Skip to main content

Full text of "Omarm de Klokkenluider"

See other formats


TIJDSCHRIFT 

GONTROLLING 



CORPORATE GOVERNANCE 



mr.drs. B.P.A. Santen was arbeidsadvocaat en is universitair docent financieel recht aan de Erasmus 

Universiteit Rotterdam (santen@frg.eur.nl). 

C.C.E.J. Verbeeten schrijft haar afstudeerscriptie voor de master Financieel recht over klokkenluiden. 



^^^^^^^^^^^^^^^^^^■^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^H 






^^^^^^^^^^^^^^^H 


spectiet: de werknemer a 

L 





Omarm de 
<lokkenluider 



In het kielzog van de bekende grote schandalen ontstonden de 
klokkenluidersregelingen. De huidige regelingen zijn low key: 
het is niet de bedoeling misstanden publiek te maken. We 
schetsen voor u de agency theorie en het belang van 
monitoring voor een onderneming. Hoe werkt de Amerikaanse 



14 



Nieuw 

Discussieer mee over spreadslieets! 
I<ijl( op www.tijdschriftcontrolling.nl 
onder de l(nop Discussieer mee. 



Klokkenluiden is in Nederland een vrij recent verschijnsel. 
Van Buitenen, nu lid van het Europees Parlement, en Bos 
zijn de aan het grote pubUek bekende klokkenluiders. Zij 
stelden misstanden pubUekeUjk aan de kaak. In de klokken- 
luidersregeUngen zoals die onder invloed van de 
Amerikaanse Sarbanes-Oxley Act 2002 en de Nederlandse 
code Tabaksblat de laatste jaren door Nederlandse beursge- 
noteerde ondernemingen zijn ingevoerd, is het pubUek 
maken juist niet de bedoeUng. In die regeUngen Ugt de 
nadruk op het signaleren en afhandelen van vermeende mis- 
standen binnen het domein van de onderneming. Een derge- 
Ujke 'low key' afwikkeUng is in ieders belang. De werknemer 
krijgt met een goede klokkenluidersregeUng een middel om 
een door hem als serieuze misstand beschouwde gedraging te 
luchten. LoyaUteitsconfUcten, oplopende stress en ergernis, 
die in serieuze gezondheidsklachten kunnen resulteren, wor- 
den daardoor vermeden. Een goede regeUng tracht ervoor te 
waken dat de arbeidsrechteUjke positie daarbij in het geding 
komt. Vergeten wordt vaak dat de werkgever de belangrijk- 
ste belanghebbende bij een goede regeUng is. Door een goede 
interne afhandeUng wordt de werkgever niet geschaad door 
negatieve pubUciteit, wordt onnodige opschudding binnen 
en buiten de organisatie vermeden en bestaat een aanzien- 
Ujke kans dat de melder voor het bedrijf kan worden behou- 



den. Zowel voor het behoud van deze kenneUjk gemotiveer- 
de en kritische werknemer (de meesten zuUen toch eerder de 
andere kant opkijken), als voor het vermijden van escalatie 
achteraf uit rancune, is dat een groot voordeel. Dit zouden 
we de negatieve werking van een klokkenluidersregeUng 
kunnen noemen: het voorkomt schade. Maar het grootste 
voordeel van een goede klokkenluidersregeUng Ugt in de 
positieve werking ervan, nameUjk dat het werknemers sti- 
muleert misstanden te signaleren en daarmee het manage- 
ment in staat te steUen deze weg te nemen. In navolging van 
het agency-model zien wij hier een monitoring functie van 
de werknemers: zij houden in het oog of de zaken wel cor- 
rect (naar de eisen van de wet en in het belang van de onder- 
neming) worden afgehandeld, op straffe van (in ultimis) het 
luiden van de klok. Daarmee stimuleert een klokkenluiders- 
regeUng dat een organisatie scherp bUjft. 

Agency theorie en monitoring 

Coase (1936) Uet zien dat het tot op zekere hoogte efficiën- 
ter was een productieproces binnen een onderneming te 
regelen dan aUe transacties te regelen via de markt, zoals 
Smith (1776) had betoogd. Met name het uitsparen van 
transactiekosten lag aan zijn redenering ten grondslag. Ook 
speelt de wil om onzekerheid uit te bannen een belangrijke 




15 



rol. Je wilt afspraken kunnen maken voor de toekomst. Zo 
wees Williamson (1981) erop dat voor duurzame transac- 
tiespecifieke investeringen, een onderneming een goede orga- 
nisatievorm is. Berle and Means (1932) lieten zien dat in de 
grote industriële ondernemingen van het begin van de twin- 
tigste eeuw de aandeelhouders eigenUjk niet meer zoveel te 
vertellen hadden. Managers konden door het verspreide aan- 
delenbezit en door de complexiteit van de onderneming in 
feite hun gang gaan. De individuele aandeelhouder had geen 
macht meer om het management te controleren. Hoe moeten 
die managers dan wel worden gecontroleerd? Volgens 
Alchian and Demsetz (1972) is de enige manier om tot effi- 
ciency te komen in complexe werkrelaties door prestaties te 
laten vastleggen en beoordelen. Wordt dit nagelaten, dan 
heeft iedere werknemer de neiging zich te verschuilen achter 
een ander en een stapje minder te doen. Het inschakelen van 
een monitor zou dit kunnen voorkomen, ware het niet, dat 
ook die monitor maar een mens is, en zich dus niet ahijd ten 
volle zal inspannen. Alchian en Demsetz komen dan tot de 
conclusie dat de enige die belang heeft bij een efficiënte 



onderneming uiteindeUjk de aandeelhouder is. De aandeel- 
houder heeft immers recht op het restant van opbrengsten en 
kosten. Hoe hoger de efficiency, hoe beter voor de aandeel- 
houder. Jensen and MeckUng (1976) hebben dit soort noties 
in de sleutel van de agency-theorie gezet. De aandeelhouder 
is de principaal, die de agent (een gespeciaUseerde bestuur- 
der) de opdracht geeft de onderneming te leiden. Omdat de 
preferenties van aandeelhouder en bestuurder per definitie 
niet geUjk zijn, dient de aandeelhouder kosten te maken om 
de bestuurder te controleren en in het gareel te houden. Deze 
zogenaamde agency costs bestaan uit monitoring costs, bon- 
ding costs, residual loss en kosten voor irrationeel gedrag 
(Santen cs 2006). Hoe groter nu het verschil in inzicht in het 
reilen en zeilen van het bedrijf tussen de aandeelhouder 
(vaak vertegenwoordigd door de raad van commissarissen) 
en het bestuur, hoe meer kosten de aandeelhouder moet 
maken om die zogenaamde informatieasymmetrie te over- 
bruggen. Onze steUing nu is dat een onderneming door op 
juiste wijze invuUing te geven aan de klokkenluidersregeUng 
de aandeelhouders (en de raad van commissarissen) beter in 



TIJDSCHRIFT 

GONTROLLING 



staat stelt haar monitoring rol uit te oefenen doordat de 
informatieasymmetrie wordt verminderd. Een goede onder- 
neming stimuleert werknemers vermeende misstanden te 
melden, waardoor in een eerder stadium dan nu de kans op 
ingrijpen aan de ondernemingsleiding wordt geboden. 
Daarbij heeft zij als goed werkgever de pUcht de werknemers 
tegen zichzelf te beschermen door een zorgvuldige procedure 
uit te werken. Zo gezien is een goede klokkenluidersregeUng, 
als een vorm van werknemers monitoring, met name in het 
belang van de onderneming zelf (zo ook Trevino en Victor 
1992). Dat dit geen theoretisch argument is bUjkt uit de 
claim van Ernst 6c Young dat de klokkenluider verantwoor- 
deUjk is voor meer dan 50 procent van aUe ontdekkingen 
van onregelmatigheden. Grote en kleine schandalen worden 
door een dergeUjke regeUng zeker niet altijd vermeden, maar 
wel ontmoedigd en in een eerder stadium tegemoet getreden. 
De claim dat een goede klokkenluidersregeUng de bouwfrau- 
de had kunnen voorkomen kan, nu velen aan de top niet 
beter wisten, niet worden waargemaakt. Maar mogeUjk zou- 
den de fraude bij US Food Service van Ahold, de systemati- 
sche, door beloningsstructuur uitgelokte overschatting van 
voorraden bij SheU, en kartelzaken wel in een eerder stadi- 
um aan het bestuur en de commissarissen bekend hebben 
kunnen zijn. Het risico dat er vervolgens niets mee wordt 
gedaan, een gevolg van boardculture van mutual backscrat- 
ching of een zonnekoning houding van de CEO, bUjft 
natuurUjk bestaan. Men kan achteraf echter niet meer zeg- 
gen het niet geweten te hebben. 

'Een goede klokkenluiders- 
regeling is met name 
in het belang van de 
onderneming zelf' 

De whistleblowingpraktijk in de Verenigde Staten 

De whistleblowing (klokkenluiders)praktijk is in de 
Verenigde Staten een stuk verder ontwikkeld dan in 
Nederland. Naast uitgebreide federale wetgeving kennen de 
verschiUende staten ook nog hun eigen wetten en regels. Er 
Ugt veel nadruk op de negatieve werking van de klokkenlui- 
dersregeUngen. De klokkenluider dient niet aUeen beschermd 
te worden tegen ontslag, maar tegen iedere vorm van discri- 
minerend gedrag als gevolg van de melding. Mocht de klok- 
kenluider dan toch nog enig nadeel ondervinden, dan Uggen 
ruime (schade)vergoedingen op de loer en kan ook strafrech- 
teUjk tegen de werkgever worden opgetreden. 
KlokkenluidersregeUngen zijn verpUcht gesteld in de 
Sarbanes-Oxley Act. Door (1) het minimaUseren van de kans 
op vergelding, (2) het creëren van aanspraak op een - tot 
miljoenen oplopende - vergoeding wegens het aan de kaak 
steUen van een fraudekwestie tegen de overheid en (3) het 
openen van de mogeUjkheid tot externe melding is in de 
Verenigde Staten van het melden serieus werk gemaakt. 

De Klokkenluidersregelingen van de Nederlandse 
overheid 

In 1992 stelde minister Dales het thema integriteit aan de 



orde. Het klokkenluiden is later met de zaak Van Buitenen 
onderdeel geworden van dit integriteitsdenken. Anders dan 
in de private sector wordt de ambteUjke klokkenluider via 
een rechtstreekse wetteUjke bepaUng bescherming geboden. 
De Ambtenarenwet bepaalt sinds 2003 dat de te goeder 
trouw handelende klokkenluider niet in zijn positie geschaad 
zal worden. Een klokkenluidersregeUng is verpUcht gesteld 
voor het Rijk, de provincies, de gemeenten en de water- 
schappen. Hoewel de voorkeur uitgaat naar interne melding 
bij de desbetreffende overheidsinstantie is er voor iedere 
overheidssector een onafhankeUjke commissie als extern 
meldpunt ingesteld, waarvan de meest bekende de 
Commissie Integriteit Overheid (CIO). Uit onderzoek van de 
NOS in september 2006 bUjkt het totaal aantal meldingen 
binnen de overheid sinds 2003 op 260 te Uggen, waarvan er 
55 meldingen binnen de ministeries hebben plaatsgevonden. 
Ons Ujkt dat dat geringe aantal niet met de enkele verwijzing 
naar onvoldoende presterende registratiesystemen kan wor- 
den afgedaan. WaarschijnUjk is de negatieve beeldvorming 
van de risico's groter dan het vertrouwen in de wetteUjk 
geboden rechtsbescherming. 

'ln de huidige klokkenluiders- 
regelingen is het publiek 
maken van misstanden juist 
niet de bedoeling' 



De verklaring van de Stichting van de Arbeid 

Voor de particuUere sector is de 'Verklaring inzake het 
omgaan met vermoedens van misstanden in ondernemingen' 
van de Stichting van de Arbeid uit 2003 in veel opzichten 
richtinggevend gebleken (Steenbergen 2006). Dat de code 
Tabaksblat van 2003 een klokkenluidersregeUng voorschreef 
voor beursgenoteerde fondsen heeft daarbij vanzelfsprekend 
geholpen. Het belang dat de ondernemingsleiding erbij heeft 
om tijdig van misstanden op de hoogte te zijn wordt in de 
verklaring onderkend. Zo kan worden vermeden, aldus de 
verklaring, dat de onderneming in diskrediet wordt gebracht 
of schade Ujdt. Het probleem is echter dat deze Ujn niet con- 
sequent wordt volgehouden, maar dat de klokkenluidersre- 
geUng in de sleutel van het maatschappeUjk belang wordt 
gezet. Van een klokkenluidersregeUng wordt onder meer 
gezegd dat deze uitstekend past 'binnen een ondernemings- 
beleid dat ondernemen beschouwt als een maatschappeUjke 
activiteit'. Deze vaststeUing vertaalt zich in de definitie van 
een vermoeden van een misstand: een op redeUjke gronden 
gebaseerd vermoeden met betrekking tot de organisatie waar 
betrokkene werkzaam is en waarbij een maatschappeUjk 
belang in het geding is in verband met: 

a. een (dreigend) strafbaar feit; 

b. een (dreigende) schending van regels; 

c. een gevaar voor de volksgezondheid, de veiUgheid of het 
miUeu; 

d. een (dreiging van) bewust onjuist informeren van pubUeke 
organen; 

e. een (dreigende) verspiUing van overheidsgeld; of 

f. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of 



TIJDSCHRIFT 

GONTROLLING 



manipuleren van informatie over deze feiten. 
Artikel 1 van de voorbeeldprocedure definieert een betrok- 
kene als: degene die al dan niet in dienst werkzaam is ten 
behoeve van de werkgever. Opmerkelijk is dat onethisch 
gedrag, dat in de verklaring zelf nog wel wordt genoemd als 
een mogeUjke misstand, in de uitwerking in de voorbeeld- 
procedure is verdwenen. 

Waarom wordt deze eis van maatschappeUjk belang gesteld? 
Is niet veeleer het bedrijfsbelang in het geding als deze zaken, 
of andere, niet worden nageleefd? Dat hebben de bouwfrau- 
de, de Ceteco-affaire, de vele kartelzaken van Akzo of recent 
nog de boete voor het Nederlandse bierkartel toch wel laten 
zien. Een bedrijf heeft zich te voegen naar de maatschappe- 
Ujke context waarin het functioneert, zoals gedeelteUjk wordt 
omschreven door de punten a t/m f hiervoor. Maar het 
bedrijfsbelang omvat veel meer: grote zaken als het signale- 
ren van een uit de hand gelopen financieringscircuit (Ceteco), 
het doen van ongebruikeUjke verkooptransacties (Baan), of 
het op voorhand boeken van korting (US Food Service). Ook 
andere, vaak als bedrijfscultuur afgedane zaken kunnen in 
het bedrijfsbelang worden aangekaart: van het systematisch 
steUen van irreële doelen of rapporteren van te gunstige 
prestaties, tot het op (kosten van) de onderneming laten doen 
van de privé-belastingaangifte. Of meer materieeU het pakken 
uit een beschadigde paUet, het accepteren van cadeautjes, 
etentjes, voorsteUingbezoek. Hoewel het signaleren in deze 



voorbeelden niet steeds kan worden beschouwd als een maat- 
schappeUjk belang, is het voor de onderneming aUeen al voor 
een verbetering van de efficiency van belang dat de misstand 
bekend wordt gemaakt. 



Meer lezen? 

Mr.drs. B.P.A. Santen schreef voor de reeks Controlling 
en auditing in de praktijk het boek Praktische aspecten 
van corporate governance, samen met prof.dr. A. de Bos 
RA en D. de Rooij BSc. Dit boek geeft u praktisch inzicht 
in de betekenis van corporate governance voor de dage- 
lijkse praktijk in Nederland. Wat is het en waarom is het 
van steeds groter belang? Hoe kunt u er in de praktijk 
invulling aangeven? Uiteraard komt ook de klokkenlui- 
dersregeling hierin aan bod. 
Prijs: 29,90 euro. Kluwer 
ISBN 978 90 13039832 



advertentie 



17 



ONDERZOEK 



TIJDSCHRIFT 

GONTROLLING 



De praktijk bij 

Nederlandse 

ondernemingen 

Waarom wordt de voorgenomen klokken- 
luider niet omarmd door de Nederlandse 
ondernemingen? Het is in Nederland toch 
gewoon dat werknemers hun mening 
geven en dat daarnaar wordt geluisterd. 
Mogelijk kan een extern meldpunt soelaas 
bieden. 



De Vries, Bollen en Hassink (2007) onderzochten de klok- 
kenluidersregelingen gehanteerd door de AEX-fondsen. 
Omdat veel AEX-fondsen zijn genoteerd aan Amerikaanse 
beurzen leken ons deze regeUngen niet maatgevend voor de 
stand van zaken in Nederland. Daarom deden wij een 
onderzoek naar de klokkenluidersregeUngen van de tot de 
AMX en AScX-index behorende aan Euronext Amsterdam 
genoteerde fondsen. 

Van deze meer lokaal georiënteerde fondsen mag worden 
verondersteld dat deze minder nadrukkeUjk zijn beïnvloed 
door de Sarbanes-Oxley Act en meer op Nederlandse leest 
zijn geschoeid. Er zijn 22 in de AMX-index genoteerde fond- 
sen onderzocht en 20 AScX-fondsen. Een aantal fondsen 
kon niet worden onderzocht omdat zij geen regeUng kennen 
(2 AMX, 3 AScX) of omdat zij deze regeUng niet openbaar 
wiUen maken (1 AMX, 1 AScX). De regeUng van de twee 
VastNed vennootschappen is identiek. 

Vanuit het monitoring aspect valt sterk op dat de regeUngen 
niet zozeer zijn bedoeld om het melden van misstanden te 
stimuleren (het doen van een melding is slechts in 1 AMX- 
en 2 AScX-ondernemingen verpUcht), als wel om het melden 
binnen voor de ondernemingen zo gunstig mogeUjke banen 
te leiden. Tabel 1 geeft een overzicht van de wijze waarop 
met de vertrouweUjkheid (anonimiteit) van de melder in de 
verschiUende regeUngen wordt omgegaan. Overigens gaat 
het hierbij lang niet altijd om expUciete klokkenluidersrege- 
Ungen, maar ook om klokkenluidersbepaUngen in gedrags- 
codes, integriteitcodes en dergeUjke. 

Tabel 1. Overzicht van de wijze van omgaan met vertrouweiijkíieid 



Vertrouwelijkheid 


AMX- 
fondsen 


AScX- 
fondsen 


IVIelding kan geheel anoniem 


2 9% 


5 25% 


Anonimiteit melder vanzelfsprekend 


11 50% 


13 65% 


Anonimiteit op expliciet verzoek 


5 23% 


0% 


Behandeling is vertrouwelijk 


17 77% 


17 85% 


Duidelijkheid behandeling papierwerk 


2 9% 


1 5% 



Er wordt, zo bUjkt uit tabel 1, formeel veel aandacht gege- 
ven aan de positie van de werknemer. Anonimiteit van de 
melder is bij AMX-fondsen in 73 procent van de gevaUen, 
zij het soms pas na een verzoek, gegarandeerd; een vertrou- 
weUjke behandeUng in 11 procent van de gevaUen. Intussen 
zal de lezer zich net als wij afvragen hoe de werknemer zijn 
risico in die ruim 20 procent andere gevaUen kan beperken. 
Zou iemand dan nog tot melding overgaan? 

'Het sleutelwoord is 
vertrouwen' 

Voor het vertrouwen van anonimiteit in concreto is het van 
belang te weten bij wie moet worden gemeld. Tabel 2 geeft 
een overzicht van de mogeUjke meldpunten die in de regeUn- 
gen worden genoemd. 



Tabel 2. Overzicht mogelijke meldpunten van 


misstanden 




Meldpunten 


AMX- 
fondsen 


AScX- 
fondsen 


Leidinggevende 


20 


91% 


16 80% 


Verantwoordelijke 


4 


18% 


1 5% 


Vertrouwenspersoon 


15 


68% 


11 55% 


Directielid 


4 


18% 


6 30% 


Voorzitter RvC (president commissaris) 


14 


64% 


14 70% 


Compliance officer 


3 


14% 


4 20% 


Manager van de hrm afdeling 


3 


14% 


1 5% 


Raadsman 


4 


18% 


1 5% 


Speciaal aangesteld persoon 


3 


14% 


2 10% 


Externe derde (onder voorwaarden) 


4 


18% 


0% 



Dat de melding vooral moet plaatsvinden bij de leidingge- 
vende (91 procent voor AMX, 80 procent bij AScX), bij een 
vertrouwenspersoon binnen de onderneming (68 respectieve- 
Ujk SS procent) of bij de voorzitter van de RvC (64 respec- 
tieveUjk 70 procent) nodigt niet echt uit. Terecht moet men 
vrezen dat de hiërarchische en persoonUjke betrekkingen 
binnen de onderneming uiteindeUjk een vertrouweUjke 
behandeUng in de weg zuUen staan. Wat men ook verklaart, 
men kan er niet aan voorbij gaan dat de vertrouwensper- 
soon wordt gekozen door de directie, en dat hij in dienst is 
van de onderneming. Datzelfde geldt voor de leidinggeven- 
de, en in mindere mate voor de president commissaris. Maar 
van al deze drie personen zal de loyaUteit toch primair bij de 
onderneming Uggen. Een houding van 'het zal wel meeval- 
len' of 'heb je weer zo'n lastpost' Ugt voor de hand. Het 
gevaar is verder dat in de procedure de misstand door steeds 
woUiger formuleringen wordt weggemasseerd. Om nog 
maar te zwijgen van een moeizaam behoud van anonimiteit 
in geval je op bezoek moet bij een coUega-vertrouwensper- 
soon, of bij de president commissaris. De kans dat zoiets uit- 
lekt, is te groot. Het Ujkt ons daarom onwaarschijnUjk dat 
van de klokkenluidersregeUngen die wij hebben onderzocht 
(anders dan uiterst incidenteel) gebruik zal worden gemaakt. 
Is dat zo, dan wordt hier een grote kans gemist. 



Extern meldpunt 

Waarom zo vroegen wij ons af, wordt de voorgenomen 
klokkenluider juist niet omarmd door de Nederlandse 
ondernemingen? Hier is het toch, meer dan elders, gewoon 
dat werknemers hun mening geven en dat daarnaar wordt 
geluisterd. Juist de kennis en de motivatie van werknemers 
die dingen zien die niet kunnen, biedt de onderneming een 
gouden kans om efficiency slagen te maken. Dat werkne- 
mers niet melden als hun baan ermee gemoeid kan raken, 
ook al is de misstand naar hun gevoel nog zo groot, is toch 
te begrijpen. Het sleutelwoord is vertrouwen: de werknemer 
moet erop kunnen vertrouwen dat niet alleen procedureel, 
maar vooral ook feiteUjk zijn positie wordt beveiUgd. De 
anonimiteit van de melder moet kunnen worden gegaran- 
deerd. Hoekstra en BeUing (2003) laten zien dat de positie 
van de vertrouwenspersoon en de garantie van anonimiteit 
in de praktijk op grote moeiUjkheden stuit. Zij citeren 
onderzoek waaruit bUjkt dat kennis van misstanden vooral 
op de werkvloer aanwezig is, terwijl de vertrouwensperso- 
nen vaak hoge functionarissen zijn met een voUe agenda. 
Dat levert al een behoorUjke drempel op. Daarnaast kan een 
vertrouwenspersoon maar al te gemakkeUjk in een rolcon- 
fUct raken. Daarom wijzen wij op het belang van het externe 
meldpunt. Voor de gedachtebepaUng is een klein advocaten- 
kantoor in een stad of dorp verder weg een handig uitgangs- 
punt. Het kantoor moet vrij staan ten opzichte van de 
onderneming, het kan er geen zaken tegen voeren, en het 
moet evenmin wiUen azen op overname van de klant. De 
werknemer die een misstand wil aanbrengen, kan met die 
advocaat overleggen of de melding zwaar genoeg is. De 
advocaat kan de melding helpen formuleren. Hij schermt de 
naam van de aangever af (anonimiteit gegarandeerd). Hij 
kan de melding neerleggen bij de leidinggevende (als dat al 
niet is gebeurd; dat zou beter zijn, maar is niet altijd zonder 
gevaar en daarom niet altijd mogeUjk) of, naar gelang de 
ernst en de betrokkenheid, direct bij de CEO of de president 
commissaris. De accountant (en de president commissaris) 
krijgt in ieder geval jaarUjks inzage in de verstuurde meldin- 
gen, zodat de laatste er ook iets mee kan doen bij de jaarUjk- 
se controle. Na behandeUng van de melding door de onder- 
neming bespreekt de advocaat het antwoord met de melder. 

'Een vertrouwenspersoon 
kan maar al te gemakkelijk 
in een rolconflict raken' 



Daarbij komen op een voorUchtende wijze de mogeUjke ver- 
volgstappen (zoals het verder laten rusten van de melding, 
het doen van aangifte of het luiden van de klok) en de risi- 
co's daarvan aan bod. Na dat gesprek is zijn bemoeienis 
over. Hij treedt nadrukkeUjk onder geen omstandigheid ver- 
der op voor de werknemer. Op deze manier krijgt de onder- 
neming zinvoUe meldingen binnen, weet de werknemer zijn 
anonimiteit gegarandeerd en kan de externe vertrouwens- 




persoon het geheel in een breder perspectief over en weer 
presenteren waardoor het onnodig escaleren van de melding 
kan worden voorkomen. De positieve werking van de klok- 
kenluidersregeUng kan door de onderneming zo ten voUe 
worden benut. -C 

■ iteratuur 

Alchian, A., and H. Demsetz, 1972, Froduction, informa- 

tion costs, and economic organization, American economic 

review 62, 777-795. 

Berle, A.A., and G.C. Means, 1932, The modern corpora- 

tion and private property (Harcourt, Brace &: World, Inc, 

New York). 

Coase, R.H., 1937, The nature ofthe firm, Economica, p. 

386-405. 

Ernst &c Young, Code Tabaksblat in de praktijk, De bescher- 

ming van klokkenluiders (www.ey.nl). 

Hoekstra, A. en A.F. BeUing, 2003, De vertrouwenspersoon 

voor integriteitsvraagstukken, Openbaar Bestuur, mei 2003, 

p. 14-17. 

Jensen, M.C., and W.H. MeckUng, 1976, Theory ofthe 

firm: managerial behavior, agency costs and ownership 

structure, Journal of financial economics 3, 305-360. 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 

Registratie integriteitsschendingen (www.minbzk.nl). 

NOS 2007, Klokkenluiders bij overheid bang (www.nos.nl). 

Santen B.P.A., A. de Bos en D. de Rooij, Praktische aspecten 

van corporate governance, ControlUng en auditing in de 

praktijk 78, Kluwer, 2006. 

Smith, A., 1776, An inquiry into the nature and causes of 

the wealth of nations (Adam Smith Institute, London). 

Steenbergen, R. van, 2006, Klokkenluiden in het bedrijfsle- 

ven - evaluatie en verder, Rechtsgeleerd Magazijn Themis 

2006-6, p. 242-257. 

Stichting van de Arbeid, Verklaring inzake het omgaan met 

vermoedens van misstanden in ondernemingen, 24 juni 

2003. Een voorbeeldprocedure is bijgevoegd 

(www.stvda.nl/publicaties). 

Trevino, L.K. en B. Victor, 1992, Peer reporting of unethical 

behavior: a social context perspective, Academy of manage- 

ment journal, 35, no. 1, 38-64. 

Vries M. de, L. BoUen en H. Hassink, 2007, Kenmerken van 

klokkenluiderregelingen, MAB, p. 42-47. 

WilUamson, O.E., 1981, The modern corporation: origins, 

evolution, attributes, Journal of economic literature XIX, 

1537-1568. 



19