden voor den landbouw 80 



256 

V.l Al./ 

I'>iii«';iii, hihiioi licck <mi |)boLO{^rai>liisc|i ;i(<^li«M' xi 

Ijt-eH/iiiiJ 8ii 

* MHlflZocUili^^ili (l<T r.oscliliouiiirioi ;i <i|i .);i\;i S4 

K';i|)|M)il iiiiili'inl <!<■ \ (m»i1^c/,i-I Ie jiiitd nul < 'liiin».s(»l ;ils i-oiiscrvj***- 

rinf^HvlociHlol' voor |il;iiiicii<lcflcii s(\ 

Kappoii oiiiliciil (Ic vtTilampiii^^ vuii spii-iliis van !Mi% uil IiiImmi 

met divciHt' si II il injj;siiii(l(l('l(Mi ;4('s|(>l('ii 87 

l,al>()i aioiiiiiii \<»()r oiulei-zot'kiiij^L'ii over l>eli labak iM) 

l'i ocl'shil ion \(ioi- kof('l«? lO't 

Knirirpiocrmin \aii s l.ands Thinli-nl iiin, l\ A rtlcciin;^. .Iaar\ t-islag 

(.V.M iMOi i(>;{ 

(Jioud 114 

J'laiileu 11-i 

JMantwijdte-proeven 114 

Schaduwboomproeven 115 

IMoef luet al of niet behakteu grond 116 

Bevvei'kiugsproeltuin 116 

Uitdnnproef 117 

Zaad 117 

Enten 118 

Soorten en variëteiten Ilï5 

Proeftuintje Ngadiredjo 119 

Landhonw-Zoölogiscli .Museum 1-0 

Onderwerpen van verschillenden aard, niet tot de vorige paragrafen be- 

hoorend 127 

Onderzoekingen over tabak der Vorstenlanden 127 

Gouvernements Getah-pertja aanplantingen te Tjipetir lol 

Proefaanplant van Getab-pertja produceerende gewassen te Tji- 
petir 1-il 

Onderzoekingen over op Java gecultiveerde theeën 141 

Demonstratie-velden van Inlaiidsche cultures 141 

Voornaamste in 1901 ontvangen zaden 166 

In 1901 ontvangen planten 174 

Staat van de in 1901 verzonden zaden en planten 179 

Lijst van boekwerken door geschenk of aankoop verkregen gedurende 

1901 221 

Onderzoekingen betreffende op Java gecultiveerde theeën. IX 228 



VERSLAG 



OMTRENT DEN STAAT VAN 



'S LANDS PLANTimiN 



TE 



BUITENZORG 



OVER HET JAAR 



1902. 



BATAVIA 

LANDSDRUKKERIJ 

1903. 



VERSLAG 



OMTRENT DEN STAAT VAN 



SLAND8 PLANTENTUIN 

TB 

B XJ I T E 3srz O I^ o- 

OVER HET JAAR 

19 2. 



§ I. 

PERSONEEL, ORGANL^ATIE EN ALGEMEENE ZAKEN. 

Bij (Jonvernenients Hesluir van 28 Januari 1!)(L', 11' 4, werd de Directeur 
van "s Lauds 1'lanleutuin gemachtigd, om den Chef dei' IX'''' afdeeliug van 
de door hem belieerde inrichting op te dragen, in het behang van de Gouver- 
nements Koffie-cultuiir zich te begeven naar eenige zaad-koffie leverende 
ondernemingen in het Gouvernement Snmalra's Westkust. 

Bij Gouvernements Besluit van MO Januari werd, primo, de speciale 
leiding der (Jouvernemeuts Getah-pertja aanplantingen in het district Tji- 
tjoeroeg (afdeeliug Soekaboemi der I*reanger-Kegentschappeu) opgedragen 
aan den Chef der Hl'''' afdeeliug D'. P. v a n R o m b u i- g h, en, secundo. 
benoemd tot de bij Staatsblad IDOi!, II- S() ingestelde betrekking van Adjunct- 
Chef der III''' afdeeling: D''. \\'. R. Tromp de Haas. Aan deze 
nieuwe betrekking werd voorts (Staatsblad 1902, II- 227) verbonden, het recht 
van vrije woning of, bij gemis daarvan, van huishuur-indemniteit. 

Bij Gouvernements Besluit van 25 Februari 1!)02, II- -16, is bepaald, dat 
de bij 's Lamls IMantenluiii \«>or de lutrti en agricultuur iu opleiding zijnde 
jonge lieden, gedurend»' die opleiding zullen genieten \ rije geneeskundige 
behandeling en zij aanspraak zullen hebben o]) kostelooze verstrekking van 
de voor die behandeling benoodigde geneesmiddelen, ^^)orts werd (bij be- 



sluil \:in '_'.'*. >fii;irt. tl- l'.h iii;i<lit i;,Mii;,' vcilfrnd oiii ;i;lii <'<-ii der lioit iciill iiiir- 

l('C|-|ili;^('ll, Itij W iJ/.«' \;ill I ijdel ijki' lli;i;lt ic^el. eelie I ei^eli |( ie I k ui II i 11;; \(»u|- 
k(»Sl en liuis\ esl in;; Ie \iTlee||e|i \;|li / iTi per tliaiUld. 

I'.ij (I<)ii\. r.esliiil \;in iT) Mii.irl. II- ~t7,. \ver<l iii;ie|ii in ini; \<Mleend om 

(»\er de middelen Ie liesf llikkeii \(ii)r het lol SiJllld liren;;e|| \;in ei'lie ;i;ili 
slllilill^ \iin "sL^nds l'hl lllelll llin mei de ^^MSInluiek Ie r,lli|e||/(ir;j. 'Pell^e 

\u!;ie de/ei- imit II I i;; i ii;; kunden de heide ;4;isiiist;ill;i I ies lul d.nirlue liij de 
iniirlil iii;4 in i;el)i;iik. Iniilen werking \\ui<len ;:esleld. lüj lleshiii viin "JT 
• liili. II-' Ttl werd d;i;iru|( de iieseliÜK k in;; m';;e\eii u\er de nuudi^e ;;e|(ieii uin 
<'eli dier, liu^ in goeden sla.ll \ crkeereiide. insl ;i I l;i I ies li;i;ir den |pe|-;;|iiin U* 
'rjihudns <»\er ie l)reii;;eii. lloewel de (i\ er I ijeii;: i ii;; /.el\e in \\i-\ \ crsla;: j;i;i f 
j^ereed kwam, zoo kon de inslalhilie n(»u- nici \()ur eind \;in hel jaar Ie 'l'jj- 
hoihis in wcriiinj; worden iicsleld. 

[Jij (l(»ii\-. hesinit \an L'S .Maarl 11- KI, werd leerslcdijki loei;i-|<end eeiie 
swltsidie van ./' 1()()(HI.~ . gedurende de jai-en lÜllL', Hm:', en l!t(ll aan de vei- 
e^'ni;;in;4 ,,ri-o('fstat ion mmm- lndij;o"le Klaieii iSocraka'iai lol liei doen \aii 
welenschaiiixdi jke onder/.oel^ in;;('ii h-r verlieterinii van (■iiltniir en liereidiii;; 
van Indijio; ondei- voorwaarde, dat door «^iMKX'nidc vereen iiiin;; lot dat doei 
zal woi-deii bijjicdi-aji-en in liet jaar ÜHH* vooi- een Ix'dra»;- van ./ JUMK». — eu in 
elk der Jaren 1!)0;^ en l'.Mil voor een hedraj; san ministens ƒ .iL'IKI. — ; van 
welke vooiwaarde alleen dan vrijstellinj; kan worden \-eileend. indien tiis- 
srhentijds de indi;;(»(nlMnir voor de w (Mcddmaikt in d<' X'orstenlanden zou 
moeten woi-den },^estaakt. Ten tweede wei-d bepaald, dat j^edut-ende de in 
ai't. 1 vermelde jai-en. ei- hij 's Lands Plantentnin no<; eene afdeelinj; zal 
fjevestijid zijn onder den naam: ..IM-oefstation voor Indigo", onder aanteeke- 
ninji', dat het l»estiiur i\(-\- in art. 1 genoemde vereeniging gehouden zal zijn 
liet i-eeds te Klalen hesiaande rioefstationsgehonw met inventaris ter be- 
sehikking te st(dlen \an de voornoemde tijdelijke afdeiding. Eindelijk wei-d 
nog bepaald, dat indien de in ari. 1 bedoelde staking van de Indigo-cultuur 
mo(ht intreden, de daarbij genoemde vereeniging gehouden zal zijn de 
resteerende gelden van het ..rroefstation voor Indigo" aan de Regeering af 
te dragen, welke dan Ncrder de \<tlledige bes( hikking verkrijgt over de er 
aan verbonden natuui-on<lerzoekers. 

Tot (dief der nietiwe afdeiding werd beno<'md: de Heer J. TT a z e w i n- 
k e 1, die i'eeds geruimen tijd als Directeur van het Tvlatensche Indigo-proef- 
station was werkzaam geweest. 

liij (louv. besluit van KI April, 11' :>() werd uitgemaakt, dat de i)roef met 
de opleiding van Europeesche jongelieden voor de horticultuur verlengd 
wordt tot ultimo December 1903, 



Bij Ouiiv. bi'sinit vau lo Ajnil H" 1(> i« };ued<:;i'Vüii(k'ii «ni verstaan: 
Eerstelijk: te heiKilcn, dat, voor deu duur der overeenkomst, op deu l**""" 
Maait 1!M)1 ter zake aaiiy:egaau tusseheu de Soekaboemisehe Landbouwver- 
eeuigiuji te Öoekaboemi (Freauger-RegentscLappeu) en den Directeur vau 
's Lauds Plantentuin, voor het doen instellen van onderzoekingen betreffende 
de cultuur en bereiding van thee in Nederlandsch-lndië, er bij genoemde in- 
stelling, naast de reeds aanwezige nog eene afdeeling zal gevestigd zijn onder 
den naam: ,. Proefstation voor Thee", met een uatuuronderzoeker, dien de 
directeur op den voet \ an het besluit van -'2 Maart lS'j:>, 11- 1 zich zal hebbeu 
toegevoegd, als chef. Ten tweede: den Directeur vau 's Lands Plantentuin 
te machtigen om het laboratorium-gebouw, vroeger geoccupeerd door deu 
chef der Landbouwzoölogische afdeeling dier inrichting, ten gebruike af te 
staan voor het doen van de in art. 1 bedoelde onderzoekingen. Ten derde: 
ter beschikking te stellen vau den Directeur van "s J.ands Plantentuin het 
tegenwoordige koffie-reserve terrein Saronggè, ressorteerende onder het 
district Tjipoetri der afdeeling ïjiaudjoer (l*reauger-Regeutschai)peu) en 
hebbende wn geraamd oppervlak vau omstreeks 200 bouw, wordende ge- 
noemde directeur voorts gemachtigd: a. een gedeelte van dat terrein, hoog- 
stens 50 bouw groot, te bestemmen voor proeftuin voor thee, deel uitmakende 
van het in art. 1 bedoelde proefstation; h. aan het bestuur der Soekaboemische 
Landbouwvereeniging te doen weten, dat deze bij eene eventueele niet-verleu- 
giug der overeenkomst door hem met die vereeniging deu l''*'" Maart 1902 
aangegaan, het bedoelde gedecdte vau 50 bouw. voor zooverre het dan met 
thee zal zijn beplant, tot 1 Juli ll):il in bruikleen zal uiogen blijven occupee- 
ren ouder het drieledig beding: 1". dat het als jtroeftuiu voor lliee blijft dienst 
doen; 2". dat het, zoomede de er zich op bevindende installaties, ten allen 
tijde toegankelijk zal zijn voor leerlingen der P)Uiteuzorgsche Landbouw 
school onder deskundig geleide; 'S", dat op primo Juli lUol alle voor hare 
rekening op het terreiugedeelte iu quaestie opgerichte installaties en gebou- 
wen desverlangd door haai- zullen worden ver\\ ijderd. bij niet \ohloeuing 
aan welk beding het jdaatselijk Pesluur bevoegd zal zijn op hare kosten 
bedoelde opruiming te doen geschieden. 

Bij (Jouv. besluit vau 1.5 Mei, 11- 21. nader gewijzigd l>ij besluit van 2:? 
Mei, 11- (Jo, werd deu ondergeteekeude oi>gediageu zich iu de maand Mei vau 
het verslagjaar, iu het belang der inri<htiug, voor ten hoogste elf maanden 
(de heen- en (erngi-eis daaioiider begrepeni naar l-liiropa Ic begeven. Ten 
tweede werd aan den chef der 1 1 1''" afdeeling I )'. W v a n K ;> m b u v g li. 
opgedragen om, nevens de aan zijne betrekking verbonden werkzaamhedeu, 
voor den duur der bedoelde commissiereis, het beheer over "s Lands Planteu 



hiiri vv;i;ii- Ie ricnu'ii, uu'i iM-pjiliii;,'. <l;il hij l»ij <l;il ImIumt /mi licMxMi in arlit 

(e iiciiirii dl' ;i;iii\\ ijy.ili;irii wciisc de niidi tm,-! cikiiidc. \i(i»|- ol iiii zijn vcitirk 

n;i;ii' l']nr<»|t;i, licni niodii i^cncm. 

I>ij <i(>ii\-. Iicslnil \;iii -'.'> Mi'i II' ti'J. wi-id ininlii i^iii;_' ;^M';_'r\ en mn :i;iii dt-n 

r|i(>r d<'r L"'' ;ir<l<'<din^' i>\i [e di;i;^<'ri /.irh. in ln-i Ix-hiri;,' d< r iniidil in;.'. n;i;ir 

|)rli Ie lt(';;r\ en, rn umi, /,<»<> iiuodi;;. d<- |crii;;n'is Ir ddcii uvi-r Siii;:;i|i(irc (l;in 

wc! ()\cr rciiaii;.;. 

.\;iii den Assistciil I loil ii l;i i.iis .1. .1. S in i I li wi'id. Iiij Im-sIimI v;in •! 

Juli ir I wegens hiii^diiri^^cii diciisl ren j;i;ir Nt-rlnl' ii;i;ii- I-liiinp;! Ncijrriid rn. 

\(i(M- di'ii duur v;iii d;il \rilur hrhisi inrl t\>' w ;i;iiiirin i ii;^ dri I irt n-kk inj.' v;in 

AssisIciiM loiliiliinns i\c llrrr II. .1. W' i '^ ni ;i n .1'. 

Als blijU vjin w ;i;irdcrrin;,^ \;iii vri-dinislrii werd bij <Inii\. Iicslnil v;in 

L'.". .\njiuslus 11" 1. l(M'«r('k('nd ;i!in .M :i s .\ r s i ii. ni.iiiiri i)ij (\<- T'' ;ifdrc|inji. 

i\r /.iivoi'On ster vooi' Irdiiw rn \rrdirnstr. m ;i;iii I' ;i I d ;i n. |il;i iitrii/.ockci'. 

do bion/cn ster \(»or tronw rn \ crdirnslr. I >r iiilrrikin;i dc/.n- oiidrisriiri- 

diufjstoekoiien, welke cci'sl in Xoxnnbcr kon jilaals lirbbrii. i^cscliirddr in 

tcjïenwooi'dijiheid van het ooheele personeel der ini-ichlino;. 

De verzanielin;^ huiden van vofjels van Nederlandsch Indië door wijlen 

l)"". A. tJ. Vorderman bijeenjiebraeht, werd ten behoeve vau het l^and- 

bouwzoölopfiseh Museum aanjiekooht, waartoe de jjelden bij Gonv. besluit 

van 10 Se])teni!)er 11- .''2 heschikbaar werden j^esleld. 

Bij Gouv. besluit van 2i September 11- ;'> wed be]»aM]d. dat dr ambtstitel 

van den opziehter bij den enltnui-tuin voortaan zoude luiden: ...\ssistent-Hor 

tulanus belast met het toezicht in den eultuuituin". Daarna werd aan den 
titularis (bij Gouv. besluit van 2 October 11° 24) wegens ziekte een tweejarig 
verlof naar Euroj^a verleend. 

Het Gouv. besluit van 25 December 11- 21 '^i\f de utachti^iu": om den «^lève- 
matri D j i ji j a zoomede den ]>lantenzoeker A t a s r i p ter beschikking 
te stellen van den leider der wetenschappelijke ex])editie naar Noord Nieuw- 
Guinea. ten einde ten behoeve der instelling botanische voorwerpen van ver- 
schillenden aard te verzamelen. 

Rij Gouv. besluit van :^0 December IT i^ werd de Directeur van Binnen- 
landsch Bestuur gemachtigd om aan de ..Vereeniging tot verbetering van de 
Koffiecultuur'- te Amsterdam, voor lirt voortzetten der op hare kosten inge- 
stelde onderzoekingen in het belang van de particuliere koffiecultuur in 
Nederlandsch-Tndië. ook gedurende het jaar 100?» uit te betalen eene subsidie 
van ƒ 7500. — . En eindelijk werd. bij besluit van den zidfdcu datum Tl- 17, 
nog bepaald, dat de tijdelijke toevoeging van den militairen Apotheker 1^ 
klasse D"". W. G. B o o r s m a voorloopig bestendigd zoude worden op den 



voet als laatstelijk bedoeld bij art. 1 vau het besluit van 9 Noveiiiber 19(11 
IF 80. 

N'eriiieldiiij; veidieiit voorts, dat in het verslagjaar een begin werd ge- 
maakt met den bouw van een nieuw Agricultuurehemisch Laboratorium, 
waarvoor gelden werden toegestaan bij Besluit van 25 Augustus 11? 26, ter- 
wijl machtiging tot het verbouwen en inrichten van het Laboratorium te 
Tjikeumeuh tot laiulltouwsehool werd verleend bij Gouv. Besluit van 29 No- 
vember 11- 20. 

Voor afstand, vrij van alle rechten en lasten, aan het Gouvernement 
vau Nederlandsch-lndië van het als proeftuin voor agricultuur-chemische 
onderzoekingen bestemd terrein, werd bij Gouv. Besluit van 18 December 
ir 5 machtiging verleend de koopsom uit te betalen aan de Maatschappij tot 
exploitatie van het land ,,Ked(>ng Allang". 

Om gewichtige redenen werd aan 1)''. E. C J. M o h r een verlof naar 
Europa verleend voor den duur van zes maanden. 

§ IL 

PUBLICATIES DER INRICHTING. 

\an de „Annales du Jardin Botaniciue de Buitenzorg" verschenen in het 
verslagjaar twee afleveringen, te zamen uitmakende het derde deel vau de 
nieuwe serie (deel 18 van het geheele tijdschrift). 

Zij bevatten: 

A. Z i m m (i r m a n n, T'eber die extraniiptialen Nectarien einiger 
Fagrea-artcn. 

S. H. K o o r d e r s, Notiz ueber Symbiose (üuer Cladophora mit 
Ephjdatia fluviatilis, in einem Gebirgssee in Java (met 2 platen). 

'i. 1). K o b u s. Die chemische Selection des Zuckerrcdus (met 11 
graphische voorstellingen). 

S. H. Iv o o r d e !• s, Xotizen mit Al)l)il(lungeu einigtM' interressanter 
Cauliflor. Pllanzen (met 11 tekst-figuren). 

O. 1* e n z i g. Die Fortschrifte der Flora des Krakatan (met 7 tekst- 
fuguren). 

JM. N i e u w e n h u i s — U e x k u I 1, Die Schw immverrichiuugen der 
Friichte vou Thuarea sarmentosa Pers. (uiel 2 jdaten). 

M. T r e n b, L. orgaué femelle et Tembryogénèse dans Ie Ficus hirta 
\ahl (met 10 platen). 



In .Ir .•crsU' vi'iliriiKlcliii;:. <l.i'.i' .-e ■-.■iiiiil fi;.Mii<'ii in dm l.-kst ver- 

,hii.lcli.ikl. komi <!.• srhiijvri- Inn- ..p <l'' 'l...,! D'. Kiir.U l.ij hn -.'slii.ht 
|'';i^i(>;i <.nl(i<-Mr n'-rl ;i rifMi ;iiin (Irii \.Mi (In 1. hulst. 1. II .11 ..|i .1.- l.l;i<i\i;iUl«'. 
.\:iii;i:i;iiMl.' <l.-ii l..tii\v <I.-/..t ..r;:;in.-ii \\.»r.ll iii.'.l.'-.-.|.-.-|.|. .hu /.ij. iii.-l ••••n 

/,«MT iiiiiiw.- iiLiiitliii^: ri;i;ir l.nil.-ii iiil U..iii.-ii.l. /i.li hi 'H 'm li''i \v."fs.'l s<»iiiH 

sicik M-rlnkk.'ii, li.'l;i.'.'ii «l.x.r .1.- ri-nr.-ii w.ndl :i;ins.|i<.ii w.-jijk ;.'.-ni;i;ikl . 
lil .1.' ..nlwikkcliii^^s^^'.-s.irKMlrnis l.lijkl. «hu /.ij in w.Mk.-lijkli.id \'-.| v;in d.- 

ii.M l;iri('ii hij I |t.)ni:ir;i ii;iiii.iil;il;i ;i Iw ijk.-ii, \\;i;ir d.' zij *>\> d<Mi .mtsIimi 

;t;iiil)lik \('<'l oN.'ic.'iikonist \ crlooncii. 

In li.'l S-*'' d.'.'i .lil- ,.Aiiii;il('s" wci.l .I.mm- .M.'vr.niw W •• h <• !• .••■n»- hf 
s.hrijviii;; ^m'^cvcii .•.•ii.-i- svrnhoisc \;in .■.•n /.o.-l w ;il.'is|M»ns ni.l .•.ii.' Alj.', 
.looi- den Jlcci- cii M«'\ r.iiiw W' e 1» e i- in lid iii.-.-r \ ;ni .M;iirni<lj;iii ..|i Siiiiuitia 
;i;nii:<'tr<>rf.'ii. hooi-d.-n II. -er K.iord.'is w.trdt nn. in d.- i \\<'<'d.- \ «■iliaii- 

.l.-iiiiU .■(Mi gelijk ;^.'\al h.'s.hf.'\ en cii af^cl hk naar nial.'iiaal .hmr li<-ni <•!! 

•lava j,n"\(»n<lt'n. en wc! op lid W illis ;^.'hci-^t(' iiahij X^chcl iii cm uwn vau 
onisücek.s ."io niclcr di.-ji, itp hijna s(i(» inclcr huvcn zeehoügte. 

Hel derde arlikcl '^vcïi cm iiilNocri;; ovcrzi.-lil \an d<* hehuij^ii jk.- iiil- 
koiiisteu, waartoe de schrijver is geraakt bij eeu groDt aantal proeven, donr 
lieiii, in zijn.' <inaii(eit van direeteni \an liet P.isoei'oeansclie i>f.t.'t'slat ion. 
ijediii-eiide een tijdsverh)op \an 4 jaar genomen. Het einddoel bij die proe- 
ven waï^, na te gaan of niet door ongeslachtlijke, cbemiscbe seb'ctie van bet 
suikerriet, de geïmporteerde ot' al aanwezige suikerarme doeb tegen de 
serebziekte immune variëteiten op een hooger snikergelialte te brengen zijn, 
ten einde daard.».)!- bel dure imporieei-en van stekken te vermijden. 

hl de eerste j)laats moest daarbij worden uitgemaakt of liet snikerge- 
lialte bij de verscbil lende stengels eeiier zelfde rietplant ongeveer betzelfde 
is. dan wel of er in dat opzicbt belangrijke versebilleu tnsscben die stengels 
kunnen voorkomen. Voor twee variëteiten, ,,Fidsji-" en ,.Iverab"riet werd 
eerst gevonden, dal er inderdaad \ rij groote verschillen tnsscben de stengels 
van dezelfde planl kunnen zijn; in bet algemeen echter bleek, dat bij vele 
planten alle of bijna alle stengels een vrij boog of een vrij laag suikergehalte 
bezitten, waar uit viel ió ontleeuen, dat er vooruitzicht bestond op eene uit- 
voerbare selectie van suikerrijke plant en. Het onderzoek van drie uit 
zaad gekweekte variëteiten toonde aan, dat daar de varrabiliteit belangrijk 
geringer was. De schrijver kwam derhalve tot bet resultaat: 1. dat het 
suikergehalte der stengels eener zelfde suikerriet-variëteit, bij de verschil- 
lende onderzochte riet-tvpen, groote verschillen vertoont, zelfs bij stengels 



vau dezelfde pluut; ± dut d(! vaiiubiliteit der verschilleude variëteiten zeer 
uiteeuloopeud is; ;5. dat de uitstoeliug bij de ouderzochte diiisteugelige 
varieteiteu bijua uitsluiteud tot deu luüederstengel is beperkt, zoodat er dus 
slechts primaire zijtakken gevormd vvoi-den, terwijl bij dunstengelige varië- 
teiten veel secundaire en zelfs tertiaire zijtakkeu tot volledige ontwikkeling 

geraken. 

Het bleek derhalve noodig bij de proeven het suikergehalte van de ge- 
heele plant als basis bij de vergelijking te nemen, en, ter elimiueeriug van 
andere invloed-hebbende voorwaarden, om stekken van hoog- en van laag- 
procentige planten naast elkaar te planten. Volgens dit programma werd 
nu eenige jaren gewerkt. De uitkomsten van het eerste dier jaren lieten 
zich als volgt samen vatten: 1. in de meeste gevallen gaven de planten die 
rijker aan suiker zijn ook nakomelingen met een hooger suikergehalte; 2. de 
suikerrijkere planten zijn zwaarder dan die welke armer aan suiker zijn; 
•A. de zware planten zijn in het algemeen suikerrijker dan de lichtere planten. 
Een tweede oogst leerde daarop: u. dat bij de meeste variëteiten de suiker- 
rijke planten suikerrijkere nakomelingen gaven; h. dat bij de meeste varië- 
teiten de suikerrijkere nakomelingen een grooter oogstgewicht hadden; 
c. dat schijnbaar homogene bodems groote verschillen in oogst kunnen op- 
leveren en het daarom zaak is kleinere proefstukken te nemen; i1. dat bij 
Cheribon-riet de nakomelingen van suikerrijke planten minder door de sereh- 
ziekte worden aangetast dan de nakomelingen vau suikerarme planten. 

Dit laatste verrassende resultaat werd in het derde jaar nog nader be- 
vestigd. Het geleverde bewijs, dat het suikergehalte van het riet stijgt met 
het gewicht is een andere uitkomst, waarop niet te rekenen viel, doch wier 
praktische beteekenis in het oog springt; hetzelfde is te zeggen van de ver- 
kregen wetenschap, dat zw are planten zwaardere nakomelingen neven. Door 
deze beide laatste eigenschai)pen werd het hoofddoel van de geheele serie 
proeven boven verwachting bereikt, namelijk te bewijzen, dat de nakome- 
lingen van suikerrijke planten suikerrijker zijn. 

De beknopte verhandeling van den Heer Ko orders over cauliflore 
planten begint met de bespreking van twee Ficus-soorten, de bekende Ficus 
Kibes en Ficus geocar])a, waar de receptacula aan lange bladerlooze takken 
worden geproduceerd, welke aan den si am voet ontspringen. Ken soortgelijk 
verschijnsel wordt voorts aangegeven voor (\vrtandra geocaipa. tJyrtandra 
hypogea en Suaianja calllliiix, drie interessante planten door den schrijver 
in Noord-Celebes ontdekt. Eindelijk worden nog Sageraea cauliflora. Ficus 
Vrieseana en Diospyros cauliflora beschreven en afgebeeld. 



10 

!>(• (luui «Idi ll(»()j;l('('i;i;ir T <• n z i ;.' ircj^cvcii IK-Hchri j\ in^^r dei- \('j;(»tatie 
\iiii l\ r;i k;it;i II kIodt \ ('iscliiMlfiii- liji.'ii :t iiltil \ |)i(-M op^^cliiisliMMli sliiil zirli 
;i:iii ;i;iii lul ;iilik<-l in lid /.cNfinli- fli-il der- .,A iiiiiiIcH" openhaal' gemaakt ovci" 
den plant ('11 ^loci \ an lid cihi ml na ili- (iiipl ir. I )ii(»i- »lfii scliri Jn i-r zcll' u ni-(lt 
zijne \ (•rliaiKleliii;; nn;_n'\ eer in (je \ (il;.'fn(|i' uodidi-ii ^"•icsiiinccrd : 
1". hl' hcMiociint,' \an Krakalan ii-n \aii (!<■ iialiiiii;,'c *-ilan(l<Mi .. Xfilalf-n 
riland" en .,La ii;; ciland'i ^aal Ix-i ickkcji jk lan;izaani \<miiI. In «li- licu 
en i'cn half jaar. die er \ ciIooimmi zijn Insscdif-n d<' (•«•isti- en d<' tufcdc 
Itotanisclir ((piM-niiti;^ is lid aantal \aatplanlcn nid rcns dii«'inaal ;fi(>ulci' 
;,M'\\ ni-drn ("-'(i sooiti'ii il! |ss(i en <iL' soorten in lS!»7i; 
2". ()|t alle drio do cilandrn liooji nicn aan lioi str-aiid (\i- zoo;:onoonido ..l'os- 
( 'apra"tonnal ie de overhand ; Hhizophorcii onihrokcn noj: ^ndnoj. lorwijl 
allo<ni op ,,A'(Mlalcii oiTdain]" <>oii IiohIh \;ni slrandhosdi is waar lo ni-nioii. 
Moor landwaarts in is (h- flora (h»or oen soort \;iii Sa\aiina L'oroproson- 
looi'd. nid dcols moor dan nianslioouo j_'"asson. ()p th- honxcls on in d»- 
i'avijnon ui-ooion hiu<^ï'«' j^'rasson mot weinitrc» andoro !Miancro;iamon er) 
tali'ijko \arons te zamon; aan do stoilo waTidon licMicii \ ai ons wo'^ cvonals 
tion on (h^u lialf jaar jjcolodon. «rohool do ov(M-harid. lloostors komon er 
sloohts woini<i voor on boomon bijna in het pjohool niof (M. Hof slaat dan 
ook fo vooT'zion. dat er een zeer jjernimen tijd znl modoo. \oiloopon al- 
vorens do bovenste lairen dor vii1kanis(die massa voldoomb' zijn \orweoid 
en Inimns i^cnooü beval fon om aan een liooj: bosdi. zooals \ i-oe^er op do 
eilanden aanwozij; was. het aanzijn te <i:ov<mi: 
.'?". TTof nieerondool dor in li? jaai* nioinv ()])f;ofrodou Phanoi-ojiamen (riiiin 
()0%) is dooi' zeestroom injion, oen ijoi-infroi- i>orcentap:e f*>2^ 1 door don 
Avind en sloohfs zoim- wf'inijic soorten (onj:('voor 7%) door bemiddollinp: 
van vrucht enotendo dieren aanjjovoord. 

I>o voorlaatste verhan(b'lin<.r. \an d(^ hand \an Mo\ronw \ ion wou 
h n i s, leert do i-osnlfaf(Mi kennen van (hmi onderzoek naar de eisonaardis- 
hodon van oen ab_romeen in onz<'n archijx'l \orsproid strand_s:ras. dat op eene 
morkwaardifio wijze zijne \indilen in staat stolt o|) h(M zeewater te drij\en. 
welke oigensoha]) oen liroofe rol s])oolf bij do vorsproidinir van hot cowas en 
zijn vooi'komen op xcr van elkaar verwijderde stranden verklaart. Do uit- 
oenzettino- mot <le haar verj;('zollondo platen <;oeft een nanwkonrit; inzicht in 
de manier, waarop de bedoelde ei jjenaardi ^lieden tot stand komen. 

Het laatste artikel handelt mot vrij voel nitvoorighoid over de wijze, 



(') Mei uitzondering van eenige Casuarina's (»Tjemara's"). 



11 

waaroi» bij Ficus hiita de kiem ontstaat. Hoewel geheel afdoende zekerheid 
uiet verkregen kou worden, zoo pleil or toeh zeer veel voor, dat men hier met 
een geval van parthenogenesis te doen heeft. Wel is wa^ir komt er stuif- 
meel op de stempels en werd dit in een begin van kieming aangetroffen, nim- 
mer echter, in weerwil van het buitengemeen groot aantal onderzochte ge- 
vallen, werden er toppen van stuif meelbiiizen in de nabijheid van de eicel 
aangetroffen, ook niet in die stadiën, waarin de bevruchting zou moeten ge- 
beuren. Dat die bevruchting inderdaad achterwege blijft, wordt nog eenigs- 
zins waarschijnlijker gemaakt door de gt^ringe ontwikkeling van het eiappa- 
raat en, vooral, door eene geconstateerde reductie in de deeling der endo- 
spermkernen. Er werd evenwel niet nagelaten er op te wijzen, dat in weer- 
Avil van dit alles de aangenomen ])arthenogenesis nog ten deele (^en hypothe- 
tisch karakter heeft en het beschreven geval derhalve in het geheel niet o)» 
eene lijn is te stellen met hetgeen door de onderzoekers M u r b e c k en 
J uel bij de geslachten Alchemilla en Antennaria is waargenomen. 



\'an het ,, Bulletin de Tlustitut botani(}ue de liuitenzorg" verschenen de 
nummers V2 tot 15. 

Het eerste dier vier niimmers bevat een in de Duitsche taal geschreven 
opstel van den Heer V a 1 et o n. getiteld: ..Einige Notizen ueber neue und 
schon bekannte Arten der Gattung (} e u i o s t o m a". 

D^ y a 1 e t o n heeft het geslacht Geniostoma aan (M^ne herziening 
onderworpen, gebaseerd op het (>nderzo<^k van een tiental soorten — waar 
onder vier nieuwe — deels voorkomend in het door D'". S. H. K o o r d e r s 
op Java verzameld herbarium, deels in het herbarium van de 1"^'" afdeeling 
alsmede van eenige, in den botanisclien tuin gekweekte, levende <'xemplaren. 
Eene volledige bewerking van het geslacht bleek onuit voerbaai-, daar de be- 
schrijvingen door Ra il Ion \an Nieuw-Caledonische soorten gegeven 
(en begraven in het Bulletin de la Soci^tf^ Linn(^enne de l*aris) niet geconsnl 
teerd konden worden. 

De Heer "S^ a 1 e t o n geeft koile in liet Latijn gestelde beschrijvingen 
der tien sooi-ten — wal nil voei'igei- voor de nieuwe — en een analvlisclie 
tabel voor liai-e onderscheiding, waaibij hoofdzakelijk van de gedaant<' dei' 
meeldraden wordt gebruikt gemaakt, welke organen op eene ]»laat, de ver- 
handeling x'ei'gezellende, woi'den afgebeeld. 

Nummer XI II van liet ..Bnllelin" bevat, na een kort voorwoord van d«ni 
ondergeteekende, eenige algemeene bemerkingen over de fauna van Buiten- 



12 

zoi}^ «-Il (tniKirrkcri \ ;iii <lr Ii;iri(l \;iii<i<n llii-f I\ o ii i ii ^i k Im' i' ^' i- i . liitT- 
oimIci' \\<n<lt l»i.i <!"• |i;ii ;i^i jiiil (i\(i li<i I..1 imIImhi w /.(lölojritscli (imliMZock — 
over (lil iiiiiiiiin T ;^rli;iiMlcl(l, slrclils witnlf :i;iii (l'-/.<- |(l;i;ils \ i-i iii<-l<l. diil lii| 
(Icli (,ii(|ci I ilcl .,/(i<(|()>;ii- 1" (li;i;i;^l. l»(/.i' i 11 lin\ ;i I ii' li'-i'fl |i-ii dncl. (iiii. Ill<"l 
\ ;isl lidiKliii;^ \iili (Icii ;il;^ciiicciii"ii lihl. |im li |iiil)l ii;i I 'n-s \;ili In-l '/.i)n\n'^\si ]\ 
Miisriiiii iiil^MniMlc fii Niiurdr w ciciis.liiiitiM'liJkc \\<ti'|(1 in lici ;i I;^ciihm-ii \;iri 
1mI;iii;4. uiidcr de /.icli iti lii'l iii j/dlidri' ;i;ill /.(Mdoj^ir wijdriidc ;^clc<Td<'li !<■ 
killilH'ii \ ris|i|ridcli. \\;i;ird(K»r Ie ^'"lijk \<>nr ons Ix'lilli^il'i jkf ficsdlli II <•!) in 
I uil worden mil \ ;in;.'i-n. 

OiM soorl^M'Iijkc irdcncn ;ils dr y.mt >-\c\\ ;i;in|^i-\ uci-d"-. dr;i;i;>'t 11' X I \' 
i.,rii;ii in;i<<d(ij;is( lic Mil lliciliin^ii-n \ on !>'. \\'. <1. 1'. •» o r s ni ;i"i (•«•n under 
litcl: .,rii;iini:ic()l(i^i(' I". !><■/,<• .,.M il I licil ijn;^i'ii"" Noinn-n ft-ii uil t i'«'ks('l uil 
hel n;i if nocinrn 1 1" .■')L! der ...Mrdcdcclin^on uil "s l.ands l'kinlcnt uin"". I);i;ir 
in lirl \o(M;il'.uii;iud jaiii\ oishi^^ dncir den s(dirij\<T zrll' fcii (»\ nzirlil dcizfdfdc 
oiMlcr/.orkiiiuon is ^o^cvcn ihliidz. T.'l l(»l 7.")! k;iii d:i!ii-ii;i;ir liii-r woidcn 

\(I\\('Z('U. 

r.ullctiii 11- X\\ ('indclijk. Iioudt in: Iwcc vci-liiuidclinjion van den lieer 
\' a I r t u II. de ecue <;etitokl ,,lk'ilrap;(' zui- '-;yn(»nyinik ('ini.ucr .Javaniscdion 
Sapindacecn Ai-ton"' do andere l*ayena sli]Hilaris llnrek besclirijvendo (voor- 
zien van eene afbeelding) en in de derde jdaats een artikel van de Heeren 
^an ){ o in lm i- i: li en T r o ni ]> de Haas, tot tilel dra-icnd: ..liniMti- 
tance de Tanalyse (diinii(ine jionr la cnllure des arbres a (int la-jter* lia". 

Hel eerste artikel handelt over eoDifje onjuistheden en onzekerheden in 
de nmnenclatnnr bij de familie in (inaostie, terwijl het tweede bernsl oj» eeue 
bewerking van voliedi*;- materiaal van Payeua stipnlaris. door \y. vau 
]\ o m b \i I- ^ h bij jijelejienheid zijner reis in Sumalra verzameld, waardoor 
het mogelijk is .u;eworden eene <;oede beschrijving te makeu van deze te 
voren sleehts zeer onvolledig; bekende soort. 

In hel derde artikel w(trdt door de schrijvers, na eene korte inleiding, 
er op gewezen, hoe de toenemende vi'aag naar getah-pertja gepaard met het 
zeldzamer worden der groote exemplaren nit de oorspronkelijke wouden vau 
die soorten, welke het beste product leveren, er toe hebben geleid, dat ver- 
mengingen en vervalschingen in toenemende mate worden in toepassing 
geltracht. Dit zoo zijnde zoude het van veel waarde zijn eene goede methode 
te bezitten voor het taxeeren der werkelijke waarde van getah-pertja mon- 
sters. Op chemisehen weg kan men ongelukkigerwijze niet geheel tot het 
gewenschte resultaat komen, daar niet alleen de chemische samenstelling 



15 

doch evenzeer de physisohe eigenschappen eene rol bij de waardebepaling 
spelen. Toch kan de chemische analyse, zij het ook wat beperkt in hare 
aanwending, van veel nut zijn. Het ruwe product getah-pertja toch is, af- 
gescheiden van alle opzettelijke bijniengselen, samengesteld uit eigenlijk 
gezegde gutta, uit harsachtige stoffen, uit stukken van de medegekomen 
boomschors en water; het eerste dier samenstellende deelen nu, kan door 
chemische analyse worden bepaald, waardoor het mogelijk is de monsters, 
die rijk zijn aan eigenlijke gutta, te onderkennen van dezulken, wier gehalte 
daaraan gering is. 

Na er op te hebben gewezen, dat de methoden door () b a c h, G r a s s e 
en anderen gepubliceerd, niet aan het doel beantwoorden, geven de schrijvers 
de door hen gevolgde manier aan, waarbij bepaald worden: water, onzuiver- 
heden, harsen en zuivere gutta. Hoewel de door hen gevolgde methode ook 
hare fouten heeft, welke worden aangeduid, zoo kan zij toch zeer goede 
diensten bewijzen en dat niet alleen voor het onderzoeken van handelsmon- 
sters doch ook om uit aanplantingen van op het oog gelijke of althans zeer 
op elkaar gelijkende bpomen die exemplaren op te sporen van welke een 
minderwaardig product afkomstig is; door voorbeelden, ontleend aan onze 
eigene aanplantingen, zoowel in den cultuurtuin als te Tjipetir, en aan een 
onderzoek van het pi-oduct van twee boomen uit den botanischen tuin te 
P«Miang (een onderzoek verricht oj) verzoek van den Heer C u i- 1 i s, leider 
van dien tuin), wordt dit door de schrijvers duidelijk gemaakt. 



Van de „Mededeel ingen uit "s Lands riantenhün" verschenen in het ver- 
slagjaar de volgende aflevei'ingeu : 

52. D''. W. G. Boorsma. Nadere resultaten van hei onderzoek 
naar de plantenstoffen van Nederlandsch indir'. (Zie vorig verslag onder 
l»aragraaf fi). 

5;}. l)"". J. van Breda de Haan. Eene aaltjes-ziekte der rijst: 
„Onio mentek" of „Onio banibang". 

54. IV. J. C K o n i n gs b e r ge r. De zoogdieren van Java. 

55. I)*". 1). .1. H i s s i n k. Verslag van de o{> Deli uiet betrekking tot 
de tabaksculluur genomen bemeslingsproeven op ])roervelden. in het 
jaar 1900. 

56. TV. E. G. J. M o h r. Ov<M' h«'t .oogsten van Deli-tabak op ver- 
schillende tijden van den dag. 

57. !>'■. .T. (J. Kramers. Verslag omti'ent grondanalysen van 
koffietuinen. 



u 

f)8. TT. C. ir. de IJ i o. De hindltoiiw *]*-]■ inliiridHclH' IxMolkinf^ op 
.Jav;i (( woede i^edcclh*). 

r.1». I)^ S. 11. K o <» i-(l (• I s i-ii I»'. Th. \' :i I <• l o II. I'.ijdrage II- 8 
lot (!<■ kciiiii.s (ItT l»()(»iiis(M»ilcii (i|i .lava. 

(iO. I )'. I ). .1 . 1 1 i s s i II l<. \'ci slat: \ aii (II- <i|» I )(li iiM'l Im-I icUUiii;; l(tt 
<lt' laltaksciill iiiir ^ciKMniMi Imhicsi iii^s|»i()f\ en oj» pniflv cltlcii in lit-l 
jaar l'.tOI. 

\'aii (ic/c a ricNciiii^fii Irrll iiicii in <|c ImM loUkcii |»ara;^ia|ilifii van dil 
\crsla};, Ziioais ook in andcir jaii'ii h' ddi-n ;;t'|(riiiivrii Jk was, korlt; (ncryarli- 
Ifii aan, Ix-iiahc \aii ir'.~)S, w aaionii nnl daai(»ni liici iels wordt medegedeeld. 

IMl iwcfdc deel \ ai) liet ini((i;j;(' werk \uii den Heer de 15 ie houdt een 
/.eer iiil\ oeiii^cn ai[dial)eLis(lieu index oj.) de beide deeleii in eu, \u eeu auu- 
lKiu^.sel, een aantal loeliehtiugen op het eei-Hte deel. Voorts beHtaat het 
li(t(»rd/akelijk nit dii<' liourdsliikkeii, getiteld; ,,IJeig(iill niii", ,,Kiuid(,Mij'" en 
„llandelsgewassen". Llel eerste hooldsluk handelt over: aardappelen, kool, 
uien, knoflook, enz. zoomede selderij en waterkers; het tweede over verschil- 
lende door de bevolking geteelde kruiden, als: Gember, Alpinia, Kaempfe- 
ria's, Klett aria's, Amonium, Coriaudrum, Oeimum enz.; het derde over: tabak, 
indigo, Morinda, Sapan, katoen, djarak, suikerriet enz., gewassen aangaande 
w ii'f \vij/,e \an cnltnni' en bemesting door de bevolking de vereischte ge- 
gevens worden verschaft, terwijl er aan is toegevoegd een overzicht van de 
teelt van zoet watervisch o]) sawah's. 



De rubriek „Korte berichten uit "s Lands Planteuluin, uitgaande van 
den Directeur der inrichting'", in jaargang i:> van het tijdschrift „Tejs- 
mannia", houdt in: 

l. T)'". P.' van U o m b u r g h. Over 1'isang vezel bereiding. 

Ü. D'. E. C. J. M o h r. Mededeeliug omtrent eenige Psychrometer- 
proeven, genomen in Deli, 11U)1, 1. 

3. D'. E. C. J. Moh r. Ibid. II. 

4. !)'■. VV. K. Tromp de Haas. Uitkomsten van enkele in 1901 
verrichte altappingsi»róeven met Hevea brasiliensis, in den Cultuurtuin te 
Tjikeunieiih verkregen (vervolg). 

5. D'. J. C. K o n i n g s b e r g e r. Over de insecten, die mogelijker- 
wijze bij de vers]>reiding der Surra een rol spelen. 

(i. D"". P. van R o m b u r g h. Eenige aanteekeningen over de in 
Buitenzorg gekweekte Ooffea stenophylla Don. 



15 

7. D"". P. V a n R o m b u r g 11 en D^ W. R. Tromp de Haas. 
Het belang vau chemisch onderzoek voor de getah-pertja cultuur. 

8. D''. E. C. J. M o h r. Korte beschouwingen over eenige proeven 
aangaande het drogen der tabak, genomen met behulp van psychrometers, 
in Deli, 19U2. 

9. D^ D. J. H i s s i n k. Tabaksasch, Kalisalpeter en Guano. 

10. D^ D. J. H i s s i n k. Eenige resultaten van tabaksbouw in Deli 
op met Albizzia nnduceana gereboiseerden grond, met plan voor 19U3. 

11. IV. W. R. ïromp de Haas. Uitkomsten van in 1902 ver- 
richte aftappingsproeven met Hevea brasiliensis in den Cultuurtuin. 

In het eerste artikel geeft de Heer van R o m b u r g h een overzicht 
van de opgedane ervaringen met de cultuur van Fisang-soorten, ter ver- 
krijging vau vezels zoowel Manilla-hennep als „Pisang radja"" en „Pisang 
soesoe"", zoowel naar de resultaten in den Cultuurtuin als elders verkregen; 
wat de beide laatste variëteiten betreft, wordt in het bijzonder gewezen op 
de uitkomsten op de onderneming „Pouowareug" (in Pekalongan) verkregen 
en op hetgeen ter zake is gedaan door den Ingenieur van der P 1 o e g. 

Nadat vroeger dour den schrijver van het tweede artikel reeds gewezen 
was op de noodzakelijkheid om in vele gevallen de suV)jectieve schatting vau 
temperatuur en vochtigheid, bij het tabaksdrogeu, door objectieve waar- 
neming te vervangen, wordt hier door hem eene eerste poging gedaan ter 
beantwoording vau een aantal vragen, van beleekeuis bij het drogen vau 
tabak, met behulp van psychrometers. De al verkregen gegevens, die wor- 
den vermeld en met tabellarische overzichten toegelichl zijn nug weinig in 
getal; niettemin werden zij openbaar gemaakt, zoowel om een denkbeeld 
van de te verkrijgen definitieve uitkomsten te verschaffen, als ook, en vooral, 
om de wijze vau waarnemen en het verwerken der gegevens bekend te maken 
en daardoor op te wekken tot het doen van een grooter aantal waarnemingen, 
die meer zekerheid der conclusies zullen brengen. 

Ue volgende vragen werden in het oog gevat: I, bestaat er verschil in 
temperatuur en relatieve vochtigheid der lucht buiten en binnen de droog- 
schuur eu zoo ja, hot; groot is dit op verschillende tijden van den dag; 11, hoe 
verandert dit vers«diil tusschen buiten en binnen in de schuur met het open- 
of gesloten zijn der „tinkeps"; 111, herschen er op verschillende plaatsen in 
de S(;huur vers(;hillt'ii(le condities \;iu Iniiperatuur en relatieve vochtigheid 
(Ier lucht en welken invloed heeft wind; l\', lioe \eiaiuleren genoemde com- 
dities met den ondeiihtin der t«^ diogen labaU; \', welken invloed hebben 
vuren. 



ir. 

lid l)|(i-|^. (|;ii II /.i< Il (liiidclijkc vciscliillcii Mtordot-n iii temporatuur 
I iisstlifii (If liiiilciiliiclil. i'ii tic liwlil in (!»• (li<)(t;is< liiiiir, en dal lifl/fil(l<' bfl 
j^eval is im-l d»- i-clatieve vddilij^iifid, Icrwijl de scliiijv ci-, aiicH U; zaïui'U 
\alh'iidc, i(»t de \(i|M(.|idc coik liisic i^ciaaUl: waiidtii i-ii dakb«*dekkiugeu 
iiiorU'ii Z()(«laiii;; /iju ;4f(oiisl iihm rd, d;il /ij diiv ;;fiiiM-;^ /-ij'i, <mi dt- Iciiipe- 
lalmir yax) wciiii}; mogelijk Ic dijcn stIioiiiiiifhMi, en sooial d«*s iiachlh» vol- 
d(»('iidc liooj; If lioiidcii. Ncidcr dicht {^cnoc;^, om de l.iiiiicndi-iuj^eiide naclil- 
liirlii \;iii mist fii iic\('l Ic ziii\ ficii, ril tcvciis liaic icmpcrai mir ccnigHziiis Ic 
\ cilioo;;!-!!. I»;i;ir lc;;cii(i\ er (•( lilt-r (toiv iMtrmis j^cnofM, uin voldoende luclil- 
vcivcrscliin;; mo;;('lijk Ic mailen, (iah-n t-ii sitlcicii. m. a. w . .slerhic alwci- 
I<iug, zijn dus \ ci-dcrl'idijkt'r daii Ic luclilij^c atap. Wal lici siokcn aangaat 
wordt noj^ opgemerkt dat het lesullaat er vaii tweeeidei blijkt te ziju, uamc- 
lijk: in de nabijheid van het vuur mag de relatieve vochtigheid iets vermiu- 
dcrcu, aun hel andere einde vau de schuur daareutegeu is zij eveuveel ver- 
meerderd. 

Aan het slot van hel tweede stuk over hetzelfde onderwerp geeft de 
Ilccr M o 11 r in een résumé de verschillende verkregen uitkomsten in 
aphoristischeu Norni aan. Aan dat résumé moge nog het volgende worden 
ontleend. Gemiddeld is het verschil tusschen binnen en buiten het grootst 
om ongeveer li uur voormiddag; men vindt echter bijzonder groote verschil- 
len bij plotselinge weersverauderiugen, zoodat men goed doet bij de eerste 
voorteekencn daarvan de schuren te sluiten. De dagelijksche schomme- 
lingen van temperatuur en relatieve vochtigheid zijn voor de buitenlucht veel 
groot er dan voor de lucht in de schuur. Het is in het belang van een gelijk- 
matig opdrogen der tabak dat de genoemde schommelingen in de schuur zoo 
klein mogelijk zijn. Het openzetten der tinkeps is iets wat men tot een 
minimum moet trachten te beperken; bedekte lucht is echter geen reden tot 
het gesloten houden der tinkeps. Boven in de schuur is het doorloopend 
warmer en droger dan beneden, terwijl beneden weer verschil is tusschen 
middenin- en naar de zij-tinkeps toe, voornamelijk zoo, dat de dagelijksche 
schommelingen middenin geringer zijn dan naar de zijden toe, en het in het 
midden het vochtigste is. Wil men stoken in de schuur dan doe men dit over 
de geheele lengte, wil niet de waterdamp van de vuren in de niet gestookte 
kamers de vochtigheid gaan verhoogen. 

De schrijver eindigt met er nogmaals op te wijzen, dat alle proeven 
meervoudig herhaald zullen moeten worden om het door hem gegeven over- 
zicht aan te vullen en eventueel te corrigeeren. 

Het artikel van den Heer T r o m p d e Haas vormt oon vervolg oj» het 



17 

besprokene in het vorij^; jaarversla}; (bladz. 22). Van de verkregen uitkom- 
sten laat zich liier vermelden, dat duidelijk bleek hoe de hoeveelheid door 
insnijdinj>en verkre<;en caoutchouc nu:>er afhangt van den omvang der af- 
zonderlijke boonien dan van het aantal stammen op een gegeven oppervlakte 
gronds staande. Op vier- of vijfjarigen leeftijd zijn de Hevea-boomeu nog 
in het geheel niet tapbaar; van een viertal zulke boompjes werd slechts 
enkele grammen product verkregen. 

Het is bekend, dat de onder den naam van „Surra" aangeduide ziekte 
van paarden en runderen wordt veroorzaakt door een micro-organisme dat 
in het bloed huist, terwijl het waarschijnlijk is te achten, dat de overbrenging 
van die parasieten van het eene dier naar het andere plaats heeft door in 
secteu, op dezelfde wjze als de ,,Texaskoorts" der runderc^u door steken wordt 
verspreid en de beruchte paardenziekte in Zuid-Afrika door de steken van de 
Tse-tse vlieg wordt te weeg gebracht. In de eerste plaats viel derhalve na 
te gaan welke insecten ten onzent de voor surra vatbare diereu door hunne 
steken lastig vallen en dus als overbrengers der ziekte in aanmerking zou 
den kunnen komen. Zoo'danige insecten naar Buitenzorg overgezonden en 
door den Heer K o n i n g s b e r g e r onderzocht bleken te behooreu tot de 
volgende diervormen: teken, luisvliegen, tabaniden en chrysopiden, musciden. 

Deze laatste, de eigenlijge vliegen, zijn het tot wie men zich in de eerste 
plaats zal hebben te wenden, naar het schijnt, om proefondervindelijk uit 
te maken of vliegen eenig aandeel in de verspreiding der surra hebben. Dit 
is de conclusie, waartoe het vijfde opstel komt. 

In het volgende artikel doet de Heer van R o m b u r g h mededeeling 
over groei en samenstelling van Coffea stenophylla, in den (Jultuurtuin in 
een gering aantal volwassen exemplaren aanwezig, en voortgekomen uit zaad 
uit den botanischeu tuin te Singapore ten geschenke ontvangen. Oude bla- 
deren van deze koffiesoort hadden bij onderzoek geen caffeïne opgeleverd; 
nadat de boomen in den West-moesson jong blad hadden gemaakt werd dit 
onderzochl en bleek het (),HÜ% caffeïne te bevatten. 

Het artikel van den Heeren van Komburgh i-n Tromp de 
Haas geeft in de Nederlandsche taal hetzelfde als het hitnltoven kort be 
sprokene uit het XV'' nummer van ons Bulletin. 

In het volgend artikel geeft de Heer M o h r een overzicht van de resul- 
taten der verder in Deli gedane proeven om met behulp van psychronu^ers 
de beste condities voor het drogen van tabak te vinden. 

Verslag van 'slands pla.xtëntuin 1902. 2 



18 

In lief ii]fj^('mf'('U werd (l(»(ii de niciiwi- |m<h'v<'ii iMScsli;;»!, li»l;;fM'ii viocpjpr 
v\;iH vvaar^ciKMiK'ii hfliclTriKli' <|c \ crscliiUcn <i|( \ i-isi|iillfni|f |ilaats«'ii van 
(If (lr'00}j:Hchiiiii' ; vooijil (!<• \ cisrliillfii huscii t-n l»i-iii<li-ii in «l»- si Iniiii- \\;irfij 
Wedi-T (»|iiiii'ikc| i il\. |»i- ;ji-(|;iin- w ;i,ii in-iiiili;.'ili |j;i\fli aa lih-idi li'.; 
dttor di'll lieer M o ll l den l;i;id ie doen ;je\en (ini nieeideie \eniilalie li(l\cn 

in de sriiiiien aan Ie l»ien;_'en. \',\'\ eene ;jed;ine iniiel. waar men srlnMir 
slecnen <»|» den n(dv \;in de sejninr had aan^^elnai hl . Ideek een /.eer niiMi|^ 
idTecl Ie zijn \erkie;^en. I)il 'j.:\\ den s<hiij\er aaidcidin^i nu;^ niei nu er 
aandranj^ terii;:,' Ie l;t»nii'n (t|t een \ ine^^er al dixtr hem iiiin;ie;;e\ en deniJneid, 
namelijk om de dru(»j.;s( huren \an een dnldiej dak h- \<)(»r/ien, <d' len minste 
in die ri( hiini; proeven Ie nenn-n. 

In zijn tt[»slel over tahaksasrh, ka lisiiljteler en .."inami" tdal wil /e^i^en 
»h' onder dien naam op heli ^ehruikl \\(»rdende nn-slslol) ^eejl h'. II i s- 
sin k in de eiM'sle plaals de nilk(»nislen \an eeniiie unalvses \an lienj l<»e<j;L*- 
zonden lahaksasi li. Daarbij bleken d«^ siliadelijke lieslanddeelen (dilooi- nn 
zwa.velznnr .slechts in «geringe boeveelhuden voor Ie komen. Het lage kali- 
gebalte gaf vouial aanleiding lol den raad meer zor^ aan de \erass(diing ie 
besteden, waartoe eenige wenken worden \erslrtd;l, alsnied»' gegevens om 
eeuigszins uit te maken ol" de grootere uitgaven vooi- die njeerdere zorg ver- 
moedelijk al dan niet loonend zullen zijn. In de I weede i>laats wordt de 
vraag besproken of bet wel geraden is guano en asi b Ie zanien toe te dienen, 
eene werkwijze, die aaii den eenen kant natuurlijk arbeid uitspaart. do( b aan 
de andere zijde bet nadeel betdt, dal men dooi- bet ontwijken van ammoniak 
een verlies aan stikstof lij«lt. De s( brij ver komt tol bel besluit in bet alge 
meen den raad te moeten geven guano afzonderlijk toe te dienen en bierman 
slechts dan af te wijken, wanneer men vermengt: 8 deelen eener guano van 
5% stikstof, 10% phosphorzuur (en 1(1% kali) met l deel tabaksasch en deze 
vermenging den dag, voordat bet mengsel gebruikt wordt, plaats grijpt. 

Tegen vermenging van guano en kalisaljietei- o]i Deli, eenigen tijd voor 
bet gebruik, bestaat, naar schrijver aangeeft geen bezwaar; over de wijzen 
van toedienen op gronden van verschillende geaardheid woorden ten slotte 
eenige wenken gegeven. 

Het voorlaatste artikel is eene voorlooi)ige mededeeling over den invloed 
van Albizzia groei op den later op den bodem te teelen tabak. De te dien 
aanzien verkregen resultaten blijken op nog veel te weinig en te onvoldoende 
gegevens te berusten om tot een afdoend ooi'de(d te geraken, zoodat kritische 
beschouwingen dien aangaande nog geenerlei recht van bestaan hebben. 
IS'aar het oordeel van den Heer H i s s i n k w as voorloopig geen ongustige 



19 

conclusie teu opzichte van de Albizzia-tabak uit het tot nog toe waarge- 
noniene te trekken. 

In het laatste aitikel j-aat de Heer T r o ni ]> de Haas voort met het 
vermelden der uitkomsten van de aftappingsproeven met Hevea in den cul- 
tuurtuin. Die resultaten worden in tabellarischen vorm medegedeeld. 
Vroeger was waargenomen, dat de ui. een boom te winnen caoutchouc-hoe- 
veelheid niet meer evenredig is aan de lengte der insnijdingen, wanneer deze 
een bepaalde grens heeft overschreden. Er werd getracht in de eerste plaats 
die grens nader te bepalen. Het bleek op nieuw hoe de weersgesteldheid van 
invloed is oj) het te verkrijgen quantum caoutcliouc, hetgeen van een planten- 
phvsiologis<-h standpunt alleszins begrijpelijk is. Wijders werd andermaal 
het te voren reeds geconstateerde feit waargenomen, dat het benedenste 
stamgedeelte het rijkst aan uitvloeiend melksap is. 

§ III. 

l^t' AFDEELING DER INRICHTING. 

(HERBARIUM EN MUSEUM). 

Bij het gaan xau den ondergeteekende naar Europa, was hem ook o\)- 
gedi'agen het doen der noodige voorbereidende stappen om tot eene vervulliu"- 
der nog altijd vaceerende betrekking van chef dezer afdeeling te geraken. 
Wel kon aan die opdracht ten slotte worden voldaan, echter, door een samen- 
loop van toevallige omstandigheden van den wil van steller dezes geheel on- 
afhankelijk, niet voor het einde van het verslagjaar. Kan er dus andermaal 
over deze afdeeling w^einig belangrijks worden gemeld, aangenaam is het 
althans hieraan de verklaring te kunnen toevoegen, dat een volgend verslag 
het weder intreden van den normalen toestand zal kunnen berichten en de 
opening eener nieuwe i)eriode van energieke werkzaamheid op systematisch 
botanisch gebied. 

Evenals ten vorigen jare had de Ulh^v \' a 1 e t o u de bereidwilligheid, 
als ambtenaar-kruidkundige bij de VII'''' afdeeling, bij het bewerken der 
collecties van de boschboomflora tevens de determinatie te veirichten van 
eenig materiaal, tot verschillende families behoorend. uit ons algemeen- en 
tuin herbarium. \'an den Heer F 1 e i s c h e r werden wedei'om twee porte- 
feuilles nu't bladmossen ontvangen, gedetermineerd bij zijne bewcM-king der 
mossen voor de Flora van Buitenzorg. 

Behalve de Heer<Mi D. T i- a i u. Directeui' van den boianisrheu tuin te 
Calcutta en J. Buugoë te Naestved in Denemarken, die de goedheid 
hadden resp. Indigoferas en Botamogetou's uit ons algemeen herbarium aan 



20 

f<'no rfviHi<' te onrtfiwor])f*n, v\<i(J no^ i< rii^Mtnt v;in<i«*n, van il»- r»iit<fif \;in 
«If'ii hotaiiiHcluMi fniri !•• !\('W, ft-in' ^M-dfifiiiiiiirci-di' \fi/;iiii(liii;^ Amisiio 
cladiiccjic ('II I )i|»tfi(»(;ii|);i(»;h'. wtlkty.ij in dd lijd uji vt-i/ock \aii liit-r i»m' 
ht'W cikili^ IkkI hiiI \ ;iiiu».ii. 

Dr Hf» Tfii I). M f I- !• i t 1 \;iii .M;iiiill:i .11 < '. A . I'. a«k.-i uil l'.alavia 
Vfitoi'ldrii (•♦■iiij^cii tijd in dr :ildttl in;^ It-r txsl ndft rmii d<'r lii)r;i \;in dtii 
O. I. Anliii)»'!. 

Daar dr wrik/aanilirdni san drn < 'onsnv nlor rn \an lit-i inlaiidsrli jm-i- 
sunrrl dt r afdfclin^i overigens van drii ztlldfn .inid \\;iicn ;il>- die in Int 
V(>ri}4 vt'islaji \criiicld, /oo lno^t• da.nnaar \ ciwr/rn \s(iid<n. 

Zdoals in jiarat^raat' I is \»'rnicld, wnd in di-n l.i((|) \;in hri v«*rsla^jaar 
aan th'ii mantri bij InM liorbaiinn;, .Mas Ars in, dr /.il\(irn strr vottr 
trouw ril vrrdicnHtc l<K'ji«*k(*nd. Ilri is liirr dr jilaats om rv nni mi mkrl 
woord o|» l<' wij/<'n. lior drzr inlandsriir hcanilitr. dir nirt niindri dan .''.<i 
jaai' in vrisrhillcndr lictirkkinfit-n bij 's bands rianiriilnin is ucrk/.aani <^r- 
wrrsl. rn arhtcrrrnvoljirns iU- naluiiron(lei'/o»'krrs S <• li r f f r r. I' o r b r ja 
en H n 1' e k op luinnt' botanis(hr loi/.cn in den Arcliiprl hrrti \rrj;r/rbl, 
zich steeds door ijver en toewijdinj; heeft j^ekennierkt en hij trvms mi drr 
beste voorbf^Ulen is van de aanzienlijke kennis, wrllce door inlandsihr br 
anibtrn (»|) natuurwetenschappelijk gebied verworven kan uoiMlm, zondri dat 
dit aan h«'t belutud rnirr niinnirr talriidr brsthridriilirid ook dr ^erin^ste af 
breuk doet. 

Behalve het ^••ewoou ondi'rhoud werden ^rrii hrrstellin^m of verandr 
riugen aan de localiteiten der afdeeliug verricht. 

De aanwinsten onzer collecties bestonden in het verslagjaar, brhalvr uit 
de reeds benoemde .Musci frondosi van den Hrer F 1 e i s c h e i rn erne aan 
•gekochte verzameling van 15;i in Siain bijeenoebra<hrr hnbarinin sprciniina. 
uit de volgende schenkingen: 

1. \'an l'rof. D'. E. Rosé n stock uil <i(»tha, 27ii hribarium- 
specimina. 

2. \'an den Dirt^tenr van drn Itoranischrn tuin te Berlijn: 

a. LML* heib. -specimina door Weiland verzameld in N iriiw-Guinea; 

ft. 12S „ „ „ L a n t e r b a c h „ „ ,, „ 

c. 2:> „ „ „Ze w a n d o w s k \ „ „ ,. „ 

d. 2(5 „ „ „ bot. div. „ 

e. \'.V.i „ „ „ Heil wig en S e h i ni }» r i' \er7.anield in 
Nieuw-(5uin<»a en in Aliyssinië; 

ƒ. 77 herbarium specimina uit het Herb. (iottsche tHepaticae), 

8, Van het Bataviaasch ( Jenootschaji van Kunsten en Wetenschappen; 



21 

Gambir uit de Gajoe-landen, bast van den ,,Kónjèr"boom eu bast van den 
,,Nanet''boom. 

4. van den Heer T. O t t a o 1 a n d e r te Pantjoer (Besoeki) 182 ge- 
droogde specimiua van aldaar in het wWd groeiende of gekweekte gewassen. 

5. van den Directeur van den botanischen tuin te Sydney, 44 herbarium- 
specimina van het geshicht Eucalyptus. 

0. Van den Heer J. Baagoë te Naestved in Denemarken 35 Pota- 
mogeton's. 

7. Van den Directeur van den botanischen tuin te ('alcutta, IIU herbar. 
specimina van Britsch- Indische soorten. 

8. Van het „Botanical Museum of the Forestry Bureau of the Philip- 
pine Islands" (door welwillende tusschenkomst van den Heer E 1 m e r D. 
M e r r i 1 1) eene belangrijke verzameling van 929 Lerbarium-specimina uit 
de Philippijnsche eilanden. 

9. Van den heer J. S. (lam b Ie te Kew: 5,"> specimina van 
Bambuseae. 

De belangrijkste verzendingen door de afdeeling gedaan waren de 
volgende : 

1. Aan den Heer Gast e r te Tjimahi, herbarium van 12 verschillende 
voedergrasseu. 

2. Aan Prof K o s e n s t o c k te (iotha, 82 herbariumspecimina van 
Filices. 

3. Aan den Heer H e ij s t e k te Buiteuzorg herbarium van 42 gras- 
soorten. 

4. Aan den Heer P o u r c h e z te Buiten zorg herbarium van 44 gras 
soorten. 

5. Aan den Heer ('. B e 1 h a 1 1 e te Parijs, 190 verschillende herba 
rium-specimina. 

6. Aan den Heer E ij c k e te Semarang herbarium van KHI verschil- 
lende cultuurplanten. 

7. Aan den Hoogleeraar Wijsman te Leiden, herbarium van lil 
verschillende medicinale- en cultuurplanten. 

8. Aan den Heer D. P r a i n. Directeur van den botanischen tuin te 
Calculta, 25 Dioscorea-soorten iiit onzen botanischen tuin. 

9. Aan D''. L. Pierre te St. Mande, U herbarium-si>ecimiua van 
Apocynaceae. 

10. Aan Prof. U. Martelli te Floren<'e. 20 specimina van 
Pandanaceae. 



22 

11. Aan l'iof. L. K a d I k o f <■ r t»- Mnii-li.n, l."'. spfMimiiiii van 
SiijHiidaccac 

§ IV. 

2''" AFi)EKIJN<i hi;i; I MïH I II I .\< .. 
(IJOTANISCIIK i, AI'.oR AToKIAi. 

(I. lift R o t a II i s e 11 H I a I i <> ii. 

|)it jaar iiiaal<t<'ii z<'\<'ii Ix'/ofkcis \aii ln-t \ r<'fiinli'liii;^"'ii lalmi ;i tuiium 
^'('liinik : 

lii(M'\aii waff'ii in lu't vorijxc \ ci-slairjaac iccds w ri lv/,:!;iiii <\i- llrcrcn I >". 
Spir<\ h'. hii'ickx. h'. la II- <ii rrol'. \' o 1 k e ii s. Iciwijl hij 
liet riiMJc van «lil vri'slaiijaa r «ie II II. rrnf. 1'. li s ^m- ti, h'. 1'. iiss»- i-n 
\y. \\' e V or s (die cclitcr li«.(ir«l/akcliik in lirt A^'i'i<-. ('Ii«-iiiisrli |;ilMir;itoriinii 
wcrkh^l in liet lalHnalorinin wcik/aani \\ai<Mi. 

Oniln-nl de bezoekers, \v«dk«' in den loop van het verslagjaar Buitenzorg 
vei'lii^ten, kan liior het volii"nd(' worden niedet,'edeeld oji i^rond der aantee- 
keningeu door di(> bezoekers zeil in Ih'L l.ahoratoriuni j^M-plaatst. 

D^ O. S ]) i r e welke in opdracht van het Fransehe Ministciic van 
Koloniën hier een stadie kwam maken ovor caonfchoin- Icvcrcndi- planten, 
liiohl zich voornaiiH'Iijk liezijj: met de beslndcerin^f der anatomie dor 
Apooyneae. 

n"", F. D i e r c k X bezocht onze inrichtinji, daartoe in staat j^n^steld 
door een reisbenrs door de Reljrische Rejreerinj; verleend. In aanslnitinjr 
aan zijne mono*;raphie over Penifillinm. Asi»erfrillns enz. word hier verder 
materiaal tot ondci-zock vcrzanK'ld. X'oorts w(M-d een stadie ircmaakt over 
de ontwikkelinti- van het stnifmeel. hot eitje en het embryo, en een collectie 
bij('M'''nf;ejiaard van voorwerjien welke eeue didactische waarde hebben en tot 
demonstratie bij het onderricht knnnen dienen. 

D'' F. X. Lan^ï nit München hield zich voornamelijk onledig met 
anatomische onderzoekingen van epii)]ivtische Orchideae. 

D"". G. Vol k e n s nit R(M lijn onderzocht de verschijnselen, welke zich 
bij den bladafval en het' vormen van nienw blad bij tropische boomen voor- 
doen. De vorming van jaarringen en enkele ehemisch-physiologische ver- 
anderingen, die samenhangen met rnst- en groeiperiodes werden op gezette 
tijden onderzocht. 

De verschillende vertakkings-wijzen en evenzoo de vorming van kort- 
en lang levende bladeren maakten een onderwerp zijner stndiën uit. 



25 

Een collectie van nuttige gewassen alhier voorkomend en evenzoo van 
demonstratie-materiaal voor het Berlijnsche botanische Museum kon worden 
bijeengebracht. 

Een belangrijke verbetering kon in het z.g. vreemdelingen-laboratorium 
worden aangebracht door het opstellen in een klein zij-vertrek, waar vroeger 
enkele tijdschriften ter lezing lagen, van eenige apparaten ten behoeve van 
bacteriologische studiën. 

b. Het laboratorium van den f;- h e f der A f d e e 11 n g. 

De gebouwen, alsmede de instrumenten, bevinden zich in goeden toe- 
stand. Ten behoeve van de verplaatsing der groote cylinders voor cultures, 
werd een verplaatsbare inrichting en overdekking gemaakt, waardoor het 
mogelijk is naar gelang van behoeften de cultures onder dak of in de open 
lucht te brengen. 

Ook in dit jaar stond in de eerste plaats op het programma der werk- 
zaamheden van den ('hef dezer Afdeeling de voortzetting der studie van de 
ziekten in het rijstgewas en de kennis der levens-voorwaarden dezer cul- 
tuurplant. 

Ingevolge den wensch der Regeering moest aan dezen Afdeelings Chef 
eenige malen een opdracht worden verstrekt, welke een locaal onderzoek 
noodig maakte. Het gevolg dier herhaalde en langdurige afwe/.igheid van 
den Chef was, dat zijne onderzoekingen te lïuitenzorg meermalen een onge- 
wenschte onderbreking ondervonden. 

Zonder meer, zal dit duidelijk zijn. wanneer ik hier veruK^hl. dat de tijd 
door dienstreizen n beslag gejiomm nagenoeg S maanden van dit verslagjaar 
bedroeg! Wanneer men hierbij verder in het oog houdt dat dezen Af 
deelingschef bij z.ijn werkzaamheden geen assistentie wordt verleend en 
dikwijls na zijn tcT-ugkeei' uitgebreide rapporten moeten worden opgesteld, 
dan kan de beteekenis dier onderbrekingen van de proefnemingen en onder- 
zoekingen alhier geen verwondering wekken. P.ij herhaling wees de afdee- 
lingschcf dan ook op de noodzakelijkheid van assistentie, opdat ten minste 
gedurende zijne afweziglx^d het controleeren van proefnemingen en het 
gedeeltelijk voortzetten van laboratorium-werk gewaarborgd zoude zijn. 

Rehalve de voortzetting der proeven op de mentèk-zic^kte diM- rijst be- 
trekking hebbende, konden door D^ van Brede de Haan een reeks 
waai-nemingen worden gedaan over de tianspiratie en lu-t wat(M-verbruik 
van de rijstplant. Het wortelstelsel van dit cultuurgewas werd bestudeerd 



24 

«•II (](' \vi j/;i!^in^'<Mi lUij^'H^jiaii, \v('lk<' zi<li (Injuiii vnoidufii iiiuu •^i-ïnw^ \ ;ui hft 
iiit'«liiiiii. \s;i;uiii <l<' [il;iii( wordf ;,'fiulliv<'»'i'<l. Il<'t lilucicii i-u d»- Im'\ iinhtiujj 

|)ij (Ie lijsl lii;i;ikl<'ll i\ clH-ciis ftli |iiiiil \;ili \ om |ii(i|ii;,' <ili<|fl/.<n'k llil. 

|)c Ik rli;i;il(|i' d it-iisl n-i/jri \iiii dfii ;if'd<-iliii;:s< lid' ;_';i\fii li<-iii li-xcns 
;;rl(';^('iili<id |>l;i;i I scl i jl< mk-ci <l<'if u ;i;iiinMii iiii^cii !•• il<>cii n\t r de w ij/.c \;(ii 
»»|i| leden ('11 <lf \ clSpliMdiii^' df|- olim iinii t i-k. Iiel^ctn rciii' zeer j:e\v(*nKr||t«* 
;i;iii\ lil! iii;^ Noiindc \;iii dr in'ds oiiilniil de/c ziekte \ eil.ie^eii kennis. 

Het \(iof onderzoek I oe;^czolide|i iii;i I e[i;i;i I \;iii zieki- | d;i II I eiide.jeii li:id 
in NCITeWC;^ liet llieeieiidi'el der j^n'\;|||en heliekkili;^ o|i rijst .terwijl eeiie 
zending: \;iii sni!<eiiiet . afkoiiisl i;: \;i.ii den Kesi<|enl der Tre;! n^er Kej^ent 
srli;i|i|>eii. l)o\eiidieii iioj; tol een lociKii onderzoek ;i;i n leid i li;^ ;^;ir. ter eoiislM 
teerin^ \;m het :il ol' niet ;iaii\vezi^ zijn \;iii sereli ziek te. W Cderoin \ iel li«'t 
op. Idijkciis de inkoineiidc ii;in\ liitrcii om ;id\ies. d;ii ei weini;; Miindacht 
\\<M'dt ^eselionken aiui de y>iekt<'!i en plagen der door de l»e\olkiii;4 iniast rijst 
\ ('ilMmwde ^^('wassen. 

Door den A l'deeliii'.'seliet' werden de \(»l^ende dienstreizen ;^edaan: 
van 1(1 Janmiii f«»l (i l'^chrmiii. naar de resideutiëu K«MiiV)anfï en Kcdoe; 
van 1ü Maart tot o Moi. naar de residenlien .Madioen, Kemliaii;^ en 
Semaraug; 

van 2IS Mei tol '2:\ .Tnni, naar Snina<i-a's Oostknsl ; 
van 25 Jnli tot IC» Scplemhci-, naar do residentie Seniaranji; 
van '2 November tot 14 November, naar de afd<'elinj;- Salati<.(a; 
van :^(l November tot 2!) Derember, naar de lesidentie Semarang. 

§ V. 

H^'^ AFDEELING DER INRICHTING. 

(CULTUURTUIN EN AGRICULTUUR-CHEMISCH LAKORATURIUMj. 

«. C 11 1 t 11 n r t n i n. 

W a t e r 1 e i d i n ji e n. b r n 'j ix e n e n w e ji e n. Het jjedeelte van 
de hoofdleiding aan den bovenloop gaande door en tot den Cnltnurtnin be- 
hoorend kamj)ongterreiu, eischte afdoende maatregelen. (»m vei'<ler afbrok- 
kelen en instorten der oeverwanden te beletten, waardoor anders o. m. een 
op één der oevers verrezen sclioolgeboinvlje vooi' de leerlingen van den laud- 
bonwcnrsns, mettertijd gevaai- z<m kunnen gaan loopen. Daarom werd be- 
sloten ook dat gedeelte te veranderen in een geniet s(dde leiding met ouder 
talud gebrachte wanden. 



25 

De lengte van dit zich op ons terrein bevindende onbeschermde stuk 
bedroeg 120 M. en hoewel de bedding der waterleiding 4 M. diep lag en de 
oevers sterk uitgespoeld waren kwamen hiervan, ondanks het zware grond- 
verzet en het niet onbelangrijke metselwerk, bestaande uit kaliesteenen, die 
op betrekkelijk grooten afstand uit de Tjilivvoeng met eigen werklieden 
moesten gehaald worden, 7S M. strekkende meter-oever gereed. Het een 
en ander droeg tevens in hooge mate bij tot een netter aanzien van het 
terrein. 

De overige vvaterloopon werden nagezien en bchoctdcu slechts weinig 
herstellingen. 

Evenals het vorige jaar kreeg de grooto weg door den ('ultuurtuin een 
begrinding en was de Ingenieur der li. O. ^^'. daarbij weer behulpzaam door 
het beschikbaar stellen van den stoomwals. 

Gebou wen. De zoo noodige herstellingen en verbeteringen aan de 
bijgebouwen van de woning van den Afdeelingschef kwamen dit jaar tot 
uitvoering. ■*> 

De woningen van het arbeiderspersoneel, de stallen en bergplaatsen 
verkeeren thans in een staat, die weinig verbetering meer behoeft en enkel 
het gewone onderhoud eischt. Aan dit laatste is ook weer de hand gehouden. 

Het genoemde schoolgebouwtje voor de Landbouwcursus weid op het 
terrein van den ('ultuurtuin, grenzende aan de groote weg met behulp der 
leerlingen gezet. 

Veestapel. Teist<Md(» de leverbotziekte in het laatste tweetal jaren 
de karbouwen, in het verslagjaar bleven zij van de gevreesde ziekte 
verschoond. 

Door de groote hoeveelheid kalisteenen benoodigd vooi' de bovenver- 
melde waterleiding werd van de paarden veel dienst gevergd, doch hebben 
zij daarvan geen nadeel ondervonden al zagen zij er dan ook niet schitte- 
rend uit. 

Onder het gewone tuinoudei-heud nanj e(Mi bijzondere ])laats in de be- 
mesting van den notenmuskaat aauphint. Daaivoor werden <>iu de boonu^n 
in groote kringen breede ondiepe goten geslag<Mi en dez<' met verganen mest 
opgevuld en met wat aarde dicht geti-okken. 

De Oost-moesson van het viu'slagjaar kentnerkte zich door een buiten 
gewone droogte. Door tijdig den grond te behakken werden de nadtvlen. 
die daaruit zouden kunnen voortvloeien, grootendeels voorkomen. 

Het meest heeft- van deze droogte te lij<len gehad de Sli(»rea stenoptera 
(tangkawang) aanplant, waarvan enkele exemplaren hunne bladereu 
verloren. 



26 

Door «1<* \i}iii\i\<^ van d»'n aan|tl;ini. didit aan t't'U dinp ravijn. waK do 
<^v<ni(] rmjral aan nif dfoo^in^' l»loo(;;»'.sl<'l<l. I'.lijxt-nd nad<'<-| ln-hhiMi lU^y.p 
\utnu\i'i\ f'clilfr iiirl ondcrvundcn, daai- /ij na In-l iri\alli-n d<i if^t-ns tuin 
hladrilooi li«Tkic;,rcn. Is in In-t a l;_'<'nn< n di rMi;_'(c \(>tt\ di-ii Moei |ic\ oi (|<M' 
lijk, zon Iif( Il d<' a r^»'l»iu|n'n \<>i>\ I'. iiih-n/.or;,' liuilcii;.f<'\\ unc drn^'i- ()<iHt 
niocssiin in dal o|»/i(lit Im'I ifkkt-li jk niet \rr\ in\l<>rd in den ( 'nl I n ml nin d<M-n 
;,'«'ld«'ii, ;illli;ins df nii'i'stf l»(i<inn'ii. dit- ;iiid('is wrini;: «d nii-l til<icidfii, dfdi-n 
hrl na dim «•scnniin. 



A a n I r <■ k <• n i n ;,' e n n v »• r v «> r s e li i 1 I e n d e ;: <■ w .\ > < r n. 

A e a <• i a r a t e e lm W i 1 1 d. T>c uit zadfii van I )ar es Salani ne- 
kweekte plantjes liehben een lioo^Me Itercikt \an (>.."» M., de j^roei is langzaam. 

Zooals btdiend. wotdt nit liet roode keinliont van dezen boom de eatedni 
of .,<Mit(li" bereid. AilnM-wcl lici prliaile \an liet liont aan jxenoenide looi- 
st<^>ffeit doei' eid<elr ainleit' looistorirxi rende ;^ionds|offen aan/.irnlijl'. \V(;rdt 
o\ei't roCfcn. y.no is liet als bxtiniiddel en vei'fstof locdi zeei' ^ex<»<-lif. 

A <r a V e V \ <i\ d a M i 1 I. \' a i-. S i s a 1 a n a. De <.;i-oei \an de in den 
niet aaltjes jLTeinfecteei-enden iri-ond nit<;e|dante exemplaren is Im'\ redi.tjend, 
ondanks de t nss(dienplanl in;.;- met Hra/Jliaanst li voederjrras. dat j;ero£:eld 
wordt lïcsnedcn. Ook dit jaar bloeidon \-ers( lieidene exemplaren uil d<'n 
enden aanplant. waar\an «Inizenden jilantjes konden worden irewonnen. die 
i^M'etijLï afname vomlen. Sommif^en schijnen de iiiltnnr \an deze vezelleve- 
r(nid<' ])Iant l<ia<litii;- ter band te nenu'ii. 

Is de liewei-inii' wel li'enit, als /.onde d»- A^^ave nitsliiiicnd zicli in e<>n 
drooiT klimaat tbnis jicvoelen. in <1(mi < 'iiltnnitnin met het vochtifr P>niten- 
zoj-.uscli klimaat is baie ;^M()ei niet mincb'i- weli<;. 

A 1 b i z z i a m o 1 u i- e a n a M i i\. heeft in het afirelooyten jaar weer 
rijkel'j1< zaden \ <>ortL;»'lira<ht. Daar \(>or Deli iicen vi-aair naar zaden van 
dez'Mi bootn meer Ix'staat, behoefde slecdits een de(d inirezanudd te worden 
ter v(ddoeninir aan de aanvragen. 

A 1 b i z z i a S t i pu 1 a t a. De ooirst van dit jaar was wederom slechts 
matig. Alhoewel de gi'oei van dezen boom lanirzamei- is dan van Alb. 
niolnceana. zoo bleek hij als schadnwboom. met het oog op de bevestiging en 
dnnrzaamheid van het hont op nienw te verkiezen boven den laatsten. 

A'ielen bij rukwinden weer een aantal boomen van Alb. molneoana om. 
van Alb. Stipnlata was zulks zelfs met geen enkel exeraplaai' het geval. 

A 1 b i z z i a M i n a h a s s a e Koord. De groei van de twee in 1896 



27 

«ieplaute exemj)laren laat hier immer nog te wenscheu over, oudanks alle 
mogelijke zorgen daaraan besteed. 

A n d r o p o g o n Nardus L. De uit Ceylon afkomstige planten die 
tot een afzonderlijke variëteit werden gerekend o\) grond van hun afwijkende 
habitus en geraniolgehalte. hel)ben nu volkomen het uiterlijk gekregen van 
de hier gecultiveerde soort. 

Hieruit blijkt ten overvloede de buitengemeen groote invloed, die kli- 
maat en bodem op de planten hebben. 

A n a <• a r d i u m occidentale. De aan])lant is gevallen onder den 
bijl der leerlingen van den landbouwcnrsus. voor wier praktische oefeningen 
het terrein besteed werd. Eenig voordeel of winst hebben de l)oomen nim- 
mer opgeleverd. 

A n d r o }) o g o n S c h o e n a n t h n s L. Hiermede is een gedeelte van 
vak fiO be|>lant. De planten kwamen allen goed op en tot heden bleven zij 
gespaard voor de ziekte, die de pollen zoo vaak ontijdig doet afsterven. 

Nogmaals zijn ])ogingen in het werk gesteld om de jilanten te verkrijgen 
in Bi'itsch Tndië onder genoen>den naam bekend, doch welke in tegenstelling 
met de hier gecultiveerde bij distillatie der bladeren niet lemongras-olie 
leveren, doch de veel hooger geschatte ])almarosa-olie. 

A n d r o p o g o n m u r i c a t u s R e t z. Naar vetiver-olic. d. i. de olie. 
die uit de welriekende wortels van de plant kan worden bei-eid is meer vi-aag. 
De olie, die in Eurojta wordt gedistilleerd uit de grondstof, heet fijner dan die 
gewonnen in de landen van pi-oductie. 

Naar het schijnt worden voor dat doel slechts van tijd tnt tijd geringe 
hoeveelhfdei) v.oitels uit Java geëxporteerd. 

Al pin ia malaccensis R o s c. Rij de eene aanvraag naar de 
aetherische olie van deze ]dant, waarvan in het vorige vfM-slatrjaar melding 
is gemaald, is het geble\e]i. Indien de olie een terhnisilie t(>ei»a'-sing in 
't groot vindt, dan kan de hier in 't wihl weeldei'ig gi-oeiend»- plant \an be- 
tekenis worden. 

A ntiaris t o x i c a r i a. De in het v(mm^(^ verslag bespi-oken plan- 
ten, hebben zicji in den blijkbaai' schralen grond nief bij/.oiuler^ ontwikkeld. 

A r a I- Il i s li y p o g e ;i L. (k a t j a n g t a n a hl. D(^ oogst, die weder- 
oin 1>c\i( diücnd nit\ iel. \^■erd gT'ootendeels deoi- de \ ele vraau' Inei-ii.iar weix- 
geschon'-en. \';iti Eniopeesche zijde schijnen thans pogingiMi aangewend 
te worden om d(» olie-bereiding hier te lande op eenigszins groote schaal uit 
te voeren, waarvoor men meermalen aan den ('ultuurtuin om itili<htingen 
vroeg. 

B a t a t a s e d u 1 i s C h o i s. De roode en witte vari«>teit, waarin de 



2« 
vele vini<*lrittii iiidcrf i jfl iiit A iiktiInii nrit \;in<,'«'n. tin sluiii- woidi-ii oikI*-!- 

H( ll<'i«l»'ll ('Il \;ill Wf'lki' ;_nli|iki-!l is. <l;ll /ij lli<l VullllM-rt. Iirltlitll i'ClI ^(if'd 
h»'S<ln»l (i|i;_'flt\ crd. Ilti is Jjiiiiiimi <|:iI /ij «jcun^isi /ijnd»' nitl hili^' it]A\c 
\\;i;ir<l kiiiiin'ii wurdiii. Willidii is In-i iiii>;^(li jk (|im)|- lii j/,uiii|fic (i|t|ir\\;i 
r iri^^s iiict liodfii de k iiinkiiiclil ii^liridsiliiur \;iii d<- i^lnll|l•|| |i- \ frliMi;_'fii. 

Oin in d<' liclHtclh' ;i:iii |il;i ii I iii;i I i'ri;!;! I h- lilii\"ii \ oor/.icn. zijn iii dfii 
( 'ld I milt iiiii lii j/.oiidfrc iii;i;il r<-;_'fl<'ii <^i-{Vi>\'\'c\\. 

\i i X :i ( ) y r I I :i ii ;i /. 1 1 i<T\ ;i ii is in diMi < 'iill iiiirl iiin sicclit s di- luodc 
v;i|-ir(cil ;i;ni\\ r/i;^. /ij difiit \ odiiKiiiH'li jk ;ils |i;iLr;irni;itiTi;i:ik w;i;iit<ir di' 
Ihm'sIci' /,i<-|i iiilsh'kriid Irciil. Sinds dnor l)'. Z <■ Ii ii t ii <■ r is ;i;iii;iclo(»ii<1, 
d;il d<'/.(' |diiiil d«' I Irlopcll liis ;:;i;iiiic linis\csl en dit nii;:cdi»'it<' i-r /idi (tuk 
n|» \ rniiciiiji\ iildi;:t , limidt iiicii li;i;ir lirCst uil de hniirl \;iii (•;i«;i() en tlicf 
liiiiivii. I )t' :i;iiijdiiii1 n- \;iii lirclt \(t|(>|) /iidcii L;fli'\ crd. 

Inliclitiiiiirti wfidcn i;ovriUijï(l over ciiltinir m l)C'r<'idiii;^' <lrr Ulfiirslof. 
dit' df l'.ix;i ( )i('ll;inii levert. 

T? o e h ni e r ia n i v e a G a n d. fe ii v a r i e t e i t e n). Van (\o besfc 
vafietcit werd de i^elieele aanplant j^'Mooid om als plantnial<'iiaal Ie dicnrn 
voor een ondernemiu»; in Oost-Java. nadat een deel van de bibit affjezondf-rd 
was voor eijjen nienwen aanplant, die intnssehen zich fraai heeft ontwikkeld. 

De ondernemers van een ranH^li-ondtMiicTiiint: in de Lampon<;sclio distric- 
ten l)i'acht(Mi een bezoek aan den ('nKuintuiii en met Ikmi werd in «"enige 
<'oufei-«'nties van jredaehten gewisseld, aangaande verscheidene ])unt»'n df 
<nltiiiir van dit gewas rakend. 

C a e s a 1 ]) i n i a d a s y r r a e li v s ^1 i ir. De zaden oogst van dezen 
voor schadnwboonien zoo geschiktcn boom is weer betrekkelijk schaars 
g(»weest. Aan alle aanvragen kon et liter worden voldaan. 

C a 1 o t 1- o ]M s g i g a n t e a E. Br. P.ij een bezoek aan de \A'ijnkoops- 
baai bleek deze heester, die daar evenals aan de N.-knst tot aan het strand 
wordt aangetroffen, aanmerkelijk beter te gi-oeien dan in den rnltnnrtnin. 
Het klimaatsverschil is hiervan zeer waarschijnlijk de oorzaak. 

r a s t i 1 1 o a e 1 a s t i c a C o v v. Sedert de ongunstige ervai-ing op 
de ramano«»kan- en Tjassemlanden hiermede o])gedaan is de vraag naar zaden 
en planten aanzienlijk vermindei'd. De zadenoogst was andei-s zeer over- 
vloedig. Alhoewel ongelijk groeit de jonge aanplant van .\ngnstns 1S90 
krachtig door. Tn dat o])zicht valt geen verschil waar te nemen tnsschen 
de in en buiten de schaduw groeiende exemplaren. 

De resultaten met de ..stumps" zijn minder bevredigend. Ze zijn achter- 
lijk in vergelijking met de niet als ..stumps" behandelde exemplaren. 

Uit ingekomen berichten van elders blijken de boomen reeds op 3-jarigen 



'19 

leeftijd te bloeien, ja zelfs op noo jonger, hetoeen ook iu den Cultunrtnin 
geconstateerd kan worden aan de in 1S91) uitgezaaide exemplaren. 

Een der oudste boonien uit den (Milluurtuin, die dagteekent van 1883 
droeg daarentegen in het laatst van het jaar voor 't eerst vrucht. Daar 
deze boom van een andere — eerdere — bezending was dan de boomen in 
den aanplant in hetW. gedeelte van den tuin, zijn de uu geoogste zaden uit- 
gelegd geworden. 

Gedrela Odorata. Een paar mooie stammen zijn geveld, waar- 
van hel hout gediend heef! voor den bouw van het s«-hoollokaaltjp voor de 
kweekelingen van den landbouwcursus. Het hout liet zich goed bewerken 
en ontwikkelde in hooge mate den bekenden eigenaardigen geur. 

Aan zaad was geen gebrek. 

C o f f e a S t e n o p h y 1 1 a. T)e groei dei' boompjes, met uitzondering 
van een enkele, die van den beginne af een ziekelijk voorkomen had, laat niets 
te wenschen over. Het hoogste exemplaar had aan het einde van het ver- 
slagjaar een hoogte van :i,<n M. b(M'eikt. Een groot aantal plantjes konden 
uit zaad gekweekt worden. Ook in het afgeloopen jaar viel een rijke vrucht- 
dracht te constateeren, zoodat aan alle aanvragen ruimschoots kon worden 

voldaan. 

C o f f e a a r a b i c a L. (en v a r i e t e i t e n). De in 1900 in een deel 
van vak 1885 uitgeplante koffie, afkomstig uit Bourbon, Anam en Madagas 
car staat, het ongunstig klimaat van Buitenzorg voor deze koffie in aan- 
merking nemende, niet onbevrtMÜgend; groote verschillen met d(^ Java-koffie 
vallen nog niet o]) te merken. 

De verschillende varieteirtm hebben dit jaar goed gebloeid en dragen 
(voor hiel) rijkelijk vrucht. j\Iet het rooien van den oudsten tuin, waarvan 
het terrein bestemd is voor een terrein der eerlang op te richten landbouw- 
school is bereids een begin gemaakt. 

( ' o f f e a L i b e r i a B u 1 1. 1 )e in vak 88 uitgeplante koffie, gekweekt 
uit zaad van de hybriden uil den Liberiakoffie-ententuin gedijen goed en 
dragen reeds vrucht. Vele vruchten hi«M'van bevatten slechts ééu volkomen 
uitgegroeide boon, terwijl de andere niet tot ontwikk(ding is gekomen. \)o 
boonen zijn rondachtig en wat grootte betreft staan zij tussuheu Java en 
Liberia-koffie in. 

De vakken 5 en O, die sedert geruimeii lijd met Liberiakoffie beplant 
waren, zijn door de kweekelingen van den landbouwcursus ger«)(»id en 
herschapen in velden voor hunne praclische oefeningen. 

De Abeokuta koffie droeg vrij goed. Deze soort heeft vruchten, die 
zich gemakkelijk laten pulpen. 



30 

K r V 1 lir o X y I o II ('<m-;i. I.:iiii. \' ;i r. s |» r ii e e u n u iii. !>»' 
ÜO jiiii^;t' aiiii|tl;iiil \ »-ilr»(»iil 110(4 ;;t'cn I i-ikt-iifii \iiii inliifriiit^aiig, dauk zij 
(Ir ;;fn-;^tl(|t' iH'Svcikiii;^ t-ii lti-iin'sl iii;^ <l;i;ir:ian Im-.sIci<|. 

\'<»()r ••(•11 Iwcriiil omlciiiciiiin;^!-!! iii d'- 1 'ira ii^i-i', til»- <>\> i^iuolr sfliaal 
(U'/.f varit'tfil riih i\ cricii, wciiltii allr zadt-n iii;^i-/;iiiifl(l. \saai\aii In-l aan- 
tal \ci' )i\ fi' lifl iiiilliorii lic|i. 

I" (I II V e I' (t i) a IX ^ 'A •' " ' '' '' ^ '■ " '• '■•'■" ••()is|iinijkrli jk slaand t-xt-ni- 
[ilaar is in Mnci (^fsclioh-n, \\aai<l<n»i «It- k wffkli'ddcn wfrr \an jon;^!' |ilaiil- 
)(*s kunden worden \oor/,ien. allioewi'l er /oo ^oed als i^een \ raa^ naar deze 
vczflsl(die\ erende |danl is. /ij wordl in dil op/iclil o\ erl nd'len door de 
Sisal anave, die een hooier |ieri-enla^e ve/el liexal. 

\ii er weer sraa^i is naar vezcdHlolleM liaiLl Uicii op .Manrilins de 
Fonrcroija Ie vcrv aiij^cn d<»or de SisaI afijave. 

I 11 d i ;4 (» 1' e r a S p e c di\. N'erscliiilende soorlen en varieieiteu 
hiervan, elders l»elrolvken, werden uil •i.ezaaid. \\ isselin^ \an zaaizaad was 
hoog noüdig. 

H (' V e a l) r a s i 1 i e n s i s M ü 11 Ar ^. \K\ tapi»rot'veii werdi-u door 
D'. T r o 111 1» tl e 11 a a s in het vershij^jaar voortgezet, waarbij een eenigs- 
zins afwijkende niellioiie met lie\ rt'digendc uil komsten, wtMd gevolgd. 

De huitengevvoue droogte in den Oost nioesson oefende een zeer nadee 
ligen invloed op de caoiitchoiic opbrengsten uit. I »e aftapitingsproeven 
leerden voorts: 

dat voor bet tappen de regenrijke dagen in den drogen tijd te veikiezen 
zijn hoven andere, 

dat het voordeeliger is, in ]ilaats van zoo lioog mogelijk, de stam niet 
hooger dan 1.50 M. boven den beganen giond te ta[»j)en. Het tappen zelve 
geschiedt op deze wijze ook eenvoudiger en vlngger, 

dat de lengte van eiken tapwond niet meer bedragen moet dan 10 cM. 
Mocht men verwachten, dat die droogte den bloei zou ten goede komen, zoo 
was znlks niet het geval. De bloei was niet grooter dan in voorgaande jaren, 
daarentegen is de vruchtzetting' zeer voldoende geweest. 

Sommigen van de in 1898 langs de savvah uitgeplante exemplaren be- 
gonnen dit jaar voor het eerst te bloeien .Het hoogste exem]daar had aan 
bet einde van het verslagjaar een hoogte van 8.49 M. bereikt. 

Aan den dienst van het Bosch wezen konden groote bezeudingen zaad en 
jonge i»lantjes worden verstrekt. 

Tijdens een bezoek door D'. T i' o m 1» d e Haas aan de Pamanoekan- 
en Tjassemlanden gebracht, waar op + 50 voet boven zee de Hevea brazilien- 
sis wordt gecnltiveerd, werd geconstateerd, dat de groei aldaar veel krach- 



31 

tiger is dan iu den Cnltunrtnin. Het blijkt dus op nieuw, dat deze boom 
zich in het laagland beter thuis oevoelt. 

L e 1» i d a d e n i a W i g h t i a n a. ^^laande in vak I, werd op 1 rij na 
opgeruimd en het terrein bestemd voor de practische oefeningen van de 
kweekelingen van den lanbouwcursus. 

De eultuur van dezen vetleverenden boom schijnt zonder beteekenis te 
zijn, hoewel zij gemakkelijk genoeg is. 

M a r a n t a i n d i e a /. De aanplant is gerooid en hernieuwd. 

M a r s d e n i a t i n e t o r i a ii x. 1 )e van 1887 dateerende aanplant 
van deze indigo bevattende kümplanten, begint weer een kwijnend aanzien 
te krijgen, zoodat een zware bemesting, waarop deze plant sterk reageert, 
noodig zal zijn, als men althans de cultuur van dit gewas, die weinig be- 
teekenis heeft, nog wil voortzetten. 

M a s c a r e n h a s i a e-1 a s t i c a S c h u m. Werd in het vorige ver- 
slagjaar opgemerkt, dat in de bast der jonge boompjes nog geen caoutchouo 
kon worden aangetoond, dit jaar was zulks wel het geval. Het meeste sap 
werd aangetroffen in het onderste stamgedeelte. Ook in den wortelbast 
komt 't voor. Een bepaald oordeel is over de caoutchouc nog niet uit te 
spreken, doch zij zal vermoedelijk wel niet van betere kwaliteit zijn, dan het 
product in het vaderland van den boom gewonnen. Het fraaiste van de in 
vak «JO uitgeplante boompjes had aan het einde van het verslagjaar een hoogte 

bereikt van 4.54 M. 

M u s a m i n d a n e n s i s K u m p h. (Manilla hennep). De cultuur 
van deze vezelstofleverende plant, waarvan het product thans zeer gezocht is., 
en dat het voornaamste uitvoerartikel der Filippijnen uitmaakt, trekt weer 
meer en meer de aandacht, waartoe o. m. hebben bijgedragen de publicaties 
van D' . van R o m b u r g h over dit gewas. 

De vraag naar plantmateriaal was zoo groot, dat wij de aanvragers 
slechts ten deele kouden bevredigen. Voor dat doel is de oude aanplant, 
staande in vak 'M) geheel gerooid. 

Behalve de van 1!)00 bestaande aanplant, die na den eersten oogst verder 
krachtig is blijven doorgroeien, is hieraangrenzende in het verslagjaar eeu 
nieuwe in den grond gebracht, met het doel om de uitkomsten eener tusschen- 
beplanting met katjang tanah na te gaan. l>e felle droogte deed op dit 
vochtlievend gewas door groeivertraging haar invloed gelden. 

De Manilla licuncp liad iu het verslagjaar l<' lijdeu van de door D^ 
K o n i n g s b e r ge r gedett?rmineerde rujisen van Erionota thrax. L. «lie 
ook veelvuldig op pisang planten worden gevonden. Zij zijn niet alletMi 
schadelijk door het wegvreten van eeu deel der bladopi»(Mvlakte, maar ook 



('Il niissrliicii uo'^ iiictT dooi' lid ;;fl)riiilct'-ii \;iii ^jidoic IdadHl ukkt-n tdi ln-t 
iiiiikcii van koktris, waaiiii zij Itscti. Ili-t daarldf ;^<'l»niilclf kI iik lilati wordl 
iiii-l ;^cli<M'l \aii (!<• hladsclii jl losi^tmaa kl , maai' Mijli ilaaraaii iluur t-.'ii 
Itircdfif til' siiiallciT Nirouk \ II liuiii|i-ii, x.iiudal di- kuki-is aan «l'' liiadi-rfii 
liliJM-n lian;4('n. Kfiil iiii-n fi-nniaal di- jilaau, dan onldi iel nifii liaai /,ci-r 
^»'iiiakki-li )k jnist dnor de aan w f/ii^lii-id \aii di-/,i' kuki-is. 

M i lil II s (I |i s <; lolt II sa (I'. alalai. I)i- in Iwl vmii^i- jaar dmii 
nianiitlrs j^rwoiincn [ilanlfii lirliln-n zidi lii-\ ridi;z<'iid nul u ikki-ld. hi- 
(iiidrrt' IxiiiiiH-n ;;r<M'icn lliaiis kiai lili;^ duur. I »•• liiMiin|iji-s /ijii nu;; h- jmi^; 
om om iioi-(|o(d Ie kunnen uil s|irfkrii oM-r do lioodani^ilii-id \aii hun |>rodii(l, 
dan wol (i\ er do (i|iliioii^st . 

M \ i- i s I i e a 1' r a ^ a n s 1 1 o ii I I . I >o in do si- iiailnw \ an A narai' 
dinni occidonlalo ^oplaiito joii;;o lio(ini|ijos /.ijn do i^idioorsi lil In-lilirndo fi-lli- 
(Iroo^to ;i()od lo lioNon j;ok(iinon. Zij slaan iiii /.ondor ooiii«;,. scliaiidnw on 
znlloii in liol Vdl^iondo jaar liissi lion di- rijoii dor oiido iiolomiiskaal aaiiiilaii 
linjion iiil^o/.ol wordon, dan wol (i\ or^oiiiailil worden naar don niidi'ii ('ui 
I mirt iiiii. 

Do (tilde aauplanl in vak tiS hoeft een flinke stalinest-bemesting 
gekrejj,eii. 

O I- I h o s i |t 11 on S ( a m i n o u s I*. o ii t li. Tor voldooninu aan een 
aanvi-aaji van den ('hef (»vor don ( Jeneeskundi^en diensl oui hlaion van dit 
gene<'skra(hti<,' gewas, is aan den bestaanden aanphmt eenige uitbreiding 
gegeven. Op eenigszins vruchtbaren grond is de groei zeer welig. 

P a 1 iKj u i 11 UI s o o r t «• ii. Is (ddors roods O.v oiuuerking gemaakt, dat 
do buitengewone droge Oost-nioessoii van liet afgeloojioii jaar in hol alge- 
meen van weinig invloed op den bloei der gewassen is geweest, op den bloei 
der Pahuiuiuni-soorten heeft zij daarentegen wel uitwerking gehad. Vooral 
de minderwaardige soorten hebben rijkelijk gebloeid en vrucht gezet. De 
jonge van Januari 1900 dateerende aanplant van Vnhu\. oblongifoliuni staat 
er zeer fraai bij. De hoogte van do Itost ontwikkelde oxoinplareii bodiaagt 
a.28 M. 

Talrijke proeven, omtrent de vermeerdering van de soort langs vegeta- 
tieven weg, zijn met de planten uit dezen aanplant genomen, doch over 't al- 
gemeen zijn de resultaten niet geëveiiredigd aan de besteede moeite. Even- 
als de andere jaren zijn de vruchten van de minderwaardige soorten vóór- 
dat zij rij[)ten verwijderd. 

Vleermuizen, die de rijpe vruchten gaarne eten verspreiden do zaden 
door den geheelen tuin. 

Door vrouwen en kinderen worden zij dan gezocht en ingeleverd. Het 



tijdi«' \t'iwij(l<'i-tMi v:m de vniclilcii van de nicj ^PAvensclite soorten voorkomt 
dus, dat zij met de zaden d<M' i^oede soorten iniiczanndd worden. 

Met het ooji; op liet winnen van getali-iiei-tja uit de hladei-en, is een begin 
^•emaakt mei lie( uit\vei-ken eener beti-ouwhare meliiode \(»or de bi^palino' 
van i;('tali pert ja in blad, zooals reeds ncN'ondeii is voor die in eb' ^-wonnen 
j;-etali-])er1 ja proibnten en waarvan de bi nikbaarlieid meer en meer ge- 
bleken is. 

Het oordeel van de firma Feiten en (Juilaume te Arullu'im over 
de nionstei'S getali-pertja, \vaar\an in liet vorige verslagjaar sjtrake was, 
luidde als volgt: 

,,i)ie Sorte I>. (jn'odnct van I'al. Treuleü) ist eine minderwertliige und 
für unsere Zwecke kabelfabrikation niclit \('i\vendbai'. Dagegen erweist 
sicli die Sorte A (die afkomstig was van Pal. gut lal ansclieinend von Pal. 
oblongifolium stammend von bestei- Qualitiil. Diese Sorle isl fiii' Mis(dHin- 
gen znr kabelfabiikal ion selir bramdibar und würde die erslen Sorteii, wie 
Paliang, ('otie, w(d(die wir in ITandel für diese Zwecke kaufen, ersetzen, 
Für letztere Sorten bezalileii wir z. zt. 1'reise bis zu $ 4(10 ]»er Picul für 
einzelne ausgesmdile l*()st(dien, wehdie meistens jedocli niir weinige liundert 
kilo ausmaclien, werden amdi liöliere 1'reise bezalilC'. 

De groei van de in '( vorig verslag besjtrokeii |»lanljes van den Heer 
F> u r e 11 a r d onhangen liel ook in dit verslagjaar te weiisdien over. 

Fan ie 11 m s p e e t a b i 1 e N e e s ( Feiigaalscli gras). Heeft in de 
maanden November en December rijkelijk gebloeid, zoodat gioole lioeveel- 
lieden zaad konden worden \'ersli'ekl. 

1'unica (iranal n m. Xaar aanleiding eener corresiiondentie van 
de Fliarmacopie((Miiniissie is de o]»brengsl b(]iaal(l aan worlelbast van de 
witte variëteit. \'an een Sjarigen boom kon aan woilelbasl worden ge- 
oogst 75 gram. 

J* o g o s t e m o n F a i e li o u 1 y F e 1 1 e I. De annjdant van de varië- 
teit, afkomstig uil renang, is belangrijk uilgebreid met liet oog op eventii- 
eele aanvragen om |»laiilmaleriaal. De uilxoi-r uil renang van gedroogde 
patelioulj-bladeren is zoodanig afgemuiieu, tengevolge \an de steeds dalende 
prijzen, dal de Ftiropeesclie fabrikanlen nu»eile hebben liunne belioefleii Ie 
didvkcai. Voor onze planters, vooial voor hen die de kleine landbouw beoefe- 
nen, schijnt het oogenblik gunstig om deze ciilluur als bijciiltuur Ie drijven. 
De ('hineezen in Penang maken ziidi scdiuldig aan vervalsching dooi' bij- 
menging met andere bladeren en dil ges(diied( in die mate. dat de Europee- 
S(die koo]>ers zich gaarne o]» een andere markl zouden vocu'zien. 

S h o r e a S t e u o i> I e r a 15 u rek. (Tangkaw augi. Door de lang 

Verslag van 's lands pi.antentuin 190'i 3 



ji;Mili(tiitltiMli- iliooxt'- li<'«n tic ;i:iii|»l;iiil lul li;ir(| !«• \ fiiliitfn i^i-IimiI. Na liet 
iii\;il|(.|i i|i-i' rc;^ciis licrsti'liltii (II- l.oi.iiicii /idi l;i ii;^/aiiHTliaii(l. I»'- flioo;;!)- 
\ fiiiKn lil (If iKKiiiifii in (Ifii a.iii|ilaiil iiiti lol liloiii-n aan !<• /i-liin. haai'-n 
((•«•en lichhi-n mii;^f ;^iïsf»liii d slaainli- Ihkmiiiii l w iimaa I ^iI.IihIi! in ln-i 
verslag jaar. Aan "I <in<l \an I (n tmlMr \\aii-n ii-ni^<- \an <l«n ••« i>lfn Itlm-i 
alUunisI i^f \ rnrjilcn ncds i i i|i. 

S u r " Il II III \ II I ^ a I f. \'an D'". I* ii s s •• utidm I A 1 1 livaansclH- 
varich'iti-n oiil \ aii;;tii, die in Non tiiilni wtiticn uil ;^t/,aaiil. I »•• |»lanlfn 
niilw ikkrhli'ii //nh kiarhli;^. I».- ^im-i was /.rils !•• Uflii:, /.(«oilal tic |tlaiilfn 
iici<'in^ Int |r;^ficn \cil u(Hm|< n. In lii)i\ en <• i\f7.i- \ aiiflcilcn, \s a I liilit-li 
liliH'i en /adrii, /.icli /iillcii ondfisi In'idfii \aii di- in den < 'iil I iiiiil iiin i^t-nil 
liNfcrdf \aiil»'il, is ii<»^ iiit-l uil Ie niakfn, daar eind I >.< cndM-r pas i<ii 
soori Iduridc. 

'I' Il (' o II !■ o III a ('ara*» Z. fii T lic (• li r o ni a ii i e o I d r. i n jaren 

Inlilicn dr lionnii-ll llirl /.oo \rrl Nlllrlllrll \ ( miiI licliiai II I als ill lirl a t^r |(». iprli 

jaar. Turh lirldtrii /ij aanlioiidnid niri allriiri /irklrn m jilanri, i,. kaiii|irn, 
\<)(»r wrikr lM'slrijdinj.i lirl nio^rlijkr wordl i^rdaan. 

Met in'l wt'jisiiijden van het zickr rn doodr lioiit rn lirt we^ncincu drr 
watei-lolcn wordl j;erc<;e]d vooi-tgoj'aau. P.rlialvr uil dm rij;en aauplaiit 
werd <M>k n<»^ zaartjioed van «dders betrokken (dat vooral' op Uienikracht werd 
oiuier/oclit I om aan versclieidene aan\ra^en te kunnen xoidoen. 

1' 11 e aria (ia ml» ir 15x1». De nieuwe aanplant in de \ollr zon naat 
zich j^eleidelijk slniten. Men hiadziekte heelt ziili echter bij de meeste 
individuen jicojx'nbaard. IM' aau}j;etaste blaren zijn sterk jicklenrd en ver- 
toonen rood-bi iiinachlij^e si)ikkel.s. 

r r o s t i ;.!, ni a e 1 a s t i c n m Al i q. !)♦' in No\ eniber IDUduitgeplante 
zaallin^fii le^»i<'n een bijzonder weelderi^en i^roei aan den da;^. Hiervan 
is een deel eenslaninii^ oeiiouden en lu't andere deel ongerept gelaten. De 
hooo'ste van de eenstanimigen heeft een hoogte van H M., bij een stamomvang 
aan den voet van 2;{ cM. De meerstaiumigen hebben zich sterk vertakt. 
De takken laken elkaar reeds. Zij staan op .'?.<>() M. in driehoeksverband. 
Wil men een groot aantal boomen oj» den bouw hebben, dan heeft wellicht 
het o]> v(''U stam homlen voordeelen; d(tch daar staat tegenover het nadeel, 
dat zij, door liet st(Mk in de lengte groeien, gestut moeten vvt)rden, anders 
vallen zij of om of groeien scheef en onregelmatig. De aanvragen om zaad 
en zaailingen waren vele. De dienst van het Bosch wezen vroeg om den be- 
schikbaren voorraad zaailingen. liehalve zaailingen werden haar o(dv een 
groot aantal tjangkokkans afgestaan. 

\' a 11 i I 1 a p 1 a n i f o 1 i a A u d r. De sterke bemesting en het ge- 



58 

i'pjiekl wegsnijden (1«m' zieke ranken mochten den bijna 20-jarigen aanplant 
j^een nieuw leven geven, waarom besloten werd den aanplant op te ruimen 
en elders in den ('ultuurtuin een nitMiwen aan te Icgyen. De gezond ge- 
lileven stekken zijn zooveel mogelijk uitgesneden en v<»orloopijj; in een goed 
bewei'kt en hemesl kweekbed geplaatst. 

Nieuw ontvangen ]>lanten. 

Als nieuwe kofl'iesoorten werden ontvangen: 

plantjes van ('of f e a <• a n e j» li o r a uit Kew, 

plantjes van ('of f e a r (► b u s t a van de fiinia L i n d e n, IJrussel. 

De ]»lantjes, die er gezond uitzien, staan nog in potjes. 

h. A g r i e u 1 t u u r-c h e m i s e li L a b o r a tori u m. 

Het gebouw en de insti'umenten bevinden zioh in goeden staat. Terug- 
gekeerd van een reis naar Nieuw-Caledonië was D'. S ]» i r e nog korten 
tijd vóór zijn vertrek naar ('oclun China in het laboratorium weikzaam. 
Met 1 Juli Ncrliet de heer II i ss i n k, die ongeveer (i maanden als volontair 
in het laboratoiium werkzaam was geweest, linitenzorg. Zijn plaats werd 
ingenomen door den heer J. M o n o u o «' t o e. 

De in het vorige jaarverslag medegedeelde analyse van in den Cultuur- 
tuin gecultiveerde sojaboontjes behoeft eene rectificatie. De vermelde ana- 
lysecijfers hebben betrekking op katjang-hidjo, een boontje, dat tegenwoordig 
bij de bestrijding van beii beri gebruikt wordt. Ter memoreering moge de 
analyse hiei- nog e<Mis herhaald w(U'den. 

Water ir).l%. 

Stikstofvi'ije extr. stoffen 4!».S „ . 

Ruw vezel T.2 „ . 

Vet ...: 1.1 „. 

Ruw eiwit LMJ.S „ . 

Het gehalte van ruwe jisch was 4.9%. 

Soja-boontjes in den ('ultuuituin gecuKiveei-d oj» vetgehalte onderzocht 
leverdtMi de volgende uitkomsten op: 

witte variëteit i;).r)%, 

zwarte variteit 17.1%. 

Het voortgezi't onderzoek van ch' hoofdzakelijk uit iiielliyl«lia\ icol be- 
staande aetherische (tiie \an Ocimuni basilie: (\ar. auisatum?) selasih idjau. 
leerde, dat bij distillatie bij de gewon»' luthtdrukkiug een klein geth'elte om- 



7,0 

gezel woidl in ccii ;:f'l<iis(;illis<M'i(lf slof. (Ii<' l»ij I."i7'^ siim-II. AiimIvsc i-m 
iii(il<'(iil:iir i^cw iililsl»f|i;iliii;4 wij/cn er dji, (|:il hhmi \ ii iimi-di lijk iin*l i*\\ 

|Hjl_VllH('|' MUI IIW'I ll_\ Itlliivicol If (lot'li llicll. 

lid <iiHl<-i-/.ni-k \:iii <li'ii (JoDi ili'ii lli<i II. -1. T I II III ji i| I- Maas, 
raaitliiiail s liij lul Lc^i-r, iiii^f/oinlcn ^^lasninnslfis, s\aai\aii in lui voiii^c 
jaai\ <'isla^ icctls iinlilin^ is ;^<'niaaUl, j^al' ili- \ ol;;.fn<l<" rijrcis: 
Nanicii 

11 (ii|- j;iass»'Il 

I 'Pi II KM na n 

Ü Teinlia^an 

2(/ Tenib;i;,Mn 

M Kolond jcMKi 

'Ad KoIoikIJoiki in den 
bloei «icscliolrn 

4 KoloiiM-nlo 

5 Toet on 
t) CT«'iuljoerun 
7 Pendjalin 
N DJawan 
9 Soeudagangsir 

KI Lanioeiaii 
1 1 Hlabaantegal 

12 Waderan (kattoeiam 1.27 7.1)5 1.2!)5 S.1 2.«>:i5 40.— 14.7 

13 Wad.M-aii ikassoeran) 1.2:i5 7.705 1.075 0.7 2.215 :',(;.7 17.45 
\'an den bchcreder van de Kaïiieb oiidcriiemiiig in de Laiiipongs werden 

monsters lanieb ontvangen. di(^ bij de bereiding aan verseliil lende belian- 
delingen waren onderworpen geweest. De vraag werd gesteld, tengevolge 
waarvan de vezels linnne s<)ep(d- en lenigheid behielden of verloren. Langs 
eheniisclicn wrg konden geen versehillen worden aangetoond, zoodat de 
stnict miivt'iandeiingen aan physische invloeden mo(^steu worden toege- 
schreven. 

Een verzcx'k werd gedaan nit Djoedjaearta omtrent de voedingswaarde 
van de in den handel Aooi-koinende jtaai'den- en veekoeken van een<^ oj» -lava 
bestaande fabriek. 

Uit het micros<-o]us(h o\\ cheinisrh ondcizoek bleek, dat men hier te 
doen had niet een z.g. melasse-voedcn-koek, waarbij verschillende granen 
onder de afvalsti'ooj) nit de snikeitabi'iek waren gemengd. 



Tolaal 




/,lli\. riw 


/iii\»' 


Uiiu 


K 1 1 w 




s(iksl«d 


lOisv il 


si iksiol' 


< • i w i 1 


vel 


<'<lslol 


.\.s.li 


% 


% 


% 


% 


% 


% 


% 


2.5(; 


15.005 


— 


— 


2.05 


:'.4.o 


1 1 .225 


0.S75 


5.47 


0.00 


5.t;25 


1.51 


17.05 


lo.s 


1.1 !>5 


7.405 


I.O.-, 


0.50 


2.01 


5(;.5 


12.— 


l.;iG5 


8.5.S 


I.Oi 


0.5 


2.035 


39.45 


8. — 


0.04 


5.S75 


0.0!) 


0.1 S5 


2.505 


5!». 0(1 


12.15 


;i.i75 


10..S45 


2.!)2 


IS.27 


2.15 


;'.0.!)5 


15.'.) 


1.575 


9.S45 


1.4S 


0.255 


2.10 


34.4 


17.8 


1.10 


0.— 


1.2.S5 


— 


2.59 


41.2 


13.1 


1.0 


10.— 


1.575 


9.845 


2.10 


32.3 


15.25 


1.35 


8.44 


— 


— 


1..595 


30.— 


s.7 


1.02 


10.125 


1 .2S 


7.S05 


2.S1 


:',5.2 


11.0 


0.S4 


5.25 


0.705 


4.975 


2.305 


32.7 


1 2.8 


i.;n5 


7.73 


1.335 


8.35 


3.20 


29.5 


12.35 



37 

Het geniiddt'ld j^vwiclit vau een koek bedroeg 2!)<) «;i'. Daar het voor- 
namelijk te doen was om de hoeveelheid eiwitstof en melasse te kennen, wer- 
den deze sloffen in de koeken bepaald. De analyse j^af voor: 

water 9.(>%, 

totaal ruw eiwit 7.(> ,, 

drone stof melasse + ;•,() . .. . 

Ter verjjielijkino- met gaba, afkomstig vaji rijst in den ('ultuiirtuin ge- 
cultiveerd, werd ook hierin het gehalte aan ruw eiwit bepaald en hiervoor 
gevonden 7.5%. 

Door eene onderneming, die voor hare koffic^tuinen aanzienlijke hoeveel- 
heden karbouwenmest gebruikt, werd om inlichting gevraagd of het drogen 
in de felle zon het stikstofgehalte in de karbouwenmest doet achteruit gaan, 
Het monster gedroogde mest bevatte aan : 

water 19. 3^^, 

totaal stikstof t,54 

Daar niet tevens een monster ongt^roogde karbouwenmest was over- 
gelegd, konden de gevonden cijfers slechts vergeleken worden met een alge- 
meen cijfer voor zuivere rundermest, en dan bleek, dat het stikstof gehalte 
van de door droging geconserveerde karbouwenmest daarmede niet veel ver- 
schilde. Naar aanleiding eener vraag omtrent het vet- en aschgehalte der 
fc?waroe Boelaroeto cacaopoeder, werd hierin bedoelde bestanddeelen bepaald, 
waarbij de volgende cijfers gevonden werden: 

water 7.0^^^ 

vet 43 7 

as<'h 5.9 ,, . 

In de van D''. Koorders ontvangen bladeren van rrophyllum 
glabrum Wall, een tot de Rubiaceëen behoorende boomsoort, voorkomende 
in de bosschen bij Takoka in de Djami)angs (Preanger) en aan de bladeren, 
waaraan genoemde natuuronderzoeker de reuk van ki-uidnagelolie meende 
te bespeuren, kon door distillatie een olie worden gewonntMi. welke eugenol 
(het hoofdbestanddeel der kruidnageloliei en sporen met livlsalic,\ laat bevatte 
Een onderzoek werd ingesteld naar het voorkomen van caffeïue in de 
bladeren vau ('amellia Canceolata en ('auu'lli.-i uiiuahassae. 1 De thee be- 
hoort tot genoemd geslacht). Zoowel langs macro als michrocheuiischen 
weg kon in genoemde bladeren de aanwezigheid van caffeïne niet worden 
aangetoond. 

Met behulp van de in het vorige verslagjaar uitgewerkte methode van 
onderzoek voor getah-pertja's, werd het ondeizoek na<ar de kwaliteit van de 
producten gewonnen uil de slamnu-u der gelah pertja boomen van den Cul- 



I iiiii'tniri «Ml \;in (!•' < Iuii\ ciiifiiicnis iiiinphinl i(i;:<'ii (<■ Tjiin-iir. \ i»i(rt^*'7><'l. 
lief |»ro<lii<l iii^»'/,;iiiit|(| \;iii <|iii sl;iiii \iiii (•••ii l»ltn'jfin|i- Imoiii uil «l<-?i I';il. 
oldoii^il'olimiil iiiii Ir K<'|;ir;iii. «lif \;ii. ninsl i t-ckH \>>7<7t <l;ilftil litvath': 
hai'H '2'2.7'/r. -iiihi 77.:?%. 

lief |i|'ih|ii<'I \;iii icn l*;il;i;;. u'X I I ;i I x )i iiii uil il'li I'Ij II I <-li I M i II. ilji- i-\)-li 
CCIIS (llllSl rrcks IS.-)! nini'l ;:fp|;ilil /.ijll, li;ii| •!•• \ <i|;_'r|Hlr SillllflISlfHill^ 

li;iis \-2A%, 

^MlM;i S7.r» .. . 

Iciwijl (l«'/f \(»(H' rrii Tiil. Tiriiliii. in dr ii;il»ijliii(l \;iii il<' l'iil. ;;iiMiiltiM>iii 
^r(»('i<'ii<l('. ;ils xttli;! \v;is: 

liJits .^S.S%, 

-ullii II.Ü... 

'\\' 'l'ji|M'tir wndrii ccii ;i;iii(;il Immhih'Ii, sI;i:iii<I<' in «l'ii l'iil. ultldiiuifnliiiin 
(nin <;('i«'^ist iccid, wirr |)i(i<liirtcii op i,m<»ih1 \;iii «Ifii luiliiliis <lfr luKtnicn 
twijfel »»\»'ilict ;i;in;;;iiiii<lt' «Ir k\v;ilil«'il . ih't <ln'iiiis«h «ni«li'r/,«>«'k l«'vcr«l«' 
lit'l v«»l^«Mi«l«' «»j»: 

W 12 8 4 5 6 

% % % % % % 
hais 16.2— 15.4— 27.2— 17.2— 15..5— 57.1, 
<X\}tti\ S8.8— 84.6— 72.S— S2.S— S4 .5 — 12.0. 
Naar ;ianl«'i«liH<: hi«'r\im \v«'r«l l»«»«»m II- 6 uil «h-u l'al. <»l)l«»n^Mf«iliiiiiitiiin 
verwijderd. 

Alvorens de proeven met de grootende«»ls ni«Hlianis<lie bereidinj; van 
fjetah-pertja nit blad w(M'd«'n voortgezet, bleek in de etnste plaats noodij; te 
zijn een <;oede «'n snell«> nietliode van <inttab«'palinti- in blad«Men. De jje 
wone exti"a«'<i<'m«'lli«»«l«' is zeer tijdr«»«>v«Mid. waarbij «»«»k iio^ komt, «lat de 
extra«'liedinii' aflumkelijk is van de fijnheidsgraad van het vermalen blad. 
De <;edaH«' «)n«lei'zo«'kin,i;«'n n«»pens «lit onderw<Mp zijn imj; ni«'t rijp voor 
pnblicatie. 

Yiin den Heer v a n \\ 1 o ni ni e s i e i n \v«M'd «mmi monster gezniverd en 
een dito onjiezniv«'rd jjetali-pertja, bereid nit blad voijrens het mechanisch 
procédé Ledeb«)er, ter onderzoek ontvan<;en. FTet chemisch onderzo«*k «jaf 
de volgende iiitkon>r5ten: 

ongezniverd prodnct gezniverd ])roduct 
% % 

water 1.1 3.6 

vnil 2.9 1.5 

hars 6.4 7.5 

gntta 89.6 88.4. 



39 

Uit de Gajoelaiidf u werd van I >'. S ii o ii <• k H ii r j^ i" o n j e eeu moustei' 
aldaar gewonnen zont ontvangen, waarvan de samenstelling niet bekend was. 
Het bleek 'M)% kenkenzont te bevatten. 

De Heer en Mevrouw W ever s, die voor het doen van wetenschap 
pelijke onderzoekingen naiir Btiitenzorg zijn gekomen, kwamen hunne werk- 
plaatsen in het laboratorium in begin December innemen, waarvoor echter. 
daar eigenlijk voor vreemde bezoekers het laboratorium niet is ingericht, 
eenige schikkingen moesten worden getroffen. 

c. Opleiding \- a u jongelieden voor den 1 a u d b o u \\. 

Werd in het vorig verslag de klacht geuit (bladz. 71). dat, niettegen- 
staande de publiciteit aan de oprichting van den landbouwcursus gegeven, 
de toeloop zooveel te wenschen overliet, in het verslagjaar daarentegen over- 
trof — waarschijnlijk, omdat de aanvankelijk verkregen resultaten niet on 
gunstig te noemen waren — het aantal aanvragen om plaatsing verre dat 
der nog bes<hikbare plaatsen, zoodat velen teleurgesteld moesten worden. 

Een leerling, die zcmder geldige reden herhaaldelijk afwezig was, werd 
ontslagen, terwijl aan een ander, die minder tegen het liuitenzorgsch klimaat 
bestand bleek, op verzoek ontslag werd verleend. Twee andere leerlingen 
werden door hunnen vader telegraphisch naar huis geroepen met het oog op 
een ongunstigen gezondheidstoestand, waarvan toen echter te Buitenzorg 
niets gebleken was. Zonder de toestemming van den waarnenumden Direc- 
teur af te wachten, verlieten zij Buitenzorg, om niet nu^er terug te kein-en. 
Hiervoor werd als reden opgegeven, dat de jongelieden in kennis der Neder- 
landsche taal achteruit waren gegaan en er in het algemeen te weinig aan 
theoretisch onderwijs werd gedaan. 

De ervaring heeft inderdaad geleerd, evenals bij den tuinbouw-cursus. 
dat het gehalte der jonge menschen het geven van theoretisch onderricht, 
zij het ook nog zoo elementair uiterst moeielijk maakt in het algemeen. ]Ie( 
geven van onderwijs in de Hollandsché taal heeft geen deel v;iii hel ju'o- 
gramma uitgemaakt. Het (h»el vaii den gelieehMi cursus is \ui\ den aan 
vang af boven en voor alles praktisch geweest, waarbij juisi Iu4 droge 
weder van den Oost-moesson in het verslagjaar zich bij uitstek tot het bijna 
voortdurend verrichten van praktische werkzaamheden leende. De ge 
maakte verwijten treffen dan ook onze poging tot het geven van eenvoudige 
opleiding in den landbouw niet; zii toonen slechts aan, dat men zich onjuiste 
en overdreven voorstellingen maakt van den aard van hd oiiderw ijs. dit ver- 
warrend met d(» opleiding, die aan eeiu^ eigenlijke landbouw sdiool wordt 
gegeven. 



40 

TiwHl W i-lis, iM' lilijUfii iiu;^ in ;iii(li-li- n|i/,i(|ih'ii \ tl Ivft-rdi- i|<-lik lM-cl(|t|i If 
lifsl;i;ili. \ i»iiiii;iiiic|i jk l»ct ii-l TcikIc ..;i;iiis|)|;i ki-n" (li<' <!'• If<-| lili;^!-!! /<iihI>ii 
Liiiiiii'ii (lom '^ildiii ii;i :iri<M»|i \;iii (|<-ii ciiisiis. Mm im-ciil smns. dal \\;i;i|- 
hrl < iuii \ ciiimiml lit'l ;^clii'clr i »iid<'iii< Il I kusldixis \ cr'sl idd cii ir /.flls :(:iii 
\ rrsclii'idciM- lr< rlinum rm;.', crue Inrhiiic udidl ;^<';;<'\ fii \(i(»r kost cii huis 
\('sliii;^, liu\ ('iidifri imu df \ ni»! iclit in;: /<iinli' ltcsl;i;iii uni kilcr mhh- ••••n'- 
|>l;i;i(sin^ dri' joni^i'lirdm h' /uiL:<'n. I>iv,<' \olsl;i^m un;i;i nn<'nii'li jki- ii|)\;ii 
linu is li(i\cndifn in |icil irimh-n \MM'rs|ii;i;ik nn-t lid \<><ii;ir mkh d*- ii|(|im 
diiii;s i;clr^cnlH'id :i;i n^^rnitnicn m in-ki'nd u'^iumk Ie duel. hil is In-I 

worde hiel- iirili;i;dd I \\ccl( d i i: : omsdrcls wil nirn df .j<>ii;:i' nn-nsdim oji 
li-idt'ii \ooi- lirl drij\cn \iiii IJcincn hindlionw m ;ind"'idri'ls \(ior hri mi 
\ull<'n \;in cmNoinliuc opzirin'ps |d;i;i Iscn op Inndi-iijkc oinli rnrniin;;<Mi 
l)il en iiii'ls anders weid van don aanxaii^ ai', on wordi not: liooo^id. 

Kvonals hij don Miinhon w ( iiisns liohhon do jon^ioliodiMi ziili sjioodiij 
aan Ik'I \ criicldon \an don MoiMÜ^cn handonailn-id i:o\\ciid on //ion /ij oi- nioi 
nn'oi- lo;;cn o|> lo s|»illon on jo Li!a\<'ii, hoonion !o ka|i|i<'ii on nn-l nn-sl oiii 
(o liaan. 

llcl ITi lal jihialson \<M>r do (iploidini; hostonid. was aan iiol eind van hol 
\orsla^Ja;ir ho/.o| d<Mii- do Jongelieden ■ \\'. \\ en A. (i. A. de ('enninek 
van ('a|iello. \an (tl tl' en. 1'. !■ o n \v e r. 1. ah aar. Kroniiiies. 
F i n e h i, S ni il. Mal h v, M a r e k s, v a n d er II e ij d e. i e n 1', n o lu. 
V a I' k e \ i s s e r, < ) o s t h o e k en -1 o h a n n e s. 

1 >e l.andhouwloeiaar. de lieer 11 e ij ni nu. was in ln'l al^enn/en over 
vlijl en _i;e<lra<;' der leerlingen wel tevreden, terwijl soniniijicn hunner zelfs 
„liel'hehherij" in hel werk hlijken te liehl>en. Onwetii.uc ver/ninion konioü 
niet \(K»ron noenil nuMi in aaninorkitiii. dat \(»(»r Ncrseheidene dei- joiiucliedeii 
de ()very,anj;' naai' hei Nochtiuc r.uilenzorinselie klimaat noj;; al ^root was. 
daii kan gezej^d worden, dat ook het aantal vei-zninuMi wej^t'us ziekte j^erinji 
was. De leerlingen hebben zich nn iti het aluemei'n blijkba^ir aan het kli 
maat j^oed gewend. Zij werden tijdens de laatste pokken-epidemii' <;eva(ei 
neerd. 

De werkzaamheden konden in het verslaiïjaar. dank zij de langdurige 
droogte, o(dc des middags veelal buiten plaats hebben. N'oor het ond(H'richt 
binnenshuis werd met daadwerkelijke nu'dewerking \an de leerlingen, t^en 
eenvoudig gebouwtje opgezet. Wel is waar <lunrde d(^ bouw daai-van daar- 
door \cel langer dan indien deze in aann(>eni werk gedaan ware. maar nu 
wei'd dan (»ok het \(tordeel veikregen, dat ze zich do kennis \an eenvoudige 
constructies e. d. eigen konden maken. Sommige leei'lingen toonden voor 
dit soort van werkzaamheden groote liefhebberij. Een loods, eveneens door 



41 

d(' Ifcilin^vii (.[.jivzi't, ^vrf( bij j^iooic warmte of bij regenachtig weer ge- 
l('-i(Mili('i(K vcrscliilleiide i)racliscbe octViiiiijicn uit te voereu. 

Ter voorbereidiii}^ van hel liiiiiwcrk was bet in (b' eerste plaats noodig 
een terrein uil den ('ultniirtuin, waarop verscbillende aan[»bintingen voor- 
kwamen, scboon te maken. Hel kappen der zware scbaduwboomen en liet 
ontgraven der stronken alsnu-de bet bewerken van den grond eischte veel 
tijd, wijl de b'erlingen nog weinig gewend aan bandenarlu'id, zieb eerst bing- 
zanicrband de noodige bandigbeid eigen maakten. 

Daarna kwam de aanleg van groentebedden en van kweekbedden voor 
versehillende overjarige gewassen aan de orde. 

Liet bet weer zlcb aanvankelijk gunstig voor de groentecull uur aanzien, 
de al te felJe droogte bleek eebler voor verscbillende gewassen geen ge- 
wensebte factor. Ook badden verseliillende aanplantingen veel te lijden 
van insecten, sommige zoo sterk, dat ze gebeel te gronde gingen. Vooral 
booneu viel dit lot ten deel. 

Bestrijding zal volgens J >'. K o n i n g s b v r g e r niet baten; het eenige 
wat aangeraden kan worden, was om in het eerste jaar voorloopig geen 
boonen meer te jdanten. 

Knollen, kool on uien gaven niet veel resultaat, daarentegen waren de 
uitkoujsten met wortels, prei, selderij. i»eterselie. sla eu andijvie gunstig. 
\'an de o]>gedane ervaring zal in bet volgend verslagjaar natuurlijk een 
nuttig g(d)ruik gemaakt kunnen worden. 

Van bijna alle in den ('nltuurtuin gekweekte meerjarige gewassen wer- 
den pejunières aangelegd en met bet meerendeel uitstekende resultaten ver- 
kregen. \'ooral aan de bebandeling der jonge bibit werd groote zorg 
besteed. 

In den ('ultuurtuin zelven konden de leerlingen zich in de oude aanplan- 
tingen oefenen in het snoeien, het maken van niarcottes e. d. terwijl ook, zij 
het dan nog slechts op bescheiden schaal, wat aan behandeling van vrucht- 
b(»omen gedaan kon worden. 

Eindelijk werden op bet terrein, dat later dienen zal om er de boomen 
op uit te jdanten, aanplant ingen aangelegd van verscbillende kruidachtige 
gewassen, wier cultuur voor ben, die den kleinen landbouw zullen drijven, 
van eenig belang kan zijn. (Jenoemd mogen bijv. w(»rden gencM^skracditigi^ 
kruiden, aetberis<-he oliën- en vezel leveicnde planten, terwijl eindelijk ook 
aan enkele zoogenaamde Inlandscbe gewassen een bescbeiden plaats werd 
ingeruimd, vooral om de leerlingen er med(> bekend te maken. Het bleek 
toch maar al ti- dikwijls, dat vt>el voorkomende en gecultiveerde gewassen 
aan verscheidene jongens gebeel onbekend waren. 



FIfl sjMci'Kl w'l \.iri /.<l\<- (|;il iiri (|;ij;i'|ijks<ln' a:itis«-liMii win;; van. fti 
\ UMI tfliiiiMid Ioc//m hl (i|i Iit| ;jt |i|;i iiif <i I >iii ( «mpj'-iimmmi (oc liij<lraa;:t om litii 
(e («•r»ii(ii in licl w aai rnnH-n. 

N'ci-nil nnii liij ImI u|.niak< ii r|<i lialans in aaninf-rK in;:. Ik"- vdoc de 
nnM'sIcn allfs nirnw was. dan is rr all<' ii(|<ii nm ni<-t <!<• in In-I ••i-tstt- jaai' 
\ rrkir^^cn ifsnllahn lf\ icdin Ir /ijn en ImIkhH er ;:fcri Iwijfrl t<- In-slaan of 
(•••n Nol^^md volslag /.al \oor lal \an w «a K/.aanilKMJrn no;_' In-i. if nil Uonislfn 
kiMHK'n lMM'ks(a\ fii. 

haar lui \ooial \ oor' In-n, dio /,i< li laloi- o|i d'-n kltinin landlionw /iillcn 
loclo^;^!'!!, \an iM'lani' is, ook vfrlimiud Ie /.ijn nn-l do lx Iiand<lin;: \an 
niolk\oo, wrrd^or ooii koo mol kali' !L;ok<Hld. alsan-ilo i-on aan oen di-r Icci- 
lin;:on looliohoofond koohoosi lor- \ or/.or';,Mn^^ aan;ioiromon. ||.| aarijdarr 
ton \ari \ oi sriiillciido NcovucdiTj^owasson kwam du.s \an /oji (M.k op Injt 
|tr-o^Mamnia. 

Hol sjirookl \an /.ol\o. dal do loorlin^on \ ooi' i\r \oodin;; on \ fip|o<^iir;^ 
van do koêbeestcn nrooton /,or';,'^on. holtoon oohlor' op sommijro mons<lifn 
don ( iill iini hiin passooicndo. con zoo stiiitoinlon iiidiiik maakte*, daf in oon 
s( liiijvon aan don \vd. dii-ocfoui- verzocht weid ..aan dat schandaal ton spoo 
diLTsl»' paal on jiork |o laten st<dlen". Onnoodig to zeggen, dat op dezen 
\ liondoli jkoir wcirk iriof i;('i'oa;j:oord \voi<l. 



§ VI. 



4"»- AFDEELLXG DEK INKKHÏING. 



(PHARMACOLOGI8CH LABORATORIUM). 



Zooals reeds in het voorgaande verslag werd aangeduid, vmscheen in 
Febrnari van het vershigjaar een van deze afdeeliug nitgaande Medede«ding 
(II- Lil, Phintenstoffen I\'). Een referaat, betreffende den inhoud dier Mede 
deeling, kan liior- achtorwogo blijven, dewijl dit reeds in het verslag ovt'i 
l'Mll gog.'von is. 

Na de beëindiging van de werkzaamheden voor de even bedoelde publi 
catie werd het wenschelijk geacht, thans in de eerste plaats te gaan denken 
aan het tot stand brengen van een werk van eenigszins anderen aard dan de 
tol hodon toe geleverde, nl. oen jiharmakognotisehe beschrijving te geven 
van de meest gebruikelijke inlandsche geneesmiddelen. I>o vernu^^rderde 
belangstelling voor aan het plantenrijk ontleende artsenijen, die in den laat- 
sten tijd hier en elders wx'derom is op te merken, noodigt hiertoe als van 



zelf nit, daar zij meer en meer de leemte lu het licht stelt, die op dit gebied 
no- bestaat. Het valt t.H-h niet (e-en t.* spreken, dat vcor den medicus in 
Indië hekendliei.1 n.rt de inlandselu' grneesmiddelleer een zaak is van het 
ovoetsfe ^.-wirUt, zeowel we-ens het vele goede, dat zij ontegenzeggelijk be- 
vat, als n.ornamelijk om het meerdere vertro.nven, dat de Europeesche ge- 
„eeskunde hier te lande van de zijde der inlandsche, maar ook van een groot 
deel der niet inlandsche ingezetenen zal ten deel vallen, zoodra haar be- 
oefenaren meer algemeen op eenige kennis van de inheemsche therapie zullen 

kunnen wijzen. 

Als een niet onbelangrijk hulpmiddel tot het verzamelen van zoodanige 
kennis zal ongetwijfeld te beschouwen zijn het bestaan van een boek, dat 
door een beknopte beschrijving in staat stelt, de meest gewone simplicia 
te onderscheiden, en dat verder, voor zooveel mogelijk, aanwijzingen bevat 
betreffende de bestanddeelen der besproken plantendeelen. 

Een werk als hier bedoeld wordt, ontbreekt tot dusverre. Wel bestaan 
van sommige inlandsche geneesmiddelen reeds beschrijvingen, die meer of 
minder aan het hi(M' voorgestelde doel beantwoordi-n, doch voor het meeren- 
deel geldt dit niet. En wat de werkzame bestanddeelen betreft, heeft wel is 
waar het stelselmatig onderzoek van de Indische flora reeds talrijke bijzon- 
derheden aan den dag gebra<ht, doch zeer veel is nog volslagen onbekend, 
zoodat ook omvangrijke werkzaamheden van chemischen aard nog noodig 
zullen zijn om een in dit (.pzichi althans eenigermate bevredigend geheel 

te kunnen samenstellen. 

Gedurende het verslagjaar werd vvu groot deel van den beschikbaren 
tijd besteed aan het bijeenbrengen van materiaal en van daarop betrekking 
hebbende gegevens; hiermede woidt nog voortgegaan. Yoovts werd een 
begin gemaakt met de beschrijving, terwijl ook de verrichte chemische arbeid 
hoofdzakelijk betrof een aantal inlandsche geneesmiddelen, die in het phar- 
makognostische werk zullen worden opgenonu'U. 

In zooverre is dus afgeweken van den vroeger steeds gevolgden regel: 
bij het (mderzoek de natuurlijke verwantschap (h-r planten in het o(.g te 
honden en dus zooveel doenlijk faniiliesgewijs te werk te gaan. Natuurlijk 
is deze :i f wijking, die do(M- het voorafgaande voldoende gemotiveerd is, 
slechts een tijdelijke, en ligt het in de bedoeling, zoodra mogelijk op de ge- 
wone wijze voort te gaan. lntuss<hen is het duidelijk, dat ook de thans als 
„Varia" verkregen resultaten voor het systematisch onderzoek geenszins als 
waardeloos (e beschouwen zijn. 

De aard der tijdens dit jaar in hoofdzaak verrichte werkza<amheden, in 
het bovenstaande kortelijk aangeduid, brengt mede. dat eiMi metM' gedetail- 



44 

Icrrd <i\fi/,ir|il iiici k:iii ;^f^c\.-ii woiilni. Slt-clils /ij liiiM' \ <tiiii|i|. diil ;i:i|i 
lul ( lii-iniscli (tii<lci/.uflv \ oiiiiiiiiiicli jk iiinliMW UI |ic|i \\<'l<|i'li |il;ili liii. Im-Iicm» 
icli(h' lol <lc \ (il;:fii(|f r;iiiiiliili : ( ';i |i|mii hI:i< i;ii-. I .i-^ii mi riusjir. M \ il;ii-f;i<', 
l(iilii;iic;n', ( '<Mii|H»sil;i<', l'iii |iliii|| idci-nr, /iii;^ilifi;Mr;if. 

«Jchcrl liililrii \ i'llm 11(1 liifl lirl lt(»\c|| i^f/A-'^tïi-. Iiliii-I liii-r ^'fWii;,' ^c 
lii;i;ilxl wiikIcii \;iiici'|i \ ij.il:. <li<' \ :i n iiH'<lis<ln' /.i.j(l<' ^<-<'|'l"'''' "''''1 "k-I Ih-I 
(MrM n|i dl' (Kils lli'l !'• I;iImI»' m||(|c|\ (.imIcii llMM'irlijUllfid (illl <<ii lii-l liiliw li;i;i|- 
SI I- (I |p II ;i II I II il s |.i ;i«'|i:ii m;!!. \;iii ;;i'I i j k lii;i t i u<' NVlk ili<.'. iiinilili^ !•• wor 
(l.ii, (Ie \i;i;iu lil., 'il' lul iii<'l iiK'.u:!'!! jk /.ijii /.uw. lul l;"-ii"'ciim|i' Im/\s;i;ii- I<- 
nul ^;i;i II ildoi liicr i II I m lic (•(•{! m'Sili i k I <• su( >rl \ ;iii Im-I i^i-shnlii Si i n|iii;iiii lius 
II- diM'ii :i:i lik w i'ckrii. 

N;i;ii- ;i;i iilcidiiii; \;iii df/.i' \ i;i;iL': wcidfii .-uiii ifii rlifiniscli diidi'i /.oi-k 
oiidfi \\<)i|ii'ii de /,;idfii \;iii S I I' o |i 11 ;i II I II II s (1 i i' Il o I •• Ui II s I ». ( '.. \<Mir 
lifl ud^ciiidik de ('ciiit^c sodil . w ;i;ir\ ;iii ;ill li;iiis lol rni \ (K)il(»n|(i;^i' Im-w rikiii;^ 
Idcrcikciid iii;ilcii;i;il uil 's L.iiids ri.iiili'iil iiin ( K iill ii iiil iiiii ) kdii lM'Sfliikli;i;i r 
<,M'sl('ld wdidcii. |)'. <1 rcslidir Ncsli^^ih- xour <-ciii,i;i' jiirni rrcds d<' ii;iii 
d;i(di( (»!> hel \ odikonicii iii biisl ni Idndcicii dr/.cr s|h-ciis — /.ij lid ook Idt 
('cii iiilcrsl >;i'i iii;^ lirliallt' - \;iii ren sidi', die pinilfii \;in d\ ficcnkdiiisl iin'( 
t^lroidi.iiil hiiH' scIhm'II (c vci-lddiM-n. In de /;hI( ii kdii iiii iiHlci(!;i;id r<Mi ;:lii- 
fM)sidis(di liarl \ t'i-^'iri jiniiii'clodnd en d;iiiriiil in kl<'iirldd/<'n. lincwrl ;iiiidiplpii 
(ocsliind ;it'uc/dndrn! worden, welk li< li:i;ini zidi in \ ciscliillende d|)/icliteii 
iils slr(>|»li:inl liine Ideek Ie jicdra^eii. N'oor ineer uit voerijie proeven (tut 
biO(M<t voorsliauds liel innlerianl, zoodal een a.Woend antwoord oj> de vraaj;, 
of niou hiel' te doen licel'l mei slioidianlliine zelf of met een vei'wanl «ilueo 
sied, no^ niel kon ^c^cNen worden. 

Hoewel nii de moi;<'liJklieid niet is uil ucslnlen, dal de zaden van Sir. 
dicliolemns tiij een iiadei- onderzoek ilierapoiil is( li hruikl»aar zonden hlijkeu 
en dus deze soori \(»oi- hel aanj>lanten lol niedisclie doeleinden, in aanmer- 
king komen zon, zal hel lo«h onuet w ijfeld de vo(»rkeur verdienen, te traehlen. 
hier tot de kulfuur \an de in Europa offieieele Strophanthus-zaden te ^e- 
raken, daar hel toch juist aan hel in den handel kennen van zaden van zeer 
veisrhillende herkomst en nileenloopende w eik/aamheid is toe te schrijven, 
dat de Stropbantlius-praeparaten allenj;s een. vooral voor zoo sterk werkende 
en o-ewichtioe j;eneesniid"delen hoojxst helreurenswaardiffe, reputatie van on- 
hetronwhaarheid verworven hebben. Hel is om die reden van jjroot belangc. 
dat er nil/icht bestaat, voor 's Lands riantentnin binnen kort uit Afrika 
den<i(lelijk plant materiaal van de (d'ficieele S t r. K e m b é te verkrijjren. 
zoodat mettertijd deze (piavslie in deu meest jreweuschten zin tot een op- 
lossinir zal kunnen komen. 



45 

§ VII. 

5''" AFDEELING DER INRICHTING. 

(BOTANISCHE TTUN EN RERGTUIN TE TJIBODAS). 

(I. R o t a n i s e 11 o t n i n. 

hl iK't begin van hét veislaojaar kwamen de door den waterstaat ge- 
bouwde nieuwe woningen voor de werklieden gereed. Deze woningen be- 
stiijin, behalve uit een afzonderlijk staand huisje, thans den élève-niantri 
S il k a r a n tot verblijf|)l;ia(s aangewezen, uit vier blokken, elk voor zes 
gezinnen, leder blok he<'fl eene algemeene voorgaanderij, waaroj) volgen 
vertrekken van :{,7r) M. in het vierkant, elk voorzien van een kleine achter 
loeaaltje van 1,78 M. diep. Voorts werden er afzonderlijk staande kenkens 
gebouwd, waardooi- de brandgevaar opleverende en er zeer onoogelijk uit 
ziende hokjes niet ataj) bedekking, die vroeger als keukens dienst deden, op- 
gei'uinid konden worden. 

De nieuwe woningen, die bijzonder goed voldoen, steken in alle opziehten 
af bij de oude verblijven voor onze werklieden. Een veertigtal hunner zijn 
nu nog slecht gehuisvest; eerlang zal ook daarin echter eene gewenschte 
verandering komen. 

Door het terasseeren van het sterk hellende terrein in den werklieden- 
kampong had veel grondverzet plaats; de daarbij overblijvende aarde kon 
goed worden aangewend om de uitgespoelde vakken in den heestertuin weder 
aan te vullen. P^venveel, zoo niet meer werk, vorderde nog het maken van 
afvoergoten voor het regenwater in den kampong, alsmede het beklop])en 
met riviersteenen van de ruimten om de nieuwe huizen. 

De waterleiding in het kwartier der Myrtaceae, langs een zeei' steile hel- 
ling verloo})ende, moest op nieuw gemetseld worden. Een niet onbelang- 
rijke verbetering in zake waterafvoer in den tuin werd aangebracht door het 
maken van een nieuwe gemetselde ruime afvoergoot voor regenwater lanoa 
de belling in het oude palmen-kwartier. De hoofdafvoer van het regenwater 
uit den tuin naar de rivier is nu in tweeën gesplitst, waai-doctr de kans op 
beschadigingen door d<' buitengemeeine hoeveelheid regenwater, die onz»- 
liuitenzorgsche buien dikwerf aanbrengen, aanzienlijk is veiininderd. Op 
liel teri'ein tusschen de beide Tjiliwong-armen werden alle wabMieidingen 
nagezien en, waar noodig, hersteld. 

Door de langdurige droogte in den Oost-moesson van het verslagjaar, 
moest(Mi de verschillende in den voorafgeganeu West-moesson uitgephuUe 
gewassen worden begot(Mi; hetzelfde was noodig in de kwartieren der 



'ii) 



( )i(lii(l<'<'rMi <Mi \':iii-iis f'ii V(»()i:il in i|iii Imsilil iiiii. Hu rWdui- wt-rtl licirikt. 
(lal lid \crlicH aan |ilanlfn ti-n ;:i\(il;^<' «lii-r rcllc. en \(»()i- liii-r ^n-|ifcl on;;!-- 
worii- «lioo;^!»' 1(t( fi-n uni»f<liii(l< ml niiiiiniinn wcnl l)'|M-ikl, /.tuu\.\\ ln-l \<-l«' 
«•xlia \\<'ik aan lid lH-;^idin Im-sIiciI. i iiiiiistlindls is iH-jiKintl. 

I'lcn Nourdfd \aii i|r ;^i<H)ir ilrud^lr was, <!•• zct-r ;4i'rini;<' liuc\ cdlK-id 
walfi in lil II Tjiliu oii<4, waanlom- lul \ «iKii J;.';iii \an i-fni- riiiikc Ii<m\ cdlifid 
oriiii^ \iiiir lid \ iTliardm dii \\i-;4<ii <ii jiadcn, /(■••r \stid \ ii ;^<'iiiakki'lijkl. 
In dl' inaaiid .liini werd di- kanaii laan \\«'d<'r Ix'^iint iii nul di- shioniwalM. 
ons daailuf w (■Iwilliiid dmtr diii In^iMiii-iir \an dm \\ ahislaat Ifii ;^i'liiiiik«* 
al'^icslaaii. \ciliaid. I>i' onlM'\ ii-diitt-ndi' loi-stand im/.i r \\<';,m'||. im ;^f\<)l^t' 
san dl' /.w are rcj;('ns ('M \an ln-l oii \ oldiirndi' \ i'iliaidiiitisinalt'iiaal, Idijll t-rn 
sl<'c<ls \( teil ia ai' nadri'1 \an on/i-u lniianisclii'ii In in: i\i-/.c sti-rkl in dil ii|i 
/iciil, (i]» \«»oi- dl' wandelaars /fiT Mii'lhari' wij/r. nnmisli;: al' nn'l naiiit' Itij 
dl' Mn^i'lsrlii' I i<>|ns(li(' liiincn. Hni ccni' at'docndi' \ rilM-lnin;,; in dien lm-- 
slaiid Ir hrciij^cn, /.oude crliln- In-I hr/it \au cm i'i;;rn stoomwals onniisliaar 
/.ijn m li'Nt'iis do hoscliikkinji, o\oi' di- noodi^c fondsoii om lii'l pcisoincl \oor 
dt' hodicnin^ rv \an te l»i'/.oldiuoii oii \ filiai-din^smalcriaal. zoomodo luand 
slof \ooi' de wals. II' koo|M'n. Iloowcl om on andoi- hol lokkolijk iio^ al 
koslon /.oiido nH'dohioii;:,!'!!, zoo zal moii locli ton slolto wol ^ciioodzaiikl zijn 
tol hot dooii dioi' uil^Jial' over to ,n:i:i'N N<>(»ial iiidioii lid ;i:nital l»oz()«*k<*i-s 
<Mi waiidolaars iu onzon bolanischon zoozoor Idijll loononion als in do huitate 
I w'oo jaion hot oeval is geweest. 

liet maken van geulen iu liet tegeuwooidig(? kliniplanten-kwartier moest 
worden voortgezet, daar er nog altijd plekken zijn, waar de planten sloebt 
^ xoorlkomon, omdat de ondergrond Ie vast is. liij dil graven kwam men tot 
do onaangename ontdekking, dat er zich hier on daar ondiei)e ,,padas" lagen 
bevinden, Noor waler zoo goed als ondoorlaalhaar en te hari^l en te dik om 
ze, zonder al Ie groote koslon te knniion doorbroken. Het behoeft geen be- 
toog, dat men op zulke plekken van den groei van overjarige gewassen uiterst 
weinig verwachting kan hebben. 

Zware winden in de maanden Odober en November van het verslagjaar 
doden ons Ncrschoideno exomi»laion van groolo en fraaie boomt^i verliezen, 
zoo : 

ojt 17 October: Helieia robusta Wall. (V F 17), Nanopetalum myrian 
thum llassk. illl E 14), Livistona rotundit'olia (uit den laan bij den rozen- 
tuin), Oreodoxa regia H. P.. d K. iXIll M), IMedromia dioica Brck. (III L 20), 

op 'M\ October: ('hicki-ossia volui ina Koen. (lil A), Sandorioum glabe- 
rium Hssk. tlH R 5:?), Peupartia altissima iN'II A 8), Livistona i'otnndifolia 
Mart., 



47 

op 3 Novembi'i': CJouocarym p,vrosperuunii Seh. (II H 1), Albizzia sper. 
Celebes (I K 18), Adenanthera spec. Celebes (I K 20), Orinosia sumatiaua 
H. «'t H. (I B 47), Pistacia Tcivbintlius L. (VI H 19). 

Het bleek, dal het iiieciciideel d«*i' omgewaaide boomen, hoewel er nog 
kra<htig uitziende, alleen in den bovengrond wortels hadden, niettegen- 
staande er geen grondwater werd geconstateerd. Welli<ht is trouwens de 
verklaring van het feit, dat zoovele tropisch boomen, ook zonder moeias- 
achtige standjdaatsen te verkiezen, bovenaardsche verst»Mkingslijsten dei- 
wortels hebben, te zoeken in eene algemeen vooikoniende eigenschap van hun 
wortelstelsel om veel meer in de breedte dan in de diepte te groeien. Waar- 
aan dit te wijlen is (aan onvoldoende luchttoevoer in den grond?) is, voor 
zooverre ondergeteekende weet, niet met zekerheid bekend. 

In den tuin voor waterplanten kwamen in het verslagjaar een tweetal 
Nymphea's, door den mantri .1 ah e r i uit Merauke medegebracht, in bloei. 
Deze soort, met fiaaie donkerblauwe bloemen voruit een nieuw sieraad 
onzer vijvers en bewijst op nieuw hoe buitengemeen vtn^l fraais en belang 
wekkends de flora van Nieuw-Guinea nog bieden kan. (leen deel van onzen 
archipel is er, van waar bij verre zooveel op botanisch gebied te wachten is 
als van Nieuw-Guinea. Het is dan ook de eenige landstreek, waar men V)ij 
het vestigen eener eenvoudige succuisale van onzen botanischen tuin zeker 
zoude zijn van een te verkrijgen succes, zoowel op het gebied der zuivere 
als (hoogstwaarschijnlijk ook) der toegej>aste botanie. 

De nieuwe Nymjthea soort opent hare bloemen des morgens bij het begin 
van den dag en sluit ze eerst tegen 5 uur 's avonds. Zij bloeit ongeveer te 
gelijk met de variëteiten van Nymphea zanzibar(Misis uit Midden- Afrika, 
die echter eerst tegen 10 uur in den UKUgen hare bhiemen (tnlsluilen. 

h. B e r g t u i n te T j i b o d a s. 

De bergtuin te Tjibodas is voor 's Lands plantentuin in de allereerste 
plaats van beteekenis, e n z e 1 f s v a u z e e i- g r o o te b e t e e k e n i s. 
als station voor het wetenschappelijk onderzoek — in verscliillende richt in 
gen en opzichten — van een tropisch bergwoud, dat in rijkdom van vormen 
en Z(^ldzaam gunstige gro(Mvaarwaarden zijn wederga bijna niet vindt. In elk 
geval is er nergens eene gelegenheid, die zelfs in de verte bij Tjibodas haalt, 
voor de studie van een oorspronkelijk bergwoud in de (ropen. Hel koml 
mij gewenscht voor hierop nogmaals de aaudachl tt^ vestigen, daar men in 
niet-botanische kringen te dikwijls blijken geeft van niei of /,«'er onNoldoemle 
in te zien^ welke bijzonder hooge waarde de IxM'gtuiu iu hel genoemde op/.iclu 
voor onze Builenzctrusche iustellin»; heeft. 



4H 

In <lc (\\(((|c [il.Kiis <^i-c\'\ 'rjiliii(l;is iciic /(■»•!• wrlkMiiK' ^.M'lcjrciilicid (nn 
/ODWcl liolnnisrli ,'ils i-ioiiniiiiscli lifhi ii;ii'iJKi' |il;iiil)-ii iiil siili t r<i|)isi']|f |:iti<l*'ti 
:iMii Ie kwfckcri. 

A;i ii^c/ini wij in din Ini^inin <i\ci iiiiiiili- \;iii h-iri-in ln-siliiKkcn, zoo 
l:i:il /.il il nul deze Itcitlr hooi (loo;^nifiU<'ii zi-ir \\t| lic( slrrscii \ i-r<'<-ni;irti om. 
<;rliinil\ ni;il\cn(lr \;in de onuiiiii<ii riiciir li;:;^in;i^, N-M-ns df ln-r;^liiin :ils 
|i:ii'lv i'tii :i:inl rckkt'li jl< ondi-rd<M-l \;in '.s Lnnds l'l.i n hnl nin h' ni:il%i'ii. 'I'i* 
nicci' \(idi<'M( dil doel (r wordrn ii;ii;i-sl ici-lM d;i;ii' lul t^iooli- ;^cliiclx :i:iri 
lllinilr rn de «'isrlicn :i:iM een ;^roo(r loilcctic \.lli lc\i-ndf |>l:inli-n !•• sli'llcii. 
lii'l (th.'-i II' r.iiilrnzor;^ nid wel nio^rüjlv ni:ilvi-n o|i crni^szins lickinMii jl^c 
.S(dKi:il II- looMcn, <hil ooi. in dr Koloiiir-n wij .Xi'di'i l;i ndiis di- Isunsl \:iii 
|i;il'k;i;iMl('^ in cclc ll;|(lllcn Ir lioudrn. Ilrl-_;rrn in drzr liriitin;^ Ir Tjilio- 
d;is ^('Iridrlijk iviin wtiidrn ürd;i;iii, \oidrrl lirl ii'lvkrji jk wriidi; inorilr rn 
koslril. 

I (r Ir \-ol^<'n w r;^- d;i;iiliij is, /.oowrl dool' lii jpl.i nl rii ;ils tloor in-I wt",!, 
nmn-n \;in sIcm lil sl;i;in<|r rxrni|>liiicli, vrihrl rii ni; n:ili Ir liirni;rii, .ilsinrdr 
d(»or liri ;i;inltrrii<;rn \;in (h' iniodi^r w ij/i^iiij;('n in lirl w<'ji;ciiiirl. .\;iii«;r- 
zirii lirl i'i' <»|i :i:inkoinl hij rrli rn ;indrl- liicl <>rooIr OMizirlil i^lirid Ir wri'k 
Ir i;;i;iii, Irli rindr !j;(trd i](' drrls rrrsl hilrr Ir vrikrij«i<'n rlliM-Irn Ir \ rr/r- 
krrrn, hrrnj^cn dr li(»rlul;inns inrt on(lrii;r|rrkrndr Irlkrii jnir crn vohlornd 
;i;iul;il d;i.i;<'n ;i(lilrr<'rn Ir 'rjil)o(i;is door, nirl lirl dot-i om in ;illrilri ojizirjift-u 
'/AH) vrrl (lociilijU dr bolaiigeu van oiizrii l)(M'j;tuin Ir hrluufjgen. 

Ook in dil vcrslagjaai' werd in dr richling in lirt voi-ig vri-slag aa.iig«'- 
grvcii (hladz. 78) vooi-tgcvverkl. Dr hrlaiigrijkste iiilgtnoerde vci'beU'iiiigt'u 
bestond»'!! in: het in orde n!aken van het ter!-ein vroege:- doo!- de zeer onooge- 
lijke kliin|ilaiilr!i-veizamrling (dir naai' r(Mi andri- slnk nirrr hovrn in drii 
Inin rn hniirn hrl grzichl is oxci-grhracht ) ingrnomrii rn lirl iiitzriirn \an 
eenigr \akkrn \(»(»i- ralinrii, dir in drn West ii!oesson we!-den nitgephiut; 
liet vri\angrii dri' oiidr rn oiisirilijkr rxrmplarrii van Abülilon's en Hibis- 
«nssooilrn door klrineic gioeprii \a!i joiigr pianlm; lirt inakrn van e<'n 
niriiw vrint'ziciil (»p drn vijvei- doo!' het wrgnrmrii van rriiigr stainmni nil 
(\{' Kliodolria-laan. 

lirt zwaar iirllriid Irrrrin niaaktr wrdrr hr| aanbi'engen van alleihandc 
verbt't(M-ingen aan wegen, jKKlen en at'voeigotrn noodig; de leiding, ilie het 
wat ei' vooi- onzen vijver aanvoeil, moest geheel vernieuwd en ve!'br(M'd woi*- 
den, oiu rrn voldoend hoogen stand van het water te verzekeren. 

Eene zeer gewenschte \-ribrtr!'iiig kwani in drn loop van het verslagjaa!' 
eindelijk tol stand, dooidat de eigeilijke slrrhte hutten waarin onzr werk- 
lirdrn lol nog loe wai-en grhiiisvrsl doo!' nieuwe ,,boedjaugs"-vvoni!igen 



49 

werden vervangen. Door deze woningen verder weg te plaatsen kwanl 
bovendien een shik terrein beschikbaar, dat zich uitstekend leent voor eene 
hoog noodige uitbreiding der kweekerijen, die bovendien niet weinig tot 
verfraaiing van de naaste omgeving der woning zullen bijdragen. Het kli- 
maat te Tjibodas maakt het namelijk mogelijk om in den Oost-moesson, met 
zeer geringe moeite eene groote verzameling fraai bloeiende gewassen te 
kweeken, zooals men ze kwalijk fraaier in den zomer in de gematigde lucht- 
strekeu kan hebben. De droogte in den Oost-moesson deed dit nog beter 
dan anders uitkomen, zoodat men van de meerdere ruimte voor kweekerij in 
dit opzicht veel partij hoopt te gaan trekken. 

Het met glas gedekte deel van de serre kreeg een verlengstuk, alleen 
met latten gedekt voor die gewassen, welke het in het eerste deel overdag 
te warm heb beu. 

Het meerendeel der Japansche bamboes-soorten, waarvan af en toe 
exemplaren aan aanvragers werden verstrekt, blijven in den bergtuin bij- 
zonder goed groeien. Van Japansche viuchtboomen bleef Diospyros Kaki 
weder rijk vrucht dragen. Het is voor de bovenlanden een voortreffelijk 
ooft, dat ten onzent niet den goeden naam heeft dien het verdient door de 
afkeurenswaardige gewoonte der inlanders om de vruchten geheel onrijp 
af te plukken en ze dan met een groote dosis kalk te bewerken, waardoor zij, 
wel is waar, bewaard kunnen worden, doch waarbij zij tevens van allen 
smaak worden ontdaan, behalve van dien van looizuur. 

Castanea japonica, Eryobotrya japonica en eenige Oitrus exemplaren 
droegen ook weder vrucht; voor de twee laatste planten is het klimaat van 
onzen bergtuin evenwel ongeschikt, zij zijn er veelal, de Gitrussen althans, 
zeer fraai doch zoo zuur, dat zij volslagen oneetbaar worden. Anona cheri- 
molia, bekend als een smakelijke vrucht, wil te Tjibodas evenmin voort; 
er werden een paar vruchten van geoogst, die in het geheel geen smaak 
hadden. 

Van groente-soorten, die in het verslagjaar bijzonder goede resultaten 
gaven, dient vooral de lange roode Nijmeegsche wortel genoemd te worden; 
ook de Egyptische ronde biet leverde een goede oogst op. \'an de aard- 
appelsoorten bleef „Imperator" de beste, zoowel wat (lualiteit als wat quan- 
titeit aangaat. De felle droogte had ten gevolge, dat de nieuw ingevoerde 
variëteiten van aardbeien weinig en slechts kleine vruchten droegen. 

c. Opleiding van jongelieden voor den tuinbouw. 

Van de acht leerlingen, die aan het onderricht waren blijven deelnemen. 

(zie vorig verslag bladz. 80) werd er een in ll)t)l.* door zijnen vader wegge- 

VeRSLAC van 's LANDS FLANTENTUIN J9ü'2. 4 



50 

iKMiM'ii, (cru ijl <'<'ii iiiidcr <:;t'<liii'(*ri<lc ^(M-iiiim-ii lijd :it\\r/i<f was, doordien 
liii /ifl< uiid <'ii in lid lios|)il;i;il vi-iplrc^'d niorsl wordt-n. 

\\ fdiToiii k:in \:iii di- joni4(li<Mlfn wnrdi-ii ;i<'l iii;:<i. d;il /ij in ln-l alj^t*- 
III, .,.i, iiiiii licsl di-dcn. (»\iTiM,.ns woidl liii-i nif| di-/»- Uoilc o|(MicrU in^x 
\<ilsl;i:in m M;i:ir In-t icin^^fvotidf in dr luid»- \oii;^f \frsl;|w,.n ver 
\\c/,cn. 'I'r nxii k;iii lliiins liirinn-d.- woidt-n \olsl;i;iii. ;i;in;:f/,i»-n hfi vol 
Mfiid vrishi^ n:i:ii ;i:inlcidin^ \;in lifi rindi;.'» n \;in d"-ii dii«j;iii;;'-n o|ilfidin;j;s 
lijd, wrdfioni nn-cr in t-xicnso JM-riclii /,;il ^f\rn omt di- n|iMc,|;inf nv ;irin;^<-n 
itij df/.r ccislc |to;iinu om hier ;;olto|i'n jon;;flii'd(ii \oor di-n Miinlioiiw in d<- 
Kolonie o|i Ie leiden. I>;il die ei\ :i li n^^en i'i lioold/.;i;i N ^^iinsli;: en lte\re<li 
^(■nd zijn, /ij ecliler liei/e^d. 

(/. \' e 1' e «' II i '^ i n >^ „( > o 1' I I e e 1 1". 

I >e helrekkinmMi \;in veischillenden nard, w.iaidooi- de/e \ eieeiiijiin;^ 
aan on/e inslellin;^ is \ei-lionden, zijn /(»o vele, en de nnlti^e in\l(»ed. welken 
's Lands rianleninin dooi- saineiiw cikiii^ niel haar o|i de \ eilielerin^ dei- 
ooft l»o(»iiieii in tie K'oloiiie lieel'l, is zoo oniiiishaac, dal ik den N'ooi-zitt^M' 
der vereen i<ii II ji (de lieer 11. .1. \\' i <; in a n) vo(»i-sleld(^ niel een enkel 
woord in dit versljiii van die hetrekkiii^eii Ie «i,-ewajjjdi. 

Onze l»iiilenzorjiS(-lie iiiri(lirni<i lieell steeds «;eti-aelii de oidlleeli in 
Nederlaiids(-li liidiT' Ie ItevordtMen d(»or hel o|» aanvraag; toezenden van jonj;«' 
exemplaren van \ rin hthoonien <»l' wel van zaad. Uit den aard der zaak 
iiKtesten deze zendinj;«'n bij liet <;roote aantal andere aanvraj^en, die v(d 
doening- voi'deideii, in hoeveelheid beperkt blijven, terwijl, aan de andere 
zijde, men als regel slee-hls uit zaad gekweekte |danlen kon afstaan, daar het 
helpen aan een eenigszins belangrijke hoeveelheid geslaagde ,,iiiarrotten" 
(,,tjankokans"i veel te xcel tijd van hel personeel zon hebben gev»»rderd. 
Bovendien doet men, zooals b«*keud, beter om als iiioederplaniten voor het 
ontleenen van marcotten nitgezoelite exemplaren te kiezen, uit «*en grooteren 
aanplant, waarvan de voortreffelijke eigenschappen met zekerheid bekend 
zijn. 

Aan de desiderata nu, waaraan 's Lands IMantentnin alleen ni«'l of o\> 
te beperkte schaal kon voldoen, voldoet nn de samenwerking iind de ver 
eeniging „Ooftteelt". ' Deze toch koo})t „Ijangkokans", die op versiliillende 
l)laatsen, niet al te ver van Buitenzorg verwijderd, gemaakt zijn en waar- 
borgen geven van goede \ rm-hten te zullen voortbrengen. Die gewortelde 
marcotten behoeven echter vóór de verzending verzorging en voortk weeking, 
zonder welke het meerendeel der aldus verkregen jonge planten dood zoude 
aankonuMi; zelfs bij go«Mh' verzorging toch sterven er van sommige soorten 



nog vrij wat van de howoitelde tjanokokans (met name van „rainboetaus" 
en „kapoelassans"). 

De coöperatie bestaat nn daarin, dar het verkrijgen van eene voldoende 
h<)e\eelheid goede tjangkokkans voor rekening der genoemde vereeniging 
komt, die ze <lan later voor den kostenden prijts aan hare leden doet toekomen. 
Hel verzorgen en opkvveeken der marcotten geschiedt in de kweekerijen van 
's Lands IMantentuin, door en onder toezicht van het personeel der inrichting, 
evenals de daarop volgende verpakking en verzending. Dat een en ander 
van heteekenis genoeg is, om hier vermelding Ie verdienen, moge blijken nit 
het feit, dat in het verslagjaar niet minder dan drie d n i z e n d verschil- 
lende jonge vruchtboomen aldns in onzen botanischen tniu werden verzorgd, 
verpakt en naar onderscheidene dei'len van Ned.-iudië verzouden. 

De bijlagen I en II tot dit verslag geven als gewoonlijk, een overzicht 
van de voornaamste planten en zaden in het afgeloopen jaar bij den bota 
nischen tuin ontvangen. Bijlage lil wijst aan wat aan zaden en planten 
in denzelfden tijd door 's Lands Plantentuin is verzonden. 

§ viii. 

(;•'• AFDEELINtJ DER INIÏIOIÏTlNtJ. 
(BUREAU, BIBLIOTHEEK EN PHOTOGRAPHISUH ATELIER). 

Eenigszins belangrijke feiten of gebeurtenissen, deze afdeeling betref- 
fende, kwamen in het verslagjaar niet voor. 

Wetenswaardige kleinigheden, die anders wellicht eene bescheiden 
plaats in dit verslag zouden hebben ingenomen, moeten achterwege blijven, 
daai' de ondergeteekende het grootste deel van het verslagjaar afwezig was, 
hij bij zijne terugkomst den tijdelijken vervanger (D'". P. van R o m- 
b u r g h, thans Hoogleeraar te Utrecht) niet meer aantrof en den (Secretaris 
zoo ongesteld, dat deze, in weerwil van groote toewijding en ougemeeue 
geestkracht, slechts gedeeltelijk dienst kon doen en daarop genoodzaakt 
werd een verlof naar Europa tot herslel van gezondlicid aan ie vragen. 

De aanwinsten onzer bibliotheek in het verslagjaar zijn vciunhl in de 
bijlage IV'. 

§ IX. 

T^'' AFDEELING DER INRICHTING. 

(ONDERZOEK DER BOSGHBOOMFLOK \ OT I.WA). 

De gebouwen dezer afdeeling (tndergingen wederom vers(liilien«le repa- 



r>2 

iiilM"ii; ook wor^lfn door den \\'iilciKlii:il ^ro..i.i.- •n Ulrincic lekken licrsleld. 
()|i lif(»;i(lih-i('rr \v»'i«l ffii liuisje *n-/.i-\ \uor Iin inhiiulsi In-ii Ihu ;ik<-|-. 

OuU in tlil v<'isl;i^;j:i;ir l)lrck Im-I niuj^.-lijk tlr ll<-.-i L .■ .• m I. r n ^ ;; »• n 
IK.^ In- hcsrliilvkin^ !«• lahn \;in dfu A tdi-rliii^sflK-l, vuur nssislenl it- bij 
i(»nst'r\ rfrin;;s en ;i«lniinisl i;i I ie\ e \\ eilv/a;ini Inden. 

Onder hel ininndsrlie jier.suneel hiiddeii de Mil^^eiide \ ei;iiid< rin;^eii 
j,|;(;ils. I >e linlpleekennilf .1 «» e d o I ;i r u e n <» weid <>|i Nei/oek on I sl;i};in 
en niel verv;in;;en, leiwijl de nuuilii A I m u w i n o l •» Inj de opiiiniiej^ie 
o\ei<;in^ en veivanj^en werd (^Iteslnil \;.n den l»irerieiir \ ;iii < )nderw ijs, Kt.-lr- 
diensl en N ij\ eilieid \ ;in 1 1' A nj^. l'JOL', JT JOIMid/ 44j door Mas i: a ni in e 1 i e. 
\(»oils werd, l)ij heslnil van den/ellden DepurtiMinMilseliel van 7 Nuveiulx-i' 
II i;»r)J(», jiangeleckt-nd, d:il de linli»(e«'kennar Kaden .Mas I' i i n -4 j,^» a 1 
ni (» d j o wordL beschonwd Ie zijn Itenoennl als inlands( h s.lirijvei ujj eene 
liezoldigin^^ van ƒ l'O. — "s niaauds. 

in lu't verslagjaar werden iugezann-ld aan lierharinni niateijaal, 771 t-u 
aan s|»irilns-iuaLeriaal H)7 .speciniina. 

De rei/en vau hel iidandsch personeel lol het veizann-leu van herbarinin 
in de versi hillende detden van Java uiult'rnonu'n, werden levens beunt vo«»r 
hel vernienwen \an nnninier|dankjes oj» enkele der nog aangehoinlen h r 
reineii en in het algenu'en Mtor het nazien der nnnmiers. \uor een drietal 
terreinen bleek het oogeiibilk gekomen Ie ziju om de aummerplankjes ge- 
heel weg te nemen en de terreinen, wat de genummerde boomen betreft, al Ie 
schrijven; het waren: JSoesakembangau, 1'oeger en Tjoeramanis. 

De Afdeelingschef zelf bezocht in het verslagjaar de terreinen bij Tako- 
ka, alwaar hij zich bezig hitdd met het inzamelen van heibarium- en spi- 
rit us-materiaal en het nmkeu van verschillende botanische observaties. 

liet nieuw verzameld herbarium werd wederom door den afdeelings- 
chef, zoo op reis als te Jiuitenzorg, voorloopig gedetermineerd, waarop, na 
de gebruikelijke behandeling, het insereeren plaats greep bij de betrokken 
fauülies. Ook bij deze werkzaamheden werd door den lieer Lee m b r u g- 
g e n hulp verleend. 

Evenals iu het voorafgegane jaar werd weder een aanzienlijk getal her- 
barium speriniina op witte vellen ojtgeplakt, zoodat nog sh'chts een 4000 spe- 
cimina deze bewerking^ moesten ondergaan. Behalve dit mouteeren werd 
voortgegaan met het vastplakken der determiuatie-etiquetteu eu het bij- 
voegen vau zoodanige aanw ijzingeu als uuttig kunnen zijn voor hen die het 
herbarium wensehen te raadplegen. Zoo wordt aangegeven waar zich de 
]dautendeelen bevinden, die, in het belang eeuer goede couserveeriug, in af- 
zonderlijke kasten of trommels bewaard moeten worden, alsook of de spe- 



55 

('imina reeds i^fediend liebbcu bij het bewerken van ptiblicaties. Door die 
aanwijzinjicn wordt het onderling verband tusscluMi de verschillende onder- 
deelen der collecties beter en de wetenscha|>j>elijke waarde van alle voor 
jHiblicatie gebruikte specimina grooter. Met het oog op de goede resultaten 
der vroegere conserveerings-proeven, werden speciale proeven met nieuwe 
conserveerings-middelen niet meer genomeu. 

Naast zijne reeds genoemde werkzaamheden ging de afdeelingschef 
voort met het revideeren zijner vroegere voorloopige determinaties van op 
(Tava verzameld materiaal, onder gebruikmaking van de herbarium-collecties 
der 1^*^ afdeeling. Van die gelegenheid werd door den afdeelingschef wij- 
ders gebruik gemaakt voor het bewerken van gegevens, die, hoewel buiten 
de werkzaamheden zijner opdracht vallende, voor de kennis der flora van 
onzen archij>el van nut zijn. Zoo werd door hem de laatste hand gelegd 
aan de determinatie van eene door hem op het Tengger-gebergte gemaaktr^ 
groote collectie van alle op of boven 2000 meter groeiende phanerogamen. 
Nog bleek het hem, dat twee in onzen botanischen tuin onder den naam van 
Vitex spec. gectiltiveerde exemplaren, tot een nieuw Verbenaceeën-ge- 
slacht behooren. welk geslacht door hem T e y s m a n n i o d e n d r o n 
werd geheeten en van welks soort bogoriense eene van afbeeldingen 
voorziene beschrijving werd gemaakt. Voorts werden door hem aan het in 
den botanischen tuin staande exemplaar van het Euphorbiaceeën-geslacht 
Chondrostylis Boerl. de tot nog toe onbekende mannelijke bloemen 
en rijpe vruchten aangetroffen, waardoor het mogelijk werd aan dat planten- 
geslacht eene juiste plaats in de familie aan te wijzen. Eindelijk konden 
nog botanisch niet onbelangrijke aanwijzingen worden gegeven over C r a- 
t e r i p h y t u m m o 1 u c c a n u m Scheff . 

De uitkomsten van een en ander werden deels reeds gepubliceerd of zijn 
in voor publicatie bestemden vorm gebracht. 

Hoewel eene destijds den Heer K o o r d e r s gegeven opdiachf lot het 
doen eener dienstreis naar de Minahassa, geheel afgescheiden was van zijne 
werkzaamheden voor de boschboomflora van Java en zijne toevoeging aan 
den ondergeteekende, z<m) geeft het feit, dat de toen door D'". K o o r d e r s 
verzamelde collecties zich thans hier bevinden, aanleiding om te vernxldcn, 
dat al de dooi- dien houtvester ter bestudeeriug naai- Tierlijin gezonden 
Celebes herbai'inm s|)ecimina, volgens eene mij dooi- hem gedane inededee 
ling, zijn terugontvangen. De Heer K oorder s teekent bij die mede 
deeling, onder meer, het volgende aan. 

Bij de meeste der terugontvangen specimina wariMi nieuwe determina- 
ties of aanteekeningeu gevoegd van de hand der geleerden: E n g 1 e r (Bur- 



54 

MfM"ic«'iM'), M il I' lil s (.\ i;i li.'ncMci, S I- Il II II) ,1 II II I I{iilMii<<':i<'i <'ii \\ ar- 
1» II r <; ( |{cj;«»iiiac('a(' en .M \ risi iracijni. Ii. Il;ii nis \(»<';;<|i- lMi\iMi(|irii 
bij /.iJiH' (h'lciiiiiiial il' cl i(|iicl l'ii \(mii iiiililii a ijr i^cncd ;^iiii;i;iKic .souiiIk- 
H»liriJ\ iiiic<'ii \aii iiiniwc < '<I(Ims pla iil iii. waarluc r». a. fcn nieuw Aialia 
(■•■(•("'II ;4<'sla(lil tdonr (|cii I |cii 1 I a i in s als A n n in <i |i a n a \ aa n;.;i'(| n iil i 
lirliouidr. lel wijl nii;^ (liMii (Icii ll(i-|<Mi llariiis en l\ o (I I <l •• r s ;x<'/.;iiii<'ii 
lijk ii(»^ fcii ('Il aiMJii' wiTiJ u|ii;(sltl(l u\ii- een |iaai iii'-iiwi- < 'clchcs .\ lalia 
(■('('('11. Nctj: weiden \aii l>'. I'i I ;^ e r uit rieilijn naar aanleidin;^ \an liem 
Jilj^esla iie lieil»aiiiiin ria;^ineiileii \aii Ta.xaeeae, i;<'i e\ ideeide deieiinina lies 
oiil \ aii;^eii. 

licl rellende Nioe^cr diMir liein \ (iiirl(Mi|ii;; ii|n,fesoiilde < 'elelies |ilailteii 

(Mcdcdeelin^cii uil 's Laiids l'la nleül iiin. Il \ I X i werden door Ir. Kooi 
d e r s waanieiiiiiiji'eii «icdaaii. <lie in Ih'I .\al Mnrkiiiidi^ t i jdsclnirt \;iii Ned. 
Iiidie /.ijii opeiiltaai" j^ciiiaakt. 

Aangaande de dislrihiitie \aii spiiii iis maleiiaal kan liet \(d^eiide w(ir 
dcii uciiicid. 



(icrccd ^M'iiiaakl en \ cr/inideii wfrdcii culk'flics sj)iritu.s mah'iiaal \aii 
oiidcrstaaiulc faniiliöii : 







Aaiilnl (Ier 




Familie. 




i n zamel iiigs- 


llcstcmd voor: 






iiummcr.<<. 




Aceracoae 


Java 


12 


Kon. Botanisch Miiseiiiii (*) Ic Berlijn. 


Anacanliaccnc 


Java. 


50 


Idem. 


Arareae 


Java 


4 


Mem. 


Araliaccae 


Celehes. . . 


16 


Idem. 


Araliaccac 


Java 


30 


Idem. 


Boraginaceac 


Java 


11 


Idem. 


Rursoraccafi 


Java 


31 


Idem. 


(-apparidacoac 


Java 


5 


Idem. 


Caprifoliaccae 


Java 


2 


Idem. 


Celaslraccac 


Celebes. . . 


1 


Idem. 


Celaslraceae 


Java 


12 


Idem. 


Composiiae 


Java.~. 


12 


Idem. 


Coniferae (Taxaceae ei 


1 Cclebes en 




Idem. 


Pinaceae) 


' Java .... 


38 


Idem. 


Connaraccae 


Java 


3 


Idem. 



(*) Meestal mei het oog op de nldaar reeds iii bewerking zijnde of in bewerking komende mono- 
graphiên voor hel door I'rol. Dr. A. En gier geredigeerde reusachtige werk: Das Pflünzenreich (Kegni 
vegetabilis conspeclus). 



55 



' ' 




AaiUal der 








Familie 


• 


inzamclings- 
nuramers. 






Bestemd voor: 


Cornacpac 


Java 


12 


Kon. 


Bolanisch Museum te Berlijn. 


Cylinacpac (Ralllcsia) 


Java 


1 


Prof. 


Volkens. lijdelijk Ie iJuilenzorg. 


Dioscoreaccac 


Java 


3 


Botaniscb 


Museum te Berlijn. 


Ebenaceac 


Java 


31 






Idem. 


Flacouiiiaceac 


Java 


17 






Idem. 


Hainanicliiiacoac 


Java 


12 






Idem. 


Hydrocliardaccae 


Java 


3 






Idem. 


Hypericaccac 


Java 


2 






Idem. 


Hypocralcaceae 


Java 


1 






Idem. 


Juglandaccac 


Java 


18 






Idem. 


Laiiracoac 


Java 


129 






Idem. 


Lecylliidaccac 


Java 


17 






Idem. 


Legiiminosac 


Java 


141 






Idem. 


Leguminosac 


Java 


3 






Idem. 


Liliaccac 


Java 


12 






Idem. 


Lylhraceac 


Java. . . 


12 






Idem. 


Mapiioliaccae 


Java 


33 






Idem. 


Malvaceae 


Java 


12 






Idem. 


Melaslomaceae 


Java 


14 






Idem. 


Meliacoac (**) 


Java 


179 






Idem. 


Myrislicaccac 


Java 


27 






Idem. 


Myrlaccac 


Java 


97 






Idem. 


Nyclaginaccae 


Java 


2 






Idem. 


Oleacaceac 


Java 


27 






Idem. 


Orcliidaceae 


Java 


8 






Idem. 


Pillüsporaceae 


Java 


8 






Idem. 


Polygalaceac 


Java 


10 






Idem. 


Proleareac 


Java 


12 






Idem. 


Kanunculaccac 


Java 


5 






Idem. 


Rliamnaceae 


Java 


2 






Idem. 


Rhizoptioraceae 


Java 


17 






Idem. 


Rosaccae 


Java 


17 






Idem. 


Rubiaccae 


Java 


175 






Idem. 


Rulaceae 


Java 


43 






Idem. 


Sainydaceac 


Java 


19 






Idem. 


Sapindaceao 


Cclebcs. . . . 


12 


Prof 


Dr. 


Radlkofer te Mnnilicn. 


Sapindaceac 


Java 


82 


Botat 


lisch 


Museum ie Berlijn. 


Sapolaceac 


Java in cull. 


3 


Prof. 


Dr. 


Pierie te Parijs. 


Saxifragaceae 


Java 


30 


Botaniscli 


Museum te Iterlijn. 


Simarubaceae 


Java 


11 






Idem. 



nf) 



Au II lal der 










inzamcijngs- 






üeHlemil vom : 




nummers. 










r» 


ik)laiii 


scli 


Museum In Hf^rlijii. 




'IW 






Ideiii. 




r.c. 






Ideiit. 




'B 






Idem. 




r.(i 






Idem. 




r.i 






ld<Mii. 




4:5 






Idem. 




4 






Idem. 





Familie. 



Sonneraliaceac Java... 

Stapliyleacoac Java... 

Slercidian'ac Java... 

Slyraccao (Symplocacpa^) Java... 

Tiliareae Java... 

Verbenaceao Java... 

Vilaceae(*')(Ainpelidareae) Jav;i. . . 

Ziii{?il)craceae Java... 

//ijiMJ 'Il lol;i;il \;iii l(i.">:* iii/,;iiii<'lin^fs iiiiimiifi's. !>•• Iwi-r ni.-i t-rii •* \n' 

nicrklc r;imili('s wcitlni «mtsI in dr ('cislc (l;i;i<'ii \;iii In-I \ ol;j,cinlc \ fisl;i;:i;i:ii- 
j;('«'xpt'di(M'rd. 

De collcclics s|iiri(iis iii;itrii;nil weiden dom- dc/.e disiriltiii ics lifl;ni;,'rijk 
in}ïekroiii|»<Mi, doch is er iio^ Nolduciidc ;i!iii\\czij; om :i;iii ex nit iicclc ;i;iii 
vragen Ir kiiiincn vol«locn. Ilrl-iccn l)('\\:i;ird is ^cblcxm in dr collecties 
der VIP''' afdeelinji werd zorgvuldig ouderhouden, en waar uoodig werden 
nieuwe elikeffen geeopieiMd naar de verbeterd ontvangene determinatie. 



I>e volgende lijst geeft een oxciziclit \;iii liet N'erzoiideii iierliMriiini 
ninleriaal : 



Waarheen verzonden: 


Familie. 


Aantal 
specimina. 


Eiland. 


's Rijks Herbarium Leiden. 


Filices. 


179 


Celebes. 


Idem. 


Tosari-llora. 


269 


Java. 


Idem. 


Rubiaceae. 


82 


Idem. 


Kon. Bol. Mu.seum te Berlijn. 


Coniferae. 


214 


Java— Celebes. 


Idem. 


Gelaslraceae. 


1 


Celebes. 


Idem. 


Lauraceae. 


176 


Java. 


Idem. 


Araliaceae. 


22 


Celebes. 


Idem. 


Slyracaceae. 


51 


Java— Celebes. 


Idem. 


Begon iaceae. 


6 


Celebes. 


Idem. 


Burseraceae. 


28 


Idem. 


Idem. 


Vitaceae. 


24 


Idem. 


Idem. 


Myristicaceae. 


13 


Idem. 


Botanisch Museum te München. 


Sapindaceae. 


457 


Java— Celebes. 


Royal Herbarium te Kew. 


Tosari-flora. 


446 


Java. 


Royal botanie Gardens in Kew, 


Rubiaceae. 


345 


Idem. 



57 



Waarheen verzonden: 



Britisch Museum in Londen. 

Holanic Gardens in Melbournc. 

Botanie Gardens in Sydney. 

Bol. Museum der Uuiversileil te lUrecht. 

Museé d'hisl. nat. te Parijs. 

Jardin botanique de l'Etat te Brussel. 

llerbier de TAcadémie des sciences in 

Petersburg. 
Mus. Boyal de phys. te Florence. 
Universilé in Genua. 




Bubiaceae. 
Idem. 
idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 

Idem. 
Idem. 



Aantal 
specimina. 



290 
204 
166 
141 
245 
118 
154 

125 
102 



Eiland. 



Java. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 
Idem. 

Idem. 
Idem. 



Deze zendiugeu biedeu het tweeledig- weteDScliappelijU nut, dat zij. 
piimo, natuurondei'zoekers elders, die niet in de gelegenheid zijn herwaarts 
te komen, in staat stellen over een deel van het verzamelde materiayl in de 
collecties alhier waarnemingen te doen, en, secundo, doordat er voor in 
ruil worden ontvangen belangrijke herbarium-specimina, die hier bij deler 
miuaties van veel waarde zijn. Eindelijk geeft de distributie van plant eu- 
deelen, die in de collecties alhier in meerdere exemplaren aanwezig zijn, het 
praktische voordeel, dat er ruimte vrij komt voor het iusereeren van ander 
herbarium- en spiritus-materiaal. 



Wat betreft de werkzaamheden van den kruidkundigen ambtenaar, zoo 
kan voor het verslagjaar het volgende worden gemeld: D^ V a 1 e t o n be- 
werkte en voorzag daarna van gerectificeerde etïquetten het materiaal van 
de families: Sapindaceae, Aceraceae, Anonaceae, Guttiferae, Gnetaceae en 
Monimiaceae (slechts ten deele in 1902 gereed gekomen), terwijl met de 
Lauraceae een aanvang werd gemaakt. 

Bij de bewerking van een dezer families werd door D^ V a 1 e t «» u d(> 
interessante ontdekking gedaan, eener door D^ Koor der s in Haiitam 
wnld groeiend aang(^troffen soort van het geslacht Microtropis, een. naiir 
het schijnt, zeldzaam boompje, dat tot de familie der Celatraceae behoort 
en tot dusver nog niet van Java bekend was. Rij de bewerking der Cealtra 
ceae (Bijlage 7) was het geslacht Microtropis voorloopig door de Heeren 
K o o r d e r s en V a 1 e t o n overgeslagen bij gebrek aan materiaal. Met 



r»8 

iM»j^' «M'ni;;r r'('('<ls in Ik-I v(»fi^' vcrshi;,' ^'<'inMMinlf so<H"(Kl»«'Kflii-ijvinj;('n \;ui 
phinlcn uil vcrsriiil lende l'jiniilies. /;!l <le |tes<lii i j\ in^' de/ei- somt in een 
liijvoej^sel lol een «Ier \f»l;^en«le ,. I Ü jd i;i;^en" \s<iideii ()|i;_'en((nieii. 

Mvcnnls VI'«><';,M'|- werd i\lH)\- D'. \' ;i I e l o ll liij de lieweiKin;: del 
liiinilies een iiiini ^ehiiiik ;;eni;i;ikl \;in |e\eiid ni;ileii.i;i I nii den lMil;inis(dieii 
(nin. I'.ij die gelegenheid welden, \\;i;ir dit /.onder li- \ee| I i jdo|iori'eiin;,' Uun 
;^'eseliieden. \ ;in niet lioiidluinr Idi jisi'nd<- deleiniiii;i Tu'S \ (M»r/,icnf iKionn-n op 
nirnw ^M'deleiinilieeid. I'',eiii;^e w ;i;i I liein i li;^eii >>]> s\ slenni I isrli liot;i nisidl 
^eliied dooi' di'ii lieer \ ;i I e | o n liij /.ijne lieweiUiii^' del' f;iniili<-s ;.'eiii;inkl. 
\verd<'n in ons ,.r.idlo| in" ;,^e|>iildieeeid. 



In de eersie lirlll \;in lif'f vfM-slnsjn;!!' werd door de Ileercn K o o r d e r k 
en \' ;i I e I o n \(»oi- pnltlicn I ie in de ..Mcdcdocrmj^cn uil sLiinds rhinlfH 
liiin" iii^jjcdioiid Ininno ..Ki jdrjijrc" S, welk** — Im-IkiIvo do /oer <nn\ jin^Mijke 
eii mueielijke raiiiilio doi- Knlujlci-ne onk d<' ( Me;ieo;ie v;in ■\:\\:\ oniv;illeiid — 
;i;ni licl rind \;in liol j;i;il- hijll.l ^clirel \v;is ;i fj^cdinkl . Dc/e lijindell oxcr 
soorten der voljj-vnde families: Ainpelidaceae, ('onihi-etaceao, I >aliseaeeae. 
( Jesneriaceae, (lonostyljK'oae, Lo^aiiiaeeae, .Menispennaceao, Myricaeeae, 
Oxalidaceae. Sabiaeeae, Sapindaeeae, Aeeraeeae. Sla]»li\ia('eae, Solanaceae. 
(Jnttifei'ae en Anonacoae. 

Tet' ]»nh1i('alie in de .."Rijdra^en" Idijxen nojr over, de sooiieiuijke fanii- 
liea dor T^anraeeae, Fa^'aoeae, Urticaceae en Enphorbiaeoao benevens de, 
voor do „l>ijdra<ieir' kleinere families der Taxaceao, Tlieaceao. T'almae en 
Lilia<-oae. 

Van de Lanraceae, Fa};;aeeae en \an liel soorlenrijke <;eslaeb< l'^iens werd 
in den loop van liet verslagjaar reeds een belangrijk deel l)ewerkt, docb nog 
niet |»ersklanr gemaakt. 

De vroeger uit bet Kijks Herbarium te Leiden ter leen ontvangen eol- 
lectie autbenlieke herbarium s^iecimina van Javaanscbe Lanraceae en 
Euphoibiceae is bij deze werkzaamheden van groot nut. 

Met erkenlelijklieid verdient eindelijk nog te worden vermeld, dat de 
Heer O t t o v o n S e e m e n in het botanisch Museum te Berlijn de hem 
gezonden herbarium-fragmenten van Fagaceae zorgvuldig en met 
groote zaakkennis determineerde en zijne determinaties wel- 
willend geheel tot onze beschikking stelde, alsmede, dat Sir G e o r g e 
K i n g in het hem ter leen gezonden herbarium-materiaal van het geslacht 
Ficns, uit 's Lands Plantentuin; de goedheid had vele soortsdeterminaties 
aan te brengen. 



59 
! X. 



S'^'- AP^DEELING DEK iNKl('HTlN(J. 
(LAltOKATOKll ai VOOK ONJ)EKZOEKINGEN OVER DELl TABAK). 

Met jicbniikiiiakiii^ van de gc-vvcns, mij door den W'. Afdeelingschef 
D'". -I. van Breda de Haan veistiekt, kan omtrent deze afdeeling 
het volgende medegedeeld worden. 

Wijziging in het personeel dezer Jifdeeling had in het afgeloopeu jaar 
uiet plaats. Aan IV. J. van Breda de Haan bleef ook gedurende 
dit jaar nog de waarneming opgedragen van de betrekking van (;hef dezer 
afdeeling, het chemisch deel der onderzoekingen werd verricht door D^ E. 
C. J. Mohr en D''. D. J. H i s s i n k, het botanisch gedeelte door JV. 

F. W. T. H n n g e r. 

Aan ir. F. W. T. Hnnger werd 1(5 Jnni veertien dagen verlof ver- 
leend, door te brengen te Penang. 

lY. E. C. J. M o h r werd 17 October een verlof van vijf maanden ver- 
leend naar Europa. 

Aangezien de werkzaamheden te Deli het wenschelijk maakten, dat de 
Heeren botanici en chemici dit jaar langer dan in vorige jaren te Deli ver- 
bleven, werd zoowel door D-". H i s s i n k als door D-". Hnnger een groot 
deel van het verslagjaar aldaar doorgebracht. Zoo verbleef D"-. H u n g e r 
in Deli van medio Februari tot half Augustus, terwijl D^ H i s s i n k van 
25 Maart tot 17 September aldaar werkzaam was en IV. M o h r eveneens 
van Juli tot September een tweelal maanden te Deli verbleef. 

Door den w^i. Afdeelingschef D''. van Breda de TIaan werd van 
29 Mei tot 2H Juli een bezoek aan Deli gebracht, ten einde zich van den 
gang der werkzaamheden aldaar op de hoogte te stellen en konden tevens 
eenige besprekingen gehouden worden met het Planters-Comitt'' over de 
werkzaamheden de afdeeling betreffende. 

Door D"". Hnnger werd tijdens zijn verblijf (e Deli zijn h(»ofdaan 
dachl gewijd aan de verdere voortzetting der studie over de mozaïek-ziekte 
bij de tabak. 

De resultaten van dit onderzcx'k, werden (esanu'n mei die verkregen in 
het vorig verslagjaar tot eene ]Miblicatie samengest(>ld welke versciiijnl als 
11- (;.", der Mededeelingen uit 's Lands riantenluin. 

In afwijking met de wijze van proefneming in het vorig verslagjaar, 
toen de proeven over verschillende ondernemingen waren verdeeld, werden 



iii ÜMIL' (Ie [i!o«'\cn ilij sliiilrinl ^fiiuiin-ii <i)i i-cii |ti<n'f \ dd (lom di- Udi M;ia<- 

S(|i;i|»|H j <l:i;ii loc w rl u il |cinl ;i l';;isl ;i;i ii o|i li;iif oii(|<'iii<'iiiiii;_' Mrdjiii Ksfjilo. 

0|» (lil |ir ocr\<l(i lM'st<nnl l<\ ciis ^'f'jc^onlicid tol Im-i doi-ii \;iii w i-<-ikiiiidi^o 

w ;i;iiiifiiiiii;^oii en wrrdcii lijdcns d'- l;ili;ik l<' \<ld<- sloiid ;4<';^'f\ i-iis xor/a 

Mirld oiiil rciil : 

1'. dl- lm lil |ctii|M-|-;it iiiii'. 

1!' . ,. i<l;il ir\ (" I iiclil vo( lil ij^licid. 

.'»''. ,, iiijixiiiimn l<'iii|M'i;ihiiif drs d;i;i;,'s, 

V. ., ininiiiiniii ti>iii|)or:il iiiii' des iiiulils, 

r»'". don ro^<>ii\iil, 

<■)''. .. loiii|»or;ihiiir \;iii dcii hodcin. 

7''. .. duur dei* djijfolijksc lic zoium'scIhJii. 

\'«)or do vcrdorc sindic dei- M(»/,iiï('k zickir weid in <1o (■cisfc )>l;i:Us iiaj;*'- 
^Maii do invloed van hot z.j;. „bihil-vorsponon". I>'. II n n ;_m' i- docidr om- 
lirnt do ro.sultateu dozor 011 audoro |ii-ooliioniiiij;on in holi lio( v«d;;ondo modo. 



In do oorslo ])laats woid naj;egaan of hof z.«;. ..bihit-vorspoiion", dal 
lanj;/,ainorliand vool iia\ ol^^inj; bij do tabakscnlt nnr in Doli hooft ^'ovondoii. 
indor<iaad hol optiodon dor Mozaïek ziokto bov«)idort. Om dou invlood van 
hol vorsj)oiion diiidolijk te kuiiiion nagaan, word met deze bo\\(M'kinj; nojr 
oen slap vorder «icjiaan dan in Doli ^cwoonto is. nl. d(M)r bibit niot slorhls 
^(^nmaal, maar ook Iwoo a diioniaal te verspeiieu. 

Het resultaat van dozo pro(d' woidt iu ondorstaaiide tabel j;;egevoii: 



Snort van planten. 


Aantal 
planten. 


Mozaïek-ziek. 


Gezond. 


Aantal. 


7o 


Aantal. 


'o 


Onver-speend 


250 
250 
250 
250 


61 

63 
242 


24.4 
25.2 
96.8 


189 

187 

8 

196 


75.6 


1 X verspeend 

2 X . 


74.8 
32 


3 X • 


54 21.6 


78.4 






Totaal 


1000 


420 


42- 


580 


58.— 



De reden voor het zeer groote aantal mozaïek-zieke planton afkomstig 
van de 2 X verspoeude bibit is voorshands niet met zekerheid op te jioven. 

Verfjelijken wij de weersomstaiidijjlioden voor de verschillende proeven, 
vanaf het uitplanten op het veld tot en met de 2^^ aanhooging. dan blijkt, 
dat zoowel voor de zonneschijn als voor den regenval opmerkelijke ver- 
schillen zijn te constateeren. (Zie volgende tabel). 



61 





üuderdoni. 


Zoiuieschijn. 


Regenval. 


Mozaïek- 


Soorl van planten. 


afzondcr- 
lijk. 


lotail. 


al'zon der- 
lijk. 


lolaal. 


zieke pi. 
Percentage. 


Moedeiitedplaiilea. 


IM.-l* Aanliooging. 

r-2" 


46.05 
67.4J5 


113.50 


52.6 
44.4 


97.— 


24.4 


1' Vt'rs|iening. 


1.1.-1" . 

r-2" 


70.15 
61.40 


131.50 


71.4 
36.4 


107.8 


25.2 


2^ Vers|)ening. 


i'i.-r 
r-2" 


61.10 
89.20 


150.30 


69.- 
56.7 


125.7 


96.8 


3' Verspeiiiug. 


i'i.-r 

r-2" 


55.25 
76.10^ 


131.35 


33.6 
36.5 


70.1 


21.6 



Uit bovenstaande cijfers blijkt, dat het algemeen mozaïek ziek worden 
der planten van 2 X verspeende bibit, gepaard gaat met de meeste zonne- 
schijn en de grootste hoeveelheid regen. 

In de tweede plaats werd naar aanleiding van een waarneming van D'. 
M o h r, gedaan tijdens het toezicht der bemestings-proefvelden in Deli in 
11)01, „in hoeverre planten, aanvankelijk met Kali-salpeter bemest, veel min 
„der van de Mozaïek-ziekte te lijden hadden, dan andere, welke deze mest- 
„stof niet kregen". (Zie vorig jaarverslag pag. 97). 

Deze proeven werden zoodanig ingericht, dat steeds parallel-proeven 
tegelijk werden gedaan, nl.: 

I. Kali-salpeter bemesting, 
II. Ammonium-sulfaat bemesting. 

III. Geen bemesting (controle). 

De beide bemestingen hadden op twee verschillende wijzen plaats; 
d. w. z.: 

a. vóór de zaaiing op de kweekbedden, 
h. bij het uitpianten in de plantgaten. 

V^an een conclusie, omtrent de invloed van bemesting in verband met het 
later optreden der Mozaïek-ziekte, wil ik mij voorloopig nog geheel onthou- 
den, alleen zij hier gezegd, dat in een toevoeging van KNOa in de versl«* verte 
geen bestrijdingsmiddel der Mozaïek-ziekte mag gezien worden. 

In de derde plaats werd nagegaan ol' mozaïek-zieke pliuiten de ziekte 
op naburige exemplaren kan doen overgaan. Hiervoor nam ik een proi'f 
door telkens in één plantgat twee bibits uitteplanten (z.g. tweeling-proef). 

Naderhand werd het aantal mozaïek-zieke planten geteld, dat de vol- 
gende uitkomsten gaf: 

De proef telde oorspronkelijk 1000 planten paren: 



Ü2 

VüII 1 H( [);irfii Idcrk •'•••il |il.'inl iloKd ;,'c;jii;ili. 

,, Ml.""i ., liliM-U cfii |il:ilil iiH»/,;iïcU /,i<-U i\\ ili- ;iinli-|f ;;f/.(»inl, 
„ 4-!;") ,, ucnicji licidi' |tl;iiihii iii(i/..rnk ziik. iii 
,, .'{")(> ,, l>lf\i'ii Itcidc |il:iiili'ii ^i'/iiimI. 
In ;i;iiisl uil iii^ im-l iiiijin' k iiiisl iii;i I i;:i- inritl ie jhhcn en \;iii sirlcili-ii 
j;i;ir (/!•• \<ni;; i;i;ii-\ fislai^ l'^i;^- "'•' W'i'i 'lil j;i;ii onk it-ii lii-simi rni;^s|tnicf 
iii;4»'sl<'l»l. \\;i;iil»ij Irvriis Id-iiiodd wi-id de \ irii li-n | it- \;iii di- li- ;^<-l»iiiiklf 
siiiflslnr d<»<»r slcrilis;il i<' Idj '2 ;il iiii»s|dii*rcii h- \ ciiiiclii^cii. Als inrfclic 
iiia h-r'i:i:il «liciidr lliaiis nlircii :i:iid<- \:iii *lc wortels \:iii .Mn/iiiids /ii-ki- |daii 
Ifii, Inwijl \<)()i- vci'gcli ikiii«^ (K»k ;i;ii(i(' ^rluiiikl werd \;iii In-i worNdshdst'l 
\:iii ;^('lic(d ^rzoiid «gebleven |danl<'n. 

!>('/<■ i»!*)»'!' oiidt'iN (»iid ('(lifcr (fii (tiidcrhirkiii;; door ccii \ iftsdi jki-n 

slollll, dit' o|> Iicl uroclNfld woedde. Alle |d;illle|| werden onlwfiljeld en 

sleik i»es(li;idi};«l door wind en lnii;clsliij;. .\;i den sloini weid liei meeren 
deel der phinlen \:in de/,e pidel' mo'MlH'k'AU'k \ (M-n conelnsie onilienl de wei- 
kinj; dei" knnslnialij^»' Ix-snid I in;^ is niet te Ireicken. wegens den ld j/.oiideien 
aard der uiterlijke oinstaiidijilieden. 

Verder werd onderzocht de |H'aedispositi<' van zaad \:in vcistliillende 
«4roolte vooi- (Je .Mozaïek ziekte. N<»rnia;il /,:i;id wcid daartoe door Ü vcr.se.liil- 
lend wijde zeven gezeefd (resp. met gaten van V-i en 1/4 luM.); op die wijze 
werd dri«,'ërlei zaad verkregen, nl.: 

i. Groot zaad, dikker dan i/i niM. 
II. Midden-soort zaad, dikker dan Vi niM. 

III. Klein zjiad, kleiner dan Vi "iJ^^- 

De pinnten, die nit deze drie zaad-soorten \'oorkwainen. uaven liet vol- 
gj'nde resultaat ten opzielile der Mozaïek-ziekte: 



Soort van zaad. 


Oorspron- 
kelijk 
aantal pi. 


Doodgegaan. 


Mozaïek-ziek. 


Gezond. 


aantal. 


7o 


aantal. 


7o 


aantal. 


7o 


Groot zaad 

Niddensoort ■ 

Klein » 


,360 
360 
300 


100 

27 


28.- 
9.— 


258 
200 
265 


99.23 
55.50 
97.- 


2 

160 

8 


0.67 

44.50 

3.— 



De verder te Medan beschikbare tijd werd door D^ H u n g e r besteed 
aan proeven over de assimitatie der Deli-tabaksplant. 

Wegens den omvang van ,lit onderwer]», kon D'. II u n g e r zich slechts 



65 

bezighouden met uitsluitend qualitatieve bepalingen over de vorming en de 
afvoei'ing van het zetmeel in de tabaksbladeren. 

Deze onderzoekingen weiden (met de meeste zorg) tweemaal daagsch 
('s morgens om (> uur en 's middags om 5 uur) uitgevoerd, gedurende de 
geheele vegetatie-periode; aanvangende met de onkiemende zaadkorrel tot 
de volwassen, in bloei staande plant. 

T)e resultaten \au dit onderzoek worden eerlangs uitvoerig Ix^schreven 
in de Mededeelingt n uit 's Lands Phuitentiiin. 

De qualitatieve zetmeel-bepalingen werden gedaan volgens de methode 
der jodiumproef van S a (t h s, terwijl de intensiteit dei' reactie door luiddtd 
van taxatie-cijt'ers bepaald werd. 

Onontbeerlijk voor de beoordeeling dezer assimilatie-]»roeven waren de 
weerkundige w aaiiiemingen in het begin van dit verslag reeds vermeld. 

De resultaten dezer proeven vormen een theoretis«lie bevestiging der 
]>ra«tis<he proeven van 1)''. M o h r, ,,over het oogsten san Deli Tabak op 
versehillende tijden van den dag". 

Gedurende zijn verblijf in Deli ontving D'. Hanger het verzoek 
der Oostenlij ks(;he Kegeering om een Diiitsche uitgave te mogen laten ver- 
schijnen van zijn „Overzicht der ziekten en beschadigingen van het blad 
bij Deli-tabak", ten dienste voor de ambtenaren der Oostenrijksche tabaks- 
regie. Op dit verzoek werd natuurlijk toestemmend beschikt. 

Na terugkeer uit Deli werd in het botanisch laboratorium te Jiuileuzorg 
een :i2-tal zaadmonsters op hun kiemkrachten onderzocht. 

( )p verzoek werden 2 zaadmonsters onderzocht van gezonde zaadboomen, 
doch die waren opgegroeid in de buurt van slijmzieke tabak. Op de vraag 
of deze laatste omstandigheid invloed zou kunnen hebben op de (pialileit 
van het zaad der zaadboomen werd ontkennend geantwoord. 

Verder werd advies verzocht over de kwestie, of de volgende vier kruid- 
achtige planten schadelijk zijn voor de tabak en of ze misschien in aan 
merking zouden kunnen komen (un de r«'boisalie met A. m<thican:i te ver- 
vangen. De betreffende planten waren: 
1". Uraria lagopoides. DO. 
2". Mucune capitata W. en A. 
'A'\ Passi flora foetida L. Passif loraceae ; 

4°. Ipomea involucrata lieauv. Convolvulaceae. 

Hierop werd geantwoord, dat van geen dezer plant en een schadelijken 
invloed bekend was voor de tabak, doch dat een gicxMibenu'sling met óón of 
meerdere dezer phtuten in geen ge\al dezelfde uilkomsleii /,<»n opleveren 
als een reboisatie met Albizzia. 



Papil ionaceae; 



04 



Oixlci/oflil w»'i(l ci-ii s;i|)i-o|)liijt isrli |t'\('inlf A I hi iiari.i s|t. (t|i <lr<ij;<-n(l«' 
t:ib:iksl)lii(l(-ri, dit- uil .hipaii :i;iii 's L;iiii|.s IMiiiih-ni iiin iii oii(i*-rz*t<'kiii}^ 
vviiicii ()|);^<s( mir(J. 

In lioolilziuik liii'hl I)'. II ii ii ;^' <■ r /i<li in l'»!/.. \>*-/.\'A iii<-l \ (tuilM-icidtiHl.- 
piorvcii o\cr(if ( riilis|»ir;it if <li-i l;iii:iUs|»l:i iil imi lul uo^ u|i <|i' |M<it\fii in 
l!Hi:', in Dcli. 

I )(' tabiik «'ijfcnl //hIi /ct-r slrrlil vooi 1 1 ;insi»ii;il ir |ii(»(\cn in Ini ImImiim 
loi'iuni, oMi (Ic «■(•n\»)U<li^t' rr»W n, (l:il /.•• <l;i;ii- lict-l s|HM(li;; li;i;ir linidwundjfs 
sluit. 

Alh'i'cerst vvci'd }^('("*X|MMinicnlcci(l nn-l nr^^csin-dcn phiiilfndft-NMi, nl. 
k()|)|)*-n van iiihaksplanlrn, dudi /onder vt-d i-i-sidl:ial. 

I)(' nielhodc lU'V llnliaiinsrlic plaiilcii |diysi(do;;<'ii l'.nst aünni, l'ohhc i 
\v«'i(l beproefd Ier l»c|)alin}j. \aii dr liladi lanspii al it- bij lahai^. hi- nitiliddc 
/(•ir slaagde goed, doeh hei nnl ei\an iileek voor de labak ;^eiin;;. 

Naib-rband werden I ranspiial ie ]>roeven in de bnileiilnelil gedaan mei 
idanleii waarvan Nooral' «Ie jjolleu iu zinken omhulsels waren gesoldeeid. 
/oodal bij weging de gewield sverliezen nilsliiilend op rekening der boven 
aardselie |)lantendeeleii konden komen. 

In de/e ii(dding werd met tweec'rlei inst runienlen gewerkt, ni.: 
l". mei een zelf registeei'eude balans, eu 
2". niet een speciale tiauspiratie balans. 

N'ooraf werd steeds het blad-oppervlak der proefplant berekend en Let 
waterverlies nagegaan per nnr en per één dM-. Hij deze i)roeven werd reke- 
ning gebonden met: 
a. de luchttemperatuur; 
h. de luchtvochtigheid; 
c. de zonneschijn. 

Hier volgen een paar voorloopige uitkomsten van eenige oj) deze wijze 
ingestelde proeven. 

Proefplant I. Bladoppervlakte 32.8 dM^. 





Gewichts-verlies. 


Gewichts-verlies 
per uur per 1 AM\ 


25 Nov. 


Gewicht 3.850 KG. 






20 » 




170 Gr. 


0.21 Gr. 


27 » 




200 » 


0.25 « 


28 




145 > 


0.18 » 


29 » 




95 » 


0.12 . 



Gö 



P r o e f p 1 il n t IJ. Bladoppeivl. 9 dM- 





Gewiclils-ver 


lies. 


Gewiclils-verlies 
per uur per 1 d.]\P. 


20 Dec. 


Gewicht 3.500 KG. 








-22 » 


- 


160 Gr. 




0.57 Gr. 


23 » 




65 » 




0.50 » 


24 . 




50 » 




0.25 « 



P r o o f p 1 a 11 ( JII. Bladoppervi. 10.18 dM-. 



Gewiclits-verlies per uur 
per 1 d.M^ in Gr. 



20 Dec. Gewicht 4.625 KG. 

22 » 

23 » 

24 » 
27 » 
29 .. 

50 .. . 

51 » 



0.37 
0.26 
0.42 
0.31 
0.21 
0.06 
0.15 



D'. M o 11 r bejiteedde het voornaamste dc^el vau zijn tijd te Buitenzorg 
<loorgebra(lit aan de bewerking van de verschillende monsters betrekking 
hebben op de proeven ten vorigen jare genomen, ten einde deze zooveel 
mogelijk af te ronden en voor publicatie gereed te maken. 

Keeds in vroegere verslagen werd melding gemaakl van een iiu-thude van 
scheiding der stikstofverbindingen van de tabak; door D'". Mohr werd 
deze methode toegepast op de plukblad-snijblad-monsters in ]S\\U en l!i(i(i 
verzameld. Omtrent de resullateii werd <lo(»r D'. iM o h i- medegedeeld: 
„De grootste verschillen traden op bij de ammoniak-, amid-, en amiii-stikfetof ; 
de kh'inste bij eiwit-stikstof en nicotine. Wanneer wij aannemen dat am- 
moniak, amiden en aminen ontledingsprodncten zijn van het plastische eiwit, 
dan is zekere analogie met kiemende zaden niet te miskennen". D'". M o li r 
meent zich het verloop aldus te moeten voorstellen. Zoodia, liet zij door 
jdiikkeii, hetzij door snijden de bladen in linii normale functies worden ge- 
stoord, begint er onmiddellijk een algeheel afbreken van het plastisch eiwit 
in verbindingen, welke gemakkelijk winden afgevoerd, nl. ammoniak en 

Verslag van 'slands pi.antentuin 1902 5 



GO 

sloffen uIh aspiiiiifiin «miz. (AKparii}^iiic /dl' kon ('chlcr niet wdidcii aanj^o- 
IooimI). I'»ij li<'< drogen «t|> Miaiii (siiijhladi ln'kk<-ii (If/i- slotlVn vooi- cfii 
^rool (irci uil licl lilachlak iii de ihmmmi i-m \;iii <l;iai- in <li-ii slaiii. Ili-i eiwit. 
V(»((r In-I cclw ccrsrl (licin-iidr, liri ;i jiljist isrlic , wdiill liij Ih-i (|ni;ifii 

IKMJi olillcrd, li(»(li o|);^<'l(ist cM (llis in |ilillJtl;i(i <ii snijl)l;i<l in ;^i'lijkf li(><-\fi-| 
lic<|cn h'i'Ujfj'cvondcn. I)t' nicol inc S( lii Jnl ihiIv in n-w \(tiin \(M)r ii- knnit-n, 
welke /eer \V('inii( \«toi- traiis|Mir-( ;::es(liikt is. Ilnre loralisn I ie doel dil 
zelfdf' reeds NCiinocden. 

I )e (xijisi I i jd niunstei's in l'.KHI vei/.:iiiield werden eseiieens dooi' I )^ 
M o 11 r aan een nil ^;el»reid as( ln>ndei/,oek ondeiwoipen en een reeks l»e- 
|)alinj.;en der si ikslol' verbindingen liierhij loe;4c|t:isl. 

'Pijilcns zijn vcrhiijr in Deli w<'rden door h'. M o li r de vei-s(diillende 
droom»i-oe\-eii nogmaals gedeeltelijk lierliaald en |>roe\en inuesteld om liij 
hel nebi-nik \an ]is_V(dir(»iiieters Iict dro.uinus pi'oces der taltak te T-ej^clen. 
Trocrneinin^cn (»|i iiitgebreidcn s»liaal in l'.Mi;', w»'rd<'n V(»oil»erei<l, waaihij 
voornanieli.jk aandarhl zal woideii j;csrlionken aan lit-t droj^iugs proces in 
droo<;scliur('n met dubbel dak of van sdnxasteenen oj) den nok voorzien. 

r.ij versebeidono proeven in het jaar 1!)01 genomen, werden af\vijkinj;<'n 
yevonden van den regel, dat morgentabak vaal, middagtabak bruinrood ge- 
kleurd is. 

In verband met de zetmeel-bepalingen door D^ Hnnger verricht, 
meent D'. M o li r een veiklaring voor deze afwijkingen te vinden daardoor, 
dal wanneer b.v. "s avonds de temperatuur sn{d daalt en de nacht koud is, 
het zelnu'el voor een groot deel in hel blad, zelfs tot den volgenden morgen 
voorhanden blijft. Na warme nachten zoude men diis vale morgentabak 
mo"('n xcrwacliten, na koude nachten met \vr\ dauw eiditer niet. 

Voor zoctver de tijd van U^ Mohr niet door bovenvermelde proeven 
in beslag w«'rd genomen, besteedde hij deze tot voltooiing van de samen- 
stelling der gegevens verkregen door in 11)01 in Deli genomen oogsttijd-proe- 
ven. Omtrent de rijidieids-proeven in 1900 werd een kort verslag samenge- 
steld, terwijl in een verhandeling over plukblad en snijblad alles omtrent 
deze vraag werd vereeiiig»! en besproken. 

De wcrkzaamlieden van J)'. Hissink (omtrent welke het volgende 
aan diens rai>i)ort is ontleend) betroffen in de eerste i)laats te Buitenzorg 
het opnmken van de i-esultaten der in 1!)0() en l!)tH genomen bemestingsproe- 
ven op Deli. lieide vcislageu wer«len resp. in .lanuari <-n in Maart ingtnliend. 
Het eerste verscheen onder den titcd van .,\'erslag van de oj» Deli met be- 
trekking tot de tabakscultuur genomen bemestingsproeven op proefvelden 
in liet jaai' l!l(l(l" als Mededeeling uit 's Lands Plantentuin. 11- LV. Met 



61 

bet drukken vau liet tweede veislag kon eerst later een aanvang gemaakt 
worden. 

Bovendien werd nog opgenuiakt een plan voor de bemestingsproeven 
op Deli in 1902, bet welk in Januari naar Deli gezonden werd. 

De uit Deli uieegebracbte tabak van de beniestingsi)roef oj) de onder- 
neming I'adang Boelan (zwarte grond, 1901) werd nog geprepareerd voor 
verder onderzoek. 

Omtrent zijn verdere bezigheden op Deli deelt D"". Hissink mede, 
dat deze vnl. bestaan hebben in het toezicht op de bemestingsproeven. „Zoo- 
veel mogelijk zijn de verschillende meststoffen persoonlijk toegediend en 
werd het proefterrein daarna minstens nog 1 !\ 2 keeren bezocht voor eene 
taxatie der tabak. In Mei werd aan de HH. planters eene circnlaiie verzon- 
den, vermeldende de voorschriften voor het oogsten. Vóór mijn vertrek 
naar Buitenzorg ontving ik nagenoeg alle rapporten en de uitkomsten der 
gedroogde tabak. In September 1902 is aan de HH. planters verzonden een 
schrijven, bevattende de noodige voorschriften voor het behandelen der ge- 
fermenteerde tabak. 

Dank zij de medewerking, welke ik in zoo hoogen mate op Di^li mocht 
ondervinden, hebben de bemestingsproeven vrij biuikbare i-esultaten opge- 
leverd. Het heeft evenwel soms den indruk gemaakt, alsof de HH. planters 
de meening zijn toegedaan, dat die bemestingsproeven door hen genomen 
worden om mij een genoegen te doen. Dit is natuurlijk eene verkwrde 
opvatting. Zij moeten dienen om de vragen, op het gebied der bemestings- 
leer, welke de i)lanter in de praktijk tegenkomt, langs i)ra(ttischen weg lot 
oplossing te brengen. Het is juist mijne bedoeling geweest, dat men op 
Deli langzamerhand er toe overging deze bemestingsproeven (en eigenlijk 
alle practische proeven) zelve te nemen. De beste methode van proef- 
neming is dan die,eerst door v a n B ij 1 e r t en later door mij gevolgd, op 
kleine veldjes. Ik mag aannemen, dat deze methode thans voldoende bekend 
is en dat m(;n weet, oj) welke bijzonderheden gelet dien! Ie worden; oj' welke 
wijze men oogst en welke gegevens van de gel'ernien leerde (ahak moeten 
worden opgemaakt. 

Verder werd o]) voorstel van den wd. ('lief der afdeeling op de onder- 
neming Medan eene ]U'oef ingeri<dit nul het oog («p de reboisalie met albizzia 
moluccana. Daarvoor is een terrein uilgezodil, gedei'ltelijk mei a]l)i/'.zia. 
gedeeltelijk met lalang — jong bosch - begro.-id. Nog in Augustus— Sep- 
tember 1902 is met de voorbewerking een aanvang gen\aakl, welke in Odo- 
ber — November zou afloo])en. 

Ik was op Deli nog in de gelegenheid eene bijzondere wijze van toppt>n 



68 

waar ie iM'iiM'ii <-ii jillliaiiH oonij^o f^fj^cvciis (laaromiK-nt n- vci/aim-lfii. \'tM-- 
dar (lic'iit dil een i»iiiiL van studii; uit Ui niakcii in llto;',. 

'\\;u slolle is noj^ immk' kleine ]mn'ï j^cnonicn in zake f^iondlx-werking. 
iiiciioc was in lic onmiddellijke nahijlicid \an lid l'ntdslal ion tr .Medan 
door de Adujiiiislraüe dei- Dcli MaatHclia])])ij ufjwiilfiid cin sink i;r(jnd al 
•gestaan, liinneidvort zal over dil puut uadei worden bericlii. 

Te Buitenzoig leruygekeerd zijn in de eerste plaats opgemaakt de resul- 
taten van de in 1UU2 genomen beuieslingsproeven en zullen deze biuüeukorl 
Ncrscliijncn als AJededeeling uil 's J^ands J'lanicnlwin. 

l>an hield ik mij bezig met hel (»nd<'rzoek d(M- ougeveer «>() grondmon 
sters, afkomstig van de proefvelden. Jlet ligt in den aard der zaak, dal dil 
onderzoek zieh lol enkele gemakkelijk te bepalen gegevens heeft moeien 
beperken. Cieheel is dit onderzoek nog uiel afgeloopen. 

N'erder is oi)gemaakt een „Plan"' voor de bemestingsproeven up proef 
\elden in l\H):\, hei welk in December reeds aan HH. plauters is toegezonden. 
Jiel is de bedoeling, dat ilH. plauters deze proeveu zelve nemen en alle«'n 
door de S Afdeeling eenlg toezicht wordt uitgeoefeud. 

Onderzocht zijn 14 ingekomen mestmonsters, G grondmonsteis en -1 
aschmousters. 

liet onderzoek der mestmonsters levert geen aanleiding lot bijzondere 
beschouwing. 

De ingezonden grondmousters hadden vul. betrekking op den zgnd. 
pasa-groud. Het gebied dezer gronden op Deli is vrij groot en dit punt dient 
aan eene nadere studie te worden onderworpen, V'oorloopig heb ik ge- 
meend het volgende te kunnen aanraden. Ju de eerste plaats wordt de pasa 
gedraineerd; daarna worden boveugrond en ondergrond goed vermengd. Dit 
kan natuurlijk alleen geschieden, wanneer de onderliggende kleilaag niet te 
diep ligl. In dil laatste geval zou het misschien aanbeveling verdienen, de 
bovengrond in den drogen lijd gewoon weg te verbranden en daarna flink 
met den ondergrond te vermengen. Vervolgens komt het mij voor, dat eene 
groene bemesting kan volgen. Hiertoe leent zich nog het best een reeds op 
Deli voorkomend gewas, Koroh genaamd. Deze groene bemesting biedt nog 
het voordeel, dat na 1 è, 2 jaren te zijn toegepast, jong bosch vaak spontaan 
opkomt. Waar dit niet het geval mocht zijn, zou men kunstmatig kunnen 
herwouden. Daarna dient de grond een jaar of 7 ü. 8 te rusten. 

Tijdens mijn verblijf op Deli ontving ik van de Administratie der Deli 
Maatschapj)ij te Medan een monster asch ter onderzoek. Dit onderzoek 
heeft op de volgende wijze plaats gehad. Vooraf is de asch gezeefd door 
een zeef van .'{ mM.; het gedeelte, hetwelk op de zeef liggen bleef, is bestem- 



69 

l>old met den naam van „ruwe stukken". Aangezien de verascliing uoi» 
niet volkomen had plaats gehad, is de rest nogmaals verascht. Dit gedeelte 
is bestempeld met den naam van „organische bestanddeelen". Vervolgens 
is de analyse op de gewone wijze geschied. 

De ruwe asch, zooals ze op Deli is ontvangen, bevat: 

Ruwe stukken 20,00%. 

Organische bestanddeelen 14,24 „ . 

Zand 34,72 „ . 

Kool 0,76 „ . 

Koolzuur 1,93 „ . 

Het overblijvende is de r e i n a s c h. 

Deze is onderzocht in hoofdzaak volgens de onlangs door T o 1 1 e n s 
aangegeven methode T) en bevat, berekend op reinasch: 

Kali (K,0) 22,93%. 

Natron (Na,0) , 9,03 „ . 

Phosphorzuur (P.O,) 3,61 „ . 

Chloor (Cl) 0,47 „ . 

Zwavelzuur (SO,) 1,69 „ . 

Kalk (CaO) 13,32 „ . 

Kiezelznnr (SiO.) 18,17 „ . 

Aluminium- en IJzeroxyde (Al^O, en Fe^O.,) . . 30,78 ,, . 
Het percentage aan ALO.. en Fe.O... is gevonden door het neeislag met 
ammoniak en azijnzuur (-), in rekening te brengen als A1..0, -f- Fe^O.. -f P^O. 
en dit totaal te verminderen met het percentage aan P._>0..,. 

Voornamelijk naar aanleiding van dit onderzoek en van enkele tot 
mij gerichte vragen op Deli, heb ik nog te BuitcMizorg een stukje samenge- 
steld, dat verschenen is onder den titel van ,,Tabaksasch, Kalisalpeier en 
., Guano" in de Korte Berichten uit 's Lands Plantentuin. Daarin heb ik 
reeds de opmerking gemaakt, dat bovenvermelde asch o\) zeer onvoldoende 
wijze verascht en bovendien nog verontreinigd is met veel aarde. Aan deze 
laatste omstandigheid moet hei hooge gehalte worden (oegeschrcvcn aan 
zand, en waarschijnlijk ook aan SiO^, Fe.^O.. en ALO^,. 

Bovendien werd nog een monster asch onderzocht, afkomstig van de 
onderneming Loeboe Dalam. l^e asch bevatte zoo goed als g(M^n ..ruwe stuk- 
ken" en „organische bestanddeelen" en kon dus direct onderzocht worden. 
De asch, zooals ze nit Deli is ontvangen, bevatte: 



{') Die Aschenbostandtoile der Pflanzen etc. van Trof. Pr. H. Tollens. Journal für 
Landwirtschafl, Bnnd I, Seile 23J. 
(*) Zie. t. a. p., biz. 250. 



70 

Vocht :M5%. 

Zand Ii<l,n7„. 

Kool -2:27 ,, . 

K<tol/.iiiii- I~).l 1 ,, . 

Ilcl ()\ cihli j\ iiidr is <l<' ifiiiascli. l»</,f Inval, lifickciid <»|i ifinasili : 

Kali iK O) \s:.','/, . 

Xahoii (Na H) |(l.!» .. . 

riH»s|»Iiur/,iiiii- ll'J).,) •"<,'.>„. 

(Mdooi- (("Il 1,0 „. 

Zwavcl/.inii- (S( >.) l',(l ,, . 

Kalk (CaO) :'.7.!l .. . 

Ma^Micsiii (M},'( ),) s,!> „ . 

Kiozolzinif iSiO.) CJ ,. . 

Aluiiiiiiiiiiii ('Il i.i/.cr/.ijdc (AI.<>; j- l*'«'j<>::> •• ~».J,,. 
hl den lonp van dit vcishijrjaar woi'dcii in lid lahoraloiiMiii df-r afdii-Iin;^ 
te Iinit«'n/.or<i (winli^ nirsl- en ;i,r(»ndni<»nst»'rs op daai'toc j^rdaaii vtM/.fx'k 
geanalyseerd benevens van '.V2 nionslers labakszaad de kienikiarhi hcjtaald. 
Het scliildereu vau het gebouw te Medau benevens de lepaiatiën aan 
het dak kwamen in den aanvang van dit jaat- gereed, de toestand van gebou- 
wen of inventaris geeft vei-der geen aanhMding tot bizondere oj)nierkingen. 
M(!t het oog op eene eventueeh* uitbreiding \an liet personeel aan deze af- 
deeling verbonden niet een zoöloog, werd het gebouw te Medan in den ver- 
Aolge uitsluitend \o(n- laboratoriuni-werkzaaniheden bestemd". 

Aangezien er voor rekening van d( n lande (e liuiteiizorg een stuk ten-ein 
is aangekocht, niet ver van de laboratoria gelegen en bestemd voor het doen 
van veldproeven in verband met het laboratorium- werk en daar ook gelegen- 
heid gegeven zal worden tot het kweeken vau tabak voor proefnemingen 
noodig, zoo werd de inliimr van een afzonderlijk stuk terrein overbodig; de 
nieuwe prt)eftuin zal in de behoefte kunnen voorzien. 

§ XT. 

9<io AFDEELING DER INRICHTING. 

(PROEFSTATION VOOR KOFFIE). 

Met gebruikmaking der gevens mij door den Afdeelingschef D^ J. G, 
Kramers verstrekt, kan hier het volgende over de wcM'kzaamheden in 
het verslagjaar worden medegedeeld. 

Rij den aanvang van dat jaar. bestond het personeel uit: I)^ Kra- 
mers, chef der afdeeling en chemicus, P. van der Sluis, technoloog. 



71 

assistent voor chemische werkzaamhedeu en Mejuffrouw B. Lang, even- 
eens assitente voor het chemische analysewerk, die echter in Februari de 
afdeelinjj; verliet en eindelijk eenig inlandsch laboratorium-personeel. Het 
was, tot ons y:root leedwezen, onmojj;elijk in de plaats van den Heer Z i m- 
m e r m a n n een ander botanist voor de afdeelin*]^ aan te stellen, aangezien 
haar voortbestaan, ook al gaf men zich niet aan pessimistische opvattingen 
voor de toekomst over, toch in elk geval niet voor meer dan een jaar v e r- 
zekerd was. I5ij de groote moeilijkheid die men toch reeds heeft, om 
geschikte natuuronderzoekers voor onze kolonie te verkrijgen, valt er niet 
aan te denken een bekwaam persoon aan te werven, wanneer men hem niet 
minstens eene plaatsing van eenige jaren in het vooruitzicht kan stellen. 
Zij, die de toestiinden niet kennen, nemen dikwerf aan, dat het toch wel 
mogelijk moet zijn, onder kortelings aan onze universiteiten in de natuur- 
lijke historie gepromoveerde jonge mannen, eiuumd te vinden ook l)ei'eid 
Aoor korteren tijd naar een tropisch land te gaan, om daar onderzoekings- 
werk te doen, dat tegelijkertijd, al wordt het ook met een praktisch doel 
ondernomen, zeer tot vermeerdering van kennis en verruiming van inzichten 
cm opvattingen op het eigen studiegi bied moet bijdragen. 

Dit zoude ook zonder twijfel het geval zijn, en dus de werkelijkheid met 
die hypothese overeenkomen , indien, zoo ook niet alle, dan toch het grootste 
deel der aan onze universiteiten in de natuurwetenschappen studeerende 
jonge mannen aanstaande „natuuronderzoekers'' waren. Dit is echter 
geenszins het geval; bij het meerendeel hunner ontbreken de daartoe 
noodige speciale eigenschappen en bovenal het „feu sacré''; zij geven er de 
voorkeur aan, en doen daaraan dan ook maar beter, zich in pjiedagogische 
richting te gaan bewegen en te trachten zoo spoedig mogelijk een ])laatsje 
bij het onderwijs te krijgen. 

De i)roeftuiu bij de dc^ssa Bangilan, op den Kawi, in het Malangsche, 
bleef onder het dagelijksch beheer van den administrateur, den Heer K. 
V o g 1 e r. In het verslagjaar werden er nog zes bouw bosch ontgonnen en 
bei)lant. Omtrent dien proeftuin wordt verder verwezen naar het liierouder 
volgend afzonderlijk verslag door den Heer K r a m e r s opgesteld. 

De Chef der afdeeling bracht bezoeken aan den proeftuin in Juni. 
Juli en October. In den door hem van Juni tot Augustus reizend doorge- 
brachten tijd werden tevens een aantal koffie-ondernemingen in Oost- en 
Midden-Java bezocht en in het bijzonder de bewtM'kings en bemestings- 
proeftuinen op verschillende landen aangelegd. Het feit valt niet te 
loochenen, dat voor deze jiroeveu steeds minder medewerking is te ver- 
krijgen. Op vele ondernemingen is het i)ersoneel ingekrompen, zoodat het 



72 

(<M'/i(|il o|i ziilkf |>i-«i('\cti. <l;il iin(Hl/,;iki'li Jk dimr |-]iit'ri|M-:irH-ii ;:<*Ii(MI(1<mi 
iii(»('l word*'!!, niet iiirci- uil !<• \()<rcii is. I );i;iifiilto\ en iiiJi;ikl lid di-ii in 
dl'nk, <|}il <'<'li iiicl j^friri^ de»! di-r |il;iiili rs y.i-W' ;i iii di- lii<-k<iiiis( d< r koffie- 
ruil HUI' teil oii/ciil ^;i;il t w i jfolcii cii lu't d;i;iioiii -- (e fcdil of h-ii oIii-imIiI»', 
dil \v(»idf ;^('iiccl in liet iiiidd<Mi ^n-hilcii iiii-i nu-cr df iiiofili- waard \ iiidt 
\<»oi- Iiaar iioj; cxlra-vvci'k lo \ oi rirlilcii. 

In OcIfdHT Im'zocIiI de afdcrliii^sclicf. JMlialsi' di-ii |uocfiuin. iio^ een 
paar in d<' nahijlicid daai\aii ^clcocn oiidi'iiiciuin;^<'ii en nok lu-i ."''' Koffir 
<'oii;^r('s h' Malaiiii. waar liij cciic \ oordiadit liicid. linofd/.akfli jk ha ndi'jfiidf 
oNcr <l(' l<offio in lid ( iou\ rriM-niciil \an Siiiiialra's ()(istkiis(. 

In lid lahoialorinni werd \()oil^f('<,fnaii iiid lid dioniisdi onderzoek clcp 
iiroiulcii, eerst ind iiieileweikinjj: van Mej. Fj a ii ;i, daarna \an ficii H«-or 
V n Tl d er S I n i s. De afdeelin<;sclu'f bleef zich, vooi- zoo\ fire zijne reizen 
liein dil lodiden, hezifj honden met het reeds vroeger hesju-oken onderzoek 
naai' de bestanddeelen der koffie. 

Als 11- LVTT dei' „Mededeelingen uit 's Lands Plaiileiiliiiir' versdieen 
een „Versla}; omtrent jj^i-ondanalyses van koffielninen" van den hand van 
D"". Kramers. TTit de inleidinj; op dit verslnjï, de uitkomsten van een 
zeer jjroot aantal onderzoekinjien te zamen vattend, moeren de volfjende 
woorden worden overgenomen, ten einde een denkbeeld te geven van het 
door den afdeelingschef beoogde doel: 

„Toen op het einde van 1896 de IX^^ afdeeling van 's Lands rianlenluin 
hare werkzaamheden begon, werd besloten zoo spoedig mogelijk onderzoe 
kingen in te stellen ter o]>lossing der vraag, wat met kunstmest in de koffie- 
eultuur te bereiken was. In 1807 werden daartoe op een aantal onderne 
mingen proeftuinen begonnen, waar omtrent bericht is in de Mededeelingen 
XXXII. XXXVIII en T>[ van 's Lands Planlentuin. Tev<'ns werden van die 
proeftuinen grondmousters genomen. De intentie was. na ie gaan of er 
eene overeenkomst te vinden zoude zijn tussehen de uitkomsten der proef 
tuinen en die der grondanalyses. De verwachting was, dat de proeftuinen 
na vijf normale jaren antwoord gegeven zouden hebben op de vraag, of er 
eenig plantenvoedings-bestanddeel in onze gronden in te gei'inge hoeveel- 
heid voorkwam en of dau tevens datzelfde zoude blijken nit de grondanalyses. 
Werd zulk eene overeenstemming gevonden, dan zoude men voortaan in de 
cijfers der analyses een leiddraad hditien. waarnaar men zich richten konde 
Vlij de bemesting. 

Nu zijn de laatste jaren echter verre van normaal geweest, zij hebben 
eene afwisseling opgeleverd van misgewas en overdracht. De omstandig 



73 

lied(Mi wjiicn dus zooi- on<,niiistio- voor het iiemeii van beniestiiigsproevou. 
zoodat do Hjd nop: niet gekomen is om daaruit een slotsom te maken. In 
hissclioii kwamen meer en meer grondanalyses gereed en hoewel dit een 
oudei-weip is, waarmede men nooit kan zeggen geheel klaar te zijn, werd 
besloten tot de publicatie daarvan over te gaan". 

Het verslag omvat nu een groot aantal analj^se-cijfers gepaard met eono 
over Terschillende hoofdstukken verdeelde toelichting, die er aan werd toe- 
gevoegd „vooral omdat, omtrent de wetenschappelijke waarde daarvan, bij 
het publiek dikwijls niet geheel juiste voorstellingen in omloop zijn". 

In een eerste hoofdstuk over „Oorsprong en aard der koffiegronden o]» 
Java" zet de schrijver de stelling voorop, dat de terreinen, waarop op Java 
koffie wordt verbouwd, behooren. wat den bodem aangaat, tot de vulkanische 
vormingen van de tertiaire en quaternaire periodes, om daarna een ovorzichl 
te geven van de verschillende wijzen van ontstaan der vulkanische gesteen- 
ten, de mineralen, die er in voorkomen en de veranderingen veroorzaakt, na 
dalingen van den bodem, onder invloed van het zeewater en de afzetting van 
koiaalbanken.. IMeer in het bijzonder wordt de aandacht geschonken aan liet 
Malangsche Zuidergebergte wegens het gewicht dier streek voor de koffie- 
cultuur. Daarbij wordt de volgende conclusie uitgesproken: 

„De hoofdzaak, uit een landbouwchemisch oogpunt beschouwd, is deze, 
dat al moge het Zuideigebergte ook plaatselijk bedekt zijn met onder zee 
afgj^zetto kalklagen, en daarom geologisch tot de miocene terreinen gerekend 
worden, zijne o])pervlakte in die gedeelten, welke geschikt zijn voor de 
koffiecultunr, in hoofdzaak bestaat uit de vulkanische gesteenten andesiet 
en bazalt on hunne verweeringsproducton. Want het zijn de verweorings- 
producton. die de koffie tei-roinen bedekken, waarmede de jdanter <liroct 
te maken heeft, veel mooi- dan mot de nog in verschen staat vorkooiond«' 
gesteenten. Voor de kennis van de verweerde lagen is het echter noodig 
de mineralen te kennen, waaruit zij zijn ontstaan, van daar de gegeven uit- 
eenzettingen". 

De Heer Kramers doet voorts opmerken, dat wij hier voor do ver- 
w(MM'ingsproducten, dio dus {h^u bouwkruiii uiimakon, wel de Hollandsche 
lionaniingen zand, klei, mergel, enz. gebruiken, doch dat men daarbij 
Jiooit moot vergeten, dat die woorden in Euro])a andere stoffen aandui- 
den dan de hier voorkomende, die met hot zand, de klei enz. van Nodoiland 
niet meer dan eene zekere mate van overeenkomst hebben. Daarna gaat de 
schrijver in het kort na, hoe die verweering verloopt en welke de chemische 
eigenschappen zijn van de klei, die daarbij, en door uitlooging door don 
rogon, uit dv besj)rokon niinoialon ontstaat. N'ordor wordt ter sprako go 



74 

braclil \\fi :i;iii<l<il. il:il tl<- nsl ;i ii I iii \;iii |il;iiit<-n t-n (li<-i<'iilc\ »mi aan dt' 
KaïiK'iish'lliii;^ (\cv Imhi w K ni in ln-ldtcii, /oduti dunr \nriiiiii;: \aii <'i;,M'iili jkc 
liiinms als door d<' <li<'inisr|ic \\rrkiii;.'<-ii. dit- o|(( ri-di-ii t iissilirn de (ii-;_'aiiis<dn- 
shd'ff'ii uil den Itodfiii <ii de licli.indcldf pi <»i|iii hu ^\^^l■ \ cru ••(•iiii'_' \aii di' 
•jeHh'ciilcri ; fiiidflijk wordi nirl Nri/uiind d<- :iaiidailit (<• \ csl i;,n'ii ii|i dr 
hclcckciiis d('i- klciiii' IcncimI»' \\<'/-<'Iis in di-n hodcni lini/t iid in <»|» dif-ns sa 
incnslcllinj^ een, no^ slfdils zeer j^cdccHcli jk lM-k<'iidfn. invloed uilo<'f<'iM'nd 
Aan liiin in\l<»rd word! dooi- h'. K r a iii •■ r s o(»k de |)ad;is \ oiiimiil: toi'jjc- 
srlircvcii. In laatsic iiistanlii- wciidl iio^ lid lmooIc ;^c\\i(lit aaii;^<';4<'\ en 
diT plivsisrlic ci^^ciiscliaiiiM'ii \aii di-n liodcin. 

Xadal aldus door den S(|irij\<r in Inxddl ifkkfn is aan^'cj^fv en Imm* 
(»n/,r <iilhinr-j,n-ond is onislaan en uil welke sloffen deze nil een elieinisili 
oo^fpmil licslaaf, wordt in (Mmi Iweede Inxddshik ^'eliandeld o\er de \erli(»ii 
dinir hiss(dien den tnoiid en de planten, j >e \crseliilleiide in naniiierkinir 
komende feiten en fa<-toren worden daarhij liesjiroken en in liet liij/.ondei- 
('I' de aandacht op Lr<'v»'st ittd. dal. al oefenen (>ok de wortels eeiie keuze uit hij 
het opnemen \an vo('ds(d nit (h'n bodem, toidi hoeveelheid en samenstellin;^' 
van de as( hhestanddeelen bij een ]dant van zekere sooi-t niet sehei-p is be- 
I)aald, (b»(di binnen /ekei-e «.grenzen afwisselt. Voor elke plaiitensooi't is 
echtei' van alh* voedini;sstoffen zekere u'erinirste lioeveelheid voedsel noodi^^ 
voor de voortbi-en^in^ van een be|»aald irewi<dit plantenstof. waai'»t]i de zoo- 
Lïenoemde wot van liet minimum berust, die leert, dat de outwikkeliniu' van 
eene plant woidt bepaald door de hoeveelheid van dat voedin<;sbestauddeel. 
waarvan beli-ekkelijk de <:rerin<isto hoevcndheid voorhanden is. Vooral wordt 
cv oji j,n'W(>zen. hoe uwn in de laatste jaren meer en meer tot het inziciit 
komt, van de j^roote beteekeuis van S(dnmm<ds en bacteriën bij de omzettinj^ 
van (»r.nanis(die stoffen in den bodem. Ten aanzien dier stoffen j^edrajjeu 
zi(di de wortels van versidiillende planten niet «gelijk. Grassen b.v. hebben 
weinig- behoefte aan orpiniscdie stof (humus) in den bodem, terwijl de onder- 
vindinjjj leert, dat andere, zooals de koffie, in jironden, die daaraan arm zijn, 
minder <;oed «groeien. De sidirijver vei-zuimt niet aan het einde \an dit 
hoofdstuk er op te wijzen hoe wij, vooral hier in de tropen, nojï sletdits «ge- 
heel in het begin staan onzer kennis van de bijzonderheden der rol door de 
microben in den bodeiii gesj)eeld. Dat het vermeerderen dier kennis van 
groote gevolgen voor de piaktijk zal zijn, is echter thans reeds met vol- 
doende zekerheid te zeggen. 

In het derde hoofdstuk, handelend over „het scheikundig onderzoek van 
den grond", wordt er met nadruk op gewezen, hoe eene vroeger bestaande 
— doch sedert onjuist gebleken — opvatting, de oorsprong heeft geleverd 



75 

voor (Ie liroiKlaiiulyses. Mcii licrft nanielijk vroeger gedurende zekeren tijd 
aangenomen, dat de o]»neniing van voedsel door de wortels alleen geschiedde 
door de oplossende \v(Tking van de niet zuur gedienkte wortelspitsjes op 
de bodenideeltjes. ,,ln die voorstelling ]»aste het g«^heel aan te nemen, dat 
al wat uit den bodem door zuren ojigeh>st werd. ook door de planten opge- 
nomen kon worden en dat men daarin een middel had om den voorraad 
plantenvoedsel iii den Itodem en dus diens vruchtbaarheid te bepalen". Men 
achtte het daarom vohloende een giond met zuur uit te trekk«ni om te er- 
varen, hoe groot de voorraad jdantenvoedsel (laaiin was. ^'ond men nu in 
den een of andereu bodem te weinig van een of ander bestanddeel, verge 
leken met andere gronden, dan moest dat gebi-ek door bemesting verholpen 
worden en men meende zelfs uit de analyse-cijfers de benoodigde bemesting 
te kunnen berekenen. 

Deze bij de deskundigen reeds lang verlaten oj»vatting heeft echtei' bij 
leeken nog lang nagewerkt en nog heden ten dage wordt zij do(U' een gioot 
aantal planters gedeeld. De schrijver verrichtte dus zeker een hoogst nuttig 
werk door, aan de hand van verschillende beschouwingen, door analyse- 
cijfers toegelicht, den lezer zelf tot de conclusie te brengen, dat en waarom 
aan grondanalysen alleen eene zeer beperkte en betrekkelijke waarde is toe 
te kennen voor het leeren ktuinen der voedingswaarde van een bodtMU vo<u' 
een bepaald gewas. Ten slotte w(»rdt aangegeven van welke oplosmiddelen 
de schnjviu* zich bedi(^nde en waarom zij door hem werden giMvOzen. 

De beide laatste hoofdstukken, het eene gewijd aan de techniek der be- 
handeling van de grondmonsters, het andere bevattend eene toelichting van 
eene zeer uitvoerige tabel met analyse-uitkomsten, leenen zich niet tot het 
geven van een overzicht aan deze ])laats. 

Daarentegen veroorloof ik mij, aan het slot van dit kort overzicht, nog 
deze, ik durf zeggen voortreffelijke, zinsneden uit de slotsom over te nemen: 

„>N'at wij ouder vruchtbaarheid van eenen grond verstaan, is diens eigen- 
schap om, onder geschikte klimaatstoestandeu, aan de wortels van de daarop 
groeiende planten het voedsel te verstrekken, wat zij behoeven. Hierboven 
is uiteengezet hoe, volgens den tegenwoordigeu stand van onze kennis, die 
omzettingen in den bodem tot stand komen. Daaruit is na te gaan, dat 
men diezelfde omzettingen niet evenzoo kan te weeg brengen door behan- 
dt'ling van de aarde met een of ander oplosmiddel. Deze doen ons kennen, 
welke hoeveelheden van verschillende bestanddeelen in niet al te vast ge 
bomlen toestand daai'in Nooilianden zijn, maar hel blijkt niet. in liocMnrc 
er evenredigheid bestaat tusschen de door uittrekking gevonden hoeveel- 
heden met de binnen korten tijd voor de planten beschikbaar wordtMide. 



7f) 

/(•lis wcfK'cri (](' vcrscliillrmlc iiplusiiiitMi-ii-n ni'-l ;.'<Ii<m| n|i dezelfde wij/e <)|i 
(leii luMleiii in, /,o«)(l;i( hij hen (HMlerlin;^ i»i)i< ;;een \(»lle(li;;e e\(Mll«Mli^liei(l 
in linnne wcr-kiii}^ is v;isl te stellen". 

,.\\';i;ir hel ons direcl oni Ie doen is, ervaren wij dus door de/e ana|\se 
n i <• I, maar wij knnnen er loch we) iels uit arieiden, ais is liei dan o<d< maar- 
liij wijze \an <;r(>\'c benadering'. Waar wij \ee| josj^'cbonden kalk «d kali 
\ inden, nioj^cn wij wel aannenn'ii, <lal <le planten daaraan <;een <re|»rek znllen 
lijden, en Ncrdei' blijkt, dal onze ^^ronden niet zoo |)hos|)horzwiii arin zijn aln 
nien wel eens |j;enieend lieeft". 

,.I)at de dooi' o|dosniid(b'len uil t ickl>ar<' sloffen ook dooi- de oinzeii in;,'en 
in den bodem oplonbaar jfoin.iakl \V(»rd«'ii, is wel aan te nemen, de viaa}.' i« 
maar hoeveel fijd inoef daarvoor verloopen. en als dat zeer lani.' (biuii heb 
ben de |daiilen er niet \ eel aan. Om dns Ie welen te komen wal er door 
bemest ini: <»p <hmi /-ekei-en «iroiid te bereiken is. l<iinnen analyses niet in de 
plaats ti-ed(Mi van bemost in<iSproeven. tenzij men eerst proefondem incb-lijk 
aan<^'eloond liel)be, daf voor jironden van de soort in kwestie oone stee<ls 
wederkeerendo vorliondinu tiisscheji ])em<'st in^'s- en analyse-nit komsten 
bestaat". 

Eon vorsla<r omti-ent de ])i"ooftninen ojt oiiden)emin<>-en is in het jaar 
IfMfJ niet vei'sclienen. Wel zijn d(» orilvanj^en ^etr<'vons. joopende over liet 
ooesijaar 1000/1001 waf aanj;aaf de Java-koffio on ovor 1001 waf aanj^aat do 
Liberia, boworkf. evenals do onfvan<;on motoor()loo;iseho «rf^jrovons. Do nif- 
konislen zijn eelitor .ijolijk aan die van vorijjo jaren on lovordon <;oen nieuwe 
ireziclifspnnfon op. ^fof do pnbli<-atio kon dorhalvo jjevoe^olijk worden fre- 
waelif. tot<laf de frojj^ovons ovor oen vol<;ond jaar voorhanden zonden zijn. 

Zooals roods in lief voii^ vorsla<r is vermeld, woi'd in den aan\an;>' van 
1001 bofiaald, dat de ehof van ons koffieproofstafion ook tijdelijk bomoeiin}; 
zonde hebben met do (ronvornomonts Koffieonlfnur, in dien zin, daf hij ziolt 
beschikbaar had te stollen voor het doen van onderzoekin jjen en hot nit- 
brenjj^on van <;ovraaj;do advi<VyOn. Aanjzozien eoi-sf medio Deoember 1901 
\an dezen tijdelijken maatre<xol aan de best nni-shoofdon bij eirenlaire konnis 
kon worden pfofioven. zoo tiad in werkelijkheid die ro<:-elin<.j eerst fi^iion h«^t 
bojiin van het voi'slajijaar in werkinfr. 

Hare eerste nitwerkinf; was .dat op initiatief van D*". K r a ui e i- s aan 
de RoReering werd voorgesteld door dezen eene dienstreis te doen ihaken 
naai' de zaadkof f ie-leverende ondernemingen in het Gouvernement van 
Sumatra's Westkust. Het was namelijk gebleken, dat de qualiteit van eene 
partij voor de Gouvernements-koffiecnltuur geleverd zaad, te wenschen had 



11 

overgelaten, waarom liet nuttig werd geoordeeld, dat de voorwaarden van 
zaadvvinning op die zaadleverende landen door een deskundige werden nage- 
gaan. Het voorstel mocht instemming verwerven en dè bedoelde reis had in 
Februari en Maart plaats. Het er over uitgebracht officieel rapport leent 
zich, door zijn aard, minder tot het geven van een excerpt aan deze plaats; 
door den Heer Kramers zelf is --- op het Malangsche Koffiecongres 
van 21 October 1902 — eene voordracht gehouden waarin, onder meer, alge- 
meene o])merkingen werden medegedeeld naar aanleiding van dat bezoek 
aan de Koffieondernemingen op Sumatra's Oostkust. Aan deze mededeeliug 
wordt het volgende ontleend. 

„Het klimaat van Sumatra onderscheidt zich van dat van Java vooral in 
twee opzichten. Ten eerste, kent men er geen drogen tijd. Wel regent het 
er in onze Oost-moesson-maanden iets minder, maar er valt toch zooveel 
regen, en mist en nevel komen zoo veel voor, dat er van droogte eigenlijk 
nooit kwestie is. Ten tweede waait het er veel meer en harder dan op Java. 
Waar wij hier wel eens klagen over de schade door den wind veroorzaakt 
op zekere windhellingen, op Sumatra is alles wiudhelling, als het nie( 
regent waait het, kan men wel zeggen". 

D'. Kramers bezocht de ondernemingen: Loeboe Raja in Aukola; 
Si Berasap, op de kustketen tusschen het meer van Minindjau en de 1'a 
daugsche benedenlauden; Merapi, op den berg van dien naam bij Fadaug 
i'andjang; Soemanik op het gebergte bezuiden Öolok; Boekit Gombong, 
Kajoe Kaiek, Batang Baros en Taloeq Goenoug, aan de hellingen van den 
Talang; Loeboe Öilassih, Akar Uedaug en Loeboe Gedang op het Barissan- 
gebergte beven Padang. 

Als uitvloeisel der algemeene klimatologische voorwaarden in de aange- 
haalde woorden geschetst, viel op die ondernemingen, of ten minste op het 
meerendeel op te merken, in de eerste plaats, dat, ten gevolge van de groote 
vochtigheid en de weinige zonneschijn, schaduwboomen of niet of weinig 
uoodig zijn. Als beschutting tegen den wind worden windbrekeude hegge» 
gebezigd, waartoe men b.v. op de ruggen strooken van bosch laat staan of 
tusschen de koffie op zekere afstanden paggers van bamboe petoeug plant. 
JJeze hindert op de natte Bumatra-landen de koffie Aveinig of niet. Als 
andere beveiliging tegen den wind wordt op Sumatra de koffie zeer dicht 
opeen geplant, terwijl alles op 5 tot 7 voet wordt getopt, daar men anders 
te veel moeite heeft bij het plukken. Op een land waar G op 6 voet is ge- 
plant zijn de boomen met hun takken geheel in elkaar gegroeid en hunne 
kniinen vormen te zamen een doorloopend schild, dat alles bedekt en waar 
de wind overheen sIriJUI. Onder de (>p-;(Miierkle verscliiUen niel .lava v<'r 



78 

(licTit ftolc liior voi-iii«'l«liiij;. <liit op SiiimmIi-m's \A'('StKiis( dr IcoffifVxKHiifii vrij 
wel Iwl ^clicclc j;i:ir <l<)()r kiMip en I il m si Mn iii;i ki-ii i-ii \ iinlii /j-i Idi. .\;iii Ih-I 
f^ccii (lour (Ifii lieer K !• a III e r s miilreiil de ziekten en |ila;^en \aii de 
kdltie in hel he/.urlile ;;e|iied wordl \einie|d. /ij (iiillei nd. dat. in teM,.nste| 
liii;^ mei lielj^eeii <>j» .la\a dikweil uoidl aaii;:enonien, de Itlad/jekte uji de 
Ih/.(m lile uii(lcrn<'Jiiiii;^<'ii (»\eial, en niet allijd in i^erin^^e male, weid waar 
;4('Moiiieii. I )(' andere liier (i|) .la\a L;ee(insla leei de /iekleii kcniieii (tuk daar 
\()or; o(»k aaltjes^ iioewel naar liei srliijnt slechts weinig. 

r.idialve cenigo kleinere ad\ ie/.eii, die ^een [daalselijk <»ndei/.<»ek ii(nidi<4 
maakten, zijn d<»ur den ardeelinj^st lud' naat aanleidinu \aii in^ekninen aan 
\ razeil \an li»'ereii A iiiltleiiareii liij hel I '.iiiiieiilandseh Itesliiiir, (»|i twee 
plaatsen onderzoekinjicn in loco ingesteld en daaniNcr ad\ies uit {^ehiat ht . 
iM'Ilij^e hi jzonderliedell het relTende heide ^^cvalleii \erdielien hier \ciliiel- 

din^, aaii<;t'7aen zij ook voor elders zit h v<iordoende \ crsrlii jnseleii h-ei/aam 
kunnen zijn. 

Ilel eerste betrof oon rjonvernomonts-tnin j^enoomd Mnnjikalnjn ^^elef^en 
in de afdeelinfj; Limhaiij^aii der l*reanj;er-Ke^ents(liapi»en, waar het hetrok- 
keii hest mirslioofd eene verklaring wensclite te weten \an en zoo nnt^elijk 
ten middel lej^cn liet kwijnen der ktd'fieboomen. Aan liet nit<i('l»ra<hle 
rapport ter zake ontleen ik het volgende: „Een bepaalde ziekte hel» ik niel 
gevonden. Ik weet als oorzaak van het kwijnen niets anders aan te geven 
dan verlies van het beste gedeelte van dtm humns ten gevolge van het meer- 
«lere blootliggen van den bodem na het boschkappen en planten. Boven 
op ruggen (het kwijnende gedeelte van den luin in (piaestie lag namelijk 
op een rug op meer dan 4000 voet hoogte) als deze is de humeuse laag ook 
in het bosch reeds dunner dan aan de hellingen en in de terreiuplooien. In 
een koffietuin gaat in den regel de oxydatie van den humus sneller dan de 
vorming van dezen uit afvallende bladeren enz. Zoo verklaart zich, dat 
boven op ruggen ,waar de humusvoorraad van den beginne af geringer is, 
de koflie gaat kwijnen, terwijl <lie in de terreinplooien nog zeer goed groeit. 
Daarenboven heeft er op vele plaatsen in de bovenlaag van den grond eene 
oplossing van ijzerverbvudingen ])laats, die in den ondergrond als ijzer- 
oxvdehvdraat weder afgezet worden. Daardoor wordt die ondergrond meer 
afgesloten en minder poreus. In de omgeving van den bewusten tuin ziet 
men op vele plaatsen de bewijzen van die omzetting in den vorm van roode 
ijzeroerafzettingen in de bronnetjes en overal waai* water stroomt. Die 
a( hteruitgang van den grond hindert de koffie zeer en verklaart, waarom ook 
de dada]» op de ])lek in kwestie maar matig groeien wil". 



79 

Aan dozo mododoolino- moest do afdeelingsehef toevoegen, dat indien 
het kwijnende stuk aanplanting tot een particulier koffieland behoorde, door 
zorgvuldige behandeling van grond en jdanten, bijplanting van schaduw- 
boonien, en vooral door het aanbrengen van flinke hoeveelheden dierlijke 
mest eene voldoende mate van kans op blijvende verbetering zoude bestaan 
om tot de meerdere moeite en kosten aan deze bewerkingen verbonden te 
adviseeren. Een en ander echter van de koffieplantende bevolking te willen 
verlangen scheen te minder geoorloofd, wijl een goede uitslag toch geenszins 
absoluut zeker te voorspellen viel, terwijl zeer goed staande boomen, in de 
omgeving zich bevindende ,ook geen oogst van veel beteekenis afwierpen. 

Kon in dit geval wel de oorzaak van den waargenomen min gunstigen 
toestand worden aangegeven, m.aar niet een voor de rrouvernements-koffie- 
cultuur toepasbare behandeling van het plantsoen, iets anders was het bij 
het tweede der bedoelde gevallen. Daar gold het een bezoek door D"". K r a- 
m e r s gebracht, op verzoek van den Assistent-Resident van Malang, aan 
koffie-kweekbeddingen oj» twee plaatsen van het district Toeren, in welke 
kweekbeddingen ziekteverschijnselen waren voorgekomen, die zich evenwel 
later weder schenen te herstellen. Het bleek, dat inderdaad de plantjes, die 
vroeger veel van nematoden U^ lijden hadden gehad, weder nieuwe wortels 
hadden gemaakt en zeker dientengevolge een veel minder kwijnend aanzien 
hadden gekregen. Niettemin werden nog wel eenige exemplaren van Tylen- 
chus aangetroffen, hoewel niet veel meer. Het schijnt, dat men derhalve 
met een geval te doen had, waarin de felle droogte van den Oost-moesson 
(het onderzoek had 23 en 24 October plaats) een nadeeligen invloed op 
de parasitische nematoden had gehad en op die manier aaltjeszieke plekken 
weer gedeeltelijk waren genezen. 

„De praktische vraag waarom het hier te doen is — zoo ging de afdee- 
lingschef in zijn rapport voort — is dez(»: kunnen de planten van deze bed- 
dingen gebruikt worden als plantmateriaal in den aanstaanden West-moes- 
son. Ik men dat zeer bepaald te moeten afraden. >\'el kon ik in evu aantjil 
dier jilantjes op het oog«Miblik van mijn b<'zoek geen nematoden anntooneii, 
doch men moet niet vergeten ,dat de kans om enkele verspreide exemplaren 
t(» vinden zeer gering is. In den regel is daartoe noodig, dat zij in grooten 
getale op eene bepaalde jilek aan wn wortelstelsel aanwezig zijn, zoodat 
men de door hen te weeg gebrachte beschadigingen reeds met het bloote 
oog of met een loupe zien kan. liet niikioskopiscli onderzoek toont dan 
nadei' aan, dat die schade door neniatoden veroor/,;i;il<l wordt. Zonder zulke 
aanwijzingen, o]) bloot geluk af, wortels onderzoekende, is de kans dat nuMi 
iets vindt, zeer gering. In het bijzondere geval heb ik dnarenboven in 



80 

cnkolc plaiiU'ii (\*- l<'\('ii(l(; 'I\vlcii(li(ii i^csoi.dcn. riniii iimmi iiii <if iiilt'ilijk 
•4<'/()ii(lc |)l;iiil<-ii \:iii ^U•7A' l)('<l<liii;^*-ii uil, (i:iii /iillcii tl;iai'(Mi(|«-r loch lioo^st- 
w ;i;iis(lii juli Jl< ciikclc ^^cinrcctci rdc \ ooikitiiHii in li.il is j;t'iio('^ niii fOi 
^^(•licfi Joii^ j)l;iiils()('ii Ic hcsiiK'l icii. I'ir is in (l</,c ccii /eer lcci/;»;iiii ;;»'Val 
voorj^cUojiK'ii. In I.S!>L' wanii oji lui hmil ( Jocmimiim (ichaiij; een iiaiital 
zieke kolliciijaiil jes op de bedden w aai j^eiionn n. I>r/.e wi-rdeii oiidei/oclil 
do(»r I)'. J Ji 11 S H <', die neiiialodeii coiislaleerdf-. 'r<i(ii di- jdanllijd daar- 
was, werden oj) de Ix-ddcu de oo^^cnscliijiilijk ^••zoiidc jdanljes uil ;;e/,<Mdil 
en daarmede over de ^clieele onderncniin;^ inj^choel. liin jiaar jaar laler 
slierl de {jjelieele Java-aanjdani op dal peiceel nil. dat daarna verlalen en 
(,.iiiuu,-o(,.v<Mi is. Daarom neem ik di; vrijheid ernslij; Ie waarscliuwen lej^en 
hel j^chrtiik van onile kolTi^'luinen om daar kweekbeddingcn aan (e legden". 

Dil laatste loch was in de bedoelde gevallen gedaan. Van daar dai 
hel hier in hoofdzaak weergegeven advies ook voor vele andere gevailiMi als 
waarschuwend voorbeeld kan dienen. J)'. K r a m (M* s wees er senhi nji 
hoe oudere aan])lantingen, zij het monosoeko of ( Jouvernenients-tuineu, noI 
zijn \an aaltjes-plekken en Let gebruik van plantniateriaal van zulke jdekken 
bijna gelijk gaat staan met een moedwillig verspieiden van aaltjes-ziekte 
in de (.Jonveruements-cultuur, Wel is waar komen ook in het bosch mei 
nemaloden besmette plekken voor en kan men, als het ongeluk wil, daai- 
juist op treffen, zooals op Goenoeug (iebang gebeurd is, maar dat behoort 
(och tot de zeldzaamheden en men heeft, door geen deelen van oude tuinen 
voor het aanleggen van kweekbedden te gebruiken, ten minste gedaan wat 
men kan. 

Of de gegeven raad, die eene algemeene portee heeft, zooals in het oog 
springt, voor het speciale geval waarop gedoeld werd, al dan niet is opge 
volgd, kan hier niet worden gemeld. 

Ten slotte wordt hiei- overgenomen het door D"". Kramers opge 
maakte verslag over den l\offie]»i-oefl iiin in hel Malangsche. 

KOPPlKPHOEFTUiN VAN 'S LANDS TLANTENTUIN, 
JX'' AFDKELlN(i. 

.T a a r V e r s 1 a g o \ e i- 1 0(l2. 

W ede I'. 

Onderscheidden zich de jaren 11)00 en 1001 door ongewoon grooten regen- 
val in den Oost-moesson, in 1002 was het omgekeerde het geval en viel er 
van Mei lot begin November in dezen proeftuin geen droppel regen. I>aar- 



81 

eubovoii was de aduospliecr i;«'dui*eii(l(' de iiiidilaynren dikwijls bijzonder 
droog' en woei het tevens vrij sterk. Toch lieblieii zoov.cl -lava- als Libtn-ia- 
kottie niel \'eel \an de drooj;le t;(le(h'n; in zooverre ten minste, dal (h' bla- 
deren niet slaj» hiii.üt'ii, (h.cli de enten eii ern |»aar soorten kdttie nit West- 
Atrika bleken er slecht (e^cn te kunnen. 

Grond. 



Kort na het omkappen van het bosch zijn aan het Noordeinde van den 
tuin twee grondmonsters genomen, het eene ten >Vesten in tuin U" GtJ, waar 
het terrein vhik is, het andere aan de Oostzijde van tnin II- 48, waar de 
grond naar het Oosten afbelt. De bovenlaag gaat langzaam aan, zonder 
duidelijke afscheiding, in den ondei'grond over. Het onderzoek gescliiedde 
zooals in Mededeelingen uit *s Lands Plantentnin 11- L^"II beschreven. 





Westhoek. 


Oosthoek. 


Diepte in c.M, 


0-48 


48-96 


0—48 


48-96 


Sleen 


^ 
10.81°/ 




12.287, 
10.58 . 




8.927o 
10.28 . 





Vocht 


11.287, 
11.04 . 


G loeiverlies 


10.88 . 


Chemisch gei)onJen water 


7,14. 


8.11 . 


7,78. 


9.83 . 


Organische 
Stikstof... 


slof. 


3.49. 
0.18. 

2750 


1.50. 
0.08. 

2719 


2.43. 
0.15. 

2778 


1.29 . 




07 . 


'* o 


IJzerozyde 


2578 


■B -§ 


Aluinaarde 


3175 


3019 


3466 


3503 


luc 

elos 


Kiezelzuur 


434 


412 


453 


451 


.S o 


Mangaanoxydoxydule 


259 


256 


294 


287 


o; 

0) C 


Kalk 


550 


328 


584 


281 


•« « 'o 






O 1 ^ 


Magnesia 


661 
17 


709 
50 


695 

7 


570 


© ? C 


Nalron 


45 


2 = 


Kali 


246 


246 


225 


155 


^ "^ s 


Zwavelzuur 


92 

7 


60 
6 


90 
9 


47 


CC S ' 


Phosphorzuur 


3 



Dat de bovenlaag van den grond aan den Oosthoek ongeveer een i)ercent 
organische stof minder bevat dan aan den Westhoek, is w'aarschijulijk ver- 
oorzaakt door afspoeling van den bovengrond door den regen. Die afspoe- 
ling heeft in het bosch ook plaats en des te meer naarmate de bodem in 
helling ligt. Dat is hier aan den Oostkant het geval, terwijl de bodem aan 
de Westzijde vlak is. 

Verslag van 's lands plantentuin 1902. 6 



82 

Z a ;i (I e (i li e d d i ii <^ e ii l'.MIL'. 
lOi' werden ;;('eii nieuwe lieddin;^en ;i:in;ie|c;^d dm li een ^ede.-lte di-i- ju 

liel N'Oli^C jiiai' ;:,el»|||ikle weder in orde ^e|ii;i.ikl . 

\';in de ((nderneniin;^ Si l'.er;is;i)» in ile r,id;in;;;si|ie lluveid;inden ont 
viiij^cn wij z;iad \an .la\;i kolTie len ^csehrnke. | )e eerste he/endin;,' daar 
Viin was l>ij wij/e \aii |ii-eel', /.ender nii-i lienisIvHDl lieliamleld ii- zijn, alleen 

aan de hiclll j^edreo^d leldal de koffie een llicl elilfr Liewirlil \an ."(■(.. "i l\;:r. 
liad. in een /ak naar l'adan.u \ ci/.onden. I »e kulfii- in diMi zak kwam aldaar 
warm aan, weid lersloiid nili^cslorl en na alkuelinii im-l lioiilskindiioeder 
vermengd in een kislje \cider \ei/,(inden. lliM lnoeien lierliaald<' zidi nii-i. 

lid zaad was ^oed nil;^ez(;i|il , .^eli jknial i.u \an i^reelle en za;^ er ;^(ied 
uit. hen r''" Mei werden daai\an nil-ide;^*! :',~>H)i) l>m»ncn. i»aarnil zijn 
vei-kreji'eii II Kil iioede hibils. de icsl was aciileilijk en {^chrekki;^ of kwam 
in liet geheel niei oj) (lüi'Td siuks). 

Eene (weede en deide liezendinj;- wnreii dadelijk op Hi Tleiasai» mei luiwis 
küolpoedei' beliaiuleld en broeiden niel. Daarvan zijn uj) 7 Jnni uitgelegd 
74600 booneii van welke lot 22 Sept. zijn oitgekomen ()2o75 stuks. Van die 
74:000 waren ;!r)000 oj» 5 X o duim uitgelegd, de rest oj) 1X1 duim. Xan die 
;»r)000 werden verkregen 21S44 goede bibiis, de rest was aclileilijk (d' wei-d 
blorok, in het geheel niet opgekomen waren slechts weinige. 

Door het broeien zijn dus vele zaden dei- eerste bezeiuling beschadigd. 
Aan de plantjes uit de goed opgekonunie verkregen was e( hier later niets 
afwijkends waar te nemen. 

Begin Juni werden uitgelegd 4 katties J>ibeiiazaad van de onderneniiug 
Gemampir. 

In Februari ontvingen wij zaad van Ibo-koffie, van I)''. S 1 u h 1 m a n n 
uit l)uits(di-()ost-Afrika, daarvan is geen enkele pit gekiemd. 

Evenmin van eenige zaden uit Nieuw-Caledonië, ontvangen van I)*". 
S p i r e en 1 Maart uitgelegd. 

20 Mei werden uitgelegd zaden van hybriden ontvangen van Gogoniti. 
van dezelfde boomen waarvan wij ook reeds in l'.HIl zaad ontvingen. 

7 Juni zaden van Abeokuta en Ötenophylla uit den cuUuurtuin te 
Tjikeumeuh. 

5 Juli Margogype-zaden ontvangen van de onderneming Kali Lebak. 
Daarvan zijn later enten gemaakt. 

9 Juli enkele pitten van eene mooie hybride van de onderneming Soe- 
korame. Niet opgekomen. 

17 Juli zaden van een hybride-ent van de onderneming Bandjarsari. 



83 

22 Juli zadon van oeno steiltakkige variëteit van .Tava-koffio van do 
ondernominp; Kali Klopoeh (Djt^mber), die daar <ioed draaft. 

20 Auj»'. zaden van een Liberia met oroote Ian<i,e i»itten en zaden van eeue 
hybride-ent Iteide van de onderneming Kandangan. 

Enten 1902. 

In den loop van dit jaar zijn op de beddingen weder een aantal tweeling- 
enten gemaakt volgens de werkwijze van den tTeer K i- ij t h e. 

22 — 26 Sept. 700 stuks Java op Liberia. 

26 — 31 „ 1U){) „ Alargogype op Liberia. 

28 en 20 Oct. 400 „ Margogype op Java. 

Van die 700 zijn er 104, van de 1400 IKi, ^an de 400 12 stuks niet ge- 
slaagd, dat wil zeggen dat zij na het doorsnijden van het stammetje van het 
Java- of Margogype-plantje, dat de ent leveren moet, verdroogden. De aan- 
vankelijk geslaagden zijn in November uitgeplant in de tuinen N"^ 17, 43 tot 

45, 49 en 50, aanplant 1901. 

Verder zijn o}) 25 en 31 Oct. nog eenige twec^ling-enten gemaakt, die on- 
mid'delijk na het samenbinden en herplanten op de bedding overstulpt zijn 
met een wijde reageerbuis, die er drie dagen op is blijven staan. Het waren 
Java-Liberia en Margogype-Liberia, van beide 21 stuks; 30 Nov. bleken van 
de eerste 11 en van de tweede O stuks niet geslaagd. Deze uitkomst pleit 
niet ten voordeele van het overstulpen met reageerbuizen. Daarbij is echter 
te bedenken, dat het weder bij het maken der enten nog zeer droog was. 
De eerste regen viel 3 Nov. 

In December zijn in tuin 46 een honderdtal Java-bibits tegen dito Libe- 
rias aangeplant met het doel daarvan plakzoog-enten te maken waarvan de 
vergroeiingsplek hooger boven den grond komt dan van de tweeling-enten 
werkwijze K r ij t h e. Eveneens zijn op de beddingen op dezelfde wijze 
200 Java's tegen Liberias aangeplant. 

Ook is in December begonnen met hel maken van hybride-enten op 
Liberia ondin-stam volgens de werkwijze van den Ih'er S c h a a ]>, in tuin 

46, aanplant 1901. 

Ziekten en p 1 a g e n. 

In Februari hadden alle Java-planten eene zwaren aanval door te 
maken van Hemileia vastatrix, de gewone bladziekte. Tegen het einde der 
maand herstelden zij zich weder en maakten nieuw blad. 

In April vertoonde zich de groene luis. In het eerst werd die bestreden 



84 

door (Ic boornoTi ovci- «I<mi <;(*Ii('c1cti a:iii])l:iiii (e kalken. In .M<-i en Jimi werd 
dil Jicrliaald, maai- de luis liel zirli daardodi- nie( vei-drij\iii. In .hili weid 
daai'op ovei-j^c^aan tol alwrijsen di-r Iniztn nnl de vin^iers ;ie\(il;^d dooi he- 
sproeiin;; niel kaJUwalr-r niet l)i-liiil|i \an eciic s|»nilkan niel \ crshiivinj^H- 

niondslllk. hil llicl|i lielcr, dorli hlijkhaar werden de cieirll niel ;^ed(irid. 

\Nanl na eeiii^^cn lijd /,a^ men ze o|i de jon^^e Id.ideicn en ioii-n weder* ver- 

Scllijlien. Op <leze wijze j;elni<le iicl cclilei de lllis ^l(»olend<els We«^ ie 

lioiideii. 

Kv weiden o(»k |tl(ie\('n genomen mei ln! Iiesproeien dei- l»oom|tjes iiiot 
de \ol;^ciide meniiselH: 

1. 'i'w«M' slangen <;ele d.ivaansclii' zee|» o|i^closl in <'en pel inlnimldik 
walei' waar noj;' Iwce kla|»perdnpprii ;4eliliisr|i|c i<alk mei een i<op ei- o|i door- 
^^croei'd werden. 

L*. L'IKI <;iam wille slaii^enzee]» kokend op;^elosl in een iiler walei'. 
1 )eze oplossin.u li«'''l ni !<;■('};( den in twee liter pelroleiim en ueklnlst tol eeiie 
/alt'a(dil i_i;(' emulsie. \'an deze emulsie wordt een liter verdund niet ld Iiler 
water en de boonieu niet die o[)l()ssin^- hesjxden. 

.'*). Eene oplossing geiiaanul XLL Ijicjnid insectioide, bevattende tabaks- 
extract. Deze woidt met 5 of O volumes water verdund en met die oplos- 
siiij;- }j;espoten. 

Geen dier middelen bleek echter meer uitwerkii;^ Ie hebben dan kalk- 
waler. De eieren der luizen werden niet i;edood. 

Nadat in NovenÜK'r de regens doorgekomen waren en de lucht vochtiger 
werd, kwam de bekende witte luizeü-doodeude schimmel te hulp en ver- 
dween de luis zoo goed als geheel. 

In Augustus werden de door de luis geheel of bijim geheel takloos ge- 
W'orden kot'tieplanieii op stonij» gesneden. \'ele daar\an maakten een ge- 
zonden nieuwen stam. 

De Liberia, de Margogyi)e en de hybriden hadden veel minder van de 
luis te lijden dan de Arabische koffie. 

Van verdei-e scdiadelijke difnen kwamen voor o«der tjelling en gangsirs 
en enkele boomi)jes weiden door walangs doorgeknaagd. 

De dadap had in 'den eersten tijd na het planten der stekken nog al te 
lijden van de bekende vliegjes. Later, vrij wel het geheele jaar door, werd 
veel last ondervonden van zwarte apen, die niet alleen de jonge spruiten 
opeten maar ook de kleinere takken afbreken. Het gevolg is dat er veel 
moest worden ingeboet, waartoe gebruik gemaakt werd van stekken uit 
Gouvernements-tuinen in de buurt. In de streek waarin de proeftuin ligt. 




uk 


:^o 




2 4 




23 



k 



I 




PROEFTUIN B ANGJLAN 
Aanplant 19 01 

N o ord g"e dee ]te. 

Schaal ? L ? '!^ 



30 

L_ 



40 

.-L_ 



50 



Roeden 



17A 


24 




.5 


'2G 


23 


22 


21 


17B 
■ 17C' 


18 


10 


20 


15 


14 


13 




16 


L 














10 








1 
1 


1 
o 








9 








8 








3 







27 



// 



12 



11 



ir 




PROEFTUIN BANGILAR 
Aanplant 1901 



Schaal 



Zuidgedeelte 
10 20 30 40 

-o. L- 1 L- 



! Roeden 



85 

heeft de dadap overigeDS nog uiet veel vau ziekten te lijden en groeit ze 
nog al goed, maai- het worden toch niet zulke groote boómen als op de 
hoogere Smeroelanden. 

Op de bedden werden enkele koffieplanten gtnondcn hedekt met bruine 
franjes. Deze bleken te zijn de vruehtliehaanipjcs van eene zwam, Htemo- 
nitis sph'udeus, die op afgesneden gras, afgevallen bladeren enz. niet onge- 
woon is en uu ook blijkt koffieplantjes te kunnen aantasten. Eene gevaar- 
lijke ziekte- schijnt het echter niet te zijn, daar deze soort vau zwammen 
niet goed droogte verdraagt. Zij heeft zich trouwens ook hier bepaald 
tot het aantastenvan enkele plantjes. 

AANPLANT 1901. 

Deze bestaat (zie ook vorig verslag) uit proeven: 

1. Omtrent plantwijdte en toppen, tuinen N*^^ 51 tot 66. 

2. Met verschillende schaduwboomen, tuinen N^^ 3, 8 tot 10, 13 tot 15, 
18 tot 25, 30, .33 tot 35, 38 tot 40. 

3. Enten, tuinen N"^ 17, 43 tot 45, 40, 50. 

4. Hybriden, soorten en variëteiten N'^ 5, O, 11, 12, 10, 20' tot 28, 20, 31, 
32, 36, 37, 46 tot 48. 

5. Omtrent grondbewerking N**®. 4 en 42. 

De aanplant, ongeveer 22 bouws groot, ligt op den rug van een uitlooper 
van den Kawi in de richting Noord-Zuid. Het vlakste gedeelte is beplant 
met de proeven onder 1 en 5, dan volgen o]» meer hellende terreinen die 
onder 2, terwijl die onder 3 en 4 de meest steile gedeelten innemen. De 
Noordzijde ligt het hoogst, de grens is bij ongeveer 1000 voet. De numme- 
ring der tuinen begint aan de Zuidgrens. IMet planten werd begonnen aan 
het Noordeinde. Daar staat de koffie ook verreweg het best. De boonien 
hebben daar trouwens ook het minst van de luis te lijden gehad. 

Vele van de jonge boompjes vertoonden reeds bloeuiknoppeu. Deze 
werden geregeld verwijderd. 

Terrassen en o n k r u i d-b e p 1 a n t i u g, 

Zooals bekend is de grond van den Kawi nog al tot \vegsi>oelen met den 
regen geneigd en is het dus geraden maatregelen daartegen te nemen. De 
geheele aanplant is daarom geterrasseerd vn wel op die wijze dat elke boom 
op een afzonderlijk terrasje staat (kottaan). Die kottaans zijn gemaakt 
spoedig na het planten in Dec. 1901 bij het dichten der gaten en verbreed en 
geheel in orde gemaakt bij het behakken (daugiran) in Feb. tot April. Om 



86 

(Ie randcti Ie vci/clvcron t«»(;0Ti iifHfortfii en wcfrKjjOflcn /.ijii (h-yj- l»<'i»l;iiit tiict 
Tlinl('S(;ilil i;i r;i[iil;i l;i mI i<'\\(ii;iiii. (N'h-I Ie \ fi\\ :n Tfii iiitl tiiif \ cru ;iiilc 
S()(»|-(, <lic ook l)l;ill\\<- liloi'iiK (1 iii;i;ii' ;'|;ii|(|i- I il;ii|i H-li Imm-Ii. |»c 1 iI;|(|i-|-i-i1 
(Ier hiel- ^i'liilliklc /.ijll Im-|i;i;i|(I m <|f inccld i;i(|.-|i i-n slflll|irls (|iT lilm-ilKii 
('iii(li;i('ii in l'i;! ii jfsi. I»il oii 1^ niiil, (l;i I lii'Ti.ok \"i| in hi-l ImisiIi \ iniikonil . 
hc<lckl den uiond noL; ;il ^md, /.undi-r /icji :il !<■ snt-l !<■ \ cisiin-idcn o\cr In-t 
\|;ik \;in lii'l idiiis rn liondi de ;j i;issooil<-n Ininclijk ;_'ofd wfj. L;i;il nx-n 
de Icfiiiskn nicn nid 'j^v:\s l.i'L;i(»ricn, diin \ci\;ili ni<-n in oen ilnnr liiinond"'!- 
hond. Uiint di- woilflslokkcn \iin lid }j,i:is vfi-liiiJsi-M /J"li siccds osry (1<' 
t('ii"iis\Iiil<l(' liccn en iiKX'lcn, d;i;ir zij d*- kotlic liinilfi-i-n. stfi-ds wi-dcr ycv- 
wijderd wordon. 

Na het inakcii der lei fasson zijn hniinf l<niil<'n mot djr-wnriin lM-id;m1, die 
«'crst <;<)('(1 hcj^oH te "iiocicn. Djcworaii is cchu-r clmi s<li;idn\vlii'V<'iid 
plantje, dat ondio]) wortelt, en jiC'dnrende de lanf^e droogte van Mei tot Nov. 
is er veel van afgestorven. Wat niet dood was is na de eerste regens dade- 
lijk weder Aveelderig gaan groeien. 

B e w e ]• k i n g e n. 

Na het planten in Dee. 1001, zijn de volgende bewerkingen uitirevoerd: 

In Jannari alles tweemaal geschoffeld (djombret). 

In Febrnari eveneens, tevens is in Februari een begin gemaakt met het 
omhakken van den grond (dangir) en het afwerken der terrassen. De ter- 
rasranden zijn tevens met djeworan beplant. Einde ]\Iaart was dit bijna 
geheel afgeloopen. 

In ^Maart en April werd daarenboven elke maand tweemaal geschoffeld. 

In INIei eveneens, daaienboven Averd in de tweede helft van die maand 
het omliakl<eii (dangirnii) herliaald. 

In Juni werd ook nog Iweemaal g<'S( lioffeld. 

Bij de vo()rtdni'end<' droogte konde in de maanden -Tnli tot en met 
November met eenma<al schoffelen per maand volstaan worden. 

In December werd tweemaal geschoffeld. 

In November en December wi^d de djewoian. waar die afgestorven was. 
ingeboet. t 

TUIN IV 1. 

Variëteiten. 

In dezen luin zijn ge]»lant d<- navolgende variëteiten, van zaad afkomstig 
uit den cultunrtuin te Buitenzorg. Het zaad is uitgelegd op de bedding 20 



87 

iMoi inOl en in don tuin iiitüeplant einde Dec. 1001. De namen luiden: 
Tjikeumeuh, Prean^cr, Padang, Menado, Margooype, Mokka kleinboon. 
Mokka grootboon, Mauiitius, Tjiomas. 

Vei-dci- zijn hier geplant eenige afwijkende plantjes gevonden op de 
beddingen van liet Tadang-zaad in het vorig verslag genoemd. Dit zijn: 
Java .S bladige ke[)el, uitschot, blorok en hangbladige kepel. In Dec. 1902 
zijn zij ingeboet met soortgelijke plantjes van de beddingen van dit jaar. 

Daarenboven staan hier de Afrikaansche soorten: Quillon, waarvan het 
zaad ontvangen werd uit den cultuurtuin te Libreville in de Fransche ('ongo- 
Kolonie, uitgelegd in Sept; 1901 en overgeplant in den tuin in Dec. 1901. 

Eobusta, in den vorm van kw^eekplantjes ontvangen uit Brussel, op de 
bedding geplant en overgeplant in den tuin in Dec. 1901. 

De Quillou en Eobusta groeiden eerst voorspoedig, later werden zij 
aangetast door luis en bleken zij de droogte niet te kunnen verdragen, zoo- 
dat hunne bladeren slap hingen. Zij werden daarom in Aug. tot Oct. her- 
haaldelijk begoten, waardoor zij zeer opfrischten. In volgende jaren, als de 
dadap ze beschaduwt zal dat, naar wij hopen, niet meer noodig zijn. 

TUIN W 2. 

Variëteiten van Arabische koffie (en een 
paar andere). 



Café nacional van Brazilië van Kepoeng 

Augustifolia Pan tj oer 

Djamboe 

Blue mountain 

Woengoe 

Rotundifolia. 

Columnaris 

Laurifolia 

Unisperma van Pantjoer. 

Margogype 

Mokka Java 

]\[okka Pantjoer 

Cochleata 

Ërecta 

Laurina 

Eugenifolia 



88 

Ynnca (Amazono vallei) van Ofmampir. 

Java (^('WOIM') Niin IN-lorn;^ ()iiiIhi1i. 

Er'('<-I;i \;iii \\iili;^iii Alioiii. 

\';iii <l('/i' sodilcii is lid ■/.-.[ \(\ (iiiisl reeks In-I iiii<l«leii \;iii liel j;i;ii' op de 
lie<l(liiiL; uil LJii'lei^d. ( K ei-^e|il;iiit in di-ii liiiii einde Iteccnilier r.mi. /.mider 
ui(/<(»ekcii. In den Iimiji \;iii dil jniir zijn ei' non :il |d;inljes ;if';:esl(»i\ en. 
cillde Der. r.KiL' /,ijn de ledige |i|;i;ilsen :i;ni de Oosl/.ijde \ ;ni (leli lllill iline- 

\iil(l met booiiicii j^enduien \an de Wesizijde. De daardoor oijcngckomen 
Weshand is h<'idaiil mot: 
Aheucula 

Stenopliylla 

Erocla (vaiir-tcit Arabisclio) van Klopoo T)jonili('r 



uil enllniiit uiii te liiiitenzoi'i:. 



TUIN n- 4. 

B o w e 1' k i n g s p r o o \' o n. 

Voor het plan dezer i>roeven zie vorig verslag bldz. 1!). Einde Dec. 
UH)2 is dl' tuin he|»lanf met •la\a l)i)nis uit zaad van Pantjoer. Deze waren 
nog jong (Op Iteheddiiig nitg( legd I -hili l!)(ll). Door luis en droogte zijn de 
jonge boompjes in hunne ontwikkeling gehinderd. De tuin bevat 580 koffie- 
boomen, 24 daarvan vertoonden na het uitplanten verschijnselen van blorok. 
In het geheel moesten 187 stnks ingeboet worden. 

De dadap staat 21 X 21 voet en had van vliegjes en later van apen te 
lijden. 

TUINEN \V 5, G, 11, 12, 2G, 27, 28, 31, 32 en 47. 

11 y 1) r i d e n v a n ^^" o n o k o j o, G o g o n i t i, K a \v i s a r i «> n 

a n d e r e. 

Op het land Wonokojo slaan hybriden gennnunerd van 1 — 2.") en <»]) 
Gogonili eveiïzoo van 1 — 4, A^aar\an de administrateurs ons de vi-nchteii 
afstonden. Deze werden o]» beddingen uitgelegd en in December IIMH in 
den t niii (i\ ('ige])lant. 

Zooals hekend ontslaan uit zulke hybride-zaden zeer uiteenloojx'nde 
planten waarvan de meeste waard(4oos zijn, omdat zij of zoo goed als geene. 
of overwegend vooze vruchten ojdeveren. De verwachting is dus dat verre 
weg de meest van deze boomen onbruikl aar zullen blijken, maar de kans 
bestaai, dat er enkele onder zullen voorkomen, die het aanhouden waard 
zijn en die dan hetzij door entim. hetzij door zaad. vermenigvuldigd kunnen 
worden. 



89 

Voorloopig hebben zij zich grootendeels bevredigend ontwikkeld, door 
de droogte en de Inis hebbeu zij niet veel geleden. 

De dadai) i^ nog al beschadigd door vliegjes en vooral door de zwarte 
apen, 

TUIN U- !<;. 12!). :u;, 4C>. 
Liberia. 

Het zaad is genomen van de bekende hooge tuinen van hot land Gemam- 
pir, die beplant zijn met boomen van zeer gelijkvormig tvpe van zesde gene- 
ratie Liberia op Java gegroeid, met veel zachter bessen dan de uit versch ge- 
ïmporteerd zaad verkregene. Het doel is om na te gaan of de op Gemampir 
door voortgezette selectie verkregen eenvormigheid van type ook hier blijft 
bestaan. Verder moeten deze boomen dienen als onderstam voor entproeven. 

De boomen hebben zich normaal ontwikkeld en zijn veel minder daii 
de Java-koffie aangetast door de groene luis. 

In December werden tegen 100 Liberia-planten Java-i>lanten van gelijke 
hoogte aangeplant om daarvan te samen plakzoog-enten te makon met een 
flink stuk Liberiastam boven den grond onder de vergroeiing, wat bij het 
maken van tweeling-enten uit kepelans niet mogelijk is. 

Verder zijn 29 Dec. volgens de werkwijze van den heer B u t i n 
Schaap eenige enten gemaakt: 

met entrijs van de hybride Kawisari B '2 topenten, 

D 4 
„ „ „ „ Soember Sari 10 „ 

„ V „ .^ -•"' takenten. 

De enten werden onniiddelijk na het maken drie dagen lang met eene 
mand bedekt gehouden. 

In tuin 11" 29 zijn geidanl CttH) zaüiliugen afkomstig van LiiteriaI»oonien 
van de onderneming \N'onokojo, die zich (Hidersclieiden dooi- bessen niet eene 
gemakkelijk loslatende schil. 

TUIN 11" 17. 

INIargogype enten op Liberia onderstam. 

Dezt^ enten zijn gemaakt in l'.MH door samengroeiing van .Margogyi»e en 
Liberia kiemi»lanten ,k<'l»i'l;i"^l «'i' iiilgei>lant in den Inin in \hH-. lüOl. zonder 
kluit (tjaboetan). Zij hadden toen ;> tot -i stel bladeren. Opdat niets van 



90 

den ]\I;ii ;4<);: \ |H' l)nvonsf;Mn iiu-f dfii liodi-in in Müiirnkiii^' /.oiidi- knin.ii, wer- 
den /.ij no;; :il lioo;: ,i:e|ii;ini. 

/ij werden slerk ;i;iii^e|;isl diwir Inis en \erdr<ie;;en de driMi;,f1e sleelil ; 
(lil iijeek uil liei sl;i|di;in;;en der likideren. (>|i L' I Mei \\;Meii |s i-n (in ;;(l 
.Inli ~)S'/, lte/,\\ ciscn. I):i:irn:i is Ir-l nl'sleiNcn no;^ \ dorl ;^e;z;i:in en in .\'(»\t'm- 

lier /ijn de (>\ critli j\ enden iii jeeli;^e|d;inl (tji een ^edeelle \;in de/.eli Iniii 

ir' 17, ~i-',S \;iii de (M»rs|)i(inkeli jk nil ;ie|iliinle I sö.") sinks. 

'Tnin 17 is nn \erdeeld in drieën. In hec is 17*/ lie)il;inl nid l;i\;i liiliil 
\;in (lil J;i;ir; 17/» inel de /.oeexen ;^eii(HMnde ."il'.s enien \;in r.H'l en 17e inel. 
Hl"_' eiileii \;iii (lil j;i;ir, ('\ene('ns .M:irji(»;,^_v|»(' (tp .l:i\;t. 

TUIN n- 44 (Ml 40. 

M il I' ^f o <;■ _v |) e e n I e n o p I. i 1» e i- i :i o n d e r s I ;i in. 

Deze enten zijn van hetzelfde maaksel als die van Tnin 17. Zij zijn 
in Dee. 1001 overj^eplant van de bedding doeh met de aardkluit er aan (poe- 
teran). Tn Xov. 1!>02 zijn de j.;ez(>nden vereeniüd in een <_n'deel1e van tnin 
40. ;'>!)(! van de ()ors|>r(»nkelijk TiIl' slnlvS. In het ()\erldij\ende gedeelte, ini 
tnin 4!)^. zijn in Dec i;ei)lanl. niet de klnil ei- aan, SS sInks dergelijke enten. 
Marj;o^y]»e o]) .lava onderstam, gemaakt in dit jaar. Tnin 44 is in Decem- 
ber beplant met 168 stnks dergelijke enten, met de klnit er aan, gemaakt in 
dit jaar, Margogjpe op Liberia onderstam. 

TUIN n^ 41 en 45. 

Java enten op Liberia ondersta m. 

Deze enten zijn gemaakt door samengroeiing van Java en Liberia kiem- 
planten (kepelansl en in den tnin nitgeplant, met de klnit er aan. in Dec. 
lOOL Zij hadden toen 3 — 4 stel bladeren. 

Zij werden sterk aangetast door luis en verdroegen de droogte slecht, 
zooals bleek nit het slaphangen der bladeren. . Op 21 INIei waren in tuin 41 
13% en in tuin 45 .'^,1 9^J . op ?A) Juli in tuin 41 21 % en in tuin 45 65% bezweken. 
In Nov. is tuin 41 weder gecompleteerd nu^t ]danten (met kluit) nit tuin 45. 
Deze is in Dee. weder beplant met ditjai'ige enten INIargogvpe op Liberia 
onderstam. 

TUm W 4.3 en 50. 

Java enten op Liberia ondersta m. 

Deze enten zijn genuiakt door samengroeiing van Java on Lilxnia kiem- 
planten (kepalans) en zonder aardkluit (tjaboetan) nitgeplant in Dec. 1901. 



91 

Zij liaddiMi toen .". — 4 stel hladcivn. Opdat niets van den .lava stam niet den 
grond in aanrakinji' zoude komen, wei-den zij noj; al lioog geplant. 

Zij werden sterk aangetast door de luis en veidroegeii de droogte shM-ht. 
zooals bleek nit het slapliangen der bladeren. Op L'1 .Mei waren 2S en op 
.'>() -hili 47% bezweken. De in November nog levende zijn gebruikt tot aan- 
vulling van tuin 41 en 5(». 

Tuin 4;> is daarop in Dec .be[»lanl mei ditjarige enten .lava op Liberia 
onderstam, gemaakt als te voren. 

Tuin .")0 is aangevuld uit de tuinen 43 en 45. ])e daarna nog overblij- 
vende rninite is in Dec. beplant met 125 stuks ditjarige enten Java op Liberia. 

TUIN W 37 en 48. 

M a r g o g y p e-k o f f i e. 

Zaden van Margogype-koffie afkomstig van Kalibakar en Soekorame 
werden op beddingen uitgelegd op 30 Mei 1901. De opgekomen kiemplanten 
werden voor een groot gedeelte gebruikt tot het maken van tweeling-enten. 
De overblijvende, waaronder enkele van sterk op gewone .Java gelijkend 
type, zijn einde Dee. 1901 in deze tuinen uitgeplant. Zij zijn nog al goed 
opgegroeid en hebben weinig van luis en droogte geleden. 

TUIN n? 42. 

Proef omtrent het al of niet omhakken (d a n g i r a n) 

van den g r o n d. 

Er bestaat nog steeds verschil van meening tusschen de jdanters om- 
trent de vraag in hoeverre bew^erking van den bodem, in het bijzonder om- 
hakken daarvan met den patjol, voor de koffie noodig is of niet. Een al- 
gemeen en overal geldend antwooi-d zal wel nooit gegeven kunnen worden, 
omdat in deze zoovecd afhangt van den gvond, zoodat d<' kwestie voor elke 
plaats ])roefondervindelijk uitgemaakt moet worden. 

Hier is nu daartoe uitgekozen e(Mi tuin met in Zuid-\\'estelijke richting 
afhellend tc^-rein. ingedeeld in sirooken van \\}\' rijen koffie, gei)lant op 7X7 
voet. De j)lant kuilen, \an \\<, voet kub.. zijn alle op dezelfde wijze ge- 
maakt; geplant is einde Dec. 1901 niel plant jes zouder aardkluil ( I jaboef aiis). 
met 7 — S stel bladeren en een paai- lakken, gekweeiu uil Tadang-zaad dei- 
eerste bezending. 



92 

Nii lu't j)liiii1('ii is iii (1<' Ik'II'I dei' ,slroolc<'ii van \ijf lijdi hiccd iilloon fjo- 
sclioircld |(lj(>iiil)i<'l j ('II de ;;roiid iiici \cid< r Im-ui-iIvI dan iioodij^ was tot 
hel maken df-r tcriassm. In di' andi-ic liclll is f\cn/,<M) j;cs< ImlTcId en daar- 
(!ld)(>\('n dr ;;iond (i\cr de ;iflifc|<' lcrias\ laicMn met <!«• paljol Ix-wcrkt 
("^'('danj^ird) ('cninaal in I'^clnnaii en ccnniaal in Mi'i. Tot Int <'ind<' des jaais 
was or jiceii vcracliil !<• /i'-n in Ucji atand *\i-y UurriclMMmn ii|i d<- M-iscliilleudu 
ötrookeu. 

iM{()i:\'i;x ().MT]{i:xT rLAX'rwi.iDTK i:x toim'KX. 

TUINEN N"\ 51 tot G5. 

In r>ra/.ili(' A\(n(lt op '.'> en 4 .M. nil<-('n<;<'|)lanl. Hier op -lava zijn er j^ocn 
aanjdantiniicn, die zoo wijd uitcon staan, en lioudt men zich gewoonlijk 
aan plantwijdte van 6 tot 8 voet. In het Malangsche Zuidergebergte kan 
men echter tuinen zien, die op 4 X -4 en 4 X 5 voet geplant zijn en getopt, en 
waarovei' men zeer tf^reden is. Ook de vraag wat op den duur voordeeliger 
is, loi)pcn oi" niet toi)|i"n kan als iio^ niet beslist aangemerkt worden. 

Yoov vergclijlcende jiroeven omti'ent deze vragen moest er vooral op 
gelet worden, dat de ter vergelijking dienende vakken of tuinen zooveel 
mogelijk in alle opzichten onder gelijke voorwaarden verkeeren. Daarom 
is hiervoor een bijna geheel vlak gedeelte aan het Xoordeinde van den 
proeftuin uitgekozen, zoodat niet eene proef oj) een vlak, een andere op een 
naar het Vv^esten en een derde op een naar het Oosten hellend terrein kwam 
te staan. 

De tuinen zijn als volgt genummerd: 

'I'uin 11'-' ."1 4 X 4 \-oet, zal getopt worden. 

Tuin 11" Ti-2 l'2 X 1- voet. In een plaiitgat van 1 M. wijd is aan elk der 
hoeken een koffieboom gezet. Blijft ongetoi)t. 

Tuin 11- .■).•{ 12 X 12 voet, telkens eene i)lant in gewoon jtlantgat. 

Tuin il- .■')4, 55, 50, .58, 5J) en tlO. Zijn alle beplant O X <> vuet. Zij zijn 
bestemd om geto])t te worden of ongetopt te blijven, op een of op meerdere 
stammen gehouden te worden, al of niet uitgedund te worden enz. 

Tuin 11- 57 5 X 5 ^X)et, zal getopt worden. 

Tuin 11- (;i en (Hl 1) X J> voet. 

Tuin il- CL' en (15 8 X 8 voot. 

Tuin 11- (»:'. en (>4 7X7 voet. 

De tuinen op 7 X 7, 8 X 8 en O X '•> v()(>t geplant, zullen de eene wel de 
andere niet getopt worden. 



93 

Deze tuinen zijn einde December V.H)\ be])lant, elke met 4S4 Jarva-])lanten 
en dadnp er tussehen op 21 X -1 voet, en hebben zich voorspoedig- ontwikkeld. 
IlierboNcn is i-eeds «;('ze_i;(l, dal de kolTic bcici- slaat hoc Xooidciijkcr nuMi 
konil. l'ilzonderin^- maken daarop (h- tnini^n II- T)!* cii T)'A ca wel tcnp'vol^e 
van de tnsschenplaulin^en. In Februari is na e(^ne o]»]»er\iakki«;e <iroud- 
bewerking tusschen de koffie maïs geplant, die midden Mei «;eoogst is. Tuin 
52 is daarop weder met maïs beplant en tuin 5:i met labak. In Augustus 
zijn die gewassen geoogst en de droogte heeft veidei- tusseheni>lanten on- 
mogelijk gemaakt, l.ater zal er kaljang tnssclien gc])lant wordim. De 
maïs en neg meer de la'oal; hebben de onU\ikkeling der koffie zeer duidelijk 
gehindci-d. 

.. TUIN n- 7. 
V r u e 11 t-u i t d u n i) i- o e f. 

D(v.e tuin bevaltcnd :>24 koffieplantcn, staande T X T voet, met dadai» 
op 21 X -1 voet, is bestemd om proeven te nemen met het uitdunnen der 
vrucht in jaren van ruime dracht. 

De koffie is gekweekt uit zaad van Pantjoer, uitgelegd in -hili 100], en 
overgeplant einde Dec. 19(11. De plantjes waren toen nog klein, zoodal 
zij nog niet goed uitgezocht konden worden. Er zijn daarom nog enkele 
in den tuin blorok geworden. Overigens was de groei in luM algemeen goed, 
maar droogte en luis hebben ook hier hunnen invloed doen gelden. In 
November zijn !)!) stuks ingeboet met versche planten. 

De dadap had op 9 Sept .eeue gemiddelde hoogte van 2.25 .M. en eene 
breedte van 2 M. bereikt. 

TUIN W 3. 

L e u c a e n a g 1 a u e a (k e m 1 a n d i n g a n. ]» e t e h C e y 1 o n, 

p e t e h t j i u a). 

Het zaad der schaduwboonien werd uitgelegd op eeue bedding 11 Oct. 
1901, de jonge plantjes overge]>lant in den tuin 11 Nov. 1901, oj) 14 X 14 voet. 
Zij groeien eeuigszins langzaam. Op 9 Sept. 1902 hadden zij eene hoogte 
van 1.90 M. en eene breedte van 1.20 M. bereikt en bloeiden zij reeds sterk. 
In Aug. en Dec. werden zij opgesnoeid. 

Veel invloed op de onderstaande koffie kunn(Mi zij nog niel uil geoefend 
hebben. Deze heeft veel last gehad van luis. 



Ui 

r\'\\ II- s. 

A <l I' II :i II I II <' 1:1 |i :i \ I) Il i II :i. 
Hel /,;i;i<l (Ier scIi.kIii w lioomrn wcnl ui 1 ;^clc;^(| uji (•(•in- lii-ildiii;^, 1' .\ll;_^ 

1!HI| , cil tic j()li;^c |il;i lil i<-S (M «'|-^c|il;iiil iliiji-li lllill 11 N n \ . l!)(l|,((|i || - 11 

^■()('l. /ij jii'ticicii niet /eer \\\i'^. <>!• '■• Si-pi. IDIil' jiiiddfii /ij ccnc Ikioj^ic 
van 1 .SO .M. Itij cfiic hiccillf \aii I .\I. Itcif-iUl. In .\\\'^. wridm /.ij jetH 
(>|>j;('Sii()('i(l. 

\'(M'! iii\|(ic(l (»|) (|c ()inl(i-,>l aandf kcdfir kiinni-n /ij nn;^ iiii-i ;^( li;iil la-b 
licn. |)f/r licdl \fcl iasi j;(diad \aii luis. 

Tl' IX II" 0. 

L a ji (» f I e a a lil |) I i s s i III a M i (|. ik »■ 111 a d o i- I» r o <• n i ai. 

De/t' schaduw hooiii is aangevoerd in den vtuni \an slekkcn. iiii de 
buuri van l>ani|>it. \an ,<;i(»(t) te en noiiu als dadai)st(d\ken. i )c/c /ijn in den 
tuin geplant op -5 Dec. 11)111, op L'1 >( -1 voel. \'(de stekken stierven af, 
li'ots luM-liaald inh(»eten. De weinige die goed aangesiagt-n waicn hadden 
D Sept. 11)02 eene gemiddelde hoogte van 1.10 M. hij eene hicedte \aii 0.71 .M. 
In dit verslagjaar werden zij nog niet opgesnoeid. 

De koffie heeft ook in dezen tuin veel van luis en droogte te lijden 
gehad. 

TülN 11° 10. 
T r e m a s p e e. (a n g g r o e n g). 

Als plantinaleriaal \vei-d gebiaiikt oi)slag uit liet l»os(h. (iejdant 18 
Nov. 1001, oj» 21 X -'1 voet. Oi» O Sejit. 1002 hadden zij eene gemiddelde 
boogie \an :*>..>l .M. en eene breedte van ."{.15 M. bereikt. In Aug. en Dec. 
werden de boonien ojigesnoeid. Stand der koffie als vorige schadnwproeven. 

TUIN II- 13. 

S o 1 a n n m g r a n d i f 1 o r u m. 

Men treft dezen boom nog al eens aan op erven waar hij wegens zijne 
wit en violette bloemen als sierboom gekweekt wordt. Er stonden er 
eenlge op liet erf der (rontroleurs woning te Toereu wier vorm en beblade- 
ring den indruk maakten, dat zij misschien als schaduwboom voor de koffie 
te gebruiken zouden zijn. Zaad van deze boomen werd einde Mei 1901 op de 



bedding nit«»ologd on half Nov. 1901 in den tuin nitgcplant, op 21 X 21 voet. 
Hun gi'oei is zeer'snel en de jonge boonien maken verbazcMid gioote bladeren, 
latei-e blijven kleiner. !) Se]»t. 11)02 hadden zij eenc hoogte van 4.;>S M. en 
eene breedte van 5.25 M. bereikt. Zij bloeiden het geheele jaar door zwaar. 
Het hout is voos en bros zoodat er wel eens topp(Mi door den wind afge- 
broken w-erden. Een ander bezwaar is nog, dat de afvallende bladeren soms 
voorzien zijn van vrij Jiarde dorens. 

De krnin der jonge boomen is nog al dicht, later wordt die diinn<'r. In 
dez(Mi tnin, in dit jaar, hebben d<' Solanums, staande op 21 X 21 voet, de 
jonge koffie, die ook veel van d<' luis Ie lijden had, wel wat gehinderd door 
hunne te zware schaduw, hoewel de kruinen herhaaldelijk uitgesnoeid 
werden. 

Of de Solanum oj) den duur e<'n geschikte schaduwboom voor de koffie 
is, moet de lijd leeren, maar wij kt^men geen l)oom waar-nu'de men binntii 
zoo koi'ten tijd eenen aanplant, die om eenige reden de schaduw kwijt is, 
daarvan weder kan voorzien. 

TUIN m 14. 

C a s t i 1 1 o a e 1 a s t i <• a. 

De zaden der Castilloa veerden op de bedding uitgelegd 19 Juni 1!M)1, 
in den tuin overgeplant 11 Nov. 1901, op 21 X 21 voet. Den 9 Sept. 1902 
hadden zij eene hoogte van 1.08 M. en eene breedte van J.(iO M. bereikt. 

Tot het einde van het verslagjaar stond de koffie in dezen tyin nog al 
goed, daargelaten de exemplaren, die veel van de luis geleden hebben. 

In Ang. werd de Castilloa opgesnoeid. 

TUIN 11- 15. 
A 1 b i z z i a m o 1 u e e a n a (s e n gou 1 a u t). 

De zaden werden uitgelegd op eene bedding oj) ;>0 ^lei 1901, in den 
tuin overgei)lant 11 Nov. 1{)01, op 21 X 21 voet. Den 9 Sei)t. 1902 hadden 
zij eene gemiddelde hoogte bereikt van 4.14 M. en eene breedte van 4.54 M. 

Men weet dat deze boom als men hem laat groeien veel te groot en te 
dicht van liruin wordt voor een goede schaduwboom. Het voornemen is 
nu te probeereu wat er van wordt, als men de boomen bijtijds to])t en steeds 
gesnoeid houdt. 



TriN n- i.s. 

I I e \ e .1 II |- ;i / i I <• M S i M. 

1>(' /,;i(l('ii wridi'ii uil ;^i-lcM() i)|i ci-iii' liiililii'u 1 .M;i;iil IDUJ. In di-ii Iniii 
ili(;^('|)l;iiil . ci-ii \(ifl lioit^, Tl Mi-i lltOL', dji _' | l' | socl. /ij /ijii \i-iil<T 

l;iii<^z;i;iiii ^^cjiiot-id. U Scpl. Ii:hI<I<'Ii zij ccih' liciniddi-ldi- iiuoj^lc \;iii (I. I.', M. 
eii cciif hrccdic \;iii (I.I.". .M. Itcicikl. N ii-l t(';4('nsl iuilidi' di- kliiii;i;ilsniiisl;iii- 
tli^ilicdcii \()or dc/.cii Ixioiii, die j^iiiiiiic Nt-rl voclil liccn ,diis <)ii;^iiiist i;,' \v;ir«'ii. 
is gccii «'iikclf j)laiil Jil'^rsloiNcii, d(»( li dr j^iori is l;iiig/,;i;iiii. 

TIIN II' i:t. 

C n e s ;i 1 1» i ii i ;i <i a s _\ i- a r li i s. 

I )(' /.adf'ii /ijii uituczaaid op (■ciic licddiii";,' (i Scpi. Ilidl, t-n (t\ n <^c|ilaiit: 
in <lcn hiin L'1 Xov. I'.MII. op Lil X -1 vnri. !l Sc|it. l'.iili' liaddiMi de InMinii-n 
('ciic li(K)<il(' \aii l.l:i .M. en (M'iic hifcdlc \aii l..")!! M. Itcicilj. In. \ nu. en I )cc. 
zijn zij (»i»,i;('sii(K'id. 

TT' IX n^ 20. 

C «' d r ('la s e v v n 1 a t a (s o o r i a n). 

De zaden zijn niluc'Z-'iiiid «»j' cciic hcddinu :!!• .Mei l'.XH «'ii ovcrucplanl 
iii den luin 11 X<»v .lilill. op 21 X 21 voet. !t Scjtt. r.M»2 hadden de hdoineii 
oeiie li()(»<;le \an 4 .M. en eene hreedie \an 2. OS M. bereil;i. Iii .\nu. zijn zij 
oi)i;esn()eid ,dal wil zeiigcn in dil ge\al. dat de ondersle bladeren vei-\vijderd 
zijn. Tot veiMakking hehben de kiiiinen liel nog niet gebracht, de stammen 
dragon aun hunnen top en dleht daiuouder nog (Mikel bladeren en verder 
naar beneden is de stam kaal. 

Tü.m \V 21. 

Indigo (N a t a 1). 

De indigo werd uitgezaaid o]» eene bedding 8 0<t. 1001 en ovei'gejdaut 
in den tuin 2() Nov. 1001. .3 duim uiteen in rijen zoowel Noord en Zuid. als 
Oost en West looi)end'e tussrdien elke rij koffie, zoodat elk koffieboomi)je 
in een vierkante heg van indigo kwam te staan. Deze groeide zeer voor- 
spoedig tot een hoogte van twee M. De indigo hinderde de koffie, die ook 
veel van luis te lijden had, zeer blijkbaar in hare ontwikkeling, en werd 
daarom 15 Juni bij den grond afgesneden en daarna kort gehouden. De 
koffie is echter tot het einde van het jaar achterlijk gebleven. 



97 

Behalve de indigo is ook dndnp op 21 X 21 in dczon tuin geplant, daar 
niet te verwaclitm is dat indigo alli'cn ooit als schaduwböom voor koffie 
zal kunnen dienen. 

TUIN W 22. 
O e s b a n i a e g y p t i a c a (D j a n t i, K e 1 o r w o n o). 

De djanti werd uitgezaaid op eene bedding 19 Oct. 1901 en overgeplant 
in den tuin 20 Nov. 1901, in paggers van 2 voet plantwijdte in de rij. Af- 
wisselend met de rijen koffie staan rijen djanti loopende van Noord naar 
Zuid, evenals de koffie 7 voet uiteen. Behalve de djanti is ook dadap, 21 X 
21 voet geplant. 

De djanti groeide zeer voorspoedig, zoodat zij zichtbaar de koffie hin- 
derde. In Juni werd daarom de helft der rijen weggenomen en in Juli nog 
eens evenzoo. In Sept. had de djanti een gemiddelde hoogte van 4.52 M. en 
eene breedte van :>.17 M. bereikt. Wegens het overhangen in de breedte 
werden de heggen in Aug. en Dec. rechts en links opgesnoeid. De koffie 
is tot het einde van het jaar achterlijk gebleven. 

TUIN W 23. 
Caesalpiniaarborea. 

De zaden zijn uitgezaaid op eene bedding 26 Nov. 1901, en overgeplant 
in den tuin H Jan. 1902, op 21 X 21 voet. Op C Sept. 1902 hadden de boomen 
eene hoogte van l.OG M. en eene breedte van 0.64 M. bereikt. Ópsnoeien 
was dit jaar nog niet noodig. 

TUIN ÏT' 24. 

Pithecolobium saman (regenboo m). 

De zaden zijn uitgezaaid op eene bedding 2 Oct. 1901, en overgeplant 
in den tuin 11 Nov. op 21 X 21 voet. Op 6 Sept. 1902 hadden de boomen 
eene hoogte van 2.18 M. en eene breedte van 0.70 M. bereikt. In Aug. wer- 
den zij wat bijgesnoeid. De stammen groeien alle schuin, geen enkele gaat 
recht naar boven. 

TUIN n? 25. 

M e 1 i a A z e d a r a e h (m i n d i). 

Deze zaden zijn uitgelegd op eene bedding ;^0 Mei 1901, zij moeten met 
heete asch bestrooid, met warm water overgoten of aangevijld worden. 
Verslag van 's lands puntentuin 1902. 7 



98 

andors (linii-l liol I:in<; voor <]at /ij ki« iii<-ii. hfzr zijn aaii;,'<-vijl<l fii na z<-<t 
vcrscliillfiid li jdsvciloop onlkiciiHl. 

Zij wrirlrn II i I «i< -[.l ;i n I (.||-J1 N(.\. I'jlll (>|i L' 1 • II \u.'l. Ü S<-|.l. llMtl! 
1i;hI(I<-ii zij cciic ;4i-m iddijdc lioo^^h- \;iii .'..'M M. iri iciic liiicdlr \;iii L'.:'.L' M. 
Ih rcikl. hl Aii^. wcidiii zij (i|i;^(siHiiid. 

Tl' IN' ir- .".(I. 
Ct I' e V i 1 1 •■ :i r <> li ii s ( a. 

( )|i ( N'\ Ion vt'cl ucldiiikl \ (»(»r s( Iiadnu ItoonMii, <d' iiiiss( liicii ImNp «^n-zoizd. 
V(»(»i' w iiidlnclct-r. Iii <lc r:id;iii;isrlic i5(»\ «Mil.iiid«ii werd liij \otii- d»- kulTii' 
iiiiiidrr ;;<'S(liikl ;^f;nlil. oiiid;i( d«' ^rotttr, ;ils fijn kanlwcik \ iTd<'<-ld<'. Ida- 
«Icicii, at'\'all<'iid(' boven op de Uniiiicn der ^cloptc k(dticlK»nni<'ii hliJNfii li;^- 
j^jcn ('11 t'i' iiii't doorlKM'ii j^lijdcn. 

ri(«;-ozaaid op ociic licddinj; ." ()<(. l'.Mll. iiii^(.|,|;iiil m dm tuin 1^1 Xos. 
l'.MIl, op 21 X 21 voet. 9 Scpl. 1!M)2 hadden zij ocnc ;;cniidd(ldc lioo;^!!' van 
1.47 .M. en criic breedte van 1 M. bereikt. 

TUIN W ?>?>. 

Acacia t o m e n t o s a W i 1 1 d. (k 1 a in j» i s). 

In Ceylon ontmoette D''. v. K o in b n r g h eeneii planter, dio zeide 
doorulooze dada]) te bezitten, die zich <?oed door zaad liet voortplanten. 
Hij beloofde van dat zaad te zeinb'ii, maar er kwam niets, ook nadat er een 
paar maal om <;('S( lireven was. Deze tnin was daarvoor open «icliouden. 
maar is nu voor eene proef met klampis gebruikt. De zaden zijn uitgezaaid 
op eene bedding 17 .Tuli 1902 en in den tuin uitgejdant IP. Xov. 1902, op 
21 X 21 voet. 

TUIN 11- 34. 

M a c a r a n g a t a n a r i u s (M a p p a t o ra e n t o s a BI.) 
(t o e t o e p m e r a h). 

Tot de oj) verlaten gerooide plekken in het bosch zeer snel opschietende 
booinen behooren de toetoep soorten en de anggroeng. Misschien zijn zij 
geschikt tot het snelVweder onder schaduw brengen van aanplant, die de 
schaduwboomen verloren heeft. 

De toet(wp merah is in den vorm van opslag uit het bosch uitgeplant 
in den tuin 11 Nov .1001, op 2S X 28 voet. 9 Sept. 1902 hadden zij eene 
gemiddelde hoogte van 2.40 M. en eene breedte van 1.08 M. bereikt. In Aug. 
zijnzij opgosnoeid en op .S stammen gebracht. 




n 



I 



PROEFTUIN B ANGIL AN 
Aanplant 1902 



Schaal ° ? ^0 



2,0 30 40 5ü 



Roeden 



99 
TUIN n? 35. 

Mallotns ricinoïdes Muil. (toetoép poetih). 

Eveneens opslag uit het bosch, uitgeplant 11 Nov. 1901, op 28 X 28 voet. 
9 Sept. 1902 lijulden zij eone gemiddelde hoogte van 2.84 M. en eene breedte 
van ?>.'M M. bereikt. In Ang. zijn zij opgesnoeid en op 3 stammen gebracht. 

TUIN n? 38. 

Parkia intermedia. 

De zaden ven dezen boom zijn uitgelegd op eene bedding 30 Mei 1901, 
uitgeplant in den tuin 21 Nov. 1901, op 28 X 28 voet. 9 Sept. 1902 hadden 
zij eene gemiddelde hoogte van 1.90 M. en eene breedte van 1..59 M. bereikt. 
Dit jaar zijn zij niet gesnoeid. 

TUIN W 39. 
Manihot Glazovii. 

De zaden van dezen boom zijn uitgelegd op eene bedding 30 Mei 1901. 
uitgeplant in den tuin gedeeltelijk einde December 1901, gedeeltelijk einde 
•Jan. 1902, op 21 X 21 voet. 9 Sept. 1902 hadden de in Dec. uitgeplante eene 
gemiddelde hoogte van l.OG M. en eene breedte van 1.4ü M. bereikt. Er zijn 
zeer vele van die boomjes afgestorven. Daarom is in Nov. ingeboet niet 
met zaailingen, maar met stekken afkomstig van Bandoe-ardjo, die goed 
geslaagd zijn. 

TUIN 115 40, 

Cedrela odorata. 

De zaden van dezen boom zijn uitgelegd op eene bedding 26 Nov. 1901, 
uitgeplant in den tuin 31 Jan. 1902, op 21 X 21 voet. 9 Sept. 1902 hadden 
zij eene gemiddelde hoogte van 1.11 M. en eene breedte van 1 M. bereikt. 
Ook deze Cedrela heeft nog geen zijtakken gevormd. 

AANPLANT 1902. 

Deze omvat: 

1. Eene herhaling van de proeven omtrent plantwijdte, tuinen 1 — IG. 

2. Hybriden, soorten en variëteiten, tuinen 17 tot 20, 22, 23 en 25 tot 30. 



1 00 

'.',. Keil liiiii, lï' 21, ^f('i»linit (Uil lahT tl.- mil w ikki-liii;^ der w <m-IcIsIi'1s<*1« 
|,ij jf«;|()|»li- «Il (iii;^<'lti|)lf Immuih'Ii ii:i Ir '4:1:111. 

4. J^]«'li hiili, 11- -I, ^rphiiil (iiii iliii iii\lot(| \:iii ltfsr|i;i(lii uiii;^ (i|t dt' 
kdlTic ii;i t<' ^:i;iii. 

!)('/(' jiaiipiüiil, olijrcN <'<'!• r, ItoiiwH K'"**'' i^'"'' 'i'^" •''■ /''ii"l},Mt'Hs van «l<'n 
aaiipljiiil 1!)0I aan. I!<'t \ l;iksii- '4.Ml<-<lir is ^t-lnuikl vimm' de proeven on«l«-i- 1 
21 Nov, 1!)02 vvciMJcii i\i- iiiiiHii Im|.I;iiii. 

IMiOKN'KN O.MTÜKNT l'L.X NTW J.l I >TK K\ Tori'KX. 
'IM INKN 1 'I'OT Hi. 

Deze hiincn zijn cenr licihalin;; van dr Ininm II- ')! (i."» in den ;i:inpl;iii( 
van llMIl. il«'( vooinrnirii is in de konn-ndc jaicn dr (►plnrn^slrn ;;rrr^rld 
na. Ie j^aan om Ie civarcn welke planlwijdte het verkirsli jksi is <mi htpjien 
of niet toppen. Door oeno proef als di'ze te herhalen en grniiddridrn Ir 
nemen komt mrn natuurlijk lot jnisirr nitkomsten. 

Daar de lnss(henidantin<; van maïs en vooral van lahak in dr liiinrn 
•,M'idan( 12 X 1- voel in 1!MH .sleihl voldaan heeft zal ditmaal in de over 
eonkoms(i-e ininen \"^ IT) en IC kaljan»; in ])laats van de tabak -enomen 
worden. 

Deze tninen zijn 21 Xov. 1002 beplant. 

.. TUINEN 17—20, 22, 2:{, 25—29. 

Liberia. 

Deze tuinen zijn een vervolg op de Liberiatuinen van het vorige jaar. 
Te samen bevatten zij 251):^ planten, op 8 X ï^ voet, met dadap er tusscheu 
op 21 X 21 voet. Zij zijn beplant 21 Nov. 1902. Het zaad was afkomstig 
van Gemampir. 

In tnin 17 is bij wijze van proef ketella met witte bloemen tusachen de 
koffie "eplant. Op Si Jierasap in de Padangsche Bovenlanden zijn daar 
goede uitkomsten mede verkregen. Het kruipende loof hinderdi^ de koffie 
niet de ranken daarvan klommen weinig of niet in de boomen, de alaug- 
alano- en andere grassen werden verdreven en de bodem bleef los en open 
onder het groen. -^ 

TUIN W 80. 
H .V b r i d e n. 

Einde November zijnj hier geplant hybriden uit zaad van Petoeng 
Omboh. Einde December hybriden uit zaad van hybride-enten en zaailingen 



101 

vau een Liberiaboom met bijzonder lange boonen, van Kandangan. Ter- 
zelfder tijd ook zaailingen van hybride-euten van Bandjarsari en van hybri- 
den van Gogoniti. 

TUIN IV 21. 

Proeven omtrent wor telg roei. 

In dezen tuin zijn eenige rijen boomen geplant met het doel die later te 
ontgraven om te zien hoe de wortels gegroeid zijn. 

l'' rij Margogype enten op Java onderstam .... 8 X 8 voet. 

2^ „ gewone Java 8 X 8 „ 

3® „ Margogype enten op Liberia onderstam .... 8 X 8 „ 

i" „ gewone Liberia 8 X 10 „ 

5** „ Hybride (uit zaad van Petoeng Omboh) .... 10 X 10 „ 

Ö*" „ Java enten op Liberia onderstam 10 X 10 „ 

7^ „ gewone Margogype 10 X 10 „ 

De vier eerste rijen bevatten elk, 12 de drie volgende elk 10 boomen. 

TUIN IV 24. 

B e s c h a d u w i u g s p r (» e v e n. 

In het proeftuintje Ngadiredjo (zie later) is een aanvang gemaakt met 
proeven om na te gaan hoe de koffie zich gedraagt bij gedeeltelijke onthou- ' 
ding van het zonlicht. In dit tuintje zijn nu geplant o(> Java-boomen 
6 X 12 voet om die later voor soortgelijke proeven te gebruiken. 

PROEFTUINTJE NGADIKEDJO. 

B e w e r k i u g s p r o e f. 

Hier zij eerst nog eens in herinnering gebracht hoe de verschillende 
vakken behandeld worden. 

Vak 1. Alleen onkruid wegslaan niet hel grasmcs, zt)uder aan den 
grond te raken, eennuial in de drie weken, \'nil uitgespreid houden. 

Vak 2. Eenmaal om de drie weken schoffelen. Vuil uitgespreid 
houden. 

Vak 3. Schoffelen als in vak 2, maar vuil op rijeu leggen. 

Vak 4. Als vak 3. Daarenboven in het begin cu t<'gen het einde van 
den West-moesson, den geheelen grond behakkeu (i»atjollen) tot eeue diepte 
van O duim Kijul.. builen de lakken der boomen. 

Vak 5. Als vak 3. j 



Vak G. Als vak 4. 



Daarenboven tegen het begin van den West- 



102 

iiiüCHSOii L' pikol oii^'cldiisclitc k.ilk jx r Itninv ;:ili jUiiial i;: om-v dfii ^loml 
uilsf fooien. 

I)<' ( loii\ ('iiiciiifiiis I iiin \\;i;iriii dii pi uidi iiini jr j:c|»';icii is, was taiut'lijk 
wel Vlij van is,\i\s en onkinid. /ooals nn-n dal s\<l nnM-r ziet },'«'l)(Min'ii, 
dniiil licl ian;^ soordal een jdikji' niiddi-n in zulk ren Iniii \an Zfll' Wfdt-r 
vol onisiiiid ;^nTaakl. Zoo is ook iiifi- di' ;_'i-ond in \ai< 1 lot liet einde \an 
dit jaar no;; vrijwel kaal ^M-ldevcn en \ iel er in de ainh-re al /.eer weini;_' Ie 
wic'deu. 

De opbrciiijstL-n waren in 11)01' • 

Vak 1 \'akL' \'ak :; \ak I \ak r, \'ak i; 

KoffiebessGD 64.(> Tl'.l' 58.8 (14.4 80.0 ."")!).(; pik. j.. 1.. 

Bereide koffie 10.08 12.:{8 10.10 lO.cs Il'.Ol' lo.o .. „ „ 

lu Nov. 1902 kwam een flinke bloei uit. 

A^M-dei' Itevindcn />icli liier norj (wee vakken. Ie samen 100 l)0(»nien, waar- 
van li<'( eene ^^el(tpl ^«dionden is, leiwijl wij liel andere van af -Jnli 11)01 
lieten doorschieten, leii einde eene vergelijking Ie verkrijiren tnssclien g(i- 
lüi)len en ougetopten aanplant. De opbrengst bedroeo dit jaar: 

Doorgeschoten fietojit 

Koffiebessen G4.1 108.6 i)ik. ].. b. 

Bereide koffie lO.Gl 15.94 „ „ „ 

Ten slotte vindt men hier nog eeu rij van 24 boomen loopcnde vau Oost 
naar \N'est, waarvan 4 bedekt zijn met een dubbel leswenaardak vau atap, 
breed 7, lang 24 voet, staande op pah^i, de nok 9 voet boven den grond. De 
2 volgende in de rij liebben een dito dak, maai- van glas, en de laatste staan 
onbedekt. Deze inrichting is gemaakt om na te gaan in h(»everre het ont- 
trekken van regen en direct zonlicht invloed heeft oj» den bloei enz. der koffie. 
Dergelijke proeven zullen later ook genomen worden in onzen eigen tuin, 
dit zijn eigenlijk voorproeven otii te leereu lioe de inrichting daarvan moet 
worden. * 

D^ J. G. KRAMERS. 
• ' ■ § XII. 

W^" AFDEELING DER INRICHTING. 

(LANDBOU W-ZOÖLOGISCH MUSEUM). 

Het nieuwe gebouw, waarin deze Afdeeling is gehuisvest en dat in het 
vorige verslagjaar in gebruik werd genomen, voldoet o]> den duur zeer goed. 
Naarmate de verzamelingen in omvang toenemen, wordt meer meubilair 



103 

(vooral kasteu) aangemaakt eu de groote museum-zaal bevat thans reeds een 
toonbaar «•elieel, waarin eene pathologische verzameling en een deel der 
fauna van Java en andere eilanden is ten toon gesteld. 

Eene niet onaanzienlijke uitbreiding onderging de vogelcollectie door 
den aankoop der huidenverzameling nagelaten door D'". V o r d e r m a n, 
Inspecteur van den Geneeskundigen Dienst voor Java en Madura. Deze 
verzameling, die ongeveer duizend vogelhuiden bevat, niet alleen van Java. 
maar ook van andere streken van den Archipel, ontleent vooral hare waarde 
aan de omstandigheid, dat alle exemplaren goed zijn gedetermineerd, waar- 
door in de toekomst veel tijd zal worden bespaard. Een honderdtal ver- 
keerde bovendien in zoo goeden conservatie-toestand, dat zij nog konden 
worden opgezet. Daardoor zijn enkele vogelgroepen, o. a. de Ijsvogels, de 
Koekoeken, de Ixo's e. a. reeds nu geheel of nagenoeg compleet aanwezig. 

Ook werd in het verslagjaar voor de eerste maal de inlandsche jager- 
praeparateur der Afdeeling naar eene streek buiten Java gedirigeerd. Het 
verzamelen toch oj) Java leverde weinig nieuws op het gebied van vogels 
meer op; wat nog niet aanwezig is, is te zeldzaam en daardoor te moeielijk 
en met te groote kosten te verkrijgen, om opzettelijk daarnaar te doen zoeken, 
zoodat het beter werd geoordeeld, eenvoudig te wachten, totdat men deze 
vormen eens toevallig in handen kreeg, terwijl bovendien voor vele daarvan 
de mogelijkheid bestaat, dat ze elders, buiten Java, worden verkregen, waar 
zij minder zeldzaam zijn. Reeds bij dezen eersten tocht (naar de omstreken 
van Telok Betong) bleek dit laatste inderdaad het geval te zijn. De jager 
bracht als resultaat van een verblijf van ruim een maand aldaar een 50-1 al 
vogels mede, waaronder zich vier soorten bevonden, die op Java wel voor- 
komen, maar waaivan hij toch nog geen exemi)laar had kunnen machtig 
worden. 

Ook werd een begin gemaakt met het aanleggen van verzamelingen bc 
treffende de zoetwaterfauna van Java en de fauna van do .Tava-zee. 

De insecteu-verzanu^lingen breidden zich geleidelijk uit. 

Door den Chef der Afdeeling werden onder meer de volgende onderzoe- 
kingen ingesteld. 

Het onderzoek betreffende de insecten, die mogelijkerwijze' bij de ver- 
spreiding der surra een rol zouden kunnen sjx'len, werd voorloopig beëindigd 
en de resultaten daarvan neergelegd in een opstel in ..Tevsiunuuia", \)oo\ 
XIII, pag. ni4— 322. 

Verder werd, naar aanleiding van een schiijven van den P''^" Gouvor- 
nements-Secretaris, behelzende d(Mi wensch dei- KegeiM'ing om zoo volledig 
mogelijk te worden ingelicht nopens al hetgeen tof dusver bekend is oni- 



104 

Ifcnt (U' ('ij,'Pus<-liap|K'ii <ii lrvt'iiHV()orw;iar(l<ii \;iii tli irljiaii^ «n den pairl 
oi'slcr, <M'ii (»ii(|('i/,(»('I< in die ridiliii^^ iii<;rslrl(|. dal In dr «M-islr phtals di' 
(ri|)aiiK /OH iM-IrcllVn. 'I'i-n cindr ren i:<hmI uvcr/iilil h- M-rkiij-m <»\«'r dr 
dicrvoj-incn, di»' in de /A-ri-w \an Ni'dn lantlsi li hidii- word" ii aan;:r| ruften ru 
aldaar worden ver/.anield. mei liel d(.e| er Iriiian^" van Ie liereideii. werd 
weder de Inilj» in^eroe|ien sandiMi hirerieiir \aii ImI I )e|iarl einenl \an l'.iii 
neiilandsrh r.esiniir, dooi- wiens welwillende nn'dew erk in;: nil alle deelen 
\aii den Areliipel exemplaren \an de/.e diersnorlen \\« rden oni\an^'en. Aan 
bol (dndo \an liel vcrsla^'jaar kwamen nu;: sleeds •/,endin;:en in. 

^^»ur een under/.uek naar eene riipsensuuri . die in uruuten -^eiale upirad 
in do Pahnpiinm aanplanlin^^en ie 'rji|»eiir. I»e-:af de ("lief der afdeelin;: /ieh 
porsooidijk daarheou. 

Evonzoo word oon ondorzook iii loco inj^ostold naai- don aard eener ziekfe 
in <\v Ihoo, dio zioli «iodnroiido don bij uilsiok dro};on ()(»sf-ni(>osson op ver 
schillondo oDdornominjjon in do Proano:er-RojTpntscha[t]Kii \ uuidood on ltlo<'k 
((> wordon voroorzankt dooi- oone soorl van mijl. die nauw xcrwani i8 aan 
den, nit En*;olsoh-lndic wolbekenden „red si)ider". 

Eindelijk worden tal van zondinjjon onderzooht botroffondi^ ziokton in 
allerlei cnltunrp:ewassen, die door dieren werden veroorzaakt. 

Van deze on andere, in vroojjor jaren iufjestelde ondei'zookin;L:on zijn de 
resultaten neerjjelejïd in oen dool der ,,Mededeelinp;en", waarvan do (opio in 
November van hot verslajrjaar «;ereed was on waarvan het verschijnen in 
1908 tot eene korte besprekinpc in het voloend verslaj; aanleidinfr zal jjt'von. 
Voor dit werk zijn wederom oon aantal platen pjeteekend. di(» in Euro])a wf»r- 
den fïereproduceerd. 

In den loop van het verslao^jaar verscheen van do hand van don ('hof 
dor afdoolin*; oon wot-k over „de Zoof;di(M-on van Java", eveneens van afbeol- 
dinjron voorzien on als 11- 54 in do serie der „Mededeelinjïen" opfrenomen. 

Den 2P*''° en 22^*^° October woonde de Chef der afdoolinj; hot ronjrres 
van Koffioi)lanters te Malanp; bij en hield aldaar eene voordracht, «jotitold 
„Eeni*?e alfïPmeono opmerking;en over de Fauna der Koffie-ondernemingen 
en hunne omjievinj;". 

Van zijne aanwezigheid in Oost-Java word gebruik gemaakt, om den 
Afdeelingschef eene dienstreis op te dragen naar een paar ondernemingen, 
in het Malangscho on hot Pasiriansche gelogen, vanwaar kort vóór zijn ver- 
trek naar ]Malang zendingen betrof fondo ziokton in koffie on kina waren 
ingekomen. Deze dienstreis duurde van 24 — 30 October; do resultaten van 
het aldaar ingestelde onderzoek kouden nog in het hierboven bedoelde deel 
der Mededeelingen worden opgenomen. 



105 

In het aan de afdeeling verbonden Laboratorium voor vreemde Zoölogen 
werd in de eerste plaats gewerkt door D'. (J. L) a w y d o f f , wien door de 
Academie van >Yetensehapi)en te St. Petersbuig eene wetenschappelijke reis 
naar Nederlandsch Indië was opgedragen. Deze geleerde was van 20 Mei 
tot einde Juli ie lluijenz<)rg werkzaam en hield zich voornamelijk bezig met 
het bijeenbrengen en conserveeren van materiaal, dat later in Europa kan 
woorden uitgewerkt. Ook verrichtte hij bij tal van insecten, wier afmetingen 
zulks toelieten, injectiepi'oeven in bei)aaldc organen, welker bouw en be- 
teekenis nog onvoldoende bekend zijn. P^indc Juli aanvjiarddc hij eene reis 
naar het Oostelijk gedeelte van den Archipel, vanwaar hij den 1®^^° October 
te Buitenzorg terugkeerde, om, ditmaal na een verblijf van slechts eenige 
dagen, de terugreis naar Europa te aanvaarden. 

In de tweede plaats w^erd in de maand Mei in het laboratorium gewerkt 
door een Duitsch Zoöloog, D*". F r a n z. Graf v o n M a t u s c h k a, die 
zich voorstelde, het volgend jaar voor een zestal maanden terug te komen. 

Eindelijk verscheen in het verslagjaar als 11- XIII van het Bulletin de 
rinstitut Botanique de Buitenzorg het eerste Bulletin met zoölogischen 
inhoud. Door den ondergeteekende werd daarin in een voorwoord de ge- 
schiedenis geschetst van de Landbouw-Zoölogische Afdeeling onzer inrich- 
ting. Aanvankelijk op zeer bescheiden leest geschoeid en in het leven ge- 
roe})en door de samenwerking van belanghebbenden bij verschillende onze?' 
culturen, breidde dit onderzoek zich meer en meer uit, ook over zaken van 
meer algemeen Zoölogischen aard. Spoedig nadat de betrekking van Land- 
bou w-Zoöloog door de Regeering was overgenomen (Januari 1898) en daar- 
door was geconsolideerd, deed zich de behoefte aan meer ruimte gevoelen. 
Hoe, wederom door de medewei'king Aan particulieren en door den steun der 
Begeering. die het ontbrekende aanvulde, de foiulsen voor een go<'d (mi doel- 
matig gebouw werden verkregen, is reeds in een voriff jaai-verslag vermeld. 

TTet tweede opstel in bedoeld Bull(Min is van de hand van den Thef der 
afdeeling en draagt tot titel ,.Einige allgemeine Bemei'kungen über die Fauna 
von Buitenzorg und Umgebung" Daarin wordt een overzicht gegeven van 
de meest belangrijke voT-uieii der verschillende dierklassen, die in of nabij 
Buitenzorg zijn te vinden. Dit ovei'/,i<-l(l heeft hoofdzakeliik ten doel. den 
vreemden Zoölogen, die te Buitenzorg onderzoekingen komen instellen, de 
yolegenheid te geven, zich vooraf eenigszins op de hootrte te stellen van den 
aard van het malei-iaal. dat hier te verki-ijgen is. .\an het eind(^ van dit 
overzicht wordt koitelijk medegedeeld, welke vi-cMMude Zoölogen T-eeds te 
Buitenzorg werkzaam wai-en en in welke richtingen hunne onderzoekingen 
zich hebben uitgestrekt. 



106 

8 MN. 

AFhKELING: „rh'olil'S TA rioN \<)(>K INDKJO". 
Md (louvcrncnionts hcHliiil bclickkiii;: licltlM-iidc oj» het tol sImikI koincii 

(lezer nieuwe iilMeelili;,^ en :il liel;;eeti e|- (i|i liet rek l< i li;^' heelt, is lteli;i n«le](| 
in do eoi'Hle |>;ii;i;4i;i;if \;iii (iil \eisl;i;;, w ;i,iiii;i;ir woidl \ eiwe/en. |);i;iiiii 
is mede i-eeds veiineld, dat t<il «'lid dei aldcdin;,' weid Itenoenid di- lieer 
.). 1 1 a /, e w i n k e 1, reeds ^eininien lijd als I )irecteiii- \ an het Klatensehe 
Indij,'<» jtrodsliition werkzaam. 

Het liiei' v<)l<;ende i'ajiporl o\'er de werkzaamheden in den juup \aii het 
versla<;jaai' is d(i(»r den Heer Ilazewinktd in del'init ie\ en \nrm ojij^o- 
steld, ua eene te l'nilenzoij; ^elionden bespreking' eenij^ïen tijd na leiiijzkonist 
van den ondergeteekende. 

Ofschoon 80 Maart 1002 do aanslnitin^^ van dit proofstation bij 's l^ands 
IMantonttiin t<»t stand kwam, niod dit veisjaji; todi hxtjten van 1 Januari 
1902 tot ultimo December van dit jaar, daar de eei-^to 4 maanden der ver- 
slajïporiode kunn(Mi beschouwd worden als een tijd van ovorf;an<r, waarover 
de Kofioeriufis-subsidio evenzeer weid uitgekeerd als over het tijdperk na 
1 April 1902. 

De inventaris werd in het verslagjaar voldoende aangevuld. Het ge 
bouw behoefde noodzakelijk onderhoudswerk, vooial ook door het over- 
brengen van de losse deelen der o\) het erf van het proefstation aanwezige 
])roeffabriek naar de onderneming (rantiwarno, waar in 1901 een nieuw 
jtroeffabriekje was gebouwd. De liiervan veikregen afbraak werd zoo noo- 
dig verwijderd en zoo mogelijk door bijmetselen in een behoorlijken toe- 
stand gebracht. Dit kon te geruster geschieden daar er nu beschikt kon 
worden over twee proeffabrieken voor de indieaan-extractie, t. w. eene op 
de onderneming Oantiwarno en eene oi> de onderneming Koetoesarie. Het 
]>ersoneel bleef in hoofdzaak hetzelfde en werd af en toe, indien de werk- 
zaamheden dit eischten, tijdelijk aangevuld. 

In de verslagperiode werd het proefstation bezocht door den Heer C. W. 
S n o w, een Tiritsch-Indisch indigoi»lantei'. terwijl eene collectie preparaten, 
de indigo-cultuur betreffend, werd gereed gemaakt voor de <^cole de commerce 
de Tdat (Antwerpen), met bijbehoorende analyses. 

De Directeur van het proefstation begaf zich in A]>ril 1002 naar Buiten- 
zorg om met den Directeur van 's Lands Plantentuin naar aanleiding van de 
aansluiting het noodige te bespreken. Tengevolge daarvan werd een werk- 
programma opgesteld en verder alles geregeld, wat regeling behoefde. 



107 

Dl' Directeiii- van het ]H'()efstatioii werd door de Nederlandsch-Indisclie 
commissie voor de Nijveiiieids-tentooustelling te Osaka aautrezocht te zorgen 
voor de inzending van eene collectie indigo-monsters. Pogingen om aan 
dat verzoek te voldoen mochten geen gunstigen uitslag verwerven. 

Herhaalde malen werd den directeur advies gevraagd over de bruikbaar- 
heid van kalk voor de tegenwoordig meest gevolgde wijze der indigo 
bereiding. 

Dit kostte natuurlijk veel tijd, en deed scherp uitkomen hoe de kalk- 
verkoop voor dat doel op eene minder gewenschte wijze geschiedde. 

Dit gaf den directeur aanleiding aan het bestuur der vereeniging „het 
proefstation voor idigo'' voor te stellen, te trachten een' meer gewenschten 
toestand in 't leven te roepen. Vooral werd nadruk gelegd op de wensche- 
lijkheid, dat de leverancier dient op te geven van welke samenstelling de 
kalk is, die hij kan leveren, en dat hij die samenstelling op eene of andere 
wjze garandeert. Als gevolg van eene bespreking met genoemd bestuur naar 
aanleiding van dit voorstel, werd door den directeur aan de daartoe in de 
termen vallende kalkbranders eene circulaire gezonden. Met grond mag 
men uit de ingekomen antwoorden opmaken, dat inderdaad meerdere van 
die leveranciers het minder gewenschte van den huldigen toestand inzien, en 
dat zij zullen medew^erken tot het invoeren eener betere regeling. Waar- 
schijnlijk zal deze in den loop van lOO.T tot stand kunnen komen. 

Van het Verkaufssyndicat der Stassfurter Kaliwerke werd een schrijven 
ontvangen, waarin een bedrag van ƒ 150. — werd aangeboden als finantieele 
steun voor door het proefstation te nemen bemestings-proeven. Het idee 
van genoemd syndicaat was uitgeloogde indigobladeren (titen) te verwerken 
op geconserveerde droge mest, die in don handel gebracht zoude kunnen 
woorden, en voor de indigo-cultuur zou kunnen worden vervangen door de 
anorganische meststoffen, die de ,, Kaliwerke" leveren. 

Uit eene met den waarriemenden directeur van 's Lands Plantentuin 
gevoerde correspondentie en uit besprekingen met het bestuur der ver- 
eeniging „het proefstation vooi- indigo" bleek de wenschelijkheid deze zaak 
tot later aan te houden. 

In de verslagperiode verschenen geene publicaties van het proefstation. 
Wel V7erd op verzoek van het bestuur der vereeniging een uitvoerig verslag 
opgemaakt loopend van 1 Juli 180S tot ultimo December 1901. Dit verslag 
gaf behalve de administratieve geschiedenis van het proefstation een zoo 
populair mogelijk overzicht van de in dat tijdperk verrichte wetenschappe- 
lijke en technische onderzoekingen. 

De w'erkzaamheden van het ])roefstati()n ondergingen in de nuiand Juni 



108 

('«•ri«' aanirn*rk»'lijk«' v«Mtr;ij,nii}; dour ('»'ii cnistiti d«'f»^(l ;iaii <!»' ;^;i.sina« liiiir, 
(l;if r»lil«'i- ;;<'|iikki;^ vollcdi;^ '^i-y('\K'iv('i'V(\ kon wmtlrii. 

hl lirl i;i;ll- 1!HI_! weiden de \<il;4<;ide (illdei IK |iilli;_'i'll lte/.n< lit l\oet<»e 

Kjir'ie, l\eii;ij;iri, Kem.iedoli, l\|e||eii <'ii l;il \iiii ni.ilen de ondei neriiiii;,' (Jaiiti- 
\\ ;ini<). 

I )e l»e/,»K'keji ;i;m d<' ondeiiiemi ti^eii K('?i;i JM n en Kemuedoli ;,M'S(dii('dd«*n 
n;i;ir a;inl('idinj^ \an \er/,i>eUen dei lieiioklven adni inisi i ;i tenrs ; ovrv (]<■•/.*' 

Iie/oekcn werden aan di<' helieei ders n il \ (»eii;^e ia|.|M)|ten o\ e?';_'e|e;/d. 

'I'<'veiis \\fi<leii <i|i <le nnderni'niinji l\eni<>ed(di i'eniLTf ralnieal ie proeven ver- 
ri(dd, \vaai\an de resnllalen laler ter sjnakt' /adlen komen. 

Een l»*'/.oek aan de ondei iieniin;,' Klellen Ivon alleen dienen tol liel hou 
den Aan lM'S)M-«d<inj;«'.ii aan^Maiul»- lul faln-icaal, daai- do/e ondernetninu 
slo(di(s hniicn den \v('i-k<ijd hcz/xdil kon vvordon. 

Hel l)(v-o<'k op de ondorneminji Kooloosnii*-. dnnrde drie wekt-n. Hoofd 
doel vv van was Ie Ix'sl nd<'ei'on of <mmi<' andoro wijze van indifaan extraidie 
mopplijk was. 1)(> adniinishatcur dier onderneniin<: loeli had ccne instal 
lalio voor do iiKlicaanoxtrartip iijfroiichl. waarbij idot i;<dijk tot nu top, hot 
blad in hot kokondo watoi* word ^odonipold. maai- oin^^okooi-d hot kokondo 
wator bij hot blad word fjovooj^d. Ofschoon indoxyl vorniin^ï in do vlooislof 
was fo constatooron, blook toch do hoovoolhoid daarvan i)ractisch crpsproken 
zoo };orinjr to /.ijn. da< dit ^'oon nadool jraf. jzolijk nit de analyses dor boroido 
rndifïo's blook. "Oozo wijzo van indicaan-oxtractio moot inderdaad als ooii 
jjoodo stap vooruit wordon beschouwd. Tovons word van do j;olof;onhoid 
«roprofitoord oonifro plantonanalysos to doon. Vroojrpr froschioddo do controle 
op hot bodrijf door vorzondin}; van pap-monstors naar het proefstation. Fit 
de analyses dior monsters had men dan conclusies to trokken: dikwijls bleek 
hot echter, dat deze jroen juist beeld konden fjovon van hot feitelijk verloop 
dor boroidinfr. "Dankbaar word daarom oen aanbod van don boheordor dor 
ondernemin*; frantiwarno aanvaard om op do door ZEd. behoorde onder 
nominjr oen klein laboratorium in to richton. Hot proefstation stolde daar- 
voor porsoneol beschikbaar. Tovons werd oen sjroömployeordo der onder 
neminjx Gantiwarno bekend jjomaakt mot do analyses, die op dat laborato 
rium zouden wordon uitjjovoerd. Zoor to betreuren was het echter, dat die 
jieëmployoerde don dienst dor ondernoming verliet vóór hot laboratorium 
in workinj; was. 

Ter controleorinjï dor aldaar verrichte workzaiimbodon word do onder- 
neming tal van malen bezocht. Jammer was echter het feit, dat in do op hot 
(etablissement aanwezige fabriek volgens warm procódt^ werd gewerkt, ter- 
wijl oorspronkelijk de bedoeling was, hot koud procédé aan een grondig 



109 

onderzoek te onderwerpen, vooral in verban»! met de tot nu toe gevolgde 
wijze van fontr«")le. De resultaten van bet daar verrichte onderzoek zullen 
nader kort worden opgegeven. 

Ten behoeve van leden der „vereeniging het proefstation voor indigo" 
werden de volgende onderzoekingen verricht, waarbij het uitvoerig onder- 
zoek op de onderneming Gantiwarno niet is medegerekend : 

8 wateronderzoekingen met 40 quantitatieve bepalingen, 
1 chloorbepaling „ 1 „ „ 

17 indigokoeken „ G5 „ „ 

13 papmonsters „ 24 „ „ 

30 monsters met 130 quantitatieve bepalingen 

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK. 

Wat aangaat het wetenschappelijk onderzoek kan het volgende vermeld 
worden. 

F e r m e n t a t i e en k 1 o p p r o c e s.' 

Pogingen om door eene snelle quantitatieve bepaling van het indoxjl 
gehalte in de fermentatie-vloeistof te komen tot eene juistere beoordeeling 
van het eindpunt der fermentatie, hadden tot nu toe geen succes. Evenzeer 
bleek het nog niet mogelijk qualitatief aan te tooneu op welk moment scha- 
delijke stoffen voor de qualiteit der indigo uit de plaut in te groote hoeveel- 
heid uittreden. Daar vermoed werd, dat uittredend phosphorzuur eeuige 
gegevens dienaangaande kou verschaffen, werd getracht eene snelle titro- 
metrische bepaling daarvan te vinden. De uraan-methode, voor dit doel 
gemodificeerd, bleek niet geschikt te zijn. 

Meer resultaat gaf het op de ondernemingen verricht onderzoek, vooral 
dat op de onderneming (iantiwaruo. Als eerste resultaat van dit onderzoek 
volgde, dat in regen-arme tijden het kalkbindend vermogen van fermenteer- 
water bij toevoeging van ongeveer de hoeveelheid kalk, die voor de indigo- 
bereiding wordt gebruikt, vrij wel constant bleef. t)ok voor de onderne- 
mingen Ngarès-koppen en Kemoedoh werd ditzelfde feit geconstateerd. 
Onderling verschilden de watersoorten der drie ondernemingen echter tame- 
lijk veel. Vooral bleek uit de Gantiwarno-proeven het nut eener dage- 
lijksche titrometrische controle van het fermenteerwater. De wetenschap 
toch, dat er gecontroleerd werd, had al vrij spoedig tot resultaat een zeer 
regelmatig werken, en dientengevolge, vrij wel gelijke eind-alcaliteit van het 
fermenteerwater. Dit feit was van des te meer belang, daar uit laborato- 
riumi>roeven volgde, <iat he< moment, waarop indoxyl in de fermentatie- 



no 

vlooi.slof is JiuM Ie looncii, ;itli;ni;^l . .111 <l<' .ilrMliicil dier \ lucistdr. Ffoi» 
hoogei' dczo laalHto is, lioc \;[\\^t-r hd (liiiiit. Zcrr viMiiHMMldijk /al dus v«M'- 
iTieerdcriii;^ van alcalilrit \ cit ra;;iii^ «Ier ti;iiiiMiiai i<- ii-ii '^i-\f>\<ii- Ih-IiIh-ii. 
('|)«' iiio;4('lijlJn'i<l \aii iii(|()\_\ I oril Iimühm js nid ui 1 ;.',csl(ili'ii 1. /t-n- ••vidfiil 
volj;«l<' uil (Ie ( iani iwaiiin cu K<mii<M'<I<»1i |ir<t(\ in, dal snuiMiij;»' hciau^^Mijk»' 
vcrsidiilicn iii de wijze van iH-n-idinjj, shcliis cfii zimt ;i<-i-ijii:cn iiivlo(,'d luid- 
den op de saiuoiishdliii^' d<-r indi^^o, indien nieu de/e uildi iikl in indi^oline, 
in ijsa/ijn ojdosbaro stoffen en onln i)aalde r<'st, omt'erekend op as(li- en 
\va.(er\ fije indi;,^). 

Indien men echter op deze wijze de samenstellin-,' der indi<,'o uitdrukt, 
bestaat er {^ecni verband tusschen die sani('nstellin<jj en de (|ualileit, d. w. z. 
het complex van jdiysiscbe eij^enschappen (kleui-, fijnheid van de«.'g, zaïlit 
heid enz.), die de basis der waardebepaling door den handel uitmaken. 

Daar echter niet is aan te nemen, dal die ]»hysis(he eigenschappen ge- 
heel onafhankelijk zijn van de chemische samenstelling, moet de analyse- 
methode zoodanig uitgebreid worden, dat zij meer gegevens verschaft dan 
tot nu toe het geval was. Daar de in ijsazijn oplosbare stof een mengsel is, 
zal in eene meer of mindere volledige scheiding van de bestanddeelen van dat 
mengsel vermoedelijk een middel kunnen worden gevonden om te komen 
tot een verband tusschen analyse-cijfers en iiualiteit. 

Uit de sedert 1901 verrichte 58 indigo-analyses, uit de Kemoedoh-proe- 
ven en uit het Gautiwarno-onderzoek, volgde het merkwaardige feit, dat de 
samenstelling der indigo's uitgedrukt op de boven aangegeven wijze, voor 
elke onderneming slechts zeer weinig verschilde, terwijl echter in die 
samenstelling groote verschillen optraden bij vergelijking der indigo's van 
verschillende ondernemingen. Daar echter sommige verschillen in de berei- 
dingswijze, gelijk boven medegedeeld een' zeer geringen invloed uitoefenen 
op die samenstelling, moet de oorzaak der verschillen in de analyses-cijfers 
der indigo's, afkomstig van verschillende ondernemingen, gezocht worden 
in andere variaties, die nog in de bereiding mogelijk zijn. 

In eerste instantie moet hierbij worden gedacht aan verschillen in de 
constructie en bewegings-snelheid van het klopwerktuig. 

Inderdaad bleken verschillen in die bewegings-snelheid, dus in de snel- 
heid der oxydatie, belangrijke verschillen in samenstelling en qualiteit beide 
ten gevolge te hebben. 

Bij proeven in die richting stuit men op groote bezwaren, wat aangaat 
de verwerking der verkregen pap op koeken. Het is uiterst moeilijk deze 
op het laboratorium zoodanig te verwerken, dat zij door het persen dezelfde 
habitus verkrijgen als bij de fabriekmatige bereiding. 



111 

Üit het Gantiwarno-onderzot^k volgde verder, dat het onderzoeken van 
ruwe pap op aschgehalte slechts onder zeer bepaalde omstandigheden eenig 
licht kan geven over het verloop der fabricatie. Als eerste eisch moet dan 
echter gesteld worden geregelde dagelijksche controle. Zeer zeker kan men 
echter zeggen, dat met onze tegenwoordige kennis, het resultaat niet in over- 
eenstemming zal zijn met de daarvoor te maken kosten en de daaraan te 
besteden moeite. • 

Wel blijft zeer wenschelijk het onderzoeken der gewasschen pap op vol- 
doende zuivering. 

Als resultaat van tal van onderzoekingen kan hier tevens medegedeeld 
worden dat de handelsindigo, afkomstig van natalplanten, geen indirubine 
bevat. 

Uit de Gantiwarno proeven volgt verder, dat bij zeer consciëntieus 
werken een vrij constant droogstofgehalte in de gewasschen pap kan worden 
verkregen, en dus uit het quantum verkregen gezuiverde pap inderdaad een 
goed oordeel over sommige onderdeelen der fabricatie kan worden gevormd. 

Op het laboratorium werd een onderzoek verricht aangaande het koken 
der pap. 

Ofschoon dit inderdaad eene zeer ingrijpende verandering in de samen- 
stelling der pap gaf, blijkt die verandering constant te zijn, zoodat het kook- 
proces dus als zeer zeker en constant in de uitvoering dient te worden 
beschouwd. 

Aan het kookproces wordt trouwens op de meeste ondernemingen bij- 
zondere zorg besteed. 

Verder bleek, dat de indigo afkomstig van koudwater-procédé in door- 
slag minder organisch ijsazijnextract bevat, dan die van warm-procédé af- 
komstig. 

In 't algemeen kan men zeggen, dat de meeste koudwater-indigo's op 
100 deelen aanwezige indigotine een gehalte aan organisch ijsazijnextract 
hebben tusschen 19 en 24 deelen, dat dit gehalte tamelijk zelden tot 33 deelen 
rijst, maar uiterst zelden of nooit daarboven komt. Bij warm-waterindigo 
komt slechts zelden een gehalte beneden 21 deelen voor, gewoonlijk ligt het 
tusschen 21 en 33 deelen, maar nog zeer vaak boven en zelfs zeer ver boven 
33 deelen. Dat de warm-waterindigo beter betaald wordt moet dus alleen 
worden toegeschreven aan betere physische eigenschappen en niet aan hooger 
indigotine-gehalte. 

Ten slotte moet nog gememoreerd worden een onderzoek aangaande de 
mogelijkheid het aschgehalte der reeds volledig gezuiverde pap nog verder 
te doen dalen, door nawassching. Inderdaad bleek daardoor nog een tame- 



112 

lijk Itcliiii^ii jl< l>t<lr;i^ ;i;iii asrlrlM'Sl ;i ii(|il<-(l<'ii l;;i|is?) uil (e lickkcii. .M(M-k- 
VVïlill'Hi}^ is crlilcr hel IVil (l:il ;ill<t|i ;i:iii<.v/iliil il \s;il('|- <lil sriiijiil Ie docll. 

i imI i (- a n ii o \ y d a I i •-. 

Tci' hcsl iidct'iin^ \aii tlil \iaa;;stiik was ikmxü;: lid \ inden van eoiie 
}j;(K'<|r rn snelle niel liode ter lieicidin;,' \ai; elieniiseli /iiiver itidieaaii. Ilel 
niochl ^idllkken eene der^^t-lijke lMelli(»de en zells I Wee Ie vinden, die iedel 
hiinue oigiMiaaiilijic voordeelen hadden naar j^eliiug dor grootere (d kleiinM*e 
laboi-nloriuni-installalie. Hei hereiden van «^ritolere (|uantunjs (diemisch 
zuiver indieaan Iieel't nii niel nieei hel niinsie Ite/waar. Hel ondeizoek. ver- 
i'iehi tot hel \inden de/er nielhode. leerde reeds lal \aii ei;:,enseli;i[t|ien van 
1k'( indicaan kennen en sernioeden lisonierie, consi il iil ie en i^edra;; jej^enH 
ijzerzouten). 

Het zon te ver voeren liiei- daarop nadei- in te f!:aan. Alleen wensch ik 
even te memoreeren : 
1''. de moeilijkheid, waarmede; indicaan uil onznixere oplossingen en de ge- 

makkelijklieid. waarmede het uit zuivere oplossingen kristalliseert; 
2''. de gemakkelijkheid, waarmede het oververzadigde oplossingen vormt; 
rr. de gemakkelijkheid, waarmede het bij de tropische temperatuur (in de 

droge tijd?) zijn kristal water verliest; en 
4'\ de buitengewone houdbaarheid, die het mogelijk maakt eene 4 procentige 
oplossing op het waterbad droog te dampen zonder belangrijke ontleding. 
Verder werd de oplosbaarheid van iudieaau in water van verschillende 
temperatuur nagegaan, en bleek deze te voldoen aan eene algemeene 
formule van den vorm a + bt*, waarin a en b constanten en t de tempera- 
tuur boven nul graden. Eindelijk werd geconstateerd het bestaan van 
eene in water volkomen onoplosbare verbinding (wit van kleur) met lood. 
welke zich slechts onder zeer bepaalde omstandigheden vormde. 
Er kon tevens een begin gemaakt worden met een studie naar de indi- 
caan-oxydatie met chemische middelen, toegepast op het zuiver indicaan, 
"waarvan de orienteerende proeven reeds interessante resultaten gaven, welke 
echter nog niet voor resumeering geschikt zijn. 

Indigo-analyse. 

Het belang verbonden aan eene snellere bepaling der bestanddeelen van 
de indigo werd grooter sedert er eene goede methode der iudicaan-bereiding 
gevonden was. Nu toch bleek bij de studie der indicaan-oxydatie het ond^r- 



115 

zoêlv van beroide indio;o's herhaalde malen voor te komen. Tot nn toe ge- 
lukte Imt ^vel de niaiiiipnhities te vereenvoudigen, eohter ten koste van de 
nauwkeurigheid. De oorzaken hiervan moeten nog opgespoord worden. 

I n d i g o-r a f f i n a g e. 

Dit facultatieve punt van het pogramma kwam niet in behandeling. 

C n 1 1 u n 1' p r o e V e n. 

In afwachting der komst van iemand, die de speciaal botanische vraag- 
stukken rakende Indigo zou hebben te bestndeeren en ter voorbereiding van 
dat botanisch onderzoek, werden in het verslagjaar reeds eenige cultuur- 
j>roeven genomen, waarbij werd nagegaan hoe nabij men zou kunnen komen 
aan het te stellen ideaal: planten te kweeken in volkomen gelijken bodem, 
onder geheel gelijke omstandigheden en afkomstig van korrels van gelijke 
afmetingen en specifiek gewicht. 

Het leeren kennen der moeielijkheden, bij het streven naar dir doel zich 
voordoende, gaf zeer nuttige vingerwijzingen aan voor verder te nemen 
jiroeven. Zonder hier in bijzonderheden te treden, zij toch vermeld, dat de 
grootste dier moeielijkheden blijkt te bestaan in de slechte kieming van het 
zaad, waardoor bij vergelijkende proeven de grootste ongelijkheden dreigen 
te ontstaan. Als regel toch kiemden van zaden, die geenerlei voorbewerking 
hadden ondergaan, op 100 stuks er altijd minder dan KI te gelijk en goed. 
Het is Itekend, dat men ook in de praktijk om eene betere kieming van het 
zaad te verkrijgen, dit kunstmatig beschadigt door het met zand te stampen. 
Zooals van zelve spreekt is eene zoo ruwe kunstgreep voor het doen van 
nauwkeurige proeven niet aan te wenden. \'au daar werd getracht door 
prikken in het zaad, zonder de kiem W kwetsen, eene meer gelijkmatige kie- 
ming te verkrijgen. Wel gelukte dit, maar tevens bleek, dat dit ingiijpen 
een ongunst igen invloed op de jonge kiemplant had, zich o. a. in de eigen- 
schappen van den wortel openbarend. 

Bij de nauwkeurige metingen der zaden bleek, dat het Indigo zaad van 
verschillende ondernemingen zeer belangrijk in gemiddelde grootte ver- 
schilt. P.ovendieii wenleu gegevens verkregen omtrent de hoeveelheid /aden, 
die men voor verschillende later te nemen proeven noodig zal hebluMi. 

Twee proeftuinen werden aangelegd, een op de onderneming Djiwo en 
een grootere nabij Klaten. De hieraan besteede moeile en kosten zullen 
ook voor verdere proefnemingen vruchtdragend zijn. 

VERSL4C VAN *S UNDS PLANTENTUIN iW± ° 



114 
§ XIV. 

AFDKEIJN»:: .,i'i:oi;i'sT.\Ti(»N \(Mti: 'riii:i:'. 

Aiiii^c/.lcii in (Ir fcislc |i;n ji<;i'a:ir \;iii dil \( rshi;; liet ( 'Htiivornr'inonts- 
l'.rsliiil \:iii 1.'. Ajiiil IDdl! II' 1(! in cxlcnsd is w ••(•r^«'>,M-\ en. /.«m» is i«mm1s Im- 
li:in<li-l(l Z(t<i\\<l <|i' n|)ri( iilin^ \;in \\i-y.r nicnwi- nltji-clinn ;i|s de h;i;ii- ^iforvcii 
iM'Scliikiuii^ o\<'i- ('cnc l;ilior;ilMiinni ;^i'|t'^cniiri(l en o\ci- ifiicin \o(ir a-w 
liidcll iiin ;ii<l \\;ii(' (lcili;i I \ <■ slcihts in Ik rhalin^i-n Irt-dcn /.on op cfn en 
nntlcr iiicr weder werd In ll;^;^(•i^onlt•n. .Mit \cr\vij/.in<; n;i;ii- die i'iTstc |i;ic;i- 
^r;i;il' wordl dns \olsl;i:ni. 

0|i ;^i-ond \:in lifi iM'|i;i;ildc l»ij lid ;i;i nuflnin Ide < loii\ i-nn-nicnt s l'.fsliiit 
\-o(n(l(. de ondri-^ctcckcndc ziili toe. ;ils ('lief de/cl' iifdeclin^i ..rroclslii lion 
vooi- 'l'Jicc"' !>'. A. \\'. X :i n n i ii ^ ;i. die, zoonis lickcnd, /.i(li rt-fds ^fcrni 
men tijd liij "s Lnnds IMnntenhiin litM-rt hczijf jjchoudcn niet ondcrzo^'kinp'n 
Itctrcircndc O]) ,J;ivn ^ccnlt ixccrdc tlicci'ii, corst ondci' l(idin<i. van Tiof. T)^ 1*. 
\ il n Iv o 111 1) 11 !• ii' Il «'M dn;niin zclfsljindi^'. 

Aanj^ezicii zeer kort na hel ncmcii der licscliikkin^ van i:! Ajnil 1!>02 
11" Kt d<' mij o]>.ii('dia.n('n coniinissic reis moest worden aanvaard, hebben de 
weikznamlicden deze nieuwe al'deelin^' jdaats ^•ej^repon, terwijl ik afwezig 
was. DientenfjiMoljiO wordt liier het rai)i)ort van den afdwlino-sehef in zijn 
jicheel en on<>(?wijzij»d overjijenomen, zonder eeniije beschouwing; of toevoe- 
«•inp: mijnerzijds — zooals anders bij eene eerste maal, dat een nieuwe para- 
•iiaaf in liet versla»; voorkomt, <;eiii(MMilijk <;-es<-hiedde. 

P e r s o n e e 1. Den l*""" Se])teniber werd als assistentie aanjijesteld Mej, 
E. S (! h e r e r, die belast werd met eenvondij^e analytische weikzaamlieden 
onder controle van den Afdeelingschef. 

Den P''" Anunstus werd de heer J. P. Pee r e b o o in V o 1 1 e r, ond- 
administraleiir v;in de tliee-oiiderneminjj; I'asir Kenanoa, aanjjesteld als 
tijdelijk O] zichter, beiasi mei de ont^iiiiiinj;- van het leirein voor den thee- 
proel'aanplant „l'asir Saron«»j;è". 

Den 1.7'" November, na afloop der voor 1902 op 't prof^ramma staande 
ont};innin<i, verliet ons de heer P e e r e b o o m Volle r, om eene beter 
gesalarieerde IxM rekking nier vastere vooruitzichten aan te nemen. In diens 
jdaats werd voor korten tijd aanjicsteld de heer C. C Staal van Vlo- 
ten, die ons om dezelfde redenen den 1^^*'" Januari verliet. 

Gebouw e n e t c. P.eoin April kon het nieuwe laboratorium bestemd 
speciaal voor onze Afdeeliiio-, in oebrnik worden genomen en naar de eischen 
Aan dit onderzoek worden iniiericht. Het bestaat uit: 








^ 

^ 


o 
o 


«IJ 








(S 


^ 


^ 






V- 


roj^ 


o 




o 


S 


5^ 


^ 


** 


<;^ 


<o 


^^ 


^ 



«il 
• <-> 









No 






%o^'J 


^ 








^ 




'S 




se 


CSU 


>i. 


^ 


s; 


!^ 




Qj 


<i/ 


k 


.^ 


^> 


^ 



1^ 






(i. eehe ruimp zaal als oiopnlijk laboratorium, 

b. eeno zaal voor de eliemische balansen, waarin meteen sclirijfialL'1, kasten 
voor bo«'ken, voor chemicaliën, etc, 

c. een kleiner lokaaltje, inoeridit als ber<>plaats voor glaswerk etc, 

fl. een klein bamboe-gebouwtje, ingericht als si»oel])laats en voor 't maken 
der monsters etc 

Reizen. Door den al'deelingschef werden in 't afgeloopen jaar een 
aantal reizen ondernomen tot bezoek van een 40-tal ondernemingen; hierbij 
werden zooveel mogelijk speciaal ook die ondernemingen bezocht, welke 
nieuw tot het Proefstation waren toegetreden. 

Verder werden een aantal reizen ondernomen naar het terrein voor den 
proefaanplant; van af 1 Augustus omstreeks elke i* a :; weken, welke reizen 
steeds 1 a 'i dagen in beslag namen. 

PROEFAANPLANT „PASIR SAROXGGÈ'" ['). 

A. O n t g i n n i n g. 

Van het geheele, ter beschikking van den Directeur van 's Lands Plan- 
tentuin gestelde, terrein groot omstreeks 200 bouws (opgemeten en in kaart 
gebracht door den heer ( '. L a n g van 's Lands Plantentuini, werd het be- 
nedengedeelte groot 50 bouws, voor 't grootste gedeelte bestaande uit in 
slechten toestand verkeerende Gouvernements-koffietuinen en alang-alang 
velden, voor den thee-aanplant afgestaan. 

De grond werd, na verwijdering van de aanwezige koffie- en schadnw- 
boomen (dadap) tot eene diepte van 2 i\ 21/4 voet omgewerkt, welke zeer inten- 
sieve bewerking wij noodig achtten, vooral omdat de grond i-einls jaren lang 
in cultuur was geweest en nog nooit diep was omgewerkt. Deze bewerking 
geschiedde of in eens, of — \va;ir dit door veel alang-alang of casso onmoge- 
lijk was — in twee keer. Op enkele jjlaatsen had de bevolking (abak ge- 
plant, soms tusschen de koffie; deze kon tijdig worden vei\vij(ler<l, ev(»nals 
ook enkele andere inlandsche gewassen, die voor de ontginning werden 
geoogst. 



(') Zie nevensgaand sclielskaartje, waarop is aangegeven: 

a. venleeiing van de in hel verslagjaar oiilgoiuion 25 houw in Iieclaren. (elke Iiectare 
is weer onderverdeeld in stukken van een kwart licrtare), voor latere proeven niet lie- 
mesting, snoei, pluk en dergelijke; 

b. afstand waarop geplant wordl — plantwijdte in Hijnl. voelen — welke telkens voor de 
geheele oppervlakte van een hectare dezelfde is. 



Bij (Ic <)nlj:;iiuiiiiji; bleek Icn diiidelijkslc di- ;^i-lijUiii:ii i^^dieid iii pliysiKclio 
f;^<'S<('l<lli('i<l \jm liel ;^<'lir'<'lt' (tiit<::(»iiii<'ii tfirtin. I )c j^rtnid lifsl:i;il uil /:iinli),'e 
iccin iiicl \iij \i-i'l i^riiKJ cii sicciiijcs iii <li*ii Imi\ ciii^nnHl ; di- khiir \;tii ddi 
lio\»'ii^r<tiid is jiiijslniiiii, \;iii den ()iidfi-;;i(tiid ;;i-fl;i(|ii i;^. 

I)cli;il\<' dc/.r oiili^iiiniii^ Wfid m»^ <-ciic |(c|iinicic ^loul ciic:! 1 Ikhiu 
ii;m«;ei(';;(l \ oor |)l;i lil iii:i I )-ri:i:i I \<h)| I Mil^nidr ja;ir (iioj^ iii-<;i L'." Iioiiusi. 

X;i lii't (»|M'iil(';^;^<'ii \:iii dtn ^^iniiu werd lit*i h-rrein \<'i'decld in sliikkt-ii 
vjin I II. A., iiifl oiidfiNfidfcliiiLicii in sliikki-ii \;iii 'j II. A. ( )iii «dkt- II. .\. 
loopt ccil \\t'<; \;iii 1 M. Idi'cd. Iciwijl i-lki- I , II. \. (ilii;ic\cii is door tM-n \Vt'^- 
j4»'lj(' \;iii '2['-, v<M'l hiccd. I )r lirctdlc dt/.iT wi-^ni is liiiiitii i\>- o|)|ii-i\ lakkt-n 
vau 'i II. A. I >(' klein»' xieikanten i', ll..\.i lieldun dus zijden \an jiiisi 
r<(> M. llierctp werden de planistokjes (adjirs) jieplaalsl en vaii^'^oleii j^e 
jiiaveii. hl dezen toestand bleef het ter rein circa - a H maand lig}^»'" <"" g<><"d 
te (b>en nilznren. 

De \\('eis;4«-steldlieid was Inj de onliiinniii^ zeei- jiunslij.;, daar er in dien 
tijd geen le^cn viel. Ook bij liel planlen werd ^nnsti;;- weer ot-ircdfen ni. 
nagenoeg.; (dken daj^ eeiie rej^cnbni. 

B. Z a a d. 

Door den Directeiii- van 's Lands IMaiitentnin werden door beniiddcdinjj; 
Aan den Consul te ('alcntta direct besteld S niannds liazaloni zaad, om liiei- 
mee de dit jaar f>ntt;onnen 17 H.A. direct te beplanten (dns nit de pit); deze 
pitten arriveerden hier in <>oeden toestand omstreeks l Januari 1!)03 en zal 
een volgend versla» hieromtrent verder hebben te berichten. 

Verder werden nog ontvangen: 

begin Xovember (» gantang zaad van ,,Gambong", 

midden „ 8 „ „ ,, „Ardja Sari", 

„ „ 3 ,, ., „ „Goenoeng Malang", 

begin December 1 nmund Bazaloni en 

1 „ Kowes van de firma J. Peet. & CO. te 
Batavia, 

begin December 1 mannd Manipure indigenons en 

] ,, Singlo Hill vau den heer H. M. van 
der Beek te Bandong. Doordat bij laatstgenoemd zaad vele slechte 
pitten waren, verzocht de heer van der Beek hievoor 20% restitutie 
te mogen leveren, waarop begin Janna li nog 11 K(J. Jaipnrzaad werden 
ontvangen. Over de hoedanigheid eu de opkomst van de verschillende zaad- 
varieteiten, alsmede over het meer of minder egaal eu gunstig type etc, zal 
een later verslay- hebbeu te berichten. 



117 

Nojij eeüige aiitlciv ondei'U(Miiiii<;eu bier te lande haddeu toezegging ge- 
daau voor de levering Aan theezaad uit hare zaadtuinen, doch bleek deze 
levering niet mogelijk, doordat de langdurige droogte bizouder ongunstig op 
de zaadproduttie had gewerkt. Dientengevolge was aan het eind van het 
verslagjaar te voorzien, dat er nog wat zaad bijgekocht zou moeten worden 
om voldoende plantmateriaal voor de 50 bouw te verkrijgen. 

C. C u 1 1 u u r p r o e v e n. 

(i. V a r i ë t e i t e n. Uit het voorgaande blijkt reeds, dat proeven 
worden genomen niet verschillende zaad-variëteiten, zoowel van hier als van 
Britsch-Indië. Jammer mag het heeten, dat eenige Jata'sche ondernemingen 
nu niet konden leveren, daar voor eene vergelijkende proef het uitpooten 
terzelfder tijd natuurlijk zeer gewenscht ware gew^eest. 

Ook zal worden gelet op het voorkomen der pas uit den grond gekomen 
plantjes, habitus, kleur etc. om na te gaan, of wellicht daaruit reeds eenige 
conclusie te trekken is omtrent den lateren groei, type etc. der plant. Hier- 
voor werden een iMlO-tal plantjes uitgezocht, waaromtrent voortdurend aan- 
teekening zal worden gehouden. 

De verschillende variëteiten zullen later natuurlijk worden onderzocht, 
zoowel op q u a 1 i t e i t der daaruit te bereiden thee als op de productie 
per bouw. Om vergelijkende fabrikatie-proeven te kunnen nemen, werd 
van elke variëteit eene vrij groote hoeveelheid genomen. 

&. De verschillende p 1 a n t w ij d t e n genomen voor de dit jaar uit 
de pit geplante Bazaloni ziet men op het schetskaartje (^). Vrijwel alle hier 
op Java voorkomende afstanden zijn daarbij vertegenwoordigd. 

De niet voor deze i)roeven in aanmerking komende stukken zooals enkele 
uithoeken en de beide hellende stukken 7 en 8 zijn geplant 3 op 4 of bij hel- 
ling 3 op 5 voet. 

c. Terrassen. Bijna het geheele terrein heeft eene zeer zw^ikke 
helling, waardoor terrassen overbodig schijnen, alleen de stukken 7 en 8 
vertoonen eene gedeeltelijk vrij sterke helling, zoodat hier met den aanleg 
van terrassen eene proef kan genomen worden ter vergelijking met 
ongeterrasseerd. 

Beide stukken zijn van vanggoten vooizitm, terwijl op de hellingen der 
terrassen Autanan is gejtlMnt om den grond vasl te lion<l<'n, tMi wel met zeer 
goed succes. 

(/. P 1 a n f h o e d j " s weiden ni«>( noculig geacht, doch wi-rd hiermee 

(') Zie pag. 115. 



118 

ren |ir<H-f ^(MioiiMMi op liet stuk (\'Il. \v:i;irv;in \ 1»/ <ii \ l</ iii •! .11 \|/>iii \lc 
/.(iiidri |il;iiilli<H'(l jcs /.ijn uil j:f|il;i m . 

(her M'idrrc tr ucuK 11 (iill uur|u t)<\iu i uilsui jdtn \;iii ilni liuord^ljun, 

snufi, JiluU. l,M<)riif rn ;ilnliH' IhIIM'sI ili;;. si liuduu rlr. ctr.l /,;il (••M'sl hitd' 

kuuiirn wfiidi'ii l»criilil. 

\\' e l V u s c 11 ;i \> \> r I ij k e n (i d <■ r / n <• k i M '^ V u. 

l'lcu \ rij i;i(t»»l ticdi-rllr \;iii Int ;i I i:cl(Mi|M-n juiir wt-id ^'t-wijd ii;in luM 
(Midcr/.uck u;i;ii- di-ii i n \ I o r d \ ii 11 d <• s a ni <• n s I <• I I i u ^' \ a n <\ e u 
It (» d e ni »t p d «■ 4 u a I i I e i t d <• i I lic e. 

WauiHM-i- int-n (■<-nc \ ••iLCt-lijkiuj.'; uiaakt lussidu-n de uiaikl waai'dc van 
Uicfiui van \('is(liill('ii(li- i»nd<'rncuiin<,0'n. die (iud<-r ou^m-vcci- ovncM-id^oincnd*' 
(iinslandij^licdcn falu-icccicii i.u('liji<( lio();^tc hoNcn zee, jduk cvm fijn en 
»uij,n'\('('i- even \aak, t v|)'' \iij\vcl "1 zelfde etc) en wanneer nun daaieid)()vi'n 
bekend is met de wijze van faluikalie op deze ondernemingen, dan moet men 
(». i. wel tol de ((uiclusie komen, dat het gruote verschil iu marktwaarde niet 
alleen kan ligj;en in de meer of minder rationeele methode van fabrikatie. 
X'ooreerst ^verd hier gedacht aan den invloed, dien de g r o n d oj) het daarop 
gegroeide }>roduct kan hebben en weid een vergelijkend chemisch onderzoek 
ingesteld naar de samenstelling \an ilen bodem van verschillende onder- 
uemiugeu eenerzijds en het daarop gegroeid blad anderzijds. Eeu aautal 
grondmonsters werden aan een \iij uitvoerig chemisch onderzoek onder 
Würi)en en daai'op werd het blad onderzocht op deze verschillende gronden 
gegroeid. (Jroote ziu-g werd hierbij besteed zoowel aan de keuze der ouder- 
ricmingen als aan de veizameling van het onderzoekingsmateriaal, dat op 
alle ondernemingen zooveel mogelijk ojt dezelfde wijze ges<hiedde. aangezien 
hier alles aankwam o]» veigelijkbaarheid der te verkrijgen cijfers. 

I>at het resultaat \an dit onderzoek jx'sitief was en er inderdaad een 
belangrijke invloed van de samenstelling van den bodem op de samenstelling 
van het blad was te constatceren. meenen wij hier 't Ix'ste te illustreeren 
door repioductie der \oor mangaan verkregen cijfers: 

Aarde Blad 

■ boven- ondergrond 

1 Tjii (Minden ü,4ti % .MnO d.KIVt -MnO n.(i.j(l% MnU 

1' IVrbawati 0,19 „ 0,11) „ 0,011,, 

3 G(-alpara 0,11 ,, 0,17,, O.dlO,. 

4 Maleber 0,0S „ 0.10,, 0,012,, 
D Goenoeng Malang 0,73 „ 0,57 „ 0,123 „ 



119 

Aaide Blad 

boven- onder.tirond 
G Boeuga Meloer 0,49 % MnO (1,10% MnO 

7 KSoekauegaia 0,27 „ 0,80,, 0,037,, 

8 Pasir Nangka 0,20 „ — 0,046,, 

9 ranjairan 0,22 „ — 0,087,, 

10 Rongga 0,62 „ — 0,130,, 

11 Malabar 0,065,, — 0,007,, 

12 Bagelen 0,056,, — 0,003,, 
Duidelijk blijkt uit deze cijfers, dat grond met weinig nunigaan ook thee- 
blad produceert met«weinig mangaan en omgekeerd, dat op mangaanrijken 
grond het blad ook veel meer mangaan opneemt. Enorm groot zijn zelfs de 
verschillen tusschen de uitersten, hetgeen wij van het theeblad niet ver- 
wacht hadden. 

Vergelijken wij A de ondernemingen P e r b a w a t i, Goal p a r a, M a 1 e- 
b e r eenerzijds met B G o e n o e u g M a 1 a n g, B o e n g a M e 1 o e r en 
Soekanegara anderzijds. 

Bekend is het, dat de sub A genoemde 3 ondernemingen gemiddeld hoo- 
gere prijzen behalen, dan de sub B genoemde, terwijl toch het hoogteverschil 
tusschen alle 6 ondernemingen niet zeer groot is. 

Een vergelijking van het mangaangehalte der 6 blndmonsters doet zien 
dat een laag mangaangehalte hier samengaat met hoogen prijs en omge- 
keerd. 

I)ez<' regel schijnt ook voor de andere thee-ondernemingen, zooverre er 
bladraonsters werden onderzocht, vrij wel o}) te gaan, evenwel met enkele 
uitzonderingen (o. a. Bagelen en Rongga). 

Bagelen vertoont zeer laag mangaangehalte en toch zijn de door deze 
onderneming behaalde prijzen niet hoog. Een veimoedelijke oorzaak dezer 
afwijking meenen wij hier te kunnen opgeven nl. eeji zeer laag kalkgehalte 
van deze lliee, abnormaal laag vergeleken mei alle ondernemingen, die hoo- 
gei-e prij'/j-n Iielialcn; in oNcrecnstemmiug liiniiicc beval ook {\v l)odem \an 
Bagelen weinig kalk. 

\-d\\ eenig belang schijnen deze groote verschillen in mangaangehalte 
van de onderzochte bladmonsters vooral ook daarom, aangezien volgens onze 
onderzoekingen hel 1 h e e f e r ni e n I. do slof. die de Cernientalie van d(^ 
thee bcnverkl, w aaiscliijnlijk beslaat uit cene organisrlie m a n g a a n v e r- 
b i n d i n g (zie hieronder). 

Hoe het samengaan van een laag mangaangehalte met liooge markt- 
waarde is te verklaren in verband met de functie, die naar alle waarschijn- 



120 

lijklii'i»! Ii<'( iiiaiij^Jinn l»ij dr fniiKMihii ie \ci\iilf. (|;i;ii diiii rciii s< Injui vuuc- 
;ilsii»»;,' liif'ls iiirt /.ckfilicid Ie /.f^'^cw. 

\';ili <lr u\ri'i;,'(' jisdilx-sl ;i iHldfclcn \ ci I uoin-n \i-|c uid dir ^'lonlc \«t 
scliillfii, welke \oni- iii;i ii tüiii II wfitli'ii ucNondi'ii; lo( Il /.ijn (». ;i. (xik di»- \<M»r 
kiilk. iii;i^Micsi;i cii |di<ps|dii(i/.iiiir \iij sicrk iiili-fiilo(>|ifiid. i-u tuuiicii /.ij dni 
(lelijk ;irii;iiik<'li jklicid \;iii (!<• liuf\ ecllirid dc/ci stotlin in den liiidcin in (••■n 
\«>uid<' |d;uil (i|in('rnili;iicii \oiiii ;i;iii\\ r/i^. 

S|ic(i;i;il scliijiil uil i\i' \ fi ki r;:i'n cijlVis im'l (■(•ni;:<n ;:i(iiid \;iii \\;i;ir 
s< lii jrili jklicid ;il !<■ icidm. d:it \\;imn'cr ren nj' niiM-r <\<-7.i-v |'l;inh'ri\ <M-din;:s 
stoffen in di'ii Itudciii in !<• ;^<'iin;^(. Ikm-v (•«■llicid vmn de t lii-<-|i|;i m disjtunilul 
zijn. liet l)l;id \iin deze stoffen o(»k inindor d:i!i oen ;4<Miiiddcld ^'oli;illi' Im'\;ii 

( )nij;«'k('('rd zon dus nil de iis( liainilysc van hlad \an /«'Ucn-n tliectiiin 
kiMMU'ii wolden afgeleid of een of nieei- <ler vooi- d<' jdant noodzakelijke \(>e 
din<;sst(d"fi'n in den bodem onllnekcn en dus door heniesting dienen te wor- 
den toejxevoejxd. I )ooi- toevoe^in^^ xaii di! <»nl lire!<eiide liesl a iiddecl /,(»n dns 
w aaiscliijidijk niet alleen de i|nanlileil d(»(]i ook de (|iialiteit van d<' ooj^st 
veil)etefen. litdriikktdijk zij liier vernield, dat deze stcdling sleejiis onder 
vootlteliond liief woidt <;«'<:('\ en. (tveitnii^d als wij zijn, dat vooi- eene defini- 
tieve uitsjuaak in dezen het ondeizoehle materiaal noj; te klein is. terwijl 
daarvoor ook exa<-te cnltnni'iuof'ven dienen te worden «jjeiiomeu. 

Mo(dit de liier ondei- voorbehoud iiitu-esitrokeii stelling waar blijken, 
dan zon daai\ an het gevolg kunnen zijn, dat èn g i- o n d a n a 1 v s e s — die 
altijd oid)et rouw bare residtatin zullen blijven geven, daar wij geen mi<ldel 
hebben dat vooi- den grond e<>n even groot extractie-vermogen bezit als de 
plant — èn b e u\ <• s t i n g s p r o e v e n. die steeds zeer veel tijd vorderen, 
vfxual voor meerjai'ige cidtures e?i slee hts tot zekeren graad betrouwbaar 
zijn, meer op den acht<'rgrond zouden geraken ten koste van a s c h- 
a n a 1 y s e s . 

Onderzoeking e n o m t r ent het t h e e-f e r ni e u t. 

Reeds in 't vorige jaarverslag kon worden meegedeeld, dat het gelukt 
was het feiinent uit het tlu^eblad. d. i. d< stof, die de fermentatie van het 
blad bewerkt, te isoleeren. 

Uit een nader onderzo(dc dezer interessante stof kunnen wij hier in *t 
kort het volgende meedeelen. 

De waterige oplossing van het ferment ge<'ft nu't vers<h bereide guajac- 
tinctunr gecMi blauw kleuring, hetgeen wijst o]» afwezigheid van eene oxydase. 
Bij to<'voeging van een weinig waterstofsuperoxyd ontstond direct intensieve 



121 

blainvkh'uiiiij;, evenals bij i;(>l)iuik vau eene jinajac-oplossiiig. die reeds 
eeuigeu tijd j^estaan had. 

N'olgvus de littei-atviui- Z(»u deze reactie ehaiaeli^i'istiek zijn voor p e- 
i'oxydasen; evenwel moet hiri- woidcn meegedeeld, dat volgeus een in- 
gesteld onderzoek ook de ni <i n g a a n z o u t e n — zoowel anorganische als 
orgauisehe — deze reactie vertooneu. 

Laat men de niet te verdunde wat»^rig(^ oplossiug van het ferment over 
nacht staan, dan scheidt zich op den bodem van het glas een compact wit 
neerslag af, hetwelk bleek te bestaan uit M a n g a a u j» h o s p h a a t. Te- 
gelijkertijd vormen zich aan de oppervlakte der vloeistof eene menigte 
krisstalstaafjes, die bleken te bestaan uit c a 1 c i u m p h o s p h a a t. 

Eene aulyse van het bij i()ö° gedroogde (ruwe) fermeutpoeder gaf de v(d- 
gende bestauddeelen: 

Gloeiverlies (organische substantie) + -45 %. 

Kali „ LM) „. 

Kalk " „ 1,5 „ , 

Magnesia „ 5 „. 

Mangau oxydulc ,, 4 „ . 

IMiosphorzuur „ 9 „ . 

Stikstof „ 1 „ . 

Rest „ 14,5 „ koolzuur -j- weinig ver- 

ontreiniging. 

Om na te gaan welk van de samenstellende Ix^standdeelen het werk- 
zame principe uitmaakt bij de fernuHitatie, werden i)roeven met verschil- 
lende organische en anorganische m a n g a a n , k a 1 k . magnesia- en 
k a 1 i zouten genomen. De verbindingen werden bestudeerd in hare wer- 
king op het t h e e 1 o o i z u u r en op het poeder van theeblad (uadat hierin 
het ferment onwerkzaam was gemaakt door korten tijd verwarm<*n op tK)°('). 

int d(^ze onderzoekingen bleek, dat alleen de m a n g a a n zouten — zoo- 
wel de organische als de anorganische, de laatste weliswaar in veel geringere 
mate — het the<'looizuur vei mogen te ontleden in bi uine. ten deele onoplos- 
bare ontledingsproducten en het theeblad bruin te kleuren m. a. w. eene 
dergelijke werlcing uit Ie oefenen als het thee-ferment. 

Alleen zij hier nog bij opgemerkt, dat noch bij iuweikiug van de man- 
gaanzouten oj» theelooizuur en o{) theebIadpoe<ler, noch do<»r de werking 
van het b'rmeut de e h a i- a c t e r i s t i e k e t h e e g e u r (reuk der thee- 
olie) was waar te neuuui. IToe en waaruit de tlieegeui- ontstaat, moeten 
wij dus voorloopig nog in 't midden laten. 

Of het thee-ferment stikstof bevat of niet, kon nog ni(>t worden uitge 



122 

nmakt; ook na Ik rliaaldc y.iii\«-iiiij^ ltir<U Ini iiui-dt-r noj^r st<'«Mls stikstof 
— \('U lajilslc iK»;^' fiica d.;")'^^ — te hf\alltii. Als w aarscjji JiiJijk nuij; o. i. 
\\<l wolden aa n^^cnuiin-n. dal Ih'I ^cliccj /jii\ci<' li-iiiiciii licslaal nil (•••ji 
(M'^^aniscli si iksl(d'\ li i ma ii^^aa n/.oni van lion;: niulfculaii- ;_'i'u idil . 

Ken oiid<'i/,of|< naar d<' wciUiii;^ \iiii int l'ci iiiriit , oji de in ei-n vori;^ 
vcisjji;; bcsprokrii ;,d \ cfisidisrlie \ cihindinjx, loonde aan, <lal liieiliij na 
eeni^cM lijd slaan in waleii^e o|dossiii;.' een irdensie\e icuk naai' zure ajij)" 
leii ontslaal. Aan de Illl. |iia< li<i is lieUend. dal deze zelfde ;^eni onislaat 
hij liel kneuzen \aii liei \ei^^e|ie tlieelilad door herhaald o|»;,'ooieii met de 
hand, het z;^n. ko|ijokl\eii, dal <le <dMnei'zen doen om naar hel heet de 
j,'enr (h-r IJM'e te oniwikkclen. 

Aan de oinleizoekiii^en, \saai\an hier in "t kort eenit^e resnilalen zijn 
ineej^cdeeld. zonden wij \cle hespiej^d i hmcii knniien \astknoo|»en omtrent 
hare ino^'^ejijke of w aars( hijnlijke direele waaid<' \(tor (h' jnaelijk de|- f;iliri- 
kalie, (hM il ineeneii wij. dat die l>es( inniw ini^cn iM-ler te huis iiehooreii in de 
jmblicatio iu extfuso dier ondcrzookingoii. 

Alleen zij hier iio.i; j^ewezen oj) het waarsi hijnlijke velband tnss(h«>n de 
;;ew i( hti;i;e rol, die het m a ii ji a a n naar alle waars( liijnlijkheid bij de 
fernienlali*' spe<'lt, en het zoo sterk iiiteenioojnMide nian<;aangehalte in d** 
thee«Mi van veis(diillende onderin minden i verse hillemh- kwaliteit) gevonden. 

Ter vei-krijgin^' van niatf'riaal voor dil onderzoek iverscdi theeblad) werd 
zeer dikwijls de hnlp ingeroepen van den heei- A. v a n II o u t u ni, admi- 
nistrateur van S(nnplak, wieu wij vooi- zijne bereidwillige hulp veel dank 
verseliuldigd zijn. Ook den HH. administrateurs der o]» j>ag. 110 genoemde 
ondernemingen, die ons behtilj»zaani waren ter verkrijging \an het materiaal, 
l)enoodigd voor lud onder "t vorige hoofd beschreven onderzoek, zijn wij 
voor hunne medewerking zeer verplicht. 

F a b r i k a t i e p r o e v e n. 

Over een paar omlerdeelen der fabrikatie werden op eenige ondernemin- 
gen fabriekatieproeven verricht. 

(/. V e r f 1 e n z e n. Bij een bezoidc aan de onderneming ,,Hoeuga 
Meloer" troffen wij daar eiMU' iniic hling voor kunstmatig verflenzen, die ons 
zeer pi-a<-tiscli voorkwam; eene bescliiijving van deze inrichting gaven wij 
kort geleden in het Tijdschrift voor Nijverheid en Landbouw (/). \'an eene 
uituoodiging van den administrateur dezer onderneming, om met deze in- 
richting proeven te nemen, werd gaarne gebruik geuuiakt en werden in een 
2-tal dagen vele proeven en proefjes genomen voornamelijk om na te gaan of 



(') Deel LXV. Afl. 5. 



125 

het blad op deze verflenszolder regelniatiu te vei'flenzen is. Het onderzoek 
bracht aan "t licht, dat inderdaad het blad zoowel rechts als links en boven 
als onder op "t zelfde rak naj^enoej; even spoedig zijn water verliest, mits de 
trekcapaciteit der ventilatoren voldoende is. Verder bleek, dat het blad 
op de rakken dicht bij de ventilatoren minder snel verflenst, dan het zich 
verder af bevindende; de verklaring hiervoor ligt voor de hand, nl. dat de 
lucht bij doorstrijking èn afkoelt door wateropuame (verdamping) èn meer 
en meer zich met water verzadigt, dus minder gretig water opneemt. Voor 
de practijk is dit geen bezwaar, daar elk rak voor zich kan geledigd worden, 
zoodra het blad klaar is; de ventilatoren kunnen daarbij blijven doorwerken. 

Deze — weliswaar weinige — practische onderzoekingen bevestigden ge- 
heel onze gunstige meening van de bedoelde inrichting. 

h. F e r m e n t a t i e. Op eene onderneming in het Buitenzorgsche 
zagen wij in werking de zoogenaamde ..Downdraft Tea Leaf ('ooling or Oxy- 
dising Machine'', voor zoover ons bekend tot dusverre het eenige hier o]) 
Java aanwezige exemplaar, ^'an deze uiterst eenvoudige machine en hare 
werking op het fermenteerende blad gaven wij eene beschrijving in het Tijd- 
schrift voor Nijverheid en Landbouw (^). 

Ook met deze af koeler werden een aantal proeven genomen, die bewezen, 
dat ook deze nieuwe inrichting sjieciaal voor de lager gelegen ondernemin- 
gen eene aanwinst mag heeten voor de fabrikatie. Het blad, dat door 't 
rollen eenigszius warm is geworden, is in deze machine in een minimum 
van tijd (1 tl '2 minuten) tot de gewenschte temjieratuur afgekoeld, 
zoodat met behulp van dit toestel ook op de lager gelegen ondernemingen 
zonder bezwaar bij de meest gunstige temperatuur kan worden gefermen- 
teerd. 

c. Bereiding van geel (g o u d) ]> u n t. Eene zaak van vrij 
groot belang voor vele ondernemingen is, hoe het meeste en mooiste geel- 
punt in de thee te verkrijgen, zonder dat daarbij de andere eigenschappen 
der thee achteruitgaan, aangezien theeën met veel geeli»unt op de markt 
zeer gezocht zijn. 

Op een paar ondernemingen werden hieromtrent een aantal proeven 

genomen, waaruit wij meenden te mogen rondudeeren tot het volgende: 

1^ Hoe sterker het blad verflensd wordt, des te minder geelpunt is in de 

thee te verwachten; is de verflenzing zoo sterk (of oui-egeliiial igl geweest, 

dat sommige pecco Itlaadjes droog zijn geworden, dan /.uilen deze blaadjes 

geen geeljiuiit meer iexcreii. dorli wil of Itijna \\\\ biij\eii. 



(') Deel LXV. All. VI. 



124 

'2' . Hoc stcikcr ;:ciol(l uotdl <l(s te iin-rr \»'i dw i jiii <1<- ^'ff||Miiii uit !<• llii'<-. 
L;tii;,' r(»II<ii hij iiiiiidri sliikcn druk is liiri\ <itii- v(m'| iiiiinln- ii;m1«'I'|jm 
<l;iii korlfi lullen iml slcikcn di nk. 

'.','. \\i\ in df y.nw l>rfn;:rii \;iri ln'l iiijn;! ;i i;i«'l'<'rinfiii<ci di' ld:i(| cw lirrlni.ildi' 
lijk loiirii ;ild;i;ir nn-l di- li.ind sihijnl o|i dr k I i- n f \;in dr j_'«'t|jinnl 
^^iinstij; (e wcikcii; zij Wdidl duur iifili;i;ild<'lijk crni^ siip aan di' oiipcr 
vlakte Ir Inenten en dit duur «Ie zuii telkens ie laten indtu;:en nieei- duiikei- 
^f()ii<l j,'<'(d. haai- Idj deze niaiii|iMlal ie de l liee uii;.'ct w ijl'eld jets van 
liaie sterkt e \crliest, dieiii het dru;^en en lulh-n in de zun niet te laii;^ 
te \\n|-deii \ (»url j^ezt't , \<)or suninii;,^e theeën Z'lls |e \\u|(h-n \»'linede|i. 

I' . .\aiij;('/irn (]<• «ieelpmit beslaat uil de haaltjes om d<' j«»ii;-'«' jk'itu hlaa<ij<'s, 

die dooi' het reiineiiteereii lliiiiiii sap) zijn .i;<'rl j^'oklenrd, li;,M hei \(»or <h' 

hand. dal \ee| l»e\\ci ken \aii de ^^cdfoo^lc thee (hrekcn. zeost-n etr.i, waar 

hij een ^icdeelte (h'f haaltjes h»slaleii. nadfcliir is \(ior (h- ^M'el|Miiii. 

W eiischt nirn dus \('cl <icel|)niit in (h' thee. rlan moet niet te sterk worden 

verflensd, weinij; {geperst lliever lanjier roUen met weini;: «tf ^M-eii dink) en 

de f;(»droo<^de tliee voorzicliti;^- worden bewerkt. 

1> e 111 e s t i n ;j; s p r o e v e n. 



De resultaten in HXM en de vooi^'aande '2 jaren met de boraestinpcs- 

jiroexeii in theetniiien Ncrkrej^cn \indt men saineii;^est( ld in xoj^^iende tabel: 



Naam van de 


s 
'S 

e * 


Groolle 
in bouws. 


Bemesting per bouw in 




Productie- 
toename in 


onderneming. 


1899. 


1900. 


1901. 


1899. 


1900. 1901. 




A 


1 bouw. 


2Vj pik. meng- 
sel 1. 






— 


497o 


— 


— 


Tjiogreg 


C 


2 . 


5 » meng- 
sel 11. 


— 




~- 


27 . 


— 


— 




E 


1 • 


— 


3 p. dierl. afval. 




— 


— 


33°/o 


— 




G 


1'/. • 


— 


3 > B.i). guano. 




-- 


— 


32 . 


— 




A 


5 . 


4 p. guano. 


4 > guano. 


4p 


guano. 


18 . 


29 . j267o 


Parakan Sa- 


B 


5 . 


— 


6 • boengkil. 


6 . 


boengkil. 


— 


18 . 35 . 


lak 


C 


5 . 


6 . 


— 


3 . 


bloedmeel. 


3 . 


12 . 


12 . 




E 


5 . 


8 . 


8 » gnano. 


8 . 


guano. 


— 


15 . 


1 . 




B 


v, . 


3 • bloedmeel. 


27, p. blocdm. 




— 


21 . 


19 . 


— 




D 


V. • 


3 • zwavelz. 


3 • boengkil. 




— 


9 . 


2 . 


— 


Sindang Sari. 






anion. (Z. A). 
















F 


V, • 


* — 


1 . Z.A.+5 
M' stalmest. 




— 


4 . 


13 . 


" 



12S 



Naam van de 
onderneming. 



M Grootte 
f. inbouws 



Bemesting per houw in 



1899. 



1900. 



Productie- 
toename in 



1901. 



1899. 1900.1 1901, 



Boenga Me- 
ioer . . . . 



Ariana .... 
Panoembangan. 

Gng. Malang 



Gedeh, 



Tjiseureuli. . . 
Tjikoedjang . 

Tjisampora . . . 

Tjiomas 



Ramawati,. 



A 
C 
E 
G 

A 
B 
C 
A 

B' 
B* 

A' 

A 

C 

E 

A' 

C' 

B 

B 

B 



1 7,bouw. 

IV, • 
IV, • 
IV. • 

IV, • 

IV, • 

IV, ■ 

10 . 

200 R.R. 
1 bouw. 

1 . 
6 . 
6 • 

4 > 

5 . 
3V3 • 
IV, • 

2 . 
5 . 

650 R.R. 



5 p. tlieemest. 
3 . Z. A. 
groene bemest. 



5 p. tbeemesl. 32 7 J O 1207 



20 p. kalk. 



27. p. Z. A. 
(bewerking). 
4 p. Z. A. 

3 > bloedmeel 
+ 1 p. Z.A. 

2 p. theemest. | 4 

4 . 



27, . Z. A. 
16 • boengkil. 
10 > guano. 
• bloedui. 



3 . Z. A. 

5 • boeugkil. 
5 M^ stalmest + 
1 p. Z. A. 



2 . 

3 . 

4 • boengkil. 
4 » guano. 

4 > bloedmeel. 
3 . Z A. 

5 • theeguano. 
5 M* stalmest + 

1 p. Z. A. 



C 650 R.R. 



tbeemest 
bloedm. 



boengkil. 
tbeemest 
bloedm. 
Z. A. 



34 
4 



15 
12 
20 
20 

1 
1] 



boengkil. 6 
bloedmeel, 18 
28 
18 
30 

bloedmeel. 
Z. A 



O 20 • 

57o' 25 . 
15 . ! 9 . 

26 . 1 — 

10 

31 

28 . 16 . 

5 

18 . 2 > 
5 
15 
21 

17 . I 5 
25 . 13 
17 



39 • 
52 > 



Eene korte bespreking der volgens deze tabel gedurende 3 jaren verkre- 
gen resultaten moge hier een plaats vinden. 

Op Tjiogreg werden met alle toegepaste meststoffen, zoowel kall- 
en phosphaat- als stikstofrijke mestsoorten, zeer gunstige resultaten ver- 
kregen. De bemestiugsproeven werden hiei' sedert 1901 niet voortgezet. 

Op P a r a k a n S a 1 a k werden vooral met boengkil zeer goede resul- 
ten verkregen, het 2'' jaar beter dan het eerste, hetgeen is toe te schrijven 
aan indirecte nawerking, waarover wij reeds vroeger uitweidden, liloedmeel 
gaf heel wat minder resultaat; zoo ook vlecrmuizenguano. De i)roeven wer- 
den hier in 11»02 niet voortgezet. 

Sindang Sari toont vrij gunstig resultaat niet blotHliiicd. middel- 
matig met een mengsel van zwavelzure ammoniak en stalmest en slechts 
geringe oogsttoename met boengkil. Door afwezigheid van den administra- 
teur werden gedurende 1901 geen plukoi>namen gedaan. 



12G 

Dj» 15 o (* II ji ;i .M •• 1 o c r wrid y.(M)\vf| iiid stiiliin's( ;ils iiid /\v:i\c|y.ui-(' 
jiiimH»iii;iU CM hocii^'kil in l'.Mil /.<fr ^ncd icsiilln.il \ ci Uic;:(ii. .Mt-i het 
iiicii;4scl \;m sI;i1iim'sI en zw ;i \ fl/iiif aiiiiiioiiia wairn {[>■ rrsiillalcii iiiimlfr 
scliit tciciid. 

()|» A II a II a, waar de heide eeisle jaieii is!»!» en l!MK» de i-esiillatcn 
UM'i de si iksloliijlie niesl sloffen ;ioed uaifii, werden de |(liiU<»|)nanien niet 
voorlj^ezel. 

I' a II o e lil II a n ^ a n inoiil aaii/ienl i jke na weikin;^ i Hi'^i i ; sjteeiaal om 
de/e Ie l»e|iale|| werd liier ili i'Jtll niel ;^ciiiesl. 

( )|» ( i o e n o e n li M a I a n ;; ;^eeii i/.elfs ne;^at ief i icsiillaat niei Moed 
meel, cu ^ierinj;!' ooj^st toename met llieemest. 

Sehi-cAen wij in '1 vorii,' veislaji, dat wij Noor de ;^eriii};c weikin;^ \an de 
stikstof- en ook kalilijke ineslsloffen lldoedmeel en lliee;^iiano| \<»oialsno}^ 
j^eene veikiaiinj: \ cinioeliteii te «ie\-en, de onder/.oekin^cn onilrent den in 
\lo<-d \an den bodem op de sameiistellin;:, \an hel theeblad i'i lieliben ons 
daartoe eene srhiede uadei' gebracht, liij deze oudeiz<»ekiuj^en bleek nl. èu 
de «froiid èn het th(H'blad van d<»zen ])roeftuin bizonder weini» j» h o s }> h o r- 
z 11 u V te bevat t<'n .waaruit wij nieeneii te iih>j;<mi coiiclmleei-en. dat juist dit 
min«'iah' bestaiKhleel in "1 minimum is geweest en dat (hiarom niet stilc- 
slof of kali toevoer, maar w aaischijnlijk wel toe\(»er \an jt h o s p h <» r- 
/ u 11 r de ])i-odu(tie vermeerderd zou hebben. 

Van veel belanji schijnt het in deze richt iiiji ])roeven te nemen. bijv. met 
beiMulerenmeel of thomasphosphaat. 

Oj» de onderneming;- de ,,( ! ed e h", waar met boen«;kil «ioede resultaten 
werden verkiejicn. werden de pi(M'ven niet voortj^ezet, evenmin als op de 
overifje in de tabel <;enoemde ondernemingen. 

Uit deze korte omschrijving blijkt, dar op MMsclu^idene ondernemingen, 
waar gedurende de eerste :*> jaren aan deze bemestingsproeven werd deelge- 
nomen de verdere de(dnanie daaraan werd gestaakt, hetwelk in vele gevallen 
verband schijnt te honden met het niet bijdragen dezer ondernemingen tot 
het in IJHll opgerichte thee-proefstation. 

^^'ij kunnen niet nalaten hier ons leedwezen te betuigen over dit ver- 
schijnsel, vooral omdat juist het vele jaren achtereen voortzetten dier proe- 
ven van bijzonder belang is speciaal voor een meerjarig gewas als de 
thee. terwijl toch de resultaten van d<M'gelijke proeven ten goede komen zoo- 
wel aan de proefnemers als aan alle andi're ondernemingen, of zij al of niet 
bijdragen tot het 1 'roef station. 



(') Zie pag. 118. 



127 

Tot ons oonoo^on kunnen we hier echter meedeelen, dat op eene vraag 
onzerzijds aan een aantal administrateurs viiii oiKhnneniingen, welke tot 
dusverre aan de beniestingsproeven nog niet deelnamen, of men weuschte 
deel te nemen, van een 12-tal HH. administrateurs een gunstig antwoord 
werd ontvangen. 

Over de op die ondernemingen ingerichte proeven, alsmede de aldaar te 
verkrijgen resultaten zal in een volgend verslag worden bericht. 

§ XV. 

ONDERWERPEN VAN VERSCHILLENDEN AARD, NIET TOT DE 
VORIGE PARAGRAFEN P.EHOOREND. 

De volgoi'de uit het vorig verslag overnemend, wordt hier begonnen 
met het i'api)ort van den Heer Hj. J e n s e n, dat zoo goed als geheel onge- 
wijzigd wordt overgenomen: 



a. 



Onderzoekingen over tabak der ^^ o r s t e n 1 a n d e n. 



1, De slijmziekte. In het verslag voor 1901 werd er op gewezen, dat 
het zeer twijfelachtig is, of deze ziekte door (^en bepaalde bakteriesoort — 
een slijmziekteliakteri(^ — veroorzaakt wordt. Daar erhtei- P»acillns solana- 
ceoruni. Erw. Sin. onder verdenking staaf de ziekteoorzaak te zijn, heb ik 
ora dat nader te onderzoeken een proef met origineele kuituren van genoemde 
bakterie op touw gezet. E(mi door Erw. Smith zelf gezonden kuituur kwam in 
slechten toestand in Buitenzorg aan; daarentegen ontving ik van Krals La- 
boratorium in Prag zeer goede kultures. De volgende proef werd genomen: 
Als entmateriaal diende een 1 dag oude kuituur van H. solanaceoruni op 
Agag-Agar met Liebigs-vleeschextrakt en pejtton. De bakteriën wei'den 
met Aqua dest. steriel afgespoeld. Als ])ro('ri»lant('n werden gebruikt jonge 
tabakplanten, in houten kisten met aarde gekultiveerd. In 3 planten 
(11° 1 a — f) weid de bakterie-emulsie met een Pravaz-sche s])uit geinjicieerd, 
deels in de bladnerven, deels in het t)udere deel van den stam, en deels wer- 
den de wort<'ls nu't de emulsie begoten. In 2 planten (11° '2 a — h) werd uu't 
een steriel s'calpel in den stam gesneden, een klein stuk vo»Hlings-agar in de 
insnijding aangebiacht ; op de agar werd 15. sohiu. uitgezaaid. Dt' woud 
werd met bladlin omwikkeld. Eindelijk werden '2 planten (11° '^ a — h) be- 
handeld als ir' 2, alleen met het verschil, dat ge(M\ lï. solan. op dt^ agar werd 
uitgezaaid. De operat»* vond plaats 24/10 1002. 



128 

In Ih'I Itfj^iii \:ili |)ti-. (dus ii:i ."> ;i i', WfUdil UMIi-li <1<' jil;ilili*li 11° 2 fl 
«•II h ziek; <lc lilaifii liiiit;fii alle; (laai (•iitc;ii-ii uan-ii II' I cii II ."'. alle ;:f/.«»iul. 
Ik kan uil (!••/•• |»i<)«-r hccih- aiHltic concliisic in-kkcn dan dt/.i-. dal liac 
solaiiarfariiiii iim-I in slaal is in d<* ;: i- z <» n d •• wccl'sfls \an t-t-n lahak 
planl h' l('\('n cii de phiiit slijni/a<d< !•• inakiii. .\ls hij daiiifiil<';;<'n ccrHt 
door ct'ii sa|)ro|di\ I IhcIi N-st-ii lin «asii ii|t A;^ari slolW iss(diii;is |ii(»diikl»'ii 
^(■voiiiid li<'(d'l, die, door d<' iclji'ii *\rv ialiak|)lanl o|»;^cnonitii als \cr;:iti 
\-oor dczt' werken, dan kan liij o(d< ZfH' in di- \ i'r;^it't ii^dt- (fljfii liiniifudrin 
^en, in d«'Z(' nit-nwc lioc\ (•cllicdcn j^iristot tVn \oriiit'ii en op deze wijzi* d<* 
zirkh' lol nicuwr (•cllfii vt-rdcr uil liifidcii. hal i\i- o|M'ralio o|» zi< li zt-lf df 
|»idor|tlaiiltii niet l)('S(liadi;^d licfll, ln-wij/.cii de 1' <onl rólr|daiilon ill- ."'. 
<i en h). W elke \ t'r<;il'l i^i'c stoffen door d'- hakleiieii ;ie\(»rnid worden, die di- 
cellen doodeii kiiimeii, zoii ik niel zeker kunnen ze;f j^en ; alleen kan ik de 
waarneinin^ mede deelen. dal iiieii hij de slijnizieke (abaksi)l;inien altijd d<'- 
zelfde reaklie vindl als luj ..siliwarziM-ini^f"' aarda|'jtel]»lanten: doorsneden 
in de hiiiirl van de ziek<' plaats ^«-veii niet Xessles rea^ens een sterkon rooden 
neersla*;. ( Annnoniak of misschien ammoniak houdende (»r<ianische stoffenj. 

Omtrent de alj^emeene ziekteverschijnselen hel» ik dit jaar even als 
het vorij;«' de \vaarneiiiin<; «gedaan, dat de ziekte a 1 t ij d hij de wortels 
hej^int, en voornamelijk hij de kleinere van de 2''' en :{''" orde. \'an zulk 
een zieke wortel looi)t dan aan dezelfde zijde van di' jdant, als direkte voort- 
zettinji' van den betreffend<Mi wortel een zeer dunne bruine streej) hoofi: op 
in de plant, in den vaatbundelkrinj;. Zijn meerder-e woitels ziek, dan vindt 
men ook even zoo veel «lonkere strejx'ii in dtni vaathundelkrinu. \'an deze 
verbreidt de ziekte zi( h dan ook in het mer<j,-, en dil krij«;t de voor de slijm- 
ziekte zoo karakteristieke slijmij;e eonsisteutie. Maar nooit heb ik planten 
fi;evonden, waar de ziekte van boven (bv. van een afgeplukt blad) begonnen 
was. Dit is volkomen in overeenstemmin<i met de in het vorif^e versla«i aan- 
gevoerde ent])roeven (pg. 127, 1. 10 v. b.). 

De vrees voor een besmetting de<'ls met water van de ('t'-ne onderneming 
naar een andert', deels door Cw handen van de koelies bij het afplukken der 
bladeren, deel ik derhalve niet. Het beste middel tegen de ziekte zal zijn 
planten met goede en gezonde wortels te verkrijgen: de oorspronkelijke 
hoofdwortel zal w«d in alle gevallen door het over])lant(Mi vernietigd worden; 
zorgt men echter voor eene goede grondbewerking ,en is men op zijn hoede 
tegen rnpsen in de aarde, dan znllen de planten ook gezonde wortels vormen, 
en de slijmziekte zal wegblijven. 

2. De invloed van het licht op de kieming der tabakszaden. Hierover 



12Ö 

zijn ook in het verslagjaar onderzoekingen gedaan, voornamelijk met liet 
oog op de daarmede in verbinding staande stofveranderingen. De opmerk- 
zaanilieid werd in lioofdzaak op Lipase gevestigd. 

3. Zaad van verschillend spec. gewicht. Een veldproef werd te dezen 
aanzien genomen. De twee zaadmousters hadden de volgende eigenschappen: 



Spec. gewicht. 



Gewiclil 
van lOUO korrels. 



Volume gewicht. 



Kiemkraciit. 



A. 
B. 



1.001 
0,932 



69 ra.Gr. 

70 . 



gesteld = 1,000 
0,921 



9G 
92 



Er werd van beide soorten uitgeplaut + 550 planten. Bij het begin 
van het bloeien werd de hoogte der planten gemeten, en er bleek nu een 
tamelijk groot verschil te zijn, namelijk in doorsnede 13,0 cM., maar tegen 
verwachting waren juist de planten op stuk 1*> de grootste. Ik geloof geene 
andere verklaring hiervan te kunnen geven dan deze, dat een verwisseling 
van de etiipietten op het proefveld plaats gevonden heeft. De mogelijkheid 
hiervan kan ik niet ontkennen, daar ik bij het uit planteen niet zelf aanwezig 
was. Een beter gecontroleerde proef in het volgende verslagjaar zal over 
deze kwestie licht moeten geven. 

4^. Kunstmatig drogen der tabaksblaren. Om deze proeven beter te 
kunnen toepassen, werd dit jaar een regulatorkraan op de ter dispositie 
staande Indigo-droogtoestel aangebracht. Hierdoor w'erd het mogelijk een 
vrij regelmatige verwarming te verkrijgen. Maar niettegenstaande deze 
maatregelen was het verkregene resultaat zeer slecht. Voorloopig is dus 
niets anders te doen dan nadere inlichtingen van Amerika af te wachten. 



5. Onderzoekingen over Phytophtora. Een eig(uiaardig verschijnsel 
is het, dat Phyt. nicot., de veroorzaker van de in DiOi zoo gevreesde Bibit- 
ziekte, op de betreffende ondernemingen in de \'orst«Milanden uitsluitend 
als Blad- en Stengel-Phyto])htora o]>treedt. Hierdooi- vond ik aanleiding 
om een proef te doen met het doel te onderzoeken, of de N'orstenlandsche 
Stengel-phytophtora misschien een andere soort zou zijn, die de bibit nii^t 
zou kunnen aangrijpen. Dat deze schinuncl in elk geval in zeker opzicht 
van de door D"'. van Breda de liaan besdiievene IMiytoplitora nico- 
tianae vers<-hillend is, blijk! uit verscheidene bonidi«'n-metingen. Ttn'wijl 

Verslag vam 'slanus plantëntuin 1'JO'J 9 



150 

^)^ van B r o (1 a d <• FT a a n «Ie l('ii;;h' \aii deze l<»t ."'.<;" lu dt- hrccdlo 
lot 25" uanj^ccri, noikI ik di- lcii;^lf vaiifciciid \;iii ;!•'!" lot <i:'.'' »ii de luiM'dlc 
van 2(1" tol 1."'.", iii d(»(»isiH-dc IS" / ;;."i". |);i;ir inl iissclicn dt- ^luullc d^r 
(•(»indi<"'ii \;iii dl' l'li \ lojdil (ir;i s(»(»ilcii strik \aiiccil. ^i-cll dit \«MS(|iil (i|i 
zicli /jir i^ci'ii ifdcii oiii ;i:iii !•■ in-iiirn. d:il wij i-cn niidfif snoil in de Sh-ii;ji-l 
|di_\ loplilofa iiKM'tcii zifii; li(i(»;^slfiis icii \ ;i lict ril . hil Mcck nok iiil df 
Icilll mirjM<)»d'. ()|i (M'ii in \\;ih'i- ncdoiiijx-ld l;ili;ikslil.id wiid (■>•]] slidijf 
iiuT»; van a'U |tli\ lopliloi;! /.icl<(' |daiil nil^czaaid. \a ccni^f <la;^<'n was het 
^rlicrlc hlad door de srliininicl aaiiiiclasl en \«>i im«-i lioinditMi. hil inalni- 
aal werd nirl ani-df \ ciinciii:!! «-n Iiummi (t|» de aardi- in L' potli-n Mit^i'S|iirid. 
In dt' (wee |M»tlrn weid dan ill 11 IIMIL') laliak ^r/.aaid. l-j'ist na •> wt'krii 
(in .lan. V.HVA) bcj^onncn df jdanljcs ziek Ie worden; dr zieke jdanljes liadden 
volkomen liet nilei'lijk van Idbilzieke jtlaiileii, en in water ;^n'd(ini|)eld ont- 
wikkelden zi(li ook niyceliMiii en honidir-n \an riiy1o])liloi'a op de plantjes. 
Znike zieke hiltil weid nu (»p labaksldaien in water ^<'le;^(l; deze bladeren 
vei'loonden nn s|>oedii,f de i^cwone véischijnsolon \an IMi ytojilitoia infeklie. 
en uijij'ezaaid op blaron van ^i-oote labaksjdanlen, hebben zij in '2 daj^en 
normale liladpliytopldora te voorsc hijn <;('brac-lit. Dns zijn alle stadiën met 
lietz(dfde materiaal doorloo]>en: Stén<.;'el-pliytoplitora, Bibitziekte, Blad- 
l>l»yto]ditora en Phytophtora-knltuur op tabaksblad in water. Deze proef 
maakt liet waarschijnlijk, dat de hoofdoorzaak van het niet o])treden van 
de Bibitziekte op de betreffende ondernemingen in de Vorsteulanden, de 
strikt doorgevoerde behandeling der pepiniéres met bonille bordtdaise in ver- 
binding met de klimatologische omstandigheden moet zijn. 

In het verslag oA'er het jaar 1801) heeft Raciborski pg. Kis een 
methode aangegeven, om met Kalk en Ammoniasulfaat de aarde op die 
]dekken, waar tabaks]>lanten, door slengeljdiytoplitora aangetast, gestaan 
hebben, te desinfecteeren. Deze methode schijnt zeer goed te zijn. daar 
de oj) dezelfde i)lekken opnienw gei)lante })lanten gewoonlijk gezond blijven. 
Toch zon het nog beter zijn, als men de ziekte prophylaktisch bestrijden kon. 
zoo dat de planten in 't geheel niet ziek worden (op enkele dagen werden op 
een onderneming eenige honderden planten met stengelphytophtora wegge- 
nomen en vernietigd). Het ligt voor de hand aan een behandeling met 
bonillie bordelaise van den wortelhals der nog gezonde planten te denken. 
Maar eerst moest onderzocht worden: 1. hoeveel van die bonillie noodig is 
om de Phyt. te verhinderen de planten aantetasten, en 2, of die noodige hoe- 
veelheid niet S(diadelijk voor de tabaksplanten is. Er werd daarom bij den 
wortelhals van verschillende planten, d(H'ls in aarden potten, deels in bon- 
ten kisten g(d<nltiveerd, nuMg van zieke planten aangebi-aclii. Eenige van 



131 

(lezo planten werden niet met bouillie bordelaise behandeld, andere met 
verschillende hoeveelheden. Terwijl nu de niet behandelde planten de sten- 
jj;elphytoi)htora kregen, was al 10" bouillie bordelaise voldoende om de be- 
smettin<; te verhinderen. ()j> het veld werd verder onderzocht, hoe groote 
hoeveelheden bouillie bordelaise de tabaksplanten kunnen verdragen. Alle 
de gebruikt(^ hoeveelheden, van 10" tot 50" (!), bleken volkomen zonder 
eenigen schadelijken invloed te zijn. Het is daarom te verwachten, dat eene 
toepassing in het groot van zulk een prophylaktische behandeling van de 
nog gezonde jdanten met bouillie bordelaise goede resultaten zal hebben. 

(i. Veredeling door selectie. De volgende gedachtengang ligt ten 
grondslag aan deze proeven. In de uitgefermenteerde tabaksbossen vindt 
men bij elkaar zeer mooie en ook slechte blaren. Men kan zich nu denken: 
1, of dat de mooie en de slechte blaren van dezelfde plant afkomstig zijn. 
maar door verschillende conditiën onder het drogings-proces en de fermen- 
tatie een verschillend produkt opgeleverd hebben, of '2, dat de goede blaren 
van goede planten afkomstig zijn en de slechte van slechte planten, zoodat 
niet het drogings-proces en de fermentatie den voornaamsten invloed op de 
kwaliteit der blaren hebben, maar de eigenschappen van de plant, waarvan 
zij afkomstig zijn. Als het laatste met de werkelijkheid overeenkomt, is 
hierdoor een weg open om de bladqualiteit te verbeteren door een conse- 
quent doorgevoerde selectie. 

Alvorens daartoe over te gaan moesten verscheidene daarmede in ver- 
band staande vragen, die voor een deel al in het vorige jaarverslag voorloopig 
behandeld zijn, nauwkeurig onderzocht worden, namelijk: 1, in welke mate 
worden eigenschappen van de vaderplant door het stuifmeel overgebracht; 
2, komt in de natuur kruisbevruchting voor, en ;{, hoe is de veihouding in de 
zaadvorming tusschen zelf- en kruisbestuiving. 

Tot beantwoording van de onder 1 genoemde erfelijkheidsv laag werd 
de in het vorige jaar begonnen proef ten einde gebracht, hi l!)(il waren 
4 planten uitg<'Zoch(. De twee (U" A) waren \an e<'n slechl ..type"; de 
bladeren waren donkergroen, grof eu l)reed; zij stonden recht uit; tusschen 
de vingers voelden zij dik aan (werkelijke dikte van het 10*''" blad \an beneden 
0,:i7 mM. en 0,12 niM.), i)e twee andere planten (H'' Hl waren mooie planten 
met lichtgroene, fijne en meer langgestrekte bladeren, die i-echt op slondt-n; 
zij voelden dun aan (0,:;2ni.M. en 0,.">7niM.). X'erder onderscheiden zij zich 
ook in de kleur der bloemen; <lie van A waren geheel rood. die van H waren 
rood met Ti witte stiepen. Kr werden toen 4 combinaties van bestuiviug uit- 
gevoerd: I, A vrouwelijk met A nuunielijk; II. A vi-onwelijk mei V> manne- 



132 

lijk; III, I'. \ roiiwflijK met I'. iiiMiim-li JU ; I \', 1'. vioiiwclijk mei A nianiiolijk; 
ov('ri<i^('i)H wcnicii {\iuty w (■^iiicniiii \;iii ;illc iiit-l kniisl mal i;i li<'s|(»\cii IiIckmucm, 
('II \ iiiclil cii, en door /.;ikjcs \;iii kl.iiiilioc o!i;.'i-\\ ciistlilc Im-sI ui \iii<4cii \t'i- 
JiiiidcnL In lïHli'i (i;;i wnd In-i z;i;Mi \;iii ;illi' I coiiiltiiiiit jcs II i I ;;<-/,aai(l. 
|)al van i kuain iiid op in de k w •■rkkiist i w Marsiiii jiili jlc dooi- iiii(-r<Mi ojt^c- 
^clfii), iiiiiar \;iii de ;'. ;iiidcii' wcidiii pkiiiijcs op Ik-I \cld uil ;^('|»i;iiil . lid 
Idcrk iiii, d;i I dr in \ locd \ ;i n lid sliii rim-rl idiis \ nii dr \ ;i d e r |il;i nl i in dr 
l)u\fii;^<'ii(M'iiid»' ('i;^fiisidi;i|ipfii sicilsci' \\;is dMii dii' \aii dr iii o r d r r piniil. 
\;ikoliirlili;4rll drr coiiiiiiini I ir I \' li;iddrii j^clirrl roodr Idorinrli ;ils A ; dir der 
coinhina I irs III ni II d;i;irriilr^rii rood niri wille slirpni ;ils II. N'nilrr 
wai'cii (ie plaiiH'ii vooiij^ckoiiicn uil coinltinal ir I \' \rr| sirrhlri- ni \rr| mrci- 
((VcrcriikoiiM'ndc nicl de A pkinlrii d:in dir iiil roiiil»iiial ir II. 

|)r coiicliisir NOor (Ie pialjijk uil dr/,r prorf is rrii Z(M'|' Itida iiLliijkr, 
iiaiiirlijk i\i'/A-: dat iiirii hij (\ <' keus \ a ii z a a d h o o in <• ii niet 
alleen <i |» dr ni o e d e r j» 1 a ii I, ni a a r c V t* n V e e 1 op d <' v a d r i- 
plaul lelirn moet. Dit is iialuuilijk alleen n o o d i g, als kniis- 
Ix'stiiivin^ in de nalnnr voorkomt — een vraag die ik al in liet vorige verslag 
met ja beaiil woorden kou — en het is alleen ]> r a k t i s e li u i t v o e r b a a r, 
als dt' labaksplanlen door zrltbesliiiving (in klamboe ingesloten) good zaad 
gevrn kmiiieii. lliei-ovrr zijn dil jaar nauwkeurige onderzoekingen gedaan 
en wol mei liot volg«Mule resnllaal, uil pioovcn met zaad van 4 verseliillende 
planten, en in 't geheel van 20 vrnchtcMi afkomstig: 



Bestuiving 


Gewicht van 


Kiemkracht 


iloor Pollen 


1 vrucht, 


totaal zaad van 1 vrucht, 


(van het niet 
gereinigde zaad). 


van : 


gemid. 


min. 


max. 


gemid. 


min. 


max. 


dezelfde bloem . . . 
dezelfde plant.... 
een andere plant. 


255 m.gr. 
288 . 
315 . 


198m.gr. 
223 . 
126 . 


320 m gr. 
397 . 
408 . 


155 m.gr. 
188 . 
20G . 


112m.gr. 
98 . 
127 • 


207 m gr. 
294 . 
270 . 


79 
84 
86 



Het vei'sehil bij deze getallen is wel is waar ten nadeele van de zelfbe- 
stuiviiig, uiaar ten eerste is het verschil vrij klein, in elk geval veel kleiner 
dan dat tnsschen Min. en Max., en ten tweede zijn ook de kleinste vruchten 
zoo groot, dat zij volkomen normaal moeten genoemd worden. 

Tegelijkertijd met deze jtroi^vcn is ook mot de eigenlijke selectieproeven 
begonnen. In de campagne lOOl — 02 werden 10 fraaie ]dauteu uitgezocht. 
Van elke plant werden 5 blaren geoogst en genummerd. De bloeiwijzen 
werden met klamboe omaeven. Na de fermentatie werden de blaren onder- 



135 

zocht op dikte, biaudbaaiheid, leujjjte on breedte, kleur en druk. Van de 
drie beste planten werden in de campagne 1002 — ():> de zaden uitgezaaid. 
Van dezen aani)lant werden de 20 beste planten uitgezoclit en behandeld als 
in het vorige jaar de 10 eerste selectieplanten. Reeds nu kan als een resul- 
taat aangevoerd worden, dat inderdaad de bladeren van een en 
d i^ z e 1 f d e plant overeenkomstige eigenschappen t o o- 
u e n. Zooals reeds boven gezegd is, is dit een hoofdvoorwaarde voor een 
goed resultaat van selectieproeven. Er zal uu in de volgende jaren op de- 
zelfde wijze doorgegaan worden; en op zoodanige wijze zal, als de selectie- 
proeven gelukken, steeds zaad in 2'''^ of o*^'^' generatie van de eerste onderzochte 
selectieplanten afkomstig voor de ondernemingen beschikbaar zijn. 

7. Proef over het „toppen''. Voornamelijk door de onderzoekingen 
van B e h r e n s is gebleken, dat het toppen wel is waar tot een vergroote- 
ring der bladvlakte voert, maar dat de bJaddikte tegelijkertijd ook grooter 
wordt. Dergelijke proeven verdienen ook hier in de tropen uitgevoerd te 
worden, en bijzonder met de praktische kwestie voor oogen, bij welk een 
graad van top}>en de dikte vermeerdering in verhouding tot de vergrooting 
der bladvlakte zoo gering mogelijlv is. \'an 20 bijna even oude planten 
werden 5 niet getopt, bij 5 werd getopt op het tijdstij), dat de bloemknoppen 
te voorschijn kwamen; bij 5 andere na het begin van den bloei, en bij 5 werd 
op ditzelfde tijdstip half getopt. \"ooraf waren de bovenste 10 blaren ge- 
meten en van de blaren IT 5 en 10 van boven waren monsters genomen om de 
dikte te meten. Toen de blaren rijp waren, werden deze weer gemeten oj) 
lengte en dikte. Het getal der onderzochte planten is vrij gering, zoodat 
de proef voortgezet moet worden om een zekere conclusie te kunnen trekken; 
maar al voorloopig nmnen de verkregen cijfers duidelijk tot gi-oote voor- 
zichtigheid bij li(4 to|»|)eii, daar het schijnt, dal het (oppen een w<4 zoo 
grooten invloed op de dikte als op de grootte vau de bhufii uitoefent; dus 
wordt het nadeel grooter dan het voordeel. 

8. I'etroleum tegen bladluizen. Bij een proef met een overdekte kui- 
tuur van labaU, door een van de ondernemingen zelf op louw gezet, bleken 
de plantjes bij mijn aankomst zeer sterk van bladluizen (e lij<len te hebben. 
Ik heb loeu een [troef gedaan om de concentratie van [tctroleiim zeepcmulsie 
te vinden, waardoor de luizen worden gedood, zonder dal de tabaksplanten 
schade onder\iuden. De geconcentreerde emulsie was: 12.^> gr. groene zeep 
in 1 liter water opgelost, waarbij gevoegd werd 2 liter petroleum. Xixn dit 



ir. 4 

HHMij^Hcl werd 100 rf. in KI L. unhi- ;^fi<n rtl. <liis imh |M'li-(i|<Miiii|)<M'(-<'iita^i' 
van ().(»(». I)f/r coiicciihat if lifcfi allct-n /,c<t iiik<'lc iilaiilt-ii lM'S(|ia(li<;<l ; 
flaarcntc^cii wcidm de lni/.cn (lom ccii ln-i Ii;i;il(lt' hcspi ot-iin^' cc iimmI»' <^f- 
«1«mmI. \\ aarsdii juli Jk /.iill<ii i-cliicr lalial<s|»laiil<'ii, i»n<l<'r ;;c\\(»iic (iiiif<l;iii- 
(li;^Iic(l<'ii ;4»-l<iill i\ (■•■i(| fcii"- s|cik<T iniicriil lal ie kiiiiin'ii \ fi<lra;_M'ii. 

Tn do tweede plaals vol;^! Iiiei- lid door dm IIr<M' \ a ii K o in ]> \i y -^ \i 
op<;estekl lapporL over de getali peiMja aauiilaiiüiJjjjeii Ie 'l'jipciii : 

h. J)e < i o n \ e I- n e ni e n t s ;4 •• I a li p e i- i j a o n d e )• ii e ni i n ;: 

I e T j i [) e t i r. 

^^' a I e 1- I e i d i 11 '^ e n. 1» v n '^ ^ e n, \v <• <^ e n e n ]s e 1» o n \v <• n. Zoo- 
als in liel \dii<,fc vcisla;; reeds is \('iiiield. kwam li<-l teirein rasir-Ivilan;^. 
ter «grootte \an ± tr»(» hoiiws, liet eerst vooi' de nillncidin;^ der ^o'lali-pertja 
plautsoeuen iu aaninerkiiifj. 

Onmiddellijk, nadat liet boscli was «gevold en gebrand, werden de o]»en- 
{gemaakte terreinen l»<)nws<,'ewijze inf^edeeld on in' kaart j^'ebracbt. Als 
<j:renstoekons w<'rden kapokstokken geplant. Golijktijdij; biormedo ginir 
bet nilzetlen en de aanleg; der boofd- en tninwo<ion onder een bepaalde 
Lollingsboek, xoodat allo iei-reinen jioniakkelijk zijn te bereiken on te eon- 
trólooren. Tor ovorbruo<.iii<r van een ravijntje over de Tjibanjiboeng werd 
een eenvondigon, ongonietselden steonon dam met dnikor geslagen. Om 
een beteren verbindingsweg dan van Tjipolir naai- Tjibadak te verkrijgen 
— de bestaande weg van Tjibadak naar Tji]>eiir is van zoo jtiimitieven 
aard in aanleg on eonstinctie, dat zij in den West-moesson. altbans voor 
voertuigen, eigenlijk onberijdbaar is — weid (mmi begin gemaakl met de 
uitvoering van d<Mi gejd-ojecteerden. nieuwen weg van do opziebtorswoning 
naar paal S in den verbaiden weg van Tjisalak naar Parong-Koeda. Deze 
weg beeft bovendien bot voordeel door don goboolon aani)laiit in bet Tjitjoe- 
roegsche gelegen te loopeii. Een bonten brug met steenen boofden werd 
over de Tjiletoeb gosbigen. In bet verslagjaar kwam de weg. oji bet be- 
grinden na, in boofdzaak gereed, wat betreft bot gedeelte, liggende binnon de 
grenzen van de onderneming. Een klein gedeelte bniton de terreinen van 
do onderneming tor lengte van één paal blijft nog op aanlog wachten. 

Indien ook voor dit gedeelte de noodige uit gravingen worden gedaan 
en na den bonw van een brng over de Tjipalesari, do geboole weg verhard 
wordt, dan zal do (Jouvornemonts onderneming op zeer gemakkelijke wijze 



135 

CU miudei' primitiel dau tban« van uit de halte vau de Staatsspoor te Parong- 
Koeda te bereiken zijn. ^ 

In de tweede helft vau het verslajjjjaar werd een bejiln gemaakt met den 
bouw van een tweede opzifhterswoning in de terreinen van Pasir-Kilang. 
Te dien eiude werd een geschikt emplacement uitgekozen in de buurt van 
de kampong Taugkil. 

K w e e k e r ij e n. Om de ruime zadeuoogst vau 1901 behoorlijk onder 
dak te brengen, waren op een drietal i)laatsen te Tjitjareuh, Tjileuler en bij 
het etablisement Tjipetir kweekbedden opgericht, welke een gezamenlijk 
oppervlak van 21/4 bouw besloegen. 

Is ouder gewone omstandigheden de verzorging vau kweekbedden in 
dien omvang en op zulk hellend terrein een veeleischeude, de buitengemeen 
laug aanhoudende droogte in het verslagjaar maakte die taak dubbel zoo 
zwaar. x\anhoudend moest worden begoten om de plantjes in de kweek- 
bedden voor uitdroging te behoeden. Ouder deze omstandigheden werd 
het voordeel van de vleugelpompen, opgesteld bij de kweekerijen en het 
water uit de riviertjes langs een buizeuleidiug naar de opvangbakken, daar- 
toe geplaatst in de kweekerijen, voerende, goed gevoeld. 

Des ondanks liepen de kosten voor het begieten van de kweekerijen nog 
al op. Met uitzondering vau de enkele plantjes met witte bladeren, die 
allen zijn gestorven, kwamen ziekten of plagen in de kweekerijen uiet voor. 

Xim de wilde varkens, apen en eekhoreutjes, die op de onderneming 
zeer veelvuldig voorkomen, werd geen nadeel ondervonden, dank zij de daar- 
voor getroffen uuuitregelen. A'an de Palaquiumsoorteu hebben de plantjes 
vau Pal. oblougifolium de droogte nog het best doorstaan. Pal. Gutta, af- 
wijkend type, schijnt daarvoor gevoeliger te zijn, althans onder deze was 
het getal afgestorven i)lautjes grooter dan bij Pal. oblougifolium. 

De ervaring leerde ook, dat het wennen aan meerder licht vau de jonge 
kweekplautjes in op gebruikelijke wijze aangelegde kweekbedden, zeer ge- 
leidelijk uu)et gaan en in verband uu't Ie lïiiileuzorg oi)gedane ervaringen 
schijnt uuMi aau weinig bedekking de voorkeur te moeten geven. Het meer 
droge klimaat vau Tjijtetir en de daar dikwijls heerschende winden vormen 
echter een beletsel tegen al te lichte bedekkiug. Van de in VM)'2 uitgelegde 
zaden ten getale van 82(),()0(), waarvan l':'(l,!ii:'. waieu opgekouieu. koudtui 
aau liet einde vau hel jaar L*L'.~).(i()(l tiitgezodile plantjes gew(Uinen worden. 
Met het oog op het groote belang, oui enkel gezonde, krachtig ontwikkelde 
exemplaren uit te planten, werd op de kweekbedden vóór het uitplauten een 
scherpe triage uitgevoerd, waarbij ook vastgehouden werd aan het beginsel 



l-)6 

om /,(»(»\imI iiHi^^^rli jl< ciikrl Tiil. (ilddii^firuliiiin. I'al. (!ull;i iii 1'al. horuci-UKO, 
(lic \(i(»r- dl' iMTt'idiii;^ \aii ^^ciali |>''ri ja uil de liladi-n-ii in di- alN'ircist*' jdaatH 
in aaiiinrrUiii;,' l.onifii rn pas in d»- l!'' jdaals I'al. (iiilla alwijUcnd l.\i><' !•■ 
kit'zrn — I'al. Trcnldi i-n i'avi-na l.i'ciii woidcn ni<'i niiM-r aan;_'<'|i|ani . 

Z a d r n (» o •.; s I. |)cIiI(M-i l»c^(in in di- maand -Inii s|i<(i adisdi. Id-uijl 
dr ^Toolc l)l«)ri iels later dan ;_'i'\\ «xtnli jk inviel. 

De vint litdia» lil \an alle sotnlm was /eer l»c\ rcdi;_'cnd. jn lid lii j/.uniltT 
dir \an I'al. (!ntla. al'Nvijk<'n(l \y\>r. 

r«ij Ik'I <i|isl('kcii del- najaaisw inden nndciN undi-ii de j<in;_'<- \iinlitjfS 
daaivan nadeel; de door de wind l»ew<i;^en taki^en s|(»e;jeii er een deel \an af. 
Kindr hecemher \in;^' hel in/.amelen <\t'\- /aden aan. I >e (tn^'st is /.cri ined<;- 
•gevallen ('). haar eene l»esl li jdin^^ \an de kalon^^s en \ leennni/.eii weinij: 
iiKwcrkiiijj: licclt vu het bij liel ^loole aaiilal \ ru(lildia;.;(.'iid(' hdonnii on 
dodilijk is broiij;s()n};s — wii sooi't van luiiiic niaiulen — londoiii de vrm li 
ten aan te brcn^fcn, zooals dit b.\. op de aanplantin<;('n te r.elaian en Sawan;^- 
;^ali wel geschiedt en ooiv l)ij de wcinijic \ i ik lildi-a^cnde I'al. oblonj^ifolinm 
en Pal. borneenso te liuitcny^orj;, blijfl er niets anders over. dan de zaden 
op dt' ;.;obi-uikelijlv(* wijze in te zamelen u.1. de op den j;rond «gevallen zaden, 
afkomst ij; van vrnchten door vronwen en kinderen ingezameld. Nadat 
's morgens de zaden ingezameld zijn. worden in den namiddag de gedurende 
den dag afgevallen rij|>e viin liten ook nog opgeiaapl. Wat in de plant- 
soenen van 1'al. oblongifolium, I'al. borneeuse, Pal. (Jiitta wordt gevonden, 
wordt ook geacht te zijn te beliooreu tot die respectievelijke 1'al. soorten. 

De Pal. Trenbii boomen, waarvan ei- verscheidenen telken jare bloeien en 
vrncht geven, leveren nu Ie dien opzichte en met betrekking tot het kruis- 
bevruchtings-vragstuk een blijvend gevaai-. De zaden van de verschillende 
Palaipiiumsoorten verschillen niet genoeg om ze van elkaar te kunnen 
onderscheiden. 

Met het oog o]i dat blijvend gevaar, werden vroeger de zaden, vóórdat 
zij rijpten, van de boomen geslagen. Door het groote getal boomen blijkt 
dit een omslachtig werk te zijn en is de controle of het behooilijk gedaan is. 
moeilijk, weshalve besloten werd alle vru( htdragende Pal. Trenbii b(M»men 
oji te ruimen. Pdijkt naderhand, dat het product van deze soort meer 
waarde krijgt, dan kimnen immer nog de boomen uit den cultnnrtnin en 



(') In Januari on Februari kwam Iipl meeste binnen, op vele dagen achtereen werden 
+ 20,000 Pal. oblongifolium zaden geoogst. 



157 

uit 's Liiuds Plauteutuiu, die telken j:ii«* iuimseli<Mits viucljt drageu iu de 
behoefte aan zadeu of i)laiiteu voorzien. 



A a u p 1 a u t i n t,^ e u. De oude aanplant weid geheel gezuiverd van de 
seliaduwboomen, de tusschen geplante Payena Leerii en koffie en het overige 
wildhout. Het vellen der groote Albizzia-.stanunen moest niet de noodige om- 
zichtigheid geschieden, opdat geen beschadigingen werden toegebracht aan 
de getah-pertja boomeu. De grond voor de nog niet geheel gesloten plant- 
soenen, waar de alang^ hier en daar nog niet geheel uitgeroeid was, werd 
hierna behoorlijk met de patjol bewerkt en van alang- gezuiverd, wat niet 
weinig heeft bijgedragen tot de betere ontwikkeling in den stand der boomen. 
In de overige plantsoenen kon volstaan worden met baballen en ngoret- 
teu. Met inboeten kon door het late invallen der regens eerst in December 
worden aangevangen. Liet zich aanvankelijk het weer hiervoor gunstig 
aanzien, zoo was, helaas! zulks slechts van korten duur, daar na enkele 
regendagen de droogte w^eer plotseling inviel. Het volgend jaar zal blijken, 
hoeveel van de inboetelingen het ongunstig plantweer met goed gevolg 
hebben doorstaan. In den ouden aan])lant werden in den grond gebracht 
4890 Pal. oblongifolium en 505 Pal. (lutta, afwijkend ty])e. Een begin is 
ook gemaakt met het beplanten der onbeplant gebleven ontginningen 
1901/02, doch door het ongunstige, droge weer moest dit werk spoedig daarop 
worden gestaakt. In 't geheel werden pas in de nieuwe ontginningen uitge- 
plant 2(i70 Pal. oblongifolium en 1800 Pal. borneense. In een der oude 
tuinen, voornamelijk bestaande uit Pal. Gutta. afwijkend type trad in de 
maand Mei een rupsenplaag op, waai'door een 50-tal groote boomen geheel 
kaal gevreten werden. Geen blaadje bleef gespaard. Een enkele oblingi- 
folium en het jonge i)lantsoen grenzende aan den guttatuin nuM'sten het 
eveneens ontgelden, doch bleef de jdaag overigens zeer hx-aal. 

D"". K o n i n g s b e r ge r deed een onderzoek in loco en bracht daar- 
over het volgende verslag iiit: 

„De rupsen van deze, over geheel Zuid-Oostelijk Azië en Australië v(M-- 
spreide Noctuide zullen een blijvend gevaar opleveren voor de cultuur van 
l'ahuiuiumsoorten en in het bijzonder van Palaquium (Jutta. In 1900 wer- 
den zij schadelijk in den cultuurtuin te Ruitenzorg, terwijl zij in HI02 een 
groot complex boonu^n in de aanplant ingen te Tjipetir hebben kaalgevreten. 
Zij traden toen bij duizendtallen op en uit den aard der zaak viel er niet 
te denken aau het doen verzamelen der ru]»sen. daar deze zich of op de 
bladeren of op de dunste, met de hand niet bereikbare takjes ophouden. 



]>r \ <'ij»(»|(|»in^ lirt-ll iiifi jiLiiils in i\>-\\ ^/inml. iii;i;ir \<'fliil (l;i;irlni\ fn. 
Ilissriirii (Ie ;i fj^cVJI I l»'ii lihnlticn . w ;i;i riii<'<|r <|r Imi(1<iii is lnMlfkl. 

Si»iiiiiii;4<- iii|»srii \ ciiioiiiM'U /,ii|i ook |c;jcii <li' \\fini;,'f ltl;i<|i'irii, die 
jiMii (!<■ hooiiifii zijn ;:<'S|i;i;ii(l l:''I»I<'\ 'H 'H lollen di-zc (i;i;iiioc ^'fdcclidi jk 
op. I)c Im'sIc IicsI li jdinijsincl liodf Im-sI;i;iI liii-iin. tl;il nn-n ln'l ooj^cnhlik 
iifwiHlil. Wiiiiiop de incrsic Mi|)Scn zii li lulilicn \ii|i<(]it en ;ilsd;iM InM Mf'^^c 
VJilIrn l>l;id s;ini«'n vcci:! m \ ciln ;i ndl . \ lij ;:oi'dc ;iriifclidiii;^cn \;in \lin 
der rn iii|ts zi jii Ie \ in<lcn l»ij .Mooi<-, L<'|iidojiiria <d' < 'cv Ion. \ dl. III. jil. Hi'.i. 
fi^. 1, \a ('M 1//'. 

A:in licl rindr \;iii lid v(M-sl;i;ri;i;ii- stonden :ill<' :i:ni;_'et;isle liooiiieii weer 
IViiiii in lilud. \';mi de hooinen in den ouden ;i,iii|il;inl werd eeiie lellin;^ j.;(v 
lioiidcu ('Il \\;is liet rcsiitaal hicivaii als vol;.;!: 

1'. obhm^ifoliiiiM 1144, 

,, hoiIK'ClIse ir)l(i, 

„ ^MiKa, alw. I.v|)(' 7S5. 

Een kadastialc opmcliii^^ had plaats van den ouden aanplant en van de 
tciicincn van de nitbrcidin^^en 11)00 en l!M)t. Op I'asir-Kilan^' werden ont- 
;;M)nnen 105 bonw. liet zou wel nio^^'lijk ^'eweest zijn no^ meer te ont},Munen, 
do< Il om vers( liillende icdeneii weid daarvan af^M'/ien, alhoewel de vei-leidinj; 
daai-toe met het oo^- oj» het scliijnbaai' ^roote aantal plantjes st<Mk was. 

Züoals boven reeds is vermeld, stonden bij den aanvang van de out- 
Lrinningen lOOL' + 1*;*,0.00<I plantjes o]) de kweekbedden, doch de ervaring 
leerde reeds, dat indien sleidits supt'rieur plantmateriaal wordt gebezigd — 
een fnndamenteel beginstd bij alle cultures, waai-van niet ongestraft afge- 
weken kan wolden — een groot aantal + 1^0%) niet voor uitplanting in 
aanmerking komt. l>at het betiaihten van zulk een voorzichtigheid niet 
ongemotiveerd is, bleek ook dit jaar weer. De langdurige droogte, die vele 
zwakkeling<m op de kwe«dcbedd(>n had geveld, bratht nu geen te groote 
streep dooi- de rekening, wat betreft het aantal beschikbaar plantmateriaal. 
Had men ni('t zoo'n ruime sjK'ling gelaten, dan had bovengenoemde ongun- 
stige factor stellig een leelijke misrekening bij het jdanten ten gevolge 
gehad. Met het nog onbejdaut gebleven terrein uit het vorige ontgiunings- 
jaar + de inboetingen, bleek aan het einde van het verslagjaar, dat men aan 
plantniateriaal nog juis-it voldoende had, om + 1!>5 bonws te beplanten. 

In iU' tweede plaats viel het moiMlijker aan de noodige contractanten 
te komen, daar reeds van de in de nabijheid gelegt'ii dessa's wonende lieden 
een belangrijk deel vastgelegd is in de ontginningen van de vorige jaren. 
Komen deze vrij — van de eerste groep loopt de verbintenis in het eerste 
semester van het volgende jaar af — dan kunnen zij zich weer verbinden 



1.19 

vot)i' uiciiwi' U'rieincu. Over 't alj^cnieen is de animo om contiacten te 
sluiteu J^ioot, vooral van de zijde der wt-l^estelde lieden, die voor de groote 
uitgestrektheden, welke zij in ontginning nemen, zich bedienen van arbei- 
ders, doch vloeien hiernit allerlei nadeelen voort, zoodat in den vervolge er 
naar gestreefd zal worden om het „bazenstelsel" zooveel mogelijk tegen te 
gaan. Zij nemen vaak grootere stnkken aan ,dan zij in werkelijkheid naar 
behooren knnnen ontginnen en beplanten. 

Bij het gevolgde systeem van ontginning bij de (Jonvernements getah- 
pertja-cnltnnr, kan men betrekkelijk weinig invloed er o]» uitoefenen, dat de 
contractant de plantjes behoorlijk plant en verzorgt. In bijzondere mate 
is znlks het geval, indien de contractant, ten gevolge van de weersgesteld- 
heid, den aard van grond en terrein, ziekten en plagen enz. enz. een slechte 
rijstoogst van zijn hoema maakt. Begrijpelijker wijze is hij dan slecht te 
vinden om nog eenige werk te verrichten in een hoema, waar zijn rijstgewas 
zoo goed als mislukt is. Hij tracht dan door elders uit werken te gaan het 
te kort in zijn inkomsten te dekken. 

Is nu tijdens het planten van de getah-pertja de weersgesteldheid on- 
gunstig, zoodat bijzondere maatregelen moeten worden getroffen, om die 
schadelijke factor tot de kleinste afmetingen terug te brengen, dan is het 
duidelijk, hoeveel tact en inspanning van de zijde des oi)zieners gevergd 
wordt, om te maken, dat de minder gelukkige contractant zich verder toch 
nog het lot der getah-pertja-])lantjes aantrekt. Belooft het rijstgewas een 
mooien oogst, dan kan men van den contractant meer gedaan krijgen. On- 
gelukkiger wijze vallen de ongunstige factoren voor den lijstoogst en getah- 
pertja-beplanting gewoonlijk samen. 

Ook de ojdvomst van het gewone werkvolk laat af en toe te weuschen. 
vooral, wanneer de rijstoogst in vollen gang is. Zelfs de boedjangs ontzien 
zich dan in die tijden niet. om hunne vaste tewerkstelling in den steek 
te laten. 

Het ontginnen van al te groote stukken heeft eindelijk nog het bezwaar, 
dat dit toezicht oj» hel beliooilijk ui1]»lauten zoo moeilijk wordt. Waar 
het gemakkelijk groeiende minder kostl»ai*e b<»onien geldt, is dit be/.waar 
natuurlijk niet zeer groot, bij de getah-pertja boomen. die in hun jeugd en 
bij het over])lanten nogal zorg vei'<Mscheu, moet men wel degelijk uu-t dat 
feit rekening houden. 

Een ]»i'oef met de invoer van .lavanrn. om te \-oor/,ien iu iiet ucbrek aan 
werkkrachten slaagde, zooals reeds in 't vorige verslag vermeld is. aanvan- 
kelijk naar weuscli. Nadat (1<- verzwakte liclnnnen door behoorlijke voetling 
weer gesterkt waren, ]»rest<'erden zij InM werk. dat van lien verlangd werd. 



140 

lil di-ii |(io|i \;iii (lil i;i;ii- itIiIci- \«-rlic|rii liijiui alli'li <li' niidri iiciinii;.'. <<\\\ 
liiiii ^rliik (»■ lirprorN fii :i:iii (!•■ \\' i j II kit(i|isli;i;i i, ;il\\;i;ir, iiniii' /.ij Imunlfii. hij 
(|f|i houw \;iii ,,( icjll is\ iljr" hil i I fii^irw imiii lioo^ic IikiIH'Ii /.ulldcii /,ijll l<' \t'l' 
(liriicii. I);il was slcchis \aii /.t-i-y t ijdd ijken aaid ('l. 

.Mr( lic( o(»;^ u|i <|c iiiiistaii(li^lii'i(l. dal i<di'i- j;iai-. aliiaaniiati- li<'i (»inl<'i- 
lioiid \aii i\i' oiil^diiiicii Ifnciijcii na al'ldoii diT \ fihiiilcnisscii iiii'i >\i- inn 
1 1 in-laiilcii \(>(ir •■iLjcii i''kcnini; kuinl. Ih-i ^cial \aslr hrn-djan;^s I nfiifcint, 
zonde liet oin Iwceeilei icdeiieii alles/.ins aa lilii-N el i ii^ \erdie|ieii I-en Iweedi' 
pn^^Mllj^ te doen olll da\aaiise|ie lillis;^e/.iiine|| llil de o\ cihi'N (dkte streken 

naar Tjipelir o\ci- te hreii;:eii. In de eeisle |ilaals wonll daai\oor in liet t«' 
koi'l aan wcrkvidk — iii de hiiiiii \aii de ( !oii\ enieiiienls ;^etalr|»cil ja onder- 
nmiiiijx liji^'on tal van and< re ;^i(iole landhoinv <)iiderneiniii<;eii. zoodat de 
ludiocfle aan wcik\(»lk ;,n()ot is — vooi-zicn on is men in staal liet lio<dd <<• 
hiedeii aan de ter plaatse steeds meer eisi liende he\()lkin;^^ di<' nal iiuilijk jno 
fitecrt van den t(»estaiid, wal e(liter voor liaar niindei- ;:imsii^M' ;je\(»l;:en 
heeft, daar zij overal gemakkelijk werk vindende ()(d<. overal even j^eniakke- 
lijk vooi-sehotten weet U' heniachtitjen, dii^ ze dikwijls n den steek laten. 

liehoudens enkele stukken is de stand der aanplant in<;en van de nieuwe 
(Hituinniniicn, over "t aljicnieen genomen, hevredij^end en behoeft slechts 



Het fraaist ontwikkelde exem]>laaT' uit de :'. jaTi^^c liiinen van ol)lon}ii- 
foliuni had aan het einde van het veislaj,fjaar een liooj^te hei-eikt van Ü.o M. 

Hoewel in bejierkten onivanjï, doen de bladrollers (een Kliodoneura Sepc) 
immer no<; schade aan de Jon<j;e j)lantsoenen. Men tracht de rupsen zooveel 
niof^elijk we<f te van<;-en. Zooals boxen reeds meermalen is opi;emerkt, was 
de weersgesteldheid voor het planten aan het einde van het verslagjaar zeer 
ongunstig. Het in December aangevangen planten moest kort daaroj» wor- 
den gestaakt door invallende droogte. 

Hoe ongunstig de regonverdeeling in de maanden NovemV)er, December 
(en .Januari 1!KI.">) was, moge uit den volgend<'n staat blijken: 



' 


2 


a 


4 


5 


6 / 

1 


8 


9 


10 


11 


12 


13 


14 


15 


16 


r 


18 


1 
19 |20 


21 


22 


7,; 


25 


26 27 2S |29 


30 


31 


No» 1902. 


13.5 


I 


11 


1 


2:.s 


10,5 


— 


7.5 


— 


4 


- 


9 


- 


- 




— 


- 


20 


4.5 


- 20 


— 


- 


— 


7.5 


9 


4.5 


— 


- 


6.5 




Dec. o 


S 


12 


- 


/ 


- 


l.-i.5 


- 


-- 


6 


- 


43.5 


8.5 


30 


- 


2 


- 


5 


S 


- 


24 — 


3.5 


- 


- 


- 


- 


- 


4.5 


16 


40 


20 


Jon. 1903. 


- 


- 


- 


17.5 


9 


- 


- 


- 


- 


- 


- 


- 


8.5 


4 


25 


2.5 


10 


50 


- 


- 


- 


- 


- 


7 


24 


7 


15 


10 




41 


6.5 



Nov. 19t)2 = 102. December 1!)02 = 240.5 en Januari 1003 = 199. 



(') In 'l begin van 1903 vroegen zij ileemoedig, na een ellendig bestaan geleid Ie 
hebben, om weer als boedjang op de Gouvernements getah-perlja onderneming te mogen 
werken. 



141 

Om de iiitgeplante jonge plantjes tegen de felle zonnestralen te be- 
schutten, werden zij van afdakjes en z.g. mutsen voorzien. Niettegenstaande 
deze maatregelen was het peicentage dooden meer dan gewoonlijk, vooral 
bij die, welke onmiddellijk na het uitplanten 7 dagen droogte te doorstaan 
hadden. 

Proeftuin e n. Voor de beantwoording van bepaalde voor de getah- 
pertjaculiuur belangrijke vraagstukken. \v(M-d o{> Pasir-Kilang een terrein 
ter grootte van .") bouw als proeftuin ingericht en zullen all»* werkzaamluMlen 
daarvoor met eigen boedjangs uitgevoerd worden. 

Met behulp van dezen proeftuin zullen nu de volgende vraagstukken 
in onderzoek woi'den genomen: 
V. Welke is de invloed van de tusschencuhuur op de ontwikkeling der getah- 

pertja boomen bij intensieve en extensieve cultunr? 
2'\ Welke plant wijdte de meest aanbevelenswaardige is: 

a. voor prodnctwinning uit den stam, 

1). voor produetwinning uit de bladeren, 
.j**. Indien prodnctwinning uit de bladeren hoofdzaak w<M'dt, welke cultuur- 

wijze ge<'ft dan de grootst mogelijke bladerenoogst? 
In den proeftuin zal tevens een proef worden genomen met beplanting 
door dii'(Mte nilzaaiiug in het open veld, natuurlijk met de uoodige voor- 
zorgen. 



Regenval van 1902. 



Maanden. 


Aanlal m.M. 


Aantal regendagen. 


Januari 


366 
265 
291.5 


21 


Februari 


12 


Maarl 




12 


April 




1875 


14 


Mei 




218 


12 


Juni 




89 


7 


Juli 




36.5 


5 


Augustus. . . 





37 


3 


September . 




10 


2 


Ontnltpr 




124 

162 


13 


November.. 




16 


December . . 


Totaal 


248.5 


Ï7 




2035 


134 



I4i 



>o 



O n (1 e !• z o <* k 1 n jï o n. Tn l»t';iiit\vo<»r<liii^' \:ui <li- \i;i;i^' ui' niet 1( 
IK'IkIc Ii(M'\»'c11i<'(|cii prodiKl /.ouden /.ijii h- wiiun-li, iinliin (|;i;:flijks. dooi 
slcrlits enkele i iisn i jd i ii;:eii met een s<liei|) snoeiines. de sliiniinen uoiden 

illf^flllltl werd, Ie dien i>|»/.itlll een |i|iier ;ieliunien. I >e \()|;:ende |-esnllaleM 

w eideii d;i!iilti j \ fikreden : 

lldoj^tc Diiiiii. 

M. M. 

11.(1 O.L'I 

iL'.r. il.-»; 

ir..() ().:;(; 

Is.." II.:'.:: 

17.0 <•.:•.() 



r>()uin II" 


soort 


1 


lioiiicciisc 


2 




3 




4 




5 




r> 




^ 




1 




8 




1) 




10 





!_..» 



(i.-j:{ 



iL'.o 0.2:5 

iL».r, O.LM 

i:5.r. o.:'.o 

iL'.r. O.L'S 



11 Ohloii^ifolimii Ki.r. O.L'7 

12 „ i:'..r» »».L'«; 

13 „ KJ.r, 0.27 

14 „ 13.5 o.:>.r. 

15 „ 10.0 0.20 

16 „ 20.0 . 0.:51 

17 „ 10. 0.20 

18 „ 15. 0.:{0 
10 „ 12.5 0.2S 
20 „ 15.5 0.20 



Totaal 208 
Indien van jioedkooiK' ailMMdskiailitt-n kan woi-den i»aiiij «•etrokken, 
zoo kan dozc wijze van aflapiiinj; wellicht niet voordeel worden toegepast. 
De proeven hieromtrent zullen worden voortjiezet. 

Omtrent de onderzoekin<;en in het lahoratoriuni moge hier verwezen 
worden, naar hetgeen daaromtrent is nKnlegedecld bij de :V''" afdeeliug over 
het verslagjaar (sub V). 

D'". van Itomburgli bezocht de (letah-pertja aanplantingen even- 
als in 't vorige jaar geregeld. Dit bleek, voor 't geven van raad. het beramen 
van maatregelen voor den goeden gang van zaken zeer gewenscht. 



.\aiital 


Opbrengst 


insnijd. 


giam 


20 


S 


»> 


21 


» 


>< 


>» 


37 


>» 


2."i 


» 


14 


M 


n 


ff 


8 


>y 





» 


10 




1 1*) 


30 


1 1 .» 

11 


» 


8 


ff 


12 




i 


» 


1 


5? 


9 


ff 


16 


>» 


15 


>J 


oo 


»? 


7 


ff 


12 




1 i»t 







143 

c. D e 111 o n s t r a t ie V o 1 d o ii \ o o i- i n 1 a n d s e h e c u 1 1 u r o s. 

Evêiials in de beide vooraf«i(^<»aiie jaren, wai-en ook in het versla jij aar. 
al naar den aard der bcvolkinj; en nied(^ onder den invloed van .sommiy,'e 
andere onistandijiheden, de resultaten der verschillende deinonstratievelden 
no;^ al iiitcenloojx'iid. 

Op enkele velden waren niet alleen de nitkoinsten. op het veld zelf ver- 
kregen, zeer goed te noemen, maar konden ook — en hierom toch is het te 
doen — verscheidene verbeteringen geconstateerd worden, die de bevolking 
in haar eigen aanplant van het denionstratieveld had overgenomen. Op 
andere velden, daar«Mitegen, geschiedde de behandeling wel grooteiideels o]) 
jniste wijze en volgens de gegeven voorschriften, maar viel van navolging 
door de naburige inlandsche landbouwers niets of weinig te bespeuren. 
Helaas, deden er zich ook gevallen voor, waarin het gebrekkige van het 
dagelijksch toezicht zoozeer overeenstemde met in de vorige verslagen uit- 
gesproken klachten, dat de uitvoering van de op het veld zelf plaats hebbende 
werkzaamheden zeer veel te wenschen overliet. 

Dit laatste was speciaal het geval te Poespoh, hetgeen een reden te meer 
was om de ojdieffing van dat veld, waartoe toch reeds besloten was (zie het 
vorig verslag bladz. 1.">!) — 1<>2». in het verslagjaar uit te voeren. 

L e m b a n g. 

Aangezien de tijdelijk voor de demoustratievelden tot mijne beschik- 
king staande deskundige Jhr. ('. de Savornin L o h m a n, ten ge- 
volge van de opheffing van het veld te Poespoh, meer tijd kreeg, was het 
niet gemotiveerd langer gebruik te maken van de diensten van den tweeden 
gediplomeerden landbouwkundige, die tot zijne assistentie door mij was aan- 
gesteld en wien Lenibang als s1andi)laats was aangewezen: dezen laatste 
werd daarom in den looj) van het verslagjaar een eervol ontslag verleend, 
liet was daarbij echter niet te ontgaan, dat de ook te Lenibang zich steeds 
voordoende moeielijkheid met het dagelijksch loezi(-ht weder meer op den 
voorgrond trad. De mandoer, die dan ook aan het eind van het jaar moest 
worden ontslagen, gaf niet alh^'n niet de geringste blijken \an eigen initia- 
tief bij het werk, doch meermalen kwam het vooi-. dat duidelijk gegeven 
orders door hem niet \v(M'den nagekomen. N'ooral viel er te klagen over de 
weinige zorgen door hem aaii den aanplant van groenten besteed. 

\'oor een klein deel ligt de geringe plichtsbetrachting in de uitvoering 
der dagelijksciie werkzaaniliedeii. waarmede wij op dil vehl te kampen heb- 
ben, wellicht aan lu-t feit, dat de veel vocn-komende vestiging \aii Knrope- 
aneii op den grond Ie Leniltang er den eigenlijken iulandst In-u landbouwer 



144 

scliajii'H (loot zijn en dnardooi- i\i- lifhin^^sti-llinfi; hij «Ie l»<-\olkiii;^ in hei ;il;:i- 
llK'Cil \<toi- dl' \\ elk/,;!;!!!!!!»-!!*-!! i)|i lul \i|i| i^ciiii;; is. I|f| /;il t|:iii «Mik oj» 
(l<-ii dmir ■•i;iriiic\ clirij^ \ ndiciicii. ii:i;ir lluiiis n-i-d^ mei \ lij ^loolc /.fkfilifi»! 
I(* zc;^;i<'M \;ill, \(n»i<|fii iiilamlsilicii l.i iidlioii w in (l<- Im-ti^sI icki-ii \;iii WfSl- 
.I;i\;i li;i;il' <'fii ;imlcif |p1;i;iIs \imii- de scsli^iii;^ \;iii i-cii (Iciiioii.sl i;i l if\ dd 
uil te zien. 

Yuu ;i;ii-d;i |i|)i|tii ^iivcii de \ ;i lir-tci h-ii .,< !t';ilit "• siiiis |i;i i<-il |f" cii ..r>i;ili- 
d;il('"' wcdt-r 1m-\ icdi;:('ii(l<', ot'si liouii ;^ci-ii lii jzuiidcr ^(icdc, icsiil l;i W-ii. Ti- 
Lriidciii^i zrir werd Cl- W'-iiiiii iilaiil iii;i lcri;i;il \;iii d<-/.f ;i;ii(i;i)t|ii-li-ii ;_M*\ia;i<id : 
(l;i;iii'iilc;^cii wel doni" ('Clii^ic locinlis in lid ondirdisl licl 'l'jisarocw ;i. < >nz»' 
,,(i»'';inl(' s;ins iciicillc"", dour lot-ddcn \;iii dt-n ( "on I lolcur te I5;i ntlocn;^ ;i:in 
de l»('V(dkiii;4 \;iii Tjik;idj;iiiji ii;il»ij (ijiiod \(islrrkt, ^al' aldaar ••<*n zc<-i- 
mooi prodiKl. li('(<i;(*('ii te wclUonwi- was, daar o|» ons schl zdl' d<- In-idc ^c- 
nocindc varifMcitcn atditcrnil jiaaii. Kent- aardapju-l \ arir-h-ii ..! nipfralor" 
l^ciioruid, dit' in onzen IxMj^tnin h- 'i'jihodas veel reden lot te\ redenlieid ^mI'. 
Werd in >.'o\eini»er \aii liel vei-.sla<'jaar ook te Lembaiig uitj^ezel, zoodat 
daaronitreiil in hei \(d<:('nd ^('rs]a;i,• eerst iets vermeld zal ]<unnen worden. 

Maïs had \cel Ie iij(h'n van lianiponj;-bonden, die eene j;cre<i-elde plaaj: 
voi'nulen, waartegen zelfs bewaking 's nachts eene onvoldoende l»eveili<'in<i 
Ideek. 

Ariisjokken voldeden niet aan de verwachting, daar de nn'este planten 
afstierven zonder te hebben willen bloeien. Eenige door scheuren verkregen 
jonge planten werden op eene andere plek uitgezet om andermaal te zien of 
men ter plaatse geen product van die bij uitstek fijne groente zou kunnen 
teelen. 

Selderij had van eene eigenaardige ziekte te lijden, wier oorzaak nog 
nitd met zekerheid bekend is en die zi« h door het verdrogen der bladeren 
kenmerkt. De niet aangetaste planten stond veelal goed. 

De Heer de S a v o r n i n L o h m a n liet in October het noodige onder 
zijn i)ersoonlijk toezicht van eenige dagen doen, om den aardbeien aan]dant, 
die geregeld vincht draagt, weder voltallig te maken, te bewerken en te 
bemesten. 

Hoew^el ook aan de tabak op het veld niet die zorg besteed werd, die 
het gewas behoeft, zoo was toch de qualiteit van het product, naar inland- 
se hen smaak, zoo goed. dat er ])er „boengkoes"" (van 0,1 pik.) ƒ 1,50 voor be- 
taald weid, terwijl tei- jdaatse de gemiddelde prijs van inlandsche tabak 
slechts ƒ 0,00 bedraagt. Zoowel nu't Perzische (zie vorig verslag pag. 140) 
als met Deli-tabak wei-d die uitkomst verkregen. 

Het Noordelijkste, onvruchtbaarste deel van het veld werd gedeeltelijk 



145 

bei>liinl mot C'jissjivc en deels met Kiciiius. Xog werd Riaziliaanseh- en 
]ien<>aalseli-voederfJi'ns nitjieplant , waarvan liet laatste o]) Lembang reeds 
met sneces is verbouwd. De aanplant \au Tlieosinte, die uitj-cbreid werd. 
bewees goede diensten bij de voedering onzer transpoitpa.arden. 



G o m b o n g. 



Een groote steun voor dit veld ontviel ons aan het eind van October, 
door liet plotseling overlijden van den Kegent Kaden T o e m e n g g o e n g 
K a r t a n e g a r a, een man van karakter, die van zijn groote belangstelling 
in het streven met de demonstratievelden onder meer blijken had gegeven 
door zelfs persoonlijk het werk van den mandoer op het veld te controleeren, 
hetgeen te meer te waardeeren viel, daar Gomboug tot die plaatsen behoort, 
waar het gemis aan goed dagelijksch toezicht zich het meest doet gevoelen. 

In alle opzichten is het trouwens hier de plaats, om een woord van 
dankbare herinnering te wijden aan de nagedachtenis van Kaden T o e- 
m e n g g o e n g K a r t a n e g a r a. 

In het vorig verslag werd gewaagd van de constateering der mentek- 
ziekte in ons jong padi-gewas, reden waarom slechts de helft van het veld 
te Gombong als sawah werd aangehouden. Ofschoon de ziekteverschijn- 
selen zich wel degelijk ook verder openbaarden, zoo was toch de misoogst 
lang niet zoo erg als zich naar de in het voorafgegane jaar opgedane er- 
varing had doen vreezen. Er waren drie rijst-variëteiten uitgeplant, name- 
lijk: „gendjah kenanga" (dezelfde die in het vorig jaar op het geheele veld 
had gestaan), „tjempa menoer" en — op een klein proefstukje van slechts 
075 M. vierk. — „mamas", eene uit Poerwaredja geïmporteerde variëteit. 
Zij gaven producten overeenkomende per bouw resp. met: '25, li'2 en '22 pikol. 
„Mamas" was het sterkst door de mentek-ziekte aangetast, doch ook „Tjempa 
menoer", die weinig vatbaar voor de kwaal heet, beantwoordde aan die 
reputatie niet. 

Niettemin mag, alles bij elkaar genomen, het resultaat bevredigend eu 
het optreden der ziekte niet hevig genoemd worden, daar toch de omliggende 
sawah's, b ij een goed slagende oogst gewoonlijk niet meer dan. 
of hoogstens 25 pikol per bouw geven, zooals den deskundige door bestuurs- 
ambtenaren verzekerd werd. Dit betrekkelijk gunstig resultaat moet 
hoogstwaarschijnlijk grootendeels daaraan worden toegeschreven, dat op 
ons veld in de beide voorafgegane Oost moessons droge gewassen geplant 

Verslag van 'slands plantentuin 1902. ■" 



146 

werden, lots wat op dr nabiirifie snwnli's niniiiKT liet '^cviü is; de ln'V<ilkin<,' 
locli U'i' plnalse jtlant zoo iiiof^'clijk in de I wee ja;ii- ."> maal padi op lieizelldc 
lorrein, en iii (dU ^eval 4 maal. 

Op liel niel mei Jtadi liejilaiile deel \aii hel \f|(|.dal »)<ii>|)i(»nkeli jk voor 
Kuwali v\as beslemd, werden lialalen ;^ejdant daler dan weiisilieli Jk i-n iioodi;: 
wjxwj wiel- <»<»j;sl, voor een zoo shrlilen ^lond, als die \an ons \eld. ;roed te 
noeuien was. lloewcd niet meer dan :'.s j»ik(d per Ix.nw werd verkrep-n. 
zoo vond de bcïvolkin;,', die de jfi-oiidi-n van hel veld nalnnrlijk door en dooi- 
kent. die oo^st toeh zoodanig, dal allerwc^c om jdanl maleriaa 1 onzer Pal al en 
<fevi-a:ij^(l weid. \<»oral de rooth' \ari<-teil, die Pednideiid ^i-ooier knollen 
jfeelt, was zeer iu trek. 

De Znidhelft Aan het veld werd voor de tweede maal lie|daiii, en wel 
voor de eene lielft niet „kedelé" en voor de andere lielti mei ..kaljaii;^ was 
])ad:i" nit (Jlaroet inj^cnoerd. Met eerste dier ^cwMssen had \an rupsen te 
lijden; de siliade was evenwel niet belangrijk. In „katjanj^ waspada' iiad 
eene noy; niet goed bekende ziekte op, die zielj bijna overal veiiooni, oj» 
„stijve"' en natte gronden eehter meer dan elders. Door nalatigheid van 
een sedert ontslagen mandoer, kunnen geen produetie-eijfers worden ge 
geven; de beide tweede gewassen hebben — zooveel is wel bekend — meer 
opgebracht dan de taxatie. 

De nieuwe padi werd eerst op 9 November uitgezaaid. Dit is later dan 
gewoonlijk, waartoe de zeer abnormale weersgesteldheid aanleiding gaf; 
gewoonlijk toch beginnen de regens in Bagelen een maand eerder door 
te komen dan iu het verslagjaar het geval was. Eene bijzonder degelijke 
grondbewerking ging aan het uitplanten van de padi (hoofdzakelijk „gendjah 
keuanga") vooraf. Het lag in de bedoeling eene vergelijkende proef te 
nemen met op droge en op natte kweekbedden uitgezaaide padi en met padi 
deels droog op het veld zelf (dus op sterk geinfecteerdeu grond) uitgezaaid, 
deels elders op niet-geinfecteerde gronden. Hoewel dit programma, weder- 
om door het onvoldoende van het dagelijksch toezicht, slechts zeer gedeel- 
telijk kon worden uitgevoerd ,zoo maakte het toch bij het overplanten reeds 
den indruk, dat het plantmateriaal afkomstig van droge gronden er verre- 
weg het gezondst uitzag. De Heer de S a v o r n i n L o h m a n rappor- 
teert dan ook ter zake: ',,Met vrij groote zekerheid kan dus uu reeds gedeci- 
deerd worden, dat, altijd indien de gelegenheid er toe bestaat en de kosten 
niet te hoog worden, het aanbeveling verdient om pawinihan oj) droge (dat is 
met hama mentek onbesmette) gronden aan te leggen; het behoeft ternauwer- 
nood vermelding, dat hier ecliter alleen sprake is van gevallen, waarin ook 
de overige omstandigheden overeenkomstig zijn met die bovenbedoeld". 



147 

S e t j a 11 o- I AI n <x o 1 n ii <y). 

Aan het rapport Aau den Heer d e S a v o r n i n L o li m a n aangaande 
dit veld moge, als inleiding, liet volgende woideu ontleend: 

„Zooals in liet vorig verslag reeds werd vermeld izie pag. 150 aldaar) 
vielen de resultaten van de rijstoogst 1902 zeer mee. Van de inlieerasche 
variëteiten „kleponan" en „mbok mas"', werd gemiddeld 4S.T0 pic. p. bahoe 
gemaakt, en van de proefstukjes, die geheel volgens het voorschrift geplant 
werden, 64.80 p. bahoe. 

Ofschoon niet slecht, was de productie van de (laroetsche variëteiten 
belangrijk minder, en waren die zooveel sterker door hama mentek aangetast. 
De var. „kewal" bracht bij twee verschillende plantwijdten 36,1 en 43,42 
pic. p. bahoe op, de var. „djalen" maar 31,60 picol. Het kan vermoedelijk 
geen kwaad nogmaals te herhalen wat in het vorig verslag gezegd werd, nl. 
dat hieruit weder afdoende blijkt, dat het importeeren van de beste variëtei- 
ten uit streken, waar groote producties gemaakt worden, volstrekt niet a 
priori zekerheid geeft van een grootere opbrengst. Alleen dan, wanneer de 
omstandigheden voor die nieuwe variëteit even gunstig blijken als op de 
plaats van herkomst (en dit zal slechts bij uitzondering "het geval zijn), mag 
men op gelijke producties rekenen". 

„Ter juistere beoordeeling van bovengenoemde padi-productie-cijfers 
zij nog vermeld, dat de gemiddelde opbrengst van de sawah's van het onder- 
district Setjang verleden jaar niet meer dan 20 pic. p. bahoe bedroeg, dat 
het allerbeste stukje (een z.g.n. I« kl. sawah) 44 pic. p. bahoe opbracht en 
dat het demonstratieveld, vóór het dat was, onbeduidend meer dan boven- 
genoemd gemiddelde produceerde. Het is dan ook een 11' kl. sawah". 

Door betere grondbewerking, indien deze goed doorgevoertl werd, zoude 
de productie ,zonder noemenswaardige meerdere kosten, zeker nog grooter 
kunnen zijn. 

Met de na de padi geplante tweede gewassen werd in meer dan een op- 
zicht een bvredigend resultaat bereikt. 

Van aardapi)els was de productie zeer veel beter dan die van het vooraf- 
gegane jaar ,en ofschoon zij nog niet met die van het hooggebergte verge- 
leken kan worden — wat ook niet te verwachten is — was de opbrengst der 
plant beduidend meer dan die der bevolking, waarom door haar dan ook 
herhaaldelijk bibit gevi-aagd en gekocht werd. ,,Het is merkwaardig — zoo 
zegt de deskundige in zijn rai)port — en dat is niet alleen Ie Scijang het 
geval, dat door de bevollciiig de grootere productie steeds in de eerste jtlaats 
aan de bibit toegeschreven wordt, en dat zij blijkbaar maar moeielijk kan 



148 

)»onfrijpon, dat «Ir* Tnr'frdcro zorj? uaii den naiiidniil l»csliM-d iuccsImI de vdoi- 
iiiiaiiisU' oorzaak daarvan is. Zoo k\s:iiii In-t lorli \oor. d;ii liiliii \;iii lui 
dciiionsl ral icvcid j^rclij^ iillrck v(nid, hiwijl voor dii-ii ;i;tii|il;iiil do liililt 
van de bcvtdkin;; zelve ^n-l^odil wuh". 

„Kaljang- Hoeook'' Hlaaj^de in liel versla;,^jaai- wedei- zeer ;:oed. Dit <^;if 
O]) uionw j^elcf^cnlieid Ie ondersinden, lioe jnisi de heweiin^ is, <l;it <le 
inla.ndsclic landbouwer niet nil, ei,i,a'n hewej^in^ er loe o\oi-;;;i;it d.ii^ene 
lo(! te passen, wat lieni uit eigen aausdionwin^ duidelijk blijkt eeiie ver- 
beterin<4 op landbouwgebied te zijn. Jlel goe<l slagen dezer küijjin^; lodi 
dee<l er zooveel vraag naar komen, dal men \.mi dessalis, <tp eiielijko jialen 
al'staud vau het veJd gelegen, bil>il kwam koojten. 

Hetzelfde bleek met de bi'uiue boonen, met welke w ij hei meesLe succes 
hadden — hetgeen om redenen iu het vorig verslag gem<ld bladz. 14!) bij- 
zondei* aangeuaam was — . liet was niet njogelijk aan alle \ ragen om jilanl- 
maLeriaal Le voldoen; iulauders als planters^ en Europeanen ais consumenten, 
waren met dit op het veld geteelde gewas zeer iugeuomeii. 

Daar het gebleken was, dat te fcsetjaug de eeu jaar bewaarde boouen- 
soorteu als plantmateriaal aehteruitgingeii, werd van deze, vau Soja en 
van erwten ook in den West-moesson een kleinen aiinplaut aangidnuiden. 

Reeds den 12*^'" iS'ovember kou de padi voor den nieuwen aanplant wor- 
den uitgezaaid, waartoe op grond der opgedane ondervinding, nu uitsluitend 
„kleponau*' en „mbok mas" werden gebruikt. Uf schoon ook hier de di-oogte 
buitengewoon groot was en lang duurde, zoo had dit weinig invloed op den 
tijd vau uitzaaiing, daar er over voldoende levend water beschikt kon worden. 
Eene onbeduidende schade werd iu de kweekbedden door muizen aangericht. 

Hoewel ploegen en grondbewerldng weder reden lot klagen gaveu, zoo 
werd ditmaal aan den padi-aanplant zeer veel zorg besteed en had in het 
algemeen de uitvoering der werkzaamheden op boven verwachting zorg- 
vuldige w'ijze plaats. Behalve aan de niet genoeg te waardeeren mede- 
werking, die wij van den Patih bleven genieten, was een en ander zeker 
mede te dankeu aan de voortdurende zorg, die de Assistent- Wedana, Raden 
Mas S o e k i r m a u, voor het veld had. (reen ujoeite was dien amldeiiaar 
blijkbaar le veel om den mandoer tot plichlsbetrachling aan te s]>oren en 
diens werk te controleerèu. 

Helaas bleek het rij staaltje het veld nog niet te hebbeu verlaten. De 
variëteit ,,Kle})onan" was er wel is waai*, aan het eind \an het veislagjaar, 
nog niet met het bloote oog zichtbaar door aangetast, maar wel traden de 
ziekteverschijnselen in de „mbok mas"" op; gelukkig alleen nog slechts 
plaatselijk en dan oj» kleine stukken van het veld. 



140 

Daat' er .">") vieik. roe kweekbed op hel veid over \va8, zoo kou er nog 
wat bihit aan liefliebbers worden verstrekt. Deze waren zoo talrijk, dat 
liet jdanl materiaal jiretig afnemers vond tegen 2 en een halve cent het 
„bosje", terwijl de gewone prijs bij de bevolking sleehts e(^u cent bedraagt. 
„Toch denkt nog niemand onder haar er aan — zoo schrijft de Heer d e 
S a V o r n i n L o h m a n — om op dezelfde wijze uit te zaaien. Wel zijn 
er sommigen onder de bevolking, die niet een ., minimum" moeite aan hun 
pawinihan besteden, maar ., onvoldoende'" zorg is toch regel". Dat daar- 
door haar eigen aanplant een ongunstig contrast vormt met (Yhhi van het 
demonstratieveld is duidelijk. Trouwens, onderscheidene sprekende staal- 
tjes der weinige werkzaamheden van de bevolking te Setjang werden mij 
door den deskundige voor onze demonstratievelden medegedeeld. 

Dat men onder zulke omstandigheden wel eens neiging gevoelt, om door 
bevelend ingrijpen naar een gunstigen invloed o]> den landlxniw d(M* be- 
volking te streven, is niet onverklaaibaar. Toch blijft ondergeteekende 
sterk gekant tegen elke poging om, zij het ook slechts gedeeltelijk, tot het 
vroegere „prentah"-svsteeni tegenover den landbouw der bevolking terug 
te koomen, omdat h(4 naar zijne overtuiging: primo, ongeoorloofd is, 
en, secundo, slechts in s c h ij n tot het doel voert, doch in werkelijkheid 
er van verwijdert. 

Beton (P o n o r o g o). 

Zooals in h<4 vorig vei'slag kon worden gezegd, geschiedde te dezer 
plaatse de uitzaaiing en uitplanting van de padi met zeer veel zorg. Het 
resultaat is dan ook niet uitgebleven. Ei' werd nog ukhm' geoogst dan in 
het voorafgaande jaar, hoewel toen reeds de o])bi'engst op lu^t veld ruin» 
het dubbele was van die der bevolking. 

Wij oogstten gemiddeld per bouw 52.8 pikol, terwijl de ])adi ^•an zoo- 
danige qualiteit was, dat het groots! e deel van den oogst voor ,/" 'A.IT) de 
pikol werd verkocht (en dat wel in Apiil. dus nog iu den oogsttijd). 

Verscheidene dei- oj» het veld geteelde tweede gewassen verdi(men ook 
weder vermelding. 

De uit Japan, door de welwillendheid van Prof. M i y o s h i, verkregen 
Arachis hypogea (.,katjang tjina") bleef de verworven goede reputatie 
behouden. 

De inlandsche „kedelé" (Soja) weid vAok en gaf daardoor eene opbrengst, 
die beneden de verwachting bleef. Met uit Japan afkomstige „kedelé" was 
echter gelukkig het omgekeerde het geval. Bij de klimmende beteekenis 



ami Sojji als luccdc <;('\v:is IocIcmucimIc, \\cr<l i-r «lislijd^- ilimr din oiidii j^i'- 
teekoiidc l)ij/><»ii<](*r werk van j^ciiiaakl om <»iid< rs< hcidcnc \aiit'iciiiii s.ni dat 
ciiK mirj^fwas uil .lapiiii ic \ ( rl<ri j;:«'ii, h-i- Im'|ii<m-\ in;; alliici-, lici ^.'ci'ii iiiojr*'- 
lijl< was doof df \ liciidoü j|<c Iiiil|i \;iii di-ii i^ciiociiidi-ii lioo^lcci;ia r uit 'l'idvio. 
Aanvaiil<flijis \\r\(\ er inci dr .lii|taus(lio \ arir-iciii-n. die !•• I'.uilonzoij,' 
('ciii;;*' ^cncralics .uIiIimccm werden ^^fkuockl. inoeile ondciv unden, daar /ij 
lilijkbaar ccrsl ci-n so(»rt actlinial isai ie ]u'occs nioesleii do(»iinakcn. Nadat 
(lil was ;^('srlii<'d, werden er Ie |'(uicmo;:(» drie \;in de .Inpansclie v;iii<'ieiien 
vaii kcdel»'' op fuis \cl<l uil üeplanl ; I wee d;i;ii\ iin L;a\cn een (»n;;e\ eer :'." \ nu 
rti;; pfodiict, terwijl inlandsclie kede|«'- L;<'nH'enli jk niet nn-ei- d;in liet Ijeii 
\(»ndi;;"e van liel zaaizaad op|e\«'il. Als nu-n liieriiij in liet udm liinnlt. dat de 
-la|»aiis(die \ arir-leileii werden aan;:<'plaiil <»in liun lietere f|uailitiei. zich 
vooral in <le xcel üfoolei-e liooiien opeidiMicnd. en niet wet;ens de ^rrootorc 
I>rodu('ti(', <lan nuin liet xcrkre^cn i-esiiltaal zeker \ er lto\en verw aelit in;; 
jj;enoenid worden. Ie meer daar de (inalileif van den oo;;sl ondei- die <;i-oote 
opbrengst in het minst niet had geleden. Jammer allen was het, dat de 
variëteit, die betrekkelijk hel minst slaagde, juist die was. ^Yaarvan de 
qnaliteit het hoogst was getaxeerd. 

„Terong'' (Solaniim Melongena) gaf aan vrmhten een even groote oj»- 
brengst als li<'t voorafgaande jaar. Door eene tijdelijk o\-ervoei'de markt 
— zooals dit bij inlamlsdie iiietconserveerbare ](rodin-len. in verband met 
de dnre en slechte transportmiddelen, zoo veel voorkomt — waren er erhter 
slechts geringe prijzen voor te bedingen. Hoewel de smaak der door ons 
geïmporteerde tuit Frankrijk afkomstige) variëteiten niet beter schijnt te 
zijn dan die der door de b('\()lking \an \ loegci- al geteelde, zoo blijft het 
toch geraden voor de verspreiding der Fransche variëteiten in (piaestie 
moeite te doen, daar zij per plant ongeveer de dubbele hoeveelheid viaichten 
opleveren als de inheemsche variëteilen, terwijl daarbij deze laatste zoowat 
de dubbele ruimte innemen. Er moet evenwel woorden opgemerkt, dat die 
betere opbrengst der geim]»orteerde variëteiten alleen dan wordt bereikt als 
er aan bemesting en bewerking van den aanplant de noodige zorgen worden 
besteed. 

„Kembang poeloe", die, na te Buitenzorg te hebben gebloeid, Carthamus 
tinctorius bleek te zijn, ^af een zeer btnredigende o])brengst. Van 800 roe 
werd 41 katti gedroogde bloesem geoogst, waarvan de marktprijs dikwijls 
locaal tot ƒ '^. — ])er katti bedraagt. Tegen dez(Mi ]trijs berekend, zoude dus 
de opbrengst jier bouw ruim ./ 200.— geweest zijn. Ter zak<> ra]>]»orteert 
de Heer de S a v o r n i n L o h m a n nog het volgende. „Door sommige 
meuschen werd als bezwaar aungevoerd, dat het plukken der kleine bloempjes 



Ui 

bezwaarlijk gaat, ten gevolge van de op de scliutbladeu aanwezige stekels. 
Indien de eultuui- werkelijk voordcM^i- is, kan dit incovenient niet over- 
wegend geacht worden. Hoeveel andere peuterwerkjes worden niet met de 
meeste volharding uitgevoerd en kan dit werk gevoegelijk gedaan worden 

door kinderen en vrouwen altijd indien de mannen het werkelijk zoo 

druk hadden, dat zij voor het oogsten geen tijd zouden kunnen vinden". 

Ook de Cassave slaagde in het verslagjaar hier bijzonder goed; nog 
beter dan vroeger. Op 180 roe werd 70 pikol geoogst, overeenkomende met 
194 pikol per bouw. 

Eveneens was van tabak de opbrengst naar wenseh; verkregen werd 
HOS tampang, wegende 134 kilo, van eene oppervlakte van 100 vierk. roe. 
Daarvan werd 800 tampang, als zijne V' qualiteit volgens de locale taxatie, 
verkocht jI 1 cent. Alleen daaraan zou dus reeds ƒ 100.— per bouw ge- 
maakt zijn. Toch was, naar mij is bin-icht. de tabak niet eens superieur en 
worden er voor inlaudsche tabak dikwijls betei- prijzen besteed; dit was b.v. 
te Lembang het geval, waar hetzelfde zaad als te Ponorogo werd gebruikt. 
Wellicht was inderdaad de qualiteit ten gevolge eener minder goede berei- 
ding, te Ponorogo minder; zekerheid dienaangaande is nog niet verkregen. 

Ketela (Batatas edulis) gaf op 200 roe 7:'. i)ikol oogst, van de uit P>uiten- 
zorg geïmporteerde variëteit, die ook te Gombong was geplant (zie boven); 
zij blijkt echter het nadeel te bezitten van meer dan de te Ponorogo reeds 
gekweekte variëteit vatbaar te zijn voor de aanvallen van een snuitkevertje 
en diens larven (tot het geslacht Cylas behoorend). die de bataten, soms al 
in den grond, droog en voos doen woiden. Door die ])laag moest op het 
veld terstond een 2 pikol van den bataten-oogst worden weggeworpen; het 
overige, hoewel ook van mindere qualiteit, was nog verkoopbaar tegen 50 
cent de ])ikol. Dezelfde ziekte is in het Buiteuzorgsche ook bekend; zij ver- 
toont zich daar evenwel niet sterker in de geïmporteerde dan in de gewone 
variëteiten van bataten. 

Van den nieuwen padi-aanplant, uitgezaaid den 22^*"' XovcihIxt. wordt 
mij gemeld, dat de kweekbedden met de noodige zorgvuldigheid aangelegd 
werden. Den 10'''" December werd nog een tweede maal uitgezaaid, waar- 
toe de variëteit „koentoel gadoengan" werd gebruikt (eigen bibit). Gedeel- 
telijk werd nieuw zaad gebezigd om eene andere variëteit „sokonandi" te be- 
proeven; zij is later rijpend en met de proef werd beoogd te trachten een 
nog groot er product te vcu'ki'ijgen. 

Ook te Ponorogo was de padi-planttijd, door de abnormale weersgesteld- 
heid in het verslagjaar, bntengewoon laat. T^oor een misverstand werd in 
Isovember het demonstratieveld met wn bijzondereu toevoer van water 



lui 

l»('^niiisli<;<l, \vii;ii(l<H»i- on/c \\\tin-/Ain'nU' \>iu\\ veel l»(»v<-ii <lic «It-r ii;iliiiii^'<' 
siiwiilTs vooi- kujiiii. Ilcl 7.u\ \v«'l ni''l k<"^<'^<1 Ih'Ikm'Vch !•• woidi-n. diii li<| 
allfniiiiisl in (h- hrdorlin- li-l. iluor <|iT;:.'lijki' iiiiddcli'ii ii;i;ir li<-l iii;ik<-ii 
\;iii «^rooier oo^'stcii Ic slicvcn; dil /.oiidi- /j-U's ;_o'lircl in slrijd /ijn nid Ik-I 
|)(Mi(»^df' doel. hl die liri:;Hic vcruissin^ H-ii (Mi/<-ii voordccN- soiid jnisi d<- 
Ilcci' dr S :i \- o r 11 i n L n li ni ;i n li(iord/;ik<'li jl< :iiin|i'idiii;_r nni <i|i iii<ii\\. 
('II w.'l i^clijkl ijdiu iiH'l de i»c\(ilkiii^, uil !<• /.anicn; h- ;4<'l''.il< 1>:"I 'ü' ''"" 
doel (tin, indien di' ..s(»k(iii:indi"" eens inindcr ^ocd iimclii siiiucn. d;iii locli in 
l!)(i:'. ovci' ^'(X'd ^O'sortcfi-dc cii nci-scIic liiliit \;iii de \;irii-t('it ..kdcntod 
;4';id(tcnt,Mir' Ie kniiiicn hcscliikiicn. 

Ilot is ((•)' jibiJilso 7>('('i' duidelijk Wii!inw'(Miil>:i;ii-. d;il de l>e\(dkin;: hij 
liHiir pndi-idiuilen d<' ojt ons veld <;ov(>]^Mle werkwij/e •r;i;il n;i\(dL'eii: wijder 
uil elkaiU', rejivlinalijicr en re( lilei' op iilanlon. In liel alot.ineeii kmi Ie 
Uelon worden <i-oconstafoerd, dal de hevolkini:- in 1!)<IL* meer lol liel korrels- 
"(Mviizo nii/aaien ovor ^inji'; <>]» oniïoveer een vijfde deel liarei- kweekbedden 
werd aldns «ioliandold, ioi-\vijl dit voor liej opricliten van ons demonstratie- 
vold in die dossa slechts bij lioojje nil zondering- geschiedde. 

Vermelding verdient voorts, dat de Regent, van wien steeds de meeste 
belangstelling ondervonden wei-d. zijne eigene, naar ons vooi-beeld, voor 
demonstratie bestemde sawah's met vier vermeerderde en dns dal getal 
op zes bracht. 

K e r t o r e d j o 0\ o d j o w a r n o). 

Aan het ra])])ort van den Heer de S a v o r u i n L o h m a n over dit 
veld wordt in de eerste ])laats het volgende ontleend: 

„De padi te dezer plaatse, nn G op 7 dnim (in het vorig verslag werd 
absn viel ijk op pag. 150 van fi op 8 dnim gewaagd) overgeplant, liet alle 
goeds van zich wachten, tot tegen den oogsttijd zich hama beloek o]ten- 
baarde. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de i'nps van Schoenobins 
bipnnctiferns, de padiboorder bij uitnemendheid, waarover D"". K o n i n g s- 
berger reeds een en ander ])u1iliceerde (zie o. a. Teysmannia. deel XI, 
afl. 8). Indien de padi op jeugdigen h^^ffijd aangetast wordt, geeft men de 
kwaal ook wel den naam van ..hama soende])''. Reeds vreesden wij een 
gedeeltelijke misoogst te moeten verwachten, toen de Heer A. K r n ij t. 
aan wien het deraonstratieveld reeds zooveel verschuldigd is. ons in ZEd. 
's maandelijksche mededeelingen lett(M-lijk het volgende rap]torteerde: 

„Den 14*'*'" A]>ril met het oogsten van padi begonnen, werd het laatste 
„gedeelte 20 Mei gesneden. De totale opbrengst, dadelijk na het snijden 
,, gewogen, is geweest 254,33 picol. dat is 50,86 picol per bahoe. Het gewicht 



„drooj; kun niet nicl juis^theid worden (»[>ji,e<;even. onjdtU voor een deel de 
„oogst legen afstaan van 1/5 — volgens plaatselijk gebruik — is gesneden. 
„Deze niantregcl, genomen in ()\'erleg incl den Heer de Savornin L o b- 
..ni a n. A\as noodzakelijk omdat zicli bij de bevolking over de betaling in 
„geld groote ontevredenheid o])enbaard(\ De ]»adi-oogst oj» het demonstr.- 
„veld nnig zeker alleszins bevredigend genoemd worden, wanneer men he- 
rdenkt, dat omstreeks 10% verloren is gegaan door „„hama beloek"." 

Ofschoon dus beduidende schade door de hama veroorzaakt is, is de 
oogst per bahoe toch nog meer dan verleden jaar, en dus o]) a 1 1 e sawali- 
demonstratievelden de padi-productie stijgende geweest, vergeleken bij 
1000/01. O]) dit feit wordt de aandacht gevestigd, omdat van verschillende 
zijden den deskundige de o])merking g(Mnaakt weid. dat ten gevolge van de 
op de demonstratievcdden gevolgde werkwijze de grond zoogenaamd ..uit ge- 
boerd" zon worden, d. w. z. dat uit den gi-ond tijd(dijk meer gehaald werd, 
echter ten koste van defn) volgcMidetn) oogstten). Er dient echter bij gezegd 
te worden, dat inlandsche landbouwers nooit eene dergelijke opmerking 
maakten maar alleen menschen, die de zaak op een afstand beoordeelden, en 
gew^ooulijk zelfs nog nooit een demonstratieveld gezien hadden, dus van de 
bekende soort , .beste stuurlui". Ofschoon het resultaat van twee oogsten 
natuurlijk geenszins een afdoend bewijs is, wijst de „algenn^ene" stijging 
er toch wel op, dat die beweringen vermoedelijk geen grond hebben. Was 
dat wel het geval, dan zou de oogst van het tweede jaar toch minder hebben 
moeten zijn dan die van het eerste. Eerder zou men dus mogen conchidee- 
'ren, dat de gevolgde werkwijze tot verbetei'ing van den gi'ond leidt, ware het 
niet. dat mede de meerdere pi-oductie moest toegeschreven woi'den aan de 
opgedane meerdere ondervinding omtrent locale omstandigheden"'. 

Van tweede gewassen werden in het verslagjaar op het veld te Kerto- 
redjo geplant: tabak, ..katjang rofvlji". cassave, eene Buitenzorgscln^ varië- 
teit van ..widjen" (Sesamum indicuni), ..katjang hidjo" en maïs. Ttehalve 
van widjen waren de oogsten dier u'c^wasseu bevredigend; vooi- widjiui blijkt 
de grond van het \'eld niet geschikt. TTet afoogsten van tabak was juist aan 
het eind van het verslagjaar gei'ecnl gekomen; cijf(M*s dienaangaande zullen 
in het volgend verslag worden medegedeeld. Ook Cassave kwam eei'st in 
100.'? binnen. Veel dooden kwamen er in den aanplant voor, tengevolge van 
de aanhoudende droogte. ge])aard met zeer hooge t(Mn]»<M-atuur. De ge- 
slaagde planten gaven eehtei- een ]>rodnct zooals te Keitorcdjo nog nooit 
van Cassave was waargenomen. volg(uis sjtontan*^ uiededeelingeu van dessa- 
lieden. 



ir,4 

lil ''•■I l:i;ils( \iiii li.-l \ci'.s|;i<:j;i;ir lilijki dr ijvrr v;ill df-Ii !•■ vor«'Il U' 
rcclil pTofiiidrii rii;iii<l(i(-i' Ie wi-iiscln n Ie Iir|,|)i'ii o\ tT;,r«'l;i l<'ii. ||<-i hiJitsIc 
f<'isr'ii|»|»i)il \;iii (Icii lliiT (Ir S ;i \ (. r II i II I. u h ni ;i ii u\rrlir| i;i;n llHli.' 
liii'M ii;iiiiflijl< lid \ (il^iciidc in : 

. ,()•)!< oj) hel \<ld is iiKl \rr| un\<'rs<liilli}rl|(.id ^cwcikl. I';idi l;iiiil»;iii;^ 
werd l'T Xovciiihcr. imdi ;;fiidj;iii Kciiiin;^;! \7i hrcriiilnT il i I ;:<-/.;i;i i<l. ;ill<'S 
(\v<><><S. \;ili de «•••isic I!» \ iriU. roe. \;||| (]>• twrrdi- <il, in litl;i;il \i-c| tr wcillj;; 
|>;i\\ inilijiii \(M)|- I Icilior lop I hiilior \;in In-I \cld /iil ininiclijk iih-I In-I <m»^ 
()|> |d;i;ils<-li jkc iiKicicli jk lirid nirl l»i'\|(M-iiii;i wrrr cMssiivc ^'ciihinl \vi»r<|rni. 
r.iiitcndirii is dr hiliil irn i;f\(»|iic \;in nu iiid incrr n:i Ie ;^mim' uiiisljindi};- 
Iicdrii zeer siridit ()|>j;rk()iii<'ii. (►ok iiH'i i\c !ic\\ <'ik i n n v;in dfii ;:r<»nd, \v;i;ir<iji 
lahiik ('11 k;il jiiiiii rocdji stdiid. is iiiri di- noodi^c ii;i;ist j^cMiuakl . K<-u sliikjf 
nieuwe j»;i\\ iniliMii. iii;i;ir sleclils IS \ ierk. i-oe. is iuiiifrelej^d. ni;i;ir k(»n 
mede door de t'eesld;i<^eii, niel voor den ;>()'"''" I )eceiiilic|- l)r/,;i;iid \V(»rd<'ii. 
tei'wijl de iii;iiid()<'r i'eeds een iii;Kiiid \i-(»e^er liad kiiniieii zien, d;it hij Itildl 
te kort zon konion". 

Oelnkkii;- kon dooi- tijdiji'e ];onist \an den desknndiiic noj; voel worden 
goed },n'nia;>kt. 

Ten slotte ontleen ik no;:; liet \<»liren<le aan een i'appoi-t \an den Ilrei- 
«Ie S a V o !■ n i II Lo liman: ..Na\ oljiinji van hel demonst lat ieveld heeft 
roods in hoduidondo mat o plaats. In do dossa Kortorodjo zijn uu reeds tien 
ijzerou |doo<i«Mi. terwijl vorsclioidouo dossaliodou drooj; ploo<r(Mi. wat vroeger 
nooit voorkwam". 

P o e s p o 11. 

Aangozi(Mi dit \('ld, zooals hierl)(»\(^n is vermeld uioost worden opgeheven 
zoo kniineii hier de nog in een doel \an hot \-orsIagjaar opgedane slechte 
ervaringen, die eeno uadere iiiotive(M-iug voor het gegronde dier opheffing 
leverden, nu't stilzwijgen worden voorbijgegaan. 

N g a d i s a r i. 

Omtrent dit veld bepaal ik mij tot het in zijn geheel overnemen van het 
door den Heer de S aV o r n i n L o h m a u gerajiporteerde: 

„Dit veld bleef goede resultaten o])levoren. W(d zoude ook hier zeker 
nog meer bereikt kunnen worden, indien do dagelijksehe leiding der werk- 
zaamheden aan een meer kundig persoon toevertrouwd was. maar summa 
summa rum was de uitkomst zeer bevredigend". 

„Groote moeite kost het hier echter nog de menschen, don maudoer in- 



155 

begrepen, de waarde te doen beseffen van eene goede bibit-selectie. Niet- 
tegenstaande ik, zoo dikwijls ik ter plaatse kwam, er op aandrong om b.v. 
de aardappels goed te schiften en vooral de vci-schlUende variëteiten goed 
uit elkaar (e honden, bleek aan het eind van liet verslagjaar Aveer, dat drie 
variëteiten van aardappels door elkaar geplant waren". 

,.l>at de resultaten echter in het algemeen goed zijn, in elk geval niet 
slecht, bleek uit het verwerven van eene hoogste onderscheiding op de ge- 
westelijke tentoonstelling te P.ondowoso, waar dit denionstratieveld ver- 
tegenwoordigd was door eene inzending aardappels, groente en groente- 
zaden". 

„De zwarte aardrupsen, ook in het \-orig verslag genoemd, bleven nog 
veel last veroorzaken". 

„Aardbeien, waar^'an een kleine aanplant aangelegd is met jonge planten, 
die door de welwillende tusschenkomst van den Wedana van Soeka]>oeia uit 
de dessa Ledok Hamba werden verkregen, slaagden zeer goed en werd reeds 
eene ruime hoeveelheid vrucht verkregen. Met uitbreiding van den aan- 
plant door middel van uitloopers is reeds'een begin gemaakt, terwijl die 
bespoedigd zal kunnen worden, indien eene in Europa bestelde hoeveelheid 
zaad aangekomen zal zijn". 

,,Terong (Solanum Melongeria) bleek hier eene zeer voordeelige cultuur 
te zijn. Ofschoon de ])lanten pas na anderhalf jaar hunne eerste vruchten 
begonnen te dragen, waren er bij, die tot 18 stuks te gelijk droegen, en waar- 
van de totale opbrengst op 40 stuks kan gesteld worden. Kleine vruchten 
brachten hier Yj, groote 1 cent op, zoodat j>ei- vierk. M. in twee en een half 
jaar omstreeks 25 cent ])roduct verkregen werd. Het spreekt wel van zelf, 
dat deze cultuur alleen dan voordeelig kan Itlijven. zoolang d<' productie de 
I)laatselijke consumptie niet overtreft, omdat alleen in den lioven-Tengger 
de prijs van terong zoo hoog is". 

„De beide aardappel-variëteiten P>randale en (Jéante sans ])areille bleven 
haren roem handhaven en kon aan meerdere jxM-sonen, waaronder ook aan 
enkele Europeanen, dit jaar bibit verstrekt worden". 



Aan hel eind van dit jaarverslag gekomen stelt de ondergeteekende er 
prijs op nog de beide volgende veiklariugen af Ie leggen: 

Primo, dat de veel laler(> sauu'ustelling er van het onvermijdelijk ge- 
volg is zoowel van de hem in l!)02/PJ():i opgedragen commissie-reis, als van 



I ;;r, 

df', p'oii iiilsirl j,rc(|()(.-cii«|r, l.rl:iii;4ii.il^'' ;i:iii;;«'l<-j:<-iili.'(|cii. win- hfliMiid.-liii'i 
ii:i /-ijii Icnij^krci' iil /ijii lijd in Itfsla^i naiiifii. om \iiii aiid(i<' ltijlv«)iii«-iidi- 

IT(|(|i(|i liirl crlis Ie ^CW il ;^i 'Il ; 

Scclllidii, dal hn einde de i lidjeiii ii;,^ niel Imi- llie.T \ eil ia;:ili- te doen 

,,,id,.i-^aaii l.ij «lie saiiM'iisleMin- meer nu- dan aiid<'is. i-eii niim -el.iink 
is ^vniaakl \an de \cisla-cn en n^cn(..vi.'U.s hem liel iiM ren<le de \ eis.liillende 
afdcrliiij^eii «gedaan en \eislrel\l. 

l?iiilen/,()|-^'. 1 Seidciuhei' llMi:*.. 



'I'KKI I!. 



Bijlage I. 



VOORNAAMSTE IN 1902 ONTVANGEN ZADEN. 



Maand. 


Benaming der planten. 


Ontvangen van: 


Januari 


Caiina Loui.s Colomb. 
Cinnamomum Gassia. 
Hamelia sphaerocarpa. 
Ilex Dahoon. 
Quercus coccinea. 
Dlmus americana. 
Serenoa serrulala. 
Zamia inlegrilolia. 


Reasonner Broth — , Florida. 


Februari 


Passiflora edulis 


Dr. Spire. N. Caledonië. 




Hyphaena sp. 


Bot.-luin, Baroda. 




Landolpliia sp. 


Bol.-luin Victoria. 


Maart 


Arlhropliyllum boserianum. 
Cbrysopia sp. 


l)ir de ragricullure, Madagascar, 






Ficus sp. 






Washinglonia Palma-blanca. 






» • -colerado 






• -nigra. 






Agoslaclie nepetoides. 


W. A. Kellermax, Columbus. ü. 




Beozonia sp. 






Beluia lulea. 






Campanula americana. 






Cornus (lorida. 






Dioscorea villosa. 






Fraxinus quadrangulata. 






Ilex verticillala. 






Meuispermum canadense. 






Ostrya virginiana. 






Rhus birla. 






» radicans. 






Smilax rotundifolia. 






Viburnum prunifolium. 






Labisia poilioina. 


Dr. S. K. KooRDERs, Builenzorg. 




Baubinia acuminala. 


Bol.-luin, Singapore. 



1S8 



Maand. 



itciiuiiiing ilcr pluulen. 



()lilv;iri^'('?i v;iti 



Maarl. 



April. . 



Calamus hygrophilus. 
Gassia lirasilicnsis. 
Ginnamomiim inors. 
Kurririiia jniriiciiliita. 
Tristcllatcia atistralasia. 
Acer olilonpjiiiii. 
Acrocar|ius rraxinifoliu. 
Gassia grandis. 
Guprcssus tonilosa. 
Dalbergia latifolia. 
Plioenix ru|)icohi. 
Pterocarpus Marsupium. 
Sanlaliun alhiiii). 
Solaniiin macruntliiiiii. 
Acacia horrida. 

> i'unipcrina. 
Agave Franzosinus. 
Bidens Scliimpcri. 
Buddleia globosa. 
Geratnnia siliqua. 
Gereus Martini. 
Geslrum vespertinuni. 
Gitrus Aurantium, div. varieleilen. 
Cupressus funebris. 
Hibiscus heleropbyllus, 

* Manihot. 
Jacaranda ovalifolius. 
Malvaslruui borbonicum. 

• fragans. 

Salvia cleislogama. 
Acanlboslachys slrobilacea. 
Achraea cocrulescens. 
Alisma Plantago. 
Argenione ochroleuca. 
Asparagus relrofraclus. 
Begonia Scbmidtiana. 
Dorslenia contrajerva. 
Pilcairnea jtunicea x xanlliocalyx. 
Polygonuui sacbalinense. 
viviparum. 



Rot. -tuin, Olacaiinind. 



Sir Thomas IIanbciiy, La Morlola. 



Bot.-tuin. Utreciit. 



159 



Maand. 



Benaming der planten. 



Ontvangen van; 



April. 



Mei 



Salureia Iiortensis. 
Sida obliqua. 
Sidalcea candida* 

malvaeflora. 
Sierculia alata. 

• • var. 
Argemone uiexicana. 
Globba Schoraburgkii. 
Gossypium VVighlianuni. 
Nidularium amazoniciini. 
Pitcairnia densiflora. 

• lubulaelormis. 
Spiraea callosa. 
Begonia Schin'dliana. 
Buddleia brasibensis. ' 

• variabilis. 
Chloris sp. 
Conyza squarrosa. 
Davallia pyxidota. 
Dicksonia regalis. 

Sellovi^iana. 
Gaillardia lanceolala. 
pulchella. 
Ipomoea elegans. 

leucantba. 
splendens. 
Ruta graveolens. 
Solidago integril'olia. 

• niulliilora. 

• nutans. 
Acantbus latiloHus. 

> spinosissimus. 
Altbaea rüsea II. |il. 
Asperula azurea. 
Aster chinensis, div. variëteiten. 
Bellis perennis II. pi. 
Browallia Roezli 
Cenlaurea cyanus. 

• suaveolens. 
Dahlia variabilis tl. pi. 



Bot.-tuin, Calculla. 
Bot.-tuin. Leiden. 



Bot.-tuin, Amsterdam. 
Dir. Muséum d'Histoire naturelle 
Parijs. 



Daumann & Co. 



160 



Maand. 


llciiiimiiif.' iliT |ilaiilL'ii. , 


()iilvang(Mi van: 


Mei 


Juiiiperus chincnsis. 
Peluiiia liylir. 










f,'taii(lillora. 


* 




Xanlliocfiplialiis gyiiiii(i.s|>erinoï(los. 






Zinnia Üarwini 11. |)l. 






clegaiis, (liv. varieleilfiii. 






Tliaumalococcus Üaiiielli. 


Dii'. IJkI.-Iuiii. Siiif,'a|H)i(!. 




Araucaria lirasilieiisis. 


I»ir. IJol -liiiii, Naftpls. 




Diverse Canna's. 





Juni. 



Juli 

Augustus 



AhiiUlon. Hef,Mielli. 
Diverse adianluiiis. 
Artemisia japonica. 

Uoxbiirgliiana. 
Bruiisfelsia niacrophylla. 

• violacea. 

Cuphca procuiiihens. 
Uibiscus liiiillura. 

* mexicanus. 
Lonicera gibbosa. 
Lantana rosea. 
Olea clirysophylla. 
Opuntia robusla. 
Pavonia coccinea, 

> speciosa. 
Rudbeckia maxima. 
. speciosa. 
Senecio graiulil'olius. 
Munlingia Galabura. 
Mariia ebenacea. 
Sanliria laca. 

Arciionlopboenix Cunningbamii. 
Callistemon pboeuiceus. 
Eucalyplus resinifera. 
Grevillea robusta. 
Trislania conferla. 
> neriifolia. 
Melaleuca Preissiana. 
Myrsine variabilis. 
Irvingia malaiyana. 



Dir. I5(»l.-liiiii, l'ahïriini. 



Ned. Consul, Philippijnen. 
Oir. Bot.-tuin, Singapore. 

Dir. Bot.'tuin, Melbourne. 



Dir. Bol.-tuin, Singapore 



161 




Augustus. . 
September . 



October 



November. 
December. 



Gnetum microstachyum. 
Anona morunga. 
Diplerocarpus insularis. 
Lagerstroemia Sliorelii. 
Licuala pellata.. 
Sageraea Hookeri. 
Unona jucunda. 
Uvaria uncata. 
Amomum mala. 
Dendrocalamus strictus. 
Chanaedora elatior. 
Trachycarpus sp. 
Geonoraa sp. 
Sabal sp. 

Costus cylindricus. 
Parinarium Griffithianum, 
Acacia heterophylla. 
pycnanlha. 

• retinodes. 

• Scaebala. 
decurrens. 

Albizzia lophanta. 
Arabls sp. 

Cupressus serapervirens. 
> orientalis. 

• senipervirens horizontalis. 

• torulosa. 
Cryptomeria japonica. 
Eucalyplus citriodorus. 

siderophiora. 
Juniperus procera. 
Musa ensente var, 
Olea europaea. 
Parinarium salicifolium. 
Picea excelsa. 
Pinus Abies. 

> canariensis. 

» halepensis. 
harrisi. 

» Pseudo-tsuga. 



Dir. Bot.-tuiii, Saigon. 



Dir. Kon. Bot.-tuin, Berlijn. 

Dir. Bot.-tuin, Calcutta. 

Santa Rarbara, Californie, U. S. A. 



Dir. Bot.-tuin, Trinidad. 

Houtvester van Beniralen. 
Dir. Bot.-tuin, Berlijn. 



Verslag vin 'slands flantentuin 1902. 



H 



102 



Maand. 


Benaming der 


planlcn. 


()titv;it)?pn van: 


December 


Pinus sylvcslris. 
Podocarpus olongaia. 
Quillaja Saponaria. 
Telfairia podata. 
Tsuga canadensis. 
Thuja occidentalis. 

. Rif,'anlea. 
Wellinglonia giganlea. 










Begonia gracilis rosea. 




VlLMORIN — ArdHIEUX Cl 


Cie. 




allia. 




Parys. 






• semperllorens en 


variëteiten. 







Bijlage It. 



IN 1902 ONTVANGEN PLANTEN. 



Maand. 


Benaming der planten. 


Ontvangen van: 


Januari 


Apostasia Wallichii. 
Cyperacea sp. 


VV. J. D. VAN AsDEL, Soekaboemi. 




Liparis crenulala. 


•■ 




Neuwiedia Zollingeri. 






Tropidia grarainea. 






Zingiberacea. 




Maart 


Ardisia demissa. 


Dr. S H. KooRDERs, Buiteozorg. 


. 


Podocarpus Blumei. 


' - 


' 


Een partij Orchidaceae van Borneo. 


Grootikgs, Weltevreden. 




Bambusa sp. 


Carlier, Solo. 




Een partij Urchidaceae. 




April 


Dendrobium Pbalaenopsis. 




Mei 


Mexr. Illing. Teeal. 



Juni 



Hemerocallis sp. 
Saccharum officinarum. 
Begonia hybr. gigantea. 

• • > 
Cyclamen neapolitanuin. 

repandum. 
Anthuriuni. 

Calamus didymopliyllus. 
» geniculatus. 

• grandis. 

• hygrophiius. 
Daemonorops calicarpus. 
Scleropyrum Maingoyii. 
Rotan segar. 

Vanda Dearii. 

Myrsinacea sp. 
Begonia sp. 
Hemigrapbis sp. 



0. pi. 



J. D. KoBDs, Pasoeroean. 
Dammann & Co., Napels. 



Dir. Bot. -tuin, Singapore. 



Dr. D. J. Hulshof? Pol, Bui- 

tenzorg. 
Van Andel, Artana. 



164 



Maand. 


Benaming der planten. 


Ontvangen van: 


AugusUis. . 


Gladiolus hybr. 83 var. 


Cbemob-nk Nuhseby & Co., 


Rich- 


! 


Convallaria majalis, 50 slnks. 


mond. 




September 


Anchomanes Hookcri. 
Philodendron cannaeiolium. 
siiuaiiiilerum. 
Klugia zcylanica. 
Eupomalia laiirina. 
Triplaris amcricana. 
A her ia caiïra. 
Afzelia quanzensis. 
Apocynacea sp. 
Andira surinamensis. 
Anlidesma platyphyllum. 
Artocarpus Lakoocha. 
Bauhinia candicans. 
raacranlha. 
Bonibax sp. 

Calophyllus Inophyllus. 
Calabus. 

haematocephalus. 
Carissa edule var. Kongamari. 
Chloranlhus olficinalis. 
Clerodendron splendens, 

sp. 
Cola vera. 

Comhrentum Raimbaullii. 
Cofl'ea comphara, 
Clusia sp. 
Crolon Guldingi. 
Diptolropis brachypetalum. 
Dracaena sp. 
Eugenia edulis. 
Euphorbiacea. 
Erylhrophleum quineensis. 
Garcinia Kola," 
Guarea PerroUeltiana. 
Haemanlhus Lindeni. 
Haemaloslaphis Barteri. 
Hevea pauciflora. 
llex nigro punctata. 


Dir. Bot.-luin, K<;w. 





165 



Maand. 


Benaming der planten. 


Ontvangen van : 


September 


Khaya .senegalensis. 
Landolphia spliaerocarpa. 

sp. 
Machaeriura Tipa. 
Malpighia glabra. 
Marsdenia verrucosa. 
Modecca sp, 
Monodora lenuifolia. 
Passiflora laurifolia. 

Watsoniana. 
Pavelta Gardeniaefolia. 
Posoqueria lalifolia. 
Siparuna Thea. 
Solanum pensile. 
Slroplianlhus sp, (W. Afr.). 
Strychnos Mockenii. 
Tabernaemonlana usarabarens. 

Barteri. 
Telfairia occidentalis. 
Terminalia prunioides. 
Tipuana speciosa. 






Anlburium Salraoneum. 


E. PiJNAABT VAN Geert, Gent. 




Alsophylla van Geerli, 






Aglaonema coslata var. splendens. 






Ceropogia VVaardi. 






Curmeria Leopoldi. 






Cypripedium superciliare. 






Laurenceanum. 






Drury acieclum. 






DiefFenbacbia Fournieri. 






Eupborbia Fournieri. 






Geononia Scballiana. 






Kenlia Lindeni. 






Laurya campanulata. 






Pavonia inlermedia. 






Platycerium Ililli. 






Veilcbia Johannis, 






Allernaulbera araoena var. 


Dir. Bot.-tuiu. Leiden, 



grandis. 
paronychioides. 



IBf. 



Maaiiil. 



Sepleml)er. 



Benaming der planten- 



AiUTii.iiiilicra iiiiKMiychioides aurea. 
, ■ major, 

sp. 
Anllmrimii uiarfiarilaceum. 

hyhriilum. 
Acro''lichum alatum. 

sp. 
Aechmea mexicana. 
Allamanda Williamsii. 
Aloplectus sanRuineus. 
Bochmeria argenlea. 
Brownea grandiceps. 
Cochlioslemana Jacobiana. 
Cryplanlhus Lacerdaea. 
Dalilia laciniata var. purpurea. 
Dorslenia Houslonii. 
Euphorbia Fournieri. 
Mucuma imbricala. 
Nepenlhes albo-marginata. 

arapuUaria-villala. 

Chelsonii. 

cylindrica. 
. Dicksoniana. 

Hookeri, 

elongata. 

> intermedia. 

> Mastersii. 
Stuartü. 

Pandanus amaryllidifolia. 
Peperoniia sp. Brazil. 
Philodendron corsianum. 
Pitcairnia raaidifolia. 

regia, 
Quisqualis pubescens. 
Ruellia formosa. 
Sanchezia nobilis. 
Tacca macranlha. 
Telanthera sp. 

versicolor. 
Utricularia montana. 



Ontvangen van: 



167 



Maand. 



Benaming der planten. 



Ontvangen van: 



September 


Vitis gongylodes. 
Vilis quadricaulis. 
Vriesea Sandersii. . 
Begonia Sulherlandii. 




October 


Alocasia sp. 

Anlhurium Schertzerianum var. album. 

Veitchii. 
Arenga Englerii. 
Caltleya Harrisoniae 2. 

velulina. 
Ceropegia Woodii. 
Cypripediura Sanderianum. 
Dendrobium spectabile. 

nobile var. Cooksonii. 
Dracaena Cantleyi. 

Geonoraa Pynaertiaua. > 
Haemanlhus Kalbreyeri 4. 
Laelia crispa. 
Lissochilus sp. 12. 
Livistona Woodfordii. 
Paullinia Ihalictrifolia. 
Plalycerium angolense. 
Saccolabium vidaceum. 
Trinax Rarbadense. 


Sander & Co., Si. Albans. 


November 


Cymbidiuni sp 
Dendrobinm sp. 2. 
Eria sp. 
Vanda sp. 


D'. SriRE, Saigon. 



UiJLAGE III. 



STAAT VAN DR IN 1902 Vi:RZONnKN ZADKN 
I:N PLANTb:N. 



i ° 

s ca 
S5 ^ 



Aan wien gezonden 



Soort der 
belending. 



Inhoudende: 



838 

978 
3594 

1381 



Consul-Generaal van Frankrijk. 



Consul van Portugal 



2340 

2753 

241 

1271 
2287 



Siam 



1352 
3375 

3382 
1940 
3682 
2022 
2148 1 



Resident van Bandoeng.. 
• Banjoemas , . 



Bantam. 
Besoeki , 
Kedoe . . 



Zaden van Albizzia moliiccanu en 
» ^ .stipulala. 



Pilhecolobium Saman. 

• » AU)iz/.ia moluccana, Pi- 

ihecolobiuni Saman en 
Caesalpinia dasyrachis, 
Cola acuminata en Cas- 
tilloa elastica. 
Manihol Glaziovji. 

• • palmen, boon7Soorlen en 

Nymphaea's, 
Koningspalm. 
■ • Melia azedarach, Cedrela 
serrulala, Albizzia mo- 
luccana, Spalhodea caui- 
panulala, Oreodoxa's en 
Nymphaea's. 

• » bloemen en heesiers. 

» » Panicum maximum en 

Melinis minutiüora. 
» • palmen en gazongras. 
Soja hispida. 
Palmen, Canna's en sierplanten. 
Peperzaad. 
Bielzaad. 



169 





Aan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




-O 


'Sc 

1 

1 


•d 

c 

i 
's 

2 


g 

o 


Inhoudende : 


2855 


Resident van Kedoe 






1 Zaden van Hibiscus sabdarifl'a. 


979 


der Lampongsche Districten 






1 Cacao-zaad. 


994 


von Madioen 




3 


Palmen, heesters en klimplanten. 


2811 


• Madoera 




1 


1 Kanaripitten. 


2899 


a > > 






1 , 


3154 


1 > » 






4 Zaden van palmen, bloemen en 












grassoorten. 


344 


• Pekalongan 








Encalyptus alba. 


2349 


• RiouwenOnderhoorigheden. 








Gazongraszaad. 


3505 


• Soerabaja 








Zaden van Sorghum vulgare. 


3449 


» Tapanoeli 




1 




• vruchlboomen. 


2242 


AssistentResident van Batang 








• Panicum maximum. 


1509 


» > • Balipoe en X 












Kota's 








Maiszaden. 


317 


• Blitar 




2 




Zaden van sierplanten, palmen, bloe- 
men, heesters, gazon- 
gras, schailuwboomen en 
planten van Coniferen. 


1288 


• Biora 






2 


• bloemen en sierplanten. 


2684 


» • • Brehes 






2 


• Sorghum vulgare. 


3499 


• Djember 






2 


• palmen, bloemen enjklim- 
planten. 


277 


• Keboemen 






1 


• Sarcolobus spanoghei. 


487 


. , 






1 


• Hibiscus sabdaritta. 


1323 









1 


I • • > 


3161 









1 


. . 


3130 


• * * * ••••••• 






3 


. • Euchlaena luxurians, Me- 
linis minutitlora en Pa- 
nicum maximum. 


3559 


. • • Koedoes 






2 


• bloemen en sierplanten. 


2949 


• Loemadjang 




1 


2 


• gazon- en veevoedergras, 
planten van Canna's en 
palmen. 


1738 


■ Magetan 






1 


• Caesalpinia coriaria. 


2151 


. Makassar 




1 


1 


Heesiers en gazongraszaad. 


334 


• Moeara Doea 




1 


1 


Palmen, Canna's en maiszaden. 


2399 


• • Ngavvi 






3 


Zaden van schaduwboomen, hees- 
ters en bloemen. 



70 



u 2 


Aan wit'ti pczonilen; 


Soort der 
bezending. 




O) 2 
1 = 

z) ra 
>= u 


«. 

a 
SC 


§ 
O 

'2 




Inhoudende: 


2896 


Assistent-Resident v.in Nienvv-Giiinea. . . . 




2 


Zaden van bloenifii, |ialmr'(i en 








sierplanten. 


94 


» • der Ooster-Dislriclen 


I 




van Celebos 




'2. (iazongraszaad. 


1558 


• • • Padanp; 




2 


2 


Zaden van nuttige gewassen. 


3014 


. Pandeglanp 




5 


• • sierplanten, palmen. 












bloemen, groenten en 












mais. 


3444 








3 


■ gazongras, bloemen en 
Euchlaena luxurians. 


3757 


» • » Poerworedjd 




1 




• scbadu\vbof»men. 


146 


• • • Priaman 






?, 


• Spathodea campanulata 
en sierpalmen. 












1329 


• I ■ • .,, 






1 


• palmen. 


3636 


• » • Probolingpo 






3 


• • • coniferen en 
Euchlaena luxurians. 


1935 


• • • Sidho-Ardjo 






2 


• bloemen en palmen. 


2030 







1 




Palmen. 


3583 


» • • 






2 


Zaden van vruchtboomen. bloemen 
en heesters. 


311 


» » • Soerabaja 




2 




Planten van diverse hoornen, sier- 
heeslers en palmen, 


2372 


» t t Toeban 






1 
10 


Palmzaden. 


1112 


• • TpenggalekV 


Zaden van diverse cultuurplanten. 


1121 









1 


• Panicum maximum. 


1907 







1 




• Myristica fragrans. 


2404 


■^ 






4 


. Ficus elastica, Castilloa 
elaslica, Payena Leerii en Hevea 
brasiliensis. 


2150 


Wd. Assistent-Resident van Djambi 




1 




Sierpalmen. 


3175 


Secretaris van Banka, te Muntok 

• 




4 


1 


Bamboesoorten, waterplanten en 
veevoedergraszaad. 


2676 


Controleur xan Ajer Bangies 






7 


Zaden van nuttige gewassen. 
Groen lezaden. 


3722 






2 


1 
3 


1238 


• Alahan Pandjang 


Zaden van nuttige gewassen. 


1939 


• • 1 »^ , 






1 


Bloemzaden. 


1299 


» » Bandoeng 






1 


Zaden van Euchlaena luxurians. 


1971 


• Baros 






1 


• Pithecolobium Saman. 



171 



s Ë 



s 
SS 



Aan wien gezonden; 



Soort der 
bezending. 



Inhoudende : 



3127 



3483 
1276 



1622 
1624 



1292 

1641 
3079 
3728 
1111 
1980 
1653 
2627 
1658 



881 

3119 
380 



3126 
1345 
2012 
1249 
448 

3436 



Controleur van Batang Alai en Laloean 

Amas 

» » Bavvean 

• • Bangkajang 

» • Bengkalis 

» • Benoea IV en Margasari. 

» • Beraoe 



der Bergregenlschappen, Tjamba. 



van Besoeki. . . . 
Bikeroe . . . 

Blora 

Bodja 

Boengaraas. 



Djatirogo 



Djembrana , 



Djokjakarta 

Iliran en Banjocasin. 



Joana 

Kadjen 

Kajoe ïanam 

Karang Anjer 



Kendal . 



Zaden van Tauiarindus indica en 

Pilhecolobium Saman. 
Ramehzaad. 
Bloemzaden. 

Zaden van gazongras, bloemen, pal- 
men, Djatti-, vrucht- en 
schaduwboomen. 
» » palmen en gazongras. 

• » Taraarindus indica, Cas- 

tiltoa elastica en Hevea 
brasiliensis. 
» • vruchtboomen, groenten 
en bloemen. 

• » vruchtboomen, 
Bloemzaden. 

Zaden van Sorghura vulgar<>. 

Kanari-pitlen. 

Zaden van Pilhecolobium Saman. 
■ Ficus elastica, 

Bloemzaden. 

Zaden van Zea inays, Euchlaeiia 
luxurians, Canarium 
commune en Da- 
mara. 

• • vruciilboomen eu zon- 
nebloemen. 

Palmzaden. 

Zaden van Ficus elastica, bloemen, 
sierplanten en vrucht- 
boomen. 
> > Hevea brasiliensis. 
Ganna-zaden. 

Zaden van Thea assamica. 
» • vruchtboomen. 

> palmen, Lotus en hees- 
ters. 
Palmzaden. 



172 



bo 



Aan wien gezonden 



Soort der 
bezonding. 



Inhoudende: 



3657 



Controleur van Kepandjen. 



3133 



1704 
2697 



2755 
2095 
1538 
2837 



96 

1646 
1018 

3160 
3216 

1252 

1525 

170 

2096 
1417 



2112 

215 

3050 



• Koeto-Ardjo 

» Komerinp Oeioe 

» > * , 

• • » ••••••• 

• LimboUo 

• Magelang 

• Mampawa 

• Matarara 

• Merawang 

• Modjoagoeng 

• Modjokerlo 

der Ommelanden van Telok 

Helong 

• Ophir-Üistrictcn 

• > • ,, , 

van Oud-Agam 

•^ Palele 

• Pangkadjene 

• I , 

> Panolan 



Zaden van Tamarindus indica, Ca- 
nariuin commune. Brow- 
nea grandiceps, Pilhc- 
cololdum Saman nn 
palmen. 

• • Eiichlaena luxurians, 
Paniciim maximum en Melinis 
minuti flora. 

Djalti-pitlen. 

Zaden van Voandzeia sublerranea, 
Zea Mays, Spaansche 
peper en vruchlboo- 
men. 

• > Panicum maximum. 
Djatti-pillen. 

Palmen en sierplanten. 
Zaden van Panicum maximum, Me- 
linis minuliflora en 
bloemen. 
» » Canarium commune en 
Bixa Orellana. 
Bloem- en palmzaden. 
Zaden van diverse culluurplan- 
len. 
> > Helianthus annuus. 

Blocmzadcn. 

Rijst- en maiszaden. 

Zaden van Sesamum indicum. 

• Coniferen, palmen, sier- 
planten, heesters en gras. 

Bloemzaden. 

Zaden van Elaeis guineensis, Heli- 
anthus annuu.s, heesters en ga- 
zongras. 

Maiszaden. 

Zaden van Pilhecolobiura Saman. 



m 





Aan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




1 ^ 
1 5 

-o 


1 


c 
§ 
o 

2 


a 

N 

O 

5 


Inhoudende : 


2031 


Controleur van Parigi 






11 


Zaden van Gastilloa elastica, Elaeis 
guineensis, Euchlaena 
luxurians, Helianlhus 
annuus, Melia Azedarach, 
Melinis minuliflora, Pa- 
yena Leerii, Panicum 
maximum, Pithecolo- 
biura Saman, Urostigma 
elasticum en Zea Mays. 


2756 


> • • 






2 


» » Gastilloa elastica en 






Pithecolobiura Saman. 


3023 


» » * 




1 


1 
1 
2 


• » Albizzia moluccana. 


3415 






1781 


• • Pamalang, 


• nuttige planten, bloe- 












men en vruchtboomeii. 


2984 


> > a 




1 


20 


> » diverse nuttige gewas- 
sen, vruchtboomen, bloe- 






















men, sierplanten, gazon- 












en Braziliaansch voeder- 












gras. 


1705 


• Poear Datar Mahe 




1 


2 


» » Zea Mays, Pithecolo- 
bium Saman, Glycine 
soja, heesters, palmen 
en kaljangsoorten. 


1820 


• • • • • 




1 


1 


> • Albizzia moluccana en 
cassavesoorten. 


1991 


. 






1 


• • Scbizolobium excelsura. 


2379 


• Ponorogo 






1 


> > Panicum maximum. 


2776 


• Poso' 






1 


• Rotan. 


343 


» • Prambon 




1 




Palmen. 


3301 


• > Probolinggo 






2 


Zaden van palmen en vruchlbooraen. 


1423 


• • Randoedongkal 






3 


• boomeii en sierplanten. 
» • Panicum maximum en 


2439 


• Salatiga 






2 












Victoria regia. 


3409 


> > • 




1 




Plantjes van Panicum maximum. 
Zaden van bloemen, palmen, vrucht- 


2367 


• Semangka 






4 












en schaduwboomen. 


2399 


» • » 




1 




Maiskolven. 



174 



a g 

3 co 
»5 u 



Aan wien gczoiidon ; 



2290 
2346 
3218 



1943 
2869 

3290 
475 

3244 
545 

2352 

2463 
177 

1386 
502 
261 

1348 
3373 
1759 
2422 
2194 

3241 



2269 

3589 

47C 

198 
157 

1437 



Si Pirok.. 
Soemenep 



Süepajang. . . . 

Tajan 

Talaga 

Tanah Laul. 



Tandjong Radja. 



Tjaringin, 
Tjepoe . . , 
Wirosari , 



Soori der 
kexending. 



Controleur van Sepoelih. 
• • Scrang . . 



VVlingi 

Wd. Conlroleur van Amandil en Negara* 



der Riams. 



Aspirant-Controleur van Blora. 



> Doro 

. Kola Bahroe. 



Ngandjoek 
Tjiatnisl. . . 



Inliouiteiide: 





3 

1 




2 


1 




1 




1 


1 




4 




1 




1 




3 




1 


1 


1 




1 



Zadcii van l'anii'iiin tnaximiini. 

Gazongraszaad. 

Planten van Cinnamomum zey- 
lanicum, Ficus elaslica en My- 
rislica fragrans, zaden vati ga- 
zongras, hloemen en andere 
planten. 

Ananas planten. 

Zaden van diverse nuttige gewas- 
sen en boomen, 
» • nuttige gewassen. 

Maiszaden. 

Zaden van Ricinus communis. 

• • Melaleuca cajeputi. 

• > Melinis minutiflora, 

• » Canarium commune. 

• • nuttige gewassen, bloe- 

men en sierplanten» 

• • Pilhecolobium Saman. 

• sierpalmen. 

• Ficus elaslica, palmen 
en sierplanten. 

Palmzaden. 

Gazon- en veevoedergraszaad. 

Zaden van Terminalia Catappa. 

• > Tamarindus indica. 

• • Canarium commune en 

ga zon gras. 

• > Pilhecolobium Saman, 

andere schaduwbooinen 
en sierplanten. 

• > Thea assamica. 
> • palmen, 

. Albizzia stipulala, bloe- 
men en vruchtboomen. 
Gazongraszaad. 
Cacao- en groentezaden. 
Groentezaden. 



\1^ 





Aan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




1 2 


É 

■g 

1 


1 

s 

"S 

'■2 


a 
"o 

s 


Inhoudende : 


2826 


Plaulselijk Militaire Commandanl lePang- 












kal Pinang 






2 


Zaden van Nydliaea's gazongras en 
palmen. 


2426 


» » Commandant te Sam- 












bas 






1 


üroentezaden. 


953 


•^ • Commandant te Seu- 












limeun 






4 


Zaden van Cotfea liberica, Mauiliot 
Glaziovii en palmen. 


3447 


Militaire Commandant te Merauke 






1 


» • bloemen en sierplanten. 


3008 


Commandant der ageerende troepen Ie 












Limboer 






2 


Groentezaden. 


2165 


Civiel Cezaghebher van Samalanga 






2 


Bloem- en groentezaden. 


1735 


Eerstaanwezend Genie-oQicier te Makassar. 






3 


Zaden van palmen, sierheesters en 
snelgroeiende schaduw- 
boomen. 


264 


» » » • Tjimahi. 




1 




• schaduwboomen en 
heesters. 


1291 


• 1 > • > 




1 




• » Canarium commune. 


1885 


» ... Soerabaja 






1 


• Eiicalyplus alba. 


384 


• ofiicier van Gezondheid te 












Moeara Tambesi 






2 


• . veevoedergrassoorten. 


1167 


Chei' van het Militair- Hospitaal Ie Padang. 






2 


• gazongras en bloemen. 


3438 


• . • • Sema- 












rang 






1 


» » diverse planten. 


103 


Directeur van het Marine Etablissement, 












Soerabaja 




3 




Planten en zaden van bloemen, 
palmen, gras, sierplanten en 
boomen. 


285 


Idem. 






1 


Gazongraszaad. 

Zaden van heesters, palmen, Can- 


3525 


Idem 






4 






na's en gazongras. 


2750 


Directeur van het Remonte-Depot, Pada- 












larang 




10 


1 


Planten xan diverse voedergewassen, 
zaden van Euchlacna luxurians. 


3294 


Idem 






1 

I 


Zaden van Euchlaena luxurians. 


3452 


Idem 


Bloemzaden. 


457 


Inspecteur bij het Boschwezen, Semarang. 




10 


2 


Planten en zanen van Hevea brasi- 
liensis en Ficus elastica. 



17ü 



<u ca 

3 > 
S c 



Aan wieii f^c/onden : 



1088 Inspecteur l)ij liel üoschwezen.Semarang. 

1270 

3077 

3414 



2890 



1510 
924 

1393 



197 

1269 

196 

3236 

3181 



Houtvester van Bodja 

• > Japara . . . , 

• • Kcndal. . . . 

> • Laiuongau 



. • Madioen 

. • Modjokerto • . . 

» Ngawi 

• SeinarangWeslSoerakarta 
Aspirant-Houlvesler, Poerwodadi 



455 
2196 
3679 

456 
2436 
2611 

310 

695 

1594 



Opziener bij het Doschwezen, Bandjaran 

Kedewan. 



> > • <• Ratnbipoedji. 

. • Alas-Goeng . 

ingenieur der Pemaliewerken, Tegal 



Directeur H. B. S., Semarang 



Soon der 
bMending. 



Inhoudende : 



1 Zaii<;u van lievt^a i)ra.si[ien8i8. 



Kicus elaslica. 
Planten van Ficus cla^lica. 

en zaden van Hevea brasi- 
iicnsis. 
Zaden van Scbizulobiuni excclsuui, 
Brownea hybriila en 
llclianthus annuus. 

• > Koniiigspalm. 

• » Brownea bybrida en 

Passiflora foelida. 
> Albizzia moluccana, Cus- 
lilloa elaslica, Cedrela odoraia, 
Eucalyplus alba, Eusideroxylou 
Zwageri, Isoplera borneensis, Pi- 
ihecolobium Saman en Helianlhus 
annuus. 
Marcotten van Ficus elaslica. 



Bloemzaden. 

Zaden van Aracbis hypogaea, Pani- 
cuni maximum, Bixa 
ürellana, Corchorus cap- 
sularis, Albizzia moluc- 
cana, Sorghum vulgare 
en Cacsalpinia sapau. 
> > Hevea brasiliensis. 

• groenten. 

> > , heesters en 

gazongras. 

• üevea brasiliensis. 

• groenten en bloemen. 

. Pilhecolobium Saman en 
waterlelie. 
Planten Caryophyllus aromaticus. 
Diverse zaden en planten. 



177 



te 

s > 
s ü 

3 « 



Aan wien sezonden: 



Sooit der 
bezending. 



Inhoudende: 



1988 
682 



Directeur H. B. S., Semarang 
• • . . Soerabaja. 



2359 

2243 

1531 

2058 

2270 
806 
1403 
3522 
284 
3746 
1674 
2351 
2361 
3742 

741 

1149 



> van het Geneeskundig Gesticht 
voor krankzinnigen, Buitenzorg. 

> van hel Geneeskundig Gesticht 
voor krankzinnigen, Lawang 

Chef P.- en T. Kantoor, Karang Anjer,.. 

Chef 11^" Afdeeling der Staatsspoorwègen, 

Soerabaja 

Idem 

Chef IVde sectie, lijn Padelarang — Krawang. 

Stationchef te Tjimahi 

Regent van Cheribon, 

Dainak 



Madjalengka 

Ngawi 

Poerwodadi 

Toeloeng Agoeng. 



Wedono van Adjibarang. 
> > Tasikmalaja 



VbHSUG van 's LANDS PUNTENTUIN 1902. 



Palmen. 

Planten van Cola acuminata en 
Cinnamomum zeylanicum, zaden 
van Andropogon muricatus, Cae- 
salpinia coriaria, Bixa Orellana, 
Eriodendron anfracluosum, Ery- 
throxylon Coca, Helianthus an- 
iiuus, Indigofera tinctoria, Nico- 
tiana Tabaccum en Thea assa- 
mica. 

Zaden van bloemen en planten. 

Gazongraszaad. 

Zaden van gazongras, bloemen en 
sierheeslers. 

> > sierplanten. 
Palmzaden. 

Zaden van Eucalyptus alba. 

> bloemen en klimpianten. 
>L > Swietenia Mahagoni. 
Marcotlen van Ficus elastica. 
Palmzaden. 

Planten van Swietenia Mahagonia. 
Zaden van palmen en sierplanten. 
Bloemzaden. 

Zaden van Caryophyllus aromaticus, 
Zea Mays en vruchtb. 

> • Hevea brasiliensis en 

cacao. 

> > Albizzia moluccana, AI- 

bizzia stipulata, Andropogon 

muricatus, Boebmeria nivea, 

Castilloa elastica, Cedrela ser- 

rulata, -Melinis minutillora. Pa- 

nicum maximum en Swietenia 

Mahagoni. 

12 



178 






1141 

82 

233 

2308 

2384 
2904 

3271 



3371 
721 

1414 

2088 
730 

3491 



3315 

409 

1159 

2403 
2285 

236 

2251 

1941 

3405 
3702 



Aan wien (:;e/oii(len : 



Wedana Dislricl Tjihea 

Assistent- VVciiaiia van Uockoeh Duengoes. 



Soorl lier 
iMteiiiiiiit,'. 



Kaliaugkrik. 



Poenggoer. 



Abdoerachman, M., District hoofd Benoea 
IV, Rantau 

Administratie der Deli-Maalschappij, Me- 
dan 

Idem 

Idem 

Administratie der Senembah-Maa (schappij, 

TandjoDg Moravva 

» der .Ïal)ak-Maatschappij, 

• Arendsburg", Soengei Bras, Medan... 

Administratie van 'Aias Rowo", Pasi- 

rian 

• Bojong, Menadc. . . 



Miramontana. 
Soekaboemi . . 






u0 , a 



IiiiioudtMitie: 



Zaden vjii Kucalyptus alba. 
• • culiunrgewassen. 



Ilelianthus annuus en 

Theobroma cacao. 

groenten. 

en Melinis 

minutitlora. 

Voandzeia subterranea, 

Zea Mays, Euchlaena 

luxurians en Caryophyl- 

lus aromaticus. 

Arachis hypogaea. 

nuttige gewassen. 

Zea Mays. 

Uncaria Gamhir. 

nuttige gewassen. 

Albizzia moluccana, The- 
obroma Cacao en Voandzeia sub- 
terranea. 



Groentezaden. 

Djatti-piltcn 

Planten xan Hevea brasiliensis en 

Castilloa elastica. 
Zaden van Castilloa elastica. 

> Melinis minutitlora. 

Palmzaden. 

Zaden van Erythroxylon Coca. 

» Ficus elastica en Payena 
Leerii. 
> > Koningspahn. 
Gazongras eu zaden van Damara en 
Koniugspalm. 



179 







Soort (Ier 




bb 




bezending. 




t- SS 








5 2 
S > 


« 








1 ^ 


Aan wien gezonden : 




e 

i 


CS 


Inhoudende : 


« *. 
« 




"E 


'o 


O 




-o 






« 


J£ 








^ 


:£ 


S 





2276 



2067 



410 

1617 
2649 



3267 

2265 
3520 

2266 

1985 



2623 



2802 
1715 

2971 



1768 

1264 

2278 
3735 



Administrateur van Namoe Üjawi, Bindjei, 
Deli 

> > Namoe Tongan, Bins 

tijey 

> • Paya Jambu Estate, 

Bindjey 

> ■ idem 

• Sapoe Angin, Toeloeng 
Agoeng 

• idem 

» Sengon, Wlingi 

• Soeban AJam, Ben- 
koelen 

• • Soember Pandan, 

Bahroe 

» Rowo, Pasi- 
rian 

• idem 

» • idem 

• Soengei Sikambing, 
Medan 

. • Sorogadoeg, Üjocdja. 

> Sragi, Pekalongan . . . 

• Padang Brahrang, 
Bindjey 

• Tambak, Bujolaii.... 

• • Tjikembang, Tjibadak. 



Zaden van Hevea hrasiliensis en 
Solanum meiongena. 

> • Zea Mays en Melinis 

minuli flora 

• > Albizzia uioluccana. 



• Thea assainica en Musa 
raindanensis. 

Planten van Musa mindanensis en 

Coffea stenophylla. 
Zaden van Coffea stenophylla. 

• * Albizzia moluccana. 

• • Coffea stenophylla. 

» » » • en 

Ficus elaslica, planten van Musa 
mindanensis. 

Planten van Coffea stenophylla, Fi- 
cus elcstica en Musa minda- 
nensis. 

Palm- en zonnebloemzaad. 

Zaden van Albizzia moluccana. 
» • Pilhecolobiuin Saraan, 
Melinis ininutitlora en 
Panicum maximum. 

• > schaduwboomen en 

klimplanlen. 

• Albizzia moluccana. 

' Pithecolobium Saman. 

• Albizzia moluccana. 



180 



60 

3 co 
S5 w 



Aan wicn Rcznnilfïn 



Sooii der 
bezcading. 



InlioudiMiile : 



2162 
2679 

1336 

1698 

3318 
91 

495 

3303 
2238 



2864 
1502 

2768 

1277 
737 
180 

3234 

3504 
299 

3748 

1792 



Administrateur van Wonorcdjo, Malang.. 

W(l. Ailminislraleiir van Kali Kadjar Ki- 
docl, Hanjoewangi 

Aai-st— Mensinc. Mevrouw M. van, Pro- 

boiinf^go 

AcKEBMABN, j'. Ciis„ SragCH 

M. W. Th.. Ngargoloko Mali- 
bari, Salaliga 

Adama van Scheltema, C. S., Modjo- 
Sragen 

Idem 

Agent V. d. Factorij der Ned. Handel 
Maatschappij, Semarang 

Akkerman, R., Soerabaja 

Alberts, f. W., Malang 

> • ■ > 

Albertz J., Magelang 

Alkema, B. M., Bandoeng 

Almerood, C. J., Palenibang 

Alphen de Veer, H. J. van, •Wangkal", 

Banjoevvangie 

Idem 

Ardel, W. J. D. van, Artana, Soekaboemi. 



Zaden van Ficus elastica en Pithe- 
colohjum Saniati. 

• • Zca Mays en Caesalpinia 

dasyracbis. 

• • Gasuarina en palmen. 

> Visenia indica en ka- 
toen. 
Palmzaden. 

Zaden van Caesalpinia sapan, Gos- 
sipiuiu indicum en Visenia indica. 

Palmzaden. 



Planten van Ficus elastica. Hevea 

brasiliensis, Castilloa elastica en 

Palaquium Treubii. 
Zaden van vruchtboomen. 

> • Urostigma elasticum en 
Gassia fistula. 

» • Cinnamomum zeylani- 

cum en peper. 
Groenlezaden. 
Sierplanten en heesters. 
Zaden van nuttige gewassen, 

• • • > en ga> 

zongras. 
Maiszaden. 



Zaden van Albizzia moluccana. 



en 



Zea Mays. 
> Melints minutiQora, 

Sorghum vulgare en Panicum 
maximum. 



181 



a 
s 

3 
is 



Aan wien gezonden : 



Soort der 
bezending. 



Inhoudende: 



1786 Anderson, Mevr. W. T., Pasoeroean 

949 Apcar, G. L., Kediri 

2766 Apon, J.. Tegal 

2772 Appel, K., Bongkang, Tandjong Z. en 0. 

Afd, Borneo 

1431 Abdaseeb, Mevr. P., Tegai 

445 Arendsen Hein, S. A., Modjokerlo 

1730 Bade, M'. e., Soerabaja 

2471 Baehb, L. f. K., Besoeki 

3195 Baesjoü, Penarapean, Toeloeng-Agoeng. . . 

293 Bandel, R. van, Djeraber 

2212 . . . • 

2428 Barmen 't Loo, D'. J. H. J., Tosari. 

960 Babtels, M. e. G., Halte Tjisaat • 

2430 • • • • • • 

393 Badher, Mevr. U., Halte Prambon 

3479 Bausch, M. J., Salatiga 

1966 Beck, Mevr., Semarang 

1579 Beerer, P. von, Medan h 

2154 Bendix, L. e., Karau, Amoentai 

1356 Benthem van den Bebgh, J. F. van, Mo- 

liardjo, Malang 

1428 Idem 

2221 Idem 



Zaden van Payena Leerii, Melinis 
minutiflora, Urostigma 
elasticum en Panicum 
maximum. 

> • Euchlaena luxurians. 

• • groenten en bloemen. 

> mais en tabak. 
» • groenten en bloemen. 
Palmen. 

Zaden xan Helianthus annuus. 
• Ficus elastica. 

> • Zea Mays, Euchlaena 
luxurians en Gandroeng. 

Maiszaden. 

Planten van Panicum maximum. 

Zaden van boomen ea heesters. 

Bloemzaden. 

Planten van Ficus elastica, zaden 

van Albizzia stipulata. 
Zaden van palmen en heesters. 
Vruchten van Sechium edulc 

Swartz. 
Maiszaden. 

Zaden van heesters, plmen en 
schaduvvboomen. 

. » Ficus- en Caslilloa 

elastica. 

> • Bixa Orellana. 
Planten van Cinnamomum zeylani- 

cum, zaden van Pithecolo- 
bium Saman en Urostigma 
elasticum. 
• en zaden van Cinnamomum 

zeylanicum, zaden van Andropo- 

gon uiuricatus. 



182 



te 








2 « 




9 (S 




85 ^ 




V 




ts 





325 



1785 
1931 



2401 

2888 
2203 
1499 

2000 
1300 
2970 
1573 



2652 

3707 

1280 

258 

356 



1320 
398 

2918 

3239 
1031 

1992 



Aun wien gezonden: 



' Sofjri 


der 


imxeading. 


'm 


^ 




£ 


S 


f 


M 


o 


"S 


5 


— 




^ 


•u: 


c; 



BEnESTEYM, F. W. VAN, Baiijocwangi . . . . 



Berg, J. van den, Klaten 

• M. C. VAN DEN, ÜJokjakarla . 



Behüu, Jh'. G. O. VAN den, Senpon, Wlinpi. 



Bergjians, K. A., Karanp Toewanp, Tej^al. 
Bergsma, M''. S. J., Semaiaug 

Berinoer, P. J.. Welerie 

Berkeljon, J.. Klaten 

Berlauwt, W., Halte Prarabon 

Beuningen var Helsdingen, L. J. van, 
SoenjTci Langka, Telok Beton g 

Beus, J. de, Malang 

Beyerinck, f., Soekaboemi 

Biebeb, Pasoeroean 

BiRNiE, S., Banjoewangi 

BisH, J. C, Buitenzorg 

Bley, J., Kendal 

Bloemsma, Mevr. A., Koeto-Ardjo 

Blok, R. J. Wlingi 



Inhouiiende : 



5| Zaden van 



llananuni (Mjnimune, 
Klaei.s friiinecnsis, My- 
ristica fragrans, Zea 
Mays, Castüloa elas- 
lira en Payona Leerii. 
Ficus elastica. 
Pilliecoldijiiini Saman. 
Albizzia moluccana en 
Caesalpinia dasyrachis. 
Castilloa elastica en 
Melia Azedaraeh. 
Albizzia moiurcana. 
Melinis minuliflora. 
planten van palmen, 
bloemen en ananas. 
Pitbecolobium Saman. 
Ficus elastica. 



Palmzaden. 



Zaden van gazongras, palmen, 

vrucbt- en andere booraen. 
Planten van Musa mindanensis. 

Zaden van Albizzia moluccana. 

> > bloemen en groenten. 

I > Albizzia moluccana, Al- 
bizzia stipulata en Cae- 
salpinia dasyrachis. 

> > groenten en bloemen. 

• Caryophyllus aromati- 
cus. 
Planten van Collea stenophylla en 

Caryophyllus aromaticus. 
Palmzaden. 

Zaden van Helianlhus annuus en 
Euchlaena luxurians. 
• ■ Coffea stenophylla en 
Uncaria Gainbir. 



183 



s» 


Aan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




1 & 

S 5; 

S ee 


IS 

« 
■g 
1 

es 


'S 

1 

o 

ü5 


m 
'o 


Inhoudende: 


2200 


Blommestein, A. W. f. van, Soesoean, 










Bodja . . . 






1 


Zaden vaa Ficus elastica. 


2409 


• t > • • idem. . 






1 


. 


2263 


Mevr. S. VAN, Weltevreden. 






1 


Palmzaden. 


1064 


Bluue, C. J., Modjokerlo 

■ 




3 


1 


Planten van Agave rigida, Cedrela 
odorala, Cinnamomum zeylani- 
cum, Myroxylon peruiferum, za- 
den van Theobroraa Cacao en 
palmen. 


1233 






1 




Mahonieplanten. 
Japansche bamboe-planten. 
Zaden van Albizzia nioluccana. 


1963 






1 




2719 


Bly, C. H. de, Gerengredjo, Djeinber.... 






1 


1210 


Bode, G. F., Paroeng Koeda 






1 


■ Melia Azedarach. 


2759 


1 1 » • » 




1 


2 


• en stekken van Erylhroxylon 
Coca en gazongras. 


1753 


, ,, , , 






1 


Groentezaden. 


2315 


Boers, L., Bodja 






1 


Zaden van Ficus elaslica. 


1721 


Bois, E. Dü, Kali Soeko, Halte Tanggool. 






1 


> > Albizzia moluccana. 


1230 


Bonebakker, Mevr. C, Soerabaja 




1 




Planten van Svvietenia Mabagoni. 


2717 


Boon, Paree 






1 


Zaden van vruclitboomen. 


1551 


Boorsma, D'. W. G., Buitenzorg 






1 


Bloem zaden. 


3608 


Borneo Company Limited, Batavia 






1 


Cubebe-zaad. 


342 


Bos, H. J. B., Wlingi 






4 


Zaden van Albizzia moluccana. 


905 


• > • • • 






5 
5 
4 


» • > > 


1148 




I • • • 


154 


• J., Banjoewangi 


. . . . . Al- 












bizzia stipulala en pal- 












men. 


1962 


j 






? 


. • ColFea stenophylla en 
Albizzia moluccana. 












2259 


Bosch, P. J., Ngoepil. Klaten 






1 


. • Caslilloa elaslica. 


2113 


BouNiN, P. J., Sidodadie, Welerie . 


1 


1 


• Pitbecolobium Saman. 


140 


BoüTMY, Mej. A., Tagog-Apoe, 




1 




Palmen. 


365 


Bbakel, Bandoeng 




1 




en vruchtboomen. 


3602 


j j 




1 
1 




Heesiers en vruchtboomen. 


21 


Brardes, M. C, Poerwokerto 


Palmen. 


2744 


Braow, D. de, Bedojo, Djokjakarta 






1 


Kapokzaden. 


244 


Brewer, f., Bindjey • 






1 


Korob-boonen. 



184 



Aan wien gezonden: 



115 

1619 

314 

3390 

2743 

149 

3480 

1213 

1200 

486 

1319 

2102 

2282 

2912 

2185 



3442 

3287 
3278 



1053 
1211 



1766 
1761 

1780 

2796 

439 



Soort der 
beModing* 



Inhoudende : 



Brocx, Mevr. A., Madioen 

Bboekhals, A. II., Semarang 

BiioEns, E. E., Meestcr-dnrnelis 

BnoNs Middel, U., Biindüeng 

Brüyn, A. de, Bandarsidajoe, Balang 

Bdddingh, VV., Batavia 

BüCHARD, W., Indragiri 

BiiRGEB, Ch II. E., Pangparang. Bandong, 

BuRToü, Weltevreden 

BuTis Schaap, Madioen| 

• • * ., 

Buts, Mevr.G.,Rogo Djampie, Banjoewangi, 
Bybah, J. H., Kali Bakar, Malang 

Callenfels, J., Kandangan, Kediri 



Chef der Exploitatie Babat— Djorabang 

Stoomtrara Maatschappij 

Gleveringa, R. P., Alas Tledek. Kepandjen. 
Glignett, P., Sennbes, Bodja 

Clodx. G. du. Kali Sidie, Oengaran 

> >> • > > ••••• 

Cochoorr van Sminia, Jh'. H. van, Koetei. 
CoHEN, Mevr. L. TirtQ, Pekalongan 

CoppER. H. E., Klaten 

CoRNELiüs, Mevr. J., Tjimahi 

Couperus, H. W. L., Soekaboemi 



Palm zaden. 

Zaden van Ficus elastica. 

• • bloemen en palmen. 
Palmen, heesters en andere planten. 
Zaden van Panicum maximum. 

• Zea Mays. 

• • Acanthaceën. 

> • Ficus elastica. 
Nuttige planten. 

Zaden van klimplanlen. 

• Caesalpinia dasyrachis. 

> > • • 

> • gazongras en bloemen. 

> • Albizzia moluccana en 

Caesalpinia dasyrachis. 
> Helianthus annuus, Pa- 
nicum maximum, Cola acuminata, 
Caesalpinia coriaria en Sorghum 
vulgare. 

Gazongraszaad. 

Veevoedergraszaad. 

Zaden van Erythroxylon ('oca, Pa- 
nicum maximum, Un- 
caria Gambir en Andro- 
pogon muricatus. 

• > Spaansche peper. 

> > Zea Mays en planten 

van Cinnamomum zey- 
lanicum. 
. » Coffea liberica. 

> • Canna's zonnebloemen 

en palmen. 

> • Ficus elastica. 

• • gazongras. bl. en mais. 
. » Melia Azedarach, Ce- 
drela serrulata, Albizzia molu- 
canna en Ficus elastica. 



185 



- - 

a S 

■o 


Aan wien gezonden: 


Soort 
bezend 

.a 73 

es 

.S e 

CS M 


der 

1 
© 

S 


Inhoudende : 


206 


CouvBEOR, J., Koedoes 






1 


Gazongraszaad. 


227 


F., Kalisat Pradjekan 






1 


Zaden van Albizzia moluccana. 


3215 









2 


• • 1 • 


935 


Crameb, J. A., Ngoesrie, Wlingi 






15 


• > diverse cultuurplanten. 


268 


Crone, Mevr. B. B. J., Tendjoe-Ajoe, Tji- 












tjoeroeg 




1 




Vanilleslekken. 


2388 


Croon, B., Gawok, Solo 






1 


Zaden van Katjoeboeng. 


1206 


CüNz, F., Kediri 






1 


> • Cola acuminata. 


1791 


Daalen, J. W. van, Djalie, Ngandjoek... 






1 


. . Corchorus capsularis. 


1825 








4 


. . Boehmeria nivea, Melinis 
minutiilora, Panicum 
maximum en Pithecolo- 
bium Saman. 


872 


Dam, G. van, Soember Boeloe, Tanggoel. 






1 


• Albizzia moluccana. 


3720 


Danne, Mevr. G., Soekaboemi 






2 


» Ganna's en zonnebloe- 
men. 


3201 


. W., Kedaton, Telok Betong 






1 


• Abelmochus mochalus. 


1566 


Darmo Broto, Keboemen 






1 


Groenlezaden. 


1716 


Davelaar, B. van, Molio-Ardjo, Malang.. 






3 


Zaden van Ficus elaslica,*Cinnamo- 
mum zeylanicum en 
peper. 


2829 


• >• I > >.. 






1 


> > Ginnamomum zeylani- 
cum. 


1005 


• L. van, Djalikalangan, Bodja. . 






1 


> Ficus elastica. 


1765 


' * * > ' • • 






1 


» » • • 


2029 


* I > a • • . 






1 


• Bixa Grellana. 


2316 


» • • » » . . 




1 




Planten van Agave rigida var, 
Sisalana. 


2945 


• > * * * • • 






1 


Zaden van Abelmoschus moscha* 
tus. 


3304 


I • > 1 * . . 




1 




Planten van Agave rigida var. 
Sisalana. 


3715 


> > • > .. 




3 




Idem. en Musa mindanensis. 


3384 


* * > > • • • 






1 


Zaden van Helianthus annuus. 


2710 


Dekker, A. J., Soember Arto, Japara.... 






3 


. Caesalpinia coriaria, 
Erylhroxylon Coca en 
Andropogon muricatus. 


3299 


» • • » » «... 




1 




• Sechium eduln Swartz. 



Iftf» 



t£ 


Aan wn'ii ^'c/ondcii; 


Soort il(;r 
licicndini,'. 








O) 1- 

S c 

— «3 

O) 

-o 


* 

« 

1 


i 

o 


a 

'S 


IriiiiMiiicniit;: 


i»}{2 IJekkek. II. DEN. VVelIcvrcden 






4 


Zaden van Mnlims mitiiilillfira, Kii- 
rlilai'na Inxurians, groe- 
ten en bloemen. 


2365 


Delden, .1. van, Socrabaja • 






1 






Eiicalyplus sp. Flore». 


374 


N. VAN, Ardhi-Heiljo, Wlinfji 






5 






Albizzia moluccana. 


:{317 


W. H. VAN, Kali-Kle|»(ie. Malanp. 






1 






(lola acuminata. 


270 


Delfos, F. M., Poerwoasri 






1 
1 
1 






Pilli('rol<d)iuMi Saman. 


1318 


Derx, 11. C, l'oervvakarta 


FicMs elaslica. 


3081 


Deun, Mej. M. van, Madioeii 


Nymphaea. 


3226 


DicKuoFF, W. C, Soeiabaja 






5 






Ilelianlhus annuus, Pi- 




\ 








ibecolobinin Saman, fcri- 
odendron anlractuosiim, 
palmen, klim- en sier- 
planten. 


3579 


DiEMORT, II. C, Djember 






2 


• • vruchtboonien en ga- 
zongras. 


2073 


DiKKERS, 11. W., Kali Tjilik. Blitar 




1 


3 


• Ficus elaslica, Cofl'ea 
slenophylla, Castilloa elaslica en 
planten van Musa mindanensis. 


16 


Dissel, A. van, Weltevreden 




1 


1 


Vanilieslekken en bloenizadcn. 


3213 


Djojosoerwiiuo, Toeban 






2 


Zaden van Caesalpinia coriaria en 
Melia Azedarach. 






1964 


Doorman, J. D., Paroeug Koeda 




1 




Vanilieslekken 


2308 






1 


3 


Planleu van Cinnamomum zeylani- 
cum, zaden van Myrislica fra- 
gran.s, Nicoliana Tabacum en 
Java-kolfie. 


2418 


« »■ » » 




1 


3 


Karetplanien, zaden van Albizzia 
moluccana, Melia Azedarach en 
Eriodendrou anfracluosum. 


482 


Dorrskiff, J H., Clieribon 




1 


1 


Vanilieslekken en zaden van Heli- 
anthus annuus. 


845 


• • 1 • 






1 


Zaden van Encalvplbas alba. 

• gazongras en pagger- 


3199 


Dörries, Semarang 






2 












planten. 


1700 


Docglas Broers, S., Soekaraloe. Bandoeng. 






3 


■ • • Albizzia moluccana, Eu- 
chlaena luxurians en Panicura 
•naximum. 



187 



s 1 



Aan wieii gezonden: 



Soort der 
bezending. 



3457 



DouGLAS Broers, E., Soekaratoe. Bandoeng. 



DuMAS. A. E.. Banjoewangi 

DüTRY VAN Haeften, Mevf. L., Cheribon. 



EBELiNfc, C, Plellen. Weleri, 



2609 
2205 
3534 

102 
1912 
2715 
3705 I Eeehof, K. L., Ivlakah 

983 Ekndembdrg, S. van, Baros, Soekaboemi. 



301 Eerdmans, A. J , Tengaroeng. Samarinda. 



2604 

2738 

916 

2920 



Eersel, A. C. 11. P. VAN, Kedalon, Pro- 

bolinggo 

Idem 

Egberts, W. J., Selokaton, Kendal 

Egges Post, A., Simo, Bqjolalie 

EiLBRACHT, H. F., Blilar 



Elenbaas, J. A., Bandoeng". . . . 
Eliitk Schuurman, H., Toeren, 



1530 
2685 
153 
1147 

15871 • • • 

2441 Elunger, G., Lawang, S. S 

1651 Emden Andres G. H. van, Pendrian, Se- 
' marang . . . . 



Inhoudende : 



7} Zaden van Castilloa elastica, Elaeis 
guineensis, Erytbroxy- 
lon Coca, Helianlhus 
annuus, Melinis minuli- 
llora, Sorghum vulgare 
en Zea Mays. 

1 . . Kicus elastica. 
Palmen en Agaves. 



Planten van Musa mindanensis. 

Zaden van Pilhecolobium Saman. 

Palmzaden. 

Planten van vrucblboomen. 

en zaden vau Caslilloa elas- 
tica, Urostigma elaslicum. Erio- 
dendron anfractuosum, Helianlhus 
annuus, Hevea brasiliensis, Meli- 
nis minutiflora, Panicum maxi- 
mum, Payena Leerii, Thea assa- 
mica, Theobroma Cacao en Zea 
Mays. 

Zaden van Indigofera spec, Cor- 
chorus capsularis en 
peper. 



> Thpa assamica. 

. Caryophyllus aromalicus. 
Vanillestekken en planten van Agave 

rigida. 
Zaden van Corchorus olitorius. 

. schaduwboomen. 
Planten van Panicum maximum. 
Zaden van Albizzia molnccana. 

. Croton Tiglium. 

• Ficus elastica. 



188 



bc 
3 re 



3048 

118 
2248 

2230 
1843 



2258 



1389 
1930 
1689 

239 
1227 
1388 
1784 

469 



1201 



1555 
3040 

2042 

3538 

3698 

251 

249 



Aan wicn gezonden: 



Emmerik, A. var, Salaliga 

Endk, e. vaw. Weltevreden 

G. A. VAN, Kalie-Anjer, Uondowoso. 

Engbers, Manmcri, Florc» 

Ergelken, A. M. lUilar 

• » ■ > 

Ebdmarn &. SiELCKEN, Batavia 

1 • > Semarang 

Ernst, W. M., Djocngkoe-Mahé, Z. en 0. 

Afd. Borneo 

Erp, H. van, Perbawalie, Soekaboemi . . . 

> > * > > ... 

Everard, Limburg, Toeren 

» » » , 

FvERs, VV. A., Wonolopo, Malang 

EvERTs, H. L„ Toeloeng-Agoeng 

■ ■■ • • •......• 

» •» * » 

Etbbrgen, K. W. var, Joana 

Fabius, G. Th. I., Bandjar-Dawa, Pemalang. 



Soort der 
bexeoding. 






a 

a 

.2 


i 


Inboudende: 






H Z<'idcn van Panicuni maximum en 






diverse iiullige gewassen. 






1 Gazoiigraszaad. 






2 Zaden van ga/ongras en Melinis 






minuliilora. 




1 


Palmen eii sierplanten. 
4 Zaden van CofI'ea stenophylla, Ficus 








elastica, Caesalpmia co- 








riaria en kapas. 






3 


» * Helianliius annuus, He- 
vea brasiliensis en Meli- 
nis minutiflora. 






1 


• » Eucalyptus aiba. 




1 




Palmzaden. 






1 


Zaden van Hevea brasiliensis. 






1 
1 
2 


• Albizzia moluccana. 






I • • > 






1 


. 






6 


• * * * » 

Caesalpinia coriaria, Cae- 
salpinia dasyrachis, Cae- 
salpinia arborea. Pithe- 
colobium Saman en 
Cedrela serrulala. 




1 


2 


• Coflea stenophylla, Pa- 
yena Leerii, en Forastero 
Cacao. 






1 


> > Coflea stenophylla. 






2 


> Albizzia moluccana en 
Caesalpinia dasyrachis. 




1 




Planten van Musa textilis. 






2 


Zaden van veevoedergras. 






1 


Kaloenzaad. 






2 


Zaden van vruchtboomen, sier- en 
waterplanten. 






2 


• • gazongras en palmen. 



189 



Nummer 
der aanvraag. 




Soort der 
belending. 




Aan wien gezonden: 


m 

IS 

• 

1 
1 


1 

o 


3 


Inhoudende: 


3128 


Fabri, H. C, Delanggoe. Solo 






1 


Palmzaden. 


1129 


Fack, C. J. f.. Sidho-Ardjo 






1 


j 


183 


FiscH Etbergen, 'J. f. de, Modjokerto . . . 






11 


Zaden van Euchlaena luxurians, Ca- 
narium commune, Cas- 
tilloa elastica, Payena 
Leerii, Boehmeria nivea, 
Sorghum vulgare, Cae- 
salpinia coriaria, G. da- 
syrachis, C. arborea, 
Elaeis guineensis. Heli- 
anthus annuus en Uros- 
tigma elasticum. 


2916 


FissEH, C. F. DE, Lawang 






1 


> > Panicum maximum. 


1228 


Fliekenschild, G. J., Bandjermassin 






2 


> palmen en Adiantnms. 


1644 


Flückiger, Pakkies, | Joana 






1 


• • sierpalmen. 


2256 


FoLKERSMA, J. W., Djember 






4 


» • schaduwboomen en nut- 
tige gewassen. 


2167 


FoRRER, G., Soengei Rampah, Perbaoengan. 






1 


Palmzaden. 


1209 


Freddenberg, J. A., Soember Tjoeleng, 












Malang 






1 


Zaden van Albizzia moluccana. 


1505 


Idem 






2 


» • • > 


2129 


Freudweiler, Fr., Bila, Deli 




2 




Planten van Erythroxylon Goca en 
Castiüoa elastica. 


1438 


Gadelids, C. e., Penang Soie, Siboga 






4 


Zaden van bloemen, groenten en 
gras. 


2474 


Gelder, W. C. vai», Bandoeng 






1 


• • Gaesalpinia coriaria. 
Graszaad. 


1242 


Gentis A C°. ?., Batavia 






1 


2102 


Gerrits, Ch. A., Tasikmalaja 






1 


Peperzaad. 


2252 


G., Bandoeng 






2 


Bloem- en groentezaden. 


2958 


Gersen, A., Batoeng Datar, Pad. Paadjang. 






4 


Zaden van Payena Leerii. Gastilloa 
elastica, Ginnamomuin 
zeylanicum en Hevea 
brasiliensis. 


2387 


Geugten, W. van der, Genengan, Kediri. 






1 


> > Hevea brasiliensis. 


1858 


Giessler, e., Soember Perkoel, Malang.. 




2 


3 


• Myristica fragrans, Ficus 
elastica en Gossypiura religiosum, 
planten van Musa mindanensis 
en Ficus elastica. 



190 






Aan wien pezondün: 



2203 GiKssLbR. b;., Sueiiiber Perkoel, Malang,. 
2217 



Soort 


larl 


biiendiog. 


i 

2 


1 


U 


h 


§ 


s 


\i 


o 


ê 


'ë 




j< 


jt 


t2 


S 




I 





liihoiuloiide: 



3148 

3316 

364 

22Ü1 

3510 



GiLs, J. C. VAN, üjokjakarla 

GoBTHANs, A., Sevvoe Galoor, Wates. 
GosENsopj, Mevr. N,. Salatiga 



1878 
2215 



2678 
2777 
3469 

454 
2350 
2856 



3724 



3306 



2720 

952 
305 



Graaflaku, C, A., Soeraber Soeko, Malang. 



GnAicHER, H. J., Badek, Kediri 

> ».> • > 

> >• > > 

Gramberg, Mevr. N., Pandjie, Sitoebondo. 
Grashuis, L. A., Samarinda, Koelei 

Greve, A., Kroewoek, Wlinsfi 

Griendt, H. C. A. van de, Nieuw Dilem, 
Toeloeng Agoeng. 

Groeneveld, Mevr. A. A. J., Randoesari, 

Seuiarang 

Groenhof, Ch. P., Telok Betong 

Grooss, f. J., Pati 



10 



l'laiiieii van Agave rigida var. Si- 

salaiia. 
Zaden van Uncaria (ïainbir on An- 
(Inipopon muricalus. 
• sierplanten. 

• • Solanum grandillorum. 
Palmzaden. 

Planlcii van Afiave rigida var. Sisa- 
lana. 

Zaden van Uncaria Gambir, Caryo- 
pbyllus aroinalicus, Cola acumi- 
nata, Erylhroxylon Coca, Lepida- 
denia Wighliana, Cubebe, palmen 
en grassoorten. 

Sereb-planlen. 

Zaden van Caryophyllus aromaticus 
en Caesalpinia dasy- 
rachis. 

> • Panicum maximum. 
Heesterszaden. 

Zaden van bloemen, palmen en vee- 
voedergras. 

> * Albizzia stipulata. 

• > Uncaria Gambir. 

• • • » Albiz- 

zia moluccana en Cola 
acuminata. 
» » Helianthus en Flamba- 
yant. 

> Cola acuminata, Melinis 
minutiflora, Panicum maximnm 
en Pithecolobium Samau. 

Palmzaden. 
Groentezaden. 

Planten van Panicum maxi- 
mum. 



idi 



6Ó 


iVan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




§§ 


'S 

s 


•o 
c 
a 

a 


o 


Inhoudende: 


1712 


Gboss, Ch., Fort van der Capelen 






2 


Zaden van Erylhroxylon Coca en 
Thea assamica. 


3159 


GuiLONARD, L. P., Lawang 






1 


• • klimplanten. 


1163 


Haan, D^ Nic. de. Weltevreden 






2 


» » heesters en palmen. 


3734 


Haas, P. D. de, Waloetoelis. Halte Prambon. 








• • Bixa Orellana. 


3118 


Haasmann, L., Batavia 








• • Albizzia moluccana. 


2639 


Haga, J., Weltevreden 




1 




en planten van heesters, 
Ganna's en klimplanten. 


1265 


Hall. A. M. C van, Bodja 








van Ficus elaslica. 


341 


Hamaker, C. M., Soekanegara, Halte Tjibeber 








• Albizzia moluccana. 


385 


> . 








• Arachis hypogaea en 
Voandzeia subterranea. 


3640 


. . 








» • Albizzia moluccana. 


213 


J. Th., Tjibadak 








. 


506 


• > * *, , 




1 




» » Canarium commune. 


1425 


.* ■ ■ ■ ..••••..•.••• 


> > Albizzia moluccana 


2247 


I • » 1 .,..,, 




841 


Hamelberg, H. F., Bondowoso 








• vruchtboomen en pal- 
men. 


2333 


Handelsvereeniging Amsterdam, Soerabaja. 








■ Ficus elastica. 


1295 


Hansen, P. C, Padang Tjerrain, Bindjey. 








> Albizzia moluccana. 


2405 


Harder, A., Selindoeng, Taroeloeng 




1 




• » vruchtboomen, heesters 
en groenten. 


3288 


Habikgton, C, Silosanen, Kalisat 






2 


» ' Pilhecolobium Saman en 
Gaesalpinia arborea. 


296 


Harloff, e. f. G., Wlingi 








• • idem. 


3648 


Hasselbach, W. H., Halte Koendoeran.. 








» > schaduwboomen en ga- 










zongras. 


3671 


Hazeu, VVeltexreden 








• Eriodendron anfractuo- 
sum. 


3545 


Heel, van, Meester-Cornelis 




2 


1 


• • Pithecolobium Saman. 


3609 




Planten > • 


226 


Heemstede Obelt, J. van, Sitoebondo . . . 


Zaden van Ficus elastica. 


1290 


. • 








. 


2371 


Hemert, L. J' van, Malang 






• • Pithecolobium Saman. 


3169 


Henny, Mevr. E., Soekaboemi 


• Panicum maximum. 


2281 


Hentzschel, Troekü. Bodja 






• Ficus elaslica. 


1161 


Herzberg, P., Baliwerli. Soerabaja 








• palmen. 



192 



tic 

10 




Soort der 
bi-xi-nding. 




a S 

t3 


Aan wien gezonden: 


r. 

e 

•i. 


5 
1 
o 

i2 


■3 

M 

3 


iiilmuiltüidc: 


1054 


Hestermar, L., Tjisanipora. Soekaboemi . 




1 1 


Zaden van Cofléa liberica. 


3C63 


IIeytinc, f. (1h., Uockoe Wringin. Tegal. 1 




Gassave variëteiten. 


1510 


IIlLLERRARDT, lUlilCHlZOrg 




1 
1 




Vanillestekken. 


3451 


lliLLiNC, L.. Kali-Tjilik. milar 


Planten van Agave rigida. 


3561 


Hoer, Ü'. II. 't, Magelang 






1 


Zaden van Eudilacna luxurians. 


3708 


HoFF, H. li., Modjnkerlo 






4 


• Uncaria Ganibir, katoen, 
Java- en Liberia kotlie. 


2133 


HojEL, L. F , Soember Karep, Malang . . . 






1 


• • Codea slenophylia. 


3547 


... 




1 




Planten van Sisalbennep. 


929 


lloLLOSY, A. d', Soekaboemi 






2 
1 


Zaden van Hevea brasiliensis. 


438 


lloLTiiis, G., Tjandi-Sewoe, Blitar 


• Albizzia moluccana. 


815 


.... 






2 


» • Maiiihot Glaziovii eii 






Hevea brasiliensis. 


2028 


HoNEs, L. TEN, Poerbojo, Malang 




1 




Planten van Ficiis elastica. 


2174 








7 


Zaden > > > , (Pastil- 
loa elastica, Uncaria 
Garabir, Myristica frag- 
rans, Caesalpinia dasy- 
rachis, Andropogon mu- 
ricatus en Spaansche 


2280 


• •• • > 






1 


peper. 
> Euchlaena luxurians. 


2818 


. .. • • , 




1 




Planten van Musa mindanensis. 


260 


Hoofdagentscbap der Koloniale Bank, 
Soerabaja 






1 


Zaden van CofTea stenophylla. 


1223 


HoBK, F. VAN, Tegal 






2 


■ groenten. 


3577 


HoRNDNG, G. A., Madioeii 






1 


Palrazaden. 


2232 


HoBSMAN, J. J., Kalinias, Bodja 






1 


Zaden van Ficus elastica. 


694 

2387 


HösEL A Tjogrek Buitenzorg 






1 
1 


» Thea assaraica. 


. W. R., Sitoebondo 


• Ficus elastica. 


2172 


Houten, J. J. van, Tjoekoep, Bandoeng.. 






1 


> > Albizzia stipulata. 


1071 


Houten Steffan & C°., van, Padang 




4 


1 


> - en planten van Castilloa 
elastica, Helianthus annuus, 
Elaeis guineensis, Zea Mays, 
Euchlaena luxurians, Sorg- 
hum vulgare en andere 
cultuurgewassen. 


3714 


HovBH, A., Rayap, Ojeraber 






1 


> van Albizzia moluccana. 



195 



60 


Aan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




S 2 

i 1 




"O 

e 
a 


ja 

cd 


Inhoudende: 


3 re 


Wardsch 


"ö 
üS 


M 
O 

s 

1 




2695 


HüENDER, G. A., Pasoeroean 




1 


Planten van Panicum maximum. 


1567 


HciDEKOPER, H. J., Klein Getas, Bodja... 




6 


Zaden van Thea assamica, Bixa 












Orellana, Cola acumina- 












ta, Erythroxylon Coca, 












Euchlaena luxuriansen 












Urostigma elasticum. 


3144 


Hulster, M. E., Pengalengan, Ban- 












doeng 






2 


• bloemen en heesters. 


3368 


HüLSTYN, S. VAW, Tegal 






2 


groenten. 


1764 


HüYBRECHTs, M., Malapg 






1 


Groentezaden. 


3193 


(nelaar, Th. D., Batavia 




1 


2 


Palmzaden. 


1663 


Insinger, I. 0-, Tlogosari, Toeren 


Planten van Svvielenia Mahagoni. 


461 


Jacobsen, B., Kali Banter, Randoe A- 












soens 






1 


Zaden van Albizzia stipulala. 

■ Panicum maximum. 


3076 


D"*'"0 

Edw., Semarang 






1 


1000 


Jacombtti, Mevr. L. Azon, Wellevreden. 




1 


1 


> > Euchlaena luxurians. 
Melinis minutitlora, Zea 
Mays, Swietenia Maha- 
goni en gazongras. 


1086 


• ■ I > • 






1 


» Albizzia moluccana. 


1688 


Janssen van Raay, A. G,, Djember. 




1 


2 


» • Voaiidzeia subterranea, 
, Zea Mays, vrucht- en 
schaduwboomeu. 


1933 


> » » >> • .♦..,, 






2 


» » vrucht- en schaduw- 
boomeu. 


3146 








1 


» •• » vrnchlboomen. 


1790 


Jansz, S. D., Anibarawa 






1 


> Melinis minutitlora. 


3665 


Jaruschkai'Ohl, Ü. A. e. von, Soerabaja. 






1 


Palmzaden. 


1513 


Javasche Bosch Exploitatie Maatschappij, 












voorheen P. Bdvv^alda & C, Semarang. 






1 


Zaden van Ilelianthus annuus. 


2626 


Idem 






1 


• • schaduwboomen. 


3502 


Jeltes, Mevr. M., 






2 


> > Panicum maximum en 






palmen. 


274 


Jesse, R. W.. Soember-Doeren, Malang. . 






1 


• Coflea stenophylla. 


2111 


> • > » » «... 






1 


. 


2202 


>•> > > >.• 




1 




Planten van Agave rigida var. 
sisalana. 


2820 


• > ■ • » • . . 




1 


1 


Stekken van Bourbon Vanilla. 



Verslag van 'slands plantentuin 1902. 



13 



194 



t. 2 


Aan vvien pc/otitleri : 


Soo« dt-r 
beteadlng. 




M 

E S 

-o 


4 

'm 

a 


1 


B 

•3 

Z 


IriliouiliMiilt': 


3690 


Jbssb, R. VV., Soeml)er-Üo«reii, Malaiig.. 






6 


Zaden van Uncaria Gambir, Caryo- 
phyllus aromaticus, Cola acumi- 
nala, Erylliroxylon (loca, (^ir>na- 
momum zeyanicumenLepidadenia 
Wighliana. 


816 


JoKGKiRDT C05INCK, W. 0.. Lampegan... 




3 


5 


Planten van Casiilloa claslica, Uros- 
lignia elasliciiin, Meii- 
nis minutiilora, Pani- 
cum maximum, zaden 
van Caesalpinia dasyra- 
cliis, Payena Leerii, 
Casldloa elastica. Pi- 
thecolobium Samaa en 
Ficus elastica. 


1273 


> 1 • • • . . . 




2 


2 


• * Musa mindanensis, za- 
den van Hevea brasiliensis en 
Gofiea slenophylla. 


2135 


Jut, M,. Koedoes 






2 


Palmzaden. 


2690 


> I > •••••• 






2 


Zaden van palmen en Panicum 
maximum. 






3032 


Kat, 0. B. de, Salaliga ! 






1 


• • Albizzia moluccana. 


1236 


Kate, J. ten, Kali-KIaslak, Banjoevvangi. 






1 


» • > • 


3082 


Keilman, J. G., Semarang 






1 


Groentezaden. 


3509 


« • > » 






1 


Maiszaden. 


462 


Kempenaar, H. de, Pengadjaran, Modjo- 






kerlo 






2 


Zaden van Pilbecolobium Saman. 


2655 


Idem 






4 


> ' Albiïzia moluccana, Cae- 
salpinia dasyrachis, Pi- 
lbecolobium Saman en 
Spathodea. 


3123 


Kern, Mevr., Modjokerto 






2 


> • bloemen en palmen. 


2250 


Kessler, W., Tjempacca Warna, Garoet. 




1 




Planten van Panicum maximum. 


3564 


Ketjen, e., Segaran. Kediri 






2 


Zaden van Zea Mays en Eriodendron 
anfractuosum. 


3672 


Ketting Olivier, T. VV., Kenleng, Djoc* 












djakarta 






2 


* > Hevea brasiliensis. 


1657 


Keyner, A., Bodja. , • 






1 


» • Ficns elastica. 


2385 


Kielgast, A. f. U., Oengaran 






1 


• Pithecolobium Saman. 



195 



tX) 

es 


Aan wien gezonden: 


Soort der 
bezending. 




Nummei 
der aanvra 


.2 

S 

•2 
1 


•é 
a 

1 

'S 

5 


"o 


Inhoudende : 

i 


3549 


KiLiAAN, J. G., Praja, Lombok 






1 


Zaden van Panicum maximum. 


979 


Kinderen, J. G. der, Loeboe Raja, Pa- 












dang Sidempoean. 






2 


• Hevea brasiliensis en 
Caslilloa elastica. 


1084 


> * > > idem 






2 


i Myroxylon peruiferum 
en Helianlhus annuus. 


2001 


> . > > idem 






3 


. • Coffea stenophylla, Ery- 
throxylon Coca en Un- 
caria Gambir. 


2224 


, 1 * • idem 






2 


• • Melaleuca Cajeputi en 
Brucea sumatrana. 










3529 


> > > I idem 






2 


> > Albizzia moluccana. 


2442 


DER, Soember Peloeng, Kediri. 






2 


Planten vun Musa mindanensis en 
Agave rigida, zaden van Ficus 
elastica en Coffea stenophylla. 


875 


Kist, M., Tjitalahab, Halte Tjibadak 






3 


Zaden van Hevea brasiliensis. 


2389 


Klaasesz & C°., R., Semarang 








en planten van Erylhroxylon 
Coca en E. bolivianum. 


375 


Kleinsmiede, J. A. zür, Podjok, Garoem. 






1 


» van Ficus elastica. 


2012 


Kloppenburg, J., Halte Tagog-Apoe 








Planten van Caryophyllusaromaticus 
en Myristica fragrans. 


J732 


Kldvers, Soerabaja 








» Ficus elastica. Hevea 
brasiliensis en Musa 
mindanensis. 


1770 


Klüyt, A. J, H., Brangkal, Modjokerlo.. 








» • Panicum maximum. 


1822 


Knoop, J. C, Sapoe Angin, Toeloeng Agoeng 






2 


Zaden van Ficus elastica en CoHea 
stenophylla. 


1779 


KocH, J., Soepit Oerang. Toeren 






1 


• > Albizzia moluccana. 


150 


KocE, G. de, Tjepiring, Kendal 






1 


Roltanzaad. 


459 


KoLDEwiJR, Mevr. M. C, Kenaal 






1 


Planten van Panicum maximum en 
zaden van zonnebloemen. 


2824 


KoLLER A Malan*' 






2 


Zaden van Cinnamomum zeylanicum 




en peper. 


2660 
420 








2 
2 


. . Palmen en rotlans. 


Kol van Kloyve, D., Tainiang, Medan... 




2909 


KöNiG, W., Banaran, Wlingi 






3 


• Pithecolobium Saman, 
Melinis ininutiQora en Panicum 
maximum. 



196 



a t 



Aan wien f,'e/.oiitleii: 



Soort der 
bflzuading. 



g 



3158 KoiiiNO j'., J., Medan I 

2208 Koopman, J , Hamhangari. Lawang 

108:5 Koot, II., Bagoeng Lenljir, 1'alemltang. . I 



3152 ; KoHERBEfKi, Mevr. S., Menado. 
2446 Küii'tNOL, VV.. Ilalu» Tjipatat 



3232 KoppEscHAAR, Pekalongan 

2167 1 • J., Probolingo 

2285 Kraaikami', C. VV.. Klein Gelas, Bodja... 

1801 I Kraai,, F., Selokalon, Soekoredjo 

1243 Kramers, C, Builenzorg 

902 1 Kroes, 1\ J., Tanian Gloegah, Banjoewangi. 
1235 

3543 Kruimel, J. P., Tegal 

100 Krythe, K. J., Rini, Wlingi. 

210 

1426 

1731 

2052 

5 

1822 

969 



• '• • 



1973 



3562 



• >• • > 

KuiTERT, Mej. M., Salatiga 

KuNEMAN, G. C, Semarang 

KüPFER, A. E., Geneng, Malang... 

» F. VV., Kenajan, Djocdja. 



inhoudende. 



Zaden van reuzen-papaja. 
• • Biilara oejtas. 
> • Bixa Orellana, iielian- 
tlms aiinuus, Eucaly|ilus alba en 
scliaduwboomen. 

2 Groentezaden. 

11 Zaden van Albizzia moluccana, Eri- 
odendron anfractuosuni, Melia 
Azedarach, Cacao, Voandzeia .sub- 
terranea, Zea Mays, (^ollea Hbe- 
rica, Myrislica fragrans, Sesarauin 
indicuin en andere gewassen. 

1 Gazongraszaad. 

1 Zaden van Hevea brasdiensis. 

1 > > Ficus elastica. 

2 • • Ipomoea tricolor. 

1 • > Ilelianlbus annuus. 

1 > • 3Ielaleuca Cajepuli. 

2 > * AIbtzzia moluccana. 
2 > > palmen en gazongras. 

1 > > Pilhecolobium Saman. 

2 * > > * 

en Albizzia stipulata. 
2 • * Albizzia stipulata en 
• moluccana. 

> > Pithecolobium Saman. 
Palmen. 

2; Zaden van Cacoo en Myrislica trag- 
rans. 

8 > > Musa mindanensis, Al- 
bizzia moluccana, Albiz- 
zia stipulata, Theaassa- 
mica bloemen en tabak. 

> > Castiiloaelaslica,planten 
van Hevea brasiliensis 
en Ficus elastica. 

2 > > Albizzia stipulata. 



197 



a 
s 

SS 



Aan wien gezonden: 



Soort der 
bez