Skip to main content

Full text of "Korte Beschrijving der Staten van Barbarije: Marocco, Algiers, Tunis, Tripoli en Fezzan .."

See other formats


V 3 *- v 



■fV^fc 



4m&: : * 







. >,*■ 




••Öfe 





■BK:' 


, jr 


K/ «rik 1 *?- -*J 


iiW 


.- 




mÊF wWkm 


f "'^ 


ï 

• 




m 




1 








m 



*4P*J 









a** 



*-* 



• I 




M 



<H 



«1 



it 



KORTE BESCHRIJVING 

DER STATEN VAN BARBARLTË 

MAROKKO, ALGIERS, TUNIS, 

TUIPOLI EN FEZZAN. 



BENEVENS'ÊÊN KAAUWKEüRIG VERHAAL VAN DE 
RO^JüIJKE OVERWINNING, DOOR DE GECOM- 
BINEERDE BRITSCHE EN NEDERLANDSCHE 
VLOTEN, ONDER LORD EXMOUTH EN 
DEN BARON VAN DE CAPELLEN , ON- 
LANGS VOOR ALGIERS BEHAALD. 

DOOR 

H. VAN DER PYL 



MET EENE AFBEELDING DER STAD ALGIERS. 



TE DORDRECHT, 

Bij A. BLUSSÉ & ZOON. 
i 8 i 6. 



<; 



] 






VOORBERIGT. 



[jaar , sedert etui gen tijd, wegens ïïè ge* 
whjigste ge cuttenissen , de oog^n va'* gansch 
Europa, op de Barbarijsche Staten gevestigd 
zijl, zcl, eene beschrijving der zelve, zoo 
ik vertrouw , niet onwe'kom wezen. 

Zoodra de oorlog , met de Algerijnen , uit" 
botst, verschenen er, in Engeland, verschei- 
dere korte beschrijvingen der Ajrikaansche 
ronf nesten , wa trv'an er mij drie ter vertaling 
aangeboden werden ; dan , deze waren grooten~ 
de:ls , onbeduidend, te haastig geschreven, 
en maakten weinig , of geen gewag , van die 
gebeurtenissen , welke ons vaderland betreffen , 
om welke redenen ik dezelve minder waardig 
keurde, om, zonder aanmerkelijke omwer- 
king, in een Hollandsch gewaad gekleed , en 
uitgegeven te worden. Ik besloot dus, bij 
voorkeur, een geheel nieuw stukje zamen 

* 2, te 



BOSTON ÜIJiVERSITY LIBRARIES 



IV 



VOORBERIGT. 



te stellen, waartoe ik, het belangrijkste 3 
uit de genoemde werkjes , overnam , tervijl 
ik, het overige , uit de heit e aardrijks- en 
geschiedkundige schriften, getrokken heb. 

Het laatste Hoofddeel, bevat , in het kort, 
de jongste gebeurtenissen, en is. bijna wior- 
delijk , uit de officiëele berigten , die wij da\tr~ 
van gehad hebben, overgenomen, en maukt 
een geschikt slot ,- voor dit boekdeel, uit. 

Ik heb vermeend een omstandig ver ha il ^ 
van de wreede en ontmenschte behandeli^^ 
die deze Barbaren , de Christew slaven , altijd 
aangedaan hebben, als, overbekend, te kin* 
tien voorbijgaan; en heb er hier en daar, 
maar met een enkel woord van gesproken» 

■ Voor ingeslnpene drukfouten en kleine 
naauwkeurigheden , vraag ik , nederig , vex~ 
schooning; mijne veelvuldige bezigheden Ife. 
ten mij , niet altijd , de gelegenheid , om siipt\r 
in een en ander , te zijn. 

DE SCHRIJVER. 



KOR- 



KORTE BESCHRIJVING 



VAN 



BARBARIJË. 



I e HOOFDDEEL. 

OVER BARBARIjë IN HET ALGEMEEN. 

-L/e oorsprong van het woord Barbarij e, even 
als die van de meeste namen van landen, ste- 
den, enz., kan niet, met zekerheid, bepaald 
worden. Vele aardrijksbeschrijvers, evenwel, 
leiden dezen naam af van de Berberen of 
Brebercn (woestijnbewoners), de oude inwoners 
des lands , welke dus genaamd werden naar het 
Arabisch woord Ber , dat woestijn beteekent. 

Barbarijen beslaat met Egypte, het geheele 
noordelijk gedeelte van Afrika , en ligt tusschen 
den 7den en 46sten graad der lengte, van het 
eiland Ferro; deszelfs noordelijkste punt, kaap 

A Scr. 



ft 



% KORTE BESCHRIJVING 

Serra , ligt op 37» 40' noorderbreedte , en des- 
zelfs zuidelijkste punt, op 30 graden noorder- 
breedte. Het grenst ten oosten aan Egypte; ten 
noorden aan de Middellandsche zee; ten westen 
aan den Atlantischen Oceaan, en ten zuiden 
aan de woestijn van Zahra. 

Het grootste gedeelte van Barbarijen heeft, in 
oude tijden, tot het beroemde en magtige Kar- 
thago behoord. Na de verwoesting dezer stad, 
door den Romeinschen veldheer scipio, in het 
jaar der wereld 3838, heeft hetzelve een ge- 
deelte uitgemaakt van het Romeinsche rijk, tot 
omtrent het jaar 429 onzer tijdrekening, toen 
hetzelve door de Wandalen werd overmeesterd. 
Deze stichtteden daar , onder hunnen koning gen- 
serik, een rijk, dat omtrent eene eeuw geduurd 
heeft. De laatste koning der Wandalen was 
gilimar, die in het jaar 534 door belisarios, 
veldheer van den Griekschen keizer justini* 
anus, verslagen en overwonnen werd, waarop 
de Romeinen de Afrikaansche provinciën weder- 
kregen. In de zevende eeuw verdreven de Sa- 
racenen of Arabieren de Romeinen uit deze ge- 
westen, en vestigden aldaar verscheidene kleine 
rijken, waaruit de tegenwoordige Staten zijn 
voortgekomen , en die van tijd tot tijd onder de 
Turksche heerschappij zijn geraakt. 

Land- en LuchtsgesteldheW. — Bijna geheel 
Barbarij'è is oneffen en bergachtig. Het hoofd- 
ge- 



VAN BARBARIJE, 3 

gebergte, dat men er vindt, is de Atlas , in de 
landtaal Djebel-Tedla geheeten. Deze keten neemt 
haren aanvang in Tunis , en eindigt bii kaap 
Geer, aan den Atlantischen oceaan, in Marok* 
ko , loopende van het noord-oosten naar het 
zuid-westen , en makende gedeeltelijk de grens- 
scheiding uit tusschen de woestijn van Zahra en 
Barbarij*. Met westelijke gedeelte , evenwel , 
van dit gebergte , draagt eigenlijk den naam van 
Atlas, terwijl het oostelijke verscheidene andere 
benamingen krijgt , zoo als : de bergen Tarfar- 
wey , Callab , Jujura (*), en een groot aantal 
andere in Algiers, enz. 

De kleine Aths is een arm , welke uit Ma- 
rokko naar Fez zijne rigting neemt, tot aan de 
noordelijke kusten, bij de rivier Malva. 

Üe Atlas , hoewel vrij hoog , kan evenwel niet 
vergeleken worden bij het ontzettend Alpisch 
gebergte in Europa. — Het is , over het alge- 
meen ruw , doch heeft op vele plaatsen bosschen , 
en vrij goede weilanden, waarop, in den zomer, 
het vee geweid wordt. In dit jaargetijde is het 
frisch, maar in den winter vindt men het be- 
stendig mei sneeuw bedekt, die dikwerf zeer 
difc ligt. Men heeft er verscheidene bronnen, 

die 

Hl— ■ II - 1~1 ■ I I I !■ II ■ H ■■! II W ^ll ■!■! II ■■■IJ1ILH 

(*) De Jujura is het hoogste van den. Atlas , en is 
omtrent 8 mijlen lang. 

A 2 



4 KORTE BESCHRIJVING 

die zelfs in den zomer, ijskoud blijven. Tusscheii 
de bergen zijn talrijke dalen en kleine heuvels, 
die buitengemeen vruchtbaar zijn. De meeste 
rivieren van Barbarijë hebben hunnen oorsprong 
in dit gebergte, en loopen in de Middellandsche 
zee uit. — In Tunis en Algiers is de Atlas, 
volgens desfontaines, veelal kalkachtig. 

Barbarij e heeft, volgens shaw, (*) over het 
algemeen, een gezond en gematigd klimaat; zel- 
den is men er geplaagd met groote hitte of 
strenge koude. De winden komen gewoonlijk 
uit zee, van het westen, bij het noorden om, tot 
aan het oosten. Te Algiers heeft men , van Mei 
tot September, gewoonlijk oostelijke winden, 
waarop dan de westelijke volgen , die de gemeen- 
ste zijn. Somtijds , evenwel , en bijzonder om- 
trent de nachteveningen , ondervindt men er die 
kracht en hevigheid , welke de ouden toeschre- 
ven aan den Africus of zuidwesten wind, die 
door de zeelieden' in die oorden La-betch ge- 
noemd wofdt. 

De weste, noord- weste en noordewinden zijn, 
in den zomer, vergezeld van helder weer, en 

'm 



(*) Dokter shaw heeft verscheidene jaren in dit land 
gewoond ; hij was prediker van de Engelscke factorij 
te Algiers. Naderhand is hij lid geworden van de ko- 
ninklijke maatschappij te Londen, 



VAN BARBARIJE. $ 

in den winter van regen ; maar de oostelijke win- 
den , zoo als ook de zuidelijke , zijn droog , hoe- 
wel met eene betrokkene of wolkachtige lucht (*). 
Zuidelijke winden heeft men hier zeldzaam : het 
gebeurt, evenwel, somtijds, dat zij 8 of 10 da- 
gen achter een waaijen, en de lucht zoo heet 
maken , dat het dikwijls ondragelijk is. Ook vol- 
gens hornemann, is somtijds de hitte in Fez» 
zan en elders, onverdragelijk , wanneer er een 
zuidewind waait; terwijl de noordewind, dik- 
werf, in den winter, eene doordringende koude 
veroorzaakt. Zelden heeft men regens in het 
zomersaizoen ; deze beginnen gewoonlijk in Sep- 
tember (f) , en duren omtrent tot half October, 
of iets langer ; waarna de Arabieren dadelijk hun 
land beginnen te ploegen of om te spitten, en 
op de gebergten hun koorn te zaaijen. In de 

vlak- 



(*) In de gebergten van Spanje en Italië heeft juist 
het tegenovergestelde plaats, want daar heeft men met 
eenen westen wind, eene betrokkene lucht, dfe met 
eenen oosten wind helder is, 

(f) Wanneer de regen niet omtrent dezen tijd komt, 
maar tot het laatste van December, of Januarij weg- 
blijft, dan is de grond dor en onvruchtbaar, en er volgt 
gewoonlijk een hongersnood. Dit was nog het geval 
in 1805, vooral in Tunis, alwaar toen een groot getal 
menschen , en veel vee , door den honger , omgekomen is s 

A 3 



6 KORTE BESCHRIJVING 

vlakten doet men zulks niet voor December of 
Januari), naar de grondsgesteldheid, en naarden 
aard van het graan. Wanneer dan vervolgens 
de voorjaarsregens op hunnen tijd komen, kan 
men reeds in de maand Mei oogsten ; terwijl de 
boomvruchten half Julij rijp zijn. 

O' 

Voortbrengsels, — De geheele kust van Bar- 
barii'ê is geschikt tot allerlei voortbrengsels» 
Voormaals was de vruchtbaarheid van dit land zoo 
groot , dat zij tot een spreekwoord geworden was. 
De grond is op de meeste plaatsen ligt en mul- 
lig; uitgenomen in sommige valleijen van 't geberg- 
te Atlas , alwaar hij veel zwaarder en kleiachtiger is. 
Men vindt bijna in alle streken koorn (*), als: 
tarw, haver en garst; en op de plaatsen, die 
genoeg van water voorzien zijn, teelt men rijst, 
Indiaansen koorn of Turksche tarw en drab 9 
eene soort van witte gierst. Voorts heeft men 
-er velerlei groenten en moeskruiden, en. bijna 
alle boomvruchten (f) van Europa , als: heer- 
lijke kersen , druiven , pruimen , abrikozen , moer- 
beziën, enz. enz.; vele dadel-, limoen-, olijf- 
en 



(*) Op vele plaatsen bewaren de inwoners hun 
koorn, gedurende 2^3 jaren, in kuilen, op drooge 
plartsen , onder den grond. 

(f) In Algiers zijn de boomvruchten het lekkerste; 
de druiventrossen zijn daar meestal anderhalf voet lang. 



VAN BARBARIJE. 7 

en granaatboomen, en in sommige oorden sinaas- 
appelboomen : ook teelt men er tabak. — In de 
bosscheh vindt men verscheidene soorten van 
eiken , als ook kurkboomen ; verder den pijnboom 
van Alcppo {Pinus Aleppi'), den rooden jenever- 
boom , den pimpernotenboom , den wilden olijf- 
boom, de thuya (*), den cypresboom, enz. 
Voorts heeft men er alle planten , die tegen hitte 
en droogte kunnen , zoo als de aloë , de euphor- 
bium, de gemeene brem, enz. 

De grond is in vele plaatsen in Barbarijê met 
minerale zouten bezwangerd. In de salpeter- 
groeven te TIemsan haalt men gewoonlijk zes 
oneen salpeter uit een centner gewone aarde ; 
te Kainvan in Tunis a en op meer andere plaat- 
sen, trekt men eene gelijke hoeveelheid uit 
leemaarde. 

De menigte pekelbronnen en zoutmeren, die 
men er vindt, doen ons zien, dat het zout hier 
overvloedig is. — De zoutputten van Arzew , 
eene kleine zeehaven in Algiers , zijn de merk- 
waardigste. Hier heeft men, tusschen de ber- 
gen, eene ruimte van omtrent 6 mijlen, die 's win- 
ters zich als een meer vertoont, maar 's zomers 
geheel droog loopt, en den grond met zout be- 
dekt 

j— >»y — ^— 1^m»— m — ■■■ . ■ ■ !. 1 1 1 mmmmm^Êmm — »■■■■■ www^^ i w » 

(*) Deze boom heeft eenige overeenkomst met den 
cypresboom. 

A4 



% KQRTE BESCHRIJVING 

dekt laat. Even zoo vindt men deze soort van 
zoutperken, door de inwoners shibkah genoemd, 
tusscben Tunis en Gouletta. De Jebbel-Had- 
Dessa, die aan het oostelijk gedeelte van het 
meer Marks ligt, is een geheele zoutberg, waar- 
van het zout zoo vast en hard is als een steen, 
en eene roodachtige kleur heeft. 

Van de metalen vindt men in Barbarijè lood, 
koper en ijzer; dit laatste, evenwel, niet in 
groote hoeveelheid ; maar de lood-ertz is er over 
het algemeen overvloedig. De voornaamste ko- 
permijnen zijn in het zuidelijk gedeelte van Ma- 
rokko , niet ver van de stad Tarudant , in het 
gebergte Atlas. Men heeft door het geheele 
land, heete baden, waaronder sommige zwavel» 
achtig zijn: eenige zijn zelfs kokend heet. 

Aardbevingen zijn in dit land zeer menigvul- 
dig, doch zeldeL hevig, noch langdurig; en 
van kleine uitgestrektheid. Doktor shaw ver- 
haalt, dat er, gedurende zijn verblijf, na één 
of twee dagen zwaren regen, in den zomer en 
in den herfst dagelijks voorvielen. In de jaren 
1723 en 1724 werden er te Algiers, verschei- 
dene huizen door omvergeworpen. De groote 
aardbeving van den 1 November 1755 strekte 
zich ovep geheel Noor der- Afrika uit, tot aan 
Marokko, in welke stad veel gebouwen inge- 
stort, en vele menschen omgekomen waren. 
De steden Mequinez , Tanger , Tetuan, St. Crt/z 

en 



VAN BARBARIJE. $ 

en Saffia hadden, ook door de schudding van 
den 18 dier maand, het meest geleden, terwijl 
langs de kusten, de onstuimige beweging der 
zee, allersterkst geweest was. 

Van de wilde beesten heeft men voorname- 
lijk in Barbarij? den panter, het luipaard, het 
hyena, den elefant, en in bijna alle streken 
den leeuw; verder vindt men er eenige soorten 
van apen, wilde varkens, herten, gemsen, vos- 
sen , fretten , stekelvarkens , konijnen , hazen , 
enz. Men heeft bijna overal overvloed van 
wild gevogelte; in Marokko veel duiven; maar 
men kent er geene eendvogels , ganzen , noch 
kalkoenen. Volgens macgill, is in Tunis , 
noch het wild, noch het gevogelte, noch de 
visch van eenen lekkeren smaak. 

Onder de tamme dieren, die men hier heeft, 
zijn paarden; de beste vindt men in Marokko , 
waar men ook, even als in Arabiê^ hun ge- 
slachtregister houdt. In Tunis en Algiers zijn 
zij, over het algemeen, niet zoo goed; zelfs 
nog minder dan de Spaansche en Engelsche. — 
Het hoornvee en de schapen zijn in deze stre- 
ken klein en teer; de vetste beesten wegen 
zelden meer dan vijf of zeshonderd pond; zij 
geven zeer weinig melk, en de boter is op 
verre na zoo goed niet als de Hollandsche, 
niettegenstaande men hier heerlijke weilanden 
heeft. 

A 5 De 






io KORTE BESCHRIJVING 

De kameelen zijn door het geheel Noorder- 
Af rika menigvuldig (*) en van het hoogste be- 
lang; zij worden zelfs in de legers gebruikt tot 
het vervoeren van de meeste dingen. In den 
oorlog van 1807, tusschen de Algerijnen en 
Tunisianen, schreef sidi-tusif, grootzegelbe- 
waarder van den Bey van Tunis, en hoofdbe- 
velhebber van zijn leger, dat hij in den slag 
van den 12 Julij, 4,000, en in dien van den 15 
Julij, 15,000 kameelen veroverd had. Voorts 
heeft men er ook veel muilezels , welke op eene 
bijzondere wijs gedresseerd worden, en zeer 
Vlug zijn. 

Inwoners. — De inwoners der Staten van 
Barbarij t bestaan, in de eerste plaats: uit oor- 
spronkelijke Afrikanen of Mooren ; a e uit Turken , 
deze zyn of emigranten , of vlugtelingen uit de 
Siaten van den Grooten Heer; s e uit Arabieren, 
die zich meestal op de bergen onthouden, of 
op het platte land rondzwerven. — Voorts zijn 
er Renegaten , Christenen en Joden. 

De kleur dezer menschen verschilt naar hun- 
ne bijzondere afkomst. De Arabieren, die 
meestal het land bewonen, zijn zeer bruin van 
gelaat. De Mooren , en Joden , die aan de zee- 
kust 



(*) In het koningrijk Fezzan zijn de kameelen het 
schaarste van allen ; hier gebruikt mei meestal ezels. 



VAN BARBARIJE. ïi 

kust wonen, zijn veel blanker, hoewel bruin, 
in vergelijking van de Europeanen , of liever 
taankleurig. Sedert de regering van muley is- 
MAëL in Marokko, is de Moorsche natie daar 
veel bruiner geworden, omdat die vorst veel 
Negers in het land heeft gebragt, welke zich 
met de andere inwoners vermengd hebben. 

Karakter der Moor en. — Er wordt in der daad 
niet veel bijzondere studie vereischt , om het 
karakter der Mooren te leeren kennen; men kan 
hen met korte woorden aldus beschrijven : zij 
zijn trotsch, onwetend, listig, vol bedrog, gie- 
rig en ondankbaar. In al hunne handelwijzen , 
het zij staatkundige of commercieële , trachten zij 
anderen te bedriegen. Te vergeefs behandelen 
hen de Europeanen met vriendelijkheid en naauw- 
gezetheid; zij achten geene van beiden. Zij 
zien op alle Christenen met verachting neer, 
en haten hen. Indien zij iemands persoon of 
bezittingen onaangeroerd laten, dan geschiedt 
zulks niet uit gevoel van regtvaardigheid, of 
menschelijkheid , maar , of uit vrees , of uit ei- 
genbelang. Het eerste gunstige oogenblik dat 
zich aanbiedt om iemand te bedriegen, zal men 
dadelijk hunnen haat, en hun diefachtig karakter 
bespeuren. 

Om door eene der Barbaarsche mogendheden 
geëerbiedigd, of wel behandeld te worden, moet 
men haar, als het ware, de roede boven het 

hoofd 



ïl KORTE BESCHRIJVING 

hoofd houden. Men moet die volken zijne teerder- 
heid in alle opzigten doen gevoelen ; geene gunsten 
moeten hun toegestaan worden, dan als eene 
belooning voor iets gelijkwaardigs, en dan nog 
alleen, na herhaaldei aanzoeken. Wanneer gij 
iets noodig hebt-, dat zij u als eene gunst kun- 
nen toerekenen, zoo zal uw verzoek, zoo min 
door vorst als onderdaan , u toegestaan worden , 
zoo het niet is uit vrees , uit belang , of uit het 
een of ander laag oogmerk; dit zelfde karakter 
vindt men in alle standen, van de geringsten 
tot de rijksten. Een hoofdtrek der Mooren is de 
wraakzucht. Een Moor onthoudt jaren lang 
eene beleedigiug , en zal alles in het werk stel- 
len om zijnen vijand in den strik te krijgen, 
ten einde zijne wraak te kunnen voldoen. —Ja, 
om dit oogmerk te bereiken , zal hij zelfs zijnen 
nijd eenen tijdlang opkroppen, hem vriendelijk 
behandelen , om zijne achterdocht weg te nemen , 
en zijn wantrouwen in slaap te wiegen , en zal hem 
dan , op hetalleronverwachtst, op het lijf vallen. 

Hoewel nu het geheugen der Mooren zeer 
goed is , om beleedigingen die zij ontvangen , of 
goede daden, die zij bij geval gedaan hebben, 
te onthouden , zoo vergeten zij evenwel spoedig 
de hun bewezene diensten ; zij zijn in den hoog- 
sten graad ondankbaar. Eene gunst, die hun 
door eenen ongeloovigen (Christen) gedaan is, 
beschouwen zij als eene verpligüng van zijnen 

kant 



VAN BARBARIJE. 13 

o 

kant, en als iets dat geene wedervergelding ver- 
eischt. Ja , men beweert algemeen , dat , om 
met Mooren voordeelig te handelen, men bedrog 
tegen bedrog, onregt tegen onregt, looze stre- 
ken tegen looze streken moet gebruiken, of 
dat men anders stellig bedrogen wordt. 

Dan, hoewel dit waarheid moge zijn, welk op- 
regt mensen zal zich aan zulk een gedrag over- 
geven? Is het niet beter voor dezulken, die vol- 
strekt met hen te doen moeten hebben , zich , 
zoo veel mogelijk, voor hen te wachten, dan 
zich in gedrag, met hen gelijk te stellen? 

De geleerdheid der Mooren verdient naauwe- 
lijks dezen naam. Zij hebben , even min als de 
oude Arabieren , eenig begrip van bespiegelende 
wetenschappen. Het getal dergenen, die lezen 
kunnen , is zelfs zeer gering ; en zij , die daarbij 
schrijven kunnen , hebben eene voorname opvoe- 
ding genoten. In de scholen leeren de kinderea 
een aantal lessen, uit den Koran ontleend, le- 
zen , en van buiten opzegden , en wanneer zij 
hierin tamelijk wel bedreven zijn , veronderstelt 
men, dat zij kundigheden genoeg opgedaan heb- 
ben , en zij verlaten de school. 

Turken. — Gierigheid is een der voornaamste 
karaktertrekken van de Turken , in al de Bar- 
baarsche Staten. Hunne oorspronkelijke behoeftig- 
heid is niet altijd hoofdoorzaak van deze lage drift. 
Om den weg te banen tot bevordering, en het 

ver- 



I 4 KORTE BESCHRIJVING 

verkrijgen van staatsambten , worden dikwerf aan- 
merkelijke uitgaven vereischt , en dit maakt spaar- 
zaamheid, die ras in fclage gierigheid ontaardt, 
noodzakelijk. 

De Turk wordt, voor dat hij in vroegeren 
leeftijd, de begeerlijkheid en gierigheid kent, voor 
getrouw gehouden. In zijne jeugd is hij een 
vreemdeling in het veinzen en bedriegen, en 
houdt zijn woord. Zelden zal hij zijnen naas- 
ten heimelijk bestelen ; wat hij neemt , neemt hij 
openlijk en met geweld , om hoogmoed en wraak 
te voldoen. Maar zijne weinige deugden ver- 
minderen, naar mate hij in magt en aanzien toe- 
neemt. 

De Turken in Barharij'è hebben weinig meer 
dan eenigen schijn van godsdienst: zij handelen 
met meer toegevendheid dan de onderdanen, van 
den Grooten Heer, en beklagen alleen degenen» 
die niet denken en handelen zoo als zij. Zij 
behandelen de Christenen meer met verachting, 
dan met haat, en zijn er maar op uit om hen te 
plunderen, en groot losgeld voor hunne gevan- 
genen te eischen. 

De voorregten van de Turken in Algiers zijn 
alleen persoonlijk; zij betalen geen hoofdgeld, 
en kunnen daar uitsluitend tot de hoogste waar- 
digheden van den Staat geraken. Geen Turk 
kan gestraft worden, dan ingevolge een bijzon- 
der bevel van den Dey; wanneer hij ter dood 

ver- 



VAN BARBARIJE. i$ 

veroordeeld is, geschiedt de uitvoering door 
worgen. Somtijds , doch zeldzaam , en om ge- 
heime staatkundige redenen, wordt de misdadi- 
ger vergeven. 

De afstammelingen der Turken , gehuwd met 
Algerijnsche vrouwen, worden onder dit volk 
Cologlio's genoemd. Zij hebben het voorregt, 
om , met bijzondere toestemming van den Dey, 
in het leger opgenomen te worden, en volgen, 
dan in rang op de echte Turken. De rijkste 
en voornaamste personen in Algiers, behooren 
tot de Cologlio's. Voorts heeft men in Algiers 
nog de Colories , eene midden klasse tusschen 
de Turken en Mooren. Zij zijn de gevaarlijkste 
vijanden der Turksche heerschappij, en er be- 
staat een bestendig wantrouwen tusschen hen 
en deze laatsten. De regering neemt daarom 
zoo weinig Colories in dienst 5 als mogelijk is , 
gebruikt hen nooit in gevaarlijke ondernemingen ; 
en in geval er twist ontstaat tusschen hen en 
de Turken, worden deze altijd voorgesproken. 

Wat de Joden aangaat , deze zijn , vooral in. 
Algiers, nog minder gezien dan de Christen 
slaven. Zij zijn verpligt altijd in eene zekere 
kleeding, in het publiek te verschijnen, zoo dat 
zij altijd kenbaar zijn. Zij mogen geene lande- 
rijen in eigendom bezitten, en worden algemeen 
veracht. Hunne vrouwen mogen volstrekt geene 
.sluijers dragen , terwijl de Turksche vrouwen 

nooit 



16 KORTE BESCHRIJVING 

nooit zonder dezelve verschijnen. Wanneer een 
Christenslaaf door eenen Moor aangevallen 
wordt, mag hij zich verdedigen; een Jood, in 
tegendeel, zou er niet gemakkelijk afkomen, in- 
dien hij zich maar het minst verzette tegen de 
slechte behandeling der Turken of Mooren. De 
Algerijnsche Joden zijn over het aljemeen on- 
wetend, bijgeloovig, en in den hoogsten graad 
fanatiek; daarbij laaghartig, trouweloos, gierig 
en vol bedrog. In zaken , die alleen hunzelven 
aangaan, worden zij voor hun eigen geregtshof 
te regt gesteld; een der oudsten zit daar in 
voor, en draagt den naam van koning der Jo- 
den. Eene der slechtste gewoonten, die onder 
hen plaats heeft, bestaat hierin, dat zij reeds 
een huwelijksverdrag voor hunne kinderen aan- 
gaan , wanneer deze naauwelijks vijf of zes ja- 
ren oud zijn, terwijl zij hun vervolgens, op hun 
tiende of elfde jaar, reeds alle vrijheid met de 
vrouwen toestaan. 

Verdecling. — Barbarijê wordt gewoonlijk 
verdeeld in: i e Het vereenigd rijk van Marokko 
en Fez; a e Algiers; 3 e Tunis; 4 e Tripoli , en 
5e het kleine rijk van Fezzan (*). 

Nu zullen wij overgaan tot de beschrijving 
der bijzondere deelen. 



(*) Fezzan schijnt het Libya deserta der ouden ge- 
weest te zijn. 



VAN BARBARIJE. 17 



II» HOOFDDEEL. 

HET VEREENIGD RIJK VAN MAROKKO 
EN FEZ. 



H< 



.et vereenigd rijk van Marokko en Fez, dat 
gewoonlijk den naam van Keizerrijk draagt, be- 
slaat den noordvvesthoek van Afrika , die aan 
de straat van Gibraltar paalt. Deze Staat grenst 
■ten noorden aan de Middellandsche zee, ten 
oosten aan Algiers, ten zuiden aan de groote 
woestijn, en ten wekten aan den Atlantischen 
oceaan, en ligt tussclien den aosten en den 
36sten graad noorderbreedte , en tusschen den 
Ssten en isden graad der lengte (*). 

Men rekent den vlakken inhoud van dit land 
op 8,000 vierkante Duitsche mijlen ; daaronder 
niet begrepen eenige landschappen, ten zuidoos- 
ten gelegen , welke alleen in naam afhankelijk 
zijn. Ook worden de grenslinicn van dezen, 
willekeurig genomen 5 hetgeen de rede» is, dat 

de 

(*) De lengte is hbr naar den meridiaan van Ferm 
gerekend ; bij de zeesteden enz. is zij naar dien van Pa- 
rijs , daar ik dezelve overgenomen heb uit de opgave 
van het Bureau de Longitude. 

B 



r 



iS KORTE BESCHRIJVING 

de grootte van het Marokkaansche rijk zoo ver- 
schillend wordt opgegeven 5 sommigen rekenen 
het wel op 15,000 vierkante mijlen. 

M.'irokko behoorde , in oude tijden , tot Mau- 
rhaniën , en kwam , ten tijde van keizer klau- 
dius, onder de Romeinsche heerschappij. Ver- 
volgens werd het ingenomen door de Wanda- 
len , die eindelijk verjaagd werden door de Ma- 
homedaansche Arabieren. Nadat een aantal vor- 
sten, uit onderscheidene geslachten, aldaar ge- 
regeerd hadden, werd mehemed, een sheriff, 
omtrent het midden der i6 e eeuw, bezitter van 
dezen Staat , waarin zijne nakomelingen nog re- 
geren. — De Rijken Tafilet en Sus, benevens 
de provincie Dahra, werden in de zeventiende 
eeuw, onder de regering van müley archi en 
müley iSMAëL met Marokko vereend. 

Regering van Marokko. 

Er is gewis geen vorst op aarde, die wille- 
keuriger regeert, dan de keizer van Marokko, 
Men kan, met alle regt, zeggt^., dat er in dit 
land geene wetten bestaan. De grillige , onbe- 
stendige en wreede wil des monarchs (*) be- 
paalt 



(*) Deze uitdrukking is op bijiaa alle keizers , di,e 
tot hiertoe, in dit land geregeerd hebben, toepasselijk; 

wel 



VAN BARBARIJE. 19 

paalt datgene, wat in Europa de wetten doen.' 
Hij is partij, regter, en niet zelden beul, in 
alle crimineele zaken ; en zijne onderdanen on- 
derworpen zich onbepaald aan al zijne vonnissen, 
die gewoonlijk op eene eigenzinnige wijze, en 
meestal in drift en toorn uitgesproken worden. 

De keizer van Marokko erkent de oppermagt 
van den Grooten Heer, alleen in zoo verre, als 
Ii ïj hem aanziet als den vertegenwoordiger van 
maiiomed; doch bekreunt zich, in regeringsza- 
ken , volstrekt niet aan hem. Zijne inkomsten 
kan men op omtrent twee millioenen Holland- 
sche guldens schatten. 

Volgens LEMPRièRE , kon het rijk van Marok- 
ko ? onder een wijs bestuur, een der gewigtig- 
ste Staten worden. En dat dit in der daad zoa 
is, heeft men gezien onderde regering van si- 
di mahometh, zoon en opvolger van muley 
abdallah. Hij beklom den troon in het 
jaar 1757, en wordt voor eenen der beste en 
verstandigste vorsten gehouden, die ooit in 
Marokko geregeerd hebben. In plaats van de 

zee- 



wel is waar , op den eenen meer , en op den anderen 
minder; doeh wreed en willekeurig waren zij over het 
algemeen; en, hoe kon dit anders zijn, daar zij van hun- 
ne jeugd af aan met de slechtste voorbeelden voorge- 
daan werden. 

B * 



ao KORTE BESCHRIJVING 

zeerooverijen aan te moedigen, sloot hij trakta* 
ten met Engeland, Holland , Denemarken , J5we-> 
den, Frankrijk, Spanje en Portugal, en maakte 
vredesverbonden met alle Itaiiaansche mogend- 
heden. Om vervolgens den handel te bevorde- 
ren , deed hij de- stad Mogador bouwen , in het 
zuiden van zijn rijk , waar de natuur eene haven 
gevormd had, die in alïe jaargetijden toeganke- 
lijk was. Hij moedigde- vreemde kooplieden, zoo 
wel als zijne voornaamste onderdanen, aan, om 
huizen in deze nieuwe stad te bouwen; en in 
dit alles slaagde hij zoo wel , dat de handel 3 
in korten tijd, begon te bloeijen, en overal wel- 
vaart te verspreiden. Dan, weldra verviel de 
keizer in de fout zijner voorgangers, en begon, 
uit begeerte tot rijkdommen , belastingen op te 
leggen , welke hij , van tijd tot tijd , zoo ver- 
zwaarde, dat de handel weldra in verval geraak.* 
te , en alle schoone uitzigten ras verdwenen. — 
Als zeerovers zijn de Marokkanen de minste van 
allen, en hunne zeehavens aan de westkust, 
zijn meestal door zandbanken verstopt. 

Gesteldheid des lands. 

In Marokko is het gebergte Atlas op sommi- 
ge plaatsen dor en onvruchtbaar; en men heeft 
er" uitgestrekte heiden. Dit belet evenwel niet ? 
dat het land , over het algemeen , zeer yrucj .baar 

is. 



\ 



VAN BAR.BARIJE, *t 

is. Zie hier wat de lieer chenier , ïn zijne 
Recherches historiques sur les Maures , zegt: 
De rijkdom van Marokko besraat in de vrucht- 
baarheid van den grond; het koorn, de vruch- 
ten, het vee, het zout, de waseh, de gom- 
men, enz., zijn niet alleen genoegzaam om de 
inwoners het noodige te verschaffen , maar zou- 
den eenen overvloed kunnen opleveren, tot eenen 
grooten handel met andere volken , en ofruit- 
putbare rijkdommen opleveren, indien het rijks- 
bestuur wel gevestigd en gerust ware , en de 
onderdanen de vi-uchten van hunnen arbeid ge- 
noten, en hunne eigendommen in zekerheid be- 
zaten. Het gevolg hier van is , dat de Mcoren 
het land, alleen in evenredigheid hunner behoef- 
ten , bebouwen , en bijna twee derde van den 
grond woest laten liggen. 

Dat het inderdaad grooteiijks , zoo niet ge- 
heel, de schuld van het gouvernement is, dat 
de handel en landbouw kwijnen, blijkt uit het 
volgende: In de jaren 1768 en 1769 werden er 
"bijna vier millioen ponden olijfolie uit de Ma»- 
rokkaansche steden Mogador en Santa Cruz naar 
Narseillc uitgevoerd, en tien jaren later kostte 
het pond, in die zelfde plaatsen, 15 stuivers; 
hetgeen alloen veroorzaakt werd door de belas- 
tingen en knevelarijen der regering; dit is te* 
genwoordig nog zoo. — Met de kopermijiien is 
het even zoo gesteld; werd het bewerken der- 

B 3 zei- 



- KORTE BESCHRIJVING 

zelve aangemoedigd, dan zou de handel in dit 
metaal van belang kunnen worden. 

Zout is er in overvloed, en vordert, op som- 
mige plaatsen , langs de kusten , alleen de moei- 
te van het te verzamelen , zonder het behulp 
van zoutputten, gevormd door de uitdamping 
van het versche water. Er zijn , daarenboven , 
zoutputten en meren in het land , waar men het 
zout in menigte vindt. 

Rivieren. — De voornaamste rivieren, die men 
in dit land vindt, zijn: de Mulluva; zij maakt 
de grensscheiding uit tegen Algiers, 

De Mouhnia^ waarmede zich de Mu lul en' de 
Zha vereenigen, en welke zich, zoo als de eerst- 
genoemde , in de Middellandsche zee ontlast. 

Op de westkust vindt men een aantal kleine 
kustrivieren, die zeer gering zijn, en in den 
Atlantischen oceaan uitloopen: de aanmerkelijk- 
Ste van dezen zijn: 

De Ommirabii of Morbea , die in het ge- 
bergte Atlas ontspringt , en zich bij de stad 
Azamur in de zee werpt. 

De Succos, 

De Sebu of Sebon, die bij het stadje Mamora 
naren uitloop heeft. 

De Coucrou, de Tetkem^ de Sar rat ^ de Bous- 
teka , de Ensif ', de Tensif, de Sus , en meer an- 
deren. 

In het zuid-oosten ontspringen in den Atlas: 

de 



VAN BARBARIJE. 23 

de Dnrah of Dra (*) , de Tafilet , de Sijilmissa 
of Zis en de Ghttr. — 

De voornaamste kapen zijn : Tres Forcas (kaap 
d r drie vorken) , op 35^ 27' 55" N. B. en 
5° 16' 25" ten oosten van Parijs, en N ro 9 
in de Middellandsche zee ; — Sparie! , Blanco , Gz/z- 
{fa, op 32 33' N. B. en il° 31' ten westen 
van Parijs, omtrent 120 Fransche zeemijlen ten 
oosten van Madera , en 90 mijlen ten zuiden 
van St. Vincent in Portugal; Gcr 9 en anderen 
in de Atlantische zee. 

Bevolking. — Hoe weinig men s'aat kan ma- 
ken op de begrooting van het getal der inwo- 
ners , van de verschillende Barbaarsche rijken , 
blijkt uit de uiteenloopende berigten, die men 
daarvan heeft. De eene rekent in Marok'.o zes , 
en de andere twee millioen inwoners; en Jack- 
son, een Engelsen koopman, die lang te Mo- 
gador gewoond heeft, verzekert, volgen* opga- 
ven, die hij uit de keizerlijke archiven getrok- 
ken heeft, dat het rijk, de provincie Tafilet er 
onder begrepen, 14 millioen inwoners heeft, 
waarvan omtrent een millioen in de steden 
wonen. — Het leger wordt, in vredestijd, op 

2400» 

(*) Deze rivier bewatert het landschap van dien 
naam, en maakt hetzelve , door jaarlij ksche overscrooraia* 
gen, vruchtbaar. 



2 4 KORTE BESCHllTJVING 

24000 man gerekend, waarvan er 6000 tot de 
lijfwacht behooren. In oorlogstijd kan de keizer 
honderd duizend man op de been brengen; doch 
dit talrijk leger, begaat dan uit niets anders, dan 
uit eenen zamengeraapten hoop, die vlugt, eer 
hij aangevallen wordt. — De vloot bestond , vol- 
gens eenigen, gedurende deze laatste jaren, uit 
34 vaartuigen , van vier, tot vier en veertig stuk- 
ken; de meeste, evenwel, waren klein. 

De meeste Europesche mogendheden hebben 5 
tot nu toe, de gewpQnte gehad, den vrede, 
met deze zeeroovcrs, te koopen, voor zekere 
bepaalde geschenken , die jaarlijks moesten aan- 
gebragt worden. Deze bestonden in eene som 
gelds, of in goederen, en waren, voor alle 
mogendheden , ook niet even groot. Sommige 
gaven ammunitie, geschut, kruid, kogels, enz. 
De Deenen gewoonlijk hout, voor den aanbouw 
van schepen, en meer andere dingen. De vre- 
destriktaten , die zij , van tijd tot tijd , met ver- 
schillende Europesche mogendheden sloten, wer- 
den bij herhaling * en gewoonlijk zeer onver- 
wachts, verbroken, wanneer zij hunnen kans 
gereed zagen om rijken buit te maken, en ge- 
vangenen op te brengen, dewijl deze laatsten 
vooral, wanneer zij losgekocht worden, aanmer- 
kelijke sommen opbrengen. Voor de slaven, 
w.lke de Franschen in 1756 en 1757 vrijkoch- 
ten , betaalden zij omtrent 2000 gulden Hol- 
landsen. 



VAN BARBARIJE. a$ 

landsch per man. In 1752, trachtten de Staten 
van ons land, om den vrede met Marokko , die 
de Barbaren zelven , op eene willekeurige wijs , 
verbroken hadden, te herstellen; .,150 Hollanders 
bevonden zich toen in hunne handen ; voor het 
losgeld van dezen, en voor het vernieuwen van 
den vrede, moesten wij 300.000 gulden betalen. 
De Deenen gaven, in hetzelfde jaar, voor 24. 
man , vijf en twintig duizend rijksdaalders , be- 
nevens nog een zeer aanzienlijk geschenk. 

Verdeelir.g van het rijk. «— » Steden* 

Het keizerrijk Marokko bestaat: i e uit het 
eigenlijk Marokko, 2* Fez, 3e de provinciën 
Ta f Jet en Durah, 

Het eigenlijk Marokko, ligt ten zuiden van 
Fez, en is verdeeld in negen provinciën, als: 
1. Sus, 3. Jlahhah, 3 Gezula (Guzulta') , 4. 
Erhamna (Mcrhhamcna) , 5. Dukala , 6. Abda^ 
7. TedJa, S. Zarara, 9. Ziedina. 

Marokko, de hoofdstad des rijks, werd, vol- 
gens gissing, door eenen Arabischen vorst ju- 
silf , tusschen de jaren 1060 en 1069 gebouwd. 
Zij ligt wel veertig uren van de zeekust, en 
omtrent tien uren van het gebergte Atlas, in 
eenen zeer vruchtbaren oord, niet ver van de 
yivier Tewif, Volgens ali bey telt men et 

V> j 30,000 



26 KORTE BESCHRIJVING 

30,000 inwoners. Zij is voorzien van vrij hoo- 
ge steenen wallen , die wel drie uren in den 
omtrek hebben. De straten zijn er zeer onre- 
gelmatig; op sommige plaatsen zeer breed, en 
op andere smal; zij zijn, even zoo min als de 
marktpleinen , geplaveid. De stad heeft negen 
poorten, en een groot aantal moskeen ; zij was 
voorheen de verblijfplaats des keizers, die hier 
een groot kasteel , met uitgestrekte tuinen heeft ; 
doch hij woont tegenwoordig meestentijds te 
Mequinez ; hetwelk vooral de oorzaak is, 
dat de hoofdstad zoo vervalt. — De Joden, 
ten getalle van 2,000, wonen in een bijzonder 
gedeelte der stad. Des zomers is de hitte hier 
buitengemeen groot ; en de koude wordt , in den 
winter, voor zeer streng gehouden, wanneer het 
water, voor zonnenopgang met eene zeer dunne 
ijskorst bedekt is ; hetwelk zelfs niet dikmaals 
gebeurt. — — 

Mazagan, op 33 19' N. B. en 10" 44' ten 
westen van Parijs , een zeestadje, dat de Por- 
tugezen, cue hetzelve in bezit hadden, in 176*9 
verlaten hebben. — Vyonnaals was het eene uit- 
muntende vesting, en zoo sterk, dat de Mooren, 
in 1562, hetzelve met 200,000 man belegerd 
hebbende, het bele-r noesten opbreken. 

Sajpa , een stadje , omtrent 10 mijlen van kaap 
Cantin 9 mu eene haven aan d^i Atlantischen 

oce- 



VAN BARBARTJE. 27 

oceaan, waar, voormaals, door de Franschen en 
Deenen eenen aanmerkelijken handel gedreven 
werd. — In 1507 werd het ingenomen door de 
Portugezen, die het bezeten hebbeu tot 1641. 
Het is de voornaamste plaats der provincie Du- 
kala, en hare omtrekken zijn zeer vruchtbaar, 

Mogador, Mogodor of Soueza , op 31 27' N. 
B. en ii« 56' ten westen van Parijs, eerst in 
1760, op bevel van keizer sidi mahometh, ge- 
bouwd, is de schoonste en regelmatigste stad 
van het gansche rijk, doch, om reeds gemelde 
redenen, geheel in verval. 

Zij is omringd met muren, en wordt, aan de 
landzijde , door eenige stukken geschut , verde- 
digd, om de aanrandingen der Arabieren af te 
weren. Aan den zeekant ligt eene hooge batte- 
rij ; maar derzelver schietgaten zijn zoo slecht 
gemaakt, dat men de stukken niet behoorlijk 
gebruiken kan. De haven, die zeer veilig is» 
wordt gevormd door een kanaal , dat het eiland 
Mogador , aan het zuidwesten, van de stad af- 
scheidt. Aan den mond van dit kanaal, ligt 
eene nog hoogere batterij, en tusschen deze, en 
de voorgaande, vindt men de mee&te pakhui- 
zen, waarvan sommige zeer wel gebouwd zijn. 

Het kleine eiland, dat de haven vormt, heeft 
omtrent eene mijl in diameter, en wordt ook 
door eenige stukken geschut verdedigd. De ge- 
van. 



*8 KORTE BESCHRIJVING 

vangenen van den Staat worden gewoonlijk op dit 
eilandje bewaard. 

Sus, de hoofdstad van de provincie van dien 
naam, welke d« zuidelijkste van het rijk is, 
dreef eertijds eenen aanmerkelijkcn handel , niet 
alleen met de Europeanen, maar ook vooral met 
het rijk Totnbuktu , dat ten zuiden ligt. 

St. Cruz , de zuidelijkste haven van Marokko t 
ïs door de Portugezen gebouwd, die dezelve in 
1580 weer verlaten hebben. De handel, die 
daar eertijds zeer bloeijend was , is naderhand 
naar Mogad&r verplaatst. 

Het rijk van Fez* 

Fez , is dat gedeelte van het Marokkaansche 
rijk , dat aan Algiers grenst , en beslaat den 
hoek van Afrika , aan de Straat van Gibralter» 
Ten noorden grenst het aan de Middellandsche, 
en ten westen aan de Atlantische zee Dit land 
is zeer bergachtig, vruchtbaar en gezond. Het 
wordt verdeeld in zeven provinciën, als: 1. Fez 9 
*l* Ternes na, 3. Asgara, 4. Habbata , 5. Evrif, 
6. Gareta, en 7 Chaus. 
De steden, die men In dit land heeft, zijn: 
Fez, de hoofdstad, die, onder hare eigene 
koningen, zeer bloeijend was, en wel 100,000 
inwoners bevatte. Tegenwoordig is zij zeer in 

ver- 



VAN BARBARIJE. s$ 

verval, en men schat het getal der ingezetenen 
op niet meer dan tien duizend (*). Zij ligt aan 
de kleine rivier Fez , die ook wel de parelrivier 
genoemd wordt. Er is eene soort van Arabi- 
sche universiteit, met eene bibliotheek van Ara- 
bische manuscripten. De stad is zamengesteld 
uit drie deelen, als: Meleyde y oud Fez 9 en nieuw 
Fez , en heeft schoone paleizen, en aangename 
tuinen. Er zijn ook een aantal fraaije moskeen, 
die met marmeren pilaren pronken. Men maakt 
in deze stad het best Marokkeinscli leer. 

Mequinez , veelal de verblijfplaats der vorsten , 
ligt in eene schoone vlakte, aan de river Sebu, 
Deze stad heeft 15,000 inwoners , en een zeer 
prachtig paleis , Akassavc genaamd. Zij heeft 
eene mijl in den omtrek , en de Joden wonen 
er, even als te Marokko, in eeneil afzonderlij- 
ken oord , die 's nachts afgesloten wordt. De- 
ze stad heeft, door de aardbevingen, in 1755 > 
het meest van allen geleden ; er bleef bijna geen 

en- 

(*) Velen rekenen het getal der inwoners dezer /stad 
nog op 100,000, met bijvoeging dat er 200 moskeen 
in zijn. Anderen beweren, dac er niet meer dan 10,000 
zijn; en, wat nog meer verschilt, in de vrij naauw- 
keurige Géographie de Pinkerton et JFalkenaer , worde 
het getal op 3,000 bepaald I Wat moet men nu van. 
deze begrootingen geloov^n ? 



30 KORTE BESCHRIJVING 

enkel huis onbeschadigd, en honderden men- 
schen verloren het leven. De muren , die haar 
omringen, zijn 15 voet hoog, en 3 voet dik, 
overal van openingen voorzien, om het gezigt 
naar buiten te hebben. 

Tanger , zeehaven , in de provincie Habbata , 
aan de Straat van Gibralter , is gebouwd in de 
gedaante van een amphitheater. Het aanzien de- 
zer stad, is, van den zeekant, niet onaardig ; 
de witte huizen , vooral die der onderscheidene 
consuls (*) , de muren , die de stad aan die zij- 
de omringen, de Alcassava, of 't kasteel, op 
eene hoogte gebouwd, en de breede baai, welke 
met heuvels omringd is , maken een schoon ge- 
heel uit; maar de binnendeelen der stad steken 
hier zeer bij af. De aanzienlijkste straat, de 
hoofdstraat genaamd, bereikt de geheele lengte 
der stad , van het oosten naar het westen , is 
tamelijk breed, en heeft hier en daar goede ge- 
bouwen; maar alle andere straten, zijn krom, 
en zoo naauw, dat er geen drie personen naast 
elkander gaan kunnen, terwijl er de huizen, die 
buitengemeen laag zijn, en meest allen maar eene 
verdieping hebben, alle kenteekenen van armoe- 
de dragen. 

Aan 

(*) De fraaiste hotels zijn die der Spaansche en En- 
gelsche consuls. 



VAN BARBARIJE. 3 ï 

Aan den regter kant der zee-poort , heeft men 
twee batterijen , de eene boven de andere gele- 
gen. De laagste is voorzien vatik ijftien stuk- 
ken geschut, en de bovenste van elf; de eerste 
bestrijkt de zeekust, en de laatste verdedigt den 
ingang der baai. Verder heeft men aan de zee- 
zijde, op eene aanmerkelijke verhevenheid, boven 
de stads wal, twaalf stukken geschut, van ver- 
schillend kaliber geplaatst, die uit Europa ko- 
men , en zeer goed zijn , maar de affuiten , die 
in de stad zelve gemaakt worden, zijn zoo slecht > 
dat zij niet bestand zijn tegen een half uurs 
gebruik, wanneer er geschoten wordt. Aan de 
westzijde van de baai zijn nog drie andere bat- 
terijen. Deze versterkingen zouden van gewigt 
zijn, indien de Mooren niet zoo onkundig wa- 
ren , in het gebruiken van het geschut. — De 
gouverneur, die alhier het bevel voert, en Kaid 
genaamd wordt , is genoegzaam een vorst op 
zich zelven; hij beslist alle regtszaken alleen y 
en meestal op feéü zeer willekeurige wijze, 
dikwerf ook naar gelang eene der partijen hem 
fle handen weet te vullen. 

In de vijftiende eeuw (1463), onder de rege- 
ring van alphonsus, koning van Portugal ', maak- 
ten de Portugezen zich meester van deze stad, 
en versterkten dezelve buitengemeen; zij hebben 
haar twee eeuwen lang behouden, er er eene 
sterke bezetting in gehad. In het jaar i66z 

kwam 






3 b KORTE 'BESCHRIJVING 

kwam zij aan de Engelscben, door het huwe* 
lijk van hunnen koning karel II, met de Infan- 
te van Port. J, catharina, welke deze plaats, 
voor een geaeelte van haren bruidschat kreeg. 
De Engelschen besteedden aan het onderhoud 
derzelve, gedurende eenige jaren, veel gelds; 
doch daar zij er geen geëvenredigd nut uittrok- 
ken, verlieten zij haar in 16S4, na de vesting- 
werken geslecht te hebben. De Mo oren, die 
er zich dadelijk meester van maakten, herstel- 
den dezelve. 

Men rekent in Tanger omtrent 9 of 10,000 
inwoners. De omtrek van de stad is buitenge* 
meen vruchtbaar, en levert, onder anderen, vele 



boomvruchten op. 

Tetuan^ ecne oude stad, met 14,000 inwo- 
ners , ten zuid-oosten van de straat van Gibral- 
tar , aan de Middellandsche zee, ligt op eene 
steenachtige hoogte tusschen de bergen, omtrent 
een uur van de baai, die n, 5 ar de stad genoemd 
wordt. De straten zijn hier , zoo als in de 
meeste steden, zeer smal, en niet geplaveid, 
hetwelk eene groote morsigheid veroorzaakt. Een 
groot gedeelte der inwoners bestaat uit Joden, 
die hoofdzakelijk den handel drijven. De wallen 
der stad zijn laag, en van weinig beteckenis, 
en het kasteel is zeer oud en in verval. De 
vaartuigen kunnen, door middel van de kleine 
rivier, die ten zuiden der stad stroomt, omtrent 

hal- 



VAN BARBARIJE. 3 .1 

halverweg naar dezelve toekomen ; op deze plaats 
worden dan ook de meeste waren gelost en ge- 
laden. 

Die van Tetuan^ zoo wel als die van Salcc, 
hebben altijd deel genomen in de 'zeerooverijen, 
en hadden dikwijls belang in de kapers van Al- 
giers ^ Tunis en Tripoli , welke, in deze stad, 
somtijds de noodige scheepsbehoeften haalden, 
en in dien omtrek bleven kruisen , om des te 
beter op de schepen te kunnen passen, die de 
straat doorkwamen. 

De huizen zijn hier, even als in Algiers , 
met platte daken, en leuningen daarom heen, 
zoodat de buren elkander kunnen bezoeken, zon- 
der op straat te komen. 

Het was in deze stad, dat muley yazed, 
die in 1790 den troon beklom, een blijk gaf van 
de verregaandste tijrannie en wreedheid. On- 
middelijk na zijne verheffing, beval hij eene al- 
gemeene plundering der Joden , in Tetuan , on- 
der voorwendsel van eene beleediging, die zij 
hem aangedaan hadden. Dit werd door de sol* 
daten op eene woedende wijze ten uitvoer ge- 
biagt, en ging gepaard met de snoodste mishan- 
delingen. Twee ongelukkigen dier natie , had- 
den , vooral , zijn misnoegen op den hals gehaald. 
Een van hen liet hij een touw door de hielen 
steken, en met zijn hoofd neerwaarts ophangen, 
in welke gesteldheid de martelaar, omtrent vier 

C da- 



ft KORTE BESCHRIJVING 

* 

dagen, zonder het geringste voedsel, bleef. 
Toen liet de keizer hem het hoofd afslaan, on- 
der voifrgeven van hem uit zijne ellende te 
Yerlossen. Den anderen liet hij, met een koord 
om den hals , ' in zijne tegenwoordigheid bren- 
gen, de beide handen afhakken, en drie dagen 
daarna , onthoofden. 

In dien zelfden tijd, werd, een zwarte, die 
tot generaal in het leger bevorderd was , mede 
een slagtoffer zijner wreedheid. De keizer hem 
bevolen hebbende voor hem te verschijnen , nam 
hij de vlugt, doch werd achterhaald, en voor 
Zijne Majesteit gebragt, die hem oogenblikke- 
lijk , met eigene handen , het hoofd doorklief- 
de. — Toen de keizer het zwaard ophief, om 
hem den slag toe te brengen, zag de ongeluk- 
kige hem, met standvastige en bedaarde blikken 
onder de oogen, volkomen geloof slaande aan 
het algemeen gevoelen onder de Mooren van 
dat land , dat hij , die door den keizer zelven van 
het leven beroofd wordt, aanspraak, op eene 
hoogere trap van gelukzaligheid , in het Paradijs 
verwerft. — 

-Men wil dat muley ismacl, gedurende zijne 
regering , veertig duizend zijner onderdanen , met 
zijne eigene hand omgebragt heeft. — 

Larasch QLaracha of Laresh') , aan de baai 
van dien naam, aan den mond der rivier Luccos^ 
op 35° ia' N. B. en 8° 3*' ttn westen van 

Pa, 



VAN BARDARIJE. $5 

Parijs. Deze kleine zeehaven bevat omtrent 400 
huizen, en is gelegen op den noordelijken kant 
van eenen stellen heuvel. Aan de landzijde is 
er een goede wal , en eene gracht , benevens 
twee fortressen, die vrij wel onderhouden zijn» 
en de ingang van de haven wordt verdedigd door 
twee batterijen. Deze stad behoorde van 1610 
tot 1681 aan de Spanjaarden. 

Mamora, klein zeestadje op 34° 54/ N. B. en, 
80 34' ten westen van Parijs, ligt aan den 
mond der rivier Sebit , die hier, door zandban- 
ken, gedeeltelijk verstopt is , zoo dat er maar 
kleine vaartuigen de haven kunnen binnen loo- 
pen. De stal is met eenen dubbelen muur om- 
geven, en heeft aan den zeekant een fort. De 
inwoners generen zich meestal met de visch- 
vangst. Dit stadje ligt omtrent twintig uren van 
Larache, in eene schoone landdouvv, welke 
de vruchtbaarste velden oplevert. 

Sake , eene zeestad aan de westkust , omtrent 
veertig mijlen ten zuiden van de Straat van Gi- 
braltar, ten noordwesten aan den uitloop der 
rivier Burargag of Sake, die op de grenzen 
van Marokko, aan het gebergte Bedes, een arm 
van den Atlas, ontspringt. In vroegere tijden 
was hier de beste haven van het gcheile lapdL 
en de stad overtrof, in zeeroverijen, alle andere 
roofnesten, hetwelk haar volkrijk en vermogend 
maakte. Om dit te beteugelen, ondernam al- 

C a phön- 



3<S KORTE BESCHRIJVING 

phonsüi de wijze, koning van Kasti/ië, eene 
expeditie tegen Sa/ee, en veroverde hetzelve in 
de dertiende eeuw; dan hij werd weldra weer 
van daar verjaagd door den koning van Fez. 

Naderhand heeft deze stad zich onttrokken aan 
den koning van Fez, zich onafhankelijk ver- 
klaard, en den vorm van een gemeenebest aan- 
genomen. Om die redenen sloten de Staten der 
Vereenigde Nederlanden , in het jaar 1657, een 
bijzonder traktaat met die van Sake. 

In 1666 werd de stad tot onderwerping ge- 
noodzaakt door muley archi, doch zij maakte 
zich naderhand, gedurende de verwarringen in 
het rijk van Marokko , weer vrij» Eindelijk werd 
zij in 1755 geheel ten onder gebragt, door den 
zoon van muley abdallaii. 

Daar de stad op eene aanmerkelijke oneffene 
hoogte ligt, loopen hare straten op en af. Zij 
is geheel omringd door wallen , en wordt aan 
den zeekant door twee batterijen verdedigd. De 
haven , die van tijd tot tijd door zandbanken 
verstopt is geraakt, is alleen nog voor ligtere 
vaartuigen geschikt; dit is ook de reden, dat 
hare zeerooverijen weinig meer beteekenen, en 
de stad geheel in verval is. — Haar handel is 
van tijd tot tijd overgebragt naar Nieuw-Sake of 
Rabat; dit ligt op 34» 5' N. B. , en 9* 3' ten 
westen van Parijs. 
Btbalve de beide hoofdsteden, zijn de hier 

voor 



VAN BARBARIJE, & 

voor opgenoemde plaatsen, ^lle zeehavens, wel- 
ke ons, door de scheepvaart, veel beter beken! 
zijn dan de binnensteden* Van deze laatsten 
zullen wij nu eenige weinige, voor zoo ver- 
re wij dezelve kennen , met korte woorden be* 
schrijven. 

Tarudant , eene slechtgebouwde , doch groo- 
te, volkrijke stad, in het zuiden des rijks, aan 
het gebergte Atlas, hetwelk hier veel koper op- 
levert. Deze plaats drijft eenen vrij aanmerke- 
lijken handel met de binnendeelen van Afrika. — 
Het is de hoofdstad van de provincie Sus; zij 
is omringd met uitgestrekte, doch half vervallene 
wallen, terwijl het grootste getal der huizen niet 
meer dan geringe hutten zijn. Er is geregeld, 
tweemaal 's weeks , eene groote markt voor vee , 
paarden en muilezels, die, meestal, aan de meest- 
biedenden verkocht worden , terwijl de eigenaar 
het regt heeft om dezelve op te houden , 
wanneer het bod niet hoog genoeg naar zijnen 
zin is. 

Tagavost , eene groote koopstad, in de pro- 
vincie Sus, aan de rivier van dezen naam. Zij 
heeft meer dan 3000 huizen, en omtrent 20,000 
inwoners , waaronder vele Joden. 

Tenes , hetwelk , in vroegere eeuwen , zeer be- 
langrijk was, is tegewoordig geheel in verval. 

Jlgmct, ten zuidwesten van de hoofdstad Ufo- 

C 3 rok' 



^ KORTE BESCHRIJVING 

rokka , was , in voorgaande tijden , de residentie 
der keizers, doch is tegenwoordig maar een ge- 
ring plaatsje. 

Escoura, hoofdplaats van het landschap van 
öïeh naam, is bijna alleen door Arabieren be- 
woond, welke op de naburige bergen hun vee 

weiden. 

Tedla , hoofdstad der provincie Tedla , in Fez , 
ïs eene vrij aanmerkelijke plaats , die veel han- 
del drijft. 

Tezar oïTctza , hoofdstad der provincie Chaus, 
in het rijk van Fez , ligt in eenen zeer vrucht- 
baren oord, en drijft veel handel. Er wonen 
onder anderen veel Joden. 

Tezota, hoofdstad der provincie Garela. 

Ta filet. 

De provincie Tafilet ligt aan den oostelijken 
kant van het gebergte Atlas. De grond is er 
over het algemeen bergachtig en zandig, en 
brengt niet veel anders dan dadelboomen voort. 
De inwoners zijn Arabieren en Mooren , wier 
getal op omtrent een half millioen geschat wordt. 

Tafilet, de hoofdstad van dit landschap, ligt 
aan de rivier van dien raam, heeft een slot, en 
drijft eenen aanmerkelijken handel in indigo en 
leer; men maakt er ook tapijten*, en eenige zij- 
den 



VAN barbarïje, <$ 

den stoffen. In deze stad verzamelen zich de 
karavanen, welke door de groote woestijn, naar 
de rivieren de Senegal en den Niger trekken, en 
zoo haren handel naar het zuiden uitbreiden. 

Dahra. 

Dit landschap, hetwelk oudtijds een gedeelte 
van het 71/j- ritania Cisdriensis uitmaakte, ligt 
ten zuidwesten van Marokko , en wordt door 
de rivier van denzelfden naam bespoeld. Het 
wordt door verschillende Arabische stammen be- 
woond, doch heeft geene bijzondere steden. 



In het rijk van Marokko bezitten de Span- 
jaarden de volgende plaatsen: 

Ceuta , eene zeehaven , aan den voet van den 
zoogenaamden dpenberg , omtrent 8 mijlen noord- 
waarts van Tetuan , bijna op den alleruitersten 
hoek van Afrika tegen Spanje^ aan het binnen- 
einde van de straat, niet meer dan vijf mijlen 
van Gibraltar. Het is eene zeer goede ves- 
ting, en heeft eene sterke citadel, doch de ha- 
ven is niet best , zijnde alleen voor kleine sche» 
pen toegankelijk. 

In 141 5 maakten de Portugezen zich meester 

C 4. vaa 



*o KORTE BESCHRIJVING 

van deze plaats; en met Portugal, kwam zij, 
in 158a, aan philippus den tweeden, koning 
van Spanje, en bleef, bij de Portugesche revo- 
lutie van 1640, aan deze laatste monarchie. In 
166S , bij het traktaat van Lissabon , stonden de 
Portugezen haar af. 

Van 1694 tot 1720 lagen de Mooren , bijna 
onophoudelijk , voor de stad, en wendden besten- 
dig alle pogingen aan, om er meester van te 
worden , zonder te kunnen slagen , zijnde de 
vestingwerken voor dat krijgsvolk onwinbaar. 

Ceuta ligt op 35° 48' 40" N. B. en op 7» 
36' 24" ten westen van Parijs, Mea telt er om- 
trent 6,000 inwoners. 

Mellilla, op de oostkust van kaap Tres forcas , 
tegenover de baai van Almeria; onder de Ro- 
meinen was zij van veel aanzien , en heette 
Kussardir , maar kreeg haren tegenwoordigen 
naam van de Afrikanen, wegens de menigte ho- 
nig , die hare omtrekken opleveren In 1497 be- 
magtigden de Spanjaarden deze stad, om de 
zeerooverijen aldaar te doen ophouden, en heb- 
ben haar tegenwoordig nog. Men schat het ge- 
tal der inwoners op 2,000, behalve de bezet- 
ting. In 17155 1774 e n 177$ hebben de Ma- 
rokkanen haar vergeefs belegerd. — Zij ligt op 
35° 18' 15" N. B. en 5 16' 25" ten westen van 
Parijs* 

Pen' 



VAN BARBARIJE. 4 t 

Ptnnon de Vchz , een kasteel , op eene klip , 
in de Middellandsche zee. Don pedro van 
navarre, admiraal der Spaansche zeemagt, liet 
hetzelve in 1508 bouwen, om de zeerooverijen 
van het stadje Gomcra, dat er vlak bij ligt, 
te beletten. De Mooren namen het weg in 1522; 
maar het werd , in 1664 , hernomen door de Span- 
jaarden, die het nog bezitten, en er een sterk 
garnizoen in hebben. 



# 



C 5 HI= 



4* KORTE BESCHRIJVING 



III' HOOFDDEEL. 



OVER HET RIJK VAN ALGIERS. 



j4i 



Igiers grenst ten noorden aan de Midder- 
landsche zee, ten oosfcen aan Tunis , waarvan 
het door de rivier Zaine gescheiden is ; ten zui- 
den aan de groote Woestijn, en ten westen aan 
Maokko. Dit land ligt tusschen 33° en 37 
15' Noorderbreedte, en tusschen den i7den en 
sSstcn graad der lengte, volgens den meridiaan 
van Ferro. Van het westen naar het oosten is 
het weinig minder dan 1200 uren lang, en de 
breedte schat men op 80 uren (*). — Men re- 
kent deszelfs vlakken inhoud op omtrent 9000 
vierkante Duitsche mijlen; dus is het zoo groot 
als Spanje, 
Dit land, een gedeelte van het oude Mauri- 

ta- 



(*) Dit is zoo de gewone berekening; maar de 
breedte kan niet juist opgegeven worden, omdat de 
zuidelijke grenzen onzeker zijn. 



VAN BARBARIJE. 43 

tam'ë, maakte, na theodosius den grooten, een 
stuk van het Oostersch rijk uit. Omtrent het 
midden der zevende eeuw, werd het door de Ara- 
bieren overmeesterd , en is daarna , bij afwisse- 
ling, dan aan Arabiscne, en dan aan inlandsche 
vorsten onderworpen geweest; en was, omtrent 
den aanvang der i6 e eeuw, in verscheidene 
kleine Staten verdeeld. — Toen reeds maakte 
de stad Algiers zich geducht, door hare zee- 
rooverijen, en bragt, vooral den Spanjaarden, 
veel nadeel toe. Deze, om aan dit rooven een 
einde te maken, rustteden eene vloot uit, en 
maaakten zich meester van de zeehavens Oran 
en Bugia , en beteugelden de stad dïgicrs zelve , 
door eene schans op te werpen, op een eilandje 
of rots, tegenover de stad gelegen. 

De Algerijnen werden hierdoor genoodzaakt, 
het zeerooven en stroopen , op de Spaansche 
en andere kusten der Middellandsche zee, na 
te laten. Dan, na den dood van koning fer- 
dinand , in 1516, ondernamen zij, om de Span- 
jaarden van hunne kusten te verdrijven , en be- 
sloten , op aanraden van hunnen vorst selim, 
om de hulp in te roepen van den berüchten 
Turkschcn zeeroover barbarossa , welke in dieii 
tijd , met eene vloot , in de Middellandsche zee 
kruiste. Deze zond, zoodra hij de uitnoodiging 
ontvangen had, eenige schepen naar 'Algiers , 
terwijl h$ zdf, te land, met een klein leger 

Tur- 



44 KORTE BESCHRIJVING 

Turken en Mooren, daar naar toe trok» De 
Algerijnen , ondcrrigt van zijne aannadering , to- 
gen hem te gemoet, en haalden hem met ge- 
juich in. Weldra, evenwel, veranderde het 
tooneel , daar barbarossa plan maakte , om zich 
tot souverein van het land op te werpen. Dit 
bragt hij ook ten uitvoer; want nadat hij hun- 
nen vorst selim heimelijk had doen ombren- 
gen, liet hij zich tot koning uitroepen. Daarop 
beval hij de stad te versterken, en met vesting- 
werken te voorzie n , zoo dat hij eenen tegen- 
stand van belang kon bieden. 

Gedurende deze omwenteling, was de zoon 
van selim naar Oran gevlugt , en overreedde, 
na vele pogingen, den koning van Spanje , om 
de herovering van Algiers te beproeven , en 
hem , als dan , op den troon van zijnen vader te 
herstellen , waarvoor hij , in het vervolg , de 
Spaansche vorsten , als zijne souvereinen zoude 
erkennen. De Spanjaarden rustteden , ten dien 
einde, in 151 7, eene sterke vloot uit; die eene 
krijgsmagt van tien duizend man aan boord had, 
en staken , met dezelve , dadelijk in zee ; maar 
toen de schepen de stad genaderd waren , ont- 
stond er een vreesselijke storm , die lang aan- 
hield, en bijna de geheele vloot vernielde: een 
aantal vaartuigen, en veel volks, viel den Alge- 
rijnen in handen. 

Daar barbarossa , niet alleen zijne eigene on- 
der- 



VAN BARBARIJE. 4$ 

derdanen drukte, maar zelfs naburige Moorsche 
vorsten mishandelde , maakten deze laatsten een 
verbond met elkander, kozen den koning van 
Tenez tot hunnen generaal , en trokken , met 
een talrijk leger, naar Algiers , om hetzelve te 
belegeren. Dan , naauwelijks waren zij deze 
plaats genaderd, of zij werden, door de Algerij- 
nen , volkomen geslagen. 

barbarossa trok, na óqzq overwinning, naar 
Tenez , en veroverde dat rijk geheel, zoo als 
ook Trcmesen, door welks inwoners hij tot ko- 
ning werd uitgeroepen. Hij maakte zich dus in 
één jaar, met een handvol volks, meester van 
drie rijken. 

Niet lang na deze gebeurtenissen, in het zelf- 
de jaar, beklom karel de vijfde den Spaan- 
schen troon. Hij besloot, dadelijk, om den 
oorlog tegen de Barbaren , die van hunne zee- 
rooverijen niet afzagen , voort te zetten , en zond 
tien duizend man Spanjaarden naar Afrika over, 
onder het bevel van den gouverneur van Oran % 
die oogenblikkelijk te veld trok. barbarossa 
dit vernemende, zocht zich -te vereenigen met 
den koning van Fez, met wien hij een verbond' 
had aangegaan ; dan , eer hij dit kon bewerk- 
stelligen, werd hij, met zijn geheel leger, ver- 
slagen , en sneuvelde. 

De Spaansche bevelhebber, in plaats van na 
deze overwinning op de stad Algiers zelve aan 

te 



4$ KORTE BESCHRIJVING 

te trekken, liet het hierbij zitten. De Algerij- 
nen kregen daardoor tijd, orn zich te herstel- 
len, riepen haradyn of scheredin, broeder 
van barbarossa tot koning uit. Deze regeerde 
ongestoord tot 1520; wanneer hij ontdekte, dat 
er eene zamenzwering tegen hem gemaakt werd, 
waarvan hij vreesde het slagtoffer te zullen wor- 
den ; ook vernam hij , dat Spanje nieuwe on- 
dernemingen tegen hem in het zin had; hierom 
vaardigde hij eenen gezant af naar den Turk- 
schen keizer selim I, om dezen de souverei- 
niteit over Algiers aan te bieden , en eene aan- 
zienlijke legermagt, tot bescherming der stad, te 
verzoeken; belovende, zich, in het vervolg, te 
zullen vergenoegen, met den titel yan Bassa , of 
stedehouder. Dit aanbod werd aangenomen , en 
de Groote Heer zond, dadelijk, 2000 Janitsa- 
ren, wier aantal, in korten tijd, grooteiijks ver- 
meerderde , door eene menigte roofgierige en 
slechte Turken, die, uit alle oorden, hiernaar- 
toe vloeiden. — Door deze versterkingen vond 
iiARADYN zich in staat, niet alleen, om alle 
aanslagen der inwoners te vernietigen, maar 
ook, om zijne magt verder uit te breiden. Hij 
vermeesterde, al dadelijk, het kleine eilandje, 
dat de Spanjaarden bezet hielden , aan den mond 
van de baai van Algiers , voegde hetzelve, door 
middel van een zeehoofd, nu de Moclje ge- 
noemd, aan het vaste laad, en bouwde er eene 

sterk» 



VAN BARBARIJE. 47 

sterkte op. Vervolgens vergrootte hij zijne 
scheepsmagt, en roofde niet alleen alle vaartui- 
gen op de Middellandsche zee weg, maar deed, 
herhaalde invallen, op de kustqi van Spnnjc en 
Italië , voerende eene menigte Christenen van 
daar in -slavernij. j 

karel V, toen ook keizer van Duitschland 9 
en de magtigste vorst van Europa, kon deze 
moedwilligheid der Barbaren niet langer dulden, 
en , aangezet door den Paus , nam hij de kracht- 
dadigste maatregelen, om de roovers te beteu- 
gelen. In 1541 , in het begin der maand Qcto- 
bcr 9 kwam hij, met eene geduchte vloot, en een 
landingsleger van 20,000 man, voor de stad Al- 
giers. Het grootste gedeelte dezer troepen , 
werd ontscheept, en maakte eene legerplaats, 
digt onder de stad- Keizer karel, die nog 
steeds bleef hopen , om de plaats bij verdrag in 
te nemen, vertraagde den aanval. Dan, dit 
strekte tot zijn ongeluk , want in het laatst van 
dezelfde maand, ontstond er een allerhevigste 
storm , gepaard met eenen aanhoudenden blagre» 
gen ; het grootste gedeelte van de vloot werd 
op strand geworpen, of verging; en, wat voor 
de troepen het ergste was , bijna geen enkel 
proviantschip was omkomen. Hierbij kwam nog 
dat de geheele legerplaats der Spanjaarden onder 
water liep , waardoor ds keizer verpligt werd , 

zich 



4 B KORTE BESCHRIJVING 

zich dadelijk op de nog overgeblevene vaartui- 
gen te begeven, en te vertrekken, met achter- 
lating van al het geschut. Zoodra de Mooren 
van den aftogt lucht kregen, vielen zij op de 
Spanjaarden aan, en doodden er velen van. 
Deze onderneming liep dus op niets uit. 

Het verlies der Spanjaarden, in die ongeluk- 
kige expeditie, was onnoemelijk. Door den storm 
hadden zij , ten minste , honderd en twintig sche- 
pen en galleijen verloren, benevens drie honderd 
officieren , en wei acht duizend soldaten en zee- 
lieden. — Het getal der gevangenen was zoo 
groot, dat de Algerijnen die, spotsgewijze , voor 
eenen uije per man verkochten. 

Na den dood van haradyn, bleef de Sultan 
voortgaan, eenen Bassa voor Algiers te benoe- 
men. Dan , deze stedehouders begonnen , van 
tijd tot tijd, willekeurig te regeren, en als sou- 
vereinen te handelen. De Porte moest bestendig 
geld zenden , om de troepen te bezoldigen , en 
deze, hoewel niet eens voltallig, werden omtrent 
half betaald, waarover zij zich eindelijk te Kon- 
stantinopcl beklaagden, tevens een gezantschap 
zendende, om den keizer verlof te verzoeken, 
een opperhoofd , uit hun midden , te mogen kie- 
zen, onder den naam van Dey ; deze zou 'slands 
inkomsten regelen, en de vereischte sommen, 
tot onderhoud der krijgsmagt, daaruit vinden, 

het- 



VAN BARBARIJE. 40 

hetwelk de Porte veel gelds zoude sparen. De 
keizer nam genoegen in dezen voorslag, waarop 
er, in 1710, een Dcy verkozen werd. 

De Zte/yV nebben , na dien tijd, zich weinig 
meer aan het Turksche hof la:en gelegen lig- 
gen, en regeren willekeurig. Zij zijn, evenwel, 
verpligt op bepaalde tijden , zekere geschenken 
te zenden , en dit maakt hunne gansehe afhan- 
kelijkheid uit. Wat deze opperhoofden verder 
aangaat, hun lot is inderdaad zeer onzeker; 
want zoodra zij niet naar den zin der Turken: 
zijn, worden zij afgezet, of, hetgeen nog meer 
gebeurt, vermoord. Omtrent het midden der 
achttiende eeuw, hebben de .Algerijnen, in 
den tijd van twintig jaren , vier JJey's omgebragt, 
en twee afgezet. 

Regering van Algiers* — Inwoners, 

Uit het voorgaande blijkt, hoe, en wanneer 

v* de tegenwoordige regeringsvorm , die wij nu 

verder zullen beschrijven , tot stand gekomen is. 

Niemand kan, in Algiers , tot den rang van 
Dey verheven worden , dan hij, die van af:omst 
een Turk is; dat wil zeggen, die van Mahome- 
daansche ouders , in de Staten van den Grooten 
Heer , geboren is. Deze waardigheid is niet 
erfelijk , maar veik'esbaar , en het ragt om te 
verkiezen, behoort alleen aan de Turksche sol- 

D da. 



50 KORTE BESCHRIJVING 

daten. De Dey wordt in de regering geholpen, 
door den Divan of Raad. De zaak, evenwel, 
moet tegenwoordig al van groot gewigt zijn, 
wanneer de Dey den Divan bijeenroept; meestal 
beslist hij zelf maar. 

De Divan was, oorspronkelijk, zamengesteld, 
uit wel acht honderd leden , allen hoogere en min- 
dere officieren uit het leger; maar sedert de magt 
van den Dey zoo is toegenomen, bestaat hij al- 
leen uit dertig Tiah-Bassa' 's . of oudste kolonels 
der krijgsmagt, de Aga, de Mufti en de Kadi. — 
De vergadering van den Divan is zeer ongere- 
geld, onstuimig, en, in der daad, dikwerf hoogst 
belagchelijk. De Aga, of president, stelt de zaak 
voor, en deze wordt, in dezelfde bewoordingen, 
met luider stemmen, door de Tiah-Bassa^s her- 
haald, gewoonlijk allen te gelijk schreeuwende. 
Veel wordt er niet geraadpleegd, en de stem- 
men behoeven niet opgenomen te worden, want 
de Aga kan dadelijk zien, of de zaak goed, of 
afgekeurd wordt; en wel, aan de gebaarden van^ 
de leden der vergadering, die, ingeval de zaak 
verworpen wordt , allerhande zonderlinge be- 
wegingen maken , en teekenen van afkeuring 
geven. 

De andere voorname posten in den Staat 
zijn die van Bey, of stedehouder eener pro- 
vincie; die van Aga , of generaal der krijgs- 
magt; die van Rats , of opperbevelhebber der , 

vloot; 



VAN BARBARIJE. $t 

vloot; die van Kadi 9 of geestelijke regter, enz. 

De Bey , stedehouder, of onderkoning, volgt, 
in rang, op den Dey , doch heeft, in de stad. 
Algiers zelve, geen gezag. In zijne provincie 
regeert hij met eene volstrekte oppermagt, en 
is ook belast met het invorderen en ontvangen 
van alle inkomsten van den Staat, waarvan hij 
verpligt is, eens 'sjaars, rekening te doen, en 
het overschietend geld in 'slands schatkist te 
storten. 

In de stad zelve volgt de Aga , op den Dey, 
Hij is de oudste officier in het leger, en be- 
houdt zijnen post, niet langer, dan twee maan- 
den, en wordt dan opgevolgd door den Chiah 9 
of den op hem in jaren volgenden officier, of 
oudsten Tiah-Bassa; deze laatste bewaart de sleu- 
tels der stad, en alle militaire bevelen worden 
in zijnen naam uitgevaardigd. — Uit de vier en 
twintig oudste Tiah-Bassa 's , worden gewoonlijk 
de afgezanten gekozen. 

Wanneer de Dey , zijnen eigenen dood niet 
gestorven, maar afgezet, of vermoord is, worr 
den zijne vrouwen van alles beroofd, en zijne 
kinderen krijgen niets meer dan het inkomen van 
een' gemeen soldaat. 

De tegenwoordige Dey van Algiers , hyder 
ally, is maar gemeen soldaat in het leger ge- 
weest; maar was Aga, bij zijne verkiezing, 
die, nog niet lang geleden, geschied is. Men 

D 3 zegt 



5* KORTE BESCHRIJVING 

zegt, dat hij veel gezond verstand en doorzigt 
heeft, en zeer bedaard is in het beramen van 
maatregelen in moeijelijke omstandigheden. Ook 
maakt zijne vrees, van afgezet te worden, hem 
tegenwoordig zeer werkzaam. 

De burgerlijke regtspleging is', in Algiers , 
zeer eenvoudig, en geschiedt met weinig kosten; 
doch de vonnissen zijn , niet zelden , hoogst on- 
regtvaardig. De Dey geeft, op zekere bepaalde 
tijden, gehoor, wanneer elk, die zwarigheden 
heeft, dezelve aan hem kan voordragen. Wordt 
iemand door een' ander beschuldigd , dan komt 
een Chiaoux , of geregtsdienaar , die den aange- 
klaagden ophaalt. Zijn beide partijen nu tegen- 
woordig, dan worden zij, zoo als ook de ge- 
tuigen , op eenen eed , ondervraagd , en zoodra 
de Dey, naar zijn inzien, genoeg' van de zaak 
weet, velt hij dadelijk het vonnis, hetwelk zon- 
der appel is. — Een valsch getuigenis, bij zulk 
eene gelegenheid afgelegd, wordt, wanneer men 
het ontdekt, met een goed getal duchtige stok- 
slagen gestraft- — Wanneer de zaken van veel 
gewigt zijn, gebeurt het wel, dat de Dey niet 
dadelijk uitspraak doet , maar eerst het advijs 
van den Divan inneemt, en daarna vonnist. 

De zaken, welke door de wet in den alko- 
ran bepaald zijn, worden door den kadi, of 
geestelijken regter beslist. 

De taal "der Algerijnen is een mengsel van 

Ara- 



VAN BARBARIJE. 51 

Arabisch , Marokkaansch en het oud Phenicisch. 
In dca handel, evenwel, spreken zij eene won- 
derlijke wartaal , uit Spaansch , Portugeesch , 
Italiaansch en Fransch zamengesteld. Maar in 
alle stukken , die tot de regtspleging behooren , 
gebruiken zij de Turksche taal; en dit is oor- 
zaak, dat geringere lieden, die in re-gten moe- 
ten verschijnen, verpligt zijn eencn tulk te ge- 
bruiken. 

In de strafuitoefeningen zijn de Algerijnen 
streng, en verschrikkelijk wreed. Men geeft 
den misdadiger gewoonlijk stokslagen onder de 
voetzolen, op de kuiten, en ook wel op den 
buik. In halsmisdaden worden de Turken ge* 
woonlijk geworgd; maar de Joden, .Mof>rtn en 
Christenen hebben, in dat geval, veel zwaarder 
straf te duchten. Niet zelden worden zij van 
den stadsmuur afgesmeten , in dier voege , dat zij in 
ijzeren haken en pennen, die daarin zitten, blij- 
ven hangen, zoo dat zij nog, eenen geruimen 
tijd , onder de ijsselijkste folteringen en smar- 
ten, blijven leven. 

Kene nici mind^-- ijsselijke straf is het door- 
zagen. Men bindt den ongelukldgen tusschen 
twee planken, en zaagt dezelve, te gelijk met 
zijn ligchaam , door midden , beginnencte aan het 
hoofd. 

Zoo als wij reeds gezegd hebben, bestaan de 
inwoners van Algiers uit Turken, Mooren, 

D 3 Co. 



5+ KOPvTE BESCHRIJVING 

Cologlio's , Coloris , Joden en Christenen , wier 
karakter wij al gedeeltelijk beschreven heb- 
ben. De Turken, die deze stad bewonen, over- 
treffen, in alles, wat hen karakteriseert, de be« 
woners van het eigenlijk Turkije. In rust, ge- 
mak , en schandelijke zinnelijkheid , stellen zij hun 
hoogst geluk. Op cene lustelooze wijze, op 
een tapijt uitgestrekt , rookt de man zijne pijp , 
terwijl het trekken aan dezelve, hem nog eene 
wezenlijke moeite is. Hij blijft uren lang in de- 
zelfde houding liggen, drinkt zijne koffij, en 
sluimert van tijd tot tijd in, wanneer hij geen 
gezelschap heeft. Somtijds neemt hij, tot eene 
verandering, een weinig opium, of laat zich, 
door zijne slaven., bewierooken. Dezulken, wel- 
ke niet zoo zeer door de fortuin begunstigd 
zijn , nemen evenwel hun gemak , zoo veel zij 
kunnen , en verkiezen lediggang , gepaard met 
armoede, boven het werken. 

De Turken maken in Algiers de voornaamste 
volksklasse uit; zij alleen kunnen van adel zijn , 
en bekleeden , zonder onderscheid, alle posten 
en bedieningen , terwijl zij de andere inwoners 
geheel onder den duim houden, laag op hen 
neerzien, en hen, op den duur, mishandelen. De 
Renegaten, welke uit Turhje naar Algiers ko- 
men , worden ook wel als Turken aangezien , 
maar zijn niet zoo edJ ; zij zijn in vergelijking 
der echte Turken, wat de nieuwe add in Europa 

is,- 



VAN BARBARIJE. 55 

is, in vergelijking van den ouden, die zich al- 
tijd meer laat voorstaan. 

De verdere voorregtcn, welke de Turken bo- 
ven de overige inwoners genieten, zijn van be- 
lang. Hun getuigenis wordt, in alle zaken, eer 
aangenomen, dan dat van anderen. Zij betalen 
-geene belastingen , en kunnen ook niet gestraft 
worden, dan door een bijzonder bevel van den 
Dey. Zij zijn het ook , die ; elk jaar in de pro- 
vinciën rondgezonden worden , om de belastin- 
gen der Mooreu, Joden en Arabieren in te vor- 
deren , bij welke gelegenheid, zij de menschen, 
op allerhande wijzen, kvvellen, plagen, en meer 
afknibbelen, dan hun toekomt, om zich te ver- 
rijken , en het genoegen te hebben van te on- 
derdrukken. Voor deze kleinigheden straft men 
hen nimmer, daar zij, in vergelijking van hoo- 
gere ambtenaren, maar kleine dieven 'zijn. 

Verder kunnen de Turken de levensmiddelen 
veel goedkooper verkrijgen , dan de andere in- 
woners , en het is hun veroorloofd, om, in alle 
boom- en wijngaarden , die niet door hooge mu- 
ren omringd zijn, zoo veel te gaan eten, als 
zïj verkiezen. 

Op de Turken volgen in rang de Moorcn , 
die , hoewel bestendige vijanden der eersren , 
oneindig meer in aanzien zijn, dan de Joden en 
de Christenen, die, ook van deze, op de laag- 
ste en verachtelijkste wijze mishandeld, en be- 

D 4 sten- 



5$ KORTE BESCHRIJVING 

stendig. met scheldnamen overladen worden. Wan- 
neer een Jood met een' Turk verschil heeft, zoo 
dat het voor den regter komt , krijgt de laatste 
meestal gelijk, al heeft hij het grootste onge- 
lijk. — Nog niet lang geleden werden drie on- 
gelukkige Joden, te Algiers , levend verbrand, 
onder voorwendsel, dat zij insolvent waren; 
daar hunne misdaad alleen hierin bestond, dat 
zij niet naauwkeurig op hunnen tijd de belastin- 
■ v gen betaald hadden. Toen deze straf reeds half 
voltrokken was, bleek het duidelijk, dat een van 
hen, aan de zoogenaamde misdaad, geheel on- 
schuldig was. — De gewone scheldnaam, dien de 
Turken aan de Christenen geven, is: honden 
van Christenen. (Z\t verder Bladz. 15 en 16.) 
De Godsdienst der Algerijnen , zoo als die 
der Marokkanen , is Mahomcdaansch. De drie 
voornaamste hoofden daarvan zijn: de Mufti, 
of hoogepriester ; de Kadi, of geestelijke reg- 
ter, en de groote Mar abc ut , of hoofd der Ma» 
raboutsche priesterorde. Deze Marabouten, of 
Mahomedaansche priesters, worden voor zeer 
'heilig gehouden, en zijn m groot aanzien, doch 
vol bedrog, en er steeds op uit, om de domme 
menigte te misleiden. — Hoe jaloerscli de Al- 
gerijnen ook op hunne vrouwen zijn, zoo hou- 
den zij een onwettig verkeer van deze, met 
eenen Marabout, voor geen kwaad; zij -laten dit 
geduldig toe, en beschouwen hunne verdraag- 
zaam- 
■ 



VAN BARBARIJE. 57 

2aamheid in dezen, als cene soort yan gods- 
dienstigen pligt. 

Het getal der Turken in de stad Algiers zel- 
ve , wordt op omtrent 10,000 man begrooi , 
die alle soldaten, zeelieden , dieven , of zeeroo- 
vers zijn. 

De Krijgsmagt, 

De geheele legermagt der Algerijnen beloopt 
omtrent 9,000 man ; waaronder 7,000 Turken , 
die de infanterie uitmaken , en nimmer als ka* 
valeristen dienen, en 2,000 Mooren, uit welke 
het paardenvolk is zamengesteld , en die Zwo- 
wak genoemd worden. In oorlogstijden kan dit 
leger tot op 16,000 man vermeerderd worden. — 
Voor bet zoo gelukkig afgeloopen bombarde- 
ment , onder bevel van lord exmouth en den 
admiraal van de capellbn, had de Dey , vol- 
gens ontvangene berigten , wel 40,000 man , voor- 
al uit de binnenlanden, bijeenverzameld. Wat 
zulk een zamengeraapte hoop , tegen een gere- 
geld leger Europeanen, zou kunnen uitrigten,. 
is ligt te berekenen. 

Het voltallig maken der armee geschiedt door 
aanwerving. Diegenen, welke uit Algiers zelf 
dienst nemen, zijn van de laagste volksklasse, 
schurken, ontsnapte misdadigers 4 moordenaars 
en booswiciitcn in het algemeen. De meeste 

D 5 re« 



58 KORTE BESCHRIJVING 

Tekruten, evenwei komen uit Smyrna en Ahxan* 
dri'è, waar de wervers zich alle moeite geven, 
om de jongelingen , door mooije en leugenachtige 
beloften , over te halen , om onder de troepen 
van den Déy dienst te nemen. De zoodanig 
aangeworvene troepen ., maken eene mindere af- 
öfieling der krij;ismagt uit , en worden veel la- 
ger geacht, dan de echte Turken, die de bloem 
des legers uitmaken, en or.der dewelke zij niet 
kunnen aangenomen worden, of zij moeten 16 
ft 17 jaar gediend hebben. Diegenen dezer sol- 
daten, welke eenig handwerk verstaan, en daar- 
mede iets verdienen kunnen, lijden geen gebrek; 
maar anderen , willen zij te eten hebben , moe- 
ten op roof uitgaan. Zij zijn meestal op het 
platte land , alwaar zij de inwoners uitplunde- 
ren, en geld en levensmiddelen afpersen. 

Gesteldheid des lands. — Voortbrengsels, 

Het rijk van Algiers is , over het algemeen , 
zeer vruchtbaar, maar slecht bebouwd; in de 
zuidelijkste streken, waar de groote woestijn 
begint , is het zandig en dor. Men heeft er de- 
zelfde produkten, die wij, van Barbarijë 'm het 
algemeen handelende, opgenoemd hebben; zoo 
als koorn, wijn, allerlei vruchten, heerlijke me- 
loenen, olijfolie, veel honig en was. Het hoorn- 
vee is ook hier zeer klein, en de paarden veel 

slech» 



VAN BARBARIJE. $ 

slechter, dan in Marokko; maar men heeft er 
zeer groote schapen. Voorts vindt men er vele 
wilde dieren, zoo als reeds opgegeven is. — 
De Algerijnen maken veel werks van de leeu- 
wenjagtj ten dien einde vereenigen zij zich ge- 
Woonlijk, ten getale van 50 of 60 man, in den 
herfst , of in den winter , en toonen , bij die 
gelegenheid, dikwerf, veel moed en beleid. — 
De kusten zijn vooral ook zeer vischrijk^ en 
leveren veel koraal op. 

De waren, die men van Algiers uitvoert, be- 
staan voornamelijk ia struisvederen , ruwe wol, 
huiden, was, koper, zijde, wollen dekens, gor- 
dels, enz. Daarentegen wordt er ingevoerd: 
manufacturen, specerijen, metalen, krijgsbehoef- 
ten en bouwstoffen tot schepen; uit deze twee 
laatste artikelen bestonden hoofdzakelijk de pre- 
senten, der Europesche mogendheden. — De 
voornaamste manufacturen in de stad zelve, be- 
staan in karpetten, die de Turken, zoo als 
men weet, het meest gebruiken; voorts maakt 
men er taf, en ook linnen; maar dit laatste is 
gewoonlijk zeer grof. 

Rivieren, kapen, bergen ei& zceboezems» 

De rivieren in Algiers zijn niet meer dan kust- 
liviertn; dj voornaamste en meestbekende zijn: 

De 



€o KORTE BESCHRIJVING 

De Barbata en Tama , welke -zich , voor hun- 
nen uitloop , vereenigen. 

De Mailen, en de Tagia, die beiden zeer 
klein zijn* 

De Mina en de Arhew {Arrioe) , welke zich 
vereenigen , met de Shdlif, de voornaamste van 
allen , deze ontspringt in het gebergte Atlas , 
loopt; vervolgens door her meer Titterie , en 
neemt, voor dat zij in zee valt, behalve de twee 
genoemde, nog meer kleine rivieren op. 

De IVedjer, die zich met de Masafran ver- 
eenigt ; de Haratsch , de üudwowe , de Jisser en 
de Nissfih. 

De Zowah , waarin zich ook de Ajebbi ont- 
last. 

De Sisaris, waarin zich nog eene kleinere 
rivier ontlast. 

De Kibir , die nog andere kleinere opneemt, 
en door de stad Constantina vloeit, onder deu 
naam van Kumel. 

De Seibous , de Masraga en de Zaine, welke 
laatste gedeeltelijk de oostelijke grensscheiding 
des lands tegen Tunis (*) uitmaakt. 

Kapen» — De voornaamste kapen of voorge» 
bergten in het rijk van Algiers zijn : 

Kaap 



(*) Deze rivieren vindt men, volgens hare opnoe- 
ming, van het westen naar het oosten. 



VAN BARBARJJE. 61' 

Kaap Honc, op 35° 25' N. B. en 3 13» ten' 
westen van Parijs. 

Fegalo , welke , als het ware , uit twee" punten 
bestaat, die door eene zandbank vcreenigd zijn; 
het middelpunt tusschen deze twee landtongen lig 1 : 
°P 35° 4°' N. B , en *°" 43' ten westen van 
Parijs. 

Kaap Faïcon of Ras-el-Harsa , op 350 55' N. 
B. , en a° 14' ten westen van Parijs. 

Kaap Fcrrat , ten O. N. O. van de vorï a . 
aan den westelijken ingang der baai van Arze- 
m of Arzew , omtrent 50 zeemijlen' ten V. Z. 
W. van de stad Algiers, op 36° 4' N. B/, en 
l Q 4a' ten westen van Parijs. 

Tulcina, ten Z. O. der voorgaande. 

Musty-Ganeum , ten N. O van Tulcina. ' 

Ivy of Jibbel-Dis, ten N. O. der vorige. I 

Gilefo, ten N. O. van Ivy. 

Kaap Tenues, op 36' 3-' 15" N. B., en 1» 
e 57'' ten westen van Parijs. 

Kaap Albatel, 12 mijlen ten N. W. van Ten- 
nes , bij het kleine eiland Cercelli. 

Kaap Cabines , ten N. O. der vorige. 

Kaap Temen-de-fust , of Matifou , aan de baii 
van Algiers, waarvan zij de oostelijke punt uit- 
maakt, bij het stadje van dien naam, op 36 
50' 10" N, B. en o° 52' 20" ten oosten va.7 
Parijs. 

Kaap Bingui, 12 mijlen ten N. O. van AU 

giers 



62 k;orte beschrijving 

giers , aan de baai en de stad van dien naam. 

Kaap Tedeles of Dellys , ten oosten van Bingut* 

Kaap Signly 9 ten oosten der vorige. 

Kaap Ashoumnonkar of Bugia , ook Carbone 
genaamd, aan de golf van Bugia , op 36 58' N. 
B. , en a° 58' ten oosten van Parijs. 

Kaap ƒ#//, ook wel Igiljili genaamd. 

De zeven Kapen , of Bot/f ar on. 

Kaap Bugaron, of Sebarous , ten oosten der 
vorige, op 37 15' N. B., en 4 4' ten oosten 
van Parijs. 

De Tzerkaap, ten Z. W. van het eiland iSV;r- 
4f«/tf, deze maakt de oostelijke punt van de 
golf van Estira of .SVora uit. 

Kaap tffe G#/v/<? (jGardia) , of <?/ ^/;;r£ , aan 
den westelijken ingang der golf van Bona , op 
370 10' N. B. , en 5 31' ten oosten van Parijs. 

Kaap Rosa , aan den Oostdijken ingang der 
genoemde baai. 

Kaap Ros 9 de oostelijkste van allen. 

Deze kapen zijn opgenoemd , in eene geregelde 
orde, van het westen naar het oosten, begin- 
nende aan de grenzen van Fez , en eindigende 
aan die van Tunis. 

Gebergten. — De gebergten in Algiers zijn 
alle gedeelten en armen van den Atlas: de 
voornaamste zijn: 

Tarfarwcy en Callab , welke aan elkander slui- 
ten, en ééne keten uitmaken, welke aan de 

gren- 



VAN BARBARIJE. 6$ 

grenzen van Marokko begint, op 34 N. B. , en 
van het zuid-westen naar het noord-oosten loopt» 
eindigende bij kaap Musty-Gannim. 

In dezelfde rigting van de rivier Shellif, loopt 
eene keten, welke niet ver ten oosten van den 
mond dezer rivier , bij kaap Ivy , eindigt , en 
den naam van Beni-Raschid draagt ; van Mcdea 
af, het middelpunt van dit gebergte , loopt het 
van het Z. W. naar het N. O.; het oostelijke 
gedeelte is de Jujura , waar de Atlas het 
hoogste is; deze tak eindigt bij kaap Carbone, 
en heeft van daar, tot de genoemde kaap Ivy 
omtrent de gedaante van eenen halven cirkel ; 
deszelfs westelijke helft maakt de grenzen uit 
tusschen de provinciën Tnmesen en Titterie ; en 
de oostelijke helft deelt de provincie Titterie in 
een noordelijk en zuidelijk deel ; — terwijl de 
jujura gedeeltelijk de , noordelijke grenzen uit- 
maakt tusschen deze laatste provincie en Constan- 
tina. De Zeckar is eene der zuidelijkste kete- 
nen van Titterie. .- 

De voornaamste bergen in de provincie Con- 
stantina zijn : 

De Gibbel-Zlures. 

De Mastcwa/i, welke van het zuidwesten naar 
het noordwesten loopt. 

De Muscat, 'm het zuidwesten der provincie. 

De IVocsgar, ten noord-oosten van de Maste- 
wahr deze liggen in de westelijke helft des land- 

scbaps , 



64 KORTE BESCHRIJVING 

schaps ; in de oostelijke helft vindt men : de 
Rougeis , de Mittah , de Artvah en meer anderen 

Golven of zeeboezems. — De voornaamste zee- 
boezems, die men langs de kusten van Algiers 
vindt , zijn, van het westen t naar het oosten 
gaande : 

De golf van Tremesen of Harsh-goune, welke 
aan den westelijken kant door kaap l/one, en aan 
den oostelijken kant, door kaap Fegalo gevorm.1 
wordt. 

De golf van Oran , welke ten noordoosten 
door het voorgebergte van Falcon beschut wordt, 
en ten oosten de kaap Ferrat heeft. 

De baai van Arzcw , welke ten westen der 
voorgenoemde kaap ligt, en ten oosten door het 
voorgebergte Dyry gevormd wordt. 

De golf van Malamugar , welke kaap Albatel 
ten westen, en die van Cagines ten oosten heeft; 
men vindt in dezelve geene haven , doch de ge- 
heele baai is eene reede , waar de schepen vol- 
komen veilig zijn. 

De baai van Algiers, die aan den oostelijken 
kant door kaap Tremen- de- fust of Matifou, en 
aan den westelijken kant door kaap Cassine, ook 
wel Kas-Aconnater genoemd, gevormd wordt. 

De baai van Bugia of Boujeiah, welke aan 
den oostelijken kant door kaap Carbonc gevormd 
wordt. 

De golf van Cull of Cullu, naar het kleine 

stad- 



VAN BARBARIJE. 65 

stadje van dien naam genoemd, zij wordt ten 

oosten door kaap Bugaron gevormd. 

De golf van Estira, ook wel Slora of Sigata 

genaamd , waarvan de Tzcrkaap de oostelijke 

punt uitmaakt, niet ver van de kleine zeehaven 

Tareut. 

De golf van Bona , tusschen de kaap Gardla 
of Kd-Amra ten oosten, en die van Rosa ten 

westen. 

De baai van Tabarca , op de grensscheiding 

tusschen Algiers en Tunis; in dezelve ligt een 

eilandje van denzelfden naam, op 37 12' N. 

B., en 6° 40' ten oosten van Parijs; hetzelve 

wnrdt door een fort verdedigd. 



VerdceUng des lands. — De Hoofdstad. 

Het rijk van Algiers wordt verdeeld in drie 
provinciën, als: Tremtsen of Thmsan , Tittcrie 
en Constantina; de eerste ligt ten westen, de 
tweede in het midden, en de derde ten oosten; 
zij hebben ieder ecnen bijzondejen Bey , of s:e- 
dchouder. 

Toen de Turken meester van dit rijk gewor- 
den waren, verdeelden zij het in achttien pro- 
vinciën, als: het eigenlijke Algiers , Tremesen^ 
Tc nne z , BujeyaA, Angad, Beui-Arazid , Milia- 



66 KORTE BESCHRIJVING 

na, Conco-Labcz , Tebessa, Human-B-ar , Ha- 
resgol, Oran-Awran, Mostagan , iJo/;#, Sar gel ', 
Jigeri en Constantina , welke allen naar hare 
hoofdsteden genoemd werden. 



<0£ hoofdstad Algiers. — /fr« geschiedenis. 

De stad Algiers ligt, aan de baai van dien 
naam, op 36* 49' 3°" N. B. , en i° 8' ten oos- 
ten van Parijs , omtrent 50 zeemijlen zuidwaarts 
van het Spaanschc eiland Majorka, en 60 zee- 
mijlen van de digst bijgelegene Spaansche kust, 
en bijna 180 zeemijlen binnen de straat van Gi- 
braltar ten oosten* 

Bij het aankomen uit zee , maakt de stad , die 
de gedaante heeft van een amphitheater , eene 
zeer fraaije vertooning, dewijl zij op de helling 
van eenen berg , die naar de baai afloopt , gele- 
gen is, zoodat men al de voorname huizen, de 
torens, moskeeën en verdere gebouwen, als iri 
eenen opslag, zonder dat het eene het andere 
belemmert, besenouwen kan; zij heeft echter dit 
gemeen met de andere steden in Barbarijen dat 
het binnenste der stad zeer afsteekt, bij het al- 
gemeen uiterlijk aanzien, dewijl de meeste stra- 
ten naauw, en de woningen der mindere burgers 
uiterst slecht zijn. De huizen zijn ook hier 

- meest- 



& 



VAN BARBARÏJE. 6> 

meestal , met platte daken , waarover men wan- 
delen kan (*). 

De buren, die aan denzelfden kant eener straat 
wonen, veroorloven elkander, om van deze ver- 
hevene wandelplaats , naar goedvinden, gebruik 
te maken; maar zoodra men er ctnen onbeken- 
den op vindt, wordt deze dadelijk gevat; voor- 
onderstelt men , dat het iemand is , die van daar 
In een of ander buis tracht te komen, en zoekt 
te stelen, dan moet hij, niet zelden, zijne vrij- 
postigheid , om van dien luchtigen weg gebruik 
gemaakt te hebben, met den dood boeten. 

Men vindt in de stad , eigenlijk , maar eene 
hoofdstraat: deze is breed, ruim, fraai en zee? 
levendig, en kan eene menigte menschen bevat- 
ten. Maar de enge straten zijn dikwerf on Toe- 
gankelijk, en zelfs gevaarlijk, om door te ko* 
men, vooral wegens de menigte lastdieren, waar- 
mede men heen en weer trekt, om allerlei koop- 
waren te vervoeren; wanneer men dus niet op 
zijne hoede is , loopt men hier gevaar om onder 
den voet te geraken, en deerlijke ongelukken 
te krijgen. 

In het midden dezer naauwe straten heeft men 

sleu- 

(*) Wanneer de huizen ongelijk ia hoogte zijn, 
vindt men , overal , ladders staan , o.a op- en af c$ 
klimmen. 

E « 



a KORTE BESCHRIJVING 

sleuven, of goten, waardoor het water afloopt; 
doch deze zijn dikwerf opgevuld met vuiligheid , 
welke de onzindelijke inwoners daarin smijten, 
hetgeen, onder zulk eene heete luchtstreek, 
veelal, eenen on verdragel ijken stank veroorzaakt, 
die , voor de gezondheid , hoogst nadeelig is. 

Men schat het getal der inwoners op om- 
trent iao,ooo, en dat der huizen op 15,000, 
benevens 107, zoo groote als kleine moskeeën. 
De muren , die de stad omringen , zijn aan de 
landzijde dertig , en aan den zeekant , ten minste , » 
veertig voet hoog, en twaalf of dertien voet dik f 
van afstand tot afstand voorzien van vierkante 
torens, die, evenwel, tegenwoordig, zeer in ver- 
val zijn. De poorten , ten getale van zes , zijn 
allen wel versterkt, en niet gemakkelijk te na- 
deren. 

De citadel, die van eene aebtkante gedaante 
is, ligt op eene verhevene plaats, binnen de 
wallen, en heeft, van voren, geregelde rtijen 
schietgaten , zoodat zij de geheele haven bestrij- 
ken kan. Voorts heeft men buiten de stad het 
kcizers-kasieel , zijnde eene sooit van forteres, 
op den heuvel, waar keizer karel V, in 154 f, 
zich verschanst had , en van waar hij de ge- 
heele stad plat had kunnen schieten; doch door 
uitstel geschiedde zulks niet. — Het nieuwe 
kasteel , is mede afkomstig van eene batterij , die 
de Spanjaarden opgeworpen halden, om de stad 

te 



VAN BAHBARIJE. 6 9 

te beschieten; zoodra zij die. positie verlaten 
hadden , begonnen de Algerijnen er deze sterkte te 
bouwen, om bij verdere aanvallen , de vijanden, 
aan de landzijde , zoo ver van de stad af te 
honden, als maar eenigzins mogelijk was. De 
zoogenaamde waterkasteeltjes, zijn twee kleine 
sterkten, het eene bewesten de stad, nabij kaap 
de la Pescade , of den visschershoek ; het andere 
beoosten , bijna in het midden der mime baai. 

De haven van Algiers wordt hoofdzakelijk ge- 
vormd door eenen dijk of zeehoofd, de Moclje 
genaamd , die het kleine eilandje , of liever de 
rots, welke de Spanjaarden zoo lang in bezit 
gehad hebben , met de stad vereenigt. -Dezelve is 
gemaakt onder de regering van barbarossa , niet 
alleen om daardoor eene veilige haven te heb- 
ben, maar vooral ook, om de vijanden, in het 
vervolg, te beletten, zich meester van die sterkte 
te maken, waardnor zij de stad geheel in be- 
dwang konden houden. 

Deze dijk , of Moelje , is omtrent vijf honderd, 
schred n lang, en maakt aan het einde c^mn 
hoek, of elleboog, waarop een gebouw staat, 
dat tot vergaderplaats der zeeofficieren dient. 
De sterkte, welke de Spanjaarden, toen zij mees- 
ter van dit eilandje waren, hier opwierpen , 
wordt het ronde kasteel genoemd. Behalve dit, 
zijn er nog twee batterijen , die zuidwaarts loo- 

E 3 pen, 



fo KORTE BESCHRIJVING 

pen, en met een groot aantal zware stukken ge-? 
schur bezet zijn. Een kundig Engelsch ingenieur, 
die , nog niet lang geleden , eene schoone gele- 
genheid had, om deze batterijen van vrij nabij 
te beschouwen, getuigr, dat, wanneer dezelve 
door kundige artilleristen bediend werden, het 
bijna onmogelijk zijn zou, aan dien kant, met 
schepen te naderen. 

Daar de stad op de westkust van de baai 
ligt, beschut de Moeljc de schepen voor den 
noordenwind. De haven is , overigens , tamelijk 

goed, doch niet van de grootste ; ook wordt 
haar ingang belemmerd door eene rei rotsen, 

die aan kaap Maiifou haren aanvang neemt. 

Onder de voornaamste gebouwen in Jlgien 
munt het paleis van den Dey uit. Hetzelve 
staat midden in de stad , en is omringd van twee 
galerijen of balcons, boven elkander, die op 
marmeren pilaren rusten , en eene prachtige ver- 
tooning maken. Ook heeft het twee binnenplei- 
nen van groote uitgestrektheid , op welke het 
front van het gebouw uitkomt. In dit paleis zijn 
twee bijzonder groote zalen , welke tot verga- 
derplaats van den Divan d'enen. 

Hierop volgen , in fraaiheid , om niet van eeni- 
£e prachtige moskeeën te spreken , de barakken 
der ^urksche soldaten , of Jauitsaren , die al'en 
buitengemeen fraai gebouwd, en vooral zeer zin- 
de- 



VAN BARBARIJE. ?r 

delijk zijn , daar een zeker getal slaven , op den 
duur, in dezelve bezig is, met reinigen en schoon 
houden* 

Verder belioorcn tot de gebouwen van eenig 
belang ook de publieke baden , waaronder er twee 
gevonden worden , die de overige , in fraai- 
heid , ver overtreffen , en marmeren vloeren heb- 
ben. Sommige derzelve zijn afzonderlijk tot ge- 
bruik der vrouwen bestemd, die er, door be- 
dienden van hare sexe , opgepast worden. 

De gebouwen, waarin de slaven 's nachts • ge- 
huisvest worden, zien er van buiten ook vrij 
goed uit, doch zijn van binnen somberen zeer 
onzindelijke 

Voor omtrent anderhalve eeuw had de stad 
een groot gebrek aan water, daar de inwoners 
geen ander hadden, dan dar, hetwelk hun, het 
zorgvuldig opvangen van den regen, verschafte; 
tot dat een Spanjaard hun van deze onontbeer- 
lijke heofdstöf overvloedig voorzag, door het 
bouwen eencr waterleiding, die het water uit 
eene bron , die men bij de keizer sschanjs ont- 
dekt had , naar de stad geleidt. 

Voormaals had deze stad aanzienlijke voorste- 
den , zoo dat men , buiten de muren , wel twee 
duizend huizen telde; dan , deze zijn al 1 n ver- 
woest, en in den brand gestoken, op aannade- 
ring der Spanjaarden , waarna zij niet weer op- 
gebouwd zijn. 

£ 4 Het 



7 i KORTE BESCHRIJVING 

Het omliggende land, tot op eenigen afstand 
der hoofdstad, is buitengemeen vruchtbaar en 
aangenaam, zijnde doorsneden met een aantal 
heuvels, die bijna altijd met groen bedekt zijn. 
De geheele omtrek is, als bezaaid, met buiten- 
plaatsen der rijke Algerijnen, die er, gedurende 
het heetste gedeelte van den zomer , hun ver- 
blijf hebben. Deze gebouwen zijn van geenen 
grooten omvang, maar hebben, meest allen, eene 
fraaije ligging, en een aangenaam uitzigt op de 
zee. De tuinen, die er bij behooren, laten zij 
door hunne slaven bewerken, en beplanten, en 
leveren hun overvloed van groenten op; maar 
de vruchtboomen worden er, meestal, verwaar» 
loosd. 

Verschillende aanvallen op de stad Algiers, 

De eerste geregelde aanval op de stad Algiers , 
door eene Europesche mogendheid , was die van 
karel den vijfden , waarvan wij reeds gespro- 
ken hebben. — De volgende aanslag, van eenig 
belang, geschiedde in het jaar 1570, ook door 
de Spanjaarden. Dezelve werd ontworpen en 
uitgevoerd door eenen joan gascon, geboortig 
van Valcncla, die het plan gemaakt had, om de 
geheele zeemagt der roovers , in de hav.en van 
Algiers, door de vlam te vernielen, en de stad 
zelve , eene geduchte schade toe te brengen. 

Hij 



VAN BARBARÏJE. ?s 

Hij verkreeg hiertoe van philippus II. niet al- 
leen verlof, maar ook schepen, zeelieden, de 
noodige vuurwerken, en al wat verder tot de* 
uitvoering van zijn voornemen vereischt werd. 
Toen alle toebereidselen gemaakt waren, ging hij, 
in het begin des genoemden jaars, onder zeil, 
en kwam weldra, in de baai van Algiers aan. 
Onder begunstiging van den nacht , voer hij 
met verscheidene schepen , ongemerkt , de haven 
binnen, waar hij het anker liet vallen. De Span- 
jaarden waren de stad zoo digt genaderd, dat zij 
alles, zonder hinder, van nabij konnen bezigti- 
gen. Oogenblikkelijk begonnen zij hunne vuur- 
werken gereed te maken , om de Algerijnsche 
galleijen in den brand te steken ; dan , wat zij 
ook deden , de werktuigen wilden geen vuur 
vatten, denkelijk, omdat zij niet goed gemaakt 
en ingerigt waren, ga? con , die aan wal ge- 
stapt was, liep intusschen naar de poort der 
Afoc/je, en, uit zucht, om in het vervolg te 
kunnen snoeven, gaf hij tegen de houten deur, 
drie slagen met den knop van zijnen dolk, dien 
hij er vervolgens met de punt instak, ener in 
liet zitten, opdat de vijand, naderhand, zou 
kunnen zien, hoe verre zijn moed zich uitstrek- 
te, liet gelukte hem dit te verrigten, zonder, 
voor als nog, bemerkt te worden; maar zijne 
manschappen , door hunne vergeefsche pogin- 
gen , om de werktuigen vuur te doen vatten , 

E 5 .. on- 



74 KORTE BESCHRIJVING 

ongeduldig wordende , begonnen meer gerucht tè 
maken, netleen oorzaak was , dat de schild- 
wachten, op het nabijgelegen bolwerk, onraad 
bemerkten, en weldra, de geheele stad in alarm 
bragten. gascon zich zoo te leur gesteld vin- 
dende , gevoelde het gevaar , waarin hij was , 
scheepte zich in aller eil in , en was , door 
kracht van roeijen , weldra de haven, en zelfs 
de baai uit. Zoodra de toenmalige Bassa , van 
alles onderrigt was, liet hij de vier besre gal- 
leijen uitvaren, om de vijanden te vervolgen. 
De Spanjaaiden hadden zoo veel spoeds gemaakt, 
dat zij reeds verscheidene mijlen ver waren , eer 
de Algerijmcbe schepen buiten de haven kwa- 
men; tlan, al te vroeg verbeeldden zij zich bui- 
ten gevaar te zijn, en dus, het verder werken 
met de riemen voor overbodig te houden. Deze 
zorgeloosheid was oorzaak, dat de galkijen hen 
inhaalden ; en , niettegenstaande allerlei pogingen , 
werd het schip, waarop zich gascon bevond, 
tot de overgaaf genoodzaakt. De kapitein van 
de gallei , die het schip nam , was een Grieksch 
Renegaat, della-rAis genaamd, die, zoodra hij 
vernam, dat hij gascon, den beramer en onder- 
nemer van den aanslag , in zijne magt had , de 
overige Spaansche schepen liet varen, en dade- 
lijk naar Jlgiers terugzeilde, niet twijfelende, 
of zijn buit zou den Bassa hoogst aangenaam, 
en welkom zijn. 

Zoo* 



VAN BARBARIJE. 75 

Zoodra gascon ïn handen van den Bassa 
was , liet deze , ter plaatse , waar de Spanjaar- 
den geland waren, eene galg oprigtcn, waaraan 
de ongelukkige bevelhebber, met het hoofd 
neerwaarts, werd opgehangen, opdat hij, onder 
de vreeslijkste folteringen, langzamerhand, zijn 
Jeven zou eindigen ; en , om zijnen haat , en zijn 
misnoegen tegen den koning van Spanje te too- 
nen, liet hij het bevelschrift van dezen, aan de 
voeten van gascon vast te maken, en zoo ten 
toon stellen. Deze wreede strafoefening beviel 
den , door nijd vervoerden Turken , buitenge- 
meen , terwijl de Spanjaard dit verschrikkelijk 
lijden , met het geduld en de standvastigheid van 
eenen martelaar, verduurde. 

Hij had, evenwel, niet lang gehangen, of 
della-rais begaf zich, vergezeld van een aan- 
tal andere kaperkapiteins, naar den Bassa, en 
hield hem, met de sterkste bewoordingen, zijn- 
wreed en onregtvaardig gedrag, omtrent eenen 
krijgsgevangenen , voor, er bijvoegende, dat het 
een middel was om de Spanjaarden, en andere 
vijanden, tot het nemen van weerwraak aan te 
zetten, zoodat het hun lot ook wel eens kon 
worden , om eene dergelijke handelwijs te on- 
dergaan, indien hij niet dadelijk den gevangenen 
liet afnemen. Zij beweerden ook , dat de daad 
van den Spaanschen bevelhebber, niet anders, 
dan eere kr'gslist was, die iedere natie vrij 

stond, 



76 KORTE BESCHRIJVING 

stond, tegen een volk, waarmede zij in oor- 
log is. 

Zij haalden eindelijk door hunne redenen den 
Bassa over , om Gascon te laren afnemen ; waarop 
men hem, in het koninklijk slavenhuis bragt, 
alwaar hij zorgvuldig, door eenige Christen ge- 
neesmeesters opgepast , en bestendig door aller- 
lei soort van menschen bezocht werd. Het 
was evenwelzijn lot niet, om er zoo wel af te 
komen, want er ontstond weldra een groot gemor 
onder het volk, over de toegevendheid van den 
stedehouder; waarbij nog kwam, dat sommige 
Mooren, die voorgaven uit Spanje te komen, 
-verzekerden, dat in dit Jand , het denkbeeld 
heerschte , dat de Algerijnen gascon geen leed 
durfden aandoen , omdat zij bevreesd waren , dat 
de Spanjaarden hen daarvoor straffen zouden. 
De ligtgeloovige Bassa werd zoo woedend op 
dit hoonend verhaal, dat hij den ongelukkigen 
Valenciër van de stads wal liet werpen, in 
ijzeren haken, waardoor hïj zoo zwaar gewond 
werd , dat hij oogenblikk lijk stierf. — Dit on- 
gelukkig uiteinde gaf hem eene plaats onder de 
Spaansche martelaars. 



In 1601 ondernamen de Spanjaarden eenen 
nieuwen aanval op de stad Algiers , maar wer- 
den, door tegenwinden, teruggedreven, zonder 

ech- 



VAN BARBARIJÊ. 77 

echter aanmerkelijke schaden te 1'ticten. Deze 
natie werd ook , het meest van allen , door de 
zeeroovers benadeeld. De reden hiervan was , 
dat velen der Mooren, die uit Spanje vera 
ven , en naar de kusten van Barbariji gevlugt 
waren , deel hadden in deze kaperijen , die zij , 
als het eenige middel- van weervvraak beschouw 
den , tegei» een volk , dat hen verjaagd had. 
Hierdoor werd de vloot der Barbaren, in 1616, 
tot op veertig zeilen vermeerderd; achttien van 
dewelke Malaga blokkeerden , terwijl de overige , 
jn den Atlantischen-Oceaan, alle schepen, die 
zij ontmoetteden, van welke natie ook, aanvie- 
len, zelfs die der Fran?chen en Engelschen , 
met wie zij, zoogenaamd, in vrede waren. De 
Spanjaarden en Portugezen verzochten dan ook 
de hulp der laatstgenoemden, en sielden voor, 
om de vijanden gezamenlijk te bestrijden; maar, 
hiervan kwam niets. 

De Frangchen , intusschen , zonder naar ande- 
ren te wachten, vielen met eene sterke vloot, 
onder bevel van bkaulieu, de Algerijnen, in 
1617, aan, versloegen hen, r.amen twee hunner 
schepen , en boorden het admiraalsschip in den 
grond. 

Het leed evenwel niet lang, of de roovers 
hadden zich van dit verlies hersteld , en ver- 
volgden hun stroopen met den meesten ijver, 
eri de grootste werk: aamheid, zonder kmand 

te 



7 Ö KORTE BESCHRIJVING 

te ontzien. Dit gaf aanleiding dat ook de En- 
gelschen , eindelijk , het besluit namen , om eenen 
aanval op het roofnest te wagen. Zij. zonden 
daartoe eenige schepen, onder bevel van Sir 
robert mansell; doch deze krijgstogt was 
bijna zonder gevolg , en deed niets af, dan de 
Barbaren meer en meer verbitteren , en hun groo- 
te denkbeelden van hunne magt geven. 

In 1623 dreven de zeeschuimers hun plunde* 
ren en rooven zoo ver, dat het Turksch gou- 
vernement het voor noodig hield, er zich mede 
te bemoeijen, hoewel vele hovelingen, te Kon- 
stantinopcl) een zeker aandeel van de winst der" 
prijzen hadden. De Groote Heer vaardigde daar* 
op een bevel , tegen het wegnemen der vaartui- 
gen uit; dan de Algerijnen beantwoordden het- 
zelve, met te zeggen, dat zij het eenige bol- 
werk der Mahomedanen tegen de Christenen wa« 
ien, en dat , indien zij het bevel van den kei- 
zer moesten gehoorzamen, zij dan hunne sche- 
pen maar konden verkoopen, en allen kameeldrij- 
vers worden. 

In 1635 leden de Franschen , vooral, onnoe- 
melijke schaden, door het wegnemen van rijk- 
geladene schepen. Dit gaf aanleiding, dat vier 
Fransche jongelingen , broeders , uit eene voor- 
name familie afstammende , met elkander midde- 
len beraamden , om ook het hunne , tot het te- 
gengaan der rooverijen, aan te wenden. Zij 

rust- 



VAN BARBARIJE. j& 

rnstteden te zamen een fregat uit van tien stuk- 
ken en dertig zeelieden, hetwelk zij verder met 
honderd vrijwilligers bemanden, allen jonge lie- 
den van even zulk eene verhitte verbeelding en 
opgeblazenheid. Hunne eerste heldendaad was 
het nemen van eenen Algerijnschen kustvaarder, 
met wijn beladen, waardoor zij zoo ingenomen 
waren, dat zij het onbedachtelijk waagden twee 
vijandelijke vaartuigen, het eene van twintig, en 
het andere van vier en twintig stukken, aan te 
vallen. Hoewel de Barbaren een allerhevigst en 
verwoestend vuur aanrigtteden , stonden zij dit 
standvastig door, terwijl zij met hunne stukken, 
hetzelve, zoo druk mogelijk, beantwoordden. 
Dit gevecht had evenwel nog niet lang geduurd, 
of er kwamen nog meer vijandelijke schepen 
opdagen, waardoor de Franschen genoodzaakt 
werden , zich over te geven. Zij werden allen in 
slavernij gevoerd, en zeer mishandeld, tot dat 
zij, vijf jaren daarna, door groote sommen, 
vrijgekocht werden. 

In 1652 werd de Fransche vloot, door cencn 
storm , voor Algiers gedreven. De admiraal , 
toen toch daar zijnde, besloot, om van de ge- 
legenheid gebruik temaken, en da loslating van 
alle Fransche slaven te eischen. üit geweigerd 
zijnde, maikte hij zicli oogcnblikkcliik meeseer 
sm den Turkschen onderkoning en deszelfs kadi % 
alsmede van hunnen geheelen stoet, en voerde 

al- 



%o KORTE BESCHRIJVING 

allen weg. Dit verbitterde de Algerijnen zoo- 
danig, dat zij oogenblikkelijk de Bastion de 
France, een fort aan Frankrijk toebehoorende , 
belegerden en innamen, waarbij zij zes honderd 
gevangenen maakten. 

Daarna deden die van Algiers , eene landing, 
in de provincie Puglia , of Apuliê , in het ko- 
ningrijk Napels^ waar zij de grootste buitenspo- 
righeden en verwoestingen aanrigtteden , en een 
aantal ongelukkige gevangenen wegvoerden. 

De Venetianen , bevreesd gemaakt, door hun- 
ne herhaalde aanvallen , rustteden ook eene vloot 
tegen hen uit , onder bevel van hunnen admi- 
raal capello, die last had, om elk roovers- 
vaartuig , waar hij het ouk vond , te nemen , of 
te vernielen. Weldra ontmoette hij de Alge- 
rijnsche vloot, die hij met groot verlies ver- 
sloeg. Maar de Venetianen, voor het misnoe- 
gd i des Turkschen keizers vreezende , zonden 
order aan hunnen opperbevelhebber, om zijne 
overwinningen , die naderhand van het grootste 
aanbelang hadden kunnen worden, te staken. 

In 1655 zeilde de dappere Engelsche admi- 
raal blake, met eene vloot naar Algiers , nood- 
zaakte den Dcy om zijne verbinitenissen met 
Engeland te vernieuwen, en, om in het ver- 
volg, van alle geweldenarijen tegen de Engel- 
sche schepen , af te zien. 

Dit verrigt hebbende , zeilde hij naar Tunis , 

al- 



VAN BARBARIJE. 81 

alwaar hij , onder bedreiging van eenen aanval , 
dezelfde eisenen deed; maar het opperhoofd de- 
zer republiek antwoordde hem, dat hij alleen te 
zien had naar de kasteelen Porto Farina, en 
Gouletta (*;, en zijn best maar moest doen. 
Op deze soort van uitdaging naderde blaks da- 
delijk met zijne schepen, begon den aanval, en 
vernielde deze beide sterkten bijna geheel. Hij 
zond daarbij een aantal matrozen, met hunne 
booten, de haven in , om al de schepen, welke 
zij daar vonden, te verbranden, hetwelk zij, 
in korten tijd, ten uitvoer bragïen. De Eivel- 
schen hadden, van hunnen kant, maar weinig 
verlies geleden. 

De volgende expeditie der Engelschen , tegen 
de Algerijnen, onder bevel van den admiraal 
MANSEL, die plan had om hunne hoofdstad 
en zeemagt beiden te vernielen , liep op niets 
uit. Van dien tijd af aan hebben deze roovers 
de Engelschen op allerhande wijzen benadeeld, 
waar zij maar konden, hetwelk geduurd heeft, 
tot op het laatste der. regering van karel den 
tweeden, die een nieuw verdrag met hen sloot, 

se- 



(*) Die zijn twee kasteelen, die de haven verdedi- 
gen; zie verder de beschrijving van Tunk. — De Tu- 
nisianen verbeeldden zien toenmaals in staat te zijn., de 
Engelschen met deze versterkingen te keeren. 

F 



Si KORTE BESCHRIJVING 

sedert welken tijd de Britten, bijna bestendig, met 
hen in vrede geweest zijn. 

De menigvuldige beleedigingen , en de groote 
schaden , die de Algerijnen en Tripolitanen den 
Franschen toebragten, deden ook eindelijk lo- 
dbwijk. XIV, in 1682, het besluit nemen, om 
hunne vermetelheid geducht te straffen , en hen 
te noodzaken de zeevaart vrij te laten , ten ein- 
de den handel , die door deze geweldenarijen be- 
gon te kwijnen , weer op te beuren en aan te 
moedigen. De stoutmoedige landingen , die zij in 
Provence en Languedoc gedaan hadden, waren 
wel vooral oorzaak van de verbittering der Fran- 
schen, die eene aanmerkelijke vloot uitrustte- 
den, waarover de Marquis du qüesne, wiens 
naam reeds bij al de zecroovers gevreesd was, 
het bevel kreeg. 

De Fransche Admiraal begon, zoodra hij in 
zee was , op verscheidene Tripolitaansche gai- 
leijen jagt te maken; doch deze hadden het ge- 
luk hem ie ontroeijen , en na-men hunne schuil- 
plaats in het eiland Scio , dat aan de Turken 
behoort. — Dit evenwel , beveiligde hen niet; 
de Franschen vielen hen in de haven van dat' 
eiland aan, en vernielden veertien hunner sche- 
pen. — 

du quesne was, in het eerst, alleen voor- 
nemens de ■ Algerijnen vrees aan te jagen, maar 
niet, tot eene algemeene vredebreuk te komen x 

dan, 



VAN BAPvBARIjE. #j 

ïkn, toen hij zag, dat zij hunne aanvallen op 
de Fransche kusren niet nalieten, zeilde hij, iii 
het begin van Augustus des volgenden jaars , 
naar hunne hoofdstad, welke hij zoodanig be- 
schoot, dat zij, in korten tijd, in volle vlam 
stond. De groote moskee was geheel plat ge- 
schoten, en een groot aantal huizen waren in eenen 
puinhoop veranderd, zoo dat de inwoners op 
het punt stonden van de stad te verlaten, en 
landwaarts in te vlugten. Dan , eensklaps liep 
de wind om, en werd hoe langer hoe heviger, 
hetgeen den admiraal verpligtte de baai te ver- 
laten, en naar Toulón terug te keeren. 

Toen de Franschen vertrokken waren , riep 
de Dey den Divan te zamen, en beval, dada* 
lijk , al de galleijen en schepen , die men maar 
bijeen kon brengen , gereed te maken , en met 
dezelve, in weerwil van het stormachtig weer, 
naar de kusten van Proyence te zeilen, om daar 
te landen, en wccrwraak te gebruiken. Hier' 
aangekomen , rigtteden de ontinenschte röovers' 
de grootste verwoestingen aan, verbrandden eri 
vernielden alles, wat zij konnen, doodden eend 
menigte ongelukkigen , die hun iii handen vielen a 
en voerden een nog grooter aantal gevaukdijk 
weg. 

Zoodra deze verregaande wreedheden aan het 
Fransche hof bekend geworden waren, liet de 
koning, in 1683, op nieuw eene vloot uitrusten, 

F 2 ia 



S4 KORTE BESCHRIJVING 

in de havens van Touhn en Marseilk. De Al- 
gerijnen dit vernomen hebbende , begonnen dade- 
lijk de wallen hunner stad te herstellen , en lie- 
ten de Moetje , en de haven , in den besten 
staat van verdediging brengen. Dan, eene nieu- 
we uitvinding in Frankrijk , om steden te ver- 
woesten , maakte al hunne voorzorgen vruchte- 
loos; ik meen die, der bombardeergaljooten , door 
eenen jongen Franschuian, bekend onder den 
naam van petit renaud , eigenlijk bernard re- 
naud geheeten, die, zonder ooit op zee ge- 
diend te hebben , alleen door zijn groot genie , 
deze soort van vaartuigen, geschikt om mortie- 
ren te voeren, uitdacht. Zijne bekwaamheden 
en verdiensten in de scheepsbouwkunst waren, 
reeds lang, bij den grooten colbert bekend, 
en, ingevolge zijne opgave, had men, al sedert 
eenigen tijd, eene gemakkelijkere en meer gere- 
gelde bouwwijze op de sclieepstimmerwervcn 
ingevoerd. Toen hij , evenwel, zijne uitvinding, 
aan de leden van den zeeraad bekend maakte , 
werd het plan voor eene heisenschim, en de 
uitvoering daarvan voor eene onmogelijkheid ge- 
houden , daar men zich verzekerd hield, dat de 
mortieren niet, dan op dun vasten wal, gebruikt 
konden worden. De Koning, daarentegen, na 
hein eenige malen zijne vinding hebbende hoo- 
ren bepleiten, gaf hem verlof om er de proef 
van te nemen. 

RE- 



VAN BARBARIJE. S5 

renaud liet dadelijk vijf bombardeergaljooten 
bouwen , begaf zich met dezelve naar de overige 
schepen , die de vloot uitmaakten , en zeilde , 
onder de bevelen van den ouden du quesne , naar 
Algiers , waar zij nog versterkt werden door 
eenige schepen, onder den marquis d'affran- 
ville, on wier aankomst er een zeekrijgsraad 
belegd werd , waarin men besloot, de stad 
den volgenden dag te bombarderen. Den 16 Junij 
1683, bij het 'aanbreken van den morgen, be- 
gon deze verschrikkelijke en allesverwoestende 
aanval, du quesne, en al de vlotelingen, ston- 
den verbaasd over den uitslag, die de uitvin- 
ding der galjooten bekroonde. Het paleis van 
é&n Dcy, en bijna alle voorname gebouwen, 
werden vernield, de batterijen verwoe.t, en de 
schepen i.i de haven m den grond g' ooord. (*) 

Eeni- 

(*) bossueï roerat deze belangrijke gebeurtenis, in 
zijne lijkrede op maria theresia , op dezen edelen 
en verheven toon, die hem zoo geheel kenschetst: 
„Avant lui (louis XIV), la France, prejque sans 
„ vaisseaux , tenoit envain aux deux raers. Mainte- 
„ nant on les voit couvertes depuis Ie levant jus- 
,, qu'au couchant de nos flotecs victoricuses, et la 
„ hardiesse francaise porte partout la terreur avec Ie 
„ nom de lüuis. Tu cèderas 011 tu toraberas sous 
„ ce vahiqueur, Alger, riehe des dvpouilles de la 

F 3 „ chré- 



$6 KORTE BESCHRIJVING 

Eenige geschiedschrijvers verhalen, dat dit 
bombardement, de Algerijnen, in den beginne, 
zoo woedend maakte , dat zij een aantal Fran- 
sche sla n voor de tromp van het geschut 
bonden, en hunne verbrijzelde leden naar de 
vloot toeschoten. 

De iieer dh chojseul, toen ook in slavernij 
zijnde, stond op het punt, van hetzelfde lot te 
ondergaan, doch werd gered, door de edelmoe- 
dige dankbaarheid van ecnen Algerijn, die, hem, 

op 



a , chrctienté. Tu disois en ton coeur avare : Je tiens 

„ la mer sous mes lois , et les nations sont ma proie. 

La légèreté de tes vaisseaux te donnait de la con- 

, fiance ; mais tu te verras attaquée dans tes murail- 



„ pattage son bntin a ses petits. Tu rends déja tes 
esclaves. louis & brisé les fers dont tu accnblas 



s 

„ les , comme un oiscau ravissant qu'oti iroit cher- 
„ cher parmi ses rochers , et dans son nid, oü il 

3» 

3 , ses sujets , qui sont nés pour être libres sous son 
„ gloneux empire. Tes maisons ne sont plus qu'un 
,, amas de pierres. Dans ta brutale fureur, tu te 
„ tournes contre toi-même , et tu ne sais comment 
s> assouvir ta rage ïmpuissante; inais nous verrons la 
„ fin de tes brigandages ; les pilotes étonnés s'écrient 
>, déja par avance: Qui est semblable a Tyf , et ton- 
, iefois elk s'est tue dam Ie milieu de Ir, mer, et la 
navigation va étre assnrée yar !es arm. s de louis," — 






VAN BARBARIJE, S 7 

op liet eerste gezigt, herkende, voor zijnen wel- 
doener, die hem, eenige jaren geleden, op eene 
geheel belanglooze wijze gered , en beschermd 
had , toen hij , door een Fransen schip , waarop 
de choiseul zich bevond, genomen werd. 

De Turk smeekte dadelijk om genade voor zij- 
nen verlosser; dan, dit niet kunnende erlangen, 
wierp hij zich aan zijnen hals , voor het ge- 
schut, en klemde hem in zijne armen, uitroe- 
pende : ,, Indien ik hem niet redden kan , zal 
,, ik, ten minste, den troost hebben, van met 
„ hem te sterven," De Dey , hierbij tegenwoor- 
dig, was er door getroffen , en schonk den on- 
gelukkigen het leven. 

De schrikkelijke verwoesting, welke dit bom- 
bardement aanrigtte, deed hassan, den toen- 
maligen Bty , zoo als ook den Basta, en de 
geheele Turksche militie , besluiten , ernstige 
aanzoeken tot vrede te doen. du quesne be- 
dong j voor en aleer hij tot eene onderhandeling 
wilde komen , de loslating van alle Christen sla- 
ven, die , onder de Fransche vlag genomen wa- 
ren , hetgeen gereedelijk werd toegestaan. Hon- 
derd twee en veer lig werden er den volgenden 
dag reeds uitgeleverd, met belofte, om de ove- 
rige, die in de verschillende binnendeelen des 
lands verspreid waren, zoo spoedig mogelijk, te 
zenden. Zoodra aan deze belofte voldaan was, 
toonde de admiraal zich genegen om met hen 

F 4 cea 



88 KORTE BESCHRIJVING 

■een verdrag te maken, in hetwelk hij, onder 
anderen, de teruggave eischte van alle goederen, 
die zn den Franschen, met het nemen hunner 
schepen , ontroofd badden ; als mede , dat de 
befaamde mezomouto, hun admiraal, en hali- 
rais, een der kapiteins, hem, als gijzelaars, 
zouden uitgeleverd worden. 

Dit laatste, vooral, bragt den Dey , die het 
aan den Divcui voorstelde , in de grootste ver- 
legenheid, mezomorto, die zelf in de verga- 
dering tegenwoordig was , geraakte , op het hoo- 
ien van het voorstel, in eene hevige diift, 
en riep overluid, dat de bloohartigheid, derge- 
nen , die in het bewind waren , den val van 
Algiers veroorzaakten; en dat hij, wat hem be- 
trof, niet zou dulden, d.tt er het geringste, van 
alles wat den Christenen ontnomen was, zou 
wedergegeven worden. 

Hierop verliet hij de vergadering , en begaf 
zich, regelregt, naarde Janitsaren , die hij met 
het voorgevallene bekend maakte , en zoodanig 
tegen den Dey opzette en verbitterde, dat zij, 
eenparig, het besluit namen, om hem 's nachts 
te vermoorden; hetwelk ook ten uitvoer gebragt 
werd. 

Den volgenden dag werd mezomorto tot Dey 
uitgeroepen, waarop hjj dadelijk al de vredes- 
artikelen-, die met de Franschen gemaakt waren, 
vernietigde, en de U--xdv7ag op de wallen liet 

plaat. 



VAN BARBARIJE: 89 

plaatsen. De vijandelijkheden werden toen, met 
nog grooter woede , dan te voren , aan weers- 
zijden vernieuwd, en de Franschen wierpen zoo 
vele bommen in de stad , dat in drie dagen , 
alles , wat na den voorgaanden aanval, nog ge- 
heel , of ten deele , was staande gebleven , in 
de asch gelegd , of in puin veranderd werd ; 
de aanhoudende brand was zoo hevig, dat de 
zee wel op eene mijl afstands er door verlicht 
werd. 

iuezomorto bleef, bij al deze schrikkelijke 
rampen en verwoestingen, ongevoelig; het ge- 
zigt van zco vele gesneuvelden, wier bloed, als 
beken, langs de straat vloeide, in plaats van 
zijn hart te vermurwen, vermeerderde veeleer, 
zijne ontembare woede en wraakzucht. Door 
deze vervoerd, liet hij de nog in de stad over- 
geblevene Franschen , waaronder hunnen konsul , 
op de moorddadigste wijze van het leven be- 
rooven. Deze ongehoorde onmenscheiiikheid, 
verbitterde du quesne zoodanig, dat hij niet 
afliet, voor dat ook de geheele scheepsmagt , bene- 
vens alle batterijen en versterkingen, zonder on- 
derscheid, geheel verwoest waren. Het geheel 
beneden gedeelte der stad, en wel twee derde 
van het oppergedeclte, was vernield» 

Naauwelijks waren de Franschen uit de baai 
van Algiers vertrokken, of de Barbaren begon- 
nen ernstig aan middelen te denken , om eenen yre- 

F 5 de 



96 KORTE BESCHRIJVING 

rtè met deze natie te verkrijgen* mezomorto, 

^nwel, was er geheel tegen; maar, vreezende, 
. it hem het lot van zijnen voorganger nog te 
keurt zou vallen, verdween hij op eens. De 
* -;an besloot daarop een gezantscha naar Pa- 
ri, s te zenden, ten einde vergiffenis te- vragen, 
vooral voor den moord des konsuls , welken zij 
allen afkeurden; bewerende dat het gemeen er 
de oorzaak van was. 

haoi cïiaffer aoa EFFENDi werd met de zen- 
ding belast, en kweet zich uitnemend van de- 
zelve , zoo als uit de volgende aanspraak , die 
lij tot den koning hield, blijkt, 

„Allerhoogste, alleruitnemendste, allesmagti- 
sy ge, grootmoedige en onoverwinnelijke lode- 
5 , wijk XIV, keizer van de Franschen, die God ' 
„ beschermt en gelukkig maakt." 

„ Ik werp mij aan de voeten van uwen ver- 
„ hevenen keizerlijken troon, als de bode van 
„ de vreugde, die onze Republiek, en de Dey .. 
3 , mijn meester, gevoelen, over den vrede, wel- 
3 , ken uw admiraal met ons gesloten heeft; en 
„ van het ongeduldig verlangen , dat uwe ver- 
„ hevene majesteit er haar bekrachtigend zegel 
„ aan zal hechten. De "raagt uwer overwinnen- 
„ de wapenen, en de sterkte van uw zwaard, 
„ hebben ons doen gevoelen, hoe groot een 
„ misslag baba-hassan begaan heeft , toen hij 
j, tegen uwe onderdanen den oorlog verklaarde. 

Tfc 

5 5 Ia. 



VAN BARBARIJE. $i 

,, Jk ben gezonden, om u daarvoor vergiffenis 
„ te smeeken , en u , in alle opregtheid , te 
„ verzekeren, dat ons gedrag, voortaan, zoo 
,, zal zijn, dat wij de vriendschap verdienen 
„ van den grootsten monarch , en van de dis- 
„ cipelen van Jezus, als de eenigste, die wij 
„ moeten vreezen." 

,, Het wreed geweld , aan den persoon uws 
5, konsuls gepleegd, zou een onoverkomelijke 
„ hinderpaal voor den vrede zijn, indien gij 
9, niet, door uw verstand , dat alles doordringt, 
5 , gelijk de zon, duidelijk bevattet , hoe ver een 
9 , woedend en ontembaar gemeen, deszelfs wraak 
„ drijft, en nu vooral gedreven heeft, in het 
., midden van eene tallooze menigte hunner me- 
,, deburgers, die door uwe bommen zijn ver- 
,, pletterd geworden , en onder welke menigte 
5, zij hunne bloedverwanten : ouders en kinderen 
s , ontdekten." 

,, Maar, wat ook hunne drijfveren waren, wij 
,, willen dit geweld noch verschoonen , noch 
,, bewimpelen. Ik kom u smeeken, uwe gehei- 
„ ligde oogen , voor altijd , af te wenden , van 
,. eene daad, die door alle goede menschen , 
„ onder ons , verfoeid wordt , en vooral , door 
,, diegenen, welke de regering in handen heb- 
,, ben, en die er dus niet mede kunnen be- 
,, schuldigd worden." 

„ Wij hopen, magtige keizer, groot, als 

,, GUM- 



9 z KORTE BESCHRIJVING 

„ gemsehid, vermogend als k.r*aour, verheven 
„ als soliman, en grootmoedig als akemptas, 
3 , dat uwe langmoedigheid onze ernstige gebe- 
5 , den niet zal verwerpen. Het groot gevoelen , 
„ dat wij van uwe onvergelijkelijke edelmoedigheid 
„ hebben, is ons eene soort van waarborg, 
„ dat gij al onze broederen, die uwe ketenen 
„ dragen, in vrijheid zult stellen, zoo als wij 
„ uwe onderdanen gedaan hebben; opdat de 
„ vreugde over dezen vrede algemeen moge 
worden ; en dal daardoor een grooter getal 



99 



„ monden zich openen, om uwen lof te verkon- 
„ digen. Opdat uwe onderdanen , wanneer zij 
„ hier teruggekeerd zijn, zien dankbaar aan uvve 
,, voeten werpen, terwijl de onze uwen roem 
35 verspreiden door de uitgestrekte landen van 
,, Afrika^ en hunnen kinderen eerbied inboeze- 
, men voor uwe verhevene deugden, en eene 

9' 

p, betamelijke hoogachting voor de Frausche 

„ natie." 

,, Dit zal een gelukkige grondslag tot eenen 
55 eeuwigen vrede Zijn , welken wij , van onzen 
„ kant, stipt en getrouwelijk beloven te hou- 
„ den, in al deszelfs artikelen, niet twijfelende, 
„ of ook uwe onderdanen, van welke uw gezag 
„ eene onbepaalde gehoorzaamheid vordert , zul- 
„ len hetzelfde doen. 

„ Moge de almagtige en genadige Schepper 
99 zijnen zegen over dezen vrede geven, en eene 

„ bc- 



X 



Van barbarijë. 93 

,, bestendige eensgezindheid schenken, tusschen. 
„ den grootmoedigea keizer der Frauschen, en 
„ den doorluchtigen en verheven Bassa, den 
3, Dey , den Divan , en het zegevierend leger 
„ der Algerijnsche republiek." 

Het gevolg dezer onderwerping was, het be- 
krachtigen van den vrede te Parijs , in den loop 
van het volgende jaar. 

Hoe veel ook de stad dlsiers door deze 
schrikkelijke en verwoestende aanvallen geleden 
had, zoo herstelde zi$ aich, in korten tijd, en 
wel voornamelijk door de medehulp van het 
Turkscbe hof, dat hun allerlei onderstand zond. 
De Groote Heer berekende de voordeden, die 
deze zeeschuimers, hem konden doQn , in ge- 
val hij met andere Christen vorsten in onmin 
mogt geraken; ook wilde hij door deze gunst, 
de Algerijnen, op nieuw, tot onderwerpingen 
gehoorzaamheid brengen. Het leed dus niet lang, 
of alle verliezen die de Barbarèh ondervonden 
hadden, waren weer goed gemaakt, de stad 
herbouwd, en de wallen in vorjgen staat ge- 
bragt. Maar naauwelijks gevoelde de Dcy , dat 
hij zijne krachten terug gekregen had, of hij 
begon op nieuw de Porte alle ondergeschiktheid 
«te weigeren, en, zoo als te voren, willekeu- 
rig te handelen. 

Het zeerooven dan , waaraan de Franschen 
dachten een einde gemaakt te hebbeu , begon , 

kort 



$4 KORTE BESCHRIJVING 

kort daarop, in weerwil van de plegtïge trak- 
taten, op nieuw, zoodat deze natie andermaal 
verpligt was eene vloot tegen de trouwelooze 
Algerijnen uit te rusten. Het bevel over de- 
zelve, werd aan den maarschalk d'estrées op- 
gedragen, en het befaamde rooFnest moest, irt 
i6h8 , een derde bombardement, dat niet minder 
hevig was, dan de beide voorgaande, uitstaan. 
Na den afloop hiervan , kwam meu weer in on- 
derhandeling , en het vredestraktaat werd ver- 
nieuwd. 



In 1662, onder de regering van karel eten 
tweeden, maakten de Engelschen twee vredes- 
traktaten met de Algerijnen 5 dan, deze werden, 
weldra, op de schandelijkste wijze door de roo- 
vers verbroken, en de Britten leden onnoeme- 
lijke schaden; in weinige jaren werden bij de 
vier honderd hunner schepen genomen. Dit duurde 
tot 1682, wanneer de beide traktaten vernieuwd 
werden, waarna de Engelschen eenen meer be- 
stendigen vrede met hen genoten hebben. De 
genoemde vredesverdragen waren van den vol- 
genden inhoud: 



Trak- 



VAN BARBARIJE, $ s . 

Traktaat van "trede en vriendschap\ 
tusschen ka rel //, koning van En- 
geland, en den Bassa en Divan vaa 
Algiers, in 1662 ♦ 

Art. i* 

Indien een of ander Engelsen schip in de 
nabijheid der stad Algiers mogt stranden , zai 
het wrak, of de overblijfsels van het vaartuig, 
aan de stad behooren ; maar de personen en 
goederen, of al wat er van de lading mogt ge- 
red worden , zal de bezitting des eigenaars blijven* 

Art. a. 

Indien er eenig verschil of twist tusschen 
eenen Engelschman en eenen Turk mogt ont- 
staan , zal de Divan eene regtvaardige uitspraak 
doen, opdat aan hem, die gelijk heeft, regt 
weervare; — of, men zal pogingen doen, om 
de zaak tusschen de partijen bij te leggen. 

Art 3. 

Indien er verschil mogt ontstaan tusschen dê 
Engelschen zelven, herzij in civile zaken, of 
wegens opstand en moord, zal de konsul alleen 
uitspraak doen. 

Art. 



95 KORTE BESCHRIJVING 

Art* 4. 

Wanneer een Engelschman aan eenen Turk 
geld schuldig is, zal niet de. konsul, maar de 
Kadi regter zijn. 

Art. 5. 

Wanneer eene der partijen klagten mogt in- 
brengen, wegens schermutselingen of aanrandin- 
gen op zee , of te land , zal hieruit geen vre- 
debreuk volgen, maar de eene partij, zal aan de 
andere , hiervan , door brieven kennis geven ; en 
indien men bij nader onderzoek, den schuldigen 
of aanrander ontdekt heeft, zal deze daarvoor 
strengelijk gestraft worden; ja, in gevallen van 
aanbelang, zelfs met den dood. 

Art. 6. 

Wanneer een Engelsch schip mondbehoeften 
of iets anders , mogt noodig hebben , zal de ka- 
pitein, wanneer hij die te Algiers koopt en be- 
taalt, daarvoor geene buitengewone belastingen 
betalen. 

Art. 7. 

Wanneer een Algerijnsch schip, op openbaar 

ge- 



VAN BARBARJJE. 9? 

gezag, op vijandelijke schepen kruist, en een 
Engelsch vaartuig ontmoet, zal de kaper, met de 
groote boot, twee of drie man, aan boord 
zenden , om van den kapitein te vernemen , 
of hij ook Spanjaarden, Portugezen of Genue- 
zen, of goederen aan deze natiën behoorende , 
bij zich heefc ; en , indien de kapitein dit , be- 
vesrigender wijs , beantwoordt , zal hij , zulke per» 
sonen of goederen, aan den kaper overgeven, 
mits , dat deze de vracht betaalt. Maar het zal 
den kaper niet vrij staan den schipper, of zijn 
volk , tot bekentenis te noodzaken , door be- 
dreigingen, slagen of mishandelingen* 

Art, 8* 

Wanneer, de Engelschc kooplieden met hunne 
schepen aankomen , en hunne goederen op het 
vaste land te koop aanbieden , zullen zij tien ten 
honderd betalen van die , welke zij verkoopen * 
maar zij zullen niets betalen, van die, welke 
zij niet naar genoegen verkoopen kunnen. 



($ 7Vs*« 



9* KORTE BESCHRIJVING 

Tweede Vr edestraktaat tusschm de En- 
gelschen en Algerijnen , gesloten den 
3 Mei 1662. 

Art. 1. 

Van nu af aan , zal er een goede en besten- 
dige vrede, tusschen den koning van Engeland , 
en den Bassaon Divan van Algiers, plaatshebben. 
De onderdanen , van weerszijden , zullen elkander 
niet beleedigen , noch benadeelen , maar elkander, 
met alle mogelijke achting en vriendschap be- 
handelen. Al de schepen, aan de Engelschen 
bëhoorende , zullende vrijelijk in de haven van 
Algiers komen, en in dezelve, onbelemmerd, 
handel mogen drijven, zoo als te voren, beta- 
lende inkomende regten van hunne goederen, te- 
gen tien perCent. Niemand der onderdanen van 
den Dey 9 zal iets doen of zeggen, dat tot scha- 
de der Engelschen zou kunnen strekken. 

Art. 2. 

Alle schepen , bëhoorende aan Zijne Brittanni- 
sche Majesteit, of derzelver onderdanen, en ook 
die der Algerijnen, mogen vrij, in alle zeeën, va- 
ren, en handel drijven, zonder onderzoek, hin- 



der of aanranding. 



Art. 



VAN BARBARIJE. 99 

Art. 3. 

Al de onderdanen van den koning van Groot- 
Brittanje, die nu in slavernij zijn, te Algiers , 
of in andere plaatsen , tot het Algerijnsche rijk 
behoorende, zuilen hunne vrijheid bekomen, te- 
gen betaling van den prijs , waarvoor zij net eerst 
op de markt verkocht zijn; en in het vervolg 
zullen geene Engelschen meer tot slaven ver- 
kocht worden. * 

Art. 4. 

Indien die van Tunis , Tripoli of Marokko 
schepen , menseben , of waren, den Britten behoo- 
rende , te Algiers , of in andere plaatsen van dien 
Staat, te koop veilen, zullen de gouverneurs, 
aan alle oorden, dit beletten en tegengaan. 

Art. 5. 

Wanneer een koopman , of ander onderdaan van 
Groot-Brittanje , te Algiers , of op eene andere 
plaats, daartoe behoorende, komt te overlijden, 
zal noch de Bassa, noch de Aga , noch andere mi- 
nisters of beambten , zich ,zïjn geld of goed mogen 
toeëigenen , maar alles zal in handen van den 
Engelschen konsul blijven. 

* * 

G a Art% 



ioo KOUTE BESCHRIJVING 

Art. 6, 

Het zal den Engelschen, en hunnen konsul, 
te Algiers i veroorloofd zijn , eene plaats te heb- 
ben , om hunnen Godsdienst uit te oefenen , en 
niemand zal hen hierin mogen verhinderen. 

Art. 7. 

Indien een der onderdanen van Zijne Brittan- 
nische Majesteit een' Turk of Moor mishandelt 
of slaat, zal hij daarvoor, indien hij in handen 
valt, gestraft worden; maar indien hij ontsnapt, 
zal, noch de Engelsche konsul, noch iemand 
anders van Zijne Majesteits onderdanen, daarvoor 
benadeeld worden, of moeten boeten. 

Art. 8. 

Indien een Engelsch oorlogschip in Algiers , 
of in eene andere haven van dat rijk, bin- 
nenloopt, met eeoen prijs, zal dezelve daar 
mogen verkocht worden, en de scheepskapitein 
zal er, naar welgevallen, over mogen beschik- 
ken , zonder dat iemand hem , daarin , zal mo* 
gen hinderen, of eenige belasting afvorderen. 
En, indien zulk een schip het een of ander 
noodig heeft, zal het zulks, tegen de gewone 
m.arkt , mogen koopen. 

Art. 



VAN BARBARIJE. xoi 

Art. 9. 

Indien eenig Engelsch koopvaardyschip te Ah 
gïers, of in eene andere haven van dat rijk, 
aankomt, zal het de gewone regten betalen, 
van de goederen, welke verkocht worden; maar 
die, welke onverkocht blijven, kunnen weer aan 
boord gebragt worden, zonder iets daar van te 
betalen. 

Art. 10. 

Wanneer een Engelsch schip op de kusten 
van Algiers strandt, zal men hetzelve niet mo- 
gen prijs verklaren; ook zal het scheepsvolk niet ' 
in slavernij mogen gebragt worden: — De Al- 
gerijnen zullen, integendeel, alles aanwenden, 
om de goederen en equipagie te redden. 

Art. 11. 

Noch de konsul, noch eenig ander Engelsch- 
man, zal verpligt zijn de schulden van iemand 
zijner natie te betalen, tenzij hij daarvoor borg 
gebleven ware. 

Art. 12. 

N tmand der onderdanen van Zijne Groot 

G 3 Bilt- 



ictó KORTE BESCHRIJVING 

Brittannische Majesteit, zal zich aan een ander 
vonnis , dan aan dat van den Divan , behoeven: 
te onderwerpen. 

Art. 13. 

Wanneer de Engelschen onderling verschil heb- 
ben, zullen zij alleen door den konsul geregt 
worden. 

Art. 14. 

Geen koopman , reiziger , of ander onderdaan , 
zal, in welke haven ook, beleedigd of benadeeld 
mogen worden. 

Deze traktaten werden , met weinige verande- 
ringen, van tijd tot tijd vernieuwd; zoo als in 
het tweede jaar der regering van jaccbus II, 
door den Heer william soam, op zijnen 
weg naar Konstantinopd , waarheen hij, als am- 
bassadeur, zich begaf. — Ook in het tweede 
jaar der regering van Koning willem, door 
thomas baker, en den toenmaligen Dey^ 
ciiaaban chojiah. — Men moet zich evenwel 
niet verbeelden dat de Rals, of kaperkapiteins, 
deze traktaten altijd stipt in acht namen; in te- 
gendeel begingen zij, bij herhaling, knevelarijen, 
en namen vaartuigen, onder allerlei voorwend- 
sels 



VAN BARBARÏJE. 103 

sels, weg, terwijl het niet gemakkelijk was, 
om telkens, van den Dcy en den Divan , die 
toch altijd belang bij het rooven hadden, scha- 
vergoeding en voldoening te erlangen. Het eenige 
middel, om hen ter neer te zetten, was dan , 
weerwraak te gebruiken, gelijk ook de Engel- 
schen deden, negen jaar, na de laatste vernieu- 
wing van het verbond , toen kapitein beach ze- 
ven Algerijnsche fregatten aanviel , waarvan hij 
er vijf op strand joeg, en verbrandde; hetgeen 
dadelijk , het herstel van den vrede , ten ge- 
volge had. De toenmalige Dcy mustapha , 
bleef , op den duur, den Engclschen zeer gene- 
gen, en vernieuwde het vredestraktaat weer in 
1703, met george BYiNG, naderhand Lord tor- 

RINGTON. 

Het was, evenwel, eerst na het innemen van 
Gibraltar en Port-Mahon , door Sir george 
rooke, dat Groot-Brittanjc hen op óqu duur 
kon noodzaken tot het getrouw nakomen van 
alle artikelen des vredestraktaats. 

In 1700 hadden de Algerijnen het geluk de 
stad Oran of yfursn, op de Spanjaarden, 
te hernemen. Deze verovering was voor hen 
van zoo veel belang , dat zij dtze plaats , dade- 
lijk, tot residentie verkozen voor den Bey van 
het westen, die, tot hiertoe, te Tremcscn, z*yn 
verblijf had gehouden. Zij begonnen ook de 
stad mee nieuwe vestingwerkea te voorzien en 

C a te 



to 4 KORTE BESCHRIJVING 

te versterken ; dan , niettegenstaande alle hunne 
voorzorgen , maakten de Spanjaarden er zich op 
nieuw meester van, in 1737, en hebben het 
behouden, in weerwil van de herhaalde pogin- 
gen des Deys, om er hen uit te verjagen. 

In 1727 verbraken de Algerijnen, op eene wil- 
lekeurige en onregtvaardige wijze , den vrede met 
Frankrijk, jaagden den Franschen konsul du- 
mont weg, en maakten een aantal geestelijken 
tot slaven. Doch , naauwelijks verschenen de 
Franschen, met eene vloot van zeven oorW- 
schepen, in de baai, om de stad te bombarde- 
ren , of de Dey toonde zich genegen om het 
vredestraktaat te vernieuwen, hetwelk dan ook 
dadelijk geschiedde. 

Ook de Noordsche mogendheden hebben, ge. 
lijk de andere Europesche natiën , den vrede 
met de Barbarijsche Staten , door aanzienlijke 
geschenken, moeten koopen. De Deenen, even- 
wel, leden in 1769 en 1770 onnoemelijke scha- 
den door de Algerijnen , die de traktaten wille- 
keurig verbraken, wanneer zij hunne kans ge- 
reed zagen om prijzen te maken, hetgeen de re- 
gering te Koppenhtigen deed besluiten , eene 
vloot, tegen hen, uit te rusten, en de roovers 
in hunne schuiihoeken op te sporen. Zij be- 
scheten Algiers bij herhaling in 1770 en 1772, 
doch zonder veel schade aan te rgten, waarna 
de vrede weei hersteld werc(. 

In 



r 



VAN BARBARIJE. 105 

In 1775 besloot de koningvan Spanje, wiens 
onderdanen op den duur veel verliezen leden, 
de roovers op eene voorbeeldige wijze te straf- 
fen , en maakte , daartoe , de grootste toebereid- 
selen, terwijl de Dey van Algiers, van zijnen 
kant, alle middelen van verdediging in gereed- 
heid bragt. 

De geheele magt, die de Spanjaarden uitge- 
rust hadden, vereenigde zich te Carthagena 9 
en was zamengesteld uit zeven linieschepen van 
74 stukken, acht oorlogschepen van 40 stuk- 
ken, twee en dertig fregatten van verschillende 
grootte , en twintig kleinere vaartuigen , bene- 
pens vier honderd transportschepen, en omtrent 
negentien duizend zeelieden. De landmagt, die 
men ingescheept had, bestond uit 22,000 man 
infanterie, en 4000 man kavalerie; viei honderd 
stuk geschut, en twee duizend man artillerie, 
met eene aanzienlijke hoeveelheid ammunitie; 
eene magt, die men, oppervlakkig beschouwd, 
in staat zou geloofd hebben, om geheel Afrika 
te overmeesteren. 

Deze vloot werd omtrent dertig dagen lang, 
door tegenwind 3 opgehouden , doch bereikte ein- 
delijk de baai , en vonden de Algerijnen , volko- 
men gereed, om hen af te wachten. 

De eerste aanval geschiedde op de forten, 
die, door hun hevig vuur, den Spanjaarden veel 
nadeel tuebragten. Hc:t gelukte hun den vol- 

G 5 gen- 



J 



ïotf KORTE BESCHRIJVING 



genden morgen , omtrent vier uren , met 
8,000 man te landen , en niet lang daarna volgde 
liet overige des legers. Men zag de omlig- 
gende hoogten bedekt met Mooren, die maar 
naar het oogenblik verlangden om aan te val- 
len , gedreven door den bitteren haat , dien dit 
volk voedt , tegen eene natie , welke hen verdreven 
heeft. De Spaansche bevelhebber had van zij- 
nen kant streng verboden , voorwaarts te ruk' 
ken, alvorens hij de troepen iu behoorlijke 
orde geschaard, en eene geregelde gemeenschap 
met de vloot geopend had. Dan, alle voorzor- 
gen waren te vergeefs: de Spanjaarden, van 
hunnen kant, niet minder woedend en verbit- 
terd, waren niet terug te bcnicfeo , en men werd, 
in korte oogenblikken , handgemeen. Dit ge- 
vecht , hoe wel verre van geregeld te zijn , was 
echter allerbloedigst, en hardnekkig van weers- 
zijden, en duurde dertien uren achtereen. Ein- 
delijk werden de Spanjaarden teruggedreven, 
en genoodzaakt, niettegenstaande hunne groote 
vermoeidheid, om, onder begunstiging van dea 
nacht, zich weer in te schepen. — Dus mislukte 
deze onderneming, door eene al te groote voor- 
barigheid der Spanjaarden , die wanorde veroor-, 
zaakte, en hieraan vooral hun groot verlies te 
danken hadden. Het kostte hun omtrent dui- 
zend dooden , twee duizend gewondden , en eene 
menigte krijgsgevangenen. Daarbij was- de ver- 
war» 



VAN BARBARIJE. tif 

tvafring en neerslagtigheid zoo groot, dat er 
niets meer uitgerigt werd, en men dadelijk naar 
de Spaansche kusten terugkeerde. 

Acht jaren daarna, te weten iri 1783? toen 
Spanje een einde zag aan den oorlog met En- 
geland, besloot het hof van Madrid eenen 
nieuwen aanslag op Algiers te wagen. Men liet 
evenwel nu het Jandingsleger achter, en men 
nam alleen voor, eene geduchte scheepsmagt, 
geschikt om een hevig bombardement aan te rig- 
ten , bij een te brengen. Het bevel over dezel- 
ve werd toevertrouwd aan Don antonio ear- 
celo, die den 2 Jullj des genoemden jaars, uit 
de haven van Carthagena , in zee stak. — Door 
tegenwind en slecht weer werd de vloot, niet- 
tegenstaande zij maar eenen korten overtogt te 
doen had, zeven en twintig dagen op zee terug 
gehouden. Deze omstandigheid was des te on- 
gunstiger, daar nu de geschiktste maand, tot 
de onderneming, verloopen was, en de vloot 
kwam niet voor den 29 Julij in de baai aan. 

Door de onstuimigheid der zee konnen de 
Spanjaarden, in de eerste drie dagen, niets uit. 
rigten; ook vonden zij de Algerijnen, in allen op- 
zigten, voorbereid, om hen af te wachten, en 
eenen krachtigen weerstand te bieden. — Op 
den eersten Augustus maakte de admiraal zich 
tot den aanval gereed: achttien bombardeergal- 
jooten , benevens dertien kanonneerbooten , maak- 
ten 



io5 KORTE BESCHRIJVING 

ten de voorhoede , of eerste linie , uit. Deze 
werd ondersteund door eene rei xebekken , bij- 
landers, en andere oorlogsvaartuigen, geschikt 
om de Middellandsche zee te bouwen; waarbij 
nog kwam een aantal sterk bemande enterboo- 
ten en branders, terwijl het geheel, gedekt werd 
door linieschepen en fregatten. 

Het bombardement begon omstreeks half drie, 
en duurde, zonder ophouden, tot zonnenon- 
dergang, ia welken tijd men drie honderd 
en tachtig bommen in de stad geworpen, en 
eveit zoo veel kanonschoten gedaan had. Dit 
vuur werd hevig beantwoord door de Algerijn- 
sche batterijen , die omtrent elf honderd kanon- 
schoten deden, en dertig bommen wierpen. 

Deze aanval, werd, tot op dm 9den, nog ze- 
venmaal herhaald: op dien dag werd er, op het 
admiraalschip , eenen krijgsraad gehouden , waarin 
men tot den aftogt besloot; eensdeels, omdat 
de ammunitie uitgeput , en anderdeels , omdat het 
jaargetijde te ver gevorderd was. In deze acht 
aanvallen hadden de Spanjaarden drie duizend 
zeven honderd twee en dertig bommen in de 
stad geworpen , en drie duizend acht honderd 
drie en dertig kanonschoten gedaan, terwijl de 
Algerijnen , van hunnen kant , drie honderd negen 
en negentig bommen gezonden, en elf duizend 
twee honderd vier en tachtig kanonschoten ge- 
daan hadden. 

Dit 



VAN BARBARIJE, • 1057 

Dit hevig vuitf had , noch van den eenen , 
noch van den anderen kant , die uitwerking % 
welke men daarvan zou verwachten. Er kwam , 
wel is waar , verscheidene malen brand in de 
stad, doch deze werd, door de genomene maat- 
regelen , en den ijver der Algerijnen , spoedig ge- 
bluscht. De Barbaren deden onderscheidene 
stoute uitvallen, met hunne gaUeijen en andere 
schepen , op de linie der Spanjaarden , doch wer- 
den, telkens, door het welaangerigt vuur der 
vloot teruggedreven. Hoewel mi deze expeditie 
niet zoo schandelijk voor de Spanjaarden afliep, 
als de voorgaande, bereikten zij evenwel hun 
doel niet; de stad had, zoo als men begrijpen 
kan, zeer veel geleden, maar de schade was 
toch niet zoo groot, of men zag er, in korten 
tijd, herstellen aan. 



Oorlogen en Traktaten , tusschen de Neder- 
landen en de Barbarij sche Mogendheden , 
en voornamelijk de Algerijnen» 

Wij hebben, tot hiertoe, alleen gesproken van 
de oorlogen tusschen andere Europesche mo- 
gendheden 'en de Barbarijsche Staten, zonder van 
ons Jand eenig gewag te maken. Wij zullen 
dan nu, in deze afdeeling, van de voorvallen, 

ons 



no KORTE BESCHRIJVING 

ons vaderland betreffende, als zijnde voor ons 
de belangrijkste, afzonderlijk handelen. Doch 
daar mijn bestek niet toelaat breedvoerig te 
zijn , zal de lezer zich , ook hier , met een be- 
knopt overzigt moeten vergenoegen. — En, hoe- 
wel de geschiedenis geene melding maakt van 
bijzondere, groote * geruchtmakende expeditien 
der Hollanders tegen Algiers , of andere roof- 
nesten, zoo moet men daarom niet denken, dat 
onze regering, minder voor het beschermen van 
onzen handel gedaan heeft, dan die der andere 
natiën, en dat wij daarom meer zouden geleden 
hebben. De traktaten , die de Staten van ons 
land , van tijd tot tijd , gesloten en vernieuwd heb- 
ben, waren, voor ons , even zoo gunstig, ja dik- 
werf gunstiger, dan die van andere volken, en 
dit hadden wij, niet alleen te danken aan hun 
beleid en hunne omzigtigheid , maar ook vooral 
aan het ontzag, dat de Barbaren voor de Hol- 
landsche zeemagt hadden. Het hooren van den 
naam van de ruiter en andere beroemde zee- 
helden , deed bij hen , somtijds , zoo veel 
uitwerking, als een bombardement. Met dit al- 
les , is het met ons gegaan , als met andere 
Europeanen : wij hebben meestal den vrede moe- 
ten koopen , en door groote sommen moeten on- 
derhouden ; dezelve werd dikwerf door de trouwe- 
looze roovers , op het onverwachtst , verbroken , 
en j moest dan, door groote opofferingen en bè- 
ta- 



VAN BARBARIJE. iif 

Ulïng van losgelden voor de ongelukkigen, die 
zij in hunne ketenen geklonken hadden, weer 
hersteld worden. 

Reeds in de vroegste tijden , toen Hollands 
koophandel nog in zijne geboorte en opkomst 
was, leden onze landgenooten aanmerkelijke na* 
deelen van den kant der roovers. Dit blijkt 
vooral uit eenen brief van zekeren Nederlander, 
jacob gijsbrechtz genaamd, die zich te Kon- 
stantinopel onthield, van waar hij, onder dag- 
tekening van den 24 van Oogstmaand 1610, 
aan de regering van ons land, onder anderen, 
schreef: dat hij vernomen had, dat de koopvaar- 
' ders en handelaars der Vereenigde Gewesten, 
groote schaden geleden hadden , door het ver- 
lies van ruim tien schepen, die de Turken ert 
Barbaren in de Middellandsche zee genomen had- 
den; dat hij, uit belangstelling in zijne landge- 
nooten , zich gewend had tot den Turkschen 
admiraal, wien hij verzocht had, den keizer van 
die kaperijen kennis te geven , er bijvoegende , 
dat de Nederlanders zulk eene slechte behande- 
ling niet verdienden, daar zij een aantal Tur- 
ken, die, in Spaansche slavernij zijnde, en hun, 
bij het innemen van Hulst, in handen gevallen 
waren , op vrije voeten gesteld hadden. — Hier- 
over was de Sultan zoo tevreden, dat hij den 
Staten zelf aanbood , een verbond van vriend- 
schap , vrede en koophandel met hem te sluiten, 

en 



il* KORTE BESCHRIJVING 

in eenen brief, die van zijnentwegen , en in zij- 
nen naam, door den admiraal Bassa aan hem 
geschreven werd. 

Nadat de staten over dit voorstel der Porte 
geraadpleegd, en tot het aannemen daarvan be- 
sloten hadden, zonden zij den Heer cornelis 
hage, als afgezant^ naar Konstantinopel , om 
over deze zaak verder te handelen; waarop in 
1612 het verdrag van vrijen handel met het 
Turksche hof gesloten werd. 

De Hollanders zich op deze schikkingen met 
de Turken verlatende, te meer daar de Groote 
Heer aan alle roovers , en in het bijzonder aan 
die van Algiers, bevel had gezonden van hen 
niet te benadeelen, begonnen zeer sterk op de 
Middellandsche-Zee te varen; dan, zij onder- 
vonden toen reeds, hoe weinig men zich op de 
Algerijnen, in het bijzonder, verlaten kan, daar 
deze , op eens aan het rooven gingen , en , 
in dertien maanden tijds , honderd drie en veer- 
tig schepen wegnamen , zoo dat er geen ander 
middel over bleef dan de koopvaardijschepen, 
zoo veel mogelijk, tegen deze aanvallen te dek- 
ken , en op de Algerijnen te passen. Nadat 
men van tijd tot tijd eenige van hunne kapers 
vernield, of op strand gejaagd had, gelukte het 
ons in Oogstmaand 1699 eenige hunner sche- . 
pen te nemen , en te Amsterdam op te bren- 
gen, waarna de regering van Algiers eenen 

voor* 



VAN BAXBARtJÈ. 113 

veorslag van vrede aan de Vereenigde Staten 
deed; doch het duurde nog tot löaa eer de- 
zelve gesloten werd. Ondertusschen hield het 
zeeschuimen bestendig aan, waardoor die van 
Hoorn, in den herfst en den winter van 1620, 
wel veertig schepen verloren. 

Deze vrede , hoe plegtig ook gesloten , werd , 
kort daarop , door den Dey van Algiers weer 
verbroken, en de roovers zetteden hunne kape- 
rijen , op den vorigen voet voort ,- hetwelk duur- 
de tot 1626, in welk jaar de Staten geraden 
vonden , het vredesverdrag , zoo mogelijk , te 
herstellen ; tot welk einde zij den hoogleeraar 
pvnackêr , als gevolmagtigden, naar de Mid- 
dellandsche Zee zonden, met dat gevolg, dat 
het vorige traktaat in Louwmaand , van ge- 
noemde jaar, vernieuwd en bevestigd werd. 

Na deze vredeshersteliing, hielden de roo- 
vers zich , in het eerst, wel is waar, wat stil- 
ler, maar dit was van korten duur; zij begon- 
nen weldra weer knevelarijen te plegen , en sche- 
pen aan te houden, en de Hollanders waren 
nogmaals vcrphgt , de koopvaarders te dekken, 
en te beschermen. 

Toen de Ruiter nog ter koopvaardij voer voor 
de Heeren lam.sens, en eens met zijn schip 
op de hoogte van Sake kwam, werwaarts hij 
bestemd was , bemerkte hij, op eenen avond, 
drie kapers, onder bevel van den admiraal en 

H on- 



i£ 4 KORTE BESCHRIJVING 

onder^admiraal van Algiers, die op hem pasten. 
Des nachts maakte hij zich gereed, en slag- 
vaardig, en besloot zelfs, bij het aanbreken van 
den volgenden morgen , aanvallender wijze te han- 
delen, en niet te wachten tot dat zij op hem 
afkwamen. Hij zette het dan , onvoorziens , 
op den Admiraal aan , en gaf hem de volle laag , 
waarop deze , door zulk eene onversaagdheid 
verschrikkende, terug deinsde, en met den derden 
kaper onklaar raakte. de ruiter toen naar 
den onder-admiraal wendende, gaf hem de andere- 
laag, waarop ook deze afhield; en weldra zag 
men alle drie de schepen de vlugt nemen, zoo 
dat onze held, ongehinderd, Salee binnenliep. 

De eerste reis, welken de ruiter, in dienst 
van ons land, naar de Middellandsche Zee deed, 
was in 1654 , wanneer h*y" vijf oorlogschepen 
onder zich had , waarmede hij , na eenen langen 
kruistogt , in Wijamaand , te Kadix aankwam. 
Hier vernam hij , dat de regering van Salee drie 
Hollandsche schepen aanhield, uit weerwraak, 
wegens een Saleesch schip, door den jongen 
tromp genomen. Hij zeilde dan naar deze 
haven', maar de zaak twijfelachtig vindende, 
wilde hij er niets aandoen, en keerde weer naar 
het vaderland terug. 

Het volgende jaar, 1655, werd de ruiter op 
nieuw, met acht oorlogschepen , en twee jagten , 
naar de Middellandsche Zee gezonden, om den. 

vre- 



VAN BARBARIJE. 115 

vrede met die van Sake te herstellen , en om 
de Barbarijsche schepen , die op de Nederland- 
sche vaartuigen roofden, ie bevechten en te ver- 
nielen, en alle renegaten, welke hem in handen 
vallen zouden, met don dood te straffen. Onze 
held stak met zijn eskader, dat elf honderd vijf 
en zestig man , en twee honderd acht en negen- 
tig stukken voerde, den 18 Julij van Texel in 
zee. Na dertien dagen zeileus kwam hij aan de 
kust van Algarvië (*) en vond, bij kaap St* 
Maria , den beroemden Engelschen admiraal ei are, 
met zeven en twintig zeilen. Deze berigtte de, 
onzen van alles , wat hem , op zijnen togt , tegen 
de Barbaren, wedervaren was; onder anderen, 
dat hij voor Tunis eenige schepen verbrand, en 
met TripoU en Algiers een vredesverdrag geslo- 
ten had , lossende alle Engelsche , en ook veer- 
tig Nedenandsche slaven. de ruiter toen 
zijnen togt vervolgende , kwam aan het eilandje 
Formentera aan , 'waar hij de beide jagten tot 
branders liet bereiden, om dezelve, zoo moge- 

lijk , 



(*) De Spanjaarden schrijven Algarvië, doch spre- 
ken de v als eene b uit , en zeggen daarom Algarbiê. 
Van hier ook de verschillende schrijfwijzen van Alva 
en Alba. Mijns bedunkens moeren dus deze \vocrdea 
Biet eene v gespeld- werden. 

H a 



jió KORTE BESCHRIJVING 

}ijk, in de haven van Aigïèrt te gebruiken (*> 
Hij kwam den 30 Augustus in de baai van dien 
naam aan; doch, de wind hem nret gunstige ' 
zijnde, kon hij niets uitrigten; en, daar hij 
zijne ammunitie niet noodeloos verschieten wilde , 
besloot hij hier niet langer te vertoeven , (t) 
maar zijnen kruistogt voort te zetten, en de vij- 
anden, overal waar hij maar kon, afbreuk te 
doen. 

Den zeventienden September nam hij het eerste 
roovers vaartuig, zijnde eene bark van Tctuan 9 
met twintig Mooren bemand. Hun kapitein was , 
een Spaansch renegaat , arnando dias , van 
Secuta, een der wreedste en vermetelste stroo- 
pers, in de Middellandsche Zee, die, in twaalf 
jaar, wel twee duizend Christenen, en daaron* 
der verscheidene zijner naaste bloedverwanten , 
van de Spaansche kusten had weggeroofd, en 
in boeijen geklonken. Hij werd, door de Hol- 
landers , aan het geregt van Malaga uitgeleverd , 
dat hem dadelijk liet ophangen. 

Den 



(*) de ruiter beloofde aan zestien manschappen , 
Waarvan er acht op ieder' brander zouden gaan, elk eene 
premie van 250 gulden , wanneer zij een schip , achter 
de Moelje, aan boord zouden leggen, en verbranden. 

(t) Zie b&and, leYeu van de ruiter, bl. 83. 



VAN BARBARIJE. n 7 

Den a6 September ontdekten de Hollanders, 
die weer onder zeil gegaan waren, om Sake te 
..naderen, twee roofschepen; op het laatste van 
deze maakte de ruiter jagt, waarop het des- 
zelfs koers naar het stadje Arzila , in Fez , 
•rigtte. Uet was de admiraal van Algiers , op 
een .Hollandsen schip, het vorige jaar genomen, 
en nu met acht en dertig stukken, en twee 
honderd vijftig man voorzien ; zijnde de kapi- 
tein, selleman rais gelieeten , een Iersch re» 
negaat. Zoodra hij in de genoemde haven bin- 
nenliep, volgde hem de ruiter stoutmoediglijk, 
en gaf hem , nog voor den avond , drie volle 
lagen. Kort daarna kwamen er twee andere 
Nederlandsche schepen, om onzen vice-admi*. 
raal te helpen, en, met het aanbreken van dea 
volgenden morgen, begon men, cenen vereenden 
aanval, met dit gevolg, dat het roofschip ge- 
heel reddeloos geschoten werd, en de meeste 
Mooren' sneuvelden. — Op den eersten October 
vernielde hij nog eenen anderen Algerijnschea 
kaper , die in dezelfde haven , niet ver van het 
vorige schip, de vlugt genomen had. 

Nu zeilde de ruiter, naar Salu^ om den hem 
opgedragen last te vervullen. Na dat hij eenige 
dagen met de Tegering gehandeld had , kwam er 
een nieuw verdrag tot stand , dat dan ook ge- 
teekend werd. — Hierop ging hij weer onder 
zeil naar de straat van Gibraltar 9 in welker 

H 3 ome 



lift KORTE BESCHRIJVING 

omtrek men wist dat vele roovers zich ophiel- 
den. — Den achtsten October maakte een der 
Nederlandsche sein pen op drie Turksche • vaar- 
tuigen jagt, en joeg een derzelve , bezijden La- 
rache op liet stand, doch haalde het er geluk- 
kig af, en maakte het prijs. Een tweede, zijn- 
de een fregat van dertig stukken, werd, niet 
ver van het andere, mede op stand gejaagd, 
en geheel verbrand. 

In het midden van November troffen twee 
onzer schepen, eenen anderen Algerijnschen roo. 
ver aan; het was een fregat, met een en dertig 
stukken, en twee honderd vijftig man, gevoerd 
door een' Amsterdamsen renegaat jan leen- 
dertzoon genaamd. Deze verweerde zich op 
eene woedende wijze , tot dat wel honderd en 
twintig zijner manschappen gesneuveld waren. 
Toen lieten de anderen óen moed vallen; doch, 
omtrent dertig renegaten wilden het niet opge- 
ven, voor dat men hun het leven , onder eede , 
beloofde. 

Na oe overgaaf vond men in het schip twee 
en vijftig Christen slaven , waaronder zeventien 
Hollanders. Dit was dus eene overwinning van 
niet weinig belang. 

Den 30 November, daaraanvolgende, kreeg de 
ruiter , die met zijn schip naar den kant van 
de straat van Gibraltar zeilde , op nieuw twee 
kapers in het oog, die bij Arzila t«u anker 

la 



VAN BARBARTJE. n ? 

lagen; maar, daar het reeds laat in den avond 
was, besloot hij, zijnen aanval tot den volgen- 
den morgen uit te stellen. Met het aanbreken 
van den dag opvarende, herkende ja^ lern- 
dertzoon, de gevangengenomen Amsterdam- 
sche renegaat, de beide vaartuigen; het eene 
was de vergulde Arend, voorzien met zes en 
twintig stukken , en twee honderd vijftig man ; 
en het andere de Catharina, van twintig stuk- 
ken, en twee honderd man. de ruiter liep 
met zijn schip, in weerwil van de onstuimigste 
zee, en eencn hevigen wind, den Arend zoo 
digt op de zijde , dat hij met de Turken kon 
spreken, terwijl de twee andere Hollandsche 
schepen , die hij bij zich had , mede hunne po- 
sitiën namen, niet alleen om de beide roofsche- 
pen te kunnen bestrijken, maar ook, om op de 
stad te kunnen vuren. Naauwelijks was dit ver- 
rigt , of de storm bedaarde , tot groot geluk en 
voordeel van, de onzen. Die van Arzila deden 
het eerste schot op de Nederlancteehe schepen, 
en toen volgden de Turksche vaartuigen ; dan 
dit werd door de ruiter, en de anderen, zoo 
hevig , met volle lagen , beantwoord , dat lïiq 
van de stad, omtrent den middag, reeds hun vuur 
staakten , en de witte vlag opstaken. Het schip 
Catharina werd zoo doorboord, dat het begon 
te zinken, toen de Hollanders WA euceren wil- 
den ', en het volk van den Arend had zoo veel 

II 4 S«- 



rio KORTE BESCRHIJVING. 

geleden, dat het moedeloos geworden, bijna 
geenen tegenstand meer bood , toen men het 
schip aanklampte. Men vond op hetzelve om- 
trent twintig Christen slaven , terwijl het getal 
der gevangen genomen Mooren en Turken om- 
trent vijftig man beliep ; de overige waren ge- 
sneuveld, of hadden zich met zwemmen gered. 
Na deze verovering besaf zich de vice-admi- 
raal naar de reede van Alikante , waar het ge" 
heele eskader tegen het laatste van December 
bijeenkwam. In het begin van het volgende 
jaar werd hij door de Staten teruggeroepen, 
waarop hij naar het vaderland terugkeerde, al- 
waar hij in Bloeimaand aankwam. 

De nadeelen, welke onze zeeheld den Barba- 
ren, gedurende dezen togt, toegebragt had, 
waren, zoo als wij gezien hebben, zeer groot; 
daarbij hadden de roovers zoo veel ontzags voor 
hem, dat zij, wanneer hij in zee was, zich, 
meer dan anders, - schuil hielden. — Ook op 
zijnen volgenden togt, dien hij in December 
van ditzelfde jaar aanving, tegen de Fransche 
kapers, deed hij de Algerijnen, door het ne- 
men en vernielen van eenige hunner schepen, 
veel afbreuk. 

Na dat de krijg in het Noorden van Europa , 
alwaar de ruiter, op Neerlands vloot, won- 
deren van dapperheid had verrigt , geëindigd 
was, besloten de Staten der Vereenigde Neder- 

lan- 



VAN BARBARIJE. iar 

landen , onzen held, in 1661 , op nieuw, naar de 
Middellandsche Zee te zenden, om de koop- 
vaardijschepen, tegen alle aanvallen der roovers, 
te beschermen, en deze vijanden des mensen- 
doms , zoo veel mogelijk , te verjagen en te ver- 
nielen. — Ten dien einde werden te Amstcr* 
dam tien schepen uitgerust , die tegen het laatst 
van Mei, uit Texel in zee liepen; hierbij voegden 
zich nog negen andere schepen, benevens eeni- 
ge galjooten, welke allen op den 12 Augus- 
tus te Kadix bijeen kwamen. 

Op den 29 dezer maand ontmoette onze vloot 
den Engelschen admiraal montagüe (*), graaf 
van Sandwich, die van Algiers terugkwam, 
en de ruiter verhaalde, hoe de Dcy den vrede 
met Engeland verbroken, en alle onderhande. 
J ing geweigerd had. Hij had den Engelschen kort- 
sul laten aanzeggen, dat hij moest vertrekken; 
en zoodra deze aan boord was , begon men van 
de fortres , en van de andere batterijen , op hen 

te 



(*) montagüe kwam om in 1672 , in den slag 
tusscben de vereenigde Engelsche en Fransche vloten , 
aan den eenen, en de vloot der Hollanders aan den 
anderen kant. Hij was toen admiraal van de blaauwe 
vlag; zijn schip werd door kapitein jan van brakel 
aan boord geklampt, en in den brand gestoken, wan- 
neer hij , in eene boot willende vlugten, verdronk. 

H'5 



txi KORTE BESCHRIJVING 

te vuren. Toen zochten eenige Engelsche sche- 
pen de stad te naderen , om op gelijke wijze 
te antwoorden ; dan de Mooren schoten zoo 
hevig, dat de Britten moesten afdeinzen. — Ook 
Iiadden zij getracht de Turksche schepen met 
hunne branders te naderen, doch de vijand had 
zich hier tegen voorzien, door masten, balken 
en ketens , die zij tot afwering, aaneengescha- 
keld hadden. 

Hoewel de ruiter nu van alles; omtrent At» 
gicrs , onderrigt was, besloot hij, evenwel, naar 
die stad onder zeil te gaan , om te zien wat 
hij er zou kunnen uitrigten ; doch , hij werd 
hierin verhinderd door eenen brief van de Staten 
Generaal, waarin hem gelast werd, de Spaan- 
sche zilvervloot, waarin wij groot belang had- 
den, en die men terugwachtte, te begeleiden, tot 
welk einde hij dan oogenblikkelijk vertrok. 

Hiervan teruggekeerd, zette hij zijnen logt 
tegen de kapers voort, en veroverde, den 7 
November, een' Algerijn met twintig stukken, en 
honderd en vijftig man, waaronder zes en der- 
tig Christenen waren. 

Hoewel de Hollanders hunnen kruistogt dezen 
geheelen winter voortzetteden , viel hun echter 
weinig in de handen. — Eerst op den 16 Fe- 
bruari], des volgenden jaars , veroverde men een 
tweede schip, dat te Tunis te huis hoorde. Het 
was nog vergezeld geweest van zeven andere, 

die, 



VAN BARBARIJE. taj 

die, op het aannaderen van de ruiter, het 
zochten te ontkomen , en de vlugt namen in de 
baai van Farina , waar zij onder drie sterke 
kasteelen weken, zoo dat men hen niet deren 
kon. Dj Hollanders lieten evenwel niet los , 
maar hielden deze kapers, in hunne schuilplaats, 
opgesloten. Intnsschen schreef onze vice-admi- 
raal aan de regering van Tunis , en stelde eene 
wisseling der gevangenen voor, met aanbod, om 
de overige Nederlanders, die zij meer mogten 
hebben , tot eenen redelijken prijs te lossen. Na 
het ontvangen van dezen brief vertoonden zich , 
den volgenden morgen , eenige Turken , met eene 
witte vlag, öp het strand, en vier derzelve, 
kwamen daarop, met eene sloep', naar de ruiters 
boord. De voornaamste onder hen was een 
Enkhuizer renegaat, toen kapitein op het ad- 
miraalschip van Tunis; deze verzocht, in naam 
van den Bassa y drie dagen tijds, om over het 
voorstel te raadplegen, hetgeen van de onzen 
werd toegestaan. 

In dien tusschentijd zond de schout bij nacht 
van Algiers , die met de andere, onder zijn be- 
vel staande roovers , binnen de baai gevlugt was , 
eenen uitdagingsbrief, van den volgenden inhoud, 
aan de ruiter: 



Mijn* 



tfi* KORTE BESCHRIJVING 
Mijn Heer! 

Hoewel ik U, wegens den godsdienst , geheel 
legen ben, hoop ik, evenwel, dat gij mijn ver- 
zoek zult toestaan. Gij hebt mij tot drie tog- 
ten, vervolgd, bij Maltha , bij Sicilië, en nu in 
de hrtven van Farina , daar gij mij hebt inge- 
jaagd. Ik nam telkens de vlugt , niet uit ge- 
brek aan moed, maar wegens ongelijkheid van 
magt. Doe mit daarom de eer , en zend tegen 
mij , als schout bij nacht van Algiers , uwen 
Sollandschen schout bij nacht , om schip tegen 
schip , mijn fortuin , en het geluk van den oor* 
log te beproeven, en mij te weren als een sol- 
daat. Worde ik overwonnen, ik zal uw slaaf 
zijn : win ik , het zal mij eer zijn. Geef hier- 
toe verlof, en indien ik dan niet uitkom, zoo 
ten ik als de blooodste vrouw uit Holland. 

SELLEMAN BASSA RAIS. 

Schout bij nacht van Algiers. 

de ruiter beantwoordde dezen brief, na eenig 
overleg , nog op den zelfden dag , en schreef, 
dat hij deze uitdaging vol gaarne aannam ; dat 
zijn schout bij nacht, met deszelfs schip alleen, 
hem zou wachten; verder, bij zijne mannelijke 
waarheid beloovende, en verzekerende, dat het 
Hollandsche schip door niemand , in welk op- 
zigt ook, zou geholpen, bijgestaan, of onder- 
steund 



VAN BARBARÏJÉ* t*$ 

Steund worden. Ook* verzocht hij , dat de admi- 
Taal van Tunis, regter over het gevecht zou 
zijn. De schout bij nacht van dk« zaan kwam 
wel in zee, en verwachtte den Turk, ter be- 
stemder plaatse, maar de lafhartige uitdager en 
grootspreker had geen moeds genoeg, en het 
gevecht bleef achter, 

Terwijl nu ie genoemde onderhandelingen nog 
voortduurden, bemerkte de ruiter eenen Al- 
gerijnschen kaper , De drie halve manen , ge- 
noemd, die, even als de andere, in de baai van 
Farina zocht te vlugten. Dan, zoodra men dit 
bemerkte, zocht men het te beletten; en toen de 
Turk naderde, draaide onze vice-admiraal dade- 
lijk bij , en gaf hem de volle laag ; drie andere 
zijner schepen dit ziende, kwamen hem te hulp, 
waarna de roover op het strand werd gejaagd, 
en na een' allerbloedigsten strijd zich overgaf. 
Het schip voerde twee en twintig stukken, en 
twee honderd en tien man , waaronder twee en 
dertig andere Christen slaven, en acht Hollan- 
ders waren. 

de ruiter, keerde, na deze verovering, voor 
Tunis terug , en sloot eene overeenkomst , met 
betrekking tot de uitwisseling der gevangenen, 
in gevolge waarvan zestig Hollandsche slaven, 
tegen acht en zestig Mooren, vrijgelaten wer- 
den, en bij de on/.e aan boord kwamen. Daar- 
enboven ^ toonden de Tunisianen groote begeene 

om 



Ia 6 KORTE BESCHRIJVING 

om vrede met onze Staten te maken : men kwam 
eerst tot eenen stilstand van wapenen, voor zes 
maanden, en de vrede zelf werd den 30 Augus- 
tus 166& geteekend. 

Gedurende den stilstand van wapenen met de 
Tunisianen , was de ruiter, naar Algiers gegaan , 
waar hij , den 5 April aangekomen zijnde , eenen 
brief aan den Bassa dezer stad geschreven had, 
waarin hij ook eene uitwisseling van gevangenen 
voorstelde, er bijvoegende, dat hij vernomen 
had, dat de Algerijnen niet ongenegen waren, 
eenen vrede met de Hollanders te sluiten. Hierop 
kreeg hij tot antwoord, dat de regering van 
Algiers , al voor vijf of Zes jaren, gewenscht 
had met Hunne Hoogmogenden vrede te maken (*) 
en dat zij, zijne aanvrage, in overweging zou- 
den nemen. 

Den volgenden dag, 6 April, kwamen drie 
gemagtigden van den Bassa aan de ruiters 

boord , 



(*) de ruiter vernam ter dier tijd, van goeder 
hand, dat de Hollandsche schepen, eenen grooten 
schrik onder de Algerijnen verspreid hadden. Ja, dat 
het zelfs zoo ver gekomen was, dat de soldaten en 
Mooren soms weigerden in zee te steken ; en dat 
hunne oversten er hen alleen toe konden overhalen , 
door bezworene beloften, van hen te zullen vrijkoo- 
pen, wanneer zij genomen zouden worden. 



VAN BARBARIJ E. «7. 

boord, brengende de toestemming, dat de Alge- 
rijnen , die bij Tunis , op het schip De drie halve 
manen, genomen waren, tegen even zoo vele 
Christenen mogten uitgewisseld worden; alsook, 
dat alle Hollanders , te Algiers in slavernij, 
voor den eersten inkoopprijs zouden kunnen 
gelost worden. 

Zoodra deze overeenkomst door de gansene 
stad afgekondigd was , kwam men tot den vrede- 
handel zelven , en men werd het, in de meeste 
punten , weldra eens , behalve in twee. 

De Algerijnen namelijk, wilden de Nederland- 

sche schepen, die zij op zee ontmoetteden, on- 

f- 
derzoeken, om te weten of zij ook personea 

of goederen in hadden, die aan andere volken, 
met de Turken in oorlog, toebehoorden; deze 
wilden zij er dan uitligten , maar beloofden , de 
Hollanders zelven , noch hunne bezittingen, eenig 
leed te doen. Daar de ruiter dit niet koa 
toestemmen , en het , daaromtrent , met hen niet 
eens kon worden, kwam het intusschen, den 6 
April 1662, tot eenen wapenstilstand voor zeven 
maanden, iu welken tijd het verdrag, ter over- 
weging, aan de Heeren Staten zou gezonden 
worden, waarna men er verder over handelen 
kon. 

Het duurde, > hierdoor, nos' tot den 9.2 No- 
vember dezes jaars , eer de vrede tot stand kwam, 
en gesloten wefdL Het t aktaat tcstond uit der- 
tien 



tt* KORTE BESCiHRIJVING 

tien artikelen, waamn de hoofdzakelijke inhoud 
was als volgt: 

Art. i. 

Wanneer de Nederlandsche oorlogschepen > 
Algerijnsche koopvaarders ontmoeten, zullen zij 
dezen geen leed doen, maar zullen al derzelver 
ïngeladene goederen, en personen, tot wat natie 
ook behoorende , vrij en onverhinderd laten pas- 
seren» 

Art. 2. 

De Staten der Vereenigde Nederlanden zullen 
al hunne onderdanen, onder hunne vlag geno- 
men, weer vrijkoopen, tot den prijs, waarvoor 
zij, op de Basistan (markt), het eerst verkocht 

zijn. 

Art. 3. 

Wanneer de Nederlanders eenige prijzen ne- 
men, van, natiën, die met Algiers in vrede zijn, 
zullen zij daar niet mede in de Algerijnsche ha- 
vens mogen komen. 

Art. 4. 

Wanneer de Nederlandsche koopvaardijschepen 
goederen te Algi&rs brengen , zullen zij alleen 

in- 



VAN BARBARIJE. 129 

inkomende regten betalen van die, welke zij 
kunnen verkoopeii; van de waren, die niet ver- 
kocht worden, zullen zij niets betalen. 

Art. 5. 

Wanneer een Hollandsen schip, op de kusten 
van Algiers , strandt, zullen de goederen, die 
geborgen worden, aan de eigenaars uitgeleverd, 
maarniet prijs verklaard worden; terwijl men het 
scheepsvolk op vrije voeten zal stellen. 

Art. 6. 

Wanneer een Hollander te Algiers schulden 
maakt, zal men den kousul , daarover, niet kun- 
nen aanranden, ten zij hij borg gesproken nebbe. 

Art. 7. 

Indien eenig schip, onder eene andere vlag, 
dan die Hunner Hoogmogenden, met de Algerij- 
nen mogt slaags raken, en genomen worden, 
zal het prijs zijn; ook zal men het scheeps- 
volk, al wendt het voor, Hollandsch te zijn, 
geen gehoor geven, maar tot slaven maken. 



Art* 



i 3 © KORTE BESCHRIJVING 

Art. a. 

Indien er verschil ontstaat tusschen eenen 
Algerijn en eenen Hollander, zal de Divan be- 
slissen. 

Art. o. 

Wanneer de Hollanders onderling verschil heb- 
ben , zal de konsnl alleen beslissen. 

Art. 10. 

Wanneer de Algerijnen een koopvaardijschïp 

van hunne vijanden nemen, en er Hollanders op 
vinden , zullen deze op vrije voeten gesteld wor- 
den. 

Art. ii. 

Indien de Algerijnen een oorlogsschip hunner 
vijanden nemen, en er Hollanders op vinden, 
zullen deze , zoowel als de overige , tot slaven 
verkocht worden. 

Art. 12. 

Indien eenig Christen slaaf van Algiers , de 
vlugt neemt op een Hollandsen schip, zal zijn 
ratroon, hiervan, ten spoedigste kennis geven 
aan den konsul, op dat deze, den weggeloope- 
nen» 



VAN BARB-ARIJE. i£c 

nen, dadelijk van dat schip zal kunnen terug-* 
eischen ; maar wanneer het reeds onder zeil is 
gegaan, zal de konsul gehouden zijn denzelven 
te betalen , zoo als hij op de markt verkocht is. 

Art. 13. 

Alle vaartuigen van Algiers , zoo oorlogs- als 
koopvaardijschepen, zullen gehouden zijn, een 
paspoort te nemen, geteekcnd door den Hol- 
landschen konsul; om, door dit paspoort, de 
Algerijnsche schepen, van die der overige Bar- 
barijsche mogendheden , te kunnen onderscheiden. 



De andere Barbadjsche mogendheid, waarmede 
de ruiter, intusschen , nog gehandeld had, 
was die van Tripoli. Hij was op den 17 Au- 
gustus , in de baai van dien naam , aangekomen % 
en had eenen brief, aan de regering dezes rijks 
gezonden , om den vrede aan te bieden ; dan » 
daar de Hollanders . voor alles vrij schip , vrij 
goed , vrij voik, bedongen, en zij hierin niet 
wilden komen , wezen zij de voorslagen van de 
hand. 

De Bey was wel genegen om met de ruiter 
een verdrag te maken, maar de Turken, die 
hun belang in den oorlog, en het rooven had- 

I a den, 



132 KORTE BESCHRIJVING 

den, wisten hun opperhoofd, door praten en 
dreigen , hier van af te brengen , zoodat de 
Hollanders, ÖHverrigter zake, moesten terug- 
keeren, en de oorlog met deze roovers bkef 
voortduren. 



Terwijl nu de Staten , van hunnen kant, alles 
in het werk stelden, om het rantsoengeld, tot 
het lossen der slaven , dat wel uitdrukkelijk be- 
dongen was, in te zamelen, schonden, de Alge- 
rijnen, nadat de ruiter, in Grasmaand, 1663, 
in het vaderland teruggekeerd was, op nieuw 
het verdrag, zoodat ée oorlog, in 1664, weer 
eenen aanvang nam. Onze held werd dan, in 
Junij dezes jaars , andermnals , daariieen gezon- 
den, onder anderen aan boord hebbende den 
konsul joan bêrtram de jmortaicnë, en den 
fiskaal der vloot, gilbert van viane, welke 
beiden, bijzonderen last medekregen, om met 
dew Dey over het herstel van den vrede, ie 
handelen. 

Te -Algiers aangekomen, vonden zij alles in 
verwarring, en zelfs den konsul van der burg 
in hechtenis ; deze werd evenwel weer ontsla- 
gen ; naar toen de ruiter verzocht, dat men 
hem toe zou staan aan zijn boord te komen, 
oöi eenen voorslag van vrede met hem te bera- 
men , 



VAN BARBAR1JTÏ. 133 

4 

men, wilden zij dit nut veroorloven , of de 
Hollanders moesten eenen kapitein, als gijzelaar, 
in zijne plaats geven; doch , daar nienrand der 
vlotelingen, zich als borg voor den konsul, in 
handen der Barbaren wilde stellen, kon men 
hein niet te spreken kYijgen. Dit gedrag der 
Algerijnen gaf den onzen reeds veel achterdocht, 
en men begon, voor vele zwarigheden, in de 
onderhandeling, te vreezen. Dit vermoed.n werd 
ook weldra bevestigd, gelijk uit het vo'.ge: de 
blijkt. 

Na dit voorval met den konsul, ontving de 
ruiter eenen brief van ali-aca, opperste dei- 
douanen, waarin hij dè Hollanders" , als verbre- 
kers van den vrede , beschuldigde. De vice- 
admiraal antwoordde dadelijk , dat deze aan-? 
tijging geheel bezijden de waarheid was , en 
dat , integendeel , de Algerijnen , het eerst tegen 
het verdrag gezondigd hadden, door het flöit- 
schip de-n Tijger, onder beuzclachtige voor- 
wendsels , prijs te maken , en niet te willen 
hooren naar de kla&teti, die van der burg, 
bij herhaalde reizen, in naam der Staten^ daar- 
over, ingebragt had. Dat deze, drarom, ann 
hunnen schout bij nacht tromp, order gegeven 
hadden , om niet alleen de koopvaardijschepen 
te begeleiden, maar zelfs de verbrekers vanden 
vrede te beoorlogen ; én dar men , ingevolge 
hiervan, twee hunner roofschepen genomen, en 

I 3 twee 



ï 3 4 KORTE BESCHRIJVING 

twee prijzen ontzet had. Hierbij voegde de 
kuiter, dat hij, van wegen zijn gouvernement, 
gelast was , sehavergoeding te eischen, voor al 
de nadeelen, die de Hollanders, van den 20 No- 
vember 1662 af, tot op dat tijdstip (24 Junij 1664), 
geleden hadden, en niet, dan na het verkrijgen 
daarvan, in onderhandeling te treden. 

De Turken dezen eisch, van onzen kant, ver- 
nemende, begonnen daarover niet weinig te mor- 
ren , en zeiden , dat men de schaden , wederzijds 
gedaan, tegen elkander moest -tellen, en daarop 
in onderhandeling treden, — Verder bedong mor. 
taigne, zoo als reeds vroeger gedaan was, 
vrij schip, vrij goed , vrij volk, maar dit werd 
een tweede punt van verschil, dewijl zij hierin 
volstrekt niet komen wilden, doch, op het on- 
derzoeken der Hollandsche schepen, bleven aan- 
dringen. Zij verzochten, evenwel, tijd, tot den 
28 dier maand, om over een en ander, in den 
Divan, te kunnen raadplegen, en daarna, een 
stellig antwoord te geven. 

In dien tusschentijd trachttede de heer mor- 
tatcne eene overeenkomst, tot uitwisseling van 
slaven, tot stand te brengen, daar de onzen 
zes en dertig Turken , en eenige Mooren, op 
hunne schepen hadden; maar, de onredelijke 
schurken, eischten drie Mooren, voor eenen 
chiisten slaaf; ook begonnen zij, in andere op- 
zigrai, ongemakkelijker te worden, waaruit de 

Hol* 



VAN BARBARIJ E. 135 

Hollanders, duidelijk genoeg merkten, dat zij 
niet tot den vrede geneigd waren. Dan , het 
bleef hierbij nog niet: men dreigde den konsul 
terug te houden , en hem in slavernij te wer- 
pen , indien niet spoedig al de Mo oren en Tur- 
ken , die in onze fliagt waren , losgelaten 
werden, van der burg dit vernomen hebben* 
de , verzocht en bad , dat men hem toch verlos- 
sen zoude; en maakte melding in zijne brieven, 
van de verregaande mishandelingen , die zij, on- 
langs, den Engelschen konsul aangedaan hadden. 
Deze had lang de steenkar , als een paard , moe- 
ten trekken; terwijl hem, het lage gemeen, met 
slik en vuiligheid in het gezigt wierp; en wan- 
neer hij niet meer voort kon , werd hij , met 
onmcêdoogende slagen , opgejaagd , en eindelijk 
met eene ijzeren keten , van vijftig ponden zwaar , 
geboeid; daarbij zou hij van honger en gebrek 
omgekomen zijn , indien van der Ajrg hem 
niet bijgesproi'.gen had. 

Na dat de krijgsraad der vloot hierover ver- 
gaderd was geweest, werden de Tnrkcn en 
Mooren in vrijheid ges:eld, en onze konsul 
kwam, benevens zijnen schrijver, en drie be- 
dienden, aan boord van Dfc ruiter, wien zij, 
voor iiunne redding, bedankten. 

Daar men nu, na allerhande pogingen, met 
den Dty niet in vredesonderhandelingen kon 
komen, besloot men een verdrag te maken, tot 

I 4 het 



136 KORTE BESCHRIJVING 

liet In -koopen der Hollandsche slaven; dan, dit 
kon men niet tot den inkoopsprijs gedaan krijgen; 
de eigenaars vroegen driemaal /.oo veel dan naar 
gewoonte. Na dat men, een paar dagen, hier- 
mede bezig was geweeèt, en er reeds een aantal 
losgekocbten aan boord waren , begonnen de 
Turken hunne kneyelarijen ? al meer en meer, 
te vergrootenj zü zochten de Hollanders zelfs 
te noodzaken , drie vreemde slaven , tot eenen 
bovenmatigen prijs, te lossen, met bedreiging, 
van geenen enkelen Hollander meer te laten 
volgen , indien zij het niejt deden. Daarbij wer- 
den de anderen, hoe langer hoe duurder, zoo 
dat men 350 stukken van achten, of 840 gul- 
den , voor ieder man vroeg. Maar toen werd 
er in eenen krijgsraad besloten , de onbillijke 
eischen der Algerijnen , niet langer in te willi- 
gen , het lossen te staken , en hun , rond uit , 
den oorlog aan te zeggen. 

Het getal der vrijgekochten beliep acht en 
zestig man, waarvoor men vijf en veertig dui- 
zend acht honderd vijf en twintig gulden besteed 
had. — Des avonds, voor her vertrek der vloot 
dat den 5 Julij plaats had , ontvlugtteden nog 
Vijf slaven , die naar onze schepen zwommen 
en geborgen werden. 

v Zoodra de rui re r ' te Aïïkante aangekomen 
wa.s , zond hij den Staten Generaal berigt van 
den uitslag zijner onderhandelingen , en verder, 

van 



VAN BAR.BAÉUJE. 137 

van alles, wat hein wedervaren was, wachten- 
de aldaar verder zijne orders af. 



Deze nieuwe oorlog met de Afrikanen was , iii 
den beginne, de ongelukkigste van allen; eens- 
deels, daar andere mogendheden vrede met hen 
hadden, en ons dus niet wilden bijstaan; en 
anderdeels, dewijl wij de handen vol hadden>, 
door den krijg tegen de Engelschen , waarin de 
RUITER geheel bezig was. — Hierbij kwam nog 
de sterkte der Algerijnsche zeemagt, in dien 
tijd; dezelve werd, in 1680 , en vroeger, op 34 
roofschepen begroot, waarvan er 18 gemonteerd 
waren met 40 tot 30 stukken , en de overige 
met 28 tot ia stukken , behalve nog eenige 
gallenen, die ook met eenige zware stukken en 
bassen voorzien waren (*). 

In deze omstandigheden bewaakten de Neder- 
landers hunne koopvaardijschepen , zoo goed zij 
kunnen, doch leden, met dit alles, zware yer- 

lie- 



(*) Hoe naauwkeurig de ruiter de Barbarijsche roof- 
nesten , en hunne magc kende, blijkt uit zijnen brief 
aan den ambassadeur van beuningen. Zie brand , bl. 
620-6:4. 

15 



138 KORTE BESCHRIJVING 

liezen. Toen de oorlog met de Engelschen , in 
1667 geëindigd was, ging bet eenigzins heter; 
zelfs sloten wij, met deze natie, in 1670, eene 
overeenkomst, om de roovers gezamenlijk te be- 
strijden, en men zag, eerlang, eene Hollandsche 
vloot, onder den luitenant admiraal van gent, 
en eene Engelsche, onder de i vice- admiraal 
allen, in de Middellandsche Zee verschijnen, 
en, kort daarop, zes roofschepen vernielen. Dit 
voordeel was evenwel zeer kortstondig, daar 
wij •> niet lang daarna , weer eenige onlusten mee 
de Britten kregen. Dan, de zaak werd nog er- 
ger , door den droevigen oorlog van 1672 , met 
Frankrijk , Engeland , Keulen en Munster , ge- 
durende denwelken onze handel,, van alle kan- 
ten , veel te leiden had. 

Zoodra de Staten, evenwel, hl 1674, met de 
drie laatstgenoemden vrede kregen , en de vaart 
op de Middellandsche zee, door den herleven- 
den handel , allengskens toenam , begon men ook 
weer ernstig aan de roovers te denken; zelfs 
gelukten het ons, nog eer dan den Engelschen, 
in 1677, namelijk, door het ontzag van onze 
scheepsmagt, eenen nieuwen vrede met de Alge- 
rijnen te sluiten, met toezegging, van de Hol- 
landsche slaven, in het vervolg, voor een derde 
van den gewonen prijs, te zullen kunnen loskoo- 
pen. Men sluot, daarbij, twee jaren later, in 
16799 een traktaat van koophandel, dat ons veel 

voor- 



VAN BARBARIJE. 139 

voordeel beloofde. — Dan, deze schoone uitzig- 
ten verdwenen weer, en de hernieuwde vriend- 
schap, met de Afrikanen, begon, van hunnen 
kant, weldra te •yerflaauwen ; welligc, en zoo 
men meent, door toedoen van afgunstige nabu- 
ren , die ons het voordeel van eene duurzame 
goede verstandhouding benijdden. Wij vonden , 
«daarom , geraden , onze koopvaardijschepen , zoo 
als voorheen , te beschutten. Daartoe zonden de 
Staten, in de ■ lente van 1687, eenige oorlog* 
schepen in zee, onder den vice-admiraal filips 
van almonde, om de vrijbuiterijen , met ernst, 
te keer te gaan. Hier kunnen wij niet voorbij de 
dapperheid te melden van kapitein pijn, voeren- 
de het schip, de Admiraal de Kuiter : deze ge- 
raakte, den achttienden van Cloeimaand , des- 
zelfden jaars , met drie Algerïjnsche kapers slaags, 
in welk, ongelijk gevecht, hij zich zoo uitne- 
mend kweet, dat zij, alledrie, verpligt waren, 
op eene schandelijke wijze, de vlugt te nemen, 
nadat zij zeer gehavend en doorschoten waren: de 
on^cn hadden, met dit alles, niet meer dan ze- 
ven dooden , en twaalf gekwetsten. — Overigens 
kan men niet zeggen, dat almonde veel bij- 
. onders uiuigtte. Deze oorlog duurde tot het 
jaar 1703, toen de Staatsche afgezant, juda. 
Cohen, den vrede, niet aileen met de Algerije 
ncn, maar ook met de Tripoiitanen en Tuni- 

sia- 



e 



• 



i 4 o KORTE BESCHRIJVING 

sianen , vernieuwde , zoo als blijkt uit het vol- 
gende, overgenomen uit het Groot-P lakktiatboek. 

Copy Translaat (*) der Beatificatie van 
den V) e'h met Algiers , en de Hoog 
Mo'g, Hecren Staten Generaal der 
Verecnigde Nederlanden , uit de Ara- 
bische taal in het Spaansch , en nu in 
het Nederduitsch overgebragt» 



Den hoogsten God! 



Hij is de rrke , en degene, die de rijkdommen 
geeft; de barmhartige, en die de sleutelen heeft 
van al de weldaden ; gezegend zij zijn Heili- 
ge naam; gedankt zij hij, die de influentie on- 
zer zielen heeft bezorgd, en die onderscheid 
heeft gemaakt tnsschen het licht en de duister- 
nis, en die den mensen het leven geeft, en 
met den dood bezoekt; hij gebiedt de ster- 
ken, de mngtigen , en de koningen, zonder te 
hebben, noch eenen eersten, noch eenen twee- 
den, noch iemand boven hem. Hij is het, die , 

ons 



(*) Ik heb hierin, alleen de spelling verbeterd, maar 
den sdjl onveranderd gelaten. 



VAN BARBARIJE. ï 4 t 

ons het licht en het verstand geeft, die ons de 
barmhartige proleten heeft gezonden; Hij is bo- 
ven u, en boven ons; zijn wü zij, vrede, tus- 
schen u en ons te geven! 

In het regnard van de negotie en commercie, 
om die met liberteit en gerustheid te cultiveren, 
de waarheid zijnde , dat alhier gearriveerd is de 
envoijé juda cohen, met magt van de Hoog 
Mog. Heeren Staten Generaal, om over den 
vrede te mogen handelen , met ons , het koning- 
rijk van Algiers; hebbende ook gezien de magt 
cm hetzelve te doen met die van Tunis en Tri- 
poli ^ en dat met de voorschreven regering den- 
zgjven heeft gesloten: en hebbende gezien dat 
dezelve vrede wederzijds raadzaam is. Zoo ac- 
corderen wij den vrede , in gelijke wijze , als 
den voorgaanclen , tussclicn ons gemaakt, hopen- 
de in God, dat deze bestendiger zijn zal, door 
middel van Uw Hoog Mog. goedertierenheid. 

In dier voege zijn wij met den voorschreven 
envoijé verdragen , in presentie van den gouver- 
neur, achmed bmtas hoga , en den Bassamet 
dura, en Raden van dit land, en met goeden 
wil van de militie , zijnde wij allen onder de 

minie van den Grooten Heer, Dominateur te 
water en te land, beschermer en ophouder des 
geloofs van mahometii, koning, zoon van ko- 
ning hamed, bemind van God, en vervolger van 



Hl KOPvTE BESCHRIJVING 

zijne vijanden; aan hem zijn wij subject, en hij 
subjecteert zich aan niemand, dan alleen aan 
God, den beschermer van de wee, voorstander van 
zijne natie , liefhebbende de profeten , als is het 
in de wet der Hollanders , onze goede vrien- 
den , meet als andere natiën , die wij present 
hebbr i , van wien wij ook wenschen te zien, 
brieven van vrede, die God u wil inspireren 
met allen voorspoed. 

Nu zijnde overeengekomen met den meerge- 
melden envoijé , na verscheidene obstakelen op 
het subject van dezen vrede, zijn wij d'accoord 
en geadjusteerd gebleven, dat al uwe schepen, 
zoo wel van oorlog , als koopvaarders , en alle 
verdere van de Hollandsche natie, zullen mogen 
inkomen m onze havens, om te negotie-en en 
Contracteren, met alle securiteit, voor hetwelk 
wij borg blijven; want hetgeen God gebiedt, is 
de vrede, en de gemeene rust: het zij zijne 
beliefte om ons daarin te conserveren, tusschen 
Uwe Hoog Mog, en ons, en dat zij moge vol- 
gen met deze drie particulariteiten. 

Het eerste is, het onderhouden van hetgeen, 
dat uit den mond gesproken wordt. 

Het tweede, het verligten aller zwarigheden. 

En het derde, goed hart te hebben jegens 
ons, als wij hebben jegens u, en het onderhou- 
den van de conditiën, daar wij eens in zijn, en 

dat 



VAN BARBARIJE. 143 

dat hetgene tusschen ons is gepasseerd, ver- 
geten moge worden, zonder elkander haat toe 
te dragen. 

En het tegenwoordige, dat wij vastgesteld 
hebben , is met consent van den hooggemelden 
gouverneur, Bassa , Divan en raadslieden en de 
militie, alzoo wij allen in dit particulier eens 
zijn. 

En hetgene wij pretenderen , heeft de voor- 
noemde envoijé aangeteekend (*), en in die par- 
ticulen Hunne Hoog Mog. inwilligende , zoo is 
de vrede gesloten tusschen u en ons* 

En als wanneer de envoijé met den konsul 
hier komt, en dat wij daarvan kennis mogen 
hebben, voor hunne komst, zal het genoeg zijn, 
tot securiteit van den opgemelden vrede, met 
fundament, en als dan kunnen uwe schepen en 
kooplieden hier in onze havens komen, zonder 
dat zij gemolesteerd worden , noch dat iemand 
hen hinderlijk zal zijn; aan hen, noch aan hun- 
ne koopmanschappen , als mede van onze sche- 
pen, hun doende alle hulp en gunst, vetzeke- 
rende daarvan de schepen van uwe natie en 
van de onze. 

En Hunne Hoog Mog. zullen gelieven ons 

den- 

(*) De voorwaarden, die men van weerszijden gc- 
maakc had , kwamen op de vorige van 1662 neer» 



144 KORTE BESCHRIJVING 

denzelven vrede te doen aanklijven; en tot na- 
koming en observantie van denzelven zijn wij 
d'accoord gebleven , dat de inkomende en uit- 
gaande koopmanschappen , règtëü zullen betalen , 
op den voet van de Engelsche natie , zoo als 
verbleven zijn met den voornoemden envoijé- 

Als mede, om, als het noodig is, uwe magtige 
vloten te revictualieren van hetgene zij noodig 
hebben. 

Als mede , van de quantiteit paarden , die zij 
mogten noodig hebben, al hetwelk wij zullen 
doen, gelijk onze schuldige pligt is, biddende 
zijne Goddelijke Majesteit , dat deze vrede moge 
strekken tot welstand van ons allen. 

Het origineel was geteekend en gezegeld on- 
der en boven, met het zegel van den gouver- 
neur, en van den Bassa en den D : ran en ra- 
den, als mede van de auditeurs van de Turk- 
sche en Arabische natie ; ook stonden er eenige 
handteekeningen van Hollandsche slaven op , 
die tegenwoordig in den Divan geweest waren , 
en die de zegels en de handteekeningen erkend 
hebben , tot certificatie van het origineel. 

(En de reden, dat de Engelsche konsul niet 
heeft geteekend, is, dat hij contrarie in dezen 
vrede is geweest.) 

Deze is geschreven den laatsten dag van de 
maand Moharem, in het jaar 1119, in Algiers. 



De- 



VAN BARBAPvTJE. 145 



Dezen vrede kan men , in vergelijking van den vo 
rigen , als wat duurzamer beschouwen. Dezelve 
werd, in 1713, op nieuw bevestigd, door een 
zeer breedvoerig traktaat, van 22 artikelen, 
waarin nog meer bepalingen, dan in de vorige 
verdragen, gevonden worden; zoo als, onder 
anderen : dat de Nederlanders , in het vervolg , 
in plaats van tien ten honderd, inkomende reg- 
ten, even gelijk de Engelschen en Franschen» 
maar vijf perCent zouden betalen; — dat mea 
geene passagiers, van welke natie ook, noch, 
derzelver goederen, die zich aan boord van 
NeJerlandsche schepen bevonden, zou mogen 
molesteren, hinderen of daaruit halen; dat men 
den Hollanders , wanneer zij scheepsbehoeften te 
Algiers wilden koopen , niet meer zou mogen 
afvorderen, dan den gewonen prijs; — dat men 
de Hollanders niet zou mogen verpligten, hunne 
slaven los te koopen, maar dat zij dat konneu 
doen naar goedvinden, enz. 

Bij het maken van dezen vrede, werden er 
ook nieuwe bepalingen, omtrent de paspoorten, 
gemaakt , dewijl de Algerijnen , en andere Barba- 
rysche mogendheden , klaagden , dat er valsche 
zeebrkven vertoond werden, door vreemde sche* 
pen , die niet in de Nederlanden te huis behoor* 
den. Daar dit voor de onzen, niet dan hoogst 

K na- 



U 6 KORTE BESCHPvIJVING 

nadeclig kon zijn , en het wantrouwen der Bar- 
baren , zelfs omtrent Hollandsche schippers , 
gaande maakte, belasteden de Staten, bij eene 
éa&ïchuwifig van den a3 September 1713 •> dat 
de paspoorten van de koopvaardijschepen der 
jMiddellandsche Zee, door de Admiraliteit, niet 
zonden uitgegeven worden, dan op de beëedtg- 
de verklaring van twee der voornaamste ree- 
ders, door hunne medereederen daartoe gequali- 
ficeerd, en dat deze paspoorten, maar voor eene 
reis, goed zouden zijn, en bij de terugkomst 
der schepen moesten teruggegeven worden (*> 
Daarbij werden deze zeebrieven voor eeneti 

ze- 



(*) Deze paspoorten bestonden uit een vel perka- 
ment, waarop een oorlogsschip, in volle zeilen., was 
afgebeeld, en dan men, met verscheidene hoeken, 
schuins op ' en neer, sneedc. De ee; e helft hiervan, 
zond men naar Algkrs , en de andere helft kreeg de 
kapitein van het uitvarende schip. Ook werd , nader- 
hand , door de Algerijnen , bepaald , dat deze passen , om 
de drie jaar, zouden vernieuwd en v'erafttterd worden, 
om daardoor des te zékerder te zijn. 

Zij , die breedvoeriger over deze paspoorten , en over 
eenigc resolutien, daartoe betrekkelijk, wenschen te 
weten, kunnen hierover het Groct-Plahkti.-iboek nazien, 
en wel 6 e deel, biadz. 1332, 1333, 1335» «475* «* 
14,-9, 14851, 1404 tot 1496" en 1509. 



VAN BARBARTTE. 147 

zekeren bepaalden tijd gegeven , naarmate de reis 
ver was, zoo als: 

Voor schepen, gaande van hier, door het 
kanaal, tot aan de Sorli: gs-eilanden , voor 
3 maanden. 
Tot aan de kaap Finis-Terre , voor 6 maan- 
den. 
Tot Kadix , voor 8 maanden. 
Door de Straat, en de Middellandsche zee, 

tot aan den Archipel, voor 12 maanden. 
Tot aan Smyrna , Akppo , enz. , voor 15 

maanden. 
Tot aan de Vlaamsche en Kanarische eilan- 
den, Madera en Fayal, 12 maanden. 
Op Suriname , 15 maanden. 
Op West-lndiè , Afrika en Amerika , voor 

particuliere schepen, 18 maanden. 
Voor schrpen van de Oost- en IVtn- Indische 
compagnie' voor eencn onbepaalden tijd. 
Deze vrede, met hoeveel schijnbare fcOude trouw 
ook , van den kant der Algerijnen gesloten , was , 
toch, niet duurzamer dan de vorige, maar werd, 
even willekeurig, door hen verbroken; weshalve 
de Staten, in 1717, een plakkaat van Retors e 
verleenden, tegen den keizer van Marokko en 
de Algerijnen, waarvan het hoofd, en de twee 
eerste artikelen waren, als volgt: 

K 2 Plak* 



14* KORTE BESCHRIJVING 

Plakkaat , nopende retorsie tegen die van 
Marokko en Algiers , den 16 Janna" 
rij 1717. 

De Staten-Generaal der Vereenigde Nederlan- 
den, allen degenen, die dezen zullen zien of hoe- 
ren lezen, salut; doen te weten: Alzoo, niet- 
tegenstaande den gemaakten, en van tijd tot tijd 
vernieuwden vrede , tnsscheu ons , en den kei- 
zer van Marokko , echter door deszelfs schepen , 
of door zijne onderdanen , verscheidene malen , 
nu wederom, eenige koopvaardijschepen van on- 
ze onderdanen, vijandiglijk zijn aangetast en weg- 
genomen , en dat van gelijken , door de regering 
van Algiers den vrede , door ons , niet lang ge- 
leden, met dezelve gemaakt en vernieuwd, zon- 
der eenige oorzaak, trouweloos is verbroken, met 
wegneming van schepen en goederen van de on- 
derdanen van den Staat, insgelijks het volk 
daarvan tot slaven makende. Zoo is het, dat 
wij zulks niet langer kunnende aanzien, goed ge- 
vonden hebben. 

1. 

Te arresteren, dat aan diegenen van onze on- 
derdanen , welke des van ons requireren zullen , 
commissien van retorsie zullen worden gegeven 
tegen alle oorlogsschepen van den keizer van 
Marokko , en van de regering van Algiers., of 



VAN BARBAPvIJG. 149 

andere roofschepen , toebehoorende aan den ge- 
melden keizer of regering, of hunne onderda- 
nen, ten oorlog, of kaap uitgerust, het zij de- 
zelve commissie van dien keizer, of van die re- 
gering mogten hebben of niet, mits onze on- 
derdanen gehouden blijven, de gewone cautie te 
stellen. 

e. 

En om onze onderdanen te meer aan te moe- 
digen, hebben wij goedgevonden, te stellen en 
te beloven, op het veroveren of destrueren van 
gemelde roofschepen, de volgende premiën: 

Namelijk , eene premie van honderd vijftig 
gulden voor ieder' man, die, in het begin van 
het gevecht, op het roofschip zal zijn geweest; 
alsmede van ieder pond , welk het geschut , 
waarmede het roofschip ten tijde voorschreven , 
gemonteerd zal zijn geweest , te zamen gere- 
kend, aan kogels, in eene reis heeft kunnen 
schieten : bassen onder het voorschreven geschut 
niet gerekend, enz. enz. 

De overige artikelen bevatten niets anders dan 
bepalingen, omtrent het verdienen van de pre- 
mién in Art. 2 uitgeloofd. 

De vijanden , van al onze maatregelen onder- 
ligt, wendden alles aan, om ons afbreuk te 
doen. Hoe veel nadeelen zij ons toebragten , 
blijkt, genoegzaam, uit het getal schepen, dat 

K 3 »3 



150 KORTE BESCHRIJVING 

zij genomen, of vernield hebben, hetwelk, se- 
dert >7i6, in den tijd van acht jaren, drie en 
zeventig stuks beliep, waarvan de veertig eer- 
sti , met Hunne ladingen , reeds op 6 millioe- 
nen geschat w;rden; terwijl het getal der boots- 
lieden, die zij in shvernij gebragt hadden , meer 
da ] 8c o man beliep. 

Ondertui ... > leverden de Gemagtigden tot 
den Leyatitschen handel , in 1721 , bij de Staten, 
eer, Ürlngend vertoog in, met verzoek om zes 
oorlogsschep , tot beveiliging der vaart op de 
Middelland? che Zee, uit te rusten. Aan dit 
verzoel? '.ver; meer dan voldaan, want Hunne 
Hoogmogeuden zonden,, in de lente deszelfden 
jaar. c , acht oorlogsschepen in zee, onder geleide 
van den vice-udmiraal fraisc,ois van aeusen, 
heer van Sv'mmclsdijk. Deze kruiste, den gan- 
senen zomer, af en aan, door de straat, zon- 
der eenig vi : andeli"k schip te kunnen verove- 
ren; — inmiddels velen nog verscheidene sche- 
pen den roovers in handen. 

De schout bij nacht, Hendrik grave, die in 
ïjet volgende jaar, met een dergelijk eskader, in 
zee stak , had het geluk van twee Algerijnsche 
kapers te bemagtigen, dan hier bleef het bij. 

Om aan deze onheilen een einde te maken, 
zonden de Staten, iii 1724? den schout bij nacht 
ocpiN, om met de Barbaren over den vrede te 
liancelen , en den Dcy van Algiers^ zes achter- 
een- 



VAN BARDARIJE. 151 

eenvolgende jaren, twintig duizend guldens aan 
te bieden. Doch dit aanbod, hoe belangrijk ook, 
werd verworpen, en bij vorderde, daarenboven-, 
nog een zeer aanzienlijk geschenk in oorlogsbe- 
hoeften, tot het toestaan van dewelke de schout 
bij nacht geenen last hebbende, bleef de onder- 
handeling steken , en de oorlog duurde voort 
tot 1726. 

In de lente van dit jaar zonden de Staten , op 
nieuw, een eskader oorlogsschepen , naar de Mid- 
dellandschc Zee, om op de ropvers te passen. 
De vice-admiraal van aeksen, die er andennal 
het bevel over had, maakte jagc op verse ie •':- 
ne kapers , en jaagde er eenen op de kust van 
Tctuan, waar het schip zich te ber.sien stiet. 

De regering van Algiers, ejndeljtjk , aanzo !; 
tot vrede doende , begaf zich onze bevelhebber p 
met vijf schepen , naar de reede hunner hoofd- 
stad, en begon de onderhandelingen, met dien 
uitslag, dat de vrede , op den achtsten van 
Herfstmaand , 1726, geteelend werd. Het verdrag 
bestond uit 24 artikelen, nagenoeg van denzelfden 
inhoud, als die der vorige traktaten. De inko- 
mende regtcn, op de koopwaren, bleven, zoo 
als in 1713, op vijf perCent bepaald; de A\~ 
giersche kapers, een Staatscn, schip ontmoetende, 
mogten het niet dan met de sloep naderen, en 
alleenlijk twee man overzetten, om de paspoor- 
ten te onderzoeken. — De Dry zou niet gedo->- 

K 4 gen , 



152 KORTE BESCHRIJVING. 

gen, dat eenig Algiersch vaartuig zich begave 
naar Salee, of andere plaatsen, die met de Sta- 
ten in oorlog waren. — Geen kaper zou in het 
gezigt van eenige haven der vereenigde provin- 
ciën mogen komen- — De Hollanders zouden 
geene slaven, die hunne meesters ontloopen wa- 
ren, mogen ophouden. — De konsul zou eenen 
predikant, van den hervormden godsdienst, in zijn 
huis mogen hebben ; en de slaven zouden , den 
godsdienst aldaar , op de vastgestelde dagen , mo- 
gen bijwonen, enz. enz. (*). 

Terstond na het treffen van den vrede , keer- 
de de vice-admiraal, heer van Sommelsdijk 9 naar 
liet vaderland terug; maar de kapitein schrijver 
Werd, met drie oorlogsschepen, naar de baai 
gezonden, om eenige slaven te lossen. Terwijl 
hij hiermede bezig was , werden , in Zomer- 
maand, twee uitgaande Oost -Indische schepen 

te 

(*) Weinigen hadden zin om als predikant naar Al- 
per: te gaan ; en het was eerst , nadat de Staten eenige 
vooroeelen aan dien post verbonden hadden, dat zich 
kandidaten aanboden. De proponent n. van gempt, 
•«nvaaifide denselven, voor 3 jaar, op een traktement 
van f 000 gulden 'sjaars, en 300 gulden reiskosten;. 
tnct toezegging, dat, na zijne terugkomst, hem de 
eerste prtdikantsplaats , die Hunne Hoogmogenden ta 
Vergeven hsdden, zou toegevoegd worden. 



VAN BARBARIJE. 153 

te Algiers opgebragt , door vier kapers , die zich 
van dezelve hadden meester gemaakt, omdat zij 
geene behoorlijke paspoorten konden vertoonen» 
En, hoewel schrijver den Divan vertoonde, 
dat deze schepen , den Staat toebehoorende , 
geene paspoorten noodig hadden, wilde men zich, 
met deze reden , niet laten pa'aijen , en het kostte 
dezen heer, zeer veel moeiten, de schepen 
weer los te krijgen , hetwelk niét gelukken 
wilde , zonder dat zij , de helft van het ge- 
munt geld , dat zij aan boord hadden , afston- 
den: dit beliep 137,000 guldens. 

Dit gaf aanleiding, dat het vrede 'traktaat , in 
1731 , uitgebreid werd, met eenige artikelen, 
meest betreffende de schepen , die naar Oost- 
Indië voeren , welke passen zouden erlangen , 
waarop het groot zegel der Staten gedrukt was, 
dat niet zou behoeven veranderd te worden. 

Met dit alles was de vrede van 1726 de be- 
stendigste , die ons land nog ooit met de Al- 
gerijnen gesloten had , daar dezelve acht en twin- 
tig jaar, bijna onafgebroken, voortduurde; het- 
welk men ook, vooral, te danken had aan de 
wijze voorzorgen, die 'slands hooge Magten, 
tot behoud daarvan, in het werk stelden. In 
1717 werd de goede verstandhouding bijna afge- 
broken, dodr de achteloosheid van sommige Hol- 
landsche schippers, en stuurlieden, die in ge- 
breke bleven, om de Algerijiische vaartuigen, 

K 5 zoo- 



154 KORTE BESCHRIJVING 

zoodanig te bejegenen, als de verbindtenissen 
der Staten, met dit volk, vorderden. Daarom 
gaven Hunne Hoogmogenden , in 1753, op 
nieuw een voorschrift uit, hoe de Nederlandsche 
schippers zich , omtrent de Moorsche vaartuigen , 
met welke het gemeenebest in vrede was , moes- 
ten gedragen, alle vijandelijkheden streng verbie- 
dende, en gelastende hunne vlaggen en passen, 
op de bepaalde wijzen, te vertoonen. In 1754. 
had de Hollandsche consul, paravicini, eene 
conferentie met den Dey , waarin deze zijn ge- 
noegen , omtrent het gedrag der Hollanders , te 
kennen gaf, hem toen tevens van zijne goede ge- 
zindheid omtrent ons , verzekerende. 

Het berigt hiervan gaf den Staten alle hoop, 
dat de orde zou hebben blijven voortduren; 
fietseen ook, denkelijk, wel het geval zou ge- 
weest zijn , indien de moord , aan den toenma- 
igen Dey gepleegd, niet eene nadeelige veran- 
dering, voor ons, ten gevolge had gehad. Hij 
werd, in Wintermaand, 17545 in zijn paleis, door 
een pistoolschot, om het leven gebragt. — Het 
krijgsvolk had eene zamenzwering tegen hem, en 
zijnen thesaurier gemaakt, welke laatste hetzelfde 
lot van zijnen meester onderging. Toen zette 
zich het opperhoofd der zaamgezworenen, op 
den stadhouderlijken zetel, en begon reeds be- 
vel te geven , dat hij tot Dey zou worden uit- 
geroepen. Doch , cenige officieren van den ver- 
moor- 



VAN BARBARIJE. 155 

moordden .£> J , vielen op het vloekgcspan aan, 
en schoten de meeste van hen , en ook hunnen 
aanvoerder, dood, terwijl zij ali effendi aga, 
hoofd der Moorsche ruiterij, tot die waardig- 
heid verhieven. 

De tijding van dit voorval, bereikte, in Maart 
des volgenden jaars, ons vaderland; en de meeste 
kooplieden begonnen , op het hooren derzel- 
ve , eene vredebreuk, te vreezen; te meer, 
daar -zij uit Marseille eenige verontrustende be- 
rk-ten ontvingen. Dan hunne vrees werd, kort 
daarop, eerrigziöi weggenomen, door Cviie be- 
kendmaking van Gecommitteerde Raden ter Ad- 
miraliteit te Amsterdam, die, tot gerustsl 1- 
ling van allen, wien het mogt aangaan, verze- 
kerden , dat volgens schrijven van den konsul 
pauavicini , de vrede , op den 15 Februari], nog 
stand hield, en dat hij nog niets, van eene ver- 
wijdering , vernomen had. 

Het leed, echter, niet lang, of er kwamen 
nadere berigren. In April, namelijk, ontvingen 
Hunne Hoogmogenden eene tweede missive van 
paravicini, die de oorlogsverklaring buiten al- 
len twijfel stelde , en ons deed zien , dat de 
eerste vrees der kooopÜeden , zeer gegrond was 
geweest. 

Men vernam toen, dat, sedert half Februarij, 
te Algiers alles in beweging was, door het ge- 
mor dèr janit.avcn en hu overige krijgsvolk; 

de- 



%$6 KORTE BESCHRIJVING 

deze, zoo wel als het gemeen, schreeuwden 
luid om oorlog , en deden , den nieuwen Dey , 
allerlei bedreigingen, indien hij niet met eene of 
andere Christen mogendheid den vrede brak , op- 
dat zij , zoo als zij het noemden , iets zouden 
kunnen verdienen. 

De Dey, bij het toenemen van dit gemor, 
begon voor de woede des volks te duchten. 
Hij spande den Divan, om te hooren, tegen 
welke mogendheid men dan den oorlog zou ver- 
klaren. Regt of billijkheid , kwam , zoo als men 
wel begrijpen kan , hier niet te pas , en eigen- 
belang was de grondslag hunner raadslagen : men 
moest eenen voordeeligen oorlog; een' krijg, 
die hoop kon geven op aanmerkelijke winsten in 
bet rooven; en na eenige woordenwisseling, riep 
men eenparig uit, dat men met de Hollanders 
breken moest, dewijl deze, vele rijkgeladen 
schepen, in zee hadden, en het getal hunner 
oorlogsschepen, om dezelve te dekken, niet tal- 
rijk was. 

De Dey maakte, in het eerst, groote zwarigheid 
omtrent dien eisch , en bragt vele redenen , ten 
voordeele der Hollanders, bij; onder anderen, 
dat zij hunne verbindtenissen , altijd, stipt na- 
kwamen, rijke geschenken overzonden, en nooiï 
reden tot klagen gaven* 

De Divan zou, welligt, gehoor verleend heb- 
ben, aan dQz^, voor ons land zoo vereerende 

be* 



VAN BARBARIJË. 157 

bedenkingen, maar de vrees voor eenen alge- 
meenen opstand en bloedbad, was te groot; 
het volk moest tevreden gesteld worden , en men 
was daarom verpligt, den gedanen eisch in te 
willigen. 

Zoodra het besluit van den Divan, om de 
Hollanders, volgens 's volks begeerte, den oor- 
log aan te doen , bekend was geworden , hield 
het gemor op. Dan , hoe groot was niet de 
algemeene vreugde, toen men vernam, dat de 
hooge raad, zelfs zoo ver gekomen was, van 
de kaapvaart, tegen alle mogendheden , die geene 
groote zeemagt hadden , open te stellen , en dat 
men dus, met alle Europesche volken, Frank- 
rijk en Engeland alleen uitgezonderd, zou bre- 
ken. Zweden en Denemarken wisten dezen 
slag, niet groote geschenken aan den Dey , en 
andere voorname opperhoofden , af te weren , 
maar anderen gelukte dit niet. 

Daags, na het nemen van het eerste besluit, 
kwam er een afgevaardigde van den Dey bij den 
Hollandschen konsul paravicini , met de on- 
aangename boodschap , dat men voorgenomen 
had om Hunne Hoogmogenden , den oorlog, 
aan te doen; maar dat hem, uit eene bijzon- 
dere gunst, den tijd van twee maanden, werd 
toegestaan , om te vertrekken. Den volgenden 
dag kwam dezelfde ambtenaar weer, met eene 
nadere boodschap van den Dey } die hem liet 

zeg- 



158 KORTE BESCHRIJVING 

zeggen-; dat, in plaats van twee maanden met 
zijne afreize te .vachten , hij , met de eerste ge- 
legenheid , de hoofdstad moest verlaten. Dit be- 
vel noopte onzen konsnl zich dadelijk reisvaar- 
dig te maken, en in den tijd van veertien dagen 
was er, op al het noodige , orde gesteld. Eer 
hij zich evenwel scheep begaf, kreeg hij nog 
eene boodschap van den Dey , die hem liet 
weten, dat het tijdsbestek van twee maanden, 
zon standgrijpen , ten aanzien der Hollandsche 
schepen, en dat de kapers, voor den twintig- 
sten April , geene vijandelijkheden tegen dezelve 
zonden plegen. Hiermede ging hij aan boord 
van het eerste schip, dat naar Gibraltar zeilde , 
en gaf den heeren butler, Hollandsche kon- 
suis aldaar, berigt van den oorlog, met ver- 
zoek van de Hollandsche schepen - t zoo veel 
mogelijk , van het gevaar dat zij liepen , te waar» 
schuwen. Daarop stak hij , met een Engelsen 
schip, naar Provcnce over. 

De Staten van ons land hadden toch alle 
hoop, op het herstel van den vrede, nog niet 
opgegeven : zij dachten , dat de Porte , waarmede 
zij in eene goede verstandhouding waren, de Al- 
gerijnen zou bewegen , om de zaak bij te leg- 
gen, daar osman iil, die, kort te voren, zijnen 
broeder ma mf.th V was opgev>I^d, onzen 
afgezant, den buron de hociiepied, verzeke- 
ringen van zijne genegenheid voor de Hollan- 
ders 



VAN BARBARIJE. 159 

ders had gegeven, met bijvoeging, dar hij ge- 
zind was alle verdragen , die , ten tijde zijner 
voorzaten stand gegrepen hadden, onschendbaar 
in acht te nemen. 

De Hollanders lieten het toch hierop niet aan- 
komen, maar zonden dadelijk eenige oorlogssche- 
pen naar de Middellands che Zee , tot dekking 
der zeevaart, en afbreuk van den vijand; ter- 
wijl de Oos-Indische Compagnie een' berkantijn 
uitrustte, om de naar huis komende Oost-In- 
dievaarders , van het gevaar, te gaan verwitti- 
gen. Ook maakte de Zeeraad bekend, dat 
men, na den eersten Mei, konvooi zou verlee- 
nen raar Lissabon , Kadix , de geheele Middel- 
landsche Zee , Livorno en Smyrna, Twee oor- 
logsschepen door de admiraliteit van Amsterdam 
uitgerust, staken ook dadelijk in zee , om alle 
koopvaardijschepen, die zij maar konnen opspo- 
ren, te dekken. 

Bij dit alles zochten de Algemeene Staten, ook 
nog de zeelieden, in 'slands dienst, op allerlei 
wijzen, aan te moedigen, tot het doen van alle 
mogelijke afbreuk. Zij beloofden aan de sche- 
pen van oorlog, die een Algerijnsch vaartuig 
veroverden, tot beloouing te laten, het gansche 
aandeel, dat het genieene land, in den prijs toe- 
kwam , en daarenboven nog vijftig gulden voor 
ieder man, die zich bij den aanvang van het 
gevecht, op het bemagtigde of vernielde schip 
had bevonden. De* 



l6o KORTE BESCHRIJVING 

Deze vredebreuk was , met dit alles , het ge- 
vaarlijkst voor de schepen , die in de havens der 
Middellandsche Zee waren, dewijl deze, van va- 
derlandscfa konvooi verstoken, en onbeschermd 
die havens verlatende , den Algerijnen bijna ze- 
ker in handen zouden vallen. Dan, de loffelijke 
voorzorg van onzen gezant aan het hof van 
Madrid^ den baron van wassenaar, kwam dit 
dreigend ongeluk voor- Hij wendde zich , na- 
melijk, zoodra hij van de oorlogsverklaring on- 
derrigt was, tot den Spaanschen minister der 
marine, den heer arriaga, om bescherming voor 
de Neöerlaiidsche schepen te verzoeken. Dit 
werd, op eene zeer verpligtende wijze, toege- 
staan, en men zond, met allen spoed, twee 
Spaansche oorlogsschepen, een van zeventig, en 
een van zestig stukken in zee , om onze koop- 
vaarders , tot buiten het naanw der straat, te ge- 
leiden. — De baron van wassenaar betuigde 
's anderen daags, aan den minister, zijnen har- 
teliiken dank, voor dit gewigtig, en voor ons 
belangrijk, hulpbetoon, en deed, van dezt heu- 
chelijke schikking, kennis geven, aan alle koop- 
vaardijschepen , die zich in de Spaansche havens 
bevonden, ten einde zij naar Alikante zouden 
zeilen, van waar dit konvooi zou vertrekken. 

Wij kunnen hier niet voorbij , de gelukkige 
lotverwisseling , en zonderlinge redding , van ka- 
pitein adriaan van der kam te melden. De- 
ze, 



VAN BARBARIJE. iel 

ze; van Vejietïè naar Vigos stevenende, en niets 
van den oorlog wetende, ontmoe.te , met zijn 
fregat, dat wel voor zes en twintig stukken ge- 
boord was , maar niet meer dan veertien kleine 
stukken op had, den veertienden April, in de 
nabijheid van het eiland Tvtca, drie Turksche 
xebckken, die, blijkbaar, hun best deden, om bij 
hem te komen, hetgeen hun gelukte, van der. 
kam , van alles kwaads onkundig , dacht , dat 
men alleen zijn paspoort wilde onderzoeken , en 
maakte zich , daartoe , gereed. Dan, hij kreeg 
eene sloep met twaalf Turken aan boord, die 
hunne geweren, onder hunne lange kleedcren, 
verborgen , en , op eene vriendelijke wijze , hem 
verzochten , de kajuit te zien Terwijl zij hier- 
mede bezig waren, en den kapitein ophielden, 
naderden de anderen , met hunne barkassen , aan 
boord van het fregat, waarop een vijftigtal Tur- 
ken oversprongen, en er zich, op deze verra- 
derlijke wijze , meester van maakten. Al het 
scheepsvolk werd, onder den naam van Honden, 
naar de sloep gedreven , welk lot ook den ka- 
pitein te beurt viel, die nu de vredebreuk ver- 
nam. — 

Dit fregat werd naar Algiers opgezonden , en 
het volk, op de xebekken , verdeeld, waar het 
alle mishandelingen moest verduren. Dan, door 
een bijzonder toeval, werden onze ongelukkige 
landgeuooten, gered. Tegen den avond zag men 

L land , 



i6a KORTE BESCHRIJVING 

land , en de stuurman der Algerijnen dacht , dat 
hij het eiland Tv/ca naderde , hoewel van der 
kam , wiens gevoelen men daarover vroeg , rond 
uit zeide, dat men zich vergiste, en dat het, 
naar zijne berekening, St Martin was. De 
roovers, meenende gelijk te hebben, stuurden 
voort, en ontdekten, eerst den volgenden mor- 
gen , hunnen misslag , daar alle verkenningen uit- 
wezen, dat zij de baai van Alikante naderden, 
waar vijf Spaansche xebekken lagen, die dade- 
lijk op hen afkwamen. De Turken, vol spijt 
van zich zoo vergist te hebben in hunnen koers, 
zetteden alles bij, om te ontvlugten , doch te 
vergeefs : de Spanjaarden haalden hen in , en be- 
gonnen oogenblikkelijk het gevecht , dat , van weers- 
zijden , allerhardnekkigst was , en van 's morgens half 
zeven, tot 's nachts half elf duurde, wanneer de 
xebek, daar van der kam op was, genomen 
werd. Al de Hollanders, die er op waren, kwa- 
men, behouden, bij de Spanjaarden over; maar, 
van de 250 Mooren , werden er maar 40 gered; 
de andere waren, of gesneuveld, of bij het ne- 
men, in het water gesprongen, en verdronken.-— 
Dadelijk ging men weer op de overige roovers 
af, wier doorschoten zeilen, het vlugten onmo- 
gelijk maakten. Het duurde, evenwel, nog tot 
den volgenden nacht elf uren , eer de twee an- 
dere overmeesterd waren, die, zoodra er bet 
volk af was , even zoo als de eerste , zonken. 

Van 



VAN BARBARIJE. 163 

Van de onzen, verloor niemand het leven; het 
getal Mooren en Turken, die meq gevangen 
nam, beliep 496 man, welke te Karihagena op- 
gebragt werden : ook berekende men , dat er wel 
zes honderd omgekomen waren. 

De gevolgen van dezen oorlog, waren, voor 
de Nederlanders, niet zoo nadeelig, als men, 
in het eerst, gevreesd had. De geheele buit der 
roovers bestond, in 1755, uit niet meer dan 
twaalf schepen, waaronder maar vijf' Holland- 
sche: daarentegen, was meer dan de helft hunner 
zeemagt , door de Christenen , vernield. Dit noop- 
te hen dan, om den vrede, met de Hollanders, 
te herstellen, zoo als geschiedde in 1757, door 
een nieuw Traktaat , hetwelk den 23 November 
geteekend en gesloten werd : hetzelve is van den 
volgenden inhoud (*). 

Trak- 



(*) Ik deel dit traktaat, in zijn geheel, mede, de- 
wijl de vredesvoorwaarden, in dit jaar (1816), met de 
Algerijnen gesloten, volkomen van denzelfden inhoud 

zijn. 



L 2 



164 KORTE BESCHRIJVING 

Traktaat van vrede en vriendschap^ 
tusschen de Staten- Generaal der 
Vereent gde Nederlanden , en de re* 
gering van Algiers. 

Art. i. 

Tusschen de Heeren Staten-Generaal en den 
Dey , aly-bacha, opperhoofd van de militie, 
gelijk ook de geheele krijgsmagt van de stad en 
het rijk van Algiers , zal een vaste en opregte 
vrede zijn ; uit hoofde van welke , de schepen , de- 
zer twee mogendheden , wederzijds , elkander geen 
het minste leed toebrengen, maar veeleer be- 
schermen, en vriendschap bewijzen zullen. 

Art. 2. 

Aan de Nederlandsche schepen wordt ver- 
gund , in plaats van het regt van tien ten hon- 
derd der koopmanschappen , die , om te verkoo- 
pen , gelost worden , te mogen volstaan met vijf 
ten honderd; en ten opzigte van de koopman- 
schappen , die niet verkocht worden , is vastge- 
steld, dat, indien men dezelve weder zal willen 
uitvoeren , niemand iets deswegens , onder welke 
benamingen het ook zou kunnen zijn, zal mo- 
gen afgevorderd worden j en alle waren, tot den 

oor- 



VAN BARBARIJ E. i<5$ 

oorlog of scheepsbouw dienende, zullen vrij zijn 
van allerlei lasten, 

Art. 3. 

Als de Nederlandsche en Algièrsche schepen 
elkander in zee komen te ontmoeten , zal er 
geen molest mogen gedaan worden , aan eenige 
personen» van welke natie dezelve ook mogen 
zijn, zich daarop bevindende, noch aan derzel- 
ver goederen , onder welk voorwendsel ook ; 
maarzij zullen met alle beleefdheid scheidon, zon- 
der elkander, in de voorgenomene reis, op te 
houden of te verhinderen, 

Art. 4. 

Algièrsche kapers, Ne^erlandsèhe koopvaardij- 
schepen ontmoetende, zullen aan derzelver boord 
mogen komen , met ééné sloep , waarin , boven 
de roeijers , maar twee man mogen zijn , die , 
na het vertoonen van het paspoort, aanstonds 
moeten vertrekken, en het schip de reis onge- 
hinderd laten vervolgen; zoo ook, wanneer de 
oorlogsschepen hunner Hoogmogenden , eeuig Al- 
giersch schip tegenkomen , hetwelk met een pas- 
poort van den Dey , of den Hollandschen kon- 
sul, voorzien is. 

L 3 Art, 



\ 



166 KORTE BESCHRIJVING 

Art. 5. 

De Nederlandsche schepen mogen, onder gee- 
nerlei voorwendsel , door de kapiteins , of bevel* 
hebbers der Algerijnen , iets worden afgevorderd. 

Art. 6. 

Indien eenig Nederlandsch schip kwam te stran- 
den op de Algiersche kusten, zullen de perso- 
nen , en goederen van dat schip , niet benadeeld 
mogen worden , maar de onderdanen van Algiers 
zullen alles, wat doenlijk is, toebrengen, om die 
personen en goederen te redden. 

Art. 7. 

Geene schepen van Algiers zullen mogen va- 
ïen op Salée , of eenige andere plaatsen , die 
met de Staten Generaal in oorlog zijn. 

Art. 8. 

Zij zullen geenszins mogen komen in 9 t ge- 
zigt van eenige plaatsen, sterkten of havens, 
behoorende onder het gebied van Hunne Iioog- 
mo^enden» 



Art. 



VAN BARBAPvIJE. 167 

Art. 9. 

Men zal aan die van Tunis > Tripoli , Salie , 
of andere vijanden, niet toelaten, te Algiers 
eenig schip , menschen of goederen te .yerkoo- 
pen, die aa,i onderdanen Hunner Hoogrnogenden 
behooren, 

At. 10. 

De Staatsolie oorlogsschepen , eenige prijzen 
opbrengende , in de havens , of onder het gebied 
van Algiers , zullen daarmede mogen handelen 
naar hun welgevallen, en geene Fegten of las- 
ten betalen : — ook zullen zij hunne provisie , 
vrij op de markt mo?en koopen. 

Art. 11. 

Ingeval een slaaf, of slaven, zich met zwem- 
men redden, aan boord van eenig Neder- 
landsch oorlogsschip , liggende op de reede van 
Algiers ten anker, zoo zal men gehouden zijn, 
de zoodanigen weder uit te leveren, en zich 
daarvan niet mogen ontslaan , onder eenig voor- 
wendsel, 



L 4. Art. 



X58 KORTE BESCHRIJVING 

Art. 12. 

Geene Hollandsche kooplieden , of eenige Hun? 
lier Hoogmogende onderdanen , ^zullen in hech« 
tenis genomen, verkocht, of tot slaven gemaakt 
mogen worden, op eenige plaatsen, staande on- 
der 't gebied van Algiers : en omtrent de vrij- 
kooping dergenen, die reeds tot slaven ge- 
maakt zijn, zal in der minne gehandeld worden, 
op zulk eene manier, als andere natiën gewoon 

zijn. 

Art. 13, 

De goederen van eenig koopman of onderdaan 
Hunner Hoogmogenden, die te Algiers komt te 
sterven, zullen door de regering niet mogen 
geëigend, maar aan deszelfs erfgenaam of erf- 
genamen, moeten bezorgd, of zoo lang bewaard 
worden , tot dat daaromtrent order zal gekomen 
Zijn, uit het land van den overledenen. 

Art. 14. 

Geene Nederlanders zullen in da stad, of ia 
5 t gebied van Algiers , mogen Worden gedwon- 
gen, om eenige goederen, tegen hunnen wil, 
te verkoopen , noch men zal eenige goederen in 
derzelver schepen mogen inladen, buiten hunne 
toestemming. Ook zullen zij niet in regten mo- 
gen 



VAN BARBARÏJE. $69 

gen vervolgd worden , wegens schulden , door 
hunne landgenooten gemaakt, ten ware zij zich 
vrijwillig tot borg gesteld hadden, 

Art. 15. 

Eenig Nederlander , geschil hebbende met eenen 
Turk of Moor, zal de zaak gebragt worden voor 
den Dey en Divan; maar geschillen der Neder- 
landers tusschen elkander, zullen door den kon-r 
sul worden gevonnisd. 

Art. 16. 

Indien een onderdaan Hunner Hoogmogenden, 
nadat hij eenen Turk of Moor, bij gelegenheid 
van kwestie, of anders, had gedood, mogt ko- 
men te ontvlugten, zoodat hij niet achterhaald 
kon worden, dan zal mén, wegens een zoo- 
danig geval, den konsul, noch èenige andere 
Nederlanders, geen het minste leed mogen doen, 
noch hen ontrusten. 

Art. 17. 

Indien er, op nieuws, verwijdering mogt ont- 
staan , zoo zal de konsul of eenige andere Ne- 
derlanders, niet mogen opgehouden worden, maar 
aanstonds mogen scheep gaan en vertrekken, 

L 5 on- 



i?o KORTE BESCHRIJVING 

onder welk eene vlag het hun behaagt, zonder 
op hunne reis genomen , of opgehouden te mogen 
worden. Ook zal de konsul, in zijn huis, eenen 
predikant mogen houden, om den Gereformeer- 
den Godsdienst te oefenen; en de slaven, die 
in de Godsdienstoefening willen komen , zullen , 
op de kerkdagen , daarvan niet wederhouden 
worden. 

Art. 13. 

Niemand zal den tegenwoordigen of toekomen- 
den konsul in zijnen persoon, in zijne familie 
of goederen, eenig leed mogen doen; maar hij 
zal in alle zekerheid wonen, en vrijheid hebben 
om te vertrekken , wanneer het hem behaagt. 

Art. 19. 

Een onderdaan Hunner Hoogmogenden, door 
de Algerijnen gevonden wordende op een sehip 
van eenige natie, die met hen in oorlog is, zal 
niet mogen worden gemolesteerd; noch ook een 
Algerijn, zich bevindende op een schip van vij- 
anden der Nederlandsche republiek. 

Art. 20. 

Een Staatsch admiraal ten anker komende op 

de 



VAN BARBARIJE. 171 

de reede van /?/giers, zal, zooJi'a de konsul 
daarvan kennis gegeven heeft , door den Dey be- 
groet worden , met een en twintig kanonschoten 
van de stad en kasteelen , waarop de admiraal, 
met een gelijk getal schoten , zal antwoorden. 

Art. 21. 

Hetgene voor het sluiten van dezen vrede is 
gepasseerd, zal in vergetelheid worden gesteld; 
en, indien door de schepen van eene der par- 
tijen, prijzen mogten gemaakt zijn, eer zij de 
tijding daarvan vernomen hadden , zoo zullen die, 
of de waarde derzelve 5 worden gerestitueerd, 
zonder erg of list. 

Art. 22, 

Men belooft , wederzijds , indien er iets mogt 
begaan worden, tegen den vrede strijdig, daar- 
omtrent voldoening te geven, met de schuldigen 
te straffen, zonder deswegens den vrede te ver« 
breken. 

Art. 23. 

Eenige Hollandsche kooplieden, een schip, 
dat door de Algerijnen is prijs gemaakt , te Al- 
giers , of in zee gekocht hebbende, zoo zullen 
zij volstaan kunnen, met eene verklaring van 

den 



»7* KORTE BESCHRIJVING 

den kapitein, die hun hetzelve verkocht en ge* 
leverd heeft, om dat schip, vrij en frank te mo- 
gen brengen in de haven , daar zij hetzelve wil- 
len brengen, zonder eenige verhindering van ka- 
pers, die zij in zee ontmoeten mogten, 

Art. *4» 

De schepen van onderdanen Hunner Hoogmo- 
genden , die , gedurende den oorlog , zonder pas- 
sen gevaren hebben, en nog varen, in de Mid- 
dellandsche zee, de Spaansche zee, en op al 
de kusten , die door deze wateren worden be- 
spoeld , tot aan de Kanarische eilanden toe , zul- 
len , gedurende den tijd van een jaar , en , die 
verder varen dan deze eilanden , in drie jaren 
tijds , van geene Algiersche kapers worden ont- 
rust, veel min genomen, onder voorwendsel dat 
zij van geene passen voorzien zijn; maar inte- 
gendeel, met alle vriendelijkhtid behandeld wor- 
den. En, indien het gebeurde, dat, na verloop 
van den gemelden tijd van één of drie jaren 
respective, een Nederlandsen schip ontmoet 
mogt worden, door een' Algerijnschen kruiser 
of kruisers , zoo zullen zij hetzelve mogen op- 
brengen , doch niet dan in de haven van Al- 
gpers , alwaar , na een naauwkeurig onderzoek 
van den Dey en konsul, blijkende, dat hetzelve 
Wezenlijk gevaren, heeft zonder pas , op den tijd , 

dat 



VAN BAPvBARIJE. 173 

dat het daarmede voorzien moest zijn, de la- 
ding prijs verklaard , doch het schip en scheeps- 
volk vrij gelaten, en aan den schipper, daaren- 
boven , volgens den inhoud zijner vrachtbrieven , 
de vracht betaald zal worden. Ook zal men den 
schipper eene verklaring geven, om op zijne te- 
huisreis, door geene andere kapers te worden 
gemolesteerd. 

Onder i.l de artikelen stond: 
Gedaan in den jare 1171, op den twaalfden 
dag van de maan Rtbiul Ewel, dewelke is de 
geboortedag van den profeet mahometh; dat 
is, den 23 November 1757. 

Het besluit was : 
Gedankt zij de Majesteit des Allerhoogsten 
Gods, door wiens goedheid onze vrede is ver- 
nieuwd en gezegeld, in het jaar Jezu Christi 
1757, den 23 November, hetwelk is het jaar 
1171, den twaalfden dag van de maan Rcbiul 
Ewel, zijnde de geboortedag van den profeet 

WAHOMETH. 

In dit jaar vernieuwde ook de regering van 
Tripoli , de vriendschap , met onze Staten , door 
het zenden van den afgezant, hasda-ali-eff n- 
Di, een lid van den Divan, die, in 1749 , nog- 
maals, in dezelfde hoedanigheid, ons land be- 
zocht had. De geschenken, die hij, van we- 
gen zijn gouvernement, Hunne Hoogmogenden 

aan- 



m KORTE BESCHRIJVING 

aanbood, bestonden in een kostbaar paarden- 
montuur, een fraai hoofdstel van rood fluweel, 
mtt goud omzoomd, een dergelijk zadel, hol- 
sterkap en buikriern, beuevens een prachtig rood 
fluweelen afhangend kleed, rijkelijk met goud 
geborduurd, met zilver en paarlen bestikt , en 
voorzien met gouden franje. Onze Staten ver- 
eerden , dit alles , naderhand , den jongen erf- 
stadhouder. 

Hoe stipt wij ook, van onzen kant, alle ar- 
tikelen , van den laatsten vrede, nakwamen, zoo 
onthielden zich de Algerijnen , toch niet geheel 9 
van zeeschennis te plegen. Zij namen , niet lang 
daarna, een schip, dat zij, met ladingen al ver- 
beurdverklaarden , welk bedrijf, zij bestaanbaar 
keurden met het 'laatste verdr-g , hoezeer het 
er geheel mede strijdig was. De Staten zon :, 
daarom, den kapitein reinst derwaarts; d^ze 
bewerkte, in Bloeimaand 1760, eene verbreiding 
van het derde artikel des traktaats , aan "de Al- 
gerljnsche zijde geschonden , waarbij de regte 
zin hiervan, naauwkeurig bepaald werd. Ook 
beloofde de Dey , met de regering, dat, indien 
het so,ms mogt gebeuren , dat eenig oorlogsschip 
of kaper van Algiers , een Hollandsen schip op- 
bragt, of goederen daaruit nam, het opgebragte 
en genomene te zullen wedergeven, en de ka- 
pitein des oorlogsschips , of des kapers te straf- 
fen; en voortaan, zulke stipte bevelen te geven, 

dat 



VAN BARBAR.1JE. 175 

dat de AJgerijnsche onderdanen zich voor die 
schennissen zouden wachten. Hierop stelde onze 
scheepsbevelhebber den Dey , de gewone ge- 
schenken van Hunne Hoogm genden ter hand. 

'Sedert dit laatste voorval, nu, schenen de 
roovers zich zeer stil te houden. Dit was oor- 
zaak dat de Staten, eenigzins , van hunne oude 
handelwijs, om hen, door een eskader in ont- 
zag te houden , afweken. Zij verbeeldden zich, 
dat, door het geregeld zenden der faarlijksche 
vastbepaalde geschenken , ócn vrede en de vriend- 
schap , niet de Algerijnen , bestenen ; gemaakt zou 
kunnen worden ; ook wilden zij de onkosten der 
uitrustingen, naar de Mlddellandsche Zee, daar- 
door besparen. Dan , de uitkomst was zoo verre 
van aan de verwachting te beantwoorden , jat 
de ondervinding, integendeel, leerde 9 dat zij, 
hoe meer men hun beloofde , des te minder te- 
vreden waren; en dat, naar mate men hunne 
begeerten inwilligde , zij telkens nieuwe eisenen, 
en zelfs buitensporige afvorderingen deden, die, 
gewoonlijk , met bedreigingen vergezeld gingen , 
zoo als, vooral bleek, uit de berigten van on- 
zen toenmaligen konsul ellynkhuyssiv. 

De staten gevoelden dus de noodzakelijkheid, 
om de zeeschuimers, door middelen van klem, 
tot reden te brengen, en besloten daarom, in 
1765, zeven fregatten uit te rusten. Zoodra 
deze in de JMiddellandschc Zee verschenen , gin- 
gen 



X76 KORTE BESCHRIJVING 

gen de zalven veel beter, en de roovers toon* 
den zich minder ontevreden. 

Mtt de overige Barbarijsche Staten bleef het 
vrij rustig , terwijl wij , van onzen kant , ook 
niets verzuimden , om de goede verstandhouding , 
met dezelve , aan te kweekcn; De regering van 
Tripoli zond ons, in 1769, den gezant mah- 
moud-begi , die , in Fcbruarij , statelijk , zijn eerste 
gehoor bij de algemeene Staten verkreeg, hun 
van de voortdurende vriendschap der Tripoli- 
taansche regering verzekerende , terwijl hij zijne 
Hoogheid geluk wenschte, met zijne komst tot 
de stadhouderlijke regering. 

In het volgende jaar, 1770, zond ook de kei- 
zer van Marokko zijnen gezant maho&ieth re- 
sini, om Hunne Hoogmogenden van zijne vreed- 
zame gevoelens te verzekeren. — Te Amster- 
dam aangekomen zijnde, werd hij aldaar begroet, 
door den hofmeester van den staat, en met het 
binnenjagt van den Raad van Staten, naar den 
Haag overgebragt. In een openlijk gehoor bij 
den stadhouder, bood hij dezen eenen fraaijen 
jongen leeuw, en een Afrikaansch reebokje, ten 
geschenke aan. Op den zesden Maart had hij 
een plegtig gehoor in de staatsvergadering , 
waarin hij, onze regering, van de goede ver- 
standhouding, tusschen de Nederlanden, en den 
keizer, zijnen meester, verzekerde. Kort daarop 
verliet hij de hoofdplaats weer, en keerde naar 
zijn land terug. In 



VAN BARBAR^JE. 177 

In het begin des jaars 177a begon men , ech- 
ter , te vreezen voor onaangenaamheden met de 
Marokkanen , waarom de admiraliteiten van Am- 
sterdam en Vriesland^ de ingezetenen dezer lan- 
den, waarschuwden, om hunne schepen, ingeval 
zij bij de Afrikaansche kust moesten wezen, 
van Turksche passen te voorzien. De redenen 
van bekommernis voor deze roovers, groeideri 
dermate aan, dat de staten, iri Bloeimaand, 
waarschuwingen naar alle gewesten rond zon- 
den, bekend makende, dat de oorlog met Ma- 
rokko, zoo goed als verklaard was, en dat dus 
de schepen, alle omzigtigheid moesten gebrui- 
ken. Dan, op het einde van Junij kwam de ge- 
fuststellende tijding, dat de verschillen tusschen 
de staten der vereenigde gewesten, en den Mi- 
rokkaanschen keizer , veel verminderd waren , en 
dat men hoop voedde , dezelve geheel bij te 
leggen. Dit maakte ook verandering, in het' 
uitrusten van eenige fregatten, naar de Middel- 
landsche Zee, welke men, indien de onlusten 
hadden blijven voortduren , derwaarts zou gezon- 
den hebben Doch , welke voorzorgen de rege- 
ring onzer republiek ook nam , om den vrede 
met Marokko te onderhouden , niets kon baten. 
Twee jaren later, in 1777, brak dezelve geheel 
uit , en belemmerde den handel niet weinig. 
Een uitvarend Surinairasch-vaarder , gevoerd door 
kapitein mejjek, viel in hunne handen, en werd 
" : M te 



178 KORTE BESCHRIJVING 

te Mogador opgebragt. Op 's keizers bevel be- 
dreven de Marokkanen, twee dagen achtereen, 
openbare vreugde, over dezen prijs, hetgeen de 
Hollanders inderdaad zeer verbitterde. Niet lang 
hierna namen deze zeeroovers twee andere Hol- 
landsche schepen , die zij naar de reede van La- 
rachc voerden. Dan, eer zij daar aangekomen 
waren , werden zij ingehaald , door twee onzer 
oorlogsschepen, onder de kapiteins dedel en 
bentinck, op wier aannadering, zij, de beide 
schepen op strand zetteden , die , kort daarop , in 
stukken sloegen. De manschappen, welke zij 
er afgenomen hadden, werden, naderhand, in sla. 
vernij geworpen. 

Hoewel het nu den Hollandschen kapiteinen 
niet gelukte , den prooi aan den vijand te ont- 
zetten , hadden zij toch het genoegen, het Marot» 
kaansch admiraalsschip , op het strand te jagen , 
waar het geheel vernield werd. Nog een ander 
Marokkaansch fregat, dat de haven van Mamora 
zocht binnen te loopen , onderging hetzelfde lot, 
en hiermede was het grootste gedeelte des kei- 
zers zeemagt vernield. 

Dit verlies , gevoegd bij de weinige voordee- 
len , die de roovers behaalden , deed zijne Moor- 
sche Majesteit besluiten, stappen tot den vrede 
te doen , tot herstel van denwelken hij aanbood , 
alle Hollandsche slaven, zonder losgeld, vrij te 
geven. Onze Staten namen dit, zonder lang 

be- 



VAN BARGARIJE. 179 

beraad , aan , en het traktaat werd den ao Junij 
1777 geteekend. Vijf en zeventig Hollanders 
kregen nu hunne vrijheid weder, en kapitein 
j. h. van kinsbergen werd, vervolgens, ge- 
last, de gewone geschenken aan den keizer over 
te brengen. 

In het begin van 17S3 kreeg men ook ont- 
rustende tijdingen uit Algiers , welke inhielden 9 
dat de Dey ontevreden was , over het achterblij- 
ven der geschenken , die men, wegens den oor« 
log met Engeland^ niet had kunnen zenden ; en 
dat de Divan besloten had , den Hollanders den 
oorlog te verklaren. Dit gaf aanleiding dat de 
kooplieden van Amsterdam, , Rotterdam en Dord- 
recht zich, met een verzoekschrift, aan Hunne 
ïloogmogenden wendden, waarin zij, hunne on- 
gerustheid, te kennen gaven, om hunne gereed- 
liggende schepen naar de Middellandsche zee te 
zenden, zonder een genoegzaam getal oorlogs- 
schepen, tot bescherming. Dan, het duurde 
niet lang, of de Staten ontvingen berigt, van 
onzen konsul, dat hij den Dcy tevreden had 
gesteld, met de toezegging der gewone geschen- 
ken , en dat dus geene vrees , voor eene vrede- 
breuk, ons moest bekommeren. 



De keizer van Marokko, die, even gelijk al 
deandere roofsuten, zoo veel van ens zocht te 

M 2 trek* 



i8o KORTE BESCHRIJVING 

trekken, als maar mogelijk was, had, in het ver*' 
ledene jaar, 178*, de gewone geschenken, afs 
zijnde te gering, geweigerd, en gevorderd, dat 
men hem zou zenden 40 stukken metaal kanon , 
de eene- helft vier en twintig-, en de andere 
helft achttien-ponders, benevens het touwwerk 
voor vier fregatten , — hetwelk hem geweigerd 
werd. In dit jaar, 1783, beproefde hij, op 
nieuw, om zijnen eisch te erlangen. Hij zond, 
ten dien einde, den gezant, tal eb omar job, 
om den toestel en de behoeften voor drie oor- 
logsfregatten , volgens eene daarbij gevoegde lijst , 
uit deze landen , voor den keizer , te bezorgen. 
In den Haag aangekomen , kreeg hij een open- 
baar en statig gehoor bij Hunne Hoogmogen- 
dëft , terwijl men aan de aanzienlijkste inwoners 
dezer stad, den toegang, tot de gehoorzaal, 
had veroorloofd. De gezant verzekerde, bij die 
gelegenheid, den Staat, van de vriendschap zijns 
vorsten , en diens verlangen , om de goede ver- 
standhouding, zoo veel mogelijk, aan te kweeken; 
tevens het verlangen van den keizer, met be- 
trekking tot het geschenk, voordragende. Het 
leed, evenwel, nog vrij lang, eer Hunne Hoog- 
mogenden konden besluiten , zulk eenen buiten- 
gewonen eisch , in te willigen ; maar de vrees , 
van weer in oorlog te geraken , deed hen toe- 
geven. De gezant vertrok, in den zomer des 
volgenden jaars, uit Zeeland , met een lands- 

schip 



VAN BARBARïjE. i8i 

fch'p van oorlog; ten geschenke, voor zijne 
Moorsche Majesteit, medevoerende, dertig ijze- 
ren, en twintig metalen stukken geschut; het 
zeil- en touwwerk voor drie fregatten, behalve 
zakuurwerken , en andere kleine kostbaarheden.— 
Voor dit alles had de keizer, aan ons gemeene- 
best , het uitsluitend regt , boven andere volken , 
toegestaan , om op de haven van Si. Croix te 
mogen varen, en aldaar, naar welgevallen, han- 
del te drijven; zoo volstrekt, als zijne Ma- 
jesteit het aan zijne eigene onderdanen zou kun- 
nen toestaan; met bijvoeging, dat de keizer zich 
plegtig verbond, om zijnen ingezetenen niets toe 
te staan, "dat de Nederlanders zou kunnen be- 
nadeekn. Dan, dit alles waren beloften van 
Barbaren , die er , eenen zoogenaamden godsdien- 
stigen pligt van maken, de Christenen te mis- 
kiden. Naauwelijks had de keizer de rijke ge- 
schenken ontvangen, of de toezeggingen, aan ons 
gedaan, werden vergeten, en van den uitsluiten- 
den handel, dien wij op de haven van Si. Croix 
zouden hebben , kwam niets. ïn 1786 , boden 
de Mooren ons Larach&, in plaats van het eerst* 
genoemde aan, hetgeen wij van de hand we- 
zen, daar wij ons regt, op Si. Croix, bleven 
beweren. Eindelijk verklaarde talbb omar job, 
aan onzen vice-konsul van n.suwekkrkk, da: 
de keizer gezworen had, gedurende zijn leven, 
te Si. Croix , geen établissement te zullen duldeu:, 

M 3 en 



ï8 2 KORTE BESCHRIJVING 

en de Bacha van Tanger verzekerde hem , dat 
Zijne Majesteit, voor geen millioen , deze haven 
weer zou openen. Al onze pogingen waren 
dus te vergeefs , en het bleek duidelijk , dat het 
den Mooren maar om onze geschenken te doen 
was, die wij nu, voor niet, gegeven hadden. 

Zoo weinig als Zijne Moorsche Majesteit aan 
zijne belofte voldeed, zoo vreemd was hij ook 
in zijne vorderingen. Hij schreef datzelfde jaar 
aan alcayd-moii-ben-abdelmech, Bacha van 
Tanger, dat hij hem beval, alle konsuls, die 
zich in die zeestad bevonden , bijeen te roe- 
pen , en hun te zeggen , dat zijne zeelieden , 
door hunne onbekwaamheid, vele zijner schepen 
verloren ; dat hij dus , van die natiën , welke met 
hem in vrede wilden blijven, stuurlieden en ma- 
trozen vorderde , om zijne schepen te bevaren ; 
dat hij hun, met dat alles, goed daarvoor be- 
loonen zou. Gij zult mij berigten , voegde hij 
er bij, wie der konsuls mij, hierin, dienst wil 
doen; en gij zult hen vooral waarschuwen, dat 
mi'ne schepen naar de Oost- en IVest-Lidi'è zul- 
len moeten varen !! ! 

De konsuls, dit zonderling verzoek gehoord 
hebbende, gaven alle ten antwoord, dat zij hier-, 
over aan hunne respective gouvernementen zouden 
schrijven. Onze Staten gaven hierop dadelijk 
berïgt , dat men den keizer de gesteltenis, en de 
regering dezer landen zou uitleggen, als niet 

dul- 



VAN BARBARIJ E. '183 

duldende, de ingezetenen te dwingen, om -in 
vreemde gewesten te gaan dienen ; maar dat zij 
het verlangen, van Zijne Moorsche Majesteit, 
aan de inwoners der vereenigde landschappen 
zonden bekend maken, en dat dan ieder, die 
zin had, om in Marokkaansehen zeedienst te 
treden, dit zou kunnen doen; en hiermede liep 
dit af. 

Ondertusschen bleef het verschil , omtre ;t $t. 
Croix, nog hangende en onafgedaan, en de Sta- 
ten bleven, nog steeds, op hun regt aandringen. 
Eindelijk verzekerde de vic^-konsul van nieu- 
werkerk, dat alle verdere pogingen van Hunne 
Hoogmogenden te vergeefs waren; en dat de 
keizer , volgens zijn zeggen , nooit voornemens 
geweest was St. Croix, voor de H< llauders te 
openen ; daar hij , zoo als men wel wist , Mo- 
gador, tot eene stapelplaats voor den handel, 
bestemd had; maar hij geloofde,, dat de Moor- 
sche gezant, zijnen last was te buiten gegaan: 
of dat hij, onbedachtelijk , had gehandeld, toen 
hij deze plaats, begrepen had, in de keuze der 
havens, die hij, ons gouvernement moest aan- 
bieden. 

Ontrustender luidde de brief van denzelfden 
konsul , in Sprokkelmaand 17S7 , uit Tangcr ge- 
schreven, waarin hij berigtte, dat er nieuwe ge- 
schillen ontstonden, en dat hij vreesde, dat d 
zelve, nog door eene vredebruik, zouden ge 

M 4 wo'r- 



ï$4 KOPvTE BESCHRIJVING 

worden. Gelukkig werd de zaak bijgelegd, of 
liever, door onze Staf en, voor 7000 piasters af- 
gekocht. 

Ook de Algerijnen waren, dit jaar, maar moei- 
jelijk te voldoen, en wij moesten onze giften 
aanmerkelijk vergrooten, indien wij oneenigheden 
wilden vermijden. De geschenken voor den Dey 
en de regering, beliepen, ditmaal, 45,764 gul- 
den, buiten de zware kosten van overvoering: 
en, nog was dit niet naar hunnen zin. Kapi- 
tein melvill vond, echter, een middel, om de- 
zelve te doen aannemen , namelijk , door dezen 
en genen grooten, de handen te vullen, waar- 
aan hij nog omtrent 2800 piasters besteden moest ; 
behalve nog 742 gulden aan den. Raja, of op- 
perbevelhebber der Turken, wiens vrouw, on- 
langs , aan de pestziekte , gestorven zijnde , weer 
hertrouwde , en daarom , van de meeste konsuls , 
geschenken kreeg. 

Zoodra de Dey de giften aangenomen had , 
gaf hij den konsul eene opgave , van hetgeen 
hij , her aanstaande jaar , verwachtte , dat niet 
gering was. 

Aan den Bey van Tunis werd, ook, voor dit 
jaar, door onzen konsul nyssen , 25,000 gulden 
ttx hand gesteld; benevens nog 700 gulden voor 
mindere giften , aan den admiraal , en anderen. 
I Zoodra deze som aangenomen was , toonde de 
Bey zijn misnoegen, over vier paar pistolen, die 

kh 



VAN BARBARIJË. x8$ 

hij, een jaar of drie geleden, ontvangen had; 
ontdekkende nu, dat ze met koper beslagen wa- 
ren, daar hij het altijd voor goud aangezien 
had. Dit ging zelfs zoo ver, dat onze konsul 
er verlegen over werd. Deze schreef, daarover, 
in aller ijl, aan kapitein melvii.l, die kapitein 
viiueu, naar Tunis zond t om de zaak bij te 
leggen. Eindelijk werd zij afgemaakt voor tien 
duizend ponden buskruid. Ook den üassa van 
Tripoli, moesten wij, een buitengewoon geschenk, 
van 6000 gulden, geven, om hem tevreden te 
houden. 

Op deze wijze bleef de handel in de Middel» 
landsche Zee ongestoord, tot wij, in 1790, 
nieuwe onaangenaamheden met die van Algiers 
kregen. Een hunner kapers had een Hollandsen, 
schip aangedaan, om deszelfs pas te onderzoe- 
ken, en den kapitein gedwongen, die uit zijne 
handen te geven. Daarna gaf de Algerijn t:e 
kennen, dat dezelve niet sloot, doch dat hij ge- 
rust zijne reis kon voortzetten. Kort daarna 
roeide het volk des kapers weer aan boord, 
vroeg nogmaals de pas af, die zij toen voor 
valsch verklaarden , en bragten het schip te Al- 
giers op , waar men den schipper geld en goed 
afnam. De konsul fraissinet dit vernomen heb- 
bende, begaf zich naar den JDcy , wien hij juist 
een geschenk van Hunne Hoogmogenden aan te 
bieden had, en bewerkte de vrijgave van volk 

M 5 en 



185 KORTE BESCHRIJVING 

en schip, doch de tei'mg bleef prijsverklaard , 
daar de Dcy staande hield, dat de schepelingen 
te Hamburg tehuis hoorden. De konsul, ech- 
ter , beweerde , volstrekt , dat het Hollanders 
waren , waarop de wedergave van het geld volg- 
de, dat men den schipper ontnomen had, maar 
verder kon men het niet brengen. De Vikil- 
nadgl , of opperhoofd der zeemagt, zeide, 
ronduit , dat hij het regt had , het schip , met 
al wat er op en in was, te behouden, dewijl 
de pas niet sloot. De konsul hernam , dat dit 
waar kon zijn, maar, dat de vraag tevens was, 
wie zulks afgesneden had ! Op dit zeggen werd 
de Vikilliadgi razend, en snaauwde hem te 
gemoet, of hij dan geloofde, dat de Rats van 
den kruiser dit gedaan had? Hiermede brak 
het gesprek eensklaps af. 

De konsul liet het er toch niet bij zitten , maar 
zond zijnen tolk, nogmaals, naar den Dcy, om 
"een gehoor te verzoeken, hetgeen door den 
Stedehouder werd afgeslagen, met bijvoeging, 
dat itieri den Vikil-Hadgi er over moest spre- 
ken, daar deze volmagt had, om te doen, zoo 
als hij goed vond. fraissinet begaf zich toen 
naar dit opperhoofd, doch kreeg ten antwoord, 
dat er niets meer aan de zaak te doen was, 
en dat men geene de minste sch&vergoeding, of 
teruggave , wachten moest. Er bleef ons dus 
niets overig, dan ons stil te houden. 

Met 



VAN BARBARIJE. 1S7 

Met een Fransch schip liep het nog veel 
erger af, daar zij het vaartuig, en de lading, 
beide, verbeurd verklaarden, en het volk tot sla- 
ven maakten , zonder dat men er iets aan 
doen kon. 

Met de Marokkanen ging het , omtrent dezen 
tijd, zeer wel. De keizer gestorven zijnde, weid 
opgevolgd door zijnen zoon , wien de Staten ge- 
luk lieten wenschen, door onzen konsul bukunt, 
welke, tevens, gelast was, om de voortdu ing 
van den vrede te verzoeken. Het antwoord 
hierop was allergunstigst: zelfs stond de nieu- 
we keizer, aan de Nederlanders, de vrije vaart 
op St. Croix af, dat ons niet weinig genoe- 
gen gaf. 

In het volgende jaar, 1791, werd onze goede 
verstandhouding, met de Algerijnen, versterkt, 
door de diensten , die wij agi-omak , oom van 
den Dey , bewezen. Deze bevond zich te Am- 
sterdam , werwaarts hij gekomen was, om een 
aantal goederen in te koopen , die de admirali- 
teit dier koopstad, hem toestond, vrij te mogen 
inschepen. De Dey betoonde aan onzen konsul, 
deswegen, zijn genoegen, gepaard met dankbe- 
tuiging. 

De Bcy van Tripoli , had, ter dier tijd, on- 
min opgevat, tegen onzen konsul warnsbian, 
doch, werd weer met hem bevredigd, toen 
'slands zeekapitein van kerchebi, eenige ge- 

schen- 



*88 KORTE BESCHRIJVING 

Schenken van Hunne Hoogmogendcn overbragt, 
die hem zeer welgevallig waren. 

In het begin van het jaar 1793, zonden de 
Staten, als naar gewoonte, hunne geschenken 
aan den Dey van Algiers; dan dezelve waren, 
ditmaal, te gering, in het oog van den stede- 
houder, die, na het ontladen van een gedeelte 
derzelve , den schipper , welke ze aanbragt , de 
haven ontzeide. Ook kreeg kapitein gobius, 
jdie een landsfregat voerde , last , om van daar 
te vertrekken, den Hollandschen konsul, met 
vrouw en kinderen , medenemende. Bij dit on- 
billijk en onheusch gedrag, voegden de Algerij- 
nen, in dezelfde maand Januari], de oorlogs- 
verklaring, naar welks inhoud, de kapers, reeds 
in Februari], de vijandelijkheden tegen onze 
schepen aanvangen zouden. 

Deze onverwachte vredebreuk belemmerde ons 
des te meer , daar wij ook met de Franschcn 
jn oorlog waren. 

JDeze zwarigheden , echter, verdwenen een ie:- 
zins, toen wij, kort hierna, vernamen, dat er, 
te Barcelona , brieven van Algiers aangekomen 
waren, welke inhielden, dat er zich iemand on- 
gedaan had, om het huis van onzen konsul, in 
deze laatste stad , te betrekken ; doch dat de Dey 
dit geweigerd had , zeggende : dat hij staat maak- 
te , dat onze konsul het weldra weer bewonen 
zou, vermits het verschil, met de Hollanders', 



VAN BARBARIJE. 189 

alleen over de presenten ontstaan was; en dat 
hij niet twijfelde, of wij zouden wel aan zijne 
eischen voldoen. — De konsul fraissinet be- 
werkte , door eenige giften , eerst eenen wapen- 
stilstand, en niet lang daarna, door aanmerke- 
lijke sommen, eenen vrede, waarvan de Staten, 
op het spoedigst, den kooplieden kennis gaven, 
waarop de gereedliggende koopvaarders , naar 
de Middellandsche zee, gerust onder zeil gingen. 
Sedert dezen tijd begon de handel der Hollan- 
ders , al van tijd tot tijd , door de bijna aan-* 
houdende onlusten en oorlogen, te verminderen. 
De Engelscllen, die nu geheel meester der zee 
werden , verklaarden , daarna , den oorlog aan de 
Franschen , w?.arin wij , eerlang 1 , als bondgenoo- 
ten dezer laatsten , medegesleept werden. In al 
dien tijd viel er voor de zeeroovers, van ons, 
niet veel re nemen. Gedurende onze vereenïgïng 
met het Fransche keizerrijk, waren wij, wel is 
waar , in vrede met de Algerijnen , dan het nutte 
ons niet, daar wij op zee niets te verliezen, 
en hen dus noch te vreezen, noch te ontzien 
hadden. Van hetgeen sedert de omwenteling van. 
18 F3, met hen, is voorgevallen, zullen wij, in 
het laatste hoofddeel van dit werkje, afzonder- 
lijk gewag maken. 



Ver* 



ipo KORTE BESCHRIJVING 



Vervolg der aardrijkskundige beschrij- 
ving van Algiers» 

In de provincie Titterie^ de middelste van het 
tijk , heeft men , behalve Algiers , geene andere 
bemuurde steden , maar alleen geringe dorpen of 
gehuchten , die , door zwervende Arabieren , en 
Moorsch landvolk, bewoond worden; — velen 
van deze, leven maar in tenten. 



Constantina , of het gebied van het Oosten* 

Deze provincie, die ten oosten van Titterie 
Jigt.j is dê aanmerkeliikste van het rijk, en 
maakt, bijna, de helft, van de geheele heer- 
schappij der Algerijnen uit. Zij overtreft de twee 
andere landschappen , niet alleen in het getal dei- 
steden , maar , vooral ook , in den rijkdom harer 
inwoners, zoodat zij alleen, het dubbel der an- 
dere zamen , voor de schatkist opbrengt. Men 
vindt hierin de volgende steden. 

Constantina , door de Mooren Cussuntina ge- 
noemd (*), aan de rivier de Rum el , de tweede 

stad 

(*) Velen houden haar voor het onde Cirta, de 
hoofdstad der Numidiërs , door wie zij zou gesticht zijn. 



VAN BARBARIJE. 191 

stad des rijks , bijna twee en veertig uren gaans 
ten oosten van Algiers , en ruim twaalf uren 
van de zee. Het is de zetel van den Bey van 
hét oosten, die bijna een vorst op zichzelven 
is , en eene lijfwacht , van omtrent twee duizend 
man, op eigene kosten onderhoudt. Men vindt, 
in deze stad, eene menigte oudheden, die van 
haren vorigen luister getuigen. In het midden 
derzelve ziet men een aanzienlijk plein, met 
eene menigte bakken, waarin men, voormaals, 
het water, dat door eene waterleiding, in de- 
zelve gevoerd werd, bewaarde; doch, dit alles, 
is tegenwoordig, zeer in verval. Deze plaats, 
zoo als zij nu is, levert niets aanmerkeiijks op; 
zij heeft naauwe straten , en weinig gebouwen 
van aanzien. Wat het getal harer inwoners 
aangaat, hiervan vind ik nergens eenige ge- 
loofwaardige opgaven. 

Collo , of Cullu , eene kleine haven , aan eenen 
inham der Middellandsche Zee, ten oosten van 
Algiers, met 150 huizen, was, oudstijds , onder 
de Romeinen , eene volkrijke stad , doch is * in 
latere tijden, verwoest. De Franschen plagten 
hier veel handel, in huiden, was, wol en vruch- 
ten te drijven. 

Bastion de France , aan eenen zecboezem, op 
de grensscheiding van Ti/ nis en Algiers, 'm 
i65i,door de Marse Manen aangelegd, heeft se- 
dert, bij afwisseling, aan de Franschen toebe- 

hoord, 



ï 9 2 KORTE BESCHRIJVING 

hoord, die er altijd eén zeker jaargeld aan déri 
Dey voor betaald hebben. Deszelfs omtrek is 
buitengemeen vruchtbaar in koorn en andere 
voortbrengsels. 

Bona , in het Fransch Bonne genaamd, ligt aan 
de golf van dien naam, op 37° N. B. en 5* 
26' ten oosten van Parijs. Het is eene vesting, 
op de af helling eens heuvels, als een amphi- 
theater, gebouwd, hebbende, boven aan, eeri 
sterk slot. De Afrikaansche compagnie van 
Marseilte heeft , aldaar , een kantoor , welks han- 
del , voornamelijk, in wollen stoffen bestaat. Meri 
vindt hier ook vele Joodsche kooplieden, en 
eene bezetting van 300 Turken. 

In den omtrek van deze stad, langs de kust, 
wordt veel koraal gevischt. 

Bugia, vesting en zeehaven, aan den mond 
der rivier Sowa/t, op 360" 47' N. B. en a Q 52' 
ten oosten van Parijs, met omtrent duizend 
inwoners, welke het ijzer, uit de nabrjgelegene 
"bergen, verwerken. Er ligt bestendig eene be- 
zetting van 300 man Turken , die naauwelijks 
in staat zijn, om de herhaalde aanvallen , der, 
in den omtrek zwervende , Arabieren , af te 
weren. 

Toen de Gothen zich in het noorderdeel van 
Afrika neersloegen , vestigden zij , in deze stad , 
den zetel hunner heerschappij. Naderhand werd 
z'\) door de Marokkanen veroverd, wier keizer 

zij» 



VAN BARBARIJE. 193 

zijnen zoon , aldaar , op den troon plaatste. De 
Spanjaarden bemagtigden haar in 1510, en ble- 
ven er meester van, tot even na den ongeluk- 
ldgen uitslag des krijgstogts van karel V. 

Aan het boveneinde der stad staat een kasteel , 
dat de plaats beheerscht; en aan het benedenein- 
de vindt men nog twee andere sterkten, tot 
beveiliging van de haven. Desniettegenstaande 
vernielden de Engelschen alhier, in 1671, negen 
Algerijnsclie vaartuigen, zonder dat het geschut 
der genoemde fortificatien hen kon afhouden. 

Gigery , ten oosten van Bugia , de hoofdplaats 
eener zeer bergachtige landstreek, is zeer klein, 
en van weinig aanzien; heeft een kasteel, en 
twee havens, de eene ten oosten, en de andere 
ten westen. De Franschen hebben hier lang 
een kantoor gehad; maar toen zij, in 1664, het 
plan vormden, om zich geheel van de plaats 
meester te maken, en ten dien einde eene schans 
begonnen aan te leggen, werden zij, van de Bar- 
baren, die hun voornemen begrepen, verdreven. 

Deze provincie heeft ook een aantal binnen- 
steden, doch deze verdienen naauwelijks dien 
naam, daar het niet meer dan ellendige dorpen 
zijn, die niets merkwaardigs hebben. 



N Trt* 



1 9 4 KORTE BESCHRIJVING. 



Tremesen , of het gebied van het westen» 

De provincie Tremesen maakt het westelijke 
deel van het Algiersche rijk uit , en wordt , door 
eenen Bey, bestierd, die zich, aan den Dey , ver- 
antwoorden moet. Zij maakte , voormaals , een 
afzonderlijk koningrijk uit, dat zijnen oorsprong 
nam , na het verval der Romeinsche heerschappij 
in Jfrika. Hetzelve was eenmaal zoo magtig, 
dat de Algerijnen daaraan schatting schuldig wa- 
ren. Wij hebben reeds aangemerkt, dat het, 
door barbarossa veroverd zijnde, met Algiers 
vereenigd werd. Dit landschap is minder vrucht- 
baar , dan het gebied van het oosten, daarnet, 
op vele plaatsen, gebrek aan water heeft. . 

De hoofdstad Tr&mesen of Tlemsan , ligt niet 
zeer ver van de grenzen van Fez 9 omtrent tien 
mijlen ten zuiden van de golf van Tremesen , 
of de Harsh-goune, Langs de muren dezer stad 
vloeit eene rivier, die haren naam draagt, en in 
de golf uitloopt. — Zij is niet meer zoo groot, 
als oudtijds, en heeft haren vorigen luister bijna 
geheel verloren. De naauwe morsige straten, 
en slechte huizen, leveren een armoedig aanzien 
op; goede gebouwen zijn er zeer schaarsch. 
Ivlen vindt er evenwel nog eeüige wollenmanu- 
facturen , en fabrijken voor tapijten. 

De 



VAN BARBARIJE. i 95 

De vestingwerken, waarmede dez? plaats om- 
ringd is , zijn van weinig beteekenis , hoewel 
voldoende tegen de ongeregelde aanvallen der 
Arabieren. — Het slot van den Bey is, tegen- 
woordig, zeer in verval, daar hij meestal zijn 
verblijf te Maskara houdt. 

Maskara, de hoofdstad eener provincie van 
dien naam, die, voormaals, het voornaamste ge- 
deelte van het rijk van Tremesen uitmaakte. De 
Bey van het westen houdt hier, tegenwoordig, 
veelal, zijn verblijf. De stad heeft vrij goede 
vestingwerken , eene citadel, en wollenmanufac- 
turen; ook drijft zij eenigen handel in granen 
en wijn, die de omliggende vruchtbare streken 
opleveren. 

De zeesteden dezes landschaps zijn : Tenez of 
Tcnnez , ten westen van Algiers , en ten oosten van 
het voorgebergte van dien naam. Zij heeft eene 
tamelijk goede haven , die , echter , niet met alle 
winden veilig is. Het kasteel, dat haar be- 
schermt, heeft eene Turksche bezetting, welke, 
bijna altijd , in strijd is , met de Arabieren en 
Mooren van het omliggende land. Men drijft 
tier eenigen handel in granen, was en honig, 
hetwelk naar buiten 's lands uitgevoerd wordt. 

De provincie Tenez maakte oudtijds, een rijk 
op zich zelven uit, dat eerst afhankelijk van 
Tremesen was, doch, naderhand, met hetzelve 
vereenigd werd. 

N s Oran 



ï 9 6 KORTE BESCHRIJVING 

Oran, of Warran 9 eene zeehaven en vesting 
op de Middellandsche zee, aan de golf van 
dien naam, genoegzaam tegenover Karthagena^ 
zestig mijlen ten westen van Algiers, op 35" 
44' 27" N. B. , en i° 59' 39" ten westen van 
Parijs, Onder de koningen van Tremesen was 
deze stad eene der aanzienlijkste van het rijk; 
men dreef er eenen sterken handel, en er waren 
vele fabrijken, bijzonder voor zijden stoffen. 

In het begin der zestiende eeuw, besloten de 
Spanjaarden, deze stad aan te vallen, om zich 
te wreken, over de schaden en nadeelen, die 
de inwoners, met hunne kapers, hun toe- 
gebragt hadden. Onder het beleid van den 
kardinaal ximenes, overmeesterden zij haar, in 
1509, door eenen list, en verlosten, een groot 
getal Christenen, uit de slavernij. 

Zoo lang Oran in het bezit der Spanjaarden 
was, moesten alle mannelijke inwoners de wa- 
penen dragen , en werden , in vier regimenten , 
verdeeld. Deze , 'geholpen door de bezetting, 
hebben onderscheidene malen de aanvallen der 
Turken en Mooren, die de plaats trachtteden te 
heroveren, afgeslagen. — Dit duurde tot het 
jaar 1708, toen de Barbaren haar, na een beleg 
van 6 maanden , door de achteloosheid van den 
Spaanschen bevelhebber, innamen. 

Zij behielden haar tot 1732, toen koning 
PHiLiPPüs het ontwerp maakte om deze vesting 

te 



VAN BARBARIJB. 197 

te heroveren. Hij liet daartoe een landingsleger , 
van niet minder dan dertig duizend man , te AU" 
kante, bijeentrekken. Deze troepen werden, in 
het midden van Junij , op vijf honderd transport- 
schepen ingescheept, en staken in zee, onder 
geleide van twaalf oorlogsschepen , en eenige gal- 
leijen. Zij kwamen gelukkig aan de Barbarijsche 
kusten, en landden, omtrent eene mijl, ten 
westen van Mazalquivir. De Mooren hadden 
zich, wel is waar, tegen de omscheping ver- 
zet, doch werden uiteengedreven door het 
vuur der vloot, en ondergingen, den volgenden 
dag, eene volkomene nederlaag. Den eersten 
Julij raakten de Spanjaarden, andermaal, slaags met 
de Janitsaren , en overige troepen , die hen uit- 
de stad tegentrokken , en zoo hevig aanvielen, 
dat zij wel vijf duizend man verloren. De Bar- 
baren moesten, evenwel, eindelijk, voor de over* 
magt zwichten, en de stad werd, nog denzelf- 
den dag, ingenomen. De Spanjaarden vonden 
in dezelve zeven en tachtig metalen, en een 
aantal ijzeren stukken geschut, benevens eene 
aanzienlijke hoeveelheid ammunitie en levensmid- 
delen. 

De volgende pogingen der Mooren , om de- 
Spanjaarden nogmaals te verdrijven , waren te 
vergeefs. Deze hielden de stad zoo wel bezet, 
en waren zoo op hunne hoede, dat de Barbaren 
niets tegtn hen. vermogten. In 179- > echter, 

N 3 gat'' 



i 9 3 KORTE BESCHRIJVING 

gaven zij de plaats vrijwillig aan de Algerijnen 
over , en verlieten haar geheel en al , doch zij 
behielden het kasteel Mazalquivir , dat van 
de stad zelve afgescheiden is, en aan den zee- 
kant ligt. 

Arzeni of Arzew , zeestadje, met eene haven, 
aan hu zuid-oostelijk gedeelte van de baai van 
dien ;:aam, bij de uitwatmng der rivier Tagia. 
De Europeanen, die dit plaorsje, van tijd tot 
tijd bezoeken , laden er hoofdzakelijk granen. — 
Het ligt, omtrent, tien mijlen, ten oosten van 
Oran. 

Mostagan of Mustagan^ stadje en zeehaven 
aan de Middellandsche zee, ten zuiden van den 
mond der rivier Shell'iff ', omtrent 25 mijlen be- 
oosten O-an. 

Cercelli , kleine zeehaven , aan de baai van dien 
naam, omtrent 15 mijlen ten westen van AU 
giers. Ten noorden van hetzelve ligt een 
eilandje, dat, met eene zeer smalle landtong, 
aan het vaste land gehecht is. Hetzelve is 
omringd door rotsen , en andere kleine eilandjes , 
zoo dst de haven niet zeer gemakkelijk te ge- 
naken is. 



IV» 



VAN BARBARIJE. lp? 



VI' HOOFDDEEL. 



OVER HET RIJK VAN TUNIS. 



J, unis grenst ten oosten en ten noorden aan 
de Middellandsche Zee; ten zuiden aan Tripoli , 
en ten westen aan Algiers, Het is het kleinste 
der Barbarijsche Staten, liggende tusschen 33° 
30' en 37 3a' noorderbreedte. Deszelfs opper- 
vlakte wordt op 3,400 geographische mijlen be- 
rekend. 

Die land maakte , oudtijds , een gedeelte der Ro* 
meinsche bezittingen in Afiika uit, en kwam 
aan de Arabieren, ten tijde van graaf gregorius, 
een der stadhouders des Griekschen keizers, 
die door hen overwonnen en gedood werd. 

Deze Arabieren vernielden ook het, nieuwe 
Karthago , dat , na de verwoesting van de oude 
beroemde stad van dien naam, door de Romei- 
nen gesticht was. De ondergang van dit tweede 
Karthago, was de opkomst der stad Tunis 9 
die, in korten tijd, in aanzien en grootte, toe- 
nam. De Siciiische Noormannen m;i?.kten er 

N 4 zien 5 






aoo KORTE BESCHRIJVING 

zich , wel is waar , meester van , maar werden , 
in 1159, weer vaw daar verdreven. Sedert dien 
tijd was zij, bij afwisseling, dan aan inlandsche 
vorsten, en dan aan de koningen van Fez on- 
derworpen» Ten tijde van den beruchten zee- 
roover barbarossa , kwam het gehecle land aan 
de Turken. 

Eenigen tijd daarna, namelijk in 1535, besloot 
karel V, het rijk van Tunis te overmeesteren, 
en bragt , daartoe, eene aanzienlijke zeemagt, 
waaronder ook eenige Hollandscbe schepen , 
bijeen. Zij bestond uit bijna vier honderd vaar- 
tuigen , welke 25,000 man landingstroepen aan 
boord hadden, waarmede hij, gelukkig, de Afri- 
kaansche kusten bereikten , alwaar de Span- 
jaarden , zonder tegenstand, landdeden. barba- 
rossa had intusschen 15,000 man Arabieren, 
ter verdediging, in dienst genomen, en deze be- 
gonnen den eersten aanval, doch werden weldra 
verslagen. Hierna begon karel het kasteel aan 
te tasten, hetwelk, stormenderhand, ingenomen 
werd; in welken aanval wel 2000 Barbaren sneu» 
velden. Men vond hier drie honderd metalen 
stukken geschut, die allen, beuevens tachtig vaar- 
tuigen , den Spanjaarden in handen vielen. 

Eenige dagen na deze overwinning trok de 
keizer, aan het hoofd zijns legers, op de stad 
Tunis aan, en vond, op eenigen afstand der- 
jtUve , een leger Turken, iVlooren en Arabie- 
ren» 



VAN BARBARIJE. aoi 

ren, zamen 90,000 man sterk, en aange. 
voerd wordende door barbarossa. Men maakte 
zich dadelijk, van weerskanten, tot den aanval 
gereed , en de Barbaren werden , na een kort 
gevecht, tot onder de muren der stad, terugge- 
dreven. Toen bevonden zij, dat de aanzienlijkste 
inwoners de plaats verlaten hadden, en naar het 
gebergte gevlugt waren ; als mede , dat men al de 
schatten van barbarossa geplunderd had. Daar- 
bij ontstond er groote wanorde onder de Moo- 
ren, die allen uit een liepen, en door andere 
gevolgd , het op een loopen zetteden. 

De Spanjaarden maakten zich toen meester 
van de stad, zonder slag of stoot, en plunder- 
den dezelve, gedurende drie dagen, geheel uit. 
Daarna herstelden zij muley-hassem, die door 
barbarossa verjaagd was, op den troon; op 
voorwaarde , dat hij , in zijn rijk , nooit eenige 
Christenen , van wat natie ook , tot slaven zou 
mogen maken; maar dat het hun, in tegendeel, 
vrij zou staan , rh dit land te handelen , en er 
hunne kantoren, kerken en kloosters te heb- 
ben ; — dat de Tunisianen nooit meer zeerooveriien 
zouden mogen plegen, of andere zeeschuimers 
in hunne havens gedogen; — dat het kasteel 
van Gouletta , voor altijd , aan de Spanjaarden 
zou blijven, en de koningen van Tunis , in het 
vervolg, jaarlijks, twaalfduizend kroonen betalt-ïï 
Souden j — ook moesten zij , ten teeken van af- 

N 5 lian- 



202 KORTE BESCHRIJVING 

hankelijkheid, ieder jaar, zes paarden en twaalf 
valken, als een geschenk, naar Spanje zenden. 

In 1570 maakten de Algerijnen , in weerwil 
van allen tegenstand, zich meester van deze 
stad, maar werden, drie jaren daarna, onder de 
regering van philippus II , door don juan van 
Oostenrijk, op nieuw, van daar verjaagd. Deze 
herstelde de vorige orde van zaken, en deed, 
in de stad , een kasteel bouwen , naar het mo- 
del van dat van Antwerpen. Niettegenstaande , 
dit alles , maakten de Turken er zich meester 
van, in 1574 - gedurende de regering des sultans 
amurath. De Spaansche troepen werden, deels 
gedood, en deels tot slaven gemaakt, welk lot 
zelfs de opperhoofden serbelloni en putkro- 
carero ondergingen. De Groote Heer beval 
toen , dat men eene geregelde regeringsvorm zou 
daarstellen; er werd een Divan opgerigt, aan 
welks hoofd men den Jga plaatste. Daarbij zond 
de Sultan een' Bassa of Pacha^ die, in zijnen 
naam, aldaar mede het 'bevel voerde, als een 
teeken, dat het rijk afhankelijk van de Turken 
was. Naderhand hebben de inwoners zich, 
langzamerhand, aan de Ottomannische Porte 
onttrokken, hebben eenen Bcy voor hun op- 
perhoofd verkozen, en kunnen , tegenwoordig, 
als geheel onafhankelijk beschouwd worden,. 



Re* 



VAN BARBARIJE. 203 



Regeringsvorm. — De regeringsvorm van Tunis 
heeft veel overeenkomst met die van Algiers , zoo 
als wij uit bet voorgaande hebben kunnen zien; 
met dit onderscheid , dat de waardigheid van 
Bey , niet alleen erfelijk is ; rriaar de vader , kan , 
onverschillig, welken zoon hij wil, tot opvol- 
ger benoemen. Daarbij regeert hij geheet wille- 
keurig, dewijl de leden van den Divan nimmer 
zijnen wil weerstaan. De tegenwoordige Bey 9 
hamouda-pacha-bey, de oudste zoon van aly- 
bey, werd geboren in 1752, en volgde zijnen 
vader, in 1782 op. Hij is een deftig, eerwaar- 
dig man , van vele begaafdheden , voor de zeer 
bepaalde opvoeding, die hij genoten heeft; en 
bezit, daarbij, een doordringend verstand» Hij 
verstaat, behalve de taal van het land, het 
Arabisch en Turksch. — Hij heeft verscheidene 
vrouwen, maar brengt weinig tijd, in haar ge- 
zelschap door. E enige jaren geleden werd eene 
zeer schoone jonge Christinne, van acht jaar, 
bij hem, in slavernij, gebragt. De Bey was ge- 
troffen over hare schoonheid, en besloot haar 
te trouwen, zoodra zij tot rijper jaren zou ge- 
kamen zijn; maar, zij werd, kort daarop, ziek 
en stierf, waarover hij zoo bedroefd en neer- 
slagtig was, dat hij, na dien tijd, maar zelden 
in de Harem kwam. 

On- 



*>4 KORTE BESCHRIJVING 

Onder de voornaamste personen, die, tegen- 
woordig, aan het hof van den Bcy zijn, telt 
men : de Sapatapa , of grootzegelbewaarder , zijn- 
de een Georgische slaaf, die, in zijne jonge 
jaren , wegens zijne schoonheid , aan den Bey 
geschonken werd. 

Hij is ook opperhoofd der lijfwacht, en bezit 
onnoemelijke rijkdommen. Behalve zijnen post, 
waardoor hij eerste staatsdienaar is , speelt bij 
ook de rol van koopman , hetgeen , niet wei- 
nig, nadeel doet, aan het handeldrijvend gedeel- 
te der Tunisianen. 

De tweede staatsdienaar , aan het hof van den 
Bey, is, soliman kaiya, ook van afkomst een 
Georgische slaaf. Hij is de ontvanger der be- 
lastingen en schattingen, die de onderdanen op- 
brengen ; alsmede , opperbevelhebber in het le- 
ger, en staat bekend, als een dapper soldaat. 

De derde , mariano stinco , van geboorte een 
Napolitaan, is geheimsecretaris en tolk van den 
Bey, en heeft ook het oppertoezigt over al de 
slaven. Alle moeiten , die men aangewend heeft, 
om hem, tot het Mahomedaansch geloof over 
te halen, zijn vergeefs geweest; hij is en blijft 
een Christen. 

Een ander voornaam persoon, in de regering, 
is , de Guardia Basset , die mede toezigter over 
de slaven is ; zoodra een van deze ongeluklrigen 
ontsnapt, en niet achterhaald wordt, moet hij 

den-* 



VAN BARBARIJE. 405 

denzelven , aan den Bey , betalen. Hij is een der 
grootste schurken en dieven, die er ooit in het 
rijk geweest zijn ; en heeft , door slinksche we- 
gen, afpersingen en knibbelarijen , onmetelijk^ 
rijkdommen verzameld, zoo dat zijne inkomsten, 
40,000 piasters 'sjaars beloopen. 

Inwoners. 

Wat de inwoners van Tunis aangaat, zij zijn 
ongemeen beschaafder dan de Algerijnen; minder 
hoogmoedig, en ook niet zoo barbaarsch. Hun 
verkeer met de Europeanen heeft , gewis , deze 
gelukkige verandering, bij hen, te weeg gebragt. 
Zij zijn veel minder vijanden der Christenen, 
en zullen hen nimmer zoo mishandelen ; zij heb- 
ben, zelfs, veel toegevendheid, omtrent de sla- 
ven, en geven altijd gehoor aan de voorstellen 
der Eumpesche konsuls, ^treffende deze onge- 
lukkigen. 

Men kan de Tunisianen , even als de Alge- 
rijnen, in verschillende volksklassen verdeelen; 
de Turken, de Mooren, de Arabieren, de rene- 
gaten en de Christenen, wier karakter, met dat 
van hunfle naamgenooten, in andere Barbarij- 
sche Staten, veel overeenkomst heeft. 

De Arabieren zijn de eenvoudigste van allen; 
kunne gewone groet geschiedt oog, met de 

WQor- 



2 o6 KORTE BESCHRIJVING 

woorden , „ vrede zij u" terwijl zij , om huraie 
achting, aait hunne meerderen, te betuigen, de 
voeten of kleederen van deze kussen. — Ook 
worden zij voor zeer herbergzaam omtrent 
vreemdelingen gehouden. 

In de woningen der voorname Tunisianen is 
het voorhuis , de plaats , waar men de bezoeken 
ontvangt, en zijne zaken verrigt. Weinige 
personen worden , in het binnenste van het huis , 
toegelaten , uitgenomen bij buitengewone gele- 
genheden. 

De Mooren zijn hier, zoo als elders, zeer 
onwetend en bijgeloovig, en strenger, in hun- 
nen godsdienst, dan andere Mahomedanen. — 
Een Christen, die het wagen durfde in hunne 
Moskeeën te komen , zou zulks met den dood 
moeten boeten. Wanneer een misdadiger, in 
deze tempels vlugt, mag men hem niet vervol- 
gen; hij blijft daar, dikwerf langen tijd, zonder 
gehinderd te worden. 

Onder andere voorzeggingen , die bij hen veel 
ingang vinden, is ook die, dat hun land, op 
een' Vrijdag , geduren Ie het middag biduur , zal 
ingenomen worden ; daarom zijn al de stadspoorten , 
op dien tijd gesloten , zoo dat er niemand uit 
noch in kan komen. Zeker Engelsen schrijver 
verhaalt, daarbij, dat er in Tünïi ook geprofe- 
teerd is, dat hun land, door een volk zal ver- 
overd 



VAN BARBARIJE. 207 

overd worden , dat in het rood gekleed is , en 
dat velen , onder hen , vooronderstellen , dat dit 
de Britten zullen zijn. 

De Mooren , in Tunis , hebben eene groote 
achting voor hunne overledene bloedverwanten'. 
Op heilige dagen gaan zij op hunne graven , 
die zij zeer zindelijk houden , hunne gebeden 
verrigten. Zij planten geene Cypresboomen bo- 
ven dezelve , zoo ais de Mahomedanen in Tur- 
kije , maar bouwen, dikwerf, kleine bidhuisjes 
daar over heen. 

De veelwijverij is, in dit, zoo wel als in an- 
dere Mahomedaansche landen , veroorloofd. Een 
man mag, hier, vier vrouwen nemen, en, zoo 
vele bijwijven, als hij onderhouden kan. De 
Mooren, evenwel, hebben er zelden meer dan 
twee; maar de manier, om van hen te scheiden, 
is zoo eenvoudig, dat zij van wederhelft kun- 
nen veranderen , zoo dikwerf zij willen. 

De dikste en vetste vrouwen, gaan, in Tunis, 
zoo als in Marokko , voor de schoonste door. 
Om deze reden worden de jonge dochters, zoo 
dra zij gaan trouwen , in een klein vertrek op- 
gesloten , en, als het ware, gemest, met eene 
zekere , daartoe geschikte , spijze. Zijn zij ver- 
loofd aan eenen weduwenaar, die eene zeer 
zwaarlijvige ega gehad heeft, dan brengt men 
aan de bruid den gordel der overledene, dien zij 
om haar lijf doet, en zoo lang voortgaat met 

zich 



2 q8 korte beschrijving 

zich vet te maken, tot deze gordel past, ten 
einde, hare voorgangster, in fraaiheid te kunnen 
evenaren. 

De Bey behoudt aan zich het voorregt, om 
in een rijtuig met vier wielen te rijden, terwijl 
de voornaamste zijner onderdanen, zoo als ook 
de Europesche konsuls, zich moeten vergenoe- 
gen met een' van twee raderen. 

Krijgsmagt. 

De Bey van Tunis kan , in weinige dagen , eeai 
leger van vijftig tot zestig duizend man, van 
zijne militie, bijeenbrengen, waarvan wel drie 
vierde gedeelte uit paardenvolk bestaat, en aan- 
gezien kan worden, als eenen zamengeraapten 
hoop, die, alleen bestand is, tegen eene armee 
van denzelfden stempel; doch, op de vlugt zou 
geslagen worden , door een paar duizend man 
van onze geregelde troepen. — Behalve de mi- 
litie, heeft hij ook zes duizend Turken in 
dienst, die iets beter zijn. 

De seemagt van Tunis is van weinig belang 
de Bey heeft , zelden , meer dan drie of vier 
schepen , waarvan het grootste veertig stukken 
voert. Deze zijn allen slecht uitgerust. Hitrbij 
komen dan nog een dertigtal kleine galjooten ? 
dW ieder door eenen renegaat gecommandeerd 
worden, en maar weinig kunnen uitrigten. — 

Wan* 



VAN BARBARIJE. &09 

Wanneer zij, met de eene of andere mogend- 
heid , in oorlog zijn , worden er verscheidene 
kapers, voor rekening van bijzondere personen, 
uitgerust, die, hiervoor, aan den Bey, een ze- 
ier gedeelte van den bui: betalen. 

Gesteldheid des lands. — Voortbrengsels» 
Handel» 

Het rijk van Tunis ligt, in eene zeer aange- 
name en gezonde luchtsireek , en heeft , zelden , 
veel , van brandende hitte , te lijden : het weer is 
er, over het algemeen, matig warm , in verge- 
lijking van andere landen , die op denzelfden af- 
stand van de linie liggen. 

Het land is, voor een groot gedeelte, 
bergachtig: een arm van Hen Atlas loopt om- 
trent midden door . hetzelve heen , .en verdeelt 
het, in een noorder- en zuiderdeel. De gtond 
is er zeer vruchtbaar, en brengt, op vele plaat- 
sen, bij de geringste bewerking, honderd voud 
op. Een goede oogst hangt , bijna geheel , van 

ê 

den regentijd af, die, meestal, omtrent half 
October begint ; maar , indien dezelve langer 
wegblijft, en eerst, op het einde van het jaar, 
invalt, volgt niet zelden, gebrek en hongersnood. 
Voortbrengsels. — De voortbrengselen dezes 
lands, zijn genoegzaam dezelfde, als in Al- 
giers; men heeft er overvloed van heerlijke 

O vruch- 



■■•<' 



sio KORTE BESCHRIJVING 

vruchten, veel olijfolie, wol, granen, niet alleen 
toereikende voor de inwoners , maar ook om 
uit te voeren; was, honig, zijde, hoornvee, 
paarden , enz. — ook zijn er vele wilde dieren (*). 

Han- 

00 - T "■ v:; i e oorden van dit land, niet, 

dan imt h ïotste gevaar reizen, wegens de me* 

nigte verslir.-lenie dieren, die dikwerf de menschen 
overvallen. Een zeker reiziger, die niet lang geleden, 
van Tunis naar Tripoli, ging, voegde zich , zekerheids- 
halve , bij eene talrijks karavaan , en verhaalt er het 
volgende van: „ Toen wij, met het vallen van den 
avond , een groot bosch , naderden , nam het gehuil en 
gebrul der wilde dieren, die op den reuk van hec 
vee, dat wij bij ons hadden, aankwamen, allengskens 
toe. Zoodra de karavaan stil hield , en de tenten op- 
geslagen waren, hoorde men ze», van alle kanten, na- 
deren, terwijl het gebrul van den leeuw, al ander 
geluid , overtrof. De panters en tijgers , zag men , 
reeds vroeg in den avond, eenen cirkel, rondom onze 
standplaats, vormen, waarop men dadelijk, op alle 
punten, vuren begon aan te maken, het eenigste 
middel , waardoor men deze woedende aanvallers op 
eenen afstand kan houden. Zoodra een van deze vu- 
ren uitging, hoorde men, aan dien kant, den leeuw, 
het eerst, naderen. Op zijn gebrul , beefden de scha- 
pen, als of zij eene koorts hndden ; het paard maakte 
niet de minste beweging, maar begon, van angst, uit 

te 



VAN BARBARIJE. <aü 

Handel. — De Tunisianen drijven ongelijk 
meer handel , dan de andere Barbarijsche Staten. 
De Europeanen halen uit hun land, de verschil- 
lende produkten , die wij opgenoemd hebben , 
alsmede struisvederen , huiden en zeep; en voe- 
ren, daarentegen, in: krijgsbehoeften > lakenen» 
onderscheidene zijden- en wollen stoffen, ijzer, 
brandewijn, suiker, specerijen, papier, allerhan- 
de gereedschappen, als zagen, boren, beitels, 
enz. enz. 

De voornaamste fabrijken , die men in het rijk 
van Tunis vindt , zijn die , waarin men de zoo be- 
roemde Timecis , of Tunisiaansche tulbanden 
maakt, welke, in alle landen, waar men de oos- 
tersche kleediug heeft, beroemd zijn. Te Livorno 
en Mar scille heeft men getracht dezelve na te 
maken , dan , tot hiertoe , heeft men ze niet kun- 
nen evenaren. 

Voorts vindt men in dit land vele zeepmake- 
rijen , linnenweverijen , fabrijken voor wollen 
stoffen, en vooral ook van Turksch leer, 

dat 

te wasemen , en sterk te zweeten. De honden ver- 
eenigden zich , en deden niets dan aanhoudend blaf- 
fen. Tweemaal, gedurende deze reis, heb ik eenen 
hongerigen leeuw , op kltiren dag , een onzer schapen 
zien wegvoeren/ zonder dat men het, zelfs met scbia* 
ten, beletten kon." 

O 2 



ai» KORTE BESCHRIJVING 

dat veel in trek is , ' daar rood lederen laarzen 9 
onder de Turken, de algemeene dragt is. 

Rivieren, bergen, kapen en zeeboezems. 

Men vindt, in geheel Tunis, maar eene rivier 
van belang , de Mejerdah , of Megerda genaamd , 
die, van het gebergte Atlas komende, van het 
zuidwesten, naar het noordoosten stroomt, en 
boven de golf van Tunis in de Middellandsche 
zee valt. 

De overige rivieren zijn naauwelijks noemens- 
waardig, zoo als de Derb, de Daffallah, de 
Margaliel, de Akroude, enz. 

Bergen, De gebergten, die men in dit rijk 
vindt, zijn alle takken van den Atlas» De 
voornaamste arm van deze keten loopt, ge- 
noegzaam, parallel, met de rivier Megerda, en 
eindigt bij kaap Bon, of ' Ras-Addar , welk voor- 
gebergte, omtrent veertig mijlen van Mazzara 9 
in Sicilië, ligt. 

De andere meestbekende bergen zijn: Jibbel 
Isken, in het noordwestelijk gedeelte van het 
land, niet Ver van de grenzen van Algiers, 

Het gebergte Musaht , omtrent twintig mijlen 
van de stad Susa, 

Dat van Hadeffa , tusschen het meer Loudcah 
of Mark , en de golf van Gabes, 

Dz^ibbil-Liah, welke, gedeeltelijk, de grens* 

schei 



VAN BARBAR1JE. «j 

Sdieiding tegen Tripoli uitmaakt* 

Kapen. — De voornaamste voorgebergten van 
Tunis zijn: Kaap Negro , of de Zwarte kaap , 
tusschen Serra , en Bastion de France , op 37* 
15' N. B. en 6° 45' ten oosten van Parijs, 

Kaap Serra i ten noordnoordoosten der voor- 
gaande. 

Ras-el-Abiedh , of te/> Blanc, ook wel Garde 
<& Biserta genaamd, die de noordelijkste punt 
van de golf van Biserta uitmaakt, welke, voor 
den ingang der haven van het oude Karthago 
gehouden wordt. 

Kaap Marabbat , of Dragon 9 aan het zuider- 
einde der golf van Biserta. 

Kaap Ziebieb , ten zuiden der voorgaande. 

Kaap Camma, ten zuiden van Zibieb. 

Kaap Karthago , in de golf van Tunis , op 
36 43' N. B. en 7® 44' ten oosten van Parijs. 

Kaap Afran, ten zuiden der vorige. 

Kaap Bon, of Ras-Addar , ten noordoosten van 
ÏWx, op 37? 5' N. B. en 8° 38' ten oosten 
van Parijs. 

Kaap Clybea, omtrent 4 Duitsche mijlen ten 
zuiden van kaap Bon. 

Kaap Tusihan, omtrent 10 Duitsche mijlen 
ten zuiden van die van Bon. 

Kaap St. Paulus, ten zuiden van het stadje 
Afrika, op 35* 5' N. B> 

Zeeboezcms. — De voornaamste zeeboezetns in 

O 3 het 



*I4 KORTE BESCHRIJVING 

het rijk van Tunis zijn: De golf van Bizerta, 
welke , voornamelijk , door de voorgebergten Blan- 
co en Marabbat gevormd wordt. 

De golf van Tunis, aan welke de hoofdstad 
des rijks ligt. Zij wordt gevormd door de ka- 
pen Zibitb en Bon. 

De golf van Hamamtt , naar het zeestadje van 
dien naam genoemd. 

De golf van Cabes , ook wel- Gales of Gabs^ 
genaamd, op de grenzen van Tunis en Tripoli. 

Verdeeling des lands. 

Het rijk van Tunis wordt verdeeld in drie 
provinciën , als : Frigear , Dak/tul en Fareshah ; 
de eerstgenoemde maakt het noordwestelijke ge- 
deelte des lands uit; de tweede, het noordoos.» 
tèlijke, en de derde het zuidelijke deel. 

De Hoofdstad Tunis. 

De hoofdstad Tunis, ligt, even beneden de 
kaap Karthago , omtrent vier mijlen van den 
zeeboezem , die naar haar genoemd wordt Haar 
grond loopt schuins opwaarts naar de westzijde, 
op welks hoogte een kasteel, en eene fraaije 
moskee staan. — De stad, over het algemeen 
genomen, is minder fraai dan Algiers, hoewel 
zy deze in grootte evenaart. Zij is omringd 

door 



VAN BARBARTJE. 215 

door eenen ouden slechten muur, die eeirzeer 
vervallen aanzien heeft, en tot verdediging on- 
geschikt is. De straten zijn alle zeer naauw, 
ongeplaveid, en daardoor steeds morsig. De hui- 
zen , zijn meestal van steen , ééne Verdieping 
hoog, met platte daken, slecht gebouwd, en, 
over het algemeen, onaanzienlijk. Er is, 
bijna in de geheele stad, geen gebouw, dat 
eenige opmerking verdient, of waardig is be- 
schreven te worden. 

Het paleis van den Bey is nog het fraaiste 
van allen; het heeft vier uitgangen, die zeer 
schoon zijn , en op het einde , van iederen vleu- 
gel , een torentje. De binnenpleinen, die het- 
zelve omringen , zijn zeer ruim , en de zalen en 
vertrekken , als het ware , opgepropt met kost- 
bare meubelen. 

De Bcy heeft, al sedert eenige jaren , het 
plan gemaakt, een nieuw paleis te laten bou- 
wen, waaraan men, voor lang, begonnen is; 
dan het werk gaat zoo langzaam voort , dat 
men bijna niet vordert. Daarbij is de stand- 
plaats, die hij er toe uitgekozen heeft, on- 
aanzienlijk , en levert niets aangenaams op. Ook 
is men bezig aan eenige barakken , die , afge- 
maakt zijnde, den soldaten een zeer geschikt 
verblijf zullen opleveren* 

Met dit alles, heeft, de tegenwoordige Bcy ^ 
de stad, iu vele opzigten, verbeterd. Hij heeft, 

O 4 V on- 



»i6 KORTE BESCHRIJVING 

onder anderen, de oude poorten laten afbre- 
ken, en, onder het opzigt van een' onzer land- 
genooten , nieuwe laten bouwen , die met verr 
sterkingen voorzien zijn. Ook heeft hij, buiten 
de wallen, verscheidene kleine kasteelen laten 
oprigten , welke zeer geschikt zijn , om eenert 
vijandelijken aanval af te weren. 

Aan het boveneinde der stad, staat het kasteel' 
Gaspa, dat de Spanjaarden gebouwd hebben, 
toen zij meester van de stad waren. Hetzelve 
beheerscht de geheele plaats, en zou, in geval 
van nood, haar volkomen kunnen bedwingen. 

Deze stad heeft, gelijk Algiers , een groot ge- 
brek san water. Bij elk huis vindt men een* 
regenbak, waarin de inwoners, gedurende den 
winter , den regen , zorgvuldig , opvangen. Door 
het geheele rijk zijn , de meeste bronnen , of 
heet, of zout, en, 1 men vindt er maar weinige, 
die zuiver, helder water opleveren. 

fylen schat het getal der inwoners van Tunis op 
150,000, waaronder 30,000 joden , die hier acht sy- 
nagogen hebben. Men wil, dat zij, voor de groo- 
te pest, die 130,000 menschen zou weggesleept 
hebben, 300,100 zielen bevatte. Dan, dit zijn 
niet meer dan gissingen ; want geboorte- en 
sterflijsten worden er niet gehouden, en het 
Mahomedaansch bijg.loof verbiedt alle volkstel- 
lingen. Velen stellen , dat de stad rijet meer dan 
honderd duizend inwoners heeft, en dat het 

ge- 



VAN BARBARIJE. «7 

getal derzelve, in het gansche rijk, omtrent drie 
millioenen beloopt , waaronder men 10,000 Tur- 
ken, 100,000 Joden, en 8000 Christenen zou tel- 
len ; de overigen zijn dus Mooren , Arabieren , 
'en Renegaten. 

De haven van Tunis is te 'Gouktta , een klein 
eilandje , aan den ingang van een meer (*) , dat 
tusschen de stad zelve , en de zee ligt. Op 
dit meer, hetwelk omtrent vier mijlen lang is, 
vindt men bestendig een aantal roei- en zeil- 
schuiten, die goederen of personen, van de ha- 
venplaats , naar de stad voeren , hetwelk , wan- 
neer de wind goed is , in twee uren geschiedt. 

Op dit eilandje zijn twee sterke kasteelen, die, 
gedurende de regering van karel V , door de 
Spanjaarden gebouwd zijn, en wel onderhouden 
worden. Men vindt er ook een tolhuis, eene 

mos- 

(*) De Bey had, eenige jaren geleden, het plan 
gevormd, dit meer droog te maken, en dan, in des- 
zelfs plaats, een kanaal te doen graven, waardoor 
schepen, van allerlei grootte, tot aan de stad zouden 
kunnen komen. Dan, toen de Hollandsche ingenieurs, 
aan wie hij dit werk wilde opdragen, berekenden, 
dat zij tien jaren daartoe noodig zouden hebben , met 
toehulp van 10,000 slaven, en, eene geëvenredigde 
som gelds , verging hem de luit daartoe , en hij dacht 
èr niet mee* aan. 



ars korte beschrijving 

skee , verscheidene magazijnen, en een aantal 
woningen, zoo dat het geheel naar eene stad 
gelijkt. . 

Daar de lianen van Gouhtta niet zeer voor 
groote vaartuigen geschikt is , en ieder schip , 
daarin, drie Spaansche dollars daags , aan belas- 
ting moet betalen , loopen , de meeste zeesche- 
pen, te Borto Pari na binnen. Dit zeestadje ligt 
tusschen Biserta en Kaap Karthago , aan den 
mond der rivier Megcrda , en heeft eene zeer 
goede haven. Ook * vindt men er eene scheeps- 
timmerwerf , waarop , van tijd tot tijd , eenige 
vaartuigen gebouwd worden. 

De geheele zeekust, op eenigen afstand der 
hoofdstad , als ook de binnen deelen des rijks , 
leveren eene menigte oudheden op, en herinne- 
jen ons, aan het eenmaal zoo magtige Karthago , 
dat men, vooronderstelt, omtrent vier uren gaans, 
ten noordoosten van Tunis , gelegen te hebben; 
dan , alles is zoodanig verwoest , dat men de 
bijzondere deelen niet onderkennen kan. Allen 
van de beroemde waterleiding, die, op eenen 
cirkelvormigen afstand, van omtrent elf uren 
gaans, het water uit de bronnen van . het ge- 
bergte Zawan, naar de stad voerde, staan, hier 
en daar, nog gedeelten overeind, en geven den 
aanschouwer, eenig denkbeeld, van dit verbazend 
werkstuk der oudheid. 



De 



VAN BARBARIJE. ai$ 



De Tunisianen hebben, zoo als de andere 
Barbarijsche Staten, van tijd tot tijd oorlog te- 
gen de Christenen gevoerd, en hen in slavemii 
geworpen, om daardoor aanmerkelijke losgelden 
te erlangen, of, om de Europesche mogendhe- 
den te noodzaken , den vrede , voor groote som- 
men, te koopen. Zij waren evenwel, nimmer, 
zoo verregaande trouweloos , als de Algerijnen , 
en hebben ons, hierdoor, ook minder bena- 
deeld. — Reeds in vroeger tijden, namelijk in 
162a, sloten wij met hen een verdrag van vrede 
en koophandel, waarbij ons, echter, het weg- 
voeren van granen, uit hun land, verboden was. 

Dit traktaat , hetwelk , nagenoeg , van denzelfden 
inhoud was , als dat , hetwelk wij met Algiers 
gesloten hadden, werd, in 1662 vernieuwd, 
met die verandering, dat men, wederzijds, op 
alle plaatsen en zeehavens mogt handelen, mits 
den gewonen tol betalende ; als ook , dat het on- 
derzoeken van onze schepen geene plaats meer 
zou hebben. 

In 1699 zond de Bey eenen gezant naar ons 
land, om de goede verstandhouding, tusschen 
de beide Staten, te bevestigen; en, eenige jaren 
daarna, teekenden Hunne Hoogmogenden het 
vredestraktaat, dat zij met de Engelschen ge- 
maakt hadden, de voorwaarden daarin vervat; 

ook 



2 ao KORTE BESCHRIJVING 

ook voor ons bekrachtigende. — De nieuwe 
schikkingen, die men daarin maakte, kwamen, 
echter, niet voor het jaar 171 3 tot stand. 

De vriendschap , welke tusschen onze repu- 
publiek, en den Bey van Tunis , plaats had, was, 
omtrent het midden der achttiende eeuw, zoo 
groot," dat zijn admiraal, in 1755, een Hol- 
landsen schip, tegen de Algerijnen, met wie wij 
in oorlog geraakt . waren , beschermde. 

De Algerijnen dit vernomen hebbende , ver- 
klaarden den oorlog , aan die van Tunis , en be- 
sloten , hunne hoofdstad, te land en ter zee, 
te gelijk aan te tasten. Dan, de Malthezers 
vreezende, dat, wanneer de Tunisiaansche vloot, 
in handen van den Dej geraakte, deze, hier- 
door, te sterk, tegen de Christenen zou wor- 
den, namen de zeemagt van Tunis in be- 
scherming , en bezetteden tevens het kasteel van 
Gouletta. In 1756, deed de Bey van Constan- 
tina eenen aanval, op de hoofdstad, en nam 
haar, den 2 September, in, waarop de Bey van 
Tunis , de vlugt nam, naar de schepen der Mal» 
thezen. Bij die gelegenheid werden de inwo- 
ners zeer mishandeld, en de konsuls der Euro- 
pesche mogendheden, stonden groote gevaren 
uit. De stad werd geheel uitgeplunderd, waarna 
de Algerijnen aftrokken. 

In 1783 ontstonden er oneenigheden tusschen 
Tunis en de republiek vaa Venetië, over; een 

Ve- 



VAN BARBARÏJE. m 

Venetiaansch schip , dat , van de pest aan?e<;i-o- 
ken zijnde, met al deszelfs inhebbende goede- 
ren, te Maïtha, verbrand werd. Hieronder wa- 
ren ook $,000 zechinen van den Bey van Tu- 
nis , die dezelve terugeischte van de Vene- 
tianen. Daarbij kwamen de Tunisianen nog op, 
met schuldvorderingen , tegen Venetiaansch e on- 
derdanen, op de eilanden Corfu, Cefalonia en 
Zantc. Ook vorderden zij, dat de schepen der 
republiek, de rekruten, die in de Levant, tot 
den dienst van den Bey , aangeworven werden , 
zouden overbrengen. Doch dit werd afgeslagen , 
en de Venetianen zonden, eene vloot uk, om 
de Tunisiaansche schepen, het uitkopen te be- 
letten, en eenige zeeplaatsen te bombarer-ti, 
hetwelk geen de minste uitwerking deed : zij moes- 
ten, op het laatst, besluiten, en zich getroos- 
ten, den vrede, gelijk andere Europeanen, te 
koopen. 

Hetgeen verder tusschen ons land, en het 
rijk van Tunis, is voorgevallen, hebben wij 
reeds in het voorgaande ? over Algiers , ver- 
handeld. 



3 Per- 



aw KORTE BESCHRIJVING 



Vervolg der geographische beschrijving 
van Tunis* 

Men vindt , in Tunis , nog de volgende plaatsen : 

Tabarka, zeestadje, aan de golf van die naam, 
op de grensscheiding tusschen Tunis en Algiers. 
In het midden van den zeeboezem ligt het eilandje 
Tabarka, op 37° ia' N. B. en 6° 40' ten oos- 
ten van Parijs. Het noordelijke gedeelte wordt 
verdedigd door een kasteel, hetgeen de aanna- 
dering , van dien kant , door eenen vijand , zeer 
gevaarlijk maakt. In den omtrek van hetzelve 
wordt, door de Italianen, veel koraal gevischt. 

Bizerta, aan de baai van dien naam, veer- 
tien mijlen ten noordwesten van Tunis, op 37 
ia» N. B. en 7 22' ten oosten van Parijs, 
Her was , oudtijds , de haven van Karthago , en is 
nog, eene der beste van het geheele rijk. Zij 
is zeer geschikt voor de xebekken en galleijen , 
maar, te ondiep, voor groote schepen. De 
meeste roovers , die in Tunis, te huis hooren, 
loopen hier uit, dewijl de ligging der plaats 
daarvoor zeer gemakkelijk is. 

Op eenigen afstand van het stadje ligt een 
mser, van omtrent drie mijlen lang, dat, door 
een lanaal, langs de plaats been, gemeenschap 
met de zee heeft. Het water van hetzelve is 

zout 9 



VAN BARBARIJE. a £3 

zout , en voedt eene menigte viscli. 
- Hamamet of Mahomcta 9 stadje, en zeehaven- 
aan eenen zeeboezera, die naar hetzelve genoemd 
wordt. De inwoners van dit plaatsje zijn ureesi 
visschers en linnenwevers. Het is Zeer klein , . 
heeft niets merkwaardigs. 

Omtrent 10 Duitsche mijlen zuidwaarts vindt 
men het stadje El Mchcdia of Afrika, op 35 
20' N. B. en 8° 38' ten oosten van Parifs. 

Het was, oudtijds, eene plaats van veel ge- 
wigt en aanbelang, doch werd, door de Mar.»- 
medanen verwoest, mehrdi, kalif van Kairwtm 
of Karvan , deed haar herbouwen, en naar 2 
nen naam El-Mehedia noemen. In vervol. \ 
tijd namen de Siciliaansche zeeroovers er be 
van, en gaven haar den naam van Afrika, r 
derhand is zij door de Marokkanen uv* 
digd, die, echter, weer van daar verdreven we 
den. Toen maakte zich deze stad , bijna 
heel, onafhankelijk, tot dat de bekende roove 
duagut, er, door list, meester van werd, 
van daar zijne zeeschuimerijen, vooral tegen dfe 
Italianen en Spanjaarden, voortzette. 

Dit gaf aanleiding dat karel V besloot, hei 
roofnest te vernielen. Zoodra zulks bekend werd 
voegden zich de Genüezen, de Napolitanen, 
Sic ilianen , en de ridderts van Maltha, bij hem 
en bragten, gezamenlijk, eene aanzienlijke vlo<; 
bijeerj, waarover, de onderkoning van Nopeiï , 

ii 



ta* K|ORTE BESCHRIJVING 

het bevel voerde. Zoodra hij op de kust varf 
Tunis aangekomen was , begon hij Afrika tü be- 
legeren. 

Dit beleg, hoewel door den gouverneur van 
Coulctta begunstigd, was, echter, langdurig en 
bloedig, dewijl dragüt, de bezetting, van alle 
kanten, hulp toebragt, en van het noodige 
voorzag. Eindelijk moest de plaats zich over- 
geven, waarop het kasteel, stormenderhand inge- 
nomen werd. . Omtrent 8,000 Mooren en Tur- 
ken, verloren, bij deze gelegenheid, het leven, 
en wel tien duizend werden er gevangen ge- 
nomen. 

Zoodra men van deze plaats meester was, 
werd er, eenparig, besloten, dezelve te vernie- 
len, op dat er zich, geene andere zeeroovers, 
in het vervolg , tot nadeel der Christenen , in 
nestelen zouden. — Vier en twintig mijnen, 
werden, ten dien einde, onder de wallen, to- 
rens en voornaamste gebouwen, aangelegd; ter- 
wijl ieder derzelve verscheidene gangen had, die 
zich onder de grondslagen uitstrekten. Hierop 
verlieten alle inwoners de stad, behalve eenige 
soldaten , die de vuurwerken aanstaken , en zich , 
zoodra zij daarmede gereed waren, in aller ijl 
verwijderden. Niet lang hierna, zag men de 
mijnen, bijna gelijktijdig, springen, met eenen 
slag, die den geheelen omtrek deed beven, en 
de zwaarste torens en gebouwen ter neder wi:rp, 

zoo- 



VAN BARBARIJE. a*5 

jöaödat niet alleen de gansche stad vernield, 
maar ook de haven, bijna, van het eene tot het 
andere einde, gedempt was. 

Suza, of Kuspina , omtrent vijf mijlen ten noor- 
den van het voorgaande , is , oudtijds , ook eene 
zeer vermogende stad geweest, doch bevat, 
tegenwoordig, niet meer dan vijftien honderd 
huizen. De haven is zeer goed voor ligte vaar- 
tuigen , en dient den Tunisiaanschen zeeroovers >, 
veelal, tot schuilplaats. De grondvlakte dezer 
plaats loopt, even als die van Algiers , schuins 
op, zoodat men de huizen, uit zee, geregeld 
allen overzien kan. Ook is er een kasteel, dat 
de haven bestrijkt. 

In 1784 werd deze stad, door de Venetianen, 
allerhevigst beschoten, zoo dat wel twee derden 
derzelve , in eenen puinhoop , veranderd werd. «— 
Men drijft hier eenen zeer uitgebreiden handel 
in olie en linnen. 

Sfax of Esfax , een welvarend stadje, ten 
zuiden van Afrika , waar men veel wollen 
stoffen maakt, en handel in olie en linnen 
drijft. 

Omtrent zes mijlen ten westen van Suza ligt, 
de zoo bekende stad Kainvan , die , in de ze- 
vende eeuw, door de Mahomedaansche Arabie- 
ren , gesticht is , en wel , omtrent de plaats , 
waar, voormaals , het oude Cyrene lag. Een 

P tijd 



32ö KORTE BESCHRIJVING 

tijd lang bloeide hier, voornamelijk, de Arabi- 
sche geleerdheid; er was eene aanzienlijke 
Hooge School, waar men, van alle oorden, toe- 
vloeide, om zich in de wetenschappen te oefe- 
nen. — De hoofd-moskee munt nog uit, door 
hare grootte , en hare fraaije bouworde. Deze 
stad drijft eenen aanmerkelijken handel met de 
binnendeelen des lands , en vele Mahomedaan- 
sche vorsten , en voorname lieden , hebben er 
hunne begraafplaatsen. 

Na dat barbarossa uit Tunis verdreven was, 
verkozen de inwoners van Kairwan, om niet 
in de magt der Turken te vallen, eenen vorst 
uit hun midden, die, zich meester gemaakt heb- 
bende van eenige omliggende plaatsen, den titel 
van koning aannam , doch , niet lang daarna , 
om het leven gebragt werd, door den genoem- 
den dragüt, die de plaats weer aan de Tur- 
ken bragt, 

Gabs of Gabes , eerc zeestadje, aan ^n zee- 
boezem van dien naam , die , oudtijds , de kleine 
Syrtis heette, waarin zich de rivier Triton ont- 
last. Dit plaatsje heeft eene kleine haven, en 
is, voor het overige, zeer gering. 

Begia of Be/a , eene landstad, omtrent twin- 
tig mijlen westwaarts der hoofdstad, aan de 
rivier Guadilbarbar , in eene der vruchtbaarste 

streken der wereld, waar men, overvloed va;i 

graan 



VAN BARBAR.IJE. 027 

graan teelt , dat naar de zeehavens vervoerd , en 
aldaar verkocht wordt. 

Tot het rijk van Tunis behooren ook nog, een 
aantal kleine eilandjes , in de Middellandsche 
zee, zoo als die van Kc.-ksm, dat van Lampa- 
désa 9 van Limosa 9 en meer andere. 



V % V» 



a& KORTE BESCHRIJVING 



L V e HOOFDDEEL; 



OVER HET RIJK VAN TRIPOLI. 



H, 



.et rijk van Tripoli grenst , ten noorden , aan 
de Middellandsche Zee; ten oosten aan Egypte; 
ten zuiden aan de groote woestijn , en ten wes- 
ten aan Tunis» liet ligt tusschen den 29 en 
den 34 graad Noorderbreedte; en den 6 en 24 
graad der' lengte, volgens den meridiaan van 
Parijs. Deszclfs vlakke inhoud , wordt , op 
omtrent, 5000 vierkante geographibche mijlen 
berekend, behalve de woestijn Barca, die men, 
gewoonlijk, als een gedeelte van dit rijk, aan» 
ziet, en, alleen, meer dan 4000 vierkante 
Duitsche mijlen bevat. 

De vroegere geschiedenis van het rijk van Tri- 
poli is geheel onzeker. Men weet dat hetzelve, 
langen tijd , in handen der Sarracenen is ge- 
weest, en daarna, overweldigd is geworden, 
door de Noormannen van Sicilië; alsmede, dat 
de Genuezen , eenigen tijd , de oppermagt over 
hetzelve in handen gehad hebben. 

DON 



VAN BARBARiJE- 2^ 

1' 

don pedro van Navarre , opperbevelhebber 
van den Spaanschen koning ferdinand, ver- 
overde de hoofdstad Tripoli, in 1503, en voerde 
den roenmaligen Arabischen vorst, met een aantal 
inwoners, naar Palermo, 

karel V. veroorloofde naderhand, dezen vorst, 
de hoofdstad, behalve het kasteel, te herbou- 
wen , en er zijnen zetel te vestigen. Deze bleef 
daarvan in bezit, tot 1535, wanneer barbaros- 
sa hem verjoeg, en #de stad innam. 

karel V. veroverde Tripoli ten tweeden male, 
en schonk het, daar.na, met het eiland Mahha , 
aan de ridders van lihodus, die het bezaten tot 
1551, toen eene Turksche vloot, vereenigd met 
de magt van den befaamden dragut, voor de 
stad verscheen, en haar belegerde. Zij werd, 
niet lang daarna, door verraad ingenomen , en het 
gekeele land, tot eene Turksche provincie gemaakt. 

PHiLipptfs II. maakte, in 1560, groote toe- 
bereidselen, tot het hernemen van Tripoli, maar 
de meeste schepen zijner vloot, verongelukten 
bij het eilandje Gerbe, waardoor deze expeditie 
op niets uitliep. 

De 1'orte regeerde het rijk van Tripoli langen 
tijd door eenen beglerbey, die, aan den Pacha 
van Tunis onderworpen» was. Eindelijk maakte 
mahmed-bey, een Grieksch renegaat, uit den 
huize van jcstiniani, omtrent het jaar 1600, 
zich meester van het kasteel, en matigde zich 

T 3 het 



w , KORTE BESCHRIJVING 

het oppergezag aan. Met dit alles, bleef het 
nik , afhankelijk van den Turkschen keizer , moest , 
sedert, jaarlijks * schattingen betalen, enkreeg, 
ongevoelig , omtrent denzelfden regeringsvorm als 
Algiers en Tunis, Het tegenwoordig opper- 
hoofd draagt den titel van Pacha , die in de rege- 
ring geholpen wordt door den Divan, 

Inwoners. 

Hetgeen wij van de inwoners van Algiers en 
Tunis gezegd hebben , is , meestendeels , ook op 
de Tripolitanen , toepasselijk. Zij worden, ech- 
ter, niet voor de onbeschaafdste onder hunne 
naburen gehouden» Het grootste gedeelte der- 
jgelve zijn Arabieren, en men vindt, buiten de 
hoofdstad, weinig Mooren of Turken. — De 
Renegaten zijn hier meer gezien, dan elders (*), 
en geraken, niet zelden, tot de hoogste waar- 
digheden. De tegenwoordige admiraal , of op- 
perhoofd der geheele zeemagt, is een Engelsche 

re- 

(*) Dit is te Tripoli altijd bet geval geweest. Daar- 
enboven mishandelen deze geloorsverzakers, de Moo- 
ren en Arabieren, bij alle gelegenheden, hetgeen aan- 
leiding, gaf, dat er, in 1759, eene zaïr.enzwering ge- 
maakt werd, om alle renegaten te vermoorden., het- 
geen nog tijdig genoeg ontdekt werd. 



VAN BARBARIJE. 231 

renegaat, die met eene bloedverwante van. den 
Pacha gehuwd is. 

De geheele bevolking van het rijk van Tri- 
poli , wordt, op omtrent twee millioenen inwo- 
ners geschat, 

Krijgsmagt, 

De krijgsmagt van Tripoli is zeer gering in 
vredestijd. Wanneer de Staat in oorlog komt 
met naburige volken , roept de Pacha zoo veel 
volks, uit de binnenlanden, op, als hij denkt 
noodig te hebben, en vormt, daarvan, een le- 
ger, hetwelk, in dapperheid, volkomen met die 
van Tunis en Algiers kan gelijk gesteld wor- 
den; — een leger, dat vlugt, eer het aangeval- 
len wordt. 

De zeemagt van het rijk bestaat uit twee of 
drie oorlogsschepen , waarvan het grootste met 
36 stukken voorzien is ; hierbij komen nog eeni- 
ge gallcijen en galjooten. In oorlogstijd rusten 
ook bijzondere personen kapers uit, die op 
Christen vaartuigen kruisen , e» een gedeelte 
van den buit , aan het land , moeten afstaan. 

Gest&ldheid des lands, — Voortbrengsels, 

Tripoli is, in vergelijking der andere Barbarij- 
sche landen , onvruchtbaar , en heeft eenen zan- 

p 4 ai- 



S32 KORTE BESCHRIJVING 

digen en dorren grond, uitgenomen in den om- 
trek der hoofdstad, en in sommige streken langs 
de zee. — Zie hier wat BLANQUièRR, in zijne 
brieven uit de Middellandsche zee , er van zegt : 
,, Een weliger en vruchtbaarder landstreek , dan 
die, rondom de hoofdstad, kan men wel nergens 
vinden. Zoodra men de landpoort uitgaat , opent 
zich het heerlijkste tooneel voor onze oogen. 
Buitenplaatsen , uitgebreide lusttuinen , bosjes van 
oranjeboomen, en rallooze fonteinen, gevoegd bij 
een lagchend groen , en met vruchten bedekte 
velden, veraangenamen het gezigt. Deze schoone 
landouw strekt zich , echter , niet verder uit , 
dan op eenen afstand van vijf mijlen , waar zij 
aan eene onafzienbare zandwoestijn grenst, waar- 
in men , ter naauwemood, een enkel struikje of 
waterbeekje ontdekte 

Een ander zeer vruchtbare oord vindt men bij 
het voorgebergte Messurate , in welks omtrek 
veel granen geteeld worden , en waar men eenen 
zeer sterken groei in het plantenrijk bespeurt. 

De meeste reizigers vooronderstellen, dat men 
van vele woestliggende landen, partij zou kun- 
nen trekken , indien er meer nijverheid en vlijt 
onder het landvolk was. De onderdrukking der 
despotieke regering is oorzaak der lusteloosheid 
en onverschilligheid der landbouwers, die, hoe 
meer zij hebben, hoe meer lasten zij betalen 
moeten. 

De 



VAN BARBARIJE. *3 3 

De voornaamste voortbrengsels des lands zijn; 
koorn, rijst, zuidelijke vruchten, dadelcn, oly- 
ven, enz. Men vindt er ook eene groote me- 
nigte palmboomen. 

Rivieren , bergen, kapen en zeeboezems. 

De rivieren in Tripoli zijn weinig in getal, 
zeer klein, en onvoldoende om het land behoor- 
lijk te bevvateren. De voornaamste van allen is 
de Qiiaham^ die zich, bij het stadje Lebida; 
\\\ de Middellandsche zee uitstort. 

De Ramet, die, ten noorden der kaap Sciara 
haren uitloop heeft. 

De Barata, welke, ten zuiden van den kaap 
van dien naam , zich in zee ontlast. 

De Waden of JVadan , die , naar de stad van 
dien naam, de noordelijkste van het rijk van Fez- 
zan , genoemd wordt , en bij het plaatsje Succa 9 
in de Middellandsche zee, uitwatert. 

Kapen. — De voornaamste voorgebergten langs 
de kusten dezes lands zijn; 

Kaap Zoara, ten noorden van hei stadje van 
dien naam, op 33 55* Noorderbreedte. 

Ras-al- Mahbes , omtrent 8 Duitsche mijlen ten 
zuiden van die van Zoara. 

Kaap Tehy , ten noorden van het stadje Tchy* 

Ras-al-Marmou , ten zuidoosten der vorige. 

P 5 Kaap 



434 KORTE BESCHRIJVING. 

Kaap Tajura, ten oosten van de hoofdstad 
Tripoli. 

Kaap Sciara^ ten zuidoosten der vorige. 

Kaap Baratua , ten zuidoosten van Port-Magra. 

Kaap Mcssurat of Canan , waar 4e golf van 
Sidra , of de Groote Syrtis begint. 

De voorgebergte Lorat , Sort , Leconda en 
Cacorel/a, welke allen in de voornoemde golf 
lig '.en. 

Kaap Razat, ten zuiden van het schiereiland 
ffloreai en ten Noordoosten van Bengazi , op 
32 49' N. B. en i8 Q 53' ten oosten van Parijs» 

Bonandrea , ten oostzuidoosten van Razat , op 
320 27' N. B. en 19° 45' ten oosten van Parijs» 

Gebergten. — De verschillende bergtakken, 
welke men in de binnendeelen van Tripoli vindt , 
zijn allen gedeelten van den uitlas. De meest- 
bekende onder dezelve zijn: het gebergte Fes- 
sato^ niet ver van de grenzen van Tunis. — 
Dat van Ge/reu, hetwelk aan het voorgaande 
sluit, en deszelfs [rigting naar het zuidoosten 
heeft. Het gebergte Garian , eene keten, die 
bijna evenwijdig met de zeekust, van het noord- 
westen, naar het zuidoosten, loopt, en deszelfs 
naam ontleent van eene sterkte, of een kasteel, op 
eenigen afstand der hoofdstad. — Voort het ge- 
bergte Riana. — In de woestijn van Bar ca 
heeft men de uitgestrekte bergketen Mejcs , en 
meer naar het zuiden, die van Saivai* 



VAN BARBARIJE* &$$ 

Zeeboczems. — De voornaamste zeeboezem van 
dit land is de Groote Syrtis der ouden, nu, 
de golf van Sidra genaamd, naar een eilandje, 
dat in dezelve ligt. Zij begint bij kaap Messu- 
rat, en eindigt bij Teneges ^ bespoe lende, aan 
de westzijde het eigenlijke Tripoli , en aan de 
oostzijde Barca. 

De golf van Gabes , of kleine Syrtis, die wij 
reeds bij Tunis opgenoemd hebben» 

De golf van Tripoli, naar de hoofdstad ge- 
noemd, 

Verdcelitig des lands. 

Hoewel de aardrijkskundigen geene geregelde 
verdeeling van het rijk van Tripoli opgeven, 
zoo bestaat er doch eene, die het gouvernement 
gemaakt heeft, namelijk, in 4 provinciën, als: 
de noordelijke provincie der Middellandsche zee; 
de zuidelijke provincie der Middellandsche zee; 
die van Garian, en van Massulata , welke het 
binnenste des lands uitmaken. 

De Hoofdstad, 

De hoofdstad Tripoli, op 32* 55' 40'' N. B. 
en ii° 1' ten oosten van Parijs , is gelegen op 
eene landtong, aan de Middellandsche zee, die, 
aldaar, eene soort van zeeboezem maakt. Zij 

heeft 



23 <5 KORTE BESCHRIJVING 

heeft omtrent eene geographische mijl in den 
omtrek, en is voorzien van QQmn hoogen muur, 
die tegenwoordig zeer vervalt : maar zij is zon- 
der grachten en buitenwerken, en dus niet zeer 
sterk. 

Het kasteel Mqnclri ligt in het zuidooste- 
lijke gedeelte der stad, en is met twintig stuk- 
ken geschut beplant, welke de haven, die zeer 
ruim en gemakkelijk is , bestrijken. — Het vorste- 
lijk, paleis, dat in het oostelijke gedeelte der stad 
slaat, is, eveneens, door eenen hoogen wal in- 
gesloten, en schijnt onneembaar. Wat deszelfs 
bouworde aangaat , dezelve mist alle evenredigheid , 
door de menigte stukken, die er van tijd tot 
tijd aangeypegd zijn, om, de verschillende per- 
sonen van de familie des souvereins te huis- 
vesten. 

De stad, hoewel tamelijk groot, heeft niet 
meer dan twee poorten, de zuider- en de oost- 
poort. — De voornaamste luizen zijn van steen , 
ééne verdieping hoog, met platte daken, en 
worden geregeld tweemaal 'sjaars gewit. — Er 
zijn ook verscheidene marktpleinen, die zeer 
druk bezocht worden 9 hetwelk de stad veel le- 
vendigheid bijzet. 

Er heerscht te Tripoli $ zoo als te Tunis , een 
groot gebrek aan goed water, waarom de inwo- 
ners verpïigt zijn, den regen zorgvuldig op te 
vangen. De scliaarschheid hier van , is ook oor- 

Zia!; , 



VAtt ÊARBARÏJE. 237 

* 
zttak , dat er 'maar twee publieke baden zijn ; 

de voorname lieden, evenwel, hebben er, in 

hunne huizen. 

Het getal der inwoners wordt, bij gissing, op 
Vijf en twintig duizend zielen geschat, die, eene 
mengeling Van Turken , Renegaten , Mooren en 
Joden uitmaken. 

Er is bijna geene stad , op de Afrikaansche 
kusten, die, zoo dikwerf, met de pest bezocht 
wordt, als deze. De verwoestingen, die zij bij- 
zonder in 1785 en 1786 aanrigtte , waren ver- 
schrikkelijk. Geheele familiën waren uitgestor- 
ven , zoo dat men , toen de ziekte ophield , in 
verscheidene huizen drie, vier, en vijf dooden, 
vond, die, onbegraven waren gebleven. Kinde- 
ren liepen verlaten langs de straten , zonder ou- 
ders , of bloedverwanten , en het was zelden twee 
menschen, in de stad, bijeen te zien; «— ge- 
heele wijken zelfs stonden ledig. 

Behalve het kasteel, heeft de stad nog tot ver- 
deging het zeehoofd , waarop twaalf groote stuk- 
ken geschut liggen ; — het zoogenaamde Engel- 
sche fort, aan het strand, met acht stukken, 
die de haven bestrijken. Aan de noordzijde 
heeft men nog eëne batterij, van twintig stuk- 
ken, die, wel bediend, veel zou kunnen tegen- 
houden. 

Men heeft , in deze plaats , reeds sedert 011- 
heucheüjke tijden, tamelijk welvarende fabrijken 

ge- 



2 3 8 KORTE BESCHRIJVING 

gehad, die, tegenwoordig nog aan den gang 
zijn , en velen inwoneren brood verschaffen. 



De Tripolitanen hebben , gelijk de andere Bar- 
baren, reeds, in de vroegste tijden, zeeroove- 
rijen tegen de Christenen gepleegd, hoewel hun* 
ne zeemagt , veelal , de zwakste van allen was*- ■ 

Toen de Staten van ons land, in 1662, de 
ruiter naar de Middellandsche zee gezonden J- 
en een verdrag met de Algerijnen en Tunisianen 
gesloten hadden, wilden die van Tripoli naar gee- 
ne vredesvoorwaarden hooren, maar zetteden den 
oorlog , tegen de Vereenigde Provinciën , voort. 

Eenige jaren daarna slaagden wij echter in de 
onderhandelingan , door groote opofferingen, en 
het betalen van aanmerkelijke sommen. Deze 
vrede werd, in 1703, vernieuwd, en bleef ^ 
eenige weinige knibbelarijen uitgezonderd, nog 
al stand houden. In 171 3 maakten wij eene ge- 
heele nieuwe kapitulatie met hen, die, in 1728, 
met eenige artikelen werd uitgebreid, en, nage- 
noeg van denzelfden inhoud was , als het vredes- 
verdrag, hetwelk wij met de Algerijnen gesloten 
hadden , en dat wij den lezer reeds medegedeeld 
hebben. 

In 1749 zond de regering van Tripoli , tot 
bevestiging der onderlinge verstandhouding , eenen 

af- 



VAN P.ARP.ARijE. c 39 

afgezant naar ons land , die , bij zlin vertrek uit 
den Haag, door Hunne Hoogmogenden , met een: 
geschenk van twee duizend gulden, voor zrn* 
persoon alleen, vereerd werd. In het bugin des 
jaars 1757, besloten de Tripolitanen op nieuw 
ons een' gezant te zenden, en verkozen, daar- 
toe, aly-effendi, die, in onze hoofdstad aan- 
gekomen, met alle eerbewijzen ontvangen werd» 
en de Staten van de vriendschap der regering 
van Tripoli verzekerde. 

Even zoo min als wij , slaagden ook de Fran- 
schen , in den beginne , om eenen vrede , met 
Tripoli 9 te treden. Dezelve kwam eerst, in 
16S1, tot stand; nadat du quesne , zoo aN wij 
reeds gezien hebben, het grootste gedeelte hun- 
ner zeemagt, in de haven van het eiland Sctól 
vernield had. De Barbaren hielden, ech -:■ 
hun woord niet lang, maar namen, het vol- 
gende jaar, weer verscheidene Franscbe sche* 
pen. Dit was oorzaak, dat het hof van Ver* 
sailles besloot, eene vloot derwaarts te zenden, 
welke de stad, in 1782, drie dagen achter een 
beschoot, en er 1872 bommen in wierp. Dit 
bombarderrient was zoo hevig, dat bijna al de 
inwoners, de vlngt , naar het gebergte, namen, 
en de meeste huizen in eenen puinhoop veran lerd 
werden. Het gevolg hiervan was, dat zij, al 
de slaven, in vrijheid stelden, en , daarenboven , 
eene aanzienlijke boete moesten betalen. 

In 



è4© KORTE BESCHRIJVING 

In 1720 zond het Fransche hof, op nieuw $ 
eene vloot,, om de stad te beschieten. Het 
grootste gedeelte derzelve werd in den asch ge- 
legd, en vele inwoners sneuvelden. Niettegen- 
staande deze verwoestingen, namen zij, maar 
weinige maanden daarna , wel dertig Fransche 
schepen ; doch , toen zij van de uitrustingen 
hoornen, die, in de havens van Toulon en Mar- 
seille , n gen hen , gemaakt werden , begonnen 
zij bevreesd te worden, en zonden, dadelijk, 
gezanten naar Parijs, om, zoo mogelijk, eenen 
vrede te bewerken , hetgeen hun gelukte. Na 
dien tijd , hebben zij de Franschen altijd , meer 
dan andere mogendheden, ontzien. 

Het Weener hof, heeft, met het rijk van 
Tripoli, meestentijds, in vrede geweest. Het 
traktaat, dat de keizer van Duitschland, in 1762, 
met deze roovers sloot, en waarin al deszelfs 
onderdanen , begrepen waren , werd in 1749 ver* 
nïeuwd, en in 1756 met eenige artikelen ver* 
meerderd en uitgebreid. Zelfs zond de rege- 
ring van Tripoli, in dit laatste jaar, eenen ge- 
zart naar JVeenen , om den keizer van hare 
vriendschap te verzekeren. 

Ook de Engelsehen, en de andere Europe- 
sche mogendheden hebben, van tijd tot tijd,- 
den vrede van deze zeeschuimers moeten koo- 
pen. Groot' Brittanje sloot zelfs, in 1751, een 
traktaat van ouderlingen handel met hen , hetwelk 
lange jaren in stand is gebleven. Vêr* 



VAN BARBARIJE* 441c 



Vervolg der geographische beschrijving 
van Tripoli* 

Behalve de hoofdstad Tripoli vindt men , iri 
dit rijk , nog de volgende plaatsen : 

Zoara , een klein stadje, en zeehaven, niet 
ver van de kaap van dien naam , genoegzaam 
ten oosten van de stad Gabs , in Tunis. Men 
vindt ook een stadje Zoara , aan de zeekust, 
in het landschap Barca , aan de golf van Sidra. 

Sabart , of Oud-Tripoli , omtrent 8 Duitsche 
mijlen ten oosten der hoofdstad, heeft eene 
kleine haven, doch is van weinig belang. 

Tajura, een gering stadje en zeehaven, bij 
het voorgebergte Tajura. — Oud-Tajura , dat 
geheel in verval is, ligt, eenige mijlen, ten 
zuid-oosten van het vorige. 

Ltbida , digt bij de Middellandsche zee, ten 
2iiïd-oosten van kaap Sciara. In vroegere tij- 
den is het eene aanzienlijke stad geweest, zoo 
als men nog aan de overblijfsels kan zien. Men 
vindt er eenen ouden vervallen tempel, die 
buitengemeen groot is , als ook de ruinen 
eener waterleiding, en van verscheidene triumf- 
bogen. 



IhS 



a 4 2 KORTE BESCHRIJVING 

Het landschap Barca. 

Het landschap Barca ligt tusschert Tripoli en 
Egypte > en wordt, gewoonlijk, tot het eerst- 
genoemde gerekend; het is, ten minste, in naam, 
afhankelijk van hetzelve. 

Het zuidelijke gedeelte dezes lands, de woes* 
tijn van Barca genoemd , is niets , dan eene 
zandige dorre vlakte, waar dikwerf wolken van 
zand, door windvlagen in de hoogte gevoerd, 
den reiziger verstikken; — van hier, dat de 
Arabieren het den naam Ceyrari-Barca , dat is , 
de weg der wervelwinden , geven. In sommige 
gedeelten dezer landstreek vindt men, hier en 
daar, eenige ellendige dorpen, wier inwoners, 
Arabieren, in de grootste armoede leven, 
en naauwelijks het noodige voedsel tot onder- 
houd hebben. Zij leggen zich, hoofdzakelijk, 
toe, op het plunderen der karavanen en reizi- 
gers , die zij, indien dezelve hun in handen val- 
len, op de onbarmhartigste wijze behandelen, en 
uitschudden. 

Het noordelijke gedeelte van Barca , langs de 
zeekust, is minder woest en bar, levert zelfs, 
hier en daar, vruchtbare streken op, en heeft 
eenige geringe steedjes , zoo als : 

Sabia, bij het voorgebergte van dien naam, 
aan de golf van Sidra. 
Bengazi , met eene kleine zeehaven, aan de 

golf 



VAN BARBARÏJE. 243 



golf van dien naam , is zeer gering, 

Tholomctha, ten zuidwesten van kaap Ras at , 
aan eenen kleinen zeeboezem. 

Bonandrca , ten oostzuidoosten van kaap Ras at , 
niet ver van de kaap Bonandrea , welke op 
32 37' Noorderbreedte, en op 19 45» ten oos- 
ten van Parijs ligt. 

Deme , de laatste stad tegen Egypte. De ge- 
heele kust van Barca , wordt , naar dezelve , de 
kust van Derne genaamd. — Zij had, eertijds, 
een' eigen Dcy , wiens gebied zich langs de gan- 
sene zeekust uitstrekte. De omtrek van deze 
plaats , op den afstand van twee of drie mijlen , 
is, buitengemeen vruchtbaar, en vol lusthoven en 
zomerverblijven , die een aangenaam gezigt op- 
leveren. 

Het rijk van Fezzan. 

Ofschoon de beschrijving van Fezzan , minder 
tot het bestek van dit werkje behoort, zullen 
\vij er, echter, met korte woorden, een en an- 
der, van zeggen, daar het, door sommige aard- 
rijksbeschrijvers ^ tot Barbarijè wordt gerekend. 

Dit rijk grenst ten noorden aan Tripoli, ten 
oosten aan Harutch en de woestijn , ten zuiden 
aan het land der Tibbots , en ten westen aan 
dat ditvTiiarickscfiê herdersvolken. Van het noor-< 
den naar. het zuiden is het 300 mijlen lang, 

Q 2 en 



A44 KORTE BESCHRIJVING 

en van het oosten naar het westen twee hou» 
derd mijlen breed. Men schat het getal der in- 
woners, van dit uitgestrekt land, op niet meer 
dan honderd duizend; en dat der steden en 
dorpen , op honderd. 

Fezzan wordt door eenen Sultan , uit het 
geslacht der Sherifs afstammende, geregeerd. 
De tegenwoordige vorst voert den titel van 
Muhammed-Ben , Sultan-M ansur ; doch als hij 
aan den Packa van Tripoli schrijft, aan wien 
.hij schattingschuidig is (*) , noemt hij zich 
Sluik. 

Het klimaat van dit land is hoogst onaange- 
naam, want, gedurende den zomer is de hitte 
onverdragelijk , vooral, met eenen zuidelijken 
wind; en 's winters heeft men er, bijna gestadig, 
eenen kouden noordenwind, die zeer doordrin- 
gend is. 

De dadelen maken het voornaamste voortbreng- 
sel des lands uit; de andere produkten zijn: 
granen , doch niet genoeg voor het gebruik der 
inwoners ; zeer goede senebladeren , en een 
overvloed van tuinvruchten. — Vee is er zeer 
schaarsch, en wordt alleen in de vruchtbaarste 
streken gevonden, maar er zijn veel geiten. 

Paar- 



(*) De schatting , die de vorst betaalt , beloopt 4000 
piasters 's jaar?. 



VAN BARBAÏUJE. i 4 f 

Paarden wordeii hier weinig gebruikt; men be- 
dient zich meest van ezels, tot lastdieren. 

De handel van Fezzan , die , geheel eri al in 
buitenlandsche waren bestaat, is zeer aanzien-» 
Hjk. Er komen talrijke karavanen, uit alle om- 
liggende oorden , aan \ deze voorzien de inwoners 
van die dingen, welke zij in hun ellendig land 
missen, en die niet weinig in getal zijn. Van 
iederen beladencn kemel , moeten de kooplieden , 
eene zekere belasting betalen, die, grootendeels, 
het inkomen van den' vorst uitmaakt. 

De inwoners van Fezzan zijn alle Mahome- 
daansch: het hoofd van hunnen godsdienst is de 
Kadi, die het onbepaaldste vertrouwen onde* 
de natie bezit, en gewoonlijk regter is in de 
meeste zaken. 

Het uitzigt der Fezzanen verkondigt gebrek 
aan ligchaamssterkte en kracht der ziel : dit laat- 
ste wordt hoofdzakelijk veroorzaakt, door de 
dvvingelandsche regering, en het eerste, door 
hun slecht voedsel, dat uit dadelen , pap, eii 
sterke oliën bestaat, zonder eenig vleesch , het- 
welk de meesten niet bekostigen kunnen: van 
daar dat zij, om een' rijk man aan te duiden, 
zeggen: „ Hij eet alle dag vleesch en brood.''* 

De hoofdstad van het rijk van Fezzan, is Muur- 
zouk , waar de sultan zijne residentie houdt. Zij is 
met ecnen goeden muur omgeven , en heeft drie 
poorten. De huizen, ééne verdieping hoog, zijn 

Q 3. el* 



&4Ó KORTE BESCHRIJVING 

ellendig gebouwd, zonder vensteren, zoo da,t 
men alleen licht door de deur schept. Zij ligt 
aan eene zeer kleine rivier, die, met de nabu- 
rige bronnen, de inwoners van goed water voor- 
ziet. — Men vindt , in deze plaats , nog vele over- 
blijfselen der oudheid, waaruit men opmaakt, 
dat er, op denzelfden grond, ten tijde der Ro- 
meinen , eene stad gestaan heeft. 

De andere stad, van eenig aanzien, is TVadan^ 
de noordelijkste des rijks. Zij ligt in een 
Vruchtbare oord , en drijft ook eenigen handel. 

Men heeft ook nog de steden Sokna, Hur > 
Gatron, Hujermah en JSouylab, die allen zeer 
gering zijn. 



VI* 



VAN BARBAHIJE. 247 



yp HOOFDDEEL. 

OVER DEN OORLOG TUSSCHEN DE AME- 

RIKAANSCHE REPUBLIEK DER VER- 

EENIODE STATEN, EN TRIPOLI» 

IN 1804. 

JL>e Algerijnen zijn, onder de Afrikaansche zee- 
roovers , de eersten geweest , die de republiek 
der Vereenigde Staten, toen zij nog naauwe- 
lijks gevestigd was, den oorlog aandeden, en 
hunne schepen wegnamen. De president Was- 
hington, niet weinig verontwaardigd over eten 
onverwachten en verraderlijken aanval dezer Bar- 
baren , vroeg , deswegens, voldoening; doch te 
vergeefs. Na alles beproefd te hebben , zag hij 
wel,. dat hij den weg der Europesche mogend- 
heden zou moeten inslaan, en den vrede koo- 
pen. De republiek zond, ten dien einde, eenen 
gezant naar Algiers, om een verdrag met den 
Dey tot stand te brengen , en de slaven te los- 
sen , waarin men gelukkig slaagde. 

Na den afloop hiervan , besloot de regering van 
dit Gemeenebest, te beproeven, of, zij ook, met 
de andere roofstaten , eene overeenkomst, konnen 

Q 4 tref- 



H8 KORTE BESCHRIJVING 

treffen. Kapitein eaton, een man van groote 
bekwaamheden, werd, met dit oogmerk, naar Tu- 
nis en Tripoli gezonden. Met de Tunisianen werd 
hij het weldra eens; maar toen hij te Tripoli 
aankwam, bemerkte hij, weldra, dat het daar, 
zoo gemakkelijk, niet gaan zou, — Hij had 
reeds, eenen geruimen tijd, aldaar doorgebragt , 
en was nog niets gevorder.1, tot eindelijk, het 
springen van een krnidhuis , en het verbranden 
van een daarbij staande arsenaal , den Pacha aan- 
leiding gaven, tot het doen van eenen eisen. Hij 
gaf, namelijk, voor, dat hij eenige duizenden 
geweren, en meer ander wapentuig, in dien 
brand verloren had, en zich dus verpligt vond, van 
de Amerikanen, eene som te vorderen, groot ge- 
noeg, om dit verlies goed te maken. De ge- 
zant eaton zeide ronduit , dat zulk eene on- 
billijke afvraag, nooit zou ingewilligd worden, 
waarop de Pacha antwoordde: „ Pak u dan- 
maar weg, Christen hond." 

De kapitein eaton, op zulke eene veront. 
waardigende wijze afgewezen , zond aan zijn 
gouvernement, berigt van het voorgevallene, en 
besloot , zonder evenwel be\ e!en daartoe te heb- 
ben , naar Egypte te gaan, en daar hamed- 
bassa, den wettigen erfgenaam van den troon 
van Tripoli , die door den toenmaligeu behecr- 
scher in ballingschap g.\1reven was, op ie, 
' zoeken. 

Zoo* 



VAN BARBARIJE. 149 

2oodra het Amerikaansch gouvernement, het 
gedrag dezer roovers vernomen had, zond het, 
in aller ijl , een eskader naar de Middellandsche 
zee, om zich over die beleediging te wreken; 

Een der schepen, de Philadelphia, gevoerd 
door kapitein bambridge, de haven van Tripoli 
willende binnen zeilen, geraakte op eene rots, 
terwijl alle inspanning en pogingen van het 
scheepsvolk, om het weer vlot te krijgen, ver- 
geefs waren. De Turken, dit ziende, bemanden 
een aantal booten, en namen er dadelijk be/.it 
van ; zij zonden de manschappen naar land , 
waar deze, op de wreedste wijze, mishandeld 
en uitgeplunderd werden. Hierna geleidde men 
hen voor den Pacha, op wiens gelaat het ge- 
noegen, dat hij, op het zien dezer ongelukki- 
gen , smaakte , te lezen was. Toen hij hen , van 
den eersten tot den laatsten, beschouwd, en na- 
geteld had , zond hij hen naar een gevangenhuis , 
alwaar de kapitein, en zijne officieren , die met 
de eerste boot aan wal gezet waren, zich be- 
vonden. Hier kregen zij, tegen verwachting, 
een vrij goed avondmaal , hetgeen deed hopen , 
dat men hen, in het vervolg, minder wreed be- 
handelen zou. De maaltijd geëindigd zijnde, 
werden zij naar een ander huis overgebragt, al- 
waar zij, omtrent negen uren s' avonds, aankwa- 
men. Kapitein bambridge kreeg toen van den 
J>acha verlof, om den Deenscheu konsul, den 

Q 5 heer 



&%o. KORTE BESCHRIJVING 

heer mason, te laten halen, in wien hij e&nen 
vriend vond, die hem, en het scheepsvolk, met 
een medelijdend hart, ah£ mogelijke diensten be- 
wees, en hunne ellende, in vele opzigten, ver- 
ligtte. — Ook de Engelsche konsul donald , 
kwam hen, uit eigene beweging, bezoeken, en 
zijnen dienst aanbieden. 

De Pacha besloot nu, om te laten beproe- 
ven, of er ook mogelijkheid was, het fregat 
weer vlot te krijgen, en te herstellen. Hij be- 
val, daarom, den scheepstimmerman, het schip 
te onderzoeken, en hem, van deszelfs toestand, 
verslag te geven. Deze vond, da^ er reeds zes 
voet water in stond, en dat het, overal, be- 
schadigd was. Hierop kreeg hij last, om er, 
jnet vijftien man 5 's nachts aan te werken, en 
alles aan te wenden, om het weer bruikbaar te 
maken. Zij hadden, nog niet lang, hieraan be- 
zig geweest, of een rukwind, die tevens eene 
liooge golf aanvoerde, ligtte het schip van de 
lots , daar het op zat , en bragt het in diep 
water. 

Kapitein rogers, die een ander fregat, voor 
Tripoli commandeerde , had , gedurende dit voor- 
val, met de Philadelphia , verscheidene kleine 
vaartuigen, van den Pacha , weggenomen, en 
tachtig Turken en Mooren gevangen gemaakt. 
Er liep toen een gerucht, in de hoofdstad, dat 
die manschappen, door de Amerikanen, zeer 

mis- 



VAN BARBARIJE. *n 

mishandeld werden , hetgeen het scheepsvolk van 
het fregat deed vreezen , dat zij , daarvoor , zou- 
den moeten boeten , hetgeen ook wezenlijk zoo 
uitkwam. De Turken hadden dat praatje alleen 
verspreid, om, onder dit voorwendsel, de on- 
gelukkige Amerikanen , allerhande wreedheden , 
aan te doen. Ook zond de Pacha iemand naar 
kapitein bambridge, met de boodschap, dat hij 
den commodore (*) preble, die over het eska- 
der, voor Tripoli , het bevel voerde, order moest 
zenden , de tachtig Turken in vrijheid te stel- 
len, en dat hij dan, met zijne officieren, kon 
blijven, waar hij toen was; maar, dat het, in 
geval van weigering, niet wel met hem zou 
afloopen. bambridge gaf ten antwoord , dat 
hij den commodore geene bevelen kon geven, 
en dus aan de begeerte van den Pacha niet vol- 
doen kon. Dien zelfden avond kwam er ooit 
nog een Tripolitaansch officier, met twee pisto- 
len en eene sabel gewapend, tot de Amerikanen, 
en deed hun allerlei bedreigingen, hetgeen niet 
weinig ongerustheid onder hen veroorzaakte. 

Den volgenden morgen werden de officieren en 
den kapitein, naar het kasteel overgevoerd, en, 

in 



(*) Het Engelsche woord commodore, beteekent zoo 
veel , als schout bij naclit ; of iemand , die het bevel 
over een eskader heeft. 



a5* KORTE BESCHRIJVING 

in een somber vertrekje; opgesloten. De ma- 
trozen wierp men in een akelig gat , waar naau- 
welijks plaats genoeg was, om te staan. Hier 
bleven zij, den ganschen dag, zonder het min- 
ste voedsel, terwijl hunne onmeedoogende tij- 
rannen hen bespotteden en uitscholden. — Des 
avonds werd de kapitein , met de zijnen , van 
het kasteel afgehaald, en weer naar het vorige 
verblijf gebragt, maar het volk moest in hun 
hol blijven. 

Het schip, dat, zoo als wij reeds gezien 
hebben , op eene onverwachtte wijze , van de 
rots geligt was, werd weer in order gebragt, 
en lag weldra gereed om in zee te steken. De 
Pacha beschouwde hetzelve met de grootste 
voldoening, daar men nu den vijand, met zijne 
eigene verdedigingsmiddelen, zou kunnen bestrij- 
den. Maar dit was het ook juist, dat de Ame- 
rikanen geweldig hinderde; het bleef voor hen 
een ondragelijk denkbeeld , dat dit vaartuig , regen 
hen zelven , zou gebruikt worden , en zij besloten , 
daarom , eenen wanhopigen stap te wagen , ten ein« 
de dit voor te komen. Zij zeilden , namelijk , met 
twee hunner schepen , op de stoutmoedigste wijze, 
in volle zeilen, de haven in, wierpen het an- 
ker, naast de Philadelphia , die midden in lag, 
klampte dezelve, oogenblikkelijk, van weerjzij- 
den , aan boord , sabelden de Turken , die er op 
waren, neer, of joegen hen over boord, en sta« 

ken 



VAN BARB'ARIJE. «53 

ken toen het schip in den brand, hetwelk, in 
korten tijd, door de vlammen verteerd werd. 
Daarbij reddeden zij hunnen timmerman, met 
vijftien anderen , die er op aan het werk waren , 
en verlieten toen, ongehinderd, en zonder het 
minst verlies geleden te hebben, de haven, en 
keerden op de reede terug. Dit heldenstuk ver- 
baasde de Turken niet alleen , maar joeg hun 
groote vrees aan , en ontmoedigde de meesten. 

Dat dit voorval de allernadeelïgste gevolgen 
voor de gevangene Amerikanen had , kan men 
wel begrijpen. Zij werden uu, uit weervvraak, 
in -nog naamver gaten opgesloten, en op de 
ontmenschte en wreedste wijze , met slagen , als 
anderzins , mishandeld. Hetgeen nog meer toe- 
nam, toen men, eenige weinige dagen, na het 
verbranden van het schip , drie Turken aan wal 
zag spoelen, die, zoo men zeide, door de Ame- 
rikanen vermoord waren. 

Een ongeluk, dat vervolgens, op eene batterij 
plaats had, bragt, nog al meer schrik, onder 
deze bloohartige schurken. Zij hadden eenige 
stukken geschut van de Philaddphia afgehaald, 
en op eene batterij, langs het strand, geplant. 
Door hunne onbedrevenheid in het laden, bra- 
ken de meeste affuiten , toen zij de kanonnen 
beproefden; zelfs was er een, dat sprong, het- 
welk 6én.Q\\ Turk doodde , en een aantal andere 
kwetsten. 

Niet 



$54 KORTE BESCHRIJVING 

Niet lang na dit laatste geval , begon de com- 
inodore preble , die orders van zijn gouver- 
nement ontvangen had, eenen geregelden aanval 
op Tripoli, Hij zou denzelven , al vroeger, be- 
gonnen hebben, maar, de tegenwinden en het 
ongunstige weer, hadden hem, in de havens van 
Messina en Syragossa, opgehouden, Zijne 
scheepsmagt bestond uit het fregat Constitu- 
tion , van 36 stukken ; de oorlogssloepen Sere- 
ne , Argus , Fixen en Scourge ; drie brikken , 
drie schooners , zes kanonneerbooten , en twee 
bombardeergaljooten. De kanonneerbooten voer- 
den ieder eenen langen vier en twintig ponder, 
met vijf en dertig man, terwijl het getal der 
schepelingen, op het geheel eskader, zamenge- 
nornen , ic6o man beliep. 

De Trip'olitanen hadden, tot verdediging, hon- 
derd en vijftien stukken zwaar geschut, op de 
wallen en batterijen. De haven der hoofdstad, 
werd beschermd door negentien kanonneerboten, 
twee galleijen, twee schooners, ieder van acht 
stukken, en eenen brik van tien stukken, welke 
allen, in slagorde, lagen. t)e Turksche kanon- 
neerbooten waren veel grootcr dan de Ameri» 
kaansche, en voerden drie .stukken, met 36 tot 
50 man. 

Toen het Amerikaansch eskader voor de stad 
kwam, duurde het, door tegenwind, nog ver- 
scheidene dagen, eer de schepen, eeae geschikte 

po- 



VAN BARBARÏJE* 253 

positie konnen nemen. Dit gelukte hun einde- 
lijk op den 3 Augustus 1804. De commodore 
begon den aanval, omtrent den middag, met de 
bombardeergaljooten , die , druk ain , bommen in 
de stad wierpen, hetwelk door een hevig vuur, 
van de wallen en batterijen , beantwoord werd. 

Naauwelijks had dit eenige oogenblikken ge- 
duurd, of drie Amerikaansche kanonneerbooten, 
onder kapitein decatur, vielen de oostelijke 
divisie des vijands , die negen booten sterk was, 
aan ; drie andere , stuurden toe op de weste- 
lijke divisie , van vijf kanonneerbooten , en joegen 
dezen uit de linie, achter de rotsen, terwijl de 
luitenant decatur, broeder des kapiteins, dé 
grootste kanonneerboot aanklampte, en over- 
meesterde; doch, na de overgaaf, werd hij, op 
eene verraderlijke wijze, door eenen Turk, 
doorschoten, en sneuvelde dus in de armen der 
overwinning. 

Eene andere Amerikaansche kanonneerboot, aan- 
gevoerd door den luitenant trippe , klampte een 
vijandelijk schip aan , en had , met 36 woedende 
Barbaren te strijden. Dit afzonderlijk gevecht 
was allerbloedigst, doch de Christenen , die be- 
sloten hadden, te overwinnen, of te sterven, 
dwongen den vijand tot overgaaf. Veertien Tur- 
ken waren gesneuveld, en twee en twintig, 
meest allen gewond, gaven zich over. Op de 
boot van trippe wn.1 mei géene dooden, 

maar 



%$6 KORTE BESCHRIJVING 

maar meest alle manschappen waren gewond. 

Gedurende het gevecht geraakte eene Ameri- 
kamsche kanonneerbotu, gecommandeerd door: 
luitenant bainbridge, onder het bereik der batte- 
rijen, aan den grond, doch werd, in weerwil 
van het hevigste vuur, bij geluk, zonder scha- 
de, weer in vlot water gebragt. — De bombar- 
de ergaljooten, die onder bevel der luitenants 
dent en rollinson , nog aanhoudend bommen 
in de stad wierpen, rigtteden groote schaden 
aan , doch hadden zelven weinig geleden. 

Eindelijk begon de geheele vijandelijke linie 
terug te deinzen, en borg zich, genoegzaam, 
tegen de wallen der stad. Doch , zij maakten 
zich, weldra, tot eenen nieuwen uitval gereed. 
Vijf kanonneerbooten en twee galleijen, die nog 
geen deel aan het gevecht genomen hadden, 
benevens degenen die teruggeweken , en zich nu 
weer hersteld haddden, kwamen uit hunne 
schuilhoeken te voorschijn , en naderden de bom- 
bardeergaijooten. Zoodra de andere Amerikaan- 
sche schepen dit zagen, kwamen zij allen op, 
tot hulp, en nu werd de strijd algemeen, en 
hevig aan alle kanten. Sommige schepen had- 
den het alleen op de batterijen der stad gemunt, 
en bragten ze , wel is waar , nu en dan tot 
zwijgen , doch hadden , van hunnen kant , ook 
veel te lijden, en werden deerlijk gehavend. 

Des namiddags tegens vier uren liep de wind 

naar 



VAN EARBARIJE. 357 

naar het noorden, en dit verpligtte den commo- 
dore een tceken tot den afcogt te gevjn , daar 
het nu, voor de stad, te gevaarlijk werd. De 
meeste hunner schepen waren zwaar bescha- 
digd, doch het volk had gelukkig gestreden. 
De verraderlijk doorschoten officier, was de 
eenige doode op het geheel eskader; doch een 
aantal waren zwaar gewond. — Het verlies der 
Barbaren was, volgens getuigenis der gevangene 
Amerikanen, zeer groot. Drie hunner kanon* 
neerbooten waren genomen, drie in den grond 
geboord , en velen der overige vond men redde- 
loos, en hadden een aantal dooden en gekwet- 
sten. De opperbevelhebber preble roemt het 
gedrag zijner manschappen zeer hoog, doch 
zegt tevens, dat de onbekwaamheid der Tur- 
ken, in het behandelen van geschut, hen voor 
grooter verlies bewaard heeft. 

Den tweeden dag , na dezen aanval , versche- 
nen de Amerikanen , op nieuw, twee mijlen ten 
noorden der stad. Zij zagen, op eenen aati- 
merkelijken afstand, een vreemd vaartuig, waarop 
zij jagt maakten; toen zij het ingehaald had- 
den , ontdekten zij , dat het een Fransche kaper 
was, die Tripoli aangedaan had, om versch wa- 
ter in te nemen. Z'rj haalden den kapitein van 
dit schip over, naar de stad weder te keeren, 
en een aantal zwaar gewonde Turken, welke 
de Amerikanen gevangen gr.iomen hadden, terug 
te brengen. lv Dea 



25* KORTE BESCHRIJVING 

Den 7 Augustus, des morgens, bij het aan- 
breken van den dag, kwam de genoemde kaper, 
uit de haven terug, en bragt den commodore 
eenen brief van den Franschen konsul, waarin 
deze hem meldde, dat hun aanval, op den 3, 
den Pacha bewogen had, om, op redelijke voor- 
waarden , vrede te maken , en dat de bevelheb- 
ber, dus maar eene vlag des wapcnstilstands zou 
zenden. Doch, daar de Amerikanen de witte 
vlag niet op het kasteel zagen, sloegen zij dit 
af, en maakten zich gereed, om den aanval te 
hernieuwen. — De kanonneerbooten zeilden en 
roeiden de haven binnen , gevolgd door de bom- 
bardeergaljooten , die hunne positie, in eenen 
kleinen inham, namen, waar zij buiten het be- 
reik der batterijen waren, en aanstonds bommen 
in de stad begonnen te werpen. De booten kre- 
gen bevel, hun vuur, in het begin, alleen te 
rigten op eene batterij van zeven stukken , die 
het naderen der stad , moeijelijk maakte , eji in 
korten tijd, werd dezelve geheel tot zwijgen 
gebragt. Toen nam het fregat, de brikken en 
de schooners, hunne positiën; om half twee, 
werd het gevecht algemeen, en hield, met de 
uiterste woede , tot half vijf aan. Eene der ka- 
nonneerbooten, die de Amerikanen, bij den eer- 
sten aanval, genomen hadden, sprong ia de 
lucht; en de andere schepen van het eskader 
werden zeer beschadigd. Ilec verlies , van den 

kant 



VAN BARBARIJE. a$o 

kant der Barbaren, was niet minder groot: het 
getal hunner gesneuvelden en gewonden , was 
aanmerkelijk, en de neerslagtigheid algemeen. — 
Tegen den avond liep de wind weer naar het 
noorden , en de commodore was , andermaal , 
verpligt, zee te kiezen. 

Omtrent dezen tijd ontving de bevelhebber 
preble berigt, van eene versterking, die het 
gouvernement hem zou zenden, ten einde de 
zaak , door een' krachtdadiger aanval , te be- 
slissen. Hij wachtte meer dan drie weken , met 
ongeduld, op dezelve, zonder er iets van te 
vernemen. Was dit smaldeel , bij tijds , aangeko- 
men, dan zou men de roovers weldra tot reden 
gebragt hebben, te meer, daar kapitein eaton , 
aan het hoofd van een klein leger, vergezeld 
van h ambtvbassa , wettig oppej hoofd, van Tri- 
poli , de woestijn van Lybië doortrok , om eenen 
aanval van den landkant te doen. 

In dien tusschentiid zat, evenwel, de Ameri- 
kaansche bevelhebber niet stil. Op den 9, ging 
hij aan boord van den Argus, om den toestand 
der vijanden, inde haven, te herkennen. Doch, 
daar hij te digt onder de batterijen kwam , be- 
gon men, eensklaps, op hem los te branden, 
en het scheelde weinig, of men had zijn schip 
in den grond geboord. 

Bij zijne terugkomst op de Constitution , zag 
men de witte vlag, vat) het huis des kon- 

R a. suis 



2óo KORTE BESCHRIJVING. 

suis waaijen , hetwelk een teeken was , dat de 
Pacha in onderhandeling wilde treden, preble 
zond, oogenblikkelijk eene sloep, om de voor- 
stellen van den Pacha te vernemen. Deze bood 
aan, den vrede te sluiten, mits men hem 500 
dollars, losgeld, voor ieder* gevangenen, be- 
taalde, hetwelk, in het geheel, 350,000 minder 
was , dan hij de -eerste maal , voor dat de aan- 
val begon , gevraagd had. Indien men dit aan- 
nam , beloofde hij , gijnen eisch , van eene be- 
paalde schatting, te laten varen. Dan, dit alles 
werd, zonder lang bedenken, van de hand ge- 
wezen. 

Onderttisschen begon het jaargetijde te verloo- 
pen , zoo dat men weldra , van alle verdere on- 
dernemingen, zou moeten afzien. Ook r had men, 
op de schepen, die sedert lang, in geene ha- 
ven geweest waren , gebrek aan water en mond- 
behoeften. Om hierin te voorzien, zond men, 
een paar vaartuigen , naar Maltha , om aldaar , 
voor rekening der Vereenigde Staten , den noo« 
duigen voorraad in te koopen. Deze kwamen zeer 
spoedig terug, en, na dat de bevelhebber, zijn 
eskader, verzorgd had, maakte hij toebereidselen , 
om den aanval, op de hoofdstad Tripoli, te her- 
vatten. 

Op den 24 Augustus, des morgens ten twee 
uren, geraakten zij, met eenen voordeeligen 
wind, de haven binnen, en openden, dadelijk, 

een 



VAN BARBARIJE. fi6i 

een allerhevigst vuur, op de batterijen en dé 
schepen,' hetwelk , tot zonncuopgang, aanhield 5 
toen het ruwe weer hen verpligtte zee te kiezen. 
Vier dagen daarna, besloot men nogmaals, 
met eenen goeden wind , alle krachten tegen 
het roofnest te vereenen ; maar de bombard eer- 
galjooten werden , bij een naauwkeurig onder- 
zoek , onbruikbaar bevonden, zoo waren zij, bij 
herhaalde rijzen , gehavend. De kanonneerbooten 
werden nu in twee divisiën verdeeld, de eene 
onder kapitein decatür. , en de andere onder 
somers , en zeilden , in den nacht op , werpende 
het anker, digt aan de rotsen, onder het bereik: 
van het kasteel des Packets , ondersteund wor- 
dende door dé brikken en de schooners. Zoodra 
de positiën , behoorlijk, genomen waren, begon- 
nen zij , in alle rigtingen , niet alleen op de 
stad, maar ook op de schepen, de batterijen en 
het kasteel, een allerhevigst vuur, hetwelk niet 
onbeantwoord blttfcf. Bij het aanbreken van den 
dag, kwam de commodore in de haven, en 
deed de kanonneerbooten teruggaan, daar bij 
zag, dat hun vuur, uit gebrek aan ammunitie, 
verslapte. Daarop nam hij, met zijn fregat, 
hunne plaats in, en vuurde, hoofdzakelijk, op 
de vijandelijke schepen , waarvan hij er één in 
den grond boorde, en twee op strand joeg, 
waarop, de andere, de vlugt namen, onder de 
muren der stad* Toen veranderde de bevelheb- 

R 3 bei 



2 62 KORTE BESCHRIJVING 

ber van positie, en rigtte zijn vuur t?gen de 
batterijen. Na, omtrent een uur, volgehouden 
te hebben., verliet hij de haven , en begaf zich 
weer naar de reede. — In dezen aanval waren 
eene menigte Barbaren omgekomen, de stad had 
veel geleden, en de batterijen, werden grooten- 
deels , vernield. De Amerikanen hadden weinig 
dooden en gekwetsten , maar hunne schepen wa- 
ren allen beschadigd. 

Op den 3 September werd de aanval hervat, 
wanneer de Tripolitanen, eene nieuwe batterij, aan 
de westzijde openden. Het fregat rigtte , vooral , 
groore verwoestingen aan, doch moest eindelijk, 
wegens den opzetteriden noordenwind , met de 
andere schepen , de haven verlaten. 

De bevelhebber pueble , verdrietig over de 
weinige uitwerking, die zijne herhaalde pogingen, 
hadéen, besloot, eenen brander onder de vij- 
andelijke fiotille te zenden , en dien , in het 
midden derzel e, te laten springen. De kits, 
the Intrtpid, genaamd, werd hiertoe in gereed- 
heid gebragt, en met honderd vaten kruid, en 
honderd vijftig bommen , voorzien. De pijpen of 
kokers, die naar de brandstoffen geleidden, kon- 
nen, vol uit, een kwartier branden. Verschei- 
dene officieren boden hunnen dienst aan, om 
dit gevaarlijk stuk te besturen , en de keus viel 
op kapitein sombp.s , die , door de luitenants wads- 
vvorth en Israël, en «enige uitgélezene man. 

schap- 



VAN BARBARIJE. &6 3 

schappen zou geholpen worden. 

In den avond van den 4 September zeilde dit 
vaartuig, vergezeld van de oorlogssloepen Argus , 
Vixcn en Nautilas , die het tot aan de rotsen 
bijbleven , en van de twee sterkste roeibooten , 
die het volk terug zouden brengen. De Tur- 
ken, dit schip de haven ziende inkomen, be- 
gonnen er dadelijk op te schieten, en de flotille 
raakte ^ op alle punten , in beweging ; doch de 
Intrepid voer evenwel door. Dan , eer deze bran* 
der, de bestemde plaats, bereikt had, vloog hij, 
met eenen allervreeslijksten slag, in de lucht, 
door welke ontijdige uitbersting, al het volk, 
dat zich zoo gewillig tot de onderneming betoond 
had, op eene ongelukkige wijze, omkwam. 

De uitwerking hiervan , was schrikkelijk. De 
batterijen zwegen eensklaps , en het angsrig ge- 
schreeuw , van de ontstelde Tripolitanen, werd 
op eenen aanmerkelijken afstand gehoord. Men 
vernam den ganschen nacht geen enkel schot 
meer, en toen men, met het aanbreken vanden 
dag, naar de plaats zag, waar het schip ge- 
sprongen was, kon men er, niet het minste 
spoor meer van ontdekken. 

Wat nu eigenlijk de oorzaak van dit ongeluk 
was, weet men niet zeker. Men maakte uit de 
omstandigheden op , dat de kapitein van de In. 
trepid , omringd geworden zijnde door Turksche 
booten, die niet wisten dat dit vaartuig een brarj- 

R 4 der 



26*4 KORTE BESCHRIJVING 

der was , er de vlam zelf in gestoken had , óns 
niet in hunne handen te vallen, dewijl hij, doos 
overmagt, aan boord geklampt, zou hebben 
moeten onderdoen, wanneer de ondragelijkste sla- 
vernij zijn lot zou geworden zijn. — Men vooronder- 
stelt dit te meer, daar zij allen, voor hun ver- 
trek, het onwrikbaar besluit genomen hadden, 
den dood, boven de slavernij, te verkiezen. 

Na dit ongelukkig voorval moest de commo- 
dore , wegens bet ongunstige jaargetijde , zijne 
verdere ondernemingen staken. Hij bleef, met 
zijn fregat, en twee oorlogssloepen, de haven 
der hoofdstad blokkeren, en zond het overige 
gedeelte van zijn eskader, naar de haven van 
Syracuse. 



Deze herhaalde aanvallen van preble hadden 
den Pacha, en zijne onderdanen, al meer en 
meer, tegen de Amerikaansche gevangenen verbit- 
terd, en het scheelde maar weinig, of zij had- 
den ze allen, in hunne woede, vermoord. Men 
onthield deze ongelukkigen , niet alleen het noo- 
dige voedsel, maar deed hun nog, daarenboven, 
de smartelijkste mishandelingen aan Zij moes- 
ten , boven hunne krachten , werken , en wer- 
den , op eene onbarmhartige wijze , geslagen , 
indien zij hst minst verslapten. Eindelijk beslo- 
ten 



VAN BARBARIJE. 565 

ten zij allen, geen hand meer uit te steken, in- 
dien men hun filet het noodige voedsel gaf. 
Ingevolge hiervan , weigerden zij allen , den vol- 
genden morgen, om iets te doen, en eischten 
meer spijzen. Dadelijk beval de opziener der 
slaven, deze weerspannelingen , met slagen, tot 
hunnen pligt te brengen, waarop velen van hen, 
allerdeerlijkst , gestraft werden; dan, te vergeefs, 
zij bleven standvastig bij hun besluit. Eindelijk 
beval de Pacha, die van alles onderrigt was, 
hun verzoek toe te staan; wanneer een ieder 
de aan hem opgelegde taak begon. Dit is 
nog maar een klein staaltje van de ontmenschte 
wreedheden dezer aterlingen , met wier afschu- 
welijke daden men , geheele boekdeelen , zou kun- 
nen vullen. 

Gedurende deze verschillende aanvallen, was 
kapitein eaton, zoo als wij reeds, ter loops, 
gezegd hebben, naar Egypte gegaan, om hamet- 
bassa, het wettig opperhoofd van Tripoli, van 
daar terug te halen, en zoo mogelijk, op den 
troon te herstellen. Hij ontmoette, hierin, niet 
weinig hinderpalen; doch kwam, na het door- 
staan van duizende moeijelijkheden , behouden te 
Kaïro aan, waar hij, aan den eersten staatsdie- 
naar van hamet 3 de reden van zijne komst 
mededeelde , met ernstig verzoek , om zijnen Meer 
te spreken. Dit gelukte, en men kwam over- 
een om dadelijk, eene kleine bende, aan te wer- 
ft- 5 ven. 



q66 KORTE BESCHRIJVING 

ven. Verscheidene Tripolitaansche emigranten, 
die zich te Kaïro bevonden , namen dienst ; on- 
der deze bevond er zich een, die, nog maar 
korte dagen geleden, aangekomen was, en de 
stad Tripoli , gedurende de eerste aanvallen, 
verlaten had. Deze gaf berigt van de schaden, 
die de Turken geleden hadden , en zeide dat de 
tegenwoordige Pacha vele vijanden, en hamet 
nog vele vrienden, in de hoofdstad, had; hetgeen 
den moed der opperhoofden, niet weinig, aan- 
wakkerde. 

De bijeengebragte magt van eaton en ha- 
met beliep , omtrent , vijf honderd man , waar- 
onder honderd Christenen waren. Hiermede be- 
gonnen zij eenen togt door de woestijn van 
Lybfê , om Tripoli, te land, aan te vallen. Tien 
duizend dollars werden er aan de Turken dezer 
bende uitgedeeld; en men verzekerde de Ame- 
rikanen, dat zij, bij den afloop der onderne- 
ming, door het gouvernement van hun land, 
rijkelijk zonden beloond worden. 

Na dat zij zich van het noodige voorzien had- 
den , togen zij op weg , en besteedden zes en 
zeventig dagen, om door de brandende woe- 
stijn , te trekken , na verloop van dewelke zij 
voor de stad Derne aankwamen , die zij , na 
eenen woedenden aanval, innamen. Hier moesten 
zij, volgens afspraak, met den commodore tre- 
ble , op versterking wachltn. lntusscn-n wer» 

den 



VAN BARBARIJE. Z67 

den zij, van tijd tot tijd, door de troepen van 
den Pacha verontrust, doch deze werden tel- 
kens op de vlugt gedreven. 

Toen de overweldiger, te Tripoli, berigt kreeg 
van de aannadering zijns broeders, en het inne- 
men van Derne, was hij in de grootste ontstel- 
tenis , en zond , alle troepen , die hij bijeen kon 
krijgen , tegen den vijand. Zoodra deze in den 
omtrek van Derne aangekomen waren , besloten 
zij eenen aanval op de stad te wagen ; dan , zij- 
werden, met zwaar verlies, teruggeslagen, en 
namen , in de grootste verwarring , de vlugt. 

Hoewel de Amerikanen ook hier de overhand 
behielden, bleven zij, evenwel, in het onzekere, 
omtrent den uitslag der verdere ondernemingen, 
en werden , dezen langdurigen oorlog , die hun 
veel geld kostte , moede. Zij zonden daarom be- 
vel, aan hunnen konsul generaal, den heer to- 
bias lear , om den Pacha voorslagen van vrede 
te doen. De Barbaren vonden zich hiermede 
niet weinig verrascht, daar zij zelven, op het 
punt stonden , daarom te verzoeken. — Het leed 
dan ook niet lang , of men werd het , over en 
weer, eens. De gevangenen werden vrij ge- 
kocht; de troepen te Derne, moesten het land 
verlaten; de Amerikanen zouden jaarlijks eene 
zekere som betalen , enz. 

De ongelukkige iiamet , <jie zich , zoo lang, ge- 
vleid 



468 KORTE BESCHRIJVING 

vleïd had , van eenmaal op den troon hersteld te 
worden, zag zich, door dezen vrede, geheel in 
zijne hoop te leur gesteld, en was verpligt, 
weer naar zijne vorige wijkplaats terug te 
kèeren. 



7TT 



VII* 



VAxNF BARBARIJEN aöf 



VII» HOOFDDEEL. 



BOMBARDEMENT VAN ALGIERS, DOOR 

DE HOLLANDERS EN ENGEL- 

SC HEN, IN l8lö\ 



D 



'aar de Engelschen zich sedert lang sterk beij- 
verd hadden om den schandelijken slavenhandel, 
geheel en al , af te schaffen , en daarin zoo 
gelukkig geslaagd waren, besloot het gouverne- 
ment van Groot-Brittanje , ook te beproeven , of 
het mogelijk zou zijn, de zeerooverijen der Bar- 
barijsche mogendheden, die niet alleen, even 
zoo schandelijk, maar, daar en boven, hoogst 
nadeelig voor de Christenen zijn , te doen op- 
houden. — Zij zonden, ten dien einde , den ad- 
miraal exmouth, met een sterk eskader, naar 
de Middellandsche Zee, met bevel, om over 
deze zaak , met de Afrikanen , te handelen. 
Hij zeilde dan het eerst naar Tunis, waar hij 
minder tegenstand vond, dan hij verwacht had. 
De Bey , die ongaarne, in oorlog met de En- 
gel- 






270 KORTE BESCHRIJVING 

gelschen , wilde geraken , willigde de eisenen van 
zijn lordschap in, en verbond zich, de slavernij, 
voor altijd, af te schaffen. 

De Engelsche vloot zeilde , vervolgens , naar 
Tripoli , alwaar exmouth hetzelfde voorstel 
deed; en de Pacha besloot, het voorbeeld van 
de Tunisianen, te volgen. 

De admiraal , ingenomen met de tot dus 
verre welgelukte zaak, zette koers naar Algiers , 
de magtigste van alle roofstaten , en deed aan 
den Dey dezelfde voorstellen. Dan , dit opper- 
hoofd begon dadelijk alle zwarigheden op te 
werpen, en zeide, dat de Diva;;, nimmer, be- 
sluiten zou, om in het vervolg, alle krijgsge- 
vangenen, van wat christen mogendheid ook, zon- 
der losgeld vrij te geven , want dat men moest be- 
grijpen, dat het rooven alleen, hunnen handel uit- 
maakte, en de eenigste steun van den Staat was. 
Hij stelde , daarop , eenen wapenstilstand van zes 
maanden voor, om er den Grooten Heer over 
te raadplegen. Lord exmouth bepaalde het op 
drie maanden, waarop men elkander geschenken 
uitreikte. Onder die, welke men den Dey gaf, 
was eene zeer fraaije teleskoop , en andere din- 
gen van waarde. — Hierop vertrok de vloot 
naar Engeland, waar men, van het voorgevallene , 
aan het gouvernement verslag deed. 

Na verloop van drie maanden , zeilde , de En- 
gelsche admiraal, nogmaals naar Algiers, om 

ver- 



VAN BARBARIJE. a?i 

verder over de zaak te handelen; maar, nu» 
bleek het, dat het raadplegen met den Grooten 
Heer, waarvan de Dey gesproken had, alleen 
een voorwendsel geweest was, om tijd te win- 
nen. Hij beproefde op nieuw, om de zaak op de 
lange baan te schuiven , en een stenig antwoord 
te ontduiken , doch daar exmouth , op dit laatste 
aandrong , zeide de Dey ronduit , dat de Divan 
niet wilde toestemmen; dat het onmogelijk was, 
dit systhema , hetwelk zij zoo lang gevolgd had- 
den , geheel en al te laten varen ; en dat geen 
enkele Turk of Moor, in de geheele s'ad, hier- 
mede tevreden zou zijn, dewijl zij dan allen 
hun bestaan moesten missen, exmouth, hield 
evenwel nog aan ; dan , toen hij eindelijk zag 
dat zijne verdere pogingen te vergeefs waren , 
verliet hij de baai, met voornemen, om dadelijk 
de vijandelijkheden te beginnen. 

Zoo dra de Dey dit bemerkte , liet hij den 
Engelschen konsul , donald , ia hechtenis ne- 
men , en op al de Engelsche schepen , in de ha- 
ven van Oran , beslag leggen, exmouth zond 
dadelijk eenen brief naar de stad , met verzoek 
•dat de konsul zou losgelaten worden , doch 
kreeg volstrekt geen antwoord. 

Na de omwenteling in ons vaderland , besloot 
het gouvernement, zoo dra de zaken wat in 
orde kwamen, om den Dey van Algiers, zoo 
als altijd de gewoonte geweest was , geschenken te 

zen- 



S7 a KORTE BESCHRIJVING 

zenden, ten einde met bern, in vrede, te blij- 
ven , en , den pas hejlevenden handel , in de Mid- 
dellandsche Zee, te verzekeren. Dan, de Alge- 
rijnen waren, met de som, niet ie vreden , en 
eischten , zoo als zij het noemden , de achter- 
stallige jarefl, voor den tijd, dat wij aan Frank- 
rijk ingelijfd geweest waren. De Hollanders ga- 
ven hem tot antwoord , dat deze vordering hoogst 
onbillijk was, daar zij, met Frankrijk, en dus 
ook met ons , die er een deel van uitmaakten , 
in vreden geweest waren. Doch , dit was alles 
in den wind geschermd: zij bleven maar bij hun 
stuk: de achterstallige geschenken, of den oor- 
log; en, wij verkozen het laatste. 

Dadelijk zond onze koning, den admiraal van de 
capellen , naar de Middellandsche Zee , om den 
vijand, met geschut, in plaats van met geld te 
betalen. Zoo dra ons eskader voor de baai der 
hoofdstad verscheen, toonde onze opperbevelheb- 
ber zijne vijandelijke voornemens, en stelde alles in 
het werk, om de Algerijnen buiten de Moe/Je te 
lokken, en de zaak tusschen beiden te beslissen. 
Doch, daar dat bloohartige roofgespuis , nooit, 
zonder eene aanmerkelijke overmagt , een ge- 
vecht onderneemt, bleven het binnen. Om, 
evenwel , iets te doen , begonnen zij een hevig 
Vuur , van hunne batterijen, op de Hollandsche 
schepen; doch het was zoo slecht gerigt, dat 
het de onzen niet de minste schade deed; al de 

bom- 



VAN BARBARIJE. 273 

bommen en kogels vlogen over de schepen heen. 

Daar de admiraal vandecapellen wel bemerk- 
te , dat hij den vijand niet buiten zou krijgen , be- 
sloot hij, evenwel ; hem, zoo veel afbreuk mo- 
gelijk te doen. . Hij bemande, namelijk, een aan- 
tal booten , om eenen Algerijnschen brik, die op 
eenigen afstand der batterijen lag, in den nacht, 
te overmeesteren. Doch, dit werd weldra, aati 
wal , gemerkt; er kwam alarm , en wel veertig 
kanonneerbooten , werden uitgezonden, om het 
voornemen der onzen te beletten, hetgeen hun 
gelukte, van de capellen vertrok intusschen naar 
Gibraltar , waar hij op versterking zou wachten, 
om de stad te bombarderen , intusschen hield men 
de haven geblokkeerd. 

Zoodra de Engelsche vloot van Algiers ver- 
trokken was, begonnen de roovers alle toebe- 
reidselen tot verdediging te maken, daar zij wel 
berekenen konnen , dat een aanval , op hunne 
stad, het gevolg der vredebreuk, met de Britten 
zou zijn. Ook hadden zij het plan gemaakt , om 
de 'Christenen, waar zij"*ook gelegenheid von- 
den, aan te vallen en te benadcelen. De ko- 
raalvisschcrs , op de kusten bij Bona, ondervon- 
den dit het eerst. Op hemelvaartsdag, van dit 
jaar , maakte het volk , van omtrent 350 booten , 
zich gereed, om van wal te steken, tot het 
visschen van koraal. Het waren , meestal , Na- 
politanen en Korsikanen , die , onder de Engel* 

S sche 



*74 KORTE BESCHRIJVING 

sche vlag, en met Engelsche passen, voeren. -* 
Naauwelijks waren zij , op het strand , bijeenge- 
nomen, of er werd een schot van het kasteel 
gedaan, waarop wel twee duizend man Turken 
en Mooren, bestaande uit voetvolk en paarden- 
volk , op de onweerbare visschers aanvielen , 
zich van hunne booten meester maakten, en 
het grootste gedeelte der ongelukkigen , op de 
wreedste wijze, om het leven bragten. Zij na- 
men de Engelsche vlag af, en scheurden die 
in stukken, en begaven zich daarop naar den 
Ëngelschen konsul, dien zij geheel uitplunder- 
öen , en gevangen namen. Zoo dra dit berigt 
in Groot-Ërittanje aangekomen was, nam, het 
gouvernement , het besluit , om zich , op dit 
moordgespuis , te wreken, en liet, ©ogenblikke- 
lijk, eene Vloot daartoe uitrusten, die te G/- 
hraïtar bijeen kwam, en uit de volgende sche- 
pen bestond: Queen Charlotte, van no stukken; 
lmpreghable , 98 ', Superb , 74 ; Minden , 74 ; Al- 
bïon, 74; Leander, 50; Severri , 40; Glasgow , 
40; Grantcus, 36; Heb rus , 36; lier on, 18; 
Mutine, 185 Prometheus, 18; Coraelta, 10; 
B'ritomart , 10; Express, 8; Falmouth, bene- 
vens de bombardeergaljooten Beëlzebub, Fury , 
Ilecla en Infernal. — Het Hollandsen eskader, 
onder den baron van de capellen, bestond 
uit de Melampus , van 44 stukken; Frederika, 
44; Amstcl* 44; Dageraad ', 34: Diatia, 44; 



VAN**<ARBARIJE. j*$ 

Eendragt, 18, — zoo dat er bijna iooo stuk 
vuurmondea op de geheele vloot waren. 

Dezt scheepsmagt zeilde, den 14 Augustus , uit 
Gibraltar, en kwam, den [27, vroeg in den mor- 
gen, in de baai van Algiers aan. De uitslag dezer 
expeditie vindt men in het volgende berigt van lord 
exmoüth, aan j. w. croker, dat wij hier in 
zijn geheel mededeelen. 

Aan boord van the Queen Charlotte , den 
a8 Augustus 18 16", 

„ Mijnheer! In al de wisselvalligheden van 
een langdurig , aan den lands dienst gewijd le- 
ven, heeft geene omstandigheid ooit op mijn' 
geest zulk een' sterken indruk van dankbaarheid 
en vreugde verwekt, als de gebeurtenis van gis- 
teren. Een der werktuigen geweest te zijn , door 
de goddelijke Voorzienigheid gebezigd, om een 
woest gouvernement tot rede te brengen , en voor 
altijd het ondragelijk en verschrikkelijk stelsel van 
de slavernij der Christenen te vernietigen, dit 
zal nimmer ophouden ten bron van vermaak en 
inwendig vreugde-genot te verstrekken aan een* 
ieder, welke gelukkig genoeg geweest is, om 
daaraan mede te werken. Ik vlei mij, dat het 
mij, ia zoodanige geestgesteldheid,. geoorloofd 
»;j, mijne opregte dankbetuigingen te luiten aan 

S 2 htw> 



275 KORTE BESCHRIJVING 

hunne lordschappefi , omtrent' den volkomen goë* 
den uitslag, welke de onversaagde pogingen vari 
Zr. Ms. vloot, in liaren aanval van gisteren te- 
gen Algiers , gehad heeft, en de gelukkige uit- 
komst, die op denzelveri, heden, door het slui- 
ten van den vrede, gevolgd is. 

Zoo is dan een oorlog van twee dagen , waar- 
toe wij uitgedaagd waren, van eene volkomene 
zegepraal gevolgd geworden, en geëindigd met 
het herstel van den vrede voor Engeland en 
deszelfs bondgenoot den koning der Nederlan- 
den , op voorwaarden , door de standvastigheid 
en wijsheid van Zr. Ms. gouvernement, voor- 
geschreven i en door de kracht van deszelfs maat- 
regelen geboden. 

Ik moet erkentelijk zijn voor de mij bewezen 
eer, mitsgaders voor liet vertrouwen, dat Zr. 
Ms. ministers wel , bij deze belangrijke gele- 
genheid, in mijnen ijver hebben willen stellen. 
Zij hebben mij van middelen voorzien, volgens 
mijne eigene begeerte, en de snelheid hunner 
maatregelen spreekt van zelve, Het is niet lan- 
ger dan honderd dagen geleden, dat ik Algiers 
verlaten heb, geenen argwaan koesterende, en on- 
bewust van de wreedaardigheden , welke te Bona 
begaan zijn. De vloot, welke ik toen had, 
werd noodwendig in Engeland gelicentieerd , 
terwijl er eene andere bijeengebragt en uitge- 
rust werd, van geëvenredigde middelen voor- 



zien 



!» 



VAN BARBA1UJE. 277 

zien, en alhoewel, op baren togt, met stilten 
en tegenwinden te worstelen gehad hebbende, 
heeft zij de wraak, eener gehoonde natie, uit- 
geoefend, door de wreedheden van een woest 
gouvernement te straffen , met eene voorbeelde- 
looze snelheid, welke het nationaal karakter 
groote eer aandoet, hetwelk al dadelijk, de on- 
derdrukking, of de wreedheid gevoelt, die dege- 
nen , welke onder deszelfs bescherming staan, 
aangedaan wordt. 

Gave God, dat ik, dit doel bereikende, geen 
zoo zwaar verlies van zoo vele dappere officie- 
ren en manschappen te betreuren hadde! Hun 
bloed is in ruime mate gestort, in een' strijd, 
welke bijzonder gekenschetst werd djor bewij- 
zen van eene zoodanige heldhaftige zelfsopoffe- 
ring, dat zij de edelste gewaarwordingen zou 
verwekken , zoo het mij vrij stond dezelve op 
tfe tellen. 

Hunne lordschappen zijn bereids ónderrigt 
geworden, door Zr» Ms. korvet the Jasper, 
van mijne verrigtingen tot den 14 dezer, den 
dag , toen ik van Gibraltar onder zeil ging , na 
aldaar, vier dagen lang, door tegenwind, opge- 
houden te zijn geweest. 

De vloot , welke , met toevoeging der vijf ka- 
nonneersloepen , die te Gibraltar uitgerust wa- 
ren, geheel compleet was, vertrok in de beste 
gesteldheid, en met alle hoop ? om, binnen drie 

S 3 da 



»73 KORTE BESCHRIJVING 

dagen , in de haven van derzelvèr bestemming 
aan te komen ; doch tegenwinden verijdelden de 
hoop van eene spoedige aankomst, welke ik met 
te meer angstvalligheid verlangde , daar ik , op 
den dag van mijn vertrek van Gibraltar, ver- 
nomen had, dat er een talrijk leger verzameld 
was, en dat men zeer aanmerkelijke bijwerken 
oprigtte; niet alleen op de twee flanken der 
stad, maar ook digt bij het inkomen van de 
Moelje; dienvolgens vreesde ik, dat mijn voor- 
nemen , om mijnen voornaamsten aanval op dat 
punt te rigten , door denzelfden weg, langs wel- 
ken de Dey kennis van de expeditie droeg, hem 
bekend gemaakt zoude zijn. Deze tijding werd, 
in den volgenden nacht , door the Promethet/s , 
welke ik, eenigen tijd te voren, naar Algiers 
gezonden had , ten einde te trachten , den con- 
sul af te halen , bevestigd. Het was den kapi- 
tein dashwood met moeite gelukt } om de echt- 
genoote van den konsul en diens dociner , ver- 
kleed in de uniform van eleves der marine, 
met zich te voeren , latende eene sloep achter 
om een kind in te nemen, dat de chirurgijn in 
eene kleine mand droeg, denkende het gestild 
te hebben ; doch ongelukkiglijk schreide hetzelve 
onder de poort, en dienvolgens werden de chi- 
rurgijn, drie eleves der marine, en in het ge- 
heel achttien personen , aangehouden , en als sla- 
ven s m de gewone torens, opgesloten. Des au- 

de« 



VAN BARB^RIJE. i?$ 

deren daags, 's morgens, zond de Dey het kind , 
en daar dit bet eenigste voorbeeld van zijne 
menschlievendheid is, is het billijk, dat ik daar- 
van gewag make. 

De kapitein dashwood bevestigde daarenboven , 
dat men omtrent 40,000 man , uit het binnenste des 
lands , bijeen gebragr had , en dat men al de Janitsa- 
ren , uit de verafgelegene garnizoenen , had opontbo- 
den ; dat men onophoudelijk aan de batterijen , aan de 
kanonneerbooten, enz., arbeidde, en dat men 
overal de werken aan den zeekant versterkte. 

De Dey zeide aan kapitein dashwood , dat 
hy zeer wel wist, dat. de expeditie naar 4lgiers 
bestemd was; en vroeg hem of zulks waar was? 
Hij antwoordde, dat, indien hij zulks vernomen 
had , hij juist zoo veel wist als- hij , en waar- 
schijnlijk langs denzelfden weg, namelijk, door 
de publieke papieren. 

De schep.n waren allen in de haven , en veer- 
tig a vijftig met kanon of mortieren gewapende 
sloepen lagen gereed, behalve, dat onderschei- 
dene andere gekalefaterd werden en reeds verre 
gevorderd waren. De Dey had den konsul in 
cene naauwe gevangenis opgesloten, en hij wei- 
gerde hem terug te geven, of voor zijne per- 
soonlijke veiligheid in te staan; hij wilde ook 
geen enkel woord hooren van de officieren en 
matrozen , welke , op de booten van tht Pro' 
■metkeus , gevangen waren. 

S 4 Ten 



a8o KORTE BESCHRIJVING 

Ten gevolge der steeds aanhoudende stilte en 
tegenwinden, ontdekten wij, eerst den a6, de 
westkust van Algiers; terwijl, des anderen daags 

y 

morgens vroeg, de vloot, in het gezigt der stad, 
naderde, hoewel, niet zoo nabij, als ik voorne- 
mens geweest was. Dewijl de schepen stil la- 
gen, nam ik deze gelegenheid waar, om eene 
sloep als parlementair te zenden , onder bescher- 
ming van the Severn 9 met de eischen , welke ik 
den Dey van Algiers, in naam van Z. K. H. den 
prins regent, ie doen had, den officier bevelende, 
het antwoord van den Dey af te wachten , geduren- 
de twee of drie uren , na verloop van welke , zoo 
hij geen antwoord bekomen had, hij aan boord 
van het admiraalsschip moest terugkeeren. Hij 
vond, bij de Moetje, den haven-meester , welke, 
toen hij hem zeide , dat hij binnen een uur 
antwoord wachtte, ten antwoord gaf, dat zulks 
onmogelijk was. De officier zeide alstoen , dat 
hij twee of drie uren zou wachten ; doch hij 
merkte op, dat twee uren overgenoeg zouden 
zijn. 

Op dat oogenblik was de vloot, door middel 
van eene zee-koelte , welke opgestoken was , in 
de baai binnen geloopen , terwijl men de sloe- 
pen en de flotilie , tot omstreeks 2 uren , voor 
den dienst gereed maakte; alstoen mijn' officier, 
met het wapperend sein ziende terug keeren, 
dat hij, na drie uren waclitens, hoegenaamd geen 

ant- 



VAN BARBARïJE. 281 

antwoord had bekomen , zoo gaf ik aanstonds 
sein , om te weten , of al de ' schepen gereed 
waren, waarop het antwoord bevestigend was; 
toen kwam the Otieen Char lotte voor den wind 
af, van de gansche vloot gevolgd, al de sche- 
pen naar hunne respectieve stations koers hou- 
dende; het admiraalsschip , in de voorgeschreven 
orde , het voorste zeilende , ankerde aan den 
mond der M>eljc, op omtrent vijftig roeden af- 
stands. Op dat oogenblik , was er niet een enkel 
kanonschot gelost, en ik begon te denken, dat 
zij tot de voorstellen toetraden, die zij, sints 
zoo vele uren , in handen ha 4 den. Er heerschte 
toen eene diepe stilte : er werd een kanonschot 
van de Moclje op ons gelost, en twee schoten 
op de ten noorden volgende schepen; the Oiieen 
' Charlotte beantwoordde dezelve dadelijk, en ver- 
tuide zich alstoen aan de groote mast van eenen 
brik, welke aan de kust, aan den mond der 
Moei/e , vast lag , en op welke wij stuurden % 
dewijl dezelve ons naar onze positie leidde. 

Aldus begon een zoo heftig- en wel onder- 
houden vuur , als men , geloof ik , ooit gezien 
heeft, van kwartier vóór. drie uren af, tot 
negen uren, zonder tusschenpozing, en ten half 
twaalf, eindigde hetzelve eerst geheel. 

De mij nabij volgende schepen namen hunne 
positien met eene verwonderlijke koelbloedigheid, 
en met eene, mijne grootste hoop ver te boven- 

S $ gaan- 



aSa KORTE BESCHRIJVING 

gaande juistheid; nooit ontving de Engelsche 
vlag, in eenige gelegenheid, een ijveriger en 
eervoller hulp. Het was mij onmogelijk de Unie 
verder gade te slaan, dan voor zoo ver zij mij 
onmiddelijk omringde ; doch ik had zulk een wel- 
gegrond vertrouwen in de dappere officieren, 
die ik de eer had te kommanderen, dat ik mij- 
nen geest volkomen met andere zaken kon bezig 
houden, en door de verwoestende uitwerking 
van hun vuur, op de tegen hen over r iggendö 
muren en batterijen, bemerkte, dat zij zich op 
hunne posten bevonden. . 

Ik had, bijna terzelfder tijd, het genoegen , van 
den vice-admiraal van de capellen op de plaats 
te zien, die ik hem had aangewezen, en, kort 
.daarna , bij ttisschenpozingen , de overige der 
fregatten, welke een wel onderhouden vuur op 
de flank-batterijen maakten, waartegen hij aan- 
jgeboden had ons te dekken, om dat het, bij 
gebrek aan plaats , mij niet mogelijk was ge- 
weest, hem voor de Moeljc te plaatsen. 

Omstreeks het ondergaan der zon, ontving ik 
eene boodschap van den schout-bij-nacht mil- 
ne (*J, waarbij hij mij hef zware verlies be- 

rigt- 

■i ■ - - n— r* TTirMimi ■ ii_ 

(*) De schout-bij-naeht milne , die lord exmouth 
200 dapper tegen Algiers heeft bijgestaan^ is geboor- 
tig 



VAN BARBARIJE. ft 8s 

ristte, dat the Impregnable leed, hebbende toen 
honderd en vijftig dooden en . gekwetsten , en hij 
mij verzocht, om, zoo het mogelijk ware, een 
fregat naar dat schip te zenden, ten einde een 
gedeelte van het vuur, waaraan hetzelve bloot- 
gesteld was , af te keeren. 

The Gfasgow, die zich naast mij bevond, ging 
onmiddelijk onder zeil ; doch de wind , door de 
kanonnade afgewend zijnde, was deze genood- 
zaakt op nieuw : Uet anker te werpen , hebbende 
toen eene meer voordeelige , dan de tot hiertoe 
gehad hebbende positie, bekomen. 

Ik had toen , door den kapitein reade , van 

het 



tig van Edimburg. Bij het begin van den oorlog der 
revolutie, was hij luitenant aan boord van het fre- 
gat la Manche , toen hetzelve , na een hardnekkig ge- 
vecht, in de West-Indien, het Fransche fregat la Pi- 
qué nam. De sloepen waren, op bet oogenblik, dac 
la Piqué deszelfs vlag streek, zoodanig met kogels 
doorschoten, dat dezelve niet in zee gezet konden 
worden; maar de luitenant milne sprong in zee, en 
ging zwemmende de Engeische vlag op het zinkende 
Fransche fregat hijschen. Die officier heeft , bij de 
laatste algemeene bevordering, den rang van schouc- 
bij-nacht bekomen. Hij zou zich naar het station 
van Halifax begeven , taen hij , tot onder-kommandant , 
vare het ^skacter van lord exmoütji, benoeaad qffid 



a84 KORTE BESCHRIJVING 

het korps genie , bevel gezonden , om den , onder 
kommando van den kapitein fleming en den 
heer parker staanden brander, naar de Moeïje 
te brengen ; doch de schout-bij-nacht meenende , 
dat het dienstiger zou zijn, indien dezelve onder 
de voor hem zijnde batterij sprong, zond ik 
bevel, om het schip, tot dat einde, uit te rus- 
ten, hetwelk gedaan werd. Ik deed den schout- 
bij-nacht ook weten , dat een groot aantal vaar- 
tuigen , alstoen , in den brand stonden , dat , de ver- 
nieling van allen zeker zijnde , ik vermeende het 
belangrijkste gedeelte onzer instructien volbragt 
te hebhen, en dat ik alle schikkingen zou ma- 
ken, ten einde de vaartuigen achter uit te ha- 
len, gelastende ik hem, om zulks, zoo dra 
mogelijk, met zijne divisie, insgelijks te doen. 

Er zijn, gedurende het gevecht, verschrikke-, 
lijke oogenblikken geweest, welke ik thans niet 
zal beproeven te beschrijven, en die veroorzaakt 
werden door dat de schepen zoo digt bij ons 
schoten. Langen tijd had ik weerstand geboden 
aan de dringende verzoeken van onderscheidene 
personen, die bij mij waren, om eene poging 
tegen het fregat te doen , dat op eene distantie 
van omtrent ioo roeden buiten lag; eindelijk gaf 
ik toe, en de majoor gosset, die bij mij was, 
en welke levendig verlangd had, om zijn korps 
mineurs te ontschepen , vroeg mij zeer instante- 
lijtw verlof, om den luitenant richards, op de 

groo- 



VAN BARBARIJE. «,85 

gróote sloep van dat vaartuig, te vergezellen. In 
één oogenblik werd het fregat aan boord ge- 
klampt , en in tien minuten stond hetzelve ge- 
heel in den brand; een dapper en jong eleve 
der marine, op de vuurpijlen-galjoot N 9 . 8, 
werd, in weerwil van een verbod, door zijnen 
ijver weggesleept, om de boot te volgen, ten 
einde dezelve te ondersteunen, en, zulks doen- 
de, ontving hij eene ijsselijke kwetsuur; een offi- 
cier, zijn makker, sneuvelde, gelijk mede 9 man 
yan zijne equipage. De boot, sneller voortroei- 
jende, heeft minder geleden, -en slechts 2 man 
verloren* 

De vijandelijke batterijen, welke mijne divisie 
omringden , waren , omtrent , ten tien uren , tot 
zwijgen gebragt, en in eenen volkomen staat 
van vernieling en verwoesting, en het vuur der 
vaartuigen werd , zoo veel mogelijk verminderd, 
ten einde het buskruid te sparen, en eenige ka- 
-nonnen te beantwoorden, welke, van tijd tot 
tijd, op ons schoten, behalve dat een fort, 
éan den oppersten hoek van de stad gelegen, 
,<m hetwelk onze artillerie niet bereiken kon, 
gedurende al dien tijd, niet ophield, om, door 
kogels en bommen, de schepen te beschadigen. 

De Voorzienigheid schond in dien tusschen 

tijd, den gewonen landwiml , velke, in die baai, 

gemeen is, aan nüjne vurige wenschen , en mijne 

verwachting werd vervuld. Alle handen werden 

1 se- 



m KORTE BES6HR1JVINÖ 

gebezigd om öp sleeptouw te nemen en den ka- 
bel te trekken , en , allen geraakten , met behulp 
Van de frissche land-koelte, onder zeil, komen- 
de , omstreeks twee uren des morgens , na eeneu 
gestadigen arbeid van twaalf uren, buiten het 
bereik der bommen ten anker. 

De flotille van kanonneer-, bombardeer- en 
vuurpijl-galjooten heeft, onder het bestuur van 
jderzelver respectieve artillerie-officieren , met al 
derzelver magt, in de eer van dien dag, gedeeld, 
^n deze hebben braaf gediend; door hen zijn 
al de schepen, die in de haven lagen (behalve 
het voorwaarts liggende fregat), in den brand 
gestoken, en de vlam strekte zich spoedig over 
het geheele tuighuis, de magazijnen en de ka- 
nonneer-sloepen uit, een groot en vol belang 
schouwtooneel opleverende, dat door geene pen 
te beschrijven is. 

De korvetten, die belast waren met het bij- 
staan van , en hulp toebrengen , aai* de liniesche- 
pen, en derzelver terugtogt gemakkelijk te ma- 
ken , hebben , niet alleen , dien dienst wel ver- 
rigt, maar alle gelegenheden te baat genomen, 
om in de tusschen ruimten te vuren, en zijn 
steeds in beweging geweest. 

De koninklijke artillerie der marine heeft de 
bommen verwonderlijk geworpen; en alhoewel 
dezelve regtstreeks midden over ons heen ge- 
worpen werden, is er, zoo ver ter mijner ken. 

nis 



VAN BARBARIJÈ. 087 

nis gekomen is;* geen ongeluk aan eenige de* 
schepen daardoor overkomen. 

Alles is in eene volmaakte stilte omgegaan, 
en ik heb niet vernomen, dat er zelfs eenig ge~ 
juich op eenig gedeelte der linie heeft plaats 
gehad; men zal, nog verscheidene jaren lang, 
kunnen bespeuren, dat de artillerie wel be- 
stuurd is geweest, en wel gemanoeuvreerd heeft ^ 
én de Barbaren zullen het nimmer vergeten. 

De wijze , waarop mijn schip , door de stuur* 
lieden van de vloot en van het schip , naar des- 
zelfs station is gebragt, is door een ieder met 
lof vermeld. De eerste dier officieren is, gedu- 
rende meer dan twintig jaren, mijn wapenbroe- 
der geweest. 

Na alzoo den uitslag van dien kortstondigert 
dienst , alhoewel onvolkomen , ontwikkeld te 
hebben, durf ik hopen, dat de onderdanige en 
getrouwe diensten der officieren en personen 
van alle klassen , waarover ik de eer heb het 
bevel te voeren, alsmede de mijne, door Z. K. 
H. den prins-regent, met deszelfs gewone goed- 
gunstigheid, zullen worden ontvangen. Ik durf 
bevestigen , dat de goedkeuring onzer diensten , 
door onzen souverdn , en de goede opinie van 
ons vaderland , over ons , ons allen het grootste 
genoegen zullen geven. 

Indien ik onderstond, om aan hunne lordschap- 
f^n de talrijke officieren te noemen, die, in zulk 

een 



*88 KORTE BESCHRIJVING 

een gevecht 4 op onderscheiden -tijdstippen i meer 
dan hunne medgezejlen , uitgemunt hebben , zou 
jk velen verongelijken, en ik hoop, dat er, bij 
de vloot, die ik de eer heb te kommanderen , 
niet een officier is, die twijfelt aan de erkente- 
nis > welke ik steeds, voor de mij betoonde gren- 
zelooze ondersteuning, zal gevoelen. Er is niet 
één officier of ander persoon geweest, die zijne 
pogingen niet verder dan de juiste palen van 
zijn' pligt heeft uitgestrekt; allen betoonden een' 
ijver om ondernemingen te wagen , die mij moei* 
ielijker viel te bedwingen, dan aan te vuren; en 
nergens was dat gevoel meer opmerkelijk, dan 
in mijn' eigen kapitein en de onmiddelijk bij mij- 
nen persoon geëmploijeerde officieren. Ik ben 
erkentenis en dankbetuigingen verschuldigd aan 
allen, die onder mijn bevel staan, alsmede aan 
den vice-admiraalvAN de capellrn, en aan de of- 
ficieren van het eskader van Z. JV1. den koning 
.der /Nederlanden, en ik vlei mij, dat zij zullen 
gelooven, dat het aandenken, hetwelk ik van 
hunne diensten zal behouden , niet dan met mijn 
leven zal eindigen. Ik heb, bij geene gelegen- 
heid, meer geestkracht en ijver gezien: van den 
jongsten kwetkeling der marine af, tot de per- 
sonen van den hoogsten rang toe , schenen allen 
met een cenig gevoel bezield te zijn , en het 
zal met groot genoegen wezen, dat ik hunne 
lordsehappen daarvan getuigenis zal geven, wan- 
neer 



VAN BAHBARIJE. 289 

neer die getuigenis nuttig zal kunnen zijn. 

Ik heb deze depêche den schout bij nacht 
Miltic^ den op mij volgenden kommandant , tcfè- 
betrouwd, waarvan ik, gedurende de mij opge- 
dragen expeditie, de vriendschappelijkste en eer- 
VGlste diensten heb genoten. Hij is volkomen 
onderrigt, van al de operatiën der vloot, van het 
begin van mijn kommaudement af, en is zeer 
geschikt , om een voldoend verslag te geven aan 
hunne lordschappen, over het misschien door 
mij in het rapport vergetene , of van hetgeen ik 
den tijd niet heb gehad te melden. Ik meen 
zijne achting te hebben verworven , en het doet 
mij leed, niet eerder met hem bekend te zijn 
geweest. 

Deze depêche is verzeld van de noodige pa- 
pieren, van den staat van de averij der sche- 
pen , en van de rapporten , wegens de dooden 
en gekwetsten ; het dou mij ten hoogste ver- 
maak, te melden, dat de kapiteins ekins en 
coode , alsmede al de gekwetsten , beter wor- 
den. Ik verneem uit berigten van de kust, dat 
het verlies des vijands , aan dooden en gekwet- 
sten , zes a zeven duizend man bedraagt. 

Onze officieren en de vloot, in de bescherming 
en gunst van hunne lordschappen aanbevelende , 
heb ik de eer te zijn, enz. 

(geieekend) exmouth. 



Ia 



39* KORTE BESCHRIJVING 

In de depêches van den vice-admiraal van d» 
capellen, vindt men, behalve hef een en an- 
der, dat men reeds in die van lord exmoüth 
.gelezen heeft, de volgende opgave van de Hol- 
lansche schepen: 

Omtrent i uur 30 minuten, hield de geheele 
vloot, in successie, af, de Melampus, op het 
achterste schip van de Engelsche linie sluiten- 
de, en, ten 2 uren 15 minuten, zagen wij lord 
exmouth, met de Queen Charlotte^ voor den 
wind , met staande zeilen , voor drie ankers van 
achteren, op geen haar breedte van zijne ge- 
wenschte positie, een pistoolschot van de batte- 
rijen, juist voor de opening van de Moetje , ten 
anker komen. 

Deze stoute en onverwachte manoeuvre van 
dit gevaarte (een driedekker) scheen den vijand 
zoodanig te hebben ontzet, dat een tweede linie- 
schip ook bijna reeds zijne positie had geno- 
men, alvorens de batterijen hun vuur openden, 
hetwelk, hoe geweldig ook, ten volle beant- 
woord werd 

Aan den kapitein de man te kennen geven- 
de, dat ik nu, zoo spoedig mogelijk, met d& 
MelampiiS) en de andere fregatten in successie, 
onze positien aan de bakboordzijde van lord ex- 
mouth wilde nemen, en aan ons eskader al het 
vuur der zuidelijke batterijen attireren, bragt 
deze zijn fregat , onder het croiserend vuur van 

meer 



VAN BARBARIJE, a 9 * 

meer dan 100 stukken , de boegspriet even vrij 
van de Glasgow, meesterUik, mer een anker van 
voren en van achteren, in de vereischte positie, 
°m onze bakboords-batterijen in hetzelfde minuut 
te openen. Kapitein ziervogrl, ten voile met 
het vorige plan en de batterijen bekend , bragt 
zijn fregat de Diana , bijna op dat zelfde oogen- 
blik, binnen een vaam lengte van de plaats, 
alwaar ik hetzelve voor ouze aangewezene posi- 
tie had gewenscht. De Dageraad , kapitein 
polders , opende ook onmiddelijk , in de beste 
rigting, zijne batterijen. De kapiteinen van der. 
straten en van der hart, door den dikken 
rook, en niet ten volle mer het lokale bekend, 
waren in de eerste oogenblikken niet zoo ge- 
lukkig; doch werkten met de meeste koenheid 
en onder het hevigst vuur, om aan hunne bat- 
terijen eene goede rigting te geven. De Een- 
dragt 9 kapitein-luitenant wardenberg, welke 
ik in reserve gesteld had, om hulp te kunnen 
toebrengen, bleef, onder het vuur der batterijen, 
zeer nabij. 

Geen half uur hadden onze schepen gescho- 
ten, of lord exmouth deed mij weten, dat hij 
over de rigting van het vuur van ons eskader, 
op de zuidelijke batterijen, zeer tevreden was, 
dewijl deze hem nu, zoo weinig mogelijk hinde- 
rende , hij van de geheele Moetje , en al de 
vijandelijke schepen , meester wa*. 

T a Zr. 



29* KORTE beschrijving 

Zr. Ms. eskader, zoo wel als de Britsche 
magt, scheen, met het devouement van onzen 
grootmoedigen chef, voor de zaak van het geheele 
menschdom, geïnspireerd te zijn; en de bedaard- 
heid en orde, waarmede het verschrikkelijk vuur 
der batterijen , zoo digt onder de dikke muren 
van Algiers , beantwoord werd , is evenmin te 
beschrijven, als de heldenmoed en zelfsopoftering 
van een' ieder in het algemeen , en de grootheid 
van lord üxmoüth in het bijzonder, bij de at- 
take van dezen gedenkwaardigen dag. 

Het vernielen van bijna half Algiers ^ en, des 
avonds ten 8 uren , het verbranden der geheele 
Algerijnsche marine , was daarvan het gevolg. 
Ten 9 uren , bleef lord exmouth met de Queen 
Charlotte, in dezelfde positie, in het volle vuur, 
hierdoor een* ieder aanmoedigende, het begon- 
nen werk niet op te geven, voor dat hetzelve 
ten volle was volbragt, en tevens eene zooda- 
nige perseverance aan den dag leggende, dat 
allen daardoor bezield werden, en het vuur der 
schepen, tegen dat van eenen dapperen en wan- 
hopigen vijand, scheen te verdubbelen. 

Kort daarna, de Qjjccn Char lotte, door het 
losraken van brandende wrakken , in het grootst 
gevaar zijnde , waren wij , onder het hevigst 
vuur, alleen voor de veiligheid van onzen edelen 
aanvoerder beducht; dan, hem de hulp van alle 
sloepen van het eskader aanbiedende, was zijn 

ani* 



VAN RAUBARIJE. 493 

antwoord: „.dat, alles berekend hebbende, wij 
ons geenszins voor zijne veiligheid behoefden te 
inquiëteren , doch alleen met een' verdubbelden 
ijver, tot het volbrengen zijner orders , en op 
zijn voorbeeld, met vuren moesten voortgaan." 

Zijne lordscnap eindelijk, omtrent half tien 
uren, de destructien , in de Moe/je, hebbende 
voltooid, gaf order, om, buiten het bereik van 
het vijandelijk vuur, te retireren; waaraan ik, zoo 
wel als alle anderen , schroomde te obediëren , 
alvorens de Qjicen Charlottf , voor de brandende 
schepen, in veiligheid was. 

In deze retraite , welke door stilte , en de ge- 
ledene schaden in het tuig, zeer langzaam ging, 
ïiadden de schepen , van een op nieuw geopend 
en verdubbeld vuur der vijandelijke batterijen , 
nog zeer veel te lijden; eindelijk de landwind 
doorkomende , waarop lord exmouth gerekend 
had, kwam de vloot, ten 12 uren, in het mid- 
den van de baai , ten anker. 

De Qucen Char lotte , onder het vuur der bat- 
terijen, de Mclampus voorbij loopende , wenschte 
zijne lordschap reeds, mij te mogen zien, om mij 
ten volle te beloonen , met mij , op het harte- 
lijkst, de hand drukkende, te zeggen: „ ik heb 
mijne Ncderlaudsche vrienden niet uit het oog 
verloren; zij hebben, even als de mijne, voor 
de glorie van den dag hun best gedaan.'* 

T 3 Het 



&fe KORTE BESCHRIJVING 

Het vredestraktaat , tusschen de Hollanders en 
Algerijnen gesloten, is, van den volgenden in- 
houd: 

VREDES-TRAKTAAT MET DEN DEY VAN ALGIERS. 

IN NAAM VAN DEN ALMAGTIGEN GOD. 

TRAKTAAT van vrede , tusschen Zijne Ma» 
jesteii den Koning der Nederlanden , Prins 
van Oranje-Nassau, Hertog van Lisxem» 
burg , enz. , enz. , enz* 

en 

Zijne Doorluchtige Hoogheid omar, Bacha r 
Ley en gouverneur der vesting en des ko~ 
ningrijks Algiers , aangegaan en gesloten 
door den admiraal theodorüs frederik 
baron van de capellen, kommandant en 
chef van de zecmagt van Zijne Majesteit 
den Koning der Nederlanden , in de Mid- 
dellandsche Zee , en met autorisatie van 
Zijne Majesteit. 

Art. i. Is overeenkomen en besloten, tusschen 
den baron van de capellen , en Z. H. den 

Dey van Algiers, dat, te rekenen van heden af, 
er duurzame en onschendbare vrede en vriend- 
schap zal zijn tusschen Z. M. den Koning der 
Nederlanden, Hoogstdeszelfs Staten en onderda- 
nen , 



VAN BARBAIUJE. »5? 

nen, en Z. H. den Dey van Algiers, diens be- 
zittingen en onderdanen, mitsgaders, dat alle, 
te voren, van den jare 1757 (*) af, tusschen 
Hun Hoog Mog. de Staten-Generaal der Ver- 
eenigde Nederlandsche Provinciën , en het gou- 
vernement en koningrijk van Sllgiers bepaalde 
en gesloten artikelen van vrede en vriendschap, 
bij dezen worden vernieuwd, geratificeerd en be- 
vestigd, als of dezelve, woord voor woord, in 
het tegenwoordig traktaat stonden beschreven , 
en dat de oorlogssi hepen of andere vaartuigen, 
alsmede de onderdanen der beide rijken , elkander 
geen ongelijk, hoon noch beleediging zullen 
aandoen, maar elkander, voortaan, en voor al- 
tijd, wederzijds, met alle achting en vriendschap, 
zullen behandelen. 

2. Er zal, te sftgiers , een konsul van Z. 
M. den Koning der Nederlanden worden gead» 
mitteerd, juist op denzelfden voet, en die me* 
denzelfden eerbied z:il behandeld worden , als de 
Britsche konsul , ten einde de zaken van den 
koophandel te regelen : hem zal de vrije uitoe- 
fening van zijnen godsdienst, binnen zijn hotel, 
worden toegestaan , zoo voor hem en voor zijne 
dienstboden , als voor alle anderen , die van dat 
voordeel zouden wenschen gebruik te maken. 

Al- 

1 

- .. 1 1 ■ 1 ■ 1 . ■ 11 »i h iii.ii „ #. u i . »i\ tm ■ *tmm *— 

(*) Zie bladz. 164. 

1 4 



z66 KORTE BESCHRIJVING 

Aldus dubbeld gedaan binnen de vesting Al- 
giers ^ in tegenwoordigheid van den Almagtigen 
God, den 28 dag van Augustus, van het jaar 
Jezus Christus 18 16, en van het jaar der He- 
gira 1231 , den zesden dag van de maan Shavvat. 
(was geteekend) 

T. F. VAN DE CAPELLEN, hoill- 

mandant-en-chef van het es- 
kader van Z M den Ko* 
ning der Nederlanden. 
(L. S.) 

h- m. donell , "waarnemende 
de functien van konsul-gene- 
raaL 
(L. S.) 
Daar tegen over stond de onderteekening van 
cmuar, Bacha , Dey en gouverneur voor Algiers '* 
Voor eensluidend afschrift. , 

De minister van huitenlandsche zaken , 
(geteekend) a. w. c. van nagell. 

Na dat de Dey , op den 28 Augustus , den 
vrede met de Engelschen gesloten had , tee- 
kende , hij ook het additioneel artikel , of decla- 
ratie , tot de afschaffing van den Christen sla- 
venhandel , zijnde van den volgenden inhoud : 



D#. 



VAN BAPvDAPvIJE. aój 

declaratie van Z. D. H. omar, Bacha 9 
Dey en gouverneur van de vesting en ko- 
ningrijk sllgiers, gedaan en gesloten met 
zijn lordschap edward, baron exmoüth, 
ridder groot-kruis van de militaire Bath y s- 
orde 9 admiraal van de blaamve vlag van 
Z. Brit. Maj. 9 en kommandant-en-chef , 
over Zr. Ms. vloten en schepen in dt 
Middcllandsche zee. 

„ Uit overweging van het groot belang , hét- 
Welk Z. K. H. de prins regent van Engeland 
in het ophouden van de slavernij der Christenen 
stelt, zoo verklaart Z. H v de Dey van Algiers , 
ten bewijze van zijn opregt verlangen, om zijne 
vriendschappelijke betrekkingen met Groot -Bri- 
tanje onschendbaar te houden, en van zijnen 
grooten eerbied voor de Europesche mogendhe- 
den, dat, ingeval van toekomstige oorlogen 
met eenige Europesche mogendheid , geene der 
gevangenen in slavernij zullen worden gebragt, 
maar met alle mogelijke menschlievendheid, als 
krijgsgevangenen, zullen behandeld worden , tot 
dat zij, overeenkomstig het in Europa in der- 
gelijke gevallen gewoon gebruik, regelmatig uit- 
gewisseld zullen worden , en dat , bij het staken 
der vijandelijkheden, zij, zonder rantsoen, aan 
hnnne respectieve landen zullen teruggegeven 
worden; en wordt bij dezen, op. ecne formeele 

Ta«' 
5 wij- 



ao8 KORTE BESCHRIJVING 

wijze, en voor altijd, gerenonceerd aan het ge- 
bruik, om de Christen krijgsgevangenen tot de 
slavernij te veroordeden. 

„ Aldus dubbeld gedaan binnen de stad Al- 
giers , in tegenwoordigheid van den Almagtigen 
God, den 28 dag van Augustus van het jaar 
van Jezus Christus 1816, en van het jaar der 
Hegira (231 , den zesden dag van de maan Shavval. 
(Het zegel van den Dey ) 
55 (gtleekend^ ex aio ut 11 , admiraal en 

kommandant en chef, 
,, (geteekeiuï) h. m\ doüell. 
„ Op last van den admiraal, 
„ (gei ■ eekend) j. grimes, secretaris," 

De £tej heeft ook, in tegenwoordigheid van 
zijn' Divan , aan den Engelschen konsul, ver- 
schooning gevraagd , voor de personeele beleedi- 
gingen , welke hem , gedurende de laatste ge- 
beurtenissen , aangedaan zijn, en heeft daaren- 
boven , aan den konsul , eene som van 3000 pias- 
ters betaald, ter vergoeding der gepleegde roo- 
rerijen in zijne woning , gedurende zijne gevan- 
genschap. 

Na dat men de traktaten en het bovengemeld 
art. overeengekomen was, en dat de Dey 382,500 
dollars had teruggegeven, welke hij onlangs van 
de gouvernementen van Napels en Sardinië out* 
vangen had, mitsgaders 1083 Christen slaven, 

wel» 



VAN BARBARIJE. 499 

welke zich te Algiers bevonden, in vrijheid had 
gesteld, kwam lord exmouth te weten, dat er 
tw.e Spanjaarden, waar van de eene een koop- 
man , en de andere de vice-konsul van die natie 
was , niet in vrijheid waren gesteld , maar nog 
door den Dey in eene strenge gevangenis wer- 
den gehouden, onder voorgeven, dat zij om 
schulden zaten. 

Het onderzoek, dat zijn lordschap deswegens 
deed, overtuigde hem weldra, dat de gevangen- 
houding van den vice-konsul ongegrond , en on- 
verschoonbaar was, en hij dacht dienvolgens 
gemagtigd te zijn, om, overeenkomstig de arti- 
kelen der conventie , wegens de teruggave van 
alle krijgsgevangenen, derzelver invrijheidstelling 
te vorderen. 

Men ontwaarde, dat de koopman, wegens 
eene voorgewende schuld, spruitende uit een 
contrakt, met het Algerijnsch gouvernement ge- 
sloten, gevangen zat; doch, daar men dat con- 
trakt, met geweld van hem afgevorderd had; 
dit gevoegd bij de strenge gevangenis, die hij 
ondergaan had, deden zijn lordschap besluiten, 
om ook eene poging ten zijnen behoeve te doen; 
doch alles te vergeefs. 

Dienvolgens liet hij den Dey weten , dat , daar 
Z. H. al de redelijke en regtvaardige voorwaar- 
den verworpen had, welke hem, wegens dat 
puut , voorgesteld waren, zijn lordschap het be- 
sluie 



3?o KORTE BESCHRIJVING. 

sluit genomen bad, om' op de onvoorwaardelijke 
in vrijheidstelling der twee Spanjaarden aan te 
dringen. Hij vroeg dus, een stellig ƒ#, of neen y 
ten antwoord , en verklaarde , dat , in het laatste 
geval , hij onmiddelijk de vijandelijkheden zou 
doen hervattten , en maakte deswege de noodige 
toebereidselen. 

Deze maatregelen hadden den gewenschten uit- 
slag; en de beide personen werden uit eene 
langdurige en strenge gevangenis ontslagen, zoo 
dat, bij het vertrek van zijn lordschap, het- 
welk, in den avond van den 3 dezer, met al de 
schepen onder zijne bevelen, plaats had, er geen 
enkel Christen gevangen te Algiers bleef. 

Onder de bijzondere berigten, tot de expeditie 
tegen Algiers behoorende, en die ons van tijd 
tot tijd zijn geworden, vindt men ook de vol- 
gende: 

Het getal der dooden, op de Engelsche sche- 
pen , beliep 128 man, en dat der gekwetsten 
690. De Hollanders hadden elf gesneuvelden , en 
56 gewonden. 

Een officier, die in het gevecht geweest is, 
berekent, dat de vijand, omtrent, 1000 stukken 
geschut, van- onderscheiden kaliber, tegen de 
vereende vloten , gebruikt heeft. Het Engelsche 
schip the Impregnable had, alleen, 210 man ver- 
loren , zijnde een vierde van het geheele verlies 
der vloot. Dit schip was met 268 kogels door- 

scho- 



VAN B-ARBARÏJE. $0 i 

ten, waarvan er 56 het onderste verdek geraakt 
hebben. Twee kogels, van 68 pond, zijn zelfs 
tot in het magazijn, zes voet onder water, 
doorgedrongen. Men had op hetzelve verbruikt: 
16 tonnen buskruid, iao tonnen kogels, 54 vuur- 
pijlen van 3a pond, en 30 bommen van 8 duim. 

Het verlies der Algerijnen is buitengewoon 
groot geweest. Men zegt, dat er 5000 Janit- 
saren gedood, en 3 a. 4000 Arabieren gedood 
of gekwetst zijn. Er was naauvvelijks een huis 
in de stad, dat niet, min of meer, door het bom- 
bardement geleden had. 

Uit een memorandum, van de vernieling aan, 
de Moetje, blijkt, dat er vernield zijn: vier groote 
fregatten , van 44 stukken ; vijf groote korvet- 
ten, van 24 a 30 stukken; al de kanonneerboo- 
ten, en bombardeergaljooten , op zqvqu na; ver- 
scheidene koopvaardijbrikken , goeletten , en een 
groot getal vaartuigen van alle soort; al de- 
pontons en ligters ; bet grootste gedeelte van de 
magazijnen en het tuighuis , met al het timmer-' 
hout en de goederen der Marine , enz. 

Van den opperbevelhebber, lord exmouth, 
verhaalt men ook den volgenden trek van mensch- 
lievendheid: zijn vaartuig lag zoo digt aan de 
wal, dat men, van hetzelve, al de deelen van 
de Moelje en het arsenaal ontdekte. Dezelve 
waren bedekt met , ten minste , 3000 aanschou- 
ivers , die geene gedachten schenen te hebben , 

dat 



501 KORTE BESCHRIJVING 

dat de Britsche schepen zouden vuren. Lord 
bv outh, op de kampanje staande, wenkte de- 
zelve, eenen geruimen tijd, met zijhen hoed*, 
dat zij zich zouden verwijderen, daardoor te 
kennen gevende, dat hij de vijandelijkheden zou 
beginnen. De menigte gaf echter geen acht 
daarop , zoodat , de eerste laag , der Queen Char- 
lottc^ tusschen de 500 en 1000 personen weg- 
nam. 

Na het vertrek der Engelsche vloot, schenen 
de Turksche soldaten en de ingezetenen zich , 
een' tijd lang , niet met de verwoesting van hunne 
stad te bemoeijen. Niet aan den arbeid ge- 
woon, en de hulp van hunne werklieden, de 
slaven , verloren hebbende , hadden zij , vóór den 
16 September, geene de minste pogingen ge- 
daan, om de vernielde wallen weder op te bou- 
wen; op dien dag geraakten de soldaten openlijk 
in opstand. Het geleden verlies en de ellende, 
waartoe zij gebragt waren , gevoelende , weten zij 
aan de hoofdigheid van den Dey, al hunne on- 
gelukken, en gaven hem de keuze van, of het 
hoofd afgeslagen te worden, of hun te veroor- 
loven, om al de Joden en Mooren te vermoor- 
den , en de stad te plunderen. De Dey bood zeer 
grootmoediglijk aan, om zich aan hunne woede 
op te offeren; doch deed hun, terzelfder tijd, 
het nuttelooze , en zelfs gevaarlijke , van het ge- 
drag , dat zij wilden houden , gevoelen ; aanmer- 

keit- 



VAN BARBARIJE. 3 o 7 

kende, dat zulks, in plaats vaii ben te vereni- 
gen, tweedragt onder hen zou voortbrengen, en 
dat zij, met twisten, den tijd zouden verliezen, 
welken zij moesten bezigen, om de vestingwer-. 
ken te herstellen. Deze redenen, gevoegd bij 
groote sommen gelds, welke men onder hen 
uitdeelde , deed hen bedaren ; en er werd onmid- 
delijk zeer ijverig gearbeid aan het opruimen der 
puinhoopen , waarmede de straten , door het bom- 
bardement , b.edekt waren ; en om aan de wallen 
een beter aanzien te geven , door de bressen 
met steenen en kalk te vullen. Er werden 
daartoe een groot aantal Mooren gebezigd, en 
de Dey zelf bestuurde , met de grootste werk- 
zaamheid , den arbeid. 

De vernieling van de geheele zeemagt der Al- 
gerijnen, en het plan van alle Christen mogend- 
heden , om hun geene geschenken meer te ge- 
ven , waardoor zij tot het herstellen derzelve in 
staat zouden worden gesteld, doen ons, met 
regt, hopen, dat de vrede, met hen, nu, be- 
stendiger zal zijn. Daarbij heeft Zijne Majes- 
teit , onze koning, eene defensive alliantie met 
den koning van Spanje., tegen alle Barbar.'Scha 
mogendheden , gesloten ; ingevolge van dewelke 
men, altijd, eenige schepen, in de Middelland- 
sche Zee, zal houden, om op de roovers een 
wakend oog re houden. 

De keizer van Marokko , die,, na het vertrek 

van 



3P4 KORTE BESCHRIJVING 

van exmoüth , zich verstoutte om twee Hol- 
Iandsche schepen aan te houden, heeft dezelve, 
niet alleen , vrij gegeven , maar heeft zich ook 
verbonden, nimmer eenig Ghiisten weer in 
slavernij te werpen, waardoor nu de zaken ge- 
heel en al geschikt zijn. 

Wij eindigen met den wensch , dat het de al- 
goede Voorzienigheid moge behagen, onze po- 
gingen , in zoo verre, tegen de ongeloovigen te 
zegenen, dat zij zich verpligt vinden, de Chris- 
tenen in rust en vrede te laten , en buiten staat 
mogen gesteld worden , om dezelve te mishande- 
len, of te benadeelen. 



* 



mm 



M I 






qmmmm 



BOSTON UNIVERSITY 

DT189E16 BOSS 

Korte Beschrijving der Staten van Barbar 



1 1711 0D133 Dab? 






i 



BOSTON UNIVERSITY 

LIBRARIES 

Not to be taken from this room 



'i*i'V'r: 







»**• 










; H^\iÜP 



^■'^jr 






?4«l 



BPr' 



f*.' 



1 




«». 



£•* i 



4 ïfflB 



■ 



a»W