(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Winkler Prins' geïllustreerde encyclopaedie"

Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a projcct 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and thc book to enter the pubHc domain. A pubHc domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, cultuie and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other maiginalia present in the original volume will appear in this flle - a reminder of this book's long journcy from thc 

publisher to a library and rmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to thc 
public and we are merely thcir custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prcvcnt abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
Wc also ask that you: 

+ Make non-commercial use ofthefiles We designed Google Book Scarch for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's systcm: If you are conducting rcsearch on machinc 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is hclpful, pleasc contact us. Wc encouragc thc 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht Goog^s "watermark" you see on each flle is essential for informingpcoplcabout this projcct and hclping thcm lind 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are lesponsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
bccause we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countrics. Whethcr a book is stili in copyright varies from country to country, and wc can'l offer guidance on whether any speciflc use of 
any speciflc book is allowed. Please do not assume that a book's appearancc in Google Book Search means it can be used in any manncr 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Googlc's mission is to organizc thc world's information and to make it univcrsally accessible and uscful. Google Book Scarch hclps rcadcrs 
discover the world's books while hclping authors and publishers rcach ncw audicnccs. You can scarch through thc full icxi of this book on thc wcb 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is cen digitale kopie van een boek dat al generatics lang op bibliothcckplankcn hccft gcstaan, maar nu zorgvuldig is gcscand door Google. Dat 

docn wc omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willcii makcn. 

Dit bock is na oud dat hct autcursrecht erop is verlopen, zodat hct bock nu deel uitmaakt van hct publickc domcin. Ecn bock dat tot hct publickc 

domcin bchoort, is cen bock dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijkc autcursrcchttcrmijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen ofeen boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergcgcvcn in dit bcstand. als hcrinncring aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseien, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commercicle partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische bepcrkingen op 
automadsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de besianden alleen voor niei-commerci^le doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpcn voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commercicle doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doct naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie ovcr hct 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Venvijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
ccnmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkhcid voor autcursrochtcn is bchoorlijk strcng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Hct doel van Google is om alle informade wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de voUedige tekst van dit boek doorzoeken 

op hct wcb via |http: //books .google .coml 



i 



,^sc^R^ 




r**- 



n 

/9 



f 







WINKLBK PRINS' 

OEtLLUSTREERDE ENCTCLOPAEDIE 

VISBDS, HSBZUNE BN BIJaB¥rERKTB DRUK 



D Mtlcnk Hm., I,c; 



MTNKLKE PRINS' 

aEILLUSTREERDE 
ENCIOLOPAEDIE 

VIERDE, HERZIENE EN BIJ6EWERRTE DRUK 

ONSBB HOOrDAKDAOTIB VAN 

HENRI ZONDERVAN 

MIT HSDSWBBS:iNa VAN DB VOLGBKDB RUBBIEESBSDACTBaBSN 

H. B. Bbaufobt - Dr. J. W. Beekman • J. Botkb - C. H. Claassen 

Mr. Ph. Falkenbubg - L. van Giebsbebgen - J. Heidema - B. Helwbo 

E. HiLDBSHBiM - 6. 't Hooft • J. J. HuisMAN - U. D. Keiseb 

Dr. £. B. EiELSTRA • F.K. vanOmmenEloeee - Dr. A. J. Klutvbr 

Dr.J. A. N. Knuttbl - H. A. Kboes - LeoLauer - Dr. W. J. 

Lbyds - Dr. I. Mendels - W. G. A. Meuer - Mr. E. P. 

DE MONCHT - J. H. Mt]iLLEB - HbBMAN RuTTEBS 

Dr. T. P. Sevensma - 6. C. Spekgler - J. Irish 

Stephenson • p. G. Viebvaut Tdckbb - Mr. A. J. 

Vliegenthabt • W. deVrind - A.W. Weissman 

en vele andere geleerden en specialiteiten 



VIJFDE DEEL 

Cellulairpathologie-Daunou. 

Met 7 kaarten, 2 gekleurde en 13 zwarte buitentekst-platen, 

en 126 afbeeldiDgen in den tekst 



AMSTERDAM 

UITGEVERS-MA*ATSCHAPPU .ELSEVIER" 

1915 



• * 






^;>^Vu,cV; 



C. 



Cellnlairpatholorle is een naam, door 
Virehofc gebezigni i>n de geneesikandige weten- 
schap. V&nouds namel^k hebben de geneeskun- 
digen er over gestreden, we£ke lidiaamsdeelen b\j 
een siekte ooieproDJcel^^ z^n aangetast en waar 
men bet aitgangspan<t eener ongesteldheid moet 
zodcen. Daardoor onitstonden Se twee paxtijen 
der hamoraalpathologen, die in de voehten, en 
der solidairpathologen, die in de vaste deelen des 
lichaams, Tooral in de zenawen, de oorzaken 
zochten der ongesteldbeid. Ho0wel de ervaring 
gunstig fich\jnl voor het gevoelen van eerstge- 
noemden, kan dit <tooh iniet als algemeene regel 
gelden. Ziekte en gezondheid z\jn enkel levens- 
aitingen. Zoekt men de oorzaak der ziekten in 
de vochten, dan moet men ook het bloed als de 
zetel Tain het le^en be6dK>uwen — zoekt men 
haar in de vaste deelen, in de zenuwen, dan 
dient men deze als zoodanig aan te merken. Wg 
weten eohter, dat het leven niet uitsluitend ge- 
bonden is aan bloed en zenixwen, daar er dier- 
lijke or^anismen bestaan, die leven, maar van 
bloed en zenuwen verstoken z\in. Maar overal, 
waar wn leven ontwaFen, ontd-ekken wj cellen. 
De oel (zie aJdaai) is deiih&lve de oorspronkelij- 
ke vertegienwoordig9tor van het leven en vormt 
het uitgangs- en middelpunt van alle verschijoi- 
selen des kvens. Is zg de zetel des levens, dan 
moet zy ook de kweeikplaat8 der ziekte z\jn, vrant 
deze is niets anders dam een eigenaardi^ ver- 
sohijnsel des levens. Ook itn het bloed zijn de 
cellen, namelijk de 'bloedilichaampjes, de woon8te- 
de des levens. Met betrekking iot de zenawen, 
spieren en klicren en in het algemeen met be- 
trekking tot alle vreefsels heeft men opgemeiict, 
dat hun bestaan aan cellen of cekormdge licha- 
men gebonden is. Op deze feiten en reaeneerin- 
geo rast de oelluladiipatihologisehe theorie Yan 
Virchou?, H^ heeR haar vooral opgehelderd in 
zijn werk: yj)ie Celliiilaipathologie io ibrer Be- 
griindang auf physiologisohe und pathologische 
Oe^beleiire" (Berlijm 1858, 4de dmk 1871). 
Deze theorie verzoeivt .bovengemelde twee partij - 
en door de aanv^zin^, dat zoowel in de vloei- 
bare, als in de va&te deelen des iichaams het le- 
ven en das de oordprong der ziekten in de cel- 
len te zoeken i«. 

Oellnlold of kunsHvoor werd in 1869 door 
de gebroeders Hyatt in AmeriiLa uitgevonden, 
maar eerst sedert 1873 op groote scihaal vervaar- 
digd. fiet ibestaat nit een mengsel van nitrocel- 
hlose en kamfer. Als grondstof kan iedere, zoo- 
Teel mogelnk ^'vere oellnlose gebruikt vorden, 
hoewel de fabrikasten b\j -vooi^enr f\jn papier 
daaitoe nemen. Dit laaitste vvordt door afzonder- 
Lijke miMshines in kleine stnkjes gescheord, deze 
komen in een roengsel van 2 deelen zvravelzuur 
en 1 deel salfpeterzuur (36» B); hierin blijven 
ze ongeveer 5 minuten. Door eentrifugeeren 
wordi het materiaal van het aanhangende zuur 

V. 



bevi^jjd en teo slotte oitgewassohen en ge- 
droogd. 

Volgens nie>awe methoden vvordt het papier 
ook vrel aan bet stuk genitreerd, vervolgens uit- 
gewas5cihen en tussehefn vvalsen gedroogd, ter- 
w$l tenslotte de nitrocoUialose op een wals op- 
gevvikkeld wordt. Deze droge nitrocellnlose 
vrordt met kampfer door maling innig vermengd 
en dian door alcohol, minder door aether, we- 
gens het daanmee verbonden explo9iegevaar, tot 
een gummi-achftige oplossing verwerkt. Na toe- 
voeging van de een of andere klenrstof <wordt 
het mengsel tot een homogene massa gewal9t 
en dan onder sterke drukking aan een hooee 
temperatnnr .bdootgesteld. Uit de pers komt de 
stol in de gedaainte van blokken, die in een 
sn\jmac!hine tot platen, zelfs van 0,1 mm. dikte, 
vervrerkt worden. De noodige hardheid kr\jgen ze 
eerst in het drooghms, vvaarin z^ weken of 
maanden lang, afihiuakel^k 'van dikte en >bestem- 
ming blijven. Na het drogen vvorden de platen 
weer in kokend •water gewedct en in verwarmde 
vormen geperst, Door versohillend gekleurde pla- 
ten tot 46n blok te persen, is men er In ge- 
slaagd verschiHende natuurproducten, zooals mar- 
mer, schildpad enz. na te bootsen. 
* Het ongeudeurde celMoId is wit of geelachtig, 
is eenigszins doorsoh^jnend en zeer elafitiseh, 
hard, vast en bjna niet te breken, iervvijl het 
op dezelfde wyze als hoora bewerkt kan iworden. 
E^j een temperatuur van 75'» C. verkrggt de stof 
een zoo grooten graad van elasticiteit, dat, men 
het iederen voim kan doen aannemen, die het 
by afkoeling behoudt, terwg'l het bij her.nieuwde 
verwarming den oniden vorm weer aanneemt. 
Door bevoohtiging met de een of andere stof, 
waarin het opfoist, byv. aceton, azijnaether, kun- 
nen 2 lichamen volkomen vereenigd vvorden, door 
de natle vlaJdken tegen elkander te drukken. Bij 
een temperatuur van 125<^ C. ontbrandt de stof, 
met een roetende vlam, tervvijl daarbg een sterke 
kamfenreuk ojitstaai;; explosies door dag, sto rt 
of wryving zgn echter geheel buitengesloten. 
VersdiiJlende voorwerpen vvorden erui-t vervaar- 
digd, zooals bidlartb^Ien, speelgoed., kammen, 
gebitten, boekbauden, dozen, Tedamekaarten, ge- 
voelige platen o.a. voor kinematografenfihns, iso- 
la-toren, bakken voor transportabele accumula- 
toren, daar het goed tegen de inverkin^ van zu- 
ren bestand is, enz. C^k ifn de iboekdjukkunst 
vvordt sinds eenige jaren cellulold gebruikt voor 
ondergrondplaten, (waairin figuren- van elken 
vorm gesneden vvorden. 

Wegens het groote brandgevaar by bet ge- 
bruik vaji cellaloldfilmfi, heeft men hierom naar 
andere materialen uitgezien. Vermoedelijk zali 
het celliet, mi acetylcellulose en kamfer bereid, 
op den dutir veel toepassing vinden. 

Literatuur: Pliest, Sti^ en Vietceg, Das 
Zelluloid, Beschreibung seiner Herstellnng, Ver- 



OELLUiU)in>-X:iELaRIA'. 



arbeitung and seiner Erjsatzstoff« PaH« a. d. S. 
Iftl3); MasselinrRoberts en Cillard, IDas Cel- 
liiloiid, seine Fabriikaitlan, Verwendunff and £r- 
satzprodoJrte, ilbersetzt von G. Bonwmt (Berlijn 
1912). 

Oellnlose (CaHioOs)!! Tonnt bel lioofdbe- 
fitanddeel der oelwanden van alLe plant^n; het 
'behoort tot d« ikoolh^draten; zijn formul« is niet 
nauwik€aTi^er ibe!kend dan boven aangegeven is. 
Zaivere ceLIulose kan men Terkr^jgeii door wat- 
ten aclitereenTolgeins te ibefhandelen met verdand 
kaliloog, veidund zoatizauT, w&ter, alcohol en 
aether. Hierin lo&sen alde andere bestanddeelen 
der cellen, de zoogenaamde gelncrustreerde stof- 
fen, op en bljjft de ziiivere cellulose over ads een 
wit, amorf poed^r; itn gefwone oplossingsmidde- 
len is a\j onaplosbaai. In een oplossin^ van 
ozied im ammoniaik („Sohweitzer'« reactief ) lost 
ze on^erandeid op, en bieniit wordt ze door zu- 
ren en somrnoge zooten >weer aeergeslagen. Hier- 
op t)erust een fabricage van kanstz\jde (zie al- 
daar). De bomogene oplossi>nf wordt namel^ 
door capillaire baisjes m Yer£ind azjnzuar ge- 
perst, 'waardoor de oeUtflose een vasten, dannen 
draad vormt, die verder verwerkt wordt. In 
aterk zwayebsaur zwelt cellnlose op en kst na 
langen tg d op tot een diikke pap, <waarait door 
water een zetmeelacfatig lichaam neergeslagen 
wordt; na nog laingere i8iweiiking van zwavel- 
zuar ontstaat dextrine, die, met water verd-and, 
dooc koken overgaat in droiTensoiker. Cellnlose 
is voor mensohen onverteerbaar; de planten- 
etende dieren verteren deze atof daarentegen 
Tolkomen. Door io;werkiing van koude sterke sal- 
peteraaur (of beter door een ikoud memgsel van 
saJpeterzaoT en zwavehQar) ontstaan salpeterza- 
re esters van oellalose, de zoogenaamde nitrocel- 
krlose; gewoonl$k veiikrijgt men tetra- tot hexa> 
niiiraten; deze laaftste, die vervenjct woidft toi 
irookzwak krnit, iheeft tot empiricehe formule 
CaHt^NOaO«. 

Voor de p^ierfabricage wordt gewoonl\jk cel- 
lnlose, oii tbout bereid, gebruikt. Men on der- 
scbeidt nalroncellulose en sulfieteellulose. Deze 
soorien worden als Tolgt veiferegen: de gesebil- 
de boomstammen irorden in sob^jven gezaagd 
(door zagen, die sdinin op de as van den boom 
staan) en dan door middel van wal8en in klei- 
ne stakkein gefcroken. Dan irorden deze stakken 
in natronloog onder een druk van 6 ii 10 at- 
mosferen eenige uren gekookt. Hierna wordt de 
massa met beet water ui4;geloogd, in een wascb- 
}K>Uander gewassQhen en in een bleefkhollander 
gebleekt. Dan is bet halfgoed geworden, dat di- 
rect tot papier te veiiwerken is. 

Sulfietceilulose wordt b^eid door het klei'n^e- 
maakie hoat te koken met zuur calciamsalfiet 
of met magneeiumsulfiet; diit gebeurt in ketels, 
die Tan binnen met -lood of onet steen bekleed 
zgn. Nadut de massa met 'water uitgewasscben 
is, beboef t zij niet meer geUeekt te wordeii, daar 
dit reeds gdbeurd is in ibet <zwayeligzaur. Sul- 
fietoelloloee is raster, maar tevens brosser dan 
de natroinoelMose; de eerste word-t voor Tast 
eohrgfpapier, de .tweede toot £yji scbrijf- en ko- 
perdri&papier gebruikt. Voor dooumentpapieren 
mogen beiden niet gebruikt worden. Fidtreerpa- 
pier {Zweed8cb) bestaat bgna gebeel uit zaivere 



oellulose; bet wordt gemaakt -uit katoen. Zoo 
ook de cellolose, die gebroikt moet worden ter 
bereiddng van uitroceBnlose, celluloTd, chardon- 
netzigde enz. 

Oellnlosedimaiiilet is een ontplofbare 
stof, udt 75 deelen nitroglyoeriine en 25 deden 
boutmeel bestaande en das tot de nobeHeten te 
rekenen. 'Hoewel: ved overeenkomst hebbende 
met het klezelgubrd^uamiet, ontploft bet ook in 
bevroren toestand en heeft uiet zooveel van 
vocSitigbeid te l^den. Het oelklosedjnamiet 
wordt boofdzakel^ tot ontsteikingspatronen ge- 
bruikt, om bevroren kieze%ubrdyiiamiet tot ont- 
ploffing te brengen. Ook wordt soma lignose met 
dien naam aangedoid. 

Oelmen, Miguel Juarez, president der Ar- 
gant\jnsoihe republiek, nverd den 29sten Septem- 
ber 1844 te GoTd<]iba geboren. Na in de rechten 
te bebbed gestndeerdv werd l^j- in 1877 miniifi- 
ter, daama gouvenneur van den staat Cordoba 
en wa6 een bestr^der van den invloed der gees- 
tel\jkbeid. Als zwager van den president Koea 
werd fig den ISden Juni 1886 voor zes jaar tot 
president gekozen, docb door z^n zwakbeid tegen 
de bebzucbt der ambtenaars, welke een algemeeue 
hamdelscriois tengevolge bad, waarin de Engel- 
scbe ibankiersKima Baring ten gronde ging en 
die invloed uitoefeoide op de Eoropeescbe marfct, 
maakte h^ zicb zoo impopulair, dat hg in 1890 
gedwongen 'werd of te treden. 

Oelmembraan. Zie Cel (pk^nten). 

Oelorla, Oiovanni, een Italdaansch sterren- 
kundige, den 29aten Januari 1842 te CasaJe- 
Monferrato geboren, stndeerde iu Tur^, Milaan, 
Berlin en Bonn eu werd in 1866 assistent en 
iu 1878 aterrenknndi^ aan bet Osservatorio di 
Brera iu Milaan. In, lo76 werd hjj iioogleeraar iu 
de geodesie aan de tecbniccbe hoogeschool te 
Mi'liuin, in 1900 als opvolger van Sehiafntrelli 
directeur vsa het Osserviatorio die Brera en in 
1902 als opvol^er van generaal Ferrero voorzit- 
ter der koninkluke Italiaansobe geodetieobe oom- 
missie. Hg beeit veel gedaan voor de bepa4ing 
der plaatsen van planeten, kometen en vaste 
steiren en de berekening der banen van plane- 
ten, kometen en dubbelsterren. Met Lorenxoni 
en SekiapareUi heeft hg ook versdheiden lengte- 
metlngen in ItaliS uitgevoerd. Hg sohreef o.a.: 
„Inflaenza deLta luna suUa altezza del barome- 
tre*' (Milaan 1869), „DeteFminazione del-la lati- 
tadine del osservatorio di Brera" (Milaan 1872), 
,Jja Luna" (Milaan 1872), „Le Gomete" (Mi- 
laan 1873), „Sulle variazion-i periodicbe e aon 
periodidie della temperatura nel dima di Mi- 
lane" (Hlfikan 1874), „Di8tribazione della stelle 
nelle spazzio" (Mi>Iaa-n 1877)1 „Istrazioni 
per fare le osservationi astronomid" (Borne 
1880), „Sopra alcune eclissi di Šole antiche 
e aa quella di Agotocle in partioolare" (Rome 
1880), „Teorie oosmogonicbe" (MHaan 1886), 
„La pol vere didl" atmosfera" (Rome 1886), 
„La Teria astro deir Univereo" (Rome 1888), 
„Atlattte astronomico" (Rome 1890), „La Fisica 
sedale" (Rome 1892), „Salle os^ervazioni di 
comete f&tte da Paulo Toscanelli e sui lavoii 
astrouomid »aoi in generale" (Rome 1894), „As- 
tron<Mnia, manuaie" (Milaan 1895), „L*a8trono- 
mia nd seoolo XIX" (Milaan 1900), „Stadi e ri- 



CELORIA— CELSroS. 



eercbe bdI^ varlazione dcU& ktHutUine t«nestre" 
(MilMo 1901). 

Oeloilti i-- of hanekam as de naam tui een 
I^uiCeiigefiiacht uit d« f&milie der .^maranfa- 
i%e^. Bet ondeieebeidt lich doot «eD 3-bladigen, 
op de S-Jbl&ddg« bloeioltroOD gelijkenden b«Ik; 
door mefidradeit, die a»D den T«et met een ge- 
plDoid nectariiun TeKeoigd ^n, en door een 
dw&rs openspnngende dooBvrooht. Het omvat 
hooFdiaielijk K)meiig<iwa«gen, doeh onk bee^ters, 
di« in de w&nne Mmden tt buis liehooien. De 
soaTt«n, die het meest ala sierpJant«!] beiend 
stun heciten C. eriiUUa L. ea G. flmnota. Bei- 
de worden v«n 0,25 — 0,60- m. ^oog en drasen 
uen, ^e op een tumekam ^elijken, teDgev«^ 
i&n een monetraenee ftfplattuig en 'Teibreedtng 
der bloeinsten?els (foscUtie) en een sterte mis- 
TOnniog der bloemen, of le geljjken op pkrioien. 
Van beide TeiBcheidenlieden beeft men loriDen 
k leitchilleode Ueuiea. Enhrie seer maoi« zj;^: 
C. turna Emi^eMt, C. n. magnitiea, C. n. ntlphu- 
rea, C. jmmUa Kermetitia, C. plumoia Tkomp- 
tonii, C, p. aurea «n C. p. coedtua. 

OalplftntSD noemt men plantan, die df nit 
een enkele cel, bt uit oiHtersdieiden, idmi dan 
biju geb«l KeliJtvornMee oeHen bestaam. Van 
Taten ia (bg aktgeii^e planten geta api&ke; al- 
lem b^ de mossen ea bniinvieten rjo^ men een 

I 



Cmilerfa prolUtn, */» dar mtt. gioott«. 

bundri TaiD KTlengde cellen. die min oE me« 
le Teigelgkeo tgn met vMlbmtd«)*. Onduiks 
dezeu eentroodigeii tKinw Tindt m«t bv ^te eel- 
planten een giocto T«nebeidenhad t&u mItot- 
fflen Inj de •yet«mfttifdtepio«p«it,diemenbqde 
oTerige TftatpJADleD te T«igeel8 lal aoekftn. Zoo 
tiett men Teel numen aut, di« merkwaardJ£ 
'eel gelijkeit op een plaot me4 wortel, stengel en 
bUderen, hoeoel toch alles eleohto nit Mn oel 
bestaat, bij v. Cttulerpa prolitera (orde Sipho- 
neeSit, U&Bee Chioropk^eeeSn, groeawieren). Zie 
onder Algen, Sibook bgg^^it^ ftfbeelding. 



Oelala Ig de utaiu van een plantengedaeht 
nit de funilie der Leenneabekaebti- 
gen (Seropkutariaeeein). Het ondeiBohreidt ueh 
door een 5-<ledJgen keli, cen Tadvormice bloem- 
kioon, bebeaide meeldiEulen en een 24ieUig« 
doosTTUcht; lipa eoorten groeien ale truiden en 
liBeaterg in het zuiden Taa Enrop&, in het noor- 
dec va.n AIrika en in Oost-IndiS. Tot de Boorten, 
die aU sierplanten worden a&ngekveekl, behoo- 
len: O. Aretvrut L., O. betonicaefolia Deaf., O, 
eretica L., en C orientatit L^ alle met groote 
gele blDemeo. 

OeI*lus, Magnus Sieoiaat, een Zveedseh 
Datum- en stenvnkimdiee, werd gcAmren deit 
17den Janoari 1621 te AlfU-Soeken in Helsin^- 
land, ontring een baKMming tot ^oogleeraar in 
de wu- en etenenikunde te Upsala, maaicte groo- 
ten naam h{oot de ontdekkiitf der Helnog-mnen. 
Bij oveiieed den Sdem Mei 1679. 

(?«Miu, Oiot ot Oiaiu, een loon TUi dto tidoi- 
gaande, waa een natnorondeno^er en gci^e- 
leeide, werd den 19den JuU 1670 te Upaala ge- 
boren. Met Bsrtdii«Khop Benteliut ai Rvdbeek 
stichtte hq er d^ Academie Tan WetenRdiappeil 
en werd door de onderrtvnnkig, die hg aan Ltn- 
naeui beiorgde, de ^adlegger dei natmirlnke 
hictorie in Zvedeo. Hq overleed den 24st«n Ju- 
M 1756 alB boogleeraar in de theotogie en dom- 
proost te Upaaia. Beludve bet: „Hierot>olanieOTi" 
(Upsab 1744—1747, Amsterdam 1748) schteet 
hij ondeiadieiden belangTgfce TeiliajideHDgeir. 

Celtitu, Andert, een ne«! van den Toorgaan- 
de en een beroemd tderrenfanidige, den 27Eten 
NoTomber 1701 te UpsA geboren. werd in 1730 
hoogleeraar in de sterreDtunde, bezoebt in 1732 
in opdracht det legeeriiiff de voornoamste ob- 
aervatoria in ona were)dae«l en ^ertoetde eeni- 
geo tud te P&rns, onk er met andere aterreiftnii- 
digen te faadplegeii ovei een bepaUng tbd de 
giSaaote der anide. Zgn meeni^, dat naaat de 
graadfnetiiig, die Bougutr in Peru sou uitToeren, 
er ook een op boageoTeedtemoestgeiduedeDtot 
oploBsing vain dit Tnagatuk, waB aaiikiiiLn^, dat 
de Fransehe legeeiing Jtem met Mauperlmt e.a. 
naai L«pluid Mod. In den lomei vem 1736 werd 
door hen de gnadmeUng tasseben Tome« en het 
dotp PeUo in WesMBoDuMe rolbracbt, en Lod»- 
vijk XV acbosk heta tot betoonJng een jaargeld 
fan 1000 liriei beneT«n« het quaa'reDt, faetwelk 
bg hjj Torneft faad eebnijkl Nu sticbtte CeMui 
op eigui koaten te Upe^ een e>teirenwecht, al- 
waAr l^j bdftngiiike waarnemingen deed, en in 
1740 weid er een obaerTatoiium geboimd dooi 
de cegeenDg. Hjj oreileed aJda&i den S^Ften 
April 1744. Bebahe e«ffl: ,J)i8qniBitao de ob- 
aeTTattonibus pro figura telluriB deienDLnanda 
Ln Ga^lia habitis" (1738) schreel hij onderachei- 
den Teihandelingeoi een ran deae veidient t^- 
tonder de «and«ebt, omdait hjj daarin den thana 
algemeen getrnikcdMen en mor hem genaemden 
honderddeeligea theimometoi beetJugU (si« 
Themonteter). Verder bield bg »ich beiig met 
de meting Tan de intenaiteit ran bet liobt, met 
het oooMerlicbt, de theorie omtreat de maoen 
van Japitei, ea waa eea der eeiaten, die op de 
negstieTe iuvea>nTeiai>deriDg (sie Niveauvertm- 
deringen) aan de kost Tan Zweden de aandaeht 



CELCroS— CELTIS. 



CeUiua, Olof vtm, eea zoon Tan bovenTermel- 
<Len Olof, een Zveedseh geschied«cbr^Ter en 
diohter, werd den 26sten December 1716 te Up- 
sala gebor«n, w«rd aldaar in 1747 tot hoogleer- 
aar in de geschdedenis benoemd» werd in 1756 
opgenomen in den adeikband, in 1777 bisschop 
te Lund> in 1786 lid d«r Zweed8che Academie 
van W«ten8chappen en overked den 15d«n Fe- 
bruari 1794. Z^n ^Gesdhi-edenu van Gnsftaaf den 
GtToote'* (hg 'herhaliag nrt^egeven) >wordt zeer 
geroemd, eveneens zij-n ,,Eonting Eri<ak XIV trn- 
toria, saminein8krew€in efter gam& Biandlin^" 
(1774). Zjjn vioortreffdnk bodk »STea-ri-kes Kir- 
ko-historia" (1767) bleei door egn overl^den on- 
▼oltooid. Nog scbreef Ibg ^Upsalensis hi&toria". 
Ook beeft l^j Zweed6ehe en lAt^nsohe gedichten 
nagelaten, waai(m zich vertalingen bevinden van 
de Psalmen, alsn>ede van gedichten van Home- 
ru8 en Virgilius. Al6 iid van den Rnksdag be- 
hoord« h^ tot de steunpUaren dei koningsge- 
zinde partij. 

Oelsus, Titus ^ornelius, een tegenkeizer 
van Oalieniu, wafi tribuun -in de provincie Afri- 
ka en liet zioh overhalen, om d£ keizerlijike waar- 
digiieid te bekleeden, dodi reeds na vefloop van 
7 dagen weTd h\j te Saocus vermoord en zip iyk 
aan de homden voozgewoppen. 

Oelsus, Aulus Comelius, een zeer ontwik:- 
keld Bomeinsoh geleerde, schreef een werk over 
de geneeskunde, werd. om die reden de Lat^n- 
sohe Hippocrates genoemd en leefde ten tijde 
van Augtisttu. Volgens ihet getuigenis der Ouden 
faad h\j een uitgebreid weilk opgesteld over wel- 
aprekend^ieid, geschledenis, recbtsgeleerdheid, 
w\j»bQgeerte, krggakunst« ilandibouw en genees- 
kunde. Intu&sehen z^n aUeen ^De medicina lilbri 
VIII" tot on€ gekomen. Zij 'bevatten veel be- 
langT$ks en iznn ib^j herbalinf uitgegeven, o.a. 
door Scheller (Bran8w^ 1846) en door Všdrš- 
nes (met commentaar en Fransc^he vertaling, Pa- 
rq8 1876). 

Oelsns, een aanhanger der 'wysbegeerte van 
Epicurus, leefde in de 2de eenw en sdireef om- 
BtreekB 178 in zjjn „Senno verus" een mericwaar- 
dige pdemiek 'tegen bet Christendom, waarvan 
m bet boek van Origenes: „Contra Celsum" ge- 
deelten zijn bewaard gebleven, zoodat bet moge- 
lijk i« de gedacbtengang van Celsus vrijwel ge- 
beel te reconstroeeren. Op een geestige en scberp- 
zinnige w\jze besohaldigt bjj daarin de Chri-s te- 
čem van onweten8cbappeliik(heid, bi in d ^eloof, 
verdeeldheid, an.tbiopomoTpiiAsti8che zinnelg<kheid 
en grove dwepery. 

Oelt of Kelt is de lutam van een in den 
hronst\jd gebroikt gereedscbap van beitel- of 
bijlvormige gedaante en smalle snede. De oudste 
zgn geheel vlak, daama werden zij met een lan- 
gen eteel en een biel voorzien; odk werden de 
randen soma verder nitgetroikken. Nog later werd 
er een <bolte aan bet lemmet gemaakt, om er 
den fiteel in te bevestigen. Het materiaal der cel- 
ten, die waarscbgnlijk als werktuig en als vra- 
pen gebraikt vverden, is gewooaiIijk brons, eerst 
later komen zij odk van ^zer voor. 

Vioeger heeft men den naam met de Kelten 
18 vei<band w€ten te brengen en de oelt als hun 
iiatiofnaal wapen vooigesteld; maar de celten 
worden in alle landen van Eoropa gevonden, ook 



daar, iraar nooit Eelten. geweest z^n, zoodat de- 
ze lbewering geen steek noudt, evenmiin als een 
andere, dat n.l. de celt betzelfde werJ[tudg zon 
zgn ak de framea, waarover o.a. Taeitus s^reekt. 

Oeltes, Konrad, een Daitsdh humanist en 
dichter, d^ Isten F^ruari 1459 te Wipfeld by 
Schweinfurt geboren, heette edgenlgdc Pickel of 
Meistel en noemde ztdi later ook Protucius of 
bevorderaar der letteilkande. Gedwongen aan het 
w^}ngaardemeT8bedT.gf van zgn vader deel te ne- 
men, ontvlood <bij naar Eevlen en liet er zich in 
1477 op de Igst der studenten inschrgven. Later 
bezocbt »hg Leipzig, Erfurt, Schlettstadt en Hei- 
delbeig, waar bg viiendscbappdgk omging 
met Agricola, Na ddens dood (14^5) begaf bij 
zich weder naar Erfort, weTd majgister en <hield 
te Leipzig voorlezingen over Oude talen en 
ddchtkunst. Hier sdireef hg in 1486 zgn: „Ar8 
versificandi et carminum", een geschrift, dat zoo 
alffemeen ibewonderd werd, dat keizer Frederik 
lil hem den 18den Apinl 1487 den laawerkrans 
schonk. Daar de naij-ver zgner amiitgenooten 
hem niet verffunde te Leipzig te bl\fven, deed 
h^ een leis door Zwitserland, ItaliS, Bohemen 
en SileziS, gaf te Eraikan gedorende 2 jaar on- 
derwgs in de oude letteikunde en de dichtkunst 
en legde zich toe op de sterrenknnde. Vandaar 
begaf b^' zvdh naar Hongarije, Polen, Pruisen 
en de Oostzeegewesten, maar moest er weldra 
voor zgn tegenstanders de wgk nemen, zoodat 
bij zich naar Ingolstad spoedde, waar bij in 1492 
leeraar werd in de welspreken(lheid en de dicht- 
kunet. In liet volsende jaar hield hg verblgf te 
Regensbuig en te Mainz, (waar hj het Rijniandsoh 
Genootschap van Geleeiden stichite, daama als 
hoogleeraar weder te Ingolstad t, toen als onder- 
wgzer der kinderen van keurvorst Philip te Hei- 
delber^ en eindelgik als hoogleeraar te Weenen, 
waar ng het Geleerd Genootschap van den Do- 
nau sticbtte. In 1498 deed hg weder een groote 
reis naar de hronnen van den Rgn, naar Lgfland 
en Lapland, en bewoog bg zgn teru^eer te Wee- 
nen keizer Mazimiliaan, om een ,,ColiIegium po- 
eticum" te stiobten. Daarna begverde hg zich« 
om den rijken schat van kennis, door hem op 
zijn reizen vergadeid, op te teekenen en te rang- 
schiikken, doch zgn overlgden in Februari 1508 
verhinderde het volbrengen van dežen arbeid. 
Celtes heeft onderscheidžn nieuwe talrken van 
vtretenschap aan de Duitsdie academies inge- 
voerd, de taal gezuiverd en als diohter groote 
verdienste verworven, vooral door zijn oden. Als 
beoefenaar der gescbiedenis heeft hg belangrg-ke 
schatten aan het licht gebraobt, zooals de „Ta- 
bula Peutingeriana" enz. Van zgn geschriften 
noemen wg: „De origine, situ, moribns et insti- 
tutis Nodmbergae libellus'*, „Canninnim Ubri 
IV" (1502) en „Ligurini de gestis imp. oaes. 
Frederici I Augusti Libri X carmine heroico 
oonsorlpti" (1507). Zijn geestige epigrammen 
(Berlijn 188»! ) werden o.a. door Lessing ge- 
braikt. 

OeltlB L., een plantengeslacht uit de familie 
der lepachtigen (UlmaceeSn), ondersoheidt zieh 
door Š6n£lacntiffe, ^dnbuizige bloemen met een 
5-bladig bloemaek en 5 meeldraden. Het omvat 
boomen, die in het zuiden vam Europa, het noor- 
d<in van AfrUia en Oost-IndiS groeien. De meest 



CELTIS— CEMENTATIE. 



bekende soort is O. auatralis L., die 12 tot 16 
m. hoog wordt en langwerpig€, lanoetvormige, 
oD^l^jke, echerp^tBode, Tan, oaidereii vilt^e 
b]&deieii, gioenadb!tig-witte bloemen op dimDfe 
Sielen en gde, daaina roode en eindelijk zwarte 
vruchten draagt;.z\j groeit langs de kust der 
Middellaodsehe Zee, in IstriS en Tirol. Deze 
boom is tbans een sieraad der tuinen in Midden- 
Europa en wil er op drogen grojid zeer goed in 
de open lucht groeien. In Noord-AmerUca is C. 
occidentalis L. a]gemeen verspreidi en evenals 
Tan den Tonigen worden ook vain dežen .boom de 
eenigszina fiamentrekkende vrnehten als genees- 
middel bjj bnikloop voorgeeohieven. 

Oemlialo. Zie Clavecimbel. 

Oement wordt verkregen van sommige ge- 
steenten, van Tulikanische oitbarstingen a£kom- 
stig; het bezit de eigensohap, dat het met daar- 
mede vennengde bntende ka]& in de hicht of in 
het water snel Ternardt, zoodat het tegenwoor- 
dig vrg algemeen als bindmiddel der onderschei- 
dene steenmaterialen, zoowel voor boivwwerken 
boven den grond als onder wateT wordt gebe- 
zigd. 

Men oinderscheidi natuurlijk en kunstmatig 
cement. Het eerste word4 bereid nit delfstof- 
fen, iffelke in rnwen> toestand of na een vooraf- 
gacLnd branden tot poeder wordpn gemalen en 
dan met kaHcbrg of met water aangemengd, een 
watennortel vormen. Hiertoe behooren het tras, 
het miizolaan en het ganiorin. Het eerste is in 
bet Brohlthal b^ Andernach in dikke lagen te 
vinden en beetaat oiit verbrgzeld puimsteen, af- 
komstig nit de voormalige vudkanen langs den 
Ryn. Eeeds sedert de 3ae eeuw onzer jaartel- 
ling gebruikte men tras tot het maken van wa- 
termortel, waarvan men vervolgens zelfs groote 
iDa8sa's vervaardigde, die ook thans nog in de 
muren van onde vestingen en torens vooiikomen. 
Het puzzolaan, een dergel\jke stof, is eveneens 
van Tnlkaniechen oorsprong en af komat ig van 
Puzznoli (oudtgds Puteoli) b\j Napels. Tras en 
pozzolaan woTden in rnwen toestand gemalen en 
met kalkbrij tot mortel vermengd. Het santorin 
18 van het Grieksdie eiland vaa dien naam af- 
komstig. 

Tot de kunstcementen, die veel goedkooper 
2ijn, beboort de cementsteen, een soort van kalk- 
mergel. Hg moeti evenals kalksteen, vooraf ge- 
brand worden, waama men hem maalt en, met 
of zonder toevoeging van zand, door vermenging 
met wat6r, in oement omzet. Dit is het Romein- 
sehe cement, dat het eerst in 1796 door Parker 
te Londen en vervolgens ook elder« bereid werd; 
het wordt ook nn nog veel gebruikt, hoeweI het 
meer en meer plaats maakt voor een ander kunst- 
eement, dat oen naam draagt van Portlandee- 
ment, Laatstgenoemd, in 1824 door Aspdin te 
Leeds nitgevonden, is een mengsel van leem (wt 
de Medwajrivier) met kr^t of gebrande kalk. 
waarna het gebrond en op de W9ze van Ro- 
meinsch cement gebmikt moT&t, Na het bran- 
den bevat bet ongeveer 82 tot 85 % kiezelznnr, 
leemaarde en tjzeroiied. Het kr\)t wordt onder 
wateE zoo f^n mogeUjk gemalen en geeUbd; de 
leem wordt tnsschen walsen fijn gednikt. Na in 
versohillende werbtniigen met de leem innig te 
zgn vermengd, woiden er steenen van gevormd. 



Deze worden in de lucht gedioogd en in sdiachjt- 
ovens van 15 m. boogte en 8 m. w^te tussoben 
ookesli^en opgestapeld en gebrand. De tempera- 
tuur moet tot de witgk>eihitte stegen, na af- 
koeling nM)eten de eteenen een grqsgroene kleur 
vertoonen en met water bevoohtigd, naunrelijks 
warm word6n. Niet voldoende gebrande Port- 
lander heeft een grjsgele klenr, wordt bg toevoe- 
ging van iwater zeer warm en valt niteen, Gaat 
de verhitting ecihter te ver, dan emelten de stee- 
nen en z$n onbruikbaar. De gewone tgd Toor 
het branden ie 3 dagen, voor het afkoelen 8 da- 
gen. De gebrande steenen worden tnsschen ge- 
oanneleerde walsen gebroken en dan onder kol- 
lergangen ttoolaaig gemalen, dat slechts ^/« ach- 
terblgft op zeven met 900 openingen per vier- 
kante cm. 

Behalve dn Engeland wordt tegenwoordig ook 
zeer veel kunstmatige cement geproduceerd door 
Duitschland en BelgiS, welke landen een aan- 
zieniijik deel -van de in Europa verbruikte cement 
leveren. Ook in Ned. Indi§ bestaat sedert enkele 
jaren een cementfabriek. Het verharden van ce- 
ment berust volgens Feiehtinger, Michašlis en 
anderen voor een groot deel op de vorming van 
cakiumsilicaat. 

Het portlandcement vormt ook de voornaam- 
ste grondstof tot vervaardiging van beton (zte 
aldaar). Vooral in de Vereenigde Staten van 
Noord-Amerika heeft de cement-industrie zich in 
de laatste jaren lensaehtig uitgebreid, bepaaide- 
mk na 1890. In genoemd jaar werd aan natnnr- 
Ip cement in de Vereenigde Staten ± 7 mii- 
lioen bariels gewoinnen, tegen 835 000 barrels 
Portland-cement. In 1904 ie >bet natuurproduct 
gedaald tot ongeveer 5 mrUioen barrels en het 
n^verheidsproduct gestegen tot 26 millioen, ter- 
w\jl de p^dnctie over het afgekopen jaar dit 
qifer nog met 5 mrllioen overtrof. Het aantal 
fabrieken vermeerderde in die jaren van 16 tot 
82, waarvan er 20, dde drle v^fden der prodnc- 
tie leverd«Q, gelegen z^jn in het Lenigh-di»trict 
(in het westen van New-Y€rsey). In vijftien ja- 
ren ste^ de productie dus van 800000 barrels 
tot 81 000 000, of in waarde van ^/2 millioen tot 
29 milHoen dollars. 

Omstreeks 1860 werd te Delfshaven de eerste 
fabiiek van oementweTken in Nederiand opge- 
richt, waar hoofdzakelp •boawornamenten in na- 
bootsing van natuursteen en cementsteenen riool- 
bnizen werden vervaardigd. 

Oementatie noemt men in de chemie, me- 
tallurgie en technologie een llnindtbeweiiklng, 
waarb\j een metaal bed^t wordt door een andere 
zelfstandigheid, bestemd om in de metaalmassa 
door te dringen. Ddt ^esdiiedt gewoonlijk door 
het metaal met die stof in vunrvast? bakken (ce- 
menteerbussen) te docn 'gloeien. Op deze wyze 
verandert men ^zer in staal, door het met houts- 
kool te bedekken en te doen gloeien, en de op- 
pervlakfce van koper in meesing, door kopcren 
platen of stangen te doen gloeien met zink. 

In het algemeen geeft men den naam van oe- 
mentatie aan een handelwijze, waardoor men de 
oppervlakte van een metaal een verandering doet 
ondergaan, al ia de oorzaak van deze een geheel 
andere dan bovengenoemde. Eindel^k wordt 
het bekleeden van regenbakken enz. met Port- 



CEMENTATIE— CENSOREN. 



landcement ook w^ met d«n naam tiul cemen- 
tatie bestempeld. 
Oementatie van staal. ^ CementaHe, 
Oementeerlnff. Om d&a bod«m Tan stalen 
gdiepen, de <wanden fan wantertankeii en de bo- 
veodeksgoten, dle na eens met wa'ter, dan met 
hicht in aanrakinf komen, te bescfaermen tegen 
foesten en, wat de mratertaeken betreft, tevens 
om iiet wia/ter, dat daarin geborgen word't, vr^j 
te biouden von vreemde b^jmengseien, worden de- 
ze beatreken met een mengsel Tan portland-oe- 
ment en zand. Odk bezigt men wel cement om 
de roimtein op een tugschendek, tasschen de 
«panten, welike door de dekpLaten aiet geheel wa- 
terdicht worden aangeviila, waterdi€!ht te ma- 
ken. Hoewel cenoent t^en roesten van bet daar- 
mede bestreken «taal of ^zer een afdoend mid- 
del is, beeft dit tiet nadeel 'van zwaar te z\jn, 
soodat men bQ Bchepen, waarbg men zninig met 
gewicht moet z$n, meer ^^rmk maakt van as- 
talt-bondende mengsels, indien aUeen <be8cher' 
ming tegen roesten -'Wordt beoogd. 

Cementstaal. Zie IJter en IJzerfabrieage, 
Cementsteen wordt ferraardigd door ver- 
menging van zand (met of zonder toevoeging 
Tan grind) met cenieiit. Men kan GriTierzand, 
dodi ook elk ander cand gebmiken. Eenig wa- 
ter wordt toegeToegd, x>m £et gehed wat sanoen- 
hang te geren, waama het mengsel wordt ge- 
daan in Toimen, we]ke min of meer primitief 
zjn samengesteld. In den r^el ^ op een tafel 
enkele TOtrmen Tereeiugd.lDetafelisTai&luMit^de 
Torman zgn Tam etaal; die epede in de Tanuen 
wordt aangeklopt met een hoaten iiamer (men 
kan het ook naiaten), door ecte ^zer afgestreken, 
waarna de steenen door een beliboom worden uit- 
gelieht. De ^erormde steenen bljJTen liggen op 
Vzeren plaatjes en worden daamnede te "zamen 
gelegd op houten Tekken, om gediirende een 
zeker aantal nren Tooiioopig te curogen. Daarna 
konnen de steenen Toorzi£tig iworden getast, 
dooh moeten alsdan lang aan de Incht worden 
blootgesteld, om, eTenals mortel, te Terharden. 
De inricihting kan eenigszins TerscbUilen, maar 
alle ejstemen komen ten slott« op hetzelfde 
neer. Een zeer primitieTe inriditing met band- 
Toonen koet boogsftena enkele gald«ns, de groo- 
tere inrioihting met tafels en plaatjes enkele 
bonderden gulden, terw$t afdaken, scburen enz., 
naar gelang de hoeTeelheid, die geprodnceerd 
wordt, de zaak eenTondiger of danrder maken. 
Het is mogelijk goede ^en op dese wgze te 
Terraardigen, dooh mits gestampt wordt en mits 
in juiste Teiihouding zand en zoo mogel^jk grind 
en prima cement leordt gebmikt. 

Cenohrus L, is de naam Tan een ait- 
heemsch planten^eslaoht nit de famrlie der 
G r a s 8 e n (Oramineeiin). Van de eoorten' is O. 
eehinatus L. door i^n met »tekels gewapende 
Tmchten een plaag Toor de reizigers in vVest- 
Indi€. 

Oenol, Beatrice, geboren den 12den Februari 
1577, was de jongste doditer Tan een Romei nsch 
eddman, Francesco Cend, en groelde te midden 
eorer zedelooze omgeTing op. Haar Tader wa8 
een hartstochtel^k, ruw man, die zgn bandeloo- 
ze kinderen en Toornamel^k Beatrice, zooals be- 
weerd wordt wegen8 een liefdes^^ieschiedenis. 



hard behandelde. Men zegt zelfs, dat fa^ haar 
tot bloedechande iheeft (willen Terleiden. Met 
ibaar stiefmoeder Lueretia en haar oudsten broe- 
der Oiaeomo hunrde zij een bandiet, die baar 
Tader in 1598 op het kasteel PetreUa b^ Napels 
in den elaap door een dolkstoot om het leven 
bracht. Beatrice werd gefolterd en den 11 den 
September 1599 tegel^ met Lueretia onthoofd, 
terwgl Oiaeomo met een knods werd doodge&la- 

fen; sledits de jongste broeder Bernardo werd 
egenadigd. Paus Cletnens Vili, op wiens last 
het oord^ Toltrokken werd, legde oeslag op de 
floederen der familde. Deze ceedhiedenis weid door 
Shelley in een drama en door Querraxxi in een 
roman behandeld. 

Odne, Charles le. Zie Le Chie, Charles, 

Oenere, Monte, is de naam Tan een bergmg 
In bet Z. Tan het Zwitsersche kanton Tessino. 
De weg Tan Bellinzona naar Lugano (boogste 
punt 553 m.) loopt er OTerheen, alsmede de 
spoorweg door een tnnnel Tan 1,673 km. 

Oenla. Zie Mont^enis. 

Oenobleten. Zie Coenobieten. 

Oenomaan is de onderste trap Tan de bo- 
Tenste afdeeling der krijtformatie. Daartoe be- 
hocren o.a. de aao Tei8teeningeD r^ke groeme 
zaindstcen b|j Essen> Terder de onderste Qnader- 
zandsteen Tan SakaischrZmtaerlaod enz. 

Oenomanen is de naam Tan een groot Eel- 
tisch Tolk, dat t^dens de TeroTering Tan GailiS 
door de Romeinen in het heuTeUand tnsschen 
Seine en Lotre woonde met de atad Suindinum, 
thans Le Mans geheeten. Een deel der Oenoma- 
nen had zich in GalHa Transpadana TOor goed 
neergezet, nadat de Kelten in de 4de eeuw t. 
CSiT. Opper-Itali^ OTcrstroomd hadden. Zig woon- 
den in net gebied Tan de Mincio en de Oglio. In 
222 T. Chr. werden z\j Tr5wiliLig afhankelflke 
bondgenooten Tan Rome, maar stonden reeds in 
200 met de meeste andere Eelten aldaar op te- 
gen bnn nieufwe oTerheerschers en werden eerst 
m 197 T. Chr. weer onderworpen. 

Oenotaphlum is de naam Tan een gedenk- 
teeken, ter eere T«n een OTcrledene opgericht 
zonder zijn stoffemk OTer8<^hot te beTatten. Aan- 
Tank^\jk wa6 het enkel een grafsteen, waardoor 
vcflgens het geloof der heddensche Romeinen de 
sehim Tan den afeestorTene Terzoend werd. By 
de plechtige inw^diLng werd bg tot driemaal 
toe met name opgeroepen en nit^enoodigd, om 
bet ledige graf tot woning te kiezen. Uet op- 
riditen Tan zidk een gedenkteeken geschiedde 
eTeneens, wanneer een geliefde doode Ter Tan 
z\jn Taderland b^graTcn •wa8. Ook gaf men dien 
naam aan een b^raafplaats, die men gednien- 
de het leTen Toor zich zelf en de zijnen in ge- 
reedheid braoht. VoJgens het Romeinsch redit 
was het cenotaphitim geen heilige plfaats (loeus 
religiosus), omdat er zich geen lijken en dus ook 
geen schimmen (manes) beTonden. 

Oensoreii waren in het oude Rome patri- 
cische magistraatspereonen, die ten getale Tan 
2 aanTankeUjk slecnts bet toezicht hadden op de 
burgers en op bun Termogen, zoodat zij dežen 
an de kiassen plaatsten, waarin zg bcboorden; la- 
ter eTenwel (sedert 443 t. Chr.) moesten zg ook 
een waakzaam oog honden op de zeden. Het 
censorambt beboorde oorspronkci^fk tot het ko- 



CENSOREN— CENSUUR. 



oinkljfk gez&s en werd na het verjagen der ko- 
njn^en aan de consuls •to^ewezen. Toen echter 
kogdarig« oorlogen d« oonsuls geruimen t^d 
uit Rome v€rwqderd hielden, zoodat 2y voor de 
bekngen der stad niet oaar behooren konden 
zorgen en zelfs de census jaren aaneen verwaar- 
loosd werd, gevoelde men, dat afzonderl$ke per- 
sonen met die taak »belast moesten wordeD, zoo- 
dat liet ^ensorschap werd geschapen (zie Cen- 
tuur). De ibeide censoren werden in den eerMen 
i^d uitsiuitend ^t de Patrioi^rs voor 5 jaar ge- 
kozen, doch zij ibehoefden 'Zioh toen met niets 
anders dan met den oensus, de bepeling van 
het bedrag der belastingen, te bemoeien, en 
hiernit ontwiikkelde zich aUengs hun toezicht op 
de zeden en op de ^eldmiddelen van den Staat. 
In 434 werd door oe lez AemUia van den dik- 
tator Mamereus AernUins, de tijd van bet cen- 
sorsohap op 18 maanden vaatgesteld, boewel er 
eerst na verioop van S jaar anderen werden ge- 
kozen, zoodat dus bet ambt telkens 3Vs jaar 
onvervnld bleef. In 351 v. Ohr. verkreeg een rle- 
bejer, C. Marcius Rutilus, die ook de eerfite Ple- 
bejische dictator wa8 gewee8t, voor bet eerst de 
bevoegdheid bet cemsorambt te bekleeden. In 339 
irerd door de lex Publilia PhUonis bepaald, dat 
een der censoren £teede een Plebejer zon z\jn en 
in 131 waren beide oensoren Plebejers. 6ewoon- 
l^k koos men tot die betrekkdng maanen, die 
zich reeda aLs con^nls hadden ondersobeiden, 
vant men be9cbouwde baar als bet glaner^k 
einde Tan een staatkundige loopbaan. £en een- 
sor wa8 niet beikiesbaatr; overleed een van bei- 
den, dan moest ook de »ndere z\jn ontslag ne- 
men, en er werden 2 nieiiwe gekozen, betgeen 
steeds in de comitia centitriata gescbiedde, waar- 
op in een tv^eede vergaderong de bevestiging 
volgde. Tot de ondersobeidingsteekenen van den 
eensor behoorden de sella eurulis en de toga 
praeUzia en bj werd in een pnrperen gewaad 
bcigraven. De insteUing van bet eensorscbap 
Uedt ook na den tgd van BuUa bestaan, ihoewel 
men bet kiezen van die magtifftiraatsperaotneD 
eenigen tgd bad nagelaften. Na den dood vao 
Pompejus liet Julius Caesar ziob eerfft voor 
een t^dperk van 8 jaar en Tervolgens voor 
levenslang iot praefeetus morum benoemen, daai. 
by een titel wilde afsobaffen, die aan den bloei- 
tgd der repnbliek 'berinnerde. Oetavianus liet 
eerst bet cen^orambt bestaan, maar bezorgde la- 
ter aan zicb zelf en aan Agrivpa de vtraardigbeid 
en de macbt van bet oensorsciiap, aan 2 anderen 
den titel gnnnende. De beide laatste censoren 
waren PmSus Aemilius Lepidus en Lucius Mu- 
naiius Planeus. Na ben matigde zicb Auffustus 
ireder den titel aan van praefeetus morum, he- 
paalde ak zoodand^ 3 maal den census en iiield 
ffloo&tering der ridders. Tiberius en Caligula 
vo^den z$n Toorbeeld, en eerst Claudius ber- 
fltelde den naam van eensor, ficbonk zicb zelf 
die waardiglieid en 'benoemde Vitellius tot zgn 
ambtgenoot. Vespasianus, Titua en Nerva tra- 
den in zgn ' voetstaippen, en Domitianus ooemde 
zieh eefuor perpetutis, Van dien tgd af begon 
^t gewjcbt d-ier waaTdigih€id meer en meer te 
<Wen en Trajanus 'wild« zelfs den titel Tan ]prae- 
feetm mornin nie* -voeren. Ook de latere keizers 
uch dasi alleen censoren, wanneer z^j 



zicb met de vaststelling van den oensus bezig 
bidden. Op bevel van ked^zer Deeius werd Vale- 
rianus als laatste cen&or door den Senaa^t geko- 
zen. Wel werd na dien t^d nog wel eens een 
voorstel tot iets dergelnks ter tafel gebradit, 
maar de uitvoering bleef acbterwege. 

Oensorinus, leen RomeLnscb taalkundige, 
scbreef, beb«Mlve andere, verloren ^egane werken, 
omstreeks 238 na Gbr. een vernandeling „De 
die natali", waarvoor b^* de stof grootendeels 
nit andere oade werken, vooral uit (ue van Var- 
ro, genomen heeft. Het is van belang voor de 
kennis der cbronologie van dien t\jd en geeft 
ook met betrekking tot andere kwe9ties aangaan- 
de de oade Romeinen veel bruikbare opmerkin- 
g«n. 

Oezunirae. <Zie Censuur, 

Oezunirae eooleslastioae noemt men in 
de R.-Eatboilieke Eerk kerkel^ke stralfen, waar- 
door aan sommige personen bet gebruik van 

feeste^jke zaken, zooals bij v. de eaeramenten, 
erkeiijke begrafenis, wordt ontzegd. Er zg-n drie 
aooiten: interdikt, suspenste en exeommunieaHe 
(izie deze woorden). 

Oeiuiufl 'wa8 bg de oude Romeinen de scbat- 
iing van bet vermogen der bnrgers aanvankel^k 
door de consnls (zie aldaar), later door de cen- 
doren (aie aldaar), die om de 5 jaar jdaats bad, 
w^e 5-jariffe periode naar bet reinigingsoffer, 
waarmedie de censas besloten wera, lustrum 
werd genoemd. De dunr van bet lustrum wa8 
soms ook wel 4 of 3 jaar. Volgens de overleve- 
ring vrerd de oensus ingeroerd door koning Ser- 
viu8 Tullius, die op deigel^ke w\jze ak Solon te 
Atiiene, in 577 v. Gbr. 'bepaold zou bebben, dat 
alle burgera in de 6tad en op bet land bet aantal 
himner (kinderen en slaven, de grootte van bet 
vermogen enz. onder eede moesten opgeven. Vol- 
gens deze opgaven werden de bnrgers in 5 Iklas- 
een verdeeld, die ieder vtreer uit een aantal oentu- 
rlGn bestonden. Ten igde der koningen en in de 
oudste tiijden der Repvbiiek bad de scbatting 
aitsluitend plaats naar het grondgebied. Eerst 
door den eensor Appiua Clauaius werd de ecbat- 
ting voteens bet vermogen in geld ingevoerd, 
waarby de mnnteenbeid, de as, nog verscbillend 
gerekend 'werd. De eerste klasse van 80 centu- 
ri^n omvatte diegenen, <wier vermogen minatens 
100 000 as (± 4200 gulden) bedroeg. Tot de 
tweede, derde en vierde klasse, ieder uit 20 cen- 
turiSn bestaande, beboorden personen, wier ver- 
mogen reapectievel^ minstens 75 000, 50 000 
en 25 000 as bedroeg. De vjf de klasse, die 28 
centuriCn telde, bestond uit personen met 12 000 
as vermogen. De ddders oelboorden tot geen 
bepaalde klasse, evenmin als de 7 laagste cen- 
turiSn. Volgens deose klassenindeeling werden de 
krSgsplicbt, de belasting en de poHtieke rechten 
der burgers bepaald. De oenturiftn, die odet tot 
een klasse <beboorden, afgezien van die der rid- 
ders (zie Eque8), moesten wel kr^gsdienst ver- 
richten, docb bezaten geen kiesrecbt (zie Gapite 
eensi). 

Ook het verleenen van burgerlijke recbten in 
den nieuweren tijd berust nog ten deele op den 
oensus, bij v. bet kiesrecbt in vele landen van 
Buropa. Zie Kiesrecht, 

Censuur, afkomstig van het Latjnsche 



8 



CENSUURr-iOENTAUREA. 



wooTd eensura, beteekent onderzoek en beoor- 
deeling van «en persoon «n van z^jii hAiid6lwjj- 
ze, alsmede kerkel\jlce straf (2ie Censurae ecdcr 
aiastieae). Bq de Bomeinen ibestond een censuar 
der ^eden, waartoe censoren (zie aldaar) gekozen 
werden; van een dergel^e inateUiing vindt men 
ook sporen bu de Grieken en Ciurthagers, en zij 
be^*verden zidi, om de bestaande zeden en ge- 
bruiken te handhaven. Tegenwoordig kent men 
uitsluitend de censuur over druikwerken, die met 
de uitvinding der boekdrnikkunst, iiregens den 
steun, die deze aan kettersche denk^eeiden ver- 
leende, ingevoerd werd. In 1486 etelde keurvorst 
Berthold van Mainz voor bet eerst de censuur 
in zgn diocese in. Om de verbreiding van ket> 
tersdbe ges<$briften iegen te gaan, werden een 
^root aan tal paaselyke verordeningen uitgevaar- 
digd, in de 16de eeuw ook Daitsdie rgk8wetten 
ter 'bewaking der boe4(drakker\jen. Bekend is de 
verordening van 1577, volgens welke nlets in 
druk moohit ' verschgnen, dat niet van te voren 
door de overheid der plaats of de daartoe aange- 
wezen personen niet in strijd was bevonden met 
de leer der Christelpe Kerk. Ook in ons land, 
onder liet Spaansch bestuur, alsmede in ItaliS, 
Spanje en later in Frankrijk werd> een zeer ge- 
strenge censanr uitgeoefend. Het concilie van 
Trente verbood het drukken en lezen van anti- 
Katholieke werken en stelde den lndex librorun 
prohibitorum in, die sedert 1563 door de pause- 
lijke curie voortgezet werd. Ter bewaking der 
literatnuT bestaat de afzonderlgke Congregatio 
indicis in bet kardinaals-eolle^e (zie Indezl Nog 
heden ten dage is voor het orukken van K.-Ka- 
tbolieke god«dienstige boeken de goed'keurincr 
der geestelijkheid noodiig. De oensnur werd ook 
reeds in.> <le 16de eeaw toegepast op staatknnidig 
gebied. De opeaiMUDe meening traderecihterspoe- 
di<? tegen on, zoodat zij. }K>ewel in sommige sta- 
ten eeist na geruimen; t\^ weer opgeheven weaNL 
Zoo werd in Engeland de censuur in 1694 afge- 
schaft, in Zweden m 1766, maar bier na kor 
ten tgd weer ingesteld en eerst in 1809 voor 
goed opgeheven. In Denemarken bestond de 
eigenlgke censuur na 1770 niet meer. In Frank- 
rijk werd' z^ door <le oonstitiitie van 1791 afge 
scbaft, in 1805 we€r ingevoerd, in 1814 weer 
opgeheven, waania de oensuor met.tufifichenpoo- 
z?D in werking wa«, totdat zij in 1827 Toorgoed 
\erdween, ieoanilofite naar dieD vorm. De Bel^- 
8ehe gioiMiwet van 1831 diukt zich in art 18 
zeer duidelgk tegen de censuur uit, evenals de 
Noorsche in § 100. In Ruslajid bestaat echter de 
censuur nog in haar voUe willekeur. Nederland 
heeft na de Fransche overheerschinig vrgheid van 
drukpers gekregen door art. 227 der Grondwpt 
V9n den 24sten Augustus 1815. Trouwens hier 
te lande heeft na den opstand tegen Spanje de 
censuur nooit grooten aruk kunnen uitoefenen 
wegene de veeLheid van souveieisie machten, soo- 
dat geschri-ften, die in het eene gewe8t ver ho- 
den waren, in een andere provinci e het licht za- 
gen. Dit verklaart het feit, dat vele buitenland- 
Bche geleerden hun geschiiften in ons land lie- 
ten drukken en was een der hoofdooT7akpn van 
die hooge vluoht der boekdrukJnmst in Neder- 
land in de 17de en 18de eeuw. 
Cent, afkomstig van het Middellatgnsche 



eentena, beteekent honderdtal. De staatsrechte- 
Ijjke eenheid bg de oude Germanen werd ge- 
vormd door de volksstammen, die in gouwen 
verdeeld weiDden en deze laatste weeT in centen, 
die van 100 tot 120 famiJiIes bevatten. De cent 
was een vereeniging van personen tot dezelfde 
maik behoorend en behandelde als zoodanis^ de 
landbouwaangelegenheden, maar bovenal de 
krggszaken en de rechtspraak. Na de Volksver- 
huiziT^ duidde de cent in plaats van eetn ver- 
eeniging van personen, een oepaald gebied aan. 
Onder koning Gkildebert I en Cklotharius I 
werd nit de vrijen van de cent een centschaar 
(centenarii) gekozen .ter vervolging van dieven 
en roovers. Ook onder het Karolingische recht 
bleef de cent rechitsgebied. Aain het hoofd stond, 
nadat de vroeger door het volk gekozen voorait- 
ter (thunginus) verdwenen was, de oentgraaf of 
eentenarius, die den voorzitter of graaf, den 
vooTziiter van het ,yding", terzgde stond en 
wien de uitvoering vam het vonals en de diming 
dei boeten op^edngen wa8, terwgl hgzelf de op 
ongeregelde tgden gehouden rechtszLttingen pre 
sideerde. . Toen de oude £ouwindeeling veidwenen 
was, werd op het landgerecht alleen o ver de 
lioogere klasse recht gesproken, terwijl h »t cent- 
geredit over zaken der boerenbevolking oordeel- 
de. 

Hooge cent was de naam van een ge- 
rechtshot, dat doodvonnissen kon uitspreken, 
well>: recht door de landheeren slechts aan enke- 
1^ Vatrimoniale gerechten werd toegekend en die 
ook den naam van cent of centgerecht krega o. 
Centheer wa8 de bezitter van een goed, dat 
halerecht had en cent rech ter de persoon, 
die het uitoefende. 

Cent is de naam van een muntstuk, bij ons, 
in de Vereenigde Staten van Amerika, Canada, 
Britsch-We8t-lSdi6 en op de Sandwicheilanden 
dfD gebruik. B j ons bestaan bronszen munten van 
Vs, 1 en 2*/t cent. In de overige staten zyn het 
ook bronzen muntstukken, maar 1 cent aldaar 
heeft dezelfde waarde als 2^/s cent bij ons. De 
Nederlandsche cent is pasmunt en weegt 59,34 
grein. Verder wordt het woord cent ook wel eens 
gebruikt voor centavo, centimo of centesimo (zie 
aldaar). De afkorting voor cent is c. of ct., voor 
het meervoud ct«. 

Cent, ook wel centaine of grand cent gehee- 
ten, wa8 een in N. W. Frankrgk gebruikelijke 
zoutmaat van 208 H.L. inhoud. Als gewicht wa8 
het van 26 000— 28 000 kg. G r a n d centwa8 
ook de naam van een oud-Fransche maat voor 
bewerkt hout van 100 balken = 300 Pargzer 
kub. voet of 10,2832 kub. m. 

Oental is de naam van een Amerikaanschen 
centenaar = 100 Engelsche handelsponden = 
^In hundredweights = 45,859 kg. 

Oentanrea L, is de naam van een plan- 
tengedacht uit de familie der Sttmengesteldbloe- 
migen {Compoaiten), Het onderecheidt zich door 
een omwindse]i, waarvan de sohubben gewim- 
perd of gedooind kunnen wezen, door onvTueht- 
Sare straalbloemen, die trechtervormig en wat 
langer dan de overige z^, door .twee&laditige 
sdi\jfbloemen, door een borsteligen vruohtibodem 
en in versdieiden r^n geplaatst zaadpluis. Van 
dit geslac^t komen o.a. in ons land voor: Cen- 



.CENTAUiREA-<:ENTIMANI. 



laura nigra L. met zwarte aanhao^gBels mus hei 
omwiiidsel en paarse bloemen; {Jentaurea C7ya- 
nus L., de algemeen bekende korenbloem met 
blaawe, samiods ook witte, paarse of roode 
bloemen en l^^nvormige bovenste bladeren: Cen- 
taurea Scabiosa of grootbloemige eentaurie met 
gewimperde' (nnwindsels, vindeelige, getande 
bladeren en bleek-paarse bloemen. Onder de 
f raaie sierplanten telt men C. americana N u 1 1. 
met prachtige, bleekpaarse bloemen met een geel- 
witte buis; C. jmUiherrima W. met groote, pur- 
perroode bloemen; C. mosehata L. met groote 
witte of eenigszins paarse, een weinig naar mas- 
ku8 riekende bloemen, nit den Levant en Grie- 
kenland afkomstig; C. suaveolens W. met gele, 
welriekende bloemen enz. 
Oentanren. Zie Centaurus. 
Oentannts was volgens de Grieksche fa- 
belleer een zoon van Ixion en Nephela (een Wolk- 
gedaante), doch Diodorus noemt hem een zoon 
van Apollo en van Stilbe (een dochter van Pe- 
netts en Creusa) en een broeder van Lavithes. 
Hij wordt beschreven als een monster, aat op 
den beig Pelion de overige Centauren (Hippo- 
eentauren) voortbracht, die van onderen op 
paarden en van boven op mensc^hen geleken (zie 
de fig.). Vermoedelijk wordt daarmede een of 

ander volk bedoeld, dat 
bet eerat de paarden be- 
teugelde em ze afmehtte, 
om er op te rgden. Didh- 
ters en kunstenaars hebben 
den atr^d Tereeuwigd tua- 
achen de Centanren enLa- 
pLihen, nadat er twi8t wafi 
ont«taan op de Inruiloft 
vAn PirithouSf alsmede 
den str^d der Oentanren 
met Heraeles. Volgens Era- 
tosthenea^ wa8 een der 
Centanren, Chiron genaamd, de leermeester van 
Aseleptus en Achilles en beroemd wegen8 zijn 
recbtvaardigheid. Na den strgd van Heracles 
tegen de Centauren wa8 b^ alleen overgebleven, 
doch lig overleed aan een wonde, veroorzaakt 
door een veigiftigden pjl, die toevalKg nit den 
koker van genocmden held op 2ijn voet viel. 
Tocn plaat&te Zeus hem ails sterrenbeeild aan het 
iiitspan8el tusschen het Altaar, den Schorpioen, 
de Water8lang en het Schip Argo, op 80« tot 
omstreeks 65» zuiderdedinatie. Dit sterrenbeeld 
bestaat volgens Eratosthenes nit 24 sterren en 
hondt in de rechterhand een dier, hetwelk toI- 
^ens Mareianus Capella een panter is, en in de 
ILnkerhand een thyr8U8 of met groen omwonden 
staf. 

De Oentanren stelde men zich voor ah den 
mensdien vriendelijk gezind en van een zaeht 
karakter, terwfll een ander soort, vvaarschgnlijk 
ontstaan nit de demonen der verwoestende stort- 
beken van Thessaiie en Arkadi«, beschreven 
wordt ails strgdlnstig, drank- en roofzuchtig en 
tuk op vrouwen. 

Oentavo, ook wel eentimo of centesimo ge- 
heeten, is een -bronzen, koperen of nikkelen 
mnntstnk in de Spaansch-Amerikaansche landen, 
dat de waarde Tan */ioo peso, sol, duro of pias- 
ter heeft. Deze waaTde is in de verschiJlende sta- 




Centanras. 



ten niet dezelfde, maar komt toch ongeveer met 
ons 2^/s centstuk overeen. In Chili en Argen- 
tini! z\jn ook papieren centavo^s, hiervan is de 
waarde aan groote sohommelingen onderhevig. 

Oenten, Sebastiaan, geboren omstreeks het 
jaar 1691 te Ngmegen, bezocdt in 1719 het se- 
minarium der Remonstranten, werd in 1723 pre- 
dikant te Zevenhoven en za^ zich 3 jaren later 
beroepen te Hoorn, waar hy in 1756 overleed. 
Hij heeft een vierden druk van de „OhrQn\jk 
van Hoorn", door Theodorus Velius, bezorgd en 
van aanteekeningen voorzien (1740) en een ver- 
volg geschreven (1747) op de „Historie der ver- 
maarde ^ee- en koopstad Enkhuizen" (1746), 
door Oerard BrandL 

Oentenaar is de naam van een handel^e- 
wicht van 100 pond in Duitschland, Oostenrgk- 
Hongarije, Zwitserland, Finland, Zweden, Noor- 
wegen en Denemarken (in laatstgenoemden staat 
alleen wettelijk). Tot 1858 was de centenaar in 
Saksen en Pruisen 110, in Hamburg 112 en in 
Bremen 116 pond. Volgens de bepalingen van 
het Tolverbond van den Isten Januari 1840 be- 
droeg het gewicht ven den tolcentenaar 50 k^., 
zoodat men daarbg het pond op ^/s kg. lekende, 
terwijl de ponden der centenaars in bovenge- 
noemde landen zeer versehHden. 

Oenterboard. Zie Jacht. 

Oentertioek (middelpunishoek) is in de 
meetkunde de hoek aan het middelpunt van een 
regelmatigen veelhoek, die ontstaat door uit het 
middelpunt Ignen te trekken naar de uiteinden 
van een der z^den van den veelhoek. 

Oentesimaal beteekent honderddeelig. Al- 
le berekeningen en maten zijn oentesimaal, waar- 
in het getal 100 als arithmetische eenheid fun- 
geert. 

Centesimo is de naam eener bronzen munt 
in ItaliS, ter waarde van 0,01 lira. 

Oentffardes is de naam van een Fransche 
gardeafdeeling en paleiswaoht uit den t\jd van 
U)dewyk XI tot Lodetc^k XV; alsook onder I^a- 
poleon IIL Den 4den September 1474 richtte 
Lodetc^k XI de „garde de son corps" op uit 100 
edellieden, waarvan ieder 2 boogsdiutters op 
eigen kosten onderhield. Spoedig werden z\j ech- 
ter op kosten van den koning onderhouden, en 
deze 200 arehers werden als „petite garde du 
roi" in het paleis gehouden, terw!jl de 100 edel- 
lieden hem op reis begeleidden. Deze cent gran- 
des gardes bleven onafgebroken bestaan tot zij 
door LodetD^k XV in 1727 werden opgeheven. 
Eerst Napoleon lil stelde ze den 24sten Maart 
1854 weder in en bracht deze afdeeling in de ja- 
r^ 1856 tot 1857 op 200 man, die grozen wes- 
den uit de flinkst gebonwde mansohappen der 
garderuiter^. In 1870 hield deze wac!ht op te 
bestaan, met den val -van het keizerp^k. 

Centi beteekent Toor maten gevoegd, dat 
deze ^/loo van een andere maat z\^n. 

Oentifolle is de naam van een rozensoort 
en beteekent een loos met 100 (d. w. z. zeer vele) 
blaadjes. In dergelijke beteekenis spreken de 
Grieken van een 60 bladerige roos. De Oentifo' 
lie is waarschijnlijk niet de centifolia der Onden, 
maar eerst later in Tuik^je of in Frankrijk uit 
Rosa gallica L. gekweekt. 

Oentimani. Zie Hekatoncheiren. 



10 



CENTIME— CENTRAAL-AMERIKA. 



Oentlme is het hond^rdste deel van de Fran- 
sche, Belgische of Zwitsersche franc «ii dus b\j- 
na V* ^^^^ vaard. 
Oentlineter-Gram-Secandestelsel. Zie 

Dyne en Electrische maten, 

Oentlmo is een kleine Spaansche bronzen 
munt van ^/loo x>eBeta, daarom ook wel eentimo 
de vesela ^enoemd en .beantwoordt na 1871 aan 
de Fransche centime. Van 1864 tot 1871 was 
het een koperen munt vaai ^/loo ^ecodo en liad 
dus ruim 2^/s maal de tegenwoordige waarde. 
Voor dien tijd waren er koperen geldstuflcken van 
nieer dan 1 centiino. 

Centimo is ook de naam van ^/loo bolivar. De- 
ze bronzen mtint kon^t onet de tegenwoordige 
Spaansohe ge&eel in waarde overeen. 

Cent Jonrs of Honderd Dagen noemt men 
het t^dperk der Napoleontisehe heerschapp\j tus- 
schen den 20&ten Maart en den 28sten Juni 
1815, namelgk tnsschen den dag z^jner intrede 
in Par^ na 2jjn teimgkeer van Mba en bet her- 
atel van Lodewyk XvUl als koning. 

Oentlivre, Susanne, geboren Freemann, een 
Engelsche tooneelspeelster en tooneeldicbteres, 
werd geboren omstseeks 1678 te Holbeach in bet 
graafschap Linooln. Reeds ' vroeg was zjj van 
haar onders beroofd; 'heimelgt veriiet z\j haar 
pleegouders, wist een tijd lang de belangstel- 
ling te boeien van een stndent te Camibridge, 
hawde in 1706 Centlivre, den kok 7an koningin 
Anna, en verbond zich na zyn dood in den echt 
met een officier, die weldra in een tweegevecbt 
bet leven verloor. In 1700 werd haar trenrspel 
„The perjured husband*' met bijva-I begroet, doch 
zelf betrad z^j bet .tx>oneeI sonder veel opgang te 
maken. Zq •bawdie in 1715 nogmaalB en OTerleed 
den Isten December 1728. Zq beef t ondersebeiden 
tooneelspe&en nagelaten, 7an vvelke sommige, 
zooals: ,,The biisy-body", „A bold stroke for a 
wife'* en „The wonder, a woman keeps a secret", 
nog geensziiis 2^ vergeten. 

Oento, de Lat^sdne naam van een uit hon- 
derderlei stukjes samengevoegde lappendeken, is 
op poMisch gebied die van een gedicht, dat uit 
de woordeii en verzen van andere gedichten is 
samengesteld, een methode, die bg de Grieken 
na het v«rval hunner po6zie in zwang kwam. Op 
die w\jze hebben Grieksdie Christenen de ge- 
sehiedenis van Jezus met verzen van Homerus 
beschreven. Voorad werd Virgilius tot dergelijke 
knutselar^en ^ebezigd, zooals bl^kt mit den 
,,Cen»to nuptialis" van Ausonius en den ,,Gento 
Virgilianus" van Proba Faltonia, Zoo štel de ook 
Metellus, een monnik <uit Tegernsee, in de 12de 
eeuw geesteliike liederen samen uit Virgilius en 
Horatius, Ook van lateren tqd heeft men cento- 
nes, 'bijvoorbeeld van Daniel Heitisius, In RaliS 
vervaardigde men godsdien&tige centoni uit de 
gediohten van Petrarea, Men zou « ook zooda- 
nige gedichten toe kunnen rekenen, die uit ver- 
zen van zeer verscfhiUende dichters zijs 8am«nge- 
steld, zooals de ,,Eeesiade'' van /. /. A. Otmver- 
neur. 

Oento, de hoofdstad van het gel^jknamige 
district in de Italiaansche provincie Ferrara, 86 
km. van de &tad Ferrara, op den linkeroever 
van de Reno en aan het Centokanaal gelr^pn. 
telt als gemeente (1£^11) 18 921 inwoners. Haar 



om^treken zya> zeer viaobtbaar. Tot haar merk- 
waardige gebouwen ibehoort het voormalig pa- 
ieis der graven Chiavelli-Pannini, Dit laatste, 
zoowel als keifcen en andere gebouwen, z\jn er 
versierd met sebidderstukken van Ouereino, die 
er het 'levenslioht aan8chouwde, en een stand- 
beeld te zgner eer, door Oalletti ontworpen, werd 
er in 1868 oathnld. Er wordt een levendige han- 
del gedreven met bennep. 

Het Oentokanaal begint 18 km. ten N.W. \?.t\ 
Bologna en vereen-igt zich bg Ferrara met de Po 
di Volano. Het is 55V> km. lang. 

Ten Z.O. van Cento, aan den rechteroever der 
Reno, ligt Pieve di Cento met 8026, als gemeen- 
te 4887 inivoners. Het heeft een pel?rimskerk 
Sta. Maria Assunta met een Maria Iiemelvaart 
van Ouido Rent, 

Oento noTelle antiche is de naam eener 
verzamellne van oud-Italiaansehe novellen uit de 
18de en llde eeuw, volgens Seartazzi „eigeniyk 
sleclits geraamten van novellen, terwijl het aan 
den spr^enden verteMer wordt overgelaten, het 
geraamte met Tleesch te omkleeden . Schrijver 
en uitgever van het boek, dat eerst in de 16de 
eeuw (1525 te Bologna) gedrukt is, zijn onbekend 
gebleven, ondanks de vele nasporingen. De hon- 
derd oude novellen staan eensdeels in nauw ver- 
baad met <Ie ood^Fransche „f»bliaux" en »,dlts*' 
en dragen anderdeels veelvuidig de kenmeiken 
van de Italiaansche aovellistiek van de 14de — 
16de eeuw. Zrj z^n rijk aan afwis8eling en ken- 
meiken aich door kraichtige trekken van scherpe 
levensobservatie. De in het artistieke zich ver- 
meiende novcdlisten, zoowel als de tooneelschrij- 
vers der Remdesanee, putien veelvuidig uit het 
oude novellenboek. Onder de vele nieiuwere uit- 
gaven der Cento novelle antiche verdient die 
van Biagi (Florence 1880) de voorkeur. 

Oenlaraal-Amerlka (zie de kaart ran Cen- 
traal-Amerika) is .dat ded van het Amerikaan- 
sche vasteland, dat griegen is tnsschen 1^ en 18^ 
N.Br., of indien men het Schiereiland Tucatan 
er toe wil rekenen, tusschen 1^ en 21^85' N. 
Br. en 77«— 94« W.L. t. Gr. Cen traal- Amerika 
heeft den vorm van een groote landen^te, die 
itidi 2000 km. ver in zuidoostelyke riditing uit- 
strekt en Noord-Amerika met Zuid-Amerika ver- 
bindt. 0^ sommige plaatsen is de breedte dezer 
natuuii^ke brug <betrekkeliik geriug, zoo is de 
landengte van Panama 45 Icm. breed en die van 
Tehuantepec 200—220 km. Staatkmndig ver- 
staat men onder Centraal-Amerika slechts bet 
gebied tusschen Meiico in het N. en N.W. en 
Columjbia in het Z.O., bestaande uit de 6 Cen- 
traa'l-Amerikaan«che republielken benevens Britsch 
Honduras. De oppervlakte bedraagt 582 808 v. 
km. 

Ontdekjkingsgeschiedeaiifl. Zle 
Amerika, 

K ust en. De kustvorm van Centraal-Ameri- 
ka is niet gunstig. Naar de zlide van den Atlan- 
tischen Oceaan vormt het SchiereMand Yucatan 
een ver vooruitspringend gedeelte, dat in kaap 
Catoche het eiland Cuba tot op 190 km. nadert. 
De Mosqmtokust vormt met kaap Gracias A Dios 
een groote concave bocht, waaTdoor de prolven 
van Camp^ihe, Honduras en de Moequitoeolf 
ontstaan; toch i« de kustl^n zeer eentonig. Goe- 



CENTRAAL-AMERIKA.DE STATEN RftNAMA.,CUA.TEMAL,/ 



l,HONDURAS, SAN SALVADOR,NICARAGUA,COSTARICA. 




!»■ 



CENTRAAL-AMERIKA. 



11 



d« haT€fn8 zgn fileolrtB de Laguna de Terminos m 
den midoostelpen boek van de Camp^hegolf, 
de baai van Amatiqu« en de bocht van Puerto- 
Cortez (TToeger Puerto-Cabalios) in de gol! van 
Honduras, verder Puerto-Limon in Costa-Rica 
en de Chiriquigolf in Panama. De rotsachtige 
kust Tan den Grooten Oceaan v^rtoont m«er in- 
«n((^ingen. Wel heeft de kust Tan Guatemala 
geen inham, die voor de scheepvaart geschikt 
is, maar verder naar het O. vindt men in de gpl- 
ven van Fonseoa, Papagayo, Nicoya, Dulce, Da- 
vid en. Panama een groot aantal bruikbaTe ha- 
ven£ en ankerplaatsen. Zie ook Amerika. 

N atuurl^ie gesteldheid, Het land 
is zeer ber^achtig, slechts op enkele plaatsen be- 
zitten de vlakten aan de kust en langs de rivie- 
ren een eenigszins belangrijken omvang. De berg- 
ketens van iiet noorde^ke deei van Centrau- 
Amerika doen door hun langgerekten boogvorm, 
ongeveer van O. naar W. gericht, denken aan 
een samenliang van den eenen kant met de An- 
tillen, van den anderen kant met den we8telii- 
ken Sierra Madre van Meiico. Het zuidelgke deel 
(Costa-Rica en Panama) wordt ingenomen door 
een ander 'boogvarmig bergstelsel, dat korter en 
sterker gebogen is. De ibergiketens in het N. be- 
ži tten een lengte van 1000 km. bg een gemid- 
delde breedte van 200 km. en verheffen zich 
in Guatemala tot hoogten van ongeveer 8800 
m. (Altos Ouehumatanes). De kern van dit ke- 
iengebergte vormen kristall^ne leisoorten; voor- 
al in Guatemala, Honduras en N. Nicaragua be- 
relken deze een groote mibieiding. In Gu&temar 
la en Britsch-Honduras vindt men ook veel lei 
en koiUcffteeii dfor nalaftnoteehe peniode* ienqjl 
leemsoorten, mei^el, zandsteen, eoi^lomeraten 
en Jcalksteen uit ciet mesozolsebe tgc^erk voor- 
namel^k in Honduras, N. Guatemala en Ohia- 
pas vooii[omen. De kern der zu>idel\^ke bergke- 
tenfi wofdt gevormd door oude eruptieve gesteen- 
ten (granietsoorten, dioriet, sjeniet), hoewel de- 
ze in de noordel^e ketens evenmin ontbreken. 
Overbl^fselen van paradlelketens, door latere se- 
dinkentaire weTkinff ontstaan en opgebouwd uit 
oud-tertiairen zandsteen, leem, mergel en ver- 
moedel^k ineeozolBchen kalksteen« treft men aaji 
in Goffta-Rica, alonede op de landengte tusschen 
het meer van Nioaragua en den Grooten Oceaan. 
De totale lengte van het Buidelglke bergatelsel, 
dat toppen van ongeveer 3900 m. berit, i^draagt 
ongeveer 900 km., de grootste breedte ongeveer 
150 km. 

Behalve deze bergketens -treft men ook ande- 
le aan, die uit jong-eruptieve gesteenten s^n 
opgebouwd, voomamelSk andesiet, fcasalt, rhyo- 
liet en porphier. Als bergruggen loopen z^ door 
Z. Guatemala en Honduras, ^n SadVador en N. 
Costa-Rica in O.Z.O. richting; daarentegen vor- 
men dezelfde gesteenten in Nicaragua en son-. 
mige deelen van Honduras meer plateau'«. In 
Guatemala verheft dit jong-eruptieve gebergte 
zich tot 3600 m. Ongeveer evenw^*dig ermede 
loopen de sprongsgevgze ten opzichte van elk- 
ander verschoven r^jen der vuikanen, die de 
hoogste ioppen van Centraal-Amerika vormen. 
De meeste der (± 80) vu&anen z\jn uitgedoofd, 
van 19 zijn uitbarstingen in historischen t\jd be- 
kend, .terw41 8 andere hun weiikzaajrJieid door 



fumarolen verraden. De voornaamste zijn de Ta- 
cana (4064 m.), Tajumulco (4210 m.), Acate- 
nango (3960 m.), Fuego (3835 m., laatste uit- 
barsting 1880) en Agua (3752 m.). In San Sal- 
vador li«[gen, behalve de Santa Ana (2385 m.) 
en San Miguel (2132 m.), nog de Isalco (1885 
m.), die in 1770 o! 1773 ontstond en sedert on- 
afgebroken weitkzaam is, alsmede de Ilopan^o, 
die in Ja/nuari 1880 midden in het gel\jknamige 
meer een hevige uLtbarsting vertoonde. De voor- 
naamste vulkanen van Nioaragua z^jn de Cose- 
guina (863 m.), bekend door de vreeselijke uit- 
barsting van 1835, El Viejo (1780 m.), „La8 
Pilas (1071 m.), aan wien8 voet zich in 1850 en 
1867 nieuwe vul^aaikkegeis gevormd hebben, de 
steeds rookende Montotombo (1258 m., laatste 
uitbarsting in .1886) en het vulkanisch eiland 
Ometepe (1720 m.), waarvan de laatste uitbars- 
ting in 1888 plaats had. De hoogste vulkanen 
van Costa-Rica znn de Poas (2644 m.), de Irazu 
(3414 m.) en de Turria-lba (3325 m'.). De alleen- 
ataande Ohidqui (3650 m.) fllaii de reeks in 
Centraal-Amerika af. 

Het gebergte is arm aan sroede passen en ver- 
oooaakt dtos gioote moeil^kheden aao het vet- 
keer. De eamenh&ng wordt geheel verbroken door 
de transversale inzinking van Nicaragua, waarin 
het Managua- en Nicaragiiameer, alsmede de golf 
van Fonaeca z\jn gelegen. 

De jong-eruptieve bergiuggen van Centraal- 
Amerfta vormen de voornaamste water8cheiding 
en daar zij meestal dicht langs de kust van den 
Grooten Oceaan loopen, zqn de rivieren, die hier 
uitmonden, van zeer weinig beteekenis. Die, wel- 
ke hun water naar den Atuintisehen Oceaan voe- 
ren, zqn bolangTQker en worden dikw\jls als ver- 
keer8wegen gebruikt; gewoonlgk stroomen z|j 
door lengtedalen en eleehis enkele, zooals de Usu- 
macinta, breken dwars door de bergketens. Me- 
ren zonder afvoer vindt men vooral in N. Gua- 
temala, het voornaamste is het Petenmeer. 

K Uma a t. Dit is afhankel\jk van de tropi- 
sche ligging, de nabgheid der zee en de hoogte. 
De kuststreKen zyn wann (gemiddelde jaartem- 
peratuur 26« — ^26,5» C); malaria heersdit er 
voortdurend en van t^ tot tgd gele koorts. Met 
toenemende hoogte neemt het gevaar voor mala- 
ria, alsook de warmte af ; de hoogste ber^en van 
Guatemala z^n somtgds geruimen t\|d met 
8neeuw bedekt. In geheel Centraai-Amerika heeft 
men een regent^d, waarin talrgke onweders op- 
treden, die van Mei tot October duurt en korten 
t\jd na den hoogsten zonnestand het maximum 
bereikt. Tusschen de beide zenithfitanden der zon 
Termindert de legenboeveelheid eemgaoEiDS (voor- 
al in het begin van Augustus, de zoogenaamde 
kleine droogtetjjd: VeraniUo de San Juan). Van 
November tot April, als de Noordoost-Passaat 
over het geheele gebied waait, hebben de, stre- 
ken aan den Grooten Oceaan fiet droge jaarge- 
tijde, ierw\jl die aan den Atlantischen Oceaan 
ook nu nog veel regen ontvangen^ De neerslag 
vermindert aldaar van Februari tot April, maar 
bl^jft nooit geheel achterwege. Daarom val t bij v. 
in Greytown in Nicaragua per jaar 6583 mm. re- 
gen, in Rivas aan den Grooten Oceaan echter 
slechts 1699 mm.; daarentegen heeft Colon 3108 
mm., Naos 4>ij Panama echter slechts 1136 mm. 



12 



G£NTRAAL-AMERI£A. 



Voortbrengselen. Plantenicereld. Deze 
wordt naar de ihoogte des lands >in 3 gordels 
verdeeld, n.l. de tierra caliente, tierra 
t e m p 1 a d a en tierra f r i a, d. w. z. de hee- 
te, gematigde en koele landstreek. In de tierra 
oaliente, waartoe de kuststreken en het binnen- 
land tot 600 m. faoogte behooren, voornamelg-k 
geheel Salvador en het bedcken van het Nicara- 
guameer, vindt men in de Tochtige streken een 
W6elderige tropenflora. De tierra templada, de 
streek tusschen 600 — 1800 m. hoogte, omvat het 
grootste gedeelte Tan Guatemala, Honduras, het 
N. van Nicaragua en het centrale deel van Cos- 
ta-Rica. Hier heeft men een gezond klimaat 
met een eeuwige lent«, waarin behalve mals, 
de voornaamste voedingsplant, op gnnstig ge- 
l^en jplaatsen ook nog tropische g6wassen ge- 
dgen. Evenwel word«n de Enropeescne granen op 
grootere schaal eerst aan de bovengrens van 
deze streek verbouwd, b\j voorkenr in de tierras 
frias, de streken bo ven 1800 m. gelegen, waar- 
toe echter sledits een deel van Guatemala, als- 
mede kleinere stukken van Hondnras en Costa- 
Rica gerekend kunnen worden. De plantengroei 
in de vochtige kustvlakten aan den Atlantischen 
Oceaan is veel grootscher dan die van de droge 
kaststreken van den Grooten Ooeaan, waar men 
savannah^s vindt n^t verspreide bosschen, ter- 
w\jl aan den Atlantischen Oceaan reusachtige 
oerwouden voorkomen. De kostbaarste soorten 
van sier-, timmer- en verfhout, de mahoniboom 
en verschillende cedersoorten, het brazielhout 
en de sassapftrilla komen in het O. meer voor 
en z^n van beter hoedanigheid dan in het W. 
Voor den handel zgn van belang: koffie, indigo, 
v&nille, cacao, caoutchouc, gnmmi, suiker, tabak, 
verschillende drogerqen en medicinale planten, 
kokospalmen, 'bananen, sinaasappelen, maTs, berg- 
rgst, tarwe, boonen, manihot, aardappels, bata- 
ten en jams. 

Dierentpereld. Let men op den aanvang van 
Centraal-Amerika, dan is de fauna r\jk te noe- 
men; maar het bezit slechts weinig kenmerken- 
de vormcn. Van de 69 geriachten van zoogdie- 
ren ziin 41 algemeen neotropiech (o. a. 5 apen- 
geslachten^ peccaiiB, agatis, neufiiberen, IniaardB, 
miereneters en gordeldieren), 9 behooren zoowel 
tot Noord- als tot Zuid-Amerika (poemaa, her- 
ten enz.)» 5 tot Noord-Amerika (vossen, eek- 
-hoorns enz.) en 12 z\jn kosmopolitisch. Talrgk 
z^n de vleermnizen (2iB geslachten), de roofdie- 
ren (12), de jknaagdieren (12); kenmerkend zijn 
2 tapirs (Elasmognathus) en 2 vleermnizen. Aan 
vogels is dit gebied zeer rqk; men vindt er 37 
geslachten, waarvan 14 tot de kolibri'8 behoo- 
ren. Naast de edht .tot^pische daeren, zooaJs dte 
snrukus of trogons en de hokikohoenders, vindi; 
men zjdestaarten, meezen, boomklimmers en 
kalkoenen. De reptiliSn worden vertegenwoor- 
digd, behalve door meer algemeen verbreide ge- 
slachten, door 9 afzonderlgke geslachten van 
slangen en 13 van hagedissen. Mindor talrgk zijn 
de amphibieSn'. De afdeelinff der zoet^atervi«- 
schen is bijzonder uitgebreid en bestaat nit 20 
tropisoh-Znld-Amerikaansdhe, 4 Noord-Ameri- 
kaan^che, 3 We9t^Indi8che en 11 inheemsdie ge- 
slachten. Groot 18 ook de Tpdom aan insecten, 

Mineralen, Hoewel veel en kostbare minera- 



len in den bodem voorkomen, werd de ontgin- 
nin^ tot dusver zeer verwaarloosd. Goud komt 
veel voor, het meeste in< Hondnras en Nicara- 
gaa, zilver het meeste in Hondnras. Brninkolen 
zyn wel is waar zeer verspreid, doch komen ner- 
gens in aoo groote hoeveelheid voor, dat zjj de 
moeite van ontginnang loonen. 

LandhouiD. De landbouw staat nog op zeer 
lagen trap. De Indiaan verboawt vooral booneni, 
malfi en CMUiaDen; de lkleuirliDgen,Oreolenen£n- 
ropeanen verbonwen ook prodneten voor den 
uitvoer. De veeteelt vormt in eokele deelen, 
zooals in de 8taten Hondnras en Nicaragua, nog 
het hoofdmiddel van bestaan. . 

Bevolking. Het aantal inwoners bedraagt 
ongeveer 4 millioen, dns 7,5 per v. km. De be- 
voHcing bestaat voor de helft nit Ladinos of 
Mestiezen, voor een klein gedeelte nit Blanken 
(meest Spaansche Creolen), verder uit Negers, 
Mnlatten, Zambos (± 300000) en onibeschaafde 
Indianen. Deze laatste zijn, nitgezonderd ± 20 000 
Cariben aan de N. kust van Hondnras, de na- 
komelLngen van de door de Spaansche verove- 
raars in het land aangetroffen bevolking. Toen 
evenals thans nog, bestonden de Indianen nit 
twee geheel vers^illende volksgroepen. In N. 
Centrtud-Amerika en aan de zijde van den Groo- 
ten Oceaan, in Nicaragaa, Costa-Rica en Pana- 
ma, bestonden volkr^ke en zeer beschaafde re- 
publieken, in het minder gezonde gedeelte aan 
den Atlantischen Oceaan leefden in de Z. sta- 
ten minder beschaafde en minder volkr^ke stam- 
men, wier leden ook thans nog voornamelgk van 
jacht en vischvangst leven. De verst verbreide 
Indianentalen zgn bet Maja, Qniche, Cackchiqael 
met het Nahuatl, een dialect van het Aztekisch. 
De grootsche gedenkteekenen van oud-Ameri- 
kaansche beschaving, die aangetroffen worden in 
Peten nab\j Gopan, Quirigna, Quezaltenango, 
Tikal en Ghacola stemmen over het geheel met 
die van Tucatan en Chiapas overeen. De Blanken 
vormen in Costa-Rica, de klenrlingen in de 
overige Centraal-Amerikaansche landen de heer- 
schende volksklaase; ook zgn het groot-grond- 
bezit en de groothandel bgna uitslnitend in hiin 
handen. De Indianen zgn over het geheel indo- 
lent en meeatal zachtaardige, rustige landbou- 
wers en landaibeiders, zonder belangstelling in 
staatkundige aangelegenheden. 

Industrie, handelenverkeer, Onder 
de middelen van 'bestkum etaat de Iandbouw bo- 
venaan; de industrie beperkt zich tot suikerfa- 
brieken-, brandergen (nit sniker), bereiding van 
chicha en sigarenfabriea^e; op sommige plaatsen 
zfln bovendien eenige bierbrouwerqen, koffiepel- 
ler^en, zeep- en kaarsenfabrieken, alsmede ka- 
toenspinnergen. De natnnrlpe gesteldheid des 
lands bevordert den handel niet; want goed be- 
Taarbaire livdeiren oiuiibreken en, de aankg van 
knn8twegen ondervindt groote moeil^kheden. 
Daar de meest ontwikkeTde streken aan den 
Grooten Oceaan zgn gelegen en 'hier de beste ha- 
vens voorkomen, waB de handel voofnamelgk op 
den Grooten Oceaan en de O. kust van Azi5 aan- 
gewezen. Sedert de openinjg van den Panama- 
spoorweg en den regelmatigen 8toombootdien«t 
tussohen Colon en Europa aan de eene, Panama 
en de havens van den Grooten Oceaan aan de 



GENTRAAL-AJBfERIEA. 



13 



andere zgde, is er eene groote Teraik[«ring in 
opgetreden, zoodat au <ie ▼ooinaamete picduc- 
ten, Iboffie en ia/dogoi^ onmiddelluk over de land- 
engte Jiaar Enropa gaan en l&ngs denzelfden 
weg oolc de meeste Earopeesche waren betroikken 
worden. Het Panamakanaal heeft de westkust 
nog dichter bij de oostbast der Vereenigde sta- 
ten Tan Noord-Amerika en Europa gebracht. In 
Costa-Rica heeft) sedert de opening Tan den 
8pooitweg Tan de hoofdstad oaar Puerto-Limon, 
bet Toornaamste venkeer plaats aan de zijde vau 
den Ailantischien Oeaan. In de eecffte 25 jaren 
na de onafhankelgikheidsoorlogen wa8 de invoer 
van Ceoitraal-Ameri^a ib^Jia uitslultend eeo En- 
gelsch monopolie; in den laateten t^d concur- 
reeren Noord-Amerikanen, Dnitschers, Franschen 
en Italianen scherp met elkaar. De beteekenis 
van Centraal-AmeriJca voor den wereldhandel be- 
rust op de ligging als doorToergebied tassehen 
twee ooeanen. van die tali^ke ^anuen tot een 
interoeeanische verbinding kwazn die Tan* het 
Nicaragoakanaal (1691) alechts tot een begin 
van nltvoenifig. Het Panamakanaal imrd la 1914 
door de Vereenigde Statei* voltooid. Van de wei- 
nig omvangrijke spoorwegen vormen de Panama- 
8pooirweg van Panama naar Aspimirall' (76 km.), 
en de Tehnantepec-^oorweg de verbindingen 
tnsschen de bei-de oeeanen-. & Cofita-Rica, Guate- 
mala, Nicaragua en Hondnras waren (einde 
1898) 1291 km. «poorweg in bedrqf. Zie verder 
bij de afzonderlgke staten. 

Oesehiedenis. Na de verovering van 
Mežico zond Cortez den kr^jgsoverste Pedro Al- 
varado met 400 Spanjaarden en 4000 man Meii- 
caansche hniptroepen naar Centraal-Amerika, om 
er het land in bezU te nemen (1524 — 1535). Al- 
varado stichtte er Guatemala-Vi6ja en werd er 
de eerste kapitein-generaal. Drie eeuwen bleef 
het getrouw aan het moederland, maar nadat er 
zich reeds vroeger gistine geopenbaard had, werd 
den 15den September 1821 de onafhankeljjkheid 
van Centraal-Amerika afgekondigd en den Isten 
Maart 1822 een congres samengeroepen. Doch 
reeds v66r het aanbreken van dien dag had men 
het besluit genomen, zich aan llurbide, den ge- 
bieder over Merico, te ondcrwerpen. Het verzet 
van San Salvador en van eenige gewesten van 
Hondnras en Nicaragua was echter oorzaak van 
een fellen burgeroorlog, waarhij Guatemala het 
onderspit dolf. Dit ontving hulp van den Mexi- 
caanschen geneisal Fili9(^, die naar San Sal- 
vador trok en de aansluitin^ aan Mexico tot 
stand bracht. De val van llurbuie veranderde ech- 
ter den staat van zaken, Filisola hegreep, dat een 
vereeniging met Mexico op den diiur onmogelgk 
was en riep een congres samen, om zelfstandig- 
heid te geven aan Centraal-Amerika. Dat congres 
maakte den Isten Juli 1823 een beslmt open- 
baar, waarbij de viif republieken Guatemala, Hon- 
dnras, San Salvador, Nicaragua en Costa Rica, 
onder den naam van RepubUek der Vereenigde 
Staten van Centraad-Amerika, onafhankel^jk W6r- 
den veidclaard. Don Pedro Molina, de eerste pre- 
8id«nt, werd het volgende jaar opgevoigd door 
don Manuel Josi Arce. De congressen der jaren 
1825 «n 1826 gingen rustig voorbj, doch daar- 
na ontstond er een oorlog tusschen de aristocra- 
ten in Guatemala en de democraten in San Sal- 



vador, waarln laatstgenoemd-en onder generaal 
Moratan do hoofdstad innamen en alzoo de over- 
hand behielden (13 April 1829). Don Jos4 Fran- 
ciseo virerd nu voorloopig president der Bonds- 
republiek en deed zgn best, om de rust te her- 
stellen en de welvaftrt te bevorderen. Niettemin 
bleef de verdeeddheid tnsschen de partgen be- 
staan, en deze werd vooral noodlottig in 1838 
by het optreden vain Carrera, een haifbloed-In- 
diaan, die aan het hoofd van Eleurlingen en In- 
dianen zoowel in Guatemala, als in San Salva- 
dor oorlog voerde. In 1839 werd de Unie ont- 
bonden en de vgf republieken handhaafden ieder 
Toor zich haar zelfstandigheid. In het begin van 
1840 overrompelde Carrera de stad Guatemala, 
zoodat de president Moraxan de vlucht moest 
nemen, en deze zoeht vervolgens oen hereeni- 
ging der v^f staten met gewela van wapenen tot 
stand te bren^en. H\j was op het punt, een in- 
val te wagien nn Nicaragua, toen daags te voren 
de bewonor8 van Costa-Riea, waar h\j zich be- 
vond, in opstand kwamen en hem dwongen, met 
het overscnot zyner troepen naar San-Jos4 te 
trekken. Hierop verlieten alle steden, met uit- 
zondering van Cartago, de zgde van Moratan en 
toen deze derwaarts vlood, werd hij er aanstonds 
gevangen genomen, naar San-Jos^ teruggebracht 
en alaaar met generaal Villasenor doodgescho- 
ten (15 Septemlfer 1842). Wel ontstond er een 
nieuw verdrag dier republieken met uitsluiting 
van Costa-Rica, doch die band werd in 1845 we- 
der losgemaakt, en na dien tgd z\jn alle pogin- 
gen tot vereeniging vruchteloos gehleven, zoodat 
de vijf gemeenebesten volikomen onafhankelijk 
van elkander zijn. 

Wd kwam het den 7den October 1842 tot een 
nieiiw unieverdra«r tusschen de 4 staten Guate- 
mala, Hondnras, Nicaragua en Saoi Salvador, maar 
tengevolge van nieuwe onlusten, die in het be- 
gin van Februari 1845 in Guatemala en San Sal- 
vador uitbraJcen, werd de losse band weer ver- 
broken. Een nieuwe poging tot een hereeniging 
in 1850 miskkte, en er ontstond slechts een fe- 
deratic tusschen Honduras, San Salvador en Ni- 
caragua, die Guatemala door wapengeweld tot 
toetredin^ wilden dwingen, maar den 2dcn Fe- 
bruari 1»51 bij Atada een smadelgke nederlaag 
leden. Een nieuwe vergeefsche poging tot fede- 
ratie werd den 17den Februari 1872 te San Sal- 
vador gedaan, en in 1885 streefde de president 
van Guatemala, generaal Barrios, naar een ge- 
welddadige unie der 5 Centraal-Amerikaansche 
republieken. Tegenover zgn decreet van den 
9den Maart stelden Costa-Rica, Nicaragua en 
San Salvador den 288ten Maart van hun kant 
een verbond, om alle aanvallen op hnn zelfstan- 
digheid met de wapen8 af te wqzen. Bij Chal- 
chuapa kwam het den 2den April tot een ge- 
vecht, waarin Barrios gedood werd; de vrede 
werd den 16den April 1885 gesloten. Den 15den 
October 1889 kwam eindelijk een federatie voor 
den t\jd van 10 jaar van de 5 staten tot stand, 
die in den loop van 1890 verder werd uitge- 
werkt. Door de omwenteling in San Salvador, 
waardoor in 'Juni 1890 president Menendet 
viel, voclde Costa-Rica zich genoopt uit de unie 
te treden, waardoor ook dit verbond in duigen 
viel. Daar men echter de st^uitkundige voordee- 



14 



OENTRAALnAMERIEA. 



len van een hereeniging der staten chiidelijk in- 
zag, bleef men er naar streven, hoew«l de con- 
^ressen van 1892 in &in Salvador en van 1895 
in Guatemala zonder gevolg waren. In Jali 1895 
veceenigden zich Nicaragoa, Hon^iuras en San 
Salvador in een voorloopig Terbond tet Repu- 
blica Major de Centro-Am«rica, dat in den herfst 
van 1898 in d« Vereenigde Staten van Centraal- 
Anverika veranderd 'werd, met Amapala als voor- 
loopige hoofdstad. Doch reeds in December 1898 
viel dit verbond weer uiteen door de omwente- 
line van generaal Tomaa Regalado in San Sal- 
vador. 

De houdine van de republiek Columbia tc- 
g«nover de Vereenigde Staten van Noord-Ame- 
rika in zake bet Panama-kanaal, had tengevol- 
ge, dat de staat Panama zich van Columbia (zie 
aldaar) losseheu-rde en sedert den 8den Novem- 
ber 1903 een zelfstandigen staat vormt, de zes- 
de republiek van Centraal-Amerika. 

Het bleek spoedig, dat de jonge republiek 
elechts in naam onafiiankelijk wa8; maar dat in 
alles de invloed der Vereenigde Staten merkbaar 
wa8. Om srich daaraan te onttrekken, streefde 
Panama in September 1905 mar «en vereeniging 
met Costa-Rroa. Z9 kwam eohter odet tot »taad. 
Het verbond, door Honduras, Nicaragua en San 
Salvador in 1904 aangegaan, wa8 in hoofdzaak 
tegen Guatemala ^erieht. Daar brsJc, uaar be- 
weerd werd onder invloed van San Salvador, in 
Mei 1906 een revolutie uit. Zijleidde tot een 
oorlog, waarin Honduras San Salvador bgsprong. 
Een voorloopige viede kwam door bemiddeling 
van Meiico en de Vereenigde Staten van N.-Ame- 
rika in September 1906 tot stand, maar bg de 
definitieve onderhandeHngen, . in den zomer en 
den herfst van 1907 te Wa8hington gevoerd, 
traden de beide bondgenooten, daaria door Mexi- 
co gestetund, zoodanig tegen Guatemala op, dat 
aan de resultaten weinig waarde kom worden toe- 
gekend. SleehtB met moeite kmi Meiieo danook 
in het voorjaar van 1908 een oorlog tusschen 
Guatemala en de kleine republieken verhiude- 
ren. En ofsohoon in Mei '1908 een pleehtig vre- 
desverdrag tusschen de republieken werd ge- 
sloten en er ie Cartago (Costa-Rica) een Gen- 
traal-Amerikaansch scheidsgerecht werd gesticht, 
duurde de gespannen verhouding voort. De Ver- 
eenigde Staten van N.-Amerlka maakten daar- 
van gebruik om hun invlt>ed te versterken, met 
het doel hun heerschappg tot aan het Panama- 
kanaal uit te breiden. Guatemala, onder het pre- 
sidentschap van Estrada Catrera en vooral Ni- 
caragua onder dat van Zelaya iiraren g verige 
voorstanders van een vereeniging der Centraal- 
Amerikaansche Staten tegen de N.-Amerikaan- 
cche Unie, maar 2n werd door den onderlingen 
aa\jver voortdurena belet. De vrudhten daarvan 
plukten de Vereenigde Staten van N.-Amerika, 
die er zelfs in slaagden Zelaya op het einde van 
1909 tot aftreden te dvingen. In het begin van 
1909 wa8 het n.l. weder tot wrgvingen tusschen 
Nicaragua eener-, San Salvador en Guatemala 
anderzgds gekomen. In Maart had een klein zee- 
gevecht plaats, dat aan de Unie gelegenheid gaf 
een ultimatum te stellen omtrent scheidsrechter- 
Igke beslissing. Een oproer onder generaal Juan 
E»trada, den gouverneur van het departement 



Zelaja, gaf, toen deze beslissing niet het ver- 
wachte resultaat had, een nieuwe aanleidine om 
tegen president Zelaya op te treden. De Unie 
ondersteunde Estrada en bovendien beging Ze- 
laya de staatkundige fout om twee Amerikaan- 
sche burgers, die de revolutie hadden begun- 
stigd, te laten doodschieten. Van dat oogenblik 
af werd Estrada als oorlogvoerende partg door 
de Unie erkend en rjjkelg^k gesteund, werden de 
diplomatieke 'betrekkingen a^ebroken, terwgl in 
November 1909 een aantal Amerikaansche krui- 
eers in de wateren van Nicaragua verscheen. Ze- 
laya zag zich genoopt af te treden. Hg werd op- 
gevolgd door JosS Madriz, rechter bij het scheids- 
gerecht te Cartago. Toen ook deze verandering 
in de houding van de Vereenigde Staten van 
N.-Amerika geen vrnziging vermocht te brengen, 
bemoeide Merico zich met de zaak. Het zond den 
gezant Enrique Čred naar Washington en spoe- 
dig daarop een oorlogsschip naar Nicaragua 
om den afgetreden president in veiligheid te 
brengen. Creel slaagde er in om te bewerk6n, d»t 
verdere hdp aan Estrada, die bg Rama reeds 
een overwinning had behaald, achterwege bleef, 
dat de landingstroepen'niet ontscheept werden en 
Zdaya het land ongehinderd kon verlttten. In 
Maart 1910 vertrok de Amerikaansche vloot van 
Corinto naar Panama, om echter iater weder 
naar Bluefields terug te keeren, waar zg de re- 
volutionnatren zoo openlg-k ondersteunde, dat 
president Madrit zich genoopt zag, de tusschen- 
komst van de staten, welke nem erkend hadden, 
in te roepen. Mežico bood daarop in een flink 
gestelde nota terstond zgn diensten te Washing- 
ton aan. Intusschen bevredigde het verder ver- 
loop der revolutie de wen8chen van de Vereenig- 
de Staten van N.-Amerika. In Juli 1910 moest 
Madriz wgken voor Estrada, wiens broeder Josš 
Estrada, optrad als president, om kort daarop 
zgn broeder, Juan Estrada, als voorloopig pre- 
sident te erkennen. Diens eerste regeeringsdaad 
bestond in het gevangen zetten van alle leden 
der regeering. Z^ dankbaarheid jegens de Ver- 
eenigde Staten van N.-Amerika betoondc hg, 
door in Februari 1911, op advies van den staats- 
secretaris Knox, den N.-Amerikaan Emest H. 
Wands tot financi«el raadsman der regeering te 
benoemon. Geheel vast scheen Estrada echter 
niet in den regeeringszadel te zitten. Een bom- 
aanslag, den ISden Februari IMl vlak bij het 
palcis van den prendent te Managua gepleegd, 
gaf het sein tot verbanning vaai een groot aan- 
tal zgner t^cnstanders. In Mei deed hg, ver- 
moedelg-k niet zonder dfwang, plotseling afstand 
van zgn ambt ten gmnste van den vice-president 
Diaz, Terwgl een bomaanslag, die kort daarna, 
den 31 sten Mei, de vesting La Loma vernielde, 
aan vele van zgn aanhangers hun vrgheid kostte. 
Sinds de Unie, ondanks net verzet van den Se- 
oaat, de contrdle over de douanen, spoorwegen 
en publieke werken op zich genomen heeft, staat 
Nicaragua geheel onder de leiding van het kabi- 
net te Washington. In 1911 werd te New-York 
de Nationale Bank voor Nicaragua opgericht. 
Als opvolger van Diaz werd, in 1912, gekozen de 
minister van oorlog Luis Mtna, de door de Ver- 
eenigde Staten ffewilde candidaat. Voordat deze 
€venwel zgn ambt aanvaardde begon hg een re- 



CENTRAAL-AMBRJKA-^OENTRAAL-AZIE. 



15 



▼olutie tegen Diaz. Van Juli tot October 1912.. 
duurde de bnrgeroorlog, waarb\j aan veerszij- 
den «rgerl\ike gruwekn gepleegd werden. Ame- 
rikaansche mariinetroepen traden tussohenbei' 
den, ten einde de 8taat8spoorwegen, die door 
een Ameri-kaaiideh bankierscoiraoitium aaiigekocht 
z\jn, te beschermen. De stad Leon werd door 
de Amerikaiien bezet. Mena moest zich aan zyn 
tegenstander overgeven. De invloed der Unie 
neemt steeds toe. Dit blijkt o.a. uit bet plan, in 
1913 door president JVilson te berde gebracht, 
om van Nicaragua het recht te koopen, dat al- 
leen d« Unie een kanaal door haar gebied mag 
giATen — dit, om oonoarreniie voor het Pana- 
makanaal te voorkomen — en om een rloot- 
station in de golf van Fonseca te vestigen. 

Ook in Guatemala neemt de invloed van N.< 
Amerika toe. President Cabrera Itesloot althans 
in het begin van Maart 1911 een leening niet, 
zooals oorspronkelijk gedacht werd, in Europa, 
maar in N.- Amerika te plaatsen. Om zich in 
z^n dictainof te Jiandhaven, ioont Cabrera zich 
een gewillig w€rktuig der Unie. Evenzeer zijn 
de financiSn van Costor^Rica en Honduras ondei 
Amerikaansche contr61e gekomen. Het eerste 
trof in Februari 1911 een overeendiomst met den 
Amerikaansdien finaneier Minor C. Keith over 
z^n bnitenlandsebe schuld van 10 millioen dol- 
lar. Ooeta-Biea tracht althaiM in zoov«rre z|j-n on- 
afhankel^kheid van de Unie te handhaven, dat 
het m«t behulp van Fransch kapitaal zijn cul- 
tures tot grooteren bloei wil brengen. Hondaras 
werd voor N.-Amerikaansohe invloeden toegan- 
keiyk gemaaikt door de revolutie, we]ike \b. De- 
cember 1910 de vroegere president Bonilla te- 
gen den legeerenden DavUla had op touw gezet. 
TfoniUa werd onderstennd door den N.-Ameri- 
kaan Lee Christmas en won snel veld. De Ver- 
eenigde Staten van N.-Amerika hoden hfon be- 
middeling aan; den Ssten Februari 1911 werd 
een w^)en8til8tand geeloten en enkele dagen 
daarna de overeeDikom8t met N.-Amerikaan8che 
financiers, die 2 weken vooraf nog wa8 gewei- 
gerd. In het begin van Maart waTen de vredes- 
onderhandelingen geSLndigd. Als voorloopig pre- 
sident werd de partjganger van Bonilla, Fran- 
eiseo Beltran, aangewezen, Bonilla trachtte in 
November 1911 zich van het presidium meester 
te maken, door vannit San Salvador een inval 
in Hondura8 te doen. Hg werd echter door Bel^ 
tron, die inmiddels tot president benoemd wa8, 
teruggeriagen. De voorge&telde conventie met de 
Vereenigde Staten werd in 1912 door het Con- 
gres van Honduras verworpen. De regelin^ der 
staatsfinanoign is daardoor weder uitgesteid. Be- 
doelde conventie had trouwens evenmin bij den 
Amerikaanschen Senaat een gunstig onthaal ge- 
vonden. In Januari 1912 gelukte het Bonilla 
zich tot president van Honduras te laten kiezen. 
Hn^overleed echter reeds het jaar daarop. 

Den 2den Januari 1912 kwam in Nica/ragua 
weder een Centraal-Amerikaansch Ck)ngres bij- 
een, hoofdzakeljjk ter bespreking van de schade- 
vergoedingen <b\j de revoluties van 1909 gele- 
den. Dat de Unie daarby het beslissende woord 
zou spreken, bl|j'kt oiit de samenstelling der 
commissie od hoe, bestaande uit 2 Amerikanen 
en 1 NicaraguSr. Naar a&nleiding van de na- 



derende voHooiing van het Panamakanaal be- 
zocht in Maart 1912 de Noord-Amerikaansche 
staatssecretaris Knox de republieken van Cen- 
traal-Amerika, ten einde den band met de Ujiie 
te v^rsterken. De stemming van de Centraal- 
Amerikanen tegen de Unie is, over het alge- 
meen genomen, vgandig. De verklaring van 
KnoXy dat de Vereenigde Staten niet naar ge- 
biedsuitbreiding streven en de souvereinitelt 
der republieken zullen eerbiedigen, had geen 
merkbare uitwerking. Het in 19ld voorgestelde 
Hr^an-tractaat, dat beoogde aan de Unie niet 
8lecht8 de contrdle over een Interoceanisoh ka- 
naal te verschaffen, maar ook het recht bg rust- 
verstoring op ie treden, wekte verzet in heel 
Spaansch Amerika. In verband met oproerige 
bewegingen vvefrd de ez-piresident Zelaya in No- 
vember 1913 te New-York gearresteerd; hij ver- 
trok, na z\jn vr\jlatin^, naar Spanje. — Guate- 
mala werd in 1912 door Engeland gedwongen 
met den Ccuncil of Foreign Bondiboldeis een 
overeenkomst te sluiten ter voldoening van oude 
staatsBchulden. OuatemaU^s beroep op de Mon- 
roe-leer vond te Washington geen gehoor. — 
Den 4den Februari 1913 werd Araujo, presi- 
dent v«n< San Salvador vermooid. De poiiiiek 
schgnt daar vieemd aan te z^'n. Car los Melendet 
volgde hem op. 

Literatuur: Polakowsky, Die Republiken Mit- 
telamerikas (Zeitschrift der Gesellschaft fiir Erd- 
knakle in Berliii, 1889—1891); A, H, Keane,Qejk- 
tral and South America (2de druk Londen 1909 
enz.); Idem, Central America and West Indies 
(Londen 1911); TF. Sievers, Stid- und Mittel- 
amerika (1913); Graaf De Perigny, Les dnq c^ 
pU'blique8 de rAm4rique Centrale (Parijs 1911); 
Proetor, Les riohesses de TAm^rigue Centrale 
(Parijs 1908); Polmer, Central Ameiica »nd its 
problems (Londen 1911); Baneroft, Historv of 
Central America (San Francisco 1881—1887, 8 
din.); Haebler, Dve Religion des mitftileini Ame- 
zdika ^iKDsteir 1899). Zie vesder de liteirataiir b^ 
de afzonderl^ke landen. 

Oentraal AslS (zie de kaart Centraal-AziS 
hq het addkel Axiš) da een naam door Kari Rit- 
ter ingevoerd ter aanduiding van den romp van 
AziS in tegenstellLng met de leden (eilanden en 
schiereilanden). Eumholdt dnidde er het trape- 
zium mee aan, dat zich tussehen 39<^30' en 49® 
30' N.Br. uitstrekt, zonder de O. en W. grena 
op te geven. F. von Riehthofen en na hem 
ObroetscheiD gaven er daarente^n een nauw- 
keurige, geologisch-genetische definitie van. Vol- 
gens hen omvat CSntraal-AziS het gebied, dat 
in het N. door de randgebergten van Z. SiberiS, 
in het O. door het CJhingangebergte, in het Z. 
door den Ala-sjan, den Nan-sjan en het Kwen- 
lungebergte, in het W. door het Pamirplateau 
en den TiSn-sjan wordt ingesloten. Dit gebied 
wa8 eenmaal door een uitgestrekte zee bedekt, 
die echter in den loop der eeuwen is verdwenen, 
tengevolge van veranderde klimatologische toe- 
standen; alleen kleine zoutmeren, b\jv. het Lob- 
nor, znn overgebleven, en op vele plaatsen be- 
staat de bodem uit fjn zand, doortrokken van 
zout en rijk aan zeeschelpen en andere overbljjf- 
selen van zeedieren. Wat den bodemvorm be- 
treft, beetaat Oraitraal-Azie uit plateau'« zonder 



16 



CENT31AAL.AZIE--CENTRAALGEWESTEN. 



afwateriiig en van ongel^lce hoogte, gesch«iden 
dooi de overblnfaelen van oude, sterk verweeFd6 
bergketenen. Sieehts de toenemende uitdroging, 
onder den inTloed van het strenjge Tastlandkli- 
maat met tegenstellingen Tan 9S^ C. tusschen 
zomer- en wintertemperatuQr, hebben alle dee- 
len gemeen. Een groot gedeelte van den bodem 
bestaat uit harde rotsgesteenten met meestal 
gladde rolsteenen en rotspuin bedekt. Dit laat- 
ste levert bet materiaal, waarnit bet vruchtbare 
loss (zie aldaar) geTormd wor<lt. 

Oentraal-Bond van OhristeUk Phl- 
lanthrGnpische inrlchtinren in Neder- 
land. Zle Christel^k Philanthropiache inrieh- 
tingen in Nederkmd, Centraal-Bond van, 

Centraal Bnreau der Internationale 
Europeesche rraadmetinr. Zle <iraad- 
meting, IntemaHonale. 

Oentraal-Burean van Weldadiff- 
heid. Zie JVeldadigheid, Centraal-Bureau van. 

Oentraal Bnreau voor de Statistiek. 
Zl« Slatistiek, Centraal Bureau voor de, 

Oentraal Bnreau voor Sociale ad- 
vlezen. Zie Soeiale adviezen, Centraal Bureau 
voor, 

0entraalirewe8ten of Central provinees 
(zie de kaart van Voor-IndiS) is de naam van 
een direet onder de centrale regeering te Cal- 
outta staand boofdoommissariaat vam betBritsch 
Indiache <rgk. De Centraalgew€8ten liggen in 
bet midden van Voor-IndiS tnascben 17^50' en 
24» 27' N.Br. en 76» en 85» 15' Oi., worden in 
bet N.W. b^renfid door bet staatknndig agent* 
sohap Centraal-IoidiS, in bet NX). door bet lai> 
tenant-gonvemeorscbap Bengalen, in bet O. en 
Z.O. door bet presidentacbap Madras, in bet Z. 
en Z.W. door Hyderabad. Zj beslaan een opper- 
vlakte van 389 268 v. km., waarvan 258 531 on- 
middell^c aan Engeland O!nderworpen z\jn, en 
80 787 v. km. tot een aantal klei-nere vazalstaat- 
jes bebooren. 

Het grootste gedeelte van bet land is een gol- 
vend! beuvelland, dat op vek plaatsen den vo(rm 
van een plateau aanneemt. Werkel9k bergland 
vertoont bet land slecbts i>n de Eaimoir-IUnge, 
de O. voortzetting van bet Vindbyagebergte, jus- 
mede in de Z. en W. deelen, waar de W. t^nia»- 
sen van de O. Ghatsver in het land opdringen. 
Door de boogvormig van bet W. naar bet O. loo- 
pende keten van bet Satpuragebergte wordende 
Centraalgewesten in een klein N. en in een 
groot Z. deel verdeeld. Dit gebergte vormt met 
de O. helft van de Viindbyak€ten een breed dal, 
dat door den middelloop van de Narbada door- 
stroomd wordt, die de grens vormt tusschen de 
Centraalgewesten en Oentraal-Indiš. De grootste 
samenhanffende vlsukte is die van Tsjatisgarh. 
Aan de N. z\jde daarvain stroomt de bo ven- en 
middelloop van de Mahanadi, de grootste rivier 
der Centraalgewe«t€n. Verder word«n zij nogbe- 
sproeid in bet Z. door de Sahari, Indrawati en 
Wain-Qanga, linker zgrivieren der Godawari, 
Tvier benedenloop gedeeltelijk de grens met Hy- 
derabad vormt, terwgl de O. arm er van, de 
Wardha, ze van Berar scbeidt. Van de Narba- 
da behoo(rt alleen de bovemloop tot de Centraal- 
gewesten. De oppervlakte van den bebouwden 
Dodem staat tot de gebeele oppervlakte der Cen- 



traalgewe8ten als 1 : 4,67, de bodem, die nog 
ontgonnen kan n^rorden als 1 : 3,411, terwijl de 
streken, die voorloopig niet ontgonnen kunnen 
worden, z\6ti als 1 : 2,140 verbouden. Dit laat- 
ste gedeelte word1; voornamel^jk door bosscben 
en dsjoengel ingenomen. De vruchtbaarste stre- 
ken zgn de riviervlaikten, de vlakte van Tsjatis- 
garh en bet land tassoben bet Satpuragebergte 
en de Wardba. 

Het laind brengt vooral katoen, rijst, maTs, 
tarwe, suikerriet, oliezaad, verfstoffen (vooral 
saflor), opium, verscbillende harssoorten, alsme- 
de timmerbout voort. Talrpc bqenzwermen le- 
veren wa8. In de N. helling van bet Satpurage- 
bergte worden ijzererts en steenkolen gevonden. 
Het klimaat is beet en, afgezien van de booger 
gelegen* deelen, ndet zeer gezond. 

De bevolking bedroeg in (1911) 16 033 310 
zielen, d. i. 47 per v. km., waarvan 13 916 308 
behoorden tot het deel, dat onmiddellijk onder 
Engelsobe regeering staat, terwql 2117 002 tot 
de vazalstaten behoorden. De voornaamste vazal- 
staat is Bastar met een oppervlakte van 33 829 
v. km. en (1911) 433 310 inwoniers. De bevol- 
king bestaat grootendeels uit Gond, die v66r de 
stichtrng van bet rijk van Delhi in deze streken 
onder inbeemsuie vorsten 4 staten vormden, zich 
ecbter later imet de Eadsjpoeten Termengden; 
verder uit enkeh Mahrattenstammen, zooals de 
Koenbi; uit Hindoes, zooals de Koermi, Katsji, 
Pomwar en Bagr!^ en nit Hindoestanscbe stam- 
men uit Dekan. In\l891 bestond de gebeele be- 
volking der Centrkalgewesten uit 10 489 620 
Hindoes, 2 081 721^ Teden van onbescbaafde 
stammen, 49 212 Dsjain, 309 479 Mobammeda- 
nen, 13 308 Christeneh, 781 Boeddbisten, 173 
Sikh, 781 Parsi en 176\Joden. In 1910 bedroeg 
het aan tal Christelijke iinlanders 24 106. 

De beerscbende talen zfcn het Hindi in het N. 
en O., in het Z. het Telugt, in het W. het Mah- 
raitiscb, te(rw\jl ia afgelegem streken d<e taal dei 
Gond eesproken wordt. De »Igemeene omgangs- 
taal,» die ieder verstaat, is Vhet Hi-ndostani of 
Urdu. De voornaamate bezigheden der bevolking 
zgn landboui? en veeteelt. Ha^idel en iiidustrie 
z^jn van weinig beteekenis. \ 

De Centraalprovincies werdei\ den 2den No- 
vember 1861 gevormd en den 3Wsten April 1872 
uitgebreid. Zij bestaan uit 4 ondeurafdeelingen of 
divisioiis: Tsjatisgarh met 3, Dsjabalpoer, Nas:- 
poer en Narbada ieder met 5 distrilbten. Tot 1878 
— 1879 behoorde daartoe ook nogi het zelfstan- 
dige dktrict Boven-Godawari, dat ithans bij Ma- 
dras behoort. Het bestuurshoofd dei^ Centraalge- 
westen is de te Nagpoer rcsideerendoe boofdcom- 
missaris of chief-commissioner, die ^sinds 1912 
een wetgevenden Raad naast zich heftft, teGrwijl 
aan het boofd van iedere division eetn commis- 
sioner^ staat, en over Boven-Godawari '. een depu- 
ty-commi8sioner is gesteld. De 15 vi^zalstaten, 
die tot de Centraalgewesten bebooren,! znn: Ka- 
warda, Sakti, Kanker, Kairagarh, Kctndka of 
Tsjuikadan, Nandpraon, Bamra, Karondt of Ka- 
lahandi, Patna, Raigarh, Rairakol Sa>angarh, 
SonpoOT, die alle tot de division Tsjatisgtarh be- 
booren, verder Makrai, dat tot de divisioi^ Nar- 
bada bebooPt, «n Bastar. De voornaamste ^olaat- 
sen zijn: Nagpoer, de zetel der hoogste r egee- 



CENTRAALGBWBSTEN— CENTRAALSPOORWEG. 



17 



ringapeiiBoiien met (1911) 134 712 *mwo]iers, 
Dsjabalpoer met (1911) 100651, £amihi met 
(1901) 38 888, Segar met (1901) i2 830, JBurhan- 
poer met (1901) 38 341 inironers. Het binDen- 
landsehe verkeer, alsmede dat met de naburi^e 
provincies en de zeekust, geschiedt gedeeltelgdc 
langs *laDdwc^eii, gedeeltelgk over de genoemde 
bevaarbare rivieren, die in- de Centraargew€&tei> 
een gezameniyke lengte van 1693 km. hebben, 
en Terder langs <ieii GreatJndia-Peninsnla-spoor- 
weg iei leogste vau 378 km., die met den hoofd- 
tak van Bombaj door het Narbadadal naair het 
N.O. en met een zgtak naar Nagpoer loopt. 

Centraal-ZndlS is de gemeenschappelgke 

administratieve naam van 8 staatkundige agent- 

schappen in het roidden van Voor-IndiC, die on- 

der den ,^Agent to the GoTernor-General for Cen- 

tral-Iodia" in Indaur staan en dus oninuddeU\}tk 

onder het centrale ibe»taur te Calcutta. Het ge- 

bied omvat 200 372 v. km., strekt zlch ten Z. 

der Centrale provincies uit en heeft den vorm 

van een (rechtboekigen diieboeki, iveUts hjpothe- 

niosa in het Z. door de uvieien Naibada en 

Schon gevormd wordt; het Gangesdal vormt de 

Oostel^ke en de rivier Tsjambal met de Tsji- 

taarhenvels de Westel\jke rechthoekszgde. Bgna 

evenwijdig met de Narbada en op een kleinen 

afstand ten N. ervan loopt het Vindhjageberg- 

te, dat de steile begren^sing naadr het Z. toe 

voimt. Naar het N. toe is het een golvend, door 

heuvelketenfi afigemeaeld, niet zeer hoog tafel- 

lan d, dat tot aan den Ganges doorloopt en door 

de livieren .Tsjambal, Sindh, Betoira, Een en 

Schon besproeid wordt. Deze loopen alle in N. 

richting en monden uit in den Ganges of in de 

Dsjamna. Met betrekking tot het plantenrijk 

kom t het land vrywel met de andere Centrale 

provincies overeen. De fauna is kenmerkend In- 

disch. De bodem is tamelgk vruchtbaar, maar 

de wijze van beboawin£ laat nog veel te wen- 

schen over. Door het "Vv. deel loopt de spoorweg 

tiuschen Agia en Boimbaj en door het O. deel 

die tusschen Allahabad en Bombay. In 1911 be- 

droeg de bevolkdng 9356 980 invvomerB, dat is 

47 per v. km., waaronder ongeveer 7 500 000 

Hincioes. 

Ceatraal-InddS vronit in 8 agentsch&ppen ver- 
deeld, mL de residentie Indaor, de agentsohap- 
pen Gvaliar, Bhopal, Boendelkhand, Ba^- 
khanc^ Weet'Malwa, ^hepavvar en Gnna. Behalve 
een klein dicftrict, diat diieot onder de Engel- 
8che regeering staat, worden deze agentaohap- 
pen door inHandsohe voicten bestnuid, die in 
zeer verechillende vechonding staan tot de En- 
geSjMJhe icgeeTin^. De voocnaamete daanmder 
ziln: de m^aradja Sindhia van Gwa]iadr, de ma- 
haradja Holkar van Indaur, de vorst van Dhar, 
de beide vorsten van Dewas, de sjah van Bhopal 
en de nawab van Dsjaora. Verder zijn er nog 
een memgte kloine ladjspoetenhoofdenj. die in 
de 18de eeuw door de sjroote vorsten onderwor- 
pen en daaiaan echatpliohtig werden; maar in 
1818, na de onderdrukking dezer maoht door de 
£qg«deche regeednig, werd hua toestand op-* 
nieuw geregeld. In West-Malwa zijn 21 zooge- 
naamde Thakoers, waarvan die van Ratlam de 
voornaamste is, in Bhopawar zijn 14 hoofden, 
in Gwaliar zijn er 8, in Manpur 9, in Indaur 14 

V. 



en in Bhopal 24. Opmerking verdient, dat, hoe- 
wel de naam eoms dezelfde is, de grenzen van 
de Indische vorstendomnten toch niet geheel 
met die van de Bngelsche agentschappen over- 
eeniromen. Van de vazallenstaten in de Gos- 
telgike helft zgn de voornaamste: in Boen- 
delkhand Urtsja of Tihri, in Bagalkhand Rewa, 
verder Dat^a, Samthar en Poena. 

Centraal-Indifi vooral wa8 eenmaal de zetel 
der oudJndiacbe beschaving. Aan het hof te 
Udschain leeMe de dichter der Sjakoentada Kali- 
d&aa en eenige eeuwen later de sterrenkundige 
Dsjai Smgh. Deze onde beschaving is echtez) 
reeds lang verdwenen en gedurende de laatste 
eeuwen is CentraalJndiS het tooneel van oorlo- 
gen en verwoestingen van allerlei aard gevreest, 
vooral in de 18de eeuw, toen het rijk der Mah- 
ratten ontstond, waarb\j nog de rooftochten der 
Pindaci kwamen. Daaiom waa ook de oorlog, doos 
de Engelschen in 1817 tegen deze vorsten ge- 
voerd, een oorlog van orde tegen wanorde en 
anarchie. Door sir John Malcolm werd van 1817 
tot 1821 de rufst en veilig^heid overal in het 
land hersteld. 

OeiitraAlspoorweff of Nederlandsehe 
CentraaUSpoortDeg-Maatschafp^ is de naam van 
een spoorwegonderneming in Nederland, waar- 
voor in 1859 concessie werd verleend. De ope- 
ning van de eerste Ign, Utrecht — ^Hattem (84 
km.) had plaats den 20sten Augustus 1863. De- 
ze l^jn werd wddra verlengd tot Zwolle <eeopendi 
den 4den Juni 1864) en vervolgens tot Kampen 
doorgetrodcken (geopend den lOden Mei 18o5), 
hetgeen de geheele I^ met de IJselbrug bij het 
Katerveer op een lengte bracht van 102 km. Be- 
halve deze hoofdspoorweg ezploiteert de maat- 
schappg tot buurtspoorwegen de Bilt — ^Zeist, 
den Dolder — ^Baam en Nijkerk — Ede, alsmede de 
electrische tramweg Nunspeet — Hattemerbrug en 
de paardentramweg Soest — Baarn. De lengte 
der bunrtepoor^vegen is ruim 46 km., dde der 
tramwegen ruim 44 >km. De zetel der maatschap- 
p3 is gevestigd te Utrecht. Het kapitaal is 
groot 5 000000 guld^ waarvan op den Slsten 
December 1913 was geplaatst 4 813 250 gld.; 
van de obligatieleeningen stond per 31 Decem- 
ber nog uit:- op de 3 pCt. leening 1894: 
10 008 500 gld., op de 3Vt pCt. leenii^ 1899 
240 800 gld., op de 4 pCt. leening 1901 1 909 000 
gld., op de 4 pCt. leening 1903 1 919 000 gld., 
op de 4 pCt. leening 19(W 2 957 000 gld. en op 
de 4 pCt. leening 1912 2 990 000 ^Id.; in het 
jaar 1914 wcrd een 4Vt pCt. leening gesloten 
van 3 000000 gld. Op den 31 sten December 

1913 wa6 voorts i>n omloop aan bewyzen van 
uitgeateide sohuld een bedrag van 1913 200 
gld. en aan voorloopige bew\jzen van uitgestel- 
de schuld (serips) een bedrag van 17 600 78 
gld. Telken jare wordt een deel der winst be- 
stemd voor aflossing van bew\J9en van uitge- 
stelde schuld; over het boekjaar 1913 werd 
daarvoor de helft der winst aangewend, ziinde 
58 700 gld. en werden mdtsdien dn het jaait 

1914 587 bewyzen uLtgeloot. Aan de balans ter 
afsluiting van het dienstjaar 1913 zg nog ont- 
leend, dat het ireservefonde bedroeg 157 732,66 
gld. en het vernieuwing8fonds 789 378,02^/« 
gld. De spoorweg met toebehooren stond op den 



18 



CENTRAAI^PO0RWEO— CENTRALE BEWEGING. 



8l8ten Deoetnber 1913 te boek voor 15 6d2 325,72 
glld., het roUeiKl mateiiaal Toor 4 009 597,93 
gld., de paarden, rollend materiaal en inveata- 
ris tramdiensten voor 336 608 gld., het alge- 
meen magazijn voor 525 999,04 gld.; aan effec- 
ten bezat de maatschappg 3 939 707 gld. 
De wiD8t over het boekjaar 1913 bedroeg 
117 381,14^/3 gld^ waarvain aani aamdeeljhoa- 
d«r8 werd uitgekeerd / 2.25 per aaadeel of 
0.9 pOt. 

Oentraalvunr. Reede vele Py'thagoree^r8 
wareii in de Oudheid de meening toegedaan, dat 
zioh in het binnenste der aarde een Centraal- 
Tuur Tiou bevinden. Deze meening voimI later 
fiteim by hen, di« dem oorsprong der vulkanen 
in de aardkern zochten. Tegenwoordig 'kan er 
alleen in zoover van eeib oentraalvuur gesproken 
worden, als volgens sominige geleerden de aard- 
kern zich in gloeiend-vloeibaren toestand zon 
bevinden (zi« Aarde). 

Oentraal zennwsteUiel. Zie Hersenen 
en Ruggemerg. 

Oentraalzon noemt men een Taate »ter, 
rondom welke alle vaste cterren van een ster- 
renstelsel zich bewegen, evenals de planeten om 
cmze zon. Vooral Mddler is opgetreoen met het 
gevoelen., dat alle vaste sterren, die tot den 
Melkweg behooren, ^n stelsel voirmen en zich 
om dčD centraalzon bew«gen. Hij zocht de plaats 
di«r zon, op grond van waaTnemingen omtrent 
de bewegiiig van 1600 vaste stecren, te bepalen, 
en hij vond die in de Pleiad^n. H\j noemde Al- 
cyone, de helderste ster van deze gxoep, de oeo- 
traalzon van het sterien«telsel, waar.toe onze zon 
behooFt. Dit stekel volbrengt z^b loop om de 
centraalzon in 20 millioen jaren, terwyi het 
▼lak dier loopbaan met dat der eeliptica een 
hoek maakt vaD 84<^ en de leng.te van den klim- 
menden knoop in <het jaar 1848 236^^58' be- 
dfTO^. OoB 6t^:ireoiBteil8el bestaat Tolgens MiUUer 
uit ringen, die hier en daar door sterrenreeksen 
brogvormig verbonden zijn. Het bestaan van znlk 
een centraalzon is echter later, vooral door Pe- 
ter s, betwijfekl; ook MOdler zel! heeft haar on- 
houdbaar genoemd en op een vergadering van 
natuuronderzoekers te Bonn in 1847 verklaaid, 
dat het tgdperk van waarneming«tot het bepalen 
der plaats van de centraalzon nog veel te kort 
is, om daarover een onbetwiatbare nitspraak te 
doen, Toorts dat bet zeer wel mogetSk de, dat 
bet centrom van* het sterrenstelael met eamen- 
valt met dat van eenig hemellachaam. Zie ver- 
der Heelal, Borno van het. 

Oentrale, Eleetrische. Zie Electrisehe cen- 
trale. 

Osntrale Be^ireffiiiff noemt men de be- 
weging, die een lichaam verkr^gt, als hiet, ter- 
wijl het reeds een snelheid heeft, wordt aan^e- 
trokken door een ander lichaam met een kracht, 
waarvan d« richting niet samenvalt met die der 
snelbeid. 

In £ig. 1 štel t v de snelheid voor van het li- 
chaam op het oogenbliik, dat het zich in B be- 
vindt, ter.wijl de kraoht werk.t in de richting 
BA. Na een kleinen t^ {t «ec.) zou het lichaam, 
tcmgevolge zijner snelheid gekomen zijn in a, 
tenge'vo]^ aijner SDelthedd gekomen z^n in a, 
in werkeiykheid zal het zich beviitdenr in C, ter- 




Fig. 1. 



w^l de richting der snelheid in dit punt dee te 
meer samenvalt met BC, naarmate wij t kleiner 
nemen. Op deželfde wijze doorgaande vindt men 
voor de baan, die het lichaam aflegt, de lijn 
BC DE F. Neemt men telken« den beschouw- 
den tgd oneindig klein, dan gaat de gebroken 
lijn over in een gebogen lijn, die de 'werkelijke 
baan van het lichaam aangeeft. Om de baan te 
kunnen oon^trueeren, moet men kennen de snel- 
heid vam het liohaam in een der punten, de 
krach-t en de . 
betrekking |tu6- 
schen de groot- 
ite der kjradht 
en (ien afstand 
van beide licha- 
men. De aon- 

•trekkonde 
krachten, die de 
zon op de dee- 

len van het 
zonnestelsel ai<t- 
oefent, z^n om- 
gekeerd evonre- 

dig met de 

<tweede macht 

van den af- 
stand. Door 
Neufton d« bet 
eerst bewezen, 

dat dan de 
baan steeds een 
kegelsoiode moet 

z\jn, terwijl thet van de idchting engrootteder 
snelheid iai a&angen, of dedoorbopenbaanis 
een elHps, een bype]4}0ol of een parabool. Terwiijl 
de planeten elMptische banen besohx\jven, sch^nen 
de oanen van sommige kometen hyperbolen te 
z\jn. Voor alle oentrale bewegingen geldt de 
wet, dat de voerstraal (de lijn, die het in be- 
wegi>ng zijnde ^lichaam verbindt met het aan- 
trelkende lichaam) in gelpe t\jden gelijke op- 
pervlakken doorloopt. Deze stelling, toegepast 
op de planetenbeweging, geeft direct de tweede 
Wet van Keppler (zie aldaar). Tevens volgt uit 
deze stelling meteen, dat de snelheden in de 
verscftiiHende pnnten der baan zicih omgckeerd 
verhouden als de loodrechte afstanden van het 
aanftrekkend pnnrt tot de laakl^nen in dde pnh- 
ten. Bij de ^liptische planetenbanen is das de 
snelheid in het perihelium het groot«t, in het 
aphelium het klein«t. 

De weEkende kracht is te ontbinden in twee 
componenten, de eene gericht volgena de raak- 
IJn heet de tanaentieele kracht, de ander, ge- 
richt volgens de loodlijn hierop, noemt men de 
centripetale kracht. De eerste componente ver- 
ooTzaakt de verandiering der snelheid, de tw©e- 

de die der richting. Voor de centripetale kracht 

vindt men K = , waarin r aangeeft de 

grootte dcir kromtestraal. Van b^zonder belang 
is het geval, dat de bewegende kraoht steeds 
loodrecht op de »nelheid is gericht. Detangen- 
tiftele componente is dan nul, de snelheid blyft 
constant, het lichaam beschrjft dus met een 
eenparige beweging een ciikelbaan. Daar nu v 



CENTRALE BBWEGING. 



19 



= —j!- JB, kan men toot d« MntripeUk 

imeht «4 aehriJTcn k = m — j, • 

Slingert m«it «ea steen lond un «eii koord, 
dan moet de spumung in bet kooid deze centri- 
petak ot mJddelpi]Dtzoek«Dde kiiacbt kvereo. Is 
hel kooid hiertoe niet in sta&t, dan knapt bet m 
de Bteen ul zich veidei 'bew(^D volgenB de 
naklon aan den cirk«l. Dnukit men Jiet met stjjk 
bed«kte wiel vaJi eea fietg l&ngzaam om ii>n as, 
dra is de adhsesie van bet et^ ea de band 
gTOOt g«iioeg om de noodige centripetale ktacbt 
le kleten. B^ sneUe drasiing is deze kracbt 
»«el grooter, de adhaesie ia niet Toldoende, bet 
elnk al van den band af^elinserd w<irden. Het 
schnol doE, aisof tt op dit Blgk — en evenioo 
ia bet eerBte Toorbeeld op den steen — een 
kraebt werkt, die het ras den cirkel at tracbt 



' vorm aannemea; ck aFplalting is dee te sterker, 
naarmate de omirentelingsBnelbeid grooter 
vrordt. Ei«r moet de feerkracht van h&t metaal 
de ooodige middelpunFtzoekendc kiacht leveien. 
Deze proet maolit 
dnidel^. hoe de el- 
lipsoldale lonn der 
aardle kan woiden , 

verklaard uit de 
diraadijiff om baar 
ae. 

In het glszea Tat 
van fig. 4 ie een 

weinig k:wiik ge- 
bracht en daaibo- 
Teo een hag water. Fig. 4. 

PhatBt in«n dit 

vat op de ceatrili^:aalina(!hine, dan inUeit 
bg dnajdoig beide TloedrBtoffen opet^gen. Dmi 




te tnAken. Deze ficlieM kradit, die getjjk, maar 
tegengMteJd geKnnen trordt atm de oentiipeta- 
k kraebt, beet eenlrifugale of middelpunlvlie- 
deiuk kraebt. In bet dagel^kscji levea irordt 
TTJ)«d aitEluitend laatstgenoemde naam ?e- 
bniikt. ZooalB ecbter oJt het vooTgaoade daide- 
^ ia geirorden, is deie vooTBtelling onjnist. 
T^ngeiolg« der traagheid van de stot, tracht het 
~ li«ihaain licb te 




^; om liet op 
den ttfk«] te 
hondeo ie mi 
editer de een- 
tripetale kradrt 
noodv. 

Qeeit men met 
ibebalp van eeiv 

eentrifugaal- 
mocAine (lig. 2) 
aftn de as vam 
het :t<i««tel, af- 

fbeeld m tig. 
een diaeii]0&- 
de bewegiiig, 
dom znllen <ie 
bDFten«te dee- 
Len. der meta- 
le« Mepen zicb 
lao d«i cirkel af trachten 'te be^«gviD. Daai 
het berestigiDgspont boren bmga de as ver- 
Hhniftnar ie, lollen de reepen een ellipliBoben 



Fig. 3. 



e^ter het kwik vegens zjfn grooteie niM- 
sa de groolete kraoht ooodig oeeft, tal 4it 
het lieht«!« wat«T verdringeft en aan iea 
buitenslen Taod lds een spi^elende riog zieht- 
baar zgn. Warea <r daar kleine openingtn ko 
den waDd, dan >oa de znaarate Tloeietot bet 
eerst aaar bniten worden ge^ngerd. Van dit 

Sin^el maakt men in de teehikiti Teehnldig 
mik om vloeistotten v«a 

TerseUlleod loortdjik ge- 

vitAit van «lkaat te senei- 
den. 

Bjj den reguhteur van 
Watt (tig. 5) mika bij 
nenteling om de as de me- 
talen kogelB zooTer woriten 
opgetjld, dat de oaoi bet 
middelpaDt dei drkelhaan 
gerichte componente <ter 
zwaarl«kTacht de noodige 
middelpontzoekende kracht 
kan geven. Hoe grooter de 
omw«ntelingsan<Uieid wwdt, 
des t« hooger znlkn de ge- 
wiobten stiigein. De Ui^b 
de as Terplaatfibare schmf 
ia lerlMnden met een kkp 
in de stoomhiMs; hietdoor 
kan antomatiscb de stoom- "ig- 5- 

toe«!«« wftr<ten geregeld. 

AIs een auto oi een ander Toertnig een bocht 
moet beechrjJTen, kan het gebearen, dat de wtJ)- 
ling der frielen tegen den grond niet Toldoeode 



20 



CENTRALE BEWEGING— CENTRBEREN. 



i« om de noodige madd-elpuibtzoekeiMk kracht te 
leveren; d« aolto loopt dan Tan den weg af naar 
. buitoD. Eveozoo is iiet riippen Tan b<et rijwi€A 
aan dezelfde oarzaak toe te sehiqveii. B|j spoor- 
wegen kgt men in de bochten de haitenste rail 
hooger, oiu l«yert e^i ooinponeate der zwaarte- 
kracbt d(b middelpuDitzoekende kracht. Om d«- 
ifilSde red«n geeft men aan de wielerbanen in 
de boobten een groate hfitlling. SMngert man een 
inet water gevuld emmertje Tonid aan een ikoord, 
dan zal bet vater eri<n blijven^ als bet rand- 
draaien zoo snel geachiedt, dat de middelpunt- 
zoekend« kracbt grooter is da<n bet gewicbt van 
bet water. Dit laatste zal ira tegen den« bod«m 
een daruk mtoefenen, due gel^k.is aan bet ver- 
scbil van beide kraditen. Op dit begineel berust 
ook bet bekende looping tbe loop. 

.De aswenteliiK( oer aarde maalct, dat een 

'eomponente der kracbt, waaimee de aarde een 

*Yobrwerp aanitrekt, wordt gebruikt voor de mid- 

delpuntzoekende kracbt. ifaar de aequatoT toe 

w(>nit deze kracbt grooter, en zal dus bet ge- 

wicht van bet voorwerp afnemen (zle Aarde), 

Centrale commlssle voor de Statls- 
tlek. Zie Statiatiek, Centrale fiommissie voor de. 

Centrale Gezondheldsraad. Zie Oe^ 
zondheideraad, Centrale, 

Oentrale projectle. Zie Kaartprojeetie. 

Centrale Raad van Beroep. Zie Raad 
vanf Beroep, Centrale. 

Oentrale Tenurarmlnir- Zie Vertoarming, 
OentraliBatle. Onder dežen naam ver- 
staat men een stelsel van of een richtiiig in bet 
staatsbestunr, waariii alle of de meeGrte functies 
van dat bestuur odk die van administratieven 
aard berusten bg een enkele bestnrende over- 
■beid. De taak van« legeeren wordt dan aldcn op- 
• g^vat en uitgevoerd: net staatsibestnur wordt ge- 
splitst in verschillende takken; elke tak beeft 
.wedBirom z^n ondervertakkingen; alle onderwer- 
žpen, die de staatsregeling of staatszorg behoe- 
'ven, wonlen tot een dezer takken gebracbt, en 
er wordt aldus een organisme, een rad€rwerk 
gesebapen, waa<rin aan &k Tad een vaste plaat« 
is aangewezen, terwyi alle de kracbt, om in 
beweging <te kemen, ontvangen uit bet mid- 
delpmvt, bet centrum, dat bet levensbeginsel 
van .^Ik onderdeel in zicb.bevat. Central i satie 
kan «een gelieikooed en een kmcbtdiulig bnlp- 
middel van tyranniie en deqK)tieme in elken 
vontL zqn, zoowel van den absoluten verst, als 
van' de teugellooze, aan -anarchie grenzende re- 
gee^iDg van de groote maesa des velks. Z^ kan 
bureaucratie (zie aldaar) met zicb brengen. 
. Het cenitraliseerend stelsel wordt genuMigd 
in die staten, waar de vorsten of regenten bun 
plicht en hun recht z66 opvatten, alsof in bun 
persoon de 9taat, z^j^n doel en z^n* wezen ver- 
pereoonlijkt z\jn, waar zij -zich beschouwen ak 
de dragers <van een „Staatsalmacht", wier roe- 

?ang bet is, In alle bedEJiven en in alle aange- 
egenbeden des levens het beil der onderdan«n 
te beschermen en te bevorderenu In die staten 
is bet booM de albestuurder, rn den letterljjken 
zin des woord ,yde souverein'*, de „vader des 
•{olks"; daar heet bet: „le roi gouveme et ne 
rdgne pas". De onderdaaien verwachten daar in 
alle omstandigbeden bulp, trooet en uitkemst 



van de regeering; weinig of niets zoeken zij 
door eigen kraiminspainndng, door zelfetandig 
optreden, door bet toonen en bandhaven van 
bun individualiteit tot stand te brengen. Men 
moet zicb er evenwel voor wacbteD, om te mee- 
nen, dat aHe 'beil is 'te zoeken in het -velkomen 
tegenovergestelde ejsteem van decentialisatie. 
Ook dit stelsel beeft Jjjfa onontwykbare fouten. 
Bq zelf bestuur ^an de onderscheiden onderdee- 
len van den etaat kr^ men dikwyi8 een onge- 
lijke toepasaing der wetten en •wanneer deze on- 
derdeelen bet reobt befcben tat bet maken hun- 
ner eigen wetten, een zeer ongelijke wetgeving. 
Op meer dam Š6n gebied is in bet srtaatsbestuur 
centralisatie een vereischte. Bestrjjding van be- 
smettelijke zicikten, landsverdedaging, arbeiders- 
bescherming, de dienst der belaetingen, bet be- 
beer der groote verkeerswegenj ziedaar onder- 
werpen, waarvoor centralisatie boo^ noodig is. 
Het oude Duitscbe rijk, de Republiek der Ver- 
eenagde Nederlanden zgn onder te groote de- 
centralisatie te grotod-^ gegaan. 

Gentraiisatie verscbaft aan bet g^eel kracbt, 
macht, energie en recbtsgel^jkbeitl; decentrali- 
satie geeft Toidocning aan de verscheidenheid 
van l^boeften, aan .de vrijbeid der leden van 
den staat en der politieke part^en. Evenals in 
zooveie andere zaken 'ligt op bet gebied van bet 
staatsbestuor de joiste weg in bet midden. 

Zie verder: J, C. Bluntschli, „Politik als Wis- 
sensohaft" (Stuttgart 1876, Boek XI, Hfdst. 3., 
Centralieation und Decentialisation). 

Oentral-fPaciflc-spoonMreiT- Zie Paei- 
fie9poorwegen, 

Oentranthiui Dee. is de naam -van een 
plantengeslacbt uit de familie der Valeriana- 
eeein, Het onderscbeidt meh door een gaiven, bu 
het Moeien bi»nenwaarts omgerolden kelkrana 
en een 54obbige bloemkroon met een lange 
spoor. Van de soorten vermcAden wg C. angusti- 
foliue De C. met een onbebaarden, sterk vertak- 
ten stengei, l\jnvormige, gaafraodige, onbehaar- 
de bladeren en fraaie, roode of witte, tot r$ke, 
eindstandige trossen vereenigde bloemen, in 
Zwdt8erland te vdnden; — en O. ruber D e c. met 
defgelgken stengei, lancetvormi^e bladeren en 
witte en rooide bloemen, tot rgke trossen sa- 
mengievoegd. Deze groeit in Zwit6erlanid en in 
het zuiden -van Frankr^k. Dese schoone sier- 
planten kan> men ook in one land in de open 
lubht door den -rvinter brengen, wanneer men 
ze een weinig met tnrfstrooieel bedekt. 

Oentre, Canal du, lis een> kanaal in het mid- 
den 'van Frankrijk, dat, doormiddel der rivieren 
Dbeune en Bourbince, de Sa6ne bij ChAlons met 
de Loiie bij Digoin verbindt, waardeoT dus een 
sobeepvaartverbinding tuescben den Atianti- 
scben Oceaan en de MiddellLandsGhe Zee gevormd 
wordt. Het beeft 82 sluizen, is 116 km. lang 
en werd in 1793 toot bet iverkeer opengesteld. 

Oentreeren beteekent bet mdddelpunt van 
een ciikel of de eindpunten der as van een ro- 
tatielicbaam bepalen, zooals dit o.a. plaats beeft 
bg bet afdraaLen en stellen 'van macninedeelen. 
Het velkomen oentreeren van een puntkosrel in 
den loop van een yuurwapen zou alleen moge- 
iyk zgn^ indien er geen speelruimte tusscben de 
waoiden overbleef; dan eouden de lengteas van 



CENTREBREN— CIBNTUiBiVlKI. 



21 



den> kogel en de zieh« v&n het «tak sam«nval- 
len. Tot 4i6t cenAreerea dieot een roodkoperen 
fmg, Bq de De Lavaltnrbdne centreert het achoe- 
penarad lachteli; dit is ik.l. op een zeer 'buigzame 
as geplaatst ea bq d« «ii«lue oDiweirteliiig be- 
geeft >het zwaaxUfpunt Tan de loteerende mas- 
sa*s ziob m de wifikiiiidige ozndraaiiiigfia«. 

Voor het aptisch eentreeren ade Iren«. 

Oentreerhaak. Tot hot bepalen van Jiet 
midldeilpant of de «indviaUken t&h gegoten of 
gGBtneie (op die draai!bfti](k te 'bearbeufen) cylin- 
dier6 dJeDt een kraspen met een centreerhaak, 
d. i. znet een nit staal Tepvaardigden haakschen 
winkd'haak, op weUc«n een lineaal z66 k vaat- 

feschroefd, dat de eene kant daaiiivan den hoek 
alfveert. 
Oentriftiir&al- Zie Centripelaal. 

Centrifniraalmachine of Centrifuge. 
Zooals uit 'het artikel Centrale betceging valt 
a! te leiden, zullen voorwerpen, dLe zich berin- 
den in een c^Iindiosche trommel, ronddraaiend 
om de as van den eylinder, tegen den wand 
▼an de trommel een druk oitoefenen. Hoe enel- 
ler de trommel draalt, des te gorooter zal deze 
druk a^n. Een cenirifuge bestaat in het alge- 
meen vit een trommeO, w.iier waDden doorboord 
zijn en die draaibaar is om een Tertiicaile as, ge- 
wQPonl\)k van ondereo van een štel riem^ohijven 
vooimn, Boodat diLe as meft beihnlp van een riem 
zonder eind in sneUe Tond^raaling g.ebrachtkan 
wQiden. Kondom de bewieeglqke trommel bevindlt 
zidh eeo vastsrtaande. Wordt in de centrifuge een 
vloeistof gedaaib, 'waarin vaGrte deelen, die groo- 
ter zijn dan de openingen in den wand, en wordt 
het toestel in >oeweging gebraeht, dan zaJ de 
vloeistof cboor de openingen heen in <(len vaet- 
staandem mantel gmingerd worden, 'terwyi de 
vaste stof i-n de eentriinge achteiblijfit. Centri- 
fuges kunnen dus in het aJgiemoen gebruiikt 'wor- 
den om vaste stoffen 'van een vloeistof "te sclhei- 
den. Vandaar het gebruik ervan voor het scfcei- 
den van iiet dikfiap der enikerfabrieiken in ui>t- 
gekrifitaUdseerde anik<er en -stroop« Toor hert dlro- 
gen »van natte gooderen in vevergen en vrassche- 
rijen, voQr bet dfogen van ztftzneel, het afsoihei- 
den van room uit de melk (eeparatoren) en z. 
Het groot aaiutal oanrFenteilingien verkrggt men 
door tandrad- of frietie-overbrenging, ierv^gl 2q 
in den jongsten tnd ook 'wel direct aan eleetro- 
motoren gdkoppeU •woiPden. 

Oentiifniraalpomp. Zre Ponw. 

Oentiifniraalreriilateiir. 2ie Stoom- 
werkiuig. 

OentrlfuiraAlslliiirer of konische slinger 
noemt men een siinger, iwiens opihangdraad een 
kegel i>esdhr4*ft, waarvan de basis een eirkel ie. 
Men verkrggt dion door aan* een gewonen sldn- 
ger op het poni, dat het Teist van den vertica- 
l«n «tand venr^derd is« een doelmatigen z^- 
stoot te genren. Deace sldnger heeft een vegA- 
matige bew«gin^ en woidt om }ča<e reden bQ 
sommige toostellen gebmnfct. 

Otintiifuiralo kracht is een onjunste be- 
naming, om verscb^nselen te verklaren, die be- 
ruAten op de Centripetale kracht, Zie Centrale 
heweging. 

OentrifiiiTO. Zie Centrifugaalmachine, 

Centrlpetaal beteekent het middelpuntzoe- 



kend, m tegenetelling met eentrifugaal = het' 
middelpuntvHedend. 

Oentrlpet&le kraoht of middelpuntzoe- 
kende kracht. Zie Centrale beweging. 

Oentrobarlsoh beteefcemrt; op het zwaarte- 
pnoit of het zoeken van het zwaartepunt betrek- 
kdng helbbende. De centiobariBohe ntethode of 
de regel van Ouldin (lie aldaar) is de naam 
eemer ntetibod^, volgene we]ik)e men uit den in- 
houd eener vlaildke fis<u4ir en de Mgigine van het 
zwaar.tepoa]tt daaidn, den inhood kan vanden van 
het lichaam, dat door wenteling dezer figuur 
om een as in haar vlaik ontstnat. 
Oentronotus ffunellus. Zie Sl^mvisachen, 
Oentrosoma. Zie Veeteelt, 
Oentrospermen ifi de naain van> een plan- 
tenoide udt de gn>ei) der Di<koty{|iadonen en de 
aldeding der Glhoripetailein» en keninei&t iMh 
door een ceoftralen zaaddrager in een anid^ 
tame1\jk a6ymmetri£oh gevormd vrudbtbegineel. 
De overige deelen der bloem z\jn bg de ver- 
sdiaUende famiUSn ongelg^ gervormd. In dem 
regel zjjn zij v^f- of •£ietallie, soms ds er een 
kelk en bloeml^roon, soms ecnter een keUc- of 
bloemkroonachtig gekleurd bloemdek. De orde 
omvat de familifin der AizoaoeeSn, Amarantaeee- 
en, CarjophjllaoeeSn, ChenopodiaoeeSn, Nyetagi- 
naoeeSn, PhjtolaocaceeSn en Tortnlacacee^n. (Zi« 
de afb.) 

Oentmm. Bq een ciifkel of bol ds het een- 
tram of middelpunt het pmnit, dat even ver van 
aUe puanten der knonune Ign of 'van bet opper- 
vUak verw^erd ligt Het centrum Tan een el- 
lips, hyperbod, ellipsolde of hTperboloTde is zoo 
gelegen, dat aHe l^nen erdoor ivan de kroonme 
ujn of van bet opperrlak itwee pnnten uiifaBnaj- 
den, die even ver van het centnim verwyderd 
z^n. In de sjnthetisehe meetkunde spreekt.men 
van centrum van projectie. De beteekendfi hi er- 
van bljjkt uit het volgende. Ale wy uit een 
punt P <naar aJle punten van een figuur I^o 
treikken en desse l\jnen door een (vlak en^en,, 
ontstaat Merin een afbetiflding vun .die figuur. 
W\j zegpen dan dat die figuur uit Jjet centrum 
van projeotie P op het vlak afgdb^d tt. 

.In de mechanaca noemt men e^trum pdn 
evenwydige krachten ibet aangrOipp^Bpuni^ der 
resjaltante diep-krachten; ket eentrum der even- 
w\jdige krachten, waarmede de aarde de verschU- 
lende deelen van een lichaam aantrekt, heet 
ttoaartefunt Als een lichaam om ^n punt 
draait, neet dat het eentrum van betoeging, 

Oentmm i'n de kr^jgewetenBchap noemt men 
de troepen, die zich godurende den sihig in bet 
midden, tussohen de vleugels van het leger, be- 
vinden. 

Centrum ^n de politiek noemt men de pair- 
ty, dSe tuBschen de uiterate partijen in het >wet- 
genrend Hchaam CFtaat, de gematigde leden dus; 
in d«n Duitschen r^ksdtag is het de naam voor 
de Eatibodieke party; in de PVansche NatLonale 
Vergadeiring ten tijde van (het presidenitscihap 
van Thiers (1871 — 1875) /vas de middonpaiirtg, 
die de regeering steunde, nog in een linker- en 
rechtercentorum iverdeeld'. De naam dezer partg. 
in alle wetgevende li<ihamen is ontleend aan de 
zdtplaatsen harer abevaaicUgden, 

OentumTirl <u Honderdmannen, waffeflb in 



2? 



CENTUMVIRI— CENTUBIA. 



hat Ond« Kome de leden van een techtbank. i epits. De bloemeD zi)D wit ot roodaditig ea 
41e tegea bet einde der Romeineebe lepnbliek staaa ailleen des nuddace open. 
ontstoM en redit moert e^redieo, vooroamelijk in Centniia. afi^lei-if vaa cenlum (honderd), 
erteniekweEti«E. De lecliters wareD burgeis (ge- iras hg de oode Ilomeinen e«n Teiz&melins vtn 
nrorenem), ooropinnlceilijk (en getaJe ttui 105, 1 omstreeks 100 perBOnea of zaken, hioen^ bet 



CtHtrOMttrmen: i Beta Tulgarii. , ... 

QDin«a (GiDievoet); 2a groep bloemeii, fb bloem Tergroot, Se vmcbten ia uBtuurl^ke grooUe en 
vergToot, 9d doorgMnedsD uid mel fekroaid embryo (Tergroot). 3 Agrasleromt Oithago(Bolderili); 

3a trucht, 3b u*d. 4 Diantbua Cartbasianoraoi (KartbuiteranjeUer); 4a bloern in dooranede. 

geUI odet alt^d juaat 100 waa, aooafa in den 
KTUg de afdeeline der tFoepen, iraaioier een 
centjirio btrml 'voerae. M«ei in bet t^zonder weTd 
bet geheele Bcmeinm^e^ volk bij de indealiiig 
naai bet vermogei^ liie a&D Serviut Tulliiu 
votdt teeg«3chreTen, in 193 centuden' Teideeld. 
AJie veirmag^ide Romeitien, aanvankelijk sieahtB 
de gfoadelgenaren, 'weTden Ln 1 68 centuiiAn 
incclijM, al. 84 centuriae juniorum (de jongeie, 
tot den agenljjken TelddieDst verplicbte bui- 
gem) en 34 centuriae aeniorum (oudeTe nun- 
iwn TWi 46 jaar at, cen soort laDilweer). Hierbj] 
kwainen IS centuri&a der ndden, 3 eantuiiSn 
smeden, timrneiilDeden en apeellieden en 2 oen- 



n.l. drle uit ieder der 35 tiibus dei stad, die 
jeder jaar doar eea etedelj^en pmelor ap de 
liJBt w&rd«n geplaatst. Ten tude der kedizers be- 
droeg hun aantal 180. Met de teiding va.n bet 
proces waren lerst de aueat«rli {ominjueetoren) 
l>ela«t, laler een abonaerUjIk prtietor, gemeen. 
sdiappelijk mat de deoemrviri. Lang sdi^nt deze 
jarf niet beetaon te hebben, bet laatet n\>rdt zij 
geoKtai in bet jaar 395 n. CSiT. 

OBDtnnoulUi mlnlmni (Dicergbloem} \e 
de onam Tan een op voditigen landgroad en in 
beddervelden vrij leUiaani "rooilEiainende plant 
uit de hmiSiie dei Sleulelbloeminen (Primula- 
eeeSn). De bladen zijn eirond, leer kortgeeteeld, 



CENTURIA— CEPHALONIA. 



23 



turifiii (nig«wapeiMl« reserve (adeeim velati, tter- 
w\)l eeust later 2 ceaturifta der armen er ftan 
toeg€;yoegd werd«n (zie Capite cenai), leder« 
ceatiurie bfad in de centariaato&nutida 4^n stem. 
Omatreeks bet midkien T&n de Sde eeuw v. Ohn 
(zie Census en ComUiae) werd een gzoote lier- 
v^mring lDgeivx>eid, waardoor de ita&tlns^ van 
het Tvlk m ULasBen en eenturiSn met die im 
35 trilmfi ^eoombiDeerd werd ei» heit aautal der 
ceaturien daaiidoor h^& Terdubbek}. Uit iedie- 
len tnibas weirden, jb orereenstenumiig met de 
5 Massen en de aMeelimgen juniores en fienioreB, 
10 centuri&n geivionnd, zoodatt er 350 oDitetonden, 
waarb^ nog de oentuid&n kiwaimen> die »iet in 
deze kiaasen waren opgenDmen. 

Oentnrlfo, Maagdenburgsche. Zie Maag- 
denburgsehe centuriSn. 

Oentnripe, te voren Ceniorbi en in deda- 
gen d*er Oiidbeid Centuripa, een •srtaNi' in de 
SieHiaaiosche parovinei« Catanda, 8 km. ten N. 
Tan het stettian Catenamtom vant den fipooTw^ 
vnn Am^na naar Catanoa, .verheft zidh ep Aei 
smalle juk v&n een hooge berggioep, door de 
rivieren Sdmeto en Siamoeoro vadi den Etna ge- 
sohekien.. De plaats, welke als gemeeote (1911) 
12 703 inwonex« telt, biedt een prachtig ali- 
zitibi op den Eitna en Jheeft wudh1ibare omstre- 
kei^ idie pistaoiSn^zoetlkouit en gToenten, roorts 
soda, zwa(vel en manner lenreren. Het oude 
Cenionipe, door de Si^uliSm gesticht, wae in de 
Ondheid een groote en rgke etad; in 1233 werd 
zij ck>or kešzer Frederik II verwoest, in 1548 
weer opgebon^. Oedeelten der reusacbtige mu- 
ren en een aantai oikLhedeo zign nog aa»wezig. 

Oeiitwelirbt -beteeikenit 'hetzelNu al s htm- 
dredwei^t en ia de centenaar in landen waAi 
Engdseh gesproken wio]idt. Het gewiciht is 
50,8024 3^. In de Vereenigde Staten van Ame- 
rilra eo op Jamalca gebnii&t men het eenlaL 

OephaSlis ie de naam m*nr eem planten- 
geatadit uit de familne dei RubiaeeeUn, Het 
ondeiseheidt zich door z^ tot hloemhoofdjes 
vereeni^de bloemen met een omgedceerd-ei^r- 
migen Kelk mei een 5-taniddgen «)om en door 
een trecbteFvormige, 5-4pleti^ bloemknoon, tor- 
te meeldraden> een 2-BpIeti^Q atempel en een 
2->faokkige, 2-zaidige be6. Het omvat neesbers en 
krusten, die m Amerika groeien en gedeelte- 
l^k (tot geneeskrachtige planten behooren. Daar- 
van noeoten wq C7. Ijfecacuanha Rich. (Psv- 
ekoina Ipecacuanha M fl 1 1.) of de echite boraak- 
woitelplant met ecoi eeret knnpeiiden en <ver- 
▼olgens opgerlchten etengel, langwerpig ronde, 
Tan onder viiUnffe bladeren, tot twaaiftalkn ver- 
eenigde, witte bloemen en donlierpaaTse bessen. 
Z^ groeit dn dichte vouden en dalkloven ran 
West-BfaziliS en levert de bralne lipecacuanha- 
of braaikwoTtel, waarvan het poeder in de ge- 
neeskunde al« braakmiddel en voor de bereiding 
▼an iad van pharmaoeutiscihe praeparaten ge- 
bruikt woErdt. 

CelMuklaiithera Rieh, (Bosehvogeltje) is 
de naam van een plantengeelaehit uit (ie fankilie 
der Standelkruiden {OrMidaeeeUSn). Het omvat 
fraase eoorteoi, zooafe C. pallens Rich. met 
gDoote, geelacbtai^ wiilite bHoemen — C. zipho- 
fhyUum met witte, aan de M-p geel gevlekte 
oim^aen — en C. rubra Rich. met purperroo- 



de bdoemen. Z|j ^oeien in de wouiden der Mid- 
den-Eun>pee8che oergsftieeik. Enikele maJen wor- 
den ZQ TfD. Z. Limbuig aongotroffen. 

Cephalaiia Schrad. is de naam van een 
pHaotengeBlacbt uit de famiMe der Eaarde- 
achtigen (DipsaeaceeSn), Het ondersdieidt 
zich door een uit dakpansgew^ geplaatste 
hhiadjes bestaand om«wiiid8el en dbor bloemen, 
die een korten, getanden keiLk en een 4-spleti- 
ge bloemkfoon besiAten«. SledLts enkele soorten 
behooren in Euax>pa tbude, zooale C alpina R. 
S., die op de Alpen in het ?uidiwe8ten van Z^t- 
seiiamd groeiit — C. leucantha R. S., in Frianil 
te vinldem, en C. eentauroides R. S., in het aui- 
den van ods weiPelcldeeiL aaniwe£ig. 

Oephalaspis ie de voornaamste verbegen- 
woordiger van een der zonderlingste familiSn 
onder de Plaoodermen of Pan^serganoTdvis- 
sdhen van de Devondsdhe periiodie. De visdh heefit 
een groot, bojna Iheit bakre lichaam bedekkoild', 
halfoLrkelivonmg kopechild' en een ivioirmvornM- 
gen etaart. De moodete ezempiaien vindt men in 
den ooden rooden zaiNdfiteen van Dervonahire 
(Engeland). 

Cephalochordata. Zie Chordata. 

Oephalonla, ook Cefalotiia en Kephalle- 
nia gebeaten {m de kaart van Griokenland), is 
bet grooifaste en na Oorfu heft belangrofkate der 
lonische Eilanden. Het ligt tra^over de golf 
van Patrae, ten Z. van Sa^a ^ora en ten N. 
vaoi Zanite, een oppervlakte heehande van 763 
v. km. Het is m zniidboetemke Tichting doorsne- 
den van den Monte Nero, w«en8 hoogste top de 
Oroeainoe 1620 m. hoog en eenige maanden vam 
het jaar nvet sneeuiw bedekt is, terv^l het uit- 
einde, het voopgrebergte Capri, met boeoh ie be- 
giooid. Het 'klimaa/t is zeer zadit. Vain de takij- 
ke baaien z^n die <v«n ArgostoU, Samoe en Ae90 
de grootste. Rivieren zgn.er nlet, maar zeeor goe- 
de bronnen. De bodem m weinig vruchtbaar, 
nuiar de dn<woner8 hebben ieder genaakbaar plek- 
je beibouwd. Het edJand levert odie, vr^n, een 
weinig graan, benevene ooH, groemten, kaas en 
lamsvellen; doch het voornaamBte udtvoerantiJcel 
vormen er de kreniteai (voor ± 900 000 gid. jaai- 
l^jks). 

De inwoner8, wier aantai (1907) 71 235 be- 
draagt zgn uditmantende zeelieden en soMarten; 
voorts heg«nr«ni nch velen van ben in den oocist^ 
t||d naar Morea, vaniwaair z^ graam en andere 
levensmiddelen medebrengen. De vrouwen 4)e- 
weiiken den akker en vervaardigen potten en 
oliiefaroBiken, akmede katoenen atoffen en tapij- 
ten van geitenhaar. De hoofdsrtad Ai^oetoll, 
Lezuri en ruim 40 dorpen wepden den 4den 
Februari 1867 door een aardbevting verwoest; 
aardbervingen koman hier noff al dillawiyis voor. 

Het hedlendaagsche Oepliadonda, b\j Homenu 
onder den naam Same of Saanos bekend, heette 
we]eeT ook Epims Mehuna (Zwart Epirns) en 
tater CepAialonia. Men zegt, d^t het doen naam 
ontvangen hedt van Cephalus, die na het ver- 
moordoi zijner gemaMn derwaarts vludbitfae en 
van de umronero het opperbeetuur over het 
eilanid onibvdng. Reede Homerus noemt de inge- 
zetenen- Gephaillenen en geeft hun Odtfsseus 
(Uljfsses) to^ gebiiader. De belangr^^kste steden 
van dien i^d waren Pade (rulnes bg Lexuri), 



24 



CEPHALONLt— CEPHALOPODA. 



ETane a! Eraoaoi (4 km. ten O. van> ArgostoiU), 
Sam« faan de bodbt v&n Samos en PToiunoi (in 
bet Z.O. giedeelte). Gedurendle <ien Peloponnesi- 
Bdhezk Oorfeg ondenvderpea z^ zioh aan de AUie- 
neP8 en i« 189 voor Chr. aan de Romei-nen. 
Strabo noemt Cephalonia een wqkplaat8 voor 
Rotmeinfidie baUingen, en latere' Boiar^ers be- 
aehoTinven; het ale een dieeil der pravinciie Epirus. 
Keizer Hadrianus schonk bet aan Athene. Bg 
de Terdeelkig van faet Bomeineehe rqk bJee! het 
bq ihed; oostelp: giedeelte, dooh verklaarde mdti 
vervoigens onaShankeligik ea stond geruknen tijd 
onder het bervidod Y«n T?v>reFteni van Achaja. Se- 
dert den NoosmanoenooriLog -vam 1165 (beiioorde 
Oe^AiailDnia onet Ithaka en Zante aan dte pal^gira- 
ven nit de famolie Ornni, In 1224 werd' het 
door Oajo, den toenmaligen gebieder, aan VenetiS 
»cchonilDen, in 1857 be£jOorde het aan de rjd- 
ders Toceo uit Bemetvento eni werd in 1479 door 
de Turken veroveid, waAri]& men de iniWon«rs 
naar Keiistanitdnope^ boracht. Tegen de bepalin- 
gen van heA vredeaverdrag in, "vierdreef een Ve- 
netiaansch edelman, Antonio genaamd, de Tur- 
ken en benrrndde het eoJand van zgn ondeidnuk- 
kere; do«h de Venetianefn straften die trouwe- 
loodbeid door 4 sdhepen denvaarts te aendbn 
met krgcelieden, die zadh van OephaJonta meee- 
ter maalten en het wedero(n in 'de haniden le- 
verden van de Turken. Den 248ten Mei 1500 
wepd CepheJonia door een Spaanjsdh-Venetiaan- 
sdie vloot onder Benedetto Pesaro en Oonsalvo 
de Cardova veroverd em bleef sedert 1502 lan- 
gen tgd dn het beo^it van Veneti 6. Zie verder 
lonisehe eUanden. 

Cephalopoda of Koppootigen is die naam 
eener klasje uit den ^tam der Weekdieren 
(Molluseen), die dn onze zeeSn worden aangetrof- 
fen, doch mdt slechts weimg soorten, terw\jl 
een groot aantal geslachten en soorten ver- 
steeod vw)rkomt in de ondere lagen der aard- 
koret. De naam van „Koppoo>t%en" is ontleend 
aan de gedaante van hnn lidhaam. Het voor- 
naamete g«deelte daamvan ie een groate, lan^- 
werpdgroii^ inigeiwanidszak, waaraan na een nun 
of meer duidiei^e inenoering, de kop beveetigd 
is, die aan zgn top van een kring van tredhter- 
vormog geplaatste annen is voorzien. Het li- 
dhaam is omgefvien dooreeo lakvormigien man- 
tel, die aUeen aan de kopzgde geopend k, om 
aan ibet water toegang te verachaifen tot de 
kiieQwen. A»n de bnik^jde bevlodt zidh een kra- 
tervoranig ergaan, de „tredhter", die tot verwij- 
dering van het opgenomen wa(ter ddenrt. Ter zg- 
de van den kop bevitnden zidh 2 groote, nteestal 
nitpnilende en zeer samengestelde oogen. De ge- 
noemde armen zjjn aanhangsels, die zoowel tot be- 
weg^ingBwerktuigen daenen, ails tot het grgpen 
der prooi, en veelal aan de binnenzgde van znig- 
napjee of haken zgn vooroten. Daarmede krui- 
pen de Cep(halopoda met den kop near beneden 
lanfgB den grond, temrgl zg bg heit awemmen 
vootrtge6itu!wd: wordeii door het uit den trechter 
m%espoteii wateir. Van de thans leivende sooir- 
ten zijn aLecftvts vveinnge van BChaHeai voorzien, 
vele beziitten aan de rug^gde in den mantel 
een schelp, en alle hebben in den kop een kraak- 
been^ dat al s een soort sdhedel de heraenen om- 
geeft. Hun huid is doorgaans ruw, lederaehtig 



en met een dunne opperhnid bekleed, en in de 
leerhoid liggen eigenaardige cellen, die zioh door 
middel van vezels in het leveode dier kunnen 
uitzetten en met paarse, roode, gele en bruine 
klenrstoffen gevnld zmi. Doordat deze afwi88e- 
lend op den voorgron<i treden, vertoont het dier 
een prachtig en gestadig afwis8elend kleuTenspel, 
dat ook no2 eenigen tgd na zqn dood voortduurt. 
Bovendien ligt beneden deze laag, die deze pig- 
ment bevattende cellen (ehromatophoren) bezit, 
nog een iriaeerende laag. De inwenddge achalen, 
die men bg enkele aoorten aantreft, z\jn 6f hoom- 
achtig, df verkalkt en nog zeer versohillend 
van bouw en ontwikkeling. De mantel be- 
0taat hoofdzakel^-k uit kzingvonndg yerloopen- 
de vesela, waaiidoor veoral de klen]rwbolte kradh- 
tig eamengetraildken en het water met g«fwelld 
uitgespoitein kan woiden. Is namedlgk die boj^e 
2)00 veel nkogdljk met water geviulK^ dan w>ordt 
z^ door het dier geeloten, dat daama het vocht 
in(t de reeds Termellde treohfaer met knadht W0g- 
stu^f^ waaTdoor de genoemde achtep^oartecihe 
bewegBjig onitstaat. De armen zgn versohillend. 
Bg Nautilus kunnen zg temgg<abPokkie(n< en on- 
der een vleeziig deflcsel g^orgem wordenj, b\j de 
onrenge geslaobten z^ zij naar de binnenz^^e 
— die van den mond — mctt een enkele of duh- 
bele rg zui^napjes beoet, iroarmede het dier zich 
kan vaatzoigen. Het zenuw8telsel der Oephalo- 
poda is zeer ontwikkeld. Boven den slokdarm 
Uggen twee betreen^ngliSn, die door een ling 
met de onder den slokdarm gelegen voetgang- 
liSn verbonden zgn. Deze knoopen geven zenu- 
wen aan den kop af. Met den dng zgn de twee 
ingewaiid8gangli8n versmolten, die de ingewan- 
den verzorgen. Van de zLntuigen bezitten vooral 
de oogen een groote volkomenheid en gelgken veel 
op die der zo^dieren. Het versdhil ibestaat bier- 
in, dat het hoomvlies bg aommige eoorten niet 
gesloten is, waardoor dns het zeewater toegang 
beeft toit de voonste oo^iuuner, en dat het net- 
vlies met de z.g. staafjeeAaa^ dadeimk aan- bet 
glasUdbuam en met, aooals og de «)o@dieren, 
aan heft vaaMiee (ChorUndea) gren«t — dmh 
beeft hier dua de on^gekeerde boaw van het net- 
vlies. * Bg de Nautildden zgn de oogen bekervormi- 
ge groeven, op den bodem waarvan het netvlies 
tigt — terwgl hier, glaslichaam, lens, iris en 
hoornvlies (cornea) volkomen oni/breken. Dege- 
boororganen bestaan uit een peervormig zakje met 
een oniregelina^^^^, uit eeni^e kriiBtaflien samen- 
gesteilJdPen g^hoorsteen, en kggen in 2 bahor- 
mdge roamiton in bet omderBte gedeelrte van den 
kop. Daar men er fvoortfi sporen aantreft van 
reuk- en emaakoigaitfen^ sdbgnen de Oepbalono- 
den toegemst te wezen met al de zintnigen der 
noeesit-volkomen gewervelde dieren. De ademba- 
ling geschiedt door kieuwen, etenidia, die als 
giekroe^ blaadjes aan beade tzgden in de man- 
t€3boite liggen. Aan den voet van eilllae kieoiw 
vindt men een mirne slagaderlgke voorkamer, 
die het blauwacbtige bl<:^ voort8tuwt naar 
bet (banrt. IHt daatste beeiit de godaanite vain een 
rondlen of langivrerpjgen zak, vaffl'waar een be- 
tamgrgk bloedrraut langs de maag en de keel naar 
den kop looipt en zidh met zgn taUcen begeeft 
naar de maag, de lever, de keel enz. Een kleine- 
re slagader voorziet de overige ingewanden van 



CEIBALOPODA— CEPHALUS. 



2S 



twee wereti«-organen, njunelok tum de aderen, 
die het Uood noar de kieumea roerei^ kaolvor- 
mige BdiAmK% dde nreii ale meran kan beedioc- 
wen, dsar ig urine afscheiden — en Terder nog 
een zeer bgzondeF orgaan, een peeivoimigen 
bQi>It4 (dt inkl%ak), dne mat eeii' bim in den 
„«iKleIdatm" mondt dicht bij de anak opening 
en cen brume kfcuratot — de gepta — bevat. 
Bij deae dj«iaa eyn de Mflk(fatiea gest^eoden 
en de Toortfdaoting geGOiiadt door bev>rudiiite 
ciarai. Meeide men vioeger dat bg Gomnvige 
Boorten bet munci^ gcdaefat zeer kUero bleef, 
soodat het den adiija b&d, of men le daen had 
met paiaueteii, die in deo mantel det ngfjea 
buiodefi, later is gebfelken, dat ddt een BUidi T«ai 
een »angarm ia (heetocolytut), die de sp*r- 
matcooTden had opgtniHnen ea een igd lang sta 



Oeraibttee ircikeiu Bcug. 

een eeUatandg diier meh La de nuateUiotte vsn 
bet wijfje bew«ogt. De eieren itjn Teeial door 
een oabvMiMg gerimpeU diM)i«rTli«B eo een 
1raonudili|^ Hfaaal ooigeT«D en op een ei^ao- 
aaidife wifiit iia. maesa'« sunengeno^gil Z^ vor- 
men bg de inktrisBcben peetvotinige cellen, die 
tat tvošeen TNeeniffd en onder den iiMm im 
aednšvea be^end zgo. 

Mect veidedh de cepbaloftoda in 2 ovden, na- 
ineUJk in Vierkituicigen oni Tuieefcieuicijen. De 
VierfciBuvn^en (Telrabranchiala), vier Bdhalen 
in nfafln vonoien in de onfete aandda^nr voor- 
bmen, bebben BtduJai met veie kamera, iran 
'dfce de laatate wel grooitei ie dan de roor- 
gunden en het dier tot voiuiig dient. De ote- 
rigc ign met Incbt gevnld. Telkeni werdt eieen 
nieDv tnsseheiuchot geTormd, waaTdoor het asn- 
Ul kuners voortdnrend v«rmcerdeid en de op- 
•raartsdie drok Teigrootironlt. In zalk een io ka- 
men jsaie^A: sdiBal ^indt men een. tipko, dat 
n een A>or alle kamera loopeDde boi«, waariD 
acb e«o stireng bevindA, ireannede bet diei aan 
de KtuaJ is Terbooden^ Hat dier Iraeft korteie- 
steelde oogen, korte langanDen met talrgke 
Toeldcaden (tentaeula) in plaats Tan znignap- 
jes, een mantel, die Tan voren twee openingen 
iraelt, 4 fcLeoiTiem, dodi g«en imfcloai. Tot bet 
geslufat KaulUuB bdbooren 4 nog hneode aoor- 



teu« onder wcaie H. Pompilivi de meest b^en>- 
de Lb. DeArenbcnem idudt men eea zeei groot 
aantsl focaiete gedadhteni, dre bglkans ia atte 
tonnaties te via&ea igm, en daarnHier moral 
de bekcode aeašaomeAea en hun looiiooper de 
Oeratites {•ae de aSa.}, de haitate voarui ken- 
meifami vooT tfe tidaetormaitie. 

De TvieekieuMii^ea (Dibranchiata) ajin in on- 

se aeeEn veel Miijker nertegeonvooidi^. Zg vei- 

toonen lich eeret in de Tiiaclagen en onderschei- 

ien i\iii dooT bun ongCBCeiAde oogcu, Anr 8 ot 

10 acman van lugenoeg gelgilse lengte, ran tal- 

njke mignapjee voonrzien — wed eene 120 paar 

Min elken arm — door booinaditige kaken, ge- 

liikende op een papegaaienniaviel, een dikkeo, 

vieead^en mantel met Mn aptmsf — de VLer- 

kJeuiwig<eD heiibeai er 2 — en door 2 kiammn. 

De BAsleo i^ n'iet in kamere verdeeid, dooh 

w«l op eigenaanUge wgze gevoimd. Hi^- 

ioe behooren de volg«ade onderorden: de 

Aehtvoeten (Oetopoda) met 8 vuigaimen 

r»nd-om den bek, een min of meer Dolvor- 

mjg Kohaam en gieen schaal, met uitzonde- 

jdng Tan het merkvaaidig geslacbt Pa- 

pierboot (Argonauta) — en de Tientoeten 

(Deeapoda), die, t«faalTe geneemde S ar- 

men, nog 2 langere en daafenboven 2 ig- 

vinoen aan den. mantel em een iri-tte BOhelp 

tn den Fug hebbein. Vaak «poelea deze 

etnkkien, die zeer liobt zijo, aan het strond; 

ig zgn bekend onder den naam Tim lee- 

Bdioim. Hiertoe beboort bet geela^ Se- 

pia of dat der Inktvimehen, alsmede d»t 

der Belemnieten (ue Ander deze camen), 

wefte laatste ign nitgeslorven. 

Zie: „Haodw5tterbu(!h der Naturwi«een- 
achatten" (Jena 1912). 

OephaLotaxni i« de naam Tan een 
plantengealacbt nit de famiiUe der Taiaeee- 
en. Het omvat kleine, uch bieed attapicidem- 
de boomeri, die zichbg onemeeetalTertoonienab 
beeBt«rs, inet oierUgrende, Ign-Tormige, dooi- 
gaaos isa tvee rgen geplaatste bladeren eoeea 
paarsbmine, eerst in het tneede ja« tqp kot- 
dende Bt<enTracht, welike een bruine ooot om- 
elnit. C. Barringtonia F o r b. is een Japanache 
boom of beoater ter hoogte Ton 6 — 7,5 m. met 
sterk aitgebneide bladereo. C. drupaeea S. «t 
Z n C e. beelt langere bladeren en grooterebloem- 

Oephalna, een Attisch jager, een zoon Tan 
Hermee en Herie, wae de g«maal van Procrit, 

een doditer y»m dec AAtLsdMB konone Ereth- 
Iheut. Door Sos ootrvoesid, werd bg bodieeU met 
de gaife, ieder oogenibHk ran gedaante te knin- 
aea Terandeim. Hg wendde ae aan, om de tromr 
zijner gade te beptoeven. Procrit waa nieA be- 
stand tegen die proef en toen Cephattu zgn wa- 
re gedniinte neeir had aangenomen, ombrhiditite 
i^j Tol Bdbaanvte nsar Creta, WBar Arlemit h^ar 
disn hond Laelapt en een jaditgfKer sdhorft, 
waaiaan geenr wild ontsnappeu kon. Uet Ataa 
ge3dteok<Qn keende zg naar Atilaea terog en na- 
dat ^j met baar gemesi lerzoend waB, gaf s|j 
h«m die ges^eg^en^ Toen zij kAer Termoedde, 
dait hg ean miomdiandei mert Eot had aange- 
booofit, ribop zg bem na op de jac^ en toen 
Cephalut het gennedi hoonde, dat zg io hal 



26 



CEPHALUS— CERAM. 



bosoh maaiot«, wiierp Mj, ui de meenliig dart; x\dh 
čtosff eeib stuk mlA bovood, de noolt mdeseode 
speer daarheen, zoodat zjj ^dood w«rd. De on- 
gieiukki^ eohtg^eooot, dioor dcn Areopa^ue tot 
all^difciiendie battiJD@8chaip Teroonkeld, begal 
2iidh Daar Ainphitryon, kovAng vaA TM^e, ea 
hiebp dezeoi b^ zga jadit op d&n Teoimessiscben 
Tos, dD« ecdvter de eigesiscihap haKi, dsA, hij ni^t 
in te halen wa£. Edivdedijik w€iid hg en* Laelaps 
door Zeu8 in eem «teeni vesetiMkiHi. Volgeios eetn 
ander veaimal nam h^ doel aoD, dea tociht der 
TMbamen teg«n die TeOcboefire, stncSbfate bg het 
voorgebergte Lencates een tempel ter eer« van 
Apollo en wierp zich ^nval^DB, tot yenioemng 
vaA d«n nMX>nb, vam de vAseit Id zee. \6igea& 
Ovidius verand endeoi beidea m eHosteis, dodb vol- 
genfi and«ren vestigde Cephalus zi<^h op Cepha- 
loDda eoi vvieidi er ide stamivader vaji heit geelacihit. 
van Ody88eu8 eH) faonoAg ^r Oepibaikenven. 

Oepheus, ook w«l Andromedae pater ge- 
naamd^ ie een siberrai]ft>eeilld aan> dem moorddfij- 
ken b«mel, tusschen den Kldn^n Beer, d«n 
Draak, d« Zwaan, bet Eleine Paard en Cassio- 
pedfl. Het is te nnuden op 290^—609 neohte k^inn- 
ming en 55^—80^ DOondepdecUmalliie en tdrt 'yo1- 
giene Heis 159 met h^t bloote oog zi<9lhitibare 
sterreini^ daajoaudto 5 ^an de dende en> iioerde 
grodttte. VcSgeos Erastosihenes wa6 Cepheus 
een kondng der AetihdopdeiE. Zriie Andromeda. 

Oephlsus of Cepkt88U8 wa£ m> de Oudbeid 
de naam van VKmsdbilllBDldbe Gridksche KLvdereoi. 
De Toannoancfte, thane Marvponiero geb^eten^ 
ombsprlDgrt aan de N.-belLitig van dfen Pamas- 
sus, m de noibijbeiKl der octde Pbocisdbe staRi 
liililEbea, en abroomt in ZX). nidbttuiig door Pbo- 
cIb an b€lt N.W.4deel van Boeotfig naar het moe- 
radSDgie meer EepaT'^, dot akSi door onderaaiod- 
acbe s|>l«ten ontUasU 

Een andere luvier, die ook than« nog den 
oiodeiDi naam d'iaa|0|rt, otnAaprinsrt aan> de Z.Vir.-ihel- 
Hng van den Bimlieitto (Pemterloon) in A^btnca^bg 
heit broninen- en boomrgibe landBahaip CeipSioflia, 
en stiroofnit in Z. ridhrtiing door de viaikte van 
Aitftiene; bet wBd»r wordt door de tailrijlae ka- 
nalen aigdbenid ter besproeidng van Iniinen en 
boonigaai^en, zoodat de rivier de zee met be- 
neiktt. 

Eeo dende oirviieT van dien naam stroomt in 
b4at W. van Atlbi«a en koint in twee annen van 
den Kithedron (beek van KokMni en Saranpe- 
tajnos geheeften). Na de ve(reeniging dezer ar- 
n^en looipt zij in Z. rlchting door de Thriasi- 
Bdbe vlakte en motndtt ^ten O. van Eleru^is in zee 
uitt. In den »nner droogit zq mX v66r z\i de aee 
bereiiktt. 

Oeram of Serang, een eHand in de Banda- 
see, ten N. van Aiiiboo en de (Miassers, tu<s- 
eohen 127» 5V en 130» 51' O.L. en 2« 45' en 
3'»52' Z.Br. gelegen, beboort tot de lesidentie 
Aimlbonna. He^ is het gTOotste vam dte toft dene 
residentie behoorende efilemden en beskat een 
oppevvlakte vain 17 152 v. km. De noordelijike 
kuBt kopit Mior en daar &lteil in zee al en vornvt 
ongien?ieer in heit midden van heit edland' een in- 
ham, de baai van Sawafl; a»n de la^re zuide- 
l'\jAce kast wordeis diie groote baaiien aan^ljrof- 
fen, die van Piroe in hwt W., de Elpapoebi-taai 
in het mddden en oosteLijker dae vam Toe3oe>ti; 



aan de nooidboflbeftijloe bost is de baat van Wa- 
roe de eenige, waar eohepen kumen anketen. 
Op vele plkiatsen wordt bet nadereoi dor koat 
door koraalnffen en zandpkHben bemoedliljkt. De 
ziiddw^eGiteldjke puni; bestaat nit een grooit schoer- 
eilaacit HoamoJidi of Elein-Oeram genoeond, dat 
door een amaJie hndtopg met bet boofdenland 
is vertmndeii. 

Van O. naar W. wordt Ceram doonaaedetn idoor 
een breede ben^etem, onder den naam van Loe- 
moeoete beben^, w«l!De zidb, op einfrele /vibrkikiere 
g^edeebten na, in talrijke vediaJdtmD^gen naar ve- 
ki<kd irinhtDiigen, h<ier en daar tot aaoi de kust 
vooantoat. De hoogBte top is de MoeiODeilie (2700 
m.). In de afdeeling' naroe gaait dit bengland 
Ofver in heuveUand met zadhite beifiijifien en vrij 
grooite viiiApten. B>gna overaJi is dit gobeogte nieft 
didbt boeoh begroeid, sOieobtB na en dan> door 
grasvekten atgereniBseild. Onder8olbeiiden> rivdieiren 
stroomen van deae bei^eitea noord- en< ziiiid- 
waan(6 naar aee; de voornaainate zi)n: db Roeaita 
en Talla, die in de Elpapoeti-'baai uitmonden, de 
Saooeknva aan de nooadcAqike krast en die Eti, 
weJlke m de Piroe-baad natamoodt. Zg zijn nit- 
Bluitend Toor kleine pTauwenv yeelail niet ver 
van de mondidig« bevBar4)aar, maair z^ dan 
voor bet verkeer te land zeer hintderlgik. 

Idi de jaren 1907, 1908 en 1909, taon het 
bioneniLand oa)derwoipen werd, mjn talrJjO&e we- 
gen opengebapt, dik nu gedeeltelijk vracr didhrt- 
groeifiu. 

Het kffimattt is gezond)^ sonuniige moerassige 
kuGitotirelkien aitseBODdend, en de temperatnrar 
woTdt getempeid door de geregcMe bvnd- en zee- 
winiden. De mildoosrt moosoo breofgit van begiim 
tot half October zware regens op de zuidknst. 
Heft vei^eer op zee is dan be0waarl\jik door de 
bevige braindid^, te laoid door de bandjiiiis. Voor 
d(e noordkust rs de N.Vf.-moaaosk de regientijd. 

De stoikte der bevoiknn^ is nog «er ona^r. 
Na de aidmoDtdkratktve indeeikiing van het eiilanid 
in 1882 zijn bderomitreDit gegovem vtes^zameitd, 
die een tofaaal vam ± 12 000 Caifastenen (ihtA 
DMest ki /tfna(bei en Eairatoe) en van ± 16 000 
Mdhamimediinen (vooral in Waroe) gaven; maar 
omlient de heidpjien of AMoaren, in het bg- 
zooder omtient die, welike in bet bininenUnd 
woneni, de zoo«;«i)aamde Beiga^loeran, loopen de 
cijfers van 10 000 t^ot 60 000 udteen. 

De Aifoeren isiin kradhibig giabouivid, magier vam 
peertaHe en Uditnriaiii van 1»ear; zg dragen bet 
naar lan^ en beveatii^^ dijt met een wrong op 
het hooMi of biikden bet samen met een hooM- 
docik. Hun ge^one kleeding beetaarf; nDit sdhaam- 
goodek van boocnsdhors o? (katoefli en een stnik 
lijnffraad, dait gedeeite&ijk bet bovenlgf bedekt; 
voontis sferadeoDtat ak: haaikaflnraien, halsEmoesen, 
arm- en- vingemingen, beneiviens een siFibitaBdh. 
De MohammedaaioBdbe knatibevofldiiig kleodt aioh 
aooals elders vn den Ardhilpel gdbrudkefrgk is. 
De Ghristenen hebben de kleederdraoht der Am- 
boosdhe Ohristenen ovei^gimomen: biiifi eoi booefk 
van kaftoen. De regienten kleeden zLdh zoo mo- 
gdl^k Europeesdb. De mannen gaan steeds ge- 
waipend en zign zeer naij)veidg op nnin vrijlbedd en 
onafhafnlbelijO^d; het koppensneliben is han ei\g- 
sbe ondeugd; de vrou^Tran bcfiiandelen zg goed. 
Men oiiderscheildt de bevoUdnig in addttijken 



CERAM. 



27 



(hoofden «0 afstamm«ling«n yan dežen), g€won« 
lieden en slaven; de laatsten z\jn meestal vreem- 
d(e&LDg«n, en wel in groat aanftal op NdefU/w-Gh]d^ 
n&a gieroofd. 

Zij voranen twee gioote atamrnen: de oeli- ol 
patasitoa in het w«£rtdfcyk em de oelj- ol patali- 
ma in het oo8teillij& giddeette, heifcemibaair aan de 
TaiD d^ offersbeen in> het dorp, diie 



plaaiteFDg 
Dii čic va\ 



»ij čie patasiiva aan de aemndo, bg de ratalima 
aan de landz|)de log^t. Voor de eersten is het ge- 
ta! 9, Toor de laatsten- h«t gatai 5 heiŠi^. IMs- 
sohen deoie beiiden hratedbit eeo ddherpe aSadbed- 
dliiig, vennooded^ dagit)eeJkie(neode uit den \^ 
tx>eib de £itriid tussdheoi de Moltikocftie ligloeii' Ter- 
Doite en Tiioore uaar hier w«emd' ovei^gebracftit em 
dle patasiua mdti vooir 'Denute veifcia&rden. On- 
der (feaen is aUeem hat koppensoeffleo in znvang; 
0n mfeHoutemid bg hen Minat men het beikenid ka- 
A:i(iiiYeiiK>nd (z&e aldaar), welk8 hdeni zijdh dooa* 
bepaalde teelceinB, m d&n vonm vrvn gieita/toueende 
fi^renr op vooihooSd, bonat^ bovenanm of di^ om- 
dcrodhedden. Naar buni be^nering nioert; in bat 
midklen van bet eilaod op een g^elm gebooden 
plek een wani]gin4K)om mert d^e taldkeoi staan, 
diie door priecfters wopdt bew&akt en ak syro- 
bool geldt van het verbond der beironers met 
de lorvieren Bti, Tatba en« Sapoiel^^via. Heit Teifbond 
heeft zijn politieke beteekeiuB nagenoeg geheel 
veilon&n. Voigene de alcrade gelbrniken worden 
alle onderlinge geschillen beslist door een raad, 
sanifi, dde by beHaugn^ke aamgielegieoftiedeii tot 
girooite ToHcBverzBineUncien aangrocfit en* waar- 
van de aanAienil'9k£<«ni ii^ de dne ^emoemde n- 
vjeren alfi leidm optnden. Het is een aoort 
veenogiericliitv datt heA reoSrt heeSt tat het opik^- 
gen vani boeten en zeifis de doodstraf kafi* uit- 
apreken; intassclieii heelt eHk doip eeiv eo^ns 
zdiMandJg beatnur. De potaliina zijn veel mdn- 
der niw obn hun W6ate^jbe naburen; be<t koip- 
peikBDctten kooHt bQ haa nieit imv en zij, die 
eenigen ioAdoed knnnen dom geUden, treden on- 
deff veredillleoile titidllB aHs hoofden op, die m«A 
de oudMen, ?raar nooiSg, heft bc«tuur iii'toefe- 
nen. 

De teal' ds gespUutst Id ital nran dfialedben^ vaak 
zoofleer uteeuDoitenid, dat luieit 'ver timi. <Akaa- 
der nrerw9dend ^oncmideii* ocane een giefheel an- 
der ddaleot eprekem; in de atraanddoiipen «\jn diie 
nog met namige talen en bet MaleLadh ver- 
nma^; mcMur 'van <]laaMgieniQiemide ifaaaJ is door- 
gaans de kenni« oteer gening. Het godadienotig 
gelool is bepeikit (tort de ivei«eeriQg dler 2iele<n 
van algeatoirveneD (nitoe) »en' de .vrees voor k'wa- 
de geesibeik Alhe onrveiiHaaiibare veradbijnaelen 
woTden aan bun inweFking toegestihreven, van- 
daar de ^roote invloed der priestera (mao- 
w^ni), >die nert pamali (me aikkar) opleg^en en 
die nooddge offers /tK)>t Teraoemng der 'ver>toom- 
de geesben vooradhrijven. Uit vaass^ voor nood- 
lotitigie gevo^gen oal geen Alfoer het wagienv zioh 
h&eraan te onttreb&en. Als een biJBondeHbeiki van 
de patasiica 'vendienit nog 'vieoimelding liet zoo- 
gonaamde poHa, !b0tiwellk 'vocor ide dtorpen, vaar- 
tnssdien het bestaat, de verpliohting tot weder- 
zijdKlie tvolp der bevronere mmibrenigt. 

Omtrent die Bergtdfoeren dn We8trCeram, in 
1906 ondeFWQq!pen, deelde professor K. Martin, 
die (hen in Maant 1902 bezodbt, beft To^gende 



miede: De maoknen aajod itot 1,75 m. gioot, in 
den iregel< «wait Bdloinieir, «dianik en aki^scfh ge- 
boiawd en zeiden gezet -van liicbaamsiboivw; zg 
heflbiben een donfceiibmine, b\j boo^ ud<tzondte- 
ring didh^gelle (hfiuidfflidenir. Het geizidit is zeer 
schfraal met haar begroeid; de jonge lieden trek- 
ken het wednig baaandhaar bg voorkeur nit, zoo- 
dat een nnrerlcelijke iMiaod itot ide zeldzaamiheiden 
belboopt. Het hoofdhaac, by kkine kdnderen kas- 
tanjebnuin en kter idonflcenznvart, woTdt door de 
vottwassenen sfaeeckB l^ng en ongeknipt adbter- 
oiver gedrag>en, izoodait Oiet (b\j 'wijfoe ^va^n sfaant 
dn den ndk hangit, of iz^ dmaden het oh een 
<wroiig en abeken er eea> oaaJid door. De haar- 
•^vtiong ^t ook <wieil eens, dn .pdlaats $van op het 
odhtechooSd, midden of Jiinks op het <vooi^hoold, 
«n Goms wordt eon roode dk>eik (kransvomndg om 
den echuin op (heit IhiaoMi ibaveatigide dhdgnon ^e- 
wondlenL Er wordt ook wel een kamvormig in- 
fltnrument, daft dledhto /tot kamonen ddent, in het 
«ian ongiedierte r\jke ihaar gesitoken. 

Hoolddoekien sdh&jnen edeflte bj b^zooKUere 
gelegeolbeden gebr.aifcit fte 'wiOiDd6D, <want če meea- 
le ^«den gaao biootBhooMiB. Het eenige, nooiit 
ootbrekende kleedLngBtiik vam dien man besitaat 
lin ide ooogienaaimde tjidako, een dangen en smal- 
Jen 'lend^bdoek, dde meit ateenen nit >boomiba0t 
woindi g€ik'k)pit. DeoK soort <va<n gocdtel vvondt soo- 
demig om de fendenen gealagen, dait mem moed- 
lUjk kan men Ihoe ^ Tastg^emaaikft ds. Bont -ver- 
sierde ljidako'8 mogen slechts door lieden ge- 
dragen vvordien, wAe >ten mimeite 6čn kop ge- 
6neM (heibbeiH iterw^ bet aiantaft gesneUe kop- 
«pen wo8dM; aan^pedniid door even ^Doovele 0wante 
•ringen op deoo gordel. ALs eieraden dhragen z\j 
^eridhillicmde kenmeiikende ivooiFwerpeni, dm die 
eeiBte pAaata ringen nit edhakipad en kioikos ver- 
ivaaindigKl, die ag aan de beidie bovenaionen dra- 
gen. Bemt de Aifoer er cdedhita 6^n, dan woiidt 
ihq altijd aa^n dien linker amn gedragen lot bii 
inateken (v»n cn^bon, -daar deze versiering nooiit 
andere dam aan de linlkermjide beveeftigd wopdt. 
Aan die mander nivaaonop dit gesdhdedt, kan men, 
evenefe aan dfe kiear vam den it)idako, •zien, of 
de Atfoer zidi oneeds aik ko^pea^neHer ooder- 
8(lieijden heefit of nd>eit. Verder treft men nog ann- 
ringen vam hamfcoeB gevlodiiten en bont genrknird 
aan. Aan Ibot haodi^ritshft draagit Ihij rinf^ 
aiit acheihpen 'vervaandigid, dde vecAtf^ds geq>od>ijBt 
en van awaragroerven ^djn 'vooraien en waaraan 
de AKoer eoms nog een ObiiDeeddh mnintstidc als 
sieraad bevestigt. Om den hals hebben sommi- 
gen een hailsk^n vam <paarien, waaraan dn bet 
midden op de bonst vensdhiilleDde Toorwerpen 
tian^^en, o a. een koperen <tangerf;je voor het nut- 
trekkem ^van baardhareu, Ikleine koperen idngsen, 
fidhi^fvormig aJjfisealepen wimidingen vian edhedpen 
en ook wei de kop van een grooten kewr. Evien- 
als de StrandnAlfoeren itatoueeren deze berghewo- 
nera sidb de borat mcft kmalBvionndge Cigmren^ 
maar bovendden dra^ren izij, wart <ie Alfoeren op 
bet zuiderstrand missen^ op het voorhoofd vlak 
borven den neuEmorteU eigenaaiddge teekens in 
den vorm van een V, meit de boveneinden om- 
g;>elbogen, en bovendden ook een U-^ormi«^ tee- 
ken, beide met punten geoomhineerd. Met dvt 
teeken van den g«lheitmen bond der Kak eomi sten 
2jgn kuMieren Tan 6 tot 8 jaar reeds versdend. 



28 



CERAM. 



Hctt wa^a, dart z^ ak^d m-eedraigieik, is Ihot iasir 
ge mes of parang. fiogen zag de ireizigiei ibq<na 
Diieft; daarentegeDt vred gew<aren, 1»d «pijt vafn 
■beit oF^iibodj vani dnvoer, en- daait>y beboorende 
aoniDAiDatie^ we\ke de AHoeren in' peutroon^as- 
8c(heii dra^E, 'W6iaittn zg odk (hran eirl em pinaofg 
1>ewareiD. 

Be (VTOiuwen< iboopen/ ooo goad ails naafct; aam 
het stranid eo- waaff zJjj met (VneeBDOKMiiigen' im 
aanraiking komen, dragea z\j een bontgekkurd 
rakj-e, maaff in bet 'biniKDJ&Dd' is haar eeaige 
kkodfing, en^ienafls dd« rvufa de kisderen, een gor- 
del of tjidako om de lendenen. Heft hoar dra- 
gen z\j van achteren in een knoop, maar oveni- 
gems aonder fiieraad nocb ibedeOdkang. De dteiik 
onimikikietbde boraben ^jn som« 'Vttn imon^ngen 
vtoorziea, dlie steinv^rnod^ vamrit d« gr(xyte tepete 
uditstralenv masur on^geMlefaid bli^v^n^ zoodat z^ 
aflfi iheiile strepen »tegeoi de ibrarne Idjdhaadnsikleur 
aSsteken; daainefvenfi ^osnen b^ de noura^en nog 
anfdere •ta(tov<eerine>en Toor. Aan sieraiden ^'n 
de vroiuiwen aver Oiet akpemeen reel anner dan 
de manDien. Meestatl k beit b|j (baaT een patuiil- 
snpoer om den fhaBte of oolk wel iringen. Begcrren 
zq zieh van huis, dan ateken de vronwen een 
kort, breed mes zonder echeede van aebtereo m 
beit <kruifi Inissdhen den rok ol de tjidako. De 
lai](dibouw crtaait oip lagen <tra|). Het voornaam- 
ete Toedbel le -sa^ die odk oitgeToerd wordt 
naar dle AinflbonBche Eiilanden^ De kkppeoraniibtotar 
neemt onder inivliocKi der regieering steedB toe. 
Wectt-Ceram voeiit veeil de^nar uH (in 1910 
5000 pilK)!). Nijiveiheid en <veeteelt z\>n vani geen 
belang, de hanidel is g>dheell dn handisn van Obd- 
neezen, Makasaren en A:rabieren. 

AdininiBtra4nef voramt bet dland een aSdee- 
ling van de Te^identiie AmibaiiiB, en be&taat uit 
de vodgende onderialideelLiingien: a. We9t-Ceram 
(ihett westellij(k gedeelte met de eManiden Mampa, 
KeHang', Boano en ooniftigigende eilanden'); booM- 
plaats PdToe. b, Wabai ^t noondel\fk gedeelte 
van Midden-Ceram); boofdpaats Wahai. c. 
Amahai (bet 2uddelj|k gedeelte van- Mididen-Ce- 
ram); voorlioopage hooldplaafas Amoihad. d.Ooei- 
Ceram, CeraooSaoet en Uoram, booDdplIaflitB Qe- 
ser. 

Heit bestniur onner de bevoMng wotrdit uitge- 
oefend dioor regeiiten (imet de op de AmibonisSie 
eilanden gebrnikieiUjike ti^teLs ra(^ patiib, orang 
kaja of gezagibeflbiber), of wel idoor plaaitseiKjke 
boofideii '^toe en malkal](ltia&). 

Ten bate der Ghiistenen z^n aan de Z. ikust 
eenage inlaodsdhe sdboleo, met Amtboneezen aJ!s 
onidenv^zera, opgeridbt. Te Lofai en Amabei zijoi 
bni'])pppedd&ens geplaatst. De doipen (Ih^na of p^- 
n&\ welSke aan bet sitranid eenoigaziDB met de Am- 
bonisdbe n€gioii|}en overeenikomen, ann dieper bet 
land in, b\j voorkeur op boogten o! in de nabij- 
beid van stroomend water, aangelegd en worden 
in ooiikgistijdl door pfflIS8sad!eem.i)gen van bam- 
boe besaneiinid. De bnii^n CDJjji ongeregeM ge- 
boo^d otn eetn open pdein, waar een offersteen 
zicb bevlndt, en overal vindt men een bail4o- 
en pomailnfibiris, ^aaran de kBkdan-feesten (^ie 
Kakian) gevneid' woiideni. In^ de MobammedaaKn- 
sdhe en Ohidsftendorpeit woiden meadr^id^s en 
sdbool- en k)eiipgelboafweD aangetioffen. 
De voormasnste vx)0TlJbreng6eilen zgn: sago, 



t&mmerbout, mfOE/kaajtiKvten, damar en afndere 
boGcbfproduoten. De kLappeiaanpiantinigien wor- 
den in den Oaaitaten; iijd ui-^^elMNid; in Amatad 
vrteiben twee biapper- en koifie-oddernemdngen. 
By Boela (Ooet-Ceram) booide de Bataa&dbe 
Pertnx)leum-Maat8obaip(p(y i«n 1910 petroOleiun aan. 
De n^verbedd ataat nog op eeni lagen- trap en 
de bandel met de AToe- en Eei-eilanden en met 
Ndeonv-Goiinea, dae voorail door vreemdelingen 
ut&t indandsdhe vviartoigen gedreven wordt, is 
gnootendieelB lodlbandeiL. De viodlivangst is odet 
onfbeSangT^. 

Ceram weiid reedls vroeg door vreemdelingen 
besodhtft. In de 14de eeiiw waTeni reeds vreemde 
booAden, <waanscjbdjniLglk van Djdflojo, te Loeboe 
geveetigd. In 1465 vestogden osidh Ternataan- 
sdhe grooten te NondaJd en Losalbata ap de N.W. 
kast, en vaodaar uiit <tracbtten deze (ban iiuvdoed 
uit te breidenv zoodlait dn 1650 Loeboe ondes 
Ternatte werd gebracbt. 'Deze reohten van Ter: 
nate werden reeds in 1651 op de Coinpagnie 
ovengedragen. Door De Vlamingh van Otids- 
hoorn -ivend' beit (vcmzet der beiv<o&iing m 1653 
gdhecA ibedfwoiigen. De Comqpega)die meoigde zicb 
toen in de zaken van bet eUand*, en v^ inlan- 
ders gingen Int het Obristendom over, vrat edh- 
ter niet belette, dat de toestaod der bevoUkdmg 
zeer ^treorig wa6. De goovennear-geDeraal Van 
der Capellen braobt door de intrek&ing van het 
ve(rf>od' op den vrijeni aanpiLaat vam nogelboo- 
men baerin well eendge 'verbetering, maar de 
edgenlgke bevolkdng leeit nog steeds in den waain, 
dat de vreemde strandibewo(ners door het Euro- 
peeecb beeiniar geetenind ^voiden om hen 4e be- 
rooven en niit te pdandereni. Tengevolge van mis- 
leiddng door de strandibenvoners baJden eenige 
tuchtigingen der dorpen in bet binnenland 
pLaats, maar bereiikten- ndet bet beoogde doeL Zjj 
wairen o.a. die van Pauilobd In 185«, ^van Wad- 
samoe Eairatoe onder luitenan't-kolonel De Bra- 
bant in 1860, vam Maiboeroe ooder MtenanJ;- 
kodonei Jalink, van Eaibobo in 1865 en vo^n- 
de jaren onder kLilenant-^oHonieft StrengnaerU 
en in 1675 onder kaipitein Schuhe. 

Tuasoben 1903 en 1910 badden in versdhdd- 
lende deelen van het edland onilusten pHaats. Nu 
is de onderwerpdng zoover govoitdeid, dat de 
bevolking gepegostreend^ de vttTiDwapens ingeno- 
men en een b(^fdeljjke betafitii^ ingenroerd kon 
worden. 

Het Koninkljjk Aardnoflsskunddg Genooteohaip 
en de Maatscbaj)!)^ ter bevoidering van bet 
Natnnrkundlg Onoerzoek der Nederlandsche Eo- 
^ni3n averwegen plamnen Toor een expeditae 
itoit vetenechameOdjIk ondfeivoek van Oeram. 

Literatuur: K, Martin, Red«en in den Moiluik- 
ken etc. (Leiden 1694, 2 dlnO; F, J. P, Sachse, 
lE^ edland Seran en z^ne bewoners (Leiden 
«1907); K, Deninger, Morplbodiogisdhe Udbersidbt 
der Insel Seran {PetermanmB Mititeilanfen, Jn- 
m 1914); O. D. Tauem, RedeelbeoibaolitunGren 
von der Insel Seram (aldaar Aognstus 1914); 
J. van Heeht Muntingh Napjus, Aanteekeningen 
betreffendte het eaiand Oeram of Seran (Tikkdhr. 
v. h. Eon. Ned. Aaudr. Gen. 1912, bfe. 776 e.v.); 
„yer8lag betreffende de wen8cheli}kbeid van een 
weten8diappe!Iijk onderzoelk van de edlanden- 
reebs 'tuasoOien 0eM>e6 en Nieaw-Ghiinea en in 



OBRAM— OEiRBERUS. 



29 



het b^zonder vanr faet eiland Ceram" (aldaar 
1914, bk. 364 e.<v.). 

Cerambyoldae. Zie Boktorren. 

Ceramlum of Horentoier is een ^eage- 
fltbadht uit Kle kbeBe <ler Roodwieren (Rho- 
dophyeeeen) of FlorideeSn, waarvaii ODfeveer 50, 
in alle zeeen vooiikofnenide soontea, beKienid zijn. 
Hdt z^n dra{ulvt)iinige, gefwoonlijlk zeer vertaik- 
te algeo, die aan tvceren ol aan* iboocnipjes bar- 
inn^^en, helckerrood van kleur. Heel eigenaarddg 
is, daA van <k eindifa^r^jes er allift^^ Imee b\^en 
zitt«n en als boren« naair eHkaar toe gekromd 
z^n; vandaar de naam. Het thaUns kenm«rkt zich 
doordat het met ringvormige zones bezet is. Bier- 
in komen de tetrasporen "voor. Rood Horen- 
w d e r (Ceramium rubrum) ic een* iheel gemnone 
sooFt, drle odk aarni onize flcnstea Tooi^ccmt (zde 
plaait Algen I, 7). De tetrasporen z\jn 'fader met 
een goede loupe wel wa»r te nemen. 

Oeram-Iiant ol Serang-Lao id een eilan- 
dengroep ten Z.O. vaa het edlsinid Geram, tue- 
adhen 130«>50' en ISl^^lS' O.L. en (xp ai^ev«dr 
3** 52' Z.Br. ge^eigen. De grooitste vani deze eilaji- 
den zgni Eeffing, Giser, Eilwaioe en Ceram- 
Laui. Zij Pormen, tdkA de Goram- en Maitabeila 
groepen, ^a aldeeling onder een poetiboiiidieT te 
Udger, dde onidergesahlSot is aan den ajaaistent- 
resident "van Ba»nlda. De oppenvdaktte van« dleze 
eilanden^oep bediraagt on^Aeer 300 4 350 v. 
km., tormrp Ceram-Laurt roim 30 v. Dom. groot 
is. Al deee edianden zijn laag en be^am 61 udt 
koraaJTiffen, 6f uit kalkBteen. De prodncten z^n: 
sago, sui^endet, aanitvrueihften., ndflrosniaten en 
enkek boutBoorten. De bevoHtoinig, on^jerveer 6000 
^elen, ddie gieft-POttiwe Mobamonadaneni z^jn, wo- 
uen in tamd\^ zorgiTiuiUdfig geibouwKie negor^en, 
onder hun hoofden, die den titel van radja, 
oraugikajo^ majoor of kapitan voeren. Z\j bou- 
den s&icth met ^8cbvan(g»t, het Tonraiaipdiigen van 
praajweni en he^ smedien van parangs beoiig, ter- 
wijl de vroqiwen in het weve(n van sa^onigs be- 
dreven z^n. De handel wordft door vreemidelin- 
gen, Boegnoeezeni, Ohineezeni en Arabieren, ge- 
drerven. TrLpang ie bet 'V(x>rnaam8te uittvoerar- 
tikel. De slaveni, die zeer taikiijik zign, wordten 
van Nieaw--Giuinea injgevoend en hoofdzakelijik 
vv>OT buQsel\jikeni arbeid gebrurkit. 

Cerastlum. Zie Hoombloem. 

Cerata of wa8%alven worden bereid oit wa8 
en oli^n of vetten. De witte waszalf (ceratum 
simplez) be£rixiait uiiit 5 deeleni oljjvenolie en 2 
deeien wQtte wa6 en wo(rdt ook wel door acithe- 
idsdhe oK&n ivelrieikeDd gemaaikt. Verfit men ze 
rood met alkanna, dan ont&taat 4e loode waszalf 
(C. rubrum) of Uppenpomaide. De gedle wa8scaJf 
bevat terpentjn en gele wa8, de groene (O, 
Aeruginus) groenspaan en is een befcend mid- 
ded tegen Mbdloome. De Bouigonidiscihe harsiwa8- 
zalf (C, resinae burgundicae) besiaat ui>t gele 
waa, Bourgotkdn-sdhe hars, sdhapenvet en terpen- 
tajn. 

0eratlchthy8 biffuttatus. Zie Karper- 
viasehen. 

Ceratinus, Jacobus, eigenJLgIk Jacob Teyng, 
mtaar naar zjn geboojteplaaAs Hoorn (in het 
Gci-dkedh k«p«<) adbooo geiheeteni, gai oniderwijJ6 
in de Grieksche en Latyji8che talen te Doornik 
en later te Leniveu. H^ ouHkimenp zidh, naaf 



veiibaaJd wordft, te Utrecihit aan een eiamen, 
am vervolgens dle prie9terw^n|g ie ontvangen, 
dtKJh daar bg een gidamnaJAcaAen. regel ni^rt; naao: 
eiedh 'veiklaren kon>, weiid h^' atgerweaen mert de 
vermainang, om oidh op de garammaitica toe te 
leggetn. Hij veiibaciAde die bejegendn^ aan een 
leeraar der hoogeedbool te Leomn, aie aan de 
examiinatoren voorbield, hoe onveratandlig bet 
was, den gefeenteten mait van geibeel Leaven, 
votlgens beit getmigends van Erasmus, aoo te be- 
handlelen, vinaajriia zij bem ter^giiepen en toelič- 
ten. Eq wepd voorts hoogileeraar te Leipong, 
maar voddeed er wednde, oii^ait (hq niat afOceeiiig 
genoeg wa6 van de Uervorm^ing. Daarom keer- 
de h)ij naar Leuven terug,, gaf er on<lerw\J8 in 
de GiJelkscSie taa'! en oveneed etr den 208ten 
April 1530, Hg acbreef een „Lexiooii Graeoo- 
Laitdnum" (^524), „De sonu liiteranmL, pnaeser- 
tim Graecarum libellus eriKiitas" (1529) en „Pii- 
mas et secnndue dialogus 6. Joajinis Chrysosto- 
mi de sacerdotis dignitate etc." (1599). 
Oeratodns mlolepls. Zde Dipnoi, 
Ceratonia. Zie SL Jtmsbroodboom, 

Ceratophyllaceeto. j zj^ Hoomblad, 

Ceratopliyllum. I 

Ceratoptera vampvrus. Zie Rog. 

Cerbera ie de naam van een pkvntenge- 
slacht nit de familie der ApoeynaeeeUn, Het on- 
dersdheidrt zadi door een o-deeOdgen keSk, een 
trediitervormige bLoemfl&roon met 5-epietdgen 
to(Xf^ een sdiMdiviormigen stamper, ^aaraan de 
he]anlkiK)|pf>en zgn vas(^>ahec(hlt, en een 1- of 2- 
zadiige 8lteen'vracht. Het omivcit booonen en heee- 
tears uit de keerkiingi8laii]ide& meb gnoote bloe- 
men. Zg betvotten me&sap, en sominige soorten 
ziju vergiftiig. Van de Boorten noemen wg: C. 
Ahovai L., een fraaiien, »lti|d groeneu, in Bra- 
zaLiS groeienfden boom met eirond-elFKptiscbe, 
spiitse, kderacftvtige bladeien en groote, gtele 
bioenveni, geplaaM in eindertandiige trossen. Het 
is een zeer veigdftige booon: men kaA de vofi- 
sdhen bedweimen door heft bout in het water 
te werpen — C. lactaria H a mi H., dne op de 
Moktf<&en groeit, zeer diik wordit en in Hauderen 
en bast een pos^^eeimaddel befvat^ terw$i' men 
odie penst uit de ^adten — C, Odallam Ha- 
milt,, diie 5 tort; 8 m. hoog woidJt, in Oos*-In- 
diS grocdt en vergiiMge Miden voodibrengt — 
C. Tanphin Si m s., die op Maidagaaoar gjpoeit 
en viucbten draagt tei grootte vam perziken, 
wier amandeladbtige kernen zeer vei^ftig zgn, 
zoodat zg in bet godsooodeeL doo^r beedhruilidig- 
dien g«eibruritot 'WOwien/ — O. Thevetia L,, eep 
£raaie Znnd-AmerikaanBdhe boom met een bg- 
tend en gdftig meliksap — C. frulieosa B o x b., 
een pradhtige beeeter met gdadde takken, tegen- 
orvergestelde, ku)grwenpdge Uadieren en fraaie,ro- 
zenroode bik>em>troa0en — en C laurifolia Bol 
Cab., een kge Oo«rt;-Indlisdhe heeeter met bla- 
deren, wellke op die van den laanieiiboom gelg- 
ken, en met zeer welriekende bloemen. 

CerbemSi de dde- of veeliboofdige honid 
der OndeFweiie(ldi, is vollgiens Hesiodus een telg 
van Typhaon en Echidna, Hg bazit 50 koppen, 
den staart van een dnaak, een maani van 100 
»langen en verg«iftii&<en adem en spedkeel. Bij 
zi}n geUal eiddert die heil, en wannieer hij zidh 
van zgn 100 ketenen beeft lc«genik4 knnnen 



30 



CEHBERUS— CERDA. 




'^^^% 



aeilfis de Furien liem ndei o>veFwdl(iigen. Als 
de>arwsLdh!ter -v&n den Orous bedK 'h.\j de sahd^m- 
men faun akelig vei4)ildjf te verkcten. Zi^j-ii bol be- 
yiiy5t lidi aan de oyemj(ie van d^n Styx en 
To-lg^ns Apollodorus aan den mood Yan den 

Acheroo, Wil- 
]ea levenden 
zich naar dien 
Hadee bege- 
. veoit dan diie- 
Ittn z^ 'hem te 
•t«aim«a door 
fm<u2{€Jc, door 
voedfiel, ttit pa- 
paveira te t&>- 
ni s: samoD^ 
ateld of door 
den €ia! im. 
Cerberos door Heracles ontvoerd. Mereurius, ffe- 

fctdes Bleepte 
hem gebonden naar Heradea (zie de afb.)» ni<t 
z^A giftig spoeksel onteppoot bet aooDdtiun, en^ 
Eeracles iras eeoiigieii it\jd mzoiul vam dien beet, 
bem door Cerberuš toegebracbt. 

Cerbenis is de naam v«n een »terreiiibeeld 
aoji d«ii DoordKddjteTi hemiei Imedcftien Arend, 
Iii«r, HieirciileB on Opihinohiis en cfnivvDg •veiDi 
Hevelius ziya imam. 

Cerboruco is d|e naam van een v-ulkaan in 
Mexioo in den/ stfaaat Kailasco, met ver van d<en 
mond der Rio Grainde de Sajutiago. 

Oerceau. Jaegues Androuet du, een Fran€<ih 
apdhiteat, geboren te Pams in 1511, verU-eef 
mn 1580 tot 1533 in ItaliS, en is voorad be- 
kend door de preni(iweiken, die bg in bel liiidht 
deed veredbgmeni^ en waarvan ,,Le LiTre <l'Ar- 
dhdtediurie'' en »Les pkis ezoeHlanits BaefAnietft6 
de France" de voornaomede t^il ^j is de ont- 
werpcr van bet kasteel te Vermieil sur CM se. 
Du Cerceau overleed in 1585 te Pargs. 

Oerois L.f een plantengesfleuM uH de fami- 
Ide der Caesalpiniacee^, ondecsdbeidt zidh dkx)r 
een kiPudkivoiindgeni, 54andligten, bniHngen ke^, 
door 5 n>et nagele voorviene bbenSbladeren, 
door 10 vr^e, ongelgjce meeldroiden en een dnn- 
ne, veelzaidi^ v«ini onderen openspri^gendie 
peul. Bet oovvažt boomen met onkelvoudlige, bart- 
vormngio, vlnnervigie blaideren^ dne eerst na de 
bumdehonnig saamgevoeigde bloomeni te voor- 
aobgn treden. Van de soorten venmoLden wij C. 
Siliguasirum L. (Jodasboom), een booon, dde 6 
of 7 m. boog wordt, met bartvonndge, spitse, 
onibeAiaarde bladeren, een groot aan^ail fnaaie, 
roode ol w«tte bloemen en b^na doorsdbijnende 
peufens ter grootte van cen vinger, roodadiHfir 
van blenr en met lensvoimige zaden gevnld. EQj 
groeit in ihet Z. van Eiiropa; de epecer^fachijige 
bJoemkuoppen wopdeni ingelei^ en hrt hout met 
groene en zwarte aderen doortnokken, woidt 
door de s<ihffijnwei<kers zeer geiofM. Zijn vor- 
men C S. foliis variegatis en flore albo zijn 
ndet bijizonder fraad; — C, canadensis L., een 
boom ter boogite van 2 of 8 m. met groote, bart- 
vonnige bladeren en panperroode bloemen; bij 
groedt in Viiginia en Canada, levert uitmfan- 
tend hoat en strekt tot sieiraad voor paifken en 
wanidelip]iaat8en. Dooigaans kan b|j den wiiiiter 
op onze breedte zeer goeid verdragen. Men kent 



er dechts 46n vorm van\ n.l.: C, C, flore pleno, 
Verder komt voor C, Califomica uit Califomifi en 
C. ehinensis uit Ohdna en Japan. Deze laatste 
is tegen ons Uli^maat niet bestaokl. 

Cercopen. De, waren twee broeder«, Acmon 
en Passalus of Ccmdulus en Atlas genaadiKl, ao- 
nen van een Epbesieciien roofven, dae de waair- 
9dbj(iwing van bnin moeder in den miš^ složen, 
dat z$ zich wacbten nK>esteD vooi dea man. met 
de ziwarte adhterdeeien, irameiy9c Heracles, Toen 
zij dežen, Ln de buurt van Ephesus vertoevende, 
in den slaap van zgn wa|>en6 wilden berooven, 
pakte bij hen en bond hen, met bet boo£d naar 
beneden bangeind, aan een badik, die l^j op den 
albouder nam. Toen heiikenden zig hem afle den- 
giene, tegen men zq gcn^aarsobinvHl waren. De 
grapipeni, die z^ daaro^er ndlihiaallden, venmaak- 
ten Herades zoozeer, dat bij hun de vr^heid 
t«niig gaf . 

B^ Oi^ius zqn de Cereopen een roofzuchtig 
volk op i^t eiland Pitltecasa, dat door Jupiter 
in apen vetandend werd, 

Cerda, l^^? *is de naam van een aanaien- 
lqk Spaan«ch gi^adht, dat Fernando de la Cer- 
da, oudsten zooiK van Alfonsus X, koning van 
CastUiS en Leon, iM stanwader beeft. Hij baw- 
de in 1269 met een »oohter van Lodeufyk IX en 
orverfeed in 1275 ails ^adhouder van Caatil>i6, 
t\jdeti6 een veHdtocibt teg^n de Miooren. Zg-n zoon 
Alfonso de la Cerda moest^in 1284 met zg<n broe- 
der Fernando bet koninklilk g^sag afstaan aan 
z^n jon^ren broeder Sane&9 en b^f mdh naar 
Frank rijk, waar bq ondar PMlips den Schoone 
met de baronde LnneH beIeend^en' tot stadhoivder 
van Languedioc benoemd werd« H^ stidhtte met 
z\J4i gemaiLin, de gravdn Mafidut de Clermont, 
bet Huis Medina-Celu HLertoe bdboorde: 

Cerda, Don Juan de la, benbeig van Medina- 
Celi, geboren omstreeks bet jaar 1540. H9 wa8 
ODderkonin^ van SioiHe en Navarra en staata- 
raad vani Pfiilips 11 van Spanje, en kwam met 
Alva in aamnerking om tot landnToogd der Ne- 
deilanden te worden benoemd. t>it geediLedde 
weikelgk, toen Alva op zijn verzo^ uit die be- 
treddking ontslagen wepd. Qq vertrok deifwaaptB, 
den Ifiten Hei 1572, met 47 oorlogs- en koop- 
vaaidiiechepen. Den lOden Jund bevond bg zioi 
vooor Skiia, en bet gelukte hem ald^^r met eend- 
ge kleine vaartuigen te landen, teiiwnl er 5 aan 
den giond geraaktem en door de Zeeijiwen geno- 
men wenden; trouvens al de rijkgedadene koop- 
vaarders vielen in hun bandien, en ^Ueen de 
oorlogssobepen kwamen bebouden te ""Mddel- 
burg. 

De bepbog vertrok over Brugge en Gentnaar 
Bnifisel, waar de zaofaffamoedige man sidh yol- 
strekt niet vereemigen kon met de gestrerie« 
maattregelen van Alva. H^ had voortdurend \m'st 
met deeen en dientenfgevolge onttrok h\j zicdi 
aan de staatszaken en gJav? in Mei 1573 te Spa 
de baden gebruiken, terwijl de prins van Oran* 

i'e virucfatSooze pogdngen deed om hem op te 
[cbten. In Novenuber van laatstgenoemd jaar 
keerde hij naar Spanje terug, waar h^ onver^ 
bdoemd verkondagde, dat de wreediheid der 
Spaaneche soldniten en bet vorderen van deq 
tieiulen penning de oorzaken waren van den af- 
val der Nederlanden. De koniqg veidiief hem tot 



CBRDA— CBRES. 



31 



^ootmeester der komogin, en hig ov-eideed om- 
streeks faet jaar 1<586. 

Oerdasne, in het Spaan^dh Cerdana, is 
«611 lan<dB<ftia{) im de 009t«Iijfc« Pyren«eSns 6aJt in 
Fiankrgk tot het deportemenit Pyx^D6e8 Oiien- 
tale6 en in Spanje tot de piovdnoien Bsurcelona, 
Gepona en Lerida beboort. Oudtgidb woon'den er 
de Ceretani, die zaoh vooiail meft de v«eteelt be- 
lag h&elden en van Caesar het Romeineob bur- 
g*errerfii oDtr7in^n.% Augustus veigrootte hun 
gehied tot het lamid d^er VasoDmen. Later W6rd 
Cenda^« met beft graafsdheip BarceioiiA ver- 
eenigd. Het deel ten N. der PjrreneeSn kwain 
met het gmafscliap RonesUlon bij den rrede der 
Pyrenee6n in 1659 aan FTankrjJc. 

Cerdo, een Syrisdh gnostnous, dde om^ftreefcs 
140 na Ghr. leeM-e, wa6 de leenmeeeter yan Mar- 
eioH en ontkende, dat de God van laraSl de va- 
der van Jezus Christus wa'B. 

Oerealls. Zle €eridis. 

Cerebellum of Kleine hersenen. Zie Her- 
sensti. 

Oerebraalstelsel noemt men in het dier- 
(^k Uefaaam dat gedeelte van bet zenuw8tel6d, 
h0twelk de hersenen met de daarbeen en van- 
daar loopenxie zenawtaki[en omvat. Met het spi- 
naaktelseft vormt het het ceiretbroepdiMtalstefeeil. 

Oerebrlne of phrenosine, CaoHieoNsOis, is 
een bestanddeel der dieiflijke hersenen, datdioor 
beeten alcoiiol uit de herBenzellfetanid4ghei<i kan 
worden nitgetrokken, nadat deze door aether 
van v«t enz. bevrjgd is. Uit deze vrairme g<ecoin- 
oentieerde opkesin^ scheidt zidi het cerobrine 
in kdeine bolletjes af, dne onopilio^baar z\jn in 
imter en aether. Door koben met vendunkl awa- 
v«lraiur spOdtst het zidh in pihfrenoee, een sniker 
van de sajnettttdUKn^ CoHi^O«, in stearinesanr 
en in een krjstailleeenbare stikstofboicid^nde 
gtof, spfaingosioie, die waar8ch$nlij'k de formule 
Ci7H»NO> heeft. 

Ceremoniale episcopomm is een ver- 
mmeiUni^ van vooiochriften en formulaetren voor 
Roomscli-Eafiholieke bissdhoppen omtrent deoit- 
oefenrin^ van hun amfct In 1600 onder pa«i8 
Clemens VIII of)|^eotefld, wiBrden zij later door 
InnoeenHus X (1650) en. Benedietus XIII (1727) 
verf)eteix). 

Ceremoniale Bomanum i« een beflcend 
werk van den pansel^ken oeremoniemieester 
Augustus Palricius Pieeoiontineus, op beveiL van 
paoB Innoeenlius VIII vervaardfi^ en uit^e^- 
ven door Mareellus, bdsscftiop van Confu (1516), 
onder den titel ,3ituum Ecclesiastieorum sive 
eaeiarum oerimoniarum S(anotae) R(omanae) 
FJlflokmae) Ki)r.i tres", later ie het meermalen 
hendnitrt, o.a. Rome 1750. Het werd geoommen- 
tarieeid door Catalanus. Het bevat de ceremo- 
nien, die de paos bij de venadbillend« kerfcelglke 
functfee i^ adbt neemt. 

Ceremonial noemt men het gebeel der 
ffebmiken, bi) openrbare plechti^hedetn i*n zwang. 
lets dei^ijfcs is aan het Hof de štiquette en 
op kerkel^k gebied de ritus (zie aldaar). Afen 
neeft een staat»- en hofeereononi^l en een vol- 
lcenredbteiy>k oeramonRgel. Het eerste wopdt door 
elken staat vasl^esteAd, het tweede is afhan'ke- 
lijk van oiide geranoonten, zooafl« het salueetren op 
eee, het bepaJen der voorscbriften bg feestel^k- 



hefden aan het Hof, der maatreg<eJl6ni, dde b\j een 
samenkomst van souveceinen moeten d<n aoht ge- 
nomen wordein enz. Aan de vorstelgke hoven heeft 
dnen cenemondeimeest^rs, belast met een regeling 
der pdedbtigftieden. b^' de kinaniLD(g', het huw«iijik, 
ide beigraf^em« enz., vaaib^ het een boofdoaaik is., 
d%vt aan ieder persoon, dde er aan deelneemt, de 
plaats vrordt aaD|gewezen, die hem toekomt. Aan 
de E^uropeesdhe hofven v^end het cevem ondSelL, 
naar het voorbeeld v«n het Bjzantgnsche hof, 
reeds door Karel den Oroote in gabniiik ge- 
hracht Het verspreodde zioh meer algemeen 
door het hiiiwe]igik van kei2Kr Otto II met die 
Gridbscihe vonsian Theopkania en vooral in den 
t^d van Karel V. Het meest ofnsAadhtige cere* 
momSefl: had- men- aan de hoven van Philips II 
van Spanje en Lodewyk XIV van FramKi^jk. 
Eerst in den laatsten tgd zijn de omslaohtige 
vx>rmen van het ceremonieel aanmeiikelp[ veor- 
eenivondligd-, hoeiwel Napoleon I ze met geetrenfg- 
heid aan ziin Hof mme geihaDdhaaifid zien. Het 
btoeit nog altgd aan de hoveni van het Ooeten. 

Cerertet of periel, He(GaFe)tCe«aieON, is 
een fijnkorreiLige delfstof, dfie MHntgds m regel- 
matige ifaemtnsobe zuilen krifitalliseert en tot 
de groep der waterhoud0ndie ailieaten behoort. 
Haar haitdhedd is 5,5 en li^ tvssdhen die van 
a4)atiet en velidepaat, haar soortel\>k gerwQdht 
4,9 — 5, haar kfleur pood? of broin en haar voor- 
iRMmen van buiten mat en van binoen ddamanit- 
tot vel^an^nd en aan de kanten dooreohijnend. 
VooT de blaaflpqp ie zg onameMrnar, en z|j lost 
op, ofedhoon niet gemaScfloelglc, in ziwaAreiIiZiYur en 
zoatziuur. Zig komt vx>oral in Zvreden voor. 

Cerea i« de naam van een diL£(trict in de 
noofidiwe0tel\jB&e piovincie van de Eaapikoionie, 
ten N.O. van Eaapstad^ 10 025 v. km. groot meit 
5962 inwoner8 (1800). De booMpiaats van den- 
zeflMen naam is b\j den Mitctiellipas geleven^ 
waad)door een prarfitnge 5traatweg leidt. Het 
land dn den omtrek heet Wann BoJdcenreld, is 
be4cend wegenfi zgn gezond kikimaat en grooten 
graan- en wyiift>onw. 

Cerea, b\j de Grieken Demeter genoemd, is 
de ^odin van dea landbouv, van de maatschap- 
peflgke samenle^ving en de veppersoonLgikdng van 
het gnaan. Haar vereerin^ werd in 496 v. Chr. 
b\i een roa«g«was te Rome ing«rvoerd op be>vel 
dbr SibjUijnfidhe boeflcen, en verbreidde zich 
laDgCDameithand over ^dheel ItaliS. Haaor dien^t 
was zuiver Grieksdh, baar tenvpel, in 493 op de 
helling van den Mons Aventinufi ing«w\idi, wa8 
volgens Grieksche ivjze en door Grieksohe &un- 
stenaaiB geft)>oaiwd', de eenednenst had in de 
Grieksche taal plaat« en was geheel in overeen- 
stemming met de sage van Demeter; haar dodh- 
ter Persephone weiia vervan^en door de ItaJi- 
aamsdie tihera. Zg wa6 een zuiver pMejisdhe 
godheid. Haar tempel «tond onder ioeaicht der 
plebejdsche aediliea, die als opzicbtere van die ko- 
renmaifct hun ambt^lokaal in de nabijihe>id had- 
dem. De door hon opgelegde boeien kwamen het 
heiiigdom ten goede, eveneens het vermogen van 
dicgiesnen, die zich aan Plebejisobe beambten had- 
den veigrepen. Op de feesten te harer eere {ludi 
Cereris of Cerealia), die later van den 12d»n 
tot den 19den Aipril door de aediiles gegeven 
werden, waaiaan de Grieksche idee van de poof 



32 



CERES— CERINTHE. 



YaD Peraephone en de verzoemiig van Demeter 
.ten grofodslag lagen, onthaalden de plebej«rs 
e&ainer, eveiuite op de Mefgaftesi^n (4--<10 
April) de })atricier8, en schonken elkander bloe- 
men, i&cm^ overai vreoigide beerecihte. Ooik in 
den GIrous werden aUeiihande g^edbenken, yoor- 
al eeiraraffen en noten, ontder bet pulbldek giewor- 
pen. Behalve de wagenrennen waa er nog een 
vosBengadht, w«iarbg men voesen, met fakkels 
aan den staart geibonNien, door de redbaan joeg^ 
ter berinnerinig aan den sdhadel^ken koren- 
bradid, welke robigo (roode vos) werd genoemd. 
fien amder feest wen]i door Vfraa(weD gevdend in 
Afligusbus ter herdenking van Ceres en Proser- 
pina, waait)ij aan haar de eerste vmiobten wer- 
dien geafferd. Daarb^j kwaim nog sedert 191 v. 
GDir. een eveneens door de SibyUgn8(^e boelken 
ingervoerd vasten (jejunium Cereris), oorspron- 
kel^ om de 5 jaar, later ieder jaar op den 
4den Octioiber. Ziie oo^ Demeter. 

Ceres is ook de naam van de eerst onMdDte 
der AcrteroTden (me aldear). 

Oeresien of mineraaltoas ia een uit ozokerit 
geivponnien stof, door dat laatste met geconcen- 
treerd zwaYelznflir te vediitten en bet prodact 
kiter te bieeken. In de kaarsenfabrieken ver- 
vangt bet de wa0, ook woiid't bet voor menbel- 
p6litoer gebmikt. Met minerak oli^n vevmeogd, 
onitstaat de kunstmatige vaseMne. 

Ceretts. Zie Vacteeen, 

Cerezo, Mateo, een Spaan«cfti sdbilder, in 
1635 te Bnrgoe geboren, weikte b^ Carreilo, 
en naar Murillo en Van D^ck, H\j overleed in 
1675 te Madrid. Van a|jn stiMen zjjn de voor- 
naamete: „Maria Heonedvaart", „HfUwei|]k der 
beilige Catiharina" (Ibeide in bet Prado te Ma- 
drid)> ,,Chrifitufi aan het krois" {Berl^^n), „Ee- 
ce bomo" (Bo€«dlape«>t)s „De beilige Hiieronj- 
mus" (Leipzig). Ook wa6 h|j portretodholder; een 
der beste portretten, dat van kardinaal Porto 
Carrero, bevindt dcfti in de Hermitage te St. 
Petersbung. 

Cerialls of Cerealie, Quintu8 Petillius, een 
Ronvainfidb veMibeer en bftoedtvemvant van kei- 
zer Vespasianus, ondersdheadde zidb onder de 
regeering van dežen in den buigerooplog tegen 
Vitellius. In 60 na Gbr. wafl bij kigoitins van 
bet 9de le^gdoen in Brittanniia, waar de Britten 
bem een zware nederlaag toe^radi^ten. Ter be- 
strijdii]^ van den apstam' onder Claudius Ci- 
vilis wepd bij n&air one land gezonden en na 
verscbillende ongelokkige gevecbten, sloot b|j 
op een a^gebroken brug vrede met bem. In 70 
weiid baj oonsul en bega! zlob naar Brittannia, 
waar9dhijnlijik ate staidhouder, en breidide de 
grenzen deaev provrinoie aanmeiOcMljk uit. 

Ceiiet. 21ie CererieL 

Cerlirnola is een »tad in de Italiaansohe 
provincie Foggia, op een beaveH gele^n, 7 kan. 
van Ofanbo, aan den 8poorweg Fogjgia — Barlet- 
ta. Zj ie de s>tandplaats van een bissdbop, beelt 
steeogroevenv oliemokns, fcuiper^jen, een land- 
bon^tsohool en (l&ll) 40 026 inwonens. BHer ver- 
fifloefgen de Spanjaaiden onder Oonsalvo da Gor- 
dova den 28i8ten April 1503 de Fransdben on- 
der Nemours, 

OerlflTO, bet oude Kythera, bet znidelgkate 
der lonisdbe eilanden (zie de kaart van Grie- 



kienland), is 10 km. van kaap Malta (Maiea) ge- 
legen. Hot eiland is bgna 80 km. lang en 16 
hreed en vonmt een plateam van 284 v. km., dat 
in den Vig^Iia (Kwartedibeig) een boogte van 510 
m. bereikt. De N. pant woidt genroimd door 
kaap Spttftihi (in de Oudlberid Pktanistua), de Z. 
punt door kaaf) TraobiJi. Eytihera ia de roort- 
zettdDg van den Tajgetos en bestsiat nit bris- 
tallig-ne leigesteenten met lagen van kristaU^jne 
kaUc, aiomede tripolitzakalk (iboveni»te krgtlagen 
en eooeen) en neogene soorten meigel, zaund- 
steen, kalkizandsteen en kailkoonfglomeraten. Het 
landficlba|> i« nJet sdboon wegen8 de eeutomg- 
beid der oppervilakte en &i vegetatie. Boe- 
scben bestaan er niet, en om weilanden te ver- 
krijgen, wordt bet 8trailqgewa6 boe langer boe 
meer uitigeroeid. De landbouiw (vlaa, wyn, koren- 
ten en odijivem) is van grooter beteekenis dan de 
veeteelt, die, hoewel ook een belangri\jlkie faetor, 
zlch b\jna nitsluitend tot kleinvee bepaalt. Van 
groote beteekenis is oofk de bgenteelt, die voor- 
treffelijken bonig levert. De kusten zijn steil 
en wegen6 die bevige getiutroomingen gevaar- 
lijk voor de sdbeepvaart. Hot IdHmaat is zaobt. 
De gecmididetlide jaartemiperatunr bed<raagt 18,7^ 
de jaarlijksdbe neerslag 597 mm. met gemid- 
deid 66,2 regemdagen. Tering en makria ko- 
men er veel voor. In 1907 bedroeg bet bevol- 
kingscijfer 13 102, voor bet grootste deel Grie- 
ken, waanva'n er vekn in Morea en Ktein-AziS 
op bet land gaan werfcett. Cerigo vormH; met 
Antikvtihera een epardbie van den nomos Lako- 
nie. De booMstaa heet ook Kytihera (vroeger 
Kapsali) en tdt (1907) 985 inwoners, Irigt aan 
die Z. knist en is een bdssdbopszetel. De beate 
ankerpkats is Ha^ios I^ikolaos aan de O. zijde. 

Ey1ibera was w3eefr een beiiiig eiland, omidat 
Aphrodite aildaar uit zee aan land stapte, en z^ 
bad er een beroeoulen tempel. Het werd door 
Pboenici«cbe volksplanters bezet en bleef gerai- 
mcn tijd bet boofastation der purpeislaklkenrvis- 
sdhers. Aidaar vestigde zioh bet eerst de diengt 
der SyriBcihe godin Astarte en vereprei^dde zioh 
aifes Aphrodiite-^enBt in Gricfkenland. Het edland 
kwam vervolgene in de maebt der Argiven en 
moest zioh adbtereenvolgene aan de Spartanen, 
Attbeners en Romeinen onderwerpen. Na den 
val van bet B^izant^nstibe rijk vervie! bet aan 
Venetie, en na 1797 deeiLde bet in de lot^val- 
len der londscihe eilanden. 

Oerine of Cerotinetuur is bet boofdbostand- 
deed van beit in akohol oploabaai deel der bq- 
enwa6. Men veritriggt bet door wa8 met sterken 
akohol te koken en de oploasing al te gieten; 
bet neerslag, dat by de afikoeling dnarvan ont- 
staat, is de cerine, w€fl{e men znutverin kan 
door bet nogmaaile uit aloohol om te kri«talli- 
seeren. Z^ is een witte, kristaU^ne zelfstandig- 
bei4 die bg 78« C. smeilt; zy beAioort tot de 
reeks der velauren en beataat nit 80,3 % kool- 
siTof, 12,2 % w»teieto! en 6 % s&unrstof, terwyi 
zij C»7 Hm Os tot foivnutle beeft. 

Cerlnthe ^* is de naam van een planten- 
gesdacht uit de familie der Asperifoliacee^n of 
BoragineeH (Ru^viblaldigen). Het ondersobeidt 
zicb door een 5-'bIadig€ai kelk, een bnia-klok- 
vormige, 5-tandige bloeinkiioon^ pglvonnge belm- 
knoppen en 24wkikige nootjes. Het omvat ^n- 



OEBINTHE— CERNUSCHI. 



33 



jarige kiiDidezk» die in heiZ. ran Bhropa groeien. 
AIs fii«rplattten YLnd«]i w$ ia de imnien C, met- 
eulaia L. met gde, bmiogervldrte lAoeaien; — 
C, major L. met liLdht- of donJkepbFoina^ihl^- 
roode bJoeimen; — ea C. minor L. met gele 
Uoemea. Deze planten giioeien> zeer Mdit bij 
opslag op bet een« gezaaide bed. Beter is het 
ecftiter ze in 'i voorjaar in matig warmeD bak te 
caaien en ak jonge pJantjes op de bloemibed- 
den te brengen. 

Oerlnthns of Kerinlhoa wa& eeo CShriste- 
Ijk Gpiu>8tJsoh wijegeer m Eleiiib-AziS en vol- 
geiM Theodoretus een tijdgeiM>ot van den evan- 
gelist Johcmnes. Hj veiikondigide de leer, dat de 
eoheppang' der werebd en het voorscbrijiven der 
nret niet reditstreeks door Grod^ maar door de 
Engelen geschded wafi, betoonde zidi een Toor- 
stander der besnljdenie en der MozaTedbe Wet 
€D vepvacihtte het Duizendjarig Rijk. H^ leerde 
<Hntaren4 d«n perBoon van Christus, dat een 
dieiHge geeet op hem was nedeigedaaJd en tot 
aan z^n knnsiging met hem veibonden bleef. 
Latere leeraare der Eeiik heibben de steUingen 
^an CerinthuB met die der GnostieflLen ver- 
mengd, zoodat het moedelijk ia, a\jn meening 
met jmstiheid weer te geven. Ook heeft de sage 
Cerintkus zeli op ver^diillende w^2en Tooige- 
6tMy URI eenfi ak een tegenstamdteT van Paulus, 
dan ir«der als een bestrijder van /o^nne«, zoodat 
deze daami>t aamleiding genomen zou hebben> om 
zijn Evangelie en zigo eerfften zendbrie! te schrij- 
^ea Er be^taat zeills een rerhadil, dat laatstge- 
imemde apostel te EpbeGus in een badr toefval- 
lig Cerintkus ontmoette en de vlucht nam uit 
vrees, dat het gebonv boven dien ketter zon 
kstorten. Toen tegen het einde der 2de eeuw 
het Ohiliaame (zie aildaar) in de Eerk vele be- 
etrijders vond, biekien deaen vol, dat de Open- 
barinig van Johannes dloor Cerintkus gescftiire- 
ven wae, om aan de Montamaten de apostoUsohe 
bewijsplaat£en voor die leer te ontrooven. Die 
bestrijderd beweeixi'en tcnrens, alfi tegenatanders 
van de ker van den Logos als tweeden persoon 
der Godbeidi, dait het Evangeiliie van Jokannes 
zijn oorsprong versohdEdigid was aan Cerintkus. 
Oerisier, Antoine Marie, geboren (te Chdftil- 
lon-lee-Donkbes in 1749, voliooide zijn studiSn 
te Par^B en vertrok in 1755 als gezantsdhape- 
seoretaris naar de Nederlanden. Hij bestudeeiHk 
onderscftievden ndeu(we taden, adsmede de geschie- 
dfnie ran one vadeiiland, waairvan hij een erven 
oppervlaHdkag als uitgebreu) ,,Tab(iean" levei>de, 
in zeer anti-stadboaderEtgeEBinden geest. Cerisier 
wa8 voortB een der mede(weikers aan de ,yQ&- 
zette de Lejde". Na de om(wenteling van 1787 
keerde hij naar Frankr^k terng, wae een deor 
ondememers van de ^Gaizette undverseile", welk 
Mad ecbter reede in 1792 opihield te besrtaan, 
daar men z\)n pereen vemiedide, omdat hij daar- 
in het vonnis had medegedeeld, ultgesproken 
over dten Jaoobijin Jean Louis Carra, Wj werd 
gevangen ffenomen en tot na den val van Ro- 
oespierre 0795) opgeeloten. Na de Restjauratde 
(1814) YToeg hg tevergeefs schadeloosstelling 
voor z^n verliezen; ook gelnkte het hem niet, 
een dagiiHad op te ridhten. Hij overleed te ChA- 
tillon den leten Jali 1828. Van zijn werken 
noemen wij: ^Tablean de l^Ihistoire g^nčraledes 

T. 



Province« Undes*' (1777—17.14, 10 diln., in het 
Nederlandsdh benveikt dioor P. Loosjes Axn., 
1781 — 1787), ,J3i8toire de la fondation des co- 
llondes des anoiennes r^iib]dques ete/* (1788), 
„Le PoHti(pie hollandais*' (1780—1785, 4 din., 
met hnlp van den Am^terdam-aclhen boeldh&nde- 
laar /. A. Crajensehot) en „Remarquee sar les 
erreure de l%iL8lx)axe pdiikso^gue et politiq>ue 
de Rajnal etc." (1785). 

Cerlnm of Cer (€e 140,2) ie de naam van 
een In het jaar 1803 door Klaprotk, Hisinger 
en Berxelius gelijktijdig ontdekt, zeldzaam me- 
>taal. Eerst meende men, dat het aUeen in oe- 
riet voorkwam, maar later vond men het ook 
in de volgende mineralen: gadoliniet, orthiet, 
enzeniet pjrochloor, monaziet, lanthanJet en yt- 
troceriet. Mosander bowee8 in r839, dat ceidet 
nog tiw<ee andere metalen bevatte, lanrtihanfiium 
en did>Tniuim, en dat het tot dluever vioor ceio- 
liied geihotiden lidiaam een memigseil der oxieden 
vian de diie genoenvde eAementen was. Om hier- 
nit het eeriumioiied af te zonderen, vx>ert men 
de oiieden over in chromaten en verhiit op ± 
100^ C. AUeen het ceriumcihromaat ontleeidt 
2idh in oxied, dat onoplosbaar h en gemaklkeli\jk 
van de opksbare dhromaten van lanKbanium en 
didymdiisn kan worden gesciheiden. Het cerium 
verki^gt men in vrgen toestand uit het water- 
vT^ cftilormir door electrolj-s" of reduetie met 
nfatnuim; het is taai en evenak Ik>od te sngden^ 
de Ideur hoiodt het mddiden tu«sdhen die van 
lood en ijizer, het oijndeert langizaam aan de 
kdit, maar ontibrandit bij veiftiittiLn^g, ontleedit 
koud wa/ter langizaam, maar warm water zeer 
€poedig, kst j^makkel\jk in znren op en ver- 
braudt bij veraitrbing in dbloor, broom en zwa- 
veMamip. Het soortel^ gewidht van het door 
reriiuctie veikregen cerium is 5,5 dat van het 
eleotro^tisdh gewronnen 6,6 tot 6,7. Van de 
verbind&ngen wordt het oxaakure cerium in de 
geneeskunde gebruikt, terw^'l het nitraat ge- 
biniikt wordt bdj de vervaardligin^ van giod- 
kousjes. 

Cerlumnltraat. ) 

Ceriumoxalaat. Zie Cerium. 

Cerlainoxied. ^ 

Cemeeren of insluiten, Zie Beleg. 

Cemuschi, Enrieo, een Itaiiaanech staat- 
huisrhouidlkunid&ge, geiboren te Milaan in 1821, 
streed aldaar dn 1848 op de barricaden en wa8 
ook in 1859 te Rome ak dhef der barricaden- 
oommissie we(iikzaam. Na den val der repuMiek 
zat hij een jaar te Civita-Veodiia en in den 
Elngdeniburg gevangen, vertrok daarop naar Pa- 
rijs en wa6 er eeret weifcEaaim bij F. Arago, 
.terw^l hft zich lafter geplaatst zag bij het Cr6- 
(Mt MobiKer. Hij vepwierf een aanzienigk ver- 
mogen, nam de^ in verschillende ny<verheids- 
ondemomingen, dnreef hanidel op Engelanid met 
eigen sdhepen en weTd een van de drie direc- 
teuren van de Bank van ParSs. A% tegenstan- 
der van het socialieme, dat hij in den ^,Si^ck" 
bestieed, voikeerde hg in 1871 in levensgevaar. 
Lat« zet te hij de zaken ter zijdte, reasd« in 
Azi6, Noord-Amerika en Afrika en 'bracht in Ja- 
pan een rijke ethniografisdhe verzamelinef bq- 
een, w^e venvolgens tot de mei:ikwaapdiig%eden 
van Panij® behooiSe. Hy ovedeed den 12den Mei 



34 



CERNUSOHI— CBRRINI DI MONTE-VARCHI. 



1896 te Mentone en sdhreef o.a.: ,,RšponBe k 
ime aocasation port^e par M. de Cavour" (Pa- 
rijs, 1861), „M6caiiique de ršdhan^e" (1865), 
,, Centre le biMet de banqiie, ddpositian et notes" 
(1866), „Ililueion>8 des soci^t^ coop^ratives" 
(1866), „0r ert argeot" (1874), „La questrion mo- 
n^taiie en AUems^gne'' (1875), „Silver vindica- 
tod" (1676), „M(>n»ieui Micibel Ohevaiier et le 
bim^tallifime" (1876), „La dlplomatie mon6taire 
en 1878" (1878), »Bim^talliame en Angdeterre" 
(1879), „Iie bimčtallifime k qiiinze et demi" 
(1881), „Le grand piocds de runaon latLne" 
(1884), „Ainatomi6 de la noonjuiie" (1886) en 
„Le pak biin6tallique" (1887). 

iH\i wa8 een ^verig medewerker vaii den 
„SiM<e", waarin tal van zija gesdhriften, oolk 
van de hieiibonren geDoeoiKde bet eeret wepden 
opgenomen. 

Cerografle noemt nien een metihodie tot 
het noaken van dieihite. Daaiabg woi]dt een me- 
talen piaaA door een laag bedcikli, waarin meh 
de teedcening giraveert. Dan m)idit van het 
heel een galvanische reproductie gemaakt, 
het didbč voimt. 

Ceropeffia ie de na&m van een planten- 
geah&dit uit de famitKe dei Aselepiadaeee^, Ret 
onfdencftieidtt zidi. door een 5-deeugen ketk, een 
van onderen buikige en van boiven trectbtepvor- 
mige bloenofrpoon met 5 insnipdingen' aan den 
lanid en een duibibeien krans van honignapjes 
rondom den bloemibodieni. Het omivcit een aan- 
tal dLngerpdanten der keeriQrin(g6rlanld«en. Toitcle 
belangrg-kste eoorten behooren: C. candelabrum 
L., d& zich in Oost-IndiS van den 44nen boom 
Daar den anderen sliugert, tegenovergestelde, 
spits-eLvormige bladeren «n als kandela&rs op- 
gerii^te, rood en geel geklenrde bloem«dhermen 
draagit — C. afrieana R. B r. met eirond-lan- 
oetvoimige, fipiitse, vleezige bladeren en brnine 
bloemen, die 's winiter8 een temperatanr vereiflcbt 
van e--^ C. — C. elegans Wallicli, een 
Oost-Indisdie »lingerplant met een dankerbnri- 
nen »tengel en fnaaie blaurwadh!tig-ibiruine bloe- 
men, — en C. atapeltaefortnia, eveneens een 
Oofit-Indliedhe 9lin^e!ipl'ant, die fraaie donker- 
bnrine bloefnen draagl 

Cerotlne of eerylalcohol vormt al« ceroti- 
mel asape oerjlester, C27HftsO»Cs7EUft, een bestand- 
deel van het Obineosch wa6. Men verkrijgit haar 
door Gbineesdh wa8 met kalirumihydroxied te 
Bmdten en de gesmolten massa nnet aetlher uit 
te tre!kiken; bg het verdantpen van den aetlher 
kristallifieeit de cerotine. Z^ is een wdtte stof, 
die bq 79<^ G. smeit en door oxydatie overgaat 
in cerotineanioir. Zij beiboopt tnt de reeks der vet- 
adociibolen en heeft tot fomrale CtrHu-OH. 

Cerotinezuar. Zie Cerine, 

Ceroxylon is de inaam van een plantenge- 
slac/ht uit <le faimi>lie der Palmen, Het omvat 
siledhts weinige boomen met vinspletige, aan de 
onderzi)de eenig«&ij]6 witte bladeren, eeneJach- 
t^e bloemen en kleine, eenzadige bessen<. C. 
Andicola Humib. et Bonpl. (de Andes- of 
Waspa]fn) bereikt in het Andesjgebergte bijna 
de sneeu!wlijn en bewijst daaidooF, d&t hij bij 
een lagen wanntegraad kan groeien. Deze boom 
heeft een redvten, geringden hoogen stam en 
een middellijii van meer dan 3 dm. De stam is 



ter haker hoogte bat ddkst en met een soort 
van wit wa£ b^ekt, zoodat hij op marmer ge- 
lijkt. De gevinde bladeren z^n meer dan 6 m. 
lang, van boven donikergroen en van onder zil- 
venwit. Men veifcrijsrt het was, hetwelk een be- 
iangr^k handelsartikel vormt, door het afscha- 
ven der gevekle stominen. GemdddeM lovert een 
stam 12 Jcg. wa£, be&end oinder den naam van 
palmenwa& Het boot is zeer steik en wegens de 
lengte der stammen zeer gesdhdkt voor timmer- 
hout, tfeFW3)l men de bladeren voor het bed)ek- 
ken van daken bezi^. 

Cerqaetti, Alfonso, een Italiaansdh letter- 
kundige, den 16den Maaii 1680 te Montecosaro 
geboren, fitadeerde in de rechten en letteren, 
wa6 gediaiende 10 jaar privaat-docenrt, werd in 
1860 profeeeor aan het g^mnasioim te Forli en 
beikleedde die betrekldn^ van 1861 tot 1877 aan 
bet Ijceum aiLdaar en sedert 1877 aan het ly€e- 
um campana te Oeimo. Van zijn gesohriften ver- 
noeklen wij: „Sag|gio di eGercitozione fUologiche" 
(1865), „Studi lessicografici e filologici" (1868), 
„OsseE>va2ioni sui moda soeilti deUa liin^ua Ita- 
liana" (1869), „OorreBionii e giunte al vocabo- 
lario degSi acoMiemici della Crusca" (1869 — 
1677, dl. 1 — 4), waarover hiJ een proces voerdle 
met genoemde academie, „Alciuie voci manean- 
ti a vocabulaii" (1869), „Su!ppliment» al voca- 
bolorio del-la Ungiua ItaHiana" (1870), „Bibliio. 
graphia e lesBicogra-pihia" (1878)s „Errori di 
lingrua itaJiana che &ino pin in nso" (1872) en 
„Pietro Fanfani e le sne opere" (1879). 

Ceraaoul, Michelangelo, een Italiaansoh 
giravemr en scbiMer, !weiid den 2den Februari 
1602 te Rome geboien en overieed. in 1660. 
Daar hij meest veJMadagen en boertige taferee- 
len sctiMcrde, noemden zijn ti)d|genooten hem 
den Michelangelo delle battaglie en delle bam- 
bocciate. Sohilder^en van hem bezit het Lonvre 
te ParJB. 

Ceiretti, Luigi, een Itaiiaansdh didhter, 
den Uten November 1738 te Modena geboren, 
ontving zijn eerste opleiding van de Jeauleten, 
wewi in 1764 hoogdeeraar in de geedhiedenis en 
welsnrekeni(lhcid. Al« voorstander der Fransche 
RevolTitie werd h^ door het bestuur der Cis- 
AJjp^nsdie Repuibilieik in de oommd«&ie tot rege- 
ling van het openbaar onderwijfi en later tot ge- 
zant aan het Hof te Parma benoemd, vanwaar 
h\} ^idh als rectoi: magnifious naar Bologna be- 

?af. De komst der Oostenrijkers en Russen in 
talie (1799) noodzaakte hem ste vluchten, en 
hy keerde eeret terug, toen Napoleon de Fran- 
sohe heersdhappg in Italig bevestigd had. In 
1804 werd hij hoopleeraar in de welsprekend- 
heid aan de univerciteit te Pavia, waar hij den 
5den Maart 1808 overleeKi. Zijn „Poesie e pro€e 
sceite" werd door Pedroni (Milaam 1812, 2 din.) 
en Rosini (Pisa 1813) uitgqge»ven; verder be- 
stban van bem „Poesie di Luigi Cerretti" (Pa- 
v.ia 1610) en 2 verzamelingen brieven (Milaan 
1830 en 1836). 

Cerrinl dl Monte-Varchl is de naam 
van een ond Floren-t&jnsodi gosladht dat reede in 
de 15de eeuw het kasteel Monte-Varchi in het 
del der Aimo bewoonde en gednrende V!i eeuw 
de hoogete ambten en waapdigdied>en in de repu- 
bliek te FJiorence bekleedde. Een der leden, Fa- 



CERRINI DI MONTE-VARCm— CERVANTES SAAVEDRA. 



35 



brixio ^enaaind, werd tegen het ednde der 17de 
e0a]w doar keizer Joxef I aanigeeteldi toit direc- 
teur der keizerl\|k« musea te Weeneik, ea z^n 
bei-de zonen, Ferdinand en Frans, werden de 
stdtibtcrs der Oostenir^fksdhe en SaJcsisobe lijnen, 
die geduremde de laatste 100 jaren onder^ohei- 
d«iL geiberaak hebbeo opgelefverd. 

Cerrlto, Fanntf (eigensLgk Francesea), een 
ItaliaaiK<Jie danseres, den lliden Maart 1821 te 
Napeis g<ebore0, deboteerde er in het Carlotftie- 
ater in 18S5, waarna zij meit grootea b\^al op- 
trad in adle groote 8obouwibai|pen van ItaliS en 
zich venvoigeoB gediarende 2 jaar aan het too- 
neel te Weeneni veibood. Ook in de groote ope- 
ja te Par\)8 werd zq met gejuioh om^anfgem, en 
van 1840 toi 1845 versdheen zy jaaffl^ikie te Lonh 
d«n, waar men haar telken« met geestdrift be- 
groette. 2^ danste er mert Fannv Elsler, Taglio- 
ni en Orin, Men 80hfr||ft baar oe gav« toe, om 
iiet nalenre op een alleitvoortreffeJijdDste w^e 
ivoor te steUen^ waarby hoar bevallig vooricomen 
ibaaff groote dienstea b0w<ee6. Na 1845 ga! zg 
bij alwi89Qldng •voorffteUingenr in Duite^and, 
Italifi, Lonideo en Par^je. Zg havid« met den uit- 
stekenden danser en vioolspeler St Leon, maar 
Hert zi<h in 1850 te Pai^ van hem Boheiden en 
iroonde daarna te Passj. 

Cerro de Pasoo, de hoofdi9tad van het Pe- 
roaanedhe depart^ement Jundn en belangr^jk door 
faaar m9nl>ouw, ligit 4352 m. boveni den zeespie- 
fi«l op het noord«igfc einde der hoogivkkte van 
Bombon, 320 km. ten N.O. van Luna, iraarmee 
zg dooT een» 8poorwe^ verbonden is. De streek 
is onrrroclitbaar en eenanam, met een koud kU- 
maat, maar vverekkberoenkl door de rgfce aulver- 
m^nen^ die in 1630 door een Indiaan antdekt 
werdeii. De gezamenlgike opbrengst werd iot 
1900 op 1440 miliioen gotaen gesdhat. In de 
stad is een m^obonvv- en handelsreehtbank ge- 
vestigd. Zij telt 1/5 000 iuwaner8, grooteodeeds 
Indianen' en* Mestierzeni, doch ook vek Burope- 
anen. Sedert 1845 is de mn>nt er gesto ten. 

Oerro Gordo is een beigpas in Merico, 64 
km. ten N.W. van Veracraz en bekend door de 
onreFwinniog van den Nioopd-Amerikaaoifidhen 
geneiBal Seott op den Merioaansdhen opperbe- 
vel<heibber Santa Anna, den Idden April 1847. 
Daari>\j werd La Vega met vier anoere Meu- 
caansdbe generaals en 5000 man gevangen ge- 
nomea. 

Certlfloaat is een getnigadbrift, afgege- 
ven door een bevoe^ a«toriteit, muirin het 
een of ander fei4; viisč/t geoonstateerd. B^TOor- 
beeld een certificaat van onvermogen wordt im 
ons land op de "veildaring van twee getuigen af- 
geg^eiven door d«in baigemeester detr woonplaats 
van den aaDmrager; het is noodig, om b\j proce- 
dnires of andere reohtediandelingen vrggesteld te 
worden van sommige kosten, belastingen, sala- 
rissen ena. (Zie veidere bijsondeilbeden bij Ar- 
menreeht). — Zoo spireelkt meta ook van een cer- 
tifioaat van. goed gedrag, van bek)waamiheid, van 
gezondheid en van "veie andere oertificaten. HLs- 
torisofti bekend zgn deceirtificaten van 
oorsprong (eertificata d'origine), waarmede 
ODkier hert; Coivtinentaal stelsel van Napoleon 1 
ieder vei^oper van goed er en op Franscui grond- 
gebied ge'wapend moest zgn, voordat hg zgn goe- 



deren aan den man mocht brengen<. Z\j zgn nog 
in g^bruik, ingeval in een land de invoer van 
goederen uit bepaalde andere landen veitx)den 
is of v&nneer in de heffing van inivoerreohten 
versdhil wofrdt gemaakt naarmAte van de plaats 
van herkomst. 

Certosa bedniidt een kiIoo«Fter van Earthui- 
zers (Fransch Ohartreoee, Dnitsoh Kartause). De 
beix>eind<6te is we(l, ais kqinstwe]:k, de Certosa 
van Pa/via, in 1396 gesticht en nu door de Ita- 
liaansdhe regeering veilklaaid tot nationaaJ mo- 
mument. BŽende certosa^s vindt men noe bg 
Bologna, Florence en N&peds. OiDder de Fran- 
sdie is het meest bekend „La grande Ohartreu- 
se", in 1084 door den hI. Bruno in Zuid^Fraok- 
f^ gestidht, wiaar bel beroeoDade likeur van dien 
naam v^erd venvaaidd^. Ingeivolge der W0tten 
op de vereenigingen w<erd ihet in 1903 door de 
monniken verlaten. 

Certosa dl Pavla, La, een boroemd kloos- 
ter, 8 km. ten N. van Pavd«, m^rd in 1396 ge- 
atleht dooiT Oiovanni Oaleatto Viseonti, om -t«!! 
zoen te streKken voor een misdaad, waardoor hg 
den hertogelgken zetel veritreeg. De ontwerper 
Tan het geboaw iwa8 Crietoforo di Bellramo, 
Reeds in 1402 weTd bet door de Earthuizers 
betrokken, en ni«t lang daiuna overl^eed d!e her- 
(tog, aanzienlijke eommen ten behoev« 2gnear 
stlchtnug nalatend. De inkomstem bedroegen 1 
millioen francs, toen keizer Jotef II in 1782 heit 
kloosteir ophief. In 1848 werd het v^eer alfl 
IklooiSfter g^nik-t, totdat het bg de alfgemeene 
ophefELng der kloosiers een nationaal gedenk- 
teeken i« geworden. De grootsehe kerk is 77 m. 
long en M m. breed« en wa£ in 1470 op den 

rvel <na gereed; aan elke zijde 'bevinden zicb 
kapellen, het koor en de Inrnisbeiik einddgen 
in nissen. De prachtige gevel, in 1473 door 
Cristoforo Mantegaxxa en Oiovanni Antonio 
Amadeo ontwoTpen, is van v^it marmer en met 
veel beeIdhouwweik versierd. In de kerk be- 
vinden zich de grafmonnmenlen van Oian Oa- 
leatto Viseonti en dat van Ludovieo U Moro 
en zgn gemalin Beatriee d^Este. De kerk prgkt 
met sclhildepwerk van Amhrozio Fossano, ge- 
zegd t7 Bergognone, Bernardino Luini en van 
andere meesrters. De gevel, het inwendige der 
kerk, en die twee kruisgangen Tan het kkes- 
ter munten uit dt)or xg<kdom Tan beeldhouw- 
v^erk. 

Zie: Luea Beltrami, La Certosa di Pavia 
(Milaan 1895). 

Cemttl, Oiuseppe Antonio Oioachimo, een 
Fransdh sdbrgiver, v^eid den 13den Jund 1738 
te Turgm getooren en was profeasor aan het Jezn- 
ietencoUege <te Lvon. Als aanhan^er der Revo- 
knine gaf hg te rarge een invloedrgik geonatigd 
wedlQblad ,Jja fefuille viEageoise" en. veredhei- 
den brodmres uit. 

Cervantes Saavedra, Miguel de, een 
Spaansdi didhter, v^eod den 9d<en October 1547 
te Alcaia de Henaree gdboren. Zgn ouders be- 
hoorden tot den Uednen adel en leefden/ zeer be> 
sdieiden. Spoedie na z^ gelboorte vestigde zidh 
het gezin te Madrid. In 1568 gaf aJfdaar de hu- 
manist Lopex de Hoyo8 een deel epicedien uit 
op den dood van koningin Elixabeth, viraarvan 
zgn leeiiling Cervantes Saavedra zes kleine ge- 



.36 



CERVANTES SAAVEDRA--CERVERA CIUDAD. 



deelten had gesdureven. Aanvank«!^ ertodeacide 
hu in de tih«oh>cie, dodh legde zicdi later op (k 
scusooDie weteii6aiappeii toe. Uit eig^ois over 
den geriqg«n bjjnr&L, dien inn eerete aediohteii 
voDden, beigaf !h^ zidh in 1569 mar liMi^, weiid 
hier uit isood kamerdieznar vaa d«n' kaipdinaal 
Oiulio Agtiaviva te Rome, nam in 1570 dienst 
bg de SpaanBoh-NapolitauDBdh« troepen in den 
oorlog tegen de Toiiken en Afrikaansdhe zeeroo- 
"viers, stneed in den alaf yan Lepanto (7 Octo- 
ber 1571), waaar hj 3 SGftiotwoiMl<e>n ontrving, 
waardoor hij de Hjdreiflianid veiibor en de lin- 
kerann vooortduiend verlamd bleef. Tot Mei 

1574 deed hoj dienust in Sardinig, begaf zich 
diaarop over G^eoonia nnar bet leger van don Ju- 
an iTAtistria in Lomlbard^e en k«eiide met de- 
žen ini bet beroconde derde Vilcuunsdie r^imeni 
vtm Lope de Fiatieroa naar SiciliS terug. 1^ Jtini 

1575 veiikreeg big te Napels lerkS. rovi: een reis 
naar Spanje, maar weiid 0Dderweg, den 26€;ten 
SepteuA)er 1575, door Algiersabe zeeioover« ae- 
vangen gienomen en als slaaf te Algdei« Yeiikoob.t 
aan den wre€ldein Ali Mami en daarna aan Has- 
aan-pasja, die zidb Yan roei1eneGlh.t tot dej Tan 
•Algi«ii8 ibad weten op te weitken. Oednrende d« 
5 J aren, die h^ hier doorbracht, deed h^ Ter- 
sdhuiileaiide sijoutmoedij^e en a/vontairlijfce pogin- 
gen om zioihzelf en z^n makikers door de vknc^t 

!te redden, die edhter midlukteni^ en ten slotte 
beproeiMe -hiji bet stoate plan, zldh door een sla- 
van<](proer van AlgdeiB meeeter te malken. Door 
verraald mieilc^cte ook dit Toornemen en werd bn 
gevangen gezet. Den 19kLen Septeoniber 1^0 werd 
bdj door sgai moed-er en znster lo&igekodbt, ging 
, naar Spanje, voegde zidb bij z^n regiment, nam 
;deel aan een tiodit naar Portugal en de Azori- 
Bcbe Elilandion en vestigde zich in 1583 yoot 
goeid in zjjin vaderlanKl. We]idra trad h\j er in 
net b.'arwe!li^ met Catalina de Palacios de Sala- 
xar, uit een aarnzaentljjk, maar onibemidddid ge- 
stadbt uit Ei8q<nvYias. Bedadht op middelen van 
bestaan, sohreef b^', bebaJve den iherderroman, 
„Ga4atea" (Madrid' 1584), een 30-tal tooneelspe- 
len, die te Madrid giuostig werden onfivaugen en 
waarvan „Namancia" bet beste is en met „Ijos 
• tratos de Alge!" bet eenige, dat bewaard gelble- 
ven is. Daarna aanvaardde b^ een geringie be- 
treddkSDg in SeviMa en schreef er eenige kleine 
nioveUem, waarin Ih^ d« gebrelken der Lnwoners 
dier stad ojp een geestige w^ sdhilderde. Op 
een reis door de provinde La Mandha kwam hij 
in bolBing met de ingezetenen van 6šn der d<OT- 
pen en moest daaTvioor boeten in de gevange- 
nis. Hier maaikte bg een aamvaug met bet sohrij- 
ven van zijn onBterfelijk weiik, den „Don Quti jo- 
te". Daar bat eerste deel geen bgnrail vond, gaf 
hg een klein vlu^dcbiift, „El8 buseapie" (De 
vuuiipijjl), in bet licmt, waarin hij sdhijnbaar een 
beoordeeiing leverde van zijn wer(k, maar teven« 
te kennen gaf, dat bet een verborgen satire be- 
^Me op ondeisdbeiden booggeplaatste personen. 
Nu maaMe de nienu^sgieri^eld zicih van bet 
boek meeeter, maar bet regende smaad en ver- 
guizing op den vervaardiger. Cervantes was hier- 
door 200 ontzet, dat l^j vooreerat miete m«eer 
aitgaf, en eerst 8 jaren later aan den graaf van 
Lemos een 12-tal nov«iIlen opdroeg. Een paar 
jaren latter v^rsdbeen zgn: „Viage del Parnaso" 



(ReLs naar den PamaiGsus), en toen in dien tgd 
iemand uit Aragon een smakeloos vervolg op 
den ,JDon Quijote" ui4gaf, zond bg faet 2de 
deel lin bet lldht, dat nog voortreffeli^er is dan 
bet eerste (1616). Daarna sdireef fadj den ro- 
man: „Traba.jo6 de Peiisiles y Sigdamonda" (Het 
Lijdiefi van Perailes en SigiamooAk)^ dien hij in 
April 1616 voltooide. Vam z^n eerste didhterlij- 
ke vioortibrengeden, beit beideradicht: „6akitea'* 
(1584) zgn sledhtB de eerste zes boelken in het 
lidht reredhenen. Hp overleed.d«n 23sten ApnJ 
1616 te Madrid. Z^n borstbeeld, dooir don An- 
tonio Šola venvaardigd, is in 1835 gepiLaatst 
voor hert huie, da/t bij te Madrid b€rw)ooniae. 

Van de noveUen van Cervantes zijn Ededhts 5 
dien gee^gen sdbrijiver waaixi!ig., ni. ,^De bni- 
tale nienmrsgierige", die door den „Don Qui jo- 
te*' been gevlodbten is, „Rineonete en Oortadtil- 
lo", een zeer o<verdpevent, maar waar beeAd van 
Sevillaansdhe bandieten, „De macht van het 
bioed", bet beiiangn^Scste en best uitgevoerde 
sftuk, „Een trvreegesprek van twee honden", een 
vermaJkeiljke kritieik vod wij6geerigfheid en vroo- 
lijikflieid, alLamede „De kleine Zigeunerin". Odk 
op zijn tooneektukken valt niet veel te roemen. 
Zijfn 8 ^IntremeseB" (Tussdhenspelen) zijn grap- 
pig en natuurUjflk^ maar met zeer kiesob. Zgn 
laotste wei1k: „£[et lijden enie.", dat zicih hier 
en daar ondiersdheidt door een keurigen st^d, is 
een aaneensdbakeling van aJleiibei ongeloofelLij- 
ke rampen. Zijn hoofdiwerk edhter: „De vernuf- 
tige 4iida]go Don Quijote de la Manc&ia" is 
een E^uropeesdi boelk geworden en zal het blg- 
ven, SDOolaiHg men b^hagen> adbept in lervendigie 
en diditerlijike talereelen, in een conBeque!nte 
karakterteekening, in een aan/trefkfcel^ikte oor- 
spronlkelijkbeid', m een humori&tiisdie opvatting 
van dageligiksdhe geibeurtenissen, veimengd met 
een diep gevoel van lieMe en mededoogen, en 
dat sMes gesdietst met vervrondierlijike naTetve- 
teiirt in een keurige taaJi. „l>o<n Quijote" is een 
edbte roman en ongieim^Md een der beste, die 
ooit weiden gesdbreven. H^ ifi komisdh en tra- 
gisdhs hiunoristisdh en sentimenteel, een apiegiel 
van het mensoheipc lev«en. Na die eerste uitgavie 
zjn er tot 1857 nrim 400 uitganren in Sparnje 
verschenen, vam welke wij noemen.: een pracht- 
uiitgave (Madridi 1780, 4 din.), die van Pellicer 
(Madrid 1798, 9 din.), die der Spaansdhe Aca- 
dlemie (Madrid 1819, 5 din.) met 'edidhiters le- 
ven^esdhrijving door Navarette, en een met 
aanteeikenidDgien van Diego Clemencin (Madrid 
1883—1889, 6 dim.). Zftn »Obrafi completas" 
verschcnen in 12 deelen (l^fadrid 1863-^1864). 
Van de „Don QuTwte" bestaan 200 Einsrelsdhe 
viertalingen, 168 Fransohe, 96 ItaJiaansdhe, 80 
Porbugeesdhe, 70 Duitsdie, 13 Z^eedsdie, 8 
Poolsdie, 6 Deensoihe, 2 Russisdhe en 1 Larinjn- 
sche, aismede een paar imi onnie taal, waarvan 
die van L. v, Boa (1696) de meest be&ende is. 
lAteratuur: P. Mirimie, La vie et l*oeuvre 
die OervaiBtes (Panje 1877); A. J. Duffield, Don 
Ouiehote, bds critncs a-nid hi s commenitattors, and 
minor voifcs (Londen 1881); Dorer, Cervan<tes 
und seine "VVertee nadh deutsdben Urteilen (Leip- 
zig 1881, met bibliografie). 

Cervera Clndad is de naam vap een stad 
in de Spaansdhe provinde Lerida, geiegen aan 



CERVERA GIUDAD— CESARINI. 



37 



de iiTOer Ckicbd. De in 1717 door Philipa V 
hler gestiohte uniTeiBiteit wer<i Ister met dd« 
▼an Bareelona v<ereeni^. In dle DomiDiiikanerka- 
pel wenien in 1469 Ferdinand de Katholieke 
en IsabeUa ge t ronwd. 

Oenrera y Topete, I)on Paseual, een 
Speanedi admiraal, werd den Idden Fdbnmri 
1839 geboren. Reeds vroee nam hg ddenst bjj 
de marine en ooderechefidde zidh in Afrika en 
in den CarlLsten-oorilog. Ini den Spaansdh-Amie- 
rikaanschen oorkg kt^ ihg in 18^8 bet opper- 
bemelL over een Snaanaahe Tloot, waaivDee hg 
den 19kien Med gcMIkig d« ha^en Saniiago de 
Guba bereikite. Hier weral zgn vlooit ecfivter door 
de yeTrew<^ stei^re Amerikaaosdhe onier ad- 
mlralen Sampeon en Schley inigesloten en bn 
een poging om in den naciht van den dden Juu 
nit te loopens geftieeil v^rnield. Hij zeli geraakite 
in knjg^gevan^euBdhap, weDd; na heit einde van 
den ooiiog voo£ een kiiggBraad gefcracbi, dooh 
vrij gespidken. 

Cenreterl ds de naam van een plaafts in 
bet districi Gi<vitaveochia ^an de ItaSdaanBcibe 
prorincie Rome, op de plaats yan bet oode Oae- 
re (Cere), met (19M) 2005 inwonere. Na 1829 
v«rd bet bekeivd door de vondsten, dd« men«^ 
erenaJs in andere Eftroeikiftdhe stedlen, in de gra> 
Ten bg Caero gedaan beeft. Na 1840 wenl ook 
op de plaatl9 zeH van de oode stad koslibaar 
beekMumiTveik gervondenv In onden t\^d badden 
de FboemciSre er een bandelsnederaettdng, Agyl- 
k (ronde stad) g^naamd. Toeooi bet laiter Etrns- 
ki9ch werd» kreeg bet den naam Caere. In den 
stigd tasschen de Etruskers en de Phocefin 
spraHde de stad' in 537 v. CShr. een groote rol. 
In 384 T. Cbr. werd de baTenstad P^igi Tan 
Caere d^K>r 1>ionysius gerplnnlderd. Toen Caere 
later deelnam aan de irvristen der Tarquiiidi en 
dcff Felerfi met Rome, w<eiid bet in 351 va^n zgn 
staalfaaDdige zelfetanddgbedd beioofd en in de 
Repofcliek opgenomen; beit kreeg bet Romei n- 
sdie bnrgerredbt, maar nodh aetief, nodh pas- 
sief stenoredht (eivitae sine suffragio), als de 
eerste f^esaceide van dife soort. Bg beft begin van 
d^D keraeraritjd w«6 de 9tad dii<ep gezonken, maar 
heratdlde tddi onder de keioerd weer een ^vieinig. 
In de 19de eeQ(w veiOrieten de iiuwonei)8 de staid 
en tioUken mar bet tegennvoordige Čeri, 5 kan. 
enran TerwgdeFd; maar een gedc^te keenle la- 
ter terag naar de oode pkalB, di« na, ter on- 
derscbeiding van de nieuwe, Cearveteri of 
Cerretri, d. w. z. bet ondo Čeri, genoemd 
werd. 

OenroUe, Amold van, doorgaans de Aorte- 
prieeter (Ar^iprltie) genaamd, omdat bg, boe- 
wel tot den ndderetand bdboorende en in bet 
knr-riijk getreden, bet vnu^hljgidbiniilk bad van 
kei^dgiko gcedereu, wa6 uit P^risford ge/boortig 
en ddende kondtng Jan tegen de Eog^ebdien. Na 
den sdag yan. Poitiere (1356) trok bg met zijn 
benden banrlipgen (Rovtiere) naar bet Z. van 
Fran(kr|jk, p&aiidepde Provence en dwoqg pans 
Innoeeniius VI te Avignon een sflhatting af. 
Eoning Karel V nam bem in 1859 in dienst 
om ai^ere scharen bnranlingien (Tard-'vieiyns) te 
verstrooien. Latei verwoe8tte hg BomgondiS en 
Lothari^gen en vieH i>n 1365 met 40 000 man in 
den Ebs, w«an]a bj tegen de TuiOcen optrok, 



maar door Karel IV wiepd tepuggedronigen. Hg 
onrerleed in Province in 1366. 

Cenrlalcohol. Zie CeroHn. 

Ces is de eerste teon- van de diatondsche eai 
chromatiacbe toonsdbaal (de noot e of do), een 
bal ven toontrap veilaagd; efis groote ter te is de 
haiide toonfiooii; van eee met voorteeflcening van 
zerren molteekeius (voor b, e, a, d, g, e en f). 

Cesalplnl, Andrea, of Caeealpinus, eemlta- 
Haansdh wg8geer, planttlbuiiidige en pli3n8io]oGe, 
in 1519 te Ajoeaao in Toskane geboren, W9dde 
zidh te Pisa aan de beoefening der w^&lbegeer- 
te, geneeekanide en nttbatu^jfce bdstoziiie, werd 
er opoddrter van* den botandadben toin en later 
lg£artB van pans Clemens VIII, in we]ike be- 
trefckdng bg in de Sapiienosa vooiHesiinigen moeet 
bonden. Vooral beeft ng zgn naam beroemid ge- 
ntaokt door bet wealk: »,Die planti« libri XV1*' 
(Florence 1583), waarin bg de geiwa86en sftel- 
sehnatig poogde te rancscflhfikfcen. Hij vordeeit 
ze in boomen, hecsteie, naLflbee0teil» en kmriden 
en maakt onderafdeeUiigen naar de bedekte of 
onbodielkite zaden en naar de deeien van bet zaad- 
bioJfiel. Niet mfinder eer beeft bg ingelegd met 
zgn besdM>aiwing van den „E!&einen omloop van 
bet blocrtV', een 0(Didernwerp, dat in zijn: „()naieB- 
Inonom medicarum libri H" (1596) behandellid 
wordt, boe(wel b^ den o^rgang van bet bloed 
nit de slagad^ren in de aderen niet kende. Hij 
oveileed den 28crt;en Fdbraaii 1608 te Rome. 

Oesari, AUe»cmdro, eigenlgk Geeatif bggie- 
naamid Oreoo, een Italiaanedb mpedaillLenr en 
Bugider van edeflf^eeteenten nit de 16d<e e€aw, 
maeibte penningen ter geidadbtenis van paua 
Paulue lil, en vani pans Julius lil. 

Oesarl, Oiueeppe, il eavaliere d'Arpino ge- 
naamd, een' Itdiaansdi stihiibder, omdtpedks 1568 
te Arpino geborem, overleed te Romie in 1640. 
Zijn voornaamste weiken vdadt men te Rome. 
De gnoote mal vany bet Pakia der Conservato- 
ren op bet Capitx>oI te Rome verslerde bg met 
fnesco^ aan ae Romeinscbe gesdhiedenis ont- 
leend. De mnsea te Weenen, Dresden en St Pe- 
tereibaig be^itten sdbilkiergMni van bem. 

Oesarl, Antonio, dooigaans pater Antonio 
genoemd, eeai rtaliaanedb leitteifanntddge^ den 
l6dien Janmari 1760 te Verona gelboiien., voegde 
^db bij die Onde van PhUippue van Neri en on- 
dereeibeididle zicfb ab redeoaar, eritiotos, didbter, 
leven^eecftir^er en vertaler, n>odat de voor- 
naamste IcfHeilninidige genoortedbapipen in ItaliS 
bem bet lidmaaitlM(h»p aant)oden. Hg orverleeid 
den Isten October 1828 te Ravenna. Van zgn 
gescbriften noemen w$: ^Vocabolaiio della 
Cnisca" (Verona 1806—1811, 7 dlin.), „Aloane 
novelle" (1810), »Proee sccdte" (1819) en „Beil- 
leEze deUa Comrnedia di Dante" (Verona 1819, 
4 dln.)s terw.gll bg vertailingen van ondensdbei- 
den Loftglndhe didbteiB en prozaedb^enB uit- 
gegmen beeft. 

Cesarlnl, Julian de, een kardinval, in 1398 
uit een aanzieni^be famiiHe geibomn, wa8 eeret 
jnriert, maar weid omder Mariinus V bissdbop 
van Fraaca/t^ en onder Eugeniue IV bdesdhop 
van Grosseto. In DoStsdhlanid pneddikte bg een 
kmistof^t tegKTii de Hinasieten en vra« van 1431 
tjot 1438 voorzitter van be* Concilde van Baael. 
Tot giematigldBieid geneigidi, ri€id h^ toveigeefe 



38 



CESARINI— CESSIE. 



Eugeniu8 IV tot toeg«ven ea verli«^ toeta zijn 
raod miet werd' opgie^olgdt, Bazd in 1438. Ook 
ha4 hij aan<i6el m de pogingen tat eeu hereeni- 
gmg vaa <le Roomsoh- en de Orieiksch-Katholie- 
fae beik (il439), wa&rDa h^ naar Hongar^e giqg, 
om tat een kruistodbt tegem de Turken aan te 
sporen«. Hij haalde ktonin^ Wladi8law I over, 
den met sfuiiaD Moerad II geeloten vredle van 
Ssegiediin; te verbndken« en werd dien lOden No- 
vember 1444 geKload op <ie vludhi na den slaig 
bij Vama, die voor de Ohristenen een angeluk- 
kig einide nam. 

Oesarlno, Verginio, eem Tt&liaaniBdh en La- 
tjjusdh dichtier, gieaproten uit een adeMijk ee- 
^kidit, gielboren in 15di5, weiid lid van de acade- 
miie „dei Limoei" en> we8 op het puntt om van 
Urbanus Vili een hooige keiikel-^e waard&g(hieid 
te veiikrjjgien., to^m hij in April 1624 onrerkeid. 
Zq^n ka^JEite ¥Pterk waB een Yei4ianldeli(ng over de 
onisterfeiijOdbeid. Z^n geidic&Lten ondersdheiiden 
zich dooT zuiTeifaeid en beivalLigibeajd en zijm te 
^Bidlen« in: »Septem iUnntrium Tiroinim poema- 
ta" (1662). 

Cesarottl, Melchiore, een Dtaliaanedh didh- 
ter enr prozasdhr^ivier, dem Iddein Med 1790 te 
Paidioa uit eeni aaDziendijik, maar onflbemiidldeiLd 
^sHadit gcibioiiefnv Teikreqg reeds op jen^^gdigien 
leeft^d de betrekking v&n leeraar aan het se- 
miiiariaim te Padna en kvter in beft patriciscb 
Aniis Orimani te VenetiS, wQai h^ z\jn treurspe- 
len benovenfi 2 Teidiesoddinigien: ,,Sopra Torigine 
e i pnogrefisi delli' aite po^tica" en ^Sopra il 
dtiktirtK) deilll& tragedia", in het li<jht gaf. Hier 
«tenl h^ beJkeild' met denr „0s8ian" van Mac- 

£her8on, ging zidh teistonid toeleggeoi op het 
ln(gel9ch en deed gienoenvdie g^i Siten In onem 
den tijid van 6 maiuuden in Haliaansdhe veraen 
m druk verscih^iaien >(Padaa 1763, 2 ditn. en 
1772, 4 din.). Itn 1768 werd hg hooglieeraar in 
de Gridtsdhe en Heibreeinradhe taal te Padua 
en iik 1779 secietaria van de toen aOidaar opge- 
ridhte Acadeime van Emnsten en Weten8dh<ap- 
pen. In die beitreikking sdhoieef hij: „Saggio sul- 
k filosofia ddla lingoue, applicata alla lingim 
itaKana". Daarraa benoemde Bonaparte hem tot 
Kd d-er re^ieering, en gaf hij zijn: „Saggio sni^rli 
studa", „Kagion(aJi]ento snlJa filosofia del gus- 
to", „Mniizione d'<ani eitt<adino a' suoi fraitedli 
meno i6trm'ti" en „Patriotismo illamiinato*' in 
het lldht, terwqil h^ laiter de koamst der Oosten^ 
rgke^rs en Ruesen met een ode begroette. Toch 
verleen^de Napoleon hem eeoi aanaienlij>k pen- 
sioen, waanvoor Cetarotti in zign „Pronea" danlk 
betuigde. Hij overieed den Sden November 1808 
op z\jn landgoed Salvaggiano, nadat hij in 1800 
een begin gemaaikt had met een uit^ave van 
zijn henaieine gezamenHijike weiikeni, die in 1813 
in 40 deelen compdieet is geworden; die uitgave 
werd namelijik na zijn ovei^ijden voort^aet door 
den hooglieeraar Barhieri, eem zgner leerlingien. 
HQ ondersdheildit zidi wowe} door ginote ge- 
keidheid, als dk>ar zgn meesterschap over den 
vorm. De taal zijnier ver^en is kradhtig en stout, 
levendlig en wdluidiend'. Behalve de veitaldng 
viin „Ossian", heeft h\j er een geleverd van- de 
„Lenren>sbesdhiri)viin(g<en*' van Plutarchus en een 
vertalin^ met commeffltiaar van Demosthenes. 
Cesena, de di^-riotshoofdstad der Italiaaoi- 



sdhe provincie Forl^, aan de SavLo en aan den 
spoorw^ Bologna — Ancona gelegen, heeft een 
d*wn met prachftiff beeldihouwwerk, een stadhuis 
met het 8taDd«bee]d van paus Pius VI, die even- 
als zgn opvolger Pius Vil in Cesena gefooren 
is, veuder een bibiiotlheek, gestictht door Mala- 
testa Novello m 1452, miet k>ostibQTe handscftirif- 
ten, een sdiilderijenjverzameling en een gedenk- 
tedken voor Bufalinu Het aan tal iniwoniers be- 
draagt (1911) ongieveeir 15 000, in de gemeen- 
te 45 599, die ziflfi bemg'houdeiii met wyn-, hen- 
nep- en groenteibouw, zjjidespinneri}, zwavelmajnr 
boi.w, 4iet vervaardigea van lucifers ene. Cese- 
na is een biasdhopsDeteiL, heeft een Jjceuon, gym- 
nasium, een 'tecn<nisehe en een Iandbouwschool 
en een seminariie. Op een heuved buiten de 
stad ligt de schioone keitk Madionam del Monte. 
Het oude Oaesena bdhoorde in de Midde!kecBwen 
tot het exaxcihaaA Raivenout, door karddniaal Al- 
borno% aan den Kea:4oel^jtk)en staat gakomeni, 
k^am in 1378 aan het huis Malatesta, dodh in 
1466 weeT aan den paus terug. GeduKode de 
opstajideii van 1631, 1832 en 1859 was Cesena 
een middelpuint van weerdtand tegen de pau- 
sed^e beeFScIbapp^. 

Cesi, Bartolommeo, een ItaHaansoih sdhil- 
der, geiboreai te Bolečina in 1576, was leerMng 
van Tibaldi, Hij oveneed in 1629. Fr6seo's van 
bem ziet men in de keilben te Bologna. 

Cesnola, Luigi Palma oonte di, een* Itali- 
aaneoh ondftieidikuiidlige;, getboren bg IHirgn den 
298ten Juli 1682, bezo<£t afldaar de militaire 
sdhiool, nam deel aan den oorlog tegen Oostem- 
rijk en in de Krim en trad in 1860 in Noord- 
AoDetrikiaansofhen kiijgsdienst, waar hn opklom 
tot den rang van brigaide-genieraal. Van 1869 
tot 1876 wa8 hg AmeidkaanBdh ooneuil te Lar- 
naika op C^pras. Hg heeJtt er beilan^ijlke opgra- 
vinigen kiten doent en de verkregien voor:werpen 
in 1872 te New-Yoilk ten toon gestedd. Sedert 
1876 wa6 hij direobeur van bet Metropoli tan»- 
miuseum te New-Yoife, waar hg den 21sten No- 
vemibier 1904 ovedeed. Hg sdhreef: „Cypn]<6, its 
amcient citiee, 1xxmibe aoA temipies" (Londen 
1877), „Histiory, treasures and antiquitieB of 
Salami«'' (1682 en 1884), „A desoripti-ve atia£ 
of the C. coUection of Cypriote amitnauities in 
tihe Metropolitan mfoseum of Art, New-York" 
(New.york 1895). 

Oespedes, Pablo de, een Spaansdh sdhilder 
en archi<tect, werd in 1538 te Gordoba geboren 
en stndeerde sedert 1556 op de universiteit van 
Ailcala de Heiuares in de klaasidke em Ooetersdie 
taJen. Hg overked den 26sten Joili 1608 in zijn 
vaderstad. Hij wa6 te Rome leoiling vaoi Fede- 
rigo Zuccaro, SchdMerijen van hem bevinden 
»idh te Servilia, Cordoha en Madrid. „Het laat- 
ste anrodidmiaal" in de dt>mlk6i{k te Condoba 
g^t aiis 2ijn beste weiik. Odk is hij bekenid door 
een leerdidht over de sdhildeiknnBt, waainran 
zijn vriemd Franeisco Paeheco in de „Arte de la 
pintfara" (1649) brokstuldcen benvaard heeft. 

Cessie (cessio) woi(dt als redhrtsterm ^e- 
bniikit in den zin van overdracht. Gevvoonlijk 
spreeikt men van cessie van sdhioidvorderinigein 
of aaties; editer fcunnen aiderlei voorweTpen 
wopden gecedeerd. De cessie is het gevolg van 
een oontraot of van eetndgie anidere redhtsthande- 



CESSIE— CETINA. 



39 



littg, hijfv. van een koop era verkoop, een mil, 
ecn erfkelliiig. Het aud« strengie Romei DBche 
recbt liet oor^ronlkeiijik cesaie van- een recht 
van vondiereni nieit toe, omdat de redht^and, d-ie 
eetns tnisscihen twee bepaalde pereonen bestoiud, 
nnet willelaexiri^ door š4n der bei-de part^jen- kon 
wordeii veibrCken. De beftioefte vaji hei toene- 
mend veriteer dieed lan^amerband' de moodzakie- 
l\>k'hieid' geboren wopdpe]]i, om dit beginsel los 
te leAen en als g<ao(vi4oofd te et4cen.neiiv dat de 
schaldeischer zgn recht van Toideren, Jietzij 
het door de tegeopartj er^cend of betwi9t wor(k, 
aan een ander overdraagt. 

Volg<eDB 0D6 redbt wordeD in het algiemeen 
SQhuldviorderiii(geiv aan* toonder overgiedragien 
door enkele ovengave van hei papier, waarin zy 
zijn vervmt; schuiLdivorderiDgieii aan« or<}er dtoor 
overgave van* het papier veigeco&M v«n eodoaBe- 
meo^t; sdluddvorderiDgieiii op naam door het op- 
maken eeoer notariSek oi onderhftDdfiche akte 
van cesne. De aahniiidenaaT heeft er weinig of 
geen belaog b^', aan W3en hg ibetaalit, aan z^n 
oorsproDkel^cen 8dbckldei«fter of aan iemaddl, 
op wien dieofi redht is oveii^eg&an (<fen eessio- 
naris). Voor den sdhioidteiiaar is bet eemg puot 
van gewidii di<t: hi^ wete, aan wt«n ng het 
verscnuhligtdie w€^tig kan betalien, zoodat h^ 
van zgn verpUcftLtiDg worde ontheiven en hij niet 
nogsnaate tot vioUoemng der sabilld kan genood- 
mSkit worden. Dobtooi is te zgnen oprnonte een 
cessi« van een Mhnikbvoiidering op naam oo4c 
niet gM^ dan van 'hert oog'eivbliJc, dat zii hem 
is beteekend; of dat zij door hem zelf scnrif^e- 
lijk is aanfiieDomen of eikond'. De sdhnijd' }Ai}H 
voi^omen ae^tde met alle voorretihtein, excep- 
ties eoL g«breken; er !komt sledi^ts een and«r 
persoon in de pkuUs van den oor^roiidoelijken 
scholdeiecher (•den. eedent), aan wien de adbul- 
denaar oip we\Aage w\ize kan en nkoet voldoeos 
datjgene, waartoe hg verpUiciht is. 

In het aiigemieen banmen alle vorderi^gten 
worden geoedeeiKl; uitdirukkeligke wettel^e be- 
palingen mcJcen in bepaalde omstandig^beden 
hieroR) uiisoiuderiDg. Deze uitJzonlderiiigsbeipaJin- 
g>en heibben in boofdzaak betrekking op cesaie 
van sokl|)e(Di» gagemeivten en pensioenen. 

Cesti, More Antonio, een Italiaanadh oom- 
ponist, weDd ometreelke 1620 te Florence gebo- 
ren en door Carissimi te Rome ondervezen. Hij 
waa in 1646 kajpeiLmieester te Florencr, in 1660 
zan^er aan de pausel^jlDe kapeH, van 1666 tot 
zijn dood, in 1669, ooderkapelmeeater van kei- 
zer Leopold I te Weenen. Naaat Cavalli wa8 hg 
de grootste opera^oorniponist van zijn t^; zijn 
„La Dori" (1663) en „11 pomo d*Ono" betoooren 
tot de meeETt beroemide; laatsrt^genioeonlde werd 
cresdhreven en opgwoerd in 1667 bg gelegen- 
nei-d van het huwedijik van Leopold I met Mar- 
gareta van Spanje. Het groortBte decd zi)aer 
handacihriften van opera*s woidt Ln de hpofbi- 
bliotheek te Weenen bewaiard. 

Oestlas, Pyramide van, is een nog geheel 
befWBaTd gielblerven grafmonrumeint van een Oajus 
Cestius, ndt dem tijd van Augustua, gelegenaan 
de Porta Sva Pao3to te Rome. Oorspronkelgik lag 
hctt vrij aan d-e Via Ofitiensis, en eerst onder 
ken^r Aurelianus weTd het in den sftadamuur 
ingiemetseld. Op een 0,8 m. hoog voetstuik van 



Tnavertijnsdhon sieen staat een aan iedei« zijde 
30 m. breede en 37 m. hooge pyramide vtan bak- 
8t<een, met wittte manmeren ptaiten bdldeod. Een 
gclijlciiniidend opechrift op de oost- en we9tzyd(e 
van de pjramidie geeft als naam op van hem 
voor wien het gedentoteeiken apgeradht wewi: 
„C, Cestius (>zoon van Lucius uit den PobJili- 
edhen stam) epulo, praetior, voliksti^buuni, ^n 
der ze^en epulonen". Op de ooelBijde is daar- 
onder een tweede ofpeohmfit aan^gtibraoht, het- 
welk zegt, dat ddt geden'kteeken in 330 dagen 
volgene uiterote wi]>sl>e8dhi!kiking door den erf- 
gfenaam Pontius Mela en den vriigelaiten Pothus 
werd opgerichft. Binfnenin berviuidi zioh de mi- 
rne graJIkameT (6 m. lan(g, 4 m. breed, 5 m. 
hoog); de zoIdeiHog ah een iiougemoli, de waniden 
zdjn mert een solieid cement bepdeisterd. De mniUT- 
sdhildierinigen, die vnouiwel\)(ke figvren voorstel- 
den, z\jn thans b\jna gebeel onzidhtbaar, doch 
er becrtaan koperigravnireB van, bijv. van Falco- 
nieri (1661). WaarBCihynl$k is deee Cestius de- 
zeOfde Romcdnadhe ridder en rijke koopman, 
van wien Cieero in z^jn redetvioiering „pro Flac- 
oo" zegit, dat hq een gnoote som voor een Boont- 
giei^jk gedeinktecfcein bestenlde in z^n testa- 
ment. De belde marmenztfilani, die er voor srtaans 
wteid<en met de voetstulkben uit bet puin ge- 
haaldv dat om het gedenkteeken opgehoopt was. 
Paos Alezander Vil wafi de eersto, diie m 1663 
ietB voor de instamdhouding van hei giedenlotee- 
ken deed. 

Cestoden. Zie Lintwormen. 

Cestrum L, is de naam van een platften- 
gieelaeiht uit de famdlie der Nachtscnaden 
{Solanaceešn). Het onderscheidt zich door een 
kruiiovoimigen, S-tandigein keJHc, een tredifter- 
voimfgie bloenofcioon met een 5-«|)leti^eD) zoom, 
korte, onibehaarde meeklraden, een bolvonmflgen 
stempel en een ovale, 2-ihoidkige bea met eeni- 
ge niervormige zaden. Het ornsvat Ameidkaan- 
sdhe beceters en ideine boomen met a])tgK]lgroe- 
ne bladeren en weMekende bloemen. De bessen 
van C, noeturnum L. en €. Parqui L. z^n zwait 
of paars en 'bevatten een paaiB sap, dat ge- 
schiktt is voor SGbiMensrverf . . De bladeren van 
C. kturifolium VB. e r i it. em O. venenatum Lam. 
zijn Mer v^igifitiig en worden door de Indianein 
wel gebrufikt a(Ls pgdgift. 

CestUB (Gineiksoh = x(<rr^c) wa6 een soort 
van gordel, dd« door de Orlelksobe en* Ro^ 
mein^e vrouwen, onmidldeiUgk ooder den boe- 
2em gedragen werd en dne wel ondensdheiden 
moet worden van de xona of hienipgondel. Aanr 
vaniceH^jk werd de naam oestus m'tsiluit«nd ^- 
ge^en aan den gieatikten gordeH van Aphrodtte, 
die alk vrounmijke bebooi^gSdbeden verlieende. 
1^ de Romeinen gaf meni dden aan den gondel, 
dden de jonegelhai^de aan haar edhftgenoot over- 
handSgdie, UiS het zinnefbeeld van vereeniging 
naar Tiohaam en geesi;. 

Cestna. Ziie Uaeatus. 

Cetaoeefo. Zie JValvisehachtige dieren. 

Cetewayo. 7Ae Ketschwayo. 

Cetina, Outierre de, wa8 een Spaansdh ly- 
risdh ddobter, tijdj^renoot en naivol^er van Oarci- 
laso de la Fe^a. Weindg i« van hem beikend en 
sMhjtB weinig werken z^jn van hem uitgqge- 
v«n, mieeetal kJleine l3nrisdhe gediohteau, naar 



40 



CETINA— CETTE. 



Torm en inhoiMl overeenatemmenid met de door 
Boscan en OareUaso g«£(ti<^e ItaiUaaDBdhe 
sdhool, Gomietiteo^ canaonien^ madiigiatLeni, episfte- 
l€D in tenranen enz. Cetina was aflcomstig uit 
Sevilla en zal daar waare(Ai\inil^ in -het hegin 
der 16d'e eeiaw geborem z^it; jh\j waB dicbter en 
kr^jigBniani, fitreetd b^ P«/vda, in* Tunde en in VOban- 
<leriBn en won door zijn maed en didhtertaleoit 
d<e adhrtdnfg van den Tosat van AscoH, wien h^ 
verscbilleflde gedachiten eew9d eoi wien6 dood 
Mj becBo^gen heeft. Mi8»3ii«n beefit hij ook een 
t^dlang in Mexico TeiftoeM. OmfitieeilDB 1560 is 
bij t^e Servilla overleden^ Eeist in 1854 w«iid een 
b^nopte Moemlezi^g in helt 326te deel der Ma- 
dridsdne „Bili^lnot)eoa de autores eapailoies'' op- 
genomen; zjjj nuiuteoi uit door gmote teei4ieid 
en ongekunstelde £cboonlKdd en (naiuurlgkheid. 
Een beter inizioiht in. de werkiaaani(beid vam den 
didhter verkceeg men uit de m«diedee(liDg«en, 
aan verecbsllenide hand^rifiten ontl-eeiid, ^an 
Oayoso in z^ ^Ensajo de una BibSioteca eEfn- 
fialo", II, 410 44 7. Daandoor wcrd6n ook ver- 
sdheidien baideske giedicfhton yan hem bekend. 

Oetlne is een oestanidideeil van bet waisdhiat 
(apemiaoefti) esk van de olie Tan Delphinus glo- 
ineeps (oachelot of potviecb). Om ze te veikrij- 
g<eii, mn^t f^n gewreveii wiil8chot zoo vaak met 
aftoohol van een soortelijk gewichit van 0,816 be- 
handeld, dot de rest na d« filtiafti« geen olie- 
adhtdge deden meer bezit. Het adhteigeibbeiveake 
is dan zniivere celine. Het k>9t op in koikenden 
alcobol en kTistallieeert bq de afkoeiing ini f^'ne 
wi.tte bilaadjes van parcfknoeitglaiB zonder renik 
of £maak. Het smeH bg 45® C. en vormt na de 
a&oeling een voete, bapde, kriotailgme maesa, 
die op het gavoei rniader vettdg is d»n walsoihot. 
Het soortelgik geiwioht bednaagit 0,94. Honderd 
deelen kokende w\>ngee8t van een soortelgk 
0ewidht van 0,821 z\jn voJdloende voor de op 



magoz^n^ m^isjesEdbool, tooneel met biMiotiieek 
en museom, po«t- en telegTaafkandx>or, eenboek- 
dmk^cerg, nden)we ka^eme en geoB/atadbaipsge' 
boisw«n. De plaa.ts telt (1911) 5800 inrwonei«. 

Cetraria. Zie IJslandsch moe. 

Oette ifi eeik havenstadi en een vieeting vian 
den deiden rang in het Franficihe departemeat 
Hšraalt, in beit arrondij96eniient Monrtpeltier. Zij 
lagt aan de spoorignen naar Bordeaux en Lyon 
op een lanuton^g tnssdhen de MaddeUaDdsdie 
Zee en het bervaaribare Btraiidbneer Thaa (Etai^ 
de Thau), waar het Canal da Midi, aanvangien- 
de te Toulouse, een ednde neem^t, «n aan beide 
z^en van het door de landtong gegrav«en ka- 
naal van Oelite. Oolk ic de stad door kanalen 
HKt de Blidne veibondien. Zij i« halvemaan^e- 
w^*6 giel>oiywd' tegen d«n Mont St. Clair (180 
m.), wBarop zich de cLtadel veiiieft, en doorsne- 
den Tan 2 kanalen, die elkander reohthoeikig 
kruisen. De diepe en veiliige haven beslaat een 
opperviafcte van 45 H.A., woidt door 2 forten 
verdedflgd en Le van een vuurtoren en een ha- 
vienlidbft voorzien. Om de verzaiuding der haven 
te bektten, z\jn lange hooCden in zee iritge- 
bou/wdi, en de kaden hebben dientengervolge een 
lengite van 7480 m. veritregen. Cette i% na Mar- 
seille de bela^mjhste Franedhe koopatad aan 
d« Middellandsdne Zee en een stapelplaatB van 
den w\jn en van andere udtvoenaiitiikelen der na- 
burige departementen. Zg telt (19M) 83 049 
innroners en bezit een groot aantal consulaten, 
wx>. een Nederiaudsdh, een hamdelsreclhtlbaDfk, 
sdbeep6wepven voor de marine, een benrs, een 
Kamer van Eoopihandel, een hydrogra{isohe 
9dKooI, een botundsc^n tu in, een kabinet voor 
naitiuurlijke historie, een aoSlogisdh »tation, een 
mu«eum van oudlbeden en een sdbouvtnii^. De 
zeeibaden worden drok bezodht. Niet aUeen 
woidt er de Oettevrijn bereid, maar men maakt 



lossing van 2,5 deelen oetine, die bg de afkoe- er door veisn\}ding van mtrte Roussilloiuwijnen 

ling grootendeels neerslaanv Ook lost het op ' "" ' ' ^ " " 

in noutgeest, terpentijnolie en vet;te olifo. Che- 

vreul verkneeg bg de veineeping* van cetine 

40,6 % oet}4 en 59^94 % eener massa, die bij 48 

of 44<* begon te soMflten. Het woTdt gebiruikt bij 

de bereidinig van zakv^n, pomadeB en koiarsen en 

alfi apprMeermiddei vKXxr Idnnen. 

Oelliije. Zetinje of Ttettinje is de hoofd- 
plaate van het vorsftendom Montenegro. Zij Idgt 
ter hoogte van 660 m. boven de oppeuvlakte 
der zee in een door steile rotisen onig>«ven dal 
(6 km. lang en 1 km. breed) en- betift een vior- 
Btel\jk paleifi en een klooeter. Het klooster, door 
hedhte nuaren omrinnd, ligt aan den voet van 
een steilen ro4]awand; het weid> in 1478 g>e- 
aticht, bg her^iug door de Tarken vernield^ 
doch td&ens w<eder opgdboomrd. In de keilk aJ- 
daar roG^t het stofM^ overedbot van den w>la- 
ddka Peter I, die door het volk ak een bedlige 
woidt vereerd. In het kiooster bevindt moh onr 
der het bestoui van den ardbimandriet de voor- 
luaamste sdhool des landfi en een boekdriikkerjj. 
Het vorstelgk paleia is in modemen at$l ^e- 
>bonwd en bezit sleobts ^6a verdieping. Cetinje, 
dat bet vooidEKvnen van een doip beeft, is de 
zetel van het bestnnir des lande en van verte- 
geauwooid!igeiB van vreemde mogendheden en 



besi t veider een genrangenie, ziekenftniie, kruit- 1 rloot ingen<»nen. 



m«t allerlei soorten van Spaansdhe en Frančdhe 
nvgnen en brandenvijn een groote boenreefflieid 
Madeira-, Port-, ShenT^ijnen enz., die naar al- 
le oorden der wereld verzonden worden. Dad- 
zenden werlkli6den boud-en er zich berzi^ met 
het vepvaardigen van vo^ten. Voopts bereiditmen 
er likeuren, welrieikende wateren, zeepen, dhe- 
micahen enz. In den omtrek wordt veel zout 
g>ewonneni, op d« werven bervdnden zidh eenige 
duizenden arbeiidiers en de viedhvangst, viooral 
oester- en sardincndascberg, is van groote be- 
tee^enis, terwyi men ook sdbepen uitnust ter 
kaibeljaam^anget naar New-Foaiid]flnd. De han- 
del is nitgebreid. De belangr^kste uitvoerar- 
tikelen zgn: wyni, branidew\jn, sont, w|}n&teen, 
groenspaan, kuiOc, olie, gedroogde en ingemaak- 
te vrudhten, gedroogde en gezouften vdadh, ter- 
w\il er kodomuJe waren, leder, huiden, wol, ka- 
toen^ tlmmeifaont, teer, hans, steenfcolens Sipaan- 
sdhe w\}n> kabeljauiw enz. worden ingievoem. De 
beig van Cette, een laodmeik der zeelieden, 
heetite bij de Oudien Mons Setiua, en reede in de 
Midtieileeaven< vindt men aldaar een Sette ver- 
mieOd. Volgens de mededeeling van Colbert eoh- 
ter is de tegtnuwiooid>igie stad eerst in< 1666 op 
een moerassdgen bodem |^tidbt. In 1710 w«rd 
het kaeteel door een Engedsdh-NedeiilandiBdhe 



CETTLALOOHOL— CEVALLOS. 



41 



Oetylaloohol, CieHs«OH, is een mitte, 
kTistaIi\jiie dtof, bdbooreiide tot de vietalioolbo- 
len, die o.a. uit spemuboeiti kan wiordei]t bereid' 
(■zi-e Cetine). 

Oeiilen« Pieter van, wa6 eeu l-eenaar der 
Vlaacnsothe DoogKgeeidd^ in de laatete helfit 
der 16de eeuw. Toen h\i zidh in 1578 te Bmden 
befvood, om te bemaadiBla^eDi orer eea dniuizame 
verzoeniing van d« Friesche en VlaaniGche Doops* 
gemoden, w>er<i aan hem en aindiere Doopegezan- 
d« leerar«Of door die der Hervonnde gemeente 
een opeoibaai twiiste'€iSfpTie^ aaog^eibodien, waarJi>ij 
(k we36prefkendbeid en sciberpainDi^eid van 
Van Ceulen ciLanfirijik te voorsdhijn knvamen. 
Niertitemin w«nd hg door de VlsAmsdhen in den 
ban gedtuin, en hij verloor diaarbij z\jn tijdelij- 
kns middcden, zood^ li\i ricih in, IbSS b\j de an- 
dere part^ voegdie. H\j bdeikl in 1596 te Leeu- 
wai^en in d« GallRleSiikieitk een bela^gr^jik ge- 
kK)f6g<eddDg met den pr<ediikant Ruardus Acro- 
niu8, enf otecdioon Van Ceulen onjbejdippven was 
in het GrieflDsdh en Latij-n en den 70-jarigen 
ouderdom bereikt had, vist hij zijn stellir^ren 
200 goed- te vendedigien, da4; zijn tegenstamier 
zich gieeneziDB op de overwin<ning k on beroe- 
men. Heit twii«tgespreik duAinle van den 16den 
Augnfitne 1596 tot den 17den Novemlber van 
dat jaar en wel g^duTende 155 zdttio^gen, 2ufar 
voor en 2 unir na den moddlag. Intussoiheni werd 
aan Van Ceulen het vol^nde jaar Verbod^nom 
te pTiediken. Het sdhgnt^ dat hdj zioh toen te 
Sneelk eravestigNi' heeft; h\j leefde nog in 1603, 
want in dat jaar wei»d door de Franeiker en Har- 
linger Svnode verzodht, dat dte Staten van Fries- 
lajid irooKten leitten ,^p de resoktie, gegeven 
anno 1597, sls dat Pieter van Ceulen het pne- 
dikaonbt in deze Lanitisoihappen sonde venboden 
wopden". Hij sdhreef: „Een waaraahtige doch 
eenvoiidagibe w>0deiieggiD0he t^ne dat la^ter- 
scfl»rywn Riiardli Acnondi'' (1596), »Gesprok g«e- 
hoiiden te L€euwaiiden, in protocol van Leeu- 
wardBn" (1597) en „Brief ter vereeniginge der 
Vriezen", /in het „Christel'ijk Huisboek" van 
Buyxen, 

Oenlen, Ludolf van, van Keulen of van 
Cdllen, wera' den 28Bten Januari 1540 geboren 
te Hilde^eim in Sailosen en wa8 onderv^er in 
de wi^knnidie te Brada, dkaarjia te Amsterdam en 
eindel^ te Leiden, waar hg van de ouratoren 
der hcogioBdlkool in 1600 een aanetellin^g ont- 
ving, om in de Nedeidandtsdhe taal de wdGknLnde 
te ondexiwyfl&en aan iiKenienrs. Hg av«rl«eed den 
31«ten December 1610. Bekentd h hg gemrorden 
door de bereikenin^ van het Ludolfiaansche ge- 
tal nit om- en ingeedhrev^n reg<ellmatige veel- 
boelcen. Voorts sdhreel h^: „Van den eiidcel, nog 
de ttafekn sinnum, taingentiam et seoanidnm, 
ten teatsten van inirast" (DeUt 1596)s „De 
aidtftunertnscbe en g^eometrisdbe fondamenten** 
(Le^en 1616, Lat^n van SnelUus) en „EonBtige 
vragen enos.". 

Oealen, Janssens van. Zde Janssens, 

Oenta (in het Lat\jin Septa, Moonscih Sebta) 
is een Spaanedbe vestinig en ha^enstad in Ma- 
nMo aan de noordkost van Afrikia, tegenover 
Gibrakar, op een landtong ten w^ten van Tan- 
ger, waaiiacihter de Apedbeig, een der zuilen van 
Hercules, verrgst. De stad telt (1910) 24 249 



inwonei8) is de zetel van het bestnnir en van 
een biasdiop, heeft een mdlitair gerechlEhof, een 
kd^tbedamail, tiwee kOiOO&tei« en een zie^edbniis. 
Zy woi>d't alB deDortatdepIaatB geibniiJkt. De ha- 
ven, die voor N.O.- en N.W.-winiden weinig be- 
sdheiming geeft, wordt w€anig bezoctbt. Op deoi 
heuvel Acho bevdoidlt zioh een font. 

Geuta is het ooide Sevta, Septum of Ad sep- 
tem fratres; het woPcM; door sommigen voor 
Abijla, door anderen voor het Eailissa van Pto- 
lemaeus gehouden en was vro^er de hoofdstad 
van Mauritania Tingitana. Na den val van het 
Romei nscihe rijk we]3d de plaats aabtereenvol- 
g«D6 door de VandoAen, (jk>ten en Arabiecen over- 
we'Ldi«;td. Laiatstgenoemiden garen haar den naam 
van Selbta en veiibdeiven hoar t\pdens han heer- 
8(5happij over Zdtid-Spanje tot een ge^icthtig 
ooiid. Zij vervaaiidigiden er katoenen en z\jden 
stnffen en< ^jserdia^Ml, visdhten er koralen en 
ridhtten er de eeiBte papierfabriek van het We6- 
ten op. Later Tiei zij ten deel aan de Hamoe- 
dieten, daama aan de Almorctvieden en in 1415 
w€Pd' ZQ veroverd door koffing Joao I van Por- 
tugal, <nadat ook de Genneezen er korten t$d 
h€«r8dha|pp\j hadden gevoend. In 1580 kwam zg 
togemk met Portn^ aam Spanje en bleef 
hieraan onderwoq>en, ook na de scheiding 
van Spanje em Portugal in 1640. Vrueh- 
teloofi belegerdem de Maax>kkanen haar O^^^ 
— 1720) en <te veigeefs (tpokken z\j iin 1732 
onider aan^oering van den NedeitLanidsdhen £^von- 
turier en renegaat Ripperda er nogimaals met 
een groote kr^gsmadht 'been. De sftad werd dap- 
per verdedigd en ie ook nni nog het belaqgrw[- 
ste steanpunt der Spanjaarden in Noond-Afmkia. 

Oeva, Tommaso, een ItaKaanfidi viffeumda- 
ge en dichter, wer(l den 20sten Deoemiber 1648 
te Milaan geboren. In 1663 trad hg in de Jezu- 
ietenorde en gaf in v^ersdhililende colkges lec. 
In z^n wejk ,J)e natnra giaviiun" (Milaan 
1669) maafete hij voor bet eeist in ItaliS de 
theorie van Newton over de algemeene aantrek- 
kjing^kradhit bekend; ook bedadh^ ih^j in 1695 
een verktrna^ om een hoek in drie deeilen te 
verdeeAen. Ak didhder bezong hij in z\jn „Puer 
Jesfos^* de kinderjaren van oen Verlosser in ro- 
mantiBdb-efpdficihen stijl (Milaan 1699); verder 
baande zgn giexiidht ^Phiksoplvia nova-antiqua" 
(1729) veel opeien. Hy oveneed den Sden Fe- 
biuaii 1737 te Milaan. Zijn broeder Oiovanni 
Ceva is als wiskundige nog meer bcflcend ge- 
worden. 

CevalloB, Pedro, een Spaansdh sftaatsmant, 
wetd in 1761 te Sajitaader uit een o>Qd Castili- 
aansch. geeladbt gaboren, stodeepde te VaJlado- 
lid, begon als gezantGcbapesecretari« te Lissa- 
bon z^n staatkumlige loopibaan en wei)d kort 
^kLarna benoemd tot mindster van Buitenlaiid!- 
8dhe Zaben. Toen Napoleon I zidh in de Spaan- 
8ohe zaken mengide, koos hij partij voor den 
prins van AsturiU en was te 6ayonne getnige 
van de toonieelenv die Spanje van zijn zellstanr 
diigibedd berooHden. In het beiLanig der onaflhan- 
kdfjddheidroart^ ^njg hij naar Londen, waar hg 
in 1808 zgn wei5 over de hand€ii;wgoe van Na- 
poleon tegen de SpaanBdbe djnastie uit^: 
„Expo€ition des faiito ect des trames, qAia ont 
pr^parč Tooooipatnon de la couronne d*Ejspagne 



42 



CEVALLOS— CEYLON. 



et des inoyeiis dont r^mpeneur des Fraii^ajs 
s^est servi ponr la r6aliser". Gediurenicbe den 
SpaaniSGiheii beivrijdiD@rsoorl<^ &tovad Cevallos 
aan de zijde van Ferdinand VIL Toea hij ecdi- 
ter het hjuiw€lq!k van dezeiu met een Portng«ee- 
s<5he prinees airied, werd hij naar San(tanid«r in 
baJidngtscftiap geizoniden. Later wei)d hij tat ge- 
zaDft benoamidi, eeret te Napete eit toen te Wee- 
nen.. Hij overleed te Sevilla den 29sten Mei 
18S8. 

Cevedale, Monte, is de naam van eetn top 
in de Ortieralpeni. H^ i« 3774 m. hoog, op twee 
na de liioogstie i a gemoomde berggroep en stijgt 
te mididen van een udtigestredct gietsoheng-ebied 
op. Het zuidoostelijk gedeelte is het hoogste; 
ten N. er van daait die ZfufaUferner omkag, ter- 
wyl in. het W. de Vahetta di Cedeh, in het O. 
de Vddretta la Mar« en isb het Z. d« Vadretta 
di Formo geleg^ni z^Ol Door de giunstige lig>gQng 
heeft m«ni van dien top uit een pradbtig verge- 
zidht. 

Oevennes, we]eer Cebenna, Oebenna en 
Cemmenus Mons geiheeten, is d« naam van« een 
groote bei^eitett in het zuidea vaa Frankr^k. 
Op dien redi ter oerrer van <ie Bihdn-e streikt zidh 
vian het Canai du Mida (Gol de Naurouze) in 
een nooidoostedijke richitang vit tot aan> het Ca- 
nai du Centtre (Long pendu), ter lengrte van on- 
gcrveer 500 km. De Cevenoi^ vonmen/ d« wiater- 
sdheiding tossdhen den Adantischen Oceaan en 
de MidKuillajiidsoihe Zee. Van de mieren, die er 
ODtspringen, stroomen* de Loire, de Ailiers, de 
Lot, de Tam met haar zijrivi<eren eni die Agout 
naar d-en Atlantisdhen Oceaan en de Boax, de 
Eri€nix, de ArdMi«, d« C^e, de Gardi^ de He- 
rauJit, d« Vidouide en de Orb naar de Middel- 
LandBcihe Zee. Men verdeelt de Oevennes in twee 
deeflieni: de zuidedijke en de noondeli^ Cevenr- 
niCB) die dioor dien> Gier, de veri)iading der Rihd- 
De- eot Loire-dakn^ gesdheidien woiicl«m. Het 
noordelijikst gedeelte bestaat udt de bergen van 
Vivarais, die van den Mont-Piltut (1434 m.) zaGJh 
zaidiwe6tw«iarts raitetreikkeni tot aam de Loire. 
H<an gemiddielde hoo^te bedraa^t 1200 m., doofti 
de hoogste toppen zijn de helst boogier, zooals 
de Mont-M6zenc. Die g^ovoianten z^jin veelal vaji 
vulkani^hem satrd en omf^even door diepe tklo- 
ven en kale rot9wanden. Verder 2uidwie6t)waarbs 
veitheffen zidh de Loz^re-ibergen met een ge- 
midldeJide hoogite van 14O0 m., en dde van La 
Lazčre, die zidh in den Pic de FiindeLs veriheffen 
ter hoogte van 1700 m. Nog verder ztiid- 
we&twaarts dmaa^gt de hoofidlketen der Cerveoinee 
den naam van Oarriguesbergen, en deze stiek- 
ken zidh ui(t van den Laigonat tot aan de bron- 
neo der Oi4). Een voort^ffbting daarvan, loopen- 
de van de bronnen der Orb tot die der Agout, 
vormen de beigen der Orb, en hierop vols^en 
tot aan de bronmeji der Janir, met een gemid- 
deide hoogte van 1100 m., de Espinousebergen, 
uit een oveigan|gis^oiinri<n|g bestaande en einde- 
lijik de Montagnes Noires, w^aaimede deze beitg- 
keten hert Canal du Midi bereikit. De Cevenmes 
bezitten naar de zijde van het Hbčnedal een 
steile helling en beviatten dientengeivol^e in de 
ometre&en van Nimes, Montpellier, Alais enz. 
diepe, droge daleai, waar zelden regen valt, ter- 
wi}I de hitte door de teruglkiaatsing der zonne- 



stralen op de steile rotsen nog verhoogd wo'dt. 
Aan de andere zijde der be^gketen is de heUiing 
flauwer, de regen overvloediger, maar ook de 
warmte geringer, zoodat de 8neeuw er ter hoog- 
te van 1500 m. wel eens 6 of 7 maanden. hlijft 
liggen. Hier vindt m«n vooral wowieni, weiden 
en boiCTvlanden, terwiji de oostzgde met wijniber- 
gen en olijfigaaiden, moenbezie« en kaatanjeboo- 
men is bed*^t. De hoofidbezigiheid der bewonei>s 
is la«)dibouiw en ooftteelt, kolenontginmng, pa- 
pierfabricage en zijdeepinnerij. Omtrent de ver- 
volgidigen, waaraan de bewoners der Cevemnes 
ter z&e van den godisdienEt hebban bdiootge- 
staani, raadpdege men het artikel Camisards. 

Zie: Mar tel, Le6 C^enmes et la r^ion des 
CaJOEBes (3de dmik Parijs 1891); Porcker, Le 
pay6 des Gamisards (Par^ 1894); Ardouin-Du- 
matetj Voy»ge en France, 36e sžrie: Cevennes 
m^iddionaie (1904); R. L. Slevenson, Travels 
witih a donkey in the Cavenoies (Londlen 1909). 

Ceylon, (in het Sanskrdt Lankddiva, 
door de imboorlingen Singkala, door de Ara- 
bioTen Serendib, m het Birmaansch Jehoo 
Tencuserim, Land des welbe4iagen8, en 
door de oude Grieken Taprobane genoemd) is 
een Britsdi-Indisch eilanct in den Indischen 
Oceaan aan de zuidioostz^idte van de punt van 
Voor-IndiS, waarvan hert gesdheiden is door de 
GeU van Manaar en door de PaJk-straaft (98 
km. breed). Het ligi (zie de kaart vaA Voor- 
Indie) tusstihen 5o55' en 9o&l' N.Br. en tus- 
Bdhen 79» 41' en 81« 54' 0X. v. Gr. en heeft bij 
een lengte van 445 km. een bieedte van 160 — 
235 km., teFw\jl de oppervlakte 65 607 v. km. 
bedraagt. Cejlon is, evenate SiciliS, eens met 
het ^yburige vastete^nd veibonden geweest. 
Daarop wij6t de sage, dat Visjnoe tijdeins z\jn 
zevende ahicaaanatie een brug van het vasleland 
naar het eilandi ge^nvvd' (heeifit en dat zelf« nog 
in de 15de ewiw de peHgrimfi te voet van Delkan 
daarlieen z|jn getrolracen. Ook tthan« is er nog 
een aaoeensdhakeding van riffen en zandbanJken, 
die bg steile eb nagenioeg droog loopt, devaart 
voor groote sdhepen belemmert en den naam 
dra^ van Adamsbriqg. Biina het gelieele noor- 
del^ke gedetdte van hert eiland is een praoihtii£re 
vlakte; een laagland omgeeft m ihei zuidelijk 
dleel liet bergilai^, dat in oitloopers tot aan de 
oost' en zmdfkoist reiikt en onigeveer 9000 v. 
km. besLaat. De bergstreek vormt een boogland 
van 650 m., mett aamz-ienAgke ketens en toppen. 
Hiertoe »behooien de Adamsplcjk {2241 m.), de 
PediotaUagaUa (2538 m.), de EirigaLlpoIk (2380 
m.) en de Totapolk (2353 m.). Tnssdhen de 
bergen vindt men pradhtige en vrudhtibare da- 
len. Tot de voomaamiste rivieren bebooren de 
Maiharvili-Ganga, die in het midden van het ge- 
beiigte ontspringt, nooidoogtivinaarts 8>troomt en 
zidh na een loop van 330 kan. uitstort in de 
baaa van Trinifcomali, de KaJoe en de Gintola- 
gangct. Veider zijn er talrijike in den bloeiftijd 
van heit Boeddhisme aangelegde, thans grooten- 
deeiLs opgedroogde vijivers. Het eilandi is aan a2- 
le z^den toegtmikelgk voor de grootste schepen, 
beihaJrve in het noordwe6ten, ^tnaar die knsteniaag 
zijn. De besrte ha ven is die van Trinkonomale; 
hierop volgt die van Point de Galle, terw51 Oo- 
lomlbo enkel een reede bezit. 



CEYLON. 



43 



Het Idimaat is gelijikinatiger en voor Euro- 
peanen aangenamer dan d^t van Iikdi£; de g«- 
md(idefkd<e jaarlijkscih« tempera^timir bedraagt aan 
de kusten 26— 32« C, te ColomiK) 27,4». Er is 
zelSs een beroemd heretatliii^taoord te Noenvoira 
EHia, 2000 m. 'boven de zee. Van heit laatst 
mn April tot aan het beg^n Tan NovemliteT 
heeracbt op Geyloii d« zuidwei8tnM)Q6on ea ^- 
dttiendie dem oTorigen tgd des jaars de zoid- 
oostBDoeson. De jaazdijJc^cbe rei^Dival bediraagt 
te Ck>l<nnbo 2240 mm., te Batticaloa sledit« 
1480 mm. De vlaJcten aan de O.-ikust z\jn dboog 
en ook in het binnenladd i€ binstmatdge be- 
spToeiing mooddg. 

Uit het deJlSBtoffenxqk bcfaooren grafi ert^ ijaer 
en maogaan geiuemd< te vnorden, voorts salpe- 
ter, aluio, zwayeil en zout, alsooik vele edelge- 
ateenten, namel^k robijnen, ametlijsten, topa- 
zen, Balfieren, granaten, toermalgn, dhalcedoon, 
hjacinth en beryl, die inzonderiieid in het laod- 
sdhap Aooerftdhftpoera wopden gervoniden. — 
Junghuhn aegit: „De bervniUdffie en tervene groot- 
sdie landecfaappen zqn OTerai in een gioen kleed 
gefaold en in z^n plooien Idggeni de dorpen on- 
der de sclhadaw van hoog geboomte. Heer in 
het binoeniand vindt men udtgestrekte koffie- 
pjlantages en gdheele w»i]deoL van kaneeliboomen 
en ainere soeeerJiadhti^e g^wa8senH waarbov6n 
zich veelal hooge tamaiinide- en palmboomen 
verheffen, afgewja86ld met statige bananen o! 
met aiodere boomen, die met vrucbten en 
bloemen beladen zi>n. Daaraohter evndel^k 
verrijzen de (rots^saiden der reuzeogevaar- 
ten, die zioh tot m de wolken vei%effen. 
Een pracbtiger en heerlgker tafereel kam 
men zich Jiiet voorstellen. De ja<^ (Arto- 
eaipoB intr^folia), de broodboorn., de dBJam- 
boe- en de ktttcjoeiboom verepreiden omder hun 
taJkkem een veiibvnkkeiude 8dhaidu(w tnssdhen de 
Btamrneiii dei areea- en kckoapalmen. De zwarte 
peper ea de beteftpeper kJimoneni bg de hooge 
ooomeD op, en een nvemigte bloeaeiide heestei« 
vnlt orerad de itussohennmnten, zooda-t geenver- 
becAdi>D^ zich imlik een aaogename looteen^- 
ling kaib vooraftcAkn. Zoo is het althans in de 
proiviDae Na^omibo, het kearigete pldkje van 
den gnoot^n lostihor'. In de lagie landen ver- 
bonwt men rijst, katoen, mals,' arrowroot, ma- 
mek, sinikerriet, tibee eniz. en in het bergachtige 
bdnneniaDd voorai koffie. In den laatsten ti)d is 
de ooltuar Tan eaotstehooe zeer toe(gienomen. 
Men adbat, dat in 8 jaar de uitvoer zal stijgen 
tot 8 2i 9 milKoen pond. Hert dierenrijk van Cev- 
)on beži t een aikonderlijke Boort dlijfaniten, wil- 
de swi)n«n, bteffieSa, hertea, nracAnsdiereni, ste- 
kelvaifcens, hazen, geiten, musilnisratten!, jaMial- 
zen, lippenberen, aipefn enz., 1 50 soorten van vo- 
geSs n^ den nenshoornrvogal en Tele pape^aai- 
en, veel dangen, nuiar wedfnig vergdftige, (kaai- 
mana, sdhildipaidden enz. Lastig voor mensohen 
en dderen zijn die roode bioddiznig^era, dKe in me- 
nigte de wowleo befvolken. De kuM, viooral de 
Golf van Manaar, lievert ved parels. 

De bevolking bestaat uit (1918) 4189 246 
zielen, wBaronder 2 676 921 Sin^gihaleezens 24 983 
^Boigiheis'' en 5227 Enropeanien (zonder de md- 
litairen). Z^ zign, voor zoover de leer vami Boed- 
dha aolkis veiooiilooft, in kasten veideeld, en de 



alavern<y bleef er, in haar zachtste vonmen, tot 
in 1832 bestaan. Het adb^nt, dat de AVedda^s, 
die in de woudeiD ten oosten van de Mahav&li- 
Gang& vian de jaidlvt letven, meer aanepmak heb- 
ben op den naam van ooTS(>ronikelijlkte benvoners. 
Na de SiD^aleezen zijn de Malabaren (Tamils) 
het talr\jlkst; z^ vormen ongerveer een zevende 
gedeelte der bevolking en ondetrscheiden zich 
van eer^enoemden door grooter geesbkraoh^t en 
forsdher lidhaamfift>ou)w. Tot hen, die van elders 
zidh op het eiland genreatii^ hebiben, beHiooren 
voorts de Moonen, afikonustig van Indisdhe en 
Arabisdhe Mohammedanen. Ook Maleiers en Eaf- 
fers zijn ooder de bevolkii<ng vesmengidl, en ooder 
de Ekiropeanen zijn de afsitammelingien'' van Por- 
tugeezen en vian Nederlanfders het talrgket ver- 
tegeDAnroorddgd. 

De leer van Boeddha hee£t op het eiland en 
zljn befvoiking duidel\|k haar stempel gedrukt, 
voorai ook op de groottsdhe boiiwvallen van Anoe- 
rftdfti&poera in het noonden en van Caod^ in het 
binoieDiand. Ceylon is de hoofidtBetel van bet oor- 
spronkel^e Boeddhisme. Het werd er 8 eenwen 
v66r den aaovai^ oozer jaarteUdng reeds ver- 
kon/digd. Men b^eoirt zijn inivJoed in de ge- 
sohicK&nDs, de zeden, de weitenBdhap en het lervien 
der in<woner6, en voorai in de nationale lettei- 
kunde, die gedeeltefl^k in heri; Pali, gedeeltelijk 
in het Siiiglhaleiesdh gerahreiven is. Laatstge- 
noemde taal, welke met de taleoi van Dekan 
vei>waiut is, wordt ook tihans nog te Colomibo 
zeer gocKi gesproken. 

Ak Britadbe bezititing en ails middieiipanit van 
veikeer tusadben Groot-BrittanniS en Afrika aan 
de eene, Adhter-Iodifi, IndiS, de Soenda-eUan- 
den, GhinBK Japan en Poljnesi^ aan .de andi&re 
z^de, berviodt zadh Oejlon in een hoogst gunsti- 
gen toestand. Het is redutstredks oniderworpien 
aan de Britsdhe kroon en wordt dbor een gou- 
verneur, aismede door een Kabinet van 5 en 
een We1|ge(vendie Commlissie van 17 leden be- 
stunrd, aie aUen te Oolombo gevestigd zyn. 
Het eilaiiKl is verdeeltd in 9 pnovincien. 

In 1912 bedroeg de mvoer (rijst, kolen, ka- 
toen, gesouten visdh, spdritiKiliSD en wgn) i 
12133 332 pond 8fterlii](g, de uLtvoer (tihee, ca- 
cao, pobbier, kokosolie, kokosnoten, koffie, gra- 
fieit ene.) 13 263 660 poild sterling. De voor- 
naamBte ha/^en is Oolomlbo; dae 'besit 90 % van 
het geiheede sfiSveeipvaartfveikeerv dat in 1910 
9 371 160 ton hedroeg. Voor goede wegien is er 
gecEorgd, en er is een 8f>oorweg aangel^ van 
GdomJbo naar Canldj. In eiploi/tatie z\jn 973 
km. (19M). De teleforraaflijnen hadidie<n in dat 
j-aar een lengite vam 2845 km., de telefoondraden 
een vam 890 km. De regeerimg en de zendings- 
genootecSiappen zoi^en voor de vei^reiding van 
kenmis en besdhsvvin^; de eeiste had (1911) 754 
sdhoJen met 96 092 leerlingen, 1754 sdvolen 
met 185 63^1 leerllan^gen worden door den Staat 
gesubsidSeenJ, terw^ 150O partiouldere sdholer 
34 375 kerling-en telden. Vender zijn er vaksdho- 
len. Hert; Rojžl College bereidit voor de Engel- 
sdhe hoogescLolen' voor. Het Ohristendom maak* 
geen voideringenj, daar de inft)Oorlin|scen znch wei 
laten doopen, maar zidi houden aan de oude 
leer. Er zijn 1 Roornscth-EaitlholLeke aartsbiB- 
sdhop en 2 bdssdhoppeni, voorts is er een Angili- 



44 



CEYL0N--CHABAROWSK. 



kaaDflch« bi^sdb&p. In 1846 weDd te Colomibo 
een gieleerd gieiu>ot6clia,p gestdii^t. 

Omtreni de ^erate .tgdpejrken dler gefiohdede- 
nJB vaii Ceylon ontibrellDen aMe bericttiten. Tocii 
sclhqnt het, (kU; de beivolfcing reecU v66r kondi^ 
Wxdsjaja I (543 v. Ohr.)«, met wien de geechie- 
denis een/ aaii/vang neeint, een aanmeiikelijlk-en 
tra,p van o»twiktoelin|g had b^relkt. In 30*7 v. 
Ghr. vensoihe«jii onder de regeerinig vani komog 
T%sxa de BoetcbcKhisftifidhe leeraar Mahindo op 
CeyfloE eni het w»el8lagen zijner zerdint^ werd 
bekraditigd dioor het plaDiten van den henJiigen 
Bdboom (Fieus religiosa), di« er nu nog aanw«- 
z\g is. Het cnd/e koDiDStag^glaobt, dat d^er Ma- 
hatcansa, -sbierf uit in 301 na Ohr. en werd op- 
getvol^ dioor dait der Saloevfonsa, dat tot in 1153 
r^jeerdie (gfjdhirende 2358 jaar heeredhten 165 
vorsten o^er Geylon). In d-e ftde ee«uiw w«ixi het 
eiland bezooh/t door Cosmas Indicopleustes dae 
OBS daarvan een ibe60hnjvi<ng heeft achtefrgek- 
ten. VeredhilleiKde vorstenftiiiizen zetelden ver- 
volgeDB ap den troon te Canidy, waarheen na de 
Terw<)e8tii]g van het outde A>noerfix](h&poera de 
wettige regeering w<aa veirolaalJst, alsnede in 
andere geweaten van het eiland tot in de 16de 
eeuw. Door Portngeezen werd de eerste «toot 
aan het door bininenilandAcihe twisten zwaikke 
konii](kr\jlk Caiiidy toegeibradhlt. Z^ sta/pten toe- 
vaJJiig aan land in 1505 te PoiiKt de Galle, aan- 
gevoerd door Almeida. Een expeditie naar Co- 
lombo werd eerst andernomein in 1517 door 
Lopet Soarex da Albergaria en de Portugee- 
zen naoien weiLdi!a eenige faa^enst^detni in beži t, 
waama z\j het geiheeile eiland zoditen te onder- 
weFpen en in 1587 :&idh meeeter maalkten van 
Candy. Hoin godedienstig fanajtHame verbltterde 
edhter de inwoners, zoodat deose besdherming 
zoohten by de NedeiflaoJders, die het eer»t in 
1602 onider Joria van Spilbergen op Ceylon wa- 
ren gel&md. In 1609 stidbtten onze land^enoo- 
ten elen neideiosertting te Eottiar, iireanofit z\j edi- 
ter door de Por1«^^eezen vieiden verdraven. Van 
1638—1640 ^jeilulkte het hoin otfdier JVester- 
tpold edhiter Batikaloa, Triimlkomali, Ni€faJD9oe- 
wsif Motolfbo en* GaMe te bezetten. In 1658 vie- 
len ate laat&te bezittingen der Portos^leezen Co- 
lomibo en Dsjafna in onze handen. Na bet op- 
trteden van Napoleon zond in 1795 lord Her- 
bert, giouverneur van Madnas, een espeditie 
naar Ceylon, en weMra gaven* Trincomali, Jaf- 
na, Colombo en> ten slo<tte het geffiieele eilanidl 
zidh o ver. De witeedlh«den en verraderlijke han- 
delwij^ waaTaan d>e firilžten, aan wie bet 
eilanid' b\i den vrede van Asniens (1802) wa8af- 
gestaan, van de zjjdie deor iaboorlingen waren- 
blootigosteflid, leididen in 1B15 tot oen ooidog. Eo- 
ning JVikrama Radsja Singha werd< gevangien 
genamen en zag zicih genoodzaakt, het bemt van 
heit eilanid a! te sta&n aan de BritBdhe kroon 
(2 Maart 1815). De ivoBi wa6 e<9Ver alleen in 
Gdhijn hierstdd. In Septemiber 1817 baictte een 
opatand loe met een Boedidlustiddh priesrter als 
kroonipretendent aan het hooM, en hlenloor 
onistond in de ddohte woaden een gneiiUa-ooi- 
log, die de afkonddgiog der kTggiswet vereisdh- 
te. De heilige tadd van Boeddha, d^ie er b^ el- 
ken opeftanid een beAan^gke rol vemnuHde, weiid 
onder de besdheimin^ geeteld ran het Britsch 



gezag. Ooik in 1820 weiiKlen er pogingen tot 
oproer beiproedld, dodh toen in 18d2 de laalsfce 
koning overleden was, ficheen tevens de laatste 
reden van verzet weggenoni6n. Nlettemin zodht 
men zdoh in 1834 van den heiJigen tand tot 
leue voor een ndeT»weTi op^tand ineeeter te nrw- 
ken, en l)oeweI de Engelschen dien tand in 
•1647 aan de prie&ters toervertroawden, zagen z^ 
zich genoopt, hem (reeds het volgende jaar we- 
der in be'warang te nemen. Ten gevolge der ge- 
etrenge masitregeden van den gouverneur lord 
Torrington ontstond* in 1848 een Boeddlhi&tiECih 
oproer, maar ddt weiid met kracfht ondeidrulkt. 
Uo€fwed de gooiverneur in 1850 zgn ontslag nam, 
hebben z^n maatregeleai zulke gevolgen gehad, 
dat er zel!« in 1857, itgdenA d«n opstand in 1^- 
dde, geen oproer werdi beproeM', zoodat Ceyk)n 
kalim, maair miet vasten tred vooruit^aat op den 
weg der onlmikkelinff. 

CeylonmoB is de naam eener soont Agar- 
Agar. Zie akl*aar. 

Ceyz of Keyx, koning van Tradhis, wilde 
i>et orakeil van Apolh te Claro€ raadplesen en 
bedoofde z|}n gemalin Aleyone, dat h^ oinnen 
2 maaoden zou ten;^eeren. Hq leod edhter 
8chiplbien/k en kwam om. Toen Alcyone het Igk 
(van haar ^emaai zag aandr^jiven, stortte zij zich 
in zee, waarop beiden in mvogek Terandenden. 

Cčianne, Paul, een Franedh sdiilider, den 
19den Januari 1839 te Aix geiboreni, waB leerling 
van Camille Piaaarro en bahoorde tot de sdhiool 
der impressionisten« H|j oiverleed den 22fiten 
October 1906 te Aix. Zijn sdiiDder^jen, die land- 
scftiappen, dtillevens en figiurem als ondenver- 
pen hfibben, benrinden zidh voornamelgik in par- 
tiouliere verzamedingen te Parijs. Emile Zola 
vrordi; geizegid in z^n roman „<rOeuvre" vioor den 
hoofidfpersoon C4xanne als model te heib^en ge- 
nomen. 

Cezimbra ie een stad' in het Portugeesdh 
diisrtrict Lissabon in de proWncie Estremadura, 
aan de N. lsni»t van de Golf van Setulbail, gele- 
gen op een etedle hoogte. De stad heeft onge- 
veer 11 000 invraners, een haven en diraldce 
viascherg. 

Chabarow8k (tx>t 1895 Ghabarotoka ge- 
heeten) ie de hoofidistad van het gelg&namige 
EoifisiBdhe ddetriot, ooik ie het de standplaats 
van den generaal-goovernear van het goaverne- 
ment Amoer. Zg Hgt op 48^28' NJBr., op den 
139 m. hoo^n oever van de Amoer, die hier 3 
km. breed is, aan de vereeniging daaovan met 
die Oeseoeri en aan den C)easoeiii8poorweg (Oha- 
barowfiik-WiLadiwo9tok). De temperatuoir wi86e]t 
er af van -f- 20^1« (Mi) tot — 21,9« (Januari). 
De stad is zeer regeiLm«tig op 3 heu/veLs ge- 
boa'wd, bestaat b^na gelieel uit houten hiaizen, 
heeft 2 Rofisisdhe keiken, een Ohimeesdhen tem- 
pel in de Ohdneezenmnjjk, plantsoenen met een 
•giedenkiteeken- van graof Muramew, een cadet- 
tenedhool, een gymnad'aim voor medsjvee, een 
ethnografisoh mnseum met bibliotheek, een 
wedkyadf, een afideeling van de rilkEibaak, een 
rijtes\JBei|gieteri), 2 wierven en telt (1910) 41 050 
infwoner6, vaaronider veel Ohineezeo en Kore- 
anen. In den zomer ondeiihonden talr^ke stoom- 
booten het dmikike IhandekveiikeeT op den 
Amoer tot Storjetensk en Nikola)ew£ik toe en op 



CHABAEOWSK— CHABOS. 



45 



deo OesBoeii tot het Ohaokianieer. Deze haodel 
woi]dt Tooral ralrenreni ior pel8w«ifc (25 000 — 
30000 sabdhreilleib). De pkato, omtstaan uit een 
in 18i56 gesticbten militaireik poet, werd in 
1881 tot Btad Teiiiev«!! eo was van 1880—1886 
in piiaatB Tan Ndlkolaje^rak de zetel der regee- 
TVDg der EostorovijKie. 

Ohabas, FranpoU, een- FmnBcfti £4g}pftoloog>, 
wepd dBD dden Jamiari 1817 te Brian^on ^e- 
boren^ zag zidh. in 18S1 in een baadelBbmis te 
Nantee g>eplaatBt en legide aidh toe op ooule en 
Ddeiiwe taleik» in. 185il ohoHc op het Arabisdh en op 
de bierogljphen van E)gypte voI^ob de spraaik* 
knnat van Champollion, Geen hdndfemifisen of 
beavraren scfarikten liem af en weldra sdhreef 
hy zQn weife: „D'une inBcription histJoitique idni 
rtaie de Sčti F' (1856), eon belfingrijk« veilhan- 
dding 0Yer de ontennming der Ndbiscfhe s^oud- 
m^*nen door de otrae BgypteDiaren. H\j «direel 
voorts: „Mtooire 'sur TiDBcripituon d^Ibsamboul" 
(185&), waarin h\j het Teilceeiide der aJgemeen 
gerdigide ooethode in het lidht steLde en ook op 
E^gTDtologisdi gelbied die redbten der oritielk 
hjuDidhaallde. Zeif betrad h^ den door hem aan- 
geweBen weg en leverde: ,,Le papynis magique 
Harrio" (1861) en ,3^knge8 šg7ptologiques" 
(1662—1872, 8 aerifin), beatudeeide de tijdper- 
ken der Hykso8 en dat der verdr^Ting van. d^zen 
en adhreef daarorer: „Les pasteurg en E^gjpte" 
(Amfiteidam 1868), ,,Redierdies pour servir k 
rUstoire de la XIX6 dynastie et sp^alememt & 
oelle de6 tempa de rexode" (1875) en ^Etnkles 
sur rantiquitš iuetodqne d'apr^ les 60<Qrees 
^gTptienmes et les monumenls r6put68 pr^ifito- 
rigoes" (1872; 2de drmik 1873). Ook sAreef hij 
nog: „Kecberdhe6 sur le nom Sgjptien de /Tlhč- 
be«^' -(1863), „Revue rštrospeotive A propos de 
la publication de ki liste royale d*Ai)ydo6" 
(1865), „Voyage d*un Egyprtien en Sypie, en 
Fbčnicie etc. au quetoTsidine «ikAe avant notre 
ftre" (1866), „LMnficription iw^rog^l}Tp(hique de 
Rosette" (1867) en ,,Tradn]£tion des inscriptions 
de r€ft>^Ii«que de la plače de kt Concorde k Pa- 
riš" (1868). Verder foverde hij opstellen in ver- 
sehiUende t^dedhrifiten, redfigeeiide van 1874 tot 
1877 z€?lf het tgdsdhrift; „L*Bgyptologie" en 
iras lid Tan veradbiTlende jgeleerde g<enoot9dhap- 
pen, akonede piesideiut van den D^acteaneiuta- 
len raad »van Sa6ne et Loire tot bevopderinfg 
Tan handieA en ngiTeadheid'. Hij overleed dien 1 Tden 
Mei 1882 te Versailles. Zijn kleine opstellen 
werden g«aameniy(k uitgegier^en door O. Maspero 
onder den titel »»Oeonrres doT^rses" met een bio- 
graf isdie iniieidin(g^ in de ,,Bibliotftišqiue ^ypto- 
rogiqoe" (2 din., P^r^s 1809—1903). 

Ohabajilet is de naam yan een deifisbof uit 
de groep der zeoJdeiea. Het 'krietalliseeTt m het 
hexagonale steilsel, is Irleuiioos of 'wit, zeldeoa 
lood- of geeladhti^, doorzndhtig of doorsdiijnenKl, 
giaeglanfiDeiui, beelt een hardfheid van 4 — 4,5 en 
een soortelijk gemcbt vam 2,1. Heit is een oal- 
ciumakanimvnBilioaait) dait tevene veeJal een 
we]nig kalium- en natriumedlicaait berat. Men 
vindt het ia den Harz, in Bohemen, in Sdhot- 
land ens. De fonnuk ia (Oa.Na3>Al3Si40i2 + 6 
nioleouien fcristaibwBter. Het kom t ingesloten 
^or in basalt, pbonoliotih, porp(hyri€f^ mela- 
Fibyr, grandeit en araonderl^ in de bponnen van 



Plombi^res en Luxeuil. iBegelmatig gevonnde, 
lenBvonnige twee3.ii](g<eDi van dhaibasiet Eeeft (men 
plhako]aeit& genloemd. 

Chaband-I^atoar, Franpoia Emest Uenrl 
•baron de, een Fransdh generoal en mdndster, ge- 
boren den 256teD Janiutari 1804 te Nlin^ be- 
zodbt de Pol^tedhnische sobool en nam dienat b\j 
het corpe der genie. In 1827 ^eid hij kapitein, 
nam deeil aan de enpeddtie naar Algiers. In 1857 
werd hy beivordierd tot di/visie-generaal. Tevens 
was hg lid van dem Eeizerl^ken Raad vaiU On- 
der^^s en lid van deo Centralen Raad der Her- 
vormde Keilk. Oolk was hij van 1837 tot 1848 
lid van het Parlement en stemde steeds met 
de conservatierven'. Na dien t^ beihooide h\j tot 
de 9yerigBte OrleEunisten. Bg het bele^ van Pa- 
rijs in 1870^-^1871 oniden8dieidd<e hij zich als 
commandant van het oorps ingeniours. In ]87!l 
werd hQ afigennaardigd naar de Naitionale Ver- 
gadering, nam zittfing im het (rechter centrum 
en w€rd meennalen tot vioe-president der Ver- 
gadenng benoemdi, waaiibij h\j de staatkunide 
vcin Thiers steunde. In 1873 werd h\j lid van 
de militaire redhtbanik, die vonms moest spre- 
ken in het proces- Bazotnd. Den 248ten Mei 1878 
werkte hg mede <toft dem val van Thiers, Den 
20i9ten Juli 1874 werd hg onder Mac Mahon 
minister van Binneniandsdhe Zaken, maar nam 
den lOden Meart 1875 zijn onMag. Later weid 
hij presbdent van de oomit^s voor de verster- 
kingen. In 1876 werd' hg Lid vam dien 8enaat; 
hg overleed daa il885. 

Ohabiri heetetn de Semitische stammen, die 
omstreeks 2000 v. Chr. Palestina 'bismentrokken 
en van wie in de Tel-Amamaibrieven — het in 
1837 — 1998 wedeigevoaden -staatsardhief van 
Amenophis lil en iV van Egypte — miellding 
gemeiBikt wordt. Het woord is in vorm Phoeni- 
ci8cDi-Babyloni8cih en etymologisdh hetzelfde als 
Hebreeutoen, 

Ohablais, in het Italiaansdh Sciablese, is 
een landedhap in Opper-Savoye, aan het meer 
van Gendfve, met een oppepvlatktte van B20 v. 
km. en ongeveer 60000 iniwoneTs. Na de an- 
nexatie vormt hei het arrondissement Thonou 
van het departement Haute Savoie. In de dagen 
der Romeinen Iheette diet P r o v i n c i a 
Equestri6 en later Agei Caballicus, 
wegenB zijn talrijke stoeter^jem, en weiid be- 
wooad door de GallifiGhe Allobrogen. In de Mid- 
d€(leeuwen bcfhtoorde het tot (het koninkrijk Bour- 
gondiS. Keizer Koenraad U gaf het den eraaf 
Humbert met de mtte kcmden, in wienfi mmn- 
lie het bleef tot 1416, toen Savoye een hertog- 
dom we(rd. In 1792 werd 'het door Fran&rijk in 
bezit genomen, in 1814 aan Sardinne tepu^s^e- 
geven en met Fa(ucigny onrzijdag verirkard. In 
1860 k/wam Ohaiblai« met Saveye weer aan 
Frank rgik. 

Ohablls, een stad in het Fransdhe depar- 
tement Yonne, ariondissemeiut Auierre, gelegen 
aan de Serain en den 8poorweg Larodhe--J*Igle, 
beeft versdhnllende kei^en uit de 12de en Idde 
eeunr en telt (1911) 2020 inswoner6, die uitmun- 
teffden witten wijn veift)oaiiwen. De beete aoorten 
komen van Clos, Bouignierot, Grenomlle, Mont- 
maiie, Ljs en Vaui-lfeairs. 

OhaboB of Japansche Bantams z\>n een eoiort 



46 



CHABOS— CEAOONNE. 



uit Japan dngrevoerde, <lwe]^boeDde[r8, da« we- 
g^nc haih sierlijikihieid Zieei in trak zijn. De kop 
en die staaiit wo«ien) recih.t<)p gediagen en ra- 
ken eJbkaar hijfOA aan, de TkngeLs sleepeni over 
den grond. Er beetJEian nog 12 vuriSteiten ^an, 
die Jiajpani^cihe <namen dragen. 

Chabot, Fran^ois, een Franisdh revolutie- 
man« gdboren in 1759 te St. Gendez lni Rouer* 
gue, werd reeds vioeg Capucijner monnriik. Ook 
na de opiheffing van bet klooster te Rodez bkef 
h\j mon<nik, iioewel hij «en onzed-elijk 'levesileid' 
de. Door het depantemenit Loire et Ober naar 
de Natioiude Vergadiering geaondienj, arbeddde 
by met kradht aan de vernietiging van faet ko- 
mngiBoihap. Als lid Tam die Nationale Gonvenitrie 
wilae hy de aristocrateni vei^samnen en ban goe- 
deren aan< de Saneoidottes toe(wyzen. H\j is de 
ui4]Tinder yan den naom »Moivtagnards*' rooT de 
beftigsle re(vx)lutdounairen, die op de boogste 
baniken in de veigodenzaal waren gecoeten. Op 
z\jn voorsted onitving de keilk yan Notre Dajne 
dien van „'I\empel van fcet gende". Uit »pot 
noemdie men hem deu „rad9ei]iden monniik" Hij 
trad in bet buwelijQc met de Oostenor^jIkiBC&ie ba- 
rones von Frey, i^ng9^\ge waarvan b^ van 
arifftocratisdbe gesindfhedem beedhiikiigd, in de 
govangenis gKiwoTpen en met aaderen van> den 
toeleg tot bet roaTen van geMen betidbt weTd 
bij bet opiheffen der Oost-liidiisdbe Oompegnie. 
Den 5den April 1794 stierf h^j op het sdhavot, 
nadat hq 3 dagen te voreni een vmdbtelooze po- 
ging bad gedaant^ z\(h dioor middel van vergift 
om bet 'levem te brengen. 

Chabotte is bij stoom- of vaSiamers bet 
gLet^zereib Mok, disbt op den; bouten vrortei^tolk 
staat, vveUce de fuibaeering uilinaaikt en bet 
aambeeM draagt. Hoe mraa-Fdar deze maasa is, 
des te mdnider beeft de oimgeiving van trillin^n 
te li>den; ook ivoidt de nnititiige aiibeid van den 
slag er nog dnor veigroot. 6\j zeer groote stoom- 
bamers worden de dbabottes nit eenige skddren 
sanoeogeeteld en duurzaam verbonden. Zoo be- 
9taat de cba2)atte van den rensaohtigen stoom- 
bamer te Oneuaot uit 6 stnikikeni, die samen 860 
ton wegen en een afgekno<tte pjiamdde vo-imem 
met een grondfvlaJk van 38 v. m., een bo<venn^la}c 
van 7 y. m. en een boogte van 6 m. Te Penm 
staat er een in de artiUerier^ieiikipdaatsen van 
630 ton, uit ^u stnik ge^ten; maar de eerste 
oonfirt;ractie is de bedite. Zie ook Stoomhamer. 

Ohabrlas, ^en Attiscb veldbeer, verbief 
zijn geiboortestad Atihene, door den Peloponoe- 
Medhen ooiilog uitgaput, opnieww tot welvaart. 
Nadat bij in 390 v. CSbr. Aitihene t€gen de vlo- 
ten der Aegineten en Lacedemond^rs beveiligd 
bad, steiveade hy naar Aegina, om er de inwo- 
ners gestreng te tudbtigen. In 388 onidersteun- 
de bij koning Euagoras van Salami s tegen de 
Perzen op Cyprus, veibindeide in 379 den aan- 
slag der Spartanen op 'Thjefce, veroverde in bet 
volgende jaar onderodheiden eilanden eu belhaal- 
de met 60 /triremen een belanerijlke ovepwin- 
ning op de Pefloponjnesiere bg Naxoi8 in 376. 
Door een nie^ave W92e vam vedbten, namelijik 
door het vooi»be geidid op de eene fcnie te doen 
vaUen en aiLzoo met Iheit sdhild op bet andcre 
been en met gestrekte speer den aanival van den 
v^nd' ai te ^vacbten, bezorgde b\j aan de The- 



banen de zegefpraal op de Spartanen ondter Age- 
silaus en) l^e de groTudsLagen voor de over- 
v^inudngen- b\j Leuctra en Manrtinea. Later 
streed bi) mek Sparta .t^en Tbebe, dat zicb de 
opperheeredhappij over Boeotig wilde aanmati- 
^en, en bervedligide den Pedoponme&ufi tegen een 
inival van EpaminandaSj dioordien bij orver de 
landengte een graoht deed graven en een vral 
opvverpen. Hij v^eord aangeklaagd wegen9 bet 
verlies der sttad Oropus, maar vrijgekspr<>ken, 
dodi nni veiliet b^ (36^) z^nr vaderstad, om als 
adminaal vaa den koning van i5g.7pte tegen Per- 
zie te gtrgden. Vier jaien later keerde b^j te- 
rog, voerde in den Bondgenootenoorlog bet be- 
vel oiver een expeddtie t^en ond^ersdheideu op- 
roerige edlanden en steden en 5neni<velKle in 357 
in eeni zeegenredhit voor Ghioa. 

Chabrler, Emanuel, een Fran«c(h compo- 
nnst, den ISkien Jamaari 1841 te Ambert (Puv- 
die-Dtoe) geboren, studeende aannranikeJiJk te 
Parijs in de redbten en v^as daar van 1862 tot 
1877 beBDifbte aan bet minieterie van Binnen*- 
landiscbe Zaken. Intuescbefn bad (bij zicb al ge- 
(xtfei<d in> bet pianospel en de oompositie. In 
1877 tow«m zijn eerste operette „L'4tmle" voor 
bet voetUdht; daarop volgden „L*dd(aea<tion man^ 
qu4e" <1879), een lyri€ol^ scene met koor, „Su- 
lamdib" (1885), ,vGwendoliine" <1886), „Le Tod 
malgr^ lui" '(1887) en „BniseIs" )(1889). Ook 
scbreef Chabrier v^erken vooir piano en orke&t. 
In 1884 en 1885 vvas bij koordiiectoiKr aam de 
„Cb4teau d'Eau'' en assisteot van Lamoureux 
b^ bet instudeeren vam JVagner^s „Tiri8tafli und 
Isolde". H^' overleed den 13den September 
1894 te Parii«. 

Chaoo. Zi« Oran Chaco. 

Ohaco, Oobernacion del, is de niaam vau 
een torritoriusn in AirgentiniS, dat in het N.O. 
door den Rdo Tenco en den Rio Vermejo, in b^ 
O. door de Parana, in bet Z. door den paral- 
kl van 28» Z.Br. en in bet Z.W. en W. door de 
pro^ncies Santiago del Estero en Salta be- 
gtrensd i^oidft. Het is 136 635 v. km. gnoot en 
vormt bet gsrootste gedeel^ van die Cbaco 
amctral (zie Oran Chaco). Van bet Z. naar bet 
N. woiidt bet door de Madrejon Granide door- 
stroomd, terwijl de Rio Vermejo in het N.O. 
loopt, Aan de N.-zijde v^oidit bet territorium 
door een r^ ^)iiten tegen de Indianen besflbenmd, 
die in 1884 door bet Aigentijnsflbe leisrer er ge- 
heel uit verdreven zijn ge'worden. Bet aantal 
inwoner8 bediaagt 28 000. De 'hooMplfeats van 
bet bestuur is de fcoilonie Resistencia. tegenover 
Cor.riemteB, didht bij de Parana geJegen, met 
1308 iniwoneis (1895) en- door een spoorw^ 
m-crt Santa F6 veifconideni, waarnaar ook een lijn 
van de presidiencia Roca aan de Rio Vermejo 
loopt. 

Chaconne, in het Italiaanscfti ciacona, is 
de naam voor een instrumenitale composiitie, ge- 
bo<awid op een; basso ostiuato van hoogstens 8 
matten in langzame '/« maat; torwijl de bas tel- 
kenfi ivordt beiihaald, voeren de bavenstemmen 
variabies uit. In de oigeilmiiizielk bebben de pas- 
Bagaglia'9 ook dien vonm. Bekende dhaconnos 
z\Jn oji. die van J. S. Bach, in zijn d-mol so- 
nate voor vnool, van Vitali en van HUndel in 
zijui G^ur cbacoome met 62 variaties, voor kla- 



CHACONOT>--CHAGRES. 



47 



'viei. Men vindi hem Dog i a de opera's „Armi- 
da" en „Alceste" van Oluck. De finaile -mn 
Braliins' vlerde syni|)iban'ie h^elt ooi den cha- 
contie-^vorm. 

In de dansknnst geeft men aan den pas, die 
bij i>et onui.raai€n Tan het lioihaam gemaakt 
wordt, dien naam van „temps de ohaconne". 

Chacomac, Jean, een Fran^cih sterrenl&un- 
digd, werd den 21 sten Juni 1823 te Lyon ge- 
boren. Eeost was hij assistent aan d« steTren- 
wackt te Marseille en sedent 1854 aistronoom 
aan iiet observatoriom te Par^js. Hij overleed 
den 239ten September 1873 te Villeurbane b« 
L^D. Hg gaf o.a. uit: »Atke 6clipettque" (Pa- 
rljs 1856) en ^Ai:^« des annales de Tobserva- 
twe imp^rial de Pariš" (Parg« 1860—1863). 
Bij het maken Tan deee sterredlcaarten ontdLefk- 
te hij verscibiUende planeitolden. 

Chadldsla of Čhadiga, d« eeicte gemalin 
▼an den profeot Mohammed, was v66r dien tijd 
een rijke KoopmaDewedi]iwe uit den stam der Ko- 
ralsjieten. Eerst wac zij gdhufWKl gewe«6t met 
A tik ibn Aids, daarDA met Aboe Hala Hind ibn 
Soerdra, die haar een groot vermog>en naliet. 
Zij was een sahranidere vroirw, aanmericelijik 
ouder dan Mohammed, die jaren kng bg haar 
in betreiolring was (zie ook Mohammed). Zg 
sohonk hem 4 zofoien en 4 docbters, dde allen, 
met niitzoiiidering van Fatime, de eefartgenoot man 
Ali, apoedig oa de g^lboorte overleden. Van zgn 
oreiige 14 of 15 yroubwen haid Mohammed geen 
kinderen. Zij wes de eeirste, die gelooMe, dat 
hij een profeat Gods wa6, en oveiieed op 65-ja- 
rigen Iceltijd, 8 jaar v66r de vliurfit vun haar 
man mar Medina (622). 

01iadwlck, Oeorge JVhitfieldj een Ameni- 
kaanfiflih o(Hnponi«it» den ISden Nonrranber 1854 
te LovreU (MafiGadbnsetis) geboreni, studeerde bg 
Eugine Thayer te Boston^ mn 1877 tot 1879 
aan faei Leipziger ooneervatorium bij Reinecke 
en Jadassohn eni ook (bg Rheinberger te Miin- 
dhen. Daama vestigide hg zidh te Boston adiS or- 
^anist em weTd er later ddireotenr viui het New- 
EngiLand (»OBervatorinm; odk stond hij aan bet 
hoofd van de nuizieikscihiolen te Springiield en 
Worcesiter. Hij is coroponifit van drie 8ymfo- 
nie€n: no. 1, c-mol (1881), no. 2, Bes-dur 
(1883), no. 3, F-dur (1894), zes ouvarlmree: 
,.RLp van WiDkle", »TUialia" (1882), ,Jhe mol- 
lers dangtiter" (1884), „Melpomene" (1886), 
.,Adonais" (1899), »Buterpe" (1908), een sere- 
nade (1890), eon Silnfoinetita (1903), strgdc- 
tvnartetten, lDOonweilken met oiikeslJbegeleR^din^, 
een mimeiGdrama „Ji]iditih" (1900), ILederen, 
wei%en voor piano en vH>or oigel, kerkmnsiek 
ens. Ook scfoeef hij een leerboek voor harmonie 
0898). 

Ohaeronea, -een stad in ihet oude 'Boeoitiig, 

ten Z. van den Ge|)h.is8as, (werd volane die sage 

door Chaeron, een won van Apolh en Thero, 

gestiebi. Zg la^ in een (vm^dhtbai^ vlakrte aan 

den voet ran een fitei<lie rots, Petradhosberg, 

naaiop zidh de aikropolis Tenhieif, en was aan- 

ranfcaUjk fidiatpiid<;hUg aan de Orcbomeni^rs, 

tenrijl zij <zidh hanter ivrij (veiiklaard<e en bij het 

Boeotnadh Veifconri 'voegde. Het oade gesladht 

der Peripoltiden <wa8 eddaar gervetstdgid. V66r tden 

Peiopoonesificben Oorlog ihad-den de Atheners 



zidh fvan ihaar meester gemaakt, en ide Phocen- 
sers izomlen er een (volilospLantinig (heen. Zg bJoei- 
de nog in de dagen der Romei usche iheerscihap- 
pg, en -de iniwonere legden zioh vooral toe op 
het 'bereiden (van luitmunttende cdde, van zaJiven 
en -van ■welrie»kenjde ©toffen. 

Clhaeironiea is bedcend door de ovePwinning, 
die Philippus van Macedoni^ aJ'daar beihaaLde op 
de »vereenigde Onie&en (338 v. C5hr.) en dHX)r die 
van Sulla oip Mithridates (86 -v. Chr.); voorts 
wa8 zg de geiboorteipdaa-ts van Plutarchus. Het 
gemeensdhappelgk graf der dn eerstgenoemden 
slag gesneu-veldie it^elbanen, met een reufiadhti- 
gen manmeren le0nw versicrd en "door Pausa- 
nias "vermeld, is in 1880 tenuggeivonden. De 
boiiwrvallen der onde atad liggen in de nabgbeul 
van (het ihedendaagsdhe Caprena (Capiirna) en 
bestaan uit een akropolis met vieiikante (torens, 
een Kheater, rotsgraven eniz. 

Chaerophyllam, Ribtaad, is de naam van 
een planiten^eslacbt uit de famiiie der Scherm- 
bloemigen (Um>belliferen), Het onderscheldi; 2i<ch 
door de aanwezigheid van een omfwinidsel en 
omvindseltjes, omgekeerd-hartvormiige bloem- 
bladen en langiwerpige, <van 5 <6<aherpe libben 
vooroiene nnnKihten. C. bulbosum L. (Myrrhi8 
bulbosa S p r.) of knoldragende kervel groeit in 
Miidden-Euiopa op vele, bg one op enk^e pilaat' 
sen; de witte, knokormige 'wortek dezer plant 
komen an Hongarge aan de majtkt en •woTden er 
ate ealade gegeten; onze C. temulum (dronken- 
makende kervel) bezLt een penivormigen worteL 

Chaetoffnatha. Zie Pylwormen, 

Ohaetopoda. Zne Ringtoormen. 

Charosellanden is de naam eener groeip 
van vele eilanlden en koraalbaniken in den- In- 
ddsdhen Oceaan, »tiissdhen 4» 44'— 7» 39' Z.Br. 
en 70» 55'— 72« 52' O.L. v. Gx. Zij liggen 450 
lom, ten Z. der Maladiiven en onwatten de DieRO 
Garoi%-, de Trois Fr^res (Baigle)- en de Cosmoli- 
do-eilanden, iter gezamenlgke grootte van 110 
v. (km. met onfgeveer 1000 inwoneifi, waarvan 
juim 500 op Diego Garcia wonen. IM laatste 
bestaat uit een »teiile, (hahemaanvormige koraal- 
rots, die 3 klen ne eilanden met een 1 km. bree- 
de lagune onvvat, de invaart tot de lagunie is aan 
de N.W.^zijde. De eilanden izijn rijk aan kofoos- 
palmen {in 1912 voerden ze 214 900 gallons ko- 
koeolie nit) en aan sdhildipadiden. De ligging 
van Diego Garcia, ihalverwege tnissdhen Aden 
en kaap Leeawin, i« de rodens dat er 2 groote 
fcolendep6tB gevestigd izgn. De groep werd door 
de Portugeezen ontdekt; in 1791 sHdhtten de 
FTanisohen Tan Isle-de-France uit er nedierzettiin- 
gen, die later, ak staande onder Mauritius, in 
EngeiLsdh ^bezit k!wamen. 

bharralnleder. Zie Chagrijn. 

Chagres is een IhaivenpiLaats in de Midden- 
Amerikaanscihe republiek Panama in een hee- 
te, ongeaonde etreek gelegen. V66r de opennng 
van den Panamaspoorweg was ftiet een levenddge 
haiven. Het heeft 1000 injwonere. 

Chagres is een rivier oip die landeng^te ivan 
Panama, die op de kiustcordiiliera San Blas ont- 
spiringt en in de CaTaTbiadhe Zee uitloopt. We- 
giens de talrgke vatervallen is eledh^ts een klein 
gadeelte bevaaiihaar. De benedenloop wordt ge- 
volgd door den PanamaspooTweg. Voor den 



48 



CHAORES— OHAIB. 



b<m'W y&ik Ihet PamMTvaflffmaal i« »vaii deze rivier 
gebroik gemaakt. 

Chagrttn, ook ekaorain, shagreen en inden 
Leiv^nt saghir g<eiXEtaimkl, is «eni et^e eni (harde 
aoort *van iLed«Dr, dat de 'Tantareni en« Amieni§rs 
in Afitrakanv Eooistaivtinapel ens. /bereiden <iidt 
d&t gedeeite der (hiuid van paarden en ezelte, 
lietwdk zich op den lug oiuiiiddell^'k boven den 
staart berrindt. De lliuid wordt ^an {haar en 
vleesdi onitdaan^ Tocbtig op een raam ge&pan^ 
nen, met de vleesdhz^d« naar Ibeiueden op den 
groDd geiLegicI en dan met ftiet harde ^laad Tan 
een soort Tan. ineMe (Chenopodiutn album) be- 
strooid, die aibdaar den naam draag^ iran ^^aila- 
boeta". Hdierna woidt er viltdloek overheen ge- 
legd en ihet ^ad in de w€eke (baid getrapt, w^ar- 
na >m«n deze droogi;, oiitepani; en Ihet zaad er 
afschudt, zoodat z|j eeu zeer oneffen oppervlak- 
te vertoont. Vervolgene edbeiaft men ihiaar glad 
en.liegi; ze m water, zoodat de diepe, door het 
zaad infg^iTuOrte en alLroo nnet a%escihaaMe 
plebfloen Qpzwellen en aan het dhagTijnleer zijn 
korrelig <voorikomen geven. Nadat de Tiiud ge- 
durende 2 etmalen gcnveekt diS, l<igt men ze in 
een (heete, geconcentreerde oplossing van soda 
en djwrna in zout en gaat Tervolgens over tot 
het Sdeuren. De geHefkoosde 'kleur »van dit le- 
der is zecf^ro&n, maar men verft het ook wel 
blaunv, Tood en awaT»t. Voorts maaikt men weil 
chagrijnleer van de ihnid Tan ihaaien, zeeSionden 
enz. Het wardt »vooral in Engaland veei nage- 
m^aakt door de 'hnideni tussdhen koperen walsen 
te pereen-, waardn dergelgke Teidriepiiigen zijn 
aangebraeht, alfi door <heft meldeooaad woTden te- 
\7ieeg gefbradht. Er oijn ook zijden .stoifeni met 
nopjes, diie den naam Tan ckagr^n drao^eiii, ter- 
wyl in de ibodfcbiriderij c Ih a g r ij n p a p d e r ge- 
bruikt word!t, dat m niterlgk op het leder ge- 
ly(fct. 

Chaibar is de naam ya>n een dorp* ia N. 
Arabifi, 128 <km. <ten N.N.O. Tan Medina gele- 
genw In den omtretk ervan Obevonden zidh in de 
7de eeiiiw Joodsdhe naderzettingen. Mohammed 
omdernam een geiluk(k«igen T-eldtodht tegen de 
rijke Joodsdhe t)e[volfltiing Tan Ghaiibar. Haar 
hooM Kinčna, die Ihet sloit K&moes thardnek- 
kig Terdedigde, ^erd ter dood geflCMraoht, terwijl 
zijn 17-jarige Trau!W Sxaffijja door Mohammed 
tot Tro«w 'wewi genomen. Daar de Joden niet 
tot den Islam wildeni orergaan, iwerden zij door 
balief Omar nit Ohaibar en geIheeiL Araft>i§ Ter- 
dreven. 

Ohaiber, Khaibor of Khyher is een berg- 
pas tem zuiden van het iChaaber-gebergte, een 
zijtak van den Soefrid- ol Selid-Kodh en adcih 
uitstrekikenKi tot aan liet dal' Tan Kaiboeil. Z\j 
vormt de Terbinding tnascihen de Britsdh-In- 
disohe prorincie Pendisjaab en A^gihanistan, 
begiiint «ian de Indisdhe zijde ibij het fort Dsjam- 
roed op een boogte Tan 501 m., gasut mert vele 
windingen orer ihet gebeigte, bereifat ak groot- 
ste ihoogte 1011 m. en edndigt ib^ Da&£a op 
een (hooigte Taa 421 m. in bet dal Tan de Ka- 
boel. De pas is 53 (km. lang en i?oidt aan die 
Afighaansdhe zijde Teidedigd door (het in 1878 
door de Engeflschen veioverde foit Ali Mas- 
dsjid (730 m.) en aan de Indisdhe z\jde door 
nog Teel etei^er Teidedigings>werken. Aleran- 



der de Orooie iveomeeHl dežen bergpas, terTvdjl 
aiUe Mohammedaanfiche TeioTeraars laqg8 dežen 
in IndiS z^n dooigediroogeiL 

Ohalffnet, Anthdme Edouard, een Franedh 
wi>8geer en taalikiunddge, geboren te Par^js <den 
Men Septemlber 1819, 'weid in 1835 repetitor 
en ia 1868 hoogleeraar in de Oude leitereo te 
Poitiers. Z\jn voornaamste geschriften zjjn: ,,De 
la psyciH)logie de Platon" (1863), ,Jia vie de 
Socrate" (1869), „La Tie et les 6erit8 die Pla- 
ton" (1871, bekroond door de Academie), „Py- 
thagore et Ja philosoph-ie pTtfliagomenne" (2 
din.; 2die dnik 1875), „La philosoplhie de 1a 
scienee dm langruage" (1875), „La trag^dde gtec- 
que" (1877), „Eissai sur la psjohologie d'Aris- 
tote" (1884), „Hi»toire de la psycihologie ^s 
GreioB" (1886—1893, dJ. 1—5) en „La Kb^tori- 
que et son hi&toire" (1888). 

Chailar is een rivier in bet N.O. van Mon- 
goldS^ die onder den naam van Koeldoer op de 
W.4ielling van den Grooten Ohin^n ontapringt 
en zicb vereenigt tot de Aigoen met een ande- 
re rivier, die uit bet meer Dalainor komt. Het 
is de voornaamste bronrivieu der Angoen, 

Ohailar is een voorname band^plaats in 
het N.W. der pravincie Holungikiang van Obi- 
neesdi Mamdsjoerijje, gelegen m de groote vlak- 
te Tan den Iben-gol, didk boven biar uitmon- 
ddng in de breede Ghailar-gol. De stad vormt 
een redhtlhoeik, door een leemen munur omigeren 
en telt met bet Rnssisi^be stadsdeel 5000 in- 
woners. De Obineeacbe iniwoner6 zijn kooplui en 
voirmen de bemiddelaaTS bij den -theehandel voor 
de Rci^ische koopkii in Ealgan en Dolon-Dor. 

Chain is de Engdsdhe naam voor een meet- 
ketting Tan 100 lijuks {sdhakels). De leng^te is 
in Engeland 22 yards of 20,11644 m., in Ame- 
rika W y«Tdfi of 18,287836 m. 

Chalr eddln. ^ie Barbarossa, Gheireddin. 

Chaironeia. Zle Chaeronea. 

Chairpoer, Khaipoer of Khypore is een 
scbatplioh-ticfe staat in de provincie Sind Tan 
het Brditscb-Iiidiisdie presidenitBdia,p Bomibay, 
beskat een oppervlaikte van 15 822 v. lan. en 
telt (1^11) 223 788 inwoners, Toor bet groot^te 
giedeelte Mobamanedanen. Het land Tormt een 
groote alluviale Tlakte, dde in de nab\jiheid der 
W.-gTens, aan den Iddius, wiens w»ter, in 5 fca- 
nalen afigeleid, bet land besproeit, graan, ta- 
baik, indigo en katioen oplevert en TOor scbapen- 
tedt ^bruikt wordt; de rest is een zandiwoe8- 
tfljin, die Teel natron oplevert. 

Chairpoer, de Toorinaam^vte plaats der ge- 
lijiknamdge provinci e, ligt 22 ikm. ten O. Tan 
den Indnie aan een (kanaal, is ^tel van den mir 
en -telt ongeveer 7000 in)Woners. 

Chais, Charles, een godgeleerde, werd ge- 
boren te Genove den Sden Janoari 1701, ont- 
ving zijn opleiding aan de bioogesohool aldaai 
en wetd in 1724 to(t den preditodienist toegeia- 
ten. Hij Termeeiderde zijn kennds door belang- 
reike reizen en werd in 1728 beroepen als pre- 
8«ikant bij de Waaisahe gemeente te *s-Graven- 
hage, waar bij die .betrekiking gedurende 50 jaar 
bežleedde, daanna Tan de predlikiing ojutbeven 
werd en 10 jaar feter (1788) oven-leed'. Hij 
scbreef o.a.: „Seiis litt6ral de TEcribaTe sainrtc 
etc." (1733, 3 din.), „La sainite Bible o<u le vieui 



CHAIS— CHALCEDOON. 



49 



et le nouT^Mi testanmnit etc." (1743—^1790, 8 



din. in 4to met JDaarten en pilfl/ten), gevo _ 
door „Mšmoii68 «ar k vie de Mr. Ohais ,^ „Let- 
tree {hifitoriqii68 et docsnaticpKs «ur les jubil^ 
et les ind^iAgieiuses" (1751, 8 <Dji.)i »SenmoDfi" 
(1789, 2 din.) eoK. 

OhalBe-Dien, La, is de (hooCdplattts van 
het fcaaton van dien naam in het arrondisse- 
ment Brioud« van het Fransdhe departement 
Haute Loiire. Het dorp M]^t op eem hoo^te vasi 
1090 m., Iheeft on^eer 1200 in/vironers, <haut- 
aager^en en kanifaDrieken. Het \s z^n onitstaan 
Tersdvaldigd aan een berceaDode abd\j (Časa Dei), 
die dn 1036 geeticht, in 1640 do&r Richelieu 
met de coDgr«gatie St. Maur vereemgd weid. 

Ohalse d'or is de naajn <van een dunne en 
breede gonden Fransohe munA uit de 13de en 
14de eeiiw, waarop de koning wordt -voopg«- 
steM, nttenid op een Go-tisdhen troan (ehaise). 
Deze mani wera ook in de Nedierlanden. ondier 
den Daam klinkhaert, en in Duitsdhland door 
Lodeu^k IV (1314-r-1347) geslagen. 

Ohalse lonirne is een sofa zonder mg en 
met slecfats 4^n zOleumng. 

Ohalx >bet«elDent, aohiter Latijnficlhe planten- 
namen ^<^laatst, Dominique Chaixy een Fransch 
geestelpe, dae de flora van DanpliLn^ beschreef 
en in 1800 overleed. 

Ohalz, NapoUon, wa8 een Fransdh boeflc- 
dnrnkiker, die den 27sten April 1807 te Ohateau- 
roux geboren werd en in 1845 te Parj-s een 
drokierij oprichtte voor spoorwegft)OieikJ€S, tarie- 
ven ena. Hij oveiieed te Parijs den BOsten 
Augustus 1865, waarna zijn zoon Eduard Alban 
Chaiz, den 27sten Maart 1832 te Ohateauroux 
gebopen, hem opvolgd« en direotefur werd, toen 
in 1881 de %aak in een naamlooze vennoottsohap 
verandcrde, onder de firma ,Jmprim«eri€ et li- 
brairie centrales des ohemin« de fer". Hij bleef 
directenr tot 1888, waarna hij door zijn zoon 
Alban Chaix wepd opgevolgd. Deae -vennoot- 
schap geeft gidsen voor de stad Pargs, spoor- 
bodcjes, 8poorweg- en handelskaartens tarieven 
en andere met het »verkieer in ■veri)and sbaande 
werken nit. 

Chalz d'Z!8t-Aiig'e, Gustave Louis Adol- 
phe Victor Charles, een Fransch advooaart, wend 
gie^ren te Rheims den llden April 1800. Op 
20->arigen leeftvi -vestigde hij zidh te Parfts, 
en Tooral na die Jali-omweniteling maaikte hij 
grooten naam aHs advocaat in strafzaJKn. In 
1857 w€rd hj prooureur-generaal bij het k-enzer- 
Ujk geredhtfihof te Par\^. Meermalen wepd hij 
tot lid -van de Kamer -van Afigevaardigden ge- 
koaen, en in 1861 benoemd« Napoleon hem tot 
senator. Daama veeid hij vice-presidient nran den 
staatsraad. Zijn hoedandgbeden atU «taatsman 
beaffltwoo«Jden echter niet aan de venvachtin- 
gen. Hg overleed t« Parg« den 14den Decemiher 
1876. Zijn belangr^kste pleitredenen z\jn in „La 
^azette des Trilwnaux", „1^ Droit" en „Anina- 
Jos dn BarrcttO frangais" te -vinden. 

Chaki of Khaki is die naam 'van een ^roat 

zontmeer in ihet Russische gonveroement Astra- 

kan en in het arrondissemenit IenDtajew8k. Het 

ligt in het mididen der Wo]gasteppc en droogt 

dts M>mers ni^t, zoodat men et dsji een zeer 

crjv)ote hoeveeliKid zout kan Terzamelien. In de 

V. 



naJbgJheid <vindt men nog andere zout- en bitter- 
zototmeren en heete bronnen. 

Chakrl-orde is een konioM^ke Siamee- 
sdhe ridderoide, die dien 21sten April 1882 
door koning Chulalongkom iai^eeteld werd ter 
hednoiering aan den stiohiter der dynaetie, fire- 
neraal Chakri. De oide wordt slechts aan leden 
van het koninlkmk hnds, ni. 30 mamnelijken en 16 
vrouwelijike verleend. Eerstgenoemden dragen 
de oordelketen om den hal«, de ster op de borst 
en het ikleinere ohaikri over den redhter schou- 
der aan een geel lint; de 'vro<iiweIpie leden dra- 
gen de ster aan een zjiden band om den hak. 
Het onderteeken is een gouden medaillon met gie- 
emailleerden ring en het Siameesdie ineohrift 
„Troiiw, loyaldtcit en 7aderlanri<slieMe", o-mge- 
ven door laui)v«rbladeren, Traaruit een drietand 
steeikt. De ster heeft een dergeil\jdcen vorm, al- 
leen gaan van de lauwerbladeren zilveren vlam- 
men nit. 

Chal'at, eigenl^ik ChiVal gelheoten, is een 
eerdcleed, dat door de vonsten van PerziS en 
Middel-AziS aan hun beambten wordt gegerven. 
In PerziS is het een lang wit bovenkleed, ter 
wiaarde Tan 200—1200 gaJden, in Middiel-Azie 
is het een i^^d bovenkleed met lanige motiwen., 
gemaakt /van geklenirde zijde of laken. Tot een 
complete cha]*at worden raak Tvapenen en^paard 
gereKend te behooren. Door die Russisohc regee- 
ring •woTdt de dhaVat aan inboorlingen in Azi6 
verkend. 

Chalaza. Zie Zaad. 

Chalazlon. Zie Ziekten van het oog, 1, bij 
het art. Oog, 

Chalazoflramle. Zie OeneratietPisseling. 

Chalcedon of Kalchedon, een stad in het 
oude 6ithyni6, aan den mond Tan den Bosporus 
t^genover Konstanti nopel, weid in 674 v. Ohr. 
door de Megarensen gestidht. Eerst droeg ziij 
den naam van Prooerastis, later dden -van Kal- 
dhedon. In 140 »v. C3hr. verloor jDij haar roorma- 
ligen bloeii, dooidden koning Nicomedes met 
haar burgers zgn nienwe hoofdetad Nicomeda 
bevolkte. B^ te^amentsbefiluit Tan Nicomedes 
III lcwam zy in 74 7. Ohr. aan de Romeinen 
en werd versterkt. De OhTistelgke keizere ver- 
hdefven haar t&t hooSdstad van Bithynig. Later 
w«pd zij door Mithridates ingenomen, en ohder 
Valerianus had zij Teel te lijden Tan horden 
Scyttven. Hier behaaJde den 18den September 
323 na Ohr. kei»r Constantinus een overwin- 
ning op Lieinius. Langzameitmnd k>wam zij in 
vepval, maar v^rd W0der opgebouwd door Va- 
lens, die haar „Jnstinianea" noemde. Z^ is de 
gieboorteplaats van Xenocrates, en in 451 werd 
er een belangrqk oecnmenisch concilie gehou- 
den. In 616 ^erd de etad door den Pers Chos- 
roes en later door de Turfcen veriwioest, die van 
de steenen in Konstanti nopel moskeeSn boiiw- 
den. Op haar plaats -verheiit zidh lihans KadikoeT, 
de zetol Tan een aartsbissehop, met een Grietk- 
8che, Atmenische en Katholiete kerk, 3 scholen 
en ongieveer 35 000 iniwonen. 

Chalcedoon 'is «^<i^ mineraal, aldns genoemd 
naar de stad Chalcedon (zie aldaar) en be- 
staat nit microkristallijn kiezeibiinr (hoomsteen, 
jaGpis), gemen^^d met een weiniig amorf kiezel- 
zuur (opaal). Het vormt gewoonl\j'k londe,. naer- 



50 



CHALCEDOON— CHALCIS. 



of dniipsteenivoniii^ie inassa*s, dae in blaasrvor- 
mige of figleetvonnig« holten der gesteenten, 
waa'rech\jiilijk aJitijd oiit een wa1;eraclh.tigye oplos- 
sing, alg€edheid«D "zijn. Ook Itomt het vioor in 
pHateoi, aJiS 'versteeiuing&inateiaaal van slaJdken en 
echelpen, als breccfien eofi. Obalcedoiu is bleur- 
loos of wit '(zoogenaamde witte cameool, dik- 
wgls geel", bla-uv- of groenaahitig of door ^z&r- 
oiied rood gekleurdi, ook wel met stropen en 
vlekken of 'halMoorzioh-tig (Oostereoho cameool), 
o^ergaandie in oadoonzidbbig (Weistereclhe carne- 
ool), hetzrij mat of ©diirttenend. Het soortelijk 
gewioht 'bedraagt 2,58—2,66. De zwa]:rtaohtige 
of roodachti^e ahalcedooen, die bewtfl?kt worden, 
zijn gerwoonlijk kiunstmajtig gefcleund (»ie Agaat). 
Chrtfsopraas is chaloedoon, dat door (nikkeloxy- 
duul groen geddourd i«, en aUeen in Silezie 
wordt geivonden. In ftieft koninklijk elot te Pots- 
dam bevimden aidh uit den tijd nran« Frederik 
den Oroote 2 tafels Tian dhrjsopraas met bladen, 
die bijnia 1 m. lang en iniim haH zoo bneed zijn. 
Qhrysopraa8 verliest aan bet lidht en in de 
warmte zijn fretaie bLeur, men krijgt die teriig, 
als m-en het eenngen t^id in 'voohtige aardie of 
vochtigo watten legt, of ook, als men liet met 
een warme nnkikelnitraatoplossing be>hanidelt. 

Chalcedooin in zijn verschillend« variSteiten 
wordt itot allerlei sieraden vetnveiikt en komt 
tegenwoordig voornaanelijk uit Uruguay, ook 
W€l uit IJsland, Siberie en Zevenburgen. 

Chalcidlce of liet Chaleidisch Sehiereilafid, 
is thans de naam Toor het bergiadhMge, bosch- 
en waterrijk>e sohiereiland in ihet vroegere, in 
1913 bij Griekendand i^^clijfd, Turftsohe Sanid«- 
jaflc Saloniki. Tusschen de golven van Saloniki 
en Rendina (Orfam) sprii^ iiet met 3 vinger- 
vormigie, steiile, rotsachtige uitlooper«: Kassan- 
dra (eertijds Pallene, met de steden 01yn'tiiiiis 
en Potidaea), Longos (Sithonia) en Ha^ion Oro8 
(Akte) »ver vooruit in de AegeTsdhe Zee. Door 
het langgerekte Besjdkmeer en het Aiwastimeer 
is het bijoa geiheel van het vastlamd ^esdheiden. 
De Ouden -verstonden onder Ohalcidi<!e sleoh-t« 
het gebied der koloniSn van Ohalkis. d. w. z. 
Sithonia en eenige naburi^ streken. Als voort- 
zetting van het ThessaJisch ge<ber0>te bestaat 
Chalcidice /voornamelijlk udt kristallijne soorten 
van lei en marmer, die in het W. door neogeen- 
sohoUen vergesieM wopden en ijzerertsen en zil- 
veiiboudend loodiglans bevatten in die metaal- 
rjke gebergten Choiitat&i (1190 m.) en> Oholo- 
mon (1040 m.). Het "Scihiereilanid, tihan-s door 
Gridkien bewoonid, was in de Oudiheid, met uit- 
zonderiag van 'het Dorisohe Potidaea, met loni- 
sohe volksplantingen 'bezet. De tot ver in zee 
ziohlibare Hagion Oros (Athos, 1935 m.) is de 
zetel van een bgnia zelfstaisdigen monnikenstaat 
(zie Athos). 

Chalcidlden (Chalcididae) heet een fami- 
lie der Vlieavleugeligen (Hymenoptera) en deze 
bestaat grootendeels uit kleiaie inseeten. De 
sprieten z^n »teieds dniidedijk in een -schaft en 
een zweep verdeeld; de votm van de zw«ep 
kan zeer versclhillen, zelfs bij mannetjes en wijf- 
jes Tan deaelide eoort. De <vleugiels beizdtten een 
aeer weiniig ontnvikkeM aderstelsel. Het liohaam 
i£ mieestal kort, dik en giedrongen gebouiwd, 
Boms dun en slank en prijkt met een metaalaoh- 



tigen glans. Vele eoorten van het gesJacht Pte- 
romalus leven alLs 'lapven ten koste van sdhors- 
en (houtfcevens of van gahvespen, eeniigie (van 
sobild- en bladluiaen en; van maden van Tliegen. 
De zeer algemeen 'veiopreidie ruigvleugeli- 
g fi w e s p (Pteromalus puparum) 'legt eienen in 
de poppen van Tersdhetoen eoorten dagvlioders. 

Chaicidlus, eem Neo-Platomsdh wij^gieeren 
taalkundige uit de eeiste helft der 4de eeuw, 
was ardiidiaoonfus te Carthago en sohreef een 
Lati}n6che Tertalin^ van den »Timaeus" van 
Plato, welke ook te Leiden door Meursius (1617) 
is uitgeg^iven. 

Chalds, die oude boofdstad van ihet eiknd 
Euboea en een der belangp^ste steden van het 
oude Griekenland, vtras aan de »malste plek van 
den Euiipus gelegen en sedert 411 v. Chr. door 
een brog over dežen met het ivaste land verbon- 
den. Zij 'was eerst 50, later 70 stadiSn (12,5 
km.) in omnrang, had een door suileDgangen om- 
geven marktplein en een talrifke, haodeldrijven- 
de en welvare(nde bevolking, die langs deoevers 
dier Middellandfiche Zee en de eilanden aldaar 
onderschenden voUcsplantingen stic^tte. Apollo 
werd er "vooral vereerd, en de redenaar Isaeus 
benevens de dichter Lycophron varen er ge- 
boren, terwijl Aristoteles er zijn dagen eindis^de. 
Reeds v6dr den aamvang van den Trojaan^dhen 
oorlog, was Ohalcis door de Aiheners onder 
aanvoering »van Pandorus, een zoon 'van Erech- 
theus, gegirondveat; het v^erd weUich.t laterdoor 
Ioni§rs onder bevcl van Kothus ultgefcreid. Ook 
Aeoliers en Oošteriingen (missohien Phoenici- 
erc) hadden er zich gevestigd. Men meent, dat 
de «tad haar naam ontvangen heeft van de 
nyinph Chalds, een dochter van Asopus. In 
ouden tgd was er het (hoog&te gezag in handien 
van een ridderaristooratie (Hippobotae). Hero- 
dotus giewaagt vam een oorlog tusschen Chalcis 
en Eretria, 'vaaraan ook Samos en Milete deel 
namen, en •aelfs Thebe wa8 geruijnen tijd aan 
haar sdhatpUdhitig. In 506 v. Ohr. vefbond 
Chalcis zich met Thebe en Sparta, om den ver- 
bannen Isagoras naar Athene terug te bren^en. 
dodh moest voor Atiiene bukiken, dat het land 
onder 4000 Ajtiheensohe volkaplamters verdeelde. 
Oiduperade den Perzisdhen oorlog was zij een 
bondgenoot van A^ihene, toonde zioh weidra af- 
vallig en werd door Pericles ondervorpen (445), 
die er den democraAisdhen regeeringsvorm in- 
voerde. Na de vernedering van Athene en na 
den Peloponmesischen oorlog herstelde Chalcis 
zioh vreder, doch wepd -veldra aohtereenivoligens 
door de Atheners, de Macedoniers, Antiochus 
van Syri§, Mithridates en de Romeinen in beait 
genomen. Keizer Jtistinianus versteikte haar 
vesti ng'weik en, Toodat zij gedurende de Middel- 
eeiiwen een belangrijk puni bleef. 

Het tegenn^oorddge Chalkis, in de midden- 
eenwen Euripus geheeten, in het Grieksdh Egri- 
bo en in 'het lUliaansch Negroponte, v^a^ on- 
dter het beetuur der Turken een der middelpun- 
ten van besfcuur en is ook tihans nog een echi 
Tuiksdhe atad met dikifce, grijze muren en *wa- 
re terene, met moskeefin en minorets, met nau- 
we, Viuile €traten en onregeknatig geboiirwde hui- 
zen. Zy is voorzien vaj> een fort, van 2 havene 
en telt als gemeente (1907) 10 958 invvonera. In 



CHALCIS^CHALDEEUWSCHE PERIODE. 



51 



den EoiropoG veiiheft «r zidh een rtoiten, >door de 
Veneitianen g<eb(nnv*d; (vandaar -bereikt men 
langB een iKmtea apihaalbrug d« poort van Ohal- 
k<ls. Om de straat van Othaloifi te verhreedem, i« 
bet brugkasteel, dat er miidideii in, £tond> a/figie- 
broken. De stad beeft veel Tan aardibeTingen 
te l^den gdiad. 

Chalco is een ddstricMioofdfitaid in dea 
staat Mezioo. Zij Hgt 2286 m. boog, tea Z. O. 
der •hooM&tad aan £et O.-eimde "van een oniddep 
meer, ^aanloor een sdkeepvaartikaaaal loopt. Z^j 
teit ong^eTeer 4000 iiiiwoDer« en 'Toorziet de 
hoofdfits^ met Tra<shten, groenften en fbloemen 
uit de chinamjKfs of dr^vende tirinen^ die reeds 
ten tijdke der Aztefcen bestonden. 

OhalooGhemlffrafle. Zie Chalcotgme. 
OhalGOgrafie, afgeleld van čhot Grietksdhe 
C h a 1 k o £, ikoper, is een andere naam >TOor bet 
graveeren in koper. 

Chaloondirlas, Laonicus, een Bj^^zan^tijnsch 
geschdedschrijver, geboren <te Aithene, wo(mde 
ofmedr-eekB 1450 te Eonstaintiinopel en sobreef 
een gescbiedenis der kat-ste j aren van bet B^- 
antajneohe keiaemjk (12&8 — 1462)s d4e ook in 
het Latgn vertaaJd en bij berhaling udtgegeven is. 
ChdUondyla8, Demetrius, een ibroeder 'van 
den voorgaande, een Griekisdb taalkenner, wei«d 
geboren te At&ene in 1428s begaf ziah na de ver- 
overin^ van zijn (vaderland naair ItaldS^ werd in 
1479 aan (helt ihof Tan Lorento de' Medici te 
Florence en in 1492 door Lodewyk Sforza naar 
Milaaa geroepen, 'waar hg in 1511 overleed. Zijn 
uitanandienHle Gideksobe tspraaktkimst ,,Elrotema- 
ta" (Milaan 1493, Parije 1525, Baael, 1546) 
overtreit die zij^ner vooffgangers; ook heeft bij 
de eerste gedrokte uLI^garTen van Homerus (14^), 
van Isoerales (1493) en »van Suidas (1499) be- 
sorgd. 

Chalcotyple, ook Chcdcoehemigrafie ge- 
heeten, i-s een metibode, em een koperplaat z66 
te bewerken, dat daacvan evenals van een hout- 
soe^plaat afdrubken kunnen vrorden getmaakt. 
Zie ook Zincografie, 

Chalooxyloffraphie noeiDft men een me- 
tbode, door Sieglčnder te Weencn in 1837 uit- 
gevoniien, om door een Tereendging van hout- 
snee- eoi kopergraveerrkimst prenteoi te maken, 
die op aqi]«utint-9renten gielijken. 

OhalciiB <6riekBdi %aAxoe« van ^^akc« = 
koper) is een ond-Grielksdhe koperen mrant, ter 
waarde nran ^/s en later van */io obool. Zq ont- 
stond door de belhacfte aan een moint 'van genin- 
ge waarde, daar aarvvankelijk in Griekeniland de 
ziheren muntvoet bestond en men zeer kleime 
bedra^tt met in zilvenmint kon uitdrnkiken. De 
ehaleus werd eeist diinrzaam g>eslagen na den 
tijd van. Alezander den Oroote en vas verschil- 
lend van g^rootte. 

Ohaldaea (Grieikecih Chaldaioi, Latijn Chal- 
daet, Hebreeuwsab Ghasdim, CXhaldeeuwsclh 
Chasdaje, Assymficib Kaldoe) is »volgens h-ert Oudc 
Testamenit in mimeren .zin niete anders dam Ba- 
bylom€, dodh in meer Ibeperkten lAn een gewe8t 
van dit Aziatisdh rijk en vel gelegen ten vesten 
van den Eufraait en zich uitstreikkende tot aan 
de vroestijiieiii 'van Axabi§, akoo (het zoiidveste- 
l^k gedeelte van de bedendaa^soihe landstreken 
Bagdad en Bassora. Dit landschap ontleent zijn 



naam aan bert Semieitifidie volk der Chalda, in 
den B\jbel Ckasdim geiioemsd, die volgens epq- 
kerinsoihriften omstredre 1000 /v. Ohr. in Zuid- 
BabjloDiig voonden^ aidtL later o<ver gebeel Me- 
sopotamdS uitibreididen en rnsteloos er naor 
streefiden, aMeenbeersdhers in bet iiand te wor- 
den. Het volk iwa& vendeeld in 'vele stammen, 
vratauvaA de madhtdgete en imvlioedFgihste (het 
,yHuds van Jabin" vas, in Z.-BalbyIoniS aan de 
Perziseihe Golf gevestigid. Heit eerst voiden land 
en volk der GhaJdaeSrB (Kaldoe) veimeild in 
879 teoi) t^de van Asumazirpal, fvenvolf ens in 
851 onder Salmanassar II, toen zfj zi£ leedfi 
over ihet geibeele land verbiedd hadden. Onal- 
geibroken nam Ibsan dmviioed toe, en eindel^ ge- 
lukte diet aan Nabopolassar (omistreeikis 625) ge- 
heel B»byloniS als onaUhankel^ r^k in de 
madfait der CShaHdaeen te breni^en. Na den val van 
Nindve (606) nam Ihet OhaSdaeGdhe of Nieaw- 
Baibyloniec)he rijk de pktats van Ai8syri6 in. 

Later badl de naam van Ghaldae&r of ChaU 
deeuio de iheteekenis van sterrenkundige of ster- 
renwichelaar, daar dit volk izidh met grooten 
ijver em tevens met goed' gevolg op de crtenrein- 
kunde ihad ioc^egd. Op den Jtoren van den tem- 
peil van Bel, den Ba(bylondsdhen Zeus, werden 
zeer naa-wkeurige vtaamemdngen gedaan. Daar- 
door gel<oikte bet hun, die Obaldeeuvsdhe periode 
{zie aldaar) ite bdpalem, een hulpmiddel, 
waarmede ziij de zon- en maansverduisteringen 
konden voorspellen. Ook meent men, dat z^ de 
lengte van bet jaar zd6 -nanvkenrig vaststelden, 
dat zg bekend moesten zgn met den ternggang der 
naohtevenin^n. Volgens Diodorus Sunilus be- 
sohouwden zg de maan als ^et meest nabgzgn- 
de 'benkelilddlkaaoi, dat zgn Iddht ontvin^ van de 
zon, en wi9ten ^ij, dat de maanBver^istering 
veroorzaakt werd door de eohaduv der aarde. 
Vo^ens Stobaeus en Seneca hielden z^ de ko- 
meten voor planerten, die dan alken gesien wer- 
den, als z\j >tot de aarde naderden. Van de ge- 
sobriften der Qhaibdeeuwen is ndets itot one ge- 
komen, dan eenige fragmenlten in spiijkersohrift. 

Veikeeid noemide men vroeger het Arameesch, 
de taal waarin gedeelten van tiet Gode Testa- 
ment, Taigoemim en de Jenizalemscftie Talmud 
gesobreven varen, ook Chaldeeutosch. 

Chaldeeuiv of Chaldae^r, Zde Chaldaea. 

Chaldeeuw8che cyclu8. Zie Ghaldeeuw' 
8che periode. 

Chaldeeuw8ohe periode, ook Sarospe- 
Hode of periode van HaUey gebeeten, is volgens 
Suidas van Ghaldeetovsoben oorsprong en duurt 
6585^/3 da^en of 18 jaren en 11 dagen (JiiLi- 
aansohe tgiarekenting). In dien itijd as de maan 
223 maal ten opzicbte van zon en aaode in den- 
zelfden -st-and geveesit {Bynodifiobe miaand, van 
volle maan itot voUe maan) en de maan ten op- 
zidhte der knoopenlijn 242 maal rondgedraaid. 
De onderHnge stand is na znlk een periode veer 
gebeel dezelfde, zoodiat zooi- en maaasverduiste- 
jniingen in dezelfde volgorde en met dezelfde tus- 
schenpoozen tterugkeeren, dndien men- op eenige 
minnten onnanvkeiiirigbeid niet let. Volgens 
Oeminus, die 70 v. Cbr. leefde, z^n de oudste 
astronomen, <n.l. de €haldae€rs, de uitvdnders 
van de drievoudige Sarosperiode, d. i. du« dde 
vam 19756 dagen. 



52 



CHALDEEUWSCHE TAAL— CHALLENOER-EKPEDITIE. 



Chaldeeuw8che taal« Een minider juiate 
en tihaDB '7eroad«rd« benaming YOor het West- 
Arain«e6oh. Zie b$ Arameesehe taalr en letter- 
kunde. 

Ohaldron, y^toegei ocik W6l ehaudron of 
chalder geheeteiL, wb.b ooispronikeUJOc een groote 
BriMhe maat Toor Taste stoffen yaii 4 imperi- 
al-auairtefs of 1163,125 L. Thans wordt het nog 
wd Toor steentkolen gebraiJrt, bo6wel die wette- 
1^ eedteut 1836 ib\j ihet gewie(ht moeten veilcocOit 
wopden. In Londen Ibenra^; (hert 24 (hfliiAired'we!ig<ht6 
o! 1219V> Ikg., in Nev-Caiatle 53 buDdrediweig4its 
of 2692V2 JKg. 

Chaled of Chalid, Ben JValid el Makhtoe- 
mi, uit d-en stam Korelsj, aannrankelijik een« ^er- 
bitterd t^eostanider Tan Mohammed, droeg ntiet 
w£inig ibg rtot d« neiderlaag Tan dietzen tbij d en 
bei^ Ohod (625), an&ar sobaard« zich na helt ha- 
w-elyk Tan d«n Proleet met Meimoena, een bloed- 
verwantt van Ghaled, aan> zija zijfde en \fnend ^gn 
tro>uwfite en dapperste Teildihieer. In den s^Lag bij 
Moeta in Sym^ scbomk Mohammed hem den 
eereniaam /van SaifaUak of Zwaard Oods. Na d«n 
dood Ivan den Profeet Tensloeg (h^ de Perzen in 
den Eetentilag (633), nam in 635 Datmasous, 
versloe(g (het leger Tan Heraclius bij de beek 
Tarmack (636) en vero ver de SyriS, Palestina en 
een gedeelte nran PerziS. Hy overleed ie Emesa 
in 642. 

Chalffa. Zle Kalgan. 

Chalgrin, Jean Franpois, een Fjransoh ar- 
chitect, geboren te Parij£ in 1739, over leden al- 
daar in 1811, was een leerli(n^ van Servandoni. 
Zijni Toornaamste 'weiikien zg<n Se kerk van Saint- 
Philippe du Roule te Pargs, in 1784 voltooid 
en de Are de Triomphe de TEtoile, in 1806 be- 
gonnen-, dodh pas lai^ na ziju dood Toleindigd. 

Chalif . Ziie Kalief. 

Chalkanthlet is een mineraal, bes^taande 
uit (kopervi^triool (w^terho^idend tkopersulfaat 
OuS04 4- 5 H« O). Het bevat 25,4 % koper en 
voimit (zeldtzaam Tooijkomende, triHLne kristal- 
}en met veel vlakken en iblaaw van kleur. In den 
regel Tormt het Btalaiktitisdhe of nderrormigie Ag- 
greg»ten ef een aanslag. Voornamelgk onitetaat 
het door de oxjdatie Tan kopeiikies ah eecundiair 
prodnct. 

Chalkl is een van de middelste Prin^^en- 
eilanden voor den Bosporus in de Zee van Mar- 
mora geiLecen. Oslder de drie kloosters op dit 
eiland is dait van de Heilige Drieeeniheid, vol« 
gena de overlevering door den patriarch van 
Konstantinopel Oermonos IV in <ie 19de eeu!W 
opndeaw g€ibo<awd, om tot theologdsdhe acade- 
mie "voor de Grieiieohe Kerk in Turkije te die- 
nen«. In 1845, onder bestuur van den ihoo^leeraar 
Konstantinos Typaldos geopendi, geeft dezehoo- 
geedhool, aOs atoinaait i>n(^riciht, een grondige 
?^tenEbhappemke Termi ng. 

Chalkls« Zie Ghalcis. 

Challamel, Jean Baptiste Marie Angustin, 
een Fransdh gesohiedikiundige, geboren den 18den 
Maart 1818, bezjoeht het CoUdgie Henri IV te 
Parijs en werd adivooaat. Later v^fdde hJj zidh 
aan de beoefening der fraaie letteren en werd 
in 1844 ojiderbibliotthecaris van St. Genevišve. 
Hij overleed te Parijs in 1894. Van zijn werflten 
noemen wij: „Histoire-Mns4e de la R6pubHque 



Fran^aise, depuis raissemblde des notables >us- 
qa*& rempire'^ <1841, 2 kHiil; dde draik 1858), 
„Sain)t Vincent de Panl" (1841; Sde dnoik 1856), 
„Iie8 Fran^ie eous ika r^otktion" (1843, met 
T6nint), Jsabelle Fam^e" (185^1, 2 din.), „Ma- 
dame du Maine, ou les Idgitimes et 14^tim4s" 
(1851 enr 1853), „Hi8toire popolaire de la Fran- 
ce, de la r^voltttion, de Napoleon, de Pariš" 
(1851, 4 etukken, met platen van Bellange), 
»jHistoire anecdotiqtie de la Fronde" (1860), 
„HLstoire du Pi^nrant et de la maison de Sa- 
voie" (1860), ,3i«toipe populaire des Papes" 
(2de drok 1861), „La r6gence galanrte" (1861), 
„Le roman de k plage" (1863), .,M6moiies du 
peuple Fran^is" (1865—1873, 3 dk). en „His- 
toire de la libert^ en France" (1886). 

Challemel-Laooiir, PotiZ ATtnand, een 
Fransch sohrijver en diplomaat, den 19den Mei 
1827 <te Avranche geboren, on4)vin^ zijn oplei- 
ding aan het Lyc6e Saint Louis, hield vervol- 
genfi te Par\>s en daarna te Limoges en te Pau 
voorlemngen over wqsbegeerte en wierd wegenfi 
zijn »vrijizinnige gevoelene dooi de regeering van 
den 2den December 1851 in hcchteiiiis c^eneiripn 
eni verbannen. Na verloop van 8 jaren keerde 
hij terug en vroeg vrnoh-teloos verlof om p^n 
cursus te openen over letterkande en kunst. In- 
middiels 'werinte hy mede aan dagbladen en tijd- 
sehittften, sohreef: „Philo6ophie individualiste" 
(1864) en gaf de »Oenvnes comiplčtes de Mada- 
me d'Epinay" (1870) in het lioht. In 1870 weid 
hg prefect- van het Rhdnedcparteanent, maaT 
nam weldra zijn onAdag, in 1872 lid van de Na- 
tionale Vergadering, vraar hij zich bij de linker- 
z^ voegde, en in 1876 lid van den Senaat. 
Toen in 1879 de republikejnsche partij bij de 
veTkieainigen voor den Senaat de overhand be- 
hield, werd hij op aandringen van zjn vricnd 
Oambetta tot Fransoh geoant te Bern benoemd, 
wetti i.n 1880 gezau* te Londen, tot groote «r- 
gcrnis der olericalen, die hem en zijn voorouders 
van zoovele wandaden betiohtten, dat zulks aan- 
leiding gal tot een intterpellatie in het Engol- 
sche parlemenit. Hij werd Ln 1882, na den val 
van uambetta, teruggeroepen, maar zag zich in 
Februari 1883 in het kabinet-Fcrry belast met 
d3 portefeuille van Buitenlandische Zaken, trad 
eobter wegenB de Tonlkiaifcwestie reeds in De- 
oemiber af. In 1885 herkezen tot senator van 
Bou(jhes*-Rh6ne, werd hij in 1888 vice-presi- 
demt van den Senaat. Den 19den December 1888 
hield hij een opzienibarende rede, waarin hij de 
republikeincn en de socialisten gediueht o«i<;r 
handen nam, w€rd m 1893 lid vam de Acadtoie 
en behooide tot de volgelingen van Renan. Ln- 
ter benoemd tot president van den Senaat, leid- 
de hij de congressen tot veiikiezing van Casimir- 
P^ier en Faure als president der Fransohe re- 
publiek. Hij overleed den. 268ten Ootober 1896 
te Parijs. €hallemeULacour goki ak een der 
grootste staatifcundnge redenaars van Framkrijk 
en een grondig kenner der wijsbegeerte. Van 
zijn hand verscheen nog een vertaliaig van 
de geschiedeniiS der wijsbegeerte van Ritter 

(1861). 

Challeiiffer-expedltle is de naam der 

wetenschappelijke leis, door de gladdek-korvet 

,Ohallengeff" van de Engelsdie marine onder- 



CHALLENGER-EXPED1TIE— CHALMERS. 



53 



nomen van den 21fitefii December 1872 (o>t den 
24sten Idied 1876 tot Termeerd«rlDg ivan de ken- 
nis d«r wiereldzee. Sir Oeorge Nares was g<ezag- 
Toeider, terw$ aan air Wyinlle ThotMon de 
wetenschappeiyke ledding wa8 opgedragea. Be- 
halve een aantal ksappe zeeofficieieu jrtam er 
versohllkndie beroemde Tajl^eleeu^lien aan booid 
en .wa6 het sobip Toortcef !el^ voor zqn doel uit- 
genist en met aUerlei toestellen Toor diepzee- 
ondeEzoeik Toorziem. Scheikundiige, uatnurkiuidi- 
gc en biol<^^i«dhe laboratoria, donJkere kamers 
voor photogiafie enz. waieiD eveneens aaiirwezig. 
Behalve ii^drografische onderzoeikingen 'wer(ien 
Tooral aneteorologLeobe, magnetisdbe, geodopscfae, 
zo5l(^i6ohe en l>otandfioihe laid^evoera, akonode 
eenige weindg Ibekende eilanden en JkusteDi opge- 
meten en hun ligging astronomifidi bepaald. 

De „0haU6ii(ger" Toer eerat door d« Golf 
Tan fid8caye naar Gibraltar en nraodaar naar 
MadeLra en Teneriffe, terwi(jl nrooritfiiarend ge- 
lood- eo anet ihet aleepnet op dem ibodem gerviedit 
werd. Yervo]geD8 ging bet naar We8t-Indi^ 
waar Si. Thomas weiid aai^edaan, daairop naar 
de 6enniuRla'6» naar Halifax en veer terug naar 
de Beimuda'« en van (bier over de Azoren, de 
Kaap-Verdifidbe ellaniden, St Paiil! en Femando- 
Noionha naar Baihia. De reLs iweid Tooirtgezet 
dwar8 door den Zuid-Atl^tisohen Ooeaan over 
Tidatan da Onuiha naar Kaafp de Goede Hoop, 
Tanwaar men den '17den Deeember 1873 iver- 
iiiA. en over de Pnins Ejdvvacd-, Croset-, Kef- 
goelen- en Hac-Donaldnellanden in dle Zoidipool- 
streken kwam. Men bereikte de bekende \J8bar- 
riftre op 66» 40' Z.Br. en 78» O.L. om tet „Tcrra 
anstralle incogndrta" ie iveiikennen, maar ficag geen 
spoor tvan land. Nin <weid weer naar bet N. c<e- 
atnoud en den 17den Maort 1874 Melboume he- 
reiibt, 'kter Sydney, Nieaw-Zeeland en de Fide- 
ji-eilanden aangedaan. Na deTorresstraat ge- 
passeerd te z$n,deed de „Cballenger" de Z.-kust 
Tan Nieaw-Giiinea, de Molnk^en en de Ehilip- 
pgnen aan op de reis naar Hongdcong. Vandaar 
Toer men over de BMEppijnen terug langs de 
Njfcoat ivan Nieaw Goiinea tot de Aidiniraliteitfi- 
eilanden en N.vvaartB naar Yoik<]ihama, dat den 
llden April 1875 /bereiikt we<id, ierw^l men on- 
derw€ig Teraciheiden tkufitplaatsjes en eilanden 
besodit Ihad. Van Jaipan ildep de reis 0(ver de 
Samdnridieilandein, Tahiti en Juan Fernantcbez 
naar Valparaieo, door de straat ivan MageJihaes, 
de FaJklandaeikniden aondoende, naar Montovl- 
deo, Teider 008tiwaarte tot in de tminrt "van 
Tristan da Canba en naar bet N. over ABoen- 
fiion en de Eaap-Verdisdie eilanden, we8telijk 
aan de Azoren voorb^ naar Vigo, waama bet 
pont van oilgang, Portemoutih, den 24sten Mei 
1876 ^vreer bereikt mevd, Aan bet doeil «van den 
tocbt weTd op fidhitterende 'W^e voldaan, en op 
een seis van 68 890 zeemijlan bad men 374 
diffineeloodingenr 255 itemperatnoropnamen en 
240 treikiken met bet ^leepnet niit^evoeid. Daar- 
door werden omtrent de gesteldbeid van den 
zeebodem gegevens bijeen^braobt, zooals ze al- 
Jeen nog de Doitscbe „Uazelle", de fSransebe 
»Talisman" en „Travailleur" en de Amerikaan- 
8<:he ,fBlBke" «& ^Tnecarora" versohaft bebben. 
2ae ook Diepzeeonderzoek, Het verzamelde mate- 
laaal werd ^oor een leeks specialiteiten bevveorkt 



en de r^ke resnltaten der eipeditie medegedeeld 
door sk W. Thomson en John Murray in bet op 
gTOotsobe wqee met Jkaartep., platen, teelkenin- 
gen, diagrammen enz. versienie werk „Report 
of ibe eolentific reeubts of tbe Tojage of H. M. S. 
Oballeqger" (50 dliL, Londen, 1862— .1895). 

Chalmers, Oeorge, een Sdbotsolh gesobied- 
sdbr^ver^ werd in 1742 geboren te Fodhabers 
in ihet Sdhoteilhe graafeobap Marray, 8tni'deerde 
te Aberdeen en te Edinbiugb in de lechten, ver- 
trok naar Noond-Amerika en vestifide zioh te 
BaJtimore. B|j bet 'oilibarsten van den opatand 
kooa bij de z^de der ministeriSele partq. In 1775 
keezde bij naar Engeland teru^ en aanivaardde 
er in 1786 een betrekking bq bet mdndsterie 
van Haudel en KolondSn. Hij overleed den Silsten 
Mei 1825. Van zijn g»dbidften noemen f?ni: „Po- 
litical annalfi of Ube 'anited ooloniee'* (1780), 
„0n tbe eomparative fitrengtib of Great-Britain 
dnring tbe present and proceeddng ve^ns" 
(1782), „Colleotlon of treatises betiween Great 
Britain and otber powei6*' (Londen 1790, 2 
din.) en „CaIedonia, or a topogiaplbical bifitorj 
of Nortih-Britain" .(1807, 4 din.). Voorte beeft 
b|j onderBdheiden lenrenebesdbrgrvingen van 
mei1lQwaapdige personcoi geleveid. 

Chalmers, AUzander, een osoon van den voor- 
gaande, verd den 296ten Maart 1759 te Aber- 
deen geiboren en iwa6 aamvanlkelgk vverkzaam 
aan de dagb-ladpero te Londen. Zijn eerste weik 
van belaii^riijken ooivang vras sijn „General 
biograi^cal ddotionary" (1812—1817, 32 din., 
met meer dan 9000 aitiielen, waarvan by er 
ruim 6000 izelf eohreef). Voorts ,,lhe Bidtisdi 
easajista witb prefaoea bietorical and! bi(^a- 
pbical" (Londen 1803, 45 din.), „Hifitory of the 
universitj of Oifoid" <1810^ 2 din.) en aijn 
„Britiiflb poets from Ohaucer to Cowper" (1810, 
21 ddn.). Daarenboven Ibeeft h^ van ondensdhei- 
den Engeledbe wei&en m&ome aiigaven beooigd« 
Hg 'wa8 Idd van bet Eoninklglk Genooteobap 
van Weten8Gbapp6n enz., en overleed den lOden 
Decemiber 1834. 

Chalmers, Thomas, een (kanBelredenaar der 
Pregb^teriaansdbe Eerk in Sdhotlanid, merd ge- 
boren den 17den Maart 1780 te Anstrutber in 
bet Sobotacbe graafsohap Fife, etndeeide in de 
wis- en natnuiikunde en in de tlbeologie en werd, 
nadat ibg eerst op (bet land een predukamlbt bad 
waai^enomen, adbtereemvolgenB beroepen ie 
Bdin&niglh en te Gla8gow. Zijn porediking wafi 
aanvanJkel^ gcftieel rationalietiedb, doeb adem- 
de tevens zedeliijken emst en een vurigen {ver 
voor reoht en vvaaitheid, voor reinftieid van van- 
del en onflbeikromrpen meneoblievendiheidl. Een 
langdnrige ongeateldiheid braebt bem ecbter la- 
ter tot een meer ovangelisdb standpunt Niette- 
min Ueef bij de zeiLfstanddgbeid der vvetenscibap 
handlhaven, en zqn redeHranstig betoog verraadt 
den beoefenaar der wi8lfcunde. Vooral maakte 
bq <naam door iz^n aeven leerredenen over bet 
verband van dle eterrenkunde met den BJM. 
In 1823 werd bg boogleeraar in da zedeknnde 
te SL Andrew8 en dn 1825 te Eddnburgb. Ge- 
drtirenrie djn katste levensjaren weilfcte by met 
fcraoh* aan de ni-tbreiding van izijn Nationale 
Keik. Toen de regeering zgn eisdb, dat de Di«- 
senters tot ondenbond der Staatfikeitk zonden bq- 



54 



CHALMERS— CHALOTAIS. 



drag€iii, van Kfie 3iand W6e6, gordde lh\j zich open- 
1^ tegen haar ten «tr^ Tooral m ^«t Toor- 
jaar Tan 1808, <kor 6 voorlezingeiL, die ih\j t« 
Lofoden hiM, InJmssdben ikiendrte ihij door z^n 
veri>onid met -de Tories de vriendea aer Preslbj- 
teriam<a. W«iLdra trad Chalmers imet nog ihooge- 
re <dfidben op en het gevolg daarvan was in 1843 
de scheidang Tan lan keuLgeDootsohap van d<en 
Staat. Zioo ontstoDO. dke Vrve Schotsehe Kerk, 
waaiTv«in Chalmers -de ziel M«e{, iobdat <h\j den 
S^loten Mei 1847 overl^ed. Van zjjn gesdhriften 
vermeld«n 'w^i »The evidence and auftihority of 
Itie dhri«tian ^revetiation" (1817), ,;Di&conrse8 
on aetronomy" <1817), »»Conumercial discourees" 
(1818) en »OccasioiiAl disoourses (1818). Z^n 
nagelaten handaduditein ziin door detn boeOdhan- 
die£uvr Canataple ie EdinibAigih ivoor lOOOOpond 
8teiLi(Dg giekooDit en onder d^n titd ^Posrthtunous 
work8" (1847) m het Ideht g^ven. Een bloem- 
lesEiTig uit z^n gAscibiiilten >{in 12 dfo.) Iegd<e 
Hanne ter peise »(BdBJifbnugih 1854— '1857). 

Ch&lons-sur-Mame, d€ (hoofdstad (van 
het Fransohe departement Mame, in (het ooste- 
1^ gedeel-te van Ohampagne, 22 Ikm. ten ooeten 
Tan rar^s, ckan de benraarbare Marne, Siert Marne- 
R^j^dkanaaJ en den OosteiiapooFw«g gelegen en 
van 2 armeo de Mairne dooisneden, telt (1911) 
31 367 inwoner6 en bezit ondersciheiden« fraaie 
geibou'wen, zooak de hoofdkeiik SL Etienne ait 
de 13de eeuw, de kerk Notre Dame van 1158 — 
1322 in overgangBt^ gebotvwd met 2 epitse to- 
rens en scboone glasschllderingen, het stadbuis, 
het geibovw der prefeatuur (weleer ihet paleia 
der graven van Artois) enz. De stad is de zetel 
van een bissdhop en (beeft een ledhtbank en 
eenige inridhtingen i^an onderwijs, een boekerij, 
een kaibinet Toor natnurlijke ihiietorie, een ge- 
nootsGhap 'voor landibouw enz. De 'voomaamste 
takken van ngverheid zijn er looierjjen, het vez 
vaardigen van 'We3!len en katoenen stofCen, van 
linnen, <van kousen, alismede het lrweeiken <van 
druinren, meleenen, aspeigee, hennep en een be- 
laaQgr\j(ke hatndeil in dham[piagDewij(n. Voonte is 
er handell jn graan, meeil, fwoil, henibep, oliezaad, 
hout, gips enz. Ook zg^n er jaarlijtks 9 mark- 
ten. 

Deze etad is het oude Catalaunum of Duroca- 
talaunum in het land der CatalauniSriG, hetweLk 
toit GkUtia Belgica behooitde. In 273 na Qhr. ^r- 
sloeg hier Aurelianus zijn vjjand Tetrieus en in 
366 Javinus de Alemannen. Voorts had in haar 
nab^Kid b\j TToyes de groote nederlaag van At- 
tila plaats in 451. In 643, 931 en 947 werd de 
stad Tero^rd en 'veDwoest. De bissohoppen van 
Oh&lons waren nreeleer dn groo>t aanzien. Voor 
en na weid de stad door versch-illende Middel'- 
eeuw8che gravem veroverd. In 1214 streed haar 
leger hij Bonvines en in 1413 sloeg het de En- 
gel-sdhent, die tegen Ch&lons oprulkten. Hendrik 
IV verplaaljste in 1589 het Parlement van Parijs 
derwaart8, en de <regeering van 'Chllons had den 
moed om de exconnnunicatiebul Tan 159*1 van 
Gregorius XIV en in 1592 die Tan Clemens 
VU1, beide tqgen dien venst geidoht, door beul«- 
handen te doen vert)randen. Den 4den Februari 
1814 veroverden de Pmisen de nroorstad en na- 
men den volgenden dag de stad in beelt, en den 
3den Juli 1815 weid zij door Tsjernitsjef in- 



genomen, waaiibij generaal Rigault sich meest 
avergcjven. 

In de DBJbijheid der «tad! weid in 1856 het 
„Kamp (van Qi&lonfi" als oefenLng&piaatB voor 
het FraoBohe kger in gereedheid gebraGht en 
in het daarop volgeode jaar rvoor de eerete maal 
betrokiken. Heft ligt op het gebded der dorpen 
Groot- en Klein-Monrmelons aan de beek <van de- 
žen naam, en is door een 6poorw€g met Oh&lons 
en met Rheims .venbonden. Na de eerete neder- 
lagen der Franschen in den ooiilog van 1870 en 
nadat Canrobert mei zjn troepen naar Metz 
wa6 oreFtrokken, hega/ven zioh kk overblijf selen 
van Mao-Mahona leger en die van het korps <van 
De Failly naar het kamp van Chftlons, om er 
zioh te herstdllen en te verstei4[ien. In den nacht 
van den 21 sten op den 22&ten Auguetnis 1870 
veriieten zj eobter het kam^p, nadat z\j dit ge- 
deeltel^k aan de Tlammen haddien prij€ gegeiven 
en volbraditen hun aftocht in de rioihting van 
Mveims. Bij den ^eideren leop 'van den oorlog 
vonmde Oh&lons een .belangrijik station ter ver- 
binding ivan de Duifcsohe ibelegcringstroepen voor 
Parijs met Daitsdhland. 

Ch&lon8-sur-8a6iie is «en handels- en 
fa/briedostad en ttevene die hoo£d<stad van het ge- 
lijknamige arrondissement, in het depantemeni 
Sadne-Loire gelegen«, Ln een mooie streek van 
BoiurgondiS, aan den mond van een kanaal, dat 
de Sadne met die Loire veitoindt, aan de Sadne 
en aan den 8poorweg naar Lyon, 179 m. hoven 
den zeespi^gei. Zij telt (1911) 31 550 inwoners, 
die een belajugrijfcen handel drijven in wijns eter- 
fce drariken, aizijn, gman, meel, houtskolen, yBer, 
gips, laken ene. In de fabricken bereidt men 
olie, borax, wijnsteen, glas, krietal, suiker, hier 
enz. VooPts is er een saheepetimmerwerf, en 6 
maikten hrengen er jaarlyikfi veel vertier. 

De etad is omgeiven door moiren, bezit 4 voor- 
steden, een pracibtige kade aan de rivier en fraaie 
wandelingen. Tot de meiikwaardige gebouvven 
bchooren de keit St. Vincent, ff«bo«wd van 1386 
tot 1440, het stadhuis en het hospitaal St. Lau- 
penit. Men ivindt er voonte, behalve re<3htjbaniken 
en soholen, een openbare bibliotheek, een mu- 
senm van schiildergen, benevens genootcohep- 
pen voor Gesohiedende, Ondheixlilcunde en Kun«t. 
Zij is het Cabillonum in het land der AeduSrs, 
bij Caesar vermeld, en was reedls in de dagen 
der Romeineohe keizers een aAMzienlijike handel«- 
8tad>. In de 4d€ e0uw is er een bisdem gestjobt, 
dat eerist ten -tijde der Revolutie werd opg^he- 
ven. Van de BouigondaSre ging Gh&lons in 534 
aan de Franken over, weiid de residentie van 
de«n Merovingier Guntram (t 592) en vomide in 
de lOde eeuw het Bourgondisch leengraafschap 
Oh&lonnais, hetwelk in 1097 voor de helft het 
eigendom werd van den bisschep van Oh&lone. 
De andere helft verviel in 1237 aan het hertog- 
dom BoungondiS, en geheel Ch&lons twam in 
1477 aan de Fransdhe Kmon. In 1562 werd de 
stad door de Hu^enoten' veroverd. 

Chalotais, Louis Renš de Caradeuc de la, 
procureuT-generaal bij het paiilement van Bre- 
tagne, werd den 6dien Maart 170ll te Rennes ge- 
boren. dtoeg dooar zijn: „Comptes rendus des 
constitntions des J^suiles" (1761) veel bij tot de 
verbannJiig der Jeznieten uit Frailkrijk en w)cht 



CHALOTAIS— CHAMAECTPARIS. 



55 



door zgu: ,,Easai d'6(kica<Hoii ncutnonale ou plan 
d*6tiid«8 pour k J€>UDeeee" (1763) Ihet desrtijds 
gevolgd« opvoedingBtekel i« "veiibeteren.. Toen 
hij 'm Ihet str9d|pei4[ tiad tegen de iDd«a'we be- 
laštiingwetten van bet mimsterie, (werd h^j m 
1765, als 4e TenDeende verraardi^er Tan een 
smaadficihrift, met izgu zoon in heSitenii« g^eno- 
men en naar S&initee Terbamipen. £er«t in 1774, 
na den dood Tan LodetDyk XV, aanvearckl« ih|j 
w«i«r z\^a ambt. Het g^schrift ov€r zijn proces, 
,.Ai(i peipetuam scekri« memoriam", verspreidde 
zich, ia Wiefrwil Tan het veii)od, aver gffoeel 
Franfcrgk, daar Voltaire «n ihet •voUc hem in be- 
soh«nmng Ban^n. Hy o^erked den 12(ieni Juli 
1785. 

Chalnpetzkir, Front, is een der etericste 
Hongaajsche schaakspelers. Hij werd geboren 
den 6den April 1886 in Altenburg: en is vooral 
beikend om z^n gieestig fipel. Hij d«ek[« dten 
tw€ed€n. en derden prijs in ihet groote Interna- 
tionale Hoofdto-umiooi te Praag in 1908 nve>t 
Ab<myi. 

Chalirbaeus, Heinrich Moritt, een Duitsoh 
wijageer, goboren den Sden Juli 1796 te Pfaf- 
frodft ii> bet Saksisdhe Ert«gebergte, etudeerde 
te Meifisen en te Leipaig eerst in de leitoteren en 
vervolgiens in (ie w\f^begeerte en god^eleewiiheid. 
Nadat b$ een paar jaar als hinisond^me^zer werk- 
zaam wa8 gewee6t, werd hjj eerst leeraar te 
Dresden. Zijn voorlfoingen vormden het weHc: 
..Historisohe Entw.iokehin? der specokitWen Phi- 
losophje von Kant bis H^el" (Dresdien 1837, 
5(ie druik «1860), waarna hij benoemd wepd tot 
hoogleeraar te Kiel. Van zijn overi^ gcschrif- 
ten Termeiden wij zijn hoofdwerfc „SYstem der 
5pecnlati<ven EtihiA:" (1850, 2 din.), „Philo9ophie 
nnrf dhristeartiiMn" (1853) en ».Fundamental- 
philosapbie" (1861), Na den Sleeowijik-Holstein- 
scben Oorlog moest hij ale Dnitstiher zijn be- 
treJdkin^ nederloggen, dooh sleohits Toor konten 
tijd. Hij o^erleed op €en «vacantiercis den 228ten 
September 1862. 

Gham is een etad in Beieren in het gvelijlc- 
namige district, aan de uitraonding van de 
Cham in den Regen gelegesn, op een boogte van 
385 m. Zij telrt; (1910) 4558 in.woners, beziit een 
redhrtibadk, een Gotove kerk en -stadibuis, hout- 
indnetrie, bierbrouverijen en in de biiuTt gra- 
nietgroefven. De 4)evellking drij^t handel in 
?raan, linoen, deelen en kopsdh hout, waarvoor 
het de gnootete stapelpdaats van Zuid-Duitscih- 
land is. In de buurt lig-t de onde ker^k Cham- 
mlinster en de riiTne Ohameredk. In den Oos- 
tenrijksdhen Sfuceeeeieoorlog 'weidl het door 
Trende geplunderd en verwoe9t. 

Cham is de naam van een dorp in het Zwit- 
sersche kanton Zug, 4,5 km. W.N.W. van Zug 
srelegen, op een hoogte van 420 m., aan don 
vruch-tbaren oever van het meer van Zug, bq de 
nibmonding der Lorze. Het telt (1910) 3464 in- 
woner8 en> heeft falDTieken van papier en cellii- 
lose, katoen en geoomdenseerde melk. De A n ar- 
lo-Swi«8 Condeneed Milk C o. heeft 
400 attoeidera in dien-st en verwerkt diagelijks 
de meUc van 8000 koeien (jaiarlijk«;!he prodiic- 
tie meer dian 40 millioen hoissen). Zij iheeft fi- 
lialen op vele plaatsen in Zvritserland, Dnitsch- 
land, En^land en Amerika. 



Cham, een zoon van Noach, was volgen« de 
ethnografLsdie voopsteliing der Joden (zie 6e- 
nesis X) de atamnrader der ^uidel^ike volken, 
sfpeciaal der A^nikaansohe, door zijn vier zonen 
Kusch (Zirid-Arabie en Aethiopie), Mizraim 
(Eferpfce), Put (West-Afrika) en Kenadn (Pa- 
lestina en PboeniciS). 

Cham, Am4dše de No4, genaamd Cham, een 
FranBoh earicatnuuteekenaar, werd den 26&ten 
Janraari 1819 te Par^s geboren. Eerot genoot h\j 
oi>derwg« van Paul Delaroche, berzooht vervol- 
gens het atelier van Charlet en onitwifekelde on- 
dter dežen zyn talent voor het tteokenen. In 1842 
versdhenen zgn eerafto caricatiiren, onlderbeekend 
met Cham. Hy wenkte nrooral voor akmanakken, 
zooals den »Almanac proph^tiqne", voor het 
„Mus6e Pliilifon", en voor den „Charivari". Zijn 
caricaturen zijn later in aJiboms versehenen. Hq 
ovenleed' den 6den Septemlber 1879 te Paryfi. 

Chamade, vemioedel\jk afkomstig van het 
Italiaansdhe wooid ehiamata (kieet), wa6 een 
teeken omet den trommel, dat de belegerde den 
bekgemar gaf, om aan te diuiden, dat hij weni9dh- 
•te te capituleeren; vandaar de ndtdrukking cha- 
made slaan. Tevens etaik de belegerde een ^it 
vaandel omboog voor het geval, dat de chamade 
ndet gdhooid of niet begrepen werd. 

Chamaeoyparl8, een naaldihoutsoort, be- 
hoorende tot de Cupressinee^n, die alle behalve 
Ch. nutkaensis Spach. een kcirakiterj«tie(ke 
witte teekening om de 'huidimondjes aan de on- 
<ierz\jde der naalden vertoonen. In Amerika ko- 
n^n 8, in Japan 2 «oorten van Chamaecifparis 
voor, waarvan de Ch. Laiosoniana Pari. het 
naeest bekend is. In zijn vaderland — Wee^kll>st 
van CaiiforniS en Znid-Onegon — bereikt b\j 
een hoogte van 50 m., en stijgt hjj 500 m. boven 
de zee. Het (hout is roodaohtig, du*urzaam en 
geeft een eigenaardigen zoetadhtigen geur, die 
het tegen insecten beveiligt. Aangezien deze 
hontsooit schaduw ve]:d>naag)t en zi)d<ilingsohe 
besohntting verlangt, komt zij voor aanS)o<uiw in 
niet te drogen gromd en te droge lucht — bij 
voorkeur gemengd met andere hoiitsoorten — 
in aanmerki-ng. Ch. obiusa Sieb en Sncc 
is een van de waandeivolete boschiboomen van Ja- 
pan, 'Wiaar hij van 30 tot 38'> N.Br. uitgestpekte 
bossdien vonnt, die in kaallihaikbedTijf behandeld 
wondienu Hij stijgt van 300 m. tot 1000 m. in de 
beigen; een klimaat als dart; voor de zuidelijike 
eiken past hem Ihet best. Het hout is rooda^ch- 
tig met aangenamen geur, splijt gemakkelijk, en 
wordt vx>or beals, eGheep8bouw ena., maar spe- 
ciaal voor de Japansdhe laki^erken gebezigd. Ch. 
pisifera Sieb. en S u c c. is een eveneens in 
Japan veel vooiikomende boeohboom, die eohter 
veel grover, nKiar odk gemakkelijk te .bewenk€n 
houit levert. Hij is gevoeliger tegen droogte van 
den grond en van de ludht dan de vorige. Ch. 
nutkaensis Spach. nit We8t- Amerika in vodh- 
tige dalen en aan de knst voorfcomend. De kleiir 
van het loof iis donkergiK>eni, de takken a^n van 
onder liehter groen, ook bovat de zaadlhuid geen 
harabadlen, zooals dde van de vorisre. Zijn aan- 
bonw heeft voornameliJk ah sijenboom plaats. 
Ch. sphaeroidea Spach. bereikt sleohts 25 m. 
hoosrte. op veenaobtigen errond of voohtiir zand 
in loofihout gemengid) in Canada en Noord-Caro- 



56 



CHAMAEC VPARIS— CHAMBERLAIN. 



lina Tooitoioend; het boot is giBuvibrain, donr- 
laam en li^A. 

Obamaedorea Willd. ie Ae cJiAta itm een 
ploiDitetigeslaidit nit de fajnilie <kr Palmen. Het 
oiKkischeidt zieh door zjjn tireehnizig« bloe- 
men iD«t «en 8-dealigen ibinneiiateii, ea een 8- 
bladeri^en buitensten bloenuleUran«. De plaat 
lavent «eji Hnaadige bee «a oiavait lage, slajdie 
palmcii met vindeelig loof, die in Itciico en 
Zoid-Ameriku groeien. Vaa de soorten nomien 
wij; C. elaiior Mart., C. elegant Mart. ea C. 
fragrans Mart., G. amaxonicnt L i ad. uit Zuid- 
Amerika, C. Arenbergiana W e n id 1. Uft Guftte- 
mala, C. BaUmgtana W«Ddl. nit Nieiiw-Qra- 
nada, C.geonomaelormis Wead]. uit Peiu, C. 
Sarloni Liebm, uit Meiico «i C. WaTtxeme- 
HI Weiidl. uit Foimosa. 

Cbanuteleon. 2ie Kameleon. 

Obamaeleon minerale. Zie KaliumpeT- 
manganaal. 

Chomaeraps is <k nuun tan een (danteji- 
geslaoht uit de tamilie der Palmen. Het onder- 



Ctumsen^ eicelsa. 

tdieidit liiii door poIjgamiecJie bloemen m&t 
een 3-deelic«n binoenaten en een S-bladerlgen 
buitensten bioamlirana, doar meeUraden, die van 
«nderen lija eaMnp^groeid. door S stempels en 
Uniaidige bessen. Het omvat loge palmboomen 
me< een korten tronik, didit opeenstaamde, stij- 



Te, naaJeiiTormife blodeien, gedacbtige bloe- 
men en olijlTormige vniobten (zie de alb.]. Bler- 
toe t)eJiooTt de eeniee Euiopeesohe palmeoait. 
oamelijk O. humilis L„ die stekelige ibladatelea 
met een enbelfoodige bladEdheede ibezit en san 
de Europeesctie kuet der MiddellaodGohe Zee lan 
Sicilie tJjt Tookane, 'vooial by Nizza en aan d« 
Spaanaobe knat, geiroodea wonlt en ook in' 
Noord-Afrika gtoeit. Het is een Aeeetergenvat, 
da.t wel eeoB 7 m. iicog nondt. Een aodere Boorl 
O. Palmetto Hdch., met Ugen, trank, haoddi 
lig« bladerEoi, dooirdooze bladeteleo, ^enoaw 
blaadjes en dubbele bladsdbeedeo, ?ioeiit in C 
rtdina en Florida aon bet straiad. Beide booK 
kan men dea lomeie bij one in de open Incht 
plsatsen, maar dee iriniers liebben zij een ' 
peratuar noodig »an 4 — 6" C. 

Verdei z|jn bekeod: C. exeel*a, uiit Japan, C. 
eieelsa var. Fortunei Hoob, uit CMoa en 
C. Martiana We'ndl. wi Nepal. Het zija alle 
eohte dveofni^liiieii' 

OhamaTen, Chamabi, Chaubi, ie de nsiani 
Tao «en Germaansch volk, dataan- 
vanltelgk in de nab^eld vaji den 
Helibocus piet Odennald bij Bene- 
heiin) gevestigd wa«, »eivolgens 
den Rijn afiaite en eindelijk ver- 
eebilleiide streken in 't midden vaa 
ons land, als Utrecbt, de Veluwe, 
bet ZutlenEoh«, en ve^der Bent- 
heim, een gedeelte van Munelej en 
het land der Bructeren (MnnKtei 
ea OsnabrUok) in bezit nam (98 
na Chr.]. Zjj bebooiden lot bet 
'bondgenootfic£ap der Cherasken te- 
gen de Romeinen; later loegden 
ig aich bji dat der Franken, en 
eonunige aideelingen van dien Etam 
Terplaatsten zish iiaai OaiiiS. Ook 
be^ven er zioh In Romeinsohen 
krugsdienst, doch onder vooiwaaT- 
de, dat zij iu«t genoodzaaJct mu- 
den zijn over de Alpen te trek- 
ken. Chuetreeks i eeuwen na Chr. 
liadden sji zich geheel en al in de 
FrarnJten opgelost, Het sobijnt ech- 
ter, dat de berinnerLng aan Kun 
naam bq ons is overgebleven in 
dien lan het geweBt Eameland, ge- 
legen taseohn den oorsprong van 
den IJsel en Deventer. 

Chamberlain, Sii Neville 

Boicle*, een En^lseh genenal, 

verd den 1 0den Jannaii 1 820 ge- 

boren te Bio d« JaneJTO, waar 

»ijn vader, Sii Henry Chamber- 

lain, Biiteeh Consnl-generad was. 

Hij tiad in 1837 tn «eaist b(j Siet 

Indiech I^er, ondetseheidde zich 

in den oorlog t«^n Afghanifitan 

en Sindh, wetd in 1842 offiderbij 

de liitwacht van den gcuvernenr- 

generaal, in 1843 depatv-assisl&nt van den kvar- 

tiermeester-genernal en in 1848 adjudant van lord 

Dalhotisie, »oeide bevel over het 8ste regiment 

on^eiegielde eavaleiie in Pendsjaab, fungeerde als 

militair secretaris van den opper-commiEsaiis 

s!r John Laurenee en comrnandcerde w«derom 



CHAMBERLAIN. 



57 



een afdeeling ongeregehdiB troepen, totdat de op- 
staod in O^i-IndiS nitbarstte, waania ihg van 
bng«Mle-g«neraail adjadant-geDeraal wepd van het 
Bengaakahe Ifger. Naidat ihy d-en ISden Juli 
1855 awaar 'w«nd gtewoDid <b^ «eii oiitval uit Del- 
hi, •w€nd ih^ in «KiIi 1857 bevordeid tot adju- 
daoit <ler koDiingin. In lAei 1872 werd ih^ luite- 
nanft-generaal, m 1875 Ik) van den raad van den 
gooverikear van Madirafi ert koTft daarna opper- 
bevelihehber van ihet leg>er aldaar, wa<t 'h\i tot 
1881 \Awd. In 1878 weiid (hg g€ii«iaal. Na in 
1886 s^n ontdag te Ihebbon gienomen, kreeg ihy 
in 1900 den tit^ Tan veldimaarBcibalk. H^ aver- 
leed den 18d«n Ffibruarl 1902. 

Ohamberlaln, Joseph, geboren den Seten 
Juli 1886 .te Camiberwdl (ŽiuLd-Lomien), wa6 
«erst in zgn vadei« f&bri«ken werkzaain te Lon- 
den en ite Binningham, dooh ibeitrad in 1874, na 
den dood zgne vaders, de fitaatknodige loop- 
baan. In Biioniogham werd hij 8$x>edi^ bekend 
door zijn radicale adeeStn en welfiprakendheid. In 
1869 werd hg gemeentekraadslid en vaA 1874 tot 
1876 Imrgemeester der fitad, waar h^ o.a. voor 
kerkelgke en ond€rw^belangen optrsud. In Juni 
1876 in Ihet Lageiihui« grozen, irad* ihij iiier 
spoeddg op als een d^r aanvoeiniens van -de ra- 
djcs^ pantij. Ails vooTzi>tter 7an het miniateide 
▼an -Handel werd ihjj in 1880 M ivan ihet kabinet- 
Oladstone, Van ibelang »waren Tooial de veran- 
deringen "van 'het faiUietreebt en van <k edheep- 
vaartvretten^ die ihg »Let izonder steiiken> tegen- 
atand van de zijde -der oonfienvatiefven •doonireef. 
Maar odk zijn ^ieelnenni^g aan de ailgemeene 
staatknndige beraadslagingen deed bem kennen 
ak «en ivoorveohter van ihet raddoalieme in liet 
liberale nundisterie. 6g de algemeene i^eitkJezin- 
g<n ma den val van hei miDdfiterie in 1885 werd 
hij >w«der te Birnungiham met groote meerder- 
heid tot Parlementslid gieUcozen. Toen het minis- 
teTleSalisburff onimddeiUvk na de oamenikomfit 
-van iMt ndenwe Parlesnent in Janoari 1886 een 
besiiesende nedeiilaag leed, wee6 ChamberUtin 
de hean door Oladstone aangeiboden portefeuille 
van Marine 'van de hand, maar trad wel op al« 
minifirter Tan den Local Gov<emaneortiboard, als 
opvol(g«r 7an sir Charles Dilke, Intusscihen 
bradit h-et beekit rvan Oladstone, om een Home 
Rdle4>ill in te dienen, het vraagetuk d<er reieohe 
zeUregeering op den Toorgrond, en gpoot wa8 
de aflgiemeene vei^bazing, t^n Chamberlain, die 
steade ^«golden hied sls een ^veri^ 'voorstander 
dier izelfreg|eering, zioh thane <van Oladstone af- 
sdbeidlde. uhamberlain ging d&artoe over deels 
uit pereoonlijken wToik tegen Oladstone, die het 
Hon^-rule-ontFerp Ihad opgesteld zonder er heai 
in te kennen, deele omdat hij z^idh aangetroSdken' 
gevoelde tot het nieiiw oplevend irmiperiaHiaitne. 
Na heiftiaalde vmchtelooze pogdngen, om een 
veDzoendng tot etand te brengen, iLegde Cham- 
berUrin in Maart 1886 zgn betrelklking neder etf 
trad op fllls een (van de knders der afvallige li- 
beralen, diie met den naam van Ifiberale umonde- 
ten vrendien beetempeld, om in <veitbond met de 
Tories de Home Rule4)ill van Oladstone te be- 
fitrijden. 6q de ndeawe Terkiezingen, die in Juli 
1886 op de >verwerpinfg dier Bili ivolgden, be- 
hielld Chamberlain zgn zetel Toor Biimingham. 
In F^ibrnari 1892 werd' h^ leider Tan ^*n part^. 



Den 25eten Juni 1895 ireid hg in het deide mi- 
nisterie^/M&ur^ etaatfiaecietarifi /van Kodoni- 
en. Hii wa8 een deor sterkste Tooratanders Tan bet 
Britsdbe imperialisme, en door "z^ drijiven in 
die luehtiaig vooral werd de Boerenoorlo^ Ter- 
oorzaeikt. H^* 'b^ield zgn ambt in het ks^net- 
Balfour na het aftreden van Salisbury (11 Jiull 
1902). Van 1902 tot 1903 deed <h\j een reis naar 
Zuid-AIrika. Na zgn terugikeer zette 'hy een le- 
venddge agltatie op tonw Toor een tolunie tufi- 
6chen moederland en kok>ni3n en het heften van 
hooge invoeriechten van de vooptibrengseUen van 
alle Treemde landen. Deze maatregeilen hadden 
ten doel den band tussohen moedeiiand en kx)- 
loniSn te Tersterken en door protectie „w€iik voor 
allen" te scheppen, aismede de geldmdddelen te 
veifcr^en, nooddg voor het oudeidomsi^ensioen. 
Om zien geheel aan deze plannen te kunnen w\j- 
den, trad Chamberlain in September 1903 uit 
het noimsterie. Zjjn nieunve leuze braoht editer 
veideeldibedd in de undonistifidhe part^, waaFvan 
vede (beden overtuigde vrghandelaai« Uenren. Het 
gevolg wa6, dat de ooitservatieven en unioniMen 
b\j de veitcieziimen Tan 1906 een Terpletteren- 
de nederlaag leden. Wel bleef Birmingham haar 
onden afgevaaiddgde trounv en werden ooik z^jn 
vrienden in de MidkndiB heiikozen, maar met 
Chamberlains iorloed wia8 het gedaan. Z^jn 10»\» 
verjaaidag weid' te BinminghMn luisterrgk gie- 
vderd; een paar maanden later overTiel hem een 
ongfeneesl^jke ziekte, waaraaai hy den 2den Juli 
1914 bezweek. 

Zgn biografe weidi o.a. gesdhreven door Ft- 
allate (T&r^ 1899), Morris (Londen 1900) en 
Pedder (Londen 1902). Zie ook Filon, Joseph 
Ohamberlain et le aocialieme d*Etat („Revue 
des Deux Mondes" 1889). 

Chamberlain, John Austen, een žoon Tan den 
vorige, mendk in 1863 ^>elboien, atnideeide te 
Caiiu}ridge, Parije en Berljjn, werd' in 1802 lid 
van (het Lagerbnis, in Juni 1895 loid der Ad- 
miraUteit, in NoTember 1900 seoretariB Tan Fi- 
nanciSn, in 1902 postmeester-generaal en in 
October 1903, bg de hervorniiD^ van het minis- 
teri e-BaZfour^ minister Tao FinanciSn. Met BaU 
four trad hij in 1906 af. Den 2l6ten Judi 1906 
trad hg in het huwel\jfc met mies Ivy Dundas, 

Chamberlain, Houston Stetoart, een En- 
gelisdh eohrifver, werd den 9den September 1855 
te Portsmoutih geboren. Z$n jeu^ bracht hij 
geded^tel^ in Engeland, giedeeltelgk te Versail- 
les dioor, terwgll hg in 1879 te Genove in de na- 
tuurwetenfichappen ging studeeren. Na 1885 
woonde hij te jDresden, waar hy in de tkunstge- 
schiedenia, mnzidk enphilosofie etudeeide. In 
1889 Teitrok h^' naar Weenen en iw9dde zldh noi 
geheel aan de letteren. Bekende weiiken Tan 
nem z^n: „Das Drama Richand WaignerB" (Leip- 
zig 1892, PariJB 1894), „Ri4Shard Wagner** (Mtln- 
dhen 1896, 2de druk 1901), „Reoherdhe6 eur la 
B^e asoeiAlante" (Neudh&tel 1897), „Die Gmnd- 
kgen dee 19. Ja/hilbuinderts" (Manchen 1889, 
lOde druk 1912), „Par8ifaI-M&rchen" {Miinchen 
1900), „Worte Ohriati" (Mfinchen 1901, 4de 
druik 1908, ook in het Nederlandsdh Tertaald), 
„Indoari6ohe WeiItanBdhauuqg'' i(ld04); »Lnma- 
nuel Kant, die Personilidhkeit als Einfil^hrung 
in das Weiik" (1905). Met F, Poske eamen 



58 



CHAMBERLAIN— CHAMBERT. 



sohreef Juj: ,J3einTLdh voni Stein iinid «einre Welt- 
anisdhaiiuiig" (Berlijii 1903). 

Chambers, Ephraim, e&n. Engelsch ency- 
clopedist, wend gejboren omstr-eckis (het jaar 1680 
t€ Kendal i a "šestin ordand en* ontvierp in zijn 
leertmg&jarcnr het plan tot de later vcrschenen 
„Cyclopa0dia or undivereal dieti onary of airte and 
Sciences", dLe »voor (het eeret i a- 1728 te Londen 
in 2 deelen ih€ft lidtt zajg. Hij weid di.enjten^e- 
votee in 1729 lid "van de „Royal Soodetj" en be- 
keMe 4 uiitg»ven van zija weii. Aan de 7dfe ^er- 
dea 2 &iupp3ieimen(bdeelenr ioegevoeigd. De heste 
uil^a/ve Tensdheen in< 1786 in 5 dilin. Daarenibcvven 
scftireef Chambers m de „Lajterary Miagazine" 
enz., weTikte medie aan de vertaling van de me- 
moiren der Academie van Weten6<ahappen) te Pa- 
rijs, niit^egaven ondeo* den titel: ^Philosophicail 
hifitoTj anid memoirB of the RoyaI Academj of 
Sciences at Pari«" (1742, 5 din.), en overleed 
den 15dien Mei 1740 te Canonjbury<houBe bij I«- 
lin^ton. 

Chambers, Sir JVilliam, een EngeMi 
l>ouwmeester, arostreeiks 1726 te Stoofciholm gte- 
boreiv en te Ripon in- Toiikfilhire opgeivoedi, ging 
in 1742 naar Ohina. Hij stierl te Londen den 
Ssten Maart 1796, 'waarua zijn stoffelgk ovcr- 
sehot in de We9tfti'inisrterabdij w€id bjjgezet. Hij 
scihreel: ,,I)esi!?ns for dhiinese biiilding«" (Lon- 
den 1757; Parijs 1776), „Treatise on ciTil secti- 
bns, and peispeoti've8 of Kem in Sarrey" (1763), 
»jDissertation on oriental gardenang" (1772) en 
„Treatise on the decoratinre part of architeotu- 
re" (3de uitgave 1791). Zijn Toornaamste >bourw- 
weTk is SomensethoiKse tei Londen. 

Chambers, JVilliam, een Sehoteoh boddhan- 
deTaar en sdhrijver, den 16den April 1800 te 
Peelbles geboren, besran in 1819 een boakhandel 
in Bdin&iig«h, stiolvtte in 1882 het „ Chambers* 
Edinlbungih Journal", en tradhtte door goedikoo- 
pe, buiten die staatkundige partijen staamde tijd- 
schriften, de volksontwi;ldkeling -te bevorderem 
Van (toen aan (veiibond hij zioh met ziJTi broeder 
Robert. In de hvmii Tan Peebles sfcichtte hij in 
1859 de popnlaire „Cham.bere Institution" (met 
hibliotheek, mnseum, schilderijenc^alerij en aaail 
Toor voordrachtenV, die hij later aan zijn geiboor- 
testad sohonlk. Hij overleed den 20sten Mei 
1883. Hij sehreef: „Thin^s as they are in Ame- 
rica" (1853), „Ainerican slaverj and colour" 
(1859), „Hi®tory of Peeblesshire" (1864), »Fran- 
ce, its historr and revolutions" (187>1). „Memoirs 
of Robert Oharalbere" (1872. 14d€ dniik 1.^02) 
en een Schotsche novelle: „Ailie Gilroy" {1872). 

Chambers, Robert, een broeder Tan den voor- 
g^ande, den lOden Jnli 1802 »te Peebles gebo- 
re, legde zioh oveneens op den boefehandel te 
Edinbui^h toe en schreef: ,,Tradi!fcion!s of Ediin- 
burs^h" (1824 en 1868), „Popnlar i<hy!mes of 
Scotland" (1826 en 1892), „Pioture of Sčoliland" 
(1827, 2 dJn.), „H.i®torv of tihe rebeUion« in 
Scotland and life of James I" (1828—1830, 5 
din.), „Soottish ballads and- »songs" -(3 diln.), 
..Biographical dictionarv of eminent Scot«h»man" 
(1832—1835, 4 ddn.). Verder s(3hreef hij in het 
^Jo-urnal" Tan zijn broeder JVilliam. Later 
sdhroef hij nog: ,,0n anicient sea margins" 
(1848), „Tracing!S of IceJand and the Faroe Is- 
lands" (1855), „Domestic annals of Scotland" 



(1858-^1861, 3 diln.) en „Book of days" (1862-^ 
1863, 2 dim.). Ook gai li^ de werken van Ro- 
bert Burns nit met een biografie van den dichter 
{1857, 4 din.) en 'woidit ny besohooivd als de 
«ohrij>ver »van „Th€ Teartiig^K of creation" (1844, 
12de dmk 1884), een voorlooper van Darwin^s 
„OrigdT» of species". De door beide broedens ^e- 
stiohte uiitgoverazaak te Edinibni^ en Londen 
heeBt tot doel de 'bevordering der ajgemeene ont- 
wikkeling en veredding "van het Tolksikaraikter 
door middel van goedkoope tijdecferiften en ver- 
^zaroeide ^etken, waarvoor tairgke med«ewerkeTs 
bijdragen leveren. Behalve het ,^oiiiriial" zgOi 
daar oa. ook nog uil^gegenren ^CyGlopaedia of 
Engtlish literature" (4de dn& 1888, 2 dJn.) en 
.,OhamJbere Encydopaeddtt" {1888—1892, 10 
dlb.). 

Chambersburg* is de hoofdetad van het 
counity Franklin in den Noond-Amerikaanschen 
staa;t Pemn6yljvandS, ten Z.W. van Harrisbnrg in 
schildioraohtige omiOTving gelegen. Het heeft 
11 800 in^oners (1911) en fabrieken van land- 
boawgereed)sdiappen. Den 30sten Joili 1864 werd 
heit door de Geconfedereeiden in de asch gelegd. 

Čhambertln i^ de naam van een beroem- 
den wgnjber«f in het Fransche departemewt C6te 
d'or, bg Gevrey-Chambertin ten Z. Tan Dijon 
gelegen. Die wijnlberg levert oip een oppetivilakte 
van omstreeks 25 H. A. jaarlijke ongfoveer 1500 
H.L. voortreffelijken Boni^ogne(wijn. De om- 
stre^ken van dden beng getven eveneens fijne wij- 
nen, maar de Ohamibertin \a verreweg de beste. 

Ghambery, in het Italliaaneoh Giamheri of 
Sciamberi, weleer de hooMstad >van het Sardini - 
sobe hertogdom Sanroye, is than® die van het 
Fransche dg)artement van dien naam. Zij ligft 
aan den '\'^ctor-Emaniiel-spoorweg (Lyon — ^Tu- 
rijn) en tevene aan de Leisse en de Alhana, die 
er een vpiaterval vorant ter hoogfte Tan 70 m., tuc- 
sdhen 'tuinen en »villa^s in een door bei^en om- 
geven dal. De stad zeli, vooiiheen door grach'ten 
en muren omringdi, heeft nartiiwes somJbere s-tra- 
ten. Tot de voornaaimste geboufwen behooren er 
de boofdkei*, ondieredheiden klioosters, het stad- 
huis, de boekerij, de 6ohoa]iw!bui^, het oude kas- 
teel, ^et paleis »van Justida« en een overdekte 
maiktt, in 1863 voltooid. Generaal De Boigne 
heeft er bogengangen doen verrgzen, en tot de 
mericwaardi0ieden hehooren er ook de Promena- 
de Verney, de Grand Jardin {voormalige vesting- 
wei^€n) en de botanisohe tuin. Naibij de stad" 
ligt het buitengoed „Les CJharmetites", waar 
Rousseau bij m€ivrouw De JVarens verblijf hield. 
Men heeft te Chairtbery een aanteibiasohop, een 
prefecb, een Hof van AppM en een handelsrecht- 
banik. De plaats beait een gymnasium, een 
stadsboeikerij en de Academie van Sovoye, welke 
„M6moires" uitgeeft, alsmede een lyceum, een 
instirtjuut voor doofstoimmoen en een aan^al ge- 
noo^schappen. Het aan tal inwoneTS bedraa^ 
(1911) 22 958; zij houden zioh vooral beziig met 
de zijidetteelt, meit de Tervaardiging »van zijden 
stoffen en van een beroemde sooitt van gaas, met 
de bereidiner "van ^ijn, bTandewijn>, leder, zeep 
enz., een belangrijken handel en siteenkolenmijn- 
bouw. 

De stad wordi; heit eerst in 1029 on der den 
naam Tan Camberiacum vermeld, en graaf Tho- 



CHAMBERT— CHAMBORD. 



59 



mas van Savoye boiuwid« er .in 1232 >een slot^ 
waarna hj haar tot z^ roBideofti« verhdef. In 
1525 «w€rd zg >door de Franecihen Teroverd en 
d>eze bLeren er geivesti^ tot in 1713. 6g d^n 
Vrede van Utrecht kwaan zg 'W6dier aan. Savoy«, 
en in 1730 kooe Victor Amadeus 11, ikoning van 
SandlniS, ihaar tot nrezibl^SplaatSf nadat hij af- 
stand liajd gedaan van d« krooni. Van 1792 tot 
1814 was zg met gebeel Safvoye aau Franikr^k 
ODdieTvrarpen en de hooSdpkatB nran ihet <depar- 
tem«Dit Monrtiblanc. In 1815 feeepd« zij rtot Sa- 
voye tcrng, doch w€rd b^j den Vrede van Zurich 
(10 Noiveniiber 1860) aan Fr&idcr^jk afgeetaan. 

Chambon, Antoine Bencit, ifi een ivan de 
mei&waandfigie mamnen d<er Giooite Fransohe re- 
volutie. Bij iiert niitbarsten er ivan was hij ko- 
ninid^k remtmeesiter fte Utzeroibe in Ld!m<>ufiiii. 
Algei^rdigd naar d« National« Veigad^eringen 
naar de bierop Tolgende /ventcgen^oordigende 
staa<tBli(šiamen, beJhoonde Ihg er tot de part\j der 
Giroude. Hij besehulddgidie Robespierre van op- 
roeimaker^, steimde v66r den docni des komngs, 
onder TO0Fwaarde, dat (bet nrodk bet ivonnifi be- 
krat^igen zou, en spaarde geen> moeite, om de 
aitvoering van (bet doodrvonois »te versdhuuven. 
Als Girondijn werd bij in 1793 een 'verrader des 
vaderlaad« vezikJaard en, daar b\i zioh itegen zijn 
inbedhteniisneaiing verasetite, met e6n> pistooltdcihot 
gedooid. 

Chambord i>s de naam van een >bearoemd 
kasteel in bctt Fransdhe depaFtement Loire et 
Cher, niet «vcr van Blois. I)i(t „VersaiHe6 van 
Tonraine" ligt in een 5400 H.A. groot en d-oor 
muren ingesloten park en^ ondensdheidt zidi meft 
zgn sdanke schoorsteenen, balustrades, minarets, 
kegelvonmage zuilen en 4 roode (torene door een 
zonderlingen boQw4ranit, (hoewel he<t gebeel geen 
onaaiigenamen indruik maatkjt. Het is i56 m.lang 
en 117 m. breed en bevat 440 ventrekken en 
atalKng Toor 1200 paarden. MerkiwaaKiig is er 
de dftibbele wenft€Jtrap van den miKidekrten to- 
ren, '?raarlangs 2 geaelsohappen Ibunoen op- en 
afkOdmrnen s^nder eJkander te ontmoertcfn. Bit 
kasteei werd in« 1526 door Frans I na zijn te- 
nigkeer nit de SpaaiMohe gevangensohap ge- 
bouTwl, en 1800 weiikllieden bebben er 10 jaar 
lang onopihowielyk aan geanbeid'. De bininenbe- 
tdmmerlng wepd' eerst onder de tolgende konin* 
^en voltooid. Het kasteel weixi tijidelijk door de 
Franscbe ikoningen b8woond toit aan ^den tijd 
van Lodetv^k XV, die h€rt; ten gesohenike gaf aan 
den maarechalk van Saksen. Ook Stanislaus 
Lfi8%eynski, kondng van Polen, ibieM er gerui- 
roen tgd zijn Terblijf. In 1792 -^rerd het door het 
volk gepkinderd en daama al« <een n-ationaal 
eigendom verkocht In 1809 gaf Napoleon bet 
aan generaal Bertkier; van diens wedai'we wepd 
bertj in 1821 door een -vereeniOTijig van Legiti- 
mieten "voor l'/4 milliocn francs aangdkooht en 
aan den tiertog van Bordeauz ten gesdhenike ge- 
geven, die zich daama graaf van Chambord 
noeoande. Bij zijn dood in 1883 kiwam het aan 2 
Pourf>onsche prinsen, den prine van Parma en 
den bertog van Bardi, 

Chambord, Eenri Charles Ferdinand Ma- 
rie DieudonnS van Artois-Bourbon, hertog van 
Bordeaux graaf van, een zoon van hertog Karel 
Ferdinand van Berry, in 1820 vermoond, Tverd 



geboren te Parijs den 29aten Septemrber van dat 
jaar. De Legitdmieten noemden hem, omdat z^u 
geboorte bet voortbestaan der djnastie verze- 
kerde, „Door God gegeven" of ook wel .,het 
Wondeiikinid" (1'finifaiit d)tt miiacle), een naam 
waairaan d:oor bnn rtegenstaiMlers met bet oog op 
den tijd zgner geboorte een minder eenvolie be- 
teekenfl« werd toegekend. De Legiitimierten sdhon- 
ken hem in 1821 bet kaeteel vam Chambord (zie 
aldaar, waamaair by zicb Oraaf van Chambord 
noemde. De aanvallen op dežen etamlhouder der 
BuvrbofiH namen ged«ujende den tyi' der Restau- 
ratJe geen< einde ein <baididen op bet loit van den 
prins een zeer ongnnstigen invloed. Immers toen 
Karel X den 2dien Aaii^^tnis 1^0 iten voorde^e 
van den hertog van Bordeauz afstand deed van 
den troon, •wa6 de (Oatie onfgezinid hem als op- 
voJger ie erken<nen. De 3 Judidagen vervezen 
den lO-jarigen' knaap tot baJiIing^ap, waarop 
hy naar Praag werd gebraoht, en het gedrag zij- 
ner moed^cr Toleandiigne zijn ramfpspoed. De graaf 
van Artois benevens de bertog en hertogin van 
AngouUme zoigden n/u fvoor zijn opvoeding, die 
zy eeist aan de Jeznlieten en vervoLgens aan de 
legifaimiertisehe generaaJis d*Hautpoul en Latour- 
Maubourg toevertrouwden, diie bun kweeke- 
ling "van, ultramonitaansdhe en aIbsoluitiLstiseIhe 
beginselen doordrongen. Toen de pasgenoem- 
de kondng zijn aifistand ndetig (veiiklaarde en 
zidh wederom Karel X noemde, ontistonden er 
drie kgntimisftisdhe partijen, namelijik een voor 
Karel X, een voor den hertog van Anrjouleme en 
een voor den graaf van Chambord als Hendrik 
V. Na den dooa van Karel X (6 Novemlber 1836) 
brak de etr^d tusBcben de beide laatstgenoem- 
de part^en opnienw uit. In het jaar 1840 ver- 
toeMe de graaf van Chambord geruimen tijid te 
Napela, Florence, MUnohen en Gorz, nam in het 
volgende jaar te VenetiS les in de zeevaartknn^ 
de bij een "voonmalig officier der Franeche ma- 
rine en bezocftvt met hem de bavems van latriS. 
In dat jaar Tiel hij Tan zyji paard en behield 
na dien tijd een eenigszine tidnkenden gang. In 
de jaren 1842 en 1843 beaooht hij onderscheiden 
steden »van Duitschland en begaf zidh vervolgens 
naar Engeland, vraar b^ bezoek ontving van een 
groot aantal Legi tirni sten, die bem als den V7et- 
ligen kondng Hendrik V erkenden, doch hij keer- 
de in Januani 1844 /terug naar Gorz. Na den 
dood van den hertog van Angouleme (3 Ju ni 
1844) protesteerde b\j tfgen de heerschappij van 
het Huis Orleans dm Frankrijk en aanvaardde 
den titel »van graaf van Chambord. Den- 16den 
November 1846 trad hy in het huwelijk met de 
prinses Therdse van Modena (overleden in 1856) 
en vestigde zicb te Fiobsdorf, waar b^ Jia dien 
tijd steeds des zomers verblijf hieM, terwi}l hij 
den winiter iu het palei« Cavelli te Venetih door- 
bracht. Na de Februari-om^enteling van 1848 
deden Oenoude en Larochejaguelin een beroep 
op bet -volk, teneinde Frankrijk aan te sporen, 
Hendrik V als kondng te kronen, en zelfs na de 
aJkondiging der Rerpubliek en na de vcorkiezing 
van Lodewijk Napoleon tot voopzlbter lesHWi de 
Legutimisten groote bedrijvisbeid aan den dair. 
In den zomer^van 1849 begaf zicb de graaf van 
Chambord naar Ems, vpaar een fu&ie (samen- 
smelting) van Bcurbon en Orleans W6rd ter 



60 



CHAMBORD— CHAMISSO. 



sprake giebraoiht, en in Ajugustofi 1850 bezocht 
hg een tw«6de ooo^es van CBgitum&ten te Wie8- 
bibdeiL. Na den gtaatsgreep vaa d«D 2d«n Decem- 
ber 1852 Di<^tte hy een giematigde proclamatoie 
tot bet Frasfiche volk. Na net overl^en Tan den 
tiitecden eobtgeooot zgner moeder (April 1863) 
\orkocht bij een' gedcelte ^^oer goed^ren, om 
diens sohulden te betalen. In bet jaar 1871 
piaatste d« graaf van Ghamhord zidh w6derom 
op den voorgrood in €en prodamatie, waaFbg hg 
de witte vlag der Boui^bons b<yven de tricolore 
plaaftste. Hg vond troawen8 in zg<n vad^rland 
weimg.aanhanig. Op een leis door BelgiS en ons 
laiud gaf z^'n vepblgf te Antweipen! aanleiding 
om aan een bestaand ou^enoegen te^^en de Re- 
gieerinfi' kcbt te geven. Na d«n val van Thiers 
in 1873 werd ireder een poglog aaqg0wend, 
daar de graaf van Par^s bem den 5den Aiurus- 
tu8 een l^oek bracbt op Frohfidorf. Er werden 
toelbereidsflen gemaakt om den graaf van Cham- 
bord ak Hendrik V te doen erkenneaa. Hierop 
rekenende, deed bij den 275ten Ootober 1873 
een manifest uitgBan, waarin (b^ een onvoor- 
waapdel9ke ODderwerpin^ edscbte aan 2\jn wil, 
terwgil bi} aanfgaande de constitntie liob niet 
verkoos te verbinden en met genegen bleek de 
tricolore boven de witte lelievlag ite kLeaen. Daar- 
door leed de tweede poging tot restaiaratie sobip- 
breuk. Dei^lijke manifesten v<t»(3benen ook m 
1874 en 1877, maar de Legitimisten leden in 
Janmari 1876 b^ de verkiezing van senatoren 
en afgcnraardd^en een beelissende nederlaa^if. 
Bq de vei&ieobingen van 1877 en 1881 daalde 
de inivload dezer partg nog meer. Het bowelijk 
van den graaf van Chambord bleef kinderlooe; 
bij o>verleed den 24sten Angnstns 1883 te Frobs- 
dorf, waarna de aanspraiken op den Franedhen 
troon op bet Bois Orlearu oveigdngen. 

Chambre ardente of brandende kamer 
wa8 in Fiankrgik wefl(eer een buiten^woon ge- 
reebtehof, dat door de baidfceid zi>ner vonnis- 
8en, gewoon(igk den brandstapeL, bemcht wa8. 
Reeds onder Frans I werden de Lntbersohen er- 
door vepvolgd;, de oigenlglke ekatnbre ardente 
ii?eid door Hendrik 11 in Ootober 1547 opge- 
ricbt ak een a£zonderl\j4(e reohlibanlk voor ket- 
terprocessen. Met groote gestrengbeid werkte zg 
tot bet begin van 1550 en werd im Maart 1553 
opnieuw io^esteld. Door Lodewyk XIV we(rdin 
1679 een naenwe chambre ardente opgerichti om 
de gerucbten van 'V^r^iftigin^en, die na bet pro- 
ces der marknezLn de Brinvilliers in omloop kwa- 
men, te onderzoeken. In deze zaak werd>en zelfs 
pereonen der boogete standen betroikken, o.a. 
madame De Montespan, Reeds na 8 jaren werd 
dit gereohtsbof weer opgebeven. 

Chambre Introuvable (ndat te vinden 
kamer, n.L zooak er geen tweede bestaat) is de 
naam door Lodewyk XVUI in 1815 ge^?even aan 
de toen gekozen kamer, wegen6 baar nltra-rojft- 
liatdsche en amti-oonstitutioneele ?edraig«slijn. 
Later werd bet de spotnaam voor iedere kamer, 
die nog rojalistieciber dan de vorst zelf wilide 
zijn. 

Chamfort, Sebastien Roeh, eigenlgik Nico- 
las, ee*n Franodh ecbr^ver, geboren in 1741 in 
een dorp bq dermont in Auvergriie, begaf zicb 
reeds op jevlgidigen leeft^ oaar rarijs. Z^gn eer- 



9te leitteiicandige w6r(lozaiambeid bestond dn het 
op^ellen van fu^tikelen voor bet ^^ournai encv- 
eIop6diqne" en voor den „Yocabalaire Fran- 
^ais", we]ik!en b\j een t$dllai^ reddgeerde. Voopts 
Bohreef bq ondersoheiden Ugepelen, wBartoe „Le 
marchand de Smynue" behoort, tenwgil zgn treur- 
spel ,3list&piha et Z^ngir" (1777) hem de be- 
trekking verschafite van eecre^ris b^ den prins 
v<m Condi, welke bj eohter koit daarna ^oeider- 
legde. In 1781 iveird b\j Md der Acadčmie en in 
178d nam l^j met geestdnift deel aan de revo- 
lutie. De nit(k>D(kking: „oorlog aan de paleizen, 
viede aan de butten" ds van ihem. Nadat bg 
eenigen tijd in dienst wae g€fweest van Mira- 
beau, werd ihij bibliotbecarLS aan de Nationale 
Boekenj, doob W€gen8 z^n veizet t^teo« bet 
Sohriidbemnd tn de gevangends geeet. Wel werd 
bij kort daama op vrqe voeten gesiteld, dooih bg 
zag zioh weldra wederom met de gevangends be- 
dieigd, zoodat bq een pogdog tot zelfmoord deed 
en t€<n gevodge daarvan den 13den April 1794 
overleed. Z\jn weiiken getuigen van uitgebreide 
kenmis en van ^uiveren anaaik; zg z\jn o.a. door 
Oinguenš (in 1795) en Anguie (1804—1825) uit- 
gegerven, een bloemileaiog door Leseure (1879, 
2 din.). 

Ghamler, Daniel, een godigeleenle en een 
moedig strijder voor die Hervormide Kerk in 
Franikrgk, geboren in 1565 in Danphinč, werd 
eerst predikant te Mont^limart, in 1612 hoog- 
leeraar te Montauban, en verloor den lOden Oc- 
tober 1621 bg de belegerdng van deze stad bet 
leven. H\j wa8 een der geleepdsite mamien van 
zijn tgd, en vooral dioor zijn invloed werd beft 
Eddct vam Nantes verkr^gen. Znn „PaDstratiae 
catboHcae sive controverBiarom de religione ad- 
versne Pontificioe oorpios, tomis qQataor distri- 
bnftam" (1626) bevat een soberpzinndgie bestaij- 
ddi^ van ihet R.-Eattibolieke kerstelselL en een 
kradbtige handihavin^ der Hepvonnde dogma- 
tiek. Zgn »Corpros meologdcum sive loči com- 
munee theologdci" (1658) werd door z^'n zoon 
uilgegieven. 

Chamler, Frederiek, een En^gelsdh lomanr 
scbriiver, in 1796 te Londen geboren, kwain dn 
1809 ak cadett in zeeddensit en onderscbeidde 
zidh in den Amerdkaansdhen oorlog, docb verliet 
in 1833 de mainne, aanvaar<ide de betrelddn^ 
van rediter te Wa]ftham-Hill dn Ibet gjaafsohap 
Essez en legde zicb toe op <bet sdbr^ven van ro- 
mana. H^' voJgde daaoibij bet voorbeeM <van Mar' 
ryat, zonder eebter dežen te evenaren. Z^n bes- 
te romans zij<n: „Ben Brace, tfie last of Ne^n's 
Agamemnons" (1885, 3 din.), „Tbe Atethosa" 
(1837, 3 din.), „Life of a sailor" <1882, 2 din.), 
„Jadk Adame" (1838, 8 dln^^ „Tom Bawline" 
(1839, 8 din.) enz. Ocft bezorgde bg een ndevwe 
nitgave van „Naval lbiatory olf Great Brutain by 
James" (1837 en 1861, 6 dJn.), en wae oogiffe- 
taige van de F€ft>raari-^)mwenteldnfg te Parna, 
wellDe bij Ibeeobreef dn ziJn „Refviiew of line 
Frendb revohition in 1848" (1849). In April 
1856 wepd' Chamier op pensioen gestdd; hu 
overked den laten Novemtber 1870. 

Chamisso, Adelbert von, eigenlgk Lotit« 
Charles Adelaide de Chamieso de Boncourt, een 
Duitedb ddcŠvter en natnuionderzoeker, werd 
den SOsten Jannari 1781 op bet kaateel Bon- 



CHAMISSO— OHAMOSIET. 



61 



ooTirt in Champa^ gciboren, luun in 1790 met 
zqii ooddra de •w|^ na&T den vreemide en kwfljm 
DA tieel tegenepoeden te Beiil^n, -vmar hg in 1796 
edeSkna&p werd der gemailio van Friedrieh Wil- 
helm H en zidh in 17^9 onder dieoB opvolger 
gepkatst 28^ hii een infan/terie-regdmenit ald^ar. 
Z^n neigiog tat de diohidDniist bra^t hem in be- 
trekking met Varnhagen von Ense, Frani The- 
remin, Hittig en andeoren, met wie bu een jaar- 
boekje ndligaf. Met $ver W9dde hg zidh aan de 
in 2\jn jeu^ verznimde fittnidde, vooral der Griek- 
sohe sofaripers en der notiauiikiiDidig« weten- 
sdiap. Naar z^n vaderland t^Tniggcikeerd; l-eer- 
de by madame De Stael kennenj ^ Coppet, en 
ging bij zicb met ijver ioekggen op die stndie 
iet ^aivtfrandje. In bet najaar Taoi 1812 keer- 
de Ikg terug naar Berlin, waar bij aan d« aca- 
demie z^n stodiSn voortzette, "dGob b^ bet uift- 
barsten van den bevr^dingsoorlog gevoelde bij 
zach in zvšk een onaangenamen toeatanid tus- 
9di«n z|jn Triend^n en zijn vaderland, dat bij 
gaame de gelegenbeid aangreep, om met de 
RuflBisofae bn^ ^Ri^^ik", onder bevel van kapi- 
teiD Von Kotxebue, aJe naittnmnaderzoekeT een 
reie rovAkm de werelid te ondernemen. Het ge- 
heole rei^eselMbap stelde edbter 2eer weimg De- 
lanj m nataniininddge waaTnemin^6n, en de be- 
lichten van Ckamisso werden in bet dagboeik 
van den kapdtein 000 gebreikkig vermeld, dat bij 
moeite bad, zijn eer te bandihaven. Defie reisgaf 
bem de stof voor z^n gediobt „Sala6 y Gomez". 
In Oot'0i)er 1818 keeide hg terng naar Berlijn 
en merA er cnstos bij bet Koninkiii^k Botanienh 
Institant en lid der Academie van WetenBcbap- 
pen. In 1825 begaf bij xioh wegenB familiezaken 
naar Frankrijk. Chamisso overleed den 21 sten 
Angnstu« 1838. Hij scbreef: „De animalibns 
qaibQ6<)am e classe vermdoim Linnaed" (1819), 
».UebcrBidKt der in Nordldeofficlhlanid voiik(>m- 
menden nUtzlidhsten and echftdlicbsien G>ewllcb- 
se n. £. w." (1827), „Beanerkungen und Ansicih- 
ten aui einer EnMecknngsrei^e uniter Kotzeibue" 
(1827), „Beecihrei4>tiing einer Rense um die Welt" 
en „Ueber dfie hawal«ihe Sprache" (1837). Van 
zgn geda^^ten Tersebenen vele in den „Mn8en- 
almanacb"i dden bj met Varnhagen stic^tte en 
vervokrene met Oustav Sektoab redi<oreerde, pn 
van zijn verzamelde gedichten verscbeen in 1850 
de Ude nitgave. Beroemd is vooral zijn ^^Peter 
S<shlemiiil" of <de gesohiedeni« van een man>, die 
zijn 6cftiaNki<w verkodbt i^eft, een ecbildering van 
zijn eigen ODrustigen gemoedstoestand en Gsijn 
zwerveoid, «doelloo8 leven. Heit werd in 1813 in 
een zeer eombere stemmdng gesobi^ven, in 1814 
door mevr(Miw Fr. de la Motte-Foufjuš ter perse 
bezeTgid en i« in bijkans alle beschaafde tal-en 
oveigeaet. Ook maakte bij zicb aeer verdienste- 
l$k door met Oaudy een vertalinr te leveren 
der fraaifite liederen van Biranger. Zelfs b^ bet 
gebraik van een vreemde versmaat wist bij aan 
zijn gedi<diten een eobt Duitsoh karaioter te ge- 
ven. Waa4t on« lut zi>n ballaiden en legemden een 
geest Tan sofriberbeid te gemoet, in andere gje- 
dachien hnldi^ bg de muze der opgeruimdbeid 
en jeUcernij. Hij ondersaheidde <ziGb door kin- 
derl^en eenvond, door een warm gevoel 
vaor vriendschap en door een beiiig gewiiide 
geeetdrift toot al vvat fidboon is en go^. Van 



£gn gesamenlgk« 'werken versoheen een niecvvve 
druk door M. Koeh (4 din., Stvt^art 1898) en 
door A. Bartels (4 din., Ledpsig 1899). Over „Pe- 
ter S<>h(Leimibl" zie J. Sehavler in de ,J>eQtsc(he 
Krone", 1898. 

Literahlur: Du Bois Regmond, Adelbert von 
Obamisao als Naffaarforscber (Berlgn 1889); Von 
Sehlichtendal m ,Jjinnaea", Bd. XIII (Berlgn 
1839); „Allg«neine Deiotsdbe Biograpbae", 4d!e 
dl. (1876). 

Chamonlz of Ghamoung, een fiaai endtruik 
bezodbt del der Savooi«dbe Alpen in bet t«gen- 
woorddge FraoBolhe departement Haute Saivoye, 
streOot ^dh nit lanigis den noondelgilEien voet van 
bet Monft-BIanpg€(bei|gte van Lee Houohe« toit 
aan dem Col de BaJm^e (2204 m.) in Miid^estelg- 
ke ricbting, en is gemiddeM 1,5 km. breed en 
22 km. lang. Het is aan bedde zi)den ingeeloten 
door hooge, ateile bergen, waarvan breede glet- 
Bobers afidalen. aooatb de gftaner du G^ant, waar- 
van de benedenloop Mer de Glace en glamer des 
Bois beet, en de glacier dea Bossons en de TAr- 
genti^re. Nog in de 18de eeuw wa6 dnt dal na- 
genoeg onbekend. Twee Engelsoben, Pocoeke en 
JVindham genaamd, wieten er in 1741 bet eerst 
in door te dringen, en bun namen prijken op 
een steen, die boven de „Mer d« giaee" as ge- 
plaatst. De eigenlgke onitdekker was evenwel de 
GeneefisGihe natmironderzodker Saussnre^ diezidb 
in 1787 derwaart8 begaf, den Mont-Blanc be- 
klom en door z^n bescflirij^viing de rei^agers naar 
Obamouny lokte. In versobeidenlheid en beval- 
ligbeid van noAirartafereelen kan het niet halen 
bg bet Berner Oberland, maar bet is veel trot- 
sober en iadruikivvekkendeT. Het dal, dat 1050 
m. boren de MiddeUandsdbe Zee gelegen i«, be- 
staat grootendeels nit fraaie weiden, boe'WeI de 
gpoad er ook tanve, rogge, booncn, gerst, vlae, 
naver, bennep en aaidappelen' opleivert. De Al- 
penweiden leveren er boter, kaas en geurigen 
bondg, en de Arve bevat veel visdh. In bet voor- 
en' najaar w«oeden er stormen, en gedddbte 
sneeuvrvallen veroorzafcen er dan dikw|jlfl 
groote scihade. Men viimdt er 3 dorpen, namelijk 
Les Hondhes, Cbamonii of Prieur^ en ArjreD*!- 
dres, die samen de >twee gemeenten Cbamondi en 
Aigentifeie vormen. Het aantal invvoners van bet 
dal bedraagt ongevecr 5000, en daaronder bevin- 
den zicb de moSage, kracbtig gebouwde gidsen, 
die de ireizigerstnaardeintop vandenMont-BIanc 
of naar andere m(erkwaardige pnnten vergezellen. 
DeoMj laatste zijn in Obamonix: La Fl«eig6re, een 
beigterrae der Aignilles Rougee, vanwaar men 
de geiheele keten van den Mont-Blanc aan- 
8(flio«w.t, Montanveiit boven den Glacier des Bois, 
den rots^vand Le Ohapeau aan den voet der 
A-ignille de Broobaid, en de bron benevens het 
gsgewelf van de Avejron. 

Chamosiet is de naam van een groenacb- 
tig awart, fijn oSUthnscih ijizererts, dat nit plat- 
tte, onregelmatige, met magnefcietstof vennengde 
korreltjes bestaat en, vermengd met kalksteen, 
af^oeri^tdngen van groote klompem vormt in de 
kalkki van het CShamosondal bij Andon in WaJ- 
li«. De korreltjes worden gemakkelijk door zii- 
ren onder achterlating van fciezehuurgelei ont- 
)eed en ibevatten ails zndver materi aal Ž5 % kie- 
zeHaratir, 19 % kleiaarde, 40 % ijzeroijduul, 3 % 



62 



CHAMOSIET— CHAMPAGNEWIJN. 



mag«neaia en, 13 % water. Ook ooliitlmsohe ijzer- 
ertsen, op andere plaatsen gevonden, wwd«n 
chamosic^ g^noamid. 

Chamotte of eharmotte is de naaan van 
een v»iiiurvaiste leomttnassa, die gielbroitet wordit by 
bet b(>uw€ni vaiii zoodanige imriditinigieiu, W'etUke 
aan een zeer hooge temperatuur zjn blootge- 
steld', MeD bereddt »e uit Tersdhillenidje leem- 
soorten, 2ooail£ leileem uit die steendool^nlorma- 
ti«, ]nwaFte(hoii!denid« Jcaolieneoorteii (door ver- 
w€ei:dng van graaiet of porp(hyr onrtigtaan) en 
vette leemsoorten der oligoceenrfoimatiie. Dedha- 
mottesteeneni worden: gemaakt door tichelsteenen 
te baldk-en, fip te stejnipen« en het poed-er met 
•het halve gewd<5ht versche leem Tani dezelfd« 
soort te yennen(g>eQ «» d^arvan w)eKiie(rom eteenen 
te vonnen, te -drogen en hjj een sterike hitte te 
baikfeen, zoodat zij HdhrtigriJB worden. en., tegen 
elikaar gedaglen, hdl«dier kliniken. Goede ohaimot- 
testeeaeiii moeten de grootste hitte en. de aan- 
zieniijlrate temperaituuTverandeningen Irannen 
verdragen zontler te trekken., smelten of te bajr- 
sten. Als zoodamig worden die van Stourbnidge 
in En^geland aeer geroerod. De chamotte wopd't 
te Groszalmerode, Saftrau, Stettbn, Daihliha.u6ea, 
Dnd^uiTg ena. van goede hoeidaniiglheLd gebalk- 
kea 

Chamouiiy. Zle Chatnonix. 

Champagne, een lanfdsehap (weileer een 
provincie) iii Franitrijfe, ten noonlen. grenaende 
aan de Beiligisdhe premi neie« Imk en. Luieraburg, 
ten ooeten aan Lirthaningen en Frandhe-Conrt6, 
ten zuiden aan BourgondiS en ten we8ten aan 
Isle de France en PicardiS, besbeg een opper- 
vOlalkte van ongsevieer 25 900 v. km. met 1 200 000 
inwoners. Bij de nieurt^e indeeli^g werid het ver- 
deeld over de depautemenrten Marne, Haute 
Mame, Aobe en Ardenmes, terw\j'l klednere ge- 
dieelten zijn toegevoeepd aa<n de despartementen 
Tonne, Aisne, Seine-Marne en Meuse. De rivie- 
ren, »vTOaraan de departemenrten 'bun namen ont- 
leenen, zij.n de vooimaaomte van dat landsohap, 
hetwelik vendedd werd in Laag-Ghampagne met 
de distrioten Ohampagne (Tro3rTes), Vallage fJoin- 
ville), Ba&signy (Langres) en Sšnonaas (Sens), 
en HJoog-Ohan*pa.?ne met R6mois (Rheime), 
Perthois (Vitry), Rethelois <Rethel), Sedan (Se- 
dan) en Brie Ohampenodee (Meaui). Het O. en 
midden .van het land» de aoogenaamde Cham- 
pagne pooilleuse, is over het geheel onvrueht- 
baar. Het land, tot helt beikken «^an Parijs behoo- 
renide, vertoont ^idi als een neeflos van hoogvlak- 
ten, udt leisteen-, jnra-, krijt- en tertiaire vor- 
mingen bestaande, van smalle, ondiepe daJen 
doorsneden en van heit oosten, waar zidi het Ar- 
dienner- en Ai^oninerwoud bervinden, naar het 
cesten afdaJende. De boogfvlaJote van Lanisrres, 
10 km. lang, Js een reelks van hoogten en heu- 
vels zonder 'bfirgfkaimffnen of hoo^e toppen, en 
zelfs het Argonnerwoiid bestaat uit zulke bosdh- 
rijjke hioogtvlakiten, die sledhts een honderdtal 
meters boven de natburige dalen verrijaen. Daar- 
entegen is (bet westelijk gedeelte zeer vruobt- 
baar, we]rvaTend en voHkrijk. De voornaamete 
voortbrengselen zijn er de kostibare champagne- 
wijn, graan, vuursteen en krijt, -hetwelk als 
„blanc d'Esipagne" in den hanidel lomt. Reedfi 
in die Ude eeuw had men er jaarmarfeten in de 



voornaaoiste steden. De in(woner8 ondiersaheiden 
zidh door een ikradhtig ILehaam, door een stou- 
ten, korijgiEJhaftigen aard en dioor een zekere 
zwaarti'llendl]iedd, dde on« aan hnin Germaaflechen 
oonsrprong herinneiit Zq worden door de overi- 
gd Firanschen als ndet zeer soogger be8choizwd. 

Ohamipagne, d-at ongetvdjfeJd. zijn naam ont- 
leent aan het Latijndohe campus j(veM), wa8 v66r 
de koanat der Bonielnen door GaEisidhe stam- 
men b0woond, ca. bevoikten Remers, TrdkaBsen, 
Mdden, Ldngonen en Sennonen een deel van 
GalUia Comaia, dajt later bij GaUia Ceiitica en 
Belgdca gevoegd< werd. Nog later behoorde dit 
gewe8t tot AustrasiS en werd! vam 570 tot 714 
door hertogen geregeerd. Op deze volgden se- 
dert 943 erfdgke palit^graiven, dde zidh ooik gra- 
ven van Tr<iyeis noemdien. Door het buiwelijk van 
Philips IV meit Johanna, de erigienajne van het 
koninkrijk Navarra, ivan Champagne en Brie. 
verv^ied het in 1248 aan Frankrijk en weind dn 
1361 voor aMijd daarmede vereenigd, daarbij de 
voormalige redbte^n en voorrecbten behoudende. 
GediuTemde den veldtodbt van 1792 was het oos- 
telgik en gedurende dien van 1814 het we3te- 
lijk gedeelte ivan Charnipaigne het hoofd-tooneel 
van den strgd, en vooral ook in den oorlog van 
1870 — 1871 heeft het veel geleden, eveneens in 
den Wereldoorlog "(zie aldaar). 

Champaffne is een kndschap in hetFran- 
sehe diepcuntement Charenite, gelesren tusschen 
dte Oharenrte en de linflrerzijriviier N6. De bodem 
bestaat nit krijt, en de streck is befltend door 
haar brandew9nfabricage. 

Champagne of Gham^eigne is de naam 
van het oostelijik deel van liet Franscihe lanri- 
schap Tonraine, tussdhen Oher en Indre; het is 
vrutftrtibaar en berit veel tarwe- en ooftbotiw. 
Ook behoort er toe een gedeelte van Neder-Ber- 
ry, dat droo^, onvruofitbaar en d«n bevolkt, 
voor sehapenteeljt gehruiifct wordt; 'verder nog 
een groat deel van het departement Oha rente. 
De Groote Ohampagne helt naar de N6 af, de 
Kleine Ohampagne naar de Charente; in eerst- 
genoenoide Inggen de cognacplaatsen Segonoac^ 
Gent^ en Gimeux. 

Champa8mewt|ii betooopt tot de 'wijnBoor- 
ten, die in het voormalige Fransdie laradsdhap 
Champagne »worden gewonnen. Men heeft witte 
en roode soorton, mousseerende en met-mous- 
seerende. Gewoonllijk ecbtcr bedoelt men met 
Ohamjpagne een wi}ni900i»t, die z»oveel opgeloet 
koolanur bevat, dat de d-miklkin^ daarvan de 
knrk, zoodra deze van haar boeien bevrijd is, 
met een knal we.sBtrawt uit den hals der flesclh, 
tenwijl het ontwijken van dat gas het vociht in 
de glaaen doet sdhuimen. Voorzeker is de mons- 
&eerende wi}n zeer lan^j bebendv daar men op 
schiiderijen der Nederlandsche sdhool nit de 
17de €euw het ohamipagneglas met zijn schui- 
menden inhond reedis aantreft, dooh de fahriek- 
matiige bereiddng daarvan dagteekent van de 
2de helft der 18de €euw. Men vervaardigt dien 
niet allleen van d« druif, die in Ohampacme 
gproeit, maar ook van die der C6te(w^nen, in het 
Fianache departement C6te d*Or groeiende, 
voorts van de Duitsche en Oosteniryifcsdhe wij- 

nen. 
In den gewonen toestand* ontihreekt aan den 



CHAMPAGNEWIJN— CHAMPAIGNE. 



63 



w5n de ei^enschap van te «?huimen, doch roen 
kan. hem dne mMedeckn*, waEneer men het kool- 
zDur, dat zich by de tiweede gafiting onttwikkieilt, 
daarin laat oplossen omder druk, <zoodat het 
eerst later, namelijk b^ thet sohenken, oDJbsnapt 
en hierdoor het vocbt in een ecbuimenden/ toe- 
stand bren^ De Tervaardi^ng van mousseeresr 
dien wynr gieechieKit op de voJgende w\^: men 
laai den most, terstond ha dem (OogBt lui-t die drui- 
Ten geperat, 1 of 1^/2 etmaal in een; ikuLp bezin- 
kea en brengrt ddea vervolg^ens op vatem waar 
h^* de eei«;te herrJg« gisting omdl^p^aat. Daarna 
komit idie w\jn in* gezwaveldie vaten en m F«bpu- 
ari wederom in sohoone vaten, waaraa hg in het 
begiD van April op flesschen wordt getapt. Hg 
moet dan een/ bepaaid geihaJit« aaa &uiker, alco- 
hol en 'Virg zumr bezitten of door veisng^ng 
daartoe gebraeht woiiden. De fleaschen moeten 
Tan dik gias met zo^ vervaardi^* worden; toch 
sprin^en nog ± 4 % er van. De drdc van het 
koolzuuT bedraagt ongeveer 4-5 atmosferen. 
In de fleGsohen daet men vooraf een uvieiniig ,.Ii- 
qaefiT", namel^ een m<engisel van kandfijsuiker 
met cogimae en wgns waaraan ook portw^n, ma- 
deira, mfaakaat>w\jn, kirsdhiwassc<r enz. wopdt toe- 
gevoe^. Dit vocht vennengt mien voorts miet 
een mengsel, udt atbin en loodstof (tannine) be- 
staand-e, dat tot Maping van den wipi moeft die- 
nen. Na het altappen woiden de flesschen ge- 
korktt en de kuiiken met (bindgaren en ijaerdraad 
vastgiemaakit. Hierna legii men de flessoh^n in 
de daartoe bestemde lokalen in een hellenden 
atand, zoodtat de hals eerst een vmmg naar be- 
neden ifi getkeend, en men doet dien na 12 — 14 
dagen «n vervolgen^ langzamerhand toeneimen, 
totdat de kurken der fl«sdcdieii ^ejhieel naar be- 
nedeik zgn gew-end; tegen de mik veigadert 
dan, voocal bij dagel^jkfdi scbodden, ali het be- 
mnksed. Daarna wordt de knirk met dat 'bezinik- 
sel haoddg veiivijdierd, de ledige nuiimite met „li- 
(peofr" aang«viu>ld en iedere flesoh opnieun^ ge- 
kotrilat, van bindgart^n en \jzierdraad 'voonzien en 
om top en hak met bladtdn bedekt. De mons- 
seerend« wi)n bevat nu 6-7 procent koolzuur, 
dat daarin een eigenaarddgen geur doet ont- 
staan; na verloop van l^/a of 2 jaar kan de 
wgn gedronken imnden. Men beert ook half- 
moosGeereode dhampafgne (crimant of demi- 
mousseua). 

De beste oihainpegnlew^nen komen mit de ar- 
rondi&sefDeiKten Kihetms en Epernaj (departe- 
ment Marne) 'van een krijit- of kaJdcachtigen bo- 
dem. Tot de eerste klasse der wi>tite dhampagne- 
wijnen bebooren dde van Sililery, die barnsteen- 
klearig, geestrgik, droog en geuitig is, die van 
Aj en Mareuil, die fijn van amaak, sterk mous- 
seepend en Idef^dgk 'van geur wordt genoemd, 
voorts die (van HantviillieiB, Dizy, Epernay en 
Pierry. Toi de tweede klasse behooren die van 
Cramons, A/viise, Ogne en Le Menil. Men heeft 
nog een d;erde, vnerde en v\j£de sooit, dde echter 
meestal in de streek zelf worden verbriiikt. Tot 
de eerste klasse der roode champagnew9nen 
(montafne) rekent men die van Verzy, Verze- 
nay, Saillv, Si. Besi«, Boazy en Ty€rry, die 
fraai van kleur en beerl^jik van geur zijn — tot 
de Imeede dde ivan Hautvtilliers, Mareuil, Dizy, 
Pierry, Epemay, Taia6y, Ludes, C3higey, RiUy, 



ViiUere en AUerand. De voornaamste handels- 
pkatsen voor ahamipagnewgnen sg^n: Rheims, 
Avi-se, EperDay en Oh&^nBisnr-Marne. Van 1900 
tot 1901 weidefi dn Franikr^ 7,4 mdilioen flea- 
schen veifbruikt en 20,6 nuUioen niil^-evoerd. 

Wegen6 het vooideel> dat de handel in diam- 
pagnew\jnen oplevert, z^fn deze ktatste aan ve- 
lerlei (vervaLscod^g onderhefvig; geen derde deel 
van den wijn, die in Frantkr\jik en Dudtsohland 
ouder dien <naam iveiikochit (wojd)t, heeft 00 it 
Ohamtpagne gezien. De DMeste ohiampagviewgn, 
dd-en men te Par^ (verUsooipit, <wordt aLdaar ver- 
vaapdigd door koolzuur in ailerlei wij'naoorten 
te persen of door er besttanddeelen in ie doen, 
door wier verbdnding zich koobuur ont^kokelt. 
Ook idi Duitsdhiand 'Vervaaiddgt men. van de al- 
daar gegroeide dimiven Qham(pagDew^n, die 
zelfs kenners ndei van eohte charnipagne kunnen 
onderscheiden, en het aantal dier fabiieken 
neemt nog stteeds toe. 

Champa8iiy, Jean Baptiste Nompšre de, 
IbertHig van Cadore, een Eranscih staataman, wer<l 
de» 4den Augusbus 1756 te Roanne geboren. In 
1774 >kwam l^j bq de marine, ondiensdneidde zich 
in den Amerikaanfichen Vrijjheidsoorlog en werd 
dn 1782 kapii/tedn van een lindeschip. In 1789 als 
afgevaardigide gekozen, sioot hg zich bij den der- 
den stand aan. Onder Napoleon was h^ staats- 
raad in het mini^erie van Mardne en later aoh- 
tereenvolgenis gezant te Weenen, mdnieter van 
Bdmnen- en BuitenJlandedhe Zaken. In 1808 
kreeg h^ den tltel: hertog van Cadore, Hj leid- 
de de ondeilhanideLingen over den vrede van 
W-eenen en Najtoleon'8 huwelijk met Marta 
Louise, In 1811 legde hij zgn portefeuiUe neer 
en werd intendant der kroondomeinen en lid 
van den Senaat Gedurende den veldtocht naar 
Rualand wa8 hq secretari« <van keizerin ifaria 
Louise. Na Napoleon's tarugkeer van Elba weiHl 
Champagny pair; hij overleed den 3den Juld 
1834 te Parijs. 

Champagny, Fran^ois Joseph Marte Thšrese 
Nonpire de, zoon van den vooigaande, werd 
den lOden Sepenotoer 1804 te Weenen gefboren, 
srtond in den strijd voor vrijheid van onderwi}9 
op olericaai) standpunt. Hij was een der siich- 
tens van de „Rev>ue oontamporaine", Itid der 
Acadi6mie en overleed den 4den Mei 1882 te 
Par^s. Van zgju weilken noemen •wij: „Un mot 
d'un catiholique" (1844), ,J)u projet de loi eur 
la Iribert^ d^ensaignemenit" (1847), „De la pro- 
pri6t6" (1849), „I>tt Germaniame et du Chris- 
tianisme" (1850), „La dhatri-t^ dhrštienne dana 
1-es premders sd^lee de TEglise" (1854), „De la 
critique contemjporaine" (1864) en „Le ciiemin 
do la v^ritš" (^de dnuk, 1874). Zyn voornaamste 
\weiik i«: „Histoire des C^sars" (4dln., 2de druk 
1853). De vervolgen verschen«n onid«r de titels: 
„Los Anitoninis" (3 din., 2de druk 1866) en 
„Les C6sars du Ille sišcle" (3 din., 1870). 

Champaiflrn is een stad in het cou>n<ty van 
dtien naam dn den Noord-AmerLkaansehen staat 
lUinois, ten Z.Z.W. van Ohicago gelegen, aan 
'veredhiLlende spoorweg«en. De stad- heeft onge- 
veer 10 000 inwoniers; er wo(rd't handel gedTeven 
in graan, vee en huid^en; ook i« er de ^Illinoi« 
Industrial Uni-versity" gevestdgd. 

Champalflrne, Philippe rfe, een Fransch 



64 



GHAMPAIGNE— CHAMPLAINMEER. 



BdhiMeT, d^n 26sten Mei 1602 te BriKssel gdbo- 
reni, gipg ia 1621 naar Pai^ en wer]cte daar 
met Nicolas PousHn ander Jieidioff tod Duekes- 
ne. Op lateren leeftii|d trak hij ziicn temg in het 
klooeter Port-Rojal, waax zqii dochter wm wa8, 
en OTerleed aldaar iden 12ldeDi Aiogiostiufi 1674. 
H\j wa8 een vaoii dle beste pontretsdhdlders Tan 
zgn t^d. Van z\j(Q portretteni bezit het I/ravre 
te Par\^ die y«a kardinaal Riehelieu en van 
koning Lodewyk XUl en Tan des echilders 
dodh,teT als non. Vam zijn keiikeliike sdiiMerijen 
Terdienen genoemd te worden: „De AanbiddSng 
der benderB" en ^^Maria Boadschap*' te Rgasel, 
„De Eruisigiiig'* «n „De Afneming van het kmis" 
te Tculouse, ^Christns aan bet krniš" en tJ^e 
(>piwefeking Tam Lazarus'* te Orenoble. In het 
museum te Brussel ^ijn yan Ihem, o. a. ,3iaria 
HtmelTaart", „Ohri«tnis in den tempol", „De 
Heilige Genove va" en „De Heilige Hieronj- 
mus". 

Ohamp de Kars is eea> groot pdein in Pa- 
rijs. To t aan het einde der regeering van Lo- 
detD^k XV diende het nog Toor wannM>ezerij, 
tot men by de sftichtdng der Eoole militalre een 
stok Tan 1000 bij 500 m. reserveerde voor 
nulitaire oefeninigen, we]k g<ideelte, in navol^n^g 
vaa dat te Rome, Champ de Mars ^elheeten 
werd, Verschillende gebeurtenissen hebben er 
plaats geihad. Den 14den Juli 1790 vierde men 
eor op den heriinneriiiigBdag van de bestormin^ 
der Bastille een veibroederingsfeest, waarbg de 
nieiiwe wetitea door vorst en volik be0woren wer- 
den („ki fftte de la F6d6ration"). Den 17den 
Jnili 1791 ontstond er een volksoploop naaraan- 
leidiinp van het vervallen verklaren van het ko- 
nLngschap; de slecht gelnsftmeerde gardes scho- 
ton op de menigite, waarva«i er on^eveer 500 
viielen. Den 3den November 1804 werd€n er de 
kod^erlijjke standaarden' aan de regimenten uit- 
gereibt. In 1867 had er de tweede Parijsche we- 
reLdtentoonsteUin^ plaate. Het veld wordt niet 
meer roor miLitaire oefeningen gebmikt. 

Champeaii. ^e JVillent van Champeau. 

OhampflemT, Jules, eigenHiik Fleury-IIus' 
8on, een Frajiech scJhrijfver, den lOdcn Septem- 
ber 1821 te Laon geboren, onfcvin^ zijn oplei- 
ding in zgn geboorteplaaits en kwam later in de 
leer bij een bo«4dhaiiId<elaar te Parijs, waar hij 
betrelkking aaniknoopte m<r<t jonge lieden, die 
zidh later als sdhr^ers helbiben oniderscheiden, 
zooaJs Pierre Dupont, Murger, Courbet ena., op 
wier aanepordng hii medewerker werd aan de 
tijdschriften: „Le Corsaire" en „yArtiste". Hg 
leverde daarin een groot aanrtal opetellen. van 
verschdllenden aard, doch eenst na 1847, met 
zijn stnik „Ohiein-CaiUon", bepron hii een belan^- 
rijker plaats in te nemen op bet gebied der let- 
terkunde. Hij gaf een reeks van gesdhriften in 
het lidht, waaTvan „Les excentriq.ues" (1852) en 
..Les bourgeois de Molindhant" (1855) grooten 
bijval vonden en hem den naara bezorsfden van 
boold" der realieliisdie school. Hii besohropf zi>n 
eigen jeugd in: ^»Confessions de Sjhins" {1849), 
schreef verder: ^ATentares de Mariette" (1856), 
„Le8 amds de Ia natnire" (1859), .,Les demoisei- 
les de Tonrangean" (1864>. .,La Pas^uette" 
(1876) en „La petite rose" (1877). Voorts heeft 
hij bijdragen geleverd tot de knnstgeschiedenis 



in de weiicein: ,3i9toire de la caricatare aa 
moyenidge et sous la lenaiasance", JBistoiie de 
la oaracaitnre sous la Rdpfabliqne, FEmpire et la 
Bestauration", ,JBi8tolre des falences patrioti- 
aiMB S0U8 la r^vokrtiom" (1866), „Hi6todre de 
rimacunerie populaire" (1869, 8de dnik, 1886) 
em „Le6 va^nettes romantticnies. HistoiTe de la 
litt^MJtare et de Tart 1^5-^1840" (1833). Hij 
OTerleed den 7den Deoeoolber 1869 te S^res, 
waar hij sedert 1878 eonservator wa8 aan het 
nuKecun voor ceraznielk. 

Ohampirnon. 2ae Paddestoelen. 

Ohampiriiy is een vdefe in hf«t Fjaosdhe 
depontecnent Seine, arrondisBement Sceanr, 14 
km. ten O. <van Parijs aam den linlker omei der 
Marne. Het tek (1911) 10 624 iuwoners, die 
ZBch bemg houden met de vervaardigins van 
sieraden en menbels, en is bekend door de ge- 
veohten van den 30sten November en den 2di9in 
December 1870. 

Ohampionnet, Jean Etienne, een Fransdi 
generaal, werd geboren in 1762 in Valenco. Bij 
het nitbarsten der revolutie dempte hq met een 
bataljon Tr\fwilildgers de oproeren in de Jura- 
streek, werd daarna geplaatst b^ het Rijn- en 
vervolgens b^ het Moeselleper onder Hoche en 
gaf in 1793 sdhitterende biijken van dappeiiheict. 
Tegen het einde van« dat jaar wepd hij bevor- 
de^ tot ddjvisieigeneraal, diende bij thet Sanubre- 
en MaasAeger, vodht met grooten moed in den 
skkg bij Fleorns en nam vervolgens deel aan de 
krijesnrerricfatingen aan den Beneden-Rijn. Daaff- 
na oenoemd tot generaal en ohef, sloeg hij de 
Napoliftanen, dde een jnval gedaan hadden in 
den Keikedijken Staat, bij Ternd. Fermo, Otri- 
coli en Calvi, verjoeg ben nit Rome, deed hen 
naar Capua tenigkeeren en rukte den 25srten 
Januari 1799 met de Lazzaroni Napels biimen, 
wBar hij de Partflienopelscihe Republiek aPkon- 
digde. Daar hij zicih tegenover de ageinten van 
het Directodre te veel gezag aantnatigd-e, moeet 
hij het opperbevel aan Macdonald afstaan, waaT- 
na hy gevangen naar Orenoble w€Pd gebracht. 
Door den staatsgreep van den 18den BnimaAre 
1799 kreeg hij zgn vrijflieid en tevcns het opp€«r- 
bovel over het leger der Alpen. Hii werd ednter 
in September van dat jaar bg Saviglnano en 
Fossano door de Rnssen en Oostenr^jkers versla- 
gen, trok naar Provemce temg en overleed den 
Dden Jamjari 1800 te Anrtibee, waar in 1891 een 
standJbeeld voor hem werd opgeridht. 

Ohamplaln, Samuel de, een Fransoh zee- 
vaarder, weiid in 1567 te Brouage aan de Golf 
van Bi]6caye gcJbonen. Hij was de sticfhter va^ 
Quebec en de eerste gonverneur van de Fran- 
sobe kolonden in Canaida, waarmee zgn geheele 
levensloop ten nai]/wste verbonden is. Hy over- 
leed den 2o6ten December 1635 te Quebec. Zgn 
interessante reiabescbr^vingein werden door La- 
verdičre in 1870 te Qnebec uiljgegeven. 

Ohamplalnmeer ligt in de Vereenigide 
Staten van Noord-Amerika, op de grenron van 
Vermont en New-York, tnsscihen 44 en 45« N.Br., 
waar het zich noordwaart8 nitstrekt tot aan de 
Beneden-Canada. Het is 177 km. lang, 0,4 — 24 
km. breed en 1982 v. km. groot. De water9pie- 
gd beviindit zich tihans 28 m. boven het zeeop- 
pervlak, dooh volgens oude skandlijnen is deze 



CHAMPLAINMEER^CHAMPOLLION. 



65 



hoogte vroeger 90 — 122 m. giewee6t. De daept« 
bedraagt in het noorddgdc tieel 90 — 180 m., in 
bet zoidel^ dat door eeu naituurlijk kanaaJ 
oveiigaat in h«t Gseotgeroeer, sledhte 33 — 45 m. 
Het sbaot <loor liet Noordikanaal met de Hovlsan'- 
rivier, <Joor het Wesrlikanaal met hdt Eriemeer 
en dooor de Johin*6TiYier (Ridieli-eu, Ghajnibly, 
Sorel) met d« St. Lourensrivier in "vei^inding. 
De Missifiane, de Onioai, de Ottercreek, de Sara- 
nadk, de uoutt en id<e Chezy iroeren) ibaar vate- 
ren er (heen. Hei ibevaft 60 edlanden en ziin oervers 
zijn aan de 'Wte9fazijde rotsachtig en steii en van 
vele J>aaien Tooraien. Dit meer vormt een fce- 
Isingorijken gemeeiDisflihap6weig tussaheni d» om- 
liggendie g6we6tien; des laomers i« het met sdhe- 
pen bedcikt en 6e^ wi«nters vordien de zwaarste 
siedtevradhten. over ^gn didhtigeivroren oppervJak- 
te vervoerd, terw^ ook de in bet meer uitmon- 
dende livieren meestal betvaaibaar zyn. Het 
beeft z^ naam ontjvangen va/n Samuel Cham- 
p2atn/dae bet an 1608 onMeikte. Den l^en Oc- 
tober 1776 ovei^onnen bier de Eng«>lscheni, d-e-n 
11 den September 1814 de Noord-Amierika*nen in 
een ^eegevecthd;. 

Cbampmesl^, Marie de, geboren Desma- 
res, «en P^ansobe tooneelspeelster, de gunstelin- 
ge -van Raeine, wierd geboren in 1644 te Rou- 
aan, debivteerde fiUa&r zonder grooten bijval, 
huwd« met den begaaMen tooneelapeil«r Chamjh 
mesli «n trad m 1669 te Parijs op in d«n Ma- 
rai«sdhottwbTirg, waiarnB z\j dn 1670 voor dien 
van bet Hdtei de Bonngogne w.erd geSngageerd. 
Haar b6bwaamlbeid alLs ikunstenares wa8 sij voor- 
al versdbaldd^ aan de toegenegenheid> van Ra- 
eine en aan zg-n ond€rwgB in die tragisdhe ktnmst. 
Haar ffeestige omgang en baar schooniheidi lok- 
ten Tae beroemde mann^en naai baar waniing. 
Zq beoat een we*luid€nd€v volile fitem, die bij het 
vooidragen der treurspelen van Raeine indriik- 
W0fcken'd fclank. Zy w€rd oatr<mw aan d-eoDen be- 
proelden viiend we!g'en8 een nieii'w opkomend« 
genegedhedd jegens den graaf de Clermont-Ton- 
nerre; zg overleed den 15den Maart 1698 te 
Aoiteuil bij Parjfl, ndert lang nodat zij het tooneel 
had (vaarweil gieeegd. 

Haar eobtgenoot, Charles Chevillet de Champ- 
mesUt muntt« meer mi in blijspel- dan in treur- 
epelroUen en Bchreel eenige to(>neelstult'ken^ die 
na ^ija dlood in 2 deel<n zyji uit^egwen. Hij 
overleed den 229ten Augustus 170f. 

Ohampolllon, Jacgues Joaeph, een Fran«ch 
ondheidibeittner, geboren te Figeac .in bet depar- 
temcMt Lot den 5den Ootober 1778, werd na de 
volwDdfigdng zijner iStodi-fin biblaothecaris en ver- 
volgenenoogileeraar in de Grieksobe taal te Gre- 
noblc. In 1828 'weiid bij als conservator der hand- 
Bcbriften gepOnatst aan de ikoninkl\jike biblio- 
thieek te rarge, en in 1848 werd hem het be- 
stmif <»»edragen ovct de boekerg te Fontaime- 
blea«. Žign aroeid is van groot belang geweest 
voor de palaeograSie en de broninenken>nis der 
Ffansflhe gesoMedends. Tot zijn belan^rijkste ge- 
schrifteo oehooren: „Antiqu.it68 de G^renobie" 
(1804), ^AjLnales dee Lagiides" (1819, 2 ddn., Pa- 
rijs), „Traatš 616menrtaare d^arcb^odogiie" (1843, 
2 dln.)» ,Ji0ttre «ut Tansoidiptiion' du tem^pile de 
Denderah" (1806), „Notice d^nn (mamiocmt k* 
Xm, dntfltul^: Albam belli Ebri V*' (1807), terwijl 

V. 



hg iBtga/ven leverde van: „L66 tournods du Rod 
Renč" OS^) ^^ ^&n „Charte6 latiiK« iso/r pa- 
•pjrcifi din 6inie ai^le" (1837). Voor bet praciut- 
'weik ivan Silvestre, getiiteM: „Pal4ographie nna- 
Versedle" (1889) (beiz<ngde bg met zijdi aoon Aim4 
'den teJkst. Voorts venscihenen van ^gn hand: 
„Lettre6 des rois, reines et aiatreB personnages 
des ooTii® de France et d^AngUetfrre" (1843, 2 
din.)) „Dooiumeaits Ihiustoiiigues, tirčs de la biblio- 
thi6que rojalle" {1842), „Le palais- de Fontaiine- 
bleaiA, ees originee, Gon bastoite artistične et po- 
litične" (1867, 2 diln.) en „Dooajmen)ts pal^ogra- 
plh<iqtie6 relatifts k l'b:istoQre des beaux arts eit 
des belles lettres pemdlamt le moy«n Age" (1867). 
Hg overleed den 6den Med 1867. 

Zde Aimš Champollion, Les deruz Ohamipol<]d- 
oni> leur vde et leups oeavree (1888). 

Champollion, Jean Fran^ois, een broeder van 
Jacqties Joseph, was de gronddegger der Egyp- 
todogfle. Hij werd den 23fften December 1790 te 
Figeac geboren, studeerde te Parije in d^ Oos- 
terscbe talen en 'weid dn 1809 hoo^^eraar dn de 
jgesdbiedend« aan de academde te Grenoble. Door 
zijn geschidfit: „E)gypte sous les Pharaone" 
(1814, 3 dlfD.) imaaikte bij Teeds naam, doch bg 
Nreid i^egeme aiju gver voor Napoleon I door de 
Bourbons dn 1815 in baliingschap verwezen. In 
1817 !fceepdie bij naar Grenoble terug en vf&eA 
(>pindeuw boogleeraar. In 182il werd hij nogimaailis 
ontslageni, 'waarop bij aidh naar Parijs begaf, 
Vaair bij tengeivolge zgmer irnsporingen om^tren^t 
de bngrog'IypQ)en doo(r den ikondni? belast werd 
met de taak, om van 1824 tot 1826 in Italie en 
vervolisrene, toen hij tot directeur van bet Bg.yip- 
tiadh Museum vras benoemd, fvan 1828 tot 1830 
in I4g3rpte te redzen, .waarna hij in 1831 dem 
EgvpSsdhen leerstoel veiflcreeg aan bet Coll^e 
de France te Parije. Het was hem met vergund, 
zelf agn rijlloe verzameling te ranfirsahdkken, daar 
bij reeds den 4den Maa/rt 1832 overleed. Hij 
eohreef: „De T^criture b(i6ratdque des anoiene 
%ypbien6" (GrenoMe 1821), „L0ttre k M. Da- 
cier, -lelative k Talpihabeth des 'hi6roglypbes pho- 
n6tiq\ieB" (1822), „Pr6ci« du sjstdme bi6rogly- 
pbdqne des anciene Egyptienis" (1824, 2die druik 
1828)^ „Panrth6on 6gyptaein" (1823), ».Lettres k 
M. le diic de Rlacas relairive ou mii®6e royal 
^OT^ien de Pariš" (1824--1836, 2 dJn.), ter- 
wg»l na zgn d^ood dn bet ildobt ver®cibeen: „Let- 
tres 6cmte8 d*Egyp(te et de Nnbae" (1833), 
„GrammaiTe ^ptienne" (1836—1841, 3 din.) en 
„Manuments de rEigypte et de la Nubie, etc." 
(1835 — 1845, 5 din.), „Dictionoadre 6s:yptnen 
en toiture (hiii6rogl3fiphique" (1842 — 1844), „Mo- 
nmnents de TE^jpte et de la .Niilbiie, motuces 
descripidves oonifonmes aux manu-scrits auto^a- 
pbes r6digfe sur les lieui" (1844, latcr voor^e- 
zet onder leiding nran De Rougčs). 

Zie bovengenoemde biograf ie en Hartleben, 
ObampoUion, Sean Leben -nad sedm Werk (Ber- 
Ign 1906). 

Champollion, Aimš Louis, de tweede zoon van 
Jacgues Joseph, werd te Grenoble dn 1812 ge- 
boren en >was aan 66 koninklijike ibibliotiheek 
weikizaam als amanuen<sLs van zgn vader. Hg 
gaf verechilleinde gescbiedkunddge 'weitken oilt, 
o.a. „M6nK)dres du cardLnal de Retz", „ Journal 
de TEstoile", „Po6sies de Oharles d^Orl^ans", 



66 



CHAMPOLLION— CHANOARNIER. 



,Jtf6ixi>oires -d« Pi«rre Lenet, Bniienae, Mon tr6- 
sor, Tureane, Omer Talon, abb6 -de Ohoasy"; 
verd«! <weriken over paJieografie en (Iniiist in de 
M»(idele«owen, aooails: „Louis et Ohafles, diios 
d*0rl6anB, et Jeur anfl-nence sur ieur «iMe" 
(1844), „Droits ct usages ooncemamt les travartix 
de constructaon nuiblios cm priv^ sous ]a troi- 
fldtoe race" (1860) en «de iKjrvengemoierodie taogra- 
fic (1888). 

Ohampoton i« <de uaam (vkb. een pflaate in 
iMeidoo, aan de W.-fcu8t "van TucaAan, aan ide ri- 
mer <van idden naam, tcn Z. ivan Camp^e ^ele- 

r* Voljen« d« Ywate(kiisclbe ssuge verd ihet dooi 
Ah-Itza of de Tolltcken giestjroJit. Bij de onit- 
dekking wafi liet eesn kkine staat, waarover het 
^eslacSirt der Covoh regeerde. De eerfite onrbdelkiker 
v«n Tucatam, Franeiaco Hemandet de Cordova, 
idiie Oiet in 1517 ivan iiLt Onba lbeTedflde» fvond hier 
hardindkOd^n tegenstand. De 'verotveraar 'van 
Yucatan, Franciseo de Montejo, mevd er <Ti»ien- 
deilpieT ontvan^gen. 

Ohampseiz, Lionie Bira, psendonaern An- 
dri Leo, eem Franeche sdhrijfater, in 1829 te Ln- 
dfgnan gefboren, .trad dn 'het h4iwelijk met den 
jooirnamt Ckampseix, die dn 1861 Ofverleed. Na 
den Tal Tan 'bet (keizerrijk beftkoorde 2\j tot de 
Toomi totrov«eudBte part\>en en 'wei^ite onder de 
oommune medle aam de ,3ociale**. Tegen be>t ein- 
de (van den opstamd rludvfite zq naar Zrwdtfier- 
lamd, <!Hiwt(k i.n '1873 inet Benoit Malon en over- 
l«€ld te Par^B dn 1900. Zg sciireef: „Un maniage 
ficaiHdalemz" (1862; 2de drok 1865), „Le6 deoz 
£illes de M. PUdbon** (1864; 3de druk 1868), 
,Jacque6 GadleronV (1865), ,,L'ad6al au >vdiUage" 
(1867), „DoiAle ha^todre" (1868), e-n »^fariaii- 
ffle" <1877). 

Ohamps Ely8^e8. Zie Elpsies, Champe. 

Ohamsin of Kamsin (AorabiBoh = 50) is een 
in E^^te mt Ihet Z. waaaende, heete en dro^e 
woestQnmnd, dne Tooral opttreedt in de 50 da- 
gen, Welke op de voorjearenadbibevaDlng vokren. 
In EaTro waait hg gerwoon4$k 4 inaal, op ande- 
Te pla«tsen jsrefl 16 — ^20 mnal per jaar. De voor- 
teefoenen a\jji druidkenide warm'te en lage baro- 
meterstand. Terw\fl hij 'becrechl, is de ihcmel be- 
dekt met nevebichinge wo]ken, de zon scbijnt 
BOiuder gftans, de liiobt ds some nmil roodgeel, de 
tbennomoter 8t\jgt sn^, dn Kairo -i^rel tot 43» C. 
en de 'vodhtiglhedd neemt ancA idT. Gewoonlijk be- 
gdnt de dhamsin eendge uren na izoneopgang, be- 
leiikt !Z\^n grootste (heivigbeid dn de eerste na- 
md^Maguren en lumdtt met zonsondeigang op. 

Ohan of kan zijn in de Oootersdhe stoden 
groote ateeneo gebouwen, wfuiinn reizende koop- 
Seden onderdaik en mimte vinden rvoor (bon ban- 
d^. 

OhaiLaral dfi een iboofdplaats <van ihet se- 
l^knamdge departement (25 864 t. km.) der Obj- 
leensdbe provinaie Atacama, gelegen aan de 
baad van ChaflaTal. Zy beeft een kleine, beschnt- 
te IbaTen en de (het uitganggpm-t der apooFwogen 
noar de kopeigroeven ^an Las Animas en Sala- 
do. Er zijn groote tkoperamekergen, en de plaate 
beoit een aamzleiil^jken ndtvoer van koper, goud, 
«ilver en lood. Zq teOit (1907) 6057 dniwonerfi. 

Ohanoelier beteeikent kanseilder en •was in 
FranJkrgk 'v66r de Kevokbtie Tan 1789 de titel 
Tan den mi meter van Jnstitie, den voornaamfi^te 



Tan alle raden d^es konangsen grootzegieilbe- 
waaider; de betrekki-ng wa6 leveaislang en zeer 
eervol. Zjjn reebteri^jke madbt <wa8 bg de groote 
BeLfstaibdigbeid der geredrtrfioven nnet ^seer 
groot; tegeoover bet Parlament was hij de ver- 
tegenvvooiddger -van Ihet ikondnMijk gezag, dat 
dan ook aan bem (v<eel te danfcen <had. Oolk was 
bij tbelast met bet maken der •n'ieu!we jurdddocfie 
wetteii. 

In Fran«che oonsulaten ia tegenw(Hn'dig de 
dhanceilder de izegeJ]ibe'WBarder of reeistrator. 

Ohanoellors vlile ifi een .plaats dn den 
Noosd^Ameidikaansohen crtaat Vdiginia, ddfitrict 
Spotitsjl/vanda, 20 dom. ten W. rvan BVedeidck«- 
burg gedegen. Van den 2d6n tot den 4den Mel 
186B wera hier de generaal der Nooidelgken, 
Hooker, door de Ziuadeiijikeik onder Lee verela- 
gen, twaaiibn genenaal Stonetcall Jackson dbode- 
Igk gewoiM 'werd. Den 6den Med 1864 etreed 
Lee hder weder met de Noordelijken' onder 
Orant; decEe onrbeoldste slag is bekend als de slag 
in de 'wd]derme. 

Ohandemaffor. Zde Tsjandamagar, 

Ohandler, Rtehard^ een Brdtsdh oudlhedd- 
IrandDge, geboren in« 1738 te Elson dn Hampahi- 
re, €todeerde te Ozford en legide zijn oodnetd* 
kennds bet eerst aan dem dag door de iiitgave 
van ihet pracbbweik: „Maimora Ozoodencria'* 
(Oxfoid 1768). Door een genootsobap dn 1764 
belast om nasporin^en te doen ui ihet Oosten, 
volbradht !h\j een reis door londS, Attnca, Argolis 
en Eil'!«, en fceerde in 1766 met een rijlken oogst 
naar z^jn 'vaderland terug. Hier sdhreef hn nni: 
„Ioinan antnoruitdes'* (Londen 1769^1800, 2 
dUn.), „In8eriptiione8 antdqaae pleTaeque notidum 
eddtae, dn Asia minoid et Graeoi«, praesertdm 
Atbends eollectae'* (1774) ^n „Hiatory of Illium 
or Troy" (1802). Z^n rciAbeschr^vingen („Tra- 
Tols dn Aeia mdnor** eo „Trayel8 dn Greece") 
z\)in alleen udt een oodbeodkunda? oogpunt be- 
langrijk en werden oolk in bet Neaerlanosch ver- 
taa& -(Utreobt 1777). Hy overleed in Februari 
1810 ak rector te Tjilebaret itn Beik«hire. 

Chanffalffeberffte is «on nog weiniig be- 
kende bergketon in Centreal-Azi6, dde -van den 
Hoogen Mtal tot 105» O.L. v. Gr. loopt. Het 
we8telijk deel, Chanehuchei genaamd, eciieddt 
het .bekiketi 'van Ihet Kara-oeasoe-meer (Kobdo- 
beldken) nran dat Tan bet Ubsa-nor. Karakter en 
geoHogdsdbe samenstelling edhgnen dezelfde te 
z\}n aHe dde van den AltaT, tot 'weik beigBtelsel 
hjj dan o(A gerekeaid 'wiordit. Van de vele boven 
de sneeiiwgren6 ndtfitekende toppen i« de boo£fte 
nog niiet bepaaM. Op het Ohaa^aflgebergte ont- 
springen aam de oostzijde de Selenga, aan de 
ffadd^estz^de de Dsapohjn. Aan de nooidelijke 
belldn^ Tan het oostelgik deei liggen de ralnes 
van Karakorum. 

Obancamler, Nieolas Anne Thiodule,een 
Fransch generaal, 'wei!d den 26sten April 1793 te 
Antun geboren en ontviing zgn opleidiing aan 
de mdlitaire «chool te St. Cyr. Met den lajig 
van kapitein vertiok bij *n 1830 naar Algerl«, 
waar h\) na den <vekbto(sbt naar Confitantine 
(1836) tot den rang van dd.vi«ie-generaal op- 
klom, in weiijke 'betrekkung h\j deel nam aan de 
meeete gevedbten dn Afrika. In 184S nverd hij 
belaet met bet -voorloopdg bestuur over AlgeidS. 



CHANGARNIER— CHANTAGE. 



6i 



Naar Parije geroepen, w«e8 im «t de partefenil- 
le Tftn Oorlo^ "van de lianid, maar wefd dn de 
plaats van Oavaignac tat goiiverneur-g«neraal 
Taa Ailgeri6 <beiioemd, we]ike rwaapddgiheid (hij 
enrenrwel met lang bekleedde, daar Jiet -departe- 
meni Sedn« jiem afvaardi^de naar de Nationale 
Vergadeidiig. Te Pargs aag h^ meh »vioorts be- 
Doefod tot oppeibenrelhebbeT der Nationale gar- 
de en dBarna terens vaa de eeiste nmMiaAre dii- 
visie. Z\}n krachtige* znaatre|g«len veribindierden 
den 29si;en Jamiari 1849 ihet nutbareten Tan een 
bniigeroarlog in de strvten tod PaT^«, akmede 
den ISden Juiui den <yp6t«nd det republiidcedinen 
en sodaJtisteD'. Hg weiH] besdbouTvd als de Teid«- 
diger 'van ihet monardhaile beigansel, dooh odet 
ten behoere 'van Napoleon, maar ivan Orleans, 
loodat h^ in- Jannari 1851 ontaia^ oortfving uit 
ijfn dobbel cainmaiKlo. De Nationale Vei^pudie- 
ring <wa8 Tooroemeiifi hem bet opperbevel toe 
te Yertrouwen over de troepen, tot !haar "beecher- 
ming ^bestemd, maar het werd door den »taats- 
greep Taok 1851 Ter^eld*, daar Changamiet ib^j 
die ^elegeDbedd in (bedbtenas genomen eni uit 
Fnnil[djfc verbannen W6rd. Aanvamkel^ Testig- 
de hij flidi te Meobekn, docih na de aJSkomddging 
der eflgemeefiie amneetie keerde by ier^g nanr 
zgn goedereo dn ihet departement Sa6ne-Lodre. 
Ofaohoon een itegenetanaer 7an bet (beiiMrrgik, 
bood ihg h^ ihet ioitbai«ten van den Fransoh- 
DoUsoben oorlog bet r?ad«Tiland zgn ddeneten 
aan. HoenvteA met geen commando belaet, begaf 
bq oidi naar Hfetz, iraar h^ gedoirende de ibele- 
gering Bazaine ter a^de stond. Dea 25et6n Oc- 
tdber l>egBf ndh de grjpe kr^gman op ket van 
Bazaine oaar bet lhoo]ldIkiwartieT vam prins Fri- 
derik Karel, cm OTor de eapdioiatie der Tceting 
te ooderbandelen, dd« 2 dagen later weird Tast- 
geateld. Na bet kulten Tan den ^irede ivcrd hg 
M der Naftionade Veigodering*, waar hig adddb i)q 
bet OrkaiMSfinadi rediter centrom 'Toegde, wafl 
Ud Taft den kr^raad, die >?onnia moeet uit- 
epreken over onderedbedden generaals, nam ▼er- 
i^AgeoB zttlang in den Senaat en ovcrieed den 
uS&[i Felbruaffi 1877 te VersarUes. 

Chanpreant <ie le^n TeeSgedragen stof Tan 
z^de^ 1701 of katoen, '^aarran de acibening an- 
dera geUeaid da dan de dnalag, om meike reden 
Z9« naafrmate bet liobt er anders op valt, rer- 
Mhilieode Iklearenr Tertooot. 

Ohania (Canea) i« de met Testing^verken 
Tooniene boofdatad Tan ihet edland Kreta. Z^ is 
op de N.-knat ervan gelegien, heeft (1911) 
24 399 iiMroners, een haTen met godfbrdcer, dok- 
k«n en arsenaal, aanzienl^ken (handel (inivoer 3 
mdUioeD gid., ndtroer 1,5 md»Eioen gldO en is de 
standplaats van een ibooSdoommdasarie en een 
Grlekseh metsopoMet. In den omtrek vdndt men 
ved oiy{boomen. De provaiiioie Cban-ia beeft 
ongeveer 80 000 isnwoiner8, waarvaa nrim 60 000 
Gneken. 

Ohaimlnc William Ellery, een- Ameri- 
kaftoseh ^estelijk« en odbrgver, verd den 7den 
April IToO te Mewport dn Rtiode-Mand gebo- 
ren. Hy ontvang zijn opleidiqg aan bet Harvard- 
coUfge te Cambrddge ibg Boston. Aamvankel^k 
stodeeide hij dn de medic^jnen, daama in de 
gočgdeeidbeač. In 1803 ireid (b\j predikant bij 
de gemeente der UnitariSrs te Boston. Hij nam 



deze met «M>wel iiver in besdhermdng, dat b^ 
den oaam /veiiwierf Tan ^Aposted der Undtan-' 
ers". (kidersobeiden gesdbidlten gal Ih^ in (hei 
Hcbt en h^ TelbraSit belangr\p^e (reiaen, die 
bem een groot gedeelte Tan Enropa deden kien-' 
nen. Hij orerleed den 2den Oatc)4)er 1S42 op 
een tocnt naar Benodngton dn Vermont. Zgn 
boek „0n afaarerj*' maaikte grooten opgan(^ Ve- 
le ktleine opsteJUcn van Channing z^n m Enge- 
land (berdirakt en «teitk verapredd, en "zijn gem-, 
meniL^e (weiken 'weiden d»n 1841 te Boetota dn 
5 din. uitfiegieven, vaarbn nog een bloemlezing 
z\fner premcen: „The perfect Sfe", fcwam. ' 

Zie: JV, H, Channing, Ihe Idle ol W. E. Oban^ 
ndog <1880). 

Chcmningj WUliam Ellerg, een neef vaoi. den 
vooigaande, den 29sten November 1818 te Bos- 
ton (MafiBacbosette) gelboren, vas veikoaam aai| 
de „New-Yoik Tribone" en aao de „New Bed- 
ford MerouTj". In 1842 vestogde hq iddb in 
GoDCOid, waar (bij medeireifaer 'wepd aan Emer- 
8on'8 fJDdfll'*. Venneilding Teiddenen zgn 
»Poems" (1843, 1847), „Tbe Woodman" (Bos- 
ton 1849), ,J^«ar Ihome*' (1858), »The WaDde. 
rer** (1872). In proza Tereebenen „Convei«atB- 
one dn Home betnfveen an Aitiflt, a Oatholdc and 
a Oritic'' (ISil) en „Thop»Q, libe Poet-Ntttara- 
liet" (1874). 

Olianpoer is een stad ui den Britsdb-Ioda- 
schen vazaJflenstetait Baiha(waJi>oer, gelegen op 
30> 9* N.Br. en 7.1» 16' O.L. Het ds de lioofdsted 
Tan ihet gdokinamdge dietidet en de dirisie Al- 
lalhaibad en digt op den redbter Gkuigeeoever. In 
de moode planlsoenen om de etad staan de ee- 
denlkteekenen voor de in 1857 door Nana Sahik 
vermooide Engelsctie gevai^genen. In bet oiide 
fort op den Unkeroever ligt een sterk garnizoen 
en 'voidt bet !eder voor bet leger verwerkt. De 
196 000 bewonere van dden oever beoefenen bet 
jfum^erS' en ]iedeitiandweik en bandelen in ka- 
toenen sto^Seoi, graan, benevens dn aflle Toort- 
farengBelcn Tan Ehiropa, Gbdna en IndiS. Het dfs- 
triet iC^anpoer hem rmm 1200000 do>woinera 
en is 6138 t. fam. groot. 

Obanson was oorepronikelOk de naam voor 
ieder epdfidi o! lyidfidh gedieht, dat gezongen 
ken 'WOiden. Ubane verstaat meck er een gemak- 
kel^k te zingen Ued onder, dat de liefide, den 
w^ of een voorval Tan den dag bebandelt. 
Eoellbare verzamelincen zgn: Lerouz de Lincjf, 
Recneil de dhants nifitoidqnee fran^s (Par^s 
1841, 2 din.), DuTnersan en S4gur, Cbaneom 
nationales et popnlairee de Foance (1866, Q 
dttn.). In de Midaekenven treden op den voor- 
gcond chansons de geste, de nationale heldenea- 
ge bebandelend, dde door speelilieden (jongleurs) 
weiden Toorgedragen, en de ehaneons d*hiBtoire 
of chansons d toUe (omdat zij h^ bet weven ge- 
zongen weiden), Tolkaliederen dn etreng epi^ 
sdhen Torm, dde een eenvondige Idefdesgesdhiie* 
denifl Tertcillen. 

Ohanflonnette i« ^^n kledn Med, gewoon- 
lijk Tan k<nnde<&en of sobodnen dnhoud. Ook ie 
bet de naam Tan de zangeres, die mike liedje? 
zangt. 

Ohantaffe ibeteekent eigenlgk een 'w\jze van 
Tdasciber\j, V7aai^\j de vdesdben door leven te ma- 
ken in de netten gedreven VFOiden. Gewoonl\jtr 



68 



CSHAOT-AGE— CHANTRE. 



woirdit heit gebeagd in <kQ vin ivan aSperang van 
gcAd, ODpder bedreigdiig!, dat Tao de personen 
v«ii «w<ie dit geSiscihit fwordit, in geval van weige- 
iiii:^ "voor Ihem uadeelige of aDaaogenacne zaJc«n 
openbaair gemaaHct zuUea wordeii. Zi« ook Dreigen, 
Cttiaiital, Jeanne Franf^ise Frimiot de, den 
266t6iii Januari 1572 te Djjon gdboren, irad ioi 
het hffuwdi^ met ChrUtophe de Rabutin, baron 
de Ohemtal, nam na dem dood 'vam ftiaar edhtge- 
TOot den (beUflgen Franciscus van Sales >tot 
biecibinreder «d stdidsbte, op raad ivaiv deaen, in 
1610 te Annecy de Onde Tan Maria-Boodsdiap 

(Salesianerinnen)/ m^Ske m 1641, ib^ haair onrer- 
jlden, 87 Irloosters tdde. Z\j tw«id' door paus 
Benedietus XIV saMg giesproken en- doOr CU^ 
mens XIII Iheildg T^laard. fiaar g^dacbtends 
w>oiidit getvieid op den listen AuguistuB. Haar 
^veifeefD! 7erfioheDeQ ooder den iitel: „Sadn<te J. 
Fr. Fr. de Ghantid, sa <▼!« et eee oenvireB" {Pa- 
rp 1874—1879, 7 dl-n.). 

Ohant du d^part is de oaam Tan een door 
M. J, CMnier in 1794 gedicbt en door M^hul 
getooneet kiggaLied, dat na de Maiseillaisf bet 
popcdairste nationalie liod onder de eerste Fran- 
9dhe iRefvolutne W88. 

0haiitenay-8ar-Loire ie een 9tad in 'het 
arroDdisfiemeikt en ikaivton Nanttee van iiet Fran- 
adhe departement Loire-Infdrieare, op eon hoog- 
te aan den reoht« oeiver der Lo4re en aan de 
apoori^D Nantes-St. Nazaine geiegen. Het beelt 
(Idil) 24403 diifwoner8, fiteaDgrooven, wervcn, 
9zergiLeier\j, fiuSkerraffinadergen en M^ri^e^en 
von raapolie en beeoLdetrkool. 

Ohan-Tenffri. Zie TiSn-Sjan, 

Ohantepie de la 8au88aye, Dajiiel, een 
N>ederlaiudsGih godgieleerde, geboren te VGraven- 
liage d-en lO&n Decemft)er 1818, studeerde te 
Leiden en veid in 1842 predakant b\j de Waal- 
sdhe giemeeivte te LeeQwaTden, vertrok 6 jaar la- 
ter inaar Leiden, van^aar bij z\<Si in 1862 naar 
Botteidam ^begaf, en aamrvaaidde den 21 sten No- 
vemiber 1872 Ihet boogkeraarsamibt te Gronin- 
geo met eea redervoeriiig: „Over de plaa't6 der 
thealogdficbe w«ten8Qhap in de encjolopedie der 
'vetenedbajpipen'*. Met iz^n gerwioi]ien |per, onaar 
aeer koirt, vas b\i wei4c^m, daar thg reeds den 
Idden Fe^broaii 1873 overleed. Hij wa8 de ver- 
teigeuwoaidiiger van een eigenaardlge riuhting, 
we]ke de 'wetenMihap zooht op te koirwen op de 
esvariog des geloofa. Hij (heelt een groot aaotal 
apsteUem geleveid dn de door hem gerod>igeerde 
tgkkdhrilten: „EriiM5t en Vrede" en „Protestant- 
sdhe ibndragen", evenalLs in ondersoheiden and«- 
re godgeleerde en siti4Meli)ke maandwerke'n. 
VooirtB gaf h\j viif bcmdels leerredenen (1860 — 
1865) en onderscmedden brocihnres mt en sohreef 
daaremboven: „£ijbel9tudli«n" (1859— 1863), „Le- 
ven en richtitig" { 1 865) , „De brief aan de Hebree- 
en, Toor de gemeeate uitgelegd" (3 din., 1863), 
„De zoogenaamde middenpaiig. im de vaderlaoid- 
fiche kerk" (1866), „Vertroosii.ngen. Twaalf re- 
denen*' •(1872) enz. 

Zie: A, M. Broutoer, Daniol Ohantepie de la 
Saiiasaje (1905). 

Ohantepie de la Sou88aye, Pierre Daniel, een 
Nederkmdsoh godgeleerde, een zoon van den 
vooiigaainde, werd den 9den April 1848 ge- 
bosen te LeeuwaiFden, waar zg:n vader des- 



tijd3 Waal6<9h predikamt wafi; h^ weid opge- 
voed te Leiden en te Rotterdam, stndeeide 
te Uitrecht, waar hg m 1871 ppomoreende 
tot deotoor in de godgeleerdiheid. In 1872 
weid h^ predilauMt <te Hemnen en in 1878 hoeg- 
leeraar iln de god&dienfit^eadhdedend« aan de ge- 
meeotelijike Undver^diteit te Amsterdam, in 1899 
aan de Riilk&ujwveraiteit te Leiden, vaar h\j 
eendge theolegdeehe nraiidken' rvan ethicdc doceert. 
Sedo^ 1888 is ih$ lid der* Kon. Academie van 
Weten6chappen, waarvan! h^ thains voooitter ie. * 
Hg echreef faet eerste uiitvoeidge , Jjehrbneh der 
Religioinsgeechichte" (2 din., 1887—1889), waar- 
van Jatere drokiken met medeweiyng van vak- 
geleerden vi^iden gepdbUioeead en tihans een 
4de druk in bewerkim^ is otnder redaetie vam prof. 
Edw. Lehmann (Lmna). Hg (wa6 mederedactenr 
van „StuddgDi, tfieologifiah tndBdhrif>t'\(1875 tot 
1881) en 16 ddt nog van het Stichtelijik t^^dschrift 
jjOverdenkifngen", zoemede van <het maandischrift 
„OiKze £)eu.w*\ iot ^ellkis opriioibters hij behoort. 
Verder versohenen van z\j^D hand „The religion 
of tihe Teato>n6'' (Boeton 1902; gedeeitelijik ook 
in 'het HoUaDdsdi als ,J)e Godsdden-st der Ger- 
manen"); „Het 'leven van Nioolaas Beets" {2de 
dTuk 1906); „Het Ohristelijk leven" (2 dln„2de 
druk 1913); tal vaooi v<H>rlezingen, o.a. „Zeker- 
heid en twij£el'*, en artikelen, ook wel verzameld 
in bundels als „GeesteLijke Stroorniaigen" (2de 
dr.uk 1914). 

Ohanterelle i« de naam voor de hoogste 
anaar der strgkinstnimenten, tn het ibgcDO-nder 
voor de e«naar der viool. 

Ohaiitilly, een etad met (1911) 5556 iinwo- 
ners in het Franeohe departement Oiee, arron- 
diseement Senlis, ie merkwaardig door het prac>h- 
tig kaeteel, hetwelk er de prinsen van Cofidš 
bm)en doen verrljzen. Het is vor&tel\jk iogc- 
idoht en 'bevat een 8(^awbarg, een boekerij, een 
wapenizaal, een kabinet voor natuurlijke hi sto- 
ri«, badkamers, ataUdngen voor 300 paarden en^. 
Daaraiui is een park en een v^oud ter grooUe 
van 2100 H.A. verbonden. Het weid in 179C\ -M 
een ibezitting van ui-ige^'ekenen, tot slaati>do- 
mein gemaakt, dooh na de Restauratie aan de 
faondHe Condš teruggegeven. 

Ohant oiinay is de hoofd|)laats van het kan- 
ton van diien naam in het arrondissement Ro- 
oheH8ur-Yon van het Franache departement Ven* 
d^, 3 km. van de groote Lay geiegen. Het hecf t 
(1911) 3962 iivwoner8 en vormit met Vouvant 
het middelpunt vam een steenkoolbekken, dat 
jaarlijka runni 25 000 ton 'kolen oplevert. In Ju- 
li 1793 verslo^en hier de Republikeinen de 
Vendee&ns, maar generaal I^ Comte weid den 
5den September 1793 hier door de VendeeSrs 
verslagen. 

Ohantre, Emest, een Franscih geoloog, 
werd in 1845 'te Lyon geboren. £}er&t wa6 hij 
assietenit aan faet museum te Lyon, daarna on- 
der-directeur van de^Ifde inidchting en in 1892 
weid lhy hoogleeraar an de ethnologie te Lyon. 
Hg volbraohi; ^eteneclhappeliike leizen naar 
GriekeDdand, Rusland, den Kaukasus, West- 
Azig .(1893—1894) en Opper-EfeTpte (1898— 
1899). Van zijn groot aantal wea:ken moeten 
vooral genoemd worden: „Recherdbes amthropo- 
logiqne8 dams le Gaaoase" .(1885—1887), „Rč- 



CHANTRE^-CHAPELAIN. 



69 



aultats dcfi mifisions de M. Ohantre, de 1879 k 
1883*' (1885), „Traii8c&nea«ie, Aeie Mineure ^t 
Sjrie du Nord" (1896), »Recherohe« arch^olo- 
gii<)iie8 dane rAaie ocoideiitale, nnssioii en Gap- 
padoce 1853—1854" (1898) en ,,Le8 derno^res 
dčeooTertes effeotnčes dana lee ii6croi>ol6s prč- 
Mstoii^aea de la Haate Eg^pte" (Sooičt^ d^an- 
tropologie, Ly<>n 1898). 

Ohaiitrey, Franeis, een Engelecih •beeLdih<m- 
wer, werd dea Tden April 1781 te Jordantiborpe 
in iiet graa&ah&p Dei^y gebonen. Hij oiverked 
den 25fiten November 1842 ie Londen. Z^n 
Toomaazoste wedL is bet nriiterstandibedd voor 
George IV op Tir<afaJgar Sc|!aare te Londen. 

01iaiiyko^7, Nieolaas, een EnMBiscfti leim- 
ger en beoefenaar der Oosterscjhe ialen, 'werd ^- 
boren den 24sten October 1819 m het gouTer- 
nement Kalnga, ontiviing zijn opledding aan het 
Ijceam te Zarskoje Selo, begaf a>ich reeds Troeg 
naar liet Oosten en nam in 1889 tot 1840 deel 
aan den noodlotti^n veKdtooht Tan PeroufHki 
legdk China. Gedncende een reeks van jaren 
was bij Rossiseh consul in PerziS. Met dlt land 
en met Boefchara nioakte 1iq vioib op z\jn redzen 
Dauwkeoidg bekend, en din vele gein^esten T&n 
Oborassaa, Algiianistan en Aserbeddsjan wafi hij 
de eerste Enropeesohe ibezoeiker. In 1843 ver- 
soheen <te St. Petersbur^ zijm: „Be8<^Tg/?8ng van 
bet khanaftt Boekbara" (Engelscib: LQndenl845). 
DakreoboiTeh TertaaUe b^ iiet wefk van Kari 
Ritter ovcir BermS in 'bet Rnssisob en iscihreef: 
jjlteoire eur la partie mčridionak de TAsie 
ocntnde" (Par^js 1863), „Etwie« our rinatrnc- 
tion pobli^ne en Rnssie*' (1865) en ^M^roodre 
sar retnograpbie de Ibbl Pevse" (1866). HQ over- 
leai den Sden November 1878 te RambounUet 
bij Par^G. 

Ohanzy, Auguste, een Fi^mscib geneiaal, 
vefd geboren den 18den Maart 1823 te Nou- 
art, departememt Ardennes. Sedert 1843 dieode 
h^ bi^na onalgebroken in Afrika, in 1859 nam 
bij deel aan den ItaMaansdben veMtooht, onder- 
sdieidde ^ziob bij Solferino en weid bij de ex- 
peditle near Syine dn^edeeld. De regeenng der 
Nationale Verdedo^ing benoemde liem den 
22eten Oototber 1^0 tot divieie-generaal, den 
2den Novenolber tot eommaindant van bet 16de 
korps Tan iiet lioirelef^r onder generaal Aurel- 
le. Toen na de oveigave van Oriieains ibet Loine- 
leeer in tweeSn iireid gedeeld, werd Chanxy den 
9iaen '0eceiniber oommandant der eene obelit, 
traamiee hij Tan den 7den tot dem lOden De- 
cember bg Beangencj den grootthertog van 
Meeklenburg bardnebkig tegenstand bood. Daar- 
op trok ^ij op Le Man« temg, om zij>n leger te 
reorgangaeeren, waama hg in ihet be^n van Ja- 
nuari 1871 met 5 korpeen (150 000 man) naar 
bet W. traohtte op te ndcken om Parije te ont- 
zetten. Hierin werd liij door prins Frederik Ka- 
rel rerbinderd en moest, na veel verliezen ge- 
leden te he^ben in de gevedbten van den 11 den 
en 12den Februari, I^ Mane ontrni-men en op 
Lenral terDgtpefcfcen. Todb traobtte hg de Na- 
tionale Veigadering over te balen den oorleg 
TOort te aetten. In 1873 werd falj 4ot goa.ver- 
near-generaal van Algiers benoemd en in Fe- 
brnari 1879 aile gezant naar St. Peterisburg g«- 
aonden. In 1881 teru|ggei<ocpen, weid 9ig eom- 



mandant vatn liet 6de korpe 4e ObMone; h^ over- 
leed den 4den Jairaari 18^ aidaar. Hg mieef: 
jflok deim&me anmše de la Loire" {Parijs 1871; 
9de drufe 1888). 

Ohaos. «en Gnclksch woord, beteekent bg 
Hesiodus de ledag>e, onmeteigike imoimrte, dne v66r 
den aanvang der dingen bestond en den Naeht 
en Erebus 'voortbraoht, en ib\j Ovidius den m- 
'wien mengeiMomp, waaTin de ibestamddeeien voor 
een tockoansti^ werekhonraing vraren besloten. 
Volane een andere Glrieikeobe mjthe moet men 
den ooreprong der dingem (zoeken in een eeiiwi- 
gen, ongebotren, oneinddgein Ohaos, die oiiet 
Hdit en niet du-ister, ndet droog en niet vodbtig, 
niet warm en ndet Ikoud wa8, maai all<ee in een 
vormloooe maesa in •aicib vereenigde, to^dat ^t 
de gedaante (van een ed aanoam, 'waapmt de 
man/vroiiiw geboren werd, dde de vder eJLementen 
scb^dde. De loniscbe (v^ageeren ftnelden bet ^a- 
ter (Thales), de Inobt (Anazimenes) of bet vvmr 
(Heradituš) voor bet oorepronOcelgk element, 
be1iwe]ik adles omvatte en den (naam ivan Ghaofi 
droeg. ^Valgen£ bet sdbeppifngsverbaal vbji (3e- 
neeis I (vericeerde ook de aarde 'v66r de sdbep- 
pdng in den toestand van dhaos; aq wa6 „iwoeert 
en ledog", waobtende op liaar nrorming. Tbane 
geeSt men dden naam aan een verward mengsel, 
aan een ordeloooEe masea. 

Ohapeau beteekent in bet Fransch iboed; 
ehapeau 'wa8 een MapboeKi, in dem reg<el ivan 
vmaie 2fijde en gdbeet viak, soodat 'bg niet op 
bet iboofidi, maar onder den ann moeet gedra- 
gen worden. Laifaer imrd dene ^vetrdiongen door 
den ehapeau daque of juioter ehapeau d elague, 
een aamendmkbaien hoed, die nn nog tot de ga- 
lalkleeding Tan 'burgerlg'ke personen beSioort. 
Ook ie dhapean dagne de naam van een mt ti- 
betstof Tepvaapddgden cylindeiiioed, dde met een 
mecibandeme Toor^en is, 'ffaaidoor bg samenge- 
droJkt en weer ndtgespamnen kan woiden, ook 
wel Gibnelboed genoemd, naar den nitvin- 
der Oibus te Parge. 

Chapeau bas beteekent tihans „boed af" of 
,rmet al|genomen boed . 

Ohapelaln, Jean, een Fransob didbter, den 
5den December 1595 te Plar^ fiebofren, etnde«- 
de in de mediegnen, legde zim voorai toe op 
de Oode en Naeiiwe talen en veetigde door zgn 
vooriede voor den: „Adone'* van Marini de aan- 
daeht 'van Riehelieu op zioh, die hem een plaats 
bezoigide in de pae opgeridhte „Acad6mie Fran- 
Oadfie en bem tevens beiastte met de afwer- 
king in bgzondertieden zgner eigen letterktui- 
dige "voorfibrengselen en met bet opsteillen van 
de mtepraken dor Acad6mie over de werken van 
anderen. Nu werd hg bet orakel van aUe Fran- 
8obe diditeifi. De bijval, dien z^n eonnetten en 
madiigalen vonden, spooiden hem aan> om de 

fesdhdedenis der ,rMaagd Tan CMšane" in een 
eldendicbft te bezingen. De bertog de Longue- 
ville koeeterde daarvan groote verwacih1nngen en 
verleende bem een jaaigeud; eerst na verloop vaa 
20 jaar veieoibenen de eetrste 12 zangen van bet 
stuk, dat uirt 24 zangen zo<a bestaan (1656). Ver- 
voJgene kwam er tot tweenMuil ioe een drietal 
zangen, t€rwijil de laatste vier noort zijn ge- 
di>ukt. Het gdbeele handsdbrift bevindt zich in 
de Nationale KibUotibeek. De ndeuw8gierighetd 



70 



CHAPELAIN— CHAPMAN. 



van Iheft ipaBMek vas aoo groot, dat er i^i 1^/s 
jiaar 6 aitgavem Ta& de pers knrainen, dooh niet 
miUMier g>roat onrae de teleai^teUing. Wel w«rd 
het door de 'vriendeiD Tan den h€<iitog geprezen, 
paar ihet beziveek oibSat (bet oonkd van Bot- 
leau. (f.Ghapfolaiai d^oodlfč" en ,yM^tamorpboee 
de la p6rTuqi]e de Chapftlain en oam^te"). Cha- 
pelain ovei^leed den 228ten Februari 1674. 

Ohapeller« Isaac Ren4 Oni le, geboren te 
ReniDee in 1754» ondeiBdbeidde zidh in 1787 in 
den etrnd tufiedhein het Parlememt en den koning 
ate Terdedoger ivan hm eerste a66 gonstig, dai 
h|j m 1789 aOb a^evaandigde voar den Derden 
Staiid naar de Staten-Generaai <weidl giezonden. 
Hq ^veidie t^en de Tooireobten dur pro^nei- 
em, tegien beit grondbeait der geestelqken en ver- 
langde, dat ioder a%«vaaidigde ndet ak gefvoi- 
maoitngde nran sijn departecDbeot, maai ais Ter- 
t€geauwooiiiigeT čer gelieeilie natiie zooi 'woidenbe- 
SGnoi]iwd. Efg ontvierp ibet ibeeliuit tot a&diaf- 
fine der Toorredbien Tan den aidel en bezoigde 

fodisdienetvTpleid aan de Protestaniten in den 
)hm en in Frainidhe-Coint^. Voorts b0weikte ih\j 
de opidclilnng >van eeni National« rec&tibaok en 
van een Ho! van Gassatie en •sorede voor de 
iDvoeiing der nationale drieklenr. N& de vinaht 
des kononge ging liq van de Jaeobjjnen ioi de 
FeuiMantB over eo wilde de aanmatiging dtir 
ohibe 'breddeleik, dodi om die reden werd hg als 
een Tooretander 'van bet kondngsdbap Teroor- 
deeLd, en z^n boolld Wel in 1794 onder de b^l 
der g^]ik>tine. Z$n ietteitunddge opeteMen agn 
te vinden in de: »»BiUiotii^ae d'un bomine pu- 
Mie" (1789—1792, 28 din.) van Condarcet. 

Ohapelle, eigenl^k Claude EmanuHl Lhuilr 
lier, een FraoMh dldhrter, gieboren in 1626 te La 
GhapeiUe, een dorp bg St. D6niis, was de oneoih- 
te ^oon Tan den eohatrgiken Fran^ois Lhuillierf 
die bam als »Hm eitkeDde en hij zijn sterven be- 
zitter maakte van een aanmenl^ vennogen. Hij 
leidde een amibteftooe lerven en gdng »vrieMkdhap- 
pelgik om met Raeine, Moliire, BoiUaUt Lahm- 
taine ena. Zi)>n gediditen, ivder aantal geKng Ls, 
ODdereobeiden aidi door* een bevaliige louieid 
en ongedwongeniieid. Daarenln^ven sdireef hij 
met Bachaumont: „Rdation d*un voyage, h\X 
en France" (1663). Chapelle overJeed den 12den 
September 1686. Zgn ^OenHrres'* versdhenen in 
1755. 

Ohapelle aHIente, ook vel castrum do- 
loris geiheetcn, is de ter eere Tan een vorstelijk 
of €knder hoocgeplaatst o>verleden persoon opge- 
stelde katafaM in een vertrek of in een kerk. 
De raimte wordt 3wart behangen en paasend, 
Tooral met irapens, versierd en met kaarsen ver- 
licht. Op de kaitafalk staat de doodkiat. De 
teekens, die den rang Tan den doode aan- 
dniden, zooals de djke- of andere vorstelijke 
insigniSn, ridderorden, d^^ena, epauletten enz. 
iWOiden op de kist of op taDouretten ge- 
legd. Rondom de katafalk etaan hooge kande- 
laars. In Troegeren t^d werd de katafalk soms 
door een gebee^en bovenbonv overdekt, thans 
is het in den regel een trooDihemel, aan ieder 
van weLk8 vier ^len een paradeiwadht staat. 

Ohaperon is een hoofd en hals bedekken- 
de kap, die in de Middeleenwen door beide ge- 
slad^ten gedragen werd. Ook is obaperon de 



naam van een oudere danM, dde jonge dames be- 
gekidt. Zie ook Kaproen. 

Ohapetones woiden de uit Europa ko- 
mende dmmigranten in Zadd^Amerika genoeiod, 
in t€genstelling met de in Amerika geboren, van 
Enropeanen afstammende Creokn. 

Ohaplaln, Jules GUment, een Franeobme- 
daiMeur en beQ]dhoiawer, den 12den JuJi 1839 
te Mortagne dn ihet departement Orne geboren, 
studeerde sedert 1857 aan de £)cole des Beaiix- 
Artfi te Par\js onder den beekbhoawer Jouffnty 
en den medarlleur E. A, Oudinš. In 1863 be- 
baalde hy den grand prix de Rome, waarop hij 
z\]n fiitodiSn fvan 1864 tot 1868 in ItaJiie voori- 
zetite, waar h^ verseheiden teekeningen maaki«, 
o.a. ^et portret ivon Andrea del Sario, ,,De sohep- 
ping van den menecb", naar Michelangelo enz., 
en o.a. reedfi de medaiMe Toor de vrereidtentoon- 
stelling te Par\jfi ontmerp. Naar iaatetgenoem- 
de stad teraggiekeeid, maakte tn spoedig vAksk 
een opgang met zg>n werk, dat ng tot n^edail- 
lear 'van Frankr^ werd benoemd. In 1881 werd 
h^ Md van de AcadSmie des Beanz kris in de 
pdaate van den m^daiidear J. E, Oalteauz. Naar 
z^. meeete ontwerpen werden m^iailles gego- 
teni, in de laatste jaren Tan ^^ leven Tooral 
door Liard te Pargfi naar door Taaset met zijn 
reduotiemadhdne eemaakte verkleinde modellen. 
Chaplain o>verleed den 13den Juli 1909 te Pa- 
r|>s. Hq ie een der ibeste Tertegeovw)oordigers der 
nienwe riobtinf in de Franedhe medadUeerknnst. 
H\j modeliker^k zq<n koppen (b^r. Emest Meis- 
aonier op 75-jarigen leeft^d) en zinneibeeildige 
ToorsteUangen dn kraohtige, dikwyi8 b\}na in- 
we trekken, dde de kunstvojlo nitvoering Tan 
zgn werk, dat uitmnintte door de reali-teit Tan 
bet uitigiebeelde, eer bevooderde dan sobaadde. 
Als beeMlhourwer ibeeft Chaplain o.a. in steen 
geiiouwen de standbeelden van de edbilders 
Henri RegnauU en Oros, terwijl h g marmeren 
boratbeelden maakte Tan Albert Dumont, Fran- 
pois Wey, Fresea e.a. 

Zie: Roaer Marx, Les m^dadll^eurs franki s 
depuie 1789 (Pari>s 1897); A. Liehtwark, Die 
Wiedererwecknng der Medallde (Dresden 1897); 
M. MateroUe, J. O. Obaplain, Blogprapbie et ca- 
talogue de son oeuTre (Parje 1897). 

Ohaplin, Charles, een Franeob sobilder en 
kopergraveur, den 8&ten Jiuii 1825 te Andelys 
geboren, wa6 leerldnff van Drolling en sobilder- 
de aanvankelgk landsobappen, later meest por- 
tretten. Als graveur veikte bg naar Rubens, 
JVatteau, Bida en naadr zijn eigen sobilderijen. Hg 
oiverleed den SOsten Jannan 1891 in Par\}8. 

Chapman, Oeorge, een Engelsdh tooneei- 
diobter, in 1559 te HitGhing-HiU in bet graaf- 
schap Hertfort geboren, studeerde te Oxford, 
venvierf le Londen de vriendfiohap van Marlo- 
we, Ben Johnson en Essez, bekleedde onder Ja- 
cobus I een plaaits aan het Hof en OTerleed dien 
12den Mei 1634. Hij TertaaJde al de gedichten 
Tan Homerus dn bet Engelsoh. Het meest be- 
langrijke zijner werken is de vertaling der »JM- 
as" (1598—1611) en der „Odyssee" (1614) uit 
het Grieksch, ook vertaalde hg de „Batraoiho- 
myomaohie", bjmnen, epdgrammen en<z. van He- 
siodus. De beroemdstf' zijner 18 drama*« zgn de 
tragedies: „6u8sy d^Ambois", „The oonfipiracy 



CHAPMAN— CHAPPUIS. 



71 



of the Duke of 6yroii" «ii ^Alphonsufi, emperor 
of G«Fmany", en de comedies: ,,Ea9twand no I** 
(met Jonaon en Marston, 1605) en „AL1 fools but 
the fool'\ Een nieuw« druk zqner „Play6'' ver- 
scheen dn 1873 te Londen, een udtgaA^e van al 
z\>n w€rioen aikiaar van 1873 tot 1875. 

Ohapman, Edward John, werd <len 21 sten 
Febniari 1821 te EeM in Engeland geboren. 
Eerst nam ihij dienst in bet France vreemde- 
Hngienkigioea in Aiigiers, studeerd« YiervoiIig«n€ in 
EngelajM en verwierf eeni^ jaren later den 
leerstoel voor mdneraloi^e aan het Umiversitj 
Coll<egie. In 1853 werd h\j benoeood tat hoog- 
leeraar in de mdneralogie en ffeologie aan ihet 
ni&uw opgeiichte Universltj CoUege te Torontto, 
waar h\) tot 1896 werk2aam was. Hier gaf hg 
vele jaren het „Canadian Journal of Indu6try, 
Science and Art" uit, waariii hij een groote 
reeks opeteLlen, YOornain«l|iik op min^ralogisob 
en paiaieontologisGh gebied, pabliceerd«. Chap- 
tnan overleed in Tbe rineš (Hampten Wick) d«n 
28^en Januari 1904. 

Obapman, James, een Eng>eElfidb reizi|^r in 
het bdnnenland Tan Afrika, begaf mdk in het 
jaar 1840 flk koopman naar Natal en deed van 
hier uit handeisreizen en jadhtondernemingen 
aaar de Tranavaalscthe Repuibliek en naar de ge- 
w<eGten disr Beetsjoeanen, bezodht fiedert 1852 oij 
herhaUng het Ngaunimeer, ontdekte de groote 
soatpannen, iKnaapin de Soeca uitmoiMit, ging van 
1801 tot 1862 van de Wdiviedbibaai met Tho- 
ma8 Bainea naar het Ngomiineer en de Victoria* 
vratervallen der Zambesi en overleed den 6den 
Febniari 1872 te Du ToLts Pan in Nieuw-Gri- 
quBlliuMi. H\j Bohreef het belangrglk weilk: „Tra- 
vek in the in^terior of Soutih-Africa" (Londen 
1868, 2 dan.). 

Ohaiimann. Fredrik Henrik von, een 
Zweedsdh vdce-aoomraal, werd geboren den 9d6& 
Septemher 1721 te Gothenburg, hLeld zich reeds 
vroeg heong met den 8cheep8Dou(w, vermeerder- 
de z^n kemni« van dežen tak van n^crheid 
vooral in Engelaod en edhreef daarover het 
boelk: „AjL1 aibo<ai ehips**. Daarin woidt voor het 
eerst de theorie van den 6dieep£ft>ouw befhan- 
deld, zoodat men dat werk be0cboiiwen mag als 
den grondelag der varibeterijtfen, weilke in de 
laatste eeuw in den 8abeep0Doarw z^jn aanffe- 
braobt. Ook reoigandseerde hij de verva&n 
Ziw6ediB0be vjoot, aoodat Oustaaf lil hem tot 
vice-adimiraal henoemde en in den adelfitand op- 
nam. Hg overleed te Eadfkrona den 19den 
AugvstiM 1808. 

Obaponniire, Franeis, ec<n Protestant^dh 
godgeleerde, weTd in 1842 te Oen^ve gdboren*, 
stimeonfe aibdaar, te Par^, in Duitodhland, En- 
geland en Sohotland en w€rd in 1870 hulppre- 
di^er te Gen^e, waar h\} later voorlezingen 
bleef geven. Sedert 1880 rediigeert hy „La se- 
maine religneuse de Gen6ve". Hij s<3hreef 
,X.'4gli®e nationale 4vang6lique*' (1880), „Pas- 
teurs et lalques de l'6glise de Genove" (1889), 
„M. F. Buisson. et le Christianiame 4vang41i- 
que" (1900). 

Obappe, Ignaee Urbctin Jean, een Fransdh 
mechaiMCus, werd geboren in 1760, studeerde in 
de redil ten, veritrecg een administratieve be- 
trekking, die hg door de Omfwenti(liing verloor, 



maar werd door het departement Sarthe a%e- 
vaarddgd naar de WetgeveDde Vergadering, 
Daaima nam h g deel aan de telegraf ieche on- 
dememing van z\fn broeder Claude (zie aJdaar) 
en werd ma het overlijden van deze directear 
van het telegraafbureau te Par\J6. In 1823 ver- 
loor hij die betrekking; hij overleed (te Parijs den 
26sten Janiuari 1829. Hg heoft zioh verdienetc- 
ln*k gemaakt door zijn „Hi&toire de la t^lčgra- 
^ie*^ (1824, 2 dhi.). 

Chappe, Claude f een broeder ivan den voor- 
gaande en uitvinder van den opti«ohen tek- 
graaf, werd geboren te Brtilon-iLe^aine (Sar- 
the) in 1763, omihelede den gieesielgiken ctand 
en verkreeg een paaar mn«tgeivende bediendngen, 
die hem in srtaat steiden, om zgn nei^ing tot de 
nroefondervindelgke natuurkande te hevredigen. 
In 1792 comstnieerde hij een optischen tele- 
raaf, die het To]^end jaar toaschen Par\j8 en 
LiliLe in weifcing werd gestelid. De Hegeeiung 
erkende daarvan het gevicht, Uet etations op- 
riditen en vertroviwde het besbuur toe aan Chap- 
pe eo z^n 'beide broeders. Een vennindering van 
iiikomsten nukalkte hem eahter zoo izfwaarmoedig, 
dat hg zitsh den 23steD Janniaid 1805 in een pot 
verdronk. 

Ohappe d'Aiiteroohe, Jean, een Franedh 
sternendLunddge, dcoi 2den Maart 1722 te Mauriac 
in Auivergne geiboren, wa8 eetrst geestelgike, 
w^^dde ziioh ^ervolgene aan de aterrenkunde, 
nam den &deD Jund 1761 te Toibolak den gang 
van Venue voorbg de Zon waar en gaf hiervan 
verslag din ziin: „yoyage en Sfb^rie faii en 
1761" <1768, 2 dAn.). EienDerin Catharina Z/deed 
zgin bewering, dat Rusland meer moeraesen en 
woe8tg>iben £bn volflor^ke steden en vruchtbare 
gewe6ten ^besat, door SjoetDaloiv wederleggien in: 
„Antidote, ou ezamen d<u mauvais Uvre dnrtitu- 
16: yoyBce etc." (Amsterdam 1771, 2 din.). In 
1769 volbradhrt Chappe in het belang der &ter- 
renOciuiMie een reis naar CaliforndS, waarvan de 
beschrgnniing door Caesini i« udtgi^geveni. Hg 
overleed den Isten Augufitue 1769 te San Lu- 
car in Spanje. 

Ohappuls, Herman Thiodore, een Neder- 
landsch noveiUdet, gdboren te Haarlem in 1844, 
nam reedB vroeg dienst in het Nederlandsdhe 
kger, zag zioh in 1866 bevorderd tot tweede, 
in 1869 tot eerste luitenant, klom vervo^en« 
in 1884 op tot kapitein, in 1895 tot majoor 
en in 1899 tot liiitenant4olonel. Chappuis wa6 
zoowel op letteilnindig als op krggisJDUDdig ge- 
bded een tamel\jk vrudhtibaar auteur, en be- 
halive een aantal novellen m „Evropa" en andere 
t\fdscfhri£ten v^rsohenen van zgo hand afzon- 
derUjk: „0p den Beukenhorst" (1876), „Renie" 
{1877), „Satanell»" (1878), „ZgnGebeim" (1878), 
„De oorlog in het ooeten" (1848), „Dora Wo- 
dau*' (1878), „De Heer van Sparrendael" (1880), 
„Een madht op den dijk'* (1879), „De ramp te 
NliCTiwkuik" (1881), „NoveHen en scheteen" 
(1882), ,J>e lotgevallen van Jan Romein" (1883), 
„Broede-r en zuster" (1883), »Nol Gille en andere 
beelden uJt Noord Brabant" (1886), „Bo«h!wach. 
tere Rdika" (1886), „ViUa Oceana" (1886), „StM- 
le wateren', diepe gronden (1889), „Vrou/wen- 
harten" (1891), „Twee moeders" (1893), „Mon. 
sieur Paljas" (1895), „De Fransdh-Duitsdhe oor- 



72 



CHAPPUIS-OHARADSJ. 



log" (1896), „Haaa- a^od" (1896), ,,Een familie- 
drojna" (1898), ^gn pfljeegbiDideien" <1898) en 
»Napoleon d« Groote" {1985). 

Ohapremon, «eii Stolcgnsch wy£(g(<er te 
AlezandriS, was eerst bibMotihecaris aan den 
tempel ivan Serapis en begai zidi vervolgens 
naar Rome, om met Alexander van Aegae, een 
Penipatetisch wij€geer, voor d« opvoeding van 
Nero te zorgen. Zijn weiik(«n over de tiierogly- 
phen en over de gesehiodems en dem godsdienct 
der Egyptenaren zijn verloren gegaan. 

Ohaptal, Jeon Antoine Claude,' graal van 
Chanteloup, een Franscih soiheikuiHiigc, mdnigter 
en pair, werd den 4den Juni 1756 te Nogaret 
in net departement Loz^re geiboren en onitvinjg 
zgn opileidiing t« Parq6, waar ihij in kenfnifi 
kwam met de ultstekendste mannen van zij-n 
tijd. Als hoogUeeraar in «de soheilraade te Mont- 
pellder gaif h^ z^n 'belangr^ke v^rarlemn^en in 
het licht onder dem tited: „Bl^menits de ahimie" 
(4de uitgaive 1803); een belangr^jlce erfeivi« be- 
steedde h^ aan de stichting van een labaratori- 
nm. Hier werden- d« eer&t« proevtn genomen 
eener kunstmatige ibereidiiqg ivan zwave]lziiiur, 
alttin en natriiun. Aan hem is Frandcrijik het 
Turk^ rood versohuklig>d en hij wi«t de Ltali- 
aansche Puazolaanaarde te vervangen door oker- 
houdende aaidsoorten. In 1795 aaavaar<ide hy 
de betre&king van ihoogleeraar in de toegepa«- 
te scftieikiinde te Par\js en wepd er lid van liet 
Institunt. Napoleon I belastte 'bem met de zoiig 
voor het opettlbaar onderwS€ en liep hem in 1799 
in dt&a Staatsraad. Ak lid <van dat licfhaam 
moest h\i de verdieeling van Fraiiikr\jk in de de- 
partementen, arrondisfiemeniten en gemeenten 
veideddgen. In 1800 weiKi h\j mim«ter van Bin- 
nenlandsdhe Zaken en he^verde zioh vooral, den 
bloei der ni|v<*Bh^ te bovorderen. Hij opende 
in 2\jn vaderlamd de eerste edholen Toor kunot 
en n\jveitheid, deed de verzameMngen van voor- 
vrerpen op het Oonservatoire ten beftioeve van 
het ondervvijs in onde brengen, legde w€geDj aan 
over den SLmpten en den Mont-Cenis, boiwde 
bruggen over de voornaamete rivieren, groef 
verbindtingskanailen en bertoonde anoh cen voor- 
stander van- de vrye sciheepvaart. Te Parye aette 
h5 den aambonw voort van het Louvre, n?an de 
fraaie Hue RiivoK enz., henoemade een Bgjptisdhe 
coanimissie en deed een aanital: genees-, heel-, 
artsenijmeng- en Terlosfcundige soholen veir^- 
ztm. Dat aMes geedhiedde in den ti}d van 4 
jaar; toen (hg aidi edhter ongemnd betoonde tot 
de verklaring, dat de beetwortelsmker beter 
wa8 dan de rieteuiiker, ontivi-ng hij in 1805 zjn 
antslag, waarna hij zidh onJbelemimerd aan de 
w<'tensdhap wijdde. De keizer benoemde hem 
niettOTrim- in 1805 tot lid 7an den Senaat en 
nam hem dn 1811 op in den gravenstanid. Ge- 
d-urende de Honderd Dagen werd iiy pair des 
Ryis, mim"8t(T mn Staat em drirecteur van den 
hanidel. Na de Restauratie keerde hij tot trot 
ambteioos loven terug, maar werd im Maait 1815 
door Lodewyk XVIII tot lid Kier Academde -van 
Wetenfidiappen en in 1819 tot pair benoemd. 
Hij overleed den SOsten Jnli 1832 te Pary8. 
Ghaptal schreef o.a.: „Essai sur le prefectionne- 
ment des arts chimiques en France" (1800), „La 
chimie appli^uee aux arts" 1807), »Laohimieap- 



pHqn^ k ragricnlttbre" <1823)en„DeriiidnBtrie 
Frangaise" (1829, 2 dk.). Een methode, in 1800 
door hem aanbevokik, om door toevoegdng van 
soaiker aan den nK)st, den vrijn van ^lecihte ja- 
ren te (verbateren en daaraan door fi>n gemaakt 
marmer vrij znuf te ontnemen, beetempeiLt men 
met den naam van chaptaliseeren, 

Ohaptallseeren. Zie Ghaptal, 

Ohapu, Henri, Michel Antoine, een Frains<:ih 
bee]k](houiweT, den 29sten Septetmlber 1833 te 
Lem^e in het departememrt Seine etMarnegebo- 
ren, ging im de leer by Pradier, Duret en Cogniei, 
Hg overleed dem 20i9ten A/piil 1891 te Par^. 
Zijn Toornaamste werken zijn Ihet goden^tteeken 
voor den sdhUder Henri Regnault in de Eoole 
des Beauiz-Airts te Parije, em de beelden van 
Pluto en Proserpina in het park van Chantillj. 

Ohapuis, Paul, een Protestanitscih godge- 
leerde, weiHi dn 1851 gefaoren te Laeu in Zwit- 
serktaid, stnd^rde te Lausaune en te Ttibdngem, 
werd preddkant te L^Btivez en in 1879 hoog- 
leeraar (te Lausanne. Zijn sterke zin voor kerke- 
l^ke TT^ead noopte hem in 1886 zgn amibt 
neer te leggen en weder predikanit te worden. 
E(inige jarem daarna had zidi zgn god&dienstig 
en wetenechap(peiyk standipmnt ^oozeer gewij- 
zigd, dat h\j m 1901 wederom zijn professoraat 
opnam. Hg eehTeef „Le ^arnaturei" (1898) en 
geregeld in izijm tijdscihTift „£ivangile et ld<bert^" 
(van 1880 tet 1894) en in „Revne de tih^ologde 
et philosophie". Hq overleed in 1904. 

Chapultepec is een «lot met praditdg 
vergeosieoiit dicht bg Mexico, waa'rmee met door 
een mooien weg veifeonden ds. In 1785 werd 
het op last <van den ohderkoming Oalvez ge- 
boiiiw$ op de plaats van een voormalig palei« 
vam Montezuma, en als residentie gebru-ikt. Door 
keizer Maximiliaan vverd het Terfraatid; thans 
is er e&a eadettenfichooi dn gevestigd. 

Ohara. Zie Algen. 

Oharaoter indelebills moemt men in de 
R.-Ealfliolieke Eefk het onuit^ischibaar merk- 
teeken, dat door iden dooip, het vormeel en de 
priestervvgding im- de ziel vord-t gedrukt, zoo- 
dat deze saoramenten mimrner ten tweeden 
male worden U>egeddend>, ho©wel hij, dde ze ont- 
vangen Iheeft, door een onfwaapdig gedrag de 
daaraan 'veiibonden voorreohten Teoiezen kan. 

Oharade (P<rovenQaaLsGh eharrado, vamchar- 
ra = ffpreken^ praten) noemt men een letter- 
giepenraadsel, dat de kenmerken der afzonder- 
lijike deelem of lettecgrepen van een woord of 
naam aandoiidit, zoodat de opUossing gel<egen is 
m het viaden van het geheele woord of iden 
bedoelden naam. DerhaJve zijn dde talen, welke 
vetle samengeetclide woorden bezitten, het meest 
gesdhikit Toor dharades, en deae zi>n wel eens in 
aichtmaat vervat of worden ook wel im panto- 
mdmes vooigesteiLd, in 'wel)k gerval zg den naami 
dragem van eharades en aciion, 

OharadsJ is een Arabisdh wK>ord, hetwel]k 
in Tui^ije een ibelasinng beteekent, die im de 
gedaante van hoofdgeld geheven werd, imzonder- 
heid in Moldavig en Walach\je, van ingezetenen, 
dde niiet tot de Mohamimedanen bcihoordeni. Zij 
ga! editer aanleiddng tot veel vviUekeur en wewi 
in 1856 atgeedhaft. In pilaats daanvan vverd een 
belastimg ingevoerd ter bevr\^ng van den mi- 



CHAiRADSJ— CHARCOTSCHE KRISTALLEN. 



73 



Utairen dieact. In £gypte Terstaat men er de 
grondbelasting onder. 

Oharak of Kerak is -de naam vaur -een 
eilaDdje iiii de Fep^sohe Golf, 70 km. ten N.W. 
Tan Aboesjir. Het is onvnushtbaar, beeft een 
haY«n en cmgeveeir' 1000 iaiwone>r6. De bij het 
eihnd gevonden parels belbooreai tot de moolste 
van de g<eheek golf, maar zij.D ^egein-s de diep- 
te bijua naet te ibereilken. Eertjds in fhei besit 
der Pcntbngeeoen, ,weiHi' het bij hanidelsTendrag 
?an den 8dien Januar i 1808 door Perzie aan 
Frankr^ atg^staan. Den Sden Decefmlber 1856 
werd ibet door de GngeilsdheD beaet, maar bij 
den TFede v&n detn 4dea Maart 1857 ternggege- 
ven. 

CliaraB. ^e Bang. 

Charavay, Martin Etiennej een aoon >van 
Jacques Char(way, werd den 17dien April 1848 
geboren. In Parijs beomdht 'h\j d« „Eoole dee 
Ohartes", ^aar hy in 1869 het diploma ^an ar- 
chivaris-pakeograaf verwierf. Hy waB bij zijn 
vad«r wea[}k2aam en maaikte aieh o.a. verdiensfe- 
lijk door het ontrnaskeren van vervalsohingen, 
bierdde tevens de zaak zijns vaders uit, wien« 
blad „L*amatettr d^autographes*' (hij voortzette, 
tcrwijl hii de »Revue des docuinente historiques" 
apriohtte en redi^eeid« (1874 — -1881). Vender 
gaf ihij versahillende staatkundige en historische 
werken uit. 

Charbin is de naam van eem stad in tfand- 
»joerije, die in den Russiscih-Japansohen oorlog 
herhaiald«lijk geooeand werd. De stad ligt aan 
den rechter oe^er Tan d« Soengari, aan de aplit- 
siii? vm den Siberiscihen epoorweg. Zij werd 
door de Rus&en gestioiht >bij den bouw van den 
&poorweg- in Maoasjoier^e, en het bestnnr ervan 
is er dan ooik gervestigd. Op dat gedeelte loopen 
de trelnen- volgens C^aiibiner t\^, die met den 
Ruasi«chen 6 uur 24 minuten versehilt. De stad 
bestaat uit dne deeilen: Oud-Oharbin, Nieiiw- 
Ohaiibin ei> de Havenstad*, san^en mp0t oi^eveer 
35 000 inrvronei«. Behalve verEobdllende fa^pie- 
ken is er een. fiiMaai van de Russisoh-Ohin^edoihe 
baids. De stad breidt zioh iieer snel uit. 

Charbonnerie. ^ie Carbonari. 

Oharcot, Jcan Martin, een Fransch genees- 
kund<i^e en neuropatholoog, den 29laten Novem- 
ber 182& te Parijs geboren, studeerde aldaar in 
de geneesktinde, promoveerde in 1853 en wa6 er 
sedert 1856 wejkKaxa. als arts aan het centraal 
bareau der ihospi talen. In 1862 weid' iiij genees- 
heer aan het groote hospdtaal voor lijd^ressen 
der Sak)6tpi6re, waar hij sedert 1866 voorle^in- 
gen hield over dhronifioibe ziebteni, over aiekt^n 
vam den ouderdom en over ODgesteMhedein der 
zenuwen, waaidoor hg een beroemden naam 
verwierf. Sedert 1850 was hij pTofesseur agr6- 
g^, maar in 1873 veitkreeg hg den leerstoel voor 
pathoiogBiScihe anotoimiie >bij de geneeskniudige fa- 
cnlteirt te Parije. In 1882 edhter trad hij op als 
hoo?leeraar aam het hooSd van een door <hiem ge- 
sticbte kiimek voor zen{iiwi\jders. Hij Iheeft den 
voomitgang van alle dieelen der neuropatbologde 
door zijn voortreffeljjke naspoitingen ndet wei- 
nig bevorderd en haar met een «<£at van merk- 
waaTdige feitca iverrijikt. Beroemd zijn zijn op- 
BtdUen over hjBterie, hjstero-epilepsie, solerose, 
veilamsning en mggemergiterrng, aJamede over 



dfe door bom het eerst besoh reven tabes spasmo- 
dica. AJgemeen bekend z\jn voorts de ondierzoe- 
kingetn van bem en van zijn leeridngen over de 
metallosoopie en metallotherapie. Gharcot over- 
leed den 16den Augastue 1893 te Morvtan (Ni- 
^vire). Hij sdireef o.a.: „De Tezipeotoration en 
m6deoine'* (1857), „De la pneumonie clhronique" 
(1860), ^Le^ona eror la maJadie dni foie, des 
voies biliaires et des reins" (1877), »»Le^ons clini- 
qu6s sur les maladiies des vienlilande et les ma- 
ladiies chToniques" (1868), „Le^ns sur les mala- 
dnes dlu sjfitčane neirveui faitee k la SaJtpdtd^re" 
(1874; 4de d^rdk 1880). »Localisations dans les 
imaladJes dni ceirveau et de la moeUe dpinišre" 
<1 876— 1880) en ,J>e9on8 doi Maidd k la Salipd- 
tri^re" (1889—1890, 2 diln.). Zgn verzamelde 
werkefn kwaroen inr 1886 nit. Ook leveide h^ tal- 
r\jke bijdragen in de mede door hfem gered>i>geer- 
de t\jdMihiufiteii: „Arcibifves de pih3n8iologie nor- 
male et patihoiogigue"« r,Arcthflfve8 de neutolo- 
gie", „Re»vfle de mMecine*', „Nouveile icuno- 
graphie de la SaJpdtri^ne'' (sedeitt 1888) en in 
„Ardhfi've9 de k inšdecine espčrimentale" (se- 
dert 1889). 

Oharcot, Jeon Baptiste, een Franisdh pool- 
peiziger, werd dlen 15den Juld 1867 te Neuiriy 
suT SekyR geboren, studeerde dn de mcdiog^neD, 
weid arts en nam in 1890 de betre)kkii)(g aan 
van assisrtent-geneeaheer aan een hospitaal te 
Parge; later weid' hij aeslstent aan het In«ta- 
tut-Pafiteur en zen/Q:wart6. Nadat hij in 1902 
een oefeningstooht naar de Noordel^ke IJszee 
ondernosnen had, trad h\j het volgend jaar op 
ais lieider eener Fiansahe Zmdpooiespeddtie, 
waait)^ .voornamelijk Graihamland ooderzodlvt 
werd'. In 1905 teroggelkeerd, ondernam hij in 
1 908 een tweeden .t^Sit, vergezeld dioor een groot 
aantal geleerden. Boofiddoel der espedtitie was 
ditmaal ihet oudeiizoek van het op de eerste reie 
ooiMekte Loubetknd, Unk Z. van Grahamland 
gelkegeni^ en van het Aleiander I-land. Hij over- 
winiterde op Petermann-eiland, onMeikte nleu>w 
hmA ten 'W; en Z. van Aleiandier I4aDd en vond 
het eilamd Peter I terug. Den 31 sten Mei 1910 
was de eipediitie te Gktemsej terug. Van zijn 
weiken noemen wii: „Exp^ition antarctique 
franioaise" (Parijs 1903—1905), „Le Fran^is 
au pMe suJd" (Parge 1906) en met Clerc-Rampal 
„La navigatdon miise k la port^e de tous" (2dte 
dnik Pargs 1909). 

Oharoot-Land iheet hett Zfuidq^olgebied, 
dat door den Franschen zuidipoolrei^iger Char- 
eot m 19il0 op zgn reis ten Z.W. van Aleiander 
I4and op 70» Z.Br. en 75» W.L. ontdekit werd. 
Het bestaat udt een hoogland, geheel met glet- 
sobers bed^eikt en door eteile rotspartgen ge- 
kroond. 

Oharootsohe kristallen z\jn kleurlooze, 
f\jne, lange, prismatiedhe kristaUen van 0,01 — 
0,02 mm. lengite. Zij 'zwellen op in gilycerine, 
lossen moedlijk op in warm wateT, zuren en al- 
kaliSn en in liet g*dheel niet in aleobol en aeitlher. 
Volgene Charcot vindt men ze in het bHoed en 
het merg der beenderen van leukaiemdsclhe en in 
de uitweripselen van astihmatisohe personen en 
bg bronhitis, neuspoljpen, kanlKeiges9wellefn 
enz. Volgens Leyden veroonzaeikt de ppikkeliDg 
diezer kriataMen op de ednidivezeiLs van den va- 



74 



CHARCOTSGHE KRISTALLEN— CHARES. 



gu8 in de sl\i(mihui<ib d«r laGhtpijpen eea reflec- 
torisohe kr&mip in d« spkren der DauweTe livaht- 
pgi|yverta]dd ngen. 

Ohardin, Jean, een Fitansah rd^iger, den 
26sten Navem^>eT 1643 ie Par\^ geboieik, be^f 
zioh op 22-jaidgen leeftnd nsar OoGtJindiS, om 
diaiDAOiten te koopen. Na eea kort opon<t'houd 
te Soerafte be^odit l^j Peim5, werd er tot koninik- 
Igik koopman benoeD)Kl<^ vertoeMe 6 jaar im Is- 
fahan en dieid' belangirijlke waameiiiiiDgeDi oon- 
trent d« tioestanden in dit rjjk. Met ijri'^ebreiide 
gesohiad- en oadbeddikimdig« veroamelingen 
kwain !hq dn 1670 in znn vackrlaiiMl temgi, <čch 
bracfct van 1671 tot 1681 nognnaals een bexoek 
aan Perzi^ «n Indid. Na zijoi >terugke«r werd h^ 
te Londen door kondng Karel II toi ritider ge* 
slagen en eenoge jttren daama aJs govolmaditi^- 
de van die EngeiLaoh-Oost-IiMlieGhe CompagnUe 
naar ono land cezoodien. V<epvo]|gienfi ging ny we- 
der oaar Engieuind en cverked in de ^Eiib\jli<eid 
van Lonjden) dea 266ten Jairnuari 1713. Hij ^as 
de ToifcMbe, Pendecbe en AiaibiadKe talen vol- 
komen maahtig en Bohreof: „Lfe counoniKinenl 
de Soiaiman ifi, roi de Perse" i(1671) en »Voj- 
ake du ohevaJier Ghardiin en Perse et antros 
Idem die rOrien-t*' (met voosirefiel^e platen, 
uitgavo van 1811 in 10 dhi.)* Vian zijn n^gela- 
ten thandfiohriften w>exid door Tkomas Harmer 
gebunik gemaaikt. De ,,Redzen*' van Ckardin z^'n 
ook mtgieg«ven te Amatendiun in 1686 en dn 
1735 in 4 deelen met platen. 

Ohardin, Jean Baptiste Simšon, een Fianfich 
6ohild«r, geboTen den 2den November 1699 te 
Parik, gestorven aldaar <ien 6den December 
1779. Hij wa8 een leerlia]g van Pierre Jaegues 
Cazes, Noel Nicolaa Coypel en. Jean Baptiste 
Vanho. De Gitd-Uevens en de >tatereeLen uit iiet 
dagel^kseh levem, dde Chardin m olieverf of 
pastel schiiderdle, behooren tot de voortreffe- 
l\>k8te 'knnstwerken der 18de eeaw. De mee&te 
werken van Chardin bezit bet Louvie te Parigs, 
o. a. ihet vermaarde j^B^MicM^*. 

Ohardonnetztlcle. Zie €ollodiuinxyde, 

Oharente, een Franeoh dcpairtemenit, ge- 
vormd uit gedeelten der oode ge(weeten en land- 
sdhappen Angcnimois, Sadntonge, Poitou en La- 
marcbe, Mgt in bet zuddwesten van Frankrijik 
tusedhen de departementen Denx S^vrea, Vien- 
ne, Haute Viemne, Dordogne, Gdn>nde en Oha- 
rente Inf^rieuie, en telt op 5972 v. km. (1911) 
346 4^4 in(woner6. De bodem is er zeer oneffen 
en in h<«t noorden niet hooge, in bet zuiden met 
lageore beoivels bedekt. De rivieren, die bet de- 
partement beaproeien en zicfti in de GOiarente ais 
noofdirivier uitstorten, verlieaen een groot deel 
van baar water in de holen en spleten van den 
kaJikaobtigen grond. Ruim de belift der opper- 
vlakte 16 door den landibou>w in beslag genomen 
en ^/s dk>or den w\jnboniw, dfie er veel brande- 
wyn levert. Voorts zijoi er weiden, wouden, 
vooral veel kastanjeboomen, en woeste ^ronden. 
De ijzerindnistrie is er niet ombelan^grijk. Het 
departement bevat 5 arrondissementen: Angou- 
16me, Barbezi€ux, Coc;iiac Oonfokns en Ruffec: 
de hoofdstad is An^oulfeme. Weleer bad bet land 
e^n ei^en graaf, dooh in 13S0 verviel het aan 
bet huis Orleane en daardoor aan de Fransche 
kroon. Er zijn bloedige veldelagen geleverd tus- 



sohen die Fransdben en Engel^cflien, alsmede tus- 
sohen die R.-Katiholieke en Proteatanteohe in^e- 
zetenen. 

Oharente, een Fransobe rivier, ontspringTt 
hii het dorp Oheronmac in bet ^ebergie van Li- 
m.otiBdn (departement Haute Vienne) op een 
boogte van 323 m., stroomit aaniv^bnikel^k noord- 
we8twaarte, daarna .zaidvestvaarts, wopdt bij 
Hilonftdgnac bevaaitoar en valt tegenover bet 
eiknd 016ron, na een loop vian 375 km., in de 
Baai van Gascogne. Door ovWstroomingen heeft 
l^ baar oeiverlaiLdiBdiappen vrudbtbaar gemaatkt. 
Zy omtvangt de Touvre en de Boutonne en ver- 
kent haar naam aan de deipartementen Charen- 
te en Gharentf« InlčrieuDe. De Romeinen noem- 
den haar Garantonofi. 

Oharente-Inf^rleure, een Franecih de- 
partement, beBtaanide uit Anmie en gedeelten 
van Sainitonge en Poitou, grenat ten zoiden en 
wieeten aan den AitUuntiaoben Oceaan, ten noor- 
deu aan het dlepant^eoient Vend^ en ten oosten 
aan ihet departement Deuz S^vres, en teit op 
7232 v. km. (1911) 450 871 lnwonen. De bodem 
besl&at er grootendeek uit drooggemaaikte moe- 
rassen, en ruim de belft daarvan i« (ml^gonnen. 
Behalve de Ohareute stroomit er de GdTonde n>et 
een aantaJr zgfrivieren in bet znidel\jk gededte, 
tevwQl daareniboven kanalen ihtt venkeer bervor- 
deren. Nabg de zee beivinden zidb zoatmoerae- 
senf die zout leivereo, maar tevens aeer oogiuon- 
de dainapeD. uitvrasemen. Men vQpbouiwt er graan, 
benmep en vlas, veel wijii, ooft, ka^tanjes, pnii- 
men enz. De zee en de riivieren kiveren er oes- 
ters en veel vdscb. Men vindt er een aamtai fa- 
brieken, en sdheejpvaart en (bandel zijn er van 
veel belang. Het departemenit is in 6 arrondis- 
semeniten verdiee^': La RoobeUe, Roohefort, Ma- 
rennefi, Saintes, Jonzac en St. Jean d'Ang61y, 
met 40 kanib&OB en 480 gemeenten. HooMstad is 
La Rochelk. 

Oharenton-le-Pont, een stad in faert 
Fraaedhe departement Seine, telt (1911) 14 499 
inraronere. Z|j ligt 2 km. ten Z.O. van Parijs, b\j 
het vereengingspunt van de Seine en de Mar- 
ne en aan den apoorveg van Parijs naar Fon- 
tadnefcikau. Reeds (vroeff wa6 z^ heroenul door 
de Protestantsche kerk, die er naar bet ont- 
werp van Jacques Debrosse vernees en tot ver- 
gaderplaats diende voor de kerkelgke oondliSn 
der Hervormden. Zy wexKil' editer in 1686, na 
de berroeping van bet Ediot van Nantes, ge- 
sloopt. De stad hee!t w\jn- en bou;thandeI, por- 
selein- en steenfabrieken, molens en een groot 
kranikzdnnigepgesl^icht, dat in 1847 weTid »ver- 
bouwd. Op het binnenplein van dat gebouw 
prgkt sedOTt 1882 een standbeeld van Esquirol. 

Chares« een Atheensob vekiheer, was de 
zoon vam Theochares, wLst de toei^eneg&nlheid te 
v<rweDven van het Atbeensdie volk en zag zidb. 
gediarig aan het hoofd gepilaatst van belangrij- 
ke ondemenungen. In 361 v. Obr. sneld'e hy 
de Phliasi&rs te bulp, die door de mannen van 
Sicvon en Argos weTden bedreigd, dooh wefcte 
koiit daarna in een veldt»oht tegen Alezander 
van Pherae door zijn zwakheid de verontwaardi- 
gin^ der bond^enooten van Aitihene. Hii nood- 
zaaicte vervolgens Gharidemus, de Chersone- 
sus terug te geven en werd na den dood van 



CHARES— CHARIBERT L 



75 



Chabrias (358) opperbaveltheibber, totidat Iphi- 
crates en Timotheua met een* tiw«ed-e vbat ver- 
soheDen, om SaoDios te oivtzeitten. Da/ar hij de 
omodchtigbeid der overige TeLdheeren als ver- 
raad be«chou'w<ie, lAiie 'hy ^n af, «11 om (kos- 
ten te i>e8paren, ^eiihininle hg ziolh met z\fn 
legei aan den Perzi«tih«n sa/traap Ariabatus, In 
den oorlog tnfischen Philipptu van MacedoniS 
en d« iD(wonen van Oljntihus kwam hij te laat 
(B48) om dežen laaftsten hakp te brenigen. In 388 
oommaindeerde hij <bet Atheensehe leger b^ Chae- 
aonea, irad in 332 lun Perzischen ditenst en over- 
leed oDostoeeks 324. 

Obares, een Orieksoh beel<ihoawer, allkomstig 
Tan Lindua op Rbodus, leefde omstreekiB 324 t. 
Chr. en vervaardigde den bekenden Oolosaoa Tam 
Bliodas, een 34 m. ihoog atandibeeJd, aan de Zon 
gew9d en aJs het aeTende wereldwonder be- 
8Cihonwd. Het beatond nit een aantal gegoten 
atu H AiBU TOindom een gemetseldfe kern. Deze Co- 
lossne heeit 56 jaai bestaaji en i« toen door 
een aardfbeTBng baven de knie6n aiEgebroken. 

Charette de la Oontrle, Fran^s Atha- 
nase, geboren den 17den April 1763 te Oouff^ 
bij Ancemis, trad reede vroeg in ddenat der ko- 
niiiklijlbe marine en werd in 1789 Initenant ter 
zee, maar bega! Zfioh naar Cobleoo, tx>en de re- 
volntie Tdd won. We]dira edvter kecrde hij naair 
BretBgne tenug, weid er aanvoeider der naiio- 
nale g&TAč, poogde te Par^ dien koniog te red- 
den, outenapite aan zijn vervoJgei« en woonde 
e&mgeth i^d op zgn kaeteel FontecLanse. In 1793 
8teii& hn zioh aan het hooM der opstandeMngen 
in Beneden-Poiton, en wa8 weldra meester ?an 
geheeJ de BenedenrVemd^e. Daar h^ na zijn ver- 
eendging met de insiugenten Tan Optper-Breta- 
gne diet tot berelvcereind hoofd wend aange- 
Bteld, voerde h\j da dien t\jd' oorik)g op eigen 
gdcgenlieid en rnaokte zidh dioor moora- en brand 
edhaat bg de repiiblilkeinen, teFwjl hg tevens 
Det Yertrouweo verloor van zgn eigen partij. 
Kcrrt dttarna Aloot h\j een vedbond met Stofflet, 
den bevelihebibeT in Opjper^Bietagne, doch slioot 
den 18dien Febnnari 1795 oak een overeenJkoinst 
met de Nationale CocHnentie^ vraaitbij hij zidh 
zells veiixrnd, Stofflet tx>t ondervrerping te bren- 
gen. OnibeficIirooaMl vermsbeen hg meit 4 offioie- 
ren m koninklijke nniform te Nantes. Het bevel 
eehter des gezagbebbers, om de koningslivrei af 
te li^gen, en bet feit, dai generaal Hoehe on- 
derseheiden hoofden der Vend^eSre iin hecbtenis 
had doen nemen, brachten hem tot het beslin-t, 
de vpeedaame ondeihandelldDgen al te breken en 
tot het uiterste in den stri^ .te volharden. Na 
een bloedig gerve(M bg 9t. Cyr nam hij de wijk 
naar het v^>«l van Ai^naj, waar hg een gueril- 
la-eorkig voerde. Hjj wepd avaar gewond, ge- 
vangien genomen en den 26sten Maart 1796 te 
Nantes gefmkerd. 

Oharre is in. de krgigisiknnst een aan val met 
bet blanke wapen, gewoonlijk vam de ruitery. 

Chara:^ d'affaire8 (zaalkgelafitigd«) is de 
daplomatieHoe vertegeDi7?x>orcl!iger, dae bij gebre- 
ke of afweragt)eid van den ambassadeur of den 
gezantt belajsi is met de behartiging van de be- 
langen van zijn gonvenrament. Men (heeft alzoo 
tijdelijke zaakgelastigden en permaneote, de laat- 
sten aUeen rsuk Medne miogendihdden. 



Oharpreb ie de naam van een groote oase 
in d'e Liby9dhe 'Woe8tgn, tussdhen 25° en 26° 
N.Br. en 30» 30' en 31» O.L. v. Gr. Zij ligt 15 
m. boren de oppeirvlakte der nee en is omgeven 
door 450 m. hooge terrasBen van kalJksiteen. Men 
vdndit er bronnen, waaronder vele wanme (30** 
—36» C.) en ^aerihondende, ± 65 000 dadclpal- 
men en «vele oadlheden uit de Ofivd-Egjptbisohe, 
GrieJkscihe, Romeinedbe en Ohidstelijike tijdper- 
ken. Het fraaifi£e giadenikstiiik van vroeger dagen 
is een goed berwBaiid sebOieven oud-Egypitis(^e 
tempe! van Hibe; dese heeft een lenjgte ivan 50 
en een breedite Tan 20 m. en een sdhat van ge- 
kleurde hderogiyp(hien. Hij wepd ter eeie van 
Ammon <van Tlebe door Dariua I gestidht. Daar- 
enboven theeft men er >tempel6 uit den t\jd van 
Trajanus, Domitianus en Hadrianus, vjjl Ro- 
meinsche bardfaiten van gebakdcen steen en een 
veFwoe8te Ghrastei^ doodienstad' met breede 
straten, BjizaDit^nfiobie koepeie en bou/wkvaUfen 
van Idoofitors, waarin we]!eep AthatKisius en Nes- 
torius hun verbl^f hielden. De bebomivdie gron- 
den beebaan er een opipenvilaikte van 836 H.A. 
en het aantal invromers Dedraagit ongeveer 7400. 
De oaee wordit door een gouverneur vannrege 
Eigypte be&tufond. 

Oharffeurs B^unis of Compagnie fran- 
f€n8e de naviga^ion č vapeur is de naam v<aaieen 
in 1873 geiaidohte Firanscihe etoomvaartmaat- 
fidhapgpo meit een keupitaal van 8 millioen francs, 
doe m 1863 vereenigd' wiezd met de Soci4i^ fran- 
^adse postaiie de TAtlantigme (ontataan in 1881 
met 5 millioen firanes, later op 10 mdtllaoen ver- 
hoogd). De geliqnideerde maatsohappg bracht 
7 fidiepoi in, ter waarde van 1^/s miiUioeai firancs 
en 3 miilioen banee in aandeeden, zoodat de 
maaitfidhapfpij na "verbt met 12^/s mdUdoen f ranes. 
De jvolgemde louites woiden bevaren: van H&vre 
naar BraziH6 (Pemamibuco, Baihia, Rio de Ja- 
neiiO) SaiDrtx»), van Hftvre naar de La Plata, in 
aainfiluiddng aan de door de Chargeuis Rdanie 
ondeilhoul(kn ParaneHiin (Rosario, San Nicola^, 
Parana, Corrienites, Aesuncion); van H&vpe of 
Bondeauz naar W.-Af.riikia tot Matadla; van H&- 
vre ol Bordeaax naair Lorenzo Margnez, Beira 
en Miadagiascar, iedere maand; van Duinikeiikien 
osf H&<vrei, Bordeanx en Manseilile naar Franedh- 
IndkKahina (Saigon, Haipihong). De rloot beetaat 
(1911) uit 28 &Qhepen met een inftioud van 
129 578 regififterboianen. 

Oharibert I, een Franikieoih koning uit het 
Merovingische Huia, wa6 de oudste der 4 zonen 
van Chhtarius I, die hun vader overleefden 
(561 na Ohr.). Toen asjjn broeder Chilperich 1 
zidh van het gehieele rHk wilde meester makenv 
ver^bond Charibert uoh met de beide andtere 
broeders en dwong den hebzucbtige, het gebied 
meit hem te deelen, waarna Charibert het ge- 
deelte ver^kieee, hetweilik Parijs tot hooMplaats 
bad. VolgenB den diohter Venantius Fortunatus 
wa8 hg een verstan>diig en deugdzaam vorst, hoe- 
wel het be^kend is, dat hg door den bisscihop 
Oermanua van Parijis ivegens bigamiie in den ban 
werd gedaan. Hij overleed in 567 zonder man- 
lijke nakomeliiigen. 

Charibert U, een zoon van Chlotarim II (t 
in 628)i, weTd' door zijn broeder Dnpobert roet 
Aqmtani6 en Zuid-Frajikrgk begiftigd en zetel- 



CHARIBERT I— (MARITlŽ. 



de afe koning te Toudoase, wEar hq ia 6S1 orver- 1 
Iieed. Zgn noikomelingeD, die in (te Sste eeow 
uitstiepveiiH moefiten zidh irergeiioeg>en met dem 
titel van bertog van Aguitani^. 

Oh&ridsjleten of Chawčriedsj (,ydte ver- 
treBrlceDideiL") vormieii een Mohammadaaiksche 
secte, d Le na den slac bij Si f fin ontBtond, door- 
d&t 12 000 8itrei]^-!g€luMmg«n het le^er van* den 
kadief Ali ibn Abi Tdlib verliet^n, daar deeezg<n 
recihit op het kaldiaaft door eeo. sciieidSe(g«recii<t 
liet beslifiseni. Zij erkenden evieniniiai Ali als 
Modfc^a em b(ecib(yu(Wid«n het ais jpJdoht aan over- 
tr^iders der wet seboorzaaaiiheid te wei<geren. 
Ook ontikenden zij n<et uitaluitenid redhit van d*e 
Korelsjieten op het kalifaad; en Terlan^em, dat 
de kcuLief door vi^e keus van de ^emeenrten be- 
noemld zou 'woideni, dat nietrAraibiereD en ^elfs 
slavem dit ambt ook ^uden kmmen bekleeden 
en d'2Jt de ongodedd^eiistige hieerecftie«r venwijdeixl 
zou wopden. min- dogmatiek en etihica waren 
aomiber. Spoeddg spliti^ zij zi<ah naar hnin aan- 
voenders ioi Terschil^lende partyen, vaartegen die 
eeiste Omajadien eenj <wTeeden verdelgtiD^fiikrOg 
v^oenden. De- door de^en oonlog vefistioodlde Oh&- 
ridsjieten vonden een toervhicbt in Afriika, waar 
hnin staatkunKttgie denjlobeekteii grif imiganig von- 
den biij de vrijjOieidliervenide Berberstaumnen. Het 
g)eliiik!te den Ohftridsjieteit verschailende opctan- 
den te organifieeren en staten voligens bon ker 
te ^dbiteni, ooder ivelke dde dier Beni Mb&b in 
Aig^S nog bet strengst de ooT9pTonk€d\pke 
denkbeeilden bewaaTd bebben. (kfk. bet imamaat 
van Ma^Eate in Oman (Arabie) beru&t op ge- 
noemde ker. 

Oharieten (Orielkscb Charitea, enkelTOod 
eharis) waren in de Gridksdbe m^rthologde god- 
delljOce ^vv^e^ens, dkie be8dhouwd moeiten wt>id'en 
adfi dfe 'verpersooni^nig seoit sdboonlheid^ yroo- 
l^kheid en liefelijlkhedd in d-e natunir, zoaweft al« 
in het mensdbenJLeven. De Homerisdhe poeme 
nam er een onft>epaalid aantal ivan aan, bi) He- 
siodtis ivnoldit men er dirie, fU. Aglaia (^ans), 
Euphro8yne (vroio(lqlkihei!d) en Tkalia (bloedenKl 
gelt^), en z^jn bet Kkdhftero van Zeus en Euryno- 
me. Dit aantal en deoK nannen weTden <vaa toen 
af in dte poSde en ira de beeMenlde tkmniGrten •voor 
goed aang«namen. In onderen tijd wepden zij 
gekleed vooig^steld, op lateme afbeeldii^n daar- 
entegen gebed naaikit, met maagdel\fk elanke 
Tormen en meeatal dooreen geetren^dide armen, 
tot een groefp ivereenigKL Voiigens Pausanias, die 
aHis IhaaT oildero Helios en Aigle noemt, w>eiidien 
in Gommfige etrelken /van Ginekenfliand^ da afwij- 
king van rbet g)ewane gebruik, alechts twee Oha- 
rieten vereerd, bijv. in Sparta, waar zij Kleta 
en PhaSnna, en m Athene, waar zij Auxo en He- 
gemone genoemd werden. Waarfiohij.nlijk is deae 
opsrave eehter verkeerd en werden de Charieten 
ook m Attiea ten getak van drie vereerd ond^er 
de namen, <waanmee ook de Horen aain(giedudd 
wepden, n.l.: Thallo, Auxo en Karpo, respectie- 
-velijlk de godin *van dten bloei, den groed en de 
VTTKftit, terw\fl Hegemone een naasn van He- 
kate wa6, d k met de Oharieten te zamen ver- 
eerd werd. In Rome werden de Charieten Ora- 
Hae of OratiSn genoemd en zijn daar nooit het 
voorwerp eener godsdienstdgie vereerins^ geweest, 
dodh werden er, in navolging van Griekenland, 



door di<4itei)6 en kunetenoara gmeid. In het Ea- 
pd<tol)\jii9ch mnseum ie Rome bevindt zich een 
redidf, dat dte GratiSn <vooretelt en te Sična in 
de Opera del Duomo eec bescAiadigde marmer- 
groep, dde in 1460 te Rome in het Palazzo Co- 
lonna ge^onden wepd. Van de beeldhoawers uit 
nien^eren tijd hebben Canova en Thortealdsen 
de Charieten of Oratifo' voorgesteld. 

Oharieten (charitatia fratres), ond^roe- 
ders. Zde Charitš, 

Charilaos, ikondng ivan Spaiita, regeerde 
onostreeske het jaadr 863 iv. Ohr. Hij <wa6 een soon 
vain ikoni ng Polydecte8, een neef <van Ltfcurgus 
en geeproten uit ibet gesfladht der Procliden of 
Eurypontiden, Met z^n meideikonin(g Arehelaus 
<verwoeBttbe hij de c^taid A^e^ie aan de gneozen 'van 
Arcaidig en .deed een dnvaa in ibet gdbded d'er Ar- 
gieven. Op een todht itegien de Tegeaten weid 
hij met ziju gcheele leger govangen genomen, 
doch in ivrijbeM geateld na de booftr^ dat hg 
met 'weder tegien (hen ten ^rijde zou tirekken. 
Bovenstaande dalden 'wo]idlen edhter ib0twjjf«ld. 
Hij 'woidt vooigesteld flfls eein tzadhtmoediig en 
■eKktl ivorst. 

Obaris of BevaUigheid ia 'bg Homenis in de 
Bias de giemaiBn nran Hephaestus, dn de Odjssee 
AphrodiU zeSlI, en bg liesiodus en anidemn een 
der Ckaneien (zie aldaar). 

Oharlsi, Jehoeda-Ben-Salomo, een He- 
hreeown9h dnohteiv te Xere6 in Spanje gieflboren^ 
leefde in dien aan-vang der ISde eeuw en over- 
leed leedlB iv66t 1285. Hij 'vertaailde ibekngrgike 
gesohriften <uit het Arabi-sdb in (bet Heibreeuw9ah 
en geivoeMe zi<sh hiesidoor apgewekt, om het 
oorspronkeligk HebreeawBdh gedi<9ht ^Taohke- 
moni*' te echrijtven. Dit ondersoheidt ^ch door 
een j niste voorstetLling der toostanden Tan zijn 
volk en door een rgJgdom ^van diehterlgke beel- 
den. Het n geidruikt te Konstanti nopel -(1 578) en 
te Amatendaim (1729), en men hsiit ook een. cri- 
tifiche nfltgave nran KSmpf «(1845). 

Charisma betoekent genadegave. Er wor- 
den onder Ter«taan de baitengiewone genade- 
garen ivan den H. Geest, izooals de gafve der ta- 
kn, der profetk, der ziekengenezing enz. we]ke 
God' aan bij zondere pereonen ten bate der ^emeen- 
schap verleent, zooals met name »ten tgde van 
de eerete veerfiiginig »van het Ohrifitendom (vg^. 
I Cor. 12 : 8—10) k geschded. 

Oharitč, afkamstdg ivan (bet LatjjOBdbe ca- 
ritas {meniMSheniliefde), i« een Fransdb 'wooid*, dot 
bepaaMed^k voor Ohrifltel$ke Idefde jegens den 
naaste wordt gebiiu%;t, idie zidb in iverken Tan 
^vreJidtetfddgfheid opembaart. Om die reden heeft 
men ooik md. hospatalen en TerplegdngGgeeticihten 
aboo genoemd, hij voorbeeld te Parije en te Ber- 
Hjn. Verschillende religieuse genootsohappen, 
die aidb aan iiefidevnerken iwijden, draeien den 
naam van „fr6ree of soeurs de la chamt^** (sie 
Liefdetusters). Het /veiik der <fliarit^ k in de 
Ka^olieke wereld, dtttgene, wat de inwendige 
zen(£ng in het ProteGrbantieme verridht. 

Oharitč, La, is de hoofldpikAts ^van het ge- 
lijknainige ^kanton in het arronidLasemenit Ccene 
van het Fransdbe departement Nidfvre, aan den 
reohteroever »van de Loire op 170 m. Iioogte ge- 
legen. Zij telt ongeveer 4000 inwoneTS en heeft 
een oude Romaan-sohe kerk van Ste Oroii, die 



CHARITE-<rHARKOW. 



77 



reeds iDr 1106 weod s«(w^ en <tK>t (hot Id-ooster 
CaiitaB beboonde^ door Hugo van Clunv ge- 
stloht. Verd«! <viDdt men er faoogovenfi, wolepi'nh 
neriieii, eeboeaufabri^Jk«!! en itoikW8la{giergeii. 

Oharite, Simon Lueas, een NederlaiMfecffi 
diehter uit hei mididen dter ISde eeiiw, wenl ^er- 
moedelijk ^boren 'te AaAst ibil sdireef o^. „Le- 
veD en dood Tan de H. Barbara, patronesse te- 
gien de pest en onjTOoraienie doodd;, m r\jm g^e- 
eteld" (1762), „Verheffimg<e Tan het aaidsbroe- 
derachap der H. Roosemkrans; met den« lofzang 
op de 15 mi>ndsteri€a, gevolgt nrani de vdetorie 
ier zee, door Don; Juan Taa Oostenri^k op <ie 
Tank«n, 7 Octoi>er 1571" (1771), »Lijfctraenen 
OTer onae souveriJDe Maria Theresia enz." en 
,,Theodoricn8 en Aurelia, ondler Rodolphus, ko- 
ninfir 'ran Vrantkrijk, bdij-^ijndeod treuisper* 
(1789). 

Ohariten. Zle Charieten. 

Ohariton, b^enaomd Aphrodisius, een 
Gritekseih romaneohr^er, di« m de 4de of 5d« 
eenw v. Cbr. leefde, wa8 afkomstig mit Aphro- 
disiaB eni beschneef de cmnnarijea en lotgen^aJiIien 
Tan Chaereas en Calirrho^, Hg noemt zi<ah een 
sclir$yer van den redenaar Athenagoras, den 
staatfciu])difi«ai teg>eiistad]ider Tan Hermoerates te 
Sjraoase. De dodliter van Haatst^enoemde is de 
hoklin Tan den roman. De loop d^r gieibeurteoiis, 
iha^r iiawelijk, ih«ar bei^afenis, Aiaar opetandin^, 
ihaar schakiing door roo>veiB en ihaar heneendging 
met Chaereas i« Toor eeik GrieikBGhen rounan vrg 
natoarlijk. Hg is in ihet AttilsGih dialect opge- 
steld en door (TOrvUle met toeli«bti>ii^en (Am- 
steidam 1758, 3 din.) in bet lioM «?egeyen. An- 
dere uitgaven zgn die van Beck O '783) met e^n 
Latijnedhf^ vertaling van Reiske, de PariJBdhe 
(1797) eiD de Venetiaansdbe (1812), »van' Hirsehig 
(Parijs 1856) en van Hereker (Leipzig 1859). 

Oharlty Or^anisation 8ooiety is de 
naam van een dn 1869 te Londen gestichte ver- 
eeniging, die de armoede bestrijdt, ten eerste 
door naat samenwerking te streve>n tusschen de 
veldadigfheidsvereeniiginc^ en de oipem/bare ar- 
menzorg, ten 'tweede door onderzoek en (keuze 
dar middelen in de gevallen, waarin een beroep 
op de weld^iffbeid gedaan woTdt, en ten dei^ 
door ondeirdTnk^ifng van de bedelarij. Zij beeft 
Teeds veel goeds iot etand gebraoht en besohikt 
over groote indcometen, die zg, zeer doelmatig, 
^edee]<teli>k aan haar ondenvgzeinde en onderzoe- 
kende werkzaambeden, gedeeltelglk aan onder- 
steimingea <be8teedt. In de tgdscluiften van de 
vereenigi^ng .,Chaiity Orgaoiisation ReviLew" en 
„Chariti>e8' Register and IDigest", vea:t8chijnen de 
gegevens van alle Londenstihe Tveldadigbeidsver- 
eenigkigen. Dergel^ke vereemigingeii .bestaam 
ook in de Engelsebe kol<)ini3n< en piov^itiCLes en 
in Noord-AiDerika. 

Charlvari '»oemen de Fransdhen getier en 
geraas, vergiezeld van geflndit en van ihet geboois 
van tegien elikanlder geslagen ToorT^erpen (bij 
vooikenr kenken^eree&dbaip), nnraapdoor zg, ge- 
woonlip[ by avond of bij n«bdht, bnn afkeurdnc^ 
te keniven geven over de een of andetre ihamde«!- 
w9ze, bg Tooiibeieikd <van Ihett (hnivelijik van een we- 
dQwe nKt een jo^gen mani, of van bet gedrag 
van een ol ander amflbtenaar of oireiffieidlspersoon. 
In Frankr$k bestood die gewoonte reeds in de 



Midd6leeuwen, vooral bg buwe(lg>kein van wedii- 
wen, die daaoKloor in etrijd bandieflden met de 
deor Tadttu veimellde Germaansdhe geng7oon{te 
om niet te hertrouwen. Aan die nroOkestrafoefe- 
mnig (beeft (bet t^dsdhrift „Chariivari", in 1832 
te Parij« gestioht, zgn naam ontUeend, dlaaT heri; 
de veptegenvoordigere, de mini«tecs en zeills ko- 
nitD^ Loaewyk Philips in eoherpe zetten en gee6- 
tige cardcatuiren giedurig aan de 9caak crtelde. 
Aan dtit 'wiooid beantwooidt in Ihet Nedeidandsch 
ketelmutiekj m Ihet Duitsdh Katxenmusik of 
Krawall, in het EqgetIisolh rough musie en in (het 
Spaan6€b concerrada. 

Men geeft den naam eharivari ock aan kleine, 
dooTgaans izilveren, aatfbangisels aan een borlo- 
^eflietting of anmiband, ddt giebnii'k ibenast op de 
Teigel^jlking »van (bet arinkelen dezer fvoonverp- 
jes met ike^eLminfek. 

ObarkoiT^, fvroeger Slobodisehe Oekraine 
geiheeten, is een- gouvememenrt dn Ehropeesofii 
Rui^nid, dsut in (het N. aan de gonvernementen 
Eursk en Worone9dhi, in Ihet O. aan ihet lanid 
der Donsdbe ikoizaik*ken, in (het Z. aan Jdkateri- 
nodaw en m, bet W. aan Poeltaiwa grenat Het 
is 54 495 IV. fcm. grooit, geooodddeilid 100 — 150 m. 
ibofven iden oeeapdie^el gelegen, ibelt cteil naar 
die riivieren al en Jbeeft ivaell Ikloven en spleten 
(balka of bujeraik geiheeten). Do ariivieren zgn de 
Donez, Woreikla, Soela, Wi<r ten Pedol. In Ihet 
voorjaar overstroomen zij een cuuDBiendvike op- 
pervladrte en maken deze vrudhtbaar dbor ihet 
me^evoeiide slib. Het Iklimaat is gematogd, 
maar griHiog, de gemaddieMe jaartemiperatianjr 
beidmaa^ 6,2° C, d^e winter is diikiwgll« aeer ko<ad 
en de zooner (heet. De 245 900 inwon>eT8 (1910) 
Ibestaaji (voor (het grooftsrte gedeeilte uiit Elein- 
RuBsen en ilit Kozakken, nrerder nit (3toot-Ru6- 
sen, Kalnvufldken, Duitsdheis, Joden en Zigen- 
nere. Sledhts 15 % der bevolking iwoo«n«t in de 
steidien. Landlboa[w en veeiteelt ziju de 'voornaam- 
ste middelen van bestaan. Er wordt veel graan 
veIboutwd^ <wiaa)ronder (boek:weit, mals en gerst, 
bo^emdiien iveel beehvortels, t<aibalk, groenten en 
ooft. Van. de gefoecle oppeuvlaikte is 57,2 % alk- 
kerknd; 23,9 % grasAand, 11 % is ibedeOct met 
boBsdhenj, temvji 4,7 % niets ojdeivert. Van 
groot be(bn|^ is de paaidenfoikikerg, die in 53 
stoebergen, »wnaronder de BjelonvodEffeiscIhe voor- 
al beroemid zijn, Toortieffelijke rijpaarden voor 
bet leger levert, en de sdhapenfoMcerii, 'waarx}oor 
Ciharkow die eerste wolmafl:kit van Rnsland is. 
Verder lho<adt men zieh bezig met (bijien- en zg- 
deteelt. De visdhvangisrt en de mij>nlbouw zijn van 
weinng ibeteekenis, van meeir belang is de zotvt- 

Sioductie. De i«ndaistrie guat in d^e (Laatste jaren 
rinik iroornit, rvooral de toeetworteilsuilkierfabri- 
fcage. Ooik vindt men er tailr\fke ^oJAvassdherijen', 
bieI1bronwergen^ lbratfdew\ftt8tokerijien en erteen- 
ovens; in den (liaateten itijd zij^n er bovendien een 
aantal aaixliewei(klalbriekein opgerldht. Be'haJive dn 
de gelijiknamdge (boo^tiaid {zie aJbdaar) is de 
Ihandel van 'weinig beteekends, iboewd door (bet 
fiionveimement de groote spoorwegen lioopeni, die 
Mofflcoa mcit de Aiavens der Zwarte Zee en de 
Zee van Azow (verbiniden. Er zgn.ongeveer 600 
jaanmaiiciien, waaTop (voorel Sraidien, 'woL 'vee 
<('vooiiiameiyik peaiden), leeren^ z^den en loatoe- 
nen stolfeni, akmede (peU- ihont-, gzer- en* etaail- 



78 



CHARKOW--CHARLESTON. 



waren (^eoSiBoidM ironien. Het gooveroemeDt 
wonl>t m 11 districteii TepdeeLd: Adhtjrka, Bo- 
gadndtonr, OIbai^kow, Idjum, Eufpja^iKik, Lcibediiii, 
SnQiJQw, Sum J, Starobjakk, Wailikii «n Wolt- 

0harko^7 of Kkarkow is d« naajm <l<er (booM- 
stod 'van ihet enrenooo ^noenvde Ruasisobe gou- 
>v«nieiDeirt. Zg iigt im d« OeikraiDie, 20 Ion. ten 
noondooaten Tan Po6lta'wa m een iheiKveladhtige, 
ten deel« moerassi^ etnreek, aan <h€t kruispTiii*! 
eter <spoorwegeDi Eoeiok — Qbariraw — Seibafitopoil 
en Ghai(ko<w — Ni]Doilaijew, eOsmede aan de Do- 
neiiz^ <dae hier een paar ftnd«']:« riivieren opneenvt, 
w«](ke de criad in 3 <)eeileDi splStsen' en door de 
iiirtwafieinJDg van haair water, 'hetwe]ik des zo- 
mers stilstiuit, de lliadht wel eens (venpesten. Zij 
18 een ider Gdboonste eteden nran Zuid^uslaiud 
en teat <1910) 219 600 inwonei», onder w6Uce 
zich vele adeiLIqke familifo en vermogende koop- 
liaden Ibenriniden. Een gedeelte der stad ie ono^ 
bet <yade dorp, (WBaTuit iz\j allengss de onitstaan — 
een ander deeH (heelt mirne, olsdhoon onigepla- 
veidte etraften en bonteni toizen, en nog een an- 
detr deel ie m Earapeeadben tramt geboa]Hwd' en 
vooieien van pleinen, door eaazienlgbs iwom<agen 
en paleizen omgeivenL Zij a^ de setoil ivan een gou- 
verneur en >v»n een aapteibiflBcihop, Oieefit een uni- 
•vemfeit, in 1804 gestndht, met iboelkerij en mn- 
sea, dlsmede 8 g^mnasia, een lhatnde]68cIhool» een 
seminaiiiom, een echouivtmig, een I/atiheradie en 
16 Griekeehe keilken, een tedhnisdhe edbood, een 
veeartoenigdohool, 2 gjurnasiA voor medejes en (7 
km. vam ide etaid iverw^jderd) een (lland»baiiw8cJhooL 
Er s^o ondeiEclieiden faibid-dken, 'waaiiii vilten 
hoeden en tapgten ivervnaiiddgdi of izeep, IkaAreen, 
brandefw^n en leder (bereml <wop(ien, Z\j i9 Ibet 
midideilipiinib van den Rnssifidhen 'wollhanxlelI; 
jaanlijk^ 2\}n er 4 mnseen i(vain iden 18den Janti- 
ad tot middeo Eeibruari is de (voornaamate), 
waaroip voor 60 milHoen rocibelB omgeoet wordi 
Be etad mveiid m 1653 dkroir czbat Alezei Miehai- 
lotritach geBtidht en dn 1780 tot ibooldetadi nnan 
Iheri; •nieu(we dnotriot Qhaxikow Teihefven^ 

Oharlemarne ib de Fjranecfhe naam voor 
Karel den Oroate '(zie aJdaar). 

Charlemont ie een Ibuitenfort der nreslnng 
Givet in (het Franedhe deparlement Aldeninen 
op een 215 m. hooge lots aan den tinikeroever 
der Maae met rncmte 'Voor 6000 man. Het werd 
in 1555 door Karel V geibouiwd' en 'lader door 
Vauban iversteAt. 

Cbarleroi ds de (hooMetad' ivan/ de Beilgi- 
edhe provincie Henegonvent en ildgt op den Hn- 
beroever der Sasnibre en aan eent kruisrpunlt van 
spoo(Fw>egen naar Bpnsseil Mona, Maiubeuge, Ohi- 
may, M^ankieSt Naimur, Haeseit en Leuven. Zij 
d« vetdeehd in de 'bovenfftad, de benedlenstad en 
Entre \Deiix ViUes; de iktaMgenoemde 2 deelen 
2ijn dioor een brug over de rivier "verbonden. De 
vestingvverikein vormden eeoi regelmatigen 2es- 
tioeik met de noodige ibuitenweifce!D, dodh 'zijn 6e- 
dert 1866 i«n ^lantsoenen verandeitd. In de <bo- 
venstad beviinden zi<9h een Qces*k, een gaethuis, 
een ihospitaal, een weeeihuifi enz. Ooik is er een 
Kamer oran Eoopihandel, benevene een sdhilder- 
en teeikenacademde, een g^mnasium, een ardiae- 
kgdsdli en een mineralogieGih moseum. De be- 
langr\jke eteenkolenm^nen in ihaar nab^heid 



hebben aanledding gegeven .toit eein hooge vluebt 
der nijrveiiheidi, vooraJ der ^eibemreiiking., zoodet 
de ijzeismeikteTS CouiJiIet, een IhaM vur gaans van 
daair, ^/3 <van (het Belgdfidh giet^j^er levert. Ande- 
re plaateesk met kolenmi^nen en ijizerindnutrie in 
den omlnKik 2ij<n GdiIIy, Jtnnet, Oh&telet, Mon- 
(tigtnies enz. De ibevolking der omstreben is ^oo 
didht, dat m A 2000 op de t. km. ikomen. Cbar- 
leroi tnAt telt (1910) 28 177 inwonepe. Het fca- 
naal Tan Ohaileroi, dat op 2 km. afstand loopt, 
in 1882 geopend ^enA en 15 nren gaaos lang i«, 
veibindft deze 6taid poet BrusBd. 

CSutiieroi 'werd in 1666 •door de Spanjaarden 
op de (plek ^van bet doip Le Ohjarnoj gesticftvt 
en naar Karel II genoemd. Reetfe in bet vd- 
gende jaar weid z^ door de Franecben veroverd, 
waa(rna Lodewyk XIV die ve6tingweiken door 
Vauban liiet ivoltooden. Na dien tijd bleef zg een 
tvfistaippel der naburige mogend&ieden. De Vre- 
de van N^megen -^ees baar toe aan Spanje 
<1678), dooh in 1693 'weid osij door -de Fran- 
ečOien, in 1697 door de Spanrjaaiden en in 1746 
w«derom door de Franedhen >veroveid. Gedaren- 
de den Franedben Kevoilvliie-ooiilog (1794) irm 
ZQ nroor de Oostenr^kera, ak de aleotel der Sam- 
bneliflnef van g>roo>t gewidht. Ikaarom wendi z\j 
door de Fransohen bekgeid' en moest tmL den 
250ten J«ani 1894 eindeHijk oveigwen. De- -ve©- 
Ifingnfreiken <weiden gefiSedht, dodh na 1915 door 
d>e Nederlandere met de geJden der Franeclie 
oorliogeoonibribiatiie ihersteild; (zg waien editervoor 
bet tegen/vfooidlige Bejlgisdhe delensiestekei Neok 
te geri<ng belang, om ^e in (haar giooiten om;vang 
te beStonden. 

Oharles, Jaegues Alezandre Cisar, een 
Franfidh neinniiknindlige, idie zidh vooral door Ibe- 
vordefring der hiohtsoheepvaaiit verdSenstclJk 
heelt gemiaakt, werd' den 12den Noveiriber 1746 
te Beougencj gdboren, l^die izidh In «ijn jei^gd 
met 9ve(r toe op de Oude (talen, en oefende zidh 
ToortB dn de mnaiek, de adhiliderirnnet en de 
weilktuigfcnindle. Geraimen t^d virae b^ (weitkraam 
bg hot minieterie van Finanoi6n, maar onrinring 
eindelgk ale overcomipleet ambtenaar a^n onit- 
fiije^, <w«ama tiij nataurbindige voorlezingen 
IriSd'. Toen in 1*783 dte gebroeders MontgoUier 
met ftnin luMnding ie 'vooradhgii traden, leiede 
Charles zioh op de lucbtsdheepvaart toe en liet 
reediB den 279ten Anguetus 1783 op bet Obamp 
de More b^ Panja -een kchtballon opst\jgett, niet 
door verwaimde Judht, maar met wateretol «e- 
vuld {CharlUre). Den 3den December van dat 
jaar deed ih^ aelf een reie vam de TudJeriSn nat 
met Robert. Hij tweid fooogJeeraaff in de natuur- 
kunde te Parije, 'vond een -thermometrisdhen by- 
droroeter nit en -veibeteide den helioarfcaa* 'van 
Oravesand. In 1804 weid hy lid /vanr het incta- 
tiiut en kter bibliotiiecaria ervan. Hy overleed 
den 7<len April 1822. 

Oharleston is <fe boofdstad van bet ge- 
Igknamige county en de voornaamste zee- en 
bafldelesitadi Tan- den Noopd^-Amerikaansdhen 
ataat Zirid-Caiolina, getegen op 33» 47' N.Br. en 
790 57' W.L., op een eobiereiiland tuasoben de ri- 
vieren Asblej en Gooper, dde bier in een 11 km. 
lange en ongeveer 3 km. breede baai nitmon- 
den. De ingang v^oidt door de forten Monltry, 
Sumter en Ca&tle Pdin<&ey veidedagd en door 



CHARLESTON— CSHARLOTTE. 



79 



groote zeedsBamiesa (jeititi««) op 7,8 m. <]flepte ge- 
Eottdea. De iLaaig gele^n stad iheeft some Teei 
iran onrerstroorningen te li)dieii. Z\j is re^gelinatig 
gaboi]rwd. De 'voopnaamste 'winik«I®ti\a'ten zijn cbe 
JBroaxi-, Eii^- en M<eetii^£treet. De Toornaam- 
ste geboQW>en z\jn .het JbelaetiittikaD/toor, iheft ctad- 
huis, de in 17^2 gebouw<le Mi«iha6Li«k«rk., nog 
40 aodere ikepken van rniader ibetjeekenis, ihet 
poetkantoor, de r-eohtbank, ihet politiebureau, een 
groote mAnklih&l en ide geivaaigeni«. Aan d« iia- 
Yea ligt een mooi plantsoen (batterj). Het aan- 
tal iiiwoiKrs ibedraagt (1910) 58883. De voor- 
naamste mididelen (van 'beetaan z^n ikunetmest- 
Tervaapdigin^ '(uit phoafoiizure ikailik), lioutza^- 
rij^ niaohi9iebouw, graan- en djotpeller^n enz. 
Ui^nnoerartikeleii z^j^n Ikfttoen^ pbosfiaat, terpen- 
tgiii, hara, r\J6t enz. Het «obeepvaaxtTexd[eer be- 
droe^ in Idil 848532 ton. 

Onarleston is een der oodste »teden ider Ver- 
eeni^de Staten en ^v«id in 1672 gesticbt, in 
1779 door <de Engelsohen 'beooeit, die obat eotvter 
het iToigende jaar veeir >verli«ten. In 1783 weid 
aj iot citj rerheven. Den 12den Aporii 1861 open- 
den de Geconfedereerden ibder de •vijandelglohe- 
den met ihet tbesohieten nran Font Somrter, dat 
zioh den 14den oveigaf. Het 'w>eid de stapel- 
pdaate nnan kr^gBvoonaad, die (ban door falok- 
kadebrekers iverd iboeg-ovoeni In 1868 weiden 
de aanYalIen der Nooidel\jiken ter see afgieela- 
gen, (irasma het bombaidement der atad b€gon, 
dte iziah den 17deii Fe^roari 1865 ofveigiaf. 

Oharleston i« de boofdstad Tan den Noord- 
Amerikaanscihen stast We8rt-Virginia, geJegen 
aan de beyaai<bare Kanawiba, 100 km. boven 
haar nitmonding in de Ohio, in een črncih tbaai 
dal, waar steeDKokn, ^zer en zouiJbroDDen voor- 
komen. Zq telrt (1911) 22 996 inwoner8. 

Oharleston is de Toornaamste pilaats van 
ihet graafsobap Coles in den Nooid-Ameidkaan- 
Bdhen staa-t lEKnoi«, heeft een hoogesdhool Toor 
geneeekunde en (1911) 5884 iinwoiier8. 

01iarle8towii. een ToonnaJige stad in den 
Noord-Ajnerikaansdnen staevt Massadbusetts ie 
sedert den Isten Janoari 1874 meit Boston (zie 
akiaar) Tereenigd. 

0harle8town is de voornaaflnste plaatsTan 
bet Bcrtsdi We8t*Ind^he eiland Nevis (zle al- 
daar). 

Oharlet, Nieolas Toussaint, een Fransdh 
BcbiUier en teeikenoar, den 20sten Decen]ft>er 1792 
te Parijs geiboren, wa6 de zoon van een dragon- 
der, bddeedlde gednrende bet keizerr\j3c b\j het 
leger de betrefikang van scihri)ver, vefloor die 
bij de Restauraiie en oefende zi<& toen in ihet 
ateiier van den sdhiJder Oros. Zijn etsen en 
steeoidnikiken, meer dam 1000 in aanlal, bebben 
ab omdeFvrerpen meest bet leven der soMaften 
mt den t^d van Napoleon, Tot zijn sdhilderijen 
behooren: „Een episode nit den Ruesi8(5hen 
veldtocht" (Ln bet mnseum te VeGrsaiUes), „De 
overtodht van Moreau over den Rijn" (in het 
nraseom te Lyon) en „EJen troep gewond€n" (in 
Ibet moseum te Boideaui). Hg overleed den 
SOsten December 1845. 

Oharlevllle is de boofdatad van bet ge- 
lijknamige kanton in (het arnondiesement M^i- 
hves 'van ibet Fransohe departement Ardenmes, 
aan de Maas gelegen. Met M6:&i^res is bet door 



een brug veiibonden. Het telt (1911) 22 654 in- 
wonenB» bezit een reditbank en versdhilileDide in- 
•riobtingen <van onderwg8. De stad heeh ved in- 
dustorie, loodgieterijen, draadmagelfabrieken, die 
jaarlgiks tot 6 mUiioen (kg. draadoiageds leve- 
ren, geweren- en wapenfabrieken. De bevolkiii^g 
voert een levendigen handiel in pij>peD, borstel«, 
leder, suiker, graan^ wgn en daldeien. De stiidh- 
ter van de stad is Karel van Oonzaga (1606). 

Oharlldre is de naam 'van een naar J. A, 
C, Charles (zie aldaar) genoemde soort van 
loiidbtibaiUons. Zie Luchtvaart. 

Oharlois wa6 vroeger een gemeente in de 
piovinde Znid^-HoUand, tegenover Rotteidam op 
bet eiland IJseknonde aan de Nieuw« Maae ge- 
legien, die in 1895 ten >belhoeve van nieirwe ha- 
venweii[e(n bg Rotteidam werd gevoegd. 

Oharlotte is de ibooldstad van net conntj 
Meekleoiburj? in den Noord-Amerikaansohen 
staat Nooid-Caioldna. Het Jigt in een gouddis- 
tdct aan de Sugar-creek, ongerveer 200 km. W. 
Z.W. van Raleigih en aan bet kmispunt van 
versdbillende spooFwegien. Er zQn vier miJDlM>nw- 
ondernemingen gevestigd en bet telt (1910) 
34 014 inwioneis. Van 1838 tot 1873 \ras faier 
een &liaal van de mnnt der Vereendgde Staten 
van N.-Amerika gevestij^. Verder heeft de stad 
veel katoetfband^ en \perindu8tnie. 

Oharlotte wm Bourbon wa8 een doehter 
van Lodewyk van Bourbon, iiertog van Mont- 
peneier en derde gemalin van JVillem I, prin« 
van Oranje, die met laar in bet huvralijk trad, 
nadat hjj zich van i^n tweede vronw, Anna van 
Saksen, bad laten sdieiden. Zij wu6 eerst aMis 
van Jonaiire gewee8t, doob in 1571 'uitgewefeeii 
naar Frederik U, keuirvorst van de Palts, waar 
zij den HervoTinden godsddenst aannam. Mamiz, 
ajfi onderbandelaar van den prins, 'begeHeidde 
haar met twee oorkgssdbepen over fimden naar 
Den Briel, vmar den 12den Jnni 1575 bet bu- 
vral\fk geaIo<ten •werd. De wettig'h«id van dežen 
edht is door de tegenstanders van den prine fae- 
vig •betwi8t op grond van haar kHoosteigeJloften, 
van den gebrciliikigen TOim van 's prinsen sdhei- 
ding van zgn tw€iedie gemalhi en van d« ontbre- 
kende toestemflning van den liertog van Mont- 
peneier, dodh door bevoegde a'aitordtei'ten erkiend. 
iij wa6 i»er aan den prins gebedht, zoods blijkt 
nit baar brieven, in de „Ardbi<ves" van Oroen 
van Prinsterer nitgegeven. Z|j bleef zooveel mo- 
gelijik in de nab$beid van baar gemaaJ, vei^- 
zeilde bem 'b^j zgn intodhrt in Utredht (1578), 
sohonJk bem 6 dodhtera en overleed den 5den 
Mei 1582 te Antwerpen ten gevoJlge van de over- 
matige in8paniDii<ng ^b\j bet verplegen van 'haar ge- 
maal, toen deze door Jean Jauregui verwond 
wa8. 

Literatuur: Delaborde, Oharlotte de Bouiibon, 
prinocsse d^Orange (Parijs 1888); J oh. Naber en 
De Neve, De vorstinnen van bet buis van Oran- 
je-Na8sau (2die druik Haarlem 1911). 

Oharlotte Eliiabeth van Beieren, Ihertogln 
van Orleans, dodhter van den paJitap^f Karel 
LodetP^k, werd geibonen den 27sten Mei 1652 te 
Heideibeig, was de ■twieed=e gemalin van Phi- 
lippe van Orleans en aboo de moeder van den 
lateren Regent. Z^ was Jiiet scboon, maar wist 
door iiaar geeet en tevens dx>or baar liefde tot 



80 



CHARLOTTE^CHARMES. 



allerki ridideill^e oefeningen 4e aaaKsteDl\j'ken 
Tan ihei Haf te boei«n en te ■'bebeersohen. Zij 
oVerleed in 1722, eem geschrift ach'terlateiKie, 

Sititekl: r^ra^ents ou lettres origisaHee de 
adame", ook uitgegerven onder den titel: „M4- 
lamM lhdstoriquie6, aneod<yfaique6 et cri<tiique6'* 
(1788), iiKraaTuit haar degeikgik karalkter blijJrt. 

Oharlotte Christine, een <loobter vam her- 
to^ Rudolf Lodewyk van Brunsto^k-lVolfenbUt- 
tel, wepdi g^elboren den 2S9ten Augustus 16M, 
baw-cle in 1711 meit den Russisdhen grootvorst 
Alezis PetrotPttsj, een zoon van Peter 1, en aver- 
leed den 2den Novemiber 1715 van verdriet over 
<k 5le(3hte bejeg^eni^nig, diie zg van (haar gemaal 
ondervoind. Haar zoon beklom later ak Peter 
II den troon. De meenin^ tdat zj zioh voer dood 
heeft nitigegenren, maar, naar Amenka on^snapt, 
aldaar met zekeren (TAuban gehuw<d en in 1770 
overleden is, is van aUen gr<Hid ontbloot. 

Oharlotte, Joaehime Thiršse van Bourbon, 
een dodhter van Karel IV van Spanje en van 
Maria Louisa van Parma, weDdi geboren den 
25«ten Angnstue 1775 en ihinvide in 1790 met 
Johan, infant van Portugal. Z\j wa6 ni(«t sdhooni, 
en Siet 'biiiwel\iik ndet zeer geluddkig, zoodat het-, 
ofsohoon met 9 kimleren gezegendi, in 1805 ver- 
broken weitd. Wegen6 d^^lneming aan een sa- 
menziverini? tegen haar man werd zg door de- 
žen naar Quel'iis verbanaen; todh volgde zij bem 
in 1807 naar Braizidifi en bield met haar 8 docfti- 
tr-rs te Rio-Janeiro een Hof, dat het ibrandtnim 
Tvas der opipositie tegen de regeering van )iaar 
eohtgjeneot. Toen Johan VI na de revolu-tie van 
Oporto (1816) aarzelde met «de imvoering der 
constitirtae, begaf zg zich naar Portugal am ^het 
hoogste gezag in beži t te nemen, dodh werd, 
daarin teleurgie&teild, met haar zoon Dom Mi- 
guel de ziel der aibeoktietische part-ij. Laatstsre- 
noemide moest na een bloedigen burgeroorlog 
h€ft land verlaten, en Charlotte w©rd naair een 
klooster verbannen. Later bewoon'de zij "bet kas- 
teel Queihis, en na den 4ood des konings (1825X 
bemiieai«wKie zij, dodh te vergeefs, haar aausla- 
gen; zij overleed den 7den Januar! 1830. 

Oharlotte, Marte AnUlie Auguste Victoire 
CUmentine Lšopoldine, ex-keizerin van Mexico, 
geboren te Laeken bij Bnissel den 7den Juni 
1840, wafi de eenige dobhter van Leopold I, ko- 
ning van B€^3, en van prin-ses Louise van Or- 
leana, een doditer van Lodewijk Philips, koning 
van Frankrgk. Den 27sten Juii 1857 trad zrj in 
het hunvelijk met Mazimiliaan, aartsthertog van 
Oostenr^k, en toen dteze de keizerslkroon van 
Menico aaivvaardde, vol^de z^ hem in 1864 der- 
waarte. Toeai er doo«r heit vertrelk der Fiansche 
troopen de toestand allens;« hadhel4jiker wepd, 
zociht zij, hoeweiI te vergeefs, in den zomer van 
1866 in pereoon, zooweJ te Parys bg Napoleon 
III, ak te Rome b^j paus Pius IX huilp *e vor- 
werven voor baar gemaal. Door smart krank- 
zinnig geworden, vertoefde zii eenige maanden 
op het kasteel Miramar bij Tri&st en werd in 
JuJi 1867 naar het slot Tervueren hij Broissel 
gebraeht. Z\j leeft na dien t$d in volkomen af- 
aondering, eenst te Laeken en sedert 1879 op 
het kasteel Bondhonte bg Bnissd. 

Oharlottenbmnn. een ibadiplavt« in het 
Pruisische district Waldeniburg, ligit in een door 



dennenboesdhen omgeiven, naar Ihet Z. Z. O. open 
dal en telt <19ll0) ti 693 dn^oners. De mdnemal- 
bronmen bevatten aJkaJiSn, gizer en kooliznur en 
woiden geibroikt door liiderB aan long-, hart- en 
zemranzi^ten en UoedaTmoede. In de nabi;pieid 
bevindien zi<»h ikolenim^nen en een porseleinfa- 
briek. 

Oharlottenburg* is een stad in het Pnn- 
sische regeerine^ietrict Potsdam, ten W. van 
Beri^JB, 33 — 37 m. boven den zeespiegel gele- 
gen, aan de Spree en aan den Beiil\jnsehen stads- 
8poorweg, den oel<ntunrfipoorweg en den lucht- 
spooiiweg, welke laatste hier ondier den grond 
loopit. van de gebouv^en is vooral het kondnik- 
lijk slot, waa/raan de stad haar ont<9taan dankt, 
merk>waaidig. Het werd in 1696 door den keur- 
vorst, den latteren koning Frederik I voor zgn 
tweede gemalin Sophie Cnarlotte in de nahijheid 
van het dorp Lietzen (Llitzow) gebouwd, heette 
eerst Liettenburg, na den dood van Sophie Char- 
lotte edh<ter Oharloittenbnig. B\j het slot behoort 
een groot paifc met een sohoivvTbnrg en een 
man«)ileiiDi, dat de grabnonnmenten bevat van 
koningin Louise, Frederik JVilhelm III (wit 
marmer)^ keizer JVilhelm I en keizerin Augusia. 
De stad heeft 4 Evangelisdhe keiken (waaron- 
der de Keizer Wiiilihe]tm-Gedadhteni£flre7ik), de 
Triniiftaitiskeric, een Ealdiolieke kerk en een sy- 
nagoge. Verder verdaenen vermeldang: het na- 
tuuTkundig-teohni^e rijikslaiboratoriosm, het ge- 
neraaJcommando van het Sste legercorps, dehoo- 
gescholen voor beelldende kunst(<n en nouziek, 
het „iRon)ani>sohe Hans" em het „Biirgerhaas" en 
het nieuwe stadthuis, aJsmede een ruiterstand- 
beeM voor keizer Frederik III en een gedenk- 
tee&en voor pri ne Albreeht. De stad telit (1910) 
305 978 inwonerB. De industrie is er van gfoote 
betedkends: \peigietergen en madhinefahrieken, 
electrotechniek {de bekendie firma Siemens en 
Halske) voor steiik- en zwakstroom, pottebakke- 
rijen, glasblazerijem, de koniinkl^j-ke poiaeleinfa- 
briek en aadere, fabrieken van papier, carton, 
dhenuoali&n, verfstoffen, geiwalste buizen, as* 
pfhalt enz. Electri^e traims onderbonden het 
veikeer. Bekend is de teohnisdhe hoogeschool. 
Charloiteniburg werd in 1705 door Frederik I 
gestidht, verkreeg in 1721 stedelijke reobten, 
maar heeft zich eerst na 1870 zeer steik uitge- 
breid. 

OharlottesTille, de hooMetad van het 
ooiinty Altbemarle in d>en Noond-Amerikaansdhen 
sitaat V>irgi>ma, ligt aam een tweeftal spoorwe- 
gen, ten noordw^ten van Riohmond en telt 
(1911) 6765 infwoner8. Z\j is mei^aardiig ate de 
zetel der undversiteit van Virginia, wellke, in 
1819 naar het ontwerp van Jefferson cfesticht 
weid. Men vindt er een aanzienli)ke biibliotheek, 
een maeenm en een sterrenv^adht. In de nabg- 
heid iliigt Monticello, de voormalige bemtting 
van Jefferson met diens graf. 

Oharmeo, Charmay of Oalmitz. Zie Jaun- 
dal 

Oharmes, Oabriel, een Fransoh sdhr^ver, 
werd in 1850 te Anrillac geiboren. Hij was ja- 
ren lang hoofdTedactenr van het „Journal des 
D^ts", dodh sag zidh om gesondSieidsredienen 
Terplidht in het Ooeten en Zuiden veiMijf te 
bouden. 2^n belangrjjkste werken zgn: „Cinq 



CHARMES— CHAKOST. 



81 



mois aa Gaire et dan-s la 6a6se-Egypite" (1880), 
„L'AYendr d« la TiirqiB«" (1883), „La Tuaisie 
et Ja TripoKtoiDe" (1888), „Voyag« en Paks- 
tin«" (1884), „Poli«tiqiie ext4ri«ure et cok>aiale" 
(1886), „Iia reforme d« k marine" (1886), „Noe 
fantes" (1886), „Ui>e aznbassaKie au Maroc" 
(1887), „Voyage cb Syri«" (189il) en „L'E^yp. 
te" (1891). Charmes overleed te Parijs in 1886. 

Oharmotte. Zie Chamotte. 

O]iarmoy, Franpois Bernard, een beoefe- 
naar der Oosteosahe Jetteiikunde, den l^diesn Mei 
1793 te Suda in den Boven-Ebas geborens be- 
zodbt bet caU«^ te Pfaibbuig en l^gaJl zidi in 
1810 naar Par^js, vaar h^ ond)er de l«idi*Dg van 
Sacy z^n stucK^n voortzette. Op aanibeveting^an 
laatetgienoeiDpde weiden l^j en D.einange in 1817 
naar St. P-eterabaig beroepeiD, waar men tiem 
een profeasoraaft opdroeg in de Perzisoih« en 
Tuij[^e talen. Voortfi hield hij zidh ijiverig be- 
zig met een onderzoeik van d« gesohiedbroniien 
der Mongolen en met de Mi<ldiel«euw«dhe ge- 
sehaedenis van Rusland en 1« ver de dn 1883 in de 
,.M6iDoire8" der Academde te St. P-etersburg: 
,Jl«ktion' de Ma^ond^ et d^aoitres autefare Mu- 
snkmans snr les anci«n6 Sla^res". Reeds vroeger 
(1829) baid hy een episode uit den: „Isikander 
Nameih" van den Pevzisc^hen dddbter Nišami m 
h«t lieht ge^vein, en vervollgens versdheen van 
zijn hand: „Ezp^tion de l^narlan contre Tog' 
kamiche kfaan, de rOuHoiis de Djoutohy". C^ 
eezondheidsredenen Terliet Iiq Rusland in 1835 
en vestigde zich eerst bij Toulon en later te 
Aouste in het departememt Dr6me, waar bij zich 
hoofdizakeli^k bez^ hielid met de taal en de ge- 
schicdends der Koeiden en met de vertaling 
eener geaohiedeni« van dit volk, door Chšrefed- 
din (ypgestdbd. Het eerste deel, met een scihat 
van aante^eningen verrijkt, versflheen onder 
den titd: ,,Obšref-Nameh, ou Fastes de la na- 
tion Koupde, par Oh6ref Ouddine, prince de 
Ri(Mis etc." (1868). Charmoy overleed in 1869, 
en het tweede deel, aismede ihet niet minder 
omvangrijke weiik: „Fastes de la nation des 
MongoJee", bleef tot nu toe ongedrukt. H\j was 
Ktaaitsraad in Rui8si«ahe!n< dienst en Lid van on- 
derscheoKten geleeide gonootechappen. 

Oharolaifl. ^ie Charollea. 

Oharolles, («n arrondiaseonentshoofidstad 
io het Fransdhe departement Sadne-et-Loire, Idgt 
bij het vereenigingBpunt van de Semenoe en Ar- 
conee en aan den 8poorwe(g naar Ljon, beži t 
oen handedsrecbtibanik, een ooU^e, een biblio- 
theek en (1911) 3740 inwoners, die ziob bezig> 
houden met de vervaairdigiing van fayenoe, drai- 
neerbaiizeii, cihemicaliSn, hout-, wijn-, en> vee- 
handel. Boven de stad- verheffen ziah de bounv- 
vallen van leen oud kafiteel en itn ihaar iiabijhedd 
vindt men: belangr^j^ke steengroeiven. Zij wafi 
vooriieen de hoofdstad' van het aleude landschap 
Charolais, dat in de 9die eeuw tot graafscthap 
vrheven werd en in 1890 aan BouigondiS kwam. 
In de 15de eeow erfden bet de Habebni^ers; on- 
der Lodewyk XIV wai8 bet een twastappeiL tus- 
sdhen Spanje en Frankrijk. In sinjd met de 
vredesi>Qpalinge<n van 1659 gaf Lodev}yk XIV 
het aan« het huis CoikIč, in 1771 knvam het aan 
de Fransciie kroon. 

Oharon is volgens de Grieksohe fabeUeer 

V. 



de veeiman der Ond€<EwereIdv die de schimimen 
der afge&torvenjen met zgn boot over den sl^e- 
rigen Cocyta6 ibrengt en daanvoor vam elk een 
obood ontvangt^ dien men den o<verledene bi) de 
be^ralenis in den mond legde. Wie niet b%ra^ 
Yen vras o! geen dbool l>e(z»t, moest aiLs een 
sclbim Jangs den oeveir deor rivder 3onddwailen, 
totdat de grgtze, norscbe veennan ®ich bewegen 
Het, bem naax de andere zgde te brengen. Le- 
vendein, die va^ zjjn boat gebruvk wildeii maken<, 
moesten voorzien wezen van een gouden tak. 
Omdcvt h^ Heraeles eene overaette, zonder dat 
deze op zoodanige ^imst eenig reobt had; moest 
Charon een geheed jaar in boeien amacihten'. Men 
noeint ihem een zoon van Erebus en NyXf en bg 
wordjt vooiigiesteld in de gedaa-nte van eem oud, 
knonig man. met een ruicen baard en een fon- 
kedenden blik, in een oude boot. De Etruekers 
stelden Charon voor ale een soort doodsengel, 
met een Gohrik.wekkend udterlijk en een dub- 
belen hamer. Im de sagesn der nieuiv-GTiekeii 
leeft hg nog voort. 

Oharondas, de wetgenrer van zijn geboor- 
teplaats Catana en van andere koloniSn op Si- 
cilig en in ItaldSi, leelde omstreeks het miidden 
der 7d»e eettw v. Ohr. Van zgn wetten^ in venzen 
vervat, is een en ander medegedeeld' door Aris- 
toteles en Diodorus Siculus, Zij waren in vele 
steden van Groot-Griedceniand* zeer in aanzien. 
Daarb^j beivond zidb ooik de bepaildD^, dat nie- 
mand genvapendi een votksvergadering modht be- 
zoekeoi. Toen ihlj op zekeren iijd, pas van eetn 
reis teruggekeeid, zieh derwaarts begaf zonder 
zijn zwaaiird! af te leggen, en men er hem op- 
merkzaasn op maa&te, dat hij zijn eigen wetten 
snhond, riep hij uit: „Neen, bg ZeusI ik be- 
krachtig ze!" en stiet zich ihet staal in de 
borst. Om eventueele veranderingen in ajn wet- 
ten moeilgk te maken, bepaailde h\j, dat ieder, 
die veranderingen voorsteMe, dit met den strop 
om den hals moest doen« teneinde onmdddellijk 
gewoTgd te fcuni>en woiden, a>Is deze veranderin- 
gen aiiejt weiden aaiigenomen. 

Oharost, Armand Joseph de Bšthune, her- 
tog van, een afstammeling van Sully en zdtfs 
door de Fransobe revolutiemannen een „w€ldo€- 
ner en vader der lijdende mensdhheid ge- 
noerod'*, werd den Isten Juli 1728 te VersaiMes 
geboren. Hg nam dienet bij de oaivalerie en on- 
derstflieidde zidh in den Zevenjarigen Oorlog. 
Hy liet uit eigen moddelen voor zijn gew<Mide 
soldaten te Frankfori; een lazaret bou(wen, en 
toen in 1758 de sdhatifcist in nood was, zond 
hij zijn zillver naar de nvunt. Na het sluiten van 
den vrede begaf bij zich naar zijn goederen en 
zoigde er op de edelmoeddgste wij2e voor zijn voor- 
malige krijgsknedhten en voor de armen en on- 
gelukikigem van dem omtrek, bevoiderde het on- 
derwijs en den landho>uw, verzachtte bet leen- 
stelsel, &tiohtte gasthui'zens bev^aarsoiholen ene. 
en pledftte in de provinciale vergadering en dn 
die der Notaibeilen met al de kradbt ogner wel- 
sprekendheid voor een meer billijke vtrdeeling 
der lasten. To<sh werd hg gedrurende de Omnven- 
teling in heoh tenis genomen, waarna bg een 
hali jaar in den keitker moest doorbrengen^ De 
Fransdie landbouw is veel aau/ hem vereohul- 
digd, en hg stdcbtte tevens een aanitad weten- 

6 



82 



CHABOST— CHARPENTIER. 



6dbapp6l^k« en W6ldad<i^ TetreebigiiifiieD^ H^' 
averlMd d^n. 278teii Octdber 1800 ate maire 
Tan het tiende arrondissemont van Parjj«. Cka- 
rosi sohTeef: „R^uTn4 des vxi-es et des premiers 
trajyaux" (1799), „Vu€s g^nšrales sur rorgani- 
eatioDi die 'riiii&tructioiL trarale" (1795), benevens 
een aasftal and<ere w«iike]i, meestal vau socialen 
inlhoud. 

Oharpentler^ Marc Antoine, eem Fraasdh 
oamfpomfit, werd m 1634 te Parijs geboren. Op 
15-jari^«Q leeft^d gvag hij naar Rome, om zicin 
op bet sGh:ild<ereii toe te leg^ni, maar hij be- 
paalde zioh w<eld'ra mtaliutend tot de muzicfk, 
waariii de beroemde Carissimi zija leermeesrter 
was. Reeds m I(tali§ maakte b^ opgang door 
ziJDi imiizieikstTifkikeiii, en na zgn terug^keer te 
Parijs wieid Ih^ er kaipelmeester Tan i(ien> diertog 
van Orleans, den 'bro«der van Lodeto^k XIV. 
Later werd hj kapedmeester yan> bet J((ZuTerten- 
CoUege te Par^s en ten slotte aan de Ste. Gha- 
peli«. Hg orcrleed den 248ten Fetoruari 1704. 
Charpentier scthreef voornamelLjik keilkelijke 
wexken (imsden, Psalmen, Te Deums, motetttea, 
oiaftoria) en een tweetal opera'fi. Ziju oratoidum 
„Le Teniement de St. Pierre" i« eenigen' tijd 
g>el€tden nog te Parijs udtgiovoerd'. 
Charpentier, Franpoia PfttZtppe^ een Enunscb 
weiMiiiig']nindig€, den Sdien Octobeir 1734 te 
Bloi« ^ft)oreni, ontving z^jai opileiding aan bet 
JevaletenooM^ge aldaar en kwam veinrolgens in 
de leer b^ een pOaatsngder te Parijs. Hier onit- 
dtikte bij een verbeterde etennetibode en Yerkoabt 
zijn geiheim aan den Graaf de Caylu8. De oud- 
ste p]a1;en in die mander zgn van bem zeil; 
zgn aitviDiddng bezoigde beon vrije wonfing in 
bet Looivre en den titel van koninlklijk mecba- 
nicus. Nu deed hg vele anderc- bdan^rijke oiut- 
deOdkJDj^en; met een *brand9pjeigel smol t bij me- 
talen, nij verbeterde de lantarens der vuurto- 
rens en der oorlogsscbepen, vervaardigde braaid- 
spuiten, die weldra in gdieel Franicrijk inz^ang 
kwamen, vond meuwe weriktnigen uit om ka- 
nonnen en geweerloopen .te boien enz. Laaitst- 
gem&Lde mtvinding versdhafite ihem 24000 francs 
en bet bestuur over bet „Atelier de pcrfection- 
nement". Rijke aanbiedinoetn van buiitenlamd- 
scihe nu)gendiheden ire&a hij van de band. Char- 
pentier overleed den 228ten J#i 1817 te Bleiis 
in beboeftige ome^tandiglbeden. 

Charpentier, Johann Friedrich JVilhelm 
Totissaint von, een Duitscih. aaaxl- en miJ!nl>ouw- 
k-undige, den 24sten J<uni 1738 te Dresden ge- 
boren, stndeerde in de redbten en in de wii8- 
kunde, 'werd in 1766 leeraar in laatstgenoemd 
vak aan de mijnacademie te FreLbeig en legde 
zicb nu met i}ver toe op de ikenmis der mgnomt- 
ginning. In 1784 werd 'bqj directeur eener aluin- 
groeve te Scibwemsal in Mersebuig, en op z\jn 
raad we!rd in 1785 te Fredbeig een amalgameer- 
werk aamgelegd. Keizer Joxef 11 nam bem op 
in den rijksadektand, en de Saksisctie Re^eering 
benoemde »bem in 1801 tot boofidbestuiirder der 
mijnen. H\j .overleed den 27sten Juli 1805. 
Charpentier b(eft zicdi door belangr^e verbe- 
teringen van den mgnl)oaw zeer verdien«tel\|k 
gemaakt, waarvan zgn gesohmfiten getuigenis 
afleggen. 

Charpentier, Toussaint von, een Duirtscfh na- 



tunrkundige, een zoon van den voorgaande, werd 
den 226tea November 1779 te Fieil^rg geboien. 
H j} studeecde te Leipzig in de reobten en weni 
in 1801 audjteur bij bet hooggerecdit^o-f te 
Leipzig, maar ging bet vol|gend jaar over in 
dienst van bet mij-nvvezen. WeldTa was bij „Ober- 
bergrath" te Breslani; in 1835 werd hij opper- 
bestuurder der mijnen in Sileziš, en o^verleed te 
Brieg den 4den Maart 1847. Ook beeft b\j veel 
gesdhreven over insecten, vooral over vlinders. 
en 14j braobt een nietiwe uitgave van bet: „AH- 
gemeines Bergfwerkslexikon'* (1809, 2 din.) tot 
stand. 

Charpentier, Johannes von, een jongere broe- 
der van den vooigaande, weid den 7den Decem- 
ber 1786 te Freiterg geboien. Hij wijdide zicih 
in de mgnen van SiiieziS aan den mijiii)ouw. In 
1806 be^ hij meh naar Fran9crij>k, om er in bet 
zuiden des lands ijizersmelterijen op te ridhten. 
Tevens bielid bi^ zioh bezig met de geologie, en 
zijn verhandeling over de geologische vorming 
der PjreneeSn werd bekiroond« door de Academie 
te Par ^8. Hij was de eeiste die de beteeikenis 
der morainen begreep en ook deze naam i« van 
hem afkomistig. In 1814 werd hij bela&t met bet 
bestuur der zoutmynen te Bex in bet Zwitser- 
SGhe kanton Waadt en benoemd tot hoogleeraar 
in de geologie te Lausanne. Hij overleed den 
2den Septenaber 1855. 

Charpentier, Oervais, de stichter dier 
FTansche uitgeverszaak G. Charpentier en G. 
Fasguelle te Parijs, werd den Ždtan Juli 1805 
geboren. Hij voerde in 1838 een gemaikke- 
ly<k Engelsoh ootodecamo-formaat in den Fran- 
sehcn boekhandel in; 'naar hem werd het 
»format Charpentier" genoemd. Na korten tijd 
gaf bij een bdibliotheek van 400 deelen (biblio- 
th^ue Ghaipenrtier) in dit formaat uit. Ook 
štichtte en redigeerde hg bet „Magaaitt de li- 
brairie", waaruit l»ter de „Revue nationale" 
ontstond. Na zijn dood, den 14den Juli 1871, 
werd de zaak dloor zyn zoon Oeorges Charpen- 
tier, geboren te Pargs in 1846, overieden aidaar 
in 1906, voortgezet. De vaudeviUe „La folie per- 
s^cufcrice" is door hem gesohreven (1870). In 
1890 associeerde deze zixitt met Eugine Fas^elle, 
aan w.i«n in 1906 de zaak geheel oveiging. De 
,Mblioth6que Charpentier" bevstft Franeohe kla«- 
sieken en baitenlandisdhe romane in Fransche 
verialing, »taathuishondlkundige werken, gedenk- 
schriften, reistoescihr^^ngen ena. Ook bestaajt er 
een „Petite bibiliofii^ue Charpentier" in */» 
formaa;t, benevene een „Noavelle coUection" met 
moreele fetrekiking, en verder gelllustreerde uit- 
ga^en der wei&en van Chenier, Daudet, Musset 
enz. 

Charpentier, Gustave, een Pransdh com- 
ponist, den 258ten Juni 1860 te Dieuze (Loitha- 
Tingen) geboren, wa8 een leerlLngvanJbetcons«- 
vatorium ^e Pairgs {van Massenet, Massart en Pes- 
sart) en behaailde in 1887 den etTs*en ,^ran<i * 
prix de Rome" met een canta/te „Didon". Ge- 
durende zgn veiWyf te Italie sdbreef hy de or- 
ke6tsud<te ,,Imip(re86ion<s d'Italie"; daama volg- 
den „La vie du poWe" (sold, koor en oricest, / 
tekst van den componist, 1893), „Les fleurs du J 
mal" (orkest en koor), ^Impreasion« fausses"! 
(1E^5). Maar Charpentier^B naam venkreeg eersl« 



CHARPENTIER^CHARTA. 



83 



intenuitionald bedDeDdhend <ioor zgn opera „Loui- 
se", een »roman musieal" op eigen prosateket 
(Ififte oipfroenii^ 2 Febrnari 1900 te Pargs). Een 
soort Terrolg daarop is zgn DiieQw-9te opera of 
„podroe Iyri<jue" »Julien" '(Juni 1903). 

Na Massenet^e dood (1912) •weTid Charpentier 
dieD8 op?o]gier aJs Idd der Acadšmde. 

Oharple. Zie Pluksel, 

Oharpoet, in de dagen der Oadlieid Kar- 
kathiokerta en door de AimenJSr« Charpert ge- 
^eten, is een versterkte -stad dn liet Aziatisoh- 
Turksah vilajet Ma'amoeret nI Aziz, o^ den noor- 
delijken aoom van een door den Eufraat be- 
sproedde hooj^vkiMe, 1270 in. hoog gelegien. Zg 
beztt sdhiddieraahtige boaivrallen Yan een gpoo- 
ten bnnaht, een zeer oode kerk bg hert kloooter 
der Jaeobi«ten, waar ziok mericwaaTx]iige hand^ 
sohraften betvinden, en omstreeks 20 000 iDwo- 
ners, groo^tend^els Torken. Z^ i« vooral gewiQh- 
tig nit een krijgcikn-ndig oogpoint, zoodsut men 
er een sterke bezettdng on<iier iheft be^vel van^ een 
pasja aanitje£t. Laatsigenoemde Sondt eohiter 
zija Terblijf te Mesere (Jeni-Oharpoet), 6 km. 
van Oharpoet venv^derd. 

Charras, Jean Baptiste Adolphe, den 7dein 
Jamnari 1810 geboren (te Pfahburg in Lo- 
tiiaringen, weid in 18S0 om zgn staaitiknndige 
gOToelens g^reevA van de PoljitedhmiBdie acAiool, 
en beboordhe in de JuMdagen tot de aaibvoerder« 
Tan den opstand. Hij bezocbt daarna de miditai- 
re Mhool te Metz, maar werd ook hier om staat- 
koiMtige redenen wei^ezoniden (1838). Weldra 
ecbter kreeg hg vergilfenis en w€rd tot Inite- 
nant en kort daarna tot kapitein bg bet eerste 
regiment artillerie bevorderd. Zijn repnibHkein- 
sene opstellen im den „Nationar' waren oonaak 
van zijn overplaatGing naar AlgeriS, waaT h g 
zolke dooralaand« blijken van b€kwaaflnheid gaf, 
dat hg weldra dhef werd van een der vier Bu- 
reani Arabee. Zijn voorspoed bij een vermete- 
len aanval op het leger van Abd^el-Kader in 
1844 bervorderde hem tot bataljonske! in het 
eerste reeiment van bet vreemdedingenlegioen. 
In 1846 lcwam hg aan het hooM der ZepAivrs 
en sticivtte een kolonde tasedhen Oran en mas- 
bra. Toen hg vepvolgene met verlof te Parij« 
vertoefde, waar inmiddels zgn partg aan het roer 
was gekomen, werd hg benoeoDod tot onder-secre- 
taris bg het ministerie van Oorlog. Hij verwg- 
derde een groot aantal hoofdofficieren, die de 
meuwe orde van zalken ndet waren toec^edaan, 
naar verijdelde ook den toeleg der oltibSf om 
de krggstuGht te verzwakken, terwgi hg bg bet 
mobiel mak en van het leger een groot organ i - 
seerend talent aan den dag legde. De Nahionale 
Veigadering benoemde hem tot ohef van den ge- 
neralen ata3 onder den minister van Oorlog Ca- 
tingnae. Hg werkte nieit weinig mede tot beteu- 
geling van den Jnni-opetand. Toen Cavaignae 
dietator vrae, k on alleen de dringende bede van 
den minister Lamorieišre hem bewegen, zijn be- 
trekkincr te blijven waamemien. Zoodra eohter 
Lodeio^k Bonaforte tot preeident gekozen waB, 
nam Gharras znn ontslag, en hg be^boorde in het 
Wet|geveDd Liehaam tot de mindertieid, dde den 
president en den minister wegenB de expeditie 
naar Rome in sftaat van besehokliging wilde 
stellen. Daar ibg elken stap, die tot bet verkrg- 



gen dei keiieiiskroon Werd. gmaagdi, hardnekr 
kig beetreed, werd na den staait^greep van den 
Idden December 1851 zgn naam op de Iget der 
officieren doorgebaald enhg zeif in hedhiteni« 
genomen en naar BelgiS gebraobt, waar hg zoo^ 
ved last had van de Fransdhe jDoldtie, dat h]] 
naar 'e-Oratveiiftiage vertrok (1854). Hier sclhreei 
hg zgn uitfftekend weik: „Histoire de la cam- 
pagne de 1815" (1858, 3 din.), waardn de mis- 
slagen van Napoleon I in den sHag van Water- 
loo met scherpe trekkeoi zijn aa8ig>ewezefn. La4er 
begal bg zidh naar Bazel in Zmtserland., waar 
hg den 23i9ten Janoari 1865 overleed. Hg lie^ 
een bgna vdtooid wei^ adhter, getiteld: „HiB- 
toire de la gaerre de 1818 en AHemagne" (Leip- 
zig 1866; 2de dnik Parge 1870). 

Oharrldre, IsabeUa Agneta madame de 
Saint Hyaeinthe de, geboiren van Thuyl van Se^ 
rooakerke, geboren te Utreoht in 1746, ontving 
haar oprvoeding te 'e-Grarvenlhage en woonde 
met haar e^btigenooit, een edebnan nit Waadt' 
land en tevens den leeimeeeter van haar broe- 
der, het grootste gedeebte van haar lerven op een 
dk)rp bg Neufch&ted. Daadr legde m ^dh itoe op 
de beoeienang der fraaie letteien. Zg oefende op 
de vormjng van Benjamin Constant de h Re- 
becque een aanmeiikelgken iovJoed. De Franeohe 
RevoliGtie beroofde haar vaa een- groot gedeelte 
van haar vermogen. Vele telenistdli^gen gaven 
op gevoiderden leeftgd aan haar beminnelgik 
karaSter een plooi van somfbeiiheid; zij oveiJeed 
den 25aten December 1805. Onder den naam 
Abb4 de la Tour sdhreef zg: ,JLiettre8 neuohftte- 
loises" (1784, 1883), „Le8 troi« femmes" (1798), 
„Honorine d'Useiclbe", »,Saintie Anne et les mi- 
nee de Tediborg", „Sij Waifcter Findh et son fik 
William", „Culi0te on lettres dcrik« de Lau- 
saflfne", „MistreB8 Henle^", benevens eenige 
tooneelsti^ken, o.a. „L'6migs6" (1798), „Le Toi 
et le Vous", die veel bgval vonden. Haar ge- 
sdhriften onderedheiden sidh door een geesrtigen 
en levendigen stgl en door een wgegeerigen in- 
hond. 

Oharron, Pierre, een Franeeh kanselrede- 
naar en sdhrjiver, geboren te Pargs in 1541, stn- 
deende in de reahten, waB 6 jaar advocaat, trad 
daarnia in den geesi^elgken atand en verwierf 
we]ldja afls kansekedenaar een beroemden naam, 
zoodat hg ho£preddker wierd van koningin Mar' 
garetha. Op 47-jarigen kelt^d keeide hg naar 
Panje tenig, om zdoh in een {monmkenopde te 
doen opnemren, maar werd wegenB zgn gefvorder- 
den leeftnd sd(gewezen. Nn vatte hg het predik- 
amJbt weaei op, hiekd eerst. te Ampere, later te 
Bordeaui zijn vei'b]ijf en overleed den 16den 
Novemiber 1603 te Parijs. Hg waB aeer bevriend 
met den historicns Montaigne, wiens intvk>ed In 
zijn gesdhriften merkbaar is. Zgn: „Trait6 dee 
troi« v6rit^" (1594) en zgn: „Traat6 de la sa- 
gesse" (1601) baarden veel opzien en bezorgden 
nem den naam van atheTet. 

Oharta (Latgn chartula) wa6 ooiepronkelgk 
bg de Romeinen een hlad der papTrosplant, dooh 
had later de beteekenis van aUes, waarop men 
adhreef of teekende, paper. Ons woord kaart is 
er aan onileedd. Reeds bg de Romeinen besiton- 
den verschillende kwali<teLten van papier, zoo- 
aJs ehartula Augusta (vroeger hieratiea), Clau- 



84 



CHARTA--CHARTISME. 



dia, lAvia, amphUheatrioa, Fanniana, SaiHea, 
TaenioHea, De ehartula emporetiea, d« amalste 
en sledbtete Boort, wft8 met ^esdhikt om te 
iKhr$ven, maar werd door de koopUeden voor 
aa(kjes sebniikt. In de Midd«leeiiiwen Yer8toiKl 
fiMJi ofodfir Chajta eke oarkonde; zoo heet te- 
gei)fwioorddg nog de groote Parnscbe arohiel- 
sdbool y,^ole des dhartes". In net b\jzoiMkr 
heert^n aHidufi die ooi^koDden, welik)e reoibten en 
rijjiheden tocflcemdea. Daar de Ejngelsohe Magna 
Oharta de grondalag is der stBAitsregeliiig al- 
daar, tenr^l Lodew^k XVIII de door hem ge- 
«aaictionneerde groDidlw«it eharte constitutionelle 
noemidie, heeft inen ha dien t^ iedere groDidfwert 
vefitol met den naam van Charta of Gkarte, la- 
tei met dien van eon«h7uh'e be&tenvpekl. Op 
dlen gromi bestaait in Bogedand een partg, wier 
aanJumgers zich Chartisten (ziie aldaar) uoemen. 

Oharta Indentata. Zie €harta partiku 

Oharta partlta was m de Mi)d<deleeiiweii, 
toen de zegels noff odet T«el yooricwamen, een 
Tooral in Engieland gebmiikelijke ooi&onde, die 
ook wel chirographum (= handsdirift) genoemd 
werd. leder der twee of meer partjjen verkreeg 
een gelijiklaidend exeinplaar (charta parieola) 
Tam net redhtfigelddge stulk. De versdhiHende 
esemplaien w«rden editer op 46n vel papier ge- 
sobreiTen, waan>p een 'W00Td (gewoonl'g& ekira- 
graphum), het alfabet, een epireuk of diets derge- 
ujks zoodainig gesohieven etond, datt, als de 
versdbillende eiemplaren afgesoeden werden, 
ook het woord' of de epreuk, hetzij Ln reohte ^jn 
(charta partita), hetzjj ^gzagsgewijze (charta in- 
dentata) weFd dooigesneden; door de stnkken 
later samen te voegen, kon dan de echtheid be- 
wezen worden. 

Ohartepartfl. Zie Chertepartij. 

Ohartered Oompany beiteekent in het 
aJgemeen een Tan een patent voorziene maat- 
sciiapip^j. Meer in het bijzonder woidt er de 
Biiitsdh-Zoid-Afrikaansoihe maatsdhappij ondei 
Torstaain. Zie aldaar. 

. Oharter^n ^&n sdhefpen beteeikenit het ver- 
hnren van a^pen Toor een bepa&Lde reis of 
Toor een be|paalden tgKl; men ^reeflct in het 
eer>ste geval van Tele-charter en iLn bet »tveede 
geval VBtn time-ohaFter. Het Wetl>oek Ta/n Eoop- 
nanidel geeft in de ortikelen 461 tot 463 eend- 
ge bepsJin^en omtrent deize h-uuT en Tei^nur 
van eoherpen. 

Oharterhonse School is een van de 
gpootste Engetedhe „PiiMc Sdhools", die tot 
i872 zidh in de Oity van Londen beivond, maar 
daama naar GoMaLmiLng in het graafischaip Sur- 
rey oveigielbrajciht werdl Zij werd in 1609 ge- 
atidbt door Thomas SutUm. Vroeger stond met 
de soihool een gesftidhri; voor ma/nnen in reribin- 
ding, door Thackeray m zijn „Nerwcome6'* on- 
der den naam „6rey Friais" beschraven. Hijeelf 
wa8 een leerliDg van cenoemde sobool. Aan de 
oudere leeiaaus zgn 11 afzonderlijke woning)en 
toegevvezen tot huisvesting van leerlingen; daar- 
onoer 7 fanizen, die ieder meer dan oQ sdholie- 
ren kunnen bevaitten. Het grootste gienvioht 
woiHlt op de klassieke talen gelegid, ho&wel er 
ook een ,,Anny GLafis*' is, die door de candi<da- 
ten voor dte Woolwich Academy, een militaire 
sdhooli bezocftit woAdt. 



Ohartera Towen-i8 de naam eener fftad 
in de BrltBch-AuatTaliisdhe kolonie Oneensland^ 
op oiig>eiveer 20o Z.Br. geleigen, met snoonvegver- 
binidl^ipen naar de luiTem To'wnBville en naar 
het •binneniaind'. Z|j telt Ot&geveer 6000 d^ironers; 
in den omitrcfe zQn r^ke goodveUen. 

Ohartler, AUnnj een Franedh di<ikter, in 
1390 te Bayeuz in Noimanidie geiboren, vras se- 
onetariB van Karel VI en Karel VIL W5B!geerig 
genrormidt) wist h^j zqn gedaditen in helidere, be- 
scibaaifide taal weer te geven en z^n verven be- 
reiken eem voor doen t^ buiitengewane iriiytmi- 
BnŠue vojmaimng, dooh zgn eentondg. Zgn „6rč- 
viaare dee nobles", een vormenikeer voor jonge 
ededlieden, in den vorm van balladen, werdaeer 
geroetoid; uit zijn ,,Beliie dame sans meici'* 
(1426) ontstond een ^eheeLe literatuur. Het on- 
geliik van zgn vaidemanid inspiieenie hem tot 
^ffpgiovodbde gedicibten, VHms ,,Le livie dee 
gu&tre dames" en ,,Le lay de paix", akmede tot 
eendge Lat^j^ssdhe prozawei4£en. H\j overked om- 
stieekB 1429. 

Ohartlsme is de naam van de arbeldersbe- 
wieigiDg in Bngeland tot het veikr^gen van een 
Vdkscharta, ligenover de Maana Charta, door 
koining Jan aan den adel verTeendv Hoewel de 
eerete veredhiinselen eener democratiBohe geeind- 
hejid in Eujseland zidh reedfi openbaaiden tijdenc 
den Amer^ansdhen Vr^heidsoorlogi, verkreeg 
zg eerst later een dbaiidetisdh kairaikter. In 1817 
b!ram onder de leiding van roajoor Cartwr\ght 
een petitie tot stand om algemeen stomrecht 
met 1 700 000 handteeODendiieen. Twee jaar daar- 
na vergaderde op het Petenoofield te Mandhes- 
tcT, omler het voorzittensohap van Eunt, een 
groote volkemenojste, met bet voornemen, te be- 
raatdslagien over de af«dhaffing der graanwetten 
en over den toestand des rijis, maaj zy vei^d 
terstond niteengejaagHi door de gewapeiMk 
maoht. Door repressieve v^etten, vooral op aan- 
diri^gen van Castlereagh vasteesteld, yrem voor- 
eerst een einde gemaalht aan dergeljjke politieke 
b^enkomsten, dodh later trad vooral door 
Owen de socialietisohe ridhting op den voor- 
grond. Door den invloed der Owen'ieten ontstood 
in 1827 €«n sftaatkundige vea-eenisiniig van vcric- 
Ideden onder den naam „National undon of tfce 
workdng classes", welke wijzi<j:injg van fcic«wet 
en hervorming van het Lagiernuie bedoelde en 
uit l^nnin^am zidh over het g^ebeele land ver- 
spreidde. aen^ouf, eerst sohoenmaker en ver- 
volgens kof£iehuishondeT, was de stidhter van 
deze vereeniging, wel'ke tot leersohool stmekte aan 
hekende Ohartisten, zooaJs (fConnor en (fBrien, 
De radnealen uit (jen middenstand werden be- 
vreesd' voor een organi satie van het proletaiiaat 
en wi«ten invloed te vericrijgen in deze vereenl- 
giDfg. Op aanaporing van Sir Francis Burdett, 
Duncombe en anderen kwaim leeds in 1838 een 
vereeniging van werklieden met per-sonen uit 
de mi'didenMas6e tot stand, die bet aannesnen 
van den Refonabill ondensteunde, maar na het 
bereiken van dat doel zioh vneder onbbond. Daar- 
mede eohter hadden de proIetariSrs geen vrede. 
In p&aals van staatfknndige bewQgingen ontston- 
den toen, op aandringen ' van Owen, taixyke 
v^ierJkliedenveieeni^Dgen, weilke in veioet kvra- 
men tegen de vnlle^eor der fabriekseigenaai« en 



I 



CHARTISME-OHAKTOEM. 



86 



iegien de ^v^eumioderiiig der konen. In 1884 na- 
men al die Ye!reeiingiKD^I«n heX bealiidit tot een 
'irerkata^inig, we&e Mhter aan> d« aaibeiders groo- 
te nadeelen beooinde en hun toestand geenazin« 
Teibetende. In 1^5 ontstondi eiivdelglE, W€een6 
TerbitteriDg orer de luemne annennvet te Lon- 
den, een BtaatkiHidi^e vereeniging onder den 
naam van Radical Aseociation. E^r de leden 
Tan deee meerendeefe toi den middenetand be- 
hoonden, vonnden in het volgende jaar de werk- 
lieden insgelijlu een politkike vereenigin? onder 
den naam Woi^ng Men'« AEBOciation. Zg teldie 
Xoi 1838 alechte weiiug leden, maair w«Td de bar 
kennat van het chartiame. Lovett, vroeger Ininstr 
diraaier, veprolgens koffidhuiahouder en einidelijik 
bodoveilDooper, ontwie]:ip de zee aptikelen der 
toeioomGtige Volikedharta, weiHQe aan ondecscihei- 
den radiiealen m het Lageriiuie weiHlen medege- 
deeld. Voorte nam een veigaxieriDg van werklie- 
den te Binningbam den Bden Aogostus 1838 
het besludtt, tot het verkT^gen der VaUosdharta 
(People'8 dbarter) een ^verzoelksdhrift tot hiet La- 
geriinis te riobten met venmeIdiDg der zes arti- 
keien. Dtee waFen: baJlotage b^ de veituesin- 
gie<n, aSIgecneene jaaiil^jfaBdie Fapkoneivten, al- 
sdhaffipg van den aotieven en pafisieren oensue, 
Tenieeling van het land in kieraistnicten naar de 
bevoHdDg en besoldigii^ der i^lgevaardigden. 
Eort daarop wei)d door de Woiikilng ldien'8 Ae- 
sociaftion tot bereildng ran haar doel een com- 
misde naar Londen gezoivdlen, dde onder den 
naam Tan Nationale Conventie in den aamvang 
van 183d verscbeen, om er zes mnandien te ver- 
toevcm« De Oonventie verdieelde zich eohter wel- 
dra in twee part^en, namelnk die der Physical- 
force- en Moral-force-znen. Tooh waren zg beide 
eenstemmig b^ het opmaken der Volksoharta, 
wel^e in de petitie zou woiiden vermebd, aleme- 
de over het nitzenden van volkskid^rs naar de 
provinciSn. Deze Votksdhaiita beetond nit 39 ar- 
tikel en, waarin behaive reeda genoecnidie eieohen 
nog aoMlere gesteld weTden, zooals de invoeri^ng 
eener inlcomstenbelaetlng, de afsdhaffing der 
menw« aimenwetten, de venndndiering deir lasten 
enz. Tevene vormden de Phjsical-force-men een 
geheizne commiesie (eommdttee of safetj), dde 
tot een openlqken opetand zon aaneporen. Ook 
de Moral-ioroe-men zodhten na het inlevenen der 
petitie de provinci^n op vreedaame w$ze in be- 
irieging^ te brengren. Het alw^en der petitie in 
het Lag^dioifl met 235 tegen 46 stenunen, heit 
in hecbten^s nemen van ondereoheidiea ohartis- 
ten, zooalB Lovett en Collin, en het ni<teenjagien 
dgr vergaderiiig door de politi«, ddi allee bradht 
de geheele arbeiderebeivoUdng des lande in op- 
schoddinc. Nachtelgke samenkomsten leodden 
tot velemi nitepattin^^ en masdriiven. Einde- 
l0k barstte den 4dien November 1839 de opetand 
nrt in Zni<d-WaileB. Onder aanvoering van Frost, 
Williams en Jcmes overrompelden 8000 Oharti«- 
ten de stad Newport, maar weTden door de ge- 
wapende maclit verdremen. Het over hen uitge- 
sproken doodvonjnds werd veramdierd in deporta- 
tie. De weiik]deiden »veigenoe^gden zich aanvanke- 
lijk met het inzamelen van gelden voor de sdacftut- 
oHers van hnn zaak. Elerst in 1840 knvamen we- 
der afgevaardigden uit veischdllende gewesten 
van Ekt(g^land te Manoheeter b|jeen, om een 



nieuw genootocbap te voimen. In Jnni 1841 wei«i 
weder een netitie met 3 300000 naamiteefcenin- 
gen ter zaKe van het verkrggen eener Volk«- 
charta ingieleverd. 

Heft bhartisme verteonde zioh intuescdien het 
eeri0t als een staatfcruDdiffe maeht, toen het zicii 
met de Toriee vereenigne, om het Wihigmini8- 
terie te d«en valian, waairom bet ooik i^eder door 
de Toriee ondersfteund weid bij z^ agi<tatdie te- 
gen de armennvett. Het atibeidierBoproer in de 
nooidelijke m^ndifiitnicten van E^geland ver- 
breidde zioh door de cAiaptistiaoihe bewiegiitf van 
1842 aeer snel onder de 'werklieden in £ ka- 
toenfahrieken te Manehester. Gedurende de be- 
w€ging voor den vrnjen handel en voor de o|)- 
heiiing der gnianiwetten trad het ohartdsme tg- 
delg^k op den aobteigrond, teBwyi het zidi to> 
vens meer en meer uitbreidde en oiganiseerde. 
Dit geschiedide bepaaMel^ ook oip kerkelijk ge- 
biied, daar een groot aamtal Ohartiaten de StaatB- 
kerk venliet. De imvloed der Franedhe Revokotie 
in 1848 scbonk aan de Cbaitifiten in Engeland 
een niea!we op<wekiking. Er werden ged^irig ver- 
gaderdngen ^ehooden, om geliA;w«nMhen aan te 
bieden aan het Fran&ohe volk, terw\jl voorts in 
Maart vanr dwt jaar onlosten outatonden te Len- 
den en Manehester en voora^ te G]aE|gow., ^Knaar 
eenige dirizenden anbeideie aanmeiikelHk sohade 
veroorzaaJDten, de wa{Kamagaiz$nien i^uniderden 
en de kreten d<^n weeiga£nen: „Leive de Re- 
pnbliekl Weg met de Eom-oglnl Volgen wij het 
voorbeeM van onqe repnbMlMinsdhe broeders in 
Frankr^I" Eort daarna oigandseerdie de con- 
venitie der Ohartiaten te Londen een monet^r- 
meetiing, wel'ke m ep\jt vam >het vierboid der Re- 
geerioig, den lOden April plaats greep; z^ was 
edbter nd^et zoo driik bezoobt ak men verwac1]it 
had en ging rnstig niteen, daar de Oharti^ln- 
8che aanvoerdere het geraden oondeelden, een 
bloeddge boteing te venn$den. Ook had de Re- 
geering belangr^e muHtaire maatregelen feno- 
men en in Londen 12 000 bniftengBwone eon- 
stables onder Wellingt{m be§edi^. Op last van 
deze meebing wexd' .w6derom een petitie, dit- 
maal nteit 5 760 000 handtecikeningen, bg het La- 
geitkods in^ediiend, maar door drt laatste met 
een groote meerderheid vex>woiipen. De hoogte 
vlucht der njjverheid en de zegenT^jIke gev<o]gen 
van de opihelfing der graainiW€itten, waandoor de 
prijfi van het brood aanmeiikielijk daaMe, onft- 
namen aan bet bhanbiame een groot gedeeke van 
zgn kradbt. Langzameiihaaiid neeft het bhartis- 
OM zgn beteekende verloren en tlhans bestaat 
geen dhartiatemparig meer. 

Ohartoem, de boofdstad van den Egjrpfti- 
sdhen Soedan, is f^elegen aan den linker oever 
van den Bleniwen Ngl, diobt bq zijn vereeniging 
met den Witten N9I, op 15» 37' N.Br. en 32« 
40' OJi., 335 m. boven den aeespiegel. De tem- 
peratuur bereikt er gemdddald 'a namiddaga 39», 
soms 8tijg>t zg boven 45» C. De stad is omringd 
door kale vlakten en wa8 v66r de inneming 
door de Mahdneten (1884) het middel|rant van 
den gcttkeelen Noord-Ooat-Afrikaaneohen handel. 
Zij waA door aarden wallen omgeven en bestond 
grootendeete noit leemen hni^sen met nanwe, krom- 
me, smerige straatjes; van eteen waren slechts 
het pradht^ huds van den goureroeur, gelegen 



66 



CHAETOEaf-<MARTREUSE. 



ka& den Nql-, m^ gpoote mooiie tvinieiD, de roor- 
naamste T€(g>eeriii|m^bouwen!, coneuj&teo, sben- 
dio(gBg6bo\]iwen em kerk«ik De smalle citraat 
langB de rivier wa8 door ingcdieidie palea tegen 
uiivfaascftiiDg beveiligd, hiugs de rivder befvoniden 
siidh. yilila's, tuinen en plaiuta^ee tot aaii Ras-el- 
Ohartoem, waar de beide riviLeresi zidb vereeni- 
gen. De op 50000 zdelen g66cihai;te, ^eer Te- 
meofid-e bevolMue, bestond yoor de eene helft 
nit EuropeaneiL, Tuifltei^ Eopten en Egy'ptische 
halidiw«i4QBliedeii, .voor de anidere helft uit ver- 
seliilleDidie staammen, uit Centread-AfrilDa, diie 
hkrbeen al« slanreoi wepdeiL giobracbit. 

Q<edxiire(Dd!e de hfeersohappdj deor MahddateED« l&g 
zy in puin en we9d- vervan^en door het nieaw 
aangelegde Omdoeiman, docSi na de hero^ering 
door d« Engietedh-E^vpiliiscihe troopen (1898) is 
zg apnienmr de hoodSdstad genvorden. Voor den 
sijidar i& eem paleds opgemcht, .te(rwgl een aantal 
r^ering6-g^ouiWien spoeidig volgideni. Tooh 
heeft de pmatB tot dniaver haar vroegipre betee- 
kenis niet tepoggc&regen. 

GDuiFtoem ontatond dmstieekjs 1820 uLt de k- 
geinlliaatte, die de gteneraals van Mehetned Ali 
opsloegen op d<e kuMitong itussohen bddie livde- 
ren^ en waaToinlheen zidi de iaboorLlDtgieii vee- 
tigd*en osn handel te dr^eni. Na d«n val van 
"tiSt oode iianidielBoeitftnim Sdheoidi ivereenigdie 
zidb in Chartoem die gesatmenlijke handel van 
Oost-Soedan in ifvoor, gnmmi, tamarind^ stmie- 
vieeren en slaven nnar de Roode Zee en Kairo. 
De Blau'W)e Nql werd druk hervaien door groo- 
tere en kl^einere aeilbootten, zells Btoomiboaten 
legden baeor aan. Ouider Ismail pasja werd Oh&r- 
tocm de boofdiertad van den Egjptiecfaen Soe- 
dam en standplaate van den gouveameur-geai«- 
mal, dodi viel den 266teni Januari 1885 in han- 
den der Mabdisten, nodat generaal Oordon, die 
daarbj sneuveld«, hert sedeit den 12den Maapt 
1884 da/pper verdoddgd had. 

Charton, Edouard Thomaa, een Franedh 
sdbr^er, den 11/den Mei 1807 te Sene gdboren, 
wa6 reeds op zgn tmdntigBte jaar aidvocatait te 
Far^, trad in 1829 op sds hoofdreJdaateur van 
het »»BnUetin de la soci^tš pour rdnstouafcion 
d^mientaiire" en vam iieit ^Journal die ta moorale 
Clirdtie'nne" en atidhitrte in 1833 h«t ,3I^Bgiaisin 
'pittoresqnie". Na de amwen<teling van 1848 werd 
hij S6cretari«^fineraal van het mdnisterie van 
Onidenvijfe, Hd der "VVeitgevende Veugodering en 
in April 1849 van den Staatsraad, maar moesrt 
w>Qgens deelneming aain het protest t^en 'den 
staatsgneep zijn ontsilag vragen^ waaTna h.\j zich 
wBderom wgdde aan Letteriniojdigen arbeid. Na 
den val van Napoleon lil wa6 hij korten tijd 
prefeot van het -departemeiut Sedne-et-Oise en 
3Sftg zich in 1871 wederoni afgievaaiddgid naar 
de NationaJe Veigaderingi, wuar ihg ziiSi bij de 
i:0piiblikeinsdhe miDderbeid voegde. 'Eten benoe- 
ining 'tot senator voor letvenslan^ virees hij van 
de hand, maar Het ddb naar dat lictliaam aSvaar- 
digen, waar hq weMra den voorzattersBetel be- 
fcleedd-e. Sed^rt 1867 wa6 hij oorrespondeerend 
en cedert 1876 bujit(nffe'ww)n lid Tan de Acadiš- 
nrie. Hij overleed in 1890 ie Veraaalles. Nadat 
hq in 1843 de „Illustratnon" had geaHcht, be- 
»oigide (hij in 1856 niet Paulin die uiligaive van 
den: „Ami dje da maison", die aleohts een jaar 



bleef ibeataan. Oo-k v^as llug hooikiredacteur van 
den „Tour du monrfle" en Tan »de »,fiiibliotb^ue 
des merveillefi". Voorts eflhieef ihij: ,,Voyageur8 
anoieDB et modemes" (1855 — 1857, 4 tSirk) en 
,3i®toi:re de Firanoe d^aprte les documents ori- 
ginauj et lee imoiuusmenitB de Tant de dha^oe špo- 
qne" (met H. Bordier, 1863, 2 din). 

Ohartres, de oiulerwets(3he ihooMstad van 
het Framecibe departememt Eure-Loire, aan een 
kmiispniKt ^an 6poorw^n en aan de Eure in 
een vruchtbare vlakte gelegen, as de setel van 
het deipastementaal beatuiur, van een bisschop 
en nran een haiiidiel>8cre<3htbank. B&a.i hoofdlkerk, 
met mooie gla8sdhildleriqgiei^ in spiiisboog&tijl 
geJbou^ is een der \praehtig£te ibedehnizen van 
FTaDJkrijk. Verder ivdndt men er een oude abd^ 
St. Fierre, nit de 12de eeu'w, Jhet stadJhiuis, de 
■pooirt Glttillaume, een nuuseum en een botani- 
sdhen itudn. De atad itelt (1911) 24103 inwo- 
ners, vede edholen, een iboeker^, ondersdheiden 
geleerde genootsohappen en instellingen van 
iweldiBidigJheid, nrele labrieken, iLeerJooietrijen en 
een levenidigen fhamdel in wol en graan. Ohar- 
it^res (waG reeds v66r de komst der Romei nen een 
aanisieniLijke <plaats en heetite (toen Autricum. In 
de Middeleeawen 'wa« z\j de ihoo£dstad van 9iet 
lanidsclhap Beance, en z^ geuf haar naam aan het 
graafsdhap Ghartres. Dit Laatste ikiwam in 1286 
aan de kroon van Frankrijlk en weiKl door Frans 
I in 1528 in een ihertO(gdom veranderd, dsut ge- 
wioonl^ tot ajpamage diende veor den oudsten 
zoon van (den ihertog van Orleans. 

Ohartres, Robert Philippe Louis Eunhie 
Ferdinand, herteg van, werd geboren dem 5den 
November 1840 «te Parije, als rtweede aoon van 
prins Ferdinand van Orleans en kleimsooni ivan 
Lodewyk Philips. Den 11 den Jnnii 1863 luirwde 
hij met Francisca van Orleans, de dechter <van 
zijn oorn^ den prins van Joinville. Uit dit hmvfe- 
lijk virerden drie sooonis en »Imee d^chtens gelboren 
en wel: prins Robert j geboren den llden Janu- 
ari 1866, overleden den 31 sten Mei 1885, prins 
HendHk, geboren den 16den Ootober 1867, over- 
leden den 9den Augustus 1901, prins Jokan, ge- 
boren den 4dien September lo74, gehuiwd. in 
1899 met Isabella, prinses van Orleans, dochter 
van den Oraaf van Par^s, prinses Marie, gebo- 
sen den 13den Januari 1865, gefawwd in 1885 
met Waldemar, prins Tan Denemaiken, Marga- 
reta, geboren den 25i9ten Januari 1869, gehu'Wid 
in 1896 met Patrice de Mac-Makon, hentog van 
Magenta. De (hertog van Chartres nam in het 
Umeleger deel aan den Amerikaansohen bu^ger- 
oorlog, waarover Ihij een weik edhreef »»Histoi- 
re de ia gmerre civile en Am6rique" (dl. 1 — 7, 
met atlas 1 — 6, Par\j« 1874); na den 4den Sep- 
tember 1870 nam hg dienst in het Fransdhe le- 
§er, maar werd tciigevolsne van h«t dec-eet van 
en 25eten Februari 1883 non-actief. Ten^evol- 
fe Tan de wet tegen de prinsen van den. 23&ten 
uni 1886 werd hij uit de ranglijst verwijderd. 
H\j overleed in December 1910 op het kasteel 
St. Firmin bg Ohantilly. 

Ohartreuse is de naam ^an een Hkeuir. Zie 
Chartreuse, La Orande. 

Ohartreuse, La Orande, is het oudste 
kJooster der Kairtlhuizerorde, in het Fransohe de- 
partement le^re, ten noorden van Grenoble (ge- 



CHARTREUSE— CHASKOI. 



87 



meente St. Fierre-de-Ghaitrease) in «en woe6te 
bergfttreek ^el^«i^ door <d«n ibcdli^n Bruno <zie 
aldaaj) g«Gticiit. Het is een ^loot geibou»w met 
een nume ka^ittekaal-, 60 oeUea «ii een ibiblio- 
^eek. De Idui« van den eticihteii, 2 lom. ^vaDNiaaT 
in een denneni^oud, nabjj een vanne ibron, is 
loter in een ikapel ibeoBoihaipen. De ononniken 
der Ohartreuse -Terviaardi^deni tat bnn ^endrg- 
yiug in 1905 in bet na»b\|igieWen dorp Founroi- 
rie de onder den naam C&ArtreiKe belcende 
kiuidenJikenr. De omliggend« 'boeohruke berg- 
CToep der Franedhe Eal^lpen, ten N. van bet 
Lsdradal gelegei^ is nftar de Qhartreu»e genoemd. 
De boogfite top is de Pic de Chamedifl«de 
(2087 m.). 

Ohartularla, eharUtria of divlomataria 
noemt men bcfvaarplaateen voor ooidonden en 
docomenften, alemeos in de kiloosteis de copie- 
boeben, bervattende a£BOibriften Tan dooomeiiten 
o?er iboop, fiahenfldngen, rtestamenten enz., die 
in genr&I van nood 2e\h kradht ivan be^ije bad- 
deni, wanneer er geen blglken waren ^an opc&eit- 
tel$ke Tervakching. Zn zgn tooi den geficbied^ 
Torecher van groot belang. 

ChanrtMlls, (voJgen« de Grlebsobe fabelleer 
een waterv0rzwelgend numster im bet smalate 
gedeeHe der Straat rvan Messana, 'wa6 de doch- 
ter <Tan Poseidon en van de goilaige Oaea, dde 
door Zeus in zee 'werd gealingerd, iwiaar zy aUee 
Tersliodt, wai ziah in Ibaar nabglbeid) <waagt. 
Sonmngen noemen baar een cBuster :van haar 
baunrroaw Scylla (zle aldaai). Het ecibgnt, dal 
Tooral bj een sterken 3aidenwind de stroom in 
g<emelde straat de sobepen naar de kost «turw- 
de en op de roteen Terbr^jaelde, izoodat de vioot 
ran OcUmianua er de belft barer -vaartaigen ver- 
loor, toen zij aan den Lngang der Straat die van 
Seitus Pompejus anteeette. Denikelijk ecbter 
vneid de naam 'van Cbarjbdds g>€^ven aan een 
maalstroom nab\j de barven van Mesdna, tbane 
onder de namen Obarilla, Rema, Calofaro en 
Oarofalo bekend en b^ vrind-stilte eleohte even 
meriobaar. Deze edhter is zoo ver van de Scylla, 
een rote b\j bet bedendaagBcihe »tadje Scilk op 
de Italiaaneohe kost, vepwnderd, dat (het oude 
^eeicwoord: „Van de Scylla in de Obarybdis 
^ejaken" niet in letterl^jken xin juist kon zgn. 
Eoefwei een zciderstorm, inloopende tegen den 
ait bet noorden komenden stroom, de vaairt in 
de Straat van Mesoina voor kleine vaartuigen 
nog wel lastig kan maiken, TOoral daar bet wa- 
ter er over een rotegroivd' vaa zeer on^elijike 
dMfprte fitroomt, is zq voor groote ecbepen niet 
gennaarlijk meer. 

Charzow i^ «en plaats in bet Pruisiscbe 
regeeriugedistrict Oppeln. Zjj .telit (1910) 10 875 
iawoner8, beeft ijzer- en steelkoolmijnen en een 
$^enkteeken voor den graaf von Redern, dae 
den beigboaw op ebeenkool in Opper-SileoEiiS in- 
voerde. 

Ohasaren was een oud-Tui^dh volik, dat 
ta86<ihen de Zwarte en Kaspisobe Zee woonde, 
de Wolg»bu1eraren onderwierp en de Krim en 
Kiwr veroverde. Door de Slavi scfhe Poljenen, 
SeweTJeDen, Radimitsjen en Wjetit&jen weTd 
hnn prioriteit erkend. In de 9de eeuw streikte 
zich bnn rijk nit van de Jaik tot den Dnj^pr en 
Boeg en ^an de ZwaTte Zee en den Katikasu£ 



tot dem mdddelloop der Wo]ga en Oka. Aan bun 
hooM stond de obakaiK <die in de Sste eeaw to4 
bet Jodeikdom overging, en dien een beg als op- 
peibevelbebiber ter z^e istoiDud. Het leger be- 
stond uit MahammedAaneobe bunrlingen en mi- 
litie. De Obasaien dreven een levenidigen ban- 
del tot naar IndiS. De boofdsteden ivaren Itil 
(Astrakan) en Semeiider. Tegen de Pet8je<negen 
werd de vesting Sailkd of Belaja We6J opge- 
ridbt. StojetosUno Tereloeg in 965 de Cbasarei^ 
veroverde Sainkol, pliKnderde Itil en Semeadleir 
en (vernietigde biun maobt. Volgens sommigen 
zgn de Earalm of Karalten, in Žutid-Rualand en 
de Toormalige Poolsdhe landeni^ aletamimelingen 
van ben. 

Ohasldeefin of Chasidim (vromen) wa6 de 
naam van izoodanige IsraClieften, die na den 
terugikeer nit de Bab^lonisobe ballingsobap de 
vooi«cbrif*tefn opvoilgiden der Groote Synagoge, 
zoodat z\j meer op zidb namen dan de Moža- 
iflcbe vrat -van ben vordeide, en zidh biietrdeor 
ondersoheidden van de Tsadikim (Redhfbvaardi- 

gen), die zidb etiptelp aan de Sobriftelijke Wet 
leldenk Uit de CbasideeSn ontstonden de eec- 
ten, dde (bq bet geoag der Wet dat der overle- 
vering Toegden^ oooeJe de Phaiiaee&n, die ziob 
later v«(r<ke]den in Talmudieten, Rabbinis- 
ton eo. EabbaMsten, terw\jl udi de Tsadikim 
vervolgens de SadduceeSn^ Essee5n enz. voort- 
sproten. 

De bedendaagsdhe OhasideeSn zijn edbter vol- 
gelingen Tan een leer, in bet mididen der 18de 
eeuw door zekerea IsraSl, b^enaamd Baal^Sjem- 
Tob, in PodoliS Terkonddgd. Hij (trad als pro- 
feet en 'wondeidoener op, vtrerd wekira ads een 
beilige veieerd, nam den titel „Tsaddik" („Vro- 
me") aan ea bewee(rde vdsdoenen te bebbeni. Hg 
berweeide, dat een vroolgk, opgewekt loven Gode 
we]gevallig was, deed bet gebed vera^ld gaan 
van steike licihaamebewegiDgen, aooals springen 
en in de banden klappen, en edbreef oo& was- 
soMngen en een bijzondere kleedij voor. Zijn 
ndtspraken bezaten absolate autoriteit. Het aan^- 
tal ziiner Tolgelingen groeide steik aan en bij 
zijn dood (1760) vtras bet reede tot 40 000 ge- 
Bommen. Daar 2qn bi>naam tot Bes j t vFerd <veT- 
koFt, noemdem zgsn aanhangers zich ook Besjtia- 
nen, die twee boeken van den stichter, ,,Sepber 
Keter Sjewo-Tob" en „Tsebaot RIBSJ", tot 
giondslag nemen Toorbnngevoelens. Hunmeest 
bekende leeraren waren zgn drie kleinzonen R, 
Beer uit Mizrioz, R. Mendel uit Praemysl en 
R, Maltsch uit Laaanitsdh. Na den dood van 
Besjt verspieidden zicb zijtn volgelingen over ge- 
heel Polen, waar zij een aanital onafhankelifke 
gemeenten bebben doen verrijzen. Ooik in de Do- 
nauvorstendomimen en in sommige streken van 
GaLiciS en in Hon^rije zoekt men die niet te 
vergeefs. Op de ont^ikkeling van bet Jodendom 
in die streuoen bnbben zij een zeer naN^edigen 
in/vloed uitgeoefend. 

Chasldim. Zie CkasideeSn. 

OhaskOi, Ghaskovo of Haskotro is de naam 
van de voormalige iboofdplaats van het in 1901 
verdwenen gelijknamige district Jn Oost-Roeme- 
liS. Zij is gelesen aan den «t^aa^we? van A^lria- 
nopel naar Philippopel en telt (1910) 15 067 in- 
woner8. Er v^oidit een groote jaanmarict gehou- 



88 



OHASKOI— CHASSELOUP-LAUBAT. 



d«iL Het 'vooimaMg distriet OhaskSi inaak^t nu 
deel uit van (bet ddstrict Eefci-Zagra. 

Ohasles. Miekel, een Franscb viskondige, 
tben 15dien November 1793 <te E)pemon gteboieo^ 
bezocdiit <k Poljtechmfidh« sdhool te Par^s, wyd*- 
d« zich <veTvolg)eDe 10 jaar lang aonbteloas aan 
de 'W0tenadliap, 'weTČ m 1825 hoogleeraar t« 
Chartres, ia 1841 aan ide Poljtedhniscihe sdhool 
ea aafD/vaaTdde in 1846 een kersloel voor 6e 
boogere meetkunide aan *de facolteit der i^eten- 
sdiappeni te Parije. In .1889 weFd liij correspon- 
deerend ea. m 1^1 gewooin lid van bet msti- 
tuut. fig wa8 de groadlogiger der nieuivere geo- 
metrie. In de jaren 1867 tot 1869 'verdedigde 
hg met grooten ijver de edbtlieid rvan een aan- 
tid haodsdbriftenv die asicih in zgn ibesit bevon- 
deni, ^nder eendge inliohitingen' te geven om- 
trenit de wnze, <waarap hg ze iv&r ma^shtig ge- 
worden. Sedert Juli 1867 deed ihij gedoirig me- 
dadeelingen aan* de Acadteie nran een iveirzame- 
ling -van brieven van Oalilei, Pascal en New- 
ton, waaruit bleek, dait de eer der groote ont- 
de^ringen van laatstgenoemde eigenl\jk toe- 
kwam aan Pascal, De Acad^ie ibewaaide lan- 
gen 't\jd' een '▼oorzichtig etdlawggea, itotdat einr 
dieUglk bleek, dat al zgn bandsobriften onedbt 
n^arein, daar een falsaid« hem jaren lang bedrogen 
had. {Jhasles overleed detn 12dienI>eoember 1880. 

De talr^ke apstellen van Chasles zgn- groo- 
tendeelfi in tgdfiohiriften Terspreid. H\j eoiireef: 
„Suir Tattraction des ellipaoldes" (1887), „Sur 
l'attraction dee corpe de forme queloonqiie" 
(1846)<, vooT.ts over Igoen en vlalrloen Tan den 
tweeden graad; over kegekneden«, over kromme 
Ig nem ivan den d^^idien en vieidea gmad enz. 
Tot <zijn. belan^^kste geeohriften ibebooren: 
v^per^u hi«toriqiie sur Torigine «t le d^veloppe- 
men-t des m^tibodes en g6om^trie" (1837), „Trai- 
tč de gdom^trie sop^rieare" (1852), „Trait4 des 
seotions coniiques" (1865) en ^Rapport snr les 
progrte de g^om^ie" (1871). 

OhasB^, David Hendrik tbarou, een Neder- 
landsoh generaal, iverd geboren te Tiel den 
18den' Maart 1765. fig wa8 de *»oonr van. een 
majoor in Munstensdben. dien&t, stond reed« in 
1775 in de gelederen van ^bett Neder land'sdhe le- 
ger en wa« h^ het uiitbreken der patriotsobe 
wo€ilingen kaipitein. fig sdhaarde ^ich aaa de 
zijde der Patriotten, en toen deze pairtij 'het on- 
derspit dolf, nam (bij de wg4c naar Frankrij4c, 
waar ihij ziob weldra 'bervoiderd zag iot luiite- 
nant-^fcolonel. Met bet leger van Pickegru (1795) 
keerde bij naar zgn vaderland terug en diiende 
na 1796 onder Daendels, Toen in' 1799 de En- 
gelsdhen op onze (kiist landden, 'hield (bij moe- 
dig stand tegen de overmaobt. In 1803 weTd 
bij (kotlonel en. in 1806 generaal-anajoor. In> Span- 
je Toerde hg het opperbevel over de Nederland- 
sdbe rtroepenj, ondersdbeidde ^idb door moed en 
bedcwaamneid en <verwierf den naam van „Ge- 
ueraal Bajonet", omdat h$ den vgand Ibg voor- 
keur met ihet blanik geweer aantastte. Na den 
slag bg Ocafia (1809) kreeg bij den tlteA van 
baron en een aanzienlijlk jaaigeild. Door zijn 
kraobti^ maatreopelen »redde bij in de Pjnemee- 
en bet ingesloten korps van generaal Erlon. Ge- 
diirende de veldtodbten van 1813 en 1814 Toer- 
de bg bevel als divisie-generaaJ en- vi^eid bg Bar 



Bnr-Aobe awQar gewoDd. Na de eerste overgavc 
van Par^ keerde Ibg ten]^ naar 2ijn vaderland, 
waar (bg vaj> koniog WUlem I de aaD»teU.ini^ 
ontving tot Inilenant-generaal. Ook »treed bg 
in den elag bij Watenoo. Na bet slulten van 
den viede ontving 'bg een miJitair commando, 
eerst te Bnissel en in 1819 te Aiutwerpen, en 
toen dn 1830 de Belgdsdbe omn^renteling uit- 
"brak, trok Ihij (met zgn troepen naar de dtadel 
en ibomibardeeide de stad, toen iiaar inwoner8 
hem aldaar wi]den aanvaUen. Vaeliberaden ver- 
dedigde bij dde sterkte vam den 29«ten Novem- 
ber iot den 23sten DecenoJber iegen een Fransch 
leger, en de konilig benoemde ihem tot generaal 
der infanierie. Na de overgave der citadel, die 
ten slotte niet veel meer dan een pudnhoop was, 
werd bg met zg-n sokdaten als (krijgBgevan^enen 
naar St. Omer gebradbt, doch keerde den 12den 
Mei 1833 naar Nederland terug, alwaar hg «tot 
comimandaDt van Breda en tot lid van de Eer- 
ste Kamer der Staten-Generaal werd benoemd. 
Nadait hij in 1841 gepensionneend wa6, legde bij 
in 1848 laatstgemelde ibetrekikinig neder, en 
oiverleed den Men Mei 1849. 

Chasseloup-Laubat, Fran^ markies 
van, een Franedi generaal, den ISden A^gu5t(us 
1754 te St. Sornin bg Marennes geboren, werd 
in 1774 luitenant der g»nie. Gedurende de Re- 
voliatie tbI bij eendigen tgd gevangea, doch in 
de jaren 1794 en 1796 woonde bij de belej^ering 
bg van Maafitricht en Mainz, in 1796 die van 
Milaan en Mantua en zag sicb weldra bevor- 
derd tot hrigadie-gieneraal bg zgn ikorps. In 1 799 
baande hij voor bet korps van Moreau den weg 
voor een veiiigen aftocht, en na dlen dag <van 
Marengo doeg hg het beleg voor Pesdbičra. ^a 
den Trede ivan Lun^ville (1801) lor^e hg voor 
de veidiEKliigingBlgn van Nooid-Itali^ verhief Ge- 
nua tot een belamsrrijke vesting en maakte ziob 
vooral veidaenetel^k door de 'verMerIting van 
Ohateau-Vieuz, Legnano, Pesdii^ra, Mantua en 
Alessandida. In Duitscibland versterkte bg de 
Elbe- en Odervesti^ngien en daarna begal hij zicb 
met een deigelij-ken last naar Polen. Gode be- 
stuurde l^j de belegeringen van Kodbeig' en 
Danzig. In 1808 iveroeterde hij de vesti n^er- 
ken van Venetifi, Pa&ma-Nova, Osoppo, Ancona 
enz., en in bet daarop volgende jaar voerde bij 
bevel over de gendetroepen in Italie en was 
eomimandant "van Mantnia. In 1811 werd hg be- 
noemd tot groot-offioier van bet Legioen van 
Eer en tot Sliaatsraad. Gedurende den tocht 
naar RiKland was bij wederom bevelhehlber van 
het geimeborpis, en ioa zgm terugkeer wepd hg 
tot senator geŠcozen en door Napoleon in den 
gra^enstand opgenomen. Na den teruglkeer der 
Bourbons legde bij den eed van trou:w al aan 
de uieiiwe dynastie en belkreunde er zioh niet 
om, dat Napoleon bem gedurende de fionderd 
Dagen tot paJr benoemde. Toen hij na de Res- 
taurtftie als Idd van dit Licbaam zittin^? nam, 
stenode hg tegen de verooideeling van rfey en 
bevond ztich later doorgaans aan de zgde der 
mlndeiheid. Daarna ontving hg den titel van 
maAies en overleed den lOden October 1838. 
Van zgn hand veFSdbeen: „Easai ovlv quelques 
parties des fortificatione et de Tartilleri^ 
(1811). 



CHASSELOUP-LAUBAT-^HASrrELAIN. 



89 



Chassekmp-Laubat, Justin Napolion SamuSl 
Prosper graa! van, oudetf zoon -van d€E voor- 
gaanliie, geboren te Alessandria den 29isteD Maart 
1805, wa8 gedurende de Restauratie reguest- 
meester, ODder Lodew^k Philips lid van den 
Staatsraaid, kwam in 1849 in de Wetge^enide 
VeigBderiog en was in 1851 eenigen t\jd minis- 
ter van Marin«. Na den staatsgreep werd hij al« 
rogeenngiscandiidBiat bg beithaMng herkazen, en 
toen in 1858 bet ministerie -voor Algerič en de 
KolondSn, met prlns Napoleon aan het hoofd, 
tot stand kwain, weni h^ eersft raad en in 1859 
minister van EolonnSn. Toen diit ministerie in 
1860 werd opgeheven, zag hij zidh bentvemd tat 
EtaatsBeeretaris van Marine en Kolona Sn. Ook 
weiid hQ lid van den Senaat en in Juli 1869 
preeident van d^n Staatsraad. In Februari 1871 
wei^ Ckasseloup-Laubat 'wederom gekozen tot 
lid der Nationale Veigaderiing. Hij averleed te 
Parijs den 29sten Maart 1873. 

Chasse-marče is een klein vissohersvaar- 
toig op de kusten van Bretagne in gebruik, met 
6čn d€K}rloopend dek, 8 maeten en als log^eo: ge- 
takeld. Het kan zeer dichrt aan den wiin'd sei- 
len. De groote mast voert boven het loggerzeil 
geiwoonl\^ nog een 'kleiner zeil. 

Cha88epotg'eweer, een aobterlader, was 
in den oorLog van 1870 en 1871 het vunFwapen 
der Franpscbe infaniterie en vrerd* al^oo genoemd 
naar zijn uitvinder, Antoine Alpkonse Chaase- 
pot, geboren den 4den Maa<rt 1833, sedert 1858 
ambtenaar bij de wapenfabinek van St. Thomas 
te Parijs en overi eden den 14den Februari 1905. 
Het is ter&tond na 1866, na bet elnde van den 
FraiBisch-Oostenrijksdhen oorlog, in Frankr^jk 
ingevoeid en berustte op hetizel^ stekel als 
het znndnaakigerareer, terwjl heit in plaats van 
de zundnaaild een kontere en steike stift bad, 
die door een spiraal weid voortgestniwd. Ondier 
de versohilknde vooideelen van het Ohassepot- 
boven ti«t zunxinaa]d^weer behoorde voora! hat 
kleinere kaliber. In 1874 werden er metalen pa- 
tronen voor ingevoerd en weid beft naar het 
Bjsteem Oras gefwg2iigd. 

Chasseral is een beigrug in de Zwit<ser- 
adie Jura aan bet Bieler meer, die een hoogte 
van 1609 m. bereikt. Van Biel leidt een rijweg 
bgna tot den top, vannvaar men een sdhoon uit- 
zioht heeft. 

ChaBSČrian, Thčodore, een Fran sob sdhil- 
der, w«idi in 1819 te Šamana op San Domingo 
geboren. Na »te Parijs bg Ingres geatudeerd te 
hebben, maaikte h^ in 1840 een reis naar Ita- 
li§. Zgn eerste etukken: „Venu« Anadjomene", 
»Greboeidc Andromeda" en „Gevangen Trojaan- 
sohe vrotmren", benevens de muurschdlderingen 
in de kerk St. Merry (1843, tiwee tafereelen nit 
de gesdiiedeni« der ibeilige Maria van Egypte) 
z^n nog in den klassdeken stijl van Ingres \ni- 
pevoerd. Zgn voomaamfite werk was de bescihil- 
dering boven de 'trap in het gelbouw der Reken- 
kamer te Parijs 1844 — 1848 (aHegorisdhe voor- 
stelKngen van oorlog, vrede, handiel, vetten, ge- 
rcchtigbeid e<nz., die b^ den opstand der Com- 
mane in 1871 bijna geiheel door brand vernield 
werden). Hierin deet hij zioh als een voorloo- 
per der monriHnentale schrilderknnGit in lichte 
kJearen kefnnen, weltfce door Puvis de Chavan- 



nes veider ontwiklkdld ds. Na een reis n€uir bat 
Oosften verliet hg de mander van Ingres om ziieih 
by Delacroiz aan te sluiten. Dil^ toonem z\jn la- 
tere 'werkien, aooai^: „Arabisohe ruiters, na den 
8tr^ hun dooden wegvoerend'', „Arabi€Cihe 
boofden, elkander aansporend toft den striid", 
„>Sabbath te Constantine^', „Ben harem van bin- 
nen", „Maobetth en de heksen", „Tepidariiun te 
Pompeji" (1853) en „De ikuiscihe Susanne" (bed- 
de dn het Lou vre). Hij overleedio 1856 »te Parijs. 

Chasseron is een bergrug in de Jura in 
het ZwatsersGhe kanton Waad*t, 11 km. it&n, N. 
van Tverdon aan het meer van Neuidifttel. De 
•hoogte bedraagt 1587 m. 

Ohasseura k cheval bebooren in Frank- 
rijk en Belgi6 tot de lichte niitery. Zij 'vormdeai 
in Frankr^ in den tijd ivan Napoleon / niet 
mdnder dan 34 regimenten. In 18B1 z\jn in Al- 
geriS 3 afzonderlijke legimenten ohasseurs 
d'Afriaue opgerioh.t met Arabisohe paarden en 
met blau(we wapenrok]kein en kepd'5; zij onder- 
scheiden aich hierdoor van de 12 andere regi- 
menten dhafisenra, die een groen bnzaren uniform 
en <talpac'is dragen. Door de vet van den 25sten 
Jnli 1887 is het aamtal regimenten der ohas- 
seurs k oheival*Ofp 21 gvibracht. 

Ohassis. Zie Pkotografietoestel. 

Chastel, Etienne Louis, een ZwitsersQh 
Protestantsob godgedeerde, geboren in 1801, stu- 
deeide te Genove en in het buitenland' en werd 
in 1839 hoogleeraar in de kerkgesobiedenis te 
Grendrve. Versobillende zijner werken maakiten 
grooten opgang; bekroond door het »Institut 
de France"* wei:den: „L'hi8toire de la destruc- 
tion du paganisme dans l'empire de TOrient" 
(1850) en „£)tudes histor<iques sur Tinf-lnenee 
de la oharit^ diirant les premi ers si^cles ohr4- 
tiens" (1853), dat in versahillende talen werd 
o^eigeaet. Verd^er sohreef h\j nog: „Conf^rence8 
sur rhiiotoire du Ohristianisme" (2 din., 1839— 
1847), „L*^Ese romaine" (1856), „Le Ohris- 
tianisme et T^giliise au mojen dge" (1859), „Le 
(Jbrifitnanisme dan« Tdge moderne" (1864), „Le 
Ohristianianke dans les siz premiers &i4cles" 
(1865), ,^Le Ohristianisme au dix-neuvidme siš- 
«le" (1874) en „Histoire du Ghri^tianiame de- 
puis son origine jusqu'^ nos joure" (1881 — 
1883). Als hoogleeraar trad hg in 1881 af; hg 
is in 1886 overl-eden, 

Ohastelain of Chčtelain, Oeorge, een 
Vlaam«ch gesohiedschrgver, geboren omstneeks 
1405 ite Aaist, reisde in Frankrgik, Spanje, Ita- 
Li@ en Engeland, wterd door hertog Philips den 
Ooede van BourgonddS tot stalmeester en ver- 
volgens tot lid van den Gehedmen Raad be- 
noen^l, deed in diens opdraoht reizen naar 
Frankrgik, Spanje, ItaMS en Engeland, genoot 
voorts de gunst van Karel den Stoute en over- 
leed in 1475 te Valenaienn-es, Hij sohreef: „Chiro- 
nique des duos de Bourgogne 1419 — -1470" 
(udtgegerven door Buchon in 1827), „Recollec- 
tion aes menveilles advenues de mon temps", 
een belangrijk, maar grootendeek verloren werk, 
waajrvaaa de overblijfselen uitgegeven zijjn im 
1831 door Molinet, en ^,Gihronique de Norman- 
die" (1850). Zijn gezamenlijke weriken z\jn uit- 
gegeven door Kerv^n de Lettenhove in 8 deelen 
(1863—1866). 



90 



CHASTELBR --CHATEAUBRIAND. 



Chasteler, Johann Gabri^l markiies von, 
een Oostenrijksoh genemal, geboreu dea 22st€n 
Januar! 1763 op h«t kasteel MulbaU i o Hen«- 
goii^reiii, beaodhrt de militaire scbood te W€eiven 
en werd gende-officier dn Oo^tenr^jkschen ddenist. 
Uit den oorlog teigen de Turken keerde h\j als 
majoor .terug ea in 1793 8tr«ed hij oikler den 
prins van Koburg in de NederJanden. In den 
slag bij "VVattiffnies verwi€rf hy moh grooten 
roem. Na den Vrede van Campo Fonnio regelde 
hij de gren«6ch6iddnig der nieQwe Venetiaansche 
gewes^«n, en. gedurende den Italiaanschen veld- 
tochrt; van 1799, vooral in den shg bij CassanOf 
droeg hu niet weinig bij tot de ovenvdnninff. 
B\j Tortona werd bq awaar gewond, dooh reeds 
in het volgen-de jaar (il8Q5) streed hij wed€r 
aan het booM eener ibrigaide in Tirol. In 1809 
werd hij bevodderd tot luitenaiut-^oldimaarsahaJk, 
en na den raimipcpoediigen slag bij Worgl trok 
hij met het oversohot zijiner troepen naar Hon- 
garge. In 1813 vooht hij aan het hoofd eener 
divifide gienadiers bg Dresden, en na den slag 
bij Kulm werd hij benoenud tot velidtiiiiganeester 
en gouiverDieiir van T^heoresiSnstadt. Na de orga- 
nisatie van het Loimjbardisdh-Venetdaansdh Ko- 
ninkrgk werd hij gooiiveraieur van VeneftiC en 
overleed aJdaai den 7den Mei lo25. 

Ohatanffa i« "^en rivier i>n het Azdatiech 
Riiissdsdi gooinrernement JendseTsik, tofisohen dfi 
Jeniiset en de Anaibara, ontvangit op haar linker- 
oevier de waterrijke Cheta, de Bolaohna en de 
Nowaja, en mondt na een loop van 740 km. uit 
in de Noordelijke IJszee, waar zij de Goli van 
Ohatanga vormt, dae 230 km. lan^ is. Aan haar 
benedenioopi, op nagenoeg 72*^ N.Br., ligt het 
dorp Ohatangiakoje. 

Ohateaiibrland, Franpois Reni, vieomte 
de, een berocanid Franscih sdhrijver en &taatsman, 
den 4den Sepitemiber 1768 te St. Malo ^boren, 
bezodht de colleg^es te Dol, Dinan en jRenne&, 
wa« eerst voor den zeedienst, d^aaima voor den 
geestelijken etaind besftemd, doch trad ten slot- 
te (1786) alis onderofiicier in dienst en wa6 
veedis in 1787 op^etklonunein tot kapitein. Tot 
het opsporen der NoordiweBtelijke Doorvaart be- 
ga! hij zioh in 1791 naar de Nieiiw€ Wereld, 
dodh keopde na 5 maanden terug en gn>ng onder 
de vanen der koning^ezinden strijden. Bg de 
belegering van Tbionville (1792) .werd' hg ge- 
wond; hij vludhtite naar Eogeland, waar hijdoor 
veiiitaaJ(wei^ en onderwije in zijn onderhoud 
moest voorzien. Hier schreef hij zijn „Essai sur 
les r^voluftions anciennee et modernes" (1797, 2 
din.), waarLn zijn kondngisgezinde nedi^ingen*, 
vooroordeeLen, wijageerige beapiegelingein en 
vrijzinnige gevoelens met elkander vermengd 
zijn. Na den ISdem Brumaire 1797 keerde hij 
naar Frankrijik terug en weid er medieverker 
aan den „Mercure de France", waarin zijn „A<t- 
tala" verscheen. De dood zijner moeder (1 798) be- 
werkte zijn teru^keer tot het posifcie^e Ohn's- 
tendom, en in die ^tem^n? sdbreef hij zijn 
..G^nie du oh ris ti a na sme" (1802, 5 din.), dat 
alleen po^tisohe en aesthe^isohe waarde heeft. 
veel aa.nva.lJen, ook van tiheoloiriscihe zi>de, had 
te verduren en door de Kei^k op den Index weH 
o^eplaatst. Chateaubriand had zidh inmiddolsbii 
het Consulaat aangesloiten, waarna Napoleon 



bem tot secretan« van kffaiie te Rom« en ver- 
volgens t<yt Fransch gev<MmaGhtigde bg de le- 
puibliek Wallis benoemde. Na het ter dood bren- 
gien van den hertog van Engkien (1804) nem 
hij zijn oautslagi, weeB alle aanbiedingen dee 
kei^ers van de nand en deed in 1806 een reis 
naar het Oosten (Griekenlandi, Palestina, Afri- 
ka en Spanje), waanna zgn epos in proza „Le6 
Martyrs" (1809, 2 din.) het lioht za£^, gevoJgd 
door zgn r^Itin^raire die Pari« k Jerosaleon" 
(1811, 3 din.), beide meesterstokken van taal 
en 8tgl. In 1811 tot lid der Acadi6mde gedcozen 
in plaa/t6 van zijm oiverleden tegen«taader J. 
Cheniert verbood de keizer hem het uit&pr^en 
eener redevoeri^g, omdat deze, inplaa/ts van de 
gewoiLe lofuiiingen, een zeer ongunstige beoor- 
deeOdng van zijn voorganger bevaMe. Chateau- 
briand ging daarop tot de oppositie tegen Na- 
poleon over en werd een politieke persoonlijik- 
hedd. Zgn haat nd*tte zioh net sctherpet in 1814 
bg den intoeht der GealliSerden in Parijs, toen 
hij een onwaardig pamflei; in heit Liolit zond, 
getiitelid: „De Bonaparte et dee Bouribonfi", het- 
we]ik veel op^en baarde. Bg den terugdneer van 
Napoleon volgde hg Lodetoijk XVIII naar Geni 
en kwam na den slag bg Watedoo meit dežen 
weder te Parij«. Hg werd mdnisrter van Sfcaat en 
pair en beboonde zich een ijnrerig legitimist, 
doch toen hij in z\}n geadhrift: «,De la monar- 
dhie selen la oharte" eenige vrijzinnige denk- 
beelden opperde, viel hij bg den koning in on- 
genade. Na sdhaatide hij zioh aan de zijd« der 
oppoeitie zonder een verzoening onmogelijj^ te 
maben. Dit laatete gesohdedde door zij>n „Mteoi- 
res, lettree et pi^es autent?iques touchant la vie 
et la mort d-u duc de Berry" (1820), en weldra 
genoot h-g dan ook weder de gunst van het Ho! 
en zag hg zioh aobtereentvolgeos benoenui (1822) 
tot baitengeyroon gezant te Londen, tot gevol- 
maohtagde Dij het Ooaigres van Verona en tot mi- 
nister van Budtenlandsohe Zaken. Hg wai6 een 
der hooidaanleggers van dien Spaanšohen oor- 
log, genaaiktte eohter door zijn grenzelooze ijdel- 
hedd in tmst met mdnister VilUle en werd ont- 
siagen (1824). Woedendi sloot hij zich bij.de 
opposltne aan en bestreed de Regeering als pair 
en in het „Joiirnal des D6bafts". Dodh onder het 
jmmsiene-Martignac verzoende hg zioh wedcr 
met de Regeering en gin^ als gezant naar Ro- 
me (1828), legde ecbter zgn betrekiking neder, 
toen Polignac de teugiels van het beiwind i.n 
handen kreeg. Na de JuHdagen beipleitte hg in 
de Kamer der Pai-rs de reohten van den hentog" 
van Bordeauz op den troon, weigerde den eed 
van trouw aan Lodewijk Philips en nam tot 
leus de door hem tot de hertognn van Berry 
geriohte woorden: „Madamie, votre Els est mon 
roi". Tesrelrjkertijd onderhield hij eehter bertrek- 
kintpren met de republikednem. Zijn laatste staat- 
kundige handelingen waren zijn reizen in het 
beJang der Bourbons (18S1 en 1843). Overagenc 
leefde hg nistig in de A.bbaye-aux-<bois, waar hg 
ziich met de samen&telldng zijner M6moires be- 
zig hieldi, in de nabijiheid zijner vriendin nuuda- 
me R^camierf die hij 20 jaren lang trouw is 
gebleven en in wjer salons hij het middelpunt 
en den afgod vam het jonske Frankrijk vonnde. 
Hij overleed den 4den Juli 1848 en werd be- 



CHATEAUBRIAND— OHATEAUROUX. 



91 



giAven op bet kleine rotseilaikd Grand-Bey, nkt 
Yer van St. Maio. In die plaate v<erree8 voor hem 
eeD momuneat ('▼an MiUet). Na z^n dood ver- 
aohenen ziin: »Mteoires d'oatre-toiiift>e" (1849 
— 1850, 12 din.). H^ sahreef voorte nog: „R6- 
fkxioDiS polit iqaes sur qttelque8 čcrits dn joui 
et Biur les- int6r6t8 de tous les Fran^is'\ „Re- 
marquee sur les affaires da momemt", ,,Le Roi 
est mort, vive le Roi I", „Noie sur la Grte**, 
„De la restauration ei de la monarcha« čleoti- 
ve'*, „he dernd«T des Aibenoenrage«" ena. Zijn 
gesaiDanl\jike weiiQen 2$n bg henhadii^ uitgeg^e- 
vem, zoo door hem zel! (1826—1831, 81 din.) en 
in 1859—1860 door Sainte-Beuve (in 12 din.). 
Tereoht staat Chateaubriand aan d« spite der 
Franficbe Romantiaolhe sobool. 

LiUratuur: De Lescure, Chateaubriand (in 
^Grandfi dcnirains fran^ai«, 1892); Pailhšs, Cha- 
teaubriand, sa fenime «t see snda (Bordeauz 
1896); Renš Kerviler, Essai d*uine bio-bibliogra- 
phie de Chateaubriand et sa famUle (Vannes 
1896); O. Bertrin, La sdnočnitč religieuse de 
Chateaubriand (Par^js 1899); Etri, Les demi^ 
res ann^ de Chateaubriand, 1830 — 1848 (Parijs 
190*2); CharloUe Blennerkassett, Chateaubriand- 
Roman-tik und die Restaurationsepoahe in 
Frankreich (Mainz 1902); Oiraudj Cina>teaubrd- 
and (Parijs 1904). 
Oh&teaubriant, eem arronddssement^-ihoofd- 
fiitad i'n liet Fransohe departememt Loire Im- 
f^rieuze, ILgr-t aan de Ch^e, ien noordeoi van 
Nantes en aan een kroiapunt van spooriwegen. 
£r bevindt zich een Romaaneohe kierk, St. Jean 
de B^rč van 1114, een kasteel, een ipergdeterij, 
fabiieken van Baiikei7warein, en maobines. De 
phtats heeft handel in graan en vee en telt 
(1911) 7479 inwaner8. 

Chateaubmn, Jean Baptiste Vivien de, 
een Franscdi treurapeldicihftefr, geboren te An- 
gouidoM in 1686, onderdirnkte zgn neiging tot 
de dTamatisdhe poteie, uit vrees, dat hQ daar- 
door zou mdsihagen aan den vromen hertog van 
Orleane, lot wien8 dienaren bij beJioordb, zoodait 
hi| gedurende 40 jaar geen enkel stulk in hft 
H<shi gaf. Eerat na den dood van z\jn begoinoti- 
geir l^e bij op 68-jari^n kefit^ zyn „Troy- 
eones" (1754 naar Euripides en Seneca) ter 
perse. Deze wepden in den 8dh<mWbuiig met b^- 
val ontvangen en gevolfid door een reeks andere 
treurapelen, aam de onde gesdhiedenis ontkend. 
Hij werd Ud der Aead^ie en overlead den 
16dea Februari 1775 te Parijs. Zijn „Oeuivne« 
ohoisiee" zun in 1814 bij Didot u-itgegeven. 

Ch&teau-OambresiB. Zle Cdteau-Cam- 
bresis. 

Ch&tean d*Oex is de naam van een Vlek 
en hoofidplaats van bet distnict Pays d^Enhaut 
in bet Zwit8er8che kanton Waadt. H(-t is gele- 
gen op 994 m. hoogte in een keteldal, omningid 
door bosmben en weidenTijike voondpen, aan den 
recbteroever der Saane. Na den brand van 1800 
is bet bijna sreheel opnieuw uit steen opg€<bouwd; 
bet telt (1910) 3831 inwoners. Wegens de ge- 
zonde lucht en bet scboone uitzicht komen er 
veel vreemdteilingien. 

Ohateaudun, een arrondissement^ooMfitad 
in bet Fransdbe departement Eur€-e^-Tx)ire, be- 
valllg aan de Loire gfelegen en sedeiit den brand 



van 1723 een der fraaicte eteden van Frankr^k, 
bee£t 7 kerkien, eem ndettw pakd« van justitie, 
een ooUčge, een boekerg, een hospitaal, onder- 
Boheiden f a^niekien 'en (1911) 7296 inwoners. In 
haar nab^jftiieid veiihe^ zioh bet omde kasteed der 

f raven Dunois miet een beroemden toren uii de 
2de eeuw. In 1870 hranddedestadnogmaalsaf. 

C]i&teaii-Marg'aux, een fraal kaateel in 
heit Fransche departement Gironde, is bekenid 
wegiens z^n voontrefiaMjke wgnbeirgen>, die op 
een uitgestrektbeid van 10 H^. jaarl^ks 1000 
tonnen f^jnen W9n van dien naam Leveren, ter 
waapdie van 7- .tot 9000 franos de ton van 1000 
fkssdhen. 

Ch&teannenf is een veel vooikomende 
Fransohe plaatsnaam. 

Chčteauneuf-les-Baina is een doi^p in bet kan* 
ton Manzart, arrondiesement Riom van het de- 
partemenit Puy-die-D6nie, aan de Sdoule gelegen, 
op 518 m. booigte. Het telt (1911) 828 in^oners 
en^ heefit minerale bronnen. 

Chčteauneuf^alcemier of Chčteauneuf-du- 
Pope is een doip in bet kanton en arrondlisse- 
ment Orange van het departement Vaueluse, op 
eeA beuvel aan de Rhdne gelegon en <telt onge- 
veer 1000 inwoner6, die ved aan wynbouw doen. 
In de buurt Idggeoi de rulnes van een slot uit 
d^ 14de eeu)W, dat vro^ger een zomerveibli;)! der 
pansen wa6. 

Chčteauneuf-sur-Loire ia de boofdplaats van 
bet gelgkaiaimdge kanton in bet arrondissement 
Orleans van bet departement Loiret, aan de 
Loire geLegem, op 122 m. hoogte. Het aantaJ 
inwonera bedraagt (1911) 3375; er zgoi kuipe- 
riien, fabrieken van laken, az^^n en 8>tuker. De 
puaats beeift haar ontetaan te danken aan een 
tAians gieiheel vervaHlen ak)t, dat door Philip 
11 Augustus, Philips IV den Sehoone, Lodeto^k 
IX den Heilige en door den hertog van Pen- 
thišvre bewoond werd. In 1428 werd het door 
de Engelfidien st(>nnend<erhaad genoonen, maar 
in het votlgend jaar door de Maagd van Orleans 
heroveid. 

Chdteauneuf-sur-Sarthe is de hoofdplaatfi van 
het gel\jlknamiig<e kanton in het arronddssement 
Segr6 van bet departement Maine et Loire, aan 
die Sartihe geleaen, op 40 m. hoogte. De piaats 
telit (1911) 1413 inwoners. Men vjmdt er de 
o(veiiblq(fiselen van het in 1131 door Oodfried 
van Plantagenet gebou(WHi- slot. In de 9de eeaw 
was bet de residentie van Robert den Sterke, 
den oudsten bekenden voopvader van Hugo Ca- 
pet. Toen beette de piaats Seronces. 

Chčteauneuf-en-Thjftnerais is de hooMplaats 
van het gel^knamige kanton in het arrondisse- 
ment Dieui van het defpaptement Eune-et^Lmr, 
aan het boscih van dienzelSd^n naa«n gelegen. 
De piaats telt (1911) 1335 inwoners en heeft 
glaeiabrieken en vlasspinner^en. Den 18den No- 
vember 1870 wendien hier de Fran<sdhen door de 
EhintsdieiB vereilagen. 

Ch&teaurouz is de oudeirwetsobe hoofd- 
stad van het Fransche departement Indre, niet 
ver van d<e ififvier van dežen naam en van den 
Orleans-spoorv«^ gelegen. Zij telt (1911) 26 095 
inw«ner8 en bezit veel handel in wol, graan, 
ijzer, scihapen en wijn, aJsmede fabr*-eken voor 
laken^ tabak, ledec, la!nidboawg6reeds€[happen en 



92 



CHATEAUR0UX--C5HATHAM. 



bier. Men vindt er een Ijrceum, een. 'k<week6Cihooi 
voor ondcrwi}zeTS en 0DdeFwi{J2ere96en, een mva- 
seum, een> openbare boekierq, een botanasohen 
toiin &D2. In de nabijheiid ličt het ond« kast-eei 
(tfliaioe prefectmiar) Uhftteau-Kaoui, in 950 ge- 
boutTcl. 

Oh&teau-Salins, soms wel SaJi^bur^ ge- 
b^ten, is de hoofdstaid v&n het geluknomige 
disiriet en kanton in bet R^fkaJand Lotihaiin- 
gen^ aani de kileine SeiUe gidegen. Het districte- 
■bestuihr Is er g^vestigd, benevens een -re(9btbadi)k. 
De Btad telt (1910) 2402 iDwonieio, beeR een 
leeHiooierij, houtzager^ en een glaefabrieilc, to() 
d« plaats van de in 1826 vemten zoutmijni, 
.waarvan de naam (eastrum salinum) aigekid 
i«. In de buurt virnd.t mean Romeinedhe overbldjf- 
selen Taa funckeringen nit kkfl. 

Ch&teau-Thidrry, een arronddssemente- 
hooSdstad ini heit Fransdbe departement Aisne, 
veobeft zidh anipihitiheater^gie(wiJB of> den reclh- 
ter oever van de Mame en aan. deni 8poorweg 
tussohen Paarijs en Straaitflburg. Boven ibkar ver- 
rgaen* de boiiwivallen van een oud kaeteel. Men 
vdndt er twee keiiken, een coHeg<ei een ge^angie- 
ndfi, een hospitaai, aDd.ersoihei<kn fabniiiken en 
(1911) 7771 in'wvner8. Er bestaat een lenrendi- 
ge baiidel i>n sdiapen, bout, wol, graaa en>w^n. 
Langs een iraaie brug van 3 bogien beredikt n^en 
over de riviier de vooDstad Marne. In haar 'Sa- 
bjiheid heeft men eem paar ^jzenboudeikle bron- 
Den. Zij ie de gebooiteplaata van den fabeildioh- 
ter La Fontaine. Het ikasteel werd er in 720 
dnor Karel Mar tel gebounvd; daar wooDden de 

? raven van. de Ohaoupegne, Hendrik II eniz. Den 
2den Februaid 1814 vereHoeg bier Napoleon I 
de Pru^Leen en Ru86en onder Sacken. 

Oh&tel, Jean, een 'kweekelijig der JezuTeten 
te Pargs, weid geboren in- 1575, beproellde in 
1594 een moondaaDEdag op kondng Hendrik IV 
en werd om dde reden igievierendeeild. Tengevol- 
ge van dien aaoslag werden de Jezuieten uit 
Franikrijk verdreven. 

Oh&tel, Ferdinand Toussaint Fran^ois, her- 
voTTmer van de Fransdbe R.-E<atftK>li€d(e Kerk, 
werd den 9den Januari 1795 te Gannat in het 
diepantement AMiier geboren, bezodit het semd- 
naitium te Momtferrand, wepd in 1818 vicaidf 
aan de booMkeDik tte Mouline, daarna paetoor te 
Menetaj aan de Lodre en vervokens van 1823 
tot 1830 aaknoezenier bdj vereohiUende regimen- 
•ten. Reed« <had h\j door artikel« in den ^,Ršfor- 
nutfteur, 4dbo de la religion et d-u sišcle", waar- 
Ln h^ op giekofsivr^eKl aandrong, v^ opaien 
gebaaid. Na bet niitbarBten der omfwentelSng 
van 1830 verzamedde b\j een aantal gee«telijken 
om mdh. heen en eiscbte een onbeperkte ver- 
draagizaaimiheid, ona^hanikelijikiheid van Rome, die 
Fransdbe taal voor den kenkdicfnst, a&dhaifing 
van de oorbicoht en van bet vastens het hrtwie- 
lijk voor die priestere en een fcoeteloos verridh- 
ten van adle kerkelijSce pLedhti^fhioden. Toen hij 
ecbter bij de vermeerdering 2ijner aanhangers 
t-e Parijs openbare godsdienstoiefeningen ihield, 
zioh in 183^1 tot bisMfhop Idet wijden en izich de 
waaidiigihieid van Primaait van GalliS aanmatig- 
de, toen het bleek da-t de nieuwe leer volstreikt 
niflts Ohristelijikis bevatte en de geloofabelijdenis 
van haar grondlegger gel^en was in die woor- 



den: .JLa loi noiburelile, toute la loi naiturelLe, 
rien que la loi naturelle", en toen aelfs een zij- 
aer aanrvankel^ vo^Lingien, die aJbb6 Auxou, 
tMl tegien znlk een nietsheieeALenenden gods- 
dienst veitckarde;, 'veranderde de openi)are 
flneening. De politiie sloot den 28Bten November 
1842 de deuren van den nieiuwen tempel, en 
Chčtel wie>Dd naar de gevangiends geibradMt. De 
gefaeele zaak wa6 een parodie op de heFvonmanig 
der £ei)k. Chčtel 'rastte eohter miieit en itnud i>n 
1848 op als nreideKMger 'van de emandpaiie der 
vroivvv, dodh ib\j overleed den ISden Febniari 
1857 in beihoeftige omstandii^eden ite Par^s. 
Van mjn gie^dbrifiten noemen w\j: „Le code de 
ilbiiimandt^ on l^iimandt^ ramenše k la connaie- 
sance du ^rai Dien et au ivčritaihle «oeialieme" 
(1838), „PiK)fe6sion de foi de T^lise caitboIique 
fran^aase" (1-831) en „Catšdbi«me k l*iKage de 
r^glise €atfaolique fran^aise" <1833). 

Oh&telain, Oeorges. Zie Chastelain. 

Oh&telet, een stad dn beit di^triot Obarle- 
roi <van de Belgii^dbe provincie Henegouiweni, lagt 
aan de Samibre en aan den spoorweg .van Obar- 
leroi naar Namen en telt (1912) 13 387 dnwo- 
ners. M«n vjndt er onderscheiden: n^ereieterigen, 
steengroeven en pottebakker^jen. Met uaar <ver- 
bonden is bet dorp OhMdineau. 

Ch&telet-Lomont, Oabrielle Emile, maf- 
kiezin van, geboren barones Letonnelier de Bre- 
teuil, een Fransche sdbrgfater, geboren den 
nden December 1706, leeftdie reedis -vioeg La- 
tgn, Engelsob en ItaUaansdh en degde (zidh daar- 
na toe op de wi«- en natniaiikundige iwetensdhap- 
pen. Haar edbtgenoot i^as opperhofimaairschaK 
van koning Stanislaus Le8xeyn8ki. In 1733 "ves- 
tigde aj zidh op bet balf vervallen ikasteel Cirej 
op de grenzen van Lotharingen en Ghafn(>agne, 
om zieh gebeel en al aan de studie te wyden. 
Hier ■woonde ajj 'van 1734 — 1748 met Voltaire. 
Later begon z^j een amourette met Saint-Lam- 
bert, 7a\ overleed den lOdlen December 1749 te 
Lunčville. Zij schreef over het fitelsel van Leib- 
nix (,»InstitutionB de 'pbjsigue"), vertaalde de 
„Principia" rvan Neto ton dn (het Fransdb, en zag 
haar: ,,Traitš de la nature du fea" door de Aca- 
d^mde bekroond. 

Ch&tellerault ^s een arrondicseonents- 
hoofidBtad in het Fransche depatitament Vien- 
ne, gelegen aan de Vd.eDne, dde bier 'bevaarbaar 
wordt, en aan den Orleans- en staatsspoonveg. 
Met de voorstadl Gb&teauneuf d« bet dloor een 
144 m. lange flteenen brug -verbonden. De «itad 
telt (1911) 18 260 inwoner«, ibezi4; /vele faJbrie- 
ken ^an madhines en staaiwaren, i^^^aaronder een 
wapenfabrieJk 'van den etaat (5400 aibelders). 
De bandel met laindbouwproducten d« aanzien- 
lijik. Er ds een college, een beure en een bandek- 
reebtbank. De £tad voimde vroegetr met de om- 
idggende landen bet 'vice-graafadhap Ohfttelle- 
raudoid, dat, itoen de Toormalige beersdier« wa- 
ren uitgestovven, aan bet Huis Bourbon lDwam. 
Konding Frans I iveibdef het <tot hertogdom, in 
1538 Tveid! bet met de ikroon bereenigd, dodh 
kwam onder Hendrik III aan bet Huis La Tr4- 
mouille. 

Chatham, een stad en Testi ng met groote 
marinetuighttizen, ligi: in het Engelsche graaf- 
ecbap Kent, teaii O.Z.O. (van Londen, aan de Med- 



CHATHAM— GHATOUILLE. 



93 



way, 17 km. <boiv«n d« moodiD^^ en is met Bo- 
chester samengebouwd. Zq tdt (1911) 42 250 
Aiiwon«r8. Het groote arseiuial, (waaiaan de Ataid 
haar ibekec^euiis idaaki, 'weFcl in 1588 door ko- 
luingin Elizabeth gesticiht. De /dokken (hebben 
een oppeiDvlakte (van 200 HA, «n ikunuen de 
groot&te sdbepen opnemen. Behalve de vreik- 
plaatsen «n magoiEijnen, z^n er nog een artille- 
neparic, ikazemes, boepitalen en een dogeDienr- 
sobool. Al die inpiohrtnDigeD •z\in (zoo ibeveiligd, 
d^t de vgand, zelfs met de hnilpmiddelen ran on- 
zen <t\fd, ae op t^ene na niet zoo gemakkeltjk 
zal kunnen vero veren, als onze admdraal De Ruy' 
Ur an 1667. 

Chatham is de naam eener <6tad in de pro- 
dni ncie Ndeuiw-Bran8w\jdc fvan (bet Donrinion of 
Canada, aan den redhteroenrer r?an de Mdramaoihi 
gekgeD), didbt bij ihaar imoiMliag in de Miramd- 
cfhibaai ivan de St. Lamens^olf. Het ds de stand- 
plaats van een Roomficib-Eatholiek 'bissohep en 
telt i(1911) 4868 iinwoner8, die zich met soheeps- 
bouw, oesterviissciheTJ en iiouthandel bezig^hoai- 
den. 

Chatkam ie ook de naam eener andere stad 
in Canada, gelegen in de piovineie Ontario, ten 
O. van Detrait, aan de bevaarbare Tbeems en 
den Great-Western-epooTweg. Zij <voraDtt ihethan- 
deldcentmm (van de zeer TTudvtibare omgeiring 
en telt (1911) 10 770 inwoncr8, -vaarvan ruim 
*/6 Negers zyn. 

Chathain, Oraaf van. Zie PiU. 

Chathamellaiiden ie de naam <van een 
eilandei^roep, behooreaide itot Nieuw-Zee'land, 
660 (km. "ten O. ervan gelegen, op 44« Z.Br. en 
175** 20' W.L. ivan Gr. met een gezamenlijike op- 
penv^Iakte (van 971 ivjfcm. en (1906) 399 iiywo- 
ners, <waaronder 220 Maori^s en 20 MoriorJ's, 
de oudste oor-spronkeljjke ib6woner8 dezer groep. 
De ^roep bestaart uit het voomaamste eiikbnd' 
Obalam of Warekaui:\i (936,8 vjkm.) met (het 
groote zoutmeer Tewanga, (l^et Pitteilaad of 
Kangihaate (16,6 (vjkim.), Rangatira en een aan- 
tal dcleinere edlanden en inffen. Op de eilanden 
viiDiit men sleohts lage verbeffioig^n van krietal- 
l\joe en silurisdhe lei., alsmede 'van tertiairen 
kaliksteen, doopbroken door joDg^uIkanisahe 
gesteenten. De flora en fauna d« Nieuw-Zee- 
landscb; opmerking 'Verddenen een <vederpalm 
(Kentia sapida) en 5 lanid<vog)el8. Het klimaa^t ds 
▼eel flcouder dan dat >van NieiiwiZeeland. De dn- 
vroners dr^en nindvee- en sbbapeivteelt, am de 
vralvdedbvangers »te proviandeeren. In 1791 wer- 
den de eilanden door Broughton on-tdek-t. 

Ohathainllcht is de naam 'van een opti- 
sciben nacfbtseintoestei, dde ibet eerst gebezigd 
werd docT de EngeLsoben in dien oonlog tegen 
AbesslniS. Dit toestel beetaat vit een spiritus- 
lamip, in mer vlam door middel van een bdaas- 
balg een luditstroam gedireven •wordt, die voor- 
af door een buis gaat, vrelke ged eeltelijk gevnld 
is met een bran'dbaar poeder. De ducihtstroom 
neemt (hdervan genoeg (mede, om de »vlam der 
Bpiritoslamp steik lid>tg0veDd te maken. Naar 
gdaDf Tan den afstand 'Worden Terschillende 
brandWe poeders gebniikt. Voor een greoteren 
af&tand aeeimt men poeder van hars, en Toor 
nog grooteren af&tatiia ^i^vordt by ibet (harspoeder 
magneeinmpoeder gavoegd. 



Ohatib is de AraJbdacihe naam, b^ aUe Mo- 
hammedaanfiotie ^olken in geibradk, Toor den 
beddenaar ivan den eereddensti, die Vr\^ag6 den 
pdecthtdgen godsddenst in de SiooMmo&i:ee (dejil- 
md) feidtt, ibet gebed dai29et en de gebrodkeliike 
toespraken (dboetbe, ehoetba of dhatioa) (van den 
^minbar" of preekstoel tot de gemeente 'bond<t. 
Ook op andere {eestdagen, b^v. b^ bet Balram- 
feest, )iaud^ bg zultke toespraken. 

CJi&tillon, Auguste de, een Fransch dicb- 
ter en sobilder, ^eboren te Parijo in 1813, ge- 
<voelde zijn roeping als volk8di<ihter eerst op 
rgperen leeftijd, toen bg na bet mislukken der 
Febrnari-omwenteldng germionen t\jd rondz^erf 
op de boogvlakte nran Mexioo. Zijn bnndel fvalks- 
zangen vers(?been door de zorg 'van Th. Oauthier 
onder den titel: „A la grand' ,pinte", eerst in 
1855 en aanmeTkelijk vermeerd<ffd dn 1860. Zij 
zijn zeer gescbik<t voer muziek, m^ar niet altijd 
kiesdh van uiitdrakkiDg. Een nieiirwe udtgave ^an 
znne „Po4sies" 'werd dn 1866 ter perse gelegd. 
H\j overleed in 1881. 

Oh&tUlon-sur-Selne, ds een arrondisse- 
ments^hoofd«tad in (bet Franeobe departement 
C6te d*Or aan de Seine, aan den Fransdben Oos- 
ter&poorweg en aan den spoonveg van Par^e 
naadr Lyoai gelesi^en. Het beeft eein recbtbea^ 
van eersten aanleg, een bandelsredbtbank, een 
college en een openbare iboekerij met museum en 
telt '(1911) 4698 invvoners, dde ziob bezigbonden 
met de vervaaardiging vam. ijzeren gJotwenk en 
inkt, handel in ijzer, bout, wol en litbograf iiScbe 
steenen. Van den 4den Februar! <tot den 19den 
Maart 1814 bad bder een congres zitting, waar- 
op de GealliSeiden rvrndbiteloos met Napoleon 
over den Trede onderbandelden. In den Duitsoh- 
Franscben oorlog wad deze €tad bezet door een 
ba/taljon ivan de iand)weer en door 2 esikadrons 
buzaren, tot bet legeroorps van generaal Werder 
beboarend. Zij werd«jn er den 19den November 
1870 overvailen door bet korps van Oaribaldi, 
ender aanvoering van ddens zoon Riciotti, soo- 
dat zij met 2iware ^erliezen op Cb&teau-Villain 
moesten ■terugtrekken. 

Ohatma of Chatme is de ivolledige opizeg- 
gdng van den Eorantekst van bet begin tot het 
einde. Dit is een partiiculiere godsdienetoefening, 
waartoe zioh overal vrome Mobammedanen ver- 
eenigen en waarvoor boivendien nog 3 ^tet 4 
vrome eabiuftgeleerden gebnuid .wordeD. Aan de 
graiven 'van vrome personen wt>Tdt ep bepaalde 
dagen eem ckatima gebouden, ook dikivgtb ^ddr 
de begrafends en op bepaalde dagen er na. Even- 
eens is zulk een godsdienstoefendng gebrudke- 
l\jk b\j familiefeesten, b|JT. dat ^an de besng- 
dends. 

Chatoullle, afikomstig van bet Italiaan- 
scfbe vfoord seatola (doos), was oorspronkelgk 
de naa^m van een kastje, Tvaatd^n geld, belang- 
rgke papieren en kostbaarbeden bewaard wer- 
den. Later ibestempelde men daarmede de b^- 
tondere kas van een nrorst. Daarom worden de 
eigendommeoi, die een vorst als privaatpersoon 
brait, ook wel ehatouillegoederen genoemd. 
Daarmee kan bij bandelen al« deder partioulier 
met zgn tbezi<t; sommige Torstenhudzen hebben 
etfbter de ibepaling, dat onroerende obatoudlle- 
goederen^ vfaaromitrent (bg leven geen bcpaJin- 



94 



CHATOUILLB— CHAUCER. 



gen a^n gemaalkt, ibn overl^den voor goed deel 
uitmalken Tan d« fidei-commifigoedereii ^an het 
Hw€. 

Chatrlan. Zie Erekmann-Chatrian, 

Chats^irorth House, een dot in bet En- 
gelsche graafsdhap Derby, iH^ aan de DeFweii't 
by Bra<kewell, ds de pradlitige zetel van dea her- 
tog ran Devonshire en 'verd in 1688 — '1706 naar 
bet on'twerp van Wren gebouwd. Men »vindt er 
een ^langrijike veitzameling van sohilder^jen en 
bee]dihouw>wei^en. H«t grootsdie park en de 
tr<e:k<kas zijn werken vam sk Joseph Paxton, d«n 
genialen tuioman nsui den overleden hertog 
en de<n stichiter van ihet eeitste tefnitoonstelllngs- 
paleifi te Londen. De 'waterw€iiken, waai^ij ^ioh 
een waterstFaal t^er 9ioogte vsa 80 m. verheft, 
worden na die 'van Versailles toot de scdiocnste 
yan Europa gehoudeni. 

Chattahooohee is een rivier in Noord- 
Am^rika. Zg ont^pringt op de Blaunre Eeten 
der Appalacben, vormt veeil Btroomversnellin- 
gen, stroomt tot W<e8tpoin't naar bet Z. W. en 
op do grens (van Geoigia en Alftbama naar bet 
Z., iieemt op de gzens vam Florida de Flini op 
en heet <vandaar a! Appaladucola. De rivier ie 
576 km. ivan de mondin^f^ af 'bevaarbaar. 

Ohattanooira of Shattenoega^ een ibelang- 
rijk spoorweg8tation, waar de Na«bville431iait- 
tanooga en de We8tern-Af]lantic-8poonw^enizich 
vereemigien, is een rotsv^stimg in den staat Te- 
nessee en aan de nuvier van dien naam, <bij de 
^eozen (van Geoigia en niet ver van Alabama. 
Z\j 'besit Ihoogovens, 'walsweiken> ihandel in hoat, 
kolen en gzer en O 910) 44604 in^oners. Ohat- 
tamooga is bekend door de glansr^ke overwi<n- 
niing, die van den 22Bten tot den 25&ten Novem- 
ber 1863 de Noojidelijken onder Orant er be- 
haalden op de Zuidelijken onder Bragg. 

Chattel, Fredericus Jaeobus van Rossum 
du. Zie DuchatteL 

Ohatten. Zie Katten. 

Chatterton, Thomas, een Engelsob ddcb- 
(ter, den 20sten November 1752 te Bristol ge- 
boren, bezodiit op zgn Bste jaar de armensohool 
te Colston. Op 11-jarigen leeft^ Bcbreef (h^j een 
hekeldi<3iht, op 14-jarigen leeftijd werd hij Mbrij- 
ver bg een procureur "te Bristol en legde ziA 
vooral toe op de Ikennis der ond-Engelsche iaeA, 
Toen er in 1768 een iueuwe bnig wepd ange- 
wgd, deed bg in de Gouranrt een besdhr^ng 
drn-kken van de eerste mominiken, die over <k 
onde ibraggen 'waren gegaan, een bebcih rijiving, 
volgens iijn verzekering door bem aan een owl 
handschrift op perkament ontleend. Daarna ver- 
vaardigde bij ondeTfi<^heiden verzen in onden 
trant, die bg aan nroormalige ddehters, vooral 
aan Rowleyf toekende. In 1769 les^de hij er 
eenige Toor aan Horaee JValpole, doch desknn- 
digtn (veiklaarden ze voor onedrt., zoodat hij 
diene gunst verloor. Chatterton, baerdoor ge- 
krenkt, liet zijn ibetrekking varen en begaf zich 
naar Londen, om er in de dagbladen der opipo- 
sitie te scbrgven. 

Door bet overlijden Tan z\jn bescbermer, den 
lord-mayor Beckfard, 'weiden z\jn om«tandigbe- 
den TOo 'bekromipen, dat bij, nog geen 18 jaar 
oud., fmdh door vergdf van kant maaddte. Opmer- 
kelij-k is bet talent .vraarmee bg de taai en de 



wQze vam uitdrakking van. onde 'Scbr^ver« wist 
na te 'bootsen. Zgn werken agn -te Londen meer- 
malen uilgegeven. 

Ohauoen (Chauken) is de naam van een 
groot volk, dat in bet noorden vam Germanid 
langs de kust der Noordzee, van< de Eems M 
aan de Elbe, gevestigd wa8 en gerekend wordt 
te bebooren tot den boofdstam der Ingaevonen. 
Ten westen wa»ren de Friezen ban maburen, ten 
zniden de CShamaven, Amaibaren en Gbemsken, 
doch na bet verdrijiven der voorlaataten etrekten 
z\j bun gebied nit 'tot dat der Eatten. Zij waren 
verdeeldf in Groote en Kleine Ckaucen; de eer 
9ten 'woonden tuBsoben de Eems en de We6err 
de 'laa/tfiten in Bninsw9k en Ltlneburg. Zg vorm 
den over het geheel een beboeftig viflschersvolk, 
dat reed€ vroeg tot de 'bondgemx>ten der Ro- 
mei nen beboonde. Drusus en Tiberius trokken 
door bnn land en weiiden in den oorlog tegen 
de C^Krueken door ben gestemnd, iterw^*l zij ook 
httlp verleendlen aan Oermanieus, toen izijn (vlooit 
door een etorm 'wa8 verndeld. Dde goede verstand- 
honddng nam e<5hter een e&nde, "boen de Romei- 
nen ben als ondeidamen vvilden bebandeien; s9Q 
»tonden op, 'trokken v€rwoe6tend naar de knis- 
ten van GalliS en onder&teniKlen Clauditis Civi' 
lis. In de 8de eeniw beboord^en zij met dto Fran 
kent tot de macbtigste stammen van Oenmanifi. 
Later werden hnm knaten door de Friezem im 
beziit gemomen en trokken zq nasr het bom 
nenland, waar ag met de Saksen samenamoli- 
ien. 

Chauoer, Oeoffrey, ,yde vader der Engel- 
sohe dicbikumst", 'weid omstreeks 1340 te Lon- 
den aH« cDOon van een vvgnhandelaar geboren. In 
1357 vindit men bem vermeld onder de hofhou- 
diing van Elitabeth van Ulster, de gemaHn van 
Lionelf den izoon van Eduard lil. Uit een ge- 
reQhitel\jk atiik van October 1366 blijkt, dat 
Chauser de<atijds onder dan veertig jarem vras 
en fiedert 27 jaren de wapen9 droeg. Hij is dan 
ook in 1359 met Eduard lil naar Frankrijk ge- 
trokken. In 1360 was bg veder in Engeland 
terug. Of de dicbter. »toen fitudeerde, is niet ze- 
ker, ofsoboon ndet onwaar8cbgnigk. Na afloop 
van den oorlog weid bg onder de Valets of tke 
kinffs ehamber opgenomen en kreeg in 1367 als 
dileetus valetus een jaaplgksch inkomen. In 1366 
wordt zgn vrouw Philippa vermeld aHs hofdame 
van de fconingin, later ak hofdame "van Con- 
stanee van Častili^, de tweede vron;w van Jo- 
han van Oaunt, bertog van Laneaster. Op den 
dood van diens eerate vranv, Blanehe (1369), 
sdhreef Chaucer „Tbe Dethe of Blanohe the Du- 
cbesse" {meestal „Boke of tbe Ducbesse" ge* 
Boemd). Geiwijchtig voor Chaueer^s diohterljjke 
ont'wiikkeling vra« zgn reis naar ItaliS in 1372. 
In 1374 ib^eedde hg een staa^^etrekkdng te 
Londen en in de 'volgende jaren <weid hij meer- 
malen voor politieke zenddngen naar Viaande- 
ren en Frankr^^ gebruikt In 1379 «ring bij met 
een zending naar Milaan en dn 1386 werd hg 
Lid van het Parlemenit voor Eent. In de jaren 
na 1386 leefde bij in kommervolle om&tandigbe- 
den. De nrele verbalen, die omrtrent deze jaren tn 
omloop zgn, zy>n eohter gebeel onbetroawbaar. 
Eerst in 1399 braken betere dagen voor hem 
aan; maar bg overleed reeds den 25sten Octob^ 



CHAUCERr-^CHAUDOIR. 



95 



1400 dn de naibi|haid Tan Wei6tmiii8ter, in welk6 
abdg ihj beg^ven ligt. 

Ghaucer*8 wenkeii kuiin^n wij in dnie i^per- 
ken ▼cpd-eelen: 1®. tot 1372 (navalging der Fran- 
«ch€n); 2». van 1372 tot 1384 (navoJging der 
Italianen) en 3^ van 1384 .tot 1400 (eig«n ecliep- 
ping). Tot de «erste periode behooren: „The 
Complejnte nnto Pite , dic »vertaling van den 
,,Roman d« la Rose'* Tan Ouillaume de Lorris, 
„Thc Book of tihe Duchesse" en ..The A. B. C"; 
tot de tweede: „Troilus and Crisevde" (naar 
Boecaeeio*8 »JMlostrato"), ^JIoms of Faane", „the 
Co(m4)leynt of Mars"; tot d« laatste: »Legend of 
good womcn", „Canterbury TaLes", vele ikleine- 
re gediehten en een veifhand«lin^ over <het as- 
trolahium. Vek gedichten worden aan Chaucer 
toegesohreven, waarvan de oohtheid zeer <t>wijfel- 
aohfcig i«. Zijn inee6terwerk, de ,;Canterbuiry Ta- 
ks", voimt een cjclus van 24 novellen; d« dich- 
tei laat ze Terhalen door pelgrime uit verschil- 
lenden «tand, die naar ihel graf van den hedligen 
^Thomas van C<mterbury 2ijn gereisd. Het veerk 
is idet voltooid fCax^on^uitganre 1475). 

Chaucer vertoont, ondanks den Fransohen en 
ItaMaansf^hen dnvloed, steeds een edbt naitiona- 
len trek in zijn meAen. Herhaalde makn 'v^er- 
den zgn wei&eni voHedig nitgegeven, bet eerst 
door Tynne in 1532. Een der nieiiw8'te mtigaven 
is die van Skeat {6 din., 1894—^189^7). Vooral 
de Canterburg Tales werdeni in vele talen over- 
gezet. Zg>n conuplete dadhteiil^ke werken in bet 
moderne EngelMb ove^ezet door John S. P. 
Tatloek en- Percy Mae Kaye verschenen in 1912. 
De onderzoekingen van vek gekerden bebben 
in dea laatsten, .t\jd meer licht omtrent bet k- 
ven van den dichter verspieid. De Toornaamste 
g^even« vindt men dn. de uitgaven der in 1868 
opgeridhte »Obanoer Sooiety" en in E. P. Ham- 
mondf Ghauoer; a bibliographical Manoal (Lon- 
den 1908). 

Zie ook: R. K. Root, Poetry of Ohaueer. Gui- 
de .to its 8tady (Bdinburgh 1906); O. O, CouU 
ton, Obancer and ihis England (Londen 1908); 
A. W, Wttrd, Gbaueer (En^Iiab Men of Letters, 
Londen 1909). 

Chaudesalffnes is een stad in bet arrondis- 
seimen.t St. Monr van bet Fransdie departement 
Cantal met (1911) 1675 in^oners. Zg Idgt 650 
m. boven de zee en beef t baar naam van de hee- 
ie bron.nen Otttvangen, dde ireeds den Romeinen 
onder den naam calentes aquae bekend waren. 
Deze fadbben een -temperatirar Tan 57° — 81,5® C, 
bevatten koolzure soda met een -veinig jood en 
broom en 'worden »tegen j.idht en obroniedbe rheu- 
m&tisdhe aandoeningen gebruikt. Ooik »vindt men 
in de %>uurt een koude staalwa'terbron en twee 
^^itioodende koolzunrbronnen. De stad* Idgit in 
een naiiwe bergddkof der Aubraoketen. 

Chaiidet, Anioine Denis, een Fransdh 
beeldboawer, vrerd den> 31&ten Maart 1763 te 
Parijs geboren. Zijn meest beikende 'W"erk is een 
staodbeeld ^an Napoleon 1 voor de zaal van bet 
Wetgcvend Liohaam te Parij«, dat cedert 1814 
in. San«-Souci -te Potsdam ctaat. Hij overked 
den 19den April 1810. Zijn eobtgenoote Elise 
Oabiou was schilderes. 

Chaudey, Ange Ousiave, een Franscib ad- 
vooaat en journaliAt, geboren in 1817 te Vesoul, 



st^ttdeerdie en promoveerde te Pargs dn de rech- 
ten, bepaalde zicb in 1845 tot de joumalistiek, 
werd redactenr van. de „Presse" en lefverde on- 
derscbeiden staaiiknndi^e Tlugsdiriften, zooals: 
,»La crise politiqae" (1847) en ,,I>e la formation 
d.^une v^ritable opposition oonstitu-tionnelle" 
(1848). Na de Fdbruari-omiventeldng v^as ih\j een 
der ^erig^e aanbangera van Lamartine en on- 
der steunde de candidatuur van generaal Ca/vai- 
gnac voor bet presidentschap der Republiek. Na 
de verkiezing van Napoleon begal Ibij ztidh naar 
Ve«oul, w^de er ziidh aan de recbtspractijik en 
stelde zddh candidaat voor de Wetgevende Ver- 
gadering. Na den staatsgreep van den 2den- De- 
cember werd hij eohter veroordeeLd tat balling- 
sclhap. In 1856 keerde bij met Terlof der Regee- 
ring terng naar Parijs, behooide er tot de re- 
dactie van« den ,,Courrier du dimanehe" en k- 
ter tot die van den „Si6ole" en ibaarde in 1869 
groot opzden door zqn brodbure: ,Jj*«m(pire par- 
lemen»taire, e8t-«il jH)9sible?" Na den val /van het 
keizerr^jk stelde ibg zicb ter ibesdbdldkin^ van bet 
Bewind en zag oddi benoemd tot lid der com- 
miissie voor hervorming van bet re(5htswezen en 
tot^maire ^an het dde arronddesemeni <van Pa- 
rijs. Met kraoht verzette b^ iziob tegen< d)e po- 
dngen der fiociaal-democrateni op den 31 sten 
October 1870 en op den< 2^ten Jan/uari 1871, 
om de Regeering der Nationak Verdedigijig ten. 
val te brengen en de commune te stichten. Hij 
werd na den opstand Tan den 18den Maart in 
bechtenis genomen en eerst naar Maosas en/ Ter- 
voigens naar St. Pelagie gebracbtt. Bij het ver- 
boor, dat de communeman Rigault bem deed 
ondeigaan, antwoordide bij met de betm>i^n^, dat 
b\j skcbts zgn plicibt bad vervuld. Den 23sten 
Mei, toen de troepen Jut Versailles te ParliB bin- 
nenruktcn, werd Chaudey op de 'hinnenplaats 
van de gcvangenis doodgesdboten. Rigault zelf 
commandeerde het peloton, dat met de uitvoe- 
idng van dit vonnis •was >belaat. 

Ohaudfontaine is de naam Tan een dorp 
in de Belgnsebe provincie Lnit, dn roman ti sohe 
om^eivdng aan de vesdtre gelegen. Het telt (1912) 
1945 inwoners, beeft een 'warme Ibron (82® C.) 
en is een druk bezocbte badplaats. In de nabij- 
beid ligt de bedevaattskerk Cbftvremont. 

Chaudolr, Antoine, een Nederlandech wijs- 

geer en wd8- en natnuiikundige, werd den 8sten 
kitober 1749 le Tbeui dn de Bel^sche provin- 
cie Luik geboren, bezooht de Laft\jnfiche sohool 
te MaAstrdcftit, daarna de hoogeschool te Frane- 
ker en •werd dn 1779 door de Waal8ohe 6ynode 
tot proponent bevordterd. Nadat bg gedurende 
zeven jaar bet predikamibt te Leiden vvaargeno- 
Hien en zioh op onderscfbeiden wetenficbappen 
toegelegd bad, werd hy in 1786 benoemd tot 
hoogkeraar in de (wysb(^eeTte, logica, meta(pjiy- 
siea en sterrenkunde aan de boogeschoal te Fra- 
neker, aldaar bet Tolgende jaar bonoris causa 
begtiftigd met den titel van meester in de vrije 
kunsten en doctor in de vrijsbegeerte. In 1807 
legde bij zij-n amibt neer en voonde aohtereen- 
volgens te Amsterdam en te Bevenviijk. In 1819 
wilde bij zicb te Leiden Testigen, dooh hU over- 
lijden Tan iz\|n Trknd Brugmans 'bracht hesn 
tot andere gedaohten. Hg ^ns •weder op reis, 
kocbt in 1823 bet bmteaigoed Postrust oabg 



96 



CHAUDOIR— CHAUMONT. 



Haarlem, waar Ihij den 20steQ Fobruari 1824 
overleed. { 

Chaudordy, Jean Baptiste Alexandre Da- 
maxe graaf van, een Fianscb staat&man, gebo- 
i€ii in 1825, 'weTd an 1855, na liet (voleinden zij- 
ner Tedhtsgeleecde stmiiifin., ab snmumerair aan 
het •departement van BuitenlaDidlBChe Zaken g«- 
pl«atist. Onider d^n minister Drouyn de lHuys 
werd ihy direcieur ibg Ihet departem^nt en be- 
hield dien Tang (bot aan den y&L •vaoi ihet Eeizer- 
rjjik. Toen Jules Favre na de capitulatie Tan Se- 
dan en de vlucihi der keizerin net beetunr 'van 
BuiitenlaiDdscfhe Zafcen op zieh nam, 'werd Chau- 
dordy minjster van Bui^rintLandsche Zaken in het 
Comitš der Nationale Verdediging. In Septem- 
ber 1870 ging h^ meit de Delegatie der nie«ibwe 
Regeering naar Tours en in Januari d&araanvol- 
gende naar Bordeanz, en weil als plaatsvervan- 
ger van Jules Favre. Zijn naam werd 'bekend 
door "zijn beide circulaires van den lOden Oc- 
tober 1870 aan de versdhdllende anogendheden 
van Europa omtreni; den afstand van Elzas en 
Lotiharingen. Nog andere belangr^jie fituikken 
werden dtoor hem uitgevaardigd, zooals het pro- 
test tegen de besdinldiging ivan den Bondcvatn- 
selier van DuitsohlaDd, dat de gevangen geno- 
men zeelieden een sleohte behandelinsr Ihadden 
ondergaan enz. Zijn berweringen i^erden echter 
dooT Bismarck op een afdoend« wijze weder- 
legd, en to en na de ontbind^ng van het Comdbč 
Tan Defen&ie (Maart 1871) een ander berwind 
onder de kiding van Thiers aan het hooM der 
zaken kwam, verliet de graaf het staatkundig 
tooneel. Den 8sten Februari 1871 zag hij »ioh 
gekozen tot lid ivan de Nationale Vergadering 
en voegde aidh bg de oonsenvatieve rech-terzijde. 
Onder het ministerie-Dc Broglie werd hij den 
5den DecemJber 1873 geoant in Zwitserland en 
den 3den October 1874 aanbassadeur te Madrid. 
Onder het ministerie-Dii/aiire in 1876 vertrok 
hij als gevolmadhtigde naar de Conferentie te 
Konstantinopel, waar ihy bepnoefde een vepbond 
met Rusland tot stand te brengen- In 1878 werd 
h\j 'wegens zijn ultramontaansdhe gievoelens uit 
Madrid teruggeroepen. Hij overleed den 26sten 
Maart 1899 te Parijs. 

Ohaufepič, Jaegues Oeorge de, ook Cofo- 

{naeus en Calvopedius genaamd*, een Nedier- 
andfioh godgeleerde en een zoon van eenFran«ch 
uitgewekene, werd den 9den November 1702 te 
Lceuiwarden geboren, €ti>deerde te Franeker en 
vrerd in 1723 door de Waals<Ae fiyDode btevor- 
derd <tot proponent. H\j leerd hulpprediker te 
Amsterdam em >d!aarna achtereenvolgens predi- 
kant te Vlissingen, te Delft en te Amsterdam, 
waar hij den 3den Juli 1786 ovei^ed. Reeds als 
študent gaf hij een paar Latijn-sche veiihandelin- 
gen in het lioht. Voorts edhreef hg: „Lettres 6ur 
divers sujets^ importants de la icligion" (1737), 
welke hij ook in het Nederlandsffc uiigaf, „Ser- 
mons de feu Jean Brutel dte la Riviere avec un 
61oge *hi5torique de Tauteur" (1748), „Nouveau 
ddctionnaire hiatoriaue et critique, ponr servdr 
de suppišment k celui de Bayle" (1750—1766, 
4 din.), alsmede een aa^/tal leeairedenen en ver- 
talingen. 

Chaullao, Ouy de, of Ouido de Cauliaeo, 
een Fransch ehiraig, geboren omstreek« 1300 te 



Cauiiaoo, een dorp in Auveigne, studeerde te 
Toolouse, Montpeilder, Bologna en Pargs, prac- 
tiseerd)e vervolgens te Lyon en vertoefde daarna 
als aits bjj de pauseni Clemens VI, Innocenlius 
VI eji Urbanus V. Z|jn eterfjaar ie onbekend. 
Zijn gesdirifteni, bekend ondter de ti tek: „For- 
mulare'' {ook otnder dien van „Ohiruigia parva") 
en „Inventarium sive collectorium artis chirur- 
gicalis medicinae" (later „Ohirargia magna" ge- 
heelen) sujn de beste oiver dit omlerwerp nit de 
Middeleeuwen. Menknraaidig zgn daarin <vooral 
de ibesdhrljving .van den Zwarten Dood van 1348 
en van het bezigen van €laapwekkende inade- 
mingen bij p^nl\^e kunsrtbefvenkiDgen. 

Chatdieu, Ouillaume Amfrye de, een 
Fransoh dichter, vrord in 1639 ite Fonitenaj ge- 
boren en vervrier! dtoor de gun>st "van den hertog 
tan Venddme en diens broeder, grootprior van 
Malta, de aibdg van Aumale en eenige andere 
geestelijke beddening^en, die hem een jaargeld 
opbraoMen van 30 000 Id^iies. Hij vestigide zioh 
in den Tempie, het paleis van genoemden her? 
tog, en braoht zyn dagen dbor met het vervaar- 
digen (van een aan tal beivallige gedichten, die 
getuieends geven van (zg-n levendige vei%>eel- 
ding^raobt, van z\jn onuitputtelgke gecstigheid 
en van sgn meesterschap o ver de taal. Zelfs in 
hoogen ouderdom, door podagra gebw€ld en 
van ihet licfat der oogen 'beroofd, deed 'hy ^gn 
levenslustige liederen hooren. Hij overleed den 
27sten Juni 1720 te Par\js. Volgens Sainte-Beu- 
ve zijn zijn beste gediohten: ,J'ontenay", ,Jja 
retraite", „Mon portradt", „La goutte" en „La 
mort". De „Oeuvres de Ohaulieu" versdhenen 
fte Pargs in 1750 en 1823, de ,J^ttres in6dites" 
werden in 1850 uitgegeven. 

Ohaumette, Pierre Oaspard, een Fransch 
revodutieman, werd den 24sten Mea 1763 te Ne- 
vers gefboren, trad in zeedienst en was by het 
uitbarsten der Omwenteling sdirijver lby een ad- 
vocaat te Pargs. Hoewel <hiij i)verig deel nam aan 
de vergaderingen der Cordeliere en medewer- 
werkte aan het da^Mad „Les i6volutions de Pa- 
riš", bleef hij lang onopgemerkt. In Augustus 
en Septemiber 1792 wist hy echter door z\jn vu- 
rige redevoeringen de gemoederen van ihet volk 
an Tlam te zetten, en hij was weldra procureur 
der gemeente te Parys, waarna hii znn naam 
met dien van Anazagoras verwisselde. Hy ^ver- 
de voor de opridbtdnjg ecner revolutionmaire 
TCohtbank en voor de invoering van den eere- 
dienst der rede, wiaaraan de kerk tvan Notre 
Dame gewijd werd. Als H6bertist weid hij op 
last van Robespierre den .13den April 1794 ge- 
guillotineerd. 

Chaumont is een bergrog in den Zwitser- 
sdhen- Jura, ten N.O. -van NeucmMel, -in het Zwit- 
sersohe kanton Neuenburg gelegen. Hij reikt tot 
een (hoogte van 1173 m. en strekt zidi tusschen 
Val de Ruz en het naeer van NeucnAMirg uit tot 
de grens van Bern, waar hy aansluit aan den 
iChasseral. Het vergezicht, met dat <van den 
'Ohasseral overeenkomende, is een der moois-te 
in Zwitsefland. Bo»ven op den berg bevindt zich, 
cbehaLve een hot-tl en een paar huizen, een erra- 
tisoh blok, de Pderre k bot, dat, van de Monrt- 
Blanc-gToep afkom«tig, door een ivoonnaligen 
RhdnegletMher hienheen werd gebraoht. 



CHAUMONT-EN-BASSIONT— CHAUVIN. 



97 



Cliaamont-eii-Bas8iffiiy, ti« liooMstad 
van het Fransche •departemenl Haute Marne, aan 
den OosteT8poorw6g en op hei vereeni^in^spunt 
van de Sein« en de Marine eel-e^a, tdt (1911) 
14 870 iiii'Woiier«, beeft in iiaar nalb^dieid «en 
jnepJDwaard)g &poorwegYiaduat en 'binnen haar 
muren oihd>ersQn«iden belan^gr^ inriohtingen 
vaD onderwijs en eenige m€rkwaairdige gebou- 
weD. £r sijn 4 k«iJken, <w€iaronder d>e sdboone 
kerk St. Jean Baptiste •(15d« len 14d« eeuw), 
een Madhuia, waarvoor bet •sianidbeeld Tan Le- 
bon, een uitvlnder op bet gebied van lichtgas, 
een g^redhtshof, een bandelsrechtbanik, een ly- 
cemm, (kweeksQbolea Toor ondenvgzers en onder- 
w\peressen, eca bl(bliothee& en een imiseum. 
Vroeger was de st&d een <bezitting der graven 
van OhajDipognie, ivan ^^ier slot aMaar nog de to- 
pen Haut^eaidlle over is. In de gescbieoenis is 
zij 'bekend door het n«iaT baar genoemd Verdrag, 
dat er den Isten MaaH 1814 tussciheni Ru«1anid, 
EngelaiuL, Oostenrijk en Fruisen ter •beelrijddng 
van Napoleon gesloten 'wepd (voor ihet geval. dait 
de on<ieiiian<leLingen (te Ch&tillon (zie aJdaar) 
tot ni« t« 20uden leid-en. 

Ohauny, een srtad in ihet Fransdhe departe- 
ment Ai^ne en in het arromJiesenieni Laon^ ligit 
aan de Oise, welke hier 'bevaarbaar wordt en 
zich met bet Kaiiaal van Croiset vei^eaiigt, en 
aan den Fransdben Noonlerspoopweg, wel<ke er 
een 2ytak uitzendt naar St. Gobain. Men ivindt 
er een handalsrechtbanik, een groote ^lijperij van 
spiegelglas, suikerfabrieken, i)zer en kopergiete- 
rijen, veel bandel en (1911) 10 696 inwoners. 

Ohaiissard, Pierre Jean Baptiste, een 
Fransch revolutieman, tevens dichter en proza- 
sobr^iver, werd den Ssten October 1766 te rarg« 
peboren, wi}dde zi<ib aan de reoMsgeleerde prac- 
tijk, doch volgde tevens ziin neigiag tot de let- 
terknnd>e. In 1792 zond Jiet iininisterie-Le6ruf} 
hem naar BelgiS, om er revoliUionnaire .denk- 
beelden te verspreiden, maar h\j godroeg ^ioh 
daarbij ^oo onhandig, dat Dumouriei bem le- 
rncrriep. Daarna wer(l hg eeoretaris van d^en 
maire -van Parijs, vervols^ens van ihet Comitš du 
Salut Public en eindelijk sec:«t-aris-generaal bij 
het ministerie van on»derw\js. Kort daarna legde 
bg deze betrekking neder, om zicih onbelemmerd 
aan de studie te wyden;, W'erd i-n 1803 achter- 
eenvol^ns boogleeraar in d*e fraaie letteren te 
Roaaan, Orleans, Nfmes en Parijs, maar zag zioh 
door de Hestanratie van zijn ambt iberoofd. H\j 
overleed den 2B8ten Januari 1823. Van ^ijn ge- 
schriften noemen wij: ,.De TAllemagne et de la 
maison d'Autri<3he" (1792), „M6moircs histori- 
qae8 et poUti^ues sur la išvolirtion d« la Bel- 
^ifiue" (1793), „De r^doeation des peuples" 
(1793), ^Jeanne d*Arc, recueil 'historique et 
complet" (1806) en vooral Ihet leerdioht: „Epi'tre 
sar quelque genre, dont Boileau n*a pas fait 
mention" (1811). 

OhausBČe. Zie Kunstweg. 

ChansBon. Ernest, een Fransoh componist, 
geboren in 1855 te Parijs, was lecrling -van Mas- 
senet en CSsar Franck, fungeer.de geiruimen tijd 
als fiecretaris der r,Soci6t^ nationale de miLsi- 
qae", en overleed ten^evolge van een ongeval 
den 15den Juni 1899. H\j schreef o a. een sym- 
fonie (Bes^ur), de „po6nw8 S3rmpboniiques", „Vi- 

V. 



viane" en ,,Le8 caprices de Marianne", een pia- 
no-concert, een vjool-concert, kamermuziek, d*e 
opera'« „H6I6ne" en „Le roi Arthur" enz. 

Chautauqiia ifi de ihoofdplaats van bot ge- 
lijknamdge graafschap in het W. van den staat 
N0w-York en staat bekend als >}Kit uitgangspun/t 
eener beweging tot oneerdere ontwiikkeling van 
het volk (Univer8ity Eztension), Ged>ureni(k den 
zomer hcsbben er dnik bezodrte Toordrachten 
plaats, 'terwijl de rvereeni^ing, die deze organi- 
seert, vele 'vertak<kiingen beži t in de Unie. De 
stad telt 3590 dnwon<ers. In de buurt ligt faeit 28 
km. lange en 2 — 5 m. breede Chaatauquaineer, 
dat 394 «1. baven de zee en 224 m. bo vem bet 
Erieineer ligt en op de Allegbany, een zgrivier 
der Ohio, afwatert. 

Chauveau-Lararde, Claude Fran^is de, 
een Fransch ad^ocaat, iwerd geiboreTr-ite -CSbar- 
■tres den 21 sten Januari 1756. Tot de ^nerk<waa^ 
digste cliSnten, die hg nnt de grooiste onver- 
sohrck^keniheid tot bet uiterste verdedigde, ibe- 
hooren Marte Antoinette, Charlotte Corday, 
Brissoi en Miranda. Hij verd eohter gevangen 
genomen «n kvam eerst 'vry door den 9den 
Thermidor. In 1797 <verdedigde ihij den skM 
Brottier. Onder Napoleon I vas h^ idvocaat "b^j 
den Staatsraad, en in 1814 nam Lodewyk XVU1 
bem op in den adelstand. Gedurende de Hon- 
derd Dagen bepleitte b\j de zaak van den g^en«- 
raal Bonnaire, 'Waarover bij in 1816 een „Expo- 
s6 shnple et fidMe" in het licbt gaf, in 1828 
werd ihy lid van 'bet Hof Tan Cassatie, doch 
legde een paar jaar d'aarna z^n hetreikkiing ne- 
der en overleed den 28sten Februari 1841. H\j 
heeft ondersdheiden reoht-sgeleerde gesohriften 
in het lioht gegeven. 

Ohaiivelin, Bernard Fran^is markies de, 
een Fransoh staatsman en redenaar, gehoren 
den 299ten Novemtoer 1766, ontfving zijn op<voe- 
ding aan de militaire sdhool te Parijs, iverd 
d^rna geplaatst by bet leger en wa6 een ^ ve- 
rig voorstander der Omwenteling. Hrj legde zul- 
ke groote beJcvvaambeid aan den dag, dat Du- 
mouriei hem als gej&ant naar Londen afvaaidig- 
de. Toen Engeland, na den dood van Lodewyk 
XVI, aJle betrekkingen oneft Frankrijk afhrak, 
keerde Chauvelin n-aar 'Zyn land terug. De man- 
nen van het Sohrikbewind vonden hem te voor- 
naam en te zac^tmoedig, -zoodat hij tot den 9den 
Thermidor gevangen zal. Na den 18den Brumai- 
re werd hg lid van het Tribunaat en ijverde met 
kracht tegen de aanmatiging van den Eersten 
Q)nsul, aoodat Napoleon hem venvijderde door 
hem in 1803 hoi prefeot van het departement 
Lys te benoemen. Hier was hq 8 j«aar tot zegen 
van de bevolking wepkzaam, werd daarna tot lid 
van den Staa-tsraad benoemd en giing vervolgens 
als luiitenanl-generaal naar Catalonie. Na de Res- 
tauratie v^erd hiJ door het departement Cdte 
d'Or tot lid der Kamer van Afge>vaardigden ge- 
kožen. Hier behartigde hij de ^ak des volks te- 
genover de Bourbons, moest in 1829 wegen8 
ziekte zijn mandaat nederleggen, 'begaf zicheob- 
'ter na de Juli-om'Wenteling weder naar Parys en 
overleed den 9den April 1832. 

Ohauvin, Etienne, een Fransch godgeleer- 
de en vijsgeer. geboren te Nimes den 18den 
April 1640, zag zioh beroepen tot Hervormd 



98 



GHAUVIN— GHAZAL. 



predikant, maar Terliet zijn ivaderland da lierroe- 

liig zieh te Rotterdam en ontving later een be- 
ooeming tot predlikant en hooetleeraar in >(k 
w\J8begeerte te Berlin, waar hg »den 6den April 
1725 overleed. Van zyn g^schriften noemen wij: 
,J)e cogni-tione Ded", »Jvemcon rationale sive 
thesaunis philosophieas com figiuris" (1692) en 
,J)e naturali religione" (1693). 

OhanTinisme is een wioonl, dat eer&t in 
den nieuweTen tijd in de Fransche itaal werd inge- 
Toerd en 'waarmede men ihet gedrag en de ge- 
Toelens aandmdt ivan ihem, dde met grenzelooze 
bewondieTiin^ tegen ihet TaderlaoMi opzi«n en 
daarbuiten niets goed« knnnen vioden, aUhans 
niet w>illen eikennen, dat aildaar ietc beters kan 
beataan dan in hnu elgen land. Het wooird eou 
afgeleid zgn van een ooden grenadoer, Chau- 
vin ge*beeten, die tetkens optrad in de vlug- 
sohriften, teekeningen enz., vraannede men na 
Napoleon's <terug?keer van Elba stemming Toor 
hem zocht te maken. Het woord kwam in ^e- 
bpuik door Scribe*B tconeektrik „Le soldat la- 
boureur", 'waarvan de ihooMpersoon Chauvin 
heet, af valgens anderen door de gebroeders 
Thšodore en B%ppolyte Cognard in h^ fclijspel: 
,Jj& eocarde tricolore", dat den 19den Maart 
1831 voor de eerste maal •weid oipgevoerd in hert 
Th^fttre des Folies Dram»tiqiiie6 4e Parij«. Daar- 
in tocih ikomt een soldaat voor met den naam 
Chauvin, dde eenige ooupletten lin^it met het 
reifirein: „J' suis Fran^is, j' euis Chativin, J' 
tape 9ur le 66doiiin". Na dien tijd' iheeft 'het 
wooKi „ohauTinisme" in (bovengemelde beteeke- 
nis iburgerreoht »verkregen, ja, men heeft haar 
nog luitgebreid door er elke partijkeuze door aan 
te d<uiden, die niet op goed^e gronden, maar op 
een •dweepziek gevoel is gebouw«d. 

Ohauz-de-Fonds, La, is een distriets- 
faoofdfitad van het Zw.itsersohe kan/ton Neuen- 
bnvfTj gelegen in een ruw, vaterarm en hoog dal 
(992 m.), «ian de spoorweg«n NeufohAtel — Locle 
— Morteau, Souceboz — Ohaui-^le-Fonds en ver- 
sohillende kleinere. De stad telt (1910) 37 766 
inwoner8, dde zidh voornamel\}>k ^ezig houden 
naet ihet vervaardigien van uiirwerken, een iaidns- 
trie, die haer m 1705 inge-^erd iwerd door 
Jean Riehard en et«rk bevofderd dtoor Pierre 
Drox, 

Chavanne, Joseph, een Oostenr^jksch ont- 
dekkingsreiziger, geboren den 7den Augustus 
1846 U Graz, ©tudeerde aMaar en .te Praag, d'eed 
van 1867 tot 1869 reiaen door Middel- en Noord- 
Amenka, Marokko en de Algefijnsdhe Sahara. 
Van 1884 tot 1885 onderzodht hij den beneden- 
loop van den Kongo en ^eg»f zioh in 1888 naar 
Argentini^, waar <h\j den 7d«n December 1902 
te Bueno8-Ayres overleed'. Z\jn voornaam-ste weT- 
ken zijn: „Di€ Temrperatnrverhaltnisse von Oes- 
terreioh-Ungarn" <Weenen 1871), ».Beitrage zur 
KHmatioIogie Yon Oesterreich-IJngaTn'* (Wee- 
nen 1872), „Die Saihara" (Weenen 1878), „Af- 
ghanistan" (Weenen 1878), „Afrika im Liciht 
nnsrer Tage" (Ween€n 1881), „Die mittlere flo- 
he Afrikas" (WeeDen 1881), „Afrikas Strome 
nnd FdiJsse" (W€enen 1883), „Jan May«en und 
die oesterreichifitfhe arktisohe Beobaohtungssta- 
tion" (We(nen 1884). Ook gaf hq uit een „Pfcy- 



»ifealiBohe Wandkarte von Afrika'' (4 kartona, 
2de druk Weenen 1882) en de 7de druk van 
BalbVs „Al]gemein*e Erdibesdireibang" •(Weenen 
1882). 

Chavannes, Alezcmdre Cdsar, een Zwit- 
sersoh anthropoloog, wepd in 1731 t« Montrenz 
geboren. Van 1759 tot 1766 was h\j Fransdi pre- 
dikant te Bazel, daarna hoogleeraar in de Ineo- 
logie te Lausanne, wiaar Ih^ in 1808 overleed. 
Door zyn voornaanoAte, grootsch opgevat werk 
„Antihropologie aJbr6g6e" (Lausanne 1788) werd 
bij de 6>tiohter der anthropologische wetenBchap. 

Chav6e, Honorš Joseph, een Belgisoh philo- 
loog, •werd in 1815 te Namen geboren. Tot pries- 
ter gew\^ m 1838, begaf ihij zich i<n 1847 naair 
Parijs, (waar hij oiiderwii« gaf aan het coU^e 
Stanislas en aan het Athenaeum. In 1848 trad 
h\} uit den geestel^jken atand en huwde in 1871, 
ffedurende een reis naar Londen, met Henriette 
llarrisson. Hy overleed dn 1877. Van zijn ge- 
Bohriften vermelden wij: „Essai d*čtymologqe 
philosofique" of „Recherdie8 sur Torigine et les 
variationa des mots qui peigneni les aetes in- 
tellectuels et moram" (1843), „Lexicolo^ie in- 
do-europ^nn« ou Essads sur la seienoe des mots 
sanserlts, grecs, iiatins, Sran^fi, liithua'Bden9, 
russes etc.""'(1849), „MoTse et les langues ou D6- 
monstration par la ]ingui£tiqve de la plnralit^ 
origineHe des races humaines'' (1855), „La part 
des fenunes dans renseignement de la langue 
matenieJlfe" (1859>, „Les kra^s «t fes ocaoes" 
(1862), „Enfiedgnement 6cientifique de la lectu- 
re" (1872) en j,L'autihropolo«rie et la m^tiiode 
integrale en lin^uistique -(1873). 

Ohavero, Alfredo don, een Mexicaansch ar- 
chaeoloog, werd den Isten Februari 1841 te 
Meiico geboren, studeerde in de rechten, vest i g- 
de zich vervolg^ns als adrvocaat in zijn geboorte- 
plaats en speelde .tevens een rol in de politiek. 
Nodhtans vond hij Agd zioh grondig met de stu- 
die der geschiedenis en bescihaving van h«t 
oude Mezioo bezig te thiood«n en daarover een 
geheele reeks van W6i:ken en tijdsohrdft^airtike- 
len te puibliceeren. Vooral belangrijk zgn zijn 
uitgaven der oorspronkelgke handsahmften van 
oud« sohrijvers, zooals de „Obras historicas des 
Don Fernando de Alva Ixlilxochitl" (2 dln„ 
Meiico 1892) en de »Historia de Tlaxcala" van 
Munox Čamarigro ■(Mexico 1902); verder moeten 
vooral vermeld wopden z\jn bibliografisohe ffo- 
schriften, zooals de „Apuntes viejos de biblio- 
grafia meiicana" (Mexico 1903) en zijn bi«blio- 
grafi sche essajs o ver Morfi, Vega, Tovor c.a. 
in de Annalen van het Nationale Museum te 
Mexico. Hij overleed te Mexico den 24sten Oc- 
tober 1906. 

Ohaves, een stad en vesting in de Portu- 
geesch« provincie Traz os Montes, op den lin- 
keroever van de Tamega, beži t een hoofdkerk, 
oen armenhuis, twee gasthuizen en twee kloos- 
ters en telt (1900) 6463 inwoner8. Over de ri- 
vier ligt een prachtige Romeinstfhe brug ter 
lengte van 154 m. met 16 bogen. Men heeft er 
voorts overblgfselen van oud-Romeinsche baden. 
De bronnen z\jn zouthoudend en hebben cen 
lemperatuur van 7P C; thet zijn de Aquae 
F 1 a v i a e der Romeinen. 

Ohazal, Pierre Emanuel F4lix de, minister 



CHAZAL—CSHELARD. 



99 



van Oorlog in Belgifi, werd geboren fe Tarbcs 
in bet depairtemeEt Hautee Fjor^ndes in 1808, 
bega! zich reeds vroeg itaar de Nederlanden, 
waar z\}ii vader, een voormalig Jacoibgii, na de 
Restanratie een wijkiplaat6 Jiad gezooht, en toon- 
<le zich in 1830 een g verig Toorstander der Bel- 
gisohe revolatie. In 1831 stond hg reeds aan 
bet ihoofd van een regiment infanterie, jclum 
weldra op tot den lang van gen«raal-majoor en 
maakte zioh zeer verdienstelijk voor de legeror- 
ganisatie in BelgiS, zoodat hg er in 1844 door 
de Kamera op de meest eervolle w\>ze werd ge- 
naturaliseerd. In 1847 werd hij 1uitenan't-gc- 
neraal. In den Belgisohen partijstrgd (zie 8el- 
git) fitond hij steedfi aan de z\)de ider liberalen 
en belastte zich in 1847 in het 'kabinet-/?o.7ier 
met de portefeuille van Oorlog. Zijn verzet te- 
gen verlaging der oorlogabegrooting beroofde 
hem van znn populariteit, zoodat hg in 1850 
afstand deea van zijn ambt. Doch reeds in 1852 
beno^nde de koning hem weder tot luitenant- 
generaal en tot commandant der 4de militaire 
divisie, en den 9den April 1859 wederom tot 
minister van Oorlog. Hg bekleedde dien post 
tot in 1866 en trad toen af wegens dto stovmen, 
die de groote kosten der versterking van Ant- 
vrrpen, de vorming van een Be%i8oih-Mexi- 
eaansch legioen van vrgwiIHgers en zgn twee- 
geveoht nnet het Eamerlid Delaet yaai AiitweT- 
pen tegen hem hadden doen opsteken. Hg werd 
Ja!fr divisie-generaai en adjudant des konings, 
en toen hem in Juli 1870, bg het nitbarsten van 
den FTan«ch-Duit^cihen oorlog, het opperbevel 
over de troepen werd toevertrouwd ter handha- 
<ving der nentraliteit des lands, legde hg op- 
itieQW groote bekwaamiheid aan den dag. Hij 
overleed den 25sten Januari 1892 te Pan. 

Check. Zie Chegue, 

Oheddarkaas. Zie Kaos. 

Oheiranthus is de naam van een plantcn- 
gealacht nit de familie der Krnisbloemi- 
<ren (Crueiferen); bet onderscbeidt zich door 
vierkante, saamgedrukte haawen en e<:n diepen 
tweelobbigen stempel op den top van het vrucht- 
b^nsel. tiet omvat een aan tal tireejarige, over- 
blgvende kruiden en heesters, die als sierplan- 
t«n worden gekweekit. Degewone muur- 
bloem (C. Cheiri L.) met welEiekende, gele, 
brni ne of paarse bloemen, groeit op steenachtige 
plaatsen en oude mnren in het Z. van Evro- 
pa en ook wel bij ons en bloeit van Mei 
af bijkan« den geheelen zomer. Er bestaan van 
deze plant een aaivtal verscheidenheden, die bij 
de bIoemkw€€lkeri8«onder verschillende namen be- 
kend zijn. 

Oheireddln-pasja. een Tunesisoh en 
Turk«oh staatsman, geooren in AbcbaaiS, weid 
als knaap omstreeks het jaar 1825 door een 
slavenhandelaar naar Eonstantinopel gebracht 
dn aldaar verkoebt aan een BedoeTn, die hem 
naar Tnnis zond. Hier kwam hg in het paleis 
van Aehme(JUbey, die hem bg het korps zgner pa- 
ge^ voegde, hem onderwijs deed geven en hem 
later niet alleen de middelen versčhafte om zgn 
studiSn ^voort te zeitten, maar hem ooik vigheid 
gaf, om een 'beroep te kiezen. Gheireddin koos 
den knjgsdienst, maar onderhield zgn betrek- 
king met Aehmed-bey, zoodat «hg zich benoemd 



zag tot diens adjndant Als soodanig vergezelde 
hg in 1846 z^in meeeter naar Parg«, diende bem 
^evens als tolk en werd in 1852 wegens een 
hoogst belangr^^ke aaogelegenbeid al'leen naar 
Frankrgks hoofdstad fi«zonden. Daar hg zgn last 
met schranderheid volbraeht, verd hg tot gene^ 
raal benoemd. Daarop vertoefde hg drie jaar te 
Pargs en vist zich dien t^d ten nutte te maken 
door een gverige beoefenlng der staathnishoud- 
kunde en door reizen naar Engeland en Duitsch- 
land. Gednrende den Erimoorlog nam hg deel 
aan de onderhandelingen, vrelke gevolgd werden 
door het zenden van hulptroepen uit Tunis. In 
1867 en 1868 bezooht h^ tot driemaal toe Eon- 
stantinopel en ondersebeidde zdoh door diploma- 
tieke ibekwaainheid. In die da^en leverde hij ook 
een opstel over de noodzakel9k'heid van een aan- 
tal hervormingen in de Mohammedaansohe sta- 
ten, een geschrift, dat in 1868 in het Fransch 
werd vertaald. In 1873 weFd Gheireddin, inmid- 
dela tot voorzitter van den Hoogen Raad van 
Tunis benoemd, eerste minister. In dese betr^- 
king poogde hg de bervormingen, in zijn ge- 
schrift aangewezen, tot fitand te brengen^ Daar- 
door kwam hg in botrin^ met den bey en legde 
den 20sten Juli 1877 zgn betrekking neder. Op 
aansporing van het Fransche Bewiad werd hg 
in 1878 door den sultan naar Eonstantinopd 
ontboden, om er bg de voorgenomen hervormin- 
gen de Porte met raad en daad bij te staan. Hg 
■zag sioh den 4den December 1878 tot groot-vi- 
zier benoemd. Al zgn hervormingspogingen le- 
den edbter 6chii>pbreuik op de bedorv^^iheid der 
Turksche bureaucratie, op de listen der cama- 
rilla, op den tegenfitand van den alvermogenden 
minister van Oorlog Osmat^jMuja en op de 
zwakheid van den sultan. Het regeeringspro- 
gramma, door Gheireddin opgesteld, werd aoor 
Abd-Oel-Hamid verworpen, en daarop volgde den 
28sten Juli 1879 zgn ontslag als groot-vizier. 
Hg overleed den 308ten Jannati 1890 te Eon- 
stantinopel. 

Cheirocrinus of handteelelie, is een der 
merkwaaFdig8te onder de talrgke vormen der 
Noord-Amerikaansche PaJaeoerinoIdeeSn en bet 
ieenige geslacht der erinoIdeeSnklasse, waarbg de 
kroon of de kel^E met de armen niet in de rich- 
ting van den steel naar boven gerieht is, maar 
onder een scberpen hoek van het kelkeinde van 
den steel naar beneden hangt, niet ongelg^k aan 
een hand met Tingers. 

Cheky, ook wel ekequi, tejeki of sjeki ge- 
heeten, is een Turksdi gewicbt voor goud, zil- 
ver, edelsteenen en medicgnen van 320,259 gram 
of 100 dirhem. In Bassora beeft het 150 dirhem 
of 100 miskdi. V66t 1874 waren er ook andere 
gewiehten, die dežen naam droegen, doch deze 
zgn niet meer wettig. 

Chelard, Hippoiyte Andrš Jean Baptiste, 
een Fransch componiet, den Isten Februar! 1789 
te Pargs geboren, waB leerling van Fštis, daar- 
na Tan Dourleu en Oossee aan het oonservato- 
rium te Pargs, behaalde in 1811 den priz de 
Rome en studeerde toen nog onder Batni te Ro- 
me en onder Zing€areUi en Paeeiello te Napels. 
In 1816 'was bg eerste violist der opera te Pa- 
rgs; daarna ging bg naar Dnitsohland, werd in 
1828 tengevolge van deo fa^val 2gner opera 



too 



CHELARD— CHELMSFORD. 



v^acbeth" Iha&apelm^teter te Mfindhen. In 1829 
keerde hu naar Par^s terug^ maakte m«t ^La 
jtable et le logement'' fiasco, riehtte toen een 
moziekhandel op, <die ten^evolge van de revolu- 
iie in 1830 te gronde ging* keerde weer naar 
Mianohen terug, was in 1832 en 1833 te Lon- 
den, daarna weer te Miin<*hen, van 1836 tot 1850 
te Weimar als hofkapelmeester en van 1852 tot 
1854 te Parijs. Chelard overleed den 12den Fe- 
bruar! te Weimar. Hij schreef voornamelijk ope- 
ra'8, waarvan ,4)ie Hermannschlaoht" (1835) 
wel de 'beste is. 

OhelczixlEy, Peter, wa8 een -der grootste 
denkers uit den tijd der Hussieten; behalve zijn 
werken is weinig van bem bekend. Zijn jeugd 
val t in den tgd van Johannua Huss; van 1419 
tot 1420 was hy in Praag, waar hfj, in tegen- 
stelling met de besluiten <der Praagsohe magis- 
ters en Taborietetu, zjjn stem verhief tegen het 
gebruik van geweld in geloofszaken. Daarop 
trok hij zich in zgn geboorteplaats Ohelcziz te- 
rag, waar hg waar8chijnl\jik een landigoed had en 
fichreef daar, boev^el leek ^nnde en geen geleer- 
de opvoeding genoten hebbende, veel strijd- 
schriften (over ^et Avondmaal enz.), traktaten 
en andere werken, waarover 'hn zick reecCs in 
1443 op den landdag te Euttenberg te verant- 
woordeQ had. Zijn voornaamste wei\ken zijn: 
,»Po8tille" (Ozechisch, omstreeks 1435, uitgege- 
ven in 1522) en „Sit viry" („Net des geloofs", 
geschreven omstreeks 1455, uitgegeven in 1521), 
waarin de raddcale z\jde van de Hu8sietenbewc- 
ging zoover mogel\jk wordt doorgevoerd. Na de 
n^dierlaag der Huasi^ten werd zgn leer in 1457 
het fuTidameut der Kuaiwalder vereeniging, 
^aaruit de Bofaeemsebe Broeders (zie aldaar) 
ontstonden. Hg overleed omstreeks 1460. 
• Ohelenrthrlne. 'Zie Chelidonine. 

Ohelidonlne, Cm Hiq NOs, is een alkaloid, 
dat in de stinkende gouwe (Chelidonium majus) 
naast 2 isomere alkaloTden « en /3 homocheli do- 
ni ne, CaiHaiNOs, protopine C20H17NO5, en ohe- 
lerythrine, CjiHirNOi, voorkomt. Het vormt 
kleur- en retfkelooze kristallen met 1 molecule 
krista]!water, smaakt bitter, lost moeilijk op in 
alcohol, niet dn water en aether, vormt met zu- 
r^n <zouten en is eeuigszins giftig. Ghelerythrine, 
dat in de wortels van versdhillende planten voor- 
komt, vormt fijoe kleurlooze kristallen met 1 
molecule kristalivater, lost niet op in water, wel 
in alcohol en aether, smaakt brandend scherp 
en "vormt orajijeroocfe zouten. Het w€rkt nairko- 
Hsch, terwyl het stof een hevig niezen veroor- 
z&akt. 

Ohelidonliim L. of nouwe is de naam van 
een plantengesladht uit de familie der P a p a- 
V e T a C h t i g e n- (Papcrveraceeen). Het onder- 
eoheiidt zich door een 2-bladigen, afvallenden 
k*»lk, een 4-bladige bloemkroon, .talty«ke meel- 
draden en een hauwvorm Lge, 2 kleppige doos- 
vrucht met vele aan een middenscnot vastge- 
hechte zaden. Het omvat overblijvende gewas- 
sen met een geel melksap. Daartoe behoort de 
stinkende gouwe (Chelidonium majus 
L.), een opgaande plant, die omstreeks 66n m. 
hoog vvordt, in ons land algemeen onder heggen 
eiiiz. groeit, tot aan den spilvormigen wortel 
met geel melksap gevuld is en diep vindeeldge 



bladeren met stompe loUben en gele 'bloemen 
draagt, <welke tot schermen vereenigd ajn. 

Chelidonmiir of pyroondicarbonxuur, C? 
H«Oe, is een tweeba8isch, organ isoh zuur, dat 
naast appelzuur in het loof van chelidonium 
majus L. voorkomt. Het kristalliseert in witte 
naalden, lost moeiljjk in water en alcohol op en 
smelt b\j 220^ C, waarbg het ontleed wordt. 
Onder het koken met alkaliSn splitst het zich 
in aoeton en oxaalzuur. 

Ohelldromla, ook wel -Cheliodromia, Lia- 
dromia, Halonesos of Halonisos geheeten, is een 
tot de groep d^r noordelijke Sporaden, en se- 
dert 1899 tot den nomos Magnesia behoorend 
eiland van 82 km. eippervlaikte. Het bestaat uit 
een 22 km. langen Dergrug, die van het Z.W. 
naar het N.O. loopt, een hoogte van 485 m. be- 
reikt en gedeeltelgk >met naalddi)osschen begroeid 
is. In de Oudheid waren er twee steden; een 
ervan heette Ikos. Thans vindt men er slechts 
het kleine dorp Halonesos met ongeveer 700 in- 
woners. 

Ohelllis, MazimUian Joseph, een Duitsch 
heelkundige, den 16den Januari 1794 te Mann- 
heim geboren, stndeerde aldaar en te Heidelberg 
en verwierf reeds in 1812 den doctorstitel. Na- 
dat h\i zich te Mtinohen en te Landahut verder 
geoefend had, vrerd h\j in 1813 geneesheer aan 
het hospitoal van Ingolstadt. Nadat hij van een 
typhusziekte hersteld was, trok hij in het vol- 
gende jaar met het leger naar Frankr\jk. Na het 
sluiten van den -vrede bezocht hij de hospi talen 
te Weenen, begaf zich in 1815 wederom naar 
Frankrijk en vertoefde, na zijn terugkeer, ach- 
tereenvolg^ns te GSttLngen, te Berlijn en te Pa- 
rijs. Van hier»werd hij in 1817 als buitengewoon 
hoogleeraar in de geneeskunde naar Heidelberg 
beroepen, alveaar men hem in 1819 tot gewoon 
hoogleeraar benoemde. In 1821 -^erd hij hof- 
raads in 1826 geheim hofraad en in 1841 ge- 
heimraad; in October 1864 legde hij zgn pro- 
fessoraat neder, zag zich in 1865 in den erfelij- 
ken adelstand opgenomen en overleed den 17den 
Augustus 1876 te Heidelberg. Chelius heeft 
door zijn belangr\jke voorlezingen een groot aan- 
tal heelkundigen gevormd. Tot zijn belangrijk- 
ste geschriften behooren: „Handbuch der Chi- 
rurgic" (8ste druk 1857, 2 din.) en „Handbudi 
der Augenheilkunde" (1844), „Ueber die Hei- 
lung der Blasenscheidenfisteln durch Kauterisa- 
tion" (Heidelberg 1845) en „Zur Lehre von den 
Staphylomen des Auges" ^1858). 

Chelius, Frani f een zoon van den ^'oorgaande, 
den 6den September 1822 te. Heidelberg gebo- 
len en eveneens chirurg, was tot 1873 professor 
te Heidelberg, woonde daarna te Dresden en 
leidde sedert 1877 een privaatkliniek voor chi- 
rurgie en vrouwenzickten. Hij schreef: „Ueber 
die Anuputation im Fussgelenk" (1846) en 
„Ueber das Stai>hylom der ^Hornhaut" (1847).' 

Chelmo maririnalls. Zie Squamipinnes. 

Chelmsford, de hoofdstad van het Engel- 
sohe graafsohap Essex, aan den Oosterspoorweg 
in het dal der hjer bevaanbare Chelmer gelegen, 
telt (1911) 18 008 inwoners en heeft een hoogst 
aanzienlijken graan- en veehandel. Men vindt 
er een Gotische kerk (gedeeltelijk uit de 15de 
eeuw), een Latgnsohe school, een museum, een 



CHELMSFORD— CHBMISCHE PROCESSEN. 



X01 



boekerij ei^ een deftig stadhuis, benevens fa^rie- 
ken Taai tkuMibouw- en eleotidedie inaoh!m«& 

Chelmsford, Lord Frederick Tkesiger, een 
Britsch staatoman, de zoon van een plan ter op 
het >eila(Dd St. Vinoent, wepd ^boDen te Lan- 
den den 15den Juli 1794, diende b\j de marine, 
stndeerde daarna in de reohten, werd in Febru- 
ari 1844 lid van bet Lageiihais, onder Peel in 
1844 solicitor-general en In 1845 attorney-gene- 
ral. Na bet aftred«n van Peel wa8 hg in bet par- 
lement d« steim dcr Tori€8. Bq de vorming van 
het minifiteri-e-Der^^ vas b\j van Februari 
tot December 1853 attom€y^n«ial. In 1858 
werd hy in het 2 de mini8terie-Der6y lerd-kan- 
selier en tot peer en baron benoemd, dooh tr^d 
in Jnni 1859 al. Ook in bet 3de ministerie-Der- 
b; bekleedde bij van Juli 1866 tot Februar i 
1868 dežen post. Hq overleed den 5den October 
1878. 

Ohelone '(Orieksdb = sehiklpad) is een 
nymph, die volgens de Grieksche faibelleer weg- 
bleef bg het buwel^sfee8t van Zeus met Hera 
en daannede den spot dreef, zoodat Hermes 
iiaar met baar woning in de rivier stortte, waar 
zij, in een sohildpad veranderd, steeds baar huis 
op den rug moet dragen. 

Chelone ^s de naam van een Aeginetisohe 
en Pelopounesiscbe zilvermunt, aldus genoemd 
naar den schildpad, wel1ce erop geslagen, is. 

Ohelone L. is een plantengeslaeht uit de 
f&milie der Leeuwe>be]cachtigen (Scro 
pkulariaeeeen). Het onderscibeidt zich door een 5- 
bladigen kelk en een lipvormige, buikige Uoem- 
kroon met een schildvormigen belm. Het omvat 
OTerblijvende kruiden, die vooral in Noord-Ame- 
rika en Meiico groeien. Van de soorten vermel- 
den wij Chelone barbata C u v. met een onbe- 
haarden sten^el ter hoogte van 1 m., lancetvor- 
mige bladeren en vermiljoenroode, tot aren ver- 
eenigde bloemen, in Mesieo groeiende. 

Chelonia. Žie Schildpadden. 

Chelsea behoort administratief onder Lon- 
den, is gele^ren tussoben We8tminster en Een>- 
sington aan de Theems en telt (1911) 66 385 in- 
woners. De «tad heeft een door Karel U in 1682 
gestiebt invaliedenbuis, een inricbting tot op- 
Toeding van soldatenweezen) groote kazernes, de 
oade kerk St. Luke'« uit de 14de en 17de eeuw 
en 2 kweekscbolen voor onderwiJ2ers. Bekend is 
bet porselein, dat van v66r 1700 tot 1784 te 
Chelsea werd vervaardigd. 

Chelsea is een stad in den Noord-Ameri- 
kaanschtn staat Massaohusetts, county Suffolk, 
gescheiden van Oost-Boston door de Chelsea- 
Creek, van Charlestown door de Mystic River en 
met beide plaat^en door een spoorweg verbon- 
den. Het bezit een mooi stadbuis, een marine- 
hospitaaU f-abrdeken voor gummiistoffen, naaima- 
chine«, borstels enz. en (1910) 32 452 inwoners. 

Oheltenham, een stad en badplaats in 
het Engelsche graafschap Gloucester, aan de 
Chelt en aan den westel5ken voet der Cot8wold- 
heuvels in een bevallige landstreek en in een 
aangenaam <klimaat gelegen, wordt in bet bad- 
seizoen d rak bezocht. De stad telt met de voor- 
stad Charltonr Kdngs (1911) 48 942 inwoners, 
heeft een college, een gymnasium, een kunst- 
school en een kweekschool voor ondervr^zers en 



onderw^2eressen. De baden bevatten er keuken- 
zout, zwavel, ijzer en kalk en hebben veel over- 
eenkomst met die van Spa. Zg werdeD in 1716 
ontdekt, maar eerst in 1786' voor gebriuk ge- 
schikt gemaakt. 

Chem of Min is de na&m Van een oad-Egyp- 
tischen god, die te Cbčknnis^/bet tegenwoordige 
(Acbmifln, als plaatselijjke god vereerd werd. Doo¥ 
de Gpieken werd bij met jPon.vergeleken. De' bjj 
Uerodotus genoemde, als bok afgebeelde Pah is 
niet dezelfoe. Van den ouden tempel van Ohem 
is niets meer over, maar in de oostel^k van 
Achmim gelegen dal'wand- ibevindt zieh tlmns 
nog een merkwaardige, door Ai, een koning der 
18de dyna8tie (± 1400 v. Gbr.), aan Chem ger 
w5de grot. 

Chem. is, als toevoegsel aan zodlogiscftie na- 
men, de afkorting van Johann Hieroniftnus 
Chemnitt (zie aldaar). 

Chemie. 2ie Seheikunde, • ^ 

ChemioalllSn of chemisehe produeten is.die 
algemeene benaming voor stoffen, die door de 
chemiisohe tedinologie vervaarddgdi twK>Tden. 
Streng c enomen zjn du« ook brandewgn, zeep, 
stearinefaarsen, beetworteisuiker en leer dhemi- 
šche produeten. Geiwoonlqk worden eohter dde 
stoffen aldus geheeten, welke in chemisohe fa- 
brieken vervaardigd worden, b\jv. Z'Wavelzuur, 
soda, chloorkalk, aliiin, dynaitniet, anorganische 
en organdscihe verfstoffen, alsmede geneesmidde- 
len, bgv. chinine, monpbine, chloroform, cUo- 
ralhydraat enz. Zie ook Chemisehe industrie, . 

Chemisohe elementen. Zie Atoomge- 
tcicht en Elementen, Chemisehe, 

Chemisohe fabrieken zgn imricbtingea, 
waarin cbemicaliSn vervaardigd worden. Zie ook 
Chemisehe industrie. 

Chemisohe formules. Zie Seheikundige 
formules. 

Chemisohe industrie is dat deel der'n>y- 
verheid, dat zidh met de vervaardigdng van ohe- 
micalien bezighoudt. Eenige takken van deze 
industrie z\jn zeer oud, o.a. de vervaardiging van 
zeep, olie, l\jm en Jooistoffen, maar een groOt 
gedeelte is eerst tengevolge der vvetensohappe- 
Igke onderzoekingen der laatste jaren oatstaan. 
De chemisehe industrie heeft zieh in alle be- 
schaafde landen ontwikkeld, maar ieder land 
kenmeilkt zidi gewoo(nli>k door »bet op den yoot- 
grond treden van bepaalde takken dezer indu- 
strie. Bij ons is zy nog niet zeer ontw<ikkeld, 
voornamelijk wegen8 gebrek aan grondstoffen en 
den tegenzin der Nederlanders om kapitaal in 
industrigele ondernemingen te steken. Toeh 
opent de steeds in beJangrijkheid toenemende 
steenkolenproductie in het zuiden van ons land 
de mogelgkheid eenef belangrijke nationale che- 
misohe industrie. Voor de verschillende takken 
dier industrie zie Nederland: Nijverheid. 

Žie: Norton, Die chemisohe Industrie in Bel- 
gien, Holland, Norwegen und Scbweden, (iber- 
setzt von H. Grossmann (Brunswijk 1914). 

Chemisohe laboratoria. Zie Seheikun- 
dige laboratoria. 

Chemisohe praeparaten. Zie Seheikun- 
dige praeparaten, 

Chemisohe processen, Zie Seheikundige 
proeessen. 



t02 



CITBMISCHE PRODUCTBN— CHEaffOTAXIS. 



Phemisohe produoten. Zie Chemieališn, 
Chemisohe simbolen. Zie Atoamge- 
vibhL 

Chemisohe teofanolorle. Zie' Chemiache 
industrie, 

Chemisohe teekens. Zie Atoamgevfieht. 
Chemisohe ▼erblndlnsren. Zie Sckei- 
hinde. 

Chemisohe ▼0rwantsohap. Zie Aftini- 

Chemisohe weegs6haal. Zie JVeeg- 
tekaal, 

Chemltypie ib een method«, om cliohčs te 
maiken, di« ak de bontsoedpl&ten kunoen w<Mr- 
den afgedrnkt. In een koperplaat worden lijnen 
»graveerd, die men met een legeering van 
lood, tin en bismntih vnlt. Door verdnod salpe- 
terzaar Yerw\jdert men de ^ovenste laag der ko- 
perplaat, zoodat de legeering, welke met door 
net znnr woTdt aan^etast, er Terheren op komt. 
Daarvan kam dan de prent gedrnkt worden. 

Chemnitz is de boofdplaats van het eelgk- 
namige Saksisehe distriet, ligt 800 m. ooven 
zee aan d^n voet Tan het Ertegebergte en telt 
(I&IO) 287 807 inwonerB. Er zijn 11 Evangeli- 
«die kerken, waaronder de Gotisohe JakobHeiiL 
met een mooi portaal, (zie de afb.), een afge- 
seheiden Lutbersohe kei^, een Roomsdi-Eatho- 
lieke kerk, een Methodistenkerk en een synaffo- 
ge. Van groote beteekeois is er de metaalindfi- 
fltrie (locomotieven) en de teztielindustrie. Ver- 
iat zijjn fr no^ leerlooier^en, bleekerijen, verve- 
r^en en fabrieken van diemicaliSn, bierbrouve- 
rjjen en steenoTens. Het verkeer wordt door tal- 
rqke apoorwegen, alsmfde door een electrischen 
en een paardentram onderhouden. De plaats be- 
zit een gjmnasinm, een hoogere bnrgersehool, 
een liandelssohool, een ambachtssohool, scholen 
▼ODr arohitectunr, machinebonv, ververg en vak- 
t^kenen, vereenigd onder den naam van teoh- 
nische staatsscholen. Verder z\jn er sdholen voor 
weverg en landboiiw, vakscholen voor mnzikan- 
teo, 'weverfi, kleermakers, barblers enz. Ook 
i6 er nog een stedelfjlr mnsenm en een natura- 
liSukabiDet en heeft mrn er vele imrichtingen 
van liefdadigbeid, en sinds 1906 een eremato- 
rfiim. 

Chemnitz, in onde stukken Kaminiti gehee- 
t^, heeft zgn ontstaan aan een klooster te dan- 
ken en verkreeg in 1148 marktreoht. Nog v66r 
1298 bezat het een etedelgk bestaur eD wa8 in 
het middrn der 14de eenw reeds de eerste indufi- 
triestad der maik Meissen, waaraaD het in 1380 
gekomen wa8. Door den Dertigjarigen Oorlocr 
werd de bloei der stad geheel vernietigd; zg 
brandde in 1682 en 1634 oijna geheel af. Eerst 
in het begin der adbttiende eeuw nam de indus- 
td^ haar hooge vlacbt en daarmede begon de 
bloei der stad. 

Chemnitz, Marfinj een leerling van Me- 
Umehthon en na demn een der meest beroemde 
leeraren van het Lnthersche kerkgenootschap, 
werd den 9deD November 1522 te Treuenbrietzen 
^boren. Eerst wa8 hg onderw9zer te Wriezen 
aan de Oder, daama leeraar in de wi8- en ster- 
renknnde en stndeerde sedert 1549 te Konini?«- 
bergen in de godgeleerdheid, nam deel aan den 
stzigd van die dagen, begal zich naar Wittenberg 



om er de voorlezingen van Melanehthon te hoo- 
ren en werd in 1544 godadienstleeraar te Bruns- 
wiyk en in 1567 saperintendent aMaar. In dien 
tgd Bohreef h\j zyn: „Repetitio sanae doctrinae 
de vera prceentia eorporis et sangninis Domini 
in coena sacra" (15d1), waarin h\j de avond- 
maalsleer van Luther tegen de Hervormden ver- 
dedigde, gaf in de „Theologiae Jesuitarum prae- 
cipua eapita" {1562) een verglag van de leer 
dier orde, en toonde zioh in het: „Examen con»- 
cilii Tridentini'* (1565, 4 din.) een schranderen 
bestrgder van de leerstellinffen der R.-E. Kerk. 

Chemnitt, Philipp Bogiskno von, een klein- 
zoon van den voorgaande, geboren den 9den 
Mei 1605 te Stettin, trad in 1627, na in de 
reehten te hebben ^estudeerd, in Hollandschen, 
daarna in Znnreedschen krngsdienst, weid door 
koDing^in ChrUtina van Zweden in 1644 tnt 
raad«heer en geschiedschrjver benoemd en in 
den adelstand opgenomen, en overleed in 1678. 
Hjj sohreef onder den naam van Hippolitus a 
Lapide: „De ratione statns in imperio Dostro 
Romano-Germanico" (1640, 2e druk 1647), als- 
mede: „Der k6nigIidi-8ohwedische in Deutsch- 
land gefUhrte Erieg*' (nieuwe dri^ 1855—1859, 
6 din.) en een na zgn dood uitgegeven verhaal 
van de veldtochten van Toratenson. 

Chemnitz, Johann Hier(mymu8, den lOden 
October 1780 te Maagdenburg geboren, wa8 
theoloog en natnnrvorseher en schreef het ver- 
volg van MartinVs „Nene8 sjrstematisches Cčn- 
ohylieDkabdaiet" (Neuienberg 1769—1795, Ude 
nieniee uitgave van KUster, Kobelt en TTetn- 
karff), Naast de zeer goede afbeeldiDgen van 
het werk staan voor hun tgd voor een deel 
voorbeeldige beschrgvingen. Zoowel voor de 
(TifteftVsche uitgave van Linnaeus als ook later 
voor Lamarek is dit W(rk een der voornaamste 
bronnen geweest. Ckemnitt overleed den 18den 
October 1800 te Eopenhagen. 

Chenmitzer, itoan ItoanotoUsj, een Rus- 
aiaoh fabeldiohter, een zoon van Duitsche onders, 
verd den 16den {5den) Januari 1745 geboren te 
Jenotajewsk in het gouvernement Astrakan. 
Met zijn vader troik hg in 1755 naar St. Peters- 
burg. Aanvankelijk stndeerde hg in de genees- 
knnde, maar begaf zich weldra in krijgsdienst 
en nam, nadat hy eenigc veldtochten had bij- 
gewoond, in 1769 zijn ontslag. Na eenige reizen 
en lot8wi6selingen, vrerd h$ in 1782 consul-ge- 
neraal te Smjrna, waar hij tot zwaarmoedi^heid 
verviel en den 81 sten '(20sten)Maart 1784 over- 
leed. Zgn fabelen en vertellingen, dieveelover- 
eenkomst hebben met die van La Fontaine, ver- 
schencn gedurende zijn leven van 1778 — 1781, 
zonder naam van den schrifver en zgn eerst 
Da zgn dood in 1791 in 8 din. met zijn naam 
uitgegeven en later meermalen herdrukt. Tot 
de beete udteaven behooren dde van Smirdin 
(Petersburg 1847) en die van J. Orot (met de 
brieven van den diohter, Petersburg 1878). 

Chemonastie. Zie Prikkelbetvegingen, 

Chemotaxis of ehemotropisme is de bewe- 
ging der levende cel door chemisohe prikkeling. 
Neemt men een haarbuisje met de een of an- 
dere chemische stof en brengt dit in een water- 
druppel, dan zal de stof in het buisje aantrek- 
kend of afstootend werken op de zich in het 



CHEMOTAXIS— GHENEDOLLIŽ. 



103 



water bevindende cellen, die een eigen beweging 
hcibben. De chemotactisohe werkiDg is afhantke- 
I^k van d€n aard der ehemische staff^n, van de 
sterkte der oplossing en de soort der eellen. De 
mannel^ke zaaddraden der varens worden door 
al«chei<£Dg van appelzure zoibten, die der mos- 
sen door suikerafscheidiiing laea hei vTouwel\jk 
orgaan gelokt (erotisclie chemO'tazi s). 
Ook de riehting, vaarin de stuifmeelbuis groeit, 
wordt door ehemische prikkeling beoaald. Op 
zgn weg door den stempel volgt bij ce prikke- 
ling, die zekere koolhjdraten en eiwitstoifen of> 
hem uitoefenen. In mieroscopische praeparaten 
verzanveten zich sommige bacieriSn jud^st op die 
plaateen, waar gelijktgdig aanwezige groen« al- 
gen onder de inwerking vanh-et zonlichtzuurstof 
afscheiden. Ook b\j de witte bloedliohaampjes 
heeft men gevoeligbeid voor chemdscbe pdk- 
keling bespenrd; zekere giftstoffen, door bac- 
teriSn afges<;heiden, veroorzaken een toenadering 
en ophooping Tan leuikoeyten, (waardoor de et- 
tering van een geinfecteerde wonde verklaard 
wordt. Zeer waar8ch^nlgk beži t het dierl^jke ei 
ehemische stoffen, die de spermatozoTden van de- 
zelMc diersoort naar zich toe lokken. 

Ohemotherapie. De ohemotherapie zoekt 
in de bebandeling van sommige ziekten naar ohe- 
misohe praeparaten, die een specifieke werking 
hebben op de oorzaak der ziekte. Vooral Ehrlich 
maakte zich in die richting verdienstel^k en is 
er de grondlegger van. Een dergel\jk middel 
moet vo^gens hem de bacteriSn in hun cultuur 
dooden, het moet ongevaarl^ zjjn voot den 
mensch en zgn bacteriSndoodend« eigenschap- 
pen mogen door toediening aan den mensch niet 
verzwakt wordtn, Het bleek hem, dat b\j ver- 
andering van een bepaald chemisch middel er 
reranderingen in optraden ten opzichte van de 
bacteriSn en ten opzichte van den mensch, maar 
die veranderingen gingen niet parallel. Hy kon 
bgv. door een invoering in het praeparaat van 
een chloor&toom het aesinfecteerend vennogen 
eivan zeer doen st^jgen, terwgl de giftigheid 
voor den mensch juist verminderde. Zoo vond 
Ehrlieh het tetrabroom-o-kresol, dat nog in een 
oplossing van 1 : 200 000 de ontwikkeIing van 
diphtheriebacillen tegenhondt en voor ons or- 
ganisme bjna niet giftig is. Van h(t gebrnike- 
fpe carbol is minstens een sterkte van 1 : 800 
noodig en het is veel gevaarlgker voor ons 
licfaaam. Op die w|jze z\jn reeds enkele stoffen 
samengestetd, die ona tegen de trjpanosomen 
kunnen verdedigen en is ook salvarsan fevon- 
d«n, dat speci fiek venkit tegen de framboeeda 
(zie aldaar), die er in We8tJndi§ bijna door 
nit^eroeid is, en een maohtig hnlpmiddel tegen 
8y]niilis is. Einine bg malaria en de salicjlprae- 
paraten b^ acuut gewricht«rheiLmatisme zgn ook 
chemotherapeutisohe middelen. Ook te?enover 
kaakker traobt men die <te vin den, wait Wa8ser- 
mann met seleninm, gecombineerd met eosine, 
bg den kanker van muizen srelokte. De firezwel- 
len verdwenen er niet zelden zeer snel mee, 
maar de mni^en stierven zeer vaak, hetzij door 
het middel, hrtzij door de snelle resorptie van 
te gronde gaande kankercellen. De onderzoekin- 

Sen zgn nog verre van voltooid, maar de metho- 
e belooft veel voor de toekomat en heeft ook 



reeds bii slaapziekte met atozyl goede resul- 
taten genad. 

Zie: HoppeS^ler^B Zeitschrift fiir physiolo- 
gisohe Ohemie, Bd. 47. 

Ohemotropisme. Zie Chetnotaxi9. 

Chemulpo, Tsjemulvo of Chemulpho be- 
teekent in het Ohineesch „eoederenhaven" en 
is de voornaamste verdragshaven van Korea, 
aan de westkast, in de nabijheid der zuidelgke 
monding van de Han-kang gelegen, in de pro- 
vincie Ajeungjkwi. Het is de haven van het na- 
bnrige In-tsjlen, alsmede van de hoofdstad 
Sioel en heeft zgn opkomst te danken aan het 
buitenlandsohe verkeer. De stad wordt verdeeld 
in een inboorlingen-, een Japansohe, een Ghi- 
neesche en' een vreemdeli'ngenwijk. In 1912 
telde zg ongeveer 29 000 belastingbetalende 
Jnwoner6. Er is een tolkantoor en een Ja- 
pansche bank geve^tigd. De handel gaat fldmk 
voornit. Uitgevoerd word(en vooral rgst, boo- 
oen, nmderhaiden, vellen, papier en gin- 
seng. De invoer bestaat voomAmelgk ud<t ka- 
tocDcn stoffen, vooral shirting, Japansch sng- 
werk, gzer, laken, visch, graslinnen, lucifers, 
Amerikaansche petroleum, rgst, saki en zijden 
stoffen. De 42 km. lange apoorweg naar Seoel 
vrerd in 1900 geopend. Ck)k is er een stoomvaart- 
verbinding met Ma-po, de rivierhaven van Se- 
oel, 88 km. van Chemulpo verwgderd. In 18S1 
werd het voor de Japanners en na 1883 ook 
voor de andere mogendheden, die in het ver- 
drag zgn opgenomen, geopend. Het is aan het 
internationale telegraafnet aangesloten en heeft 
stoomvaartverbinding met Foesan, Eobe, Naga- 
saki, Wladiwo8tok en Shanghai. In den Rus- 
sisch-Japanschen oorlog had hier dcD 9den Fe- 
bruar! 1904 een zeegevecht plaats, waarbg de 
Russen den kruiser „Varjag'' en de kanonneer- 
boot „Korcjez" verloren. 

Ohenavard, Paul, een Fransoh historie- 
schilder, den 9den December 1808 te Lyon ge- 
boren, was een leerling van Hersetit, Delacroix 
en Ingres, Hij ontwierp muurschilderingen voor 
het Paintheon te Pargs. De eartons M^vindien 
zich in het museum te Lyon. Men ziet daar ook 
sohildergen van hem, als „De Dood van Cato*' 
en „De Dood van Brutus'*. Het Luxembourg te 
Pargs bezit van hem: „La divina tra?edia''. Hg 
overi eed den 12den April 1895 te Pargs. 

Ohtoedoll6, Charlet PiouU de, een Fransch 
dichter, werd den 4den November 1769 te Vire 
in NormandiS geboren. Nadat h g deel had ge- 
nomen aan twee veldtochten in het leger aer 
nitgewekenen, vertoefde hg in Nederland, te 
Hamburg, waar hg betrekkingen aanknoopte 
met Klopstock en Rivarol, en in Ziwitserland, 
keerde in 1799 naar Pargs terug, werd in 1812 
inspecteur der aeademie van Caen en in 1830 
i-nspecteur-creneraal bij het onderwijs. Hg over- 
leed den 2den December 1833 te Burey (depar- 
tement EuTe). Behalve door de beide geoioem- 
den werd hg belnvloed door Madame De Stael 
en Chateaubriand, Zgn groot ^edioht ,.G6niede 
rhomme" (1807 enz.) vond genngen bij val. Zijn 
beste werk vormen zijn »Etudcs po6tiques" 
(1820). Bovendien publiceerde hg: .^Esprit de 
Rivarol" (1808) en met Faitolle de volledige 
wepken van Rivttrol (1808, 5 din.). Zgn „(£uvres 



104 



CHBNEDOLL^CHENIER. 



complfttes" werden uitgcgeven door Sainte-Beu- 
ve (1864). 

Chta6e is de naam van een iadustrieplaats 
iin <le Bel^sche provincie Luik, op een aietaiul' 
van 5 !km. van Luiik gel«gen aan de samen- 
ikomst van Ve&dre en Ourtbe en aan de spoor- 
wegen Brussel — ^Herbesthal en Ch6n4e — Ver- 
viers. De plaats telt (1912) 9939 in(Won€re en 
heeft belangrijke zini-, koper- en glasi ndustrie. 

Ohenenr, Thomas, een Britsch joarnaJist 
en beoefenaar der Oostersche talen, in 1826 op 
Barbados geboren, ont>ri'ng zqn opleidi^g te 
Eton en te Cambridge en trad vervolgens op 
als advocaat. Wegens ziVn belangrjjke geschrif- 
ten op het gebied <ier Oost^sche letteren werd 
h\j in 1868 oenoemd tot hoogleeiAar in het Aia- 
bisch aan de univepsnteit te Oxford. In 1870 
•verd hg lid van de commissie van revisoren 
eener vertaliog van het Oude Testament. Daar- 
eaboven was Kij eeresecretaTis van .het Koninklgk 
Aziatisch Genootschap te Looden. Chenery over- 
leed -den llden Februari 1884. Hq schreef: „The 
assemblies of al Hariri tranalated'* (<il. 1, 1867), 
„The Arabic language" (1869) en »Suggcstions 
for a railway route to India" (1869), terwql hij 
ook een uitgave bezorgde van: „Machberoth 
Itihiel" van e/ Charisi (1872). Als journalist 
heeft hy van 1877 tot aan zqn dood de „Timcs" 
geredigeerd. 

Oh^iiier, Louis de, een Fransoh geleerde en 
staart^maji, werd geboren dn 1722 te Monitfoiit bij 
Toulouse, begaf zich voor handelszaken naar 
Konstantinopel en bekleedde er van 1753 tot 
1764 de betrekking van consul-generaal. Toen 
in 1767 de vrede gesloten werd tusschen Frank- 
rijk en Marokko, w€rd h\j ook gevolmachtiffde 
voor eerstgenoemd rijk aan laatstGfemeld Ho!, 
waar hij 15 jaren bleef en daarna naar Parjjs 
terugkeerde. B\j het uitbarsten der revolutie be- 
hoorde hij tot de gemati^de partij. Chšnier over- 
leed te Parijs in 1795. Hij schreef een paar be- 
langrijke werken, namelijk: „Recherches histo- 
ri(fiies aur le« Mattres", „Hiistoiie de Tempijie du 
Maroc** (1787) en „R6volutions de Tempire Ot- 
toman" (1787). 

Chšnier, Andri Marte de, een Fransch dich- 
ter, een zoon vaiv den voorgaHnde. den 30sten 
October 1762 te Konstantinopel geboren, kwam 
op jeugdigen leeftgd in Franlcrijk en trad eerst 
in den krijg&ddenst, maar verwi&selde dden wel- 
dra met de beoefening der letteren. Hij trad in 
de club der gematigden en schreef het beroem- 
de goschrift: „Avi8 aux FranQais sur leurs ve- 
ritables ennemis".. Sedert 1793 was ook zijn le- 
ven in gevaar; hy verborg zich in Versailles en 
bracht bijna dagelijks bezoeken in het naburige 
Louveeiennis bij mevrouw Pourrat, voor ^ier 
dochter, mevrouw De Lecoulieux (de „Fanny" zij- 
ner oden), hij een groote liefde gevoelde; een 
ongcluk*kig toeval had den 7den Maart zijn ge- 
vangenneming ten gevolge, en den 25sten Juli 
1791, drie dagen voor den val van Robespierre, 
werd hij ter dood gebracht. 

Chinier stond geheel onder den invloed der 
klassiK^kc OiKlheid. Zijn lievoliagsdiichters zyn 
de Grieksche en Romeinsohe lyrici, vooral Theo- 
critus, Tibulhis en Propertius. Hij hield zich 
ook vecl met geografische, historische en astro- 



nomische onderzoekingen bezig, die hij voor zijn 
groote lierdichten »Herm^s", „rAm6rique" enz. 
daoht te gebruiken. Echter zijn van deze epi- 
sche gedichten nosr slechts brokstukken aanwe- 
zig. Zjjn herdersdichten zijn lieve, gracieuse 
genresohilderingen, roeest in den geest van het 
antieke leven; de elegie#n schilderen de vreug- 
de en het leed van den dichter, z\in behoefte 
aan vriendschap en liefde, zijn verlangen naar 
de natuur en z^jn bevrediging in de studie; in 
de brieven spreekt h^ van de hooge vlncht, die 
zjjn geest dacht te nemen. De sohoonste pro- 
ducten van zijn poStisehen geest bevinden zich 
in zgn oden („A Fanny", „A Charlotte Corday". 
„Ija jeune captive", »Versailles") en jambische 
gedichten („Comme un dernier rayon"). Met 
recht noemt Sainte-Beuve hem ,.notre plus grand 
cla8sique en vers depuis Kacine et Boileau". 
Gedurende zyn leven zijn slechts twee van zijn 
gedichten gedru-fct geworden: het „Jeu de pau- 
me" en de Ironische h^mne in jamben op de 
opgestane Zwitsers. Z\).n nagelaten gedichten, 
meest fragmenten, werdeii gedeelteldjk in 1819 
door Latouehe uitgegeven. De eerste volledige 
uitgave was die van Oabriel de Ch^ier (1874). 
een neef van den dichter. De jongste uitgave, 
van Guillard, verscheen in 1899 in 2 din. 

Ch4nier, Marie Joseph de, een Fransch dich- 
ter en cen broeder van den voorgaande, den 
llden Februari 1764 te Konstantinopel gebo- 
ren, begaf zich reeds vroeg naar Frank rjjk, werd 
er officier bg de dragonders, maar nam weldra 
ziijn ontslag, om zich onverdeeld aan de fraaie 
letteren te kunnen w\jden. Zgn eerste stukken 
van dramatischen inhoud: „Edgar ou le pag«? 
suppos" (1785) en „Az6^mire" vonden geen b^- 
val — vx)oral ndet bij het Hof. Daarna sloot Chč- 
nier zich aan bg de voorloopers d«r Omwente- 
ling, hetgeen hem zoozeer ten 'kwade wer(i ge- 
duid, dat hij voor de opvoering van „Henri 
VIIl" en „Charles IX" geen toestemming ktm 
verkrggen. Tooh wist Ch^nier het met hulp van 
Danton zoover te brengen, dat „Charles IX ' den 
4den November 1789 vertoand werd*. Talma trad 
daarin voor de eerste maal op in een hoofdrol, 
en vooral een aanbeveling van Mirabeau was 
oorzaak, dat aan het stuk een uitbundige toe- 
juiohing ten deel viel. Toen voegde de dichter 
zich met hart en ziel bij de revolutionnaire par- 
tij en dichtte nog meer stukken, die de toen- 
malige opgewondenheid ibevorderden, zooals: ,.Ca- 
las", „Cajus Gracchus", „F6nelon" en „Timo- 
16on". Weldra werden zijn „Cajus Gracchus" en 
zijn ,,Timo]4on" verboden, en ging »hg over tot 
de gematigde partij. In dien .tij.d ivervaardagde 
hij de beroemde volksliederen: »Le chant du d4- 
part", dat door Mčhul op muziek werd gebracht. 
en „Veillons au salut de Fempire". Hg wa8 lid 
van de Nationale Conventie en van de Wetge- 
vende Vergaderingen. Bij de behandeling van 
een voorstel, om het beeld van Marat in plaats 
van dat van Mirabeau in het Panthčon te plaat- 
sen, maakte hg zich bij de aanhangers van eerst- 
genoemde verdacht, doch de 9de Thermidor 
bracht hem redding, en ook zijn „Timol6on" 
werd opgevoerd. Zijn staatkundige tegenstanders, 
die hem verweten, dat hg mede oorzaak was van 
de veroordeeling van zijn broeder, beantwoord- 



CHlŽNIERr-CHEPHREN. 



105 



de hg met de hekeldichten: „Epttre sur la ca- 
lomnie" en „Le docteur Pancrace". In 1802 
werd hg lid der Acad6niie, maar bemoeide zich 
weinig meer met de politiek. Zgn satire: „Les 
nouveauz saints", in die dagen geschreven, is 
tegen Chateaubriand gericht; z\jn drama „Cy- 
rus" haalde hem de ongenade op den hals van 
NanoUon, zoodat zelfs z^n laatste en beste too- 
ne€rwerken „Tib6ritt6", ^Rhalippe 11", „Brutus 
et Cassius" en „Oedipe", niet opgevoerd moch- 
ten worden. Hg bekleedde sedert 1803 de be- 
trekking van inspecteur-generaal van bet onder- 
wijs, doch legde haar neder, toen Napoleon tot 
keizer werd gekroond. Verder schreef bij nog 
een: „Tableau de la litt6rature fran^ise depuis 
1789" (1816). Hij ov«r)eed den lOden Januari 
1811 te Parijs. Zijn geramenlijke wedien zijn van 
1824 tot 1826 in. 8 deelen uitgegeven doot' Ar- 
nault, met inleiding en toelichtingen door Dau- 
nou en Lemereier. 

Chenllle is een Fransch woord, betwelk 
rups beteekent, doch men geeft d i en naam ook 
aan ruig zgden of katoenen band, dat op een 
mige rnps gelijkt, fabriekmatig vervaardigd en 
tot boorasels, belegsels enz. gebruikt wordt. 

Cbenonceaiiz "is «eii dorp in thet arrondis- 
semen t Tours van bet Fransche departement In- 
dre-et-Loire, gelegen aan de Cber en aan den 
spoorweg naar Orleans, met ongeveer 200 in- 
woners. Het is bekend door bet praobtige kas- 
teel in renaissancestgl, dat iij de Cber is uitge- 
l[>ouwd. Het werd in 1515 door Bohier begon 
nen, vergroot door Diana ran Poitiers en Ca- 
Iharina de Medici en gerestaureerd van 1870 tot 
1888. 

Chenopodiftceeto of Gantevoetachtigen 
is de naam van een plantenfamilie met kleine, 
onaanzienlijke, twee- of ččnslacbtige, alleenstaan- 
d* of tot trossen, boofdjes, aren enz. vereenigde 
bloemen; deze hebben meestal een 5^eelifi[, aan 
den voet buisvormig, gewoonlijk grocn gekleurd 
bloemdek, aan vveiks voet de mddraden inge- 
plant zgn; bet ^nbokkig vrucbtbeginsel draagt 
aan zijn top een stijl, die in 2 of 4 stempels 
eindigt; de vrucbt is droog en niet opensprin- 
gend, (iikwijls -door bet overblijvende kelkachti-ge 
bloemdek omgeven. Sommige planten dezer fa- 
milie leveren gezocbte groenten, zooals spina- 
z i e (Spinaeidi) en m e 1 d e (Atriplex); an-dere 
zgn broodplanten, zooals de rijstmelde 
(Ckenopodium Quinoa), die in Cbili en Peru 
verbouwd wordt. Tot deie familie beboort ook 
de b i e t (Beta vulgaris). Zie Beta. 

Chenopodium of gamevoet is bet voornaam- 
ste plantengeslacbt uit deze familie. Het omvat 
skruiJen met veispreide, gesteelde »bladeren. 
De soorten komen ook in ons land in grooten 
getale voor. Daartoe bebooren o.a. de w i 1 1 e 
m e 1 (C. album L.) met vitbestoven, eironde, 
grofgetande bladeren- en rechtstandig getakte 
bloemtrossen — de B 1 a u w e m e 1 d e f C. po- 
lyspermum L.) met gaafrandige, eironde, stom- 
pe bkd«ren — en -de B r a v e H e n d r i "k fC. 
bonus Henricus L.) met S-boekigspiesvornuge, 
paafran<iige bkderen en gedrongen, samengestel- 
de aren. 

Chenopodium. Zie Chenopodiaceeen. 

Chente Min. Zie Achmim. 



Chenu, Jean Charles^ een Franscb natuur- 
onderzoeker en geneesheer, den SOsten Augus- 
tus 1808 te Metz geboren, studeerde sedert 1825 
in de geneeskunde te Parjjs en nam als officier 
van gezon-dbeid dienst bij bet Franscbe leger. 
In zgn garnizoen te Carcassonne bebandelde hij 
als arts den prefect van bet departement Aude, 
G. Delessert, en kwam daardoor in betrekking 
met dežen invloedrgken persoon. Detessert -be- 
lastte bem met bet bebeer van zgn rgke verza- 
meling van planten en scbelpen en bezorgde 
hem een betrekking bij de ijzerboudende bron- 
nen van Passy. Later trok Chenu met het Fran- 
sche leger naar den Krim en daarna werd bg bi- 
bliothecaris aan de geneeskundige school van 
Val de Gr&ce. Hij overleed den 12den Novem- 
ber 1879 te Pargs. Van z\jn gcschriften noemen 
wg: „EncycIop^die d*bistoire naturelle" (Pargs 
1850—1861, 31 din.), „Rapport sur les ršsol- 
tats du service m^dico-obirurgical auz ambnlan- 
ces de Crim^e etc." (1865), „Recrutement de 
Tarm^e et popuJatiom de la France" (1867), 
„Statistique midico-chirurgicale de la campagne 
d^talie en 1859" (1869, 2 din.), „De la morali- 
t6 dans Tarm^e et des moyens d*6conomiser la 
vie humaine" (1870), „Rapport sur le service m6- 
dico^obdrargical des ambuianoes et des hdpitauz 
pendant la guerre de 1870—1871" (1874, 2 
din.), jjAper^u sur les exp^ditions de. Cbine, de 
Cochincbine, de Syrie et de Mexique" (1877), 
„Manuel de conchyliologie et de pal4onthologie" 
(1859 — 1862, 2 din.), „Le^ons 6l6mentaires sur 
rhistoire naturelle des oiseaui" (1862—1863, 2 
din.), „La fauconnerie ancienne et moderne" 
(1862) en „Ornithologie du cbasseur" <1870). 
Zijn „Illustrations concbyliolosriques" (1842 — 
1854, 85 afl.) bleven onvoltooid. 

Cheops (door de Orieken ook Suphis of 
Chemmis genoemd) is de naam van een der oud- 
Eigvptische koningen, tot de vierde dynastie be- 
hoorende, die omstreeks 3600 v. Cbr. leefde. Van 
hem is de grootste der pyraraiden (zie aldaar) 
afkomstig, die ^ich bij bet dorp Gizeh, op den 
linker Nijloever bg Kairo verheffen, oorspron- 
kelijk bijna 147 m. boog en aan elke zijde van 
het grondvlak 233 m. breed, naar hem „de Che- 
opspvramide" genoemd. Volgens Herodotus zou- 
den daaraan 20 jaren lam^ 100 000 menschen 
gewerkt hebben. In een kamer der pyramide 
staat nog de eenvoudigc doodkist van Cheops 
uit rood gran-iet. De Orieken' scbilde.ren hem als 
een bardvochtis^ vorst, die de goden moet heb- 
ben veracht. Dit zal echter waarschijnlijk niet 
het geval zijn geweest, daar verscheiden Egyp- 
tische tempels door hem gebouwd werden. 

Ohepexiryan is de naam van den belang- 
rijksten Indianenstam, die tot de afdeeling der 
Atha;basken beboort. Zij bewonen Britsch Noord- 
Amerika, noemen zich zelf Satc-eessatc-dineh of 
mannen der opgaande zon, en beschouwen de 
landstreek tusschen het Slavenmeer, het Atha- 
bascameer en d<^ Mississippi als bun erfeljjk 
jachtgebied. Er zijn vele rendieren, en zij ver- 
koopen de buiden dezer dieren, voor zoover zij 
zelf die niet noodic: hebben. 

Ohephren <Higroglyfisch Chafrš) is de 
naam van een Egyptischen koning der vierde 
dynastie. Over zijn regeering is niets bekend; 



1C6 



CHBPHRBN— CeERBOUBG. 



als opvolger van Cheops boQwd« hg de op š4n 
Da grootste pjriamide, ten Z.W. van die van 
Cheops, De hoogte er van bedraagt 138,5 m., de 
zigde van bet grondvlak 216 m.; zij is door een 
ringmunr omgeven. In de nabgheid liggen de 
puinboopen van den er bjj behoorenden doo- 
dentempel, die nog in de 18de eeuw in tamelijk 
goeden toestand vepkeerde. Aan de linkerzijde 
beviindl zioh de reusaclvtii^ u<ut de rotsen ge- 
bonwen Spbinx, de voorstelling van den zonne- 
god Harmaehis; 40 m. ten \ er van is een 
tweede tempel gelegen, die waarsch\jnl^k even- 
eens tot de vereering van Chephren gediend 
heeft» daar er o.a. 9 standbeelden van dien heer- 
scher gevonden werden. 

Cheque of eheek heet in Engeland en ook 
in andere landen, waar deze Engelsche gewoon- 
te van betalen is aangenomen, een bank i er s- o! 
Jcaasiean&briefje, dsit aan dien bezitter (to the bea- 
rer) op zioht <betaalbaar is. Feitelijk is dus een 
cbeque niets anders dan een assignatie (zie al- 
daar). Het is in Engeland voor kooplieden en 
zelfs voor particulieren een zeer ge^oon betaal- 
middel. leder heeft geld j^edeponeerd by zgn 
bankier of bg een bank, hjj ontvangt een boek- 
je met eheaneSi vult, zoo bg een betaling te doen 
heeft, het oedrag in de cheqne in, onderteekent 
haar en scbeurt haar af, en zoo bluft deze als 
circnlatiemiddel enkele dagen in omloop, totdat 
het ter betaling wordt aan^eboden. De vorm 
van de cheque is eldus: boekje N«., cheque N*. 

Het bankiershuis N.N. of een joint-stockbank 

te X betale aan toonder de som van. 

pofmd, om daarvoor de rekening te debdteeren 
van (naamteekening), 

Betaalbaar (bgv.) 14 dagen na viša ten kan- 
tore voornoemd. 

Hoevrel in mindere mate dan de wissel is 
toch ook de oheqne in het Internationale ver- 
keer van groote beteekenis geworden, zoodat 
evenals voor den wissel ook voor de cheqae 
meer en meer de behoefte is voelbaar geworden, 
om internatioDale bepalingen betrefiende het 
eheane-recht in het leven te roepen. Door de 
Nederlandsche Regeering werd in het jaar 1909 
aan de Mogendheden een mtnooddgimg gerioht 
tot deelneming aan een internatlonale conferen- 
tie voor het ontwerpen van een uniform wissel- 
recht, en nadat een tweede conferentie, te's-Gra- 
venhage gehouden van den 15den Juni tot den 
23sten Juli 1912, had geleid tot de onderteeke- 
ning van een verdrag betreffende uniform wis- 
sel-recht, werd besloten ook pogingen aan te 
wenden om tot de regeling van uniform cheqne- 
recht te geraken. Verwacht mag worden, dat 
binnen niet te langen tijd een conferentie van 
de Mogendheden zal gehouden worden. 

Cher is de naom eener rivier in Midden- 
Frankrijk. Z\j ontspringt in Auvergne, dicht bij 
Mšrinchal m bet kanton Auzanoes (Oreuse), 
stroomt eerst naar het N., daarna naar het W. 
en mondt na een loop van 350 km. beneden 
Tours iu de Loire uit. Ž\j is van Vierzon af be- 
vaarbaar, doch wordt, daar van Vierzon tot St. 
Aignan het Rerrj-kanaal gebruikt wordt, slechts 
van St. Aignon af, 76 km. ver, bevaren. Haar 
voornaamste rechter zijrivieren z\jn de Auman- 
ce, Tčvre en Sauldre; van links komen de Tar- 



des en de Arnon. De rivier is zeer visehr^k en 
heeft herhaaldelgk door overstroomingen ge- 
duchte v^rwoestingen aangericht. Naar haar zijn 
de departementen Gher en Loir-et-Cher ge- 
noemd. 

Cher 18 de naam van een departement in 
mldden FraiiikTijk. Het c^ren&t ten N. aan het de- 
partement Loiret, ten O. aan Nišvre, ten Z. aan 
de departementen AUier en Creuse en ten W. 
aan Indre en Loir-et-Cher, werd uit het vroe- 
gere Opper-Bernr gevormd en beslaat een op- 
pervlaJrte van 7302 v. km. met (1911) 337 810 
inwoner8. Het departement is verdeeld in 3 ar- 
rondissementen: Bourges, St. Amand en Sancer- 
re. De hoofdstad is Bourges. Ten tgde der Ro- 
meinen woonden hier de Biturigen. 

Cherasco is de naam eener stad in hetdis- 
tricf Mondovi der Italiaansche provincie Cnneo, 
op een afstand van 2 km. gelegen bo ven de uit- 
monding der Stura in de Tanaro, in een zeer 
vruchtbare omgeving en aan den spoonveg Sa- 
vona-Bra-Carmagnola. De gemeente telt 0^11) 
9032 inwoners, heeft een koepelkerk der Madon- 
na del Popolo, twee triumfbogen en zude-indu- 
strie. In de Middeleeuwen vras het een der sterk- 
ste vesti ngen van Noord-ItaliS, maar werd in 
1801 door de Fransohen ontmanteld. In 1631 
werd hier de vrede van Cherasco ^esloten, die 
een einde maakte aan den successieoorlog van 
Mantua, tusschen Oostenr^k en Frankrijk. Den 
28sten April 1796 werd hier tusschen Frandcr^'k 
en Sarvov« een wapen«;ti<l«taDd gesk^ten, die den 
15den Mei 1796 door den vrede gevolgd .werd. 

Cherasko^ir, Miehail Matv>ejewitsj, een 
Russisch diohter, werd den 5den November 
(25sten October) 1733 te Perejaslawlj in het 
gouvernement Poltawa geboren, trad eerst in 
den militairen dienst, welken hg in 1754 ver- 
liet, werd in 1755 assessor by de universiteit 
te Moskou, in 1763 directeur en in 1770 naar 
St. Petersburg aan het mgncollege «beroepen. 
Van 1778 tot 1802 veas hg curator der universi- 
teit te Moskou, waar bij den 27sten September 
1807 overleed. Cheraskow heeft twee groote epi- 
sehe gedichtcn geschreven, n.l. „De Rossiade" in 
12 gezan^ren (1779) en „Wladimir" in 18 gezan- 
gen (1786). Behalve deze twee werf[en heeft h|j 
nog drama'8, romans, fabels, epische gedichten, 
liederen enz. geschreven. Z^n voornaamste ver- 
dienste bestaat daarin, dat hg het eerst het epos 
en den roman als kunstwerk in Rusland heeft 
ingevoerd. Een voUedige uitgave zijner werken 
verscheen te Moskou in 1796 (12 din.). 

Cherbourpr is de naam van een arrondisse- 
mentshoofdstaa en vesting van den eersten rang 
in het Fransche departement Manche. Z\j ligt 
aan den mond der Divette in het Kanaal, aan 
een vlakke bocht der noordkust vam het eohier- 
eiland Cotentin, is het eindpunt van den spoor- 
tw€g Nantes— Cherbourg en is belangr^^k als de 
sterkste oorlogshaven van Frankrijk, die in 1858, 
na meer dan 60-jarigen arbeid en na 200 mil- 
lioen francs gekost te hebben, voltooid werd. De 
stad wordt verdeeld in de oude, burgerlij^ke en 
de nieuwe, militaire, stad. Gene groepeert zich 
om den mond der Divette en heeft achter zich 
een rq van mooie, gedeeltelnk rotsachtige, ^e- 
deeltelgk met bosch "bedckte heuvels. Ten N.W. 



CHERBOURG— CHERBULIEZ. 



107 



van haar 8tr«kt de miliUire stad zich uit, die 
de oorlogshaven omTat en aan de landzjjde door 
een gracht en een 5 km. lange verdedigingslinie 
omgeven is. 

Onder de bargerlijJce geboQwen van Cher- 
bourg moeten vooral senoemd worden: de kerk 
Ste Trinil^ (ometreeiLS 1450 gebourwd, voor 
eenigen tgd gerestaareerd), bet stadhuis (met 
de schildergenverzameling Mus^e Henri, be- 
nevens een mnntkabinet, een veizameling van 
naturaliSn en een 4>ibliotbeek), iiet 'hospitaal 
(van 1862) enz. Op bet plein voor bet Btadhuis 
staat een ruiterstandbeeld van Naffoleon I, in 
den openbaonen tiun een gedemktedten voor den 
scbilder Millet. Cherbourg bezit verder een ly- 
ceum, een coU^e, een marineschool, een beurs, 
een scbomrbuig, een stedelgke en een marinebi- 
bliotheek en telt (1911) 43 731 inwoners, die 
veel nijverbeid uitoefenen en een belangr\jken 
ban del drijven. Verder is bet de zetel van een 
marineprefect, een bandels- en een zeerecbt- 
bank, een Kamer van Eoopbandel en tairgke 
consuls. Cherbourg beeft ook een druk 'bezocbt 
zeebad. 

De voornaamste invoerartikelen van Cbei4>oarg 
zgn: boat, koren, meel, kolen en koloniale wa- 
ren; de belangrpste nitvoerartikelen: vee, bo- 
ter, eieren en ibouwmaterialen. Een regelmatige 
stoombootdienst onderhoadt de verbinding met 
H&vre, Ouernsej en Sonthampton; ook doen de 
booten der Ignen Hanfburg- en Bremen — ^New- 
York, Hamburg — BraziliS en Hamburg — ^Valpa- 
raiso, Sonthampton — Buenos-Ajres enz. Cher- 
bonrg aan. 

De oorlogshaven bestaat uit drie groote, met 
elkander in verbinding staande bassins, die te 
zamen een oppervlakte van 22 H.A. beslaan en 
40 der grootste schepen kunnen opnemen. Het 
diohtst b\j de buitenste reede en daarmee door 
een 64 m. breed kanaal verbonden, ligt de bui- 
tenhaven; ten N. van deze en daarmee door een 
sluis samenhangend, bevindt zich het vloedbas- 
sin, en ten W. daarvan strekt zich de binnen- 
ha ven nit, die zoowel met het vloedbassin, als 
met de buitenhaven door sluizen verbonden is. 
Om deze havens, vooral echter om de 'binnenha- 
ven, groepeeren zich de dokken, werven, tuig- 
huizen, 'magazgnen, reusachtige werkplaatsen, 
maehinefabrieken, ketting- en ankersmederjen 
en andere etablissementen. De reede, die bg eb- 
be 12 — 13 m. diep is, wordt in het N. door een 
dam tegen de zee besohermd en bezit een opper- 
vlakte van 1500 H.A. De steenen dam is 3606 
m. lang, aan de basis 200 en aan de kruin 9 m. 
breed. Zeven liehttorens verlichten ha ven en ree- 
de. Cherbourg is een zecr sterke vesting. Op den 
dam der reede bevinden zich drie met het zwaar- 
ste geschut voorzi«ne forten, een Centraal-, een 
Oost- en een West-fort, tusschen welke een door- 
loopende reeks van battergen is opgesteld. De 
oost^lgke invaart van de reede (50d m.) wordt, 
behalve door het Oostfort van den dam, door 
het er tege<&ovier gelegen, goed vefrsterkte eiland 
Pelče, de we8telgke invaart (1000 m.) door het 
in het midden op een klip geleeen fort Cha- 
vagnac en door het fort Querqueville beheersobt. 
Zoovrel het fort Obavagnae, als het eiland Pe- 
1^, zgn door dammen met het vastland in ver- 



binding gebracht. Een tweede rg van verster- 
kingBwerken ligt om de oorlogshaven en de stad, 
waaronder het fort Homet en het fort des Fla- 
mands. Op de hoogten, aehter de stad, ligt ver- 
der een rg van vesti ngwerken, die Cherbourg 
aan de landzgde moeten beschermen, maar oo£ 
de reede bestrgken, waaronder de forten des 
Couplets, d*Octeville en du Roule. 

Volgens de sage werd Cherbourg reeds door 
Caesar^s legaat Sabinus ^esticht en daarnaar 
Caesaria Burgum genoemd, terwgl andere het 
oude Coriallum voor Cherbourg houden. In de 
geschiedenis verschgnt het voor het eerst als 
Cantsbur onder JViUem den Veroveraar, door 
wien het aan de En^elecbe kroon kwam, die het 
tot omstreeks 1200 oehield. In 1418 veroverden 
het de Esuieteohen op>niieuw. Eerst den 12den 
Augustus 1450 gaf het aich aan de Franschen 
over. Karel Vil verbeterde de vestingwerken, 
Lodew^k XIV vilde Cherboure tot een veilige 
oorlogshaven en tot een slentel van het Kanaal 
maken, Lodewyk XVI nam het plan weder op; 
echter eerst in het laatst van 1853 was de oor- 
logshaven klaar. Tegel^ertgd .werd gverijz aan 
de landversterkingen gewerkt, die in 1858 vol- 
tooid wexden. 

Cherbtdies, Andri, geboren in 1795, als 
zoon van den boekhandeleAr Abraham Cherbu- 
liex te Genove, studeerde aanvankelgk in de 
godgeleerdheid en werd vervolgens hui8onderwg- 
zer, eerst bg een Engelsehe familie in ItaliS en 
toen bg vorst DolgoroM te Pargs. Hier legde 
hii zich toe op de Duitsche letterkunde, nam na 
zgn terugkeer te Genove eerst het leeraarsambt 
waar en werd in 1832 directeur der hoogste 
klasse van het coll^ge, in 1840 hoogleeraar in 
het Latj^n en in 1846 in de oude talen. Tot zgn 
belangrgke gesdiriften behooren: „De libro Job*' 
(Genove 1820), „Es8ai sur la satyre latine" 
(1829), benevens verscheidene verhandelingen in 
de „Biblioth^ue universelle de Genove . Hg 
overleed den 14den Juni 1874 te Genove. 

Cherbuliet, Antoine Eliaše, geboren den 29sten 
Jnli 1797, vestigde zich als privaat-docent te 
Genšve en werd er in 1835 in de plaats van 
Rosn benoemd tot hoogleeraar in de rechten en 
in de staathuishoudkunde. Hg was er tevens lid 
van den gemeeniteraad, redacteur vadi we(ten- 
schappelgke tgdsohriften en schrgver van be- 
langrgke werkeB, aooals: „L'utilitaire" (Genove 
182^---1830, 3 din.), „Riohe ou pauvre" (Pargs 
2de druk 1841), „Th6orie des garanties consti- 
tutionelles" (1838, 2 din.) en „La d^mocratie en 
Suisse" (1843, 2 din.). Door de omwenteling van 
1846 uit alle openbare betrekkingen verwgderd, 
legde hg het hoogleeraarsambt neder en begaf 
zich naar Pargs, waar hn de socialisten — in^ 
zonderheid Proudhon — ©estreed o.a. in: „Sim- 
ples notions de Tordre social" (1848) en „Le 
potage k la tortue, ou entretiens populaires sur 
fes guestions sociales" (1849). Zgn belangrgkste 
werk zgn de „Etude8 sur les causes de la misš- 
re tant morale que phvsigue et sur les moyen8 
d*y porter remMe" (1853), dat hij in Zwit8er- 
land schreef, waarheen hg in 1852 wa8 terug- 
gekeerd als tgdelgk hoogleeraar te Lausanne. In 
1855 kreeg hg eindelgk een vastere betrekking 
als hoogleeraar in de staathuishoudkunde aan 



108 



CHERBULIEZ— CHERIBON. 



het poljtechnicum te Zurieh. Hij schreef aldaar: 
„Pr4ci8 de la science šcoDomiqae" (1862, 2 din.) 
en overleed den 7den Maart 1869. Behalve ge- 
noemde werken scbreef h^ een aantal artikels 
in de ,,BibIioihdque undverselle*' (te Genove, lar 
ter te Lausanne verscl^jnend) «n in ihet „Joar- 
•nal de« Economistes". 

Cherbuliet, Joel, een broeder van den voor- 
gaande en opvolgei van zijn vader in den boek- 
handel, werd geboren in 1806 en beeft 2ich 
vooral bekend gemaakt als uitgever der ^Revae 
critique des livres nouveaux" (Pargs, later te Ge- 
nove verschenen, 1833 enz.). Voorts sohreef bij: 
„Le lendemain du dernier jour d*un condamn^*' 
(Parijs 1829), „Gendve, ses institutions, ses 
moeurs etc." (1867) en redigeerde borendien 
verscheiden jaren de conservatieve bladen „Le 
F^d^ral" en „Le journal de Genfeve" en schreef 
onderscheidene artil^elen in de „Revue des Deux 
Monides". H^j overleed den 3Uten; October 
1870. 

Cherbuliet, mevrouw Tourte, geb., een zuster 
van den voorgaande, schreef eenige verbalen en 
romans, waarvan »Annette Gervais'* en „Le 
journal d^Am^e" ajgemeein bekend tverden. Zij 
overleed in 1863. 

Cherhulietj Victor, een -zoon van Andrš, werd 
den 19den Juli 1829 te Gendve geboren, stud«er- 
de aldaar en vervolgens te Pargs, te Bonn en 
te Berlijn. Naar zgn geboortestad teruggdceerd, 
schreef h\j aldaar eenige werken, die door het 
geheele beschaafd Europa met bnval ontvangen 
werden. zooals: „Un cheval de Pihidias. Cause- 
ries athšniennes" {2de druk 1864), „Le comte 
Kostia" (1863), „Le prince Vitale" (1864), „PaTi- 
le M6r6" (1865), „Le roman d'une honnfite fem- 
me" (1866), »Prosper Randoce" (1868), „Le 
grand oeuvre" (1867), „L*aventure de Ladislas 
Boleti" (1869), .,La reva-ndhe de Joeeph Ncirel" 
(1872), ,.Meta Hold^nis" (1873), „Miss Rovel" 
(1875), „Le fianc6 de Mile Saint-Maur" (1876), 
„Samuel Brohl & Cie" (1877), „L'id^e de Jean 
T^terol" (1878), „Amours fragiles" (1880), 
„Noirs et rouges" (1881), „01ivier Maugant" 
(1885), „La B6te" (1887), „Une Gageure" 
(1890), „Le secret du pršcepteur" (1893). „Apr6s 
Fortune faite" (1896), „Jacquine Vanesse" 
(1898) enz. Voorts schreef htj: ..Etudes de lit- 
t^rature et d'art" (1873), »UAllemagne politi- 
que" (1870), „Hommes et choses d*Allemagne" 
(1877), „L*Espagne politique" (1874) en „Hom- 
mes et choses du temps presen t" (1883). Hij be- 
hoorde tot de redactie van de „Revue des Deux 
Mondes", waarin hg een groot aantal zijner no- 
vellen plaatste, en wcrd in 1881 tot lid der Aca- 
dčmie fran^aise benoemd. Hij overleed den 30sten 
Juni 1899 te Combs-la-Ville (Seine-et-Marne). 

Ohčrest, Aimij een Fransch geschiedkun- 
dige, werd den 3den Maart 1826 te Auxerre ge- 
boren, studeerde in de rechten en werd advocaat 
in zyn geboortestad. Naast zijn rechtspractijik 
hield hij zich vooral bez.ig met gesciii'edikundi'g'e 
onderzoekinsjen. Zoo verschenen van zijn hand 
o.a.: „V4zelay, štude historique" (3 din., Parijs 
1863—186^); „L'archipr6tre, ^pisode de la guer- 
re de cent ans au XVe si^ele" (Parijs 1^80); 
,.La chute de Tancien rč^ime" (2 din., Parijs 
1884; het 3de dl. door H. Joly, Parijs 1886). 



Chireat overleed den 30sten Januari 1885 te Pa- 
rgs. 

Ch6ret, Jules^ een Fransch schilder, den 
31 sten Mei 1836 te Pargs geboren, vas aan- 
vankelijk steendrukker en maakte naam door 
z\jn fraaie aanplabbiljetten. Later legde hij zich 
ook toe op het ontwerpen van tapgten. Zgnbes- 
te sohiIderwerk is de versiering van een zaal in 
het stadhuis te Pargs. 

Oherlbon, eigenlijk Tjirebon <zie de kaart 
van Java), is de meest oostel\jke residentie van 
West-Java; zg beslaat een oppervlakte van 
6718,5 v. km. en telt (1905) 1709 005 in.wo- 
ners, waaronder 1187 Europeanen, 22 668 Chi- 
neezen, 2705 Arahieren, 172 andere vreemde 
Oosterlingen en 1 682 273 inlanders. De laatsten 
bestaan grootendeek ui-t Soendaneezen, Jhon taal 
is dan ook Soendaneesch, ofschoon aan de kust 
het Javaansch reeds de overheerschende taal ge- 
worden is. De oostgrens der residentie, de Tji 
Losari, vormt de grens tusschen het eigenlijke 
Soendaneesche en het Javaansche taalgebied. De 
residentie grenst ten N. aan de Java-zee, ten W. 
aan de residentie Batavia, ten Z. aan de resi- 
dentie Preanger-Regentschappen en ten O. aan 
de residenties Banjoemas en Pekalongan. 

De noordkust is, evenals de geheele noordkust 
van het eiland, laag en vlak en bestaat uit allu- 
viale slibafzettingen van de rivieren, waarvan 
de voornaamste is de TjinManoek, die bij den 
hoek van Indramajoe met vele mondingen in 
zce valt. Het geh^ek noordve&t-elijflcc -gedeelt« 
der residentie, de afdeeling Indramajoe, is laag 
en vlak en bg de grens van Batavia moerassig, 
het zuidelgk gedeelte is bergachtig. Onffeveer in 
het midden verheft zich de Tjerimai <3070 m.), 
nabij de grens van de Preanger-Regentschappen 
ligt de bergrug Tjakraboewana, vaarop de Tji- 
Tandoewi ontspringt, die in haar bovenloop de 
grens vormt tusschen de residenties Cheribon en 
de Preanger-Regentschappen en Banjoemas. In 
het zuidelgkste deel der residenti«, de afdeeling 
Galoek, verheft zich de Sawal -(1 761 m.). Deze 
afdeeling wordt in het N. begrensd door den 
Goenoeng Kendeng, een voortzetting van d«n 
Tjakraboewana. Hier ligt ook het meer van Pend- 
jaloe, 'bekend om zijn schoonheid. Belangrijke 
rivieren tkomen ©r verder n.iet voor. lfoewel de 
residentie zeer vaterrijk en over het algemeen 
zeer vruchtbaar is. 

Administratief wordt Cheribon verdeeld in de 
afdeelingen Indramajoe, Cheribon, Madjalengka, 
Koeningan en Galoek, alle uit de overeenkom- 
stige regentschappen bestaande en met gelijkna- 
mige hoofdplaatsen, behalve Galoek, dat Tjia- 
mis tot hoofdplaats heeft. Tot het gewest be- 
hoort ook het 138 hectaren groote Boompjes- 
ei'land of Poeloe-Rakit, 18 zeemijiien uit den wal 
gelegen. 

In de afdeeling Indramajoe liggen de groote 
particuliere rijstlanden Indramajoe en Kandan^- 
haoer. 

Cheribon werd in 1680 gedurende een oorlog 
der O. -I. Compagnie tegen Bantam door troepen, 
daartoe van Batavia afgezonden, bezet, en in 
het volgend jaar werd een contract gesloten, dat 
tot het begin der vorige eeuw in hoofdzaak on- 
verandcrd bleef. Met de aSbakening der grcnzen, 



CHERIBON--CHER0KEEZEN. 



109 



als gevolg Tan het tussel^en de Compagnie en 
Mataram gesloten eontraet van 1705, ontstond 
de residentie Cheribon. Het drukkend bestuur 
der Compaenie gaf meer dan eens aanleiding tot 
opstanden der bevolking, zoo bgv. in 1778 en in 
1802. Aan het gezag der sultana werd ten deele 
door Daendeh in lo06 en voor goed onder h(t 
Engelsch tusschen^estuur een einde gemaakt, 
door de beide sultans in 1813 en 1815 te pensi- 
onneeren. In hun plaats kwamen regenten. Toch 
bleef de 'bevolking aan drukkende lasten onder- 
worpeD, ^etgeen in 1818 tot een opstand deidd«. 
De invoering van het {sultuurstelsel gaf in 1880 
aanleiding tot nienw verzet der bevolking in 
een paar regent schappen. Sedert bleef de rust in 
Cheribon gehandhaafd, zelfs in de jaren 1844 en 
1848, toen er, tengevolge van het mislukken van 
den rijstoogst, hongersnood heerschte. 

Cheribon is de naam eemer afdee]a<n^. teveois 
regentschap, in het N.O. der gelijknamige resi- 
dentie (zie aldaar) en 'bestaat grootendeels uit 
de N. en N.O. hellingen en de uitloopers van 
den Tjerimai, die zich op de Z. grens verheft, 
en uit de aangeslibde vlakte, die de van dien 
vnlkaan komende rivieren gevormd hebben langs 
de N. kust. De bodem is vruchibaar en brengt 
vooral suiker en r\jst voort. Vooral het district 
Palimanan is rijk aan minerale bronn«n en an- 
dere vulkanische versch^jnselen. De afdeeling be- 
^laat een oppervlakt« van 128 545,61 H.A. en 
omvat de districten Cheribon, Beber, Mandi- 
rantjan, Sindanglooet, Losari, Ploenabon, Pali- 
manan en Gegesik-lor. De hoofdplaats der af- 
deeling is de stad Cheribon^ (^ie aldaar). 

Cheribon, de hoofdplaats van het gelijkna- 
mige gewest. de afdeeling, het regentschap en 
het diistriot, dii^t aa;n de oooiidikust van ihet eddand 
Java en heeft een in den westmoeson veilisre 
open reede. Geregeld wordt de plaats door de 
booten der Paketvaart Maatschappij en andere 
stoomschepen aangedaan, die «r de producten, 
voornamelijk koffie en suiker, innemen. Cheri- 
bon is een oude stad met nauwe en onregelmati- 
ge straten en bekrompen, morsige Europeesche, 
Chineesche en Arabische wijken. Deze bouwtrant, 
in verband met de onvoldoende afwatering en 
daardoor ontstane aanslibbing der Tjirebon of 
Garnalenrivier, maakt er den gezondheidstoe- 
stand zeer slecht, vandaar dat het residentie- 
huis 2 palen benoorden de stad, na/bij de desa 
Tangkil staat, waar ook de meeste Europeanen 
w<meTi. In de desa Astaina, die eveneens tot de 
hoofdplaats behoort, ligt op een kleinen heuvel, 
vlak aan het strand, de beroemde Goenoeng Dja- 
ti, het graf van den Soenan Ooenoeng D jati, 
den stichter van Cheribon, dat in vervallen toe- 
stand vcrkeert. De afstammelingen der oude sul- 
tans van Cheribon, de sultan Sepoek en de sul- 
tan Anom, hebben ieder hun afzonderl\}ken kra- 
ton. Op 2 palen ten Z.Z.W. der stad ligt een 
lustverblgf van sultan Sepoeh, dat om zijn gril- 
lige bouworde veel bezocht wordt. 

Cheribon telt (1905) 23 540 inwoner8 en wel 
499 Europeanen, 3136 Chineezen, 1104 Arabie- 
ren, 105 andere vreemde Oosterlingen en 18 696 
inlanders. De plaats heeft door belangrijken uit- 
voer van suiker en koffie en de vele Oostersche 
kooplieden en klein-industri@elen een levendig 



en vrelvarend uitzien.. De ibloei der stad vrordt 
echter belemmerd door de gebrekkige haven. De 
vaargeul is 18 m. breed en 277 m. lang, beslo- 
ten tusschen vranden van koraalsteen, op een 
door kaden beschutte landtong, en biedt niet al- 
leen veel te weinig ruimte om te laden en te 
lossen, mAar kttn sleohte n^et moeiite dioor een 
stoombaggermolen op behoorlijke diepte gehou- 
den worden. 

Chemao, Ladislaus, een wi8- en natuurkun- 
dige, in 1742 nab\j de stad Jawarzin in Honga- 
rije geboren, genoot eerst ^ijn opleiding aan het 
athenaeum illustre te Debreczin en bezocht se- 
dert 1767 achtereenvolgens de hoogescholen te 
Weenen, Bazel, Turijn, Utrecht en Groningen. 
Aan laatstgenoemde academie verwierf hij door 
het verdedigen vam 2 dissertatien den- rang van 
doctor in de geneeskunde en dien van doctor in 
de wi8- en natuurkunde en werd terstond daar- 
na benoemd tot hoogleeraar in de wijsbegeerte 
aan het athenaeum te Deventer. Hij aanvaardde 
die betrekking in 1776 en bekleedde haar ge- 
durende 40 jaar, terwgl hij eervolle aanbiedin- 
gen van elders van de hand wees. Behalve on- 
derscheiden redevoerineen, schreef hq: „Cribrum 
arithemeticum etc." (1811 in 4to), op meer dan 
1000 bladzijden de priemgetallen van 1 tot 
1 020 000 bevattende met een 5-ledige inleiding. 
Hij ovcrleed den 15den Mei 1816, kort na het 
verkrijgen van zgn emeritaat. 

Cherokeesen of Cherokees is de naam van 
een Indianenstam in Noord- Amerik a. die zich 
zelf Tsfilagi noemt en tot de groep der Apala- 
chen behoort. Vroeger 'bewoonden »zij de heden- 
daagsche staten Alabama, GeorgiS, Mississippi, 
Tenessee en Noord- en Zuid-Carolina. Zij wa- 
ren toen verdeeld in bergbewoners (Ottare) en 
dalbewoners (Airate). Hoewel zy zich aanvanke- 
lijk welwillend jegens de Engelsche volkplan- 
ters gedroejren, kwam het weldra tot een oorlog, 
die in 1761 met hun onderwerpinfir eindigde. 
Gedurende den Onafhankelijkheidsoorlo? hielden 
zij zich in den beginne onzijdiar, maar lieten zich 
ten laatste tot vyandeli)kheden tegen de Ver- 
eenigde Staten verleiden. Generaal PirkensUok 
toen tegen hen te velde en vervolgde hen te vuur 
en te zwaard, totdat den 17den October 1781 
een vrede gesloten w€rd, die niet weder verbro- 
fcen is. In den oorlog van 1882 streden vele Che- 
rokeezen" in de gelideren der Amerikanen. en 
generaal Jackson betuigde, dat z\j hem groote 
dienstn hadden bewezen. Bg hun geschil met 
den staat Georgig (1829) werden zij wel door 
het Hooggerechtshof in het gelyk .gesteld, maar 
dit was te zwak om aan het vonnis uitvoering 
te geven, zoodat zij niettemin naar Arkansas 
werden verplaatst. Nadat men hen lang te ver- 
geefs door omkooping der hoofden tot afstand 
van landerijen had zoeken te bewegen, kwam 
eindeljjk een overeenkomst met 600 van hen tot 
stand; doch hiertegen leverden 15 000 Ghero- 
keezen, V(rreweg het meerendeel des volks en 
der hoofden, een plerhtig protest in. Evenwel 
werd in 1836 de overeenkomst door het Con- 
gres geldig verklaard. Twee jaren later verscheen 
generaal Seott met 2000 man in hun land en be- 
val hen, zich op bepaalde punten te verzamelen 
en naar het Indianengebied te verhuizen. Zij ge- 



110 



CHEROKEBZEN— CHERSON. 



lH>0T2aamd6n en Terlcregen aldaar tnsschen 86<^ 
en 88« N.Br. een ^ied Tan 39 715 v. km. De 
bodem is er Trnchtbaar en voor den landl)ouw 
en d« katoenteelt zeer geschikt. Z\j hebben aan- 
merkelijke vorderingen gemaakt in beschaving, 
won«n in ^oed aangelegde dorpen, houden zidi 
bezig met la3idlbouw «n Teeteelt en m«t onder- 
ficheiden handwerken. Oeora Ouesi {Sequojab), 
een Cherokees, vond in 1826 een schr^jftaal met 
85 letterteekens nit, waarin ook boeken gedrukt 
zijn, o.a. een vertaling ran 'bet Nieuwe Testa- 
ment. Een drukker^, «en dagblad enz. zoekt 
men er niet te verg^efs, en vele Cherokeezen 
kleeden zieh naar den smaak van New-York en 
Parns. In den laatsten t\jd heeft Horatio Hale 
de Cherokeezen met de Irokeezen in verbinding 
willen brengen <(,Jndian Migrations, as eviden- 
ced by language", in de ,, American Antiqnari- 
an", 1883). In bet jaar 1889 werd een deel van 
hun lan<t als Okkihoma voor de immigratie 
•opengesteld, in 1891 een ander deel. 

Gherrler, Vharles Josepk de, een Fransch 
historieBchrgver, ^erd den oden Maart 1785 te 
Neufch&tean (departement Vosges) nit een aan- 
zienl\jk en -bemiddeld Lotharingsch geslacht ge- 
boren, w\jdde zich op aansporing van Cuvier 
aan de 'beoefening der natunrknnde, nam vervol- 
gens als eskadronchef en adjudant van generaal 
Dertrand deel aan de oorlogen van Napoleon in 
ItaliS en Dnitschland tot aan den slag bg Leip- 
zig, hield als Initenant-kolonel met bet Iste re- 
giment der onde garde tot bet niterste stand 
op bet slagveld van Waterloo en •werd na den 
val des keizers geplaatst b\j de administratie. 
Toen bg na de Jnli-omwenteling weigerde, den 
eed van tronw aan de nieu;we djnastie af te 
le^gen, vcrloor bg z\jn betrekking en z\jn mili- 
tairen rang, bepaalde zicb tot de (beoefening der 
gescbiedenis en sobreef : „Histoire de la lutte des 
papes et des emperenrs de la maison de Sona- 
be^ (Parijs 1841—1845, 8 din.; 2de drnk 1858), 
waarin hg dnidelgk aantoont, dat de pausen 
door hun streven, om met de geestelijke ook de 
wereldlijke macbt te vereenigen, zel! de oorza- 
ken werden van bnn vernedering en „Histoire 
de Charles Vin, roi de France*^ (Pargs 1868, 
2 din.; 2de drnk 1870), waarb\j belangrgke ar- 
chieven geraadpleegd zgn. Tot boogen ouder- 
dom bleef bg krachtig naar licbaam en Reest', 
maar voelde zich diep gekrenkt door de gebeur- 
tenissen van 1870 — 1871 en overleed te Nenf- 
cb&tean den 27sten Juli il872. Hg wa8 sedert 
1854 lid der Aead^mie. 

Oherslphron van Cnossns op Creta was in 
den aanvang der 6de €euw v. Chr. met Theo- 
dorus en Metagenes de bonwmeester van den 
beroemden tempel van Artemis te Ephesus, die 
in 356 v. Chr. door Herostratus in brand gesto- 
ken en onder Alezander den Oroote door een 
nieuw gebouw vervangen twerd. Van beide tem- 
pels werden door de opgravingen van den En- 
gelschman Wood overblgfselen (nu in bet Britsch 
mnseum) teruggevonden. 

Gherso (Slaviscb Cres), is de naam van een 
Oostenrgkscb eiland in de Golf van Quarnero 
en 'beboort tot bet district Lussin van bet mark- 
graafscbap IstriS. Het is 65 km. lang en 2—12 
km. breea, strekt zich van het N. naar bet Z. 



nit en telt op een omervlakte van 410 v. km. 
een bevolking van 1 1 000 inwoners. Het eiland 
wordt in het N.W. van bet vasteland door bet 
kanaal van Farasina, in bet N.O. van het eiland 
Veglia door bet Canal di Mezzo en in het Z.W. 
van het eiland Lusson door de kanalen van Os- 
sero en Punta Croce gescheiden. Het wordt 
doorsneden van een kalkgebergte, welks hoog- 
§te punten {Monte Sy8z 6^7 m.) kaal zijn; aan 
de kust echter, vooral in het Z., gedijen wnn, 
olgven en zuidvruchten. De vouden in het N. 
leveren timmer- en brandbout. In bet midden 
van bet eiland ligt 13 m. boven den zeespiegel 
het 700 H. A. groote, 56 m. diepe Vranameer, 
dat zonder zichtbaren toe- en afvoer is en zgn 
water waarsehijnlijk van bet vasteland door on- 
deraardsche rivieren ontvangt. Merkwaardig is 
verder de grot (Foiba) van Smergo. 

Oherso is de naam der boofdstad van bet 
gelgknamige eiland, aan de W.-ku5t gelegen. Zg 
telt ongeveer 5000 invvoners, die zich bezigbou- 
den met visscberij, scheepsbouw, soheepvaart en 
handel in w\jn en zuidvruchten. De stad heeft 
versohillende kerken, kloosters, een rechtbank 
en een haven. 

Gherson is de naam van een gouvernement 
in Rusland, tot 1803 Nikolajeuf gebeeten. Het 
grenst ten N. aan de gouvernementen Podo-liS, 
Aiew en Poltawa, ten O. aan Jekaterinenbure 
en TauriS, ten Z. aan de Zwarte Zee en ten ^l 
aan BessarabiS, en beslaat een oppervlakte van 
71 284 v. km. Het land is grootendeels een step- 
pe, die door de livieren Dnjepr en Dnjestr, wel- 
ke de grens in bet O. en W. vormen, den Boeg 
met de Ingul en de Inguletz doorstroomd wordt. 
Aan de monding vormen deze rivieren limans, 
die zout water bevatten, maar voor de scbecp- 
vaart niet diep genoeg zijn. Het klimaat is ver- 
anderlijk, in den zomer droog en beet, in den 
winter koel en stormachtig. De gemiddelde jaar- 
teniperatuur bedraagt 7,5— 10«. Het gouverne- 
ment telt (1910) 3 447100 inwoners, waarvan 
bet grootste gedeelte {ongeveer 84 %) tot de 
6rieksch-orthodoxe Kerk behoort. Cherson vormt 
met betrekking tot de heerschende kerk een 
eigen eparchie met een aartsbisscbop aan het 
hoofd. Naar de nationaliteit kan de bevolking 
in Klein- en Groot-Russen, die de groote meer- 
derheid vormen, in Romanen (Moldo-Walach€n), 
Bulgaren, ServiCrs, Polen, Grieken, ArmeniSrs, 
Duitschers, Joden en Zigeuners verdeeld wor- 
den. De bevolking boudt zich vooral bezig met 
Iandbouw en veeteelt; ook de vischvangst is 
aanzienlgk. Aan mineralen v^ordt ijzer, »out en 
kaolien gewonnen. De industrie breidt zich wel 
in den laatsten tijd meer en meer uit, maar be- 
perkt ziob toch voornamelgk tot de groote ste- 
den (Odessa, Nicolajew). De handel is levendig. 
Groote zaken ^orden vooral in wol, huiden, ko- 
ren en vee gedreven. De voornaamste haven- en 
b^ndekplaatsen van bet gouvernenoent sijn 
Gherson, Nikolajew en Odessa; de binnen- 
handel concentreert zich in de steden Beris- 
l»w, Alexandrqa, Jeli8sawetgrad, Wosne8sen8k, 
OIwiopol en Tiraspol. Het gouvernement wordt 
verdeeld in 6 districten: Aleiandrija, Anajew, 
Cherson, Jelissawetgrad, Odessa en Tiraspol. Het 
land, dat vroeger tot het Krimscbe khanaat ^ 



CHERSON—CHERTBPARTIJ. 



111 



hoorde, heeft zgn opkomst vooral aan Catharina 
11 te danken, die de steden Cherson (1778), Ni- 
kolajew (1786), Odessa (1792) ena. stiohtte. 

Oherson, de hoofdstad van het gelijknami- 
ge Russische gouvernement (zie aldaar), een ha- 
Tenstad aan de Dnjepr, 30 km. boven haar mon- 
ding, is Behi-lderachtig tegen een heuvel aan den 
•reofiteroever Tan cte rivier gel€^n, diie ihi«r on- 
geveer 7 km. breed is. De stad is regelmatig ge- 
bouwd, heeft 12 Grieksch-Katholieke, 4šn R.S. 
en een Luthersche kerk, 2 synagoffen en 19 
Joodsche bedehui^en. De bevolking oedroeg in 
1910 85 200 zielen. Veiider bezlft de eta<l 2 
gjmnasia, 2 meisjedburgerscholen, een land- 
bouwi6ahoal, een GTiek8di<orth>adcx seimiiarium, 
een IsraSlietische school en verscheiden stedelg- 
ke vakscholen. De industrie bestaat voornamel\jJc 
uit hei zieden Tan talk en zeep^ bet wa86€^h«n 
Tan wol, bet ibronwen van bier en bet fabricee- 
ren van tabak. De handel van Cberson ontwik- 
kelt zioh, niettegenstaande de gun«tige ligging 
aafD detn nM>nd van d« Dnjepr, wegens de nog 
ontbrekende 8poorwegverbinding en de overwel- 
digende concurrentie van Odessa en Nicolajew, 
slechta langzaam. De vroegere versterkingen 
(0,5 -km. van Cberson), waarvan nog 2 poorten 
en eenige iralkn bewaard z\jn gebleven, om- 
slniten groote kazernen en magaz\jnen, bene- 
vens een kerk met de graftombe van Potemkin, 
Tooir wieD. in ide €tad ook een gedeinkteclken is 
opgericbt. De stedel^ke tuin is versierd met een 

fedenkteeken voor den in Cherson gestorven 
!ngelsoben ptulantroop John Hobsard, 

Cherson wewl in 1778 door Potemkin aange- 
l^d. In 1787 badden in Cherson Joxef 11 en 
keizerin Catharina 11 een samenkomst. 

Ohersonesus, afkomstig van een Grieksch 
woord, dat schiereiland beteekent, wa8 in de 
dagen d^ Oodbedd de (naam van vele fichier- 
eilanden, die door een b\jvoegsel werden onder- 
scheiden. Zoo ihad men den Chersonesus Cimbri- 
ca, tot aan het einde van de 2de eeu^Kr v. Chr. 
bewoond door de Cimbren, namelgk het Deensch 
schiereiland (Hoktein en Jntland). 

Chersonesus, gewoonlijk met den b^naam He- 
raklea, beette verder het voorgebergte op de 
westzgde van den tegeDwoordigen Krim, dicht 
bij Sebastopol. Door de Bithynische Herakleoten 
wepd aMaar an de 5de eeuw een stad Ohersone- 
SU9 gesticht, die ecbter reeds ten tgde van de 
geboorte van Christus vervallen wa8. De een 
weinig oostel^k daarvan gebouwde nieuwe stad 
Chersonesus was langen tijd rijk en machtig; 
haar ^bied vras door een vaoi de »haven fvan Ba- 
lakUnca naar het N. loopenden muur tegen de 
TaariSrs beveiligd. Later was zj grensstad van 
het Bjrzantijnsche r\jk en een verbanningsoord 
voor- voorname personen. In de Middeleeuwen 
difnde zij nog den uenueezen tot handelsplaats 
en in 1578 stonden nog haar muren en torens 
overeind. In de 14de eeuw ging z\j door de aan- 
vallen der Lithauers en Russen te gronde en in 
de 15d)e eeuw haaJden de Turfcen vele arohitec- 
tuurstukken tot versiering van Stamboel 'weg, 
later de Russen voor den bouw van Sebastopol. 

Chersonesus Taurica of Scythica, het Tauri- 
sche Schiereiland, is de hedendaagsche Krim, 
door de emalle ktndieDgte Taphms {thaji-s Pere- 



kop) met het land der Scvthen verbonden. Zy 
was de zetel van bet aloude bergvolk der Tau- 
riSrs, dat zich later met de daarheen verhuizen- 
de Scvthen tot Tauroscythen vereenigde en een 
geducht zeerooversvolk was. 

Chersone8U8 Thraeica, bij uitnemendheid de 
Chersonesus genaamd, 'was de naam van de 
zuidwestwaarts loopende landtong tussohen de 
Thraoi^sohe Zee en den HeUesponit (het tegeu- 
woordige schiereiland Gallipoli). Een dwarsmuur 
beveiligde het schiereiland tegen de aanvallen 
der ThraciSrs; en de voornaamste steden waren 
er Cardia, Calliupolis en Sestus. Het kwam in 
het bezit der Perzen en .was na het verdrijven 
van deze b^ afwi89eHng in de handen der Athe- 
ners, Spartanen en MacedoniSrs. Later voerden 
de Romei n en er heerscbapp^j. 

Chersonesus aurea („gouden sdhieirejtland") 
wa8 de naam van het tegenwoordige sehiereiland 
Malaka in AchterJndiC. 

OhertepartU) ook wel chartepari^, is een 
schrifteUjk stuk, waarbij een overeenkomst van 
bevrachting tot een zeereis van een geheel schip 
of een gedeelte daarvan wordt geconstateerd 
(zie Bevrachten). De wet schr\jft voor, welke 
punten zg moet behelzen, maar partnen kunnen 
er mi0t onderlioig goed^viiulen ooik andere puinten 
in regelen of edcele der door de viret genoemde 
punten weglaten; z\j zouden ook het opmaken 
eener cheiite;partij geheel achterw€ge kunnen la- 
ten, maar missen dan een bew\jsmiddel in ^eval 
van geschil, want bew\js door getuigen is hierbij 
niet toegelaten. De ohertepartij bevat in de eer- 
5te plaats de namen van den vervraobiter en van 
den bevrachter, van hem, wiens schip vervracht 
wordt, en van hem, wien de scheepsruimte wordt 
afgestaan. Voorts wordt er in uitgedrukt, of de 
bevrachting plaats heeft voor het geheele of 
»voor een gedeelte vair het schip; voor 'we]»ke leis 
of reiaen, of wel voor v^elken iijd de bevrach- 
ting is gesloten; dit behoort tot het onderwerp 
der overeenkomst. Men kan er voorts in bepalen, 
welke soort van goederen ingeladen en vervoerd 
zal woiden; waar aoodanige bepaikLng ontbreekt, 
daar is de bevrachter te dien aanzien vrij. Ver- 
der moet het bedrag der vracht worden vermeld, 
en wel, zooals zij is bedongen, b\j de reis, bj de 
maand of op andere wi}ze, (tot een bepaald be- 
drag, of naar het getal, de maat of het gewicht 
der vervoerde goederen. Ten aanzien van de 
vracht, vooral wanneer die by de maand is be- 
paald, kan worden uitgedrukt, wanneer z^j zal 
begifDjnen te loopen, ihoe en wan!n€er zy zal be- 
taald worden, ol het trekken op de vracht, en 
tot welk bedrag, geoorloofd zal zijn (het maken 
van ttvanees). 

De bevrachting heeft een bepaald schip ten 
onderwerp, dat bij zgn naam in de chertepartg 
moet vermeld worden, met opgave van grootte 
en veidere door partyen gewenschte bgzonder- 
heden, Ook de naam van den schipper moet in 
de cbeutepartij vermeld w>iden; de vervrachter 
kan niet tegen den zin of zonder de toestemming 
van den bevrachter een ander persoon voor hem 
in de plaats stellen. De persoon, voor wicn de 
ladiing bestemd is, de geconsigneerde, woirdt in 
den regel pas opgegeven in het later op te ma- 
ken cognossement. 



112 



CHERTEPARTIJ— CHERUBINI. 



Als punten, in de chertepartn op te nemen, 
noemt de wet nog de plaats en den t^jd voor de 
lading en voor de lossing bepaald (ligdagen); is 
<ii€ t\j<i iiii«t genoemd, dan w(>rdt hg biiiteTi 
*s lands geregeld naar de •wetten of de gebrui- 
ken der plaats, terw\jl h\j voor ons land en voor 
de kolon i§n is vastgesield op vijftien werkdagen 
voor 2eesoh«peD en op dide voor liohtersdhepen. 
Zoo de lading of de lossing niet binnen den ge- 
stelden termgn is afgeloopen, is de nalatige 
voor de overligdagen vergoeding verschuldigd, 
waarvan het bedrag mede dadelgk in hit con- 
tract kan zjjn bepaald of anders volgens de be- 
palingen van het Wetboek van Eoophandel in 
verband met de grootte van het schip wordt be- 
rekend in verband met het K. B. van den 3den 
Januari 1898 (Stb. no. 1), gew\jzigd b\j dat van 
den 17den Augnstus 1911 (Stb. no. 282), waar- 
in een tarief voor de berekening is vastgelegd. 
Art. 458 van het Wetboek van Koophandel be- 
paalt voorts, dat ibnit^nslands de tgd van la- 
ding en lossing, wanneer zg niet in de cherte- 
part\j is geregeld, wordt bepaald naar de wet 
of het g^ruik van de plaats. De chertepartij 
kan verdeir o.a. bepalingiein behelzesn omtrent den 
t\jd, waarop het schip gereed moet zgn, omtrent 
de bevoegdheid van den schipper of de schepe- 
lingen om goederen voor eigen rekening in te 
laden, omtrent de g«volgen van het niet nako- 
men van de overeenkomst door een der partij- 
en, welke gevolgen, indien partyen er aver 
hebben gezw€gen, door de wet geregeld wor- 
den. 

Oherub, in het meervoud Cherubim, is een 
symbolische figuur uit het Oude Testament en 
wordt voorgesteld als een gevleugeld wezen met 
een menscshelijik gelaat. Het de de a'ertegeiiwoor- 
diger van den machtigen Jahve en komi in den 
Bgbel het eerst voor in het scheppin?sverhaal, 
als geplaatst met een vlammend zwaard aan den 
ingang van Eden*s hof. In het „heilige der hei- 
ligen" van den Tabernakel en later van d.n 
Tempel 'bevonden zich boven de Ark des Verbonds 
twee met goud overtogen Cherubim van olijven- 
hout, en het volk meende, dat Jahve daarboven 
zetelde en vandaar zijn openbaringcn aan den 
hoogepriester mededeelde. Fantastisch vooral 
z\jn de cherubim in de vizioenen van den pro- 
feet Exechiel: zy verschijnen op den storm nit 
het noorden in een vurigen gloed en gelijken op 
menschen, maar ieder van hen heeft 4 aange- 
zichten, namelgk van een mensch, van een leeuw, 
van een stier en van een adelaar, en 4 vleugelen, 
2 om te vliegen en 2 om het lichaam te bedek- 
ken. Onder die vleugelen hebben z\j een groot 
aantal handen, zg zweven heen en weder met de 
snelheid van den bliksem, en op hun vleugelen 
rust de wagentroon van Jahve, blinkende als sa- 
fier en door een regenboog overvvelfd. Ook de ra- 
deren zijn van fonkelend gesteente en, evenals 
het lichaam en de vleugelen der cherufcim, met 
tallooze oogen bezaaid. — In de Openbaring 
vindt men eveneens gewag gemaakt van 4 die- 
ren, welke naast den troon van God staan. Ook 
dcze zijn met oogen bedekt, doch van 6 vleugels 
voorzien en dezelfde als die in het vizioen van 
Exechiel. Deze dieren zijn vervolgens de aitribu- 
t(n geworden der 4 Evangelisten. Josephus 



noemt de cherubim gevleugelde dieren en Philo 
beschouwt ze als zinnebeelden der eigenschap- 
pen van het Opperwezen. In de Christelj^ke po- 
ezie is de cherub een engel van hoogen rangge- 
worden. In de mystlsche „Hagada" vormen de 
cherubim de eerste rij der hemelscharen, die door 
de ophanim als •tweede, de chajoth als derde en 
de engelen (melachim) als vierde rij gevolgd 
worden. 

Gheniblnl, Maria Luigi Carlo Zenobio Sal- 
valore, een Italiaansch componist, werd den 
14den September 1760 te Florence geboren. 
Reeds op jeugdigen leeftgd legde hg zich toe, 
onder de leiding van Bartholomeo Felici, diens 
zoon Alessandro, Pietro Pitzari en Ouiseppe Cas- 
Iruceij op het componeeren, en trad in 1773 op 
met een mis en een intermezzo, die grooten bg- 
val vonden, zoodat hg daarop cantates psal- 
men, motetten, aria's eni. liet volgen.' De her- 
tog van Toskane, later keizer Leopold II, stel- 
de hem in de gelegenheid, te VenetiS onder Sor- 
ti zgn studies voort te zetten, en onder het toe- 
zicht van dežen debuteerde hij in 1780 te Ales- 
sandria met zgn opera „Quinto Fabio", die veel 
succes had. Nu werd hg van alle zijden met aan- 
vragen bestormd en schreef in 1782 voor Livor- 
no: „Adriano in Siria", voor Florence: „Armi- 
da" en „11 Mesenzio", in 1783 ie Rome en Ve- 
netiS: „La sposa di tre e marito di nessuna"', in 
1784 voor Mantua: ,.Alessandro nell* Indie" en 
.,1 viaggiatori felici". In 1784 ginsr hij naar 
Londen en voltooide er in 1785 en 1786 de ope- 
ra's „La finta princi-pessa" en „Giulio SaA)ino*'. 
In 1786 vertrok hg naar Parijs, waar Viotti 
hem in de beste muziekkringen inleidde, maar 
bezocht daarna nozmaals Londen en Italifi, waar 
hg te Turgn (1787) zgn „Ifigenia in Aulide" 
met uitstekend gevolg ten tooneele bracht. In 
1788 koos hij Pargs voor goed tot woonplaats. 

Tot nu toe had Cheruhini in den lichten Ita- 
liaanschen stgl geschreven. Doch na zgn vesti- 
^ing te Parijs, waar de strijd tusschen de Gluc- 
kisttn en Piccinisten nos^ nawerkte, wordt zgn 
stijl ernstiger, dieper. Hij schreef nu o.m. de 
opera*s „D6mophoon" (1788), „Lodoisca" (1791), 
,.Elisa, ou le voyage du Mont Bernard" (1795), 
„M6dše" (1797), „Les deux Journ6es" (1800) en 
„A.nacr^n" (18aS>. In 1805 nam Cherubim een 
opdracht voor Weenen aan, waar hij zijn opera 
„Fanisca" schreef. Nadat hij er hofconcerten 
enz. gedirigeerd had, keerde hij naar Parijs te- 
rug, waar hij de hofconcerten moest leiden. Het 
gelukte hem echter niet de gunst van Napoleon 
I te verwerven, en de talentvolle componist was 
hierdoor z66 gekrenkt, dat hij meestal in afzon- 
dcring leefde op het kasteel van den prins ran 
Chimay bg Parijs en het componeeren ^eheel 
liet rusten. Bij gelegenheid van de inwgding 
eener nieuwe kerk te Chi<hay werd hem opge- 
.dragen een mis te schrijven; hij schreef nu eon. 
zijner meest beroemde missen (F-dur), waardoor 
hij zich weer bewust werd, hoe hij een hem bij- 
zonder passend genre had verwaarloosd. Wel 
werd hij de opera niet geheel ontrouw („Cres- 
cendo", 1810, „Les Abencerages", 1813, „Ali 
Baba", 1823), doch hij wii:lde zich n« meer aan 
de kerk- en kamercompositie. In 1816 werd hij 
leeraar in de compositie aan het conservatorium 



CHERUBINI— CHESHIRE. 



113 



«n oppermnzieikiDtendant, in 1821 kreee hg de 
kiding Tan het oonservatoriam. Hq overleed den 
15den Maart 1842. Een door Oh&rubini zeli sa- 
mengestelde catalogas zgner -verken J>evat o.m.: 
11 groote missen (waarTaii 5 gedrukt), 2 Re- 
qniems, €en 8-stemmiff Čredo, een Magnificat, 
een Miserere, een Te Deam, 4 LitanieSn, 2 La- 
mentationes, een oratorinm, 38 motetten, gra- 
dnalia, hjmnen, 20 antifon«n, een ballet, canr 
tatea, romances, canons, 6 8tr9kkwartetten, een 
kwintet, 6 pianosonates, een sonate voor twee 
orgels, 15 Italiaansohe en 14 Fransche operama 
eitz. OkerubinCB »Cours de eontrepornt" is fei- 
tel$k door zijn leerling HaUvv bewerkt, en ver- 
scheen in Dnitsche vertaling (van S^pel, 1880), 
Engelsebe vertalin? (van J. A, Hamilton, 1887 
en a Clarke, 1854). 

Zie: BeUasis, Chenibini, memorials illns tra- 
tile of ihis life (Londen 1874) en Croicest, Che- 
rnbini (Londen 1890). 

Oherabtfn is in de wapen>kunde een kin- 
derkopje met wiekje8. 

Ohčmel, Piene Adolphe, een Franech ge- 
sehiedschrgTer, geboren den 17den Januari 1809 
te Ronaan, ontving z^jn opleiding aan de nor- 
maalscbool aldaar en werd eerst noogleeraar in 
de geschiedenis aan het coll^e te Kouaan en 
vervolgens in 1849 rector van de normaalsehool 
aldaar. Hy leverde: »Journal d'01ivier Lef^bre 
d'Orme88on" (Parijs 1860—1862, 2 din.), „M6- 
moires du duc de Saint-Simon" (1856—1858, 
20 din.; 2de druk m^t Reigniar, 1873—1874), 
,JiIšmoire8 de mademoiselle de Montpensier" 
(1858—1859, 4 din.; 2de druk 186^—1869) en 
de „Lettres du oardinal Mazarin pendaat son 
minist^re" (1872—1891, 6 din.). Zelf schreef 
hij: „Hištoire de Rouen sous la domination an- 
glaise" (1840), »Histoire de Rouen pendant 
r4poque communale, 1150—1382" (1844, 2 din.), 
,JDe radministration de Louis XIV" -(1849), 
,^i8toire de Tadministration monarchiqiie en 
France depuis PhilippenAuguste jn8qu'& la mort 
de Louis aIV" {1855), „DictionnaiTe hi8torique 
des institntions, moeurs et coutnmes de la Fran- 
ce" {6de druk 1884, 2 din.), „Marie Stuart et Ca- 
fherine de M4dicis" (1858), ,3^6nK)iro8 «ur Fou- 
quet" (1862, 2 din.), „Saiint-Sinion, oonaidčr^ 
eomme historien de Louis XIV" (1865), »His- 
toire de France pendant la minoritš 6e Louis 
XIV" (1878—1880, 4 din.) en ,JBi8toire de 
France sous le ministšre de Mazarin" (1882 — 
1888, 3 din.). Al deze geschriften ondersoheiden 
zich door een groote geleerdheid en tevens door 
een boeienden rerhaaltrant. In 1866 iirerdi Chi- 
ruel rector der academie te Straatd)urg en la- 
ter van die te Poitiers, tot 1874. Hij overleed 
den 2den Mei 1891 te Pargs. 

Ohemsken is de naam van een Gkrmaansch 
▼olk, dat tusschen de Wezer en de Elbe ten N*. 
van den Harz woonde en door Drustts (12 en 9 v. 
Chr.) en Tiberim (i na Chr.) slechts voorby- 
gaand onderworpen werd. Z^ maakten onder 
Arminius (zie aldaar) aan de veroveriingen der 
Romeinen door den sla^ in <het Teutoburger- 
wond {9 na Chr.) een einde, weerstonden ook 
Germanieua van 14 toi 16 mog met sucoes en 
W6rkten de verovering&plannen van den Marko- 
. man Marbod van 18 tot 20 tegen. Onder Clou- 

V. 



duu kožen de Cherusken Italieus, den in Rome 
levenden neef van Arminius en zoon van diens 
broeder Flavut, tot koning; deze werd wel spoe- 
dig verdreven, doch door de Longobarden vre- 
der teruggevoerd. Ten tgde van Diocletianus 
was Chanomer koning, die door de Katten ver- 
dreven, te vergeefs de hulp der Romeinen in- 
riep. Nog in de 4de eeuw traden de Cherusken 
als een afzonderlgi volk op, maar zg smolten 
daarna met de Saksen samen. 

OhervUle, Oaspard Oeorges markies van, 
een Fransoh schrgver, den 11 den December 1821 
te Chartres geboren, wa8 langen tgd een ijverig 
medewe(ri(eT van Alex, Dumas, pšre, maar legde 
zich later meer op de jachtliteratuur toe. H9 
overleed den lOden Mei 1898 te Noisy-le-Roy. 
In het laar 1862 versoheen zgn eerste zelfstan- 
dig wenE „Les aventures d'un chien de chasse" 
<2de druk 1882). Hij leidde de uitgave van hti 
prachtwerk „La vie k la campagne" (3 din.. Pa- 
rgs 1879 — 1885) en schreef onder denzelfden ti- 
tel in den „Temp8" een meniete voortreffelgke 
•artikelen over het landleven. Verder verdienen 
venneld te worden: ,^istoire d'un trop bon 
chien" (Pargs 1867, gelU. ui^ave 1884), „Pau- 
vres »b^tes et pauvres gens" (1869), „Histoire 
naturelle en action" (1873), „La chasse aux «ou- 
vemrs" (1875), „Conte8 de chasse et de p^e* 
(1878), „Le8 bMes en robe de chambre" (1882), 
„Le gibder plume et poU" (2 din., 1884—1885), 
^,Le6 mois auz champa" (1886), „Chien9 et 
čhats" (1888, gelllusireerd door Lambert), t^Les 
oiseaui chanteurs" (1891), „Muguette" (189n, 
,„Nouveauz contes d'un coureur des t)ois" (1893), 
„R^ts de terroir" (1893) en „Les šl^phants" 
(1895). 

Ohesapeakebaai is de naam van een in- 
ham aan de Oostkust der Vereenigde Staten van 
Noord-Amerika, tusschen 86» 45' en 39« 36' N. 
Br. ^elegen. Zg bezit een lengte van 820 km., 
is 10—55 km. breed en ontvangt de rivieren 
James, York, Rappahannock, Potomac, Pataps- 
co en Susquehanna van het W., de Captank en 
Nanticoke van het O., in breede aestuariSn, die 
voor een deel voortreffelgke havens vormen, 
zooals bg Baltimore, Washington, Newport News 
en Norfolk. De oevers zgn laa?, de door eilan- 
den omzoomde oostkust is gedeeltelgk moeras- 
sig. Een kanaal (27 km. lang) verbindt de Che- 
sapeaikebaai met de Ddavrare, een auder (70 
km.) met de Albemarlesund, een derde, het Che- 
AapeakenOhio-kanaal (295 km.), voert langs den 
Potomac naar Cumberland, den Potomac b\j 
Georgetown op een 426 m. lang en 11,5 m. hoog 
aqua^uct overschrgdend. 

Oheshlre is de naam van een graafschap 
aan de westkust van Engeland. Het wordt ten 
N. door de graafschappen Lancashire en Yorks- 
hire, ten O. door Derbj, ten Z.O. door Stafford, 
ten Z. door Shropshire, ten W. door Denbigh 
en Flint en ten N.W. door de lersche Ztee be- 

frensd en telt op een opperviakte van 2659 v. 
m. een bevolking van (1911) 895 410 inwo- 
ners. Chester, de hoofdstad, Birkenhead en 
Stockport znn sedert 1888 afzonderigke graaf- 
schappen. Het hoofdmiddel van bestaan is vee- 
teelt, en de Cheshire- of Chesterkaas, waarvan 
jaarigks 1 1 000 000 kg. geproduoeerd en in groo- 

8 



114 



CHBSHIRE— CHESTER. 



te ii06v«elheicl uitgevoerd wordt, is van ouds 
beroemd. 

Ohesnelonff, Pierre Charles, ^n van de 
kiders der ultramontaansche partij in FranJcr^lE, 
W6rd den 14den April 1820 ite Oonfcihez {deparr- 
tement Basses Pyr6n4es) geboren. Nadat h\j eicdi 
een voorstander van 'het KeLzerr^jk had .be- 
toond, werd h\j in 1860 maire van Orthez en in 
1865 en 1869 afgevaardigd« naar het Wetge- 
ivend Lichaam, en sedert den Td-en Januari 1872 
was hij lid -der Nationale Vergadering, voegde 
zich bij d« uiterste rechterz^de en wa8 een der 
vurigste Legitimisten. H§ hield in October van 
dat jaar te Salzburg een samenkomst met den 
graai van Chambord en leverde gunstige be- 
richten omtrent de gevoelens en wenschen van 
den Pretendent. Terwgl hg in de Nationale Ver- 
gadering zijn 8tr\jd tegen de Republieik voort- 
zette, plaatste hij zich tevens aan bet hoofd van 
de dericale beweging, werd voorzitter van de 
R.-Katholieke vereeniglngen, bevorderde met 
yver de stichting van K.-Katholieke universitei- 
ten en nam de leiding op zich va^n vergaderin^ 
gen der dericale part\j, waar z^jn populaire be- 
spraaktheid hem grooten b^val 'bezorgde. In 
1877 werd hg tot senator gekozen; hg overleed 
in Juli 1899 te Orthez. 

0he8ney, Franeis Ratodon, een Engelschge- 
neraal en reiziger, bekend als de eerste ontwer- 
per van een weg over land naar Indig, werd ge- 
boren in. 1789 te Balljrea in lerland. Hij ont- 
ving zijn opleidin^ aan de militaire academie te 
Woolwich, ^erd m 1815 benoemd tot kapitein 
der artillerie, diende eeni^en t\jd te Oibraltar, 
bezocht daarop in Frankr^k, ItaliS en Duitsch- 
land de slagvelden, iwelke vermaard waren ge- 
worden in de krijgsgeschiedenis van Napoleon, 
en bevond zich in 1829 op weg naar Eonstanti- 
nopel, om de Turken bij te staan tegen de Rus- 
sem, itoen de vrede vam Adirianopel een eijide 
maakte aan den oorlog. Voorzien van aanbeve- 
lingGibrieven aan de Turksche gezaghebbers, be- 
zocht hij ook diŠLT het tooneel van den str\jd en 
schreef: „Narrative of the Russo-Tnrkish cam- 
paigns of 1828—1829". Dit boek werd echter 
eerst gednikt in 1854, lang na bet beroemde en 
meer bekende werk van graaf von Moltke. Voorts 
begaf zich Chesnetf naar Klein-Azig en Egypte, 
met het doel, het vraagstuk op te lossen van 
een rechtstreeksch stoombootverkeer naar IndiS, 
het-zg langs den Eufraat, hetzij over de Roode 
Zee. Hgbevoer de^ laatste en toonde aan, dat 
het mogel\jk was, in 21 dagen van Suez naar 
6om/bay te stoomen. H\j richtte dan ook den 
20sjten October 1830 een memoiae aan den En- 
gelschen gezant sir R, Oordon, waarin hij de 
opgave der ingenieurs van Napoleon I bestreed 
en bet graven aanraadde van een dergelijk ka- 
naal, als later door De Lesseps is tot stand ge- 
bracht. Deze memorie bleef echter rusten in de 
archieven van het ministerie en werd eerst in 
lateren tgd, toen het werk van De Lesseps zou 
ten uitvoer -v^orden gebracht, door een dagblad- 
Bchrijver te Londen openbaar gemaakt. €hesney 
zette zijn reis voort door de woestynen van Ara- 
bi^ en Palestina, bereikte bij Ana den Euiraat 
en zakte op een door hem zelf gebouwd vlot die 
rivier af tot aan de Perzische Golf (Januari 



1831). Op dežen tocht, die vergezeld ging van 
vele gevaren en (beawaren en waarover hy bij 
zyn terugkeer een rapport inleverde aan het mi- 
nisterie, volgde later de expeditie naar den 
Eufraat; z\j vertrok onder leiding van Chesney 
in 1835 uit Engeland, rokte voorwaart8 tot aan 
den Eufraat en tot aan de Indische Zee en be- 
wees de mogel^kheid van een postverfbindi^ met 
Indig langs den Eufraat en langs den Tigri s. 
Van deze eipeditie gaf Chesney eenige mededee- 
lingen in de werken van de Geographical Socie- 
ty te Londen en een uitvoerig bericht in zyn 
geschrift: „Expedition for the survey of the ri- 
vers Euphrates and Tigris" (1850, 2 din.), ge- 
volgd door zijn: »JNfarrative of the Euphrates 
expedition 1835—1837" (1868). In 1855 zag hij 
zich bevorderd tot generaal-majoor, in 1860 tot 
luitenant-generaal en in 186$ tot generaal. Hij 
overleed den 31sten Januari 1872 te Balljrea. 
Ook leverde hy het belangrijke geschrift: „0b- 
servations on the past and present state of fire- 
arms etc." (1852). 

Ghesney, Charles, een zoon van den vorige en 
eveneens een Britsoh hoofdofficier, trad in 1845 
in dienst van het korps ingenieurs en werd leer- 
aar in de krijgsgeschiedenis aan de school van 
den generalen staf. Zijn „Waterloo lectures" 
(1870) wekten groot opzien, daar hy de beslis- 
sing over den slag by Waterloo toekende aan 
de komst der •kr\jgsmacht van BlUcher, hetgeen 
in^str\jd was met het in Engeland algemeena&n- 
genomen gevoelen. Zgn essay8, in het licht ver- 
schenen onder den titel: „Modern miditary bio- 
graphy", bevatten een reeks van degelijke ce- 
schriften, o.a. over de Taipingrevolutie in Cni- 
na. Hij overleed te Londen den 19den Maart 
1876. 

. Ohester is de naam van een stad (city) in 
het graafschap Cheshire (zie aldaar) in het wes- 
tel\jk deel van Engeland. Het ligt op een rots- 
achtige hoogte aan de bevaarbare Dee, 12 km. 
bo ven haar mond in een ondiep aestuarium. De 
uit den Romeinschen tgd afkomstige, 4 — 12 m. 
hooge muur vormt tegenwoordig een 2350 m. 
langen wandel'weg rondom de stad. De elkander 
rechthoekig snijdende straten z\jn in de rotsen 
uitgehouwen en hebben gedeeltel^'k aan beide 
zijden doorloopende galergen of „rows". Over de 
rivier voeren een oude brug met 7 bogen en de 
nieuwe Grosvenoiflorug in 66n boog van 60 m. 
spanning. De merkwaardigste gebouwen zgn: de 
kathedraal, een gebou'W uit rooden zandsteen in 
Noorschen en Gotischen stgl opgetrokken, ge- 
deeltelijk nog uit de 12de eeuw, in 1876 door 
Q. Scott gerestaureerd; de Werburghabdy, die 
reeds v66r 700 jaren een van de rgkste van En- 
geland fwas; de thans grootendeels vervallen kerk 
van Johannes den Dooper uit de llde eeuw, bui- 
ten de stadsmuren. Van het oude, door Willem 
den Veroveraar gebouwde slot is nog slechtseen 
vierhoekige toren (Caesar's Tower) aan- 
wezig. Op z\jn plaats staat tegenwoordig een 
groep van g©bouwen, die als gerechtshof, gevan- 
genis en kazernen dienen. Onder de nieuwere ge- 
bouwen z\^ de voomaamiste: bet stadihud^, tiet 
in den vorm van een kapel gebouwde concertge- 
bouw, het Grosvenormuseum (met Romei nsche 
oudheden), het hoofdpostkantoor en de kunst- 



CHESTER— OHEVALIBR. 



115 



8chool. De bevolking telde in 1911: 39 028 zk- 
len. Chester heeft «en all^n voor kustvaarders 
toegankeliike (haven en is door het Ellesmereka- 
naal met Ellesmere Port aan de Mersej verbon- 
den. Belangrijk is de schoenfabrlcage en vooral 
de 'handel in kaas, ook die in zout, steenkool, 
lood en lersch linnen. Chester is de zetel van 
ecn Anglikaanschen 'bisschop, heeft een k!week- 
sdiool voor onderw\J2ers en een Lat^jnsche school 
(King's sekool), Buiten de muren ligt de beroem- 
de reobaan Roodee, 6 km. ten Z. van de stad 
Eaton Hali, het prachtige, 'van 1876 tot 1884 
door Waterhouse voUedig verbouwde landgoed 
van den hertog van We8tminster. 

Chester lieette ten tyde der Romeinen Deva 
en was het stran<dkwartier van het 20ste iegioen. 
Aan het Romei nsche Castrum herinnert de te- 
geniWoordige naam der stad. Na de verovering 
door de Noormannen werd Chester de hoofd- 
stad van een graafschap, dat in 1237 door de 
Eroon geannexeerd wera. Later was Chester de 
voomiaam«te vesting tegen Wales; gedurende 
den Bnigeroarlog was het het voornaamste 
steonpnnt der Royalisten, dat zich eerst na een 
l&n^d-nrig beleg in 1646 aan het leger van h»i 
Parlem^ent oveigaf. 

Ohester is de naam van een stad in de Ver- 
eenigde Staten van N.-Amerika, in Pennsjlva- 
niS, graafschap Delaware gelegen. Zq ligt aan 
de Delavrare, 20 km. ^neden miladelphia, heeft 
een theologisch seminarium, 6cheepswervenf 
wol- en katoenfabrieJten en telt <1910) 38 537 
in/woners, Chester is de oudete kolonie in Penn- 
sjlvaniS, werd in 1643 door Zweden gesticht en 
droeg eerst den naam van Upland. 

Ohesterfleld is de naam van een stad 
(municipal »borough) in h^t N.O. deel van Der- 
bjshire (Engeland). Zn ligt aan de Rother en 
het Chesterfield-kanaal (naar de Trent), heeft 
een oude kerk met een 70 m. hoogen „haneen- 
den" (crooked) toren, een oude school voor kos- 
teloos onderwy8, een technisohe school, een in- 
stitunt (met bibliotheek en museum) en (1911) 
37 406 inivoners. De stad heeft gzergietergen, 
kant- en Icatoenfabrieken, machinebouw en pot- 
tebatkertjen. In de nabgheid vindt men kolen- 
mrjnen. Ten Z.O. ligt Harvnch Hali, het land- 
goed van den hertog van Devonshire, van 1590 
tot 1597 gebouwd met heriimeri.ng6n aaoi Maria 
Sttiortj die in het naburige, nu vervallen kas- 
teel als gevangene verbl\)f hield. 

Ohesterfleld, Philip Darmer Stanhope, 
graaf van, een Engelsch staatsman, redenaar en 
schrgver, werd den 22sten Septem-ber 1694 te 
Londen ^eboren. fiij studeerde te Cambridge en 
vertoefde vervolgens geruimen tgd te Pargs. 
Toen Oearge I den troon beklommen had, werd 
hij kamerheer bij den prins van JVales en lid 
van het Lagerhuis; later in 1726, na d(n dood 
van zijn vader, lid van het Hoogerhuis, en h\j 
onderscheidde zich steeds door z^n vrijzinnige 
denkbeelden. In 1728 vertrok hij als 'buitenge- 
woon gezant naar ons land, daarna werd hij op- 
perhofmeester van Oearge 11, Yice4[oning van 
lerland en in 1747 staatsseeretaris. Weldra nam 
hrj zijn ontslag, om zich aan zgn studie en aan 
zijn vrienden te wijden, en overleed den 24sten 
Maart 1773. Zqn geestige »Letters to his- son" 



(Londen 1774, 2 din.) werden met grooten bij- 
val ontvangen, en van z\jn overige geschriften 
vermelden (w\j: ,3iiBcellaneous vorks" (Londen 
1777, 2 din.) en ,,Posthumou6 pieoes" (Londen 
1778). 

OheaterfleldeUandeii is de naam van 
een sederct 1879 aan Franikiijtk behooreiMle groep 
koraaleilanden van 0,8 v. km. oppervlakte, ge- 
legen op 20^ Z.Br. en 158« 30' O.L. v. Gr. ten 
W. van de N. punt van Nieu'w-Caledoni6 in den 
Grooten Ooeaan. Men vindt er rijke guanolagen. 

Ohesterkaas is de naam eener kaassoort 
(zie Kaos), aldus genoemd naar de stad Ches- 
ter (zie aldaar), waar zg vooral verkocht wordt. 
Z^ wordt bereid in het graaf«ohap Cheahire 
(zie aldaar). 

Ohetleten. Zie Hetieten. 

Ohev. .ia bg <namen van inisecten de alkor- 
ting van Auguste Ohevrolat, een Fransch ento- 
moloog (1799—1884). 

Ohev. ifi b^ namen van plan ten de afkorting 
van Franpois Fulgia Chevallier, geboren den 
2den Juli 1796 te Par^s, overleden den 248ten 
December 1840 te Freiburg. Hg schreef „Flora 
der omgeving van Pargs" en eenige verhande- 
lingen over korstmossen. 

Ohe^aller beteekent ridder en is de erfe- 
l\jke titel van een deel van den vroegeren Fran- 
schen adel, alsook de naam der leden van rid- 
derorden. 

Chevalier (Thonneur of hofkavalier ie de >be- 
geleider van ec<n vorstelgk persoon — Chevalier 
d'indiutrie beteekent i)edrieger — Chevalier sans 
peur et sans reproche beteekent ridder zonder 
vrees of blaam en was de eeretitel voor verschil- 
lende ridders der Middeleeuwen, ib\jv. van Ber- 
trand du Oueselin, Louis de la TremouiUe, maar 
vooral 'wordt er Bayard mee bedoeld — Cheva- 
lier de la triste figure vs een bijnaam van Don 
Ouiehote. 

Chevalier d^or wa8 de naam van een gouden 
muntstuk met het MalteserJcruis. 

Ohevaller, Jacob, was een der medepHch- 
tigen aan het verraad, in 1426 tegen hertog Jan 
van Brabant gesmeed. Toen deze in het <)osch 
van Soignies op de Jacht wa8, volgde Chevalier 
hem met een van ^pgkers voorzienen ringkraag, 
ten eifnde hem daarmede te worgen. De aanslag 
mislukte, de boo8wioht kiwam in hechtenis, do<m 
Jan was niet te i>ewegen, hem ter dood te doen 
veroordeelen. Hg werd in den kerker geworpen, 
en eerst na het overlgden van Jan (1427) op last 
van diens opvolger Philips onthoofd en gevLe- 
rendeeld. 

Ghevaller, Nieolas, een Fransch archaeo- 
loog, geboren te Sedan in de tweede helft der 
17de eeuw, kwam na de herroeping van het 
Edict van Nantes in Nederland en vestigde zich 
eerst te Amsterdam, toen te Utrecht en daarna 
weder te Amsterdam als boekhandelaar, kunst- 
kooper, drukker en stempelsngder, en overleed 
omstreeks 1720 in ibehoeftige omstandigheden in 
laatstgenoemde stad. Hg heeft een groot aantal 
iwerken gesdireven, van welike wg noemen: 
„Hi8toire de Guillaume III, roy d*Angleterre, 
par m^dailles, inscriptions, arcs de triomphe 
etc." (1692), ,3elation des campagnes de Tan 
1708 et 1709 pa* m6daiUes" (1709), en vooral 



116 



CHEVALJER— OHEVAU-LEGBRS. 



sjjn j^RecUi-erches cu!Di<eTi6e6 d'aiutiqud»t6s, Tennee 
d*Italie, de la Grdce, d*Egypte, et troav^es k 
Nim^gne, ik Xaiiteii etc.", behelzende «ea ibe- 
schrgving T&n z^n «iR^ belangr^k kabinet, dat 
later aan den graaf Tavulla, gezant van Portu- 
gal, werd verkocht, terwQl bet vervolgens ge- 
3eeltelQk te Leiden, gedeeltel^jk te Dresden en 
gedeeltelp b\j den graaf van JVassenaar Ob- 
dam tot verrijking der musea beeft gediend. 

Ohe^aller, Miehel, een Franscb staatbuis- 
)u>adknndige, werd geboren den ISden Jannari 
1806 te Limoges. In 1824 werd b^' leerling der 
Polytecbni8cbe scbool te Par\J8. Ingenomen met 
de tiieorie^n der sohool van Saint-Simon, ver- 
kreeg h^ de redactie der „GIobe'*, welk dag4t>lad 
door de Saint^imonisten gekocht 'vras, om bet 
tot orgaan van de nieiiwe sociale leerstellingen 
te maken. Bg de scheuring tusscben Batard en 
Enfantin volgde b\j laatstgenoemde naar M^- 
nilmontant en werd medewerker aan bet „Livre 
iK)uveau'\ bet toekomstige evangelie der Saint- 
Simonisten. In 1882 meende de regeering paal 
en 'perk te moeten stellen aan de buitensporig- 
heden der iii€uwe leer en werd oak Chevalier 
tot 66n jaar gevangenisstraf veroordeeld. Nog 
v66r bet einde van z\jn etraft^jd werd by echter 
door minister Thiers naar de Vereenigde Sta/ten 
van Amerika gezondeni, om aldaar een studie 
van de kanalen en spoorwegen te maken. In de- 
ze betrekking scbreef bjj van de versebillende 
steden uit, die hij bereisde, een reeks brieven 
Toor bet „Journal des iD^bats", die groot opzien 
Vekten en later uitgebreid, onder den titel „Let- 
tres sur TAmšrigue du Nord" (2 din., Par\js 
1836 en 1842), in boekvorm verscbenen. Ook 
scbreef by „De8 intčr^ts mat^riels en France, 
'travaui publics, routes, canauz, ehemins de fer" 
(Pargs 1838, 7de druk 1848), dat een lange 
reeks practiscbe verbeteringen bevat. In 1836 
benoemd tot ridder van bet legioen van eer, in 
1840 tot boogleeraar in de staathuisboudkunde 
aan bet Coll^ge de France en in 1841 tot cbef- 
ingenieur van den mijnbouw, w€rd h g in 1845 
door de kiezers van bet departement Av€yron 
naar de Kamer afgevaardigd, vaar b^ met de 
meerderbeid stemde, die tegen iedere staatkun- 
dige veranderi-ng fwas, terw\jl bij in bet „Jour- 
•nu des D^bats" voor de vriijzinnigste staatbuis- 
houdkundige denkbeelden opkwam. Na de Fe- 
bniarirevolutie van 1848 4>estreed bij de socia- 
listificbe stellin^n van Louia Blane en verde- 
digde in z^jn „Lettre8 sur Torganisation du tra- 
vail" (Par\J8 1848) bet oude staathuishoudkundi- 
ge stelsel, dat door de nieuwe richtingen van 
dien tiid zoo beftig werd aangevallen. Na den 
coup d^tat van den 2den December 1851 w€rd 
b\j fitaatsraad in gewonen dienst en in 1860 se- 
nator. Van toen af deed by zicb als groot voor- 
stander van den vr\j^bandel kennen en deed o.a. 
Teel om bet Engelscb^ran^cbe bandelsverdrag 
van 1860 itot stmd te doen komen. Op de we- 
reldtentoonstelling te Londen in 1862 was by 
voorzitter der internationale jury en in 1867 
redigeerde bjj de bericbten over de tentoonstel- 
ling te Parijs. Deze zijn in een lijvig werk ver- 
scbenen en met een inleiding van Chevalier 
voorzien, onder den titel „Exposition universel- 
le de 1867 k Pariš. Rapports du Jury interna- 



laonajl" (18 dk., Paqjfi 1868). Veider beeft bQ 

fescbreven: ,yCoiir6 d'6conomie politigue'' (8 
In., Parns 1842—1850 en 1855—1860, bet 
derde deel verscbeen in 1850 onder den titel 
„La monnaie"), „Es8ai8 de politique industriel- 
le, souvenirs de voyage: France, r6j)u«blique d'An- 
dorre, Belgique, Allemagne" (Pargs 1852). Che- 
valier wa8 een vaardiff eobr^ver, wiens economi- 
sche meening zicb ecnter eerst langzaam beeft 
gevormd. Onder de regeering van Napoleon lil 
bad bij voor een groot deel de leiding der eco- 
nomiscbe politiek van Fran^rgk. Toenmaals wa- 
ren zijn meeningen gebeel in overeenstemming 
met die van Cobden. Het beroemde Franscb-En- 
gelscb band^<&rt;ractaat ram den. 28€rben Januari 
1860 vras bet werk van Chevalier. In Februari 
1851 opende bet Institut de France zijn poorten 
voor bem. Hy overleed den 28st«n November 
1879 te Ob&teau de Montplaisir b^ Lodčve (H6- 
rault). 

Ohevaller, Auguste, een Fransch Afrika- 
reiziger, werd in 1873 te Domfront geboren, 
deed sedert 1898 een aantal reizen in Franscb 
We8t-Afrika, vooral met bet oog op plantengeo- 
grafiscbe onderzoekingen en tot bet opsporen 
va»n nuttige igewas6en, in het b^zonder van ka- 
toenplanten. In 1909 bereisde bij bet bronge- 
bied van den Niger en de grensstreken tusscben 
Liberia en de Ivoorkust, in 1910 den middel- 
loop van den Niger. Met anderen samen gaf bij 
bet werk uit ,Jje8 v6g^taux utiles de rAfrique 
tropicale fran^aise" (Parijs 1905 v.v.). 

Ohevaller, Sulpice. Zie Oavamu 

Ohe^allier. Paulus, een Nederlandscb god- 
geleerde, den lOden September 1722 te Amster- 
dam geboren, studeerde te Leiden in de godge- 
leerdbeid, werd acbtereenvolgens beioepen te Slo- 
ten, te R5swyk en te Groningen en aanvaardde 
in laatstgenoemde stad in 1752 bet booglcer- 
aarsambt. HJ overleed aldaar den 7den Maart 
1796. Hg wa8 een ffrondig geleerde en beeft on- 
derscbeiden geschriften — echter niet van groo- 
ten omvang — in bet licbt gegcven. 

Chevallier, Pierre, een zoon van den voorgaan- 
de, den 22sten November 1760 te Groningen ge- 
boren, studeerde eveneens in de tbeologie, werd 
achtereenvolgens preddkant ite Lellcns, b\j de 
Waalscbe gemeenten te Naarden en te Zwolle, 
in 1787 privaat-docent aldaar, kwam in 1794 
te Harderwgk, daarna te Amsterdam weder in 
dienst, en overleed aldaar den 16den Augustus 
1825. In 1810 onderwees hg koning Lodew^k 
in de Nederlandsche taal. Hg beeft eenige klei- 
ne geschriften uitgegeven. 

GheTau-lčffers (dikwgls ten onrechte Ghe- 
vauz-Ugers gescbreven) was oorspronkelgk de 
naam van een compagnie licbte ruitcrg, ten be- 
boeve van bet Huis des Konings door Hendrik 
IV van Frankrgk opgericbt. In 1660 werden 2 
compagnieSn »Cbevau-Mgers de la Reine" op- 
gericbt. Volgens de ordonnantie van 1776 moest 
elk cavalerieregiment uit 5 escadrons, waaron'- 
der 66n Cbevau-Mgers, bestaan, en in 1779 wer- 
den de 24 escadrons Cbevau-lšgers tot 6 regi- 
menten Tereenigd en de Ohevau-l^gers der gar- 
de ontbonden. Oostenrijk, ItaliC en eenige Duit- 
sche Blaten namen dien naam over. In Frank- 
rgk werd€n uit de Cbevau-lšgers onder Napo- 



CHEVAUJiJŽGERS— CHEVREUL. 



117 



Uon 1 Chasseurs k oheval en Lanckrs gevormd; 
Oostenr^k gaf se in 1852 den naam Tan Ula- 
nen; het groothertogdom Hessen den zgnen dien 
van dragonid-ers. Te^enwoardig bestaat de naam 
Chevan-I^gers nog sleehts in Beieren «n als Ca- 
valleggierri in ItaliC. 

Ohe^č, Emile Joseph Mauriee, ^eboien in 
1804 te Donarnenez, wa8 oorspronkeI\jk genees- 
heer, maar is beLend als de vertegenwoordig«r 
eener 'b^zondere methode van el«in«ntair mu- 
ziekondervr^s, dat in hoofdzaak neerkomt op het 
gebrniik van cijfers in plaats van: noten, waar- 
dociT het iDoteai leeden wioirdt Teimedon en het 
intervallen treffon bg het zingeo Tergemaikikel^kt. 
Deze methode, oorspronkelp van Fierre Oalin 
(geboren 1786, overleden den 81 sten Augnstus 
1821), maakte hg meer bekend in een aftntal 
werkon» zemeenschappd^k geschreven met z^n 
Troaw Nanine Par%8 en haar broeder AinU. 
DaaoMloor weid de methode Oalin-ParU-Okev^, 
kortweg ook Ohevš genoemd, spoedig popalair. 
Chevi overleed den 268ten Augiistus lS64. 

Cbevlllard, OamiUet een Fransch compo- 
nist on dirigent, den 14den October 1859 te Fa- 
rgs geiboren, een zoon van don violoncellist 
Alezanelre ChevUlard (gefboren den ISden Ja- 
nnari 1811 te Antwerpen, ovorleden don 18don 
December 1877 te Par^s, keraar aan het Pa- 
ijsoh con«ervatorium en stichter der „Soci^t6 des 
demjreis qtiatTior8 de (BeeUiovon"), stndeerde 
aan het conservatorinm to Pargs pianoepel on 
compodtie, word in 1897 tgdel^k opvolger van 
zijn schoonvader Lamoureuz als dirigent dfer naar 
dežen genoemdo eoncerten on m 1899 definitief 
leidor daarvan. Hg hoeft niot alleen uitmonten- 
de -verdiensten ale dirigent, dooh ook is h\j een 
dor Frasnaobe toonkunstenaars, die vam grooteoi 
invloed zgn gewee8t op de ontwikkeling van de 
oonoertmuziek in Frankr^jk. Met het LamouretuD- 
orkest maakte h^ tal van reizen buiten Frank- 
r^k; Tan 1912 tot 1914 iSpoelde ihet orkesit des 
zomers in het Eufhans te Scheveniingen. Verder 
heeft ChevUlard ook naam gemaakt als compo- 
nist van kamermaziek en orkestwerkeii. 

OheTllle« Pas de, is de naam v»n een pas 
in de Freiburger Alpen aan de grens der Zwit- 
sersche kantons Waadt en Wallis, ten N.O. van 
de RhOnebocht. De weg, gedeeltel^k r9weg, ge- 
deeltelijk voetpad, stggt van Bex uit door het 
bosoh- en weiaonryke dal van Avui^on tot den 
pas, 2049 m. hoog, vannvaar men een mooi uit- 
zieht heeft. Aan de N. z\jde steken de steile 
vranden Tan dem Diableret (8251 m. hoog), aan 
de Z. zqde de rotskoppen van den Grand-Move- 
ran (8061 m. hoog) er boven uit. Van hier uit 
daalt de weg snel naar het kleine meer van Der- 
borence, dat door een bergstorting van den Dia- 
bleret ontstaan is, loopt vervolgens door een 
puinveld naar het Val de Triqueut en langs de 
linkerzgde daarvan, hoo^ boven de schuimende 
Lizerne, naar het Rhdnedal, dat hg b\j Conthey 
bereikt. Van Bex naar Contej duurt de tooht 
10—11 uur. 

Olievlot is de naam voor een weef8el ver- 
vaardigd uit grove wol, in het b4'zonder Cross- 
beidwol, en wordt gebruikt voor het vervaardi- 
gen van kleedingstukken. Al naarmate de grond- 
stof tot kamgaien of tot strgkgaren verwerkt 



is, iwordt het weef8el meer of minder glad. In 
het a^emeen voeM cbeviot ihaid en tuw asa en 
is alt\jd eeni^szins los, daar de grove wolsoor- 
ten niet alt\jd samenpakken; indien de wol 
niet met kunstvrol of afvalproducten vermengd 
is, zgn kleedingstukken uit cbeviot echter zeer 
duurzaam. Het vervaardigen van cbeviot is een 
der voomaamste takken van de wolindustrie, 
hoewel in iboofdzaken met afw:gkend van de am.«* 
dere takken dezer n^jverheid. 

OheTlots of Cheviot HiUa is de naam van 
eto ibergketen, 56 km. lan^, gelegen tusschen 
Northmnberland en Bozbur^shire, die de grens 
tusschen Engeland en Schotland vormt en een 
hoogte van o67 m. ibereikt. De kem van het ge- 
bergte bestaat uit porfier. De hoogste deelen 
zgn met moeras bedekt, maar de dalen osgn 
vruohtbaar en rijk aan weiden. Zeer veel wordt 
er aan schapenteelt gedaan. Talrjjke zgrivieren 
van Tjne, Tweed en E^sk ontspringen op deze 
bergketen. 

Oheviotsohaap. Zie Sehaap, 

Ohevr. Zie Chev, 

Ohevreau, Julien TfUophile Henri, een 
Franeeh ataatsman, werd geboren in 1823 te 
Pargs. Nadat hn van zijn vader, die lid Yan het 
Wetgevend Liohaam 'was, zgn opleiding ont- 
vangen had, vergezelde hg zgn vnend Laurent- 
Piehat m 1841 op een reie door ItaliS, Oriebein- 
land, Egypte en SjriS, waama de beide reismak- 
kers een deel gedichten: „Les vojageuees" (1844), 
uitgaven. Ohevreau, een gveriff fionapartiet, deed 
zgn best om na 1848 de candidatuur van LocEe- 
w^k "Napoleon voor het presidentsohap te bevor- 
deren en w<eird hdervoor beiloond door een benoe- 
ming tot prefect van het departement Ard^che 
(1849). Den 2den Decem*ber 1851 ondersteunde 
hg den staatsgreep en v^erd dientengevolge secre- 
taris-generaal van BinnenJandsehe Zaken en in 
1853 €rtaatsraad. Oneenigheid met graaf Per- 
8igny gaf aanleiding, dat hg zgn oetrekkiing 
nederlegde, waarna hij als prefect in hetd^ar- 
tement Loire Inišrieure 'werd geplaatst. Hier 
stichtte bij veel goeds; hij verbeterde het lot 
der arbeiders, deed het groote Hdtel-Dieu te 
Nantes verrgzen, riep een onderstandsvereeniging 
in het leven en bevorderde te Nantes de tabaka- 
nijverheid. In 1864 werd hg prefect van het 
iRh^nedepartement. Toen Ollivier in 1870 de 
teugels van het bewind in handen nam en den 
prefect der Seine Hausmann ontsloeg, kwam 
Chevreau in diens plaats. Na de aftreding van 
Ollivier wierd hg, zonder zgn betrekking aJa 
prefect te verliezen, in het Kabinet Palikao 
minister van Binnenlandsche Zaken, doch de ge- 
beurtenissen van den 4den September 1870 Be- 
roofden hem van al zijn posten en deden hem 
naar Brussel trekken. In 1885 werd hg gekozen 
tot afgevaardigde voor Ard^che. Hij overleed te 
Yerres in 1903. 

Ohevreul, Miehel Eug^e, een Fransch schei- 
kundige, den 81 sten Augustus 1786 te Angers 
in het departement Maine-et-Loire geboren, stu- 
deerde te Pargs en werd in 1809 assistent van 
zgn leermeester Vauquelin. In 1813 werd hg 
benoemd tot hoogleeraar in de natuunveten- 
schappen aan het Lyc6e Charlemagne, in 1820 
daarenboven tot eiaminator aan de Polyteohni- 



118 



CHEVEEUl^CHETSSON. 



8che school en in 1824 tot directear der ververg 
bjj de goibelinfal)riek. Van 1830 tot 1879 was 
hg boogleeraar aan het Coll^ge de France; h^ 
OTerleed den 9den April 1889 te Paqj8, bqna 
103 jaien oud. Hg eobreef: »Reoherobee dmnd- 
que8 sor les eorps gras d'origine aniniale" (1823, 
nienw« druk 1889), ^Considčrations ^čn^rales 
601 Fanaljse arganigae et ses applications'* 
(1824), ,3echerohe8 enr la teinture" (1826), „Le- 
9ons de chimie appliqu6e ii la teinture" (1831, 
2 diLn.)» iiDe k loi du oontraate eimalt&n^ d«8 
coulears et de rassartimenit des objets colori^s" 
(1839; nieawe dirzk 1840), „Th6orie des effets 
'Optique8 que pr^sentent les 4toffes de soie" 
(1846), „Rechen:lie8 cliimique8 sor la teinture" 
(1862 v.T.)f >»^e8 ooaleors et de leurs applica- 
tions aux arts industriels ^ Faid« des cercles 
chromatique8" (1864; nienive druk 1888), „In- 
troduction k rhistaire des oonnaissances chimi- 
que8" (1866), „Hi8U>ire des principales opinions 
de la nature chimique des corps (1869), ,J)e 
la baguette divinatoire, du pendule ezplorateur 
et des tables tournaaites" (1854). Z^n st^ind- 
beeldi (dioor OuiUaume) !werd m 1886 m ihet 
museum voor natuurl$ke historie geplaatst. 

Obevreiise, Marie van Rohan, hertogin 
van, irerd in 1600 ged[>oren en huwde op den 
leeftjjd van 17 jaar met den oonnštalble van 
Lujnes. Na 4 jaar reeds weduwe, hu^de z\j den 
hertog van Chevreuse en nam daarna deel aan 
de im dde dagen zoo 1aJx^e inbniges en samen* 
zweringen, den laatsten tegenstand van den 
hoo^en adel tegen de onbeperkte koninklgke 
ma(Sit. Door Richelieu, >wiene gevaarl^kste te- 
genataoMlsteT z^ wa8, naar £hige]«und Teirdireven, 
keerde i^ na den dood van Lodew^k XIII 
in 1643 terug en bemoeide zich na 1650 gverig 
met de Fronde. Met den grooten Candi trad zij 
in enge verbinding en onderwierp zioh eerst, 
toen de zaak geheel verloren wa8. Z^ overleed 
in 1679. 

OhevTon is de naam van een onderschei- 
diDgsteeken voor ondeiofficieren, uit het Fran- 
eche leger afkomstig en ook in het Nederland- 
sche ingevoerd. Het bestaat uit hoekvormig op 
den ixMmw genaaide tressen. Ook werden aldus 
genoemd soortgelgke tressen, welke in overeen- 
atemming met hun aantal of b^zondere kentee- 
kenen bg onderorfficieren en minderen het aantal 
dienstjaren aanw^i!zen. 

Als »>odanig zijn zij tegen<wooTdig vervan- 
gen door een ^ekroonde letter W. 

OhevTon m de 'wapenkunde. Zie Keper. 

Ohevronel in de wapenkunde is een smalle 
keper (zie Keper). 

CheTTonraderen t>f p^lraderen,ZieTand- 
raderen, 

Oheyenne is de naam der hoofdstad van 
den Noord-Amerikaanschen staat Wyoming, 
graafsehap Laramie. Zij ligt 1851 m. boven den 
zeespiegel aan de Undon-Pacificlijn, bezit een 
<kapi>tool, een biibliotheek, 8poorwiegwerkplaat8en, 
achaatsljjperijen, veel veehandel en telt (1911) 
1 1 320 in)WoneT8. 

Oheyne, Thomaa Kelly, een Engelsch theo- 
loog en bijbelcriticus, werd den 18den Septem- 
ber 1841 te Londen geboren. Van 1868 tot 1880 
was h^ „feIlow" van het BaUiol CoHege te Ox- 



ford, van 1880 tot 1885 predikant te Tendring 
in £8sex. In 1885 werd hg hoogleeraar in de 
Bjjbelsche ezegese en kaoonikus van Rochester. 
Sedert 1884 -wa8 hg lid van de Old Testament 
Revisio<D €ompany. Behalve commentaren op de 
profeten Jeaaja, Jeremia, Hoxea em Mieha, 
schreef hij: „No<te6 and criticiems on the hebrew 
text of Isaiah" (Londen 1868), „The book of 
Pealms" (Lomden 1884, 2de druk 1888, omge- 
werkt 1904), „Jo*) andSolomon" (Londen 1887), 
„Je<remiah, hie life and times" (Londem 1888), 
,^The origšin and ireligious oonten»ts of the psal- 
ter" (Londen 1891), „A'id8 to the devout study 
of criticism" (Londen 1892), „Founders of Old 
Testament criticism** {Londen 1894), „Introduc- 
tion to <the book of Isaiah" (Londen 1895), „Je- 
wi8h religious life after the Exile" (Londen 
1898), „Isaiah" {critisohe textnitgAve met ver- 
taling, Londen 1897—1899), „The ehristian use 
of the Psalms" (Londen 1899). Gheyne iwas me- 
deuitgever van de „Encyclopaedia BiMica" (Lon- 
den 1899—1903) en ook van de „Critica Bibli- 
ca" (Londen 1903). In 1908 trad h$ als hoog- 
leeraar al. 

Oheyne->Stokes, AdemhaUngsverseh^nsden 
van, no^nt men een zekere verandering der 
gewone ademhaling. Zg komt voor b^j sommige 
emstige iziekten (hartvervetting, uraemie, bcroer- 
te, hersenziekten) en openiSaart zioh door een 
vr^ lang ophouden der ademhaling, eerst ge- 
volgd door een {lauwen, eohier onmerkbaren 
ademtocht en dan door een gedurig diepere en 
eindelijk zeer krachtige adenihaling, waama de- 
ze allengs vreder flaawer wordt en ten slotte we- 
der eenigen tgd tot stilstand komt. Dit verschijn- 
sel ontstaat door een vermindering der prikkel- 
baarheid van het in het verlengde merg gelegen 
oentrum der ademhaling en is gewooDlgk een be- 
denkelijk teekea' voor het verloop der ziekte. Bet 
ontleent z^jn naam aan de beide En^elsehe art- 
sen, die dit verschtineel het eersrt hebiben be- 
schreven, namel^k Oeorge Cheyne (geboren in 
1671, overleden te Bath den 12den April 1743) 
en William Stokes (geboren in 1804, overleden 
te Dublin den 7den Januari 1878). 

Oheyflwoii, Emile, een Fransch staathuis- 
houdkundiee en statisticus, werd den 18den Mei 
1836 te Nimes geboren en op 18-jarigen kef- 
tgd toegelaten tot de Eoole polytechnique te Pa- 
rijs^ waarvan hij na twee jaren overging naar 
de Eoole des ponts et chaussčes. In 1870, ge- 
durende h€<t beleg van Parijs, werd h^ belast 
met de meelproductie en bleef h\j daarna werk- 
zaam in technische staatsbetrekkingen. Toen hg 
in 1877 aan het hoofd 'werd geplaatst van de 
cartografische afdeeling van het ministerie van 
openbare werken, vormde hg dit bureau om tot 
een administratief en technisch statistisch ba- 
leau, dat het ,yBulletin de stati stique et de 16- 
gislation oompar4e" en het „Album annuel de 
stati8tique grapihique" nitgaf. Reeds in 1867 
wa8 hij de medewerker geworden van Fr^Urie 
Lepltty bg de door dežen uitgegeven „0uvrier8 
europ^ens" en »Ouvriers des d€ux naondes", se- 
ries van monographiete over het leven v»n ar- 
beidersfamilies (budgets ouvriers), Van 100 van 
deze arbeidersbudgets heeft hg een 8yntheti8ch 
overzioht eaamgesteld. Als hoogleeraar aan de 



CHETSSON— CHLANA. 



119 



Ecol« nfttionale dea mineš en de Ecol« libr« des 
scienees politiqae8 beeft hg z^*n leerling^en ge- 
duldig nniversitair 8emiDariewerk g<el€erd. §e- 
dert 1901 wa6 iu^ lid van bet Institut de Fran- 
ce. In 1885 behoorde hy tat de opri4*hter6 yan 
het Inatitot iniemational d« statieti^ae. Tal yan 
g«8chriften veTSohenen van z\jn hand, die in ver- 
schillende tijdfichriften zijn opgenomen. H\j over- 
ked den 7deii Februari 1910 te Leyfiin sur Aigle. 

Oh6xy, Antoine bionard de, eeB Fratasch 
orientalist, d«n 15den JaBuari 1778 te Neuillj 
geboren, ontving z^n opleiding aan de Poljtedi- 
nische school, legde zich Tervolgens toe op het 
Sanskrit, werd in 1815 boogleeraar in deze taal 
aan het Coll^ge de France en overleed den 31 sten 
Augustos 1832. Zijn belangrpete werk ds een 
uitgave en een Fransche vertaline van het dra- 
ma: ..Saknniala'' van Kdlidčsa (Par^'8 1830). 

'Ghčxy, Heltnine de, geboren von Klencke, de 
eohtgenoot Tan den vooigaamde, den 266ten Janu- 
ari 1 783 te Berlijn geboren, ontving een zorgvul- 
dige opvoeding en huwde met De CA^^^ tnodat z|j 
van een Troegeren eehftgenoot gescheiden wa6. 
Toen ZQ zich ioi haar nieawe verbidoftenis ook niet 
ofelnkkig gevoelde, keerde z^ in 1810 inaar I>ni<t£ch- 
land terug en wijdde er zich aan letterknndigen 
arbeid. Na het nitbarsien van den bevrgdings- 
oorlog in 1813 sneide zg haar gewonde landge- 
nooten met aooveel ^^er te hulp, dat zy daar- 
over in moeil^kheden werd gewikkeld met het 
Fransch 'bestuur te Eeulen. im. d len t^ <woonde 
zij eerst te Heidelberg, later afwisselend te Ber- 
lijn, Bresden, Weenen, MGnchen en Oenftve. 
Door haar „Gediehte" (1812, 2 din.) en haar 
.JETerzenstSne auf Pilgerwegen" (1833) verwi€rf 
zg een eervoUe plaate onder de dichteressen der 
romantische school. Het riddergedicht: „Die 
drei weiszen Rosen" vond een plaats in „Ura- 
nia" voor 1821. Van haar romans noemen vg: 
„Emma*8 Prtliungen" (1827); voorts sohreef zij: 
„Erzšhlnncen nnd Novellen" (1822, 8 din.), 
„Stundettblumen" (1824—1827, 4 din.), en den 
tdcst voor „EuTyanthe" een opera van Weber 
(1824). In haar laatste levensjaren .werd zij 
blind. Zg overleed den 28sten Februari 1856 te 
Genove. Na haar dood zgn haar gedenkschriften 
onder den titel »Unvergessenes" door Berta Bom- 
grdber in het lieht »verschenen (1869, 2 din.). 

Ch4%y, JVilhelm de, een zoon dfr ibeide voor- 
gaanden, den 2l5ten Maart 1806 te Parijs gebo- 
ren, schreef een reeks van vertellingen, zooals: 
„Der fahrende Sohtiler" (1835), „Der fromme 
Jude" (1845), „Das grosze Malefi2?buch" (1847), 
„E>er letzte Janitschar" (1853) enz. Van zijn 
overige werken, waaronder het heraldieke 
^^Ghreneold", moeten vooral lijn „Eirinineruiigien 
aus meinem Leben" (1863—1864, 2 din.) ge- 
noemd worden. Hij overleed den 14den Maart 
1865 te Weenen. 

Ohlabrera, Oahriello, een Italiaansch dich- 
ter, den 8sten Junl 1552 te Savona geboren en 
re^s TToeg van zyn oudera beroofd, ontving 
door de zorg van zijn oom te Rome een weten- 
fichaippelpke opleiding, kwam na diens dood in 
dienst bg den kardi<naal Comaro, moest wegens 
tiweegevechten de w\[k nemen naar zgn geboor- 
teplaats en zat hier €en half jaar in de gevan- 
genis. Daama w\jdde hij zich met zoo goed ge- 



volg aan de dichtkunst, dat de vorsten er een 
eer in stelden, hem als gast te ontvangen. Hg 
schatte eohter zgn onafhankelijkheid te hoog, om 
zioh daardoor te laten vei^blinden. Hg was een 
man van degelgke geleerdheid, die zich vooral 
in de ode en het lied door echt dichterlgke ver- 
hevenhfid van denikbeelden en door een sierlg- 
ken vorm onderscheidde. Chiahrera overleed den 
14den October 1638 te Savona. Zijn dikwijls ge- 
drukte lyrisehe gedichten zgn het volledigst ver- 
zameld onder den titel: „Rime" (Rome 1718, 3 
din.). Een goede bloemlezing leveide Polidori 
(Florence 1865). 

Ohiaje, Stefano delle, werd den 25sten 
April 1794 in Teano di Terra di Lavora gebo- 
ren. Hg stndeerde te Napels en werd daar ook 
hx>ogleeraar ipn de anaitomiie en de zoologde. Ook 
beoefende hg ijverig de botanie. Zijn belangrijk- 
9te werken behandelen het oog, de Wormen, de 
Weekdieren, de Eohiniden en de pharmaceutisch 
belangrgke plan<ten (Napels 1824, 2 dim). Zg^n 
hoofdverdienste is, dat hg het onderzoek van 
de Italiaansche land- en zeefaona zeer beeft be- 
vorderd in de door Cuvier aangegeven richting. 
Vooral van belang zgn de „Istituzione di ana- 
tomia e fisiologia comparata" en zijn hoofdfwerk 
,J)e8crizione degli anamali invertebrati della Si- 
ciUa citeriore" (2de dnik Napels 1841—1844, 
8 din.). Zjjn gezamenlijke wer£en zijn uitgege- 
ven in 20 din. Hg stierf te Napels den 22sten 
Juli 1860. 

Ghiala, Luigi, een Italiaansch schr^ver, 
werd den 298ten Jannari 1834 te Ivrea geboren. 
Hij stndeerde in de philologie en nam deel aan 
de oorlogetn tegen Oostenr^k in 1859 en i<n 1866. 
Met ijver verdedigde h\) generaal Lamarmora m 
de stukken: „Le gi6n6ral Lamarmora et l'allian- 
oe prussienne" (Parijs 1868), „Cenni storici sni 
preliminari della guerra del 1866e sulla battag- 
lia di Cusftoza" (Florence 1870—1872) en „Aii- 
oora un po' piti di luoe" (Turjin 1902) en schreef 
»^iioordi della giovinezza d i Alfonso Lamarmo- 
ra" (1879). Hq redigeerde van 1870 tot 1876 de 
„Rivista militare" en (werd in 1882 in de Kamer 
gekozen. In 1892 werd hQ tot senator benoemd. 
Verder sohreef h«: ,J)al 1858 al 1892" (Tur^n 
1892—1893, 3 din.), „Politica spreta di Napo- 
leone nie da Cavonr" (TnrSm lo95), „Oiaoomo 
Dina e Topera sna nelle vioende del rieorgijnen- 
to italiamo" (Tna^jn 1896), „La Triplice e la Du- 
plice Alleanza" (Turgn 1897), „La vita e i tem- 
pi del generale Oius Dabormida-Regno di Carlo 
Al-berto 1848—1849" (Turgn 1897), „Pagine di 
storia contemporanea" (Turjn 1897). Ook gaf 
hij uit „Lettere di Camillo Cfavour" (Turijn 1883 
—1887, 6 din.). Den 27eten April 1904 is hij te 
Rome overleden. 

Ohlana, in de Oudheid Clanis geheeten, is 
de naam vam een iTvier in de Italiaansche land- 
schappen Toskane en UmIbriS, die uit een lan- 
gen t\jd moerassige, In het midden der 18de 
eeuw droog gelegde laagte tusschen Arno en 
Tiber ontsrtAat. Zij zond haar water in de Oud- 
heid slechts naar de laatste, totdat door de groo- 
te afdamming&werken sedert 1551 de moerassen 
van het Ohianadal drooggelegd en de rivier in 
twee armen verdeeld werd: de eene, het Canale 
MaSstro, grootendeels gekanaliseerd, voert de 



120 



CHIANA— OHIAVENNA. 



grootste hoeveelheM (watei iiaar. het N. in de Ar- 
no, 11 ikm. ten N.W. van Arezzo, d« anderCi 
Ckiana, Tereenigt zioh 'by Orvkto met de <DaaT 
de Tiber gaand« Paglia. Het spHtsiiigspunt ten 
N. van liet lonso di Chiusi ligt 251 m. hoog. Na 
is het Val di GhlaDA, vooral ten gevolge van de 
werkzaamlieid vaoi graaf Fosson3>r<mi (1754 — 
1844) een der Trnchtfoaarste streken van ItaliS 
met meer den 100 000 inwoner8. Onder de koB- 
telgke wgin80orten is de Montepuldano een der 
meest geliefde van ItaliS. 

Ohiapas, Las, de zuidelpate etaat van de 
republiek Meiico, grenst ten N. aan Tabasco, 
ten O. en Z.O. aain GuatemaLa, .ten Z. aan de 
Golf Tan Tehuantepec en ten W. aan Oaraca en 
Veracru2. fiet land is bergachtig en telt op een 
oppervlakte van 70 524 v. km. een bevolkingvan 
(1910) 436 817 •inwoners. Het platean van .Chia- 
pas is een voortzetti!ng van dat van Guatemala, 
maar minder iboog, daar het zioh slecht« tot 1000 
m. ibovem de oppervlakte der zee verheft. Het 
«aidwe8tel\jke randgebergte draaet verscheiden 
uitgedoofde vnlkanen, zooals den Soconusco 
(2380 m.), de ibeide vulkanen van Amilpas, den 
8apoti<tIa(n enz. Naast deze bergketen vindt men 
er nog 2 andere, die er evenw^dig mede loopen, 
waari<n) een der hoogste itojmen, de Hueitepec, 
ten O. Tan San Oristobal, 2667 m. bereikt; eH 
daartusschen liggen vruchtbare dalen met een 
heerlp kHmaat. Er zgn vele rivierem, welke n<Ai 
nootendeels door Tabasoo heen in de Golf van 
Mezioo uitetorten, en de ibelangr^ste daarvan 
is de Rio-Chiapa8 of Rio-Talbasco, in den boven- 
loop Mescalapa, in den middenloop Grqalva ge- 
•noemd, die in de ibergen van Cuchumalanes onit- 
epringt. Het klimaat wordi; er in het algemeen 
voor gezofnd gehouden, en een aanzienl|]k deel 
des la^fi is met woQden >bedekt. De landbouAv is 
er weinig ontwikkeld) de fn^verheid van ■wei'nig 
beteekeniS) en ook de handel gaat er gebukt on- 
der het gemis Tan voldoende middelen van ver- 
feeer. Het haad bnengt ecbter Toortreffel^jke ita- 
baik Toort. De inivomers zjjn meest Mestiezen en 
Indiaoieni. Men heeft er ^rootsche •bouwvalIen ai't 
het v66r-Europeesche tg^perk. De oud^ stad diee 
lands is Chiapa de los Indios, in 1527 gesticht 
en door ongeveer 1600 Indianen i)ewoond, doch 
de hoofd«rtad is Tnitla^Gotsenez (1910) 10 217 
in'woners; de ^rootste stad is San Cristnbal de 
los Llanos of Ciudad de las Casas. Het land be- 
hoorde onder de Spaansche heerschappg tot het 
kapitein-generaalsohap Ooatemala, vraarvan het 
met Tuxtla en Sooonufioo een eken intendantie 
vormde. Na de revolutie sloten Oiiapas en Taxt- 
la zioh ak een eigen etaat bij de Meneaanedhe 
foederatie aan, de door haar voortreffelpe cacao 
beroemde kustprovincie Soconusco bij de repu- 
bliek van Centraal-Amerika, b\j wdke zij tot 
1854 bleef, toen Guatemala al z^jn aanspraken 
op Sooonusoo aan Mexico liegen 420 000 peso^s 
aistond. 

Ohlarl, Pietro, een Italiaamsch romanschr^j- 
Ter en dichter, geboren te Brescia in 1711, voeg- 
de zich bij de Grde der Jecculeten en wQdde ziSi 
aan de wetensohap. Weldra Terkreeg h^ den ti- 
tel van Hofdichter van den hertog van Modena 
en vestigde zich te VenetiS. Op gevorderden leef- 
tgd begaf hij zioh weder naar Brescia, waar h^ 



in 1785 overleed. Z^n dramatisehe cesehrilten 
zim verschenen onder de titels: „Conmiedie" 
(Venetie 1756, 10 din., en Bokgna 1759—1762), 
,,Nuova raooolta di commedie" (Venetih 1762) en 
„Tragedie" (Bologna 1792). 

Ohiarlnl, Oiuseppe, een Italiaansoh diditer, 
paedi^goog en criiicus, verd den 17den Augns- 
tus 1838 te Arezzo geboren. In 1860 (werd hg se- 
cretaris b^ het minieterie van Onderwg8 en in 
1867 inspecteur op de inrichti-ngen van hooger . 
onderw\js te Idvomo, in 1884 direoteur van het 
lyceam Umberto I en daama schoolraad te Ro- 
me, waar hg den Isten Aaguatos 1908 overleed. 
(Seduiende 2$n verbl^f te Tnrpn ledigeerde hjj 
eenigen t^ de „Revista italiana". Nadat hy 
met de Regeeoring naar Florence wa8 verhuisd, 
stichtte im aldaar het „Ateneo italiano", dat in 
weerwil van zjjn belangq}keni inhoud weldra 
verdvveen. H^ gaf werken uit van Leopardi, Fos- 
colo e.a. en onderecheidde eich in zgn „Poe6ie" 
(Ldvomo 1874) en in de gezangen „In memori- 
am" <Imola 1875), maar vooral in ,Jjacrymae" 
(Bologna 1879) als Ijdcns. Een Tolledige nit- 

fave znner „Poe8ie" versoheen te Bologna in 
902. Verzamelde critiache opstellen over de 
nieufwere letterkonde bevatten de: „Omibre e fi- 
gure" (Rome 1883), »Doane e poeti" (Rome 
1885), „LettuTO di storia patria" (Florence 1887, 
dl. 1), „Gli amori de U. Foscolo" {fiologna 1891, 
2 din.), „Studi e ritraitti letterari" (Livorno 
1900), „Giosu^ Cardttcd" (Bologna 1901). Bo- 
vendien vertaalde h\i Eeine'8 »Aitta TroU" {Bo- 
logna 1878), „Deut6chland" (1883) en „Gedich- 
te" (1883). 

Ohiasmodua niffer. Zie Schelvisschen. 

Ohiastoliet is een variSteit van hc<t mine- 
raal andalusiet <zie aldaar). Het komt voor in 
lange, dunne kristallen, die een dikwyis scherp 
begrensde, vaak kruisvormige, door een koolach- 
tige stof donker gekleurde kern omsluiten, in- 
gegroeid in leien. 

OhlaTarl is de naam van een arrondisse- 
mentshoofdstad in de Italiaansche provineie Ge- 
nua. Zjj ligt aan de baai van Rapallo (Riviera 
di Levante) en aan. den &poorweg -Genua — ^Pi- 
sa, te midden van een i^ken plantengroei, be- 
zit verscheidene mooie kerken en paleizen, een 
lyceaalgymnasium, een technische en een zee- 
vaarts<SK>ol, eena haven en telt (1911) ongeveer 
10000 (als gemeenite 14(Htl in.woners, die zioh 
met vischvangst (sardellen), «wyn- en oliebouw, 
fabricage van meubels, vooral stoelen, en han- 
del, vooral in W9n, olie en kaas, bezighoudNi. 

OhiaTenna is de naam van een stad in de 
ItaOnaansohe provande Sondido. Zg ligt ten N. 
van het Comomeer, 300 m. boven den zeespie- 
gel, in een Trucditbaar dal aan de Mera en is 
een ibelangrSk etation van den 8poorweg Golico 
— Chiavenna, den- electrischen tram Tiecco — 
Ohiavenna en de Alpenwegen over den Splflgen 
door het dal San Giacomo en over den Maloja- 
pas door het Bergelldal. De stad heeft een mooie 
renaissance kerk, San Lorenzo, een onvoltooid 
kasteel, de rulnen van een oude vesting en telt 
(1911) ongeveer 3000 (ale gemeenite 4349) anwo- 
Ders. In de berghellingen trefit men talrgke 
kloofvoimige opcningen aan, zoogenaamde Ven-- 
taroli, die als wgn- en bierkelders dienst doen. 



o 
o 
< 



o 



CHIC AGO 



Slatestreet, gecien van Madii 



-. '^v . 



1 .. . t 



CHIAVENNA--CHICAGK). 



121 



4 km. ten O. lig^ het door eea bergstorting ver- 
wo6Bt dorp Plurs. 

OhiaTfiima was reeds in 1038 de hoofdplaats 
Tan «eii graafsohap, dat in d« 12de eeuw tot he<t 
hertogtdom Zwabeni tbehoorde. In 1335 ]Dwam h«ft 
graafechap aan d« VdBconti van Milaan, dde tet 
aam de familie Balbiani in leen gaf. In 1512 
w«rd Giavenna Teroverd door de Graorbonder- 
landers en deze behiel<ien het na bet dempen 
van een gedurende den Dertig^jarigen Oorlog 
uitgiebroken opstand tot 1797. Daarna kwam de 
»tad aan de Cisalpgneche repnbliek, en haar ge- 
echledeniB yalt sedeii dien t^d samen met die 
van Lomfbardqe. 

Ohlaverl. Oaetano, een Italiaansch boaw- 
meester, in 1689 te Rome geboren, iras tot 1749 
in dienst der koningen van Polen, die tevens 
keurvorsten van Saksen 'warein. Als 20odanig be- 

fon h^ in 1738 met het boiiwen der Roomsch- 
'atholieke iHo&erk te Dresden, die eohter pas 
voltooid werd, nadat hii weder naar ItaliS te- 
ruggekeerd was. Dit gebouw is een der ibeste, 
in Duitschlaiod gedurende de 18de eeuw verre- 
zen. Chietveri overleed in 1770 te Foligno. 

Ohibcha is de inaam van bet macbtigste 
volk, dat v66r de ontdekkinc van Amerika bet 
gebied van bet latere kondn&r^jk Nieuvr^Grana- 
da, bet tegenvroorddge iGolumbia, bewoonde. Het 
middelpuDft 'was de boogvlakte van Bogota en 
de in bet N. daarbjj aanslniftende boogduen vnn 
Tmija en Sogam^oso. Zjj bebben eehler ook in 
de heete daJen in bet Z. van Bogota gewoond 
en op de gebeele O.-belling der Cordlllera'8 tot 
aan de Uano^s van den Rio Meta. Op b<t boog- 
land verbouwden 2^ aardappelen, mals en oni- 
KK«, in de beete dalen katoen en maniok. Ook 
dreven zjj met de omwoiD0nde volken een wini6t- 
gevenden bamdel in steenzont. 

JDe talr^ke etamrnen, die onder erfelgke op- 
perboofden (usaoue) stonden, ivasen leeds vroeg 
vereenigd; aan bet boofd stond bet opperboofd 
vam Tunja, dot deit titel zaqae voerde. Dit 
verbond werd later opgelost, toen de in Muiki- 
ta, bet tegenwooiddge f*ttnza, woinende Zif>a de 
zoJdelJike stammen om zlob verzameilde en een 
mededinger van den zaque werd. Een afzonder- 
l^ke plaats onder de overige opperboofden weid 
iingenomen door dien van Iraca in Sogamoso; 
aan bem werden als afstanunelln«^ van den god 
der beschaving bovennatnarlijke Kracbten, voor- 
ai over het weer, toegesohreven. 

De Chi«bcba vereerden zon en maan en vier- 
den bij •nieiDwe maan bet buwelijk van beide. De 
zoimiegiod Tersob^t als die door bet laoid itrek- 
kende god der bescbaving en draagt als zooda^ 
mg den naam Chiminixagahua of Netnteregue- 
teba. In het dal van Bogota werd vooral de op 
den regenboog verscb^jnenden Boehica vereera. 
Buitendien vereerden zij een god der aarde, 
Chibehaeum, de oermoeder Badieu of Fucha 
eko gue (de goede vroaw) en dem vosgod Fo of 
Nemcataeoa, den god der knnst, der bandweiks- 
ilieden, schilders en ecbilderessen en gelijkt^jdtig 
die der feesten en gezangen. Als b^'zondere ge- 
sobenken werden den goden gonden beeldjes 
(tunjos) in versobillende diergestalten en andie- 
re kostbaarbeden aangeboden. In Ouatavita be- 
etrooide zieh de kazike met atofgond, voer op 



een vlot in bet meer, wierp de gonden offerffa- 
ven in bet water en baadde zich. Door dit ofier 
i< de sage van bet Eldorado {zie aldaar) ont- 
staaik Ck)k werden paip^aaien, die men eerst 
leerde spieken, en in eommige gevallen men- 
scben geofferd. Om de 15 laar werd biertoe met 
groote plecbtigbeid eeoi knaap doodgeschoten, 
die vooT deze ofierbande afzonderl^jk was opge- 
voed en als de persondficatie van den reizenden 
zomnegod Nemteregueteba gold. De offerpries- 
ters werdeD in afzonderl^ke inricbtingen (cuca) 
tot een ascetiseb en kuiscb leven opgevoed. 

Voor de ondheden der Cbibcba en naburige 
volken, zie de plaat Amerikaansebe ondheden, 
II, fig. 6—10. Van deae z^jn in vele Europeescbe 
mueea groote verzamelioigen aan'wezig. De zoo- 
genaamde kalendersteenen (fig. 8), waarop ver- 
sobillende dieren in reliM afgerwerkt z^n, bad- 
den geen ander doel dan bet goudblad in den 
vorm van die dieren te dreven. Onder de voor- 
iwerpen van aardewepk vindrt men eigenaardige 
menschvormige potjes (fig. 6), zeer dikwgl8 met 
een soort bebn of balvemaanvormig boofddeksel 
en die een gouden bal ve maan in bet kraakbeen 
van dien neu« droegen. Bijj de Columbiscbe stam- 
men hing die eouden maan over den mond, 
waan>m ze door de naborige Peru-Indianen quU' 
lasenea, d.w. z. »»masnmeuzen", genoemd wer- 
den. Deze fignren zg-n gewoonl^k bol en bebben 
een gat in bet achterboofd. Vermoedel^k z\jn 
bet de potjes, vraarin aan de goden etof- 
gond en andere kostbaarbeden geofferd wer- 
den. Verder badden zg fgn bescbiloerde kruiken, 
in wellDer versierimg bet Andreaskruis vaak voot> 
komt (fig. 7). De merkwaardigste voonverpen 
zgn ecbter de gonden figuurtjes (fig. 9). Het 
eigenlijke liohaam wordjt door een gedreven 
plaatje gevormd, de omtrekken len ledematen der 
liguur woirden voorgesteld door daarop beves- 
tigde draden. Vaak vindft men viouwel\jke fign- 
len met een kisnd in den arm, die ^aarscb^nl^k 
de oermoeder Baehue voorstellen. 

Het C3ii>bGbavoIk en z\j>n taal wordt in de be- 
ricbten geiwoonlijk met tnuy8ca aangeduid. Dat 
is ecbter ndet de naam, maar beteeken/t in de 
Chibcbataal menscb. De taal is thains uit^estor- 
ven, boewel zg door de Spaaneohe zendelingen 
bestndeerd werd. 

Het land werd in 1538 door de gelijjktjdig 
van drle zijden aanrabkende Spaamsche legers 
bezet. Van den Rio Magdalena uit Tras de ade- 
lanitado 0(mxalex Kimenet de Ouesada het eerst 
tot bet hoogland van Bogota doorgedrongen. Se- 
baatiaan de Balalcamr wa8 vatn Qaito uit over 
den Popajan naar Bogota getrokken en Nico- 
laas Federmann kwam udt Venezuela van bet O. 
over de Ihnos aan den Rio Meta. 
Ohlca. Zie Chieha. 

OhlcaffO (zie den plattegrond en de plaat) 
is de na^m van een stad in bet graafechap Cook 
van den Koord-Amerikaanscben staat Illinoi«, de 
tweede stad der Unie en der Nieuwe Wereld. Z^ 
ligt op 41» 53' N..Br. en 87» 30' WX. v. Gt., 
aan den zuid'westboek van het Michiganmeer, 
etrekt zich over een oppervlakte van 500 
v. km. nit en ligt 179 m. ^boven den spie- 
gel van bet Midiiganmeer. De ibinnen bet 
fitadjogebied nit een Noord- en een Zuid- 



122 



CHICAGO. 



ann sameiiWoei«nde Chicagomkr vonn^t een 
tamel^k goede !iiataurl\jk« h&7en, waaruiit door 
iiormalkeeriing en het aanleggen« van groo- 
te damrnen aan ihaar iDODding beoievens (onge- 
veer 20) doUcken g«inakkel^k «en Toortreffelijke 
haven gevorm<) kon w<>rde!n. In den tegeiLwoor- 
dg«n t^d -trachi; men :haar overal op een diepte 
Tan 6,3 m. te breng>en, zoodat zeer groote stoom- 
ibooten daarim kunnen laden en lossen. Door de 
uitbreidLDg Tan Chicago in znidel^'ke richting 
Tlel ook die Calumet-River meer en meer binnen 
haar gebied, en aan haar monding 'werden even- 
eens £aYenwerken aangelegd. Als hcit zuid-^es- 
tel^k eiiD<lpn<nt van den grooten natuarlijken wa- 
terweg langs dle &t, Lanrensrivier en de Cana- 
deeeche meren en als bet (natnorlijke uitgangs- 
punit van een zeer rijJc acbterlandf, werd Chicago 
eohter tegel^ikertgd bet belangr^kste krui&punt 
Tan spoorwegen op bet Tasteland, 'waar tegenr 
woordig ongeveer 40 spoorlijmen samen komen. 
Met de Misaissippi werd door bet IllinoidEanaal 
een Terblnding tot stand gebracbt. Het klimaat 
is in dem zomer beet (tot 42<^), m d^i wiinter 
Teranderlgk en kood (tot -30<^). Cbicago beeft 
ook den spotnaam ,,Wi(ndy City" (wiiidstad) niet 
te Tergeefs oiniTangen. In 1900 bedroeg de jaar- 
temperataur 9, P C., de fneerslag 700 mm. De 
laagBte waargienomen temperatunr wa8 — 2S^ F. 
(op 24 Dec. 1872), de hoogste 108<> F. (op 21 
Juli 1901). 

De breede en pechte straten der stad loopen 
gedeeltelgk eTenw5dig aan, den oeTer Tan bet 
Miebiganmeer Tan (bet Z. uaar bet N., gedeelte- 
l^k recbtboekig daarop van bet O. moar bet W.; 
sleebts enkele gaan waaierTormfig Tan bet mid- 
den uit. Orer de ibeide armen- Tan de Cbicago- 
•ririer liggen 65 bmggen en 3 tunDels er onder. 
De Toomaam&te banael-8fwijJ[ ligt tosseben bet 
meer en de Zuid^bicagodTier, en de slagade- 
ren Tan Terkeer Tormen, naast State-Street (de 
Broad-wa7 Tan Cbicago), de Wasbab- en Micbi- 
gan-ATanne, de Wa8hi>ngton-, Market- en Soutb- 
Watersfcr€et. Daar 'bevimden zicb ook de toot- 
naamste geboawen, vaarvan sommige meer dam 
20 Terdiepingien boog z^, bet in FramBcben re- 
naissancestifl uitgeToerde stadbnis en bet ge- 
lecbtsbof, bet post- en douanekantoor, bet aadi- 
toriom met ean toren Tan 82 m., een groot bo- 
tel en een scbonwbnrg, de Trgmetselaarsloge, de 
konstbal, bet oomceitgieibon^, de opeoubare bibli' 
otbeek, bet geboiLW Tan de Kamer Tan Eoopban- 
del enz. Om de eigenl^ke etad liggen de 60,3 
•km. lange aTenues, breede met boomen beplan- 
te etrat^ welike de Toomaamste der 17 openba- 
re parken met elkamder Terbinden: bet 125 H.A. 
groote Liinoolnpark itn bet N.O., met standbeel- 
d!en Tan Lincoln, Grant, Schiller en Lassalle en 



een 25 m. booge electriscbe fontein, bet 91 H. A. 
groote Humboldtpark in bet N.W., bet Garfield- 
en bet Douglaspark (75 en 74 H.A.) in bet W., 
en bet Wasmii^n- em Jacksonpark (371 en 237 
H. A.), in bet Ž. Im bet laatstgenoemde bad in 
1893 de wereldtentoon8telEng plaats, waaryan 
de grootsobe gebouwen Toor een deel bewaard 
gebleven zijn. Im 1903 besloot bet fitedel\jk be- 
stuur tot opricbting Tan een aan tal volk par- 
ken, voorzien Tan tuFnibaillen, boeikergen, Teiga- 
der- en sobonwburgzalen, clab^ en refftauratiege- 
bouwen. Ook de 60 kerkboTen, waaionder bet 
Rosebill-Cemeterj in bet N.W. en bet Oakwood- 
Cemeterj in bet Z., z^n op de wijze Tan parken 
aangelegd. Van de 700 kerken en bedebnizen be- 
hooren 148 aan die Metbodisten, 116 aan de R.- 
Katbolieken, 75 aan de Gongregationali^ten, 61 
aan de Baptieten, 49 aan de Presbjterianen, 42 
aan de EpiBCopalen, 31 aan de Dndtseb- en 16 
aan de Z^eedscb-Lntherscbeni, 20 aan de IsraS- 
lieten enz. Slechts enkele, zooals de Eatbolieke 
Eatbedraal, de St. Jameskerk, de Peter-Panl- 
kerk, de ImrnanoeLkerk en de Simaltempd zgn 
arcbiitectoniscb belangxgk. Een 12-tal waterlei- 
dingen leTeren dagelifks 728 226 000 gallons wa- 
•ter. De afvoeiikamalen toot faecaliSm en straat- 
Toil liepeni Troeger nit im de ObicagoriTier en 
bet meer, tot de bedenkel^ke geTolgen daarvan, 
o.a. een tjpbnaepidemie in 1891, geleid bebben 
tot den aanleg Tan het groote Cbicago-Draineer- 
kanaal, hetwelk, 48 m. breed, 6,6 m. diep en 45 
km. lang, de afralprodncten maar de Desplai- 
nes- en Illimois RiTer Toert, en den loop Tan de 
CbieagoriTier OTer een zekeren afstand kun&tma- 
tig omgekeerd beeft. Zee groote etations, waar- 
in dagel^jk« ongeTeer 200 posttreinen en 10 000 
goederenwagem8 ibitnnemlooipen, zorgen voor bet 
Tierkeer naar buiten, een etedelijke Tdadiietspoor- 
weg, beneTens talr^^e electrieobe en kabelspoor- 
w«^en, alsmede omudlbnssen Toor dat der stade- 
wijken onderling. De electiidteit TOor den tram 
b^Tene Toor de 4400 -booglampen, dde de stad 
Terlichten, wordt im boofozaak geleverd door 
iwee groote maatecbappijen. Het spoorwegTer- 
voer l^aagt dageIpB gemlddeld 200000 rei- 
zigers. 

Terwijil CShicago im 1829 nog een dorp <wa8 Tan 
12 bmizen, bedroeg de bevolking in 1840: 4354, 
im 1850: 29963, im 1870: 298 977, in 1890: 
1099 850, im 1900: 1698 575 en in 1910: 
2185 283. Daaromder i^aiem 1693 918 im bet 
buiftemland g«iboremen en ruim 30 000 kleurlin- 
gen. Onder de bevolking bevemden zich onge- 
veer 500000 Dnitschers en 20 000 Nederlan- 
ders, !waaTvan b^na de belit Groniaogers. 

De handel van Cbicago is buitengewoon groot, 
zooals blijkt uit de volgende l^st: 



Artikel. 



In voer 191 2. 



Uit voer 19 12. 



Vleesch 
Spek . 
Boter . 
Huiden 
Meel 
Tarwe . 
Mais 
Haver . 



154000037 Ibs. 

61 228 TOO 
287 798 800 
149 058 500 
7070898 vaten. 

35 914000 bushels. 
112 690000 „ 
1 18 491 300 



)) 



i> 



M 



if 



$66 76$ 852 Ibs. 
252 176 100 
271 109 500 
162 800 300 
6 268 876 vaten. 
35 726 100 bushels. 

73 739 000 
102077000 



>> 



11 



(I 



II 



1» 



CHICAGO— CHICHA. 



123 



Eveneens is Ghicago zomler iwgfel de eer»te 
boutmarki der Uoie en d«r wereld en tegelg- 
kert^d haar eerste staal- en ijzennarkt, terwijl 
de tabaJcshand«! er in 1900 een waa«rde verte- 
genwoordigde Tan 25 millioeik doUar. In liaar 
haven liepeD in 1911: 6179 schepen met een in- 
hood Yan 784448 ton in en 6000 schepen met 
7 797 128 ton nit. De ontTaai£»ten der post foe- 
dioegen in 1910: 18 502 854 dolkr. Verseheiden 
der groote warenhni2en bezitten meer dan 4000 
man persoineel. Als fi^eldmarkt is Chica^ in 
den laatsten ii^d oo£ zeer bel&ngr|jk gewor- 
den. De gebeele omzet van z$n bamken (waar- 
ondetr 21 naticooAle baoikeii) bedroeg in 1910: 
13 939 689 984 doUar. Onder de 23 oonsulaten 
is ook een Nederlondeeh. 

Naivwelp8 minder belangrgk ie de industrie, 
die in 1909: 9656 fabri^en met 356 954 arbei- 
der« beougbield. Bovenaan ataan de slager^en en 
Tleescheiporthuizeii, die met ongeveer 27 000 
man (de firma Artnour en Comp, alleen met 
8000) in ^n jaar tot 8 016 675 varkene (1899), 
1 795 354 nmderen (1900) en 8 075 548 schapen 
(1900) Terwerkten. De aldaar ontdekte en in 
1906 algemeen bekend geworden knoeierqen, 
hebben deze indastrie eehteir veel schade toege- 
braeht. Maar toch werden in 1912 nog 1 733 188 
mnderen en 6 275 463 vaikens geslacht. De 
▼leescbindnstrie produoeerde in 1909 voor een 
waaiFde van 325 milUoen dollars. Maar ook in de 
\jzer- en etaalbewerkin?, de fabricage Tan land- 
bonwmachine6, de meooelindaetrie, de lalbrieage 
yaa haoidschoenen, orgels en pianoforto'8 (jaar- 
l$k8 30 000 orgels en 40 000 piano's) is Chicago 
de eerste plaats der Unie en in de fabrioage van 
kleederen, tapjjten, r^wielen, m^nbottwma<diLne8 
en 8pooTwec«waggons wedgvert bet met New- 
Yoik, Pbiladelphia emz. 

Het aantal der kostelooze openbare scbolen 
bedroeg in 1910: 380 met 300 893 leerlingen en 
6383 oiMkrw^2ers, bniiten de talrnke godsdien- 
stige en particnliere scholen. De door Tersehei- 
dene millionnairs met 7 372 559 doUar begiftig- 
de muTersiiteit van Cbicago telde 'm 1911: 387 
dooenten, 6042 sftadenten, een birbliotheek met 
300000 deelen en 36 i<nriehtingen yoor openba- 
re Toordrachten (zoogenaamde Univereitj 
E X t e n 8 i o n), de oniversiteit Tan bet N.W., 
in de voorstad Evanston, 410 docenten, 4388 
efadenten en 45 764 boekdeelen in haar biblio- 
theek, het Armour-Polytechndcum 38 docenten, 
1000 etndenten en 15 000 deelen in de biblio- 
tbee^. Da&maast moeten genoemd worden het 
PreBbjteriaaiDecb-t^heologifich Me. Oormdek-aemd- 
nariom, het Duitsob-Luthersch theologisoh ee- 
mi^nariiim, de theologiscbe semdnaria der Epis- 
copalen en Baptisten, de Loyola Univereiteit, het 
Proeopins College, bet Lewe8 Institute, het Las- 
salle Institute, 20 ecbolen voor geneesheeren 
en tandartsen, de indostriesobool (Manual Trai- 
ning Sehool) enz., benevens 11 doofstommenin- 
»titoten. Onder de 20 bibliotheken z^n de open- 
bare biUiotheek (ongeveer 250 000 deelen), de 
Newberrj-biblkytheek (100 000 deelen) en de bi- 
bliotiheiken Tan ihet hietozdsoib en jnriddsdi ge- 
nootscbap de belangr^kste. Het Chieago Art 
Institute beeft een močne kunetrenjuneling. 
Cbicago 18 de Mtel Tan een EatMieken aarts- 



bisschop en bezit 22 kloosters. Aan weldadig- 
heidsinstellingen telt men er 41 ziekenhuizen, 
beneTens asjlen Toor ongeneeslijke zieken, Ter- 
schillende weeshui!zeni, een gesticbt Toor Tonde- 
lingen, een Toor geTallen Troawen, een tot ge- 
nezing Toor dronkaards, het St. Vineentskinder- 
a8yl met hosprtaal Toor moeders, een armenhois, 
een tehuie Toor oude Troawen, een krankzinni- 
gengesticht, een IsraSlietisehe weldadigheidsyer- 
eeniging enz. 

De 8choawbargen z^ meest Tan onderge- 
echikten rang, muziek en zang staan er eohter 
hoog. Er Terschgnen 24 dagbladen, Terder 36 
bladen, welke tweemaal in de week uitkomen, 
260 weekbladen en 162 maandbladen. Verder 
zHn er 4 Zweed8che, 2 Deensche en ^n Poolsch 
blad. 

Het bestuur der stad wordt nitgeoefend door 
een 'burgemeester (mayor) met een registrater, 
een thesaurier, een adTocaat efl 68 gemeente- 
raadsleden, die allen door de bnrgers, telkens 
Toor twee laien, gekozen 'werden, terwgl de an- 
dere beambten door den burgemeester worden 
benoemd. De stedel^ke financiSn beTinden zich 
in een zeer goeden toestand; ofschoon Tan 1880 
tet 1900 net ibelastingplichtig bezit Tan 
117 970 035 op 363116 845 dollar steeg, nam 
de gemeentescnald slechts Tan 12 794 271 tot 
25 576 468 dollar toe. In 1912 Tiraron deze ge- 
taUen reap. 940 450171 en 25 784 586. 

Chieago ineemt de plaats Tan het in 1804 tot 
bescherming tegen de Pottawatomie-Indianen ge- 
stichte fort Dcarbom in. De bloei Tan de stad 
nam Tooral toe eedert de uitToering Tan het Il- 
linois- en Michigai^anaal. Ook de groote bran- 
den Tan 1871 en 1874, 'welke een schade Teroor- 
zaakten Tan 194 millioen dollars, konden den 
bloei Tan de etad niet tegenhouden. Een ern- 
stige ramp trof de stad in December 1904, toen 
b\j een brand in het Iroguois Theatre niet min- 
der den 587 menschen om het IcTen kw«men. 

Literatuur: A. T. Andreas, Hietory of Chiea- 
go (Chieago 1884—1886, 3 din.); Seeger, Cbi- 
cago, die Geschichte einer Wanderstadt (Cbica- 
go 1892); J. Kirkkmd, Storj of Chieago (Chi- 
eago 1892); 5. E. Sparling, Municipal hi«t«ry 
ai^ present organdsation of the city of Cbicago 
(Maddson 1898); R, Blanchard, Diecovery and 
congnest of the North-We8t wi6i the ihietory of 
Chieago (Cbicago 1898—1903); Milo M. Quaife, 
Chieago and the old North-We©t, 1673—1835 
(Cbicago en Cambridge 1913). 

Ohlcarood (Chica, Caraeuru, Carapiru, Cu- 
ruguru), is de naam Tan een roode Tenstof, die 
zich uit een kond geworden aftreksel Tan de bla- 
deren Tan Bignonia Chiea afscheidt. Het is ge- 
diw}gd zinnoberrood, bg wr\JTing amdferoeo me- 
talH^h glanzend, reuk- en sma^Ioos, onsmelt- 
baar en niet oploebaar in water, moeilijk in al- 
oohol en gemakkeluk m Tette olien en alkalidn. 
JSet wordt door de Inddanen aan den Orinoco en de 
Cassiqniaire tot bet beschilderen der huid, in 
Noord-Amerika tot het rood- en geelTerTen Tan 
wol en zijde ffebraikt. 

Ohlcha 01 chiea ie een alooholiscbe drank, 
die door Trouwen beredd T^ordt, d5e daartoe mals- 
korrels kauwen en het eap in een bak spui^en. 
Door het speeksel wordt bet zetmeel Tan de mals 



124 



CHICHA- 



»i:iin:i; 



idd deitrime en soaker omgezet, welk« eitoHen 
spoedig in gifituog overg^aan. Vroegier wa8 deze 
methode over geheel Zuid-Ameriika 7erbreid en 
woT<lt thans nog dn Bolivia gevonden. 

Ohlchen-Iiza Ib een der aaaiaienlgkste ni- 
i<Dien8teden 7an het oude Yucatan, m Jiet O.-deel 
van het schiereiland, ten Z. van den 6traatweg 
•van Izamal maar Valladolicl, te mdddion eener 
met woaden bedekte vlakte gelegen. In jairen 
Ton dioogte offerde men daar aan dre Tegengoden 
Icostbare steenen en kkderen, die Taoi een -klei- 
nen tempel op den eteilen •rot8waaQi(i m het war 
ter werden gewoT|>eii. De TuTnee ibedekken een 
oppenrlakte van b^na 2^/s v. ^m. Tot de Toofr- 
naamste gebouiwen ibehoart het joogenaamdtenon- 
nenklooster of palek, de hoofdtemipel EH Ca«til> 
lo en het Chichanehob o! roode hnis, die in 
ht>o!dzaak met die der andere «teden van Tnca- 
tan overeenkomen. 

Ohlchester is die maam der hoofdstad (ci- 
ty) ran het Enselsche graafschap We8fr^a88ex. 
!Zq ligt op een kleine venievenheid aan de rivier 
de Levant, m een Truchtbare vlakte, nJet ver Tan 
de znidknst, ie door promenaden (de Troegere 
vallen) omgeTen, heeft een mooie kathedraal, 
Tan 1187 tot 1836 i<n Troeg-Engelschen »tnl ge- 
boawd, de eenige ikerk met 5 beuken ran Enge- 
land (de 91 m. hooge middel<U>ren atortte in 
1861 in, maar werd onder de lelding ran O. 
Scott weder op^eboawd'), met een merkwaardige 
graftombe; verder een bisschoppelijk paleis met 
mooien tnin, een ttheologisch semimarinm en een 
kweekschool voor onderwyzer8. De plaate telt 
(1911) 12 591 iniWoner8. In de naib^heid ligt 
OoodtDOod Park met een ka^teel van den bertog 
van Riehmond (groote schilder^engaleii^). 

Chichester verneft zich op de plaate van de 
Romeinsche eterkte Regni, meid in de 5de eeuw 
dooT den Saksischen konimg Ella Terwoe8t, maar 
dooT z^jn zoon Cissa weer opgeboi>wd em tot re- 
sidentie verbeven, Tandaar de naam Cissa Ceas- 
ier, 

Ohlchimeoa heetten bq de Meideanen de 
kr%shaftige, vam de jaoht levende «tammen Yan 
het N. en W. De Mexicanen 'berweerden zelf uit 
die streken afkomstig <te <z$n en watren trotech 
op hnn Chiohimeeaans<die afkomst. De konin- 

Sen Tan Teicooo en. de dfnwoner8 der republie- 
en Hueiocinoo en Tlaicalla noemden zich Chi- 
ohimecen. Ook heetten aldns de Nahuatlakieche 
TeroTeraars, die in de knststreken Tan Veraeniz 
doordrongen. De (naam word<t echter niet ^&^' 
Ten aan de Terschillende stammen der Maja^s. 
Ohlckahomlni is de naam Tan een zijri- 
Tier der Jame8->RiTer in den Noord-Amerikaanr 
ecben staat Viigitnia en bekend door de gerech- 
ten in Mei en Joni 1862. Mac Clellan mas na de 
inneming Tan Yorktown en William8bnig met 
een deel Tan het Unieleger op den N. oeTor ge- 
gaam, waar hij, toen de gezwollen ririer de brng- 
gen achter hem sterk >beschadigd had, door de 
Geoonfedereerdein onder Johnstone dien 31 sten 
Hei en den Isten Juni aangeTallen werd en al- 
leein door tijdige hulp Tan Torsche troepen toot 
een geheele Temietiging 'bewaard bleef . Na lang 
geweileld te hebb^, besloot Mae Clellan & 
stellingen aan de Chickahomini te ontrnimen, 
de generaal Lee der Geoonfedereerden liet drie 



zgner diTieies op den N. oever overgaan en wierp 
met generaal Jaekson, die zieh bg hem geToegd 
had, den 278ten Jund Terschillende korpsen Tam 
het Unieleger met 9000 man Torlies temg. Mac 
Clelktn «!tte i<n de Tolgende dagen den iterug- 
tocht naar de James-RiTer onder Toortdarende 
gevechten Toort. Wegen€ ban groote Terliezen 
konden de Oeeonfedereerden zich de •OTerwin- 
ning niet ten nntte maken. 

Ohlckamanffa is de naam eener kleine zij- 
riTJer Tan de Tennessee in den Noord-Ameri- 
kaanschen staat Tenmessee, in de geschiedenia 
bekend door den 8l<u? op den 19den en den 208ten 
September 1863. Generaal Rosecrans had het 
Geoonfedereerde leger onder Bragg teruggedron- 

Sen en Chattanooga den 9den ^ptemiber bezet. 
ragg keerde echter met versterking teru^, be- 
zette de hoogten ten Z. en ten O. Tan Chatta- 
nooga en Tersloeg den onTOorziehing opgenikten 
tegenstander met een Terlies Tan 12 000 mam. en 
86 kanonnen. Ook de Oeeonfedereerden hadden 
echter 10 000 mam Terloren. 

0hlckasaw8 is de naam Tan een Indaanen- 
»tam in Noord-Amerika. Hg ie Termaagsehapt 
met dien der Choctaw8, wa8 Toorheea machtig 
en iwoonde 'ten tgde Tan de oiutdekkiai^ in het 
westel\jk deel Tan den etaat Mississippi, ia het 
biongebied Tan de HobileriTier. Zg i^aren in de 
18de eeuw den Engelsohen genegen, maar t^- 
andig gezind j^ene de Franschen. Met dežen 
kwam het ^ 1736 tot 1740 tot een oorlog, 
waaTin de atam ^rootendeels Temietigd wera, 
terwgi het oTerbljjTend gedeelie nit zjn rWOoii- 
T^aateen werd TerdieTen. In 1786 sloten de Chic- 
Ka8aws een TriendscbapsTerbond met de Unie en 
m 1837 Tertrokken z|j met de Chootaws naar 
het Z.W. Tan het Indianengebled. finn betrek- 
kingen met de Unie werden in 1855 door een 
bgronder Teidrag geregeld. WoordeiLl5sten Tan 
hun taal beTi<nden zich in Adair^s ^Historj of 
the Americam Indiaais" (Londen 1775). 

Ohldana de la Frontera is de naam 
eener districtsstad in de Spaansche proTineie 
Cadiz, aan de Liiio gelegen, dicht bg de kusi. 
Zg telt 10 868 i^roners (1900), heeft beroemdc 
stieren^Teohten, konde zwaTelbaden en wyn- 
'boawrin de bnmt bg de hoogte Barosa irerden 
i-n 1811 de Franschen door Grahom Terslagen. 

Ohlcopee is de naam eener stad in het 
oountj Hampden Tan den Noord-AmerikaanBchen 
8taat Massachusetts, boren Springfield aan de 
monding der CJhioopee in den Connecticut ge- 
l^en. De stad telt (1910) 25 401 inwoner8. In 
de buurt znn de Ghicopee-Fall8 met de gelgk- 
namige stad. In ibeide plaatsen zijn falbrleken 
Tan katoen, wapen8, 'brons en iwerktuigen, in 
Chioopee-Falls Tooral Tan land'bou'wwerk*aigftn. 

Ohldhr is Tolgens de MohaaunedsMtnfiche 
sage een persoonl^heid, die nn eene als de 
Bijbelsehe piofeet Elias, dan weer als tgdgenoot 
Tan Abraham wordt Toorgesteld. HJ wae geen 
profeet, maar een heilig man en Tizier Tam den 
wereldTeroTeraar Dsoel Kamein, eTeneens een 
mjstische pereoonlijkheid, wien8 naam ook aan 
Alexander den Oroote gegeTen werd. Ook Mo- 
xes werd Tolgens de Mohammedaaneehe sage op 
zqn tochten dertig jaren lang door den Ghidhr 
begeileid. Hem wordt een eenmgdnrend ierea 



CHIDHR^CmFFREBREN. 



125 



toQgeschr«ven, waarop d« oudcrdom geen, m- 
vloed beeft, daar li^j op een tochi lik bet T$k 
der duisternis, in het zuidw<estelgk deel der aar- 
de gel«gen, uit de bron des levens dnniik, van- 
daar ook i^ naam „de groene" of ,,de aligd 
frifiBche." Hg is alt^ op reU, en z^n hem door 
Crod opg<elegde taak is het, de zee?areiMleii te 
bescheormen. Hedlogie mensoihen ontmoeten h&m 
Taak en h^' verkeert voor andeien onzichtbaar 
met hen, ledt ze uit ge?aren of geeK »e onder- 
richt in mystische zaken. In deze lioedanigheid 
neemt h$ een der opperste plaatsen in bet stel- 
sel der soefie in. De sa^n, vaarin hg Toorkomt, 
hebben dikwgl8 verschiUende punten van over- 
eenkomst met de Chnstedifke van St. Oeorge. 

Ohlemmeer is de naam van bet grootste 
meer in Beieren en wordt om die reden ook 
wel bet Beiersche Meer g^enoemd. tHet ligt aan 
den yoet der Alpen ten we8ten yan Traunstedn, 
520 m. boven d«n •zeespi«^! en strekt zicb 11 
km. van het Z. naar bet N., 12 km. van bet W. 
naar bet O. uit, bezit een diepte van 156 m. en 
een opperviakte van 84 v. km. De Aoben, Prien 
en Botb voorzien »bet van water, en de afstroo- 
mi*ng gescbiedt door die Alz, die zicb uitstort in 
de Traun. Nabiigel<egen kleine meren en moerafi- 
sige streken aan den noordiwe8teiyken oever 'be- 
v?ijzen, dat het voorbeen veel ^ooter is gewee8t. 
Hooge bergen vormen er ten Z. en Z.O. een in- 
drakwekkenden aehtergrond, docb z^n oevers 
zijn ov«i bet gebeel laag en eentonig. Des te 
bekoorlijker z|}n er een d4al eilanden, namelgk 
Herrenw5rtb (Herrenchiemsee), dat tot 1803 
de zetel van een abdij der Benediotgnen was en 
van 1215 tot 1805 van een bisdom, Frauenw5rtb 
(Frauenehiemsee), met een klooster van Benedic- 
t^ner nonnen en een bevallig gelegen visscbers- 
dorp, en bet Erantinsel, dat groenten levert. 
Het meer is zeer visobrijk. van het atation 
Prien van den spoorweg Mttnchen — Salzburg 
Toert een lokaal8poor.weg naar Stock en van hier 
een stoomboot naar de ellanden en naar See- 
braek aan bet noordeinde van bet meer. 

Ohlerl is de naam van een atad in de Itali- 
aansche provincie Tur^n. Z^ ligt aan den spoor- 
weg Trofarello-Chieri, bezit een lyceiim, een 
gjrmnaaium, een tecbniscbe scbool en (1911) on- 
geveer 12 000 (ale gemeente 16 028) inwoner8, 
die zicb vooral met katoenwever\j, verver^j, steen- 
bakker^ en ibet bereiden van vennouth bezdg 
honden. Ten Z.W. van Chieri ligt de groote 
Gotische kerk Santa Mana della Sceila. — Chie- 
ri werd vroeger voor bet door Plinius vermelde 
Carrea Potentia gebouden, waarvan de ligging 
echter onzeker is. In 1562 werd de stad door 
Emmanuel Philibert aan bet Huls Savoje ge- 
bracht. 

Ohien is de naam eener rivier in bet N. O. 
van Frankr^k, die niet ver van Arlons in de 
Belgiscbe provincie Luiemburg ontspringt en 
Eom genoemd wordt door de Duitscb sprekende 
bevolkin^. Na een loop van 20 km. komt zij 
in FranJcr^k, stroomt door de departementen 
Meuntbe-et-MoseJJe, Meuse en Ardennes &a motndt 
7 km. boven Sedam in de Maas uit, na een loop 
van 95 km., waarvan 10 km. bevaarbaar zijn. 

Ohiesa evan^ellca itallana, vroeger 
Chiesa eristiana libera genoemd, is een Protes- 



tantsohe gemeenscbap in ItaliS, die haar ont- 
staan te danken heeft aan de Tereenigin^ der 
vele zelfstandige, -van 1848 tot 1870 over ItaliS 
verstrooide Protestantscbe ^meenten. Tot 1889, 
toen Zli Gbiesa evamgelica italiana werd gedoopt 
en recuit^rsoonlpibeid verkreeg, nam z^ snel 
in bloei toe, maar na dien t$d is zii, voor een 
goed deel door onderlinge oneenigbedd, eterk 
achteruitgegaan. Sleobts in Florence is nog een 
kerk van deze gemeenscbap blijven bestaan; de 
meeste hebben zicb. afgescneiden en aangesloten 
by de Engeische methodisten. 

Ohletl is de naam van een Ibaliaanscbe pio- 
vincie tot 1871 Abrutto citeriore genoemd. Zij 
grenst ten O. aan de Adriatische Zee, ten N. 
aan de provincie Teramo, ten W. aan Aquila, 
ten Z. aan Campobasso en tdt op een opperviak- 
te van 2947 v.km. een bevolking van (1911) 
363 583 inwoner8. Ohieti wordt verdeeld in de 
arrondissementen Chieti, Lanciano en Vasto. 

Ohieti, df. boofd>stad van de gel\jknamige 
Italiaansohe provincie, ligt 330 m. boven den 
zeespiegel, op een boogte aan de Pescara, aan 
den spoorweg Castellamare — Adriatioo — Rome. 
De plsuits bezit een mooie kathedTaal (in 1070 
gebouwd, in 1595 bernieuwd, met een crypt), 
fulnen van een kasteel nit den tgd der Noorman- 
nen, benevens overbl^fselen van Romeinsche 
bou'wwerken (ampbitbeater, de tempel van Dtona 
Trivia enz.). Chieti is de zetel van een aarts- 
bissobop en van een prefekt en bezit verder een 
lyceum, een normaalscbool, een techniscb insti- 
tuut, een seminarium, een Kamer van Koophan- 
del en een 8chouwbuTg. De inwoner6, (191 1) on- 
geveer 15 000 (als gemeente 25 477), houden 
zicb bezig met de fabricage van wollen stoffen, 
hoeden, glas, lucifers enz., benevens handel in 
wijn, graan, olie enz. 

In de Oudbfid heette de plaats Theate Mar- 
rucinarum. Gednrende den tweeden Samnitischen 
oorlog viel de stad in 305 y. Chr. in handen 
der Romei nen. Later was zij afbankelij-k van de 
Goten, daarna van de Longobarden en in de 
Ude eeuw van de Noormannen, onder miei be- 
wind (zq tot grooten bloet kwam. In 1524 sticht- 
te hier de beilige Oaetano van Theate de orde 
der .TheatSnen. 

Ohiffreeren is de kunst, om door middel 
van een soort gebeimscbrift (eryptografie) aan 
ondnorevijden bet lezen eener mededeeldng on- 
mogelijk te maken, terwiTl de ingewijde in het 
bezit is van het letter- of c^ferstelsel, ^aardoor 
de ontcgfering verkregen woidt. Het gebruik 
van geheimsobrift is reeds zeer oud. De Joden 
badden er een, dat op de omkeering van het 
alfabet berustte en dait nog heden onder den 
naam al'fiabetum A T BaS. bekend is. Het is de 
eenvoudigste manier van oryptografie, daar de 
eeiste letter, de A, met de laatste *(in het He- 
breenwscb de T), de tweede, de B, met de voor- 
laatste, de S, verwisseld wordt enz. B^ Jeremia 
komt de naam Babylon (Ba Be L) voor als 
Se Sa E; dus in plaats van B scbrgft b\j S en 
E in plaats van L. Ook de Grieken en Romei nen 
badden gebeimscbrift. In de Middeleeuwen biel- 
den zieh zelfs groote geleerden bezig met bet 
vervaarddgen van crjptografisobe stelsels, bijv. 
Johannes Tritheim (Trithemius); maar prakti- 



126 



CHIFFREERES. 



sche WMrde heeft bet chiffieeren eerst Te: 
gen door Athanagitu Kireker en ziin. ieerling 
Kaapar Schott. EerBtgenoemde vond Dehalve an- 
d«re methoden een schtrpzinni^ bedacbt stelsel 
nit, dat op een oombinatie vaa letters en cgfeic 
beinst. In li^. 1 Jieeft de horizonta&l loopende ig 
lettfiB betr^king op den w>ogenaamd«n slentel, 
d« T«rtica]e r^ lettera op bet geheim. AIb sleutel 
dten«n e«nige woorden, di« Tooraf dooi hevk 



Fig. 1. Chiffreeren. 

personen sfgespndcea zgn. Aan^momen, da>t de 
eleut«! ie „De enc^clopaedie tmi Winiler Prins 
is de beste", en de over t« zenden g«heime me- 
dedeeJUig „AinenkaanGche petroleumtrnst gaat 
nit ellctoder." De persoon, di« ign baodelBTtieiMi 
dit bericbt lendt, eehrijft als eerste teeken 4, dat 
i« het getaJ, dat op de Bn^jdinz Yan de verticale 
^jferrii onder d (eerste sleutelletter) en dier iio- 
rizontale c^terrn^ naaet A (eerste letber van het 
geheim) sta&t. Het tweede leeken ie 16, etaan- 
« op de snijding der lijea van de itweede sleu- 
telletter « en de iveede letter vao het geheim 
M. ZoD is bet detde teeken 9 enz. De ontvanger 
vam den brief xoeki in de verticale rjj van d bet 
ge4al 4 eo vind*! dit op de horizontale rij van 



gotal 4 
de A. « 



Kaspar SehoH g:ng noe verder; in zijn boek 
„De Magia uniTersali" (WiiT^iirg 1676) geett 
hg zelfs een katoptriaehe cr^ptografi«, die men 
al8 Tooilcropster van iiet hedendaagEche tele- 
graafgeheimschritt kan aanzien. Ook Thomaa 
Willia heeft lioh tem opiichte der orjptografie 
zeer T«niienste1i^ gemaolkt in zijn. wii>rk ..The 
Bcboolmaster in the att of Stenographj" (Lon- 
den lft47). Behalve verbeteriagen van oude stel- 
Bels. raaakte bij het bovengenoemde nog inge- 
wikkelder door bjj de volgena eerat^enoenide me- 
thode bepaalde cijfers andere, volgens een voor- 
af afgesproken plan, op te tellen en af te trek- 
ken. Eeo dergelijk stelsel ah dat van Kireher 
was (het eerste, dat bu de tele^rafie gebruikt 
werd, Itt plaafB der cgfera gebruikte men )et- 
ters (lie fig. 2) van a tot i. Het h duidelijk, dat 
eventvel een oningewijde dooi hoogstens 24 pO' 
gingeD, mits de sleutel bekemd i«, de oplosBing 



kan vinden. Daaroni ie het beter de lett«T8 niet 
alfabetiech, maar lomder oid« door elkaniler te 
plaatsen. Door weer eleateU op sleutels Ut ma- 



Fig. 2. Chiffreeren. 

ken, kan de oplossin^ zeer ingewikkeld .vordem, 
hoewel, mite de oniagevjjde over een beriobt 
van voldoende grootte oeschikt, de oplfMsimg al- 
tijd moge1|jk Js, indiea de letterB eravondig md- 
gezet zijn. 

Om een odb onbekeod echriH te decbiffreeKn, 
is bet eerst zaak de taal te leeten keoneok. Als 
dezelfde letter aan bet eind van eea nvoord nooit 
verdabbeld voorkomt, beeft men meit lAtgD <t« 
doeti, kemt Ua Iett«r verdubbeld voor, dan is 



J 


h 


i 


m. 


rt- 


. e 


P 


y 


r 





Fig. 8. Cliffreeren. 



het Fianscb en dat teekem de e- I>e e is nog al 
epoedig te kennen^ daar lij in moderne talen de 
meeet voorkomende lettei is. AIb een t«ekea leer 
dikvfjls met een en betzelfde aodere leeken Ba- 
men gaat, kan men de c en de A vermoedeo en 
vi>or Nederlandsch of Duitsch ale lekei aanne- 
men. Hoe verder men komt, des te gemakkelg- 
ker wotdt de <mloGsing. 

Ook norden di^gls leekeiu voor het ehitftef- 
ren gebrnikt. Uk fig. 3, die nataurlgk in het be- 



CHIFFREEREN-^CHIHUAHUA. 



127 




Fig. 4. Caiiffreeren. 



zit Tan afzender en ontvanger moeit 2\j>n, zi«t 
men onmidd-ell^k, dat het 'Woord ,,po«t" aldus 

geschreven moet worden: ' V ^ 

Een yierde wgze is liet chiffreeren met be- 
liiilp van malleoi. Hi«rl>q 'wordea de letters een- 
Toudig omg>ezet. Het volgens fig. 4 met gaten 
Toorziene bordpapier woTdt op ;het schrijfpapier 
gelegd en in de gaten de opeenvolgende letters 
van het bericht geschreven, daarna 90^ gedraaid 
en weer alle gaten Tolgeschreven eniz., totdat het 
4 maal gebruikt is, waarna alle hokjes met een 
letter z\^ Toorzien. De ontvanger leg t zgn mal 
er op en kan onmiddc-llijk het <bericht lezen. 

Onder de letterstelsels neenvt dat van den 
Deenschen ioigeniear Kdhl een eerste plaats in. 
Hier krggen de 25 letters van het alfabet num- 
mers van 2 c^fers; nadat het 'bericht vam dle ge- 

tallen voorzien 
is, verbindt men 
het laatste qj- 
fer van de eene 
letter met het 
eerste der daar- 
op volgende let- 
ter, waardoor 
J nieuwe getallen 
ontstaan, dle 
aan de letters 
beantwoord€n, 
welke overge- 
t»^.n ^ "zonden worden. 
Voor de eerste 
en voor de laat- 
ste letter -vordt het eerste en het tw€ede qj- 
fer Tan een slentelletter genomen. Als men de 
getallen goed van bniten kent, veroorlooft dit 
fiteisel tamelijk vlag*werk en geef<t ook voldoen- 
de zekerheid. 

In het algemeen verooraaken de meeste stel- 
sels een aanzienl^k t^dverlies. Daarom 'v^as men 
er al voor een eeuw op bedacht, het chiffreeren 
te i^espoedigen door woordenboeken 'te vervaar- 
digen, waarin voor ieder woord een afzonderl^-k 
geta) etond, welk laatste nog weer door eensleu- 
telgetal veranderd ikon w<)Tden. De verbulgin- 
gen en de veranderingen van de woorden wer- 
den door afzonderlg^ke teekens aangednid. B\j 
den optischen telegraaf werden deze door getal- 
len aangewezen. Deze manier van chiffreeren is 
vooral na de uitvindingrandenelectromagneti- 
sdien telegraaf in zwang gekonoen. Stelsels van de- 
ze soort zijm o.a. dat vam Sittler en dat van Niethe. 
In koopmans- en in beu-rskrlngen is in den 
laatsten tijd een chiffreerlezioon in gebruik, door 
het internationale telegraafibnreau uitgegeven. 
Het W£ohil-t van de bescbreven fitelsels daaiin, 
dat de woorden niet door cijfers, maar door an- 
dere woorden nit de verschillende moderne talen 
vervangen worden en heeft boven de andere te- 
legraafstelfiels voor, dat het goedkooper is, daar 
bijv. een getal d&t nit meer dan drie c\jfers be- 
staat dubbel betaald moet woiden. Stelsels, waar- 
bij cgfers en letters samen moeten overgeseind 
vronfen, zg^n zeer onvoordeelig, daar ieder enikel 
teeken, volgens de Intemaitionak telegraaf-confe- 
rentie te Rome van 1872, als een woord moet be- 
taald worden> terwyi anders bij de Earopeesche 



berekening v^f teekens voor 4to woord gelden. 

Het nieuw8te werktuig voor het chiffreeren 
van overzeesehe 'telegiammen i« een met cgfers 
en letter« voorziene ronde vrgzeiplaat. Zie ook 
Telegraafcode, 

dhigi i« de maam van een vor&tel^k Bo- 
meioisch geslacht, afkomstig uit Siena. Agostino 
Chigi (overleden den lOden April 1520) onder- 
scheidde zich door zyn r\jkd<Hn en knnfitmin. H^ 
liet door den bouwkundige Baldasaare Peruxxi 
de villa Famesina bouwen, die Soddoma en Raf- 
fael met fresoo^s versierden. In 1655 verkreeg 
Fabio Ohigi, als Alezander Vil, de paueelgke 
waardigheia. Toen kwam het in het bezii van 
het vorstendom Campagnano en van het heitoff- 
dom Ariccia met het paleis Chigi, dat tot de 
aanzienl^kste van Rome gerekend word't. Voorts 
heeft het in een paar kerken fraaie kapellen met 
kost^are echilder^en. De €higi*8 bekleeden se- 
dent 1712 het ambt van maarschalk der Room- 
sche Kerk en hebben in 1834 den naam Albani 
by den hunne gevoegd. 

Flavto vorst Chigi, geboren in 1810, \vtas tot 
1848 ofHcier bjj de pauselijke garde, trad' daar- 
op in den geestelijken atand, werd ibenoemd tot 
aartsbisschop van Mira in partibus infidelium 
en werd daarop eerst nuntius te Mttnchen en 
vervolgens tot 1873 te Parijs, waar hij den Hei- 
ligen Stoel onder zeer moeil^ke omstandighe- 
den op een waaTddge w;yize vezit^enwooiddgde. 
H^ overleed als kardinaal en groot-prior van 
de Johanniterorde den 15den Feibrnari 1885. 

Ohlimoii is de aiaam van het haar, diat in 
een zakvormige knot op het achterhoofd ged>ra- 
gen wordt en door een kam bevestifd is. Deze 
haardracbt, leeds by de gepoedeide kapsels der 
vrouwen in de 18de eeuw bgna algemeen in ge- 
bruik, kwam omfitieeks het midden der 19de 
eeuw weder van Parijs ui^ algemeen iai de mo- 
de, waarby de chi^nons gewoonmk van valsch 
haar W6rden gemaakt. Spoedig door andere haar- 
drachten verdrongen, is -zij sedert 1900 weder 
in vensterkte mate in gebruik genomen. 

Ohlhuahua, een 6taat in N. Mexico, tus- 
sohen 25M5' en 31» 43' N.Br. en 103» 25' en 
108« 45' W.L. gelegen, wordt begrensd door de 
Mexicaansche staten Sonora, Sinaloa, Durango, 
Coahuiilo, den Uniestaat Texa8 en het ter rito- 
rium Nieuw-.Mexioo. Het beslaat een oppervlak- 
te van 238 094 v. km. en telt (1910) 405 265 in- 
woners, ligt tusschen den kam der we8teiyke 
Sierra Madre en den Rio Grande del Norte en 
bestaat grootendeels uit een 1200 — 1600 m. 
hoog, dieels steppenachtig, deels 'Woe6tijnacb'tiff 
tafelland, waarvan de woeste gedeeliten als Bol- 
Bon de Mapimi, Liano de los Gigantes, Liano de 
los Christianos, Liano del Chilicofche en Desierto 
bekend z^n. In de ertsrqke, met naaldbo(Hnen 
beplante Sierra Tarahumare bereikt de Rume- 
rachic een hoogte van 2966 m., de Bufa de Co- 
sihuiriachic een van 2380 m., terwgl de rivieren 
Rio Fuerte, Rio Mayo en Rio Yaqui door <tot 
1200 m. diep ingesneden dalen naar de Golf van 
CalifomiS stroonien. Van de overige rivieren 
bereikt slechts de Rio Conchos, versterkt door 
den Rio Santa Crus en den Rio Chubiscar, den 
Rio Grande en daarmee de zee. De Rio del Car- 
men, Rio de Saii>ta Ikbiria, Rio de Casas Gran- 



128 



CHIHUAHUA— CHILDBBEiRT. 



des «.a. eindi^en in a>Qtilaguii«n. Het klimaat 
is droog (d« jaarigksche boeTeeUieid r«gen be- 
draagt elechts m het geber^te meer dain 220 
mm.), m dea iwiater dikwgl8 -tamel^k koud 
(laarez tot — 15<^), in den zomer alt^d heet 
(tat 40®). De laaidibouw ie op de meeste plaatsen 
eleohts met behulp inan kimstmatige b^loeiing 
mogelijk. De voornaamste producten zj^n: tar- 
we, mals, boonen, teubak, ooft en wiJDi (bg Inar 
rez). De bergwoud«ai leveien pijnboom- en cexi«r- 
hout. Belangr^k is de veeteelt van runderen, 
schapen, paarden, ezels en muilddeien. Van de 
grootste beteekenls is d« mijnbouw, die in de 
laatste jaren weer zulk een hooge vlucht heeft 
genomeji, dat Ghihuahiia in dat opzioht de voor- 
naamste van alle Hezikaansche staten is, met 
een opbrengst aan zilver, goud, koper, lood en-z. 
van (1899) 22 374 294 peso^s, uit 134 mijnen en 
met 9692 arbeiders. De eigenlijke industrie wordt 
door katoenspinnerijen, tabaksfabrieken en een 
br(>uwerij vertegenwoordigd. De bewoners zqn 
im ihet ibeorgland oiverwege!nd Tairahumare-Inr 
dianen, in het N. Apachem, voor bet overige 
Mestiezen en Creolen. Voor de voIksoatwikke- 
ling zorgen openhare en particuliere scholen, te 
zamen met ongeveer 12 000 leerlingen en bi- 
bliotbeken. De staat wordt verdeeld in 11 dis- 
tricten. 

Chlhuahua, de ihoofd^tad van den gel^k- 
namigen &taat, ligt aan de Rio Chubiscar, 1412 
m. boven den zeespiegel. Z\j werd in 1691 ge- 
sticht, met een prachtige, uit de opbrengsten der 
zilvennijnen van Santa Eulalia gebouw€MS kathe- 
draal, een mooie Plaza, een gedenkteeken voor 
den aanvoerder der insurgenten Hidalgo, een 
regeeringspalei«, een munt, een JezuIetenooUe- 
ge, een recht^school, een groote waterleiding, 2 
hospi-talen en 2 banken, en telt 39 061 inwo- 
ners. 

Ohirat. Zle ChaV at 

Ohild, Šir Josiah, geboren in 1630 als een 
zoon van onbemiddelde ouders, i^rist door schran- 
derheid en yver een plaats te verkrijgen onder 
de aanzienl\jk&te koopliedien van LfOnden, en door 
-het opkoox>en van a-andeclen in de Oo&t-Inddsohe 
Compagnde verwierf hij een jaarlijkseh inkomen 
van 20 000 oond aterling en den bijnaam van 
een nabob. Hg werd lid van het oomitš der Oost- 
Indisehe Compagnie en zorgde, dat de gewich- 
tig9te betrekkingen dezer maatschappij in het 
bezit kwamen van zijn gunstelingen en bloed- 
verwanten. Ofschoon hij zijn schatten niet spaar- 
de en met de eerste edelen des lands wedijver- 
de, vermeerderde ign rijkdom op een venvonder- 
lijke wijze. Hg w€ti4 in 1678 baronet, kocbt een 
prachtig landgoed te Wanfiitead en echonk zijn 
dochiter een huwelgksgift van 50 000 pond ster- 
ling, toen zij zich in den eeht verbond met den 
oudstcn zoooi- van den herix>g de Beaufort. Hoe- 
wel aanvankelijk tot de Whig8 behoorend, voeg- 
de hg ^ich later, als gouverneur der Oost-Indi- 
sche Compagnie, »bij de Tories. Nadat hij voorts 
zijn voormalige vrienden uit het 4>estuur verwij- 
derd en alle betrekkingen aan zijn aanhangers 
toevertrouwd had, was hij onbeperkt heerscher 
der Ooet-Indische Compagme. Weldra stond hij 
in het koninklijk paleis te WhLtehall in -zeer 
hooge gunst, en koming Karel 11 aanvaardde 



uit zgn hand een geschenk van 10 000 guinjes» 
tenwgl diiens broeder Jacobus vervolgens ook 
10 000 pond sterli/n^ ontving. AUen, die invloed 
hadden aan het Hoi, w^en door r^e gesohen- 
ken gun&tig gestemd. De omkoopingsgelden, 
door Uhild met mildheid uitgestrooid, l>e]ioefde 
hij aan zijn ambtgenooten niet eens te verant- 
woorden. feeret madat Jacobus 11 verdreven en 
door Willem 111 vervangen was, ontstond er 
verzet »tegen Child. Hg moest plaats maken voor 
een ander gouverneur, maar verloor ^nszins 
zijn Lnvloed, daar hg door een doelmatig beste- 
den van 100 000 pond sterling er in slaagde, 
het octrooi der Compagnie te vemieuwen. Hg 
overleed den 22sten Juni 1699. Vermelding ver- 
dlent zgn geschrift „Brief observation« oonoer- 
ning trade and the interest of money" (Londen 
1668), als 5de druk onder den titel „A new 
disoourse of trade" (61asgow 1751) verschenen. 

Ohild, Lijdia Maria, geboreni Frands, eem 
Amerikaansche schrgfster, den 11 den Februar! 
1802 te Medford in Massachusetts geboren, trad 
op als schrijfster met: „Hobomok" (1824), „The 
Rebels" (1825), „The first settlers" (1829) en^z. 
In 1833 begon zij met geestdrifit de davemg te 
bestrijden, vooral in haar geschrift „Appeal in 
behalf of that class ef Americans, called Afri- 
cans". Met haar man David Lee Child gaf zij 
van 1840 tot 1844 de »National Anti-&lavery 
Standard" uit. Haar 'briefwi5seling met en over 
John Broitn werd in 1860 in 300 000 exempla- 
ren verkocht en baarde veel opzien. Andere wer- 
ken van haar zijn: „The American frugal house- 
wife" (1829), „History of <the condition of wo- 
men of aH ages and nations" (1832), ,,The pro- 
gress of religious ideas through sucoessive ages" 
(3 din., 1855) en „Aspirations of the world" 
(1878). Zg overleed den 20sten October 1880 te 
Wayland; in Massachufett«. 

Child, Franeis James, een Ameriikaan«ch 
philoloog en literatuurhistoricus, den Isten Fe- 
bruari 1825 te Boston in Massachusetts gebo- 
ren, studeerde aan het Harvard college, werd 
er in 1851 hoogleeraar in de rhetorica, in 1876 
in de Engelsche letterkunde en overleed den 
llden November 1896 in Boston. Hij -^as een 
autoriteit op het gebied der Engelsche volks- 
liedeien en ook als kenner van Chaueer, en 
sohreef: „Collection of Englieh and Soo-ttisch 
ballads" (8 din., Boston 1857—1859), later ge- 
heel omgewerfct tot „The English and Scottiseh 
popular ballads" (deel 1—10, 1884—1896), 
„Four old plays" (1848), »Poem« of sorpow and 
comfort" (1865), „Observations on the language 
of Chaueer and <5ower" (1862 en 1866 in de 
„Memoirs of the Americaaa Academy"). 

Ohildebert i« de naam van eenige Fran- 
kische koningen uit het »tamhuis der Merovin- 
gers. Hiertoe «b©hooren: 

Childebert 1, een zoon van Cl<ms, de stioh- 
ter van het Frankische rijk, ontving ma het over- 
lijden zgns vaders het vierde deel van diens uit 
gestrekt gebied en had zijn zetel te Parijs(511,. 
Hij streed met goed gevolg tegen Amalrich /7, 
koning der W€&t-Goten, en veroverde in 5i>2 
met zijn broeder Chlotarius I het BourgonJi- 
sche rgk. Toen Chlotarius 1 met de wednwe vaai 
zijn broeder Chlodomer in het huwelgk trad en 



CHIIiDEBERT--CHIIiDERS. 



129 



z\ja moeder CklotUde de 8 soneo uit het eerate 
huweiyk tot zieh nam, deed hg die jon^Hngen 
met g«!edTinden Tan Ohlotariut naar rargs bren- 
gen en daarna aan CMoHUle vragen, of sn haar 
Ideinzonen met geschorem kroin — zoodat 29 
als geestel^ken later van alk wereldl\jk gebied 
Terstoiken <waren — of dood wilde zien. „Lie- 
ver dood I" ga! de fiere voretin in haar verti^^- 
feling ten an-twoord, en de •twee oudsten werden 
aanstonds vermoord, •tervgl de jongste aan den 
dood ontsnapte door zgn lang hooidbaiar a! <te 
sngden en itn een kloofiter te gaan. Het plaoi Tan 
ChUdebert, om Theodebert vam AnstranS te be- 
rooven, alsmede een ander, om met laatetge- 
noemde iegen Chlotarius op te trekken, leed 
sdiipbreuk. L»ter veroverde h^ met dežen een 
gedeelte van Spanje, Terwoe8tte in 557 het land 
z\jner bondgenooten tot aan Rheims en overleed 
in het volgende jaar, waarna Chlotarius zich 
meester maakte van z\jn i^k en z^n gemalin en 
beide dochters in balllngsohap zond. 

ChUdebert II, de zoon van Sigbert I, koning 
Tan AnstrasiS, en Tan Brunehilde, werd geboren 
in 571. Na het Termoorden Tan zyD vader (575) 
werd hg door hertog Oondebald gered en tot 
koning verhenren. Oontram, koning van Boor- 
gondiS, nam hem in 577 aan als zoon, en bei- 
den Torderden Tan Chilperie I, zgn broeder, de 
ternggaTe T&n bet TepoTerde gedeeLite dee rgfcs. 
Toen deze hieraan geen gevolg gal, »loot de 
trouwelooze ChUdebert in 581 een Terbond met 
hem en 'beoorloogde Qoniramy om de helft der 
stad Marseille te verkrygen. Ooniram en zgn 
neef sloten in 586 een oTereenkomst, waarbi3 zjj 
elloander erfgenaam maakten. Niettemin 4zok 
ChUdebert, na Gontram'B rampspoedigen oor- 
log tegen de Weet-Ootc<n, met Richard tegen 
hem ten strijde, doch bood tevens aan, den Oost- 
Komeinschen keizer MaurUius tegen de Longo- 
barden te hulp te snellen. Laatatgenoemden 
brachten hem echter een nederlaag toe. Na Oon- 
tram^s dood Toerde hg ook heerschapp^j over 
BourgondiS, maar hij gedroeg zich als een dwi<n- 
geland, zoodat er een 6amenzweri'ng tegen hem 
ont^tond, die evenwel op een bloedige wqw on- 
derdrukt werd. H^j OTerleed ha 596. 

ChUdebert lil, een zoon van Theodorie lil, 
werd opTolger Tan zgn broedeir Clovis lil op 
den troon van Anstrasifi en beboorde tot de 
„roi8 ^iii^ans", want de holmei^r Orimoald, 
een zoon Tan Pepvn van Herstal^ had het be- 
wind in handen. Hg OTerleed in 711. 

OhUderlk is de naam Tan eenige Franki- 
sobe kofningen nit het stamJhiuB der Merovin- 
gers, Hiertoe behooren: 

Childerik I, de zoon Tan Merovaeue, den ko- 
ning der Salische Franken. Hij beklom den troon 
in 457, doch v^erd om z\j>n losbandig gedrag 
door zijn onderdanen Teidreven, vluchtte naar 
Basinue, koning van Tharingen, en vergold diens 
langdnrige gastTrijheid door z^n gemalin Basi- 
na te Terleiden, met wi)e h^ naar het land der 
/Franken terugkeerde, alwaar h\j haar tot koning- 
in Terhief. Zg sehonk hem te Doornik Clovis, 
den etichter Tan het Frankische riik. Hg over- 
leed in 481. Zgn graf werd in 1658 te Door- 
nik gevonden. 

Childerik II, de zoon Tan Clovis II, werd in 

V. 



660 koning Tan AustrasiS en had hertog Wol' 
foald tot hofmeier. De zetel Tan zyn gebied was 
Metz. In '670 oTorleed Chlotarius lil, en de bof- 
naeier Ebroin Terhief Theodorik, den longeren 
broeder tui ChUderUCt tot koning Tan NeustriS 
en BonrgondiS, zooder hierover de rgksgrooten 
te raadplegen. Dežen, hierdoor verbiitterd, rie- 
pen ChilderUi te halp, die weldira verscheen, 
Theoderik in een kloooter ^ette en zieh opwierp 
tot aUeenheerscber over het geheele rp. Op 
verlangen der rgksgrooten moe^ h\j ecbter aan 
elk orijk zjjn eigen <wetten laten bebouden. De 
woestheid en wfll^eur van Childerik deden in- 
tusschen weldTa een samenzwering ontstaan, en 
fag werd in 673 met zjn gemalin en ^n zyner 
zonen op de jacht vermoord. 

ChUderUi lil, de laatste „iod fain6ant" mJL 
het etamhui« der Merovingers, werd in 743 door 
Karlaman op dea troon verheven. Childerik lil 
werd dns koning, maar had vol^rekt eeen ge- 
zag, en toen Pej^n de Korte met ^oeakeuring 
van den pan« ook den koninkl^ken ti'tel aannam 
(751) begaf zioh Childerik met geschoren krnin 
naar het klooster Sithien te St Omer, waar hq 
in 754 als monnik overleed. 

Ohilden, Hugh Culling Eardleg, een En- 
gelsch etaatsman, geboron den 258ten Juni 1827 
te London, stodee^e te Cansbridge en zag zich 
in 1850 'benoemd tot lid van het bestuur van de 
kolonie Victoria in AostraliS. In 1857 keerde hg 
als generaal-agent der kolonie naar Engeland te- 
rug, werd er in 1860 lid van het Parlement, in 
1864 onder Pdltnerston lord der Admiraliteit en^ 
in 1865 secretaris van Financifin. In 1866 trad 
hy af, maar weid in 1868 onder Oladstone eer- 
ste lord der Admirali^teit (minister van Mari- 
ne), maar moest wegen€ ov^ordieven spaarzaam- 
heid ten opzicbte van de vloot zgn ontslag ne- 
men (Maart 1871). Van Augastos 1872 tot 1873 
<was hij als kanselier van Lancaster weder lid 
van het mini^terie, en aanvaardde daarop nog- 
maals de betrdcking van generaal-agent der ko- 
lonie Victoria. In het tveede ministerie-Gtod- 
stone wa8 hg van 1880 tot 1882 etaatssecretari« 
van Oorlog, daarna tot Jnnd 1885 kanselier der 
Bchatkist en in het derde ministerie-O/acts^one 
van Jannari tot Augnstos 1886 minister van 
Binnenlandsche Zaken. Hn overleed den 29sten 
Jannari 1896 te Londen. Žgn zoon, de Initenaot- 
kolonel Speneer ChUders, pnblioeerde „Life and 
oorrespondence of Rt. Hon. Hngh C. E. Chil- 
dere, 1827—1896" <Londen 1901, 2 din.). 

Ohilden, Robert Cesar, een iberoemd ken- 
ner van het Boeddhieme, wčtd m 1838 geboren. 
Na te Oxford gestndeerd te hebben, begaf hg 
zich in 1860 naar Britsch-Indi«. Gedurend« zgn 
verblgf op CJejlon als iburgerlgk ambtenaar 
maakte hg zich met bchulp van een inboorling 
bekend met het „p&li" en gaf na zgn tfmgkeer 
in 1864 in bet blad van de »Asiatic Society' 
verschillende pAliteksten uit met vertalinpn, 
alsmede onderzoekingen over het Singhaleesch, 
de taal van Ceylon. In 1872 werd hg onderbi- 
bliothecaris aan de bibliotheek van het India 
Office en daarna professor in het pAli en in de 
Boeddhistische letterkunde aan het Universitj 
Oollege te Londen. Zgn voomaamste werk is de 
bekroonde „Dictionary of the Pali language" 

9 



130 



CHILDERS— CHILI. 



(Lottden 1875), waardoor een iii€uw t^dperk in 
d« Btadie der p&lil«di;erkun<le en NSfik het Boed- 
dihisme geopend wer<i. Eort voor zijn doods vol- 
tooide hq in m&Ea«cript een grammatica van 
het pftli. Hij overleed den 255teii Juli 1876. 

Ohill (zi« d« ikaart Chili, La Plata-Staten en 
PatagoniS) is een der belangrijkste staten van 
Zuldf-Amerika, eenmaal een Spaan«ch generaal- 
capitanaat. 

I^igging en g rent en. Chili ligt aan de 
W. kust van Z.-Amerika tu&schen 17®47' en 
55^59' Z.6r. en strekt zich als een 4300 km. 
lange en meestal 140, domitgds sleohte 110, in 
de provincie Amtofagaata echi;er meer dan 400 
km. breede kuststrook 'tnsschen den Grooten 
Oceaan in het W. en de Cardillen« de los Ati»- 
des in feet O. nit. Het grenst in he-t N. aan Pe- 
ru, in het O. aam Bolivia en ArgenitiniS. Volgen« 
de met de <naburige »taten gesloten verdragen 
behooren. Viuurland ten W. van 68^34' W.L., de 
geheele 8traat MagalhBes en PataganiS ten Z. 
van 52'^ Z.Br. en iten W. van den kam der Oor- 
dillera*s tot Chili; de Co-rdillera^s vormen de 
grens tnsschen Chili en Argentini^ en van den 
vulkaan Licancaoer {28** 8' Ž.Br.) af ook tegen- 
over Bolivia en Peru. Over de Cordilleragrens 
ontstonden in de laatste jaren herhaaldelgk 
trmsten met Argentini^, daar de rivieren dik- 
wgl8 ten O. van de hoofdketen ontspringen en 
daardoor de water8cheiding, welke volgen« het 
oorfipronkeljjk verdrag de grens moet vormen^ 
op een gebied (te liggen komt, waarop Argenti- 
niS aanspraak maaMe (-zie geschiedenis). Tot 
Chili behooren verder de Juan-Fernandez-eilan- 
den en het Paascheiland. Zonder de laatste om- 
vat Chili een gebied van 757 366 v. km., vol- 
gen s de nieuw^e planimetrlsche berekening van 
759 000 v. km. 

K usten. De kusft verloopt in het grootste 
noordel^'k gedeelte tamelijk gelijkmatig; z^ heeft 
wel is waar vele voorgebergten en baaien, maar 
deze zijn niet soherp afgescheiden van den ronup 
des land>8. Daaieniboven biedeU' de baaien meest- 
al weinig bescherming. De eilanden, w€lke v66r 
dii; gedeelte der ku$t liggen, zijn klein en onbe- 
langrijk. Van i2^ Z.Br. af i<8 daarentegen het 
groote, geheel Chili doorsn^dende lengtedal in 
de zee gelegen en vormt tot voorbij de straat 
van MagalhSea een kanaal, waarvoor een r^ 
eilanden en groote eilandengroepen zija gelege<n, 
ontstaan door de verbrokkeling der Kustcordil- 
lera, zooals: Chiilo4, de Chonosarchipel, Campa- 
fia en Wellington, de Ma^ de Dios-arohipel, 
Cha^iham, Han.nover, de Eoningi<n-AdelaTde-ar- 
chipel, Santa In^s, Vuurland, Navarino, Wolla8- 
ton eniz. Zie verder Amerika: Kusten. 

Bodemgesteldheid, Deze 'wordt geheel 
bepaald door de Cordtllera'fi (zie Andes), die het 
land in zij<n geheele lengte doorsnijden en waar- 
van de^ met 8neeuw bedekte toppen, bq de bui- 
tengewone doorzichtigheid der luoht, van de zee 
uit gezien, boven de ^ee echijnen -te hangen. Ten 
Z.O. van 42» Z. Br. etijgt het gebergte onmid- 
dellgk uit de zee op, aan de ^eez^de vergezeld 
door talrijke ^bergachtige eilanden. Ten N. daar- 
van treedt dicht aan & ku&t een bergketen op; 
de van de berghellingen komendie rivieren heb- 
ben zich door deze Cordillera de la Cos- 



ta een weg naar zee gebaand, waa(rdoor zij in. 
vele afzonderl^ke deelen opgelo»t is gewoiden. 
Tusschen het kustgeibergte en de Cordillera 
strekt zich een door kleLnere bergketenen iin rer- 
scheiden deelen verdeelde vlak te (liano in- 
termedio) ui<t, die langzaam naar de Relon- 
cavibaai afhelt. Meer dan 50 bergen verA^eflen 
zioh m Chili van 2000 tot 6000 m., de hoogste, 
de Cerro del Mercedario (6798 m.) op 31» 59' 
Z.Br., blyft in hoogte weinig achter bij den 
^concagua (7000 m.), die i>n Argentunie is gele- 
gen. In de kustoordillera hebben 17 toppen een 
hoogte van meer dan 1000 m. De sneeuwgreiis 
stijgt in de Cordillera van Atacama tot 4500 
en 5000 m., bedraagt op de breedte van San- 
tiago 3300, ten Z. yan Conoeption 2000, in de 
Cordillera vam Llanquihue 1500 en in Vuurland' 
slechts 1100 m. De toppen en passen nemen in 
hoo^e toe, hoe verder men naar het N. komt. 
De Barilochepas (41® 20' Z.Br.) heeft een hoogte 
van 840 m., ook de 25 km. verder noo<rdwaart6 
gelegen Pedro-Rosale&pas i« slechts 836 m. hoog. 
De belangr^kste passen aij-n verder: de Plan- 
chonpae (2507 m.), de Cumbre- of Uspallatopas 
(3960 m.), de Poitezuelo de Azufre (3645 m.), 
de Come Caballa (4356 m.) en de Tacorapas 
(17» 50' Z.Br., 4170 m.). 

O eologisehe gesteldheid. Geognos- 
ti«ch ibestaat de Eustoordillera in het N. voor- 
namelljk uit gianiet en porfiergesteenten, in het 
Z. vooral uit gneis en glimmerlei, d>ie ook op 
de eilanden de overhand hebben. De hoofdketen 
der Andes i« een veel jongere verheffing. Af ge- 
zien 'v*an een-ige plaatsen dn »bet Z., waa/r archae- 
i'sche gesteenten voorkomen, is z\j uit sedimen- 
ten opsebouwd, die niet ouder dan het Permisch 
tgdperk schijnen te z^ en in hun versteeningen 
geheel het karakter der Europeesche Jura- en 
kr\jtlagen vertoonen, maar daarenboven porfier, 
porfiertuffen en oonglomeraten bevatten. Op de- 
ze lagen rijzen de vulkanen op, waarvan de la- 
va en asch dikke lagen gevormd hebben. Op ve- 
le plaa^isen worden de lei- en kalkgesteenten der 
Jura- en krijtformatie dooir andesietische en 
trachietische gesteenten (in Patagonie ook ba- 
zail^esteendžen) dioor-broken, die dit^ijils met erts- 
lagen in verbinding staan. In het heuvelland tus- 
schen de Kufttcordillera en de Andes treden se- 
dimenitgesteenten^ vooral uit het mesozoische 
t^perk op, ditowqls bedekt door jongere (ook 
bruinkool bevattende teitiaiire) sedimentvormin- 
gen en zoutafzettingen. Aan de ku«t komen op 
verscheiden plaatsen krijtgesteenfcen voor en in 
grootere uitgestrektheid tertiaire vormingen, 
waarin de beroemde kolenmqnen van Lota, Chi- 
lo4, benevens die van straat MagalhSea liggen. 
Onder de talrijke vulkanen schijnen die bij Chrl- 
lan (Tinguiriirica, Chillan, Antuco, Villarica, 
Osorno) de meest werkzame te zg^n. Solfatar^n 
en heete bronnen z^n eveneens zeer talrgk. 

Aardbevingen komen zeer dikwjijls voor; men 
verdeelt ze in ongevaarlijke, de dikwijls voorko- 
mende „Temblores", en de hevige „TerreiHotos". 
De verschdkkelgke aardbeving van 1751 be- 
groef de oude stad Conception in de zee en ver- 
woestte bijna alle plaatsen van 34 — 40» Z.B.; 
in 1822 werd Valparaieo erg geteisterd en in 
1835 vooral Nieuw-Conoepcion. Den 17den 



a: 
o 
o 
< 

< 

z 
u 

a 

< 

h 
I 

< 
►J 



2 



CHILI. 



131 



Augu»ti]i6 1906 had een aaTdbevimg pla^ts, waar- 
door «en aamzieiilijk gedeelte van Valparaiso 
verwoe8t «n honderden menschen gedood wer- 
den, ten^gl ook Santiago en »Bd^ere plaatsen 
veel te lijdea l«wlden. Sedort W€rdien ntog her- 
haaldelijk nieuiire aardscholcken in de maanden 
Augustus en September ge?oel<l. In bet als^e- 
meen neemt de kracht en de veelvuldigheid aer 
aardbeTingen van bet N. naar bet Z. al. 

Onder de metalen, waaraan Cbili zeer rgk is, 
nemen koper en ^il?er de eerste plaats in. Zil- 
ver komt Tooral YOor in eFts-gangen in d«n op- 
per-juiiankalksteen bij Caraooles en ObanaraUlo; 
kopeiertsen, doargaans als gangen, in die diorie- 
tiscbe gesteemtcn aan den oostvoet der En&tcor- 
dillera; goud werd vroeger in groote boeveelbeid 
in bet luluviom en m kwart£^ngen der East- 
oordillera ge?onden. Van andere metalen wopd't 
alleen nog lood en kobalt ontgonnen, bovendien 
zwav€l, marmer, eteenkool, boronatrecalciet, bo- 
rai en ealpeter (c h i 1 i s a 1 p e t e r), waarmee 
geheele streken in de provinde A/tacama bedekt 
zijn. 

Wateren. Noordiel^k Obili, waar bjjna alle 
beken na een korten loop door dien aardbodem 
opgezogen worden, i« zeer arm aan water; >beter 
ifl bet gesteld met znidelijk Cbili, ofschoon 
slecbts weinige riTieren ver stroomopwaart8 be- 
vaarbaar zijn. De <belangr\jkste zijn: de Rio Loa, 
de eenige belangrijke in bet N., de Cbcapa, de 
voor de bevloeiing vam bett dal van Santiago 
belangr^ke Maijpo, <le nog bet verst bevaarbare 
Maule, de Bio-Bio, de grootste rivier des lands, 
maar iocb in den benedenloop slecbts voor scbe- 
pen van gemiddelde grootte oevaarbaar, de Cau- 
tin (Rio Imperial), <fe Callecalle of Rio de Val- 
divia, de beiangrijkste van alle wegen8 de goed 
besebermde ha ven aan baar monditng, de Rio 
Boeno en de Rio Maullin. Ook treft men in bet 
Z. vele groote en zeer diepe meren aan, zooals 
die van LilaJiquiibue, Ranoo, Huanebue, benevens 
talrpe seneesikrachtige bronnen, waaronder die 
van Chillan, Apoqui<ndo, Cauguenee en Golima 
gebniikt worden. 

KlimaaL Het klimaat is door de groote 
ni^gesirektheiKi van het land en bet aanzienlijk 
verscbil in lioogie zeer ongel\jk. De noordiel^ke 
kasten hebben passaatachti^, betrekkel^k koa- 
de, zniden- en zuidwesten'winden, terwQl aan de 
zuidelijke kuststreek in den somer westen-, in den 
wiiiter noordwe8ienwLnden beerschen. Land- en 
Z6ewinden •wi88elen in den zomer met groote re- 
gelmatigbeid af ; de eerste z^-n aan de kust bui- 
teDgewoon bevig. Op bed; land zijn de wi>nden 
meer onregelmatig. Gemiddelde warmteiuter«ten 
zijn: Copiapo B2,l en 3, P, Sanitiago 30,9 en 
—0,9», VaMiv-iA 28,9 en — 1,4» C. De noordeljlke 
kustgebieden hebfcen zeer spaarzame wi'nterre- 
^ens, dde naar bet Z. langzamerband in rijkere, 
meer of mlnder gelijkmatig over het geheele 
jaar verdeelde regens over gaan. Terwjl het N. 
b\jna regenloos kan genoemd i^orden, begint 
reeds aan gene z^jde van den SSsten breedte- 
graad een gebied, dat 'bnitengewoon r\jk aan re- 
gen is. De toename van de regenboeveelbeid: van 
bet N. naar het Z. kan bl\jken iii>t de volgende 
ci}£ers: Copiapo 10, Serena 40, Valparai^o 340, 
Santiago 360, Talia 500, Valdivia 2930, Corral 



2530, Paeorto Montt 2450 mm. OnweeF8 komen 
seer zekien voor, zoodat men ze m Santiago 
evenzeeir v<iee&t als aardbevdngen. In de zudde- 
iyke eorddillera's treden ook ^etecbers op, die 
van Oolchaigua a! ziiiidvraarts steeds talrqiker en 
grooter w<mlen. 

Het iklimaat van Cbili geldt over het alge- 
meen voor gezond. 

Plantengroei. De woe8t^n Atacama 
schelcbt de flora der tropische Andes van de Chi- 
leensclie. De Chileenscbe Andes missen samen- 
hangende wonden. De voarwaarden voor het le- 
ven van boomen keeren in bet algemeen eerst 
•ten Z. van Valparaiso en Santiago terug, en hier 
beglnnen dan ook de diehte wouden, welke bun 
ontetaan te danken hebben aan bet vocbtige kli- 
maat VOD ValdiTia en Cbilo^. Hier is ook de 
zone van den koiienbouw. De groote vlakte tus- 
scben kaap Blanoo en Valparaiso is woudloo8. 
De hoogvlakten tusschen de Oordillera^s z\jn 
woest. Wel is waajr ontbreken de boomen er niet, 
vooral verheft er zicb de BoUki, een lauraoee en 
de rosacee QuiUaria saponaria, maar zij bereiken 
geen aan^ienl^ke hoogte. Het aantal inJietmsche 
boomen is gering. De meesten z^jn alt^d groen 
en bebooren tot de ol^jven (Buddleia), de tama- 
rinden en de MimosaoeeSn. De eenige palm is 
Jubaea spectabilis, zuidvraarts tot 35» reikend. 
De struikvorm, eveneens slecbts spaarzaam ver- 
itegenfwoordžgd, is vaak door de vorming van 
doomen eekenscbetst (Rhamnus en Berberis), 
De doonuooze struiken bebooren grootendeels 
•tot de Myrtben en Oleanders. 

Aan de rivieroevers van de Andesdalen komt 
de Zuid-Amerikaanscbe wilg (Salix Humbold- 
tiana) veelvuldig voor. De door v©rweering van 
vulkanisohe gesteeniten ontstane leembodem 
brengt een groote boeveelheid bolgewa8&en (Li- 
liaoee&n en Amaryllidacee^n) en heesters, ook 
BromeliaoeeSn voort, zoodat bet landscbap in den 
wiinter en bet voorjaar met mooie bloemen ver- 
sierd is. Vele heesters en hoatgewas8en worden 
gekenmerkt door het afscheiden van vlnebtige 
olien en harson. Het wottd, dat van Santiago af 
naar bet Z. toe bet land bedekt, bezLt de prach- 
tige, ongeveer 30 m. booge Arauearia imbricata 
en de in de oanstireken van Valdi^ veel voor- 
kom^e FaguB obligua. De cvpiessen 'Worden 
vertegen^veoordigd door de geslaoaten Libocedrus 
en F%txToya, wier bout van groot piraotisch nut is. 

Dierentoereld, De "cfiierenv^ereld van Cbi- 
li vormt een deel van den- Neotropiscben gordel 
en wel van den Cblleenscben of Patagoniscben 
subgordel. Earakteristiek zjn de knaagdieren; 
in de Andes komit tot een boogie vcun 4000 m. 
de als peledier belangr$ke w^mais (Chinehil- 
la, Eriomy8 lanigera), de haasmuie (Lagidium) 
zelfs tot 5000 m. voor; aan de dvieren buiet de 
moeraebevtT of ooypu (MyopotaTMi8), Andere 
voor Cbili karakteristieke soorten z$n de schijn- 
ratten (Octodontidae) en de eobte maizen (Mu- 
ridae), Van de roofdieren vindt men in de wou- 
den de poema en in de Andes de briilbeer (Tre- 
marctos ornatus). De iweehoevigen z\jn verte- 
genwoordigd door de om haar wol zeer gezocbte 
vicafia (Auchenia vieunna), de als huisdieren ge- 
bouden lama's en alpaka's en kleine bertensoor- 
ten (Cervus ehilensis). Uit de klasse der tande- 



132 



CHILL 



loozen treft men liier de ^Idzaoni rooikcmeudie 
gordešLnuiie of het mantelgordeldier (Chlamy' 
dophorus Iruneatus) aan. Cbder de TOgels zlja 
merkwAaiFdig e&at eoort papegaaden {^Hemeogna- 
thus), ^wee soorten du^en, een gioot aaistal war 
:teryogel8 (waar<Mider de CSuieenficibe 2waaii^ 
de coDdor (eea iroefrogei) en de Pata^niscbe 
struisvogel. Van de reptilite bezit Chili eenige 
Zaid-Amerikaansche soorteor dei adders en boom- 
slangen en eeni^ tot Chili beperlrte eoarten mu 
hag^Miesen, gekko'e en igiiana'«; de amphibie- 



en wordQn slecbts door ongeetaarte soarten ver- 
te!geoiwoordigd. Ook van visachen bezLt het land 
eigenaardige soorten, evenals Tan inaecten, wel- 
Jlb laatste ecbter een yermeDgLng Tan tropische 
en noordeljke Tormen ye(Ftoooen. 

Bevolking, Het aanial mwoner8 bedroeg 
in 1910: 4 262 564, verdeeld over de volgende 
|»oyin£ie8, terw\jl in de respeotievelgke hoofd- 
steden dn 1907 het aantal bedroeg als veider in 
de tabel staat opgegeven: 



Prbvincičn. 



v. km. 



Inwoners 
1910. 



Per v. km. 



Hoofdsteden. 



Inwoners 
1907. 



Aconcagua 
Antofagasta 
Arauco 
Atacama . 
fiiobio . . 
Cautin . . 
Chiloe . . 
Coichagua 
Concepcion 
Coquimbo 
Curico . . 
Linares 
Llanquihue 
Magellan es 
Malleco 
Maule . 
Nuble . 
0'Higgins 
Santiago 
Tacna . 
Talca . 
Tarapaca 
Valdivia 
Valparaiso 



(territ 



Chili 



14 210 
120 718 

6366 

79585 

13587 

15 105 

22255 

9987 
8422 

34862 

7714 
10 210 

91676 

171 438 
7701 
6410 
8823 
6066 
14672 

23958 

9 448 

46 957 

21 637 

5 059 



757 366 



132730 
118 718 

62 259 

65 118 

100495 

161 435 

91657 

159425 
225 054 

178731 
108 120 

III 773 

1 13 285 

23650 

1 13 020 

115 568 

169858 

942 257 

546599 

42925 
132730 

115 940 

J31751 
299466 



4 262 564 



Het aantal •buitenlanders bediaagt 134 524, 
waarondeT 27 140 Pernanen, 21 968 BoiLiTianen, 
18 755 Spamjaarden, 18 028 Italianen, 10 724 
Do^tBobers, 9845 EngelMihen en 9800Fj:aQGcben. 
De inheemsebe beToTking be&taat uit Indianen, 
Spamjaarden en l^^geie, benevens klenrlingen. 
De Indianen ten N. ysm de rivier Bio-Bio z\jn 
veed« kng Chdstenen en hebben Taste woon- 
plaaiseDv de meer zuidelgk wofDende, de Aure- 
KBoetif ziin in twee groepen Teideeld: de In- 
dianos Vostinoa (East-Inddaiien) en de zeer 
kr^gshafitige Moluches, die in de vlakten langs 
de Andes woiD«n. De Spaaneohe Creolen onder- 
echeiden zioh van hun Amerikaansche etamver- 
vamten door gtrootere lichaamskracht, energie, 
ondennemingegeeet en vaderlandsliefde; de als 
alaTen ingevoeide, seder 1811 Yr\je Negers z^n 
meeat door Termenging met andere stammen 
Teidwenen. Verder 2qn er talrgke Mestiezen 
(OhiQk>s) en Obduoe (tkindenen ivan HLenken en 
Gholofi). 

De Boomsch-Eatholieke Eerk is de »taats- 
kerk; andere godediensten wo(rden echter ge- 
dnld. Z\j staat onder den aartsbieschop Tan San- 



9 
1 

II 

0,8 

7 
II 

4 
16 

25 

5 

H 
II 

1,2 
0,1 

13 

17 

»9 
16 

37 
1.8 

13 
2 

6 

59 



5 



San Felip6 . 
Antofagasta 
Lebu . . . 
Copiap6 . . 
Los Angeles 
Temuco . . 
Ancud . . 
San Fernando 
Conception 
Serena . . 
Curic6 . . 
Lin^es . . 
Puerto Montt 
Punta Arenas 
Angol 
Cauqučnes 
Chillan . 
Rancagua 
Santiago 
Tacna 
Talca . . 
Iquique . 
Valdivia . 
Valparaiso 



10426 

32496 
3295(1903) 

10287 

1 1 691 

16037 
3979(1903) 
8277(1903) 

55330 

15996 

17573 
II 122 

4347(1903) 
12 199 

7896(1903) 
10119(1903) 

34296 
10380 

332724 
11504(1903) 

38040 

40 171 

15229 

162447 



tiago en 3 bisscjhoppen: van La Serena, Con- 
cepcion en Ancud. Het ondi«rw^6 is, zelfe aan de 
oniversitedt, kosteloos, leerpdicht ibeetaat niet; 
toch bezit Ohili meer dan 1000 »taats- en 500 
particuAiere scholen. Middelibaar ondefrwg€ w<ordt 
gegeven door het Nataonaal-instiitnnt te SaoU- 
ago, benerens aan 9 Ijcea Tan den eereten en 9 
van den tweeden rang. Aan het hoofd Tan het 
geheele ondeinrgs etaat de in 1743 door de Jezu- 
ieten te Saivtiago gestichte uni-versiiteit met 4 fa- 
cultediten (rechta^etensdiap, medic^nen, theolo- 
gie eo' iiatuuTwetensohappen). Verder bestaan in 
Santiago nog een paedagogiech Instituut, een Ea- 
tholiebe u-nivereiteLt (eedert 1889), een nationale 
biiblietheek, een sterrenwaoht, soholen voor tech- 
nisch 0(ftdeT»w5e «n een industrieschool voor 
meisjes. Ook heeft het lanad 2 mqnbouw8cholen, 
een kndbouwin9tiinut, 5 landbouwscholen en 
een proefstation. Er verfichgnen ongeveer 200 
oouranten en t^dcehriften (16 in Saniiago, 15 in 
Valpanueo). 

Middelen van bestaan. ue landbouw 
Ifldft onder den vloek van het ffrootgrondibezit, 
dde wel ia waar vooir het middelste deel des 



CHILI. 



133 



I&nds, waar de giooU beyloeiifDg8weTken omni«- 
baar zija, reeht rem bestaan beeft. Ook in d« 
later Yerwor?exi zuidel^ke disiricton h«eft d« re- 
geeiiDg eehter het ^rootate ged^elte Yan het laod 
aan |;it>ote kapiitaliflteik verkocbt. Tairwe is het 
hoofdprodact. Vao de OTeri^ landboawg«wia8- 
sen moeten vooral genoemd word<en: g^erst, maU, 
booiD0D, nauw<e epw!ten, aardappelen, b6etwor- 
tels, tabak, lincDeu, 'heiuiep, vlas enz. Europee- 
ache ooStboomeii ged^eoi er Tooitreffelgk. Uit- 
gevoerd worden: gerst, iaiwe, meel, aardappe- 
len, waliiot0n enz. De w9Dbouw is over geneel 
Chili verspreid. Palmbonig morŠt in groote hoe- 
▼eelbeid uit de palmbosschen vam hei N. ver- 
kremen. 

De veeteelt wordt began«tigd door de tooi^ 
treffel^ke W€adeiD, z<x>w3 in de 'viUbkte, aks m 
het gebergie. De paarden, Tan Andaliisisoh ros, 
z^n levenoig en onvermoeid, maar de trekdieren 
met zwaar genoeg. Meta heeft daarom Engelsohe 
en Franecbe rasaen ingeroerd. De ruinderein, een 
Spaanech ra«, zgn midd<eiLmatdg groot en ateilki 
maar geven weinig Tleesch. Voor verbeftering van 
de sehapoDtoete door kruising is teeds Teel ge- 
daan. In de zod gedroogd rundvleesch (Charaui) 
▼ormt een belaingr^jk ni^tvoorartikel. Ook de oq- 
enteelt is belangrqk; de TischTaingst heeft ech- 
ler ndet veel te t>eteekenen. 

M§nbouw. Aml i)iraikbare metalen en minera- 
len ia Chili bgzonder q]k. De eerete plast« 
neemt de saJpeter in, die in de noofrdel^ke, TToe- 
ger aan Bobvia en Peru behoorende proTineifo 
gewaanen wopdt. Voor 1913 wordi; de prodaotie 
gesehat op ± 60 000000 guiovtals. Met de pro- 
dnctie van salpeter staai die van joddum in naaw 
▼erband. Aan koper z^n de provioiei&n Tarapaca, 
Antofagasfta, Ataoama, Saotiago en Coqnimbo bet 
r^kst. Het giootate gedeelte van het koper wordt 
in het land zel! gesmoiten en in den vorm van 
etaren nitgevoerd. De belangr^kste m^nen be- 
▼inden zicn bij Lota, Coronel, Talca, Vidparaieo, 
Aooneagna, Muaeoo, Carrizal, CaJdera, Copia- 
po, Takel, Ghafiaral, Agytofag|asta enz. In 1911 
werd 65 171 ton kopererts uitcevoerd. Ten op- 
zichte ran de gondproductie voWe Chili m bet 
hegin d<7 19de eenw onmiddellgk op Brazili6 
en Colnmbia; sedert ddion tijd gi>ng de prodxK)tie 
eobter »terk acbtemit. Voor ziher Totnnt Co- 
ptapo h^t middelpnart; de belangr^jkste mijnstre- 
ken zgn die <nuD ChafiareiUo, lquiqTie, Aotofa- 
gasta enz. Umrerisen komen op vele plaatsen 
Toor, maar werdeQ tot dusver nergens in de na- 
b^heid ran stoenkool aongetroffen. Reneaehti- 

fe tertiaire kolenlagen 'wenien omstreeks 1850 
g Lota en Corcmel, ten Z. van de Bio-Bio ont- 
dekt. Rgfce lagetn gnano bevinden zich op de Lo- 
bo6-eilaa»den, 3ie zoo lang onder ChiJeenach be- 
stnur bl^ven tot dat 1 mdUioen ton nitgevoerd 
is; daama ^nUen ze weder aan Peru -torngko- 
men. 

De indttstrie omvat, behalve de ibewerking der 
metalen, bierbronwergen., fabrieage van leder en 
suiker, koienr en hontzaagmolens (in het Z.), 
zeepzieder\jen en stgfselfabiieken, i« eohter nog 
tamel$k onbelangrijk. De huisindnstrie levert 
voomamemk geweven srboffen, borduurwerk, ta- 
plj-ten, manden en aarden vaatwerk. 
De handel wordt b^unetigd door de lange 



kust met haar italr^ke havens, waaQnnaii Valpa- 
raiso en daama Talcaih-uano, vooral ails iavoema- 
vens, de voomaaimste aaoi de gebedle we8tfcD0t 
van Z.-Amertka z$ii, {teorrirgil bg den ndtvoer de 
salpeteijiavens Iqiaiqne en Pisagna^ verder <Ck>- 
quimibo, Coronel, Antofagasta en Valdivoa een 
voocname plaats inoemen. De inivoer bestattb 
voornaimiel^k nit etaven $zer, ^zepbU^, tadk, ma- 
nnfaetnien, ateenkolen, timmerhoiKt, suiker en 
rnndvee (ui<t ArgentiniS); de uitv<^r uit salpe- 
teir en koper, zilver en zUverertsen, jodium, tar- 
we, gerst, steenkolen, guano, gzarerteen, zoolle- 
der, walnoten>, wol enz. 
De hamdel bed«roeg m pe90*8: 



1901 
1911 
1913 



Invoer 



Uitvoer 



139 300 766 
348 990 354 
334 454 779 



171844 976 
399 409 363 
383 227 949 



Aan den in- en uitvoer heeft Engeland verre- 
w€ff het g<rootete aandeel. Nederland zond in 
1911 voor 274 410 peaos aan koopwaren naar 
Chili en belirok daarui<t voor 9429 511 peso«. 
De hflindelBvloot bestond in 1911 uit 84 stoom- 
schepen, metende 69604 ton en 91 seilschepen 
met 52 918 ton. In verband met de steeds toe- 
nemende handelsbetrekkingen tussohen Neder- 
land en Ohdli> heeft de Roland-linie io 
1906 besloten, haar booten op de lei« van- Bre- 
men naar Z.-Ameriika ook Ko^jterdam te doen 
aanJoopen. 

De iengte der etaatsapoonregen bedroeg (1911) 
2831 km., dde der Ignen van particulieze maat- 
fiohapipn^ 8114 km., zoodat te zamen 5945 km. 
in ezpjoitatie waireik Het aantad telegraafkan- 
tooren oedro^ 852, de lengite der daraden36024 
km., het aantal tdegiammen 244 000, thet aan- 
tal postkantoren (1910) 1096. Verder waran er 
in 1^5 81 telefoonkaatoien, (de lengite der dra- 
den bedroeg 12 767 km.), en 4 staiions voor 
draadlooze telegrafle. De banken zjin alle parti- 
culiere met bet recht om baniknoten uit te ge- 
ven. De Natiionale bani^ zorgt vooir de legeedngs^ 
zaken, andere banken ^in de CSaia de <Or6dnito 
HipotecaniOi, de Baneo •Cndleno, de Valpaiarao, 
de Santi^io, Agricoda, Comareial, Popolar Hipo- 
tecario, (Jrodito Unido, Hipoteeairio enz. 

Het metrieke steleel is sedert 1868 i^ee- 
voerd, doch nlet uitehuitend in gebruik. net 
maatwezen werd door de wet van den 11 den 
FeibruBd 1 895 geiegeld. 

Besluur. I>e grandwet, die in 1883 aange- 
nomen, maar sedert dden 4^ herhaaJdel^jk j^e- 
'w^zigd werd, heeft den sedert de onafhankelgk- 
heidsverklaring van den 18den September 1810 
hestaftnden bondsstaat in een eenheidsstaat ver- 
anderd. De souveieLniteLt berust by 'het volk en 
wordt uitgeoefend door diie machten: de uit- 
voerend«, de wet^evende en de reohterlrjke. De 
president heeft de uitvoerende macht; hg wordt 
voor 6 jaar indlTect door het volk gekozen en ie 
niet herkiesbaar. Hem ter zgde staan 6 minis- 
t«rs. De we^vende maobt berust b\j twee lichar 
men: een Itamer van afgevaardigden uit 94 



134 CH 

l«>ko en eeo Sonaat nit 82 lecl«n bestaaJide, wel- 
ke reehtsstre^« door bet volk ^ekoz«D norden. 
Het opperate recbtsoolkg« best&at uit 7 leckn 
en is ^erestigd t« Saotitigo. De slavvrnli ie se- 
d«rt ISll opgebenr«n. 

ChdH is io 23 pnmiidtai «n I territoritmi 
(lie tabel) ingedeeH. Volgen« de begMKiting Tan 
1912 bedroegea <k m.t«aven 257 916 447 pesos 
in oouranl« mnrat en 52 782 120 in goud. 

Het mtvooTMdht op ealpeter on' de opbrengrt 
Tan den veriioop bn opbod yaa de salpeter bou- 
dende terreinen nmieii te zamen de ToornaamBte 
bTon van inkomst 'an den Chileenschen etaat 
uit, Van 1900 tot 1903 bedioe? <k gemiddeld« 
opbrengst Tam dat aitroeireobt 46 790 996 peso's 
en de veiling vui de t«neLDen lererde ja&rl^ 
5 16 millioeo pe»>'s op. In 1912 beduo^eo de 
nitToerrechten (l^jnA gebeel op salpeter) 
85087 724 peitM>'a gond op «en 'totaal inkonuten 
viui 192,8 m. peso'B i^ «oar»nte mimt en 103,5 
m. peso's goud. De etasteschuld bedro^ den 
31$l«n December 1912; 459 970133 peBo\ de 
bianenlandsche 5 916 700 peeo's tn goad en 
181203 570 peso'* in couraate munt. 

Het leger wordt verdeeld io het staande leger 

en de nation&Ie garde. Sedert 1898 is de alge- 

meene weerplioht iogeTOcrd; volgftns welke elk 

ChileeD -ran z^n 20ste tot zgn 408te jaar dlenei- 

pliditig i«. Volgenfi de legenret vau 1912 fee- 

staat het leger uit 27 000 man, waaronder 8044 

a!« etamtroep, 5371 tie maiinepereoneel, 9860 

reorotMi TOor het laodleget, 709 voor de vloot, 

1500 Tooi d« kDStMtiUerie ea 1737 carubinieri. 

De vloot beetaat uit 21 sdLepen met bgna 4! 540 

tmaen iiAoud, beneTOns etoige oi^eidingscbe- 

pen, eeo aan- 

tai k&noD- 

neerbooten 

eni. Het per- 

Eoneel telde 

(1909) 538 

offioiereo en 

beambten en 

4954 man. 

Eeo militaire 



Wapeii T 



een kadet ten- 
school bestaan 
te Santisgo, 
een hjdrogra- 
fjscii bureau 
te Valparaiao. 
Talcaihoiuio en 
Talp&raim zqm oorlogahavena met nMii<newer- 
ven en dokkein. 

Het wapen der pepubliak (ae de afb.) is etn 
schild, door een dvarestroep iin een bUuwe en 
roode belft Terdeeli), wBarin eem ziheren etei 
met 5 straJen. Een -huemul (eoort lee) en een 
condoi, heide met een gonden kroon, dragen 
het irapen. Op het schiM zifn drie blauw-wit- 
Toode tiruieseeren. Het devies luidt: „Pot la ra- 
zon o k fuena". De vlag ibestaat uit twee hoii- 
zontale atrooken, de bovenst« <in Oiet eeiste derde 
iJeel blii.uw, met een iritte Tjjfatralige ater, voor 
het overige wit; de onderste lood. De landekleu- 
ren z^ .wi<t, blaun en rood. 
aetehiedetiis. Reeds de Iiica'^ vaji Peru 



bebben poglngen aangeweDd, om Ohili aan huo 
heerschappi) te ondenrenpen, doeb deze trajen 
aHhans in het zuiden Truckteloos. Di^tfo Atma- 
gro dran^ eebler in 1535 nit Peru i<n it provin- 
tte Cogmmbo door. De SpanjasiTden veetigden 
zich alJaar en rukten in 1550 onder Pedro Vol- 
divia roorwaarts tot aan de Bi«-Bio. waar de 
Araukasen zulk een kiachtig Terzat boden, dttit 
zij dch met het gebied ten N. der rivier tevre- 
den moeeten stedlon. Dit gebied werd onder het 
bestnui gesleld van een Spoanscben kapitein- 
generaal en genoat een betrekkelijk groote mate 
vain zelfstajidigiheid. Opgewekt door het Toor- 
beoM vam Ituenos-A^ea «n andere Spaaneche 
kolonija in Z.-Ameiika, gevoelden er de hoogeie 
atandea DeigLng, zich ODafhBnkelok te makea 
vaa Spanje. Nadat in 1810 d« kapiiein-geneiaal 
Carrasco op last der Spaansche Cectee wae af- 
Kezet, kwain te Sastiago eea Junta bijeen, die 
den markiee de la Plata, oea ingezetene van 
Chili, tot president kooe. Een poging vam den 
Spaansohen krijgeoTerste Figuejra om de nieuwe 
Tegeering ten val le brengen mjelnkle en deed 
de omiveniteliing nitbarsten. Hot Congres, dat 
den 9den Stptembei 1811 b|jeenkwam, handel- 
de nog Bteeds ia oaam van Spaoge, dneh een 
jaar later maakten 3 broedera van aanzienlijke 
afkomst Josf Migtiel, Juan Josi en Luia Carrera 
zieh meester ran het gezag, verdTeven het Con- 
gres en TErklaarden Chili onaihamkelijk. Abas- 
eal, ooderkoniiiK 'vam Peru, sond in 1813 geoe- 
laaL Parija uit lima er been, doch Josi Miguel 
Carrera braobt hem m bet zuiden des lande een 
nederUag toe. De Jamta, afkeerig van de aao- 
matiging der OarTeTa'6, ontnam hiem bet opper- 
bpvel en droeg het <^ aan Bernardo 0'Higgitt», 
die niet beletton kon, dat de overmachtige Spao- - 

C den onder Oaitua de slful Talca innamen. 
ndeaire oinweitt«Ji'W ioeg de Junta uiteen. 
bekleedde im oveiste La»tra met het diotator- 
Bchap, deed <ien fcurgeroorlog omtbranden en 
baande den w^ voor generaal Otorio met 
niemre Spaansche troepen uit Peru. fflliggint 
werd dea 2dea October 1814 bij Ranra^a vei- 
elagen, doch oratsnaptc met eea aanzieiilijke 
kiTggBmaoht over de Andedceten naar Mendoza. 
Rttim 2 jaar hieU ara Otorio het bewiiid in ham- 
deit, en het volk echecn verbeugd te zjp over 
het einde van den oorlog en van de heerschappij 
der CoTrera'!. Imtusscben ^(^oelde Baenos-Aj-iea 
het gevaar, dte-t van de z()de van Chili direigde 
en onderEleuBide de uutgeiveken ChLleenen, die 
zich onder geneiaal San Martin met de troepen 
der La Plataetaten tot een leger vereenigden, 
Het gelnkte dežen beveHiebber iu Febiuari 1817 
de Spanjaaiden te mieleiden en met 4000 man 
een dei stontste tocbi^ waarTaii d? gesehie- 
deiufi meldiog maakt, namelijk in 8 dagen een 
tocbt van 370 — 450 km. over de onbewoonde, 
4000 m. hooge Cordillera'B te volbrengem. De 
Spanjaaidien, aan den voet van het tebergte 
tmder Maroto vereenigd, leden eea lie^isseiide 
nederlaag en lieten de Imoldetad m handen der 
overwjniDaars, dde den generaal 0'Higgins in 
April tot opperbeetuiuder van den Staait kožen. 
Oaorio echter nikt« uit Concepoion TOorwaarts, 
overviel en verslo^ den Idden Maart 1818 de 
Patiiotten bij Cancharajada, maar veiloor den 



CBILI. 



135 



5deai April den 4>e8H«senden sla^ bg Maypa. 
Hierdoor werd Ghili voor goed Ti^cmaakt van 
de Spaaoeohe heersebapp^. Lord Vochrane (laier 
lord Dundonald) veroverde, als admiraal der 
republiek) 'm Jaimftrl 1820 VakMvia en generaal 
Freyre im 1826 het €ilaa>d Chiloe, de laatMe 
punrten, W4iar zioih een SpaaiD&ah« bezetting be* 
Tood. 

Na volgdeD «r •bii:rg«roorlog«D. Reeds den 
28steii Jaoaari 1828 werd de oppeFbestuurder 
afgezei. Oemeraal Freyre aanvaankLe de legee- 
ring, doch werd evemeeiis ton val gebracht; ^el 
greep hg naar de wape(ns, doch l«od in. Juli 
1828 ii&by San-tiflgo de nederlaag en werd ver- 
bam-nen. In de plaats der eerate constitutie van 
1824 •kwain dem 6den AugusUia 1828 een twee- 
de. Als president volgde generaal Pinto, en op 
dežen in 1831 de voorzitter Priito, die de bin- 
nenkuidsehe met iherateide en^ door •bekwame 
nunisters gebodpen, Tele n-uttige maatregelen 
nam. Een 8amen2weri!ng, nit Peru aangestookt, 
W6rd in 1887 op bloedlge ^^ze onderd^nik^t. De- 
7A gebeurtenls en de toememend^e maeht van 
Santa-Crux, presidei^t van Bolivda, die zich van 
Peru had meester gemaaki en Ohili bedreigde, 
waren oorzaken van een oorlog, die in Maart 
1839 met de TerbanDing Taoi generaal Santa-Crut 
eindigde. Ghili w^.rd nu den 25 sten April 1844 
door Spanje onafhankel^k Terklaard, en door 
vele Terdragen ntet budteniandsclie mogendhedtani 
en door de toenemende vaart op den Grooten 
Ooeaan onitwJJ(kelde het land zich op een zeer 
voorspoedige wiJM. Ook bdjnneneknds werd de 
nist irieit gestoord. In 1841 beklom generaal 
Bulnes den voorsvttersasetel en werd in 1846 her- 
kožen. Zgn opvolger im 1851 wa8 Manuel Montt, 
de candidaat der democratiacbe partij , en gene- 
raal De la €rux zocht vrucbtelooe ^ich daarte- 
gen te Terzetten. Het bestuar van Bulne8 had 
vooT den fioaatndeiben toefiitaind, den handel en 
de imrnigiatie uiitmimtende vruahiten gediageo. 
Den 2den Januaid 1852 werd de ee^rste 8poorweg 
geopend van Gopiapč nnar Caldera. Onder het 
bewiind van Montt, die eveneeme zijn ambt 10 
jaar bekleedde, ontving Ghili een bnigel^k wet- 
boekf haiMlelsreobtbaniken, een regelioig der ge- 
meeotebestuipeii, een diecon<to- en depositobank 
(te Valparaiso) en een voorschotbank op hy.po- 
tbeken. Met Groot-BrLttaniLi^ weid den SOaten 
November 1856 een handeletraotaat geeloten, en 
de jeogddge repnbliek hield zich ver van de on- 
lofifben, die haar Znid-Amerikaansche zuster« tei«- 
terden. i^en oproer, dat in 1859 nitbarstte) weid 
aanatond« gedempt. Op Montt volgde in 1861 
Jo84 Joaguin Perex. Under z^ tew<Lad werd 
Ghili in 1864 i^egens gewe]ddad)igiheden, jegen« 
een Baskieche kolionie in Peru gepleegd, in moei- 
Igkheden gewikkeld met Spanje. Diit laatste nam 
de Qhin<m^la(ndlen in heM en hrafk de diiplo- 
matieke •betrekkingen af, waaina een Spaansch 
eakader ooder admiraal Parijo voor Valparaifio 
versobeen en Spanje in September 1865 den 
ooT^log Terklaarde. Poraja bracht zich om het le- 
ven, omdat de Ghileeneche korvet »Eemeralda" 
in November een Spaansche kanonneetboot ver- 
overd had. Zgn opvolger, admiraal Mendez Nu- 
nu%, 'blokkeerde oe havens van Valparaiso en 
Gald6ra en bombaideerde den 31aten Maart 1866 



eerstgenoemde stad. Inmiddels schaarden Peru, 
Ecnador en Boti^da zich aan de zgde van Ghili 
en veiklaarden Spanje den oorlog, waarna het 
eekader den 14den April 1866 Valparaiso verliet 
om — hoeiwel 4e vergeefs — Gallao aan te »tas- 
ien. Daatrmede namen de v^andel^jkheden een 
einde; dooh eerat in 1869 werd door bemidde- 
ling der Vereenigde Staten, onder voorwaarde 
van schadeveigoeddng voor het bombardement 
van* Valparaieo, een wapenatilstand van 2 jaar 
gesloten, die den 12den April 1871 met 3 jaar 
verlengd wefd, terwgl men tevens te Washing- 
ton over den> vrede onderhandelde. In de laatfiSe 
jaren hadden de zuidel^^ke gewesten van Ghili 
veel te lijden van de invaUen der woeste Arau- 
canen, vooral in 1870, toen een Fransch avon- 
tnrier zich onder den naam van koning Orelie 
Antoine I aan het hoofd had geplaatst van* dien 
atam. 

Onder het beatuur van Erraxurix, die in 1871 
president geworden wa8, ontstond in 1874 een 
botsing tussohen de Regeeiing en de bdeechop- 
pep, daar laatstgenoemden in een herderlijken 
brief den piesident, het ministerie en vele sena- 
toren en afgevaardic^den hadden geSicommuni- 
oeerd, omdat dežen ieel hadden genomen aan de 
vaststelling van bepalingen in het strafwetboek, 
waarb\j de afkondigi«ng van bepaalde pausel\jke 
bullen verboden weni. Het Gongres beperkte ech- 
ter langs wettel\fken 'weg het gezag der geeste- 
lij-kheid. In 1876 weid Anibal Pinto itot presi- 
dent der Repuhliek gekozea. 

In 1879 ontsftxxnd een oorlog tegen Peru en 
Bolivia. De oorzaak hiervan wa8 de gebrekkige 
grensregelifng en het vinden van groote hoeveel- 
heden guano en salpeter in het betwiste grens- 
gewest in het noorden van de woe8t$n Atacama, 
tusechen d<en 23sben en 24fiten breedtegraad. Wel 
beetond er met betrekking tot het .ontginnen 
dier groeven een verdrag itnssohen Ghili en Bo- 
Uvia, doch ditt laatste wJlde door het monopoli« 
van guano en ealpeter znn financidelen toestand 
verbeteren, en legde zulk een hoog krvoerreoht 
op salpeter, dat de Ghi^leenfiche salpeter-indu- 
strie met vernietiging bedreigd v^erd, Ghili pro- 
testeorde <te vergeefs, en Bolivia vilde zelfs de 
Ohaleensohe ealpetermljnjen-, tot veigoedlng van 
nog onlbetaald uitvoerrecht, verkoopen, toen twee 
Ghileenedie panftsereobepen en eenige honten 
vaartuigen Tersohenen, ongeveer 1000 man bq 
AntofagBMta aan land braobten en zoowel de sal- 
neteigroeven als de havenplaaitsen Mejillonis, 
Cob^ en Tooopilla in be9i<t namen. Nu begon 
meu' 2ich «n Ohili en BoHvda gereed te maien 
tot den atriid, iemv^jl Peru weigerde zich onzg- J 
dig te houden, zoodat Ghili ook aan Peru den ^' 
oorlog Terklaarde (4 April). 

De Ghikenifiche vloot onder admdraal Wxlliam8 
Robelledo blokkeerde de Pemaansehe kust tot 
aan Mollendo en belette aan Iqnique alle ge- 
meeneobap met de zee, om de^e vereenigings- 
plaats Tan de v^andel^ke legers door gebiek 
aan levensmiddelen tot de oveigave te dwingen. 
Daareniboven Tennielden de Gbileenen den on- 
derzeeschen kabel, die langs de kust naar Lima 
loopt, alsmede de toestellen voor den uitvoer van 
guano en salpeter. Den ISden April had bg den 
mond der Loa het eerste oeegevecht plaats, het- 



136 



CHnj. 



we]ik ganstig mMel voor Oholi, en den 17de& 
M-el ventrok hxi Chileeofioh ^paotseFd eskader 

* Tata Iqaiqu« naar Callao, ten^gl Practo de b^et- 
img vaab Iqaiape versterkte «n Tan proviand 
Toorzag. De Chileeiisohe vloot henratte den 
SOsten* Mei< d« blokkade Taoi Iqmque, terwgl de 
PeraTiaansche troepeii veeds oq Ariea wiaren 
ODitscbeept. Het sneUe ramsohip ^Huascar" on- 
der admkraal Oran TeroorzaalDte eehter groote 
schad«' aaii transportsobepeii eaz. en bedrei^e 
TooDtduieikl de gemeetnecbap y«ii VoHpara&so met 
de aee, zoodat de 'blokkade van Iqu!ique tegen 
het eidKle Tam JaH moest woTdleiD> opgebeveD. 
Den^Ssten Ootoher 1879 had bg Pnnta Anga- 
mofi een zeegeveeht plaafts 'tosscbea den »^uas- 
eor" en itwiee ChUeeDficbe ponitaerschepen. De 
j^uascar" weid, niada4; admiraal Oran ^esneu- 
Yeld wa8, door de Chileenen Teroveid en ie Val- 
paraiso ten behoeTe van- de Ohileensdie vloot 
gerepaieerd. Nu Jeod ook bet leger te land met 
grooS^ere krachft optreden. Den 2den November 
werd Pisagna gebombardeerd en veiden m de 
baai vam Junicn aldaar 9000 man aan land ee- 
zet. Pieaffna ^erd beaet, «n 7000 man onder 
Escala ariMTten yoorwaaiit8 Daar Iquiqiie. Het le- 
ger der Botndgenooten aldaar, von de ffemeen- 
sohap met de zee beroofd, zocht vrncbteToos Pi- 
sagoa te TeiPOTepeii. Nn zood- Prado generaal 

^ Buendia met 8800 man tegen de Ghdleenen in 
het Teldl, en den 19den November waagde Bti- 
endia het met z^ troepen het Chileenische le- 
ger i<n een versfterkte stelliiig t>g San Franei«- 
00 (Doloires) in bet fiont aan 'te itaatem, maar 
werd met gro(xt verMes temggeslagen en door 
de Ghdleenen tot Taracapa aan deai voet der Cor- 
dillera'8 vervolgd. Daaraia trok Escala voor- 
waarts naar Iqniq!ie, en ook de boofdmacbt der 
Ghdleenen tiok van de Loa daarheen^ waama de 
troepen der Bondgenooten de wjk iiamen naar 
Tarapaca. De Ghileensche vloot <nam IquiqQe in 
bezit, en Escala zond een troepenmaebt naar 
Tarapaca, dat zich den 27ateiD November over- 
^af. Tbans w<aren die OhUeemen meester im de ge- 
neele provincie Taiapaoa en otntgonDen ter&tond 
de fialpeterlagen aldaar, geschat op een waardte 
vatn vijf mdH^aoMl gnkten. De tegen«poed van le- 
ger en vleot had de bevolkimg van Peru en Bo- 
Hvia 2^6 verbdtterd en opioeri^ gemaakt, dat 
de presidentem het geraden a(£tten, naar hun 
hoofdsteden temg ite keeien. Zij werden eehter 
afgezet. In BoHnTia inam generaal Campero de 
teugels van bet bewiaid' m banden, en Prado 
vluchtfte beimel^k naar Panama, waarna La Oo- 
tera aan bet hoofd der zaken kwam en een< etr\jd 
op leven en dood' aank<XDdigde. Alle hulpmidde- 
len werden nn te baat genomen om den oorlog 
dioor te zetten, en de opof feiingen, dde Peru ai<m 
daafrvoor getroosrtte, bracbten bet n^k aan den 
rand vam den aigroind. 

CbiU versterkte intn«schen vloot en leger, ver- 
ontrustte de kosten, vemielde er steden en dor- 
pen en blokkeerde eederi den lOden April 1880 
Callao, de haven van Lima. Ghileen«che kruieers 
strekten hun tochten nit tot Panama en maak- 
ten zich meester van aUe voor Peru beetemde 
transpoitscbepen. Om Anica, door de Bondge- 
nooten bezet, te bestoken, ourtdcheepten zich on- 
der Escala den 245ten F^brua;ri 1880 bg Ho 



Id 000 Gbileensche eoldaiten met 24 8taikto> ^e- 
aohut. Het leger der Boodgenooten, door admi- 
raal Mantero gecommandeerd, trok terug siaai 
Tacna, maar j^aatste 4000 man te Moq!aiegQa» 
om de Ghileeneii op te ibouden. De^em eehter na- 
men die 6tad in en joegen de bezettinig op de 
vlncht. ELet leger der Bnidgenooiten, op den Al- 
to de Taona veieterkt, bleef weifceloos, o&oboom 
12 000 man eterk imet 24 etnkken gesohnit. Den 
25aten Med werd ihet aangetast daar Toirn 13 000 
Ghileenen met 50 stokken geedbat en hed een 
bloedige nederlaag. Escala 3»%tte daarop Tacna 
en d^ Arica door generaal Baauedcmo bom- 
bardeezen. De stad w^ atoimenaenhand inge- 
nomen en gepLunderd. De poging van den Pe- 
ruviaanschen generaal Pierda, een federatie van 
Peru en Bolivia tot etand te brengen, mislakte, 
en Bolivia gaf den oorlog op. 

Vruebteloo« zochten de Vereenigde Staten van 
Amerika de st^jdenden tot den vrede te bewe- 
gen. Pern wilde geen grondgebied afstaan, en 
Gbili zag zich ^rongen tot het voortzetten van 
den oo(rlog. Ghili verzamelde bg Arica den noo- 
ddgen voorraad en wa8 in November 1880 ge- 
reed den str^ te bervatten. Den ISden Novem- 
ber 1880 ataken 10 000 ObMeenen uit Arica in 
zee en stapten 7 dagen later b\j Pi«oo ten zui- 
den van (>aIlao aan wal. Eenige dagen daama 
werd de hoofdmassa van bet leger (20 000 man) 
ten noorden van Galkio ontscbeept, veroverde 
na hevtgen »trgd Lurin, behaalde den 12den Ja- 
nuari 1881 bjj Ghoralloe en dne dagen later b\j 
Miraflores de overwinning op de reruanen en 
bezette, zonder verderen itegen&tand te ontmoe- 
ten, den 17den Januari Lima en den 18den Ja- 
nuarl Gal>lao. 

Daar in Peru geen algemeen erkende regee- 
ring was, mioest de vrede nog uitgesteld en bet 
land bezet gebouden worden, totdat den 208ten 
October 18o3 met den tot president gekozen 7^- 
lesias een vrede gesloten kon wordein, die den 
31 sten Maairt ISM bekracbtigd werd en waar- 
bg Bolivia zich den 4den Apnl aaneloot. De vre- 
deBvoorwaarden waren voor de overwonnen sta- 
ten zeer hard. Het geheele gebied, waarover oor- 
log gevoeid wa8, kwam aan Gbili, en v^el stond 
Bolivia de provincie Anttofagasta, Peru de pro- 
vincie Tarapaca defiautief al, terwijl Tacna en 
Arica voor 10 j&ren onder Ghileenfich bestuur 
geplaatet werden, na afloop waa(rvan de bevd- 
kin^ zon beeliesen, of zij tot Ghili o! tot Peru 
wilde behooren, en het land, dat die landstieek 
ontving, aan bet andere 10 millioen doUar be- 
'talen zon. 

Op den president Santa Marta, die sedert 1881 
aan het hoofd van den Staat gestaan had, volg- 
de den 18den September 1886 Balmaeeda, die 
zich vooral voor het openbaar onderwijs verdien- 
stelijk beeft gemaaM. Onder z\jn bestuur werd 
ook bet epoorwegnet aanzienlijk uitgebreid. Een 
budgetoonflict met het Gongies was in Januari 
1891 oorzaak van een opstand, die apoedig een 
giooten omvang aannam. De president ontbond 
bet Gongres, stelde het budget vast en toonde 
zich vast besloten«, op elke mogelgke wgze zgn 
gezag te behouden, tenvijl de leden van bet Oon- 
gres, b\j wie zich bet grootste deel van de vloot 
aanaloot, eerst de noordelgkete ppovinci&n in 



GHILI. 



137 



beziit namen, tbo waar cg steed« vesHkr naar het 
Z. doordrangeD. In Fehnmri werd Pisagna ver- 
overd, Iqniqae 'beschoiten ea infenomen en ean 
«igen regieering •benoemd. Ben vden Hiaart wer- 
<M Bidmaeeda^s troepen bq Poio Almonte ver- 
•lagon. DaaoeiKtegeik gelokte het den 2d8ten 
Apdl de torpedo>£>at iUmiraote Gondell, liet ad- 
mdraalachip der Congresoftvt^, de Blaoeo Enca- 
lada» m de baaL van Coldera in de Inobt te doen 
■pringeik Intnaschen had Balmaeeda despotisch 
gere^erd. Het opperste gereobtshof en bet hof 
Tan appel waren opgeberen, nu^Mtaire leoblbadi- 
ken opgericbt, en alle eta^tkundi^ Terdaebten 
in^ekerkerd. Eindel^k kwam het m de laatste 
d2^^ Tan Aagnstus in de onmdddellgke nabg- 
bead yan V&lpanuso tot een besliasenden slag. 
De Gongrespartg had namelgk onder leidingvan 
den vroegeren Pniielsehen artiUerie-kapitein 
KSmer een goed ged'i«dpliLneeid leger gevormd, 
dftt den 19den Anciietus een weun^ ten noorden 
▼an Valparaiso gelaind 'vras. Den 21 »ten Augus- 
tna had de overtoeht orer de Aconcaguao-ivier en. 
de alag bg Omcon plaata, die met een achitte- 
rende OTennnndnf der Oongresportg eindigde. 
Eien geTeoht bg Vifia del Mar den 238ten Augus- 
tos, waaraain ook de Congreevloot deel nam, nad 
akcbte bet doel, een taktiek te bedekken, waar- 
door aan de Balmacediaten de verbindvng met 
Sazvtiago afgeeneden 'vrerd. De voornaanMte slag 
werd oen 28fften Augnstas bg La Plaeilk ten 
Z. van Valparoiao gekverd en eindigde met een 
Tolledige nederlaag der regeeringetroepen. Den- 
zelfden dag be^ttte generaal Canto, de aanvoer- 
der ran hiet Oongredieger, Vaiparaieo, Balmaee- 
da Tlnobtte naai Santiage, waar bg zich in het 
Argentgnseb gezaotechap Terborgen bield en 
den 19deD September ^h zelf om het leven 
bracbt. Reede vroeger waa Santiago aan de Con- 
giespointg oveigeleverd, en daaimede de over- 
wn]aiing der lerokrtie voLtoodd. Jorje Montt, de 
Toorzitter Tan de door de Oongrefipartg gevoorm- 
de Jointa en de lH)o!dIeider van de revolutie, 
nam eerei bet voorloopig bewiind waar, tot bg 
den ISden Norember tot preeident gekezen 
werd. Hg deed veel Toor de Tea>betering der fi- 
oanoito, maao: bg de preaidenitakeuse van Aague- 
tos 1896 behaalde (bocb de candidaai; der M'be- 
rafen, Federico Erroturit, de overwdiiiDiLng, die 
den ISden September zgn ambt aanvaaordde. 

Reeds woeger had een grenestrgd met Aigen- 
tiouS een e^erperen Torm aangenomen; (toch 
weffd in 1899 bet beelniit genomen, de giens- 
kwe6tie door een ^emengde commissie i» doen 
onderzoekeo. Tepvgl dat confliet boofd^akelijk 
een gevolg Tao de elechte grensbepalioigen ui)t 
den tgd & SpaanBobe kolonisatie te noemen i«, 
zgn de grensconflicten met Bolivia en Peru <van 
]]deawepen datnm. Bekle waren een {^evolg van 
de Tiredesverdlragen Tan 1884. Terwgl namelgk 
CbiH den afetand van Anitofagaeta Tan de zijde 
Tan Bojim als delifiniief be8choa<wde, beweer- 
de BoliTia de proTineie »lechis verpand te beb- 
ben, en vordefrae iten minete de temggave van 
een baTen aam den Grooten Oeeaani, hetgeen 
Chili weigerde, evenala aan Peru de Tolksatem- 
ming, waarbg bealoten zon woid>eD>, of Tacna en 
Ariea tot C9»i>Ii dan irel tot Peru zonden beboo- 
pen, onder Toorwendael, dait Peru ndet over de 



10 nkDiioen doUar besehikte, die bet aam Chili 
te betaJen bad, iindien de TolikaatemniKng ten 
gunste Tan Peru zou uitvallen. De n»ieuwe pre- 
ddieoitsTeiiktieziiDg, die m Jufzii 1901 plaats nad, 
Tiel opmeuw tcna gunete detr liberalen nit, wier 
oaodidaat, don German Riaaco, met groote meer- 
derbeid gekozen w«frd'. Reeds T66r dien tgd had 
de Tice-preeident Zanartu toot den aieken ppe- 
aident Erraxurix de staaitazaken waargenomein, 
die bg ook na dieoe dood (12 Juli) tot aam bet 
oogenbJdk, waarop de naenire president zgn be- 
tr^iog aanTaaraide (18 September 1901), waar- 
nam Jianwelgks wa8 Riasco in funotie getreden, 
of bet kwam nogmaals tot een verseberping Tan 
den giensstrgd n^t AigentindS, een gerolgdaar- 
Tan, dat Cbili in het gebded, waaiover atrgd 
geToerd werd, wegen b^gon. aan te Heggen, waar- 
op ArgentiniS troepen Set binnenrukken. Beide 
staten oruatten 'xieh ten oorlog, maar de strgd 
werd eindelgk den 25sten December 1901 bg- 
gelei^, door den koiuog Tam En^land tot 
sebeodeiechter te benoemen. De beshssing van 
den koning, die den 2 leten November 1902 
vol^de, ttraditte een billgke verdeelvng tot stand 
te brengem; Ohild ontviug 50 000 en Arg^ntini^ 
40 000 v. km. van het betwiste gebied en de mat 
bleef bewaard. Den SOeten Augustns 1906 werd 
Pedro Montt tot raeeident der repubHek geko- 
»en, onder «wjein Ohdlv deaelfde bewogen bin- 
Deniamdsche etaatkunde beeft gekend- als v66r 
diene optreden. Gedurende zgn bewLnd tot einde 
1910 traden aobtereenvolgeps ndet mdmder dan 
9 minieteiies op. Omvangrgke werkstakingen in 
den wiiniter 1907 — 1908, vooial ie Atacama en te 
Iqmqne, maakten den binmenlandecben toeataind 
itog nMeil^ker. In 1909 moeet de regeennf, om 
het evenwK^t im de staatbuisbouding te bewa- 
len, ToareteUen om een groot gedeelte der etaats- 
ealpetermgoen te verkoopen. Tooh besloot de Ka- 
mer op bet eunde van dat jaar om de iregeenog 
een uitbreddiiig van bet nieuw ingediende vloot- 
profframma dn overwegi<iig te gevem. In de bud- 
ten&ndache politiek staat bet jarenlange ge- 
achil met Peru op den voorgremd. De kwe»tie 
over het gebied Tan Tacna en Atioa moeet im 
1908 eindielgk worden opgelost. ChMi deed, om- 
dat sgn salpeterindustne zich daar belaDgrijk 
had uitgebreid, 'bet Toorstel, dat echter in atrgd 
wa6 met bet Terdrag Tam 1888, om aam Peru een 
sobadelooestellting Tan 20 millioen eoles te ibeta- 
len, den epoorweg Arica — ^Taoma door te trekken 
tot aan A^uipa en verkJaarde zich verder be- 
reid om een bandelsrerdirag aan te gaan. Peru 
wee8 dfit Toorstel af, eTenals een tweede, om het 
gebied in de Teibouddng 3:2 te Terdeelen. Ten 
alotte legdem bedde paitgen zich bg een echedde- 
rechteplgKe uitspraak Tan den koning Tan Span- 
je neer. De gebeurteniesen Tan MeMlla (zle 
Spanje) Tertraagden deze echter en* Cbili zag 
zich ten aliotte in Februari 1910 genoopt om de 
Pemaanscbe geeatelgken, welke er t^n kuip- 
ten, uit het land te zetten. Onmiddellgk daarop 
Tevbrak Peru de ddplomatieke betrekkimgen. De 
tussoheakomst van oe Vereenigde Statv*n van N.- 
(Amerika ^erd niet aanvaard, vooral niet na hun 
optreden in Nicaragua, waarover die Z.-Ameri- 
kaansobe staten seer waren ontstemd. E)en mijn- 
comoeseie vam de N.-Amerikaanscbe firma Alir 



138 



CHILI— CHILIASME. 



»op en Co, op het g>ebd«l, waairoyer het geschil 
liep, l«idd« tegen het elnd« van 1909 zells tat 
eem nltimaftum tod de Vereenigde Stalen van 
N.-Amerika; het moest echter na het besliste 
Teraeit vafld BrauliS w<yrdeii ingetiFokken. Deaan- 
gelegenbeid weird <laaiiia aan de fichedd^ieohter- 
^e uitspraak rem. den kouLng van Engeland 
oiiiderwoinm. Deze heeft ibij udtspraak van* <ien 
lOden Juli 1911 besUst, dat Allsop en Co. in 
plaats van de ge^ischte £ 600000 slechts 
£ 187 000 vergoeding zullen ontvangen. De 
Chileensohe regeering protesteerde tegen den 
druk, dien Noord-Amerika op haar tndens hei 
arbitrageproces geoefend had. Zy gai daarvan 
aan de Zuid-Amerikaansche en Europeesche sta- 
len kennis. 

Cbi-ld vietrde al« tweede Z.-Amedkaansche staot 
in 1910 z^n 0(na{hisun!kel\jkhei<d8jirbileum. Het 
werd alieen- gestoord door den pl<yt8eM:ngen dood 
Tam piesideDit Montt, den IBdeni Augnstns 1910 
op rek (Daar Nauheim te Brenoen over]eden. Z^ 
plaatsvervanger, de vice-president Femandez Al- 
hana, overleed reeds den Bden September 1910, 
wa&iop het presidentsGhap tijdelijk door denml- 
niater van Justitie en Onderwijd> Emiliano Fi- 
gueroa, wetrd waargenomen. Het Na4iio«nB;Ie Con- 
greš benoemdie den 21 sten Deoem-ber 1910 den 
doctrinaiT-libeiulen Ramdn Barros Lueo Toor 
de volgende 5 jaar tot presidenit. 

Met Peru duuffden de moeilgkheden voort. 
Voor een aanval op het Peruatunsch consulaat 
te Iqaique hee£t Chlli genoegdoeiiii<ng gegeven. 
Initnisohen wekite de hoa-ddii«; van den reruaan- 
sohen biescbop, dde den Chueenfiohen veldpredd- 
ker het gebraik van de kerken in Tacna en Ari- 
ca ontzegde, weder gevoelngheden. Ten slotte na- 
men de moeil^jikheden Tulk een echerpe wending, 
dat er over een mogel^jken« oorlog gesproken 
werd. Alleem het feit, &t Peru ook grensgeschil- 
len met andere biuren had, <iwo!ng het om in te 
bLnden. 

De Taone-Ari<5arfcwestie »trad in 1911 scherper 
op den voorgrond, hoofd2akelijk omdat Ohili 
aigevaardigden uit deze grensdastricten in de 
Chii>leenfiche Eamers laat kiezen. Peru tracht Bo- 
Ifivia tot een bondgemootschap tegen GhiM over 
te halen en zou daarvoor aan BoMvia een haven 
afstaan. Chili van zijn kant zoekt toenadering 
tot Oolumbia en beslioot in Ootober 1911 tot uit- 
breifddng van leger en vloot. De opembotre mee- 
nding dringt aan tot het nemen ram kracbtige 
maatregelen tegen Peru. De moeilijkheiid voor 
de regeering zLt in den sleohten finaneieelen toe- 
fitand van het land. De bniitenlandsche schuld 
woidt steeds grooter; het deficit op de »taatsbe- 
grootiiig bedroeg eiiide 1912 iruiim 190 milldoen 
pesos. Tot dekki^ng daarvan grijpt men naar het 
gevaarlijke middel van de uitetve van papder- 
geld; ook is noen in October 1912 wedler Vgon- 
nen met den verkoop van ealpetermijmen. Trots 
dežen ongumstigen toestaind' ga»t het Congres 
voor uitgaven te voteeren voor economiische wer- 
ken, het aan de regeeiing overlatende daarvoor 
de noodoge gelden te vimden. Zoo werd' in Augus- 
tus 1910 besloten de door NediOTl-andeobe vvaiter- 
bou'wkundigen ontworpen venbeterlng van. de ha- 
ven Ton Valparaieo uit te voeien. Ook w€rd een 
commiesie benoemd om de zuidelijke provincies 



te bereizen, ter bevordering van de binnenland* 
sche kolonisatie. Het spoonvegnet w«rd uitge- 
breid en in Augustus 1911 te oantiago een ten- 
toonstellimg voor schooine kunsten geopend. 

In 1S(12 leed- het land do(xr pest en gelekoorts. 
die vooral ftievig m Tooopifla woedden; zware 
overetroomingen braditen aanmerkelijke schade 
toe aan den Traiieandanosp<Kxrweg. De spoonreg 
tu86<i!hein Port Montt en Pieagua werd in 1918 
voor het verkeer geopend. Betreffende het Tac- 
na-Arioa-vraagstuk etelde de Chdleensche reg^- 
ring in 1913 voor, Arica definitief als een pno- 
vincie van Chili te beschouven en over Tacna 
bimnen 20 jaar door een plebificiet te doen beslis- 
sen. Ini Peru ie men dit vooinstel niet gunetig 
gezimd. 

Opmerkeljj-k is din den laatsten tijd de toene- 
mende beteekenis Tan Japanech kapttaal in den 
handel te Valparad-so en oantiago. 

Literatuur: K. Martin, Land!eskunde von Chi- 
le (uitgeg. door P. Stange, Hami)urg 1909); O. 
BUrger, Acbt Lebr- und WQinderjahre in Chile 
(Leipzig 1909); Ed. Poirier, Chile en 1909 (San- 
tiago 1909); Maitland, Chile, its land aad peo- 

{)le (Londen 1914); ,, Chile, a handbook oompi-. 
ed by the International Bureau of American 
Republdcs" (Washiington 1909); Dunker, Wi.rt- 
sohaftsstudien aus Sudamerika, speziell Gber 
Chile (Leipzig 1910); J .P. Canto, Ohile: An 
acoount oi ats wea]jth and progress (Londen 
1913); Koebel, Modem Chile (Londen 1913); 
Pradel, Le Chili apr^s cent ans d'ind4pendance 
(Parijs 1912); O. F. ScoH Elliot, Chile: Its 
hdatorj and devdopment (Londen 1907); A. S. 
M. Chieholm, The independenoe of Chile (Lon- 
den 1912). 

Ohiliasme, een Ghiaeksch woord, ibeteekent 
het geloof aan een Duizendjarig Ryk vol glans 
en heerlijkbeid', hetwel!k Christus na een zicht- 
baren terugkeer stichten zal. Dit geloof van Jood- 
echen oorsprong beerschte in oveieenstemmlng 
met de Terwa3vtingen der Joden en- met de 
Openbaring ran Johannes (hoofdstuk 20 en 21), 
in de bei<k eerste eeuwen der Chrietelgke Kerk 
algemeen, doch begon leed« in het midden der 
2& eeuw te verfla!uwen of zinnebeeldig te wor- 
den opgevat, teomv^l het zieh b^ de Montanis- 
ten (zie aldaar) nogmaals met kracht verhief. 
Volgens het gevoelen der Chiliasten zon de te- 
ruglom^ van Ghrietus voorafgegaan vrorden 
door bange tijden en door de versch^ning van 
den Anti-Christ; dan echter zou de Messias ko- 
men, om Satan voor een tjjd van 1000 jaar m 
boeien te daan, de heidenen en goddeloozen te 
vemietigen of in slaven der voromen te herschep- 
pen, het Romeinsche r$k te doen vallen en op 
zijn puinhoopen een nieufwe oa?de vam za&en te 
doen verr\jzen, namelj^k een terugeevonden Pa- 
radijs, een nie9W Jeruzalem, waar de vromen m 
onschuld en overvloed zouden wonen. Het ont- 
brak daarb\j geenszins aan verwachti>ngen Tan 
zLnnel<yken aara. Een leeraar uii de 2ae eeuw 
verzekerde, uit den mond van Johannes te heb- 
ben vemomen, dat in het Messiasrijk vertnzend 
groote korenaren en drmventrossen zouden groei- 
en, dde de godvmchtigen eonder eenoge moeite 
zoudem oogsten en nuttligen — zelfs waren er, 
die zich da4; rqk Toorstelden als den hemel vol- 



CHILIASME— CHILISALPETER. 



139 



gens Mohammed, 'mmdijk. als een oabeperkte 
bev:redig!iDg Tan. alie zmnel^jk« g^-ndetingeii. De 
aa&v«ii^ 7an dat r^k is door de ADo&telen bl\jdc- 
baar reeds yerwaobt gedur«iKle nuinlevea en 
w«rd later telkens na «en betrekkel^k kort t\jds- 
Terk>op (t^emoet gezieai, terw\jl er ibg giedari^ 
telearstelMiig gegieven« wQFden gezocht, om dien 
aanTaog te bepalen. 

Het Chiliasme is noodit geheel en< al ait d<e 
Gtiristei'yk« keik verdweiii6ik De Teohtzdnmg^te 
Kerkvaders der 2de eeaw, zooals Papias, Justi- 
nu8, Irenaeus, Hippolytu8 en Tertulliantu, ža- 
reti Chiliaaten, •teTw$L de Gnostdci, d« Al«xaiL- 
dqjnwhe scbool en die Roomsche clerus huui leer 
beotreden, docb het volksgeloof oiet konden 
ovenriimeD. Sedert de 4de eeQW echter begon 
men in het OoBten de Opeabaring vaa Johannes 
meer als ziimebeelddg te beschouweii, terwjjl in 
bet W€Gte(n de aloiiae Yerwach>tiDgen der Eerk 
bleven Iveersohea. Eerst toen de l^jdende en- sir^j- 
dende Kerk een overwinaiende ^ras gewoEden>, be- 
hoefde men het Dnižendrjairig Ri}k niet meer in 
de toekomst te verwachten. Gedurig echter, voor- 
al t^deins de Kroistochten, door den str^jd tas- 
schen keizer en paus, b\j bet zedelijk verval der 
geestelijkheid of bg vireesel\jke pe&tziekten, ver- 
bief het Chiliasme opndecDW het hoofd. In de 
Middteleeawen zagen relen in de Opebbaiuiig 
een kart begrip der kerkgeschiedenis, en zelfs 
de Hervormers meenden, dl»t de Anti-Christ 
niets aoders wa8 dan bet pausdem. Toen ech- 
ter de dweep2ieke Wederdoopers een Duizend- 
jarig Eijk langs den ^eg van oproer en geweld 
w.il<Mii ^iobteo', weid het Chiliasme zoowel door 
de AogsbuTgsche, ale door de Zw(i>tsersche ge- 
loofsbel^denis, als een Joodsche dlvraling verwor- 
pen, en de ortbodoie dogmatiek hield staande, 
dat bet Duizendjairig Rgk (niet in de loekomst, 
maar in bet verleden moesft worden gezocht. 
Niettemioi Terdiepten gedufrende de god^ienst- 
oorlogen in obs werel<ddeel de vejpvoigden zioh 
in CaLUa^iscbe dtroomen, zooals valt waar te 
nemen bg de Bobeemsche Broeders, de Camd- 
sards, de Weige]iaiien, de Labadieten, de Qui§- 
tisten, de aaahangers van Jane Leade m Eiige- 
l^id enz., en hier zochten zelfs geleerde man- 
nen, als Thomas Bumet en William Whi8ton, 
het Cbiliasme op geologische gronden te hand- 
haven. Voorts wa6 onder de Lutherschen in 
Duitschlajid TVUhelm Petersen een voor»tander 
van dde leer, en ook met Swedenborg wa8 dii<t 
het gevibl. Terwgl Spener en de PiStidten wegen6 
him geloof aan bet Messiasr^jk door de rech-t- 
zuHiigen werden verketterd, verwierf bet door 
Johann Albrecht Ben^el het baigerrecht im de 
Lutbersche Eerk. Hij berekende den aanvaoig 
ran het DimeaHljarig Rgk op het jaar 1836, ter- 
wijl z^n leeirliingen er beschr^vingen van lever- 
d^ en an<ieren deze in een dichterl^k gewaad 
huldenk Ook later ds geduiig het vergaan der 
wereld Toorspeld in verband met de komst van 
bet Mesaiasiijk. 

Chilldromla (AUmisos) is de naam van een 
Gnekseh ellond ten noorden van Euboea met 
e^n even zoo genoemd doirp. Het i« beigacbtig 
(457 in.)» 11^^ boscfa begroeid en beži t ri}ke 
bminkoknbedddaigeiL Het eiland is 82 v. km. 
groot en teU oogeveer 600 ioivroners. In de Oud- 



heid beette diit eilatnd Ikos en bezat twee ste- 
den, waarvan eenige bouwvalIen nog zichtbaar 
zijn. Men wee6 hier het graf van Peleus aan. 

Ohlllsalpeter. natronsalpeter (NaNOs), 
een voor technlscn gebniik boogst belangr\jke 
delfstof, wordt voopnamel^k gevonden in Chili 
(ppovioicie Tarapaca) im de woestijn Atakama, 
tosschen 19^ ea 2A^ Z.Br., nab\j de grens van 
Peru. De salpeterbeddingen liggen ^/t tot 3 m. 
onder de oppervlak*te, hebben zelf een dikte van 
ongeveer P/a m., een breed^te van 3 km. en 
350 km. lengte. De bovenste laag van dit terrein 
iChuco) (bestaat uit gipshoudend zand. Daaronder 
ligt een laag (eostra) van een conglomeraat van 
leem, grint, veldspaat en porfier, verbonden door 
kaJium-, natoium-, calcium- en magne&iumsul- 
faat, die in de onderste laag een geleiacbtige 
massa vormen (congelo). Daaronder bevindit zich 
het niwe salpeter (caliche), dat op een met scbLt- 
terende anhjdrietkTJstallen vermenc^ leemlaag 
(coha) rast. De caLLohe heeft een genaJte van 30 
—^5 % NaNOs, vam ongeveer 10 % NaCl en 
bevat vcrder kaliunmitraat (KNOs), natirium- 
perchloraat (NaClOi) en natriumjodaat (NaJOs). 

Door oplossen en omkristalliseeren verkr\jgt 
men het salpeter. De moederloog wordt op jodi- 
um verwerkt. 

Het Chilisalpeter knstalliseert in atompe 
rhomfbo&ders, is doorzichtig tot doorschgnend, 
waterhelder tot wlt van kleur, zoo hard als klip- 
zout (hardhead 1,5 — 2), gemakkel^k oplosbaar 
(80 din. in 100 din. kond, 200 din. in 100 din. 
warm water), smaakt zoat en verkoelend en 
heeft een soortelijk gewioht van 2,1 — 2,2. Het 
Chilisalpeter van den handel bevat gemiddeld 
95 % natriumnitraat (NaNOs), overeenstenanen- 
de met 15,5 % stikstof, 2,5 % keokenzont (Na 
Cl), 0,5 % natriumsulfaat en 2 % water en 
aardachtige bestanddeelen. 

Nadat in 1820 het eerste chilisalpeter in En- 
gekund was ingevoerd, nam bet gebruik zeer 
toe. Het kalisalpeter (KNOs) werd er bijna ge- 
heel door verdnongen, docb het chi>U&alpeter 
dengt niet tot vervaardiging van 'buskrnit, daar 
het dn d!e lucht v^ater onneemt. Het dient ook 
•tot het bereiden Tan salpeterzuur, volgens de 
formule 

NaNOs 4- H^04 = NaHBOi + HNOs. 

Verder wordt het in de glasfabrieken en vooi 
de buskruitfabricage gebruikt tot het bereiden 
van kalisalpeter door omzetting in oplos^ing 
met chloorkalium tot chloornatrium en salpeter. 
Een van de belangrijkste toepassingen is echter 
die als stikstofmeststof. Het mag echter voor 
dat doel niet meer dan 1 % perchloraat (ECIO« 
of NaOlOi) bevatten, voor veengronden niet meer 
dan 0,5 % daar dit zeer schadel\jk voor de 
planten Is. Ook in de geneeskunde vindt het 
toepassing. 

Het verbruik van Chilisalpet^T is onitzettend 
toegenomen. De uLtvoer van Chdli <bedroeg: 
m 1830 850 ton 

in 1850 25 000 „ 

in 1870 150 000 „ 

in 1890 1000000 „ 

in 1910 2 300 000 „ 

Hiervan gaan ongeveer 70 % naar Earopa; 
40 % konvt in Hamburg op de markt. Duitsch- 



140 



CHILISALPETERr-CHIIX>E. 



laai<l Terbrukte dii 1909 aUeem als meststof 
470 000 (ton OhdJdsalpeter voor een waarde Taa 
95)5 millioen mark. 

Het salfNeter is gemakkemk oplosbaar en 
fnoTGbt oiet in den girandi geahao^A^eerč, Dieoften^ 
gerolg« wordt de stikstof in dežen Yorm gemak- 
kel^k en snel door de planten opgenomen en 
kan daarmede hei snelst in de behoefte Tan de 
plant worden Toorzien. In Terband daannede is 

mesti ng, in bet b\jzonder van wintergewa68en, 
Tooi bet aaaozetteiD Tam zwaikike plaoitieii ea Yoar 
sterk prodnoeerende ^enrassen, die zeer groote 
beboefte aan stikstof bebbeak, sooalB bieten. 

Chilisalpeter noAakt de genfrassen welig en 
vertraagt nun rig,pdng. Daarom mag bet niet te 
laait gegieven w<ndBn. Bet Temlieni zeUs aambe- 
Teling bg zomeigevMsaD aH^bane eon deel 
veeds T66r of bj bet zaaiea ite genran. Ook bq 
'wda)rtemwa68eD asre men bet Tioeg din bet Toor- 
jaar. De door Cbilisalpeter bevoroerde vertra- 
ging der r\iping wordt door aanweiMling van 
Tolaioende boeveelbedeo phoeforzinir eeoigeizma- 
te ondervangen. 

Groote boeveelbeden Chilisalpeter knnnen 
Yooral de granen te sterk doen legeren. Het is 
daarom gewensebt deze meststof niet In over- 
groot« boeveelbeden aan te wenden, maar b\j 
groote behoefte aan stikstof een deel daarvan 
te geven in den vorm van ammoniak. Groote 
boeveelfbeden; Chilisalpeter bevordemen ook ^t 
ontstaan Tan- korsten aam de oppervlalkte Tam 
den grond. Ohilisalpeterbemestinsen 290 Toaral 
looDesMl op ibieton, karwy en ko^zaad; dn nuin- 
dere mate ook op aardappelen, rogge, haver en 
tarwe; in bet algemeen niet op Tlinderbloemi- 
gen. 

Literatuur: Weitx, Der Chilisalpeter als DOn- 
gemittel (Berlijn 1905); Juriseh, Salpeter und 
seain Ersatz (Leipmg 1908). 

Ohilka ie de jutam van een meer, edgenlgk 
sledit« een ond&ep baf, aain de oocrtknst van 
Voor-Indig. De diepte bed-raagt 1 <tot 1,5 m., 
ierwjl bet een oppervlakte (heefls ail naar gelang 
van bet jaa^et\^ van 890 tot 1165 t. km. 
Het meer kr^jgt z\fn vraler Tan de ilifaihanadi' en 
srtaat door een emal kanaai in Terbinding met 
de <7olf Tan Bengalen. In 3iet aneer w(]ffden een 
aantal bewoonde leilandeii aangetroffen. Zoodra 
de regent^d begint en de moodijngsaarmen van 
de Mahatnadi baar wateimassa naar de izee voe- 
ren, wordft bet zeewater uit het meer gedceven. 

Ohilkow, Miehail Itotmovntsj vorst, een 
Rudsisch ataatsman, werd in 1843 geboren. Na- 
dat bg zg-n opleiding in bet pageoorps had ont- 
vancen^ trad iiq in dienst bjj de jagers der lijf- 
garde. In 1860 on-dennam bg een 'tweejarige reis 
doofr Earopa en Amerika. Na zijn iterugkeer wer^ 
bij rechter, maar gdng in 1864 vreer naar Ame- 
rika, waar bg b\j een Engekebe Zuid-Ameri- 
kaansche 8poorwegmaatschappij in bet begin ak 
gewoon werkman, laiter als etoker en macbinist 
werk2aam wafS. Daama werkte >hij als bankiver- 
ker in de looomotievenfabriek (te Liverpool. Van- 
daar nii; ging bij weer naar Rusland terug, waar 
hy een werkkring 'b\j de 6poorwegen kreeg. In 
1880 leidde b^ onder generaal Annenkow den 
boniv Tan den 8poorweg naar Edsil-Arwa. Van 



1882 tot 1884 vrM bj dn Balgarqe (fireetenr van 
openbaie <werken, waaima bq weer bij den Tians- 
kaepiscben «poarweg tenigkeerde. Sedert 1892 
werd by dicreeteor Tan TerscbiUende epoooreeen, 
in 1894 itot boofdiinspeoteor der gezamenfijke 
Ruseiscbe spoonveigen en in Janaari tot mfiuueter 
der Teikeer8w^ffeiD 'benoemid. In laatstgenoemde 
betrekking vras I19 kirachtig •werkzaam aan de Ter- 
grootiiDg Tan bet Rnsaieobe €poo(rwegnet, Tooral 
met betoekking tot de Teitdnoingen met de Azi- 
atiflcbe deelen i«a Rnsland en de voktooiinff van 
den Siberiscben «pooirweg. Vaak inspecteešde by 
pereoonip M wei<k aan den laatste. B^' hei 
udibieken van den Russieeb-Japanschen oorlog 
Ln 1904 leddde ChUkow beThaaldel^k aelf bet troe- 
penTervoer op den fiibeidscben spooivveg en OTer 
net Baikalmeer, ienrijjL bg met bekwamen epoed 
aoigde Toor bet <tot stand komen Tan den spoor- 
^eg londom bet meer. 

Ohlllan i« de boofdstad der proriocie Nu- 
blie in de repoibliek Chali, Jagt ten Z.W. (van San- 
tiago, in een mtgestrekte, zeer Tmebtbare vlak- 
te, 214 m. boven den zeeepiegel, werd in 1751 
door een aasdbeving en jn 1835 door overalroo- 
ming ibgna gebeel Te>rwoe8t, maar ontw:kkelde 
zieb daama 166 Toorspoedag, dat zg in 1907 
34269 invvoners ielde. Zq wa8 te Toren bet 
brandpnnt Tan de werkzaambeid der Jeznleten^ 
die er een groot ooUese toot de zenddng en een 
scbool TOOT Inddaanscne joDfleUngen deden Ter- 
rgzen. Reeds voor jaren wera zg door een spoor- 
we? met Sanfaiago en Coneepdon verbonden. Ten 
Z.O. Tan de etald, in bet Andesgebenfte, Idggen 
de druk bezoebte zwavelbaden van Ohillan> op 
een boogte van 1864 m. In de nab\j.beid ligt de 
TnJkaan NeTado de Cbillan (2879 m.). 

Ohlllon is een merkwaardig ekt in bet Zwit- 
eereobe kaniton Waa(dt tnsscben Villenenve en 
Monrtireax aan bet oostel^k avteamde van bet Meer 
van Genove. Het ds geboawd op een rots in bet 
meer, door een opbaailibn^ met den naburigen 
oever verbonden en bestaat uit eenige oniregel- 
matige gebotPwen;, in wieT middien een vierkambe 
toren met witte mn<ren zicb Terbeft. De onder- 
aardsche gewelTen zijn in de rots nitgebonvren. 
In 1248 weTd bet elot tot een Testinig gemaakt 
door Peter van Savoye, In Maatrt 1536 werd bet 
Teroveid door de mannen van Bern, die er aanr 
zien^jke schatten bodt maakten. Tevene vonden 
z^ er in den kerker Fran^ois Bonnivard, prior 
van 6t. Vietor te Genove, d^n kloekmoedigen 
verdeddger Tan Gen^Te's onafbankelgkbeid, die 
er op bevel ven Karel III van Savoye 6 jaar had 
gevangen gezeten. Later wa8 bet aobtereennrol- 
gens nog tnigbuie en strafgevangenie. In zi^n 
gedicbt „The prisoner of CbiUon heeft Byr<m 
dežen martekar veibeerljifct. Ook de namen Tan 
vele andere dii^ters zijn op de muren van bet 
slot te lezen. Alfred de Musset, Oeorges Sond, 
Vietor Kugo en Tek anderen besochten Ihet. 

Chllofi (eigenl^k Ghili-Eue of Einde van 
Chili) ifl de naiam Tan een eikod, dat tot de ge- 
l\jkiianwg»e provinoie der Tepubliek Chili beboort 
en in het Zf. van deze republiek, bij de Golf van 
Ancnd (ConcoTadobaai) gelegen ie. Het wocdt 
door bet nauwe kanaal Tan Cnacao in het N. en 
door een 50 km. breede fitraat in bet O. van bet 
vasteland gesobeiden en beeft een oppenriakte 



CHILOE— chuperik. 



141 



vas 8570 t. km. (met de grooteiuleels oiibew(XHi- 
de omHggeDd« eilaoidea 9480 t. km.). Het ellaoid 
be0taa(t in liet W. en Z. oiit gUmmerlei, in hert 
bumenlaind uit mmet en groen«teen en in bet 
N. uit Yu]!kaiu«<3ie gesteentoL Het klimaat is er 
vooral des wiinter8 Tocbtig en ooaaiigeiMiam, 
maar gezond. Tot de Toornaamste Toortbrengse- 
len bahooren er aardappelen, kool ea gioenten, 
verder tarw€, haver, ger«t, Tks, peulvrucbten, 
boonen en ooft. Voorts is er veel cederhout, 
waariii een belaingr^ke haiidel vordt gedieven. 
Tot de tamme dieren behooren er Tooiral iw^- 
nen en scbapen, tot de wilde ree&n, voesen, be- 
vere, wal7isschen, robben, wateryogels en vis- 
schen. De bew<mer6 zijn gedeeHeli^jk vreedzame 
Araucanen, die bet Christendom bebben aange- 
oomen, gedeeltelgk Blanken of Kleurlin^en van 
Spaaosebe aikomst. Ngverbend en handel staan 
er nog op lagen trap, 8cbeep<sboaw en sdieep- 
Taart, naast ^ischvangst en land'bouw z^n daar> 
eivtegen hoofdmiddelen van bestaan. Het nog 
weimg bekende binnenland word(t besch reven 
als meer heuvelacbtig dan bergachtig, mild be- 
sproeid, zeer vrachtoaar, doch bpans geheel 
met bosch bedekt, waarin vele fraaie, altndgroe- 
ne boomen en trapieche planten groeien. De ha- 
▼enpJaatsen zijn ae hoofdstad Aineud (San Car- 
los) aan de ooordkust en Castro, Cbacao, Dal- 
cahne en Cbonclii aan de oo&tkustf terwql de 
rotsachtige westkust bgna ontoegankelijk is. Te 
Aucnd, de zetel van een bisschap, vindt men een 
middelbare cchool, een zeevaartsohool, een semi- 
Donum, een goede baven en (1907) 8543 vtvwo- 
ners. 

CbiloS wexd den 21 sten Januari 1559 door 
Garda de Mendoza onidJekt, docb eer&t 7 jaar 
later dioor Ruix de Oamboa in bezit genomen. 
Het diende toen als een station voor de scheep- 
vaart. Toen de Spanjaarden na den slag aan ae 
Madpu (1818) Chili verlieten, behlelden zn^ bet 
eiland nog tot 1826. Daarna kwam bet aan UhiH. 

Ohliofi, een provinde van de republiek Chi- 
li in Z.-Amerika, bestaat uit het eiland lOhiloS, 
de Ohonoseilanden en (het hier tegenover geile- 
gen vasteland van PatagoniS. Zuidvaarts strekt 
bet gebied rieb uit tot aan kaap Tres Montes, bet 
oiterste pun% van het scbierevland Taitao. De 
opperrlakte bedraagt 22 255 v. km. met (1910) 
91 657 i.nwoineTS, die h^nA aUen op bet eiliund 
ChiloS wonen. Sledb-ts weinig© Indianen leven- 
op de booge, ongenaakbare koststreek vam- bet 
vastland. Aan de O. grens liggen de ihooge vul- 
ka-nen MineMmadiva (4238 m.>, Coroovado ('2289 
m.), Tantels (2050 m.) en Maca (2060 m.). De 
pTovincie is in drie departemenien verdeeld: Aan- 
cud, CaErtro en Qamchao. De iboofdstad is Au- 
cud. 

Chllok is de naam vam een bevaarbare redh- 
ter zgiivier der Selenga in het Russiscb-Sibe-, 
risch gebied TransbaakaliS. De lengte bedraagt 
470 km. De bovenloop ligi; in de ibuuTt der -naaT 
de Lenia loopende Witim en Ingoda. 

Chilon ({JheUon), ^n der Zeven Wijwn van 
Griekenknd, was de stichter vam het ephoraat 
en w€rd zelf epihonis eponymu8 te Lacedaemon. 
Men zegt dat >bQ 9sis grgsaard van blijdschap ge- 
ertorven is, "toen agn zooo in, de Ol3rmipis<sh€ spe- 
len ak overwinnaar werd gekroond. Van hem 



z$n, oaar men zegt, če spreuken, die irn bet Ne- 
deiilaaidech luiden: ^Ken* uzehen'*; „A1 te veel 
is ODgezond*' en ,|Borgen bren^ zorgen". Vol- 
gens Diogenes La^tius beeft hg ook een groote 
elegie vervaardd^d. 

Ohllperik is de naam van eenige Framki- 
sebe koningen uit bet stambuis detr Merovin- 
gers, Daartoe behooien: 

Ohllperik I, een zoon vadi Chlotarius L Na 
den dood zgns vaders (561) wi8t bg door ge- 
scbenken de gunst te winnea[i der dapperste 
Franken, trok naar Parigs en beklom ex den 
troon van Childebert, maatr nooest ziob ond<eir- 
werpen aan zgn 3 balfbroeders Charibert, Ooh- 
tram en Sigbert, dde bet rgk door bet lot verdeel- 
den. Chilperik kieeg bet gebied van Chlotaritu 
met Soiesons. Toen Sigbert kt 562 tc^en de 
Avaren stieed, deed GhUperik een inval in zgn 
land en veroverde Rbeims en andere steden, docb 
Sigbert rreefcte zicb bg zgn »terugkeer door Sois- 
sons te bemacbtigen, Theodebert, een zoon van 
Chilperik, gevangen te nemen, laatstgenoemde 
een nederlaag toe te brengen en zg-n steden we- 
der te be^tten. Theodebert keeide ecbter na ver- 
loop van een jaar terug, en Chilperik buwde 
kort daama met Brunehilde, de gemalin van 
Sigbert, een oudere zuster van OailesuirUa en 
een doebter van Athanagild, kond^ng der We$t- 
Goten. Weldra ecbter <ked bg baar woigen en 
hu^vde met Fredeaonde. Wegens dien moord 
werd bg door zgn broeders van de heerscbappg 
beroofd, docb areeds in 567 bad bg het gezag we- 
der in handen. Bg voortduring streed bg tegen 
zijn broeders; bg vrerd met zijn gemalin en kin- 
deren in 575 biuinen de muren van Doomik door 
Sigbert ingesloten, die echter voor bet staal van 
sluipmoordenaars, door Fredeaonde afge^onden. 
.bezweek. Nu trok bg naar rargs, 'beroofde de 
weduwe van Sigbert van baar bezittingen en 
zond baar bulpeloos weg, dodi zijn zoon Me- 
roreus trad met baar in het buweig^k en verzo^n- 
de zich vervolgens met zgn vader. Toen. deze 
vemam, dat Oontram «n Childebert voomemens 
waren, tegen hem op te trekken^ versterkte bij 
zich te Kamerijk, doob keerde later naar Paiijs 
terug, om er hg bet lbuweligk tegenwoordig te 
zijn van zgn doobter Rigonte met Reecared, ko- 
ndng der West-Goten. Kort daama (584) werd 
hg veraioord op aansporing van Fredegonde, na- 
dat bg zi<:b door zijn gedrag met den baat en de 
verachting zgner tgdgenooten beladen had. 

Chilperik II, een izoon van Childerik II, werd 
na den dood zgns vadeis (673) in> een klooster 
opgedoten, docb na het overEgden- van Dagobert 
lil (715) tot koniog udtgeroepen. In 71o ver- 
bond bij zidh met Radboud,koavag der Friezeni, 
tegen Karel Martelj die ads Hofm^der in Austra- 
sie heerschte, ruikte voorwaarts tot Keul«n en 
verwoestte de Rgnstieek. Omgekocht door Plec- 
frudis, de wedu'we van Pipyn vem Herisftal, die 
te Keulen v^oonde, keeirden de bondgenooten te- 
rug, doob weiden bij Umblava door Karel over- 
rompeld en veralafireni. In 717 leverde deze bij 
Vinciacum aan ChU^oerik een bloeddgen silag, 
waariii laatstgcnoemae met zgn Hx>£meLer Ra- 
ganfried bet ondersprt moest del ven. De over- 
wonnenen 'vertronwaen: nu de ibeveiliging des 
irijks toe aan Eudo van Aguitanie en timken 



142 



CHILPERIK— CHIMAT. 



nogmaals op tegta Karel, <ii« ben vederom op 
de Tlueht joeg en. tot Parijs Tervolgde, ja, de 
S«ne overflchreed en tot aaa Orl^ans yoorwaarU 
mkte. CMlperik vond een iriJkplaatG bg Eudo, 
die bem liter oajn Karel oitleverde. Dmc plftat- 
Bte hem veder &ls een stroopop op den troon, 
maar hi^ld zelt d« machit in. handen. Chilperik 
OTPrl^ed kort daftrna, in 720. 

Chiltem-Hlll> ie de naam t&h «ea )iea- 
velreeks in h«t Engelscbe graafsehap Bueking- 
ham a&n dea Imker Theemsoever. De grootste 
boogle is 276 m. 1W«ndower HiU). Vfoegei waG 
zij met <}ichte beukenboncbcni begimdd. 

Cblltren HnndreiU is de ma&m van «en 
di»tri(!t in de Bngeische girtiatsohappeD Oiford. 
Rurkingham en Bedford, dat vro<^r veel van 
rooyerbend«n te lljden bad, waardoor de t»n- 
stelling Tan een aiuindeilijk«n VMligheidebe- 
anible noodig wfird, di« den naam van Steteard 
of Ihf. GhiUren Hvndreds dtoeg. Hoewel sodert 
laiig overbodiig, bestaat de betretking nog. die 
met 20 BhtUing per jaar g«ealarieerd wordt «n 
unD parl«mentsle(Kn wordtge- 
geven^ die bun majtdaat wen- 
BChen neer te kggen. Daar dit 
laatst« n.l. ndet vnjwiUig kan 
gescbieden, doeh bet bdleeden 
eener beu>lddgde staatsbetrek- 
king bet manidtot doet vedo- 
im gaan, ia bet gebruikeltjke 
iniddel de benoemdjig itot Ste- 
urard of the ChiUfen Rim- 
dredt. Aft& eea parlementslid. 
dat aicb aao een eerlcroze haa- 
deling beeH sobuldig gemaakt, 
word't de benoeming gewei- 
genl 

Olilmaera, een wMistal- 
tig, TunispniroiHl mMsrter nit 
de GniekscJie m;tho)ogie, van 
voieo ieeuw, jn bet mijiien Sp( 

geit en -v&n adbteren dmaik, 
rwe[d votgens Uomentt door Amiaodorui, koning 
van CaiiC, opgefokt en Terwoeette bet Ljcische 
]and; totdat Belleropkort ihet dortdd«. Volg«iiB 
Besiodus liad bet dne koppen en waa een doch- 
tet Tan Typkon ea Echiana. Een afbeelding vna 
den ohimaeta komt op vele mnpten loor, biJT. 
op die van Sicjon. Het muEeum te Floience Ue- 
zit een 'bronzen beeld, de Chimaera voorstellen- 
de. De cbimaieTa is naar alle iraarschgnlijkheid 
het betld dei Tnlkanische weTking ran vuotepu- 
w«nde bergen. 

Otalmaera monstroia. T-ie Ckimaeridae. 

OUmaeren. Žie Enlbastaarden. 

OhlmaeTldae ie de aaam tmi de eenige 
famiilie van visBcbeD, He de onderorde der Bolo- 
eephali Tormt. Het lijn op haaiea gelijkende vie- 
scnen met 5 paac kieanbogen, maar sleebts 4 

Saair k'iieuw spleten, dde doO'r een kieiiwdekBel ge- 
ekt zijn. De Tuggestr«ng (ehorda) ie iii«ft meta- 
meer ingesno^rd; inplaats van een ToUedig wer- 
velUchaam Ti«dt mea eenige kraaJcbeenlge rin- 
gen. De bovenkaak i« geheel met den kraakbee- 
nigett sehedel versmoltien. De »ijfjes leggeneen 
Mein aantal eieren, die evenals by de insaJec. 
i-n de eileiderG bevrucht irordeo. De ledeo dezet 
familie, meestal naet gtoot en hoagsteas een 



lengte vam ougeveer 1,50 ra. bercikende, zijn 
merkiraardig om limi zondeilioge voimen. Zg 
lijn ecbtor w«iftig talrijk; sleclvtB dr!e geelach- 
ten met w«Muge soojten behooren «r toe. 

Het eerste gealacht, Chimaera, bezit een 
zacbten, TOOEuitatekenden snnit, zooder aai^tang- 
seleo; de rugvinneD, vaarvan de voor^le een 
zeer etenken eo iMigen et«kel ibeett, nemen het 
grootste deel van deo ti^ io, de aoaalvda is 
laag, tervgl de staapt — bijoa even lang als de 
romp — dcaadochtig oitloopt, saa het katate 
gedeelte van <bovea en van onder van een iage 
vin voonien, 

Drie sodrten vaa dit enskidht zijn bejiend, m.l. 
de Spookvisch (Chimaera mmstrona, zie 
de afb.), een diepieeviBdi, di« zeJdea tot 50 m. 
onden d« oppervlaite Qpstygt. voorktuneiide in 
de Noofdoee, bij Japan en aan Kaap de Ooede 
Ho<^; C. coUici vao de vveetknrt van Noard- 
Amenka, en C. affitiis van de Portug«esche kast. 

Het tw«ede geslacht, CaUorhynchus, nljkit van 
bert verige af door het bezit van een kraokbeen- 



»kviech (Chimaera monttroaa). 

acbtig nitsteeksel aan den snuit, in> een buid- 
plooi eindigende; bet staarteinde ds dtudelijk 
naar 'boven geiicht, md een vin aan de onder- 
z^e, maar oiet boveoop, terwgl de anaalvin 
kont maar dik ie. Een soort Callorkj/Hchut on- 
taretieta komi in de zuidelpe gematigde stre- 
ken algemeen voor. 

Het derde geslacbt ie Barriolla, die 0.5 m. 
lang iTonlt en is het noordelgk gecteelte van 
den Atlantifichen Oceaan leeft. 

ChlmaT ie een pricsdom in de Belgiscbe 
proviijcie Senegouven. Het landschap kw«m in 
1fl97 door koop aan het Huis Croy en neid in 
14S6 door keizer Mazimiliaan ten ibehoeve van 
Charles de Cray lot iprinsdom vBrheven. De 
booinlBtad draagt deozelTden naam. Van ^et Hui-s 
Croy verviel 'het in 1686 door erfends aan de 
graven van Bossa, ea oa het uit£ten'en vam dit 
gesladht (1804) aan de Franeche faandjie Ttiquel 
de Caraman. 

Chlmav is de naara eener stad in het arron- 
diEsemeat Tbnin d<ET Belgiecbe provincie Hene- 
gouvren en hoofd&tnd van bet gelijkoamige voi- 
stendom. Ztj Itgt aan de Blance en aan de lijnen 
Bea urno tli — Ohjmay en Hasti^re — Marjienbcni^ 
— Momignies en telt (1912) 3343 inmoners. Men. 



CHIMAT— CHIMPANSE. 



143 



viindt «r twee kerken, «en slot met park, het 
Btandbeeld van den diohter en geschi^dscbr^- 
vei Froissart (aldiaar overleden in 1410)» «en 
atheEaeum en een semiaiariiim, ^'zenngDen, hoog- 
ov«n8, beroemd« maormergroeven en kantiabide- 
ken. Op de hoogte vam Scourmont, 10 km. ten 
Z. ervan, ligt het modelklooster der Trappi^ten. 
Ohimay, Fran^ois Joseph Philippe de Ri- 
quet, graaf van Caratnan, prins van, werd ge- 
boien den 21 sten November 1771. 6q thet uit- 
barsten der Revolutie wa8 hij officier van een 
regiment dragonders in Frankr^jk, doch verliet 
het land met de aanhangers der Bourbons en 
werd na de Restaaratie tot kolonel -bevorderd. 
In 1815 wenl b\j door bet departement Ardan- 
nes naar de Kamer van Afgevaarddgden gezon- 
den, waar hq zioh b^ de oppositie voegde, waar- 
om men hem niet herkoos. Na begaf h^ zich 
naar de Nederlanden, waar h^ cematuraliseerd 
en )tot hd. der Eer&te Kamer beooemd werd 
(1820). Zijn ti<tel als prins zag hg in 1824 door 
de Nederlandsche R^peering erkend. H\j over- 
leed den 2den Maart 1843. 

Ziju giemalin Th^šse, de sohooAe en geleerde 
dochter van den Spaanschen miinister Cabarrus, 
werd geboren te Saragoesa den 31 sten Juli 1773, 
en hawde eerst, tegen haar ain, met den mar- 
kies de Fontenay, žy dweepte m«t de Fransche 
Eevoliutie, Jdet Toch m 1793 ^sbeiden ran haar 
uitgeweken gemaal en begaf zich naar Bordeaui, 
om minder 'blootgesteld te zija aan de vervol- 
gingen van het Scbnkbewi(nd. Hier kerde zij 
Tallien, het lid der Nationale Oonventie, ken- 
nen, die zich, naar men beweert, door haar in- 
vloed liet »bevregen, de bloedige bevelen der CJon- 
ven-tie met gem»tigdheid ten uitvoer te bren- 
gen. Na trad zy met Tallien in het huwel\jk en 
onderhield een druk verkeer met Josephine de 
Beauharnais, Barras, Hoehe en Bonaparte. Toen 
haar echtgenoot laat&tgenoemde naar Egypte 
vergezelde, scheidde zy van hem. Zjj hawde in 
1805 met den prins van Chimay en overleed den 
15den Januari 1835 te Bruesel. 

Chimay, Joseph de Riguet, prins van Cara- 
man en {Jhimay, de ondste zoon der beide voor- 
gaanden, iwerd geboren den 20sten Augustus 
1808 en was van 1839 tot 1841 Belgisch gezant 
te 's-Gravenhagie, vervolgens goavemeui der Bel- 
giscbe provincie Loiemburg, daania ^zant aan 
eenige Italiiaansche Hoven en eiiidelyk Hd der 
Belgifiche Tweede Kamer. Nadat hy m 1856 dit 
ambt neergelegd had, deed hij in 1864 vruchte- 
looze po^Lngen, om vreder benoemd te worden. 
Hg werd burgemeester van het stadje Chimay, 
dedi haeld meestal zip verblijf <te P>ar\^. 

Chimay, Joseph de, een zooo van den vorige, 
geboren den 9den October 1836, was geraimen 
tijd gezantschapssecretaris te Parijs en <bekleed>- 
de oiMler het dericale bewi-nd! van 1870 tot 1878 
de betrekking van gouvernear van Henegeuwen. 
Van den 26sten October 1884 tot zj}n dood, den 
29sten Maart 1892, was hg mdnifiter van Bui- 
tenlandeche Zaken. 

Chinun/f Eugšne de, eenbroer vanden^vorige, 
geboren den 8sten Januari 1843, wa6 eenigen 
tijd lid van den Provincialen Raad van Hene- 
£rouwen. Hij loverleed in 1881. Zijja eendge zuster 
Valentine, geboren i*n 1839, huwde in 1861 met 



pridds Paul de Bauff remont (t 1893), van vvien 
zq dn 1874 soheidde. Daarna heFtrouwde zg met 
priinfi Bibesco (t 1902), maar dit huwelgk werd 
in Maairt 1876 als bigamie nietig verklaard. De 
zaak kwam in 1879 in hooger >beroep te Char- 
leroi, waar men in 1880 een vonnie gaf, waarb\j 
laatsteemeld huwelgk wel degel^k wettig ver- 
klaara en de aanklager, de prdms de Bauffre- 
mont, tot een boete (15 000 Irancs) en 'tot de 
kosten (omstreeks 900000 francs) veroordeeld 
werd. 

Chimborazo is de (naam eener provdoicie in 
de Zuid-Amerikaansche republiek E^cuador van 
14 360 v. l^m. oppervlakte en met 122 000 inwo- 
oers, behalve de Indianen. In het Z. grenet zg 
aan die provincie Cafiar, iin het N. aan Lieon en 
omvat het hoogland itusschen de beide Andes- 
ketens, die hier ddcht met vulkanen bezet z\jn, 
o. a. Sangaj, El Altar, Tangu>ragua. De vlakte 
watert naar het O. af naar den Rio Pastaffa en 
de Morona. In het Z. bij Alau^i v^ordl; aluin en 
zwavei gevondem. De hoofdstad is Riobamiba. 

Chimborazo is een der hoogete toppen 
van de Zuid-Amerikaansohe Cordilleras en ver- 
heft sich in den staat Ecuador. Geruimetn tijd 
(tot 1817) hield men hem ten onrechte voor den 
hoogsten berg van Amerika, ja, van de geheele 
aarde. Als een alleenataande .trachdetkegel ver- 
r^£t hij ter boogte van 3400 m. boven de hoog- 
vlakte van QuLto en 6247 m. boven den zee- 
spiegel. H\j vverd door La Condamine (1745) tot 
een hoogte van 5100 m., door Humbolt en Bon- 
pland (1802) tot een hoog.te van 5759 m. en door 
Bousingault en Hali <1831) tot een hoogte van 
6004 m. beklommen. Jules Remy kvram in 1856 
tot mabg d^n ton, Dr. StUbel in 1872 tot 581*0 
m. en de Engelschman Whymper bereikte in 
1880 den top. Tot een hoogte van 4000 m. is 
h\j met Alpenkrniden begroeid, en ter hoogte 
van 5000 m. vindt men de sneeawl\}n. 

Chimonanthus lAndl, is een heesber uit 
de famdlie der CalycanthaeeeSn, die in Japan te 
hnis behoort en we]irLekende, vailwitte, van bin- 
nen rozeroode bloemen draagt. De eenige soort, 
C. fragrans genaamd, bloeit in den winter, 
wordt 3 m. hoog en draagt tegenovergestelde, 
lancetvormige en alleenstaande bloemen noet een 
diep ingesneden bloenklek. Fraai is vooral de ver- 
scheidenheid, die C. fraarans grandiflorus ge- 
noemd wordt en groote, byna stervormige, gele, 
roodgevlekte bloemen draagt. Deze heester moet 
in kassen o! bakken worden aangekw€ekt, doch 
«wil vervolgens by ons in de open lucht op be- 
schntte plaatsen en in eene heidegrond wel groei- 
en. De heester wordt door afleggen, stekken of 
enting op wortelstokken vermeerderd. 

ChimpanAO (Troglodytes niger of Pitheeus 
troglodytes) is de naam van een groote soort 
van apen, ireel gel\jkendie op deni garillLa. Hij is 
echter kleiner, zijn gebit is minder ontwdkkeld 
en ook zy<n kortere armen en zwarte klear on^ 
derscheidetn hem van dežen laatste. Hy wordt 
van 1,2 tot 1,5 m. groot. Het Noord-Earopeesche 
kHmaat kan h\j niet verdragcn, en het is zelden 
gelukt een exemplaar van deze soort langer dan 
twee jaren in leven te houden. Het voedsel, dat 
men hem In gevangenschap geeft^ bestaat ge- 
woonlijk uit vrnchten en gekookte rijst, maar 



144 



CHIMPANSE— CHINA. 



<M^ uift eLereiii vleesoh en meUc. Met den ^lilla 
en den oraingK>eftai> Toimit hg de groep ^ an- 
tropomorphe apen (zle Aap). 

Ohlmu ifi de naam Tan een rgk en van een 
volk, dat li«i noordeln-k deel van het Peruaan- 
fiche knatland 'bewoande, de tegenwoordi^ pro- 
Tincie Trajdllo in bet departamente Lroeilad. 
Het Tolk sprak een afzooderl^e taal, die mis- 
scliien Yerwant iwa8 aan de dialecten, welke ver- 
der 2aidel\jk in thet kustgebied gesproken wer- 
den, maar geheel venehilde met il^t qaechaa der 
IncaJ^enieinen van het hoogland. De Cbimn wa- 
ren, evenals de andere Peni-Indianen, zeer ont- 
wiiiLkeld op het gebied Tan kanet en handwerk. 
Zq Termden een maobtig rgk, daft eerat onder 
den negenden inca, Paehaeuti, «ehatplichtig werd 
aan* den heerfichenden etam van Cu2C0. Van de 
onde hoofdetad z$n nog leusachtige overbl^fse- 
len aanwezig. Een vlaJ^ Tan 25—30 km. lang 
en 10 km. hreed is diicbt bezaaid met ruTneSi 
een waTe wiIderDd6 van muren, doe groote mm- 
ten affilmten, welke laatste weer met een dool- 
faof Tam gebonwen zgn bedlekt. Daar tusschen 
Tjindft men ironde henveie en algeknotte pviami- 
den. De laatste zq<n mt giof grint geboawid met 
een leemacbtig oemenft verbonden, de geboawen 
nit in de zon gediroogde tegels. Evenals in de 
paleizen ran MitLa, zijn hier de mnren beplei«- 
terd en Tersierd, zeer dikwgl8 met het beeld 
yan een aap met een halvemaanvormdgen helm, 
dat ook op de hier gevonden važen voorkomt. 
De heuTels z\^n grafheuvels, waarln de Igken in 
zittende bouding op elbaar gestapeM liggen. 
Men heeft hier aanzienl^ke vondsten van gou- 
den en zilveren voorwerpen gedaan, maar het 
meeste is omgesmolten geworden. 

China (zie de kaarten en platen) is de naam 
van een groot arijk in 0.-Azi5 en wordt dikiv^ls 
gebruikt tot aanduidjmg van het geheele Chinee- 
sche iFJjk, tervrijil er feitel^ hiet „Land dtto: 18 
provincies*' onder verstaan moet wor(ien^ 
Ontdekkingsgesehiedenis. Zie Axi^. 

Naam. De dn Europa gebrnikdijke benamdng 
„Hemel6di ar^k" is b^ de Cbineezen niet bekend. 
Z\j zel! noemen hun land T8Joenglcwo, „Land Tan 
het Mid-den", d-ichterlijk T8Joengkwa, „Bloem van 
het Middiein". Tatsing-kwo beteekent het gehee- 
le Chineescbe r^k. Ook Tien-hia, w(wat) onder 
den hemel (i«)", wordt nog veelal als naam Toor 
het rjk gebruikt. Ofschoon T8joengkwojen, 
^middenlander", <ie gewone benaming Toor een 
Chinees is, komt 'tooh in bet N. de uitdmkking 
^Hanshon" Teel TOOr en in Kanton „Tangsjan", 
in verband met de namen der djnastieSn Tan Han 
en Tan T<mg, Dikwgls wordt n.l. de naam der 
regeerende dpraertne toegepast op ^en vam het 
lan-ds, biJT. ,yrijk der Han , „zonen Tan Ming" 
enz. De naam Serer {z\jde-lieden), die de Grieken 
en Eomeinen aan de Ghineezen gaTen, dnidde 
oorspronkel^k een Tolk Tan Midden-Azi5 aan, 
maar w€rd later TOor de eigenlijke bewonerfi 
Tan Ohina gebruikt. Bij Piolemaeus Tinden vj 
echter al de namen Thi<n, Thdnai en Sinai. 

De oorsprong Tan den naam Ohina heeft tot 
Tele Termoedens aanleiddng gegeven. Men moet 
echter aannemen, dat h^ door de Portngeezen in 
die 16d>e eeuw tot one gekomen is, terw\jl men 
onder het Tsjina der oude Indiers een ander 



Tolk heeft te Terstaan. Of eehter de naam afkom- 
stig zon z^ vam de djnastie der Thsio ds twq- 
felacjhtig, hoevrel er TOor pleit, dat de €hineezeB 
zich zeU nog in de 5de eeu^vr na Christus er naar 
noemden en het ook deze djnastie is geweest, 
die het eerat Z. China en Cochinchina verover- 
de. Mareo Polo vermeldt nog den naam Eatiiai 
voor het noordel^k deel vam het land. Deze 
(naam waB b^ de Torken gfeibniikel^jik. Nog thaiu 
faeet het b$ de Mongolen Kitat en b^ de itassen 
Ki tan. De Mandsjoe noemen de Ghdneeaein Ni- 
kan, de Birmanen Tarocp flarok) en de Tibet- 
tanen Gjanagpa. Onder Sogdo (Bogdochan) ver- 
ataan de Mongolen en Toengoezen den keiier 
van China (eigenlgk beteekent dit woord „hei- 
lig*' van het sanekrit bhagavat). 

Lig g in g en g rent en. Het ChvneeBche 
r^k m znn geheelen omTang 11^ tosschen 18* 
en 53W N.Br. en 74« en 135» 0X. t. Gr. en i«, 
na het Rassisehe en het Britsche, h^t grootste 
der aarde. Het <beslaat {zonder de vieemde be- 
zittingen en pacfetgebieden) een opperTlakte 
Tan onceTeer 1 1 138 880 t. km., vraarvan 
3 877 000 T. km. op eigral^k China komen. Tot 
het r^k bebooren als ,,neTenland)en" Mand^joe- 
rqe, MonfioHe, de prorincie Sinkiang eo Tibet 
met het Koekoenor-^ebied. Het OhdiMesehe rjjk 
wordt tegenwoordig ten N. door Siberifi en de 
Amoer begrensd, ten N.O. door de Oessoeri 
(AnK>erproTineie) en de Ka&tproTincie, 'ten O. 
door Korea, de golf Tan Petsjili, de Gele Zee en 
de Ooet-Chioeesche Zee, ten Z.O. door de Zuid- 
Chioeesche Zee, ten Z. door TonknB, Birma, de 
Britsch Indische proTincies Assam, Oost-Benga- 
len en Sikkdm^ beneTens de iijken Bhoetan en 
Nepal en ten W. door de Britsch-Indische pro- 
Tincie Pendsjaab en de meuwe grensproTinoie 
(1901), door Afghaffldstan en Rassisch Centraal- 
Azi6. 

Het eigenlijke China <de 18 proTincies met 
bet eiland Hainan, behahe de pioTiiurie Si-n- 
kiang) ligt ongOTeer tusschen 18» en 44® N.Br. 
en tussohen 98» en 122» O.L. t. Gr. In het N. 
strekken de proTincies Pets)ili en Sjansi zieh 
tot Toorbij ^^ Giooten Muur (zie aldaar) uit, 
maar d«Ee Tormt nog de grens tusschen Sjensi 
en het oostelijke deel Tan Kaneoe en het gebied 
der Mongolen. Het vestelnke deel Tan deze ppo- 
Tincie reikt nog in het N.W. tot Toorbg Soets- 
jou. Bij het smalste gedeelte der proTincie (ten 
W. Tan Liant8Jou) gaat de grens naar het Z. 
OTer de Hoang»ho ten Z.W. Tan Sining en om- 
vat de proviinoie Szetsjvran. Van hieniit loopt de 
grens (volgens Chineescbe kaarten) 'westwaarts 
en zuidweatwaarts door w€inig bekende etreken 
tot aan de Kinsjakiang en de Hantsankiang. 
Het laatste gedeelte der W. grens tusschen Chi- 
na en Birma loopt ziiidwaarts, eerst tusschen 
de Loetsjeidang (Saloete) en de Lantsankiang 
(Mekong), TerTol^ns tusschen de Saloe^n en de 
Ir»wadi. De Z.W. giens ligt een vreiniff ten 
Z.O. Tan Bhamo. De Z. grens stiekt zich nit 
door het gebied Tan Sjan ten N. Ta«n Birma, ge- 
deeltelijk langs onbeduidende riTJeren en berg- 
ketens, terwii3 in het Z.O. Kwang8i en Kwang- 
toeng door nog weinig bekende gebergten van 
Tonkin gescheiden zgn. 

Ku8tge8teldheid. De kust, waarTan de 



CHINA e: 



vf.JAPAN. 



s 
o 

o 

o 

a 

Q 



CHTNA. 



145 



leDgte op ong«yeer 5570 km. geschal; wordt, is 
in d« zni-del^e helft, tod HainaiD. itot ongevcer 
30* N.Br., 4Miqg»3h.tig, i:gikaBaied]BiDd«eiLeD.^iik 
gel«ed, «Tenal8 «bet eehieFeilaiK) Sjantoeng; faier 
treft men ook de ibeste havens aan. Ov«idgeiifi 
is ag ▼l*^ *^ ^^^^ ondiepten voor de scheep- 
▼aart geTaarl^k. 75 ruuTtorens (waaironder die 
aafli den <benedeii Jangtse) en een giroot aantal 
boeien en andere teeke(n8 dienen Toor de beba- 
kening. Een groot gevaar leveren de cyclonen 
o! tailoen (wervel8t(>r!men) op. Zulk een »torai 
deed bg?. m September 1906 by Homgkong tal 
van schepen «n honderden menschenlevens ver- 
h>ren gaan. Orootere iinbammen der knst zg^n 
de golven van Liantocng en Tsjili (Gele Zee), 
de Hangtsjonbaai «n de golf van Tonkin. Van 
de telrijke eilanden fnoemeo w5 nog, behalve 
Hainan (34000 v. km.) de groep der T^oeean- 
eilanden voor de Hftngtsjonbaad en de Miautau- 
eilanden in de straai van Tajili. Zie Terder AxiS, 

Kusten. 

Bodemgeateldheid. Cbina is OTeore- 
gend hoogland, wanit al bestaat er, zooals Von 
Riehtkofen in z^n staindaaidwerk ,,China*' heeft 
aangetoond, mot verschil tusschen thet N. en 
Z., toch wordt wel vqf zesde gedeelte van het 
g^ieel door gebergten en hoogvlakton ingeoo- 
men. Het laagland beetaat in noofdzaak ni^t de 
alluviale vlakte in bet moodingsgebied van Ho- 
angbo en Jangtsekiftng, bedw met het zeer 
Tradiibape i5s8 en in gapervlakte Nedieriand wel 
16 maal oveitreffende. Het hoogland .wordtdoor- 
gaans m het N. en het Z. CMneesche bergknd 
onderscheiden. Van de aanzienlijke ketene moet 
in de eerste plaats een Toortzetting van den 
Kwen-Lun, de Taingling, vermeld worden. Deze 
loopt in bijna W€etcl5ke ricbting door Sjensi en 
helt op ongeveer 11 3» O.L. v. Gr. steil af, be- 
reikt een hoogte van omstreeks 3300 m. en 
vonnt een »oherpe grene .tusschen Noord- en 
Midden^Chdna en tevens de waterscheid&ng tus- 
schen de Hoangho en de Jangisekiang. In de 
noordelgke provincies Kansoe, Sjensi, Sjansi 
en een deel van Petsjili en Hbnan strekken zich 
breede hoogvlakten uit, onderbroken door Z.W. 
— N.O. loopende beigketens en doorsneden door 
diep ingesneden dialen, waaronder het dal der 
Weiho bet bek^ngr^kste is. Het hoogland doet 
zich door z^n steile bellingea (naar de vlakte 
van de BenedenrHoangho, van daarmt gezien 
als een hooggebergte voor, en ^ifn rand draagt 
op de greofi van Peisjili den naam van Taihang- 
sjan. AaD 6e andere z\jde der vlakte verheft het 
land mh im S jantoenig meennaleii tot booge ge- 
beigten, waaT<MK]er de Taifijan, een der heili^e 
beicen, een hoogte van 1500 m. bereikt, terwg'l 
de Weibo door heuvelreeksen van de laagvlakte 
der Jaogtaekiang gescheiden wordt. Ten Z. der 
vlakte loopen de 'bergketens ten deele in N.W.- 
Z.O. idditin^, groototdeels edtdter m Z.>W.-N.O. 
riditimg {het oinisch bergstelsel van Von 
Riehifwfen). Beze ketens sluiten fedeeHelijk 
bekkeps van aanzieolgke hoogte (1800 m.) in. 
De wateirsobeiding tussohen Jangtsekiaaig en Si- 
kiang, welke een andere richting volgt, heeft 
vroeger tot het aannemen van een overdwar8 
loopende bergkieten, NainKing geheeten, geleid, 
we!K woord ecbter sleehts <k „zQiidpas" of „de 

V, 



zuidpasfien*' beteekenJt. Ook die op (Moeeeche 
kaarteni dilowyis voorkomende benam^ing Sneeu.w- 
berg (Suesjan) beeft aafDki<iing gegeven tot mis- 
verstaind. In net N.W. bereiken wel iz waar en- 
kele gebergten de flDeeuwgrens, of verheffen zich 
zelfs aanmerkel^k daarbovoD (Eioetingajan in 
noordel^k-, Taliangsjan in zuidel^k 8zet8Jwan), 
en ook de TsiaU^ng bereikt in den Paasjan meer 
dan 3300 m. Volgens Von Richthofen verheffen 
zich verder in N. China de Koeloesjan aan de 
N.W. grens van Sjanei tot 2350 m., de Woetais- 
jan !i<n O. Sjanei tot 3490 m., de Taijosjan in 
Sjanei tot 2100—2400 m., de Soengskin in Ho- 
nan (113« O.L. v. Ori) tot 2400 m., de Paijuns- 
jan kk Honan >tot 2400 m., verder in het N. de 
FoefDgkwang8Jan aan de grens van Eorea en de 
iDwoeloesjan aan de grens van Liausi en Sjen- 
king. In het Z. vindt men op de Ohineesche 
kaarten tal van namen, als: de Tientaisjan, die 
van Z.W. naar N.O. Tsjekiang doorloopt, de 
Woeisjan in het N.O. van Foekien, de beroem- 
de, op meer dan 1200 m. gesehatte Liofousjan 
in N.O. Kwa<ngtoeng, de Kioeliensjan op de 
grens van Ewangrtoeng en Ewang8i, de Oroote 
en de Eleine M^ing. Belongr^ke en niet zeer 
hooge .passen, die udt Ewangtoeng naar Eiangsi 
en Hoenan voeren, z^jin de Junnan-pas (1000 m.), 
tussohen Poenganting in Ewei)tsjou en Plngji- 
hietn in Jonnan, de Juloeng of Suesjan in N. 
Junnefn en de Pasjan ioi Szetsjwan. Tot de vgf 
heilige beijgen /iroe;o j beboonen de Taisjan in 
SjantoeD^, de Efengsjan, in Hoenan, de Hwas- 
jan dm Sjensi^ de Hengsjan in PetsjiK en de 
Soengsjan in Honam. — Op Hainan moet de 
Woetsjisjan of »Vgfvinsrerberg" in het binnen- 
land vermeld woTden. Werkzame vulkanen schij- 
nen in China niet aainwezig te zijn. 

Geologi e, Behalve de dn de hooggebeigten 
van Sjantoeng en Z.O. China veel voorkomende 
oergebergten spelen palaeozoTsohe lagen, wat uit- 
gestrektheid en dikte betreft, een overwegende 
rol. De door Von Richthofen beschreven sinische 
lagen (hoofdzakelgk cambrium) treden m het 
N. en Z. Chineesohe bergland, in Sjantoeng en 
den ooetel^*ken Ewen-Lun veelvuldig op, tenv^l 
silupische en devonische lagen hoofdzakeI\jk ten 
Z. van dem TsinglLDgsjafli en in de zich in Ach- 
t(ir-Indi6 voortzetteMe bergketenen worden aan- 
getroffen. 

Het N. Chineesohe tafeHand is vermoedeljjk 
(onder de ISss-laag) b^jna geheel uit lagen der 
steenkolenformatie samengesteld, die bovendien 
in Z. China (Hoenan, Ewei'tsjou en Junnan, in 
deze laaiste provincies in het bgzonder als ko- 
lenkalk) ver verbreid z^n«. Mesozoische sedi men - 
ten vullen bet groote bekken in Z. China (Szet- 
8jwan, Ewangsi, Hoenan enz.) en bevatten even- 
eens dikwyls kolen. Onder de jongeie formaties 
zijn het 1588 i-n het N. en 'bet lateriet in het Z. 
de voornaamste; het eerste, in N. Chi«na als 
„gele aarde" aangeduid, is van het grootste be- 
lang voor de •bebouwing, besproeiing, verkeers- 
w€^en, nederzettingen enz. Terw\jl werkzame 
vu&anen 8oh\}nen te onibreken, kom en vulkan i- 
sche gesteenten wel voor. De jongeire vulkanische 
gesteenten hefbben echtar een geiinge vepbrei- 
ding; z\j treden als lavastroomen aam de N. 
grens tegen MongoliS en aan den rand der groo- 

10 



146 



CHINA. 



te wo60tij>avlakte, TooraJ m het heuvelland van 
NaD^kang en in. het ZjO. {zTudelgk Juninan) op. 

Wateren. De tak^e itnJiamrnekn langs de 
kuat, de vele groote rivieren, de kunstmati^ 
wate(rwegein: itasschen deze en de vele -belaiigr\jke 
meren; ^gn vain oods voor ibat ivedseer zeer gum- 
stig giewee6t. De zee ibee£t aam de mondlng der 
JangitoekiaiDg en ver^eir noardeigk een geelach- 
iige ikkar en wordft daarom Gele Zee (JŠoang- 
hai) genoemd. Het onderscheidi; tasschen eb en 
vloed k zeer bela(Dgr\jk, maar is afwi5sel«nd 
naatmate van <het jacupget^jde en de mnden. In 
dem •aseeboezem iraoi Hangtsjou 8t\jg>t ibet water 
soms plotaelimg 6 m. -(vok^gens oudiare beidehten 
zelfs 12 m.) en v<xnnft dan een voor de scheep- 
vaart niterst geyaaarlqkeEn, b^joia loodrechten 
wain<i (Woe8oeng aan den mond d«r Sjamghad-ri- 
Tier 4,5 m., Hongkong 2,3 m., Eantoin 1,5 tot 
3 m., Schatou tb^ spriaigvloed 2,1 m., Amoy 4,4 
tot 4,8 m., Ningpo 2,7 m., aan den mond 3,8 
m. spriingTloed, Nankiing 3,6 tat 4,5 m. m den 
zomer, Takoe aan den mond der Peiho 8,6 m. 
springvloed). Van die rivieren behoaren de Jangi;- 
sekdang en die Hoamgho (tot de grootste der aar- 
de; <de derde in g«rootte Ib de Sikittng. De Liau- 
ho, de Peibo, de Jang<t6ekiang, de zioh m de 
mondiing van deze laatete ontk&tendie Sjanghai- 
rivier (6waiigpoe of Woe8oengkiang), de Joeng- 
kiang bg Nin^o, de Mdoikiang b^ Foetsjou, de 
mondioig der Hankiang b|j Schatou en de Tsjoe- 
kiang wo>rden oak door Europeesche sohepen be- 
varen. Verdfer de Hwaiho, die vroeger door mid- 
del van het Hoen^teemeer in den voormaligen 
benedenloop der iEroangho uitmonddie, de T&ien- 
taoff b|j Hangitsjou, de Oukiang b^ Wentsjoa en 
de Kioeloengkiang bq Amoy. 

China is bgzonder rp aan meren, vooral in 
eenige dier noordd^ke en modidaiprovincies, aan 
de zee of aan de Jangtaekiang gelegen. Tot de 
grootste behooren het Toengiiinghoe, het Pojang- 
hoe en het Tai<boe rechts van de Jangtsekiang, 
en de hiermede d<oor het Groote o! Aeizerdka- 
naal in verbinding »taande Eanjoehoe en Hoeng- 
tseboe. Reeds sindis oude t^en bestaan talrijke, 
iangere en ikoirtere, de ilager jgelegen fltreiken in 
alle richtingen dooikruisende kanalen, :waaron- 
der het Groote of Eei<zerskanaal het voornaam- 
8te is. Heit etreikt sa^dk aan de ikoGlt over 10 bieed- 
tegraden (ongeveer de lengte van den Rjjn van 
zgn oorsproDg tot zijn mondin^ van Peking tot 
Hangtsjou uit en verbindt de reiho met de Ho- 
angho en de Jangtsekiang. Onder de minerale 
bronnen moeten de voor geneeskundige doelein- 
den gebrudkte waTme zwave]ibronnen (b\jv. bij 
Ninghai din Sjantoeng en Tangsjan b{j Peking) 
vermeld worden. 

Klimaat, China ligi;, wat zgn klimaat be- 
treft, nog in den moesongordel van Oo&t-AziS; 
maar bij de uitgestrektheid van het land en de 
groote versoheidenheid van het leliSf moet het 
kliimaat wel guroote afwqki>ngen vertoonen. In 
het algemeen neeft Ohdna, door de oostelijke lig- 
ging van het land, een va8telandkliimaat, met 
warme zomers en koude w in ter s. Vooral in het 
N. is d it b^'zonder sterk, waar de regens in den 
mmer dtLkw^l« vioor het aan boseh zoo arme land 
in v€Pwoestende wolkbreuken' over^aan, terwijl 
in den 'Winter groote droogte heerscmt en in het 



voorjaar de van nit MongoHS komende winden 
hemel en aarde in ieusaeh<tige stofwolken hnl- 
len. Te Peking hedraagt bj een^middelde jaar- 
temperatuur van 11,6<» €., de genriddelde tem- 
peratuur van den vinter — 4,2« C., die van den 
zomer -f 25,4» C; te Kanton stggt de thermo- 
meter, h^ een gemiddelde (temperatuur van 21i> 
C, igdens de wann6te maanden tot boven 34<>, 
daalt echter gedurende de koudste tot — 15® C. 
Het verschil itussohen de groot&te warmte en 

frootafo ikoiodie bedraagt te Pefcnng ineer dan 
l^*, te Sjangihai meer dan 47<^ en te Kanton 
meer dan 33« C. Te Peking bevriest het Kei- 
zeiakanaal to^; op den bod^n en h^ Takoe de 
zee voor de monding der Peiho zoodanig, d&t 
men er zich zeer ver op wagen kan. In het al- 
gemeen kan men de itemperatuur van Peking 
als die van noordelgk, die van Kanton als die 
van zuidel^k iChina besdiouwen. In de zuide- 
Igkste, binnen de tropen gelegen crtreken ibestaan 
aiechts (twee jaaijeetgden: h<S droge, van Octo- 
ber tot April {N.O. moeson), en de r^ent^jd met 
overheerschenden iZ.W. wind van April tot Oc- 
•tober. De tuesohfen den ikeenkring en den 306rton 
paralleloiTkel gelegen subtropis^e streek vormt 
den overgang iot de noordel\jker gelegen stre- 
ken. Ook hier vali veel regen, die in den zomer 
tot afkoeling der temperatuur biidraagt. De N. 
en N.O. winden kenmeiiken zich ooor droogto en 
koude. Te vermelden z\jn nog de vooral van 
Augusftns toit October op de Ohineesche en Gele 
Zee voorkomende eyclonen, in het Chineesch tai- 
foen geheeten, wier verwoe9tonde kracht zich dik- 
wyia ver »landvaaTts in doet gevoelen (zie Kust- 
gesteldheid). 

Plantenwereld, De flora van China is 
rijk aan afwie6eling. In de zuidel^jkste provin- 
cies ifi zijj een itropische, nauw verwant aan die 
van Achter-Indie, verder noordelijik een subtropi- 
sche, die tegelv'kertijd palmen (Chamaerops 
eieelea), prachtige naaldboomen (Cun- 
ninghamia sinensis, Salisburia 
a d i a n t i f o 1 i a), de theestruik, azalia'8, ca- 
mellla's enz. bevat. Nog verder noordwaart8 (33 
— 40«) volgt die der warm gematigde zone met 
een groot dantal ^oorten, welke met die der Mid- 
den-E/uropeesdhe flora overoenstemmen, ttorw^ 
in het hooggebergte der westelpe provinoies een 
Alpenflora aangetroffen wordt. In het algemeen 
word't de Ohineesche flora gekenmerkt door een 
opvaUend groot aantal praobtig bloeiende gewas- 
sen en een naar verhouding grooter aantal ge- 
slaehton dan soorten. De vootrnaamste cultuur- 
planrten zqn r^jst, tarwe, gerst, opium, katoen 
en ginseng (een genotmidicktl, zie Aralia), m&Is, 
tabdi:, indigo, aardnoten en in het Z. suikerrieL 
De zooiwel voor eigen gebruik, als voor den uit- 
voer zoo hoogst 'belangFgke theestruik moet ge- 
l^jih^idag met die voedangsplamten genoemd 'wot- 
den. Voor de zgdenrupsentoelt wordt de witte 
moerbeziSnboom, voor de papierfabricage de pa- 
piermoei>beri3nboom (Broussonetia papy- 
r i f e r a), voor den plantenwa8 de S 1 1 1 1 i n- 
gia sebifera, voor de bereiding van lakveor- 
nisdeBhus succedanea aangeplant. Van 
bamiboesoorten komen uitgesfcrekte wouden voor» 
in overvloed echtor elechts in de subtropische 
zuidel\jke provinoies, ofschoon de dwergbamboe 



CHINA. 



147 



jnisi m O.-Azi^ seer ver naar dvet N. aangetrof- 
km' w<M[Hit. Zi]i<lelijJc Chma beeft een meii^ 
luMge g«wa88eii, di« in iioord«l$k Ghma oat- 
braken, Tooral ainaasappeleoifioortetD (Citrus), 
den 'kamferboom, <l6n ga&jaT&boom (Paiddnm) 
en de g&aiSber. Gebeel aauleiB dam met ide aa/a 
niitti^ pknten zoo r^ke flora van eigenJjnk Chi- 
na is het gesteld met die van het we8telj]ke, aan 
de overzgde van het landgeber^ van Gentraal- 
AziS gelegen, oStgestrekte gebsed 7«n het Chi- 
neescne r^k; deze is over het geheel arm en ten 
deek skehts Toor een nomadenibevolkiiig ge- 
sohikt. 

Dierenvereld. De faima van Chkia 
speelt lang niet zulk een gewicbtn0e lol al« de 
piaiD.^eaiweseki 2\j is op meinkw«arrage nrgrn ea- 
mengesteld uit Indische en Sibedsch-Europee- 
sehe elementon, en hoewel de eerste in het Z. 
de overhand hebben, strekt zich het gebied Tan 
sonunige Tonnen toch tot over de noordel^jke 
grens van het land uit. De eilaiiden Haimaii en 
Formosa en de provindes aan de zuidkust, 
Ewarngsi, Ewaingtoeng en Foekien, hebben een 
nog geheel Indleche dierenvereld: apen, lemu- 
ren (Ntfeticebus), vliegende bomden (Pteropus), 
civetkatten^ oUfaAten, oeushoorns, eohubdieien^ 
pauwen en eehte hoenders (Oallus) zgn aJle tro- 
pifiche dieopeik Zeer rgk ds het geheek zuidelgke 
deel van het land aan prachtige fasaintensoorten, 
veai welke vele, sooaJs de gooalaeaiit (Phasianus 

gictus) tamelgk ver noorael|;fk nog voorkomen. 
ijzonder goed vertegenwoordi^d zgn de insec- 
teneters. Tngers komen over net geheele land 
voor en wei in 'twee rassen: in het Z. de lodi- 
Bche, im het N. de Siberisehe; ook de panter 
word^ in het crootste gedeelte van het ornK aan- 
getroffen. In de hergwouden der we&teI9&e pro- 
vinoies leven heien, muskusdieren, steenbokken, 
wilde honden, wa8beerhonden (Nveterautes pro- 
cffonoides) en ikatten. Aiiftilopen, (herten, en wel 
behalve de gewoDe ook karakteristieke, alleen 
hier levende soorten zonder gewei (Hydropote8 
en Lophotragus), reeSn, dassen, marters, we2el8 
eiiz. znn imeer verspreid, maar worden toch 
hoofdoakel^ in de midden- en noordelgke pro- 
vincies aaogetroffen. De meeste van deze soor- 
ten, evenals italro^ke soorten van irek- en storand- 
vogels, eenden, £^nzen, zwainen, pelikanen en 
andere watervogel8, waarvaii velen bg de land- 
meren van Midklen-Gbiina leven, stemmen over- 
een met de eoorten van Midden-Europa of zgo 
er mee Yerwami. Voor de auddleiLgke gebeigtem 
zQn (Dpog dle zomievogels (Liotriehidae) kenmer- 
kend, evenals voor de noordelgke woestgnen de 
vnistboenders {SyrThaptes) en talrgke leenwe- 
rikeo. De zeekuat, evenals alle dvieren en me- 
ren, is burte(ngewoon visehrgk. Ook tusschen de 
zoetwaterviissehe!n i<n -China en die in Europa 
bestaait groote overeenkomst. Eehter zgn er ook 
visehsoorten, vraarvan aUecin i«n Noord-Amerika 
verwainte soorten worden aangetroffen, bgv. de 
lepelsteur (Polyodon) in de .ntngtsekiaaig (Qla- 
dius) en in de Mississippi (folium), Amphible- 
en, in het bijzonder de gestaarte, zgn goed ver- 
tegenwoorddgd; d(n het W. vrordt de groote Ja- 
pansche salamander (Cryptobraneku8 Japonicua) 
aaogetroffen. Slongen komen in het Z. veelvul- 
dlg voor, in het N. skchts 4 of 5 soorten. De 



Insectemvraield ie zeer cemengd; de Indisch-iro- 
pkohe dsgvliinders wo(rd0n tot in het Amoerdal 
gevonden. De zgdeteeli is sedert oveioude tgden 
in Ghima hefcend, ook viechteeh (goadvissohen). 
Het aantal lunedieren is gezing. De buffel, due 
gebruikt wordt hg bet Mbouwea der r^tvel- 
den, is het voomaamste. De in China gefokte 
paarden zgn klein en leelgk en worden hoofdzar 
kelgk al« laetdieren gebruikt. IVee-hul-tige ka- 
meelen dieoMin in de nooidielgke provincies voor 
het veriDeer met Mongolifi en voor het transport 
van steenkolen naar reking. 

Delfstoffen, De croote rgkdom aan mi- 
neralen Ugt fDiog grootendeels onbenvt. De mees- 
te liggen 'wel is waar in de oudste en oudere la- 
gen, voomamelgk in het gnei« in 8jan;toeng en 
aan den Tskling en in de camfbrieche formatie, 
door Von Riehthofen — omdat zg hoofdzakelgk 
m Ohina gevonden woardt — „siinisdie" lagen 
genoemd. In rgkdom aan steenkolen kan 
welliQht geen land< met €hiDa wedgveren. De 
gebpetidge veifaeerawcyBn ^gn eelhteF ooiraaak, 
dat zg aleebts van genng nat zgn. Een uitzon- 
dering hierop maken de mgnen van Eaiping (iif 
noordooslieili^ Pe(BJJild)i, dSe door een fiE>oorweg 
met de kust verbonden zgn, die van Foesjoen, 
Honan, Eiangsi en Sjantoene. Gemakkelgk van 
de zee nit te bereiken zgn de kolenmgnen van 
Woeboe8Jwei aan de Golf van Liantoeng. Ver- 
der in het binnenland liggen die vjtn Saimaki, 
aan de gieos van Korea en Ponei«hoe. In Liausi 
vind«t men er in het N.W. van Eintsjoufoe, in 
Petsjili >bg Sjimentsai en de reeds genoemde van 
Eaiping in het N.O., verder bg Tsjaltang, Jang- 
kiaf^g, Fan^iau, Siwan, Hoetai, Mentoukou 
ten W. en Z!w. van Pekin« en bg Tatoengfoe 
in het N. van Sjanei. Vooraf moeten de kolenla- 
gen van Z.O. Sjansi genoenhl wo(rden, die bg 
een dikte van 6 tot 9 m. zich' uKstrekken over 
een oppervlakte van ^naar sohatting) meer dan 
33 000 v. km. Hier treSt men ook gzererts en 
anthraciet dicht naast elkand«ir aan (bg Loping). 
Ook het dietrict van Taijnenfoe bevat kolenmg- 
nen. In Honan vdndt men ze bg Hwaakin^ en 
Sjoetsjou, in Sjantoeng bg Posjanhien, Tsjang- 
kioehien en Weihien, in Eiangsoe ten N.O. van 
Nanking, in Hoepe <ten N.O. van Hwangt«jou- 
foe, in Eiangsi bg Lopinghden, on Hoenan in 
het dal van de Loeiho, verder bg Eweijanghien 
en Sianghianghien^ in Ewangtoepg bg Sjant- 
sjoufoe. De naam eteenkool (me i) komt reeds 
in een «we(rk. uit de derde ecuw v. Chr. voor. 
Marco Polo had zich leeds over het gebruik er 
van als brandstof verwonderd. 

Ook g z e r vvordt in groote hoeveelheid aao- 
getroffen. De mgnen van Loping, Taijanff en 
Nantsoen leveren niet alleen een voortreffelgke 
soort erts, nuuur zgn ook van bgzonder belang, 
omdat steenkolen aldaar g^ooakkelgk te verkrg- 
gen z|in. Het emelten geschiedt, zonder hulp van 
hoogovens, volgens een overoud ejsteem. G o n d 
woxd.i bg lagen* vraterstand aan den bovenloop 
der Jaogtsekiang, die daarom Einsjakiang (goud- 
zaodstroom) heet, en aan andere rivieren van 
Junnan gewa8schen. De belangrg^kste goudmg- 
oeo beviodeo zich in Eweitsjou en in Moho aan 
de Amoer; deze laatste moeten gemiddeld da- 
gelijks 50 onsen oplevesen. In Sjantoeng, waaT- 



148 



CHINA. 



heen de roep vaa den grooten goadrqidom r«edB 
i66t y«le ja-reiL Califorau«che goudgraTeis ge- 
lokt hBdf 16 men b\j Nimgliai op orgie aders ge- 
fitooten, die sedert 1890 door binnenlaiidBche on- 
dernemers word€n g>eSxploiteerd. De jjjkste zil- 
verm^nea bevinden ziah in Junnan; ook die van 
Sjehol (Tsjengte) in Petsjili leveren veel op; 
yan mindier beteekeni« z^n die yaa Ewang8i, 
Szetsjwan en Ewangtoeng. Koper wordt in 
vrjjj groote hoeveelheid in Junnan gewonnen; de 
m^jnen \vorden deels door een ondor staatstoe- 
zicht staande onaatschapp^ ge&xploiteerd, deels 
is de eiploitatie in »bet W. nog vrg, doels wordt 
bet verkregen koper tegen bepaalde pngzen op- 
gekocbt om aan do munt te Peking a^T^leverd 
te iirorden. Goud, zilver, koper en goer worden 
reeds omstreeks 2000 t. Obr. als prodncten Tan 
enkele provincies van noordelo^k ubina vermeld. 
Tin nit Junnan word't in Pakboi uitgevoeid, 
daarentegen Bangka-tin ingevoerd. E w i k z i 1- 
ver leveren Junnan, S2etsjwan, Ewangtoeng, 
Kweit8Jou, Kansoe; 1 o o d wordt aangetroffen 
in iHonan, loodglans in Tsjekiang, Foekien 
en 8z0t8JwaaL, antimoiiium en ziok in 
Hoenan, Hoepe en S26tojwan. 

Vepder bevat de bodlem talr^ke soorten van 
graniet, porfier en marmer, jaspis, agaat, berg- 
kristal, ameihidt, ehaloedoon, opaal, laznursteen, 
torkoofi, beddsteen, speksteeai, rnefre^^ea. em v«ii 
eigenl^ke ^elgeeteenrten robgn^i, sa£i«ren en 



topaoen. Naast een loodaohtige ahiinaardie vjtndt 
mefn de eobte poraeleinaarde, voomame- 
l^ifa: op den Eauling in- de omstieken van King- 
tetsjen in Kiangsi, verder bQ Sjoetsjou m Ho- 
nan, Loengtsuan in TsjekiaDg enz. In Szetsj- 
wan en Juiuuui vrordit kenkenzout gewon' 
nen uit artesi«che <broivnen. Uit vele van deze 
boorgaten komt tevens een brandibaar ffas, dat, 
door bamboebnizen geleid, voor bet kAen. van 
bet zoni gebruikt woirdt. In Sjansi wordt zout 
uit bet zoogenaamde zoutmeer van Loetsoen ge- 
fronnen. In eeoige kustprovincies, vooral in Ki- 
adigsoe, ten N. van de Jangtsekian^, wordt veel 
zeezout vervaaordigd. Sedert de oudete ti|den is 
zou<tbereidiiing een staatsmonopolde. Het verlee- 
nen van ooneessies aan Europeescbe maatsebap- 
pgen zal in de toekom^t de ontginning der mi- 
neralen stellig sterk dben vooruitgaain. 

Oppervlakte en bevolking. Vol- 
gens SakharotD telde bet gebeele rijk in 1749 
slecbto 177 millioen inwonero, welk cijfer in 
1780 tot 277 milldoen steeg, in 1812 360 en in 
1852 420 milldoen werd. Een naeuwe vt^kdtel- 
Ling noemt bet getal 426 447 825 voor bet r^k 
en 407 787 805 voor de 18 provincies, maar zeer 
betrouwbaai zgn deze c^fers niet. De meest be- 
troawbaire berekemingen geven voor de opper- 
vlakte en de bevolking der 22 provincies de vol- 
gende cgfers: 



PROVINCIES. 



Oppervl. 
in v. km. 



Bevolking. 



Op 1 
v. km. 



Tsjili 

Toekiem 

Holoenskiang 

Honan . . . ' 

Hoenan 

Hoepe 

Kansoe 

Kiangsi 

Kiangsoe 

Kirin 

Kwangsi 

Kwantoeng met Hainam • 

Kweitsjau . . . . 

Moekden 

Nganghwei 

Sjansi 

Sjantoeng ■ 

Sjensi 

Sintsiang 

Szetsjwan < 

Tsjekiang 

Junnan ■ 

Garnizoens < 

Kinderen beneden 6 jaar die in bovenstaande op- 
gave niet meegeteld zijn 

De i8 provincies 

Mongolie met Kobao en Tarbagatai 

Tibet ■ ■ 

De nevenlanden samcn 

China • • 



314800 
III 200 
525500 
173500 
200500 
181 400 
35" 400 
179500 

99300 
272000 
217300 
243000 
157200 
141 800 
142800 
207300 
149600 
199300 
I 426000 
461 000 

91 200 
396700 



6 242 300 

2787600 
2 109000 



4896600 
II 138900 



22 970 654 

8556678 

I 562 254 

22375516 

20583 187 

21 256 144 

3 807 883 

16 254 374 

15379042 
5 349 287 

5 426 356 
23696366 

9266914 
5830819 

14077683 
9422871 

25813685 

6 726 064 
I 768 560 

54 505 600 

13942655 

8 049 672 

195496 



9000000 


325817760 


I 800000 


2000000 


3800000 



73 

77 

3 
129 

103 

117 

II 

91 

155 
20 

25 

97 

59 

41 

99 

45 

»73 

33 
1.2 

126 

*53 
20 



52 

0,6 
I 

0.8 



329600000 



30 



CHINA. 



149 



Oppervlakte en bevolking der pacl>tg>ebieden en 
mreemde boaittiiDgieoi: 



PachtgebiedUn, 

Japansch pachtgebied 
Koeantoeng . . . . 
Weihaiwei (Duitsch) . 
Kiautsjou ( „ ). . 
Hongkong (Engelsch) . 
Koeangtsjou (Fransch) 




Vreemde besUHngen, 

Hongkong (Engelsch) . 
Macao (Portugeesch) . 



3374 

738 
501 

922 

1000 



126 
10 



488 089 

147 ^n 
195 180 

94432 
158 881 



362 307 
74866 



Het aantal vreemdeH-ngieii^ <lat in d« tiaotaat- 
havens wo(>iideiD, bedroeg m 1911: 153 522, 
waan>iider 10256 Engelschen, 78 306 Japan- 
nera, 51 221 RuBsen en 192 Nederlaoidera. 

De En^laoben ibemtten in die steden 606 
handelshni-zen, de Japan^ners 1329, de Russen 
312, de Nederkuoden 19. 

Ala yA>niaain8te Nederlandsehe handeUhui' 
ten vallen te inoemen: de Nederlandsehe Haiv- 
delsmaatsehappg .te Sbangai en Hongkong, de 
Java-GfaiaaJapanl^, wi«r hoofdagentschap «te 
Hongkong is gevestigd, en de HoUsuid-Chiiia 
Handelsoompagnie te Hongikong, Shangai en 
TientsJn. 

De Chineesche steden z^n alle op dezelfde wg- 
xe geboui¥di^ gewoonimik een <^rhoek m bet mid- 
den, door booge moiren en grachten omringd. 
Hier wonen <te ambtenaren. De handel zetelt 
in de veorsteden. De irt)T»ten zfjn meestal bochtig 
en nauw, zeMen breeder dan 3 of 4 meter. Voor 
waterafyoer wordt izdden gesorgd en de gezond- 
heidstoestand is er zeer skcht. 

De eigenlijire Ohineesen komen in de geschie- 
denis voor ala bewoiker8 -van het Z., dus van de 
tegeiLwoordige provindes Sjensi en Sjansi a&n 
d<^ middennHoangho. O! zq hierheen Tan het 
N.W. uit z\jn g^omen, dan mel antochtonen 
zgn, valt met me<t sekerheid te zeg^pen. Uit oode 
gesohriften en urt hun OTerleverioig zon men 
nioeten opmaken, dat Sjensi het oerland der 
CMneezen is en dat aUeen kansten en weten- 
sehappen uit den Sjwen-Lu!ni gekomein z^n. Al- 
gemeen wordt echter aaogenomen, dat zq indet dle 
oorspronkelnke bewoner« Tormen, maair dbt 
ei^feaKjk Cfmiia oorspronfcel^ door Trbetaaor 
8che en Achter-Inddedie dtammen hevoikt wa8, 
waaryafn de overblgfselen), ala Sifan, Tao, Lolo 
en Miaotsej BOg tbans in Juonan, Eweitaiou, 
Ewangsi en- Ewangtoeng aangetroflen irorden. 
Deze weTdeii teruggediongen door een Tolk uit 
het N.W., en dit T<Mk moet als de eigenl^ike Chi- 
neesen be8Qhouwd ;woiden. Merkwaardig ie het, 
hoe ddt Tolk alle andere eknnenten in zich heeft 
opgenomen, zoodat zich een iiatie geTormd heeft, 
die b$ Tele TeiFSchillen itoob merbin^aardige over- 
eenkomst Tertoont in taal, in zeden en itn ge- 
bnrikeik Later kwamen Turksche atammen en 
eindel^ als Tezoveraars de Mandsjoe, die thans 



nog iaa, de 7oomaain«te plaatsein, waar m de zoo- 
genaamde Tatazenatad ibewoneii, de hezetUng 
Tormen. 

Emigraiie, Ondaolrs de ibuitengefvrone ge^ 
hechtheid aam hun geboortegiond, die allen Ghi- 
nenem eigen is;, dwingt de oreirberoilikicng vetten, 
hun itand te verlaten; vooral i« dk het ceval m 
Ewaingtoeng en Foekien. Het eenste Joel der 
Oiiseesohe landTerhuisera wa8 de oevenlanden 
Tan ed^enlpk Ohina, dooh nadat htier, Tooral m 
Mandsjoer^, aUe i)ebouwbare streken m heiLt 
gemomeDr waren, moest de etroom emagianten 
zioh aiaar andere landen dchten, in de eeršte 
pkats iiaar Achter Jndie en den Ooet-Iodiflehein 
Arehipel, waairheen nog jaarlps vele dniMuden 
trekken. De Chineeeehe bevolkkig van Aohter* 
Indifi bedraagt omatreeke 4 milHoea, de helft 
der dAwoner8 van Bangkok z^n Chuoeeaen, m 
Singapore bebeersoheD on bgna den han^lel. De 
goudontdekkl-ngen in UatifoimiS en Au«trali6 
lok-ten Tele Ghimeezetn lAiarheen., maar spoedog 
werden i<n Noord-Amerika TerbodBbepaliogen te- 
gen de Chaneesohe laodTerhuiziing uitgeraar- 
oigd, ternr^l 2^ im AustialiS door een zeer hoog 
hoofdgeld zooveel mogel^jk geweerd werden. On- 
danks deze »hopaKiigen wareii in. 1910 in de 
Noord-Amerikaaneche Unie noe 71 531 Chioiee- 
zen, wafirvan ihet grootste deei dn de vesMSoe 
etaten. In de zeven AustraKeche kolonifin tem 
men m 1911 20775 Chiiieezen, een Teel klei- 
ner getal dan Troageir, in Gadiada woonden in 
1911 27 083 Cluiieemsn. B^' het aanleggen vas 
den Panaina-epoo<niv«g en Tan het kanutl door 
de landengte heeft men Ghifiieezen dn grooten ge* 
<tale als werkTo]k gebruiikt, die meest aUen te 
gTMide z^n gegaan. Dudzenden Chineezen zgn 
naar Centraal- en ZuidrAmerika, naar Chili, E^ 
union, Brit8oh-We0t-Indl6 en TooraJ naar Guba 
getrokken. Ook dn de m^nen Tan Zuid-A&ika 
wer^en tegenwoordig dlnizendein zonen Tan het 
Hemelsehe Rnk. Zie Toor emigratie naar Neder- 
landseh Ooet-lndie: Chineeten in InauUnde. 

M iddelen van b estaan, Landbouv> en 
veeteelL De CSuneezen znn dn de eerabe en Toor- 
naapiste plaate een landhouwTO^. Reede aedert 
oreroude tijden etaat de landbouw in hoog aan- 
zien, en Tolgens de eage 'verd het hebouwen tbd 
de akkers door den tweeden kei^ser Tsjinnoeng 
in de 288te eeuw t. Chr. geleerd. De grond irerd 
be8chouwd als edgendom dies kei^rs; eedert het 
einde der Serde drnaetie (4de eeuw t. Ohr.) hie! 
de Staat nog eleohts een ibelasting, terw$l Troe- 
ger een gedeelte Tan den bodem toot den Torst 
werd hebouwd. De gTand'bezitter moipdi than« 
niet Terder beperkt in z\jn besdt, dan dat hn het 
land Teorliest, indien hij het ndet bebo<nwt. In de 
Tlakten is het girondbezit zeer steiik Terdeeld, 
zoodat de aikkers Mem z^; een fkmdlie Tan t^ 
leden leeft daar Tan een stuk bouwland Tan niet 
meer dan 1 tot 2 hectaren. £>en ibezUtter Tan 6 
of meer hectaren geldt als een Teimogend man; 
men tref t er eohter ook 'bezifttineen Tan 600 hec- 
taren aan en in bet heuTellana zelfs Tan 1200 
tot 1800. Het hebouwen Tan den ibodem ge9chiedt 
met houweeIen en haiiken Tan de meest Ter- 
Bohdllende soort; ploegen en eggen irardien al- 
leen op de grootere goederen gebrudikt. Het graan 
'wordt gedoracht door middel Tan nittrappen of 



150 



cmNA. 



met doEBoliTlegieil«. Tot ihflt peUeo der ipst «bi 
liet malea tba bet looren <tieiiien- moko«, <]£edooir 
menecbeiihaiodeD, door baffels of door water- 
kiaehft rarorden beiwogie]i; om bet kdiboeat lie lel- 
jDjgion, gebmiiikt meo evemeeos seer pdmdftieTe 
hmpiniidideiLenL De bouw|gaoiiid bestaoi uit Mer 
joDge allaTialie kgen en isk ihet N. ihoofdzalDelgik 
uit 1&68; met UBttizoiiidierJiiig t^an N. Chidoa kaa 
oveni ihet geiheele ja&r door hel ibuKi ibewwnkt 
woFdeii; iai Z. CShkia lan ook alt^d gezaaid, ge- 
piftDt en geoogfli urorden; vooral de vereobiilen- 
die flroenteeoorten woiden m dea wiinteT tot ge- 
bnns Taffii het veld gehaald. Het wesA 'begint m 
Maasit en eiindigit in November. Wi6sel:boiiw k 
legel; als meetetoffeo gebraiitt men lij^nkoeken, 
menBchel^jfce {aecftLiAn, mest Yan svr^nen, buffels 
en oBsen, zelden die Tan paarden en geiten, wa- 
terplanteiD, asch, gebr&nde IcaHk en fiech. 

Het Toamaomate laiuilboawprod!aet "mn zaddie- 
Igk- en middeDrCSiiina de de orget en 'wel in drie 
eoorten: loode, Ueine en gioote. Het N. en bet 
N.W. leTeien OTarvloedig tanre, gerat en lOflge, 
verscMillende gienteooFten, ook attrdappelen, ba- 
taten, wgin, rbalbaiber, indigo, bennep, Ubmeeeoh 
gras (Boehtneria tnvea), jate, tIas, speoerigen 
enz. De eaiikeEiriiebteeifct beeSt door ihet TerJaee Tam 
Fonnoea reel ^pelediein. Tabaik fwordt b^na door 
iedereen Toor eigen gebroik yerbouwd; verder in 
groeteie tboeTee&eut in bet N., in bet Z. en in 
Hoepe; in 1904 weid voor 2 566 000 taSls uk- 
gBToerd. De tbeeetmdk wordt oitsluitend in Uei- 
ne toinen g^pkunt, meestal in benvelachtige die- 
trieten met een aebsalen zandbodem. Tot 1870 
wae Obina b^m de eenige lerecaibcier, die aMe 
landen der nardle Tan tbee Toorzag. Sedert zHn 
Japttn, Biiteeh-IindiS, <3eylon, Natat en ooik Ne- 
denbuoidsoh Oo8t-Jin<liS sterke ooncanenten ge- 
wordeai. Toeb bad de nLivoor Tam Ibee in 1912 
een wa«r(ie imn 33 778 taels. Oidepliainten wor- 
den in gioote boeveelbeid 7epboawd. ^eer be- 
laatgT^k wai8 woeger de papaverecdtanr TOor de 
opinmbereiddng, boofdzakel;^ in S2et8jwan en 
▼erder in Junnan, Sjensl, Hoepe, Ho^an, Ki- 
amgBoe en Foekien. Maar aimds de bepeifcende 
regeeriiiCBmaatregelen T»n 1906 is deae eoltnor 
ateric a^enomen. Encebind beeft ziob hij een 
'traetaat in 1911 verbonden, uiet meer opinun 
uit VoorJndii^ dm ite Toeien, dan Gbina zel! 
Toorthpengit. Vam oofteoorten moeten de liiteji- 
en longftnpniLmei^ pomeiafneen, aaMinas, kokos- 
noten, bananen enz., vermeld worden. Gem- 
ber <wordt overal in bet ibinnenlaind 'veibouwd« 
Groenten, woiFte&- en kniolgewa86en groeien er 
OTerrloedig. 

Ook m den itainboaw monten de Cbuneezen 
nit. BoBcbboaw en iretlanden met booiwiinDing 
bestaan er ndet. Van groot 'belaog i« verder de 
z^jdeteelt, die sedert oude tqden zeer boog «taat; 
de meeste en de beste z^de leveien de maldbden- 
provineies en de omatreken van Kanton. 

De veeteelt is van weiuig belamg. Het paard, 
klein en leel^k, maar steik, wordt bg het leger 
en den poetddenst gebmikt; in bet O. fokit men 
ezek en mniMieren, in bet N. itweebnltige ka- 
meelen; mnderen fokt men zeer weiiniff; zg Z9>n 
klein. De bnffel vordt voor den lanaoouw ge- 
braikt en ook lals itreikldier. Het eahaap komt in 
bet N. meer voor dan de geit. De varkene z^n 



zeer laag op de pooten, b^zonder vet en behoo- 
ren tot de nnttig&te bniscberen, evenals bonden 
en katten, die ook gegeten worden. Fazanten, 
pauwen en boenders, en itn de midden-provinoies 
ook praebtig gevedeide mandar^neneenden, wor- 
den veel eenonden. 

Tot de landplagen behooren in de allereerste 
plaats de overstroornincen, waardoor de rijat- 
oogst dikw^l8 vemietigd wordt, waat dit gewa8 
wordt voornamel^k io de rivierdalen gekweekt; 
maar ook droogte, eetn gevoJg vam de oo!twon- 
ding, beefit dikwQl8 bongersnood tengevolge. De 
reffeering en particolieren bebben, om in derge- 
mke gevallen de bevolking te ondersteanen, 
groote voorraadsoboren doen aanleggen. 

N^verheid, Het vemnft der Ohineezen moet 
eert^ds grooter zg^n gewee8t dan thans, nu z\j 
door bon Eoreaansdie en vooral door hun Ja- 
pansebe leerlingen in vele opziehten ver over- 
tiof Sen woiden. De magneetnaaid eob^nen zy 
reeds 2500 jaar v. Cbr. gekend >te bebben; even- 
eens kenden zij het bu^mit leeds lang v66r 
ons, ofsehooo liet alleen voor vanrwerk gebe- 
zigd werd, totdat bet voorbeeld der Enropeanen 
hiin leerde bet ook in den oorlog te gebroiken. 
In de vroeger beroemde metaaismederg en broos- 
gieterij worden zg ^thans door de Japanners 
overvleugeld. Daar mensehelioke arbeidbkracbt er 
zoo goedkoop ia^ beeft de beboefte aan uitvLn- 
din^g van maobines er zich tot dusver mei/mg 
doen gevoelen. Alleen pooipen en knnetig sa- 
mengeitelde sehepraderen, door den atroom zelf 
o! diooT trekd^ezen bewogen, om bet water nit de 
kanalen en livieren tot besproeiing der velden 
te kuaneo gebmifcen^ treft men overal aan. Olie- 
en korenmolens worden door baffels in bewe- 
ging ffebracbt. De papierbereidiaig dagteekent 
van 153 na Cbr.; men gebroikt biervoor hemsep 
en jonge bamboe, de bast van den papierboorn 
(Brou9onetia pawfrifera), katoen, den last van 
den moerbeziSnboom, rotan, r^atstroo enz. De 
sterkste soorten wordeii voor vensfters en tat bet 
overtrekken van zonnesehermen gebroikt. Te 
Šjangbai bestaat een groote Chimeesehe papier- 
fabriek. Het gebrnik van bontsneedmk aagitee- 
kent nit de zesde eenw onzer jaartelling; in 992 
weid voor bet eerst eteendruk toegepast. Letter- 
diuk weid! d<n de Ude eenw adtgevonden, maar 
de groote moeii^kheden, die de Chineesobe taal 
opleveii, is oorzleMk gewee0t, dat deze metbode 
eerat sedert 1662 aJcemeen in gebrnik is geko- 
men, toen door toeSoen van Enropeescbe zen- 
delimgen 250000 beweegbare letteiieekeps in 
koper fiesneden vverden^ In den laatsten t^d wor- 
den Cbineest^e (nienw8bladen, bgbelvertaJingen 
esu. met beweegbaie letters gedrnkt. Vvnnmk 
leveien de {abrieken bij E^nbon; bet wordt 
boofdzakelnk naaar de Vereenigde Staten nitge- 
voerd (in 1912 voor 3 196 000 iaels). Cbineescfa 
email {eloisonn^) beeft thans nog b^'zonde- 
re waarde. Porselein woirdt tbans maar zeer wei- 
mi^ als bandclsartikel ni<tgevoerd; vorm en be- 
8<£iiideiing z$n bg de Japanners veel beter; toch 
bl^ft China b«x>emd voor zga ond-porseleiD, d«t 
giroote waarde bezii. De lakwaren zgn beroemd, 
evenals de artikekn van ivoor, bont, kristal, 
gond en zilver, waaivoor Kanton de boofdmarkt 
is. In den scbeep8boaw bebben de Chineezen al- 



RIJST- EN THEECULTUUR IN CHINA 



Rij>t*clJ CD Undbouirers Id de buurl vhd HoDsm, 



Lossen vaa ihee te Haokou, de groote Chineesche IheemarkI, 



CHINA- 



151 



ieen op de k-eiserl^ke werT«n, ond«r kidkg tah 
Europeesche degkimdi^en, vorcberiingeii g)emaakt. 
De OhiiDieesGibe koopliedien maibeoi b^ Tooofcepr 
gebiTzUc TflrD Eurcpeesehe Taartaigei^ die meer 
veiligiheid opleveren door faun grootere 0eewaair- 
digl^id dan die Qhii>eesohe Jonfen. Het luuidels- 
verdittg tusschesi China en Japan van den 21 sten 
Juli 1896, waarb\j de invoer Tan maohines is 
toegestaan, i« toot de m^verbeld van groot be- 
hiDg. Heestal' ziin bet buitenlanders, die de gvoo- 
te labrieken bebben opgericht: spinner^en, che- 
miflcbe fabrieken en etoamkorenmolens te Shaoog- 
hal, apionerveu te Tjentsiii, Soetsjon, Hangte- 
joa enz.; maar ook 4ie Cbimeesche ondernemings- 
g*ee9t is wakker geworden, en z^despitD-ner^en en 
staalgi-etergen weiideiD door CbiiDieezen opgericht. 

IltmdeL De buctenAanidfiohe ihaiudiel' yna M 
aan den vrede Tan Nankoii^ (1842) boofdzake- 
1^ tot den Ian<lweg oveir Haimatsjida, — ^Eiaohta 
en d<en zeeweg oTer Eanion beperbt. Thans zgn 
voor den bandel de Tolgende „Tractaathayen8" 
opengesteld: P. De bavenplaatsen Sjanghai, 
Nmgpo, Foetsjou, Amoy, Kanton, Nioet8Jwaing, 
Tsjifoe, Tgjingkianf , Swatou, Eioengtsjon, Nanr 
kJDg, TkoitfiBn, .mLnfcou, Eioekdamg, It^ao^, 
Woeboe, Wentsjou, Pakbod, Loetngtsjoa, Memgtsz, 
Hokon, Tsjoeingikiaig, Sjasi, Soetsjou, Hangte- 
jon, Szemao, SamBJoei, WoetBJoqi, Teng^oBcb, 
Konjmoen, Tsjangsja, Antoeng en Taloengkou, 
alle kiachtens .tractaten voor den bandel ge- 
opend; 

2®. Plaatsen, geen bavens z^'nde, kracbtens 
traetaait geopeod:: Moeboen, Hontsjoell, Hailor, 
Tsitsikar, Aigoen, Cbaiibiin, Kwantejen^ze, Ei- 
rin, NiiDgboeta, Hoeintajoen, Loengtsjangtsoen, 
SaoAkig, Labasoesoe, Skunkifoe, Tiebliog, 
Toengkiaoigtse, Fakoemen, Fengbwaogrtsj«ngi 
Liaojang. 

3^. Door de GhdneefiMsbe roeeeriiig inLt eageok be- 
weging opengesteld: Soeiiiifenho, TsinwaDghao, 
Tolsjoo, Santoeao, Woe8aing, Tainaa, Tsjonw- 
idoen^ Weib8Jen, Nannkg, imnnanfoe, Tsjang- 
teb, Hua^tan, >Eweib'wa-Gb'eaagi Ealgan, D)o- 
lon-Nor, Gbdbfeng, Taonan-fa, Lungkow, Holn- 
tao. . 

De laatste 7 z^ nog alleen m naam openge- 
steld. De vreemde donanen staan ond^ den In- 
spector Geokoral' of Cnetoms te Pe^ 
kmg. De jaarlgkflohe TerskgeiD van alle dooane- 
kantoren worden kk de ti^tums of Trade and 
Beports" opgenomem. JM 2\ffn de eeoogate be- 
troiKwbare bronnen omtpeiEt den baoklel ran Gbi- 
na. 

In de 'bi<er Tolgendle tabellea z^ oiet begre- 
pen de iraarde Tata, de goederen, dde TersobMpt 
zijn met Cbiineescbe schepen, nlet onderwoiipen 
aan de Treemde donane-eontrdle. 

Overaiidirt rvon d«n buitenlaiiidsdbein bonidiel' ge- 
dnrende de jaran 1909—1912 <in taels): 



1909 
1910 
1911 
1912 



Invoer. 



418 158 067 
462 964 894 
471 503 943 
473 097 031 



Uitvoer. 



338 992 814 
380 833 328 
377 388 166 
370 520 403 



Oreniebt vam <ietn bindeiDiandseben batndel' m 
1912 (m dnčzemdien (taeLs): 



Land van herkomst of 
bestemming. 



Hongkong 

Japan 

Groot-Brittannie .... 
Verecnigde Staten . . . 

Rusland 

Britsch-Indie 

Duitschiand 

Straits en Singapore . . 

Belgie 

Macao 

Frankrijk 

Ned.-O.-Indie 

Korea 

Indo-China 

Oostenrijk-Hongarije . . 

Italie 

Nederland 

Andere landen van Europa 
Engelsch Amerika . . . 
Overige landen .... 

Totaal . . . 



Invoer. 



Uitvoer. 



147 801 
91 017 
74856 

36198 
21 232 

46646 

21 130 

860S 
8751 
6408 
2932 
6048 

3155 

3319 

2275 

486 
982 

915 
I III 

1859 



485 726 



103 384 
55 262 
15900 
35050 

45197 
7 573 

14339 
6339 
6555 

4 573 
38809 

1 613 

5 443 
1497 

1873 
10843 

7615 

I 031 

885 

6739 



370 520 



Bi«rvan werd toof 12 629 000 ttaels weer uit- 
gevoerd. 

(Zde <voor den in- en mtvoer der TOoroBoimste 
handelsadakeJfiii in 1912, in dfalzesuden taeki de 
4»bel op bk. 152). 

Nederland beeft een oonsnlaait-gieoieraal ie 
HoDgkong, itevena voor Zuid-Cbima, een ooiian- 
laat-^eneFaal 'te Sjanghai, itevens voor de baTeiiB 
aan de Jangtserivier, verder consnlaten te Tient- 
sin^ Amoy, Eanton en in de bavens op Hainan, 
Tsjifoe, Foetsjott, Hankon, Nioetsjwang en Swa- 
tou. 

Bet ifi uHerst moenl'^ betro<awbare c^fers te 
geven omtrent den bandel van ons land en z\jn 
kolonifin met Cbdina, waDit dik de etati«ti«iken der 
„Imperial Mairitime Cnatoms" beeft Nederlaoid 
geen edgon boofd^ en voor Java en Sumatra komvt 
er wel' een colleetief boofd m. Toor, maaT de op- 
gATen aldaar lereren itx)eh een cnjniat ibeeM, čsaa 
hetgeen te HongikoiD^ wordt i^ngeroeTd grooten- 
deels wedeir naar Okuna woidt veizondefn. Hoog- 
koitf de eebter een TV^baven, en betionwbaie 
baDdelsstatistieken ointient dde plaats bestaaner 
niet. Een en ander beeft tengevolge, dat ons ook 
de CoDiBnladine rersla^^pen tem opzimie Tan Ohma 
geen ToMoende inhobtongen knoknen Terstrek- 
ibein. De TnilgieDde {agfeis zign ontlesnidi aan d<e 
Jaail^ksohe atatistiek <1905) Tan den in-, nit- 
en doorvoer van Nederland en aan die van Ne- 
derkmdeob Ooet-Inddd. 

Nedeorland Toerde dn 1912 naar Obina uiit o.a. 
katoenen stoffen (680272 Hk T\s.), aniline 
(88 080), aigaireai <322B5), kandganiker <17 865), 
w$nen <15 708), naailden (14 668), yerfwaren 
(18 720), •rend[werken <12 426), tin '(ll 074), kaas 
(6418), geoondenseeide melk (6142), margardne 
(1976), eaeao en cbooolade (1966), leTende plan- 
ten en bloemen «(1^74). 



152 



CHINA. 



Ned^ikkodsoh-lDdlfi Toerde in 1912 oaar Chi- 
na xai (msaide m iHk. Tk) o.a.: petrokom 
(3 136 438), .wiHe soUrer <1 766 782), brume soi- 
ker (355155), geraifioeerd« Aoiker 1(109 484), 
kaovd^' (21014), tbee •(161871), peper (43 321), 
trip&ng (36 695), kaareen <78 66E), zec^ras en 
agar-a^r (10157), lotan (11389), grondstoflen 



voor bet maken Tam lueifen (25 906), eetbare 
TOgeLnesrtjea <6457). 

Overiae bestaansmiddelen. Hieronder neemt 
de vitekvangst een eerste plaats in, daar deze aan 
duizenden een middel van 'bestaan versehalt, en 
vifich voor de OTergiroote meerderheid der i>e- 
volkimg b^na bet eenige dierl^ke vcedsel vormt. 



INVOER. 



duizen- 


den 


taels 


81425 
62664 


47707 
24846 
24086 
12694 


12425 
II 660 


II 462 


10 551 
8806 


8221 


7748 
6985 


6414 


5792 


4 3<H 
4156 


4042 



U I T V O E R. 



duizen- 
den 
taels 



Katoenen stoffen . . 
Katoenen garens . . 

Opium 

Petroleum 

Suiker 

Meel 

Tabak 

Rijst 

Verfstoffen 

Visch 

IJzer 

Šteenkool 

Wapens en ammunitie 

Lucifers 

Leer 

Machines 

Papier 

Zakken 

Hout 



ook tot bemestiiof der Telden gebrasLk-t word<t. De 
knnstmatlge vifiditeelt is dan ook needs sedert 
overoade t^jden ibekeod m Chi-na. 

De groote rgkdom des lands aan mineraJen 
werd TFoeger ^eer wei3Ug benut. Een keizerl^k 
edict van den 279ten Maapt 1896 gelast de gou- 
vemeurs den in9nboiiw te .bevorderen door de 
vonmonig <vain maaitaohapp^eai met Ofadineeseh ika- 
pitaal. Nu leveren de 8 voomaamste met Chi- 
neesch, Japanseh, Engelsch en Dud.tseh kapitaal 
modem in^riehte »teenkoolmjpen te Eaiping, 
Toeshoen, Honan, Pimghs, Miuigshan, Oiing 
Ching en Un Oheng dagel^ka van 1000 tot 6000 
ton elk. 

De rqke ^zerlagen vbiD Taijeh z\jn inr conees- 
aie gegeven aaiD een Japanfich syndicaat. Zie 
verder Delf stoffen. 

Bank en. De inlandache bankon z\jn zeer tal- 
r^k en geven bonkinoten op bepaalden termin 
uit, -waarvaQ bet a&ntaJ die der legeening ver 
overtreft. Bniienlanddche baniken bestaan in de 
veidrag&havens, (n.1. de „Hoi^ong &iid Shanghai 
Bankvn^ Oorporaticin'', ^Oharteo:^ Banlk of In- 
dia, Australia and Cbina", „Chartered Mercan- 
tile Bank o! India", „Oriiental Banking CJorpo- 
ration", ^Natoonal Bank of lDd!ia'\ „Agra-Bank", 
„ComptoiT d*Esoompte de Pariš", „Deut6ch-A8ia- 
ti«che Bank", de Russisoh-^Jhineesehe bank en 
de Jokohama bank. Sedert 1897 bestaat een kei- 
zerlgk Ghineesche staatsbank te Peking met 



Ruwe zijde 

Boonen en boonenkoeken 

Thee 

Katoen 

Zijden stoffen 

Huiden 

Olie 

Sezamzaad 

Tin 



Vlechtwerk 
Wol . . 
Graan . . 
Vee. . . 



Matten. . 
Tabak . . 
Borstels . 
Aardnoten 
Vleesch . 
Steenkool 
Vruchten . 
Meel . . 
Papier . . 
Vuurwerk 
Medicijnen 



76739 
41 206 

33778 

17252 

17018 

15 196 

15046 

II 966 

II 711 

7644 

6863 

6258 

5 555 

3770 

3761 
3741 
3 599 
3384 
3362 

3 344 
3262 

3250 

3196 

3028 



Ghineesch kapitaal. De rentevoet bedraagt ge- 
middeld 10 tot 15 procent. 

M n nt en. De meest voorkomende zgn de 
toengisien, sapeken of kasj, stnkjes koper met 
t&n, lood of ^nk, aan ^n zgde ge&tempeld, van 
ongelgke grootte en dikte en met een vieriant 
gat in het midden. 100 etuka vonnen,,aaneeiige- 
regeokj een mahs of tsien en 10 zniLke cmioereDi 
van 100 stoika een liang of tael. De ttael is gelijk 

festeld met een zilveren kegel ter zwaarte van 
4,246 g. r(i.n Shanghai). In den Haikwain-tael 
van 38,246 g. of 37,799 g. 'worden de douanen 
betaald. De iwaarde van d^ tael is 2,06 gnJden. 
Eerst eedert 1890 woiden in Cbina zilveren 
munten geslagen, oTereenkomende met den in 
de knstpfaatsen algemeen gangbaren Meiioaan- 
echen' doHar en londeideeilen dacvrvan (^/i , ^/5, ^/10 
en ^/so). Een grooite mnmtbeviodtzichthans in 
Kanton, waar ook het vroeger gegoten koper- 
geld geslagen ^ordt. Zelfs houten gekL is, al- 
thans in & provineie Eianbsi, nog in omloop, 
nitgegeven dioor de bank der Ping-ftudang kolen- 
m\]nen, en wel in den vorm van bamboestaaf jes, 
15 cm. lang, l^/t cm. breed en V" ^™- ^^^ ^^^' 
tegenwoordigende een waarde van 100 cash of 
± 12 cent Nederlandsche munt. In de laatste 
jaren streeft de iregeering naar eenheid in het 
muntstelsel. Alle munten worden nu geslagen op 
de Rijksmunt te Tientsiin en de filialen te Han- 
kon, Chengta en Moekden. 



CHINA. 



153 



Maten «i eewicliten z\jn zecr veMchil- 
loDd. Zoo wieBelt d« tsji =10 <«06n td tussoben 
9 en 16 Engelsche doim; iin de Terdragiiavens 
word'eii meestal 14,1 duim = 35,813 cm. gere- 
kend. Een groote to\ speelt de lengitemaat H = 
1800 isji = ± 644,58 m. Ab gewi«lit geidt o.a. 
de pikol = 60,453 k?. 1 pikol = 100 ibtn o! 
katti Tan 16 /ion^, ook wel tael genoemd. 

V enkeersiceaen en -midde^en. 
Scheepvaari. De Tolgende ^abel ceeft een over- 
zidhi (ran de m 1912 m de TVPdraigŠiaTeDiS mi- 
en ingieklaairde echepen. 



Nationaliteit. 



Aantal. 



Britsche . 
Chineesche 
Duitsche . 
Fransche 
Japansche 
Ovcrige . 



31909 
107698 

4778 
1836 

20091 

3623 



Tonnen- 
inhoud. 



38 106 732 

17277407 

6 171 684 

I 634 468 

19 913 385 
3 102 802 



Hiefonder ^aren 89 954 Btoomachepem met 
81 203 082 ton inhoud en 79 981 zeilschepen met 
5 003415 ton. 

Vao groot belang voor den haindel is de op- 
rnmung van den Woesoengbaar bn Sjangiiai. 

Het ^mnenlandsehe veskeer gesctueat ja mid- 
den-China l)q voorkear te water; ovezicens maakt 
men gebrnik Tan mnildieren en in bet N. Yan 
kameden. In het algemeen z^n de landw€gen 
«lecfat en de Terkeenmiddelen, waarby <nog steeds 
de kraiwa^pen en een aooiit iveevielaffe nondeii- 
kar, met een huil bedekt, een belangr^e rol spe- 
len, gebrekkig. Zelfs bet Eelzerakanaal (zle al- 
daar) verkeert gedeeliel\jk in een .irenrigen toe- 
staiDd. 

Snoonvegen. In bet begiin van 1905 waren 
5528 km. s|)oorweg Toltooid. De aanleg gaat in 
China met Tele moeiigkbeden ^paaird. In 1863 
weTd de eerate 8poorwe^, een Igtutje vam 15 km. 
tofischen Shangai en zqn voorbaTen Woesoeng 
geopend, maar in 1876 weder gesloten, omdat 
het Tolik er zich (tegen Terzette. Eerat in 1898 
heirees bet als groot-, (Ln plaadis van kkin-spoor. 
De Eaiping- en Tientsiin-Takoe ^oorweg, <uein 
1888 Toltooid weTd, mta de eerste l\^n ^an eeni^ 
ge beteekenis en beeft een lengte YMk 115 km. 
Aan lA^Hoeng-Tsjang {zie aldaar) i« bet te dan- 
kei, dat bet apoanre^net eenigermate urtoebriedd 
werd. De Ghineeech-Japansche oorJog beerteven- 
eens den aanleg zeer ibevorderd. Zw werd den 
13den Novemb^ 1905 door Toltooii<ng der bnig 
over de Oele mier de spoorl\p Peking — tHan- 
jrou en daaTmede de ^erbinding der biaistge- 
noemde iplaats met bet Aziaitiech-Euoropeesdie 
6poorwegiUft voliooid, zoo kwam den 18den der- 
zelfde maand bet eerote, 20 km. longe traject 
der Ijjn Shanghai — -Nadoing klaar en .veid i<n 
Juli 1906 de lijn Shanghai — Soetschou — ^Woe- 
kiang, ak deel van den ^aiokingspoonreg, Toor 
het Tepkeer opengesteld. In den laatsrt^n 'tyd 
werden aam versomllende Europeesche en Ame- 
rikaansche maaitschappoen oonoessies 700T duit 
aanleg van belangrgle l^nen verleend: voor de 



Ijjnenr lAokaj — JooDaneoe, Langsoe— Loengte- 
jou en Nannlogifoe — Pakboi aan een Fransche 
maat8chappy, voor de l\jii Tsington — ^Tsinanfoe 
aan een Ihiitsche, eveneens voor een Ign van 
Tientsin over Taiinanioe naar Ihsieik iot T«jiii- 
kiang: voor de l\jn iHankou — Kanton aan een 
Ameiukettosdbe, (voor die i^ Peking — ^HfUDkira 
aan een Belgi^-Eransohe, voor de 1^ T«iiui't- 
eou— Nioet6Jwang naar de Um Ebarbinr— Poit 
Artbur a&n een Engelsdie. Ellode 1911 waien 
9152 km. in bedr^f. 

Posterjjen. De Gbineesche r^kspoet staat on- 
der bet ministerle van Verkeer te Pekiing. Par- 
ticuMere poetotodernemingen aorgen voor hetiuet 
ambtelpe verkeer. Dem. Isten Februari 1896 
werd een r\jkspo5t opgerieht, dde onder den in- 
sneeteur-generaal der douaoen geplaatfit werd. 
Het aantal bnreauz wa8 in 1912 6Š16, bet aan- 
tal verzendingen 500089 000. 

Telegrafie. iHet itelegraafnet ie m den laatsten 
tgd zeer ui«tgebreid en Pekine k met alle pro- 
viiiciehoofdsteden en veidragbavens verbonden. 
Ook met Shanghai k dit het geval. De eerste 
telegiraafl\ifn dagteekent van 1874. I<n 1910 wafi 
het (telegraafnet 47 197 knu hm en bedroeg het 
aantal etatiens 560. De beambten zgn nteest 
ChJfDeezenv De onderzeesobe l^nen behooren aan 
de „Great Northern Tekgraph Oomipanj" en de 
„Es^teni Ertensioin Tele^aph Companj". 

Interlocale <telefoo9yjeiduQg bestaat adleen tns- 
ecben Peking en TientuAi, ^aatfiel^Jke in Pe- 
king, Tientsui, Sjanghai en Kanton. De esploi- 
tatK geschiedt door bet rnk; Kalcan, Peking, 
fienkou, Nanking en Siangnai heboen stations 
voor draadlooze telegrafie. 

Besehavingstoestand. De eigenigke 
Gbineezen z^n zelden grooter dan 1,52 m., de 
vronwen meestal neg kleiner. Het gezicht i« 
Tond, de oogen zqn Uein, ver van elkander ge- 
plaatet, ete^ donker en staan dikwi]k eoheel, 
de jnkbeenderen steken uit, de neaj k kkin en 
plat, bet voorboofd laag, de lippen dakker dan 
og de Eoropeanen, het cezicht ie bgna altijd 
kaal gesdioFen, bet boofdhaar zwart. De Cbi- 
neezeo staao, irat spdeikrodut betreft, bij de 
KankasLsche volkeren ten aebter; eeoor zekeie ma- 
te van alapbeid in de aangeziebt£»pieren k oor- 
zaak dat de meoinen deta Trouwel^'Ks bebben. De 
bewoner8 van de nooidelgke provimcies zi^n in 
het algemeen sterker dan die van bet midden 
en znraen; deze laataten zgn ook donkerder dan 
de meer roodachtige bewone(r8 van bet N.; die 
van nudden-Chiaa zjjn matgeel. De bergbewo- 
neis bebben beit meest bun ruwe eigiensobappen 
bewaard. 

Naair de maatsohappelnke positie ondersoheidt 
men vier klassen: geleerden, laDdbonwer8, band- 
werk8lieden en kooplieden. De hooge ambtena- 
len vormen de anetocratie. Waardigheden en 
titek z^n nret erfelgk. De geleerdenstand, de 
hoogete, komt voort nit alik kgen der bevol- 
kiDg. (bradat ecbter alle klassen er naar streven 
gM te verwerven, zgn tocb ook de welgestelden 
m aanzien. 

De gee6tel'qke ointw<ikkeli(Dg der Chineezen is 
mlet gering en het gemiddeld peil der volksont- 
wikkeling zeer boog. Zjj bebben geheel zelf- 
standig vele belang^jke udtvindingen gedaan. 



154 



CHINA. 



«611 omTdiDgrpe letterkund« gesehapen, bebben 
op ataatJkniMiig g«ebiied meer ^aan dto aUe an- 
d«re Anaten en iets meer bl^vends gnestieht dan 
alle andere Tolien der aaide. In h\m Terstande- 
l^ke ontwkikkeli'ng treden tnaaat godsdsenati^ 
motieven vooral practi«olie op den Toorgioind. De 
Chiineezeaa hebben veel kitn«tzi'n, al komt deze 
dan ook welnig overeen met den Europeeschen 
smaak. Zq z^n vlpig, v^rbazend gednldig, ma- 
tig, 8luw en boTenal practiaeh. Zg z\jn geboien 
tkoopldod-eoi. F^jooe, besoha&fide mandeien tLiuM 
men m de oostel^ike proTinoies ea in midd«n 
Cbina; de bewoners van het Z. zHn daaren.tegen 
fitiig en iaididngieiig, doie Tan het Ž.W. des lands 
Tuw eiL onbesoEaafd. De Enropeaain moet in den 
omgang met Gliiai«ezen flteed« rekening houden 
met de mogeimkbeid Tan ironvhreuk; in han- 
delszakon is de Chiaiees eohter Tolkomen te ver- 
trouw<en en zal liq z^n TerpHchtingeji! steeds zoo 
goed mogelgk nakomen. 

De kli^derdiacht verschilt zeer im de ondeir- 
sfiheidem provdndefi, (maar wioidlt in de iaatote 
jaien meer en meer Terdirongen door de Eoro- 
peesche. 

De bewoner8 Tan het plattelaad diagen im den 
zomer groote bamboehoeden. In den winter dra- 
gen de lagere Tol&sklafisen gevatteerde katoe- 
nen kleederen; de rgkeren kleeden sieh in kken 
en pelsen. De vroegere koatbare feest- en^ 8taa4»- 
kleedij heeft ook plaats gemaakt Toor n>k en 
gekleede jas. De bewonerB van het platteland gaan 
meestal baraeToets, de la»tdln^^r8 op sandalen 
van fitroo. Het drageu Tan vit ondergoedi, eTen- 
als het gebrniikein Tan .taiel- en bedc^akens, is 
b^ de Oiineezen geheel en al onbekend; trou- 
wens in het algemeen ataat de Teinheid in Chi- 
na miet hoog. -De Tronvenkleedkg Is gelgk aan 
dde der mannen, alleen laoigei en w\jder. Sini- 
ers zgn onbekend; wenkbrauweny waingen en liip- 
pen worden geTerfd, het haar door de gehiiwden 
in allerlei kutnatige Tormen cekapt en met bk>e- 
meo Tersierd; & ongehnwdien dos^en het in 
lange Tleohteno.. De ml der Mandsjoe-dTinaafaie 
maakte ock een einde aan het door dat Tolk in 
1644 ingeToerde gebmik om het hoofdhaar tot 
een langen etaart te Tlechten. Eranzoo beboetrt 
het misTormen Tan de TroawenToeten itot het 
Terleden. 

De Chineezen leTen ddkw$l8 in de haTens en 
op de idTieren geheel op het water dn drgTende 
)WK>ningen; zelfs drijvende stallen en ook moes- 
tninen w<>rden op Tlotten aangetroffen. De hm- 
zen op het land ziin meestal van ^n verdiepiing, 
slecihts gecBeelteil\jik van stran opgetroikiken en 
verder udt leem, planken o! vlechbferk samen- 
geeteld. De Tloeren zijn ongelijk, en papier -be- 
dekt d^ Tensteropeningen. Eigenaardig is het 
aan de mteinden opiwaart8 gebogen dak. Het 
hnisraad is uiterst eenTondig. Bn de Toomame 
klassen hee£t men een afzonderlgke Toorvade- 
renhal met de stamtafels der famiHe. De tninen 
zijn meestal met smaak aangekgd. 

Een grondtrek Tan het maatschappel^k leTen 
in Oibina is de inoigheid en gestrengheid Tan het 
familieleven. De Tadlerl\jke macht is zoo goed 
als onbeperkt. Een Tader kan zijoi ikinderen aan 
anderen afstaan, en slechts wat zg<n zoons be- 
treft ifl hg hderin eenigszine beperkt, omdat h^ 



er minstens 46n moet overhonden om TOor de 
TereeniDg der Tooionders >te blijjnren zoigen. Het 
geldt namelijk als een misdaad ten opzichte van 
den onbeperkten eerhied aan z^n ouders en 
grootouders Terschnldigdi, <niet te zorgen Toor 
een afstammeling, die hon zielen oiiers kan 
brengen. De zucht, om ook later zel! in het 
schimmenr^ in een talr^ken kring Tan familie- 
leden te leTen en er dus macht, inTloed en aan- 
zien te graiieten, is mede oorzaak, dat men zich 
niet zoo spoedd^ van zijn zoons ontdoet, tenz$ 
om hen door zgn eigen hroeders of andere fa- 
milie te doen adopteiren. Voor dochters gelden 
deze beperkende OTerwegi-ngen niet. Zij ioch kun- 
nen oip de eeuiwige instoncuiDiidiaig Tam den eerc- 
dienst der Taderen seen invloed oitoefenen, daar 
zij door het huwelt^ in een anderen stam wor- 
den opgenomen en dns voor de familie verloren 
gaan. Vandaair dat zq, Tooral onder de lagere 
volksklassen, m ffrooten getale h^ de geboorte 
worden omgebracht, of als slavinnen verkocht. 
iMen heeft echter in den laatsten tgd getracht 
dit misbraik eenigszins tegen te gaan door 
oprichting van particnliere vondelingenhuizen. 
Als natuurlijk gevolg van de onbeperkte vader- 
l^ke macht, heeft het kind zich geheel en al 
te besehoiiwen als een slaaf of slavin zgns va- 
ders, ate z^'n onbeperkt eigendom. Deze onder- 
werping geldt als noogste plicht des menschen. 
Omgekeerd is de vader ook mede TerantwoordSe^ 
Ip TOor het gedrag en de handelingen Tan alle 
leden des gezins. Ook de TTonw heeft tegen haar 
echtgenoot dezelfde onderworpenheid in acht te 
nemen. Eiogamie is de hoogste huwel^jdc8wet. 
Een Troii'w te hnwen uit den^lfden stam is 
bloedschande en streng strafbaar. B^ de tot- 
standikoming Tan elk hnweiyk speelt de onbe- 
perkte ouderl^ke macht de hoofdrol. Meestal be- 
taJen de ouders Tan den bruddegom aan die Tan 
de Jbruid een koopsom. B\j wellicht geen natie 
tieedt de zucht om Teel zoone te 'heboen sterker 
op den Toorgrond dan by de Chineezen. Geen 
wonder, dat men onder de we]ge8telden naast 
z^ eerste Trouw een of meer b^wgven huwt, 
vooral indien het eerste huwelgk kinderloos 
blqft. De eerste vTOttw behoudt echter den voor- 
rang. 

Behalre door de patriarchale macht wordt het 
OhiineesGhe famiitieverband i)€ihe0r6Ght door een 
beginsel, dat in het geschreven Chineesche wet- 
boek aldns imrdt uitgedrukt: ,,Zoo Jsung de Ta- 
der of moeder leeft, heeft het kdnd geen eigen- 
dom". Een man behoort dus met zj^n Tronwen 
en kinderen en alles wat hy bezit vsk absoluut 
eicendom aan zijn Tader of grootTader. Het eobt- 
scheidingsrecht berusrt geheel bg den man, maar 
is niet onbeperkt. Alleen mannen mogen her- 
trouiwen; Trouwen plegen menigmaal, weduwe 
gewK»d!en, zellfCmooro. De 7xxms deelen de erfe> 
nis, de dochters zijn Tan het erf recht geheel nit- 
gesloten. Een geTolg Tan de Tereering der Toor- 
oudeors is ook het gewicht <£Ei*t men -hecht aan 
begrafenissen en hegraafplaatsen en de etrenge 
regels betreffende rouw. 

Het Toedsel der Chdneezen bestaat ongeTcer 
uit alles .wat eetbaar i«, ofschoon de streage 
Boeddibisiten ihet TJleesoh, altiians dat Tan d^ron- 
deren, niet willen gebruiken. Het theeTerbrui^ 



CHINA. 



155 



ifi verbazend groot, maair de arme volksklasse 
moet zich met Buriogaten behelpeoi, somt^ds 
zelfs met gekookt water. De ChiDees eet 2i4;tend 
met behalp Tam iw«e eetstokj^s. Sterk« drank 
wordt OTer iheit algemeen wemig gebrndkt, daar- 
ent^en z^n de CbiiDieezen in. hiSog^ m&te aan 
opium TeKshafd. Oodnr de vemudbeo moeA m 
de eerate plaats g^enoemd wordeD het spel. Reeds 
sedert ovefioude Sgden is hiet schaakspel bekeud, 
w^ eobter zoowel Taa bet lodiache, al« van bet 
Emopeescbe af. 

Aan d« openbare feesten (iiieiiwiaaTsdAg, lan- 
taamfeest enz.) wOTdt algemeen deel genomen; 
Tooral openbare vertoonitngen vall^n zeer m dem 
onaak. TooneelToorstellingen 'vorden dink be- 
zodvt, «n een ^oot Termaak tooi oud en jong 
is h»i doen stgg«n Tan papjeren vliegers, welke 
generaal Hansi in 206 7. Chr. zou bebben lust- 
geronden. Op bet gebded yan Tnur^erk zgai z^' 
(Mi07ertroflen. Een ei^naardigiheid himner 
8dirQfwnze is nog, dal zg de voozden niet bo* 
Tizomtaad luiaat, maar vertacaal onder elkandbr 
plaatsen en aan de Fecbterzjde begimnen. Vooir 
taal en letterkimde zie Gkineesehe Taal en Let- 
terkunde, 

Couranten. Reeds meer dan duizend laren ge- 
leden werden in Cbina mnwege bet keizerljik 
Ho! beri<;hten omtren*t keizerl^ besluiten enz. 
onder de boogere ambtenaren verdeeld. Een dar- 
gelgke Terzameling ran bericbten noemde men 
„'n-'Fto*' (Bofhericbien), ,,Toa Pau" {Gemeogde 
beriehtešn), ^Eiog Tbsjao" (Afschrilten uit de 
boofdstad) of »Aing ran" (Beriohten nit de 
biooiidstad). Sedert bet begun der Idde 6eniw (ver- 
Bebnnen deze berichten dagelrjks in een kkin 
boekje van minstens tien bladz]|jdeD. Ook te Kao- 
ton fpaidt een dergel^k offieiSel blad nilgege- 
ven, de „Ynan Mon Pan". Verder bedienen ook 
de kooplieden zich voor allerlei aankomdiginffen 
Tam periodiek Teisch^nende bladen. De oudiste 
Cbaoec^e oonrant, Tolgens Europeescbe be* 
grippen, versebeen eerst in 1870 te Sjangthai, de 
;,Sdion Pan". (De maandelo^ksche oplage be- 
bet dooT dlem NederloDdiBohen boogleeraar «ai be- 
meeat gekzen Gbineesohe blad. Van d^ oTerige 
Cbineesche bladen vermelden w^: de „Hn Pan" 
(TerMh$nt sedert 1881 te Sjangbai en beeft een 
maaadelgksebe opkag Tan 60000 ezemplaren), 
de „Tien-Sji-TfijaiJ3wa-Pan" (een gellhistieerd 
blad, dat sedert 1887 te Sjangbai Teiseb^nt, 
met een maandelnksebe oplaag Ton 20 000 ezem- 
plaren), de ^Tsji Pan" (Petsjili-oourant, ver- 
schi^nrt te Tientmtn met een maandel^scbe op- 
laag vam 80 000 ezemplaren en dient boofdza- 
kel^k voor de belaoogen der Engelsobe kooplie- 
den) en de „Kwanff ran" (versol^jnt sedert 1886 
te Kaintoon). HongSomg beeft 5 groote Cbdoiee- 
sche couranten, en ook de „Lat Pan", dde te Sin- 
gapore wordt uitgegeven, is een belangr\jk or- 
gaaoi Toor de steeds toenemende Cbineesohe be- 
ToMfig in de Straits. In bet gebeel Terscl^jmen 
er (raim 600 Cbineesohe dag-, week- en maand^ 
bladen en bet aantal wa8t enel. Zie ook bet ar- 
tikel Caurant en de daarb^ behoorende platen. 

De Europeesehe pers ds in Obina sterk Terte- 
genwoordigd. De <bdaingr\jk»te z^n: „North Chi- 
na HeraM^', „North China Daily News", „Tbe 
Celestiil Empire" (allen te Sjanghai), »JP^oo- 



chow Advertiser" (te Foetsjou), „Hankow Ti- 
mes" (ite Hankou), „Daily Piress", »Cbina Mail" 
en „Echo de Povo" (Portugeesch blad) te Hong- 
kong. In Sjanghai, Peking en Tientsin versch^- 
nen ook Fransche en Duitsche dagbladen. In 
Europa verschijnt bg de Krma Brili te Leiden 
bet door den Nederlandschm boogleeraar en be^ 
kenden sinoloog O, Seklegel opgerichte „Toung- 
Pan", een in bet Fransch gescnreven t^jdschriit, 
dat Toornamel^k aan China gew^d is. 

Tydrehening. Eerst sedert omstreeks 104 v. 
Chr. bestaat er ten tgde van den geschiedschrjj- 
ver Stematsien eeni^e overeenstemming tusschen 
de Cbineesche en de Europeesehe tijdrekeninr 
gen. Het jaar beeft d54 of 855 dagen en is ver- 
deeld in 12 maanden van 29 of 30 dagen. De 
maanid WK>rdit dieete geihalvieeid>, deeils in decaden 
verdeeld. De dag telt 12 dubbele uren (sji), die 
vanaf 11 unr 'savonds get^d worden. B^ bun 
berekeningen, zelfs b|j <k meest samensestelde, 
bedienen de Chineezen zich van een T^enbord 
(Swanphan). 

Oodsdienst De voornaamste godediensten zjn 
de leer van Koengfoetse (Confucius), van Laotse, 
van Boeddha en de door kojn wedeTkeeEigen in- 
vloed ontstane tegenwoordige nationale gods- 
dienst. Voor de provineies van het N.W. is de 
Isilam van gioobe beteekends, terwnl' beft Ohiis- 
tendom wat aantal bel^ers en invloed betreft, 
nog weinig belangr^fk is. 

Ofschoon de Begeering geeo staatsgodsdienst 
kent, staan de aaimangers van bet Confuoianis- 
me staatkundig bet meest in aanzien. De oude 
godsdienat be^nd bgna uitsluitend in de ver- 
eering der voorvaderen. Menscben en geeaten 
werden niet ale gebeel gescheiden beschonwd; 
de natuur is vol geesten (sjin). De hemel (H9n) 
is bet boogere, de aarde (H) bet lagere. Aan de 
spits van alle geesten staat de faemel of Sjang- 
ti, de opperste neerscher. God; in de wQsbeg6ex- 
te woraen deze twee tegenstellingen aangeduid 
als Tang en Yiny zooveel als bet mannelijke en 
het Trouwel'gke beginsel of lioht en duietemie. 
Door de 8amenwerking Tan bemel en aarde ont- 
staan alle wezens, en bet Toofrtreffelgkste is de 
mensdi. Bq den dood lost de men^oh op in een 
bemelseb en een aardech gedeelte. De overleden 
vorsten komen naast den oppersten keizer 
(God) in den hemeL Van l)eloonang of bestraf- 
fing w>ordt nereens gewaagd; de gestorvenen 
blijven in dezelfde vtrnouding tot bun Torsten 
als op aarde en oelenen op bet lot bunner na- 
komeliflogen een >belangr\jken invloed uit. Een 
priesterstand ontbreekt; de keioeir, de leenvor- 
sten en -ten slotte ook de famiMevaders verrieh- 
ten de godsdienstige eeremonifin. De godsddenst, 
waartoe thans de leizer, alle ambtenaren en de 
geleerden ibebooren, is de leer van Koengfoetse. 
Hierbq heeft men -behalve de keizers en vorsten 
ook beroepspriesters. Offers .worden gebracbt, en 
aan bedevaarten wordt veel ^wicht geheeht. 

De derde eigenaardige Chmeescbe godsdienst 
is de ker van Laotse, den etiohter van de Ta- 
osecte, dne ook m Japan en Acbter-Indi^ 
verspreid is. De aanhangers hebben zich langza- 
merhand aan een grof mjsticisme overg^ven. 
Zn wonen vooral in de provincie Kiangsi, zgn 
ecnter weinig in tel. 



156 



CHINA. 



Bet Boeddhisme (l-eer van Fo) kwain in 65 iaa 
Chr. uit Voor-Ia^iS naar Cludia, maar heeft in 
deiL loop der 'tyd«iL veel van zijn oorspToixk«iyk 
karakter verloresi. De priesters maken zich door 
hun indolentie, hua Trywillige armoede en hun 
lastig bedelen bij de aaaihangerB van KoengfoeU 
se veraehtel^k. De groote massa van ihet volk 
belijdt ongetwijfeld het Boeddhifime. Een echerp 
v€irBcfajiL bestaai er echter tnsschen <M't Boed- 
dhisme en den zooeven beschreven volkagods- 
dienst niet. Het geloof aan de zielsverhumng, 
ewk be^irifp, deyt in dien oodieo^ god^enat gebeel 
vreemd wa8, kwam door ihef Boeddhisme m Chi- 
na en ie thans algemeen. 

De Islam kieeg leeds in 628 na <Clir. vasten 
voet dn Ghina, nadat een neef van Mohammed, 
Wah Abi Kabaha, van keioer Taitaoen verlof 
had geikregein, een lODfiikee te Eantx>n te b(mwen. 
Zij^n graf i« nog thans een •bedevaaitaplaats voor 
alle in China levende Mohamrnedanen. In 755 
zond kbalif Aboe Oiafr aan keizer Soentsoeng 
4000 Arabische soldaten, die zieh later in ver- 
schillende »teden van GhLna vestigden. Het groot- 
6te aantal Moihammedanen leeft thons in Kan- 
soe (8 850 000), Sjensi (6 500 000) en. Junnan 
(8 750 000), veel minder in Sjantoeng en Honan 
(400000), verder no^ verspreid in de overige 
provincies. Het gebeSe aantal Moliamrnedanen 
wordt geschat op ongeveer 20 000 000 zielen. 
Joden z^'n er zeer weijiig. Te Eaiifongsoe in Ho- 
nan is een kleine kolonie. 

.Het Gbri«tendom werd reed« in de eerste helft 
der 7de eeuw door Nestorianen ingevoerd. De 
eerste Europeesohe reizigers, zooal« Marco-Polo, 
vonden reeds t^ens <k Mongolenheerschapp^' 
* talrgke Nestoriaansche gemeenten. De eigienl\jke 
invoering van het Ohrdstendom dagteekent ech- 
ter van 1580, toon bet aam dfen Jezulet Ruggie- 
ri gelnkte i<n Kanton vasten voet te kr^jgen. In 
1601 >kwam de JezuTet Ricd te Peking, in 1696 
verschenen de Dominicanen en Franeiscanen in 
het land, maar hadden minder enoces dan de 
Jezuleten. De Chrietel^ke godsdfienst werd ech- 
ter bloedig vervolgd, en eerst door het verdrag 
van Tientsin (26 en 27 Juna 1858) en door dat 
van Peking i(24 en 25 October 1860) werd aan 
de Christc^en weder bescherming van hun per- 
soon en eigendom gewaarborgd. Toch komen 
nog steeds Christenmoorden voor. De Boomsoh- 
Eatholieke orden hebben in de 18 provimcies 82 
vieaniaten. In 1900 waren er 41 bi<s8chioppen, 
700 EuTopeesdbe en 500 inOancbcthe prieaters 
en ongeveer 1^/« millioen aanhangers, meer dan 
8000 kerken en seholen met omgeveer 60 000 
leerlLngen en 50 seminariSn. De Protestantsche 
zending telt ongeveer 150 000 aanhangers, met 
1500 missionarifisen -(waarvan de hellt vrouwen) 
en 600 kerken; d^ seholen tellen 20 000 l&erlLn- 
gen. Nog zi}n door hen opgericht 70 hos-pitalen 
en 50 apotheken. 

Onderwys, Volgens de wet van 1905, dde het 
zeer verouderde Chineesche onderwijsstel8el ver- 
ving door een op Enropeesche leert geschoeid, 
zullen er vier universi-teiten opgericht <worden. 
Daarvam bestaat nu reeds die in Peking, waar- 
aan Europeesohe hoogleeraren verbonden zjjn en 
Chdneesche, die hun studdSn in Eu<ropa volbraoht 
hebben. Verder zullen dn alle provincies mdddel- 



bare en teohnische scholen opgericht woiden. 
Van de laatste z^ er reeds 84 geopend. Al deze 
scholen »taan onder toezicht van den Schoolraad 
in Peking. De provincies ZTJfn verplidit de noo- 
di^e lagere scholen op te richten. Lager onder- 
wq8 is verplicht. 

Sinds 1906 bestaat er in Peking een inrich- 
ting {vooT opleidaiDg van. GluiiieesGhe mednei, die 
on£erhouden wprdt door vr\jwillige b^dragen 
van Ghdneezen en We&terlingen. 

In Sjanghai en andere havensteden bestaan 
ialrijke Engelsche en Fransche mdseiescholen. 

Het aantal onderw\jsinpichtingen in geheel 
Ohi<na wordt geschat op 58 000 met 1 600 000 
leerlingen. 

Bestuur. De legeering van China was tot 
den 12den Februari 1912 monarchaal en volgens 
de beginselen, zooals die in de eer«te vier boe- 
ken van Koengfoetse neergelegd zgn, patriar- 
chaal. In werkel^kheid was zg ecbter ontaard in 
een beerschapp^ van willekeu>r der verschillende 
proviaciale autoriteiten. De keizer, de Tientse, 
„zoon des hemels", of Htcangti, „gele keiizer", 
had een onbeperkte macht over aJ z^n onderda- 
nen; hij was het ffeestel^k opperhoofd, de op- 
perste rechter en Se aanvoerder in den oorlog. 
Als uiterlnk ieeken z^ner waarddgheid droeg hg 
de gele kleeding. De keizer koos zijn opvolger 
onder zgn zonen, en indien deze er niet waren, 
ond^r zijn- naaste mannelgke bloedverwanten. De 
keuze werd' ecbter eerst bij zQn dood bekend ge- 
maakt. De regeering van het land was tamelij-k 
ingewikkeld. In een i>oek van 920 deelen, bet 
Tat sin g Hoeitien, zgn de ataatsinsieUdn- 
gen omschreven. De iretgevende macht berustte 
>bg den kedzer, maar omfer Tefra!Diwoocdieil!ykfaeid 
van de minister«. De wetten en beslulten wer- 
den in het staatablad „Eing-Pao'' ge^ubUceerd. 
Het ministerde van bet EeieerUjk Hud« 
(Tsjoengjeofoe), waarvaa de leden prin- 
sen waren, had onder zich de keizerlijke hofhou- 
ddng (N e w o e f o e) en de academie van Peking 
(Hanlinjuen). Sedert het begi>n der 18de 
eeuv^ werd^ Kk gewichitngete staatsaangeAegen- 
faeden door den hoogsten staatsraad (Eun- 
k i t s j o e), in tegenfwoordigheid des keifzers be- 
handeld. 

Naast dežen staatsraad l)eru6tte de opperste 
leiding der regeering bn den Noeiko, uit zes le- 
den bestaande (drie Chdneezen en drie Mand- 
sjoe). Onder de bevelen van deze leden werkten 
zee miniisteries (Lioepoe): Bflamenkundficibe 
Zaken {Lioepoe), Financi6n (Hoepoe), 
Bereddenst (Lipoe), Oorlog {Pingpoe), Jus- 
titie (Hsingpoe) en Openbare werken 
(K o e n g p o e). Behalve deze waren de hoogste 
colleges te Peking: het mindeterie van Kokmi^n 
(L i f a n j u e n) voor het bestuur van de ondesr- 
worp6n landen, uit c&es Mandsjoe en Mon^olen 
bestaande, een miini^iieide voor Buitenilandsdbe 
Zaken (Tsoenglijamen), dat in 1860 werd 
ingesteld en waaronder ook de door Europeanem 
bebeerde douanen iressorteeren. Verder nog de 
Raad van CJensuur {Tocts j a joen), die het 
reoht had aan den keizer op elfcen r^eerings- 
maatregel een tegenvoor«tel in -te dienen. Deze 
raad was ook in de verschillende provincies ver- 
tegenwoordigd. Sedert den 12den Februari is 



CHINA. 



157 



Ohlna een repuUiek mfiifc een ptreBi^ienit aaoi bet 
hoofd, b^gestaftn door 9 mkiisterB. De« toestaiikl 
ifi het voorloopi^« eiiulTesultaat d«r he^ige om- 
wentelmg«n, we&« China din de laatste jaren 
h<eeft doorgemaakt (zk verder bij Oesehiedenis). 
H-et Parlement bestaat nitt «en Senaat van 274 
kden, waarTaii om de 2 jaar ^/3 aftreed-t, en een 
Hais van Afgevaardigd^ met 596 leden, die 
Toor 3 jaar zitting bebben. Volgen« de inieuwe 
grondwet vaij den Isten Mei 1914 bezit de pre- 
sident nagenoe«: een ddctatoriaal gezag. In «Jani 
werden de niilitaire gonverneurs der proviiicies, 
die door ban zellstandi^ optreden de Centrale re- 
geering la&tig waren, a^ezet en vervangen door 
een militairen raad, direct ondergeschikt aan het 
departement van Ooirlog te Peking en du« aan 
Joeantsikai. 

Het nieuwe regime heeft ook het vercmderde 
reeht8wezen hervormd. Er bestaain nn 4 soorten 
reohtbanken: 1^. Het hoog gerechtshol (Ta Li 
Yuan) met een afdeeHng voor burgerlgke en een 
voor strafzaken; 2^. Proyinciale Kechtbanken 
(Kao Teng Shen Pan Ting) in de piovinciale 
hoofdsteden; S*'. Dktrictsboven en 4*^. Ariondi«- 
sementsrechtbanken, een in elk iisien. 



Voor de jurisdiotie over onderdanen van vreem- 
de fitaten geidt het recht van eiterjitordaliteit, 
d. w. z. dat z\j bemst bj dem verteg6nwoordigier 
deo: betreffende mogendhekl, dns h'^ den consul. 
Deze beslist m st^af- •^n burgerlij^De zaken vol- 
^ens de wetten van z^*n laind. ChlDeezen worden 
door vreemdelingen b\j hon oonsulaat en b^ de 
Chineesche ambtenaren aangeklaagd, een consu- 
lair ambtenaar treedt dain als bij^tter op. In 
hooffer instontie beslissen de gezanten te Peking 
en net mdnistme van BnutenJandsehe Zaken. 

De inkomsten bestaan uiit een grond- en een 
rg8tbelasti>ng» die het grondbezit rechtstireeks 
trefSen, udt het zoutmonopolde, een zegelbeks- 
ting, een belasting van 8 procent van den ver- 
koopsprg« bg overgang vam vaste goederen en 
mi de douaneninkomsten. De plaatsel\jke in- 
kom&ten vloeien grootendeels in de provdoidale 
kassen. Voor de regeeri<ng te Peking is daarom 
het in 1854 ingestelde toezicht op de rechten 
aan de zeezijde van groot gewich't. Deze instel- 
ling staat geheel ond^ Eitropeanen. De »toestand 
der Chineesehe financiSn kan uit het volgende 
overzieht blijken. 

De openbare schuld bedraagt: 



•/. 



Nominaal 
bedrag 

in ponden 
sterling. 



Nog schul- 

dig op 
31 Dec. 1912. 



Aflos- 
baar. 



Oorlogsleening 1895 - . 

Eng.-Duitsche leening 1896 

Leening 1898 

Spoorweglecning 1898 

1904 

1905 

1905 

1907 

,, 1907 

1908 

1909 

1910 

1910 

19" 

Leening voor wegen en telegraaf 191 1 . 

Leening 1912 

1912 

Schuld in ponden sterling 

Leening 1895 

SpoorwegIeening 1902 

„ 1903 

1907 

Schuld in francs 

Spoorwegleening 1909 

Leening 1910/11 

1912 

1912 

Schuld in Ven 



6 

5 

4Vi 
6 



4 
5 

5 
5 



5 
6 

8 
7 



5000000 

16000000 

16000000 

2300000 

2250000 

700000 

I 100 000 

650000 



800000 
12050350 
13 818 400 

1 840000 

2 250000 
700000 
330000 
650000 



1915 
1932 

1943 
1944 

1953 

1935 
1915 

1953 



I 500000 


I 500000 


1937 


9 500000 


9 500000 


193« 


2000000 


2000000 


193« 


4800000 


4800000 


1940 


450000 


450000 


1920 


6000000 


6000000 


195I 


I 500000 


145856 


1936 


5000000 


5000000 


1952 


750000 


750000 


192 1 


75 500000 


62 897 086 




francs. 






400000000 


277 760 000 


193 1 


40000000 


4o 000 000 


193 1 


25000000 


25 000000 


1934 


16000000 


16000000 


1932 


481 000000 


358 760000 




Ven. 






2470000 


2 416 074 


1934 


I 600000 


I 600000 


I913 


3000000 


3000000 


1922 


2000000 


2000000 




9070000 


9016074 







•/. 


Nominaal 
bedrag 

in ponden 
aterling. 


Nog schul- 

dig op 
31 Dcc. 1912 


Aflos- 
baar. 




7 


Dollare. 
5000000 


5000000 








Schuld in Dollars 


7 en 8 


5000000 

Mark. 


5006 oco 


1917 




Schuld in Marken 


7 
4 

7 
7 
7 
7 


iioooooo 

Taels. 
10900000 
450000000 
500 000 
6000000 
3000000 


1090000 
772 937 500 
300000 
6000000 
2000000 
2000000 




Oorlogsicening 1894 


1914 
1940 
1919 
1918 
1920 












Schulden in taela 




471400000 


784337500 





Wapen en orden. iHet CUn^esobe irtipeD, dat 

tev«ns ook bet ermbool d«T k«iaer1i;fke familie 

iTa£, wu een dra&R, met Tqt kki]wen aan de poo- 

t«D en een geTlamile ko^l. Q«el wm de keizer- 

Inke kleur. Id de vierk&nte Tlag (d« oorlc«s- 

rkg) is de draak bla,uw op een g«el veld. De . 

nieime Unde-, tcTens b&ndelEvlag vertoo^t Tjjf { 

horizontale tujien: T&n bov«n naor beseden 

Tood, geel, 1:daiiw, wit, Bwart. De rlag van bet 

leger vertoont op «en Tood veld een ne^iqiniL- 

tige zmsate ster met 19 

gele kogek aon de pna- 

t«n en in het mJiUen. 

De marinevlag beeftop 

een rood veld een 

blaflw Tierkairt in d«n 

linkerbovenhoek en 

daarin een ir^tte «ni 

met tvaalf stialen. 

Vas de orden wordt 

alleen nog di« vaa den 

_ _.. „Dnbbelen Draak" ver- 

Wipen van Chon«. i^^nd; zji is »erdeeld 

in S klassen met 11 

^nden. De orde von den Dmak was gedurende 

de Ta>ipijigi«T«liit9e t>«»teiDd Toor de in ih«t Obu- 

neescbe leger dienende neemde ofticieren. De 01- 

de vajt de Kosthare St«i is opgeheTea en dfl 

Koeng pai wa£ een medaille tooi verdienstelijke 

miilitairen. 

Leger en vlool. Het Ieg»r waa vMr de reToln- 
tae van 1912 samei^eateld uit Tier hootdgroe- 
pen: d« atdeeling der kei'zerlgke aobt banieien, 
die det groene vlag, die der naar Europeesch 
model g^rilde troepen en de hnlptroepen uit 
MongoHe en Tibet, De troepen der „8 banjeren" 
(Patsjij, het keiieilake leger, beatonden oit 24 
eenbedec, en wel 678 nit Mandsjoe, 221 uit Ta- 
laren en 266 uit Gbineeien samengeetelde com- 
pagnieen, elk vid 90 man, Zjj waren het, die eer 
eind« maakten. aan de dyiiasti« der Ming in d« 
17de eeaw, doch ibebbeo tbans aUe militadre 



waarde Terloren. Er waren ongeveet 100 000 
man te Peking en io de 25 andere plaafaen Tan 
Tajili, ouCTveer 5OO0O in de andere 17 provin- 
oies, ia!io-Bgo\ii en Jn Turkestao, De oude 
troepen der provincies, troepen van het „KToeDe 
TB^del" (Loejing) genaaiDo, Btonden onOM de 
ondeikomagen en goaveinenia en etonden, wat 
militsiie waarde betieft, nog lager dan de kei- 
Mrljjke troepen, zoodat le nu opgebeven lipi. 
Een keiierlijk edict van September 1901 gelast- 
te de Tolledige reorganiBatie van bet gebeele 
leget en de verdeeling der troepen in 3 <at^o- 
rieSn en wel: TšjanpeitsjoBn, SioepeiUjoen en 
HeoepeiUjoeTi, of veld-, reserve- en poKtietroe- 
pen. Van 1905 tot 1922 zoUen 36 divisieB ge- 
vonnd worden, bestaande uit een geneialen staf. 
twee infanterie-brigad«B (van 2 re^pmenten van 
3 bataljona van i oompagniefln), Ha regiment 
cavalerie van 3 eftcadrons, Mn legiment artalle- 
de -ran 9 hftliterflen, Mn hataljon geoaetro^Mii 
en 44n bat^jon train. 

Hiervan wareo vMr de revolutie im 1912 
reeds gevormd 4 diviejea. In dat jaar »jn daar- 
aan toegevoegd 4 divisiea van een wienw g<- 
vormde TepiibHi«dn»cbe garde. In Zuid-Obioa ia 
het Jegeit tengevolge van de onluaten nog vtij- 
wel gedeaorganiseerd. In hetzelfde jaar ■werd 
het land in 9 groote iegerdistricten verdeeld, 
die ondet beatuur van een ambtenaar der landa- 
repeering rtaan. Naar Bcbatting telt bet aetieve 
leger van 300000 tot 800 000 manachappen. 
Vfeemde oftieieren- dienen ala inatruotenrs en 
leeiaTen aan de fcrijgaaaholen. 

De bervonningen dagteekenen uit Jiet jaar 
1895, teogevolffe van de bemoeiingen van ti- 
Boeng-Ttjang. Het artillerie-materioal werd ge- 
mcierniseeia en de knstforten in rtaat van ver- 
dediging eebracht, looals de forten van Takoe, 
Peitaag, Tientsin, Lutai enz,, die editer in den 
Chinee8ch-Ja.panBcheB oorlog toch weimg weer- 
atand geboden hebben. De groote Chinecsobe 
muur, evenals de veBtingwerk«n van Peking, 



CHINA. 



159 



iiebben aUe waaTde als Teniedi^imgfimiddel ^er- 
loren. 

De OiJneesche vloot bestaat nit 4 ^ruiser« 
Tsn 16 000 ton, 2 torpedokrujsers, 2 torpedo- 
aviso'8, 8 oade ^ruicedrs, 5 torpedobooten, 23 
kanonneerbooten, 4 torpedobooten op d« Jangt- 
sekiang. Verschillend« oorlogsschepen i^n dn 
boii^w, in 1913 werden 12 torpedobooten besteld. 

Oesehiedenis, De aanvang <kr Chinee- 
«cfae geschiedenis ligt in bet duister. Hoewel de 
schr\iikan»t reeds aoor keizer Fohi, omatreeks 
3000 jaar t. Chr. uiiigevonden en door z^n op- 
Tolger Uoangti Terbeterd 20u zgn, beeft men ndt 
de dagen der Ondbeid geen geschreven berieb- 
ten, die van Troegeren oorsprong zqn dan Tan 
den tyd van Kongfoetse {6 eeawen t. Chr.). 
Daaren^boven beeft er een groote brand onder 
Tsingsjihoang (213 'v. Chr.) die voortbrangiBeiLein 
der onde Cbineesche letterkunde grootendeela 
vernietigd en de samenstelling der gescbiedeni« 
a&n de willekear der aanhangers van Kongfoetse 
en Laotse prgs gegeven. 

Het histori-sehe tgdpeirk der Chdneezen neemt 
een aanvang met de dynastie Hia (2205 tot 
1767 v. Chr.), boeweI di-t vorstcoiiiuis en het 
volgende, In of Sjana genaamd en regeerende 
tot in 11 i^, noff in het halfmythifiche tpperk 
thnis behoort. De iberichten van deze periode 
verbalen aUerlei bqzonderheden Tan gc^de en 
slechte keizers, van burgeroorlogen enz., waar- 
ttit blgkt, dat het volk zich op staatkundig en 
wetenfichappelgk gebied begon te ontwikkelen. 
Ten tijde oer dynastie Hia begon het echter een 
prooi te worden der verdorvenheid, zoodat de 
w\J2e Tsjingtsjang een ander vorstenhuis op den 
troon bracht. Toen reed« had het r^j-k veel te l\j- 
den Ton de invaJibefD der banbaieai. Niet vieel 
merkwaardigs vernemen wn van de dynastie 
Tsjeoe, die van 1122 tot 249 v. Chr, regeerde. 
Haar stichter wa8 Woewang, die de vol-ksont- 
w^Lkkermg aanmerkelijjk bevorderde, terw51 on- 
der Lingtpang, van 571 tot 544 v. Chr. regee- 
rende, Kongfoetse geboren werd en Ldotse een 
halve €euw vroeger «(604). 

In 720 neemt het tgdperk der fftr\jdende ko- 
ningcn een aanvang oi aat, waarin vele kleine 
staten zicii naast ellander verhieven. Tsjaosiang, 
de stichter der r«n-dynagtie, poogde vruchte- 
loos geheel China aan z^n gezag te onderwer- 
pen. Di4 geluk^e eerst aan zqn heidhaftagen wA- 
terkleinzoon, die den titel van Hoana .(keizf.r) 
aaniu^nn en zich Tstnsjikoangti noemde (246 — 
210 T. Chr.). Hy roeide de kleine vorstenfami- 
liSn nit, verspreidde z^jn roem door de geheele 
wereld en scnonk z^n naam (Tsina) aan het 
land. Hij begon den bottw van den Grooten 
Mnnr, om zg-n onderdanen te beveiligen t^en 
de barbaren, die onder den naam van Hiong- 
Doe (Hunnen) in z\jn rnk vielen. Daar de vor- 
sten« dk naar afhankelgkheid atreefden, zich op 
gescbreven overeenkom^en en geschiedkundige 
feiitea beidepen, beval Uoangti, «Sat aiHe boeken, 
die op d« geschiedenis of de oude instellingen 
betrekking badden, verbrand moesten worden, 
tenvijl hg tevens de leer van Kongfoetse, als 
tot een lang verdwenen beschavlngst^dperk be- 
hoorende, poogd« te onderdrukken. Wie er zich 
in geschriite tegen verzette, werd levend begra- 



ven. Onder zgn zoon <kwam het r\jk in verval, 
doch het ontving nienwen ludster van lAeoepang, 
die de grondleggcir werd van de d^nastie Han 
(206 v. Chr.), welke zioh in een we8telgke (tot 
24 na Chr.) en in een ooBtel\jke (tot 220 na Chr.) 
verdeelde. In dien tgd werden de oude boeken 
weder op^ezocht en kende men opnienw gezag 
toe aan de leer van Kongfoetse. Onder keizer 
Mingti (58 tot *75 na €hr.) kwam de leer van 
Boeddha in het Cbineesche rjjk. Dit splitste zich 
omstreekfi 220 in 3 koninkrjjken, die echter in 
280 onder W()eti weder vereenigd werden. Laatst- 
genoemde werd de stichter van de dynastie Txin, 
weLke Taa 265 tot 420 ha Qhr. de heerddhappn 
behield, waarna Kaotsoewoeti, de stichter werd 
van het hms Song, hetwelk van 420 tot 479 
regeerde. Deze keizeie waren geen* veMheeren, 
zoodiBit de Taftareni aUengs g6v«aTlQker w«rdien 
voor China en ten laatste de noordel^ke gewes- 
ten in bezit namen, waar z\j i-n 386 een afzon- 
derl^jk r^jk stichtten. In het eigenigike Chinee- 
EK^e r^ik icgeerdea Tcq:Kier de ^maAiemiim&a, Tsi 
tot 503, Leong tot 537 en Tsjin tot 589, en in 
het noordel^ke de djnastie Wei tot 550 en de 
dynaatieSn Petsi en Heoetsieoe tot 581. Toen 
kwam er hot huLs Soei op den troon, veroverde 
in 589 het znidelg^k geoied, onttroonde Tsjin 
en vereenigde de beide deelen onder zgn gezag. 
Doch reeds de derde keizer nit dit vorstenhui« 
werd afgezet door Lijoešn, die de djnastie Tang 

frondvestte, welke zich te Singanfoe dn Sjensi 
e0icw«efa ataaoKfe hield. Ohiaia 'weiid onider dit 
vorstenhuis, dat de beschaving bevorderde, mach- 
tig en welvarend, vooral onder het bestuur van 
den geleerden Taitsong, 

De laatste keizer, Tsjao-sio&hi-ti genaamd, 
werd van zijn waardighedd beroofd door Tsjoe- 
wan, die in 907 de dvnastie Heoelaing sftichtte. 
Onderscheiden volgende vorstenhaizen regeerden 
slecbts korten tgd. China was inmiddels aan 
binnenlandsdie onlusten ten prooi: de Tataren 
kregen gedurig grooter jnvloed, en b\jna elke 
provincie had een zelfstandigen gebieder. Toen 
kožen de Chineezen dn 990 Tsjaokoeangjin tot 
keizer, den sttahter Ton de tweede d|yiuifitie 
Song, welke tot 1270 regeerde. Onder Tsjintsong 
waren de Chineezen verplicht, aan de Tataren 
schaiting te betalen, waarvan zg ^ich evenwel 
kort daarna vrgvochten. Doch reeds dn 1125 
maakten de Tataren zdch meester van geheel 
noordelgk China, tervtr^ Kaotsjoeng als een 
schatplichtig koning over de zuidelgke gewes- 
ten regeerde. Om zich van dat juk te ontslaan, 
sloot keizer Nigtsong een verbond met Dsjen- 
giskhan, en de vijand bezweek voor dien verove- 
raar. Weldra echter keerden ook de Mongolen 
hun wapenen tegen China, overschreden den 
"Muur en plunderden Teking (1215). Na den 
dood van keizer Tipingj die, na het verlies van 
den laatsten slag tegen de Mongolen iu' Kanton 
gelegerd, zich met zgn geheele geslacht in het 
water stortte, werd Koeblaikhan, later Sjitsoe 
genaamd, de stichter der Mongookche heer- 
schappg (1279), die regeerde tot 1368. China 
werd nu door vreemdelingen bestuurd, doch de- 
žen verloren onder den invloed der Chineesohe 
beschaving al het uitheemsche, daar de keizers 
zich voegden naar Chdneesche zeden en gewoon- 



160 



CHINA. 



ten, den godsdienst onveranderd lieten en kun- 
sten en w«ten8chappen d«den bloeien. Nu stond 
hert kuDid ook Toor ajudere TieemddiLDgien open: 
er verschencn zendelingen en reiiigere, van w€l- 
ke laatsten iw\j Jtforeo Poto (zk aldaar) noemen. 
Na den dood van Timoerkhan (1307) ontetonden 
er binnenlandsche verdeeMheden, die den troon 
bedrcigden. Tegen kcazer Togontimoerkkan 
kwam Hong-noe, een Chineesdi herder en roo- 
ver, in opstand. De Mongoolsche rtjksgrooten 
waren tevens verdeeld, soodat de zoon van den 
laat^genoemden keizer naar MongoliS vluchtte, 
om er een nieuw r^jk te stichten. Hongnoe, la- 
ter Tai-tsong genaamd, w€rd nu de sticbter der 
dyna8tie Ming <1368 tot 1644). Ondter hm be- 
stuur, omstreeks bet jaar 1400, wewi Peking 
keizerlijike residenMe. In dat tijdperk kwanQen de 
inwoner8 van: >China in aanraking met de Euro- 
peanen. In 1522 vestigden zich de Portu^eezen 
op de nabuxige eilanden, bepaaldel^^k te Macao, 
om handel te dr^ven, in 1583 verscheen eo: de 
JeziiTet Matthiaa Ricci, die er meer wel'willend- 
held ondervond dan de Oapucgner monnik Cas- 
par de Crux. OmMreeks dien t|}d kwamen er de 
Spanjaarden, en jn 1604 ook de Nederlanders, 
doch dežen werden er niet toegelaten. In 1625 
vcBtigden de Nederlanders zicb op Formosa, 
maar in 1662 moest Co^et bet eiland aan den 
Chineeschen zeeroover Coxinga alstaan. 

Aan de grenzen van bet rijk woonde in die 
dagen een Tatarenstam, die men tbans met den 
naam van Mand«joe'8 bestempelt. Onder keizer 
Sjintsong vergnnde men aan dežen zicb -te ves- 
ttgen in de proivn<nsQie Liaotong, en toen meD» ban 
later w'Me verdrjven, (kwamen z|j bdertegen in 
verzet en waren zoo voorspoedig, dat zij onder 
bun vorat Taitsoe gebeel Liaotong veroverden, 
waarna bun aanvoerder den titel van keizer aan- 
nam. Hij zette den oorlog voort <tot aan ziJA 
dood, en de str^jd eindigde eerst, toen zijn zoon 
en opvolgei Taitsoeng in 1643 overleed. Docb 
in Cbina plaatste een zekere Litseisjing zicb 
aan bet boofd van een opstand. De tegenpart^j 
van dežen piep de Mandsjoe te bulp, waama 
dežen eer^t Peking en toen nagenoeg bet gebeele 
r^k OYerweldigden, waarover bun afstammelin- 
gen tot den 29sten December 1911 bebben ge- 
receerd. Sjoentsi (eigenlijk Sjiisoe) veroverde 
gCTieel Cbina (1646 en 1647) en fiticbtte de dy- 
nastie Tsing. Onder z^n bestuur verkregen' de 
Russen vergunining om met Cbina bandel te 
dr\jven en verwierveD de zendelingen allengs 
meer volgelingen. Hq werd in 1662 opgevolgd 
door zijn zoon Schingtsoe, die de Mongolen bver- 
won, Tibet en Formosa veroverde en bet rijk 
aanmeTkel^jk uitbreidde. Hij voerde wegen8 de 
grensregeling een oorlog tegen Kusland, die in 
1689 door den vrede werd gevolgd. In de laat- 
ste jaren van zijn bestnur vestigden zicb de 
Engeiscben en Franscben te Kanton, veiikregen 
de Cbri&tenen vr^beid van godsdienst en werd 
bg zelf een gverig beoefenaar der wis- en eter- 
rejikunde. Docb onder zijn zoon en kleinzoon 
(1722 tot 1773) werden de Cbristcnen verban- 
nen en vervolgd. De laa^te, Kienlong (Kaot- 
soeng) genaamd, maakte zicb meester van Kasj- 
gar, Jarkand, Elein-Boekbarije, bet grootste ge- 
deelte van Dsjoengarije, Miao-tse enz., en ver- 



grootte zgn gebied naar de zgde van Hindostan 
en Groot-Boekbanjje. Hg streed zeer ongelukkig 
tegen de Birmanen in Ava, die in 1770 meex 
dan de belft van zijn leger vernietigden. In 
1798 verscbeen er een Engelscb gezan4;sdiap, 
met Maeartney aan bet hoofd, zonder de ge- 
wen8cbte voorrecbten te verwerven, terwgl daar- 
entegen de bandelsbetrekkingen met Rusland 
geregeld werden. Onder zjn zoon en opvolger 
Seheuntsoeng (Kiakhing) bad bet rijk veel <te 
Igden van opstanden, vooral van bcit gebeime 
genootsobap der „Watte WaterleKe", terwijl ge- 
Iptgdig een talr^^e, goed georganiseerde macb/t 
zeeroovers de kusten verontrustte en den bandel 
belemmerde. Daar de keizer de Eatboliieke pries- 
tcrs voor bondgenooten der gebeime genoot- 
8cbappen bield, werden z\j op doodstraf uit de 
provincies verbannen. Hongersnood, slecbte oog- 
sten en overstroomingen, die bet rgk berbaal- 
deliik teisterden, werden door bet volk aan bet 
8lecbte bestuor des kedzers geweten<, op wien« 
leven berbaalde aauBk^en fHaats badden, en 
men vermoedit, dat zijTi dbod' (1820) op een 
jaohtpartij niet op na^uurl^ke wijze beeft plaats 
gevonden. Zij-n zoon Ta6kwana (Suantsoeng) ver- 
dreef de R.-Katholieke zendelingen in 1828 ook 
uit Peking, waar z^' tot dlen tyd met de samen- 
stelling van den almanak belast waTen geweest. 
De belangr^ks^ie gebenrtenis onder bet be- 
stuur van dežen keizer wa8 de oorlog tusscben 
de Cbineezen en de Engeiscben. Tusscbrn die 
beide volkeren bestonden van ouds bandelsbe- 
trekkingen en deze ondervonden geenerlei be- 
lemmeringen, totdat dn 1884 bet monopolie der 
Brltscb-Oost-Indiscbe Compagnie een einde nam, 
zoodat de bandel mcit Cbina tbans vrij werd. 
Lord Napier werd naar Cbina gezonden, om de 
Britscb-Cbineescbe bandelsbetrekkingen te rege- 
len, de toestand der Engeiscben in Kanton te 
ordenen en aldaar de recbt-spraak over de En- 
geiscben ui-t "te oefenen. De Cbineesche regee- 
ri<ng wi:lde van zuJik een ambtenaaT oiicits we- 
ten en brak alle gemeenscbap met Engeland af. 
Toen de gezant gevoelde, dat bg niet sterk ge- 
noeg was, om met geweld zgn doel te bereiken, 
gaf by toe, en dientengevo^e ikonden z^n land- 
genooten weder bandel drijven te Kanton. Ook 
zgn opvolgers Francis Daviš, Robinson en El- 
liot werden in'tušsoben ndet als gezanten erkend, 
docb onder laatstgenoemde ontstond de opiam- 
twist, die oorzaak werd van den oorlog. Ileed€ 
in de voorgaande eeuw bad de Cbineesche re- 
geering strenge bevelen tegen bet gebruik en 
den verkoop van opium uii^evaardigd, en tocb 
nam de opiumaanvoer door den smokkelbandel 
der Engeiscben verbazend toe. Zoo was de in- 
voer van 9535 kisten in 1827—1828 tot 26818 
ilcisten, ter waarde van meer dan 15 millioen gld., 
in 1835—1836 gestegen. Tbans besloot de kei- 
zer in eens voor goed een einde te maken aan 
den opiumbandel, en de Cbineescbe gonverneur 
Lin werd met buitengewone volmacbt naar Kan- 
ton gezonden, nam er strenge maatregelen tot 
onderdrukking van den opiumhandel en eiscbte 
(1839), dat de gebeele opium voor raad, in de En- 
gelsehe ma^zifnen en scbepen aanwezig, aan 
bem zou uitgeleverd worden. Meer dan 20 000 
kisten opium, een waarde vertegenivoordigende 



CHINA. 



161 



van 4 milHoen pond aterlingi moesten aan de 
Chineezen oitgekverd worden en werden door 
dezea Teniieti^d. & Tielen nu irekira Teischdl- 
kiide vgandemkheden voor, en Lin riep z^jn 
landgenooten op, om zieh te wapenen en ae En- 
gelsehen te vernieiigen. AUe pogingen van EU 
liot, om de zaak tot een vreedzaam ein<ie te 'bren- 
gen, waren vruebteloos; de Cbineesche admiraal 
Koeang verocbeen met 29 oorlogsjonken, om zich 
van de Engekche oorlogsbodems meester te ma- 
ken, docb werd met een verlies van 6 vaartui- 
gen tem^gealagieai. De baizMiel met B^ngelaiKl werd 
th&ns geheel verboden, en bet gelukte den Chi- 
neesohen vddbeer Jih eenlge Engelscben en El- 
liot zeli nvt Macao te verdrijven, terw^l een 
naebtelijke aanval met branders op de vloot ge- 
heel en al mi«lakte. 

Nn verklaarde Engeland den oorlog aan Chi- 
na (1840 — 1842). Een Engelsche vloot onder ad- 
miraal Elliot ver«ebeen den 288ten Jani 1840 
voor Kanton en een gedeelte daarvan blokkeerde 
de T\jgemvier. Een ander gedeelte veroverde 
den 5den en 6den Jnli bet eiland Tsjoesan, 
waarna de landingstroepen de boofdstad Ting- 
had bezet bielden. Amoy werd gebombardeerd 
en van z^n vefituigrsverken beroofd. Hierna »te- 
vende de vloot de reiborivier op, om den kedzer 
te dwiD^n tot bet in ontvangst nemen der mi 
Engeland afgezonden dep^bes, beteeen Lin te 
Kanton geweigerd had. De keizer, door de oor- 
logsbedreigingen tot toegevendbeid gestemd. 
toonde zich daartoe bereid, bield zicb zeer ver- 
baaed over bet voorgevallene en knoopte onder- 
handelingen aan, waarna b\j zicb genegen ver- 
Uaarde, een gevolmaobtigde <koit bet slnirten van 
den vrede naar Kanton te zenden, mita de En- 
gelscbe vloot derwaarts ternffkeerde. Elliot liet 
zicb door fraaie beloften misleiden en voldeed 
aan den eiscb. 

Te Kanton werden ecbter de onderbandelin- 
gen in bet oneindige gerekt, totdaf eomnoodore 
Bremer, de opvolger van Elliot, den 9den Ja- 
nuar! 1841 de forten aan den mond der Tgger- 
rivier veroverde en aan de Cbineczen groote 
scbade berokkende. Nu kwam den 20st€n Janu- 
ari een voorloopig verdrag tot »tand, waarb^ de 
baven van Kanton werd beropend, de bandelsbe- 
trekkingen berBteld werden, bet eiland Hongkong 
aan Engeland afgestaan, 6 millioen dollars soha- 
devergo^ing aan dat rijk toegekend en bet diplo- 
matiek verkeer op den voet van gelijkbeid gere- 
geid werd. De Brit«cbe vloot stevende nu naar 
Hongkong, docb daar bet verdrag den 248ten 
Febrnan nog niet door de Cbineescbe regeering 
wa6 goedgekenrd, namen de v^andelgkbeden we- 
der een aanvang. De Engelscben bernamen de 
forten aan de Tggerrivier, vernielden een aan- 
tal Cbineescbe jonken, stevenden den 18den 
Maart naar Kanton en namen er de factorijen 
in die voorstad in bezit. Nu vroegen de Obimee- 
zen om een wapenstil9tand, die bnn werd toege- 
staan onder voorwaarde, dat de banded vxg en 
de kooplieden veilig zonden z^n. 

Ook nu was de »toegevendbeid der Cbineezen 
niet ernstig gemeend; zij maakten zich gereed 
toi den oorlog en brachten bun krggsmacbt op 
50 000 man. Toen Elliot zulks bemerkte, deed 
bij een nieuwen aanval op Kanton. De generaal 

V. 



sir Hugh Oough, bevelbebber van de landin^s- 
troepen, bezette den 24sten Hei de factorgen 
en versloeg daags daar na met 2500 man bet ge- 
heele (^neesoibe leger b^ Kanton. Juist imčle 
bg de binnenstad stormenderband dnnemen, ter- 
wql de vloot de forten en jonken vernielde, toen 
de Cbineezen den wenficb te kennen gaven, om 
weder te onderbandelen, en de minister Hoe in 
persoon verscbeen. Nogmaals liet Elliot zicb 
overhalen, en den 27sten Mei werd bet vroege- 
re verdrag vastgesteld. De gevorderde scbadever- 
goeding werd den 5den Juni betaald, de Engel- 
sdhe oorlogsmadit keezde naar Honkong terug, 
en bet scbeen, dat de Cbineezen nu eindelijk ge- 
trouw zouden blgven aan de gemaakte overeen- 
komst. Weldra ecbter werden weder moeil\jkbe- 
den door ben opgeworpen. 

Tot nu toe badden de En^ekcben opzettel^k 
vermeden, met kracbt te iverK te gaan. Toen zQ 
ecbter gevoelden, dat de Cbineezen zicb niet 
door bangma*keriy tot den vrede lieten bewegen, 
namen zy bet besluit, beslissende maatregelen 
te nemen. Elliot werd door sir Henrv Pottinaer 
vervangen en admiraal Parker tot bevelbeboer 
der vloot benoemd, terwyi sir Hugh Oough aan- 
voerder bleef der landingstroepen. Er werd be- 
si o len, een aanval te doen op Nanking en op bet 
Keizerskanaal. Den 24sten Augustus verliet de 
vloot, nit 34 vaartuigen bestaande, bet eiland 
Honkong en wendde in de eerste plaats den ste- 
ven naar Amoy, dat na een gevecht van 4 uur, 
hctwelk met een volkomen nederlaag der Cbi- 
neezen eindigde, in banden der Engelsohen viel. 
Dežen lieten slecbts een kleine bezettdng op bet 
eiland Koelangsoe voor de stad acbter en trok- 
ken den 5den September naar Tsjoesan, dat na 
een koirt maar hmg gevecht w)erd genomen; 7an 
bier begaven z\j zicb naar T«jinbai aan den 
mond der Tabia, dat sterk beveatigd wa8, docb 
den lOden October na cen korten str|jd veroverd 
werd. Ningpo viel 2 dagen later zonder slag of 
stoot in banden der Engelscben. Dežen vertoef- 
den er eenigen t^d, om versterkingen af te wacb- 
ten, en werden er vruebteloos aangevallen. Van 
Ningpo trokken zg naar Tsjapoe, de stapel- 
plaats van den Cbineescben bandel, welke den 
18den Mei 1842 na ^eiingen tegenstand inge- 
nomen werd. Den iMen Juni bereikte de expe- 
dltie den mond der Jang-tse-kiang en weldra 
dien der Woe-80€ng in eerstgenoemde rivier. 
Hier waren verdedigingswerken opgericbt, dde 
na een bombardement van 2 uur stormender- 
bamd. maar aonder rooeite en gevaar werden ver- 
overd; waarna men den 19den Juni nog gerin- 
ger tegenstand te Sjangbai vond. De Engelscben 
stieten op beviger verzet voor de stad Tsjing- 
kiangfoe b\j bet Keizerskanaal, docb ook deze 
werd na een bloedige bestorming veroverd. 

DezQ nederlaag was een groote slag voor de 
Cbineezen, die bg de komst der Engelscben voor 
Nanking drineend om een wapenstilstand v^r- 
zocbten, ten emde den vrede te sluiten. De on- 
derhandelingen begonnen den 15den Augustus 
1842, en den 26sten daaraanvolgende werd vast- 
gesteld, dat voor de Engelscben, bebalve de ba- 
ven van Kanton, die van Amoj, Foetsjou, Ning- 
po en Sjanbai zouden geopend ■worden, dat 
Hongkong aan ben werd afgestaan en bet 'be- 
li 



162 



CHINA. 



drag d«r reclvt«n door hen zou wordeD geregM, 
dat «r consuls in de 5 ^eopend« havens zouden 
benoemd word«n, dat alle ODderhandelins^n op 
den yoet van gelqk.heid zonden geschieden en 
dat €r een som van 21 millioen dollars als scha> 
devergoeding 20u wordeii betaald. Zoo was dan 
China voor de eerste maal gedwongen» een 
Chri&tenstaat als zijn gelijke te erliennen. Ook 
de Noord-Amerikanen* en Fransoben wen£Nshten 
Du dezelfde voorrechten te Terkrijgen als de En- 
gelschen, aanvankelgk le vergeefs; doch m 1844 
werden ook met die mogendneden tractaten ge- 
sloten. Frankrijk had daarbij bet stichten van 
scholen en kerken in de 5 haven&teden en vrij- 
heid van godsdienst yoor de inlandscbe Cbris- 
tenen bedongen. 

Eeizer Micmning, in Enropa enkel bekend on- 
der den naam van z\jn regeeringstijdperk Tao- 
koeang, overleed den 25sten Februar! 1850, na- 
dat bij zQn gezag in Tibet en Turkestan beves- 
tigd had. Zgn vierde zoon Insjoe, die zich Hien- 
fong noemde, volgde hem op. De rast des rijks 
werd onder hem verstoord door de Taiping-re- 
voltttie en den Engelsch-Franschen oorlog. 

Te Taipdngrevolutie ontW'ikkelde zich vooral in 
bet Z. des rijks. Reeds lang hadden zich gehei- 
me genootechappen gevormo, om de djnastie te 
doen vallen. Daarb^ kwamen oproerigheden van 
verschillenden aard en geweldenarijen van roo- 
vers ter zee «n te land, terwijl anderen den 
vernederenden vrede met Engeland 'Wilden ver- 
breken. Onder bet niet zeer krachtige bestuur 
van Hiengfong vereenigden zich al die elemen^ 
ten en schaarden zi^ onder bet gezag van 
Hoeng-sioelsoeen, den aanvoerder der Taipin^s. 
Deze aanvoerder, een dweepziek persoon, die 
zich verbeeldde visioenen te hebben, stichtte een 
afzonderlijke secte, die weldra een paar daizend 
aanbangers telde en door bet vernielen der af- 
godsbeelden in botsing kwam met de overheid. 
Toen vervolgens twee roofzuchtigc stammenelk- 
ander beoorloogdcii en een van hen zjjn toevlucht 
nam tot de Taipings, zagen dežen zich belangrijk 
vereterkt. De keizerlyke troepen, die »tegen hen 
optrokken, leden de nederlaaj^ en de oproerlin- 
gen maakten zrich meester van de stad Joennan 
(1851). Nu werd bet iiieuwe rjk gesticht en 
Hoeng'8io€t8oe'^n tot keizer uitgeroepen: bij 
noemde zich Tien-Koeo (Hemelrijk), Tiente of 
Tienwang (Zoon des Hemels) en stiehter van de 
dynastie Taiping (Algemeene Vrede). De troepen 
van het nieuwe keizerrgk behielden in 1852 
overal de overband. In 1853 trokken de opstan- 
delingen naar Nanking, dat zij weldra verover- 
den, waarna het Tataarsche garnizoen met vrou- 
wen en kinderen, ongeveer 20 000 personen, 
over de kling werd gejaagd. Al wat op den voor- 
mali^en eeredien^ betrekking had, zelfs de por- 
seleinen toren, nverd vernield en de naam der 
stad m dien van Tieroking (Hemelresideatie) ver- 
anderd. 

De krijgsmacht der Taipings bedroeg waar- 
8chijnlyk 80 000 man, zoodat zij, indien zij naar 
Peking waren opgerukt, gemaikelijk de beer- 
schappg der Mandsjoe*8 hadden kunnen omver- 
werpen. Doch zg bleven te Nanking, waar zg 
zich versterkten. In 1853 »brachten zg tweemaal 
a^n het keizerlijke leger een nederlaag toe, maar 



toen zg in de provincie Honan doordrongen, om 
er de hoofdstad Kaifong te belegeren, werden 
zij voor de eerste maal verslagen, zoodat zn i-n 
Augustns 1853 het beleg moesten opbreken. Men 
had echter plan, om zich daarover te wreken 
door een welberaamden aanval op Tientsin, de 
haven van Peking. Zegepralend trokken zg door 
Sjansi en Petsjili derwaart8 en bevonden zich 
den SOsten October 1853 voor de stad. Dodi ook 
hier zagen zij zich door een gedaehten tegen- 
stand genoodzaakt, om van de belegering af te 
zien, waarna sommige afdeelingen van het le- 
ger op roof nitgingen. De keizer te Peking, van 
de gewone geldmid delen beroofd, zag zich ge- 
dpoogen den opiumiiandel (tx>e te laten. In April 
1854 behaalden de Taipings een overwinning na- 
bij het Eeizerskanaal, maar toen zg ten W. van 
Peking voortrukten, werden zg zoo beslissend 
versiagen, dat zg over de Hoangho moesten te- 
ruglrekken. Nieawe nederlagen volgden. en in 

1857 hadden de Taipings sleebts een klein ge- 
we8t aan den oever der Jang-tse-kiang en in 

1858 niets dan Nanking overgebonden. Deze 
stad werd door de keizerlgke troepen belegerd, 
doch de Taipings bracbten bun door een nitval 
een nederlaag toe, waarna zg Soetsjeoe en Ning- 
po veroverden en het beleg sloegen voor Sjang- 
hai (1862). 

Verwikkelingen van den li&tigen Jeh, onder- 
koning te Kanton, met de Europeesche nMgend- 
beden, leidden in denzelfden tgd tot een bni- 
tenlandscben oorlog. E^n Cluneesch schip had 
onder Engelscbe vlag ge varen, doch werd plot- 
seling door bet Ohineesch bestuar dn beslag ge- 
nomen en de bemanning in de gevangenis ge- 
worpen, omdat het vermoeden van zeerooverij 
op haar rnstte. De Engelsche consul Parker 
eischte de loslatLng der matrozen, doch Jeh vol- 
deed sleebts ten halve aan die vordering, zoo- 
dat deze geringe gebeurteni« aanleiding gaf tot 
het in beži t nemen der Chineesche vesti ngwer- 
ken nabij Kaaton (1856) en het bombardeeren 
van deze stad door den Engelschen admiraal 
Seyinour, waarby hij door Amerikaanscbe oor- 
logsschepen ondersteund werd. In weerwil van 
het protest van den Franschen gezant, ging 
Jeh zoover, dat bg een ppjs stelde op het hoofd 
van elken Europeaan. De aanwezige zeemacht 
wa8 niet sterk genoeg voor een krachtige onder- 
neming, doch Frankrgk werd En^elands bond- 
genoot. Lord Elgin -vertrok ui<t Engeland met 
onbepeikte volmadit en 5000 man, Frankrijk 
zond baron Oros met een stoomfregat en admi- 
raal Rigault de Qenouilly met een fregat en 8 
stoomkorvetten naar de Chineesche Zee. Rus- 
land en Noord-Amerika namen aan deze expe- 
ditie geen werkzaam deel. De toestand in 
Britscb-IndiC belemmerde echter den gang der 
zaken in de Chineesche wateren. Eerst in Octo- 
ber 1857 waren in Indi6 5000 man beschikbaar, 
waarbg zich vervolgens nog 500 man uit En- 
geland en 1350 man uit Frankrijk voegden. Men 
kwam overeen, dat men het sterke Kanton zou 
aantasten, den zetrl van Jeh, die het ultima- 
tum der twee Europeesche mogendheden hoog- 
moedig verworpen had. Den 29sten December 
1857 werden de wallen van Kanton bestormd en 
genomen. De onderkoning Jeh, de ondergouver- 



CHINA. 



163 



n€ur Pi Koeei en de bevelbebber Moeh werd€n 
geTangen genoznen, eerstgenoemde naar de vloot 
ea Tervol^ois naair Calcutta gebracht en de beide 
laatstgenoeniden in hun waardigheden hersteld. 

Een beslm-t des 'keizera ontzette Jeh van zijn 
ambt en verleende het aan Hoeangtsing, die we- 
gens zijn haat tegen vreenMlelingen bekend stond. 
Elgin en Oros, gesteund door Reed en Poetja- 
kin, gevolmachtigden van Amerika en Rusland, 
zond(n van Sjanghai uit naar het hof van Pe- 
king een duidelijke opgave van hun eischen; be- 
paaldelgk vroegen zg waarborgen voor de vei- 
ligheid van het internationaal verkeer en van de 
zendelingen, alsmede toelating van vreemde 
gezanten te Peking. Tot den 81 sten Maart zou- 
den zij gevolmaehtigde mandarijnen afwachten 
en anden naar Peking oprukken. De verklarin- 
gen van den keizer waren ontwqkend. De ver- 
eenigdie vJioben versohenen dienten@e(vo]ge aan 
dem nMmd der Peiho, namen Takoe en trokken 
naar Tientsin, waarop het Hof de vredesonder- 
handeliugen opende, die den 27sten Juni 1858 
ten enide werden gebracht. Met de Rusaische 
regeering sloot men ongeveer op denzelfden tijd 
een verdrag over den afatand van grond aan de 
Amoer. Evenwel w€id het reoht van den gezant, 
om 4e Peking zjn verbl^jf te houden, veranderd 
in de bevoegdheid van Europeesche gezanten, 
om in gewicntige gevallen ie Peking te mogen 
versch^nen. Daarentegen werd het belangrijke 
Tientain vrghaven, en de verspreiding van den 
Chrifitel^ken godsdien&t zou geen belemmering 
meer ondervinden. Voor schadevergoeding vor- 
derden Engeland 15 en Frankryk 7 millioen 
gnlden, en de verbonden mogendheden bleven 
te Tientsin waohten, totdat zij er het door den 
keizer bevestigd vredesverdrag den 4den Juli 
1858 ontvingen. 

Het bleek echter spoedig, dat de Cbineezen 
zich niet aan de gemaakte overeenkomst wilden 
houden. Men zocht aan de Europeesche gezin- 
ten het recht te betwist€n, te Peki-ng te komen. 
Zij vrerden naar Shanghai verwezen, of zg moes- 
ten altbans een bepaalden landweg naar Peking 
inslaan. Bruce, de Engelsche, en Bourboulon, de 
Fransche minister-resident, verschenen den 
24sten Juni 1859 aan den mond der Peiho, om 
ovf r Tientsin naar Peking te reizen. Men wist, 
dat de vestingwerken langs de rivier zeer ver- 
sterkt waren; toch stevenden admiraal Hope en 
kapitein Tricault den 25sten Juni de Peiho op, 
maar werden teruggeslagen. Nu be\jverden zioh 
de beide verbonden mogendheden, een voldoen- 
de krijgsmacht naar C hi na te zenden. In Me i 
1860 bevonden zich 18 000 man troepen van 
verseh-illende wapen8, onder aanvoering van ge- 
neraal Orant te Hongkong en Frank rijk zond 
9000 man demvaarts onder generaal Montauhan, 
benevens 39 schepen onder bevel van den vice- 
admiraal Charner, die zich te Shanghai vtr- 
eenigden. Het opperbevel werd weder toever- 
troawd aan lord Elgin en baron Oros. Inmid- 
dels werd de bezetting van Kanton versterkt en 
het eiland Tsjoesan van manschappen voorzien. 
De ernstige bedoelingen der bondgenooten kon- 
den voor de Chineesche regeering niet verbor- 
gen bljven. Reeds v66r de komst van al de troe- 
pen had Bruce haar voorgesteld, een volledige 



uitvoering te geven aan het jongste verdrag, e<;n 
duurzaam Terbl^jf aan de gezanten te Peking 
toe te fitaan, de nieu/we oorlogskosten te vergoe- 
den en zich te verontschuldigen over den aanval 
op de Peiiho, en haas een bedejuktgd verleend vam 
30 dagen, doch d it alles werd door het Hof te 
Peking verworpen. De vereeoigde vloten gingen 
nu in de Golf van Petsjili en aan den ingang 
der Gele Zee ten anker. Nadat men in Tientsin 
een vioildoende bezetting had aohtergelaten, luk- 
ten den 8den September 6000 man Engelsche 
en 3000 man Fransche troepen voorwaart8. Op 
een herhaald aanbod van vrede W€rd verklaard, 
dat men eerst te Tongtsjan wilde onderbande- 
len, eit dit geschiedde den 14den September. De 
gevolmachtigden der bondgenooten zouden zich 
onder bedekking van 2000 man derwaart8 ibe- 
geven, dooh liepen groot gevaar en 39 Fransche 
en Engelsche officieren, die aan de onderhande- 
lingen deelnamen, geraakten in ban den der Ohi- 
neezen. Vruchteloos eischte lord Elain hen te- 
rug; men vernam, dat zg naar Peking waren 
opgezonden. Daags daarna verscheen een Fran- 
sche versterking van 2000 man, en den 21 sten 
werd het Chineesche leger, hetwelk zich weder- 
om verzameld had bg Palikao, nogmaals ver- 
slagen. De voorstellen van prins Kong, den broe- 
der des keizers, van den 22sten en ŽSsten Sep- 
tember waren niet aannemelyk, en men trok, 
na het zenden van een ultimatum, den 3den Oc- 
tober voorwaarts naar de hoofdstad. Den 6den 
bevond zich het Europeesche leger in de vlakte 
van Peking, en daarna •werd het keizerlnk zo- 
merpaleis Joenmingjoen (Parel des Ryks) met 
al zqn schatten zon der tegenstand ingenomen, 
lerwijl keizer Hienfong reeas de vlucht had ge- 
nomen naar Jeho, verder noordwaarts gelegen. 
Den 9den trok men op tegen Peking. Inmiddels 
had lord Elgin den Tden October een brief ont- 
vangen van prins Kong, waarin hij de uitleve- 
ring beloofde der^gevangen Engelschen en Fran- 
schen; er keerden echter slechts 19 in een el- 
lendigen toestand terug, de overige 20 waren 
door mishandeling en moord om het leven ge- 
komen. China wilde nu vrede, maar de voor- 
waarden werden door de bondgenooten ver- 
zwaard; niet alleen aan de vroegere verdragen 
moest worden voldaan, maar ook omstreeks 29 
millioen gulden voor oorlogskosten betaald wor- 
den, terwijl Tientsin bezet zou blgven totdat een 
en ander was geschied. Daarenboven verklaarde 
lord Elgin, dat tot straf voor de mishandeliaig 
der gevangenen het zomerpaleis zou .worden ver- 
brand, hetgeen den 18den en 19den geschiedde. 
Vooral dit laatste was een gevoelige slag voor 
de Chineesche regeering; alles werd ingewil- 
ligd, en na de vaststelling der tractatcn trok- 
ken op 2 verschillende dagen (24 en 25 Octo- 
ber) lord Elgin en baron Oros door de keizer- 
Igke residentie. Het verdrag werd den 2den No- 
vember uit Jeho door den keizer bevestigd, waar- 
na de troepen den lOden Peking verlieten. In 
Maart 1861 betrokken de Fransche en Engel- 
sche gezanten hun hotels te Peking, en in Juni 
van dat jaar de Noord-Amerikaansche gezant 
eveneens. 

De keizer overleed den 22sten Augustus 1861 
te Jeho. Hq had bepaald, dat zijn minderjarige 



164 



CHINA. 



zoon Kitsiang, gebor«D d<en 5d€ii April 1855, on- 
der voogd\jsoh&p hem zou opvolgen. Toea ech- 
ter d€ jonge keizer Peking bereiJcte, ?rerd dit be- 
etuur omverg€worpen. Twee keizerin-weduwen 
werdeii nu t^jdelgk met de kelzeilijke waaj:dig- 
heid bekleed, •terwyi de vroeger reeds Termelde 
priias Kong eigenlijk aan het hoofd der zaken 
Kwain. Deze gaf vele bl^jken van schranderheid 
en was tevens welgezi>Dd jegens de Europeanen, 
zoodat in de jaren 1861 tot 1864 handelsverdra- 
gen met d« meeste Europeesche «taten werden 
gesloten, t6rwQl zioh te reking gezanten yes- 
figden van Rufiknd en Spanje. 

Thans wafi het voor de Chineesche regeering 
van liet grootste gewicbt het oproer der Taa- 
pings, dat zich t^jdens en na de verwikkelingen 
met de Europeesohe noogendheden had uitge- 
breid, te dempen. Ook voor de Europeesche mo- 
geodiheden vas deze aangelegenheid geensziiniB 
onverschillig, daar door de verovering van Ning- 
po'en den aan val op Shanghai, het middelpunt 
van den Europeesch-Ghlneeschen handel, de be- 
langen der Engeischen en Fransohen rechtstreekfi 
werden bedreigd. Daar de opstandelioigen tevens 
het verkeer op de Jangtsekiang belemmerden, 
besloten de Eiiropeanen eindelgk tegen de Tai- 
pingfl op te trekiken. In Mei 1862 zuiverden En- 
gelsche en Francohe troepen de omstreken van 
Ningpo en Shanghai van muitelingen. Chinee- 
sche troepen werden onder de leiding van Euro- 
peesche officieren georganiseerd en de Chinee- 
sche vloot werd vepbeterd, waarna de Taiping« 
zich allengs meer in de engte zagen gebracht, 
totdat eindelgk den 19den Juli 1864 ook Nan- 
king, hun laatste bolwerk, in de handen viel 
der keizerlijke troepen. De keizer der opstande- 
lingen had zich v66r de overgave met zgn vrou- 
.wen verbrand; eenige bevellhebbers werdeii ge- 
vangen genomen en ter dood gebracht. 

Niettemin verhieven de Taipings in het laatst 
van dat jaar weder het hooM in de provLncies 
Toekian, Tsjekiang en Eiangsoe; doch terwgl 
deze opstand in lo65, althans in Foeikan, door 
de verovering der stad Tsjangtsjoe onderdrukt 
werd, ontstond een Tiieuw oproer, dat der Nien- 
fei (noordelijke muiters), dn Midden-China, voor- 
al in Tjantonff. In October 1868 maakten de op- 
roerlingen zidi zelfs meester van Ningpo. Ten 
slotte werden. ooik dežen overal verslagen, en 
daarmede ei-ndigde de Taipi-ng-revolutie, die aan 
ongeveer 2 miluoen menschen het leven had ge- 
kost. Vooral de Britsche generaal Oordon (zie 
aldaar) had zich bg het onderdrukken der re- 
volutie zeer onderscheiden. 

In 1862 ontstond een oproer van Mohamme- 
daansche Docngajien te Singanfoe, de hoofdstad 
der provincie Sjensi. De keizerlijke troepen wer- 
den door hen teruggeworpen en hun aanhangers 
namen onder aanvoering van Sosjoensjan uit 
Salar vooral in de provincie Eangsoe en in 
Dsoengarije aanmeiikelijk -toe. In, 1864 verover- 
den zy de groote stad Oeroemtji, waar zij 130 000 
menschen vermoordden, en China verloor in wei- 
nige jaren geheel Dsoengar\je. Van Oeroemtji 
breidde het oproer zich zuidwaarts uit. 

Jakoeb Beg, een Oesbekisch Tataar, die in 
1863 gouverneur eener stad in Khokand was, 
maar later b\j zgn vorst in ongenade viel, geluk- 



te het, met hulp zgner «oldaten geheel Oost- 
Turkestan aan zg-n heerschappg te onderwerpen. 
Na zgn dood dn 1877 volgde hem zgn zoon op, 
die echter in 1878 door China van alle macht 
beroofd werd. 

De keizer Toentsjih overleed den 18den Janu- 
ar! 1875 en liet geen opvolger na. Door het lot 
w€rd de 4-jarige Tsaitien (Ktoangsoe) keizer. De 
betrekkingen tot de Europeesche staten werdeii 
steeds vredeLievender, waartoe de oprichting van 
Chineesche jezantschappen te Berlgn, P^rgs, 
Londen en ^. Petersburff en later ook te War 
shington en te Tokio veel bijdroeg. China toon- 
de zich steeds bereid, voldoeoiing te verschaffen, 
dndien vreemde onderdanen, nteestal zendelin- 
gen, vermoord werden. 

In 1874 dreigde een oorlog tusschen China en 
Japan wegens beleedigingen, welke Japansche 
schepeu en onderdanen in l873 op Formosa had- 
den ondervonden. Toch kwam in het uiterste 
oogenblik een minnelgke schikiking tot staind. 
Ook ontstond er spanning tusschen China en 
Engeland wegens den aanval, waaraan de ezpe- 
ditie onder kolonel Horaee Brotvn, op de reis 
van Birma naar Joemian, te Maoewin op Chi- 
neesch grondgebied in het beg^in van 1875 was 
blootgesteld geweest en waarbg de Engelsche in- 
genieur Margary vras vermoord, doch ook dit ge- 
sehil werd tegen het eimde van 1875, toen de 
Engelsche gezant Wade Peking reeds verlaten 
had, nog ibggelegd. In Pebruari 1876 eisohte de 
regeering van Duitschland voldoening wegens 
een roofzuchtigen* aanval, beproefd op het kust- 
vaartuig „Anna", varende onder Dudtsche vlag, 
waarna een Duitsch eskader voor Hongkong ver- 
scheen. Daarop volgde in Mei van dat jaar de 
afzetUng der schuldige ambtenaren en de te- 
rechtstelling van twee roovers. Bg het verdrag 
van Tsjifoe (17 September 1876) beloofde Chi- 
na aan vreemdelingen de bescherming der Re- 
geering bg t-ochten in het binnenland. 

In 1880 scheen het tot een oorlog tusschen 
China en Rusland te zuUen komen. Het geschil 
werd veroorzaakt door de afvalligheid van eeni- 
ge Chineesche gewe8ten in 1864 en 1865. Toen 
had Rusland aangeboden, de provincie Hi ten 
behoeve van China te bezetten. Het was voor 
Rusland van belang, dat de rust in ILi gehand- 
haafd bleef. Daarom deden zg dit aanbod, het- 
welk werd aangenomen, en trokken er de hoofd - 
stad Koeldsja binnen. Later echter wilden de 
Russen Ili niet aan China teruggeven, hoe sterk 
de Chineezen er ook op aandrongen. Toen ein- 
delgk de oorlog zou uitbarsten, kwam in 1880 
tusschen de Russische regeering en den Chinee- 
schen gezant Tsjoeng-Hau te St. Petersburg een 
verdrag tot stand, i-nhoudende, dat Rusland te- 
gen bžaling van 5 millioen roebels het oostelij- 
ke, kleinere deel van Koeldsja zou teruggeven. 
Dit verdrag w€rd echter te Peking niet goedge- 
keurd, maar Tsjoeng-Hau teruggeroepen en als 
landverrader ter dood veroordeeld, een vonnds, 
hetwelk uit ontzag voor Rusland niet werd vol- 
trokken. Wederom dreigde de oorlog, maar werd 
nog voorkomen, doordat den 22sten Maart 1882 
te Koeldsja het protoool werd onderteekend, 
waardoor China weder in het beži t kwam van 
h€t geheele Koeldsjagebied. 



CHINA, 



166 



In den loop ran hei jaar 1884 oatsiond«ii ver- 
vi&kellngen tussohen Chma en Frankr^jk. Laatst- 
genoemde mogendbeid had zich meester ge- 
maakt van de ibeschermheerfichapp^ over Anam 
en Tongkin, en dit wafi ni«t slecnts door CbLoa 
erkend, maar ook aangrenzende Cbineesohe pro- 
vincies werd«n volgens bet Verdrag Tan Ti«nt- 
sin vooT den Fransehen handel geopend. Toen 
eehter de Fran^ehen, krachtens bet verdiag, de 
grensvesting Langsoe in bezH wilden n«men, 
werden zij door de Cblneescbe bezetting terug- 
geslagen. Bientengevolge vertrok d« Fransche 
gezant Patrendtre met een ultimatnm naar Pe- 
king, waaFbij een aanzlenlijke scbadevergoeding 
werd gevraagd. De Cbineescbe regeering wee8 
bet nHimatnm Tan de band, waariLa de Fransebe 
admiraal Gourbet eenige ficbeepstimmerw6rTen 
en magazijnen op Formosa door een bombarde- 
ment Yerwoe&tte en een paar kanonneerbooten 
in den grond boorde, officnoon tusscben de bei- 
de elkander bestr^ende mogendbeden de oorlog 
nog niet offidSel verklaard was. Maar de Fran- 
seSe regeering sk>Ot leeds dien ddem Jinni 1885 
vrede met China te Tlentsin, waapby baar de op- 
perbeerschappij over Anam en Toailun door Cm- 
na werd toege&taan. 

Een ti^dtong eobeem (bet na, eSlooi (tenminste 
in de aan de Snst gelegen provdneies de bervor- 
mingen met kracbt zouden worden doorgevoerd. 
Li Hoeng Tsjang !w«rdi de gromdlegger der mo- 
deme Gbineescbe vloot en van bet leger. In bet 
Z. wa8 tbet de ondenkonin^ Linminatsjoean, die 
spoonregen en telegraaiflijnen deed aanleggen, 
mflar de bevollifDg vas nog* te veel tegen. bervor- 
n^ngen gekant, en ook aan bet Hof wa6 de oon- 
servaiieve partg oppermaobtig. Ook In Korea 
wepdea de bervotmin^en door de regeering te- 
geaogegaan, en toen aldaar in 1894 een boeren- 
opstajid nitbrak en de Eoreaansobe troepen de 
nederlaag leden, zond China 8000 man bnlptroe- 
pen onder genesaal Ft. Hiertegen protesteerde 
de Japansel]^ regeering; zij zona eveneens troe- 
pen naar Korea en verkkukrde den 14den Juld 
1894, dat een verdere zending van Gbineescbe 
troepen naar Korea als een vijandeljgke daad zon 
be8^0Tiwd woTden J)en 288ten Jnli ibezetten Ja- 
pan«ehe troepen bet koninkl$k paleis te Seoel 
en beooemden den vader des konings, die een 
voorstander van bervomringen wa8, tot regent. 
Den 25sten Jnli ecboot de Japansobe kruieer Na- 
niwa -het onder Engetecbe vlag varende Cbi- 
neesohe troepentransportscbip in den grond en 
den Isten Angu^ns verklaarde Japan aan Cbina 
drtn oorlog. Zie verder Chineeach-JapanBehe oor- 
log. 

Voordftt nog de vrede definitief gesloten wa8, 
kwamen RoBland, >Daitsebland en Frankrijk ins- 
schenbeide en ei«cbten van Japan de teruggave 
van het verkregcn gedeelte van Mandfijoerije 
tegen een verbooging der oorlogskosten met 80 
m.iDioen taela (55 roiliioen gulden). Japan moest 
voor de overmacbt zwiobten, doch de hierdoor 
bg de Japanners gewek.te verblttering kan als 
een der oorzaken beschouwd vorden van den 
Rnssisch-Japanschen Oorlog (zie aldaar). 

Omdat de Japanmere bnn ovenvinningen aan 
de modeioie taktiek en organisatie te danken 
badden, vormde zich ook in China een hervor- 



mlngspart^; zij sticbtte in 1895 te Peking de 
Tsjiang Usoe TSoei, waarvan Kang Joe TTcilei- 
der werd. Sedert Febrnari 1896 wa8 de keizer 
Koeanasoe voor bun programma gewofnnen en 
bet scheen werkelp: o! een t^'d van hervormin- 
gen zon aanbreken. In November 1897 verscbe- 
nen Daitscbe oorlogsscbepen in de baai van 
Kiaatsjon, om voor den moord op twee zende- 
lingen voldoening te eisohen; Cmna moeet au 
de baai en de onmdddellijke omgeving voor 99 
jaren in pacht afstaan. Dit gaf Kn«l£^d aanlei- 
d ing Port Aitbnr en Talienwan voor 25 jaren 
te „paohten", Frankr\j-k nam de Tsjowbocbt en 
Engekund Weibaiwei in beži t. Door deze ban- 
delwyze der Europeescbe mogendheden bebield 
de oonseivatieve partg aan bet Hof de overband. 
In 1898 had een paki^-revolutie plaats, waair- 
door de keizer ged<wongen werd de teugels van 
bet bewind weder aan de keizerin-weduwe Tsith- 
9i over te geven. Vgf leiders der bervormiaiga- 
part^ werden ter dood gebracbt en Kana Joe 
Wei redde zioh sleobts door de vlnobt aan Doord 
van een Engelscb oorlogssobip. Om in de toe- 
komst voor ae wraak der hervormingspaitii ze- 
ker te zjjn, werd de keizer in Januari 1899 ge- 
dwongen den zoon van z^jn neef, den udt de ver- 
banning teruggeroepen prins Toean, te adoptee- 
ren en tot troonopvolger te benoemen. De reac- 
tie bebaalde een volkomen overwiinning, en in 
N. Cbina hielden de vroeger bervormingsgezin- 
de onderkoningen zich nentraal. 

Get karakterifitieke verscb^nsel dezer reaotie 
wa8 de mtbreiding der zoogenaamde Bokserbe- 
ufegina. Deze ie geenazin€, zooals dikwQk ge- 
meen