Skip to main content

Full text of "Klerk en Beul (Himmler van nabij)"

See other formats


VERTAALD EN VAN EEN INLEIDING EN 

AANTEEKENINGEN VOORZIEN DOOR 

J. M. DEN UYL 



,'. JwlfiW '■v- ■ -' -í 

Ity 

*>' (► 
■ fí l 



11 



i- 



FELIXKERSTEN 



.' ■,/ '-' ■•>'" 



KLERK EN BEUL 



HIMMLER VAN NABIJ 



J. M. MEULENHOFF * AMSTERDAM 



<& 



M 
0. 



V 



M 



ír , t 



, í 



í'* '' 






^Je 






Copyright 1948 by Febx KerstenandJ. M. Mn Vyï 




Printed in tbe Netherlands by 
Cloeck & Moedigh, Amsterdam 




u- **é fejft 



ití&. 




^8 

Inleiding . ." 9% ^»'\^ 

I DE ANGST VAN DE BEUL 21 >? J 

Ontstaan van mijn notities — Mijn positie als Himmlers arts — Hoe *■, *\1h 
Himmler mensen vrij liet — Waarom ik Himmler niet doodde. 'sjj 

II DE GESCHIEDENIS VAN EEN BALT 24 ' ] ' J 

Mijn geboorteland — Jeugdinvloeden — De oorlog 1914—18 — Ont- \ í& 

dekking van mijn massagekunst — Aard van deze speciale behande* ï % 

ling — Jaren in Berlijn — Contact met Dr Diehn — Komst naar ' ^ ;f 

Nederland — Koop van Hartzwalde — Himmler wordt mijn patient — * < | 

Omgeving van Himmler ~ Internering in Mei 1940. ■> $ 

III PATIËNT HEINRICH HIMMLER 36 . , ^ 

Himmlers voornaamste karaktertrekken — Slaafse toewi]ding aan «j 

Hitler — Dsjenghis Khan als voorbeeld — Himmler over Roosevelt í ^ ^J 

en Churchill — De „overwinning" van Stalingrad — Duitse verhes- * fy 

cijfers — Rede voor de industriëlen — Onfeilbaarheid van Hitler — ' , ■5 

Hitlers graf — De opvolging van de Fuhrer — Hitlers ziektc. * , A 

IV IN HET HOOFDKWARTIER 44 * f i 

Werkmethode van Himmler — Inrichting van zijn hoofdkwartier' — t *W jj 
Zijn staf - SS-leiders in het hoofdkwartier — Maaltijden en ge- ' & 
sprekken. ( , M 

' ' ) 1 

V TAAL EN RELIGIE DER TOEKOMST 50 \ ' J 

De nieuwe eenheidstaal - De grote vredesconferentie - Rol van ^ > Jj 
de SS - Over huwelijk en vruchtbaarheid — Positie van de vrouw — í, I 
Lebensborn en Rassenamt — Joden, Katholieke Kerk en Christen- <,\yjÍ 
dom — Himmlers levenstaak. Jfa 

l < J 

VI GERMANIË OVER EUROPA 56 *M 

Mentaliteit SS-Fuhrer - Schurken en gematigden - Deportatie van v £J| 
volken - Berlijn in de toekomst - Nogmaals over de Joden — 'fyífl 
Zwarte-handelspractijken. r^lffiffl 

VII HET LOT VAN NEDERLAND IN DE WAAGSCHAAL 62 , ( \M 
Oorsprong van het plan — Positïe van de NSB-ers — Heydrich en "TfjM 
Rauter — Doel van de deportatie — Pogingen tot uitstel en verhin- J^tfl 
dering — Himmler geeft toe. j\*m 

' > 5 * r ldl 

.'.:■ ;■■ . ,■.'■', ■■"■v^ >\JÊm 



X 



j '■■' ' 



VlH RÁUTER VERTROUWT HET NIET .... 71 
Philips II van Spanje ter navolging - Relaties met Nederland - 
Gesprek met Rauter - De Nederlandse kunstschatten - Reizen naar 
Nederland. 

IX DE SCHADUW VAN HET CONCENTRATIEKAMP . 78 

Koehandel om mensen — Himmler hield woord — Wat men wist 
van de concentratiekampen - Getuigen van Jehova - Himmler geeft 
de misdaden toe — Hoe SS-Fúhrer denken. 

X ALS DUITSLAND GEWONNEN HAD 86 

De staat Bourgondië - Zwitserland en Frankrijk — Spanje en 
Franco — Eisen aan Amerika. 

XI BIJ CIANO IN ROME 89 

Reis naar Italië — Himmler over de bondgenoot — De gezindheid 
der Italianen. 

XII MET HIMMLER IN FINLAND 92 

Chamberlains Munchenpolitiek - Graancrisis als chantagemiddel - 
Lunch bij Ryti — Uitstel van de uitlevering der Finse Joden - 
Himmler en Zweden — Ribbentrop over Finland. 

XIII EEN DECADENTE ÉLITE. RIBBENTROP EN LEY 100 
De nazi-Ieiders onder elkaar - Karakter van Ribbentrop - Ribben- 
trop beklaagt zich bij Himmler — Kaltenbrunner zet zïjn strikken 
uit — Rudolf Hess vóór hij naar Engeland vloog — De dronkaard 
Robert Ley — Ideeën van de Reichsarbeitsleiter — Ley in Rome. 

XIV OM ZEVEN ZWEDEN 112 

Advocaat Dr Langbehn — Intrige tegen intrige — Vrijspraak voor 
de Zweedse Íngenieurs. 

XV NAAR ZWEDEN VERHUISD 116 

De Duitse grond wordt te warm onder de voeten — Contact met de 
Zweedse minister van Buitenlandse Zaken. 

XVI WAT HITLER VAN NEDERLAND HOOPTE . . 122 

Hulpverlening op groter schaal - Een leger van 600.000 Nederlan- 
ders — Hitler heeft een rancune tegen Nederland — Luitenant Knulst 
geeft lijsten door - De vijfde colonne in actie — Het Nederlandse 
Gezantschap - Walter Schellenberg - Venlo-incident - Rudolf 
Brandt — Litzmann. 

6 






XVII OUDE EN NIEUWE ADEL . . . . .131 

Himmler en Goebbels — Vorsten zijn vijanden — Volksschádhnge 
moeten onschadelijk gemaakt — Nieuwe adel van Arbeid en Trouw 

— Krijgsgevangenen zijn lafaards — Himmler gelooft aan de over- 
winning — Europa verdedigen tegen Azie — AIs wij ondergaan. . . — 
Het geheime wapen. 

XVIII SUCCES EN MISLUKKING .139 

Telefoon Hartzwalde — Stockholm — Theodoor Steltzer — Oud- 
bondskanselier Seitz — Verschillende Nederlanders — Prof. D. A. Seip 

— Mislukkingen — 20 Juli Ín Himmlers hoofdkwartier — Himmler en 
erewoord — Finland sluit wapenstilstand. 

XIX DE ZWEEDSE REGERING IN ACTIE . . . .157 

Graaf Bernadotte — De Zweedse regering zendt autobuscolonnes — 
Zwitsers helpen — Contact met het Jewish World Congress. 

XX VESTING CLINGENDAEL EN AFSLUITDIJK . . 169 

Hitler dreigt Nederland te verwoesten — Himmler retireert. 

XXI AAN DE VOORAVOND VAN DE CAPITULATIE . 173 

Epidemie in Bergen-Belsen — De Halfjoden — Onderhandelingen 
over de capitulatie — Himmlers laatste kans — Het Russische spook- 
beeld. 

XXII EEN JOOD SPREEKT MET HIMMLER . . , .182 

Norbert Masur en Himmler in Hartzwalde — De strijdbijl met de 
Joden begraven — Vrouwen uit Ravensbriick — Nederland blijft 
gespaard — Laatste ontmoeting met Himmler. 

AANTEKENINGEN 197 

Het uitroeien der Joden — De hulp aan Nederlandse gevangenen — 
Ingrijpen ten behoeve van Nederlanders. 

VERTALING DER DOCUMENTEN 205 



9%f f^ u n, w^ >j *y« ^ ^ 



% 



y 



i 



' , * 




' ' ' O^WiímÏTsíá^^ 



"&'#: ■ 



> 



t 



4'/ 



' 1 'u... »Vt 






■■■^ - ' ' 



Í'Y 

* ^ '^ ?*& 



GARCIN : Ainsi vous me írouoez la 
mine d'un bourreau ? Et a 
quoi les reconnait-on, lea 
bóurreaux, s'il vous pl&it ? 

Inés : lls ont l'air d'avoir peur, 
J. P. Sartre „Huis Clos\* 



Waniieer in de gloriejaren van het Derde Rijk de Nazipartij onder 
de titel „Fuhrer des Volkes" een plaatwerk met de tronies van de 
nieuwe godheden in millioenenoplaag verspreidt, ontbreekt daarin 
een afdruksel van het pafferige en glibberige gezicht van de Reichs- 
fúhrer-SS, Heinrich Himmler. Nu is het in de democratie evenmín 
gewoonte, dat politie-autoriteiten zichzelf afficheren en een politie- 
opperhoofd heeft nu eenmaal een andere functie dan een propa- 
gandaminister. Opvallend is het niettemin, dat de persoon van de 
Reichsfuhrer-SS tot het einde toe, ook nadat Himmler minister van 
binnenlandse zaken en bevelvoerdef van een belangrijk legercorps 
was geworden, in de schaduw bleef. Luisterden de wetten, die stiïte 
vragen voor het handwerk van de beul, zo nauw of werkten ér 
andere krachten om de beweegredenen en activitéiten van deze 
engel der duisternis te omsluieren? Het antwoord is niet alleen van 
waarde voor het documentatiebureau; wij allen houden er belang bij, 
de gesteldheid te kennen van de vertegenwoordiger van het genus 
mens, dat de SS, Lidice en Auschwitz organiseerde. Buiten élke 
behoefte aan sensatie om blijft de noodzaak ons er van te vergewÍS- 
sen of het onmenselijk monster, als hoedanig Himmler in de volks- 
verbeelding leeft, inderdaad als een speciaal type van boosaar- 
digheid, zoals misschien eenmaal in een eeuw voorkomt, heeft be- 
staan, of dat zelfs aan deze opperbeul niets menselijks vreemd was en 
díe Himmlers een ras vormen, dat overal voorkomt, tot in onze eigen> 
welvoegelijke samenleving toe. 

Voor het antwoord op deze vraag biedt de kroniek, die Felix 
ïtersten over zijn vijfjarige intieme omgang met Himmler schreef, 
belangrijk materiaal. Het boek dankt zijn ontstaan zeker niet in de 
laatste plaats aan de begrijpelijke behoefte van de schrijver om zicb 
in zijn rol van massagearts van de Reichsfúhrer te rechtvaardigen. 
Dat geeft het boek zijn tweeledig karakter: relaas van Kerstens hard 1 - 

•GARCIN: Dus u vindt, dat ik er uitzie als een beul? 

En, zeg 'ns, waaraan herkent men dan de beulen? 
Inês: Zy zien er uit alsof zy bang zjjn. 



' V 



i 



"• ,'l 



H 
V' 



v Iffi 






> l. 



»V ï f t 



ÏLaÍn.^.^j. Ja........ I-.nl.uWi ,/,.. 



'•■'Á;iJÍLaLi!ÊÍÍ 



■\: 



nekkíge bemoeiingen om slachtoffers van het nazïsme te helpen en. 
verslag van zijn gesprekken en ervaringen met Himmler. Het heeft 
dus niet de pretentie, een biografie van Himmler of een historische 
studie te zijn. Kersten vertelt slechts wat hij met eigen ogen gezien 
en met eigen oren gehoord heeft. Die ogen zijn niet die van een 
politicus, noch die van een psycholoog, maar die van een internatio- 
naal georiënteerd massagearts van Baltische herkomst, die oorspron- 
kelijk tegen zijn wil en later in overleg met de Zweedse regering vijf 
Iange oorlogsjaren in Himmlers hoofdkwartier getuige was van een 
der meest lugubere episoden der geschiedenis. 

Kersten had met zijn aantekeningen geen politieke of sociale be- 
doelingen, zijn visïe en belangstelling waren beperkt. Vrijwel nooit 
vernemen we iets over Himmlers aandeel in de actuele militaire ge- 
beurtenissen. Dit kon ook moeilijk anders, omdat iemand met poli- 
tieke interesse nooit die vertrouwensposïtie zou hebben behouden, 
nooit Himmlers ..biechtvader" (zoals Trevor Roper Kersten noemt) 
zou zijn gebleven en nooit dat hulpverleningswerk, dat Kersten als 
zijn etgenlïjke taak beschouwde, zou hebben kunnen verrichten. Dit 
alles beperkt uiteraard de strekking van het boek, maar het verhoogt 
zijn documentaire waarde aanzienlijk. Van geen der andere nazi- 
leiders bezitten we een dergelijk intiem relaas van een insider, die 
tegelijk voldoende buitenstaander was om objectivíteit van hem te 
mogen verwachten. In vele opzichten lijkt mij een dergelijk relaas 
als bijdrage tot de kennis van een karakter zelfs te prefereren boven 
dagboeken, waarin de feiten eerst na een onderdompeling in een bad 
van ijdelheid en zelfbescherming naar voren komen. Dit betekent 
niet dat het beeld, dat Kersten van HÍmmler schetst, nu ook diens 
volledíge en definitieve portret zou zijn. Elk portret is op zijn best 
een benadering en aan het beeld, dat Kersten van het fenomeen 
Himmler geeft, ontbreken stellig enkele essentiêle kanten. Zo zal het 
de lezer van Trevor Ropers „De laatste dagen van Hitler" opvallen, 
dat Kersten slechts weinig spreekt over Himmlers voorliefde voor 
occulte piasserij, runen-abracadabra en sterrenwichelaars, een voor- 
liefde, die, naar ook uit andere bronnen blijkt, een wezenlijk aspect 
van zijn persoonlijkheid vormde. Ook bijzonderheden over de meest 
perverse gruwelen, als de „medische" proefnemingen op mensen, die, 
zoals in Neurenberg gebleken is, in sommige gevallen op direct bevel 
van Himmler plaats vonden, ontbreken: naar Kersten mij verklaar- 
de, omdat Himmler in hun eïndeloze gesprekken altijd angstvallig 
vermeden heeft, dit punt aan te roeren. Op verschillende plaatsen in 
dit boek is voorts duidelijk een zekere affectie van Kersten ten op- 
zichte van Himmler en omgekeerd te constateren. Ook dit moet 
Kerstens relaas, zij het slechts indirect, hebben beïnvloed. Dergelijke 

10 



i 



affectíes schijnen overigens onvermijdelijkl zelfs wanneer uitgespro- 
ken vijanden van het nazisme met nazi-Ieïders in persoonlijk contact 
komen. Trevor Roper raakte uitermate gecharmeerd van Albert 
Speers puurheid en intelligentie, Douglas M. Kelley, de Amerikaanse 
psychiater, die gedurende bijna een half jaar de 21 beklaagden in 
Neurenberg in hun cel onderzocht en analyseerde, loopt over van 
bewondering voor Goerings geestige causeurschap en fidderlijke 
manieren en toen Rauter in zijn proces uit het hart sprak, konden 
Nederlandse journalisten dit niet met droge ogen aanhoren. Inder- 
daad, consequent haten is gemakkelijker op een afstand dan van 
dichtbij! 

Het boek, zoals het tot stand kwam door een oorspronkelijk Duits 
manuscript, waarin Kersten zijn aantekeningen had verwerkt, aan te 
vullen met tal van gegevens, ontleend aan gesprekken met de schrij- 
ver, heeft het voordeel, dat het een minimum aan interpretatie en 
een maximum aan feitën bevat. Ik heb er bij de bewerking naar ge- 
streefd, het sentiment, waarmee Kersten deze gebeurtenissen heeft 
ondergaan, zo authentiek mogelijk te bewaren. Ook waar dit senti- 
ment ons, Nederlanders, naïef en onbegrijpelijk voorkomt. Onder 
het voorbehoud van de onvermijdeliike subjectivïteit lijkt het mij 
dat er geen verdere redenen bestaan om aan de betrouwbaarheid 
van Kerstens sensationele verklaringen te twijfelen. Natuurlijk is de 
juistheïd van zijn weergave van gesprekken niet te bewijzen, aange- 
zien ze meestal onder vier ogen plaats vonden. Waar men, hetzij door 
vcrhoren (o.a. van Rauter), hetzij door de vondst van nieuwe docu- 
menten Kerstens notïties heeft kunnen controleren, zoals ten aanzien 
van het fantastisch lijkende bericht over de voorgenomen deportatie 
van de gehele Nederlandse en Vlaamse bevolking, is Kersten steeds 
een conscientieus en betrouwbaar chroniqueur gebleken. Betreffende 
zijn hulpwerk zijn verschillende bescheiden afgedrukt. Tallozen, dïe 
hun vrijlating aan Kersten te danken hebben, zijn zích daarvan niet 
bewust, kunnen dat ook niet zijn, omdat het verband tussen Kerstens 
koehandel met Himmler en de vrijlatingen in de meeste gevallen 
onvermoedbaar en oncontroleerbaar was. Slechts in enkele gevallen 
waren de bevrijde slachtoffers in staat het raadsel van hun vrijlating 
te ontwarren: de rector van de Universiteit van Oslo, Prof. D. A. 
Seip, die een woord vooraf schreef bij de Noorse uitgave van Kerstens 
herinneringen en de vroegere minister-president van Sleeswijk-Hol- 
stein, Dr Th. Steltzer, die mij persoonlijk bevestigde, hoe hem bij 
onderzoek gebleken was, dat hij zijn redding, één uur voor het vol- 
trekken van het doodvonnis, aan Kersten had te danken. 

Over wat een wereld, waarin Duitsland oppermachtig was, te wachten 

11 



fa. 






-;'Mryxr- 



T^ 

V 



ïl. 






r J; 




' *" S t 

feoxk liébben. gestaan, bevat het boek, dank zij Hïmmlers praatzucht, 
"' eokeíe even mcrkwaardige als afscliuwwekkende gegevens. Het.beeld, 
dat wiý ons op grond van zijn practijken van het nationaalsocialisme 
vormden, beïnvloeden zij niet essentieel, zij accentueren het wel. Ook 
het nihilisme blijkt zijn eigen wetmatigheid te bezitten. Van de uit- 
roeiing der Joden naar het vermoorden van adel en krijgsgevangenen, 
het ecarteren van niet-Germaanse volken en het ophangen van de 
Paus is slechts één stap. De Teutoonse waanzin.de í£m Zíur- bombasterij 
en de massale smakeloosheid hebben niet gewacht tot het einde van 
de oorlog, zij konden na een Duitse zege in onvoorstelbaar wanstal- 
tigc vormen de hel op aarde hebben gebracht. Dat de schepping van 
deze nazi-hel bij de heidens-gelovige Himmler tot in zijn laatste on- 
heiíspellende consequenties gedicteerd wordt door een „hemels" ver- 
langen, is een van de verbijsterende conclusies, waartoe de lezing van 
dit boek*voert. Als zijn eigenlijke levenstaak beschouwt Himmler ten 
slotte het opkweken van de volmaakte mens, een ideaal dat hij met 
vrijwel alle mystieke fanatici deelt. Zijn middelen, eugenetiek en 
massamoord, mogen ons barbaars voorkomen, het religieuze karakter 
van zijn idealen wordt er niet door aangetast. Zelfs wanneer men in 
rekening brengt, dat men na Rosenberg in Himmler ongetwijfeïd 
met de meest gelovige van de nazi-elite te maken heeft, betekent zijn 
invloedrijke positie stellig een krachtig pleidooi tegen de interpre- 
tatie van het nazi-avontuur als een revolutíe om de revolutïe. Is het 
Jeit, dat de zoveel grover versneden SS-leiders de aarzelende, men- 
senschuwe Himmler gehoorzaamden, ooit te verklaren zonder een 
wijding, zoals die van de gelovige Hogepriester moet hebben afge- 
straald? 

Voor het begrijpen van de na-oorlogse geschiedenis is het voorts 
niet ondienstig, nog eens op te merken hoezeer de oorlog met het 
Westen, althans voor Himmler, een vergissing was. In de ogen van 
de Reichsfiikrer-SS was Rusland de eigenlijke vijand, het Iand welks 
misdaad in zijn bestaan zelf was gelegen. Voor ons in het Westen is 
het goed ons te realiseren, dat Himmler zijn politiek tijdens de oor- 
2og ongetwijfeld bij deze opvattíng heeft aangepast. Himmler en 
Hitler mochten teleurgesteld zijn in de Nederlanders, de Russen 
jtiadden zij bij voorbaat afgeschreven. Noodzakelijk is het ook, de 
betekenis van de passages, waarin Himmler vertelt hoeveel Cham- 
berlains bezoeken en het daarop gevolgde Miinchen in psychologisch 
opzicht voor de nazi-leiders zijn geweest, niet te onderschatten. „Het 
* is kenmerkend voor het Hitler-regime, dat telkens na een bezoek van 
buitenlandse staatslieden óf maatregelen werden getroffen, die éen 
scheïiding van bestaande verdragen betekenden, dan wel nÍeúWe 
wetten en verordeningen in Duitsland werden uitgevaardigd, wáar- 

12 




'*• 



■/ 



:■ 






..-!..-...„ 







t de terreur werd verscherpt", scbtíjft Rudolf Pechel %tfter4in«/ 



' ^, 






' J. 



'i 



ïïjn „Deutscher Wtderstand", wanneer hij de schuld van het Wesjt,«lí *■#, 
aan het voortbestaan van het Hitler-regime reléveert. Wanneér cïit 
boek ons er opnieuw van overtuigt, van welk een miezerig en misera- 
bel formaat de nazi-grootheden waren, dan klemt de schuldvraag des { . Jt « 
te sterker hoe het mogelijk was, dat deze misdadigers tot heerschappíj . "Oï 
konden komen. 

Douglas M. Kelly vraagt zich aan het slot van het boekje „22 cells ín 
Neurenberg", dat hij over de veroordeelden in Neurenberg schreef, af 
of wij, Westerse democraten, nu werkelijk verschillen van de Duit- 1 
sers, die zich door deze misdadigers hebben Iaten terroriseren om 
zich tenslotte bijna geheel met hen te identificeren. „Het antwoord 
is dat, voor zover ik kan zien, er geen werkelijk verschil bestaat 
tussen de individuele Duitser en de individuele Amerikaan met uit- 
zondering van de grotere verknochtheid van de Duitser aan zdjn 
ideologieën". En wanneer hij zijn conclusie vooropstelt, dat er ih het 
huidige Amerika weinig is, wat de vestigïng van een fascistische staat 
zou kunnen voorkomen, illustreert hij dat met een betoog, waarin 
hij laat zien, hoe al deze misdadige mensenleiders qua type stuk voor 
stuk overal elders, ook in Amerika, worden gevonden. „Neen, de 
nazileiders waren geen speciale typen, geen persoonlijkheden als er 
slechts eenmaal in een eeuw voorkomen. Zij hadden slechts drie op- _ $ 
vallende karaktereigenschappen gemeen — ên de gelegenheíd om de % { 
macht te grijpen. Deze drie eigenschappen waren: aanmatigende eer- 
zucht, een lage morele standaard en een sterk ontwikkeld nationa- 
lisme, dat alles rechtvaardigde, wat in naam van Duitsland werd 
gedaan." Deze constateringen van Kelley lijken mij onbetwistbaar 
juist, wat niet wegneemt, dat er in de figuur van Himmler tege.n- 
stellingen bestaan, die zijn karakter iets raadselachtigs doen behou- 
den. Ook na Kerstens kroniek blijven slechts voorlopige conclusïes 
mogelijk. 

Wij hebben ons in de loop der jaren een beeld van Himmler ge- ^ ^, 
vormd, waarin deze politiechef als een bloeddorstïg sadist verschijnt, 
een woedende duivel, waarin nauwelijks menselijke trekken terug te 
vinden zijn. Uit het boek rijst een andere Himmler voor ons op. Een 
schuwe, haast eenzelvige man, die alle openbaarheid mijdt en liefst 
de zaken van achter zijn bureau.afdoet. Een chef, die door zijnon- 
dergeschikten algemeen wordt gewaardeerd, omdat" hij zijn wóord 
houdt en attent kan zijn. Een politiecommissaris, die voor zijn werjc- 
kamer een lichte, zonnige stoffering heeft gekozen. Een gelovïg 
ambtenaar met reproducties van gravures van Albrecht Diirer aan 
de wand. Een functionaris, die niets zal doen zonder een duidelijke, ^ 






^M 



4» 



k'/Í 



M 



' H 

d 



ÍttjÍafcAiW..*, 



I..Í.ÍÍ. .A',,i:AU . J-iíLï.r-'Í.^L'i, ,. . kl_-.,'J, 



alv..í.'-..:.*.i« 



. .L , .,/ , -ií*.ií 1 SiiííiJ.,í 



A 



'M 



nadrukkélijke opdraoht van zijn chef. Een SS-er, die spontaan pro- 
testeert, wanneer een ander over het genoegen van de jacht vertelt. 
Een klerk, die, als iemand een horloge voor zijn dochter meebrengt, 
op zijn salaris van de volgende maand moet wachten om de brenger 
zijn schuld te kunnen afbetalen. Een belachelijk conscientieuse boek- 
houder, die pijnlijk nauwkeurig noteert, met wie hij geschenken 
Wisselt. Een man, die heftig protesteert, als men hem ruwheid verwijt 
en die meesmuilt wanneer men over hem amicaal als „Reichs-Heini" 
spreekt. Deze kleinburger, deze klerk was tegelijk de opperste chef 
van de machtige SS, met zijn geheime Staatspolizei en Sicherheits- 
dienst; naarmate de oorlog vorderde na Hitler de machtigste man 
in Duitsland. De verantwoordelijke voor honderden concentratie- 
kampen en het vermoorden van tien millioen mensen, de plannen- 
maker met gehele volken als roekeloze inzet, de ontwerper van een 
rassenmoraal, de opdrachtgever tot massale executies, die persoonlijk 
de bevelen ondertekende tot proefnemingen op mensen met ziekte- 
kiemen van allerlei aard. 

Het raadselachtige, dat in deze tegenstelling is gelegen, schuilt niet 
in de trekken van de kleinburger, die wij bij de Reichsfiihrer-SS 
waarnemen. Dat sentimentaliteit en wreedheid gemakkelijk samen- 
gaan, hebben wij in de achter ons liggende jaren zo dikwijls kunnen 
constateren, dat het ons van de man, die zo gemakkelijk tot tranen 
is geroerd, bijna verwondert hem niet op sadisme te kunnen betrap- 
pen. Er zijn geen aanwijzingen, dat hij genoot van zijn misdaden en 
plezier ontleende aan zijn perfide practijken. Ook de bewijzen dat 
hij prat ging op zijn misdaden of snoefde op zijn successen bij het 
uitroeien van zovelen, zoals wij van een doortrapt misdadiger zouden 
verwachten, zijn ons niet overgeleverd. Er zijn integendeel allerlei 
aanwijzingen, dat er bij Himmler nog iets van een „geweten" was 
overgebleven. Zijn eeuwige aarzelíngen, de permanente besluiteloos- 
heid, de intense behoefte de verantwoordelijkheid voor elke daad op 
Hitler af te wentelen, dit alles geeft een duidelijke achtergrond aan 
die curieuze verontwaardiging, als Kersten hem beticht meer mensen 
te hebben omgebracht dan hij zich bewust is. Wanneer Himmler zich 
in de laatste fase van het Derde Rijk „royaal" betoont tegenover 
Kersten, verraadt zich daarin dezelfde angst, die hem telkens in de 
handen van Kersten drijft. De angst van de weifelaar en lafaard, die 
zichzelf schoon praat zonder zijn angst de baas te kunnen. 

Ook de rol, die het begrip geschiedenis bij Himmler vervulde, valt 
slechts te begrijpen als we zíen hoe bij Himmler de geschiedenis de 
vorm van een persoonlijke, wrekende godheid aanneemt. Angst en 
geweten vloeien daarin samen. Voor Himmler was Schillers identifi- 

14 



^catre van ,,WeItgeschichte" en „WeItgericht" vlees.en bloed gewor- 
den. We ontkomen niet aan de indruk, dat, telkens wanneer Kersten 
het oordeel der geschiedenis als doorslaand argument aanvoert, 
Himmler vol angst ineenkrimpt ofwel in al zijn kwetsbare ijdelheid 
opveert. Neen, we hebben bij Himmler niet te maken met een koud 
intellect, dat in volmaakte gewetenloosheid intrigeert om de honger 
naar macht te bevredigen. Himmler heeft ongetwijfeld trekken ge- 
meen met zijn Napoleontische tegenhanger, Joseph Fouché: de voor- 
keur om op de achtergrond te blijven, achter de schermen aan de 
touwtjes te trekken en openbaarheid zoveel mogelijk te vermijden, 
maar hij miste, behalve de geniale gewetenloosheid ook de zucht naar 
rijkdom van de overigens zo hartstochtloze hertog van Otranto. On- 
getwijfeld heeft Himmler door middel van zijn SS-bureaux millioenen 
marken besteed aan de bevrediging van zijn sinistere of bizarre hoh- 
bies, als het onderzoek naar de oorsprong van de Ariërs en de 
pogingen tot ontraadseling van ihet runenschrift - in zijn persoonlijk 
leven was hij zeer sober en in zijn hoofdkwartier duldde hij geen 
uitspattingen. De aanwezigheid van een restant geweten is niet in 
tegenspraak met het feit, dat Himmler tot het einde van de oorlog 
overtuigd bleef weinig te vrezen te hebben van de wrekende Ge- 
rechtigheid. Tenslotte had hij met opvallende nauwgezetheid vol- 
daan aan de hoogste norm, die hij erkende: de trouw aan de Fiihrer. 
Hij had dikwijls onaangename karweitjes moeten opknappen, maar 
de plicht maakt het de mens nu eenmaal nooit gemakkelijk en ten- 
slotte hád hij niets anders dan zijn plicht gedaan. Daardoor was het 
mogelijk, dat hij zich zelf voor de geschikte persoonlijkheid hield om, 
toen de kansen verkeken waren, met de Westelijke Geallieerden te 
onderhandelen. Hadden in 1943 niet twee vooraanstaande ledenvan 
de „Widerstand", dr Langbehn en de oud-minister van Justitie, 
dr Propritz, contact met hem gezocht opdat hij Hitler terzijde zou 
schuiven en onderhandelingen openen? (Dit feit wordt o.a. vermeld 
door de vroegere chef van de Amerikaanse spionnagedienst, Allen 
W. Dulles, in zijn „Germany's Underground"). Ook in de ogen van 
deze Duitse samenzweerders tegen het Hitler-regime was Himmler, 
boven al het andere, een plichtsgetrouw ambtenaar, waarvan bekend 
was, dat er met hem nog wel eens redelijk te praten viel. Het lijdt 
ook geen twijfel of Himmler zou zich, indien de nauwkeurigheid vari 
de kantoorman, die de capsule met cyaankali te allen tijde bij zich 
droeg, hem niet van de beklaagdenbank te Neurenberg had gered, 
diep van zijn onschuld overtuigd, meer dan een der anderen op zijn 
Grote Opdrachtgever hebben beroepen. In het milieu van de Duitse 
plichtenleer bestaat er meer xeden zich te verwonderen over het 
restant geweten en de hiaten in het zelfbewustzijn, dan over de 

15 



\ .!" 



MMHÉan 



■ET' 



T S«t ~> V* 






^^0 * ? ^wg 



fiíi c 



i.!*c 



rifcwetexf, waarmee de Retchsfuhrer-SS zijn roï óok nog ifa de otiffaft 
meende te kunnen voortzetten. AIs er tets raadselachtig blijft in h'ttt 
fenomeen Himmler, dan is het het feit, dat deze wankele, halfslach- 
ti&e figuur zich heeft kunnen handhaven in het centrum van een 
hard en hrutaal systeem. 

Wanneer we de figuur Himmler van deze raadselachtigheid ont- 
doen, blijft een man over, die kan gelden als het prototype van de 
volmaakte Duitser. Een goedhartig man in de omgang, die op zijn 
tijd een tikje sentimenteel weet te zijn en door zijn ondergeschikten 
op de handen wordt gedragen. Een man met een ontzaglijke werk- 
drift en een niet minder grote energie. Zijn hartstocht is werken, 
verklaart hij zelf en voor niemand heeft hij zoveel verachting als 
voor de luiaards en de flierefluiters, de gelukzaligen die nog zoveel be- 
sef van het Paradijs hebben overgehouden, dat zij het werken kunnen 
verstaan als een vloek en weten, dat de zin van het bestaan niet in 
„werken"isgelegen. In het hoofdkwartier van Himmler triompheert 
het oerduitse arbeids-ethos, dat in vrijwel elke Duitse overlijdens- 
advertentie de overledene zalig heet, omdat hij zijn hele leven door 
zo tiichtig gearbeitet hat. Het werken op.zichzelf is in de Duitse 
slavenmoraal een zedelijk goed; waartoe het werken dient 'is een 
vraag,, die eerst veel later aan de orde komt. Bij dit arbeidsethos sluit 
op volmaákte wijze Himmlers opvatting van trouw aan. De trouw 
aan het eens gegeven woord, onverschillig tot welke absurde conse- 
quenties het leidt, is het hoogste morele goed. Himmler heeft met de 
lijfspreuk, die hij zijn SS meegaf, Meine Ehre heiszt Treue, geen 
spelletje bedreven. De trouw aan de Fuhrer was voor hem bittere 
ernst en zelfs toen hij overtuigd was met deze trouw een ziek en niet 
meer normaal mens te dienen, was het stellig niet in de laatste plaats 
zijn eergevoel dat hem verbood een redelijker weg te kiezen. Daarbij 
was Himmler in dubbele zin „idealist". Zijn bereidheid tot het 
brengen van offers ter wille van de verwerkelijking van zijn ideeën 
kende geen grenzen. Hij was bereid alles van zichzeïf te vragen, alles 
van het Duitse volk, alles van andere volken en groepen. Het is beter 
thans enkele millioenen ten onder te doen gaan, dus te vermoorden, 
dan tot in een onafzienbare toekomst met allerlei problemen rond 
te tobben, die thans door het elimineren van deze millioenen uit de 
wereld geholpen kunnen worden. Hij is geen absolute idealist in die 
betekenis van het idealisme, waarin het bereid is de mensheid te 
offeren ter wille van de mensheid. De vulgariteit van zijn ideeën 
faeeft het begrip mensheid verengd tot het Germaanse ras, maar hij / 
is van denzelfden huize. Hij ís ook idealist in die zin, dat hij mët 
het hoofd in de wolken loopt. Wie de praatjes leest, dïe hij verkon- 

16 






* / 






*4/<>' 




digt over Churchill, de economische kracht van Amerika, de neder- 
laag van Stalingrad, ziet telkens het mystiek starendë oog ten hemel 
gericht, waar de gepijnigde hersens zich een fantastische werkelijk- 
heid scheppen, die niets meer van doen heeft met de werkelijkheid 
van actuele toestanden en gebeurtenissen. In deze zelfgeschapen wer- 
kelijkheid nemen zijn fantasieën steeds wanstaltiger vormen aan. AIs 
men zoekt naar pathologische trekken in het fenomeen Himmler, 
dan vindt men ze vooral in zijn tegelijk groteske en macabere fan- 
tasieën over het nieuwe Europa, als Duitsland zal gewonnen hebben, 
het blonde Germaanse type in volmaakte schoonheid zal heersen en 
alle belagers van het eeuwige Duitsland zullen zijn uitgeroeid. De mate, 
waarin Himmler in staat was deze fantasieën zonder enig contact 
met de werkelijkheid uit te spinnen, kan men zonder bezwaar zie- 
kelijk noemen. Hierin sluit Himmler aan op de traditie van het 
Duitse mysticisme, dat in zijn verbinding met een fanatieke gelovig- 
heid specifiek Duits mag heten, al is het overal ter wereld bereid 
millioenen te massacreren, wanneer het visioen, dat zich voor het 
geestesoog ontrolt, dit vergt. 

Het gaat niet aan, dit verschijnsel in zijn totaliteit met het woord 
nihilisme af te doen. Het spreken over níhilisme is in dit verband 
slechts in zoverre gerechtvaardigd, dat we hier te maken hebben met 
een vernietigen van de onderlinge samenhang van morele normen, 
zoals die in de Westerse democratie wordt geleerd en betracht. 
Deugden als trouw, toewijding, idealisme, verbeeldingskracht en 
arbeidzaamheid zijn hier van hun wortel afgesneden en zodanig tot 
absolute begrippen gemaakt, dat zij nog slechts een destructieve wer- 
king uitoefenen. De Himmlerse deugden worden echter overal ge- 
leraard en men schuive deze destructieve verbinding niet te snel als 
specífiek Duits opzij. AIs iets een nadere kennismaking met de figuur 
van Himmler zin kan verlenen, dan is het wel de waarschuwing, die 
van dit duivelse bestaan uïtgaat, hoe gemakkelijk de deugdzaam- 
heid verandert in misdadigheid, wanneer de deugden niet voort- 
durend tegenover het menselijke worden gerelativeerd. 

De verleiding is groot om in de klerk Himmler niet anders te zien 
dan de handig acterende beul. Hoeveel geruststellender zou het zijn, 
wanneer in onze samenleving de inquïsiteurs en fanatici met de 
vmger konden worden aangewezen, hoeveel veiliger een maatschappij 
waarin de misdadigers op een afstand zouden zijn te herkennen. 
Helaas, Himmler was een uitgesproken slecht toneelspeler en de 
manifestaties van de scrupuleuze klerk en de trouwhartige, toege- 
wijde kleinburger Himmler zijn niet minder echt en gemeend dan 

17^ 



'/- ■ 4 



- .tJ 



*■**■*■ ■ ■ 






jpr ?^**v<i™ v 



T* V f 







íï' 



&, 






ínV 






d»va»<fc ftyper-bcul. AIs Douglas Kelly opmérkt, dat de meest é£- 
l&toofc eigenschap der nazi-Ieiders hun onopvallendheid was, dafr 
lïgt^aarin een nauwelijks ernstig genoeg te nemen waarschuwing * 
epgesloten. Het verplicht ons na te denken over de bedriegehjke 
vcrmomming, waarin de perfidie in deze wereld kan bëstaan, over 
de opeenstapeling van morele deugden, díe het kleed kunnen vormen 
Waarachter de demonie schuil gaat. AIs de geschiedenis van het 
"Hitler-rijk ons toont hoeveel misdadiger en perverser de mens kan 
zijn dan wij dachten, dan moet de al te menselijke onmens Himmler 
onsduidelijkmakenhoezeeronderdoodgewone mensen, hoeveel dich- 
ter bij huis dit duivelse woont, dan wij zouden willen bekennen. 

AIs het antwoord op de in het begin gestelde vraag luidt, dat wij 
het ras der Himmlers overal vinden, dan blijft te beantwoorden 
ondér welke omstandigheden de Himmlers aan de macht komen. Na 
het vele voortreffelijke, dat over de groei en de greep naar de macht 
van het nationaalsocialisme is geschreven, is het misschien niet on- 
dienstig nog eens aan te stippen hoe de heerschappij der Himmlers 
eigen is aan een maatschappij, waarin de machtsuitoefening plaats 
vindt zonder contróle door en zonder het afleggen van rekenschap 
en verantwoording aan het volk. Himmler is de resultante van de 
onoverbrugbare afscheiding tussen het vragende, zoekende en lijden- 
de volk aan de ene kant en de yoortjagende maniakken, die dit volk 
beheersen, aan de andere. Ik kies met opzet het woord maniak, om- 
dat het een verenging en bezetenheid aangeeft, die misdadigheid 
niet behoeft in te sluiten maar er wel gemakkelijk toe leidt. Nu de 
bureaucratisering van het openbare leven en de samenklontering van 
invloeden en bevoegdheden in de handen van enkelen nog steeds 
voortgang vindt, bestaat er alle reden zich af te vragen in hoeverre 
onze maatschappij de maniakken gunstige voorwaarden biedt 
om op de beslissende plaatsen te komen en zich daar te handhaven. 
Men kan de vraag ook anders stellen: in hoeverre zijn onze regeer- 
ders, hoofdambtenaren, bedrijfsleiders, militairen en deskundigen in 
een iteeds gecompliceerder maatschappelijk verkeer onderhevig aan 
een druk, die zelfs van de meest democratisch-bewuste bestuurder op 

N de duur een maniakaal reagerende machine maakt? Men behoeft de 
maatschappelijke ontwikkeling in deze richting nog niet met een 
tragisch oog te beschouwen, noch te wanhopen aan de tegenkrachten 
pm te constateren, dat bnze huidige ontwikkeling voorwaarden^ '.. 
schept, waarin de Himmlers hun kans krijgen. Wie er aan mocht twij- 

, £elen of het met deze ontwikkeling wel zo'n vaart loopt, wete inkik 
geval: de Himmlers zijn zeker voorradig. 

18 



l', 



&■ 



■ ■.<' 
'■ ,'■>■ 



.Bároa Tan. Hagéïï* 
ïorlaodscli Gezónt ter besohi 





'Í*-* 



i«i 






£lakiáíl 



i.~í. 




Betreffende Dr.FelÍx K£RSTEN,dien ifc sedert vele 
3aren reeds goed ken,moge ik het volgende verklaren. 

Van 1928 tot 1940 heeft Dr.Kersten in Nederland 
zijne bekende manuel-therapie uitgeoefend,o.a.bi3 zijne be- 
hahdeling van ï/ijlen Prins Hendrik der TIederlanden;h±3 had 
aldaar een zeer vooraacie clientele,voornamelijk bestaande uit 
vertegenwoordigers der financiën en van de groot-industrie, 
doch ook vele patiê'nten uit ZwitserlandjFrankriJkjSneeland,, 
Amerika en Duitschland. 

Toen de Duitsche troepen Nederland bezetten,bevond 
Dr.Kersten zich juist in Duitschland Voor de gebruikelijfce 
jaarlijksche behandeling van- zijne patienten aldaar.Fimmler 
verbood hem om naar Nederland 'terug te keerea en dv/ong hem 
om op zijn (Kersten's) buitengoed Hartzwalde te blijvenïhij 
werd verder gedwongen om Himmler zelf ,en vele hboggeplaatst* 
Nazi*s,te behandelen. 

Van dezen hem opgedrongen tpestand heeft Kersten 
gebruik gemaakt voor het verrictíten van bi^zonder humanitali» , 
werk ten gunste van verschi-llende naties en van vertegen-' 
woordigera daarvan,die' door de nationaal-socialisten in nood t 
gebracht waren. Voor Nederland heeft hij apeciaal veel ge- 
daani- door zijn invloed op Himmler gelukte het hera om Hit- 
ler's plan (reeda van 194l),n.l.om de gansche bevolking vaa 
Nederland naar Polen over te brengen,te voorkomenjook kon hij 
Himmler er toe krijgen ora vele honderden Nederlanders uit 
Nazi-concentratiekampen vrij. te laten,en om hunne vervolging 
te doen ophoudenjin 1943 slaagde hij er in o»bijzonder waar- 
devolle Nederlandsche kunstschatten te redden,welke de Duit- 
schers eveneens naar Polen zouden overbrengen* 

Sêdert het voorjaar van 1944 heeft Kersten m zeer * 
.nauwe samenwerking metmij gestaan voor de overbrenging uit 
Duitsche concentratiekampen naar Zweden van zooveel Neder- 
landers als mogelijk wasjin December 1944 kreeg hij van Hiaaft^ 
^er gedaan dat 1000 Nederlandsche vrouwen en 94 mannen.plus 
épO Pranschen (en laternog 700),vrijgelaten werdenjhet zoo 
■bokende Zweedsche Eoode Kruis heeft hunne overbrenging naax 
Zweden uitstekend geregel'd. 

■> '. 19 



t 'iB 



» "it 



r 04 

v i^ 









« "* 'ili 
Jff' 



tíidá*.}*.^. 



\lí,..~lll,.,.*.*4.Jt... /..>, 






é..„ iA ..,&.« 



Kort vó"6r het einde van den oorlog verkondigde ds 
z6n•■Atlantic-Sende^ ,, dat Dr.Kersten een Nazi was,of althans 

voor het Nazi-systeem werkte.Aangezien deze raededeeling in 
verschillende Zv/eedsche couranten overgenomen werd,heb ik het 
wenachelijk geaclrt.0» mij tot den Nederlandschen Geheimen 
Dienst te wenden met verzoek jm deze aangelegenheid te willea 
onderzoeken.Het bleek toen,dat deze beschuldiging geheel on- 
waar was,doch gebaseerd op leugenachtige beweringen van hoog- 
geplaatste Nazi*s,die zich niet konden vereenigen met het 
humanitaire werk van Kersten via Himmler t waardoor zoo vele 
duizenden menschen gered werden,en die een einde wilden maken 
aan het redden van al die menschenlevens.Zooals bekend,heeft 
hun optreden geen succes gehad.en heeft Dr.Kersten zijn huma- 
nitairen arbeid toch kunnen voortzetten tot het einde van den 
oorlog - en met veel succes. 



STOCKHOLM, 12 I.Iei 1946. 



"k 



iwJH^>^ 



I-Ir.J.E.H.Baron van Nagell. 
voorm.Nederlandsch Gezant te Stockholm, 
Gezant ter besch: 



l'" 




20 







I. DE ANGST VAN 0E BEUL 

Dë jaren 1939 tot 1945, waarin ik als raassagearts Himmler behan- 
delde, stelden mij in staat vele, zij het ook dikwijls onsamenhan- 
gende, indrukken te verzamelen van de ideeën en methoden van de 
leiders van het Derde Rijk. Lange tijd heb ik míj in deze jaren afge- 
vraagd: wat is hier coulísse en wat werkelijkheid? Tot ik mij een min 
of meer afgerond beeld van de toestand had gevormd en in de ge- 
beurtenissen een zekere mate van systeem ontdekte. Van de meeste 
betekenis was echter, dat ik in deze tijd Himmler persoonlijk goed 
leerde kennen. Door zijn persoon zijn mij de belangrijkste kenmerken 
van het systeem duidelijk geworden. Wellicht zijn ze van historisch 
belang. Daarom geef ik in de volgende bladzijden gesprekken met 
Himmler, andere nationaalsocialistische leiders en met buitenlanders 
wcer, voor zover ze mij van enig belang voorkwamen en vooral, voor 
zover ik uit de relatief weinige aantekeningen, die ik kon redden, nog 
iets kon reconstrueren. Ik doe dit zonder enige pretentie en laat het 
aan de lezer over zijn conclusies te trekken. 

Sinds de zomer van 1940 heb ik de gesprekken, die ik met verschil- 
lende personen tijdens hun behandeling voerde, telkens onmiddellijk 
na afloop opgeschreven. Mijn notities heb ik in mijn landhuis Hartz- 
walde weggesloten in een cassette, die ik in mijn kelder begroef, Toen 
ik op 30 Scptember 1943 naar Stockholm vloog, nam ik mijn aanteke- 
niiigen mee en deed ze bij mijn koerierspost. In die tijd reisde ik 
rcgelmatig als Fins koerier, bovendien had de FÍnse regering mij met 
het oog op eventualiteiten dienstpapieren gegeven. Op dezelfde wijze 
heb ik later nog verschillende malen de intussen geschreven notities 
overgebracht. Zo werden al mijn aantekeningen in de kluis van een 
bank in Stockholm veilig opgeborgen. 

Het grootste deel van míjn correspondentie met Himmler en andere 
leidende figuren uit die jaren is helaas in Hartzwalde verloren ge- 
gaan, daar mijn secretaresse ze bij het naderen der Russen heeft ver- 
brand. Slcchts enkele brieven had ik indertijd mee naar Zweden ge- 
nomen en deze zijn bewaard gebleven, zoals uit enkele voorbeelden 
in dit boek blijkt. 

Dit boek bevat mede het verhaal, hoe het mij gelukt is Himmlers 
ziekte uit te buiten om vrijlating en een betere behandelíng te ver- 
krijgen van mensen van aljerlei nationaliteit uit concentratiekampen 
en gevangenissen. Ik kon er op rekenen, dat hij mij altijd weer roe- 
pen zou; de langste periode tussen twee behandelingen was drie tot 
víer maanden. In die tussentijd oefende ik eerst in Holland, later in 

21 



mm 



íV 



>-ï 



sv 



fc/ f 






Be^jn: taýn pnvé praktijk uit Daarbij kwam ik in contact met taí 
vauvmensen, die op zyn minst critisch tcgenover het systeem stonden, * 
zodat ik Uit deze kringen overvloedig materiaal kreeg omtrent mensen 
die fljilp behoefden. Bij de eerstvolgende behandeling probeerde ik 
danvoor deze mensen iets te bereiken bij mijn gevreesde patient 
Was Himmler echter gezond, dan was het moeilijk, zo niet onmogelijk 
hem tot enige concessie te bewegen. Op grond daarvan kan men rus- 
U S ze ggen, dat de duizenden mensen, die ik van '40 tot '45 uit de han- 
den van de Gestapo kon redden, evenzeer hun leven danken aan 
Himmlers maagkrampen als aan de genezende kracht van mijnhanden. 
Menigeed zal zich afvragen, hoe het mogelijk was, dat Himmler 
en /ijn omgeving, die toch voor geen enkele gewelddaad terugschrik- 
ten, zich in sommige gevallen toegevend en bijna menselijk toonden. 
De goddeloze nastrever van de idealen van het geweld, de amorele 
machtswellusteling, de man díe op bevel van Hitler millioenen 
mensen liet doden, pijnígen en creperen - gaf soras zijn hardheid 
pnjs! Hoe kwam het, dat dezelfde Himmler, die zonder bezwaar voor 
zijn nieuw op te kweken SS volstrekt anti-christelijke richtlijnen vast- 
stelde - zoals bijvoorbeeld inzake het huwelijk - gehoor gaf aan 
mijn verzoek om vrijláting van mensen, die naar zijn opvatting juist 
gezondigd hadden tegen datgene, waarvan hij de verwezenlijking als 
7ijn levenstaak beschouwde? Hoe kwam het tenslotte, dat Himmler 
mijn verzoek om vrijlating inwilligde waar het mensen uit de ver- 
zetsbeweging gold, of mannen die in de ogen van het hele systeem 
verraders en verklaarde vijanden van het natiónaalsocialisme waren, 
terwijl diplomatieke démarches, kerkelijke smeekbeden, ja, zelfs om- 
koping van anders evident corrupte ambtenaren niets vermochten? 
Het antwoord op deze vragen moet men zoeken in het karakter 
van de leiders van het Derde Rijk, vooral ïn dat van Himmler. Zo- 
dra de almachtige Reichsfuhrer aan zijn periodiek terugkerende 
maagkrampen leed - hij werd door de gevreesde pijnen letterlijk 
overvallen - werd hij op niet in te denken wijze gemarteld door een 
ge\oel van weerloosheid en onmacht. Ín een constante, panische 
angst voor de dood, voelde hij dan zonder enig geloof als steun, met 
é£n slag de bodem onder zijn voeten wegzinken. Dan klampte hij 
zich aan mij vast, omdat ik hem door mijn behandeling van zijn 
angsten bevrijden kon. Deze man, die met echte of gemaakte koelheid 
— dat blijft in het midden — over leven en dood van anderen be- 
schikte, had geen grein geestelijke weerstand tegen de eigen lichame- 
Iijke pijn, die hem voor ogen stelde, dat er dingen waren, tot beheer- 
sjng waarvan de krachten van de mens tekort schoten. Dít is de sjr»- 
pelc verklaring van het raadsel van mijn invloed op Himmler. Al het 
andere werd daardoor mogelijk. ; , 

- 22 , 



. ' *_. *x 



l; 






■■•' ■'■■ ■■'- ■ "''■■'■' -'í'-'i:'- —■■' fr"! _jlÍ.£' jííSÍ s ,á 




Dat ik telkens weex appelleerde aan zijn eerbied voor „de $é#tí$k* 
$pnis", die zajn geloof moest vervangen, Iigt voor de hand. Im*ej#Ejít? 
|-'^ereenzaamd, wantrouwend tegen alles en allen, geloofde hij míj, 
'.omdat ik hem werkelijk helpen kon, wat tot dusverre nog niemaná 1 
gelukt was. Daarom ook verwierp hij alle aanklachten en verdacht* t 
makingen, schering en inslag in het systeem, in mijn geval met heeíí ( 
zijn brute kracht. Van het ogenblik af echter, dat ik Himmler» 
afhankelijkheid van mijn behandeling kende, gebruikte ik mijn irt* T 
vloed op hem voor humanitaire doeleinden. Wat Himmler betreft, < 
bij hem was het niets anders dan angst mijn behandeling te verspe- 1 
len, die hem dreef tot het inwilligen van mijn verzoeken. 

Wanneer thans evenwel de vraag wordt gesteld — en zij is in de P 
voorbije jaren misschien reeds door verschillenden gesteld — , waarom, 
ik de genezende kracht van mijn handen niet heb gebruikt om de 
man uit de wereld te helpen, die door de mensheid als een van< 4« 
grootste beulen wordt beschouwd — en ik geef toe, dat ík als weini- 
gen daartoe de gelegenheid heb gehad — dan zou ik daarop met 
Winston Churchíll kunnen antwoorden: „niet alle Duitsers konden 
helden of martelaren als Ds Niemoller zijnl" Maar het is, daarge- 
laten dat ik buitenlander was, toch niet dit geweest, wat mij daarvan 
heeft weerhouden. Ik ben er veel meer van overtuigd, dat het ter 
dood brengen van Himmler het lot van Duitsland en Európa hiét 
had veranderd. Een nieuwe en mogelijkerwijs nog gevaarlijker maH 
was in zijn plaats gekomen, zoals immers op Heydrich automatisch . 
Kaltenbrunner volgde. Mijn nauw contact met Himmler als arts, 
stelde mij voor een andere taak — in deze overtuiging ben ik in de 
Ioop der jaren slechts versterkt en het grote aantal van de op hem ■■ 
veroverde mensen heeft míj gelijk gegeven. Himmler, die als het 
prototype van de sadist de geschiedenis is ingegaan, was in zoverre i 
niet de slechtste van de nationaalsocialistische léiders, dat er met hena 
nog wel eens viel te praten. Overigens meende ik, hoewel men hier* 
over anders kan denken, iedere gedachte aan een aanslag op hfit 
leven van mijn patiënt ver van mij te moeten schuiven, eenvoudig 
omdat ik arts ben. Als zodanig had ik juist, in tegenstelling met de 
in het Derde Rijk in zwang zijnde omkering van alle zedelijke waar* 
den, de zedelijke plicht volgens mijn medische ethiek de zieken zo*1r 
der aanzien des persoons te helpen. 



. 1* "Kï 



«■j 



'« 



IV 



23 






/> -j/í 



W 



' , ^^Éki&á^' J ^í^^í'^-j r /^:L''J.iUi.:.:\u 



-.■jfi. ■!..)&&.„ lt -* 



■:iï.<ï 



. < 



II. DE GESCHIEDENIS VAN EEN BALT 



<:./ 



Het huis aan de grensstraat werd de plaats, waar mijn wieg stond 
en ik mijn jeugd doorbracht, wel eens genoemd. Inderdaad, de pro- 
vincie Livland in het vroegere Estland, waar ik op 30 September 
1898 werd geboren in het stadje Dorpat, ligt op de grens van twee 
totaal verschillende werelden, die van het Oosten en die van het 
Westen. Ook in de letterlijke zin, want niet ver van ons huis liep 
de grote handelsweg van West-Europa over Riga en Pleskau, naar 
Petersburg en verder diep Rusland in. LÍvIand was toen een van de 
drie z.g. Oostzeeprovincies van het Russische Tsarenrijk. 

Wij groeiden op in een sfeer, waarin wij zowel in aanraking kwa- 
men met de oude Duits-Europese cultuurtradities, als met Scandina- 
visch individualisme en Slavische grootheidsdrang. Want met het 
Scandinavische Noorden hadden wij vele historische lotgevallen ge- 
meen; ylak aan onze eigenlijke grenzen begon de geweldige Ooste- 
lijke ruimte en van West-Europa uit werden wij geestelijk het diepst 
beïnvloed - de godsdienstoorlogen, de reformatie, het piëtisme en 
het classicisme, om slechts enkele van de belangrijkste invloeden te 
noemen. Deze stroom gaf de Baltische landen een functie als cultuur- 
bemiddelaars en vele cultuurdragers uit deze landen hebben dit 
grensgebied van het Avondland tot een culturele brug gemaakt. 

De eerste jaren van mijn jeugd waren nog overkoepeld door de 
stille beschouwelijkheid van het landelijk leven in een wereld, die in 
elk opzicht veilig scheen. Doch de - misschien laatste - eeuw van 
rustige ontwikkeling liep ten einde en dikwijls dwalen, nu de cata- 
strofe gekomen is, mijn gedachten terug naar de weiden en de bossen, 
de akkers en meren, die het idyllische Iandschap van mijn jeugd 
vormden. 

Ik was verre van een voorbeeldige leerling, maar ik heb uit deze 
jaren toch als een niet meer te verliezen overtuiging bewaard, dat 
iedere dag zijn eigen taken stelt en dat het er op aankomt, altijd 
ook te aanvaarden, wat wij moeten. Van grote waarde voor mijn toe- 
komstig beroep als arts is ook geweest, dat wij Ín deze streek vroeg 
leerden in mensen van verschillende stam, taal en ontwikkeling uit- 
sluitend hun waarde als mens te zien. Láter, toen ik voor de opgave 
werd gesteld in de letterlijke zin van het woord mensen het leven te 
redden, heb ik mij vaak afgevraagd, waarom in het grotere Europa 
niet dezelfde vreedzame samenleving kon bestaan, als bij ons thuis. 
Daar werd het leven nog bepaald door een geest van waarachtige 
humaniteit, zoals deze uit de achttiende eeuw tot ons gekomen was. 
Daar rustte het bestaan nog op een vast fundament en mag het mij 
nu.als een idylle voorkomen - deze idylle heeft me zeker niet min- , 

1 24 



", , /-. f- 



der gevormd dan de revolutionaire uitbarstingen, die de nieuwe eeuw 
brengen zou. 

Van mijn Baltische vaderland zijn mede de impulsen uitgegaan, die 
tot de nieuwe aera in Europa hebben geleid. Johann Gottfried Her- 
der heeft jarenlang in Riga gewerkt en met de achttiende eeuwse 
Aufklárung brak in de Baltische landen met het volksbesef een ont- 
wikkeling van de volkstaal door op een tijdstip dat nog geen sprake 
was van eeii zelfstandig volksbestaan. De oorspronkelijke Duitse pre- 
dikanten en onderwijzers, die daar werkten, ontdekten de eigen waar- 
de van taal en gebruiken van Esten en Letten, en Iegden de basis 
voor een zelfstandige ontwikkeling van deze volken. ïeder volk keeft 
recht op een eigen bestaan, dat was de leuze, die mij van, kindsaf werd 
ingeprent en het aanschouwelijke onderricht dat ik in mijn jeugd 
daarbij kreeg, sprak voor zichzelf. 

Reeds op het landgoéd van mijn ouders waren mijn eerste speel- 
kameraden Baltische Duitsers en Esten geweest. Op de schoolbanken 
zaten Russische jongens naast me, want toen hoorde mijn vaderland 
tot het Tsarenrijk en in de veldtocht tegen Rusland, dat toen een 
omwenteling doormaakte, leerde ik mijn Finse kameraden kennen 
en waarderen. Een Jodenprobleem, zoals dat in de laatste decennia 
met gruwelijke scherpte werd gesteld, bestond bij ons nooit. Het was 
moeilijk uit het bestaan van de Oostzeeprovincies de handeldrijvende, 
rondtrekkende Jood, de hoedenmaker en blikslager, weg te denken. 
Vele Joden trof men ook in belangrijke economische posities aan en 
het £eit, dat een aantal Joodse families in Baltische, patricische fami- 
lies waren opgegaan, bewijst slechts, dat bij ons nooit een Joods pro- 
bleem heeft bestaan. Persoonlijk denk ik nog vaak met genoegen 
terug aan de Vastentijd als wij van onze Joodse vriendjes matzes 
kregen, die wij verrukkelijk vonden. Ik had dus reeds vroeg respect 
voor andere volken geleerd, terwijl wij het Duitse volk leerden zien 
in de Goethiaanse zin: Deutschtum ist Freiheit, Bildung, Allseitigkeit 
und Liebe. Taal en zeden waren in die tijd in de Baltische landen 
nog in wezen Duits. Het bloed was het echter niet meer en doorslag- 
gevend was het Duits niet. 

Opgroeiend in een provincie, die de uiterste voorpost vormde van 
de Europese cultuur, aan de grens van het geheel anders gerichte 
Oosten, werd ik, nog vóór mijn jeugd ten einde was, geconfronteerd 
met een steeds duidelijker en luider oorlogsgerucht, dat me even- 
zeer beïnvloedde, als de cosmopolitische tendenzen van mijn omge- 
ving. Wij hoorden van — en bemerkten ook in eigen omgeving — de 
revolutionaire pogingen van 1905 en de daarop volgende geweld- 
dadigheden van de Russische machthebbers, die strafexpedities zon- 

25 



J^ffW^ 



y 







dtn «taair rfé Oostzeeprovincies. De schotefl *áx dt hïnderlaag „™*. 
detl a£ met de schoten van het execuuepeleton. Het stille landschap 
van mijn jeugd kende, afgezien van enkele korte adempauzen, in 
deze eeuw geen rust meer. 

Toen kwam de oorlog. Van 1914 tot 1920 werden dood en verderf 
door de meest verschillende legers over het ongelukkige Iand ge- 
bracht. De haat tussen standen en nationaliteiten werd nu van boven 
af gevoed en gericht. Weliswaar kwam in 1920 vrede, maar geweld 
( en willekeur hadden het geloof aan recht en gerechtigheid in de har- 
ten van ontelbare mensen vernietigd. Niettemin bracht de tijd na de 
oorlog grote technische vooruitgang en economische bloei in de 
meeste gebieden, zij wiste sociale scheidslijnen uit en de optimisten 
geloofden, dat een nieuwe oorlog onmogelijk was. Maar ondanks al 
dtze veroveringen werd het bestaan voor de enkele mens steeds on- 
rekerder, de techniek ondergroef de psychische krachten en op de 
brandpunten van ons continent begonnen de massa's zich te verza- 
melen, georganiseerd als machines en beheerst uit één centraal punt, 
alles verwoestend, wat cultuur heet. 

Ik had intussen in Duitsland landbouwkunde gestudeerd en na; 
dc beëindiging van mijn studie in 1917 een plaats als beheerder van 
een landgoed gekregen. Zoals alle weerbare mannen werd ik gemobi- 
liseerd om mijn vaderland te verdedigen tegen het bolsjewistische 
Oosten. Het front Iiep van Finland door de Baltische landen tot 
Polen. Ik had me aangesloten bij het Finse regiment Pohjanpojad en 
werd, nadat ik door een zware aanval van gewrichtsrheumatiek was 
getroffen, naar een hospitaal in Helsingfors gestuurd. Door dienst te 
nemen in het Finse Ieger had ik de Finse nationaliteit verworven. Op 
krukken ben ik mijn nieuwe vaderland binnengetrokken. Indien ik 
in Iater jaren veel voor Finland heb kunnen doen, dan werd dit ook 
gemspireerd door de verbondenheid die ik in deze beslissende jaren 
met het Finse volk ben gaan voelen. 

Maandenlang lag ik in het hospitaal - ik was tijdens de veldtocht 
sergeant geworden, - en verveelde mij, zoals slechts een zieke zich 
vervelen kan. Terwijl ik toekeek, als de dokters bezig waren met hun 
behandeling, gingen oude herinneringen weer in mij leven. De 
hulpeloosheid van verongelukte mensen had in mijn jeugd een 
diepe indruk op mij gemaakt en toen mijn krachten weer toenamen, 
begon ik zo nu en dan de directeur-geneesheer, Dr Ekman, bij zijn 
massage te helpen. In Finland stond de massage-therapie in hoog 
aanzien en Dr Ekman placht bij moeilijke gevallen steeds zelf in te 
grijpen. Reeds bij mijn eerste grepen keek de dokter opmerkzaam 
toe en ik hoor hem vandaag nog zeggen: „U hebt kapitalen in uw 
handen." Hij wilde weten, wat mijn beroep was. Ik vertelde hem, 

26 






V 









ii 



V h 



irïk helemaal geen beroep had, maar een týpisch, op dood-tfpo&r "*Vj§ 
t, kind van mijn tijd wasl Hij stelde mij voor, dat hij! nn) vooi ^ift^ 
^ massage-therapie zou opleiden. 

Plezier in en liefde voor mijn toekomstige beroep gevoelde ik sterker, 
naarmate ik meer met deze medische kunde op de hoogte raakte. 
Daarbij speelde waarschijnlijk ook de herinnering een rol, hoe mijn 
moeder thuis en in de omgeving bij ongelukjes altijd bijzonder han- 
dig was geweest in het masseren. Spoedig echter verklaarde Dr Ek- 
man, dat hij mij niets meer kon leren en het plan had mij te intro- 
duceren bij de bekende Finse massage-arts Dr G. Colander. Deze had 
zoveel plezier in mijn opvattingen en mijn wijze van behandelíng* 
dat hij aanbood mij zonder enige vergoeding op te leiden. Intussen 
was ik — de vrede was juist gesloten — als officier van het Finse 
leger beëdigd. ' 

Na mijn spoedig volgende demobilisatie kon ik mij geheel aan 
mijn studie wijden. Ik moest mijn levensonderhoud echter zelf ver- 
dienen en pakte daartoe alles aan, wat zich voordeed. Een tijdláng 
was ik losser in een haven en kort daarna oefende ik met veel, 
ijver het beroep van bordenwasser uit. 's Avonds zat ik dan in mijn 
kamertje over medische boeken gebogen en studeerde, vooral anato- 
mie. Gedurende twee jaren, waarin ik op deze wijze zoveel mogelijk 
te weten trachtte te komen, terwijl ik bij Dr Colander practijk óp- 
deed, Ieefde ik naar het motto van Thomas Carlyle: Gelukkig de J 
mens die tevreden is met zijn werk, kij behoeft geen ander geluk te 
verlangen. Maar ik had geen vrede met wat bereikt was en daarom 
volgdë ik- de raad van Colander op naar Berlijn te gaan, om daar, 
waar de massagekunst het hoogst was ontwikkeld, mijn opleiding te 
voltooien. 

In Berlijn kon ik mijn gezichtskring verbreden en tal van nieuwe 
interessante ervaringen op mijn speciale gebied opdoen. Ik werkte bij 
verschillende massage-artsen en specialiseerde mij vooral op het ge- 
bied van zenuwmassage. In dit verband noem ik mijn leermeesters 
Dr A. Cornelius en Professor Otto Binswanger. Deze laatste, toen- 
maals een wereldberoemd zenuwarts, bracht mij Ín contact met de 
Chinese massage-arts, Dr B. Ko, die in die tijd in Berlijn vertoefde 
en in wie ik tenslotte de man vond, die definitief de richting varl 
mijn medisch kunnen heeft bepaald. Ik specialiseerde mij in de jaren, 
1923 tot 1925 onder zijn leidíng in zijn methode van zenuwmassage. 
De verschillende massagemethoden, die ik had leren kennen, Fïnse, 
Zweedse, Duitse en Amerikaanse, de hartmassage van mijn landge- 
noot, Dr von Reyher, die van de Chinezen en van de Indische 
Pitjaken — zij leidden mij alle tot de ontdekking, dat de meeste ziek- 

27 r?i 






W 



t *" 

?>- 
'tk 



té 






% 









ÉÉMÉÉiÉÍi 



U-.i^cS 



ten een gevolg zijn van zenuwspanningen en dat de genezing en 
voorkoming van deze ziekten bestaan in de ontspanning van deze 
zenuwen. 

Waaruit bestaat nu mijn speciale wijze van behandelen? Dat kan ik 
tenslotte evenmin verklaren, als een schilder kan zeggen, hoe het 
schilderij ontstaat, of een dichter, hoe zijn vers tot stand komt. De 
elementen van het latere kunstwerk kan men aangeven, maar de 
yerbinding van de elementen tot het speciale geheel - en de patiënt 
is evenzeer een „speciaal geheel" als een schilderij - kan men niet 
verklaren. 

Ik stel mijn diagnose door het menselijk lichaam met mijn handen 
a£ te tasten, waarbij ik aan wijzigingen in de ligging van zenuwen 
en spieren kan vaststellen, welke organen ziek zijn. Bij bepaalde 
ziekten laten de storingscentra in het lichaam zich met grote mate 
van zekerheid vaststellen en dan kan ik met mijn behandeling be- 
ginnen. Mijn genezingsmethode, d'ie ik Manuelle Thempie noem, 
en waarbij ik buiten mijn handen geen enkel hulpmiddel gebruik, 
bestaat uit een reeks 'handgrepen. Het is een soort diepte-massage, 
hoewel de term massage gemakkelijk verwarrend werkt, omdat men 
daar gewoonlijk iets geheel anders onder verstaat. Ik zoek de zenuw- 
banen in het lichaam op en verwek nieuwe activiteit in de zenuwen, 
die hun spankracht verloren, door ze aan een afwisselende druk te 
onderwerpen. Ik heb het ontelbare keren meegemaakt - en mijn 
patiënten bevestigen het - dat de gevolgen van deze genezings- 
methode bij verschillende organische gebreken, als neuralgieën, over- 
vermoeidheid, zenuwkwalen aan maag en hart, impotentie, rheuma- 
tiek, enz., zeer groot zijn. Zodoendte kan ik slechts een kleine practijk 
uitoefenen, daar de behandelingen mij lichamelijk sterk uitputten. 
Ik kan gemiddeld veertig patiënten per jaar behandelen. In latere 
jaren heb ik mijn universitaire studie als arts voor natuurgenees- 
kunde voltooid. 

De eerste jaren in Berlijn waren voor mij zeer moeilijk. Men moet 
daarbij in het oog houden, dat ik voortdurend financiële zorgen 
had, terwijl mijn behandelingsmethode, niet slechts een lichamelijk 
fitzijn, doch ook een nauwluisterende psychischp dispositie vereist. 
Ik Ieerde in die tijd het Duitsland kennen, dat de Eerste Wereld- 
oorlog verloren had. Het normale leven kwam na de inflatie eerst 
langzaam weer op gang. Er heerste in het land een gedeprimeerde 
stemming, waaraan ik mij als buitenlander niet helemaal onttrekken 
kon. Vooral niet, waar ik in mijn practijk voortdurend met de ellende 
in aaniaking kwam. Mijn eerste patiënt was een Berlijnse kapper! 

28 



'lk heb in deze jaren het Duitse volk van zijn goede en slechte zijden 
lêren kennen. Het laatste maakte vele verschijnselen van de jaren 
voor mij begrijpelijk. Het eer,ste heeft me van het begin af 



v.-'i 



na 



naast de door het nationaalsocíalisme vervolgde Duitsers doen staan 
en mij bewogen voor hen in de bres te springen, toen ik de gelegen- 
heid kreeg hen te helpen, dank zij de invloed op een van mijn moei- 
Hjkste patiënten, Heinrich Himmler. 

Toen Dr Ko in 1925 naar China terugkeerde, nam ik een deel van 
zijn patiënten over. Daarmee was ik voorlopig uit de financiële zorg. 
VerschÍIIende van mijn nieuwe patiënten behoorden tot de gegoede 
klasse en spoedig stroomden uit de leidende kringen van het be- 
drijfsleven nieuwe patiênten toe. 

Ik leerde nu een nieuw type mensen kennen, dat leed aan een 
complex van ziekten, die terug te voeren waren op een te grote in- 
spanning van geestelijke en IÍchamelijke krachten. Men zou het be- 
roepsziekten kunnen noemen, gevolg van een gejaagd leven, dat er 
noodzakelijk toe leidde, dat zij overwerkt raakten. Deze mensen zagen 
hun levensdoel uítsluitend in economisch succes; hun drijfveer was 
echter niet meer alleen gelegen in geld verdienen, doch veeleer in 
de opbouw van grote bedrijven, de concerns, waardoor zij economi- 
sche macht konden instandhouden en uitbreiden. 

Toen ik met verschillende van deze patiënten op intiemer voet 
geraakte, ontdekte ik, dat velen van hen een goed deel van hun oor- 
spronkelijke psychische functies hadden verloren. Op de plaats van 
hun ziel zat een onafgebroken rekenende machinerie; zij wareh vol- 
komen gevangen in de ban van hun werk en dit werk diende niet 
voor de opbouw van hun persoonlijkheid, maar was volkomen doel 
in zichzelf. Het menszijn was verdrongen door een machtscomplex. 

Zij zochten slechts hulp en verlichting bij mij, zij wensten hersteï 
van de afgenomen lichamelijke krachten om meer macht te kunnen 
uitoefenen. Het eenvoudige bijbelwoord Wat baat het den mens, zo 
hij de gehele wereld wint, doch schade lijdt aan zijn ziel, bestond voor 
hen niet. 

Al hun vertwijfeld pogen heeft hen tenslotte nie't geholpen. Ze 
zijn bijna zonder uitzonderíng in de koude machtsoorlog van het 
nationaalsocialisme door het totalitaire systeem vernietigd. Alvorens 
het contact tussen de economische bovenlaag van Duitsland en het 
nationaalsocialisme tot stand gekomen was, hadden de grote mannen 
van de concerns en de trusts een ontwikkeling moeten doormaken, 
die hen voor zware problemen stelde. Zij zagen het voortbestaan van 
hun werk in gevaar gebracht door het oprukken van de arbeiders. 
De vakverenigingen werden tot een steeds beslissender factor in het 
economische leven en realistisch gezien kon men het tijdstip bereke- 

29 



JffJ H ^B H h' 



AfÍ.A-'l^:Í 






' /' 



V . 



**r. 



* ' pe% ^T^afop deze machtsstrjjd op grof gewek* *ou uitlopen. In & $ 
Weer van verstamng, veroorzaakt door deze machtsstnjd, won het " *" 
Bajionaalsoculisme terrein, een meuwe macht werd zichtbaar Haar 
gelaat was nog in duister gehuld, maar men hoorde haar tred reeds \ 
op.de straat en haar gezang in de fabriek. Met deze nieuwe macht - 
zochten en vonden de grootindustriëlen en de machthebbers uit de • 
oude bovenlaag contact. Het doel was deze nieuwe macht ten eigen 
bate te gebruiken en zij meenden dat ze in het kader van een poli- '- 
tieke combinatie tot onderwerping bereid zou zijn. Daarom voerden 
dc industriëlen een voortdurende concessiepolitiek. 

Deze werd schijnbaar beloond: op 30 April 1933 werden de oude 
vakverenigingen ontbonden. Nog in hetzelfde jaar echter werd door 
Lev het Deutsche Arbeitsfront opgericht, dat een der instrumenten 
werd tot het vernietigen van de macht der kapitaalbezitters. 

In deze voor mij nieuwe wereld, beheerst door de nationale en in- 
ternationale intriges der grote kapitaalbezitters, kreeg ik voor het eerst 
ínzicht door een van mijn patiënten, de ín 1942 overleden directeur 
van het Duitse Kalisyndicaat, Dr August Diehn. Diehn was van ge- 
boorte een Mecklenburger, die jarenlang in Nederland en in de tro- 
pen had gewoond en zich op talrijke reizen een uitgebreide kennis 
van volken en internationale toestanden had verworven. Hij was het 
type van de grote koopman, Duitser van geboorte en cultuur, maar 
in Londen evenzeer thuis als in Parijs of New York. Overal op de 
wereld had hij zijn relaties. Hij introduceerde mij bij Hertog Adolf 
van Mecklenburg, die ik na enige tijd van een hartkwaal kon genezen 
en door wie ik werd aanbevolen bij zijn broeder Prins Heíidrik der 
Nederlanden, welke mij spoedig daarna vroeg naar Nederland te 
komen. 

In 1928 verhuisde ik naar Nederland. Gedurende de eerste vier 
maanden van elk jaar kwam ik echter naar Berlijn om daar mijn 
patiënten en ook verschillende buitenlanders te behandelen. Berlijn 
was toen nog een internationaal centrum. Elk jaar in Augustus nam 
ik vacantie, die ik meestal bij mijn ouders in Estland doorbracht. 

Nederland was voor mij een openbaring. Hier viel de depri- 
merende sfeer van het na-oorlogse Duitsland van mij af. Het land- 
ítchap trok mij aan, de kring van mijn patiënten breidde zich uit en 
ik kende geen financiële zorgen meer. Ik vond mijn patiënten vooral 
in de kringen van de welgestelden, maar trof hier niet de provinciale 
bekrompenheid aan, die me in Duitsland zozeer was opgevallen. Ik 
ging van Holland houden, waarbij misschien onbewust de gelijkenis 
met mijn Baltische vaderland - ook Nederland is immers een land 
op de'grens van twee culturen met een van oudsher bemiddelertde 
functie tussen Romaanse en Germaanse beschavingen — cen rol 

30 "'„. 



Y'W?^^*'* > >/.>% 



íz^ *■ *! 






éïde. Twaalf gelukkige, jaren bracht ik in dit gezegende land dotity^ 
^aarvan ik de eerste zes jaar in nauw contact. stond met Prins H«tf^ 
£ : (Írík, die dikwijls 'sZondags mijn gast wás. 

\\ Van Nederland uit kreeg ik relaties met allerleí landen; uit de^ 
Tropen, Amerika, Engeland en Frankrijk kwamen patiënten naar 
mij toe en ik kreeg het steeds drukker. 

Dat was mooi, maar ook afmattend en van tijd tot tijd zocht ik 
rust en ontspanning. Daartoe had ik reeds in 1934 éen buitengoed 
WJ gekocht, waaraan ik mij met heel mijn hart was gaan hechten. De 
moeilijkheid om deviezen uit Duitsland te krijgen, gaf mij aanleiding 
om in„de provincie Ruppin, ongeveer 80 km ten Noorden vah Ber- 
lijn, een landhuis met enige grond te kopen. Daarmee was een latig- 
gekoesterde wens in vervulling gegaan om een eigen stuk land te 
bezitten, waar ik ver van de mensen en hun rumoer mijn vrije týd 
kon doorbrengen. Bovendien vond ik hier de gelegenheid mijn oor- 
spronkelijke studie en het beroep van mijn vader in toepassing te 
brengen. 

Ik liet het huis, dat nogal bouwvallig was, geheel verbouwen en 
electrisch licht, waterleiding en telefoon aanleggen. Bij een fabríek 
bestelde ik speciale meubelen, passend bij deze landelijke idylle en 
onze huiskamer werd beheerst door een geweldige haardkachel, van 
het soort dat wij thuis hadden. Hartzwalde werd een tweede thuis ett 
in stille uren waande ik mij weer terug in Livland en zag de kudde 
vreedzaam naar de stal trekken, terwijl in de verte de onvermoeibare 
roep van de koekoek te horen was. En zoals ik tijdens de maanden 
in Berlijn altijd weer naar Nederland verlangde, verheugde ik mij m 
Holland altijd weer op de vacantietijd in Hartzwalde. 

In Maart van het jaar 1939 werd ik geconsulteerd door Himmler, 
Dr Diehn had hem op mij attent gemaakt, omdat hij hoopte, dat-ik 
enige invloed ten goede op Himmler zou kunnen uitoefenen. De ver- 
houding tussen de Duitse grootindustriélen en de nationaalsocialisti- 
sche machthebbers was toen zeer gespannen en Diehn, die wist, hoe 
ik met mijn patiënten placht om te gaan, verzocht mij bij Himmler 
deze industriëlen zo terloops in bescherming te willen nemen. Himm*i 
ler was toen ernstig ziek. Hij had naast zijn chronische kwaal juist 
een kwaadaardige visvergiftiging achter de rug, waarvan hij slec'htá 
langzaam herstelde. Sedert de eerste wereldoorlog leed hij aan ern- 
stige maagkrampen. Als kind had hij paratyphus gehad en tot twee* 
maal toe dysenterie, die samenviel met een aanval van geelzucht. In 
de loop van de tijd had zijn toestand zich dermate verergerd dat hi} 
nog slechts met behulp van kalmerende injecties kon leven. Bij deze 
eerste behandeling gelukte het mij zijn maagkrampen in de loop van 

31 



T *J 



r 1 ' 






•*ií>, 



tfi 



>rf 






SV' 



*>*» 






^i^ 




^j^É^^:-Mk^É^ÉíLki^ 



iíií i'i.iajikiíi«iA.L' .:,2jL j&súliiiï:',; JL 



^ÍAt*J*li£íJlÍ 



veertieh dagen geheel te doen verdwijnen. Daarop keerde ik naar 
Holland terug. 

De op één na sterkste man van het Derde Rijk was dóor mijn be- 
handeling zo opgelucht, dat hij mij onmiddellijk daarna aanbood 
zijn lijfarts in vaste dienst te worden. Ik wees dit van de hand, omdat 
ik mijn onafhankelijkheid wilde bewaren. Misschien speelde daarbij 
ook het vage gevoel mede een rol, dat ik mij niet aan personen moest 
binden, die mij tenslotte innerlijk vreemd en vooral niet voldoende 
openhartig voorkwamen. Het feit, dat ik Fin was, maakte de weige- 
ring voor mij formeel gemakkelijk. Het uitbreken van de oorlog en 
nog meer het verloop daarvan, heeft mijn leven en werk echter toch 
een andere richting gegeven. 

Voorlopig behandelde ik Himmler zonder verdere verplichtingen. 
In de daarop volgende tijd heb ik deze behandeling vier á vijf keer 
per jaar, telkens gedurende een periode van twee tot drie weken, 
voortgezet. Zeer spoedig reeds won ik zijn persoonlijk vertrouwen 
door de grote physieke verlichting, die hij van mijn behandeling on- 
dervond. Dit verraste mij niet, omdat ik in de loop van mijn practijk 
een dergelijk vertrouwen, voor de buitenstaander vaak zo onredelijk 
groot, telkens weer heb ondervonden, vooral van figuren op leidende 
posten. Deze zijn immers bijna nooit door onbaatzuchtige mensen 
omgeven en worden daardoor systematisch in een afweerhouding 
gedrongen. Deze innerlijke houding laten zij tegenover de behande- 
lende arts, die de patiënt toch reeds in een hulpeloze positie ziet, 
meestal varen. Zij maakt zelfs veelal voor een mededeelzaam- 
heid plaats, die zich ook tot politieke vragen uitstrekt, in het bijzon- 
der echter ook op medewerkers, mogelijke rivalen, tegenstanders en 
vaak op de intiemste dingen van het gezinsleven betrekking heeft. Dit 
alles gold in volstrekte zin ook voor Himmler en werd bij hem nog 
versterkt door zijn sentimentaliteit. Typerend hiervoor was een ge- 
sprek over het jagen, dat Ík in November 1941 met hem had. Wij 
spraken over problemen van landbebouwing en veeteelt, zoals wel 
meer gebeurde, daar Himmler zich altijd bleef interesseren voor het 
vak, waarin hij had gestudeerd. In dat verband kwamen wij op de 
jacht. Ik vertelde Himmler, dat jagen mijn liefste ontspanning was 
en dat ik nergens zo tot mezelf kwam als wanneer ik er op uit kon 
trekken. Waarop Himmler antwoordde: ,Ja, dat kan ik me wel 
voorstellen, ik ga zo nu en dan ook jagen, maar eigenlijk vind ik het 
verschrikkelijk, die arms dieren, die daar zo onschuldig en niets ver- 
moedend aan de rand van het bos zítten, zo maar neer te knallen. 
Hoe kunt u, Kersten, daar eigenlijk plezier in hebben?" „De eeuwen 
door heeft men tenslotte gejaagd en ik denk daar niet zo bij, als u." 
,Ja, ja, zo denkt die gemene bloedhond Goering er ook over, die 

32 




f^Dttet alles wafi hij Vobr xijn loop krijgt. Díe kan met butten heí'zïéft; 1 
Van bloed " 

Ik zei nog tcgen Himmler, dat het zwakke en zieke wild moest 
worden opgeruimd, waarop hij halfverzoend antwoordde: „Nu ja» 
dat kan dan wel, maar over het algemeen houd ik toch niet van zo'n 
ruwe sport. De natuur is zo mooi en elk dier heeft ten slotte oofc 
recht om te leven. Maar goed, Kersten, als u er plezier in hebt, gaat 
u dan rustig jagen. De hoofdzaak is, dat u ontspannihg krijgt." 

Verschillende malen heeft Himmler mij geschenken willen geven, 
maar ik heb ze altijd van de hand gewezen. Zo wilde hij, midden in 
de oorlog, mijn landgoed Hartzwalde ruilen voor een kasteel in Polen. 
In 1944 bood hij mij het Ridderkruis van het Kriegsverdienstkfeuz 
aan. Meestal zei ik, dat het beter was met onderscheidingen te wach- 
ten tot na de oorlog. Ook beriep ik mij wel op het feit, dat ik in mijn 
eigen land, Finland, Commandeur was in de orde van de Witte Roos. 
Het wezenlijke argument was, dat ik het gevoel van verplichting van 
Himmler tegenover mij zo Ievendig mogelijk wilde houden. Daaroxa 
weigerde ik pertinent elke betaling — aan de andere Nazileiders, aís 
Ribbentrop, Hess en Ley, heb ik mijn normale honorarium in reke- 
ning gebracht. Mijn weigering om van Himmler enig honorarium te 
ontvangen, kwam hem niet ongelegen. Hij was arm. Zijn inkomeii 
bedroeg 24.000 mark per jaar en ik geloof niet, dat hij ten eigen 
bate zich op een andere manier middelen verschafte. In dit opzicht 
houd ik hem voor volkomen correct. Eens vroeg hij mij uit Zweden 
een horloge voor zijn dochter mee te brengen. Toen ik het hem gaf, 
vroeg hij mij wat het kostte. Ik antwoordde, dat ik het graag als ge- 
schenk ga£ en dat hij mij niets schuldig was. Daarvan wilde hij echter 
niets horen. Het horloge kostte 150 mark. Hij betaalde mij er 100, 
en eerst 14 dagen Iater, toen hij zijn salaris ontvangen had, betaalde 
hij mij de rest. ' 

Na verloop van tijd bemerkte ik, dat sommigen uit de naaste om- 
geving van de Reichsjiïhrer-SS, waarmee ik in de perioden van be- 
handeling in zijn hoofdkwartier dagelïjks te maken kreeg, mij al» 
tegenstander beschouwden. In het bijzonder gold dit voor de chef vaiï 
de Gestapo, Kaltenbrunner en zijn voorganger Heydrich. Een arader 
deel van hen was er daarentegen op uit, mijn voorspraak te winneit 
voor hun soms zakelijke, maar meestal persoonlijke doeleinden. Na- 
tuurlijk waren deze lieden dan ook bereid mij bij mijn pogingen be- 
hulpzaam te zijn. Tot deze laatste groep behoorde de chef van Af- 
deling 6 van de Sicherheitsdïenst (contraspionnage), Generaal Walter 
Schellenberg, en Himmlers persoonlijke secretaris, Dr Rudolf Brandt. 

33 



r 



« <v: 



<f rjê 



r*t 












i *■ , 



'ks- ■ 



íí^ 



"*'-'- ^^^Í^ÍÊJéM^-^^L^Js^ JÁAÍtJ.íÏJLÍil&^ :>mL ^. !..k^aitt^ ^«ttH 



Beíden heb ík leren kennen als behoorlijke mensen, die de vurigé 
wens, zich te bevrijden uit de grijparmen van het systeem, menigmaal 
tegénover mij hebben geuit — daarin echter niet meer slaagden. 

Als Fins onderdaan rapporteerde ik aan de Finse gezant in Berlijn, 
Kivimáki, over het door mij gelegde contact met Himmler. De ge- 
zant verheugde zich over deze relatie met een dergelijke invloedrijke 
persoonlijkheid en wij spraken af, dat ik Kivimaki regelmatig van 
mijn gesprekken met Himmler op de hoogte zou houden. De gezant 
bracht vervolgens naar eigen oordeel naar Helsingfors rapport uit 
over de aldus verkregen inlichtingen. 

Toen de oorlog uitbrak overrompelden de herinneringen aan mijn 
jeugd, waarin geweld en oorlogsgedruis een zo grote plaats innemen, 
mij opnieuw. Voor mij, geboren in een streek, die de eeuwen door 
getuige was geweest van bloedige catastrofen, bestond geen twijfel, 
wat de gevolgen zouden zijn van deze ontketening der krachten. AIs 
ik terugblik op de eerste maanden van de oorlog, dan vind ik in het 
toenmalige verloop reeds een groot deel van mijn sombere vermoe- 
dens bewaarheid. Voor mij persoonlijk betekende de oorlog allereerst 
het einde van mijn vrijheid om rond te trekken in Europa; hij zette 
een definitieve streep onder mijn Hollandse tijd. 

De laatste periode van mijn werk werd ruw onderbroken door de 
intocht van de Duitse troepen in Nederland. Ik was juist weer voor 
gebruikelijke behandelingen in Berlijn geweest, waar ik ook mijn 
patiënt Himmler had bezocht. Op 28 April 1940 was ik in Duitsland 
klaar en zoals gewoonlijk gaf ik mijn pas af op het bureau van de 
Reichsfuhrer met het verzoek mij het gewone visum voor Holland te 
geven, waarheen ik op 1 Mei terug wilde reizen. Daarna reed ik met 
mijn auto naar Hartzwalde om enkele dagen rust te nemen bij mijn 
gezin, dat daar meestal verbleef tijdens mijn werk in Berlijn. Maar 
het Iiep ook ditmaal, als zo vaak, anders dan ik gedacht had. Nog 
dezelfde avond van de 28ste April belde Himmler persoonlijk mij in 
Hartzwalde op, en deelde mij mede, dat mij op het ogenblik om 
technische redenen het gevraagde visum niet kon worden gegeven, 
klaarblijkelijk wegens overbelasting van de politie-instanties. Boven- 
dien gaf hij de wens te kennen, dat ik gedurende de eerstvolgende 
tíjd in Hartzwalde zou blijven en mijn landgoed niet zou verlaten. 
Deze boodschap was voor mij als een donderslag bij heldere hemel. 
Ik wilde weten, wat het te betekenen had en wees er nadrukkelijk 
op, dat ik Fin was. Himmler antwoordde, dat ik het spoedig zou be- 
grijpen. Van mijn protest kon hij zich niets aantrekken, in elk geval 
had hij mij opgedragen in Hartzwalde te blijven en daar moest ik mij 
bij neerleggen. „Weest u er van overtuigd", zei hij, het gesprek be- 

34 




ffciíidigend, ^Firiland zal ons om u heus niet de oorlog verklaren." 

ifToen legde hij de telefoon neer. 

Daar zat ik nu/zonder te vermoeden, wat dit betekenen moest, of 
wat er ondertussen gebeurd was. Ik dorst mij niet van mijn landgoed 
te begeven; het Finse gezantschap waarschuwen en om hulp vragen 
kon ik ook niet, aangezien de telefoon van Hartzwalde na dit gesprek 
met Himmler twaalf dagen lang was geblokkeerd. Eindelijk, op 10 
Mei, gaf mijn telefoon weer geluid: Himmler ontbood mij naar Ber- 
lijn. Met uiterst gemengde gevoelens ging ik er heen. Himmler ont- 
ving mij zeer vriendelijk en verontschuldigde zich hoffelijk, dat hij 
mij onaangenaamheden in de weg had gelegd, maar het was heláas 
niet anders mogelijk geweest. „Want vannacht", vervolgde hij, „zijn 
Duitse troepen Nederland binnengerukt om het land te redden uit 
de handen van de Joodse kapitalisten." Ik mocht niet naar Holland 
terug, maar moest in Duitsland blijven. Hij verlangde van mij niets 
anders dan dat ik hem verder zou blijven behandelen. Ook was hij 
gaarne bereid mij op te nemen in de SS, waar Ík dan kon beginnen 
als Standartenfuhrer. 

Ik verklaarde Himmler hierop van mijn kant, dat ik Fin was en 
er niet aan dacht in Duitse dienst te treden. Ik wond er ook geen 
doekjes om, dat ik Nederland als mijn tweede vaderland beschouwde 
en diep verontwaardigd .was over de gebeurtenissen. „Het beste is," 
zei ik, „wanneer ik met mijn gezin naar Finland ga." Waarop Himm- 
ler opgewonden uitriep: ..Finland zal spoedig een deel van het Groot- 
duitse Rijk zijn. Voor ons bestaan slechts twee soorten mensen, Ger- 
manen, die grootduits voelen, en verraders. Tot deze verraders be- 
horen nu ook de Engelsen en Nederlanders." 

Nu wist ik het dus. Het was mij duidelijk, dat ik in de handen 
van Himmler was. Het oorlogsverloop had mij aan de man geketend, 
die na Hitler voor de sterkste, maar ook voor de gevaarlijkste werd 
gehouden. Ik moest in mijn nieuwe positie zien, wat ik doen kon. 

De visie, die ik door mijn behandeling op de geest van de leidende 
nationaalsocialisten had gekregen, maakte het mij gemakkelijk te 
weten, wat mijn taak was voor de toekomst. Ik kon de grote gebeur- 
tenissen niet tegenhouden; aan mij de taak, de gekwelden en ver- 
volgden, de talloze vogelvrij verklaarden te helpen, waar de gelegen- 
heid zich voordeed. Die gelegenheid werd geschapen door mijn in- 
vloed op Himmler. Het geeft mij voldoening, dat ik mijn hulp aan 
enkelen op de duur heb kunnen uitstrekken tot gehele groepen van 
verdrukten en vooral dat het mij vergund was, daarmee aan het 
Finse en Nederlandse volk iets te tonen van mijn dankbaarheid, die 
ik jegens deze landen als een ereschuld was gaan voelen. 



35 



*^ 



itriiH 






ívi 



T 






V 










« ^ *"" tó. PATÍENT HÉÍNSICH HIMMLER 

jpe'Éaeest naar voren tredende eigenschap van fiet nieuwe type pa- 
tíënten, dat ík tijdens de oorlog behandelde, de Nazi-leiders, was een 
Janatieke drang naar macht. Op zichzelf verschilden zij daann niet 
yan de parvenu's en OW-ers, die ik in de periode van de eerste 
wereldoorlog soms kreeg te behandelen. Het grote verschil was echter, 
dat de politiek van deze nieuxoe elite gebaseerd was op een fantasie- 
beeld van de krachtsverhoudingen in Europa, terwijl de machtsdrift 
zich zonder enige scrupule keerde tegen alles wat zij op hun weg naar 
de opperste heerschappij als hinderlijk ondervonden. 

Himmler was van deze nieuwe elite een treffend voorbeeld. Hij 
was begiftigd met de typisch Duitse zwakheid: een uitzonderlijk ver- 
mogen tot het scheppen van illusies. Dat gaf hem in onze gesprekken 
dikwijls de allure van een echte idealist. Wanneer men echter dieper 
keek, ontdekte men dat hem eigenlijk alles ontbrak wat een idealist 
in de goede zin van het woord .kenmerkt. Zijn geloof luidde: macht, 
irjn moraal: doen wat nuttig Iijkt, de motor van zijn energie heette 
geweld. 

Toch was Himmler er bij dit alles van overtuigd, dat hij juist han- 
delde; hij geloofde er het Duitse volk mee te dienen. De mentaliteit 
van andere volken kende hij niet, hij begreep noch hun levensmotie- 
ven noch hun houding. 

- Hij had een universitaire opleiding genoten als landbouweconoom 
en ván beroep was hij oorspronkelijk leraar. Daarbij een typische ver- 
tegenwoordiger van het Duitse lerarendom met een uitgesproken trek 
van pedanterie. Hij had zich een aantal theorieën eigen gemaakt, 
waarvan hij niet alleen geloofde, dat daarmee de wereld viel te re- 
geren, maar ook, dat het in praktijk brengen er van een ideale samen- 
leving zou brengen. Wanneer zijn theorie niet opging lag dit aan de 
realiteit, nooit aan de theorie. Dit verklaart ook de naïeve oprecht- 
heid, waarmee hij geloofde dat andere volken met zijn methode ge- 
lukkig waren te maken. Hij betoonde zich dikwijls verontwaardigd 
en miskend in zijn bedoelingen wanneer de bevolking van de bezette 
* g^bieden tegen de Duitse maatregelen in verzet kwam. Zoals het een 
' echte leraar betaamt, doceerde hij graag, tegenspraak kon hij niet 
velen. In de wijze waarop hij de nationaalsocialistische Welt- 
ánschauung begreep was hij een volkomen illusionist. 

De meest opvallende eigenschap van Himmler was zijn blinde ver- 
ering voor Hitler, die hij met slaafse trouw was toegedaan. Dikwijls 
beweerde hij tegenover mij, dat er op de wereld nog nooit een groter 
mehs geleefd had. Hij stelde hem boven Dsjengis Khan, de Mongolen- 
vorst, die in het begin der dertiende eeuw grote delen van Eurazië 






*?$ 



1 , • '>"•%%*' 

zïúx onderwierp en waarvoor hij eveneens een grote bewoíu&g&ig^ 
íbesterde. Hij had zich, zoaí? hij nadrukkehjk zei, Dsjengis Kban tfttt 
^^tóorbeeld gesteld. De grootste mens die daarop volgde was Koniág 
^Heinrich, de hertog van Saksen, die in 919 tot Koning werd gekozen 
en de grondslagen legde voor de eenheid van het eérste Duitse Rijk 
Met de mystieke exaltatie die Himmler ook op andere gebieden toon- 
de, hield hij zich voor de reïncarnatie van deze koning. 

Zijn toewijding aan Hitler was van volstrekt mystieke aard. Wan- 
neer Hitler tegen hem gezegd had dat hij zich om klokslag twaalf uur 
moest ophangen, zou hij het op de minuut af hebben gedaan. Was ík 
er,dan bijgekomen en had hem gevraagd waarom hij dat deed, dan 
zou hij geantwoord hebben: „U hebt niet het recht daarnaar te vra- 
gen. De wil van de Fiïhrer is opperste wet; als hij mij beveelt, weet 
hij ook waarom, en dan heb ik zijn bevel nauwkeurig te gehoorza- 
men." Hij zou waarschijnlijk nog Heíl Hitler hebben gezegd en had 
vervolgens zijn hoofd in de strop gestoken. 

Deze trek van blinde toewijding kenmerkte tenslotte alle mannen 
van de partij en de SS. Hoe vaak kon men in Duitsland niet ter ge- 
ruststelling de zin horen: Der Fiihrer wird's schon wtssen. Gezien de 
Duitse behoefte om zich op te offeren voor een grote figuur, konge- 
makkelijk de mythe van de nimmer falende Fiihrer ontstaan, — Der 
Fiihrer irrt nie — . Ik ben er van overtuigd, dat Himmler zelf a$n 
deze kinderachtigheid heeft geloofd. In ieder geval heeft hrj het 
mystieke waas om de figuur aan het hoofd van het Derde Rijk mee 
helpen weven. De lijfspreuk van de SS — meine Ehre heiszt Treue — 
werd op een dergelijke manier ad absurdum gevoerd, dat Himmler *- 
zelfs toen hij over de zïekte van Hitler en de ondergang van het 
Derde Rijk niet meer in twijfei verkeerde, niet de kracht tot het be- 
sluit kon vinden om zich van dit gevoel vantrouw los te maken en 
de Fúhrer op zij te zetten. 

Op ëen keer vroeg ik Himmler, of hij Hitler dan voor onfeilbaar 
hield, waarop ik dit ten antwoord kreeg: „De Voorzienigheid heeft 
de Filhrer gezonden en het is bijna verbazingwekkend, dat hij zich, 
nooit vergist." Ik bestreed deze bewering en maakte de tegenwerping, 
dat mij vele gevallen bekend waren, waarin Hitler gedwongen was 
geweest, onjuiste bevelen in te trekken. Hímmler: „Dan is de Fuhrëê 
door zijn medewerkers verkeerd voorgelicht, maar de Fiïhrer 2al 
zich, wanneer hij over de juiste informaties beschikt, nooit vergiSsen." 

In verschillende gesprekken kreeg ik een overvloed van bewijzen 
van zijn slaafse toewijding. Himmler was er van overtuigd, dat Hitler 
op niemand zo vast kon rekenen als op hem. Goering hield hij voor 
een genotzuchtige decadent. Goebbels voor een intrigant, terwijj 

%1 ■ 



:'%%•* 






V 1 



M> 



.t.AA-^,.,1^ >}ÉÉL 



' > 1 ' 

K 



4 



s&w 



LA.^fc MjM Ík J&*-** 



J^t..lA..., t i a . i ^ tLk .j í l Jll ^. í , ft. J^, ... ..Am, 



W" 



Y - 



Ríbbentrop in zijn ogen een cfaarlatan was. Meermalen maakte firj 
zich oprecht zorgen over de slechte invloed, die deze figuren op Hitler 
konden uitoefenen. „Wanneer Ik het niet doe, wie moet het dan 
doen?" zei hij wel eens, doelend op de uitvoering van Hitlers 
plannen. 

Himmler wijzigde zijn opvattingen, naarmate de positie van de 
Fiihrer en de stand van de oorlog het vereisten. Tot in '41 bewon- 
derde hij de Russen, de hardheid en consequentie, waarmee zíj hun 
politiek volvoerden. Sinds de oorlog met Rusland begon, waren alle 
Russen zwijnen. Toen de krijgskansen keerden, werden alle genefaals 
van de Wehrmacht verraders. Slechts enkele gevoelens veranderden 
niet. Roosevelt bleef voor hem altijd ein verkruppelter Judenknecht 
en Stalin een bankrover. Voor Churchill echter had hij grote bewon- 
dering. „ChurchiIl is groot maar dom; zijn kansen heeft hij mêt ons, 
niet tegen ons." Trouwens voor de Engelsen in het algemeen koes- 
terde hij een grote bewondering. Hun positie als eilandbewoners had 
de Engelsen voor zijn gevoel tot een bijzonder sterk en levenskrachtig 
ras gemaakt en een samengaan van beide Germaanse volken zweefde 
hem tot het einde als een helaas onbereikbaar ideaal voor ogen. De 
Fransen daarentegen vond hij decadent, dus waardeloos. 

Himmler beschikte over een fantasie, waarvan men zich geen voor- 
stelling kan maken en waartoe hij meer zijn toevlucht zocht naarmate 
de werkelïjkheid voor Duitsland somberder werd. „Wij zullen de 
oorlog winnen, omdat wij hem winnen moeten. Dat is evenzeer een 
feit, als 2 x 2 vier is" heeft hij mij meer dan eens gezegd. Zo schoof 
hij steeds weer de werkelijkheid weg, die een Duitse zege, tenminste 
sinds Stalingrad, uiterst dubieus, zo niet onmogelijk, liet schijnen. 
Zijn opvatting over de naderende catastrofe was overigens typerend 
voor hem. Ik bevond me juíst in zijn hoofdkwartier in Hochwald in 
Oostpruisen, toen de radio op 3 Februari 1943 de capitulatie van de 
Duitse legers bij Stalingrad bekend maakte. Himmler was toen erg 
ziek en zijn behandeling verliep tamelijk moeizaam. Op mijn vraag 
waarom aan deze nederlaag zo laat openbaarheid werd gegeven — de 
debacle van Stalingrad was toch allang tot het Duitse volk doorge- 
drongen — , antwoordde Himmler, dat dit om propagandistische 
redenen was gebeurd. Overigens was in wezen helemaal geen neder- 
laag aan de orde, doch een van de grootste Duitse overwinningen van 
de geschiedenis. Dank zij het dappere volhouden van de Duitse sol- 
daten bij Stalingrad waren de Russische legers vastgehouden en vol- 
ledig uitgeput. De grote aanval op Europa, die zij voornemens waren, 
was daardoor opgeschoven en verijdeld. Alleen een veldheer van de 
historische grootte van Adolf Hitler was in staat geweest het wereld- 
historische ogenblik goed te kiezen, een slag van zo geweldige om- 

38 



váng te leveren en op de keper beschouwd te winnen. De grootse 
$' achtergrond van deze slag zou het Duitse volk eersl in de komende 
eëuwen geheel begrijpen, vandaag was het daarvoor nog niet rijp. 
Het was natuurlijk jammer van elke soldaat, die in de slag gebleven 
was, maar in hístorisch perspectief gezien, ging het bij deze verliezen 
slechts om een bagatel. Eens zou de geschiedenis zeggen: „De grote 
veldheer Adolf Hitler redde in de slag om Stalingrad Europa van de 
ondergang. Hier gebood hij Azië een halt." Vervolgens verloor 
Himmler zich dan in uitweidingen over Hitler, die hij het grootste 
brein van de wereld noemde, dat onvermoeibaar voor het Duitse volk 
werkte, terwijl bij andere volken alleen middelmatige lieden aan het 
hoofd stonden, meestal zelfs domkoppen. Eigenlijk was het erg jarn- 
mer voor de Fiihrer, dat hij geen gelijkwaardige tegenstanders had en 
zijn hele leven met nullen moest vechten. Tot zover Himmler. 

In December 1943 vertelde hij me volkomen in de stijl van het 
voorafgaande, dat deze oorlog tot p!usver Duitsland maar weinig sol- 
daten had gekost. De verliescijfers waren tot dusver niet hoger dan 
vierhonderdduizend man; dat was einde 1943! Ik geloofde daar niet 
veel van en ging hier en daar Ín dorpen en kïeine stadjes eens infor- 
meren hoe tot dusverre de verhouding was tussen de verliezen in de 
eerste wereldoorlog en die van nu. Toen bemerkte ik, dat overal de 
plaatselijke verliescijfers het dubbele of meer bedroegen van die uit 
de eerste wereldoorlog. Daarop ben ik in Februari 1944 bij Himmler 
opnieuw over de verliezen begonnen. Ik kreeg het volgende bondige 
antwoord:,„De Duitse verliescijfers bewegen zich rond het millioen. 
Dit is daaraan te danken, dat de Fiihrer de troep beveelt. Dat hij 
deze oorlog met zulke geringe verliezen voert en wint, daaruit blijkt 
nu juist zijn grote veldheerschap. Het is ons geluk, dat zij aan de 
andere kant idioten als generaals hebben, daarom zijn hun verliezen 
ook zo enorm groot. Het Duitse volk kan de Fúhrer werkelijk niet 
genoeg dankbaar zijn, dat hij zijn mannen zo spaart." 

Een ander typerend voorval. Op 12 December 1943 was ik in de 
gelegenheid in Himmlers hoofdkwartier een conferentie bij te wonen 
van de leíders van het Duitse bedrijfsleven. Het hoofdkwartier was 
toen gelegen in Groszgarten bij LÓtzen in Oost-Pruisen. Himmler 
hield voor de ongeveer vijftig daar verschenen grootindustriëlen een 
voordracht van twee uur. Ook hierdoor liep als een rode draad de 
absolute zekerheid van de overwinning. Steunend op deze zekerheid 
gaf Himmler dan richtlijnen voor de houding der ondernemers in de 
toekomst. Hij zei onder andere, dat wie de veronderstelling maakte, 
dat het nationaalsocialistische Duitsland deze oorlog ook wel eens 
kon verliezen, een verrader van de Duitse Idee of een betaalde spion 
van de Geallieerden was. Mensen van dit soort moesten onmiddellijk 

39 



l i 



f- ,, 



^tLlÁt... 



;.-.,'., .ÍT/..íi.:faïífl 



r ¥f&^-^*j f yyw^^m 






V 



*" 



V' 



Vfee£4tak Vferiaifeti&d. Degenen echfccr, die aan de Fuhrer en de uiteín- 
delijï* zege geloofden en als fatsoenlijfce Diutsers onvoonvaardelqk. *- 
wïïden meewerken, zouden delen in de vruchten van de grote Ger- 
ttUanse 'zege. 

De heren van de industrie en het bedrijfsleven zaten er beteuterd 
bij. ZÍj hadden zich moeten laten kapittelen als schooljongens. Nie- 
Xnand van hen durfde iets te zeggen. Voor mij was deze rede echter 
€*n duidelijke aanwijzing. Het waren dus geen incidenten geweest, 
zoals ik in de voorbije jaren had kunnen denken, hier openbaarde 
zich een vernietigingssysteem van een ruwheid zonder precedent. 
Himmler had zich tot woordvoerder van een waanzinnige gemaakt, 
van wie ik het ziekterapport reeds had kunnen inzien. 

Tíjdens de maaltijd, die er op volgde, vond ik gelegenheid met 
enkele van de deelnemers te spreken. Onder andere met de mach- 
tige grootindustriëel Dr F. Flick van het Lauchhammer wapencon- 
cern, die jarenlang mijn patiënt was. In een onbewaakt ogenblik 
vroeg hij mij, of we ons nu in een gekkenhuis of werkelijk in het 
hoofdkwartier van de Reichsfiihrer bevonden. Na deze rede was hem 
dat niet meer helemaal duidelijk. Hij vreesde, dat men van plan 
was ook de industriëlen en masse van kant te maken. Voor de rest 
moest het er toch wel heel slecht voor staan, wanneer men gedwon- 
gen was, zulke redevoeringen te houden. Reeds in Mei 1940 had ik 
door beïnvloeding van Himmler kunnen verhinderen, dat Dr Flick 
Gú. zijn vróuw, onder verdenking Ín dienst van de Geallieerden te 
staan, naar een concentratiekamp gebracht zouden worden. Later 
heb ik nog eens gelegenheid gehad voor hem bij Himmler in het 
krijt te treden, waardoor Flick weliswaar tijdelijk buiten schot kwam, 
maar Himmlers wantrouwen tegen hem niet verdween. 

HÍer is het wellicht de plaats iets te zeggen over de Hitler-cultus, 
waartoe het Duitse volk na zijn dood gedwongen was, als de Nazi's 
hun zin hadden gekregen. In October 1942, toen ik met Himmler in 
Rome was, zei deze tegen mij: „Onmiddellijk na de oorlog zullen wij 
een huis bouwen, dat het grootste en prachtigste gebouw van de 
wereld wordt. Met de voorbereidingen daartoe is reeds in 1938 be- 
"gonnen. Het komt op het Kónigsplatz in BerUjn en de kosten worden 
op vele milliarden Mark begroot. Alleen het fundament al zal 3 
millíard Mark kosten. Het huis krijgt een doorsnee van 1500 meter 
en wordt 855 meter hoog. Het zal hallen en feestzalen krijgen, die 
2000 tot 3000 mensen kunnen bevatten. In de kelder echter zullen 
gewelven worden gebouwd, grootser en geweldiger, dan de farao's 
zich hadden kunnen dromen, dat zal het praalgraf van Adolf Hitler 
worden. Hier, in het grootste gewelf aller tijden, zal de gouden kist 






ffí 



<„ 






40 









■;k,^ 






■■,*;. ^r v ^"ïvï 

rt£ bezet met edelstenen uít de Oeral. Nog na duizend jaar wfíerf 
alle Djiitsc gouwen van de Oeral tot de Noordzee, van de Noqt« 

ítjke ÍJszee tot de Middellandse Zee, de Duitsers bedevaarten 
ïí^ttaken naar dit graf, de heiligste plaats ván Duitsland. Van deze 
ruimte uit zal de ware Duitse godsdienst een aanvang nemen en 
wortel schieten.in hét hart der Duitsers. In de erehal van dit gebouw 
zal men de namen vinden van hen, die Hitlers trouwste medewerkers 
waren." v 

Toen ik Himmler de volgende dag opnieuw behandelde, nam hij 
de draad van zijn verhaal weer op. „Na de dood van de Fuhrer," 
zo zei hij, „zal de nieuwe Filhrer op gelijke wijze gekozen worden, als 
nu de Paus, want dit is een beproefde vorm." Op mijn verbaasde 
uitroep, dat de Katholieke Kerk dan toch iets goeds moest hebbeti, 
verklaarde Himmler: „Wat goed is nemen wij vanzelfsprekend oyer, 
wat kwaad is, roeíen wij uit. De verkiezing van de komende Fiíhrer 
zal geschieden door alle gouwleiders, tien der hoogste partijfunetio- 
narissen, tien der hoogste SS- en vijf der hoogste SA-leiders, tezamen 
met alle op dat ogenblik in functie zijnde Rijksministers. De dap- 
perste van hen zal de nieuwe Fiihrer zijn." — Dus een bewuste ver- 
afgoding van de figuur van de Fiihrer, die naar mijn mening Ijij 
Himmler voortkwam uit een ernstig en oprecht geloof aan de geeste- 
lijke zending van het nationaalsocialisme. 

Dat Himmler deze gedachte echter op een tijdstip ontvouwde, waar* 
op het voor hem moest vaststaan, dat de man aan het hoofd' van het 
Derde Rijk een geesteszieke was die, niet alleen in het belang van 
het Duitse volk, van elke verantwoordelijkheid zou moeten worden 
ontlast, wordt ten dele verklaard door de reeds gesignaléerde 
mystieke verering, die Himmler voor zijn meerdere koesterde en mis- 
schien ook door de suggestieve kracht, die van Hitler uitging. ^ 

Het is echter buiten twijfel, dat Himmler zeer nauwkeurig was 
ingelicht over de stand van Hitlers ziekte, want van hem had ik het 
ziekterapport te lezen gekregen. Dit gebeurde in December 1942. 
Tijdens een behandeling vroeg Himmler mij, of ik er nog een patiê'nt 
kon bijnemen. Ik antwoordde voorzichtig: „Dat hangt van het ge- 
val af." 

„Hij lijdt", zeí Himmler, „aan hoofdpijn, duizeligheid en slape-í 
loosheid." Na een ogenblik pauze: „Kijk, hier is het rapport. Maa> 
u moét beloven, dat u met niemand over de inhoud hiervan ztilt 
spreken." Tegelijk hiermee legde hij een blauw document op táfeï. 
Het bevatte in 26 getikte vellen, de volledige geschiedenis van 
Hitlers ziekte. „Leest u het nu, waar ik bij ben", zei Himmler. Ik 
las tamelijk vlug en nam kennis van de volgende feiten, die ik thans 
met een gerust'geweten bekend maak, hoewel Himmler mij toeíi* 



■ ■; "\ 



41 






i 



ij, 



f'tl 



■vSfï 



it 






* tí 



// 



14 



L'^í'Ji^.íitii..- ,,Jm 



tíJ^\tÁi*.-j^íÍSÍ£iIjJií^,ií}2Í<£i. ! iíï.. ,.,*(. Wi/U.SS*..iÍI '.. 'HJl7.Í«:t ^iJÍÉÚ^'Húl.. £H 






ir'. },■■■•■ 



maals verzekerde, dat dit het grootste geheim gold, dat hij mij kon 
toevértrouwen. Helaas kon ik door de tegenwoordigheid van Himnv 
ler geen notities maken^maar het volgende is mij bijgebleven. 

Behalve van de door Himmler genoemde verschijnselen had Hitler 
last van een licht beven van zijn linkerarm, terwijl hij met het linker- 
been sleepte. Gedurende de eerste wereldoorlog was hij als gevolg 
van een zware gasvergiftiging enkele dagen volkomen blind geweest. 
Het gas had zijn keel aangetast, zodat het spreken hem moeilijk viel. 
Hij was aan een poliep in het strottenhoofd geopereerd, 

Maandenlang kon híj slechts dank zij injecties zijn werk verrichten. 
Hij kreeg blijkbaar injecties van allerïei praeparaten, met uitzonde- 
ríng van morfine, dat hij verafschuwde. In zijn familie kwam regel- 
matig tuberculbse voor en ook was er een dispositie voor kanker ge- 
constateerd. In zijn jeugd was Hitler eens wegens longontsteking in 
een ziekenhuis geweest. 

Uit het rapport bleek verder, dat Hitler sedert jaren aan impo- 

tentie Ieed. Nadrukkelijk werd echter vastgesteld, dat hij niet homo- 

' sexueel was. Hij vond bevrediging in het houden van redevoeringen 

voor grote massa's. Voorts hield hij een streng vegetarisch diëet, hij 

rookte niet en dronk in geen enkele vorm alcohol. 

Toen ik uitgelezen had, zei ik tegen Himmler: „Dan is dus al dat 
gepraat over Eva Braun nonsens?" „Het is een zuiver platonische 
vriendschap," antwoordde Himmler. „Eva Braun is de enige op de 
wereld," vervolgde hij, „die Hitler kan kalmeren, wanneer hij zijn 
woedeaanvallen heeft." Zij oefende een matigende invloed op hem 
uit. Als hij aan zijn grote schrijftafel in Berchtesgaden zat met het 
uitzicht op de bergen, hield hij er van Eva Braun in de vensterbank 
te zien zitten, in de klederdracht van de meisjes van het land, en ge- 
bogen over een naaiwerkje. Zij mocht dan niet spreken, maar haar 
profiel tegen de achtergrond van de majestueuze bergen inspireerde 
Hitler tot grote gedachten. 

Himmler vertelde me verder, dat Hitler een vreemde afkeer had 
van paarden. Het liefst zou hij elk paard, dat hij zag, laten afmaken. 

Himmler zei me ook, dat Hitler, wanneer er geen toehoorders 
waren, lange redevoeringen tegen de meubelen in zijn kamer placht 
te houden. En hoewel Himmler toegaf, dat Hitlers ontwikkeling 
veel te wensen over liet, besloot hij met de woorden: „Een genie 
heeft geen boeken nodigl" 

Toen ik Himmler daarop het rapport teruggaf zei hij: „Nu, 
Rersten, wilt u deze patiënt behandelen?" Ik antwoordde, dat mij 
voor dit geval de medische kennis ontbrak. Hitler had een psychiater 
nodig. Himmler liet mij echter niet met rust en vroeg mij, wat er 
gebeuren moest. Ik zei zonder omwegen, dat Hitler naar mijn mening 

42 



in een kfankzinnigengesticht thuishoorde en dat men verhindereo 
moest, dat deze zieke man nog groter onheil aanrichtte. 

Himmler werd niet boos, maar gaf te kennen, dat dit volstrekt uit- 
gesloten was, want met Hitler stond of viel de partij. Daarom moest 
alles worden geprobeerd om Hitler overeind te houden. En dan op 
strakke toon: „Slechts acht mensen weten van de ziekte van de 
Fúhrer, ik ben besloten iedereen te vernietigen, die daar ooit over zal 
spreken, want dat zou de grootste misdaad zijn, die men jegens het 
Duitse volk kan begaan." Terwijl hij dit zei, borg hij het rapport in 
een zwarte leren map en deed het in zijn brandkast. Bij het afscheíd 
zei hij nog: „Zoals u ziet heb ik ook mijn zorgen, het leven is voor 
mij niet altijd gemakkelijk. De wereld ziet in Adolf Hitler de sterke 
man en dat moet hij ook blijven voor de wereld en de geschiedenis. 
Wat doet het er trouwens toe, dat hij nu, kort voor de voltooiing 
van zijn levenswerk, ziek is. Ik zal zijn bevelen strikt blijven uit- 
voeren." 

Na mijn vertrek ging ik wat wandelen en trachtte te verwerken wat 
ik had gehoord en gelezen; daarbij kwam mij een kleine episode uit 
het jaar 1938 in herinnering. 

Ik reed toen eens, het was midden in de zomer, van Berlijn naar 
Hartzwalde. Overal hingen vlaggen, spandoeken en affiches/ In Ber- 
lijn-Wittenau passeerde ik met de auto het grote krankzinnigenge- 
sticht Wittenau en ziedaar: boven de hoofdingang van het gesticht 
was een groot wit doek gespannen, waarop de woorden waren te 
lezen: Wir grussen unseren Fúhrer, Adolf HÍtler! En rechts en links 
van de ingang waren twee grote affiches aangebracht, waarop te^ 
lezei^was: Dieser Betrieb marschiert geschlossen mit en Wir kapitu- 
lieren nie'. Was de directeur van het gesticht helderziende geweest, 
toen hij deze plakkaten Het bevestïgen? 



■¥'•■** 



S''< 



43 



«£....*L:Í;^.J* ... "'~"' ■ ■■-■■■-■• 







^^f"'^' '* f^f 1 



fM 






IV. IN HET HOOFDKWXRTIEK 



ffr, 

K 



fM 



íí 



Tot Himmlers „goede" eigenschappen behoorde een onvermocibare 

vHji- Tot ontzetting van zijn omgevïng werkte hïj bijna iedere dag 

tot 's nachts twee, drie uur. De meeste besprekingen hield hij om- 

^ sfcreeks het middernachtelijk uur. 'sMorgens om negen, tien uur 

' ^tond hij dan weer op. Wanneer ik hem zei: „U moet vroeger naar 

^ bed gaan, dit leven houdt u niet vol," placht hij te antwoorden: „De 

geschiedenis zal niet vragen, of Himmler goed geslapen hee£t, maar 

/ wat Himmler gedaan heeft. Als de oorlog gewonnen is, is het tijd om 

te slapen. Bij ons in Duitsland wordt veel te veel gepraat en veel te 

weinig gewerkt. De Fiihrer moet zich tenminste op iemand kunnen 

verlaten en dat ben ik." Een andere vaste zegswijze van hem was 

Meine Passion ist Arbeiten. Hij overlaadde zichzelf met werk, nam 

altijd meer op zich dan hij kon doen en bleef constant achter bij de 

dikke stapel mappen, die hij op zijn bureau had liggen om door te 

werken. 

Himmler ontving de mensen altijd in zijn hoofdkwartier. Met uit- 
zondering van zijn tochten naar Hitler en een enkele inspectiereis 
regelde hij zijn zaken van het hoofdkwartier uit. Tot in 1941 be- 
vond dit zich niet op een vaste plaats. Hïtler, Himmler, Goering en 
Ribbentrop hadden, evenals het Oberkommando der Wehrmacht, 
hun eigen speciale treinen en het geheel daarvan werd Fiihrerhaupt- 
kwartier genoemd. Het was zeer beweeglijk en volgde altijd de strij- 
dende legers op gepaste afstand. De speciale trein van Himmler be- 
stond uit veertien wagons, als volgt samengesteld: Achter de locomo- 
' tïef volgde eerst een wagen met luchtdoelgeschut, dan een bagage- 
wagen, dan de salonwagen van Himmler; vervolgens een werkwagen 
voor dé secretaris en secretaressen, twee slaapwagens, een radiowagen, 
een eetwagen, nog vier slaapwagens, een provisiewagen en tot slot 
weer twee wagens met luchtdoelgeschut. Deze trein heette eerst 
Sonderzug Heínrich, in de loop vaji 1942 werd hij echter omgedoopt 
in Sonderzug Steiermark. 

Toen zijn hoofdkwartier in Oostpruisen lag, heette het Hochwald. 
Étaar was ook een bioscoop bij, die ik geregeld bezocht en waarin de 
níeuwste films werden vertoond. De Feldkommandostelle Hochwald 
teïg een kilometer ten Noordoosten van het dorp Grossgarten dat 
vroeger Possessern had geheten. Het lag heel mooi in een dennen- 
woud. Midden Ín het bos was een spoorlijn afgetakt en op deze Iijn 
^ stond de trein van de Retchsfúhrer-SS. Ongeveer twintig meter van 
de hjn waren vijf grote bunkers gebouwd, zodat bij eventueel lucht- 
^i* ' alarm de inzittenden van de trein zich in veiligheid konden stellen. 
Rond de trein waren twintig houten barakken gebouwd, waarin 

44 



1* 






'■"■■■'< ■■' ■■'•-"' '^''Kï-Witf 

\'k ■:::■:.' :/u:^km 







S/ 



■Keden woonden en werkten. De barak vriï de ReicksfUhrer 'limA 
, 70 meter lang en elf meter breed. Hiramler had een ruime y($£X{ 
' kamer in het midden waarvan een grote schrijftafel stond vanlícjbit- 
bruin notenhout. De groene bekleding van de stoelen gaf het geheet 
een enigszins officieel-dipiomatiek aanzien. Langs de wand stond een 
brandkast, waárin Himmler zijn geheime stukken bewaarde. Op'de 
tafel stond een foto van Himmlers dochter en 's zomers en 's winters 
een vaas met bloemen of dennegroen. Van Himmlers plaats af viel 
de blik op een foto van Hitler aan de tegenovergelegen wand. Naast 
de werkkamer was Himmlers slaapkamer. Op een nachtkastje lag 
altijd de Koran, een lievelingsboek van Himmler. De gordijnen en 
het kleed waren Iichtblauw, evenals de bekleding van de stóelen. 
Ook de eetkamer was smaakvol en uiterst eenvoudig ingericht. Aan 
de wanden hingen enkele goede reproducties van werken van Díirer* 
en Breughel. De gang, die toegang gaf tot de vertrekken van Himm- 
ler, was met een ijzeren hek afgesloten, dat van de schrijftafel van 
Himmler af electrisch geopend en gesloten kon worden. Ik heb hetf 
echter nooit gesloten gevonden, het diende uitsluitend voor geval van 
nood, In Himmlers barak bevonden zich verder ook kamers voor 
Dr Brandt, de secretarissen, de ordonnansen en zijn detective, die hem 
altijd begeleidde. Dit was een goedmoedige Beier; voor zover ik kon- 
nagaan een fatsoenlijk mens. 

De gehele staf van Himmlers medewerkers bestond uit acht en twin- 
tig personen, de secretaressen inbegrepen. Behalve zijn secretaris) 
Dr Brandt en enige anderen, wantrouwde zijn gehele omgeving mij. 
In de eerste plaats, omdat ik buitenlander was en in de tweedq 
plaats, omdat ik geweigerd had lid van de SS te worden. Daarbij was 
het bel^pnd, dat ík verschillende aanbiedingen van Himmler — bij- 
voorbeeld de professorstitel — had afgeslagen. Overigens vond men 
met enkele uitzonderingen de werkelijke misdadigerstypen niet in de 
naaste omgeving van Himmler, die zaten als chefs van de verschd- 
lende diensten over het land verspreid. Een van de ergste voorbeel- 
den was Obergruppenfiihrer Oswald Pohl, een voormalige betaal- 
meester, die de rang van Generaal gekregen had en nu chef was van 
het economische departement van de SS. Een ruw, omkoopbaar en 
weerzinwekkend man, die met zijn collega, Gruppenfúhrer Gliïckg. 
de chef van de concentratiekampen, één der voornaamste ontwerpéts 
was van de moordmethoden Ín de kampen. Obergruppenfuhrer K.al- 
tenbrunner, na de dood van Heydrich chef van de Gestapo, paste 
zich bij deze twee wonderwel aan. 

Enkele voorbeelden van een gematigder richting wil Ík hier ook 
noemen. Naast Brandt en Schellenberg, de chef van de Abwehr^ de 

45 



;/ 



t i v: 

f.4 



w ,.í vi 






4stú 



%ï 






v^t/\tiftíúïJ\::M.:^ï .{../.... \, is,*f>. 



/, 



contra-spionnage, was er bijvoorbeeld de chef van de SS-bevoorrading 
Obergruppenfïïhrer Gottfried Berger, een Wiirtemberger met een 
goed hart onder een ruwe bolster. In vele gevallen heeft hij mij ge- 
holpen. Daarom werd hij door Kaltenbrunner c.s. gewantrouwd en 
bestreden. 

í)an de kleinere mensen om Himmler heen. Zijn militaire adjudant 
Grotmann, een rustig en stil man, zijn chauffeur Lukas, ook een be- 
hoorlijk mens. De commandant van de speciale trein, Sepp Tiefen- 
bacher, door en door een Beier van de gemoedelijke soort, was even- 
eens een redelijk mens. Zo zou ik er nog enkelen kunnen noemen. Zij 
droomden allen van een rustig leven na de oorlog, wanneer zij, als 
beloning voor hun diensten een boerderij zouden krijgen. Daar waren 
deze mensen, die bijna allen van het land kwamen, zeer gevoelig 
voor. 

Mensen, die enige tegenweer boden, waren er echter slechts zeer 
weinig. In eerste instantíe zijn hier te noemen, de Obergruppenfúhrer 
Georg Keppler en Knoblauch, evenals de houtvester Muller-Dars. Dit 
waren ernstige en eerlijke mensen, die dikwijls wanhopig waren over 
de afschuwelijkheden, die bedreven werden en die hun best deden, 
het ergste kwaad te voorkomen. 

Wanneer men met Himmler sprak over de talloze gevallen van 
corruptie onder zïjn SS-officieren, zei hij altijd na de oorlog de SS 
en de partij te zullen zuiveren. „Wanneer ik er nu een geval uit- 
nam, zou dit weinig helpen! Bovendien, wat hindert het nu, dat een 
oude strijdmakker eens zijn boekje te buiten gaat. Daaraan gaat het 
Duitse volk niet ten onder en waar waren de mensen, die zich nu 
daarover opwinden, toen de Fïïhrer zijn zware strijd voor de vernieu- 
wing van Duitsland moest uitvechten?" 

Op een afstand van negentien kilometer van Grossgarten verwijderd, 
lag in een volkomen síilte een houten landhuis, Hegewaldheim. Dit 
was een soort villa, waar Himmler af en toe enkele rustige uren door- 
bracht. Ook hield hij er dikwijls conferenties en ontving er gasten. 
Van tijd tot tijd woonde ik daar ook, wat ik veel plezieriger vond 
dan in het hoofdkwartier, waar ik me altijd in acht moest nemen en 
moest oppassen voor ontmoetingen met protserige partijbonzen. Mijn 
enige verplichting, als ik daar woonde, was 's morgens naar Hochwald 
te rijden om Himmler te behandelen. 

Himmler had de gewoonte de mensen die hij in zijn hoofdkwartier 
ontboden had, twee á drie dagen te Iaten wachten, voor hij ze ont- 
ving. De SS-generaals en politiechefs kwamen dikwijls geladen met 
klachten en verwijten en hoopten dan zo gauw mogelijk te kunnen 
losbranden. Zij kregen echter niet te horen, wanneer Himmler ze 



ontvangen zou, maar moesten rustig afwachten. AIs dat zo twee of 
drie dagen geduurd had, waren de mensen murw geworden. Dán 
,werden ze bij Himmler toegelaten, die ze kortaf vroeg, wat ze 
wensten. Spoedig onderbrak hij ze dan om op geforceerde toon enkele 
korte bevelen te geven. Deze hele krampachtig gespeelde comedie 
diende voor Himmler, díe in wezen zeer besluiteloos was, om zich 
een houding van flinkheid te geven. Ook Brandt bevestigde, dat 
Himmler besluiten altijd zo lang mogelijk uitstelde. Angst was de 
grote motor en Himmler besliste altijd eerst, nadat hij de verant- 
woordelijkheid innerlijk aan Hitler had gedelegeerd. 

In Juli '41 vertelde de Reichsfúhrer, dat hij een cartotheek bijhield, 
tvaarin alle geschenken, die hij gaf of ontving, keurig stonden gere- 
gistreerd. De reden voor deze registratie was tweeërlei. In de eerste 
plaats moest men altijd weten aan wie men iets had gegeven en in 
de tweede plaats mocht men niet teveel geven. Anders wordt een 
mens maar hebzuchtig. Bovendien kon men dan het karakter van 
degene, áie iets gekregen had, nauwkeurig bestuderen. „Hoezo?" 
vroeg ik. ^Wel," antwoordde Himmler, „aan de vorm van de be- 
dankjes kan men aflezen wat voor karakter de schrijver heeft." 

De volgende dag heb ik de cartotheek bezichtigd. Het was werke- 
lijk een groot opgezette boekhouding, waarin men alles kon vinden. 
Wanneer de begiftigde was geboren, welke functie en rang hij had, 
zijn nummer in het partijboek en zijn rang in de partij, hoeveel kin- 
deren hij had, waar zijn vrouw vandaan kwam en als klap op de 
vuurpijl: hoe de begiftigde moest worden aangesproken. De keuze 
variëerde tussen Du, Lieber Parteigenosse, of wat koeler Partei- 
genosse of zrer formeel met Herr of zeer intiem met Mein lieber 
Parteigenosse. Alles, wat de Reichsfïïhrer ten geschenke had gekregen, 
werd eveneens geregistreerd. Ik kon een beetje in de cartotheek rond- 
neuzen en vaststellen, dat de geschenken meestal van geringe waarde 
waren. Wandborden, SS-kalenders, porseleinen voorwerpen uit de 
Allach-fabriek, die eigendom van de SS was! De dames kregen 
meestal chocola, een half pond koffie of andere levensmiddelen. Met 
Kerstmis gaf hij ook wel boeken, het liefst Dsjengis Khan of Hitler 
wie ihn keiner kennt. Dikwijls gaf hij ook zijn eigen portret. De ge- 
hele cartotheek was reeds jarenlang zeer precies bijgehouden. 

Mijn contacten met SS-leiders, die ik nodig had, om gegevens te 
krijgen over mensen die in nood verkeerden, kwamen op een won- 
derlijke wijze tot stand. 

In de cantine mochten normaliter geen alcoholische dranken wor- 
den geschonken. Ik vroeg Himmler een briefje voor een wekelijkse 



46 



47 



¥ 



if>. 









1/» 



Pi'i- 



r ' 
rK' 



toew^fing toi een liter, Jfc vertelde hem, dat ík die nodlg hac£ &&*£ ..'" " 
oo^ájns gasten te kunnen ontvangen. Achter de é&n op het brie|jje 4 
plaatste ik een nul en sindsdien was ik meër dan éen jaar in staat 
ODS;de SS-Ieiders, die het hoofdkwartier bezochten, gedurende hún 
wachttijd op alcoholte onthalen en ze zo tot vertrouwelijke mede- 
tdeJJiíigen te verleiden. 

- Ik kon deze mededelingen niet missen, want in het algemeen werd 
ín het hoofdkwartier over politiek gezwegen. Er was ech'ter nóg een 
bron, waaruit ik putte. In mijn dagboek noteerde ik op 12 Dec. 1943: 

„Over de grote politieke gebeurtenissen vernam ik in het hoofd- 
kwartier evenmin iets als over de toestand aan de fronten, dat alles 
wordt zorgvuldig voor mij 'geheim gehouden. Wanneer ik bij Himm- 
ler informeer naar de toestand, zegt hij, dat hij vandaag de kranten 
nog niet gelezen heeft. Ik moet aan de commandant van de trein de 
Volkischer Beobachter maar eens vragen. Nadat ik enkele malen dit 
antwoord gekregen heb, begin ik er niet meer over. Ik pas nu een 
andere tactiek toe. Wanneer hij opgewonden is, laat ik hem rustig 
zijn gang gaan, dan vertelt hij de grootste geheimen. Dr Brandt weet 
helemaal niets, die verdrinkt in zijn administratieve werk. Wanneer 
ík buiten de opwinding van Himmler om iets te weten wil komen, 
moet ik naar de Engelse zender luisteren, hoewel er de doodstraf op 
staát. Het speciale radiotoestel, waar ik Radio Oranje en de uitzen- 
dingen. in de Duitse taal uit Londen over hoor, staat in Himmlers 
salonwagen." 

AIs Himmler afwezig was, deed ik eenvoudig de rode lamp aan, 
wat betekende, dat niemand mocht storen en dan kon ik volkomen 
ongestoord en ongemerkt luisteren. Ook in Hartzwalde hoorde ik ge- 
regeld de Engelse zender. In Berlijn vertelde Schellenberg me dik- 
wijls over de juiste stand van zaken, terwijl ik me daar ook altijd bij 
Kivimáki op de hoogte kon stellen. 

De op deze wijze verkregen kennis buitte ik dan bij mijn behande- 
ling van Himmler uit. Meer dan eens vroeg hij mij op scherpe toon, 
hoe ik dit of dat wist. Ik redde me dan meestal met: „Dat beweert 
men in het buitenland," of „dat weet toch iedereen." Buiten de be- 
handelingen bood zich nog een gelegenheid tot gesprek na de maal- 
tïjden. Om precies twee uur werd elke dag warm gegeten. De maal- 
tijd duurde dríe kwartier en werd altijd besloten met wat gelegen- 
heidspraat, waarbij koffie werd opgediend en Himmler een sigaar 
rookte. Dit was de enige gelegenheid overdag, waarbij Himmler 
zich even tijd gunde om uit te rusten. Het ontbijt 's morgens werd 
altijd benut voor het aanhoren van de lopende zaken, die Dr Brandt 
hem dan voorlegde. De tijd tussen ontbijt en middagmaal gebruikte 
Himmler voor het afdoen van stukken. In de loop van de middag 



48 












voerde hij besprekingen, terwijl het avondeten was vastgesteld op 
acht uur. Dit mocht níet langer dan vijf en dertig minutcn duren. 
Onmiddellijk na het eten ging Himmler weer aan het werk. Hij was 
wat eten en drinken betreft zeer sober, hoewel hij prijs stelde op een 
behoorlijke verzorging van zijn maaltijd. Hij at veel roggebrood, 
dronk bij het avondeten een glas rode wijn en tijdens de bespre- 
kmgen nog wel eens een glas appelmost. Met een enkele sigaar na 
het eten was daarmee aan Himmlers eisen voldaan. 

Himmler hield er niet van aan tafel over zakelijke kwesties te spre- 
ken. Graag sprak hij over historische gebeurtenissen; de strijd der 
Germanen in Italië, de tocht der \andalen over Spanje naar Noord- 
Afrika. Zoals reeds gezegd, interesseerde hem in het bijzonder de ge- 
schiedenis van Dsjengis Khan. Zijn lievelingsthema was echter 
Koning Heinrich I. Een enkele maal heerste er aan tafel een vro- 
lijker toon. Zo herinner ik me, dat Hímmler in Augustus 1944 eens 
in het Hegewaldheim een kreeftmaaltijd organiseerde, waarbij wij 
wedijverden, wie de meeste kreeften naar binnen kon werken. 

Dergelijke gelegenheden waren uitzonderingen. Naarmate de oor- 
log vorderde.werd Himmlers humeur slechter. Van het begin van 
de oorlog af droeg hij een capsule met cyaankali bij zich. Daar 
maakte hij althans voor mij geen geheim van. Eens bood hij het ook 
mij aan: „U moet het ook bij u nemen." „Waarom?" „Als we de 
oorlog verliezen, heeft het leven toch geen waarde meer." „0, nee, 
voor u misschien niet, voor mij wel." 

Op 23 Mei 1945, in de nabijheid van het hoofdkwartier van het 
overwinnende leger van Montgomery, deed de cyaankali dienst. 



X 



49 



._ „___U__klW__fl.L.h..,__L. 



-■(■ ■■?.. 



X 



í.\ 



í 



h I 



A 



* 



.f ' 



t? 



'1 í 




.?■< 









V. TAAL EN RELIGIE DER TOEKOMST 



^ 



Een béeid van de voorstelling, dïe de Duitse leiders zich maakten 
van het Grootduitse Rijk tussen Noordzee en Oeral, kreeg ik tijdens 
de uiteenzettingen, die Himmler mij gaf over taal en religie der 
toekomst. 

Gedurende een behandeling, het was op 2 Mei 1943, vertelde hij, 
dat Hitler de vorige dag een document van het grootste belang had 
ondertekend. Het betrof de regeling van de taal na de oorlog. Hitler 
stond op het standpunt, dat de volken elkaar bij gebrek aan een 
eenheidstaal niet konden begrijpen en meende in het algemeen, dat 
de vele verschillende talen in Europa niet alleen overbodig, maar 
ook storend werkten. De grote taalverschillen moesten noodzakelijk 
misverstanden oproepen, waaruit weer haat en nijd geboren werden. 
Daarom had Hitler in het bedoelde besluit de volgende regeling ge- 
troffen, die onmiddellijk na de oorlog in werking zou treden. Duits 
werd in Europa de hoofdtaal. Andere talen, als bijvoorbeeld Neder- 
lands, Frans of Roemeens mochten nog slechts regionaal als hulptaal 
worden gebezigd. Binnen tien jaar dienden echter ook zij te verdwij- 
nen. Engels en Russisch echter zouden dadelijk op het continent ver- 
boden zijn — de grote uitzonderingen betroffen het Italiaans en het 
Fins: beide talen mochten verder worden gebruikt, als tweede offi- 
ciële taal moest in de betrokken landen echter het Duits worden in- 
gevoerd. 

Scrupules over de uitvoering van deze krankzinnige plannen vielen 
niet te bespeuren. Integendeel, men had reeds de termijnen voor de 
openbaarmaking van deze maatregel vastgesteld. Op de grote vredes- 
conferentie, die voorzover ik gewaar kon worden een soort nazistisch 
dictaat aan de wereld zou worden, moest de taalregeling plechtig 
worden meegedeeld. Zoals te verwachten was, moest Íeder, die na 
afloop van de fatale termijn van tien jaren nog een andere taal 
sprak dan de Duitse, worden gestraft. Voorts stonden voor de volken, 
die in het Grootduitse Rijk op zouden gaan, nog nationaalsocialisti- 
sche opleidingscursussen op het programma, waarvan rooster en 
leerkrachten reeds vastgesteld waren. 

Reeds vroeger, nl. op 17 Augustus 1942, had ik van de wereld- 
vredesconferentie gehoord en wel uit de mond van Himmler zelf, 
die naar aanleiding van een bijeenkomst van hogere SS- en politie- 
chefs in zijn hoofdkwartier te Shitomir in de Oekraine in een rede 
vah drie uur de taken aangaf, die na de oorlog moesten worden ver- 
vuld. De oorlog, zo verwachtte Himmler toen, zou binnen een jaar 
gewonnen zijn; binnen enkele maanden reeds zou de toekomst dui- 
delijk voor hen liggen en daarom was het zaak, het gehele politie- 

50 



j^p$*raat van het Duitse Rijk te organïseren voor zijn vredest^k 

U^-Bímk zn de geniale leiding van Hitler was het mogehjk geweest 

|4fize meest zegenrijke oorlog uit de wereldgeschiedenis te voeren, 

waardoor het Duítse volk de eerste duizend jaar een heerlijke toe- 

komst was verzekerd. De eerste daad van opbouw na de overwinning 

zou de genoemde vredesconferentie in het partijstadion in Neuren- 

berg zijn. Daar zou Duitsland met zijn overwonnen vijanden een 

; rechtvaardige en menselijke vrede sluiten. Voorwaarde daartoe was 

echter, dat de overwonnen volkeren onvoorwaardelijk het gezag van 

de Fíihrer zouden aanvaarden. 

De SS en de politie zouden in de toekomststaat voor de meest ver- 
schillende doeleinden worden gebruikt. Het nieuwe Duitsland zou, 
wat grondstoffen betreft, geheel autarkisch zijn en alles in de enorm 
uitgedijde ruimte van het eigen land kunnen produceren. Het 
woningprobleem wachtte een grandioze oplossing. Waar voldoende 
ruimte beschikbaar zou zijn, moesten de grote steden verdwijnen en 
voor ieder moest in de toekomst een eigen huis met tuintje ter be- 
schikking staan. De schoonste en moeilijkste taak was weggelegd voor 
de SS. Deze bestond in het volvoeren van enorme volksverhuizingen, 
aangezien binnen de nationaalsocialistische levensruimte geen plaats 
was voor vreemde volken. Drie jaren na de oorlog moesten deze alle 
verdwenen zijn. 

Over de oplossing van dit probleem kregen de toehoorders aan het ' 
dot van Himmlers rede commentaar. De Reichsfuhrer vertelde, dat 
hij onlangs bericht gekregen had, dat een Hollandse arts was veroor- 
deeld, omdat hij bij een zwangere vrouw op haar verzoek vrucht- 
afdrijving had gepleegd. Hetzelfde was hem verteld van een Poolse 
en een Russische afts. Bij ten toevallig gesprek met Hitler over deze 
dingen had deze gevraagd of de betrokken politie-instanties dan 
waanzinnig waren geworden. Want ieder kind, dat in bezet gebied 
uit een Duitsland vijandig gezind volk geboren werd, betekende over 
twintig jaar een nieuwe vijand. Niet de vruchtafdrijvers, maar de 
straffende justitiebeambten verdienden straf. De Fuhrer zou het ten 
zeerste waarderen, wanneer de Duitse politie-instanties in de bezette 
gebieden er voor wilden zorgen, dat daar zo weinig mogelijk kinderen 
werden geboren. Weliswaar kon men deze volken geen onthoudihg 
opleggen, maar een handige fluistercampagne kon wellicht bereíken, 
dat de moeders zouden terugschrikken voor het ter wereld brerigen 
van kinderen. De artsen moest straffeloosheid worden gegarandeerd, 
wannéer ze abortus provoceerden. De enorme toeneming van de ge- 
boortecijfers, vooral in Nederland, Polen en Rusland, had Hitler 
zeer verontrust. In deze oorlog moest het Duitse volk zorgen voor het 
hoogste geboortecijfer. „Dus, kameraden," besloot Himmler, „zorg 

v 51 






i M 






< 



rV' 






'7i 

■Ipt 



,&'. 



- Ji "- 



ÉÉIÍilÉÉi 



in Duitsland met straffe hand voor toeneming van het aantal ge- 
boorten; maar laat in de bezette gebieden deze zaak op zijn beloop, 
zie wat door de vingers en laat vooral de artsen lopen, die afdrij- 
vingspractijken uitoefenen." Ik had de indruk, dat deze rede bij de 
politiechefs niet bepaald een groot enthousiasme te voorschijn riep. 
Bij de daarop aansluitende maaltijd beklaagde mijn tafelbuurman 
zich er over, dat men door de vele elkaar tegensprekende richtlijnen 
helemaal geen weg meer wist. 

Het huwelijksprobleem was voor zover ik kon nagaan een van 
Himmlers Iievelingsthema's. Op 3 Mei 1943 beweerde hij tegen niij, 
dat het huwelijk in zijn tegenwoordige vorm een duivelse uitvinding 
van de Katholieke Kerk was. De bestaande huwelijkswetten waren 
immoreel. Want daar volgens hem een man onmogelijk zijn hele 
leven lang met één vrouw toekon, was hij thans indirect tot ontrouw 
gedwongen. De geldende huwelijkswetten riepen huwelijksmoeilijk- 
heden, wederzijdse afkeer van de partners en kinderloosheid op. Het 
resultaat was, dat daardoor millioenen kinderen ongeboren bleven. 
Hitler had daarom het vaste plan na de oorlog een diepingrijpende 
wijziging van de huwelijkswetgeving in te voeren. De kern van deze 
nieuwe wet zou bestaan in de erkenning van het recht van de SS- 
leiders op een tweede wettige vrouw. De toekenning van dit recht 
betekende tevens een grote onderscheiding en zou gepaard gaan met 
een hoge, goedbetaalde staatsbetrekking, die de uitverkorenen gemak- 
kelijk in staat zou stellen twee gezinnen te onderhouden. De staat, 
die dit alles tenslotte diende te betalen, zou het onschatbare voor- 
recht genieten een dubbel aantal kinderen „van het zuiverste en meest 
waardevolle bloed" te ontvangen. Dit uit rassenoogpunt als zuiver 
gekenschetste heldenbloed zou verder zuiver moeten trouwen. Een 
zeer scherpe selectie van dé tot de dubbele echt officieel toegelatenen 
moest evenwel plaatsvinden. De daarbij te stellen eisen vatte Himm- 
ler als volgt samen: raszuiver, Germaans bloed, trouw aan de Fuhrer 
en de verwerving van het Ridderkruis, Kruis van Verdienste in goud 
of tenminste van het IJzeren Kruis, eerste klasse. Het nummer in het 
partijstamboek van vóór 1933 zou daarentegen geen enkele rol spelen. 

Ter aanvulling van dit onsmakelijke plan zou worden bepaald, dat 
de aanwezigheid van een uit rassenoogpunt kïaarblijkelijk hoger 
staande vrouw voor de uitverkorenen voldoende grond tot echtschei- 
ding opleverde, opdat zij hun „huwelijk konden verbeteren". Over 
de vraag of een dergelijke scheiding plaats kon vinden zou het be- 
ruchte Rassenamt {Rassenpolitisches Amt der N.S.D.A.P., ingesteld 
als toporgaan binnen het kader van de Rassenschutzgesetzgebung in 
de eerste jaren van het regime) in Berlijn beslissen. Dit bureau moest 
autpmatisch ingrijpen, wanneer een huwelijk van zulke raszuiveren 



gedurende vijf jaar kinderloos bleef. Dan waren de volgende etappes 
bepaald: onderzoek naar de oorzaken der onvruchtbaarheid door een 
ambtelijk arts, operatie van de vrouw op staatskosten en een her- 
nieuwd ingrijpen van het Rassenamt binnen twee jaren bij blijvende 
onvruchtbaarheid, gepaard met automatische verbreking van zulke 
huwelijken. Himmlers standpunt was, dat het Duitse volk zich na de 
oorlog geen kinderloze huwelijken meer veroorloven kon. Daarom 
had hij ook in 1936 de zg. Lebensborn als zijn oereigen schepping in 
het leven geroepen. 

Dit instituut stelde aan daartoe in aanmerking komende vrouwen, 
wier echtgenoten steriel waren, geselecteerde mannen ter beschik- 
king. De Lebensborn hield er ook grote kraaminrichtingen op na, 
waar iedere raszuivere vrouw, zonder dat zij haar naam behoefde op 
te geven, kosteloos kon bevallen. Het hielp ook iedere alleenstaande 
vrouw, wanneer ze naar een kind verlangde, bij de vervulling van 
haar wens. In zulke gevallen nam de Reichsfiihrung-SS het peetschap 
van het kind en de zorg van zijn opvoeding op zich. Tot dusver be- 
rustte het werk van deze instituten op vrijwilligheid. Himmler had 
echter reeds gezegd, dat dit na de oorlog anders zou worden. Dan 
kwam de officiële ontbinding van alle Christelijke huwelijksprincipes 
aan de orde. Dan zou de vrije menselijke wil volledig worden ge- 
knecht. Elk raszuiver vrouwelijk wezen zou dan namelijk, voorzover 
het na het dertigste levensjaar nog kinderloos was, in feite vogelvrij 
worden verklaard. Het Rassenamt, dan Rijksgezondheidsdienst ge- 
heten, kon het een oproep doen toekomen zich op die en die dag en 
op dat en dat uur ter beschikking te stellen van de Lebensborn om 
zich te Iaten bevrucMten. Een weigering zou automatisch verbanning 
uit de volksgemeenschap meebrengen. 

Toen ik sarcastisch opmerkte, dat op deze wijze van het vrouwelijk 
gevoel niet veel zou overblijven, antwoordde deze hartstochtelijke 
illusionist, dat hij onmogelijk rekening kon houden met persoonlijke 
gevoelens.. Wie zou na vijfhonderd jaar nog vragen of Juffrouw 
Schulze of Muller soms ook ongelukkig was geweest? Hoeveel onge- 
lukkige huwelijken waren er in vroeger eeuwen niet geweest! En toch 
was er een in vele opzichten taai mensengeslacht uit ontsproten. „Ik 
moet hard zijn, keihard, om de grote ideeën van de Fúhrer, die voor 
het Duitse volk eerst in de komende eeuwen zullen doorwerken, pre- 
cies te kunnen verwezenlijken. Over duizend jaar moet het Duits.e 
volk vijfhonderd millioen zielen tellen en het gehele gebied tussen 
Oeral en Noordzee bevolken. Dan eerst zal het een granieten.blok 
vormen, waarop Azië zich de tanden zal stukbijten." 

Hierna kwam Himmler weer terug op het thema van het moeder- 
schap. In dit verband zij er aan herinnerd, dat Himmler, die als type 



52 



53 



fr 



Pv 



11* *■ 




V<* w? «y< ,ï- - - ' '^ws 

irï^;£jfyotáa&r* in de gebtuikelijke *in bciat, maar eerder een '\ 
enigSïins Mongools uiterhjk had, keer op keer een zwak verried vo<$r 
blonde mensen met blauwe ogen. Zijn nieuwe elite van de SS wenste 
hïj geheel uit dit soort mensen op te bouwen. Dweperig heeft hij 
meer dan eens tegen mij gezegd, dat mensen met blauwe ogen nooit 
ío slecht konden zijn als donkere typen. Dat leidde hem er toe aan 
de blonde vrouw in het rijk der toekomst een bijzondere plaats in 
te ruimen. Zijn SS-mannen moesten bij voorkeur met deze vrouwen 
trouwen en waar blond en Germaans voor Himmler identiek was, 
berekende hij, dat op deze wijze, het Duitse volk in honderd twintig 
jaar weer zuiver Germaans zou zijn. 

De naam Moeder was de hoogste eretiteï, die een vrouw zich in het 
Derde Rijk kon verwerven. Het Ehrenkreuz der deutschen Mutter 
wasreeds in 1938 ingesteld. Na de oorlog moest het een veel grotere 
betekenis krijgen. De draagster van het moederkruis in goud, een 
onderscheiding, die verleend werd bij het achtste kind, was in zijn 
ogen een heilige vrouw. Voor de rechter had haar getuigenis dubbele 
kracht. Na introductie had zij ten allen tijde toegang tot de Fúhrer. 
Militairen en politie waren verplicht haar te groeten. Fiïhrer en Rijk 
namen bij het laatste kind het peetschap op zich. Bij het tiende kind 
nam de staat de opvoeding van alle kinderen voor zijn rekening en 
dc leden van dit gezin hadden alleen op deze grond recht op grond- 
bezit in het Oosten. 

Bij het aanhoren van al deze typische voorbeelden van een op de 
spits gedreven rassencultus werd ik levendig herinnerd aan wat 
fíimmler mij in October 1942 in Rome verteld had, toen ik Ciano 
en Buffarini behandelde en Himmler plotseling overgekomen was 
om in Italië de stand van zaken op te nemen. Himmler had zich 
toen tegenover mij opgewonden geuit over Duitse katholieke pries- 
ters, die in Rome te zien waren in lange rode gewaden en waarvan 
hij beweerde, dat zij agiteerden tegen hun vaderland, terwijl millioe- 
nen Duitsers heldhaftig aan het front streden. Bij deze gelegenheid 
zei Himmler, dat de laatste strijd van Duitsland gericht zou zijn 
tegen Italië. Want behalve Mussolini waren alle Italianen verraders. 
Mij sloeg toen aan het fantaseren, zag zijn SS-ers Rome innemen, de 
Paus gevangen zetten en de priesters de kleren van het lijf rukken. 
„Hen helpt dan geen God en geen Maagd Maria," riep Himmler uit, 
„de Fiihrer en ik zullen er bij zijn, wanneer mijn mannen de Paus 
in vol ornaat zullen ophangen. AIs hem dan de tiara van het hoofd 
rolt,_stort daarmee tegelijk voor altijd de macht van de Katholieke 
Kerk Íneen." 

Hímmler praatte zichzelf namelijk voortdurend voor, dat al het 
ongeluk van de laatste negentien eeuwen veroorzaakt werd door de 



»*W*ff*fk 



V* 4 f i 






K.- 



54 



'f V 



^ÍJa 



'*.&*&>...£* fjfti&tj-'áfu':* 



\i- 



Joden en de Katholieke Kerk, die zich thans gevonden hadtffett'Hí' : 
t^et verzet tegen het JDuitse voIk^Op het ogenblik was het nog nodíg^ 
zijn ware gevoelens tegenover de Katholiekf Kerk te verbergen, »*- 
dra echter de uiteindelijke zege was behaald, zou ook het Italíaanse 
probleem pijnloos opgelost en met de Katholieke Kerk afgerekend 
worden. 

Mijn patiënt had zïch bij dit gesprek weer eens zo opgewonden,. 
dat het mij beter leek hem wat af te leiden. Daarom vertelde ik hem 
van de Vestaalse maagden, deze zes voorname vrouwen van vol- 
maakte gestalte, die het eeuwige vuur in de tempel brandende moes- 
ten houden. Himmler reageerde hierop onmiddellijk en ging op het 
thema door. Het Duitse volk moest, zo meende hij, terugkeren tot 
het oude heidense, het zuivere Germaanse geloof, eerder kreeg het 
zijn geestelijk evenwicht niet terug. Geen volk, tenzij het decádent 
en ontaard was, kon zonder religie leven. Adolf Hitler was uitver- 
koren het de ware relïgie te geven. Het moest weer tot de goden van 
zijn voorvaderen leren bidden, zoals het in de voor-Christelijke tljd 
geweest was. Dan zou ook opnieuw één Duitse Kerk ontstaan, met 
Adolf Hitler als opperste heer. Zelfs na zijn dood, een overgang tot 
de onsterfelijkheid, zou hij, en wellicht nog intensiever dan vroegér, 
doorwerken. Want zijn uitspraken en ideeën waren waarachtig* gro- 
ter, edeler en zuiverder dan dïe van de Jood, Jezus Christus! 

Aan dit gesprek, waarachter het doel zichtbaar werd, niet sleehts 
de kerken, maar ook het Christendom zelf te vernietigen, moest ik 
terugdenken, toen Himmler mij zijn ideeën over een eugenetiek voor 
het Duitse volk uiteenzette. Voqrhem en de zijnen betekenden ze 
een religie, een volj^dig op het Diesseits gericht religieus leven. Ztjn 
SS bouwde hij welbewust op deze tenslotte niet meer dan dierlijke 
teeltkeuze op. Hieruit moest de nieuwe elite van het Duitse volk, de 
nieuwe, door Himmler geschapen adel, ontstaan. 









_j_____1____^i.Al. 



55 



^ÍÉÍÍ^;^.'«Í&1&^^ 



-V 









r A'í 



f ' 



V! 









*^ 



8r 



u. 



VI. GERMANIË OVER EUROPA 

Eens, volgens mijn notitiesop 20 Juli 1942, ging Himmler dieper in 
op de grondgedachte van zijn levenstaak, zoals hij het noemde. Het 
hoogste dat een man in het Derde Rijk bereiken kon, was volgens 
Himmler opgenomen te worden in de nieuwe Orde, de SS. Bij het 
huwelijk van een SS-er werd de vrouw automatisch in de Orde inge- 
Hjfd. Al deze huwelijken waren echter afhankelijk van een onderzoek 
naar de raszuiverheid van de vrouw. Huwelijkssluiting zonder na- 
drukkelijke toestemraing had uitsluiting van de man uit de SS, het 
verlies van zijn post, dus een volledige vogelvrijverklaring ten ge- 
volge. Na de oorlog moesten alle formaties buiten de SS verdwijnen, 
alle functies in het Staatsbestuur uitsluitend door SS-leden worden 
vervuld. Hierin lag de garantie voor de verwerkelijking van de idee 
van Hitler, zo meende men. 

Mocht Himmler in theorie nog zo van de voortreffelijkheid van 
zijn SS overtuigd zijn, hij wist heel goed, dat de practijk er vaak heel 
anders uitzag. Dikwijls heb ik daarop toespelingen gemaakt, maar zijn 
reactie was dan altijd, dat Rome ook niet in één dag gebouwd was. 
Na de oorlog zou hij wel een grote zuiveringsactie uitvoeren. Nu, 
midden in de oorlog, moest men vaak een oogje dichtdoen. Boven- 
dien hadden al deze grote ideeën eeuwen nodig om tot volledige rijp- 
heid te komen. Nu reeds echter eiste hij van zijn mensen een ijzeren 
discipline en strafte hij iedere SS-er, die zich aan iets schuldig ge- 
maakt had, dubbel zo streng, als iemand die niet tot de SS behoorde. 

De mentaliteit van zijn SS-leiders heb ik op verschillende wijzen 
leren kennen en meestal van een hoogst onaangename kant. Zo ver- 
scheen op een dag een SS-Fiihrer op mijn landgoed, bekeek het eens 
en wou weten of ik het van Himmler ten geschenke had gekregen. 
Toen ik hem antwoordde, dat ik het met hard werken had verdiend, 
gaf hij te kennen, dat hij zich dat niet wijs liet maken, want zoveel 
geld kreeg men op eerlijke wijze nooit bij elkaar. Overigens was dit 
precies zo'n landgoed als hij zocht. Helaas kon hij tegen mij niet veel 
ondernemen, want het was bekend dat de Reichsfiïhrer mij be- 
schermde. Een jaar later ontmoette ik de man weer. Hij had toen 
een kasteel in Polen, klaarblijkelijk ook eerlijk gekregen; inventaris, 
meubelen en zelfs de garderobe van de vroegere bezitter — waarvan 
hij stralend vertelde dat de kleren hem precies pasten — inbegrepen. 

De eerlijkheid gebiedt in dit verband ook nog een andere SS-Fuhrer 
aan het woord te laten komen. Ik had tijdens de oorlog eens de chef 
van de SS-divisie Das Reich, SS-Gruppenfiïhrer Georg Keppler be- 
handeíd. Tijdens een van deze behandelingen op 8 Januari 1943, 

56 



W- 



luchtte hij op verrassend openhartige wijze zijn gemoed over ver- 
schillende wantoestanden. Eerst sprak hij op zeer critische wijzeover 
de partij. Vervolgens kwam hij op verschillende gebeXirtenissen aan 
het Oostelijk front. Hij was met hart en ziel soldaat, maar wat daar- 
ginds in Rusland gebeurde ging boven zijn begrip. Hij bedoelde de 
speciale militaire commando's voor massamoorden. Op mijn verzoek 
vertelde hij mij toen het volgende: Jonge gezonde mannen worden 
ingedeeld bij de Waffen-SS. In groot geloof aan Duitsland worden 
zij soldaat, want reeds op school is hen bijgebracht, dat Adolf 
Hitler en de grootheid van Duitsland identiek zijn. Zij zijn dus voor- 
bereid alles voor het vaderland te geven. Dan begaan ze de een of 
andere keer een klein vergrijp tegen de krijgsregels, al was het 
slechts, dat zij te laat komen of tijdens het op wacht staan in slaap 
vallen. Automatisch komen ze op het strafregister en vallen in hah- 
den van de Krijgsraden. Dit zijn meest geborneerde lieden met spe- 
ciale instructies. De schuldige SS-ers worden verhoord en met zware 
straffen bedreigd. Dan echter komt het bestiale; er is een mogelijk- 
heid de straf te ontlopen, indien men zich beschikbaar stelt voor 
speciale commando's. Als men dat doet, behoeft men bovendien niet 
bang te zijn, voor moeilijkheden bij de terugkeer in de burgermaat- 
schappij op grond van het militaire strafregister. Het gevolg is, dat 
de meeste soldaten deze kans aangrijpen. Op hetzelfde ogenblik zijn 
ze lid geworden van de moordcommando's waarover geen woord meer 
gezegd behoeft te worden. 

Als de jonge soldaten de dienst in deze commando's weigeren, dan 
wordt hen dat uiterst kwalijk genomen en krijgen ze de zwaarste 
straffen. Het resultaat Ís tenslotte, dat aj-in vertwijfeling alles doen 
wat hun officieren van hen verlangen. „Deze jonge, fatsoenlijke men- 
sen, die vol idealisme soldaat geworden zijn, worden op deze manier 
tot misdadigers," besloot Keppler. Hij hoopte, dat er spoedig een 
einde zou komen aan de ellende. 

Himmler had met zijn SS grootse plannen. Wij spraken reeds van 
zijn ideeën over volksverhuizing. Het verbluffendste daarbij was de 
vanzelfsprekendheid, waarmee híj over mensen placht te beschikken, 
Dat hier mensen in het geding waren drong in het geheel niet tot de 
plannenmakers door, maar als het al eens de schijn had, dat een 
morele overweging doorbrak, dan gleden ze daar meteen weer over- 
heen met een appêl op het enig geldige principe: „De Fiïhrer wil 
het." Meestal was dit voldoende, soms werd er ter verfraaiing aan 
toegevoegd: „voor het heil van het Duitse volk." Bij de verplaatsing 
van mijn vrienden uit de Baltische landen naar het Derde Rijk had 
ik dit geaccepteerd als een laatste mogelijkheid tot redding van het 

57 ' 









'jJ <■ 



fit V 




. ftf s 






t; 



u-. 



■o 



/í* ? - 



1 v«ge ïijf onder de druk der omstandigheden. Op 20 Februari 
*Ktf6Hfe Himmler mij echter dat Hitler hem bevel had gegeven een,- 
d$tX van de bevolking van de provincie Brandenburg weg te voeren. 
J3e &rgumentatie van deze maatregel getuigde van een ongehoord 
cynisme. Berlijn moest na de eérste tien jaren van vrede een bevol- 
king hebben van acht millioen zielen en dit rechtvaardigde de wens 
tiaar een open gebied voor de ontspanning van de werkende mens 
ïn de nabijheid van de stad. Tot zover alles goed en wel. Nu had de 
Fuhrer evenwel bevolen, dat alle grond in een omtrek van 125 kilo- 
meter rondom Berlijn, die grotendeels voor Iandbouw niet bijzonder 
geschikt was, door de staat moest worden onteigend en ontbost. Op- 
dat. geen heinrwfee náar de vroegere landstreek zou ontstaan, moest 
de bevolking dorp voor dorp worden weggehaald en met behoud van 
de dorpsgemeenschap naar het Oosten op goede landbouwgronden 
worden overgebracht. Met het Oosten waren de bezette gebieden al- 
daar bedoeld. Gebouw en inventaris van de te verdwijnen dorpen 
zouden de staat toevallen, terwijl de dorpsbewoners in het Oosten 
in door de staat,kant en klaar gebouwde barakken zouden worden 
ondergebracht. De vrijgekomen streken moesten na het opblazen van 
gebouwen en na vernietiging van elk spoor van de vroegere bewoners 
dadelijk opnieuw worden beplant. Wat daar tussendoor toevalliger- 
wijs op bijzonder goede bodem stond, kon blijven staan, in zoverre 
hun bezitters hun slechte gronden vrijwillig braaklegden. In het al- 
gemeen moest echter in deze zone van 125 kilometer, waarin de villa- 
kolonies van de Berlijners zouden verrijzen, de dorpen minstens 10 
kilometer van elkaar verwijderd liggen. 

Himmler vertelde me trouwens in dit verband, dat de slechte- 
gronden in Duitsland na de oorlog helemaal niet meer voor agrari- 
■che doeleinden behoefden te worden gebruikt. Duitsland zou in het 
Oosten zoveel goede Iandbouwgrond verkrijgen, dat het zich deze 
luxe best kon veroorloven. 

In het jaar 1942, rijk aan gebeurtenissen, kwam het keerpunt in de 
oorlog. In dat jaar was ik in de gelegenheid het optreden van Duits- 
land tegenover Finlan'd van nabij te aanschouwen en tevens Íets te 
doen voor de Finse Joden. 

' Laat ik vooraf iets mogen vertellen van mijn eerste ontmoeting 
met de Gestapo, waar het de Joden betrof. Bij het begín van de 
oorlog had ik in Berlijn onder mijn patiënten vele Joden, hoewel 
toen reeds vele uitzonderingsbepalingen ten aanzien van de Joden 
bestonden. Zo gebeurde het, dat ik op de 3de Mei 1941, ('smorgens 
om 7 uurl) bezoek kreeg van twee Gestapolieden, die núj na 
enig heen- en weergepraat de vraag stelden, of ik Joden behandelde. 

53 




. '^L ahtwqordde bevesti^nd, waarop ík een aantál verwijten te hor^a 
kreeg, die culmineerden in de verzekering, dat ifc mij „door dif Vép- 
raderlijk gedrag buiten de volksgemeenschap stelde." Eerst nadat jfc 
mijn Finse pas tooqde bonden de beide beambten in en verklaanien, 
dat er een misverstand in het spel moest zijn, want men had hen 
gezegd, dat ik een Duitse arts was. Ik liet hen zien, dat ik als arts 
voor natuurgeneeskunde in Duitsland was afgestudeerd. Daarop werd 
mij aangeraden me in het vervolg niet meer met Joden te bemoeien, 
anders zou ik worden uitgewezen. De heren keken vreemd op, toen 
ik zei, dat mij dat heel aangenaam zou zijn, want dat ik tegen mijn 
zin door hun collega's in Duitsland werd gehouden. Dezelfde dag 
was ik bij Himmler voor zijn behandeling en ik beklaagde mij bij 
hem over dit Gestapogedoe. Himmler bleek van de hele geschiedenis 
niets af te weten. Hij gaf echter telefonisch opdracht, het onderzoek 
tegen mij onmiddellijk te staken met de motivering, dat men in Bet- 
lijn op het ogenblik geen overbodige verwikkelingen met Finse on- 
derdanen kon velen. 

Dit voorval was voor Himmler aanleiding mij uitvoerig over het 
Jodenvraagstuk te onderhouden. Ik mocht volgens hem de Joden 
niet behandelen als de ariers. Sedert eeuwen waren de Joden gezwor 
ren vijanden van het Duitse volk; hun opzet was Duitsland te ver- 
nietigen. Daarom moest ik als „Germaan" voldoende begrip tonen 
om de Joden uit de weg te gaan! Hierop aansluitend kwam Himm- 
ler over Finland te spreken en hij sprak de hoop uit, dat het Duitse 
en het Finse volk spoedig bondgenoten zouden zijn. Want de Finnen 
waren een dapper en fatsoenlijk volk, dat in de Winteroorlog zeer 
heldhaftig had gestreden. Voorwaar^e-voor een blijvende goede ver- 
standhouding met Finland was echter, dat Finland zijn Jodenvraag- 
stuk volgens de Neurenberger wetten zou „oplossen". Want aan het 
einde van de oorlog moest Europa zonder Joden zijnl Wie zich ver- 
zette tegen dit duidelijke bevel van de Fiïhrer of zelfs medehjden 
met de Joden toonde was een verrader van het Germaanse volk Hij 
zei met opzet Germaans, want Hitler, de Fúhrer aller Germanen, 
dacht immers niet eng-Duits, maar groot-Germaans. Wilde Finland 
na de oorlog in de grote Germaanse volksgemeenschap worden op- 
genomen, dan moest het de Duitse rassenwetten invoeren en zich 
gereed houden de Finse Joden onvoorwaardelijk aan Duitsland uit 
te leveren, zodra Berlijn deze eis stelde. 

Op de vraag of dit alles ook volgens zijn persoonlijk inzicht was, 
antwoordde Himmler veelbetekenend dat bij iemand in zijn positie 
het persoonlijk inzicht nooit meesprak, dat het er slechts op aan- 
kwam de bevelen van de FUhrer uit te voeren. 

Een jaar later, op 10 Augustus 1942, zei Himmler tegen mij ifl 

59 



^M 









*'4& 



r*] 



;*■ 






* <, 



m:* 



:■ k- : ■■ ■-..;:- -í>-i'iF''''.p 



m 



ííkíjJl,.±j**. , :.i..;. 



. : ",.^ r '.^^'«^lR.^,^i^.'i.>.á^.!^,^^^^ZÁ, : ^"i'j;,'^.::'.^i;ikO--: V 



SS'.;í? ..&;'-'&ták*A' r _i.-JG&ti 






zijn hoofdkwartier in Shitomir, dat op de grote vredesconferentie, 
waarvan toen al sprake was, alle volken dienden te verschijnen; Hitler 
zou daar de neutraal gebleven landen de nieuwe orde in Europa 
persoonlijk aanzeggen. Deze conferentie zou Ín het teken van twee 
groepen van volken staan: de uit het oogpunt van de rassenleer vol- 
waardige, díe met het Duitse rijk zouden worden samengevoegd en 
de uit dit oogpunt minderwaardige, die hetzij in protectoraten een 
ondergeschikte status zouden voeren, hetzij uit Europa zouden wor- 
den weggevoerd. Tot die laatste behoorden de Joden. 

Maar dít was slechts het begin. Wat was Europa voor Hitler an- 
ders dan een klein middel tot verwerkelíjking van zijn ideeën? De 
eerste paragraaf i»n het vredesverdrag dat Duitsland aan het over- 
wonnen Amerika zou dicteren, moest de uitlevering van alle Ameri- 
kaanse Joden aan Duitsland bevatten! De Arabieren in Palestina zou 
eeri bepaalde termijn worden gesteld, waarbinnen ze moesten zorgen, 
dat alle Joden werden uitgeroeid. Als contraprestatie zouden de 
Arábieren de steun van het Groot-Duitse Rijk verkrijgen, want zo- 
lang er nog slechts een enkele Jood in leven was, zouden de volken 
altijd weer tot onrust en oorlog worden opgehitst; „de enige die 
sterk genoeg is, om dit grote probleem op te lossen, is de Fúhrer, 
Adolf Hitler," daarmee besloot Himmler zijn uiteenzettingen. 

Het had natuurlijk geen zin bij dergelijke gelegenheden ernstig op 
Himmlers woorden in te gaan. Trouwens, nog voor ik een opmer- 
king kon maken verklaarde Himmler mij kort en bondig, dat Joden 
geen mensen, maar uitschot waren. Ook was het beter, nu zestien 
millioen mensen ineenstevernietigen, en daarmee voor duizend jaren 
vrede, welvaart en geluk te verzekeren, dan nog eeuwenlang met dit 
tot dusver onopgeloste probleem rond te tobben. Overigens kon ik, 
Kersten, natuurlijk veel niet begrijpen, omdat mij de nationaalsocia- 
listische „scholing" nog ontbrak. Na de oorlog zou het Derde RÍjk 
zich echter intensief met de scholing van buitenlanders bezighouden 
en dan kwam ik ook nog aan de beurt. 

Na dergelijke gesprekken vroeg ik me af, wat ik, op hoe bescheiden 
schaal ook, zou kunnen doen voor deze ongelukkigen, die met totale 
vernietiging werden bedreigd. Ik wist me een eenling in deze strijd, 
nergens was een sterkere macht, waarop ik me beroepen kon. Ik pro- 
beerde voor patiënten en kenníssen onder Duitse en Nederlandse 
Joden, die zich tot me hadden gewend, iets te bereiken. Het resultaat 
was gering. 

Iri het begin leek alles hopeloos. Als ik voor Joden moeite deed 
ontmoette ik slechts hoon en -werd zelf aangevallen. Men beweerde 
bijvoorbeeld meer dan eens, dat ik voor dit doel door Joden werd 
omgekocht. Een ander maal werd het vermoeden uitgesproken, dat 

60 



ik zelf Joods bloed had. Mijn gedrag was uiterst verdacht, want 
ïemand die zich van zijn ras bewust was, kon onmogelijk voor het 
schuim der mensheid opkomen. Heel langzaam gelukte het mij soms 
een van hen vrij te krijgen, of tenminste in eenof andere vorm hulp te 
verschaffen, maar in het algemeen bleef het resultaat van mijn pogen 
toch erg pover. Waar het Joden betrof, stuitte men overal op een 
botte weigering. Eerst in het laatste stadium van de oorlog gelukte 
het mij iets van grotere betekenis te bereiken. 

Een voorbeeld van de pogingen der Nazi's tot onbeperkte uitbuiting 
zou ik hier nog willen vermelden, juist omdat het ditmaal gelukte de 
volledige uitvoering van het plan tegen te houden. Reeds in 1941 had 
ik in Himmlers hoofdkwartiergehoord van grote zwarte inkopen voor 
het Derde Rijk, die in het kader van Goerings vierjarenplan werden 
beraamd. Men wilde op deze manier proberen alle nog in Frankrijk, 
België en Nederland achtergehouden grondstoffen voor de oorlogs- 
industrie in handen te krijgen. In het begin van Augustus 1942 ver- 
nam ik, dat door middel van particuliere firma's en officieuze in- 
stanties reeds met inkopen was begonnen, terwijl de zogenaamde 
contrólebureaux, die ook voor de overbrenging van de goederen naar 
Duitsland moesten zorgen de voornaamste inkopen zouden doen. De 
Duitse afnemers bestonden volgens mijn informatie uit Rijk, Wehr- 
macht en burgerbevolking. Als deze zwarte inkopen zouden zijn uit- 
gevoerd in de omvang, waarin ze beraamd waren, zou de economi- 
sche catastrofe voor de westelijke landen niet te overzien zijn geweest. 

Verschillende malen ben ik over deze kwestie met Himmler be- 
gonnen. Lange tijd wilde hij hierover niets horen. Steeds weer ver- 
klaarde hij, dat deze aangelegenheid Hitler en Goering betrof en hij 
daarin incompetent was. Ik had echter de indruk, dat hij persoonlijk 
niet afwijzend tegenover de zaak stond, eenvoudig omdat er voor het 
Derde Rijk wat te halen viel. Had ik in mijn vrije tijd niet eens in 
Himmlers hoofdkwartier een boek gevonden met de prikkelende 
titel: Het vuistrecht in de Middeleeuwenï Het leek mij ter verklaring 
van de achtergrond van deze zwarte handel bijzonder instructief. 

Pas in Februari 1943 zag Himmler, dat de zwarte inkopen in de 
genoemde landen niet meer loonden, omdat zij daar een chaos schie- 
pen, waarvan het nadeel veel groter was dan het voordeel van de 
geroofde buit. Op 6 Februari beloofde hij mij op dit punt voorstel- 
len bij Hitler te doen en op 8 Februari gaf hij in naam van de 
Fúhrer bevel aan zijn SS-formaties alle zwarte inkopen in de ge- 
noemde landen te staken. 



61 



»3 



b'í 



Srí 



% 



UjK 



LOT VAN NEDERLANB IN DË WAAGSCHAA&V í 



Uet plah tot overbrenging van de gehele Nederiandse bevolking 
iiagfeir Polen, waarover ik in dit hoofdstuk iets wil vertellen, behoort 
foi de meest cynische denkbeelden die ooit in de hoofden der Nazi- 
leíders zijn opgekomen. Ik hoorde voor het eerst van het plan door 
eukele indiscreties uit de allernaaste omgeving van de Reichsfiïhrer 
ïn Maart 1941. Uit een geheim staatsstuk van 43 getypte pagina's, 
dat ik bij Dr Brandt te lezen kreeg, bleek de bedoeling van Hitler, 
deze massale verhuizing van de Nederlanders naar het Poolse gebied 
tussen Weichsel en Boeg op 20 April 1941, dus op zijn verjaardag," 
in het openbaar bekend te maken. 

Trillend van erríbtie en met kloppend hart las ik wat daar in kille 
letters zwart op wit stond. Ik zal hier de essentiële punten van het 
plan weergeven. Voor de totale verplaatsing was een tijdsspanne van 
dertien maanden en vier dagen berekend. Ze zou in twee etappes 
plaatsvinden. Eerst zouden de bewoners van het Katholieke zuiden 
van Nederland en de Vlaamse Belgen naar de nieuw veroverde gebie- 
den in het oosten worden gedeporteerd, daarop aansluitend de be- 
woners van de noordelijke en oostelijke provincies en vervolgens de 
bewoners van de vier grootste steden. Men had berekend, dat op deze 
wijze 8.200.000 mensen moesten worden getransporteerd. De vervoer- 
bare goederen van de Nederlanders moesten per trein en over zee 
naar Oost-Pruisen worden vervoerd. Zieken en ouden van dagen was 
rrien van plan per trein en met autobussen te vervoeren, terwijl de 
^Origere mannen enyvrouwen in etappes de weg van hun vaderland 
dwars door Duitsland naar de woeste en onbekende gebieden in het 
oosten te voet zouden moeten afleggen. De verzorging van deze mar- 
cherende mensen zou overeenkomstig de voorschriften van de mili- 
taire sanitaire diensten aan de SS worden opgedragen. Ook moesten , 
de Nederlanders, die naar het oosten werden overgeplant, daar tot 
het binnenbrengen van de nieuwe oogst met Ievensmiddelen uit 
voorraden van de Wehrmacht worden verzorgd. In hun nieuwe vader- 
land, dat twee maal zo groot in oppervlakte zou zijn als Ned'erland 
en waarvan Lublin de hoofdstad moest worden, zouden de Neder- 
landers goede, voor landbouw geschikte, gronden en bouwmaterialen 
tót hun beschikking krijgen. Verder was geprojecteerd — en dat be- 
rójst mede hoe lang de inval in Rusland reeds was voorbereid — dat 
w onmiddeIlijk na de verovering van Rusland" ook Lemberg en het 
oostelijk daarvan gelegen land aan de Nederlanders zouden worden 
gégeyen. Aangezien Duitsland op dat ogenblik nog niet met Rusland 
in oorlog was, moest daarover — zo werd nadrukkelíjk in het stuk 
gezegd — nog een volstrekt stilzwijgen worden bewaard. 









** «ff. 



\ ï W'/ 

Wfet Duitse grondigheid was dit atles tot in de kleinste detailfrVojíir^ ' 
bereid De staf, die met de leiding van de deportatie werd béla&t, 
zou bestaan uit op de voorgrond tredende SSleiders, die reeds blj 
de volksverplaatsingen in de Baltische landen hun bekwaamheïd 
hádden bewezen. In het algemeen trouwens zouden de ervaringeti 
van de verplaatsingen uit de jaren '39 en '40 ook bij de volksverhui- 
zing in 1941 worden benut. Ëen bijzondere rol wa; de Nederlandse 
nationaalsocialisten toegedacht. Zij waren uitverkoren om althans 
voorlopig in Nederland te blijven, tijdens de verplaatsing hand- en 
spandiensten te verlenen en een ongestoord verloop van de deportatie 
te verzekeren door het opsporen en aanbrengen van ieder, die zich 
illegaal aan deportatie zou trachten te onttrekken. Na volbrachte 
arbeid zouden de NSB-ers op hun beurt worden gezuiverd om Vast 
te stellen, wie van hen zich Grote Germanen hadden getoond en wie 
met de weggevoerde landgenoten hadden gesympathiseerd of ge- ' 
heuld. Het rapport nam als vaststaand aan dat minstens de helft ván 
de NSB uit meelopers bestond, die ook onder een of ander voor- 
wendsel naar Lublin moesten worden gevoerd, waar voor hen dan 
een taak als ambtenaar was weggelegd. Bij de volksverhuizing zouden 
ook de politie, de Joden en de reeds voor 1940 langdurig in Neder- 
land wonende Duitsers zijn inbegrepen. Met betrekking tot de Joden 
kwam in het document een aanvulling voor, volgens welke de Reichs- 
fiïhrer-SS er persoonlijk voor verantwoordelijk werd gesteld dat deze 
Joden de plaats van bestemming niet zouden bereiken. 

Die NSB-Ieiders, welke zich ïn de strijd voor de Germaanse idee 
van waarde hadden getoond, behoefden niet mee naar Lublin, maar 
konden aanspraak maken op een woonplaats in het gebied van de 
Warthe of de Baltische landen. In het rapport werd er bij gezegd, 
dat van de uiteindelijke verplaatsing van de NSB-ers niets bekend 
mocht worden. Men vreesde anders, dat men de medewerking van 
deze zou verspelen en men veronderstelde verder dat deze lieden in 
de mening achter te kunnen blijven een waardevol tegenwicht zouden 
kunnen bieden tegen een tactiek der verschroeide aarde, die men van 
de meerderheid der Nederlandse bevolking vreesde. 

Tenslotte bevonden zich in het document nog enkele richtlijnen, 
betreffende de gang van zaken met het onroerende goed in Nederland 
na het vertrek van de rechtmatige bezitters. De bodem met alle op- 
stallen en de onverplaatsbare voorraden zouden automatisch eigen* 
dom worderi van de Duitse staat onder gezag van de Rijkscomm^s- 
saris voor de vestiging van Duitsers in het buitenland, dus Himmler. 
Voor een deel van het bezit zouden compensaties worden gegeven. 
In de stukken kwam o.a. een passage voor, waarin sprake was van de 
bouw van zes grote electriciteitscentrales in het gebied van Lubtin 



>*] 



'M.. 






* i 

■Ll* 









4: 



> fh 



62- 



63 



ïdirfr* 

t 






■'.■fy.V ■ -í. 



't : W?M.Ái 



jAúis.&.A&^Ékiy.-J%^Mï2f&êMê.stM^ 



'/■- 



op kosten van het Duitse Rijk; het kasgeld van de Nederlanders aou 
in Duitse munt worden omgewisseld, banktegoeden zouden worden 
overgeschreven op banken in het gebied van Lublin, die echter in 
Duitse handen zouden zijn. 

Wat evenwel zou er nu van het van mensen verlaten Nederland 
worden? En wat was eigenlijk de drijfveer van dit demonische plan? 

Op de eerste vraag gaf het rapport een duidelijk antwoord: Neder- 
land moest de eerste SS-provincie van het Groot-Duitse Rijk worden. 
De SS zou het land na het wegvoeren van zijn bewoners bezetten en 
overnemefl. De vrijgekomen Nederlandse landbouwgronden zouden 
in erven van 60 tot 100 hectare verdeeld aan jonge SS-boeren uit 
Duitsland, die op grond van ras en politiek werden geselecteerd, 
worden toegewezen. Utrecht was tot hoofdstad van deze provincie 
bestemd. Langs de gehele kust zouden reusachtige vestingwerken 
worden gebouwd met een diepte van 30 km. Voor de opbouw van 
deze provincie had men een vierjarenplan opgesteld, terwijl Himmler 
tot commissarís voor de deportatie was benoemd met de nadrukke- 
lijke eis, dat hij persoonlijk verantwoordelijk zou zijn voor de depor- 
tatie en de nieuwe opbouw. Gedurende deze tijd zou Himmlers 
andere werk door een plaatsvervanger worden waargenomen, terwijl 
R,ost van Tonningen als,enige Nederlander Himmler zou adviseren. 

Tenslotte bevatte het rapport in enkele zinnen ook nog enige ge- 
gevens over wat men van plan was met de Baltische volken te doen. 
Het was de bedoeling om van Estland, Letland en Litauen een ge- 
bied te maken ter beschikking van een SS-Orde. Reeds in September 
1942 had Himmler, zoals ik vernam, in zijn hoofdkwartier in Shito- 
mir geheel volgens de principes van het bewuste document zijn SS- 
leiders meegedeeld dat de gehele bevolking van de Baltische landen 
onmiddellijk na de oorlog naar het gebied van Archangel in het 
Noorden van Rusland zou worden verplaatst. 

Dat was dus in het kort de inhoud van het afschuwelijke docu- 
ment. De volgende nacht sliep ik weinig - de gedachte aan het lot 
van het Nederlandse volk, waaronder ik twaalf gelukkige jaren had 
doorgebracht, hield mij wakker. Toen ik de volgende morgen naar 
het Casino van Himmler ging om te ontbijten, zag ik Heydrich en 
naar ik meen de SS- en politiecommandant uit het bezette Neder- 
landse gebied, Gruppenfúhrer Rauter, bij een tafel met elkaar in 
druk gesprek gewikkeïd.' In het voorbijgaan hoorde ik Heydrich 
cynisch spottend tegen Rauter zeggen: „Daar zullen ze in Nederland 
van opkijken." Ik hoorde het antwoord van Rauter niet, maar voor 
mij was het nu duidelijk, dat wat ik gisteren gelezen had niet alleen 
een theorie was, bestemd voor geheime bureauladen, maar iets, dat 
misschien reeds spoedig werkelijkheid zou worden. Herinneringen 

64 






**jf 



"» i.,~*f* 



**v 






* t &{ 



vl^': 



itASí mijh Hollandse jareji bestormden míj Ik dacht aan mijn 
ïandse vrienden en patienten, tk dacht aan Den Haag, waar ik>$$«, 
woond had. Tot dusver had ik mijn invroed op Himmler nog níet 
tot het uiterste aangewend. Ik wist niet of ik in deze zaak iets berei- 
ken kon, of dat onze verhouding op dit punt zou breken. Maar ik 
wist, dat ik handelen moest. En zo kwam mij-, toen ik met de gebrui- 
kelijke behandeling van Himmler begonnen was, als vanzelfsprekend 
de vraag over de lippen, wanneer nu eigenlijk de verplaatsing van 
het Nederlandse volk plaats vinden moest. Zo zakelïjk en gewoon als 
mijn vraag geklonken had, kwam ook het antwoord van Himmler: 
„Op 20 April, de verjaardag van de Fiïhrer, wordt het bekend ge- 
maakt." Toen zag hij mij echter plotseling scherp aan en vroeg: „Hoe 
weet u daarvan?" Ik antwoordde heel rustig, dat ik dat uit een ge- 
sprek tussen Heydrich en Rauter in het Casino had opgevangen* 
Himmler keek me nogal overbluft aan en wond er zich een ogenblifc 
over op, hoe lichtvaardig zijn mensen met de meest geheime docu* 
menten omgingen zonder precies te weten, wat er aan de hand was. 
Daarop nam hij zelf het thema weer op en verklaarde, dat het pu- 
bliek toch op de een of andere manier spoedig zou bemerken, wat 
men van plan was. Dat 'zou natuurlijk in Nederland en ook in Enge- 
Iand een enorm geschreeuw veroorzaken. Maar nu zouden dan ook 
eindelijk de Engelsen begrijpen, hoe dom en gevaarlijk het was om 
het nationaalsocialistische Duitsland aan te vallen. Na de deportatie, 
van de Nederlanders zou definitief voor de Engelsen de kans ver* 
keken zijn om op het continent bondgenoten te vinden. 

Tegelijk werd het me toen ook duidelijk met welk oogmerk deze 
volksverhuizing bedacht was. Himmler vertelde me op enigszins bijte- 
rige toon, dat het niet aanging om in de toekomst een volk aan de 
monding van de Rijn en aan de Duitse Noordzeekust te laten, dat 
altijd vijandig tegen Duitsland was geweest en op het beslissende 
ogenblik steeds aan de kant van Engeland had gestaan. Aan deze 
toestand moest nu eindelijk een eind worden gemaakt. In de oorlog, 
die Duitsland in het besef van zijn Germaanse zending voerde, was 
Nederland door de Duitse troepen na een vriendschappelijke stnjd 
bezet. Menhad de Nederlanders de kans willen geven zich duidelyk 
uit te spreken bij wie zijeigenlijk thuis hoorden. De nationaalsocia- 
listische Ieiders hadden gehoopt, dat de Nederlanders zich nu aaneen- 
gesloten naast Duitsland zouden stellen en bereid zouden zijn samen 
met het Derde Rijk de grote Gennaanse gemeenschap op te bouwen. 
Maar deze „verjoodste, parasiterende handelaren", zoals Himmler 
zich gaarne uitdrukte, hadden met speldeprikken, weerspannigheid, 
gekanker en sabotage geantwoord en zetten dit gedrag rustig voort. 
Ja, zij voelden zich zelfs martelaren, wanneer ze bij sabotagedaden 

65 



Hi 



Jf*y, 



4 



4f* 




(\ 



V. 



t-j4a:íí,*v. 



■' ■ .■ >■,. ,,' .^;.^/, : . ■■■ ■,'■ ■• .-.■ . ' '■:, t'**»** 



betrapt werden. Welnu, dit volk van martelaren zou de Fiihrer het 
zuivere hationaalsocialistische denken wel eens leren. In de omgeving 
van Lublin konden de Hollanders tonen wat zij waard waren. 

Tegenover Himmlers beweringen probeerde ik in te brengen, dat 
de voorgenomen maatregelen een ongehoorde daad van geweld be- 
tekenden teaen een klein volk, dat in de wereld groot aanzien genoot. 
Ik probeerde Himmler er op te wijzen, dat de beschikbare huizen in 
het gebied van Lublin op geen stukken na voldoende waren om al 
deze mensen te herbergen — of was het de bedoeling, dat ze onder 
de open hemel moesten kamperen? Maar met deze argumenten kwam 
ik niet ver. Himmler verklaarde koel, dat het natuurlijk voor alle 
betrokkenen duidelijk was, dat alles wat zwak en verwekelijkt was, 
daar in Lublin te gronde zou gaan. De Fiïhrer nam echter aan, dat 
het grootste deel van de Nederlanders de operatie wel zou overleven. 
Hier gold precies als in de wildernis: het zwakke dier ging onder, 
het sterke wist zich te handhaven. Bovendien liep het naar de zomer, 
dan zou men tijd hebben om onderkomens voor de winter te bouwen. 
Het sprak vanzelf, dat men daar niet met nietsdoen van zijn divi- 
denden zou kunnen leven en de grote meneer zou kunnen uithangen. 
Men zou hard moeten werken. Daarmee brak Himmler het ge- 
sprek af. 

Ik zag nu Ín, dat ik op deze manier niet verder zou komen. Toen 
kwam de hemel me te hulp: de eerstvolgende dagen bleek dat Himm- 
lers gezondheidstoestand vrij hard achteruit liep. Deze omstandig- 
heid nu probeerde ik uit te buiten. Eerst maakte ik, als zijn dokter, 
Himmler er voorzichtig op opmerkzaam, dat de op het program 
staande deportatie van de Nederlanders in zijn overwerkte toestand 
een te zware belasting van zijn zenuwen zou vormen. Ik probeerde 
verder hem duidelijk te maken, dat een verhuizing van acht millioen 
mensen nooit kon worden opgevangen door het ter beschikking 
staande transportapparaat; wanneer millioenen mensen door Duits- 
land moesten marcheren zouden ze de straten versperren en een 
zware belemmering vormen voor de noodzakelijke troepenverplaat- 
singen. De Nederlanders waren immers lang niet zo gedisciplineerd 
als de Duitsers. Himmler repliceerde daarop: „Dat zullen ze nog wel 
leren." Toen probeerde ik hem in zijn persoonlijke ijdelheid te 
raken. Ik zei niet te kunnen begrijpen hoe een anders zo verstandig 
en bezonnen mens als hij, nu plotseling zo overijld te werk wilde 
gaan. Na de oorlog was er voor de Nederlandse deportatie nog tijd 
te over. Het nageslacht zou eens lachen over Himmlers overhaasting. 
En ik wees hem er steeds weer op, dat ik niets zou zeggen en me 
helemaal niet met de kwestie zou bezig houden, ak zijn gezondheid 
niet zoveel te wensen overliet, zodat er zelfs direct gevaar voor zijn 

66 



,' léven bestond. Onder deze omstaAdigheden moest ik een níeuwe" 
zware taak, zoals de leiding van de deportatie, beslist afraden terwille 
van zijn gezondheid. Dat eiste mijn geweten als arts. 

Op deze manier boorde ik hetzelfde probleem iedere keer opnieuw 
aan. Het lot scheen het met mij of liever met het Nederlandse volk 
goed voor te hebben. In elk geval had mijn behandeling bij Himmler 
niet zoals gewoonlijk onmiddellijk het gewenste gevolg. Himmïer was 
daardoor zeer verontrust. Drie weken had ik hem nu al behandeld 
— het hoofdkwartier was toen in Bruck an der Mur gevestigd — en 
drie weken lang had ik geprobeerd hem van het onzalige Plan-Neder- 
land af te brengen. Tenslotte verklaarde ik hem, dat zijn lichaam 
door overwerktheid volledig was uitgeput en dat ik hem alleen dan 
nog van mijn behandeling een zeker succes kon garanderen, wanneer 
hij nu definitief zou besluiten geruime tijd rust te nemen. Himmler 
vroeg mij alles te doen wat binnen mijn bereik Iag. Op dit ogenblik 
kon hij onmogelijk ziek worden, dat zou voor Hitler een vreselijke 
slag zijn. Daartegen hield ik hardnekkig vol, dat ik hem slechts kon 
helpen, wanneer hij zich ook een beetje aan mijn voorschriften hield 
en vooral geen nieuwe taak op zich zou nemen. Zo ging de dagelijkse 
strijd tussen hem en mij voort zonder dat ik ook maar kon vermoeden 
hoe het zou aflopen. 

Toen in het voorjaar van 1941 de veldtocht in Joegoslavië — met 
het oog waarop Himmlers hoofdkwartier in Bruck was gelegen -* 
ten einde liep, verhuisde Himmler met zijn staf naar Berlijn. Aan- 
gezien zijn maagkrampen volstrekt niet minder waren geworden, ging 
ik daar ook heen. In Berlijn herhaalde zich hetzelfde. Maar onze ge- 
sprekken eindigden ook daar altijd met de stereotiepe konstatering: 
de Fiïhrer zal de verplaatsing van de Nederlanders op zijn verjaardag 
bekend maken, want dit volk is onwaardig op de bodem, waar het nu 
leeft, voort te leven. Altijd hetzelfde stompzinnige argument. Ik was 
vertwijfeld. Ondertussen was in het hoofdkwartier het gerucht door- 
gedrongen, dat een veldtocht tegen Rusland was voorbereid en ver- 
der had ik gehoord, dat er een bevel van Hitler was tot vergroting 
en reorganisatie van de Waffen-SS. Ik spande dus bij Himmler al 
mijn overrcdingskracht in om, nu de reorganisatie van de Waffen-SS 
ook om voor mij duidelijke redenen onvermijdelijk was, hem te be- 
wegen toch beslist af te zien van de deportatie der Nederlanders met 
het oog op zijn catastrofale gezondheidstoestand. Ik stond namelijk 
op het standpunt: tijd gewonnen, alles gewonnen. 

Zo kwam voor mij de gedenkwaardige I6de April 1941. Himmlers 

maagkrampen waren toen zo hevig, dat ik die dag driemaal bij hem 

geroepen werd om hem te helpen. De laatste keer was het 's avonds 

laat. Himmler lag volledig uitgeput op zijn divan en kronkelde van 

1 i 

67 



. f ■, '-y 









í, 



í'",4 



ft 






1 /",■ 



EideeBtattliche Srklarung. 

j 

Ifeh.Dr.Rud^f Brandt,geb.2.6.09,zur Zeit la Gefángnla fiir *Eriegsver« 

ttfécner Landeberg/Lech,wet8 t da8 lch mich etrafbar mache.wenn ich in einer 

^ldeeetattlicben BrJclarung falache Angaben mache.Die nachatehenden a.uafúhrun- 

^en.die icfc auf Qrund meinej frïïheren Tatigkelt ale personllcher Heferent 

doe ehenaligen Heichafuhrers S3 Himmler nach beetem SiBsen und Gewissen 

alederechreibe.erklare leb an Eideaetatti 

£3 WBT wohl Anfang *arz 1041, ala Hiamler einen Schrifteatz erhielt.der 

elch alt der Umaiedlung einer betrachtlichen Anzahl von HollSndern nach Po- 

len hefaBte.lch kann heute nlcht oiehr sagen.ob Hitler seine tteieung an Hiaa- 

l»r éelbet unterzeichnet batte,oder ob sie durch Bormann ïïbermittelt wurde. 

^ch hatte mit dem Vorgang nichta welter zu tun,al8 ihn in die fiir Himmler 

oeotinmte Post iu legen. 

Ich fand diesen Plan so- abweglg und einnloa,«a6 lch entgegen den be- 
etehenden Geheiahaltungsvorschriften tait Herrn liedizlnalrat Felix Kereten da* 
ruber 6prach,der weder zur Dlenetstelie Hiamlers noqn zur ss gehorte.HeT-r , 
líwdiainalrat Kereten hatte jahrelans in Holland gelebt,und ich sah in lhm ei- 
nen den Ulederlanden besondere verbundenen .Uenschen.Sinzelheiten des Ge» 
•prilche eind mir nicht .mehr in Erlnnerung.Ich weifl nur noch.daB ich Herrn 
Medizinalrat -Kersten den GeheimYorgang sur Durchslcht Ubergeben habe. 

Uber den weiteren Verlauf der Angelegenheit hórte ich sunachat nichts, 
denn lcb rïïckte bald darauf ale Oberscharfïïhrer (.FeldwebeDzua Artillerie - 
Beglaent aer Leibstandarte eLn.daa daaale in Bulíarlen lag.Hach Beendigung 
der KriegBhandlungen ln Griechenland wurde ich an meinen alten Arbeiteplatz 

pijn. „Help me alstublieft, ik houd het niet langer uit," was alles wat 
hij kon uitbrengen. ,Ja," antwoordde ik, „dat wil ik wel, maar dan 
jnóet u eindelijk eens doen, wat ik geadviseerd heb, anders vrees ik, 
<lAt ik vandaag o£ morgen het ook niet meer weet. Ik weet precies, 
hoe het met uw zenuwen staat en wat u wel en wat u niet kunt." 
Tíá ee n korte behandeling werden de maagkrampen minder en 
Himmlcr toog opgelucht aan het werk. Nu begon ik echter opnieuw 
De vertalingen der gereproduceerde documenten vindt men op blz. »03 e.v. 

68 



m 






■f.. :y- 







l.Ioh erfuhr dann b&L elner Gftlegenh*it,di* *ir nicht itjtitt£$&l 
lat.daB die beabaiehtigte Umeledlung nleht duxchgefïïhrt werden wíí*d*. ^, 



Nach meiner Uberzeugung iet die Nichtdurchfuhrung des urBprUngll^ 
ïen Planea,weeentllch t wenn nicht aogar ïïberwiegend den Beaïïhungen des fLeÝ#Íí.ft 



sdizinalrat Kexsten bei BijBaler zuzuschreiben.Hiaslera GeeundheitazUBtsn* 
|w«r gerade ia Jahre 1941 gant besonders echlacht. 



tt^ 






JLandsberg / Lecn.den 7.11.47 



Dr.Hudolf Brandt 
(Dr.fiudolf Brandt) 



Í~X herewith certify that tbe above ie the true signature of 
? Eudolf Brandt 

Lloyd A.Wilson 
Captain CMP 
Prison Officer 



&k 



Die fiichtigkeit der Abschrift beElaubigent 



\W>k\Á i/tikvh- 



Elisabeth Liiben 



Meta Gernh^rdt 1 



Verklaring van Dr R. Brandt, waarin hij Kerstens ingrijpen ter voor- 
koming van de deportatie van het Nederlandse volk bevestigt. 



over de oorzaak van zijn krampen en voor de zoveelste keer hield ik\ 
hem voor, dat het zo niet verder ging. De verplaatsing van het Ne- 
derlandse volk moest naar een tijdstip worden verschoven, waarop 
het met hem beter ging, liefst na de oorlog. 

Gebeurde dit niet dan kon ik de dag voorspellen, waarop Himmler 
volledig zou Ínstorten. De geschiedenis zou dan wel concluderen dat 
hij tot het type Duitsers behoord had, die hun werk nooit verstán- 
dig weten in te delen en altijd met het hoofd tegen de muur lopen- 

GQ 



V 



Míí 



Jii 






Ï^.A^, .. .,ii.'íí.íj..„:j!^ffi(i.w,ÉJtWí.ii..J.., 



'^idi.^ 



■íÍ1^..,;»ílÍííi,.-.í.»....»,..1Slí iuá.1L%. 



Dat hielp eindelijk. „Nee," zei Hïriimler, „dat zal de geschiedenis 
. niet van mij zeggen. Maar wat vindt u dan dat ik doen moet?" Ik 
ántwoordde, dat hij de Fúhrer onmiddellijk moest laten weten, 
dat de aankondiging van de volksverhuizing uit de verjaardagsrede 
moest worden geschrapt, aangezien hij, Himmler, door de volstrekt 
noodzakelijkfc reorganisatïe van de Waffen-SS reeds te veel in beslag 
genomen werd. Daar hij de volgende dag toch naar Hitler moest, zou 
hij de zaak daar aan de orde stellen. Maar hij mocht beslist geen 
last van maagkrampen hebben, anders kon hij niet naar de Fiihrer., 
Ik beloofde hem, dat ik op dit punt mijn uiterste best zou doen. 

Gedurende de volgende dagen, wachtte ik gespannen a£ hoe 
Himmler zou reageren, wanneer de pijnen over waren. Zou hij niet 
op zijn oude idee terugvallen? En vooral: zou hij bestand zijn tegen 
de suggestie van de sterkere wil van Hitler? Na de behandeling in 
deze dagen hield ik mijn gebruikelijke toespraken met de nadrukke- 
lijke vermaning om toch vooral geen nieuwe taak op zich te nemen. 
Dat beloofde hij mij, maar liet me niettemin in zorg en onrust ■achter. 
Ik wist, dat Himmler bij Hitler geweest was, maar ik vernam de 
eerste dagen niets van het resultaat van het gesprek. Tot ik tenslotte 
de verlossende woorden uit Himmlers eigen mond vernam. Hitler 
was na enig heen- en weergepraat op het voorstel van Himmler in- 
gegaan om de volksverhuizing tot na de oorlog uit te stellen. De 
Fúhrer had hem dit ook schriftelijk bevestigd. Himmler zei mij er 
over woordelijk: „Nu, ik heb uw wens vervuld en bij de Fúhrer voor 
uw Nederlanders uitstel van executie gekregen. Het is wel goed zo, 
nu kan ik temrnnste mijn gezondheid voor belangrijker taken ont- 
zien, Bovendien hebben wij op het ogenblik niet voldoende trans- 
portmiddelen, maar onmiddellijk na de oorlog zal ik er toch mee 
moeten beginnen." 

Wonderlijk was het mij te moede na het vernemen van deze wen- 
ding en ik was innig dankbaar mijn deel te hebben kunnen bijdragen 
tot het afwenden van deze catastrofe. In deze dagen werd ik meer dan 
eens herinnerd aan een spreuk, die staat op het gemeentehuis in 
Reval en die ik als jongen had gelezen: Recht bleibt und lasst sich 
nicht unterdrúcken; ihm weíchen alle bósen Tiicken. 

Persoonlijk had ik door deze wekenlange heimelijke strijd met 
Himmler nog iets geleerd, namelijk dat deze tenslotte toch voor be- 
paalde argumenten toegankelijk was. Ik was gelukkig mijn medisch 
kunnen diensttíaar te mogen maken aan het behoud van gehele 
groepen van mensen. Ik wist toen nog niet, hoezeer ik dit vermogen 
later nog zou kunnen gebruiken. 



70 



VIII. RAUTER VERTROUWT HET NIET 

In het begin van Februari 1941 ontstond een merkwaardig gesprek 
over Nederland, waarin Himmler Philips II van Spanje als voorbeeld 
stelde voor zijn houding jegens de Nederlanders. Ook d» aanloop tot 
het gesprek was nogal zonderling. Ik zei tegen Himmler, dat hij wat 
minder 's nachts moest werken, en dat hij om zijn gezondheid moest 
denken, dit naar aanleiding van het feit, dat Himmler eerst om half 
vijf in de morgen van een onderhoud met Hitler in de Rijkskanselarij 
was teruggekeerd. Himmler antwoordde, dat dit onmogelijk was, om- 
dat de Fúhrer alleen 's nachts kon werken, dan had hij de beste en 
helderste gedachten. „Bovendien," zei Himmler, „is het voor mij 
iedere keer een gebeurtenis de grootste man van deze tijd te horen 
spreken en zijn buitengewoon duidelijke en logische bevelen aan te 
horen. Vannacht hebben we veel over Nederland gesproken. Het be- 
gint daar onrustig te worden. Gewetenloze elementen hitsen het volk 
op. Ik zei u immers enkele dagen geleden reeds, Kersten, hoe ernstig 
de Fiihrer teleurgesteld is over de ondankbaarheid van de Nederlan- 
ders. Vandaag zei hij, dat hij nu Philips II van Spanje begon te be- 
grijpen: Die heeft het met de Inquisitie precies bij het rechte eind 
gehad. Even opstandig als de Nederlanders toen tegen de Spanjaar- 
den waren, worden ze nu tegen ons. Het verschil is alleen, dat de 
Spanjaarden niet zo lankmoedig waren als wij zijn. Toen Koning 
Philips merkte," ging Himmler door, „dat de Hollanders zich niet 
goedschiks lieten regeren, maar weigerden belasting te betalen, uit 
verzet tegen Spanje Protestant werden en zich overal teweer stelden, 
stuurde Philips zijn beste veldheer, de Hertog van Alva naar Neder- 
land en Iiet de ontevredenen, die men toenmaals „ketters" noemde, 
bij duizenden gevangen nemen en Ievend verbranden. Ik kan mij 
voorstellen," zei Himmler, „dat een man als deze Alva, die wist wat 
trouw en gehoorzaamheid aan zijn Koning betekenden, er plezier in 
vond deze eeuwig ontevredenen te roken en te branden. Ja, dat was 
een groot en verstandig man, deze Philips, die begreep hoe men een 
wereldrijk moet regeren. Die behandelde zijn onderdanen precies zo 
als zij het verdienden. Honderdduizenden heeft hij in zijn rijk laten 
ombrengen. Toch vereerden de volken hem als een groot en recht- 
vaardig Koning. Of zijn onderdanen Katholiek of Protestant waren, 
liet hem onverschillig, maar hij verdroeg geen aantasting van zijn 
machtspositie en waar de Protestanten zich tegen hem verzetten, 
moesten zij worden uitgeroeid. Daarbij vond hij een gepaste bondge- 
noot in de Katholieke Kerk met haar sluwe en geraffineerde pries- 
ters. Die ging het ook alleen om hun machtspositie en om het geld 
dat ze de eenvoudige zielen uit de zak troggelden. Philips gaf zich 

71 



"-''"■"'■"■■ 



'h' 



?>'; 









(«\\ 



Vhi 



kf • 









u&vfgfc Hf&dcr der Christenheid, en de grote drij£j&cht op de ife» 
testáïlÊen begon. Daar het in de NederlandeR meqstal welgestelde 
líeden waren, was dit geeh onvoordelig zaakje. Ik moet werkelijk 
zeggen," zei Himmler, zijn historisch lesje samenvattend, „die Koning 
Philips was een wijze vorst, en zulke taal verstaan de Nederlanders 
ook. AIs men met hen in vrede wil leven moet men Philips' opvoe- 
Aigsmcthoden toepassenl" 

Met afgrijzen hoorde ik deze tirade aan. Ik zei slechts niet te ge- 
loven, dat zijn betoog opging. „Het bloedige bewind van Philips was 
juist aanleiding tot de vrijheidsstrijd van de Nederlanders, die ein- 
digde met de verdrijving der Spanjaarden." Himmler antwoordde, 
dat hij de geschiedenis nog eens nauwkeurig zou nalezen. Van de 
Fúhrer had hij een boek over Philips II ten geschenke gekregen; bei- 
den bewonderden hem zeer. 



Ondanks mijn veelvuldige contacten met de vertegenwoordigers van 
de nationaalsocialistische wereld, hield ik toch ook mijn relaties met 
mijn vroegere kennissen, die mij zoveel nader stonden, in stand. Zo 
ging ik door met de behandeling van een mijner oudste patiënten, 
de eigenaar van het Wintershallconcern, August Rosterg. Na het uit- 
breken van de oorlog had deze selfmade man, wiens vader nog mijn- 
werker was geweest, slechts één wens: uit Duitsland weg te komen. 
Het lukte mij bij Himmler voor hem een visum naar Zwitserland 
eri Iater naar Zweden, waar hij in de winter na de Duitse ineenstor- 
fing is gestorven, los te krijgen. 

Het nauwste contact had ik echter met de reeds genoemde 
Dr Diehn, die vó'or mij een vader en een vriend was. Het uitbreken 
van de Tweede Wereldoorlog beschouwde hij als een vreselijk on- 
heil. Nog in de winter van 1940 heeft hij met alle middelen getracht 
Hitler en zijn omgeving over te halen tot het beëindigen van de 
oorlog, wat hem bijna in de gevangenis heeft gebracht. Op de dag 
van de inval van de Duitse troepen in Rusland zei hij mij: „Van- 
daag is de doodsstrijd van Duitsland begonnen. De oorlog is voor 
Duitsland verloren. In de onvoorstelbare vlakten van Rusland is 
geen oorlog te winnen. Een dergelijké^Jwlog ontketeneh kan alleen 
een waanzinnige als Hitler, die van Duitsland al evenmin iets be- 
grijpt als van andere volken. Hij wil als de grootste Duitser de ge- 
schiedenis ingaan, maar hij zal als de doodgraver van dit rijk staan 
opgetekend en de komende geslachten zullen hem vervloeken." Toen 
ik in December 1941 na een behandeling in Himmlers hoofdkwartier 
bij Diehn kwam, vroeg hij mij hoe de stemmíng was. Ik moest hem 
antwoorden, dat men daar het vette der aarde reeds onder de hoge 
nazis aan het verdelen was in het zekere vooruitzicht op de overwin- 






i t>- 






*?*^r£*' 9 7'J*\. 



«*i 



72 






.SVÏ^VMckÊÊÍ:: 



níng, DtÉlhn -was vermocid en zea daarop, dat alle plezier uíi* 
Ieven verdT\enen was; alles w-at hij had opgebouwd, werd door dezb 
oorlog vcrmctigd Als ik de kans kreeg, moest ík maar liever uit 
Duitsland weg gaan, want hier voerden domheid en grootheidswaan 
de boventoon. Het Duitsland, waarvan hij gehouden had, zou onder- 
gaan en de eerste twee eeuwen niet meer herrijzen. Zolang ik in 
Duitsland was, moest ik mijn invloed op Hímmler gebruiken om 
zo veel mogelijk goed werk te doen. 

Daarbij was het natuurlijk belangrijk, dat ik van de gebeurtenissefi 
in Holland voortdurend op de hoogte bleef. Mijn verbindingen met 
Holland waren weliswaar niet ideaal, maar toch zeer nuttig. Gedu- 
rende de eerste tijd van de bezetting kreeg ik per brief en door be- 
zoekers voldoende berichten om mij een beeld van de werkelijke toe- 
stand te kunnen vormen. Spoedig werd de censuur echter strenger, 
en de toestand gecompliceerder. Naar Nederland reizen mocht ik niet 
en ik dreigde van mijn relaties daar te worden afgesneden. Na lang 
aanhouden kreeg ik in de herfst van 1940 van Himmler verlof om 
Voor een week naar HoIIand te gaan om daar mijn huis van de hand, 
te doen en mijn winterkleren op te halen. Mijn winterkleren nam tk. 
inderdaad mee, maar mijn huis liet ik zoals het was en dat veroor- 
zaakte later een tweede reis naar Holland, zij het ook na een conflict 
met Himmler, die daarover door een van zijn spionnen was ingelichí. 

In Nederland had ik gelegenheid een informatiebron te organi- 
seren, waarvan ik regelmatïg gebruik heb kunnen maken. Een mij 
vertrouwde relatie, J. N., beval Ík bij Himmler aan, die hem in 
September 1941 een betrekking bij het Berlijnse bureau voor Neder- 
landse economische zaken verschafte. Toen bleek, dat hij op deze 
post slechts zeer weinig te weten kon komen, gelukte het mij de over- 
plaatsing van deze man naar Nederland te bewerkstelligen, waar biy 
zich op de Dienststelle fiir Auftragsverlagerung onder de ogen en de 
bescherming van de bezettingsautoriteiten over de plannen tot econo- 
mische plundering kon oriënteren, terwijl hij er ook voor mij nuttige 
gegevens betreffende intriges in het Duitse bezettingsapparaat op- 
stak. Door gebruik te maken van Himmlers Veldpostnummer was hij 
in staat míj regelmatig over zijn bevindingen en de Nazi-maatregelen 
in Nederland te rapporteren. N. adresseerde namelijk al zijn voor mq. 
bestemde brieven aan Dr Kersten, Feldkommandostelle, FeldpoSt 
353600. Dit was het persoonlijk nummer van Himmler, het enige, 
dat door de censuur niet mocht worden gepontroleerd. Dr Brandt, 
die Hímmlers post sorteerde, gaf mij de brieven altijd door of zoiid 
ze bij mijn afwezigheid met een stempel van het hoofdkwartier door 
naar Hartzwalde. Dit is tot Augustus '44 goed gegaan en slechts oiï- 
derbroken gedurende een korte periode in '43, toen N. op. grond vah 

73 









"\# 






^dL^'Mt^á&fÁÚ^ ^^^Á^aáM^ÉLí'kí^. 



^^^JMA1Á,JÍÍÍM. 



..W... *.*!.. u A....jitoji 



het lange uitblijven van antwoord vreesde, dat er iets mis was en 
toen de brieven zelf over de grens bracht. Langs deze weg wist ik 
vrij nauwkeurig, welke gevaren in Nederland dreigden en wie er in 
gevangenschap waren geraakt. Vaak kon ik dan snel ingrijpen en 
menig onheíl verhoeden, want dikwijls wist ik via dit kanaal ver- 
schillende dingen, alvorens ze door de officiële instanties aan Himm- 
ler verden voorgelegd. 

Met deze activiteit haalde ik me op den duur de woede van de 
Duitse politiechef in Nederland, Gruppenfiïkrer Rauter op de hals. 
Uit het feit, dat deze soms order kreeg iemand vrij te laten nog vóór 
zïjn melding bij Himmler was, had hij tot een „tussenpersoon" ge- 
concludeerd en was hij mijn activiteit op het spoor gekomen. Toen 
hij, het moet in de loop van 1942 zijn geweest, in het hoofdkwartier 
kwam (wat zelden gebeurde, omdat Himmler de zaken met hem per 
telefoon placht af te doen), wilde hij weten, waar Ík mijn inlichtin- 
gen zo snel vandaan kreeg. Ik antwoordde vriendelijk, dat dit op 
rekening van mijn telepathische vermogens moest worden geschre- 
ven. Waarop Rauter wantrouwend te kennen gaf, dat hij ook nóg 
wel achter die helderziendheid van mij zou komen. Voorlopig wilde 
hij alleen maar weten aan welke kant ik stond. Mijn antwoord was, 
dat ik mij altijd aan de kant van het fatsoen en het recht schaarde. 
Wat Rautër op zijn beurt het gezegde ontlokte, dat Ík dus toch aan 
de kant van de nationaalsocialisten stondl Of we niet samen konden 
werken, vroeg hij. Ik vond, dat dat niet aan mij, maar aan hem lag; 
in elk geval was het voor mij niet prettig, dat hij oude vrienden en 
bekenden van mij liet gevangen nemen, alleen, omdat zij goede Ne- 
derlanders waren. Met deze frontverkenning liep het gesprek dood. 

Mijn „inlichtingendienst" werkte tot Augustus 1944 feilloos. Toen 
kregen Duitse instanties wantrouwen tegen míjn vertrouwensman en 
deze kon zich slechts door een overhaaste vlucht, enkele uren voor 
zijn gevangenneming, redden. In Mei '44 had ik N. na aandringen 
bij Himmler een autorijvergunning bezorgd en deze kwam nu goed 
van pas. N. schreef eigenmachtig een Dienstreisebefehl naar Berlijn 
uit en kwam ongehinderd met zijn auto naar Hartzwalde, waar ik 
hem en zijn vrouw enkele maanden verborgen hield, tot het mij ge- 
lukte hen op 3 April 1945 met een opgekocht Ausreise-vkum naar 
Zweden te laten uitwijken. 

Via een Hollandse relatie had ik vernomen van een plan om de 
Nederlandse kunstschatten naar Duitsland over te brengen. Himmler 
had, zoals mij bij informatie bleek, op 4 Maart 1943 in zijn hoofd- 
kwartier te Berchtesgaden een desbetreffende bespreking met zijn 
mensen gehad. Daar was besloten de schilderijen uit het Rijksmuseum 

74 



Gut Hartzwalde 

b*i KAnigstMI Oba'C'wo» 

|.d-M*Hl 



21.Seseaber 1944 




An den Reioheftthrer SS 
Heinrlch Hlnoler 
reldkonmandoetel 1» 



Sehr geehrter Herr Relohsftlhrerl 

Heute sorgen echrleb ioh Umen elnen aueftthrliohen Brief . 
Vun lst «lr noob folgandea elngefallen.Auf der Herfahrt ron frl» 
berg nach Hartswalde ( ersahlte nir ObergrttppenfUhrer Borger ( dafl in 
den naohaten ¥agen ( der ObergruppenfUhrer Pohl eu Ifanen zua Vortrag 
komnen wird.Bei dleser Bespreohung «lrd er Ihnen vorechlagen ( iIm f 
Pohl t su beauftragsn ( dle wertvollsten hollendlsohen Knnfltschatse ( diw 
ln St.Pletereberg und an anderen sloheren Stellen In Holland unter» 
gebraoht slnd ( naeh der Ostnark su brlngen und dort eioherzustellezu 
Aa 4.Mfirs 1943 haben wlr belde uns eingehend Uber dle hol> 
landlsohen RmstechBtse unterhalten ( und Sie schloeeen Bich melnem 
Stsndpunkt an ( daB ee ein Zeichen Ton groBer Sohw&che ware ( wenn die« 
se £unBtwerkw ( dle de» holiandisohen Volk gehBren ( aua Holland jetzt 
fortgebraoht wurden.Heute ist dle Sltuatlon dleselbeluoh verepra» 
ohen Sie mir danals,Jeden f der eioh an den Kunstachatzen vergraifen 
oder eigennaehtlg dartiber verfttgen will ( etrengstene zu bestrafen a Io4v 
bltte Sle ln Haaen der hollBndisohen Geeohichte ( dio Kunstwerke ln 
Holland su laesen t dort ( wo sle sloh Jetzt befinden.Ond wenn Obergrup* 
penfUhrer Pohl Ihnen dlesen Vorschlag macht.ao lehnen Sle ihn bitte 
ab.AuBBerdcm glaube lch f daB ObergruppenfUhrer Pohl da Prlvatinteress 
een vertritt f und Ihren tIamen f Behr geehrter Herr Reich8fUhrer f nilB* 
brauohen will. 

Mit bestein GruBl 

Ihr 

Gut Hartzwalde e **y********* 

b*i KoolgnWl iibtr Grai.»t. 

T« ScfltflZBAOOfl Nr.fl 9*1 QrUH* 

Hedlzlnalrat 



Brief van Kersten aan Himmler van December 1944, waarin Kersten nog 
eens terugkomt op Himmlers toezegging om Nederlands kunstbezit in 

Nederland te laten. 

75 




r?** 



r* s 



-t ' 






r^^jj^f^m. 



w;*H * 



v «* 



^t* 



:^?V^^j f « 



tssi anderë ^musea, die ^lle ïn een grof van de Sint-Pietersberggft» 
£4noiyurg waren ondergebracht — zogenaamd om redenen van veil^- 
heid — aangezien men rekening moest houden met de mogelijkrïeid 
Van een geallieerde landing aan de Nederlandse kust — naar de 
Warthegau over te brengen. Bovendien moesten de meubelen uit de 
konlhklijke paleizen en het andere nog in Nederland overgebleven 

^ bezit van de Koningin, als bijvoorbeeld het zilverwerk, naar een slot 
in Posen worden overgebracht. 

Nog voor ik deze kwestie bij Himmler ter sprake kon brengen, 
vertelde hij me zelf van het plan. Ik gaf te kennen, dat wanneer hij 
werkelijk van plan was de Nederlandse kunstschatten onder het mom 
van veiligheidsmaatregelen naar het oosten te slepen, hij de wereld 
daarmee slechts het bewijs zou leveren, hoe zwak Duitsland zich in 
het westen voelde. Men zou in het buitenland daaruit onvermijdelijk 
concluderen, dat zelfs Himmler in het geval van de invasie niet aan 
cíe mogelijkheid van een succesvolle verdediging geloofde. Een der- 
gelijke daad zou het toch al wankele prestige vanhet Derde Rijk nog 
verder schaden. Himmler was zichtbaar verrast door mijn woorden, 
waarop ik haastig vervolgde en er wederom het geduldige en in zutke 
gevallen altijd inslaande argument van de geschiedenis bij haalde. 
De geschiedenis zou zeggen: toen Himmler de oorlog in het westen 
als verloren beschouwde, roofde hij in kleinzíelige hebzucht de laatste 
kunstschatten van een Germaans broedervolk en sleepte ze naar het 
oosten om zichzelf en de SS te verrijken. Dat sloeg in. Himmler 
heeft kort daarop op êen conferentie met zijn mensen verklaard, dat 
de Nederlandse kunstschatten op het ogenblik behoorlijk waren on- 
dërgebracht en daar tot het einde van de oorlog moesten blijven. 

Dat ik ondanks Himmlers bevel mijn huis in Holland had aange- 
houden, gaf, behalve tot een onaangenaam conflict, ook aanleiding 
tot een tweede reis naar Nederland. Daar hij mij in Mei 1941 na- 
drukkelijk zei, naar aanleiding van het huis aanklachten tegen mij 
te hebben ontvangen en mij, als ik mijn spullen nu niet beslist naar 
Duitsland overbracht, niet meer voor vervolging kon vrijwaren, haal- 
de ik roijn eigendommen naar Duitsland. De dagen, dat ik in Ne- 
cWland was, kon ik nuttig maken door het verzamelen van gegevens 
betreffende verschíllende gevangen genomen personen. 

Mijn laatste bezoek aan Nederland bracht ik in gezelschap van 
HÍmmler. Ik woonde toen reeds in Stockholm en kwam voor de be- 
handelingen van Himmler over naar Duitsland. Midden in een be- 
handeling moest deze in het voorjaar van 1944 naar Nederland en 
daar hij er op dat ogenblik nogal slecht aan toe was, wenste hij, dat 
ik hem begeleidde. Bij dit bezoek, dat vijf dagen duurde, had ik ge- 



ïégénhjeid met tal van oude vrienden en patiënten weer contaét of? 
te nemen. Een^ van hen vroeg mij bneven en rapporten, die vóox 
Londen bestemd waren.^nee te nemen voor de vroegere Nederlandse 
gezant in Stockholm, Baron van Nagell, die cjaar 'nog steeds werk- 
zaam was. Ik deed de brieven in mijn actetas en als ik dit schrijf 
moet ik weer glimlachen bij de gedachte, dat mijn tas met post voor 
Londen in het vliegtuig vredig naast die van Himmler stond. 1 oen 
ik de brieven in Stockholm bij de gezant Van Nagell overhandigde, 
heb ik meteen een oude betrekking weer aangeknoopt — ik kende 
Van Nagell nog uit mijn Haagse tijd — , die me de komende maan- 
den, bij de hulpacties voor Nederlanders in de kampen, van onschat- 
bare waarde zou blijken. 






■i 1 



■M 



i 

1* 









y, 






■*i\, 

"t 



(M 



Vt 



76 






■•/■. 



'&í&ïá 






77 






lii.i.v..-^^y^,j.,,iA^. 1 ..í', i"^'fflj,tk.ïa.>i!^..£ijiAjJÍ:'íí;!i,!v"' -l; ..'!; ?:. .>';fi 



; i ' l. , ■ ■'.■, ■■•'.■ 



IX. DE SCHADUW VAN HET CONCENTRATIEKAMP ~ 

„Die Kersten bedelt me met ongelooflijke hardnekkigheid alíijd 

weer mensen af " Dat had Himmler in Rome tegen Graaf Ciano 

gezegd. Wanneer ik op de jaren 1940 tot 1945 terugkijk, moet ik 
erkennen, dat het gebedel om leven en vrijheid van ontelbare men- 
sen inderdaad een groot deel van mijn gesprekken met Himmler uit- 
maakte. In deze tijd heb ik vaak teruggedacht aan een versje, dat ik 
eens bij een van mijn patiënten als wandspreuk gelezen heb: 

Welch eine Roll im Leben 

Das Sckicksal dir gegeben, 

Das ist des Schicksals Sache. 

Doch die erteilte Rolle, 

— Sie sei nun, wie sie Wolle — 

Gut durchzufuhren, das ist deine Sache. 
Deze rol moet mij wel diep zijn ingeprent, want anders had ik de 
strijd stellig opgegeven. Het waren immers vrijwel allemaal, wat men 
noerat, hopeloze gevallen, die ik te behandelen kreeg. Gevallen, 
waarin instanties als de buitenlandse diensten van verschillende mo- 
gendheden en het Internationale Rode Kruis machteloos waren ge- 
bleken. 

De eersten, die ik kon helpen, waren merkwaardig genoeg Duitsers. 
Het is in de achter ons liggende periode, en vooral sinds de gruwelen 
van de concentratiekampen in al hun perfidie algemeen bekend zijn, 
veel te gemakkelijk vergeten, dat het Duitsers waren, die het eerst 
en het zwaarst door-het systeem werden getroffen. In die eerste tijd 
tenminste stak niemand in de wereld een vinger uit om deze onge- 
lukkigen te helpen die, evenals de Joden, nergens een verdediger 
vonden, die effectief voor ze in het krijt trad. 

Het was dikwijls de zuiverste koehandel, wat zich tussen Himmler 
en mij afspeelde bij dergelijke pogingen tot het redden van deze 
rampzaligen. Ik zal trachten hiervan, zij het schetsmatig, een beeld 
te geven. Had ik, bijvoorbeeld, een lijst van twintïg personen gekre- 
gen, die om een of andere reden door de Gestapo gevangen waren 
genomen en voor wie hun vrienden en relaties mij om steun vroegen, 
dan benutte ik de uren, dat ik Himmler behandelde om met hem 
over deze gevallen te spreken. Ik gaf meestal voor, dat het vroegere 
patiënten van mij betrof, wees nadrukkelijk op het fatsoen en de 
voortreffelijkheid van de betrokkenen en suggereerde Himmler aller- 
lei motieven op grond waarvan vrijlating gewenst was. Himmler 
vroeg dan meestal helemaal niet precies, wat de mensen in de ge- 
vangenis gebracht had, wel vroeg hij steeds precies wie zich voor de 

78 ■ 



betrokken gevallen interesseerden. Hij nam dan vluchtig de lijst niet 
namen door en zei: „Twintig man wilt u vrij hebben? Waar voert u 
me heen? Wat moeten mijn mensen daarvan dan wel denken? Vijf 
van die lijst kunt u er krijgen. Wees daarmee tevreden, anders krijgt 
u helemaal niets." Het gebeurde dan wel, dat hij de eerste vijf van 
de lijst, of ook wel de laatste, volkomen willekeurig, ter vrijlating 
aangaf. Ik ging dan met een dergelijke lijst meestal naar Dr Brandt, 
die gewoonlijk van Himmler opdracht kreeg de zaak te onderzoeken. 
Ik vroeg Brandt de uitvoering van Himmlers besluit niet slechts te 
bespoedigen, maar ook het aantal vrijgelatenen naar boven af te 
ronden voor hij ze aan Himmler ter ondertekening voorlegde, wat 
dan ook meestal gebeurde. Himmler persoonlijk bekommerde zich 
later nooit om het aantal, maar ondertekende vïot de desbetreffende 
formulieren van Brandt. Ook kwam het wel voor, dat Brandt uit 
zichzelf aan de lijst van vrij te laten personen enkele namen toe- 
voegde. 

Ik moet hier nadrukkelijk vaststellen, dat Himmler in de gevallen, 
waarin hij mij de vrijlating van mensen beloofd had, ook altijd stipt 
woord heeft gehouden. Met enkele speciale uitzonderingen, waarbij 
ik het echter voor mogelijk houd, dat bij het mislukken van mijn 
pogingen andere krachten sterker waren dan Himmlers wil. Himm- 
ler hield met een vervaarlijke consequentie vast aan zijn eeomaal 
genomen besluiten. Opvallend was overigens, dat Himmler op het 
thema van vrijlaten van mensen zelden en dan nog slechts met grote 
tegenzin terugkwam — hij wenste niet aan de ogenblikken van zwak- 
heid, waaraan de gelukkigen uiteindelijk hun vrijheid dankten, her- 
innerd te worden. 

Van verschillende zijden werd ik in de eerste jaren van de oorlog 
aangeklampt over de concentratiekampen in Duitsland. Men fluis- 
terde, zij het dan ook slechts in bepaalde kringen, over wreedheden, 
die voortdurend in deze kampen zouden plaatsvinden. Een geheim- 
zinnig waas Iag echter over de gehele zaak. Ik had de indruk dat 
degenen, die klaarblijkelijk meer wisten, zwegen en wanneer ik in de 
omgeving van Himmler of een enkele maal ook van hemzelf meer te 
weten trachtie te komen, kreeg ik altijd te horen, dat het hier op- 
voedingsinrichtingen betrof, waar misdadigers tot fatsoenlijke en 
bruikbare mensen werden opgevoed. Verder vertelde men mij, dat 
de gevangenen in deze kampen loyaal werden behandeld en dat 
voorzover er in uitzonderingsgevallen ook mensen om politieke rede- 
nen waren opgesloten, hun verblijf in het kamp a.\s ,J£hrenhaft" moest 
worden uitgelegd. Ik werd echter meer dan eens er voor gewaarschuwd 
Himmler niet over de concentratiekampen lastig te vallen, aangezien 
hij mij als buitenlander vragen daarover stellig kwalijk zou nemen. 

79 



.'\:1Í 



m®ffií^Y4+f<?*m, 



v 



ïr" * 






^ 



aSjií^ram dan Juli van het jaar 1^42. Ik h'ad op raijn landgsed 
Haltzwalde te kampen met eengroot tekort aan arbeidskrachten, 
térwijl de oogst voor de deur stond. Toen vernam ik, dat op lailá"- 
'goederen in de omgeving arbeidskrachten uit het concentratiekamp 
Raýensbriick te werk waren gesteld. Ik wendde mij daarop onmid- 
deflijk tot de landbouwcommissaris en verzocht hem ook mij gevan- 
genen als helpers bij de oogst ter beschikking te willen stellen. Op 
dit verzoek kreeg ik op 27 Juli 1942 tien vrouwen voor een week op 
mijn bedrijf. Ik had gedaan weten te krijgen, dat de vrouwen niet, 
zoals gebruikelijk, elke avond na het werk naar het kamp terug 
moesten. AIs bijzondere gunst was haar toegestaan 's nachts op het 
bedrijf te blijven. Het landgoed was namelijk tamelijk ver van de 
spoorbaan gelegen en de wegen naar het 22 km verder gelegen kamp 
waren uiterst slecht. i 

Deze tien vrouwen behoorden tot de Getuigen van Jehova (Bibel- 
forscher). Ze waren om hun geloof gevangen genomen en allen had- 
iden zij reeds een kortere of langere lijdensweg achter de rug. Twee 
van hen hadden reeds zeven jaar in het concentratiekamp doorge- 
* bracht. Zij waren overtuigd, dat het heil nooit door mensen, doch 
slechts door Jehova kon worden bewerkt en daarom weigerden zij 
toe te treden tot de partij of de Hitlergroet te brengen. Daarom ook 
weigetden zij iets te doen, wat de oorlogvoering zou kunnen bevor- 
deren, zoals het werk in de oorlogsindustrie of werkzaamheden in het 
kamp, die daaraan dienstbaar werden gemaakt en moedig trotseerden 
zïj de gevolgen van deze weigering. Al het andere werk deden zij 
eohter met grote ijver en allen die met deze mensen in contact kwa- 
men, stonden verwonderd over de standvastigheid en onverschrok- 
kenheid, waarmee deze martelaren terwille van het geloof hun over- 
tuiging tegenover het nihilisme stelden: wie het bloed eens mensen 
vergiet, diens bloed zal vergoten worden. Het Koninkrijk Gods is de 
enige hoop van deze wereld. 

Het contact met deze mensen betekende voor mij echter ook een 
blik in een gruwelijke afgrond. Tot dusver had ik slechts horen 
fluisteren over wreedheden en mishandelingen. Nu zag ik het van 
nabij. Enkele dagen na de komst van deze vrouwen was ik met 
Himmler naar Finland gevlogen, intussen ging het werk van de ge- 
vangenen door. In mijn afwezigheid had mijn vrouw verlenging van 
de verblijfsvergunning voor de gevangenen op Hartzwalde weten te' 
bereiken en toen ik terugkeerde werd deze verlenging permanent, 
zodat de vrouwen helemaal niet meer van mijn landgoed zijn weg- 
gegaan tot haar bevrijding door de Russen. 

Eerst langzaam gingen zij er toe over mij te vertellen over de toe- 
standen in het kamp. Naarmate zij meer vertrouwen ín mij kregen, 

«0 



V, 



%&:ag&i 



í& 



- ■ - -',v,,.' .".;- * -. .' j '■ ,',",-! "'•'• ,í!.í;.frífeÍ!iiJí.i 




vertelden zij meer. De avonden en uren, waarin deze ongelukkigen 
mij van hun lijden vertelden, staan mij nu weer levendig voor de 
geest. Zeven jaren achter prikkeldraad terwille van het geloof! En 
nu hadden zij slechts één bede — dat ik zou zwijgen als het graf, 
want als het uitkwam, dat zij gepraat hadden, betekende dat voor 
haar een zekere dood. Langzamerhand kwam ik ook meer bijzonder- 
heden te weten, die het voor mij verklaarbaar maakten, waarom de 
kennis van het Duitse volk inzake de concentratiekampen zo onge- 
loofHjk gebrekkig was. Want in het kamp zelf leefden de gevangenen 
vaak lange tijd zonder iets te vermoeden van de voortdurende moor- 
den op hun lotgenoten. Zo vertelde mij een van de vrouwen, die 
jarenlang op de kledingafdeling had gewerkt — de Getuigen van 
Jehova werden bij voorkeur voor kleine vertrouwensposten gebruikt, 
daar men wist dat ze eerlijk waren — dat het haar op een keer op- 
gevallen was, dat de kleren van een aantal vrouwen, die 's morgens 
naar haar werk waren gegaan, 's avonds waren teruggebracht, terwijl 
er van de vrouwen zelf geen spoor te vinden was. Waar waren de 
draagsters van deze kleren gebleven? De vrouw Ínformeerde na enige 
dagen bij een der opzichteressen, kreeg toen weliswaar een tamelijk 
duidelijk antwoord, maar tegelijk de verbeten vermaning een vol- 
strekt zwijgen over het voorgevallene te bewaren en — wanneer haar 
leven haar lief was — daarover niets meer te vragen, want zelfs de 
opzichteressen mochten dergelijke vragen niet stellen. 

Nu wist ik voldoende! Alle duistere vermoedens van de laatste 
jaren, de angst en bezorgdheid van mijn vrienden, waren nu beves- 
tígd, ja, op onheilspellende wíjze overtroffen. Ik wist, dat ik moest 
helpen, maar hoe? 

Ik maakte met mijzelf uit, dat ik allereerst bij Himmler zelf een 
bevestiging van deze gruwelen moest krijgen. Daarvoor moest ik een 
gunstige gelegenheid afwachten. Intussen probeerde ik zoveel moge- 
lijk Getuigen van Jehova op mijn landgoed te krijgen. Op herhaald 
verzoek kreeg ik eerst nog vier mannen, waarvan later de gezinnen 
volgden en in de loop van de tijd kwamen er meer. Hartzwalde werd 
meer en meer tot een kolonie van vervolgden en ik was besloten, 
die tot het uiterste te verdedigen. Een der eerste moeilijkheden was 
natuurlijk, dat ik om de schijn naar buiten op te houden, voor allen 
werk moest vínden. Zo begon ik bijvoorbeeld de bouw van een huis, 
maar zorgde er tegelijk voor, dat het nooít klaar kwam. Het gelukte 
mij, dit moet ik in dit verband voorop stellen, om voor de Getuigen 
van Jehova, die zich op mijn land bevonden, van Himmler op 12 
Januari 1943 de vrijlating te verkrijgen. Ook slaagde ik er in, bij de 
kampleiding gedaan te kríjgen, dat verschillende andere Getuigen 
van Jehova op landgoederen in de buurt werden ondergebracht. Ten- 

81 







*■,.& 



i* , 



sfot$& pH Himmler zich bewegen om "bp grond van een door mi/óp- 
gef^hi rapport op 1 Januari 1944 de vnjlatmg van alle Getutgen 
■oari jiehova en hun tewerkstelling in de landbouw te bevelen. Van 
het oorspronkelijke aantal van twee duizend gevangenen werden er 
in eerste instantie ongeveer zevenhonderd vrijgelaten, tweehonderd 
weYden voor vertrouwensposten in de kampen achtergehouden — 
deze werden eind April 1945 door het Zweedse Rode Kruis via Lu- 
beck geévacueerd — en de rest was, naar men opgaf, aan longontste- 
king gestorven, dus vermoord. 

Het is vooral op grond van mijn activiteit in deze richting, dat ik 
door Kaltenbrunner ben aangevallen. Hij adviseerde mij dringend, 
mij niet met deze „misdadigers" te bemoeien, als ik mij tenminste 
niet verdacht wilde maken. In deze periode heb ik ook talrijke dreig- 
brieven ontvangen. 

Ik wist echter, dat ik op de eenmaal ingeslagen weg moest voort- 
gaan. De gedachte, dat Hartzwalde een toevluchtsoord was voor ver- 
drukten en vervolgden, vergoedde alle zorgen. 

Intussen was het landgoed ook een eiland van veiligheid geworden. 
Want sedert het voorjaar 1943 was mijn bezitting exterritoriaal ver- 
klaard. Ik had reeds veel eerder met Himmler over deze mogelijkheid 
gesproken, maar tot dusverre was de uitvoering van dit plan altijd 
op bezwaren van de Reichsfúhrer gestuit. 

Toen ik echter bezoek had gehad van enkele Gestapolieden heb 
ik het er op gewaagd Himmler voor de keus te stellen: hij zijn maag- 
krampen zonder mij of exterritoriale rechten voor mijn bezitting. Ik 
had daartoe trouwens een bijzonder geschikte aanïeiding, aangezien 
het bezoek van de Gestapolieden ongeveer samenviel met de ontdek- 
king van een kunstig ïngebouwde microfoon in de huiskamer van 
Hartzwalde. Het apparaat werkte niet feilloos, ik bespeurde kras- 
sende geluiden en ontdekte de Gestapoval. Ik heb Himmler mijn 
bevindingen zo precies mogelijk verteld; hij deed of hij nergens van 
afwist, al houd ik het er voor, dat hij in een vlaag van wantrouwen 
ot op advies van een van zijn ondergeschikten zelf het bevel tot deze 
bespionnering heeft gegeven. Door mijn verhaal was een situatie ge- 
schapen, waarin hij verplicht was mij het bewijs van zijn vertrouwen 
te schenken, hij kon me de exterritoriale rechten niet meer weigeren 
en sindsdien prijkte aan de ingangen tot mijn Iandgoed het bordje: 
Fmnisches Hoheitsgebiet. Ik heb nooit bemerkt, dat dit recht niet is 
gerespecteerd. In de zomer van 1944 heeft Himmler mij de axterri- 
toriale rechten van Hartzwalde schriftelijk bevestigd. 

Hoe kreeg ik de bevestiging van Himmler van de Duitse misdaden 
in de concentratiekampen? Een gelegenheid om de vraag díréct te 
stellen deed zich voor in de zomer van 1942. Himmler was weer erg 



ï s 

%'Jn} 1 



82 



'(? > r " u - ^V ' u "i$\ 

«i$fc en tijdens de behandeling vrocg ik hem rechtuit en op dc «afriJi,, 
Ȓ of het waar was, dat de mensen in de concentratiekampen ifrf&^ 
matisch mishandeld, gepijnigd en vermoord werden. Himmler ze5% 
zijn vrolijkste gezicht, lachte luidkeels en, zei woordelijk: „Nu be- 
zwijkt dus ook u, mijnheer Kersten, voor de vijandelijké propagandiM 
U begrijpt toch wel, dat dit een stuk van de oorlogvoering van de 
Geallieerden tegen ons is, dat roridstrooien van valse geruchten." 
Hij poogde me duidelijk te maken, dat dit in de eerste wereldoorlog 
al het geval geweest was, toen de Duitsers van Franse en Belgische 
kinderen de handen hadden afgehakt en de ogen uitgestoken, of hoe 
dïe leugens meer hadden geluid. Maar ik was van plan me ditmaal 
niet op deze traditionele manier te laten afschepen. Ik zei hem rus- 
tig, dat hij zich vergiste. Wanneer ik het van de vijandelijke propa- 
ganda had, zou ik er niet over begonnen zijn, maar ik zei, dat ik dit 
uit zeer betrouwbare bron vernomen had. Enkele dagen geleden had 
ik op het Finse gezantschap, zo vertelde ik, enige Zwitserse heren 
aangetroffen, die met foto's over de gruwelen in de kampen, die ze 
met flinke sommen van de SS-bewakers hadden losgekregen, naar 
Zweden waren gegaan. Natuurlijk was dit verzonnen, want ik kon 
moeilijk de positie van de vrouwen op mijn landgoed in gevaar 
brengen. Maar het schot was raak. 'Het zelfverzekerde lachje op 
Himmlers gezicht verdween eensklaps. Hij zei alleen: „Onmogelijk, 
onmogelijk. Hebt u die foto's werkelijk gezien?" En zijn volgende 
gedachte, die hij onmtddellijk liet mérken was: „Zijn die heren nog 
in Duitsland?" Ik antwoordde koeltjes, dat die Zwitsers nu wel 
ostentatief met die foto's in Stockholm zouden hebben rondgezwaaid 
en zei er bij dat ik persoonlijk nu toch ook de indruk had, dat niet 
alles, wat er over de concentratiekampen werd verteld, vijandelijke 
propaganda was. „Jawel, jawel, toch," beweerde Himmler, kennelijk 
in de war. „Het is natuurlijk zo, dat er misschien wel eens wat ge- 
beurt, maar heus, gelooft u mij, wij Germanen zijn niet zo slechtals 
men ons voorstelt." En toen begonnen zijn gedachten weer te cir- 
kelen rond het probleem, hoe men de foto's weer terug kon 
kopen. 

Ik hield de opmerking echter niet voor me, dat ik dit voor onmoge- 
lijk hield. De waarheid vond toch haar weg, die kon men nu eerv 
maal niet tcrugkopen! 

Zo had ik dus de bevestiging van de verhalen van de Getuigen van 
Jehova over de toestanden in de concentratiekampen gekregen. Het 
betreffende gesprek met Himmler vond plaats op 16 Augustus 1942 
in het Hoofdkwartier te velde in Shitomir in de Oekraine. Het werd 
mij steeds duidelijker welke weg ik moest gaan. Bij mijn dueï 
met Himmler, met het lot van het Nederlandse volk als inzet, had 

/ 83 



- 1 

V 



tf*., 



V <i 



} V, 









f*r 






Jn. t-*- ■"■"*-* ÁM&&d 



fe&A*AJiíal :v/^ 



#L 



ik begrepen welke moeilijk definieerbare macht ik over Himmler 

had, riu zag ik duidelijk op welke plaats ik stond. 

Van dat ogenblik af begon ik met het uithoren van de naaste en 
allengs ook de verdere omgeving van Himmler. Nu ik eenmaal op 
de dffcgen opmerkzaam was gemaakt, zag ik ze ook scherper dan 
vroeger. Met kleine attenties, waarvoor ze steeds openstonden, 
trachtte ik de mensen te winnen. Meer dan een vertelde mij — na- 
tuurlijk onder het beding van een volstrekt zwijgen — details over 
de vernietigingskampen in het Oosten. Wanneer men met deze men- 
sen vertrouwelijk sprak, kwamen ze ook wel met hun persoonlijke 
meningen voor den dag. Hoe naïever en primitiever men met hen 
sprak, hoe meer men van hen gedaan kon krijgen. Zodra men scherp 
en zakelijk werd, kregen ze argwaan. Dit gold in het bijzonder voor 
Himmler. Zolang hij het gevoel had met iemand te maken te hebben, 
die dommer en naïever was dan hijzelf, was hij breed van gebaar, 
gemakkelijk te ontroeren en zelfs tot tranen te bewegen. De Nazi- 
leiders waren trouwens vrijwel zonder uitzondering zeer pedant en 
nooit gelukkiger dan wanneer zij het gevoel hadden iemand psy- 
chisch en intellectueel de baas te zijn, dan kwamen zij los, werden 
praatziek en royaal. Slechts in heel enkele gevallen trof ik er 
onder hen aan, die volledig accoord gingen met de gang van zaken, 
of zelfs prat gingen op hun opdrachten tot uitroeíing. De meesten 
schaamden zich. Van velen herinner ik mij bezorgde uitlatingen, 
ongeveer in deze zin, dat dit alles toch onmogelijk de wil van het 
Duitse volk kon zijn en dikwijls werd mij de vraag gesteld: „Waar 
moet dit alles heen?" 

Nu ik het geheel overzie, blijft echter de verschrikkelijke conclu- 
sie, dat deze mensen met heel enkele uitzonderingen de maatstaf van 
recht en onrecht hadden verloren of bezig waren te verliezen. Ook 
zij, die aanvankelijk critisch waren gestemd, resigneerden op den 
duur. Ze werden tussen al het gemene misschien zelf nog niet ge- 
meen, maar ze lieten hun handelwijze uitsluitend bepalen door wat 
zij voor hun eigen voordeel hielden. En wat míj bijzonder opviel 
was, dat zij altïjd weer met nadruk verklaarden, zoals Himmler hen 
dat in het groot voordeed, dat alles tenslotte de wil van de Fiihrer 
was, bij wie de verantwoordelïjkheid berustte. Heel wat SS-lÍeden 
hebben er mij nadrukkelijk op gewezen, dat de Fúhrer in een dag- 
order had gezegd, dat hij voor alles wat op zijn bevel gebeurde, per- 
soonhjk de verantwoordelijkheid droeg. Himmler had in twee dag- 
orders hetzelfde gezegd. „Goddank heeft de Fiihrer de verantwoor- 
delijkheid op zich genomen." Dít was de grote aflaat, waarmee ze 
hun geweten trachtten te sussen. > 

Dikwijls heb ik bezorgdheid waargenomen van deze aard: zelfs 

84 



wanneer wij de oorlog winnen, zal de wereld ons de wreedheden en 
het begane onrecht kwalijk nemen en zich niet met ons willen in- 
laten. Als ik deze, werkelijk verontruste, mannen dan vroeg, waarom 
zij zich niet verzetten tegen deze gruwelijke bevelen, keken ze me 
met treurige blik aan en verklaarden, dat zij er in zo'n geval zonder 
pardon zelf zouden aangaan en hun gezinnen met hen. „Wie heeft 
er nu de moed zíjn eigen gezin aan de galg te brengenl" 

Steeds meer kwam ik zo tot de overtuiging, dat Hitler de grote 
aanstichter van het kwaad was. Deze man was niet slechts een mis- 
dadiger, maar moest ook waanzinnig zijn. Later, nadat ik inzage had 
gekregen in het geheime stuk over zijn ziekte, vond ik dit vermoeden 
bevestigd. — Over de toestanden in de concentratiekampen, met name 
in Ravensbruck, waarover ik nu zekerheid gekregen had, zond ik een 
rapport aan de Finse gezant Kivimáki. 

Nog eenmaal — het moet tegen het einde van 1944 zijn geweest — 
heb ik Hiramler rechtstreeks gevraagd naar wat gebeurde in de con- 
centratiekampen. Ik kwam toen juist weer uit Stockholm terug en 
zei rustig, doch volkomen onverwacht: „Herr Reichsfiihrer, men zegt 
Ín Zweden, dat u tien millioen mensen hebt laten vermoorden, is dat 
waar?" Een ogenblik leek hij ontzet, toen keek hij me scherp aan en 
zei snel: „Dat is gelogen. Ik heb er inderdaad vijf millioen onscha- 
delijk moeten maken, voornamelijk Joden en Polen, doch uitsluitend 
op bevel van de Fiihrer. Laten we daar niet over praten." 






y.;> 



85 



-■■■-' •'' -^ '■'■■-•■'"■■ ■ ■ >■■> 



h 










X. ÁLS DUITSLAND ©EWQ&ttáN HAD 



tïet tiationaalsocialistische Duitsland heeft in zijn propaganda altijd 
yeei* beweerd, dat het oorlog voerde voor een nieuw Europa, waarin 
j$e volkéh een paradijsachtige toekomst wachtte, zij het dan ook met 
tíe beperking, elk volk naar zijn verdienste. En de anders zo sluwe 
<5oebbels het nooit na de volken nog iets wantrouwender te stem- 
mfen, door uit de school klappend er aan toe te voegen, dat het Duitse 

' volk natuurhjk als het beste en flinkste onder de zon aan de spits 
zou staan 

Maar hoe hadden Hitler en de zijnen zich dit nieuwe Europa nu 
eigenhjk gedacht? Een deel van hun plannen kreeg ik te zien in 
Himmlers hoofdkwartier in Berchtesgaden, toen hij mij op 5 Maart 
1943 het plan voor het herrijzen van de oude Bourgondische staat 
ontvouwde Dit betrof een zaak, die reeds door een bevel van de 
Fuhrer was uitgemaakt, doch eerst op de grote Vredesconferentie be- 
kend zou worden gemaakt. Het nieuwe Bourgondië zou omvatten: 
Frans-Zwitserland, Picardië met Amïens, de Champagne met Reims, 
de oude Bourgondische landen met de steden Dijon, Chálon en 
Nevers, Henegouwen en Luxemburg. De staat zou zowel naar de 
■Middellandse Zee, ais naar Het Kanaal verbindingen krijgen en moest 
naar Himmlers woorden „een nationaalsocialistische modelstaat en 
een voorbeeld voor de overige staten worden." AIs hoofd van het be- 
stuur had men zich een kanselier gedacht met grote bevoegdheden, 
die op zïjn beurt aan de Rijksbestuurder, te weten de toenmalige 
Reichsfiihrer-SS, verantwoording schuldig zou zijn. Voor de functie 
van kanselier had men de Belgische Rexistenleider Degrelle op het 
oog, al werd zijn benoeming afhankelijk gesteld van de wijze, waarop 
hij zich verder aan het front zou gedragen. Bourgondië zou een zelf- 
standige tweetalige staat zijn, waarin echter het Duits voorrang zou 
hebben boven het Frans. Verder met eigen wetgeving, leger, finan- 
ciën, spoor en post. De staatsvorm zou op nationaalsocialistische Ieest 
geschoeid zijn, terwijl bij het binnenlandse ambtenarencorps de na- 
druk moest vallen op zijn verbondenheid met de SS. Bij de Duitse 

) SS waren op bevel van de kanselier adviseurs aangesteld, die naast 
luuvDuitse, ook de Bourgondische nationaliteit zouden krijgen. Voor 
het overige legde Himmler er de nadruk op, dat geen enkele Duitse 
partijinstantie zich met de binnenlahdse aangelegenheden van deze 
staat mocht bemoeien en dat in Berlijn en in de hoofdstad van Bour- 
gondië gezantschappen voor de wederzijdse vertegenwoordigingen 
zOrg zouden dragen. „Dat ik er op zal Ietten, dat onze SS-wereldbe* 
schouwing in Bourgondië streng wordt nageleefd, spreekt vanzelf,". 
zei Himmler woordelijk. 



86 



* i 



KtAA 



i4 .„ Jtïtïl ■-:■' 






Het griezelige plan ineuïressfeerde me — hoewel me bijwijlen m. 
rilhng over de rug Iiep s~ toch zpzeer, dat ík Himmler verder ov*t 
de voorgenomen „opbóuw" van Eúropa begon uit te horen. Er ont- 
spon zich over dit punt een Iang gesprek, grotendeels gekenmerkt 
door monologen van Himmler, die duidelijk hardop dacht. Ik ont- 
dekte, dat men in Berlijn intussen reeds vlotweg over het lot van 
Zwitserland had beslist. Het Franse deel zou bij Bourgondie, het 
Duitse stuk en het vorstendom Lichtenstein bij Duitsland worden 
gevoegd. Over het Italiaanse deel maakte Himmler de treffende op- 
merking: „Dat komt bij Italië, wanneer wij tenminste dan nog met 
Italië zijn geallieerdl" Himmler arrangeerde in zijn toekomstbeeld 
vervolgens nog de verhuizing van een hele reeks volksstammen, ver- 
plaatste de Walen, die hij een „tamelijk minderwaardig volk" noem- 
de, naar het Zuiden van Rusland, vond goed dat een elite uit het 
volk, die hij in de Rexisten meende te zien, in Bourgondië zou blij- 
ven en deponeerde de Vlamingen, voor zover ze geen Nazi's waren, 
met de Nederlanders in Lublin. 

Wat echter zou nu verder met Frankrijk gebeuren? Dat was een 
voor de hand liggende vraag, en ik werd gewaar dat het tot een pro- 
tectoraat onder Duits oppergezag, met Marseille als hoofdstad en met 
een zekere mate van zelfbestuur in binnenlandse aangelegenheden 
zou worden teruggebracht. Himmler noemde in dit verband het vopr- 
beeld van Bohemen en Moravië. En de reden van dit alles? Omdat, 
zoals Himmler zei, de nationaalsocialisten er genoeg van hadden een 
gedegenercerd en hysterisch Frankrijk als staat te laten voortbestaan. 
Sedert eeuwen had dit volk het de Duitsers alleen maar moeilijk ge* 
maakt en het vele malen bloedig geraakt. Daarmee had Frankrijk 
hewezen geen recht op voortbestaan in het nieuwe Europa te hebben. 
Daarom juist werd de staat Bourgondië gesticht, als verzamelbekken 
voor alle fatsoenlijke Fransen, waarmee Himmler het superieure deel 
van het Franse volk wenste aan te duiden, dat „de goedheid van 
Hitler en van het nationaalsocialistische Duitsland had erkend." De 
rest van de Fransen hoorde in het protectoraat, dat in de toekomst 
niet meer Frankrijk maar Gallië zou heten. Op de dag, waarop de 
staat Bourgondië werd gesticht, zou de naam Frankrijk verdwijnen. 
In dít verband verklaarde Himmler, dat maarschalk Pétain tcn ver- 
raderlijk spel speelde en een betaalde agent van de Geallieerden was 
— hij had de bewijzen daarvan. Tussenwerpingen mijnerzijds werden 
steevast- beantwoord met de opmerking, dat deze volken niet beter 
hadden verdiend. 

Nu drong zich natuurlijk de vraag op, wat er bij deze verdeling 
van de wereld met Spanje zou gebeuren. Ik was niet weinig verbaasd 
van Hirnmler te horen, dat Hitler ín de Spanjaarden diep teleurge- 

87 



^i&te^íi LlA... í^<í^iJtt^ n JLÍták^^i^. '■ ira.w.i-JÍ.JjíïáAí-U-lt Aut*:* -. ^M&tbáaAtJu^ú* 



;I J& 



v; 
4i 



. * i 



á 



wiï 






*fi 



1 t 



- M' 



v' 



steld was. Zo diep teleurgesteld, dat hij voof hun staat nog slechts 
grote verachtmg gevoelde en Franco als een verfader beschouwde. 
Himmler gaf daarop aansluitend te kennen, dat hij sinds drie maan- 
den bewijzln in handen had van de verradersrol van Franco. Hitler 
had er vast op gerekend, dat Spanje in de oorlog aan de zijde van 
Duitsland zou meedoen en Gibraltar veroveren. Het gehele Middel- 
landse Zeefront had dan een ander aanzien gekregen. Hij, Himmler, 
had Franco indertijd zelf nog bezocht, maar deze aalgladde Span- 
jaard had zich op de vlakte gehouden en plotseling sympathieën voor 
de Geallieerden getoond. Het resultaat was, dat hij nu nog neutraal 
was. Maar de Fúhrer zou na de oorlog een hartig woordje met hem 
spreken. Nog slechts enkele dagen geleden had hij zich in die zin 
uitgelaten, dat er na de oorlog voor Franco een stevige galg beschik- 
baar was. — Tegen de vijandelijke soldaten, die volgens bevel hun 
plicht deden, zou Duitsland na de oorlog niets doen, integendeel, 
velen hadden heldendaden verricht, die Duitsland bewonderde. Zij, 
die op de achtergrond aan de touwtjes trokken en bovenal de neu- 
tralen, zouden de strop niet ontgaan. 

Wat was er van Spanje geworden, filosofeerde Himmler voort, 
wanneer Duitsland in 1936 Generaal Franco niet zo onbaatzuchtig 
had gesteund? En als dank daarvoor was deze ellendige Spanjaard 
nu ncutraal gebleven. Franco, dit miserabele creatuur, had de bus 
gemist; de kans om aan de zijde van Duitsland te strijden, zou niet 
terugkomen. Franco hadde tekenen des tijds niet begrepen en Himm- 
ler besloot zijn uiteenzettingen met een ironisch lachje, terwijl hij 
zei: „Misschien zal Bourgondië zijn aanspraak op Spanje nog wel 
eens doen gelden." 



88 



XI. BIJ CIANO IN ROME 

„Wanneer we dan tenminste met Italië nog geallieerd zijn. ..." Aan 
deze woorden van Himmler heb ik nog vaak moeten denken, toen ik 
gedurende de laatste jaren van de oorlog in Berlijn en Rome mijn 
Italiaanse patiënten behandelde. Sommige van hen behoorden tot de 
leidende figuren in de fascisten-hiérarchie. Daarbij was het me al 
spoedig opgevallen, dat er niet alleen in Duitsland een sterk wan- 
trouwen tegen de Italianen heerste, maar dat omgekeerd aan Ita- 
liaanse zijde de animositeit tegen Duitsland zeker niet geringer was. 
Menig staaltje van diepgewortelde afgunst en wederzijdse verachting 
heb ik in deze periode meegemaakt. 

Wat mijn betrekkingen tot Italië betreft, in 1926 was ik er voor 
de eerste keer geweest. Ik bracht toen mijn vacantie door aan het 
Gardameer en ik had daar veel vrienden gemaakt. In 1934 werd ik 
door de vrouw van de toenmalige gezant in Berlijn, Cerrutti, gecon- 
sulteerd. Het gelukte me haar te helpen en tussen ons ontstond een 
oprechte vriendschap, die voortduurde, toen Cerrutti door toedoen 
van Hitler naar Parijs werd overgeplaatst. Door Cerrutti kwam ik in 
contact met de Hertog van Spoleto en andere personen uit de hof- 
kringen. Toen nu de Italiaanse Minister van Buitenlandse Zaken 
Ciano in 1940 in Berlijn was, werd mij verzocht hem te onderzoeken. 
Ik kwam tot de conclusie, dat ik hem wel helpen kon, maar dat de 
kuur vrij lang zou duren. Ciano stond er op, dat ik met hem mee 
zou gaan naar Rome. Hij slaagde er inderdaad in, bij Himmler toe- 
stemming te krijgen voor mijn vertrek — sinds de bezetting van 
Nederland was mijn verblijf nog altijd gedwongen tot Duitsland be- 
perkt gebleven - en zo kwam het dat ik van 27 November tot 16 
December 1940 de Graaf in Rome behandelde. Ciano introduceerde 
me ook bij zijn vriend de Minister van Financiën Graaf Thaon de 
Revels en de Minister van BinnenlandseZaken Buffarini; vooraldeze 
laatste was zeer openhartig in zijn uitlatingen. ledere keer weer liet 
hij zijn angst doorschemeren, dat de Duitsers Italiê' in het ongeluk 
zouden storten. Omdat ik Fin was, vertrouwde Buffarïni mij. „Waar- 
om blijft u toch bij die harteloze Duitsers, kom toch hier in Rome," 
zei hij dikwijls tegen mij. Ciano zelf, die naarmate hij meer baat vond 
bij mijn behandeling steeds openhartiger sprak, ging in zijn uitla- 
tingen nog veel verder. Hij had een uitgesproken afkeer van de Nazi- 
leiders. In het algemeen deugde bij hem niets, als het uit Duitsland 
kwam. Op een, keer beweerde hij dat het Nationaalsocialisme een 
vervalsing van het Fascisme was en dan nog een zeer slechte. Aan-een 
Duitse overwinning geloofde hij niet. In de Duitsers zag hij altijd 
nog de barbaren, zoals ze in de Romeinse geschiedenis beschreven 

89 



i ' 






\ 



\ i 



■■:...,i.: í .i<i.Á^.i<x^,-a 



1 






,>y ,v yp , 

jflKptftc^'tCíand geloofde niet, dat het mogeUjk was zich van Pfeíta- 
tamjt ïflfs te maken, zolang zijn schoonvader Mussolini aan de macïu 

1 wa*. Hij vertelde, dat zijn schoonvader erg bevreesd was voor de 
Nazi's, omdat zij ook over geheel Italië een netwerk van geheime. 
Agenten hadden gEspreid. Bij andere hoge fascisten bemerkte ik het- 
zejfde wantrouwen tegen het Derde Rijk. Algemeen was men er van 
overtuigd, dat Hitler een gelukzoeker was, die een slechte invloed 
uitocfende.op Mussolini. 

In 1942 was ik voor het Iaatst in Italië. Ciano had opnieuw naar 
mij gevraagd. Eerst wilde Himmler mij niet laten gaan: de Italianen 
waren een stelletje gemene Jezuïten; als het op vechten aankwam 
gaven ze niet thuis, maar als ze maagpijn hadden, wisten ze wel, waar 
ze terecht konden. Ik maakte er Himmler op attent, dat Ciano zich, 
íngeval hij weígerde, ook tot de Finse gezant zou kunnen weriden en 
dat zou de zaak slechts gecompliceerd maken; het was heus het beste 
als hij toestemde. In Mei van dat jaar behandelde ik Giano in Rome. 
In Juní moest ik naar Duitsland terug, daar het met Himmler weer 
niet zo best ging. Begin Juli werd zijn hoofdkwartier van Oostpruisen 
naar de Oekraine verplaatst en moest ik ook daarheen. Van einde 
Juh tot begin Augustus was ik vervolgens met Himmler in Finland, 
tot ík tenslotte in October in gezelschap van mijn vrouw opnieuw 
naar Rome ging, waar we tot November bleven. 

Op 11 October kwam ook Himmler plotseling in Rome. Het doel 
van de reis was, zoals hij mij vertelde, het stellen van orde op de 
Italiaanse zaken. De Italianen boden overal lijdelijk verzet tegen de 
ójorlog. De vredespartij, waartoe Ciano behoorde, nam hand over 
hand in aantal en in invloed toe. De Fiihrer was echter vastbesloten 
bm de Duce te steunen en zo nodig het Italiaanse leger te ontwape- 
nen en het land te bezetten. Het tegenwoordige Italië had geen recht 
van bestaan meer. Het Koningshuis en de adel waren door Engeland 
omgekocht. Himmler zei, dat hij dit probleem uitvoerig met de Duce 
had besproken, deze had hem echter gevraagd vooralsnog van een 
bezetting af te zien; hij zou het zelf met Italie nog wel klaar spelen 

v en erin slagen de macht weer vast in handen te krijgen. 

Toen enige tijd Iater de Engelsen en Amerikanen ïn Afrika 
v landden, zei Crano tegen mij: „De Geallieerden zijn op de verkeerde 
plek geland. Ze hadden in Genua eeri kans moeten wagen. Dan was 
líu de oorlog voor ïtalie afgelopen. Nu moeten we verder vechten 
ert waarschijnlijk nog heel lang. Er zullen nog heel wat Italianen 
'"moeten creperen, nïet voor Italië, maar voor Nazi-Duitsland." Een 
andere keer formuleerde hij zijn mening in die zin, dat Italië door 
de ©ngelukkige politiek van Mussolini in de Abessijnse kwestie hele- 
maal in het vaarwater van de^Nazi's was gekomen. Zowel naar tra-, 

90 



SWfw^ 



** ï r 



:•? -" 



* r 



r% ; \ &•'*%'+ 



fe' 



*:■;;';&& 



ÁvlfflMíW 



ditie aïs volkskarakter behoorde ïtaïie- aan de kant van En^laflíïÍAfc 
alleen Engeland zou Italiê voor een volkomen ondergang kunneïi 
behoeden. , * 

Tijdens mijn laatste oponthoud in Rome in November '42 orga- 
niseerde Giano ter ere van Himmler een grootse ontvangst, waaraan 
alle kopstukken van de regering en de partij deelnamen. Ciano had 
ook mij uitgenodigd. In mijn aanwezigheid vertelde hij Himmler hoe 
goed hem mijn behandeling was bevallen, waarop Himmler ant- 
woordde, dat hij zich eenvoudig niet kon voorstelïen zonder mijn be^ 
handeling te kunnen bestaan. „Kerstens methode is enig in zijn soort, 
hij is de grote magische Boeddha, waarnaar wij alle in dankbaarheid 
opzien! Zijn enige fout, overigens een schoonheidsfout, is, dat hij een 
Fin is en het vertikt een titel of een onderscheiding te aanvaarden." 
Lachend reageerde Ciano daarop, dat de Italianen dan trots mochten 
zijn, want dat ík van hen een orde had aanvaard. (Dit betrof het , 
Commandeurskruis van de Mauritius- en Lazarusorde, dat Ciano- mi| 
al in December 1940 uit naam van de Koning had overhandigd.) 
Voor mij werd het gesprek pijnlijk en ik merkte neutraal op, dat de 
schoonste beloning voor mij bestond in de voldoening van mijh 
patiënten en dat ik geen andere onderscheiding wenste, dan de er- 
kenning lijdende mensen geholpen te hebben. Himmler nam dit 
thema over en zei: „Ja, maar Kersten veroorzaakt me ook veel zorgen. 
Hij heeft altijd smoesjes en vraagt me o£ ik mensen wil vrijlaten, die 
zich tegen onze ideeën en onze oorlogsinspanning verzetten. Meestal 
betreft het dan Hollanders, Joden of Duitse verraders. Dan demon- 
streert hij zo'n ongelooflijke hardnekkigheid en taaiheid, dat ik altijd 
moet toegeven." En toen Ciano vriendelijk tegenwierp, dat men 
Kersten niets kon weigeren zei Himmler alleen nog: „Precies, dat 
weet onze Boeddha ook en daarom begint hij telkens weer opnieuw." 
Bij deze woorden werd ons gesprek onderbroken door het naderen 
van een paar andere personen. — Mussolini heb ik gedurende mijn 
verschillende bezoeken aan Rome niet behandeld, hoewel Ciano oók 
zijn schoonvader voor mijn genezingsmethode probeerde te winnen. 
Maar de Duce heeft mij nooit ontboden. 

Toen Ciano mij in April 1943 opnieuw vroeg te komen, ga£ 
Himmler mij geen toestemming meer. Hij verklaarde dat de politieke 
toestand te precair was, bovendien voelde hij zich weer helemaal níet 
goed en wilde mijn medische hulp niet missen. Dit kwam mij ten- 
slotte wel van pas, want ik moest omstreeks die tijd vechten voor het 
leven van een zevental Zweedse bedrijfsleiders en ingenieurs. Naar 
alle waarschijnlijkheid zouden ze wegens spionnage ter dood worden 
veroordeeld. Het was dus belangrijk, dat ik in de buurt van Hirnm- 
ler bleef. 

91 



IJluL^JskÁlkiÍAÏíí^-^tiVi '^'AdaiÁ^.^J^A'íi 






,i 



, V 



í t 



t 'i. 






I tj 



%' 




li 



XII. MET HIMMLER IN FINLAND 

In een gesprek over Finland in Juni 1942 illustreerde Himmler de 
afhankelijkheid van dit kleine land van Duitslands goeddunken met 
enkele herinneringen aan het bezoek van Chamberlain aan Hitler in 
Godesberg en MUnchen. Toen ik inzake Finland protesteerde, merkte 
Himmler op: „Maakt u zich geen illusies. Dat Duitslands wil wet is, 
heeft zelfs Chamberlain ingezien, toen hij bibberend naar de Fiïhrer 
kwam en om vrede smeekte. Gelooft u misschien, dat deze aalgladde 
Engelsman ooit naar ons toe gekomen was, wanneer hij niet over- 
tuigd was geweest van de grootheid en de kracht van het nationaal- 
socialistische Duitsland? Voor ons nationaalsocialisten," ging Himm- 
ler voort, „vormden deze beide bezoeken van Chamberlain een keer- 
punt in onze , geschiedenis. Want toen wij merkten, dat de Engelsen 
ons als gelijkwaardige partners beschouwden, wist de Fiïhrer, dat het 
uur geslagen had en het Groot-Duitse Rijk ons als 'n rijpe appel in de 
schoot zou vallen. Nu ging het er om bliksemsnel toe te slaan. Nu of 
nooit. Dat heeft de Fiïhrer schitterend gezien. Nu is de eeuwenoude 
droom van het Groot-Duitse Rijk werkelijkheid geworden." 

Ik zei, dat dit me een beetje voorbarig leek. De ooriog was immers 
nog lang niet beslist en Amerika beschikte nog over enorme reserves 
en een grote industrie. Het moest in staat worden geacht tot het 
bouwen van een luchtvloot, die veel sterker zou zijn dan de Duitse 
en de grote industriegebieden in Duitsland zou kunnen verwoesten. 
Hïmmler begon te lachen en zei: „Die Jodenbedrijven Ín Amerika 
kunnen misschien wel blikgroenten zonder vitamine fabriceren of 
rammelende auto's, maar van kwaliteitswerk kunnen ze niets. Dat is 
geen bedrijf voor deze woekeraars. In technisch vakwerk slaat Duits- 
lartd ze met stukken." 

Korte tijd na dit gesprek, in Juli 1942, deelde Himmler mij mee, 
dat Hitler hem had bevolen, persoonlijk in Helsingfors de uitlevering 
ván de Finse Joden te gaan eisen. Over het plan als zodanig, had hij 
mij reeds vroeger verteld. Hitler wenste, dat de Finse Joden naar 
Maidaneck in Polen werden gevoerd. Daar Hitler van mening was, 
dat de oorlog nu spoedig ten einde zou zijn, moest met het uitroeien 
der Joden haast worden gemaakt. Hitler geloofde, dat de Joden onder 
aanvoering van hun Amerikaanse rasgenoten de oorlog waren begon- 
'nen. Het ogenblik was bijzonder geschikt Finland tot toegeven inzake 
de Joden te dwingen, omdat het land op dat moment een groot ge- 
brek aan broodgraan had. De Duitse regering had laten weten, dat ze 
tot levering van het graan bereid was, indien de Joden werden uït- 
geleverd. De toestand was inderdaad zo, dat de Finse graanvoorraden 
slêchts reikten tot September van het jaar en zonder de aanvoer van 

92 



circa dertig duizend ton was een ernstige voedselcrisis in September 
onvermijdelijk. 

Na dit gesprek met Himmler begaf ik mij onmiddellijk naar de 
Finse gezant Kivimákï en vertelde hem, wat ik had gehoord. Ik moet 
hier inlassen, dat ik na de Winteroorlog van de Finse regering voor 
mijn werk ten dienste van Finland de eretitel Medicinalrád had ge- 
kregen. Ook was ik enige tijd later in staat in een zeer moeilijke eco- 
nomische situatie te helpen: Finland maakte toen reeds een crisis Ín 
zijn broodvoorziening door. De Finse gezant had mij over de ernst 
van de toestand ingelicht en mij gevraagd de desbetreffende pogingen 
van het Finse Ministerie van Economische Zaken bij de Duitse in- 
stanties en ook bij Himmler te ondersteunen. Ik had toen een uitvoe- 
rige bespreking met Himmler over dit onderwerp en er werd een 
snelle oplossing voor het probleem van het Finse graantekort, voor 
zover Duitse hulp daarin kon voorzien, bereikt. De Finse regering 
verleende mij voor deze hulp in 1942 het Commandeurskruis in de 
orde van de Witte Roos. 

Ik vertel dit om duidelijk te maken, dat er op het ogenblik, waar- 
op zich donkere wolken boven Finland samenpakten, reeds een ver- 
houding van wederzijds vertrouwen tussen de Finse Regering en mij 
bestond. Kivimáki noemde de voorgestelde actie een nationaal onge- 
luk en verklaarde, dat alles in het werk moest worden gesteld om de 
uitvoering van het plan te verhinderen. Wij kwamen overeen, dat ik 
om te beginnen zou trachten Himmler van de reis naar Finland te 
weerhouden. Mocht dit niet lukken, dan zou ik in elk geval mee- 
gaan. Tenslotte spraken wij af, voortdurend met elkaar contact te 
houden en alle verdere stappen gezamenlijk te overleggen. Op grond 
van deze afspraken verklaarde ik Himmler de volgende dag, dat zijn 
gezondheidstoestand hem niet toeliet thans een dergelijke vermoeien- 
de reis te maken. Mijn patiënt wees echter op de urgentie van Hitlers 
eis, die de reis onder alle omstandigheden noodzakelijk maakte, nog 
afgezien van zijn wens, de Waffen-SS in Noord-Finland te inspecteren. 
Daarom stelde hij voor, dat ik hem ter voortzetting van de behan- 
deling naar Finland zou begeleiden. 

De 29ste Juli 1942 vlogen we naar Helsingfors. In het gezelschap 
van Himmler bevond zich ook SS-Obergruppenfïïhrer Karl Wolff, 
een man, van wie ik reeds in vele gevallen hulp en tegemoetkoming 
had ondervonden. Onmiddellijk na aankomst kreeg Himmler last 
van maagkrampen, zodat ik hem in behandeling moest nemen. De 
gelegenheid van ons alleen zijn benutte ik om hem te overtuigen van 
de ondoelmatigheid van een onvoorbereide bespreking van de Joden- 
kwestie met de Finse regering. Onder invloed van zijn pijn was hij 
toegeeflíjker dan anders en hij ging er mee accoord eerst per- 

93 



•< ' 



/"! 



:■( 



., 



1 



ijjj,^.. . .i..i-u..j.M 



HO 



V 



i& 



"fc' «ooijtíjk contact op te nemen met enkele veoraanstaande ïmnep. 
ïáa de behandehng gingen wvj, d w z Himmler, Wolff en ik, naar 
een lunch \an Prcsident R>ti cn njn vrouw I)aar Himmkr /ích van- 
Wege zijn ongesteldheid dadelijk na het eten in zijn hotel terugtrok, 
kréeg ik gelegenheid om buiten zijn weten het dóel van Himmlers 
komst te bespreken met Finlands Mïnister van Buitenlandse Zaken, 
vVitting. Wij kwamen overeen, dat we vooreerst moesten trachten 
gedaan te krijgen, dat de behandeling van de gehele zaak op de lange 
baan geschoven werd.Hiertoe deden zich verschillendemogelijkheden 
voor: de eenvoudigste was, Himmler te zeggen, dat de uitlevering 
van Joden slechts met toestemming van de Finse Rijksdag kon plaats- 
vinden. Op dat ogenblik was de Rijksdag echter op reces en zou niet 
voor November in gewone zitting bijeenkomen. Zonder het standpunt 
van de Finse regering nauwkeurig vast te leggen, moest de zaak zo 
worden voorgesteld, dat de Finse regering slechts op grond van de 
wens van het Derde Rijk bereid was de Rijksdag bijeen te roepen. 
Tegelijkertijd moest Himmler dan opmerkzaam gemaakt worden op 
het feit, dat een dergelijke bijeenroeping midden ín de oorlog de 
politieke hartstochten zou ontketenen en ook een reeks andere niet 
bepaald aangename problemen op de agenda kon brengen. Verder 
moest Himmler onder het oog worden gebracht, dat de uitlevering 
van Joden slechts tot een verscherping van de anti-Duitse stemming 
/ou leiden. Dit te meer, waar tal van Joden tijdens de Winteroorlog 
en daarna hun leven voor Finland hadden gegeven. Geen Fin zou 
het begrijpen, wanneer men nu de moeders of de vrouwen van deze 
gevallenen zou uitleveren. Ánderzijds moest men echter ook met de 
omstandigheid rekening houden, dat Finland door het graantekort in 
een dwangpositie verkeerde. Op grond van al deze overwegingen be- 
sloten we, dat Minister Witting, zodra Himmler met hem over de 
Jodenkwestie begon zich in bovengenoemde zin zou uitlaten. Intus- 
sen zou ik mijn invloed bij Himmler aanwenden om de gedachten- 
gang van Witting te ondersteunen. 

Toen Himmler, zoals te verwachten was, de volgende dag vertelde, 
dat hij nu toch de onderhandelingen over de Joden met de Finnen 
wilde beginnen, deed ik hem het voorstel, dat hij mij als Fin zou 
belasten met het peilen van de stemming in een voorbespreking met 
Minister Witting en de Finse Premier Rangell. Hij zou dan zijn ver- 
''dere tactiek kunnen afstemmen op het resultaat van mijn bespre- 
king. Himmler ging na een korte overweging van het pro en contra 
hiermee accoord. Ik ging weg om na enige tijd - zonder die dag 
opnieuw bij een der ministers te zijn geweest - met het resultaat van 
mijn besprekingen van de vorige dag terug te keren. Ik formuleerde 
het resultaat in die zin, dat de beide heren in principe geen bezwaar 



.V^W .*. 



■a-í' 



■v?" 



T-$r 



■ \ 



4-, 

) ^ 






94 



' ;V- ■;-. 
' f-'Vi.! 



•íiWjíí i . J& 






.>;.,.. 



tem- 



v&w 

'-***£■ 



/4, ' * (V» 

jb.adaen, dbch ten aanzien van de ddrecte technische nitvoering gjote,* 
moeilijkheden \oorzagen. Daar Himmler zjch niet verenigen kon 
met ó!e gebezigde argumienten, stelde hij Hitler onmiddellijk telefo- 
nisch met het verloop der ortderhandelingen in kennis. Deze was met 

de klaarblijkelijke principiële overeenstemming tevreden en ver- 
klaarde zich accoord met het uitstel van de verdere afwikkelmg tot 
November. 

De dag daarop begon Himmler echter tegenover Premier Rangell 
tijdens een autotocht toch weer over de Jodenkwestie. Weliswaarhad 
hij, zo merkte hij op, de Finse Joden onmiddellijk mee willen voeren, 
doch hij had van Medictnalrad Kersten gehoord van de op dat ogen- 
blik bestaande technische moeilijkheden en aangezien hij altijd een 
tegenstander was geweest van maatregelen, die bij het publiek groot 
opzien zouden baren, vond hij het juister wanneer de Jodenkwestie 
in het kader van een gewone Rijksdagzitting in begin November on- 
opvallend zou worden afgehandeld — in dit verband zij overigens 
met nadruk gezegd, dat Ministerpresident Rangell met geen syllabe 
repte van een principiële toestemming tot deportatie van de Joden; 
Himmler was op grond van mijn vroegere voorstelling van zaken de 
mening toegedaan, dat zowel Rangell als Witting zijn opvattingen 
over de Finse Jodenkwestie deelden. 

In December 1942 begon Himmler tegen mij opnieuw over de 
Finse Joden. Hij vroeg me of ik berichten had ontvangen over de 
behandeling van de kwestie in de Finse Rijksdag, die immers reeds 
moest hebben plaats gehad of voor de deur stond. Hij vroeg het, 
omdat Hitler hem er de vorige dag weer naar gevraagd had, terwijl 
Himmler zelf merkwaardig genoeg over de zaak tot dusver nog niets 
had gehoord. Ik vertelde, dat de Rijksdag met het oog op de ver- 
scherping van de oorlogstoestand slechts voor een korte zitting bijeen 
was geweest en dat de regering uit vrees voor onlusten in het land 
de Jodenkwestie hiet aan de orde had durven stellen. Himmler toon- 
de zich met deze verklaring wel tevreden. 

Eerst in September 1943 sneed Himmler deze zaak opnieuw aan. 
Hij zette uiteen, dat Hitler over het niet behandelen van de kwestie 
door Finland uiterst geprikkeld was en dat hij hem, Himmler, met 
een spoedonderzoek naar de oorzaken daarvan had belast. Himmler 
verzocht mij deze kwestie bij mijn eerstkomende reis naar Finland te 
willen ophelderen. In de tweede helft van October 1943, toen ik offi- 
cieel reeds in Zweden woonde, liet de nieuwe Finse Minister van 
Buitenlandse Zaken, Ramsay, mij naar Helsingfors overkomen om 
rapport uie te brengen. Ik had daarbij de gelegenheid de stand van 
zaken te bespreken. Wij kwamen overeen op de oude voet voprt te 
gaan. Ook met president Ryti had ik toen een gesprek, waarin ik 

95 



Í^MáéA lk<ÁJÍti-u<d^ Mik£ÉÉêM^v;.-i^í\^i^^, , ^ *..J*^u.L^a*~*^j~.*- ...a^A^ 



■-# 4S / 



*f/ 



/. /S 



M 



v 



,v 



fr" 






nwfW^' 



-t / 



i^]&YY*r *&£* 



■uv ). 



heiu van verschillende degeneratieverschijnselen bínnen het regiem 
vertelde en hem in.zijn mening kon ondersteunen, dat het met.het 
oog op de toestand in Duitsland verstandig was, wanneer Finland 
trachtte zo spoedig mogelijk vrede te sluiten. Himmler heeft in de 
daarop volgende tijd in mijn aanwezigheid het thema van de Finse 
Joden niet meer aangesneden. Waarschijnlijk waren toen andere pro- 
blemen belangrijker voor hem. 

In dit verband moet nog een gesprek van Himmler met Witting 
worden vermeld, dat plaats vond tijdens het verblijf van Himmler in 
Finland in Augustus 1942 en waar ik bij tegenwoordig was. Geheel 
onverwachts verklaarde Himmler toen, dat het misschien goed zou 
zijn, wanneer Duitsland en Finland zich na de oorlog in het bezit 
van Zweden stelden. Finland zou dan het Noordelijk deel met zijn 
Finse bevolking en de Noorse haven Kirkenás krijgen, terwijl Duits- 
land Zuid- en Midden-Zweden zou annexeren. Nporwegen zou zonder 
meer bij het Groot-Duitse Rijk worden ingelijfd. Himmler gaf te 
kennen, dat de Fiihrer toch al van mening was een kardinale fout te 
hebben gemaakt door Zweden niet tegelijk met Noorwegen te bezet- 
ten. Deze fout viel nog te herstellenl Toen Himmler er echter aan 
toevoegde, dat Finland uit deze oorlog als Groot-Finland zou te voor- 
schijn komen, zei Witting, die door dit verhaal kennelijk pijnlijk was 
getroffen, voorzichtíg, dat Finland geen enkele aspiratie in deze rich- 
ting koesterde, integendeel, er uitsluitend op bedacht was met zijn 
buren in vrede te leven. Waarop Himmler aanvoerde, dat Fínland na 
de oorlog nog slechts ééri nabuur zou hebben, namelijk het Groot- 
Duitse Rijk. Witting ontkende nogmaals, dat het Finse volk voor een 
dergelijke handelwijze tegenover Zweden te vinden zou zijn, al was 
het alleen maar, om de grote hulp, die Finland in de Winteroorlog 
van Zweden had ontvangen. Toen Witting tenslotte de opmerking 
maakte, dat hij een dergelijke politiek in strijd achtte met elke mo- 
raal liet Himmler verder het thema rusten, zeggend, dat hij slechts 
enkele gedachten had weergegeven, die de Fuhrer onlangs had geuit. 

Naderhand vroeg Witting mij tijdens een persoonlijk gesprek, hoe 
hij deze uitlatingen van Himmler moest opvatten, was dit scherts of 
een uiting van grootheidswaanzin? Mijn antwoord was, dat hier noch 
scherts, noch grootheidswaanzin van Himmler in het geding was, 
maar dat dit soort overwegingen symptomatisch mocht gelden voor 
de heersende nationaalsocialistische mentaliteit. 

Enkele staaltjes van deze mentaliteit met betrekking tot Zweden 
had Ík reeds enkele dagen voor onze tocht naar Finland op 25 Juli 
1942 van mijn patiënt vernomen. Nog altijd ben ik er niet zeker van 
of Himmler voor deze reis naar Finland eigenlijk niet een veel be- 
langrijker opdracht had, dan hij mij vertelde. Het lijkt mij niet on- 

96 



l 




itowbchijrilïjk, dat het eigenlijke dbël van de tocht bestond' We&W 
aftasten van de Finse houding tegenover Zweden. De JodenkwesEÍfe 
diende slechts als rookgordijn om het speuren naar een antwoord ép 
deze politieke vraag van de eerste orde, die tot dusver door Ribbëtti 
trop onopgehelderd was gelaten, te verhullen. Himmler had me in- 
dertijd gezegd, evenals trouwens later tegen Witting, dat het, hoe 
gewenst ook, op dit ogenblik onmogelijk was Zweden binnen het 
Duitse machtsgebied te trekken. Dit alles tenzij Zweden de Duitsera 
een argument tot optreden zou geven. Dit land voerde echter een 
uiterst voorzichtige neutraliteitspolitiek. „Wij hadden gehoopt," zei 
Himmler, „dat Zweden bezwaren zou maken tegen de doorto"cht van 
onze troepen, maar ze hebben ons laten passeren, o£ er geen vuiltje 
aan de lucht was. Ook hun verplichting tot het leveren van staal 
voeren ze punctueel uit; nergens bieden ze een aangrijpingspunt vóor 
een conflict. Onze enige kans is nu nog, dat Finland voor iets derge- 
lijks zorgt, waarop wij dan kunnen ingrijpen." Eerst hield ik dit 
alles voor scherts, toen ik echter merkte, dat het Himmler ernst was, 
vroeg ik hem, waarom hij dan beslist Zweden bezetten wilde. Het 
antwoord was klassiek: „Omdat het onduldbaar is, dat midden in het 
Germaanse Rijk een Fremdkórper bestaat, dat te allen tijde kan 
dienen als vergaarbak van Duitsland vijandig gezinde lieden. Bdven- 
dien lanceert een bepaalde pers daar voortdurend aanvallen op Duits- 
land; zij laat zich gebruiken voor de vijandelijke propaganda." 

Himmler voegde er nog aan toe, dat Zweden over grote voorraden 
beschikte, die zeer belangrijk waren voor de oorlogvoering en die 
Duitsland voor een periode van vier tot zes maanden van groot nut 
zouden kunnen zijn. De noodzaak tot zelfhandhaving van het Duitse 
volk eiste de opruiming van de Zweedse oorlogsparasieten. Hij ge- 
Ioofde, dat een veldtocht tegen Zweden niet meer dan tien dagen 
zou duren. De Lufttvaffe zou Stockholm tot puin maken en de rest 
van het land zou het Derde Rijk dan als een rijpe vrucht in de schoot 
vallen. Finland moest echter voor de provocatie zorgen. Dit was zijn 
grote kans en daarín Iag politiek gezien de enige rechtvaardiging van 
zijn bestaan. 

Overigens had Himmler zich na de bovenvermelde lunch zeer 
denigrerend over Ryti uitgelaten. Ryti was volgens hem een Engelse 
Sir en bovendien vrijmetselaar. Hij hield hem voor een gevaarlijk man. 
Op mijn tegenwerping, dat Ryti een goed patriot was, reageerde 
Himmler met de uitroep: „Het Derde Rijk heeft geen behoefte aan 
Lokalpatrioten, wij moeten mannen hebben, die Grootduits'denkert 
en voelen." 

Ongeveer een jaar later gaf Mannerheím het Finse bataljon, dat 
in de Waffen-SS dienst deed, bevel de wapens neer te leggen. Himm- 



97 



*< 



\ * 



»*■* 

M 



1 {'+t 






v* 







r*** 



'Á,,.Í',Ú\ 



.^^tíWÉr^ 



l-ÍÍ^li^.!ÁJk}lV,\>jíl'l}'dÁvïiAjjÊïa 



ler nóemde dit een vuistslag in het gezícht van Duitsland. Hij zcfu 
de Finnen natuurlijk laten gaan, maar van nu af had Finland voor 
hem afgedaan. Hij had de Fiihrer het voorstel gedaan de weínige 
werkelijk nationaalsocialistische krachten in Finland te verenigen, 
en daar door middel van een staatsgreep een nationaalsocialistische 
regering ín het zadel te helpen. Uit militaire overwegingen ging dit 
op het ogenblik niet, maar in principe had de Fúkrer zijn toestem- 
ming daartoe gegeven. Voor het overige was het beschamend om te 
zien hoe afwijzend het Finse volk tegenover het nationaalsocialisme 
stond. Onder de intellectuelen vond men nog geen honderd, die voor 
de Grootgermaanse idee toegankelijk waren, om nog te zwijgen van 
het wanbegrip voor de toekomstige plaats van Finland binnen het 
Grootduitse Rijk. Maar hij zou er wel voor zorgen dat Mannerheim 
en Ryti en vooral de sluwe Ramsay nog gelegenheid kregen in een 
Duits concentratiekamp na te denken over hun sabotagepolitiek. 

Ik hoorde deze uitvallen rustig aan en zei toen zo zakelijk moge- 
lijk, dat ik hem dankbaar was voor zijn duidelijke uiteenzetting, want 
nu zag ik ook mijn persoonlijk lot duidelijk voor me. Ik zou een of 
andere dag gedwongen zijn dezelfde weg te gaan als genoemde heren. 
Ik was immers ook een Fins patriot, en wenste evenmin enige aan- 
sluiting bij Duitsland. Himmler keek mij verrast aan en zei toen: 
„Ach ja, dat is ook zo, u bent natuurlijk ook een FÍn. Dat was ik 
helemaal vergeten, eigenlijk moest ik met u over deze dingen hele- 
maal niet praten." Ik liet me echter niet afschrikken en zei dat nu 
stellig het tijdstip dichtbij was, waarop hij voor het behandelen van 
zijn maagkrampen wel van een Grootduitse dokter gebruik zou moe- 
ten maken. Met mij zou het nu wel spoedig afgelopen zijn, want 
alles wat hij tegen de mij bevriende Fínnen en Nederlanders deed, 
onderging ik als tegen mij persoonlijk gericht. Dit drukte mij zozeer, 
dat Ík niet verder kon werken. Himmler begon daarop te lachen en 
zei, dat daar natuurlijk geen sprake van kon zijn. Hij bedoelde niets 
kwaads, want zonder mijn behandeling kon hij eenvoudig niet leven. 
De volgende dag verzocht híj míj zijn uitlatingen over Finland weer 
te vergeten, hij had het in drift gezegd. 

Wat Finland betreft, was verder ook Ribbentrop op dezelfde ma- 
nier bezig. Ik wil in dit verband slechts een gesprek weergeven, dat 
ik in Maart 1943 met de minister van Buitenlandse Zaken had, toen 
ík hem op het slot Fuschl bij Salzburg behandelde. Ribbentrop, voor 
wie mijn Finse nationaliteit een doorn in het oog was — in tegen- 
stelling tot Himmler, die in mij altijd allereerst de arts zag, — vroeg 
Jnij bij de Iunch, wat ik eigenlijk van de Finse gezant Kivimáki dacht. 
Op zijn departement waren er uiterst slechte rapporten over hem. 
De gezant Neubacher, die mee-at, viel zijn minister in de rede en 

98 



\ beweerde, dat Kivimáki een kwalijk soort pacifist was, die prmcipieeí 
het nationaalsocialisme afwees. Dat was koren op de molen van Rib- 
bentrop, die daarop zei, dat men op zijn departement kennis droeg 
van een geheim rapport van Kivimaki aan zijn regering, waarin deze 
zich deed kennen als een fel tegenstander van het Derde Rijk en 
waarin hij bovendien de Joden Ín bescherming nam. Het was zaak 
op korte termijn Kivimaki's ontslag te provoceren. Toen ik langs 
mijn neus weg zei, Kivimaki voor een groot vaderlander te houden, 
riep Ribbentrop in woede uit: „Dat is nu precies de waanzin van 
deze vent: als hij niet leert, Grootgermaans te denken, gaat Finland 
er aan, want alleen Duitsland kan Finland beschermen. Een zoge- 
naamd zelfstandige politiek, zoals Kivimáki wil voeren, betekent 
zelfmoord voor Finland." 




99 



. .- '. A..fc> J !.a, :A.tt.l./Ji 






*/ 



■■&*■* 



:*? 



ft 



ft. 






X^tï. E£N DECADENTE ELÏTE. RIBBENTROP Eí^ LÉt 



V 



Hoezeer Hitler ook voor de almachtig schijnende chef van de SS wer- 
kelijk de opperste wet betekende, blijkt ook uit diens verhouding tot 
jijn collega-miilísters. De verhoudingen tussen de leidende mannen 
van het Derde Rijk waren, met enkele uitzonderingen, zeer gespan- 
nen. Zo wist ik, dat Himmler grote afkeer hacl van Ribbentrop en 
OTngekLcrd. Daarom was Ík wat verwonderd toen Himmler mij op 
een dag vroeg of ik de minister van Buitenlandse Zaken wilde on- 
derzoeken, want hij .was nogal ernstig ziek. De artsen konden niet 
constateren, wat hem scheelde. Ik wees er Himmler op, dat ik dit 
met het opg op mogelijke onaangenaamheden met Ribbentrops 
artsen liever niet deed. Bovendien leek het me om verschillende 
rcdenen en ook in het belang van Himmler persoonlijk beter, wan- 
neer ík mcognito bleef — Hímmler wilde immers niet, dat zijn ziekte 
bekend werd. Enkele dagen later zei Himmler me desondanks, dat 
hij met Ribbentrop gesproken had en dat hij hem verteld had, dat 
ik hera voor zijn rheumatiek had behandeld en dat ook Ribbentrop 
mij moest consulteren. Hij vroeg me echter bij Ribbentrop niet te 
sprekcn over zijn maagkrampen; als deze in Himmler niet meer de 
stei ke man zag, zou deze nog meer tegen hem intrigeren. 

Na het onderzoek betoogde ik bij Himmler, dat Ribbentrop on- 
mogchjk nog langer minister kon blijven. Lichamelijk, zowel als 
geestehjk, was hij niet meer tot werken in staat en men mocht hem 
geen enkele verantwoordelijkheid laten. Hij leed aan zware hoofd- 
pijnen, gecombineerd met duizeligheid en evenwichtsstoornissen. 
Verbluffend waren bovendien het geheugenverlies en de apathie, 
waaraan hij leed. Niettemin nam ik hem in behandeling en kale- 
faterde hem voor enige tijd weer wat op. Himmler had me echter 
beloofd, dat hij met Hitler over Ribbentrops achteruitgang zou 
spreken Toen ik na enige tijd Himmler vroeg naar de resultaten 
van dit gesprek, beweerde Himmler, dat het toch niet aanging dit 
tegen de Fúhrer te zeggen, aangezien Hitler zeer op Ribbentrop ge- 
steld was; zijn manier van optreden was hem bijzonder aangenaam; 
Ribbentrop had een kalmerende invloed op Hitler, maar hij zou 
wel oppassen, dat Ribbentrop niet te gek deed. 

Ik behandelde Ribbentrop dus verder en kreeg zo de gelegenheid 
zijn merkwaardig karakter te leren kennen. Hij was in die tijd ernstig 
ziek en vaak volkomen in de war. Soms herkende hij mij niet of 
sprak mij met een vreemde naam aan. Een keer voor de spiegel 
staande vroeg híj mij of hij er niet net als een Engelse Lord uitzag. 
Ik zei, dat dit zeer wel mogelijk was. Dat hadden verscheidenen hem 
reeds gezegd, verklaarde hij daarop voldaan. Overigens vond hij, dat 



100 



■y>. ' ' . ' * v r '^ v V**\ 

riand dom was gewe^fet, toen het de uitgestrekte hand vai «e 
(; ,F&krer had afgeslagen. Nu ging Engeland er aan. Engeland en Dtíitó- 
'lahd waren samen de grootste maeht van de weréld geworderf, het 
enige bolwerk, dat de komende aanval van Azië zou kunnen tegen- 
houden. Het Engeland van honderd jaar geleden, geleid door voor- 
uitziende politici, zou dat hebben begrepen, het tegenwoordige En-i 
geland daarentegen was door het internationale Jodendom aangetast 
en bedorven. De Engelsen hadden niet willen Iuísteren naar Ribben- 
trops waarschuwingen in zijn Londense tijd. Nu was het echter te 
laat. Hij had indertijd bij zijn accreditering als ambassadeur in Lon- 
den welbewust de Koning met Heil Hitler en opgeheven arm be- 
groet om hem daarmee duidelijk te maken, dat in de geschiedenis 
der mensheid een nieuw tijdperk was aangebroken. Als Engeland de 
uitgestoken hand van Hitler had gegrepen, zou het nu vreedzaam 
zaken kunnen doen, zij het dan niet als grote mogendheid. Maar de 
Fiïhrer, die in zulke dingen altijd grootmoedig was, had aan Enge- 
land zeker een bepaalde levensruimte gegund. De Engelse Joden 
wilden echter meer en dreven het land de oorlog in. Dit zou het 
einde zijn — Engeland had lang genoeg van bedrog en oplichtérij 
geleefd. Hij, Ribbentrop, kon dat precies beoordelen, daarvoor was 
hij lang genoeg in Engeland geweest. Hoewel het geen onverdeeld 
plezier was geweest, want de Engelsen hadden hem, afgezant van de 
Fiïhrer, als een minderwaardige, en arrogant behandeldl 

Eens, het was 10 Maart 1943 in Fuschl, vroeg Ribbentrop mij oí 
ik eigenlijk licl van de partij was. Ik antwoordde ontkennend en zsei, 
dat ik als Fin geen lid kon zijn van een Duitse politieke partij. Daar- 
op werd mij de vraag gesteld of ik dan voor mijn gevoel nationaál- 
socialist was. Toen ik ook dit ontkende vroeg Ribbentrop, hoe dit 
nu mogelijk was — ik was toch lang genoeg in Duitsland. Ik pro- 
beerde hem duidelijk te maken, dat ik als arts, die Ín vele landen 
van Europa had gewerkt, me niet voor politieke partijen interes- 
seerde. Mij kwam het uitsluitend op de mens aan, of hij nu natio- 
naalsocialist of communist, democraat of monarchist was — voor mij 
gold alleen of ik hem als arts kon helpen. Ik stelde Ribbentrop de 
vraag of hij het op dit ogenblik nu prettig vond, dat ik hem van zijn 
pijnen af hielp. „Jawel, jawel," vond hij, „het is inderdaad een 
groot geluk, dat wij u hier hebben, maar uw politieke instelling is 
rampzalig. Wat vindt Himmler daarvan?" En zonder mijn antwoord 
af te wachten, vervplgde hij, dat ik beslist een politieke scholings- 
cursus moest volgen. Wat Himmler betrof, ik kon Ribbentrop, die 
zijn tirade Íntussen nog tot in het eindeloze had uitgesponnen, de 
verzekering geven dat Himmler mijn instelling kende en in laatste 
instantie respecteerde. Wat de scholingscursus betrof, zoiets kon na 

101 






■c J 



Ajffj 









M* 






íí, 



*>■:>■>■ '-v. /■. :&'{£&*!&& 



%■>,■£'* /■:) "■''.*./.'■-■</ '< / * ,-.' ■.--. 



j. ■■ /b,i, :,', '.^ii.tj,— ■ , 



aLL 



m 



de oorlog gemakkelijk worden ingehaald, meende ik. Wij werden 
door de telefoon onderbroken en met de hoorn nog in de hand, riep 
Ribbentrop me toe. „Het heeft geen zin, dat we nog verder daarover 
■praten, ik zie, dat u niet wilt, maar rekent u er op, u zult het nog 
lerenl" f 

Inderdaad, twee dagen Iater bleek, dat RÍbbentrop zich bij HÍmm- 
ler over mij had beklaagd. Bij de eerstvolgende behandeling begon 
Himmler er met me over. „Dat u,- Kersten, geen nationaalsocialist 
bent, weet ik. Maar ik had u voor verstandiger gehouden. Bij lieden 
als Ribbentrop en zoals men ze verder Ín zijn omgeving aantreft 
moet men zijn mond houden en niet zeggen, wat men werkelijk 
denkt. U weet Ímmers zelf, dat Ribbentrop niet helemaal goed bij 
zijn hoofd is. Met zulke mensen moet men dubbel voorzichtig zijn. 
Bovendien zitten daar overal vijanden van u. U hebt geen idee, hoe- 
veel klachten en verdachtmakingen aan uw adres ik elke maand 
krijg." Enkele dagen later zei Ribbentrop mij, dat hij met Himmler 
over mij gesproken had en zich genoodzaakt had gezien mijn politieke 
uitlatingen van onlangs te berde te brengen. Himmler had hem daar- 
op de stellige verzekering gegeven, dat ik na de oorlog een der eersten 
zou zijn, die een politieke scholingscursus zou moeten doorlopen. 
Daarmee wilde hij, Ribbentrop, voorlopig dan wel genoegen nemen. 

In de herfst van 1943 heb ik Ribbentrop voor het laatst behandeld. 
lk verzocht Himmler dringend mij van deze opdracht te ontheffen, 
want ik kon hem op geen enkele manier meer helpen. Himmler was 
daarover zeer ontsteld. Ribbentrop was juist op dit ogenblik onver- 
vangbaar. Na lang nadenken was Himmler tot de overtuiging geko- 
men, dat er in heel Duitsland geen geschikte opvolger voor Ribben- 
trop te vinden was. In niemand had Hitler op het gebied van buiten- 
landse politiek een zo groot vertrouwen als in Ribbentrop. Dat had 
de Fuhrer zelf opnieuw bevestigd. De methode van Ribbentrop be- 
stond daarin — en ditmaal viel Himmler bij uitzondering Hitler af 
en was het met mij eens -, dat hij Hitler juist datgene vertelde, 
waarvan hij verwachten kon, dat het hem aangenaam zou zijn. AI- 
vorens naar de Fuhrer te gaan, placht Ribbentrop links en rechts te 
informeren, wat Hitler op dat ogenblik bezighield, dan hing hij een 
enthousiast beeld op van de mogelijkheden, die er voor Hitlers 
ideeën bestonden. Op deze wijze bleef hij bij Hitler de indruk wek- 
ken van een visionnaíre geest. 

Ik wees Himmler er op, dat Ribbentrop naar mijn mening Hitler 
nog slechts fata morgana en verzinsels kon voorzetten. Waarop 
Himmler prompt antwoordde, dat dit niet zo erg was, omdat deze 
oorlog toch niet door diplomaten maar door de Waffen-SS, de We.hr- 
macht en de partij werd gewonnen. Diplomatie was volledig bijzaak. 

102 



Belangrijk was alleen dat de Fúhrer behagen vond in dc verhalen 
van zijn minister van buitenlandse zaken en daardoor in een goed 
humeur kwam. Want dat goede humeur had hij nódig voor zijn 
grote militaire beslissingen in deze oorlog. Als die was afgelopen 
mocht de diplomatie aan de vredesverdragen prutsen. Dan had ze 
weer werk en een zeker bestaansrecht. „Met diplomatie is nog nooit 
een oorlog tot een goed einde gebracbt," verklaarde Himmler zeer 
beslist, „zij dient in alle landen slechts om meningsverschillen te 
provoceren." 

Ik bleef er echter bij, dat ik Ribbentrop niet verder wilde behan- 
delen en drong er bij Himmler nogmaals op aan naar een nieuwe 
minister uit te zien. Volgens Himmler kwamen voor deze post slechts 
twee mensen in aanmerking, namelijk Seyss-Inquart en Von Macken- 
sen, de Duitse gezant in Rome. Maar Seyss-Inquart was te week en 
te filosofísch en Mackensen was politiek niet betrouwbaar en in 
de grond van zijn hart reactionair. Bovendien wist men sinds kort 
uit betrouwbare Italiaanse bron, dat Mackensen op de hand van 
Engeland was. 

Wat mijn behandeling van Ribbentrop betrof — Himmler kon 
tenslotte billijken, dat ik mij terugtrok, nu ik hem als arts niet meer 
kon helpen. 



I 



De toespelingen, die Himmler gemaakt had over vijanden van mij 
hadden niet in de laatste plaats betrekking op de chef der Gestapo, 
Ernst Kaltenbrunner. Hij was mijn grootste en gevaarlijkste tegen- 
stander. Aangezíen hij officieel niets tegen mij kon ondernemen — ik 
stond immers onder bescherming van Himmler —, probeerde Kalten- 
brunner mij langs achterwegen uit de weg te ruimen. Eens was hem 
dit op een haar na gelukt; hij was er vast van overtuigd, dat ik een 
agent van de Engelse Geheime Dienst was en hij had voor mij een 
hele reeks van spionnen aan het werk. 

Voor een door Kaltenbrunner beraamde moordaanslag werd ik op 
2 Augustus 1944 door Schellenberg gewaarschuwd. De aanslag zou in 
een bos aan de grens van de Kreis Ruppin op een tocht van Hartz- 
walde naar Berlijn worden uïtgevoerd. Men wist, dat Ík 's avonds 
naar Berlijn moest om met een speciale trein naar Himmler te gaan. 
Men zou de auto aanhouden en mij tezamen met mijn chauffeur 
neerschieten. De uitvoerders van de aanslag zouden dan aan de po- 
Iitie rapporteren, dat ik na herhaalde sommering om te stoppen in 
hetzelfde tempo was doorgereden, waarna zij volgens de voorschriften 
hadden gevuurd. . . . Daarmee meende Kaltenbrunner zich een vol- 
doende alibi te hebben verschaft. Himmler zou in dit geval natuur- 
lijk niets hebben kunnen doen. 

103 



-;; 



'i 






% 






ÍZJr 






■\í 






^ 



f 



Barlln, **!!■ fi. Augtat 1»*4* 






Streng persSnlich 
vertraullóh. 




Harrn 

Medizinslrat K e r s t • n 

Gtit Hartzwalds Uber Orensee 
in der Mark. 



Liober Herr Kersten» 

Bel asiner letzten Behandlung deutete ieh Ihnen en» 
daaa man» d.h. Ooergruppenfuhrer Dr, £9 ItenbrunneT* 
und GruppenfUhrer .MUller «bermals' versuchan» Ihnen 
ana dem PalJ Langbehn Schwlerigkeiten zu machen und 
Sie staatspolizeilieh zxk belangen. Man wi.ll bei 
Lsngbehn Akten» dio Sie sterk bolsston* gefunden hsbtm 
"O.a. dsss Sie sit dem britischen Oohelmdienst zussmmen- 
arbeiten. 

Ich konnte mir zwlschenzeitlich die BestUtÍgung ver- 
sehaffen» dasa man Ihnen nicht nur mit dem grtíssten 
Miastrauen begegnet» aondern auoh offenber seit liingerer 
Zelt scharfe Ueberwachungsmassnahmen durehfuhrt» Ioh 
hatte gern» dle ganzen Dinge .noch elnml mUndllch nit 
Ihnen durchge sprochen » da lch das QefUhl haberdae» 
Oef&hr lm Verzuga lat. Leider nias ich jetzt sber 
dringend auf elne Dlenatreise» deswegen laase lch Ihnen 
dieaen Brief als Warnung duroh einen besondera zuver- 
iaaaigen Boten uberbrlngen. 

Brief van Schellenberg, waarin hij Kersten waarschuwt tegen een, 
mogelijke aanslag van de zijde van Kaltenbrunner. 

104 




íMMSk^^'í V: V,; ':. A...:^.,,;.^ 



■iï-\*i i J: 





Zhre Frau nachzu»iehen» slnd díese Krelse nur bVawwbt* 



k utti é»r Atítóf 






auch gegen den Willen des ReÍchsfUhrers» Sie zu erledigen. 
Tragen Sie inaaer elne Schussweffe bel sich * halten 
Sie sich vor fremden Personen zur'dck» vor alle» 
macben flie in Dhterhsltungen» bel denen Ihnen nicht 
nur bekannte Porsbnlichkeiten zugegen sind, hsineríei 
Bemerkungen» am besten» achweigen Sie dann Uberhaupt. 
Ihre gosamten Bewogungen werden UDerwaeht, Ihre Telefon- 
gespr&che abgehCrt. 

Wênn Sie in den nachsten Tagen Oelegenheit haben, 
sprechen Sie in vorsichtiger Weise den Reichsfuhrer 
auf Ihnen bekanntgewordene Abaichten verschiedenar 
Xhrer Gegnor sn* damit er Ihnen nochnals seine ganze 
Hilfe zuelchert und Ihnen» -wenn mOglÍch» elnen Schutz- 
brisf oder etwes ahr.liches auastellt $ damit 'Sie nícht / ' 
Uberreschenderweiae verhaftet werden konnen. 
Ermahnen Sie auch dle von Ihnen aua dem Konzentr&tions- 
leger befrelten und bei Ihnen euf dem Qut srbeitenden 
Bibelforacher , denn such aus dleser Tetseche wlll <nan den 
Hachweis f'Ohren, dasa Sie mit Hilfe der Blbelforscher Nach- 
richten aus den Konzentrationslagern in das Ausland 
verbringen. 

Ioh bltte Sle unter ellan Umntanden diesen Brfef, nach 
dem Sie ihn galesen haben f sofort zu vernich ten. Allea 
sndere aUndliah* wann ich zurUck bin. In Kil» und wle 
iitmer in Dnnkbarkalt mlt sllen guten WUnschen 

stets Ihr 




105 



J ,; 4JS 



K. 



V' 






> 



t 



*.* 



■<v 









■flS 






.m 






m 



: ^Ê 



.ê^^LÁ^myL.uÁ,i^ïsíj.Á^íáu6>Ji^L'lLí: 



ír :^.'ái'.!iiUiÍí 



m^'Jr 



■\ 



Na de waarschuwing van Schellenberg stapte ik meteen in mijn 
auto en reed langs omwegen naar Himmler. Ik vertelde hem alles. 
Eerst wilde hij mij niet geloven, maar liet niettemin een onderzoek 
instellen. Dit wey uit, dat de waarschuwing terecht gegeven was. 
Himmler was woedend. Hij ontbood Kaltenbrunner in het hoofd- 
kwartier. Mij zei hij, dat ik mij rustig moest houden, hij zou de zaak 
wel op diplomatieke wijze regelen. Zo zat ik dan die middag met 
Himmler, Kaltenbrunner en de Obergruppenfiïhrer Berger in de 
kleine salonwagen van Himmlers speciale trein. Ik zat vlak naast de 
man, die mij naar het leven stond. Het gesprek ontwikkelde zich zo- 
danig, dat Himmler in het begin helemaal niet aan de beloofde rege- 
ling toekwam. Ik was enkele dagen te voren uit Zweden gekomen en 
Kaltenbrunner, die dat wist, vroeg hoe het met mij ging. Ik ant- 
woordde: „Dank u, heel slecht." Kaltenbrunner: „Hoezo, slecht? En 
dat, terwijl men in het buitenland woont." Waarop ik weer. „Tja, 
raoet het me goed gaan, als ik juist mijn baan verloren heb? Zoals u 
wel weet, of veronderstelt, was ik jarenlang in dienst van de Secret 
Service, die heeft me echter wegens ongeschiktheid ontslagen, daar 
de Reichsfúhrer nog altijd gezond en wel in Ieven is." Ik heb zelden 
nog een zo dom gezicht gezien, als dat van Kaltenbrunner op dat 
moment. 

Hij hapte naar lucht en wist niet, wat hij zeggen moest, maar 
Himmler lachte en zei: ,Ja, ja, mijn beste Kaltenbrunner, nu moet 
men toch medelijden hebben met Kersten, vindt u ook niet?" en 
ernstig voegde hij er aan toe: „Bedenk goed, beste Kaltenbrunner, 
als Kersten iets overkomt, kon dat voor uw gezondheid ook wel eens 
gevaarlijk worden. U zou de dood van Kersten misschien maar weinig 
uren overleven. Daarom hoop ik maar, dat u allebei nog lang ge- 
zond blijft." Kaltenbrunner lachte een beetje verlegen, hij had zijn 
chef begrepen. 

Behalve bij Ribbentrop had Himmler mij reeds in 1940 bij Rudolí 
Hess en bij de leider van het Duitse Arbeitsfront, Dr Ley, geïntro- 
duceerd. Ik onderzocht Hess op zijn bureau in Berlijn, waar hij ook 
woonde en kon vaststellen, dat hij aan maagkrampen en galaanvallen 
leed. Ik kan niet anders zeggen dan dat Hess op mij de indruk 
maakte van een bescheiden, vriendelijk en dankbaar mens. Dikwijls 
sprak hij over Egypte, waar hij geboren was en waarnaar zijn hart 
nog altijd trok. Ook zei hij me vaak, dat hij zich het liefst in de een- 
zaamheid van de Beierse bergen terug zou trekken, ver van het poli- 
tieke rumoer. Hess leed duidelijk onder minderwaardigheidscom- 
plexen. Ook beweerde hij meer dan eens, dat waar hij in de politiek 
toch nergens goed voor was, hij de wens koesterde, als vlieger de 

106 



heldendood voor het vaderland te sterven. De Fiihrer had hem echter 
het vliegen en de áctiéve deelneming aan de frontstrijd verboden. 
Zo was hij dus veroordeeld aan een bureau te mten. 

Bij Hess, die evenals de meeste nazileiders impotent was, ontstond 
hieruit een duidelijk waarneembare neurose. Hij benijdde, zei hij mij, 
elke man, die een meisje in zijn arm hield. Met stralend gezicht had 
hij mij de foto van zijn enige zoon getoond zeggend, dat hij graag 
tien kinderen zou willen hebben. In materiële dingen was Hess bui- 
tengewoon sober, hij was vegetariër. Hij omgaf zich voorts met hel- 
derzienden, astrologen, magnetiseurs en wilde niets weten van de 
normale medische behandeling. Altijd weer kwam hij er op terug, 
dat hij dit bestaan niet uithield en daarom vast besloten was, zijn. 
leven te offeren in dienst van het Duitse Rijk. Op een dag toen het 
hoofdkwartier van Hitler zich in België bevond, en hij daarheen 
moest, vroeg hij mij hem te begeleiden. We reden door platgeschoten 
dorpen en steden, waar nog kort tevoren hevig gevochten was. Met 
tranen in de ogen vertelde Hess, hoe verschrikkelijk hij het vond, dit 
eens zo bloeiende Iandschap nu zo verwoest te zien. De oorlog mocht 
niet lang meer duren. De wereld moest tot het inzicht komen, dat 
Duitsland onoverwinnelijk was. Zijn taak was het te zorgen, dat de 
volken zich weer met Duitsland verzoenden. Op een andere keer, 
toen ik bij hem kwam, vond ik hem in bed met een grote magneet 
boven zich. De magneet, beweerde hij, moest de ziekte uit zijn 
lichaam trekken, want zijn lichaam moest enorme krachten verza- 
melen en ijzersterk worden om bruikbaar te zijn voor de redding 
van Duitsland. Op mijn vraag, waaruit deze redding dan bestond, 
antwoordde Hess, dat hij mij dit niet kon zeggen, maar dat hij een 
daad van historische betekenis voorbereidde. 

Toen Hess in 1941 naar Engeland was gevlogen, moest ik een ver- 
hoor van Heydrich ondergaan. Hij wilde weten of ik soms degene 
was, die bij Hess verwachtingen ten aanzien van Engeland had ge- 
wekt. Het verhoor duurde drie uur, maar daar men niets bewijzen 
kon Het men mij tenslotte weer gaan. 

In November 1940 overviel Himmler mij met de mededeling er 
op te staan, dat ik Ley zou onderzoeken; hij had voor mij reeds een 
bepaald uur met hem afgesproken. De vier weken, dat ik Ley in zijn 
luxueuze villa in Grunewald behandelde, heb ik hem niet een keer 
nuchter gezien. Reeds tijdens het eerste onderzoek beweerde de man, 
die zich steeds praatziek en vertrouwelijk gedroeg, dat hïj geen alco- 
hol dronk, alleen 's morgens een kopje yoghurt. Ik constateerde vrij 
ernstige aandoeningen van gal en lever en zei dat ik hem op uit- 
drukkelijke wens van Himmler zou behandelen. Daarop klopte Ley 

107 



■'* 



J 



■? 



,.'~i:.',/.iaí 



'V 




u 



1*1- 



* 



fV, 



íií' 



>uder, «gjwl: .JÓSit is aan%*abw, dat n een eeatf&' 
4ige irbeider wilfc helpen." Deze eenvoudige arbeidcr, waarvan eáa 
Van mijn oude patiënten, Dr Karl Bosch, reeds in 1938 gezegd hadV 
"áat hij indettijd door de I. G. Farben wegens voortdurende dronken- 
schap en het verwekken van opstootjes was ontslagen, leidde mij op 
een dag rond door zijn weelderige villa, waarop hij zeer trots was. 
By elk meubelstuk noemde hij tegelijk de prijs. Tenslotte zei hij 
lallend, dat de Fúhrer hem dit alles had geschonken, opdat hij daar 
na de oorlpg de arbeiders uit de gehele wereld zou kunnen ontvan- 
gen Op mijn tegenwerping, dat de oorlog daarvoor eerst moest wor- 
den gewonnen, reageerde ook Ley met de stereotiepe slagzin: „Deze 
ooilog behoeft niet meer te worden gewonnen, hij is reeds gewon- 
nen." Toen gaf hij mij de raad om mij ook een dergelijke villa te 
laten schenken, want cadeautjes deden geen pijn. 

Een andere keer probeerde hij mij te bewegen Hartzwalde aan het 
Arbeitsfront af te staan, daarvoor in de plaats zou ik dan een tien- 
maaí zo groot landgoed in Polen krijgen. Hij zei er bij, dat hij mijn 
fauis zo geschikt vond, omdat het dicht bij Berlijn was en hij er dan 
eens met een aardig meisje naar toe kon. Toen ik hem probeerde 
duidelijk te maken, dat ik genoeg had van dit gezwets brulde hij: 
„V bent geen koopman, u wilt niet rijk worden." Weer een andere 
keer vroeg hij me onverwachts of ik wist wie hij was. Op mijn ant- 
woord, dat ik meende Dr Ley voor me te hebben, schreeuwde de 
dronkaard: „MisI Ik ben de grootste ondernemer van de wereld, ik 
ben de grootste organisator van de wereld, ik ben de grootste werker 
van de wereld, ik ben de beste arbeider van de wereld, nooit heeft 
de wereld mijn weerga gezien," en met overslaande stem, „ik ben de 
grootste Fiihrer van de wereld." Toen kromp hij plotseling ineen, 
zag angstig rond en zei zachtjes: „Wat heb ik gezegd? Ik ben op één 
na de grootste Fúhrer van de wereld, want Adolf Hitler is , nog 
groter dan ik." Ik kreeg na enige tijd een zo grote weerzin tegen 
deze zuiplap en charlatan, — ik had intussen nog getuige moeten zijn 
van vulgaire scenes tussen hem en zijn vrouw — , dat ik na vier weken 
tegen Himmler zei Ley niet verder te willen behandelen, omdat zijn 
Uchaam door overmatig alcoholgebruik niet meer op mijn behande- 
ling reageerde. Himmler betreurde zeer, dat er met Ley niets te be- 
ginnen was, daar deze toch nadrukkelijk aan Hitler had beloofd, 
zich van drank té onthouden. In de periode van strijd voor de be- 
"Weging was er niets op Ley aan te merken geweest, nu was hij mis- 
srhïen verbruikt, maar hij was een trouw aanhanger van de FUhrer, 
daarom mocht de partij hem niet laten vallen. Een dergelijk prestige- 
verlies kon de partij niet velen. Bovendien hield Himmler Ley voor 
een groot organisator, — zijn opbouw van het Arbeitsfront was een 

108 



-•v 



1 ! \ 



w**r#doze prestatie gewcett en' |Bet ífi 'wegtfug^ Lcy *& de^ _ 
min van betekenis in feet Derde Rijk, díe mei de arbeiders u\Jj*|ar 
taal kon spreken. 

De idee van de nazi's, dat ze traditie konden vervanêen door orgía- 
nisatie kwam ook duidelijk tot uitdrukking in wat Ley op zekere. 
dag vertelde over zijn plannen op medisch gebied. Hij wilde eétt 
academie voor Manuelle Therapie oprichten en mij tot leider daar- 
van benoemen. Want mijn zenuwmassage moest voor het nageslacht 
behouden blijven. Het Arbeitsfront zou voor deze academie een fonds 
van 5 millioen mark stichten, terwijl ik me moest verplichten hon- 
derd studenten per jaar klaar te stomen. Ley rekende vervolgens uit- 
voerig uit hoeveel artsen dat betekende in twintig, dertig jaar, wan- 
neer ieder van deze studenten jaarlijks honderd nieuwe artsen „op 
de markt zou brengen". Dergelijke rekensommetjes waren zijn dage- 

lijks werk. 

Dat het regime Ley nog niet kon missen, werd me duidelijk, toen 
Ley in Januari 1941 tegen mij een verhaal afstak over de toekomstige 
nationalisatie van de Duitse industrie. Dit plan, waarover men het 
reeds eens was, zou eerst na de oorlog worden uitgevoerd. De natio- 
nalisatie van het groot- en middelbedrijf zou zogenaamd „stil" gebeu- 
ren. Ley begreep daaronder een zo sterk opschroeven van de belas- 
tingen, dat alle bedrijven noodlijdend werden. De bedrijven waren 
dan gedwongen om de staat om financiële steun te vragen en de staat 
kreeg de kans zich in de gehele industrie te interesseren, daarna zbu- 
den, zoals Ley het uitdrukte, de oude bezitters en ondernemers er uit 
worden gesmeten en nieuwe mensen er in worden gezet. In de oude 
nazigarde van Hitler waren immers nog honderdduizenden z.g. oud- 
strijders, die nog niet aan hun trek waren gekomen. Uit hun rijen 
zou Ley zijn toekomstige medewerkers recruteren. Of deze Heden hun 
vak verstonden, was niet belangrijk, zei hij, het kwam er alleen op 
aan of zij goede nationaalsocialisten waren. „AIs wij de gehele Duitse 
industrie hebben genationaliseerd, hebbe God medelijden met de 
wereld," riep hij, zoals gewoonlijk dronken, uit. „Daarmee kan ik 
elke concurrentie van de rest het hoofd bieden. De wereld zal dan 
ook economisch van ons afhankelijk zijn en geen buitenlandse in- 
dustrie zal met ons kunnen concurreren; de nationaalsocialistische 
arbeiders zullen met plezier twaalf uur per dag en langer werken als 
het er om gaat de kapitalistische landen knockout te slaan." 

De bewegelijke Ley liet me nog een ander plan zien. De Fúhrer 
had hem belast met de uitvoering van een geheel nieuwe organisatie 
van de gezondheidsdienst na de oorlog. Geen Duitser zou meer hono- 
rarium aan een arts behoeven te betalen en alle medische behande- 
ling zou kosteloos zijn. De staat nam practiserende artsen in dienst en 

" 109 







u 



! 
f* ' 

T 



íti\ 






A *i u. ■'■'.• >'\ *■•' ■ ■' í - ■■ v ■ 



■ iiw; 



íít' 






1áíÁjJëu....,Á\. ..a.,..^ j, ... iA^.. .l i.t. ;t,. t.^;u, ,^:^yL:^V\' ^Ij. ji^-.^j^JB^A'ÍMi 



3- 



";*■:?■*%■' 



betaalde ze. Volgens de wil van de Filkret moest iedere Duitser van 
zíjn geboorte tot zijn dood medisch worden gecontroleerd en behan- 
deld. Duitsland zou na de oorlog zo rijk en machtig zijn, dat het zich 
deze luxe kdfo permitteren. In één woord — Ley maakte een glorieus 
gébaar — de staat nam het hele medische gebied over, alles volgens 
de oorspronkelijke gedachte van Adolf Hitler en zijn niet uit te vlak- 
ken trawant Dr Robert Ley. Zodra de wet in werking getreden was, 
zou hij de overbodig geworden ziekenfondsen opdoeken en de andere 
volken zouden wel voorgeschreven krijgen, hoe ze op de snelste ma- 
nier een zelfde ordening konden invoeren. Dit was overigens even- 
eens een punt voor de grote vredesconferentie. 

Twee jaar later in 1943 trof ik Ley nogmaals, nu in Rome. Hij 
was zogenaamd gekomen, „om het Italiaanse volk te overtuigen van 
de zekerheid der Duitse overwinning." Of dit zijn voornaamste op- 
gave was of dat zijn bezoek in feite de aanschaffing van damesonder- 
gqed'en japonnen gold, die hij in elk geval Ín achttien koffers naar 
Duitsland meenam, blijve in het midden. Hoe het zij, hij viel niet 
slechts op door deze nogal brutale handelwijze, waarover heel Rome 
sprak, maar ook door een zonderlinge voordracht, die hij voor Ita- 
liaanse en Duitse persvertegenwoordigers hield. Een in Rome wer- 
kende jeugdvriendin, Adelheid Dehio, vertelde mij daarvan. Ley had 
haar gezegd: „Dat wij overwinnen is duidelijk, onze vijanden worden 
door idioten geleid, wij door de Fiihrer. Dat garandeert ons de zege. 
Van nu af heeft elk kind, dat in Duitsland wordt geboren, een ver- 
mogen van een millioen mark, zo rijk zijn wij. Na de oorlog zullen 
er bij ons geen arbeiders meer zijn. Het gewone werk moeten de over- 
jvonnen volken verrichten, daarvoor is de aristocratische Duitser veel 
te voornaam. Het laagste beroep van een Duitser zal dat van een 
opzichter zijn. Want wij zijn een Herrenvolkl Straks zal iedere recht- 
schapen Duitser er recht op hebben met een volkswagen naar Italíë 
te gaan en in dit heerlijke land zes weken vacantie genieten." De 
vrouw, die mij dit vertelde, meende dat Ley tijdens zijn rede vol- 
komen dronken was geweest. De volgende dag zéi de Italiaanse 
miríister van binnenlandse zaken, Buffarini, mij tijdens de behande- 
ling: „Dr Ley heeft gisteren toegegeven, dat de inflatie in Duitsland 
, niet meer is tegen te houden. Hij heeft gezegd, dat ieder kind in 
Duitsland met een millioen mark wordt geboren. Dat kan alleen 
maar ínflatiegeld zijnl" 

Enige tijd Iater hoorde ook Himmler, toen hij in Rome kwam, 
over de rede van Ley van de tolk Dr Dollmann, een sinds jaren in 
Rome wonende kunsthistoricus, die ik goed kende. Himmler sprak 
er met mij over en vond, dat het met Ley nu niet Ianger meer ging. 
Hij zou de Fiihrer voorstellen hem te ontslaan. Maar toen ik bijna 

110 



twee jaar later Himmler nog eens vroeg waarom Ley nog altijd op 
zijn plaats zat, verklaarde de Reicksfiihrer categorisch, dat Ley met 
recht onmisbaar was. De gehele Duitse Arbeidersbeweging stond in 
gesloten gelederen achter hem. Dat was veel waard. Daarbij had Ley 
de grote vcrdienste de ondernemers op de vingers te zien, om te 
voorkomen, dat zij te grote winsten maakten. 

Ofschoon Himmler dus heel goed zag, dat Ley een dégeneré was, 
deed hij niets — hij boog voor de welwillendheid, waarmee Hitler 
Ley bejegende en zal bewust of onbewust in Ley toch ook de bent- 
genoot in het grote complot hebben gezien. 



WL 



111 



'! 



\ ..;; 



*'{ 



'í 



'■í 






.'1 
'4 



"J 



tiMiÉi ! TÍifrtiiir1ti 




t 1 

V 

"■t 



r$ 






>£v 



XIV. OlU Z8VENZWE&EN 



In November 1942 sprak cen oude patient van me, de Berhjnse advo* 
<Saat ï>r Langbehn, met mij over het geval van zeven Zweden, die in 
Warschau doortde Duitsers wegens spionnage gevangen waren geno- 
m«i en door de Gestapo naar Berlijn waren overgebracht. Het betrof 
hier enkele leidende functionnarissen van het Zweedse lucifercon- 
C^rn, waarmee Dr Langbehn in relatie stond. Ik begon met het in- 
wïnnen van nadere informaties over de kwestie. In Februari 1943 
wendden de president-directeur van de Svenska-Tándstick A. B., Axel 
Brandin en Langbehn zich tot mij om mijn medewerking te vragen 
voor de gevangen Zweden. Intussen had ik via Dr Brandt vernomen, 
dat de Gestapo het komende proces tegen de Zweden zeker ongunstig 
zou,beïnvloeden, indien Langbehn, die reeds lang door de Gestapo 
m het oog werd gehouden, de verdediging zou voeren. Ook was het 
më duidelijk, dat de Gestapo druk op Himmler zou uitoefenen en 
dat deze precies als vroeger in dergelijke gevallen gemakkelijk zpu 
kunnen toegeven. Want als alle dictators was Himmler zeer gevoelig 
voor elk aandringen, dat van zijn ondergeschikten kwam. In de 
plaats van Langhehn werd tenslotte als verdediger van de Zweden 
de Finse Consul Generaal en advocaat in Berlijn Dr Dix gevonden. 

Intussen had ik over deze zaak met Schellenberg gesproken, die 
mij zijn steun had toegezegd. Deze had zich trouwens reeds eerder 
voor deze zaak moeite gegeven. Enige dagen later begon ik met 
Himmler zelf over deze kwestie. De Reichsfuhrer begon er mee zich 
dadelijk incompetent in deze aangelegenheid te verklaren, aangezien 
het hier een kwestie van buitenlandse politiek zou betreffen, die 
onder Ribbentrop ressorteerde. Hij kon zelf dus niets doen en wilde 
difr ook niet, waar het om spionnen ging, die hun verdiende straf 
moesten hebben. 

Na deze pertinente weigering probeerde ik nu met allerlei kleine 
zetten Himmler en de mensen om hem heen, voor zover ik ze berei- 
ken kon, te beïnvloeden. Het resultaat was tenslotte, dat Himmler 
mij in April 1943 herziening van zijn mening over dit gecompli- 
ceerde geval toezegde, mits Ribbentrop een verzoenlijker standpunt 
wilde innemen. Het kwam goed uit, dat Ribbentrop intussen ziek 
was geworden en mij naar Fuschl ontbood. 

Tijdens mijn verblijf aldaar van 5 April tot 1 Mei 1943 bracht ik 
het gesprek herhaalde malen op de Zweedse ingenieurs. Ribbentrops 
standpunt in deze zaak, waaraan hij tot het einde vasthield, was het 
volgende: het betreft hier spionnen en misdadigers, die in geen enkel 
opzicht medelijden verdienen. Bovendien zijn het Zweden en de 
voortdurende speldeprikken en provocaties van de Zweedse pers be- 

112 




:&t*,. 






^ú 




we2en Wrduidehjk de vijwdíge houding varí dat land. táet gegufrf 
tígdheid was daarom bij de Zweden, die het recht op een zetfstandig • 
pohtiek bestaan reeds lang verspeeld hadden, ntets te berexken, wel , 
echter met hardheid en genadeloosheid. Hij moest daarom nu een> 
een voorbeeld stellen en de hoofden van deze Zweedse ingenieujs 
eisen. Ik bracht daartegen in, dat Himmler van zijn kant op een 
ander standpunt stond en bereid was, onder omstandigheden minder 
hardvochtig op te treden. Deze woorden ergerden Ribbentrop bui- 
tengewoon en opgewonden verklaarde hij, zich over de inmenging 
van Himmler in buitenlandse aangelegenheden bij de Fúhrer te zul- 
len beklagen, te meer, daar Himmler van politiek niet het minste 
begrip had. 

Mocht ik vooreerst practisch niets hebben bereikt, ik had in elk 
geval de beide rivalen tegen elkaar opgezet. Het was nu denkbaar, 
dat Ribbentrop zich inderdaad over deze aangelegenheid bij Hitlër 
zou beklagen en dan was het niet uitgesloten, dat Himmler uit 
prestigeoverwegingen bij Hitler een afwïjkend standpunt zou innemen. 
Liet Ribbentrop daarentegen zijn aanklacht bij Hitler achterwege, 
dan liep hij het risico, dat Himmler zelf de kwestie bij Hitler op het 
tapijt zou brengen en misschien begrip voor zijn standpunt zou vinden. 

Terwijl ik met al deze mogelijkheden rekening hield, ging ik terug 
naar Himmler en vertelde hem het gesprek met Ribbentrop. Himm- 
ler was over het vooruitzicht van een manoeuvre bij HÍtler nogal 
geprikkeld en zei, dat hij zich om persoonlijke onaangenaamheden 
te vermijden liever uit de gehele zaak terugtrok. Ze ging hem immers 
formeel gezien helemaal niet aan. 

Ik vreesde, dat het plan misliep en verzon er toen het volgende 
op. Ik zei Himmler, dat ik bij mijn terugkeer uit Fuschl een brief 
van de minister-president Ryti gevonden had, waarin deze infor- 
meerde hoe het stond met de Zweden. Ik had de brief helaas nietbij 
me, daar hij nog op het gezantschap moest worden vertaald. Himm- 
ler beet en toonde zich over deze demonstratie van Scandinavische 
solidariteit zeer geraakt en sprak de vrees uit, dat een weigerende 
houding van Duitsland in deze op zichzelf ondergeschikte aangele- 
genheid de toch al wegebbende sympathie van Finland voor DuÍts- 
land nog verder zou doen verminderen. In de daarop volgende be^ 
sprekingen met Himmler gelukte het mij hem hand over hand te 
overtuigen van de noodzakelijkheid in dít geval in te grijpen. Het 
proces stond voor de deur en zou naar de mening van Himmler, drie 
tot vier dagen in beslag nemen. De mogelijkheid werd besproken, 
enkelen vrij te spreken en de anderen tot lange vrijheidsstraffen te 
veroordelen om op deze wijze het door de Duitsers nodig geachte 
aantal doodstraffen zoveel mogelijk te beperken. Het uiteindelijk 

113 



•f * 

M. 



-r 



1 >*' 



( i 



w 



*-.« 



' J 



^ í 



.,.*. ., „...l...A.j,. ..,■./..-... .'u.A—^.^.l&i.ft.' 



jjlj. 



■■■v 



resultaat hing cchter van de bespreking van Himmler met de Rijks- 
mirúster Thierack af; daar werd men het tenslotte eens over het door 
Himmler ingenomen standpunt. De vonnissen, die ,enkele dagen later 
werden geveld, luidden dan ook in twee gevallen, namelijk voor de 
directeur R. Klonberg en Stig Lagerberg, beiden van de Zweedse luci- 
fermaatschappij, vrijspraak; in één geval levenslange tuchthuisstraf 
en voor vier anderen de doodstraf. 

Het kwam er nu op aan, voor de vrijgesprokenen een vergunning 
tot vertrek naar Zweden te bemachtigen en te trachten voor de ver- 
oordeelden alsnog gratie te krijgen. Gedurende de gehele duur van 
deze onderhandelingen met Himmler stond ik in regelmatig contact 
met de Zweedse directeur van de Duitse lucifermaatschappij, A. 
Miiller; we hielden elkaar wederkerig zo precies mogelijk op de 
hoogte. Zeer waardevolle steun ondervond ik ook van Schellenberg, 
die zowel bij Himmler persoonlijk, als ook bij de anderen in aan- 
merking komende instanties voor de vrijlating van de veroordeelde 
Zweden pleitte. Spoedig na de uitspraak verzochten de heren Bran- 
din en Muller mij voor hen een persoonlijk onderhoud met Himmler 
tot stand te willen brengen, waarbij zij dan gratie voor de veroor- 
deelden wilden vragen. Ze stelden op een dergelijk gesprek des te 
meer prijs, waar een schrijven van de Zweedse Koning aan Hitler tot 
dusver onbeantwoord gebleven was. Op 27 Augustus 1943 ontving 
Himmler de genoemde heren in zijn Hoofdkwartier in Grossgarten 
in Oostpruisen. Het onderhoud, waarbij Schellenberg en ik tegen- 
woordig waren, leidde er toe, dat Himmler toestond dat de beide 
vrijgesprokenen naar Zweden vertrokken. Hoewel hij geen spoor van 
vijandigheid toonde, weigerde hij bij Hitler enige poging te doen om 
gratie voor de veroordeelden te krijgen. 

Ik zette mijn pogingen in deze richting echter bij Himmler voort, 
Schellenberg deed hct ook. Ik liet evenmin na bij Ribbentrop, die 
ik kort tevoren ín Fuschl behandeld had, opnieuw het gesprek op de 
veroordeelde Zweden te brengen. Het enige resultaat was, dat Rib- 
bentrop opnieuw woedend tegen Zweden uitviel. Juist door deze 
vonnissen wilde hij Zweden imponeren. Voor het overige ging hij 
tekeer tegen Himmler vanwege diens hernieuwd ingrijpen in deze 
kwestie. De toenemende prikkelbaarheid van Ribbentrop gaf mij 
aanleiding na mijn terugkeer Himmler behalve een verhaal over Rib- 
bentrops oordeel inzake de Zweden, ook een rapport over de erger 
wordende geestesziekte van Ribbentrop te overhandigen. Himmler 
heeft tenslotte mijn verslag van Ribbentrops oordeel bij zijn eerst- 
komend onderhoud met Hitler op 1 September 1943 met hem be- 
sproken en zich toen ook persoonlijk achter het gratieverzoek gesteld 
en inwilliging verkregen. 

114 




4 



Nu restte nog de vrijlaring van hen die gratie hadden gekr^gen. 
Dezen zaten in een tuchthuis in Beutzen. De verschillende stappen 
die Himmler in deze zaak bij Hitler had ondernomen, maakten hem 
zo afkerig, dat hij beslist weigerde nog een verdere poging te doen. 
Hij motiveerde dit met een verwijzing naar de hem gerapporteerde, 
toenemende vijandigheid van de Zweden en een steeds grotere na- 
Iatigheid in de leveringen aan Duitsland, waartoe zij volgens verdrag 
verplicht waren. Hitler had er op gewezen, dat hem uit de wijze, 
waarop Zweden bij elke gelegenheid, die zich voordeed, tot zelfs bij 
zuiver economische onderhandelingen toe, ten behoeve van deze in- 
genieurs intrigeerde, hun belang voor Zweden gebleken was. Hij 
dacht er niet over aan deze chantage toe te geven. Dank zij onze ge- 
zamenlijke inspanningen, in het bijzonder dank zij Schellenberg, ge- 
lukte het echter toch Himmler tot verdere bemtddelingspogingen bij 
Hitler over te halen. Het resultaat daarvan was, dat Himmler op 1 
November 1944 vrijlating en vergunning tot vertrek van twee der 
begenadigden bij Hitler bereikte. 

Intussen was ik zelf naar Zweden verhuisd. Toen ik begin Septem- 
ber 1944 voor de gebruikelijke behandeling bij Himmler was, kwam 
het tussen ons tot een wilde uitbarsting in verband met het feit dat 
de laatste drie Zweden nog in Duítsland werden vastgehouden. Hij 
bleef halsstarrig en ik zag mij gedwongen hem er aan te herinneren, 
dat ik onder dcze omstandigheden de behandeling onmiddellijk 
moest afbreken. Ik was mij de mogelijke gevolgen volledig bewust, 
daar ik volkomen aan zijn genade was overgeleverd. Maar ik advi- 
seerde hem toch, even aan de consequenties voor zijn gezondheid te 
denken. Die stonden in geen verhouding tot het besluit nu eens wer- 
kelijk grootmoedig te zijn. HÍmmler draaide bij en kort daarop be- 
sliste hij op eigen houtje, dat de laatste drie begenadigden moesten 
worden vrijgelaten. Hij vroeg mij schriftelijk of Ík de heren zelf per 
vliegtuig naar Stockholm wilde brengen, zo'n beetje als kerstge- 
schenk. Dit gebeurde ook op 22 December 1944. In de daaropvol- 
gende besprekingen van Himmler met Schellenberg werd besloten, 
dat de minister van Buitenlandse Zaken eerst dan van vrijlating en 
vertrek van deze laatste Zweden op de hoogte zou worden gesteld, 
wanneer zij zich reeds boven Zweeds grondgebied zouden bevinden. 
Srhellenberg vertelde me later, dat Ribbentrbp bij het horen van 
deze tijding in woede was uitgebarsten en de heftigste verwijten aan 
het adres van Himmler had gericht. Hij beschuldigde deze Duitsland 
ernstige economische schade te hebben toegebracht. 

Zo was ook deze zaak tot een goed einde gekomen — ik betrad de 
Zweedse bodem met opgelucht gemoed. 



115 



■&■'£■ 




&fl 



Ét;A 



ï; V-.' 



*&.'■/ ' 



*■(!■■•::'■ ■■ 



tír-S 



S»; 



Rí, 



,- r 



^' /■ 

^ ■■ 
Sív*".''. ■* ' 

Ífíir'i-C' ' ■ 



mï{< .'■' 



i vv. 1 



WK 









XV, KAAR ZWE0EN VÊRjtaJlSB 

De hele ontwikkeling tussen Finland en het Derde Ríjk deed het raij 
verstandig \oorkomen, me langzaam en onopvallênd van Duitsland 
te distancieren.tWeliswaar had ik goede redenen om de behandeling 
*an Himmler te blijven voortzetten, maar ik wilde ergens anders 
'dómiciïie kiezen. Een uitnodiging van het Zweedse lucifersconcern 
,om naar Stockholm te komen, was voor mij een welkome gelegenheid 
óm de in Zweden liggende mogelijkheden te verkennen. 

In Stockholm leerde ik in October 1943 de toenmalige minister 
van buitenlandse zaken Gunther kennen. Deze was door mijn werk 
voor de zeven Zweden op mij opmerkzaam gemaakt en had nu een 
groots plan ontwikkeld tot hulp aan de Scandinaviërs in de concen-/ 
tratiekampen in Duitsland. De politieke situatie had zich voor Zwe- 
den als neutraal land in die zin ontwikkeld, dat het verplicht was 
Ítíts te ondernemen en daartoe zou een actie in de lijn van de tradi- 
tíonele Zweedse humaniteit het best in overeenstemming te brengen 
zijn met zijn positie als neutraal land. We bespraken uitvoerig het 
voor en tegen van de voorgestelde actie, waar we in Duitsland op 
hulp konden rekenen en waar we op tegenstand zouden stuiten. Ik 
zou van de Zweedse Regering lijsten krijgen van Scandinaviërs en 
andere buitenlanders, die in Duitsland gevangen waren en ík zou 
trachten door voorspraak bij Himmler deze mensen vrij te knjgen, of 
tenminste verlichting in hun lot te brengen. 

-' Eerst echter moest ik Himmler overtuigen, dat hij de verhuizing 
; tan mij en mijn gezin naar Zweden niets in de weg moest leggen. 
Daartoe moest ik mijn wens inkleden op een wijze, dat het schijnen 
zou alsof hij er belang bij had. Ik zag er voorlopig geen mogehjkheid 
toe Zoals altijd in delicate kwesties, zocht ik de Finse gezant Kivi- 
maki op om hem om raad te vragen. Hij adviseerde me Himmler te 
suggereren, dat ik binnenkort waarschijnlijk mijn behandehng van 
hem zou moeten opgeven, omdat ik als arts en officier van het 
Finse leger zou worden opgeroepen, zoals men mij zojuist op het 
Finse gezantschap had meegedeeld. Ik vertelde Himmler het verhaal 
■ en voegde er aan toe, dat ik alleen dan vrijstelling kon verknjgen, 
wanneer ik mij bereid verklaarde de voor genezing in Zweden ver- 
toevende Finse soldaten te behandelen. Het Finse gezantschap was 
met het oog op mijn betrekkingen met de Reichsfuhrer tot dit com- 
promis bereid - ik zou dan in de gelegenheid zijn voor de gebrui- 
keliike periodieke behandeling naar Himmlers hoofdkwartier te 
komen Aangezien omstreeks deze tijd de Duits-Finse verhouding reeds 
cespannen was, besloot Himmler tenslotte zijn toestemming te geven 
voor mijn verhuizing naar Zweden. Aan de ene kant wilde hij mij on- 



W 



«■*, 



m : r.is. 



116 






■■?>'/■ 

•h 







ÉflSfe 



'lÝÍ Í. - 



■■■ ( 



'.' . « ■>'" 



;,* 




r ^Év geen enkelc vooywaarde kwijtralen, aan de>andere kant waisteíu) 
^okdeklemstemoedijkheid met Fmland op dat ogenblik te vermíjdeth 
Myn bctrekkingen met het Zweedse departement gingen practi* 
sche resultaten afwerpen. Zo gelukte het me bijvoórbeeld om e^n 
aantal Zweedse zeelieden, die door Duitse instanties geïnterneerd 
waren, vrij te krijgen. Het betrof in dergelijke gevallen zeelieden die 
in Duitse mijnenvelden waren geraakt of die zonder vergunning bm- 
nen de Duitse territoriale wateren ^adden gevaren. 

Door de relatie met minister Giinther had ik een geheel nieuwe basis 
gevonden voor mijn werk, waardoor het mogelijk werd de laatste 
fase van de oorlog grote groepen mensen voor de ondergang te be- 
hoeden. De verzoeken, die ik nu aan Himmler deed, hadden een 
internationale achtergrond gekregen. Ik kon nu in naairi van prga- 
nisaties en overheidsorganen optreden, waaraan Himmler toch niet 
zonder meer voorbij kon gaan. Te meer niet waar dit gebeurde op 
een tijdstip, waarop hij alle reden had de positie van het Derde Ríjk 
niet nog verder te verzwakken dan reeds gebeurd was. En ik voelde 
mij gesterkt, al was het alleen maar door de gedachte, dat ik de te 
helpen personen niet meer altijd voor mijn patiënten behoefde uit 
te geven, maar gewoon in naam van het buitenland kon spreken, 

In het begin van November 1944 waren de verhoudingen zo ge- 
spannen, dat Zweden officieel voorbereidingen kon treffen voor grote 
hulpacties aan de gevangenen in Duitsland. Gúnther ga£ de wens te 
kennen, dat ik mij bij Himmler voor deze hulpacties zou inspannen. 
Daartoe kreeg ik bepaalde volmachten. Allereerst maakte men een 
plan voor de evacuatie van een groot aantal Noorse studenten, 
Deense politici en een aantal Noorse vrouwen en kinderen, die in 
Noorwegen en Duitsland gevangen zaten. Gunther droeg mij op 
Himmler om vrijlating van deze mensen te vragen en hen voor te 
stellen ze eventueel naar Zweden te voeren, waar ze in speciale kam- 
pen konden worden ondergebracht. Indien ik voor dit plan bij 
Himmler geen gehoor zou vinden, moest ik de concentratie van alle 
Scandinavische gevangenen in een speciaal kamp in Duitsland, onder 
contróle van het Zweedse Rode Kruis, voorstellen. 

Gedrukt door de Iast en het belang van de opdracht, vloog ik op 
28 November 1944 naar Himmler. Voor de éerste keer kwam het er 
op aan van Himmler grote groepen gevangenen Ios te krijgen. Het 
hoofdkwartier bevond zich in deze tijd in Triberg in het Zwarte 
Woud. Himmlers gezondheidstoestand was slecht, Tijdens de behan- 
deling begon ik voorzichtig over de zaak, die mij bezighield, maar 
Himmler was korzelig en verklaarde gedecideerd; dat al die mensen, 
waarop ik doelde, misdadigers en verraders waren. 

117 



v f 'fí 



"rf 






>i 






\a>ieáJýs:M>á';Jás.*;-ýÍi'^^ 



"fiï^ir, 



-T» 



i&^V'í 



Na dagen praten en zeuren vond ik Himmler eindelijk bereid, 
víjftig Deense politici en vijftig Noorse studenten vríj te Iaten. Verder 
wilde hij niet gaan. Hij zegde me echter toe, dat hij op een later 
tijdstip de vrijlating van een groter aantal Deense en Noorse vrou- 
Wen en kinderen in overweging wilde nemen, indien de buitenlandse 
pers zijn nu betoonde edelmoedigheid níet als zwakheid zou uitleg- 
gen. AIs dat toch gebeurde, zou hij met zijn eigen mensen zoveel 
moeilijkheden krijgen, dat aan verdere vrijlating niet te denken viel. 
In het verloop der verdere onderhandelingen nam Himmler het 
transport van de eerste honderd vrijgelatenen voor eigen rekening, 
maar verklaarde categorisch, dat voor elk verder transport geen 
Duitse transportmiddelen ter beschikking stonden. AIs het zover 
kwam, moesten de Zweden daar maar voor zorgen; dat laatste kon ik 
op grond van mijn afspraak met Giinther rustig aanvaarden. Ook op 
mijn suggestie om alle Scandinavische gevangenen in een gemeen- 
schappelijk kamp bijeen te brengen was Himmler bereid in te gaan, 
evenals op mijn verzoek dit kamp onder contróle van het Rode Kruis 
te stellen. 



Í' 



Sut Hartzwaide 

; K6fli(*»MI Obar Gr.nse* 

, •' , ' M " , * 21 .Deaemtoer 1944 



An den ReiehefUhrer S5 
Heinrlch Himmler 
Peld Kommandoetelle 

Sehr geehrter Herr Reicheftthrert 



Vielen Dank fUr Ihr Schreiben vom 12.Desember 1944*loh 
bin gut in Hartzwalde angekoraraen.ObergruppenfUhrer Berger war eo 
freundlich.mioh in seinem Auto herbringen au laseen.Uorgen frUh, 
fliege ich wieder zurUck nach schweden und bin sehr glttoklich^dafl 
ich die drei letzten der schwedÍBchen Herren ( die Sie mlr freigegeben 
habemHerrn ïïlden.Herrn Hággberg und Herrn Berglind mit naoh Sohweden 

nehmen kann. 

Damit ist dieBe Kufloeret kompliaierte Angelegenhelt endgttl» 
tig erledigt.und ich danke Ihnen von ganzem Heraen.dafl Sie melnen 
achwedischen Preunden daB Leben gerettet haben.Aber ioh hatte lntmer 
daa feate Vertrauon.daB Sie mir dabei helfen wttrden.und lch habe aion 
in Ihnen nicht getHuschtl 

Aueserdem mtiehte ich Ihnen mit diosen Zeilwi sehr fur Ihr 
groBes Entgegenkommen danken und unsere am 8.Dezember 1944 getroffe- 
nen Vereinbarungen beBtaVtigen. 

Ale erBtea veraprachen Sio mir,tausend hollHndiGohe Frauen, 
dia in deutachen Konzentrationelagern intemiert eind,freizugeben, 
wenn die achwediBche Regierung bereit iat.sie aufzunehmen und den Ab- 
tranBport zu ttbertiehmen. 

Perner erklHrten Sie Bich- einverBtanden.die in Déutaohland 
lnternierten norwegischen und donieehen Frauen und Kinder freizulae- 
een.wenn Schweden Bie aufnehmen wilLPer Abtranaport aller dieser 
freigelaasenen Menochen.mufl von Schweden getragen werden.Sie.Herr 
ReichBftthrer.eagten mir.dafl Sie bereit wSren.zu dleeem Zweok die 
deutsche Grenae fUr eohwedÍBohe Autobuskolonnen zu effnen.Jedoch 
wUnschten Sie nicht.dafl mehr als 150 Autobusse nach Beutsohland kcm- 
Ben.Mannflchaften.Verpflegung und Betriebaetoff mufl Schweden fltellen. 



■VI 



4 



118 



H9 



,k.. ...ii..] ... í~?^:> ,i-,,- 



;W7 > 

■ 1 » « U»fa 



21.Desember 1944 



6/ < 



ïi-ï. 



fcív. 



yt 



ïfeí r '' ';>?)'■ 

ífeVV' ■ 

Wríí- ■ - 1 






GleiehzlLtig gaben Sie mir die eraten 50 norwegiachén Studen- 
ten und 50 dHniochen Polizisten frei.Ich war geetern bel Obergruppen- 
ftthrer Kaltenbrunner.um dcn Abtraneport dieser freigelaaoenen Gefange- 
nen zu bespreehen.Schellenbers begleltete mioh auf meinen v/unoch.denn 
ioh wollte nicht allein mit Kaltenbrunner verhandeln.Letsterer eagte 
mir.dafi er beraita yon Ihnen den Befehl bekommen hatte.dle obener- 
wHhnten Norweger und DHnen frelzulaaaen und Tereprach mir t dafttr Sorge 
zu tragen t daB dleee Menachen achon das V/eihnachtBfeBt im Kreise ihrer 
Pamilien Terleben kHnnten.Ioh danke Ihnen eehr dafttr.Herr Reiehsfuh» 
rer r da6 dieee t melne Bitte t eo schnell erfttllt worden iat f und ich hoffe, 
daS Sie eioh nun auch entachlieBen ktSnnen t die ttbrigen norwegÍBChen 
Studenten und daniacaen Polizleten,ala freie líenachn ln ihre neimat 
su entlasaen.Denn ee sind doch schlieeiieh Germanen.Auaserdem ware 
Sohweden bereit.falla Ihnen das lieber wtíre t diese tob Schiokaal hart 
geprttften Mensohen bie zum Kriegeende in S hweden su lnternieren.Be* 
■onders glttcklleh hat mich Ihr Veraprechen gemacht t daB Sie ttber dleee 
líenachen in wohlwollender Einstellung nachdenken wollen.Und ich hoffe, 
daB.wenn ich das naehste Mal zu Ihnen komme f um Sie zu hehandeln,Sie aír 
alle nollander.DHnen und líorweger freilaeBen werden.Ieh bin Uberzeugt, 
dafl S c hweden ele alle aufnebmen wlrd f und die Geechiohte wird Ihnen die= 
a« groflzugige Tat nioht vorgenBan.Ioh werde ■ofort.nach meiner Anknnft 
in Sohw«den f den Auasenminieter Rxzellena GUnther ttber unser Abkommen 
orlentleren.Ioh nehme an v daS Exzellenz Gttnther dann den Schwedlsohen 
Éesandten in Berlin Exzellena Riohert t beauftragen wird»mlt Ihnen f be- 
■lehungawelBe mit Ihren Herren t zu Terhandeln.Ieh bitte Sle t Herr 
Reichefunrer t eehr t die Beauftragten Schwedena mlt grflSter Zurorkommen- 
helt zu behandeln und ihnen dleeelben bindenden Zueagen zu maohen t wle 
mlr.Und bltte maehen Sle den achwedisohen Berren keine Schwlerigkei- 
ten.loh wttrde ea aehr begruSen f wenn Slo Sohellenberg bei dlesen Be- 
■prechungen einsohalten wttrden. 

Zum SenluS mflchte loh Sle t sehr geehrter Herr Relchafuhrer t nooh 
an uneere Geapraohe Uber die Juden erlnnern.Ioh bat Sie t 20 000 Juden 
aus Thereelenstadt fttr die Sohweia freizugeben.Sle aber aagten mlr 
lwlder ( daS Slo das unter kelnen Umatanden tun k(tnnten f wohl aber bereit 

4 



120 



aif™ «t.'-v ■ ■■ i ■■ 
wïVi'^ ■ 



m^Miï^ï'^s 



. ' ■ í V 

. -.'■.- ':;l, ; 7^-># 
■' J..; ■'•'■ '■'■■'V.^í^ïfe 



Harfzwalde 

^tdgMdl bbv Gfansoa 
V«ti «dialuwtwf Nr.9 Mi QrwuM 
LíUUvk 





- 3 - 



4' 



tr f 



EI.Deiember m* 



<4m 



v -ii' 



wáren t als erates 2 - 7000 Juden su elnem Abtranaport naoh der 
Sohwels frelsulassen.Falls dle WQitpresse es nloht als eine Schwaeh* 
Ton Deutschland aualegen wUrde f wUrden Sle darUber welter ln wohlwoX* 
lendem Slnne mlt mir Terhandeln.Ioh glaube t daB es auoh ernahrungomBw 
Slg fttr Deutsohland Ton Vorteil ware t wenn Sie eoviele Menoohen In di# 
neutralen LHnder absohleben wtlrden. 

Ich werde morgen mlt erlelohtertem Herzen zurtlck naoh Sehwe- 
den fllegen t dcnn lch weÍQ f da8 Sie das f was Sle mlr einmal cugeeact 
haben t beatlmmt halten werden. 

Uit beetem Gruft 

Ihr 
sehr ergebener 



Gut Hartzwalde 

btl Kínigíijclr ub.rGrinite 



1 f 



A 



TrL Schvlitiidgrf Nr.g m< Q>wum 
l,r). M.f» 




4 1 


'M* 


■^ ■* 


r * 



Medizlnalrat 
Arzt fttr Haturheiltamde 



^ &Yi 






*i? 






Brief van Kersten aan Himmler, waarin hij de toezeggirtgen inzake het 
vrijlaten van gevangenen, die Himmler hem deed, schriftelijk vastlegt 







121 



vu 



WálM. '■JwÁM/éíiêí^LÊí^;. ;;.sLÍ.,t^ál-hL.^ 'Íí'k^^á'ZíúL l^hi.ï^l±>,^^^^..!*Lïd&ÚL 



WM 



XVI. WAT HITLER VAN NEDERLÁND HOOPTE 

Op deze wijze was tenminste een begin gemaakt. Had ik van de 
Zweden de opdracht gekregen, mijn best te doen voor de vrijlating 
van alle Scandinaviërs, de vroegere Nederlandse gezant in Stock- 
holm, Baron van Nagell, die ik nog uit mijn Haagse tijd kende, was 
natuurlijk in het bijzonder geïnteresseerd bij de hulp aan de Neder- 
landse gevangenen. Ook voor de hulp aan Franse en Belgische onder- 
danen kwam Baron van Nagell energiek op. Wij hebben een desbe- 
treffende actie tezamen uitvoerig besproken en nauwkeurig overlegd. 
Baron van Nagell luisterde ook dikwijls aan een tweede hoorn mee, 
wanneer ik uit Stockholm telefoongesprekken met Duitse instanties 
voerde in het kader van mijn actie voor de gevangenen. Op zijn in? 
stigatie gelukte het mij dan in het kader van de boven beschreven 
onderhandelingen met Himmler ook duizend Nederlandse vrouwen 
vrij te krijgen, welk aantal overigens door Dr Brandt volgens speciale 
afspraak nog belangrijk werd verhoogd. 

De pogingen om de Nederlanders vrij te krijgen hadden een zeer 
dramatisch verloop. Ik was op dit punt bijzonder hardnekkig, terwijl 
Himmler waar het Nederlanders gold juist bijzonder stroef was. Ik 
stelde hem eerst voor, dat hij een groep van vijfduizend Nederlanders 
zou vrijlaten. Himmler sprong kwaad op en zei, dat daarvan onder 
geen enkele omstandigheid sprake kon zijn. Voor hem kwamen de 
Nederlanders als verraders onmiddellijk na de Joden. 

Om de achtergrond hiervan duidelijk te maken, moet ik het vol- 
gende vertellen. Himmler had in 1940 in de veronderstelling geleefd 
en die ook — zoals hij mij vertelde — met Hitler besproken, dat de 
Nederlanders een bewust Germaans volk waren. Na de bezetting 
zou het niet moeilijk vallen, de Nederlanders pro-Duits te maken, 
daar het volk dan zelf zag, dat ze door de Engelsen in de steek waren 
gelaten. 

AIs de propaganda handig werd opgezet, duurde het misschien een 
half jaar, maar dan stond Nederland even stevig aan de kant van 
Duitsland als nu Beieren of Mecklenburg. Dan kon hij voor de 
Waffen-SS in Nederland een leger van ongeveer zeshonderdduizend 
man werven, samengesteld uit het beste mensenmateriaal. Na een 
grondige opleiding zouden ze een zeer welkome versterking voor zijn 
elitetroep in het Oosten vormen. Ook uit Vlaanderen verwachtte 
Himmler op deze wijze driehonderdduizend man te kunnen krijgen. 
Ondanks zijn logische denken, waarop hij altijd zo prat ging, zou 
de berekening ditmaal niet opgaan. Integendeel, de Nederlanders 
boden heimelijk en openlijk overal verzet. Van zijn SS-instanties 
kreeg hij overal ongunstige berichten over de Nederlanders. En 

122 




reeds in 1941 waren Himmler en Hitler diep teleurgesteld over de 
ondankbaarheid, waarmee zij de zo eerlijk uitgestoken hand van 
Hitler hadden afgeslagen. Allengs sloeg de stemming van Hitler en 
Himmler tegenover Nederland om. Himmler wist me te vertellen, 
dat dit volk zijn Germaanse karaktertrekken verloren had en bedor- 
ven was door de Joods-kapitalistische invloed. Duitsland had het beste 
voorgehad met Nederland, maar neen, het was een ondankbare ver- 
raderstroep gebleken. Uit deze teleurstelling kwam in 1941 het plan 
tot overbrenging van het Nederlandse volk naar Polen voort. Nadat 
het plan was uitgesteld, bleef bíj Himmler de rancune tegen Neder- 
land bestaan. Waar hij maar kon, gaf hij bevel tot steeds scherpere 
maatregelen en hij hitste zijn SS-leiders daartoe openlijk op, watdeze 
bruten nog bruter maakte. Deze haat, die Himmler Nederland toe- 
droeg, was de oorzaak, dat het zoveel moeilijker viel iets voor Ne- 
dcrland te bereiken, dan voor andere naties. Wanneer ik Íets pro- 
beerde door te zetten, kwam hij altijd weer met het verhaal van de 
zeshonderdduizend man, waarmee ze hem bedrogen hadden. Ik stelde 
daartegenover, dat zijn opvatting toch zeer onredelijk was, omdat 
naar mijn mening de Nederlanders nu juist de houding demonstreer- 
den, die in de opleidingscursussen van de SS als de hoogste Ger- 
maanse deugd werd gepredikt: vastberaden verzet, onbuigzaamheid 
jegens de vijand, trouw aan het vaderland! Verontwaardigd ant- 
woordde Himmler, dat dit een volkomen verdraaiing van de feiten 
was. Door zich tegen het Derde RÍjk te keren hadden de Nederlan- 
ders het recht verspeeld zich Germanen te noemen. Ze moesten wor- 
den uitgeroeid en hij zou er voor zorgen, dat niet één van de gevan- 
genen ooit terugkeerde. Dit was ook de uitgesproken wens van de 
Fiïhrer. De Reichsfiikrer raakte zo opgewonden, dat hij een koliek 
kreeg, waarbij ik hem helpen moest. Toen hij weer wat bijgekomen 
was t begon hij op andere toon: „Ik kan u toch geen vijfduizend Ne- 
derlanders geven, hoe moet ik dat tegenover de Fiïhrer verantwoor- 
den? Ik geef toe, dat er in de Waffen-SS enkele duizenden Nederlan- 
ders dapper met ons strijden. Het is waar, het zijn niet allemaal ver- 
raders, maar die wij in de kampen hebben, zijn het beslist." Ik 
werkte mijn andere argumenten af, wees hem op het voordeel, van 
vijfduizend eters minder en op de zekerheid, dat Zweden voor het 
transport zou zorgen. Tenslotte appelleerde ik aan zijn zin voor 
historie en beschreef, welke schone plaats hij in de geschiedenis zou 
krijgen, wanneer hij zich edelmoedig had betoond tegen een klein 
Germaans volk. Na een ogenblik zwijgen zei hij wrevelig: „Als ik in 
1941 niet zo ziek was geweest, behoefden we nu geen woord aan de 
Nederlanders vuil te maken. Wanneer u, Kersten, mij toen niet had 
voorgekauwd, dat de verplaatsing van de Nederlanders tot na de 

123 



'•■•t -• i' 



: "\'n 



^ÉiááílÉMái 



S- 



™-^-, <•■ ,.,- ■ v - V w .ij'v 

pí^ "^Cttl^ &*pst wprden uitgesteld, dart hadaenwe nu missehieiy fie 
"d* porfog al gewonnen. J)an konden we de mensen, die wc nu in Ne- 
deïland tegen de verzetsbeweging in rcserve moeten houdcn op 
essentiële punten van het front gebruiken, bovendien hadden de 
Nederlanders dan in het gebied van Lublin allang naar de wapens 
moeten grijpen om zich tegen de Russen te verweren. Die verplaat- 
sing was zo juist gezien van de Fúhrer en ik heb dat bevel niet uitge- 
voerd, ja ik ben het zelf geweest, die de Fúhrer heb overgehaald om 
de actie uit te stellen. U hebt de Duitse zaak daarmee slecht gediend, 
mijnheer Kersten." 

Ik speelde daarop de gekwetste en zei, dat hij alle redenen had om 
mij voor mijn waarschuwingen dankbaar te zijn, want anders was hij 
allang ingestort, maar ach, ik wist wel, dat je nooit om dankbaarheid 
moest vragen, voor zijn goede raadgevingen werd men meestal uitge- 
scholden. „Hoezo? Ik scheld u toch niet uit?" reageerde Himmler 
daarop uiterst geïrriteerd. „Mij persoonlijk niet," antwoordde ik na- 
drukkelijk, „maar ieder schimpwoord op Nederland trek ik mij per- 
soonlijk aan." Waarop Himmler: „Welja, ik dacht al eerder dat u in 
de grond van uw hart veel meer om Nederland geeít dan om ons. U 
zult over ondankbaarheid van mijn kant niet te klagen hebben. 
Allang goed, ik laat uw duizend Hollandse vrouwen vrij. De Zweedse 
Rcgering moet dan maar voor de rest zorgen." 

Toen ik in April 1945 weer met Himmler onderhandelde, had ik 
via het Nederlandse Gezantschap nog een lijst van 94 personen mee- 
gekregen om wier bevrijding gevraagd was. Hij bevestigde mij bij die 
gelcgenheid de vrijlating van de duizend vrouwen, die hij beloofd 
had en voegde er de personen van de líjst bij met de opmerking: „Ze 
hebben het niet verdiend, dat zij naar huis gaan." 

Deze beide categorieën zijn vervolgens, tezamen met nog andere 
vnjgelaten gevangenen in autobussen van het Zweedse Rode Kruis 
naar Zweden gebracht. 

AI deze hulpacties werden zo geheim mogelijk gehouden om te voor- 
komen, dat mij slecht-gezinde nationaalsocialistische kringen zouden 
interveniëren. Ook de Zweedse Regering stelde er prijs op, dat de 
hulpacties niet door onnodige publiciteit in gevaar zouden worden 
gebracht. Hoe langer de oorlog duurde, hoe moeilijker het bevrij- 
dingswerk werd. Onder de nazi-Ieiders waren duidelijk twee stro- 
mingen waarneembaar, de eerste verpersoonlijkt door Hitler en 
Goebbels, was er voor alles te vernietigen en zich vooral niet te 
matigen waar dit als zwakheid kon worden uitgelegd. „Wanneer wij 
ondergaan, gaat Europa mee," had Ribbentrop mij, zijn meester na- 
bauwend, meer dan eens gezegd. Himmler en zijn omgeving naderden 



f?Vv 



#$?*?■* fi^f*&** 1 W 



w: j 



T 



124 






' ,' i ■■-* ■', 

■ ■ /v^.v,*v'^OSftÍl' 




d^tttóttegen steeds meernet stándpunt, dat ipca n* al heí Moea/gfjta, « 
réeds vergoten was, moest trachten zonder het ppgeven van essentíëte^ fr ■ 
begínselen op bepaalde punten tot éen vergelíjk met'dé wësteïijke, 
tegenstander te komen. Himmler was onzeker geworden, maar met 
het oog op de radicale groep volgde hij de officiële koers. 

Toen deze radicale kringen merkten, dat Himmler op steeds groter 
schaal concessies ging doen, probeerden zij mij met behulp van hun 
agenten in Zweden onmogelijk te maken. Zij trachtten te bereiken, 
dat de Zweedse Regering zich van mijn persoon zou distanciëren. 
In krantenartikelen werden verdachtmakingen gelanceerd, ik zou 
een Nazi zijn, enz. Doch ook deze poging om mijn hulpverlenings- 
werk te saboteren mislukte. 

Natuurlijk had ik veel meer Nederlanders kunnen redden, wan- 
neer ik contact had kunnen krijgen met de Nederlandse regering in 
Londen en deze mij aanwijzingen had kunnen geven. In de laatste 
fase van de oorlog stond ik tegenover Himmler veel sterker, wanneer 
ik op een officiéle opdracht kon wijzen, zoals ik die kreeg van de 
Zweedse Regering en het World Jewish Congress. Het gelukte mij 
echter niet met de officiële Nederlandse vertegenwoordiging tot een 
vruchtbaar contact te komen. De samenwerking met Baron van 
Nagell was voortreffelijk, maar deze was in 1941 als gezant vervangen 
en werkte nadien nog slechts inofficieel op een ondergeschikte ' post 
op de Persafdeling van het Gezantschap. Met moeite slaagde ik er ín 
ten huize van een Zweedse relatie een onderhoud met Graaf van 
Rechteren Limpurg, de opvolger van Baron van Nagell als Neder- 
lands gezant in Stockholm, te arrangeren. Ik bood hem aan de vnj- 
lating van Nederlanders bíj Himmler te bewerkstelligen als hij maar 
namen gaf. De Nederlandse gezant toonde echter geen belangstelhng 
en sneed verder contact af. In Januari '45 zond Van Nagell een 
functionaris van de Nederlaudse Inlichtingendienst, Luitenant G. 
Knulst, naar mij toe, die via zijn regering in Londen een lijst met 
94 namen had weten samen te stellen. Hoewel ik hem aangeboden 
heb, voor meer lijsten mijn best te doen, kreeg ik ook van hem gcen 
verdere vérzoeken. Ik heb Luitenant Knulst ook opmerkzaam ge- 
maakt op de mogelijkheid de Nederlandse gevangenen van Zweden 
uit, pakketten te sturen. Ik bood hem aan, dit te organiseren, maar 
Knulst zei, dat het gezantschap daarvoor geen geld ter beschikkmg 
had. Ik had de indruk, dat hem dat erg aan het hart ging en twijfel 
niet aan zijn wil om ie'ts voor de Nederlandse zaak te bereiken, ,maar 
hij was blijkbaar machteloos. 

Mijn samenwerking met Baron van Nagell werd de laatste maan- 
den van de oorlog steeds intensiever. Vaak luisterde hij in niip 
woning in Stockholm aan een tweede hoorn de gesprekken, die ik 

125 



L'.'. mu^. ....A- ...Jft ,. *,s.i, <M ai*A',.<t. ^.,. ,..., .,.k ...fci~ ^jw...j.,.a.jA.-i.,...fci&..t-drf^fa 



■■'% 






* 






1 « 1 IffiDÍHLAHDSCBE DIEB3T 

iBHaÍfDEEliIHO 



■í Ondenterp: Peraonen. 

'iï 



#;.w 



Stockhola, dén 9 April 1945- 



Bijlfcge; Eén. 



Ik doe U hlerbij toekoraen 2 lijsten bevattende de ntmen vm totaal 
50 ïlch ln Dulteland beviridende Joden. Ik epreek de hoop uit, dat h*t 
U mag gelukken dtíe personen velllg uit Duitsland naar Zweden te hklon. 

U ten teerate dankzeggend voor U leer welwillende medenerklng en 
■amermerking verblijf ik met de me*ate hoogfcchting 




ÁUtí Vm MH. 2<Mr tM. Hetr 
Dr. P. Sersten 
LlABéVtaa B 
Stookhola. 



met Himmler, Brandt cn Hartzwalde voerde, mee. Steeds stond hij 
mij met raad en daad ter zijde. 

In het voorafgaande heb ik verschillende malen gewezen op mijn 
samenwcrking met Schellenberg. Hij behoorde tot de naaste omge- 
ving van Himmler en ik onderhield met hem evenals met enkele 
anderen, die mijn werk ondersteunden, een nuttig contact. Ik had 
Schellenberg reeds in 1941 in Himmlers hoofdkwartier leren kennen, 
waarbij hij mij was opgevallen door zijn correct gedrag. Hij was geen 
nationaalsocialistisch fantast, doch een niet van intelligentie ge- 
speende militair, die een natuurlijke afkeer had van de bruutheid 
van het systeem, zich evenwel verder geen rekenschap gaf van de 
motieven en consequenties van zijn positie. 

In Juli 1942, kort voor onze tocht naar Finland, trof ik Schellen- 
berg weer Ín het hoofdkwartier in Shitomir, waar we de gehele nacht 
met elkaar hebben gepraat. Toen ik bemerkte, dat zijn afkeer van 
het systeem oprecht was, trachtte ik hem steeds opnieuw in mijn 
werk in te schakelen. Hij heeft mij nooit teleurgesteld, hoewel hij 
eenmaal in het net van de SS geraakt, zich niet meer daaruit kon 
bevrijden, hoe graag hij dat ook wilde. 

Het deed Himmler veel plezier, dat ik Schellenberg bewonderde. 
„ScheIlenberg is een van de beste jongeren, die wij hebben. Daar zit 
wat in voor de toekomst," zei híj eens tegen me. 

Ter kenschetsing van Schellenbergs persoonlijkheid laat ik hier 
nog een dagboeknotitie over hem uit 1941 volgen. „Vandaag was 
Schellenberg zeer terneergeslagen. Hij vertelde, dat hij, in 1939, be- 
vel van Heydrich gekregen had in HoIIand een gemeen spelletje te 
spelen. Hij moest zich bij de Engelsen uitgeven voor een reactionair 
officier, die tot de leiders van het Duitse verzet behoorde. Het doel 
was: het uit de weg helpen van Hitler. Hij onderhandelde Ín Neder- 
land met de Engelsen Best en Steven. De Engelsen geloofden hem en 
regelmatig reisde hij voor besprekingen naar Den Haag. Hij had ook 
eens op het Engelse gezantschap gelogeerd. Heydrich wilde n.l. te 
weten komen, wie er in Duitsland voor de Engelse Inlichtingendienst 
werkten. Tenslotte besliste Heydrich, dat de SD een klinkend succes 
moest behalen. Daarvoor was het nodig, een paar Engelsen te arres- 
teren, hetzij in Duitsland, hetzij in Nederland. Voor dit doel nu werd 
het incident bij Venlo voorbereid. Schellenberg kreeg opdracht het . 
geheel te arrangeren. Met de heren Best en Steven werd een afspraak 
gemaakt in een café, dat op enkele honderden meters van de Duitse 
grens op Nederlandse bodem lag. Terwijl Schellenberg met de En- 
gelsen confereerde, raasde plotseïing een Duitse auto over de grens. 
Een paar SS-ers sprongen er uit en overweldigden de Engelsen. Een 



126 



127 



ÍLr. 



p 






ïiV* 



,/f 



# 

4 



.ï'<- 



. 4f 

■n t 



Fac{$rtóncU offfcíer, die in opdracht van de Nederlandse Irclicífóo- 
\ t gendïenst ter contróle afhwezig was, verzette zich. Hij werd neerge- 
schoten, terwijl de Nederlandse chauffeur zwaar géwond mee náatr 
ïhiilsland werd gevoerd. Het gebeurde in de herfst van 1939, Nedet-. 
land was toen nog neutraal. Als beloning voor d'eie actie kreeg 
Schellenberg het IJzeren Kruis eerste klas. Hij was er weinig gelukkig 
tnee. Hij vond de hele zaak verachtelijk en was hevig verontwaar- 
digd, dat Heydrich hem daarvoor had uitgezocht. Hij haatte Hey- 
drich, maar vreesde hem tegelijk. Hij wist, dat Heydrich het er op 
gemunt had hem onschadelijk te maken. Dat dit tot dusver.nog niet 
was gebeurd, dankte hij uitsluitend aan Heydrichs vrouw, die Schel- 
lenberg zeer vereerde. Heydrich was een duivel, de grootste misda- 
diger die hij kende, zei Schellenberg. Ik vroeg hem, waarom hij dan 
die opdracht in Venlo had uitgevoerd. Terneergeslagen antwoordde 
Scheilenberg: „AIs ik het niet had gedaan, leefde ik nu niet meer en 
miïn gezin ook niet." Hij vertelde me nog, dat hij alles zou geven om 
in Amerika te kunnen leven, dat vond hij een ideaal land. Ik had de 
indruk, dat Schellenberg dit eerlijk meende." 

De andere man met dezelfde instelling was Himmlers persoonlijke 
secretaris, Dr Rudolf Brandt. Van hem kreeg ik vaak belangrijke 
tips, wanneer er weer iets voor Finland of Nederland in de maak 
was. Dikwijls heb ik door zijn toedoen inzage gekregen in geheime 
acten, díe voor mij belangrijk waren. En wanneer verdachtmakingen 
mijn positie bedreigden, sprak Brandt er vaak eerst met mij over 
voor hij het materiaal aan Himmler doorgaf. Brandt was een idealist 
en een man met grote hartstocht voor zijn beroep; in zijn privéleven 
door en door fatsoenlijk en onomkoopbaar. Hij was zeer gedesillu- 
sionneerd door de corruptie die in partij en SS heerste en verschil- 
lende malen heeft hij getracht zich van het systeem los te maken. 

In andere omstandigheden en hoewel meestal van kleiner formaat 
heb ik verschillende figuren als Brandt en Schellenberg ontmoet, o.a. 
toen Ík op doorreis naar Finland in Juli 1942 met Himmler enkele 
dagen in Reval doorbracht. Daar kwam ik in contact met General 
Kom<missar Dr Litzmann. Als Voorbeeld van mensen van zijn instel- 
ÍÍng en tegelijk als illustratie van de in Estland toegepaste methoden 
laat ik het verslag volgen van het gesprek, dat ik de avond van de 
SSste Juli na de maaltijd van ons gezelschap in Reval aanhoorde en 
nog dezelfde avond noteerde. 

— Himmler was van mening, dat men de Esten een grotere arbeiïls- 
prestatie moest afdwingen. Ook moest men proberen uit Estland 
meer levensmiddelen voor Duitsland te krijgen. Litzmann gaf te 




.^4?t' híj :dat^f ;y __.„ T í7 .,. trrrtf nr^^rrwiwww^ 
ítíand had iu^'^jji^ fif^ 

het ook uit tactische overwegingeiï voor veratandigef/ indïen 
E&tland zijn zelfstandigheid terugkreeg en meer ils een bondgenoot 
behandeld zou worden. Himmler wilde daarvan niets weten. „Dat 
zouden de Esten wel willen. Altijd zijn ze vijandig tegen Duitsland 
geweest en nu zouden ze opeens bondgenoten willen wordenl Neen, 
neen, die slimme vogels moeten eerst maar eens tonen wat zij waard 
zijn." 

„Dat hebben de Esten reeds lang bewezen," antwoordde Litzmann. 
„Ach kom," zei Himmler, „daar merken wij heel weinig van. De be- 
richten van Oberfuhrer Muller klinken wel anders, Litzmann. Ik 
geloof, dat jij je zand in de ogen Iaat strooien. Trouwens, na de 
oorlog zal de Fuhrer ze naar de omgeving van Archangel verplaatsen, 
daar is plaats genoeg, en daar kunnen ze tonen wat ze waard zijn." 
Op dat ogenblik kwam Miiller er bij zitten, zodat Litzmann niet 
meer antwoorden kon. Muller maakte Himmler er op attent, dat de 
laatste maanden de sabotage en obstructie van de Esten sterk was toe- 
genomen. „Oppassen, Muller," zei Himmler. „Wij moeten tonen, dat 
wij hier de baas zijn, zonder pardon. Wanneer ze niet met ons samen 
willen werken, zullen we er tenminste de schrik inbrengen." 

„Daar hebt u gelijk in, Herr Reichsfiihrer," zei Muller lachertd, 
„dat is een beproefde methode." Litzmann luisterde ineengedoken 
en zei toen, duidelijk om het gesprek af te breken: „Nog een kopje 
koffie, Heinrich?" De opzet slaagde en het gesprek bewoog zich in 
andere banen. — 

Ruim twee jaar later ontmoette ik Litzmann opnieuw in Himm- 
lers hoofdkwartier. Himmler had Litzmann voor een dringende be- 
spreking laten komen, maar liet hem meer dan vijf dagen wachten 
voor hij hem ontving. Ik trof Litzmann in een sombere stemming. 
De Russen rukten snel op, uitgerust met het nieuwste Amerikaanse 
materiaal en intussen hielden de Duitseinstantieszichbezigmethet 
voeren van een papieren oorlog tegen de Esten. Elke dag verschenener 
nieuwe verordeningen, die reeds bij hun bekendmaking achterhaald 
waren en de Esten beurtelings tot woede en spotternij brachten. Ik 
vroeg Litzmann of hij dan iets anders van de Nazi's verwacht had. 
„Ja," antwoordde hij, „de hemel weet, dat mijn vader en ik andere 
idealen hadden, toen wij tot de partij toetraden. Wij meenden, dat 
het de enige weg was, om Duitsland te bevrijden van het schande- 
lijke verdrag van Versailles." Ik vroeg hem, of hïj wist, dat zijn 
vriend Wentzel-Teutschenthal gearresteerd was en er, naar ik van 
Brandt had gehoord, slecht voorstond. Als door een angel gestoken 
kromp Litzmann ineen en zei: „Wat? Daar weet ik niets van. Ver- 






'4 






ï í % 
''t! 



*■ ^ , 

, -Jjhfl 

■■*■ ; 



:m 



u 



*É 



' 5 



f» 



128 



129 



,*& 



íf <■ 



V^-W '•':•■"■,■:■■ ,■■ '; 



■■!>'h ~/ 









Sí3^..tó.lr,..Í.AÍ «,,.,..+..*'. .,n*i> i,í 



■.Uií. 



< 



telt u, waar beschuldigt men hem van?" Ik zei hem, dat hij alleen 
inaar in Goerdelers zakboekje als toekomstig minister van Landbouw 
genoteerd stond. Litzmann was geheel verslagen en wilde bij Himm- 
ler voor hem pleiten. Ik zei hem dat het niet helpen zou, want dat 
ik reeds verschillende keren over Wentzel had gesproken — zonder 
enig succes. Litzmann vertelde toen hoe de verhouding tussen de 
Esten en de Duitse soldaten in het begin uitstekend was geweest en 
hoe het zelfs vrij Ian£ geduurd had voor de Duitsers er in geslaagd 
waren van vrienden gezworen vijanden te maken. Ik vroeg Litzmann, 
waarom hij daar niet tegenop was gekomen, hij was toch Commis- 
saris-Generaal? 

„Ach, ik ben alleen maar een uithangbord. Ik heb daar niets te 
vertellen. Alles wordt beslist door de Rijkscommissaris voor de Oost- 
gebieden in Riga. AIs ik tegen zijn stompzinnige maatregelen schuch- 
ter protesteer, heet het, dat Ík reactionair ben. En de andere gewel- 
denaar in Reval is SS-Fiïhrer Miiller. Hij doorkruist elke maatregel 
van mij. Hij Ieeft als een beest en ergert de Esten daar dagelijks mee." 

„Zo, dus dan hebt u ook de bloem van het Duitse volk Ieren 
kennen." 

„Ja, de hemel weet hoe. Die Rijkscommissaris in Riga is een 
zekere Lohse. Hij was vroeger kellner, een notore zuiplap. Vaak heb 
Ík het gevoel, dat de vijand in eigen land staat. Als ik aan Estland 
denk, schaam ik mij dood. De Esten zijn een prettig en eerlijk volk. 
Hoe makkelijk hadden wij ze tot vrienden kunnen maken als we 
humaan waren opgetreden. Toen ik een jaar in Estland was, heb ik 
Himmler een rapport gestuurd, waarin ik hem een verzoeningspoli- 
tiek ten opzichte van Estland voorstelde. Het eerste punt was herstel 
van de zelfstandigheid van Estland. Himmler liet mij toen komen en 
vroeg of ik gek was geworden. Dit program was gericht tegen de be- 
langen van Duitsland, het waren staatsvijandige ideeën en hij moest 
me als vriend waarschuwen, zoiets niet te hard te zeggen, dan kon 
hij mij zijn bescherming niet meer garanderen. Ik begreep. Het resul- 
taat was een wilde roofpolitiek en vandaag zeggen de Esten, „de 
Duitsers zijn nog erger dan de Russen." 



130 



XVII. OUDE EN NIEUWE ADEL 

Het feit dat Himmler het noch met Ribbentrop, noch met een van zijn 
andere collega's onder de Ieiders van het Derde Rijk bijzonder goed 
kon vinden, maakte het vaak gemakkelijk om de een tegen de ander 
uit te spelen. Eenmaal gelukte mij dit met Goebbels. De volgende 
geschiedenís verhaal ik echter niet alleen als bewijs hiervan, maar ook 
omdat uit de desbetreffende gesprekken tussen Himmler en mij dui- 
delijk wordt, dat het oorspronkelijke denkbeeld van de totale vernie- 
tiging der Joden van Goebbels afkomstig is en niet van Himmler. 
Om verschillende redenen, die ik niet alle kan nagaan, schijnt de SS 
op bevel van Hitler met de uitvoerende rol in deze lugubere geschie- 
denis te zijn belast. 

Op 2 December 1943 was ik weer bij Himmler in zijn hoofdkwar- 
tier Hochwald. Enkele dagen tevoren was ik uit mijn nieuwe woon- 
plaats, Stockholm, naar Duitsland overgekomen. Tijdens de behan- 
deling vroeg Himmler mij het een en ander over Zweden en ver- 
volgde toen plotseling: 

„Ja, Zweden is nu nog een monarchie, maar dat zal niet zo 
lang meer duren. Na de oorlog zal de Fiïhrer er wel voor zorgen, 
dat in Europa de vorsten definitief verdwijnen. In Duitsland zullen 
we nu reeds aan deze taak beginnen. Die kliek van vorsten en trou- 
wens de hele adel is niet veel beter dan de Joden. Ze zijn internatio- 
naal verbonden door huwelijken, hebben geen vaderland en boven- 
dien hebben zij zich niet ontzien op een gemene en arrogante manier 
ín het buitenland stemming te maken tegen het Derde Rijk." Himm- 
ler voegde er aan toe, dat hij het tot dusverre te druk had gehad om . 
zich intensief met deze vorsten bezig te houden, maar nu het Joden- 
probleem voor 80 percent was „opgelost", kwamen zij aan de beurt. 
Oyer de methode had hij met Hitler en Goebbels geconfereerd, waar- 
bij Goebbels de suggestie had gedaan om de meest vooraanstaanden 
onder hen van spionnage en Iandverraad te beschuldigen. Maakte 
men dan bovendien nog gebruik van de bestaande gevoeligheid voor 
beschuldigingen van homosexualiteit en zedenmisdrijven met min- 
derjarigen, dan zag Goebbels wel kans, deze groep in zijn geheel voor 
het Volksgerechtshof te brengen en ze de strop te bezorgen. Afge- 
sproken was verder nog, dat er in de pers op zou worden gewezen, 
dat-de verwoesting van de Duitse steden alleen in die graad mogelijk 
was, omdat deze groep de Geallieerden via buitenlandse gezantschap- 
pen van nauwkeurige informaties voorzag. 

Goebbels stelde zich de executie van deze vorsten als een grote 
gebeurtenis voor. Ze moest in het openbaar plaatsvinden voor het 
slot in de Lustgarten in de aanwezigheid van een uitgelezen corps 

131 




* V JWWÍ»* SS- err partijfunctionarissen. 



yoet moesten de ví 



rf' 



feï^ 






sv 



í' 



ïtí« * 
3/^ 



%f i. 






íttnga Unter den Linden gaan, terwijl dan het Diiitse Arbettsfrmht 
voor de enscenering met woedend schrceuwende mensenmassa's langs 

He kant van de weg moest zorgen. Als slachtoffers van dit kijkspel 
waren onder anderen uitgezocht het ex-kroonprinselijk paar en de 
prinsen en hertogen van de voornaamste Duitse landen. 

v Wanneer Himmler over dit plan sprak, probeerde ik hem aïtijd 
a£ te leiden en hem voorzichtig op het onzinnige van hetgeen hij 
meedeelde te wijzen. Himmler was ook dit keer, zoals altijd wanneer 
hy iets van plan was en een grote actie voor de geest zag, in vuur 
geraakt; hij zei nog, dat Goebbels als nuttig effect van de uitschake- 
hng der vorsten verwachtte, dat het Buitse volk drie maanden in 
spanning zou worden gehouden, wat dus betekende, dat voor de 
duur van deze periode de aandacht van de gebeurtenissen aan het 
front weer een beetje was afgeleid. Als toegift kon men bovendien 
rekenen op de fraaie kans, onder beproefde partijgenoten en ridder- 
Ítruisdragers de buit te verdelen, — het vorstelijk bezit zou immers 
verbeurd worden verklaard. 

Met stomheid geslagen luisterde ik toe tot Himmler zichzelf plot- 
«eling onderbrak en zei, dat dit alles volstrekt geheira was en dat nog 
slechts heel enkelen er van wisten. 

Toen viel mij iets in, waardoor ik Himmler aan het twijfelen kon 
brengen. Heel langzaam en rustig zei ik: „U vergist u, Herr Reichs- 
jikhrer, deze zaak is niet geheim. Reeds tien dagen geleden heb ik er 
in Stockholm over gehoord, maar ik hield het allemaal voor bluf en 
flt kon niet vermoeden, dat u daar in zou lopen." Himmler, die Ín 

tíet geheel niet door had, dat deze bewering van mij een pure inval 

„van het ogenblik was, vroeg dadelijk: „Hoe er in lopen?" Nu zette 
ik de nauwlettend toeluisterende en steeds opgewondener rakende 
chef van de Gestapo een uitvoerig verhaal voor over wat Ík Ín Stock- 
holm dan wel zou hebben gehoord. Goebbels liet door zijn agenten 
in het buítenland vertellen, dat Himmler een grote aanval op de 
Duitse vorsten voorbereidde. Weliswaar was Goebbels tegen het plan, 
maar tegen een tiran als Himmler was hij machteloos. Niettemih 
probeerde de Ministër van Propaganda al zijn Ínvloed bij Hitler aan 
te wenden om dit plan van Himmler ongedaan te maken. Himm- 
ler had dit plan alleen bedacht uit hebzucht om zijn SS-Ieiders, 
die ontevreden waren, met landgoederen weer in het gareel te 
krijgen. Bij dit punt gekomen onderbrak Himmler mij met de drif- 
tig gestelde vraag, waar ik dit alles vandaan had. Ik zei hem, dat 
ik hem over mijn bronnen geen inlichtingen kon geven. Maar 
als hij míj niet geloofde, ook goed, dan mocht hij de hele zaak 
weer vergeten. Overigens had men in het buitenland sterk de in- 



" *"&* T ' * *\\ i 

- T i > •*■{*-■ . , -',(■ -->■ 

áxúí, dat hct gezag van Hinímlfl: doot Goe'bbels wakortdferíni^ 

Himmler dced echter alles behalve vergeten. Mijn woordén hanï- 'f} 
den hun uitwerking niet gemist. „Dat wordt fraai," sprong hij 'op, 
,ydat vertelt men dus in het buitenlandt Ik moet de zondenbok zijn> ^ 
Ik geloof u graag, Kersten, want deze Goebbels heeft mij en míjn ^ 
SS reeds eerder, in de Jodenkwestie, een hak gezet." En daarop gaf , 
hij mij een verklaring van deze verbazingwekkende bewering. Vol-j 1 
gens hem had hij Índertijd, nog vóór de oorlog, de Joden uit Duit*^ 
land willen verdrijven zonder ze echter physiek te willen vernietigen. ^ 
Hij was er toen zelfs accoord mee gegaan hen een deel van hun ver- , V$ 
mogen te laten meenemen, zoals dat in die jaren ook practisch 
gebeurd was. Verdrijving van de Joden uit Duitsland — dat wa? 
het enige werkelijke doel van Himmler geweest. Het was echter 
Goebbels, die in 1938 de Duitse synagogen in brand liet stekeh en 
daarmee het signaal gaf tot een teugelloze vervolging en vér- 
nietiging. 

Goebbels zou de Fiïhrer toen „op de smerïgste manier bewerkt heb> 
ben," zoals Himmler zei, en het resultaat was geweest, dat Hitler aan 
het begin van de oorlog tot de totale vernietiging van de Joden had 
besloten. Goebbels had Hitler zelfs, volgens Himmler, gesuggereerd, 
dat de uitroeiing van de Joden een geschikte opgave voor de SS was. 
„Ik was er zeer verontwaardigd over", verklaardë Himmler, „maar 
ik kon er niets tegen doen, de Fitkrer had mij het onvoorwaardelijk 
bevel gegeven, de Joden uit te roeien en als gehoorzaam soldaat 
moest ik dit bevel opvolgen. En nu wil Goebbels, dat verachtelijke 
zwijn, de uitroeiing van de Duitse vorsten op mij schuiven. Net wat 
voor hem. Gelukkig dat u mij dit allemaal verteld hebt. Hierin zal 
Goebbels niet triomferenl" 

Het verhaal had Himmler zo opgewonden, dat hij hevige maagpijn 
kreeg. Enkele uren later reed hij naar Hitler, die 40 kilometer van 
Himmlers Feldkommandostelle zijn hoofdkwartier had. Bij de be- 
handeling de volgende morgen begon Himmler onmiddellijk: „Gis* 
teren heb ik met de Fiihrer over de zaak van de vorsten gesproken. 
Ik kon hem er van overtuigen, dat het thans niet het geschikte ogen- 
blik daarvoor is. Eerst wilde de Fiihrer niets van uitstel weten, daar 
Goebbels naar het schijnt zeer vergaande voorstellen had gedaan* 
maar tenslotte had ik hem toch zover, dat hij mijn standpunt als 
juist erkende en het besluit nam de uitroeiing der vorsten tot na de 
oorlog uit te stellen." Himmler zei er nog bij, dat hij Hitler zijn 
besluit onmiddellijk schriftelijk had laten bevestigen, opdat Goebbels 
hem niet opnieuw zou kunnen dwarszitten. Tenslotte bleek mij, dat 
HimmleT het volgende argument had aangevoerd voor het uitstel. r *éA 
MiIKoenen Duitse soldaten hadden sympathie voor de vorstelijke 



'-ffsi 



Vj 






t 



í 31 



f *?j 






>■ 



>'i» 



132 



•"" • ,«■ ■■ 



■)*? 



1L 



■^ 



S^Ji^Ú.,<A, 






:Jw» 



133 



J' v ■■■-■- r- ■-'■■• , ■ 

^lfe^v^- '->,' 'f' -•■ -£■-: '•'',. ..:, .■-■• . ' • .;:,„■,.„ ,. ■.,v. :,'-•■ 



íKmM 



E,W' ■V,'' 

l-.v(l,..;. 






families en velen van hen waren waarschijnlijk verkapte monarchis- 
ten. Dat konook de handigste propaganda niet uitwissen. De voor- 
genomen uitroeiingsactie kon daarom, gezien de ernstige toestand aan 
de fronten, tot een gevaarlijke aantasting van de strijdgeest leiden 
en dit risico mocht de partij nu niet op zich nemen! 

Van nu af aan zou hij Goebbels nog scherper in het oog houden, 
was Himmlers slotconclusie. Wat hem betrof, hij gunde de minister 
van Propaganda dat hij zich over deze aangelegenheid de nek brak. 

De uitroeiing van de vorsten en de adel was echter slechts een 
etappe op de weg van de permanente revolutie. De machtsdrift zocht 
bredere lagen van het Duitse volk om zich uit te leven. Op 20 Sep- 
tember 1943 had Himmler mij verteld, dat hij de dag te voren tot 
diep in de nacht een lang gesprek met Hitler had gehad over het 
uitschot van het Duitse volk, de eeuwig ontevredenen, zoals hij zich 
placht uit te drukken. De mensen, die critiek hadden en te onnozel 
waren om de grootheid van Hitler te begrijpen, noemde hij Volks- 
schádlinge, de eeuwige handlangers van het Jodendom. Na de oor- 
log zou men met onverbiddelijke hardheid tegen hen optreden. Deze 
lieden, voornamelijk reactionnairen en hogere vakbondbestuurders, 
zaten nog op hun landgoederen en op hun fabriek en profiteerden 
van de arbeid van de fatsoenlijke nationaalsocialistische Duitsers. 
Als de afrekening kwam, gingen deze mensen uit de fabriek en van 
hun goederen. De soldaten uit deze kringen zouden een speciale be- 
handeling krijgen, zei Himmler toen ik tegenwierp, dat deze mensen 
toch oolc voor Duitsland stierven. Het oude officierscorps was trou- 
wens voor 95 percent anti-nationaalsocialistisch. Dat was volgens 
Hitler de reden, dat de Duitse legers op het ogenblik nog niet aan 
de Oeral stonden en de oorlog zo lang duurde. 

In dit verband zei ik iets over onvoorstelbare misdaden, waarop 
Himmler mij dadelijk op voor zijn doen bijzonder scherpe wijze be- 
schoolmeesterde, dat de Fiïhrer geen misdaden pleegde, doch slechts 
een verradersgroep strafte. Volgens hem was het beter deze etter- 
builen uit het Duitse volkslichaam weg te snijden, ook wanneer 
daarbij tien millioen Duitse creaturen ten onder gingen. Na deze 
operatie zou het Duitse volk zich echter snel herstellen en de harde 
politieke heelmeester Hitler dankbaar zijn. De jeugdstond toch al 
achter Hitler en door de nieuwe huwelijkswetten en de toekomstige 
zuiveringsactie van de partij, vooral echter door de verbeterde levens- 
voorwaarden na de oorlog zou het Duitse volk schoner en zuiverder 
dan ooit worden. Voor de omtovering in deze paradijsachtige toe- 
stand meende Himmler ongeveer tien jaar nodig te hebben. Daarna 
zou de nieuwe adel van de arbeid en de trouw een historisch feit zijn. 
Zoals het onkruid op een akker gewied moet worden, opdat de vrucht 



karj groeien, zo moet ook in het leven der volken het slechte worden 
uitgeroeid, opdat het goede en edele zich vrij kan ontwikkelen. Niets 
nu was er edeler op de wereld, dan het nationaalsocialisme, indien 
het slechts goed begrepen werd! 

Wat Himmler verstond onder dit goede begrip van het nationaal- 
socialisme werd wellicht het meest luguber duidelijk uit de plannen, 
die gedurende enige tijd bestonden ten aanzien van de krijgsgevan- 
genen. Mijn aantekeningen van 12 December 1943 vermelden hier- 
omtrent het volgende. 

Vanmorgen vroeg Himmler me plotseling of ik goede berichten uit 
Hartzwalde had. Ik zei: „Ja, alles is daar Ín orde. Als ik terugkom, 
ga ik een jachtpartij organiseren." „Waar haalt u toch de drijvers 
vandaan?" vroeg Himmler. Ik antwoordde: „Krijgsgevangenen, die 
daar in de buurt werken, doen hét heel graag en vinden het prettig 
een dag vrij te hebben." 

Plotseling knijpt Himmler zijn ogen bijna dicht en zegt, terwijl hij 
me scherp aankijkt: „Krijgsgevangenen, allemaal lafaards. Een paar 
dagen geleden heb ik nog een lang gesprek met de Fiïhrer er over 
gehad. We hebben ons afgevraagd of het niet doelmatig zou zijn om 
de krijgsgevangenen van de Westelijke Geallieerden en de commu- 
nisten af te maken. Het zijn overbodige eters in Duitsland op het 
ogenblik en hun arbeidsprestatie is gelijk nul." Ik vroeg Himmler 
of dit ernst was, waarop hij reageerde met: „Ik zie de verbazing op 
uw gezicht. Maar wees er gerust op, als ik iets zeg, is het altijd ernst. 
Dat zal de wereld langzamerhand wel begrepen hebben." 

„Als Duitsland dat doet, zullen de Engelsen en Amerikanen het- 
zelfde doen met de Duitse krijgsgevangenen, om van de Russen maar 
niet te spreken." 

,Ja natuurlijk, maar dat wil de Fiïhrer nu precies bereiken. Want 
deze Duitse lafaards, die met de handen omhoog en met knikkende 
knieën zijn overgelópen, hebben zich daarmee buiten de Duitse 
volksgemeenschap geplaatst. Die zijn alleen nog maar waard doodge- 
slagen te worden! Zij zijn volkomen waardeloos voor het overwin- 
nende Duitse rijk. Ik zou me bijna kunnen indenken, dat Engeland 
en Amerika ons dankbaar zouden zijn, dat wij de lafaards aan hun 
zijde uit de wereld helpen. Maar één ding wil ik u wel zeggen, als 
deze Duitse krijgsgevangenen ongelukkigerwijs nog eens naar huis 
komen, rondgegeten en uitgerust, dan garandeer ik u, dat de Fiïhrer 
er voor zal zorgen, dat deze ellendelingen er allemaal aangaan. Zegt 
u zelf eens, waar zouden we aan toe zijn, wanneer deze zeldzame 
lafaards terugkwamen in hun gezinnen en nakroost gingen verwek- 
ken? Het nageslacht van deze lieden over twintig jaar, dat zou het 



135 









i 



'$í 



-r - 



V i 



Ví 



ïíijfl, wat ons natirfnaálsodalistea ïïju ku'nnen overkomén. Eatrf 
( tnt&4lezea troep lafaards, dat moeteft we voorkojnrai. Een dapper sol» , 
daat zal zich no4h overgeven, dje strijdt tot het einde. Die bekom- 
mert zich niet om zijn leven, maar denkt alleen aan zijn volk en~ 
wanneer hij ziet, dat hij voor de Fiihrer en zijn volk moet sterven, 
SÏeurt hij in zijn dood nog twee, drie vijanden mee en werkt zo in 
Jíijn laatste ademtocht nogvoordeoverwinning. Zo streden onze Ger- 
maanse voorouders en zo moeten wij strijden als we winnen willen." 

i 
Om redenen, die ik niet heb kunnen achterhalen, maar die overígens 
voor de hand liggen, is van de uitvoering van deze plannen niets 
gekomen. Dat ze op het programma bleven voor het einde van de 
oorlog is echter wel zeker. 

Meer dan eens heb ik met Himmler gesproken over de kansen van 
de oorlog. Ik geloof, dat hij er vrijwel tot het einde van de oorlog 
van. overtuigd is geweest, dat de overwinning voor het Derde Rijk 
nog bereikbaar was. Enerzijds is dit verklaarbaar, omdat hij zich om 
politieke redenen een nederlaag eenvoudig niet kon voorstellen, an- 
derzijds omdat hij zich vastklampte aan het wonder van het nieuwe 
Buitse wapen, dat in de maak was. Gedateerd 6 December 1944 vind 
ik onder mijn notities de vraag van Himmler of ik aan een Duitse 
overwinning geloofde. De vraag was op zichzelf niet verwonderlijk, 
omdat wij meer over het thema hadden gesproken, maar ditmaal 
ging Himmler uitvoerig op mijn ontkennend antwoord in. „Ik geloof 
wel aan de overwinning, want binnenkort zal ons laatste grote'ge- 
beime wapen in de strijd worden geworpen. Dit feit zal de situatie 
Volkomen veranderen. Als wij, zoals u gelooft, de oorlog zouden ver- 
Kezen, dan is de ondergang van Europa onafwendbaar. Nog in de 
overwïnningsroes zal de chaos doorbreken en het masker van Azië 
opdoemen. Dan zullen de Bolsjewistische horden uit het Oosten, 
rovend, plunderend en vrouwen verkrachtend, als een zondvloed 
over Europa komen. De besten van alle landen zullen ze wegslepen 
«n tot dwangarbeid veroordelen. Daarom is er voor Duitsland geen 
andere keus dan te strijden tot het gevaar uit het Oosten is geban- 
nen. Want Duitsland strijdt in deze oorlog nïet slechts voor het eigen 
bestaan, maar ook voor Engeland. Dit land zou evengoed als wij, 
'doór-de Azíatische vloed worden overspoeld. Daarom moesten de 
westelijke Geallieerden verstandiger zijn en zich afvragen of het ver- 
nietigen van Duitsland werkelijk in hun belang is. Duitsland is het 
enige bolwerk, dat deze Bolsjewistische vloed kan tegenhouden. Is 
Duitsland eenmaal vernietigd, dan helpe God Engeland en Amerikal 
Die landen worden een speelbal van het Oosten. Ik zou raet mijn SS 

136 ' 



r^^r 



4 '* f 






■> * .-.' 




^"■■ÊtarojMr" kunnen redden, maar Bét trágiíche U, diï de EngeSíttf JjEc^' 
Fiihrer niet hebben begrepen en helaas ook omgekeerd de Filhrcr év-r 
Engelsen niet." ^V 

Verschillende malen ben ik bij Himmler de gedachte tegengeko* > 
men, Europa voor het aanstormende Azië te moeten redden en het 
daartoe met Engeland op een accoord te moeten gooien. In enkela 
honderden jaren meende hij, kon het Duitse en Engelse bloed zich 
vermengen en zou een verbeterd Germaans ras ontstaan. Hij had 
echter onvoldoende begrip van de Engelse mentaliteit om practisch . 
ook maar iets te kunnen bijdragen tot een Duits-Engelse „toenade- 
ring" — dit ondanks zijn wanhoopsaanbod aan Engeland in het 
laatste uur. 

Reeds eerder, op 6 Juli 1944, Had Himmler mij plotseling gevraagd -■ 
of ik niet van mening was, dat in het Derde Rijk minder fouten zou- 
den zijn gemaakt op politiek gebied, aís Hitler helemaal gezond waí 
geweest. Op mijn besliste antwoord, dat deze waanzinnige oorlog clan 
stellig achterwege gebleven was, zei Himmler, dat Ribbentrop, Hit- 
lers kwade geest, van veel de schuld droeg. Hij maakte zïch zelf nu 
verwijten de latere minister van buitenlandse zaken destijds bij Hitler 
gjí;í. te hebben geïntroduceerd en verder betreurde hij het hem niet bij- 
tijds te hebben uitgeschakeld. Nu was het te laat. Twee jaar geleden 
had hij daartoe het vaste plan gehad, maar hij voelde toen toch l weer 
bezwaar want Ribbentrop was, goed beschouwd, het type van een, 
Germaanse edelman. 

In de loop van dit gesprek vroeg ik Himmler, wat Hitler dacht te 
doen als Duitsland de oorlog verloor. Himmler: de Fuhrer heeft aan 
het begin van de oorlog gezegd, dat hij nu het grauwe sóldatenkleed 
aantrok om Duitsland te verdedigen. Hij zou het slechts als over- 
winnaar afleggen en moest het anders lopen, dan zou hij op het slag- 
veld blijven. Ik vroeg of dit zelfmoord betekende, waarop Himmler 
opmerkte: „Neen, zoiets doet de Fúhrer niet, hij zal aan-het hoofd 
van de laatste compagnie de heldendood sterven." Op mijn voorzich- 
tig naar voren gebrachte tegenwerping, dat heldhaftige daden bij 
paralytici niet erg waarschijnlijk waren, gaf Himmler niet dadelijk 
antwoord. „Laten we over iets anders praten," leidde hij af. 

Driekwart jaar na dit gesprek, in Maart 1945, toen ik Himmler in 
Hohen-Lychen behandelde, vroeg ik hem opnieuw of hij nog in een 
Duitse overwinning geloofde. Ik kreeg een beslist „Ja" ten ant- 
woord. Ik zei, dat ik wel begreep, dat de Reichsfiihrer-SS zo sprak, 
ik zou echter graag willen weten, wat de mens Heinrich Himmler er 
van dacht. Na enige aarzeling kwam toen het merkwaardige ant- 
woord: „De wereld is er van overtuigd, dat wij de oorlog verloren 
hebben. Het ziet er inderdaad ook naar uit, maar het zal anders 

.137 



"* *~1 






■#«( 









1. 



& 



A 



>,A 



'í.,Í£,.í.' , J 1 ilt«..,^d»!„I.JÍ*J..,., mlHÍÍs^fkt.. M.t„,...lL<.í 



. í'. í..ï. , .,irí* , . , fc 



ídtíï.AwLÍií. 



1, ' -* , ..»l«ï 

' ' •'- '«. ■i.'--\* 

■■ \'i 



uitkomen. Wij hebben ons laatste geheime wapen nog niet in de 
strijd gebracht." Dit was op het vastgestelde tijdstip niet klaargeko- 
nien, omdat het Geallieerde luchtwapen tal van fabrieken, die er 
voor werkten, had verwoest. Maar het wapen zou er komen en 
Duitsland redden. Over het wapen zelf, dat met één, twee schoten 
steden als Londen en New York plat zou leggen, kon hij, daar het 
hier een staatsgeheim betrof, verder niets zeggen. Over één á twee 
maanden zou ik de details daarover wel in de Zweedse kranten kun- 
nen lezen. Ik gaf uiting aan mijn twijfel of Duitsland zolang nog wel 
weerstand kon bieden. Want de Russen stonden reeds aan de Oder 
en de Engelse en Amerikaanse troepen waren tot diep in Duitsland 
opgerukt. Himmler werd daarop zeer ernstig en zei, dat Duitsland 
eenvoudig zo lang moest doorzetten tot deze Iaatste grote mogelijk- 
heid werkelijkheid werd. Hij was vast overtuigd, dat dit laatste ge- 
heime wapen de redding zou brengen. 

In dit verband zij vermeld, dat de SS-beambte Franz Goering, die 
tot de goede elementen behoorde, mij omstreeks die tijd verteld 
heeft, dat de nazi's reeds experimenten met een nieuw wapen hadden 
uitgevoerd. In de nabijheid van Auschwitz was voor dit doel een dorp 
gebouwd, waarin ongeveer twintigduizend Joden werden gebracht. 
Met één schot was toen elk leven in het dorp uitgeblust en het dorp 
zelf verpulverd. 

Dit was het laatste gesprek, dat ik met de Reicksfiihrer-SS als zijn 
behandelende geneesheer had. Een maand later onderhandelde ík 
met hem in een andere functie en nog een maand later was Himmler 
dood. 



138 



XVIII. SUCCES EN MISLUKKING 

! ■ .■ 

Tegelijkertijd met de grote hulpacties was ik in staat geheel zelfstan- 
dig verschillende afzoriderlijke gevangenen van de ondergang te red- 
den. Dit was ook van Stockholm uit mogelijk, zelfs wanneer ik niet 
in de gelegenheid was, Himmler persoonlijk over deze gevallen te 
spreken. Toen in September '43 mijn verhuizing naar Zweden voor 
de deur stond, had ik Himmler al gevraagd, mij een vergunning te 
geven, opdat ik onbeperkt met Hartzwalde zou kunnen telefoneren. 
Een dergelijke vergunning was in die tijd voor een niet-militair, 
bovendien nog een buitenlander, bijzonder moeilijk te verkrijgen, 
zeker voor een particuliere lijn, als ik voor mijn werk wilde hebben. 
Na Iang heen en weergepraat, waarbij ik het argument gebruikte, 
dat ik ingeval van plotseling optredende maagkrampen snel bereik- 
baar moest zijn, maakte Himmler tenslotte de vergunning in orde 
om van Hartzwalde naar Zweden en omgekeerd te mogen telefo- 
neren. Sinds ik naar Stockholm was verhuisd, heeft deze mogelijkheid 
om binnen vier, vijf uur Hartzwalde telefonisch te kunnen bereiken 
en dringende kwesties met mijn daar wonende secietaresse of in be- 
Iangrijke gevallen met Dr Brandt te kunnen bespreken zich als zeer 
waardevol bewezen. In defgelijke gevallen kwam Dr Brandt dan naar 
Hartzwalde of als dat niet ging, handelde mijn secretaresse de zaken 
met Dr Brandt en soms in mijn naam met Himmler zelf af. 

Een belangrijk geval deed zich in Januari 1945 voor. De Zweedse 
bisschop Manfred BJorkquist vroeg mij iets te willen doen voor zijn 
vriend, de Duitse Iuitenant-kolonel Theodoor Steltzer, die op 1 Augus- 
tus 1944 was gearresteerd. Steltzer, die volgens Bisschop Bjórkquist 
veel voor Noorwegen had gedaan, was medewerking aan de mis- 
lukte aanslag op Hitler van 20 Juli ten Iaste gelegd. De bisschop 
vroeg mij dríngend onmiddellijk naar Duitsland te willen gaan om 
deze belangrijke figuur (Steltzer werd na '45 Minister-President van 
Sleeswijk-Holstein), uit de handen van de Gestapo te redden. Over- 
tocht naar Duitsland was voor mij op dat ogenblik níet mogelijk, 
daar ik andere afspraken had. Gelukkig was enkele dagen tevoren 
mijn secretaresse in Stockholm aangekomen om met mij de lijsten 
door te nemen, die ik van het Zweedse ministerie van Buitenlandse 
Zaken ontvangen had. Ik besloot mevrouw Wacker onmiddellijk naar 
Himmler te sturen met een brief, waarin ik Steltzer een oude patiënt 
en vriend van mij noemde en om zijn vrijlating verzocht. 

Nu begon, zoals ik door mijn telefoonverbinding met Duitsland 
kon volgen, een wedren met de dood. In Berlijn aangekomen, ver- 
loor Else Wacker eerst kostbare tijd door een langdurige aanval. Zij 
had zich langs verschillende reeds vroeger door ons gebruikte wegen 

139 



'M 



w ** 




> v 












weten te verschaffen cn «as onmiddeíïijk naar HimmJtófe 

'^tllê&fd&waTtíer gereden, dat toen ín Prenzlau in de Uckermark lag. 

íjitttssen was zij te weten gekomen, dat Steltzer op 5 Februan zou- 

"' tyorrfëh terechtgesteld. Toen zij diep in de nacht eíndelijk bij Himm- 

, Jer aankwam, — autopech had haar onderweg opnieuw vele uren 

, 'kostbare tijd doen verliezen — wees de kalender de morgen van de 

4de F.ebruari aan. Himmler was nog op, maar had een bespreking 

en kon mijn secretaresse niet ontvangen. De brief gaf ze daarom aan 

Dr Brandt, die Himmler het geval dezelfde nacht nog heeft voorge- 

legd, maar eerst de volgende avond kon hij mevrouw Wacker mee- 

delen, dat Himmler op grond van mijn bríef besloten had de executie 

uit te stellen. 

Nu kwam het er op aan om dit besluit, dat mevrouw Wacker werd 
overhandigd, nog voor het fatale uur aan de directeur van de Ber- 
hjnse gevangenis, waar Steltzer zat, te bezorgen. Maar het gereed- 
maken van een aantal officiele papieren voor mijn secretaresse nam 
opnieuw veel tijd in beslag en toen zij eindelijk kon vertrekken, deed 
verder oponthoud door een bombardement van Berlijn alle moeite 
vergeefs schijnen, Eindelijk, op 5 Februari om zes uur 's morgens kon 
zij de gevangenisdirecteur in Berlijn-Moabit de schriftelijke opdracht 
overleggen. Het was één uur voor de terechtstelling zou plaatsvinden. 
Steltzers leven was voorlopig gered. 

Daarmee was hij natuurlijk nog lang niet vrij. In Maart 1945 
,stelde ik zijn geval bij Himmler opnieuw aan de orde. Deze gaf ten- 
slotte toe met de opmerking, dat één man meer of minder nu toch 
geen rol meer speelde. Na de oorlog zou men deze misdadigers zonder 
tneer uit de wereld helpen. Enige tijd Iater vertelde Dr Brandt me, 
dat in de zaak Steltzer de mogelijkheid van gratieverlening werd on- 
derzocht. Steltzer heeft gratie gekregen en heeft, zoals boven reeds 
opgemerkt, de oorlog overleefd. 

Een tweede geval was dat van de vroegere Oostenrijkse Bondskan- 
selier Seitz. Ook dit keer wendde ik mij schriftelijk tot Himmler en 
vroeg hem om vrijlating. Himmler antwoordde daarop, dat Seitz zich 
„opzeer ongelukkige wijze met dingen had bemoeid, die hem feitelijk 
bij een nauwkeurige, juridische opvatting van de gepleegde daden 
voor het Volksgerechtshof hadden moeten brengen." Hij had echter 
beslist, dat Seitz met het oog op zijn hoge leeftijd uit de gevangenis 
moest worden ontslagen en in een klein stadje in Thiiringen moest 
worden geïnterneerd. Uitgeleide naar Zweden, waar ik hem om had 
gevraagd, kon hij niet toestaan, aangezien Seitz Duits onderdaan was. 
Overigens was het besluit tot terechtstelling van de vroegere Bonds- 
kanselier door de partijinstanties reeds genomen, dus ik moest te- 
vreden zijn. 

140 



të*. 






M 







lhrer-0 









Feld-K.ommando3tell«í 



Lieber Herr K e r s t e n ! 



Sie schrieben mir vor elniger Zeit elnen 
Brief t in dem Sie sich im Namen schwedlscher Freunde 
fUr das Schicksal dea frtiheren Bundeskanzlers S e 1 t s 
verwendeten. Durch die viele Arbeit der vergangenen 
Wochen kam ich nicht dazu, Ihnen frilher zu antworten. 
Der friihere Bundeskanzler Seitz hat aich leider trotz 
aeiner 75 Jahre in sehr unglucklicher Form in Dinge 
eingemiacht, dle ihn praktisch bei exakter juristlscher 
Erfassung des Tatbestandes vor den Volksgerichtshof 
gebracht hatten. Ich habe trotzdem bereite vor einigen 
Wochen verftigt, dass Herr Seita in Anbetracht seines 
Alters aus der Haft entlassen wurde. Die Behorde war 
lhm auch behilflich beim Auffinden einer Frivatwohnung. 
Er befindet sich in einem kleinen thuringiachen Stadt- 
ohen, das ich Ihnen noch bekanntgebe. Eine Ausreise 
nach schweden kann ich verstándlicherweise, da es slch 
bei Herrn Seltz um elnen deutschen StaatsangehESrigen 
handelt, nicht genehmigen. Es besteht jedoch derzeit 
die ÏSESglichkeit, dass Herr Seltz in seinem neuen Auf- 
enthaltsort private Besuche empfángt. 

Uit vielen Griissen 




• ' 



?& 



ï' ; Tï$ 



'■'^2 

V/'ííf' 









■■■ • i :<-hw 

• \'---V--f 

■■■'^& 

■i --.'^A. 



' '- '' '<S>-wk 



*€" 



■ ■'■'•í'Tffa 
■■ v.^fflj 

Brief van Himmler aan Kersten, waarin hij schrijft de vroegere Oosten- '^%0m 
rijkse bondskanselier Seitz op Kerstens verzoek te hebben vrijgelaten-. / "* s 



141 






l^& Ji JáfeJW^^ti ií*iittí ,-ííá!'',-. ii£Íï.íáítɧ !Í jíl'tíiFýiSÍHS, :. . ;i k/.í; jí ^"'t. ^ !;íi t ■ ■*«.=- i ■ j» .[ rf' ": '-i 






■. ,■.: __ ; . ,*á, k :.. ';.- ■?■ -!i.v/i '■■'^u*-.Y*.,M<M>.iMáÊ*^"™ 



Ik laat hier nog eeri reeks namen van personen volgen, tot wïer 
bevrijding of verlichting van lot ik iets heb kunnen bijdragen. 
Hela^is ïs een groot deel van mijn aantekeningen over de bevrijding 
van afzonderlijke personen in Hartzwalde verbrand, zodat ik me 
moet beperken tot een betrekkelijk willekeurig aantal namen. 

Tot de in het begin bijzonder moeiiijke gevallen behoorde de 
Noorse schilder Aulie, voor wie Prins Eugen in Stockholm bij mij 
intervenieerde. Hij was in Noorwegen geïnterneerd en het lukte mij 
hem vrij te krijgen. Hetzelfde was het geval met enkele adellijke 
Franse dames, in Nice gevangen genomen, waarvan één in Berlijn in 
de politiegevangenis was gezet, terwijl de andere in Bordeaux was 
gepakt en naar Ravensbruck gevoerd. Voor beiden heeft Generaal 
de Gaulle bij de Zweedse Regering geïntervenieerd en om hun 
vrijlating verzocht. Hierbij sloot een geslaagde hulpactie voor de 
twee Graven Arco, waarom de Zweedse Regering mij verzocht 
had, aan. 

Bij Kivimáki had ik intussen de Zweedse gezant in Berlijn, Richert, 
leren kennen. Van hem kwam ik de gevangenneming van de Resi- 
dent van Potsdam, Graaf Bismarck, te weten. Richert vroeg mij om 
hulp voor de neef van de grote kanselier. Het gelukte mij hem uit 
de gevangenis te kríjgen; hij moest op zijn eigen Iandgoed blijven. 

Het aantal Nederlanders, dat ik kon bevrijden, was zeer aanzien- 
lijk. Zo kon ik bereiken, dat de doodstraf voor Generaal Róell werd 
gewijzigd in vestingstraf. Toen de vroegere Mïnister-President Colijn 
was gevangen genomeh, heb ik voor hem bij Himmler gepleit. Men 
beschuldigde hem er van Ín dienst van Engeland te staan en tot 
sabotage te hebben opgezet. Ik wees Himmler op het absurde van 
deze beschuldiging en het resultaat was, dat Colijns gevangenschap 
werd gewijzigd in internering in Duitsland, waar hij beperkte bewe- 
gingsvrijheid genoot. 

In 1941 lukte het me het bevel tot gevangenneming van de direc- 
teur van de K.L.M., Plesman, te doen veranderen in een verbod 
zich in het westen van het Iand op te houden. Plesman werd ver- 
antwoordelijk gesteld voor de vlucht van een Hollands ingenieur, 
die er met een vliegtuig naar Engeland vandoor ging. — Ik zou 
zo tal van gevallen kunnen noemen, waarin ik door hardnekkig 
aandringen bij Himmler verzachting van straf,,of vrijlating wist te 
bewerkstelligen. 

Het heeft geen zin ze alle te noemen; soms werkten ook andere 
kxachten mee het beoogde doel te bereiken, en veelal zijn zij, die ik 
mocht helpen, zich niet bewust geweest, dat hun redding tot stand 
kwam, dank zij de maagkrampen van de Reichsfúhrer-SS. 

In de hier gereproduceerde brieven vindt men enkele namen ver- 







Jaoob ds Craefy 

aediseh stndant 

gefitichtst, Spanlneh* Orsnst «tfurt 



LW ^-X-vtU^HUÍPLt- 



C.Hiatgen 

Sohn einss bsfreundstsn Bankisra 



*?P ■£ ^v^k4»-íu^^V 



"EëTiïuin "■'■■■ 

Hann sinsr Plaleouen Hasseuss 

hat voletandig unntchtig Judsa bahsrbsrgt 






H.v.Bojen 
Carnegielaan 2 



Arrestiert am 4 Januar 1944. 






Mr. P. J. A. Cl«T«rs«a 

Rss.le Lult. dsr Husnrsn 

Arrsvtinrt aa 5. Januar 1944 . * 

untergetauoht als Bss.Off.CaYalarls QJ>-t*^-<VVJLA-- • 

"■■-■ 1 1 ■ ■ — 

J.wiiksns Aa4 Vj^ 

«sboren 2 Msl 1920 t» ■agslanc (Í.O.Xndie) 

Arrsstlsrt an 17. Psbruar 1942 1 , 1 I 

Baroa t. Stirua 
*• Haarlea 





Ur.Jan Paul flannle r. 

Directeur Tin het Rykabureau voor chemische producten. 

Arrestlert am 5 Januar ly44. . „ 1 






^ « J sfo faifcZ 

Gut Hartzwalde cL'WJ. 






L 0. Uirl 



MmmuuuT 

Afst Mr NMwh«UlN»rf» 



Lijst van gevangenen door Kersten aan Naumann overhandigd en met 
aantekeningen van deze terugontvangen. 



142 



143 




w 



'.l.\ 



w 






K - 









' »*", ^VJHSZ uu^Lstftae 'rrítikefe ait'dé ÏÉrfftgtea van de 

JtTdBfuëlfc tunnen bijvoegen, doch ik wil hier slechts uitvoeriger ia~ 
tfoatn op de pogingen tot bevrijding van de latere minister van biii-. 
tenlandse zaken, Br J. H. van Royen. Deze werd op 4 Januari 1944 
'gevangen genomen. Enkele weken later kwam ik, zoals vermeld, in 
gezeischap van Himmler in Nederland. Daar hoorde ik van zijn 
arrestatie Ter gelegenheid van een maaltijd bij Seyss-Inquart kon ik 
bij Rauter, die ook aanwezig was, naar Dr van Royen informeren. 
Rautcr, die mij ten zeerste wantrouwde, vroeg onmiddellijk: „Dat is 
zeker ook een patiënt van u?" Hetgeen ik bevestigde met de opmer- 
king, dat het zelfs een zeer ernstige patiënt was. Daarop kreeg ik te 
horen, dat Van Royen op spionnage was betrapt en zijn doodvon- 
ms daarom zeker was. Toen ik met Himmler alleen was, bezwoer ik 
hem zijn hart te laten spreken en terwille van mij deze Van Royen 
vnj te laten. De volgende dag zette ik mijn pogingen voort, hoewel 
Rauter woedend verklaarde, dat niemand in staat was Van Royen 
te redden. Ook Himmler voerde tegen mij aan, dat mijn patiënt met 
de verzetsbeweging samenwerkte en onder andere in het gezelschap 
van een bekende illegale werker was gezien. Ik probeerde bij Himm- 
ler het geval zo voor te stellen, alsof bij dit laatste zeer goed toeval 
in het spel kon zijn geweest zodat hier dus van een „bewijs" geen 
sprake was. Himmler beloofde de zaak nog eens met Rauter en diens 
rechterhand, Brigadefiikrer Naumann te zullen bespreken. Op 6 
Maart 1944 kreeg ik daarop van Naumann schriftelijk bericht, dat 
Van Royen was vrijgelaten. 

In de loop van 1942 had de Finse gezant Kivimáki mij gevraagd 
bij Himmler te willen interveniéren voor de naar Duitsland gedepor- 
teerde professor Seip, rector van de Oslose universiteit en een ge- 
leerde van grote naam. Toen ik mij tot Himmler wendde gaf deze 
ontwijkende antwoorden. Spoedig vernam ïk echter, via Gruppen- 
fuhrer Miiller, die na de dood van Heydrich enige tijd als chef van 
de Gestapo optrad, dat professor Seip niet voor vrijlating in aan- 
merking kwam, omdat hij op diefstal was betrapt! Ik ging op zoek 
naar de ware redenen. Van Dr Brandt hoorde ik tenslotte, dat Seip 
bij het lossen van wortelen er enkele had meegenomen, waarvoor hij 
tot vijf stokslagen veroordeeld was! 

Ik vertelde het Himmler en deze bevond mijn mededeling bij on- 
derzoek als juist. Ik vroeg hem nu, hoe hij het met de waardigheid 
van een Germaan rijmde, dat prof. Seip — immers van hetzelfde 
ras — lichamelijk gekastijd werd. Het scheen, alsof Himmler de hele 
zaak als uiterst pijnlijk ondervond, in elk geval gelastte hij, dat de 
kampcommandant zich bij Seip moest verontschuldigen. Verder ver- 

144 



■ ■ 4 



**2tt 3hij mij over deie itoestie gtén 'b&anáínrhe&n aarí KfvfflaSaLff Ife; *Í 
meltfón Tenslotte was Himmler bereid Seip vrij te laten, maar Úy *' 
gaf geen toestemmmg voor de terugreis naar Noorwegen Wel mocht 
hij in een bibliotheek in Munchen werken eu zijn vrouw naar Dui*s- 
land laten komen. 

Ik dacht, dat de zaak Seip daarmee was, afgedaan tot ik enïge tijd 
later, dank zij de informatie van Dr Brandt, bemerkte dat de Duitse 
Rijkscommissaris in Noorwegen, Terboven, in een brief aan Himm- 
ler zijn verontwaardiging had gelucht over de vrijlating en de 
executie had geëist met het oog op het grote gevaar, dat deze Noor 
opleverde.* In de brief deed Terboven de suggestie, Seip zg. op de 
vlucht neer te schieten. 

Ik bracht de zaak Seip dus opnieuw ter sprake en vroeg Himmler, 
wat hij dacht te doen, wanneer Terboven de eis zou stellen tot exe- 
cutie van Seip over te gaan. Ik zei van de Finnen te hebben gehoord, 
dat Terboven in Seip een grote vijand van zijn bewind zag. Himmler 
was met mijn vraag weinig ingenomen en zei, dat de zaak was afge- 
daan en dat Terboven een dergelijke eis zeker niet zou stellen. Zou 
tegen de verwachting in Terboven dit toch doen, dan zou Himmler 
beslist weigeren. - Eerst toen het Zweedse ministerie mij lijsten gaf, 
waarop ook de naam van prof. Seip voorkwam, ben ik bij Himmler 
op dit geval teruggekomen. In April 1945 is Seip naar Zweden vrij- 
gelaten. 

Gelijktijdig met het geval Seip had Kivimáki mij in kennis gesteld 
van de gevangenneming van de Finse consul-generaal in Oslo, 
Bódtker. Deze was in verband met een toneelstaking in Juli 1941 
gearresteerd. Toen Himmler mij in November 1942 de vrijlating van 
prof. Seip bevestigde verklaarde hij tegelijk, dat ik daarmee tevreden 
moest zijn en dat hij aan het geval Bodtker niets kon doen, De. 
theaterstaking was volgens hem door de Engelse geheime dienst ge- 
ensceneerd en Bodtker was daarbij betrokken geweest. Hij zou de 
strop wel niet ontlopen. lk vestigde de aandacht van Himmler er op, 
dat het ophangen van een Finse consul-generaal op dat ogenblik be- 
paald niet bevorderlijk zou zijn voor de verstandhouding tussen Fin- 
land en Duitsland. Na lange onderhandelingen over het geval 
Bódtker, verklaarde Himmler zich tenslotte bereid om er met de 
Rijkscommissaris Terboven, die hij spoedíg in Berlijn zou treffen 
over te spreken. Kort voor Kerstmis 1942 deelde Himmler mij mee, 
dat hij het verwachte doodvonnis van Bodtker op het laatste ogen- 
blik had kunnen voorkomen, maar dat hij zonder Terboven defini- 
tief van zich te verwijderen hem_niet kon vrijlaten. Bodtker zou 
echter verder Ehrenkaft krijgen. 



145 



w 




■Í' 1 Í 



:& 



f# 



.«1 



i*%t 



V^ 



l.í 



.i¥ 



f'.K 



WA 






jJSlSJkwiivXÍ'. . ■'lí.I.. -v.-: ..■ tj.'.-í., ■i-.í.'.'.'.' ''ifi'-'-". 






¥.úkJÁ;ú&kjMúti4ZjL', .táïiil&&á&i7ï'*&:/úú'Á,\ui:','?i úíá^i ~ i'l.i 



i.ïCtiïïir.'w'Ái r. .■',.:.: táiíiïi.A: 



"í H ' '' ' -' M F 



Gut Hartzwalde 

Mí KOmgWídt ibt GnnlM 
WtdUtMMrf Nr.tMOlUM 



6.?ebruar 1944 



An SS BrigadefUhrer lïauraann 
bei der Sioherheltspolisei 
und S.D, Den Haag 



'H-' 



Sehr geehrter Herr Brigadefuhrer Naumannt 

Vorgeetern Ubergab loh Ihnen elne Liate mit den Namen 
Ton 8 hollftndisehen Pereonen t welche von Ihren S.D. Terhaftet wor- 
dcn slnd.Ich bltte Sio nochmals t die Liste achnelletend su bearbei- 
ten.mlt dem Ziele der Freilaseung der betreffenden Peraonen.Ieh' 
kenne sie all« t ea sind anBtHndige und rechtsoheffens Menechen.Ioh 
bin Uberseugt,daS sle gans unschuldig und Denunzianten der E,S'.B. 
tum Opfer gefallen aind.ïïnd wenn Sie t Herr BrigadefUhrer Hauoann, 
den guten Willen haben t waa ich nicht beEweifle.dann bin ioh fest 
davon Uberzeugt f dafl es mBglieh wfire t dieee von mir eingerelohte Li« 
ste,mlt grHStem 'Tohlwollen zu behandeln. 

Ton ObergruppenfUhrer Rauter htJrte ioh t daíï Berr van Hoyen 
der Spionage verd&ohtigt iet und die Parteileitung ihn als Presti» 
ga-ïall erledigen will.Ich kounte Jedoch festetellen und den Reiohe 
ftthrer davon Uberaeugen t dafl die Ansohuldigungen gegan van Royen 
auf Verleumdungen beruhen.Ea mag wohl aein.dafi van Royen zuíaili- 
gerwelae einen Bekannten Ton frUher getroffen hat # der einer Wider- 
standsorganiaation angehb*rt t aber dcshalb kann man doch van Royen 
nioht^belasten.Auoh iet er sehr herskrank,und ich befUrchte t daS er 
die Haft nioht auahfilt.Daher bitte ioh t ihn in schonenster tfolse stt 
behandeln. 

Ferner ist ein ïredriok Selnum verhaftet t der mlt einer Lands- 
mgnnmn von mlr Terheiratet iet.SÍe wisoen ja»d«S ich FlnnlHnder 
bin.Deinum eoll Juden beherbergt haben.Ioh lcann nioht beurteilen, 
warum das eln Terbreohen ist v in ïinnland haben wir kelne Judenge- 
eetae.Bei una sind alle Henechsn gleioluXoh flnde f Oaatfreund« 
eohaft iat etwas eehr Sehonee.Ond wenn su mir ein Henech kame,der 
seiner Religion wegen verfolgt wird.wtlrde iob ihm auoh Gaatfreund- 
echaft gewahren.Jedenfalla donkt wn eo in ïinnlund.Und 3Íe,Briga- 



<4*M*C 



ï>ï 



146 






Gut Hartzwalde 

Mi KSnigMÍdt Ut»t Gr«n«M 

TH.ScMi"'"' Nr.gb*tOn*M« 
l.&Mufc 



- 2 - 



e.Pebruar 1944 



dérUhrer Naumann,wUrden als anetfindlgsr Henseh t auoh nioht 
anders denken.Darum bitte ioh.baldigat den Hann melzier finnieohen 
Landsmfinnln frelsugeben. 

Auoh Stirum aua Eaarlem und Dr.Bannler sind kranke Hen- 
eohen t die kaum eine lange Haft auehalten wurden* 

Lernen Sle das hollfindisohe Volk eret genau k*nnen t dann 
werden Sle selbst elnsehen t waa fur ein anatfindlger Heneehenechlag- 
daa iat.Sie mussen nioht immer glauben,wae Ihnen die H.S.B.er sr- 
zanlen oder dle bezahlten Spltzel.Die haben nur ein Interesae im 
trUben zu fiaohen.Und glauben Sie mir t von Ihren obersten Dienat- 
stellen wlrd Ihnen Ihr acharfes Torgehen in Holland t &um Sohlufl 
auch nicht gedankt werden. 

Nun t BrigadefUhrer líauaflnn,me*ohte ioh Ihnen nooh etwaa 
Privates mlttellen.Auf der Torschlagliste vom Bittorkreus vom 
XriegBverdienatkreuz mlt Sohwertern,die vorgestern der Beiohsftthw* 
rer von SeiB-Inquart bekam t war Ihr Same nioht verseiohnet,'wohl 
aber der Barae von Rauter.Ioh habe mloh darUber sehr gewundert und 
wcrde es beia Relchsfuhrer sur Spraohe bringen. 

Ioh bltte Sie nochnala herzllch f helfen Sle mir neine 
ïreunde zu befreien,ich ware Ihnen eehr dankbap dafur. 

Mlt TorsUglloher Hoohachtung 

Gut Hartzwaldeíf.JP^ 

Uedlsinálrat 
Arzt fUr Naturhellkund* 



k J. M.rK 




Brief van Kersten aan Naumann, waarin hij om vrijlating van een 
aantal Nederlanders vraagt. 



147 






V-JV. 






ftvlp 



26.H&TZ 1944 



i/ Am den Reichsfttbrer S3 
£$■ Kelnrlch Hinmler 
r- t>< íald Kommandostelle 



-w > 



í/ *• ' 



i*/ 



'M 



&>V 



M' 



> 



>' 



S«hr gêehrter Herr Reiohsftthrert 

Als lch heute morgen t von Bergwald kommend t in Hartzwalde 
élntraf v fand ioh elnen Brlef von Brigadeftthrer Haumann qub dem 
Haag vom 6.lïBrz 1944 vor.Da ioh am I.April wieder nach Schweden 
aurttok flicge.kann ioh leider nicht mUndlieh mit Ihnen dorflber 
•prechen, 

Brigadeftlhrer Eaumann sohreibt mir,daB mein alter Patient 
aod Freund Herr van Royen t bereitB aus dcr Haft entlassen worden 
ist.Aus den Angaben des Briefes von Saumann stelle lch fest t daO es 
t sich um unsere gemeineame Formullerung im Pallo Royen handelt.Ich 
danke Ihnen t Herr Relcheftthrer t dafl Sie meinen Preund reteeten.Sie 
haben nir elne groQe Preude damit gemaoht.Wie alr flaumann mltteilt 
ttollen drel weltere Herren von meiner Llste dem S.D. unbekannt und 
^tlcht von ihm verhaftet sela.Daa halte ioh fUr ausgesohlo&sen.Es 
nandelt sich um dle H«rreniG.Hintzen t Baron von Stlrum aus Haarlem 
ttjld Dr.Jan Faul Baaaler.Bitte loesen Sie doch Dr.Brandt nach dieoen 
Berren suohen.Ferner teilt mlr Kaunann mlt t daC Herr P.I.A. Clavareau 
aowle Herrn I.Wilken als Spione vom Wehrmachtsgerioht abgeurteilt 
werden eollen.wenn ïTaumann sioh ein wenig HUhe geben wttrde und gu- 
ten Willen zeigte t teh glaube dann kOnnto man beii tfehrmachtsgerieht 
dle Freilasoung der beiden Herren regeln.AUBoerdem eitzt Herr Jacob 
de Oraeff ln Buchenwald.Ich witre Ihnen dankbar t wenn Sie selne Frei- 
laasung veranlaasen wtlrden.Ich bltte Sie sehr.setzen Slo slch fttr 
diese Herren ein und retten Sie melne sechs Ubrigen Freunde. 

Ihron echarfen Kura in Holland t sehr geehrter Herr Reichsftth» 
rar^verstehe ioh nlcht.Jedes Volk von Ehre will eeine Freihelt.Ger- 
aanen laesen olah eben nloht als Sklaven behandeln..ïsa haben denn 
dieee HoUSnder anderes getan t als Leo Sohlageter 1923 lm Ruhrgeblet? 




? - ''V^y^fT' ^w « 






- 2 - 




26.M8TB 1944 



Dhd der iat ln den Augen dee nationalsosialistisohen Deutech* 
lands eln groBer Held.Leider bekommen Sie t Harr Reiohsftthrer t nur. 
Informationen aus Quellen von bezahlten Spitzeln und dunklen Exlfl* 
tensen aua Bolland.DaB dlese Informationen nioht aerlBs elnd t dartij> 
ber brauchen wir uns nicht su unterhalten.Ich JedenfallSjfBhle 
mich nacfawievor mit Holland eng verbunden t wenn lch auoh meiner ïta» 
tionalitSt naeh FÍnnHSnder bln.Denn ich habe 12 glUokliohe Jahre la 
Holland verlebt und elne gute Praxls gehabt t und ioh wttrde houte pa* 
etimmt noch dort sein t wenn Sie t Herr Reichsftthrer.beziehungswelse 
Ihre Dlenststellen t mich nioht gezwungen hatten t Holland ,su verlas* 
sen und meinen ï/ohnoltz nach Deutschland su verlegen* 

lch wei6 t daD Sle eln gcrccht dcnkender Kenach aind,sonst 
wttrde ich Ihnen diooen Brief nlcht schreiben.Ioh appeliere hiernlt 
an Ihr groBes.germanisehes Herz und Denken und bltte Sle t schlsgen 
Sie In Holland einen mensehllchen Kurs ein.Dio germanioche Geschioh* 
te wird es einmal Ihnen und Ihren Haohkoomen danken. 

I In der Hoffnung,daB Sie mich verstehen und aeine Bitte en« 
fOllen bin ioh mlt beBtem GruQ 

Ihr 
eehr ergebener 




Mediainalrat 
Azvt fttr Haturhellkunde 



P s 

Ich rufe Sie am 29.&IBrs noch elnmal in der Feld Kommando» 

etelle an t vielleicht haben Sle bla dahln echon Sachrlcht f Uber 

den Verbleib der obenerwShnten seohe Herren^ 

Gut Hartzwatd 

b*i ««nlgMWl iib*rGrar>m 

T.L SchuUinaarf Ni.» t»l OnM*. 

i.dJrtv> 

Brief van Kersten aan Himmler, waarin hij deze verzoekt Naumann 
opdracht te geven de gevangen Nederlanders vrij te laten. 







i 

h 

m 



ú 






148 



149 






&.^:^v-,í:.».'.;' 



'■''■■■í'-tií'^iXiïir 



.« 



í/.JlW f.i., l. lm .,*>H 



.&.'*. 



2j-.:.;.J'iM. .'. i'tir ,.íï\.i., .....í /J*;.A.!L.rL .í.iÍÏ'jL'iii-l'í.jJÍtS-l^ïrJ 



'.■'*(!/*■•*■.* 



Van de vele gevallen, waarin ik tevergeefs heb gestreden, wil ik er 
hier twee vermelden. Beide slachtoffers kende ik persoonlijk, beiden 
waren patiënten van mij. 

Carl Wentzel-Teutschental was een der grootste grondbezitters van 
Duítsland. Sinds 1933 had hij voortdurend van de intriges der nazi's 
te Iijden en na de mislukte aanslag van 20 Juli '44 werd ook hij 
gearresteerd. Het schijnt, dat hij op een bij Goerdeler gevonden lijst 
als toekomstig minister van landbouw heeft gestaan. Geboeid werd 
hij eerst naar Halle en daarna naar een Berlijnse gevangenis gevoerd. 

Bij het vernemen van dit bericht stelde ik me onmiddellijk met 
Himmler in verbinding. Ik vond echter voorlopig geen gehoor bij 
hem. Himmler verklaarde, dat Wentzel een der geestelijke leiders was 
voor wie geen pardon gold. Om te begrijpen, hoe Himmler toen was 
gestemd, Iaat ik hier mijn dagboeknotitie van de 20e Juli 1944 volgen: 



„Vanmorgen heb ik, zoals gewoonlijk, HÍmmler behandeld. Hij ver- 

telde me van de grote moeilijkheden, die de Engelsen en Amerikanen 

hebben. Er moeten grote conflicten met de Russen bestaan. Daarop 

■*y ben Ík Ín Hochwald gaan wandelen. Om één uur was ik in de eet- 

>l ■ wagen voor het middagmaal, goulash en aardappelen met zure 

augurken, heel smakelijk. Brandt kwam bij me aan tafel zitten. Hij 

, zei: „U bent een geluksvogel, dat u in Zweden kunt wonen." Ik heb 

• t. werkelijk medelijden met Brandt. Als ik nu maar iets vinden kon 

. - óm hem uit Duitsland te laten ontsnappen. Hij is een fatsoenlijk en 

' goed mens. HÍj past níet in dit milíeu. Hij voelt en weet dit zel£. Na 

het eten ga ik slapen. Plotseling een hevig lawaai. Sturmbannfiihrer 

~ ■ Lukas, de chauffeur van Himmler, stormt de slaapwagen binnen en 

schreeuwt: „Aanslag op de Fiihrerl Aanslag op de Fichrerl Hem is 

niets overkomen. Hij is gezond en wel. Zo juist zijn we met de Reichs- 

fiihrer van de Wolfsschanze gekomen." Als de weerlicht ben ik over- 

- eind. Ik doe de deur open en vraag: „Waar is de RcichsfuhrerV 

Lukas zegt: „In zijn barak." Ik trek mijn schoenen en mijn jas aan, 

zo snel als ik kan en ga naar Himmler. De wacht voor Himmlers 

barak is verdubbeld. Men houdt mij aan, ik toon mijn doorgangs- 

bewijs en kan passeren. Ik loop zonder kloppen Himmlers werkkamer 

binnen. Himmler staat voor zijn schrijftafel en ordent wat papieren. 

„Wat is er aan de hand?" vraag ik. Himmler: „Bomaanslag op de 

Fiihrer, máar de voorzienígheid heeft hem gered!" „Weet men al 

iets naders?" 

„Het moet een kolonel van de Wehrmacht zijn. Ik zal dat reac- 
tionaire gebroed uitroeien. Ik heb van de Fiihrer bevel gekregen, 
twee duizend verraders te arresteren." 
, „Wie wilt u dan arresteren?" 



150 



?^ -'■ 



„De. misdádigers." 

;,Wie zijn de misdadigers?" 

„Ik zal de lieden grijpen, die de grootduitse zending en de Fúhrer 
hebben verraden. Ik zal ze zo raken, dat geen van hen het over- 
leeft." 

Ik kíjk hem rustig aan en zeg langzaam: ý} Hcrr Reichsfiihrer, het 
ware beter geweest als de aanslag was gelukt!" Himmler draait zich 
plotseling naar mij om, grijpt naar zijn hoofd, zijn ogen flikkeren, zijn 
lippen beven, hij staart mij ontzet aan, Ík blijf hem rustig aankijken. 
Dan zegt hij: „Wat zegt u daar, Kersten, gelooft u dat werkelijk?" 

„Ja," zeg ik, heel langzaam en beslist, „dat geloof ik zeker." Himm- 
ler is vertwijfeld: „In hemelsnaam, dat mag u niet geloven. Dat mag 
ik ook niet geloven. Dat heb ik niet gehoord, Kersten. De voorzie- 
nígheid heeft de Filhrer gered en de geschiedenis zal eens zeggen, de 
laatste soldaat, de trouwe paladijn Himmler, streed tot het Iaatst voor 
zijn Fúhrer, de grootste mens, het grootste brein van de wereld, Adolf 
Hitlerl De voorzienigheid heeft ons een teken gezonden. De Fiihrer 
leeft, hij is onkwetsbaar. Ik vlieg dadelijk naar Berlijn om het bevel 
van de Fiihrer uit te voeren. Gaat u naar Hartzwalde, tot ik u roep." 
En weg was hij. 

Ik stond alleen in zijn kamer en keek naar zijn schrijftafel. Plotse- 
ling stond Brandt naast mij en zei: „Mijn God, u hebt daarnet de 
baas te duidelijk uw mening gezegd, m'n hart stond stil. Ik vreesde, 
dat u te ver was gegaan." En Brandt fluisterde me toe: „U hebt uit 
de grond van mijn hart gesproken, ik denk er precies zo over!" 



Ik wist dus wat Wentzel te wachten stond. Maar ik hield vol en 
kreeg de toezegging, dat Wentzels geval afzonderlijk zou worden bë- 
oordeeld en het uiteindelijk vonnis tot na de oorlog uitgesteld. 

Vol hoop vloog ik naar Stockholm, doch toen ik in November van 
daar naar Duitsland terugkeerde, vernam ik tot mijn ontzetting, dat 
Wentzel reeds was opgehangen. 

Een ander geval, waarín mijn pogingen zonder resultaat bleven 
was dat van de Berlijnse advocaat Langbehn. Dit was een oude 
patiënt van mij, die dikwijls met dossiers bij mij kwam, wanneer het 
om bevrijding van mensen uit de concentratiekampen ging. Van hem 
hoorde Ík ook de eerste verhalen over de toestanden in deze kampen, 
maar het kwam me zo onwaarschijnlijk voor, dat ik hem niet geloofde 
tot mijn eigen ervaringen met de Getuigen van Jehova zijn berichten 
bevestigden. Langbehn was een voortvarend man, die zich de mond 
niet liet snoeren, doch in de bestaande verhoudingen beslist als on- 
voorzichtig moest worden aangemerkt. 



151 



( ^pítr^ingbefii 



K 






Sv» 1 



7' 



i/t 



n 



■*- 



;erkte w dat m' de orageViiig vari Hirainlet maatregttfen- - 
n werden beraamd, besloot ik.een ontmoeting tusgen 
tffohém eft Himmler tot stand te brengen. Het gesprek vond inderdaad 
plaats en Langbehn verweet Hímmler heel openhartig, dat ín de 
partij corruptie heerste en bedrog aan de orde van die dag was. 
Duitsland zou stellig de oorlog verliezen, als onder de gouwleiders 
en hogere partijfunctionarissen geen zuivering plaatsvond. Himmler 
íei, dat dit 'onderwerp moest wachten tot na de oorlog. Als hij dit 
fcu aan Hitler zou voorstellen, zou deze hem zelf in het gevang laten 
stoppen. Persoonlijk had hij geen bevoegdheden voor een dergelijke 
zuivering. 

Nadat Langbehn vertrokken was, zei Himmler, dat het hem een 
„heel nette vent" scheen. Ik drong er echter bij Langbehn nog eens 
op aan vooral voorzichtig te zijn. 

Of hij dit nu geweest is of niet, — een feit is, dat het wantrouwen 
tegen hem groeide. Dit kwam o.a. tot uiting, toen híj afgewezen 
werd als advocaat van de zeven Zweden van het lucifersconcern. Ik 
stelde Langbehn voor, hem naar het buitenland te helpen uitwijken, 
ik bood hem aan op mijn landgoed onder te duiken — hij weigerde 
alles. hij had een goed geweten en dacht er niet aan te vluchten. In 
September 1943 werd Dr Langbehn gearresteerd. Ik schreef Himmler 
ea sprak nog dezelfde avond roet hem over Langbehn door de tele- 
foon Hij zou inlichtingen vragen. Later telefoneerde Brandt mij, 
dat Langbehn beschuldigd werd, agent van de Engelse inlichtingen- 
dienst te zijn en één beweerde zelfs, dat hij bekend had. Namens 
Himmler moest h.ij me evenwel zeggen, dat ik me niet bezorgd hoefde 
^e maken — hij zou de zaak wel schikken. { 

> Bij mijn terugkeer uit Zweden bevond ik, dat het er voor Lang- 
behn slecht uitzag. Telkens kwam ik er bij Himmler op terug. Deze 
weigerde mijn verzoek, Langbehn te mogen bezoeken; zijn dossier 
kreeg ik niet te zien, dat was zogenaamd bij Hitler. Na een beroep 
op Iïímmlers persoonlijke gevoelens beloofde hij de zaak Langbehn 
tot na de oorlog uit te stellen. Tot zolang zou Langbehn in Ravens- 
bruck geïnterneerd blijven. Met de golf van arrestaties en executies 
na de 20ste Juli, werd echter ook Langbehn meegesleurd. Ik herin- 
nerde Himmler aan zijn erewoord. Niettemin — ik was in Zweden — 
werd Langbehn opgehangen. 

In Maart van het volgend jaar had ik gelegenheid op het geval 
terug te komen. Tijdens een behandeling hield Himmler een lang 
vertoog óver de begrippen eer en erewoord en beweerde daarbij, dat 
Romaanse, Slavische en Mongoolse volken deze begrippen in het ge- 
heel niet kenden. Toen herinnerde Ík hem aan zijn woordbreuk in- 
zake Wentzel en Langbehn. Himmler was even verbouwereerd, om 






152 



-!* . 



&V: <Wm-r> ?H : ï /M\:r-rí: :■■:■:■ 



; L 'í:.-.y\^,% 



>-f:,t 



frrï.J 

if^ iicïi 4an uit te prateii met fiet verhaal, á'at hi} ï>ersoonlij^ géí 
ïíad wat hy kon. In het gevai Wentzeí had het Volksgerechtthtíf 
sljst en daar kon hij niets aan veranderen en bij Langbehn had eeaí 
rechtstreeks bevel van de Fúhrer elke andere oplossing afgesneden. 
Híj vond, dat ik hem deze gebeurtenissen niet mocht kwalijk nemen. 
Verdere discussie had natuurlijk géen zin. Ik moest trouwens wnj- 
ving vermijden op dat moment om zoveel mogelijk te kunnen berei- 
ken voor de Zweedse ingenieurs. Ten bewijze, dat hij van goede wil 
was bepaalde Himmler, dat de vrouw van Wentzel, die Ín Ravens- 
briick was opgesloten, mocht worden vrijgelaten, terwijl ze de heift 
van het Ín beslag genomen vermogen van haar man kreeg. 

Intussen bracht de politieke constellatie mij in een moeilijk parket, 
dat een direct gevaar opleverde voor de hulpacties, die gaande waren. 
Op 2 September 1944 kondigde de radio aan, dat Finland een wa- 
penstilstand met Rusland gesloten en de diplomatieke betrekkingen 
met Duitsland afgebroken had. Het bericht verraste me niet, maar 
ik vreesde de gevolgen. Ik was die dag in Hartzwalde en ik haastte 
me naar het 25 kilometer verder gelegen Molchow, de wijkplaats' van 
het Finse gezantschap, om me met Kivimáki over de nieuw ontstane 
situatie te beraden. Kivimaki ontving me met de woorden: „Goed, 
dat u komt. Ik ben nu in Duitsland geïnterneerd en mag dit terrein 
niet verlaten, maar wat gebeurt er nu met u?" Ik zei, dat ik me wel 
dacht te zullen redden — Himmlers maagkrampen garandeerden, dat 
mij en mijn gezin op Hartzwalde niets zou overkomen. Niemand an- 
ders kon Himmler helpen, zeker niet nu hij weer zo ziek was. 

Dit nam niet weg, dat we met zorg de toekomst tegemoet zagen. 
Ook Kivimáki meende, dat Finland nu de juiste weg gekozen had. 
Het Finse prestige had door de wapenbroederschap met Duitsland 
enorm geleden. Dit was misschien niet te vermijden geweest, omdat 
Finland tussen twee vuren zat, maar Kivimaki was blij, dat zijn taak 
in Duitsland nu was afgelopen. Hij had altijd eerbied gehad voor 
de Duitse cultuur, maar sinds 1933 was een Duitsland ontstaan, 
waarin bruut geweld heerste, een staat, die op onderdrukking en 
vernietiging van andere naties uit was. Het was maar goed, dat ík 
vorig jaar naar Zweden was verhuisd; het zou moeilijk genoeg zijn 
nu nog uit Duitsland weg te komen, vond Kivimáki. Ik kende echter 
Himmlers afhankelijkheid en was optimistischer, wat mijn eigen lot 
betrof. 

In Hartzwalde vond ik een boodschap van Himmler, dat ik 8 
September in zijn hoofdkwartier moest komen. Toen ik die dag bvj 
hem kwam, lag hij met zware maagkrampen in bed. De Koran, als 
gewoonlijk, op het nachtkastje. Bij het binnenkomen riep hij mij van 

153 



. j* l.jJj,.^ ..».. ta\ ... .>: ..'ï.„:i.-..ii.-. j .ii ■>.v.'!.-\.:rí.:.\.. .:.-,,■',.,- ■. .'.\ ■■>.<&*■■, é.ii..t\j''&!y .y,;,i::.;.kiit,iL.ii\ 



M 



^ 



*5í 



♦/ 






^»A T 



* j>, 



.!,,"> 



W' 



dut Harízwalde 

Wi KGiilgslMt Dbor Granm 

T,L Scfcaln*d«f Nr.O b*l Omm» 

Id.Mufc 



27.3«ptember 1944 



An den RolchsfUhrer SS 
Heinxich Himmler 
■Feld-KoamandOBtello 

Sehr geehrter Herr SeÍchBfUhrerl 

Kaohdem unser Flugzeug unterwogB beBchossen wuAe t bin ich gw* 
otern gut in Berlin gelandottUnó morcen fliege ioh wieder zurUck naoh 
Schweden.Gleiohzeitig danke ioh Ihnen eehr fUr den Soheln.dafi 51« .meln 
Out Hartawalde fttr «xterritorial erklart haben.und ioh hoffe.dafl loh nua 
nun von Kaltanbrunnor nichts mehr zu befurchten habe. 

Kun mHchte ioh ein Thema berUhren.daB mir sehr am nei-zen liect, 
*ronkreioh iat nioht mehr ln deuteohen HSn4en t aber zu Tuusenden Bitasn 
. inuaemooh Fransosen und i'ronzijBÍnnen in Ihren Konzentratlonolagem ( und 
sie werden dort wie Sklaven behandelt.^enochen.doren Vgrbrechen darin 
bestand t daB sle gute franstJaieohe Fatrloten waren.GÍbt ea denn kein 
Gewiasen mehr In Deutochland?Wo iot da Logik und Vernunít?Lieber lierr 
ReiehofUhrer.ich glaubc.Sio weróen aehr schlocht baraten.und zwar von 
•olúhen MeneOhftn # die im trUben fiachen wollen.Ioh welB.daB Sie nur dae 
auefUhrende Organ sind.und darun bitte lch Sle im Hamen der tóonachlibhe 
keit und der Gecchichto,vollbringen Sle elne {iroBzUgige und humane Tat e 
und laasen Sie, dooh endlioh alle Franeoaen.Belcier und HollBndor frei. 

Ioh meinereelte werde,daa halte lch fUr abaolut miíglich,ait der 
echwedischen ReBÍerung-\durUber unterhaltcn,daB dlese die frelgelaavo 
nen Heneohen nwoh Schwe&en lëBt t und dafl sie dort bis Krlc^sende inter^ 
niert bloiben klJnnen.Ebenso bln ich davon Uberzeugt t duO auch die 
Sohweiz einen kleineren ïeil dieoer líenschon aufnehuen wUtde.Bitte dena« 
ken Sie Uber meine Bitte als Mensch Hcinricb Himlor t und nicht ale 
Reicheftthrer SS naoh.Wo ein WiUle ist t iot auch ein weg t und dle Geo 
schichte wlrd Ihnen diese humane Tat nloht vorgeosen, 

Die Unterhaltungen.dle wir beid'e in lotutor Seit Ubar Flnnland 
hatten,habon nir sehr weh getan.Ioh flnde ea wirklich nicht sch8n t dïi0 
Slo meine finnlschen Freunde und dio finniache Regierung in ao gehaa" 
oigor Welae beschlmpfen.Sie taten nur ihre Pf licht , genuu so f wie 5io dio. 
Xhrlge.Finr.land ciuBte Frieden machën t donn 09 war ára Ende seinor Kraft 
ee konnte nlcht mehr weiter.Ausuerdcni empfand 'man den deutochcn Pruok 



<k 



iut Hartzwatde 

l K&nlgiWdt Ober Granses 

LSebtdMBdwr Nr.9 b*l Ctmh» 
l.d.Muh 



27.September 1944 



auf Finnland oehr lëBtlg.Jahrelang hat Finnland einen bewun» 
dernswerten Heldenkampf gegcn eino ordrUckendo Itbenaaoht gekSmpft, 
Aber eohliefilioh ktJnnen Ja dreieinhalb Millionen Pinnen nicht dau» 
emd gegen' swsihundert Ulllionen Huaeon kampfen.Das mUaoen Sie dooh 
al& gereolit denkender Mensch voretehen.Darum hat. mein finnisohea Vaterl 
land auoh naoh meiner Ansioht den einai^ riohtlgen Schritt getan.Und 
ioh bin absolut davon Uberzeugt # daB man eich mit den Ruaeen veratttndig 
gen wird. 

In Deutsohland leben zwei-dreihundert berufstatige Finnen.^oh 
bitte dleae zu «ohUtzen und aie anstandig zu behandeln. 

Im Hovember werde lch wiedor noch Deutechlond kommen t um Sie zu 
hehandeln.Ioh hoffe Behr,daQ 3ie dann rair meina in dlesem Brief ge« 
etellte Bitte betreffe der Freilaesung der Fránzosen t Belgler und Hol» 
lander erfUllen wsrden. ' 

Mit vorzUglioher Hochachtung 



Ihr 
eehr^orgebener 




Gut Hariz\ffalde 

b*j KOnigdMt ObarClransae 

T»L Síhubudoit Nr.Ob.lQiam» 

i.d.Muh 



Brief van Kersten aan Himmler, waarin hij pleit voor het lot van 
Franse gevangenen en van Finland. 

zijn bed a£ toe: „Nu, jullie Finnen zijn me een mooie troep, jullie 
zijn al verraders geworden! Ik zou wel eens willen weten wat Man- 
nerheim en Ryti zich voor deze woordbreuk door de Engelsen en 
Russen hebben Iaten betalen. Met een dergelijk sommetje kan men 
persoonlijk zonder zorgen de toekomst tegemoet zien, ook als men 
daarmee het Finse volk aan de Russen uitlevert." Het speet hem 
slechts, dat hij Finland niet eerder had geliquideerd, net als Noor- 
wegen, toen daar nog tijd voor was. 

Ik reageerde met geen woord. Hij wond zich zo op, dat zijn maag- 
krampen steeds erger werden. Eindelijk onderbrak hij zich: „Wat zit 
u daar toch nonchalant. Help mij toch liever, ik kan het bijna niet 
uithouden van de pijn." Ik begon hem te behandelen en naannate 
de pijnen verminderden, werd hij vriendelijker. Plotseling zei hij: 
„Doordat Finland nu is afgevallen, bent u ook een Geallieerde ge- 
worden en behoort u dus tot de tegenstanders van Duitsland." Ik 



'*$ 



154, 



155 



rat- 



^jtfobeerde íe schertsen- „Men gaat y^aí: véel ineller vóoruit, dan i^en 
Btlf-'dentt. Êigenhjk mag ik de behandeling, waarmee ik bezig Tbcn, 
al niet doen." 



P< 



^il'' 

Vj. cV ■'-■ 



rr.íiïi' 1 ! 



B>' ■ 
fé:>. 



*fi'í'' '!' 

&•■ 

K& ■■ 



»:■ 
fe'- 



%*•*' i' ■■■ 



mt 






Himmler lachte en zei: „Wij moeten niet over politiek gaan twis- 
ten. Ik ben u zeer dankbaar, dat u mij jarenlang zo geholpen hebt. 
Tussen ons moet het vrede zijn." Ik verzocht hem toên nog de in 
Duitsland wonende Finnen behoorlijk te behandelen en herhaalde, 
dat Finland werkelijk niet anders kon. Dit kleine volk had reeds 
60.000 doden te betreuren. Waarop Himmler meende, dat de Russen 
het hele volk zouden afslachten zonder iemand te sparen. 

Daar de Zweedse regering mij toen reeds opdrachten voor grote 
hulpacties had gegeven, wilde ik mijn contact met Himmler op dat 
ogenblik onder geen voorwaaide verbreken. Ik stelde hem daarom 
voor.dat ik eens in de drie maanden uit Zweden zou blijven komen 
óm hem te behandelen. Ik vroeg en kreeg voor mij en mijn gezin een 
doorlopend visum voor Zweden. Bovendien beschikte Himmler, dat 
Hartzwalde exterritoriaal zqu blijven, zodat geen enkele Duitse in- 
stantie daar iets te zoeken had. 



'SOX. D^ZWï;EDSEREGÉ(UWWA€TÏÊ 



fet jaar 1945. Voor ons, die van Stockholm uit de ontwikkeling van * 
;t krijgsverloop volgden, groeiden hoop en vrees in gelijke mate. 
Eoop op een spoedige overwinning, vrees, dat, te oordelen naar de 
Jmentaliteit van de machthebbers in het Derde Rijk, na alles wat tot 
|dusverre gebeurd was, een laatste vernietigende aanslag tegen de ge- 
yangenen in de concentratiekampen niet kon uitblijven. Himmler 
^had wel eens op deze mogelijkheid gezinspeeld en ook van andere 
Jzijden was zoiets uitgelekt. Bovendien was niet te voorzien, wat door 
;z.g. acties op eigen gelegenheid van plaatselijke commandanten kon 
gebeuren, wanneer bij de voortgaande desbrganisatie van het Duitse 
íbestuur de verbindingen werden verbroken. 

Minister Giinther had mij op een dag gezegd, dat hij over duide- 
lijke aanwijzingen beschikte, dat Hitler reeds order gegeven had bij 
)■ het naderen van de geallieerde troepen de kampen met alle gevan- 
genen en bewakers te doen opblazen. Giinther bezwoer me, dat ik 
tot het alleruiterste moest gaan, om dit bij Himmler te voorkomen. 
Ook vond hij het belangrijk, dat Himmler de toezegging zou doen, 
f\ dat geen verdere hergroeperingen van gevangenen door transporten 
van het ene kamp naar het andere zouden worden georganiseerd. 
Deze hadden namelijk juist de laatste tijd verschillende malen plaats 
gevonden en ontelbare mensenlevens geëist. Daarbij bestond ook het 
gevaar, dat gevangenen, waarvan men thans nog de verblijfplaats , 
kende, onvindbaar zouden worden. Om dit alles op te helderen, was 
begin Maart een nieuwe reis van mij naar Duitsland geprojecteerd. 
Intussen waren ook de Zweedse transportcolonnes op gang geko- 
men. Onderhandelingen van de Zweedse met de Duitse regering over 
de terugkeer van de in Duitsland wonende Zweden en hun gezinnen, 
hadden tot resultaat, dat Himmler instemde met het Zweedse voor- 
stel om deze mensen met Zweedse autobussen te vervoeren. Deze 
autobuscolonnes zouden, zo was overeengekomen, tegelijk de groepen 
Scandinaviërs en de Nederlandse vrouwen, waarvan Himmler het 
vertrek naar Zweden had goedgekeurd, meenemen. Aangezien het ge- 
allieerde opperbevel de eis stelde, dat de autobussen het Rode Kruis- 
teken zouden voeren, besloot de Zweedse regering de toenmalige vice- 
president van het Zweedse Rode Kruis, Graaf Folke Bernadotte bij 
de actie in te schakelen. Begin Februari introduceerde ik op verzoek 
van minister Gunther Graaf Bernadotte bij Himmler, die hem op 
12 Februari in bijzijn van Schellenberg ontving. Bernadotte heeft 
daarna voor een groot deel de verdere onderhandelingen voor Zwe» 
den gevoerd. Toen Kaltenbrunner het transport opnieuw Ín geyaar 
dreigde te brengen, heb ik hierover bijvoorbeeld met Bernadotte, die 






<■ H 
f 



■v f* 



t 



i 

/ L 






X '# 



'( 



m 



wv'H'. *■;■ ■; ' 









157 



(-■ ,' 



íífj' ; Ê Jkïtfflíí'Í! .iri'Ífïflï'J ■ Í3Í j* fc-*. 'JfííVÏíi- 1 ' jÍ"-*'s.í*-. i - . --?áK: hsM"i,-t. '■'. '.^c.-í,m> '.-'íi'.'"' -fW.2\>. '■': ■f'.i&.i ••?■■, ;iít&'.'ï',!?*&&<rrjli 



' f, 



Ay 



■ /■< ~* 



■N -■'■-. 



Gut Hartzwalde 

b»I KAnjg&l&dt Ob»r GrantM 
T* Síhiruwctarf Nr.9toiQn«M 



m 



1*.J!ar« 1945 

Herm Standartenïtthrer 
Dr.Brand* 
Peld-Kommandos telle 

Lieber Dr.BrandtJ 

líaeh stttrulBOhen Verhandlungen hat endlich mir der ReiohifUh» 
rer bewÍlligt ( daB ich achthundert franzBeisohe Frauon aus dem Konzen» 
trationelager RavtnebrUck frei bekonme und sie naoh Sohweden abtrana- 
portieren darf.Ioh hatte awar ura die PreilaoBung von allen tfranztjein» 
nen gobeton.aber der Reichsftthror will unter keinen Ttaet&idorf dorauf 
eingehen.Er eagt.er wolle noeh ein Pauotpfond Prankreich gegenttbor 
behalten.Hur. bitte lch Sie.lieber Dr.BrandtpSorgen Sie dafttr ( dafi Ra- 
Tensbruck umgehcnd verstUadigt wird.und daE StumtbannfttUrer Suren die 
Pran B 33Ínnen nicht mehr aln Gefangene bchandelt.aondem.daB or ele ao- 
fort frei gibt,wenn die echwedischen Autobuaoe kommen ( uai die Prauen 
abzuholon.Femor eorgon Sie bitte dafttr.dafl die Zahl achthunUert we« 
eentlich nach oben ebgerundet wird, 

*ie Ihnen in der vorigen Woche ,der RolchafUhrer in meiner 
ftegenwart mitgeteilt hatte ( bewilllgto er mir die Preilaeoung von tau- 
oend hollandiochen Prouen.vicrhundert belgischen Praucn und fUnfhun- 
dert polnischen Praucn.Der Abtraneport dieeor u*glUcklichen Prouen 
muB reibungalos von etatten gehon und so echnell.daB Jíaltonbrunner 
une da nie'ht awischen funken kann, 

Bittë komnen Sie doch om 16,Morz zu mir naoh Hartawalde ( damit 
wlr «ttndlich alleo genau durchaprechen kbnnen.Oder wenn Sie das nioht 
einrichten kBnnen ( komnien Sic dooh am IG.bitte aun Heicheftthror nach 
Hohen-Lyehen, 

Mit herslichen) Dank fttr Ihro Hilfe x»* 



'ttltr 




Gut Hartzvvalde 

T.l. SUHllíMlflorl Nf.8fcliQ r-a — 

i-d. Mvk 



Bricf van Kcrstcn aan Dr Brandt met het verzoek of dezc wil toezien 
dat dc toezeggingen van Himmler worden nagekomen. 



mij voor dit doel in Hartzwalde bezocht,' uitvoerig gesproken. 
De desbetreffende voorbereidihgen van de Zweedse regering waren 
Ín de eerste dagen van Februari nu zo ver gevorderd, dat de colon- 
nes konden worden samengesteld en het tijdstip voor het transport 
bepaald. De Zweedse actie zou onder leiding staan van Graaf Berna- 
dotte, terwijl de colonnes zelf door de Zweedse verbíndingstroepen 
ter beschikking werden gesteld en onder leiding van kolonel Bjórk 
zouden staan. Midden Maart kwam kolonel Bjork met zijn honderd 
autobussen in Fríedrichruh aan. Ongeveer terzelfdertijd was de con- 
centratie van alle Scandínavische gevangenen in het kamp Neuen- 
gamme bij Hamburg, zoals Himmler mij beloofd had, voltooïd. 
Zonder het Zweedse initiatief was het transport van deze mensen 
echter nooit gelukt. 

Kon men er zich over verheugen, dat er doelbewuste krachten aan 
het werk waren om mensen van allerlei landsaard uit de grijparmen 
van het ondergaande systeem te redden — een volledig duister Iag 
nog over het lot van de overgebleven leden van het volk, dat de eerste 
en vreselijkste slagen van het totalitaire regiem had moeten opvan- 
gen: de Joden. 

Een jaar eerder had ik iets kunnen bijdragen tot de redding van 
enkele Joden, zij het slechts indirect. Op 2 Augustus 1944 bezocht 
mij op mijn landgoed Hartzwalde een oude vrouwelijke patiënt uit 
Zwitserland. Ze vroeg mij bij Himmler een actie te steunen, die door 
een aantal Zwitserse Índustriëlen van naam sinds enïge tijd werd 
voorbereid. Het ging om de vrijlating van twintigduizend Joden uit 
verschillende Duitse concentratiekampen, die dan door Zwitserland 
naar Zuid-Frankrijk zouden worden gevoerd, waar ze tot het einde 
van de oorlog geïnterneerd zouden blijven. Ik sprak hierover met 
Himmler en bemerkte toen, dat reeds van dé meest verschillende 
kanten bij hem en bij andere leidende figuren in deze zaak po- 
gingen waren aangewend. Tot dusver waren ze echter alle mislukt 
door de afwijzende houding van Hitler en bepaalde partijkringen. 
Himmler raadde mij dringend aan mij buiten deze aangelegenheid 
te houden, anders zou ik me stellig nog raeer vijanden in zijn omge- 
ving bezorgen. Na verschillende lange discussies stelde Himmler mij 
tle mogelijkheid van een vrijlating van een duizendtal Joden in het 
vooruitzicht echter eerst na afloop van een bepaalde termijn. Ik 
vroeg Himmler in dit verband toen enige van de bewuste Zwitserse 
industriëlen te willen ontvangen. 

In November van dat jaar bezocht de Zwitserse dame mij op- 
nieuw in Hartzwalde en vertelde mij, dat enkele Duitsers, waaronder 
naar het scheen ook uit de omgeving van Himmler, in Zurich onder- 
handelden over de vrijlating van Joden tegen betaling van een be- 






158 



159 




■iL-}-Ol'.< 



f 
/ 

'*■ 

H 

l 
9* i 



& 



W 



Lleber Harr K e r e t e n ! 



Nehmen Sie bitte mit diesen 2eilen zunaebet 
•inmal meinen Dank fttr Ifcren Beauch entgegen. Ich habe 
mich dieeesmal wie limnr gefreut, wenn Sie kamen und 
mir in alter rreundschaft Ihre grosse arztliche Kunst 
aur Verfugung stellten. 

In.den langen Jahren unaerer Bekanntschaft 
haben wir una ja Uber viele Probleme unterhalten und Ihre 
Einstellung war immer die des Arztes, der fernab aller 
Politik das Bestefttr den einzelnen Menechen und flir die 
Menschheit insgesamt will. 

£s wird Sie interessieren, dass ich im laufe 
des letaten Viertel^ahres einen Gedanken, uber den wlr 
elnmal eprachen, zur Verwirfclichung getoracht habe. Es 
wurden namlich in zwei ZUgen rund 2.700 jUdische Manner, 
Frauen und Kinder in die Schweiz verbracht. Es iet dies 
praktisch die FortsetBung des Weges geweaen, den meine 
Mitarbeiter und ich lange Jahre hindurch konsequent ver- 
folgten, bis der Krieg und die mit lhm einsetzende Unver- 
nunft in der Welt seine Durchfuhrung unmb'glich machten. 
Sie wissen Ja, dass ich in den Jahren 1936, 37, 38, 39 
und 40 zusammen mit judischen amerikaniachen Verelnigungen 
eine Auswandererorganisatlon lns Leben gerufen habe, die 
sehr segenBreich gewirkt hat. Die Fahrt der beiden ZUge 
in die Schweia ist die trotz aller Schwierigkeiten bewuast 
vorgenommene ïïiederaufnahme dieses segensrelchen Ver- 
fahrens. 



Brief van Himmler-aan Kersten, waarin hij, naar aanleiaing- van het 

uitgeleide van een aantal Joden naar Zwitserland, spreekt van zijn 

oorspronkelijke plannen met de Joden. 

160 



it'- 



- 2 - 



Von einem Gefangenenlager Bergen-Belsen kam in 
letzter Zeit das GerUcht, es wiire elne Typhusepedemie grba- 
seren Ausmasses aúsgebrochen. Ich habe den Hygieniker der tf t 
Professor Dr. Urugro-wski, mit aeinem stab sofort 
dorthin gescbickt. Es handelte sieh um in lagera mit Uen- 
ochen aus dem Osten leider sehr oft vorkommende Flecktyphue- 
falle, die abér mit modernen und oesten mediainlschen MaB- 
nahmen ala beherracht ansuaehen sind. 

Ich habe die tíberseugung, dass unter- Ausschaltung 
von Demagogie und ÁuaserlichkeÍten.Uber alle Gegensátze 
hinweg und ungeaohtet blutigster ffunden auf allen Seiten 
Weieheit und Loglk ebenso aehr zur Herracnaft kommen mUssen 
wi» gleichseitig damlt das menachliche Herz und das Wollen 
eum Helfen. 

5s ist selbstverstandlioh, daae ich so, wie ioh e«- 
ia den ganaen vergangenen Jahrea in guten und schlechten 
Zeiten getan, habe, WUnsche, die Sie mir auf der mensohlichen 
Ebene Ubermitteln lassen oder mitteilen, gerne prUfen und 
wo es nur einigermassen geht, groaszUgig entacheidon werde. 

Mit meinen herzlichen GruBsen en Ihre verehrte, 
liebe Prau, an Ihre Kinder und besondera an sie. 



MA\M^r%^h^, 




161 



■■*.. 
1. ■ 



-,-'í-fl 



■■:, V* 
■ f 

*'í1 






1' '..- ■./■• ^-.VhjWW 



■iiííiiffií'' . 






f 

1 



«-* 



ftf 









qp v»í> 5<? tót 500 %Witter& 'franltó per bóoftC Qndanfcs áe W ^ 
'IfcftwaaKhging hierover ín Zwitserïand gewekt, vïas men tot het be- 
talen van deze som bereid. Op mijn desbetreffende navraag bij 
Himmler beweerde deze eerst, van het hele geval niets af te weten. 
Weliswaar had de vroegere Zwitserse Bondsraad Musy hem enige tijd 
geleden bezocht, maar hij nam aan, dat ik hem dit had geadviseerd, 
dus ik zou zelf wel weten, waarnaar ik vroeg. Ënkele dagen later zei 
Hrmmler echter, dat de eis tot betaling van een losgeld voor de vrij 
te Iaten Joden juist was. Voorts, dat Schellenberg over deze zaak 
was ingelicht en dat de binnenkomende sommen zouden worden ge- 
bruikt voor de aankoop van tractpren en vrachtauto's. Bovendien 
waren hij en zijn mensen van mening, dat deze betalingen het ver- 
knjgen van Hitlers toestemming voor de uitlevering van de Joden 
ten ,zeerste zou vergemakkelijken! Ik probeerde Himmler van de 
onhoudbaarheid van het voorstel te overtuigen en wees hem er op, 
dat zijn naam in de geschiedenis door een dergelijk gedrag voor al- 
tijd zou worden bezoedeld. Hij bleek eehter eerst definitief bereid 
af te zien van zijn geldelijke eisen, nadat de Obergruppenfuhrer 
Berger, die daarmee niet voor het eerst mijn zijde koos, er eveneens 
raet nadruk tegen gewaarschuwd had. Inmiddels zouden reeds 5 mil- 
lioen franks, inplaats van de oorspronkelijke 20 millioen zijn over- 
gemaakt en bij Musy als curator in bewaring gegeven zijn. Schellen- 
berg, die voor de afwikkeling van deze zaak verantwoordelijk was 
gesteld, zou worden opgedragen voor de overmaking van dit bedrag 
aan het Internationale Rode Kruis te zorgen. De 2700 Joden uit het 
kamp Theresienstadt zijn in een speciale trein naar Zwitserland ver- 
voerd. Himmler heeft me dit in een brief bevestigd. 

Van dit ogenblik af kreeg ik middelen en relaties, die mij in staat 
stelden daadwerkelijke hulp te verlenen aan Joden. Eind Februari 
1945 werd ik in Stockholm door de vertegenwoordiger van de Dres- 
dener Bank in Scandinavië, Ottokar von Knieriem met Hilel Storch, 
een van de leiders van het World Jewish Congress in New York, in 
kennis gebracht. Storch vroeg mij, mijn invloed bij Himmler te ge- 
bruiken voor hulp aan de talloze Joden, die nog in Duitse concen- 
tratiekampen vertoefden. Wij spraken uitvoerig over de middelen en 
mogelijkheden, die er waren, alvorens ik in begin Maart weer naar 
Duitsland Vloog. Als kern van onze opgave beschouwden wij de vrij- 
lating van alle Joden en hun vrijgeleide naar het buitenland. 

Het was ons duidelijk, dat bij Himmler niets te bereiken zou zijn, 
aangezien hierover reeds door het Rode Kruis, en onder andere door 
de genoemde Zwitsers reeds ontelbare onderhandelingen waren ge- 
voerd, die practisch doodgelopen waren. Wij kwamen overeen, dat 
het verstandig zou zijn, wanneer ik mijn pogingen zou concéntreren 



op,íi^t; v verkrijgen van vrijlating'van benaalde- cktfegorieerr. UQOer^; 
alie omstandigheden moest ik echter gedaan zien te krijgen, dat onf, ,, * 
xmddelhjk een cinde werd gemaakt aan de nog steeds voortgaande , 
vennoordmg van Joden in de kampen. Storch had namelijk stelhge ' 
gegevens, dat Hitler had bevolen de laatste Joden in de kampen 
voor het naderen der Geallieerde troepen te vermoorden en deze 
kampen zelf met alle gevangenen en SS-bewakers in de lucht te Luen 
vliegen, zodra de Geallieerden tot op 8 km waren genaderd. Ook 
besloten wij de eis te stellen, dat de epidemieën in de kampen on- 
middellijk ernstig moesten worden bestreden. 

Onmiddellijke hulpverlening aan de gevangen Joden stelde Storch 
zich voor door het zenden van levensmiddelen en medicamenten, 
alsmede de concentratie van de Joden in speciale kampen, zoals 
Himmler die voor de Scandinaviërs had toegestaan. Ik zou voor- 
stellen, deze kampen eerst aan de contróle van het Internationale 
Rode Kruis en Iater aan de algehele verzorging door het Wórld 
Jewish Congress te onderwerpen. Voorts zou ik, zoals tot dusver, 
voortgaan met pogingen om aan de hand van Iijsten de vrijlatingvan 
bepaalde personen tot stand te brengen. We rekenden er op, dat 
Zweden voor het transport van drie- tot tienduizend Joden zou willen 
zorg dragen. 

Voorzien van officiële opdrachten van Minister Giinther en HÍle.1 
Storch, reisde ik op 3 Maart naar Himmlers hoofdkwartier. Himm- 
ler verklaarde zich tot vrijlating van alle Joden bereid, onder voor- 
waarde dat de Geallieerden de luchtaanvallen gedurende 2 k 3 
weken zouden stopzetten. Ik wist, dat deze voorwaarde van Duitse 
kant reeds meer dan eens was gesteld en ook hoe de Geallieexden 
hierover dachten. Daarom antwoordde ik Himmler onmiddellijk, dat 
dit geen basis voor discussie opleverde. Niettemin beloofde Himmler 
mij in de loop van het gesprek de verdere vernietiging van Joden te 
zullen verbieden en dienovereenkomstige bevelen te zullen uitvaar- 
digen. Een concrete toezegging deed hij mij ten aanzien van de over- 
gave van de kampen aan de Geallieerden. Deze zou volgens de interna- 
tionale regels plaats vinden. De ontwikkeling der gebeurtenissen heeft 
later ook bewezen, dat Himmler op dit punt zijn woord gehouden 
heeft, hoewel er in enkele kampen afschuwelijke incidenten zijn voor- 
gevaIIen.De kampen werden volgens bevel met witte vlag overgegeven. 

Zeer uitvoerige besprekingen vonden plaats over het kamp Bergen- 
Belsen, waarin zich enkele duizenden Joden met Zuidamerikaanse 
passen bevonden, die toestemming tot het passeren van de Zweedse 
grens hadden. Hilel Storch hechtte grote waarde aan de vrijlating 
van deze mensen, omdat zij zich in een bijzondere rechtspositie be- 
vonden. Uit de omgeving van Himmler had ik gehoord van het uit- 



^T^n 



^ 



Jfi 



K* 



-V 



162 



&. 






-;. -,>iv 


i. *• 


'':%,' :; $ý 


-'yt 


\X,VtiMl 


áï 



163 



W* ,>>-%< 



" 1 



BelohoftUirerrff 



1.) íi-Obergruppenftthrer ?ohl , Berlln 

2.) tt-OruppeiLftthrer G 1 U o k • t Oranienburg 

3.) M-ObergruppenfUhrer Dr. OrawitB, Heichearet-H u.Pollsol, 

4.) í)+Obergruppenftthrer Lr. Kaltenbrunner, Berlin 



iierlln 



Hlr ist geneldet worden, dafi ln dem Anhaltelager Bergen- 
Belaen, lasbeaondere unter den JUdiaohen Gefaagenen Typhu» 
auegebroohen aei. 

Ioh wttneche, dafl unYersttglich der Seuohe mit allen 
nodiziniflohen Hilf oaitteln entgegengetreten wird. ïir 
ktJnnen in Deutschland kalne Seuohen auTkonnacn lassen. £■ 
ist weder an Einsatz von Írzten noch an Medikaaentan em 
eparen. Die Gefangenen etehen unter meinem beeonderen Schute. 

ges. H. Hinnlsr. 
10.3.45 
Bre/fe. 
5.) nachriohtllohi b.w. 



H-Gruppenftthrer Prof. Gebhardt, Hohenlychen 



6.) Herrn K e r s t e n , z. 2t. Hohenlychen 

durchschriftlich mít; der Bitte ujii J'.enntnisiiahme 
Uber3andt. 




Bevel van Himmler tot bestrijding van epidemieën in Bergen-Belsen. 
164 



/breken van een typhusepidemie, waarvan Himmler nog niets ge- 
zegd was. Daarop deelde ik Himmler dus mee, dat er in het buiten- 
land bepaalde geruchten bver een epidemie in dit kamp de ronde 
deden. Het resultaat was, dat op grond van een door Himmler be- 
volen onderaoek, dat de juistheid van mijn berichten bevestigde, 
order gegeven werd tot intensieve bestrijding. 

Deze onderhandelingen met Himmler geschiedden voor een deel 
op basis van een memorandum van het World Jewish Congress, dat 
Storch mij had meegegeven. Het was opgesteld volgens de richtlijnen, 
die ik zoeven heb genoemd. In een brief van Dr Brandt van 21 
Maart werd een gedêelte van de in het memorandum gestelde eisen 
ingewilligd. Himmler bleek niet helemaal afwijzend te staan tegen- 
over de gedachte van de inrichting van speciale Jodenkampen en 
gaf ook wat dit punt betreft opdracht tot een onderzoek vergezeld 
van de nodige voorstellen. Wat betreft de individuele gevallen, 
waarover ik gesproken had, kreeg ik eind April ten antwoord, dat 
deze niet te vinden waren. Met betrekking tot de vrijlating van be- 
paalde categorieën van Joodse gevangenen, was het resultaat dat nij 
mij beloofde na onderzoek en overleg met zijn mensen mij nader te 
zullen berichten. Ook zei hij mij tegen onderhandelingen met Graaf 
Bernadotte geen bezwaar te hebben. Hij maakte echter onmiddellijk 
het voorbehoud, dat het transport geheel door de Zweden diende te 
worden verzorgd. Vervolgens deelde hij mij nog mee, dat hij op een 
op 24 Maart te houden bespreking met alle kampcommandanten 
een verbod tot verdere vernietiging van Joden bekend zou maken 
en opdracht zou geven van nu af elke wreedheid achterwege te Iaten 
alsmede de physieke toestand van de Joden aan een geregelde con- 
tróle te onderwerpen. 

Aan het eind van de bespreking vroeg ik Himmler, Storch te wil- 
len uitnodigen en hem persoonlijk te ontvangen. Op deze wijze kon 
aan de pogingen tot hulpverlening voor de Joden misschien meer 
kracht worden bijgezet. Himmler aanvaardde mijn suggestie en bij 
mijn terugkeer naar Stockholm kon ik Storch de uitnodiging over- 
handigen. Himmler had mij voor Storch vrijgeleide gegarandeerd. 



165 






éf: 

.....,J\:-i.- « — iij.il&-'. 






<* 



'vl' 






5* 



m 



W 






STpeKwo w, den 24. tSktz 1«U$ 

Itf. «714.11 



Streng vertraulich! 



Herrn Hiliei Storch, 

Furusundsgatan 10, 

5 t o c U o 1 a. 



Sehr geehrter Berr storchl 

, Utoter Bezugnahme suf die Verhandlungen, dle wir gemeinsam mlt 
Herrn Ottokar von Knieriem vor meíner Abreise nach Deutschland a* 
3. Iffrs d.J. gefUhrt haben, gestatte tch mir Ihnen Jetzt kurz uber 
<Jen Verlauf meiner Besprechungen mlt dem Reichsfuhrer SS Hetnrlch 
Blmmler zu berichten. 

' Sie baten mich eine Reihe von Fragen, uber die wir gesprochen 
hatten und die Sle in einen Kemorandum prScislerten bei Herrn tMomlor 
zu fcXaren, Nachdea dle einzelnen Punkte besprochen waren, hat i«r 
RelchsfUhrer ES Himmler eine wohlwollende PrUfung angeordnet wie Sie 
dleses aus dem Ihnen (ibergebenen Brief selnes Adjutanten Bríindt voa. 
.£1.3*45 an nich ersehen werden. Ueber dle Jeweiligen endgultigen 
Entscheidungen werde lch Sle, sobald ich unterrichtet werde, sofort 
verstandigen. Zur Zeit sollen slch ca. 350,000 Juden ln Deutschland 
befinden, Ueber dle Befreiung nach schweden der ca. 8,000 Juden rtie ' 
das Elnreisevisum nach Paiastina besitzen, habe ich nicht verhandelt, 
da hierUber nichts ,in Ihrem memorandum angegeben war. Elnen Erfolg 
iA dieser Sache verspreche ich mir vielleicht, wenn die schwedische 
Reglerung hieruber vorstelllg werden wtlrde.-. Ich selbst werde Jeden- 
falls das meinlge tun um auch hlerbei mltzuhelfen. t < 

Abgesehen von den letzten bindenden Entscheidungen, dle noch 
abzuwarten seln werden, glaube ich Jedoch schon heute auf Grund der 
mir gegenUber von Eerrn Himraler gemachten Ausserungen folge.iies sagen 
zu kënxien. Die Verteilung der Lebensmlttelpaltete, die von Ihnen in 
die einzelnen Lager gesandt werden; wird auch da, *o dle betreffen- 
den, Adressaten nicht aufzufinden sein sollten, unter die Ubrigen 
Xagerinsassen erfolgen, somit werden diese Pakete in Jedem Fall 
JUdische Lagerinsassen erreichen. Von besonderem Interesse war ea 



11 



mfffl&&;.^Ut' St%rétif'^$ 










STOCKHOIM 

ti.fi**.*to'» £ 

fúr Herrn Himmler zu erfahren, dass dle in déVschweiz eingetrof- 
fenen Juden die rlcntige Auslleferung bestatigten. * 

Ich glaube, dass dcr Versand von Hedilcanienten ebenfalls zu- 
géla.33en werden wird. Besonders eingehend híibe tch die Frage der 
Ur.terbringuiv, von Juden in speziellen, ei'gens fíir dlesen Sweck zu 
erriahtenden Lagern mit Herrn Himmler erSrtert und bin hierbei auf 
weitgenendes Verst-xOdnis bei ihm gestossen. Diese event. zu errlclw 
tenden L*ger solien successive unter die Kontrolle des roten Kreuzes. 
gestellt worden, wobel dann auch dle Verpflegung und Versorgung der 
Insassen allmihllcn ganz von diesem Ubernomnien resp. kontrolliert 
v.erden soll. Elner erneuten Prufung soll fierner dle Frage der Frei- 
lassung n ch. der Schwelz oder nach Schweden von gewissen Kategorien 
von Juden unter20gen werden. Die mir Ubergebenen Llsten betr. ver- 
schiedener Einzeipersonen habe ich mlt Herrn Himmler behandelt und 
hoi'íe Thnen euch de báld gunstige Nachrichten zukommen lassen zu 
ltcir'uien. 

In diesem ZusamM-enhang muss lch Sie darauf aufmer^sam oaohen, 
dass es Ihren Bemuhungen uberlassen sein muss die Transportfragen 
zu regeln. 

Ufeber die Behandlung der Juden in den Lttgern glaube lch Ihnett 
eine Uilaerung des' Regiemes in Aussícht stellen zu kfiniitín. Der 
HeichsfUhrer hat in meiner Gegenwart dlesbezUgllche Anordnungen ge- 
troffen und ln eintm Sonderbefehl, den ich gesehen habe OrausaB- 
ktiten untersagt und Totung von Juden verboten. Ausserdem hat er 
angeordnet dúss der Gesundheitszustand einer laufenden Kontrolle 
unterzo^en wird. Wle weit diese llassnahmen wirksam sein werdën, 
dafiir kéau. ich, wie Sie verstehen werden, lieine Garantie ubernehmen* 
Zum kit, líarz hat Herr Hlnnnler samtliche LagerkomiLandanten zur Ent- 
gegennáhme neuer Instruktionen Uber euie menschenwurdige Behandlung 
der Juden zu sich bestellt. Von nun au soll Jeder Lagerlcoimnandant 
fur den Tod Jedes Jtxilschen Lagerinsassen vcrantwortlich gemacht 
werden und lst verpflichtet genaue lleldungen UDer die Todesursache» 
zu erstellen. Die event. Freiiassutis* von Juden sowle die Jetzt 
angeordneten Erlelchterungen wurabn jedoch sofort eingesteilt wer- 
den, wenn Uber diese liassnahmen ln der Weltpresse berichtet werden 
und sie e.ls Schwache Deutscniancs «usgelegt werden sollten. 



i r' 

- v Vf 

1*4 



cm 



K 






Aí 



fA 



^A 



}\ 



m 






■'.ïi&L 






167 

"..'.. I .' 1 ' ' '' 



1 



Herrn Hillel Starch, Furusúndsg. 10, Stockholm. 



24.3.45. 



f£UX KERSTEN 

*4MKMM*AD 



' I 



- 3 - 5TOCKHCHM 

t.nntgo'a» I 
I.l 47 íi lï 

Ich brauche wohl nlcht bervorzuheben, dass Verhandlungen von 
der Art, wie ich Sie mit Herrn Himmler gefUhrt habe in Folge der 
ausserst schwierigen llaterle, der in dieser Frage stark gegenein- 
ander gerichteten Stromungen innerhalb Deutschlands und nicht zu- 
letzt, wegen der event. moglichen propagandistischen AusnUtzung nur 
mit Susserster' Vorslcht und unter strengster Diskretlon gefuhrt wer- 
den kbnnen, Dle positive Durchfuhrung des elnen oder anderen Ent- 
sehlusses wlrd auch nlcht zuletzt von den verschiedensten Beglelt- 
UBStSnaen abh&ngen, auf die wir vielleicht kelnen Einfluss haben 
konnen, Eines aber ist vSlllg gewiss, dass alle Bemuhungen zum Schei- 
tern verurteilt sind, wenn sle nicht absolut diskret gefuhrt werden. 
Ebenso gewiss ist es aber, dass durch die Tatsache der Verhandlungen 
salbst Zeit gewonnen wird, was aus den Ihnen bekannten rein perso- 
nellen Griinden von besonderer Wlchtigkeit sein kann. 

Personlich jzochte ich Sle Jedoch dessen verslchern, dass ich 
mich ganz in den Dienst dar Sache stelle, wie icli es bisher getan 
habe, und zwar auch da, wo eln Eintreten fur ins Ungluck geratene 
Menschen, wie beispielsweise flir die 7 schwed, Ingenitíre, sowie vie- 
ler JUdiachen Freunde, fur mlch selbst nlcht ohne Gefahr war. Doch 
halte ich es ftlr meine moralische Pflicht dort zu helfen, wo os in 
melnen KraTten steht. 

Zum Schluss muss ich Ihnen noch mitteilen, dass der ReichsfUhrer 
SS Himmler, auf Grund einer. Anregung von mir, bereit ware mit Ihnen 
persbnlich Uber die angeregten Pragen zu verhandeln. Ghne Jedoch mit 
Ihnen hleruber Puhlung genommen zu haben, konnte ich die Frage nicht 
weiter verfolgen 'und mtichte Sle daher bitten mir ihren diesbezuglichei 
Standpunkt mltzuteilen, damit ich event. alles erforderliche in die 
Vege leiten kann. 

Zusaminenfassend daxf lch wohl sagen, dass die einzelnen von 
Ihnen angeregten Fragen volles Verst&ndnls bei Berrn Himmier gefunflen 
haben und im einzelnen bearbeitet werden, dass gewisse Erlelchtc- 
rungen hoffentlich eintreten werden und dass seitens der Reichs- 
ftthrung der SS die Bereitwilligkeit besteht Uber dlese Fragen zu ver- 
h&ndeln und *sie wann irgend moglich zu bereinigen. 

Mlt dem Ausdruck meiner vorxiiglichen Hocbachtuag 

Ihr 



'"£í+ 




Brïef van Kersten aan Storch, waarin hij verslag uitbrengt over 
Himmlers reacties op zijn voorstellen inzake de behandeling van Joden. 

" 168 



"*í:í 



XX. VESTING CLÏNGENDAEL EN AFSLUITDIJK 

4* 

In deze periode viel ook een kort gesprek met Himmler over een 
thema, dat me geen rust liet: zijn plannen met Nederland. Via 
Dr Brandt was ik te weten gekomen, dat er een bevel van Hitler 
was, volgens welk de vesting Clingendael en geheel Den Haag moes- 
ten worden opgeblazen zonder enige voorafgaande waarschuwing van 
de burgerbevolking, ingeval Nederland moest worden opgegeven. Ik 
vroeg Himmler in Maart in Hohen-Lychen op de man af hoe het 
daarmee stond en kreeg zoals te verwachten was het antwoord: „AIs 
wij ondergaan, darf gaan op zijn minst de Nederlanders met ons 
mee." Brandt had me die dag reeds gewaarschuwd, dat de Relchs- 
fiihrer slecht gehumeurd was. Hij was eerst in de vroege morgen van 
de Rijkskanselarij gekomen, waar Hitler hem persoonlíjk dit bevel 
gegeven had. Hitler had ook de vernietiging van Oslo geëist. In mijn 
dagboek vind ik dan, gedateerd op 8 Maart, het volgende: 



„Inderdaad was Himmler vandaag bij de behandeling erg nerveus 
en het gelukte mij niet het gesprek op Nederland te brengen, mís- 
schien zal ik daar morgen in slagen. Het gesprek van vandaag be- 
woog zich om de overgave met witte vlag van de concentratiekampen 
aan de Geallieerden. HÍmmler wordt langzaam murw. Dit gevecht 
duurt lang. Hij zei weer eens, dat zijn vijanden met hem zouden 
ondergaan. „Zij zullen hun vaderland niet terugzien, deze voldoening 
nemen we in het graf mee." Himmler knijpt beide ogen dicht en 
kijkt mij vol leedvermaak aan. Als ik van hem afscheid neem om naar 
Hartzwalde terug te gaan, is hij toch weer tot concessies befeid en 
zegt: „Wij zullen daar morgen wel verder over praten, ik moet er 
eerst eens over slapen." 

Op de weg van Hohen-Lychen naar huis passeer ik lange colon- 
nes. Vluchtelingen uit het Oosten. 

Twee dagen later, op 10 Maart, Iukte het gesprek beter. Ik citeer 
weer letterlijk mijn dagboek: 

„Vanmorgen sneed ik het thema Nederland aan en vroeg hem of 
de oude Residentiestad Den Haag zou worden verdedigd, wanneer 
de Geallieerden de stad naderden. Daarop antwoordde Himmler on- 
middellijk op scherpe toon en met samengeknepen ogen: „Verdedi- 
gen, belachelijk; neen, beste Kersten, die verradersstad zullen we 
opblazen." Op mijn opmerking, dat de stad nog in het geheel niet 
ontruimd was door de burgerbevolking zei hij: „De Fiihrer heeft me 
bevolen Den Haag te vernietigen en dat bevel voer ik uit. De Ne- 
derlartders zijn verraders, aan die parasieten is niets gelegen. Wij 
hebben genoeg V-2's, die we daarvoor gebruiken kunnen." Ik het> 



1 



f ,'* 



ý$. 



i\> 



169 



-V 1 




P T^ 



8s?..í 



,/ 



'.,6K#-Í-. 



:fCí' "-tt/ -c't* ***t\**í~ ^ "■< i+ï&if{i*iMtt 

/ir't't t'/Ct< t .' Ct / ■ / '< ', • / vV V x ' ,' / í **£(-t*Jr~f£jtf" 

teits&C'f **(<■ ~- K Ht' :t't */*-' j&r)/itt*ï' 4.//- **Cf *\ 



* f 



-V . -•' •V'f 






A>,-> ; «St^íf -tt> •/*<< t *' J f í/lv/, V < /' -Pr ->'/' 'WÍf 



í 

"-í • 



*%". 



£ 






í ' / rtJJt 






/ » ^ V.V\VV"-/?y 

»5 .-' "> 



' /£;-£•" 
t 



/ • - 'ï " ', j- < ■•' >' ' ' r ' . ' '< 

' ; ' . • ', **'„* ^ •'** : / 



%/ * 



w. 



>A 



& 






'"'/••'íy.* t * f " '.? 



^rf* 



1/ 



*/" '"/' -^ / ^ ' " "l? 3, / 

-'a .'"/ .'U « w / </ *&t*A *f'>' 4 -<t<<:*-£/.4 

:í*("t J /U ;*'. »r^i/.-.v4v Í'/&4*' ***& ' ' 



'H. 






p 



", .-:.'■■->/ /.'.'//v ^//*?6Jviff 



* '* ^í'''.* * ,"*' * * í (*"'t ' . * «^ir / 






t '"-/^ v t*ts'£% 



* y. 



/ C' • t J ' 



I tffrnici cprt'íy tV'. the 

iltcrf* . "TÍSC'' 
■* rpiBoii lïíreetor 









ik. ' , 



«i 



-^ 



-A« 



Verklaring von Dr Brandt over Kerstens bemoeiingen ter voorfcomiag x \; 
van de verwoesting van A *. vesting Clïngendael. 



*•"« 



m 'S 



t 



\ : :■ \ 



.iX,..„>. 



íl!».j<L.f,twfí:.JÉ»í,Éí!iiiff.'Ai'i''-tíí'. útíáïÍSSÍ- :^ '*''!.. ,fjniw. C^,'. . 1 .^.í, r i'^.Í^fci;.íi^.:>vi i ^.'fci^:í!í.'W'.^Í.Á-;/ 1 í. 1 ÍÍl^i„)(^ 



tt'- 



íV. : .ii 



Himmler gezegd, dat hij in Den Haag mij evenzeer zou treffen- 
Eerst heeft hij gegrinnikt: „Met u kan men ook al niet verstandig 
praten," maar na nog een half uur had ik hem zo ver, dat hij mij 
beloofde nog eens over het geval te zullen nadenken. Het leek me 
beter, het vandaag maar hierbij te laten." 

Nog enkele dagen later, op 14 Maart kreeg ik antwoord. Ik was 
intussen nog meer opgewonden geraakt door het bericht, dat men 
ook de Afsluitdijk wilde opblazen. 

Mijn dagboek vermeldt: 

„Vanmorgen weer een lang, opgewonden gesprek over het lot van 
Den Haag en Nederland. 

Ik vroeg Himmler of hij niet onmiddellíjk aan de hoogste SS-com- 
mandant in Nederland en aan de andere betrokken instanties het 
bevel kon doorgeven, dat in Nederland, respectievelijk Den Haag, 
geen vernietigingen meer mochten plaatsvinden. Himmler ant- 
woordde, dat het voor hem niet mogelijk was daarover iets defini- 
tiefs te zeggen. De militaire situatie was aanzienlijk verergerd, men 
kon op het ogenblik geen rekening houden met detailkwesties. Ik 
antwoordde hem, dat bij verwoesting van Den Haag en de vesting 
Clingendael de hele hevolking zou worden vernietigd. Dat zou een 
ongehoorde misdaad zijn en nog duizend jaar later zou de geschie- 
denis van hem getuigen: „De amokmaker Himmler verwoestte een 
bloeiende Germaanse stad in volkomen waanzinl' Himmler keek me 
geraakt aan, zeggend: „Wat moet ik dan doen?" - „Een radiobericht 
naar Den Haag seinen, dat er niets met de stad gebeuren mag, even- 
1 min als met de vesting en de Afsluitdijk." Na enige aarzelingen ver- 
klaarde Himmler zich bereid het bevel te geven, waar ik bij was. 
Ook beval hij, dat de stad zo nodïg volgens de regels aan de vijand 
moest worden overgegeven en dat men zich indien noodzakelijk zon- 
der strijd moest terugtrekken. Woordelijk zei hij: „Wij hebben de 
oorlog verloren, Den Haag Ís een Germaanse stad, goed dan, u zult 
uw zin hebben, Kersten. Zij wordt dus niet vernietigd. Verdiend 
hebben die HoIIanders het niet. Zij hebben alles gedaan om onze 
overwinning te ondergraven." 

Ik dankte Himmler „in naam van de geschiedenis, voor deze grote 
menslievende daad, waardoor zoveel mensen werden gespaard." 



172 



XXI. AAN DE VOORAVOND VAN DE CAPITULATIE 

0' 

In Stockholm teruggekeerd, nam ik onmiddellijk het contact, met 
Storch weer op. Hij was bereid Himmlers uitnodiging te aanvaarden; 
telefonisch stelde ik Himmler daarvan in kennis. De telefoon bewees 
in deze dagen steeds groter diensten. In verband met de lopende. 
hulpactie deden zich tal van problemen voor en zowel het Zweedse 
ministerie van buitenlandse zaken als het World Jewish Congress. 
vroegen mij herhaaldelijk om bemiddelíng. Veel van deze problemen 
kon ik door mijn directe telefoonverbinding met Hartzwalde uit de 
weg ruimen. i 

Het was in Stockholm bekend geworden, dat de toestand in enkele 
kampen nog steeds verergerde. Storch was er daarom veel aan ge- 
legen een schriftelijke bevestiging te krijgen van Himmlers verzeke- 
ring aan mij dat de executie en evacuatie van gevangen Joden on- 
middellijk zouden ophouden. Deze bevestiging kreeg ik in een door 
Himmler aan Brandt gedicteerde brief van 21 April. Bovendien had 
Brandt mij reeds op 8 April doen weten — de brief werd op 10 April 
door Graaf Bernadotte uit Berlijn meegebracht — , dat de nasporingen 
naar vermiste personen werden voortgezet, dat het kamp Bergen- 
Belsen een speciale commissaris had gekregen en dat tenslotte het 
Rode Kruis toch voor toezicht in Theresienstadt was toegelaten. Ook 
van de andere resultaten van mijn besprekingen stelde ik Hilel 
Storch op de hoogte en op deze wijze werd een gunstige basis voor 
de komende besprekingen tussen Himmler en Storch gelegd. 

Bij mijn bezoek aan Himmler in Maart had ik in overleg met 
Storch ook met hem gesproken over zijn houding tegenover de zo- 
genaamde halfjoden. Bij een vroegere gelegenheíd was mij reeds ge- 
bleken, welke afschuwelijke plannen ten aanzien van deze categorie 
werden gekoesterd. Het was de bedoeling om de halfjoodse mannen 
te steriliseren en ook was er sprake van ze met de zogenaamde volle 
Joden gelijk te stellen, wat voor hen een zekere dood had betekend. 
Tijdens het gesprek in Maart begon Himmler zelf over deze half- 
joden; het resultaat van de bespreking was, dat de actie, die reeds 
tot in details was voorbereid, weer werd afgelast. 

Een andere kwestie, waarover de Zweedse regering reeds uitvoerige 
onderhandelingen had gevoerd, betrof het transport van zeven- 
duizend Noren en vijfduizend Denen naar speciale kampen. De 
energieke Minister Gunther had, nadat hem gebleken was, dat er 
mogelijkheden waren, geen ogenblik meer stilgezeten en het bevrij- 
dingswerk op grote schaal voortgezet. Het ging er nu om, het trans- 
port van deze Noren en Denen onder contróle van het Rode Kruis 
te brengen, met het oog op de verzorging en verpleging. 

173 



■'j 






-,ï 



■i 



,. r) 



s 



■y» 



* a 



'&»&' 



noawofa* 3.4.1945. 






m-- 



Herrn Medicinalr&t Dr. Fellx Kersten 
)'U.nnegatEn 8 
Stockholm 



Sehr geehrter Herr Doktor, 



téx 






.-.*,<■ 



ich danke Ihnen fttr Ihren heu^igen freundlichen Brief und 
verstehe es durchaus zu wiirdigen, dass Sie í_uf die Ihnen 
i'n unserer Sache gemachten Versprechungen zuversi.ihtlich 
sind. Sie werden mir aber nicht ubel ne.-imen, dass ich uiich 

' heute nochmals an Sie wende. ïíir erhielten die Itë.chricht , 
dass die Insassen des Lagers Bergen-Belsen oder ein Teil 

-•■ derselben evskuiert worden sind und zwar nach einer Stelle 

: mit dem Namen " Nórdlingsh&usen" oder so áhnlich. 

Obgleich Sie mlr mehrmals versichert haben, dass solehe 
; EvaJwationen nicht mehr in Frage kamen, bitte ich Sie noch- 

V ínals sich wegen dieses Lagers zu informieren um festzustel- 

■'; len ob diese Mitteilungen stimnen. 
•gie wissen aus unseren zahlreichen Besprechungen was ftir 
einen iVert wir gerade euf das Lager Bergen-Belsen legen. 
Ich appeliere nochmals &n Ihr menschliches Empfinden und 
bitte Sie alles zutun um Evakui«rungen der Líiger zu 
verhindern. 

Ich erwarte mit Ungeduld Ihre Antwort und verbleibe 

mit vorzuglicher Hochajhtj 
Ihr 







Brief van Storch aan Kersten met het verzoek of Kersten bij Himmler 

wil interveniëren naar aanleiding van de voortgaandc evacuatie 

van concentratiekampen. 



?Kj 



174 



lX ^ri 




' ■>' 



, ■-:.''■ *'-■&',■■,'&, 



den S.April 1J 



Sehr verehrter, ïieber Herr Kereten! 

In Erganzung meinea Briefea vom 
21.3.1945 kann ieh Ihnen leider noch keine positiven 
Angaben machen. 5ie Schwierigkeiten bei der Feet- 
etellung elnd lnfolge der dorch die Bombenangrfffe 
hervorgemfenen Verlagerungen und VerzSgerungen 
doch erheblich groes. Ich kann Sie nur versichern, 
dasa ich mich nach wie vor bemtíhe, die Erhebungen 
mit der grbestmaglichen Beechleunigung von den zu- 
etfindigen Stellen vornehmen zu laesen. Ich muss Sie, 
so leid ee mlr tut, emeut um Geduld bitten. 

Vielleicht freut ea Sie zu hSren, 
dass von Reichsftthrer-ft fttr das Lager Bergen-Belaen 
ein Sonderkommleear eingesetzt worden iet, der von 
ihm genaue Richtlinien erhalten hat. 

Es gibt ttber Thereaienatadt einen 
intereesanten Film. Hicht unerwahnt mOchte ich 
lassen, dass in dem damals von Deutechland besetsten 
ungarlschen Gebiet rund 350.000 Judea zuxuckgelassen 
worden aind, davon allein tiber 80.000 in Budapeat. 
Dieee Eegelung wurde seinerzeit gewëhlt, um die 
nachteiligen Folgen eiliger Fuflmexsche auszuschalten, 

Weiterhln wird Si e intereeBleren zu 
erfahren, dass auf Weisung des- ReichsfuhrerB-ft dae 
internationale Bote Kreuz Gelegenheit erhaMt, in die 
VerhaMtniese von Theresienetadt Einblick zu nehmexu 

Ich bln mit freundlichen Grííssen 




:t< 



í**a 



Brief van Dr Brandt aan Kersten, waarin hij de stand van zaken in de 
concentratiekampen bespreekt in verband" met de overeenkomBt ' 
met IJimmler. 

175 



Í^ié^É&iÉÉMJÍkéíii^/^::- :^i)j^,<ú /aI).-,**. <> -.^ ^, :■}.',;■ „^ï : Aí^táiáá:Ê 



-.Vi 



/A 



s\, 



*H 






Der ReicbsfQhrer-H 



U) BerOoSWll.dto íg.April 19^5 



Herrn 

Medlzinelrat Felix K e r s t e b 

Stockhola 
linnegatan 6 



Cehr geehrter, lieber Kerr Kersten 1 

Der ReichsfiJhrer-ES hat angeordnet, dass en dle Jtidlschan 
Haminge ln den deutschen Lagern Liebesgabenpakete sowie 
Medilcamente geschickt irerden dUrfen. Die Versendung mUsste 
am besten Uber das Internationale Rote Kreuz vorgenommen 
werden. 

Ich bltte Sle, sich mit der zustSndieen schwedischen 
toten-Kreuz-Stelle ln Verbindung zu setzen, damit von dort 
aus alles Notwendige veranlasst werden kann. 

Mit freundlichen Griissen 




Brief van Dr Brandt aan Kersten bevattende de mededeling, dat 

Himmler de verzending van pakketten aan Joodse gevangenen 

in de kampen heeft toegestaan. 

Daarnaast was het de bedoeling hun vrijlating en terugkeer naar 
eigen land of Zweden te bewerkstelligen. Reeds bevonden zich de trans- 
portcolonnes van het Zweedse Rode Kruis in volle actie, maar er waren 
voortdurend plaatselijke moeilijkheden. In Maart wilde Himmler met 
het oog op de afwijzende houding van Hitler in deze aangelegenheid 
de Noren en Denen, die voor het grootste deel reeds in Neuengamme 
bijeengebracht waren, niet vrijlaten. Na zeer veel moeite, waarbij ik 
al mijn Iisten en lagen moest uitspelen, verklaarde Himmler zich 
bereid, ten gunste van de vrijlating van de gevangen vrouwen en 

176 



£tf 



.IMtrcs te besliasen. Daaïbij vcrzekerdé" tój: Jk doe wat- i& ***> 
raaar plaagt u me afctublieft niet meer, ík ben geen vrij man." ' , 
Ook de vnjlaung van een aantal individuele gevallen, waarvoor* 
- Mmister Gunther mijn bemiddeling had gevraagd, werd bewerkstel- 
hgd, nadat ook Graaf Bernadotte zich later hiervoor bii Himmler 
had beijverd. 

Graaf Bernadotte ontmoette ik o.a. bij de Zweedse gezant in Ber- 
hjn, Richert. Met deze laatste stond ik voortdurend in nauw contact. 
Ik besprak met hem de plannen, die in Stockholm in overleg met 
Gunther, de chef van de politieke afdeling von Post en met de chef 
van de jundxsche afdeling Engzell, allen van Buitenlándse Zakenr 
werden gemaakt. 

Het was omstreeks diezelfde tijd, dat ik van het Zweedse Ministerie 
een bnef van de moeder van Koning Leopold van België kreeg, die 
aan de Zweedse Koning was gericht, met het verzoek de brief aan 
Leopold te doen toekomen. Op I2 Maart gaf Gezant Richert mii in 
Berhjn een kist en een doos met levensmiddelen voor Koning Leo- 
pold, die hem uit naam van Koning Gustaaf moesten worden toege- 
zonden. Ik besprak de mogelijkheid van verzending met Hiramler. 
Deze verklaarde zich eerst niet in staat iets ten goede te doen, daar 
Komng Leopold gevangene van Ribbentrop was. Deze laatste hield 
de Konmg in strenge hechtenis en hoopte hiermee Koning Leopold 
te winnen voor een politiek, die Ribbentrop dacht te bekronen met 
de aanslumng van België aan Duitsland. Koning Leopold bleef on- 
gevoehg voor deze manoeuvres en dat prikkelde Ribbentrop. Na lang- 
dung debat liet Himmler zich niettemin voor deze zaak opwarmen en 
tenslotte beloofde hij mij, dat de brief met de pakketten door een 
speciale boodschapper van de SS aan de Koning zou worden bezorgd. 
Een onderwerp van grotere draagwijdte, dat gedurende mijn be- 
zoek m Maart werd aangesneden, was de capitulatie van de Duitse 
troepen in Noorwegen, Denemarken en Nederland. Er was toen nog 
geen sprake van een algehele capitulatie van de Duitse strijdkrachten 
en ik entameerde het thema op aandríngen vwa Minister Gunther 
en zijn staf. 

Ik trachtte Himmler duidelijk te maken, dat het probleem Noor- 
wegen bn'zonder acuut zou worden, zodra geheel Noord-Duitsland 
door de Geallieerden zou zijn bezet. Voorzover men in Zweden over 
aanwijzingen beschikte, wees alles er op, dat men tegen die tijd van 
Gealheerde zijde een actief optreden van Zweden tegen de Duitse 
troepen verwachtte. 

Men motiveerde dit als volgt. 

Na de bezetting van het grootste deel van Duitsland zou worden 
verklaard, dat de Duitse regering de jure had opgehouden te be- 

177 



*m 






t y 






**9 






V 

A 





. M 

■l':*M 






p~.~r 




fc^-iL"^ 






jAl^m .uj*i'í&' /.'.t'kik*..iï'it,!4n.&'..",. ■.■;.'íiíi 






' ,! A 



staan. Daardoar zou voor Zweden de mogelijkheid ontstaan deel, te 
nemen aan zuiveringsacties tegen Duitse troepen, die daff als vrij- 
scharen zouden worden beschouwd. Actïeve medewerking aan de 
bevrijding van Noorwegen zou men in Zweden met het oog daarop 
waarschijnlijk als logisch beschouwen, aangezien geheel Zweden ge- 
durende de oorlog vijandig had gestaan tegenover de Duitse politiek 
in Noorwegen en Denemarken. Zoals bekend, waren in Zweden im- 
mers reeds Noorse en Deense politietroepen opgeleid, die in Noor- 
wegen zelfs reeds waren gebruikt. Hoewel het Zweedse volk pacifis- 
tisch van aard was, zou het naar mijn mening achter een dergelijk 
- optreden in Noorwegen staan. 

Daar ik wist hoezeer Himmler gevoelig was voor het dreigbeeld 
van een Russische overheersing, suggereerde ik hem in deze rich- 
ting. Minister Gunther had mij om dit te vergemakkelijken begin 
Maart een exposé van één van zijn ambtenaren overhandigd, waarin 
eén gedachtengang werd ontwikkeld over wat zou gebeuren, indien 
Duitsland weigerde Ín Noorwegen te capituleren. Ik volgde deze 
redenering en wees er Himmler op, dat op het punt van de deelne- 
tning van Zweden aan de oorlog de Engelse en Russische belangen 
samenvielen. Ik probeerde hem er van te overtuigen, dat volgens 
mijn informaties in Stockholm de Russen klaarblijkelijk druk op 
Zweden uitoefenden om bij het ineenstorten van het Derde Rijk, 
hetzij een actief ingrijpen van Zweden dan wel een recht van door- 
tocht voor zichzelf te eisen. Hoe sterk de Zweden zich ook tegen dit 
standpunt mochten verweren, het was nog niet te voorzien in welke 
dwangpositie het land kon geraken. Dan bleef slechts de keus, wat 
voor Zweden beter was: actief deelnemen of een overstroming van 
het land met Russische troepen. 

Tenslotte probeerde ik Himmler te schilderen wat het actieve of 
zelfs het passieve deelnemen van Zweden in de slotfase van de oorlog 
zou betekenen. Niet minder dan wat Himmler juist het liefst wilde 
vermijden: uitsluitend winst voor de Russenl Deze winst zou op het 
ogenblik niets anders betekenen dan de vestiging van de macht van 
de Sowjet-Unie in Scandinavië. En dat juist op een tijdstïp, waarop 
het er om ging de belangstelling van Amerika voor de Europese pro- 
blemen te behouden. De Russen rekenden er op, dat tegen het einde 
van de oorlog de isolationistische tendenzen weer terrein zouden 
winnen en daarop bouwden de Russen hun hoop dat de Amerikanen 
na de overwinning zich zouden terugtrekken en Europa aan de En- 
gelsen en de Russen zouden overlaten. De Engelsen echter, en ook 
dit overwogen de Russen, zouden in het belang van hun wereldrijk 
onder de komende omstandigheden gedwongen zijn zich op hun 
Empire te concentreren en zich van Europa te distanciëren. 

178 




■>*\ s t 



fl'i 



Berlin, den 21. April 19*5 



Sehr geehrter, lieber Kerr Kersten ? 

Sie haben sich Ja mit dem BeichsfUhrer in verschie- 
deneri Unterhaltungen Uber die Judenfrege besprochen und 
haben oft mit ^rfolg ein gutes Wort eingelegt. Es wird 
Sie daher interessieren zu erfahren, dass mein Chef auf 
Cruní dieser Unterhaltunsen schon seit lSngerer 2ieit 
schSrfste Befehle erlassen hat, ^£V Juden in den Lagern 
nicht mehr zu erschlessen, sowie Seuchen oder sonstige 
ernsthafte ansteclíende Krankheiten ln den Lagern ihm 
sofort zu melden. Ausserdem hat er dafíir gesorgt, dass^ 
beim Heranrtlcken feindlicher Streitkrëfte an ein Lager, 
Schádigungen der Oefangenen verhindert werden. 
In zwel Fëllen haben wir leider bel dem Cegner sehr wenlg 
schOne Erfahrun^en gemacht. Mein Chef ist aber trotzdea 
willens, an seiner blsherlgen Llnie festzuhalten. 

Dass die bei Ihrem letzten Hiersein vorgebrachten 
TTUnsche zum grQsseren Tell erfUllt sind und zura Kleineren 
Teil noch wohlwollend bearbeitet werden, haben Sie in- 
zwischen wotl schon erfahren. 



Ich grUsse Sle herzlichst 




7}^1L^l^~. 



Brief van Dr Brandt aan Kersten, waarin Himmlers secretaris mede- 

deling doet van de gewijzigde koers van Himmler ten aanzien 

van de Joden. 

179 



-A 



■áAM 



MMMMÉHi 



Thia Ja to certify that Mr. Pelix Kersten Medical Counae31or, 
who proceeda to Berlín in the nert daya In order to negoclRte the 
releaae of certain internees, ia collaborating *ith the Roy*l Swe- 
dlsh Ministry for Foreign Affaira. The Swedish Legation i Gerraany 
tonve been asked to protect him. All civil and mílitary authorities 
ire requested to give hlm all lawfiïl aid and protection in caae bf 
need. 

Stockholm, April 16th 1945. 




(Gosta Engzell) 
Chief of the Legal Department 



Verklaring van de chcf van de juridische afdeling van het Zweedse 
ministerie van buitenlandse zaken dat Kersten met dit ministerie 

samenwerkt. 

Wilde Himmler nu werkelijk nog tot een schikking met de Weste- 
lijke mogendheden komen, dam kon hij dit het best bereiken door 
een spoedige ontruiming van Noorwegen of een capitulatie en uit- 
wijken naar Zweden van het daar staande leger. Dit alles natuurlijk 
in het geval, dat de Geallieerden geen genoegen zouden nemen met 
een voorwaardelijke capitulátie. 

, Wanneer Noorwegen werd ontruimd zou daarmee in de eerste 
plaats worden beréikt, dat de Russen verwijderd werden gehouden 



,« v-^-.V..';r{r;.-í;'i. 1 -:-.- f : t?::-V.-. , -' J '.^Vg-'^.~ r&ïï-Jj-J6*!i£~LJ>$L..^*). ■'■.'■■■, >:,', ...-.:,- í -'j-í': ' 



i >■ 



Kt Auantische kust en in de tweeáe pfaats kwam er dan ruínwe: 

de wens van Himnder om ecn poging tot nader overleg sflet 

eland te kunnen oridernemen. Liet mén het daarentegen tot eétí 

rote slag in Noorwegen komen, dan zou deze daar niet tegen de ( 

.íingelsen en Amerikanen worden geleverd, - in Engeland scheen 

■ jnen niet veel te verwachten van eventuele landingsoperaties aan de 

Noorse kust -, maar tegen de Russen, die dan aan de Atlantische 

kust zouden staan. Onverschillig of Zweden dan meedeed of niet. 

Himmler toonde zich zeer geïnteresseerd in de hem voorgespie- 
gelde gedachtengang, uitte zich opnieuw op scherpe toon tegen de 
,Sowjet-Unie, zei dat hij iets dergelijks ook reeds met zijn mensen had 
bepraat, maar onderstreepte, dat de Fiïhrer persoonlijk sterk gekant 
was tegen een ontruiming van Noorwegen. 

In Stockholm zagen we nu vol verwachting uit naar een nieuwe 
ontmoeting met Himmler, waarbij dan Hilel Storch als vertegen- 
woordiger van het World Jewish Congress aanwezig zou zijn. Het 
bericht over het tijdstip van deze samenkomst bleef echter uit, wij 
wachtten en wachtten. Eindelijk, op 18 April 's avonds laat, kreeg ik 
van mijn secretaresse de boodschap, dat Himmler ons op 20 April op 
Hartzwalde verwachtte. Aangezien Storch op dat ogenblik verhinderd 
was, werd de voorzitter van de Zweedse afdeling van het World 
Jewish Congress, Norbert Masur verzocht om in zijn plaats de belan- 
gen van de Joden tegenover Himmler te verdedigea 



* V 
í '* 



,t% 




181 






t: 






) 4á 



y- 



> 



*! 



ti+J,jMLAÊÁ^k:Jáú;^.^Jjá -^.^jLáiUM 



V'- "'. 






XXII. EEN JOOD SPREEKT MET HIMMLER 

Met het gewone verkeersvliegtuig vlogen Masur en ik, overigens als 
eníge passagiers, op 19 April van Stockhblm naar Berlijn. Masurhad 
geen visum voor Duitsland. De reden daarvan was, dat Himmler de 
hele zaak geheim wilde houden en daarom noch het Duitse gezant- 
schap in Zweden, noch de gebruikelijke Duitse instanties wilde in- 
schakelen. Hij had Schellenberg opdracht gegeven mij een bewijs te 
overhandigen, volgens hetwelk Kersten en „de in zijn gezelschap 
reizende heer, zorider vertoon van verdere papieren de grens kunnen 
passeren." Dit bewijs was aangeduid als Geheime Reichssache en 
werd mij bij aankomst op het Berlijnse vliegveld gegeven. Een zelfde 
papier kreeg ik voor de terugreis. Het Zweedse ministerie van bui- 
tenlandse zaken had mij een geleidebrief ter beschikking gesteld. 
Toen wij tegen zes uur in de middag op het vliegveld aankwamen, 
wachtte ons een auto van de Reichsfúhrer-SS op om ons naar Hartz- 
waïde te brengen. Daar verscheen 's nachts om twee uur Generaal 
Schellenberg als vertegenwoordiger van Himmler voor buitenlandse 
aangelegenheden. Eerst sprak ik met hem onder vier ogen, waarbij 
hij zich beklaagde, dat hij er ondanks allerlei pogingen niet in ge- 
slaagd was Himmler te bewegen Hitler los te laten, de partij te ont- 
binden en -nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Himmler kon tot 
geen enkel initiatief besluiten en geloofde altijd nog, dat hij Hitler 
persoonlijke trouw verschuldigd was. Verder besprak ik met Schel- 
lenberg hoe de verlangens van de Zweedse regering en van Masur het 
best konden worden bevredigd. 

Schellenberg maakte míj er op opmerkzaam, dat de situatie in het 
algeméen slechter geworden was, wat betreft de mogelíjkheid Himm- 
ler tot het nemen van het door ons gewenste initiatief te brengen. 
Tengevolge van de zware druk van verschillende hoge partijleiders, 
die verontwaardigd waren over het vrijlaten van gevangenen uit de 
concentratiekampen, was Himmler op het ogenblik tot geen enkele 
concessie bereid. De hoogste leiding van de partij eiste van hem, dat 
hij ondubbelzinnig volgens de wil van de Fuhrer zou handelen naar 
het beginsel, dat bij een eventuele val van het regime ook zijn tegen- 
standers zoveel mogelijk vernietigd moesten worden. Na een uren- 
lang gesprek kwamen wij overeen, koste wat kost, Himmler van de 
onhoudbaarheïd van de maatregelen, die de partijleiders verlangden 
te overtuigen en de aarzelende man de noodzaak van de snelle uit- 
voering van het geschetste hulpplan duidelijk te maken. 

De volgende morgen kreeg Masur de gelegenheid aan Himmlers 
vertegenwoordiger zijn wensen voor te leggen ter voorbereiding van 
het definitieve gesprek. Schellenberg beloofde hem zijn eisen bij de 

182 ' 



>ER REICHSFCJHRERÍ* 

uné 

CHEF OER DEUTSCHËN POUZEl 
Persanlicher Referent 
!'■■ -ftbMr. ... -,■ --^ 

m ' (a) Kniiiiiliilininin MU* Taartinti-NumiMr mglMit 



®BERUN SW 11. den 
MMI4UAeCHT.ftRM*E a 



20.Aprll 19*5 



OMMntltWO 



B.d.S.Oánemork 
Grepo Hclíincor 

An>21APRl945 



Uhr 



gusgéjeiít 



k 



SonderauBwela 



Herr Bfedizinalrat Felix K e r a t e n relst Qber 
Kopenhagen naoh Sohweden. In seiner Begleitung befindat 
eioh ein Herr, der auf Grund dieaes Briefes bereohtigt 
lat, ohne Vowseigen seiner Papiere zusammen mit Herrn 
Medlzinalrat Kersten die Grenzen naoh Schweden ohn« 
welteres und ungehinde.rt zu tlbersohreiten. 
Die zustandigen Behflrden werden gebeten, den Herran not- 
falls Sobutz und Rilfe in Jeder Form zu gewahren. 
Dieser AuBweis darf Herrn Medizinalrat Kersten nioht 
abgeaommen werdea. 




Deuische Grenzpolizei 

Flughalen Kastrup 
Kopeohagen 

Eior.am; 2 1 AP« ^ 4 ^ ' 



SS-StandartenfUhrer 
und 
Mlnisterialrat 



^Sonderausweis" van Himmlers secretaris voor Kersten om hem de reis 
van en naar Zweden in gezelschap van Norbert Masur, de voorzitter van 
de Zweedse afdeling van het Wórld Jewish Congress mogelijk te maken. 

183 



:/ 



tirf 



'g 



S' 



Jïet 



■? - 



L 









!¥"■ 



'iV> 



'ïï 



.'■' ii 

■I* 






_ tfe síeunea. Éft úe d^aro^vQ^eiíde nadtt om twtïe tfcprí 
wá3 21 April en Hímmler kwam rechtstreeka van het verjakr^ 
ítygsfeest van Hitler m de bunker te BerhjnT — kwam de Reichs- 
ftihrer in Hartzwalde aan. In zyn gezelschap be^vond zich Dr BrandL 
fcftig voor zij het huis binnengingen, had ik met'Himmler een gesprek 
ojndec vier ogen in de tuin. Ik vroeg Himmler dringend goed te be- 
grijpen wat thans op het spel stond. Het ging er in deze zaak niet in 
•<h; laatste plaats om, de wereld, die thans diep verontwaardigd was 
over-de misdadige behandeling van de politieke tegenstanders van 
het Derde Rijk, een tegenbewijs te leveren en te tonen dat de huma- 
niteit in Duitsland niet geheel was verdwenen. Dit bewijs was nood- 
lakelijk, wilde de geschiedenis geen eenzijdig oordeel over het Duitse 
yolk uitspreken. Ook ditmaal appelleerde ik bewust aan zijn gevoel 
voor het oordeel van de geschiedenis, omdat ik bij talloze vroegere 
gelegenheden had gemerkt, hoe ontvankelijk Himmler was voor deze 
snggéstie. Himmler beloo£de mij daarop inzake Masur zijn best te 
zullen doen. Woordelijk zei hij nog: „Ik zou trouwens toch al de 
.«ïijdbijl tussen de Joden en ons willen begraven. AIs het aan mij 
gelegen had, zouden veel dingen anders zijn gelopen. Maar de 
Púhrer eiste nu eenmaal deze scherpe koers van mij." Hierna wilde 
Himmler naar binnen gaan. Ik hield hem echter nog even vast, want 
ik had nog een vraag op het hart die minister Giinther mij verzocht 
had Himmler te stellen. Het betrof de kwestie van de capitulatie 
Van de Duitse troepen in Noorwegen, Denemarken en Nederland, 
die ik in Maart al even had aangeroerd. Ik probeerde Himmler te 
overtuigen, dat bij het uitblijven van deze capitulatie met een actief 
optreden van Zweden in Noorwegen moest worden gerekend en dat 
bij de komende strijd geen enkel succes voor de Duitse troepen denk- 
baar was. Ik vertelde hem, dat volgens mijn inlichtingen het moreel 
van het Duitse leger inNoorwegen door de Iaatstegebeurtenissensterk 
was aangetast. Ik adviseerde Himmler zich persoonlijk van de stem- 
ming der troepen op de hoogte te stellen. De helft van dit leger zou 
voor zover ik zien kon onmiddellijk capituleren voor de Zweden, ter- 
wijl een niet onaanzienlijk deel eenvoudig zou overlopen. Himmler 
vroeg mij daarop of ik het voor denkbaar hield, dat Zweden het leger 
in Noorwegen het recht van vrije doortocht zou verlenen.Ikmoestop 
deze vraag een zeer beslist ontkennend antwoord geven — ik zei hem 
ecfiter ook, overtuigd te zijn, dat Zweden bereid was dit leger te in- 
terneren. 

Zichtbaar nerveus zei Himmler daarop, dat hij bij gebr,ek aan vol- 
machten niet alleen over deze vraag kon beslissen. Het was echter 
onmogelijk om de Fiihrer op dit ogenblik deze kwestie voor te leg- 
gen, dat liet Hitlers gezondheidstoestand niet toe. Daar kwam onge- 




pWw^ën hing én #ëë^ë aaáílef gwjtfcrfcma Búïíse sóïdjtteBf ver* 
Ipïicht té zijn, dit land tot het uiterste te verdedjgen. Tenslótte w$$ 
*Hitler«altijd nog de Fiihrer, zei Himmlerí tamelijk geirriteerd. Hi} 
voegde er echter tegelijk aan toe, dat zijn beslissingen aanmerkehjk, 
zouden worden vergemakkelijkt zodra een wijziging in de verhou- 
dingen zou intreden. Om opgewonden te besluiten: „Voor de rest 
gun ik de Zweden hun oorlog, deze Germaanse parasieten, die irl 
meer dan honderd jaar geen oorlog hebben gehad en zich dank zíj 
het ongeluk van andere volken hebben vetgemest. De Fuhrer heeft 
wel gelijk als hij het voor een beslissende fout houdt bij de inval in 
Noorwegen niet tegelijk Zweden te hebben bezet. Dan waren we van 
het Scandinavische probleem af geweest." Wij hadden tijdens dit 
gesprek in de tuin heen en weer gelopen en voor we het huis bínnen- 
traden, probeerde ik Himmler nu een beetje af te leiden. Plotseling 
stelde hij mij echter de vraag: „Weet u een mogelijkheid om met 
Eisenhower in contact te komen, opdat we onmiddellijk wapenstil- 
standsonderhandelingen met Amerika en Engeland kunnen begin-i 
nen? De strijd tegen de Bolsjewisten zullen we voortzetten." 

Deze woorden riepen in mij de vreemdste gewaarwordingen op. 
Plotseling werd ik geconfronteerd met de mogelijkheid een zuiver 
politieke rol te spelen, ik, die me altijd van de politiek verre had 
gehouden. Ik zweeg een ogenblik, terwijl Himmler mij ongeduldig 
aankeek, ik aarzelde, maar wist opeens duidelijk, wat mijn weg was 
en beantwoordde zijn vraag met een ondubbelzinnig: „Neen." Daar- 
op vroeg hij verder o£ ik een geschikte persoon wist, die dit contact 
tot stand kon brengen. Eerst reageerde Ík afwijzend, maar toen meen- 
de ik toch wel een stap verder te kunnen gaan en noemde de naam 
van Graaf Folke Bernadotte. Deze zou als President van het Zweedse 
Rode Kruis misschien wel in aanmerking komen. Himmler ging daar 
onmiddellijk op in. Hij zou de Graaf binnenkort in Hohen-Lychen 
zien en zou dan de zaak met hem bespreken. Daarna brak hij het 
gesprek opeens af met de woorden: „Wat mij betreft zou ik Noor- 
wegen, Denemarken en Nederland wel onmiddellijk willen ontrui- 
men. Ik kom er bij u nog eens op terug." Dat gebeurde dan ook: de 
eerste keer tijdens een onderbreking van de onderhandelingen met 
Masur, de tweede keer kort voor Himmlers vertrek uit Hartzwalde. 
De eerste keer zei hij, de noodzaak van de door mij voorgestelde 
maatregelen in de bedoelde landen heel goed in te zien, maar ik 
moest weten, dat Hitlers houding in deze volstrekt afwijzend was. En 
ook hoe moeilijk het dan was om iets verder te komen. „Maar mis- 
schien verandert dat binnenkort wel," voegde hij er verbeten aan toe 

Nadat ik Himmler nu met Norbert Masur in kennis had gebxacht, 

185 




"'tj 



s-t 






A 



■^4'7,;V-/ ; o-.<;.>, V;'^ :../>;"„■ 






iLt&ai 



^ÉJtL.b. '.., Mt*&.+ ík&L.,... -A'* ., .. A ,j t ,.i*. - . *■■ .. ...*.- .s.^. - .^.^^^AááJiMÍdtk 



* s * 



begon Hinlmler met een soort verdedigingsrede van <Je nationaal- 
sociahstische politiek tegenover de Joden. Op een voor zijn doen 
ynendelijke, schoolmeesterachtige toon, verklaarde hij, dat de Joden 
ín Duitsland altijd een Fremdkorper hadden gevormd en dat dit al- 
tijd aanleiding had gegeven tot onrust. Meer dan eens waren ze in 
de loop der geschiedenis uit Duitsland verdreven, doch altijd waren 
ze weer teruggekeerd. Na de machtsaanvaarding van het nationaal- 
soaalisme had hij het Jodenprobleem eens en voor goed voor Duits- 
Iand willen oplossen op een humane wijze. Hij had onderhandelingen 
gevoerd met Amerikaanse organisaties met als doel een snelle emi- 
gratie, doch zelfs de landen, waarvan men een gastvrije houding 
tegeribver de Joden had kunnen verwachten, waren niet bereid ge- 
weest enigszins omvangrijke groepen Joden op te nemen. Daarna was 
de oorlog gekomen en die had de Duitsers in aanraking gebracht met 
de Oostjoden met als gevolg epidemieën en partisanenstrijd. Daar- 
door was de haat van de Duitsers tegen de Joden voortdurend toege- 
nomen. Wat de concentratiekampen betreft - die hadden hun 
slechte naam te danken aan de verkeerde naamgeving, men had ze 
opvoedingskampen moeten noemen. Masur, die terwille van zijn op- 
dracht dit alles maar aanhoorde en zich beperkte tot een enkele 
licht-ironische opmerking, stelde tenslotte het eigenlijke thema aan 
de orde met de opmerking, dat het meeste toch niet meer te herstel- 
Ien was, maar dat de bevrijding van de Joden, die nog in Duitse con- 
centratiekampen zaten, wel het minste was, wat Himmler na al deze 
woorden kon doen. Himmler ontweek echter een direct antwoord en 
gedurende de eerste uren kreeg men de indruk, dat beide partíjen 
elkaar aftastten. Langzamerhand echter kwam de discussie op de 
reeds geschetste wensen van het World Jewish Congress, waarbij 
Masur de - voor het grootste deel zwijgende - steun genoot van 
Schellenberg en Brandt, die eveneens tegenwoordig waren. 

Bij vroegere besprekingen met Schellenberg en Brandt was mij 
reeds gebleken, dat Himmler in principe bereid was om een bepaalde 
groep Joden vrij te geven. Nu kwam het er dus op aan toezeggingen 
te krijgen inzake het aantal en de te treffen maatregelen ter verbete- 
ring van het lot van de Joden in de kampen. 

Wat dit Iaatste betrof, dreigde het grote gevaar, dat eventuele af- 
spraken niet zouden worden nagekomen, omdat van vroeger datum 
'geheel anders luidende bevelen aanwezig waren en de kans groot 
was, dat in de te verwachten paniek amok gemaakt zou worden 
tegen de Joden. Zoweí Schellenberg als Brandt beloofden mij het 
aantal door Himmler vrijgegeven Joden belangrijk te zullen verhogen 
en speciale bevelen aan de verschillende kampcommandanten te zul- 
len zenden voor het geval van nadering der Geallieerden. Het kwam 

186 



er daarbij vooral op aan te voorkomen, dat op het Iaatste moment 
wanhoopsbevelen tot vernietíging van gevangenenkampen zouden 
worden gegeven. Zij beloofden deze bij uitvaardiging niet door té 
geven en konden zich daarbij dan gemakkelijk beroepen op storingen 
van het telegraaf- en telefoonverkeer. Ik kon des te meer op de toe- 
zeggingen van deze twee vertrouwen, omdat zij reeds meer dan eens 
bewezen hadden, met name bij het wijzigen van door te geven be- 
velen, dat zij de goede zaak wilden dienen. 

In de Ioop van de nacht raakten de onderhandelingen tussen 
Himmler en Masur op dood spoor. Dit werd vooral veroorzaakt door 
de opmerking van Himmler, dat de Fúhrer hem de vrijlating van 
nog meer Joden volstrekt verboden had. Hij had reeds een ernstig 
conflict met Hitler moeten trotseren wegens de Joden, die aan Zwit- 1 - 
serland waren uitgeleverd. Om het gesprek over het dode punt heen 
te helpen, stelde ik Himmler voor eerst de lijsten met vrij te laten 
personen van het Zweedse Ministerie door te nemen. Himmler 
wenste dit niet te doen in aanwezigheid van Masur, deze trok zich 
toen met Schellenberg in een andere kamer terug, terwijl wij in het 
bijzijn van Dr Brandt de lijsten bespraken. Himmler gaf toestemming 
tot vrijlating van alle op de lijst genoemde personen en gaf Dr Brandt 
opdracht onmiddellijk alle nodige stappen te ondernemen. Het be- 
trof vijftig Noorse Joden, dertien Zweden, die in Noorwegen in cón- 
centratiekampen zaten, vijftig Nederlandse Joden, drie Franse en 
vijftig Nederlandse vrouwen en verschillende Zweden, die in Duits- 
land ter dood veroordeeld waren. 

In een urenlang gesprek trachtte ik daarna Himmler te bewegen 
alsnog de Joden in de kampen vrij te verklaren. Tenslotte was hij 
bereid dit te doen ten gunste van duizend Joodse vrouwen uit Ra- 
vensbruck, die echter met het oog op Hitlers uitdrukkelijk verbod 
bij het transport als Polen zouden worden aangeduid. Himmler 
droeg mij op deze zaak zowel met het Zweedse Rode Kruis als met 
Hilel Storch te regelen. Dank zij de volledige medewerking van de 
Zweedse regering en het Rode Kruis is daarop aansluitend een actie, 
waarbij ongeveer negentien duizend mensen van allerlei nationaliteit 
konden worden gered, tot een goed einde gebracht. Alle Joden, Ne- 
derlanders, Fransen, Scandinaviërs, Belgen en Polen, waarvan Himm- 
ler de vrijlating had toegezegd, werden door de transportcolonnes 
van het Zweedse Rode Kruis uit Duitsland gehaald. 

Na de terugkeer van Masur en Schellenberg in de conferentie- 
kamer verzocht Himmler mij, Masur zijn besluit tot vrijlating van 
duizend Joodse vrouwen'uit Ravensbruck mee te delen. Om vijf uur 
's morgens vertrok Himmler. Buiten in de tuin had ik nog een kort 
gesprek met hem. Ik vroeg hem nu definitief te beslissen over de 

187 



'^SZZ 



■ÉtMtfÍÉÉÍÉI 






Jí 




s* »■ 



X 

ik 
íi 






ïí Wiífi* 



dag- zou trachtén Hhlér, d*e hij Wéeríijn zpu «,». 
Woeua^ van de noodzaak tot ontruiming van deze íanden te ové# 

^Sf r,' í Van ZÍjn kant hield deze ontr "iniing voor juist en onver- 
^ mijdehjk. Vervolgens sprong ik nog haastig over op de kweW van 

™™ OT J™°™ e " verwoestingen van de vesting Clingendael en de 
Afskutdijk. Smds de dag, dat Himmler Brandt het bevel had gedi* 
teerd, dat Den Haag niet mocht worden vernietigd, was meer dan eeh 
maand verlopen. Ik was er verre van gerust op, dat in die tijd geen 
tegenbevelen waren gegeven. Himmler verzekerde me echter, dat ziin 
bevel gehandhaafd bleef en dat er met Den Haag en de Afsluitdi k 
niets z&u gebeuren. „Ik geef u mijn erewoord, dat ik dit zal beletten. 
Die Hollanders hebben het wel niet verdiend, maar goed, u zult uw 
zm knjgen, Den Haag gaat er niet aan." Terwijl we nog onder 
vïer ogen waren zei hij tegen mij: „in uw hart was u altiid 
Nederlander en hebt u nooit aan onze overwinning geloofd, mís- 
schien had u in vele opzichten gelijk. Wij hebben grote fouten *e- 
maakt en als ik nog eens kon beginnen, zou ik veel dingen anders 
doen maar het heeft geen zin daarover te praten. Met mij is het nu 
-Spoedig afgelopen. Wij wilden Duitsland groot en machtïg maken en 
nu xs het een grote puinhoop. Maar de Geallieerden zullen niet de 
Jnomf smaken de arme, zieke FUhrer levend in handen te krijgen. 
mt ga u goed, en groet uw gezin. Ik heb altijd het goede gewild, 
ipaar ik moest dikwijls tegen mijn innerlijke overtuiging in handelen 
/ v liat viel me bitter moeilijk, heus, gelooft u mij. Maar de Filhrer 



Uí 






ÏJfl '■■ 



^wUde het en als gehoorzaam soldaat moest ik zijn bevel opvolgen 
SVant zonder gehoorzaamheid en discipline kan geen staat bestaan. 
«oelang xk nog zal Ieven, maak Ik alleen uit, want mijn Ieven is nu 
toch waardeloos. En wat zal eens de geschiedenis zeggen? Men zal 
veel op mijn schouders wentelen, wat anderen hebben gedaan. Kleine 
geesten zullen er voor zorgen, dat al het goede, dat ik voor Duitsland 
deed, als kwaad zal worden uitgelegd. Met ons gaat het beste deel 
yan net Duitse volk ten onder. Dat is triest, maar de rest, die nu nog 
m Duitsland overblijft, interesseert ons niet. Daarmee kunnen de 
Gealheerden doen wat zij willen." 

Onder het spreken van deze woorden liepen we naar zijn auto. Hii 
stapte in en terwijl hij zat, gaf hij mij nogmaals de hand en zei: „Ik 
dank u hartehjk, Kersten, dat u mij met uw grote kunde jarenlang 
zo» onbaatzuchtig hebt geholpen. Wat er ook gebeuren mag, u moet 
nooit slecht over mij denken. AIs u kunt, helpt u dan mijn arm ge- 
an. Het ga u goed." Bij deze Iaatste woorden waren tranen in Himm- 
lers ogen. Toen reed de wagen weg. 



fmg 





imfk 

^^Sfmet Masuri onder het ^ctónder vanjliét ]Rús£*(Mê'"$$$íw I A * 
vHégtuig uit Berlijn vertrok en naar ^tóckhóim terúgkeerde. iw f 
was ik in de gelegenheid reeds op 22 Aprfl, dus nog een aanzienli^e 
tijd voor de capitulatie van het Derde Rijk Minister Giinther te Ve» , 
tellen van Himmlers plan om voor de Westelijke Geallieerden te 
capituleren. 

De laatste dag in Hartzwalde is mij bijgebleven. Na het vertrek va» 
Himmler heb ik alle vertrouwde plekjes van het huis en het land, 
waar ik zovele jaren had gewoond, nog eens opgezocht. Ik nam af- 
scheid van het huis, waar zo juist een stukje geschiedenis was ge- 
maakt en van de tuin, waar het eerste voorjaarsgroen ontlook. Alleen 
in de kamer heb ik in gedachten de laatste opwindende jaren op- 
nieuw doorlopen. Ik zag alles wat er gebeurd was, nog eens als in een 
boek. Blad voor blad sloeg ik om. Doch telkens keerden mrjn ge- 
dachten terug naar de uren, waarin ik als zieke onder zieken m het 
veldhospitaal had gelegen en Iater, toen ik de dokter assisteerde, de 
genezende kracht van mijn handen ontdekte. Mijn lot is het sinds- 
dien geweest mensen te genezen en hulp te bieden, waarzij in nood 
verkeerden door een geweldsysteem. Ik was dankbaar jegens de 
Eeuwige, die mij hiertoe in staat had gesteld. 



.> 



vt 



«f. 



'Jl 



* 't' 



l^ 



s 



^ 



y >ffl- 



v fl i„ 



é 



*** 


m 


i 






rafe 


'"3£>ï',w-/ - ' 







BkHMÍÉIk 



189 






,r -i--^ 'irafi. ím\Oi^ii^at^i^LáÊÊÍÊÊklÍÊÊIÊÊÉêÊÊÊéÊÊÊk 



WGBtD JEWKH CCWGtesS 



N.Kor.ndun 
rBrand. :*di«ÍB*lrM«t Fali* K.retan. 



iu.ru M «ona ,^. h c oncr „. fir ^ g3r . fB1J ^ utt-ltad- ^^ 

*adicin. lri d.t F.li, K.r S tan. in..t..r ,„ ^^ w Judw ^ ^ d# ^ 
kanfwitratlimatacran rn.au 

1) K.r.t™ har o, E ,nnytti e t .«„ t . lf tíll fBrfos(uld . Tld ^ .^^ 

.« rSdd. 1 d. ty.ki konc.ntr.tion.Ucran int.marad. ^». sálund . h „ ^ 
K.r.tan. «„... ^ do ^ krJs<5rM ^ ^ ^^ ^ ^ 
ar,rfar«, till Sverig,, 

2) ». ty.k, rHclad^an Hitl.r n«d. b.f.m, .tt d. ty,k. koncntrBtion.. 
Ueran ltaU . . prlins „ 4 ll|ftwi ae<J ^^ ^^ ^ ^^^ ^ ^ 

nlli.r.d. tr.pp.rn. ^. . is . w « djB(t . ul , „„,_ ^ ^ ^^ ^ 

1« «^ « .*« infl yt.nd. ,,„ rilciledw HW-r( ^ ekuii< witowut 
ord.m, IvckM.. «.„,.. ^.^ ^, ^.^ ^ ^ ^ ^^ 

n*.r. dfri^ ^a. 100.000-t.l. «Knni.^ * ollk . ^«^^ ^ 
ibland o^in c 60.000 jud^. Vi v,t. vid.r.. .„ d . t ^,, ^^ ^ ^^ 
-»«*«. .tt d . i konc.ntr.tion.l^.,, b.fintli 6 . J«« w, ¥ldwi finE . 
•KJutM, ut.n .Kull. b . hMdlM Uk . ^ ^, f4agM( ^ Md ^^ ^ ^ 
Tl..t «indr. Mtal jud . r yAllM pJ or4-r ^ ^^^; bl#w d . port#rwJeï 
») IM f.r. « r «,* „. „„ K. r . t .n l y ,k.t. r*dd. ot.li 6 . n^bor^ i 
•«ric, Din^rk. Hor„. O.t.mk., Fr wk r<k,. Ho iland och B.l s ian. 

U bnun h.r utvark.t .v > !)jnm) . r tilUtiaú . tt , Wfta j^.,,,,.^ 
till Judar» 1 konMntr.tl«n. 1Iie M«, lon h . r ^^ M#íl£í .^,^, H , g 

-5) Slumran »il> v t n^ a , .tt ; ;, r .t.n «Idir* h.r vu C r.t o„ .in hJHp 
J^ „ 4r , ltu . tlWl « ta wu „ h hw riid<ÍBÍ116iln „ t „ r ^ T , rU ^ ^^ 
• tor b.t ;nl ,l.. i d . „ lr . it . tld „ „ lidMd , 4 ^ nUtorUt 



^5^'^- 



Memorandum van het World Jewish Congress betreffende de actíviteit 
van Medizinalrat Kersten. 

190 



^^-TMM 



_JiX K5RST6N 

■TOCMHOI.M 



, dn 24*-i»rU 1M5* 



Aa 



8.« 10.110» dfn KLsl^r ftr «**rtií« 
A^.1 ^iih.lt» t Bura Cfar. OQBtbJff. 

a^oakhol». 



I*. In«U«B( 

Bai Mlnn ImVtmx Bnt«r«dnaf 1\ d*m taUbmtBa^ Bw*n Vmlmt 

n 214. l*gt« « «tr 41. CQl«udea «wi Vrat^B »«• 

») . "H*b»a fli. TWhtndmic n 0«ncMl U..idMlMii 1* 

plM. fnc* »>rt« i«li TOWÍIWB. 
h). "ffUMB 81« ala* «Ml«BiU Ptttóalioawit, «it ttr Otwr «t. MforUt» 
UjotéUvBg d*r '— r**--*^°" i f ■« «m la«lo^««ri*»*««« ««rbMd.lt «isdn 

kflmrt.T «ir DbïWoIwb «in* b«f«it da taipf Mt« di. towa IWU- — I > •« 

dl« *ngln-*««rtk«n«r «it «n« tíim l«ff« n«TtlT «t« n l «lii««n«n. B 

ihwhllTTtf-* d«rf ioh MBsnfotana «M. ion Bbttb Badw «rkttrw. 
d«M iob «lafa ia ««iB«r H««n«oh«f» tí* Arrt nl« politlaaB bttlti** b«M «M 
■loh aueb aiafat poUUaoh b»tltl««a «111 ■ 

W.t dan bM««B BBpnhlaBC«a Mn iob, ■». BBMUaaBt 




Brief van Kersten aan Z. E. Chr. Gunther, Minister van Buitenlandse 

Zaken te Stockholm, over Himmlers aanbod betreffende een wapenstilstand 

met de westelijke Geallieerden. 

191 



Bann 



*ov«W 



m 



m& 






m* 



Herr Advokat, 

Till svar p& Eder ekrivelse den 4 itmevarande november 
angaende medicinalrádet Kerstene ansbkan on evenskt medborgar- 
akap far Jag meddela fbljande. 

1) Jag har tidigare vid flera tillffillen auntligen framfbrt 
ain tillstyrkan av doktor Keretens ansbkan ooh vidhaller givet- 
vis alltjamt denna stándpunkt. 

2) Riktigheten av doktor Kerstens redogorelse fór vad han ut- 
fbrt, vilken Ki bifogat i bversattning (Den 50 eeptember 1943 
kom medioinalrádet Kersten _.-.-.-.- fiventyra 5veriges huaani- 
tara raddningsarbete) vitBordas harmed av mig. 

3) Det kan icke ráda nágot tvivel om att doktor Kersten under 
krigets slutskede raddade tusentals mënniskor till livet. For 
Sverigee del má, bland mycket annat, sarakilt framhállas hans 
avgbrande insatser fbr Warschauavenskarna ooh i planlaggningen 
av det ráddningearbete i Tyekland i bbrjan av ár 1945,. som an- 
fbrtrodúes at Bbda Korset och utfbrdes under greve Bemadotte3 
ledning. 

4) Jag har kont doktor Kereten sedan hbsten 1943 ooh hoa honoa j 
alltid funnit beredvillighet att gbra sitt yttersta i det stora 
humanitára raddningsarbete,' vartill hans egenartade stállning 
bppnade mbjlighet. Dá'remot har Jag aldrig funnit nágot i hanB 
verksamhet eller uttalanden, som kunnaí giva anledning till de 

1 viSsa tidningar framkomna antydningarna Btt han skulle vara 
nazist, vilket Jag tvártom anser vara alldeles uteslutet. 

Intet hinder mbter frán min sida att 8i begagnar detta 
breT pa det satt Ki finner lampligt i fraga om doktor Kerstens 
svenska me-dborgarskap. 



7á^^ 



íten Knat Littorin, 
linggatan 6, 
$ o ï h o 1 m. 




L^*-«-*— •<-" > *—-**>-**- 



Bfí 



Brief van het Gezantschap van het Koninkrijk Zweden te Rome aan de 

Advocaat Knut Littorin, gevolgd door het résumé van de feiten betref- 

fende het reddingswerk van Kersten voor Scandinaviërs en anderen, die 

gedurende de oorlog in Duitsland gevangen werden gehouden. 

19? 



Den 30 september 1943 kom medicioalridet Keraten till 
Sverige P S inbjudan avSvenska Tandsticksfebrikskoncernen. 

Kersten var dá-mycket verksam fOr att rSdda o= h om mQJ.^ 
ligt fílra till Sverige de-fem dlrektOrerna och ingenJOrerna i 
Tandsticks Aktiebolaget och de tva direktOrewa i L.li.Ericson. 
vllka aamtliga blivit hSktade i w 8 rscbau fOr spionerl. 

Fyra av' deasa voro dSrada till dOden, en till llvstids 
tukthus och tvl hade fOrklarats icke skyldiga. De tva slstnamnda 
befunno sig redan i Sverige. Denna delikata angelSgenhet lflste 
Kersten mycket gynnsamt: alla blevo befriade, benadade ocn skickade, 

tlll Sverige. 

1 oktober 1943 l&rde Keraten K&ana eicellensen Guntner 
och fBrklarade sig gentemot honom beredd att hjalpa tlll med rfidd- 
ning av nmnniskor, som kommit i nOd gen«om nazlsoen, samt att gOra 
allt, som stod honom tlll bud 9 , fOr att understWJa eicellensen 
Gíinthers humanitëraiaddningsarbete. 

HOsten 1944 fick líersten % uppdrag av excellensen GOnther 
att ferhandla med Hijnmler om frigivande av norska s.tudenter och 
danska pollser.ávenska regeringen var beredd att taga emot dessa 
olyckliga mánniskor i Sverige och att event. internera dem i 
Sverige till krigets sl'ut, llkasS de 1 Tyskland internerade norska 
och danka kvinnorna och barnen. Skulle Kersten icke" kunna oft detta 
mal, sa befullm&ktlsadea han att fOrhandla med Hlmmler oca att sam- 
manfflra samtllga 3kandlnaviska fangar i ett aarskilt lager 1 
Tyskland, vllket akulle stS under kontroll av Svenaka ROda Korset. 
Svenska regeringen skulle átaga slg att underhalla dessa fangar.Hfir 
Kersten aterkom till Sverige den 22 november 1944, avgav han rapport 
till eicellensen Gunther och Overlamnade intyg oo att Himmler vore 
beredd att till en bOrJan frigive och till hemlandet skicka 50 
danska poliser och 50 norska studenter. Vidare var Hlmmler infOr- 
stádd med att saminanfOra samtliga akandinaver i ett aamlingslager 
i Tyskland under kontroll av Svenska ROda Korset, som ocksa akulle 
svara fOr dessas underhall.Himmler stod icke avvisande oot ett 
event. friglvande av akandinaviaka kvinnor och barn.men saknado 
Tyskland miSjliehet att transportera alla dessa fangar respektive 
att sammanfOra dem 1 ett enda lager, varfOr Sverige sjalv m&ste 
fitaga sig detta. Hlmmler var beredd att fOrhandla med represen- 
tanter fOr Svenska Regeringen om 6e tekniska árrangemangen» 
^ Vifere erhOll Kersten Himmlers lOfte oin frigivande av 

tusen hollfindska kvinnor, Sttahundra ftanska kvinnor, fyrahundra 
belgi3ka undersS-ter samt femhundra polska kvinnor. I februari 1945 
insatte Svenska Regeringen rOdakoraomnibussar under greve Folke 
Bernadottes och Overste BJOrks ledning. 

I februari 1945 erfor excellensen Gíinther, att Hitler 
hade givlt order on att, nfir de allierade nalkades ett koncentrq- 
tionslfiger, detta med sactliga d6r vistande personer skulle spr&ngas 

193 



i 






;£j 



w 



»jí<V.'.:: 

Éï'ífV' 



■/''■ ■■■ 
f-ilif) i, ' ,, '' 

RP' 

pí'-- 

íw.V' 



5^^%' ,V/ 



atí'.'-i , t , '> ' : ' 



Ê'-' 

,-rff!-. 



#K- '■'■ 
mté' •- 

fcW ' 



rothiadtaa. SfiraUÍt ífc*te h«n pí de nawka 

kooGentratiOQ3iasren. Kersten skiekadea tlll Himmlor deo 3 mtO» 
fflr att om mflJXigt fcrhiodrs detta. Den 12 mara I94S ïyokades 
det Kersten att trSffa fOljande Overenslcommelse med Himmler. 
1/ Himmler underiat verkstaila Hitlera order att sprfinga kon- 
centrationslagren i luften, nfir de allierade nfirmade sig, samt 
fOrbJOd varje som helst sprfingning fiyenao^t dddande av ffingar. 
2/ N8r de allierade nSrmaito sig fconcentrationsiager OverlSmnades' 
detta till de allierade i vanlig ordning med vita fanor. 
3/ Varje ytterligare uadakjutning av Judar upphOrde och fOrtjOds; 
Judaraa likstfilldes med fangar i andra koncentrationsl&ger. 
4/ POrklarade sig Himmler infOrst&dd med att lcke vldare láta • 
utrymma koncentratioasiager; fangama fingo vara kvar dSr de fSr 
Ogonbllcket befunno sig. 

Samtidigt utverkade Kersten hos Himmler ett samman- 
trSffande med representanten fOr Judlska vSrldskongressens sek- 
tion Stookholm, herr Norbert &asur, i och fOr fOrhandlingar ang* 
rfiddnlng av de Judar, vllka Snnu befunno slg 1 tyska koncentra- 
tlonsl&ger och dessaa bSttre underhall. Dessa fOrhandlingar fOrde 
medicinalradat Kerstea i samarbete med Judiska vSrldskongresasn 
Mew ïork och dess representant, herr Gilel Storch. Iven desaa 
fOrhaodllngar fOrde till att framgángsrikt resultat. 

Genoos ovanstêende Stgfirder kunde Kersten i slsta Ogoa- 
bllcket rSdde livet pa hundratusentals manniskor. 

Pá grund av desaa Kerstens fOrhandlingar med Himnlor 
beslOt excellensen Gtinther att lScga upp Sverlges rSddningsarbete 
«fter stora linjer. NHr nágon ny svarighet uppkom, flok Kerstea 
áter i uppdrag att hjalpande ingripa. ^iutligen flOg Kersten den 
19 april 1945 pS Gítnthers uppdrag ënau en gáng tlll Tyskland fiir 
att fOrhandla om da tyska truppernaa i Norge kapitulation och om 
det slutliga frigivandet av samtliga skandinaver i Tyskland. 

Den 21 april, kl.2 pú natten, framfOrde Himmler det 
fOrsta fredsanbudst tlll líersten. Kersten avbOjde emellertid att 
vidarebefordra detta anbud, d£ fian i egenskap av lSkare ioke ville 
ayssla med polltik. Emellertid fOreslog han greve Folka Bernadotte, 
aom dSrefter OverlSmnade anbudet tlll Svenska Regeringen. 

Kersten, som sedan den 30 september 1943 bor i Stockholm, 
har pí exoallensen GOnthers uppdrag flugit feo g&nger till Tysk- 
land och har alltid varit beredd att nar som helst ingripa ooh 
hjfilpa till. Han har gjort allt fullkomligt oegennyttigt. Hana 
resor till Tyskland voro ofta fOrenade med livsfara. Han var ioke 
politiskt intresserad. 

Kerstena aamarbete med excellensen GUnther hemlighOlls 
ytterst noga - blott fa manniskor kSnde till detsamma - enfir man 
befarafle, att ett offentliggOrande hfirav kunde Sventyra Sverigea 
humanitSra r5ddningsarbete. 

194 



AANTEKEklNfcEN 



r * .1 




W 



íi 

PiL 
h: 



*to 



m 






■ , ^ ».K 



AANTEKENINGEN 









HET UITROEIEN DER JODEN 

ln dit boek homen verschillende tegenstrijdige uitspmhen van 
Himmler voor, waarbij deze het de ene keer voorstelt alsof hijtegen 
zijn zin de Joden ombracht, de andere keer de gebruikelijke slagzm- 
nen over de noodzaak tot het verdelgen van Joden gebruikt. Intussen 
is de vraag van wie eigenlijk het denkbeeld van de radicale vermeti- 
ging van ket Jodendom is uitgegaan nog niet beantwowd. Omdat 
hetzeker niet zonder belang is te weten, xvie de grote drijfkracht 
achter deze hoofdmisdaad van het Nazisme is gewetst, volgt hier nog 
een fragment uit Kerstens aantekeningen, waarin Himmler de ver- 
antwoordelijkheid voor deze reeks misdaden op Goebbels legt. O.a. 
bij Ulrich von Hasell Vom andern Deutschland vond ik aanwijzin- 
gen, dat deze lezing wellicht niet geheel zonder grond is. 

Kersten vermeldt op 10 November 1942 het volgende gesprek met 
Himmler, dat plaats vond kort na de landing van de Gealheerden m 
Afrika. „Himmler vertelde, dat de landing op het ogenbhk de op- 
mars in het Oosten vertraagde, aangezien men de situatie m Atnka 
nog niet helder kon overzien. 'Over drie, vier maanden zal men de 
situatie in Afrika echter meester zijn en dan kan men met alle be- 
schikbare krachten het bolsjewistische monster neerslaan. Als ant- 
woord op de landing had de Fuhrer nu bevolen dat de actie tegen 
de loden, die zich nog in onze macht bevinden, moest worden ver- 
scherpt.' Ik zei tegen Himmler, dat ik dit onmensehjk optreden 
tegenover de Joden niet kon begrijpen. Dit warên toch allen weer- 
Ioze mensen, waarvan men niets te vrezen had. Himmler ant- 
woordde: 'lk moet, de wil van de Fiihrer is opperste wet, hij draagt 
de verantwoordelijkheid/ Ik zei hem, dat niemand dat ooit zou ge- 

loven. . . 

Na enkele ogenblikken zei Himmler toen op vermoeide toon tot miy. 

'Ach Kersten, ik heb de Joden nooit willen vernietigen; ik had ^daar 

heel andere ideeën over. Maar dat erbarmelijke creatuur Goebbels, 

die bokkepoot heeft het allemaal op zijn geweten.' 

Ik keek Himmler verbaasd aan. 'Ik kan me begrijpen, dat u dat 

verbaasf, vervolgde Himmler, 'en velen zullen mij nu met geloven. 
' Kort na 1933 kreeg ik van de Fiihrer het bevel de Joden uit Diuts- 

land te verdrijven. Ze zouden echter de hel£t van hun vermogen mee 
; mogen nemen, evenals hun roerend goed. Ik heb zelfs vergnjpen, die 

mijn mensen begingen en die mij werden gemeld bestraft. Ik stond 
r er echter o P , dat zij uit Duitsland zouden vertrekken. Wi 3 stichtten 

197 



IHH 




h 



11 ïí: * 



-,í/ ée£„ ^Twnffffn«Ter*cirgaíiHatfe ana *Í!ét\ýíirtifek te vergemakksMfcisíi, 1 
* * Haa<Jerdc[uizenden Joden konden ^aldiís uitwýken en zich in, É^t 
Btiitenïand een nieuw bestaan opbouwen. Desondanks begon er 
ínrdë wereld een infame hetze tegen ons, dïe tot oorlog moest leiden. 
Tót voorjaar 1940 konden de Joden nog ongehinderd Duitsland ver- 
laten, toen zegevierde Goebbels.' 

'Hoezo Goebbels?', vroeg ik. 'Goebbels stond op het standpunt, 
dat het Jodenprobleem alleen viel op te Iossen door een totale ver- 
nietiging van de Joden. Zolang er nog één Jood in leven was, zou 
dat een vijand van het Duitse nationaalsocialisme zijn. Daarom was 
elke consideratie tegenover de Joden verkeerd. Dat was nooit mijn 
* ' mening geweest. Ik had de Fiihrer al in 1934 voorgesteld om het 
y eiland Madagascar aan de Joden ter beschikking te stellen om daar 
een zelfstandige staat te vestigen. Dat eiland heeft een goede bodem 
en een behoorlijk klimaat.' 'Maar Madagascar is toch Frans bezit?' 
""Inderdaad, maar men had het daarover op een internationale con- 
ferentie eens kunnen worden en voor het zegevierende Duitsland van 
nu zou het helemaal geen probleem zijn geweest. Maar Goebbels heeft 
maanden, ja, jaren ïang de Fúhrer aangezet om de Joden radicaal 
uit te roeien. Toen de oorlog eenmaal een feit was, kreeg Goebbels 
gemakkelijk spel. In de zomer van 1940 beval de Fúhrer, dat de 
Joden in étappes moesten worden vernietigd. Voor deze opgave koos 
de Fiihrer mijn SS en mij. Dat was de eerste en enige maal, dat ik de 
Fuhrer tegensprak. Het was in het Fúhrerhauptquartier in'Frank- 
njk. Ik zei toen: Mijn Fúhrer, de SS is bereid met mij aan het hoofd 
tot de laatste man toe te strijden en te sterven, maar ontslaat u mij 
van deze opdracht. De Fiihrer werd woedend en zei: 'Himmler, u 
weigert. Wat moet dat betekenen? Ik beveel het u, ik neem de ver- 
antwoordelijkheid op me.' — Toen kon ik niet anders. Nu zult u het 
rnisschien begrijpen, Kersten, en ik hoop, dat de geschiedenis mij ook 
eens zal begrijpen'." 



p f %*y*™&i 



SV'H 



,'V 



'^?í*3i 



k 



$t v* 



■'/■>, 



i, ■> 



fw 






DE HULP AAN NEDERLANDSE GEVANGENEN > 

De door Kersten in zijn boek gedane mededelingen over zijn activi- 
teit ten behoeve van gevangenen in Duitse handen, werpen een in 
vele opzichten merkwaardig licht op het uitblijven van hulp voor 
Nederlandse gevangenen, waarnaar de commissÍe-Vorrink het beken- 
? de onderzoek heeft ingesteld, resulterend in het z.g. Rode Kruis- 
í|C- rapport. Aan enkele passages uit dit rapport valt dit nader toe te 
hchten. 

„Wat de evacuatie der Scandinavische politieke gevangenen betreft, 



198 



-líAi^,.,'. .-■.■> .'<■«.' wúv: ■.,;'-..*' 



:^.tïï$&. 



Ás Zweedse Regerïng, áank zij* «mneeties i^flpRáhmí W ff»v 
-em grondig voorbereid, en liet zif vervolgens aan Graaf Foïfcfc 
^aernadotte over, het ontworpen plan uit te/ voeren. Voor zover be- > 
%end, waren ook in deze de Duitsers bereid alleen Noren en Denen 
te helpen. Van 10 Maart 1945 .af werden circa 5000 politieke ge- 
vangenen samengebracht in Neuengamme. Op 20 April (Hitlers ver- 
iaardag) voerde men de zieken rechtstreeks af naar Zweden, terwijl 
de anderen werden overgebracht eerst naar een Duits concentratie- 
f,>« kamp in Denemarken en op het allerlaatste moment naar Zweden.' 

Er kan na de door documénten gestaafde mededelingen van Kersten 
geen twijfel meer bestaan, dat Himmler bereid was geweest naast 
Noren en Denen ook Nederlandse gevangenen vrij te laten, indien 
Kersten op een of andere officiële opdracht had kunnen wijzen Waar 
Himmler bereid was Joden vrij te laten, had hij zeker geen overwe- 
gende bezwaren doen gelden tegen het vrijlaten van Nederlanders. 
Ook de Zweedse regering was, wanneer men aandrang op haar had 
uitgeoefend, stellig bereid geweest de vrijlating van Nederlandeis te 
verzoeken en hun transport te verzorgen. Als bewijs daarvoor kan 
gelden de lijst van 94 personen, die Kersten m Januari '45 van de 
Nederlandse officier van de Inlichtingendienst, luitenant G. Knulst, 
ontving. De personen op deze lijst werden eveneens met Zweedse 
autobussen afgevoerd, nadat Kersten, handelend voor de Zweedse 
regering, hun vrijlating had weten te verkrijgen. De onderstaande 
conclusie, die de Commissie trekt ten aanzien van het evacueren van 
írevangenen is dan ook volkomen juist, al kon zij door onbekendheid 
met de rol van Kersten de diepe strekking van haar conclusie bi] het 
opstellen van haar rapport nog niet vermoeden. 

Het zii nog gememoreerd, dat korte tijd na de mislukking van deze 
é'vacuatiepoging ten gunste van Nederlandse gevangenen in Bergen- 
Belsen door bemiddeling van Graaf Bernadotte de te Ravensbruck 
Keïnterneerde vrouwelijke politieke gevangenen naar Zweden geeva- 
> cueerd werden (22 en 25 April 1945), reden te meer om aan te 
nemen, dat soortgelijke pogingen zijnerzijds inzake BergenBcIsen 
Sacbsenhausen en andere kampen tot resultaat geleid zouden kunnen 
hebben, mits men te Londen meer belangstelhng en actniteit ten 
opzichte van deze reddingsmogelijkheden had getoond. De comnrn- 
sie merkt hierbij- op, dat bij een eventueel slagen van de evacuatie 
de beruchte dodenmarsch uit Sachsenhausen, althans voor wat de 
Nederlanders betreft, die op 21 April begon, was voorkomen 

\Nu wij uit Kerstens mededelingen de achtergrond hebben leren 

199 



j ■* i 



n 



Sfl 



f« 



V '*■ 



fj>. 

i 
t 






4Í* 



kennen van de vrijlating van politieke gevangenen uit Ravensbrlick 
en andere kampen, vraagt men zich met des te meer verbijstering af, 
welke ongehoorde mogelijkheden tot redding van Nederlandse ge- 
vangenen ongebruikt zijn gebleven. Uit het vermelde op pag. 125 
blijkt, dat de Nederlandse instanties in Stockholm op de hoogte zijn 
geweest van de zeldzame verbindingen, waarover Kersten beschikte. 
Dat men deze verbindingen zelfs geen onderzoek heeft waardig ge- 
keurd, is wel het meest krasse staaltje van de in het rapport gesigna- 
leerde mentaliteït. Beschouwt men de Nederlandse instanties in 
Stockholm als direct verantwoordelijk, dan overweegt men tegelijk, 
dat het de Nederlandse regering te Londen moeilijk kan zijn ont- 
gaan, dat door anderen van Stockholm uit bijzondere dingen werden 
bereikt. Be conclusies van deze overweging liggen voor de hand. 

INGRIJPEN TEN BEHOEVE VAN NEDERLANDERS 

Naast de in het boek — in het bijzonder in Hoofdstuk XVIII — ge- 
noemde gevallen, waarin Kersten ten behoeve van Nederlanders in- 
tervenieerde, volgen hier nog enkele voorbeelden van pogingen, die 
Kersten naar hij verklaart bij Himmler keeft ondernomen om vrij- 
lating van Nederlanders te bewerkstelligen. Schriftelijke bewijzen van 
zijn activiteit bij deze interventies zijn niet aanwezig, hetgeen zich 
uit de in de inleiding genoemde omstandigheden gemakkelijk laat 
verklaren. 

In 1941 intervenieerde Kersten bij Hïmmler ten behoeve van pro- 
fessor P. J. Gerke, hoogleraar aan het Indisch Instituut te Amster- 
dam, die wegens sabotage en hoogverraad was gearresteerd. 
In hetzelfde jaar wist Kersten vrijlating te verkrijgen van Baronesse 
E. Th. J. van Heemstra, van wie reeds besloten was haar naar een 
concentratiekamp te sturen. Baronesse van Heemstra heeft in haar 
boekje In hun greep de geschiedenis van haar bevrijding uit de ge- 
vangenis door Kersten uitvoerig verteld. 

In 1941 had de Standartenfiihrer Kranefusz in een rapport aan 
Himmler de eliminering gevraagd van de familie Asscher van de 
bekende diamantindustrie op grond van hun sabotage-activiteit. Alle 
pogingen hieromtrent iets bij Himmler te bereiken bleven zonder 
resultaat, uitgezonderd voor één Iid der familie, dat gemengd ge- 
huwd was en waarvan Himmler bepaalde, dat over zijn lot eerst na 
de oorlog zou worden beslist. 

In 1942 bepleitte Kersten bij Himmler de zaak van Mr E. E. Menten 
200 



van de firma Heldring & Pierson, die - onder beschuldiging ia En- 
gelse dienst te staan - was gearresteerd. Himmler was in dit geyal 
gevoelig voor het argument, dat hier slechts ïntriges van NSB-zijde 
in het geding waren. 

Einde 1942 maakte Himmler na tussenkomst van Kersten een bevel 
tot liquidatie van de firma Jacobson van den Berg 8e Co. te Den 
Haag ongedaan. Tot deze liquidatie was besloten op grond van de 
verdenking dat deze firma contact met Engeland onderhield en 
sabotage-acties steunde. Ook het zenden van de firmanten naar een' 
concentratiekamp, waartoe besloten was, bleef achterwege. 

Toen in de loop van 1943 een groot aantal artsen werd gearresteerd, 
omdat zij weigerden de artsenverklaring te ondertekenen, wist 
Kersten verschillende malen bij Himmler voor deze artsen te pleiten 
en hij heeft bij Himmler aangedrongen op vrijlating van enkele 
artsen, waarvan hij de namen via zijn Nederlandse relaties had door- 
gekregen. 

In het kader van de roofacties van Kranefusz werd Himmler ïn de 
herfst van 1940 het voorstel gedaan, het Unilever-concern en zijn 
dochtermaatschappijen in Duitsland door de SS te doen overnemen. 
Met een beroep op de levensmiddelenvoorziening, die door een der- 
gelijke actie in gevaar zou worden gebracht en de onrust die daar uit 
voort zou vloeien, pleitte Kersten voor het onaangetast laten van het 
Unilever-concern. Himmler besloot het Unilever-concern intact te 
laten en zorgde enige maanden later voor overplaatsing van Krane- 
fusz uit Nederland. 



■a 'á 



■( 



i 



V . .j 



201 



."i 
.1 







VERTAIÍNGÉN bE& BOttA* 






ktëtátéiiïr&Jj. ■{■ j-V ■' y'jit ÍBfýiii-iWÍ'áiíi 




|blz. 68, 69. Verklaring van Rudolf Brandt, d.d. 7 November 1947 
VERKLARING ONDER EDE 

Tk Rudolf Brandt, geboren 2 Juni 1909 te Frankfurt a.d. Oder, momen- 
teel veSvendin de gevangenis voor oorlogsmisdadxgers te Landsberg- 
Lech weXdat ik m/strafbaar maak, indien ik in een verklanng ^onder 
ede e'en va s getuigen s afleg. De volgende medede mgen, die ik uit hoof- 
de van Sn g vroeiere werkzaamheid als secretaris van de voormahge 
ReichsfXer-SS Himmler naar eer en geweten opschnjf, bevestig ik 

0n He r tzal'begin Maart 1941 geweest zijn, toen Himmler een dossier ont- 
ving dat beíekking had o P de overbrenging van een aanzienlnk aanjd 
Nedêrlanders naar Polen. Ik kan nu met meer zeggen of Hito ajn 
aanwijzingen aan Himmler persoonlyk had ondertekend , ofwe dat zn 
via Bormann waren doorgegeven. Myn bemoeiems met het domer be- 
perkte zich,tot het deponeren van de papieren bij de voor Himmler be- 

Ste ik d v e o P ndhet plan zo dwaas en zinloos, dat ik tegen de bestaande voor- 
schriften van geheimhouding in daarover met de heer Medicmalrad 
Felix Kersten, die noch tot Himmlers staf, noch tot de SS behoorde, 
sp ak. Medicinalrád Kersten had jarenlang in Nederland gewoond en 
ik zag in hem iemand die Nederland zeer was toegedaan Ik hennner 
me alleen nog, dat ik Medicinalrád Kersten het geheime document ter 

^ ofe^het^veSeTe verloop van de zaak hoorde ik aanvankelijk niets, 
want ik ging kort daarna als sergeant naar het artillene-regiment van 
de LeibsSndarte, dat toentertijd in Bulgarije .lag. Na beemdrgmg van 
de oorlogshandelingen in Griekenland kreeg. ik het bevel, in mqo oude 
werkkring terug te keren. Ik vernam toen bij de een of andere gelegen- 
heid, die ik me niet precies meer weet te herinneren, dat de voorgenomen 
deportatie niet zou worden uitgevoerd. , .... 

Naar miin overtuiging is het niet uitvoeren van het oorspronkeiijke 
plan voor een belangrijk deel, zoal niet in overwegende mate : aar ide 
bemoeiingen van Medicinalrád Kersten bij Himmler toe te schnjven. 
Himmlers gezondheidstoestand was juist in 1941 bijzonder slecht. 

(get.) Dr RUDOLF BRANDT 
Landberg-Lech, 7 November 1947 

Voor de echtheid dezer handtekening wordt Íngestaan door 

Captain CMP Llovd A. Wilson, gevangenisdirecteur. 

De juistheid van het afschrift wordt gegarandeerd door 

Elisabeth Lúben en Meta Gernhardt. 

blz. 75. Felix Kersten aan Heinrich Himmler, d.d. 21 December 1944 

Zeer geachte heer Reichsfiihrer, 

Vanochtend heb ik u een uitvoerige brief geschreven. Nu is mij nog het 
volgende ingevallen. Op de terugreis van Triberg naar Hartzwalde ver- 
telde Obergruppenfúhrer Berger mij, dat Obergrupp enfuhrer PoM u 
dezer dagen verslag zal komen uitbrengen. Bij deze bespreking zal hij u 

205 



í 











^ 



, ^ 



L*«r 



Wjetttcuttí, , flttn, PoH, opAnflbl-'fffeiai; de waafjRdcvolste kunstwft 
teo, dic tKde St.-Pietersberg en op andere veilige plaatsen in Nederlaofl; 
OHdergebracht zijn, naar de Ostmark te vervoeren en ze daar in veilig- 
beid te brengen. 

Op 4 Maart 1943 hebben wij samen een uitvoerig gesprek over de 
Wederlaridse kunstschatten gevoerd en u sloot zich bij mijn standpunt 
aan, dat het een blijk van grote zwakheid zou zijn, wanneer deze kunst- 
werken, die het eigendom van het Nederlandse volk zijn, nu uit Neder- 
ïand zouden worden weggevoerd. Thans is de situatie dezelfde. Ook 
beloofde u mij destijds, dat een ieder, die zich aan de kunstschatten zou 
vergnjpen of daarover eigenmachtig beschikken.tenstrengstezoú worden 

festraft. Uit naam van de Nederlandse geschiedenis verzoek ik u, de 
unstwerken in Nederland te laten, daar waar ze zich nu bevinden. En 
wanneer Obergruppenfúhrer Pohl u het bovengenoemde voorstel doet, 
wyst u het dan s.v.p. van de hand. Daarenboven geloof ik, dat Ober- 
piíppenfíihrer Pohl hier persoonlijke belangen nastreeft en dat hij daar- 
bij, zeer geachte heer Reichsfúhrer, misbruik van uw naam wil maken. 

Met beste groet, 
uw u zeer toegedane 

(get.) FELIX KERSTEN, 
Medizinalrat. 



^bíz. 104, 105. Walter Schellenberg aan Felix Kersten, d.d. 2 Aug. 1944 

Strikt persoonlíjk 

-* iiT j t ~ Vertrouwelijk 

, J í Waarde heer Kersten, 

\ ^tifdens mijn laatste behandeling wees ik u er op, dat men, d.w.z. Ober- 

V gruppenfuhrer Dr Kaltenbrunner en Gruppenfúhrer Muller, opnieuw 

, poberen, u in verband met het geval Langbehn in moeilijkheden te 

f brengen en de Staatspolitie er in te moeien. Men zegt, bij Langbehn 

documenten, die zeer bezwarend voor u zouden zijn, te hebben gevonden 

en waaruií o.a. zou blijken, dat u met de Engelse Geheime Dienst samen- 

werkt 

Ik kon inmiddels de zekerheid verkrijgen, dat men u niet slechts met 

- net grootste wantrouwen gadeslaat, maar ook, dat men bfijkbaar reeds 

geruime tijd scherpe bewakingsmaatregelen heeft genomen. Ik had de 

hele zaak graag nog eens mondeling met u besproken, daar ik het gevoeJ 

_ neb, dat er gevaar dreigt. Helaas moet Ík nu dringend voor een dienstreis 

,weg, daarom laat ik u deze brief ter waarschuwing door een bijzonder 

betrouwbare koerier brengen. 

Sedert uw vertrek naar Zweden en uw plan uw vrouw te Iaten over- 
komen zijn deze kringen er slechts op uit, u koud te maken, zelfs tegen 
de wil van de Reichsfúhrer in. Draag altijd een wapen bij u, pas op voor 
onbekenden, maak vooral in besprekingen, waarbij ook onbekenden aan- 
wezig zim, geen riskante opmerkingen. Beter nog, zegt u dan helemaal 
mets Al uw bewegmgen worden nagegaan, uw telefoongesprekken afgë- 

Wanneer u de komende dagen gelegenheid hebt, praat u dan nbg eens 



&■ J 



*{# 



206 






l'hi I 



■ !&.&£■)■!$ ti. 






V" * " ' " ' *^ * "" 'ÏM 

^ró&ditig met de Reïchsfuhreï' over áe ifedáofcii» víW *t**M 
Utfer tegenstanders waarvan u gehoord hebt, opdat nrj u »M . ... . 
mp garandeert en u zo mogehjk een vnjgeleidc of icts dergehjfes geeft; 
zodat u niet bij verrassing kunt worden gevangen genomen. + 

Waarschuwt u ook de door u uit het concentratiekamp bevnjde en bn 
u op het land werkende Getuigen van Jehova, want raen is voornemens 
hen als bewijs, dat u met behulp van de Getuigen van Jehova vernalen 
over de concentratiekampen Ín het buitenland verspreidt, te gebrutken. 

Ik verzoek u, deze brief na lezing in ieder geval íersíond te verntettgen 
Al het andere mondeling als ik terug ben. 

In haast en, als altijd, in dankbaarheid en met alle goede wensen, 

steeds uw 
WALTER SCHELLENBERG 



J& 



i&) 



■*$ 



blz. 119, 120, 121. Felix Kersten aan Heinrich Himmler, 
d.d. 21 December 1944 

Zeer geachte heer Reichsfuhrer, 

Veel dank voor uw schrijven van 12 Dec. 1944. Ik ben goed in Hartz- 
walde aangekomen. Obergruppenfúhrer Berger was zo vnendehjk mvj in 
znn auto thuis te laten brengen. Morgen vroeg vheg ík weer terug naar 
Zweden en ik ben zeer verheugd, dat ik de drie laatste van de Zweeds? 
heren die u vrijliet: Widên, Hággberg en BergHnd mee naar Zweden kan > 

Daarrnee is deze uiterst gecompliceerde aangelegenheid definitief tot 
een goed einde gebracht en Ík ben u van ganser harte dankbaar, dat u 
mijn Zweedse vrienden het leven hebt gered. Maar Ík had altijd het vaste 
vertrouwen, dat u mij daarbij zou helpen en ik heb mij met ín u vergist. 

Bovendien wil ik ú met deze regels ten zeerste danken voor uw grote 
tegemoetkomendheïd en de overeenkomst, die wij op 8 December 1944 
troffen, bevestigen. . 

Ten eerste beloofde u mij, duizend Nederlandse vrouwen, die ín Duitse 
concentratiekampen zijn geïnterneerd, vrij te laten indien de Zweedse^ 
regering bereid is ze op te nemen en zich voor het transport garant stelt. 

Voorts verklaarde u zich er mee accoord, de in Duitsland gemter* 
neerde Noorse en Deense vrouwen en kinderen vrij te laten índien Zwe- 
den hen wil opnemen. Het vervoer van al deze vrijgelatenen moet door 
Zweden gebeuren. U, Herr Reichsfúhrer, zei mij, dat u bereid was yoor 
dit doel de Duitse grens voor Zweedse autobuscolonnes open te stellen. 
U wenste echter, dat niet meer dan 150 autobussen de grens zouden pas- 
seren. Voor manschappen, verpleging en benzine moet Zweden zorgen. 

Gelijktijdig gaf u mij de eerste 50 Noorse studenten en 50 Deense 
politieke gevangenen vrij. Ik was gisteren bij Obergruppenfuher Kalten- 
brunner om het transport van deze vrijgelatenen te bespreken. Up mrjn- 
wens vergezelde Schellenberg mij, omdat ik niet alleen met Kaltenbrun- 
ner wilde onderhandelen. De laatste zei mij, dat hij reeds bevel van u bad 
gekregen de bovengenoemde Noren en Denen vnj te laten en belootde 
mij, er voor te zorgen, dat deze mensen het Kerstfeest reeds m de knng 
van hun familie zouden kunnen doorbrengen. Ik dank u zeer, Herr 

207 



»flí 



< 



V 



Á*í 



?A >'■■ 



^:ést^ëSë ^m iis v ir n« Êin 



*„j£iái&Êl> 



.,j^!í..t.. .t,....J..i^'^-a-. 



1 ■ ' ■ í ' ' I 



Reíchsfúhrer, dat dít verzoefc zo snel is ingewilligd en ik hoop, dat ij nu 
oofc tothet besluit kunt komen de overige Noorsé studenten en Deense 
politieke gevangenen als vríje mensen naar hun vaderland te laten gaan. 
Want tenslotte zijn het toch Germanen. Bovendien zou Zweden bereid 
zijn, indien u dat liever is, deze door het lot zwaar beproefde mensen 
tot het einde van de oorlog in Zweden te interneren. Bijzonder gelukkig 
heeft mij uw belofte gemaakt, dat u over deze mensen welwillend zult 
nadenken. En ik hoop, dat wanneer ik de volgende keer naar u toe kom 
om u te behandelen, u alle Nederlanders, Denen en Noren zult vrijlaten. 
ïk ben overtuigd, dat Zweden hen allen zal opnemen en dat de geschie- 
denis deze grootmoedige daad tegenover u niet zal vergeten. Ik zal dade- 
lijk na mijn aankomst in Zweden de miníster van Buitenlandse Zaken, 
Zijne Excellentïe Giinther, verslag over onze overeenkomst uitbrengen. 
Ik neem aan, dat Zijne Excellentie Gúnther dan de Zweedse gezant te 
Berlijn, Excellentie Richert, zal opdragen met u of uw medewerkers te 
onderhandelen. Ik verzoek u, Herr Reichsfiihrer, dringend, de vertegen- 
woordigers van Zweden met de grootste voorkomendheid telbehandelen 
en hun dezelfde bindende toezeggingen te doen als mij. En legt u alstu- 
blieft de Zweedse heren geen moeilíjkheden in de weg. Ik zou het zeer 
op prijs stellen, indien u Schellenberg bij deze besprekingen wilde be- 
trekken. 

Tenslotte zou ik u, zeer geachte Herr Reichsfúhrer, nog aan onze 
gesprekken over de Joden wiïlen herinneren. Ik verzocht u 20.000 Joden 
uit Theresienstadt vrij te Iaten en naar Zwítserland te laten gaan. U zei 
me echter helaas, dat u dat in geen geval kon doen, wel echter bereid 
was voorlopig 2 — 3.000 Joden vnj te laten voor vertrek naar Zwitserland. 
Indien de wereldpers het niet als zwakheid van Duitsland zal uitleggen, 
zou u daarover verder in gunstige zin met mij onderhandelen. Ik geloof 
ook, dat het uit een oogpunt van voedselvoorziening voor Duitsland 
voordelig zou zijn, wanneer u zo'n groot aantal mensen naar neutrale 
landen zou sturen. 

Ik zal morgen met opgelucht gemoed naar Zweden vliegen, want ik 
weet, dat u, wat u eenmaal hebt toegezegd, beslist zult nakomen. 

Met beste groet 
Uw 
zeer dienstwillige 

FELIX KERSTEN 



blz. 141. Heinrich Himmler aan Felix Kersten, d.d. 21 Maart 1945 

Waarde heer Kersten, 

U schreef mij enige tijd geleden een brief, waarin u tfít naam van 
Zweedse vrienden voor het lot van de vroegere Bondskanselier Seitz 
opkwam. Door het vele werk van de laatste weken kwam ik er niet toe 
u eerder te antwoorden. De voormalige Bondskanselier Seítz heeft zich, 
ondanks zijn 75 jaren, helaas op heel ongelukkige wijze met dingen inge- 
laten, die hem feitelijk, bij een zuiver juridische beschouwing van de 
zaak, voor het Volksgerichtshof hadden moeten brengen. Ik heb des- 
ondanks reeds enige weken geleden beslist, dat de heer Seitz met het oog 
op zijn hoge leeftijd uit de gevangenis zou worden ontslagen. De des- 

208 



:■ 



« *I '- >• "i E _ ' * "' 

&tí_nde instanties waren hem ook Bêhulpzaam bij hef vioto'^a* 
t etn woning Hij vertoeft thans in een klein stadje in Thutingen, dat * u 
rS zal doen weten. Een vergunning tot vertrek naar Zweden kan ik 

■1- vanzelf sprekend, aangezien het bíj de heer Seitz om xernand van Duitse 
|ï natíonaliteit gaat, níet geven. De mogelijkheid bestaat evenwel, dat dc 
: heer Seitz in zijn nieuwe verblijfplaats privé-bezoeken ontvangt. 

Met vele groeten, 

H. HIMMLER 



■7* 



Bv de SD onbekend. 



6 maanden 
kamp Vught. 



Vrýjgelaten. 



concentratie- LJft 






bl. 143- Lijst van gevangenen, door Kersten aan Naumann 
overhandigd 

JACOB DE GRAEFF ^ Buchenwalde. 

medisch student 
gevlucht, gepakt aan de Spaanse grens. 

G. HINTZEN 

zoon van een bevriend bankier. 

DEINUM (uit Voorburg) 

gehuwd met een Finse masseuse. Wordt 
volkomen ten onrechte er van beschul- 
digd Joden te hebben geherbergd. 

H. VAN ROYEN 

Carnegielaan 2. Gearresteerd op 4 Ja- 
nuari 1944. 

MR P. J. A. CLAVAREAU 

Res. le Luit. der Huzaren. Gearresteerd 
op 5 Januari 1944. Ondergedoken als 
res. off. cavalerie. 

J. WILKENS 

geboren 2 Mei 1920 te Magelang (N.O. 
Indië). Gearresteerd op 17 Febr. 1942. 

BARON VAN STIRUM 
te Haarlem. 

DR JAN PAUL BANNIER 

directeur van het Rijksbureau voor che- 
mische producten. Gearresteerd op 5 Ja- 
nuari 1944. 

Bovenstaande namen zijn oud-patiënten van »5- JJ TC ™ A 0m huD 
vriilating en sta er voor in, dat het onschuldige heden betreft 

„_. 1Q ,. FELIXKERSTEN 

3 Febr. 1944 

209 



Spion, zal door het Wehr- 
machtgericht verder worden 
behandeld. 



Is lid geweest van een «er« 
zetsorganisatie, is in hech- 
tenis bij de 'Wehrmacht. 

By de SD onbekend. 
Bi§ de SD onbekend. 






»■» 



4 



> i T 

K 

*. .» 



ff 



í 



a 



,y. 



ítí; 



A 



Wv\ï?y\ 



^:feáii,'.i.i..;_^— >',. 



^^^^^táÊ^^^^^ÊÊÊÊmÊÊÊÊÊ 



.sv > ( . 



blz. 146, 147. Felix Kersten aan de Brigadefuhrer Naumann te 
Den Haag, d.d. 6 Februari 1944 

Geachte heer Brigadefúhrer Naumann, 

Eergisteren gaf ifc u een lijst met namen van Nederlanders, die door uw 
SD gevángen zijn genomen. Ik verzoek u nogmaals, de lijst zo snel 
mogelijk in bewerking te nemen met het oog op de vrïjlating der per- 
sonen in kwestie. Ik ken hen allen, het zijn fatsoenlijke en rechtschapen 
mensen. Ik ben er van overtuigd, dat zij geheel onschuldig slachtoffers 
der verdachtmakingen van NSB-zijde zijn geworden. Wanneer u, mijn- 
b.eer de Brigadefiihrer Naumann, van goede wille is, wat Ík niet betwij- 
fel, dan ben ik er vast van overtuigd, dat het mogelijk is deze lijst van 
mij met de grootste welwillendheid te behandelen. 

Van Obergruppenfúhrer Rauter hoorde ifc, dat de heer van Royen 
van spionnage wordt verdacht en dat de partijleiding hem om prestige- 
redenen wil terecht stellen. Ik kon evenwel vaststellen en de Reichsfúhrer 
ervan overtuigen, dat de beschuldigingen tegen van Royen op laster 
berusten. Het is zeer wel mogelijk, dat van Royen toevallig een kennis 
van vroeger heeft ontmoet, die nu behoort bij een verzetsorganísatie, 
maar daar kan men van Royen toch níet mee bezwaren. Ook lijdt hij aan 
een hartziekte, en ik vrees, dat hij de gevangenschap niet zal doorstaan. 
Daarom verzoek ik u hem zoveel mogelijk te ontzien. 

Verder is een zekere Frederik Deinum gearresteerd, die met een land- 
' genote van mij is getrouwd. U weet immers, dat ik Fin ben. Deinum zou 
Joden hebben geherbergd. Ik kan niet inzien, waarom dat een misdaad is; 
in Finland hebben we geen Jodenwetten. Bij ons zijn alle mertsen gelijk. 
Ik vind gastvrijheid iets heel moois. En wanneer naar mij iemand toe- 
kwam, die om zijn geloof vervolgd werd, zou Ík hem ook gastvrijheid 
verlenen. In Íeder geval denkt men er in FÍnland zo over. En u, Brigade- 
fiihrer Naumann, zult er als fatsoenlijk mens ook niet anders over den- 
, ken. Daarom verzoek ik u de man van mijn Finse landgenote zo spoedig 
mogelijk vrij te laten. 

Ook Stirum uit Haarlem en Dr Bannier zijn zieke mensen, die een 
lange gevangenschap nauwelijks zouden doorstaan. 

Leert'u het Nederlandse volk eerst nauwkeurig kennen, dan zult u 
zelf zien, wat voor een behoorlijk soort mensen dat is. U moet niet altijd 
geloven, wat de NSB-ers of de betaalde agenten u vertellen. Die hebben 
er alleen maar belang bij in troebel water te vissen. En gelooft u mij, uw 
hoogste chefs zullen u voor uw scherpslijperij Ín Holland tenslotte ook 
geen dankje zeggen. 

Tenslotte, Brigadefuhrer Naumann, zou ik u nog iets privé willen 
meedelen. Op de voordracht voor het ridderkruis van het Kríegsver- 
dienstkreuz met de zwaarden, die de Reichsfiïhrer eergisteren van Seyss- 
Inquart ontving, stond uw naam niet vermeld; wel echter die van Rauter. 
Ik heb me daarover sterk verwonderd en zal dit bij de Reichsfuhrer ter 
sprake brengen. 

Ik verzoek u nogmaals dringend, helpt u mijn vrienden bevrijden. Ik 
zou u daar zeer dankbaar voor zijn. 

Met de meeste hoogachting, 



FELIX KERSTEN 



210 



ë 



llz. 148, 149. Felix Kersten aan Heinrich Himmler, d.d. 26 Maartl944 

Zeer geachte heer Reichsfúhrer, 

Toen ik vanmorgen uit Bergwald op Hartzwalde aankwam, vond ik daar 
een brief van de Brigadefuhrer Naumann uit Den Haag van 6 Maart 
1944. Daar ik de lste April weer naar Zweden terug vlieg, kan ik daar 
helaas niet mondeling met u over spreken. 

Brigadefuhrer Naumann srhrijft mij, dat mijn oude vriend en patiënt 
reeds uit zijn hechtenis is ontslagen. Uit gegevens in Naumann's brief 
maak ik op, dat in het geval van Royen onze gemeenschappelijke formule- 
ring de doorslag heeít gegeven. Ik dank u, mijnheer de Reichsfúhrer, dat 
u mijn vriend heeft gered. U heeft mij daarmede een grote dienst bewezen. 

Naar hij mij mededeelt, zouden drie andere heren van mijn lijst aan de 
SD onbekend en dus niet gearresteerd zijn. Dat acht ik uitgesloten. Het 
betreft de heren G. Hintzen, Baron van Stirum uit Haarlem en Dr Jan 
Paul Bannier. Ik verzoek u vriendelijk, deze heren door Dr Brandt te 
doen opsporen. 

Verder deelt Naumann mij mede, dat de heer P. I. A. Clavateau ende 
heer I. Wilkes als spionnen door het Wehrmachtgericht zullen worden 
gevonnist. Indien Naumann zich enige moeite wilde geven en van goede 
wille was, dan geloof ik, dat men de vrijlating van deze heren met het 
Wehrmachtgericht in orde zou kunnen maken. Bovendien zit de heei 
Jacob de Graeff in Buchenwald. Ik zou u zeer dankbaar zijn, wanneer 
u zijn vrijlating zoudt willen gelasten. Ik verzoek u dringend, deze heren 
in bescherming te willen nemen en mijn zes overige vrienden te redden. 

Uw scherpe koers in Nederland, zeer geachte heer Reichsfuhrer, begrijp 
ik niet. Ieder volk van eer staat op zijn vrijheid. Germanen dulden nu 
eenmaal geen slavenbehandeling. Wat hebben deze Nederlanders anders 
gedaan dán I.eo Schlageter in 1923 in het Roergebied deed? En die is in 
de ogen van het nationaalsocialistische Duitsland een groot held. Helaas 
krijgt u, mijnheer de Reichsfiihrer, uit Holland alleen informaties van 
betaalde agenten en duistere figuren. Dat deze inlichtingen niet au.se- 
rieux te nemen zijn, daarover behoeven we toch geen woord vuil te 
maken. In ieder geval voel ik mij te allen tijde nauw met Nederland 
verbonden, al ben ik ook een Fin. Want ik heb gedurende twaalf geluk- 
kige jaren in Nederland gewoond en daar een goede practijk gehad. En 
ik zou daar op dit ogenblik nog wonen, wanneer u, mijnheer de Reichs- 
fiïhrer, en uw instanties mij niet hadden gedwongen Nederland te ver- 
laten en in Duitsland te komen wonen. Ik weet dat u een weldenkend 
mens is, anders zou ik u deze brief toch niet schrijven. Ik doe hierbrj 
een beroep op uw grote Germaanse hart en verstand en verzoek u een 
menselijke koers in Nederland in te slaan. Eens zal de Germaanse ge- 
schiedenis u en uw nakomelingen er dankbaar voor zijn. 

In de hoop dat u mij zult begrijpen en mijn verzoek inwilligen, verblijf 

ik met beste groet, 

Uw toegewijde 

FELIX KERSTEN 

P.S. Ik bel u 29 Maart nog eens in het Hoofdkwartier op, misschien 
hebt u dan reeds bericht over de verblijfplaats der bovengenoemde 
heren. 



211 



W' 



Ikk ;, 



■ ■'■<*■■»" — - l'-'l' III il IÉlÉ 




••V' 






V -* 

tv 

■ ^ * 
V 

:* 1 



íf' 













W 



fc." 



IfU 27 Sêptêmber 1$44 

Zeer geachte heer Reichsfúhrer, , '." 

Nadat ons vliegtuig onderweg beschoten was, ben ik gisteren goed m 
Berlijn aangekomen en morgen vlieg ik weer terug naar Zweden. Ik wíl 
u tegejijk mijn dank betuigen voor het bewijs, dat u mijn landgoed Hartz- 
walde ex-territoriaal hebt verklaard, en ik hoop maar, dat ik nu'niets 
meer yan Kaltenbrunner te vrezen heb. 

Ik wilde alleen nog iets aanstippen, dat me zeer na aan het hart ligt 
Frankrijk bevindt.zich niet meer in Duitse handen, maar duizenden Fran- 
se mannen en vrouwen zitten nog altijd in uw concentratiekampen en 
worden daar als slaven behandeld. Mensen, wier misdaad daaruit be- 
stond, dat zij goede Franse patriotten waren. Bestaat er dan geen geweten 
meer, in Duitsland? Waar zijn de logica en het verstand gebleven? Waar-- 
de heer Reichsfiihrer, ik geloof dat u zeer slechte raadgevers hebt, mensen 
die m troebel water willen vissen. Ik weet, dat u slechts het uitvoerend 
orgaan bent en daarom vraag ik u, in naam van de menselijkheid en van 
de geschiedenis, een grootmoedig en humane daad te volbrengen: laat u 
toch eindelijk alle Fransen, Beïgen en Nederlanders vrij. 

Ik van mijn kant zal, en dat houd ik voor zeer goed mogelijk, met de 
Zweedse regering overleggen, dat deze de vrijgelatenen in Zweden toe- 
laat, opdat zij daar tot het einde van de oorlog geïnterneerd kunnen 
bhjven. Evenzeer ben ik er van overtuigd, dat ook Zwitserland bereid 
zou zijn een kïein deel van deze mensen op te nemen. Ik vraag u, be- 
sehouwt u mijn verzoek als de mens Heinrich Himmler, en niet als de 
Reichsfúhrer-SS. Waar een wil is, is een weg, en de geschiedenis zal 
deze humane daad van u niet vergeten. 

De besprekingen, die wij de laatste tíjd over FÍnland voerden, hebben 
mij veel leed gedaan. Ik vind het werkelijk níet juist, dat u mijn Finse 
vnenden en de Finse regering op zo'n onheuse naanier beledigt. Zij deden ; 
hun plicht, precies zoals u de uwe. Finland moest vrede sluiten, want het , 
was aan het eind van zijn kracht en kon niet verder. Bovendíen woog V' 
de Duitse pressie zeer zwaar op Finland. Een jaar lang heeft Finland een ■■:. 
bewoíiderenswaardige heldenstrijd tegen een verpletterende overmacht '■ 
gevoerd, maar tenslotte kunnen S 1 ^ millioen Finnen niet duurzaam tegen 
200 milíioen Russen blijven vechten. Dat moet u als weldenkend mens 
toch begrijpen. Daarom heeft mijn Finse vaderland naar mijn mening 
dan ook de enig juiste stap gedaan. En ik ben er vast van overtuigd, dat 
men met dc Russen tot een accoord zal komen. 

In Duitsland wonen 2- tot 300 Finnen, die er hun beroep uitoefenen. 
Ik verzoek u, deze te beschermen en behoorlijk te behandelen. 

In November kom ik weer naar Duitsland om uw behandeling voort 
te zetten. Ik hoop van harte, dat u dan de in deze brief gedane verzoeken:. 
betreffende de vrijlating van Fransen, Belgen en Nederlanders zult íri- 

willigen. . ■■ - 

Met de meeste hoogachting 
Uw u zeer toegedane 

FELIXKERSTEN , 



212 



K.U 



V*L 



'itkeiix kersten áan kudólf Brmdt ý Á.&. Ï^U^ri lffi 



•f, '*| 



fjWwde Dr Brandt, ! tr 

Na stormachtige besprekingen heef t de Reichsfúhrer cr eindelijk in toe- 
!;■ gestemd, dat ik 800 Franse vrouwen uit het concentratiekamp Ravero* 
j, bruck vrij krijg en hen naar Zweden mag vervoeren. Ik had weliswaar 
F, om vrijlating van alle Franse vrouwen gevraagd, doch de ReÍchsfúhrer 
1 wil daar onder geen voorwaarde op ingaan. Hij zegt, dat hij tegenover 
Frankrijk nog een onderpand in handen wil houden. Nu zou ik u willen 
vragen, waarde Dr Brandt, zorgt u er voor dat Ravensbrúck omgaand 
bericht krijgt en dat Sturmbannfuhrer Suren de Francaises hiet meer als 
I gevangenen behandelt, maar dat híj hen dadelijk vrijlaat zodra er Zwcéd- 
l-i sc autobussen komen om de vrouwen te halen. Zorgt u er verder als u wijt 
voor, dat het getal 800 behoorlijk naar boven wordt afgerond. 

Zoals de Reichsfiihrer u vorige week in mijn aanwezigheid heeft mede- 
gedeeld, stemde hij toe in de vrijlating van 1000 Hollandse vrouwen, 400 
Belgische en 500 Poolse vrouwen. Het vervoer van deze ongelukkige 
vrouwen moet nu zonder vertraging plaats vinden en wel zó snel, dat 
Kaltenbrunner er niet meer tussen kan komen. . 

Weest u zo goed, de 16de Maart op Hartzwalde bij mij te komen, 
opdat wij mondeling alles nauwkeurig kunnen bespreken. Of indien u 
dat niet kunt schikken, komt u dan toch in ieder geval de 16de bïj de 
Reichsfúhrer in Hohenlychen. 

Met harteliike dank voor uw hulp, 

FELIX KERSTEN 



blz. 160, 161. Heinrich Himmler aan Felix Kersten, d.d.21Maaitl945 

\ Waarde heer Kersten, 

Ontvang met deze regels allereerst mijn dank voor uw bezoek. Ik heb 
me, als altijd, ook ditmaal over uw bezoek verheugd en ben u dankbaar» 
dat u mij in oude kameraadschap uw grote medische bekwaamheden ter 
beschikking stelde. 

Gedurende de lange jaren dat wij elkaar kenncn hebben wij over vele 
problemen gesproken en uw instelling was altrjd die van de arts, die ver 
van alle politiek het beste voor de afzonderlijkc mens en voor de mens- 
heid als geheel wil. 

Het zal u interesseren, dat ik in de loop van de laatste. drie maandcn 
een gedachte, waarover wij eens spraken, tot wcrkelijkheid heb gemaakt 
In twee treinen werden namelijk rond 2700 Joodse mannen, vrouwen^en 
kinderen naar Zwitserland overgebracht. Dit is eigenlijk de voortzetting 
van de weg geweest, die mijn medewerkers en ik ïange jaren door con- 
sequent hebben gevoígd, tot de oorlog en de daarmee ingetreden redeloos- 
heid Ín de wereld de voltooiing onmogelijk maakte. U weet immers, dat 
ik in de jaren 1936, '37, '38, '39 en '40, in samenwerking met Joodse en 
Amerikaanse verenigingen, een emigratie-organisatie ïn het ïeven heb 
geroepen, die bijzonder zegenrijk werk heeft gedaan. De reis van beide 
treinen naar Zwitserland is, alle moeilijkheden tcn spijt, een bcwust 
aanknopen aan dit zegenrijke wcrk. 

213 



íi 



tK 



m 



I 



5KácSÍ*.i ..../,' 



JfeSííVÍ 



. &JI&&I ...I 



■r'j.í'iXítíiíi..,-.'. ^,^:á\Á'&I±&á&t'áidí^r,ÚL£', 



af'.íí ; ■ 



Van een gevarigenenkamp, Bergen-Belsen, drong de laatste tijd het 
. gerucht door, dat daar een typhus-epidemie van grote omvang was uit- 
gebroken. Ik heb de SS-officier van gezondheid, prof. Dr Mrugrowski, 
er onmiddellijk met zijn staf heen gestuurd. Het gaat om gevallen van 
vlektyphus, die in kampen met mensen uit het Oosten — helaas — zeer 
dikwijls voorkomen, doch die met moderne en goede medische maatrege- 
len te beheersen zijn. # 

Het is mijn overtuiging, dat wijsheid en verstand, met uitschakehng 
van demagogie en uiterlijkheden, ongeacht de bloedige wonden aan beide 
zijden, opnieuw zullen heersen, en evenzo het hart en de wil tot helpen, 
en dat boven alle tegenstellingen uit. 

Het spreekt van zelf dat ik, zoals ik het in de afgelopen jaren ín goede 
en in slechte tijden heb gedaan, wensen die u mij op het gebied der 
menselijkheid doet toekomen gaarne in overweging zal nemen en deze, 
waar het maar enigszins mogelijk is, grootmoedig zal inwilligen. 
. Met mijn hartelijke groeten aan uw zeer geachte, lieve vrouw, aan uw 
kinderen en in het bijzonder aan u, ben ik 

Ín oude verbondenheid 

Uw HEINRICH HIMMLER 

blz. 164. Beschikking van de Reichsfúhrer SS, d.d. 10 Maart 1945 

1. SS-Obergruppenfuhrer Pohl, Berlijn 

2. SS-Gruppenfuhrer Glúcks, Oranienburg 

3. SS-Obergruppenfúhrer Dr Grawitz, Rijksarts der SS en der Pohtie, 

Berlijn 

4. SS-Obergruppenfúhrer Dr Kaltenbrunner, Berhjn 

Mij is gemeïd, dat in het concentratiekamp Bergen-Belsen, speciaal onder 
de Joodse gevangenen, typhus is uitgebroken. 

Ik verlang, dat de epidemie onverwijld met alle medische hulpmiddelen 
bestreden wordt. Wij wensen in Duitsland geen epidemieën te laten uit- 
breken. Artsen noch medicamenten dienen gespaard te worden. De ge- 
vangenen staan onder mijn bíjzondere bescherming. 

(get.) H. HIMMLER. 

5. Ter kcnnisname aan SS-Gruppenfúhrer Prof. Gebhardt, Hohenlychen 

6. De heer Kersten, momenteel te Hohenlychen, in doorslag toegezonden, 

met verzoek van de inhoud kennis te nemen. ^,™, 

(get.) R. BRANDT 
SS-Standartenfúhrer. 

blz. 166, 167, 168. Felix Kersten aan Hilel Storch, d.d. 24 Maart 1945 

Strikt vertrouwelijk! 
Zeer geachte heer Storch, 

Met betrekking tot de onderhandelingen, die wij gemeenschappelijk met 
de heer Ottokar von Knieriem voor mijn vertrek naar Duitsland op 3 
Maart van dit jaar hebben gevoerd, veroorloof ik mij, u thans kort ver- 
slag uit te brengen over het verloop van mijn besprekingen met de 
Reichfvihrer SS Heinrich Himmler. 

214 



U verzocht mij een reeks vragen, waarover wij hadden gesproken en 
die u in een memorandum hebt gepreciseerd, bij Herr Himmler op te 
helderen. Nadat de afzonderlijke punten waren besproken, heett de 
Reichsfiihrer-SS Himmler welwillend onderzoek bevolen, zoals u dat 
uit een brief van zijn adjudant Brandt van 21-3-'45 aan mrj, die ík u 
deed toekomen, zult zien. Over de eventuele definitieve beshssingen zal 
Ík u zodra Ík daarvan kennis krijg, onmíddellijk inhchten. Op dit ogen- 
blik moeten zich ongeveer 350.000 Joden Ín Duitsland bevinden. Over de 
vriilating naar Zweden van ongeveer 8.000 Joden, die een visum voor 
Palestina bezitten, heb Ík niet onderhandeld, aangezien hierover ín uw 
memorandum niets was aangegeven. Resultaat in deze zaak kan ik mis- 
schien verwachten, indïen de Zweedse regeríng hierover voorstellen zou 
doen Ik zelf zal in elk geval het mijne doen om ook hierbij te helpen. 

Afgezien van de laatste bindende beslissingen, die nog moeten worden 
afgewacht, geloof ik toch, reeds nu op grond van uitlatingen van Herr 
Himmler tegenover mij het volgende te kunnen zeggen. De verdehng 
van de levensmiddelenpakketten, die door u naar de afzonderlyke kampen 
worden gestuurd, zal ook daar waar de desbetreffende geadresseerden 
niet te vinden zijn, onder de overige kampbewoners plaats vinden, zodat 
deze pakketten in elk geval aan Joodse kampbewoners ten goede zullen 
komen. Voor Himmler was het van bijzonder belang, dat de Joden die 
in Zwitserland zijn aangekomen de nauwgezette nakoming van de over- 
eenkomst bevestigden. 

Ik verwacht, dat de verzending van medicamenten eveneens zal wor- 
den toegelaten. Zeer uitvoerig heb ik de kwestie van het overbrengen 
van ]oden naar speciale voor dit doel op te richten kampen met Himmler 
besproken en heb hiervoor vergaand begrip bij hem gevonden. 

Deze cventueel op te richten kampen zullen geleidelijk onder de con- 
trole van het Rode Kruis worden gesteld, waarbij dan ook de verpleging 
en de verzorging van de bewoners stap voor stap geheel door hen zal 
worden overgenomen, resp. gecontroleerd. De kwestie van de vrijlating 
van bepaalde categorieën Joden naar Zwitserland zal opnieuw worden 
onderzocht. De mij gegeven lijsten betreffende verschillende afzonderlijke 
personen heb ik met Himmler doorgenomen en ik hoop u ook daarover 
spoedig gunstige berichten te doen toekomen. 

In dit verband moet ik u er op opmerkzaam maken, dat de kwestie 
van het transport door u zal moeten worden geregeld. 

Wat de behandeling van de Joden in de kampen betreft, geloof ík u 
een verzachting van het optreden in het vooruitzicht te kunnen stellen. 

De Reichsfúhrer heeft in mijn tegenwoordigheid te dien aanzien rege- 
lingen getroffen en in een afzonderlijk bevel, dat ik heb gezien, wreed- 
heden en het doden van Joden verboden. Bovendien heeft hij bevolen, 
dat de gezondheidstoestand aan voortdurende contróle moet worden 
onderworpen. In hoeverre deze maatregelen zullen worden uitgevoerd, 
daarvoor kan ik, zoals u zult begrijpen, geen garantie op mij nemen. 
Tegen 24 Maart heeft Himmler alle kampcommandanten bi. zich ont- 
boden om nieuwe instructies over een menswaardige behandeling van de 
Joden te ontvangen. Van nu af aan zal iedere kampcommandant voor de 
dood van elke joodse kampbewoner verantwoordelijk worden gesteld en 
hij is verplichtde doodsoorzaak precies op te geven. De eventuele vnj- 
Iating van Joden, zal, evenals de nu bevolen matigingen, echter on- 
middellijk worden ingetrokken, wanneer over deze maatregelen berichten 

215 



k 




[í 



^^*4feféfiÉp«* fcomen oa tt fefs ïW&heía'Van..bdH*íaAd zouden ^ 

P$í? ^tHteeïcgd. - : >vï' :í , 

'^; * i' ^Tflc bchoef niet tc zeggen, dat onderhandelingen, zoals ik ze met Hfóqjfoi 
dlVí l*r beb gevoerd, als gevolg van de uiterst prccaire matene en de in dezéí; 
kJ ( fcwestie scherp tegcnover elkaar staande stromingen binnen Duitsland 
' ee met het minst wegens de eventuele propagandistische uitbuiting, 
slcchts met de uiterste voorzichtigheid en onder de strengste geheim- 
bouding kunnen worden gevoerd. 

- De positieve uitvoering van welk besluit ook zal niet in de laatste 
plaats van verschillende omstandigheden afhangen waarop wij mis- 
schïen geen invloed kunnen uitoefenen. Eén ding is echter volkomen 
zeker, nl. dat alle pogingen tot mislukking gedoemd zijn wanneer ze niet 
volkomen gehéim worden gehouden. Even zeker is het echter, dat door 
het feit van de onderhandelingen op zichzelf tijd gewonnen wordt, het- 
geen om de u bekende zuiver persoonlijke redenen van bijzonder belang 
kan zijn. 

Persoonlijk zou ik u nog willen zeggen, dat ik mij geheel in dienst van 
de zaak stel zoals ik het tot dusver heb gedaan, ook daar waar ccn 
dergelijk optreden, zoals bijv. voor de zeven Zweedse ingenieurs, evenals 
yoor veel Joodse vrienden, voor mijzelf niet zonder gevaar was. Ik houd 
hct echter voor mijn morele plicht, daar te helpen waar het mij moge- 
hjk is. 

lenslotte moet ik u nog meedelen, dat de Reichsfuhrer-SS Himmler 
naar aanleiding van een suggestie mijnerzijds zich bereid heeft verklaard 
mct u persoonlijk over de onderhavige kwesties te onderhandelen. Zon- 
der echter met u contact hierover te hebben opgenomen, kon ik ojp dit 
punt niet verder ingaan en daarom zou ik u willen verzoeken, mij uw 
standpunt dienaangaande te willen meedelen, opdat ik eventueel alles wat 
daarvoor noodzakelijk ís kan regelen. Samenvattend mag ik wel zeggen, 
dat dc afzonderlijke, door u ter sprake gebrachte vragen bij Himmler 
volkomen begrip hebben gevonden en afzondcrlijk worden uitgewerkt, 
zodat, naar wij hopen, bepaalde verlichtingen, zullen plaats vinden en 
dat ván de kant van de Reichsfúhrung SS de bercidheid bestaat over 
dcze kwesties te Onderhandelen cn indien enigszins mogelijk uit de weg 
te helpen. 

Met de uitdrukking van mijn welgemeende hoogachting, 

FELIX KERSTEN 



•í? 



n*v 



H» 






*•* 






X A 



r??%Iz. 170, 171. Verklaring van Rudotf Brandt, d.d. 2 Februari 1948 



J' 



fr"v* 



VERKLARING ONDER EDE 

ïk, Rudolf Brandt, geboren 2 Juni 1909 te Frankfurt a.d. Oder, momen- 
teel verblijvend in de geyangenis voor oorlogsmisdadigers te Landsberg- 
Lech, weet, dat ik mij strafbaar maak, indien Ík in een verklaring onder 
cde een vals getuigenis afleg. Dc volgende medcdelingen, die Ík uít 
hoofde van mijn vroegere werkzaamheid als secretaris van de voormalige 
Reichsfuhrer Himmler, naar eer en geweten opschrijf, bevestig ik onder 
ede 

In Maart 1945 gaf de verbindings-officier van Himmler bij Hitler, 
SS-Gruppenfiihrer Fegelein, Himmler ongeveer het volgende bevel van 

216 



tíáí; „ïngeval Den Haag eft de vesting Ciingendael niet meer kunní» 
i'worilen. veraedigd, mocten beidc, zonder voorafgaande waarschuwrog 
:aa$ áe bevolking, met V-2's verwoest worden. Evenzo moet de Afsluitdrjk 
vaiï dc Zuiderzee worden opgeblazen." * , ■ t j 

\ Dit bevel kwam mij onbegrijpelijk voor. Gelukkig bevond zich op dat 
tiidstip de heer Medicinalrád Felix Kersten, uit Stockholm, ín Duitsland, 
wien het door zijn optreden bij Himmler reeds herhaaldehjk gelukt was 
te bewerken, dat beoogde maatregelen, die schadelijke gevolgen voor 
Holland zoudcn hebben gehad, niet tot uitvoenng kwamen. Tegen de 
geldendc instructies voor vertrouwenszaken in stelde ik hem, hoewel hij 
voïledig buitenstaander was, terstond van dit gruwelijke plan in kennis. 

De heer Kersten bracht dit thema behendig bij Himmler ter sprake cn 
hii wist zijn argumenten gehoor te doen vinden. Toen Himmler mij het 
bevel dicteerde Den Haag en Glingendael, ingeval ze niet meer gehoudcn 
zouden kunnen worden, tegen het oorspronkelijke bevel in zonder vcr- 
woesting in goede orde over te geven, voegde hij er aan toe, dat de heer 
Kersten hem tot deze wijziging had bewogen. 

(get.) RUDOLF BRANDT 

Landsberg, 2 Februari 1948. 

Ik verklaar hierbij dat deze handtekening 
van Rudolf Brandt echt is. 

(get.) LLOYD A. WILSON 

Capt. CMP 

Gevangenis directeur 

blz. 174. Hilel Storch aan Felix Kersten, d.d. 3 April 1945 






Zeer geachte Doktor, 

Ik dank u voor uw vriendelijke brief van beden en waardeer het zeer, 
dat u diligent bent op het punt van de in onze zaak gedane beloftcn. 
U zult mij echter niet kwalijk nemen, dat ik mij nogmaals tot u wend. 
Wij ontvingen het bericht, dat ingezetenen van het kamp Bergen-Belsen 
of van een gedeelte daarvan zijn geëvacueerd en wel naar een plaats met 
de naam ^Nordlingshausen" of iets dergelijks. 

Ofschoon u mij inderdaad verzekerd hebt, dat van zulke evacuaties 
geen sprake meer zou zijn, verzoek ik u, nogmaals inlichtingen over dit 
kamp in te winnen, om vast te stellen of deze me'dedelingen kloppen, U 
wect uit onze talrijke besprekingen, welke waarde wii juist aan het kamp 
Bergen-Belsen hechten. 

Ik appeleer nogmaals aan uw menselijk gevoel en verzoek u, a^lles te 
doen ora de evacuatie van hct kamp te verhinderen. 

Ik wacht Ín spanning uw antwoord af en verblijf 

met de meeste hoogachting, 

Uw HILEL STORCH 



tafrU<tt>. 






tflty 




217 



ír. 
'l 

!< 






"'l. 






IIÉIMÉÉÍHIHIÉ 



■mmí 






blz. 175. Rudolf Brandt aan Felix Kersten, 8 April 1945 

Zeer geachte, beste heer Kersten, 

Ter aanvulling van mijn brief van 21-3-1945 kan ik u helaas nog geen 
positieve mededelingen doen. De moeilijkheden bij het registreren zijn 
tengevolge van de door bomaanvallen noodzakelijk geworden verplaat- 
singen en vertragingen zeer aanzienlijk. Ik kan u slechts verzekeren, dat 
ik er voortdurend op uit ben de maatregelen met de grootst mogelijke 
spoed van de desbetreffende instanties te doen afkomen. Ik moet u, hoe- 
zeer het mij ook spijt, opnieuw om geduld vragen. 

MÍsschien doet het u plezïer te vernemen, dat door de Reichsfiihrer SS 
voor het kamp Bergen-Belsen een speciale commissaris is benoemd, die 
van hem nauwkeurige richtlijnen heeft gekregen. 

Er bestaat over Theresienstadt een belangwekkende film. 

Ik mag niet onvermeld laten, dat in het indertijd door Duitsland 
bezette Hongaarse gebied ongeveer 350.000 Joden gebíeven zijn, waarvan 
alleen in Boedapest meer dan 80.000. Deze regeling werd indertijd ge- 
troffen om de nadelige gevolgen van overhaaste voettochten uit te 
schakelen. 

Verder zal het u interesseren te vernemen, dat het internationale 
Rode Kruis volgens een beschikking van de Reichsfiihrer SS gelegenheid 
krijgt de toestanden in Theresienstadt te bezichtigen. 

Ik verblijf met vriendelijke groeten, 

RUDOLF BRANDT 



blz. 176. Rudolf Brandt aan Felix Kersten, d.d. 19 April 1945 

Zeer geachte heer Kersten, 

- De Reichsfuhrer SS heeft bekend gemaakt, dat aan de Joodse gevangenen 
in de Duitse kampen zowel pakketten als medicamenten mogen worden 
gezonden. De verzending zou het best via het Internationale Rode Kruis 
kunnen worden georganiseerd. 

Ik verzoek u, zich met de desbetreffende instantie van het Zweedse 
Rode Kfuis in verbinding te stellen, opdat van daaruit alle noodzakelijke 
maatregelen kunnen worden getroffen. 
Met vriendelijke groeten, 

Uw zeer dienstwillige, 

RUDOLF BRANDT 

blZ. 179. Rudolf Brandt aan Felix Kersten, d.d. 21 April 1945 

Zeer geachte heer Kersten, 

U hebt met de Reichsfúhrer verschillende malen het Jodenvraagstuk 
besproken en dikwijls met succes een goed woord voor hen gedaan. Het 
zal u daarom interesseren te vernemen, dat mijn chef op grond van deze 
gesprekken reeds sinds enige tijd de scherpste bevelen heeft uitgevaar- 
digd, dat de Joden in de kampen niet meer mogen worden doodgeschoten 
en dat epidemieën of andere ernstige besmettelijke ziekten in de kampen 

218 



hem onmiddellijk moeten worden gemeld. Bovendien heeft hij er voor 
gezorgd, dat bij het naderen van vijandelijke strijdkrachten aanslagen op 
de gevangenenkampen worden verhinderd. 

In twee gevallen hebben wij helaas bij onze tegenstanders weinïg fraaie 
ervaringen opgedaan. Mijn chef Ís desondanks van plan, aan de tot dus- 
ver gevolgde lijn vast te houden. 

Dat de bij uw laatste bezoek hier naar voren gebrachte wensen voor 
het grootste deel zijn vervuld en voor de rest nog welwillend worden 
bezien, hebt u intussen wel reeds bemerkt. 

Ik groet u zeer hartelijk. 

Uw toegewijde 

R. BRANDT 

blz. 180. Ordre de mission, door de Zweedse regering afgegeven aan 
Felix Kersten, d.d. 16 April 1945 

Hiermede bevestigen wij, dat Medicinalrád Felix Kersten, die in de 
komende dagen met het doel over de vrijlating van bepaalde groepen 
van geïnterneerden te onderhandelen naar Berlijn vertrekt, met het Ko- 
ninklijke Zweedse Ministerie van Buitenlandse Zaken samenwerkt. Tot 
de Zweedse Legatie in Duitsland is het verzoek gericht hem te bescher- 
men. Alle burgerlijke en militaire autoriteiten worden verzocht, hem in 
voorkomende gevallen alle wettige hulp en bescherming te geven. 



Stockholm, 16 April 1945. 



GDSTA ENGZELL 



blz. 183. Speciale uitreisvergunhing, verstrekt aan Felix Kersten, d.d. 
20 April 1945 

SONDERAUSWEIS 

De heer Medizinalrat Felix Kersten reist over Kopenhagen naar Zweden. 
In zijn gezelschap bevindt zich een heer, die op grond van dit papier het 
recht heeft zonder vertoon van verdere papieren tezamen met Medizinal- 
rat Kersten de grens naar Zweden ongehinderd te passeren. 

De betrokken instanties wordt verzocht, deze heer in geval van nood 
hulp en bescherming in elke vorm te verzekeren. 

Dit papier mag Medizinalrat Kersten niet worden afgenomen. 

SS Standartenfiihrer und Ministerialrat 
R. BRANDT 

l'blz. 190. Memorandum van het World Jewish Congress betreffende 
Medizinalrat Felix Kersten 

Het ondergetekende World Jewish Congress veroorlooft zich hiermede, 
de volgende feiten betreffende de werkzaamheden van Felix Kersten bij 
de redding van Joden e.a. uit de DuÍtse concentratiekampen vast te 
stellen: 

219 



"■3 



1 






:' 



' 



|2 



l — *-■>**- 





f S 



%*i. 



'kii 



V$* ' 



l^heeít lich b*lang4Ïí)0», W beVcÍïftkïiig geateíd bij onasí ... 

tftngen tot redding van in Duitse Concenf ratiekampen geïnterneeýfïc 

*j*C'' » Joden. Daarbij znn in de afgelopen oorlogsjaren door Kcrstens btf- 

moeiingen 3500 Joden vrijgekomen en naar Zweden overgebrachfc 

% De Duitse Fúhrer Hitler had bevolen, dat de Duitse concentratiekam- 
, pen met alle, gevangenen en het bewakingspersoneeï moesten worden . 
opgeblazen, zodra de Geallieerde troepen dezc kampen zouden nade- 
ren. Wij wendden ons tot Kersten met het verzoek dit te verhinderen. 
Door gebruik te maken van zijn invloed op Reichsfïïhrer Himmler, 
die het bevel had moeten uïtvoeren, gelukte het Kersten, Himmler 
ervan te overtuigen, dat deze dit ongehoorde bevei niet ten uitvoer 
moest brengen. Daardoor werden honderdduizenden mensen van alle 
nationaliteiten gered, waaronder ongeveer 60.000 Joden. Wïj weten 
verder, dat het Kersten gelukte, bij Himmler door te zetten, dat de 
zich in de concentratiekampen bevindende Joden niet doodgeschoten 
werden, met uitzondcring van een bepaald, gering aantal Joden, die 
op bevel van Kaltenbrunner gedeporteerd werden. 

3. Met gevaar voor zijn eigen Ieven gelukte het Kersten, talloze staats- 
burgers van Zweedse, Deense, Noorse, Oostenrijkse, Franse, Neder- 

I Iandse en Belgische nationaliteit te redden. 

4. Kersten heeft van Himmler toestemming weten te verkrijgen tot het 
zenden van Ievcnsmiddelenpakketten aan de Joden in de concentratie- 
kampen, wat vele mensen hët lcven heeft gered. 

5. Tenslotte willen wij vermelden, dat Kersten ons zijn hulp nooit ge- 
.weigerd heeft, hoe moeilijk ook de omstandigheden ooit waren, cn dat 

zijn reddingswerk tijdens de zwaarste lijdenstijd in onze geschiedenis 
van grote betekenis is geweest. 

World Jewish Congress 

Siockholm, 18-6- '47 was ondertekend: 

A. SPIVAK 
G. STORCH ' 



hlz. 191. Felfx Kersten aan Z. E. Chr. Gúnther, Minister van Buiten- 
landse Zaken te Stockholm, d.d. 24 April 1945 

Excellentie, 

Bij mijn laatste onderhoud mct den Reichsfiihrer, den heer HÍmmler, 
op de 21ste April, stelde deze mij de beide volgende vragen: 

a. „Heeft u contact met Gencraal Eisenhower?" — Deze vraag moesl-; 
ik ontkennend beantwoorden; j; : 

b. „Weet u een geschikte persoonlïjkheid, met wic over het onmkï* 
dellijke staken der gevechtshandelingen met de Anglo-Amerikanen .zou 

B/1 *> x kunnen worden onderhandeld? Wij Duitsers zijn bereid, de oorlog tegen 
de Russen voort te zetten, wanneer de Anglo-Amerikanen een wapen- 
stilstand mct ons sluiten." 

Hieraan moge ik nog toevoegen, dat ik den heer Himmler uiteengezet 
': 220 - 



Ëstó, 






'■A'A; 



rirAfáik 




eí»,^'t ik mij m mijri quahteit van arts nooit met politiek fieb %vt\f „ 

gejhcwiá'en en dat ik dit ook ni de toekomst niet zal doen 



ík. heb dé eer te zijn 



Uwer Excellentie zeer dicnstwilHge dienaar 
(get.) F. KERSTEN 



blz. 192, 193, 194. Het Gezantschap van het Kohinhrijk Zweden te 
Rome aan den Advocaat Knut Littorin, d.d. 28 November 1946. 

Weledelgestrenge Heer, 

In antwoord op uw brief van 4 dezer betreffende het verzoek van 
Medizinalrat Kersten hem de Zweedse nationaliteit toe te kennen kan 
ik u het volgende mededelen: 

1. Vroeger heb Ík reeds herhaaldelijk mijn instemming met Dr Ker- 
sten's aanvrage betuigd en aan dit standpunt blijf ik vasthouden. 

2. De juistheid van Dr Kerstens memorandmn omtrent hetgeen hij 
gedaan heeft, welk memorandum * u in vertaling bijvoegde, wordt hier- 
mede door mij bevestigd. 

3. Er kan geen enkele twijfel bestaan omtrent de juistheid van het 
feit, dat Dr Kersten gedurende de laatste fase van de oorlog duizenden 
mensen het leven heeft gered. Wat Zweden bctreft, moet — onder 
andere — vooral worden gewezen op zijn beslissend ingrijpen ten gunste 
van de Zweden te Warschau en het voorbereiden van de rcddingswerk- 
zaamheden in Duitsland in het begin van het jaar 1945, die aan het 
Rode Kruis werden toevertrouwd en onder leiding van Graaf Bernadotte 
werden uitgevocrd. 

4. Ik ken Dr Kersten reeds sedert de herfst van 1943 en ik heb hem 
altijd volledig bereid gevonden, voor het grote humane reddingswerk, 
waartoe zíjn bijzondere positie hem de mogelijkheid opende, zijn uíterste 
best te doen. Daarentegen heb Ík in zijn doen en laten of in zijn uit- 
latingen nooit iets bespeurd, wat aanleiding zou kunnen geven tot de ín 
enkeíe kranten gemaakte toespelingen als zou hij nazi zijn, hetgeen ik 
integendeel volkomen uítgesloten acht. 

Er bestaat mijnerzijds geen enkel bezwaar* van deze brief naar uw 
goeddunken gebruik te maken inzake Dr Kerstens Zweedse nationaliteit. 

Met de meeste hoogachting, 
Christian Gúnther. 



1 De tekst van het bijgevoegde mcmorandum Iuidde als volgt: 

Op 30 September 1943 kwam de heer Medicinalrád Kersten op uitnodi- 
gíng van het Zweedse Lucifersconcern naar Zweden. 

Kersten was toen zeer druk bezig om de vijf directeuren en ingenieurs 
der Lucifermaatschappij en de beide directeuren van L. M. Ericson, die 
allen — verdacht van spionnage — in Warschau gevangen werden 

221 



%' 



%* 



■f<"*i 



LJ.l. 



■:.A^:k :■ ,.,^í^.::'.J:á^.. ]:V--Jê;^d.: ri-k:^JÍs&MM 



;a .rS,'*A 



( - 



gehoudcn, te redden en hen zo mogelijk wecr naar Zweden te doen 
brengen. 

Vier der bovengenoemde heren waren ter dood veroordeeld, één was 
er yeroordeeld tot levenslange tuchthuisstraf en twee der heren werden 
vrijgesproken. De beide laatstgenoemden bevonden zich reeds in Zweden. 
Deze delicate kwestie werd door Kersten op bijzonder gelukkige wijze 
tot oplossing gebracht: allen herkregen hun vrijheid, werden begenadigd 
en naar Zweden overgebracht. 

In October 1943 leerde Kersten Zijne Excellentie Gúnther kennen en 
verklaardc zich tegen hem bereid, mede te helpen aan het redden 
van mensen die slachtoffers van het nazi-régime waren geworden en 
tevens alles te doen wat in zijn macht stond om het menslievende red- 
dingswerk van Zijne Excellentie Gúnther daadwerkelijk te steunen. 

In de herfst van 1944 kreeg Kersten van Zijne Excellentie Gunther de 
opdracht, met Himmler te onderhandelen over de vrijlating van Noorse 
studenten en Deense politiemannen. De Zweedse regering was bereid, 
deze ongelukkigen op te nemen en, zo nodig, tot het einde van de oorlog 
te interneren, evenais de in Duitsland gevangen gehouden Noorse en 
Deense vrouwen en kinderen. Indien Kersten dit doel niet zou kunnen 
bereiken, had hij volmacht met Himmler te onderhandelen óm alle Scan- 
dinavische gevangenen in een speciaal kamp in Duitsland onder te bren- 
gen, welk kamp dan onder de contróle van het Zweedse Rode Kruis zou 
komen te staan. In dat geval zou de Zweedse regering de zorg voor het 
onderhoud van deze gevangenen op zich nemen. Toen Kersten de 22ste 
November in Zweden terugkwam, meldde hij aan Zijne Excellentie Gun- 
ther, dat Himmler om te beginnen bereid was, vijftig Deense politie- 
mannen en vijftig Noorse studenten vrij te laten en naar hun land terug 
te zenden. Verder ging Himmler er mede accoord, alle Scandinaviërs 
bijeen te brengen in een verzamelkamp in Duitsland, onder contróle van 
het Zweedse Rode Kruis, dat ook voor het onderhoud van deze gevan- 
genen zou zorg dragen. Himmler stond er niet afwijzend tegenover, 
eventueel alle Scandinavische vrouwen en kinderen vrij te laten, maar 
Duitsland beschikte niet over de nodige transportmiddelen om al deze 
gevangenen te vervoeren resp. in één kamp bijeen te brengen, zodat 
Zweden hier zelf voor zou moeten zorgen. Himmler was bereid, met 
vertegenwoordigers van de Zweedse regering over de technische regeling 
van deze kwestie te onderhandelen. 

Verder verkreeg Kersten van Himmler de toezegging, dat duizend 
Nederlandio vrouwen, achthonderd Franse vrouwen, vierhonderd Bel- 
gische onderdanen en vijfhonderd Poolse vrouwen zouden worden vrij- 
gelaten. In Februari stelde de Zweedse regering autobussen ter beschik- 
king van het Rode Kruis, onder leiding van Graaf Bernadotte en Kolonel 
Bjërk. 

In Februari 1945 vernam Zijne Excellentie Gunther, dat Hitler bevel 
had gegeven om, indien de Geallieerden de concentratiekampen zouden 
naderen, deze met alle daar verblijf houdende personen te doen opblazen. 
Zijne Excellentie Gúnther bepaaíde, dat dit ten koste van alles moest 
worden voorkomen. Hij dacht daarbij vooral aan de kampen met inge- 
zetenen van Noorse nationaliteit. In opdracht van Zijne Excellentie 
Gúnther begaf Kersten zich de 3de Maart naar Himmler om dit, indien 
enigszins mogelijk, te verhinderen. Op 12 Maart 1945 slaagde Kersten 
er in, de volgende overeenkomst met Himmler tot stand te brengen: 



1. Himmler zou het bevel van Hitler, alle concentratiekampen in de 
lucht te doen vliegen, niet opvolgen en iedere vernietiging van kam- 
pen, alsmede het ombrengen van gevangenen, verbieden; 

2. Wanneer de Geallieerde legers een concentratiekamp zouden naderen, 
zou de witte vlag moeten worden gehesen en het kamp zou onge- 
schonden aan hen worden overgegeven; 

3. Het vermoorden van Joden zou van dit moment af verboden worden 
en geheel ophouden; de Joden zouden met andere gevangenen in 
andere concentratiekampen worden gelijkgesteld; 

4. Himmler stemde er in toe, dat de concentratiekampen niet yerder 
zouden worden ontruimd; de gevangenen zouden blijven waar zij zich 
bevonden. 

Tesreliikertijd trof Kersten een regeling met Himmler om een ontrnoeting 
met de vertegenwoordiger van het Jewish World Congress, afdehng 
Stockholm, de heer Norbert Masur, tot stand te brengen, teneinde te 
onderhandelen over het redden der Joden die in Duitse concentratie- 
kampen nog in leven waren en over een betere verzorging van hen. 
Deze onderhandelineen werden ^evoerd door Medicinálrad Kersten m 
samenwerking met het Jewish World Congress te New York en de ver- 
tegenwoordiger daarvan, de heer Gilel Storch. Ook deze onderhandehn- 
gen werden tot een gunstig resultaat gebracht. 

Door de hierboven genoemde maatregelen heeft het Kersten mogen 
gelukken, op het laatste ogenblik honderdduizenden mensenlevens te 
redden. 

Als gevolg van het verloop der onderhandelingen van Kersten met 
Himmler besloot Ziine Excellentie Gunther het Zweedse reddingswerk 
op grote schaal te doen plaatsvinden. Kersten ontving de opdracht hel- 
pend in te grijpen, telkens wanneer er nieuwe moeilijkheden zouden 
rijzen. Tenslotte vloog hij ín opdracht van Gúnther de 19de April nog 
eens naar Duitsland om te onderhandelen over de capitulatie der Duitse 
troepen in Noorwegen en over de definitieve vrijlating van alle Scandi- 
naviërs in Duitsland. 

Op de 21ste April 1945, te twee uur 's nachts, deed Himmler het eerste 
vredesvoorstel aan Kersten. Deze weigerde echter, dit aanbod door te 
geven, daar hij zich in zijn hoedanigheid van arts niet met politiek wenste 
te bemoeien. Echter noemde hij de naam van Graaf Bernadotte, die het 
aanbod vervolgens aan de Zweedse regering overbracht. 

Kersten, die sedert 30 September 1943 in Stockholm woont, vloog vrjf 
maal in opdracht van Zijne Excellentie Gunther naar Duitsiand en altijd 
was hij bereid om, waar dan ook, in te grijpen en te helpen. Dit alles 
heeft hij volkomen belangeloos gedaan. Zijn reizen naar Duitsland waren 
dikwijls levensgevaarlijk voor hem. Politiek was hij niet geïnteresseerd. 

Kerstens samenwerking met Gunther werd zorgvuldig geheim gehou- 
den, slechts enkele mensen waren er van op de hoogte, aangezien de vrees 
bestond, dat ruchtbaarheid het humanitaire reddingswerk van Zweden in 
gevaar kon brengen. 



'í 



222 



m, 



223 



> 



'íí'^La. 



am ' íAí 






tA7 í i ■■'"■■ 



w. 



•', { r.. 

íitï'í ' 



í,W-.\ ■ ■.." 






te' -,■'■■.'/. 
"#?*'■:■ ' ' 

f'-'të' ■'• 
'#■■.:' 



Ife:' 



P&.4 ■ ' 
3 %; ■ * 

sW '" '.■ ' 

fC':*".. -■ 



É*- ■■■■■' '• 



íff' 



+ íVa" ft*i 



v^ ftV 



■> 




I 



*/" 



í 

■* 

> 
* 



Rfc$2& 'lkl . ÏL JL&J&.L/&. .-^L^.,^álL.AÍÍ«AíIï^ 




/ 



m*kámk 




IV' ' 






[/'■" ■'■ .,!' 7 ifl' ' '; ■ ''TráU 



'TFFfï'T' 'r 'lfl 



.,■.■*.,-,'" -'■ t .''^tf ^r' 



4 



A-V 



* * 



OVERDEAUTÏt* 



Felix Kcntcn, dle in Eitland wcrd geboren, itudeerde 
aanvankctijk landbouwkunde. Na dc vorige wcrcldoorlog 
verwicrf hij de Finic nationaliteít. Een vcrblijf in ccn 
hoipitaal deed de artsen zijn massage-therapeutische 
gaven ontdekken en hem aaniporen zich geheel aan dc 
massage-therapie te wijden. 

Na een langdurige itudie vestigde hij zirh in 1926 als arts 
voor Manuelle Therapié in Ber*Ijn, waar hij vooral in 
diptomatiekc kringcn grotc bekendheid verwierf. Hij 
bezocht vóór de oorlog o.a. ook ons land geregcld om zijn 
Nederlandse patienten, w.o. vcle bekendc persoonlijk- 
heden, te behandelen. Hij kende ons 'land cn had grote 
sympathie voor Nederland. 

Kcrsten heeft Himmler gedurcnde dc gehete oorlog met 
zijn massage-therítpie beliindeld en heeft derhaive in de 
onmiddellijke nabijhcid van (h Reichsftihrer-SS ver- 
keerd. Trcvor-Ropcr, de schríjver van „De laatste dagen 
Hitler" noemt nem „Himmler's Biechtvader". 



van 



Kcrsten was echter txtéér dan dat: hij werd met groeiend 
afgrijzen vft/i Himmler's werk vervuld en heeft zijn 
positie gebruikt tot het onderhoudcn van relaties met 
neutrale en gcallicerde mogendhcdcn, waardoor hij in 
staat was de vrijlating van duizenden polirieke gevan- 
genen te bcwerkstelligen en de uitvc<rii^ r |i»;taige der 
misdadigste piannen te voorkomen. ■' '■ ' ^;'«Í 
Van dit redcfíngsweck en de intrigues, waatmede het 
gepaard ging, vértelt Kersten in dit boek. 






1 l'il 



>W, 



"* h 



'i 



SMkfciih j. 

ííihí» iBim 



^ 



- ■ --— ■■■■■'- 



*á